diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 01:23:11 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 01:23:11 -0700 |
| commit | e98ddc81b97b71dc72fcaa05cf7fc30526efad08 (patch) | |
| tree | 19f923b363235c5e813b1abe6121e9fd7db3bb29 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 20465-8.txt | 14240 | ||||
| -rw-r--r-- | 20465-8.zip | bin | 0 -> 325062 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h.zip | bin | 0 -> 2031123 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/20465-h.htm | 9532 | ||||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vi001.jpg | bin | 0 -> 41117 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vi002.jpg | bin | 0 -> 40882 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vi003.jpg | bin | 0 -> 51890 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vi004.jpg | bin | 0 -> 49765 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vi005.jpg | bin | 0 -> 50945 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vi006.jpg | bin | 0 -> 34581 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vi007.jpg | bin | 0 -> 27830 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vi008.jpg | bin | 0 -> 51738 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vi009.gif | bin | 0 -> 136392 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vi010.jpg | bin | 0 -> 47779 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vii001.jpg | bin | 0 -> 49270 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vii002.jpg | bin | 0 -> 55519 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vii003.jpg | bin | 0 -> 47441 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vii004.jpg | bin | 0 -> 36032 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/vii005.jpg | bin | 0 -> 47122 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/viii001.jpg | bin | 0 -> 56149 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/viii002.jpg | bin | 0 -> 57064 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/viii003.jpg | bin | 0 -> 47803 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/viii004.jpg | bin | 0 -> 34847 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/viii005.jpg | bin | 0 -> 42091 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/viii006.jpg | bin | 0 -> 41615 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/viii007.jpg | bin | 0 -> 51213 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/viii008.gif | bin | 0 -> 34040 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/viii009.jpg | bin | 0 -> 50729 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/viii010.jpg | bin | 0 -> 44603 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/viii011.gif | bin | 0 -> 74259 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20465-h/images/viii011h.gif | bin | 0 -> 374969 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
34 files changed, 23788 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/20465-8.txt b/20465-8.txt new file mode 100644 index 0000000..88c73a0 --- /dev/null +++ b/20465-8.txt @@ -0,0 +1,14240 @@ +Project Gutenberg's Reize door Frankrijk, by Adriaan van der Willigen + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Reize door Frankrijk + In gemeenzame brieven, door Adriaan van der Willigen aan den uitgever + +Author: Adriaan van der Willigen + +Release Date: January 28, 2007 [EBook #20465] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE DOOR FRANKRIJK *** + + + + +Produced by Frank van Drogen, Jeroen Hellingman, and the +Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net +(This file was produced from images generously made +available by the Bibliothèque nationale de France +(BnF/Gallica) at http://gallica.bnf.fr) + + + + + + + + + + + + REIZE DOOR FRANKRIJK, + IN + GEMEENZAME BRIEVEN, + + DOOR + + ADRIAAN van der WILLIGEN + + AAN DEN UITGEVER. + + + MET PLATEN. + + Te HAARLEM, + Bij A. LOOSJES, Pz. + MDCCCV. + + + + + + + + + +_Parijs, 1 Decemb. 1804._ + + +Gij vraagt, Vriend! of ik 'er iets tegen heb, dat gij mijne Brieven, +over een groot gedeelte van _Frankrijk_, drukt en uitgeeft, met +achterlating van eenige bijzonderheden, ons aangaande, en welke voor +het algemeen van geen belang zijn; terwijl gij denkt dat dezelve onze +Landgenooten aangenaam en zelfs nuttig kunnen wezen? en mijn antwoord +op deze vraag is: _Ik heb 'er niets tegen._--De beöordeeling, waartoe +een ieder door het in druk uitgeven van een werk regt krijgt, kan ik +te geruster afwachten, daar ik mij op hetzelve niets laat voorstaan, +maar het geef, voor het geen het is, te weten, voor eenvoudige +aanteekeningen, van het geen ik gezien, daarvan gehoord, 'er over +gelezen, en 'er somtijds bij gedacht heb. Echtheid en naauwkeurigheid, +als de voorname vereischtens van een reisverhaal, heb ik altijd +in het oog gehouden. Hier van althans ben ik verzekerd, dat zij, +die dezelfde reis doen, en deze aanteekeningen als een _Itineraire_ +willen gebruiken, zullen overtuigd worden. + +Ik voeg hierbij nog _Iets voor Reizigers, bijzonder in +Frankrijk_. Dit kunt gij _voor_ of _achter_ plaatsen, zoo als gij +best oordeelt.--Vaarwel! + + +A.v.d.W. + + + + + + + +REIZE DOOR FRANKRIJK. + +EERSTE BRIEF. + +_Dyon den 20 Julij 1804._ + + +Aan de dagteekening van den Brief ziet gij, Vriend! dat ik op reis +ben. Maandag den 14. dezer vertrok ik van _Parijs_; en dus daags na +het feest van den 14. Julij, dat dit jaar den 15. gevierd is. Ik had +mij daarom nog al opgehouden, maar vond het voor mij, behalve het +vuurwerk, dat nog al fraai was, die moeite niet waardig. Wij reden +'s morgens om vier uren af, met den gewonen Postwagen, die van hier +op _Geneve_ rijdt, en waarop wij plaats genomen hadden tot _Dyon_. De +plaats, binnen in, kost 63 livres de persoon, en voor mijn koffer, die +ruim 100 ponden woeg, betaalde ik £ 13; men rekende tegens £ 25--het +centenaar; doch de koffer voor twee personen zijnde, trok men 'er de +25 lb die ieder vrij had, en dus 50 af. Van _Charenton_ en _Alfort_, +daar wij door reden, heb ik u in een van mijne vorige al gesproken. Te +_Lieursaint_ [1], 4 posten van _Parijs_, daar wij ontbeten, niet met +een boterham en een kopje thee of koffij, maar met vleesch, eijeren en +wijn, begonnen onze reizigers zoo wat kennis met elkanderen te maken; +en ik bespeurde toen, dat wij met een' Priester, met een' Rentenier +van _Dyon_, met een Wijnkooper van _Beaune_, een andere van _Maçon_, +en nog een vijfde persoon van den kant van _Geneve_, op reis waren. In +_Holland_ zou men dat al lang geweten hebben; want naauwlijks heeft +men daar een' voet in de trekschuit of op den postwagen gezet, of er +word gevraagd: "Waar komt mijn Heer van daan? waar gaat mijn Heer na +toe? wat doet mijn Heer? is UEd. getrouwd? en eindelijk zelfs somtijds, +hoe is mijn Heer's naam?" Diergelijke onbescheiden vraagen treft men +onder de _Franschen_ zeldzaam aan, en men wacht doorgaans, tot dat de +lieden zich zelve bekend maken. Nu werden wij wat gemeenzamer onder +elkanderen, het gesprek liep natuurlijk over het Feest, dat den vorigen +dag in de Hoofdstad was gevierd, en hier door werden de staatkundige +gevoelens eenigzins ontwikkeld, de wijnkooper van _Beaune_, dat een +goede ronde kaerel scheen, en mijns bedunkens, met regt den naam van +_Franc Bourguignon_ [2] verdiende, kwam er onbewimpeld vooruit, dat +hij de Koninklijke regeering, welke voor de omwenteling in _Frankrijk_ +plaats, beter vond dan het tegenwoordig Gouvernement. Hij sprak van +de staten der Provintien, van de voorrechten, enz. de Priester gaf +wel te kennen, dat hij het hieromtrent met hem eens was, doch liet +er zich zoo regelregt niet over uit. De Rentenier van _Dyon_ scheen +meêr een Volksbestuur toegedaan; deze waren de voorname sprekers, +de overigen voegden 'er nu en dan een woordje bij. Ik heb algemeen +opgemerkt, dat de Koningsgezinden onder anderen zeer verbitterd zijn +tegen Keizer Napoléon, om dat hij de Hertog van Enghien heeft laten +ter dood brengen. Zij veroorloven zich ten dezen opzigte de hoonendste +uitdrukkingen tegens hem, die zij dan nog al door een woordspeling +(_calembour_) zoeken te bewimpelen, zoo als deze, welke iemand van +ons gezelschap te berde bragt: "Iemand zeide, dat het afbeeldsel +van de Keizer der _Franschen_, dat men op de geldspecie ziet, niet +gelijkende Was; gevraagd zijnde waarom, antwoordde hij, _parceque +le nez est pointu et c'est un nez rond_." (Néron). Was deze ter +dood veroordeelde geen voornaam hoofd van hunne partij geweest, zij +zouden 'er misschien niets op hebben aantemerken. De _Franschen_, +en vooral de _Parijzenaars_, zijn liefhebbers van _calembours_; +men vind verscheidene boekjes, die daarmede zijn opgevuld. Vele +jongelieden leren die van buiten, en met diergelijke meestal laffe +aardigheden, pronkt men in de zoogenaamde _bonne Societé_. Anderen, +die er meêr op gevat zijn, maken van alle gelegenheden gebruik om +woordspelingen voor den dag te brengen, hoe weinig die dikwijls ook +voegen. Men ontziet geene zaken hoe achtingwaardig, of personen, van +wat rang zij ook zijn mogen, zoo hoorde ik eenigen tijd geleden, kort +na dat de broeders en zusters des Keizers Napoléon, tot Rijksvorsten +verheven waren, te _Parijs_ door de nieuwsbladverkopers (_colporteurs_) +langs de straten roepen: "_Voici etc. avec les noms et les demeures de +tous les Princes et Princesses à deux sous_;" een winderig heertje, +die daar voorbij kwam, zeî op een' spotachtigen toon tegen den +uitventer: "_Voyons ce qui c'est que vos princes et princesses à deux +sous_." Sommigen lagchten hier om, anderen namen het misschien kwalijk; +hoe ligt had iemand tot de politie behoorende hier omtrent kunnen zijn, +onze grappemaaker zou dan zekerlijk voor zijn spotternij hebben moeten +boeten, en wie zou hem beklagen. + +Omstreeks één uur kwamen wij te _Melun_, 5 1/2 post van _Parijs_. De +Postwagen, vertoefde hier om het middagmaal te houden, en ik, +nog geen honger hebbende, daar wij laat hadden ontbeten, besteedde +dien tijd met het plaatsje te zien. Dit stadje de hoofdplaats van +het Departement de _Seine et Marne_ [3], is in eene bekoorlijke +landsdouw aan de oevers van _de Seine_ zeer aangenaam gelegen; die +rivier verdeelt hetzelve in drie deelen, die door twee steenen bruggen +vereenigd worden; de bijgaande afteekening zal u hier een duidelijk +denkbeeld van geeven. Verscheidene Koningen hebben te _Melun_ hun +verblijf gehouden, hun paleis was op de punt van het Eiland dat gij +tusschen de twee bruggen ziet. Het is een der oudste steden van de +_Gaulen_. Caesar maakt er gewag van in zijne gedenkschriften. Het +is ook in de geschiedenis bekend, door eene belegering van de +_Engelschen_ tegen die stad, welke plaats had in de vijftiende +eeuw, en die de belegerden, met eene schier ongelovelijken moed, +zes maanden uithielden. De geleerde Jacques Amiot, Bisschop van +_Auxerre_ en vertaler van de _Doorluchtige Mannen van_ Plutarchus, +enz. werd hier geboren. De voorname handel is in granen, meel, +wijn, kaas, kalk en gebakke steenen; die waren worden veel al _de +Seine_ af naar _Parijs_ vervoerd. De groote weg, die hier doorloopt, +maakt het vrij levendig; 'er vaart ook een schuit (_coche d'eau_) +van hier naar _Parijs_ heen en weder. In het terugkomen word zij +met paarden tegen den stroom opgetrokken. Van de _Mammelukken_, +die met Bonaparte uit _Egypte_ kwamen, lagen er hier omtrent 150 in +guarnisoen, naar men ons verhaalde. De inwooners waren 'er niet wel +over te vreden, en zeide ons, dat het veeläl slecht kwaadaartig volk +was; wij zagen 'er eenigen van langs de straat loopen. Hunne Oostersche +kleeding maakte in dit plaatsje, waar men alles behalven Oostersche +pracht ziet, een wonderlijk afstekende vertooning. De aanhoudende +schoone landstreek en de fraaije gezigten die men geduurig aantreft, +vermaakten mij niet weinig. De _Seine_ en _Yonne_ vereenigen zich voor +_Montereau_. Men komt over een fraaije brug in het stadje. Deze brug +is in de geschiedenis bekend: de Hertog van _Bourgondiën_ kwam in het +jaar 1409 op dezelve, om zich met Karel den VII, die toen Dauphin van +_Frankrijk_ was, te verzoenen, en werd door de Offiçieren van dien +Vorst vermoord [4]. Onze reisgezel, de Rentenier van _Dyon_, die +nog al ervaren scheen in de geschiedenis deed mij dit een en ander +opmerken. Dit stadje ziet er welvarende uit en is alleraangenaamst +gelegen; even buiten hetzelve langs de boorden van de _Yonne_ is +eene fraaije algemeene wandelplaats. De ruime gezigten en bekoorlijke +tooneelen die de natuur hier oplevert, houden den opmerkzamen reiziger +hier aanhoudend op de aangenaamste wijze bezig. + +Tegen het vallen van den avond kwamen wij te _Villeneuve-la-Guyard_, +een stadje in het Departement de _l'Yonne_, en wel het eerste, +als men 'er van dezen kant inkomt. _Auxerre_ is de hoofdplaats van +hetzelve. Wij hadden nu 10 1/2 post afgelegd en hielden hier ons nacht +verblijf, en niettegenstaande het plaatsje er niet te breed uitziet, +hadden wij nogtans een vrij goed avondmaal en goede bedden. Onze +Wijnkooper van _Beaune_, die in deze streeken bekend was, bragt hier +zeer veel toe, en deed ons vooral door de vrije en grappige wijze, +waarop hij alles bezorgde en bestelde, niet weinig lagchen. + +Den volgenden morgen, 17 dezer, vertrokken wij om drie uren, en +reeden 1 1/2 post van hier door het stadje _Pont sur Yonne_, aan +den westelijken oever van die rivier tegen den voet van een heuvel, +die met wijngaarden bedekt is, gelegen. Deze plaats ontleent zijn' +naam van de steenen brug op zeven bogen, die wij bij het uitgaan van +de stad overreden, wat verder ziet men steen- en pannebakkerijen, en +vervolgens een zeer uitgestrekt en aangenaam geschakeerd gezigt. De +stad _Sens_ vertoonde zich voor ons in een aangenaam verschiet, tegen +een' heuvel; de landstreek is zeer bevallig, en de morgenstond was +schoon. Voor de omwenteling was _Sens_ een Aartsbisdom en de hoofdstad +van _le Senonois en Champagne_; zij is 12 posten van _Parijs_ gelegen: +inwendig beantwoort zij vrij wel aan de uitwendige vertooning. De +straat, waar wij in kwamen is ruim. Wij stapten af voor de Hoofdkerk, +die wel bezienswaardig is; zij pronkt met een zeer hoogen en fraaijen +toren; het klokkespel wierd voorheen voor het fraaiste van het gantsche +rijk gehouden. Hier vervoegde ik mij bij onzen Geestelijken reisgenoot +en ondervond, dat het goed is om zich met lieden van allerlei stand en +beroep op reis te bevinden. Deze was dan ook een zeer vriendelijk man, +en, zoo het scheen, een der redelijkste Priesters, dien ik immer heb +aangetroffen. Wij traden te samen de Kerk in. Dit gebouw is zeer groot +en wel verlicht, de kapellen rondom en het choor is met fraai ijzer +hekwerk versierd. Lodewijk Dauphin van _Frankrijk_ [5], in den jaare +1765 te _Fontainebleau_ overleden, werd, benevens Mevrouw de Dauphine, +in deze kerk begraven; wij zagen er zijne graftombe, die in het begin +van de omwenteling was weggenomen, doch thans weder opgerigt. Zij +is van wit marmer, en word gehouden voor een meesterstuk van den +beeldhouwer Coustou. De beelden, die de twee lijkbussen kroonen, zijn +de Godsdienst, de Deugd, de Tijd en Frankrijk. Men vind meêr andere +fraaije versierselen in deze kerk, bijzonder het beeldhouwwerk boven +een Altaar, verbeeldende de moord van St. Savinien. De glazen zijn +geschilderd door den bekenden _Franschen_ konstschilder Jean Cousin +[6], die te _Soucy_ digt bij deze stad in de 16de eeuw gebooren werd; +men wilde, dat hij tot de Protestanten behoorde, omdat hij op de +glazen van _St. Roman's_ kerk te _Sens_ in eene schilderij van het +laatste Oordeel een Paus in de hel geplaatst had, en men nam hem die +aardigheid maar zeer kwalijk. Deze stad was reeds vermaard ten tijde +van Julius Caesar. In 1735 vond men 'er het opschrift: _Vesta mater_, +waarom men meent te moeten onderstellen, dat 'er een tempel van Vesta +geweest is; uit andere aanwijzingen maakt men op, dat 'er ook een +tempel ter eere van Augustus bestaan heeft. 'Er bestaat nog geldspecie, +die 'er Carolus Magnus heeft doen slaan. Paus Alexander de III. koos +deze stad tot schuilplaats, en verbleef 'er van den 30 September 1163 +tot in 1165. In de boekerij van het Capittel van de Hoofdkerk alhier, +wierd voorheen een kluchtig stuk bewaard, namenlijk het oorspronkelijk +handschrift van den kerkdienst der gekken (_l'Office des fous_,) zoo +als die eertijds in de kerk van _Sens_ gezongen werd, het was een lang +smal en redelijk dik boekdeel in Folio, met uitgesneden ijvoor bedekt +en met lange magere letters geschreven; men vindt 'er afbeeldingen in +van Bacchus feesten, Pan's feesten, potsenmakerijen en meêr andere +schandelijke ongerijmdheden van dien aard: in dit feest, dat door +deszelfs verregaande ongerijmdheden zeer wel aan zijne benaming +beantwoordde, speelde ook een Ezel, te weten een viervoetig dier, +eene voorname rol; andere op twee beenen waren 'er met menigte bij. + +Onder meêr anderen is hier ook een voorname fabriek van het geen men in +_Frankrijk Velours d'Utrecht_ noemt, en dat zeer veel gebruikt word, +om Meubilen, Rijtuigen, enz. te bekleeden: deze fabriek schijnt uit +een der voornaamste steden in ons Vaderland herkomstig, en misschien +is zij 'er, zoo als meêr anderen, thans wel in verval. + +De Waterhorologies (_Horloges d'eau_) die men zelfs tot in _Asia_ +en _America_ verzendt, worden hier gemaakt. + +Buiten de stad zag ik verscheidene vruchtbaare moestuinen en +boomkweekerijen; als ook eene fraaije algemeene wandelplaats. Men rijdt +over een brug over de _Yonne_, die langs deze stad stroomt. In deze +landstreek zijn veel wijnbergen, en hier en daar nog al boomen. Wij +ontbeten te _Villeneuve le Roy_, thans _Villeneuve sur Yonne_, een +klein stadje aan den oostelijken oever van die rivier, niet onaangenaam +gelegen; het heeft aanmerkelijke Leêrlooijerijen, en het leder maakt +een voornamen tak van zijn' handel uit. Op den weg naar _Joigny_ ziet +men nog altijd verscheidene heuvels met wijngaarden beplant; de wijn is +een voornaam voortbrengsel van dit land. Weldra bespeurde wij de stad +_Joigny_ [7], en eene vlakte zoo ver het oog kon reiken. De voorstad +_St. Michel_, is zeer aangenaam aan de _Yonne_ geleegen, en maakt +een fraaije kaai; 'er staan verscheidene gnappe huizen en een groot +en schoon gebouw, zijnde eene cazerne, daar voorheen veel krijgsvolk +zoo te voet als te paard in gelegd werd. Die kaai pronkt ook met twee +prachtige en sierlijke ijzeren hekken, een derde is aan den opgang van +de brug. Op de fraaije steenen brug, die door agt boogen ondersteund +word, heeft men een verrukkend gezigt. Bonaparte kwam 'er over, toen +hij zegepralende uit _Italiën_ te rug keerde, en men heeft toen op +dezelve een' houten eereboog opgerigt die 'er nog staat. Het stadje, +dat niet groot is, maar zeer welvarende, drijft, zoo het schijnt, +veel handel in koorn, daar het de stapelplaats van is, en van een +soort van laken, dat 'er gemaakt word. Voorheen was het een Graafschap. + +Het dorpje _Avrolles_, daar wij doorreden, leverde een deerlijk +schouwspel op; 112 huizen en de kerk waren er den 25. der laatst +afgeloopen Maand, door de onvoorzigtigheid van een der Inwoonders, +afgebrand. Eer wij hier aankwamen, wees men mij het begin, dat men +gemaakt had met het kanaal van _Bourgondiën_ te graven. Het stadje +_St. Florentin_ op dezen weg gelegen, leverde niets merkwaardigs op; de +grond hieromstreeks kwam mij niet zeer vruchtbaar voor. De wijnbergen +en heuvels werden meer verheven. Dit plaatsje echter herinnerde ons +aan St. Florentin, daar na Hertog de la Vrilliere, die 'er Heer van +was, een der verachtelijkste Hovelingen van Lodewijk den XV. Hij kon +zich beroemen van veertig duizend _Lettres de Cachet_ uitgegeven te +hebben; zijn bijzit Sabathier heeft 'er omtrent wel negen en dertig +duizend van verkocht. Men maakte op hem het volgende grafschrift: + + + Ci git un petit saint [8] qui n'est pas du commun; + Il a porté trois noms, et n'en laissa pas un. + + +Omstreeks zeven uren kwamen wij te _Tonnère_: heden hadden wij 13 +1/2 post afgelegd, en hielden hier ons nachtverblijf. Dit stadje is +schilderachtig gelegen; een kerk op een rots gebouwd, ziet men van +verre boven de huizen uitsteken; aan den voet van dezelve is een +bron, die zeer overvloedig in water en zoo diep is, dat men schier +geen' grond kan vinden: rondom is eene overdekte gallerij gebouwd +voor de waschvrouwen. Niet meêr dan ruim honderd voeten van daar +heeft het water van deze bron reeds een stroom gevormd, waar men op +een steenen brug, van twee bogen, overgaat. De Marquis de Louvois, +Secretaris van Staat, en Oorlogsminister onder Lodewijk den XIV, +de schrik der Protestanten, was Heer van dit Graafschap. Wij vonden +hier een redelijk goed avondmaal, en de ligging was ook vrij wel; want +men heeft in _Frankrijk_ in dit saisoen, alle reden, om te vreden te +zijn over de bedden, als het getal der weegluizen zoo groot niet is, +dat zij het slapen ten eenenmaal verhinderen. Voor het overige moet +men hier met het scherpziende oog van eene _Noord-Hollandsche_ vrouw +niet rondsnuffelen, en vooral ook de keuken onbezocht laten. Nu men +word hier ook aan gewoon, en dit is noodzakelijk. + +Den 18 dezer begaven wij ons 's morgens om 3 uren weder op reis. Na een +eind weegs gereden te hebben, troffen wij vrij hooge heuvels aan; de +wagen kon hier niet anders dan zeer langzaam vorderen, en wij verkozen, +om te wandelen. Wel dra zagen wij die grootsche en schitterende +vertooning, die ieder redelijk mensch met eerbied en bewondering +vervult, en die zoo vreemd is voor zeer veel stedelingen. De zon +rees statig boven den gezigteinder. De landstreek is hier niet zeer +vruchtbaar; wijn is het voornaamste, dat men 'er teelt. Wij zagen hier +en daar ook kreupelbosch en woeste onbebouwde streeken. Na twee posten +gereisd te hebben, kwamen wij te _Ancy-le-Franc_. Het stadje ziet 'er +ellendig uit; doch even buiten hetzelve ligt een schoon kasteel. Het +scheen door de omwenteling niet geleden te hebben. Nicolo del Abate, +leerling van Primaticcio, een vermaard schilder ten tijde van François +I, heeft verscheidene vertrekken van dit kasteel versierd. Wij hebben +het inwendig niet gezien, en vergenoegden ons met de tuinen, die hier +en daar nog al aardig zijn aangelegd, te doorwandelen. Achter het +huis scheen veel bosch te liggen, en het water ontbrak 'er ook niet; +het kwam mij dus voor een aangenaam buitenverblijf te zijn. Voor mij +zou het nog aangenamer wezen, wanneer ik het moest bewonen, indien +het verder afgelegen was van het armoedige stadje, dat 'er voorheen +aan behoorde, ten zij ik in staat was, om het lot van deszelfs +inwoners te verbeteren. Thans behoort het kasteel aan de familie +van Louvois, van hetzelfde geslacht daar ik hier van gesproken heb, +en word door een vrouw van dien naam bewoond, ik weet niet of het de +laatste vrouw en weduwe is van die Louvois, die te _Parijs_ om zijn +gaauwdievenstreeken bekend was [9]. Dit onder anderen verdient als +een staaltje van het edel gedrag van een voornaam _Fransch_ edelman +aangeteekend te worden. Louvois had geld noodig, zoo als hem wel +eens meêr gebeurde. Juist was de Courtenvaux, zijn oom, van wien hij +moest erven, ziek, hij gaat zijn' dood bekend maaken aan een man, +van wien hij £ 30,000--wilde leenen, voorwendende dat hij dit geld +noodig had voor de rouwkleeding, enz. overeenkomstig zijn' staat. Men +belooft hem de som, vragende slechts twee uuren tijd, om hem die te +bezorgen. Daar hij zelf overtuigd was, hoe weinig staat men op hem +maakte, begreep hij zeer wel, dat men in dien tusschentijd onderzoek +zou doen. Hij loopt dan naar het Hotèl, waar zijn oom woonde; zendt +den Zwitser onder het een of ander voorwendzel om een boodschap, gaat +in de _loge_ [10], trekt het livrei aan, doet de sjerp om, en wachtte +zoo, tot dat de tijd die men hem bepaald had, bijna verloopen was, en +ieder, die naar den Heer de Courtenvaux vroeg, werd terug gezonden met +deze boodschap: "_Hij is kwartier over tweeën gestorven_." Hier door +bereikt de fielt zijn oogmerk; de gevraagde som word hem toegeteld, +en 's anderen daags verneemt men, dat de Courtenvaux welvarende was; +en Louvois, die zeer wel wist, dat hij door zijn oom onterfd was, +lagchte des te meêr in zijn vuist, wijl hij zich verzekerd hield dat +hij de geleende som nimmer terug zou kunnen geven.--wat zegt gij, +Vriend! zou Cartouche het wel beter hebben kunnen overleggen? + +Voort reizende vonden wij wel verscheidenheid van gezigten, hier en +daar zijn zij zelf schoon, doch de landstreek is veeläl woest en +onvruchtbaar. Te _Aisy sur Armançon_ zagen wij in het voorbijgaan +de ijzersmelterijen van den vermaarden Buffon. Het ijzer word uit +de mijnen hier omstreeks gehaald, en deze smelterijen leverden 's +jaarlijks omtrent acht maal honderd duizend ponden ijzer; en men +verzekert, dat zij den eigenaar veel geld opbragten. Het kasteel +van _Montbar_ op eene aanzienelijke hoogte gelegen, vertoonde zich +vervolgens aan ons gezigt, (zie de hier bijgaande afbeelding); wij +moesten in het stadje van dien naam, aan den voet van den berg gelegen, +het middagmaal houden. Ik had dus den tijd, om het te zien, en om op +den berg, daar het kasteel ligt, te klimmen. Die Schrijver van de +Natuurlijke Historie, vooral om zijn schoonen stijl beroemd, is in +deze plaats den 7 September 1707 gebooren, en in 1788 begraven. Hij +was een werkzaam man, zelfs tot op 't laatst van zijn leven, en +niettegenstaande hij door den steen dikwils vreesselijk leed; maar +teffens was deze groote man in sommige opzigten zeer beuzelachtig: +zelfs in zijn hooge jaren, en al was hij onpasselijk, liet hij zich +dagelijks het haar in _papillottes_ [11] zetten en branden; veeltijds +liet hij zich tweemaal op een' dag kappen, en was 'er zeer opgesteld, +dat dit met de vereischte zorg en oplettenheid geschiedde. Hij hield +zich ook nu en dan gaarne met buurpraatjes bezig, en wist door zijn' +kapper en anderen alles, wat 'er in _Montbar_ in de huisgezinnen en +onder de ingezetenen omging. De Buffon was een _Franschman_; was hij +een _Hollander_ geweest, men zou nog meêr reden hebben, om zich hier +over te verwonderen. + +Het kasteel is een oud gebouw, en zag 'er zoo wel als de tuinen en +toegangen tot hetzelve vervallen uit. Het woonhuis, waar de geleerde +Natuuronderzoeker zijn Verblijf hield, ziet men in een straat van het +stadje. De vrouw uit de Herberg, waar wij aten, was kamenier in het +huis van de Buffon geweest en wilde wel praten: ik had dus gelegenheid, +om mij over hem te onderhouden, en zij bevestigde dat, wat ik u hier +wegens zijn geaardheid verhaal. d'Aubenton is ook van _Montbar_ [12]; +het stadje behoorende tot het Departement _la Côte d'Or_ ziet 'er +niet zeer gunstig uit. Het riviertje de _Brenne_ stroomt 'er door, +en 'er ligt een steenen brug over. De hondslederen handschoenen, +die men hier maakt, hebben nog al eenigen naam. In de omstreek zijn +ook eenige marmergroeven, en men teelt 'er wijn. + +In de stad wandelende zag ik een aankomend jongetje aan de deur zitten, +bezig met maliën om rijgsnoeren te maken, dat hier ook een fabriekje +schijnt te zijn. Ik ondervroeg het kind hieromtrent een en andermaal, +doch kreeg geen antwoord; hier over te onvreden, was ik gereed om +mijn misnoegen aan hetzelve te kennen te geven, toen de moeder uit het +huis kwam, en mij zeide, dat het ongelukkig kind stom en doof geboren +was. Weldra veranderde de gemelijkheid in aandoening; ik vroeg haar, +waarom zij niet trachtte, om het zoontje in de School van Dooven en +Stommen te _Parijs_ te bezorgen, doch de goede arme vrouw antwoordde op +eenen teederen toon, dat zij bang was, dat het mishandeld zou worden, +en hoe zeer zij hard werk had, om aan den kost te komen, het echter +niet gaarne zou verlaten.--Buiten _Montbar_ wordt de landstreek hoe +langer hoe woester, doch levert daarom geen onaangenaame vertooning +op; van de aanmerkelijke overblijfsels van een oud kasteel, dat ik +hier op eene rotsachtige hoogte zag liggen, wist niemand van het +gezelschap mij eenig bijzonder narigt te geeven. De grond was hier +als bedekt met sprinkhanen die geduurig voor de voeten met geheele +zwermen opvlogen; de vleugels waren schoon rood. In 't voorbijgaan +zagen wij _Semur_, een stad op een hooge rots aardig gelegen; het +riviertje _d'Armançon_ stroomt aan den voet. Men zeî mij, dat deze +rots bestond uit rood graniet, bekwaam om gepolijst te worden. Men +vindt hier ook veel versteeningen van groote Ammonshoornen, Oesters, +Mosselen, enz. De grond hier rondom ziet 'er noch al vruchtbaar uit, +en men teelt 'er veel koren. De weg is aangenaam, aan beide zijden +beplant. Tegen den avond kwamen wij te _Vitteaux_, een stadje tusschen +verscheidene bergen aan het riviertje _de Brenne_ gelegen, waar wij ons +avondmaal en nachtverblijf moesten houden. Hier omstreeks vindt men +ook marmergroeven, en bij het inkomen eene gemeene wandelplaats. Ik +doorliep het plaatsje, maar zag 'er niets bijzonders. Heden hadden +wij 9 1/2 post gereisd. Ons avondmaal was vrolijk: onze Wijnkooper +van _Beaune_ liet zich nu en dan eens gelden, en wij waren over onze +Herberg nog al wel te vreden. + +Den volgenden morgen, 19 dezer, vertrokken wij weder om drie uren; dit +scheen het algemeen bepaalde uur. Een' vrij hoogen berg over moetende +(want hier kan men het al bergen noemen) gingen wij te voet. Op +de hoogte vonden wij het zeer frisch, zoo dat het zelfs eenigzins +hinderlijk was. Het begon dag te worden, en wij zagen niet ver van +den weg een Telegraaf, die opgerigt, was om de _Armée de Reserve_, +die hier omstreeks lag, met die van _Italiën_ gemeenschap te doen +hebben: thans maakt men 'er geen gebruik meêr van; van deze plaats, +de verhevenste van de geheele streek, zag ik de eerste stralen der zon +een schilderachtig schoon landschap beschijnen.--Een eindweegs verder +zagen wij aan onze rechterhand het aanzienelijke kasteel _Sombernon_ +voorheen bewoond door de Hertogen van _Bourgondiën_. Onze Rentenier +van _Dyon_ deed mij hier als iets in der daad bijzonders opmerken, +dat de drup of het water van het dak op dit kasteel, aan den eenen +kant door de _Brenne_ in de _Yonne_ de _Seine_, en vervolgens in den +_Oceäan_; en aan den anderen kant door _de Ouche_ in de _Saone_ in de +_Rhone_ en vervolgens in de _Middellandsche Zee_ loopt. De landstreek +blijft aanhoudend schilderachtig schoon; hier ziet men bosch, daar +barre en hooge rotsen, en daar zijn dezelve weder geheel groen door +de menigte palm en andere struiken, die 'er op groeijen. Hoe meêr +wij _Dyon_ naderden, hoe meêr wij bevonden, dat de Natuur hier eene +eenigzins ontzaggelijke houding aanneemt; de rotsen zijn hoog en hier +en daar steil; zij hellen zelfs op sommige plaatsen over den weg, die +'er digt langs loopt, heen. Wij kwamen voorbij een vrolijk gelegen +dorpje, rondom meestal met allerlei vruchtboomen beplant; dit is de +vruchthof van _Dyon_ en levert zeer veel ooft aan de stad. De Bisschop +van _Dyon_ had hier zijn buitenplaats, en dit bewijst genoegzaam, dat +het een aangename en vruchtbare landsdouw is. Verder zagen wij de nog +aanzienelijke overblijfsels van dat _Carthuizer_ klooster, om deszelfs +pracht en weelde, om zijne paleizen en bekoorlijke tuinen zoo vermaard; +en deze tempel der wellust werd, tot aan de omwenteling, door een soort +van Monniken bewoond, die van vele, om hunne voorgewende godsvrucht en +zedigheid, met den uitersten eerbied behandeld werden. Wat men ook van +de _Fransche_ omwenteling zegge moge, in het uitroeijen der kloosters +heeft zij het menschdom een' wezenlijken dienst bewezen. Langs den weg +ziet men een gracht (_canal_) die onvoltooid is gebleven, en die zig +tot een goeden afstand van de stad uitstrekt. Niet verre van _Dyon_ +begint die keten heuvelen, die om derzelver overvloed van goeden +wijn _la Côte d'Or_ genaamd wordt; de stad vertoont zich met hare +fraaije spitze torens, op eene bevallige wijze, (de hier bijgevoegde +aftekening zal 'er u een duidelijk denkbeeld van geeven.) Wij kwamen +'er in door eene fraaije poort, die nog niet lang gebouwd scheen, +en namen onzen intrek in het Hôtel _de la Galère_, nadat wij van onze +vriendelijke reisgenoten afscheid genomen hadden. Het speet mij in der +daad, dat wij niet langer bij elkanderen bleven. De Priester vooral +was een man, die kunde en smaak met een beminnelijke geaardheid scheen +te vereenigen: men bespeurde aan hem in 't geheel, die onaangename +gebreken niet, die zoo dikwijls aan lieden van dien stand eigen zijn; +hij was vrolijk zonder losbandigheid, zedig zonder gemaaktheid, en +kundig zonder verwaandheid; daar bij scheen hij zeer verdraagzaam en +redelijk zoo omtrent Godsdienstige als Staatkundige gevoelens. Het +geen, mijns bedunkens, tot dit alles zeer veel had bijgedragen, was, +dat hij uitgeweken zijnde zich zeer lang in _Engeland_ had opgehouden, +en daar, bijzonder door de Protestanten, op de menschlievendste en +vriendelijkste wijze was behandeld geworden. Met dankbare aandoening +sprak hij hier van, en ik ben wel verzekerd, dat deze achtingswaardige +geestelijke, waar hij ooit eenigen invloed moge hebbe, nimmer +gewetensdwang of vervolgzucht dulden zal. + +Zie daar, Vriend! een' vrij langen Brief, in eenen volgenden zal +ik u over deze stad, waar omtrent ik reeds het een en ander heb +aangeteekend, nader onderhouden.--Vaarwel! + + + + + +TWEEDE BRIEF. + +_Lyon_, 26 _Julij._ + + +Eergisteren ben ik hier aangekomen, en vervolg mijn reisverhaal, zoo +als ik u in mijn vorigen, gedagteekend uit _Dyon_, beloofd heb. Die +stad is mij bijzonder wel bevallen, zoo om de aangename ligging, den +overvloed der levensmiddelen, als om de orde en zindelijkheid die 'er +plaats heeft. Bij ons zou men 'er ten dezen opzigte in 't geheel niets +ongewoons vinden; doch voor _Frankrijk_ moet het als, iets bijzonders +in 't oog loopen. _Dyon_ was voorheen de Hoofdstad van het Hertogdom +van _Bourgondiën_, thans is zij het van het Departement van de _Côte +d'Or_; de _Prefect_ houd 'er zijn verblijf, en 'er is een _Tribunal de +première instance_. De weg van _Parijs_ tot _Dyon_, zoo als wij die +genomen hebben, is 38 3/4 posten. Aan den Conducteur van den wagen +gaven wij volgens gebruik £ 3-:-: de persoon drinkgeld, en aan de +postillons geeft ieder doorgaans 2 sols van het eene Posthuis tot het +andere: voor het gemak laat men dit door den Conducteur verschieten, +het geen ook omtrent op denzelfden prijs uitkwam. + +De poort, waar wij in gekomen waren, scheen mij bezienswaardig. Onze +Herberg was 'er niet ver van daan, en ik was dan naauwelijks van den +wagen afgestapt, of ik ging dezelve bezigtigen. Het is een fraaije +eereboog van wit gehouwen steen, in het begin van de Omwenteling voor +de Vrijheid opgerigt, zoo als het opschrift boven dezelve aanduidt. Zij +wordt dan ook nog _la porte de la Liberté_ genaamd. Aan den binnenkant, +en aan beide zijden, leest men op steenen tafelen: "_Les droits de +l'homme reconnus le 30 Septembre l'an I. de la Liberté (1739) etc._" +[13] _De basreliefs_ hier op toepasselijk zijn van den Beeldhouwer +Attiret, in dit Departement geboren, en kort voor onze aankomst +gestorven. Even buiten deze poort ziet men een' fraaijen tuin in +den _Engelschen_ smaak aangelegd, en die thans ook voor een gemeene +wandeling strekt: men noemt denzelven _le Jardin de l'Arquebuse_; bij +ons zou men het de _Schutters Doelen_ noemen. Het merkwaardigste, dat +ik daar zag, was een populierboom van eene zeer ongemeene dikte, men +kan hem op de hoogte van de schouders naauwelijks met vier persoonen +omvatten: onder aan den grond is hij nog veel dikker, en daarbij zeer +hoog, en zwaar van takken, doch in de toppen is al veel dood hout, +en mij dunkt, dat men wel zou, doen om hem intekorten, ten einde door +dit middel eene zoo aanzienelijke gedenkzuil der Natuur nog langer in +wezen te houden.--Een oude boom heeft voor mij iets eerwaardigs, en ik +zie dien veel liever dan zoo vele gedenkteekenen voor de dwinglandij of +het bijgeloof opgerigt, die niets merkwaardigs opleveren--dan oudheid. + +De Hoofdkerk is een fraai gebouw, inzonderheid de spitse toren, die +door deskundigen voor een meesterstuk gehouden word. Deze kerk is +onlangs van binnen nieuw opgemaakt; men was 'er zelfs nog aan bezig, +alles werd dan ook zeer net en sierlijk opgepronkt. Behalve deze +zijn 'er nog twee andere kerken, waarvan men de fraaije en prachtige +bouworde bewonderd; zij zijn ook van binnen ter deeg mooi gemaakt. + +Hoewel ik weet, dat gij even zoo min als ik een liefhebber zijt +van al dat heilige poppenspel, moet ik u toch het een en ander +vertellen van de voorheen hier zoo vermaarde heilige Kapel (_la sainte +Chapelle_). Deze wierd door Hugues, de derde Hertog van _Bourgondiën_, +in 1172, gebouwd, en is dus nog al tamelijk oud. In 1430 zond Paus +Eugenius de Vierde aan Philippus, zeer ten onregte bijgenaamd, _de +Goede_, Hertog van, _Bourgondiën_, [14] de beruchte wonderdadige +hostie. Deze Paus scheen het zoo wat bont te maken, want met zat hem +hevig in het vaarwater, en ten gevolge van dien werd hij ook door de +kerkvergadering van _Bazel_, in 1439, afgezet, uitgescholden voor +een handeldrijver in geestelijke zaken (_Simoniet_), meineedigen, +onverbeterlijken ketter, kortom voor al wat leelijk was, en Amadeus +Hertog van _Savoyen_, werd door die zelfde kerkvergadering in zijne +plaats aangesteld.--Men leefde toen ook al aardig met de Pausen.--De +Hertog van _Epernon_ gaf vervolgens een gouden kist met edele +gesteentens omzet, waar de heilige ouwel in bewaard moest worden, +(deze Hertog was toen Gouverneur van de Provintie _Bourgondiën_) +en eindelijk voegde Lodewijk de XI. Koning van _Frankrijk_ 'er zijne +kroon bij. Als men dezen ouwel ten toon stelde, werd dezelve in een +gouden zon gezet, die een en vijftig mark woog: de kroon van Lodewijk +de XI. plaatste men 'er dan boven op; of dat ook keurig mooi geweest +moet zijn. Ik zeg van al die fraaijigheden niets meêr; want de geheelen +boêl was opgeruimd, en de kerk is gedeeltelijk afgebroken. Naar men +mij verzekerde moest 'er een Schouwburg van gemaakt worden. + +Nu 'er zijn ook kerken genoeg in _Dyon_, en een Schouwburg heb ik +'er niet gezien. Van een andere kerk heeft men een Korenhal gemaakt; +want men begrijpt nu, dat diergelijke gebouwen in eene wel ingerigte +maatschappij ook noodzakelijk zijn. Behalve de kerken was 'er in +deze stad ook een menigte kloosters. Het bijgeloof, en dus ook de +onverdraagzaamheid, hadden 'er vrij wat invloed. Men heeft 'er dan +ook begonnen met de Protestanten te vervolgen. De Maarschalk van +Frankrijk Tavannes, vertrouweling van Karel den IX. en een van de +voorname bewerkers van den rampzaligen _St. Bartels_ nacht, speelde +hier toen ook de eerste rol. Het Paleis, dat men voorheen _le Palais +de Condé_ noemde, omdat die Prins Gouverneur was van de Provintie, +is een prachtig gebouw. Het pronkt met een fraaije colonnade en +ijzer hek: voor hetzelve is eene ruime plaats in de gedaante van +een halven cirkel, en rondom geregeld met huizen bebouwd. Men gaat +door bogen in de straten, die 'er op uitkomen. Midden op deze plaats +stond voorheen het beeld van Lodewijk de XIV. te paard. In dit Paleis +vergaderden de Staten van _Bourgondiën_ alle drie jaren, doorgaans in +de Maand Mei: zij bestonden uit de Geestelijkheid, den Adel en den +derden Staat. De Maire van de stad _Dyon_ was altijd Voorzitter van +den laatsten. Deze vergadering duurde gemeenelijk veertien dagen, +en men hield die met veel pracht en uitwendige vertooning. 'Er was +volk genoeg, want zij bestond doorgaans uit 450 persoonen. Hunne +voorname werkzaamheid was het regelen van de belastingen, daar de +Geestelijken en de Adel, die het meeste te zeggen hadden, geen duit +in betaalden; het ging dan daarmede zoo als het spreekwoord zegt: +"van een anders leder is het goed riemen snijden;" en het is dus ook +geen wonder, dat de derde Staat, eindelijk deze onregtvaardigheid, +die overal in _Frankrijk_ plaats had, moede wordende, zijn misnoegen +daar over op eene gevoelige wijze heeft getoond, en de goederen +van die kwaadbetaalders, die daar bij nog zeer ongemakkelijk waren, +heeft aangesproken voor de achterstallige schuld: en ik geloof, welk +regt die zoogenaamde groote sinjeurs ook vermeenen te hebben, om zich +deswegens bezwaard te achten, dat, wanneer een nauwkeurig _Hollandsch_ +boekhouder de rekening eens opmaakte, zij nog een aanmerkelijke +som ten achteren zouden zijn. De zaken zijn nu geheel van gedaante +veranderd--en wij willen hopen, dat het daar door beter zal gaan. De +onderscheidene regtbanken van dit Departement houden thans zitting in +dat voormalig Paleis van _Condé_. Daar het openstond ging ik 'er in, +en verder in een zaal, waar de Crimineele Regtbank zitting hield, +en waar men bezig was met een vrouw te verhooren, die beschuldigd +werd van eenige goederen gestolen te hebben. Het was na den middag, +en een van de Regters, misschien gewoon, om op dien tijd een dutje te +doen, zat gerust te slapen.--Aan den ingang van de zaal las ik, dat +van de toehoorders de mannen zich aan de eene, en de vrouwen zich aan +den anderen kant moeten plaatsen. Voor iedere sekse was dan ook eene +bijzondere plaats met een balie afgeschoten, zoo dat de eerbaarheid +hier wel in acht schijnt genomen te worden. In het afgaan bewonderde +ik den fraaijen trap. Onder in dit gebouw staan verscheidene kramen +met prenten, boeken en andere waren, en achter aan hetzelve is nog +een oude toren die boven het dak uitsteekt, men zeide mij, dat het +nog een overblijfsel was van het oude Hertoglijke Paleis. + +De Stad verder doorwandelende zag ik verscheidene schoone huizen; +de straten zijn veelal ruim; de wallen met boomen beplant, leveren +eene alleraangenaamste wandeling op, en men heeft van daar eene +verscheidenheid van schoone gezigten. De wandeling buiten om de stad +is ook zeer vermakelijk, en voor een stad, komt mij _Dyon_ voor, +wat de plaatselijke gelegenheid aanbelangt, al een zeer aangenaam +verblijf te zijn. + +Den 20 dezer regende het aanhoudend, en dat is voor een' reiziger +allerverdrietigst, men kan niet rondloopen, niet wandelen; de +Koffijhuizen zijn, dan vooral in plaatsen daar men geen Schouwburg +of andere openbare vermakelijkheden heeft, de voornaamste toevlucht, +wij maakten 'er dan ook gebruik van; men vindt 'er hier verscheiden, en +daar onder die zeer net en met smaak zijn ingerigt. Ik las daar onder +anderen in een van de _Parijssche_ Nieuwsbladen eene beschrijving van +het Feest van laatstleden Zondag, en hoe de Keizer en Keizerin, toen +zij in staatsie door den tuin van de Tuillerien reden, door de menigte +van alle kanten waren toegejuicht. Daar zag ik al weder, hoe weinig men +op zich zelven staat kan maken; want ik was bij dezen optogt geweest en +had niets anders dan het geschreeuw van eenige weinige menschen, (men +zeide dat het Militairen waren) digt bij het kasteel van de Tuillerien, +gehoord. Het was, meen ik, bij gelegenheid dat hunne Keizerlijke +Majeiteiten aftraden en in het Paleis gingen. Even te voren, mij onder +een grooten hoop menschen, ter plaatse, waar de optogt voorbij ging, +bevindende, hield bijna ieder een den hoed op. Iemand, die daar bij +stond, en die ik, naar zijn kleeding te oordeelen, voor een voornaam +man hield, scheen deze onbeleefdheid niet te kunnen dulden, en riep: +_Chapeaux bas_, (de hoeden af) doch men toonde zich misnoegd en morde +over deze herinnering, zonder daaraan te gehoorzamen, het geen ik in +'t geheel niet overeenkomstig vond met de _Fransche_ wellevendheid. + +In dit Koffijhuis vernam ik teffens, dat 'er een _Museum_ in deze +stad te zien was. Na den middag gingen wij daar na toe, het is ook +in het voormalig Paleis van _Condé_; men ziet 'er in eenige zalen +verscheidene schilderijen, waar onder 'er twee Veldslagen van den +beruchten krijgsman zijn, bekend onder den eernaam van _le grand_ +Condé. Tusschen twee haakjes; in zeker opzigt heb ik nog al eenige +overeenkomst met dien man,--hoe zoo? zult gij vragen,--wel hij was +zoo wel als ik met de jicht gekweld, zoo zelfs, dat hij in 1676 voor +het opperbevel van het leger moest bedanken. In een andere zaal zijn +de beelden meestäl afgietsels, en eenige kopijen van marmer; deze +dienen bijzonder voor de teekenschool, die ook in dit gebouw is. Zoo +de kweekelingen in het vak der beelden al iets mogten te kort komen, +de natuur levert in deze streeken de heerlijkste toonelen op voor den +landschapschilder. In eene volgende zaal ziet men eenige oudheden, +als toiletdoozen, messen, vorken, een brieventas enz. welk tuig +afkomstig is van de eerste Hertogen en Hertoginnen van _Bourgondiën_, +naar men mij verzekerde; nu men kon ook wel zien dat het van daag of +gisteren niet gemaakt, maar verscheidene modes ten achteren was. Ook +zag ik 'er den knop van den Bisschoppelijken staf, benevens een +ring en gordelgesp van den eersten Abt van de vermaarde Abdij van +_Citeaux_. Van meêr belang voor den konstminnaar, vond ik een aantal +marmeren beeldjes, ieder ongeveer ander half voet hoog. Zij verbeeldden +_Carthuizer_ Monniken, in onderscheidene houdingen; deze beeldjes +hadden gestaan, om de prachtige marmeren graftombes van de Hertogen +van _Bourgondiën_, in het koor van de Kerk der _Carthuizers_, waarvan +ik reeds gesproken heb, en welke tombes in het begin van de omwenteling +zijn gesloopt. Regt fraai zijn die beeldjes gewerkt, en de uitdrukking, +die 'er in hunne gezigten plaats heeft, trekt vooräl de aandacht. Ik +zag hier ook nog een klein stukje agter een glas in een lijst, het +was van was geboetseerd, en verbeeldde een half verrot lijk. Men had +'er een gordijntje voor gehangen, om dat het 'er zoo afzigtelijk +uitzag. Onze geleider meende, dat het iets tot de geschiedenis van +het huis van _Bourgondiën_ behoorende, moest voorstellen; maar het +regte wist 'er de sukkelaar ons niet van te zeggen. + +Den 21 ging ik 's morgens vroeg in den aangenaamen Tuin van de +_Arquebuse_ wandelen, en mijn ouden populierboom bezoeken: geen koord +of andere meet-instrumenten bij mij hebbende, mat ik de dikte van +den stam, onder aan den grond, door mijne voeten rondom dezelve, +den een voor den anderen te zetten, en telde op deze wijze acht +en dertig zulke voeten;--Welk eene aanmerkelijke dikte!--De grond +schijnt hier goed voor het houtgewas, ook naar de andere boomen en +struiken te oordeelen. Voorbij een Seringe-struik komende, werd ik +een zeer onaangenamen reuk gewaar, bijna als die van een hok, waarïn +leeuwen, tijgers of diergelijke opgesloten zijn; ik wilde hier de +reden van weten, en bevond na eenige reizen om den struik, die vrij +groot was, gegaan te zijn, en hem naauwkeurig bekeken te hebben, +dat 'er midden in een menigte torren zaten, welken 'er de bladeren +afknaagden, en dat deze dien onaangenamen reuk veroorzaakten. Ik +herinner mij niet van diergelijke _insecten_ meêr gezien te hebben, +althans niet levendig: zij hadden een schone ligt groene gouden kleur, +en kwamen mij voor te behooren tot de soort van het Vliegend Hart, +zijnde smal van lijf met fraaije lange horens. Ik deed 'er een paar +van in een papier en nam dezelve mede naar mijn kamer, doch de stank, +dien zij verwekten, verpligtte mij om ze weg te werpen. De reuk was +zoo sterk, dat men denzelven op den afstand van twee treden van den +struik, reeds gewaar werd. + +Ik wandelde verder om de stad, en zag onder andere een wijngaard voor +een huis geplant, van eene buitengewone uitgebreidheid. De ranken +waren over een rooster van latten gespreid om lommer voor het huis te +hebben; en dit groene dak was zoo groot, dat 'er wel vijftig menschen +op hun gemak onder zitten konden; daarbij was deze schoone wijnstok +vol met trossen druiven, Van eene ongemene grootte. Hier en daar om +de stad, zag ik ook nog overblijfsels van de oude vestingwerken. Het +riviertje _l'Ouche_ stroomt langs _Dyon_, en 'er legt een fraaije +steenen brug over, even buiten de stad; het vormt ook vele aardige +partijtjes. Bezat ik de kunst van Ruisdaal of Waterlo, ik zond u ook +hier eenige teekeningen van. Het Gasthuis dat men buiten de _porte de +fer_ (een ijzer hek) ziet, is een fraai gebouw. Met genoegen zag ik +sommige zieken gemakkelijk zitten naast verscheidene _Oléanders_, +_Laurustinus_ boomen en andere welriekende kruiden en bloemen, +die men daar in bakken en potten nedergezet had. Bij ons gebruikt +men die alleen maar, om de prachtige lusthoven en buitenplaatsen +opteschikken, hier hebben zij eene betere bestemming, zij dienen tot +verkwikking van arme zieken. Sedert de omwenteling is het bestuur +van diergelijke gestichten in _Frankrijk_ veel verbeterd; voor dien +tijd had de Geestelijkheid 'er meestal alleen de bestiering over. In +ons Vaderland, hoewel wij anders in menschlievendheid en mildadigheid +zeer wel tegen de _Franschen_ kunnen monsteren, zou toch, dunkt mij, +ten opzigte van de gasthuizen ook nog veel te verbeteren zijn; vooral +wenschte ik die buiten de steden in een gezond en aangenaam oord, +zoo veel mogelijk, te hebben, en niet al de zieken in eene algemeene +zaal, maar in afzonderlijke luchtige vertrekken te plaatsen, ten minste +die geenen, die erg ziek zijn; behalve de besmetting, is het gezigt, +en dikwijls het gekerm van sommige kranken voor anderen, die minder +ziek zijn, allerakeligst; zij zien veeltijds pijnelijke operatien, het +afleggen en voorbij dragen der dooden.--Welk een schouwspel! waarom +in plaats van die groote zalen, zijn de gasthuizen niet zoo als onze +hofjes, rondom met vertrekjes, een plaats in het midden, en het gansche +gebouw omringd met bevallige tuinen, met fraaije en geurige bloemen +en planten, lommerijke lanen, vruchtrijke boomgaarden enz. Het is +immers zoo verkwikkelijk voor een zieke, die begint te herstellen, +als hij het ziekbed, daar hij weken, en somtijds maanden aan gebonden +was, kan verlaten en in de vrije lucht de vrolijke en bevallige +natuur aanschouwen, en met dankbare aandoening aan den Schepper en +Onderhouder van dezelve denken. + +In en om deze stad, zag ik verscheidene daken en torens met pannen +van onderscheidene kleuren belegd; men maakt 'er ruiten en andere +figuren mede, zoo als men wel op de vloertapijten ziet; dit staat +niet onäardig. + +De Bibliothekaris der Bibliotheek van het _Lycée_, is een zeer +vriendelijk man; hij sprak met veel lof van onze _Hollandsche_ +geleerden, als Grotius, Boerhave, enz. Ik zag die Bibliotheek terloops +in; het kwam mij voor, dat dezelve eene aanmerkelijke verzameling +boeken bevatte; 'er waren ook eenige borstbeelden van voorname mannen, +als Piron, Crebillon, Buffon, Voltaire en meêr anderen. De Beeldhouwer +Attiret, daar ik u reeds van gesproken heb, is 'er de maker van. + +Deze stad is het Vaderland van verscheidene groote mannen, als van +den welsprekenden Bossuet, Bisschop van _Meaux_, daar ik in mijnen +vorigen reeds melding van maakte; van den Toneeldichter Crébillon, +een edelman, die hier een voornamen post bekleedde; hij voerde de +Treurspelen van AEschylus op nieuws in _Frankrijk_ ten Tooneele, nadat +hij dezelve op eene regelmatige wijze beärbeid had; zijne stukken +zijn nog tegenwoordig in veel achting, en sommigen 'er van worden +dikwijls gespeeld; hij werd in 1674 geboren, en stierf in 1762. Piron, +door zijne Tooneel- en andere geestige werken bekend, werd hier in +1689 geboren [15], als ook la Monnoye, Dichter en _Bibliograaf_, +en de Baron de Longpierre, schrijver van eenige Tooneelstukken, +enz. die in 1659 het licht zag. Rameau een van de grootste _Fransche_ +muziek-_componisten_, is ook van _Dyon_; hij werd aldaar geboren in +1683, en stierf in 1769; hij was Organist van een kerk te _Parijs_, +en heeft het muzijk samengesteld van verscheidene Opera's; [16] +zijn uitvaart wierd zeer plegtig gevierd. _Dyon_ heeft dus veel +toegebragt tot den luister van het _Fransche_ Tooneel; de inwoonders +van die stad, hebben alzoo inzonderheid regt op een fraaijen en goeden +Schouwburg, en ik wensch, dat men niet zal dralen, met het plan, om +'er een te bouwen, ten uitvoer te brengen. Menestrier een geleerde +oudheidkundige, had ik haast vergeten; die man, welke ook te _Dyon_ +in 1555 geboren is, heeft belangrijke aanteekeningen over de medailles +nagelaten. Men las eertijds, op een der glazen van _St. Medars_ kerk, +het volgend zonderlinge grafschrift, dat op hem gemaakt is: + + + "_Ci git_ Jean le Menestrier, + _l'An de sa vie soixante dix_, + _Il mit le pied a l'étrier_, + _Pour s'en aller en Paradis_." [17]. + + +Door den aanhoudenden regen verhinderd wordende, om mijne wandelingen +buiten voorttezetten, moest ik die tot de stad zelve bepalen. Ik ging +het oude slot, dat tegen den wal ligt, digt bij de poort naar den +kant van _Parijs_, bezigtigen; oorspronkelijk schijnt het een Citadel +geweest te zijn; naderhand heeft het ook gediend tot een gevangenis, +en was tot de omwenteling toe de Bastille van _Bourgondiën_; ik zag 'er +dan ook nog verscheidene holen en gevangenissen.--Wie weet, dacht ik, +hoe vele slagtoffers van wareldlijk en kerkelijk geweld hier bittere +tranen gestort hebben.--Het ziet 'er thans zeer vervallen uit.--Van +den toren aan de achterzijde heeft men een fraai gezigt. Aan den +anderen kant van de stad, op de wal, zag ik ook een fraaije danszaal, +men noemt die plaats _Tivoli_. + +Hopende op goed weder, bestelden wij rijtuig, om den volgenden dag te +vertrekken; want de Postwagen naar _Chalons_ reed 's nachts, en hier +hadden wij geen zin in. Verscheidene lieden van dit land zeiden mij, +dat, als het hier eens begon te regenen, het doorgaans eenige dagen +duurde; de reden hier van was, willen zij, dat de wolken tusschen de +bergen bleven hangen; en in der daad, de toppen der bergen rondom de +stad waren sedert een paar dagen door wolken bedekt. + +Over onze herberg waren wij wel te vreden, en betaalden £ 3-:-: +aan de gemeene tafel, die vrij goed was, en £ 2-:-: voor een kamer +met twee bedden. Op de reis hier na toe, hadden wij doorgaans ook £ +3-:-: voor het middag eten, en £ 3-10-: ook wel eens £ 3-:-: voor +het avondeten en slapen betaald. + +De inwoners van _Dyon_, hoewel de hoofdstad van het goede wijnland, +hadden, dacht mij, over het algemeen, eerder een somber dan een +vrolijk voorkomen. Zou de invloed van het bijgeloof hier niet +veeläl de oorzaak van zijn? Men begroot het getal der ingezetenen op +ruim 20,000. Kousenweverijen en fabrieken van een soort van kanten, +speelkaarten en de wijnhandel zijn de voorname takken van hun bestaan; +'er zijn verscheidene leêrlooijerijen; men maakt 'er ook sommige +wollesstoffen en confituren, en de mostaart van _Dyon_, die geheel +_Frankrijk_ door beroemd is, zoo als bij ons die van _Zaandam_ of +_Doesburg_, moet ik ook niet vergeten. + + + + + +DERDE BRIEF. + +_Lyon_, 28 _Julij._ + + +Wij vertrokken, den 22. dezer, 's morgens om vijf uren van _Dyon_, met +twee rijtuigen, op twee wielen; ieder met een paard bespannen, zoo als +de koetskarren in _Bataafsch Braband_; men noemt die hier _Carioles_; +in elk zouden drie personen, en de voerman, bekrompen kunnen zitten; +doch dan moet men ook geen bagage hebben. Wij betaalden voor deze +twee rijtuigen £50-:-: alle onkosten voor rekening van den voerman +tot _Chalons sur Saone_. _Dyon_ en _Chalons_ zijn langs den gewonen +weg, 8 3/4 posten van elkanderen. Na omtrent anderhalf uur gereden +te hebben, kwamen wij aan dat vermaarde _Clos de Vougeot_ waaraan een +lekkerbek nooit zonder watertanden denken kan. De wijn die hier groeit, +en die onder den naam van _Clos de Vougeot_ bekend is, wordt voor de +fijnste gehouden, die in _Bourgondie_ wast. Zijn naam wordt ontleend +van _clos_, een besloten plaats, (want de wijngaard is met een muur +omringd), en _Vougeot_, de naam van het dorpje, daar dezelve onder +gelegen is. In deze besloten plaats staat ook een fraai gebouw, dat +men _le pressoir_ noemt. De druiven worden hierin getreden, geperst +enz. Deze wijngaard, benevens het dorpje en meêr andere plaatsen hier +omstreeks, behoorde voor de omwenteling aan de beruchte _Bernardijner_ +Abdij van _Citeaux_; de rijkdom en bezittingen in landgoederen van +deze zich noemende godvruchtige kluizenaars (_pieux solitaires_), +was grooter dan die van sommige aanzienlijke Vorstendommen. Zij +teelden doorgaans meêr wijn in één herfst, dan 'er in menige stad +in _Frankrijk_ in een gansch jaar gebruikt wordt. Behalve den wijn, +leverde deze Abdij nog andere aanzienelijke voortbrengsels op, +als Kardinalen, Pausen, [18] Heiligen en wat al niet meêr.... De +Abt van _Citeaux_ had het gewone regtsgebied over de vier eerste +Abdijen van zijne Orde; hij was de opperste (_Superieur General_) +van al de Abdijen en Kloosters, tot die orde behoorende; als mede van +eenige Militaire Orden in _Spanje_ en _Portugal_. In de Vergadering +der Staten van _Bourgondiën_, volgde hij in rang op de Bisschoppen; +hij was ook eerste Raadsheer in het Parlement van _Bourgondiën_; +kortöm, hij was al een heele groote sinjeur. Deze geestelijke +Vader liet zich dan op zijne grootheid al vrij wat voorstaan, en +hield geen geringen stoet. Men oordeele over de verkwisting van de +Monniken van _Citeaux_, en de zorg, om hunne kelders wel te voorzien; +(want dit was het voornaamste, met geleerdheid braken zij hun hoofd +zeer weinig); hun voornemen was, om van het pershuis in de _Clos de +Vougeot_ af, tot in hunne kelders toe, looden buizen onder den grond +doorloopende te leggen, om door deze kanalen den wijn in die ruime +gewelven te doen stroomen; en dit pershuis is bijna twee uren van +de Abdij af gelegen. Thans is dat voorheen zoo aanzienelijk gebouw, +gedeeltelijk gesloopt, het lag midden in een schoon bosch, dat wij van +verre zagen. Dat _Clos de Vougeot_, dat 360 _arpens_ [19] groot is, +behoort thans aan de Bankiers Tourton en Ravel te _Parijs_. Die wijn +word zelfs hier op de plaats voor £6-:-: de fles verkogt. Eer wij +van deze Abdij afstappen, nog een woordje over deszelfs patroon, +de Heilige Bernardus; hij werd te _Fontaine-lez-Dyon_, een half +uurtje van _Dyon_, in het laatst van de elfde eeuw geboren, was slim, +ondernemend en welsprekend; en had daar door zelfs ook aan het hof, +veel invloed; hij was een voorname aanstoker van de kruisvaarten, en +de stichter van 1800 mans- en 1400 vrouwen-kloosters. Zeker _Fransch_ +schrijver zegt van hem: "_Dix hommes comme_ St. Bernard, _auroient +depeuplé le monde_." [20] + +Omstreeks half acht kwamen wij te _Nuys_ of _Nuits_, en stapten +daar af, om te ontbijten; het was zoo koud, dat men vuur voor +ons aanmaakte. De wijn, die hier tegen den berg groeit, aan wiens +voet het stadje ligt, is ook zeer beroemd, en heeft zijne eerste +vermaardheid te danken aan eene ziekte, van Lodewijk den XIV. in +1680. De Geneesheeren moesten den geschiktsten wijn kiezen, om de +krachten van den zieken te herstellen, en vonden daartoe den ouden +wijn van _Nuits_ het beste. Sedert dien tijd, is die wijn, die te +voren in het land zelve werd gebruikt, sterk gezocht, overäl na toe +verzonden geworden; en daar door, natuurlijker wijze, aanmerkelijk +in prijs gestegen. Het bovenste gedeelte van den berg, waar tegen +hij groeit, is anders schraal en onvruchtbaar. + +Hoewel het nog vroeg was, konden wij niet nalaten, om van dezen +lekkeren wijn te proeven, te meêr, daar men ons verzekerd had, dat +wij ze in de Herberg, waar wij afgetreden waren, echt konden krijgen; +'er moest dan een fles van zijn bij ons ontbijt, dat bestond in koud +vleesch en brood; wij vonden ze zeer goed; maar moesten 'er ook £3-:-: +voor betalen. Het spijt mij, dat ik den naam van de Herberg vergeten +heb; want zoo gij, of iemand van onze kennissen, in dit land mogt +komen, zou ik ulieden raden, om 'er aanteleggen; niet alleen om +goeden wijn te drinken, maar omdat de vrouw, eene bejaarde matrone, +zeer vriendelijk en geschikt is. Het is een groot huis, bij het inkomen +van het plaatsje, en men kan aan den boêl zien, dat het lieden zijn, +die 'er wel inzitten. Wij wandelden het stadje door, doch zagen 'er +niets bijzonders. Men had ons verteld, dat de vrouwen hier zeer weinig +boezem hebben, en voor zoo ver ik 'er in 't voorbijgaan over oordeelen +kon, is deze aanmerking niet geheel ongegrond. Hier van daan ook het +versje, dat ik uit den mond van een _Bourgondiër_ heb opgeschreven: + + + _Nuits, ville sans renom,_ + _Rivière sans poisson,_ + _Montagnes sans buissons,_ + _Justice sans raison,_ + _Filles sans tetons,_ + _Mais le vin est bon._ + + +Het riviertje _Musain_ stroomt voorbij de stad; dit riviertje +neemt zijn' oorsprong niet ver van hier aan den voet van den berg +van _Vergi_; voorheen stond 'er op dezen berg een Kasteel van dien +naam. Het bekende en verschrikkelijke Treurspel, _Gabrielle de Vergi_ +[21], dat in het _Hollandsch_ is overgezet, is van daar afkomstig. + +Het was goed weder, wij wandelden vooruit, en lieten de rijtuigen +volgen. Aan de regterhand heeft men altijd de ketens van heuvelen, die +men _la Coté d'Or_ noemt, op een' zekeren afstand van den weg. Langs +die heuvels ligt eene menigte dorpen, zoo digt, dat zij hier en daar +aan elkanderen raken. Alles, wat men onder tegen die heuvelen en in +de vlakte ziet, zijn wijngaarden; en hier en daar wat _Maïs_, ook +bij ons _Turksche_ Tarw genaamd; aan de linkerhand was het redelijk +goed korenland. Het Departement de _la Côte d'Or_, hoewel vruchtbaar +in wijn, levert anders niet veel koren op, en de grond is 'er op +vele plaatsen in 't geheel niet toe geschikt, en zelfs hier en daar +zeer onvruchtbaar. Aan den anderen kant van _Dyon_, van _Parijs_ +komende, vond ik, dat het graan, zoo tarw, als haver en garst, +zeer kort en mager stond. De schrale grond, en geringe bemesting is +hier zeker veelal de oorzaak van; doch de boeren verergeren het nog, +door misschien een derde zaadkoren te veel op de akkers te werpen. Ik +sprak hier met een inwoner van dit land over, en hij moest bekennen +dat ik gelijk had. De gronden zijn veeläl krijtachtig, naar het mij +toescheen; sommigen zijn geheel rood door de roode aarde waarmede zij +doormengd zijn, en anderen zijn keiachtig en vol kleine steentjes; +deze is zeer geschikt voor den wijn. Boekweit, die hier denkelijk +wel zou groeijen, heb ik 'er niet gezien; ik geloof ook dat 'er de +rogge, althans op de meeste gronden, die ik zag, beter zou groeijen, +dan de tarwe; hier en daar scheen men dat ook te begrijpen, doch het +beteekende niet veel. De _Franschen_ houden van geen roggenbrood. Wat +de konstweiden aangaat, deze bestaan meestal in Lucerne klaver; +_Bourgondiën_ levert ook veel schapen op. + +De weg was vooral door den aanhoudenden regen, zeer slecht. Hij is +niet bestraat, maar met kleine keitjes opgeworpen, en het draven +in onze karretjes, hoewel de bankjes nog al op riemen hingen, was +ongemakkelijk; wij gingen dan veel te voet, en zagen daar door de +landstreek des te beter. + +Het was omtrent elf uren, toen wij te _Beaune_ kwamen; hier gingen +wij onzen Wijnkooper, met wien wij op den Postwagen van _Parijs_ naar +_Dyon_ kennis gemaakt hadden, opzoeken; doch hij was uit de stad. Daar +onze voerlieden verzocht hadden, om hier hunne paarden een paar uren +te laten rusten, hadden wij den tijd, om het stadje te bezigtigen: +het ziet 'er nog al levendig en welvarende uit, doch wij vonden 'er +niets bijzonders. De inwoners worden voor zeer dom en onverstandig +gehouden, waarom men hun den naam gegeven heeft van _les anes de +Beaune_ [22]. Zoo het waar is dat zij dezen naam verdienen, is het +niet te verwonderen; want 'er waren voor de omwenteling in deze, stad, +die men op omtrent zes duizend inwoners begrootte, agt à negen zoo +Mans- als Vrouwen-Kloosters, waar onder een Abdij van _Bernardiner_ +Nonnen, en een half uurtje van de stad lag nog een _Carthuizer_ +Klooster. _Bourgondiën_, en vooral dit gedeelte, was voorheen een +regt Monnikenland; geen wonder, 'er groeit goede wijn, en die snaken +zijn doorgaans liefhebbers van een druifje te pikken. Ook is 'er in +_Beaune_ een Gasthuis voor zieke en oude lieden, door Nicolas Rollin, +Kanselier van onzen Graaf Philippus van _Bourgondiën_ gesticht. Het +wordt ook door Nonnen bediend; doch deze doen slechts geloften voor +één jaar, en dat kan 'er immers nog al door. Men heeft die goede +zusters, na de omwenteling in _Frankrijk_, ook bijna overal in wezen +gelaten. Koning Lodewijk de XI, aan wien men dit Gasthuis liet zien, +zeide, van den stichter sprekende: "Het is zeer billijk, daar hij zoo +veel armen gedurende zijn leven gemaakt heeft, dat hij voor zijn dood +een huis heeft doen bouwen, om ze te herbergen." + +De stad, die, onder verscheidene Hertogen, het verblijf van het +Hof was, is met wallen, muren en grachten omringd; zij zijn zeer +vervallen. Na de zamenzwering van den Marschalk Charles de Biron, +die den 31 Julij 1602 in de Bastille onthoofd is, deed _Hendrik_ +de IV. het Kasteel van _Beaune_, dat voor een van de beste van de +Provintie gehouden werd, ontmantelen. + +Men had ons een herberg in de voorstad, naar den kant van _Chalons_, +aangewezen, waar wij goeden wijn moesten vinden; want de wijn van +_Beaune_ is ook zeer beroemd. Hier gingen wij ter loops het middagmaal +nemen, en troffen 'er in de daad zeer goeden wijn aan. Na den maaltijd +wandelden wij voort langs eenen aangenamen weg tot boven _Vollenai_, +een Dorp, waarvan de wijnen ook waardig gekeurd worden, om, op de +tafels der rijken, een voorname plaats te bekleeden. Op eene hoogte +hier omtrent heeft men een zeer schoon gezigt. Men wees ons het Dorp +_Pomare_, waar van de wijnen ook tot den wel voorzienen kelder van +een echten liefhebber behooren; te _Meursault_, waar wij door kwamen, +en dat nog al een gnap dorp is, vonden wij goed, om eens aanteleggen, +wij dronken daar een fles witten wijn van 1790, die lekker was, maar +wij moesten 'er ook £4-:-: voor neêrtellen. Men teelt 'er goeden +wijn. Hier verlaat men _la Côte d'Or_ en het fijne wijnland. Het +bijgaande gezigtje zal u een denkbeeld geven van de aangename ligging +van een gedeelte dezer kostelijke wijnbergen. + +De weg tusschen dit dorp en _Chalons_ is fraai, aangenaam en wel +beplant; de toegangen van die stad zijn gansch niet onbevallig; 's +avonds te half zes kwamen wij 'er aan. Dit word _Chalons sur Saone_ +genaamd, in onderscheiding van een ander _Chalons sur Marne_. Wij +waren dan ook in het Departement van _Saone et Loire_ [23]; namen +onzen intrek in _l'Hotel des trois Fesans_; bestelden het avondmaal +en gingen wandelen. Ik stond verwonderd over de fraaije kaai, die +men hier langs de rivier heeft, en de schoone gebouwen, die men daar +ziet; het gezigt van dezelve is ook zeer aangenaam. In de vaart die +hier gemeenschap heeft met de rivier, wijst men den vreemdelingen de +sluizen als iets bijzonders aan; voor ons was dat niets nieuws. Van de +Stad gaat men over eene fraaije steenen brug naar de voorstad _Saint +Laurent_, aan den anderen kant van de _Saone_. Die brug is aan beide +zijden versierd met vier Piramiden, welken dienen, zoo ik meen, om +'er lantaarns tusschen te hangen. De voorstad _Saint Laurent_ is een +eiland, rondom door de _Saone_ bespoeld. Gontran Koning van _Orleäns_ +en _Bourgondiën_, die te _Chalons_ zijn verblijf hield, stichtte op +dit eiland een Abdij omtrent het jaar 590; thans dient zij voor een +Hospitaal. Rondom is een fraaije en lommerrijke wandeling, van waar men +een aangenaam gezigt heeft over de rivier en de omliggende landouwen. + + + + + +VIERDE BRIEF. + +_Lyon, 30 Julij._ + + +De schuit, waarmede wij, den volgenden dag, 23 dezer, van _Chalons_ +naar _Lyon_ vertrekken moesten, voer eerst 's middags om twaalf uren +af; ik had dus nog tijd, om _Chalons_ doorteloopen, waar ik blijde om +was; want het zag 'er hier levendig en vrolijk uit, en beviel mij dus +wel. Met genoegen zag ik de puinhoopen van verscheidene Kloosters, +die men had afgebroken, hoe zeer dit anders niet sierlijk staat. De +overige Kerken schenen niets bijzonders opteleveren. Wij zouden de +kermis bij hebben kunnen wonen, als wij een paar dagen vroeger waren +gekomen; de kramen en lootsen stonden 'er nog, digt bij de poort, waar +men van den kant van _Dyon_ inkomt, en hier naar te oordeelen, scheen +zij nog al aanmerkelijk geweest te zijn. _Chalons_ drijft zeer veel +handel, voornamelijk in granen en wijn. 'Er zijn ook eenige koussen- +en hoeden-fabrieken; men vindt 'er vele welgestelde Ingezetenen. Het +getal der inwoners word op omtrent 12,000 begroot. Deze stad en de +omliggende landstreek, draagt ook roem op de schoonheid harer vrouwen, +en de vriendelijkheid der mannen, bijzonder tegen vreemdelingen; en +ik vind dit in het een en ander opzigt niet geheel zonder grond. Onze +Hospes, onder anderen, was een allerbeleefdst en vriendelijk man, +hoewel wij maar kort bij hem verbleven en geene groote verteringen +maakte. De menschen zien 'er ook over het algemeen frisch en gezond +uit; kortom, _Chalons_ is een aangename plaats, en _Les trois Fesans_ +een goede Herberg. Bij het dorp _Presty_, niet ver van deze stad +gelegen, vindt men loodmijnen. + +Deze streek, die voorheen tot de _Gaulen_ behoorde, schijnt bewoond +geweest te zijn door een der oudste volkeren op de aarde bekend. Dit +althans schijnt zeker, dat de _Insubriënsen_, wier vestiging in +_Italië_ veel ouder is dan de grondslag van _Rome_, en misschien +zelfs dan de aankomst van Enéas in _Latium_, een deel uitmaakte van +de _Æduensen_, een Volk vermaard in de geschiedenis, en de eerste waar +van dezelve melding maakt, als bewonende dat gedeelte van _Frankrijk_; +waar thans de stad _Autun_, tot dit Departement behoorende, staat; +deze stad, die men wil, dat toen _Bibracte_ genaamd was, bezit ook +nog verscheidene overblijfsels van oudheden, en ik had wel lust, +om die te gaan zien, doch het was wat te ver buiten onzen weg. + +Tegen den middag begaven wij ons scheep, na alvorens aan het _Bureau_ +(bij den Commissaris) £6-:-:. betaald te hebben voor ieder persoon; +dit is de vracht op de beste plaats, een soort van roef, van _Chalons_ +naar _Lyon_. Wij waren met meêr dan zestig personen in en op deze +schuit, die men hier _la Diligence_ noemt; behalve nog vrij wat +koopmansgoederen en bagaadje. Op de rivier zijnde, levert _Chalons_, +ook eene aangename vertooning op; ik bleef 'er zoo lang mogelijk op +turen, en zou verkozen hebben, om boven op te blijven zitten; doch +de wind was zoo koud, dat ik het niet durfde wagen. De schippers, +op deze rivier, zijn meestal frissche stevige kerels. De opperste +van onze schuit werd _Patron_ genaamd; zij spreken onder elkanderen +eene taal, die men _patois_ noemt, en die ik niet verstond; hier +en daar komen 'er woorden in, die eenige overeenkomst hebben met +het _Italiaansch_. De stroom van deze rivier is niet sterk, en men +kan dezelve dus, zonder veel moeite, zoo wel op als afvaren. Wij +voeren ze af, en hadden vier paarden noodig, om dat de wind tegen +was, op sommige plaatsen is het zoo ondiep, dat wij over het zand +sleepten. Daar aan de boorden van de _Saone_ niet veel te zien was, +gingen wij het middagmaal houden; hebbende koud vleesch, vruchten en +wijn mede genomen. Onder de personen, die zich in de schuit bevonden, +troffen wij ook weder onzen Wijnkooper van _Maçon_ aan, met wien wij +reeds van _Parijs_ naar _Dyon_ gereisd hadden. Te _Tournus_, een stadje +half weg _Chalons_ en _Maçon_, zeer aangenaam aan den regter oever +van de _Saone_ gelegen, zagen wij eene fraaije brug over die rivier, +zijnde onder steen en boven hout; doch in een' smaak gemaakt, dat men +ze op een' zekeren afstand voor geheel steen zou aanzien. Sedert de +9de eeuw bestond hier een voorname Abdij van _Benedictijner_ Monniken, +tot dat de Kardinaal de la Rochefoucauld, die 'er Abt van was, dezelve +deed _seculariseeren_, en 'er een Kanonniken Kapittel van maakte. + +Dit plaatsje schijnt nog al eenigen handel te drijven. Niet ver van +hier zag ik, aan den oever van de rivier, een _Maçonnois_ boerinnetje, +met een aardig klein rond zwart hoedje op, dat de bijzondere mode +van dat land is, al spinnende en zingende haar koeijen hoeden. Van +_Parijs_ af hadden wij niet anders dan rood rundvee gezien, aan deze +kanten is het geelächtig wit. + +'s Avonds om half acht kwamen wij te _Maçon_, omtrent elf _Fransche_ +mijlen van _Chalons_ gelegen, en de Hoofdstad van dit Departement, +hoewel kleiner en minder bevolkt dan _Chalons_; waarom de inwoners van +die plaats ook zeer te onvreden zijn, dat men aan dezelve de voorkeur +niet gegeven heeft; vooral ook, omdat _Chalons_ meêr in het midden van +het Departement liggende, beter geschikt schijnt tot eene Hoofdplaats, +daar hetzelve het verblijf is van den Prefect en de voorname regtbank +van het Departement. + +_Maçon_ doet zich op eene aangename wijze op. Zij ligt aan de helling +van eene hoogte [24], en heeft een fraaije kaai en eene steenen brug, +op dertien bogen, over de _Saone_: door middel van deze brug heeft +zij gemeenschap met het Departement _de l'Ain_; voorheen dat gedeelte +van _Bourgondiën_, dat men _la Bresse_ noemde. Immers, Vriend! hebben +onze achtingwaardige Vaderlandsche schrijfsters, E. Wolff en A. Deken, +te _Bourg_, de hoofdplaats van dat Departement, gewoond; en aldaar +hare _Wandelingen door Bourgondiën_ geschreven. Met een dankbaar +gevoel dacht ik hier aan die kundige vrouwen; zij hebben toch veel +tot de verlichting en aankweeking der goede smaak bijgedragen. Hare +_Sara Burgerhart_ is geheel oorspronkelijk en vol geest; het is een +meesterstuk, en wordt daar zelfs bij vreemdelingen voor gehouden; +hoewel het voor hun, wijl zij met de karakters, die 'er zoo natuurlijk +in geteekend worden, niet genoegzaam bekend zijn, die waarde niet +kan hebben, die het voor ons heeft. Het is in het _Fransch_, en zoo +ik mij niet bedrieg, ook in het _Hoogduitsch_ overgezet. + +Terwijl het nog licht was, wandelde ik langs de kaai, want dit is +het voornaamste, dat hier te zien is. Op hetzelve staan fraaije +gebouwen, en onder anderen een welgebouwd Stadhuis; in een van de +vleugels is de Schouwburg. Inwendig beteekent de stad niet veel; +zij is onregelmatig gebouwd, en de straten zijn naauw. Op de brug, +die 300 treden lang en 6 breed is, heeft men een allerliefst gezigt +op de rivier, en bijzonder op een bevallig gelegen eiland. Het is +aangenaam beplant, en 'er is een weide op, die bij zekere gelegenheden +dient tot de viering van Feesten. Zeker _Fransch_ schrijver, die 'er +toch ook al uitermate door verrukt moet geweest zijn, zegt: _"Cest +un vrai tableau de l'Albane, Cette île enchanteresse semble jetée sur +le globe, pour être digne de contenir également le temple des Dieux, +les danses des mortels et le tombeau des grands hommes. l'Imagination +les lui prête, quand l'oeil la considère, et tout homme devient poète, +s'il touche à ses rives parfumées."_ [25] + +Op mij heeft het die uitwerking niet gehad, en ik heb meêr dan +eens in ons Vaderland plaatsen gezien, die ik bekoorlijker vond, +dan deze. Oordeel zelve uit het gezigtje, dat ik u hier bij zend, +en dat wel gelijkende is. + +Onze reisgenoot, de Wijnkooper, liet niet af, of wij moesten bij hem +komen, en hij deed ons van zijn besten wijn drinken. Hij had een gnap +huis, en ruime kelders; en pakhuizen, die wij van den eenen kant tot +den anderen moesten doorloopen. De wijn van _Mâcon_ is smakelijk, +en wordt voor gezond gehouden; deeze stad drijft daar in dan ook veel +handel, vooral met _Parijs_ en _Lyon_; en deze twee steden gebruiken +'er een aanmerkelijk gedeelte van. Wij hadden onzen intrek genomen +_au grand Hotèl du Sauvage_, alwaar wij s'avonds aan tafel zittende, +zeer lastig gevallen werden, door verscheidene koopvrouwen in messen, +scharen en diergelijk tuig, dat voornamelijk te _Moulins_, hoofdplaats +van het Departement _'Allier_, voorheen _le Bourbonnois_, gemaakt +wordt. St. Louis in 1248 vertrekkende, om een' kruistogt te ondernemen, +kocht in 't voorbijgaan het Graafschap _Mâcon_. Van de vermaarde +Abdij der _Benedictijner Cluny_, voorheen een der aanmerkelijkste +van _Frankrijk_, en niet verre van deze stad gelegen, zal ik u niets +anders zeggen, dan dat hunne Boekerij, die aanzienelijk was, en waar +onder werken van waarde, door de Protestanten in de 16de eeuw verbrand +werd. Deze verkeerde ijver heeft eene aanmerkelijke schade aan de +letterkunde toegebragt; want men moet tot lof van de _Benedictijnen_ +zeggen, dat zij de wetenschappen beoefenden en bewaarden, toen die +voor een groot deel der wereld verloren waren. + +Den 24 dezer, 's morgens om vijf uren, verlieten wij _Mâcon_; over ons +Logement waren wij wel te vreden; het is een groot en fraaij gebouw, +'er zijn zelfs baden in. Behalve onzen Wijnkooper, was 'er nog een +ander tamelijk bejaard Heer uitgegaan, met een Dametje, die 'er +onder weg was ingekomen, en welke, 'er vrij galant uitzag. De Heer, +die een sukkelaar scheen, had ons wel verteld, dat hij te _Lyon_, +waar hij van daan kwam, een proçes, en onder weg zijne beurs had +verloren; hij had ook gisteren zijn horologie op een bank, beneden +in de schuit, laten liggen, en was naar boven gegaan; doch iemand +die het vond, was eerlijk genoeg, om het hem wederom te geven; en dit +een en ander leverde stof op tot een gesprek, over de onachtzaamheid +van dezen man; doch mêer wisten wij noch de meeste andere reizigers +niet van zijne omstandigheden af; doch eene vrouw, die te _Mâcon_, +en met onzen onachtzamen man, bekend scheen, en ook den vorigen dag +veel met hem gesproken had, verhaalde ons nu, dat hij niet alleen het +ongeluk had van zijn proçes en zijne beurs te verliezen, maar dat hij +bovendien zijne vrouw, die eenigen tijd geleden, met een jong Officier +was weggeloopen, in deze schuit wederom gevonden had; zijn vrouw was +dat Dametje, dat 'er onder weg ingekomen was. Een ander persoon, die +ook te _Maçon_ bekend scheen, bevestigde het gezegde van die vrouw, +en wij herinnerden ons nu wel, dat het Dametje boven op de schuit +zijnde, zeer vrolijk en spraakzaam was, doch zoodra zij beneden kwam, +waar onze ongelukkige zat, stil en afgetrokken scheen. Doch beiden +hadden echter zoo wijs geweest van zich stil te houden, zoodanig, dat +het gezelschap van de verwijdering, die 'er tusschen hun plaats had, +niet gewaar werd, uitgenomen de twee lieden, die hun kenden, en het +ons daar na verhaalden. Nu werd 'er op rekening van die lieden, en +vooral van de vrouw wat afgedaan; en dit gaf niet weinig aanleiding +tot lagchen en spotten, want de _Franschen_ van de zoogenaamde _bon +ton_, of die ze naäpen, vooral die van _Parijs_ of van de groote +steden, achten de huwelijkstrouw eene loutere beuzeling, vinden het +onwellevend en gemeen, om daar eenige waarde aan te hechten, en scheren +'er dus gaarne de gek mede; ieder kraamt dan zijne geestige trekken +uit. Zelfs op de voorname Tooneelen van _Parijs_, daar men zoo naauw +gezet schijnt omtrent het welvoegelijke, maakt men de huwelijkstrouw +gedurig bespottelijk. In de volksliederen, die men aan alle hoeken +van de straten hoort, en in de prenten, die men openlijk te koop ziet +hangen, gaat het niet beter; geen wonder, zulke waar heeft aftrek; +doch dat de goede orde en het wezenlijk geluk van de Maatschappij hier +door bevorderd wordt, kan ik niet geloven; en mij dunkt, dat 'er onze +ouderwetsche, zoogenaamde stijve _Hollanders_, in dat opzigt beter +achter zijn, en daar door dan ook vrij wat meer huisselijk genoegen, +en dat is toch het ware, smaken. + +Dit voorval van den Heer B..... en zijn vrouw, van _Mâcon_, want zij +werden met naam en toenaam genoemd, heeft mij hier eene uitweiding doen +maken; doch mij dacht, dat kwam zoo eens in het rijm te pas, en waarom +zou ik het 'er dan niet bij voegen.--Nu weder aan mijn reisverhaal. De +wind was gaan leggen en het weder zacht, zoo dat ik boven op kon gaan +zitten. De gezigten tegen de bergen, waar de wolken tusschen hingen, +en tegen de heuvels met wijngaarden beplant, langs de boorden van de +_Saone_, waren alleraangenaamst. Onze schippers zeiden ook, dat dit +hangen van de wolken tusschen de bergen een zeker voorteeken was van +regen, en voegden 'er nog bij dat het tegen den avond zou donderen, +en gij zult straks hooren, dat zij het geraden hebben. + +Hier moet ik u een opmerkingwaardigen trek van vriendschap, tusschen +twee honden, die wij aan boord hadden, verhalen. De eene was vrij +groot en een bastaardsoort van den herders hond, de andere was een +mopsje of steendoggetje; beiden waren van het mannelijk geslacht, +en behoorden aan onzen schipper, die 'er veel werk van scheen te +maken. Ik had al opgemerkt, dat zij vrienden schenen, want zij aten +zelfs van eene schotel zonder morren, en de schipper verhaalde mij +ook, dat zij bijzonder aan elkander gehecht waren; dit wierd weldra +bevestigd. Zij speelden met elkander op den kant van de schuit, +en ziet, de groote viel in het water en zwom naar den wal, terwijl +het kleintje door schreeuwen en blaffen zijn leed en ongerustheid te +kennen gaf, dreigende gedurig, om ook in het water te springen. Te +vergeefs zocht de schipper het te stillen, eindelijk zette hij het in +de rivier en het zwom naar den kant, zoodra wierd de groote het niet +gewaar, of hij zwom het te gemoet, en trachte zijn' kleinen vriend +te helpen en te ondersteunen; aan land komende, toonden zij, ieder +om het meest, hunne blijdschap en het springen en vrolijk blaffen, +duurde een geruime poos, en nu volgden zij te samen de schuit tot de +naaste plaats, waar wij moesten aanleggen.--Zouden de dieren, vooral +dit soort, wel zoo redeloos zijn als men vrij algemeen veronderstelt; +en welke zijn de juiste grenspalen tusschen de rede en het ingeschapen +gevoel (_instinct_)--is dat alles wel zoo duidelijk als wij ons +verbeelden, wanneer wij 'er zoo oppervlakkig aan denken? De dieren +handelen regelmatiger en meer eenvormig dan wij zoogenaamde beschaafde +menschen; hoe gering zijn ook hunne behoeften; en handelen sommige +zoogenaamde wilde en onbeschaafde volkeren, wier behoeften zeer +gering zijn, ook niet vrij regelmatig en eenvormig?--Maar deze zijn +voor beschaving vatbaar.--Kan men dit van de dieren ook niet zeggen, +en komt alles dan niet op eene meerder en minder mate van vatbaarheid +neder? Dit denkbeeld is voor eene zeer wijdloopige ontleding geschikt, +en daarom stap ik 'er af. + +De gezigten werden verrukkelijk; het heeft hier en daar wel wat van +de oevers van den Rhijn, tusschen _Mentz_ en _Bonn_. Wij naderden +_Riotti_, een dorpje of gehucht aan den linkeroever, hier moesten +wij het middagmaal houden, de twee schuiten, te weten, die van en die +naar _Lyon_, ontmoeten hier elkander, en de reizigers van beiden eten +'er; wij zaten dan aan met omtrent 40 personen, in een ruime zaal, +van waar men een uitmuntend gezigt heeft; men schafte 'er ook goed +op en voor een matigen prijs. Ik heb u nog vergeten te zeggen, dat +de gewone tafelwijn, zoo hier als elders, waar wij geweest zijn onder +den prijs van den maaltijd begrepen is. + +Daar de Rivier tusschen deze plaats en _Trévoux_ wat kronkelt, besloten +een deel van onze reizigers, waar toe ik ook behoorde, om langs een' +naderen en aangenamen weg tot die plaats te wandelen. Ik ging met een +Offiçier, die van het begin van de omwenteling af gediend had. Reeds +op de schuit hadden wij te zamen kennis gemaakt; hij scheen zeer +Republikeinsgezind, en verhaalde mij onder anderen, dat hij hoop +had, om zijn ontslag te bekomen, en zich dan op een landgoedje, dat +hij van zijn ouders geërfd had, en in _Bourgondiën_ gelegen was, +wilde nederzetten. Die wandeling over heuvels en door boschjes, +beviel mij ongemeen. _Trévoux_ een oud stadje, behoorende tot het +Departement de l'Ain, ligt Amphitheatersgewijze tegen eene hoogte +langs den linkeroever van de rivier. Hier schreven de Jesuiten hun +_Journal et Dictionnaire de Trévoux_, Hier bestreed het bijgeloof +de wijsbegeerte, en aan een anderen hoek van dit Departement is +_Ferney_ gelegen, alwaar een man woonde, die redelijk genoeg was, +en moeds genoeg bezat, om de zaak van den ongelukkigen Calas tegen de +dweepzucht te verdedigen. De Boekdrukkerij van _Trévoux_ was voorheen +vermaard. De wandelingen en gezigten die men op de hoogte bij deze stad +heeft, zijn zeer schilderachtig.--Hier wandelt men in een dreef van +fraaije platanus-boomen, en daar klimt men op den top van een heuvel, +van waar men het gezigt heeft op een ruime en vruchtbare vlakte, op de +omliggende heuvels, die hier en daar al vrij verheven zijn, en die men +ook wel kleine bergen en rotsen zou kunnen noemen. Wij waren _Trévoux_, +dat nog 5 _Fransche_ mijlen van _Lyon_ is, reeds door, en hadden +al meer dan een uur gewandeld, toen wij onze schuit gewaar werden; +hier klommen wij van de hoogte af, en begaven ons wederom scheep. Nu +had ik bijna geen oogen genoeg, om overal rond te zien, steenrotsen, +groene heuvelen, tuinen, buitenplaatsen, lusthuizen, boschjes, hooge +boomen, een kronkelende rivier, zoo stil en effen, dat al de voorwerpen +rondom 'er zich, als in een' spiegel, in vertoonen, nu en dan eens +een schuitje, en langs de oevers hier en daar een groepje menschen +of vee; schikt dat alles in uwe verbeelding, zoo fraaij en aangenaam +door en onder elkanderen, als gij wilt, en gij zult het niet fraaijer +maken, dan het inderdaad is. Vele vermogende lieden van _Lyon_ hebben +hieromstreeks hunne buitenverblijven, en komen daar doorgaans, even als +onze _Amsterdamsche_ Kooplieden, een gedeelte van den Zaturdag en den +Zondag doorbrengen. Het steedje _Neuville_, daar wij voorbij voeren, +ligt allerliefst, en men vindt 'er ook verscheidene buitenplaatsen, +die hier, het geen mij bijzonder beviel, meêr aangename landhuizen +dan prachtige paleizen, zoo als men ook bij ons maar al te veel ziet, +geleken.--Is het niet genoeg hovaardige rijken! dat gij in de steden +uwe schatten uitkraamt, en uwe pracht ten toon stelt, moet gij nog +tempels van den hoogmoed naast de eenvoudige hutten der landlieden +oprigten, om ook hun daardoor, is het mogelijk, te vernederen, en om +de schoone natuur te ontsieren.--Aardig vertoont zich in de nabijheid +van _Lyon_ het eiland _Barbe_, een gedeelte van de rots, waar het +plaatsje op gebouwd is, steekt ter zijde met een punt boven de huizen +uit. Een oud vervallen gebouw, overblijfsels van een Abdij, en een +digte beplanting van boomen, maken 'er een zeer fraaije en bevallige +schilderij van. Die van _Lyon_ verzamelen zich somtijds bij plegtige +gelegenheden en vreugdebedrijven op dit eiland. Bij het inkomen van de +stad ziet men op eene steile rots, aan den regteroever van de rivier, +de puinhopen van het kasteel _Pierre-Cise_ of _Pierre-en-Cise_; +gediend hebbende voor eene Staatsgevangenis, en in het begin van +de omwenteling gesloopt. Twee bekende slagtoffers van de wraak des +Kardinaals de Richelieu, onder de regering van Lodewijk den XIII., +werden hier opgesloten, Cinqmars namelijk en zijn vriend de Thou. Zij +werden den 12 September 1642 onthoofd; Cinqmars was slegts 22 jaar +oud. De vader van den ongelukkigen de Thou, die in zijne geschiedenis +verscheidene voorbeelden van diergelijke vonnissen aanhaalt, voorzag +toen niet, dat zijn zoon ook dat lot zou ondergaan. + +De schuit was reeds in de stad, en bij de plaats, waar wij moesten aan +wal stappen, toen de voorzegging van onzen schipper, des 's morgens +gedaan, vervuld werd; een zwaare donderbui barstte genoegzaam boven +ons hoofd uit. Uit een raampje van de schuit kijkende, schoot 'er +een bliksemstraal zoo digt langs dezelve in het water neder, dat ik +'er eenige oogenblikken als van verbijsterd was; de slag deed zig te +gelijker tijd op eene geweldige wijze hooren, en werd weldra door een +zwaren stortregen gevolgd, zoo dat wij verpligt waren, om in de schuit +te blijven, tot de bui over was; en dit duurde nog al een heele poos. + +Genoeg voor ditmaal--wanneer het zoo aanhoudend blijft regenen, als +het gisteren en heden gedaan heeft, zal ik veel te huis moeten zitten, +en alzoo tijds genoeg hebben, om u ruim en breed over deze stad te +onderhouden; want ik neem toch tusschen beide de drooge buijen waar, +om te gaan wandelen, en somtijds waag ik 'er ook al eens een' natten +rok aan. + + + + + +VIJFDE BRIEF. + +_Lyon, 31 Julij._ + + +Naauwelijks hadden wij hier voet aan wal gezet, of wij werden schier +verdrongen door de menschen, die ons ieder om het zeerst noodigde, om +van hun huis gebruik te maken. Welk een vriendelijk en gastvrij volk, +zou een vreemdeling, die met de _Europeesche_ zeden en gebruiken niet +bekend is, denken; maar gij begrijpt ligt, dat het Logementhouders of +hunne knechts of meiden waren. Men had ons het _Hotel des Celestins_ +aangeraden, wij zetten ons dan in een huurkoets (_fiacre_), die men +hier zoo wel als te _Parijs_ vindt, lieten 'er onze koffers opbinden, +en ons zoo aan het _Hotel des Celestins_ brengen; dit is een van de +eerste Hotels van de stad, doch het was 'er ons veel te duur; want +ik heb de gewoonte, om, zoodra ik in een Logement kom, te onderzoeken +naar de prijs van het een en ander; en hier bij heb ik mij altijd zeer +wel bevonden. Wij raakten dan hier niet slaags, en lieten ons aan +het _Hotel de Languedoc_, dat wij in het voorbijgaan gezien hadden, +brengen; het staat op de Kaai langs de _Saone_, niet ver van de +houten brug over dezelve. Wij vonden daar zeer goede kamers op de +eerste verdieping, en die een alleraangenaamst uitzigt hadden op de +rivier, en over dezelve; op de Hoofdkerk, den berg van _St. Just_, +_l'Hospice des Antiquailles_, de Kapel van _notre Dame de Fourvières_ +enz. Niettegenstaande de uitgezochte en treffende fraaiheid van +het gezigt van dat gedeelte van het Logement, waar wij onzen intrek +genomen hadden, was de prijs zeer matig; ik betaalde voor een kamer +met twee bedden £ 3-:-: daags, en even zoo veel voor mijn middagmaal. + +De stad doorwandelende, zag ik uit een straat een man met pluimen +op den hoed aankomen, gevolgd van eenige anderen, die iets, dat wit +en zwart was, schenen te dragen, zij lagchten en praatten overluid +onder elkanderen, en stapten vrij gezwind; ik dacht dat zij iets +zonderlings te kijken hadden, en ziet, het was een begravenis; het +lijk was met een wit en zwart kleed onachtzaam op de kist geworpen, +bedekt, en werd door vier mannen gedragen; die met de pluimen op den +hoed, was de gewoone begeleider der dooden, zoo als men te _Parijs_ +ook heeft, doch daar ziet hij 'er anders uit; dit was al een heel +slordig soort van een begravenis, doch ik heb ze al meêr hier en +daar in _Frankrijk_ gezien, die niet beter waren: velen schijnen in +dit opzigt van het eene uiterste tot het andere te zijn overgeslagen, +en dit reken ik onder de abuizen van de omwenteling. Het begraven der +dooden behoort toch, hoewel men met rede een menigte aanstotelijke +en kostbare plegtigheden achterlaat, op eene betamelijke, en min of +meêr plegtige wijze te geschieden; het verzuimen hier van, geeft, +mijns bedunkens, aanleiding tot woestheid en ongevoeligheid, en kan +dus in zijne gevolgen immers niet anders, dan schadelijk zijn voor de +Maatschappelijke order. Deze abuizen zijn echter niet aan de wetten +of verordeningen, die 'er na de omwenteling hier omtrent plaats gehad +hebben, toetekennen, maar wel aan de verwaarloozing of verkeerde +toepassing van dezelve. Nog maar weinige jaren geleden, heeft het +_Institut National_ van _Frankrijk_, in naam van het Gouvernement, +de volgende prijsvraag uitgeschreven: _"Quelles font les cérémonies +à faire pour les funerailles, et le reglement à adopter pour le lieu +de la sepulture?"_ en het antwoord hier op, dat bekroond is geworden, +is van F.V. Mullot voorheen Wetgever enz. Zeer kort geleden, heb ik +die redevoering, hoewel ik in alles niet met den schrijver instem, +met genoegen gelezen, en ik zou met niet minder genoegen zien, dat +men in vele opzigten zijn voorschrift volgde; doch het is te vreezen, +dat het bijgeloof de oude plegtigheden wel weder algemeen zal trachten +intevoeren, zoo als men zulks in vele plaatsen al begonnen heeft. Op +de plaats _Belle-cour_, die sedert 1713 tot de omwenteling, de plaats +van Lodewijk den Grooten genaamd werd, en thans den naam van Bonaparte +voert, is niet veel bijzonders meêr te zien. Het beeld van Lodewijk +XIV, de twee fonteinen en verdere sieraden, die deze plaats voorheen +beroemd maakten, zijn weggenomen, en de puinhoopen van sommige huizen, +die men in het begin van de omwenteling heeft afgebroken, liggen 'er +nog; aan den eenen kant in de lengte, zijn verscheide rijen boomen +geplant; dit dient voor een gemeene wandelplaats; 't heeft hier wel wat +van ons _Haagsche Voorhout_. Deze plaats is omtrent 450 treden lang, +en na genoeg half zoo breed; langs dezelve staan fraaije huizen. Zij +ligt tusschen de _Saone_ en de _Rhone_. Ik was 'er van de kaai van de +eerstgenoemde rivier opgekomen, en kwam in de lengte 'er overgaande, +en een straatje regtuit doorloopende aan de kaai van de _Rhone_ +uit; daar had ik de groote steenen brug, die over dezelve ligt, voor +mij. Deze brug is zamengesteld uit twintig bogen: men is het bouwen +van dezelve aan Paus Innocentius den IV. verschuldigd. Zij is in geen +regte lijn gebouwd; maar maakt een bogt, zijnde de uitwendige zijde +tegen den stroom, die hier zeer sterk is, gerigt. Aanvankelijk had +men haar ook zoo smal gemaakt, dat 'er geen rijtuigen elkanderen op +konden voorbijgaan; men is dan verpligt geweest, van 'er een tweede +naast te bouwen. Om nu deze twee bruggen aan elkander te hechten, en +'er één stevig ligchaam van te maken, heeft men door al de pilaren +zware ijzeren staven weten te brengen, die aan beide uitersten met +ankers zijn bevestigd. En in deze stoute onderneming is men zoo wel +geslaagd, dat het schier niet zigtbaar is, en men, die bijzonderheid +niet wetende, nimmer zou vermoeden, dat dit werk op zulk eene wijze is +zamengesteld. Dit is het eenigste niet, dat men, aangaande deze brug, +heeft optemerken: de bogen werden ook niet wijd genoeg bevonden, zoo +dat het zand, dat met het water van de _Rhone_ afkomt, zich op een +hoopte, dikwijls de voorname bogen verstopte, en daardoor den doortogt +moeijelijk maakte. Om dit ongemak wegtenemen, vond men een' bouwmeester +ondernemend en bekwaam genoeg, om een van de pilaren in het midden +wegtenemen, en alzoo van twee bogen een te maken. Het muurwerk van +dezen groten boog versterkte hij zoodanig, dat 'er de brug niet door +leed, en zijn arbeid werd algemeen bewonderd en goedgekeurd. Voorheen +stond 'er aan den ingang van de brug, aan den kant van de stad, een +poort, en verder op dezelve een soort van vierkante toren, waar men +onder doorging, doch dezelve zijn afgebroken. Een gedeelte van deze +brug, die _le pont de la Guillotière_ genaamd wordt, ziet gij in de +bijgaande afbeelding, benevens het groote of nieuwe Gasthuis _Nouvel +Hopital_, op de kaai van de _Rhone_; de teekening van dit schoone en +trotsche gebouw, is zoo nauwkeurig, dat ik mij niet zal ophouden, om u +hetzelve uitwendig te beschrijven; jammer is het, dat de linkervleugel, +zoo als gij ziet nog onvoltooid staat; want het is te vreezen, dat +men 'er vooreerst nog niet aan zal kunnen denken, omdat deze stad +door de omwenteling en aanhoudenden oorlog, zeer veel geleden heeft, +en nog lijdt, waardoor de kas in geen voordeeligen staat is. + +Den 25 dezer ging ik 's morgens vroegtijdig uit, en begon met de +Hoofdkerk te bezigtigen; het is een oud _Gothisch_ gebouw, zoo als +gij in de afbeelding ziet. Zij schijnt bijna langwerpig vierkant, +door de torens, die aan de vier hoeken staan, inwendig is zij wel +ruim, maar donker. Het groote altaar in het midden van het koor, is +het eenigste, dat ik 'er beziens waardig vond, want her vermaarde +uurwerk door Nicolas Lippius van _Basel_ in 1598. gemaakt, en dat +vooral in dien tijd, als een groot konststuk werd beschouwd, is sedert +verscheide jaren geheel in verval. In de groote Kerk van _'s Bosch_ +staat een diergelijk uurwerk. Als een bijzonder gebruik van deze Kerk +vind men aangeteekend, dat 'er nimmer noch muzijk, noch orgel, noch +boeken, gedurende het vieren der diensten, in dezelve zijn gebezigd +geworden. Niet ver van deze Kerk op de kaai, staat het zoogenaamd +_Palais de Justice_, een gebouw, dat van buiten geen aanzien heeft; +en van binnen zag het 'er schandelijk slordig uit; dit komt mij +vooral hoogst onvoegelijk voor, in eene plaats, waar Regters, tot +welker voorname hoedanigheden, order en naauwkeurigheid behooren, +in het openbaar vergaderen. Ik ging in een van de zalen, waar een +Advokaat, die hard genoeg schreeuwde, en vrij wat beweging maakte, +bezig was met pleiten. Hetgeen mij als iets ongerijmds in het oog +viel, was een schilderij, waarop Christus aan het Kruis geschilderd +was, dat boven het hoofd hing van den President. De schilderij was +'er zeker nog niet lang geleden geplaatst; want het woord _Egalité_ +stond met groote letters op den wand boven hetzelve, en dit woord, dat +anderzins in een Vierschaar zoo wel voegt, maakte nu met die schilderij +een zonderlinge tegenstrijdigheid, daar 'er immers in een Regtzaal +voor alle burgers, van welke Godsdienstige begrippen zij ook mogen +zijn, geen kruis, dat een kenmerk van een bijzondere sekte is, te pas +komt. Joden en andere lieden, die niet tot de Roomsche Kerk behooren, +en die als leden van de Burgerlijke Maatschappij dezelfde regten en +aanspraak op de wetten hebben, als de leden van die Kerk, moeten zich, +voor deze balie verschijnende, deswegens natuurlijkerwijze ergeren, +en ik geloof, dat, wanneer ik tot dit regtsgebied behoorde, ik niet +zou kunnen nalaten, om mij over het plaatsen van dit schilderijtje te +beklagen, en de wet onder andere ook die, welke betrekkelijk is tot +de regeling der Godsdiensten (_l'organisation des cultes_) thans in +_Frankrijk_ bestaande, en die geen heerschenden Godsdienst erkent, +zou mij daar regt toe geven. + +De kaai langs de _Rhone_, _Quai du Rhone_, is fraai, en met schoone, +en zelfs prachtige huizen, waarvan de meeste vijf, zes en meêr +verdiepingen hoog zijn, bebouwd [26]. Langs den waterkant is een +wandeling gemaakt, die men heeft beginnen te beplanten. Men heeft +ook van deze kaai, en uit de huizen op dezelve een zeer aangenaam +gezigt over de rivieren, de landstreek aan den anderen kant van +dezelve, tot tegen de _Alpen_, die men bij helder weder duidelijk +zien kan. Over de _Rhone_ ligt, behalve de brug, waarvan ik u reeds +geschreven heb, nog een houten brug, die den naam draagt van zijnen +maker Morand. Deze brug (_le pont Morand_) hoewel ligt in schijn, +is van een beproefde stevigheid. In den winter van het jaar 1789 +bevroor de _Rhone_, niettegenstaande den snellen stroom. De ijsgang +maakte eene verschrikkelijke vertooning. De verdubbelde aanval van de +ontzaggelijke ijsschotsen, deed voor het behoud van de brug beven; en +zij weerstond het gevaar, zelfs zonder schade te lijden. De _Lyonnezen_ +hier over verblijd, en erkentelijk vierden een feest ter eere van +deze gebeurtenis. De naam van Morand zweefde op ieders lippen, en +deze brug als een gedenkteeken van zijne bekwaamheid werd met lauwers +bekroond. Behalve de kaaijen, de plaatsen _des Terraux de Belle-cour_, +en eenige weinige straten is _Lyon_ in 't geheel geen fraaije stad; +zij is voor het overige onregelmatig gebouwd, de straten zijn eng, +meestal zeer naauw, en krom, de huizen zijn hoog, en hier door is +het 'er duister en bedompt, daarbij zeer bevolkt. De morsigheid +en onaangename reuk is voor iemand, die daar niet aan gewoon is, +inderdaad hinderlijk. Hier kan men nog als een groot ongemak bijvoegen, +dat de weg zeer ongemakkelijk gestraat is; de keijen of straatsteenen +zijn klein, veelal scherp en ongelijk, zoo dat de voeten zeer doen, +als men 'er lang op gaat. Wanneer men dit aan onze Hollandsche +Franschmannetjes, die dit land niet anders kennen, dan uit _Mode +Journaal_, _l'Almanach des Graces_, of de eene of andere Roman, +en die zoo veel op hebben met _Frankrijk_, vooral met de voorname +steden in hetzelve, eens vertelde, zouden zij aardig staan te kijken; +want 'er zijn vele van die zuikerpopjes, die zich verbeelden, dat men +hierop Rozen wandelt; dat men niets anders ruikt dan Amber en Jasmijn, +niets eet, dan keurige spijzen, niets drinkt, dan nektar, niets hoort, +dan liefelijke toonen, en streelende woorden, en niets ziet, dan dat +aangenaam en bevallig is; maar het gaat 'er zoo niet, en dit land +heeft zoo wel als andere landen zijne schoone en lelijke zijde. + +'s Avonds ging ik in den grooten Schouwburg (_le Grand Théatre_): +Het is een fraai gebouw, ruim veertig jaaren geleden, volgens de +teekening van de Bouwmeester Soufflot, gebouwd, en staat regt achter +het Stadhuis. Voor hetzelve is een plein, en ter zijde een gallerij, +waar verscheide kramers hunne onderscheide waren uitstallen; dit +alles maakt met het Stadhuis _la place des Terreaux_, en de Abdij van +_St. Pieter_, op dezelve, een fraai geheel uit. Van binnen beviel +de Schouwburg mij ook wel; doch order en netheid haperden hier ook +weder, en zelfs in het _Parterre_ (waar men staande moet blijven), +hinderde de stank van zekere tonnen, die in een vertrekje aan den +ingang zijn geplaatst, niet weinig; men gaf 'er een Blijspel genaamd, +_le Jaloux sans Amour_ en _l'Irrato Opera_, het Muzijk is van Mehul +in den _Italiaanschen_ smaak gecomponeerd. Het spelen was maar zeer +middelmatig, het zijn hier waarlijk ook geen tovenaars; echter als +zij te _Amsterdam_ speelden, en zulk soort krijgt men 'er doorgaans, +zouden onze zoogenaamde lieden van smaak 'er drok naar toelopen, +terwijl zij den neus optrekken, als men hun spreekt van den grooten of +Stads Schouwburg, waar ik ondertusschen verscheide stukken zeer goed +heb zien uitvoeren, en waar sommige vertoonders spelen, die zelfs door +_Fransche_ Konstkenners en voorname Konstenaars, niet ligt gereed, +om aan vreemden lof toetezwaaijen, openlijk bewonderd worden [27]. Ja +ik durf staande houden, dat dit tooneel behoorlijk aangemoedigd en +bestuurd, weldra zou verdienen, om onder de eerste tooneelen van +_Europa_ gerangschikt te worden. Wanneer zal die ellendige lage en +verderfelijke trek, naar al wat vreemd is, onder ons eens ophouden, en +de _Hollandsche_ zeden en voortbrengsels van Kunsten en Wetenschappen, +waar wij ten allen tijde billijk roem opdroegen, en nog roem op mogen +dragen, eens herleven. Trachten wij van onze naburen, en van vreemden +te leeren, wanneer 'er zig iets nuttigs voor ons op doet; maar laten +wij toch bij aanhoudendheid niet dwaas en slecht genoeg zijn, om hun in +alles nateäpen. Gij hebt deze en diergelijke aanmerkingen niet noodig, +vriend! maar gij vat dikwils de pen op, tot nut en vermaak van onze +landgenoten, en bij die gelegenheid zou zoo iets te pas kunnen komen. + + + + + +ZESDE BRIEF. + +_Lyon_, 1 _Augustus_. + + +Toen ik gisteren een' brief aan u afzond, was mijn oogmerk niet om +u van hier meêr te schrijven, doch de aanhoudende en zware regen +noodzaakt mij weder, om t'huis te blijven, en wat heb ik dan beter +te doen, dan mij met u te onderhouden. + +Den 26 Julij bezocht ik het groote Gasthuis, waar ik reeds melding +van maakte. Men wil, dat hetzelve door Koning Childebert, omtrent +de helft van de 6de Eeuw, gesticht is. Het nieuwe gebouw is naar +de teekening van den Bouwmeester Soufflot, 30 à 35 jaren geleden, +gemaakt. Wij vonden een man aan den ingang, die zich aanbood om ons +rond te leiden, en bezochten het gansche gebouw, dat zeer groot is, +van onderen tot boven, beginnende met de Apotheek, de Regenten-Kamers, +de onderscheidene Zalen der zieken, het Linnen-Magazijn, tot op +de kleêrzolder toe. Overal vonden wij Gasthuis-Nonnen of Zusters, +bezig met de zieken op te passen, de geneesmiddelen, onder opzigt +van den Apotheker echter, te bereiden, het linnengoed te herstellen +en te bezorgen enz. Ieder heeft zijn werk, zelfs in de kamer, waar +de Ontleedkundige Operatien geschieden, vonden wij eene Non, die +een zeer geschikt en gnap mensch scheen; zij toonde ons een menigte +ontleedkundige werktuigen, onder anderen een tafel met deszelfs +toebehooren, waarop het steensnijden en diergelijke verschrikkelijke +kunstbewerkingen geschieden. De post van dit goede mensch was, +om diergelijke lijders te helpen en te ondersteunen, de werktuigen +rein te houden, voor het geen tot de verbinding noodig is te zorgen +enz. Mijne verwondering betuigende over den moed, dien zij bezat, +om deze ellende aanhoudend bij te wonen, antwoordde zij, dat men +aanvankelijk zeer veel lijdt, doch dat bezef van pligt en de gewoonte +haar die taak thans dragelijk maakten. Ik onderhield mij met haar over +meêr andere dingen, deze inrigting betreffende, en zij beantwoordde +alle mijne vragen op eene vriendelijke en voldoende wijze. De fraaije +zalen, waar de zieken (thans waren 'er over de 1000) liggen, of hun +verblijf houden, zijn ruim en luchtig; uit die langs den waterkant, +waar van gij de vengsters op de afteekening ziet, heeft men een zeer +aangenaam gezigt. De trotsche en ook van binnen schoon gewerkte koepel, +behoort tot de groote zaal; onder dezelve staat een fraai en tevens +eenvoudig altaar op een verheven voetstuk, zoo dat de zieken uit +hunne bedden, die van ijzer zijn, om 'er het ongedierte uittehouden, +en welke aan rijen staan, hetzelve kunnen zien; dagelijks wordt hier +de mis gelezen. In deze zaal zag ik ook aan het gewelf eene opgevulde +krokodil hangen; onze geleider verzekerde, dat dit dier lange jaren +geleden, in de _Rhone_, digt bij de steenen brug gevangen werd, en +wel door een persoon, die ter dood veroordeeld was, en om deze daad +vergiffenis bekomen had. Het dier had al veel vee en zelfs kinderen +verslonden. Dit vertelsel schijnt hier onder het volk vrij algemeen +geloofd te worden; doch wij weten, dat dit in 't geheel geen bewijs +is van echtheid. Beneden is ook een plaats, waar eenige zinneloozen +bewaard worden; onze geleider wilde ons dezelve doen zien, doch de +Non, die daar op paste, weigerde het; en ik vond, dat zij gelijk had; +men moet die ongelukkigen, die veeltijds aanleiding tot spotternij +geven, niet aan de algemeene nieuwsgierigheid blootstellen. In een +gang vond ik op verscheidene tafelen, die daar tegen den muur waren +gesteld, de namen van de personen, die aanzienelijke geschenken aan +dit gebouw hebben gegeven.--Was hoogmoed of menschlievendheid de +beweegoorzaak van deze geschenken?--misschien beiden.--Hoe het zij, +zij hebben welgedaan, en wij moeten diergelijke daden dan ook zoo +naauw niet uitpluizen. In de keuken waren verscheidene Nonnen ook drok +aan het werk; hare spijszaal is hier naast; zij eten gezonde kost, +en moeten braaf werken, ook zien zij 'er, niettegenstaande haren +aanhoudenden omgang met zieken, over het algemeen, gezond uit. Ik zag +'er, die mooi waren, onder anderen eene, die bezig was met eene bleke +en uitgeteerde zieke te helpen; deze was nog jong en inderdaad schoon; +dit leverde eene zonderlinge tegenstrijdigheid op. In 't geheel zijn +'er in dit huis 150 zulke Nonnen, zij zijn in 't zwart gekleed, +en hebben witte Nonnenkappen op; doch zij doen geen geloften, waar +door zij voor altijd verbonden zijn; en wanneer de liefde bij de +barmhartigheid komt, kunnen zij zich in het huwelijk begeven. Deze +Nonnen of Zusters bewijzen alzoo de Maatschappij een wezenlijken +dienst, en men kan haar dus niet anders dan als achtingwaardige leden +van dezelve beschouwen. Bij het uitgaan gaven wij wat voor het huis, +een Non ontving het op een zilveren schotel. Dit herinnerde mij aan de +zilvere schalen, waarin men in vele _Hollandsche_ steden de aalmoezen +opzamelt; het was gevoegelijker, dunkt mij, dat men daar een houten bak +toe gebruikte. De Kerk van dit Gasthuis is fraai en net; ook schijnt +'er over het geheel een goed bestuur plaats te hebben; alles is +zindelijk en wel onderhouden; maar het geen mij niet beviel, was dat +'er slechts een plaats en geen tuin bij is, dat 'er een vleeschhal en +slagterij is, onder den eenen vleugel, namenlijk een der stads hallen +en slagterijen, het geen stank veroorzaakt; dat de zieken in algemeene +zalen en niet meer afzonderlijk liggen, en eindelijk dat het gebouw te +prachtig is voor een Gasthuis. Ik had liever een eenvoudiger huis op +het land gehad, en de kosten die daar door uitgespaard werden, besteed +om de zieken door tuinen, afzonderlijke kamers enz. het verblijf der +ellende, zoo min mogelijk, onaangenaam te maken. Behalve dit Gasthuis, +is 'er nog een ander nuttig gesticht in deze stad, dat _la Charité_ +genaamd wordt, mede aan de _Rhone_ verder op, voorbij de steenen +brug gelegen. Het is zeer groot, en vereenigt in zich een Weeshuis, +oude Mannen- en Vrouwen-huis enz. In de Kerk, die zeer net is, +ziet men eenige graftombes van de stigters of bestuurders van dit +uitgestrekt gebouw. De toren van die Kerk wordt door bouwkundigen, +als een konststuk bewonderd. Diergelijke gestichten zijn in een stad, +als _Lyon_, inzonderheid noodzakelijk, om het groot aantal werklieden +in zijden stoffen en diergelijke Fabrieken, welker getal voor de +omwenteling op omtrent 30,000 begroot werd. De bevolking der gantsche +stad schatte men toen op 120,000. + +Na den middag deed ik eene wandeling door de stad, en ging 's avonds +in de Schouwspelzaal, op de plaats _des Celestins_, _Théatre des +Varietés_; de zaal en _decoratien_ zijn niet onaardig; doch het overige +beteekende niet veel; men gaf 'er de eerste vertooning van _le petit +Poucet_ (klein duimpje), dat men te _Parijs_ op een van de Theaters +van de _Boulevards_ ook vertoont [28]. Het was 'er zeer vol; in het +_Parterre_, waar men altijd staat, betaalt men maar elf stuivers. + +Den 27 Julij het drooge weder waarnemende, klommen wij op den Berg +_St. Just_, en bezochten aldaar het gebouw, dat zich boven een +der torens van die Kerk vertoont, en om de oudheden die het bevat, +_l'Hospice de l'Antiquaille_, zoo als men ook boven den ingang leest +[29], genaamd wordt. Sommige _Romeinsche_ Keizers bewoonden het Paleis, +dat hier stond, als zij te _Lyon_ waren, en hunne Gouverneurs hielden +'er hun verblijf. Men gelooft algemeen dat Lucius Munatius Plancus, +die Consul was gelijktijdig met Æmilius Lepidus en een der Luitenants +of Stedehouders van Cæsar, de stichter is van _Lyon_; het jaar +van _Rome_ 712, en dus ten naastenbij 40 jaren voor de Christelijke +Jaartelling. Waarschijnlijk heeft men op dezen berg beginnen te bouwen; +naauwelijks was 'er een eeuw verlopen, of de gansche stad brandde +in eenen nacht af, en werd door Nero weder opgebouwd. Men ziet in +het _Hospice de l'Antiquaille_ eenige oude opschriften, en in een +onderaardsch gewelf, toont men een soort van nis in de muur, waarin +men verzekert, dat St. Photin, die met Irenéus hier het Christelijk +geloof kwam prediken, levendig is ingemetseld geworden, men leest +dan ook boven die nis: St. Photin _a fini son martyre dans ce lieu, +agé de 90 ans sous l'Empereur_ Marc Aurelle 179. Deeze St. Photin, +zegt men, dat de eerste Bisschop van _Lyon_ was; 47 andere werden, +volgens overlevering, met hem, hier gemarteld; men toont ook de +steenen palen, waar zij aan gebonden of geketend zouden geweest +zijn. De Nonnen, die dit gebouw voor de omwenteling bewoonden, +gebruikten dit gewelf ook voor hare begraafplaats. In een soort van +ovens zag ik nog verscheidene doodshoofden en beenderen. Uit een der +kamers van dit gebouw heeft men een zeer uitgestrekt en allerschoonst +gezigt. Van daar werd het _Panorama_ van _Lyon_ geteekend. Men +ziet uit dit gebouw, het grootste gedeelte van de stad, de _Saone_, +de _Rhone_ en over dezelve, en over een uitgestrekt landschap, de +_Alpen_, de _Mont-Blanc_, de top van de _Mont St. Bernard_ enz. Het +was zeer helder weder, zoo dat wij het gelukkig troffen. Thans dient +het gebouw, dat vrij groot is, tot een gevangenis voor vagabonden, +bedelaars, ligte vrouwlieden, namelijk die, welke tot de klasse van +het zoogenaamde gemeene volk behooren, want _galante Dames du bon +ton_ zet men 'er niet. Men bewaart 'er ook eenige zinnelozen. 'Er is +een Kerk bij, en hier staat een' offerbus, waar men wat in steekt, +ter eere van St. Photin. Wij gaven ook wat voor het huis. Niet ver +van hier, omtrent voor het voormalig Klooster der _Minimen_, is eene +plaats, die men de plaats der martelaren (_la place des Martyrs_) +noemt; om dat hier ook een menigte Christenen zoude gemarteld geweest +zijn. Men toont 'er ook nog een' grooten steen, zonder eenig opschrift +echter, waarop men wil dat zij geslagt wierden, en die men als een +achtingwaardig gedenkteeken beschouwt. Wat hier ook van wezen moge, het +blijkt uit de Geschiedenis, dat de vervolging der eerste Christenen, +vooral onder Septimus Sevérus, hier allerverschrikkelijkst geweest +is. Achter dit gewezen _Minime_-Klooster, ziet men nog de geringe +overblijfsels van een' _Romeinschen_ Schouwburg. Tot de trotsche +gebouwen, die de _Romeinen_ hier gesticht hebben, behooren ook de +kostbare steenen waterleidingen (_aquaducs_), die eene uitgestrektheid +van verscheidene mijlen schijnen gehad te hebben; hier en daar ziet +men 'er nog overblijfsels van. Men toonde ons een van de plaatsen +(_reservoirs_) waar dit water verzameld werd in een wijngaard, +voorheen behoord hebbende aan het Klooster der _Urselinen_. Het is +een diepe kelder, waar men, van kaarsen of fakkels voorzien, door +middel van verscheidene steenen trappen in gaat. Het gewelf is ruim, +en rust op verscheidene bogen. De soort van kalk, waar de muren mede +gepleisterd zijn, is bijzonder hard, zoo dat men moeite heeft om 'er +stukken afteslaan. Men wijst ook in den muur de gaten of pijpen aan, +waardoor men meent dat het water ingelaten werd. Het schijnt, naar het +metzelwerk te oordeelen, dat die plaats aanvankelijk niet overdekt +is geweest; maar dat het gewelf 'er naderhand is opgemaakt. Deze +kelder is hier bekend onder den naam van _les bains des Empereurs_, +of _les bains des Romains_. Sommige Geschiedschrijvers noemen dezelve +_la grotte Berelle_. Thans behoort dit Klooster, en aangelegen erven, +aan iemand, die 'er zinneloze menschen, tegen betaling, in den kost +neemt. De man, die den kelder laat zien, woont hier digt bij, en +men geeft hem daar iets voor. Een weinig verder in een anderen tuin, +ziet men een kelder veel minder diep dan _la grotte Berelle_; zo dat +men 'er door het daglicht duidelijk in zien kan. De grond is hier met +kleine steentjes van onderscheidene kleuren als een schilderij ingeleid +(_en Mosaïque_). Men zegt, dat dit ook behoort tot het werk van de +_Romeinen_, doch ik zag 'er twee gedaantens in, die veel overeenkomst +hadden met de afbeeldingen van Engelen en Duivelen; evenwel stond +'er nog ook een soort van Afgodsbeeld bij; zij die kundiger zijn in +de oudheden dan ik, mogen beslissen wat het is [30]. Ik zag hier ook +eenige pilaren, en een soort van altaar van hout, dat geschilderd +was; en vernam, dat dit aan de Vrijmetselaars, die hier omstreeks +hunne vergadering houden, en somtijds van dezen kelder gebruik maken, +behoorde. Wij gingen van daar naar de Kapel van Onze Lieve Vrouw van +_Fourvières_, voorheen, en nog onder de geloovigen vermaard, door +hare menigvuldige _ex voto's_, geloften aan de Lieve Vrouw, of haar +beeld, dat hier bewaard werd. Die Kapel ligt op het hoogste gedeelte +van den berg. Een vrouw had die na de omwenteling gekocht, en meende +'er haar rekening bij te vinden, door 'er missen te laten lezen, +enz. doch het is haar verboden; en men verhaalde mij, dat zij hier +over met het Stadsbestuur in proçes was. Wij klommen op het torentje +van deze Kapel, van waar wij ook een overheerlijk gezigt hadden, +en veel uitgestrekter nog, dan uit _l'Hospice de l'Antiquaille_. Men +ziet hier bijna over al de nabij gelegen bergen heen; de stad en +derzelver omstreken, de loop van de _Rhone_ en de _Saone_ en hunne +vereeniging heeft men als een Landkaart voor zich, duidelijk zag +ik de witte toppen der _Alpen_, en kon mij naauwelijks van zien +verzadigen. In de Kapel is niet veel anders te kijken dan een groote +menigte kleine, meestal ellendig gekladde schilderijtjes, verbeeldende +mirakuleuse reddingen, door de Lieve Vrouw, van menschen, die in +nood zijnde, 't zij door ziekte, schipbreuk, in 't water liggende +of anderzins, een gelofte aan haar gedaan hebben; onder anderen was +'er een bij van een deserteur, die de wacht, die hem na zat, ontkomen +was; zoo dat de Lieve Vrouw ook de desertie, die toch overal als een +strafwaardige misdaad wordt beschouwd, scheen te bevorderen [31]. De +rest is niet waard, dat men zich 'er zich een oogenblik om ophoudt, +wanneer men niet tot de geloovigen behoort. + +Na den middag wandelde ik langs de _Quai du Rhone_; 'er was veel +volk op die wandeling, maar ik zag weinig schoone vrouwen onder +de zoogenaamde fatsoenelijke lieden, die zich hier, even als in +de _Tuillerien_ te _Parijs_, laten kijken. Onder de klasse, die men +gemeene lieden noemt, ziet men hier een aantal kreupelen en mismaakten; +dit vindt men doorgaans in plaatsen, waar vele weverijen en spinnerijen +zijn. Buiten de _Barrière_ langs de _Rhone_, naar den kant, daar zij +van daan komt, is ook een aangename wandeling. Van sommige huizen, +die hier tegen de bergen staan, gaat men uit een van de dakvengsters +in den tuin. + +In deze stad zijn, even eens als in _Brabant_ en _Vlaanderen_, veel +Bierhuizen, en het is 'er 's avonds vol volk. Het bier van _Lyon_ +is beroemd, naar mijn' smaak is het te sterk gehopt. + +Den 28 Julij regende het zoo sterk, dat ik weinig kon wandelen; de twee +rivieren waren dezen nacht aanmerkelijk gewassen, en de stroom van +de _Rhone_ was ongemeen snel. Die rivier maakt door de sterke drift +en de rotsen, welke onder water staan, hier en daar eene soort van +draaikolkjes. Het water dezer twee rivieren is, tegenwoordig vooral, +zeer onderscheiden van kleur; dat van de _Rhone_ is geelachtig grijs, +en dat van de _Saone_ is groenachtig. + +De gewone schuit van hier naar _Avignon_ (_Coche d'Eau_) meende men dan +ook, dat morgen niet zou kunnen varen, want men hield de vaart op de +_Rhone_ thans voor min of meer gevaarlijk. Een slecht vooruitzigt voor +ons, die met dat vaartuig binnen eenige dagen dachten te vertrekken. + +Tegen den middag hield het een weinig op met regenen, en ik ging +wandelen. _La place des Terreaux_ is een fraai vierkant plein; op +dezelve staat het Stadhuis, de voormalige Abdij van St. Pieter, en +aan den anderen kant over dezelve, verscheidene fraaije Koffijhuizen; +men vindt daar allerlei ververschingen voor een redelijken prijs; +het ijs (_les glaces_) is 'er zeer goed, en veel goedkooper dan te +_Parijs_. De levensmiddelen schijnen hier over het algemeen niet +duur te zijn; het vleesch is 'er goed, men heeft 'er overvloed +van groentens; de riviervisch schijnt 'er ook niet schaars; en de +Spekslagerswaren, vooral de worsten (_les saucissons_) van _Lyon_, +zijn beroemd.--_Zwitsersch_ en _Geneefsch_ geld is hier ook gangbaar. + +Het Stadhuis is een fraai gebouw; die van _Lyon_ houden het voor een +van de schoonste Stadhuizen van _Europa_, maar het lijkt nietmetal +naar dat van _Amsterdam_; in den gevel (_la facade_) van hetzelve, +ziet men nog de beelden der Vrijheid en Gelijkheid. In het portaal +zijn twee fraaije liggende metalen beelden, meêr dan levensgrootte; +het eene een man en het andere een vrouw, verbeeldende de _Rhone_ en de +_Saone_. Voor de omwenteling stonden zij op de plaats _Belle-cour_. In +dit portaal, waar men ze aan beide kanten geplaatst heeft, zijn zij +veel te groot; Coustou is 'er de maker van. De oude metalen tafel, +waar op de aanspraak gegraveerd was, die de Keizer Claudius toen +hij nog _Censor_ was aan den Senaat van _Rome_ ten voordeele van die +van _Lyon_ deed, en die men ook voor de omwenteling in dit voorhuis +zag, is eenigen tijd na dezelve, toen het geschut voor het Stadhuis +geplant was en 'er verscheidene kogels in geschoten werden, genoegzaam +geheel vernield; en men ziet die thans niet meêr. De _Lyonnezen_ +betreuren zeer het gemis van die tafel, en in der daad het was een zeer +merkwaardig stuk. De groote zaal boven dat portaal, brandde omtrent +twee jaren geleden, bij gelegentheid eener Illuminatie, geheel uit. + +De voormalige Abdij van _St. Pieter_ is een groot en trotsch gebouw, +hebbende eene groote plaats in het midden en rondom dezelve, op de +eerste verdieping eene fraaije galerij. Thans schijnen de vertrekken +aan bijzondere personen verhuurd te worden; eene zeer ruime zaal +beneden, en die ik meen dat voorheen voor een spijszaal diende, +wordt thans door de Kooplieden en Fabrikeurs tot een beurs gebruikt; +men ziet rondom in dezelve eenig pleister-beeldwerk _en bas-relief_. + +Deze plaats _des Terreaux_ was ook de martelplaats van eene menigte +Protestanten omtrent het midden van de 16de eeuw; onder anderen werd +hier eene ruim bemiddelde jonge dochter de Cagnon genaamd verbrand; +zij was gewoon, om de armen van _Lyon_, hoewel grootendeels van haar +in godsdienstige gevoelens verschillende, rijkelijk te bedeelen; +deze riepen weenende, toen men hunne weldoenster naar den brandstapel +sleepte. "Helaas! wij zullen geen aalmoezen meer van u ontvangen;" +waarop de ongelukkige de Cagnon de fluweelen muilen, die men haar +nog gelaten had, van hare voeten nam, en die den armen toewierp, +zeggende: "Ja, gij zult 'er nog ontvangen;" en men had geen moeds +genoeg om deze ongelukkige aan de klaauwen van hare beulen te +ontrukken.--Christenen, of liever zij, die 'er den naam van droegen, +die hier zelve verscheidene eeuwen geleden door de _Romeinen_ zoo wreed +vervolgd waren geweest, en deze vervolging met regt als een gruweldaad +beschouwden, deze zeg ik, vervolgden en martelden hier thans hunne +Medeburgers en Medechristenen. _Lyon_ was ook een der voornaamste +steden in het navolgen van den afgrijsselijken _St. Bartelmoord_. De +slagting was hier toen ook allerverschrikkelijkst, zoo als gij weet; +maar gij weet misschien niet, dat de scherprechter deugd en moed genoeg +bezat om de uitvoering van de bevelen der drie voorname hoofden van +het _Lyonsche_ moordrot, te weigeren, zeggende: "Mijn ongelukkige post +veroordeelt mij, om het werktuig van het geregt te zijn, maar niet dat +van moordenaars."--Thans, daar de rede en verlichting eenigzins over +het bijgeloof zegepraalt, behoorde men dien scherprechter, hoe zeer +zijn naam misschien reeds in vergetelheid is geraakt, een Gedenkteeken +op te rigten, en de koninklijke en geestelijke monsters, aanstookers, +of uitvoerders van dien moord, in de verachtelijkste houding aan +zijne voeten te plaatsen. Met genoegen vindt men ook aangeteekend, +dat de krijgsbende, toen ter tijd in de Citadel van _Lyon_ liggende, +weigerde om in de gruwelen te deelen, en dat zelfs bijna het geheele +volk die met verontwaardiging afkeurde, zoo dat zonder eene bende +stadssoldaten, die slecht genoeg waren om zich voor veel geld te +laten omkoopen, de Protestanten misschien behouden zouden zijn geweest. + +Den 29 Julij, alweder aanhoudende regen--met smart zag ik in de +nieuwspapieren, dat het rijpe koorn begon te schieten, en niet kon +ingehaald worden; de druiven meende men, dat door dit koude en natte +weder ook veel zouden lijden. Het was Zondag, ik ging dan eenige +Kerken zien; na de omwenteling zijn 'er hier ook verscheide, zoo wel +als Kloosters, gesloopt; uit andere, die men toen voor magazijnen +enz. gebruikte, zijn de sieraden weg genomen, doch die, welke voorheen +aan de Jesuiten behoorde, en een zeer fraai en prachtig gebouw is, +heeft men onder anderen laten staan. Deze Kerk is van binnen met +marmer van onderscheide kleuren rijkelijk versierd, en verdient wel +gezien te worden: de aanzienelijke boekerij voorheen aan dit Kollegie +behoord hebbende, is achter deze Kerk in eene schoone zaal, langs +de kaai van de _Rhone_; thans behoort zij aan de stad, en dient tot +algemeen gebruik. Van hier ging ik naar de Kerk van de voormalige Abdij +_d'Ainai_ of _St. Martin d'Ainai_, en zag daar vier zware kolommen +van Granit van een donker grijze kleur; thans dienen zij om een +gedeelte van dit gebouw te onderschragen. Voorheen, maakte de vier +'er maar twee uit, en behoorden toen tot den Tempel van Augustus, +die niet ver van hier op de punt van het schiereiland, waar een groot +deel van _Lyon_ op gebouwd is, moet gestaan hebben, zij bereikten toen +eene aanmerkelijke hoogte, en men heeft de barbaarschheid gehad, van +die schoone en kostbare stukken door te zagen, om ze in deze Kerk te +gebruiken; het is duidelijk te zien aan de einden van twee dezer halve +kolommen, waarmede men die op de voetstukken geplaatst heeft, dat het +de bovenste helften zijn der anderen. Aan beide zijden van het groot +Altaar op de grafzerken, zag ik ook nog overblijfzels van _Mosaïken_, +in den smaak van die, welke ik op den berg van _St. Just_ gezien had: +men verhaalde mij, dat deze behoord hadden tot de Graftombe van Paus +Paschal den II. Het was deze Paus, die den zoon van Keizer Hendrik den +IV. gebood om het lijk van zijn vader optegraven, en het op het veld +te werpen, om 'er vijf jaren onbegraven te blijven liggen. Dat een +Paus deze afschuwelijke daad bevolen heeft, is niet te verwonderen; +maar dat de zoon gehoorzaamde--welk een gruwel!!--Paschal, die men wil, +dat deze Kerk gewijd heeft, stierf in 1117. Men liet mij ook in het +Sacristy een' kelder zien, waarin een heilige zou gemarteld geweest +zijn: de Kosterin, die de vriendelijkheid had, van mij dit alles te +laten zien, scheen een goed snapachtig wijf, en hield mij voor zeer +geloovig; waarschijnelijk, omdat ik haar met eenige belangneming het +een en ander ondervroeg. Zij vertelde mij dan verscheide sprookjes van +wonderwerken, die ook, gedurende de belegering, zouden voorgevallen +zijn: onder anderen, dat zij een lieve vrouwebeeldje te dier tijd in +een houten toren verborgen had, en deze toren was, niettegenstaande +de kogels en bommen 'er rondom vlogen, onbeschadigd gebleven. Zij +schimpte en schrolde ook dapper op de Jakobijnen en de Filosofen, +zoo wel als op den nieuwen Keizer. De _Lyonnezen_ zijn grootendeels +Konings of liever Bourbons gezind, gelijk zij in het begin van de +omwenteling, helaas! maar al te duidelijk getoond hebben, en als een +gevolg hier van ook zeer gehecht aan de Kerk, zoo als die voorheen +bestond; alle de onlangs gemaakte veranderingen, beschouwen zij dan +natuurlijkerwijze als onwettig, en de Paus door de omstandigheden +genoodzaakt, om 'er in toetestemmen. De reden der bijzondere +gehechtheid dezer stad aan het Hof, de Adel en de Geestelijken, +schrijft men voornamelijk toe aan het belang, dat zij had, bij het in +stand houden der pracht, weelde en verkwisting. Aan wie toch zouden zij +hunne kostbare _Lyonse_ stoffen, borduurselen en diergelijke verkocht +hebben, als de eerste grondbeginselen van de omwenteling stand hadden +gehouden.--Nu daaromtrent valt het hun tegenwoordig dan ook nog al in +de hand. Zonderling is het intusschen, dat de bewoners van de oude stad +op den berg van _St. Just_ en _Fourviéres_ meestal Republikeinen waren, +hoewel grootendeels werklieden tot de Fabrieken behoorende. Zou het +niet mogelijk zijn, dat die lieden op de puinhoopen der _Romeinsche_ +oudheden wonende, eenigzins met de Geschiedenis dier Volken waren +bekend geraakt, en tevens hunne verhevene gevoelens en edelen trek +na vrijheid hadden ingezogen. Sommigen meenen dat de reden, waarom +die van _Lyon_ zich zoo sterk tegen de omwenteling toonden, ook moet +toegeschreven worden aan een zekere jaloersheid, die 'er tusschen +deze stad en _Parijs_, als de twee grootste en voornaamste steden van +_Frankrijk_, plaats greep, en al van ouden datum bestond. _Parijs_ +voor de Hoofdstad te moeten erkennen, kwetste de eerzucht van _Lyon_, +en _Parijs_ had de omwenteling begonnen, en speelde 'er de hoofdrol +in. Zoo moest dan deze ongelukkige stad, die reeds in onderscheide +tijdvakken, de allerakeligste moord- en bloedtooneelen had opgeleverd, +nog eens eenen rampzaligen burgeroorlog, en de betreurenswaardige +gevolgen van dien, ondervinden. Met aandoening hoorde ik dikwijls +verscheide omstandigheden dien aangaande vertellen; de _Lyonnezen_ +schenen mij genegen, om hier over met vreemdelingen te spreken, +en geen wonder, dat men diergelijke tijdvakken niet ligt vergeet; +daarbij vindt men hier schier overal gedenkteekenen, die 'er aan +herinneren. Men verzekerde mij, dat deze noodlottige gebeurtenis, +omtrent 20,000 menschen aan de stad _Lyon_ gekost heeft; het +getal komt mij wat groot voor. Zonderling is het ondertusschen, +dat de Generaal Prescis, Kommandant der stad, met zijne Officieren +gelegenheid gevonden heeft, om zich door de vlucht te redden, en +de straf te ontgaan, terwijl eene menigte jonge lieden en burgers +van _Lyon_, door hem misschien opgezet en zekerlijk misleid, (want +anders zouden zij niet vermetel genoeg geweest zijn, om eene stad, +die geheel buiten staat was, om eene belegering uittehouden, tegen +eene magtige Armée te willen verdedigen) terwijl, zeg ik, deze in de +stad bleven, en door de belegeraars als muitelingen, misschien op eene +te strenge, of te algemeene wijze, werden gestraft.--Men schijnt, +ten opzigte van dezen Prescis verscheide ongunstige vermoedens te +voeden; doch het is buiten mijn bestek, om hier verder in te treden. + +Den 30 Julij, hoewel het al weder onophoudelijk regende, ging ik al +vroegtijdig uit; het was zoo guur, als bij ons in de maand October. De +kaai opgaande, langs de _Saone_, klom ik 'er tegen over de rots, +daar het Kasteel _Pierre en Cize_ op plagt te staan, de hoogte +op. Hier ziet men de overblijfsels van de oude Vestingwerken, +die ten tijde van de belegering veel verwoest, en vervolgens +grootendeels gesloopt zijn geworden; het ruwe en stormachtige +weder gaf aan die puinhoopen een nog treuriger aanzien--men ziet +hier stukken van muren van eene ontzaggelijke dikte, en zeer ruime +onderaardsche gewelven; sommige bestaan bijna nog in hun geheel, +en zijn zoo groot, dat het wel Kerken gelijken. Het Fort _St. Jean_ +stond voorheen op deze hoogte, en moet, naar de puinhoopen, die men +'er nog van ziet, te oordeelen, eene aanmerkelijke sterkte geweest +zijn--welligt had deze plaats aan een' schrijver van oude ridder- +en spookromans, aanleiding gegeven tot sombere en verschrikkelijke +invallen--en ik onder een brok van een ouden muur een weinig voor den +regen schuilende, en dien boêl overziende, dacht aan de ellendige +inrichting der menschelijke maatschappij waartoe deze vreesselijke +muren, met zoo veel moeite en kosten opgerigt?--dienden zij ter +beschutting tegen een' vernielenden watervloed, of om de woede van +uitgehongerde roofdieren aftekeeren--neen! maar alleen, om menschen +tegen menschen te beveiligen.-- + +Hier en daar heeft men een schoon en uitgestrekt gezigt. Wat verder +komende, zag ik, dat men bezig was met den muur van de stad, doch ook +alleen maar een' enkelen muur, weder op te bouwen. Zoo maken en breken +de menschen aanhoudend. Ja! wat hebben wij sedert 18 a 19 jaren niet al +zien maken en breken, opbouwen en verwoesten. Men bediende zig tot het +opmetselen van dien muur, onder anderen van een' roodachtigen steen, +die scheen zamengesteld te zijn uit een menigte kleine keitjes. Mij +dunkt, dat dezelve gepolijst zijnde, fraai moet wezen; bij ons zou +men daar wel gebruik van weten te maken, doch hier is het marmer en +diergelijke steenen verkrijgbaar genoeg. Zelfs niet ver van deze stad +vindt men aanmerkelijke steengroeven. Onzen weg vervolgende, zagen +wij de Kerk van het voormalig _Karthuizer_ Klooster, ook op deze +hoogte gelegen; de Kerk is fraai met smaak gebouwd, en wordt thans +voor een _Parochie_ gebruikt; zij schijnt van binnen ook gewit en +opgemaakt. Het groot Altaar in het midden van het koor, is van marmer +van onderscheide kleuren zeer fraai gemaakt; boven hetzelve is een +konstig gewerkt geheel verguld verhemelte (_baldachin_), rustende op +marmeren kolommen--ik zag 'er ook eenige redelijk goede schilderijen +van _Fransche_ Meesters. Deze Kerk pronkt met een' fraaijen koepel, +en is zeer licht. Ik beklaagde mij niet van deze wandeling gedaan te +hebben, hoewel ik door nat was. + +In het voorbijgaan vernam ik aan het Bureau van de schuit op _Avignon_, +dat dezelve, om den aanhoudenden sterken stroom en het hooge water, +zoo als men wel gevreesd had, niet had kunnen varen, en waarschijnelijk +in de eerste dagen nog niet varen zou--ik wilde toch zoo gaarne de +reis te water doen, hoe vreesselijk men die hier ook afschildert. 's +Avonds, door den regen niets beters te doen wetende, ging ik in het +_Theatre des Varietés_, en zag 'er _les brigand de Calabrie_, ook ik +'t _Hollandsch_, onder den naam van: de Struikrovers van _Calabrien_ +vertaald, en na hetzelve _Palmire et Alminor_, getrokken uit de +geschiedenis van den Verloren Zoon; beide zijn Melodramas, dat is te +zeggen, Toneelspelen, met muzijk verzeld, doorgaans speelt het orchest, +als de voorname personen opkomen of afgaan. Deze soort van stukken +is gemeenelijk opgesierd met marschen, balletten, gevechten en veel +théatralen toestel. Zij worden in _Frankrijk_ niet op tooneelen van +den eersten rang gespeeld, en door velen als onregelmatig en in een +slechten smaak (_d'un mauvais genre_) afgekeurd; doch ik beken gaarne, +dat ik 'er verscheide gezien heb, die mij veel meêr bevielen, dan de +groote Opera's, waarmede men te _Parijs_ zoo veel op heeft. Beide de +genoemde stukken werden nog al redelijk gespeeld, zoo dat ik mij nog +niet erg verveelde. Het _parterre_ maakte hier zoo wel als te _Parijs_ +tusschenbeide een vreesselijk geweld. + +Den 31 Julij, al weder regen. Heden gingen wij eenige Fabrieken van +zijden stoffen en zijden fluweelen enz. zien, onder andere die van de +Heer Pereau op de kaai van de _Rhone_, dat een van de voornaamste is; +hier is de stapel kostbare stoffen en fraaije borduurselen, waarvan +'er sommige moesten gebruikt worden bij de aanstaande kroning van den +nieuwen Keizer, zoo ook voor behangsels van bedden, en bekleedsels +van onderscheide meubelen aan het Hof; want het schijnt, dat het +Keizerlijke in pracht en kostbaarheid niet voor het voormalige +Koninklijke zal willen onderdoen: en wat voer men daar in het begin +van de omwenteling tegen uit, trouwens, en dit kan men vooral met regt +van de _Franschen_ zeggen, "de tijden veranderen en de menschen ook." + +Ik kwam op straat een' Priester tegen, die openlijk de hostie naar +een zieke droeg; een man met een bel ging vooraf, zoo als zulks +in de _Roomsche_ Landen gebruikelijk is; vele menschen knielden, +alle namen de hoeden af. Ik had hier ook al een begravenis met +Priesters en kerkelijke plegtigheden gezien, en ik vernam dat 'er ook +somtijds proçessien gaan. Waar toe toch al deze toestel en openlijke +vertoningen; de geloovigen, dunkt mij, zullen 'er niet gelooviger door +worden, en de ongeloovigen nog veel minder; was het dus niet beter, +dat men, om zich aan geene spotternij bloottestellen, en om anderen +niet te ergeren, of aanleiding tot onaangenaamheden en verwijdering +te geven, binnen de kerkgebouwen bleef; daar mogen de onderscheidene +geloofsbegrippen te pas komen, daar zijn wij Joden, Roomschen of +Protestanten, op de straten en andere plaatsen zijn wij alle burgers, +en hoe minder wij ons in dien kring door onderscheidene benamingen, +leuzen of diergelijke trachten te onderscheiden, hoe meer wij immers +de eensgezindheid en alzoo het algemeen geluk bevorderen. + +Na den middag was het nog al redelijk goed weder, en ik wandelde +de kaai van de _Saone_ zuidwaards op, langs de puinhoopen en +nog overgeblevene muren van het Arsenaal, bijna geheel door het +bombardement vernield, gelijk ook een groot gedeelte van deze +wijk, en waar van nog maar weinige huizen zijn opgebouwd. Ik kwam +vervolgens aan de hier zoo beroemde werken van Perrache, die de +vereeniging van de twee rivieren omtrent 1100 halve roeden (_toises_) +voor uit heeft gelegd, zoo dat de stad hier door een aanmerkelijk +stuk gronds wint. Voor _Hollanders_, aan dijken en droogmakerijen +gewoon, baart dit werk niet veel verwondering. Men heeft hier ook +aangename wandelingen, en ik keerde langs de kaai van de _Rhone_, +die daar aangenaam beplant is, weder terug. Behalve de huurkoetsen +(_fiacres_) vindt men in deze stad, en de omliggende streken, ook nog +een ander soort van rijtuigen, het zijn ligte wagentjes, zeer laag, +en op vier wielen, die door één paard getrokken worden; de banken +zijn in de lengte geplaatst, zoo dat men 'er op zijde, rug tegen rug, +en de beenen buitenwaarts inzit; op de banken, waarvan sommigen op +riemen hangen, liggen matrassen; doorgaans kan men 'er met zes en meêr +personen in zitten, zij worden veel gebruikt, om na buiten te rijden; +men vindt ze gemeenlijk staan, bij de voorname uitgangen van de stad, +en kan ze daar goedkoop huren. Die rijtuigen worden _Carioles de Lyon_ +genaamt, en de voerlieden, die ze verhuren _des Carioleurs_. + +Heden den 1 Augustus is het weder nog al redelijk, en het scheen, +dat de regen toch eindelijk eens zou ophouden; wij bepaalden dan ons +vertrek op morgen, indien wij eenige reisgenooten konden vinden, om +een schuitje (_bateau de poste_) tot _Avignon_ met ons te huren. Hier +in slaagde ik zonder veel moeite, wij waren met acht personen, en +huurden zoo een schuitje voor zes _Louis d'Ors_, onder beding dat het +goed met planken overdekt, en van zitbanken en stroo, om de voeten in +te zetten, voorzien moest zijn; vooral ruim en stevig genoeg, ook in +allen opzigte geheel tot onzen dienst, zoo dat wij hier en daar des +goedvindende konden aanleggen, mits de reis 'er niet te veel door +werd vertraagd; de schipper mogt niemand buiten onze toestemming +aan boord nemen enz. Alle diergelijke voorwaarden behoort men te +voren wel uitdrukkelijk te maken, om daarna geene moeijelijkheden te +hebben; omtrent dit alles overeengekomen zijnde, gaf mij de schipper +(_patron_) een _Louis d'Or_ op hand, ten blyke, dat de overeenkomst +gesloten was, dit is genoegzaam door geheel _Frankrijk_ gebruikelijk, +het zij de huurder of verhuurder, kooper of verkooper die geeft, men +noemt dit handgeld _les arrhes_; voorts was de afspraak, dat wij morgen +ochtend met het krieken van den dag zouden vertrekken, indien de wind, +die noorden was, zoo bleef, kunnende 's avonds van denzelfden dag dan +nog te _Avignon_ zijn; de schipper zou ons in dat geval laten roepen; +doch als de wind veranderde, behoefden wij zulk een haast niet te +maken, omdat men dan toch een nacht onderweeg moest slapen. + +Daar nu onze afreis bepaald was, en ik al, wat hier merkwaardig is, +genoegzaam gezien had, bleef mij nog over, om in een voornaam magazijn +een kleine voorraad van _Lyonsche_ zijden kousen te kopen, en ik +vond 'er zeer goede voor £ 9-:-: het paar, zoo witte als zwarte. Het +overschot van mijn' tijd besteed ik nu, om aan u te schrijven, en +dezen brief te sluiten, na u vooraf nog het een en ander aangaande +deze stad te hebben medegedeeld. + +Van ouds droeg _Lyon_ den naam van _Lugdunum_, en had dus bijna +denzelfden naam als ons _Leyden_ _Lugdunum Batavorum_; misschien had +men 'er _Batavorum_ bijgevoegd, om die stad van het _Lugdunum_ der +_Gaulen_ te onderscheiden. Naderhand werd _Lyon_ een Aartsbisdom en de +Hoofdstad van de Provincie _le Lyonnois_, thans is het de Hoofdplaats +van het Departement van de _Rhone_ en het verblijf van de _Prefecture_ +en _Tribunal d'Appél_; men begroot het getal der inwoners, naar men +mij verzekerde, nog heden op omtrent 120,000. _Lyon_ wordt op 100 +_Fransche_ mijlen afstands van _Parijs_ gerekend, doch over _Dyon_ is +het verder; zij is omtrent 40 van deze laatstgenoemde plaats gelegen, +en 48 van _Avignon_ De hoofdstad niet zijnde, noemen de _Lyonnezen_ +hun stad egter de tweede van _Frankrijk_; want zij worden voor zeer +hoogmoedig en eigenbelangzoekend (_egoistisch_) gehouden; zoodat +_Lyon_ voor hun schier alles, en het heeläl bijna niets is; dezen +karaktertrek schrijf ik al weder toe aan de hooge Geestelijkheid +van die stad; want deze door hunnen alles vermogenden invloed gaf +toch den voornaamsten plooi aan 's volks denk- en handelwijze; +oordeel of het ook groote sinjeurs moeten geweest zijn; van den +Aartsbisschop af, tot den laatsten Kanunnik van het Domkapittel toe, +noemden zij zich _Comte de Lyon_; het waren alle Prinsen en Graven, +zij moesten 16 kwartieren, zoo van 's vaders als van 's moeders +zijde in hun wapen voeren, en de Koning van _Frankrijk_ was hun +eerste Kanunnik. Deze geestelijke Graven, die zich de navolgers van +den nederigen Christus noemden, waren zoo verregaande opgeblazen, +dat zij zich met de Godheid, dien zij erkenden, schenen gelijk te +willen stellen: want zij knielden niet in tegenwoordigheid van de +Hostie. Dit hadden zij zelfs tegens de _Sorbonne_ [32] volgehouden, +tot dat, naar men zegt, Lodewijk de XIV. zich eens onder hun in de +_St. Jans_ of _Domkerk_ bevindende, goedvond om te knielen; nu konden +zij welstaanshalve toch ook niet anders doen, zij knielden dan, +maar voor wien, voor God of voor den Koning?--Ik wenschte, dat zoo +vele brave en achtingswaardige Roomschgezinden, met alle diergelijke +schandelijke zaken, waar door men den godsdienst ontluisterd, wat meêr +bekend waren. De geschiedenis doet ons egter ook een' Aartsbisschop +van _Lyon_, die in het laatst van de afgelopen eeuw geleefd heeft, +als een' achtingwaardig man, kennen, voornamelijk om de vriendschap +tusschen hem en den vermaarden wijsgeer en schrijver Thomas [33], +die te _Lyon_ in de armen van dien Aartsbisschop, genaamd Montaset, +gestorven, en op deszelfs landgoed, even buiten de stad, begraven is; +waar de redelijke Montaset zijn overleden vriend dan ook een graftombe +oprigtte, die hij door zijn tranen aan de vriendschap heiligde. + +Onder verscheidene vermaarde mannen, konstenaars en geleerden, werd +ook Pierre Perrin, stichter van de _Fransche Opera_, en dus voor de +_Franschen_ wel een groot man, hier geboren: hij voerde den titel +van _Abbé, Conseiller du Roi_ enz. en werd het eerste bevoorregt +met het Koninklijk verlof (_lettres patentes_) om de Koninklijke +Muzijk-Akademie opteregten, in 1669. De eerste Opera, die hij in +'t openbaar gaf, (te _Parijs_ in 1671) was _Pomone_ genaamd. Hoewel +de versen, van Perrin zijn eigen maaksel, zeer slecht waren, werd het +stuk toch zeer toegejuicht en acht maanden agter elkanderen gespeeld, +zoo dat deze Opera, hem alleen voor zijn aandeel 30,000 Livres opbragt; +doch zoo als het gemeenelijk gaat, de voorspoed werd door de afgunst +gevolgd, en Perrin was al schielijk verpligt om zijn voorregt tegen +een sommetje aftestaan; zijn geluk was dan van korten duur, en hij +stierf te _Parijs_ omtrent het jaar 1680. De beeldhouwers Coysevox en +de twee Coustou's, zijn ook van _Lyon_, als mede Joseph Vivien een van +de uitvinders van het teekenen met pastel. Op de geboorte van Caracalla +heeft de stad _Lyon_ geen reden om roem te dragen--en hoe zeldzaam +had het menschdom reden, om de geboorte van een' Keizer of Koning te +zegenen!--Onder verscheidene Kerkvergaderingen (_Conciliën_) die hier +gehouden werden, zijn die van 1245 en 1274 vermaard, de eerstgenoemde +niet alleen, omdat bij hetzelve besloten werd, dat de Kardinalen +voortaan roode hoeden zouden dragen; maar bijzonder ook omdat Keizer +Frederik de IIde, in den ban gedaan, en van het Keizerrijk ontzet +werd door Paus Innocentius den IV.; de andere door de geloofspunten, +die daar verhandeld werden, was de voorname oorzaak van de scheuring +der kerk, door de afzondering der _Grieken_--maar ik houde mij op, +met u dingen te vertellen, die gij misschien lang weet, in plaats +van naar bed te gaan, wijl ik 'er morgen vroegtijdig uit moet. + + + + + +ZEVENDE BRIEF. + +_Avignon, 3 Augustus._ + + +Gisteren morgen om 4 uren voeren wij van _Lyon_, af; want de wind +was wat veranderd, en wij hadden geen hoop, om denzelfden avond +hier te zijn. De schuit was volgens afspraak; doch 'er ging maar één +schipper mede, en dit beviel velen van onze reizigers, die het hoofd +vol zwarigheid hadden, in 't geheel niet; ik voor mij was hier omtrent +minder ongerust, want had 'er niet deskundigen over gesproken, en men +verzekerde mij, dat 'er met bekwame schippers, zoo als die lieden +hier doorgaans zijn, op deze rivier geen gevaar te vreezen is. Wij +voeren onder de groote steenen brug (_pont de la Guillotière_) door, +doch langs den kant, omdat daar de minste trekking is. De stroom in +het midden onder deze brug is verbaasd snel. Weldra kwamen wij aan de +plaats, waar zich de _Saone_ met de _Rhone_ veréénigt; de afscheiding +van het water dezer twee rivieren, is aan de onderscheidene kleuren +duidelijk te zien, en maakt als een streep op het water. De stroom +is hier ook zeer sterk, zoo dat ons schuitje begon te hobbelen, en +eenigen onzer reizigers zeer zuinig te zien. Het land aan de oevers, +stond hier en daar onder water; zulk eene overstrooming, in dit +jaargetij, heeft hier niet dan zeer zeldzaam plaats. Te _Givors_, een +steedje omtrent drie mijlen van _Lyon_ aan den oever van de _Rhone_ +gelegen, moest de schipper aanleggen, om tol te betalen, en wij +stapten aan land, om onderwijl eens rond te zien. Door zijne gunstige +gelegenheid is dit plaatsje nog al handeldrijvend, en de inwoners, +die grootendeels vrachtschippers en _Commissionnairen_ zijn, voeren +vele goederen, als ijzer en steenkolen, komende van _St. Etienne_, +waar een groote geweer- en andere ijzeren instrumenten-fabriek is; +'er zijn ook steenkolen-mijnen niet ver van _Givors_; zij brengen +'er dan ook een groote hoeveelheid van naar _Lyon_, en gebruiken +'er zelve zeer veel in de flessen-fabrieken, die hier ook een' +voornamen tak van bestaan opleveren; men verhaalde mij, dat 'er thans +zes aan den gang waren. Ook wordt 'er zijde in de omstreken geteeld, +en ik zag een paar vrouwen bezig met de poppen aftehaspelen. Hoewel +de wind niet zoo gunstig was als gisteren, vorderden wij echter door +den snellen stroom al vrij spoedig, en hadden _Givors_ nog niet lang +achter den rug, toen wij _Vienne_, twee mijlen van daar gelegen, reeds +ontdekten; die stad ligt tegen en tusschen de bergen en doet zich, +van de rivier te zien, aangenaam op. Zij is zeer oud, uitgestrekt, +maar weinig bevolkt. 'Er is een fabriek van groote ijzeren en stalen +werktuigen. Men noemt deze stad _Vienne en Dauphiné_, of thans _dans +le Departement de l'Isère_, om dezelve van _Weenen_ in _Oostenrijk_ +(_Vienne en Autriche_) te onderscheiden. Even buiten de stad aan den +kant van de rivier, staat een oude pyramide of naald, onder den naam +van _l'Eguille_ bekend; ik kon dezelve van de schuit duidelijk zien, +en vind daar van aangeteekend, dat zij op een vierkant gewelf staat, +ondersteund wordende door vier pilaren van 20 à 24 voeten hoog; de +naald zelve is bijna van dezelve hoogte. Hoewel 'er hoegenaamd geen +opschrift op staat, veronderstelt men, dat het de grafnaald is van den +een' of anderen _Romein_. Midden in de rivier, omtrent voor de stad, +zag ik ook de overblijfsels van een steenen brug. Omtrent een half +uur verder ziet men aan de linkerhand eenen geheel met wijngaarden +beplanten heuvel, het was den om zijn' lekkeren wijn vermaarde +_Côte Roti_. Niet ver van daar, aan de regterhand, ligt het steedje +_Condrieu_; hier moest men weder aanleggen om tol te betalen; want 'er +zijn verscheidene tollen op deze rivier; voor dezen was de vracht dan +ook goedkooper, naar onze schipper verhaalde, maar thans moet 'er te +veel af. Wij gingen ons hier weder een weinig vertreden. Verscheidene +vrouwen, die 'er alles behalve bevallig uitzagen, kwamen vruchten +en wijn te koop veilen. De wijn van _Condrieu_ is beroemd, vooral +de witte, wij kochten 'er dan ook van en betaalden 20 _sols_ de fles +[34]. Zij was zeer goed, en het speet ons naderhand, dat wij 'er niet +meêr voorraad van hadden opgedaan. Het stadje is aan den voet van +een' heuvel gelegen en ziet 'er nog al redelijk uit. Ook hier is het +grootste gedeelte van de ingezetenen schippers en schuitenmakers, +en vele tevens wijngaardeniers; want wijn is bijna het eenigste +voortbrengsel van dezen grond. De vader van den vermaarden Marschalk +de Villars, die den 6 Maart 1714 in naam van Lodewijk den XIV. den +vrede te _Rastad_ teekende, is hier geboren; ik vertel u dit, omdat +het eenige betrekking heeft tot onze Vaderlandsche Historie; maar +maak met meêr genoegen melding van een menschlievenden en weldadigen +Roomschen Priester, die hier in 1727 een Gasthuis stichtte. Het was te +wenschen dat het voorbeeld van dien goeden man door zijne ambtgenoten, +van welke Geloofsbelijdenis zij ook zijn mogen, wat meêr gevolgd wierd, +en deze Heeren zich niet alleen vergenoegden met de weldadigheid te +prediken, zoo als zij doorgaans gewoon zijn. Weder aan boord zijnde, +haalde ieder zijn' voorraad voor den dag, en men ging ontbijten; +ons gezelschap was nog al vrij wel, en bestond onder anderen uit een +jong militairen Chirurgijn, die een _Gasconjer_ was, en een soort +van Landjonker, die op een Landgoed in _Provence_, aan de grenzen +van _Italië_ woonde; beide deze lieden, vooral de Chirurgijn hadden, +hier meêr gereisd en nog al eenige kunde; 'er viel dan tusschen beide +ook nog al wat te praten, met kijken had ik inzonderheid veel te doen; +want de oevers van de _Rhone_ leveren doorgaans eene verscheidenheid +van aangename gezigten op. Wij zagen hier een slang, naar gissing +twee à drie voeten lang, digt voor de schuit heen, en zoo het scheen +dwarsover zwemmen, hij streek bijna over de oppervlaktes van het water +en was zeer vlug. Toen men met smaak een stuk uit de hand had gegeten, +merkte onze Chirurgijn aan, dat diergelijk koud en eenvoudig voedsel, +vooral vruchten, toch wel zeker gezonder is, dan zoo vele konstig +bereide en warme, of veel liever heete spijzen; dit betoogde hij +eenigzins op eene geneeskundige wijze, en ik was het volkomen met hem +eens; de landjonker, hoewel genoegzaam met ons van hetzelfde gevoelen, +zeide, dat hij veel met _Engelschen_ en _Amerikanen_ omgegaan hebbende, +de gewoonte aangenomen had, om 's morgens thee te drinken, en dat deze +drank alzoo voor hem eene volstrekte behoefte geworden was, doch dat +hij anders ook zeer vele vruchten at, en 'er zich zeer wel bij bevond; +hij verhaalde ons verder, dat hij een' kok gekend had, die bij een +voornaam man van zijn kennis te _Venetië_ woonde, en sedert verscheide +jaren, niettegenstaande hij dagelijks de keurigste spijze in overvloed +bereidde, genoegzaam niets anders nuttigde, dan vruchten, eenige rauwe +groentens, wortelen, brood, en voor allen drank koud water; dat deze +zonderlinge kok zich daarbij gezond en sterk bevond, daar hij voorheen, +eer hij die levenswijze had aangenomen, gedurig ongesteld en zwak was: +in het begin had hem dit wel eenige moeite gekost, doch hij had het +volgehouden; en eindelijk verkoos bij zijne vruchten en wortelen, uit +smaak, boven de uitgezochtste lekkernijën; een en andermaal had hij +zijn' Heer, die aan overdaad gewoon, en dus ongezond was, aangeraden, +om van levenswijze te veranderen, en zijn voorbeeld te volgen; deze +hier geen' zin in hebbende, en dus minder redelijk dan zijn kok, werd +die raad moede, en zeide hem eens, dat hij zijn handwerk weinig eer +aan deed; dat, indien men hem gehoor wilde geven, hij dan ook geen +kok meer van nooden had: geen zwarigheid, antwoordde deze, gij zult +gezond worden, en ik zal wel een' anderen dienst vinden.--Maar als +ieder uw voorbeeld, dat gij zegt zoo heilzaam te zijn, eens volgde: +was de tegenwerping; en de kok besloot met te zeggen, dat hij niet +geloofde, dat zulks althans gedurende zijn' leeftijd plaats zou hebben; +doch als het al eens gebeurde, dat dan de maatschappij zulk eene +groote verandering zou ondergaan, dat hij een zijns gelijken geene +moeite zouden hebben, om een stukje lands te vinden, daar zij het +weinige voedsel, dat zij noodig hadden, op telen konden [35].--Wat +zegt gij van dezen wijsgeerigen kok?--Ik heb wel Professorale lessen +gehoord of gelezen, die zoo goed niet waren. Al pratende kwamen +wij voor _Tournon_, een stadje in het Departement _de l' Ardèche_, +voorheen _Languedoc_; het is aardig gelegen aan den voet van een' +berg; 'er is een zeer groot gebouw, dat voorheen een kollegie was, +aan de Jesuiten behoorende, doch sedert de afschaffing van dezelve, +werd het door wereldlijke bestuurd, en thans is het een Kweekschool, +onder opzigt van het Gouvernement; het is aangenaam aan den oever +van de _Rhone_ gelegen. Over _Tournon_ aan den linker oever van de +rivier ligt een plaatsje, _Thain_ genaamd; van hetzelve valt niets +anders aanteteekenen, dan dat de beroemde hermitage-wijn digt daar +bij groeit. Men ziet door de wijnstokken, waarmede zij beplant is, den +geheel groenen heuvel van de rivier; deze heuvel is niet groot, doch al +de wijn, die in den omtrek groeit, noemt men even eens Hermitagewijn, +en deze wordt ook al duur verkocht; want het gaat hier mede zoo als +met mêer andere dingen; vele menschen die geene fijne kenners zijn, +houden zich te vreden met den blooten naam. Omstreeks _Thain_ plagt +ook een goudmijn te zijn, naar men verzekert; doch dezelve is thans +geheel verwaarloosd, het geen mij verwondert; want een goudmijn zou +thans in _Frankrijk_ wel te pas komen. Daar _Tournon_ en _Thain_ zoo +digt bij elkanderen liggen, vraagt men spottenderwijze, _"Combien y a +t'il depuis Thain à Tournon [36]?_" en volgens een slechte uitspraak, +"_Combien y a t'il depu Thain (putains) [37] à Tournon_. Men verhaalt, +dien aangaande een' aardigen kwinkslag. Ten tijde van Lodewijk den +XIV. bevond zich een man van _Tournon_, op reis met iemand, die tot +het hof van _Versailles_ behoorde; deze hoveling vroeg ook spottende +aan onzen man: "_Combien y a t'il depu Thain (putains) à Tournon?_" +en deze had de tegenwoordigheid van geest, om hem zonder bedenken +te antwoorden: "_Oh! ce n'est pas la peine d'en parler; mais dites +moi combien y a t'il bien de Maintenon (des Maintenons) à Versailles +[38]?_" Gij vat de kneep, en zult zekerlijk zoo wel als ik dien trek +van tegenwoordigheid van geest bewonderen. Vervolgens kregen wij +_Valence_ aan den linker oever van de rivier gelegen, in het gezigt, +gij zult uit de afbeelding zien, dat die stad niet onaardig gelegen +is; niet ver van deze stad, en eer men aan dezelve komt, werpt zich +de rivier _l'Isère_ in de _Rhone_. Onze reisgenoot de Chirurgijn +herinnerde ons, dat het hart van den laatst overledenen Paus in de +Kerk van _Valence_, in een looden kistje bewaard werd. Hij zelve had +het niet lang geleden gezien, daar wij hier toch aan moesten leggen, +en dat al weder om tol te betalen, besloten wij, om de stad eens in te +gaan, en aldaar de Pausselijke overblijfsels te gaan bezigtigen. Het +was even na den middag, en brandend heet, zoo dat deze bedevaart ons +een zweetje koste; op verscheide plaatsen in de straten, waren echter +nog al zeilen van het eene huis tot het andere uitgespannen om schaduw +te geven. Wij zagen in de Hoofdkerk, in een Kapel, die geschilderd +was met een' zwarten grond, waarop hier en daar doodshoofden en +Pausselijke versierselen, op een soort van klein altaartje, het +geen midden in dezelve stond, een houten doos of kistje, en hier in +was het looden, dat het hart en de ingewanden van den Paus bevatte; +dit kistje was overdekt met een kleed van violetkleur fluweel met +gouden franjes, en waarop de Pausselijke muts en sleutels met goud +geborduurd waren; een soort van lijklamp hing 'er boven, en werd, +naar men mij verzekerde, altijd brandende gehouden. Deze Kapel is +met een ijzer hek gesloten, en boven hetzelve leest men: "_Ici sont +deposés le coeur et les entrailles de_ Pie VI." Die Paus is in deze +stad, om den oorlog of de gevolgen van dien _Rome_ ontweken zijnde, +hier staatsgevangen gehouden en gestorven. Zijn ligchaam is naar +_Rome_ gevoerd; doch op aanzoek van Bonaparte, zoo men zegt, zijn +zijne ingewanden hier wederom terug gebragt, en men wil, dat 'er een +graftombe zal opgerigt worden, om dezelve in te bewaren. Aan of in de +Kerk, die een donker en slordig voorkomen heeft, is voor het overige +niets bijzonders te zien. Ook zag ik niets aanmerkelijks in de stad, +het is de hoofdplaats van het Departement _la Drome_, voorheen _du +Valentinois en Dauphiné_. Het verblijf van de Prefecture, en een +_Tribunal de première instance_, is zeer oud en met muren omringd; +de omstreken schenen mij toe nog al aangenaam te zijn. _Valence_ is +door een heuvel, in de gedaante van een halven cirkel, natuurlijk +beschut, en dat op eene wijze, als of het door kunst gemaakt was: +men vindt hier omstreeks goede en zuivere bronnen; de zijdeteelt is +ook een voorname tak van bestaan van de inwoonders. Voorheen was 'er +een Universiteit, die verscheide voorname Rechtsgeleerden opgeleverd +heeft. Het bijgaand fraai gezigtje zal u een denkbeeld geven van de +ligging dier stad. Omtrent drie mijlen onder dezelve, valt de rivier +_le Drome_ in de _Rhone_: deze laatstgenoemde rivier is hier al vrij +breed, en wij werden reeds van verre door het hevig gedruisch van het +water den snellen stroom gewaar. De rivier geleek hier op sommige +plaatsen naar eene hevig ziedende pot: sommigen van ons gezelschap +begonnen dan ook zeer bevreesd te worden, doch onze schipper, die +mij toescheen een nuchter en bekwaam man te zijn, verzekerde, dat +hij het gevaar wel zou weten te vermijden; zoo dat men niet ongerust +behoefde te zijn; wij kwamen 'er dan ook zonder eenig letsel over; +maar werden door de golven ter deeg geschommeld. De groote toevloed +van water, vooral thans, na eene zoo sterken en aanhoudenden regen, +en eenige rotsen of klippen in de rivier, en onder het water staande, +veroorzaken deze geweldige bruisching. Het was omtrent zeven uren +des avonds, toen wij _Ancone_, een dorpje aan de linker oever van de +_Rhone_ naderden: Onze schipper (_patron_) zeide, dat wij daar een +redelijk goede herberg zouden vinden, en dat het dus raadzaam was, om +'er te blijven overnachten. Het voorstel werd algemeen aangenomen; maar +de herberg, die men ons aanwees, zag 'er in 't geheel niet breed uit, +en wij dachten, dat, zoo wij 'er al konden slapen, het niet anders dan +op stroo zou zijn. Ook hier werd het spreekwoord, dat schijn dikwijls +bedriegt, bewaarheid, en wij stonden niet weinig verwonderd, toen men +ons langs een' grooten trap en langen gang verscheide redelijk goede +kamers aanwees, en 'er was voor ieder een bed; dit viel dan niet weinig +mede. Wij stelden nu verder onzen landjonker tot Hofmeester aan, om het +avondmaal enz. te bestellen, te meer, omdat hij zeer goed _patois_, het +geen de landtaal is, sprak, en ik ging met den Chirurgijn landwaards +in, naar den kant van _Montelimart_, dat maar een half uurtje van hier +gelegen is. Wij zagen het liggen, doch vonden het te laat, om 'er naar +toe te gaan, wijl de afspraak was, dat wij vroeg zouden eten en naar +bed gaan: om den volgenden morgen weder vroeg in de kleêren te zijn. Te +_Montelimart_ zijn veel Protestanten; de inwoners waren van de eerste, +die de hervorming van Calvin aannamen; het is nog al redelijk bevolkt, +en vrij welvarende, omdat de groote weg van _Lyon_ naar _Marseille_ +en _Italië_ 'er doorloopt, en de landstreek vruchtbaar is; wij zagen +dan hier ook fraaije boeren-hoeven; de landlieden waren grootendeels +bezig met hun koren door muilezels te laten treden, (_fouler_), zoo +als bij ons de vlasballen worden gedaan. Het zag 'er, niettegenstaande +het ongunstig weder, vrij wel uit. Behalve eenige andere vruchtbomen, +waren de meesten, die ik hier zag, moerbeziën; want de zijdeteelt is +ook hier omstreeks een voornaam bedrijf, en heeft waarschijnlijk aan +dezen kant zijn oorsprong in _Frankrijk_ genomen. De natuurkundige de +Faujas [39], zegt in een' zekeren brief: dat de eerste moerbezieboom +in _Frankrijk_ gebragt werd, ten tijde van de laatste Kruisvaart door +eene Gui-Pape-Saint Auban, een mijl van _Montelimart_. Dat deze oude +moerbezieboom nog bestaat, en dat de Heer de Latour Du Pui-la Chaux, +dit gedenkteeken van den landbouw had doen in waarde houden, door +'er een muur om te bouwen, en te verbieden, dat men 'er de bladeren +van plukte. De afstammelingen van dezen ouden boom, bedekken thans +een goed gedeelte van den _Franschen_ grond, en brengen aan den staat +een inkomen op van verscheiden millioenen. Dit een en ander had ik +voor mijn vertrek van _Parijs_, uit een der dagbladen, opgeteekend; +hopende gelegenheid te zullen hebben, om dien merkwaardigen boom te +zullen zien, doch nu was het te ver; daarbij wisten de lieden alhier, +mij 'er geen genoegzaam narigt van te geven; ik zou dan eerst naar +_Montelimart_ hebben moeten gaan, om 'er na te onderzoeken, en dit +zou te veel tijd gevorderd hebben: dus zag ik, hoewel niet zonder +leedwezen, van dit ontwerp af. + +In 1762 vonden eenige arbeiders, omstreeks dit dorp _Ancone_, in een +tuin gravende, een groote Lijkbus (_urne_), waar een lijk in was, +hebbende op het hoofd eene gouden kroon, en aan een oor een ring van +hetzelfde metaal. Meêr vond ik hier niet van aangeteekend, en sommige +inwoners, die ik 'er hier na vroeg, konden 'er mij ook niets naders +van zeggen. + +'t Was een warme dag geweest, de avondstond was regt koel en +verkwikkende. Om hier wel genot van te hebben, ging ik eenzaam op de +vlakke oevers van de _Rhone_, die men hier heeft, even als bij ons +aan zee, wandelen. De bergen en rotsen aan den overkant, en boven +en beneden dezelve, maakten eene majestueuse vertoning; zekerlijk, +dacht ik, hebben sommige hunner voorheen stroomen vuurs en lava +uitgebraakt, terwijl men de sporen daarvan nog in deze landstreek +vind. Deze landstreek, te weten aan den overkant van de _Rhone_, +bekend onder den naam van _le Vivarais_, en thans behoorende tot het +Departement _de l'Ardeche_, werd oudtijds bewoond door de _Helvianen_, +die op het eind van de vijfde Eeuw, of het begin van de zesde, +door Sigismundus, Koning der _Bourguignons_, overwonnen werden. De +avond begon meêr en meêr te vallen, de horens van de beesten-hoeders, +die zich in de bergen deden hooren, en tegen de rotsen weêrgalmden, +verwijderden zich al verder en verder, eindelijk hoorde ik niets +meêr, dan het geruisch der rivier, en het gekraak der keisteentjes, +waarover ik liep, en waar deze oever als mede bezaaid is. Het werd +tijd, en ik begaf mij naar de herberg; daar zag ik met genoegen, dat +de tafel voor de deur, en alzoo niet ver van dien aangenamen oever +van de _Rhone_ gedekt was. 'Er was schier geen zuchtje aan de lucht, +zoodat de kaarsen, die men op tafel zette, zonder moeite aanbleven, en +het eten was goed, en smaakte, omdat wij honger hadden, uitmuntend. Wij +deden dan een regt aangenamen landelijken maaltijd; het oud moedertje +van den huize ziende, dat wij wel over haar te vreden waren, kwam +ook bij ons zitten snappen, en scheen zeer opgeruimd. Hadden wij den +volgenden morgen niet vroegtijdig op reis gemoeten, ik had hier zoo +spoedig niet van daan gekomen, doch nu was slapen de boodschap. + +Heden morgen om vier uren begaven wij ons weder scheep. De rivier +vertoont zich hier als geheel van bergen en rotsen omringd; de +gezigten zijn schilderachtig. Weldra kregen wij _Viviers_ hoofdplaats +van _le Vivarais_, in het oog; ook dit gezigt zou een zeer fraaije +teekening opleveren; doch die hier alles, wat de moeite waard is, wilde +uitteekenen, zou 'er wel eenige maanden mede kunnen doorbrengen. Dit +stadje is tusschen de rotsen aan den regter of westelijken oever +van de _Rhone_ gebouwd, en de hoofdkerk gelegen op een rots, die +boven de huizen uitsteekt; het schijnt een oud en groot gebouw te +zijn. Voor de omwenteling was _Viviers_ een Bisdom, en de Bisschop +voerde den titel van _Comte de Viviers_. Beneden aan den oever van +de rivier ligt een zeer groot, en zoo het schijnt, fraai gebouw; men +zegt dat het zoo veel vensters heeft, als 'er dagen in het jaar zijn; +nu 'er waren 'er inderdaad zeer veel; het diende voorheen tot een +_Seminarium_. Aan onze linkerhand zagen wij een oud Kasteel, dat de +schipper _le Chateau de Roche-mollet_ noemde, meêr wist men 'er mij +niet van te zeggen. Een eindweegs gevorderd zijnde, aanhoudend bezig +met de fraaije gezigten rondom ons te bewonderen, zagen wij _le Bourg +St. Andeol_, voorheen het verblijf van den Bisschop van _Viviers_, en +waar hij zijn paleis had. Dit stadje ziet 'er nog al wel uit, en is +aangenaam aan de regteroever gelegen: wij stapten 'er een oogenblik +aan wal, en kochten 'er wat provisie; want het water geeft eetlust, +en het werd tijd, om te ontbijten. Het oogenblik naderde vervolgens, +dat wij onder die vreesselijk vermaarde _Pont-Saint Esprit_, waar +van men ons zoo veel verteld had, door moesten varen. 'Er wierd raad +gehouden, of wij scheep zouden blijven, dan of wij ons voor de brug +aan wal zouden laten zetten, en op één na besloten tot het laatste, +als zijnde het algemeen gebruik; daarbij wilden wij wel een half uurtje +wandelen. Ik had anders nog al lust gehad, om 'er in te blijven, doch +voegde mij nu na de meerderheid van het gezelschap; onze reisgenoot, +die 'er in bleef, kon zwemmen, en trok zelfs zijn laarsen en rok +uit, om daar door, in geval 'er een ongeluk plaats mogt hebben, niet +belemmerd te worden; de schipper lagchte hier om, en verzekerde ons, +dat 'er geen gevaar was, en hij dien togt meêr dan honderdmalen, zonder +eenig letsel, gedaan had; maar het besluit was genomen, en wij stapten +een groot kwartier, voor dat wij bij de brug kwamen, aan land. Als +een pijl uit een boog zagen wij van daar ons schuitje wegsnellen, +en wandelden langs een' aangenamen weg, beplant met moerbezieboomen, +wijngaarden, en hier en daar olijfboompjes, de eerste die ik zag, +tot het stadje _Saint Esprit_. Het zal waarschijnlijk een sterkte +geweest zijn, en heeft een _citadel_ en _bastions_, maar heeft voor +het overige weinig te beteekenen; het is aan den regteroever van de +_Rhone_ gelegen, en behoort thans tot het Departement _du Gard_. Wij +zagen 'er in een lang en smal gebouw meer dan dertig vrouwen zitten, +die bezig waren met de zijde van de poppen te haspelen. De uitwaseming +van die poppen, die men in heet water legt, veroorzaakt eenen zeer +onaangenamen reuk, en men zegt dat het ongezond werk is, dat ik +zeer wel gelooven wil. Nogthans waren 'er onder die werklieden, +eenige meisjes die 'er wij wel uitzagen; maar misschien hadden +zij dit bedrijf ook nog niet lang bij de hand gehad. Vervolgens +gingen wij de vermaarde brug zien; het is een ontzaggelijk stuk +werks; zij rust op 26 bogen, waarvan 19 grooten en 7 kleinere zijn; +zij is, volgens de beschrijving, 420 _toises_ lang, en 2 _toises_, +4 voeten, en 4 duimen breed [40]. Zij werd begonnen in 1265, en in +1309 voltooid, men werkte 'er dus 44 jaren aan.--En hoe, denkt gij +dat men aan het geld gekomen is; want dit moet nog al een sommetje +gekost hebben. Men maakte gebruik van het bijgeloof van dien tijd, +om deze nuttige gemeenschap tusschen den regter- en linkeroever te +bewerkstelligen. Het gerucht werd verspreid dat een Engel aan een' +schaapherder verschenen was, en hem geboden had, om daar ter plaatse +eene brug te bouwen; weldra kwam 'er een ruime toevloed van offeranden +en giften van alle kanten. De Prior van de Abdij, waar het stadje +om gebouwd was, had echter het spel haast bedorven; want men had +de onvoorzigtigheid gehad, van 'er hem niet in te kennen: doch men +herstelde dezen misslag, en gaf hem duimkruid; hij lag den eersten +steen, en ziet het wonderwerk had de gewenste uitwerking. Een groot +gedeelte van deze brug is op de rots, die daar de bedding van de rivier +uitmaakt, gebouwd. Waarschijnlijk bestond 'er een reden, waarom men +ze met een elleboog, die tegen den stroom gesteld is gebouwd heeft; +want zij zou fraaijer zijn, als zij regt was. Wij waren veel te laat +gekomen, om 'er onze schuit onder door te zien varen, zij wachte ons +reeds lang aan den anderen kant. 't Is zeer duidelijk te zien, dat de +stroom tusschen de bogen van deze brug, en vooral tusschen die, welke +het meest midden in staan, zeer sterk moet zijn, doch als de schippers +niet onhandig zijn zie ik 'er geen gevaar in. Nog iets opmerkelijks +aangaande het metselwerk van deze brug is, dat de pilaren van de bogen +doorluchtig zijn als of 'er vensters in zijn. Ter instandhouding van +dit ontzaggelijk en kostbaar stuk werks, is men zeer behoedzaam; de +zware vragtkarren of rijtuigen, mogen 'er niet willekeurig overrijden, +en om het dreunen voortekomen, worden somtijds de wielen vastgemaakt, +in een soort van houten laden (_sabots_) gezet, en de karren 'er zoo +zachtjes over gesleept. Wederom scheep zijnde, bekeek ik de brug nog +eens ter deeg, doch wel dra verloren wij dezelve uit het oog. Naar +ik vernam, moeten de schippers, onder die brug door willende varen, +niet op het midden van een boog, maar op een pilaar aanhouden, even +als of zij tegen denzelven aan wilden varen. De stroom brengt hen dan +van zelve in het midden van den boog of poort daar zij door moeten, +en in een oogenblik zijn zij aan den anderen kant. De gezigten blijven +aanhoudend schoon, en de landstreek berg- en rotsachtig. _Orange_ +zagen wij aan de linkerhand van verre liggen; het speet mij, dat ik de +overblijfsels der _Romeinsche_ oudheden, die deze stad nog bezit, niet +kon zien; doch zij is omtrent een mijl van den oever afgelegen, en dus +wat te ver om 'er naar toe te wandelen; daar bij was het zeer warm, +en omstreeks elf uren voor den middag. Onze voormalige Stadhouders +voerden den naam van Prinsen van _Oranje_, naar het Prinsdom, of +liever Prinsdommetje, waarvan deze stad toen de hoofdplaats was.--Wat +heeft zelfs die naam in ons Vaderland niet dikwijls aanleiding tot +verregaande onaangenaamheden gegeven!!... Verder op zagen wij het +stadje _Caderousse_ aan den linkeroever gelegen; voor deze plaats ligt +'er een eiland in de _Rhone_, dat nog al uitgestrekt is. Eindelijk +wees men ons de oude Pausselijke stad _Avignon_, die door zijne +aangename gelegenheid, zijne torens en hooge gebouwen, en de rots, +waar het oude Apostolische Paleis op gebouwd is, eene fraaije en +aanzienelijke vertooning oplevert. Eer dat men aan de stad komt, +ziet men ook nog een eiland in de rivier, dat vrij aanmerkelijk +is, de _Rhone_ maakt daar twee armen en vereenigt zich weder bij +_Avignon_. Het was omtrent twaalf uren 's middags, toen wij hier +aankwamen. Wij hadden dus in minder dan 23 uren (want den tijd dat +wij geslapen en ons opgehouden hebben, reken ik 'er af,) een' weg +afgelegd van omtrent 48 mijlen, ik was 'er dan ook bijzonder over te +vreden en zou ieder, die deze reis aangenaam, goedkoop en gemakkelijk +wil doen, raden, om het op dezelfde wijze aanteleggen. Wij gaven elk +aan onzen schipper, behalve de bedongen vracht, 30 _sols_ drinkgeld, +en hij was zeer wel te vreden. Die man moest nu zijne schuit hier +verkoopen, doorgaans voor eenen zeer geringen prijs, en dan te voet +weder terug keeren naar _Lyon_, zijne woonplaats. + +Dezen langen _epistel_ hebt gij wederom aan het slechte weder te +danken; want naauwelijks waren wij in ons Logement of werden door +een geduchte donder- en regenbui, even eens als _Lyon_, verwelkomd: +thans (om elf uren 's nachts) houdt dezelve nog aan. + + + + + +ACHTSTE BRIEF. + +_Marseille_, 7 _Augustus._ + + +'s Morgens van den 4 dezer was het droog, doch het had den ganschen +nacht geregend. Zoo veel regen in dit saisoen en in dit gedeelte van +_Frankrijk_, is inderdaad een ongewoon verschijnsel. Niettegenstaande +onze voerman ons veel vertelde van den slechten weg, stapten wij +omstreeks vijf uren op het rijtuig, om naar de vermaarde fontein van +_Vaucluse_ te rijden, men rekent dezelve over _l'Isle_ 5 1/2 uur gaans +van _Avignon_ afgelegen; wij hadden een rijtuig op twee wielen, doch +op riemen hangende, in den smaak van die, waarmede men van _Parijs_ +naar _Versailles_ enz. rijdt; het was met twee paarden bespannen, en de +voerman zat _en postillon_ op een van dezelven, die soort van rijtuigen +zijn ligt, en men kan 'er des noods met vier personen in zitten. Ik +had het voor 21 Livres vrij van alle onkosten gehuurd. Een eind weegs +buiten _Avignon_ is de weg goed en zeer vlak, aan beide zijden met +sloten, weilanden en boomgaarden, van moerbezieboomen beplant. Het +heeft hier wel wat van dat gedeelte van _Gelderland_, waar men zoo +veele kersen en andere vruchtboomgaarden vindt. De landstreek wordt +vervolgens bergachtig, en men heeft eene verscheidenheid van aangename +gezigten. Tot nog toe was de weg vrij goed; doch hier kwamen wij weder +tusschen boomgaarden en akkerland. De grond was hier kleiachtig en +zoo week, dat wij verpligt waren te voet te gaan, omdat het rijtuig +en de paarden 'er zoo diep in raakten, dat zij moeite hadden, om 'er +uit te komen. De voerman wees ons een voetpad langs een' anderen weg, +en wij zouden dan op eene zekere hoogte weder bij elkanderen komen; +dit ging in den beginne wel genoeg, doch deze weg werd ook zoo slecht, +dat wij aan den kant moeite hadden om ons over eind te houden door +de glibberigheid, en in 't midden zakte men 'er tot over de enkels +toe in; tusschen beide liepen de sloten over, en men was schier +genoodzaakt om te waden. Zoo sukkelden wij wel een half uur voort, +eer wij weder bij het rijtuig kwamen. Onze voerman had het niet beter +gemaakt dan wij, zijnde verpligt geweest, om bijna altijd naast het +rijtuig te gaan, om het te ondersteunen; hij, wij en de gansche boêl +zagen 'er deerlijk beslikt uit; en had de weg in 't begin ten opzigte +van het gezigt naar _Gelderland_ geleken, hier geleek zij wel na dat +kleiachtig gedeelte van ons land, waar men 's winters bijna niet door +kan komen; en ik herinnerde mij hier aan een van de onaangenaamste +wandelingen van mijn leven, die ik in het najaar van 1801 deed, +van _Dordt_ naar het _nieuwe veer_. Wij kwamen vervolgens door het +dorp _Morières_, klommen een' heuvel op, veelal met wijngaarden en +olijfboomen beplant; hier wordt het oog wederom aangenaam vergast; +de weg is hobbelig en steenachtig. Hier wees onze voerman ons in +een keten heuvels en rotsen, die voor ons lag, en aan dien kant het +gezigt bepaalde, de plaats, waar de fontein van _Vaucluse_ gelegen +was; doch wij waren 'er nog een goed eind weegs van daan, en ik zag +nog niets anders dan een bruinächtige rots. Afklimmende kwamen wij +nog voorbij een ander dorp, en daarna aan het stadje _l'Isle_ (het +eiland) genaamd, waarschijnlijk om dat het riviertje _la Sorgue_ het +rondom bespoelt.--welk eene allerliefste landstreek! Wij reden door een +fraaije dreef van redelijk zware _platanus_-boomen langs de stad, tot +aan een gnappe herberg daar Petrarque et Laure uithangt, hier stapten +wij af, aten ter loops een stuk brood, en wat vruchten, waar onder +goede meloenen, en bestelden het middagmaal tegen onze terugkomst, +vooral goede paling, forellen en rivierkreeften bedingende; want die +zijn hier even zoo vermaard als bij ons de baars van _Hillegom_, of +half weg _Amsterdam_; en schoon anders geen lekkerbek, van daag wilde +ik ook eens smullen, want dat behoort bij de reis naar _Vaucluse_, +en hij, die de fontein gaat zien, moet ook de visch proeven, die 'er +in dat water gevangen wordt. Na het stoffelijk deel wat verkwikt te +hebben, en dat was noodig; want wij hadden ons nog al wat vermoeid +met door het slijk te loopen, spoedden wij voort en ik was dan zeer +nieuwsgierig en verlangende. Welhaast verlaat men het dal en de +vrolijke landouw van _l'Isle_; het liefelijk stroomende riviertje, +dat hier en daar over een dam heen rolt, en een kleinen waterval +vormt, de frisch groene weilanden en de akkers met moerbezieboomen +beplant. De natuur neemt eene treurige houding aan, de grond wordt +steenachtig, hier en daar rijdt men zelfs over de bloote rots; de +landstreek is dan ook onvruchtbaar en woest, slechts hier en daar +een struikje of een kwijnend olijfboompje. Hoe zeer men de plaats, +waar de fontein moet wezen, een' geruimen tijd voor zich gezien heeft, +men kan zich niet verbeelden, dat dit iets ongemeens zal opleveren, +en eenigzins aan de verwachting beantwoorden, die men 'er den reiziger +van heeft doen opvatten, en juist dit maakt de nieuwsgierigheid des te +sterker gaande; ieder spreekt hier toch van de fontein van _Vaucluse_, +alle vreemdelingen gaan die bijna zien; het Departement is 'er naar +genoemd; het moet toch der moeite waardig zijn, en ondertusschen +schijnt het niet anders dan een barre rots. Het dorpje _Vaucluse_ +naderende, begint het 'er nogthans wat naar te gelijken; hier wordt de +natuur schilderachtig; men komt door een' hobbeligen en kronkelenden, +hier en daar zeer smallen weg, langs stukken en brokken van rotsen, +in een aangenaam dal, waar de _Sorgue_ langs groene oevers, en +weelderig groeijende struiken en boomen door slingert. Bij de brug +van het dorpje hield de voerman stil, digter bij de fontein kan men +met rijtuig niet wel komen. Een oud vrouwtje met haar spinrok in de +hand, wachtte ons reeds op, en bood zich aan ons naar de fontein te +geleiden. Het was nu omtrent elf uren, de zon scheen helder; het was +al een zeer heete dag, en dus niet zeer aangenaam, om te wandelen, +doch een nieuwsgierig reiziger laat zich daar door niet afschrikken, +en wij begaven ons met onze geleidster, die al vooruit liep, en +trachtte te beduiden dat het niet ver was, op weg, ik zeg trachtte te +beduiden, want de goede vrouw sprak bijna niet anders dan het _patois_ +van dat land, het geen weinig overeenkomst heeft met het _Fransch_; +door dikwijls hetzelfde te herhalen, en met de handen en oogen te +wijzen en te beduiden, begreep ik 'er hier en daar nog al wat van; +mij scheen zij genoegzaam te verstaan, maar vergat al gaande en +pratende niet te spinnen; en hoewel 'er armoedig uitziende, scheen +zij echter gezond en vrolijk. Het dorpje _Vaucluse_ ligt tegen en op +een barre rots, die door de _Sorgue_ bespoeld wordt; het is dan onder +aan den oever aangenaam en vruchtbaar; doch boven dof en naar. Op +den top van een rots bij hetzelve, ziet men de overblijfsels van een +vervallen Kasteel, dat men het kasteel van _Petrarque_ noemt; doch +het behoorde aan de Bisschoppen van _Cavaillon_, die Heeren waren +van _Vaucluse_. Men klimt, den stroom aan de regterhand latende, +naar de bron; haast wordt men door het ontzaggelijk gezigt van een +verbazende hooge muur van steile rotsen, die zich als een halve +cirkel vertoont, en door de ruischende watervallen, die zich in den +stroom opdoen, verrukt. Ter zijde ziet men spitse punten, door de +natuur als gedenknaalden opgericht, en vreesselijke klompen steen, +door de Eeuwige Almagt als 't ware op een gestapeld [41].--Mensch, +met al u ingebeelde grootheid, wat zijt gij hier klein!! Naar mate +dat men opklimt, wordt ook de bedding van den stroom hooger, en de +bruisschende loop van het water dus hoe langer hoe sterker, zoo dat +het schier niet anders gelijkt dan sneeuwwitte schuim. Ik had mij +reeds van het snapachtig moedertje ontdaan, en zette mij nu op een +brok rots aan den kant van de waterval neder, om daar alles bedaard +te overzien. Zeker heeft Petrarcha deze plaats niet uitgekozen, om den +lof van zijne schoone Laura [42] te zingen, want het geweldig gedruis +van het water zou de schelste toonen verdoofd hebben; doch hij kon 'er +de majestueuse schoonheid der natuur in vloeijende versen beschrijven, +ten minste daar toe de ruimste stof in zijn brein verzamelen. Nu ging +ik verder op, tot aan de grenzen van dit enge dal, door de steile rots, +zoo steil, als of zij regt door was gezaagd, afgeteekend. Aan den +voet van dezelve is een ruim onderaardsch gewelf, waar in de bron van +_Vaucluse_ opwelt. Het water, in den kom of vijver voor hetzelve, was +zoo hoog, dat wij van den boog of opening maar zeer weinig zagen. De +oppervlakte van dezen vijver had toen wel 50 voeten diameter. Hier +was het water stil en doorschijnende, zoo dat men aan de kanten tot +op den grond toe zien kon. Gedurig door de bron gevoed wordende, liep +die vijver aanhoudend over, en dit maakte dien heerlijken waterval. Het +was hier zeer koel, en door het water, dat bijna ijs koud is, en omdat +men 'er geheel beschut is, tegen de zonnestralen; want de steile rots +boven de bron helt zelfs eenigzins voorover, en deze rots is van het +water af omtrent 700 voeten hoog. Men is hier genoegzaam rondom door +ontzaggelijke muren ingesloten, van daar de naam _Vallis Clausa_, +daar men _Vaucluse_ van gemaakt heeft. De vorschende reiziger leest op +deze wanden, als een bevel van de hoogste wijsheid: "Tot hier toe en +niet verder," en treedt eerbiedig terug.--Men ziet niets dan rotsen +en water, behalve den treurigen vijgenboom, die uit een spleet van +de rots, boven den vijver, niet ver van het water is voortgekomen, +en hier en daar een weinig mos, en toch is het zoo verrukkend schoon, +dat ik 'er niet van daan kon komen. Eenige jaren vroeger had hier +de liefde misschien grootendeels mijne denkbeelden bezig gehouden, +thans vervulde verhevener gedachten geheel mijne ziel,--de flaauwe +beelden der Eeuwigheid, der Schepping en der Onsterfelijkheid zweefden +voor mijn' geest.--Weg met al die beuzelachtige pracht, waarmede +men den godsdienst ontluistert, met al die leerstellingen die 'er +menschelijk vernuft heeft bijgehangen!--Al wat menschelijk is, is +hier beuzelachtig, en zinkt weg naast de Grootheid van den Schepper, +dien men rondom niet anders dan met eerbied kan beschouwen.--Ik knielde +niet, ik sprak geen gebed uit,--maar betrachtte, bewonderde, gevoelde +en hoopte. Het nieuwe en ongewone der voorwerpen, droeg zekerlijk veel +tot deze mijne geestvervoering bij.--Zulk eene verhevene gewaarwording, +zulk eene zachte aandoening is onbeschrijfbaar. Doch daar het tijd +werd om deze zielstreelende tooneelen te verlaten, vervoegde ik mij +weder bij het gezelschap. Wij hadden een fles wijn medegebragt, die +onze geleidster aan den kant van de bron gezet had om te verkoelen, +hier dronken wij nu een teug van, doch ik verkoos het zuivere water, +daar ik bij mijn aankomst reeds van geproefd had, doch niet veel +van durfde drinken, omdat ik te warm was. Dit water is zoo klaar +als kristal en uitmuntend van smaak. Onze geleidster beduidde mij, +dat in den sterken stroom bij den val (_cascade_) Forellen gevangen +werden. Hoe merkbaar was de warmte, toen wij weder in de zon kwamen; +doch het is slechts eene kleine wandeling, en wij waren weldra bij +het rijtuig; hier keerde ik mij nog eens om, bleef een poos op den +stroom en op de rotzen staren, en zeî met aandoening, _Vaucluse_ +vaarwel. Het moedertje, dat ik wat gegeven had, wenschte ons zegen +en gezondheid, en wij reden, wel voldaan over deze reis, naar _l' +Isle_ terug. Hier vonden wij den maaltijd gereed, in een kamer waar de +borstbeelden van Petrarcha en Laura op den schoorsteen stonden. Nimmer +heb ik lekkerder paling, forellen en rivierkreeften gegeten, en het +was jammer, dat de wijn, hoewel van de beste soort, die men hier had, +ons niet beter smaakte, en wij genoegzaam verpligt waren om enkel +water te drinken. De wijn van _Provence_ en _Languedoc_ is te zwaar, +en heeft een' smaak, welke voor de meeste menschen, die 'er niet aan +gewoon zijn, walgächtig is. Goed koop is het hier niet, wij moesten +voor het middagmaal £ 4-:-: de persoon betalen. Na het eten ging +ik de bekoorlijke wandelingen om het stadje bezigtigen, en trad +ook even binnen de poort, doch inwendig scheen het niet veel te +beteekenen. Voorheen waren hier ook verscheidene Kloosters, want +het behoorde aan den Paus; met dat al zijn 'er ook veel Joden. De +zijdeteelt, zijdeverwerijen en leêrlooijerijen, maken het voornaamste +bedrijf van de inwoners uit. _l'Isle_ is 1 1/2 uur gaans van _Vaucluse_ +en 4 uren van _Avignon_. Wij reden 'er dan ook eerst tegen, dat de +grootste hitte wat over was, van daan. Nu scheen mij het gezigt op de +hoogte nog fraaijer en uitgestrekter dan in het heenrijden. Aan onze +regterzijde zagen wij onder anderen van verre een vrij hoogen berg, +dien onze voerman _le Dojo_ [43] noemde, aan de linker deed zich op +een goeden afstand, in de valei een keten rotsen op; aan den voet +van de hoogte lag het dorp _Morières_, en regt uit in het verschiet +de stad _Avignon_. In den omtrek van _Morières_, en op meêr plaatsen +langs dezen weg, vond ik ook velden met meekrap, doch zij staat zoo +goed niet, als bij ons. De weg was aanmerkelijk opgedroogd, zoo dat +wij nu niet veel hinder van de slijk hadden; wij kwamen dan omstreeks +'s avonds half negen te _Avignon_ terug, en gaven aan onzen voerman, +behalve de bedongen vragt £ 3-:-: en dus in 't geheel een _Louïs +d'Or_ en hij was zeer wel te vreden. 'Er was zeer veel volk op de +publieke wandeling, die hier even buiten de poort langs de _Rhone_ is; +wij gingen daar dan ook een avondluchtje scheppen. Deze wandeling is +digt met ijpe-boomen beplant en zeer lommerrijk, tusschen beide staan +steenen banken, en in het midden over de poort, een fraaije tent, +waar men ijs en andere ververschingen tegen eenen zeer billijken +prijs kan bekomen. Men ontmoet hier ook, hoewel deze stad tot de +Staten van zijn Heiligheid behoorde, en van zijnen wegen bestuurd +werd, zeer veel galante meisjes, zelfs naar men verzekerde waren +'er ruim 500 bij de Policie aangeteekend, en de gehele bevolking +bedraagt omtrent 20,000 menschen. + +Den 5 dezer was het Zondag, en dus gelegenheid, om kerken te zien; +voor de omwenteling waren die hier in menigte en schitterden van goud +en kostbaarheden. Behalve de Kerken, waren 'er nog twintig zoo Mans- +als Vrouwen-Kloosters, thans is dat getal aanmerkelijk verminderd, +en ook in verscheidene Kerken, die ik bezigtigde, vond ik niet +veel bijzonders. De stad beviel mij vrij wel, men vindt 'er nog al +eenige ruime straten en fraaije gebouwen. Een Dame te paard gezeten, +en door een' slaanden Tamboer voorafgegaan, trok mijn aandacht; +zij had eenige zeldzame natuurverschijnselen te kijken, en maakte +dit bekend. Deze wijze van bekend maken scheen hier gebruikelijk. In +_Avignon_ zijn ook verscheidene Boekdrukkerijen; voor deze hielden die +zich veel bezig met voorname _Fransche_ werken natedrukken; voor het +overigen drukten zij vele theologische geschriften. _Het leven van_ +Petrarcha enz. willende koopen, ging ik in eenige Boekwinkels, en +vond 'er onder die vrij groot waren, behalven het leven van Petrarcha +kocht ik ook nog een werkje, ten titel voerende: _Description de la +Fontaine de Vaucluse etc. par_ J. Guerin _Professeur etc. Avignon_ +1804 [44]. Er staat een fraai plaatje voor, waarop een gezigt van +den waterval en omliggende rotsen, zeer naauwkeurig is afgeteekend, +en daar bij eene juiste beschrijving gegeven; bij gelegenheid zend +ik u dat boekje, dat u deze opmerkingswaardige bron nader zal leeren +kennen [45]; ook voor de Natuur- en Kruidkundige is daar wat in te +leeren. Ik was blijde, dat ik het niet eerder gevonden had, want +dan had de verrassing minder aangenaam geweest nu ging ik de bron +van _Vaucluse_ zien, zonder 'er bijna iets meêr dan den naam van te +kennen. In het voorbijgaan zag ik hier ook eene geschutgieterij. Wij +hadden onzen intrek genomen in het Hotèl genaamt _le Palais Royal_ +digt bij de poort aan de gemeene wandelplaats uitkomende; het huis +ziet 'er juist niet zeer gnap uit, doch over hetzelve staat een +nieuw gebouw, hier gaf men ons kamers, die zindelijk en goed waren, +en wij betaalden slechts £ 1-10-: voor ieder bed of £ 3-:-: voor een +kamer met twee bedden. 's Middags aten wij aan de algemeene tafel +(_table d'hote_) in een groote zaal, met wel 40 à 50 personen, veelal +kooplieden van de kermis (_foire_) van _Beaucaire_ terug komende, +en met eenige duizende vliegen; want de tafel, de muren, de zolder, +alles zag 'er zwart van; ik herinner mij niet van ooit zoo veel van +die _insecten_ bij elkanderen gezien te hebben; ik kon ze naauwlijks +van mijn bord afhouden, vooral was men genoodzaakt om alle schotels, +daar zoet bij kwam, te dekken, en bovendien gebruikte men de voorzorg, +van de vensters digt te houden, en het zoo donker te maken, dat men +ter naauwernood zien kon. Het was heden weder zeer warm. Het ossen +en kalfsvleesch begint hier al schaars te worden, en schapenvleesch +is het voorname voedsel. Olij wordt veel in plaats van boter, die +hier ook in 't geheel niet rijkelijk is, gebruikt. Vele groentens, +die te _Parijs_ en elders overvloedig zijn, onder anderen de frissche +salade, die men daar _Romaine_ noemt, vindt men hier weinig of niet; +doch daar en tegen heeft men overvloed van geurige meloenen. De _Rhone_ +en andere riviertjes of beken hier omstreeks leveren goeden visch op; +ook schijnt het gevogelte, als hoenders, kalkoenen, duiven enz. 'er +niet te ontbreken. Na het eten klom ik op de rots, _de Dons_ genaamt, +en waarop het voormalig Pausselijk slot gelegen is, men klimt 'er +aan den eenen kant met trappen op, en boven zijnde, heeft men op een +soort van _terras_ een fraai en uitgestrekt gezigt, over de stad en +derzelver omstreek. De geheele stad, behalven deze rots, is in een +vlakte gebouwd, en door een' fraaijen muur omringd. Het voormalig +zoogenoemd Pauselijk paleis, is een groot en stevig _Gothisch_ +gebouw, en gelijkt meêr naar een gevangenis, dan naar een paleis; +trouwens, een groot gedeelte 'er van dient ook tegenwoordig om 'er de +misdadigers in te bewaren; het overige wordt door oude krijgslieden +(_invalides_) bewoond, en men noemt dat _une sucursale_. De voormalige +Pausselijke munt, die over dit gebouw staat, wordt thans door de +ruiterij, ten dienste van de policie, (_Gens d'Armes_) bewoond; +overigens ziet men op deze rots veel puinhoopen en overblijfsels +van gesloopte gebouwen. De eerste Paus, die zijn zetel van _Rome_ +hier na toe verplaatste, was Bertrand de Got, genaamd Clemens de V., +en geboortig van _Bazas_ in _Gascogne_; hij had aan Philippus le Bel +beloofd, om altijd in _Frankrijk_ te zullen blijven, en verlegde zich +in 1308 te _Avignon_, doch had toen, aangaande het wereldlijk bestuur +van die plaats, niets in te brengen. In 1348 eerst kocht Clemens de +VI., van Johanna, Koningin van _Siciliën_, en Gravin van _Provence_, +de stad _Avignon_, voor 80,000 guldens. Het Graafschap _Venaissin_ +bezaten de Pausen toen reeds. De Pausselijke zetel bleef 'er toen +tot 1376, toen Gregorius de XI. (de laatste _Fransche_ Paus tot nu +toe) weder naar _Rome_ ging wonen, waar hij in 1377 aankwam, en den +27 Maart 1378 stierf. Mij dunkt, indien 'de Pausselijke waardigheid +nog lang in stand word gehouden, dat het dan ook zeer mogelijk is, +dat Gregorius de XI. niet altijd de laatste _Fransche_ Paus blijft. Na +deze Gregorius de XI. zijn 'er tweemaal achter elkanderen twee Pausen +te gelijk geweest, waarvan de eene telkens te _Avignon_, en de andere +te _Rome_ zijn verblijf hield. De geleerden waren het toen in 't +geheel niet eens onder malkanderen. Vervolgens regeerden de Pausen +_Avignon_ en het aangelegen Graafschap, door Kardinalen _legaten_, +en deze wederom door _vice legaten_, die te _Avignon_ bun verblijf +hielden, en die Onderkoningjes lieten zich daar dan ook ter deeg +gelden. Thans is deze stad de hoofdplaats van het Departement van +_Vaucluse_. Oorspronkelijk behoorde zij aan de _Cavariense Gaulen_, +en wierd daarna een _Romeinsche_ Volkplanting (_Colonie_) kwam door +verscheide andere handen aan de Graven van _Provence_, vervolgens aan +den Paus, en eindelijk aan de _Fransche_ Republiek. Het afschaffen +van de menigte Kloosters en Dom Kapittels, heeft het vertier in +deze stad wat verminderd, en eene aanzienlijke somme gelds buiten +omloop gebragt. Onder de gangbare munten alhier, ziet men ook zeer +veel _Spaansche_ stukjes, doende 20, 10 en 5 stuivers _Fransch_. De +menschen zagen 'er vrij gnap en gezond uit, en men vind hier nog al +fraaije vrouwen. De kleeding der boerinnen, of liever hunne groote +zwarte filten ronde hoeden, beviel mij niet. Zij zijn doorgaans +in 't geheel niet bevallig, en maakten zich door die hoeden nog +onbevalliger. Tot een sieraad der burgervrouwen, schijnt even als bij +onze Vaderlandsche huismoeders, een schaar aan een zilvere ketting te +behoren; boven aan is nog een zilver beugeltje als een sleutelring, +doch ik heb 'er geen sleutels aan gezien. Het _Patois de Provence_ is +de gewone spraak, doch de stedelingen spreken ook _Fransch_, hoewel de +meesten, onder het zoogenaamde gemeen, zeer slecht. Tegen den avond +ging ik weder naar de openbare wandelplaats, waar nu met de zondag +veel volk was: het is hier dan ook allerliefst, en om de lommer, +en om het aangename gezigt over de rivier. In dezelve ziet men ook +nog een gedeelte van eene steenen brug; deze brug in 1188 volbouwd, +wierd door den sterken stroom in 1669 vernield, zoo dat 'er nog maar +drie of vier bogen van overbleeven; van den kant van de stad gaat men +'er nog op. Die brug is naderhand in hout wel weder bij gebouwd, doch +Lodewijk de XIV., naar men mij verzekerde, heeft ook de houten brug, +daar de rivier aan _Frankrijk_ behoorde, doen wegnemen, om daardoor +de gemeenschap met het _Languedokse_ zoo veel mogelijk te belemmeren, +en de zijden stoffenfabrieken van _Avignon_, die ook aanmerkelijk +plagten te zijn, te onderdrukken, om daardoor die van _Lyon_ meêr te +bevoordeelen. Daar _Avignon_ thans aan _Frankrijk_ behoort, verwacht +men, dat de brug weder hersteld zal worden, en men verhaalde mij zelfs, +dat 'er reeds een ontwerp dien aangaande begonnen was. Aan den anderen +kant van de _Rhone_ over deze stad ziet men tegen de helling van een' +heuvel, het stadje _Villeneuve-lez-Avignon_, en bij hetzelve een +groot en aanzienelijk gebouw, voorheen een _Benedictijner_ Abdij. 'Er +werd ook dezen avond in den Schouwburg, dien men hier van een Kerk +gemaakt heeft, gespeeld; men gaf 'er onder anderen _la Caravane du +Caire_, groote Opera; noch het tooneel, noch de vertooners waren tot +de uitvoering van dit stuk geschikt, doch men moet _Parijs_ naäpen, +al zou het dan ook nog zoo gebrekkelijk zijn: behalven de _Bastaille_ +was 'er geen een bij, die maar dragelijk zingen kon; ik liep 'er +dan ook al heel spoedig uit. _Apropos_ van zingen, men verbeeldt zig +ook vrij algemeen bij ons, dat schier alle menschen in _Frankrijk_ +zingen als nachtegalen, en dat onze landslieden 'er ten eenemaal +ongeschikt toe zijn; ik heb zelfs te _Parijs_ door een' geleerde, +in het openbaar sprekende, eens hooren aanvoeren, en dat in goeden +ernst, dat de _Hollanders_ misschien zoo slecht en smakeloos zongen, +omdat zij alle uren of half uren de klok hoorden spelen, daar dit (zoo +men wilde) op hun muzijkaal gehoor een nadeeligen invloed moet hebben; +maar ten platten lande, en in verscheide plaatsjes van _Frankrijk_, +die ik al bezocht heb, spelen geen klokken, ondertusschen hoorde ik +nog al dikwijls een boere meisje of knaap, een werkgast of spindster, +een deuntje zingen; maar deze bragten toch ook alles, behalve +aangenaam muzijk en strelende toonen, voor den dag. Te _Parijs_ +en in de voornaamste steden gaat het beter; maar waarom?--omdat men +daar gelegenheid heeft van dagelijks goede zangers en zangeressen te +hooren, en omdat 'er een menigte muzijkanten zijn, die de jongelieden +onderwijzen, en met dat al vindt men 'er onder de liedjeszangers, +en het zoogenaamde gemeene volk nog een menigte, die het niet veel +beter maken dan de onze. Velen, zoo in _Holland_ als elders, die +natuurlijk een goede stem, en een geschikten aanleg tot de zangkunst +zouden hebben, maken 'er, mijns bedunkens, geene vorderingen in, +omdat zij geene gelegenheid hebben, om zich behoorlijk te oefenen, +of zelfs hunne stem misbruiken en bederven. Het Psalmgezang, bij +voorbeeld, zoo het den naam van gezang verdient, geloof ik, dat 'er +in 't geheel geen goed aan doet, dikwijls heb ik in ons Vaderland, +vooral in de Nederduitsche Gereformeerde Kerken menschen gezien, +die zoo hard schreeuwden, dat zij rood en paarsch werden, en dit +leert men den jongelieden al vroeg in de scholen; als of men 'er, +in plaats van zangers, nachtroepers of havenwagters, die de schepen +moeten praaijen, van wilde maken. Wenschelijk ware het, inderdaad, dat +men in ons Vaderland ook hier op eene behoorlijke aandacht vestigde, +en gepaste middelen in het werk stelde, om de zoo aangename, en +zelfs van den kant van den Godsdienst beschouwd, nuttige zangkunst, +meerder te bevorderen en aantekweeken; en ik houde mij verzekerd, +dat het aan natuurlijke begaafdheden veel minder zal haperen, dan men +schijnt te veronderstellen. Men zinge dan ook Vaderlandsche liederen +op eenvoudige welluidende, en op de woorden toepasselijke zangwijzen, +in plaats van een menigte laffe en onbetamelijke _Fransche_ prullen, +die onder ons in 't geheel niet voegen, en die men echter al dikwijls +de voorkeur nog geeft boven het goede zangwerk van die natie. + +'s Nachts om twaalf uren vertrok ik met den gewonen postwagen (_de +l'entreprise Generale_), van _Avignon_ naar _Marseille_, en betaalde +voor een plaats in de _Cabriolet_, dat is te zeggen, voor in, £ 15-:-: +en voor mijn koffer, ruim een çentenaar wegende, £5-:-: dezen postwagen +vond ik al buitengewoon ruim en vermakelijk. De sterren schenen helder, +en hoewel men 's nachts veel mist, ten opzigten van het gezigt, is +het toch aan den anderen kant, in dit jaargetij, weder aangenaam, om +de hitte te vermijden. Wij werden door twee _Gens d'armes_ te paard +begeleid, omdat 'er gelden of papieren van het Gouvernement op den +wagen waren, tot waar men de _Durance_ overvaart, omtrent een paar uren +van _Avignon_. De stroom van dezen rivier, die zijn' oorsprong neemt +in de _Alpen_, is zeer sterk, en daardoor onbevaarbaar, te meêr om de +menigte eilandjes en zandbanken, die zich gedurig verplaatsen. Zelfs +de bedding van de rivier verlegt zich dikwijls, en de landen hier om +streeks worden aanhoudend door overstroomingen beschadigd. Bruggen +zijn daar dan ook niet gemakkelijk te maken, echter naar ik vernam, +was men bezig, om het wat lager dan dit veer met eene houten brug +te beproeven. Thans was de _Durance_, door den aanhoudenden regen, +ook zeer hoog. Wij wierden met een soort van pont aan een reep, +die echter op verre na zoo gemakkelijk en geschikt niet was, als +onze ponten, overgezet, tot een groote zandplaat, of liever bank van +keisteentjes, en van daar met een tweede diergelijke pont, tot aan +den oever. Dit overzetten hield ons omtrent een half uur op. Even +voor het opkomen van de zon, terwijl het vrij sterk daauwde, zag ik +omtrent in het zuiden een' flaauwen regenboog. Toen de zon opkwam, +en de daauw optrok, was het zoo frisch, dat wij 'er eenigzins hinder +van hadden, dit heeft in deze luchtstreek, en in dit jaargetij, +dikwijls plaats, en hoewel het over dag zeer heet is, kan het in den +morgenstond zeer koud zijn. Over het algemeen, in dit gedeelte van +_Frankrijk_, voorheen onder den naam van _Provence_ bekend, heeft +'er eene zeer groote verscheidenheid in het luchtgestel plaats: +om dat men 'er vrij hooge bergen, moerassen, rivieren, vlaktens, +en zeestranden heeft. De vruchtbaarheid van den grond is dan ook +zeer onderscheiden: men zegt daarom, dat men in _Provence_ te +gelijkertijd de vier jaargetijden vindt. Het stadje _Orgon_, 3 1/2 +post van _Avignon_, en daar wij doorreden, na van paarden verwisseld +te hebben, zag 'er niet zeer gunstig uit, het ligt tegen eene vrij +steile hoogte. _Lambesc_ een ander stadje, omtrent 3 posten verder, +beviel mij beter; het is aangenaam gelegen, en de omstreek schijnt +nog al vruchtbaar te zijn, tot nog toe anders was de grond over het +algemeen steenachtig en onvruchtbaar. In de omstreek van _Lambesc_ +vindt men marmergroeven. Te _St. Cannat_, daar wij omstreeks negen +uren aankwamen, wilde men ons al doen eten, dat is te zeggen, een' +maaltijd doen nemen, die het ontbijt en middagmaal in zich vereenigen +moest; dit beviel mij niet; ik ging dan met een' man van _Aix_, die +ook op den postwagen was, in een klein herbergje, waar het 'er vrij +gnap uitzag, niet ver van het posthuis; hier gaf men ons persiken, +watermeloen, die men hier _pastèque_ noemt, zoo veel brood, als wij +lusten, en een fles vrij goeden wijn, en dit alles koste voor ons +beide maar 9 _Fransche_ stuivers. De vrouw scheen een goede huismoeder +te zijn, en hield zich met een paar lieve kinderen bezig; de boer, +die teffens hospes was, had een gezond oordeel, en scheen zeer aan +de eerste beginselen van de omwenteling gehecht, en daar hij hoorde, +dat wij het hieromtrent met hem eens waren, kwam hij met verscheidene +gegronde aanmerkingen, aangaande de tegenswoordige tijdsomstandigheden, +vrij rondborstig voor den dag. Ik praatte veel met deze goede lieden, +en dit ontbijt is zeker een van de aangenaamste, die ik tot hier +toe op deze reis aangetroffen heb.--Men wil dat de _Franschen_ +over 't algemeen niet geschikt zijn voor eenen Republikeinschen +regeringsvorm, indien 'er evenwel hier en daar sommige huishoudens, +als dit gevonden werden, zoo als ik veronderstel, dat zij 'er wel +te vinden zijn, als men zich de moeite gaf om ze optezoeken, en +de zuivere Republikeinsche grondbeginsels werden wat aangemoedigd, +zouden zij 'er wel geschikt voor kunnen worden, dunkt mij.--Mogelijk +is dit het oogmerk dan ook wel van het tegenwoordige Gouvernement, en +wie kan gelooven, dat al het geene zoo veele groote mannen, vooral ook +in _Frankrijk_, dienaangaande geleerd hebben, geheel zal uitgewischt +of in vergetelheid gebragt worden.--Het dorp _St. Cannat_ beteekent +niet veel, en de grond scheen 'er mij ook al niet zeer vruchtbaar. In +het begin van de vorige eeuw ontdekte men een uur van dit dorp aan +de zuidzijde, een mijlpaal, die 'er het 21 jaar van de Christelijke +jaartelling, onder Keizer Tiberius, geplaatst was. De reisweg der +_Romeinen_ van _Aix_ naar _Arles_, liep daar langs. Van _St. Cannat_ +tot _Aix_ rekent men 2 posten, of omtrent 3 mijlen van _Provence_; +dat is bijna zoo veel uren gaans. De landstreek blijft aanhoudend berg- +of rotsachtig en de grond over het algemeen woest. De gezigten, hoewel +niet vrolijk, leveren nog al eenige verscheidenheid op, en houden daar +door den reizenden aangenaam bezig. Om het onbelemmerd gezigt vooruit, +is dan de _cabriolet_ ook verkiesselijk boven het binnenste van den +wagen. _Aix_, voorheen de hoofdstad van _Provence_, thans van het +Departement _les bouches du Rhone_, ligt in eene aangename vlakte +aan den voet van verscheidene heuvels; hier begon de natuur weder +eene vriendelijke gedaante aantenemen. Wij moesten buiten om de stad +rijden en verwisselden daar ook van paarden; doch de _Conducteur_ +hield zich op mijn verzoek wat op, zoo dat ik den tijd had, om even +in de stad te gaan en de fraaije wandeling te zien, en 'er mij een +weinig te ververschen; deze stad is de oudste, die de _Romeinen_ onder +de _Gaulen_ gehad hebben; zij werd gebouwd in het land der _Salyes_, +die, volgens Strabo, verdeeld waren in zes cantons, voor dat zij +aan de _Romeinen_ onderworpen werden. Zij bestond dus reeds, toen +'er de _Romeinen_ eene kolonie naar toe zonden, 46 jaren voor de +Kristelijke Jaartelling. Misschien lokten de warme baden, en de +nabijheid van _Marseille_ hen hier naar toe; althans deze kolonie, +wierd aanmerkelijk onder die welke de _Romeinen_ in _Provence_ +hadden. Verscheidene oudheden, opschriften en medailles, die hier +van tijd tot tijd gevonden zijn, dienen om meerder licht over de +geschiedenis van deze stad te verspreiden. De Graven van _Provence_ +hielden hier hun gewone verblijf, en het Parlement enz. van die +_Provincie_ zijne zitting. Bij mijne terugkomst van _Marseille_ kom ik +hier weder door, zal 'er dan langer trachten te blijven, en 'er u meêr +van weten te vertellen. De weg naar _Marseille_ is aangenaam en zeer +levendig, hier en daar fraaije gezigten, buitenplaatsen, fonteinen en +boomen; voor de herbergen lag een menigte watermeloenen, die men aan +de reizende om zich te verfrisschen, voor eenen zeer geringen prijs +verkoopt; zij zijn zeer sappig, en men houdt ze hier voor gezond, +zoo zelfs, dat men 'er, hoewel verhit, gerust van kan eten; doch zij +zijn flaauw van smaak. Op de hoogte, een uurtje van _Marseille_, heeft +men een treffend schoon gezigt; links in het dal ziet men een menigte +buitenplaatsen en lusthuizen, die de _Marseillanen les Bastides_ +noemen, en regts in de _Middellandsche zee_ tot aan den gezigtseinder: +de eilanden, of rotsen die zich als heuvels uit zee verheffen, +_Pommegue_, _Bottaneau_ en de sterkte, die men _le Fort d' Is_ noemt, +breken op eene aangename wijze het gezigt op dezen uitgestrekten plas; +regt uit heeft men de stad, doch die houdt zich nog meest verscholen, +en verder een keten van hooge rotsen. De weg bij _Marseille_ is zeer +vrolijk; hier staan een menigte herbergjes (_ginguetes_) daar veel +volk was, rijtuigen, paarden, opgeschikte wandelaars, alles kondigde +de nabijheid aan van eene voorname stad. Wij kwamen de poort, die +men _la porte d'Aix_ noemt, binnen. Welk een ongemeene lange regte +straat! wat verder is dezelve aan beide zijden met boomen beplant, +en daar wandelde in het midden een menigte meestal fraai gekleede +Heeren en Dames. Deze wandeling noemt men hier ook _le Cours_. Op +de fraaije en ruime plaats genaamd _la canne biere_ (misschien wel +van het _Hollandsch_ kanne bier [46] afkomstig) houdt de wagen stil; +het was omtrent 7 uren, toen wij aankwamen. _Aix_ en _Marseille_ +zijn 4 posten van elkander afgelegen. Ik gaf den Conducteur meêr +dan gewoonlijk, omdat hij zich om mij te _Aix_ een kwartier langer +had opgehouden, en hij was zeer wel te vreden. Het _grand Hotel des +Ambassadeurs_, waar ik mijn intrek nam, is hier digt bij. Nu weet +gij dat ik te _Marseille_ ben--Vaarwel! + + + + + +NEGENDE BRIEF. + +_Marseille, 10 Augustus._ + + +Deze stad bevalt mij, en zal den meesten _Hollanders_, vooral den +kooplieden, oppervlakkig wel bevallen; doch in dit saisoen is het +'er vrij warm, dus, als men wat zien wil, moet men den morgen en +avondstond waarnemen; ik begon dan met den 7 dezer 's morgens om 6 uren +reeds uit te gaan; het eerste, dat ik ging bezigtigen, was de haven +en de fraaije kaai, die dezelve aan drie kanten omringt. Zij lag vol +schepen, doch de meesten waren om den oorlog onttakeld, rondom zijn +een menigte winkels, pakhuizen, scheepstimmerwerven enz. Overal ziet +men matrozen en zeelieden van onderscheidene natiën.--'t Was als of +ik door den slag van eene tooverroede zoo eensklaps in eene van onze +voorname _Hollandsche_ koopsteden gevoerd was. Een goed gedeelte van +deze kaai, vooral daar waar het koren gemeten wordt, is zeer netjes +met kleine steentjes of klinkers gestraat. Hier ziet men ook een soort +van kraan, om de masten in de schepen te zetten; de _Marseillanen_ +toonen dat den vreemden als iets bijzonders; doch mij dunkt, dat ik +diergelijke werktuigen bij ons op meêr dan eene plaats gezien heb. Aan +het eind van de haven, waar die aan zee uitkomt, wordt dezelve aan de +zuidzijde beschermd, door het Fort _Notre Dame de la Garde_, dat op +den top van een' heuvel ligt, en een gedeelte van de reede bestrijkt, +en lager door de citadel _St. Nicolas_. Aan de noordzijde is hare +ingang gedekt door het Fort _St. Jean_. Ik verwonderde mij, dat 'er +aan het eind geen ophaalbrug was, men moet zich met schuitjes, die men +daar doorgaans vindt, van den eenen kant naar den anderen over laten +zetten, of terug keeren; ik verkoos het eerste. Deze haven is, volgens +de beschrijving, daar van zijnde, 500 _toisen_ (3000 voeten) lang, en +200 _toisen_ (1200 voeten) op haar breedst; men rekent, dat zij omtrent +800 schepen van onderscheide grootte kan bergen. Aan de noordzijde +van de haven, zijn onder andere verscheide winkels van drogisten en +kooplieden in koraal, die bij het stadje _Cassis_, omtrent 4 mijlen +ten Z.O. van _Marseille,_ aan den oever van de _Middellandsche zee_ +gelegen, gevischt wordt. Aan dezen kant staat ook het Stadhuis, waar +de beurs onder is. Ik ontmoette verscheide kooplieden in Oostersche +kleding, als Grieken, Turken en Joden, van _Smirna_, _Aleppo_, +_Alexandrie_ en vooral ook van de _Barbarijsche_ Kusten, waarmede de +_Marseillanen_ zeer veel handel drijven. Aan het eind van dezen kant +van de haven lag ook een menigte schuitjes, geladen met citroenen en +oranges, zoo als bij ons met aardappelen: zij komen van de plaatsen +rondom aan de _Middellandsche zee_; de vrouwen die 'er bij waren, +hadden de haren in een zwart of rood zijden net met breede linten +van dezelfde kleur, die op de schouders afhingen. Niettegenstaande de +grond, rondom _Marseille_, dor en onvruchtbaar is, was de groenmarkt +rijkelijk voorzien; doch deze overvloed is thans ook buitengemeen, +en de overvloedige regen, dien wij gedurende eenigen tijd gehad +hebben, was daar de oorzaak van. Meloenen in soorten zijn hier zeer +overvloedig, en daar onder die zeer geurig en lekker zijn, ook ziet +men 'er in menigte een soort van groote ronde pompoenen, die men hier +_Courges_, in het _patois Provencal Cougourde_, noemt, men vindt 'er +die over de 150 ponden wegen [47], deze worden meest gebruikt om soep +van te koken; en met vleeschnat 'er bij, is die niet onsmakelijk. Ook +vindt men hier in overvloed een gewas, dat men _Aubergines_ [48], +en een ander dat men _pommes d'Amour_ [49] noemt; deze worden hier +zeer veel gegeten, doch ik vond 'er niet veel lekker aan, vooral niet +aan de eerstgenoemde, die doorgaans in olij gebakken worden: met de +_pommes d'Amour_, maakt men nog al smakelijke rinsche sausen. Op het +midden van de groenmarkt staat eene fraaije fontein, en wat verder, +eene groote loots, in den smaak van een _Chineesche_ tent, met een +tuintje rondom: men noemt het _le Pavillon chinois_. Deze tent is een +koffijhuis, waar de _beau monde_ van _Marseille_ zoo Dames als Heeren, +'s avonds bij elkanderen komen, om _Glaces_ en andere ververschingen te +gebruiken; van binnen is het fraai en netjes opgeschikt met spiegels, +schilderwerk enz., en daarbij wel verlicht. Dit paviljoen is het +_Frascati_ van _Marseille_: de stijve welvoeglijkheid wordt 'er dan ook +zeer in acht genomen; men moet eenigzins naar de mode opgeschikt zijn, +en zijn hoed afleggen; ook ziet men 'er niets anders dan een menigte +strijkaadjes en dienaressen. Rondom aan kleine tafeltjes gezeten, +fluistert men zachtjes tegen elkander, en en het is duidelijk te zien, +dat het eene groepje zich bezig houdt met op het andere te letten. Ik +vind anders deze soort van bijeenkomsten wel goed, men ziet elkander +met weinig kosten; doch wilde dezelve meer in een' burgerlijken en +gemeenzamen trant hebben, en op die wijze zouden zij ook, dunkt mij, +veel kunnen toebrengen, om het genoegelijke der zamenleving in ons +Vaderland te vermeerderen; des goedvindende, zou men 'er ook meêr +bepaalde bijeenkomsten of societeiten van kunnen maken, en 'er zelfs +een boekerij bijvoegen; want het spel behoorde 'er, mijns bedunkens, +niet toegelaten te worden: en waren diergelijke societeiten dan niet +beter, dan die, welke alleen uit mannen bestaan, en in bijna alle onze +Vaderlandsche steden maar al te veel zijn ingevoerd?--Was het niet +beter, dat de huisvader 's avonds met zijn vrouw en kinderen onder +andere huisgezinnen, zoo als gezegd is, indien men het verkiest, +bepaald tot een' zekeren kring, een uurtje uitspanning ging nemen, +dan dat hij alleen naar zijn societeit of collegie gaat, en zich bijna +alle avonden, zoodra zeker uur daar is, en dat is al vroegtijdig, +haast, om zijn huisgezin te ontloopen, en zijne vrouw en kinderen +aan zich zelve overlaat. De kinderen, over welke de moeder dikwijls +niet veel gezag heeft lopen, dan ook links en regts, en de vrouw +... wel deze verveelt zich ook natuurlijkerwijze dikwijls in de +eenzaamheid, daar zij toch niet altijd in hare huishouding bezig +kan zijn. Veeltijds is het laat in den nacht, eer vader uit zijn +societeit of kollegie t'huis komt, terwijl moeder en de kinderen, +die gemaakt hebben, dat zij een half uurtje te voren binnen waren, +al slapende en geeuwende met het avondeten zitten te wachten. De man +dikwijls door het spel of den wijn buiten zijn gewone humeur, (want +wat wordt 'er anders al in die gezelschappen gedaan, dan gespeeld +en gedronken,) zonder juist een speelder of dronkaard te zijn, is +hij dan ook het aangenaamste gezelschap noch het beste voorbeeld +niet. Deze bijeenkomsten voor mans en vrouwen wilde ik zomers buiten +de stad in een aangenaam gelegen tuin, bij fraaije en liefelijke +wandelingen hebben, waar tevens gelegenheid was tot eenige gezonde +ligchaamsoefeningen als kaatsen, kegelen, in het touwtje springen, +en diergelijke; 's winters kon men hiertoe een geschikte zaal in de +stad verkiezen; doch pracht en luxe moesten 'er verbannen zijn, en +alle aanleiding tot verkwisting en buitensporigheden ten eenemaal +afgesneden worden. Ligt Vaderlands bier, mij dunkt ik zie reeds +hoe onzemodepopjes den neus hierbij optrekken [50], prijs ik voor +den gewonen drank aan. Men kon zich hier ook van tijd tot tijd in +de muzijk oefenen, en Vaderlandsche liederen zingen, ter eere van +onze Vaderlandsche Helden en groote Mannen, en ter aanmoediging van +Vaderlandsche en huisselijke deugden [51].--Onze natie weet nog niet +genoeg den middelweg te houden tusschen het stijve, stroeve, ernstige +en het losbandige, en mist daardoor vele genoegens der zamenleving, +waartoe zij anderzins, door haar in zeer veel opzigten boven dat van +andere natiën uitmuntend karakter, bij uitnemendheid toe geschikt is. + +De nieuwe stad (_la ville neuve_) van _Marseille_ is zeer fraai: +ruime, luchtige en regte straten, veelal aan beide zijde met een +eenigzins verheven wegje voor de voetgangers (_trottoir_), daarbij +vrij zindelijk en wel gestraat, op verscheide plaatsen regelmatig, +met fraaije huizen bebouwd; dit alles geeft aan dit gedeelte, dat +vrij groot is, een allerbevalligst aanzien. Vooral munt daar in uit +de lange regte straat waar ik u reeds van gesproken heb, loopende +van de poort van _Aix_, tot de poort van _Rome_, dat is, van het +noorden tot het zuiden: deze straat is wel een half uur gaans lang, +van het eene eind tot het andere; ter plaatse van _de Cours_ is zij +vrij breed; de wandelingen in het midden en aan beide zijden met een' +rij ijpen bomen, doch die 'er niet zeer tierig uitzien, beplant, +en versierd met een paar fraaije fonteinen, die overvloed van water +schijnen te geven; dit is ook het laagste gedeelte van de straat, en +naar de poorten, aan beide zijden, gaande klimt men op, vooral naar +de poort van _Aix_. Ik zal denkelijk wel gelegenheid hebben, om u een +gezigt van dit gedeelte der stad te doen toekomen. De oude stad bijna +geheel tegen de helling van een' heuvel aan de noordzijde van de haven +gebouwd, heeft de gebreken van meest alle de oude steden, die ik in +het zuiden van _Frankrijk_ gezien heb; de straten zijn naauw, krom en +donker, hier is het bijzonder morsig, en de stank alleronaangenaamst; +door de leerlooijerijen en zeepziederijen, die men hier in menigte +vindt. Het onderscheid tusschen de nieuwe en oude stad is zoo groot, +dat iemand, hier niet bekend zijnde, en op bijzondere tijden, langs +bijzondere wegen, in de twee gedeeltens dezer stad gebragt wordende, +zou denken, dat deze twee plaatsen eenen aanmerkelijken afstand van +elkanderen gelegen waren. Men heeft nog andere wandelingen in de stad, +dat is te zeggen, breede straten met eenige rijen boomen beplant; men +noemt ze de _Boulevards_, en _les allées de Meillan_. Op verscheide +plaatsen in de stad, treft men fraaije fonteinen aan. De vischmarkt +is een mooi nieuw gebouw, rustende op 30 zware, geelachtige steenen +pijlaren: men leest op de voorzijde van de kap (_facade_) _Halle_, +_Charles de la Croix, an. XII_. + +Nu hebben wij de stad te samen eens doorgeloopen; ik begin daar +gemeenlijk mede, als ik op vreemde plaatsen kom, om eerst eene +oppervlakkige kennis van de ligging te krijgen, eer ik de dingen +van stuk tot stuk beschouw. Een leidsman of wegwijzer neem ik +zelden: als men den weg wil leeren kennen, moet men alleen gaan: +kan men een plan bekomen van de plaats, waar men zich bevindt, +zoo veel te beter, en anders maar vragen. Een oplettend reiziger +teekent, eer hij op reis gaat, zoo veel mogelijk op, wat 'er hier +en daar aanmerkenswaardig te zien is, en dan komt men met vragen, +zoo men geene kennissen heeft, in de koffijhuizen en logementen, of +bij de opzienders van boekerijen en natuur- of konstverzamelingen, +al vrij wel te regt. Men neemt een toren, markplaats of aanzienelijk +gebouw voor hoofdbaak, den naam van het logement, de straat, en zoo de +stad groot is, de wijk, waar het in staat, teekent men op, en weldra +leert men de onderscheide toegangen naar hetzelve kennen. Zijn 'er +in of om de stad hoogtens, van waar men dezelve overzien kan, des te +gemakkelijker krijgt men begrip van de ligging. Op zulk eene wijze +vind ik den weg in de grootste steden, en dat binnen weinige dagen, +zonder bijna te vragen, en ik zie zeldzaam iets bezienswaardigs +over het hoofd; terwijl men een' leidsman of huurknecht hebbende, +alleen op hem vertrouwt, veel minder rond-, en dus veel voorbij ziet; +ook houden die snaken u doorgaans met een menigte beuzelachtige, +verdichte of opgesierde vertellingen bezig, leiden u om, om den tijd +te rekken, en laten slechts dat gene zien, dat zij verkiezen. Kortom, +men is van die menschen afhankelijk, en dat alleen is al genoeg, +waarom het met mijne geaardheid strijdt. Als men alleen wandelt, +loopt men links of regts, men is ongestoord in zijn opmerkingen, +en staat te kijken, waar en zoo lang men wil; dan vraagt men eens, +en dan maakt men met den een of ander een praatje, en ik moet tot +lof van de _Franschen_ zeggen, dat zij over het algemeen vriendelijk +zijn om de vreemdelingen te onderrigten; onze landgenoten anders zoo +gereed om nateäpen, zouden wel doen van hun voorbeeld in dit opzigt +wat meêr te volgen. Ik veroorlof mij ook al ligt, om in alle plaatsen +of gebouwen, die ongesloten zijn, en mij bezienswaardig voorkomen, +in te loopen, doch ik ga ook zonder tegenzeggen terug, zoodra men het +vordert; en hier bij heb ik mij altijd wel bevonden.--Een goede mate +van vrijpostigheid is den reizenden noodzakelijk. + +Den 8 dezer, ging ik 's morgens al weder zeer vroegtijdig uit. Aan +den kant van de poort van _Rome_, zag ik verscheidene muilezels, +die zeer aardig waren opgeschikt met groote pluimen op den kop, +en hebbende aan het hoofdstel, onder andere sieraden, kleine +spiegeltjes; zij hadden bellen of klokjes aan den hals, en een +net met voedsel aan den bek; de koopmanschappen, die zij droegen, +waren met een soort van tapijt gedekt, en de voerlieden van deze +karavane schenen _Italianen_; alle die bellen maakten een aardig +klokkespel. Ik zag ook een kudde melkgeiten, insgelijks met klokjes +aan den hals, die een man door de stad dreef; de lieden, die melk +noodig hadden, kwamen op het gebel buiten, zoo als bij ons, als de +melkboer tweemaal belt; en 'er werd dan zoo veel gemolken als zij +vroegen; dit is hier noodzakelijk, omdat de melk door de warmte zoo +schielijk bederft; insgelijks staan de boeren 's morgens hier en +daar in de stad met hunne koeijen, die zij van tijd tot tijd, als +'er zich koopers opdoen, melken. Deze koeitjes zien 'er schraal uit, +en geven niet veel; want tusschen de rotsen rondom _Marseille_ en de +_Purmer_ of _Beemster_, is een groot onderscheid. De boter is hier +dan ook zeer schaars, en die 'er nog is, ziet wit als onze hooiboter, +en heeft min of meêr een' ongelachtigen smaak. In de straat van _Rome_, +aan den hoek van een klein straatje, voor het huis van een Apotheker, +zag ik, dat men bezig was om aan een fontein te werken, men had daar +onlangs een wit marmer borstbeeld opgezet; het stond op een voetstuk +van blaauw marmer, doch 'er was nog geen opschrift op; de gevel van +het huis van den Apotheker, die met beeldhouwwerk versierd was, werd +tevens opgemaakt. Ik giste, dat hier de vermaarde _Marseillaansche_ +beeldhouwer, bouwmeester en konstschilder Puget gewoond had, en men +zijn borstbeeld op de fontein plaatste; om hier zeker van te zijn, +trad ik in de pillenvergulders-winkel, en bevond, dat ik het geraden +had. Van stadswegen werd hier dat gedenkteeken, ter eere van dien te +regt beroemden kunstenaar opgerigt. Met genoegen bespeurde ik, dat +de Apotheker hier omtrent ook niet ongevoelig was, want hij zeide, +met eene zigtbare tevredenheid: "_Oui Monsieur! j'habite la maison du +celèbre_ Puget." Het beeldhouwwerk in den gevel was van den kunstenaar +zelven, en men leest 'er: _Salvator mundi miserere nobis_ [52]; en wat +lager: _Nul bien sans peine_ [53]. Het borstbeeld op de fontein scheen +mij fraai uitgevoerd te zijn. Lof zij de regering van _Marseille_, +die zoo doende de kunsten aanmoedigt.--Hier omtrent zijn wij Bataven +ook ellendig achterlijk, en wat hebben wij een ruime stof! getuigen +onder andere, helaas! de rijke buit van schilderstukken in het Museum +te _Parijs_.--en waar vindt men bij ons een openbaar gedenkteeken +ter eere van een eenigen van zoo vele roemruchtige kunstenaars, +Hoe schadelijk is ook in dit opzigt die koude onverschilligheid, +die verachtelijke slaperigheid onzer landgenoten niet!--Moeten wij +ons niet schamen voor onze naburen de _Engelschen_ en _Franschen_, +zoo wel als voor de bewoners van sommige gedeelten van _Duitschland_, +bij welke laatste de kunsten en wetenschappen, sedert naauwelijks +een halve eeuw, zulke aanmerkelijke vorderingen gemaakt hebben; en +waar anders door dan door een' geest van _Patriottisme_ en edelen +_National-Stolz_: terwijl wij in zoo vele vakken schier dagelijks +achter uitgaan. Ik weet wel, dat de tijden zeer ongunstig zijn, doch +ik weet tevens, dat dit een des te sterker prikkel behoorde te zijn, +om alles aantewenden, wat eenigzins strekken kon, om 's Lands luister +te herstellen, de kwijnende kunsten en wetenschappen, handwerken en +fabrieken optebeuren, en daar door meêr en meêr zoo vele verstopte +bronnen van onze welvaart te openen. Deze uitweiding zou mij haast +doen vergeten, om nog het een en ander aangaande Puget te zeggen, dat +ik toch doen wil, om u de moeite te sparen, van sommige schrijvers of +woordenboeken te doorbladeren, daar ik uwe belangneming heb gaande +gemaakt: weet dan, dat deze man hier in 1622 geboren werd, en geene +geldmiddelen hebbende, genoodzaakt was, om zich op het een of andere +kunst- of handwerk toeteleggen; hij wierd dan als kweekeling in de +beeldhouwkunde, bij het Arsenaal dezer stad opgenomen; al spoedig +maakte hij vorderingen, en zijn kunde ontwikkelde zich vooral in +_Italië_. In 1653 kwam hij weder te _Marseille_ terug; en na deze stad, +_Genua_ en _Toulon_, en de kunsten in het algemeen [54], door zijn +beeldhouw-, schilder- en bouwkunde aanmerkelijk te hebben verrijkt, +stierf hij in 1694, en alzoo het 72 jaar zijns ouderdoms, in zijne +geboortestad. Zijn zoon Francois Puget, was ook een goed schilder. + +Verder voortwandelende, zag ik in die zelfde wijk, naar het mij +voorkwam, eene andere fraaije fontein, bestaande uit een kolom van +granit of gespikkeld marmer, volgens de Jonische order, rustende +op een rood marmeren voetstuk; boven op den kolom stond het +borstbeeld van Homerus, en op het voetstuk las men aan den eenen +kant: _Les descendans des Phocéens à_ Homère, en aan den anderen +kant: _Le General_ Bonaparte, _premier Consul etc._ Charles de la +Croix _prefet etc_. Aan den kant van de _Boulevard_ was men bezig +om een nieuwen Schouwburg, tot het vertoonen van kleine stukjes, +_Vaudevilles etc._ te bouwen. Hij was bijna voltooid, en men moest +'er met den aanstaanden winter nog in spelen. De smaak voor het +tooneel neemt nog dagelijks meêr en meêr toe onder de _Franschen_; +doch mijns bedunkens is het de regte smaak niet; het schouwspel +strekt bijna geheel ter voldoening van hunnen ligtzinnigen smaak, +terwijl men het nut, ik meen het _moreele_ nut, niet genoeg in het oog +houd. Men was ook niet ver van hier in een gebouw, voorheen een Kerk, +bezig met een luchtbol (_ballon_) te maaken, die al vrij groot was, +een man te paard zittende, ik meen den vermaarden Blanchard zelven, +moest daar binnen eenige dagen mede opstijgen. Men zou, dunkt mij, ook +wel doen, om van dat gevaarlijk luchtreizen, waarin men het toch nooit +verder schijnt te zullen brengen, aftestappen, om liever het geld, +dat daar aan verkwist wordt (en dit bedraagt zeker eene aanmerkelijke +som, want men houdt zich vooral in _Frankrijk_ nog zeer veel met +luchtbollen bezig) aan de aarde, waar van de bewerking nog voor zoo +veel verbetering vatbaar is, te besteden: behalve dat, vind ik alle +spelen of vertooningen, waar bij menschen, alleen om de aanschouwers +te vermaken, hun leven of gezondheid wagen, zoo als luchtreizigers, +koorddansers, paardrijders en diergelijken, in eene maatschappij, daar +de goede order gehandhaafd wordt, ten eenemaal ongeoorloofd. Ik bezag +eenige Kerken, doch vond 'er weinig bezienswaardig; in een van dezelve +was een man in Turksche kleeding, en met een tulband op het hoofd, +die zeer devoot de mis scheen bijtewonen; en behalve het ontdekken +van zijn hoofd, dezelfde plegtigheden in acht nam als de anderen. De +warmte was vrij dragelijk, en ik kon genoegzaam den geheelen dag +wandelen; terwijl ik den vorigen dag verpligt geweest was, om mij op +het midden van den dag in huis te houden. _Krediet_-brieven aan een' +koopman alhier hebbende, had ik gelegenheid, om naar den staat van +den handel eenig onderzoek te doen. Het schijnt 'er ook hier in dit +opzigt ellendig uittezien: de _Amerikanen_ en _Spanjaarden_ waren +de eenigste, waarmede men nog iets deed; de _Levantschen_ handel, +die hier de voornaamste tak van commercie uitmaakte, en waar toe +alleen eenige honderde schepen gebezigd werden, is door den oorlog +schier geheel werkeloos, en met de _Barbarijsche_ kust, _Marocco_ +enz. beteekent het ook zeer weinig, en geld en krediet ontbrak 'er +algemeen, naar men mij verzekerde. De _Marseillanen_ plagten ook veel +met de _Engelschen_ en _Hollanders_ te handelen, maar ook deze handel +staat thans genoegzaam stil. Verscheidene kooplieden, die ik sprak, +en in hunne bezigheden zag, kwamen mij voor, wat hunne geaardheid +aanbelangt, dezelfde soort van menschen te zijn, als de onze te +_Amsterdam_, _Rotterdam_ enz.; en men zou in een kantoor of pakhuis +te _Marseille_ zijnde, waar Kooplieden, Makelaars, Kantoorbediendens, +Pakhuisknechts, enz. onder elkanderen bezig zijn, indien 'er geen +_Fransch_ gesproken werd, zich zeer wel kunnen verbeelden, dat men in +_Amsterdam_ of _Rotterdam_ was. Goedkoop koopen, 'en duur verkoopen, +is altijd de hoofdbedoeling en de beweegoorzaak van hunne daden en +verrigtingen, en dit bedrijf schijnt eenen aanmerkelijken invloed op +het karakter te hebben; echter meen ik, zonder partijdig te zijn, +wat aanbelangt de ijver, orde, naauwkeurigheid, en vooral ook de +goede trouw, mijnen landgenooten de voorkeur te mogen geven. De +kooplieden van _Marseille_ schenen in 't geheel niet in hun schik +met het tegenwoordig Gouvernement, en beschouwden het als een +krijgsbestuur (_Gouvernement-militair_) nadeelig voor den koophandel, +_Bourbons_-gezind schenen zij echter over het algemeen ook niet; het +oude Aristocratisch-Republikeinsche zit 'er misschien nog wel wat in, +vooral als de vrijheid en onafhankelijkheid opzigtens den handel daar +door kon begunstigd worden; met één woord, de geest van koophandel +(_esprit de commerce_) schijnt 'er, de algemeene geest (_esprit +public_). Het nieuwe _Fransche_ gewigt scheen hier ook weinig in +gebruik; nu ik geloof ook, dat men moeite zal hebben, om, en wel de +vreemdelingen vooral, daar aan te gewennen. Hier ziet men bijna in 't +geheel geen balance en gewigt, zoo als bij ons en elders in _Frankrijk_ +in gebruik, en men verkoopt veel bij het pond, zelfs tot de houtskolen +toe, alles wordt schier gewogen aan ijzeren of houten staven, die de +zwaarte aanwijzen, door een ijzeren of koperen bol, die men op zekere +merken schuift [55]. In de winkels hangt deze staf doorgaans op een +bepaalde plaats, met eene schaal 'er aan, doch anders heffen twee +menschen die aan een stok op de schouders op, met de goederen die men +'er aanhangt; zoo weegt men in de pakhuizen en op de kaaijen, bij het +afleveren van goederen enz. De goederen Worden hier meestal gedragen, +door mannen, die men _porte-faix_ noemt. Zij dragen op den rug en met +twee aan een boom, doch niet zoo als bij ons de bierdragers achter +elkander, maar naast elkander; zij hebben groote ronde hoeden op, +en daar aan hangt een kussentje, dat hun in den hals ligt, hier op +rust de draagboom. Ik geloof, dat op die wijze het geheele lichaam +meer draagt, en het alzoo gemakkelijker is, dan dat de boom maar +op eene schouder rust. Deze lieden maken een soort van Gilde uit, +zoo als bij ons de zakkedragers, dat men _le corps de porte-faix_ +[56] noemt. Hunne hoofden, die 'er goede order onder houden, bezitten +in eene ruime maate het vertrouwen van de kooplieden, en schijnen +zich dat vertrouwen ook waardig te maken. + +'s Avonds ging ik in den grooten Schouwburg, die digt bij mijn +logement, regt over de straat _Beauvau_, is, zoo dat de _facade_ eene +fraaije en prachtige vertooning maakt, en het heeft daar door wel +wat overeenkomst met het van binnen uitgebrande _Théatre de l'Odéon_ +te _Parijs_. Deze Schouwburg is naar het bestek van Benard in 1787 +gebouwd. Van binnen is deze zaal fraai, doch men kan in het _parterre_ +ook niet zitten, dan op een enkele bank rondom; men betaalde 'er ook +maar 25 _sous_. Ik bleef 'er slechts zeer kort, want het was 'er warm, +zoo dat ik schier zweette van het zien dansen, dat anders vrij wel +was; men zeide mij ook, dat zij in de balletten uitmunten; maar dat +het overige niet veel beteekent. Fraaije Koffijhuizen vindt men te +_Marseille_ in menigte, zoo rondom de _Cours_ en bij den schouwburg, +als elders; _le Caffé du Commerce_, in de straat de _Beauvau_, is een +van de beste; de ververschingen zijn 'er niet duur. IJs wordt hier ook +zeer veel gebruikt, men betaalt _de glace_ [57] tien à twaalf stuivers. + +Den 9 dezer, werd ik 's morgens gewekt door een kanonschoot, die bij +het openen van de haven van een der forten gedaan wordt. Ten vijf uren +ging ik reeds uit, en alles was al in beweging. Ik klom op den berg, +daar het fort _notre Dame de la Garde_ op gelegen is; men heeft van +daar een allerschoonst gezigt over de stad, de omstreken, en op de +zee. Ten tijde, dat de _Romeinsche_ legioenen zich hier bevonden, +moet 'er een aanzienelijk bosch op dezen berg geweest zijn; oude +schrijvers althans spreken daar van; thans is 'er niets, dat naar +een bosch gelijkt, op te zien; de grond is dor en steenachtig. Hier +omstreeks heeft men nog een anderen berg of heuvel, die men thans +den berg Bonaparte (_la montagne_ Bonaparte) noemt; men heeft pas een +nieuwen weg gemaakt, langs welken men 'er zeer gemakkelijk opklimmen +en omwandelen kan. In het opklimmen las ik op een bordje een verbod +om de boomen en struiken op deze wandeling niet uit te rukken of +te beschadigen--geene wet zal 'er beter nagekomen worden dan deze; +want 'er is geen boompje of struikje op den ganschen berg te zien, +en ik geloof niet, dat 'er ooit boomen of struiken, van eenig belang +op zullen groeijen, omdat het genoegzaam niets anders is dan rots +of stukken steen; boven op heeft men nogthans een allerverrukkendst +gezigt, vooral ook in de haven en op den berg aan den overkant, waar +tegenzich de huizen van de oude stad als een Amphitheater vertoonen. In +de zee zag ik een enkel visschersschuitje; anders was het in deze, in +vredestijd zoo drokke, zeehaven dood stil. Aan den voet van den berg, +waar men denzelven opklimt, is een fraaije fontein met een Jonische +kolom, waar op het borstbeeld van Bonaparte, van wit marmer; op het +voetstuk dat met twee witte marmeren _bas-reliefs_ pronkt, verbeeldende +het eene eenige merkteekens van den koophandel, en het andere van +den wijnoogst, leest men: _A_ Bonaparte _vainqueur et pacificateur +Marseille reconnaissante_ [58]. Verder blijkt uit het opschrift, +dat dit gedenkteeken onder het bestuur van den _prefet_ Charles +de la Croix, die, in _Holland_ zijnde, zoo een groote voorstander +scheen van een Demokratisch bestuur, is opgerigt. Dit alles is door +een fraai ijzer hek omringd, en deze fontein staat aan het eind +van een vrij lange pas beplanten laan, te weten aan iedere zijde +met eenen rij boomen, die voor een algemeene wandeling moet dienen, +makende alzoo eene fraaije vertooning. Langs de haven wandelende, +zag ik, dat men daar bezig was, om met een werktuig, dat ik mij niet +herinner van bij ons gezien te hebben, het slijk uittebaggeren; +dit werktuig bestond uit twee groote baggerhaken, ten naasten bij +zoo als die in het klein zijn, waar onzer baggerlieden mede arbeiden, +zij worden door windassen, die bewogen worden door lieden, die in een +rad loopen, bestuurd, zoo dat de eene telkens naar beneden, en de +andere naar boven gaat; de scheppers van deze baggerhaken zijn van +onderen met een klep, die met een klink sluit; deze klep opent men +door middel van een haak, en loost zoo den modder in een schuit, die +'er onder ligt. Dit werktuig slaat op een vierkante bak of schuit, +en ik zag 'er zoo verscheidene liggen. Dit schoonmaken van de haven +is zeer noodzakelijk, om dat het slijk en de vuiligheid uit de stad +'er in uitloost, en 'er heeft geene doorspoeling plaats, daar het water +altijd stil staat; want, gelijk gij weet, in de _Middellandsche Zee_ +gaat geen ebbe noch vloed. Het kan dan hier langs de haven, vooral +als het heet is, wel eens onaangenaam rieken, zoo dat _Marseille_ +ook in dit opzigt eenige overeenkomst heeft met _Amsterdam_. Maar +zeldzaam gebeurt het dat het water hier hooger of lager wordt, en dan +is die verandering nog maar van weinig belang. De kaai is slechts +weinige voeten boven water, zoodat men van daar gemakkelijk in de +schuitjes, waar men mede overvaart, stapt. Indien de bovengemelde +baggerwerktuigen bij ons niet bekend mogten zijn, was het dunkt mij +der moeite wel waardig, dat men 'er onderzoek na deed, en 'er eene +naauwkeurige afteekening van trachtte te bekomen; want immers zouden +zij bij ons op verscheidene plaatsen met veel vrucht kunnen gebezigd +worden. Ik dacht, dat de vette modder, dien men hier uitbaggerde, +gebruikt werd, om de onvruchtbare steenachtige gronden, rondom deze +stad te bemesten, daar de bemesting hier zoo schaars en tevens zoo +noodzakelijk is; maar neen, men wierp die op eenen zekeren afstand van +de stad in zee, en zelfs scheen men vrij algemeen staande te houden, +dat deze slijk of modder in 't geheel niet deugde, om de gronden te +verbeteren. Dat dezelve in een of twee jaren de vruchtbaarheid niet +bevordert, is zeer wel mogelijk, doch na verloop van eenigen tijd, +ben ik wel verzekerd, dat zij op deze barre gronden, behoorlijk +bewerkt zijnde, zeer nuttig moet zijn, en indien ik hier woonde, +en de vereischte gelegenheid had, twijfel ik niet, of ik zou 'er met +goed gevolg wel gebruik van weten te maken; doch ook in dit opzigt +zijn verkeerde begrippen en kwade gebruiken niet gemakkelijk te +veranderen. Zoo gaat het bij ons met de straatmest, asch enz. In +ons vaderland hebben wij zoovele onbebouwde gronden, die slechts +bemesting en matigen arbeid vorderen, om het een of ander, al was +het maar dennenhout en aardappelen voorttebrengen. De deerniswaardige +bewoners van onze zeedorpen vooral, lijden bitter gebrek, en vergaan +hier en daar bijna van honger, en ondertusschen twijfel ik niet, of men +vervoert altijd nog de straatmest, asch enz. uit _den Haag, Leijden_, +_Haarlem_, enz. naar _Braband_, in plaats van ze door die ongelukkigen +te laten weghalen, om 'er de nabijgelegen duinen mede te bemesten, +en 'er aardappelen, die 'er ongetwijfeld goed in groeijen, in te +zetten. Ik weet wel, dat de bevordering van den landbouw en fabrieken, +in 't geheel niet met den algemeenen handelgeest in ons vaderland +strookt; doch ik weet tevens ook, dat welke de redenen ook zijn mogen, +die men tot staving van dat denkbeeld, als strookende zelfs met het +algemeen belang, moge aanvoeren, dezelven althans in oorlogstijden, +niets afdoen, en sedert hoe vele jaren, en hoe dikwijls is de oorlog, +helaas! ons lot niet. In vredestijd brengt de koophandel, wel is +waar, schatten aan, maar schatten maken ook de afgunst en begeerten +onzer nabuuren gaande, en geven aanleiding tot weelde, en dus ook tot +zedenbederf; daarenboven blijven deze schatten doorgaans maar in een +gedeelte van het land in omloop, en verrijken maar een zeker aantal +van deszelfs inwoners. De landbouw, en ook de fabrieken, te weten van +kleeding en andere stoffen, die wij voor eigen gebruik noodig hebben, +zijn minder voordeelig in het aanbrengen van rijkdommen, doch ook +een zekerder middel ter algemeene verschaffing van het noodzakelijke, +en alzoo ter behoeding van gebrek--zoo veel mogelijk onafhankelijk te +zijn van de omstandigheden, is voor ons van vrij wat meer belang, dunkt +mij, dan rijkdom, dien wij toch ook niet aanhoudend en rustig kunnen +blijven bezitten; maar al dikwijls moeten wij zien, dat vreemden de +vruchten van onzen, arbeid en spaarzaamheid inoogsten.--Dit althans, +houde ik voor zeker, dat ook ten dezen opzigte de waarheid in het +midden ligt, en het alzoo noch redelijk, noch staatkundig is, om den +koophandel alleen, ten koste van de landbouw en fabrieken, te willen +staande houden.--Wat zegt gij, Vriend! zijt gij het hier omtrent niet +volkomen met mij eens? + + + + + +TIENDE BRIEF. + + +_Marseille, 13 Augustus._ + +Ons voornemen zijnde, om van hier een uitstapje naar _Toulon_ en +_Hières_ te doen, gingen wij naar het stadhuis, om onze passen te +laten teekenen, _viseeren_, daar dezelven maar tot _Marseille_ gegeven +waren. Onder het stadhuis, zoo als ik u gezegd heb, is de beurs, die +men _la loge_ noemt, het is een ruime zaal; dagelijks na den middag +vergaderen de kooplieden daar in, en de onderscheide _Oostersche_ +kleedingen, die men 'er ziet, leveren voor lieden, die daaraan niet +gewoon zijn, een vreemd verschijnsel op. Boven den hoofdingang van +het stadhuis ziet men nog de overblijfsels van het fraaije Koninklijke +wapenschild door Puget [59], en ter zijde, van denzelfden meester, een +_bas-relief_ verbeeldende St. Charles _de Borromæus_, Aartsbisschop van +_Milaan_, zorg dragende voor de pestzieken; beiden zijn van wit marmer, +en voor meesterstukken bekend, doch aan het wapenschild is 'er weinig +meêr van den bijtel van Puget overgebleven; men ziet hier ook nog drie +andere _basreliefs_, aan beide zijden van den ingang zijn 'er twee, +onder een van dezelve, waarop een Haan, heeft men na de omwenteling +doen graveren: _Le salut de la Republlque tient à la Vigilance_, en +onder een ander: _au vainqueurs du dix Août_. Men was bezig met den +voorgevel van het stadhuis te herstellen, en schoon te maken. In het +portaal van hetzelve tusschen de twee trappen, ziet men het Standbeeld +van Bayon, bijgenaamd Libertad, omdat hij de stad bevrijdde, door +den eersten Consul, Casauls, dien men beschuldigde van dwingelandij +en t'zamenspanning met den vijand, omtebrengen, en _Marseille_ aan +Hendrik den IV., of voor hem aan den Hertog de Guise over te geven, +hoewel de _Spanjaarden_ reeds meester van de haven waren; dit voorval +had plaats in 1595. Libertad en zijn broeder, die hem ondersteund had, +werden voor dezen dienst beloond, en tot den adelstand verheven. Vijf +jaren daarna wierd Hendrik de IV. zelve vermoord, en zijn moordenaar +wierd op de verschrikkelijkste wijze gestraft. Zoo veranderen de +omstandigheden dikwijls de zaken; trouwens, hier van hebben wij +ook in onzen leeftijd de merkwaardigste voorbeelden gezien. In de +groote zaal van het stadhuis moesten wij wel een paar uren wachten, +eer wij met onze paspoorten klaar konden komen, omdat hij, die ze +moest teekenen, afwezig was, dus had ik wel tijd, om de twee groote +en fraaije schilderijen van Serre le Peintre, leerling van Puget [60] +te bezigtigen; deze twee stukken stellen de akelige tooneelen van +die pest, die hier in 1720 en 1721 zoo verschrikkelijk gewoed heeft, +voor. Deze Serre bekleedde ook met ijver en oplettendheid den post van +Wijkmeester in zijne buurt, ten tijde van de besmetting, en was dus wel +in staat, om de ellende naar het leven aftemalen. De eene schilderij +verbeeldt _le Cours_ (de algemeene wandeling), vol zieken en dooden, +en de andere de plaats voor het stadhuis. Behalve den Ridder Rose, die +zich in September 1720 aan het hoofd stelde van 100 Galeiroeijers, om +de groote menigte onbegraven lijken, die bijna niemand durfde naderen, +in kuilen met ongebluschte kalk te doen werpen, en ten dien einde het +eerste de hand aan het werk sloeg, muntte in dit rampzalig tijdstip +onder meêr anderen bijzonder uit, zekere Pierre Haristoy Caseneuve, +geboortig van _Béhaune_, in het land van _Béarn_, hij was eerste +Commies van de Levensmiddelen voor de Galeijen, en liet gewoonlijk de +uitdeeling door zijne onderhorigen doen; doch daar de Galeijroeijers +gelast waren, om de van de pest gestorvenen te begraven, en men dus +alle reden had, om hen als besmetten te schuwen, dacht deze brave +Commies, dat 'er welligt uit vrees nalatigheid in de uitdeeling zou +kunnen plaats hebben, en deze ongelukkigen alzoo gebrek lijden; waarom +hij het menschlievend besluit nam, om niettegenstaande het gevaar, +altijd zelve bij de uitdeeling tegenwoordig te zijn. De regering, +deze edelmoedige handelwijze willende erkennen, bood hem een jaarwedde +van 1200 livres aan, doch de belangelooze menschenvriend bedankte +'er voor, hoewel hij in 't geheel niet rijk was, en een talrijk +huishouden had. De nakomelingen van dezen waarlijk edelen man bestaan +nog heden, en de _Marseillanen_ hebben niet nagelaten, om zijn' naam, +en die van meêr anderen, welke ten dien tijd in menschlievendheid en +weldadigheid uitgemunt hebben, aan de vergetelheid te ontrukken. Een +andere trek van edelmoedigheid van een' Kaperkapitein van _Tunis_, +is niet minder belangrijk en streelende voor gevoelige harten. Paus +Clemens de XI. vernemende, dat in 1720 niet alleen de pest, maar +ook de hongersnood in het ongelukkig _Marseille_ heerschte, zond 'er +van _Civita-Vecchia_ ettelijke schepen met granen naar toe. Eenige +Kapers van _Tunis_ deze schepen najagende, achterhaalden dezelven, +en namen ze, doch de _Reis_ of Commandant vernemende, met welk +oogmerk zij afgezonden waren; en welke hunne bestemming was, zeide +tegen den schipper, die deze schepen met graan geleidde, zijne hand +op het hoofd leggende: "Ga, Christen, voer uw' last uit, ik ben uw +vijand niet meêr--God zou mij straffen." Dit laatste geval niet zeer +algemeen bekend zijnde, heb ik vooral gemeend u hetzelve te moeten +mededeelen.--De ziel van ieder redelijk menschenvriend wordt verkwikt +door het hooren van diergelijke trekken.--En waarom verzuimt men, om +deze daad ook op eene schilderij te verbeelden, en dat optehangen in +deze zaal, waar dagelijks een menigte vreemdelingen komen van allerlei +volkeren en waaronder zeer vele zeelieden: zulks zou immers kunnen +strekken ter vermindering van haat en vooroordeelen, en zijn alle +redelijke en verlichte bestuurders niet verpligt, om hiertoe alles, +wat maar eenigzins in hun vermogen is, bij te dragen? De zaal van de +Municipaliteit, voorheen van de Consuls (_la salle Consulaire_), is zoo +wel als de groote zaal beziens waardig. Doch dat men de vreemdelingen +hier zoo lang na hunne paspoorten laat wachten, is niet vriendelijk; +men is daar te _Parijs_ handiger mede. + +In ons logement aten wij 's middags laat, namelijk te vijf uren, zoo +men dat middag eten noemen kan, doch om tien uren 's morgens ontbijt +men ook met koteletten, gebakken visch enz., dat men _dejeuner à +la fourchette_ [61] heet, en zoo doet men dan, even als te _Parijs_, +maar twee maaltijden daags. Ik gebruikte doorgaans 's morgens in een +koffijhuis brood met limonade, vruchten of iets diergelijks, en las +dan met een de nieuwspapieren. Voor het middagmaal betaalde ik aan de +gemeene tafel in het logement met den wijn, hoewel ik 'er bijna niet +van dronk, 4 livres. Het eten is 'er voor de landstreek vrij goed, +en de tafel is zindelijk, en met orde gediend; schotels zijn 'er +genoeg, doch 'er is doorgaans te weinig op, naar evenredigheid van de +gasten, zoo dat men zich moest haasten, om van die, welke het meeste +gezocht zijn, wat te krijgen; en dat vind ik al zeer onaangenaam, +vooral als men uit nieuwsgierigheid het een en ander proeven wil. Het +rund- en kalfsvleesch schaars zijnde, is de soep gemeenlijk schraal, +veeltijds van pompoenen en eenige andere groentens gekookt, waar dan +wat brood met olij bij gedaan wordt; dit schijnt voor ons zonderlinge +kost, maar is toch zeer wel te eten. Schapenvleesch wordt het meeste +gebruikt, en is 'er goed; dagelijks hadden wij versche en lekkere +zeevisch, en behalve tongen en tarbot, eenige soorten, die men bij +ons niet kent. Als _le Rouget_, een fijn en lekker vischje, rood +van kleur; _le Mulet_, in het _patois_, _Mujou_, die zeer gemeen +in de _Middellandsche zee_, en tevens een goede visch is: men vindt +'er verscheide soorten, waartoe ook die, onder den naam van vliegende +visch bij ons bekend, behoort: _La Dorade_, de zeebaars (_perche de +mer_) en meêr anderen, ook eet men 'er dagelijks versche Sardines, +die gedroogd zijnde, wel wat overeenkomst hebben met de Sprot. De +_Marseillaansche_ Anchovis is beroemd; de beste wordt in de zee +van _Frejus_ gevangen, doch ik voor mij vind ze niet beter dan onze +_Bergsche_. Ook levert de _Middellandsche zee_ goede kreeften op, en +waaronder ik 'er zag, die al vrij groot waren; hun kop en pooten zijn +ruw en met scherpe puntjes, ook vond ik het vleesch, wreeder dan dat +der noordsche; wij hadden ze bijna dagelijks op tafel, en men noemt +die hier _Lingoustes_. Somtijds gaf men ons ook een soort van kleine +schelpvischjes. _Aubergines_, _pommes d'Amour_, en gestoofde komkommers +zijn de gewone groentens. Meloenen en vijgen, die hier uitmuntend goed +zijn, hoewel ik ook bij ons meloenen gegeten heb, die niet minder goed +waren, hadden wij in overvloed; men geeft die niet op het nageregt, +maar na de soep, dit is in _Frankrijk_ algemeen gebruikelijk, en men +noemt deze geregten _hors d'oeuvres_. Ik was verwonderd, van in dit +jaargetijde nog zuiglammeren te eten; doch vernam, dat de schapen +in deze landstreek tweemaal 's jaars werpen. Gevogelte van allerlei +soort vindt men hier zoo als bij ons en elders. Het gebak, taart en +pasteiwerk, is meestal met olij of vet gereed gemaakt, doch ik heb +het dikwils zeer lekker gevonden. Men eet hier ook eveneens als in +_Italië_ veel _Macaroni_. De vruchten, behalve de meloen en vijgen, +beteekenen niet veel; de grond is te dor en te schraal. De persiken, +die meestal geel zien, zijn droog en hard, zij houden zoo vast aan +de steen, dat men ze 'er af moet snijden, men noemt hier dit soort +_des peches males_ in onderscheiding van die, welke bij ons algemeen +bekend en hier in 't geheel niet overvloedig zijn. De versche amandelen +had ik haast vergeten, men geeft ze hier in hunne groene bolsters +op tafel, en eet de pitten doorgaans met wat zout; ik houde 'er wel +van. Deze vrucht wordt veel rondom _Marseille_ geteeld, zij groeit +gaarne op de hoogte, en is niet naauwnemend omtrent den grond. Uijen, +meestal roode, en knoflook worden hier ook veel gebruikt, en in eene +groote hoeveelheid van de plaatsen rondom aan de _Middellandsche +Zee_ aangebragt; deze vrucht is hier veel minder sterk dan in het +Noorden, eveneens is het gelegen met de _Spaansche_ peper, die men +hier veel teelt; zij wordt in menigte groen aan de markt gebragt, +en men eet ze doorgaans met zout en azijn. In deze landstreek maakt +men ook een kost, dien men de meeste vreemdelingen voor geen lekkernij +behoeft voortezetten; het is de zoogenaamde _Beurre de Provence_ [62], +bestaande uit olijfolij, gestampte knoflook, en zout gemengd en geklopt +zijnde, tot het een dikke pap wordt. De wijn is hier voor lieden, die +'er niet aan gewoon zijn, te zwaar, zoo als ik u reeds gezegd heb; +ik kon ze volstrekt zonder veel water niet drinken. Doch zij, die +'er aan gewoon zijn, weten 'er niet van, en het komt mij voor, dat +de _Marseillanen_ over het algemeen een goed glas wijn drinken. Zij +gelooven, dat het in deze luchtstreek gezond is. Brood wordt hier in +zulk eene groote hoeveelheid niet gegeten, dan in andere deelen van +_Frankrijk_, daar het koren overvloedig is; want _Provence_ brengt +maar zeer weinig koren voort. De zoogenaamde gemeene en landlieden +eten veel brood en pap van _Maïs_ (Turksche tarw). Voor een kamer +met twee bedden betaalde ik hier ook 40 stuivers daags, doch daar +voor moest ik ook wat hoog klimmen; anders is het duurder. De tafel +is ook een van de duurste, die men hier vindt, en men kan elders +wel voor £ 3-:-: te regt komen, waarvan ik tusschen beide dan ook al +eens gebruik maakte. Men is in dit Hotèl zeer goed, en zoo zindelijk, +als men in _Holland_ verlangen zou [63]; zelfs zag ik de meid meêr dan +eens 's morgens het voorhuis uitschrobben, een verschijnsel, dat ik +nog nooit in _Frankrijk_ gezien heb. Weegluizen hebben wij ook niet +bespeurd, doch van de muggen wordt men verschrikkelijk geplaagd, +zoo dat men genoodzaakt is, om even als, op vele plaatsen, bij ons +gazen gordijnen te gebruiken; de eene mensch schijnt 'er echter meer +voor bloot te staan dan den anderen; ik had 'er weinig hinder van, +terwijl mijn reisgezel op dezelfde kamer slapende somtijds met bulten +gestoken werd. + +'s Avonds ging ik in het _pavillon chinois_, 'er was veel volk, +en daar onder eenige gnappe vrouwen of meisjes. De vrouwen zijn +meestal bruinachtig, en sommigen hebben veel van de _Grieksche_ +wezenstrekken. In fraaije tanden, en levendige oogen, munten zij uit, +doch missen ook daar en tegen, dat zachte en bevallige van onze +blonde met hare groote blaauwe oogen en mooi vel. De zoogenaamde +fatsoenelijke kleeden zich naar de _Parijsche_ mode, die eenige jaren +vrij goed geweest is voor de vrouwen, doch thans beginnen 'er weder +keurslijven voor den dag te komen. + +Den 10 dezer ging ik de oude stad, die ik nog maar ter loops in +oogenschijn genomen had, bezigtigen; en klom, aan het eind van de kaai +aan de noordzijde, bij het Fort _St. Jean_, op de hoogte. Dit Fort +kan men thans uithoofde van de tijdsomstandigheden, niet gemakkelijk +van binnen zien; ook zeide men mij, dat 'er behalve, misschien +voor vestingbouwkundigen, niets bijzonders te zien was. Lodewijk de +XIV. deed deze sterkte, en de _citadel St. Nicolas_ aan den anderen +kant van de haven, in 1660 bouwen, om de stad wegens ongehoorzaamheid +aan haren Gouverneur, de Hertog de Mercoeur, te straffen [64]. De haven +wordt tusschen deze twee sterktens met eene ketting geslooten. Op +de hoogte had ik een uitgestrekt gezigt in zee. De stadsmuren zijn +hier op de steile rots gebouwd, die aan den voet door de zee bespoeld +wordt. Ik zag eenige lieden, in het water staande, bezig om met een +soort van houweelen, slijk uit de zee optedelven, daar zij insekten +in zochten, die men hier gebruikt tot aas, om sommige zeevisch +mede te vangen. Wat verder zag ik visschers in schuiten, bezig +om met netten sardinen te visschen. Regt uit langs den stads muur +gaande, kwam ik aan de plaats waar omtrent waarschijnlijk voorheen +de tempel van Diana, die de oude _Marseillanen_ bijzonder vereerden, +stond. Ter dezer plaatse ziet men thans de Kerk _de notre Dame de la +Major_, dat de Hoofdkerk is; volgens sommigen zou zij zeer oud zijn; +anderen meenen te moeten veronderstellen, dat zij omtrent de 13de +eeuw, althans niet veel vroeger, eerst zoo gemaakt is, als men ze +thans ziet: het een en ander kan waar zijn. Althans de zes pilaren +van granit, die men in dezelve ziet, meent men dat behoord hebben +tot den tempel van Diana; anders is 'er niet veel bijzonders; het +is een donker en onaangenaam gebouw, en men gaat 'er langs eenige +trappen in, als in een kelder. Niet ver van hier, op eene plaats, +die men _Place de Linche_ noemd, veronderstelt men, dat de tempel +van Apollo gestaan heeft, naderhand is daar de Abdij _St. Sauveur_ +gebouwd; en men heeft ter dezer plaatse eenige oudheden gevonden. Het +Gasthuis, _la Charité_ genaamd, dat wat verder op staat, schijnt een +groot en fraai gesticht. Behalven verscheidene zeepziederijen, daar +de bekende _Marseillaansche_ zeep gemaakt wordt, zag ik hier ook een +graauwpapier-fabriek, die nog al aanmerkelijk scheen. In dit gedeelte +van de stad vindt men weinig gnappe huizen, het wordt meestal bewoond +door het minstvermogende deel der burgerij. Men toont den vreemdelingen +hier ook een oud huis, waar men wil dat voorheen het paleis der +Roomsche Keizers was; voor hetzelve ziet men nog een ouden kop; doch +wien hij moest verbeelden, wist men mij niet te zeggen, en ik vind +'er bij de schrijvers, die ik nagezien heb, niets van aangeteekend: +mogelijk woonde 'er de _Romeinsche Prefecten_ of Stedehouders, +die 'er 's jaarlijks van _Rome_ naar toe gezonden werden, toen +_Marseille_ ophield een Republiek te zijn. Moede van het doorloopen, +en op- en afklimmen van zoovele ongelijke kromme en in alle opzigten +onaangename straten, keerde ik, toen het warm begon te worden, naar +mijn logement; in het voorbijgaan zag ik nog een andere vischmarkt, +_Halle de la poisonnerie neuve_, rustende op 20 Jonische kolommen, +en volgens het bestek van den vermaarden Puget gemaakt. Hier is ook +een Leessocieteit, in een fraai gebouw op de _Canebière_, _Cercle de +l'Union_ genaamd. De aanzienelijkste lieden van de stad komen hier +bijeen, om de nieuwspapieren en andere periodique werken te lezen; +in die zaal is het dan ook niet geoorlofd, om overluid te spreken, +doch 'er zijn nog andere vertrekken, en in een derzelve staat een +billard; als vreemdeling had men mij een kaartje gegeven, om hier, +wanneer ik het goedvond, te gaan, en daar van maakte ik dan ook +nog al dikwijls gebruik. Na den middag ging ik de kaatsbaan aan +den kant van de _boulevard_ zien, de _Marseillanen_ schijnen daar +liefhebbers van te zijn; want 'er was veel volk, het is op eene +ruime open plaats, voor een gebouw dat voorheen een Klooster was; +men kan 'er vrij ingaan, 'er staan stoelen en banken rondom, en men +betaalt een of twee stuivers voor eene zitplaats. Ik zag 'er onder +de spelers die al zeer vlug, sterk en handig waren; een onder hun +muntte voornamelijk uit, hij was groot, sterk gespierd en welgemaakt, +en had het voorkomen van eenen _gladiator_ der ouden; want zij zijn +bij dit werk, dat zeer vermoeijende is, luchtig gekleed; aan de hand, +waarmede geslagen wordt, hebben zij een soort van houten koker, +en hier mede worden de ballen, die van leder, en inwendig hol zijn +(_ballons_), [65] al zeer ver gekaatst. Bij ons moet 'er altijd bij +diergelijke spelen braaf gedronken worden, doch hier zag ik niets +gebruiken; tegen het vallen Van den avond scheidde men 'er uit, +en ieder ging heen. Eenige zingende en dansende matrozen, die ik op +de kaai ontmoette, herinnerden mij aan de bloeijende tijden van ons +vaderland; zij zongen liedjes in het _patois provencal_. Op de _Cours_ +was veel volk; men wandelt daar tot laat in den nacht; want over dag +is het te warm, 'er worden ook stoelen verhuurd zoo als te _Parijs_ +in de _Tuillerien_ enz. De _Marseillanen_ komen mij voor indedaad meêr +levendig en vrolijk van aard te zijn dan de _Parijsenaars_, die zich +zooveel moeite geven, om het te schijnen. Naar men mij verhaalde, waren +zeer vele vermogende lieden thans op hunne landhuizen (_bastides_); +'s winters ziet men veel meêr _beau monde_ in de stad, en naar men +zegt, is de zamenleving voor alle smaken, en voor alle levensvakken +'er dan inzonderheid zeer aangenaam; vooral in vredestijd, wanneer +hier eene aanhoudende toevloed van vreemdelingen is. In den schouwburg +had men dezen avond gespeeld _les etourdis_, een aardig blijspel +van Andrieux, (door onzen vriend van Walré in 't _Nederduitsch_ +vertaald); dat ik te _Parijs_ zeer goed had zien vertonen, en dan moet +men het hier niet zien; naar hetzelve gaf men het bekende, ook in 't +_Hollandsch_ vertaalde zangspel, _Paul et Virginie_; en dit beviel +mij nog minder, ook heeft men in dezen schouwburg zeer weinig aan +de vertooning, omdat de aandacht gedurig belemmerd wordt, en men de +vertooners door het aanhoudend rumoer, dat 'er plaats heeft, dikwijls +niet kan verstaan; want de kooplieden maken van deze zaal een tweede +beurs; de jonge lieden komen 'er om over hunne liefdes-aangelegenheden +te spreken, de geriefelijke juffertjes, om klanten op te doen; vele +bejaarde dames, om wat te vitten en kwaad te spreken; en eenige +liefhebbers, of die 'er zich ten minsten voor uitgeven, om hunne +gevoelens over het stuk of de vertooners, aan elkanderen te vertellen; +dit alles gaat vrij overluid, voeg daar bij het gedurig geloop van de +gaande en komende in het _parterre_, en oordeel, hoe aangenaam dit +moet zijn voor iemand, die komt, on het stuk te zien. In dit opzigt +moet ik de _Parijsenaars_ prijzen, de diepste stilte heeft daar in +alle schouwburgen, waar maar eenigzins dragelijk gespeeld wordt, +plaats; en men duldt daar niet, dat de aandacht der aanschouwers +gestoord wordt [66]. + +Den 11 dezer moesten wij, volgens afspraak, met een roeischuitje +een toertje op zee gaan maken; doch het weder was hier toe niet +gunstig, want de noordwesten wind, die men hier _le mistral_ noemt, +blies vrij sterk: echter huurden wij een schuitje voor 3 livres, om +'er des goedvindende den geheelen voormiddag gebruik van te kunnen +maken; het was toen omtrent 7 uren in den morgenstond. Men vindt +doorgaans verscheidene van die schuitjes aan het eind van de haven, +bij de _Cannebière_, liggen; zij zijn met een tentje overdekt, en +op sommige staat zelfs een zeiltje. Zoo lang wij in de haven waren, +ging het nog al, doch naauwelijks buiten gekomen, moest men om den +harden wind het tentje strijken, terwijl ons bootje door de golven ter +deeg geslingerd werd, zoo dat de schipper zelve ons niet aanraadde om +het veel verder te wagen. Wij lieten ons dan aan den voet van een rots +aanzetten, klommen op dezelve, en gingen van daar naar eene plaats, die +alleen door Spaansche visschers, die men _les Catalans_ noemt, bewoond +wordt. Hier plagt voorheen het _Lazaret_ te zijn, thans is 'er een +nieuw aan den anderen kant van de stad; de goederen uit den _Levant_ +komende, worden daar gelost, en moeten 'er eenigen tijd verblijven, +alvorens zij in de pakhuizen mogen gebragt worden. Dit nieuwe _Lazaret_ +is een aanzienelijk gebouw. Wij hadden onzen schipper den voorraad, +die wij voor het ontbijt medegenomen hadden, laten dragen, tot in een +dal tusschen de rotsen, waar wij wat voor den wind beschut waren, +en hier werd de tafel op den grond gedekt. Ik beklom vervolgens de +toppen van eenige rotsen hier rondom, van waar ik een woest, doch +schilderachtig gezigt had. Een Amerikaansch scheepje hield achter +dezelve _quarantaine_. Bij het Kasteel _d'If_ zag ik een schuit, +waar in verscheidene menschen waren; onze schipper dacht, dat het +de wacht was, die op het kasteel gebragt werd; zij schenen somtijds +door de golven geheel bedekt, en hier sloegen de golven zoo hard +tegen de rotsen, dat ik het water 'er boven op, nog al vrij hoog, +Voelde.--Onze Vaderlandsche schilder Bakhuizen zou hier thans stof voor +zijn uitmuntend pençeel gevonden hebben. Wij misten weinig door niet +verder te kunnen komen: want men laat het kasteel _d'If_, thans niet +dan met een bijzonder verlof, dat niet ligt te bekomen is, bezigtigen: +omdat 'er Staatsgevangenen, in de zaak van de laatste _conspiratie_, +op bewaard worden. Bij het invaren van de haven, zag ik tegen den +muur van het Fort _St. Jan_, een gedaante zeer ruw uitgehouwen, +verbeeldende een meermin; het volk noemt deze beeldtenis _Marseille_, +waarom weet ik niet. + +Naauwlijks was ik op mijne kamer, of ik hoorde eene soort van muzijk +op straat; ik keek uit, en zag eenige boeren en boerinnen op hun +zondags uitgedoscht; de mans hadden pluimen, en de vrouwen galonnen +op hare hoeden; zij gingen twee aan twee, en waren verzeld door eenige +tamboers, die een langwerpige trommel droegen, waar op zij met de eene +hand sloegen, en met de andere op een fluitje speelden: dit fluitje +noemt men hier _le galobet_, het heeft een' zeer scherpen klank. De +vrouwen droegen een soort van koeken van meel, olij, suiker en anijs +te zamengesteld, en als een cirkel met een ster 'er in gemaakt. Deze +lieden, die op het land rondom _Marseille_ wonen, kondigen op deze +wijze het feest aan, dat in hun dorp plaats moet hebben; dat is de +naamdag van hun' beschermheilige of iets diergelijks; zij gaan dan +bij de stedelingen, die omtrent hun dorp of gehucht hunne _bastides_ +hebben, brengen hun een koek, en noodigen ze, on het feest bijtewonen; +deze van hunn' kant geven dan aan de boeren eenig geld, zoo dat dit +eigenlijk niet anders dan een bedelarijtje is. Na den middag bezigtigde +ik de kerk en de puinhoopen van de gewezen Abdij van _St. Victor_, +aan de zuidzijde van de haven bij de citadel. Deze kerk is volgens +oude bescheiden door St. Leon den Grooten gewijd, en was benevens de +Abdij gebouwd, van overblijfsels van Heidensche oudheden. In een half +afgebroken muur zag ik nog het overschot van een' steenen boog met +loofwerk gebeeldhouwd, welk het merk scheen te dragen van den bloei +der konsten onder de _Grieken_ en _Romeinen_. Men plagt hier ook nog +pilaren van granit en oude graftombes te zien, doch de geheele Abdij +is gesloopt; om en in de Kerk, die 'er alleen van is overgebleven, +zag ik niets merkwaardigs, dan dat zij zeer oud scheen. Zij was +van binnen wat opgemaakt, doch anders zeer eenvoudig en zonder veel +sieraad. Van daar ging ik op den berg _Bonaparte_ wandelen: de zon, +achter de rotsen ondergaande, leverde eene majestueuse vertooning op; +de wind was wat gaan liggen, en de avondstond zeer aangenaam. + +Den 12 dezer liep ik 's morgens zeer vroeg als naar gewoonte uit, +met oogmerk om buiten de stad te wandelen; maar de buitenstreken van +_Marseille_ aan de landzijde, bevielen mij niet; naar de _bastides_ +gaande, is men bijna altijd tusschen muren, als in een gemetselde +doolhof; en buiten de poort heeft men ook niet anders dan een open weg; +lommer vindt men bijna nergens; redenen genoeg, waarom ik _Marseille_ +om er te wonen, niet zou verkiezen, even zoo min als _Amsterdam_; +want gemis van wandelingen is voor mij al een zeer groot gemis. Zeer +veel had men mij van de warmte gesproken, en wij hebben hier zeker een +paar dagen drukkende hitte gehad; doch bij ons dunkt mij, kan het even +zoo heet zijn, hoewel zeker minder aanhoudend. Ik had geen gelegenheid +om den thermometer waar te nemen, doch ik ben wel verzekerd, dat hij +niet hooger dan 27 of 28 gr. volgens de schaal van Réaumur, gestaan +heeft; en de zeewinden brengen hier ook veel toe, om de lucht te +verkoelen. De aanhoudende regen, die men eenigen tijd geleden gehad +heeft, is een ongewoon verschijnsel; anders regent het hierin dit +jaargetij zelden, de aarde wordt alleen door de daauw, die nog al sterk +is, bevochtigd--en hoe dor moet dan die dorre grond hier omstreeks +niet zijn. Daar het zondag was, en ik vernam, dat de Protestanten +hier ook eene Kerk hadden, ging ik daar heen. De vergadering werd in +eene ruime en zindelijke zaal, op eene eerste verdieping gehouden, +en was vrij talrijk. De Leeraar deed een eenvoudig zedelijk vertoog, +dat ik met genoegen hoorde. Tegen den avond ging ik buiten de stad, +aan den kant van de zee wandelen; men heeft hier veel de gewoonte, om +zich in zee te baden of te zwemmen; ik zag 'er een menigte zwemmers, +en lieden, die zich baadden. Verscheidene vrouwen, die 'er wel in de +klederen uitzagen, en dus nog al tot de zoogenaamde deftige klasse +schenen te behooren, wandelden hier langs, zonder den waaijer voor +de oogen te houden; hier en daar zaten zelfs aan den oever groepjes, +waar onder vrouwen en meisjes, op hun gemak te kijken; trouwens, +de zeden der _Marseillanen_ over het algemeen, zijn vooral in dit +opzigt niet als zeer gestreng beroemd; nu ik geloof ook, dat indien +de Laplandsche vrouwen kuischer zijn dan deze, zulks meêr aan de +luchtstreek dan aan hare meerder beredeneerde deugd moet toegeschreven +worden. Deze onderscheidene groepen, naakte en gekleede menschen, +hier en daar op stukken van rotsen, langs den oever van de zee, +die toen, zoo als gewoonlijk in dezen tijd, zeer kalm was, staande +of ongedwongen zittende, terwijl men hooge rotsen in 't verschiet, +en hier en daar een visscherschuitje zag, dit alles te samen leverde +eene schilderachtige vertooning op, en Vernet zou hier van een mooi +stuk hebben kunnen maken. Het water in de _Middellandsche Zee_, althans +hier omstreeks, heeft een groene kleur. Ik zag menigmaal schilderijen, +waar op het water zeer groen, en de lucht en bergen in het verschiet +helder blauw verbeeld werden, en dit kwam mij toen onnatuurlijk voor; +doch thans nu ik eenige gezigten aan deze oevers gezien heb, vind ik +dat die schilders de natuur getrouwelijk afgemaald hebben. + +Behalve de koude baden, houden de _Franschen_, en vooral die, welke +het zuidelijk gedeelte bewonen, even als voorheen de _Romeinen_ en +_Grieken_, veel van het warme bad, en maken daar zelfs in de zomerhitte +gebruik van, blijvende 'er doorgaans een half uur of langer in zitten; +men vindt dan ook in de meeste steden badhuizen, waar men zich voor +24 of 30 _sols_ in blikken of steenen bakken baadt [67]. Ik maakte 'er +op reis nog al eens gebruik van, om mij te wasschen, maar om 'er lang +in te blijven, vind ik niet goed: want men wordt 'er loom en vadzig +van. De _Fransche_ vrouwen maaken 'er ook veel gebruik van om zich te +reinigen, en in dat opzigt zijn zij dan ook zindelijker, dan de onze. + +Heden morgen ging ik het Stads-Museum van schilder-, beeldhouwwerk, +en oudheden bezigtigen; men heeft een gedeelte van een voormalig +Klooster, aan den kant van de _Boulevard_, daar toe in gereedheid +gebragt, of liever was men daar mede bezig; want de zaal, waar de +beelden en oudheden moesten geplaatst worden, was noch niet gereed, +en alles lag 'er nog overhoop. Ik zag 'er eenige oude steenen +doodkisten of graftombes, eenige met beeldhouwwerk, anderen met +Grieksche opschriften, kapiteelen van pilaren, _bas-reliefs_, een +altaar met stierenkoppen, het bovenste gedeelte van een _Isis_-beeld +met _hieroglijphische_ figuren 'er op, van zwart steen, een groote +_Isis_-kop enz. De voorname opzigter van deze verzameling was niet in +de stad, zoo dat ik 'er niet anders van kon te weten komen, dan dat +deze oudheden, meestendeels hier omstreeks, en onder anderen ook in +de Abdij van _St. Victor_ gevonden zijn, men verhaalde mij tevens, +dat 'er onlangs Commissarissen van _Parijs_ hier geweest waren, +en het een en ander opgeteekend hadden; waarom men vreesde dat het +een of ander stuk naar de hoofdstad wel eens zou kunnen vervoerd +worden. Het altaar, het _Isis_-beeld, en de grafsteenen met _Grieksche_ +opschriften, zeker voor oudheidkundigen van waarde zijn; doch het +kwam mij voor, dat 'er ook veel Gothisch werk onder het overige +was. In de schilderijen-galerij zag ik eenige goede stukken, onder +anderen een paar van Rubens, die ik meende te kennen; geen wonder; +want, naar ik vernam, had men ze van _Parijs_ gezonden; benevens een +van van Dijck, en nog eenige anderen; ook zag ik 'er eenige fraaije +stukken van Puget, en een paar groote schilderijen van Vien, de Vader; +een bekend en nog in leven zijnde schilder te _Parijs_, lid van het +_Institut_ (ik weet niet of het nog _national_ heet, dan of men het +_imperial_ moet noemen) en _Sénateur_; sommige andere stukken schenen +van Kerken of Kloosters herkomstig. Digt hier bij, ik geloof dat +het voorheen tot hetzelfde gebouw behoorde, is thans het _Lyceum_ +[68] waarin een aantal jongelingen, op kosten van den lande, in de +eerste beginzelen der wetenschappen onderwezen worden. Een van de +opzigters of onderwijzers, die een hupsch en vriendelijk man scheen, +liet ons het gebouw zien. Men kon merken, dat 'er een goed bestuur +plaats had, en overal droeg het de blijken van zindelijkheid en orde, +en dat is onder zoo een menigte jongelingen dan ook zeer noodzakelijk. + +'s Avonds ging ik in den Schouwburg het zangspel _la Rosière de +Salency_ zien. Dit is het eerste tooneelstuk dat ik, een aankomend +jongeling zijnde, zag vertoonen; ik herinner mij nog duidelijk, +met welk een vermaak ik het zag, en welke aangename gewaarwordingen +dit gezigt bij mij veroorzaakte, en zie het daarom nog altijd met +genoegen, hoewel het hier ook maar zeer middelmatig gespeeld werd; +van daar komende, nam ik de pen op, en voleind dezen voor u. + + + + + +ELFDE BRIEF. + + +_Marseille, 18 Augustus._ + +Ik heb u gezegd, dat ons oogmerk was om een uitstapje naar _Toulon_ +en _Hières_ te doen: daar wij nu hier genoegzaam al het merkwaardige +gezien hadden, gingen wij den 14 dezer 's morgens om drie uren, per +gewoonen postwagen, naar _Toulon_ op reis. Men betaalt daar voor 9 +livres de persoon, en voor een bagatel komt een van de bedienden van +den Commissaris de reizigers opwekken, en hun pakje halen; want als +men koffers of diergelijken heeft, moeten die daags te voren bezorgd +worden. Men rijdt de poort, of eigenlijk de _barrière_ van _Rome_ +(want een poort staat 'er niet) uit, voorbij verscheidene _bastides_ +(buitenplaatsen), vervolgens door een aangenaam dal, waar men heuvels +ziet, die met wijngaarden beplant zijn tot _Aubagne_, een stadje aan +het riviertje _le Veaune_, 2 posten van _Marseille_ gelegen. Op een +stuk marmer, hier omstreeks ontdekt, vindt men dat 'er voorheen ter +dezer plaatse een stad bestond, genaamd _Lucretum_; en eene andere, +niet ver van daar, genaamd _Gargarium_. De _Romeinsche_ regering +had, ten haren koste, baden te _Lucretum_ doen maken, om 'er het +vrije gebruik van aan de inwoners te laten; men meent dan ook, dat +de naam van _Aubagne_ zijn' oorsprong heeft van _ad balnea_ (bij de +baden). Men maakt hier een lekker soort van gekookten wijn, dien men +ook _malvoisie_ noemt; de bevolking wordt op omtrent 4000 begroot. De +inwoners hebben in 't geheel den besten naam niet: velen maakten met +elkanderen een bende uit, die zich met rooven, moorden, en plunderen +der reizigers ophield. De geheele landstreek plagt, aan deze kanten, +nog niet lang geleden, zoo gevreesd te zijn, als bij ons het land +van _Valkenburg_ bij _Maastricht_; en het is 'er nog niet zuiver; +doch de _politie_ neemt goede maatregelen: echter mag dit plaatsje +ook roem draagen, op een in de letterkunde beroemden man; ik meen den +Abt Barthelemy [69], die hier geboren werd. Men vindt hier digt bij +vrij hooge bergen, en die zich, volgens natuuronderzoekers, over de +2000 voeten boven de oppervlakte der zee verheffen; op en tusschen de +rotsen, groeijen vele pijnboomen; en zoo lagchende als de natuur aan +den anderen kant van _Aubagne_ is, zoo woest en treurig vertoont zij +zich hier. Eer men te _Cuges_ komt, heeft men echter een dal, waar het +'er wat beter uitziet; en de afwisseling der gezigten maakt den weg +aangenaam. _Cuges_ ligt 3 1/2 post van _Marseille_, het plaatsje zag +'er slordig en armoedig uit, en hier moesten wij eten, hoewel het +'s morgens omtrent 9 uren was. De herberg had ook in 't geheel geen +gunstig aanzien; doch de kok, hoewel vrij smerig, zag 'er frisch en +gezond, uit, en ik geloof, dat hij wel 250 ponden kon halen; ik had +daarom nog al goeden moed, dat de keuken 'er niet schraal zou zijn, +en dit ging dan ook nog al vrij wel. Een van onze reisgezellen, een +ronde en vrij ruwe zeeman, droeg hier zeer veel toe bij, en zorgde +dat 'er geen proviand te kort kwam; onder anderen zette men ons roode +patrijzen voor, die ik nimmer beter gegeten heb, en wij betaalden maar +40 _sols_ de persoon. Eer ik op den wagen stapte, nam ik den boêl nog +eens op, want het scheen mij om de ongemeene morsigheid en slordigheid +merkwaardig; daar bij kwam nog de zonderlinge t' zamenstelling van het +huis, en evenwel scheen men 'er veel te doen te hebben, want het was +'er drok, en ik had 'er met dat al ook smakelijk gegeten; doch tusschen +een _Hollander_, die eenigen tijd gereisd, en onder vreemden verkeerd +heeft, of een _Hollander_, die voor het eerst uit eene geregelde en +zindelijke huishouding, in eene smerige herberg komt, verschillen +de gewaarwordingen nog al eenigzins; en ik herinner mij bij deze +gelegenheid een geval, dat om het karakteristieke, dat 'er in is, hier, +dunkt mij, wel een plaatsje verdient. Een _Amsterdamsch_ koopman, voor +de eerste maal, (behalve een enkel togtje naar den _Haarlemmerhout_ +of _Muiderberg_) zijne geboortestad en zindelijke woning verlatende, +begaf zich door zijn knegt verzeld, in gezelschap van een _Duitscher_ +en een _Franschman_ naar _Hamburg_, ter verrichting van zijne zaken; +want anders was de goede man zeker t'huis gebleven. Naauwlijks was hij +over de grenzen, of hij bespeurde al ras, dat de woningen 'er daar, +zo in als uitwendig, geheel anders uitzagen dan te _Amsterdam_, op de +_Heere-_, _Prinse-_ of _Keizersgrachten_. Aan een herberg komende, +waar zij zouden afstappen, sprong de _Franschman_ in eens uit den +wagen, in huis, en de waardin ontmoetende, die 'er nog al wel uitzag, +hield hij zich bezig met haar een menigte _douceurs_ te zeggen, +en bekommerde zich om het overige niet; de _Duitscher_ volgde, en +den hospes opgezocht hebbende, vroeg hij, of 'er wat te eten en te +drinken was; vervolgens kwam onze landsman binnen, keek naauwkeurig +rond, riep zijn' knecht, en zei tegens hem op een deftigen toon: +"Keesie! ga eens kijken of het hoisie wel schoon is?" Nu vreemden +vooral mogen hier mede lagchen, en de zindelijkheid in sommige +gedeeltens van ons land overdreven vinden, ieder een zal toch +overdreven zindelijkheid, minder onaangenaam vinden dan overdreven +morsigheid. Een eind weegs buiten _Cuges_ tegen een hoogte moetende +oprijden, die nog al steil was, verkozen wij daar te wandelen, en +ik vermaakte mij met de grootsche en woeste tooneelen, die men hier +aantreft, te beschouwen. Verbeeld u een woud van pijnboomen op rotsen, +die zich hier al vrij hoog verheffen, en ginds een' afgrond vormen; +een steile kronkelende weg loopt daar door, en het gelijkt hier meêr +naar het noordelijk, dan naar het zuidelijk gedeelte van _Europa_, +(eene regte schilderij van van Everdingen) nogthans, hoewel de wind +zich in de toppen der pijnboomen deed hooren, was op sommige plaatsen, +buiten de schaduw, de rots, waar men op ging, brandend heet, en 'er +bleef nog al een enkele zweetdroppel, eer wij boven waren. Langs vele +van die pijnboomen was de schors en een gedeelte van het hout afgekapt, +op zulk eene wijze verkrijgt men de harst, die uit deze wonden traant, +doch hier na kwijnt en sterft de boom ook. 't Is opmerkelijk, hoe +deze boomen zich op sommige plaatsen met hunne wortels tusschen de +spleten en kloven der rotsen gevestigd hebben, en verwonderlijk, dat +'er op dezen barren en steenachtigen grond, waar op het gedurende +een goed deel van het jaar, maar zeldzaam regent, nog iets groeijen +kan. Boven op de hoogte is de bodem ook kaalder, en men ziet slechts +hier en daar een enkelen boom. Wij kwamen hier aan een klein _camp_ +van 40 à 50 militairen, behoorende tot het garnisoen van _Toulon_; +zij wonen in hutten, en zijn daar geplaatst, om te waken tegen de +rooverijen en aanrandingen, die hier aanhoudend plaats hadden; sedert +zijn de wegen ook veel veiliger: echter is het nog maar veertien dagen +geleden, dat hier omstreeks een enkele kerel zich verstout heeft om +den postwagen aanteranden; doch men heeft zich ook dadelijk meester +van hem gemaakt, en hem naar _Marseille_ gebragt. Zulk soort van +volk wordt daar doorgaans zonder vorm van proçes gevonnisd, ter dood +verwezen, en op of bij de plaats, waar het feit begaan is, voor den +kop geschoten. Wat verder op langs den weg, die echter breed genoeg +is, heeft men duchtige diepten. _Beausset_, waar wij van paarden +veranderden, scheen mij een plaatsje, dat niet veel beteekent, en +het zag 'er ook al slordig en armoedig uit. Tot mijne verwondering +zag ik hier een witten Monnik, waarschijnlijk komt die uit _Italië_, +om hier te bedelen. Onze zeeman, die Kapitein was, en een Fregat voor +_Genua_ liggende kommandeerde, wilde hem voor handlanger mede nemen, +doch te bejaard zijnde, deed hij hem dat voorstel niet. Buiten dit +plaatsje kwamen wij eenige gevangenen tegen, die kettingen om den hals +en sommige aan handen en voeten hadden, en zoo aan elkanderen waren +vastgemaakt; ik hield hen voor booswichten, die naar de galeijen +gevoerd werden; doch onze Zeekapitein zeide, dat het weggeloopen +matrozen waren, die men weder naar hun schip bragt, het waren meest +jonge lieden; zij werden door _Gens d'Armes_ te paard geleid, en +leeden veel door de brandende hitte, en de zwaarte van hunne ketens, +zoo dat ik recht medelijden met hun had.--_Franschen_ met ijzeren +kettingen om den hals! en hoe ligt beschuldigen zij andere volkeren +van woestheid en barbaarschheid. Nu zagen wij welhaast niets anders +dan dorre en naakte bergen, en kwamen vervolgens in de engte tusschen +steile rotsen, die men _les Gorges d'Ollioules_ noemt. De rotsen +staan hier als steile en onbeklimbaare muren, langs den weg, die zeer +ongelijk en hobbelig is, zijnde ook niet anders dan steenrots; hier +en daar treft men in deze engte, tusschen de rotsen, langs den weg, +aanmerkelijke diepten aan. Het water dat zich bij zware regenbuijen, +of door het smelten van de sneeuw, hier langs ontlast, vormt dan een' +snellen stroom, die somwijlen opgestopt wordt door de stukken steen, +die hij medevoert, en dan, op eenmaal weder geweldig losbarstende, den +weg op die plaatsen, waar hij laag is, overstroomt, en alles wat hij +ontmoet medesleept, en den ongelukkigen reiziger verzwelgt. Gelukkig +dat de zon niet hoog meêr stondt, toen wij ons hier bevonden; want dan +moet het 'er brandende heet zijn, omdat 'er, als rondom beschut zijnde, +geen windje toegang heeft, en de terugkaatzende hitte van de rotsen +die van de lucht en van de zonnestraalen nog vermeerdert. Op sommige +plaatsen zou men hier te vergeefs rondom zich een enkel grasscheutje of +plantje, hoe ook genaamd zoeken. De natuur vertoont zich ontzaggelijk, +en heeft allen bevalligen tooi afgelegd; echter ziet men bij het +steedje _Ollioules_, reeds orange-, citroen- en granaatboomen in +de open lucht; _Ollioules_ is de bloemtuin van _Marseille_, en men +brengt van daar zeer vele bloemen te markt. Hier omstreeks plagt ook +een koper- en zilvermijn te zijn, en men ontdekt in deze rotsen ook +sporen van uitgedoofde vuurbrakingen (_volcans_). Daar omstreeks zagen +wij veel Kapperplanten [70], zoo als wij reeds in menigte tusschen +_Marseille_, en hier vooral in de vlakte van _Aubagne_ gezien hadden: +de bloem is fraai, en heeft wel iets van de passiebloem, en de kappers +zoo als zij ingelegd worden, zijn de bloemknopjes; de kleinste worden +voor de beste gehouden. Nu komt men op _Toulonschen_ bodem, en ziet +hier onder anderen een' grond, bestaande uit steentjes, die door eene +harde stof aan elkanderen vastzitten, als of zij met kalk of cement +aan een waren gehecht. Dezen grond noemt men _saffre_; hij wordt zoo +hard in de lucht, en men maakt 'er hier omstreeks, met goed gevolg, +gebruik van, om muren te bouwen. Van een hoogte, waar de weg overloopt, +heeft men een verrukkelijk gezigt op de reede van _Toulon_; daar +lagen verscheidene oorlogsschepen. Wij reden vervolgens over een brug, +die eenige jaren geleden door de _Engelsche_ was afgebroken, om hier +door hunnen aftogt uit de stad te dekken. De toegangen van _Toulon_ +zijn niet onbevallig, en de stad zelve ligt fraai in zijn wallen, +muren en grachten, die vrij wel onderhouden schijnen te zijn. Het was +'er door de menigte zeelieden, die hier op de reede liggen, en door +het garnisoen, vrij levendig. Het was omtrent half zes, toen wij +aankwamen. _Beausset_ en _Toulon_ zijn ook twee, en dus _Marseille_ +en _Toulon_ in 't geheel 7 1/2 post van een gelegen. Wij namen onze +intrek in het Hotèl _la Croix de Malthe_, waar het 'er redelijk wel uit +zag. Na eens op de haven te hebben wezen kijken, en een gedeelte van +de stad, die niet groot is, doorgeloopen te hebben, ging ik naar den +Schouwburg, waar men _de Gierigaard_ van Molière, vrij wel speelde; +na hetzelve gaf men _Philippe et Georgette_, zangspel, en ook dit +heb ik op voornamer tooneelen dan dat van _Toulon_, wel minder gezien. + +Den 15 dezer ging ik al vroeg naar de haven, waar het regt vrolijk +was, door de menigte van varensvolk, die dan met sloepen aankwamen, +en dan weder wegroeiden. Hier zag ik voor het Stadhuis een fraai +verguld Vrijheidsbeeld, op een marmer voetstuk. Het beeld zelve, naar +ik vernam, was slechts van hout. 't Is of die van _Toulon_ voorzien +hebben, dat het maar voor eenige jaren zou moeten dienen.--Het ware +te wenschen, dat dit vooruitzigt meêr algemeen was geweest. Rondom +op het voetstuk las ik de volgende versen: + + + "Sur les vertus, et sur les lois + l'Auguste Liberté repose: + A la perdre l'homme s'expose, + Si-tot qu'il meconait ses devoirs ou ses droits. + + Souviens toi, que le créateur + Te fit pour n'avoir point de maitre, + Lui même si bien fait pour l'être, + Se derobant aux yeux ne commande qu'au coeur. + + "Mortel jusqu'au dernier soupir, + Que la Liberté te soit chère, + Ton plus digne soin sur la terre, + Est de la conserver, et d'en savoir jouïr. + + "On est digne d'un si grand bien, + Lorsque l'on sait à la patrie, + Immoler tout jusqu'a la vie, + Lors qu'au bonheur de tous on attache le sien." + + +De twee beelden die het _balcon_ van het Stadhuis onderschragen, zijn +twee kunst-stukken van den _Marseillaanschen_ beeldhouwer Puget. Men +zegt, dat deze kunstenaar zich te beklagen hebbende over twee consuls +dezer Stad, die toen aan het hoofd van het bestuur waren, met zoo +veel waarheid de trekken van hun gelaat in die zijner beelden wist +te brengen, dat men ze niet miskennen kon, zoo dat die twee Heeren, +na hun consulaat, niet meêr voorbij het Stadhuis durfden gaan. + +Toevallig bekwamen wij een brief aan den Kommandant van het Fort _de la +Malgue_, op een' heuvel even buiten de _Italiaansche_ poort gelegen; +hoewel het zeer warm was, gingen wij 'er naar toe. Die offiçier, +die nog jong, maar verminkt was, ontving ons vriendelijk, en na onze +paspoorten onderzocht en verscheidene vragen gedaan te hebben, gaf +hij ons een onderoffiçier mede, on ons het Fort te laten zien. Het +is naauwelijks dertig jaren geleden gebouwd, schijnt zeer sterk, +en bijzonder geschikt om de reede te dekken: men heeft van hetzelve +een alleraangenaamst gezigt in zee. Nimmer zag ik in _Frankrijk_ +iets van die natuur, dat zoo net onderhouden was. Rondom in hetzelve +zijn casernen en casematten; in een van die liet men ons de looden +kist zien, waarin het gebalsemde lijk van den Generaal Joubert, +gesneuveld in de bataille van _Novi_, ligt. De wand was met zwart laken +behangen, en tegen denzelven stonden verscheidene krijgsstandaarden, +met onderscheidene toepasselijke opschriften. Om de kist zag men een +soort van Lijklampen. Dit lijk werd hier bewaard, tot dat de graftombe, +die 'er voor gemaakt moest worden, in gereedheid zou gebragt zijn. De +wijn, die langs dezen heuvel groeit, is vooral hier omstreeks beroemd +en bekend onder den naam van _Vin de la Malgue_. Wij telden van hier +22, zoo groote als kleine, schepen op de reede, en waar onder, naar +men ons verhaalde, 10 van linie. De _Pholade_ een schulpvischje, +dat zich in den harden steen eene woning weet te maken, wordt ook +in de steenen aan den oever der zee, hier omstreeks, gevonden. Dit +schulpvischje, dat goed is, om te eten, geeft, versch zijnde, in +het donkere een _phosphoriek_ licht van zich [71]. De _kermes_ of +_vermiljoen_ _insect_ wordt ook op de struiken, staande op en tegen +de heuvels langs de zee in deze streek, en wel bijzonder van _Toulon_ +tot _St. Tropéz_ gevonden. + +Het was hier feestdag, zijnde _Maria Hemelvaart_, een van de +heilige dagen, die volgens het concordaat, in _Frankrijk_ gevierd +worden--zijnde ook de Verjaardag van Bonaparte;--ik ging eenige +Kerken bezigtigen. Die van _St. Louïs_, maar korten tijd voor de +omwenteling voltooid, heeft in het begin van dezelve gediend voor een +tempel der Reden: thans wordt de Roomsche godsdienst 'er in verrigt, +en 'er was een Lieve Vrouwe beeldje ten toon gesteld, met een fraai +geborduurde samaar aan, dat de geloovigen kwamen kussen. Deze Kerk +is een schoon gebouw, het pronkt met een mooije, en in den _antiquen_ +smaak gebouwde _facade_. Rondom de koepel, waar onder het groot autaar +staat, zijn fraaije kolommen, en over het geheel heeft deze Kerk een +deftig en bevallig voorkomen. Wij aten 's middags in ons Logement met +eenige Offiçieren, waar onder 'er waren die zeer Republikeinsch gezind +schenen. Het eten was vrij goed voor 3 _Livres_: wij namen ook een fles +wijn _de la Malgue_, doch die beviel mij zoo min als de overige wijnen +van dit land. Na den middag ging 'er een proçessie door de straten, +men droeg een mooi opgeschikt Lieve Vrouwebeeld rond; eenige weinige +leden van den Magistraat, met fakkels in de hand, waren hier bij +tegenwoordig; voor het overige waren het meest vrouwen, die volgden, +en vele der omstanders schenen 'er weinig eerbied voor te hebben; +sommige dreven 'er zelfs openlijk den spot mede. _Toulon_ is een vrij +gnappe stad, en vooral het nieuwe gedeelte (_le quartier neuf_) ziet +'er wel uit. De paradeplaats is fraai en rondom met boomen beplant: +zij dient tevens voor eene gemeene wandeling, en met den feestdag was +hier veel volk. Op deze plaats zijn ook eenige schoone koffijhuizen, +die veel te doen hadden, vooral door de Zeeoffiçieren en andere +militairen, die meest aan de deur zaten; dit alles maakte het hier +zeer levendig en vrolijk. Ik zag in een ander gedeelte van de stad +ook nog een breede straat, die met boomen beplant was. Op de markt, +waar wij geherbergd waren, staat een fraaije fontein; tegen het zuiden +open, en van de noordzijde beschut door hooge bergen of rotsen, daar +bij op 43 graden, 7 minuten en 24 seconden noorderbreedte gelegen, +kan het te _Toulon_ zeer warm zijn. De haven is fraai, ruim en zeer +geschikt ter beveiliging der schepen. Van den wal, vooral aan den +kant van de haven, heeft men ook een aangenaam gezigt. Men had mij +gezegd, dat om het Arsenaal, een der merkwaardigste dingen, die men +hier heeft, te zien, wij een schriftelijk verlof van den _prefect_ +van de Marine moesten hebben; dat, uit hoofde der tijdsomstandigheden, +niet ligt werd toegestaan. Ik was 'er den vorigen avond te gelijk met +eenig werkvolk al eens opgeloopen, want, van den postwagen komende, +had ik een lange broek en een buisje aan; men had in die kleeding geen +acht op mij geslagen, maar waarschijnlijk voor een zeeman, die daar +een boodschap had, aangezien; doch ik kon 'er toen niet lang blijven, +om dat het, avond wordende, de ingang gesloten werd, en allen, die +'er af wilden, een kaartje of briefje moesten vertoonen. Heden waagde +ik het dan in dezelfde kleeding weder, en het gelukte mij insgelijks, +gelijk ook mijn reisgenoten. Het geen men hier het Arsenaal heet, +zou men bij ons een Scheepstimmerwerf noemen. Deze plaats, waar men +schier al het noodige tot den scheepsbouw in bijzondere gebouwen bij +elkanderen vindt, als mede het geen tot de wapening en toerusting van +denzelven vereischt wordt, is zeer ruim, en aan het eene eind van +de kaai gelegen. Ik zag hier verscheidene groote schepen op stapel +staan. De in den grond gebouwde steenen kom, geschikt om daar in de +schepen te kalfateren, verdient vooral opgemerkt te worden; zij heeft +omtrent de gedaante van een schip, zijnde, volgens daar van gevonden +aanteekeningen, 300 voeten lang, 100 breed, en 34 hoog. Door middel van +sluizen en pompen, kan men 'er het water uit en inlaten; als het schip +'er in is, pompt men de kom ledig, zoodat de scheepstimmerlieden dan +overal bij kunnen. Niet ver van hier ziet men de galeijen, die echter +niet meêr gebruikt worden, en zelfs masteloos zijn. Thans dienen +zij alleen maar tot een verblijf voor misdadigers, veroordeeld, +om geboeid aan 's lands werk te arbeiden, en waar van ik 'er hier +een groote menigte zag. Men verzekerde mij, dat 'er wel 4000 waren; +zij zijn met zware kettingen geboeid, meestal twee aan twee; deze +ketting is dan aan een ijzeren beugel, dien zij aan een der beenen +hebben vastgemaakt, aan een gordel die zij om het lijf hebben, is een +ijzeren haak, waaraan zij, wanneer zij gaan, de ketting, die hun anders +zou naslepen, ophaken. Hunne kleeding is voornamelijk een wambuis, of +korte schanslooper, van een grove pij, en een mutsje van diergelijke +stof op het hoofd. Zij zijn afgedeeld in onderscheidene klassen, die +tot onderscheidenen arbeid gebruikt worden. De kleur van hunne kleeding +verschilde dan ook, en ik zag troepen, die in het bruin, en anderen die +in het rood waren. Eenigen, wier tijd bijna uit is, of die zich door +een aanhoudend goed gedrag het vertrouwen van hunne opperhoofden hebben +waardig gemaakt, worden aangesteld als opzienders over de anderen, +en deze hebben slegts een beugel en geen ketting aan het been, en +zien 'er ook beter uit in de kleederen; zij doen allerlei ruw werk +op de werf en in de werkhuizen. Ik zag 'er ook een hoop in de stad, +komende uit een caserne, die zij schoon hadden gemaakt; zij werken +ook aan de vestingen, aan het schoonmaken van de haven enz. Wanneer +zij arbeiden, worden zij door wachten verzeld, en blijven bovendien +geketend. Met dat al vinden sommigen nu en dan nog gelegenheid, +om te ontkomen. Mogelijk is het veelal aan hunne ruwe levenswijze, +harden arbeid, en haveloze kleeding toeteschrijven, anders zou men +deze menschen beschouwende, moeten bekennen, dat de leer van Lavater +al vrij gegrond is; want zij zien 'er dan, over het algemeen, al zeer +afschuwelijk uit, en de ondeugd is, zoo als men zegt, op het gelaat +van velen te leezen. De galeistraf schijnt niet eerder in _Frankrijk_, +dan sedert het midden van de 16de eeuw gebruikelijk geweest te zijn; +althans de eerste vonnissen, die tot deze straf verwijzen, zijn van +1532 en 1535, en de eerste _ordonnantie_, die 'er van spreekt, is +die van Karel den IX. gegeven te _Marseille_ in 1564. Voorheen waren +'er ook galeijen te _Marseille_, doch sedert eenige jaren bestaan zij +daar niet meêr, en in 't geheel worden deze schepen door _Frankrijk_ +niet meer gebezigd; toen men 'er nog gebruik van maakte, dienden de +misdadigers, om ze voortteroeijen op de _Middellandsche Zee_. Zekere +Koning van _Frankrijk_, zegt men, te _Marseille_ zijnde, ging de +galeijen bezoeken, en vroeg aan verscheidene galeiboeven (_forçats_) +hoe zij daartoe gekomen waren; ieder wendde voor, dat hij onschuldig +was, en trachte door een menigte verontschuldigingen het medelijden des +Konings optewekken; een enkele echter bekende rondborstig schuld, en +beleed zijne misdaden. De Koning wendde zich daar op tot de opzienders +van de galei, zeggende: "dat men dezen deugniet terstond van hier uit +het midden van zoo vele goede en eerlijke lieden wegjage, en dat hij +'er nooit weder kome!" Indien dit, zoo als het verteld wordt, waar is, +moet men bekennen, dat die Koning eene aardige tegenwoordigheid van +geest toonde; doch men zet zoo veel dingen van dien aard, op rekening +der Vorsten, en bedient zich over het algemeen van alle middelen, die +maar eenigzins strekken kunnen, om hen, is het mogelijk, in het oog +van het volk wijzer, beter en verhevener te maken dan andere menschen: +jammer is het voor hun, dat zij zich noch niet boven de menschheid +kunnen verheffen, en toch maar even eens in de wereld komen, en 'er +uitgaan als wij. Gedurende verscheidene eeuwen, is een groot deel +van het menschdom in de verbeelding geweest, dat men, om in _Europa_ +Vorst te zijn, juist door een bijzonder ras moest geteeld wezen; +doch dit vooroordeel schijnt ook in onze dagen, dank zij de meerdere +verlichting, den bodem ingeslagen, Bonaparte is zoo wel Keizer en +gezalfde des Heeren, als de Keizers te _Weenen_ en te _St. Petersburg_; +en de een zoo wel als de andere verdient onze hoogachting, wanneer +zij alleen trachten te schitteren en uitteblinken boven hunne +natuurgenooten, door deugden en ware grootheid; en de meerdere magt, +die zij boven hen bezitten, niet anders gebruiken, dan ter bevordering +en uitbreiding van het geluk hunner medemenschen. Maar ik hervat +de beschrijving van het Arsenaal. Behalve verscheidene tuighuizen +en werkplaatsen voor de timmerlieden, smeden enz. is hier ook eene +aanzienelijke geschutgieterij. Bijzonder verdient de touwslagerij en +lijnbaan gezien te worden, en is aanmerkelijk om hare ongemeene lengte; +zij is geheel verwulfd, rustende op drie rijen boogen, en volgens het +bestek van den vermaarden vestingbouwkundige de Vauban gemaakt. Als men +van binnen aan het eene eind staande door al die bogen ziet, kan het +oog naauwelijks het eind bereiken, en dit levert een fraai vergezigt +(_perspectief_) op. Wij hadden een _Vlaming_ ontmoet, die hier ook +als scheepstimmerman werkte; deze had de vriendelijkheid, om ons, +als eenigzins landslieden zijnde, het een en ander aantewijzen, en met +ons rond te gaan.--Met smart dacht ik hier, aan den toestand van onze +Vaderlandsche _Marine_--voorheen werden ook onze scheepstimmerwerven +door alle vreemdelingen bewonderd, onze tuighuizen waren wel voorzien, +en in plaats van de speelbal van vreemde mogenheden te zijn, werden +wij met ontzag behandeld, en wisten onze regten op zee duchtig te +doen gelden.--Helaas! waar zijn die tijden, vriend? en wat is 'er +van die edele zucht naar Vrijheid en Onafhankelijkheid, die eene van +onze voorname karaktertrekken plagt te zijn, geworden?--Moet het +vaderlandsch bloed ons niet in de aderen koken, als wij bedenken, +dat 'er een tijd bestond, waar in de _Engelschen_ hunne schepen +veelal in _Holland_ of te _Lubeck_ moesten laten maken, en dit is +immers nog zoo heel lang niet geleden? En was niet een van hunne +eerste Koningen verpligt, geen goede matrozen in _Engeland_ kunnende +vinden, om dezelve uit _Friesland_ te laten overkomen?--wat is thans +_Engeland_?--en wat zijn wij? + +De reede van _Toulon_ wordt door sterke torens beschermd, als _la +Tour de Balaquier_, _d' Eguilette_, _la grande Tour_, en het _Fort +des Vignettes_, dat een kwartier van dezen laatsten afgelegen is. + +Een man, dien ik in een Koffijhuis aantrof, en aan wien ik eenige +vragen deed aangaande deze stad, merkende, dat wij vreemdelingen waren, +bood zich aan om ons naar een' aangenamen tuin, waar men eenige vreemde +planten en gewassen kweekt, even buiten de poort van Frankrijk (_la +porte de France_) te geleiden; dit vriendelijk aanbod werd zonder +bedenking aangenomen, en ik zag een niet groote, maar wel aangelegde, +lommerrijke en netjes onderhouden planthof. Verscheidene menschen +wandelden hier, en de reuk van de menigte geurige planten, bloemen en +gewassen, was alleraangenaamst. Deze tuin is hier onder den naam van +_Jardin des plantes_ bekend. De stad intredende, hoorden wij door het +gebulder van het kanon, den geboortedag van den nieuwen _Franschen_ +Keizer aankondigen. In de stad liet onze vriendelijke geleider ons +ook nog een' tuin zien, waarin verscheidene groote orange-boomen, +die daar winter en zomer in den grond staan; zij waren vol vruchten, +en gaven eene aangename lommer. + +Den 16 dezer reden wij met een gemakkelijke koets, want 'er was +geen ander rijtuig te krijgen, naar _Hières_, drie mijlen (_trois +lieues du païs_), dat is drie uren gaans van _Toulon_ gelegen. Bij +het uitrijden zagen wij, dat alle de schepen op de reede liggende, +met eene menigte vlaggen en wimpels versierd waren, ter eere van +Keizer Napoléon, wiens geboortedag thans gevierd werd; waarom dan +ook de Heilige _Rochus_ (_St. Roch_) die op den 16 Augustus in +den Almanak plagt te staan, sedert een paar jaren, in _Frankrijk_ +daar uit geschrapt is, en St. Napoléon, zeker ook een vermaarde +Heilige, hoewel ik de eer niet heb van hem te kennen, in deszelfs +plaats gesteld. Zie onder anderen de _Almanak Nationaal_, thans +_Imperiaal_. De gemakkelijke koets kwam ons hier wel te pas, want +de weg was verbaasd hobbelig, zoo dat wij zelfs eindelijk verkozen, +on te wandelen. De landstreek is niet onaangenaam en schijnt nog al +vruchtbaar, voornamelijk in wijngaarden en olijfboomen. Te _Hières_, +in het Latijn _Areæ_, stappen wij af aan het _Hotel des Ambassadeurs_, +waar wij van de kamer, die men ons aanwees, een schoon gezigt op de zee +en de eilanden van _Hières_ hadden. Na wat ontbeten, en het middagmaal +besteld te hebben, gingen wij de vermaarde tuinen en boschjes van +orange- en citroenboomen bezigtigen, waaronder die van Madame Fille +en Monsieur Beauregard de voornaamsten zijn. Men verzekerde ons, dat +deze twee tuinen, hoewel zij geene groote uitgestrektheid beslaan, +somtijds, wanneer het gewas voordeelig is, ieder tot 20,000 livres 's +jaars aan vruchten, meestal orange-appelen, chinoises en citroenen, +opbrengen. Deze boomen zijn hier even eens in volle aarde geplant, +als bij ons de appel-, peeren- of kersen-boomgaarden, doch men ziet +'er meêr groote struiken, zoo als zwaar hakhout, dan opgaande of +stamboomen; ook vond ik 'er veel minder citroene dan orange-appelen, +waarschijnlijk omdat de laatste duurder verkocht wordende, meer +voordeel aanbrengen. In den tuin van Mr. Beauregard, zag ik in volle +aarde een' hoogen Palmboom (_palma major_) die wel scheen te tieren; +voor het overige, vind ik, dat hoe zeer deze tuinen of boomgaarden +voor de bewoneren van het noorden, of meer gematigde luchtstreken, +eene zeldzame vertooning opleveren; zij echter niet beantwoorden aan +het geen men 'er over het algemeen van hoort en leest, en weinig van +dat schilderachtige (_pitoresque_) lommerrijke, en van die vrolijke +verscheidenheid hebben, die tot een aangenamen lusthof behoort. Een +_Franschman_, dien wij te _Toulon_ in ons logement hadden leeren +kennen, en die met ons partij gemaakt had, om hier na toe te gaan, +was dit ook volkomen met mij eens. Ondertusschen beviel mij de wijze, +waarop men hier besproeit, en welke besproeijing in deze heete en +drooge luchtstreek zoo noodzakelijk is, bijzonder. De tuinen liggen +aan de zachte helling van een' berg tegen het zuiden, zoodat zij +voor de noordenwinden, door den berg of rots, beschut zijn, en de +terugkaatsing van de zonnestralen de warmte nog vermeerdert. Zij zijn +trapsgewijze aangelegd, en op het hoogste gedeelte is een fontein +of bron; nu leidt men het water uit dezelve van tijd tot tijd door +een menigte kleine kanalen of goten, zoo als wij ze noemen, door den +ganschen tuin loopende, van de eene verdieping, om zoo te spreken, op +de andere. Zoo ik ooit een hoog en droog buitengoed mogt bewonen, denk +ik ook, althans den moestuin in dier voege aanteleggen, van die wijze +van besproeijen gebruik te maken, en mij, indien 'er geen bron is, +van een put, waarop een pomp staat, te bedienen. In de zestiende eeuw +had men hier ook suikerriet geplant; doch de handel met _Amerika_ en +de matige prijs, waar voor de suiker toen te bekomen was, heeft deze +planterij doen te niet gaan. Niettegenstaande het vrij warm begon te +worden, gingen wij in het stadje, dat tegen de hoogte ligt; 'er is nog +al een muur om, en men gaat 'er door een poort in; voorheen dienende +on de inwoners tegen de aanvallen en stroperijen der zeeschuimers +te beveiligen; het ziet 'er armoedig en haveloos uit, en men klimt +langs naauwe straten gedurig op en af. In vroegere tijden plagt het +eene aanzienelijke stad te zijn, omdat 'er toen een zeehaven was, +doch deze haven is droog geworden, en de zee heeft zich een goed +eind weegs verder op verlegd. Boven in de stad zijnde, bood zich een +kleine jongen aan, zoo veel wij van zijn _patois_ verstaan konden, +om ons naar de overblijfsels van het oude kasteel, boven op de rots, +nog heel wat hooger gelegen, te geleiden. Wij namen dit aan, en +die kleine gast sprong bloots voets, als een klipgeit voor ons heen +tegen de rots op, die hier en daar zoo heet was, dat wij het door +onze schoenen heen voelden: toen wij een eindje opgeklommen waren, +vroeg hij ons om twee stuivers (_dou sau_) en herhaalde deze vraag +gedurig, en als wij hem niet spoedig wat gaven, liep hij weg en liet +ons staan, maar kwam ook, zoodra wij een of twee stuivers lieten zien, +weder terug, altijd huppelende en springende, of tegen de steilste +plaatsen, op handen en voeten opklauterende; nimmer herinner ik +mij vlugger kind gezien te hebben. Op eene zekere hoogte wees onze +kleine leidsman ons eenige wijngaarden aan, wij plukten 'er van en +vonden de druiven, die een' muscaatsmaak hadden, uitmuntend; te meêr, +omdat wij door de hitte aâmechtig waren. Nu hadden wij bijna den top, +waarop de vervallen muren stonden, bereikt, doch hier werd de weg zeer +steil en ongemakkelijk, en wij waren nog bezig met al zuchtende en +blazende te klimmen, toen de kleine al boven ons op een stuk van een +muur in zijn handjes stond te klappen en te springen: daar gekomen +zijnde, hadden wij een verrukkend gezigt. Ten zuiden ziet men over +het stadje; en de onder hetzelve gelegen tuinen met orangeboomen, +de eilanden van _Hières_ eenige rotsen, en de _Middellandsche Zee_; +ten westen de reede van _Toulon_ over een aangename valei; duidelijk +zagen wij de schepen liggen, en daar het juist middag was het geschut +lossen; ten noorden en ten oosten vertoonde zich een uitgestrekt en +schiderachtig landschap, met bergen en valeijen aangenaam geschakeerd; +en een kudde schapen, niet ver van deze vervallen muren, die hier en +daar met struiken en klimöp bewassen waren, weidende, vermeerderde +nog de bekoorlijkheden van dit _romanesk_ gezigt. Het kasteel, dat +hier in vroegere tijden stond, behoorde aan de Heeren van _Hières_, +eerst de jongste zonen van de _vicomtes_ van _Marseille_, uit den +stam van Fosc, kort daar na de Hertogen van _Anjou_, Graven van +_Provence_. Hier omstreeks moet ook een Klooster of Abdij gestaan +hebben, door die eerste Heeren gesticht; doch de monniken leefden zoo +losbandig, dat men 'er hun in 1220 uit deed gaan, en hun Klooster en +goederen aan anderen gaf.--Hoewel ons het opklimmen van deze rots vrij +wat zweet gekost had, waren wij daar echter, om het schoone gezigt, +zeer over te vreden. Na ons wat verfrischt te hebben, deeden wij +een smakelijken maaltijd. Het eten, schoon alles ook naar 's lands +gebruik met olij klaar gemaakt, was vrij goed; men is hier echter +in 't geheel niet goed koop; maar op zulke plaatsjes is niet veel +keus. Men verhaalde ons dat de _Engelschen_ nog maar weinige dagen +geleden, op een der eilanden van _Hières_ geweest waren, om zich +van eenige eetwaren te voorzien. Deze eilanden zijn _Porque Rolles_ +(om dat men 'er veel wilde zwijnen plagt te vinden) _Porto-cros_ en +_Titan_ genaamd. Zij brengen een menigte geneeskruiden en planten, +die zeer gezocht zijn, voort. Voor de natuurkundigen valt 'er in de +bergen en rotsen, hier omstreeks, ook vrij wat te beschouwen, vooral +met betrekking tot de _mineralogie_. Men vindt 'er de sporen van oude +en thans uitgedoofde vuurspuwende bergen (_volcans_), mijnen, jaspis, +porphyr enz. ook wordt niet ver van hier het zoogenaamd moskovisch +glas, dat men gebruikt, on voorwerpen voor het microskoop tusschen te +liggen, gevonden. _Hières_ is de geboorteplaats van den vermaarden +Pater Massillon een der welsprekendste Predikanten, die _Frankrijk_ +opgeleverd heeft. Men vindt van Lodewijk den XIV. aangeteekend, dat +hij, die reeds de treffende leerredenen van Bourdaloue en anderen +gehoord had, tegen Massillon zeide: "Eerwaarde! ik heb verscheidene +groote redenaars in mijn kapel gehoord; ik ben 'er zeer te vreden over +geweest: wat u aangaat, telkens als ik u hoor, ben ik zeer te onvreden +over mij zelven." Men begroot het getal der inwoners van _Hières_ +op omtrent 1200, en men meent te moeten veronderstellen, dat die stad +bestaat sedert de zesde of zevende eeuw. Tegen den avond keerden wij +langs denzelfden weg, omdat 'er geen andere is, naar _Toulon_ te rug; +tusschen beide wandelende, troffen wij een' man aan, met wien wij in +gesprek raakten; deze door het schieten ter eere van den Keizer op +dat onderwerp geraakt zijnde, veroorloofde zich uitdrukkingen tegen +zijne Majesteit, die ik zeer oneerbiedig en onvoorzigtig vond. Deze +man scheen ter zee gevaren te hebben, en te _Corsika_ bekend te zijn. + +'s Avonds in een Koffijhuis te _Toulon_, ontmoetten wij onzen reisgezel +den Zeekapitein, hij was met het kruis van het _Legion d'honneur_ +versierd, en had zeer veel bekijks; want hij was de eenigste onder een +menigte Officieren, die het had, en men was nog niet gewoon, sommigen +hoorde ik 'er mede spotten, en andere 'er over morren; waarschijnlijk +veelal uit misnoegen en afgunst; want menig een meent dan ook al, dat +zijn Uil een Valk is. In oude aanteekeningen van de tweede eeuw der +Christelijke Jaartelling, wordt 'er reeds melding gemaakt van _Toulon_, +en de _Romeinen_ hadden 'er in het begin van de vijfde eene verwerij, +die waarschijnlijk aanleiding gaf tot vergrooting van de stad. Voor +de omwenteling was hier een Bisdom; deze stad telt echter niet meer +dan ten hoogste 4500 inwoners, thans is zij de hoofdplaats van het +Departement _du Var_. De scheepsbouw, en wat daar verder bij behoort, +maakt het voorname bestaan van deze stad uit, men maakt 'er ook een +soort van grof laken, dat men _Pinchinats_ noemt. Wij hadden reeds +bij onze aankomst plaatsen besproken, om morgen ochtend weder met +den Postwagen van hier naar _Marseille_ terug te keren; doch eer +ik van _Toulon_ afstap, moet ik u een verhaal mededeelen, dat gij +ongetwijfeld met genoegen lezen zult. Paul, zoon van een waschvrouw +[72], werd gelijk als onze de Ruiter, van scheepsjongen tot een der +aanzienelijkste posten bij, de _Fransche_ vloot, te weten, tot dien +van Onder-Admiraal verheven; ook was hij _Chevallier de Justice_ in de +order van _Maltha_, en werd daarom de Ridder Paul genaamd. Omtrent +het midden van de 17e eeuw voerde hij het bevel over de Zeemagt +te _Toulon_. Op zekeren dag, dat hij te _Marseille_ langs de haven +wandelende, verzeld door verscheidene Offiçieren en de voornaamste +Edellieden van de stad, zag hij een Matroos van zijn kennis, onder de +menigte, uitgelokt door de begeerte om hem te zien; deze uit een soort +van verlegenheid zich naauwelijks durvende vertoonen, treedt Paul naar +hem toe, en spreekt hem vriendelijk aan, zeggende: "Waarom ontwijkt +gij mij? denkt gij dat de voorspoed mij mijne oude vrienden doet +vergeten?" En zich vervolgens wendende tot hen, die hem vergezelden, +zeide hij: "Mijne Heeren! zie daar een van mijne oude makkers: wij +zijn te zamen scheepsjongens op hetzelfde schip geweest: het geluk +heeft mij gediend, en hem den rug toegedraaid; ik acht 'er hem niet te +minder om, vergun, dat ik mij een oogenblik met hem onderhoude." Dit +gezegd hebbende, trok hij zijn' ouden vriend ter zijde, onderhield +zich gemeenzaam met hem, vooral over de voorvalletjes hunner jeugd, +toen zij te zamen dienden, vervolgens naar zijn vrouw en kinderen en +eene en andere huisselijke omstandigheden vragende, verzocht hij hem +om op een bepaalden tijd bij hem te komen, ten einde nader met hem te +spreken en te overleggen, op wat wijze hij hem het beste van dienst +zou kunnen zijn, en het gevolg hier van was, dat de goede Paul aan +zijnen ouden makker, die het niet te ruim had, een postje bezorgde, +waar van hij met zijne vrouw en kinderen ordenlijk leven kon. Hoe +groot de betoonde moed en heldendaden van deze brave Zeeman ook mogen +geweest zijn, de edele trek van nederigheid en vriendschap, dien ik +hier met een regt hartelijk genoegen ter nederstelle, en die men onder +de zoogenaamde grooten, en vooral die, welke van klein groot geworden +zijn, zoo zeldzaam aantreft; die trek alleen, zeg ik, doet zijne +nagedachtenis meêr eer aan, dan het winnen van verscheidene zeeslagen. + +De achtingwaardige Paul stierf te _Toulon_ den 18 October 1667, latende +bij uitersten wil alle zijne goederen aan de armen, en vorderende +tevens, als een nieuw bewijs zijner nederigheid, om onder hen, op +het kerkhof, begraven te worden.--Leest dit, trotsche en laatdunkende +grooten! vergelijkt de prachtige grafzuilen uwer voorvaderen bij deze +begraafplaats,--en zoo gij nog denken en gevoelen kunt, zult gij het +lage en eenvoudige kruidje op het graf van Paul, een schitterender +sieraad vinden, dan zoo vele zwierige versierselen en kostbare +beeldhouwwerken van marmer en albast, zoo koud en ongevoelig als het +hart van den mensch, die 'er onder ligt was, toen hij nog leefde, +en waar op nimmer een enkele dankbare vriendentraan gestort is. + + + + + +TWAALFDE BRIEF. + +_Nismes,21 Augustus._ + + +Gisteren avond on 7 uur zijn wij in deze stad, om zijne oudheden zoo +vermaard, aangekomen; en hebben onzen intrek genomen in het Hotèl +_du Louvre_; maar, eer ik u van _Nismes_ spreek, moet ik den draad +van mijn dagverhaal opvatten.--Wij zijn te _Toulon_ gebleven. Den +17 's morgens om drie uren vertrokken wij van daar, met denzelfden +postwagen, en langs denzelfden weg, dien wij gekomen waren, en die ik +u reeds beschreven heb. 'Er kwam een wel gekleede vrouw op den wagen, +die wij even bij het flaauwe lantaarnlicht ziende, meenden dat jong +en bevallig was, en verlangden na het daglicht, om haar eens ter deeg +op te nemen, doch hoe vonden wij ons toen bedrogen; het _Fransche_ +spreekwoord werd hier wel bevestigd: _La nuit tous les chats sont +gris_. De morgenstond was zeer frisch, zoo dat ik om mij te verwarmen, +en tevens de landstreek naauwkeurig te bezigtigen, een goed eind +wegs te voet afleide. Ik had een stuk brood in den zak en plukte een +trosje druiven, daar omstreeks overvloedig langs den weg groeijende; +men neemt dit den voorbijgaanden reiziger niet kwalijk; hier in bestond +mijn ontbijt, en het smaakte mij zeer goed. De wagen gedurig moetende +klimmen, was ik ver vooruit geraakt, en wachtte dezelve op in de +loots, die voor een wachthuis diende, van het _camp_, op de hoogte +tusschen _Beausset_ en _Cuges_; waar ik een teug dronk; want hier +omstreeks zijn noch huizen, noch beken, noch bronnen, en de soldaten, +die vriendelijk en gedienstig waren, zeiden, dat zij het water meer +dan een kwartier ver moesten halen. 't Is hier een regte woestenij, +en die militairen leven 'er als kluizenaars; doch zij worden alle acht +of veertien dagen afgelost. Wij hielden ons te _Cuges_ niet op, om te +eten, en verkozen liever door te rijden, on nog tegen het middagmaal +te _Marseille_ te zijn; waar wij dan ook om 3 1/2 uur aankwamen. + +Den 18 dezer ging ik 's morgens vroeg uit, om de vermaarde _Beaume_ +of Grot _de Rolland_ te zien; onder anderen verzeld door den zoon van +een Koopman, aan wien ik hier aanbevelingsbrieven had. Wij hadden +ons van eenige fakkels en kaarsen voorzien, en dewijl de berg van +_Marseille Veire_, waar deze grot is, wel twee uren gaans van de +stad afligt, en men daar zijnde eenen zeer moeijelijken weg heeft, +namen wij, om ons niet te veel te vermoeijen, voor 3 _livres_ een +_cariole_, die ons moest brengen aan het gehucht _Bonavenne_, digt +bij de buitenplaats van den Heer Borelly, dat omtrent twee derde +van den weg is; daar ter plaatse woont een wegwijzer, zijnde een +bakker, die gewoon is, om de vreemdelingen naar en in de spelonk te +geleiden. Ik kwam met hem over een voor een kleine som. Na in een +herberg, die hier digt bij staat, wat ontbeten te hebben, voorzag +onze leidsman zich van vuurslag en zwavelstokken, en wij trokken op +het pad, en kwamen niet verre van daar langs den oever van de zee, +waar ik een menigte ballen van onderscheidene grootte vond liggen, +veel overeenkomst hebbende met die, welke men wel in de maag van +het rundvee vindt. Deze ballen, uit vezeltjes van zeeplanten en +diergelijken bestaande, worden door de beweging van het water op het +strand gedurig gerold, en krijgen daar door een zekere vastigheid en +ronde gedaante. Wat verder op komt men aan een boschje van pijnboomen, +dat aan onzen geleider behoorde; zij stonden bijna op de barre rots, +en aan de schrale zeewinden blootgesteld, en evenwel groeiden zij +nog.--Hoe vele plaatsen zijn 'er niet in onze duinen, waar zij beter +zouden groeijen, en deze liggen geheel ledig.--Een schaapskooi, van +ruwe stukken steen onder tegen eene rots in een klein dal gebouwd, +maakte geene onaardige vertooning; hier moesten wij tegen de rots op, +en vervolgens langs een zeer steilen weg weder benedenwaards klimmen, +tot aan den ingang van de spelonk, die omtrent ter halver hoogte is +van den berg. Men moet 'er op knieën en ellebogen inkruipen, en dan +heeft men eene plaats, waar men weder overeind kan staan, hier staken +wij, hoewel met veel moeite, door den wind, die in het gat blies, +onze flambouwen aan, kropen vervolgens weder een enge opening door; +het geen wij naderhand, wat verder in de spelonk, nog eens verpligt +waren te doen. Van tijd tot tijd zetten wij een brandende kaars; hier +was het nu een ruime en hooge gang, doch de grond was zeer afhellende, +en door de vochtigheid zoo glibberig, dat men dikwijls moeite had, +om zich over eind te houden. Omziende zagen wij een van de kaarsen in +het verschiet en zeer hoog, zoo veel waren wij al afgeklommen. Aan de +wanden en het gewelf zag ik hier en daar kegels van een geelachtigen +steen (_spath_), maar hier waren de schoonste. Twee pijlaren verheffen +zich tot eene aanmerkelijke hoogte, zij hebben eenigzins de gedaante +van palmboomen, zijnde boven aan het breedste; tusschen beide ziet +men, om zoo te spreken, het voetstuk van een derde kolom, deze heeft +wel wat van een _antiek_ altaar; boven dit een en ander ziet men +van het gewelf, dat zeer hoog is, als een stuk doek met plooijen +nederwaarts hangen; alles ziet zwart door den rook der fakkels, +het geen deze vertooning nog ontzaggelijker maakt. Aan de linkerhand +van den ingang komende, is een gat, dat zes of zeven voeten omtrek +mag hebben; naar het geluid door het rollen der steenen, die wij 'er +in wierpen, moet hier een zeer diepen afgrond zijn; digter bij den +ingang hadden wij nog een diergelijk gat gevonden. Verder opgaande, +zoo ver men komen kan, toonde onze leidsman ons aan het eind nog een +gat in den wand, als een oven, en verhaalde ons, dat zijn broeder de +stoutheid gehad had van hier intekruipen, en 'er wel een halfuur in had +doorgebragt, doch vond het overal zeer naauw; daar wij geen zin hadden, +om zijn voorbeeld te volgen, keerden wij terug. Hier en daar ziet men +kleine kommen met water, het welke wij ook op verscheidene plaatsen +voelden druipen: het is dan ook door deze zijpeling van het water +door de rots, naar het mij voorkomt, dat die kegels (_stalactiten_) +in allerlei gedaanten worden voortgebragt; de steen- en aardachtige +deelen, die het water met zich voert, hoopen zich op of blijven aan +elkanderen hangen en kristalliseren zich; want eenige stukken van +kegels afslaande, vond ik het van binnen ringsgewijze samengesteld +uit rooden steen en geelachtige kristallen. De beeldhouwer Puget +wilde 'er de twee pijlaren, waar ik u van gesproken heb, uit laten +nemen, om dezelven te bewerken, en ik geloof wel, dat zij, gepolijst +zijnde, fraai zouden. wezen; doch het was jammer, dat men die trotsche +voortbrengsels der natuur van hier weg nam.--Wie weet hoe vele eeuwen +'er noodig geweest zijn, om ze daar te stellen, en dit werk zou +men verwoesten om de pracht en weelde te tooijen;--ligtelijk komt +men wel weder eens op dien inval, doch ik hoop, dat de overheid 'er +voor zorgen zal. Door den tijd zullen de pijlaren zich waarschijnlijk +met het geen 'er boven hangt, in de gedaante van een geplooid doek, +vereenigen, en welke zonderlinge verschijnsels kan de natuur hier +nog opleveren. Zou men ook, daar deze pijlaren zoo lang staande zijn +gebleven, niet mogen veronderstellen, dat hier gedurende dien tijd +geen zware aardbevingen hebben plaats gehad? Behalve den weg, dien +wij gegaan waren, zijn 'er nog eenige andere wegen in deze spelonk; +maar zij zijn niet diep. Ik had geen thermometer bij mij, doch volgens +daar van gevonden aanteekeningen staat dezelve in het diepste gedeelte +van dit onderaardsch gewelf, het gansche jaar door op 11 graden, schaal +van Reaumur. Men behoort zich dan, vooral als de buitenlucht warm is, +niet te luchtig te kleden, wanneer men deze spelonk gaat bezoeken, +ook moet men niet veel goeds aandoen, om dat het ligtelijk bederft, +niet alleen door het vuil te maken, maar zelfs door het te scheuren; +want men treft gaten aan, waar men als in een schoorsteen moet +inklimmen. Aan een paar flambouwen heeft men genoeg, omdat meêr te +veel rook veroorzaken; maar van kaarsen moet men zich wel voorzien, +om die hier en daar neder te zetten. Dit hol, zoo verlicht zijnde, +levert een zonderlinge doch akelige vertooning op, en zij die een' +tempel van Pluto of hellegrot willen teekenen, 't zij voor een +tooneel-_decoratie_ of anderzins, raad ik, om dit voor een model te +nemen [73]. De rots, waar in deze grot is, behoort thans aan den Heer +Rostan te _Marseille_ volgens het zeggen van onzen leidsman. De naam +van de landstreek is _Moredon_. In het terug keeren, in plaats van +buiten tegen de steile rots niet ver van de opening of ingang der +spelonk weder op te klimmen, wees onze leidsman ons een gat binnen +in dezelve, dat hij zeide, dat gemakkelijker was. Hier klimt men +in als in een engen toren, en zoo doende komt men op een punt van +de rots uit. Dit alles is voor menschen, die het bergklauteren niet +gewoon zijn, een vreemd werk. Om de verandering bragt onze leidsman +ons gedeeltelijk langs een' anderen weg door een buitenplaatsje, waar +nog al eenige boomen stonden, en waar men ons goede druiven en vijgen +gaf. Overal hier omstreeks langs de zee, vangt men om dezen tijd een +menigte kwakkels, met een soort van netten, die men bij ons flouwen +noemt. De kwakkels, om dezen tijd trekkende, worden door lokvogels +hier naar toegelokt, en legeren dan om die kooijen, die bij menigte +aan staken onder elkanderen hangen; men maakt vervolgens gerucht, waar +door zij verbijsterd in de netten vliegen. Dit geschiedt gemeenlijk +'s morgens zeer vroeg; bij dit buitenplaatsje zag ik zulk een toestel +voor die vogeljagt. Men vangt 'er op die wijze zeer veel, zelfs naar +men ons verzekerde tot 300 à 400 op eenen dag; wij hadden 'er ook bijna +dagelijks op tafel te _Marseille_. In het voorbijgaan bezigtigden wij +de hier omstreeks zoo beroemde buitenplaats, bekend onder den naam van +_Chateau Borelly_. Het huis, dat uitwendig een fraai gebouw is, konden +wij van binnen niet zien, omdat de Heer Borelly [74] onlangs gestorven, +en de familie nog in rouw was. Nu voor _Hollanders_, die buitenplaatsen +om _Haarlem_ en aan de _Vecht_ gezien hebben, is hier waarlijk ook niet +veel bijzonders te kijken; dit zal ieder onbevooroordeeld reiziger, +die het een en ander gezien heeft, met mij moeten bekennen. Echter +wil ik wel gelooven, dat het aanleggen van deze buitenplaats op dien +steenachtigen en schralen grond, in eene vlakte aan den oever der zee, +veel moeite en geld gekost heeft; want men scheen 'er de natuur nog +al gedwongen te hebben, om het een ander voorttebrengen; ik zag 'er +althans verscheidene vruchtboomen, waar nog al wat aan was, en een haag +van granaatstruiken, die sierlijk bloeide; maar het geen ik bijzonder +opmerkenswaardig vond, was de _horizontale_ beweging van een windmolen, +dienende om het water uit een ruime put op te malen, en daar mede de +tuinen te besproeijen. Deze molen, dien ik, om 'er u een begrip van +te geven, niet beter kan vergelijken dan bij een' grooten haspel of +scheerraam, daar de lakenwevers hun kettingen op scheren, staat in een +verheven koepel rondom met lange, smalle rechtstandige windgaten; de +wind hier door tegen de repen zeil, die insgelijks regtstandig aan den +molen vastgemaakt waren, blazende, werd dezelve daar door omgevoerd, +en dat al vrij gezwind, hoewel het, toen wij 'er waren maar een matig +koeltje woei. Op en tusschen de rotsen hier omstreeks is, naar het mij +voorkomt, voor kruidkundigen ook nog al wat te onderzoeken; ik zag +'er onder een menigte bekende kruiden, zoo als rozemarijn, salie, +wijnruit, de ruikende clematide enz. Verscheidene aardige plantjes, +onder anderen een heestergewasje waar aan stekelige blaadjes als die +der hulst, en eikelen, als die der eikenboomen waren; behalve dat het +schaaltje daar de eikel onder in vast zit ook stekelig is. Slechts +eenige schreden van de plaats van Borelly troffen wij een rijtuig aan, +dat ledig naar de stad reed, on zijn' Heer aftehalen; want het was +Zaturdag en dan gaan de _Marseillanen_ ook veel naar buiten. Hier mede +kwamen wij voor een bagatel gemakkelijk te _Marseille_. Ik had reeds +gezien, dat 'er in deze stad, eveneens als te _Parijs_, een huis was, +waar onderscheiden soorten van dobbelspelen in het openbaar gespeeld +werden; hier zag ik evenwel genoegzaam niet anders dan zoogenaamde +Heeren; maar dezen avond op de kaai wandelende, ging ik op het geluid +van eenige violen in een huis aldaar, en vond 'er ook een dobbelspel +voor de matrozen en zoogenaamde gemeene lieden; dit zag ik met nog +meêr leedwezen dan het andere. Tevens vindt men hier een kroeg en +danszaal, zoo als te _Amsterdam_ in de _Jonker-_ of _Ridderstraat_, +en dus allerlei soort van buitensporigheden bij elkander. + +Hoewel gij het, zoo wel als ik, bij de geschiedschrijvers van dit land +vinden kunt, wil ik echter, on u die moeite te sparen, een woordje +zeggen van den oorsprong van deze oude stad. Men meent op goede gronden +te moeten veronderstellen, dat een hoop uitgewekene _Phocéensers_, +afstammelingen van de _Grieken_, _Marseille_ of _Massiliæ_ stichtte, +het 154 jaar van _Rome_, het eerste jaar der 45 _Olympiade_, of 599 +jaren voor der Christenen tijdrekening; welhaast werd zij door den +koophandel, den scheepsbouw en de visscherij aanzienelijk. De wetten +van dit volk waren op steenen tafelen gegraveerd, en op de markten +en openbare plaatsen ten toon gesteld. Onder dezelven is die tegen +den zelfmoord opmerkelijk om hare zonderlingheid. Zij verbood aan de +Burgers om hun leven te verkorten, zonder verlof van den Magistraat, +die over de gegrondheid of ongegrondheid der redenen, waarom men wilde +sterven, oordeelde, en dezelven billijkende, sap van dolle kervel, +die men doorgaans in de openbare vergaderingen in gereedheid hield, +aan den lijder liet drinken. Zij waren goede zeelieden, sterre- en +aardrijkskundigen. 320 jaren voor Christus geboorte, deed de vermaarde +Pythéas al een aanmerkelijken zeetogt, stevenende door de _Straat van +Gibraltar_ tot bij _Ysland_. In het begin was _Marseille_ een vrij +gemeenebest; het werd door haar Senaat bestuurd, en hield zich zoo +een ruim tijdbestek staande; vervolgens werd zij aan de _Romeinen_ +onderworpen. De Medailles, die nog bestaan, toonen, dat de schoone +kunsten ook in _Marseille_ vrij ver gevorderd waren, vooral onder +de Republikeinsche regering. Zij was toen een tweede _Athenen_ in +bloei en welvaart; doch deze gelukkige toestand eindigde ook met +het Republikeinsch bestuur, omtrent het einde der eerste eeuw van +de Christen-Jaartelling. Daarna raakte zij onder de beheering van +onderscheidene volkeren, die zich meester maakten van _Provence_; +werd vervolgens door heerschappen (_Vicomtes_) geregeerd [75] en +kwam eindelijk bij testament van Charles d'Anjou [76] in 1481 onder +de regering van Lodewijk den XI. aan de kroon van _Frankrijk_. In +het begin van de omwenteling onderscheidden zich de _Marseillanen_ +bijzonder door hun Republikeinismus--de oude vrijheidszucht kwam weder +boven--en wie kent niet de _Carmagnole_, waar van de wijs uit dat +land herkomstig is, gelijk mede de zoo vermaarde _Marseillaansche_ +marsch naar die van _Marseille_, als behoorende tot de ijverigste +Republikeinen, genaamd [77]. + +De visschers hadden hier van 1431 af een regtbank, bestaande uit vier +mannen, die zij onder hen kozen, en die in alle geschillen aangaande +de visscherij regtspraken; zij werden _Prud'hommes_ genaamd; of die +regtbank nog heden bestaat, heb ik verzuimd te onderzoeken. + +De bevolking van _Marseille_, die van de omliggende landstreek +'er onder gerekend, wordt op 85 à 90,000 begroot. Het is 'er vrij +gezond, en de zeewinden vooral de _mistral's_, dienen zeer veel, om +de zomerhitte te temperen. De winter is 'er aangenamer dan het begin +van de lente, wanneer het veelal ruw en nat weder is; doorgaans vriest +het hier zeer weinig. 'Er wordt om de stad nog al wat wijn geteeld, +die meest in dezelve gebruikt wordt. De vijgen van _Marseille_ zijn bij +uitstek beroemd, en worden ook veel in de zon gedroogd en verzonden. + +Den 19 dezer een van onze reisgenooten zich kleedende, voelde iets in +zijn mouw, dat hem jeukte en werd, daarop wrijvende, gestoken door een +dier, dat vervolgens op den grond viel; mij 'er bij geroepen hebbende, +erkende ik het insekt terstond voor een Schorpioen; het was met staart +en al omtrent een duim breed en lang. Op het wondje werd schorpioen +gelegd, die men in het logement in huis had; want men had ze daar +beneden aan de put, wel eens meêr gevonden, doch boven, daar wij +onze kamers hadden, nimmer. Denkelijk was dat dier den vorigen dag, +toen wij de grot gingen bezigtigen, en tegen de rotsen opklommen, +of op den grond kropen, in de kleederen gekomen. De beet had geen +gevolgen, en de Schorpioen werd verpletterd en in olij gelegd om bij +volgende gelegenheden te dienen; doch naar ik vernam, zijn die dieren +hier niet zeer vergiftig. + +Ik kogt hier eenige tooneelstukken in de landtaal _patois_ of _langue +provencale_, zijnde zamengesteld uit _Celtische_, _Grieksche_, +_Latijnsche_, _Fransche_, _Italiaansche_, _Spaansche_ en zelfs +_Hoogduitsche_ woorden. Zie hier een paar spreekwoorden in die taal: + + + "De la fillo et de la figuiere, + Fau pas veire la jarretiero." + + +Dat is: van een jong meisje en een ouden vijgenboom, moet men de +kousseband niet zien; omdat men den vijgenboom zeer kort moet houden, +zoo dat de takken naar de aarde buigende, een groot deel van de +stam bedekken. "_Quu san trevo, san deren._" Die met wijze omgaat +wordt wijs. + +'s Namiddags om een uur vertrokken wij met den postwagen op hier, +hebbende onze plaatsen reeds eenige dagen te voren besproken gehad. Wij +hadden vrij goed gezelschap, en kwamen omstreeks zes uren te _Aix_, +waar wij afstapten aan het Hotèl _des Princes_, op de _Cours_ of +algemeene wandeling, bij het inkomen van dezelve. Het onaangename +van de reis naar _Marseille_, _Toulon_, enz. was, dat wij tot _Aix_ +toe langs denzelfden weg weder terug moesten komen, althans met +de openbare rijtuigen. Ik haastte mij, om deze stad, die nog al +bezienswaardig is, in oogenschijn te nemen. Op eene groote plaats +zag ik de fondamenten en het muurwerk, even boven den grond, van +een gebouw, dat men scheen begonnen te hebben, en vernam, dat men +voornemens was hier het Regterlijk Paleis (_Palais de Justice_), en +daar bij behoorende gevangenissen te bouwen; doch dat de omwenteling +het voltooijen daar van belet had; volgens de beginselen te oordeelen, +moest het een groot en schoon gebouw worden. Op een andere plaats zag +ik een verheven _Obeliscus_ met een arend 'er boven op; doch het is +modern werk; bij de schrijvers, die ik over deze stad heb nagezien, +vind ik 'er hoegenaamd geene melding van gemaakt. De Hoofdkerk +is een groot Gothisch gebouw; in dezelve staat eene doopvont, +waarvan de koepel door acht groote Corinthische kolommen, die in +een' Heidenschen tempel, naar men veronderstelt, gediend hebben, +wordt ondersteund. Men heeft daar omstreeks meer oudheden gevonden, +waaruit men gemeend heeft te moeten opmaken, dat 'er een tempel, aan +de Zon of Apollo gewijd, gestaan heeft. In het koor zijn twee orgels +over elkanderen, en genoegzaam even eens; digt bij den grooten ingang +van deze Kerk, is een der stadspoorten; ik ging 'er uit, en zag aan +mijn regterhand een gedenkteeken; boven op stond de beeldtenis van +een eerwaardig man, een stenen tafel in de hand hebbende, waar op +men leest: _Aimez Dieu et le prochain_; en lager, twee beelden in +eene eerbiedige of biddende houding. Uit het opschrift zag ik wel, +dat het aan de Municipaliteit enz. van _Aix_ scheen toegewijd; maar +niet door wie of bij welke gelegenheid; doch vernam, dat een Charles +Sec, bemiddeld metselaar dezer Stad, het gebouwd had in 1792, en 'er +naderhand onder begraven is geworden; dit was al wat men 'er mij van +zeggen kon. Men vindt te _Aix_ gnappe straten en huizen, en over het +geheel heeft deze stad een zeer goed aanzien, 't Is jammer, dat het +Stadhuis, dat een fraai en ruim gebouw schijnt, genoegzaam achter de +huizen verscholen is, en niet op een ruim plein staat. De wandelingen +om de stad kwamen mij ook regt aangenaam voor, en ik zag 'er veel +zware ijpeboomen. Het land rondom levert ook veel olijf-olij op, die +den voornamen tak van koophandel der inwoners van _Aix_ uitmaakt. Die +olij wordt voor zeer fijn en lekker gehouden en is algemeen beroemd. De +soort, die men _huile vierge_ [78] noemt, omdat ze, zoo ik meen, +de eerste is, die uit de olijven geperst wordt, is, naar men zegt, +het meeste gezocht. De gemeene wandeling, die gij op de afteekening +ziet, en die men hier behalve de gewone benaming in deze landstreek, +_le Cours_, ook _Orbitelle_ noemt, beviel mij ook bijzonder, zoo als +gij kunt begrijpen; aan beide zijden staan aanzienelijke gebouwen, +en in het midden van de dreef drie altijd springende fonteinen, +waar van de middelste warm water geeft; het is zeer helder; en heeft +denzelfden smaak als gewoon bron- of rivierwater; boven aan de pijp, +waar door het uit de fontein komt, is het tamelijk warm, doch onder in +de kom slechts laauw. Deze bron werd in 1704 door eenige arbeiders, +bezig zijnde met een vervallen huis, aan het eind van de voorstad +_des Gordeliers_ af te breken, wedergevonden; want zij was reeds +bekend geweest bij de _Romeinen_, zoo als men tegelijkertijd uit de +oudheden, die men 'er verder voortgravende vond, ontdekte [79]. De +ouden schenen 'er een geneeskundig gebruik van te maken, en men +schrijft 'er nog eenige kracht aan toe. De regering heeft daar voor +dan ook groote en fraaije badhuizen laten bouwen, doch naar ik vernam +werden zij weinig anders dan als gewone baden (_bains domestiques_) +gebruikt. Voor de omwenteling had hier op Heiligen Sacramentsdag eene +zonderlinge _proçessie_ plaats, waarin onder anderen verscheidene +menschen in eene misselijke kleeding gedrochtelijk toegetakeld, +moetende duivels verbeelden, verschenen, en vele kromme sprongen +langs de straat maakten: men noemde dit in het _patois Provencal: +lou grand juec deïs diables_; dat is: Het groote spel der duivelen; +en _lou pichoun juec deïs diables_, het kleine spel der duivelen; +en deze duivelen gingen, let wel, in de Hoofdkerk de mis horen, +maakten het teeken van het kruis, en namen wijwater.--Wat heeft +men den Godsdienst niet met allerlei beuzelarijen en afzigtelijke +ongerijmdheden overladen!! + +De vermaarde kruidkundige Joseph Pitton De Tournefort werd hier den 5 +Junij 1656 geboren, en stierf den 28 December 1708. Hij bezocht ook, +zoo wel als Linnæus, ons Vaderland. + +Het Hotèl _des Princes_, hoewel een groot en aanzienelijk gebouw, +is het beste niet, en wij moesten 'er evenwel rijkelijk voor het +avondeten en slapen betalen. + +Men begroot het getal der inwoners van _Aix_ op omtrent 20,000; nu +de stad is ook niet groot, en het scheen 'er mij nog al levendig, +vooral op de _Cours_, waar een menigte menschen wandelde. 'Er stonden +ook eenige kramers, en een blinde, die vrij goed _Provencale_ liedjes +zong, deed de omstanders ter deeg lagchen; het speet mij wel, dat ik +bijna niets van zijne aardigheden verstond, Deze stad scheen mij, +vooral voor die genen, welke op de _Cours_ wonen, de stedelijke en +landelijke vermaken te vereenigen; slechts eenige treden en men is +buiten, en dat vind ik, als men dan toch in een stad moet wonen, +al zeer aangenaam. + +Den 20 dezer, 's morgens om twee uren, vertrokken wij van _Aix_, +en namen denzelfden weg, dien ik gekomen was tot _Orgon_. Hier +kwamen wij omstreeks 9 uren, en hadden 'er een vrij goed ontbijt, +waar onder schapenvleesch, dat ik maar zeldzaam zoo goed gegeten +heb; de wijn, voor wijn van dit land, was voor mij ook nog al +drinkbaar. In plaats van nu den weg te nemen naar _Avignon_, namen +wij die van _St. Remy_. Even buiten _Orgon_ aan de regterhand, +zagen wij een poort in een rots gemaakt, het was een waterleiding +om deze landstreek te besproeijen, zijnde een arm van de rivier _la +Durance_, waar ik u reeds van gesproken heb. Men verzekerde mij, dat +het gat in de rots gemaakt, omtrent 300 _toises_ (1800 voeten) lang +is. Het werd _le Canal de Boiselin_ genaamd, en was nog niet geheel +voltooid. De landstreek werd nu minder rotsachtig, vruchtbaarder +en bevalliger. Wij reden door het dorp _St. Remy_, twee posten van +_Orgon_, en hadden hetzelve reeds een goed eind weegs achter den rug, +toen men mij herinnerde, dat daar digt bij eenige overblijfsels van +oudheden, zoo als van een zegeboog ter eere van Nero Claudius Drusus, +zoo men meent, en van een praalgraf, ook door de Romeinen opgerigt, +te zien waren. Dit verzuim speet mij zeer, doch ik kon niet weder +terug keeren; vooral ook, omdat 'er onder onze reizigers waren, die +grooten haast schenen te hebben. Bij een plaatsje dat men _l'Orade_ +noemt, zag ik eene zeer aangenaame buitenplaats, door een klein +riviertje besproeid, en digt beplant; het hout stond 'er zeer tierig, +en maakte een bevallig lommer; dit valt bijzonder in het oog, als men +eenigen tijd in de schrale en steenachtige landstreek van _Marseille_ +heeft doorgebragt. Hier groeiden langs den weg vele van die planten, +die men bij ons in sommige tuinen wel aangekweekt, en spring-komkommers +noemt; omdat, als men ze rijp zijnde afplukt, 'er een straaltje vocht +uitspringt. _l'Orade_ is nog 3/4 uurs van _Tarascon_, eene zeer oude +stad, twee posten van _St. Remy_, en dus in 't geheel 14 posten van +_Marseille_. Voorheen behoorde zij tot _la Basse Provence_, thans +tot het Departement _les bouches du Rhone_. Welk eene menigte kleine +windmolens ziet men hier aan den weg, digt bij de stad. Ook wordt +hier omstreeks nog al wat koren geteeld; onder weg had ik boeren +gezien, die, bezig waren met het graan te zuiveren, niet met een wan- +of kafmolen, maar door het, met een schop, in de hoogte te werpen +terwijl het redelijk woei. Op die wijze stoof dan het kaf weg. De +poort aan dezen kant ziet 'er nog al wel uit, doch het stadje zelve +scheen niet veel te beteekenen. Men wil dat _Tarascon_ of _Tarasco_, +van een _Grieksch_ woord, dat verschrikken of bang maken beteekent, +afkomstig is; ook plagt men hier in de Kerk een draak te vertoonen, +_Tarasquo_ geheeten, die volgens een oud sprookje zich in de _Rhone_ +ophield, en veel schrik en verwoesting hier omstreeks aanrigtte; want +hij leefde van menschenvleesch, en was een toovenaar, die nog al een +vrouw en kind had; men verhaalt 'er eene menigte allerbeuzelachtigste +vertelseltjes van, die hier echter bij zeer velen voor evangelie werden +aangenomen, en misschien nog wel geloofd worden, want de _religie_ +had 'er, zoo het scheen, zijn zegel aangehecht, en wat gelooven de +menschen dan al niet!--Althans op _St. Martha'sdag_ werdt de beeldtenis +van dien lelijken draak, plegtig in _proçessie_ door de stad gedragen, +om dat die sanctinne door hare gebeden dit monster ten onder gebragt +had. Deze proçessie ging nog kort voor de omwenteling. Het Gasthuis +(_l'Hospital_), dat men even buiten de stad ziet, is een aanzienelijk +gebouw. De vrouwen hebben hier een bijzonder hoofdtooisel, bestaande +in een gekleurde gazen doek, die zij over hun muts doen, zoo dat de +rand daar van haar op het voorhoofd en om het aangezigt hangt, zoo als +de kanten, die de vrouwen elders aan hare mutsen hebben. De menschen +zien 'er hier vrij gnap en gezond uit, ook wordt deze landstreek, +die vrij vruchtbaar is, voor gezond gehouden. Aan den kant van de +_Rhone_ ligt een groot en sterk kasteel; men meent, dat het door een +der Graven van _Provence_ in de 15 eeuw gebouwd is; het maakt geen +onaardige vertooning; en men moet ook van de _terrassen_ op hetzelve +een aangenaam gezigt hebben. Van _Tarascon_ gaat men over een lange +schipbrug, die over de _Rhone_ ligt, naar _Beaucaire_; thans ligt +'er bijna midden in de rivier een eiland, waar men een gestrate kade +op gemaakt heeft, voorheen schijnt 'er dat niet geweest te zijn; want +een oud spreekwoord zegt: _Entre Beaucaire et Tarascon il ne pait +ni vache ni mouton_. Men gaat over dit eiland een eindje tot aan een +tweede schipbrug, en daar over tot _Beaucaire_. Op deze schipbruggen, +waarop ook hier en daar banken staan, en die vooral bij de aangename +zomeravonden, tot een gemeene wandeling verstrekken, heeft men een +alleraangenaamst gezigt op de rivier, welke hier vrij breed is, en +op de twee steden; men betaalt een _sous_ voor de passage, en die is +vooral met de vermaarde kermis (_foire_) van _Beaucaire_ zeer druk; +zij was nog maar sinds omtrent 14 dagen geëindigd [80], en wij zagen +'er de lootsen nog staan. Voorheen was deze kermis of jaarmarkt +in de stad, doch van tijd tot tijd toenemende, was men reeds voor +vele jaren verpligt, om dezelve op het open veld, buiten de stad, +langs de _Rhone_, onder tenten te houden; thans slaat men daar, zoo +wel om de kooplieden te herbergen, als om de goederen te plaatsen, +lootsen op. Volgens het groot aantal, dat wij 'er zagen, moet deze +jaarmarkt al zeer aanmerkelijk wezen; het gelijkt een gansche stad +met houten huizen. De koophandel, die hier dan gedreven wordt, is +zeer belangrijk, en men zegt, dat 'er verscheidene millioenen omgaan; +ook komen 'er niet alleen kooplieden uit de voornaamste plaatsen van +het zuidelijk deel van _Europa_, maar zelfs _Turken_, _Arméniërs_, +_Marokkanen_, enz. en men vindt 'er allerlei soorten van goederen en +koopmanswaren. Men heeft 'er dan ook eenige openbare vermaken, en de +dobbelspeelders laten niet na, om op de beursen der kooplieden te komen +azen. Dit jaar had 'er de sterke en aanhoudende regen veel schade aan +toegebragt. In 1721 en 1722, toen de pest in deze landstreek heerschte, +is deze kermis twee jaren opgeschort geweest; anders schijnt zij in +alle tijden en omstandigheden geregeld plaats te hebben gehad; en _la +foire de Beaucaire_, is niet minder beroemd in _Frankrijk_, _Spanje_, +_Italië_, Zwitserland enz. dan in _Duitschland_, en het noordelijk deel +van _Europa_, de _Frankforter_ en _Leipsiger_ missen. De gelegenheid +van deze stad aan de _Rhone_, niet ver van de _Middellandsche Zee_, +gaf zeker aanleiding tot die aanmerkelijke markt. Men kan echter +de goederen niet dan met groote kosten de rivier opvoeren, en het +vervoeren moest grootendeels per as geschieden; doch men is sedert +eenigen tijd bezig, om eene vaart te graven, die de _Rhone_ bij deze +stad, met het kanaal van _Languedoc_ moet vereenigen, en dit zal den +handel van dezelve een zeer groot voordeel toebrengen. Men wees mij +de plaats aan, waar die vaart in de _Rhone_ moet uitloopen; 'er werd +zeer druk aan gewerkt, om dat men wil, dat dit nuttige ontwerp binnen +weinig tijd zal volvoerd worden. Buiten de kermis is het hier doodsch +en naar. Voorheen was dit stadje het verblijf van den _Intendant_ +van _Languedoc_, waar onder het behoorde; wij reden voorbij het Hotèl, +dat hij bewoond had, doch dat zag 'er ook al niet zeer voordeelig uit; +thans wordt dit gedeelte van die Provincie, het Departement _du Gard_ +genaamd. Het is inderdaad te verwonderen, dat deze, naar het schijnt, +voor den handel zoo wel gelegen plaats, geen welvarender voorkomen +heeft; ik zag 'er geen een aanzienelijk gebouw, zelfs vindt men 'er, +zoo als ik vernam, naauwelijks goede herbergen; trouwens buiten de +kermis is 'er ook weinig vertier, zoo dat de inwoners grootendeels +het gansche jaar leven van het geen zij, gedurende die weinige +dagen, opzamelen. Aan de andere zijde, buiten de stad ziet men een +uitgestrekt bosch van olijfboomen. Hier omstreeks ontdekte men in 1734 +een gedeelte van den grooten weg door de _Romeinen_ gemaakt, en die +zich van _Rome_ tot de uiterste grenzen van _Spanje_ uitstrekte, zoo +als uit de mijlpalen en opschriften, die men hier vond, blijkt. Die +weg wordt bij de _Fransche_ Geschiedschrijvers _la Voie Aurélienne_ +genaamd. Vervolgens ziet men van verre aan de linkerhand de oude stad +_Arles_, voorheen plagt de postwagen _Marseille_ naar _Nismes_ daar +door te rijden; doch sedert eenigen tijd is dat veranderd. Te _Arles_ +zijn ook nog eenige overblijfsels van _Romeinsche_ oudheden, en onder +anderen een fraaije _Obeliscus_ te zien. De weg is hier vrij gelijk, +en de grond schijnt tamelijk vruchtbaar te zijn. Hier ziet men velden +met wijngaarden beplant, zoo ver het oog reiken kan; wat verder zag +ik met vijf muilezels ploegen. Te _Beaucaire_ was 'er iemand op den +wagen gekomen, die, naar wij vernamen, een voornaam bankier was; +hij toonde zeer wel zijn verstand te hebben, doch tevens een hevige +Roijalist te zijn, ook verhaalde hij ons, dat de oorlog van _Rusland_ +en _Zweden_ tegen Frankrijk onvermijdelijk, en de dood van den Hertog +van Enghien daar de oorzaak van was, razende en tierende vervolgens in +eenen adem tegen Bonaparte, de Jakobijnen, de Filosofen, de Romans, +en zelfs tegen den Paus, en toen wij hem onder het oog bragten, dat +Keizer Napoléon toch veel deed, waar over hij zeer te vreden behoorde +te zijn, zoo als het herstellen der openbare wegen, het doen graven van +vaarten enz. durfde hij wel antwoorden: "en waarom doet hij dat anders, +als omdat hij wel weet, dat men geen vliegen met azijn vangt; en wat +heeft Lodewijk den XIV. niet gedaan?"--Iemand antwoordde hem, dat door +de groote ondernemingen van dien Vorst, de schatkist van _Frankrijk_ +ook een' krak had gekregen, die men helaas! nog maar al te wel voelde; +"en denkt gij," zeide onze bankier, "dat Bonaparte het uit zijn eigen +beurs betaalt. Men heeft reeds twee derde van onze fondsen geschrapt, +wie weet wat 'er van dat overgebleven derde nog wordt?" Denk eens, +Vriend! zoo veroorloven zich sommige _Franschen_ over hun' Monarch, +en over het _publiek crediet_, in het openbaar, en in bijzijn van +vreemdelingen, te spreken. Wij waren nog een' goeden afstand van +_Nismes_, toen wij reeds op een hoogte de _Tour magne_ zagen. 't +Was ruim zeven uren, toen wij in die stad aankwamen. Van _Tarascon_ +tot hier is 3 1/4 post. Wij stapten af aan het Hotèl _du Louvre_, +waar de postwagen ook ophoudt. Terwijl het heldere maneschijn was, +ging ik nog dien zelfden avond het beroemde _Amphithéater_ uitwendig +bekijken--welk een groot en trotsch gebouw! Op de _Cours_, die op +een terras hier digt bij is, wandelde veel volk; de avondstond was +ook regt aangenaam. + + + + + +DERTIENDE BRIEF. + +_Nismes, 23 Augustus._ + + +Den 21 dezer, na mij van eene korte geschiedkundige beschrijving van de +zoo merkwaardige oudheden, die men hier bij de Boekverkoopers vindt, +voorzien te hebben, ging ik dezelve bezigtigen. Sedert de omwenteling +heeft men verscheidene huizen, die om en in het Amphithéater stonden, +en dat schoone gedenkteeken der oudheid ontluisterden, doen wegbreken; +zoodat men het nu van rondom vrij goed zien kan; eenige woningen, +die 'er nog binnen in staan, moeten, naar men mij verzekerde, +binnen een' zekeren tijd weggebroken worden. Het is wel jammer, +dat de regering dezer stad voorheen heeft toegelaten, dat men in +en tegen dit _Romeinsche_ worstelperk bouwde, en hetzelve daar door +beschadigde; wegnemende, dat in den weg stond, of het geen men voor +bouwstof kon gebruiken, ondertusschen heeft dit verbazend stuk werks, +niettegenstaande deze verwaarlozing en de onderscheidene oorlogen en +verwoestingen, die hier in vroegere eeuwen al hadden plaats gehad, +nog niet zeer veel geleden, en is ten minste uitwendig genoegzaam in +zijn geheel gebleven. Men meent als zeker te mogen veronderstellen, +dat het door Keizer Antoninus Pius, die van het jaar 138 tot 161, der +Christelijke jaartelling regeerde, en te _Nismes_ geboren zou zijn, +gebouwd is. Het is eirond, en heeft een omtrek van 190 _toises_, of +1140 geometrische voeten buitenwerks, en is omtrent 11 _toises_ of +66 voeten hoog; rondom is het met boogsgewijze poorten op denzelfden +afstand van elkanderen regelmatig gebouwd. Zestig zijn 'er beneden, +die voor ingangen dienden, en even zoo veel boven dezelve, doch deze +zijn niet zoo hoog. Ik zal u hier van zoo wel als van de overige +voorname oudheden, die men hier vindt, de platen toezenden, die ik +hier gekocht en 'er mede vergeleken heb, en die 'er u een duidelijk +denkbeeld van zullen geven. De opziender, die in een der poorten woont, +laat het voor een fooitje van binnen en boven op zien; ik klom 'er +dan in, en doorliep een gedeelte van de binnenste galerij; want een +groot deel daar van is nog bewoond. De wijze, waarop het gebouwd is, +is zeer merkwaardig; het zijn ontzaggelijk groote stukken steen, +zonder eenige kalk of çement op en in elkanderen gevoegd, en door +ijzeren krammen in lood, bevestigd; doch de meeste dier krammen zijn +'er al uit. Het blijkt dat zij van buiten eerst werden gefatsoeneerd, +en met kolommen enz. versierd, na dat zij geplaatst waren; want aan +den eenen kant is dat werk nog maar ruw gehouwen, en de fijne bijtel +ontbreekt 'er aan. 't Is verwonderlijk, hoe men zulke groote brokken +steen, niet alleen uit de steengroeven heeft kunnen krijgen, maar hoe +men ze op elkanderen tot zulk eene aanmerkelijke hoogte heeft kunnen +stapelen. Boven op, dat de _Atticus_ genoemd wordt, heeft men een +zeer schoon gezigt op de stad, en de landstreek rondom, en hier ziet +men de steenen zitbanken, waarop de aanschouwers plegen te zitten, en +van waar men in het middelperk (_Arena_) alwaar de worstelaars tegen +elkanderen, of tegen wilde dieren vochten, kan zien. Oorspronkelijk +waren 'er 32 zulke zitbanken, trapsgewijze van boven tot beneden +afloopende, rondom in dit gebouw. Men ziet 'er aan eenen kant nog 17 +van, op sommige plaatsen ziet men 'er maar twaalf, en op anderen niet +meêr dan zes, de overige zijn verwoest. Deze overblijfsels zijn echter +meêr dan genoegzaam om een volkomen denkbeeld van de zaak te geven, +en die het _origineel_ van den stervende _Gladiator_, uit het Museum +van _Parijs_, in zijn gedachten hier verplaatst, en rondom op de banken +een menigte _Romeinsche_ burgers en burgeressen, kan zich verbeelden +van bij die woeste en wreede spelen tegenwoordig te zijn, en wordt +daar bij een gevoel van afgrijzen en medelijden gewaar. Men berekent +naar deze zitplaatsen, dat 'er omtrent 17,000 aanschouwers konden +zitten. Rondom het gebouw ziet men uitstekende stukken steen, waarin +ronde gaten; hier stak men palen in, on daar aan tenten (_Velaria_) +vast te maken, ten einde de aanschouwers tegen den regen of zonneschijn +te beschutten; doch deze tenten kwamen niet verder dan de zitplaatsen, +en het midden bleef open. Misschien diende het ook somtijds voor +een renperk te voet of op paarden, of 'er werden allerlei sprongen +en diergelijke kunsten vertoond. En hoewel het eigenlijk voor een +worstelperk was ingerigt, is het niet onwaarschijnelijk, dat 'er ook +bijwijlen een Tooneel in opgerigt is geworden, waarop de Treurspelen +van Seneca, of de Blijspelen van Plautus of Terentius en anderen, +werden gespeeld. Diergelijke vertoonplaatsen, die 'er voor worstelaars +en voor Tooneelspelen dienden, waren onder de _Romeinen_ niet onbekend, +en dat van _Curio_, waarvan Plinius, als van een wonder van pracht en +kunst, melding maakt, bestond uit twee deelen van hout gemaakt, die +op duimen of spillen draaijende zig van elkanderen afscheiden, om voor +twee onderscheiden vertooningen te dienen, of zich vereenigden om één +Amphithéater, in wiens midden het worstelperk was, uittemaken. Althans +het is niet denkelijk, dat 'er in eene zoo aanmerkelijke _Romeinsche_ +volksplanting als _Nismes_ [81], geen Toneelspelen in het openbaar zijn +vertoond, en waar kon zulks beter geschieden dan in het Amphithéater, +dewijl men geen blijken vindt, dat 'er hier nog een ander gebouw +bestond, het welk daar voor bijzonder geschikt was. + +In de bouworde van dit Amphithéater heeft 'er, zoo als gij zien +zult, weinig verscheidenheid plaats; 'er zijn vier hoofdingangen, +tegen de vier winden, zij zijn verdeeld van 15 tot 15 poorten; die +van het noorden heeft alleen eenige sieraden, boven denzelven is +een soort van driekante kap, en daar onder ziet men de afbeeldingen +van twee rundbeesten, ter halver lijf en met gebogen knieën; het +verbeelden twee stieren, het gewoone zinnebeeld van de _Romeinsche_ +volkplantingen, zoo als men ook op de gedenkpenningen vindt. Ik kocht +hier onder meer anderen een medaille, waarop men twee stieren of ossen, +voor een ploeg gespannen, ziet. Deze munten waren in en om de stad, +en eenige in het Amphithéater bij het afbreken der huizen, dat onlangs +plaats had gevonden. Nog ziet men hier en daar aan de buitenmuren van +dat gebouw, eenige kleine afbeeldingen, als de Wolvin met Romulus en +Remus, twee vechtende _Gladiators_ met dolk, schild en helm; en drie +anderen beeldtenissen, zijnde onderscheidene afbeeldingen van Priapus +of Phallus, in misselijke en zonderlinge gedaantens. Men meent, dat +dit zinnebeelden zijn van offeranden, aan den God Priapus gedaan, en +van de Hanen-gevechten ter zijner eere, somtijds in het Amphithéater +gegeven; of wel, dat de bevolking en uitbreiding der _Colonie_ van +_Nismes_ daar door moest verbeeld worden. + +De breede straat, waar aan het Amphithéater aan den eenen kant +uitkomt, doorgaande, ziet men aart het eind derzelve, ter regterhand, +den fraaijen Tempel van Cajus Cæsar, dien de _Franschen_ den zoo +onbeduidenden naam van _Maison Carrée_ hebben gegeven. Te regt is +dit schoone gebouw, om zijn nette en bevallige bouworde, die zelfs +den minstkundige in het oog moet loopen, beroemd; het wordt dan ook +voor een der uitnemendste gedenkstukken, die de oudheid ons heeft +nagelaten, gehouden. In 't geheel is het 12 _toises_ (72 voeten) +lang, en 6 _toises_ of 36 voeten breed, en rondom versierd met 30 +geribde Corinthische kolommen, en de kapiteelen van deze kolommen +worden voor schier onnavolgbare meesterstukken gehouden; men gaat +'er in langs 12 trappen. De Afbeelding vertoont u hetzelve, zoo als +men het nog tegenwoordig ziet. Inwendig is 'er niets bijzonders; +ten tijde van Lodewijk den XIV. maakte men 'er een Kerk of Kapel van, +waar voor het dan ook tot de omwenteling toe gediend heeft. Van hier +gaat men langs een fraaije gracht, aan den kant met boomen beplant, en +die wel wat heeft van sommige grachten in onze Vaderlandsche Steden, +naar de fontein, of liever bron; want wij verstaan gewoonlijk door +het woord fontein een' watersprong, en hier te land bedoelt men +daarmede eene eenvoudige bron. Deze bron is aan het eind van een' +netten tuin, met regte laanen, bloemperken en hagen: men gaat daar +door fraai gewerkte ijzeren hekken in, zoo dat zij veel gelijkt op +eene ouderwetsche _Hollandsche_ buitenplaats. Deze tuin dient ook voor +eene gemeene wandeling. Bij die bron, die aan den voet van eene rots +opwelt, hadden de ouden hunne baden, als mede een' tempel, welken +naar de overblijfsels die men 'er nog van ziet, te oordeelen, een +fraai en aanzienlijk gebouw moet geweest zijn. Men heeft het gedeelte, +dat nog staande is gebleven, om het verder te bewaren, door een muur +afgesloten; doch de opzigter van den tuin laat het vreemdelingen +zien, en men geeft hem dan doorgaans een fooitje. Men noemt dezen +tempel in 't gemeen, _Temple de_ Diane [82]; dan of hij inderdaad aan +den dienst van deze, dan wel aan die van anderen Goden of Godinnen +is gewijd geweest, hierover zijn het de oudheidkundigen nog niet +eens. De overblijfsels der baden, sedert eeuwen onder de puinhoopen +bedolven zijnde, heeft men hieromstreeks gravende, weder gevonden, +en omtrent het midden van de laatst afgeloopen eeuw ontbloot, zoo veel +mogelijk hersteld, en 'er veele fraaije versierselen bij gebouwd. De +kamertjes van de oude baden zijn voor een gedeelte nog zigtbaar; +ook zijn 'er aan de bron nog overblijfsels van de oude trappen. Onder +de puinhoopen van deze baden, werd in 1739 de romp en het hoofd van +een fraai marmerbeeld, het welke men voor dat van Apollo erkende, +gevonden. Dit beeld, benevens meêr andere oudheden, ziet men thans in +den zoogenaamden tempel van Diana. Eenige overblijfsels van steenen +buizen, die inwendig met lood bekleed waren, en tot waterleidingen +voor de baden dienden, kan men daar ook vinden. Aan het eind van +dezen tuin, ziet men boven op de rots, aan wier voet de bron is, +de overblijfsels van den ouden toren, die men _la tour Magne_ noemt, +en die waarschijnlijk de grootste zijnde, van al de torens, die langs +de muren van deze stad stonden, ten tijde van de _Romeinen_ voor +een vuurbaak (_Pharus_) diende. Het brok, dat men 'er nog van ziet, +is omtrent 80 voeten hoog, doch zeer beschadigd. Bij dezen toren +ziet men ook nog de overblijfsels van de oude muren van _Nismes_, +die 4640 _toises_ omtrek hebbende, 6 _toises_ hoog en 1 dik waren; +op andere plaatsen ziet men ook nog overblijfsels van deze muren; +men berekent, dat _Nismes_ toen elf maal zoo groot moet geweest zijn, +als tegenwoordig. Op deze hoogte heeft men een schoon en uitgestrekt +gezigt. In het terug komen van dezen tuin, zag ik, op twee bijzondere +plaatsen, vloeren, die met kleine steentjes (_en Mosaïque_) waren +ingelegd; de eerste in een fabriek van gedrukte katoenen neusdoeken, +voorheen de tuin van den Gouverneur, waar hij in 1785 ontdekt werd, +is nog zeer wel bewaard, en door steentjes van onderscheidene kleuren, +waarop een aardige teekening, gemaakt; de gedaante is vierkant; aan +een' van de hoeken ziet men eene _Romeinsche_ galei, aan een' anderen +twee visschen, aan een derden twee watervogels, en aan een vierden +wederom twee visschen van een ander soort. Den anderen ingelegden vloer +zag ik in een slechts weinige trappen diepen kelder in een burgerhuis, +_rue de la calandre Anglaise_, aan het eind van 1766 ontdekt; deze +bestaat minder in zijn geheel, is ook minder gekleurd en eenvoudiger +van teekening, zijnde in het midden met vierkante ruitjes, zoo als +men bij ons wel op het tafelgoed ziet. Het water in de gracht, langs +welke men naar de bron enz. gaat, komt alleen uit de bron op, en kan +somtijds vrij hoog staan. Aan het eind van de gracht is eene fraaije +kom gemaakt voor de waschvrouwen, doch zoodanig, dat het zeepwater +zich niet met het zuivere vermengt. Over den tempel van Cajus Cæsar +heeft men een' nieuwen Schouwburg gebouwd; de voorgevel (_facade_) +die met een fraaije _colonnade_ moet pronken, is nog niet voltooid; +doch in de zaal moet reeds den aanstaanden winter gespeeld worden. Alle +deze oudheden van het _Amphithéater_ af tot de _Tour magne_, liggen in +eenen weg, en men kan dezelven genoegzaam in een halven dag zien. Men +heeft hier, zoo wel als te _Marseille_, meestal pannen daken, doch zij +hebben eenigzins eene andere gedaante, dan bij ons. Bijna overal ziet +men de menschen hier in de zijde bezig, dat het voorname bedrijf is: +men heeft 'er ook veel zijden-kousenwevers; doch men acht de kousen +zoo goed niet, als die van _Gange Lion_, enz. Het getal der inwoners +wordt op ruim 45,000 begroot, waar van wel een derde Protestanten +zijn. Deze stad heeft dan ook veel door de religie-oorlogen geleden, +en ..... doch in plaats van deze oude wonden weder te ontblooten, +verhaal ik u hier liever een trek van edele grootheid en +menschenliefde. Ten tijde van den _St. Bartelsmoord_, was een +Villars te _Nismes_ consul, en ontving van wegen Karel den IX., hoogst +afgrijsselijker gedachtenis, bevel, om in zijn stad, het voorbeeld van +_Parijs_ te volgen--en Villars durfde (ô zeldzame deugd onder regenten, +van een' machtigen dwingeland afhankelijk!) dit wreede bevel ter zijde +leggen, en deed, in plaats van 'er aan te gehoorzamen, de voornaamste +van beide de geloofsgenootschappen bijeenkomen, en in zijn bijzijn +zweren, dat zij zich onderling zouden beminnen, als broeders leven, +elkanderen trachten te verlichten en in vrede hunne onderscheidene +Godsdiensten uitoefenen. Zij zwoeren, omhelsden elkanderen, en hielden +woord. Het Hof durfde niets zeggen, en de gansche stad werd behouden, +door eenen edelen menschenvriend.--En ik vond geen gedenkteeken ter +gedachtenis van dien goeden Villars in deze stad.--Nu ... is hij bij +vele menschen vergeten, hij is het voorzeker niet bij de regtvaardige +Almagt. + +Behalve de oudheden is 'er aan de stad niet veel bijzonders te zien, en +'er zijn nog vele naauwe en kromme straten [83], die eene misselijke +tegenstrijdigheid opleveren, met een paar anderen, die in later tijd +zijn aangelegd, en in het oog loopen door de ongemeene breedte. Het is +hier thans zeer warm, doch men zeide mij, dat het weder 'er verbaasd +ongestadig kan zijn, het geen men aan de zeewinden toeschrijft; ook +heeft men in den zomer nevel- of mistluchten, die in 't geheel niet +gezond zijn, en wel eens zinkens en verkoudheden veroorzaken. Vele +vreemdelingen, hier door afgeschrikt, haasten zich dan ook, om van +hier, na dat zij de merkwaardigheden gezien hadden, weg te komen; ik +voor mij geloof, dat men het, zoo als gewoonlijk, erger maakt dan het +in der daad is; hoewel ik tevens moet bekennen, dat 'er de menschen, +vooral het zoogenaamde gemeene volk, over het algemeen niet zeer +gezond uitziet; maar het komt mij voor, dat men dit meêr op rekening +van het aanhoudend zitten, bij het werk in de fabrieken, en bijzonder +aan het afhaspelen, spinnen, enz. van de zijde, dat men hier _tirages_ +noemt, moet toeschrijven.--Zoo offert de arme zijne gezondheid op aan +de weelde en hoogmoed der rijken, en wat is zijn loon? een weinig +geld, en veel verachting, daar immers vele dezer groote pralers, +die al dikwijls minder waard zijn dan het kleed, waar zij insteken, +den wever en zijn weefgetouw beiden, beschouwen als werktuigen, +ten zijnen dienste geschikt, en den ongelukkige het zuure stuk brood +dat hij hem op die wijze laat verdienen, nog wel als een weldaad of +bijzonder gunstbewijs aanrekenen.--Menschen! menschen! wanneer zult +gij door meêr de eenvoudige natuur te naderen, en alzoo ook meêr aan +uwe wezenlijke bestemming te voldoen, zoo vele schadelijke dingen, +die gij tot een behoefte gemaakt hebt, afschaffen! Dit is het ware +middel om vrijer, onafhankelijker, en dus wezenlijk gelukkiger +te worden.--Want dezulken, die 'er zoo sterk voor zijn, om hen, +die zij het gemeen gelieven te noemen, altijd zoo gemeen te laten, +als maar eenigzins mogelijk is; en zich doorgaans behelpen met te +zeggen: "die soort van volk is daar aan gewoon;" zullen mij toch wel +goedgunstig gelieven toetestaan, dat gezondheid geen ingebeeld geluk, +en ongezondheid eene alleronaangenaamste zaak is. + +Het geen ik bijzonder hinderlijk vind in deze streek, is de sterke +stof, die daarbij zeer fijn is, en schier overal indringt; zoodat 'er +van de vijf zinnen vier zeer merkbaar door lijden. De mannen dragen +hier dan ook veel vrij groote grijze hoeden, van onderen groen, en +geele schoenen, welke laatste ik ook al veel te _Marseille_ en aan +die kanten gezien had. + +De levensmiddelen schijnen te _Nismes_ nog al overvloedig en matig in +prijs te zijn, althans de markten vond ik wel voorzien; men vindt 'er +bijna dezelfde spijzen als te _Marseille_; onze tafel was hier juist +wel niet met zoo veel orde aangerigt, en wij hadden 'er misschien ook +wel een paar lekkere schotels minder op, dan daar; maar hier betaalt +men ook een 1/3 minder, en dat lijkt een' reiziger zoo als mij, die het +niet om te eten of te drinken, maar om te zien en te leeren te doen is. + +Na den middag zag ik verder, de stad doorwandelende, op sommige +plaatsen onderscheidene oudheden, en sommige langs de straten in de +muren van de huizen gemetseld. De arenden, waarvan men 'er verscheide +ziet, zijn genoegzaam levensgroot van wit marmer, keurig gewerkt, +hebbende een festoen loofwerk in den bek gehad, want de koppen zijn +van alle afgeslagen; en in dit, zoo wel als in andere opzigten, zijn +zij elkander gelijk, zoodat, als men 'er een gezien heeft, heeft men +ze alle gezien; zij hebben waarschijnlijk gediend tot sieraad van +hetzelfde gebouw, en zijn onder de puinhoopen van het oude _Nemausus_ +(_Nismes_) gevonden. Op de plaats van het Stadhuis ziet men ook zoo +een arend. Dat gebouw is ook bezienswaardig; maar het geen ik vreemd +vond, is, dat 'er boven in een groote zaal verscheidene opgevulde +krokodillen, waar onder die al vrij groot waren, aan den zolder hingen, +omdat zulk een dier tot het wapen van de stad behoort [84]. Onder +sommige derzelve leest men, wie 'er de gevers van zijn. Ter plaatse +waar thans de Hoofdkerk, een oud Gothisch gebouw, staat, meent men dat +voorheen een tempel stond, aan Keizer Augustus gewijd; want men had, +zoo als gij weet, dien Vorst in den rang der Goden of Halve-Goden +geplaatst [85]. Deze meening is gegrond op de oudheden, die men +hier gevonden heeft. Men was druk bezig met deze Kerk optemaken, +en 'er werden schoone marmeren platen en diergelijke versierselen +toe gebruikt. Ik zag 'er ook in een Kapel, aan de regterhand, als +men de groote deur inkomt, een fraai, doch eenvoudig gedenkteeken +van wit marmer, en las op hetzelve: _Ci git_ F. J. de Pierre de +Bernis _Cardinal-Evêque de la_ S. E. R. & _mort à Rome le 1 Novembre +1794, deposé dans cet eglise par les soins de ses neveux l'an IX._ +R. J. P. (_Requiescat in pace_)--en ik herhaal dezen wensch, dat hij +in vrede ruste!--want hij was een menschenvriend, een beminnaar en +beoefenaar der schoone wetenschappen, door zijne vrienden geacht, +en vooral in zijn Aartsbisdom als een redelijk en weldadig man +algemeen geliefd en als een vader geëerd. De rivier _le Tarn_, die +door die landstreek loopt, had door eene overstrooming vreesselijke +verwoestingen, in een gedeelte van hetzelve aangerigt; de ellende +der landlieden was groot--en wie troostte hen, wie kwam hun in deze +akelige toestand zoo krachtdadig te hulp?--wie anders dan de goede de +Bernis [86]. Dit geval was mij bekend [87], en ik zag dan ook met veel +genoegen deze _tombe_. Zij bestaat in een verheven graf (_sarcophage_) +waarop een kussen fraai van marmer gewerkt, en daarom een vergulde +rand en kwasten; boven hetzelve aan het gewelf van de Kapel hangt +de roode Kardinaalshoed, met de daar aan behoorende strikken en +kwasten. Voor de Kapel is een eenvoudig ijzeren hek, anders zag ik in +deze Kerk niets bijzonders; doch ik ontmoette 'er denzelfden Monnik, +dien ik tusschen _Marseille_ en _Toulon_ gezien had; ik sprak hem aan, +en vragende, waar hij van daan was, vernam ik, dat hij in een Klooster +in deze landstreek had gewoond, en behoorde tot de order _de la Merci_, +dat is, om de Christen-slaven vrij te koopen, doch dit ging zoo ver, +als het voeten had. De man was oud en arm, ik was hem dus een aalmoes +schuldig, die ik hem dan ook in de hand stopte.--Waarom laat men, +dacht ik, in plaats van zoo een mensch hier te laten rondzwerven, +hem niet liever zijn Monnikspak, dat 'er zeer smerig en versleten +uitzag, uittrekken, bezorgende hem vervolgens in een oude Mannen- +of Gasthuis, on daar zijne dagen te eindigen. + +De gewoonte is, zoo wel hier als elders in _Frankrijk_, om vooral +met de warmte bier in de Koffijhuizen te drinken; doch ik vond, +dat het hier en hier omstreeks eenen onaangenamen bitteren smaak +had, en vernam dat men 'er palm in plaats van hop bij deed, omdat de +brouwers het eerste genoegzaam om niet hebben, en het laatstgenoemde +moeten betalen. 't Is wel mogelijk, dat het niet ongezond is, maar +het smaakt niet lekker. + + +'s Avonds op de gemeene wandeling bij de bron, zag ik een' man met +een mantel en bef, en vernam, dat het een Protestantsch Predikant +was. Dat geloofsgenootschap heeft hier twee publieke Kerken, voor +de omwenteling aan Kloosters of diergelijke behoord hebbende; doch +in een van dezelve word de dienst nog maar verricht, omdat de andere +nog niet in gereedheid gebragt is. + +Voor 18 livres huurde ik een koets met twee paarden, (dat men te +voren wel moet bedingen, anders krijgt men muilezels, die schier +altijd stapvoets gaan) om den volgenden morgen naar de vermaarde +_Pont du Gard_ te rijden, welke brug drie _lieues du pays_, dat is, +wel drie uren gaans van _Nismes_ is afgelegen. + +Den 22 dezer, 's morgens om 7 uren reden wij naar de _Pont du +Gard_, langs een' goeden en vrij aangenamen weg, waarvan ik u +echter niets bijzonders heb te vertellen. Aan de _Barrière_, ruim +een kwartier, voor dat men aan de brug komt, is een herberg, waar +wij afstapten, om den voerman het barrière-geld te doen uitwinnen; +en na wat ontbeten te hebben, wandelden wij op een hoogte langs +de rivier de _Gardon_, voorheen _Gard_ genoemd, naar de brug; men +heeft hier een allerliefst gezigt op en over de rivier, alwaar een +dorpje schilderachtig gelegen is. Weldra ontdekte ik het overgebleven +gedeelte van die stoute waterleiding, dat men slechts _Pont du Gard_ +noemt. Wij stonden versteld over dit ontzaggelijk stuk werks, +een der schoonste gedenkteekenen, dat ons van de _Romeinsche_ +grootheid is overgebleven. De afbeelding, die gij in een der platen, +welke ik u beloofd heb, zien zult, is zeer naauwkeurig; ik behoef +'er u dus geene omstandige beschrijving van te geven, en het zal +voldoende zijn, wanneer ik u zeg, dat de waterleiding, waar van de +zoogenaamde _Pont du Gard_ een deel uitmaakte, diende, om het water uit +de twee bronnen, genaamd _Airan_ en _Eure_, tot in de stad _Nismes_ +te geleiden; misschien was toen de bron in de stad nog niet ontdekt; +de verste van deze twee bronnen ligt omtrent maar 3 1/2, en de andere +maar 3 uren van _Nismes_, en echter was de waterleiding, voor zoo +veel men kan nagaan, omtrent 7 uren lang van het eene eind tot het +andere, door de omwegen, die men verpligt was te maken, om de noodige +helling te behouden. Men veronderstelt, want duidelijke opschriften +worden hier niet gevonden, dat M. Agrippa, schoonzoon van Augustus, +gedurende zijn verblijf onder de _Gaulen_, omtrent het jaar 735 van +_Rome_, 19 jaren voor Christus geboorte, dit trotsche en kostbare +gewrocht heeft doen bouwen; doch het zou eerst vijftien jaren daarna +voltooid zijn geworden. Gij zult in de afbeelding zien, dat het, om +zoo te spreken, een brug met drie verdiepingen is, de geheele hoogte +van het water af, is 24 _toises_ 3 voeten [88]; en dit geheele werk +werd alleen gemaakt, om de waterleiding, die 'er boven op ligt, te +onderschragen, zij is geheel van gehouwen steen zonder kalk of çement +gebouwd, behalve de waterleiding, waar aan men die natuurlijk heeft +moeten gebruiken, on het doordringen van het water te beletten. Wij +klauterden 'er tegen de rots boven op; de waterleiding vier voeten +breed, en met platte steenen uit één stuk gedekt zijnde, kan men +'er opgaan; en niet alleen het werk, maar bijzonder ook het schoone +gezigt, dat men daar heeft, verdient zulks. Inwendig is die gang, +waar het water doorliep, vijf voeten hoog, zoodat men 'er een weinig +bukkende in kan gaan; zij is 136 _toises_, drie voeten lang. Dit +gedeelte van die ontzaggelijke waterleiding is nog genoegzaam in zijn +geheel gebleven, zoo als gij in de plaat zien zult. De onderste brug +dienende tot een' overgang over de rivier _de Gardon_, werd eerst in +het begin van de 17de eeuw daartoe bruikbaar gemaakt; maar ziende, +dat het gebouw, oorspronkelijk voor geen brug gemaakt zijnde, daar +door leed, liet men het weder herstellen. In 1743 werd de eerste +steen aan eene nieuwe brug gelegd, en deze tegen de oostelijke zijde +van de oude aangemetseld, zoodat dezelve in 1747 voltooid werd; dit +was des te noodzakelijker omdat _de Gardon_ vooral in den winter zeer +hoog kan zijn, en dan om den snellen stroom ongemakkelijk is om over +te varen. Deze rivier neemt zijn' oorsprong in de _Cevennes_, digt +bij den berg _Mont de l'Ozère_ genaamd, en werpt zich omtrent een +uurtje boven _Beaucaire_ in de _Rhone_. Men vindt in het zand langs +den oever, kleine schilfertjes goud, die door het water aangevoerd +schijnen te worden; onder aan de brug, een hand vol zand oprapende, +zag ik daarin terstond een menigte van die kleine schilfertjes, +doch ik zou ze eerder voor zilver dan voor goud aanzien; men zegt, +dat menschen die dit zand verzamelen, en het weten te zuiveren, 'er +wel acht à negen livres daags mede kunnen verdienen. Van verre, aan +den overkant van de rivier, ziet men nog eenige overblijfsels van de +waterleiding. Op de brug was eenig werkvolk bezig om dezelve op nieuw +te bestraten; zij verhaalden mij, dat de muur, die langs den weg bij de +brug aan de linkerhand, als men van _Nismes_ komt, onder tegen de rots +gemaakt was, diende om daar door het afrollen van steenen te beletten; +zijnde 'er nog maar weinig tijds geleden, een man, daar langs komende, +onder een zwaren brok steen, dat van boven nederkwam, geraakt. Deze +ongelukkige was daar door meêr dan half verpletterd, terwijl het +bovenste gedeelte onverzeerd was gebleven, en van onder den steen +uitkwam; hij leefde dan nog volkomen, en men kon den ongelukkigen +niet helpen; want de steen was zoo groot, dat hij niet anders dan +door werktuigen kon bewogen worden, en die had men niet bij de hand; +ook was 'er hoegenaamd geen hoop, om den lijder te herstellen, waarom +men zijne ellende door een snaphaanschoot verkortte. Ik vernam wijders +van die werklieden, dat een bekwaam bouwmeester onlangs had opgenomen, +wat 'er aan de geheele _Pont du Gard_ behoorde hersteld te worden, +om dit majestueuse gedenkstuk voor verval te bewaren, en dat zijlieden +gelast waren met dat werk; het blijkt dus, dat men 'er wel zorg voor +draagt. Ik heb u nog vergeten te zeggen, dat men, op de onderste brug +staande, op een van de eerste bogen van de tweede aan de linkerhand, +van _Nismes_ komende, eene kleine afbeelding gebeeldhouwd ziet, +die men den haas (_le lievre_) noemt, en mij dunkt, dat het ook wel +eenigzins naar een haas gelijkt, die door een hond vervolgd wordt; +maar volgens oudheidkundigen moet het een _Priapus_ of _Phallus_ +verbeelden, in denzelfden smaak, als die, welke men hier en daar +tegen de muren van het _Amphithéater_ te _Nismes_ ziet. + +Terug keerende, maakte ik een praatje met twee boerinnen, die +denzelfden Weg gingen; zij waren zeer spraakzaam, en bijzonder de +oudste, die wat meer _Fransch_ sprak. _Patois_, eenigzins verschillende +van dat van _Provence_, is anders de landtaal; ik heb opgemerkt, +dat lieden in deze streken, die wat _Fransch_ kennen, 'er grootsch +op schijnen te zijn, en het daarom gaarne met vreemdelingen spreken +[89]. Die vrouwen verhaalden mij, dat 'er niet ver van dezen weg aan +de regterhand, naar _Nismes_ gaande, onderaardsche gangen waren, +welke digt bij die stad uitkwamen, en dat sommige vreemdelingen +de nieuwsgierigheid gehad hadden, om daar met fakkels in te gaan; +'t kan zijn, doch ik vind 'er bij de schrijvers, die ik nagezien heb, +geene melding van gemaakt. + +Wij namen in de herberg, waar het rijtuig stond, het middagmaal, +dat maar redelijk was. De _Franschen_ hebben doorgaans de gewoonte, +om een menigte schoteltjes te geven, in plaats van een paar goede +eenvoudige geregten; dit maakt den maaltijd kostbaar, zonder dat +die naar evenredigheid voedzamer of smakelijker is; want vooral in +die herbergjes, die men op het land aantreft, weet men vele van de +spijzen, die in navolging der groote steden al voorgezet worden, +niet goed gereed te maken, en ofschoon 'er de hoeveelheid wel is, +de hoedanigheid ontbreekt 'er aan. + +Te _Nismes_ terug gekeerd, ging ik 's avonds op de _Esplanade_ in +den maneschijn wat op en neder wandelen, en vond daar veel menschen; +'er staan slechts eenige jonge boompjes, waar men de blaadjes wel aan +tellen kan, zij zien nog niet eens groen door de stof, die 'er op zit, +en dit en de tuin van de bron zijn genoegzaam de eenigste wandelingen. + +Heden den 23 bezigtigde ik de Bibliotheek, zoo als men dat ter loops +doet; vervolgens zag ik het kabinet van Natuurlijke Historie en +Oudheden, bevattende onder anderen eene menigte versteeningen van +visschen, of gedaanten van dezelven in steen, alsmede verscheidene +planten, vooral varen in leijen versteend en in de koolmijnen +ontdekt. Ook zag ik 'er een fraai stuk _lava_, uit de voorheen +vuurspuwende bergen van de _Vivarais_; een brok versteend hout, +dat mooi gevlamd was, en dat men ook hier omstreeks had gevonden, +benevens een menigte andere mineralen en gesteenten. Onder de oudheden +is merkwaardig een schoon metalen hoofd zijnde van een reusachtige +gedaante, en onder de puinhoopen der baden gevonden, benevens eenige +kleine huisgoden (_penates_) kleine altaartjes, gereedschappen der +ouden enz. Men heeft hier ook eene fraaije verzameling van oude +munten en medailles, waar onder ik 'er verscheiden vond, die om +de teekening en afbeeldingen van kleedingen enz. van belang zijn, +zoo wel voor kunstenaars en geschiedkundigen, als voor liefhebbers +van oudheden: onder anderen zag ik 'er een, waarop een paard met +een opgezetten (_geanglizeerden_) staart, waar uit dus blijkt, dat +de ouden ook reeds de wreedaardige wijze, om die dieren den staart +om hoog te doen dragen, gekend hebben. Een aantal van deze munten, +waaronder vele zilveren, zijn in deze stad en daar omstreeks gevonden, +en behooren dus tot de geschiedkunde van dezelve. De _Bibliothecaris_ +en bewaarder (_conservateur_) van dit kabinet, is een zeer vriendelijk +man. Het gebouw, waarin dit alles bewaard wordt, is zeer fraai, en +werd voor de omwenteling _le Collegue_ genaamd. Voorheen was hier ook +eene _Academie Royale des Sciences et belles Lettres_; en de smaak der +ouden voor de fraaije kunsten en wetenschappen schijnt in latere eeuwen +die van _Nismes_ nog bij gebleven te zijn. Thans dient het voormalige +_Collegue_ voor een _Ecole Centrale_. Ik vergat u nog te zeggen, dat +ik, in een beneden zaal van dat gebouw, twee gnappe schilderijen zag, +door eenen Renaud van hier geboortig, beiden verbeelden een deel van +de geschiedenis van Joannes _de Dooper_, het eene is te _Avignon_ +in 1656, en het andere te _Rome_ in 1685, geschilderd. + +Na den middag ging ik naar de Protestantsche Kerk, waar heden +(Donderdag) een korte leerreden en onderwijs voor de jeugd werd +gehouden; onder weg vroeg ik aan eene deftige bejaarde vrouw, waar de +Kerk was, en deze 'er zelve heen gaande, bood zich aan om 'er mij naar +toe te geleiden, en was zeer vriendelijk, vooral toen zij verstond, +dat ik een _Hollander_ was; want hare voorouders en geloofsgenooten, +zeide zij, hadden in dat land hulp en bescherming gevonden. In de Kerk +komende, moest ik dan ook voor aan bij de Ouderlingen en Diakonen +zitten, en de Godsdienst geëindigd zijnde, werd ik verzocht om in +het Consistorie te komen, waar de twee Predikanten mij vriendelijk +ontvingen, en hunnen dienst aanboden, waarvoor ik die goede lieden +bedankte, terwijl ik 'er geen gebruik van kon maken, omdat mijne +afreis den volgenden dag bepaald was. De Protestanten luiden hier ook +bij het aangaan van de Kerk de klok, en de Predikanten gaan met mantel +en bef over de straat. Het is een gnappe Kerk met een orgel 'er in en +een torentje 'er op. Ik zag veel vrouwen in dezelve met een kruisje +aan haar halssieraad. Eene vrouw, die digt bij den voorzanger zat, +vroeg hem overluid in het _Patois_ den hoeveelsten Psalm men zong, +en deze antwoordde haar weder in het _Patois_. + +'Er bleven mij nog twee oudheden ter bezigtiging over, namelijk de +zoogenaamde _Porte de France_, en de _Porte de Rome_; deze zijn alleen +van de tien poorten, door de _Romeinen_ gebouwd, overgebleven. De +eerstgenoemde vindt men in oude bescheiden, onder den naam van _Porta +Coöperta_ (overdekte poort). Aan het geen 'er van is overgebleven, +is niet veel bijzonders te zien, dunkt mij. + +De poort van Rome (_la porte de Rome_) is eerst in 1793, bij het +slechten van de wallen, aan de oostzijde van de stad, gevonden; en de +stukken en brokken weder op een gezet, maken een langwerpig vierkant +uit, doch dit gebouw schijnt zeer laag, omdat het voor een gedeelte +nog in den grond staat, en het bovenste werk 'er waarschijnlijk +van verwoest is. Het is 10 _toises_, 3 voet lang, en 4 _toises_, +3 voet hoog; 'er waren twee ingangen naast elkanderen, doch de +eene is toegemetseld. Aan beide zijde van de ingangen zijn twee +Corinthische pilasters; boven dezelve ziet men nog de overblijfsels +van een Latijnsch opschrift, waar uit schijnt te blijken, dat Keizer +Augustus deze poort deed bouwen, op het einde van het 738ste, of in +de zes eerste maanden van het 739ste jaar van _Rome_, dat is omtrent +15 of 16 jaren voor de Christelijke jaartelling. + +Om deze stad en in de voorsteden zijn verscheidene tuinen; in een +derzelven, digt bij den tuin van de bron gelokt, door den aangenamen +reuk, dien ik in het voorbijgaan gewaar werd, vond ik daar onder +vele andere bloemen en planten, eene menigte zoo dubbelde als enkelde +tuberozen; het ging tegen den avond, en dan rieken die bloemen zeer +sterk. Ook zag ik 'er gansche hagen van jasmijn, die insgelijks +een alleraangenaamsten reuk verspreiden; deze tuin behoorde aan een +hovenier en bloemist, die mij verlof gaf, om 'er in te wandelen. Ik +had hier ook in eenige tuinen gezien, dat men de leiboomen tegen +de muren vastmaakte, aan een draadwerk van koperdraad, met groote +ruiten gevlochten, en ik geloof, dat dit beter is dan het latwerk, +dat men bij ons en elders gebruikt, omdat het langer duurt, doch +misschien kost het ook meêr.--Dezen nog van hier willende afzenden, +breek ik af; verwacht nader schrijven van _Montpellier_. + + + + + +VEERTIENDE BRIEF. + +_Montpellier, 27 Augustus._ + + +Voor dat ik van mijne afreis van _Nismes_ spreek, moet ik u nog +iets van de oudheid en geschiedenis dier stad zeggen. Vermaarde +schrijvers het denkbeeld, dat zij door de kinderen van Hercules zou +gebouwd, en wel 3400 jaren oud zijn, als een sprookje verwerpende, +stellen, dat die stad haar' oorsprong verschuldigd is aan de +_Phoceënsers_, die _Marseille_ te klein vindende, zich hier, +zoo wel als te _Orange_, te _Nissa_, te _Antibes_, te _Turin_, +en te _Tarragone_, kwamen vestigen. De onderscheidene _Grieksche_ +opschriften, te _Nismes_ gevonden, schijnen dit te bevestigen; +in de landtaal (_Patois_) heeft men ook verscheidene woorden, +die van het _Grieksch_ herkomstig schijnen, als mede de _Grieksche_ +benamingen van sommige plaatsen hier omstreeks. Zij bestond dan reeds +400 jaren voor de overwinningen van Fabius Maximus onder de _Gaulen_, +en werd toen aan het juk der _Romeinen_ onderworpen. In de 5de eeuw, +was zij gedurende zestig jaren, beurt om beurt de prooi der _Wandalen_ +en _Gothen_; in de 6de maakten de _Visi-Gothen_ 'er zich meester van, +in de 8ste werd zij door de _Saracenen_ verwoest, aan welke Pepin +le Bres [90] haar weder ontrukte, en 'er Ondergraven (_Vicomtes_) +aanstelde, onder de Hertogen van _Septimanie_. Vervolgens namen de +Ondergraven van _Nismes_, en de Graven van _Toulouse_ 'er bezit van, +en na hun de Koningen van _Arragon_, die ze in 1258 aan Lodewijk den +IX. bijgenaamd _den Heiligen_ (_St. Louïs_) afstonden. Na dien tijd +heeft zij door Staats- en geloofsonlusten nog zeer veel geleden, +en welke aanmerkelijke veranderingen heeft zij in onze dagen niet +ondergaan! Van eene Koninklijke regering onder een Republikeinsch +bestuur, en eindelijk onder eene Keizerlijke regering! Thans is +_Nismes_ de hoofdplaats van het Departement _du Gard_, het verblijf +van de Prefect, en een Regtbank ter eerster _instantie_. + +De menschen schijnen hier vlijtig, en in hunne levenswijze +vrij eenvoudig te zijn, en men vindt 'er verscheidene gegoede +burgers. Behalve de fabrieken, waarvan ik reeds gesproken heb, +heeft men 'er hier ook nog van wollen en andere stoffen, doch de +tijdsomstandigheden zijn daar voor ook al niet gunstig. + +Den 24 dezer, 's morgens vroeg opstaande, ging ik voor het laatst het +Amphithéater en andere oudheden nog eens bekijken; op de _Esplanade_ +raakte ik in gesprek met een' burgerman, die liefhebberij voor kunsten +en wetenschappen scheen te hebben, en mij van dit een en ander nog al +wat wist te vertellen. Over het algemeen hebben de burgers hier nog +al veel op met de oudheden van hunne stad, het geen ik met genoegen +bespeurde. De twee torens die de _Gothen_ of _Visi-Gothen_, zich +binnen de muren van het Amphithéater versterkende, daarin hadden, +gebouwd, zijn ook in het begin van de omwenteling, op last van de +Municipaliteit, afgebroken, en de steenen daarvan hebben gediend, om +den tuin van het voormalige Kapucijner-Klooster, op de _Esplanade_, +met een muur te omringen. De Kloosters afgeschaft zijnde, dient dit +gebouw voor een bijzonder gebruik, ik meen voor een fabriek. + +Toen ik voor de Hoofdkerk stond, en die nog eens met aandacht bekeek, +bood een boer, die waarschijnlijk bespeurde, dat ik een nieuwsgierige +vreemdeling was, mij drie oude koperen munten aan, om te koopen; +hij zeî, die niet lang geleden, omstreeks deze stad, naar den kant +van _Arles_, in een boschje gravende, gevonden te hebben. Zij schenen +van de eerste Christen tijden te zijn; ik kocht ze voor slechts 24 +Fransche stuivers; want meêr vroeg de man niet, en ik raadde hem, +om daar omstreeks verder te zoeken, alzoo 'er misschien nog oudheden +van meêr belang verborgen waren. + +Jean Nicot, die, in 1559 Ambassadeur in _Portugal_ zijnde, vervolgens +de Tabaksplant van daar aan aanbragt, welke dan ook na hem _Nicotiana_ +genaamt werd, is te _Nismes_ geboren.--en dit vergat een _Hollander_ +bijna aan een _Hollander_ te schrijven. Hij was Doktor in de +Medicijnen, en heeft ook eene Fransche en Latijnsche _Dictionaire_ +geschreven. + +'s Morgens om elf uren vertrokken wij met den postwagen, die van +_Avignon_ naar _Toulouse_ rijdende hier door komt, tot _Montpellier_, +van waar ik u thans schrijve. + +De weg was goed, doch de stof verschrikkelijk, want de wegen zijn hier +niet gestraat, maar met steengruis opgeworpen, en deze steen, die niet +zeer hard is, door de raderen gemalen zijnde, veroorzaakt eene fijne +en ligte stof. Reizigers, van _Marseille_ komende, verhaalden ons, +dat de Admiraal Freville Latouche te _Toulon_, waar hij kommandeerde, +overleden was; hij bevond zich reeds gevaarlijk ziek, toen wij 'er +waren.--Dit is een groot verlies voor de _Fransche_ zeemagt. + +Het land schijnt hier omstreeks zeer bewoond; wij zagen verscheidene +steedjes en dorpjes aan den weg, en van verre liggen. Te _Lunel_, een +steedje beroemd bij alle lekkerbekken om den keurigen muscaatwijn, die +daar omstreeks groeit, en de muscadelle druiven, die men ook gedroogd +in kistjes naar alle oorden verzendt, en die voor eene ongemeene +lekkernij gehouden worden, was het juist jaarmarkt en daar door vrij +druk; wij hielden 'er een kwartier stil, en hadden dus den tijd om eens +rond te zien, en van den lekkeren wijn te proeven. Zij wordt in kleine +flessen van licht groen glas, die verzegeld zijn, en waarop een briefje +geplakt is, verkocht; wij betaalden voor zulk een fles 50 _sous_. Met +genoegen zag ik de boeren op de markt met elkanderen, bezig met het +koopen en verkoopen van vee, bijzonder schapen, ezels en muilezels; +het gaat daar bijna zoo al op dezelfde wijze toe, als op onze markten. + +Hier zijn ook vele Protestanten. In vroegere tijden was deze plaats +meest door Joden bewoond, en de vermaarde Rabbi Salomon Jarchi had hier +zijn school. Behalve de stof is de weg niet onaangenaam, en tamelijk +vlak; de voorname vruchten, die deze landstreek oplevert, schijnen +olij en wijn te zijn. Ten 6 1/2 uur kwamen wij te _Montpellier_ +aan; die stad op een hoogte gelegen, doet zich aangenaam op. Wij +stapten af aan het Hotèl _du Midi_, digt bij den Schouwburg, en de +voornaamste gemeene wandeling. _Nismes_ en _Montpellier_ is 6 1/2 +post van elkanderen gelegen. + +Den 25 dezer, na de stad eens doorgeloopen te hebben, ging ik de +gemeene wandeling, de _Esplanade_ genaamd, bezigtigen; zij is vrij +groot; en met regte rijen boomen beplant, doch welke 'er niet wel +schijnen te kunnen groeijen, want zij zien 'er dor en kwijnende +uit; hoewel zij reeds 80 jaren oud zijn; want deze wandeling werd +door den Hertog de Roquelaure, Kommandant van de Provincie, in 1724 +aangelegd, geven zij nog maar weinig lommer, en men zou denken, dat +zij 'er naauwelijks de helft van dien tijd gestaan hadden. Aan ieder +eind van deze wandeling is een ronde vijver of kom met water, en in +het midden staat een vrij hooge kolom, waarop een Vrijheidsbeeld van +geelachtigen steen, dien men hier omstreeks vindt. De citadel, die aan +den eenen kant van deze wandeling gelegen is, werd door Lodewijk den +XIII. na de belegering van deze stad gebouwd, om de Protestanten in +teugel te houden. Ik ging 'er in, doch zag niets bijzonders. 'Er staan +uitgestrekte gebouwen, die voordezen voor _casernen_ dienden. Op de +wallen rondom, heeft men een schoon gezigt, tot in de _Middellandsche +Zee_; naar ik vernam, moest deze vesting eerstdaags gesloopt worden, de +grond en afbraak is aan de stad afgestaan. Men was werkelijk bezig met +de grachten te dempen. Inwendig is _Montpellier_ ook al niet fraai, de +meeste straten zijn naauw, krom, en op en neder loopende. In de groote +straat (_grande rue_), die nog al redelijk breed is, zijn de fraaiste +winkels en Koffijhuizen: vooral in dat gedeelte van de stad, is het +ook vrij levendig. _La place du Peyrou_ is eene gemeene wandeling; +aan de andere zijde van de stad (met betrekking tot de _Esplanade_) +en op het hoogste gedeelte van den heuvel, waarop zij gebouwd is, +gelegen; men komt 'er op door een fraaije poort of zegeboog, die met +afbeeldingen _en basrelief_ pronkt, welke keurig gewerkt zijn; een +van dezelve verbeeldt den Godsdienst, te weten den Roomschen; die de +ketterij, dat is het Protestantsch geloof, vernietigt; het opschrift +dat 'er onderstond, heeft men 'er in het begin van de omwenteling +uitgehouwen. Door deze poort ziet men op een' zekeren afstand een +sierlijk gebouw, het is een water-kasteel (_Chateau d'eau_) zeskant +van gedaante; de buitenzijde pronkt met twaalf geribde pilaren van +Corinthische orde, en van binnen staan 'er zes diergelijken, en in +'t midden van dezelve een fraaije ronde kom met water. Men klimt +'er langs verscheidene trappen naar toe, en heeft daar op eene soort +van galerij, met een fraai steenen hekwerk en zitbanken omgeven, een +allerverrukkendst gezigt. In het zuid-westen ziet men de keten der +_Pyrenesche_ gebergtens, ten noorden over een vrolijk landschap de +bergen en rotsen van de _Cevennes_, ten oosten ontdekt men de _Alpen_ +in een flaauw verschiet, en ten zuiden ziet men weder over een fraai +en aangenaam geschakeerd landschap tot in de _Middellandsche Zee_. Het +water-kasteel is met fraai en toepasselijk beeldhouwwerk versierd, +zoo als _Guirlandes_ van netten met allerlei visschen enz. onder +hetzelve liet men ons de bakken zien, waarin het water, door de +trotsche waterleiding, waarvan ik u hier na spreken zal, gebragt +wordt; onder voor dit water-kasteel, is nog een groote vijver, waarin +het water uit de binnenste kom, door kleine watervallen loopt. In +dezen vijver, waarvan het water zeer helder is, ziet men karpers, +bermen, en eenige goudvisschen. De plaats _du Peyrou_ [91] zelve is +rondom met een steenen leuning en zitbanken omringd, en in het midden +stond voor de omwenteling een fraai metalen standbeeld, verbeeldende +Lodewijk den XIV. te paard [92]. Sedert eenigen tijd heeft men aan +beide zijde ook een rij _Acacia_-boomen geplant, dat wel noodig is; +want het is anders zoo vlak en aan de zon blootgesteld, dat men 'er +althans zomers niet anders dan 's avonds, of 's morgens zeer vroeg, +wandelen kan; doch van deze plaats klimt men aan beide zijden af, en +daar heeft men een aangename en lommerijke wandeling onder acacia, +platanussen, en ijpeboomen, hoewel deze laatste hier ook niet wel +aarden willen; doorgaans worden de bladeren al vroeg in den zomer rood, +en van een soort van insecten doorknaagd; thans zagen zij 'er door den +buitengewoonen regen nog al vrij wel uit; in het achterste gedeelte +van deze wandeling, zijn twee vijvers met springende fonteinen, +en hier gaat men door ruime bogen onder de waterleiding (_aquaduc_) +door. De ingangen van deze wandeling zijn met fraaije ijzeren hekken +versierd, kortom het geheel is zoo grootsch en prachtig, en voegt zoo +weinig bij een stad als _Montpellier_, waar men anders bijna niets +van dien aard ziet, dat Keizer Josephus de II. hier door reizende, +en _la place du Peyrou_ ziende, vroeg: "_Waar dat toch de stad was_." + +Aan de linkerzijde, als men de stad zal ingaan, ziet men boven de muren +van dezelve een vrij hoogen en van boven platten toren uitsteken. Op +dezelve zag ik eenige tamelijke groote pijnboomen; dit maakte geene +onaardige vertooning. Van hier verder de muren buiten omwandelende, +komt men uit aan de _Esplanade_, en klimt daar langs verscheidene +trappen ter dezer plaatse op. + +Den 26 dezer wandelde ik 's morgens om 5 1/2 uur reeds naar buiten, +om de _Aquaduc_, waar ik u van gesproken heb, en die ik reeds van +de _place du Peyrou_ bewonderde, nader bij te beschouwen. Ik ging +den grooten weg op, tot het begin van deze waterleiding, dat is +een half uurtje van de stad; hier staat een steenen huisje, waarin +de buizen, door welke het water van de bron _St. Clement_, omtrent +een uur van daar geleid wordt, uitkomen; dit huisje is geplaatst op +een' heuvel, de helling van denzelven volgende, heeft men eerst ter +lengte van eenige passen een muurwerk zonder bogen; vervolgens lager +afklimmende, komt men aan de kleine bogen, en daarna aan de groote; +daar de kleinen boven opstaan; want deze _Aquaduc_ bestaat uit twee +verdiepingen, in denzelfden smaak als de twee bovenste van de _Pont +du Gard_. Jammer is het, dat zij niet regt, maar met een elleboog +gebouwd is [93]; tot dezen hoek of elleboog, naar de stad gaande, +telde ik 59 kleine en 10 groote bogen, en van daar 123 kleine en 40 +groote, dus in 't geheel 182 kleine op 50 groote bogen of poorten, +behalve de twee, die nog in de onderste wandeling van de _place du +Peyrou_ staan. Volgens mijne afmeting is zij 970 treden lang, tot aan +den muur van de _place du Peyrou_. De bovenste of kleine bogen zijn +ook aan de binnen zijde boogsgewijze gemaakt, zoodat men daar van de +_place du Peyrou_ langs een trap bijklimmende [94], 'er in ziet, als +in een lange galerij, nimmer heb ik fraaijer _perspectief_ gezien, +en nog ziet men maar tot den hoek of elleboog. Ik beschrijf dit wat +omstandig, omdat vele schrijvers 'er geen naauwkeurig verslag van doen, +en mij dunkt, dat het der moeite wel waardig was. Omtrent het midden +van de afgeloopen eeuw, werd dit groote werk ondernomen; en een Pitot, +in de water-werktuigkunde bekwaam, met de uitvoering daar van belast. + +De morgenstond schoon zijnde, wandelde ik weder naar de akkers +terug; onder aan de bogen van de _Aquaduc_ tegen den zonkant, zag +ik verscheidene hagedissen, die overal in het zuiden van _Frankrijk_ +zeer algemeen zijn, doch nergens zag ik 'er meêr bij elkanderen dan +hier; sommige zijn wel een span lang, doch zij doen hoegenaamd geen +kwaad. De grond, hoewel van natuur schraal, levert, door de bewerking +en bemesting, echter akkers, konstweiden, meestal van Lucerne-klaver, +en moestuinen, op; deze laatsten moet men gedurig bevochtigen, +en dat geschiedt op de volgende wijze: bij de meeste tuinen is een +put gegraven, die eene vrij wijde opening op een heuveltje heeft; +digt bij deze opening is een rosmolen, waarin een paard of muilezel +loopt, en door de gewone werking van die molens, een redelijk breed +rad in den mond van de put _verticaal_ beweegt. Aan dit rad hangt een +soort van touwladder, waaraan verscheidene aarden potten of kruiken +onder elkanderen geplaatst zijn [95], deze ladder los om het rad +hangende, gaat dezelve door de draaijing op en neder, zoo dat de +onderste kruiken water scheppen, en de bovenste het uitstorten in +een bak tegen de put geplaatst, uit welken bak het dan door een buis +of buizen afloopt in den tuin, door groeven ten dien einde gemaakt, +dezelve overal bevochtigende, en langs en op de bedden loopende. Deze +wijze van begieten zou in de _Meijerij_ van den _Bosch_, en andere +hooge landen bij ons, ook zeer wel te pas komen, en scheen mij toe, +de put gegraven zijnde, niet zeer kostbaar te zijn. De groentens +in soorten stonden daar dan ook vrij frisch. Anders ziet men hier +omstreeks weinig vrolijk groen; de vale olijfboom, de wijnstok en de +moerbeziënboom, die in de lente, en het begin van den zomer schier +bladerloos is, omdat het blad voor de zijwormen geplukt wordt, deze +zijn het, die men in een groot deel van _Provence_ en _Languedoc_ +het meeste aantreft, en men mag onze Vaderlandsche vlakke gronden +eenzelvig noemen; zij hebben een veel weelderiger en aangenamer +voorkomen, dan de landen, die men over het algemeen in het zuiden, +en zelfs in het grootste deel van _Frankrijk_, dat ik gezien heb, +vindt. Wat is het bovendien aangenaam, dat men zoo vele goede en +nuttige dieren, zoo vrij en vrolijk in de weide ziet omspringen en +huppelen; hier zijn zij bijna altijd onder het juk of op de stallen, +als in eene gevangenis opgesloten. Bij ons geeft een koe hare melk, +en leeft althans zomers genoegzaam volkomen in haren natuurstaat, +zij ziet 'er gezond en vrolijk uit, terwijl hier het magere kwijnende +koeitje, dat 'er doorgaans morsig uitziet, op den stal vermuft, +of zelfs nog wel een kar moet trekken. Bij ons spant de landman 's +avonds zijn paard uit, en brengt het naar de weide; daar loopt het +vrolijk heen, rolt zich in het lange gras en vergeet zijne moeite +en arbeid; het heeft ook zoo wel als de mensch zijne rustdagen. In +ons Vaderland gebruikt men de dieren, ten minste op het land, +en vooral daar overvloedige weilanden zijn, om zoo te spreeken, +als bedienden--hier zijn het ellendige slaven.--Ja, Vriend! wat men +'er ook van zeggen moge, ons Land is in alle opzigten een land waar +Vrijheid en Welvaart wonen willen! en God geve, dat wij het toch +eindelijk onder elkanderen hierin eens mogen worden, om met vereende +kragten alles in het werk te stellen, tot handhaving van onze vrijheid +en onafhankelijkheid, en alzoo tot bevordering van ons wezenlijk heil; +want zonder vrijheid kunnen wij veel minder dan andere landen bestaan; +zij is immers genoegzaam onafscheidelijk aan onze Vaderlandsche bodem +verbonden? en wee ons! indien wij haar van daar, door schandelijke +onverschilligheid en gebrek aan Vaderlandsche deugden, verjagen. + +Hier over peinzende, ging ik de stad weder in, want het begon +reeds warm te worden; en vervolgens, na wat ontbeten te hebben, +de Protestantsche Kerk (_Temple de Protestants_) zoo als men die +in _Frankrijk_ noemt, opzoeken: want het was zondag, en ik wist, +dat hier vele inwoners tot dat Geloofsgenootschap behoorden. Deze +Kerk staat in een der voorsteden _le Faubourg de Lattes_ genaamd, +voorheen behoorde zij ook tot een Klooster; inwendig is dit gebouw zeer +netjes opgemaakt, en 'er is een fraaije zaal voor den Kerkenraad. De +tafel voor het Nachtmaal blijft altijd in de Kerk staan. Zij bestaat +uit een' marmeren blad, op twee, naar den antieken smaak, gewerkte +schragen van gemarmerd hout. 'Er was geen orgel, doch men zong 'er +redelijk wel, ten minste schreeuwde men 'er zoo vervaarlijk hard niet, +als doorgaans bij ons. De Gemeente was vrij talrijk, en scheen met +aandacht te luisteren naar een goed en eenvoudig zedelijk Vertoog, +dat door den leeraar zonder veel omslag of _pedanterie_, duidelijk +werd uitgesproken, en dat niet langer dan een half uur duurde. De +Diaken, welke aan de deur stond, en dien ik bij het uitgaan mijn +aalmoes reikte, boog het hoofd, zeggende: _Que Dieu vous le rende!_ +Zoo hier als te _Nismes_, zag ik verscheiden Roomschgezinden, (zoo het +scheen; want zij maakten tusschen beiden een kruis) den Godsdienst +van het begin tot het einde bijwonen.--Met hoe veel genoegen zag ik +dit bewijs van broederlijke verdraagzaamheid. Voor aan de straat was +men bezig, om deze Kerk met een fraai portaal van gehouwen steen te +versieren; het was reeds aanmerkelijk gevorderd: op dezelve staat ook +een torentje met een klok, en men luidt 'er eveneens als te _Nismes_, +bij het aangaan van den dienst [96]. Van hier ging ik de Hoofdkerk +bezigtigen; zij is, zoo men wil, door Paus Urbanus den V., die in +1370 gestorven is, gebouwd. Het portaal bestaat uit twee torens met +een gewelf 'er tusschen, en gelijkt eerder naar den ingang van een +vesting- of ridderslot, dan naar dien van een Kerk, Boven het koor +staat nog een fraaije en hooge toren. Inwendig is zij ruim, vrij +licht, en naar het schijnt onlangs opgemaakt. Het merkwaardigste, +dat men hier ziet, is het groote en vermaarde schilderij van Bourdon, +in deze stad geboren. Dit schoone stuk is aan het eind van het koor +geplaatst, en verbeeldt Simon _den Toovenaar_, zijne kunsten voor +Keizer Nero, in tegenwoordigheid van Petrus en Paulus, doende. Hij +wordt door de duivelen, want die moeten toch altijd in het spel +komen bij soortgelijke dingen, in de lucht opgeheven, enz. De +hoofden van St. Pieter en St. Paulus, worden bijzonder in dit stuk +bewonderd. Bourdon heeft 'er ook zijn eigen afbeelding (_portrait_) +in gemaakt, en is te erkennen daar aan, dat hij naar de aanschouwers +gekeerd is, en ook eenigzins een _moderner_ voorkomen heeft [97]. Het +stuk kwam mij voor wat hoog geplaatst te zijn, doch heeft een goed +licht. Aan beide zijden van hetzelve ziet men twee andere groote +schilderijen; verbeeldende insgelijks geschiedenissen tot die van +St. Pieter en St. Paulus behoorende; want St. Pieter is de patroon van +deze Kerk; deze stukken schenen mij ook wel bezienswaardig te zijn; +doch wie 'er de meester van was, wist men mij niet te zeggen. Van de +Kerk sprekende, moet ik u eene afschuwelijke gebeurtenis verhalen, +die hier in vroegere eeuwen plaats gehad heeft. Een der Bisschoppen +van _Maquelone_, voorheen eene aanzienlijke, doch thans vervallen +stad, niet ver van _Montpellier_, willende omtrent het jaar 1250, +zijne onderhoorige Geestelijken, die vrij zedeloos en losbandig waren, +tot het betrachten van hun' pligt terug brengen; besloten deze monsters +om zich van zulk een' strengen zedemeester te ontdoen, en vergiftigden +ten dien einde de _hostie_, die hij moest gebruiken om te communiçeren; +zij bereikten maar al te wel hun oogmerk, want de redelijke Bisschop +overleed wel dra aan de gevolgen van het vergift. Hoe gruwelijk +deze moord op zich zelven ook reeds zijn moge, in het oog van +Roomschgezinden vooral moet zij allerafgrijsselijkst wezen. + +'s Avonds ging ik in den Schouwburg; het is een vrij gnap gebouw, +digt bij de _Esplanade_; voor hetzelve is een fraaije fontein met een +groep, verbeeldende de drie bevalligheden, van wit marmer. Inwendig +stond mij de zaal ook wel aan. Men gaf 'er een _Ballet_ en _les +Miletiens_, _Opera_, _à grand spectacle_. De dekoratien waren vrij +wel, doch de rest beteekende niet veel. Het zingen bijzonder was nog +minder als redelijk, en ik, die buiten dien geen groot liefhebber van +Opera's, en vooral niet van Balletten ben, liep 'er al schielijk uit, +en ging liever op de _Esplanade_ wandelen, waar het in den maneschijn +allerliefst was. + +Heden den 27 stond ik weder vroeg op, want ik herhaal het, men moet, +in deze warme landen, vooral van den morgenstond gebruik maken, +en ging eene wandeling buiten de stad doen. Het eerste dat mijne +aandacht trok was een wol-bleekerij; de wol gewasschen zijnde werd op +het veld uitgespreid, en met netten overspannen, om het verwaaien te +beletten. Hier omstreeks heeft men ook eenige wasch-bleekerijen. Immers +leverde dit ook in ons land een aanzienelijken tak van bestaan op; +doch zal zekerlijk door de ongelukkige tijdsomstandigheden ook al +veel verminderd zijn. Verder voortwandelende, zag ik nog meêr wol +wasschen in een riviertje dat men hier _le Lez_ noemt, de velden +langs, en bij dit riviertje gelegen, waarop men de wol droogt, +worden in het _Patois_, _lous Pras de la Lana_ [98] genaamd. Naar +ik vernam, is deze wijze van de wol te zuiveren, hier reeds van +ouds een voornaam bedrijf, en levert een' aanzienlijken handel op; +men maakt hier ook wollen dekens. De wandelingen beteekenen niet +veel. Hier en daar op de hoogtens heeft men wel fraaije gezigten, en +treft nu en dan nog al fraaije tuinen en buitenplaatsen aan; maar het +lommer, dat lieve lommer, ontbreekt genoegzaam overal. Getroost u dan, +Vriend! veroorloven uwe beroepsbezigheden u niet, om buiten 's lands +te reizen, gij woont in het midden van de aangenaamste wandelingen, +en ik verzeker u, dat ik nog nergens zulk eene aangename en bevallige +verscheidenheid daarvan aangetroffen heb, als men rondom _Haarlem_ +vindt. _Balsamique_ en _aromatique_ kruiden en planten groeijen hier +omstreeks veel, en worden door de reukwerk-bereiders (_parfumeurs_) +ter dezer plaats woonachtig, wier waren, zoo als gij weet, ook onder +ons beroemd zijn, in eene groote hoeveelheid gebruikt. Bij het inkomen +van de stad bood mij een aardig meisje lekkere muskadelle druiven, voor +den geringen prijs van drie _sols_ het pond, te koop aan; zij had 'er +versche broodjes bij; ik kocht van het een en ander, en zette mij op +een' bank, die niet ver van hier stond, neder, daar ik het voor mijn +ontbijt met smaak opknapte; want in dit opzigt val ik in 't geheel +niet verlegen. Dat de mist hier niet overvloedig zijn moet, blijkt; +want niet alleen paarden-, maar allerlei soort van straatmist wordt +hier langs de straten en wegen, zoodra het 'er maar nedergeworpen +is, opgeraapt, en op ezels geladen; eens zelfs zag ik twee jongens +elkanderen bijna in het haar zitten, om een hoopje paardenmist. Deze +mist dient dan ook voor den land- en tuinbouw, en niet zoo als bij +ons, om aan vreemden te verkoopen.--Hier aan kan ik toch nooit denken, +zonder mij te ergeren. + +Door een' aanbevelingsbrief aan iemand, die naverwant was aan +den Professor Broussonet, hadden wij bijzondere gelegenheid, om +de zoo vermaarde Faculteit der Geneeskunde alhier te zien. Het +gebouw, dat men _l'Université_ noemt, is digt bij de hoofd- of +_St. Pieterskerk_. De Heer Broussonet, _Professeur de Clinique +interne_, ontving ons zeer vriendelijk, doch daar hij het drok had, +moetende dadelijk bij een _examen_ tegenwoordig zijn, gaf hij order, +om ons al het merkwaardige te laten zien. Hij kwam mij voor tusschen +de 35 en 40 jaren oud te zijn. Wij begonnen met het _Amphithéater_ +voor de ontleedkunde, dat een schoon gebouw is, met een koepel, +waarin een lantaarn, waardoor het licht valt; de zitbanken zijn, +zoo als gewoonlijk, trapsgewijze en in de rondte geplaatst, en men +zeide, dat dit Amphithéater 2000 menschen bevatte. Ik zag 'er ook +het borstbeeld van den bekenden Chimist Chaptal, zoo ik meen, Oom +van den voormaligen Minister van binnenlandsche zaken te _Parijs_, +en schrijver van een werk genaamd, _Elémens de Chimie_. Vervolgens +zagen wij de boekerij, die men zegt, dat in het vak der geneeskunde +al zeer volledig is. Men toonde ons verscheidene fraaije en kostbare +werken, met afgezette platen, enz. De verzameling van geraamtens, +_dissecaties_, _injecties_, enz. vond ik niet zoo aanmerkelijk, als +ik wel verwacht had; en de ontleedkundige afbeeldingen in wasch, die +ik hier gezien heb, kwamen mij veel minder voor dan die, welke men in +het Kabinet van Bertrand te _Parijs_ ziet. Dit verwonderde mij omtrent +de vermaardste geneeskundige Faculteit van geheel _Frankrijk_. Men was +reeds bezig met het examen in een ruime zaal, waar wij ook onder de +toehoorders, welker getal echter niet zeer aanmerkelijk was, plaats +namen. De Candidaat, die wel 25 Jaren oud scheen, deed een vertoog +(_Dissertatie_) in de _Fransche_ taal, staande in een gestoelte; +achter hem op een zeer verheven plaats zat een van de Professoren, +en ter zijde, aan de linkerhand van den spreker, vier anderen, waar +onder de Heer Broussonet, van wien ik reeds sprak, en een Mejon, die +een vermaard Operateur en Oculist moet zijn; de namen van de anderen +heb ik vergeten. Deze Heeren Professoren hadden roode satijnen wijde +_toga's_ aan, met boorden van wit bont, en roode mutsen op met een +zwart en goud boord. Het examen ging niet gemakkelijk, zoodat de arme +Candidaat het al vrij benaauwd kreeg. Ik bleef niet tot het einde, maar +vernam naderhand, dat hij nog niet was aangenomen, en verpligt, zich +aan een nader onderzoek te onderwerpen. In hoe verre het spreekwoord: +"_een nieuwe Arts een nieuw Kerkhof_," gegrond is, zullen wij hier +niet onderzoeken; doch zoo 'er al Doctors wezen moeten, doet men +echter wel, van te zorgen, dat ieder zoo maar op zijn eigen houtje +niet doctoren kan. Het merkwaardigste dat men in deze zaal ziet, +is een metalen hoofd, levensgroot, verbeeldende dat van Hippocrates; +het scheen mij, wat de teekening aangaat, keurig uitgevoerd. Men wil, +dat het vele jaren geleden in of om _Athene_ gevonden is, en van +daar naar _Rome_ vervoerd werd, waar het, tot de Pauselijke oudheden +en kunststukken behoorende, door de _Franschen_ gevonden en genomen, +en eindelijk aan deze Universiteit gegeven is. Ik had het reeds, voor +dat het examen begonnen was, van nabij bezien en bewonderd. Volgens +sommige geschiedschrijvers, zou de geneeskundige Faculteit van +_Montpellier_, reeds in 1220 zijn opgerigt; en men meent dat de +_Saracenen_ en Joden, die een groot deel van _Montpellier_ uitmaakten, +'er de geneeskunde, die toen meerder vorderingen onder hun dan onder +andere volkeren gemaakt had, bragten. De vermaarde Rabelais [99] alhier +in de geneeskunde gestudeerd hebbende, werd volgens oud gebruik, met +een tabbaart bekleed, die men vervolgens de _Tabbaard van Rabelais_ +noemde, en waarmede men na dien tijd alle de nieuw aangenomen Doctoren +bekleedde. Deze tabbaard was bij de Studenten in groote achting, +zoo dat ieder doorgaans trachtte, om 'er een stukje tot een aandenken +aftescheuren, en hier door, en door den tijd, was dit kleed eindelijk +niet meêr bruikbaar, doch, zoo als het doorgaans met diergelijke dingen +gaat, het werd meêr dan eens vernieuwd, en het laatste ging zoo wel +voor een achtingwaardige oudheid door als het eerste. De geneeskundige +Faculteit van _Montpellier_ is nog beroemd, en vele vreemdelingen, +en in vredestijd, bijzonder _Engelschen_, die hier om hun Guinjes dan +ook zeer geacht zijn, komen dezelve raadplegen.--'Er was ook eens +een tijd, dat onze Hooge Scholen zeer beroemd waren; vreemdelingen +uit alle oorden vloeiden 'er toen in menigte naar toe,--en de naam, +van Boerhaave klonk met roem de wereld door.--Helaas! waarop kunnen +wij thans onzen hoogsten roem dragen?--misschien op ons taai geduld. + +De kruidtuin, die ter zijde van de _place du Peyrou_ ligt, kwam mij +niet zeer ongemeen voor, doch ik beken gaarne, dat mijne _Botanische_ +kundigheden zeer bepaald zijn. Men toonde hier eene plaats, waarin +men langs eenige trappen afklimt, en alwaar de, door zijn sombere +Nachten, zoo bekende Young zijne dochter zou begraven hebben; deze +plaats is onder een boog of gewelf, en wordt _le Tombeau de la fille +de_ Young [100] genaamd; doch men ziet 'er niets, dat een grafstede +aanduidt. Gij weet, dat Young met een ziekelijke dochter van zijne +vrouw, te _Montpellier_ kwam, om 'er hare gezondheid te herstellen, +doch dat dezelve daar overleed; dit gebeurde omtrent 1741. En die +zwaarmoedige, en, toen in der daad zeer ongelukkige man, verloor in +drie maanden tijds zijne vrouw en hare twee dochters; en deze slag +trof hem in den ouderdom van zestig jaren. Tot het Protestantsche +geloofsgenootschap behoorende, waar onder Young zelfs Predikant was, +mogt die dochter niet op de gewone wijze, en in zoogenaamde gewijde +aarde begraven worden; hij droeg het ligchaam dan zelf bij nacht +hier henen, en begroef het met behulp van een tuinmans knecht, die +hem door een klein deurtje ter sluip had ingelaten. Eenigen tijd +voor de omwenteling vondt men hier, de aarde roerende, dan ook nog +eenige beenderen. De te regt vermaarde Tooneelspeler Talma, en Madame +Petit, beide tot het eerste Tooneel van _Parijs_ en van _Frankrijk_ +behoorende, bevonden zich hier weinige jaren geleden, en stelden +edelmoediglijk eene inschrijving voor, denzelven te gelijker tijd +beginnende, om een eenvoudig gedenkteeken op het graf van Narcissa +opterichten, ten einde daar door de schandelijke onregtvaardigheid +van het bijgeloof eenigzins te vergoeden, en de gedachtenis van een +voornaam dichter te vereeren [101]. Tot nog toe echter is dit ontwerp +niet uitgevoerd. Had het een beeld of altaar in een Kerk betroffen, +waarschijnlijk zou het 'er al gestaan hebben. + +Men was nog drok bezig met bouwen in den kruidtuin (_jardin des +plantes_) aan eene nieuwe kas voor vreemde planten; ook werd 'er, naar +ik vernam, van wegens het Gouvernement, ter zijde van dezen tuin, een +huis gebouwd voor den vermaarden Professor in de Botanie Broussonet, +broeder van dien waarvan ik reeds gesproken heb [102]. Rondom den tuin +is een gemeene wandeling, die nog al aangenaam en zeer lommerrijk is, +door de onderscheidene soorten van boomen, die 'er staan. De goede +Hendrik den IV. was de stichter van dezen tuin; hij bestond meêr +dan 25 jaren voor dien van _Parijs_, en was de eerste van dien aard, +welke in _Frankrijk_ aangelegd is. + +De stad doorgaande, bragt onze vriend ons in een paar winkels van +zuikergoed (_dragées_) en reukwerken, want wie zou hier verzuimen, +om die te bezoeken. Voor het eerste is _Montagu_, en voor het +tweede _Riban_ de voornaamste; men behoeft hier anders na de +reukwerkers-winkels niet te vragen, want daar zijn 'er verscheiden, +en men wordt ze door de straten gaande, aan den aangenamen reuk +gemakkelijk gewaar. + +Ik heb reeds rijtuig gehuurd, om morgen een reisje in de _Cevennes_, +waar men mij veel van verteld heeft, te doen, verwacht hier over dan +het een en ander bij mijne terugkomst. + + + + + +VIJFTIENDE BRIEF. + +_Montpellier, 30 Augustus._ + + +'s Morgens om 5 uren vertrokken wij met een koets met twee paarden, om +'er drie dagen gebruik van te maken. Het steedje of dorp _St. Gilles_, +waar wij doorkwamen, levert niets merkwaardigs op. De weg is vrij +goed doch bergachtig, en de landstreek dor en steenachtig. Hier en +daar ziet men echter nog eenig bouwland en wijngaarden. Op zijde +van den weg bespeurde ik op een heuveltje, een soort van kleine +tafeltjes, die gemaakt waren door twee of drie steenen, die men op +een gelegd had. Daar stonden 'er zoo verscheidene; en zij dienden, +naar ik vernam, om de schapen zout op te laten lekken, Omstreeks ten +tien uren kwamen wij te _St. Martin de Londres_, een naar vervallen +stadje; en ik weet niet waarom het ook den naam van de hoofdstad +van _Engeland_ draagt. De herberg scheen pas opgemaakt, en zag 'er +binnen en buiten gnapjes uit, en daar het zeer warm was, besloten +wij op verzoek van onzen voerman, om hier wat te vertoeven en het +middagmaal te houden. Terwijl men het gereed maakte, ging ik, niets +beters te doen hebbende, het plaatsje eens rond. De ingezetenen schenen +ijverige lieden, veelal zijden-kousenwevers; doch met dat al zag het +'er armoedig uit, vooral ook de Kerk, die men, wijl ik geloof dat men +geen middelen heeft, om ze te herstellen, wel zou doen om aftebreken, +ter voorkoming van ongelukken. Het akkerland, dat hier nog bij lag, +zag 'er ook dor en schraal uit. Geen lommer vindende, was ik ras +genoodzaakt, om mijne wandeling te staken, en zette mij bij de fontein, +die voor de herberg staat, in de schaduw van een' moerbeziënboom neder; +waarschijnlijk is dit de eenige bron, die men hier omstreeks vindt; +want ik zat 'er niet lang, of een menigte vee van alle kanten kwam +'er drinken; en jongens en meisjes, mans en vrouwen, hunne kruiken met +water vullen; dit scheen voor die arme menschen tevens eene uitspanning +te zijn. Men verleende 'er elkanderen een praatje, en vooral de jonge +lieden schenen hier hun te zamenkomst (_rendez vous_) te hebben. Een +meisje onder anderen, dat al een poosje onrustig had staan wachten; +en al de overigen liet voorgaan aan de fontein, hoewel zij een van de +eersten was; zag ik op eenmaal eene vrolijke houding aannemen, toen +zij een' gnappe boeren jongen, met een paar muilezels zag aankomen; nu +werd de kruik spoedig gevuld, en men keerde te zamen weder terug. Toen +ik mij met deze eenvoudige landlijke tooneelen vermaakte, kwam een +lief wichtje, dat nog maar naauwelijks loopen kon, mij streelen, en +trachtte op mijn knie te klauteren, terwijl de moeder bezig was, om +aan de fontein koren te wasschen; zijn broêrtje, dat wat ouder scheen, +kwam 'er bij, en stamelde mij zijn _Patois_ voor. Die kindertjes zagen +'er gezond en zuiver uit. Hunne gansche kleeding bestond in een hemdje, +en het onschuldig genoegen was op hun gelaat te lezen; ook kwamen zij +in 't geheel niet, om te bedelen; maar alleen, zoo het scheen, uit een +gullen en eenvoudigen trek; terwijl ik, als een ongewoon voorwerp, +hunne nieuwsgierigheid eenigzins gaande maakte. Zij hielden mij een +poos aangenaam bezig; ik maakte ook zoo goed ik kon een praatje met +de moeder, die mij eene goede vrouw scheen te zijn; en hoe onbevallig +anders het plaatsje ook was, de tijd viel 'er mij niet lang. Het eten +was voor den prijs vrij wel, en om één uur vervolgden wij onzen weg, +die altijd door een' dorren berg en rotsachtige landstreek loopt, +tot op eene hoogte een kwartier van _St. Bausille_; hier begint de +bevallige natuur de nieuwsgierige reizigers voor hunne moeite te +beloonen.--Men ziet eene heerlijke schilderij in het dal, waarin dat +steedje ligt voor zich, welke door de schielijke verandering des te +aangenamer treft. _St. Bausille_ heeft weinig aanzien, doch armoedig +zag het 'er niet uit, en de meeste menschen zaten aan de deur zijde te +haspelen of op strengen te winden. De boorden van het riviertje _l' +Hérault_ langs rijdende, kwamen wij omstreeks vijf uren te _Ganges_; +men rekent deze plaats omtrent acht uren gaans van _Montpellier_, +en daar men schier aanhoudend op en afklimt, kan men doorgaans +ook al niet anders dan stapvoets rijden. Wij traden hier af aan de +herberg het witte kruis (_la Croix Blanche_), en gingen het stadje +bezigtigen, dat mij wel beviel, zijnde ruim en vrolijk gebouwd; +de huizen zien 'er wel onderhouden uit, en men kan duidelijk zien +dat hier ijver en goede orde heerschen; 'er is ook een _cours_ of +gemeene wandeling, en nog een regte breede straat aan beide zijden +met boomen beplant. Pracht of grootheid bespeurt men 'er niet; alles +heeft een eenvoudig, doch net en bevallig voorkomen.--Dit kon men +misschien ook eens van ons Vaderland zeggen, en toen ging het ons +wel.--In de Roomsche Kerk ziet men zoo weinig opschik, dat, indien +'er geen altaar stond, men zou meenen in eene Protestantsche Kerk te +zijn; tot welk Kerkgenootschap het grootste gedeelte der ingezetenen +dan ook behoorde. Ik ging hunne Kerk zien, die voor de omwenteling +aan een Klooster toekwam. De Predikantsvrouw, die ik hier sprak, +en die zeer vriendelijk was, verhaalde mij, dat deze Kerk veel te +klein zijnde voor de gemeente, men reeds een ontwerp gemaakt had, om +die te vergrooten; de grond, die 'er bij behoorde was groot genoeg, +en ik merkte wel, dat het aan geen geldmiddelen zal haperen; ook zijn +hier onder de Protestanten verscheiden bemiddelde lieden. + +Den 29 's morgens om 6 uren reden wij naar _le Vigan_, een ander stadje +in deze landstreek; men volgt de boorden van _l'Hérault_, die tusschen +twee ketens bergen al ruischende doorstroomt;--grootsche gezigten of +ontzaggelijke vertooningen levert de natuur hier niet op; alles is +lief en bekoorlijk, en om zoo te spreken, meêr onder het bereik van +den mensch. De bergen zijn groen; hier en daar ziet men een woning, +overal treft men castanje-, moerbeziën en andere boomen; de Natuur had +hier haar lentegewaad nog aan, en het groen zag 'er zoo jeugdig uit, +als bij ons in de maand Mei. Een half uur van _Ganges_, aan den anderen +kant van het riviertje, ligt het buitengoed van den Heer Mejan; eer +men daar komt, ziet men aan dien zelfden kant, tusschen twee rotsen, +in een ander riviertje, dat zich hier met _l'Hérault_ vereenigt, over +een dam van steenen, die 'er inligt, een kleinen waterval rollen. Onze +waardin had ons geraden, om, hoewel wij den Heer Mejan niet kenden, +of geen brieven aan hem hadden, hem evenwel vrijelijk een bezoek op +dit zijn buitengoed te gaan geven, met verzekering, dat wij 'er wel +zouden ontvangen worden, en wel te vreden zijn over de ligging van +dat verblijf. Wij gingen 'er dan ook heen. Over den berg, waarop het +gelegen is, kan men met het rijtuig door het riviertje rijden, en van +daar klommen wij te voet op de hoogte, langs een kronkelpaadje, aan +beide zijden met moerbeziën en andere boomen beplant, welke door kleine +beekjes aanhoudend besproeid worden, en daar door een verwonderlijk +frisch en tierig aanzien hebben; de uitwaseming van duizende geurige +planten en bloemen, die hier in het wild groeijen, overtreft al, wat +de reukwerk-kramers van _Montpellier_ in hunne winkels hebben. Aan +den ingang van eene lommerrijke laan, die naar het huis geleidde, +zagen wij een kloek man aankomen, met een buisje en lange broek aan, +een ronde witten hoed op, en een wandelstok in de hand--het was +de Heer Mejan zelf, voornemens zijnde, om zijne arbeiders te gaan +bezoeken; ik gaf hem ons voornemen te kennen, en hij ontving ons op +de gulste en vriendelijkste wijze; en hoe zeer wij hem verzochten, +om zich om onzenwille niet op te houden, hij wilde ons zelf in zijne +tuinen en verrukkelijke boschjes rond leiden. Achter ons aan het eind +van de laan, die zich als een groen gewelf vertoonde, en regt over +den ingang van het huis is een fraaije waterval, die door een bron, +die hooger op de rots ontspringt, altijd van water voorzien wordt, +en dus onophoudelijk loopt. Toen wij ons weder omkeerden, had men +intusschen een kraan geopend, waardoor wij, door het huis heen, +aan den anderen kant van hetzelve een schoonen watersprong tegen de +zon zagen, terwijl de rotsen aan den anderen kant van het riviertje, +waar men den straal water tegen zag, nog niet door de zonnestralen +verlicht waren; dit deed eene fraaije uitwerking. Eer wij verder +gingen, gaf de gastvrije Mejan aan zijn' knecht last, om een paar +flessen wijn in een koele bron te zetten, en wat vruchten enz. in +gereedheid te houden, zeggende tegen ons: "Gijlieden hebt zekerlijk +nog niet ontbeten, als wij terugkomen, willen wij te zamen een stuk +eten." Zulk eene hartelijke wijze van aanbieden, duldde geen weigering; +daar bij boezemde hier alles eene soort van vrijpostigheid in, die +men nimmer in lusthoven of paleizen der gewone rijken, of bij de +meesten zoogenaamde grooten gevoelt. Alles geschiedt daar, vooral +wanneer zij met lieden te doen hebben, die zij niet kennen, met eene +stijve wellevendheid; gebrek aan gulheid en vertrouwen straalt overal +in door; alles is kunst, niets natuur.--Neen! met hun kan hij, die +vrij en voor de vuist is, niet te regt; en hoe zeer onbeschoftheid +zeer onaardig is, ik heb nog liever met een' grooten lompert te doen, +dan met sommige lieden, die uitermate vriendelijk en wellevend zijn; +want die soort van vriendelijke wellevendheid, die wij hier aantroffen, +vindt men juist niet zeer algemeen, en vooral niet in de groote steden +van _Frankrijk_, anderzins om de beleefdheid en welvoeglijkheid +zoo beroemd; en daar de vriendschapsbetuigingen, uitdrukkingen van +deelneming, van medelijden, of vreugde, van dienstaanbieding en +diergelijk, even eens geleerd worden als het A. B. C., waar eene +wel opgevoede Dame zich te gelijker tijd bezig houdt met de klagten +van eenen ongelukkigen aan te hooren, daar over tranen te storten, en +eene kleeding voor het naaste bal aan hare modekraamster te bestellen, +of een' brief van rouwbeklag over het afsterven van eene harer beste +vriendinnen te schrijven, en onderwijl ook de aankondiging van eene +nieuwe Opera te lezen;--doch keeren wij tot de beschrijving van +dien bekoorlijken lusthof weder terug.--Overal treft men hier eene +verscheidenheid van schilderachtige gelegenheden aan, en zonder juist +zeer _sentimenteel_ of _romanesk_ te zijn, is men verrukt en opgetogen +bij het beschouwen van dezelve. De kunst heeft hier en daar wel wat +geholpen, doch op zulk eene behoedzame wijze, dat alles genoegzaam +natuur schijnt. Aan de linkerhand, eer men aan het huis komt, bewondert +men een hol of nis in de rots, uit welkers bovenste gedeelte het water +loodregt valt. Van boven, is deze nis bedekt door struiken van palm +en klimop, die met bevallige _Guirlandes_ langs dezelve afhangen: uit +den tuin of _terras_ achter het huis heeft men een allerliefst gezigt +op de omliggende bergen en rotsen; op het riviertje en den weg langs +hetzelve, en men klimt langs een eng voetpadje, aangenaam belommerd, +of met bloeijende struiken, zoo als de _althéa_ enz. ter zijde beplant, +naar een aardig tuinhuisje, van buiten als een boerenhutje gemaakt; in +'t voorbijgaan ziet men een bergje, waarin eenige tamme konijnen hun +verblijf houden. Vervolgens kruipt men door spleten van de rots, of men +gaat door enge gangen, en over een brugje, waar van de leuningen aardig +met wilde wijngaardranken door de natuur omwonden zijn, tot aan een +Kluizenaarsverblijf. Van daar voortwandelende, komt men in een grot, +alleen door een spleet, die in de rots is, verlicht, en welke, dunkt +mij, een allergeschiktste rustplaats is voor teedere, zwaarmoedige, +voor verliefde zuchtjes of gevoelvolle romançes. Dan treft men +weder een kleinen vijver met helder water, waarin karpers en andere +visschen, aan. Dit alles ligt tegen de helling van den berg, en de Heer +Mejan verhaalde mij, dat hij in een beek aan de voet van denzelven, +een menigte kreeftjes had van de soort, die hij van _Vaucluse_ had +laten komen, en in het riviertje _l'Hérault_ vindt men zeer goede +forellen. Het wild is hier ook niet schaars; olij en wijn groeit 'er in +overvloed. De moestuin en vruchtboomgaard scheen wel voorzien, en de +weiden, op en tusschen de bergen, voeden talrijke kudden, zoo dat het +hier ook in dat opzigt zeer wel te houden is. De bronnen, die men hier +op de bergen heeft, brengen het meest toe tot deze vruchtbaarheid. Uit +dezelve loopt eene menigte beekjes, aan alle kanten, langs dezelve af, +en bevochtigen de aarde, die op de steenrotsen ligt, zoo dat men zich +geen vrolijker en levendiger wasdom kan voorstellen.--Alles boezemt +hier als 't ware genoegen en stille te vredenheid in,--alles lagcht +en juicht u tegen;--en nog haperde 'er in dit jaargetij iets aan dat +jeugdig en vrolijk gelaat der natuur. De vogelen zongen niet meêr. De +Heer Mejan zeî mij, dat tegen den tijd, dat de natuur hier uit haar' +slaap ontwaakt, welke slaap in dit bergachtige land vrij lang duurt, +het dan bijzonder levendig en vrolijk is door de groote menigte van +zoovelerlei soort van vogelen, welke zich hier ophouden. Nu gingen +wij ook de bronnen zelve op het bovenste gedeelte van den berg zien; +het water van een derzelve was genoegzaam ijskoud, en naar men mij +verzekerde van eene uitmuntende hoedanigheid; zoo dat, als men, wat +meêr dan gewoonlijk gegeten hebbende, hier van een glas gebruikte, +men duidelijk bespeurde, dat de spijsvertering daar door bevorderd +werd. In een aangenamen koepel, aan beide zijden met ramen, en welke +het voornaamste vertrek van deze, alleen voor het gerijf geschikte, +woning uitmaakt, stond een ontbijt, meestal uit smakelijke vruchten, +zoo als persiken, peren, druiven, en vooral ook vijgen, die ik nimmer +lekkerder gegeten heb, benevens brood en wijn bestaande. Wij deden +ons hier aan dan ook ter deeg te goed, want de gulhartige Mejan was +niet te vreden dat wij slechts proefden, wij moesten eten, ter deeg +eten. Hij verhaalde ons, dat hij vooral met een zijden kousen-fabriek, +die hij te _Ganges_ had, een aanzienlijk vermogen had gewonnen, doch +al eenige jaren geleden den handel had vaarwel gezegd, en aan zijne +kinderen overgelaten; dat hij sedert altijd buiten woonde, en zich +alleen met den landbouw, en het bestuur van zijne landgoederen, die +zeer uitgestrekt zijn, bezig hield; dat hij dit aangenaam verblijf, +dat bij zijne Hermitage noemde, zelve had aangelegd, en voor een +groot deel beplant; zijnde verpligt geweest, om hier en daar eene +aanmerkelijke hoeveelheid aarde op de rots te laten brengen. Hij zei, +dat hij veel van de _Hollanders_ hield; nu, hij gaf ons daar ook +een blijk van, en om de maat van zijne vriendelijkheid vol te meten, +noodigde hij ons, om 's avonds in het terug komen, andermaal eenige +ververschingen bij hem te nemen, en om onze landgenooten en andere +reizigers, die deze streek mogten komen zien, te verzoeken, van +hem niet voorbij te gaan. Hoe zeer wij zulks trachtten te beletten, +geleidde ons de goede man in het heen gaan, langs een ander voetpadje +als wij gekomen waren, een eind weegs den berg af, tot daar hij ons +den weg, dien wij te houden hadden, kon aanwijzen, en hier drukte ik +hem met aandoening en hartelijke tevredenheid de hand, waarschijnlijk +om hem nooit weder te zien.--Deze plaats wordt _Toumeol_ genaamd, +wat deze naam beteekent weet ik niet, maar wel dat men moeijelijk een +naam zou vinden, waar door het zielstreelende van dit oord genoegzaam +wordt uitgedrukt. De ouden zouden het buiten twijfel voor een verblijf +der Nimfen, of goede toovergodinnen gehouden hebben; en had Mahomet +het gezien, hij zou 'er zekerlijk zijn Paradijs naar geschetst hebben. + +Beneden aan den berg, deed zich nog een bekoorlijk groepje op, +tegen de helling naast een klein beekje, lagen twee engelachtige +half naakte kindertjes, waar van het oudste drie of vier jaren kon +bereiken, in het midden van eenige schapen en geiten, waarop zij +achteloos leunden: de grond was hier met kruiden en bloemen overdekt, +en zij werden door eenige lommerrijke boomen beschaduwd--het was een +allerliefst arkadisch landschapje. Ik wilde de kleine herders eenige +stuivers geven, doch, ô gelukkige onschuld! zij schenen geen geld te +kennen, althans het werd niet aangenomen, en een kus was dezen nog +onbedorvene schepseltjes veel liever. + +Omtrent een kwartier van het buitenverblijf van den Heer Mejan, naar +den kant van _le Vigan_, ligt een brug op het riviertje, en daar +bij een roodachtige rots, die buiten de andere bergen uitsteekt en +eene aardige vertooning maakt. De weg is goed, loopende altijd zich +meerder of minder verheffende langs de _l'Hérault_, waarin men hier +en daar kleine watervallen en bruisingen ziet, door de brokken steen, +die het water ophouden, veroorzaakt. Ieder oogenblik is men verrukt +door de onderscheidene schilderachtige liggingen,--rotsen met boomen +en frissche kruiden bedekt, hier en daar een woning op de hoogte, +in het flaauwe verschiet, aan de helling van een' heuvel, half +tusschen de struiken verscholen, of in de diepte aan de boorden der +rivier,--daar op den weg sommige muilezels met hunn' geleider,--ginds +eenig rundvee en schapen in een eng dal weidende,--ontzaggelijke +brokken rots, zoo het schijnt nog maar pas van boven neder in het +riviertje gerold, en hier en daar zware castanjeboomen, die den weg +belommeren. Onder alle deze voorwerpen heerscht, door de verschillende +gedaanten en liggingen der bergen, eene verscheidenheid van schaduw +en licht, die allerbevalligst is. Men schijnt hier, door zoo vele +steile bergen van de verkeerde en bedorven maatschappij afgezonderd; +niets doet zich op dat het denkbeeld daar aan opwekt, geene paleizen, +geene Heeren of Juffrouwen, geene kostbare rijtuigen, liverijen, of +al diergelijke dingen, waarvan een redelijk denkend mensen walgt; +want deze landstreek wordt door de grooten weinig bezocht, en 'er +loopt geen groote of Postweg door. + +Omstreeks elf uren kwamen wij te _Vigan_, drie uurtjes van _Ganges_ +afgelegen, en stapten af aan het Hotèl _du Cheval vert_. Die herberg +zag 'er hier in 't geheel niet zindelijk uit, maar het was, naar +men ons gezegd had, de beste, dus bestelden wij 'er den maaltijd. De +Roomsche Kerk is ook uit en inwendig zeer eenvoudig; de Protestantsche +was niet open. Hoewel het zeer heet was, gingen wij de bron, een +kwartier uurs van hier, bezoeken; zij heeft niets bijzonders dan zeer +helder en lekker water. De gemeene wandeling is met een aantal ongemeen +zware castanjeboomen beplant; zij staan zonder order door elkander, +en maken een klein maar aangenaam en bevallig woud. Het is hier in de +schaduw van dat digte lommer, vooral in dit jaargetij, op dezen tijd +van den dag, regt vermakelijk, om wat te rusten. Het stadje beviel +mij zoo wel niet als _Ganges_, het is zoo goed niet bebouwd, en ziet +'er slordiger uit. De bevolking verschilt niet veel, in het eene zoo +wel als in het andere telt men omtrent 4000 inwoners. De zijden-teelt +en zijden-kousenweverijen zijn hier ook de voorname kostwinning. _Le +Vigan_ behoorde voorheen tot het landschap _d'Alais_, en thans tot het +Departement _du Gard_: de Onderprefect houdt 'er zijn verblijf, en daar +is een regtbank. Het riviertje _l'Arre_ stroomt 'er langs, en van een +steenen brug die hier over hetzelve ligt, heeft men een schilderachtig +gezigt. Eenige _Engelsche_ huishoudens, die krijgsgevangenen zijn, +hebben verlof, on hier den zomer doortebrengen; aan hunne rijtuigen en +paarden te zien, schenen het rijke lieden te zijn; ook verteerden zij, +naar ik vernam, nog al wat, en dit gaf in dit plaatsje een meêr dan +gewoon vertier. Voor den gewonen prijs aten wij in onze herberg tegen +verwachting vrij wel. Trouwens het was ook uit dezelfde keuken, waar de +_Engelschen_ uit schaften: het eten werd hun van hier gebragt. Na den +maaltijd reden wij weder terug. Voor het verrukkelijke buitenverblijf +van den Heer Mejan hielden wij stil, om nog eens de alleraangenaamste +ligging van hetzelve te bewonderen; het is een groen _Amphithéater_, +de treurwilligen die boven op en tegen de helling van den berg staan, +en met lange takken langs denzelven afhangen, maken ook een aardige +en eenigzins vreemde vertooning, om dat die boom in de laagte t'huis +hoort; doch hier tiert zij door de menigte beekjes en stroomtjes +ook zeer weelderig op de hoogte. Ik had onder weg ook opgemerkt, +dat men hier en daar boekweit teelde; iets, dat ik in het gedeelte +van _Frankrijk_, dat ik doorreisd heb, en vooral in het zuiden, +weinig of niet zag. Castanjes levert deze landstreek in menigte op. + +Te _Ganges_ terug gekomen, gingen wij in de fabriek van Mejan eenige +paren zijden-kousen koopen. Het huis is groot, en ziet 'er gnap, maar +in 't geheel niet prachtig uit, en in de magazijnen kan men zoo wel één +paar, als eenige honderde dozijnen paren zijden-kousen krijgen. Wij +vonden 'er twee kleinzonen van onzen vriendelijken gastheer, die ook +zeer geschikte jongelieden schenen te zijn. Dit huis drijft een' +zeer uitgebreiden handel, en heeft zelfs een Kantoor te _Cadix_; +algemeen zijn zij bekend als zeer eerlijke lieden, met wien het goed +te handelen is, en die daardoor en door hun aanzienlijk vermogen een +uitgebreid krediet hebben; zij behooren, aan zoo vele honderde handen +werk verschaffende, tot de voorname steunen van deze en omliggende +plaatsen, en schijnen door hunne medeburgers zeer bemind te zijn. Zoo +gij die goede lieden door aanbeveling, of anderzins, eenigzins dienst +kon bewijzen, Vriend! zulks zou mij bijzonder aangenaam zijn; want +zij verdienen het, en hebben billijke aanspraak op de achting van +vreemdelingen, om de gulle vriendelijkheid, waarmede zij dezelven +ontvangen, zijnde hunne gastvrijheid, naar men mij verzekerde, in +dit opzigt algemeen. Raad dan ook ieder van uwe kennissen, die hier +naar toe mogt reizen, gerust aan, om een bezoek op het landgoed van +Mejan te gaan afleggen. + +Daar het nog vroeg genoeg was om een wandeling buiten het stadje te +doen, ging ik de steenen brug die hier over _l'Hérault_ ligt over, +en zag ter zijde op den muur van dezelve eene waterleiding (_Aquaduc_) +gemaakt, dienende om het water uit eene bron aan den overkant van de +rivier, op een' zekeren afstand gelegen, in de stad te brengen; doch +drie weken geleden was een gedeelte van het metselwerk ingevallen +en nog niet hersteld. Ik wandelde langs de rivier en klom tusschen +beiden eens op een heuvel tot den avond begon te vallen. Van verre +deed zich het geluid van de bellen der schapen, en het vee, dat men +naar den stal dreef, als een' klokkenspel hooren, en dan hoorde +ik al eens een boerenmeisje of knaap een liedje in het _Patois_ +zingen, terwijl zij de paarden of het vee naar de rivier leidden, +om te drinken. Ik had hier, dunkt mij, met genoegen eenige dagen +doorgebragt; doch dat kwam met ons reisbestek niet overeen. + +De vrouwen dragen hier veelal zwarte zijden-hoedjes met eene kant +'erom, zoo als bij ons de dienstmeisjes. Een praatje makende met +de vrouw uit onze herberg, vernam ik, dat zij tot de Protestanten +behoorde; dat die hier met de Roomschgezinden in goede verstandhouding +leefden, en zelfs veel onder elkanderen trouwden; als mede dat de +vrouw van den Predikant eene _Hollandsche_ was, doch uit welke plaats +en hoe genaamd, wist zij mij niet te zeggen. + +Den 30 dezer 's morgens om 5 uren vertrokken wij van _Ganges_. De +morgenstond was frisch en aangenaam. Een half uurtje van daar komt +men door een dorpje _le Roc_ genaamd; een oud kasteel ligt daar tegen +een rots, die zich als een pyramide vertoont, van hier denkelijk de +naam van (_le Roc_) de rots. Wat verder op, aan den anderen kant van +het riviertje, ziet men de punt van een rots, van verre gelijkende +naar een oud _colossaal_ beeld van een Bisschop met een mijter op. De +rotsen, die hier vrij hoog zijn, en sommige een kegelvormige gedaante +hebben, zijn meest zamengesteld van steenen, die laagsgewijze op een +liggen, of van een soort van schaliesteen. De natuur is hier meêr +grootsch en majestueus, dan aangenaam en liefelijk.--Verder koomende, +ziet men eene steile rots, als de muren van een oud kasteel. Hier +en daar schijnen 'er gaten of spelonken in te zijn,--nu daalt de +weg, die eenigen tijd vrij verheven was boven de rivier, in een +aangenaam dal af. Hier ziet men vele moerbezienboomen; vervolgens +komt men in het dorp _St. Bausille_. De straten zijn 'er zoo naauw, +dat twee rijtuigen 'er elkanderen met geen mogelijkheid zouden kunnen +voorbij komen. Buiten dit dorp klimt men eenen redelijk hoogen berg +op; van daar ziet men achter zich het dorp in een alleraangenaamst +groen dal, en het riviertje _l'Hérault_, dat men daar verlaat, 'er +doorkronkelen. Op zulke plaatsen beklaag ik mij altijd van niet genoeg +te kunnen teekenen; want diergelijke schoone schilderijen wenschte +ik mij daar door dikwijls voor te kunnen stellen.--Hier hoort men +het water nog liefelijk ruisschen, doch welhaast mist men geheel de +bekoorlijke boorden van de _Hérault_, en het lagchende groen van dat +gedeelte der _Cevennes_.--Men daalt af, om weder een' hoogen berg langs +kronkelwegen op te klimmen. Daar het redelijk koel was, gingen wij +meest te voet. Aan een heester langs den weg staande, vond ik eenige +gewassen die ik voor een soort van kleine appelen hield; zij waren +even als die geelachtig, en aan den eenen kant rood; hoe verwonderd +was ik van dezelve doorbreekende, te vinden dat zij vol waren van een +soort van kleine gevleugelde insekten, die door elkanderen krielden; +zij hadden veel overeenkomst met de plantluizen, die men bij ons +onder de bladeren van de aalbeziën vindt. Op de rotsen hier rondom +groeit veel palm, die de landlieden meest gebruiken, om te branden. Te +_St. Martin de Londres_ lieten wij ons wat eten klaar maken, en aten +'er onder anderen witte truffels, die men hier omstreeks veel vindt; +zij kwamen mij zoo goed niet voor als de zwarte. Men rekent van hier +tot _Montpellier_ nog omtrent 4 1/2 uur; de vrolijke gezigten houden +geheel op, de landstreek is dor, en hier en daar ziet men hooge en +steile rotsen. Een half uurtje van _Montpellier_ ontdekt men reeds de +_Aquaduc_ van verre; hier en daar aan den weg staan steenen palen; +onze voerman zeide, dat de pijpen of buizen tot die waterleiding +behoorende, en waar door het water van de bron wierd aangevoerd, +hier onder doorliepen. Omstreeks vijf uren na den middag waren wij +te _Montpellier_ terug.--'s Nachts viel 'er zware donder en regen. + +Den 31 dezer, 's morgens op de markt gaven de koopvrouwen in +visch, groentens, enz. vrij luidruchtig en in geen zeer bescheiden +uitdrukkingen, hun misnoegen te kennen, over een besluit (_arrète_) +van het Gouvernement, waarbij eenige kleine munten, waar de stempel +af gesleten was, buiten omloop werden gesteld. Op deze markt ziet men +een zeer fraaije fontein in een nis tegen een muur; boven op staan twee +eenhoorns en een kindje, houdende een' wapenschild en een laurierkrans; +op het voetstuk wordt een veldslag _en basrelief_ verbeeld, waaronder +men leest: _Bataille de Clostercamp_ [103]; boven de nis is een wapen +(_trophée_), en dit alles is van marmer en in een fraaijen smaak +gemaakt. De Maarschalk de Castries Gouverneur te _Montpellier_ zijnde, +werd deze fontein ter zijner eere opgerigt. Het gebouw, dat men de +beurs noemt, schijnt oorspronkelijk een Kerk of Kapel geweest te zijn; +men bedient 'er zich weinig van, want de Koophandel is hier van geen +groot aanbelang. + +Te _Montpellier_ wordt veel koperrood of eigenlijk koperroest gemaakt; +gedurende een' geruimen tijd deed men dit bijna nergens anders, +wanende, dat de kelders alhier 'er bijzonder toegeschikt waren, +doch thans wordt het ook op verscheidene andere plaatsen gemaakt; +de bewerking is zeer eenvoudig. Men plaatst in een aardepot boven +wijn, die men aan het gisten maakt, laagsgewijze met verdroogde +druiventrossen, en tusschen verscheidene plaatjes koper, die door de +uitwazeming van den wijn aan het roesten raken; opgedroogd zijnde, +schraapt men 'er dit roest af, en dat is het koperroest. Zoo +gij het omstandiger weten wilt, lees dan Chaptal _Elemens de +Chimie_. Zonderling is het, dat vrouwen hier meest met dien arbeid, +die om het vergiftige met zeer veel omzigtigheid moet geschieden, +belast zijn. Men fabriceert hier ook de _Cremor Tartari_. + +Het schijnt ter dezer plaatse niet ongezond te wezen, mits men zich +behoorlijk in acht neemt opzigtens de kleeding; want het weder kan +'er, even als bij ons, zeer ongestadig zijn. + +_Montpellier_ is zijn opkomst verschuldigd aan het verval van +het oude _Maquelone_. Het gedeelte van _Neder-Languedoc_, waarin +deze stad gelegen is, werd oudtijds door de _Volces-Arecomiques_ +bewoond. De inwoners worden voor levendig en werkzaam van aard +gehouden; de huishoudens, naar men zegt, leven veel op zich zelve, +en de gezellige verkeering heeft hier minder dan in andere steden +plaats. De religiegeschillen, die hier ook vele rampen veroorzaakten, +gaven daar misschien wel aanleiding toe. Hunne gastvrijheid omtrent +de vreemdelingen is ook niet beroemd; en zelfs een _Languedoc's_ +spreekwoord, doet den ongezelligen aard van die van _Montpellier_ +kennen [104]. Deze Stad is thans de Hoofdplaats van het Departement +de _l'Hérault_; zij is de geboorteplaats van verscheidene mannen van +naam, zoo als de in de Natuurlijke Historie der Visschen ervaren, +Guillaume Rondelet, die 'er in 1507 geboren werd; Pierre Magnol, +kruidkundige, in 1638; Louis Bertrand Castel, wiskunstenaar, in 1688; +de bekende Tooneeldichter Brueijs, van wien wij ook eenige stukken in +het _Hollandsch_ overgezet hebben [105], en meêr anderen. Cambacères +in de geschiedenis van de omwenteling van _Frankrijk_, en vooral als +tweede Consul bekend, thans groot Kanselier met den tijtel van Prins, +is ook van _Montpellier_. + +Over onze herberg _l'Hotel du Midi_, waren wij ongemeen wel te vreden; +het is 'er gnap, en men eet 'er zeer goed aan de gemeene tafel in +een ruime en fraaije zaal. Wij hadden hier niet minder lekkeren +zeevisch dan te _Marseille_, onder anderen goede versche tonijn, +en zeer groote schelvisschen. Voor een kamer met twee bedden, van +waar men een gezigt had tot in de _Middellandsche Zee_, betaalde ik +40 _sols_ daags. Morgen voor den middag reizen wij naar _Toulouse_. + + + + + +ZESTIENDE BRIEF. + +_Toulouse, 4 September._ + + +Den 1 dezer 's morgens om 3 uren, namen wij de reis naar deze plaats +aan, met den postwagen, die van _Avignon_ op _Toulouse_ rijdt, en +hier het eerste nachtverblijf houdt. + +In het begin is de weg tamelijk effen. Van de hoogte, bij het dorp +_Vougide_, heeft men een schoon gezigt op een soort van meer, +_l'Etang de Thau_ genaamd, de zeehaven van _Cette_, en de warme +baden van _Baleruc_; deze baden worden gebruikt ter genezing van +zwakheden in de leden, _rhumatieke_ pijnen enz. _Frontignan_, om zijn' +lekkeren witten wijn ook bij ons bekend, ligt hier digt bij. In het +meer, dat vrij groot is, zag ik eenige visschers bezig; men vangt +'er veel paling. Een eindje voortgereden hebbende, komt men door +het stadje _Meze_, waar niets bijzonders van te zeggen valt; het +ligt 4 posten van _Montpellier_. De weg werd hier en daar verlegd, +en aanmerkelijk hersteld. Vervolgens kwamen wij door _Montagnac_, +een steedje, alwaar een Protestantsche Kerk is. Eer men te _Pezenas_ +komt, rijdt men over eene fraaije steenen brug, die over de _Hérault_, +waar van ik u in mijn vorigen geschreven heb, ligt; dat riviertje is +hier al veel breeder dan in de _Cevennes_, en stort zich bij _Agde_, +omtrent drie uren van deze brug, in zee. De landstreek schijnt hier +nog al redelijk vruchtbaar te zijn, en de weg is goed. + +Omstreeks tien uren voor den middag kwamen wij te _Pezenas_ aan, +en stapten 'er af, om het middagmaal te houden; hebbende nu van +_Montpellier_ 6 1/4 post afgelegd. Met genoegen vernam ik, dat 'er +tijd was, om het stadje te bezigtigen, want het zag 'er hier vrolijk +en levendig uit; het was marktdag, en naar het geen ik al te koop +zag, moet het hier aan allerlei soort van eetwaren niet ontbreken; +'er staan verscheidene gnappe huizen, en over het geheel heeft het +hier een aanzien van welvarendheid; het maken van wollen stoffen is +een voorname kostwinning der inwoners; en _Pezenas_ moet aloud zijn, +want Plinius maakt 'er reeds gewag van onder den naam van _Piscena_, +prijzende zeer de wol, die deze landstreek oplevert. + +De zoon van Cromwel, na dat hij uit _Engeland_ gejaagd was, hield +zich hier eenigen tijd op; _Pezenas_ behoorde toen aan den Prins van +Conti, die, tevens Gouverneur van _Languedoc_ zijnde, hier een fraai +Hotèl had, dat hij somtijds verkoos voor zijn verblijf. Hij bevond 'er +zich toen Richard, zoon van Cromwel, onbekend (_incognito_) reizende, +alleen en door de stad gaande, een landgenoot ontmoette, die even eens +als hij uitgeweken was, en die zijn partij altijd getrouwelijk was +toegedaan geweest; deze raadde hem aan, om een bezoek bij den Prins +van Conti afteleggen, waar de vreemdelingen, en vooral de _Engelschen_ +doorgaans wel ontvangen werden, zonder dat men zelfs verpligt was, +om zich onder zijn' echten naam te doen kennen. Richard liet zich dan +door zijn' vriend geleiden, die hem bij den Prins aandiende als een +_Engelsch_ edelman, die door deze stad reisde om zich naar _Italië_ +te begeven. Conti ontving hem beleefdelijk, en over den toestand van +_Engeland_ sprekende, zeide hij onder anderen, dat, hoewel hij 'er ver +af was, om het gedrag van Olivier Cromwel te billijken, hij echter, +regt doende aan zijn dapperheid, groote bekwaamheden en diep doorzigt, +bekende, dat hij waardig was, om te gebieden; maar, voer hij voort: +hoe is het mogelijk dat hij zoo een dwazen zoon had.--Die Richard, +die schoft, die bloodaard, was toch wel het verachtelijkste schepsel +van den aarbodem,--wat is 'er van dien zot toch geworden? Richard, +die zulk een onthaal in 't geheel niet verwachtte, was verlegen wat +hier op te antwoorden; doch zorgde wel, om zich niet bekend te maken. + +Wij aten hier vrij wel, en onder anderen goeden zeevisch. De landsdouw +aan den anderen kant van de stad, beviel mij niet minder dan aan dien, +daar wij ingekomen waren. Na 1 1/4 post gereden te hebben, verwisselden +wij van paarden, op een plaatsje genaamd _la Begude de Jordy_. Het +is allerliefst gelegen, 'er staat zeer veel hout, waar onder schoone +en weelderig groeijende opgaande boomen; voor het posthuis is een +fraaije altijd water gevende fontein, en digt daar bij een aangename +tuin, waarin onderscheidene vruchten zeer wel schenen te groeijen; +ik was verwonderd over de bevallige vruchtbaarheid van dit oord, +waar van de grond in hoedanigheid veel van de gewone gronden hier +omstreeks schijnt te verschillen; men zeide mij ook, dat dezelve +voor het houtgewas inzonderheid beroemd was;--wat verder wordt de +weg zanderig. Bij _Bezier_ is de landstreek aangenaam, en deze stad +doet zich niet onbevallig op; 't was omtrent vijf uren na den middag, +toen wij hier aankwamen; men rekent _Pezenas_ en _Bezier_ op 2 3/4 +post. Ons nachtverblijf was hier bepaald, dus hadden wij den tijd, om +de stad te zien. Zij is zeer oud, en het blijkt uit eenige oudheden, +die 'er gevonden zijn, dat hier eene _Romeinsche_ Volkplanting bestond, +en dat zij bekend was onder den naam van _Julia Bitterra_ of _Civitas +Bitterensium_. Wij stapten in de voorstad, waar de gewone herberg van +den postwagen is, af. De steenen brug, die niet ver van daar over de +rivier _l'Orbe_ ligt en vrij lang is, overwandelende, ging ik dat +gedeelte van het _Canal du Languedoc_, dat in die rivier uitloopt, +bezigtigen; doch zag 'er niets anders dan eenige schutsluizen [106]; +het kanaal zelve was, zoo als doorgaans in dit jaargetij, geheel +droog; aan den overkant van de rivier vervolgt het verder tot bij +_Cette_, waar het in zee stort. Paul Riquet, aannemer van deze vaart, +naar het bestek van Andreossy, werd te _Bezier_ geboren. Van daar +keerde ik terug naar de stad, dat slechts een kleine afstand is; +zij is op een vrij hoogen heuvel aangenaam gelegen. Wij klommen +'er op. Van den wal naar den kant van de rivier, en bijzonder van +een _terras_, dat men de _Belle Vedère_ noemt, heeft men een zeer +uitgestrekt en allerverrukkendst gezigt op de rivier de _l'Orbe_, in +een aangename valei stroomende, de brug over dezelve en de bergen in +'t verschiet. Dit gezigt alleen is der moeite waard, om zich aan deze +plaats optehouden. De Hoofdkerk komt ook op den wal uit, en van de +plaats voor dezelve heeft men insgelijks een schoon gezigt. Het is een +oud, en was naar het scheen in vroegere tijden een aanzienlijk gebouw; +van binnen zag ik 'er niets bijzonders. Maar ik moet u een staaltje +vertellen van verregaande onverdraagzaamheid, ten opzigte van de Joden, +die hier in oude tijden plaats had. De zoogenaamde Christenen hadden +vrij verlof, om hunne medeburgers en anderen, tot de Joodsche Kerk +behoorende, die zij ontmoetten, van Zaturdag voor Palmzondag af, tot +beloken Paasschen toe, te slaan en te mishandelen; en het blijkt, dat +dit nog al een soort van Kerkelijke instelling was; want de ongelukkige +_Israëlieten_ gaven een groote som gelds aan de Hoofdkerk, dat is +aan den Bisschop enz. om van deze allerschandelijkste onderdrukking +bevrijd te zijn.--Diergelijke afschuwelijke misbruiken, hoewel minder +wreed, hadden nog tot in onze dagen plaats, vooral hier en daar in +_Duitschland_; doch dank zij dien weldadigen wijsgeerigen geest, welke +thans door vele lasterlijk uitgekreten wordt; op de meeste plaatsen +zijn zij reeds afgeschaft, of worden zulks nog dagelijks gedaan. + +Voor het overige levert _Bezier_ niets aanmerkelijks op; inwendig is de +stad in 't geheel niet fraai, en hoewel nog al tamelijk uitgestrekt, +bevat zij niet meer dan 12,500 inwoners, die van de voorsteden hier +onder begrepen. In vroegere eeuwen moet de bevolking hier ongelijk +veel sterker geweest zijn: want men leest in de geschiedbladeren, +dat in het begin van de 13e eeuw, toen de ongelukkige _Albigenzen_ +zoo wreed vervolgd werden, en men zelfs kruistogten tegen hen deed, +'er in deze stad op eenen dag omtrent de 60,000 menschen omkwamen; +de rampzalige slagtoffers vluchtten in de Kerken en hier vermoordde +men hen ook niet alleen, maar men sloot zelfs de deuren van sommige +dier gebouwen toe, stak 'er den brand in, en deed zoo alle, die +'er in waren, door de vlam omkomen--en wie was de Apostel van deze +afgrijsselijke slagting?--wie anders, dan de heilige Dominicus. De +vervolging der Protestanten, waarin _Bezier_ ook rijkelijk gedeeld +heeft, hebben zekerlijk ook geen goed gedaan aan de bloei en welvaart +van deze ongelukkige stad. De Fabrieken en Koophandel, die 'er thans +is, zijn van niet veel beteekenis; men maakt 'er zijden-kousen, een +soort van bombazijn, perkament enz. als mede snuifdozen van wortel-, +van palm- en olijfboomem. + +Ons avondmaal was redelijk, en wij aten omtrent met 20 personen, zoo +vrouwen als mannen; men was nog al vrolijk; naast mij zat een jong +_Amerikaan_, die mij veel vertelde van den bloeijenden koophandel van +dat land; hij kwam uit _Holland_, alwaar hij een lading _Coloniale +producten_ gebragt had, en ging naar _Marseille_, om ook over het +aanvoeren van diergelijke goederen te handelen. Het schijnt dan of het +ons Land en _Amerika_, even eens gaat als de schalen van een balans, +naar mate dat de eene rijst, daalt de andere, met dit onderscheid +echter, dat de ligtste hier omlaag hangt. + +Den 2 dezer vertrokken wij 's morgens om 4 uren. De weg was aangenaam, +en de grond scheen redelijk vruchtbaar; van de hoogtens heeft men +schoone gezigten, en aan de regterhand een keten hooge bergen; doch +weinig boomen. Eer men aan het dorp _Coursan_ komt, gaat men over +eene fraaije steenen brug, over de rivier _l'Aude_, en hier omtrent +begint het Departement van dien naam. + +Omstreeks 9 uren kwamen wij te _Narbonne_, 3 posten van _Bezier_. Deze +stad is een der oudste van de _Gaulen_, en de eerste volkplanting, +die de _Romeinen_ aan gene zijde der _Alpen_ vestigden, en _Narbo +Martius_ noemden [107]. Van het Kapitool, het Amphithéater enz. dat +hier in die tijden bestond, ziet men thans niets meêr; in 't geheel +zijn 'er geen sporen van de _Romeinsche_ grootheid en voormaligen +luister meêr overig. De stad ligt nog in zijne muren en _bastions_, +maar inwendig beteekent zij niet veel, dat mij verwondert, omdat +de vaart, of _Canal de la Robine_, uit de rivier de _Aude_ komende +'er doorloopt, en omtrent 1 1/2 uur beneden de stad in zee uitkomt +[108]. Dit dunkt mij moest den handel aanwakkeren; maar het zag 'er in +'t geheel niet tierig uit, en de vaart, waarin eenige sluizen zijn, +was zelfs genoegzaam droog. Naar ik vernam, was de mond van deze vaart, +voorheen de zeehaven van _Narbonne_, en waarin groote schepen kwamen, +thans voor dezelve niet meêr bevaarbaar, door dat, de zee al meêr +en meêr de kust ontweken zijnde, het daar te ontdiep is geworden +[109]. Deze stad is in eene niet onaangename vlakte gelegen en van +bergen omringd [110]; maar daar door is zij ook een verzamelplaats van +al het water, dat 'er van rondom naar toezakt, en daar door vooral +bij sterke regen vlagen onaangenaam [111]; doch zij staat in dit opzigt +maar gelijk met het zoo hoog geroemde _Parijs_. + +De Hoofdkerk is het voornaamste, dat 'er te _Narbonne_ te zien is, en +hier toe hadden wij tijd en gelegenheid; want 'er moest gewacht worden +naar het middag eten, en het was Zondag. Wij gingen 'er dan genoegzaam +met al de reisgenooten, die zich op den postwagen bevonden, naar toe, +en de galante _Franschen_ boden bij het inkomen van de Kerk aan de +Dames het wijwater aan, daar ik, als hier niet aan gewoon, geen slag +van had, en die plegtigheid alzoo maar agterweeg liet. Deze Kerk is, +bij gebrek van geld, zoo men zegt, onvolmaakt gebleven, na dat men +'er van het laatst van de 13de eeuw, tot 1722 van tijd tot tijd aan +bezig geweest was. Het koor alleen is dan maar voltooid, en daar naar +te oordeelen, zou de geheele Kerk, indien zij naar evenredigheid was +afgebouwd, een trotsch en prachtig gebouw geweest zijn. Het gewelf is +zeer verheven, en heeft een reusachtig aanzien; voor de omwenteling +zag men hier verscheidene kostbaarheden, en onder anderen een zilveren +zon of praalkas, die door acht Priesters moest gedragen worden, en +600 mark zilver woog; men heeft 'er geld van geslagen. Het eene was +hier verder naar het andere, en de Aardsbisschop, wiens Paleis hier +ook digt bij staat, had een jaarlijks inkomen van 120,000 livres daar +of daar omtrent. Toen wij 'er waren, was men bezig met de hoogmisse +te zingen; het orgelmuzijk was zeer aangenaam, en de _vox humana_ +zoo natuurlijk, dat wij het onder elkander een poos oneens waren, of +'er menschen zongen dan of het alleen het orgel was. De roode marmeren +kolommen, die tot het groot altaar behooren, kwamen mij fraai en +kostbaar voor. Men ziet 'er nog eenige vrij goede schilderijen. Het +schoone stuk van Sebastiaan del Piombo, verbeeldende de opstanding van +Lazarus, dat uit deze Kerk in de gallerij van de Hertog van _Orleans_ +in het _Palais Royal_ te _Parijs_ is gekomen, is thans met een groot +deel van die galerij in _Engeland_. + +Wij deden een zeer goed maal in de herberg _la Dorade_ op de kaai, +aan de vaart staande; men schafte 'er onder anderen goede oesters en +uitmuntenden zeevisch in soorten, waar ik mij dan ook, moetende weldra +de kusten van de _Middellandsche Zee_ verlaten, nog eens te goed aan +deed. De prijs was als naar gewoonte. Van den beroemden honig van +_Narbonne_, heb ik niet gelikt. Hij is zeer geurig zegt men, omdat +de bijen veel op de thijm, rozemarijn en andere geurige kruiden, die +hier omstreeks groeijen, azen. De weinige handel van deze stad bestaat +in dien honig, in leder dat 'er gelooid wordt, en koren, dat uit het +hooge _Languedoc_ komt. Het getal der inwoners is, volgens de laatste +telling, ruim 9000. Na den maaltijd vervolgden wij onzen weg, door een +woestenij, tusschen de rotsen door, en waar naauwelijks een kruidje +groeide; de gezigten echter zijn hier en daar niet onaardig. Verder +op wordt de landstreek aangenamer en vruchtbaarder. Hier hadden wij +ligt een ongeluk kunnen krijgen; de _postillon_, wat wild zijnde, had, +terwijl de _Conducteur_ op de _imperiale_ sliep, alvorens een vrij +steile hoogte afterijden, de wielen niet vastgemaakt, zoo als dit +gebruikelijk is; maar reed 'er zoo hard, als de paarden maar loopen +konden, af. Nu was 'er aan den voet van deze hoogte, regt over den +weg, die daar draaide, een diepte, zoo dat wij, de paarden door de +snelle vaart van den wagen denzelven niet kunnende houden, of den draai +missende, ligtelijk van boven neder hadden kunnen storten; doch alles +liep gelukkig af. Van de plaatsjes, die wij doorkwamen, valt niets +bijzonders aanteteekenen; de wijngaarden, die wij hier en daar zagen, +beloofden, zoo hier als elders, waar wij doorkwamen, eenen ongemeenen +voordeeligen oogst. De wijnen van _Languedoc_, over het algemeen zwaar +en geestig zijnde, stookt men daar van veel brandewijn, bijzonder +aan de kanten van _Montpellier_ en _Nismes_. Dit jaar heeft zulks nog +veel algemeener plaats om den rijken oogst, die men voorziet, en de +geringe verzending over zee, door de ongunstige tijdsomstandigheden; +want anders krijgen wij en de _Engelschen_ over _Bourdeaux_ ook ons +aandeel van die wijnen. Hier en daar heeft men aangename gezigten. + +De zon begon den gezigteinder te naderen, toen wij te _Carcassone_ +kwamen. Eerst komt men door de oude stad, die men _la Cité_ noemt, +en die, zoo veel ik in 't voorbijgaan zien kon, wel oud en onoogelijk +is; men ziet 'er nog de overblijfsels van een oud Kasteel, op eene +hoogte gelegen. Ook staat hier de Hoofdkerk, waar in de opperste +van die bloed- en roofgierige vervolgers der _Albigensen_, Simon +Graaf _de Montfort_ begraven is; hij stierf in 1218. Dit gedeelte van +_Carcassone_ meent men dat de plaats is, waar oudtijds het _Carcassum +Tectosagum_ bestond, dat een gemeenebest was onder de _Tectosaquense +Volsques_, en welk gemeenebest met meêr andere landen hier omstreeks, +onder de beheering der _Romeinen_ geraakte. Van hier klimt men af +tot aan de rivier de _Aude_, en komt vervolgens over eene fraaije +steenen brug in de laage of nieuwe stad, die ruim en regelmatig +gebouwd schijnt. Wij reden, langs eene aangename en lommerrijke +gemeene wandelplaats, tot aan een herberg buiten de stad staande, +alwaar wij ons nachtverblijf moesten houden; het zag 'er hier vrij +wel uit. _Carcassonne_ en _Narbonne_ is 7 1/2 post. Terwijl het nog +schemerlicht was, ging ik de stad, waar van de poort over de herberg +was, in, en zag in het midden van een vierkante plaats, rondom met +boomen beplant, eene fraaije fontein, waarop het beeld van Neptunus +op zijn' zeewagen. Deze stad zou mij, wat de ligging en het uiterlijk +aanzien aanbelangt, wel bevallen; het schijnt 'er zeer levendig en +welvarende; welke bloei men aan de aanzienelijke laken-fabrieken, +waar van niet alleen de ingezetenen, maar zelfs vele hunner naburen +leven, moet toeschrijven. _Carcassonne_ is de hoofdplaats van het +Departement de _l'Aude_, men begroot de bevolking van die stad op +10,400. De rivier, hier tamelijk breed, is niet minder aangenaam, +dan voordeelig. De wandelingen en gezigten, op de brug en aan +de oevers zijn allerliefst. Met den Zondag avond zag ik daar veel +menschen. Het _Canal_, of de vaart van _Languedoc_, stroomt ook niet +ver van _Carcassonne_, het geen insgelijks van belang is voor haar +handel en fabrieken. + +Den 3 dezer waren wij weder om 4 uren op reis, om 's avonds te +_Toulouse_ te zijn. Over onze herberg waren wij wel te vreden, en +betaalden den gewonen prijs. + +Te _Castelnaudary_, 4 1/2 post van _Carcassonne_, en waar men ook +van paarden verwisselt, vertoefde de wagen een poosje, om ons tijd +te geven tot ontbijten; intusschen ging ik de kom (_le bassin_), van +de vaart van _Languedoc_, die hier digt bij ligt, bezigtigen. Het is +een vrij groot water [112], en dat bovenop een hoogte, want dit is het +hoogste gedeelte van de vaart van _Languedoc_ tusschen de twee zeeën; +men heeft 'er daarom de verzamelplaats gemaakt van al het water, +dat men rondom heeft kunnen opvangen, en dat uit den grooten vijver +(_reservoir_) van _St. Terriol_, ook hier omstreeks liggende, in deze +kom, die men _le bassin de Naurouze_ noemt, gebragt wordt; van waar +het vervolgens door sluizen aan den eenen kant in de vaart, naar de +_Garonne_, en vervolgens naar den _Oceäan_, en aan den anderen kant +naar de _Middellandsche Zee_ loopt; deze weg werd aangewezen door een +bron, die op deze hoogte ontsprong, en waar van het water ook Oost en +West liep. Deze kom levert hier een aardig en gansch niet onaangenaam +gezigt op; ik zag 'er verscheidene schuitjes inliggen, in den smaak +van onze trekschuiten, waar van men, in den tijd als de vaart open is, +gebruik maakt, om naar de omliggende plaatsen te varen. Het is wel +der moeite waardig, om dit te regt beroemde waterwerk naauwkeurig +optenemen, doch mijn reisbestek liet het niet toe. + +_Castelnaudary_ ziet 'er niet onbehagelijk uit, ik zag 'er eenige +gnappe huizen; het was 'er korenmarkt, en daar door vrij drok en +levendig. Deze handel is de voornaamste der ingezetenen, en de vlaktens +hier rondom leveren veel graan op; en dat is 'er in dat gedeelte van +_Languedoc_, dat wij tot nog toe doorgereisd hebben, wel noodig. Het +getal der ingezetenen van _Castelnaudary_ wordt op ruim 7800 gerekend. + +Deze stad is in de geschiedenis vooral bekend door de slag die hier +plaats had tusschen de krijgsbenden van Gaston, Hertog van Orleans, +en die van den Koning; en waarin de Hertog Hendrik de Montmorenci +werd gekwetst en gevangen genomen. Dit viel voor in September 1632, +en de ongelukkige Montmorenci werd den 30 October daaraan volgende, +beschuldigd zijnde van hoog verraad, te _Toulouse_ onthoofd; hij was +slechts 37 jaren oud. + +Het vermaarde kostschool (_pensionnat_) _de Sorèse_, ligt hier ook +niet ver daan; thans waren daar, naar men mij verhaalde, omtrent de +600 jonge lieden. + +Te _Avignonet_ [113], een dorp of steedje waar wij doorkwamen, +scheen het kermis te zijn; want wij zagen 'er verscheidene gnappe +jonge lieden van beide kunne onder zeilen, die daar gespannen waren, +dansen, hoewel het nog voor den middag was. Dit plaatsje is ook, +zoo als de meesten hier omstreeks, in de bloedige geschiedenis der +_Albigensen_ bekend. Nu begint het land vlakker te worden, men ziet +schier geen bergen en rotsen meêr; de weg was goed, de paarden moedig, +en naar het scheen wel gevoed, en de postillon een jonge en vlugge +knaap; dit alles maakte dat wij tijdig te _Villefranche_ kwamen, +waar ik eenigzins met ongeduld het middagmaal te gemoet zag. Niet +alleen de landstreek, maar zelfs de huizen, beginnen hier eene +andere gedaante te krijgen; zij zijn van gebakken steenen gebouwd, +en met pannen gedekt. De gebakken steenen hebben hier een anderen +vorm als bij ons, en gelijken naar langwerpige vierkante roode +tegels. Onze herberg zag 'er in 't geheel niet prachtig uit; maar +het was 'er nog al gnap, en het eten was in zijn soort ook vrij wel, +volgens algemeene getuigenis; want mij (doorgaans honger hebbende, +als ik aan tafel kom) smaakt alles, wat maar eenigzins eetbaar is, +goed; en dit is vooral op reis een groot voorregt. Het plaatsje ziet +'er redelijk wel uit; en het is duidelijk, dat de natuur hier milder +is, dan in verscheidene streken, die wij in _Provence_ en _Languedoc_ +zijn doorgekomen. De vaart van deze laatstgenoemde Provincie loopt +ook niet ver van hier. Deze vaart is hier omstreeks, overal aan +de kanten, met _Italiaansche_ populieren beplant, dat een vrolijk +aanzien geeft; wij zagen dezelve al eenigen tijd op een' zekeren +afstand van den weg aan onze linkerhand. Te _Bassiège_, een plaatsje, +dat 'er ook vrij wel uitziet, moesten wij van paarden veranderen, +en ik wandelde intusschen vooruit. Niet ver van hier gaat men over +eene brug over de vaart, houdende dezelve vervolgens tot _Toulouse_ +aan de regterhand. De landouw wordt hoe langer hoe vruchtbaarder, +en alzoo aangenamer; de weg loopt altijd door een groene vlakte, en +de heuvels, ter zijde liggende, zijn tot op de toppen toe beplant of +bezaaid. De voorname oogst, dien ik hier te veld zag staan, behalve +den wijn, was Turksche-tarw, hier _millocque_ genaamd. Als de pluimen, +die dienen om de plant te bevruchten, dit verricht hebben, en het zaad +is gezet, worden zij afgesneden, om daar door meerder voedsel aan de +plant te laten, en alzoo den groei van het zaad te bevorderen [114]. Men +teelt overal in deze landstreek veel van dat graan, dat gedeeltelijk +in het land zelve gebruikt, en gedeeltelijk naar _Spanje_ verzonden +wordt. Een van onze reisgenooten die een landgoed in _Gasconje_ had, +en nog al een liefhebber van den landbouw scheen, zeide, dat men +sedert eenige jaren meerder gemeenschap met de naburen naar den kant +van het Noorden hebbende, men ten opzigte van den landbouw nog al +het een en ander van hun had geleerd; en dat hij zelve onder anderen +van een zijner vrienden, die eenigen tijd in _Bataafsch Braband_ +geweest was, had geleerd, om meêr voordeel van den grond te trekken, +door geele wortelen onder het koren te zaaijen, enz. en dit met goed +gevolg sedert eenige jaren reeds had gedaan. + +Het hout schijnt hier ook wel te willen groeijen. Men ziet 'er frissche +boomen van allerlei soort, in plaats van die eentoonige olijfboomen, +waarvan het droevige gezigt mij reeds zoo lang heeft verveeld--waarlijk +men had ook wel een vrolijker zinnebeeld voor dien lieven vrede, +waarvan wij het gemis reeds zoo lange betreuren, kunnen uitdenken, +dan de olijftak, dunkt mij. Een, zoo het scheen goede en eenvoudige +geestelijke, aan wien ik deze aanmerking mededeelde, nam de partij van +den olijftak met veel ijver, zeggende, dat zij een' heiligen oorsprong +heeft, als zijnde door de duif aan Noäch gebragt, ten teeken, dat het +Opperwezen den vrede aan het aardrijk schonk. Tegen zulk soort van +lieden valt niet veel te bewijzen, dus liet ik het den man winnen, +hoewel ik niet wel in mijn hoofd kan krijgen, dat de _Grieken_ en +_Romeinen_, die ook dit zinnebeeld kenden, daar aan door het verhaal +van Moses, in het boek genaamd _Genesis_, gekomen zijn. Men ziet +hier omstreeks ook veel buitenplaatsjes en lusthuizen, die _Castels_ +genaamd worden. Het dorp _Castanet_, waar wij doorkwamen, en dat +nog maar 1 1/2 post van _Toulouse_ ligt, ziet 'er ook bevallig en +welvarende uit. De huizen zijn hier bijna overal geverwd, en schijnen +wel onderhouden; de menschen zien 'er gnap en goed gekleed uit; welk +een onderscheid tusschen deze en de dorpen en steedjes van _Provence_, +en hier en daar in het hooge _Languedockse_! (_le haut Languedoc_). De +weg bij _Toulouse_, en naar de stad leidende, is zeer aangenaam; +zijnde een lange regte laan, aan beide zijde met frissche boomen +beplant; wij kwamen langs de wandeling, die allerliefst is, door het +dikke en frissche lommer. Ik verkwikte inderdaad op het zien van zoo +veel boomen. Het was ruim zes uren, toen wij aankwamen. Hoewel de +postwagens over het algemeen, ons vrij wel waren bevallen, deze was +het inzonderheid hebbende aan alle posten doorgaans goede paarden; de +Conducteur was ook zeer geschikt, en had veel zorg en oplettendheid +voor de reizigers. Wij namen hier onze intrek in _au grand Soleil_, +bij _Madame_ d'Aumont. + +Den 4 dezer. _Toulouse_ valt mij zeer in de hand; hoewel in 't geheel +niet geregeld gebouwd, zijn de straten echter nog al redelijk breed, +en men vindt 'er vele fraaije huizen, genoegzaam allen van gebakken +steenen. Het kwam 'er mij dan ook over het algemeen zoo doodsch en +stil niet voor, als men mij verteld had; hoewel men elkanderen in de +straten niet verdringt, zoo als te _Parijs_. Koetsen of cabriolets +ziet men 'er ook niet veel; maar de draagstoelen zijn nog veel in +gebruik. Bij den Schouwburg zag ik 'er verrscheidene staan, men huurt +ze voor een matigen prijs. Voor de omwenteling haperde het hier niet +aan Kerken en Kloosters, geen wonder, het bijgeloof en de vervolgzucht +had zijn' verschrikkelijken zetel in deze stad gevestigd; gij begrijpt, +dat ik de afgrijsselijke zoogenaamde regtbank van gewetens-onderzoek +(_tribunal d'inquisition_), die hier in het begin van de 13e eeuw werd +opgerigt, bedoel. De wreedaardige dweeper of huichelaar Dominicus, +die sommige nog heden den Heiligen noemen, was aan het hoofd van +dezelve en zijne navolgers bekleeden nog in onze dagen die plaats +in _Spanje_ en _Portugal_; hoewel zij, den Hemel zij gedankt, zeer +veel van hunne magt verloren hebben. De ongelukkige _Albigensen_, +waarvan ik reeds dikwerf melding maakte, zich niet aan het Pausdom +willende onderwerpen, gaven aanleiding tot dit hof van gewetensdwang, +of liever dienden ten voorwendsel, om vrij te kunnen rooven en moorden; +want immers wisten vele Priesters altijd hun belang met dat van de +Godheid, die zij zelf gevormd hadden, zoo kunstig te verbinden, +dat het scheen als of zij voor niets anders dan voor de zaak van +God ijverden, terwijl zij in der daad niets anders dan hun personeel +belang beoogden. Die aller afschuwelijkste Treurtooneelen, waarmede de +geschiedenis der _Albigensen_ vervuld is, zijn dan ook inzonderheid, +hier en te _Alby_, eene naburige stad, en de Hoofdplaats van het +landschap, waar na de _Albigensen_ genaamd zijn, voorgevallen. + +De Hoofdkerk, dat een groot, en in zijn soort prachtig, gebouw is, +verdient wel gezien te worden. Het groote altaar pronkt met fraaije +Corinthische kolommen van _Languedoc's_ marmer, en is naar de teekening +van den bekwamen Beeldhouwer Gervais Drouet gemaakt. In deze Kerk +toont men den predikstoel, waar op men wil dat de Heilige Bernardus +en Heilige Dominicus gepredikt hebben. Waarom stelt men 'er geen, +waarop de broederliefde en verdraagzaamheid gepredikt wordt, in de +plaats? In den toren van deze Kerk hing een klok die 50,000 ponden +woog. Het Aardsbisschoppelijke paleis staat bij die Kerk, en schijnt +een aanzienlijk gebouw; thans woont 'er de Prefect in; want _Toulouse_ +is de hoofdplaats van het Departement _de la haute Garonne_. + +Het Stadhuis op de plaats staande, die men voorheen _Parijs_ +naäpende, _la Place Royale_ noemde; hoewel 'er nimmer een Koninklijk +standbeeld of iets diergelijks, voor zoo ver men weet, gestaan heeft, +beantwoordt niet aan den grooten ophef, dien men 'er van maakt; +voor de omwenteling, werd het _le Capitole_ [115], in navolging van +de _Romeinen_, genaamd. Want die van _Toulouse_, aan _Gascogne_ +grenzende, en zoo, als algemeen bekend is, even als de bewoners van +die landstreek, veel van vergrooten houdende, willen, dat dit gebouw +door keizer Galba gesticht is, na dat deze stad bondgenoote van _Rome_ +verklaard was, schoon de bewijzen hun schijnen te ontbreken. De leden +van het Stadsbestuur werden dan ook _Capitouls_ geheeten. Ik had +aangeteekend, dat hier drie groote schilderijen van den vermaarden +schilder Antoine Rivals, in een zaal die men _la Salle du grand +Consistoire_ plagt te noemen, te zien waren; en vroeg na die zaal; +men wees mij dezelve, ik zag overal rond, maar bespeurde niets, dat +naar schilderstukken geleek; de muren waren met breede driekleurige +streepen geverwd, en dit was al wat 'er te zien was, in eenige andere +kamers, die ik nog doorliep, was ook niets bijzonders te zien; +eindelijk vroeg ik andermaal aan den zelfden man, die mij de zaal +aangewezen had, en eene soort van kamerbewaarder, of diergelijken +scheen te zijn, waar dan toch de stukken van Rivals te zien waren, +en hij antwoordde in de zaal _du grand Consistoire_. In der daad zij +waren 'er nog; doch, helaas! het schilderwerk was niet meer zigtbaar; +eenige woeste ijveraars hadden 'er, in het begin van den omwenteling, +den kwast opgezet, omdat zij de geboorte, de krooning, en het huwelijk +van Lodewijk den XIV. verbeelden, en dit had ik, om dat zij met eenige +anderen genoegzaam den ganschen muur besloegen voor een driekleurig +geverwden muur of behangsel aangezien. Verder zag ik hier niets dat der +moeite waardig is om te beschrijven. De Schouwburgzaal was voorheen +in een van de vleugels van het zoogenaamde Kapitool; thans speelden +'er _Marionetten_ in, en de Schouwburg is in een ander gebouw, +dat hier digt bij staat. De gevel van dit Stadhuis, die omtrent de +helft van de vorige eeuw gebouwd is, beslaat den eenen kant van de +plaats voorheen _Royal_. Wie erinnert zich niet bij het zien van dit +Stadhuis den regterlijken moord van den ongelukkigen Calas. De Graaf +van Montmorenci, van wien ik hier voor gesproken heb op de plaats van +dit Stadhuis, met gesloten deuren onthoofd zijnde, heeft men hier +nog lange jaren daar na roode vlakken op den muur aangewezen, die +men zeide van het gespatte bloed van dit slagtoffer van Koninklijke +of liever Priesterlijke [116] wraak te zijn; sedert een geruimen tijd +ziet men die vlakken niet meer.--Maar ik scheide van al die akelige +dingen af, breng dezen op de post, en ga naar buiten wandelen. + + + + + +ZEVENTIENDE BRIEF. + +_Toulouse, 5 Augustus._ + + +Ons verblijf zal hier korter zijn, dan ik mij had voorgesteld, +om dat wij genoegzaam al het merkwaardige reeds gezien hebben, en +onze voorgenome reis door een gedeelte van de _Pyreneën_ niet veel +langer moeten uitstellen, want het wordt in die bergachtige landstreek +dikwijls al vroeg onaangenaam weder. Voor mijn vertrek wil ik dezen +echter nog aan u afzenden. + +Gisteren, na dat ik een kwartiertje buiten de stad de vaart van +_Languedoc_ had wezen zien, ter plaatse, waar zij in de _Garonne_ +uitkomt [117], ging ik naar Schouwburg, die 'er inwendig nog al redelijk +uitziet. Men gaf 'er een groot Treurspel van _Racine_ of _Corneille_, +en hier hadden vertooners den regten slag niet van; ik ging 'er dan al +schielijk uit, en kwam niet weder, voor dat men aan het Nastukje begon, +omdat het hier t'huis hoort, zoo als de titel ook aanduidt, zijnde +genaamd _Molière à Toulouse_; het beteekent juist niet veel, doch +werd redelijk wel gespeeld. Men betaalt 17 _sols_ in het _parterre_, +doch men moet 'er blijven staan. + +Heden morgen ging ik weder zeer vroegtijdig uit, om geen' tijd te +verliezen. De kaai langs de _Garonne_, dunkt mij, het aangenaamste +gedeelte van de stad, men ziet in die rivier eenige kleine watervallen +door het water, dat over steenen dammen loopt, veroorzaakt; de +stroom is zeer sterk. Over dezelve ligt een zeer fraaije steenen +brug, rustende op zeven bogen; zij is 72 voeten breed, en ruim 800 +voeten lang [118]. Men gaat over dezelve van de stad naar de voorstad +van _St. Cyprien_. Aan het eind van deze brug, als men uit de stad +komt, staat een fraaije poort of zegeboog; op denzelven leest men +behalve een Latijnsch vers, als een ander staaltje van de pogcherij +der _Toulousers_: "_het is hier het achtste wonder der wereld._" +_Septem orbis miracula discant hic mirandum octavum._ Buiten deze +poort komende, heeft men aan de linkerhand een beplante wandeling, +langs de rivier en aan de regter het Hospitaal van _St. Jakob_, dat men +mij ook als waardig, om bezigtigd te worden had opgegeven; doch ik zag +'er niets anders aan, dan een groot Gasthuis. Regt uitgaande door de +voorstad van _St. Cypriaan_, komt men aan een fraai ijzeren hek, dat +men de poort van _St. Cyprien_ noemt. Op twee steenen pijlaren van dat +hek, ziet men twee fraaije zittende vrouwen beelden. Voor deze poort +heeft men eene fraaije plaats beginnen te bouwen, met regelmatige +gebouwen rondom; doch zij is ook slechts begonnen, en dit is al +verscheidene jaren geleden; buiten deze poort heeft men aan beide +zijden fraaije wandelingen, met verscheidene rijen boomen beplant, +gelijk ook de weg regt uit beplant is. De boomen die men hier ziet +zijn meest ijpen; doch zij zien 'er vrij wat beter uit dan die van +_Montpellier_. De korenmolens, die door het water van de _Garonne_ +gaan, zijn wel bezienswaardig, zoo om derzelver grootte als om de +werking. In die van de _Bazacle_ worden 16 molensteenen bewogen; doch +men moet geen zwarten rok aantrekken, als men hier gaat kijken. Het +eiland _Tounis_, waarbij deze molen staat, wordt meest door verwers +van wolle en andere stoffen bewoond. + +Verder de stad ingaande, viel mijn oog op de ongewone bouworde van een +groot huis; in den gevel zijn verscheidene pilasters, en de kapiteelen +zijn zamengesteld uit eenige arenden; ook ziet men diergelijke vogels +en andere gedaanten in de lijst; boven een deur ziet men de beelden van +Apollo en Mercurius, die een wapenschild houden, en boven een andere, +daar naast een paar andere beelden. doch die ik niet herkende. Dit +huis scheen mij ondertusschen nog niet zeer oud te zijn, en had, +naar ik vernam, behoord aan een President enz. Again genaamd; het +staat schuins over het huis, behoord hebbende aan de _Malthéser_ +Ridders. In dezelfde straat, wat verder, is een geschutgieterij. + +De Kerk van _St. Sernin_, of eigenlijk _St. Saturnin_, een zeer oud +Gottisch gebouw, is groot, maar inwendig zeer duister, en gelijkt +eerder naar een gevangenis of grafspelonk, dan naar een tempel voor +den Godsdienst geschikt; nu de geloovigen van _Toulouse_ plagten ook +roem te dragen op het bezit van 26 ligchamen van Heiligen, die in deze +Kerk in kostbare kisten bewaard werden, en waar onder niet minder dan +zeven Apostelen.--Welk een knekelhuis!--Dit gebouw pronkt met eenen +hoogen spitsen toren, naar het mij voorkwam op eene buitengewone +wijze gebouwd. Zoo akelig en onbevallig ik deze Kerk vond, zoo fraai +en wel verlicht vond ik die, welke voorheen aan de _Carthuizers_ +behoorde, en thans voor een parochie dient, zijnde onlangs netjes +opgemaakt. Het altaar, vooral dat midden in de Kerk onder een soort van +lantaarn staat, is van marmer, fraai en met smaak gewerkt; vooral twee +Engelen van wit marmer en van gewone menschelijke grootte, kroonende +met gestrengeld loof een _Urne_. De houding van die Engelen is zeer +bevallig. Volgens de aanteekening, die ik 'er op vond, is dit fraaije +stuk werk door de gebroeders Lukas van _Rome_ in 1785 gemaakt. + +Na den middag gingen wij het Stads Museum, in het voormalig Klooster +der _Augustijnen_, bezigtigen. In het pand van het Klooster ziet +men eenige overblijfsels van graftombes, beeldhouwerk enz. uit de +Kerken na de omwenteling te zamen geraapt. De Kloosterkerk is in eene +fraaije zaal of galerij veranderd, zoo dat men niet zou zeggen, dat +het een Kerk geweest was; rondom hangen verscheidene schilderijen, +die zoo als gij denken kunt, niet veel bewondering baren, als men, +gelijk als ik, zoo menigmalen de galerij van _Parijs_ gezien heeft; +daar waren 'er sommige bij van nog in leven zijnde meesters. Eenige +jongelieden waren hier bezig met kopieeren. In het midden van +deze zaal staat een lange tafel, waarop men eenige kleine _antike_ +beeldjes van metaal, enz. ziet, en aan het eind heeft men eene fraaije +_colonade_ of _portique_ gemaakt van marmeren kolommen, die, naar mij +de oppasser vertelde, uit Kloosters of Kerken afkomstig zijn. Achter +deze _portique_, waar men met eenige trappen naar toe klimt, ziet men +het bekende kunststuk van Antoine Rivals, verbeeldende de stichting van +de stad _Ancire_ in _Galatie_, door de _Tectosages_, van _Toulouse_ +vertrokken zijnde. Dit stuk is met zeer waarheid geschilderd. Men +zegt zelfs dat het voorheen aan het eind van eene zaal op het Stadhuis +hangende, dikwijls door lieden die aan het andere eind stonden, voor +een wezenlijk gebouw werd aangezien. Hier is die begoocheling zoo sterk +niet, doch ik zag het met veel genoegen. Het heeft voor opschrift: +"_Tectosages Anciram condebant._" Onder eenige borstbeelden ziet men +hier ook dat van Rivals zelven: hij werd alhier in 1735 geboren. + +'s Avonds ging ik de aangename wandelingen buiten de poort, +waar wij ingekomen waren, en anderen hier omstreeks, nog eens +doorkruisen. Bij de vaart zag ik een scheepstimmerwerf waar men +zelfs kleine zeescheepjes bouwde. De wandelingen inzonderheid moeten, +dunkt mij, veel bijdragen tot veraangenaming van deze stad, en in dat +opzigt verdient zij zeker de voorkeur boven _Montpellier_, _Nismes_ +en _Marseille_. + +_Toulouse_, of liever het oude _Tolosa_, dat omtrent een uurtje van +het tegenwoordige _Toulouse_ af schijnt gestaan te hebben, blijkens +onder anderen de geringe overblijfsels van een Amphithéater dat men +daar vindt, wil men, dat gebouwd is door de _Tectosagers_, een volk, +waarvan ik hier voor reeds sprak, en dat ruim 600 jaren voor Christus +geboorte, ten getale van 300,000 hun land verlieten, om zich hier +te komen nederzetten. Daar na geraakten zij onder de _Romeinen_ +of werden hunne bondgenooten. Vervolgens hebben de _Visi-Gothen_ +'er zich meester van gemaakt; zij zijn door Koningen, door Graven, +en wederom door Koningen geregeerd geworden. Ondertusschen lieten +zij zich altijd nog al wat voorstaan op hunne oude vrijheid en +onafhankelijkheid, en behielden, zoo als ik reeds gezegd heb, eenige +oude benamingen, zoo als _Capitouls_, rechter _mage_ (_juge mage_) +enz., doch het was ook niet anders dan den naam. + +Het Parlement van _Toulouse_, dat van het midden der 13e eeuw, tot +aan de omwenteling bestaan heeft, volgde in rang op dat van _Parijs_, +en was dus het tweede van _Frankrijk_. + +Onder de Akademiën van _Toulouse_, was 'er een bekend onder den naam +van _Académie des Jeux Floraux_, in het begin van de 14e eeuw gesticht +door zeven _Troubadours_ [119], en daar na, in dezelfde eeuw, gevestigd +door Clemence Isaure, eene vrouw van geest en fraaij vernuft. Deze +Akademie bleef genoegzaam in haren oorspronkelijken staat voortduren +tot in het laatst van de 17e eeuw, toen men 'er eene Koninklijke +Akademie van gemaakt heeft, met behoud, echter van haar eersten +naam. Deze _Troubadours_ en _jeux floraux_ (bloemen spelen) schijnen, +volgens het geen ik 'er van gelezen en gehoord heb, veel overeenkomst +gehad te hebben met onze oude Redenrijkers en hunne handelingen. Zij +gaven ook Dichtstukken op, en beloofden prijzen, zoo als goudsbloemen, +lelien, en andere bloemen van goud of zilver. De leden van het +Genootschap genaamd _Jeux Floraux_, werden _Bacheliers en la gaie +science et dans le gai savoir_, medegenooten in de vrolijke wetenschap +en lustige kennis, genaamd. Deze _Troubadours_ waren ook somtijds zeer +vrij in hunne versen, en durfden de Vorsten en Geestelijken wel eens +ter deeg hekelen. De letterkunde werd hier dan ook altijd, hoe zeer +'er het bijgeloof den baas speelde, nog al beoefend, en _Toulouse_ +heeft verscheidene mannen van naam opgeleverd, onder andere du Ferrier, +die Ambassadeur zijnde, zich durfde verzetten tegen het voorgevallene +in het _Concilie_ van _Trente_, en het verstandig ontwerp gemaakt +heeft, om _Frankrijk_ van den stoel van _Rome_ los te maken, en in +navolging van _Engeland_, de _Gallicaansche_ Kerk onafhankelijk te +maken van de Pausen. Cailhava, lid van het _Institut National_ van +_Frankrijk_, bekend door verscheidene Toneelstukken, vooral door zijn +werk genaamd _de l'Art de la Comedie_, en zijne _Etudes sur Molière_, +werd ook te _Toulose_ geboren. + +De voorname handel van deze stad bestaat in Spaansche wolle en +koren, ook worden, bijzonder als de vaart van _Languedoc_ gesloten +is, de goederen die men de _Garonne_ af vervoert, hier per as +aangebragt. Onder de menigte voerlieden, zag ik 'er hier dan ook +verscheidene uit het land van _Béarn_, aan de _Spaansche_ grenzen, +welke een soort van mutsjes op hebben, bijna in den smaak als vele +boertjes van _Teniers_. Sommigen waren bruin, andere wit met rooden +kwast, die 'er boven plat op ligt. Deze mutsjes die men _Berettes_ +noemt, zijn van wol gebreid en gevuld; zij zijn zoo ondiep, dat het +menschen, die 'er niet aan gewoon zijn, moeijelijk zou vallen, dunkt +mij, on ze op het hoofd te houden. Behalve de verwerijen zijn hier ook +fabrieken van wollen stoffen; ik zag 'er onder anderen een gemeen soort +van laken dat zeer smal is. Hier, en in het gehele _Languedocsche_ +meet men stoffen, linten, enz. niet met de el, maar met eene maat +die men _la cane_ noemt, en die verdeeld wordt in 8 _pans_; 5 zulke +_pans_ maken eene _Fransche_ elle. In _Provence_ meet men ook met +_pans_. De bevolking van _Toulouse_ is ruim 52,600; de menschen zien +'er over het algemeen gezond en wel uit; levensmiddelen van allerlei +soort ontbreken 'er niet, en zijn tot een matigen prijs te bekomen; +hoenderen en allerlei soort van gevogelte vooral. Wij waren over onze +herberg wel te vreden. + +Men verzekerde mij, dat het bijgeloof hier sedert de omwenteling +aanmerkelijk verminderd was. De inwoners van deze stad, altijd zoo +zeer gesteld zijnde op hunne vrijheid en onafhankelijkheid, waren dan +over het algemeen ook ijverige voorstanders van de grondbeginselen +der omwenteling. + +Ik heb u nog vergeten te vertellen, dat hierin het Klooster der +_Cordeliers_ een grafkelder plagt te zijn, die, zoo als men het volk +wijs maakte, de bijzondere eigenschap had, om de lijken, die men 'er in +legde, te verdroogen; doch het is thans algemeen bekend, dat het niet +anders dan een kunstje van de Monniken was. Deze kelder gaf aanleiding +tot eene weddingschap tusschen twee jonge lieden; een van hun moest +juist op het uur van middernacht, (want dat is overal de tijd, dat +de spoken en geesten verschijnen, zoo als het middaguur overal bij +de boeren de schafklok is) alleen in dezen kelder vol verdroogde +lijken en geraamtens gaan, en om wel verzekerd te zijn, dat hij tot +het einde toe geweest was, aldaar op een bepaalde plaats een spijker +in den muur slaan. Onze held begeeft zich, van een dievenlantaarntje, +een hamer, een spijker, en de noodige sleutels voorzien, naar dien +akeligen kelder, zich zoo als het dikwijls gaat, kloeker houdende, dan +hij in der daad was; maar wie wil, jong zijnde, ook den naam hebben +van bang, en vooral bang voor dooden te zijn. Het moest 'er dan mede +door. Hij treedt ten kelder in, opent de deur van de grafspelonk, +en plaatst den spijker. Ondertusschen staat de andere wedder, met een +menigte nieuwsgierigen, een geruime wijl in het Klooster te wachten; +en hij komt niet terug. Men begint ongerust te worden, en besluit, +om te gaan zien, waar hij blijven mag.--De ongelukkige jongeling was +dood, en dat waarschijnlijk door angst; want hij had, een lang en +wijd kleed aan hebbende, 'er denkelijk door de vrees, niet ter deeg +toeziende, een slip van zijn kleed aan den muur vast gespijkerd; +hier door voelt hij zich, heen willende gaan, terug gehouden; en de +beangstheid, die misschien reeds tot eene aanmerkelijke hoogte was +gestegen, neemt hier door zoodanig toe, dat hij 'er onder bezwijkt +[120]. Genoegzaam alle menschen hebben, en ik geloof zelfs buiten en +behalve vooroordeelen van eene verkeerde opvoeding, een' huiverigen +afkeer van de dooden; dit schijnt eenigzins in de natuur te liggen, en +men wordt hetzelfde gewaar in sommige dieren, vooral in de paarden. Men +handelt dan altijd onvoorzigtig, van dezen afkeer met geweld te +willen trotseren, en sterker te willen wezen, dan wij in der daad +zijn. Bij deze gelegenheid erinner ik mij een geval van dien aard, +dat aan iemand van mijn nabestaanden gebeurd is. Hij bevond zich, +nog zeer jong zijnde, te _Groningen_ bij bloedverwanten, die in een +groot huis woonden, waar het, zoo men wilde, spookte; een lange gang +scheidde de kamer, waar men gewoonlijk zat, van de keuken. Op zekeren +avond, dat deze aankomende jongeling uit die kamer, door den gang, +in het donker naar de dienstboden in de keuken wilde gaan, wordt +hij op eenmaal bij een been vast gehouden, zoo dat hij vallende zeer +verschrikte, vooral dewijl het huis een' kwaden naam had. Daar hij +van angst schreeuwde, komt men op het gerucht toelopen, en vindt dat +hem het ijzer- of koperdraad van de bel, om een van zijne beenen was +gekronkeld. Men had juist gebeld, de draad die door de gang liep was +gebroken, en hier mede was de spookhistorie verklaard, en liep zonder +eenige onaangename gevolgen af. + +Morgen ochtend om 3 uren vertrek ik van hier met den postwagen, +die van _Toulouse_ naar _Bayonne_ rijd tot _Tarbes_. + + + + + +ACHTTIENDE BRIEF. + +_Bagnères, 9 September._ + + +Gisteren ben ik hier aan den voet van die keten hooge bergen, die de +grensscheiding van _Frankrijk_ en _Spanje_ maken, aangekomen. Den 6 +dezer reed ik, terwijl het nog duister was, uit _Toulouse_. De poort +van _St. Cyprien_ uitgereden zijnde, zagen wij een half uur buiten de +stad, aan de linkerhand van den weg, de bron _la Fontaine de Perpan_ +genaamd, welke, naar men zegt, een zeer heilzaam mineraal water geeft; +ik vond 'er echter geen anderen smaak aan dan aan gewoon water. Aan +de fontein is ook niets bijzonders te zien, zij is als een vierkant +koepeltje gemaakt, en uit drie ruw gebeeldhouwde koppen loopt het +water; men had mij dit nog al als iets bezienswaardig opgegeven. De +ligging onder eenige vrij hooge Italiaansche populieren, is nog +al schilderachtig. De weg is zeer goed, aan beide zijden aangenaam +beplant, en rondom ziet men eene vruchtbare vlakte. Wij ontmoetten +verscheidene spannen met ossen, zoo als ik 'er _Toulouse_ ook al gezien +had; zij zijn aan elkanderen gekoppeld door middel van een hout, +dat dwars tegen de horens met riemen vastgemaakt wordt; midden in +hetzelve is een gat, waar door de disselboom, tusschen de twee beesten +inkomende, doorgestoken, en met een pen vastgemaakt wordt; hier in +bestaat al het tuig van dit gespan: want een toom of lijsten hebben zij +ook niet, in plaats van dat, heeft de voerman een langen regten stok, +waarmede hij hen bestuurt, dezelve tusschen de horens inleggende, +en daar bij somtijds eenige woorden voegende; deze voerlieden hebben +lederen schootsvellen voor, zoo als bij ons de schoenmakers. + +De _Garonne_ over zijnde, is men in het voormalig _Gascogne_, en de +landen tusschen deze rivier, den _Oceaan_ en de _Pyreneën_ gelegen, +werden gemeenelijk onder de benaming van _Gascogne_ begrepen. Bij +het dorpje _Lequevin_, waar de weg over een hoogte loopt, heeft men +een aangenaam gezigt over de schoone en vruchtbare vlakte. Aan de +regterhand, op een zekeren afstand van den weg, ziet men een bosch, +dat zeer uitgestrekt schijnt te zijn, doch 'er waren geen zwaare boomen +in, en diende, naar ik vernam, genoegzaam alleen voor brandhout. Men +noemt dit het bosch van _Boecol_. De weg is hier zeer ongelijk, +en men is den eenen heuvel pas af, of men moet den anderen weder +opklimmen. De grond schijnt hier ook zoo goed niet als digter bij +_Toulouse_, en Turksche tarw was het voornaarmste dat ik 'er zag; +hier en daar staat ook gierst, dat men _petit millet_ noemt. De grond +wordt hier veel met mergel [121] gemest; zulk eene bemesting voedt +den akker voor verscheidene jaren. Op sommige akkers zag ik nog eene +andere soort van _maïs_ of Turksche tarw, die weinig graan geeft, en +alleen geteeld wordt, om 'er bezems van te maken; zij groeit hooger, +en is ranker dan de andere, daar bij zijn de pluimen, die om te veegen +dienen moeten, veel langer, en vrij stevig; diergelijke bezems, netjes +gebonden, worden in gansch _Provence_ en _Languedoc_ bijna gebruikt, +ik zag ze zelfs al te _Lyon_; dit is dan nog al een tak van handel, +en indien het niet zoo afgelegen was, zou ik onze _Hollandsche_ +vrouwtjes wel durven aanraden, om 'er een goeden voorraad van op te +doen. Nu rijdt men een brug over eene beek, door een dal stroomende, +over; en hier zag ik iets, dat ik in langen niet gezien had, frissche +groene weilanden, waarin een menigte rundvee en paarden graasden. 3 +1/2 post van _Toulouse_ ziet men een onaanzienelijk steedje, _l'Isle +de Jourdain_ genaamd. Voorheen lag het in zijne wallen, en had een +Kasteel, doch deze zijn al sedert vele jaren afgebroken. De inwoners, +eenige jaren geleden, oneenig zijnde met eenige krijgslieden en +burgers van _Toulouse_, had zulks hier verregaande dadelijkheden +ten gevolgen. Overal waar maar huizen staan, ziet men eene menigte +gansen, waarvan dit land ongemeen voorzien schijnt. Nu en dan treft +men ook nog wijngaarden aan, maar geen olijf- of moerbezienboomen +meêr. Twee posten verder dan het laatstgenoemde plaatsje, namen wij het +middagmaal, in een steedje _Gimont_ genaamd, aan een riviertje gelegen, +en waar een ruime geheel overdekte plaats is, waar men markt houdt, +en die men _la Halle_ noemt; de landlieden, uit den omtrek, brengen +hier hunne waren ter markt, en dit geeft nog al eenigen handel. Het +ziet 'er hier nog al tamelijk uit, de maaltijd was redelijk goed, +en de prijs zeer matig. Niet ver van hier, zegt men, zijn mijnen, +waar _turkoisen_ gevonden worden, die weinig van de Oostersche +verschillen. De weg loopt aanhoudend over bergen en dalen, zoo dat +men schier aanhoudend niet anders dan stapvoets voortgaat; te meêr, +daar men maar weinig van paarden verwisselt; doch ik verveelde mij +niet, om dat de landstreek aangenaam is, alles is bebouwd; hier en +daar heeft men boschjes en boeren-hoeven, die men _Metairies_ noemt; +onder dezelven ziet men 'er die met de aangelegen schuren, stallen, +enz. al vrij groot zijn, en wel kleine gehuchten gelijken. Een groot +ongemak echter is het gebrek aan water, dat hier in gansche streken +plaats heeft, zelfs met den ongewonen regen, dien wij gehad hebben, +en die nogthans aan alles een buitengemeen frisch aanzien geeft; moest +men het van een huis aan den weg liggende, en waar wij een oogenblik +vertoefden, omtrent een half uur ver halen; zelfs waren 'er van de +naburen, die nog verder van die bron af woonden; het was dus niet +meer dan billijk, dat ik een glas water, dat ik hier dronk, betaalde. + +Omstreeks half zeven kwamen wij te _Ausch_, hoofdplaats van het +Departement _le Gers_, voorheen van _Gascogne_. _Toulouse_ en _Ausch_ +zijn 8 1/2 post. Daar het avond werd, haastte ik mij om de hoofdkerk te +gaan bezigtigen, waarvan de geschilderde glazen in dit land zoo beroemd +zijn als bij ons die van _Gouda_; doch het maakt de Kerk inwendig zeer +donker; het snijwerk van het koor is ook zeer fraai gewerkt. Men had +hier en daar op de altaars bloeijende Tuberozen gezet, die eenen zeer +aangenamen reuk door de gantsche Kerk verspreidden. Men wil dat deze +Kerk reeds door Koning Clovis, dat is in het laatst van de 5de, of in +het begin van de 6de eeuw, gebouwd is. Het portaal is _modern_ werk, +zijnde door Gervais Drouet in 1671 uitgevoerd. Aan beide zijden van +dit portaal staat een vierkante toren met kolommen van onderscheidene +bouworders versierd; het maakt een prachtige vertooning, vooral om +dat men 'er het gezigt op heeft van eene ruime plaats; doch naar ik +vernam, weten bouwkundigen 'er veel op aantemerken. Dat dit werk in +den _Antiken_ smaak, met het overige Gothische, een misselijk geheel +uitmaakt, is ligtelijk te zien. De stad op eene hoogte liggende, +heeft men van het terras, dat met boomen beplant is, en voor eene +gemeene wandelplaats dient, een aangenaam gezigt. Aan den voet van +den hoogen heuvel, waar _Ausch_ op en tegen aan gelegen is, stroomt +het riviertje _le Gers_, waar naar het Departement genaamd wordt. + +Het Stadhuis, hoewel niet groot, is een fraai gebouw; het scheen nog +niet lang gestaan te hebben. In hetzelve is een schouwspelzaal. + +_Ausch_ is verdeeld in de hooge en lage stad. Men klimt uit deze naar +de eerste, behalve langs den rijweg, door middel van een steenen trap, +die naar men zegt, want ik heb ze niet geteld, twee honderd treden +hoog is. Het Stadhuis staat ook in de stad, en ik zag daar meêr gnappe +gebouwen. Het getal der ingezetenen bereikt nog geen 8500. Men maakt +'er een soort van pijlaken en andere wollen-stoffen. + +Wij hadden hier eene zeer goede herberg bij Alexandre, die man is +buitengemeen dik, en wordt daarom boertender wijze Alexandre _le gros_ +[122], in tegenoverstelling van Alexandre _le grand_ [123] genaamd. Ons +avondmaal was met zoo veel orde en netheid opgezet, dat men het in +een _Hollandsch_ deftig burgerhuis niet beter zou verlangen. De dikke +Alexander, die een goed gul man scheen, en een paar gnappe dochters +dienden zelfs van tijd tot tijd mede. 'Er was overvloed, en de spijzen +waren zeer goed bereid; wij zaten 'er met ruim 20 personen aan tafel; +want de gaande en komende postwagen houdt hier nachtverblijf. Over +de kamers en bedden waren wij ook wel te vreden, en betaalden niet +meer voor eten en slapen dan £3-:-: beter en goedkooper herberg hadden +wij tot nog toe niet aangetroffen. En wat men ook van de _Gasconjers_ +zeggen moge, het huis van Alexander _de dikke_, te _Ausch_, vind ik +tot nog toe de beste herberg van _Frankrijk_. + +Den 7 dezer. 's Morgens om 4 uren moesten wij onze goede herberg +weder verlaten. Een eind weegs voortgereden zijnde, ziet men van +eene aanmerkelijke hoogte, waarover de weg loopt, de toppen van de +_Pyreneën_, welke zich in de wolken schijnen te verliezen, zoo dat men +ze hier en daar van dezelve naauwlijks onderscheiden kan. De wagen door +de steile helling van den weg zeer langzaam moetende gaan, gingen wij +te voet, en hadden daar door nog meêr genot van het schoon gezigt. Drie +posten van _Ausch_, kwamen wij door het steedje _Mirande_, waar ook +een ruime overdekte marktplaats is. Men breidt hier veel ongemeen +fijne en mooije wollen kousen, onder den naam van kousen van _Mirande_ +bekend. Zij worden van vette wol gebreid, en daar na uitgewasschen +(_degraissés_). Ik vond 'er heden in het voorbijgaan geen te koop, +om dat de opkoopers van _Bourdeaux_ en andere omliggende plaatsen, +zich den vorigen dag van al het voorhanden zijnde werk meester +hadden gemaakt. + +Ik heb u nog niet van onze reisgenooten gesproken. De voornaamste +waren een gewezen Kapitoul van _Toulouse_, een bejaard Heer met zijne +dochter, en een _Gasconjer_, die te _Ausch_ op den wagen gekomen was, +en voor zijn vermaak _Bagnères_ ging bezoeken. Als men tegenwoordig +een dag met iemand in _Frankrijk_ op een postwagen zit, wordt men, +hoewel 'er de menschen niet regtstreeks voor uit komen, al ligt +gewaar tot welke politieke geloofsbelijdenis zij behoorden. Het +viel mij dan ook niet moeijelijk om te ontdekken, dat de gewezen +Kapitoul _Bourbons_-gezind was; de bejaarde Heer een voorstander +van de tegenswoordige orde van zaken, en de _Gasconjer_ tamelijk +onverschillig, hoewel nog meer naar de oude dan naar de tegenwoordige +regering overhellende, omdat de Provincien toen ook nog wat intebrengen +hadden. Dat ik een _Hollander_, en een ijverige voorstander van een +Republikeinsch bestuur was, stak ik onder geen stoelen of banken; +niemand bestreed dit gevoelen meêr dan de bejaarde Heer, en wilde +zelfs beweeren, dat 'er geen beter regeering was, dan een volstrekt +willekeurig gezag (_Despotisme absolu_), dit hield hij onverzettelijk +staande, en was 'er door geene kracht van reden aftebrengen. Wij +verschilden dan alle in gevoelens van hem, en daar het gesprek, vooral +met mij, al vrij ernstig begon te worden, trachtte de _Gasconjer_ het +op een ander onderwerp te brengen, en begon van de jagt te spreken, +zeggende dat hij reeds verscheidene malen in de _Pyreneën_ geweest +was, en daar meêr dan eens jagtpartijen op Izards [124], Wolven en +Beeren had bijgewoond, en zelfs eens een Beer geschooten; een menigte +zonderlinge omstandigheden ontbraken hier niet aan. Onze voorstander +van het _Despotisme_, dit alles met zeer veel belangneming aanhoorende, +vroeg nu, en dat in goeden ernst, of 'er ook aapen in de _Pyreneen_ +waren. Ieder had moeite om zich van lagchen te onthouden. Intusschen +kwamen wij berg op berg af te _Mielan_, een dorp 4 1/2 post van +_Ausch_, alwaar wij het middagmaal moesten houden. De _Gasconjer_ +sprak hier eenigen tijd met den verdediger van het _Despotisme_ +alleen, en verhaalde ons daar na dat hij van hem vernomen had, dat +zijn oogmerk was om naar _Pau_ te gaan, en bezit te nemen van een +post, die hij bij het _Lycéum_ aldaar gekregen had. Dit verspreidde +zeer veel licht over deze zaak. Ik denk echter niet dat hij te werk +gesteld zal worden om onderwijs te geven in de Natuurlijke Historie. + +Hier omstreeks zagen wij sommige vrouwen met kappen van rood laken, +het geen naar ik vernam, vooral hooger op een gewoon hoofdtooisel is. + +De wijngaarden zijn in deze landstreek veel hooger van stam dan ik +ze tot nog toe gezien had, en worden niet alleen aan regt opstaande +staken, maar ook aan dwarshouten, opgebonden. Hier zag ik veel +wilde kersenboomen, dienende om de wijngaarden te ondersteunen; +de wijngaarden wierden tegen den stam van den boom opgeleid, en de +ranken tusschen de boomen aan elkanderen vastgehegt, en maakten, als +_Guirlandes_ hangende, eene sierlijke vertooning. Deze kersenboomen, +die in plaats van staken bij de wijngaarden dienen, worden 's jaarlijks +ingekort, om dezelve klein te houden. Men verkiest die boven de +gewone staken, omdat deze, in den grond verrottende, gedurig moeten +vernieuwd worden. + +Men heeft hier weder eene aanzienelijke hoogte, en aan den voet +van dezelve ligt het steedje _Rabastens_. Een beekje stroomt hier +langs den weg die alleraangenaamst en zeer effen is, en genoegzaam +regt loopt tot _Tarbes_, zijnde nog 2 1/4 post. De landstreek, hier +aanhoudend besproeid zijnde, heeft men 'er veel groene beemden. Het +werd donker, en daar het heden vrij warm geweest was, waren onze +paarden zeer afgemat, want zoo wel heden als gisteren, hadden wij +maar eens van paarden verwisseld. Deze postwagen is dan ook al een +van de minsten, dien ik op deze reis aangetroffen heb. De zich zoo +beschaafd wanende _Franschen_, komen mij over het algemeen ook al +zeer ongevoelig voor omtrent het vee, en dikwijls ergerde mij de +behandeling der paarden. Het doet mij zeer, als ik zoo een goed en +nuttig dier zie mishandelen, en (velen mogen hier om lagchen) mij +dunkt, dat in eene wel ingerigte maatschappij, ook de dieren door +wijze wetten tegen mishandeling behoorden beveiligd te worden. Vooral +moesten redelijke ouders of onderwijzers de kinderen streng bestraffen, +wanneer zij zich bezig houden met dieren, evenveel welke, te martelen +of te plagen. Men begint dikwijls met het mishandelen van vliegen, +en men eindigt met het mishandelen van menschen. + +Eer men te _Tarbes_ komt, rijdt men over eene brug die over het +riviertje _l' Adour_ ligt. Het was bijna acht uren toen wij in die +stad aankwamen. _Tarbes_ is 16 3/4 posten van _Toulouse_. Wij namen +onze intrek in het Hotèl _de France_ bij Buron, waar wij een tamelijk +goed avondmaal vonden. + +Den 8 dezer. Wij beslooten tot na den middag hier te blijven, om +onderwijl de plaats te zien. Zij is de hoofdstad van het Departement +van de _Hautes Pyrenées_, voorheen van het Graafschap _Bigorre en +Gascogne_, in eene aangename vlakte aan den oever van de _Adour_ +gelegen, en ruim 6200 inwoners bevattende. De straten zijn 'er breed, +en schier overal stroomt aan beide zijden van dezelve een beekje van +helder water, het geen veel tot de frischheid en zuiverheid van deze +plaats bijdraagt. In deze beekjes baadden zich een menigte eenden, +gansen, en ook die soort, welke men bij ons Kaapsche gansen noemt, +en die hier zeer algemeen schijnen. Men ziet 'er nog al gnappe huizen, +doch de meeste zijn maar een of twee verdiepingen hoog, het geen dit +stadje des luchtiger en vrolijker maakt. Op de marktplaats staan zware +boomen, die eene aangename lommer geven. De boerinnen, die hier met +groentens, vruchten en andere eetwaren zaten, hadden alle roode, en +eenige weinige witte lakensche kappen op; de voorname vrouwen hadden +ze van bruinachtig grein, met een lichter stof van een andere kleur, +doorgaans rood, gevoêrd, en welke het geheele lijf bedekken. De gemeene +wandeling is ook aangenaam met lindeboomen beplant, en men ziet van +daar de _Pic du Midi_, en andere hooge _Pyreneesche_ gebergtens. Voor +onze herberg was ook eene zeer ruime plaats, waar de voorname markten +gehouden worden. + +Het oude _Begorra_, _Castrum Begorrense_, en later _Turba_ genaamd, +door de oorlogen verwoest zijnde, is het tegenwoordige _Tarbes_, in +stede van hetzelve gesteld. De hoofdkerk staat op eene plaats, welke +men voor dezelfde erkent, waarop een gedeelte van het oude _Castrum +Begorrense_ stond. Doch wanneer en door wie de oude stad gebouwd is, +weet men niet. Die Kerk heeft voor het overige, voor zoo ver ik kon +ontdekken, niets aanmerkelijks, zoo min als een ander diergelijk +gebouw, maar dat van veel jonger _datum_ scheen. In deze laatste werd +juist de mis gelezen, het was een heilige dag, en de meenigte vrouwen +met roode kappen op, die, geknield liggende, een groot deel van het +ruim dezer Kerk vervulden, maakte eene zonderlinge vertooning, en +zij geleken niet kwalijk naar zoo vele kleine roode pyramides, die +de lakenkoopers gewoonlijk in en voor hun winkels maken; want deze +kappen, die men _capelettes_ noemt, bedekken het geheele bovenlijf +van de vrouwen, en wij zagen ze van achteren. + +Om 3 uren na den middag vertrokken wij naar _Bagnères_, met een +_Berline_ (groote koets) met drie paarden, die wij met ons vijven +voor £ 20 -- gehuurd hadden, voerende onze bagage mede. De weg is +zoo gelijk als die van _Rabastens_ naar _Tarbes_. Van tijd tot tijd +heeft men ter zijde van dezelve eene liefelijk ruisschende beek, +bevallige beplantingen en boschjes, die een digte schaduw geven; +nu en dan lagchend groene weilanden, velden met Turksche tarw [125], +en gierst die veel weelderiger staat, dan ik ze tot nu toe gezien +had. Ook hier, even als in de _Cevennes_, scheen het nog lente. Een +menigte boeren en boerinnen van een naburige markt terug keerende, +kwamen ons tegen, met jong vee, paarden en muilezels, waarbij veel +veulens. Alles was vrolijk, jongens en meisjes sprongen zoo wel over +den weg heenen als de veulens en kalveren. Dan zag men een paar +bejaarde boeren druk met elkanderen in gesprek, van tijd tot tijd +stilstaande, en vele bewegingen met de handen makende; dan weder een +aardig paartje langzaam volgende, de jongen met den arm om den hals van +het meisje, welke, toen zij ons naderde, de oogen nederwaards sloeg; +daar een hoop lustige knapen, hand aan hand loopende, zingen, en op +eene dartele wijze de voorbijgaande groetende; en ginds een wagen +vol vrouwen, alle met scharlaken _capeletten_ op, waarop het gezigt +schier schemerde. Dit alles leverde voor mij eene zeer vermakelijke +vertooning op. Men komt ook door eenige niet onaangename dorpen, +waarvan de huizen van keisteenen gebouwd zijn. Deze keisteenen zijn +op eene regelmatige wijze op elkanderen geschikt; dan heeft men een +laag kleine, en dan weder een laag grootere, dan langwerpige en dan +ronde, het geen aan die muren geen onbevallig voorkomen geeft; zij +zijn met een soort van kalk of cement gemetseld. De daken zijn alle +van leijen. De valei waar door deze weg loopt, is zeer aangenaam +en vruchtbaar; het riviertje de _Adour_ stroomt door dezelve, men +wordt dien snellen stroom zelfs hier en daar van den weg gewaar. Voor +zich ziet men het stadje _Bagnères_, aan den voet van ontzaggelijke +bergen liggen, waar onder zich de punt van de _Pic du Midi_ bijzonder +onderscheidt. De landstreek is hier verrukkelijk. Het was ruim zes +uren toen wij te _Bagnères_ aankwamen. _Tarbes_ en _Bagnères_ zijn +2 1/2 post. Wij waren verpligt om nog al een poos heen en weder te +loopen eer wij een logement konden vinden, want het was bijna overal +vol. Eindelijk kwamen wij te regt bij Mad. _la Veuve_ Uzac, die ons +een paar nette kamers bezorgde in een huis, dat haar behoorde, en door +eene bejaarde weduwe met eenige dochters bewoond werd; wij waren daar +zeer wel, en aten aan de gemeene tafel ten huize van de weduwe Uzac. + +Van _Toulouse_ af tot hier toe hadden wij met een koopman van +_Bordeaux_ gereisd, doch die altijd in de _Cabriolet_ van den postwagen +gezeten had. Te _Tarbes_, en hier naar toe rijdende, hadden wij +nader kennis gemaakt; het scheen een hupsch en vriendelijk mannetje; +doch nimmer heb ik een mensch, vooral van die jaren, (hij scheen +omtrent de 50) gezien, die woeliger en snapachtiger van aard was; +geen oogenblik zat hij stil, zelfs van tafel stond hij geduurig op, +en veranderde aanhoudend van gesprek; met dat al scheen hij zijn +oordeel vrij wel te hebben. Ik heb opgemerkt, dat de menschen aan +deze kanten, over het algemeen, zeer levendig van aard zijn, en in dit +opzigt is het verschil tusschen hen en onze echte landslieden al zeer +aanmerkelijk. Ik heb somtijds in mijn verbeelding een paar statige +_Haarlemsche_ burgers, ieder met een eenvoudige paruik en hoed op, +een japon aan, een lange pijp met de eene hand in den mond houdende, +en de andere op den rug of tusschen de sjerp [126] geplaatst in het +midden van eenige _Gasconjers_, of _Provencalen_, van dezelfde jaren, +en tot denzelfden stand behoorende; maar het kwam mij voor, dat deze +menschen in 't geheel niet bij elkanderen hoorden. + +Op de _Cours_, of gemeene wandeling, dat hier ook een breede straat +is, in het midden eenigzins verheven, en aan beide zijden met een rij +boomen beplant, zag ik eene menigte wandelende Heeren en Juffrouwen. Ik +liep ook eens in het huis, waar men hier openlijk dobbelspelen om grof +geld gedoogt, en zag 'er, met smarte, zelfs verscheidene boeren uit +het landschap, voorheen _le Bearn_ genaamd, om _Louïs d'Ors_ spelen +[127]. Voor hem die zich op menschenkennis toelegt, is 'er in zoo een +speelhuis nog al wat optemerken; schraapzucht, vreugde, wanhoop, +haat, mistrouwen, ongeduld, woede, alle deze hartstogten zijn beurt +om beurt op het gelaat van de meeste, die rondom deze speeltafels +staan of zitten, te lezen. Brandend staren de oogen op de kaarten, +dobbelsteenen, of nommers; gedurig hoort men half binnens monds +vloeken, zuchten, morren, of met den voet stampen. + +Den 9en September. Reeds om zes uren ging ik wandelen, en klom +den berg, dien ik uit het venster van mijne slaapkamer zien kan, +op. Aan de helling van dezen berg vindt men een badhuis, waarin +het water vrij warm is [128], boven hetzelve opklimmende, komt men +aan eene aangename wandeling onder zware en lommerrijke boomen, +en hier is nog een huisje, waar men het water drinkt, betalende +daar voor aan lieden, die het gepacht hebben; om de warmte is het +walgelijk, doch anders vond ik 'er geen' onaangenamen smaak aan. De +warme bron, die dit water oplevert, wordt de bron van _Bagnerolles_ +(_source de Bagnerolles_), ook bron van de Koningin (_source de la +Reine_) genaamd. Zij geeft, volgens daarvan gevonden aanteekeningen, +495 _Cubiek_ voeten water in één uur. Het water van deze bron wordt +in verscheidene baden verdeeld, onder anderen ook in een huis, dat +insgelijks aan de helling van dezen berg zeer aangenaam gelegen is, +en voorheen aan de Kapucijner Monniken behoorde. In sommige dier +baden moet men betalen, in anderen voor minvermogenden geschikt, +kan men om niet gaan. Men ziet hier dan ook een aantal kreupelen, +lammen en ziekelijke menschen van allerlei ouderdom, en van beide +kunnen. Hooger opgaande, wandelt men nog altijd onder eiken-, beuken- +en castanje-boomen, waar onder zeer zware. Ik vond eenige boomen +omver liggen, zij waren nog maar onlangs door eenen zwaren storm +en onweder geveld. De wandeling is hier alleraangenaamst, vooral +in zulk eene heerlijken morgenstond, als wij heden hadden. De berg +hooger en hooger opklimmende langs smalle voetpaadjes, heeft men een +verrukkelijk gezigt, aan de noord- en noord-westzijde over de schoone +vallei, die wij gisteren waren doorgereden, en de omliggende dorpen, +voor zich, over het stadje _Bagnères_ heen, tot tegen de boschjes en +groene heuvels aan den anderen kant van de _Adour_ gelegen. Zuid en +zuid-oostwaards heeft men ontzaggelijke hooge rotsen en bergen, daar +de _Pic du Midi_ [129] boven uitsteekt. De helling is hier tamelijk +stijl, en men moet ter deeg klauteren; echter schijnt het vee +daar zoo gemakkelijk te weiden als bij ons, en elders in de vlakke +weilanden. Wij ontmoetten hier ook een meisje, dat eenige koeijen +en geiten hoedde, want deze berg is genoegzaam geheel groen, en de +menigte kruiden van onderscheidene soorten, die 'er op groeijen, +geven zoo wel een' lieffelijken reuk als een vrolijk gezigt. Deze +herderin geleek evenwel in 't geheel niet naar die, waarvan ons de +oude Dichters zulk eene bevallige beschrijving geven; zij was in 't +geheel niet schoon, en had in plaats van een bloemkrans, eene roode +baaijen kap op het hoofd [130]. Den top bereikt hebbende, was het +gezigt nog uitgestrekter, doch bleef altijd door de bergen, die veel +hooger waren dan die, waarop wij ons bevonden, en die in vergelijking +van dezelven maar een heuvel was, zeer bepaald. Oostwaards ziet men +ook niet anders dan bergen, en hier en daar tusschen dezelven eenige +woningen en boschjes, schilderachtig gelegen. Aan den anderen kant +afklimmende, zagen wij, het water uit een bron, dat een klein beekje +maakte, volgende, dat hetzelve zich in een diepte tusschen de rotsen +verloor. Ik klom daar in, en vond beneden een spelonk, waar ik zonder +licht niet ver in durfde gaan; doch die, naar het rollen der steenen, +die ik 'er in smeet, te oordeelen, vrij diep moest zijn; het water, +dat hier inloopt, komt waarschijnlijk beneden weder uit, en maakt eene +tweede bron. Een landman, dien ik hier omstreeks ontmoette, noemde +deze spelonk (voor zoo veel ik hem begrijpen kon) _la Grotte ou le +Clos de la Lacque_. In een enge vallei wat verder op, zag ik in een +waterplas, bij eene kleine bron tegen het zuid-oosten warm gelegen, +een menigte jonge kikvorschen, zoo als men die bij ons in de maand Mei +ziet, namelijk zonder pootjes, en alleen met een staartje. Men vindt +hier nog tegenwoordig tusschen de bergen eene menigte aardbeziën. De +lente, zomer en herfst zijn hier om zoo te spreken vereenigd; want +eigenlijke lente en herfst, zoo als bij ons en elders, heeft men +'er niet. De sneeuw begint somtijds al in het midden van October te +vallen, de bergen worden daar vervolgens mede overdekt, en de valleijen +tusschen dezelven vervuld; deeze ontzaggelijke menigte op een gehoopte +sneeuw blijft door de koude, die zij zelve veroorzaakt, lang in wezen, +en smelt niet eerder, voor dat de zon al vrij wat kragt gekregen heeft, +en dan is het welhaast zomer [131]. Niet ver van hier aan de helling +van een berg, is eene andere spelonk, die men _la Grotte ou le clos +Destugue_ noemt; somtijds was men hier met fakkels in-, en een goed +eind wegs onder den berg door gegaan, of gekropen. Hier en daar vond ik +eenige hutten zeer aardig en bevallig gelegen, en het speet mij wel, +dat ik met de taal van die eenvoudige lieden, met welke ik gedurig +een praatje zocht te maken, niet beter te regt kon. Na eenige uren +gewandeld te hebben, joeg mij de warmte naar huis. Aan de tafel vonden +wij een menigte speelders, en het gesprek liep meest over het spel, +en was dus voor mij van zeer weinig belang. Het was Zondag, en ik ging +eens in de Kerk kijken, doch zag 'er niets bijzonders. De pastoor +predikte in het _Patois_. 's Avonds ging ik het Schouwspel zien; +men speelt 'er in dezen tijd doorgaans Zondags. De zaal was redelijk, +maar de dekoratiën en vertooners ellendig. Men gaf evenwel _Fenelon +ou les Religieuses de Cambrai_, van Chenier; in onze taal overgezet, +zoo ik meen door Uylenbroek.--Nooit heb ik iets slechters gezien, +en het was wel een Treurspel, om te lagchen. + +Hier heb gij nu weder wat te lezen, zoo ik tijd heb, schrijf ik nog +eens van hier, en anders van _Bourdeaux_. + + + + + +NEGENTIENDE BRIEF. + + +_Bagnères, 14 September_. + +Wat heeft men hier een verscheidenheid van aangename wandelingen. Den +10 dezer ging ik door eene laan met Italiaansche populieren beplant, +en tusschen de bergen doorloopende, tot aan het badhuis, dat men +_les Eaux de Salut_ noemt, en dat naar gissing een kwartier van dit +stadje afligt. Het gezigt van de ziekelijke en gebrekkige, die men +op dezen weg ontmoet, en die veel in draagzetels gedragen worden, +beneemt eenigzins het genoegelijke van deze anderzins zoo aangename +wandeling. Behalve de baden, waar ik u reeds van gesproken heb, +zijn 'er hier nog 12 of 14 anderen, waar van de graden van warmte +verschillende zijn. Ik zal mij niet ophouden met u derzelver namen +en bijzondere eigenschappen op te noemen, maar alleen zeggen, dat +'er een boekje van verscheidene bladzijden bestaat, waarin de namen, +ouderdom, beroep, woonplaatsen, enz. te vinden zijn van eene menigte +personen, die door de onderscheidene baden, of het inwendig gebruik der +wateren van _Bagnères_, van onderscheidene kwalen, die daar bij worden +opgegeven, zoo men zegt, genezen zijn. Anderen zeggen weder, dat de +wateren van _Bagnères_ genoegzaam geene genezende kracht hebben, en zoo +dezelven al in sommige gevallen van nut kunnen zijn, zulks bijna alleen +is toeteschrijven aan de warmte; welke graden van warmte eveneens aan +het water kan gegeven worden op de gewone wijze. Teedere kleuren, zoo +als lakmoes-blaauw, roze-rood enz. veranderen in dit water niet; het +is ook zoo klaar als gewoon putwater, ten minste dat, hetwelk ik van +verscheidene bronnen gezien heb; doch het plaatsje bestaat genoegzaam +alleen van deze bronnen, het is dus geen wonder, dat men hier alles in +het werk stelt, om 'er het gunstigst mogelijk denkbeeld van te geven, +en alzoo aanhoudend volk te trekken, hoewel het spel misschien wel +zoo vele klanten trekt als de bronnen. Terug komende van _les Eaux +de Salut_ [132], sloeg ik ter linker zijde een smal paadje in, dat +onder langs den berg loopt, tot aan een kleine eenvoudige, doch met +smaak versierde fontein, waar men zich op zodenbanken kan nederzetten; +langs dit wegje, dat aangenaam beplant is, ruischt een helder beekje, +en aan den overkant van hetzelve is eene frissche groene weide. Hier +en daar zijn banken in de rots uitgekapt. Men kan zich in dien smaak +niets aangenamers verbeelden. + +Het voornaamste badhuis, dat men hier vindt, wat het gebouw aanbelangt, +is dat, wat men _Frascati_ noemt. Uit nieuwsgierigheid gingen wij ons +daar ook baden. Het is een vrij groot en gnap gebouw. In een' ruimen +gang zijn de ingangen van de kamertjes voor de baden; in sommige +zijn 'er twee, doch in de meeste maar een. Deze baden, zijn bakken +van wit marmer, zoo lang, breed en diep, dat het kloekste mensch +'er in en onder water liggen kan; uit twee kranen laat men 'er koud +en warm water naar goedvinden inloopen, en in den bodem is een gat, +waar men het, door 'er een stop uit te trekken, weder uitlaat. Ik +maakte het water maar even laauw, zijnde alleen om mij te wasschen, +anders blijft men 'er doorgaans een half uur in; sommige nemen +zelfs een boek, om in het bad liggende, te lezen. Men heeft hier ook +Dampbaden en _douches_ [133]. Achter dit gebouw is een tuintje, waar +langs een beek stroomt. Boven zijn eenige zalen om te dansen en te +spelen. Het gebruik van zo een bad kost hier niet meêr dan 15 _sols_, +doch men moet de handdoeken enz. medebrengen. Het huis, waar wij wonen, +staat hier digt bij; men raadde mij dan ook zeer aan, vernemende dat +ik somwijlen aan jichtpijnen onderhevig was, om aanhoudend de warme +baden alhier te gebruiken, en braaf water te drinken [134]; doch ook +vooral ten opzigte van de geneeskunde niet zeer ligtgeloovig zijnde, +had ik hier in 't geheel geen zin in, en vooral niet omdat ik thans +zoo gezond ben, als ik zou kunnen verlangen. + +Hier is ook een overdekte marktplaats (_halle_), waar men +onderscheidene soorten van kramen vindt, als op een kleine kermis. Men +verkoopt daar een mooi en goed soort van gebreide vrouwen halsdoeken, +mans hemdrokken of kamizolen, tafelkleedjes, en zelfs beddespreijen van +fijne Spaansche wol, gekleurd of wit, ik zag die nergens zoo als hier, +en kocht daarom een kamizool met mouwen 'er aan, daar ik £ 13-:-: +voor gaf. Deze soort van goed wordt hier niet alleen verkocht, maar +ook gemaakt, en zoo om de deugdzame hoedanigheid, als om den smaak, +waarmede het gewerkt is, veel gezocht. + +'s Avonds was 'er bal en concert in _Frascati_, de zaal is fraai en +ruim, aan het eind van dezelve is een klein tooneel, dat tevens voor +het orchest als 'er concert is, dient; 'er was veel _beau monde_ +[135], en pracht en opschik genoeg, doch naar evenredigheid weinig +mooije vrouwen.--Welk een onderscheid tusschen de hut van een' +bergbewoner en deze zaal! en zij liggen omtrent maar een kwartier van +elkanderen. Men ziet hier ook nog andere ruime vertrekken, alwaar men +speelt of ververschingen gebruikt: dobbelspel zag ik 'er echter niet, +hoewel het 'er anders, naar ik vernam, ook wel gespeeld wordt. Ieder +hield zich nu meest met dansen, of het vertellen van zoetigheden aan +de vrouwen bezig. In een van de vertrekken hingen eenige teekeningen +van gezigten in deeze landstreek. + +Daar ons voornemen was, om den volgenden morgen vroegtijdig een reisje +in de gebergtens te maken, hielden wij ons hier niet lang op. + +Den 11 dezer, 's morgens om 6 uren, vertrokken wij op kleine paardjes, +die aan het berg klimmen gewoon zijn, en van een geleider (_guide_) +verzeld. + +Schooner vallei dan die van _Campan_ (_la vallée de Campan_) kan men +zich naauwelijks verbeelden. Even buiten _Bagnères_ komt men daar +in, en indien 'er een Argus bestondt, zou men hem hier zijne oogen +benijden. Men weet niet, waar men beginnen zal met beschouwen, met +de frissche beemden, welker boorden door de _Adour_ bespoeld worden, +en waarin men dan eenige maaijers of hooijers, en dan weder eenig +vee ziet, met de eenvoudige maar bevallige tuinen en kleine boschjes, +met de nette en wel gelegen woningen bij dezelven, met de steile rotsen +aan den eenen, of de groene heuvelen met weidende kudde aan den anderen +kant. Alles is hier zoo belangrijk, dat men aanhoudend bevreesd is van +'er iets van te zullen missen. De Proosdij _St. Paulus_, (_St. Paul_) +tusschen _Baudeau_ en _Campan_, op eene kleine hoogte ter regter +zijde gelegen, maakt ook eene schilderachtige vertooning. Even aan +den anderen kant van dat dorp, waar naar deze vallei genoemd is, +vroeg onze leidsman, of wij de spelonk (_la grotte de Campan_), die +een eindje van den weg, in den voet van de bergen, aan de linkerhand +is, wilden gaan zien; doch ik was onderrigt, dat 'er in deze spelonk +niet veel bijzonders was, en de _stalactites_ van kalkaardig albast, +die 'er gevonden werd, 'er van tijd tot tijd, door Natuurkundigen, +bloote nieuwsgierigen, en zelfs door de boeren hier omstreeks, +die ze verkoopen, meestal waren uitgenomen. Wij verkozen dan niet +om ons hierom optehouden, maar vervolgden onzen weg. Naauwelijks +waren wij eenige schreden gevorderd, of twee à drie kinderen kwamen +ons naloopen, en kristallen, zoo als zij het noemen, uit de grot te +koop aanbieden. De landstreek blijft aanhoudend schoon, en van alle +kanten levert de natuur de liefelijkste Tooneelen op. De bergen zijn +hier en daar met bosch geheel bedekt, tusschen beide maken de hutten +der herders op dezelven eene aardige vertooning. In 1772 opende zich +in de bedding van de _Adour_ hier omstreeks een kolk, die, gedurende +vieren twintig uren, den droom geheel verzwolg, zoo dat de rivier tot +aan dit gat droog was, vervolgens raakte deze kolk vol, en het water +stroomde als voorheen. Men heeft opgemerkt, dat het water in dit hol +onder den grond doorloopende, niet ver van _Bagnères_ weder uitkwam. + +Van het dorp _St. Marie_ valt niets te zeggen, dan dat het eene +aangename verzameling is van boerenwoningen, niet als een bekrompen +straat tegen elkanderen gebouwd; maar luchtig uit een gelegen, en +ieder huis genoegzaam van weilanden en tuinen omringd. Deze schakel +van woningen strekt zich op die wijze uit tot voorbij _Grippe_, +een ander dorp een uurtje verder gelegen. Hier vindt men een vrij +goede herberg; wij zetten 'er onze paarden wat op stal, en lieten +ons wat melk, brood, versche boter, die hier zeer goed is, en kaas +geven. Van een bovenkamer, die men ons had aangewezen, hadden wij +gelegenheid om ons met het schoone gezigt over de vallei, nog eens +ter deeg te verlustigen. Het was hier zindelijk en net. De welvaart +zonder pracht straalt in deze streek overal door. Bij dit huis was een +tuin met verscheidene goede vruchtboomen, en zelfs een kleine vijver, +waar door het water aanhoudend stroomde, en waarin wij verscheidene +forellen zagen. Een uurtje van hier zijn marmergroeven. Nu wordt het +dal allengskens enger, wij zagen de hooge bergen, die wij overtrekken +moesten, voor ons, en hier begonnen wij reeds te klimmen. De Natuur +vergast daar het vorschend oog weder op een heerlijk gezigt; doch van +een anderen aard dan in de vallei. Links en regts zijn de bergen met +pijnboomen bedekt, en de _Adour_ maakt hier eenen schoonen waterval, +van twee of drie verdiepingen. Het water, tusschen de digt aan een +gesloten rotsen doorbruischende, veroorzaakt een verbazend geruisch. De +kegelvormige berg _l'Escalette_ [136] vertoonde zich voor ons. Altijd +klimmende, bereikten wij eene aanmerkelijke hoogte, onze paarden nu +en dan leidende, om dezelve niet te veel te vermoeijen. Ondertusschen +hadden wij voor en ter zijde nog hooge bergen; zoo dat men dezelve +aanziende, zich zou kunnen verbeelden van beneden te zijn. Tegen +de steile hellingen van sommige dier bergen, ver boven ons hoofd, +zagen wij verscheidene geiten en schapen; wat verder graasden +ook eenige koeijen, alle van klokjes voorzien, op dat de herder, +wanneer zij afdwalen, dezelve wederom zou kunnen vinden: ook zegt men, +dat dit geluid de wolven, die hier in 't geheel niet zeldzaam zijn, +afschrikt. Aanhoudend langs een gansch niet gemaklijken weg stijgende, +bereikten wij den grooten en prachtigen waterval van _Tramésaigues_ +(_Cascade de Tramésaigues_) waar van de stroom, tusschen een bosch +van pijn- of denneboomen doorkomende, zich met geweld van de rots +in een aanmerkelijke diepte, langs eenige trappen, nederstort. Hier +stapten wij van onze paarden, en klommen langs de steile helling +van den berg naast den waterval, zoo ver wij komen konden, af.--Die +zoo iets gezien heeft, geloof ik niet, dat ligt in verzoeking zal +geraken, om in boschjes of lusthoven, watervallen door gemetselde +beken stroomende, en van gemaakte rotsen afloopende, te maken. Ik +weet, dat 'er in _Zwitserland_, _Italië_, en zelfs niet ver van hier +watervallen zijn, die van veel hooger bergen of rotsen op eenmaal +afstorten. Ongetwijfeld leveren zij een ontzaggelijker en grootscher +vertooning op; doch zij missen dan ook het streelende en bevallige van +deze. Een groot gedeelte van den nederstortenden stroom wordt hier +door de dennen, die 'er langs de helling van de rots naast staan, +beschaduwd, en het schuimende water maakt tegen dat donkere groen +eene heerlijke vertooning. Als men 'er digt bij staat, heeft men +moeite, door het sterke gedruisch, om elkanderen te verstaan; doch +men wordt 'er, wanneer het warm is, zoo als heden het geval was, ook +alleraangenaamst verkwikt door de frissche lucht. Na hier een poosje +te hebben gerust, zagen wij een eindje hooger opklimmende, en den +waterval aan de linkerhand latende, de herders- en veehoeders-hutten +van _Tramésaigues_ [137].--Wie zou hier woningen voor menschen zoeken; +doch men kan het ook naauwelijks woningen noemen. Een klein vierkant +perk van op een gezette brokken steen gemaakt, en met platte steenen +en graszoden gedekt, dient om het vee tegen het ongunstige weder, +en tegen de aanvallen der beeren en wolven te beschutten; in een hoek +van dit perk is een afgezonderd hokje voor den herder; alles is niet +hooger en ruimer dan volstrekt noodzakelijk is. Eenige diergelijke +hutten maken hier een klein gehuchtje uit. De stroom die van de _Pic du +Midi_ afloopt, slingert tusschen deze hutten door, en maakt vervolgens +den schoonen waterval.--Hier wonen menschen, en in het kasteel der +_Tuillerien_ te _Parijs_ woonen ook menschen.... De herders waren +thans met het grootste deel van hun vee in de bergen, en wij zagen +'er niet anders dan een paar koeitjes, die tegen de wanden van hun' +eenvoudigen stal lagen te herkaauwen. De grond, daar aanhoudend +besproeid zijnde, is hier en daar met een aangenaam groen tapijt +bekleed. Men ziet hier ook een' hoekigen blok granit, door de natuur +aardig gevormd, boven den grond uitsteken [138]. Achter ons omziende, +zagen wij langs de aanmerkelijke hoogte, die wij opgeklommen waren, +in de laagte, die zich als een ruim dal vertoonde, een vrouw te paard +gezeten; en met een roode kap op, volgde zij ons van verre, en scheen +niet te schromen om dezen togt alleen te ondernemen. Wij meenden al +wel geklommen te hebben, en waren echter nog op verre na niet op het +hoogste punt, dat wij over te stijgen hadden. Door een scheiding van +de bergen aan onze regterhand, of in het noord-oosten, ziet men, bij +de hutten van _Tramésaigues_ zijnde, die ontzaggelijke _Pic du Midi_, +die een der hoogste bergen van de _Pyreneën_ is, zich met aardige +vlakken, door de valling van het licht veroorzaakt, vertoonende +[139]. Zij heeft eene niet zeer langwerpige, kegelvormige gedaante, +van hier te zien, en scheen niet ver van ons af te zijn; ondertusschen +verzekerde onze leidsman, dat wij 'er (gesteld men kon 'er in een regte +lijn naar toekomen) nog ruim een uur gaans af waren. De gewone weg, +voor hun die dezen berg, welks top boven de oppervlakte der zee, op +ruim 9000 voeten, of 1500 _toises_ begroot wordt, willen bestijgen, +is door de vallei, waar men hier door ziet. Het was nu omtrent half +twaalf voor den middag [140]. Deze hutten verlatende, gingen wij +den top van de _Escalette_, en vervolgens de _Tourmalet_ bestijgen; +onze goede dieren hadden daar nog wat aan te doen, en het was, hoewel +hier veel luchtiger dan in de valleijen, echter te warm, om te voet +te gaan, voor lieden, die zulk klimmen niet gewoon zijn. Hier begint +het 'er woester uittezien; geen denneboomen, weinig gras en kruiden +meêr. Overal liggen stukken en brokken steen, die van de naburige +hoogtens schijnen afgerold. Welk eene hoogte! en evenwel ziet men de +_Pic du Midi_ nog altijd als een hoogen berg aan zijne zijde. Toen wij +bijna de hoogte van de _Tourmalet_, die wij over moesten, bereikt +hadden, zagen wij het water, dat onze geleider _l'Eau d'Oncet_ +[141] noemde, langs de _Pic du Midi_ afloopen; dit water maakt in +het dal, naar den kant van _Barèges_, zich met meêr andere stroomen +vereenigende, een klein riviertje, dat _le Bastan_ genaamd wordt; welks +loop geheel het tegengestelde is van de _Adour_, dat is te zeggen van +het noord-oosten naar het zuid-westen. De helling van de _Tourmalet_, +die wij af moesten klimmen, is vrij steil; doch het smalle wegje loopt +met slingers onder elkanderen. Hier stapten wij van onze paarden af, en +leidden dezelve bij den toom achter elkanderen volgende. Alles is hier +woest en ontzaggelijk; voor zich ziet men in de vallei van _Bastan_, +als in eene vreesselijke diepte. Het water op stukken en brokken rots +van boven neder stroomende, ruischt aanhoudend. Boven de verheven +toppen der bergen zagen wij de arenden zweven. Hadden wij den weg in +het opklimmen niet gemakkelijk gevonden, hier was 'er in het afstijgen +ook niet op te roemen; ondertusschen viel het mij, naar het geen men +'er mij van verteld had, aanmerkelijk mede. Eindelijk kwamen wij in +een dal, en vervolgens aan eenige schrale weiden, veel verschillende +van die in het dal van _Campan_. Beneden zijnde, zagen wij achter ons +om, om de steile hoogte, die wij afgeklommen waren, te beschouwen; +zij is verbazende. Men begroot die hoogte, boven de oppervlakte der +zee, op omtrent 7000 voeten [142]. De bergen, of liever steile rotsen, +welke dit dal omgeven, zijn niet met boomen en weiden bedekt, zoo als +die van het dal van _Campan_. Men ziet 'er genoegzaam geen struikje, +zoo min in het dal als op de hoogtens, alles ziet 'er naar en treurig +uit. De _Bastan_ stroomt niet zoo als de _Adour_ langs groene weiden, +maar rolt hier met een woest gedruisch geweldig over de brokken steen, +die zij zelve medevoert, of die van de omliggende steiltens in dit +dal afrollen. Hier en daar ziet men een magere weide, die eerder +rosachtig dan groen ziet, en waarop eenige kwijnende koeijen het +laatste grasscheutje nog loopen zoeken. Het onderscheid tusschen +het dal van _Campan_ en dat van _Bastan_, slechts door de bergen, +die wij overgekomen waren, van elkanderen gescheiden, is waarlijk +ontzettend. Daar heeft de natuur genoegzaam geene menschelijke +hulp noodig, en hier zijn alle menschelijke krachten vereenigd, niet +toereikende, om 'er maar een redelijk vruchtbaar land van te maken. De +stroom zelve, door het smelten der sneeuw of stortregens zeer sterk +zijnde, verwoest dikwijls de gronden, die zij moest voeden, en voert +de weinige vruchtbare aarde, die hier en daar deze steenachtige bodem +nog bekleedt, mede, of bedekt dezelve met steenen. Woningen en bewoners +hebben een ellendig voorkomen, en alles doet zien, dat dit dal weinig +geschikt is om door menschen bewoond te worden. Na een eind wegs in +hetzelve te hebben afgelegd, moesten wij weder klimmen, en reden over +het steenen dak van eene woning, die half in den grond gemaakt was, +heen. Eindelijk na weder vrij wat gestegen te zijn, zagen wij in +eene enge diepte tusschen de rotsen ter zijde van de _Bastan_ [143], +de huizen van _Barèges_, en kwamen 'er langs een smal wegje, tegen +eene steille helling bijna boven de huizen in, het was als of wij +'er door de schoorsteenen in moesten komen. Het was omtrent 3 uren +na den middag, toen wij aankwamen, en wij hadden ons onder weg wel +1 1/2 uur opgehouden, en anders altijd gegaan of stapvoets gereden, +zoo dat ik reken, dat men bijna 7 uren nodig heeft, om die reis te +doen, wanneer men zich niet ophoudt, ten zij men goedvindt, om van +_Bagnères_ tot _Grippe_ de paarden te laten draven. + +Men ging in onze herberg kort na onze aankomst aan tafel, het geen +voor ons, die vrij hongerig waren, zeer van pas kwam. De spijszaal +bestond slechts uit een houten loots; eenige huizen over en naast +dezelve, waren op dezelfde wijze gebouwd, zijnde maar voor eenige +zomermaanden opgeslagen; omdat de steenen huizen, die hier gestaan +hebben, al een en andermaal door het nederstorten van de sneeuw, de +brokken steen die zij medevoert, en de overstrooming van de _Bastan_ +verwoest geworden zijnde, men de moeite en kosten niet meêr doen wil, +om ze op te bouwen. Tot onze verwondering vonden wij in deze woeste +en onvruchtbare landstreek eene vrij goed middagmaal, onder anderen +een geregt van klipgeiten (_Izards_), vleesch, dat ik zeer lekker +vond, en hier voor de eerste maal at; de wijn was ook wel genoeg, en +altans veel beter als te _Bagnères_. Wij aten met eenige kreupelen en +lammen, waaronder een paar Offiçieren, die hier de baden gebruikten, +de Apotheker van de plaats enz. en evenwel was men zeer vrolijk aan +tafel. Ik was verwonderd over de ongemeene oplettende gedienstigheid +van den Apotheker omtrent ons, doch welhaast begreep ik 'er de reden +van; hoewel wij 'er niet ziekelijk uitzagen, verbeeldde zich die goede +man, dat wij ter genezing van eene of andere kwaal hier naar toekwamen, +en beschouwde ons dus als nieuwe klanten. Onder de gasten bevond zich +een man van omtrent dertig jaren, die een verlamming in de beenen +had, en, van _Brugge_ in _Vlaanderen_ zijnde, blijde was van in ons +halve landslieden aantetreffen. Na den maaltijd hadden wij _Barèges_ +welhaast gezien; het is slechts een enkele straat langs de _Bastan_; +aan het eene eind daar wij onze kamers hadden, zijnde wat hooger op +dan daar, waar de houten lootsen staan, zijn eenige goede huizen, +en lager een badhuis, dat een vrij gnap gebouw schijnt; voor het +overige is 'er in dit plaatsje niets dan ellende te zien [144]. In 't +geheel zijn 'er vier of vijf mineraal-bronnen te _Barèges_, in warmte +onderscheiden, de hoogste bereikt 39, en de minste 27 graden, schaal +van Réaumur. Deze wateren bevatten volgens waarnemingen van verscheiden +deskundigen, meêr, ter genezing van sommige kwalen, heilzame stoffen, +dan die van _Bagnères_, bestaande voornamelijk uit zwavellever, _hepar +sulfuris_, _nitrum_, zeezout, een kalkachtige, en een leemachtige +aarde, en een smerige of zeepachtige stof. Deze wateren worden even +als te _Bagnères_ uit- en inwendig gebruikt [145]. Ik zag hier veel +verminkte ziekelijke, of gebrekkelijke krijgslieden; ook waren 'er +eenige _Engelsche_ huishoudens. De luchtgesteldheid is 'er over het +algemeen onaangenaam: tot in Julij toe kan het 'er somtijds koud en +regenachtig zijn; veeltijds dondert het 'er geheele dagen. De wolken +tusschen de bergen blijvende hangen, veroorzaken een' dikken mist, +en men ziet 'er somtijds om dezen tijd van het jaar al sneeuw. Ook +wordt deze plaats niet anders bewoond dan in den tijd, dat men de +wateren gebruikt, dat is van half Mei tot het begin van October; +den overigen tijd blijven 'er niet meêr dan vier of vijf menschen, om +zorg te dragen voor de huizen, en het weinige, dat men 'er in laat. De +andere menschen gaan naar de omliggende plaatsen, vooral naar _Luz_, +een vlek omtrent anderhalf uur van hier gelegen. De weg naar den +kant van _Luz_ levert gansch geene onaangename wandeling op: men ziet +'er tegen de helling der bergen, of aan de boorden van de _Bastan_, +nog eenige weilanden en akkers, die niet geploegd of gespit, maar met +eene soort van houweelen bewerkt worden, om 'er wat rogge op te telen; +hier en daar staan zelfs nog al eenige struiken en boomen, en bij de +hutten, die men 'er aantreft, zijn nog al tuintjes, waarin ik echter +niet veel anders dan koolen en boonen zag staan. Ik ging omtrent +een half uurtje van _Barèges_ in zulk een hut, die door een soort +van veehoeder, zijne vrouw en verscheidene kinderen bewoond werd. De +man, zoo als hij mij vertelde, in zijne jeugd soldaat geweest zijnde, +sprak nog al wat _Fransch_, en ik had daar door gelegenheid, om mij met +hem te onderhouden. Deze naar het scheen goede en eenvoudige lieden, +gebruikten alles bijna, wat hun vee en akkertje opbragt, en hadden +niets anders te verkoopen, dan een weinig gesponnen wol, hoenderen en +eijeren, die zij te _Barèges_ ter markt bragten, en het geld dat daar +van kwam diende, om eenige onontbeerlijke dingen, zoo als zout, eenige +weinige kleedingstoffen enz. te koopen [146]. De man vertelde mij ook, +dat hij gaarne een pijp tabak rookte; wat de huisraad aanbelangt, ik +zag 'er genoegzaam niets anders dan het geen volstrekt noodzaaklijk +was. Zes maanden van het jaar wonen deze menschen dikwijls onder de +sneeuw, zoo dat zij naauwelijks een voetpaadje kunnen maken, om hun +vee te geleiden, om te drinken. Hoewel de bewoners van deze streken +'er over het algemeen niet bevallig uitzien, zijn zij gezond, en +men treft onder hen vele oude lieden aan; echter heb ik opgemerkt, +dat 'er in deze geheele bergachtige landstreek, en zelfs aan den +anderen kant van _Bagnères_, verscheidene vrouwen kropgezwellen +hebben. Ik gaf eenige _sols_ aan de kinderen, en zij bragten mij +'er een paar kleine stukjes rots (_cristal_) voor in de plaats; +de herders of jagers vinden dat in de hooge spleten der rotsen hier +omstreeks, doch het is 'er niet overvloedig, en wordt daarom bij de +bergbewoners nog al geacht [147]. Die kinderen gingen in 't geheel +niet school; een Pastoor of Kapellaan leerde ze slechts een weinig +den Katechismus. Vele onzer _Meijerijsche_ landlieden zijn eenvoudig +en ongeleerd, maar het zijn nog Professoren in vergelijking van deze +lieden; vooral van die, welke afgezonderd in de bergen wonen. In het +wederom keeren naar _Barèges_, ontmoette ik een fraaije koets met +Heeren en Dames 'er in, en liverei bediendens 'er voor en achter op; +het waren ziekelijke of gebrekkige rijken, die hier hunne gezondheid +door middel van de wateren weder trachten bij een te lappen. Hadden +zij altijd in de hut, waar uit ik kwam, gewoond, misschien zouden +zij gezonder zijn. + +Op sommige plaatsen is de _Bastan_ hier in 't geheel niet diep, +ik zette mij, van het eene stuk steen op het andere, stappende, +op een brok rots in dezelve gelegen, neder; het water bruischte om +mij heên; men ziet hier duidelijk het hellen van de bedding van dit +riviertje. Rondom leverde de bergen en rotsen een niet onaardig gezigt +op, en de avondstond was regt aangenaam. + +Te _Barèges_ terug gekeerd, gingen wij in een soort van Koffijhuis, +dat ook in een houten loots is; het dient tevens voor een dans- en +concertzaal, doch het zag 'er thans akelig uit; naauwelijks waren 'er +zes of acht menschen, zij zaten te spelen, en 'er brandden twee of drie +kaarsen. Wij begrepen dan, dat wij niets zouden verzuimen met te gaan +slapen, om, wel uitgerust, morgen vroegtijdig van hier te vertrekken. + +Den 12 dezer. Gisteren avond werd ik door het gedruisch van de _Bastan_ +dat ik op mijn bed, duidelijk hooren kon, in slaap gesust.--Het was +nog donker, toen men mij kwam zeggen, dat wij alvorens te vertrekken, +onze paspoorten hier moesten vertoonen en doen teekenen; hier over was +ik niet zeer te vreden, vreezende, dat ons dat ophouden zou; doch de +Commissaris van de Politie had de beleefdheid om terstond optestaan, +en mij te regt te helpen. Het scheen of men ons hier voor _Engelschen_ +had aangezien, en veronderstelde, dat wij, krijgsgevangenen zijnde, wel +eens over de grenzen zouden kunnen gaan. Wij reden dan ten vijf uren +af. Onze leidsman verhaalde mij, dat hij volgens gewoonte, een soort +van verlofbriefje had gehaald, om met de paarden tot de _Spaansche_ +grenzen te mogen gaan, en borg gesteld om den uitvoer van dezelven +te verhoeden; echter daar men hem kende, was men hier omtrent nog al +gemakkelijk. Gedurende de maanden, dat _Barèges_ bewoond, en door een +menigte vreemdelingen, die de wateren komen gebruiken, bezocht wordt, +komt 'er behalve een Commissaris van de Policie, eene Compagnie oude +krijgslieden (_invalides_) van het stadje _Lourde_. + +Het was schoon helder weder, dat voor een reis in deze bergen van zeer +belang is en om het gezigt en om de wegen, die hier en daar zeer smal +zijnde, bij sterke regenvlagen door de steenen, of het steengruis, +dat dan van de bergen rolt, en door de glibberigheid ongemakkelijk +en gevaarlijk zijn. + +De weg tot _Luz_, den stroom van de _Bastan_ volgende, is zelfs voor +rijtuigen redelijk goed, en wat de gezigten aanbelangt, hoewel tusschen +de bergen bepaald, niet onaangenaam; men ziet 'er nog al groen. Deze +is de groote of postweg naar _Barèges_. Bij _Luz_ wordt het gezigt +zeer schilderachtig; men ziet daar meêr boomen, en de nog aanzienlijke +overblijfsels van het oude kasteel _St. Marie_, op eene op zich zelven +staande steile rots, aan het inkomen van een schoon dal gelegen, en de +_Bastan_ daar langs stroomende. Dit kasteel was in vroegere tijden eene +sterkte, die wegens de Koningen van _Frankrijk_ met krijgsbenden bezet +werd; onder anderen ook, om de invallen der Mooren en der _Spanjaarden_ +tegentegaan. Het dal van _Luz_, hoewel juist niet zoo vruchtbaar als +dat van _Campan_, en ook minder uitgestrekt, levert toch ook een zeer +aangenaam gezigt op. De _Bastan_ minder woest en snel, omdat de grond +gelijker is, stroomt door frissche groene weiden; behalve _Luz_ ziet +men 'er verscheidene aardige en digt bij elkanderen gelegen dorpjes. De +bergen rondom zijn met houtgewas, en gras of kruiden bedekt, en in het +flaauwe verschiet ziet men hier en daar eenige ontzaggelijke toppen +boven dezelve uitsteken. Wat verder op in dit dal, vereenigt zich de +_Bastan_ met de _Gave_ [148]. Te _Luz_ hielden wij ons een poosje op, +om te ontbijten. De herberg behoort aan denzelfden man, bij wien +wij te _Barèges_ geweest, en waar wij wel over te vreden waren, hoe +zeer alles te _Barèges_ duur is, omdat het land zelf genoegzaam niets +oplevert, en alles 'er alzoo van andere plaatsen naar toe moet gebragt +worden; de zoon en dochter van dien man, Flamand genaamd, namen hier +de zaken zomers alleen waar. Wij huurden hier ook nog een paard voor +onzen leidsman, en na het avondmaal, bedden, enz. besteld te hebben, +begaven wij ons naar den waterval van _Gavarni_ op reis. _Luz_ schijnt +een vrij gnap plaatsje, en is alleraangenaamst gelegen. Van daar af +tot bij _St. Sauveur_, loopt de weg nog door een aangenaam dal, maar +dan begint men te klimmen, latende de _Gave_ aan de regterhand. Hier +ligt een brug over dien stroom, om naar _St. Sauveur_, dat men aan den +overkant laat liggen, te gaan. Dat plaatsje bestaande uit omtrent 20 +huizen, meestal voor de baden dienende, en tegen de steile helling +van een groenen berg, hier en daar met boomen en struiken beplant, +gelegen, maakt eene allerliefste vertooning. Aan de linkerhand heeft +men steile rotsen, tegen welker helling (hoewel het naauwelijks eene +helling mag genaamd worden) de smalle weg gemaakt is. _St. Sauveur_ +voorbij zijnde is die weg door eenige boomen en struiken, tegen de +steilte geplant, aangenaam beschaduwd. Aan de regterzijde hoort men +de _Gave_ in een diepte, hier en daar door dikke struiken bedekt, +ruisschen. De bergen worden hooger en steiler, en de diepte hoe langer +hoe ontzaggelijker. Onze leidsman (dien ik in 't vervolg Antoine zal +noemen) waarschuwde ons, dat wij welhaast aan een zeer smal padje +moesten komen, daar wij, voorzigtigheidshalve, wel zouden doen om van +de paarden aftestappen. Hij noemde dit _un mauvais pas_. Dit padje +was hier en daar geen drie voeten breed, tegen een zeer steile rots +boven een afgrijsselijke diepte uitgehouwen. Antoine raadde ons, om +niet regts te zien, en ik volgde zijn' raad. De rotsen, waar de _Gave_ +bulderende tusschen doorloopt, zijn zoo steil, en staan zoo digt bij +elkander, dat men tusschen twee vreesselijke hooge muren zeer eng +schijnt ingesloten; de zonnestralen hadden hier thans geen' toegang; +het licht valt 'er alleen van boven loodregt in, en dit alles maakt het +nog akeliger. De paarden zelfs hoewel aan diergelijke wegen gewoon, +gaan met den neus op den grond, en voelen eerst met een soort van +huivering, eer zij hunne voeten nederzetten. Men spreekt niet tegen +elkander; ieder is hier alleen op zich zelven bedacht; geen wonder, +men behoeft slechts te struikelen, om in de diepte te morselen te +vallen. En ondertusschen had het gevoel, dat ik in dezen toestand +gewaar werd, meêr van het aangename dan van het onaangename. Het +grootsche, ongewone, en daar bij het liefelijk schoone, want de +rotsen zijn veelal van onderen tot boven met boomen en struiken +bedekt, veroorzaken eene streelende bewondering, die de ongerustheid +aanmerkelijk verdoofdt. Nog vreemder vertooningen te gemoet ziende, +wordt men door nieuwsgierigheid gedurig aangespoord en opgewakkerd; en +laten wij ter goeder trouw zijn, de hoogmoed en eerzucht heeft aan alle +diergelijke ondernemingen ook vrij wat deel. Dit zoo smalle wegje was +maar kort, en wij zetten ons weder te paard; nu was het pad zoo breed, +dat wij eene vrouw, die een ezel met wol geladen voor zich heen dreef, +voorbij konden laten. Zij ging dit voortbrengsel van hare kudde te +_Luz_ verkoopen, en spon gedurig op de plaatsen, waar den _weg_ niet +al te smal en moeijelijk was. Een eind wegs verder heeft men een pad, +altijd niet veel breeder dan volstrekt noodig is, boven een diepte +van 80 à 100 voeten in de harde rots uitgehouwen, en hier en daar +met stukken steen op een gezet, gemaakt; dit werk, dat niet zonder +zwaren arbeid geschied is, werd in 1762 uitgevoerd. Voor dien tijd +verongelukten hier veeltijds menschen en vee, en men moet 'er nog zeer +voorzigtig zijn. Deze toegang wordt _le passage de l'Echelle_ genaamd, +omdat hier in vroegere tijden een kleine sterke toren plagt te staan, +waar men tegen de rotsen op, als tegen een ladder, naar toe moest +klimmen; zij was met krijgsvolk bezet, en diende om de invallen en +strooperijen aan deze grenzen te beletten. In het begin van de vorige +eeuw was zij nog van veel dienst tegen eene soort van roovers en +vrijbuiters uit het landschap _Arragon_, die men _les Miquelets_ noemt. + +Omtrent een kwartier verder, ziet men aan den anderen kant van de +_Gave_, en in de laagte het gehuchtje _Sia_, bestaande in eenige +woningen, die door eenige groote boomen beschaduwd worden. Nu loopt den +weg eenklaps af, tot aan een steenen brug over de _Gave_ liggende, +eer men op de brug gaat, heeft men aan de regterhand eene bron, +waar uit het frissche en heldere water aanhoudend in een' steenen +bak loopt. Antoine noemde deze bron _la Fontaine de halte_, omdat +men gewoon is om daar een oogenblik te rusten, en menschen en vee 'er +zich door een' koelen dronk verfrisschen. Wij dronken dan ook met onze +paarden als lotgenooten, slurpende uit denzelfden bak. En nu gingen +wij de brug over: zij bestaat uit een enkelen boog tusschen twee digt +bij elkanderen staande rotsen gemaakt, en omtrent 90 voeten boven den +stroom verheven. Van deze brug, die met mosch en klimop bewassen is, +heeft men een heerlijk gezigt op eenen schoonen waterval, die door +de _Gave_, door eene enge opening tusschen twee rotsen doorloopende, +gemaakt wordt, en waar over de takken der struiken, die in de spleten +van die rotsen groeijen, bevallig heen zwieren. Deze brug wordt _le +pont l'Artigue_ genaamd. Het water loopt 'er met eene vreesselijke +vaart onder door. De _Gave_ aan de regterhand latende, klimt men langs +een wegje, dat niet breeder is als aan den anderen kant, weder op. Men +gaat onder de over den weg hangende rotsen door, vervolgens daalt men +weder digter naar den stroom af; de natuur is hier woester, en men ziet +'er weinig groen. Op de hoogte, bijna zoo ver dat ik de voorwerpen +naauwelijks kon onderscheiden, zag ik een herder met eenig vee en +schapen. Hier en daar ziet men ook eene enkele hut. Over een houten +brug, die nog al lang zijnde, in het midden door een brok granit, +dat midden in den stroom door de natuur geplaatst is, ondersteund +wordt, kwamen wij weder aan den anderen kant van de _Gave_, en van +daar ziet men, een eind wegs opgeklommen zijnde, een' waterval van +een enkelen straal van een groene rots aan den overkant in de diepte +storten, en deze straal water had thans dezelfde kleuren als een +regenboog. Dit gezigt was verrukkelijk. Van de toppen der bergen ziet +men ook het water als slingerende beken afstroomen. Hier is de weg +niet verschrikkelijk meêr, maar integendeel alleraangenaamst; langs +denzelven staan heggen van palm, en men gaat onder groene gewelven, +door noten- en andere boomen gemaakt, door. Op zeer verheven en +ijsselijke steiltens, zagen wij de koeijen gerust weiden. Eer +dat men te _Pragnères_, een alleraangenaamst gelegen dorp, in het +midden van een groen dal, komt, gaat men door een stroom of _Gave_, +die men _le Gave de Pragnères_ noemt. Deze stroom komt van de bergen +_Neouvielle_ geheeten [149], omdat 'er altijd sneeuw ligt, en wordt +door die aanhoudend smeltende sneeuw veroorzaakt; zij vereenigt +zich het dal doorslingerende met de _Gave_, daar onze weg langs +loopt. _Pragnères_ ligt omtrent 1 1/2 uur van _Luz_. Tot nu toe hadden +wij altijd tusschen de bergen ingesloten geweest, en waren blijde, +van ons eens in een ruim dal te bevinden. De huizen zien 'er hier +over het algemeen gnap uit, en men kan zien, dat het den menschen +in dezen afgezonderden staat niet kwalijk gaat: eenige kinderen, +die voor de huizen onder de boomen, die 'er voor stonden, lagen te +spelen, zagen 'er frisch uit. Ik zag hier weder een vrouw met een +vrij groot kropgezwel (_Goitre_) [150]. Deze in der daad bekoorlijke +vlakte verlatende, klommen wij meêr langs de _Gave_ op. De weg is +hier, hoewel altijd smal, dan hoog en dan laag, echter vrij goed, +en veelal aangenaam beschaduwd, en met heggen van palm, die hier en +daar vrij hoog en zwaar is, bezet. De landstreek verliest weder veel +van zijne bevalligheid. Men ziet den berg _Comelie_, die eene schoone +vertooning maakt, voor zich. De natuur wordt weder vriendelijker. De +_Gave_ stroomt minder geweldig; hier en daar vertoonen zich eenige +woningen; een nieuw dal opent zich, en wij naderden het dorp _Gedro_ +of _Gedre_. Antoine deed ons in het verschiet den met sneeuw bedekten +top van den berg, dien men _Marboré_ [151] noemt, opmerken. Hier las +ik op een bord voor een huis geplaatst _Douanes Nationales_. Wie +zou in deze bergen een tolhuis zoeken; ondertusschen worden 'er op +paarden en muilezels tusschen dezelve door, nog al eenige goederen +in en uit _Spanje_ gebragt, en de smokkelaars stellen zich veeltijds +aan nog gevaarlijker wegen, dan men hier aantreft, bloot. Men komt +over een brug, die over den stroom ligt, welke men _le Gave de Héas_ +noemt, omdat zij door het dal van dien naam loopt. Van daar ziet men +tusschen de rotsen in de diepte, een soort van hol, waar het water +uitstroomt, zijnde van boven door takken en struiken zeer digt gedekt, +zoo dat het licht 'er naauwelijks door schijnt. De stroom maakt +'er een kleinen waterval, en dit groene gewelf noemt men niet zeer +eigenlijk dunkt mij _la Grotte de Gedre_. Men kan 'er uit een huis dat +bij deze brug staat bijkomen. In een ander oord zou deze zoogenaamde +grot, zeker eene aardige en romaneske vertooning maken; doch hier, +daar de natuur zoo vele groote en verbazende schoonheden oplevert, +scheen zij mij minder belangrijk. + +_Gedre_, en het bekoorlijk dal van dien naam, ligt aan den voet van den +berg _Comelie_, omtrent 3 uren van _Luz_. Het dorp voorbij zijnde, +klimt men langs dezen berg op. Antoine wees mij op de hoogte in +het verschiet een paal, die hij zeide op de grensscheiding tusschen +_Frankrijk_ en _Spanje_ te staan. Nu begint het 'er eerst regt woest +uit te zien: hier slingert de weg tusschen ontzaggelijke brokken +rots [152], op en onder elkanderen liggende, door. Sommigen zijn +geheel van boven neder in de _Gave_ gerold, en hebben den stroom +genoodzaakt om van loop te veranderen of zich te verdeelen. De rots, +waarvan die vervaarlijke klompen afgevallen zijn, hangt in eene +dreigende houding den voorbijganger boven het hoofd; hier en daar +gaat men onder afgrijsselijke zware stukken door, die naauwelijks +genoegzaam ondersteund, en gereed schijnen, om al wat 'er onder +komt te verpletteren. Welk een arbeid moet het niet gekost hebben, +om hier een' weg, hoe dat hij dan ook is, door te maken; en het is +wel te vreezen, dat men dien arbeid, indien het mogelijk is, nog zal +moeten hervatten; zijnde het maar al te waarschijnlijk, dat 'er nog +meêr van boven neder zal storten. Ook komen 'er, volgens het zeggen +van Antoine, nog dikwijls stukken afrollen, vooral bij het smelten der +sneeuw. Geen groen struikje of kruidje is hier te zien, niet anders +dan brokken rots en lucht. De stroom van de _Gave_, die hier veel +belemmerd wordt in zijn loop, maakt een donderend gedruisch. Het +tooneel is allerontzaggelijkst, en toch zag ik het met een zekere +aandoening van genoegen, zoo wel als van verbaasdheid. Jammer is het, +dat men zich niet op een' grooteren afstand kan plaatsen, om van daar +op eenmaal deze afgrijsselijke puinhoopen der natuur te overzien. Te +regt wordt deze plaats _le Cahos_ [153] genaamd, want waarlijk hier +schijnt het als of de Eeuwige Almagt pas begonnen was met de eerste +hand, als 't ware, aan het werk der Schepping te leggen, en de ruwe +stof pas uit het niet was voortgebragt. De weg in dezen _Cahos_ +scheen mij wel een kwartier lang te zijn. + +Aan den overkant van de _Gave_ stort een heerlijke waterval, dien men +_la Cascade Saussa_ [154] noemt. Van eene zeer aanzienelijke hoogte +vallende, vormt hij een' schoonen straal, die langs drie of vier +trappen in de diepte stort. + +Uit den _Cahos_ komende, gaat men digt voorbij de plaats, waar zeventig +à tachtig jaren geleden eene smelterij plagt te zijn van een lood- +en zilvermijn, die niet ver van daar bestaat, doch thans geheel in +het verval is. + +Altijd opklimmende, ziet men al meêr en meêr de sneeuw, die hier en +daar op de in het verschiet gelegen bergen ligt. Vervolgens aan de +regterhand doet zich het dal _le Val d'Ossone_ [155] genaamd op; hier +ziet men weder verscheidene stroomtjes en watervallen boven elkanderen, +en door het frissche loof afruisschen. Altijd opklimmende, verheft men +zich op eene aanmerkelijke hoogte boven de _Gave_. Wat gemeenzamer met +de smalle wegen en afgronden langs dezelve geworden zijnde, waagde +ik het al eens, om 'erin te zien. Hier bevond ik mij op de rand van +een steile diepte, die op omtrent 150 voeten geschat wordt; de _Gave_ +stort zich in dezelve van een hoogere bedding met een ontzaggelijk +geweld neder.--De landstreek wordt vooral ook door het boschachtige, +dat 'er zich in opdoet, weder zeer schilderachtig. Van verre ziet men +reeds den vooral in deze streek zoo befaamden waterval van _Gavarnie_, +van de met sneeuw bedekte bergen afstorten [156]. Men meent 'er reeds +digt bij te zijn, en, ondertusschen is men 'er nog wel een groot uur +van daan. Aan onze linkerzijde tegen de helling van eenen groenen berg, +vertoonde zich een herder met eenige schapen en geiten. De diepte aan +de regterhand door de takken der boomen en struiken bedekt zijnde, +schijnt minder vervaarlijk. Eenige steenberken [157] onder anderen, +welker takken, even als die der treurwilligen, met lange slingers +bevallig over de diepte heen schommelden, maakte hier een fraaije +uitwerking. Men gaat de _Gave_ weder over, over een' houten brug, +die _le pont Barygui_ genaamt wordt. Niet, ver van deze brug, die +over een aanmerkelijke diepte van de eene rots op de andere ligt, +is de herberg van _Gavarnie_; hier stapten wij af, en gingen, na +ons een weinig ververscht te hebben, te voet naar den waterval, +want men kan niet wel verder dan nog een eind wegs te paard komen, +en daar staan geen huizen. Het dorpje zelve is een weinig verder dan +de herberg; wij zagen 'er een gedeelte van bestaande in eenige zeer +eenvoudige huisjes. Buiten het dorpje zijnde, heeft men tusschen +twee hoogtens waar den weg midden doorloopt, een heerlijk gezigt op +den waterval en de steile rotsen. Men gaat door een dal, vervolgens +over een smal brugje over de _Gave_ liggende. Op een hoogte geklommen +zijnde, en ongeduldig, om den waterval van nabij te zien, meent men +'er pas eenige schreden van af te zijn, doch men bedriegt zich; +langs een vrij ongemakkelijken weg afklimmende, komt men eindelijk +aan den ingang van het laatste dal, en wel dra wordt men verrukt door +de majestueuse vertooning, die de natuur hier oplevert. Regt uit is +het ruime dal door hemelhooge rotsen, halve cirkels gewijze omgeven; +deze rotsen zijn boven aan met eene soort van trappen, en gelijken in +der daad niet kwalijk naar de zitbanken waarmede de oude Amphithéaters +omgeven waren, waarom deze plaats dan ook vrij algemeen _le Cirque +de Gavarnie_ [158] genaamd wordt. Deze ontzaggelijke muren zijn hier +en daar met eeuwige sneeuw of ijs bedekt, en boven dezelven steken +nog andere rotsen als torens uit, zij worden _les tours de Marboré_ +genaamd [159]. Van deze rotsen aan de linkerzijde, stort de voorname +waterval ruim een derde van de hoogte [160] die op 1266 voeten begroot +wordt, zonder de rots te raken, op een uitstek, van daar op een ander, +en vervolgens tot beneden, van waar zij onder een gewelf of brug van +sneeuw doorloopt. Deze brug slechts van sneeuw, en niet van ijs, +zoo als sommigen gemeend hebben, te zamengesteld zijnde, is het +vooral in dit jaargetij, wanneer dezelve al aanmerkelijk gesmolten +is, niet raadzaam om 'er op te gaan. Hier en daar in dit dal, op +de plaatsen, waar de zon niet komt, blijft de sneeuw ook genoegzaam +altijd liggen. Rondom ziet men nog verscheidene kleine watervallen, +die zich alle tot een stroom vereenigen, en de oorsprong zijn van +de _Gave_ van _Pau_ [161]. De groote waterval stort uit een meer, dat +boven op den berg is. Het suissend en kletterend geluid van denzelven +vervrolijkt nog eenigzins deze eenzame woestenij; maar als men niet +door en door nat wil worden door het water, dat 'er als een stofregen +afvliegt, moet men 'er niet te digt bij komen. Aan den regterkant, +over den grooten waterval, boven op de rotsen, is een soort van +doorgang, die men _la bréche de Roland_ noemt. Als men daar door is, +komt men op _Spaansch_ grondgebied; de smokkelaars maken van deze +ongemakkelijken en gevaarlijken weg nog al gebruik. Aan den kant van +den grooten waterval, maar veel digter naar _Gavarnie_ toe, maakt een +bosch van pijn- of denneboomen, tegen deze rotsen, in dit tooneel +een fraaije verscheidenheid, en beneemt 'er eenigzins het treurige +en ontzaggelijke van. Ieder die zoo als wij in dit jaargetij hier +naar toe komen wandelen, en dus warm zijn, mogen zich wel in acht +nemen om 'er niet stil te staan, veel minder te gaan zitten; want +het is 'er al vrij koel. Terug keerende, stond ik dikwijls stil, +om op verschillende afstanden den waterval en omliggende rotsen te +zien. Overal is het schoon, doch op een zekeren afstand komt mij het +gezigt veel schilderachtiger voor dan digt bij, hoewel het daar weder +grootscher en ontzaggelijker is. Ondertusschen schoon deze waterval +te regt verdient bewondert te worden, als zijnde de hoogste die +in _Europa_ bekend is [162], en de reusachtige rotsen, die dezelve +omringen, zoo wel als derzelver gedaante, een nog luisterrijker en +verbazender aanzien aan dit alles geven, had het echter op mij dien +invloed niet, noch verwekte die aandoening als de bron van _Vaucluse_; +misschien omdat het tooneel, daar veel enger en beperkter zijnde, +meêr onder ons bereik valt, of omdat ik reeds meêr gewoon was +aan diergelijke gezigten. Bij de huizen bleef ik mij omkeerende +een poos stil staan, om het gezigt tusschen de twee hoogtens door, +waar ik hier boven van gesproken heb, nog eens ter deeg te genieten +[163]. Onze paarden hadden nu goed tijd gehad om te eten en te rusten, +want wij waren meêr dan 2 uren uitgebleven [164]; de sneeuwbrug wordt +op ruim drie kwartier van de herberg gerekend. Het ziet 'er in deze +herberg nog al gnap uit; doch wij vonden 'er niet veel anders dan +melk, brood, kaas en zeer lekkere boter. De _Fransche_ wijn was +niet te breed, en de _Spaansche_, hoewel goed in zijne soort, was +te walgelijk zoet; trouwens ons oogmerk was ook niet, om hier lang +te vertoeven; daar wij voor het vallen van den avond weder te _Luz_ +wilden zijn, en dat is nog ruim 4 uren van daar. Het huishouden +bestond uit een jonge man en vrouw, een bejaarden vader en een paar +dienende huisgenooten. De oude man en zijn zoon spraken nog al redelijk +_Fransch_, zoo dat ik mij gemakkelijk met hun kon onderhouden. Die +lieden kwamen mij vriendelijk en geschikt voor. Behalve de nering +van hunne herberg, meestal door de reizigers die door dezen smallen +weg naar de een of andere _Spaansche_ plaats gingen, of 'er van daan +kwamen [165], bestond hun voorname bedrijf in de veehoederij en de +jagt; en naar ik merkte, scheen vooral de oude man een stoute jager +in zijn tijd geweest te zijn, en nog wel op de wolven en beeren af te +durven gaan. Ik bespeurde duidelijk, dat het hem leed deed, dat hij de +Izard's niet meêr tot op de steile toppen der hooge rotsen vervolgen +kon. Hij verhaalde mij ook, dat men in deze streken lynxen vindt +[166], die zeer veel kwaad aan de jagt doen; dat 'er in de valleijen +en vruchtbare streken patrijzen gevonden werden van een licht grijze +kleur, doch weinig hazen. Hij sprak mij ook van een grooten vogel, +die hij _Paus de Montagne_ noemde; naar ik begreep, en ook na dat +Antoine mij beduidde, moeten het korhoenderen zijn. + +In den zomer is het hier voor menschen, die aan deze smalle en +gevaarlijke wegen gewoon zijn, zeer wel om te houden; maar gedurende +die lange winters, wanneer door de sneeuw genoegzaam alle toegang +afgesneden is, en de hongerige roofdieren tot bij hunne woningen +komen, moet het 'er allerakeligst zijn. Met dat al schenen zij +met hun lot wel te vreden, en hadden een vrij juist denkbeeld van +vele onaangenaamheden, die aan een uitgebreider maatschappelijke +zamenleving verknocht zijn. Deze lieden nu en dan met vreemdelingen +omgaande, waren daar door nog al eenigzins, zoo als men het noemt, +beschaafd geworden; maar hunne naburen, vooral die, welke verder +van den weg afwonen, zijn veel eenvoudiger. Over het algemeen zijn +zij zeer bijgeloovig, en houden zich bijzonder met vertellingen van +spokerijen en duivelarijen op; geen wonder, zij hebben geen andere +onderwijzers dan hunne Priesters, die zekerlijk niet van de verlichtste +en onbevooroordeelste zijn. + +_Gavarnie_ behoorde voorheen aan de orde der _Tempeliers_, die hier +een Klooster hadden, waarvan bij de Pastorij en de Kerk nog eenige +overblijfsels te zien zijn, en daar na aan de order van _Maltha_. Naar +ik vernam, bevat dit dorpje niet meêr dan omtrent 150 inwoners. Ik zag +'er, zoo als in deze geheele streek, wel eenige groote en welgespierde +mannen, doch naauwelijks eene enkele vrouw, die 'er maar redelijk wel +uitzag. Twijfelende of mijn horlogie wel goed ging, vroeg ik hoe laat +het was; 'er was geen klok of ander uurwerk; doch men riep de oude +man, om op een soort van houten zonnewijzer, waar hij de bewaarder +van was, te zien. Deze zonnewijzer, dien zij _montre solaire_ +noemen, is van palmhout gedraaid, omtrent 4 duim lang, en nog geen +duim over kruis dik; het gelijkt veel op een gewigtje van een klok, +rondom staan de uren en maanden geteekend. Door een knopje dat 'er +boven in zit, draait men een blikken wijzertje, op de streep van +die maand, waarin men is, en houdt het dan aan een koordje of iets +diergelijks hangende, met dat wijzertje tegen over de zon; en op die +wijze wordt het uur aangewezen. Het was omtrent twee uren, toen wij +van _Gavarnie_ afreden; bij de brug kwamen wij een paar _Spaansche_ +herders op muilezels gezeten tegen, zij schenen hun zondagspak aan te +hebben, dat met een menigte kleine knoopjes versierd was. In het heen +rijden had ik op vele plaatsen meest de hoogtens bekeken, doch thans +zag ik al stoutmoedig in de verschrikkelijkste dieptens. Alles van +een' anderen kant ziende, want in het heen rijden hadden wij weinig +om gezien, hadden de bergen weder eene gansch andere gedaante, en +de natuur leverde alzoo weder nieuwe en allerschoonste vertooningen +op. Bij het dal van _Gedre_ onder anderen, zagen wij aan het eind van +het doorzigt voor ons, tusschen twee in de schaduw staande hellingen +van hooge rotsen, als een V bij elkanderen loopende, den top van een +anderen veel verder gelegen, en door de zon geheel verlichten top +van een andere rots, in de gedaante van een A zoo het scheen regt in +het midden staan. Op verscheidene plaatsen daar wij 's morgens van de +paarden af waren gestapt, bleven wij 'er nu op zitten. Somtijds hangt +het eene been over de diepte, en met het andere raakt men bijna tegen +de steile rots aan den anderen kant van den weg. Op eenige plaatsen +gingen wij echter te voet, niet alleen om het smalle padje, maar ook +omdat het somwijlen steil afloopende was, op losse steenen en gruis +van de rotsen, zoodat de paarden hun voeten dikwijls niet vast kunnen +zetten. Nogmaals bewonderde ik de voorzigtigheid, met welke die dieren +hier gaan, en bevond, zoo als Antoine ons ook gezegd had, dat men best +deed, van hun naar hunne eigen zin maar te laten loopen, houdende den +toom echter zoodanig, dat men ingeval zij struikelden, ze eenigzins +zou kunnen ophouden. Aan de bron bij de brug gekomen zijnde, verzocht +Antoine ons weder om stil te houden en de paarden te laten drinken, +ik beschouwde ondertusschen nog eens het schoone gezigt dat men hier +heeft. Wij hadden aan den kant van de _Gave_ hier en daar menschen +gezien, die forellen met den hengel vingen. Langs dezen weg ziet men +ook enkele woningen; sommige kleine wichten speelden op den rand van +een ontzaggelijke diepte; ik ijsde 'er van, doch zij zijn dat gewoon. + +Omtrent 6 1/2 uur kwamen wij weder te _Luz_; terwijl het nog dag +was, maakte ik daar gebruik van om in die bekoorlijke vlakte te +wandelen. Vier of vijf dorpjes liggen allerliefst in dezelve. Sommige +weiden waren met groote platte steenen regt over eind gezet, in plaats +van met hagen, omringd; men was 'er ook nog bezig met hooijen, want +het is hier meest weiland, dat 'er groen en tierig uitzag. Men had +mij verhaald, dat 'er in een van deze dorpjes, _Visos_ geheten, een +geslacht van buitengemeen lange menschen plagt te bestaan, waarvan +sommigen tot bij de acht voeten haalden, en welke menschen zeer oud +werden; dit werd mij hier bevestigd, doch komt het mij daarom nog niet +ontwijfelbaar voor; te meêr, daar de bewoners van deze landstreek +zoo ligt genegen zijn om vreemde dingen en sprookjes te gelooven +[167]. In de herberg terug komende, kon ik het, hoewel het heden +vrij warm geweest was, zeer wel bij het vuur houden; en vermaakte +mij met aan den gemeenen haard met den hospes en een paar boeren te +praten. Het moet van de lieden aan deze kanten zeggen, dat vele onder +hen zeer wel gevoelen, dat de vreemdelingen, van alle kanten naar +_Barèges_ en andere omliggende plaatsen, waar warme of _minerale_ +bronnen zijn, toe komende, hun nog al wat geld aanbrengen, en ze +daarom nog al met oplettenheid en eene soort van onderscheiding +behandelen. Van onveiligheid der wegen, niettegenstaande 'er zoo +vele woeste en eenzame streken zijn, hoort men dan ook weinig, en, +naar ik vernam, indien vreemdelingen over eenigen overlast klaagden, +zou het grootste deel der inwoners van het dorp, of de plaats, waar +zulks geschied mogt zijn, 'er zich zeer aan gelegen laten liggen. + +Wij hadden een lekker avondmaal, en door de beweging die wij zonder +veel te gebruiken gemaakt hadden, en door de smakelijke spijzen, +waaronder een Izard's bout en uitmuntende forellen, en daar bij wijn, +dien wij sedert eenigen tijd zoo goed niet gewoon waren. + +Den 13 dezer. Daar wij den ganschen dag voorhanden hadden, vertrokken +wij eerst om 6 uren 's morgens. Onderrigt zijnde, dat hier diergelijke +houten zak-zonnewijzers, als ik te _Gavarnie_ gezien had, gemaakt +werden, kocht ik 'er een voor slechts eenige stuivers [168]. Over onze +herberg waren wij ook bijzonder te vreden. + +Den grooten of postweg nemende, kwamen wij, na de vallei doorgereden te +zijn, wederom tusschen de rotsen langs de _Gave_, en klommen redelijk +hoog, doch de weg is hier breed genoeg. Wij reden, en hadden alles om +ons nog in de schaduw, terwijl de hooge toppen der rotsen en bergen +reeds door de zon verlicht waren. Aan onze linkerhand gingen wij over +eene houten brug over de _Gave_; men vindt hier een soort van bruggen +die zeer ligt schijnen, doch inderdaad stevig zijn; zij zijn aardig +gemaakt. Deze moest door een' steenen vervangen worden, en men was +reeds bezig, om de steenen te bewerken, die men in de nabij gelegen +rotsen overvloedig vindt, en schenen te behooren tot de soort, die men +bij ons blaauwe arduinsteen noemt. Vervolgens wederom eene andere brug +overgaande, heeft men wat verder aan de linkerhand het dorpje _Viscos_, +en aan de regter _Chiéze_; men komt nog over eenige bruggen, de boorden +van de _Gave_, en de engte tusschen twee ketens van rotsen verlatende, +in een alleraangenaamst dal. De weg is tot hier toe, om te voet of te +paard te gaan, zeer goed, maar met rijtuig moet zij niet over hebben; +op sommige plaatsen rollen of schuiven de schilfers van eene soort +van schaliesteen bij zware regenvlagen, en het smelten van de sneeuw, +in een groote hoeveelheid van boven neder, bedekken den weg, en maken +dien somtijds onbruikbaar; dit vereischt een gedurig en kostbaar +onderhoud. Hier en daar, waar zij wat smal langs de diepte is, zijn +'er schutmuurtjes gemaakt. Antoine noemde dit dal _Veille Longue_. Nu +kwamen wij te _Pierrefitte_, een gnap dorp en verrukkelijk gelegen; +hetzelve wordt op omtrent 3 uren van _Luz_ gerekend. Men heeft hier +veel schaduw, vooral van zwaare noten- en castanje-boomen. Ik zag +'er ook wijngaarden, die ongemeen hoog en zwaar waren, tusschen kersen +of andere boomtjes staan, en hunne ranken aan dezelve vasthechtende, +zoo als ik reeds gezegd heb. De verscheidenheid der gezigten, die men +hier overal heeft, is alleraangenaamst. De Abdij _St. Savin_ aan de +linkerhand op een' heuvel met boomen beplant gelegen, ziet men boven +het digte lommer van dezelve uitsteken, en alzoo dit schilderachtig +landschap door een nieuw voorwerp verrijken. Achter ons zagen wij +nog die hooge, spitse, en hier en daar met sneeuw bedekte rotsen, die +wij gisteren nader bij hadden leeren kennen--eenige hout-zaagmolens +door het water bewogen, en zeer aangenaam gelegen, deden zich op.--Men +gaat over eene fraaije steenen brug, die over de _Gave_ ligt.--De weg +stijgt weder vrij hoog langs de helling van een rots langs de _Gave_, +die men aan de linkerhand heeft. Hier en daar was men drok bezig, om +langs dezelve muurtjes te maken, om het gevaar vooral voor de rijtuigen +te verhoeden. Welhaast wordt men het stadje _Lourde_ gewaar. Wij +kwamen 'er tegen den middag aan. Het was 'er juist marktdag; op eene +ruime plaats door boomen beschaduwd stond een groote menigte paarden, +muilezels en rundvee. Hier schijnt men de wreedheid niet te hebben, +van het kalf, zoodra het geboren is, aan zijne moeder te ontrukken; +want ik zag 'er hier verscheiden die zogen; dit belette niet, dat de +koeijen tevens gemolken werden [169]. Verder op in de straten, en op +een andere marktplaats, was het vol kooplieden in linnens, vlas, wol, +en meêr onderscheidene soorten van waren. 'Er stonden verscheidene +kraamtjes, en het was 'er zoo vol, dat men moeite had, om 'er door te +komen. De groote menigte roode kappen (_capelettes_) maakte hier ook +weder eene zonderlinge vertooning; geene eene vrouw zag men 'er bijna +zonder, en zij waren nu op haar zondags opgeschikt. Rondom _Lourde_ +wordt vlas geteeld; in die plaats zijn vele linnenweverijen, en de +bonte neusdoeken, die 'er in menigte gemaakt worden, zijn beroemd, +en worden hier omstreeks vooral zeer veel gedragen. De naburige +_Spanjaarden_ komen hier ook veel ter markt; doch het scheen mij toe, +dat zij genoegzaam hetzelfde _Patois_ spreken, als de bewoners van dit +gedeelte der _Fransche Pyreneën_. De vrouwen, die wij hier op de markt +en in de straten zagen, hadden genoegzaam alle den spinrok op zijde +tusschen hun rokken steken [170], en velen dreven al spinnende handel, +praatten, liepen heen en weder enz. zij sponnen vlas en wol. Uit het +Posthuis, een vrij groote herberg, waar wij onzen intrek genomen +hadden, om het middagmaal te nemen, ziet men op de markt; en ik +vermaakte mij met de drukte, en het gewoel van de menigte, waaronder +het grootste deel half rood was. De handel in dit plaatsje schijnt +aanmerkelijk te zijn; want naar ik vernam, heeft zulk een markt alle +veertien dagen op Donderdag plaats. Zij verdient wel gezien te worden. + +Op een rots bij dit _Lourde_, ligt een soort van vesting of sterk +kasteel, in vroegere tijden door de Graven van Bigorre, vervolgens +door andere geslachten bezeten, eindelijk een eigendom van de kroon +van _Frankrijk_ geworden, en voor een Staatsgevangenis gebruikt, +waar toe het nog heden dient: twee personen in het regtsgeding +van de beruchte zamenzwering tegen het leven van den eerste Consul +Bonaparte begrepen, worden 'er, naar ik vernam, bewaard; het aangenaam +gezigt dat zij van daar kunnen hebben, kan dezen kerker nog al veel +dragelijker maken dan zoo vele anderen. Dit kasteel met de stad, +stond in het laatst van de 14e eeuw, in het bezit van de _Engelschen_ +zijnde, eene belegering uit tegen de krijgsmagt van Karel den V., +Koning van _Frankrijk_, en hield het vol. + +Ik zag hier een zeer groote zware koets van een wonderlijk maaksel, +die met reizigers uit _Spanje_ kwam, met zes muilezels en met een +menigte touwen bespannen was. + +In onze herberg was het zoo drok, dat wij naauwelijks te eten konden +krijgen; het maal was 'er dan ook op verre zoo goed niet als te _Luz_, +en wij betaalden evenwel den gewonen prijs. + +Zonderling dat ik onder het groot aantal van vrouwen, die hier van de +plaatsen rondom verzameld waren, 'er weder genoegzaam geen eene vond, +die 'er maar zeer redelijk wel uitzag. Velen hadden kropgezwellen. + +Om drie uren verlieten wij, en met ons een aantal menschen en vee, dit +neringrijke en naar allen schijn zeer welvarend plaatsje; wij waren +nu nog omtrent 3 goede uren van _Bagnères_, langs den weg, dien wij +te nemen hadden. _Luz_ en deze laatstgenoemde plaats rekent men over +_Pierrefitte_ op ruim acht uren. De weg levert minder verscheidenheid +van gezigten op dan aan den anderen kant; doch is echter aangenaam +en hier en daar lommerrijk. Te _Lourde_ verlaat men de boorden van +de _Gave_, die daar langs de stad stroomt, om den weg naar den kant +van _Tarbes_ inteslaan, tusschen welke stad en _Bagnères_, een goed +eind beneden deze laatste plaats, men dan ook uitkomt; zoo veel moet +men uithoofde van de bergen omrijden. Het was zes uren, toen wij wel +voldaan over dit reisje, te _Bagnères_ te rug gekeerd waren. + +Den 14 September. Na den gansche voormiddag doorgebragt te hebben +met dit dagverhaal voor u in orde te brengen, kwamen zij mij roepen, +om een levendige Izard, in onze buurt op een binnenplaats loopende, +te gaan zien. Het beestje was pas drie maanden oud. Men had het zeer +jong gevangen en hier opgevoed. Het geleek naar een jong bokje, zijn +hoorntjes begonnen even voor den dag te komen. Het was rosachtig +van kleur, en had de achterbeenen langer dan de voorste, kunnende +daardoor zeer goed springen. Ook was het in een paar sprongen een trap +van verscheidene treden, op deze plaats staande, op. Hoewel met de +lieden van het huis nog al gemeenzaam, was het voor ons zeer schuw, +trachtte zich gedurig te verschuilen, en maakte een steenend geluid, +als wij het wilden opvatten.--Hoe gaarne had ik dit diertje in de +nabijgelegen bergen zijne vrijheid gegeven [171]. + +Aan tafel wierden weder een menigte voorvallen, die bij het spel +plaats gehad hadden, verhaald; onder anderen, dat den vorigen avond +een speler door wanhoop verwoed, zich vreesselijk had aangesteld, en +een stoel tot splinters had van een geslagen. De wacht was 'er aan te +pas gekomen. Vele van onze dischgenooten lagchten en staken hier den +spot mede. Toen ik van tafel kwam, lokte mij een trompetter bij een +hoop volks, die op de plaats digt bij het speelhuis stond. Een fraai +paard met zadel en toom werd 'er aan den meestbiedenden verkocht, +het had aan een' ongelukkigen speler behoort. Dergelijke verkoopingen +vallen hier schier dagelijks voor. Zwendelaars en leenders op pand, +ontbreken hier ook niet; en helaas! indien de wateren van _Bagnères_, +en andere plaatsjes in deze landstreek, eenig voordeel aan derzelver +bewoners opleveren, zij maken ook, dat 'er zeer veel zedenbederf onder +die eenvoudige en anders zoo nabij den natuurstaat levende menschen +wordt gebragt. + +Zoo gij iemand kent, die deze bergen mogt komen bezoeken, kunt gij +hem onzen geleider Antoine Idrac, alhier woonachtig, als een goed en +geschikt man, aanbevelen. Die wat goed lach's zijn, zal hij daartoe +nog al eens stof verschaffen, door een aanwendsel dat hij heeft van +schier overal de woorden _c'est fort inutile_ [172] bij te voegen, +hoe ten onpasse het 'er ook dikwijls bijkomt. + + + + + +TWINTIGSTE BRIEF. + +_Bagnères, 16 September._ + + +Gisteren morgen ging ik weder zeer vroegtijdig de bergen hier rondom +bestijgen, en na braaf wat geklauterd hebben, in een hutje, tusschen +heuvelen en boschjes aangenaam gelegen, en met wier bewoners ik reeds +kennis gemaakt had, melk tot mijn ontbijt gebruiken. Wij vonden +den boer digt bij zijn woning bezig op den akker; zijn vrouw was +naar de markt te _Bagnères_, en de kinderen met een paar koeitjes +en eenige geiten in de bergen. Wij traden binnen, en hier werd een +groote aardewerksche kom met versche melk voorgezet. Ieder kreeg een +kleiner kommetje en een hout lepeltje; de huisvader zat met ons aan, +deelde melk en brood uit, en zoo deden wij een eenvoudig landelijk +ontbijt. Onze gastheer was zeer spraakzaam, en ik kon hem vrij wel +verstaan; doch merkte op, dat hij de B voor V en de V voor B uitsprak, +zeggende _bache_ voor _vache_ (een koe) en _voire_ voor _boire_ +(drinken) enz. Deze verkeerde uitspraak schijnt hier omstreeks vrij +algemeen te zijn. De gemeenzame wijze, waarop hij met ons omging, +beviel mij bijzonder; geen de minste verlegenheid, geen muts af, +hij behandelde ons niet anders dan zijne medemenschen, en had eene +soort van gulheid en rondheid in zijn wijze van doen en spreken, +die mij zeer vermaakte [173]. Wij spraken over zijne huishouding, +over den landbouw, en ik raadde hem, om niet alleen maïs en rog, +maar ook boekweit te zaaijen; en daar de grond het minst steenachtig +is, aardappelen te zetten, omdat veeltijds door het weder of andere +toevallen, het eene wel uitvalt, terwijl het andere mislukt. Hij nam +dezen raad in dank aan, en scheen voornemens, om dien te volgen. + +Aan den anderen kant of oostzijde van _Bagnères_, als men de _Adour_ +over een steenen brug overgegaan is, heeft men op de hoogte ook +aangename wandelingen en gezigten; een aantal castanjeboomen op +en tegen een heuvel gelegen, maken daar een lommerrijk boschje; +aan de voet van den heuvel is een tuin, waarin een menigte appelen +en perenboomen, die zoo vol vruchten hingen, dat ik het weinig zoo +gezien heb; wij vroegen aan een oud moedertje verlof, om 'er in te +wandelen, het geen ons niet alleen toegestaan werd; maar wij moesten +van de vruchten eten, en bovendien, wat wij hier ook tegen inbragten, +onze zakken zoo vol laden, als wij maar konden. Ik zeide, dat deze +vruchten te _Bagnères_ verkocht wordende, nog al wat op zouden brengen, +en het goede vrouwtje antwoordde, dat zij het door Gods goedheid niet +noodig had, daar bijvoegende: _le bon Dieu me les donne pour rien, +et ce que j'en ai de trop, je le donne pour rien aussi_. [174] + +Het dal van _l'Hiéris_ of _Lhéris_, een uurtje van hier, is vooral +in het begin van den zomer, wanneer het een menigte bloemen en +welriekende kruiden oplevert, een bekoorlijken lusthof. Hier en daar +onderweg vonden wij lieden bezig om met lijmtakjes klein gevogelte +te vangen. Men vangt hier omstreeks ook Ortolanen, en zij moeten nog +al niet zeer duur zijn, want wij hebben ze in onze herberg al een en +andermaal gegeten. Ook hadden wij dagelijks kleine forellen op tafel; +ik zag ze dikwijls in de _Adour_ onder en tusschen de steenen met +de hand vangen. De beekjes hier omstreeks leveren ook een menigte +kreeftjes op. + +In het stadje terug komende, zag ik 'er verscheiden lieden buitengemeen +opgeschikt: zij kwamen van een bedevaart terug; de mans onder anderen +hadden breede linten om den bol van den hoed, waarop met vergulde +letters stond: _notre Dame de Mont Sernatte_ [175]. Verscheiden dingen +van wasch gemaakt, allerlei kleuren, en eenigzins de gedaante van +een lepel hebbende, staken 'er tusschen. Naar ik vernam waren zij +geheiligd, en dienden als een behoedmiddel tegen de hagelvlagen, enz. + +Hier wordt ook een soort van grof laken gemaakt, dat veelal de +natuurlijke bruinachtige kleur van de wol behoud. De bergbewoners +bedienen 'er zich veel van. Men maakt hier ook een menigte stokken met +ijzeren punten voorzien, om bij het beklimmen der bergen te gebruiken; +velen zijn van een soort van dolk, die men 'er uit doet springen, +voorzien. + +Dat de wateren van _Bagnères_ reeds bij de _Romeinen_ bekend waren, +blijkt uit eenige _Latijnsche_ opschriften, waar van 'er nog +bestaan, en sommige gedenkpenningen, die 'er gevonden zijn, onder +anderen op de fontein, niet ver van de markt staande, leest men op +eenen grooten zwart marmeren steen: _Numini Augusti sacrum secundus +sembedonis-fil-nomine Vicanorum aquensium et suo posuit_. Deze steen +zou een altaar geweest zijn, dat alhier in een tempel van Diana +gediend had, en welke tempel gestaan zou hebben ter plaatse, waar +thans de _St. Martens_ Kerk is. _Bagnères_ werd dan van ouds _Vicus +Aquensis_ genaamd, en zou volgens sommige reeds voor het jaar 695, +van de grondvesting van _Rome_, bestaan hebben. + +Heden vernam ik met smart, dat het openbare dobbelspel door gansch +_Frankrijk_ voor eenige millioenen aan een befaamden speler verpacht +was. Tot hier toe had de politie voor het verleenen van verlof, +daar van eene zekere som getrokken, nu kwam dat voordeel in de kas +van het Gouvernement. + +Behalve de openbare wandeling, waarvan ik u reeds gesproken heb, en +die vooral des avonds in de koelte vrij drok bezocht wordt, is hier nog +een andere met lindeboomen beplante en zeer lommerrijke wandelplaats, +ook in het stadje, omtrent achter de Kerk gelegen; doch deze wordt +weinig bezocht. In de Koffijhuizen vond ik doorgaans niet veel volk, +behalve in een, wanneer 'er s' avonds _lotto_ gespeeld werd. De waard +of waardin trok de nommers, en rondom zaten verscheidene volwassen, en +zelfs bejaarde menschen, zich gedurende eenige uren bezig houdende met +op hunne nommerkaarten te kijken; het geen mij nog te meêr verwonderde, +omdat men 'er om zeer weinig geld speelt. Ik hield mij hier niet lang +op, maar ging, daar de maan helder scheen, naar buiten tusschen de +bergen wandelen. + +Antoine kwam ons heden morgen, omstreeks zes uren, afhalen, om ons naar +een plaats omtrent een uurtje ver, waar men op eene zonderlinge wijze +woudduiven ving, te geleiden. Deze plaats is aan den overkant van de +_Adour_ op een hoogte. Die wandeling is zeer aangenaam.--De lucht was +een weinig bewolkt, zoo dat de top van de _Pic du Midi_ bedekt was; +doch in het verrukkelijke dal van _Campan_ was het helder. Aan de +plaats gekomen zijnde, waar de ongelukkige duiven moesten verschalkt +worden, zagen wij daar een rij zeer zware eiken- en beukenboomen, +op eenen genoegzamen afstand geplaatst, om 'er netten tusschen te +kunnen hangen; een eind weegs verder op de vlakte, stonden langs +dezelven, op zekeren afstand, drie bij elkanderen gevoegde staken, +naar het mij voorkwam 80 à 100 voeten hoog. Van onderen stonden +zij wijd van een, om daar door stevigheid te hebben, en kruisten +boven aan, zoo dat zij daar door de drie punten een soort van mik +maakten, hier waren rondom eenige latten tegen geslagen, en 'er was +een bankje in gemaakt, moetende dienen, tot een zitplaats voor een +man. Tegen een van de staken had men klampen of sporten gemaakt, +om naar boven te klimmen. Wij waren 'er niet lang, of de vogelaars +kwamen met hunne netten, en hingen dezelve tusschen de boomen op; +het is eene soort als die, welke bij ons onder den naam van flouwen +bekend zijn. Eenige lieden klommen ieder in een mik, en de anderen +stelden zich beneden op hunne posten. De woudduiven, met scholen van +het oosten naar het westen trekkende, kijken de lieden die boven zijn +uit, of zij 'er zien aankomen, en zoodra zij tusschen hen en de netten +in zijn, smijten zij ze een soort van houten kruis, dat een roofvogel +moet verbeelden na, en maken daar bij een sterk geschreeuw. De duiven +hier door verschrikt, en willende den gewaanden roofvogel ontduiken, +dalen eensklaps in haar vlucht, en vliegen verbijsterd in de netten, +die de anderen, die 'er bij zitten, op haar laten vallen; diergelijke +netten hingen 'er omtrent 10 à 12; en 'er stonden drie mikken waarin +menschen zaten. Naar men mij verhaalde, vangt men hier somtijds +tot 200 duiven daags. Heden echter was de vangst in 't geheel niet +voordeelig, doch het was ook nog wat vroeg in den tijd. Men begint +'er omtrent half September eerst mede, en het duurt tot in het begin +van November. Verder op hangt men dan ook meer netten, en 'er staan +nog verscheidene mikken. Deze plaats wordt _la Foret de Gerde_ [176] +genaamd, en de vogelbanen noemt men _pantières_. + +Heden avond zag ik in het Schouwburgje een goochelaar en koorddansers, +die voor liefhebbers van die kunsten, nog al eenigzins der moeite +waard waren, en althans vrij wat beter in hun soort, dan de zoogenaamde +Tooneellisten, die ik 'er voorleden week zag. + +Morgen verlaten wij dit in den zomer zoo aangenaam oord, en dat nog +veel aangenamer zou zijn voor redelijke menschen, als men 'er door +het dobbelspel geen bende beurzesnijders, gaauwdieven en ligtmissen +naar toe lokte. _Bagnères_ is het verblijf van een onderprefect +(_sousprefect_), en het getal der inwoners komt nabij de 4500. De tijd, +dat men deze plaats verlaat, begint te naderen, en 'er zijn sedert +een paar dagen al een aantal menschen vertrokken. Die van _Bagnères_ +leven dan geheel afgezonderd, en grootendeels als de mieren van den +voorraad, dien zij gedurende den zomer vergaderd hebben. De sneeuw kan +hier ook zeer hoog, en eenigen tijd blijven liggen. Voorleden winter +waren de hongerige wolven tot in de straten van _Bagnères_ gekomen; +het vee en zelfs de menschen loopen in zulk een tijd gevaar.--Dat +men 'er dan de lieden, die hun handwerk van het dobbelspel maken, +naar toezond, om op de wolvenjagt te gaan, en daar een kans te wagen. + +Ik wil dezen besluiten, met een gedeelte van een aardig dichtstuk +van le Mierre [177], dat ik juist voor mij heb liggen. Van _Bagnères_ +sprekende, zegt hij: + + + La paroit le guerrier blessé dans les combats, + Par de longues douleurs rachèté du trépas: + Il trempe un bras debile en un eau secourable. + Non comme dans le styx pour être invulnérable, + Mais pour courir encore, ou le peril l'attend. + Je vois aupres de lui Life se lamentant, + Rose decolorée et qui vient languissante, + Refleurir dans le sein de cette eau bienfaisante. + Un hypocondre Anglais de son _spleen_ consumé, + Un livide Espagnol par la bile enflammé, + Le chanoine amaigri, scandale du chapitre, + Les vaporeux titrés, les vaporeux sans titre. + + Ne croiez pas pourtant que la source des bains + Ne prodigue ses flots qu'à d'infirmes humains; + Toujours le plus plaintif n'est pas le plus malade. + Il est des maux d'emprunt, des langueurs de parade, + Un peuple feminin que Sénac fatigué, + Expres pour s'en defaire, aux bains à relégué. + d'Autres vont d'habitude à cette eau salutaire, + Humecter tous les ans leur chef visionnaire. + Plus d'un oisif y vient guérir de son ennui, + Sans songer au secret d'en préserver autrui. + Toutefois au milieu de ces sots aquatiques. + Sont esprits amusans, charmantes lunatiques. + Qui malades par air, faites pour le plaisir, + Se departent souvient du projet de languir. etc. + + + + + +EEN EN TWINTIGSTE BRIEF. + +_Bordeaux, 23 September._ + + +Gisteren omtrent den middag zijn wij in deze stad, vooral door den +Koophandel bij ons zoo algemeen bekend, aangekomen. Geene gelegenheid +gehad hebbende, om onder weg een brief aan u aftezenden, bekomt gij +hier bij het vervolg van mijn dagverhaal. + +Den 17 dezer vertrokken wij 's morgens om 7 uren van _Bagnères_, met +den gewonen postwagen van _Tarbes_. Het was tijd, dat wij heen gingen, +want het had den ganschen nacht aanhoudend geregend, en deed zulks +nog zeer sterk, en als het hier daar mede in dit jaargetij begint, +kan men rekenen, dat het aangename weder genoegzaam voorbij is. + +Het was ruim tien uren, toen wij te _Tarbes_ aankwamen, en hier +moesten wij tot den volgenden morgen blijven, om met den postwagen van +_Bayonne_ naar _Toulouse_, tot _Auch_ te rijden. De postmeester alhier, +aan wien wij van _Bagnères_ geschreven hadden, had voor de plaatsen +(ingeval zij 'er waren) gezorgd, en zelfs ook de vriendelijkheid gehad, +van naar _Auch_ te schrijven, om ze van daar op _Agen_ voor ons te +bestellen. Deze is wel de hupschte en vriendelijkste postmeester, +dien ik immer ontmoet heb [178]; ik had zulks reeds in het heengaan +ondervonden, en werd 'er nu nog volkomener van overtuigd. Alle +reizigers, die hier bekend waren, spraken met lof over hem; zijn naam +is Pauillac. Ik stel denzelven hier met een dankbaar gevoel ter neder, +en wenschte hem aan alle redelijke reizigers, die hier heen mogten +komen, te kunnen doen opteekenen. + +De aanhoudende regen maakte, dat wij hier weinig wandelen konden; +gelukkig hadden wij een vrij goede herberg, dezelfde, waar wij in +'t heen gaan geweest waren. + +Bij ons heeft men veel de slordige gewoonte van op de glasruiten der +herbergen te schrijven, in _Frankrijk_ ziet men dat bijna niet; doch +men vindt 'er dikwijls de muren beklad; in de spijszaal alhier las +ik onder anderen eenige laffe spotternijen tegen den nieuwen Keizer +en Keizerin, en een _Engelsch_ versje, dat hier toen al heel aardig +te pas kwam, waarom ik het u mededeel: + + + "Of eartly goods the best is a good wife. + A bad the bitterest curse of human life." [179] + + +Een vrouw, die ook tot ons reisgezelschap behoorde, en in 't geheel +geen gemakkelijk peuzeltje scheen te zijn, deze regels ziende, vroeg +mij, of ik die taal verstond, en geantwoord hebbende, dat ik 'er +althans genoeg van wist om haar dit getrouwelijk te kunnen overzetten, +verzocht zij mij het te doen. Ik liet mij niet bidden, en het scheen, +of zij zelve de toepassing maakte; want spijtig glimlagchende ging zij +heen, en bemoeide zich niet meêr met het geen op den wand geschreven +stond. + +Hoe zeer die beekjes van helder water, welke hier aanhoudend door de +straten vlieten, eene frissche doorspoeling geven, moet het toch ook +in de huizen, die veelal laag zijn, vrij wat vochtigheid veroorzaken. + +Den 18 dezer 's morgens om vier uren vertrokken wij van hier. Op de +hoogten, voor dat men te _Meillan_ komt, wandelende, vermaakte ik +mij nog eens met het genot van dat schoone gezigt, en zeî met een +soort van aandoening, de hooge _Pyreneën_ (_les hautes Pyrenées_) +welk Departement men hier omstreeks verlaat, vaarwel. + +Van _Auch_ behoef ik u niets meer te zeggen, dan dat het zich van +dezen kant Amphithéaters-gewijze liggende, zeer aardig vertoont. Bij +Alexander _den Dikken_ vonden wij weder een zeer goed avondmaal en +goed gezelschap; onder de personen die met ons van _Tarbes_ gekomen +waren, en naar _Toulouse_ gingen, bevonden zich twee juffrouwtjes, +van _Bagnères_ komende, die zich tot nu toe bijzonder zedig gedragen +hadden, doch hier wat gemeenzamer wordende, vernamen wij, dat zij te +_Bordeaux_ t'huis hoorden, en konden haar bedrijf ligtelijk gissen. Ik +geloof niet, dat 'er een volk bestaat, dat zich onder den schijn van +wellevendheid, door kleeding enz. beter weet te vermommen, dan de +_Franschen_, vooral die van _Parijs_ en de voorname steden. + +Den 19 dezer 's morgens om 4 uren vertrokken wij met den gewonen +postwagen van hier op _Agen_. De landstreek scheen vrij vruchtbaar, de +weg was goed, en door de verscheidenheid van gezigten, buitenverblijven +(_Castels_), groote boerenhoeven (_méteries_) enz. gansch niet +onaangenaam. De Turksche tarw (_Maioc_) was nu gesneden, en men was +druk bezig met ploegen. + +_Fleurance_, een stadje, waar wij doorkwamen, ziet 'er ongemeen slordig +uit. Ik liep eens heen en weder in de Kerk, die niet eens bevloerd +was, wij zagen hier meer ganzen en varkens dan menschen. Wolweverij +scheen een voornaam bedrijf der ingezetenen te zijn. 'Er was ook, +zoo als op de meeste plaatsen in deze landstreek, eene overdekte +marktplaats. Langs een bosch van hakhout en jonge heesters, en vele +weilanden met vee, kwamen wij te _Lectoure_, 4 posten van _Auch_, op +eene aanzienelijke hoogte, langs welker voet de weg loopt, gelegen; +zoo dat dit stadje van daar geene onaardige vertooning maakt. Even +buiten hetzelve hield de wagen stil, om het middagmaal te houden, +het was omtrent 10 uren, en de Conducteur zeide, dat wij hier tot +omtrent 1 uur blijven moesten, omdat, deze wagen niet van paarden +verwisselende, dezelve wat moesten rusten. Wij klommen dan langs een' +vrij steilen weg in de stad; zij bestaat meest in een regte straat, +waarin eenige gnappe huizen. In de Hoofdkerk, die aan het eind staat, +en waar naast het voormalige Bisdom is, zag ik niets bijzonders, +doch van het _terras_ achter dezelve, waarop eenige boompjes staan +te kwijnen, heeft men zeer een fraai en uitgebreid gezigt, tot +tegen de hooge _Pyreneën_. Aan het andere eind van de straat staat +een schoon gebouw. Het is een Gasthuis, door een achtingwaardigen +Bisschop, genaamd Narbonne-Pellet, gesticht. Niet alleen kranken en +afgeleefde lieden worden daar in verzorgd, maar men verschaft 'er +ook werk aan behoeftigen, die nog in staat zijn, om te arbeiden. Een +ruime plaats, met boomen beplant, en een fraai ijzerhek 'er voor, +geeft een vrolijk aanzien aan dit weldadig gesticht, dat nog niet +oud schijnt te zijn. Het is gebouwd op de puinhoopen van het in de +oude geschiedenissen zeer bekende Kasteel. Men moet van daar ook +een verrukkelijk gezigt hebben. Het stadje zelve ziet 'er doodsch +en naar uit. De verteringen van den Bisschop en zijn Kapittel, gaven +'er voorheen nog al eenig vertier, dat nu ook ophoudt. Voorheen was +_Lectoure_ zeer sterk, en met een dubbelen rij muren omgeven, waarvan +men nog eenige vervallen overblijfsels ziet. Het getal der ingezetenen +wordt op ruim 5500 geschat, en 'er is eene Onderprefecture. Eenige +opschriften van den tijd der _Romeinen_, welke hier nog bestaan, +bewijzen de oudheid van deze stad. In het dal, onder dezelve, stroomt +het riviertje _le Gers_, en brengt zeer veel toe tot de vruchtbaarheid +van hetzelve. Om de stad zijn eenige leêrlooierijen. Men zeide mij, +dat dit hier een voornaam bedrijf was. + +In onze herberg terug komende, vond ik in de kamer, die men ons had +aangewezen, eene bejaarde Dame, met welke wij van _Auch_ gekomen waren, +de houding van eene slapende Venus willende nabootsen, uitgestrekt +op een bed; kwanswijs wakker wordende, toen ik in kwam, bleef zij +echter liggen.... Deze oude coquette was over _Noord-Amerika_ uit +_St. Domingo_ gekomen, en ging naar _Parijs_, waar zij t'huis hoorde, +en waar zij onder die soort van vrouwen, welke men 'er in zulk een +groote menigte vindt, zekerlijk eene eerste plaats verdient. Een +kwinkslag, dien men aan Cicero toekent, toen hij van eene vrouw +van 50 jaren, die voorgaf maar 20 te zijn, sprekende, zeide: +"men moet haar wel gelooven, terwijl zij het reeds sedert 30 jaren +zegt." Dezen kwinkslag, zeg ik, kon men hier ook zeer gevoegelijk +te pas brengen. Hoe belagchelijk het gedrag van zulke vrouwen ook +zijn moge, heeft hetzelve nogthans in het oog van den naauwkeurigen +opmerker niets verwonderlijks. Trek om te behagen is bijna de eenigste +bedoeling, en de drijfveer van genoegzaam alle de werkzaamheden, +bij de zoogenaamde vrouwen _du bon ton_: van hare kindschheid af, +houden zij zich daar mede bijna alleen bezig. Zelfs door het huwelijk +wordt deze bezigheid in plaats van zich te bepalen, veel sterker. Eene +_Parijsche_, of naar de _Parijsche_ mode levende vrouw, is dan meêr +vrij en ongedwongen. Voor het huishouden (ik spreek hier nog maar van +zoogenaamde voorname en zelfs mindere burgerlieden) heeft zij hare +_bonne_ [180], en de kinderen worden, zoo dra zij ter wereld komen, op +het land te minne gezonden. Zelfs zij, die een winkel hebben, ziet men +daar in gekapt, geblanket, en opgeschikt zitten. Wat zullen nu deze +menschen doen als zij oud worden; zij hebben die plooi aangenomen, +genoegzaam niets anders geleerd, en zijn onbekend met wezenlijker, +en hare jaren meêr voegende genietingen. Deze verkeerde handelwijze +komt dan ook bij allen niet voort uit eene onkuische drift, maar is +bij velen het gevolg van een dwaze hebbelijkheid [181]. + +Onze overige reisgenooten moet ik u toch ook leeren kennen; behalve +de genoemde Dame, waren 'er op den wagen, een gekwetst officier van +_St. Domingo_ met zijn knecht en papegaai; een voormalige _Chevalier +de St. Louis_, en een _Gasconjer_, die als jager onder het _Fransche_ +leger in _Egypte_ gediend had, en die zeer Republikeinschgezind scheen; +en onder anderen zeide: "Hoewel de Republiek niet meêr bestaat, +'er bestaan toch nog Republikeinen." De anderen waren het altijd +niet met hem eens; en dit een en ander leverde voor mij een niet +onvermakelijk gesprek op. + +Het middagmaal was naauwelijks redelijk, de _Gasconjer_ bezorgde 'er +ons de koffij nog bij, om het wat te vergoeden. De soepen, die men in +deze landstreek eet, zijn doorgaans zoo dik door het brood, dat men ze +bijna met een vork eten kan. Van knoflook houdt men veel. Spottender +wijze wordt die dan ook wel _Truffes de la Gascogne_ genoemd. + +Daar 'er veel te klimmen was, verkozen wij een eind weegs te voet te +gaan. De landstreek is aangenaam, en schijnt zeer vruchtbaar. Overal +hier omstreeks ziet men veel tam gevogelte, zoo als ganzen, kalkoenen, +hoenderen enz. Door de menigte weilanden is 'er het rundvee ook +overvloedig. Men teelt 'er zeer veel hennip. Wij ontmoetten een +aantal menschen, die van de kermis van _Agen_ kwamen. Het steedje +_Astaffort_ [182], dat 'er nog al gnap uitziet, en aangenaam gelegen +is, door zijnde, komt men over een steenen brug over het riviertje +_le Gers_, en omtrent een paar uren verder wordt men _de Garonne_ +overgezet met den postwagen: het geen zeer onhandig in zijn werk +gaat. De wagen moest uitgespannen, en door menschen in de schuit +gewerkt worden, en hoewel 'er de rivier omtrent half zoo breed was, +naar het mij toescheen, als de _Maas_ voor _Rotterdam_, was men +met dat overzetten bijna een uur bezig. Mij verveelde het niet, +want wij hadden ons met een klein schuitje laten overroeijen, en +zaten aan den anderen kant te wachten; het was daar zeer drok door +de menigte karren, menschen te voet en te paard, vee, enz. die van +de kermis of jaarmarkt van _Agen_ kwamen. Altijd door een aangename +landstreek rijdende, kwamen wij ruim 7 uren des avonds in die stad, +liggende nog omtrent 1 1/2 uur van het opgemelde veer, aan. _Agen_ +is van _Lectoure_ 4 1/2, en dus van _Auch_ 8 1/2 post. + +Gelukkig hadden wij adres aan een herberg; anders zouden wij geene +bedden, door de kermis drokte, hebben kunnen krijgen; nu bezorgde +de hospes ons die in een burgerhuis, waar wij zeer zindelijk en +wel waren. Om goede herbergen te hebben, en niet duur te zijn, moet +men trachten, om aanbevelingen te hebben van reizende Kooplieden, +die van tijd tot tijd zulk een togt doende, hunne vaste herbergen +houden. Men wordt dan ook voor een reizend Koopman (_Voyageur de +Commerce_) aangezien, als een vaste klant behandeld, en alzoo minder +gekneveld. Althans heb ik mij daar dikwijls wel bij bevonden. Wij aten +'s avonds in een ruime en gnappe zaal, aan eene tafel, die rondom +in dezelve stond, en waar aan wel 50 menschen zaten, en deden een +goeden maaltijd. Hoewel het kermis was, had men hier weinig openbare +vermaken, 'er was geen schouwspel, geen danspartijen, noch diergelijke; +en de handel scheen meêr het oogmerk van deze jaarmarkt te zijn, +dan het vermaak. _Agen_ is de hoofdstad van het Departement _du Lot +et Garonne_, en bevat een groote 10,000 inwoners. Voorheen was het +de hoofdplaats van het landschap _Agénois_. Van de overblijfsels, +die hare oudheid plagten aan te toonen, is thans weinig of niets +meêr overig. Aan de _Garonne_ gelegen, drijft zij veel handel in de +voortbrengsels van deze landstreek, vooral ook in wijnen en brandewijn, +die het omliggende land veel oplevert; de wijnen zijn veelal zwaar, +en worden grootendeels naar _Bordeaux_ gezonden; alwaar zij zuiver +of gemengd, voor ons, of voor _Engeland_, worden ingescheept. De +hennip is ook een aanzienlijke tak van handel. Men heeft hier ook +eenige Fabrieken van sergies, die men _Serges d'Agen_ noemt, van +zeildoek en van eene soort van linnen, dat ook van hennip gemaakt, +en veel naar _Spanje_ verzonden wordt. + +De moord en vervolging der Protestanten is hier ook +allerverschrikkelijkst geweest. De beroemde Josephus Julius Scaliger, +die hier in 1540 geboren werd, en in 1609 te _Leijden_, waar hij +gedurende 16 jaren Hoogleeraar was, stierf, heeft deze bloedige +gebeurtenis omstandig aangeteekend. + +Den 20 dezer vroeg opstaande, begon ik met de schoone gemeene wandeling +of _Cours_, die digt bij ons verblijf was, te bezigtigen. Het is +de schoonste, die ik tot hier toe in _Frankrijk_ gezien heb, om de +lommerrijke beplanting met verscheidene rijen boomen, breede lanen, +en bijzonder de aangename ligging aan de _Garonne_, waar over men +een bekoorlijk gezigt heeft. In de stad zag ik niets bijzonders. 'Er +is een groote overdekte halle, en rondom waren verscheidene winkels +en kramen; op het ruim van de markt, werden ook velerlei soort van +goederen verkocht; doch eigenlijk scheen het niet meêr dan het geen +men bij ons een groote boeren kermis noemt. + +Onze reisgezellen, de verminkte offiçier en de oude ridder, die +verpligt waren geweest, om den nacht op stoelen door te brengen, +hadden intusschen vernomen, dat 'er een schuit gereed lag, om de +rivier af te varen tot _Bordeaux_, en sloegen ons voor, om, van +die gelegenheid gebruik te maken. Wij besloten hier toe geredelijk, +daar hier toch niet veel meêr te zien scheen, en na raad gehouden +te hebben, ging men om voorraad van spijs en drank uit, en stapte +omtrent den middag aan boord. + +Onze herberg aanbeveling verdienende, geef ik u het adres op, men +kan niet weten waar zulks te pas kan komen; het is _A l'Hotèl des +Ambassadeurs, sur les allées du Gravier, chez_ Taverne. De vader +van die Taverne is ook als een groot man, in zijn vak beroemd; +hij was de uitvinder van een beroemd soort van pasteijen, die men +_Terrines de Nerac_ [183] noemt, en die hij zelf nog, tot _Parijs_ +en verder verzendt. + +Onze eerste schuit met banken en een tent 'er over, zou geschikt +genoeg geweest zijn; doch wij werden met dezelve aan een andere, +en grootere, en vol vaten en andere koopmanschappen geladen, die een +half uur verder lag, gebragt; en hier schenen wij juist niet zeer op +ons gemak te zullen zijn, doch toen ieder zich zoo goed mogelijk een +zit- of legplaats onder het uitgespreide zeil of tent, gemaakt had, +schikte zich dat nog al redelijk. Nu men betaalde ook met de _bagage_ +'er onder begrepen, maar £ 6-:-: de persoon tot _Bordeaux_. Wij waren, +behalve den schipper en zijn knechts, met 8 à 9 personen. Op een +soort van dijk, aan den oever, zag ik verscheiden menschen, door een' +trommelslager en fluiter voorafgegaan: het was eene bruid en bruidegom, +die naar 's Lands gebruik op deze wijze, door hunne dorpgenooten en +vrienden werden begeleid. De vrouwen van deze streek, en bijzonder +van _Agen_, zijn wegens hare schoonheid en bevalligheid beroemd; +sommige Schrijvers en Dichters maken daar melding van. Ik heb dan +ook nog al met aandacht rond gekeken, doch 'er geene bijzondere +schoonheden gevonden; hoewel ik moet bekennen, dat 'er de menschen +hier in 't algemeen veel beter uitzien dan in de hooge _Pyreneën_. + +Onze schuit was meest geladen met brandewijn en gedroogde pruimen. De +pruimen van _Agen_ hebben een zekeren roem, en worden ook veel naar +ons Vaderland verzonden. + +De boorden van de _Garonne_ leveren hier en daar vrij aangename +gezigten op. Wij voeren de plaatsjes _Port St, Marie_ en _Aiguillon_, +beide aan den regter oever gelegen, voorbij. Het laatstgenoemde +steedje, dat ook handel drijft in hennip, koorn, wijn en brandewijn, +had voorheen een sterk kasteel, in de geschiedenissen bekend. Men wil, +dat de eerste maal dat men zich van geschut (_canon_) bedient heeft, +is geweest in de belegering van _Aiguillon_, welke belegering plaats +had in de 14e eeuw. De belegerden hielden het 14 maanden uit, tegen +Jan, Hertog van _Normandiën_, daar na Koning van _Frankrijk_. Bij +dit steedje, voorheen een Hertogdom, loopt de rivier de _Lot_ in +de _Garonne_. + +Wij ontmoetten een menigte schuiten, die door menschen, in het lijntje +loopende, tegen den stroom werden opgetrokken. Die lieden maakten een +aanhoudend geschreeuw. Onze schipper zeide, dat dit ter aanmoediging +diende; men zou zeggen, dat het veel eer vermoeijende moest zijn. Onze +schuit was zoo zwaar geladen, dat wij naauwelijks 1 1/2 voet boord +hadden; en daar de rivier, hier en daar vrij ondiep is, sleepten wij +somtijds over den grond, het geen men door het geraas en gestoot +gewaar werd. Deze schuiten moeten van onderen wel voorzien zijn, +om daar tegen te kunnen. Tegen den avond vloog 'er zoo veel haft, +dat het scheen als of 'er een nevel over het water hing. Zij kwamen +in menigte op onze hoeden, kleederen enz. De maan scheen helder, +het was stil, en alzoo daar wij met den stroom afzakten, op het +water alleraangenaamst. Op een zandplaat, daar wij voorbij kwamen, +waren zeer veel watersneppen. + +Omstreeks half negen kwamen wij te _Tonneins_, een stadje mede aan +den regter oever gelegen, waar wij zouden vernachten. Men begroot de +aftand tusschen deze plaats en _Agen_, op omtrent 5 uren. Terwijl +men het avondmaal gereed maakte, liepen wij in de maneschijn het +steedje eens door. Het schijnt in de lengte vrij uitgestrekt; iets +der moeite waardig om op te teekenen, zag ik 'er niet. In den omtrek +van _Tonneins_ wordt veel tabak geteeld, die men in de stad bereidt. + +Het avondmaal was nog al wel, doch een van onze reisgenooten werd door +de weegluizen ten bedde uitgejaagd. Naar men mij verhaalde, is men +'er hier in de huizen, waar veel tabak behandeld of geborgen wordt, +genoegzaam niet mede gekweld [184]. + +Den 21 dezer vertrokken wij 's morgens om 3 uren van hier, latende 'er +onzen onvriendelijken schipper. Na een paar kleine plaatsjes voorbij +gevaren te hebben, kwamen wij omstreeks zeven uren te _Marmande_, +een stadje van omtrent 5800 inwoners, aan den regter oever gelegen; +het is nog al handeldrijvende. Eenigen van ons stapten hier aan wal, +om levensmiddelen te koopen. Verder op voeren wij door een enge vaart, +veroorzaakt door een eiland in de rivier gelegen, en aangenaam met +wilgen beplant. Eer men aan _la Réole_ komt, begint het Departement +_de la Gironde_. Dit laatstgenoemde stadje is aan den regter +oever, gelegen, en doet zich aangenaam op. In de religie-oorlogen +versterkten de Protestanten zich in deze plaats. Aan den kant van de +rivier ziet men een groot aanzienlijk gebouw, voor de omwenteling een +_Benedictijner_ Abdij, thans het verblijf van de _Sousprefecture_, Op +een' kleinen afstand, ter zijde van hetzelve, staan twee oude torens; +men wist 'er mij den oorsprong niet van te zeggen. Even onder _la +Réole_, wordt de _Garonne_ sterker, door twee kleine riviertjes, die +'er in uitloopen. Te _St. Macaire_, een steedje, dat insgelijks aan +den regter oever een paar uren verder gelegen is, ziet men ook een +_Karmeliten_ Klooster; en niet ver van daar de overblijfsels van een +oud kasteel. Een weinig verder aan de linker oever ligt het steedje +_Langon_, wiens witte wijn eenigen roem heeft. Hier begint de eb en +vloed, en daar wij het vallend water moesten afwachten, gingen wij +intusschen aan wal, om het avondmaal te nemen. Het was omtrent half +zes uren; wij liepen dan, terwijl het dag was het plaatsje nog eens +rond, doch zagen 'er niets bijzonders. Op het uithangbord van onze +herberg stond _à l'Empereur de France_. Een van onze reisgenooten +vroeg aan de waardin, of zij ook bijzondere reden had, om dit +op haar uithangbord te zetten, voegende daar bij, dat terwijl de +staatkundige denkwijzen in _Frankrijk_ nog zeer verschillende waren, +zulk een opschrift somtijds nadeelig kon zijn aan de nering. De vrouw, +waarschijnlijk de gegrondheid van deze aanmerking voelende, wist +hier niet veel tegen intebrengen. Wij hadden 'er een goed avondmaal, +waar onder zeer smakelijke riviervisch. Na ons van eenige bossen stroo +voorzien te hebben, gingen wij ten 9 uren 's avonds weder scheep. Wij +waren nu omtrent nog 8 uren van _Bordeaux_. Voorbij het stadje +_Cadillac_, en nog eenige kleine plaatsjes varende, terwijl wij van +tijd tot tijd mooije maneschijngezigtjes hadden, bevonden wij ons 's +morgens, den 22 dezer, toen ik wakker werd, voor een plaatsje genaamd +_Begle_. Hier moesten wij het vallend water weder afwachten, en stapten +intusschen aan wal, daar wij ons wat te ontbijten lieten geven. Ik +proefde daar ook nieuwen wijn, doch het scheelt veel, dat zij den +zoeten en aangenamen smaak heeft als bij ons de most. De _Franschen_ +behandelen hun' wijn op eene geheel andere wijze, en laten dien, naar +men mij verhaalde, zoo dra zij geperst is, gisten, zonder 'er zwavel +op te doen; hier door krijgt zij dan al spoedig een rinsen smaak; +en behalve de muscaat en dergelijke, errinner ik mij niet van zoete +witte wijnen in _Frankrijk_ aangetroffen te hebben. Men gaf ons, om te +ontbijten, onder anderen, gestoofden karper, op eene wijze die men in +_Frankrijk_ _à la Matelotte_ noemt, gereed gemaakt. Onze landslieden +aan een boterham en een kopje thee of koffij gewoon, zou dit vreemd +voorkomen; doch reizende gewendt men aan zoo vele vreemdigheden, en +ik at met veel smaak van dit geregt. Dit plaatsje is aangenaam aan +den linker oever van de _Garonne_, die hier al een gnappe rivier is, +gelegen. Na wat heen en weder gewandeld te hebben, staken wij om 9 +1/2 uren af, en hadden nu hoop, om tegen den middag te _Bordeaux_ +te zijn. Niet ver van hier voeren wij al voorbij een zeescheepje, +zijnde een kotter, die daar op stroom lag. De rivier levert hier een +schoon gezigt op, en door de beweging der vaartuigen op dezelve, en +door de fraaije buitenplaatsen en lusthuizen, die men aan de oevers +van dezelve ziet. Na omtrent een paar uurtjes gevaren te hebben, +kregen wij _Bordeaux_ in het gezigt. De ligging van die stad, van +hier te zien, is zeer schoon en schilderachtig. Hare kaai en schoone +gebouwen vertoonen zich als een halve cirkel; voor dezelve ligt de +rivier zoo vol schepen, dat men hier en daar naauwelijks door de masten +en touwen heen zien kan. Aan de oevers ziet men scheepstimmerwerven, +waar verscheidene schepen op stapel stonden. Buitenplaatsen en tuinen, +alles kondigt eene welvarende handelstad aan. Deze schilderij is vooral +treffende voor een' _Hollander_;--men verbeeldt zich _Amsterdam_, +_Rotterdam_, of _Dordt_ te naderen.--ô mijn Vaderland! wanneer zal +die bloeijende staat, waarin ik u in mijne vroege jeugd gekend heb, +eens wederkomen?--Of zijt gij voor mij, zoo wel als die jaren, voor +altijd verloren.--Is die aloude deugd, die edele; standvastige +en stoutmoedige aard, gepaard met kloek beleid en weêrgaloze +Vaderlandsliefde, waar door wij schier wonderen verrigt hebben, +dan ten eenenmaal van onder ons geweken?--Is het vuur der vrijheid +en onafhankelijkheid dan ganschelijk uitgedoofd--Helaas!... + +Het was omtrent half een na den middag, toen wij alhier aan wal +stapten, na over verscheidene schuiten heen geklommen te zijn, want +met de onze konden wij niet tot aan de kaai komen. De wind heden +tegen hebbende, zoo dat men gedurig moest roeijen, had dit de reis +op het laatst wat vertraagd. + +Hoewel de boorden van de _Garonne_ over het algemeen die aangename +verscheidenheid van schilderachtige gezigten niet opleveren, dan die +van de _Saone_ en de _Rhone_, had ik echter deze reis ook met genoegen +gedaan, en voor zoo veel ik heb kunnen nagaan, moet zij over land +niet aangenamer zijn; doch men zou een geschikter en gemakkelijker +vaartuig kunnen hebben. + +De plaats, waar wij aankwamen, was bijna voor het Tolhuis, (_Hotèl +de la Douane_) dat een schoon gebouw is. Onze koffers werden door +een' Tolbediende bekeken; hij vroeg, waar wij van daan kwamen, doch +doorzocht niets. Een drager (met welke lieden ik altijd te voren beding +maak) nam dan het mijne, 130 lb wegende op zijn rug, en droeg het naar +het _Hotèl des sept freres Maçons, rue de l'Intendance_, waar ik mijn +intrek nam, en bedong eene vrij goede kamer op de tweede verdieping, +met twee bedden voor £ 3-:-: daags. Het middagmaal aan de gemeene +tafel, kostte hier £ 3-10-: voor ieder persoon. + +Volgens gewoonte de stad eens doorgeloopen hebbende, ging ik 's avonds +in een kleinen Schouwburg, nog maar onlangs in een zeer zoeten smaak +gebouwd, ter zijde van de gemeene wandeling, die men _les Allées de +Tourny_ noemt. Men speelt 'er kleine stukjes _Comedies Vaudevilles_ +[185] genaamd. De dekoratien waren zeer lief, en de vertooners, meestal +jongelieden, speelden vrij wel; vooral eene Majeur, die de grappige +(_comique_) rollen speelde. Onder de vrouwen waren 'er ook eenige, +die 'er niet onaardig uitzagen; en men betaalt hier in het _parterre_ +niet meêr dan 10 _sols_. Dit Schouwburgje wordt _le Théatre de la +Gaité_ genaamd. Digt bij dit Théater, over de laan van _Tourny_, +is een zeer fraai koffijhuis met eene _colonnade_, doch men deed +'er voor het ijs (_les glaces_) 18 _sols_ betalen. + + + + + +TWEE EN TWINTIGSTE BRIEF. + +_Bordeaux 25 September._ + + +'s Morgens van den 23 dezer wandelde ik langs de kaai van den eenen +kant tot den anderen, dat een frissche kuijer is [186]. Men ziet daar +een menigte gnappe gebouwen; maar het geen mij inzonderheid vreemd +voorkwam, waren de menigte _Hollandsche_ opschriften op uithangborden +enz. als: Allerhande soorten van Scheepsbehoeftens; N. N. Schoenmaker +maakt en verkoopt, enz. Verwer en Glazemaker en dergelijke. Voorheen +zag men hier dan ook een groote menigte van onze Vaderlandsche +varensgasten; thans zijn het meestal _Amerikanen_, _Deenen_, _Zweden_, +en _Pruisschen_. De schepen die 'er in menigte op stroom lagen, voerden +ook die vlaggen, en waren daar mede, wijl het Zondag was, bijzonder +opgesierd. De kaai maakt, zoo als ik u reeds gezegd heb, genoegzaam +een halven cirkel, te weten van het eene eind tot het andere, zoo ver +'er huizen staan, en de vesting _le Chateau Trompette_ genaamd, ligt +omtrent in het midden van dezelve. Hier omstreeks stond een tempel +door de _Romeinen_ gebouwd, en aan de beschermgoden gewijd; dit gebouw +moet eenige overeenkomst gehad hebben met den tempel van Cajus Cæsar +te _Nismes_, waar van ik, daar zijnde, melding maakte. Ten tijde van +Lodewijk den XIV. bestond 'er nog een groot deel van dezen tempel, +omringd van 18 kolommen, welke van de 30, zoo men meent, staande waren +gebleven; en deze geweldenaar, waarschijnlijk ter bereiking van zijne +krijgs- en eerzuchtige oogmerken, deed deze merkwaardige gedenkteekens +der oudheid sloopen, om de voornoemde vesting te vergrooten, het geen +volgens het bestek van den vermaarden vesting-bouwkundigen de Vauban +werd uitgevoerd. + +Van hier gingen wij naar de voorstad _le Chartron_ genaamd, waar +vele voorname kooplieden in fraaije gebouwen wonen, en vervolgens +in de Protestantsche Kerk, staande aldaar in een straat genaamd +_rue notre Dame au Chartron_. Men gaat 'er door een gangetje in, +want de Protestanten hadden deze Kerk reeds voor de omwenteling; op +zich zelve is het een eenvoudig maar net gebouw, 'er zijn galerijen +en een orgel in, en de gemeente was vrij talrijk; ik begrootte +ze op 4 à 500 menschen; de Predikant deed een eenvoudig zedelijk +vertoog; doch had vrij sterk de _Gasconsche_ uitspraak (_l'accent +Gasçon_). Op deze Kerk zag ik ook een torentje met een klok, welk +een en ander 'er zekerlijk na de omwenteling eerst opgekomen is. De +gemeene wandeling, _le Jardin Public_, voorheen _Jardin Royal_, ook +_le Champ de Mars_ genaamd, is niet ver van hier. Deze wandelplaats, +met regte lanen beplant, waar van de boomen over het algemeen gansch +niet weelderig staan, en daar bij hier en daar nog geschoren zijn, +is vrij ruim, met muren en ijzer hekwerk omringd; beelden heb ik 'er +niet ingezien, en eenige overdekte steenen galerijen aan de zijde zijn +het eenigste sieraad; althans deze zoogenaamde tuin beantwoordde in +'t geheel niet aan het denkbeeld, dat ik 'er mij naar den _Franschen_ +ophef van gemaakt had, en gelijkt niet naar onzen _Haarlemmer Hout_, +of het _Haagsche Bosch_ [187]. 'Er is een laan, waarin vooral heden +met de Zondag nog al verscheidene opgeschikte menschen, op en neder +wandelden. Men verhuurt hier ook stoelen, en ter zijde staat eene +nette houten loots, waarin men koffijhuis houdt. + +Na den middag onze wandeling vervolgende, bewonderde ik vooral dat +gedeelte, waar de groote Schouwburg geheel op zich zelven staat, +en van waar men verder door een breede met fraaije huizen bebouwde +straat, langs de beurs op de kaai komt. Men noemt deze wijk, die met de +bijgelegen _allées de Tourny_, de schoonste is, die ik in _Frankrijk_ +gezien heb (althans naar mijn zin) _le Quartier du Chapeau Rouge_ +[188]. De plaats achter de beurs op de kaai, werd voorheen _la place +Royale_ [189] genaamd; omdat de stad, in het midden van dezelve, omtrent +de eerste helft van de vorige eeuw, ten haren koste het beeld van den +Koning Lodewijk den XV. te paard zittende, en van metaal gegoten, +deed oprigten. De fraaije vleugels van de beurs, aan den eenen, en +van het tolhuis aan den anderen kant, maken de twee zijden van deze +plaats, thans _la place de la Liberté_ [190] genaamd, uit. + +Het inwendig gedeelte van de oude stad, ziet 'er gansch niet bevallig +uit: de straten zijn 'er veelal naauw en krom, behalve die, welke _les +fosses des Salinières_, _de la Commune_ _etc._ genaamd wordt. Deze +zijn breed en met boomen beplant. Aan het Stadhuis, dat in dezelve +staat, is niets bijzonders te zien. Daar over is de halle of groote +markt. De nieuw aangelegde straten, die _le Cours Messidor_ en _le +Cours Thermidor_ genaamd worden, zijn ook fraai, regt, breed en +met boomen beplant, en het plein dat men _Place Nationale_ noemt, +is ruim en rondom regelmatig gebouwd. _Bordeaux_ bevalt mij dan wat +het plaatselijke aanbelangt, meêr dan _Marseille_, dat de eenigste +van de _Fransche_ steden is, die ik gezien heb, is, waarbij zij kan +vergeleken worden; hoewel de laatstgenoemde over het algemeen, niet +minder regelmatig bebouwd is. Ik zal u een nieuw plan van deze stad +trachten te doen toekomen; 'er zijn verscheidene nieuwe straten in +hetzelve geteekend, die men voornemens schijnt, om te maken; als dat +werk geheel voltooid is, en men in de oude stad ook wat verbeteringen +heeft gemaakt, zal _Bordeaux_ al een zeer fraaije stad zijn. Orde +en netheid heerschen hier ook meêr dan in zoo vele andere plaatsen, +die ik op deze reis gezien heb, en het is duidelijk te bemerken, dat +deze hier zoo wel als te _Marseille_ een gevolg zijn van den omgang +met vreemdelingen door den handel, en van de bloei en welvaart, +die deze aanbrengt. + +'s Avonds ging ik in den sedert de omwenteling nieuw opgerigten +Schouwburg, _le Théatre Français_ genaamd, staande niet ver van +de _place Nationale_. De bouworde beviel mij niet zeer, zijnde dit +gebouw, tusschen twee straten staande, zoo dat de voorgevel op den +hoek tusschen beide komt, van voren smal en van achteren breed; maar +zich naar de plaats moetende schikken, heeft men dit waarschijnlijk +niet wel anders kunnen maken. Van binnen is het met smaak gemaakt. De +schermen (_decorations_) waren ook zeer voldoende. Ik zag 'er een paar +kluchtjes, die men te _Parijs_ op het _Théatre de Montansier_ geeft, +eene Armant aapte daar in den befaamden Brunet [191] na. Men eindigde +met een _Pantomime à grand Spectacle_ [192]. De beste vertooners op +dit tooneel, waren niet meêr dan middelmatig, Bijna schuins over dezen +Schouwburg is een andere plaats voor het openbaar vermaak gebouwd en +de _Vauxhall_ genaamd; men geeft 'er bals, vuurwerken, enz. Door den +sterken regen was 'er heden niets van belang te doen. + +Den 24 dezer ging ik mijne krediet- en aanbevelingsbrieven +overhandigen, en was verwonderd van deftige kooplieden in naauwe en +donkere straten, waar zij woonden, te moeten opzoeken; in een derzelven +_la rue de la Rousselle_ genaamd, en daar omstreeks, rook het al zeer +onaangenaam, door de menigte gedroogde labberdaan en andere visch, +alsmede kaas en olij, die daar bijna huis aan huis verkocht werd, +en waarmede geheele pakhuizen waren opgevuld. De uitwaseming van deze +waren schijnt echter niet ongezond, maar integendeel een behoedmiddel +tegen aanstekende ziektens te zijn; want men heeft meêr dan eens +opgemerkt, dat ten tijde dat 'er besmettelijke krankheden in deze +stad plaats hadden, deze wijk daar van bijzonder bevrijd bleef. Zoo +is alles, wat wij onaangenaam vinden, niet niet schadelijk, even zoo +min als alles wat aangenaam genoemd wordt, voor ons nuttig is. + +Thans was het op de _Fosses des Salinieres_ zeer drok; men hield 'er +markt van oude kleederen en andere waren. Een soort van kwakzalver en +kwakzalveres, die ik daar zag, waren al zeer wonderlijk toegetakeld. De +vrouw in eene misselijke gegalonneerde Amazone kleeding, zat op +een klein paardje, aan beide kanten van het zadel hingen omtrent +een vijf en twintig gedroogde ratten, en op de kop van het paard, +zat een levendige sperwer. De man, die voor het paard staande, op den +trommel sloeg, zag 'er ook niet alleen wonderlijk in de kleederen uit, +maar had om den bol van zijn' hoed een' krans van overeind staande +gedroogde ratten; boven op dezelve eene gedroogde zeeschildpad, en daar +op de gedroogde muil van een' grooten visch, waarin eene opgezette +aap zat; en wat denkt gij dat die lieden te koop veilden?--Middelen +om ratten, muizen en wandluizen te verdrijven. Hunne vreemde opschik +trok een menigte volk, en zij bragten daar door van hunne waren, die +denkelijk niet veel beteekenden, nog al wat aan den man. Zoo draagt +de eene mensen een' krans van gedroogde ratten op het hoofd, en een +ander weder iets anders; alles met oogmerk, om met de dwaasheid van +het volk voordeel te doen. Nu zoo deze middelen tegen de ratten en +weegluizen niet veel baten, misschien schaden zij ook niet; doch ik +heb mij verwonderd, dat de Politie, die anders in _Frankrijk_ over het +algemeen vrij naauwkeurig en oplettend is, geen strenger maatregelen +gebruikt tegen die groote menigte kwakzalvers en marktdoctoren, +die zich met de geneeskunde bemoeijen, overal openlijk hunne gewaande +algemeene geneesmiddelen uitventen, en hunne kunsten zelfs met gedrukte +billetten bekend maken; als ook, dat men het trekken van horoskopen, +waarzeggen, in de hand kijken, kaart leggen, enz. niet belet. Dit +ziet men haast op alle plaatsen, en inzonderheid ook te _Parijs_, +openlijk langs de straten; en niet alleen het zoogenaamde gemeen, +maar zelfs zoogenaamde voorname of fatsoenelijke lieden, houden zich +daarmede bezig, en hij, die met verscheidene Godsdienst-stellingen den +spot drijft, slaat geloof aan de ellendige sprookjes van een oud wijf, +of de gewaande voorspellingen van een' Astrologist, die zich beter +verstaat op het beurzensnijden, dan op de sterrekunde.--En dit heeft +plaats onder deze, zich zoo bij uitnemendheid verlicht noemende, +_Franschen_, en die het ontegenzeggelijk ook wat de kunsten en +wetenschappen aangaat, al zeer ver brengen. + +Wat verder stond een liedjeszanger, die 'er onder anderen een zong, +dat nog al aardig was. Over de tegenwoordige kleederdragten handelende, +kwam 'er in, dat, indien de broeken van de mans nog hooger werden, +men daar wel dra mouwen aan zou moeten zetten, en zoo de lijfjes van +de vrouwen nog korter moesten worden, zij weldra genoodzaakt zouden +worden, om de rokken over de schouderen te dragen. In diergelijke +aardigheden moet men bekennen, dat de _Franschen_ andere volkeren +aanmerkelijk overtreffen. Onder hunne volksliedjes zelfs van jaren +herwaards, zijn al zeer aardige en vol geestige trekken; 'er zijn +aanmerkelijke verzamelingen van gedrukt, en sommige dier werkjes +worden, wanneer zij op verkoopingen voorkomen, duur betaald. + +De _St. Andréas_ of Hoofdkerk (_Eglise de St. Andrée_), is een groot +Gothisch gebouw, en pronkt met twee vrij hooge spitse torens, waarin +geen klokken hangen, aan den eenen kant. Aan den anderen schijnt men +'er ook twee te hebben willen maken, en op een van die begonnen torens, +hangen eenige klokken; deze kan dan eenigzins als een derde toren +worden aangemerkt, het geen aanleiding geeft tot eene nog al aardige +woordspeling: _l'Eglise de St. Andrée_, zegt men, _à trois clochers, +et deux cens (deux sans) cloches_ [193]. Die dit pas hoort en hier +onbekend is, verwondert zich niet weinig over zulk een groot aantal +klokken. Ik zelve was 'er ook mede bedrogen, en meende in het eerst, +dat het een klokkespel was, waarbij een meenigte kleine klokjes waren, +en dan zou het eene dubbele merkwaardigheid geweest zijn, want zoo +algemeen als de klokkespelen bij ons zijn, zoo zeldzaam treft men die +in _Frankrijk_ aan; en ik herinner mij niet van 'er op deze gansche +reis van _Parijs_ af [194] een gehoord te hebben. Inwendig zag ik +niets bijzonders in deze Kerk; men was bezig met dezelve op te maken; +'er lagen hier en daar verscheidene grooten roode marmeren kolommen, +naar ik vernam, waren zij afkomstig uit een in de omstreek afgeschaft +Klooster of Abdij, en moesten dienen, om deze Kerk mede te versieren. + +Het voormalig Aartsbisschoppelijk Paleis staat digt bij deze Kerk, +en is een groot _modern_ gebouw, met een ruim voorhof (_basse cour_) +en ijzer hekwerk. Mij kwam het niet zeer merkwaardig voor. Bij het +afbreken van het oude paleis, dat een fraai Gothisch gebouw moet +geweest zijn, heeft men veel overblijfsels van een' ouden tempel +gevonden, welke deskundigen meenen, dat aan Jupiter toegewijd was, +zoo als stukken en brokken van geribde kolommen, kapiteelen volgens de +Corinthische bouworde, fraai gebeeldhouwd lijstwerk, _basreliefs_, enz. + +De Aartsbisschoppelijke tuin, die vrij groot was, plagt ook voorheen +ten algemeene wandeling te verstrekken, en was zeer lommerrijk; doch +dat is ook al veranderd. Thans wordt dit Paleis door den Prefect +Charles de la Croix, voorheen _Fransche_ Minister in _den Haag_, +bewoond. En de tegenwoordige Aartsbisschop van _Bordeaux_ heeft een +andere woning. + +De _St. Michiels_ Kerk verdient, om zijn Gothische bouworde bijzonder +gezien te worden. De toren staat ter zijde een eindje van de Kerk af, +op dezelve plagt een zeer hooge en fraaije spits te staan, (men zegt +dat zij hooger was dan die van _Straatsburg_) en dit ontzaggelijk +gevaarte werd in 1767 door een orkaan ter nedergeploft, het geen een +vreesselijken slag veroorzaakte; gelukkig echter is 'er niemand onder +verongelukt. De muren van het koor zijn zeer zigtbaar binnenwaarts +gebogen; men had 'er een dwarsbalk tusschen gezet, om ze te schragen, +zoo dat dit gebouw al vrij bouwvallig wordt. + +Aan het bezigtigen der Kerken zijnde, ging ik verder van hier een lange +straat, zuid-oostwaards, door, tot aan de Kerk van het heilige kruis; +tot eene Abdij van dien naam behoord hebbende. Volgens de bouworde +van den voorgevel te oordeelen, schijnt zij zeer oud te zijn. De +toren was ook waarschijnlijk hooger. Inwendig was het nog al netjes +opgegnapt, doch merkwaardige schilderijen, beeldhouwwerk, zag ik +'er niet. Een levensgroot Christus beeld aan het kruis hangende, +trok echter mijn aandacht; men had het eene soort van zijden damasten +japon met groote gekleurde bloemen aangetrokken; ik had dat hier +en hier omstreeks al meêr gezien, doch deze door de sterke kleuren, +en in 't licht geplaatst, viel bijzonder in het oog. Voor iemand, die +daar niet aan gewoon is, maakt dit eene misselijke vertooning. Dat de +Roomschgezinden een kruis, en sommige andere beelden in hunne Kerken +plaatsen, kan ik als overeenkomstig met hunne leerstellingen, zeer wel +toegeven. En ik heb van hunne Kerken gezien, waar de beelden zoodanig +gemaakt, en op zulk eene wijze in geplaatst waren, dat zij daar door, +en door de verdere wel ingerigte versierselen, wezenlijk een deftig +aanzien hadden. Doch verstandige Geestelijken moesten mijns bedunkens +niet dulden, dat men door het plaatsen van gedrogtelijke poppen, +aanleiding gaf tot spotternij; hier onder behooren ook die gekroonde +met allerlei stoffen behangen, en wonderlijk opgeschikte lieve +vrouwenbeelden; immers deze beeldtenis is geheel niet overeenkomstig +de geschiedenis, maar behoorde eene aanminnige en teedere moeder, in +een zedig gewaad te verbeelden, en zulk een beeld natuurlijk gemaakt, +best van wit marmer of hout, het marmer na bootsende, moet ieder een +van welke Godsdienstige begrippen hij ook zijn moge, natuurlijker +wijze met genoegen zien. Vele anderzins redelijke en achtingwaardige +Roomsche Geestelijken, loopen diergelijke min of meêr aanstootelijke +ongerijmdheden, minder in het oog dan ons, omdat zij 'er van hunne +jeugd af aan gewoon zijn; maar ik ben verzekerd, dat, als zij 'er +bedaard en onpartijdig over denken, zij zullen moeten bekennen, dat ik +gelijk heb, en dat vooral onze eeuw zulke en diergelijke verbeteringen, +volstrekt noodzakelijk maakt. Gij ziet, Vriend! dat ik u mijne invallen +onder het schrijven of beschouwen getrouwelijk mededeel. Komt 'er +zoo al eens wat in voor, dat u van geen belang is, de vrijheid om +het ongelezen te laten, kan, noch wil ik u betwisten. Het geen de +Kerken aanbetreft, ditmaal voor afgehandeld houdende, zal ik van het +stuk van het ware kruis, (_Morceaux de la vraie croix_) dat in deze +laatstgenoemde Kerk vertoond wordt, niet spreken. + +In de voorstad _St. Seurin_, ziet men nog de overblijfsels van het +oude Amphithéater van _Bordeaux_, verkeerdelijk _le Palais Gallien_ +genaamd, omdat het onder de regering van dien Keizer, zoo men meent, +door Pivesuvius Tetricus, toen ter tijd Prefect van _Aquitania_, waar +van men meent, dat _Bordeaux_ de hoofdstad was, is opgerigt, omtrent +het midden van de derde eeuw der Christelijke jaartelling. Thans kan +men 'er de gedaante niet meêr van erkennen, en al wat 'er nog van +bestaat, is een klein gedeelte van den muur, die het omringde, en +waarin eenige boogsgewijze openingen (_portiques_); eenige vervallen +gewelven en een poort of hoofdingang, welke laatste wel het voornaamste +is van die merkwaardige oudheid; naar ik vernam, werd deze grond eenige +jaren geleden verkocht, en een groot gedeelte van de overblijfsels +van het Amphithéater weggebroken; deze verwoesting is echter door de +regering gestuit, en het verdere afbreken verboden. Ondertusschen zijn +'er eenige huizen in en tegen gebouwd, en deze met de vervallen muren +en puinhoopen misselijk door elkanderen staande, leveren niet anders +dan eene onbevallige vertooning op, en ik verwonderde mij zeer, dat +hier, waar men zich met het verfraaijen en verbeteren der stad veel +schijnt te bemoeijen, en waar de goede smaak ook niet moet ontbreken, +tot nog toe niet gezorgd is, om aan deze _Romeinsche_ overblijfsels +een bevalliger aanzien te geven; het geen niet moeijelijk zou zijn, +wanneer men 'er een' tuin van maakte, en naast deze oude muren eenige +Italiaansche populieren, cypressen- en accacia-boomen plantte; niet +langs de lijn of op eene stijve en regelmatige wijze, zoo als de +_Franschen_ gewoon zijn, maar als of zij door de natuur zelve daar +waren gesteld. + +Dit Amphithéater, dat ook wel _les Arénes_ genaamd werd, diende +hoogstwaarschijnlijk tot hetzelfde gebruik als dat van _Nismes_; doch +het is niet als dit geheel van gehouwen steen, maar van gebakken en +kleine gehouwen steenen gebouwd; deze zijn laagsgewijze regelmatig op +elkanderen gesteld, en met een soort van kalk of cement bevestigd; +de gebakken steenen hebben eene andere gedaante dan die welke wij +gebruiken, en gelijken meêr naar onze roode vloertegels [195]. In +eene vorige heb ik reeds van dat soort van steenen gesproken, en +het schijnt, dat de inwoners van deze landstreek, te weten _le haut +Languedoc_ en _Gascogne_, nog deze wijze van de gebakken steenen te +vormen van de _Romeinen_ hebben behouden. + +De straat van de plaats, aan het eind van de lanen van _Tourny_ +tot bij het Amphithéater, is vrij breed, en genoegzaam lijnregt, +en wordt _rue Fondaudege_ genaamd; aan het eind van dezelve is men +digt bij de _Jardin public_. + +Hoewel het middagmaal in mijne herberg wel beviel, ging ik heden +voor de verandering bij eenen zoogenaamden _restaurateur_ [196], die +men hier op dezelfde wijze als te _Parijs_ vindt, eten. De vertering +kwam al op hetzelfde, als aan de gemeene tafel in mijne herberg, uit. + +'s Avonds ging ik in het _Théatre de la Gaité_, waar Majeur mij door +zijn grappen nog al deed lagchen. Dat kleine Schouwburgje bevalt mij +wel, vooral omdat ik hier, moede gewandeld zijnde, kan uitrusten; +want men zit 'er in het _parterre_ even eens als te _Parijs_. De +prijs is zeer redelijk, en de vertooningen niet onaardig zijnde, +trekt dit Tooneel veel volk. + +Den 25 dezer. In de herberg had men mij naar mijn paspoort gevraagd, +om hetzelve bij de politie te vertoonen, en het daar te laten +teekenen. De bediendens uit de herbergen zijn met de bezorging daar +van belast, men geeft hun die, en zij bezorgen dezelven, wanneer zij +ze niet verliezen, wederom. Ik verkoos zelf mede te gaan, en zou +zulks ieder reiziger aanraden; want meêr dan eens ben ik getuigen +geweest van de moeite en onaangenaamheden, welke men heeft, als men +zijn paspoort kwijt is. Men betaalt hier 5 _sols_ voor het teekenen, +het eerste geld, dat men 'er mij sedert _Parijs_ voor heeft afgenomen, +hoewel ik het betalen van deze kleinigheid, niet onredelijk vind, +daar men toch ten dienste van de vreemdelingen eenige onkosten moet +doen, maar dat men te _Parijs_ alleen voor de handteekening van den +Minister der Buitenlandsche Zaken, Talleyrand, dienende om die van +de Ambassadeurs te bewaarheden, £ 10-:-: moet neêrtellen, vindt ik +niet billijk, en vooral niet voor eene _Carte de Sureté_ [197] in +_Parijs_ zelve moetende dienen, omdat deze stad een groot deel van +zijn bestaan aan de vreemdelingen verschuldigd is. Men zegt, dat de +Ambassadeurs zich reeds meêr dan eens hier over bezwaard hebben, doch +te vergeefsch. Ik hoop, dat men toch bij ons wederzijds zal handelen. + +De Beurs schijnt inwendig pas nieuw opgemaakt. Het plein, waar de +Kooplieden dagelijks verzamelen, is overdekt, en het licht valt 'er +van boven door eene zoogenaamde lantaarn; men klaagt dan ook, dat het +'er in den zomer zeer benaauwd zijn kan. Rondom aan den muur leest +men de namen van verscheidene landen, als _la Chine_, _l'Angleterre_, +_la Hollande_, enz. De Kooplieden zich bij deze teekens plaatsende, +vinden elkander daar door te gemakkelijker. Rondom de verzamelplaats +voor de Kooplieden is eene gaanderij, waarin veelerlei soorten van +winkels of kramen staan. Bij een prentenkoopman aldaar, zag ik eenige +plaatjes zoo zonderling geplaatst, dat ik niet wel denken kan, dat +zulks slechts bij geval was; boven eene afbeelding, waarop Lodewijk +de XVI. en zijne nabestaanden verbeeld werden, hingen de afbeeldingen +van de nieuwe Keizer en Keizerin, en daar bij een ander prentje met +een treurwilg, waar onder geschreven stond: _le saule pleureur_. + +Boven deze gaanderij zijn eenige andere vertrekken, zoo als de +regtbank voor den koophandel (_Tribunal de Commerce_) wij zagen 'er +een _Engelsche_ prijs bij openbare veiling voor eene som van 36,000 +_francs_ verkoopen; deze verkooping geschiedde bij het uitbranden +van de kaars [198], en werd door een trompetter aangekondigd. Achter +de beurs op de kaai staan doorgaans een menigte sleden, ieder met +twee ossen bespannen, waarmede hier de koopmanschappen in en uit de +pakhuizen gevoerd worden. Onder deze ossen vindt men 'er, die al vrij +groot zijn; genoegzaam alle zijn zij rood, en trekken met den kop, +de horens dikwijls zeer lang zijnde, worden aan den kant, waar zij met +de koppen tegen elkanderen zijn gespannen of gebonden, afgezaagd. Het +nommer van de slede hebben zij op een blikken plaatje voor den kop. + +De groote Schouwburg, zoo als ik u reeds gezegd heb, in de wijk _du +Chapeau Rouge_, en niet ver van de beurs staande, is het meesterstuk +van bouwkunde van den vermaarden bouwmeester Louïs en wordt voor +een der fraaiste, grootste en prachtigste Schouwburgen van _Europa_ +gehouden. Dit gebouw bevat een Tooneel- en een Concertzaal. De +voorgevel (_péristile_) bestaat uit twaalf Corinthische kolommen, +op de lijst boven ieder derzelven staat een beeld, zoo als gij op de +naauwkeurig geteekende afbeelding, die ik u zal doen toekomen, zult +zien. Ter zijde zijn gaanderijen, waar onder verscheidene kooplieden +en kramers hunne onderscheidene goederen in daartoe gemaakte kramen +of winkels uitstallen. Dit schoone gebouw is van gehouwen steen, staat +geheel op zich zelve, en maakt eene zeer fraaije vertooning. Inwendig +beantwoordt het ook zeer wel aan de verwachting, die men 'er zich +door het uitwendige van gemaakt heeft. Men in een ruim en prachtig +voorportaal, en hier bewondert men een' breeden en groots gebouwden +trap, waarmede men naar de gaanderijen, loges enz. gaat; het licht +valt hier op door een lantaarn in het dak gemaakt, en geeft aan dit +alles een luisterrijk aanzien; hoewel mij dunkt, dat terwijl onze +tooneelen tot nog toe, zoo wel zomers als 's winters door kaars- of +lamplicht verlicht worden, men beter zou doen, van alle de toegangen +tot hetzelve insgelijks door kaarsen of lampen te verlichten, om +daar door het treffend onderscheid tusschen het dag- en kaarslicht, +en de onaangenaame gewaarwording daar door bij het inkomen der +Schouwburgzaal veroorzaakt, zoo veel mogelijk te matigen. De plaats +voor de aanschouwers geschikt, heeft de gedaante van een cirkel, +van omtrent 60 voeten middellijns (_diameter_), omtrent het vierde +deel afgesneden door het Tooneel. Zij is door 12 op zich zelve +staande kolommen van gemengde order (_l'ordre composite_) omringd. De +tweede en derde loges als _balcons_ tusschen deze kolommen gemaakt, +bevielen mij niet, omdat men uit die, welke bij het tooneel zijn, niet +goed moet kunnen zien, en omdat 'er door deze inrigting veel plaats +verloren gaat. Het platfond is fraai geschilderd [199], ik meen door +Robin. De geheele zaal is met smaak versierd en verguld; doch naar de +uitwendige gedaante te oordeelen, had ik haar nog grooter verwacht; men +verzekerde mij, dat 'er niet meêr dan 2200 aanschouwers in geplaatst +kunnen worden. In het _parterre_ kan men ook niet zitten; men betaalt +in hetzelve en op de bovenste galerij £ 1-2-: en voor de plaatsen in +het orchest de eerste galerij enz. £ 3-6-:--Het was 'er heden zeer +vol; want Talma en zijne vrouw speelden 'er in _Henry VIII. ou la mort +d'Anne Bouleyn_, Treurspel van Chenier, hoewel het beste niet, dat hij +gemaakt heeft. De kleeding van Madame Talma was ook zeer naauwkeurig, +waaromtrent de _Fransche_ Actrices anders dikwijls zondigen, vooral +als de kleeding, zoo als zij in het stuk te pas komt, niet bevallig +genoeg naar haar zin is. Dit Treurspel werd over het algemeen vrij +goed gespeeld, en Talma en zijne vrouw zeer sterk toegejuicht; doch +het geraas, dat 'er door het vreesselijk gedrang in het _parterre_ +plaats had, was dikwijls hinderlijk. Ik had mij daar ook geplaatst, +maar was 'er gansch niet op mijn gemak. Na het Treurspel vertoonde +men 'er een stukje van Alexander Duval, genaamd _Shakespeare amoureux +ou la pièce à l'etude_. In dit blijspel, waarin maar drie vertooners +voorkomen, speelt Talma, die anders niet dan in het Treurspel voorkomt, +de hoofdrol, en verdient ook daar in wel gezien te worden [200]; +Madame Talma, en een _Bordeauxsche_ Actrice voldeden ook wel. + + + + + +DRIE EN TWINTIGSTE BRIEF. + +_Bordeaux, 1 October._ + + +Daar ik hier in een der voornaamstte wijnlanden van _Frankrijk_ +ben, en het omstreeks deze stad thans juist in het hartje van den +wijnoogst (_vendeange_) is, wilde ik dien zien, en ging ten dien +einde den 26en dezer naar het kasteel _Hautbrion_, 3/4 uurs van de +stad, of van de _St. Juliaans_ poort, (_porte St. Julien_) welke +men uitgaat, gelegen. Die poort is een modern en niet onaanzienelijk +gebouw. Door de voorstad, die 'er gnap uitziet, en een aangenamen weg, +langs tuinen en wijngaarden loopende, komt men te _Hautbrion_. Men +was 'er in het drukste van den oogst. De wijngaarden hier omstreeks +doorloopende, vonden wij 'er eene menigte mannen en vrouwen, jongens +en meisjes bezig, met de druiven te snijden, en 'er uit te dragen; +zij zongen tusschen beide half _Fransch_ en half _Patois Gascon_, en +schenen zeer vrolijk. Een man met een stokje in de hand, was gesteld, +om de kinderen in order te houden. Buiten den wijngaard werden de +druiven in kuipen of tonnen op een kar, met twee ossen bespannen, +geladen, en zoo naar het pershuis gebragt; bij dit pershuis was eene +niet onaardige wooning. De rentmeester van het landgoed, waar van de +eigenaar, naar hij ons verhaalde, te _Parijs_ woonde, ontving ons, +hoewel wij hem niet kenden, of geene de minste aanbeveling aan hem +hadden, zeer vriendelijk, en liet ons de wijze, op welke de wijn +gemaakt werd, zien. Als vele onzer landslieden zagen, hoe daar mede +gemorst wordt, zij zouden ligt huiverig zijn, om 'er van te drinken +[201]. In het pershuis waren twee vierkante houten bakken, hebbende +naar gissing omtrent 10 à 12 voet lengte, even zoo veel breedte, +en ongeveer 2 voet diepte; zij stonden eenige voeten van den grond +verheven; in deze bakken werden de druiven geworpen, en vijf à +zes menschen vertreden die dan met hunne bloote voeten, dit noemt +men _Fouler le Vin_; het sap liep door een gat, aan de voorzijde +gemaakt, in kuipen, en twee andere mannen droegen het van daar in +eene andere groote en hooge kuip, daar zij met eenen trap naar toe +moesten klimmen. Deze kuip was nog nieuw van eikenhout gemaakt, en met +ijzeren hoepels omringd; de rentmeester verhaalde mij, dat dezelve £ +1500--gekost had; men verkiest voor diergelijke kuipen het eikenhout, +hier omstreeks groeijende, boven het vreemde, omdat het minder hard +is. In deze kuip liet men het sap en de verpletterde druiven 10 à 12 +dagen staan, eer men ze verder uitperste en op vaten deed. De witte +wijn, dien men hier minder teelt dan de roode, was reeds in de vaten, +en gistte aanhoudend, zoodat de schuim door het bomgat, dat openstond, +uitliep; deze wijn, hoewel pas 14 dagen oud, was reeds zuurachtig. Men +liet ons ook den wijn van voorleden jaar, en van dien, welke eenige +jaren oud was proeven; deze laatste vooral was zeer lekker. De wijn +van _Hautbrion_ behoort tot de beste en fijnste wijnen, die in deze +gansche landstreek geteeld worden, doch om goed te zijn, moet men ze +ouder laten worden dan doorgaans de _Medoc_, en ze niet eerder drinken, +voor dat zij 5 à 6 jaren oud is. De druif is hier klein, donker van +kleur, hard van schil, en niet zeer aangenaam van smaak. De wijnoogst +was ook hier over het algemeen goed, echter hadden de wijngaarden +door de voorjaarsvorst nog wat geleden. + +Ik heb opgemerkt, dat de behandeling van den wijngaard in de +onderscheidene streken van _Frankrijk_ verschillende is. In _Bourgogne_ +wordt de stam al vrij kort gehouden, en de ranken tegen een regt +overeind staand stokje opgebonden. In _Provence_ en _Languedoc_ laat +men de stammen langer, en men bindt de ranken niet op, maar doet ze +over den grond kruipen, omdat dezelve daar door beschaduwd zijnde, +minder zouden uitdroogen. Naar de kanten van de _Pyreneën_ worden de +stammen nog hooger, en sommigen zijn vrij dik. In het Departement +der hooge _Pyreneën_ zelfs groeijen de wijngaarden, die somtijds +vrij zwaar zijn, zoo als ik u gezegd heb, tegen kersen of andere +boomtjes op, en in deze streek worden zij weder kort gehouden en +tegen stokjes opgebonden. + +Al wat men ons in _Holland_ voor _Bordeauxsche_ en _Medoc_ wijnen +verkoopt, moet men niet gelooven, dat in die landstreek groeit; +een groot gedeelte _Languedocsche_ wijnen loopt daar onder. Al die +wijnen verbeteren veel door de reis over zee, en wij hebben daar bij +beter slag, om ze te bereiden dan de _Franschen_ zelve, en welligt is +'er onze luchtstreek ook beter toegeschikt. De _Bourgogne_-wijnen +worden in _Frankrijk_ vrij algemeen voor gezonder gehouden dan +de _Bordeauxsche_, vooral voor lieden, die met jicht, graveel of +diergelijke kwalen gekweld zijn. + +In de stad terug gekeerd, ging ik het _Panorama_ van _Lyon_ bezigtigen, +omdat ik die stad en omstreken juist van dezelfde plaats gezien had, +van waar het _Panorama_ geteekend is. Ik vond het zeer wel gelijkende, +en deze vertooning was voor mij des te aangenamer, daar het mij +duidelijk, al het geene ik te _Lyon_ gezien had, herinnerde. Jammer +was het, dat de begoocheling hier en daar benomen werd door eenige +plooijen, die in het doek waren. Het zelve opgerold van _Toulouse_ +op hier in een lekke schuit ingescheept geweest zijnde, was vochtig +geworden, en aan de kanten wat verstikt; hier door kon men het +op sommige plaatsen niet goed spannen, dit gebrek was echter wel +te verhelpen. Op de plaats, achter deze vertoonplaats, zag men +_le Bellier Hydraulique_ van Montgolfier; dit werktuig, dat gij +ongetwijfeld kennen zult, bragt hier het water 42 voeten hoog. Nog +zag men hier een werktuig, dat men _la Pendule merveilleuse_ [202] +noemt. Deze wijst een woord, dat men geschreven heeft aan, op deze +wijze: het briefje waar op een of twee woorden geschreven zijn, gaf +ik het aan de vrouw die het werktuig laat zien; deze zag het in, en +wees met een wijzer op den muur over de pendule, alwaar al de letters +van het Alphabet stonden, een voor een dezelfde aan die ik geschreven +had; daarna wond zij de pendule, die naar gissing 10 of 12 voeten +van daar stond, op, en deed de slinger bewegen, en nu werden op de +wijzerplaat, waarop insgelijks de letters van het A. B. C. stonden, +dezelfde letters die ik geschreeven had aangewezen. Deze pendule is +afgezonderd (_geisoleerd_), staande op een glazen of kristallen kolom, +waar men door heen zien kan, en rondom vrij. De werking kan echter, +dunkt mij, niet anders dan door een _compère_ [203], en door den +magneet geschieden: waartoe anders ook de aanwijzing van de letters +op den muur. De uitvinder van dit werktuig, die zich Alexandre noemt, +en ook _directeur_ is van het _panorama_, zegt, dat het op eene andere +wijze werkt. + +'s Avonds ging ik het Tooneel _de la Gaité_ weder bezoeken, Majeur +speelde zeer aardig de _Ricco_. _Le foyer_ (de koffijkamer zou men bij +ons zeggen) van dit Schouwburgje is eene nette en fraaije zaal; 'er +is ook een tuintje achter, daar men in kan gaan wandelen, om tusschen +beiden eens lucht te scheppen. Alles ziet 'er nog nieuw en frisch uit; +want het is nog geen jaar geleden, dat het gebouw voltooid is. + +Den 27 dezer zag ik bij den Heer Lacour, voornaam schilder +alhier, en correspondent van het Instituut te _Parijs_, eenige +fraaije schilderijen en teekeningen. Onze landgenoot de Heer van +Spaendonck, Professor in de schilderkunst, (zijnde een der voornaamste +bloemschilders thans bekend) en lid van het Instituut te _Parijs_, +had mij een aanbevelingsbrief aan dezen Heer medegegeven [204]. Onder +de schilderijen die ik hier zag, waren eenige goede stukken van +_Nederlandsche_ meesters, zoo als Ruisdaal, Wouwerman, Teniers, Adriaan +Brouwer, Poelenburg enz. Onder de teekeningen munten uit twee groote en +uitvoerige met de pen op perkament, door Willem de Heer, in den smaak +van Ostade; ook bezit de Heer Lacour eene zeer schoone schilderij, +behoorende tot de _Venetiaansche_ school, en zijnde waarschijnlijk van +Sebastien del Piombo, ook Sebastiano Veneziano genaamd; het verbeeldt +Judith in de tent van Holofernes, dien zij het hoofd heeft afgeslagen, +het welk zij in een zak werpt, die door eene andere vrouw opgehouden +wordt. Dit stuk is zekerlijk lang verloren geweest, zijnde zoo vuil +en zwart, dat men niet kon erkennen, wat 'er op stond, toen de Heer +Lacour het alleen om het paneel kocht. Gevallig ontdekte hij naderhand, +dat het der moeite waardig zou kunnen zijn, om schoon te maken; het +geen dan ook ondernomen werd, en men beklaagde zich zulks in 't geheel +niet. Daar de stukken van dien beroemden meester, en om de kunst, en +omdat zij vrij zeldzaam zijn, veel geacht worden, zou deze schilderij, +hoe schoon ook buitendien op zich zelve, nog van veel meerder waarde +zijn, als men bewijzen kon, dat het van den voornoemden meester +is. In eenige werken over de schilderkunst wordt gesproken van een +gegraveerde plaat, verbeeldende de geschiedenis van Judith, naar eene +schilderij van Sebastien del Piombo. De Heer Lacour en zijne vrienden +te _Parijs_ en elders, hebben zich al veel moeite gegeven, om deze +plaat op te sporen; doch zijn daarin tot nog toe niet geslaagd. Zoo +gij somwijlen gelegenheid mogt hebben, Vriend! om dien aangaande iets +te ontdekken, laat dezelve dan niet voorbijgaan, zonder 'er het meest +mogelijke gebruik van te maken. Den achtingwaardigen eigenaar van het +stuk daar door dienst doende, zult gij mij tevens veel vriendschap +bewijzen. In eene geschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament, +(_Histoire de l'Ancien et Nouveau Testament_) langwerpig 4to [205], +staat ook een plaatje, waar van de teekening, hoewel op zich zelve +niet veel beduidende, naar deze schilderij schijnt gevolgd. De zoon +van bovengemelden Heer Lacour, een bekwaam plaatsnijder, heeft dit +stuk verkleind (want de figuren zijn weinig minder dan levensgrootte) +geteekend, en is voornemens, om deze fraaije teekening eerstdaags +in het koper te brengen. De Heer Lacour de vader is thans bezig aan +een groot stuk, verbeeldende een gedeelte van de kaai en haven van +_Bordeaux_; het gezigt van den kant _des Chartrons_ genomen. Het +wordt zeer fraai en naauwkeurig geschilderd, en de huizen enz. op +de plaats zelve uitvoerig geteekend; het laat zich reeds aanzien, +dat deze schilderij wel beantwoorden zal aan den roem van den meester. + +'s Avonds ging ik weder in den groote Schouwburg, doch niet meêr in +het _parterre_; om door Talma _de Othello_ van Shakespear te zien +spelen. Het is een van de rollen, waarin hij uitmunt,--nimmer zag +ik hem beter;--welk eene woeste en afgrijsselijke houding,--en zoo +ziet 'er toch een mensch, door woedende driften vervoerd, uit.--Hij +deed mij somtijds ijzen, en eene koude rilling gevoelen [206]. Deze +verdienstelijke schouwspeler brengt het in dit vak vooral al ongemeen +ver. Zijne vrouw speelde ook goed voor de minnares, en een van Hove, +tot dit Tooneel behoorende, voldeed wel in de rol van den Vader, en +schijnt een goed schouwspeler te zijn; echter was hij niet zeer vast +in zijn rol. In het begin was 'er door het gedrang in het _parterre_, +zoo een sterk geraas, dat de vertooning daar door tusschen beide +werd verhinderd, zoo dat de vertooners een en andermaal moesten +stilzwijgen, en dit is aan niets anders toe te kennen dan aan de +verkeerde inrigting, die aan dat gedeelte der aanschouwers geen +zitplaatsen vergunt. Naderhand werd het evenwel stilder. Talma +en zijn vrouw werden ongemeen sterk toegejuicht; een lauwerkrans, +als het hoogste blijk van genoegen, werd op het tooneel geworpen, +en deze beide vertooners met algemeene stemmen gevraagd [207]. _Les +trois Frères Rivaux_ [208] van la Font, werd door de _Bordeauxsche_ +schouwspelers ook vrij wel vertoond. Om meêr plaatsen te winnen, +had men die van de muzijkanten voor de aanschouwers ingeruimd, en +nog was het overal stikkend vol. + +Den 28 dezer, na bij den Heer Lacour nog eenige kunststukken en +oude medailles, waarvan een gedeelte alhier omtrent de voorstad +_St. Seurin_ gevonden werd, gezien te hebben, ging ik met hem +het Museum van Natuurlijke Historie, Schilderijen, Oudheden; enz, +bezigtigen. Het behoort aan bijzondere personen, die het voor geld +laten zien; doch daar de Heer Lacour met hun bekend was, kostte +het ons niets. In eene ruime en fraaije zaal, waarin het licht van +boven invalt, ziet men verscheidene schilderijen, waar onder eenige +fraaije: op de lijsten van de meesten leest men den naam van den +een of anderen voornamen meester. In dezelfde zaal ziet men eenige +wapenen en andere werktuigen van zoogenaamde Wilden, eenige opgezette +en in wijngeest bewaarde dieren, mineralen, enz. doch de opgezette +dieren waren zeer door de mot beschadigd; twee mummien of gedroogde +lijken van _Teneriffe_, een groote oude lijkbus van gebakken steen, +die te _Toulouse_ gevonden was, eenige aardevaten der ouden, fraai +gemaakt, en glad en blinkende, of zij verglaasd waren, enz. In een +andere pot of lijkbus met een deksel, toonde men nog eenige half +verbrande beenderen, die men zeide dat 'er in gevonden waren. Men +liet 'er ook eenige traanflesjes (_lacrimatoires_) die hier omstreeks +gevonden waren, zien; doch het geen ik bijzonder merkwaardig vond, was +een genoegzaam vierkante steen, naar gissing omtrent 3 voeten hoog, +en wat minder breed; op drie zijde was beeldhouwwerk _en basrelief_ +van eene goede teekening, verbeeldende de middelste en breedste zijde +Jupiter en Ganimedes, en de twee anderen Juno en Leda. De zoon van +den Heer Lacour heeft deze beeldtenissen geteekend en gegraveerd. Ik +zend 'er u hier nevens een afdruk van. De trekken die gestipt zijn, +heeft hij, als genoegzaam verwoest, bijgeteekend. Deze steen is pas +omtrent drie weken geleden gevonden, bij het graven van een' kelder +voor een nieuw huis dat gebouwd wordt, ter zijde van het Hotèl van de +voormalige _Intendance_, en de straat genaamd _rue des Fosses_ [209] +_de l'intendance_. Men veronderstelt dat deze steen gediend heeft tot +een piedestal van het beeld van Jupiter; hebbende de ruwe of onbewerkte +zijde tegen den muur gestaan, misschien in den tempel van Jupiter, waar +van ik hier voor gesproken heb. In vroegere tijden is hier, zoo als de +naam van de straat nog aanduidt, een gracht geweest, en deze steen is +daar welligt met andere afbraak in geworpen om dezelve te dempen. Het +gemelde huis en kelder nog niet voltooid zijnde, zag ik daar nog +verscheidene bewerkte steenen, half in den grond liggen; op sommigen +was loof- en lijstwerk van een' goeden smaak, doch ik zag 'er ook een, +waarop eenige beeldtenissen waren, die 'er vrij Gothisch uitzagen. Alle +deze steenen, geelachtig van kleur, behooren tot de soort, die men +hier omstreeks en in de meeste steengroeven van _Frankrijk_ vindt, +en doorgaans gebruikt wordt, om te bouwen. Oudheidkundigen zullen +hunne gevoelens over den opgemelden steen denkelijk wel bekend maken. + +Verder gingen wij het kabinet van schilderijen van den Heer +Journu-Aubert lid van de _Senat Conservateur_ bezigtigen, in +een huis niet ver van den grooten Schouwburg, _Rue des Fosses du +Chapeau Rouge_. Vier stukken van Joseph Vernet [210], schilder van +verscheidene Zeehavens enz. verdienen daar in bijzonder opgemerkt +te worden; die meester heeft ze voor dit Kabinet, dat niet groot is, +doch waar in men behalve deze nog verscheidene fraaije stukken ziet, +geschilderd. De namen van vele voortreffelijke meesters zijn ook op +de fraai vergulde lijsten te lezen. + +In dit zelfde gebouw, dat vrij groot is, ziet men ook eene danszaal, +en eenige anderen daar bij behoorende vertrekken, op de wijze van +een grot, aardig geschilderd en versierd. Deze plaats, waar van men +vooral met den vasten-avondtijd (_Carnaval_) gebruik maakt, moet bij +avond verlicht zijnde, geene onaardige vertooning maken. Men noemt +dezelve _Frascati_. + +Na het middagmaal zag ik in de voorstad, achter de _Jardin Public_ +wandelende, aan het eind van dezelve een fraai lusthuis en tuin; een +gedeelte daar van was afgezonderd, en diende thans om danspartijen +en zoogenaamde landelijke feesten (_Fètes Champêtres_) te geven. Men +noemde het _Tivoli_, alles om _Parijs_ na te apen, waar men ook zulk +een _Frascati_ en _Tivoli_ heeft. + +'s Avonds ging ik _au Théatre Français_; men gaf 'er een nieuw stuk, +dat niet veel beteekende, en een ander dat ik te _Parijs_ reeds gezien +had. Hier betaalt men 15 _sols_ in het _parterre_, dat ook slechts eene +staanplaats is. Ondertusschen, daar de avonden lang beginnen te worden, +zijn diergelijke plaatsen voor de vreemdelingen goed, om 'er een uurtje +in door te brengen. Die van _Bordeaux_ schijnen nog al liefhebbers van +het Tooneel te zijn; doch naar ik vernam, bestaat hun uitspanning en +pracht bijzonder in de goede sier, en het houden van maaltijden, als +een blijk hier van onder anderen, vindt men in hun voornaamste Almanak +(_Calendrier de la Gironde_) van het laatst afgeloopen _Fransche_ +jaar, achter een lijst van de Departementale en Stedelijke Besturen, +Regtbanken, Bankiers, Makelaars, Kooplieden enz. eene onderrigting, +om eene tafel voor twaalf personen aanteregten (_Instruction pour +regler le service d'une table de douze couverts_.) Nu het is hier ook +in der daad een soort van luilekkerland, goed vleesch, vooral rund +en schapen, haperen 'er niet, daar _Gascogne_ nog al wat weiland +oplevert, zoo min als versche zee- en riviervisch; de omstreken +leveren ook onderscheidene soorten van wildbraad en tam gevogelte +in menigte op, waarbij men veeltijds de beroemde truffels, die het +naburig land van _Périgord_ oplevert, voegt; _Perigueux_ de hoofdstad +van dat land is beroemd om de patrijzen-pastijen; en de wijn begrijpt +gij dat bij dit alles niet hapert, hoewel de fijne en lekkere soort +'er gansch niet algemeen en bijna zoo duur is als bij ons. De wijn, +dien men in de herbergen, zelfs in de voorname, gewoonlijk drinkt, +is maar redelijk; en als men een flesje extra wil hebben, moet men +'er al 4 of 5 _livres_ voor neêrtellen, en dan heeft men nog van den +allerbesten niet. Over het geheel zijn de levensmiddelen hier duur, +zelfs houdt men _Bordeaux_ voor de duurste plaats van _Frankrijk_; +het geen ik voornamelijk aan den overvloed van geld, die 'er althans +in vredestijd plaats heeft, toeschrijf. Menschen, die rijk zijn, +en het voornamelijk om lekker eten en drinken te doen is, zou men +deze stad wel tot eene woonplaats kunnen aanraden. + +Den 29 dezer; daar men mij de Kerk der voormalige _Carthuizers_, in +een der voorsteden, als bezienswaardig had opgegeven, ging ik die +heden bezigtigen. In het voorbijgaan zag ik die van _St. Seurin_, +waarin steenhouwers, metselaars, en andere werklieden, drok bezig +waren met dezelve op te gnappen; merkwaardigheden vond ik 'er +niet. Het koor van de _Carthuizer_ Kerk is rondom van marmer; maar +vooral verdient het schilderwerk van het gewelf in deze Kerk, om de +aardige uitwerking die het maakt, bewonderd te worden; het bestaat +slechts in eenig loofwerk enz. en boven het koor ziet men een koepel, +rondom met glasramen; deze inzonderheid is zoo natuurlijk geschilderd, +dat men zou meenen dat hij wezenlijk bestond. + +In het terug keeren las ik op den hoek van een straat _rue plus de +Rois_, en op die van een anderen _rue haine aux Tyrans_. Gij begrijpt +dat 'er deze opschriften van daag of gisteren niet gezet zijn. Thans is +'er ook een straat, die men _rue Bonaparte_ noemt. + +Heden was het weder vrij zacht, anders hebben wij hier, hoewel op +44 graden, 50 minuten noorderbreedte, en pas in het begin van den +herfst, al eenige dagen gehad, dat het 's morgens en 's avonds een +weinig koud was. + +Onze landgenoot de Heer van Erichem, Doctor in de medicijnen alhier, +onthaalde ons op een lekker middagmaal naar den _Hollandschen_ trant, +waarbij zelfs watertongetjes, die zeer goed waren; die hupsche en +vriendelijke man, welke hier reeds verscheiden jaren woont, en als een +kundig Geneesheer bekend is, heeft echter nog veel van de _Hollandsche_ +gebruiken behouden, onder anderen is hij nog een groot liefhebber van +de pijp, en zijne echtgenoote, hoewel eene _Fransche_, is redelijk +genoeg, om zich hier na te schikken. De _Fransche_ vrouwen zijn anders +over het algemeen zeer tegen het tabak roken, en een pijp is genoeg, +om haar een gezelschap te doen schuwen. + +Na den maaltijd gingen wij met den Heer van Erichem en zijne huisvrouw, +den tuin achter het huis van den Heer Gramont, een der voornaamste +Kooplieden van deze stad, bezigtigen; dit huis is aangenaam gelegen +aan het eind van de kaai, naar den kant van de scheepstimmerwerven. De +tuin is niet onaardig, en gedeeltelijk in den _Engelschen_ smaak +aangelegd; een gemetseld grachtje met stil staand water, waarin +eenige zwanen en eenden, loopt 'er door. Doch hij, die _Hollandsche_ +tuinen en buitenplaatsen gezien heeft, vindt hier in 't geheel niets +bijzonders. In een klein park had men ook een paar reeën, en het +geen vreemd was, een van de twee scheen zeer boosaardig, zoo dat, +als 'er iemand in het park kwam, zij terstond naar hem toe liep; +zij zette zich voor hem op de achterste pooten, en krabde met de +voorste. De tuinman was 'er zelfs bang voor, doch wij wapenden ons +ieder met een tak van een boom, na een paar slagen, stelde zij zich +niet meêr te weêr, maar liet zich zelfs streelen. + +In het terug keeren, niet ver van daar op de kaai, toonde men mij het +Vondelinghuis, ook _l'Hôpital de la Manufacture_ genaamd, het is een +groot en aanzienlijk gebouw; 's jaarlijks werden 'er doorgaans 400 à +500 vondelingen in gebragt; zij worden in een draaipoortje (_tour_) +gelegd, en men waarschuwt door een bel die daar naast hangt [211]. Hoe +zeer deze gestichten strekken ter voorkoming van afgrijsselijke +misdaden, moet men toch bekennen, dat zij aanleiding geven, en +een ruime deur openzetten voor ongeregeldheden en liefdeloosheid; +vooral bij _Fransche_ moeders in voorname steden, welke zoo algemeen +de afgrijsselijke gewoonte hebben, van hare zuigelingen, zoodra zij +geboren zijn, van zich aftestooten, en aan vreemden buiten de stad, +en dikwijls eenige uren van daar overtegeven, en dus de ongevoeligheid +omtrent haar kroost al zeer ver hebben gebragt. Zulke moeders zien +dikwijls eene henne met hare kiekens, en zij blozen niet.--Welke +gevolgen moet dit voor het vervolg op de opvoeding, en dus ook op de +Maatschappij, niet hebben? Diergelijke gebreken vindt men in menigte +in die maatschappelijke inrigting, die men ons als zoo goed en zoo +verkieslijk aanpreekt; en hij die zich durft vermeten, om 'er iets +tegen te zeggen, wordt voor een Jacobijn of Filozoof, twee nieuwe +scheldnamen, uitgedacht, om redelijke menschen hatelijk te maken, +uitgekreten [212]. + +'s Avonds ziet men hier in de Koffijhuizen (waar onder 'er verscheiden, +die zeer fraai en net zijn) veel bier drinken [213]. Het Hollandsen +bier is hier ook bijzonder geacht; hier en daar leest men nog op de +uithangborden _Bierre de Hollande_; en wij zelve maken 'er zoo weinig +werk van, dat deze trafiek geheel in verval geraakt. Men maakt hier +ook anijsdrank onder den naam van _Anisette de Bordeaux_ bekend; doch +hij is op zijn best half zoo goed als onze _Amsterdamsche Anisette_ +uit het _Loosje_, of van Fokke; dit bekennen de _Franschen_ zelve, en +maken van de _Anisette_, zoo wel als van de _Curassau de Hollande_ [214] +ongemeen veel werk, en wij laten die soort van goed uit _Frankrijk_ +komen, en betalen het duur. + +Den 30 dezer, zijnde zondag, ging ik de groote misse in de +_St. Andréas_ Kerk hooren; 'er werd vrij goed gezongen, en het +orgelmuzijk was zeer aangenaam; deze en eenige andere Kerken, die +ik bezocht, waren tamelijk vol volk. Die van _Bordeaux_ worden voor +zeer gehecht aan den regeringsvorm, zoo als die voor de omwenteling +bestond, gehouden, en zijn dus ook ijverige Roomschgezinden. Deze +plaats zeer veel handel met _Engeland_, zoo wel als met _Holland_ +drijvende, welke handel thans genoegzaam geheel gestremd is, kunt gij +begrijpen hoe de Kooplieden gezind zijn; want de handel is hier even +als in onze kooplieden de spil, waarop alles draait, en de handelgeest +de voorname drijfveer van de bemoeijingen der meeste ingezetenen. + +Hier is ook eene school van Koophandel, (_Ecole de Commerce_) waar de +gronden van den beoefenenden Koophandel onderwezen worden, benevens +de Aardrijkskunde tot den koophandel betrekking hebbende, deszelfs +regten en wetten, en de zedekunde van den Koopman. De lessen worden +in het openbaar, en om niet (_gratis_) dagelijks, behalve op Zon- en +Feestdagen, gegeven; en de onderwijzers zijn H. C. Guille Professor, +en Chalret toegevoegde (_suppléant_).--Was dit voor ons geen voorbeeld +ter navolging? + +De wallen van het _Chateau du Haa_, dat niet ver van deze Kerk +gelegen is, zijn gesloopt, en sommige muren afgebroken; het ziet +'er dan hier door de puinhoopen enz. woest en onoogelijk uit. Het +Kasteel zelf dient thans voor een gevangenis. Deze sterkte werd, +benevens _le Chateau Trompette_, in 1451 of 1452 onder Karel de +VII. gebouwd, en beide zijn in de geschiedbladeren van _Frankrijk_, +vooral met opzigt tot de burgeroorlogen, zeer bekend. + +Behalve de _allées de Tourny_, is 'er nog een lange regte en vrij +breede straat, loopende van de _Place Nationale_, tot voorbij de +_Jardin Public_, zij is aan beide zijde met boomen beplant, en dient +ook voor eene wandelplaats; men noemt dezelve _le Cours de Tourny_. De +_Allées de Tourny_, hebben wel iets van de _Boulevard du Temple_ te +_Parijs_ in het klein; 'er is een kleine Schouwburg, Marionnetten, +koorddansers of springers en andere spellen, waar men zeldzaamheden +enz. laat kijken; de twee _Engelschen_ welke een soort van geschubde +huid hadden, en die ik reeds te _Parijs_ gezien had, waren thans +ook hier. Ook zag ik 'er eene vrouw, van, naar het mij voorkwam, +ruim 30 jaren, hebbende een' zwaren baard van zes duim lengte, +ongemeen sterke wenkbraauwen, en bijzonder op hare beenen zeer veel +haar. Deze vrouw was nog maar vijf dagen geleden in de kraam bevallen, +en het kind was ook op verscheiden deelen van het ligchaam met haar +bewassen, had reeds bakkebaarden, en zeer zware wenkbraauwen; het was +bruinachtig van vel, doch zag 'er anders zeer gezond uit. De moeder +liet het zuigen, en ik verwonderde mij over de blanke borsten van +die vrouw, waarop die rosachtige en grijze baard eene afzigtelijke +vertooning maakte; over het geheel scheen deze vrouw niet kwalijk +gemaakt, doch was zeer zwak van gezigt, en had behalve den baard, +zeer onbevallige wezenstrekken. Ondertusschen heeft zij toch nog een +minnaar in een oppasser of knecht gevonden; zoo vreemd en misselijk +is somtijds de smaak der menschen. Volgens de bekendmaking, zou haar +een _Hollandsch_ Koopvaarder uit _Noorwegen_ mede gebragt hebben; +ondertusschen sprak zij tamelijk _Fransch_, en hare stem, zelfs in +het zingen, was juist niet onaangenaam. Naast den kleinen Schouwburg +is ook een huis, waar openlijk verscheidene soorten van dobbelspelen +dagelijks gespeeld worden; men ziet 'er niet anders dan ambagtslieden, +varensgasten, en diergelijke, tot den zoogenaamden lagen burgerstand +behoorende; ook zag ik 'er verscheidene aankomende jongelieden; +'er was doorgaans veel volk. Ik herhaal het, hoe is het mogelijk, +dat men zoo iets in eene geregelde maatschappij duldt? + +Na den middag ging ik naar eene soort van tuin, even buiten de +stad, naar den kant van de voorstad _St. Seurin_, men noemt dezelve +_Plaisance_; 'er werd gedanst, en eenige spellen, zoo als in een +molen draaijen, op een plank wippen, schommelen enz. gespeeld; doch +door het gure en onaangename weder, was 'er niet veel volk. + +Voorleden Zondag had ik al hooren aankondigen, en aangeplakt gezien, +dat men 's avonds in het Marionnettenspel de Geboorte van J. Christus +zou vertoonen, zoo als zulks toen ook geschied was, en heden avond +moest hetzelfde weder plaats hebben; zulk eene zonderlinge vertooning +willende zien, ging ik 'er heen. Men begon met den Engel, die Maria +de boodschap bragt, vervolgens zag men de aankomst van Maria en +Joseph aan de herberg, de Geboorte, de Wijzen uit het Oosten, den +Kindermoord, de vlugt naar _Egypten_, enz. De toestel was voor zulk +eene soort van vertooning nog al zoo heel slecht niet, maar de waard +van de herberg, als een _Fransche_ kok gekleed, en een Pastoor met +een zwarte tabbaard aan en een vierkante muts (_bonnet carré_) op, +kwamen 'er misselijk in.--In eene plaats, waar men nog al werk van +den kerkelijken eerendienst schijnt te maken, zulk eene onteerende +vertooning--welke ongerijmdheid! Met dat al was 'er veel volk, en +de meesten zaten met de grootste aandacht te kijken.--Wat zegt gij +hier van, Vriend! zoudt gij zoo iets in deze tijden, en in een der +voornaamste steden van _Frankrijk_ wel gezocht hebben? + +Den 1en October, voornemens zijnde om morgen niet den postwagen van +hier op _Tours_ te vertrekken, had ik reeds voor eenige dagen plaatsen +besproken; want men moet het thans op het laatst niet laten aankomen, +omdat 'er al eenige nieuwsgierigen, om het aanstaande krooningsfeest +te zien, op reis gaan. + +Niets willende overslaan, ging ik de vesting _le Chateau +Trompette_ genaamd, ook van binnen bezigtigen, doch vond 'er niets +merkwaardigs. Naar men mij verzekerde, bestaat 'er reeds sedert +eenige jaren een ontwerp, om deze vesting geheel te slopen, den +grond te doen bebouwen, en dit schoone gedeelte van de stad, alzoo +aanmerkelijk uit te leggen. + +Daar het heden markt was op de plaats, bij de poort _St. Julien_, +ging ik daar henen, om de boeren van _de Landes_ (heigronden) [215] +welke op stelten loopen, te zien; digt bij de markt ontmoette ik +'er een, zijne stelten waren zoo hoog, dat hij wel drie voeten van +den grond verheven was [216]; en door de wijde schreden, die hij daar +mede deed, vorderde hij zoo sterk, dat men hem op een drafje loopende +niet bijgehouden zou hebben; hij had een' langen stok in de hand, +om zich te ondersteunen; sommigen, naar ik vernam, gebruiken die ook, +om zittende op te rusten, doch dan is hij korter en met eenen platten +knop 'er op. De kleeding van dezen man bestond in een kort kamizool +van rooden stof, met mouwen tot op de hand, en een ander wat langer en +wijder met mouwen tot aan de elleboogen, van bruinachtig grof laken +of pij 'er over; hij had een plat gebreid mutsje op van bruine wol +(_berette_) zoo als de boeren van het landschap _Bearn_, waarvan ik +reeds gesproken heb. Op de stelten stond hij blootvoets, en had om de +beenen stukken schapenvel met de wol naar buiten, als een soort van +slopkousen; in den winter of bij slecht weder, heeft hij ook een soort +van overrok zonder mouwen van schapenvellen, met de wol naar buiten, +aan. Onder aan hun stok en stelten is, in plaats van ijzer of koper +beslag, een stuk van een ossenbeen gemaakt. Hunne haren kammen zij +genoegzaam nooit uit, maar ontwarren die slechts met de vingeren, +zij staan dan ook steil en als borstels van het hoofd af. De reden, +waarom deze lieden op stelten loopen, is, om beter door de hoog en +digt begroeide of zandige heiden, als mede over de sloten en groeven, +die zich in hun weg opdoen, te kunnen komen, misschien ook om spoediger +te vorderen; de herders [217] op deze stelten staande, kunnen ook hunne +kudde beter overzien. Om de stelten aan te binden, gaan zij doorgaans +in hunne hutten op een hooge kas of op den schoorsteenmantel, die +vrij hoog is, zitten; en in het veld zijn zij dikwijls verpligt, +wanneer 'er zich geen heuveltjes of diergelijken opdoen, om op een +boom of struik te klimmen. Hunne vrouwen maken zich eene soort van +hoog opstaande kap, van twee of drie doeken als servetten; twee +punten daar van zijn van achteren bij elkander gespeld; zij hebben +een kort jakje aan, van de een of andere grove stof; overigens zag +ik aan hunne kleeding niets bijzonders [218]. Deze menschen, naar ik +vernam, zijn even als de bewoners van de hooge _Pijreneën_, het geen +men ruw en onbeschaafd noemt, daar bij ook zeer bijgeloovig, zoodat +men ze door een vertelling van weerwolven of spoken, ligter dan door +geweld, zou kunnen verjagen; zij hebben ook hunne bijzondere zeden +en gebruiken, doch zijn door de gemeenschap met de naburige steden, +alwaar zij schapen, houtskolen, oesters [219], wild, enz. ter markt +brengen, veel verbasterd en bedorven. Zij staan in dit opzigt alzoo +met de goede eenvoudige bergbewoners niet gelijk. + +Terwijl wij over de kleederdragt handelen, moet ik ook een paar +woorden zeggen van die vrouwen en dochters alhier, welke tot de klasse +der ambachtslieden, dienstmaagden, enz. behooren: zij onderscheiden +zich, vooral wanneer zij uitgedoscht zijn, door zeer hooge mutsen, +en dragen, even als onze _Noord-Hollandsche_, eene menigte rokken over +elkanderen. In het algemeen zien 'er de vrouwen hier vrij wel uit. Men +ontmoet 'er ook op de wandel- en andere plaatsen, voor het openbaar +vermaak geschikt, zeer vele gerijfelijke juffertjes, waar onder men +'er vindt, die 'er zeer bevallig uitzien, en de houding en kleeding +van de zoogenaamde voorname vrouwen vrij wel weten na te volgen. + +Het getal der schoensmeerders, meestal aankomende jongens, was hier +zoo groot, dat de Politie 'er voor de zeevaart, nog maar kort geleden, +eenige honderden heeft doen oppakken. + +Daar de _Bordeauxsche_ wijnen bij ons genoeg bekend zijn, zal ik mij +niet ophouden, met u de soorten daar van optenoemen, maar alleen +zeggen, dat die, welke men _Vin de Grave_ noemt, en welke onder +de meest geachtste soort behoort, dus genaamd wordt, omdat zij op +eenen keizelachtigen zandgrond, die de _Franschen Gravier_ noemen, +geteeld wordt: de witte is het algemeenste, en wordt, benevens die +van _Sauterne_, hoog geschat. Van de roode _Medoc_- [220]wijnen, +maakt men zoo wel hier als bij ons zeer veel werk, doch dat land zou +al vrij wat grooter moeten zijn, om al de wijnen, die naar hetzelve +genoemd worden, te kunnen voortbrengen; maar, zoo als ik reeds gezegd +heb, de wijnen komen dikwijls met valsche doopceelen ter markt, +en om dagelijks een flesje echte _la Fitte_, _Chateau Margot_ of +diergelijke, op zijn tafel te hebben, is een burgerstuivertje maar +in 't geheel niet toereikende. Gelukkig dat men buiten dien zeer wel +gezond en vergenoegd kan zijn, en missen velen dat kostbare roode sap, +zij kunnen daar door ook beter de roode jichtbaai (dat toch gansch +geen aangename opschik is) missen. De wijnkoopers alhier schijnen +vrij algemeen te gelooven, dat de adem van ziekelijke of ongestelde +personen, schadelijk is voor den wijn, en laten daarom niet gaarne +menschen, die 'er ongezond uitzien, en vooral geene vrouwen, in hunne +pakhuizen, die men _Chais_ noemt. + +Van de openbare gebouwen sprekende, heb ik nog vergeten, om van de +Kerk van _St. Dominicus_ melding te maken. Zij verdient inzonderheid +om het fraaije beeldhouwwerk op den voorgevel (_facade_) wel gezien +te worden; thans wordt zij, zoo ik meen, _la Paroisse Notre Dame_ +genaamd, en staat tegen over een straat, uitkomende aan de _Allées de +Tourny_; van deze wandeling moet ik ook nog zeggen, dat zij genaamd +is naar den Rentmeester (_intendant_) Tourny den vader, aan wien +die van _Bordeaux_ deze wandelingen, en meêr andere aanzienelijke +verbeteringen in hunne stad, verschuldigd zijn, en wiens nagedachtenis +daar dan ook met reden in zeer veel achting is. + +_Bordeaux_, een der oudste en aanzienlijkste steden van _Frankrijk_, +was voorheen de Hoofdstad van de Provincie, _la Guienne_ genaamd, thans +is zij het van het Departement _de la Gironde_, de naam van de rivier, +welke voortgebragt wordt door de vereeniging van de _Dordogne_ en de +_Garonne_. De bevolking van deze stad wordt op ruim 104,600 begroot; +zij is aan den linker oever van de _Garonne_, omtrent 15 uren van +de plaats, waar de _Gironde_ in zee valt, gelegen. Haar grondgebied +is zeer uitgestrekt, doch naar evenredigheid niet bevolkt, door +de moerassen, die 'er van het Noorden naar het Zuid-Oosten langs +liggen. Sommigen willen den naam van die stad afgeleid hebben van +_bord de l'eau_, of _bord des eaux_, (kant van het water) omdat +zij aan den waterkant gelegen is. In oude tijden werd zij _Aquita_, +en daar na _Burde Galla_ genaamd. + +Deze stad heeft verscheidene beroemde mannen opgeleverd, waaronder de +waarlijk groote Michel Montaigne, hoewel niet in _Bordeaux_ zelve, +maar op het Kasteel _Esquem_ in het naburig Landschap _Perigord_ +geboren, vooral niet moet vergeten worden. Die kloeke wijsgeer was +Maire van deze stad omtrent 1581, en stierf in 1592, in den ouderdom +van ruim 59 jaren. Het kostelijke werk, dat hij onder den nederigen +titel van _Essais_ heeft geschreven, is u ongetwijfeld bekend +[221]. Zulke mannen telt men toch maar weinig in de Geschiedbladeren. + +Over mijn herberg _l'Hotèl des sept Frères_, bij Langueron, _petite +rue de l'Intendance_, was ik wel te vreden; het is 'er vrij zindelijk +en gnap, en voor _Bordeaux_ gansch niet duur [222]. + +Gij bekomt nu niet eerder tijding van mij, Voor dat ik te _Parijs_ +ben.--Vaarwel! + + + + + +VIER EN TWINTIGSTE BRIEF. + +_Parijs, 11 October._ + + +Dingsdags den 2 dezer, 's morgens om 6 uren vertrok ik van _Bordeaux_, +en gisteren ben ik hier weder aangekomen, na mij een paar dagen te +_Tours_ te hebben opgehouden; zie hier mijne aanteekeningen aangaande +die reis. + +De reizigers van _Bordeaux_ naar _Parijs_, stappen doorgaans aan +den overkant van de _Garonne_, ter plaatse _la Bastide_ genaamd, +op den postwagen. Ik was tijdig genoeg aan het veer, doch moest +'er wel een groot kwartier wachten, omdat 'er geen schuitjes waren, +zoodat ik vreesde van te laat te zullen komen; het bestuur van dit +veer schijnt niet zeer naauwkeurig te zijn, want, naar ik vernam, +had diergelijk verzuim wel eens meêr plaats. De bagagie wordt daags +te voren in de stad op den wagen geladen. Men betaalt daar voor +tot _Tours_ £ 25- per quintaal en £ 60- de persoon voor een plaats +binnen in. Buiten ons, was 'er alleen eene vrouw met een ziek kind +op den wagen, zoo dat het gezelschap niet zeer mede viel. Langs een' +vrij goeden weg met kleine steentjes opgeworpen, en hier en daar wat +stijgende, komt men omtrent 3 uren van _Bordeaux_, aan den oever +van de _Dordogne_. Men ziet langs dien weg eenige buitenplaatsjes +en landhuizen, en veel wijngaarden, waarin men drok bezig was. Deze +landstreek schijnt wel bewoond. De _Dordogne_ is hier eene aanzienlijke +rivier, en daar 'er eb en vloed gaat, zeer bevaarbaar. Ondertusschen +moest de wagen hier ontladen worden, om aan dezen kant te blijven +staan: aan den overkant vindt men een' anderen; dit lossen en laden +houdt zeer lang op. De _Franschen_ mogten hier en daar wel eenige +van onze doorgaans zoo gnappe veerlieden overlaten komen, om met +ponten en diergelijke schuiten te leeren omgaan. Aan den anderen kant +een klein eind weegs landwaards in, ligt het dorpje _St. André de +Cubsac_; dit rekent men 3 posten van _Bordeaux_. Hoewel het pas 10 +uren was, werd 'er het middagmaal gehouden; het was maar redelijk, +doch de prijs ook gering. Te _Cavignac_ 2 1/2 post verder kregen wij, +uithoofde van den slechten weg, waarvan wij reeds een gedeelte gehad +hadden, en nog een erger hebben moesten, acht paarden. De landstreek +scheen hier niet zeer vruchtbaar; men ziet niet anders dan eenige +wijngaarden, en hier en daar wat hout. De weg wordt hoe langer hoe +slechter; de grond is tamelijk effen, maar meest onbebouwd; veel +heide, waarop men niet anders dan hier en daar wat denneboomen, en +eenige andere struiken ziet; de gezigten gelijken nu en dan wat naar +die, welke men op sommige plaatsen in de _Meijerij van den Bosch_ +aantreft. Het steedje _Montlieu_, waar wij door kwamen, ziet 'er +niet voordeelig uit, 'er was echter nog al eene overdekte halle. Nu +waren wij in het Departement _de la Charente Inferieure_. _Montlieu_ +is 8 1/2 post van _Bordeaux_. Het begon al duister te worden; en een +half uur verder op een plaatsje _Chevenceau_ genaamd, namen wij het +avondmaal en nachtverblijf, dat nog al redelijk was. + +Den volgenden morgen, om 5 uren, stapten wij weder op den wagen. De +weg werd wat beter, doch de landstreek is meest heide; verder op +echter wordt zij aangenamer, hier en daar boschjes, veel notenboomen, +akkerland, en tusschen beide eenige kleine heuvels. + +Omtrent _Barbezieux_ begint het Departement _de la Charente_. Wij +hielden 'er op, om het middagmaal te nemen, ondertusschen ging ik het +plaatsje, dat zich nog al aangenaam opdoet, doorwandelen, doende mijn +ontbijt met brood en druiven, dat ik onder weg kocht. De herberg ziet +'er hier anders zeer wel uit, doch, daar het pas negen uren 's morgens +was, en ik den vorigen avond wel gegeten had, had ik niet veel honger +[223]. De wandelingen bij dit stadje zijn aangenaam met lindeboomen +beplant; in hetzelve ziet het 'er nog al redelijk welvarende uit. Ik +zag 'er verscheidene linnenwevers, men scheen 'er ook veel druiven +te droogen, en, naar ik vernam, waren de kapoenen van _Barbezieux_ +beroemd. Van een oud kasteel, dat in het steedje staat, en thans tot +eene gevangenis dient, wist men mij niets bijzonders te vertellen. De +Onderprefect houdt hier zijn verblijf, en het getal der inwoners +wordt op ruim 2700 begroot. De weg wordt goed, en de gezigten hier +en daar nog al aangenaam, vooral op een hoogte omtrent 1 1/2 uur +van _Barbezieux_; men komt vervolgens door een eikenbosch, waarin +echter weinig of geen zware boomen. Ik verwonderde mij gedurende +de gansche reis, dat men in _Frankrijk_ niet beter zorgt voor de +beplanting, vooral, daar dit land zoo aanmerkelijk veel brandhout +noodig heeft. Men ziet weinig bosschen, en de wegen zijn slechts hier +en daar beplant. De prijs van het brandhout stijgt, bijzonder ook +te _Parijs_, van jaar tot jaar: sinds jaren schijnt men het gebrek +daar aan te voorzien, en nog vindt men 'er onbebouwde gronden, en +weinig boomen langs de wegen [224]. Het steedje _Roulet_, waar wij +door kwamen, ziet 'er vrij wel uit. De weg blijft aangenaam,--hier +en daar buitenplaatsen en papierfabrieken met watermolens, die op +beken staan.--Eenige rotsen maken geene onaardige vertooning. Men +zeide mij, dat dezelve goede steengroeven opleverden. Hier omstreeks +is de weg beplant, en de stad _Angoulême_, op eene hoogte gelegen, +vertoont zich aan het einde van dezelve op eene bevallige wijze. Om 3 +1/2 uur na den middag stapten wij af aan de herberg _la Croix d'Or_, +in de voorstad _du Homo_, even buiten de genoemde stad, en na het +avondmaal besteld te hebben, klom ik naar dezelve; 'er is een groote +halle bij de plaats _de la Commune_. De straten zijn 'er doorgaans +naauw. Anders ziet het 'er nog al vrij welvarende uit. Men heeft hier +ook een' Schouwburg, die van buiten nog al een fraai gebouw is, hij +staat op een plein, dat men _Place de la Comedie_ noemt. Naast den +Schouwburg is een zeer fraai Koffijhuis, met een tuin en ruime zaal, +waarin drie billarten; ik nam daar eenige ververschingen. Uit een der +kamers heeft men een zeer fraai gezigt. Van de _Place de la Comedie_ +gaat men op de gemeene wandeling, van waar men ook een schoon gezigt +heeft, vervolgens van daar den wal rond. Het gezigt blijft altijd +fraai. De hoofdkerk, die ik in het voorbijgaan zag, ziet 'er inwendig +zeer eenvoudig uit, en levert niets bijzonders op. Den wal volgende, +komt men op _de Place Beaulieu_, zijnde een fraaije wandeling op een' +terras, van waar men, alzoo de stad op een vrij hoogen heuvel ligt, +een verrukkelijk en zeer uitgestrekt gezigt heeft. Door het dal ziet +men de rivier _la Charente_ kronkelen. Over dezelve ligt een fraaije +steenen brug, en zij maakt door haren slingerenden loop verscheiden +eilandjes. Verder ziet men de haven, waarin eenige schuiten lagen, +en de voorstad _du Homo_, die zeer uitgestrekt is. Aan de andere zijde +ziet men den fraaijen grooten weg, en eenige bergen in het verschiet; +op dit terras, dat vrij groot is, zijn eenige lanen van lindeboomen, +doch zij waren hun blad meestal kwijt; het fraaije gebouw dat men +op hetzelve ziet, was voorheen een Nonnenklooster. Thans dient een +gedeelte van hetzelve voor de Stadsboekerij. Omstreeks deze stad +zijn verscheidene papierfabrieken, en het papier van _Angoulême_ is +door geheel _Frankrijk_ beroemd, en wordt tot het drukken van werken +van belang gebruikt [225]. Ik zag hier ook in het voorbij gaan een +fabriek van speelkaarten. De Ingezetenen drijven veel handel in wijn +en brandewijn. Het stadje _Cognac_, van welker beroemde brandewijnen +wij zeer veel trekken, behoort ook tot het landschap _Angoumois_, +waar van _Angoulême_ de hoofdstad plagt te zijn. Thans is zij de +hoofdplaats van het Departement _de la Charente_. Het getal harer +ingezetenen wordt op 11,500 begroot, doch, naar men mij verzekerde, +zijn de voorsteden te zamen genomen grooter, dan de stad zelve. Men +zegt, dat de ingezetenen over het algemeen vrij los en ongedwongen +van levenswijze zijn. De levensmiddelen, en zelfs de huishuren zijn +'er, naar ik vernam, niet goedkoop. Hier omstreeks wordt ook veel +saffraan geteeld.--Dit stadje is vooral om de schoone gezigten wel +der moeite waardig om te zien. + +Tot onze groote verwondering, vonden wij in onze herberg, die 'er +gansch niet oogelijk uitzag, een zeer goed avondmaal; de postwagen +naar _Bordeaux_, ook aangekomen zijnde, aten wij met 12 à 15 menschen, +waar onder een paar niet onaardige vrouwen waren. Onder andere spijzen +zettede men ons een soort van kleine vogeltjes voor, die men in de +wijngaarden vangt, en _becsigues_ noemt; ik had ze onder weg reeds +meêr gegeten, en vond ze smakelijk, wij hadden ook, voor _Frankrijk_, +zeer lekkeren sausbaars, en overvloed van uitmuntende rivierkreeftjes, +de wijn was tamelijk goed, en men had alzoo geen reden, om over den +prijs (zijnde slechts £ 3-:-:) te klagen. + +Deze stad heeft door de religieoorlogen veel geleden. Johannes Calvinus +verpligt zijnde, om _Parijs_ te verlaten (in 1533), nam eerst de +wijk naar deze stad, en vervolgens naar _Poitiers_. In 1568 werd +dezelve door den Admiraal de Coligny, aan het hoofd van het leger +der Hugenoten genomen. + +Na het avondmaal, in plaats van naar bed te gaan, stapten wij weder op +den wagen, om den nacht door te rijden. Het was helder sterrelicht, +en de weg zeer goed. Ik sliep tusschen beiden nog al wat, want men +heeft in _Frankrijk_ bij den nacht minder reden, om ongerust te zijn +voor ongelukken dan bij ons; omdat de persoon, die de paarden leidt, +op een van dezelven zit, en dus beter zien kan, dan een koetsier, +op den bok zittende. + +Den 4 dezer. 's Morgens bij het opgaan van de zon, was het mistig en +zeer koel, de grond tamelijk effen en de weg goed. Men ziet hier geen +wijngaarden. Omtrent het dorp _Chaunay_, 8 1/2 post van _Angoulême_, en +waar wij van paarden verwisselden, begint het Departement _la Vienne_; +hier omstreeks zag ik veel schapen, die de akkers afweiden; de boomen, +die men 'er het meeste ziet, zijn noten en castagnes, hier en daar +een' enkele eik. Wij ontbeten te _Couhé_, 1 1/4 post verder, bij het +riviertje _la Dive_ gelegen; 'er is een groote hal, anders schijnt +het niet veel te beteekenen; hier, en in deze landstreek, wordt veel +noten-olij gemaakt.--Altijd zagen wij veel noten- en castagne-boomen, +die op dezen grond, die niet van de beste schijnt te zijn, nog al +redelijk tierig staan. Tusschen beide ziet men ook veel onbebouwde +gronden, en de landbouw schijnt hier niet zeer ter harte genomen te +worden, doch de streek kwam mij ook weinig bevolkt voor. _Vivonne_, +2 1/2 post van _Couhé_, was voorheen een stadje; thans is het een +armoedig vlek; men kan zich naauwelijks een slordiger en onoogelijker +plaats voorstellen. De inwoners zagen 'er vuil en afzigtig uit, en de +ellende was bijna op alle gezigten te lezen. Ondertusschen levert dit +plaatsje bij het inkomen een niet onaardig en zelfs schilderachtig +gezigt op. Men ziet 'er, hier en daar ruwe en naakte rotsen, de +vervallen muren van een oud Klooster op eene hoogte, tegen dezelve +eenige slordige woningen, lager groene beemden, door een kronkelend +beekje bespoeld; welk beekje, dat men de _Vonne_ noemt, zich een +weinig verder met het riviertje _le Clain_ vereenigt, en waar over +hier eene houten brug ligt; wij verwisselden daar van paarden; ik +had dus den tijd, om het op mijn gemak te beschouwen, en mij dunkt +dat dit alles door de hand van een' bekwamen meester uitgevoerd, een +fraaije teekening of schoone schilderij zou zijn. De landstreek blijft, +verder voortreizende, woest en onbebouwd, het weinige hout, dat men +hier en daar ziet, bewijst, dat de natuur slechts behoeft geholpen +te worden, omdat in eene grootere hoeveelheid voort te brengen. Naar +mate dat men _Poitiers_ nadert, wordt de landstreek aangenamer, en de +weg is aan beide zijden beplant. Deze stad is wederom op eene hoogte +gelegen. Wij kwamen daar omstreeks vier uren aan, en stapten af aan de +herberg _les Trois Pilliers_ genaamd. In een tuin, niet ver van deze +herberg, ziet men nog eenige geringe overblijfsels van een _Romeinsch_ +gebouw, alhier onder den naam van _Palais Galliën_, of _l'Amphithéatre_ +bekend; het scheen van gebakken steen enz. op dezelfde wijze als +dat van _Bordeaux_ gemetseld te zijn geweest [226]. Van daar ging +ik naar de wandelplaats, die men _le Parc_ noemt. Het is een fraai +boschje, aan een' hoek van de stad op de hoogte gelegen, en waarin +verscheidene lanen zijn; deze wandeling is bijzonder aangenaam, +omdat men van de voormalige stadswallen, die dezelve omringen, een +heerlijk gezigt heeft. Door een lagchend en aangenaam geschakeerd +landschap, kronkelt het riviertje _le Clain_; ook ziet men van hier +omtrent een kwartier uurs ver, eenige poorten of bogen; het zijn +de overblijfsels van een _Romeinsche Aquaduc_. Vervolgens langs de +stadswallen of muren, naar den kant van _le Clain_ voortwandelende, +heeft men het gezigt op aangename moestuinen, groene weilanden, +een' watermolen, schilderachtig gelegen, een brug, _le pont Joubert_ +genaamd, de overblijfsels van een _Benedictijner_ Klooster, dat een +fraai gebouw schijnt geweest te zijn, en een fraaije steenen brug, die +'er nog nieuw uitziet, en welke men _le Pont Neuf_ noemt. Vervolgens +komt men in een laan met Italiaansche populieren, die al eene tamelijke +hoogte bereikt hebben, beplant. Van hier ziet men aan den overkant +van de _Clain_, de rotsen, die men hier en daar voor zware vervallen +muren of overblijfsels van oude gebouwen zou aanzien; tegen en in +deze rotsen zijn ook eenige woningen gemaakt. Een fraai en nog nieuw +gebouw met een _colonnade_ 'er voor, langs dezen weg staande, dient, +om de baden te gebruiken. Aan den eenen kant zijn de vertrekjes voor +de vrouwen, en aan den anderen die der mannen. Een weinig verder +heeft men de allerliefste en zeer romaneske wandeling, die hier _la +Promenade du pont Guillon_ genoemd wordt; ik wil trachten om 'er u, +zoo goed mij doenlijk is, een denkbeeld van te geven; verbeeld u eene +plaats van eene onregelmatige gedaante, door zware en digte boomen +beschaduwd; het riviertje _le Clain_, welkers boorden hier en daar met +struiken begroeid zijn, stroomt 'er langs; aan dien kant, en zelfs in +het water ziet men eenige torens en overblijfsels van een oud Kasteel +voor verscheidene eeuwen, door de Graven van _Poitiers_, en thans door +de uilen en vledermuizen bewoond. In een der torens scheenen echter +nog menschen te huizen, en eenige doeken, die uit de venstergaten te +droogen hingen, maakten hier geene onaardige vertooning. Verder op +ziet men de rotsen aan den overkant van de _Clain_, en aan de andere +zijde, naar den kant van de stad, is een rijweg, onder water staande, +en door hooge boomen, somber beschaduwd; juist kwam daar een driftje +beesten en een vrouw op een ezel gezeten door, en nu was het volmaakt +een schilderij in den smaak van uw beroemden stadgenoot Nicolaas van +Berchem. De zon bijna ondergaande begunstigde het schilderachtige +nog van dit schoone landschap. Niet ver van deze wandeling gaat men +door de poort, _la porte de Paris_ genaamd, in de stad; in de rotsen +over dezelve zijn ook eenige woningen gemaakt. De stad van dezen kant +ingaande, loopen de straten zeer steil; inwendig is zij meestal zoo +lelijk en onaangenaam als de omstreken fraai en bevallig zijn [227]; +naauwe, kromme en misselijk bebouwde straten; een menigte thans +veelal vervallen of half verwoeste Kerken en Kloosters, en andere +gothische gebouwen. De Hoofdkerk is zeer groot, en heeft misschien +voor liefhebbers van diergelijke gebouwen hare schoonheden. Voorbij +een straat gaande, die men _la rue Neuve_ noemt, zag ik een pyramide +met een basrelief in den muur, op den hoek van dezelve. Eenige +vrouwen die daar omtrent aan haar deur zaten, verhaalden mij met +een soort van eerbied, dat het een gedenkteeken was van een groot +wonderwerk door den Heiligen Hilarius, Bisschop alhier, gedaan. In +het begin van de omwenteling was het, hier digt bij staande, om +ver geworpen, en nu had men het sedert eenigen tijd weder opgerigt, +en in den muur gemetseld. Hoewel Calvinus in deze stad nog al wat +aanhangers gemaakt heeft, thans is 'er het getal der Protestanten +niet groot, en de Roomschgezinden zijn 'er meestendeels bijgeloovig en +onverdraagzaam [228]. Voor de omwenteling waren hier omtrent 50 Kerken +en Kloosters. Deze Stad heeft, ten tijde van de religieoorlogen, +bloedige tooneelen opgeleverd; de Maarschalk St. André, dezelve +ingenomen hebbende, gaf ze, om zich op de Protestanten te wreken, +aan de plundering en baldadigheid zijner soldaten over; de gruwelen, +die aldaar toen gepleegd werden, zijn allerafgrijsselijkst. De getergde +en vervolgde Protestanten moorden en martelden wel niet, maar begingen +vele buitensporigheden in het plunderen der Kerken, en het verwoesten +van verscheidene merkwaardige gedenkteekenen en kunststukken. + +De markt is eene ruime plaats; doch dat is ook al wat men 'er van +zeggen kan. Na den Schouwburg, die deze avond speelde, vragende, +wees men mij naar een achterstraatje. De ingang van het huis waar in +de zaal was, was zoo laag, dat de schildwacht, die 'er naast stond, +boven de deurstijlen uitkwam. Inwendig was het nog al redelijk; men +vertoonde 'er de _Tartuffe_ van Molière; waarlijk dit stuk kwam hier +niet te onpas! Over het geheel werd het nog al redelijk wel gespeeld, +en 'er waren tamelijk veel aanschouwers, waar onder echter veel +militairen. _Poitiers_ is een groote stad, doch naar evenredigheid +slecht bevolkt; zij bevat nog geen 18,300 inwoners. De hoofdplaats +van het Departement de _la Vienne_ zijnde, is zij de zetel van de +Prefecture; ook is 'er een Bisdom. Voorheen was zij de hoofdstad +van de Provincie _Poitou_, en is over _Angoulême,_ enz. 33 3/4 +post van _Bordeaux_. De handel is 'er niet aanmerkelijk. 'Er zijn +eenige fabrieken van kousen, sommige wollestoffen, krep, enz. Bij +het avondmaal, dat vrij goed was, werden wij lastig gevallen door +verscheidene koopvrouwen in messen, scharen en dergelijken. Nu, die in +_Frankrijk_ reist, mag zich wel van een mes voorzien, want men komt in +verscheidene herbergen, waar men wel eten en drinken, lepels en vorken, +maar voor ieder geen mes vindt, en men is daar gewoon, dat de reizigers +die mede brengen. De levensmiddelen zijn hier vrij overvloedig en niet +duur. Wij betaalden dan ook voor het avondmaal en slapen maar £ 3-:-: +Den 5 dezer, 's morgens om 5 1/2 uur vervolgden wij onze reis. De +weg is goed en vrij aangenaam. Aan de linkerhand heeft men rotsen, +en aan de regter een fraai gezigt over de beemden langs de _Clain_, +heuvels, wijngaarden, enz. In en omtrent het dorp _Jaulnais_, waar +wij door kwamen, zag ik eenige vrouwlieden met een soort van kappen, +bijna als die der Nonnen op; naar ik vernam, is het de dragt van +die streek. Niet ver van den weg aan de linkerhand, zag ik op eene +hoogte de overblijfsels van een Kasteel, dat aanmerkelijk moet geweest +zijn, zijnde nog heden een groot en hoog gebouw; men zei mij, dat +het _la Tour de Beaumont_ genaamd was, en dat men hetzelve op een' +afstand van 22 uren zien kon. Ons gezelschap was vermeerderd door +twee Gedeputeerdens van _Poitiers_, om bij de aanstaande krooning +van Keizer Napoléon tegenwoordig te zijn; een van die Heeren had +eene lieve vrouw, en in 't geheel scheenen het hupsche en geschikte +menschen, dit maakte het onderhoud nog al levendig en aangenaam. Een +dorp, waar wij doorkwamen, gaf door zijn' zonderlingen naam geen +gunstig denkbeeld van deszelfs inwoners; het heet _la Tricherie_ +(de bedriegerij); verscheidene vrouwen kwamen 'er ons vruchten te +koop aanbieden. De landstreek is bij aanhoudenheid vrij aangenaam. + +Te _Chatellerault_, 5 posten van _Poitiers_, kwamen wij omtrent 11 +uren voormiddag aan, en vertoefden 'er om het middagmaal te houden. De +rivier _la Vienne_, waarmede zich de _Clain_, een eindje boven deze +stad vereenigt, is hier bevaarbaar, en 'er ligt een fraaije steenen +brug, welke men van dezen kant in de stad komende, overgaat; dezelve +is door den Hertog de Sully, vriend van Hendrik den IV., en een der +voorname steunen van de Protestanten, gesticht. Deze rivier is, naar +ik vernam, tamelijk vischrijk; wij hadden een snoek op tafel van wel +12 à 15 ponden, en deze zijn in _Frankrijk_ zoo algemeen niet, als +bij ons; even zoo min als de goede boter, die hier echter ook zeer +lekker was. Gedurende den maaltijd werden wij weder bestormd door +eene menigte koopvrouwen in messen, scharen, pennenmessen, enz. Zij +hielden op eene bedelachtige wijze aan, om wat te verkoopen, en werden +het somtijds oneens onder elkander. De messenmakerij is het voorname +bedrijf van de ingezetenen, en zij hebben 'er nog al wat in te doen, +leverende daar van aan _Parijs_, en meêr andere plaatsen, behalve het +geene zij den reizigers verkoopen of opdringen. Hun werk is fraai op +'t oog, doch de hoedanigheid van het staal is, zegt men, niet best, +en dat van _Moulins_ wordt voor beter gehouden. Deze landstreek +levert ook het ijzer, dat hier verwerkt wordt, op. De omstreek van +deze plaats scheen aangenaam en vruchtbaar. Door den zwaren regen +werd ik veel belet, om hier te wandelen, echter zag ik 'er eenige +gnappe huizen, en het ziet 'er over het algemeen vrij wel uit. Het +getal der ingezetenen wordt op ruim 7700 begroot. In de rivier voor +de stad lagen verscheidene schuiten. + +De weg loopt vervolgens door een aangenaam landschap, latende +de rivier aan de linkerhand. Aan beide zijden op een' zekeren +afstand van den weg, ziet men groene heuvelen, en hier en daar +buitenverblijven. Vooruit ziet men in de verte een soort van vrij +hoogen toren. Welhaast naderden wij denzelven: het is een steenen +kolom, waar een wenteltrap omslingert, staande op het _moderne_ Kasteel +_les Ormes_ genaamd, en behoorende aan den Heer Voyer d'Argenson. Het +is een groot en prachtig gebouw, met uitgestrekte tuinen en boschjes; +terwijl men van paarden verwisselde, hadden wij den tijd, om hier eens +rond te loopen. Aan den anderen kant van den weg zijn de stallen, +en dit alles gelijkt naar een Vorstelijk verblijf. Het ligt 2 1/2 +post van _Chatellerault_. Wij reden nog een goed eind weegs langs +de muren, die de aangelegen erven van dit landgoed omringden;--deze +landstreek schijnt zeer bewoond, en wij kwamen door eenige dorpen over +eene brug, over de kleine rivier _la Creuse_ liggende [229] en langs +eenen beplanten weg, omtrent 7 1/2 uren te _St. Maure_, een steedje, +waar wij ons avondmaal en nachtverblijf moesten houden; hebbende heden +9 1/2 post afgelegd. Voor den gewonen prijs van £ 3-10-: hadden wij een +vrij goed avondmaal en ligging, doch konden van de laatste niet lang +gebruik maken: alzoo wij den 6 dezer, 's morgens om 3 uren, weder voort +reisden. Het had wat gevrozen, en deed zulks nog, toen wij afreden. De +zon ging helder op, en het was een schoone herfstmorgen. Langs den weg +stonden eenige ijpenboomen; men was bezig met de bladeren van dezelve +aftestroopen; zij dienen tot voeder voor het vee, niet omdat het gras +of ander voedsel thans buitengewoon schaars is, maar omdat men meent +dat deze bladeren goed en gezond zijn, inzonderheid voor de koeijen, +welke dezelve ook gaarne lusten. Ik geloof toch, dat indien men hier +even zoo als in _Bataafsch_ en _Fransch Braband_, rapen en spurrie +zaaide op de zoogenaamde korenstoppelen, zulks veel voordeeliger en +beter zou zijn; doch zoo als ik reeds gezegd heb, over het algemeen is +'er aan den landbouw in _Frankrijk_ nog veel te verbeteren. Hier en +daar zijn wel Landbouwkundige Genootschappen, welke bespiegelingen +maken, prijsvragen uitgeven, en boeken schrijven; doch de landman +kan dikwijls niet lezen [230], of zoo hij het al kan, heeft hij 'er +den tijd en den lust niet toe, en blijft ook liever zoo maar op den +ouden voet voortslenteren, daar eene nieuwe behandeling doorgaans in +het begin meerder moeite, althans meerder oplettenheid, en somtijds +ook eenige onkosten veroorzaakt. Landbouwkundige Genootschappen zijn +dan wel goed, en zelfs zeer goed, doch zij moesten, mijns bedunkens, +de _practijk_ bij de _theorie_ voegen, en ieder genootschap moest +ook tevens eenige morgens akkerland onder den ploeg hebben, tot bosch +aanleggen, en van tijd tot tijd die streken gaan bezoeken, welke het +meeste verbetering behoeven, aldaar eenigen tijd verblijven, en met +de landlieden en hunne gebruiken kennis maken. In _Duitschland_ +reizende, zag ik daar op sommige plaatsen Predikanten die in +der daad boeren waren; doch zij hebben met dat al doorgaans eene +beschaafde opvoeding en opleiding tot meêr andere wetenschappen +dan de Godgeleerdheid alleen, gehad. Men vindt daar zeer hupsche +en achtingwaardige Patriarchen onder; en welke zich niet door hunne +opgeblazenheid, maar alleen door meerdere deugd en eenvoudige kunde +van hunne gemeente trachten te onderscheiden, en alzoo bij dezelven +zeer bemind zijn. Zou men niet weldoen, van dit voorbeeld aangaande +onze Predikanten, Pastoren en Dorpschoolmeesters te volgen; was het +niet nuttiger dat de eerstgenoemden zich op de Hooge Schole, op de +studie van den landbouw, dan op die der Hebreeuwsche en Chaldeeuwsche +talen toeleiden, en zou men bij het doen der examens, geene bewijzen +van hunne kundigheid hier omtrent kunnen vorderen, gelijk ook van de +Dorpschoolmeesters? Ik deel u deze aanmerking mede, omdat mij dunkt, +dat gij dienaangaande wel eens een voorstel bij de Maatschappij _tot +Nut van 't Algemeen_ zoudt kunnen doen. Doch keeren wij tot mijne +reisbeschrijving weder terug. Langs een' goeden weg, en door een +aangename landstreek, kwamen wij, om de koude meestal wandelende, te +_Montbazon_, een niet onaardig stadje, en dat een welvarend voorkomen +heeft. Bij hetzelve ziet men de overblijfsels van eene oud Kasteel, +en een fraaije steenen brug over de kleine rivier _l'Indre_. En +nu komt men aan de bekoorlijke toegangen van _Tours_; van de hoogte +heeft men een verrukkelijk gezigt op dezelve, en de aangename landouw, +waarin zij gelegen is. Daar de wagen om eene brug, welke men herstelde, +verpligt was een' kleinen omweg te maken, verkozen wij, om langs den +gewonen weg, zijnde een fraaije laan, een groot kwartier uurs lang, +naar de stad te wandelen; aan het eind van deze laan komt men door +een mooi ijzer hek in dezelve en die hier nooit geweest is, staat +verwonderd over het fraaije, nette en regelmatige van dit gedeelte +van de stad: zijnde een vrij lange en breede straat, aan beide zijden +met verheven en wel gestraatte voetpaden, en zeer fraaije huizen van +gehouwene steen, in eene geregelde en sierlijke order gebouwd. Wij +kwamen hier om 9 1/2 uur 's morgens aan. _Tours_ is, langs den weg dien +wij gekomen waren, 48 3/4 post van _Bordeaux_. De postwagen vertoeft +'er, om het middagmaal te houden, en ik voornemens zijnde, om hier +een paar dagen te blijven, nam mijn intrek in het _Hotèl d'Espagne_, +hetzelfde, waar de passagiers van den postwagen spijzigen. + +De fraaije straat, waarin verscheidene mooije winkels en Koffijhuizen +zijn, doorgaande, komt men regt over dezelve aan een der schoonste +steenen bruggen van _Frankrijk_ over de _Loire_, die hier vrij +breed is, gelegen; zij is niet boogsgewijze maar plat (_horisontal_) +gebouwd, en rust op 15 bogen, waar van 'er door den ijsgang in de +winter van 1790, vier verwoest zijn; dit gedeelte is in hout weder +hersteld, doch thans is men bezig om hetzelve weder in zijnen vorigen +staat te brengen. Eer dat men van den kant van de stad op de brug +gaat, heeft men eene fraaije plaats, waarop aan den eenen kant het +Stadhuis, en aan den anderen de voorgevel (_facade_) voor een gebouw, +in denzelfden smaak, om eene regelmatige gedaante aan deze plaats te +geven; dit laatstgenoemde gebouw staat al sedert verscheidene jaren +onvoltooid. Wat verder, aan beide zijden, zijn _terrassen_, die men met +eenige trappen beklimt; zij zijn met eenige rijen jonge boomen beplant, +en langs dezelven zijn op eene regelmatige wijze een groot aantal +kleine winkels gemaakt, om, ten tijde van de kermis, tot kramen voor +de Kooplieden te dienen. Aan het eind van deze terrassen zijn fraaije +getimmertens, dienende voor Koffijhuizen; van deze terrassen langs +de plaats tot aan de brug, zijn steenen leuningen (_balustrades_), +waarop eenige groote bloempotten (_vases_) van wit marmer staan. Op de +brug zelve, heeft men een allerschoonst gezigt, op een gedeelte van +de stad, en een lange dreef met populieren beplant, aan het eind van +de kaai, de met boomen beplante eilanden in de _Loire_, en de heuvels, +wijnbergen, buitenplaatsen en dorpen aan den overkant. + +Na den middag ging ik eene wandeling buiten de stad aan den overkant +der rivier doen; de landstreek is hier allerliefst, en het is niet +zonder reden, dat men het voormalig _Touraine_, waar van _Tours_ de +Hoofdstad was, den tuin van _Frankrijk_ (_le Jardin de la France_) +noemde. In de heuvels langs de rivier, heeft men hier en daar kelders +gemaakt, dienende tot bergplaatsen voor den wijn, en verder op hebben +zelfs de menschen woningen in de rotsen. Op de hoogtens klimmende, +heeft men hier en daar zeer fraaije en schilderachtige gezigten, +vooral ook bij de voormalige Abdij _Marmoutier_, in de voorstad +_St. Symphorien_, aan den regteroever van de _Loire_ gelegen, en welke +Abdij voor de oudste van het westen gehouden wordt; als zijnde door +St. Martin _de Tours_ in 371 gesticht [231]; zij is echter nog niet +vele jaren geleden op eene prachtige wijze bijgebouwd. De rotsen, +oude muren, enz. maken hier eene zeer romaneske vertooning. Verder +landwaards inwandelende, zag ik veel wijngaarden, en men was hier +en daar nog drok met den wijnoogst bezig. De wijnen hier omstreeks, +vooral die van _Vouvrai_, hebben nog al eenigen roem, en worden over +_Nantes_ ook wel naar ons Vaderland gezonden, waar zij onder den +naam van _Tours_-wijnen bekend zijn. Deze landstreek levert ook vele +vruchten en vooral pruimen op; de laatstgenoemde worden in eene groote +hoeveelheid gedroogd, en maken een' voornamen tak van koophandel uit +[232]. In de _Meijerij van 's Bosch_ wonende, heb ik ook meêr dan eens +van die vruchten, die dikwijls zeer overvloedig zijn, laten droogen; +en bevonden, dat, indien 'er behoorlijke zorg voor gedragen wordt, +men die bij ons ook al zeer goed kan hebben. In _Gelderland_ is dit +ook nog al gebruikelijk, doch over het algemeen maakt men anders van +het aankweeken en droogen van deze gezonde vrucht bij ons niet veel +werk, en wij moeten die ook al weder veel van vreemden krijgen [233]. + +Den 7 dezer, 's morgens vroegtijdig uitgaande, vond ik het koud; het +had dezen nacht weder een weinig gevrozen. Buiten het ijzeren hek, +waar wij in gekomen waren, heeft men aan beide zijden ook beplante +wandelingen; doch de boomen zijn nog zeer jong. Den wal omgaande, +zag ik verscheidene moestuinen, waarin de groentens zoo goed stonden, +dat ik ze maar zeldzaam zoo in _Frankrijk_ gezien heb. De wandeling +door de Italiaansche populieren laan [234] langs de rivier, welke meêr +dan een kwartier uurs lang is, is zeer aangenaam. Van daar te rug +komende, zag ik op de kaai, _le Quai du vieux pont_ [235] genaamd, +een oude sterkte met torens, en meende de overblijfsels van muren, +daar hetzelve opgebouwd was, voor Romeinsch werk te moeten erkennen; +zijnde op dezelfde wijze gemetseld als het zoogenaamde _Palais Galliën_ +te _Bordeaux_, en te _Poitiers_. Deze overblijfsels van muren strekken +zich een eindje langs deze kaai uit, en vervolgens in de stad tot aan +het Aartsbisdom. Dit Aartsbisdom schijnt een fraai gebouw; boven de +poort van hetzelve las ik _Musée_; doch vernam tevens, dat men thans +bezig was met hetzelve naar een ander gebouw te verplaatsen, alzoo +zijne Hoogwaardigheid de nieuw aangestelde Aartsbisschop, zich hier had +neder gezet. De Hoofdkerk, die hier bijstaat, is een trotsch Gothisch +gebouw, pronkende met twee torens; het is ook, zoo men wil, door den +reeds genoemden St. Martin [236] in de 4de eeuw gesticht; 'er plagt +een boekerij bij dezelve te zijn, waarin zeer oude en merkwaardige +handschriften, op een soort van lessenaars, aan ketenen vastgeklonken +lagen. Merkwaardige beelden of schilderijen zag ik in deze Kerk niet, +maar het geen ik zonderling vond, was dat de vloer voor en achter +verheven gemaakt was: zoo dat men 'er met eenige trappen opklom, en +naar het midden, waar het groot altaar stond, afhelde; even eens als +een staanplaats of _parterre_ in een' Schouwburg. Men ziet duidelijk, +dat dit niet aanvankelijk, maar eerst in latere tijden gemaakt is. + +Ik herinnerde mij, van kort voor mijn vertrek van _Parijs_, aldaar in +de vergadering van een Genootschap van Geletterden en Kunstenaars, +genaamd _Société Philotecnique_ te hebben hooren spreken van een +overblijfsel der oudheid, dat omstreeks deze stad nog moest bestaan, +en dat naar het gevoelen van oudheidkundigen, een tempel der _Druïden_ +zou geweest zijn [237]; om dien aangaande nader onderrigting te +bekomen, vervoegde ik mij bij den opzigter (_conservateur_) van het +Museum alhier, die de vriendelijkheid had van mij de plaats, alwaar +het bestond, naauwkeurig te beduiden. Het Museum kon ik niet zien, +omdat, men bezig met verhuizen zijnde, alles nog overhoop lag; doch +ik vernam van gemelden Heer, dat deze verzameling meestal bestond uit +eenige schilderijen, beelden, enz. die men in de Kerken en Kloosters +had gevonden, benevens eenige weinige oudheden. Ik meende dan te moeten +besluiten, dat, indien 'er vooral onder de schilderijen stukken van +den eersten rang geweest waren, men dezelve denkelijk naar de galerij +van _Parijs_ zou hebben overgevoerd, en ik begreep wel, dat ik door +dit Museum niet te kunnen bezigtigen, weinig verloor [238]. + +Vroegtijdig gegeten hebbende, haastte ik mij, om den tempel der +_Druïden_ te gaan opzoeken, daar dezelve omtrent twee uren van de stad +afgelegen is. De hoogte aan den anderen kant van de _Loire_, tegen over +de brug _la Tranchée_ genaamd, opklimmende, wandelde ik langs een' +vrij aangenamen weg, tot het Dorp _la Membrolle_, en nam, hetzelve +door zijnde, links den weg naar het Kasteel _le Plessis les Tours_ +[239]; het geen nog een goed eindje is; eer men aan dat Kasteel komt, +staat de vermeende Druïdentempel (bij de landlieden in deze streek +onder den naam van _Grotte_, of _Maisson des Fées_ bekend) aan het +eind van een akker, aan de regter hand; een landmeisje, dat ik daar +omtrent ontmoette, wees mij denzelven aan. Het is een langwerpig +vierkant van onmatig groote ruwe steenen gemaakt; acht van dezelven +over eind staande, maken de zijmuren rondom uit; zij zijn, hoewel +zeer ongelijk, naar gissing 2 à 3 voeten dik, 5 1/2 à 6 hoog boven den +grond, waar zij een weinig in stonden, en van onderscheidene breedte; +de negende steen aan den ingang staande, en die met een andere die +dwars in de zijwanden geplaatst is een soort van voorportaal maakt, +is kleiner: dit soort van gebouw is gedekt door drie steenen, die nog +grooter en dikker zijn dan de anderen [240]. Ik klom 'er boven op, +om denzelven aftredende te meten; die aan den kant van den ingang, +is ruim 5 treden in de breedte van het gebouw en 4 lang; de middelste +heeft genoegzaam dezelfde breedte, doch is maar 3 treden lang, en de +achterste is 4 treden breed en 3 lang; de dikte van den middelsten +steen is aan den eenen kant (naar gissing) 3 1/2 voet, en aan den +anderen omtrent 5; de twee anderen zijn minder dik, hier en daar staken +de deksteenen over de zijwanden uit. Inwendig was het omtrent 11 treden +lang, te weten het voorportaal omtrent 3, en het overige gedeelte 8, +de breedte was 3 treden; bij den ingang waren eenige boomen geplant, +boven op en ter zijde groeide hier en daar een weinig mos en gras. De +steenen van eene grijsachtige kleur zijn van de soort, die in de +steengroeven hieromstreeks gevonden wordt; zij schijnen in 't geheel +niet bewerkt, maar, zoo als zij uit die groeven gekomen zijn, hier +geplaatst. Ondertusschen moet het geen geringen arbeid gekost hebben, +om zulke verbazende zware brokken hier na toe en op elkanderen te +krijgen; en zij, die dat gedaan hebben, moeten toch, dunkt mij, eenig +denkbeeld van de werktuigkunde gehad hebben; hoe zeer het schijnt dat +zij geen Steenhouwers of Bouwmeesters geweest zijn. Mijne kundigheden +niet toereikende zijnde, om te beslissen in hoe verre het denkbeeld, +dat dit gebouw een tempel of offerplaats der Druïden zou geweest zijn +[241] al dan niet gegrond is, zal ik hier alleenlijk bijvoegen, dat 'er +in _Frankrijk_ meêrder gelijke opgerigte steenen gevonden worden, onder +anderen in het Departement _l'Aveiron_; doch zij zijn veel kleiner en +bestaan doorgaans slechts uit vier steenen, namelijk drie rondom en +een boven op. Volgens Monteil, Hoogleeraar in de Geschiedkunde, die +een beschrijving van dat Departement in het licht heeft gegeven [242], +zouden 'er na bij herhaling te hebben gegraven, lijkbussen, wapenen en +gedenkpenningen in gevonden zijn, waarom hij waarschijnlijker vindt, +dat het gedenkteekens van grafsteden zijn. Ik vroeg 'er een landman, +hier omstreeks wonende, na, doch hij zeide 'er niets anders van te +weten, dan dat hij wel van zijn' grootvader had hooren zeggen, dat +het sedert eeuwen bestond; ondertusschen kon ik wel merken, dat hij +'er een bovennatuurlijk denkbeeld aan hechte zoo als dit ook uit de +benaming van _Grotte de Fées_ blijkt; en ik houde mij verzekerd, +dat 'er de boer niet gaarne een nacht alleen in doorgebragt zou +hebben. Ongetwijfeld, indien het niet zoo stevig was, zou het lang +verwoest geweest zijn; doch dat zou niet gemakkelijk genoeg gaan, +om ter sluips te kunnen geschieden. + +Langs een' anderen vrij aangenamen weg, voorbij akkers en wijngaarden, +keerde ik weder naar _Tours_ terug. Het gezigt dat men boven aan den +weg _la Tranchée_, staande over de brug, door de fraaije straat van +_Tours_, en vervolgens door de regte laan, tot tegen de andere hoogte, +heeft, is schoon. + +'s Avonds in een Koffijhuis gaande, vond ik daar wel 30 menschen +bezig met lotto-spelen; ieder tuurde aanhoudend op de kaarten, die +hij voor zich had liggen, terwijl de hospes de nommers oplas;--welk +een ellendig tijdverdrijf! ook was het hier voor iemand, die niet +mede speelde, niet om uit te houden. + +Het vervolg en slot van mijn reisverhaal, zend ik u bij eene volgende +gelegenheid.--Vaarwel! + + + + + +VIJF EN TWINTIGSTE BRIEF. + +_Parijs, 16 October._ + + +Den 8en dezer verliet ik _Tours_, na alvorens nog eens rond gewandeld +te hebben. Over het geheel is deze stad niet onaangenaam bebouwd, +doch de overige straten zijn op verre na zoo fraai niet als die, +waarvan ik u reeds gesproken heb. Men is nog bezig met 'er nieuwe +aanteleggen, ter plaatse waar voorheen een groot gebouw, dat een +Kerk of Klooster was, stond; en dit gedeelte van de stad zal daar +door aanmerkelijk verfraaid worden. Voor de omwenteling was hier ook +eene menigte Kerken en Kloosters; geen wonder, het is een goede en +vruchtbare landstreek [243]. De zijdenstoffen fabrieken zijn vooral +sedert de herroeping van het Edict van _Nantes_ aanmerkelijk in deze +stad verminderd, zoo wel als het getal der ingezetenen, dat thans maar +op 21,000 begroot wordt, voorheen waren 'er bijna eens zoo veel.--Zie +daar de gevolgen van de onverdraagzaamheid en vervolgzucht!--Behalve +onderscheidene soorten van Damasten, voorheen zeer veel in gebruik, +is de stof bij ons bekend onder den naam van _gros de Tours_, van +hier afkomstig. 'Er zijn ook eenige leêrlooijerijen. + +Thans is _Tours_ de hoofdstad van het Departement _l'Indre et Loire_, +en is zekerlijk, wat de gelegenheid aanbelangt, een der fraaiste en +aangenaamste steden van _Frankrijk_. + +De onder anderen door de verzen van Voltaire beruchte Agnes Sorel is in +dit Departement geboren; ondertusschen verwondert het mij, dat men nog +heden te _Tours_ een straat naar die bijzit van Karel den VII. noemt, +en dien naam op den hoek van dezelve geschreven ziet, zonder dat men +die na de omwenteling schijnt uitgewischt te hebben. Zoo onregtvaardig +zijn de menschen, een vrouw die met een zoogenaamd gemeen man buiten +het huwelijk leeft, overlaadt men met smaad en verachting, terwijl +men de bijzitten van Vorsten of Grooten eer bewijst; de eene wordt +in het spinhuis, en de andere naast den troon geplaatst. Op dezelfde +wijze gaat het in zoo vele andere gevallen, de eene, bij voorbeeld, +eene verandering in de regering of het staatsgestel van zijn land +willende bewerken, sterft als een oproermaker op het schavot, en de +andere die hetzelfde doet, maar gelukkiger is, leeft omringd van magt +en gezag.--Hier ligt het grijze hoofd van Oldenbarneveld aan de voeten +van den scherpregter, en daar doet Maurits in Vorstelijken tooi zijn +trots en heerschzucht gelden. + +Met meêr regt mag dit Departement dan roem dragen (behalve op +Descartes) op den vermaarden hekelachtigen schrijver en wijsgeer +Rabelais, van wien ik reeds, over _Montpellier_ handelende, sprak; en +die te _Chinon_, een stadje niet ver van _Tours_, geboren werd. Men +verhaalt van Rabelais, dat hij den Kanselier Duprat, die onder de +regering van Lodewijk den XII. en Franciscus den I. geleefd heeft, +willende spreken, en wel wetende dat het niet gemakkelijk was, om +de groote Heeren te naderen, den portier in het _Latijn_ aansprak; +deze hem niet begrijpende riep den kamerdienaar, en Rabelais sprak +_Grieksch_; vervolgens kwam de eerste klerk van het secretarij en +hij sprak _Hebreeuwsch_; de Secretaris voorkomende, liet hij zich in +het _Syrisch_ hooren; eindelijk kwam de Kanselier zelve, en Rabelais +deed zijne boodschap in het _Fransch_, met bijvoeging van de reden, +waarom hij met zooveel taalgeleerdheid voor den dag was gekomen, +waar over de Minister dan ook hartelijk lagchte. + +Daar de plaatsen op de gewone postwagens reeds besproken waren, zelfs +voor den volgenden dag, (want de aanstaande krooningsplegtigheden +te _Parijs_, trekken daar nog al nieuwsgierigen naar toe) bleef +mij niets overig, dan met een fourgon van de _Velocifères_ [244] +te vertrekken. Hoe ongaarne ik dit ook deed, om dat dit rijtuig niet +over _Orleans_ maar over _Chartres_ rijdt, besloot ik 'er echter nog +te meêr toe, omdat het weder zeer regenachtig was, en het zich niet +liet aanzien, dat ik veel in de omstreken van _Tours_ zou kunnen +wandelen, indien ik daar nog al een paar dagen was gebleven. Ook +wilde ik toch wel eens met die nieuwe rijtuigen reizen, hoe weinig +verwachting ik 'er ook, zoo dra ik dezelve maar gezien heb, van had, +en in dat denkbeeld nog dagelijks bevestigd werd. Ik betaalde in +de _cabriolet_ van de _fourgon_ [245], die even zoo gemakkelijk +is als die van de _Velocifères_ zelve, van _Tours_ tot _Parijs_ +voor iedere plaats £ 39-:-:. Wij vertrokken tegen den middag, omdat +'er den vorigen dag reeds iets aan het rijtuig gebroken was, dat hier +hersteld moest worden, anders had het 's morgens zeer vroegtijdig al +moeten vertrekken. + +De landstreek een eindje buiten _Tours_, over de hoogte en door +het dorp _Monneye_, is zeer eenzelvig, zijnde meest korenakkers, en +dus het gezigt niet aangenaam.--Zij schijnt ook niet zeer bevolkt, +althans ik zag 'er zeer weinig woningen; de weg is met opgeworpen +keitjes gemaakt; op sommige plaatsen was men daar mede bezig; hij +werd omtrent 1 1/2 voet uitgegraven, in deze groef een bedding van +keijen gelegd en vervolgens met kleine keitjes gevuld. De toegangen +van _Chateau Regnault_, zijn nog al aangenaam; langs den weg heeft +men Italiaansche populieren en weilanden. Dit steedje ligt aan +het riviertje _le Brenne_, 4 posten van _Tours_; inwendig ziet het +'er slordig en onaangenaam uit, behalve de overblijfsels van een +oud Kasteel op eene hoogte gelegen, is 'er nog een ander, dat in +veel later tijden schijnt gebouwd te zijn.--De weg wordt slecht, +en de landstreek levert niets merkwaardigs op; ondertusschen begon +het donker te worden, en wij kwamen omtrent ten 9 uren te _Vendome_, +waar de Postillon bij het inrijden van de poort ons bijna omver wierp; +nu het was 'er ook zeer donker, want lantaarns schijnen hier in geen +gebruik. In de herberg, daar wij afstapten, om het avondmaal te neemen, +wachtte men de _Velocifère_ die van _Parijs_ moest komen, nog met het +middagmaal; na dat wij gegeten hadden kwam zij eerst aan. Vele menschen +waren hier dronken van den nieuwen wijn, dien men voor twee _sols_ de +fles verkocht. _Vendome_ is 7 1/2 post van _Tours_. Daar wij 'er dien +zelfden avond om 11 uren weder van daan reden, zag ik 'er genoegzaam +niets van, doch was 'er ook, naar ik vernam, niet veel bijzonders op te +merken. Het is de tweede stad in rang van het Departement _Loir_ [246] +_et Cher_, en aan de eerstgenoemde kleine rivier gelegen. Zij bevat +ruim 6200 inwoners. Men maakt 'er veel handschoenen voor _Parijs_, +en eenige wollen stoffen; het omliggende landschap _Vendomois_ +genaamd is vrij vruchtbaar in granen en eenig ooft; de wijnen die +'er geteeld worden dienen genoegzaam alleen voor het gebruik van +de bewoners. Gelukkig was het nog al sterrelicht en de weg werd +beter. Daar het rijtuig zoo lang over zijn tijd uitbleef, sliepen de +postillons overal, en de Conducteur, die voor de eerstemaal deze reis +deed, had veel moeite, om ze op te zoeken, het geen onze reis ook nog +vertraagde. De dageraad begon aantebreken, toen wij den 9den dezer +te _Chateaudun_, 5 posten van _Vendome_, aankwamen; men verwisselde +daar weder van paarden, en toen wij wegreden was het volkomen licht, +dat mij vermaak deed, om dat 'er dit stadje gnap uitziet. De markt, +waarop het Raadhuis staat, is een fraaije plaats, en zoo wel als +eenige straten vrij regelmatig aangelegd; ook vernam ik, dat 'er 60 à +70 jaren geleden een groot gedeelte van _Chateaudun_ afgebrand zijnde, +hetzelve sedert nieuw is opgebouwd. Daar deze landstreek vruchtbaar +is in koren, drijft dit stadje daar in veel handel. Het is op een +rotsachtige hoogte gelegen; van die hoogte, even buiten hetzelve, +heeft men een schoon gezigt op de omliggende vlakte, waar de _Loir_ +slingerende doorloopt. (Dit stadje is het eerste aan dezen kant in +het Departement _l'Eure et Loir_.) Wat verder kwamen wij over een +fraaije steenen brug over die rivier de Loir; de gelegenheid is hier +schilderachtig, vooral wanneer de eerste stralen der zon zich over +hetzelve verspreiden; eene schoone en uitgestrekte vlakte doet zich +vervolgens op, en na een eind door dezelve gereden te hebben, eene +fraaije beplanting, een Kasteel en eenige buitenplaatsen. Ongeveer +om 8 uren kwamen wij aan het steedje _Bonneval_, mede aan de _Loir_ +aangenaam gelegen; doch het ziet 'er naar en bouwvallig uit. De weg, +die vrij goed is, loopt aanhoudend door eene uitgestrekte vlakte met +korenakkers, hier en daar is hij beplant, en men ziet aan beide kanten +verscheidene dorpen, vervolgens na eenige uren voortgereden te zijn, +vertoonde zich van verre de Hoofdkerk van _Chartres_, met twee spitse +torens pralende, en digter genaderd zijnde, leverde die, met de verdere +huizen en gebouwen van die stad, geen onaardig gezichtje op, zoo als +gij uit de bijgaande afteekening zien zult. Wij kwamen 'er omtrent +11 uren voor den middag aan, want onze postillons hadden nog al vrij +wel gereden, (_Chartres_ is 6 posten van _Chateaudun_) en stapten af +aan het _Hotèl du grand Monarque_, over een van de stads poorten; hier +moesten wij het middagmaal houden. Dit Hotèl ziet 'er van buiten zeer +wel uit, doch het eten beantwoordde 'er niet aan. Naauwelijks had ik +den tijd, om even in de stad te gaan. Nu 'er is ook weinig bijzonders +te zien. Het koor van de _St. Andréas_ Kerk staat op een gewelf daar +het riviertje _l'Eure_ onder doorspoelt, en wordt door Bouwkundigen +als iets merkwaardigs beschouwd. Deze stad is oud en ziet 'er ook +wel ouderwets uit. Men meent te moeten veronderstellen, dat zij haren +oorsprong aan de _Druïden_, naar welke ook het naburig stadje _Dreux_ +genoemd werd, verschuldigd is. Thans is zij de Hoofdplaats van het +Departement _l'Eure et Loir_, en bevat omtrent 15,000 inwoners. Zij +drijven veel handel in graan; men maakt 'er ook eene soort van serges, +en de pasteijen van _Chartres_ zijn zeer beroemd; vooral te _Parijs_ +wordt daar veel werk van gemaakt. Buiten de poort bij het Hotèl, +waar ik gegeten had, was op een terras eene gemeene wandeling, +maar zij scheen nog niet lang geleden beplant; behalve dat Hotèl +staat hier digt bij nog een ander, dat 'er niet minder goed uitziet; +de voorname herbergen en uitspanningen zijn aan dezen kant, want de +groote weg loopt niet door de stad, maar hier voorbij.--Hendrik de +IV. werd hier in 1594 gekroond. + +Om één uur reden wij verder door een landstreek, meestal met +korenakkers, en langs een' weg over hoogtens en laagtens, die hier en +daar nog al aangename gezigten opleveren, tot het steedje _Maintenon_, +2 1/4 post van _Chartres_, waar wij van paarden verwisselden. Dit +plaatsje is aangenaam gelegen, 'er is een aanzienlijk Kasteel, +voorheen het verblijf van de beruchte bijzit van Lodewijk den XIV., +welke denzelfden naam voerde [247]. Die verkwistende Vorst liet hier +ook een _Aquaduc_ bouwen, om het water van het riviertje _l'Eure_ +naar de vijvers en fonteinen van _Versailles_ te geleiden; men ziet +'er nog de aanzienlijke overblijfsels van achter en ter zijde van het +Kasteel. In 1686 werd 'er een kampement van krijgsvolk bij _Maintenon_ +gelegd, om aan deze _Aquaduc_ te helpen maken [248]. Dit Kasteel +is met breede grachten vol water omringd, de omstreken aangenaam +beplant en lommerijk. Een eindje weegs buiten dit plaatsje, komt men +op den grooten straatweg over _Versailles_ naar _Parijs_, en nu wordt +men, behalve den goeden weg, zeer wel gewaar, dat men de voormalige +Hofplaats van _Frankrijk_ nadert. De breede weg is aan beide zijden +aangenaam en regelmatig beplant, en in een schoon landschap ziet men +hier en daar fraaije buitenplaatsen. Eer wij te _Epernon_ kwamen, en +gelukkig niet ver van daar, ontdekten wij, dat de onderriemen, waarop +het rijtuig hing, bijna geheel gebroken waren; voorzigtig rijdende, +bragten wij het echter nog tot dat plaatsje; doch hier zeide ons de +Conducteur, dat wij verpligt zouden zijn, om den nacht over te blijven, +terwijl het rijtuig hersteld werd, in plaats van door te rijden, om nog +denzelfden nacht te _Parijs_ te komen, zoo als het oogmerk was. Daar +ik geen haast had, was mij dit ongeval gansch niet onaangenaam, want +nu had ik tijd, om dit plaatsje en de aangename omstreken te zien, +zijnde het pas 4 1/2 uur na den middag; daarenboven kon ik hier eene +behoorlijke nachtrust genieten, en den volgenden dag de aangename +landstreek, die wij nog door te reizen hadden, beschouwen. De omstreken +van _Epernon_, het laatste steedje van het Departement _l'Eure et +Loir_ aan dezen kant, en juist op de grenzen van hetzelve gelegen, +zijn allerliefst; het is 3 1/4 post van _Chartres_ gelegen, en nu +waren wij nog 7 1/2 post van _Parijs_. Inwendig ziet het 'er ook +nog al welvarende uit. Men was 'er drok bezig met wijn te persen, +in een groot gebouw, voor een soort van wijnpakhuis gemaakt; en daar +men 'er niet gierig was op een dronk, deden eenige lieden, en zelfs +aankomende jongens, 'er zich ter deeg aan tegoed [249], en begonnen +regt lustig te worden. Een jongen op een ton gezeten, een vrij dik man, +die de hoogte al begon te krijgen, tegen dezelve leunende, en anderen +die nog bezig waren met buizen, dit alles zou aan den _Antwerpschen_ +schilder Jordaens, een goed model voor een Bacchusfeest opgeleverd +hebben: hij had 'er slechts eenige half naakte vrouwlieden bijtevoegen. + +Bij dit steedje, aan den kant waar het kleine riviertje, _l'Ouille_ +genaamd, stroomt, ziet men groene beemden, die met eenige woeste rotsen +daar bij liggende, een aardige tegenstrijdigheid opleveren. Van andere +hoogtens hieromstreeks heeft men ook aangename en schilderachtige +gezigten, waartoe het boschachtige van de landstreek, hier en daar, +niet weinig bijdraagt. + +Het avondmaal en de ligging was vrij goed, vooral voor den matigen +prijs van £ 2-10-: de persoon, en hier voor had ik 's avonds nog vuur +op mijn kamer gehad. + +Den 10 dezer, met het opgaan van de zon, en het aanbreken van een' +heerlijken herfstmorgen, vertrokken wij van _Epernon_. De Conducteur, +een _Elzasser_, was een van de geschiktsten, dien ik op reis ontmoet +heb. Deze zeer ongerust zijnde dat hij ongenoegen over het lang +uitblijven zou hebben, (want zonder verdere ongelukken zou het wel +24 uren over den gewonen tijd zijn) beloofde ik hem, om benevens mijn +bediende, verklaringen dienaangaande te zullen geven [250], het geen +ik des te gereder deed, omdat deze rijtuigen, hoewel gemakkelijker +en gezwinder gaande dan de gewone postwagens, veel te ligt en digt +zijn, en alzoo bloot staan om gedurig te breken; vooral, wanneer +de wegen niet allerbest zijn; de reizigers worden 'er dus maar aan +gewaagd. Dagelijks gebeuren 'er ongelukken met die _Velocifères_, +zoo als ik daar van onderweg verscheidene voorvallen gehoord heb, en +nog schijnt men dienaangaande geen genoegzame maatregelen te gebruiken +[251]. Wat baat het toch, of men al gemakkelijk zit, als men naderhand +door een val verminkt wordt, of een ander ongemak krijgt, en wat +helpt het, of men op weg zijnde al gezwind rijdt, als men daarna +verpligt is om zich eenige uren optehouden, terwijl het rijtuig +gemaakt wordt. Ondertusschen is deze nieuwe uitvinding zeer wel voor +verbetering vatbaar, zij behoeven slechts steviger gemaakt te worden; +doch dan worden zij zwaarder en hebben dus een paard meêr noodig, +en hier bij vindt de baatzucht haar rekening niet. Ik voor mij, +reizende, om optemerken en te beschouwen, verkies dan, behalve om +de opgenoemde redenen, de gewone postwagen, juist omdat zij minder +gezwind gaan, en men den tijd heeft om zich hier en daar optehouden; +zelfs verkies ik ze, vooral in _Frankrijk_, boven een eigen rijtuig, +zoo als ik u in een mijner eerste brieven gezegd heb, en in welk +gevoelen ik meêr en meêr ben bevestigd geworden. + +De weg van _Epernon_ naar _Rambouillet_ is allerverrukkelijkst; hij +loopt over eenige nog al steile hoogtens, door een schilderachtig +landschap. Eer men aan het laatstgenoemde plaatsje komt, ziet men +aan de linkerhand een digt bosch, waarin eenige vrij zware opgaande +elzen; onder de sombere schaduw was een waterplas; hier en daar +hingen de takken tot op het water; de stijve kunst had hier de +natuur niet ontsierd, alles stond zoo regt onregelmatig en bevallig +door elkanderen, het was juist in den smaak van de teekeningen +van Waterlo. Vervolgens heeft men een fraai gezigt op het Kasteel +van _Rambouillet_, den grooten vijver en schoone bosschen van +hetzelve. Men komt voorbij verscheidene goede en aangenaam gelegen +buitenverblijven tot aan het Posthuis, dat ook een fraai gebouw is, +en hier bevonden wij, dat 'er wederom wat aan het rijtuig moest +hersteld worden. Voor mij kon dat niet gelukkiger uitvallen; ik +hield mij dan niet lang op, om te ontbijten, maar ging met een stuk +in de hand wandelen.--ô! welk een verrukkelijk oord! [252] Omtrent +achter het Posthuis is eene wandeling onder acacia-boomen, en langs +de boorden van een' grooten vijver. Van daar heeft men een schoon +gezigt op het kasteel en de bosschen bij hetzelve. Eenige stukken +rots, die boven het water uitsteken, hoewel zeer natuurlijk, zijn +daar dunkt mij door de kunst geplaatst. Aan een' anderen kant zag ik +de overblijfsels, naar het scheen, van het een of ander gedenkteeken, +denkelijk in het begin van de omwenteling afgebroken. Bijna over het +Posthuis is een heuvel met denneboomen beplant. Het stadje zelve ziet +'er ook welvarende uit. Daar het raadhuis, dat van buiten een fraai +aanzien heeft, openstond, ging ik 'er in, en vond den muur of het +behangsel van de Raadzaal nog beschilderd met de beeldtenissen van +Brutus, Porsenna, Mucius Scevola en eenige anderen--men ziet anders +het borstbeeld van Keizer Napoléon, op vele diergelijke plaatsen. Van +Brutus sprekende, teweten van Lucius Junius Brutus, en niet van het +hoofd eener zamenzwering onder de _Romeinen_, die den dolk durfde +stooten in de borst van Cæsar, herinner ik mij de schoone versen, +waarin Voltaire ook dit stuk geschreven heeft, en onder anderen de +eerste regels [253]. En diergelijke stukken werden lang voor de +omwenteling gespeeld en gelezen. Van binnen zag 'er dit Raadhuis +ook vrij wel uit. Op de plaats voor hetzelve werd eene verkooping +van hout aangekondigd, _in de Bosschen van den Keizer_, zoo als ik +ook op de verkoopingscelen las;--eenige lieden merkten aan, dat die +bosschen nog niet lang geleden _Nationale Bosschen_ genaamd werden, +en schenen over die verandering niet zeer gesticht.--Denkelijk waren +het Jakobijnen of zulk soort van volk, want wie zou anders aan een +held, aan wien men de oppermagt over het geheele land in handen heeft +gegeven, eenige bosschen willen onthouden. + +Op het Kasteel schenen militairen te leggen, zij moeten daar een +aangenaam verblijf hebben. Dit Kasteel behoorde voorheen aan den +Hertog De Penthièvre, die Heer was van _Rambouillet_; het is een +ouderwetsch maar aanzienlijk gebouw, bij hetzelve staan nog eenige +andere fraaije gebouwen. + +Den Conducteur gewaarschuwd hebbende, wandelde ik verder den grooten +weg op, zij is aan beide zijden met zware boomen, die dezelve +beschaduwen, beplant, en maakt daar door een schoone laan, die vrij +lang is. Aan de regterhand heeft men akkerland, en aan de linker niet +dan schoone bosschen [254]. Het hout staat hier zoo tierig, dat het +een lust is, om te zien, en ik kan wel zeggen, dat ik op mijn geheele +reis, naar mijn zin, geen aangenamer oord aangetroffen heb dan dit, +en begrijp niet, hoe menschen, die nog al smaak schijnen te hebben, +en die het aan geen geldmiddelen hapert; dit verblijf althans voor +'s zomers niet boven de veelal bedompte straten van _Parijs_ verkiezen. + +Na omtrent 1 1/2 uur met zeer veel genoegen gewandeld te hebben, +werd ik eerst het rijtuig gewaar, men had het weder zoo wat gelapt; +ik stapte 'er op, en wij sukkelden voort. De landstreek is aanhoudend +zeer aangenaam, en vrij wel bevolkt. De weg is op veel plaatsen met +appelen- en peren-boomen beplant. Welhaast naderden wij de schoone +toegangen van _Versailles_, welke plaats met de omstreken van dien, ik +reeds naauwkeurig gezien had, en waarvan ik u in 't vervolg misschien +het een en ander zal mededelen; gelijk ook over _Parijs_ en verdere +omliggende plaatsen: Mijne gehouden aanteekeningen gedurende een +verblijf van ruim twee jaren in deze stad, zullen mij daar nog al +eenige stof toe kunnen opleveren. + +Bij het inkomen van _Versailles_ doorsnuffelden de Commisen aan +de _barrière_ het rijtuig, doch ik behoefde mijne koffer niet te +openen. Deze stad is 3 3/4 post van _Rambouillet_, en 2 1/4 post +van _Parijs_. + +Tot bij _Sevres_, waar de bekende porcelein-fabriek is, bleef ik +nog op het rijtuig, doch daar de voornaamste riemen gebroken waren, +en het genoegzaam alleen op de burrie rustte, verkoos ik van daar +naar _Parijs_ te wandelen, stellig voornemende, om zoo lang de +_Velocifères_ [255] niet verbeterd worden, niet meêr met dezelven te +reizen. Omstreeks vijf uren kwam ik hier aan, na eene afwezigheid van +3 maanden min weinige dagen; hebbende in dien tijd de schoonste reis +gedaan, die 'er in _Frankrijk_ te doen is [256], en zoo ik meen op de +geschikste en min kostbaarste wijze. Op de nieuwste kaart der postwegen +(_routes de postes_) die ik hier bijvoeg, zult gij naauwkeurig de +weg kunnen zien die ik gereden heb, behalve in de _Cevennes_ en een +gedeelte van de _Pyreneën_ [257]. + +Van hier weet ik u niets bijzonders te zeggen dan dat men vele +en kostbare toebereidselen voor het aanstaande krooningsfeest +maakt.--Omtrent 1000 jaren na den zoogenaamden Carolus Magnus, +krijgt _Frankrijk_ dan weder een Keizer; en dat na een dan meêr dan +min Republikeinsch bestuur van omtrent 12 jaren. De _Parijsenaars_ +die, zoo als ik U reeds gezegd heb, veel van kwinkslagen houden, +zeggen daaromtrent hunne aardigheden. Velen hebben zich over deze +verandering van zaken verwonderd, ondertusschen is dezelve lang te +voorzien geweest, en ik herinner mij zeer wel van reeds omtrent 2 +1/2 jaar geleden daar van hier te hebben hooren spreken, en eenige +uwer stadgenooten, die zich toen hier bevonden, zullen zich zulks +ook wel herinneren. + +Welk een geluk echter voor het menschdom, indien de nieuwe Keizer +ons spoedig eenen bestendigen Vrede kon bezorgen; ons Vaderland moet +dien hoog noodig hebben.--Hier wordt men niet gewaar, dat het oorlog +is. Vaarwel! + + + + + +IETS VOOR REIZIGERS BIJZONDER IN FRANKRIJK. + + +Die reizen wil, moet zich aan geene vaste gewoontens binden, op dat hij +'er van moetende afgaan, daar door niet lijde. Hij moet zich niet aan +het gemak gewennen, om het ongemak minder te gevoelen. Vooral moet hij +zich door zijn' smaak in het gebruik van spijzen niet laten regeren, +om aanhoudend met smaak te kunnen eten, en denken, dat een geregt, +hoewel vreemd en ongewoon, echter goed en gezond kan zijn, en dit +laatste is wel het voornaamste. Matigheid is altijd, doch vooral op +reis aanteprijzen, omdat ongesteldheid op dezelve vooral lastig is. + +Als men niet duur betalen wil, moet men, al is men zelfs rijk, den +grooten Heer niet spelen. + +Men moet van niets gebruik maken, zonder vooraf omtrent den prijs een +beding te hebben gemaakt, en laten het niet op de bescheidenheid van +een voerman, schipper, waard of waardin aankomen, om niet onbescheiden +behandeld te worden. Ik betaalde in _Frankrijk_ in mijn herberg zelden +iets anders dan een kamer, het middag- en somwijlen het avondmaal, +waarvan ik den prijs te voren wist; mijn ontbijt, en dat ik verder +tusschen beide wilde gebruiken, nam ik in een Koffijhuis, zoo dat ik +altijd mijn eigen rekening kon maken. + +Lieden, die men ontmoet, en niet genoegzaam kent, moet men niet +ligt zijn vertrouwen schenken, of zeggen wie men is, wat men doet, +waar men van daan komt, waar men naar toegaat, enz. om niet bedrogen +te worden. De _Franschen_ vooral zijn doorgaans zeer vriendelijk en +voorkomende, doch de goede trouw hapert 'er dikwijls aan, bijzonder +te _Parijs_; zoogenaamde pligtplegingen met bloote pligtplegingen te +beantwoorden, zonder verder te gaan, tot dat men de menschen door +en door kent, (en dat gaat met vele _Franschen_ niet gemakkelijk) +is dan wel het voorzigtigste. + +Die in _Frankrijk_ reizen wil, moet vooral maken, dat hij ter deeg +met de taal te regt kan. In _Duitschland_, _Holland_ en elders, +spreekt men, vooral in de steden, nog andere talen dan de landtaal; +maar in _Frankrijk_, behalve in het _Duitsch_ en _Vlaamsch_ gedeelte, +verstaat men doorgaans niet anders dan _Fransch_ of hier en daar +_Patois_, waar aan de vreemdeling althans niets heeft. + +De afstanden der plaatsen worden gewoonlijk bij posten en bij gemeene +_Fransche_ mijlen van 25 in een graad gerekend; een post is ten +naastenbij twee mijlen, en een mijl nagenoeg drie kwartier gaans; +het volks gebruik moet men echter hier omtrent ook in acht nemen, +en zich niet verbeelden, dat indien men in _Provence_, _Languedoc_, +enz. naar de weg vraagt, en men van mijlen (_lieues_) spreekt, men daar +door afstanden van 3/4 uurs verstaat, het zijn daar wel groote uren; +men onderscheid daarom in _Frankrijk_ de mijlen in _lieues de poste_ +en _lieues du païs_ [258]. + +De postwagens, die ik in _Frankrijk_ heb aangetroffen, hingen allen op +riemen, en zijn vrij gemakkelijk; in het binnenste gedeelte (als een +koets) is plaats voor 6 menschen, 3 voor uit en 3 achter uit rijdende; +in de _cabriolet_ of voorste gedeelte (als een kap-chais) plaatsen zich +2 personen, benevens den Conducteur, en boven op het gehemelte van +de koets, (_l'imperiale_ genaamd) daar een vierkante mand op staat, +kunnen nog eenige menschen liggen; in deze mand wordt ook _bagage_ +geladen, zoo wel als in de groote mand achter op. De plaatsen, binnen +in zijn het duurste, die van de _cabriolet_ (die echter in den zomer +en om het gezigt en om de luchtigheid verkieslijk zijn) wat minder, +en op de _Imperiale_ het goedkoopste. De vracht binnen in komt ten +naasten bij tegen 30 _Fransche_ stuivers per post uit, somtijds iets +meêr. De wegen zijn over het algemeen vrij goed in _Frankrijk_. + +De geldspecie in _Frankrijk_ bestaat, de oude munt in dubbelde _Louis +d'Ors_ van 48, en enkelde van 24 _Livres_, stukken van 6 _Livres_, +(_écus de 6 Francs_) en van 3 _Livres_, _petits écus_ genaamd, +voorts zilveren stukjes van 24, 12 en 6 stuivers, (een _Livre_ doet 20 +_Fransche_ stuivers) de oude koperen munten zijn 1 1/2, 1, 1/2 en 1/4 +stuiver; de halve stuiverstukjes noemt men _pièces de deux liards_, +en de vierde deelen _un liard_; de nieuwe munten met den stempel van +de Republiek, van den I. Consul Bonaparte, of van den Keizer Napoléon, +zijn gouden stukken van 40 en van 20 _francs_, zilveren van 5, 2, 1, +1/2 en 1/4 _franc_, als ook van 6 _Livres_, 30 en 15, en in 't koper +van 2 en 1 stuiver, ten tijde van Lodewijk den XVI., constitutioneele +Koning zijnde, geslagen. Van koper heeft men stukken van 10, 5, en 1 +_centime_; een _franc_ doet 100 _centimes_, en 5 _centimes_ worden voor +een stuiver gerekend. De _francs_ hebben 1 1/4 ten honderd meêr waarde +dan de _livres_, te weten voor 100 _francs_ krijgt men 101 _livres_ +en 5 stuivers, en dus voor iedere _franc_ 20 stuivers, en een oordje +(_liard_); ook zijn 'er te _Parijs_ bankbriefjes van 500, 1000, 2000 +en meêr _francs_ in omloop. De 's Lands kassen betalen en ontvangen +niet anders dan volgens de berekening van _francs_, anders telt men +nog meest bij _livres_. Men moet in _Frankrijk_, aangaande het geld +zeer omzigtig zijn, omdat 'er veel valsch of besnoeid onderloopt; de +dubbelde en enkelde _Louis d'Ors_ moet men niet anders dan toegewogen +ontfangen; en bij lieden die men niet kent, ze zelf en met zijn eigen +goudschaaltje wegen. De stukken van 6 _Livres_ zijn ook dikwijls +te ligt, en die van 3 _Livres_ 24, 12 en 6, veel afgesleten zijnde, +moet men niet ontfangen als 'er de stempels niet zigtbaar op zijn. + +Als men in de voorname steden van _Frankrijk_, bijzonder te _Parijs_, +wat koopen wil, moet men niet verlegen zijn, om de helft, en somtijds +twee derde van het geen gevraagd wordt, aftedingen; vooral wanneer +iemand de taal niet volkomen magtig zijnde, men ligtelijk aan hem +kan bespeuren, dat hij een vreemdeling is; zij zullen u op hun eer +en geweten verzekeren, dat het hun meêr kost, enz. doch eindelijk +zult gij het voor het geen gij geboden hebt toch krijgen. Ik vind +dit al heel verachtelijk, ondertusschen is men 'er bij ons ook niet +geheel vrij van. Terwijl de nieuwe maten en gewichten nog niet zeer +algemeen worden gebruikt, zal ik daar van niet spreken. + +Behalve eene naauwkeurige landkaart, raad ik ook ieder reiziger, om +alvorens hij op reis gaat zich van een goede _Itineraire_ te voorzien, +en zoo die niet te bekomen is, 'er zelfs een zamen te stellen, door het +maken van uittreksels uit de beste schrijvers. Een opmerkzaam reiziger +moet ook altijd papier en potlood bij zich hebben, om kortelijk, +al wat hem maar eenigzins merkwaardig voorkomt, op te teekenen; +'s avonds ziet hij dat na, en schrijft het, zoo hij tijd heeft, over. + +Veel geld mede te nemen is lastig; men staat aan toevallen bloot, +waardoor men het kwijt, en alzoo in de uiterste verlegenheid kan raken, +'t is daarom veel verkieslijker, dat men zich van kredietbrieven +op goede huizen van Koophandel of diergelijken, in de onderscheiden +plaatsen, daar men zich eenigen tijd denkt op te houden, voorziet. + +Vooral in de Provincien [259] treft men onder de _Franschen_ ook zeer +hupsche en gedienstige menschen aan, en die 'er zich een genoegen +van maken, om een vreemdeling te regt te helpen en van dienst te zijn. + +De herbergen in _Frankrijk_, als men 'er wat aan gewoon is, zijn in het +algemeen vrij goed. De luchtgesteldheid is 'er over het geheel genomen +gezond, en de Politie in het verhinderen van grove ongeregeldheden +zeer naauwkeurig; men hoort 'er dan slechts zeldzaam van onveiligheid +der wegen, en deze drie opgenoemde artikels zijn voor een reiziger +ook al van zeer belang. + +Hoewel de wijn een voornaam voortbrengsel van dit land is, zal dezelve +den meesten onzer landslieden in hetzelve reizende, niet zeer bevallen, +doch daar het de voorname, en op vele plaatsen genoegzaam de eenigste +drank is behalve het water, mengt men ze daar gewoonlijk mede. + +De roos was van ouds het zinnebeeld der schoonheid, jonge reizigers +zullen echter weldoen, van zich, in _Frankrijk_ bijzonder, gedurig +te herinneren, dat 'er de rozen met scherpe doornen verzeld zijn. + +Om zich met lieden, die men niet zeer van nabij kent, in staatkundige +gesprekken in te laten, is in dit land ook zeer onvoorzigtig, +daar de Politie, zoo als ik reeds gezegd heb, zeer naauwkeurig is, +heeft zij natuurlijkerwijze ook zeer veel verspieders, en deze +bevinden zich schier op alle plaatsen en in alle gezelschappen, in +bedelaars gewaad, in een livereirok, zoo wel als in een geborduurd +of gegalonneerd kleed. Mannen en Vrouwen, Heeren en Dames, kortom, +menschen uit alle standen laten zich daar toe gebruiken.--Een ieder +wachte zich dan voor schade. + + + + + +BLADWIJZER DER VOORNAAMSTE PLAATSEN en ZAKEN. + + + +A. + + +Abate (Nocolo del), schilder van het Kasteel te _Ancy le Franc_, +bl. 14. + +_Aiguillon_ (het steedje), bl. 448. + +_Aisy-sur-Amrancon_. IJzersmelterijen van Buffon aldaar, bl. 15. + +_Aix_ (De stad) derzelver ouderdom, bl. 147. Hoofdkerk aldaar, +bl. 237. Olij daar omstreeks vallende, bl. 238. Wandelplaats +en warme fontein, bl. 239. Het groot spel der Duivelen aldaar, +bl. 240. Tournefort aldaar geboren, ib. + +_Agen_ (De stad) bl. 443. Wijen en sergies van dat plaatsje, +ib. Geboorteplaats van J.J. Scaliger, bl. 443. + +_Albigensen_ (Moord der) te _Bezier_, bl. 325. + +Amyot (Jacques) zie _Melun_. + +_Ancone_ (Omstreek van het Dorpje) bl. 112. + +_Ancy le Franc_ (het stadje) bl. 13. + +_Angoulême_ (De stad) hoe gelegen, bl. 507. _Place de la Comedie_, +ib. Fraaije wandelingen, bl. 508. Volkrijkheid, bl. 509. + +_Astafford_ (Het steedje) bl. 441. + +_Aubagne_ (Het stadje) bl. 196. Geboorteplaats van Barthelemy, bl. 197. + +_Auch_ (Hoofdkerk te) bl. 357. Geschilderde glazen aldaar ib. Stadhuis, +Fabrieken enz. bl. 358. + +_Avignon_ (Omstreken van) bl. 122. Kloosters, Boekdrukkerijen, +bl. 132. 't Slot _de Dons_, bl. 138. Gelegenheid, ib. Voormaals +bloeijende Fabrieken aldaar, bl. 140. Schouwburg aldaar, bl. 141. + +_Avignonet_ (Het Dorpje) bl. 334. + +_Aviolles_ (Het afgebrande Dorpje) bl. 11. + + + +B. + + +Baggerwerktuig te _Marseille_, bl. 169. + +_Bagnères_ (Gelegenheid van) bl. 366. Baden en Frascati, +bl. 376. Oudheden aldaar, bl. 428. + +_Bagnerolles_ (Bron van) bl. 369. + +_Barbé_, (Het eilandje) in de nabijheid van _Lyon_, bl. 60. + +_Barbezieux_, (Het Steedje) bl. 505. + +_Barèges_, (Baden van) bl. 389. + +_Baussille_, (Het Steedje _St_) bl. 301. + +_Beaucaire_, (Kermis van de Stad) zeer oud, bl. 244. Oude _Romeinsche_ +weg in de nabijheid dier Stad, bl. 246. + +_Beaume_, of Grot van Rolland; zie _Marseille_. + +_Beaune_, (Het Stadje) bl. 44. Inwoners als dom bekend; kwinkslag +van Piron tegen hen, ib. Gasthuis door N. Rollin, bl. 45. deszelfs +wijn, ib. + +St. Bernardus, stichter van zeer vele Kloosters, bl. 40. + +Bernis, (Weldadigheid van F. J. de Pierre de) bl. 262. + +_Bezier_, (Het Stadje) bl. 323. Fraaije ligging, bl. 324. Hoofdkerk, +ib. + +_Bordeaux_, (De Schouwburg _le Théatre de la Gaité_ te) +bl. 453. _Hollandsche_ opschriften op uithangborden, ib. Melding van +een' _Romeinschen_ Tempel, die bij _le Chateau Trompette_ gestaan +heeft, bl. 454. Protestantsche Kerk, ib. Gemeene wandelplaats, +bl. 455. _La place de Liberté_ aldaar, bl. 456. De nieuwe +Schouwburg, _le Théatre Français_, bl 457. Kwakzalver en zijne +vrouw aldaar, bl. 460. Liedjeszanger, ib. _St. Andreas_ Kerk, +bl. 461. Aartsbisschoppelijk Paleis, bl. 462. Aartsbisschoppelijke +Tuin, bl. 463. bewoond door Charles de la Croix, ib. _St. Michiels_ +Kerk. ib. Abdij van het Heilige Kruis, ib. Oud Amphithéater +aldaar, bl. 465. de Beurs, bl. 470. Nadere beschrijving van den +grooten Schouwburg, bl. 472. _St. Juliaans_ Poort, bl. 474. Museum, +bl. 483. Merkwaardige Oudheid aldaar gevonden, bl. 484. Kabinet van +den Heer Journu-Aubert, bl. 485. Tivoli bl. 486. Kerk van _St. Seurin_, +bl. 488. Vondelinghuis, bl. 490. _École de Commerce_, bl. 493. _Chateau +du Haa_, ib. Marionettenspellen aldaar, bl. 495. _Le Chateau +Trompette_, bl. 496. Aangaande wijnen, in die omstreken vallende, +bl. 499. Kerk van _St. Dominicus_, bl. 501. Naamsoorsprong van die +Stad, ib. In deszelfs nabijheid werd Michel de Montaigne geboren, +bl. 502. + +_Borelly_ (_Chateau_) bl. 231. + +Bossuet geboortig van Dyon, bl. 34. + +Bourdon (Sebastiaan) schilder van _Montpellier_, bl. 290. + +_Bourgondiën_, (Begin gemaakt aan het graven van het Kanaal van) +bl. 12. + +Buffon geboren en begraven te _Montbar_, bl. 16. + Eenige bijzonderheden van zijn huisselijk leven, ib. + + + +C. + + +_Cadillac_, (Het steedje) bl. 449. + +Cailhava te _Toulouse_ geboren, bl. 349. + +Cagnon (de) om het geloof te _Lyon_ verbrand, bl. 86. + Haar karakter, ib. + +_Cagots_ (Huisgezinnen in de _Pyreneën_) genoemd, bl. 401. + +_Calembours_ zeer in gebruik in _Frankrijk_; voorbeelden derzelve, +bl. 3. + +_Campan_, (Vallei van) bl. 378. + +_Cannat_, (Het Dorpje _St._) bl. 145. Oude Mijlpaal der _Romeinen_ +daar gevonden, ib. + +_Carcassone_, (De stad) bl. 331. + +Caseneuve, (Edelmoedig en Menschlievend gedrag van P.H.) staande de +pest te _Marseille_, bl. 175. + +_Castanet_, (Het Dorpje) bl. 337 + +_Castelnaudary_ daarbij de kom der Vaart van _Languedoc_, +bl. 332. beroemd door den slag tusschen Gaston enz. bl. 334. + +_Citeaux_, (Rijkdom der Abdij) bl. 38. en verdere bijzonderheden +dienaangaande, bl. 39. de verkwisting der Monnikken dier Abdij, ib. + +_Chalons sur Saone_ (Eenige bijzonderheden wegens) bl. 46. Kloosters +en Kerken, bl. 47. bevolking, bl. 48. + +_Chartres_ (De stad) bl. 540. Het koor der Kerk, bl. 541. + +_Chateau Regnault_, (Het steedje) bl. 538. + +_Chateaudun_ (Het steedje) bl. 540. + +_Chatellerault_, (De stad) bl. 517. fraaije brug aldaar, +ib. Messenmakerijen aldaar bl. 518. + +_Clos de Vougeot_, Aldaar wordt wijn van dien naam geteeld, bl. 38. + +Collé _la partie de Chasse de_ Henri IV. is ontleend uit eene +gebeurtenis te _Lieursaint_ voorgevallen, bl. 2. + +_Condrieu_, (Ligging van het stadje) en bijzonderheden wegens hetzelve, +bl. 104. Maarschalk de Villars aldaar geboren, bl. 105. + +Cousin (Jean) schilder, geboortig van _Soucy_, bl. 9. + Zijn beroemd stuk het laatst Oordeel, Noot ib. + +Coustou Beeldhouder der Tombe van Lodewijk Dauphin van _Frankrijk_ +te _Sens_, bl. 8. + +_Côte d'Or_, (Vruchtbaarheid in wijn van het Departement) bl. 42. + +_Côte Roti_, (De Heuvel) bl. 104. + +Crebillon geboortig van _Dyon_, bl. 54. + +Cromwell (Ontmoeting van Richard) bij den Prins van Conti, bl. 322. + +_Cuges_, (Gelegenheid enz. van) bl. 197. + + + +D. + + +_Destugue_ (_la Grotte de_) bl. 373. + +_Druïden_, (Tempels der) bl. 529. Naauwkeurige beschrijving derzelven, +bl. 530. + +_Dyon_, (De stad) bl. 22. Beschrijving van de poort der Vrijheid +aldaar, bl. 23. Populierboom en de _Jardin d'Arquebuse_, ib. de +Hoofdkerk, bl. 24. Heilige Kapel in die Kerk. ib. Kloosters, +bl. 26. Paleis van Condé ib. Koffijhuizen, bl. 28. het Museum, +bl. 29. Gasthuis, bl. 32. Voorname Mannen, bl 34. 't Oude slot--de +Bastille van die stad, bl. 36. Voorkomen der Inwoners en bevolking +bl. 37. Bedrijven en handel, ib. + + + +E. + + +_Echelle (le Passage de l'_) bl. 398. + +_Eguille_ (Eene Pyramide te _Vienne_ en _Dauphiné_ onder den naam van) +bl. 104. + +_Epernon_ (Omstreken van) bl. 543. + +Erichem (Dr. van) te _Bordeaux_, bl. 489. + +_Escalette_, (De berg) bl. 381. + +_Esprit_ (Het stadje _St._) en vermaarde brug bij hetzelve +bl. 117. Stichting en beschrijving dier Brug, bl. 118. + + + +F. + + +Ferrier (du) te _Toulouse_ geboren, bl. 349. + +_Flourance_, (Het stadje) bl. 436. + +Florentin (St.) een der slechtste Hovelingen van Lodewijk den +XV. bl. 12. zijn grafschrift, ib. + + + +G. + + +Galeislaven te _Toulon_, bl. 210. + +Galeistraf, wanneer in _Frankrijk_ ingevoerd, bl. 211. + +_Ganges_ (Vele Protestanten in het steedje) bl. 302. + +_Gard_, (_Port du_) bl. 266. Waterleiding bij dezelve, ib. + +_Gavarnie_, (Waterval en Dorp) bl. 406. + +_Gedro_, (Het Dorp) bl. 402. + +Geoffredi (De Priester) verbrand, bl. 229. + +_Gimont_, (Het steedje) bl. 356. + +_Gilles_, (Het steedje _St._) bl. 299. + +_Givors_, (Bijzonderheden van het steedje) bl. 103. + +_Grippe_ (het Dorp) bl. 380. + + + +H. + + +Hagedissen overvloedig bij _Montpellier_, bl. 285. + +_Hautbrion_ (Wijn van) bl. 476. + +_Haye_, (Het steedje _la_) geboorteplaats van René Descartes, bl. 519. + +_Hières_, Tuinen van Orange en Citroenboomen aldaar, bl. 215. slechte +staat dier stad, bl. 217. Kasteel aldaar, ib. Eilanden bl. 219. + +_l'Hieris_, (Het dal van) of _Lheris_, bl. 426. + +Hippocrates (Borstbeeld van) te _Montpellier_, bl. 295. + + + +I. + + +_If_, ('t Kasteel _d'_) bl. 188. + +Innocentius de IV. (Paus) bouwt de brug te _Lyon_, bl. 65. + +Isaure (Clemence) stichteres der Akademie _des Jeux Floraux_, bl. 348. + +_Isle_, (Het stadje) bl. 123. + +_Isle de Jourdain_, (Het steedje) bl. 355. + +Izard (Beschrijving van een) bl. 423. + + + +J. + + +Joden (Mishandeling der) te _Bezier_, bl. 324. + +_Joigny_, (De ligging der stad) bl. 11. waarin deszelfs Koophandel +bestaat, bl. 12. + +Journu Aubert, (Kabinet van schilderijen van den Heer) bl. 485. + + + +K. + + +Klokkespelen zijn zeer zeldzaam in _Frankrijk_, bl. 462. + +Knip (Melding van den schilder) en zijne Zuster, bl. 420. + +Kwakkels menigvuldig omtrent _Marseille_, bl. 230. + + + +L. + + +_Lambesc_, (Gelegenheid van het steedje) bl. 145. + +_Landes_ (de Inwoners van) loopen op stelten, bl. 497. en verdere +bijzonderheden dienaangaande, bl. 498. + +_Languedoc_. (_Canal de_) bl. 323. Nader berigt deswegens, Noot +bl. 342. + +_Lectoure_, (Het stadje) bl. 437. + +_Lieursaint_, zie Collé. + +Longpierre geboortig van _Dyon_, bl. 35. + +_Lourde_, (Het steedje) bl. 413. Kasteel in deszelfs nabijheid, +bl. 421. + +Louvois (Streek van zekeren) om aan geld te komen, bl. 14. + +_Lucretum_, (Plaats van het oude) bl. 196. + +_Lunel_ ('t Steedje) beroemd om deszelfs wijn, bl. 279. + +_Luz_ (Het dal) bl. 395. + +_Lyon_ begravenis aldaar, bl. 63. de plaats _Bellecour_, bl. 65. Brug +over de _Rhone_ ib. Hoofdkerk, bl. 67. _Palais de Justice_, +bl. 68. _Quai du Rhone_, ib. De brug van Morand, bl. 69. de Schouwburg, +bl. 70. Gasthuis, bl. 73. 't Gebouw _la Charitê_, bl. 76. _Théatre des +Varietés_, bl. 77. _l'Hospice d'Antiquaille_, ib. wie de stichter van +die stad is, ib. _La Place des Martyrs_, bl. 79. overblijfsels van +een _Romeinschen_ Schouwburg, ib. kelder onder den naam van _Bains +des Empereurs_, bl. 80. Kapel van Onze Lieve Vrouw van _Fourvières_, +bl. 81. _la Place de Terreaux_, bl. 84. Stadhuis, ib. de metalen Tafel, +waarop de aanspraak van Keizer Claudius verloren is, bl. 85. Abdij +van _St. Pieter_, ib. Kerk der _Jesuiten_, bl. 87. de Abdij +_d'Ainai_ en pilaren in dezelve, bl. 88. 't voormalig _Karthuizer_ +Klooster, bl. 93. Fabrieken, bl. 94. Oudtijds _Lugdunum_ geheeten, +bl. 98. Volkrijkheid, ib. aanzienlijkheid der Geestelijkheid daar +ter plaatse, bl. 99. Pierre Perrin stichter der _Fransche_ Opera daar +geboren, bl. 100. ook Coysevox en de Coustou's Beeldhouwers en Joseph +Vivien, bl. 101. Kerkvergaderingen aldaar gehouden, ib. + + + +M. + + +_Maçon_, (Ligging der Stad) bl. 51, 52. wijn in dien omstreek, +bl. 53. de Bibliotheek der _Benedictijner Cluny_ aldaar, ib. + +_Maintenon_ (Het steedje) bl. 541. _Aquaduc_ daar aangelegd, bl. 542. + +_Marie_ (Het dorp _St._) bl. 380. + +_Marmande_ (Het stadje) bl. 448. + +_Marmoutier_, (De Abdij) de oudste uit het geheele Westen, bl. 524. + +_Marseille_, (De weg van _Aix_ naar) bl. 148. de Haven, bl. 150. de +Groenmarkt, bl. 152. _le Pavillon Chinois_, ib. de Nieuwe Stad, +bl. 153. de Wandelplaats, bl. 156. Fontein met een beeld van Homerus +en Bonaparte, bl. 162. Handel te _Marseille_, bl. 163. Schouwburg, +bl. 166 Koffijhuizen, ib. de Berg Bonaparte, bl. 168. Stadhuis +en Beurs, bl. 173. Spijs en vruchten aldaar, bl. 178. Vrouwen, +bl. 182, Fort _St. Jean_, ib. Tempel van Diana aldaar, bl. 183. 't +zoo genaamd Paleis der Roomsche Keizers, bl. 184. Vischmarkt, +ib. Lees-Societeit, ib. Kaatsbaan, bl. 185. Schouwburg, bl. 186. Abdij +van _St. Victor_, bl. 189. Protestantsche Kerk, bl. 191. Baden, +bl. 193. Museum, ib. _Lyceum_, bl. 194. _Beaume_ of _Grot de Rolland_, +bl. 225. _Chateau Borelly_, bl. 231. Oorsprong dezer stad, bl. 233. en +eenige oudheidkundige bijzonderheden, bl. 234. gezondheid van klimaat, +bl. 235. + +_Marseillaansche_ Marsch vervaardigd door Rouget de l'Isle, bl. 235. + +_Martin_ (Het steedje _St._) _de Londres_, bl. 300. + +Martin (Wonderwerk van het paard aan St.) geschonken, bl. 526. + +Meekrap, zie _Morières_. + +Mejan, (Buitenplaats van den Heer), bl. 304-309. + zijn kantoor te _Ganges_, bl. 315. + +Melk (Bijzondere wijze van) te koop veilen te _Marseille_, bl. 159. + +_Melun_, (Ligging enz. der stad), bl. 5. Geboorteplaats van Amyot, ib. + +Menestrier, (Zonderling grafschrift op), bl. 35. + +_Meursault_ ('t Dorp) beroemd om deszelfs wijn, bl. 46. + +_Meze_ (Het Stadje), bl. 320. + +_Mirande_, (Kousenfabriek te), bl. 359. + +Moerbezienboom in _Frankrijk_ ingevoerd, bl. 113. + +Monnoye (la) geboortig van _Dyon_, bl. 34. + +_Montagnac_, (Het stadje), bl. 320. + +Montaigne (Michel de) te _Bordeaux_ geboren, bl. 502. + +_Monthar_ (Stadje en Kasteel), bl. 16. Verdere gelegenheid van +hetzelve, bl. 18. + +_Montbazon_ (Het steedje), bl. 521. + +_Montelimar_, (Gelegenheid der Stad), bl. 113. daar omstreeks de +eerste Moerbeziënboom geplant, ib. + +_Montereau_, (Ligging van het stadje) deszelfs Brug enz., bl. 6. + +_Montlieu_, (Het steedje), bl. 505. + +_Montpellier_, _Esplanade_ aldaar, bl. 280. Waterkasteel, +bl. 281. _La Place du Peyrou_, bl. 281. Aquaduc, bl. 283. Werktuig +ter bevochtiging van den grond in de nabijheid van _Montpellier_, +bl. 285. Protestantsche Kerk aldaar, bl. 287. de Hoofdkerk, +bl. 289. Schilderstuk van Simon _den Toovenaar_ door Bourdon, +ib. Schouwburg, bl. 291. wolle en waschbleekerijen, ib. Parfumeurs, +bl. 292. Fakulteit der Geneeskunde aldaar, bl. 293. Fontein ter eere +van den Maarschalk de Castries, bl. 317. Beurs aldaar, ib. koperrood en +_Cremor Tartari_ worden aldaar gemaakt, bl. 318. voorname en beroemde +mannen, bl. 319. + +_Morières_ (In de omstreken van) groeit Meekrap, bl. 131. + +Muzijk (Over de) in _Frankrijk_ en het zingen van het gemeen, bl. 142. + + + +N. + + +_Narbonne_ (De stad) oudtijds _Narbo Martius_, bl. 327. Hoofdkerk, +bl. 328. + +_Nismes_, (Amphithéater te) bl. 248-252. Tempel van Cajus Cæsar _Maison +Carrée_ geheeten, bl. 253. _Temple de Diane_, bl. 254. Vloeren en +_Mosaïque_, bl. 256. Luchtgesteldheid aldaar, bl. 258. Arenden van wit +marmer, bl. 260. Stadhuis, bl. 261. Hoofdkerk, bl. 264. _Esplanade_ +aldaar, bl. 270. Bibliotheek en Kabinet, bl. 271. Oudheden, +bl. 272. de schilder Renaud daar geboren, ib. Protestantsche Kerk +aldaar, ib. _Porte de France_ en _Porte de Rome_, bl. 273. Oudheid +en Geschiedenis dier stad, bl. 275. Jean Nicot aldaar geboren, bl. 278. + +_Nuijs_ of _Nuits_ (Het stadje) om deszelfs wijn beroemd, bl. 40, +versje op die stad, bl. 41. + + + +O. + + +_Office_ (_l'_) _des Foux_, Kerkdienst der Gekken, een boek voorheen +te _Sens_ bewaard, bl. 9. + +_Ollioules_ (_Les Gorges des_), bl. 201. + +_Orange_, (Stad en Prinsdom), bl. 120. + +_Orgon_, (Het stadje), bl. 144. daarbij _le Canal de Boiselin_, +bl. 241. + +_Ormes_, (Het Kasteel _les_), bl. 518. + +_Ossone_, (_le Val d'_), bl. 405. + + + +P. + + +Paul, een _Fransche_ Zeeheld, zijne nedrigheid, bl. 222. + +_Pesenas_ (Het stadje), bl. 321. + +Petrarcha en Laura (Eenige bijzonderheden wegens), bl. 127. Noot. + +Photin (St.) eerste Bisschop van _Lyon_, bl. 78. + +Picard vervaardiger van een Tooneelstuk _le Collateralou la Diligence +à Joigny_, bl. 11. + +_Pierre Cise_ Staatsgevangenis van Cincq-Mars en de Thou, bl. 61. + +_Pierrefitte_, (Het Dorp), bl. 418. + +Piron geboortig van _Dyon_, bl. 34. + +_Poitiers_, (De stad) bl. 511. Oudheden aldaar, bl. 512. Wandeling +aldaar, bl. 513, de Hoofdkerk, bl. 514. Schouwburg, bl. 515. + +_Pomare_ (Het Dorp) beroemd om den wijn, bl. 46. + +_Pont sur Yonne_, (Gelegenheid van het stadje), bl. 7. + +_Pragnères_ (het dorpje), bl. 400. + +Puget (Borstbeeld ter eere van) te _Marseille_ opgerigt, bl. 159. + eenige bijzonderheden hem betreffende, bl. 161. + +_Pyreneën_, (Eerste gezigt der), bl. 359. + + + +R. + + +Rabelais, (Tabbaard van), bl. 295. + op welk een wijze hij een Minister te spreken krijgt, bl. 536. + +_Rambouillet_ (De stad) en deszelfs fraaije gelegenheid, +bl. 547. Stadhuis aldaar, ib. + +Rameau geboortig van _Dyon_, bl. 35. + +_Remy_, (Gelegenheid van _St._), bl. 242. + +_Riotti_, (Ligging van het Dorp), bl. 58. + +Rivals, (Schilderij van Antoine) zie _Toulouse_. + +_Roulet_, (Het steedje), bl. 506. + + + +S. + + +_Saussa_ (_Cascade_), bl. 404. + +_Sauveur_ (Ligging van _Sint_), bl. 396. + +Schorpioen (Beet van den) te _Marseille_ niet vergiftig, bl. 236. + +_Semur_, (Ligging van het stadje), bl. 18. + +_Sens_, (Ligging der stad) Hoofdkerk; begraafplaats +van Lodewijk Dauphin van _Frankrijk_, bl. 8. Oudheden, +bl. 9. Geschiedk. bijzonderheden, ib. + +Serre le Peintre schilder van _Marseille_, bl. 175. + zijn gedrag ten tijde der pest, ib. + +_Sambernon_ (Het Kasteel) en bijzondere aflooping van het water op +hetzelve, bl. 19. + +_Sorèse_, (Het _Pensionat_ te), bl. 334. + +Spaendonck (van) een _Nederlandsch_ Bloemschilder te _Parijs_, bl. 479. + + + +T. + + +Talma (De Acteur) en zijne vrouw, bl. 473. + +_Tarasco_, (De stad) zoo genoemd naar een _Grieksch_ woord, +bl. 242. Processie met een draak op _St. Martha's_ dag, bl. 243. + +_Tarbes_, (De stad) bl. 363. derzelver gelegenheid en oudheid, bl. 364. + +_Terrines_ (De uitvinders van de) _de Nerac_, bl. 445. + +_Thain_ (Omstreeks) groeit de Hermitage-wijn, bl. 108. + +Thomas sterft in de armen van den Bisschop Montaset, bl. 100. + +_Tolosa_, (Oude stad) bl. 347. + +_Tonnerre_, (Ligging van het stadje), bl. 12. + +_Tonneins_, (Het steedje) bl. 446. + +_Toulon_, Stadhuis en Vrijheidsbeeld aldaar, bl. 204. Fort _de la +Malgue_ in de nabijheid dier stad, bl. 205. Joubert aldaar begraven, +bl. 206. Kerk _St. Louis_, bl. 207. het Arsenaal, bl. 208. _Jardin +des Plantes_, bl. 214. getal van Inwoners, bl. 221. + +_Toulouse_, (Straten van) bl. 339. Hoofdkerk aldaar, +ib. Aartsbisschoppelijk Paleis, ib. Kapitool, bl. 340. de staat der +schilderijen van Antoine Rivals op het Kapitool, bl. 340. Schouwburg, +bl. 343. fraaije brug over de _Garonne_, ib. Het Hospitaal +_St. Jakob_, bl. 344. Korenmolen van buitengewone grootte, ib. Kerk +van _St. Sernin_, bl. 345. Kerk der _Karthuizers_ ib. 't Stads Museum, +bl. 346. Schilderij van A. Rivals in 't Museum, ib. wandelingen, +bl. 347. 't Parlement, bl. 348. _Academie des jeux Floraux_, +bl. 348. mannen van geleerdheid daar geboren, bl. 349. handel van +die stad, ib. grafkelder aldaar van een bijzondere eigenschap, bl. 350. + +_Tournon_ (Het steedje) bl. 108. + +_Tournus_ (Fraaije brug te) bl. 50. + +_Tours_, (Ligging der stad) bl. 522. fraaije brug aldaar, ib. de +landstreken leveren vele pruimen op, bl. 524. waarschijnlijk +_Romeinsche_ overblijfsels aldaar, bl. 526. Aartsbisdom, ib. Hoofdkerk, +bl. 527. Tempel der Druïden, bl. 528. hoedanig bebouwd, en aanleg van +nieuwe straten, bl. 534. een straat aldaar naar Agnes Sorel genaamd, +bl. 535. + +_Tramésaigues_, (Waterval van) bl. 382. + +_Trevoux_, (Ligging van) bl. 59. _Journal et Dictionaire_ aldaar door +de Jesuiten geschreven, ib. + +_Tricherie_, (Het Dorp) bl. 517. + + + +V. + + +_Valence_, (Ligging der stad) bl. 109. het hart van Paus Pius den +VI. wordt aldaar in een looden kistje bewaard bl. 110. + +_Vaudevilles_, (Oorsprong der) bl. 452. + +_Vaucluse_, (Het dorpje) bl. 125. bron van _Vaucluse_, +bl. 128. _Romance du Rivage de Vaucluse_, bl. 133. + +_Velocifères_, een nieuwe soort van rijtuigen, bl. 537. gebreken aan +dezelve, bl. 546. + +_Velours d'Utrecht_ wordt te _Sens_ gefabriceerd, bl. 10. + +_Vendome_, aldaar worden vele handschoenen gemaakt, bl. 539. + +_Vergi_, (Het Kasteel) bl. 42. + +_Vienne_ en _Dauphiné_, (Ligging en bijzonderheden van) bl. 103. + +_Vigan_, (Het steedje) bl. 302. + +Villars (Edelmoedig en menschlievend gedrag van) bij gelegenheid van +den _St. Barthels_-moord, bl. 257. + +_Villefranche_, (Gelegenheid van) bl. 335. + +_Villeneuve-la Guyard_, (Het stadje) bl. 7. + +_Villeneuve sur Yonne_, (Het stadje) bl. 10. + +_Vitteaux_, (Het steedje) bl. 19. + +_Viviers_, (Fraaije ligging van) bl. 115. + +_Vivonne_ (Het steedje) bl. 511. + +_Vollenai_ ('t Dorpje) deszelfs wijnen beroemd, bl. 45. + + + +W. + + +Waterhorologien te _Sens_ vervaardigd, bl. 10. + +Wijnoogst, (Beschrijving van den) bl. 474. + +Woudduiven (Wijze van) vangen bij _Bagnères_, in _la Foret de Gerde_, +bl. 429. + + + +Y. + + +Young (Het graf van de Dochter van) te _Montpellier_, bl. 296. ontwerp +van een gedenkteeken nog onuitgevoerd, bl. 297. + + + + + +DE VOLGENDE DRUKFEILEN ALDUS TE VERBETEREN: + + +Bl. 1 Reg. 7 _staat_ 14 _lees_ 16 + 3 ---- 6 ---- plaats ---- plaats had, + 8 ---- 4 ---- klokkespel ---- klokkegelui + 11 ---- 10 ---- de brug ---- deze brug + 25 ---- 2 ---- met ---- men + 53 ---- 24 ---- Benedictijner ---- Benedictijners + 54 ---- 16 ---- uitgegaan ---- gisteren uit de schuit gegaan + 55 ---- 16 ---- niet ---- niets + 58 ---- 24 ---- besloten ---- besloot + 63 ---- 23 ---- wat ---- was + 71 ---- 1 der Noot ---- de ----die + 87 ---- 24 ---- die welke ---- dat hetwelk + 89 ---- 7 ---- het een ---- na het een + 111 ---- 7 ----. Het ---- het + ---- 9 ---- is zeer oud ---- Zij is zeer oud + ---- 13 ---- als op ---- als of + 135 ---- 19 der Noot ---- _croira_ ---- _croirois_ + 138 ---- 24 ---- verlegde ---- vestigde + 143 ---- 17 ---- vermakelijk ---- gemakkelijk + 192 ---- 1 ---- beromed ---- beroemd + 208 ---- 14 ----; tegen ----. Tegen + 220 ---- 30 ---- men was nog ---- men was hier aan dat nieuwe + eerteeken nog + 236 ---- 5 ---- en lang ---- lang + ---- 5 ---- schorpioen ---- schorpioenolij + 244 ---- 14 ---- _sous_ ---- _sou_ + 251 ---- 29 ---- 'er ---- en + 257 ---- 11 ---- _Gange Lion_ ---- _Gange, Lion_ + 261 ---- 13 der Noot ---- saillir ---- jaillir + 262 ---- 19 ---- hetzelve ---- dezelve + 274 ---- 14 ---- gelokt, door ---- gelokt door + 276 ---- 1 ---- Bres ---- Bref + ---- 1 der Noot ---- Bres ---- Bref + 278 ---- 22 ---- Freville ---- Treville + 279 ---- 31 ---- hoewel ---- en hoewel + 280 ---- 1 ---- zijn; want ---- zijn, want + 290 ---- 11 ---- _Maquelone_ ---- _Maguelone_ + 317 ---- 25 ----, en tusschen ---- 'er tusschen + 318 ---- 14 ---- _Maquelone_ ---- _Maguelone_ + 326 ---- 1 ---- hebben ---- heeft + ---- 6 ---- wortel-, van ---- wortels van + 333 ---- 5 ---- _St. Terriol_ ---- _St. Ferriol_ + 346 ---- 26 ---- met zeer ---- met zeer veel + 347 ---- 17 ---- dat men ---- die men + 351 ---- 21 ---- 'er ---- en + 358 ---- 18 ---- stad ---- hooge stad + 364 ---- 2 ---- des luchtiger ---- des te luchtiger + 394 ---- 19 ---- zeer belang ---- zeer veel belang + 399 ---- 20 ---- regterhand ---- linkerhand + 401 ---- 10 ---- meer ---- weêr + 416 ---- 4 ---- Met ---- Men + 422 ---- 1 ---- met zes muilezels en met ---- met zes muilezels + met + ---- 10 ---- maar zeer redelijk ---- maar redelijk + 425 ---- 1 ---- geklauterd hebben ---- geklauterd te hebben + 445 ---- 1 ---- andere grootere ---- andere en grootere + 458 ---- 4 der Noot ---- geregten ---- gevegten + 470 ---- 5 ---- valt 'er van ---- valt van + 537 ---- 4 der Noot ---- _velocite_ ---- _velocité_ + 542 ---- 14 ---- om aan deze ---- om deze + 548 ---- 1 der Noot ---- _de Tirans_ ---- _des Tirans_ + 558 ---- 24 ---- zeer belang ---- zeer veel belang + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] De gebeurtenis, die aanleiding gaf tot het Blijspel van Collé +_La partie de chasse de_ Henri IV. is hier omstreeks voorgevallen, +Michau was Molenaar te _Lieursaint_; dit stuk is, meen ik, ook in +'t _Nederduitsch_ vertaald. + +[2] Zoo noemt men de _Bourgondiërs_, om de ronde en gulle inborst, +die men hun toeschrijft. + +[3] _Meaux_ alwaar de welsprekende Bossuët Bisschop was, behoort +tot dit Departement. In de stad en omtrek van _Meaux_ wonen zeer +veel Protestanten. + +[4] Dit geval heeft aanleiding gegeeven tot de partijen der +_Bourguignon_'s en _Armagnac_'s, die zoo veel bloeds aan _Frankrijk_ +gekost hebben. + +[5] Hij was de Vader van Lodewijk de XVI. + +[6] Hij is bekend voor de oudste der goede schilders in _Frankrijk_, +bijzonder ook om het vermaarde stuk van het laatste Oordeel, dat te +_Parijs_ op het Museum hangt, en waar van de gedrukte plaat een der +grootste prenten is, die men kent. Zij is gegraveerd door Pieter de +Jode, een _Antwerpenaar_ en vermaard Plaatsnijder. + +[7] Picard bekend auteur en acteur te _Parijs_, heeft een stuk gemaakt +onder den naam van _le Collatéral ou la Diligence à Joigny_, dat zeer +aardig is. + +[8] Hij was kort en dik. + +[9] Een van de vrouwen van Louvois was een _Hollandsche_, ik meen de +Baronnesse de Huffel genaamd. + +[10] Vertrekje van de portier of Zwitser aan de ingang van een Hotèl. + +[11] Ik ken hier geen _Nederduitsch_ woord voor, en het was te wenschen +dat alle diergelijke _Fransche_ modeprullen onder ons geheel onbekend +waren. + +[12] Die goede man hield zich in zijn ouden dag, benevens zijne vrouw, +bezig met het lezen van bijna al de Romans, die 'er uitkwamen. + +[13] De Regten van den Mensch, erkend den 30 September, het Eerste +jaar der Vrijheid, 1789. + +[14] En Graaf van _Holland_, _Zeeland_ en _Vriesland_. Martinet in +zijn _Veréénigd Nederland_, zegt van hem: "Hij werd met geringen +lof bekroond;" en verder van zijn zoon en opvolger sprekende: "Hij +gaf den doodsteek aan 's Lands Vrijheid door het invoeren van vaste +soldaten, 't geen 's Volks oude dapperheid deed vervallen."--O mijn +Vriend! mogten onze Landgenoten toch de waarheid van dit gezegde +duidelijk gevoelen! + +[15] _La Metromanie_, een van de beste Blijspelen van het _Fransche_ +tooneel, is van dezen schrijver. + +[16] _Castor_ en _Pollux_ is 'er de voornaamste van, en wordt gehouden +voor een _classiek_ stuk der _Fransche_ muzijk van dien tijd. + +[17] Hier rust Jan le Menestrier, in het zeventigste jaar zijn's +ouderdoms zette hij den voet in den stijgbeugel, om na den hemel +te gaan. + +[18] _Citeaux_ heeft vier Pausen opgeleverd, als Eugenius III, +Gregorius VII, Celestinus IV, en Benedictus XII. + +[19] Een _arpent_ is omtrent een vierde deel van een morgen lands. + +[20] Tien menschen, als St. Bernard, zouden de wereld ontvolkt hebben. + +[21] De Belloi, een van de veertig van de _Fransche_ Academie, is 'er +schrijver van. De Treurspelen Zelmire, Gaston en Bayard, die insgelijks +in onze taal zijn overgezet, en nog drie anderen, zijn mede van hem. + +[22] De Ezels van _Beaune_. Piron, daar ik u hier voor van gesproken +heb, een pik tegen die van _Beaune_ hebbende, had gewed dat hij +binnen een zeer korten tijd honderd puntdichten (_Epigrammes_) +tegen hun zou maaken, en hield zijn woord. Eens te _Beaune_ in het +openbaar sprekende, riepen de toehoorders: "Wij verstaan u niet;" +willende dat hij harder zou spreken, en Piron antwoordde: "_Ce n'est +pourtant pas faute d'oreilles_," het is toch niet bij gebrek van ooren; +deze kwinkslag werd hem niet vriendelijk afgenomen. + +[23] Naar men mij verzekerde, is men thans bezig om door een bevaarbaar +kanaal, deze twee rivieren met elkanderen gemeenschap te doen hebben, +en dus ook den _Oceäan_ met de _Middellandsche Zee_. + +[24] Men vind op verscheidene plaatsen, niet ver van deze stad, +steengroeven, die marmer van onderscheidene kleuren opleveren; te +_Berzé la Ville_ zijn 'er twee van albast, grijsachtig wit van kleur. + +[25] Het is een ware schilderij van _l'Albane_. Dit betooverende +eiland schijnt op den aardbol geworpen, om waardig te zijn, van te +gelijker tijd den tempel der Goden, de dansen der stervelingen en de +begraafplaats der groote Mannen te bevatten. De verbeelding schetst ze +'er op, als ons oog hetzelve betracht, en ieder mensch wordt Dichter, +als hij aan die welriekende zoomen raakt. + +[26] Door de belegering hadden vele huizen op deze kaai aanmerkelijk +geleden, doch sedert korten tijd zijn die weder opgebouwd, en men +verzekerde, dat dezelve thans ruim zoo schoon is, als voorheen. + +[27] Men leze onder anderen, _le Feuilleton de Publiciste de Mardi,_ +28 _Frimaire an_ 12 (20 Decemb. 1803.) aangaande onze, schier +onvergelijkelijke, Juffrouw Wattier.--Zorgt men wel dat een vrouw, +van zulk eene zeldzame bekwaamheid, als deze, kweekelingen maakt? + +[28] Dat stuk is daar in een korten tijd ver over de honderd malen +gespeeld; want een groot gedeelte van de _Parijzenaars_ liep 'er +naar toe. + +[29] 't Is te verwonderen, dat men aan merkwaardige overblijfsels, zulk +een kleinachting aanduidenden naam heeft gegeven; want _Antiquaille_ +beteekent oude prullen. + +[30] De teekening is nog al tamelijk, behalven het opgenoemde, was 'er +ook nog de afbeelding van een mensch bij; de Engel en Duivel schenen +zich met hem bezig te houden. Misschien verbeeldt het een mensch in +de eerste tijden van het Christendom, die door den Duivel tot den +Afgodendienst verleid wordt, terwijl een Engel 'er hem van terug houdt. + +[31] Het aanroepen van deze Lieve Vrouw, als men zich in nood bevond, +scheen hier al vrij algemeen, doch ieder was juist niet even naauw +gezet in het nakomen van zijne gelofte. Men verhaalde mij ten dezen +opzigte een geval, dat mij deed lagchen; eenige jaren geleden was +een schippers knecht van de schuit in de _Rhone_ gevallen, en deed +volgens gebruik eene gelofte aan de Lieve Vrouw van _Fourvières_, +doch de redding volgde niet spoedig; en, of door den sterken stroom of +anderzins niet kunnende zwemmen, begon hij reeds te zinken, toen zijn +schipper hem met een haak vastkreeg en 'er uithaalde. Vervolgens zijne +gelofte vergetende, werd hij daar aan door zijn' Biegtvader herinnerd, +doch ontschuldigde zich met te zeggen: "Zij heeft geen haast gemaakt, +om mij te helpen, ik behoef ook geen haast te maaken om te betalen, +want kijk, Mijn Heer Pastoor! als onze schipper niet beter bij de +hand geweest was dan onze Lieve Vrouw, ik had 'er bij mijn .... om +koud geweest." + +[32] De _Doctoren_ van dit vermaarde _kollegie_; dat door Robert de +Sorbon, Hofprediker en Biegtvader van St. Louïs, in 1252 gesticht werd, +waren in _Frankrijk_ de gewone regters in _Theologische_ geschillen +van aanbelang. + +[33] Bekend door zijne welsprekende en wijsgeerige geschriften, +zoo als zijne lofspraken (_eloges_) van Marcus Aurelius, van Sully, +van Descartes enz. hij legt daar in zijne vrije en onbevooroordeelde +denkbeelden duidelijk aan den dag. Thomas was ook een bijzonder vriend +van Mevrouw Necker. + +[34] Dit was beste oude wijn; de gewone kocht men voor 5 _sols_. + +[35] Onze reisgenoot verhaalde dit met verscheidene natuurlijke +omstandigheden, als een echte gebeurtenis, waar van hij zelve meêr dan +eens ooggetuigen geweest was, en ik heb geen de minste reden om aan +'s mans goede trouw te twijfelen. + +[36] Hoe ver is _Thain_ van _Tournon_? + +[37] Hoe vele ligte vrouwlieden zijn' er te _Tournon?_ + +[38] O! dat is der moeite niet waardig, om 'er van te spreken, maar +zeg mij, hoe ver is _Maintenon_ (een steedje) van _Versailles_? of +ook hoe veel _Maintenons_ (te weten ligte vrouwen, want Madame de +Maintenon, was, gelijk gij weet, bijzit van Lodewijk den XIV.) zijn +'er wel te _Versailles_?--Deze anecdote durf ik u haast voor wat +nieuws aanrekenen, zijnde verzekerd dat zij zeer weinig bekend is. + +[39] De Faujas is Professor bij het Museum van natuurlijke historie +te _Parijs_. + +[40] Men rekent de _toise_ op _6 géometrische_ voeten. Die brug is +dan ook veel te smal, naar evenredigheid van de lengte. + +[41] Zie het nevenstaande gezigtje. + +[42] Petrarcha wierd te _Arezzo_ in _Toscane_ den 20 Julij 1304 +geboren, en zette zich vervolgens te _Carpintras_ neder. Paus Clemens +de V. had nu ook zijn Hof te _Avignon_ gevestigd. Weldra deed de +jonge Petrarcha eene bijzondere geschiktheid voor de Dichtkunde +blijken, woonde de Universiteiten van _Montpellier_ en _Bologne_ bij, +raakte vervolgens in kennis met verscheiden geleerden van dien tijd; +ging reizen, na dat hij verliefd was geworden op de schoone Laura, +die hij den 6 April 1327 voor het eerst in een Kerk te _Avignon_ +ontmoette. Laura werd in het dorpje _Noves_, digt bij _Avignon_, +geboren, en was toen in den bloei harer jeugd; zij was kortling +gehuwd aan een Edelman, genaamd Hugues de Sade, en Petrarcha werd +eindelijk sentimenteel verliefd, en ging zich te _Vaucluse_ in 1337 +nederzetten. Den 8 April 1341 werd hij te _Rome_ in het Kapitool als +Dichter gekroond. In 1348 op denzelfden dag, en op hetzelfde uur, +dat hij haar het eerst gezien had, (volgens de Geschiedschrijvers), +stierf zijn waarde Laura. Petrarcha was aan het Hof en bij de grooten +getrokken. In 1350 kreeg hij een Kanunniksplaats te _Padua_, werd +vervolgens ook een en andermaal in gezantschap gezonden; op het +laatst van zijn leven werd hij ziekelijk, en bijzonder door een +slaapziekte aangetast, en den 18 Julij 1374 vond men hem dood, +leunende op een boek. + +[43] Ik geloof dat dit de benaaming in _patois_ is, en dat hij +eigenlijk _Montventoux_ genaamd wordt. + +[44] 1: Beschrijving van de bron van _Vaucluse_ enz. door J. Guerin, +Hoogleeraar enz. Dit, voor de reizigers naar die bron, zeer nuttig +boekje, is bij den schrijver zelven te _Avignon_ te bekomen. + +[45] Ik voeg hier bij de Muzijk van de Romance _du Rivage de Vaucluse_, +met het accompagnement voor de _Piano forte_ of de _Harp_, door Boïel +Dieu. Schoon gij geen dier Instrumenten tracteert, en uw stem niet +aan den zang wagen zult, kent gij misschien wel deze of gene, die +gij met die Muziek kunt pleisier doen, en ik geloof dat u de woorden, +die van Marmontel zijn, niet kwalijk bevallen zullen. Zie hier dezelve: + + + Du Rivage de Vaucluse + l'Amant de Laura en ces mots, + En s'eloignant de sa Muse, + Fit retentir les Echo's: + o Toi, qui plains le delire, + On Laure a plongé mes sens, + Roches, qu'attendrit ma Lyre, + Redis encor mes accens. + + En repondant à mes plaintes, + Echos, vous avez appris, + Quels sont les voeux et les craintes, + d'Un coeur tendre et bien epris. + n'Oubliez pas ce langage; + Et si Laure quelquefois + Vient rever sur ce rivage, + Imitez encor ma voix. + + Ditez-lui que de ses charmes, + Tous mes sens sont occupés: + Ditez-lui que de mes larmes + Toujours mes yeux sont trempés, + Ma voix ne chantera qu'elle, + Mon souvenir ne sera + Qu'un miroir pur et fidele, + Où l'amour me la peindra. + + Dites-lui, que son image + Ma suivra dans le sommeil, + Et recevra pour hommage + Le soupir de mon Reveil; + Que mon oreille attentive + Croira sans cesse écouter + Les sons, que sa voix plaintive + Vous fit cent fois repêter. + + Jurez lui qu'envain les graces, + Viendraient pour me consoler: + Que les amours sur mes traces + Sans cesse auraient beau voler. + à Leur troupe enchanteresse + Je dirais, dans ma douleur, + Rendez Laure à ma tendresse, + Ou laissez couler mes pleurs. + + Insensible à tout loin d'elle, + Rien ne flatte mes Desirs: + Je me croiras infidèle + De goûter quelques plaisirs. + Sur une rive étrangère: + Où le destin me conduit, + Une esperance lègère + Est le seul bien qui me suit. + + Mais si Laure m'est ravie, + Si je ne dois plus la voir, + Je perdrai bientôt la vie, + Quand j'aurai perdu l'espoir. + Puisse la parque appaisée + Me laisser après ma mort, + Préférer à l'Elisée + Les Ombrages de ces bors. + + +Voorts komt dit bericht, uit een _Fransch Journaal_ overgenomen, +mij te belangrijk voor, om het u niet vertaald mede te deelen: + +Den 15 Fructidor I. l. (12 J.) vertrokken de Leden van het _Atheneum_ +van _Vaucluse_, met het aanbreken van den dag van _Avignon_, om zich +naar de valei van _Vaucluse_, vijf mijlen van deze stad gelegen te +begeven, en 'er den eersten steen van het gedenkteeken voor Petrarca +te leggen, tot welks stichting deze Maatschappij besloten had. Het +_Atheneum_ werd van eene groote menigte Dames en Inwoners vergezeld. De +stoet wies bij elken voetstap aan. Door _l'Isle_ trekkende, had +zij het genoegen prachtig en vriendelijk onthaald te worden; maar de +overheid van het kleine dorpje _Vaucluse_, wilde voor die van _l'Isle_ +niet onderdoen in die van _Avignon_ wel te ontvangen. De plegtigheid +begon met eene statelijke mis, na welke de bijeengevloeide schare +aanschouwers zich op de afhangende heuvels verspreidde, die aan de +bron grenzen, waarheen weldra zich het _Atheneum_ wendde. De Adjunct +van _Vaucluse_ riep het eerst de schim van den minnaar van Laura +aan. De President van het _Atheneum_ deed daarop eene redevoering, +op de plegtigheid toepasselijk, terwijl tusschen beide verscheide +Dichters en Redenaars, en vooral den Heer Piot, de een na den ander +een talrijk en uitgezocht Auditorium, belangrijk wisten bezig te +houden. Een Ingenieur bood vervolgens den troffel aan den President, +die den eersten steen van het gedenkteeken leide. De troffel kwam +vervolgens in handen der Leden van de Maatschappij, en in die van +verscheidene Dames. Den ganschen dag waren 'er eenvoudige banken +aan de boorden van _Vaucluse_ opgeslagen. Men kon toen in waarheid +zeggen, dat de echo's de onsterfelijke namen van Petrarcha en Laura +herhaalden. Onder deze namen mengden de geestdrift en het gevoel, +die van den grooten Napoléon en zijne vorstelijke gemalin. Dus +vermengden zich in alle monden, in alle harten, de roemrijke namen +van een Dichter, die zijne Eeuw tot eer verstrekte, en een held, die +de zijne met zijn naam vereert. Openbare spelen verbeiden te _l'Isle_ +de terugkomst van het _Atheneum_, en duurden tot laat in den nacht. + +[46] Ik vind geen anderen grond voor deze onderstelling, dan dat in +vroeger tijden hier misschien een kroeg was, waar de _Hollandsche_ +matrozen een _kanne bier_ dronken, en geen _Fransch_ kennende, +'er in hunne taal na vroegen. + +[47] Naar men mij verzekerde, vindt men 'er somtijds, die meer twee +centenaars wegen; verscheide heb ik 'er op de markt gezien, die een +kloek man niet alleen op zijn hoofd kon brengen, om weg te dragen. + +[48] Een soort van Eijerplant (_solanum_), doch die men hier gebruikt, +zijn violet van kleur en langwerpig. + +[49] Een orange kleur platachtig geribt appeltje, omtrent zoo groot +als de palm ven de hand, zeer sappig en vol pitjes, het groeit aan +een laag plantje. Ik heb het bij ons ook wel in de tuinen gezien, +doch ken 'er den, _botanischen_ naam niet van. + +[50] Ondertusschen is dit ook te _Parijs_ de algemeene mode, en men +ziet daar zelfs, vooral zomers, in de fraaije koffijhuizen van het +_Palais Royal_, en elders door _elegante Dametjes_ en _petits maitres_ +bier drinken, en wel met de fles of kruik. + +[51] Zulk zingen is nuttig en aangenaam, en waarom is het Liederenboek +van de Juffrouwen Wolff en _Deken_ niet meêr algemeen in gebruik? + +[52] Zaligmaker der wereld ontferm u onzer! + +[53] Geen goed zonder moeite. + +[54] De _Milon_ en de _Andromeda_ die men te _Versailles_ ziet, +zijn ook van Puget. + +[55] In _Bataafsch Braband_ worden diergelijke werktuigen, om te wegen, +veel onder de landlieden gebruikt, en zijn daar bekend onder den naam +van ponders of unsters. + +[56] Het ligchaam der zakkendragers. + +[57] _Un glace_ noemt men een glaasje met bevrozen room, en zuiker of +sap van vruchten, zoo als van aardbeziën, persiken, abrikosen enz. ook +wordt dit sap, in vormen gegoten zijnde, wel aan stukjes verkocht, +en dit noemt men _glaces en brique_. + +[58] Aan Bonaparte, overwinnaar en bevrediger, is _Marseille_ +erkentelijk. + +[59] Thans leest men 'er op: _vivre et mourrir libre_. In plaats +van een Kroon staat 'er nog een _Jacobijnen_ muts boven dit schild; +doch dit zal waarschijnlijk ook nog wel eens veranderd worden, daar +de kroonen weder in de mode gekomen zijn. + +[60] De Beeldhouwer Veyrier was ook een leerling van Puget, als mede +eene André, die de Uitvinder was van de wijze, om behangseltapijten +met lijmverf te schilderen. + +[61] Ontbijten met de vork. + +[62] Boter van Provence. + +[63] Het gelijkt wel wat naar het _Gulde Vlies_ te _Haarlem_, en is 'er +zekerlijk niet minder zindelijk; daar bij zijn de hospes en zijn vrouw +zeer vriendelijk, en de bediening scheen mij toe vrij goed te zijn. + +[64] Ter dezer gelegenheid is 'er eene medaille geslagen, met het hoofd +van den Koning aan de eene, en de haven, door eene ketting geslooten, +aan de andere zijde. + +[65] Het zijn blazen met wind gevuld en met leder overtrokken. + +[66] Behalve bij de eerste vertooning van een stuk, wanneer het 'er +vreesselijk ruw kan toegaan. De _Fransche_ wellevendheid wordt dan +dikwijls op een verregaande wijze vergeten. + +[67] Te _Marseille_, bij den grooten Schouwburg, is een badhuis, +waar de baden van wit marmer zijn. + +[68] De beroemde school, waar Aristoteles de wijsgeer te _Athene_ +al wandelende onderwees, werd alzoo genaamd; in onze taal zou die dan +_plaats, waar men wandelend onderwijst_, kunnen geheeten worden. De +_Franschen_ hebben sedert eenige jaren verscheidene _Grieksche_ en +_Romeinsche_ benamingen aangenomen, zoo als _école politecnique_, +_société philotecnique_, _Tribuns_, _Senatoren_ enz. doch alle deze +namen komen hier mijns bedunkens, volgens hunne oorspronkelijke +beteekenis niet altijd te pas, en vele dier zaken hebben inderdaad +weinig meêr van het _Grieksche_ en _Romeinsche_ dan den blooten naam. + +[69] Schrijver van _de Reize van den Jongen_ Anacharsis _in +Griekenland_, enz. + +[70] De Kapperplant behoort oorspronkelijk in _Sicilië_, _Griekenland_ +en _Egypten_ te huis; die vrucht behoudt ook nog den _Griekschen_ naam +in het provencale woord _tapenos_, dat kruipende beteekent, omdat de +plant langs de aarde, en de muren, daar zij tegen geplant is, kruipt. + +[71] Men kan, onder andere natuurkundigen, Réaumur hier over nazien; +deze veronderstelt, dat de _Pholade_ zijn hol maakt, in een soort +van klei, die naderhand hard wordt, maar anderen wederleggen dit, +op grond, dat men dit diertje gevonden beeft, in steenen, die men in +zee gelegd had. + +[72] Zijne moeder, hoog zwanger zijnde, ging te _Marseille_ scheep, om +van daar naar het kasteel _d'If_ varen, en werd zoodanig ontroerd door +een hevigen storm, dat zij van hem beviel in de maand November 1597. + +[73] De landlieden hier omstreeks vertellen een menigte spook- en +tooversprookjes van deze grot; er zou onder anderen een vreesselijke +reus, Rolland geheeten, in gewoond hebben, van hier den naam van +_Beaume_, dat is grot van Rolland. Dit intusschen schijnt zeker, +dat een Priester genaamd _l'Abbé_ Géoffrédi eenige eeuwen geleden, te +_Marseille_ is verbrand geworden, om dat men hem voor een' toovenaar +of heksenmeester hield, daar hij dikwijls deze spelonk ging bezoeken, +waarschijnlijk om eenig natuurkundig onderzoek, of physische proeven +te doen, terwijl hij misschien minder dom en bijgeloovig was dan de +meeste zijner ambtgenoten, en daarom door hun benijd en vervolgd werd. + +[74] Het huis van Borelly wordt voor het voornaamste en rijkste huis +van _negotie_ van _Marseille_ gehouden; zij zijn door den koophandel +rijk geworden. + +[75] Ter dier tijd, en vooral onder de _Vicomte_ Baral, deden de +_Troubadours_ (oude provincale Dichters) de Dicht- en Letterkunde te +_Marseille_ en daar omstreeks herleven. + +[76] _Comte du Maine et dernier comte de Provence._ + +[77] De woorden zijn van Rouget de l'Isle, neef van den ongelukkigen +Bailly, en de muzijk van _Gossec_. Sedert Tyrtæus is 'er, voor zoo +ver mij bekend is, geen oorlogslied gemaakt, dat zoo veel geestdrift +veroorzaakt, en de moed meêr opgewekt heeft dan de _Marseillaansche_ +marsch. Dit lied wordt niet meêr gezongen, en geen der heeft tot noch +toe zijne plaats bekleed. + +[78] Maagden-olij. + +[79] Uit de opschriften en gedenkpenningen, die men daar onder +anderen vond, bleek het dat de baden van Sextius hier ter plaatse +geweest waren. + +[80] Men noemt ze _la foire de la Magdelaine_, om dat zij den 22 +julij, dat is, _St. Magdalenasdag_, begint; sedert 1217 was zij vrij +van alle regten, maar in 1632 heeft men die vrijheid besnoeid. Zij +plagt zes dagen te duren, thans wordt die tijd al wat verlengd, naar +men mij verhaalde. De oorsprong van deze kermis schijnt niet bekend; +doch het blijkt, dat zij zeer oud is. + +[81] Ten tijde van de _Romeinen_ telde men in de stad _Nismes_ +omtrent 70,000 inwoners. + +[82] Tempel van Diana. + +[83] Bijna in alle oude steden in het zuiden van _Frankrijk_: vindt men +naauwe en kromme straten; het komt mij voor, dat die met oogmerk zoo +gebouwd zijn, om daar door den sterken zonneschijn te beletten, en veel +schaduw te hebben. Hier zoo wel als te _Marseille_, en andere plaatsen +aan dezen kant, vindt men ook veel zeilen tusschen de huizen gespannen. + +[84] Dit wapen is getrokken uit een oude medaille, waarop een krokodil +aan een' palmboom geketend, met deze verkorte woorden: _col_, dat +is _colonia_, en _Nem_, dat is _Nemausensis_. Aan den anderen kant +ziet men twee hoofden, verbeeldende die van Augustus en Agrippa zijn +schoonzoon. Ik heb hier twee zulke medailles gekocht. + +[85] Velen laken dit misschien in de Heidenen, maar maken het sommige +Christenen wel veel beter, in onze dagen?--Het volgende hoorde ik in de +Gereformeerde Kerk te _Parijs_, vierende het kroningsfeest van Keizer +Napoléon, zingen: "_Il franchit et les monts et les mers en courroux, +il arrive_: (te weten Bonaparte) et semblable a la Toute-puissance, +Faisant saillir le jour du milieu du cahos, _Il rend le bonheur à +la France, etc._" Deze buitengewone eeredienst had plaats den 29 +December _des_ voorleden jaars 1804, en ik heb _die_ Gezangen nog +gedrukt onder mij berustende, zij zijn van eenen Fabre d'Olivet. + +[86] Hij was Aartsbisschop te _Alby_, Hoofdstad van het: landschap +_Albigeois_, _dans le haut Languedoc_. Helaas! maar al te veel bekend +door de wreede vervolgingen, den ongelukkigen _Albigensen_ aangedaan, +in de 12de en 13de eeuw. + +[87] Te _Parijs_ vond ik in een der beste letterkundige tijdschriften +een vers, dat ik gedeeltelijk hier afschrijve. + + + Mais que j'aime la bienfaisance, + De ce Cardinal adoré, + Qui par son ame et sa naissance, + A double titre est illustré. + Grossi par les eaux des montagnes, + Se debordant avec fureur, + Le Tarn avoit dans ses campagnes, + Detruit l'espoir du Laboureur, + Tout perissait dans la misère, + l'Air retintit de cris affreux. + "Ah! dit le prelat généreux, + Cest donc à moi qui suis leur père, + A secourir ces malheureux." + Aussitôt sa main secourable, + Verse à grand flots l'or sous ses pas, + Et l'abondance favorable, + Ranime tout en ces climats. + Des qu'il parais sur ce rivage, + Le peuple enivré de transports, + Se jette en foule a son passage, + Et fait répèter à ces bords: + "Grand Dieu! dont son coeur est l'image. + Repand sur lui tous tes trêsors + Il sait tropbien en faire usage." + Chacun pour lui forme ces voeux, + Il partage cette allégresse, + Et dans ces doux momens d'ivresse, + Il est encore le plus heureux. + Ah! sans doute la bienfaisance, + Fut le premier Dieu des Mortels, + Et ce fut la reconnaissance, + Qui dressa les premiers autels. + + +Blin Desainmore. + +[88] 't Zal onnoodig zijn, om gedurig te herhalen dat de _toise_ +6 _geométrische_ voeten is. + +[89] De boerinnen dragen hier kleiner hoeden, doch van dezelfde +stof en kleur als in _Provence_; hare kleeding is ook in 't geheel +niet bevallig, en ik zag hier ook op het land weinig gnappe vrouwen; +doch de menschen schijnen nog al gezond en sterk. + +[90] Pepin le Bres was de Vader van Carolus Magnus, en de eerste +_Fransche_ Koning, die zich deed kroonen en zalven met Kerkelijke +plegtigheden; dit geschiedde door een legaat van Paus Zacharias den I., +welke Paus hem behulpzaam was, niettegenstaande Childeric de III. door +zijn toedoen onttroond, geschoren en in een Klooster was opgesloten, +en de Zoon en opvolger van dien Vorst in een ander. De Pausen sprongen +'er toen ook maar vrij luchtig met de zalvingen om. Eenigen tijd, na +dat Pepin Koning was, verzocht hij van Paus Steven den II. vergeving +der misdaad, die hij tegen zijn wettigen Koning, zoo als hij hem +zelven noemde, begaan had. + +[91] Het woord _Peyrou_ beteekent in het _Patois_ van _Languedoc_ +steenachtig, omdat de grond zeer steenig is. In de eerste tijden van +deze stad schijnt dit een marktplaats geweest te zijn; want men vindt +in eene acte van het jaar 1156, door d'Aigrefeuille, Geschiedschrijver +van _Montpellier_, aangehaald: _Forum seu mercatum Montispessulana +del Peyrou_. + +[92] Het was door een' beeldhouwer van _Troyes_, genaamd Joly, naar +men mij verzekerde, te _Parijs_ gegooten, en woeg 45,000 ponden; +in 1717 deden die van _Montpellier_ het hier oprichten. + +[93] Naar men mij verzekerde, is zij niet regt gebouwd om de gronden +en landgoederen van eenige voorname personen te vermijden. Welk eene +schandelijke inschikkelijkheid bij zulk een werk! want de waterleiding +is geen bloot sieraad, maar dient vooral, om het water in verscheidene +fonteinen in de stad, en ten algemeene nutte dienende, te brengen. + +[94] De oppasser van dit gebouw laat dit en de waterbakken onder het +_Chateau d'eau_, voor een fooitje zien. + +[95] Aan die, welke ik hier zag, waren 'er naar gissing, 60 of 70; +naar mate de put meêr of min diep is, moet dit getal vermeerderd of +verminderd worden. + +[96] Het bovenste gedeelte van dit torentje, waarin de klok hangt, +bestaat uit eene soort van ijzeren korf. Ik had u nog vergeten te +zeggen, dat men diergelijk soort van torens op verscheidene plaatsen +in _Provence_ en _Languedoc_ aantreft; in sommigen ziet men poppen, +die op de klok slaan. + +[97] Sebastiaan Bourdon werd in 1616 geboren, en gehoorde tot het +Protestantsche Kerkgenootschap; hij is eenigen tijd eerste schilder +van de Koningin Christina van _Zweden_ geweest, en wordt voor een der +voornaamste schilders van _Frankrijk_ gehouden; behalve verscheidene +schilderijen, bestaan 'er van hem ook nog teekeningen en geëtst +werk. Hij stierf te _Parijs_ in 1671. + +[98] De wol-velden. + +[99] Een van de geestigste schrijvers van de 16de eeuw. + +[100] Het graf van de Dochter van Young. + +[101] Young heeft ook voor het tooneel gewerkt, en twee Treurspelen van +hem, namelijk _Busiris_ en _de Wraak_ zijn in het Fransch overgezet. + +[102] Hij is ook door zijne kruidkundige werken bekend. + +[103] De vermaarde slag van _Kloosterkamp_ viel voor in het laatst van +het jaar 1760. De _Franschen_, na lang half naakt, zoo als zij uit de +tenten kwamen, gevochten te hebben, behaalden eindelijk de overwinning. + +[104] Dit spreekwoord, in het _Patois_ van _Languedoc_ luidt: _Couvit +de Mouspéiè, couvida à l'escaiè_; dat is, noodiging van _Montpellier_ +op den trap gedaan. + +[105] _De Advokaat Patelein_ is onder anderen van Brueijs. + +[106] Zij worden de sluizen van _Fonceranne_, (_les ecluses de +Fonceranne_) genaamd, liggen tegen de helling van een hoogte, en +zijn 8 in getal. Verder op is 'er onder door een' berg, ter lengte +van 720 voeten, doorgegraven; deze onderaardsche waterleiding noemt +men _la voute de Malpas_; een gedeelte van dat gewelf is gemetseld, +om het invallen te beletten. + +[107] Zij werd ook _Decumanorum Colonia_, naar een volk onder de +_Gaulen_, die men _Decumani_ noemde, geheten. + +[108] Deze vaart meent men, dat reeds door de _Romeinen_ gegraven is, +alzoo Plinius, onder anderen, 'er gewag van maakt, onder den naam +van _Rubrensis_. + +[109] Van de kusten van _Provence_ en _Languedoc_ wijkt de zee, en +onze stranden zwelgt zij al langzamerhand in. + +[110] Ik zal 'er u een gezigtje van doen toekomen. + +[111] De meer aardige dan nuttige reizigers Bachaumont en la Chapelle, +zeggen van _Narbonne_: + + + Digne objet de notre couroux, + Vielle ville toute de fange, + Qui n'est que ruisseaux et qu'égouts. + Pourrois-tu pretendre de nous, + Le moindre vers à ta louange? + + +[112] Deze kom is 1200 voeten lang, en 900 breed. + +[113] Dit is het eerste plaatsje van het Departement _de la haute +Garonne_ aan dien kant. + +[114] Met die afgesneden pluimen of _Masculi Flores_, zoo als ze door +de Botanisten genoemd worden, met een goed deel van de steng afgesneden +zijnde, wordt het vee gevoederd. + +[115] Het Kapitool. + +[116] Namelijk van den Kardinaal de Richelieu, die een bijna onbepaald +vermogen op Lodewijk den XIII. had, en tegen wien de opstand, waar +onder Montmorenci zich bevond, bijzonder gerigt was. + +[117] Riquet begon deeze vaart in 1666, en zij werd in 1680 voltooid. In +'t geheel zijn 'er 60 sluizen, te weten 45 naar den kant van de +_Middellandsche Zee_, en 15 na den kant van den _Oceäan_. Het gansche +werk heeft 13 millioenen gekost, waarvan door den Koning ruim de eene +helft, en door de Provincie de rest betaald werd. Men zegt, dat de +sluizen 's jaarlijks omtrent één millioen opbrengen, na aftrek van +alle onkosten. Thans, daar deze vaart droog was, dat alle jaren in +dit jaargetij gedurende eenigen tijd plaats heeft, werd zij verbreed +en uitgegraven. + +[118] Deze brug is naar het bestek van den bouwmeester Souffron gemaakt, +de hoeken zijn van gehouwen, en de rest van gebakken steenen. De +zegenboog is naar de teekening van Francois Mansard gebouwd. + +[119] _Trobadors de Tolosa_. _Troubadours_ zijn Dichters van de 12de +en 13de eeuwen, in _Provence_, _Languedoc_ en andere Provincien +van _Frankrijk_ ten zuiden van de rivier de _Loire_ gelegen, t'huis +behoorende. + +[120] Dit voorval had plaats in het begin van de vorige eeuw. + +[121] Deze wijze van bemesten heb ik ook hier en daar in het land van +_Kleef_ gezien, en ik ben verzekerd, dat men onze schrale duin- +en heigronden, aanmerkelijk zou kunnen verbeteren, door dezelven +met de vette klei of leem, die men veeltijds daar omstreeks vindt, +insgelijks te bemesten. Een mijner vrienden in de _Meijerij_ van _'s +Bosch_, nam 'er weinige jaren geleden de proef van en bevond 'er zich +wel bij. Waarom ziet men op onze duinen geen dennen- of mastbosschen, +in plaats van die ellendige helmplantingen.--De asch en straatmest +hier niet te vergeten. + +[122] Alexander de dikke. + +[123] Alexander de groote. + +[124] Een soort van Klipgeit. + +[125] De Turksche tarw stond hier vrij hoog, en diende tot staken voor +de snijboonen of diergelijken, die men 'er op zeer veel plaatsen +bijzette. De grond hier vruchtbaar zijnde, trok men op deze wijze +dubbel voordeel van den akker. De tarw wordt eerst gezet, naar ik +vernam, en daar na de boonen. + +[126] Wel verre van sommige mijner landgenooten door deze afbeelding +een meêr of min belagchelijk voorkomen te willen geven, betuig ik, +dat, vooral na dat ik eenige jaren in _Frankrijk_, en bijzonder +in _Parijs_ heb doorgebragt, ik de zeden en eenvoudige levenswijze +van den Vaderlandschen zoogenaamden Burgerstand, tot welken ik mij +een eer rekene te behooren, meêr en meêr lofwaardig en verkieslijk +vinde, en hartelijk wensche, dat men meêr algemeen tot denzelven moge +terug komen. + +[127] Deze landlieden zijn, zoo als ik hier voor reeds gezegd heb, +aan hunne mutsjes (_berettes_) te kennen; men vindt 'er wel gestelde +lieden onder. + +[128] De graad van warmte van dit water is 43°, schaal van Réaumur. Het +wordt doorgaans voor het gebruik der baden met koud water gemengd. + +[129] _Pic du Midi de Bigorre_, in onderscheiding van de _Pic du Midi +de Pau_. _Pic du Midi_ heet in onze taal, de piek of spitse berg van +het zuiden. + +[130] De kappen (_capelettes_) van scharlaken, worden alleen maar +door de gegoedsten gedragen, en zoo minvermogenden die al hebben, +dragen zij dezelve niet anders dan op Zon- en Feestdagen; dagelijks +hebben zij 'er een van een grof soort van laken, van een bruinachtige +roode kleur, dat niet kwalijk naar onze jichtbaai gelijkt; zoo dat, +indien ik hier het pootje kreeg, ik niet verlegen zou behoeven te zijn. + +[131] In het jaar 1787 lag 'er den 9den Mei nog sneeuw, zoo dat de +benedenste weiden, en de bergen 'er hier en daar mede bedekt waren. + +[132] _Wateren des heils._ Wanneer dit water slechts eenige van al +die genezingen, die men 'er aan toeschrijft, veroorzaakt heeft, +verdient het met alle regt dien naam. Het wordt zoo wel in- als +uitwendig gebruikt. + +[133] _Douches_ noemt men een straal water of druip, die men op het een +of ander gebrekkig deel laat loopen of druipen. Men heeft te _Bagnères_ +ook modder- of slijkbaden. + +[134] Sommige lieden drinken van dat water 50 en meêr glazen, van 4 +of 5 in een fles, daags. Ik heb toch moeite om te gelooven, dat zoo +een ongemeene groote hoeveelheid vocht goed kan zijn. + +[135] Door _beau monde_ verstaan de _Franschen_ lieden, die naar de +_mode_ gekleed zijn, naar de _mode_ weten te spreken, en zich naar +de _mode_ bewegen. In den eigenlijken zin geloof ik niet, dat men een +andere beteekenis aan dit woord kan hechten, ten zij men 'er nog wat +onderscheid van stand of beroep bij wilde voegen; doch dit laatste +komt in eene openbaare t'zamenkomst als deze in geen aanmerking. + +[136] _Escalette_ beteekent laddertje, om dat de slingerende weg met +eene soort van trappen gemaakt is. + +[137] _Tramesaigues_ beteekent in de landtaal, te zamenloop van wateren. + +[138] Men vindt 'er een afbeelding van in het Natuurkundig werk van +den Heer Ramond, genaamd _Voyages au Mont perdu et dans la partie +adjacante des hautes Pyrenées, Paris Belin_ 1801. + +[139] De afbeelding daar van, vindt men in het reeds genoemde werk +van Ramond. + +[140] Ik had het 'er op aangelegd, om mij omtrent dit uur hier te +bevinden, om dat men, volgens den Heer Ramond, de _Pic_ tusschen +elven en tweeën, als dan volkomen door de zon verlicht zijnde, het +beste ziet. + +[141] Aldus genaamd, om dat het uit het meer _d'Oncet_, op de _Pic du +Midi_, omtrent 300 _toises_ lager dan de top gelegen, voortvloeit. + +[142] Francois Pasumot, in zijn werk genaamd _Voyages Physiques dans +les Pyrenées in 1788 en 1789 etc. Paris 1797_, stelt de hoogte van +den weg over de _Tourmalet_ iets lager dan het meer _d'Oncet_ op de +_Pic du Midi_, welk meer men in dat werk in een plaat, de hoogte der +bergen aanduidende, op omtrent 1200 _toises_ geteekend vindt. + +[143] _Bastan_ beteekend in de landtaal verwoester. + +[144] Het gezigt uit hetzelve naar den kant van _Luz_, tegen hooge +bergen is nog al teekenachtig. + +[145] Wanneer men omtrent den aard, de eigenschappen enz. van deze +wateren meêr wil weten, kan men behalve de werken van Ramond en +Pasumot, waarvan hier voor reeds gesproken is, daar onder anderen +nog op nazien een werk genaamd: _Memoire sur les eaux minérales et +établissemens thermeaux des Pyrenées etc. publié par ordre du Comité +de Salut Public. Paris An 3._ + +[146] Deze bergbewoners dragen bij koud en regenachtig weder, korte +mantels van een bruinachtig soort van grof laken of pij, met een kap +van dezelfde stof; de roode _capeletten_ der vrouwen heb ik reeds +beschreven. Van mijne geringe teekenkunde gebruik makende, heb ik een +man en een vrouw in dat nog al zonderling gewaad voor u afgeschetst. + +[147] Men vindt in die rotsen ook veel _Amiante_, de inwoners noemen +het _linet_, of _lin incombustible_ (onverbrandbaar vlas) de langste +vlokken uitzoekende, maken zij die nat, en weten ze dan tot bandjes +enz. te vlechten, ook zeide men mij, dat zij 'er gebruik van maken, om +in de lampen te branden. Men bood 'er mij van te koop aan te _Barèges_. + +[148] Alle snelle stroomen (_torrens_) worden hier _gave_ genaamd, +en men voegt 'er doorgaans, om dezelve te onderscheiden, den naam +van het dal daar zij doorloopen, of iets diergelijks bij, zoo als +_le gave de Pau_, _le gave de Héas_, _le gave de Bastan_ _etc._ + +[149] _Neouvielle_ beteekent in de landtaal oude sneeuw, omdat de +toppen dier bergen, tot de hoogste der _Pyreneën_ behoorende (zijnde +nog hooger dan de _Pic du Midi_) daar altijd mede bedekt zijn. + +[150] Gij weet dat dezelfde kwaal om en bij _de Alpen_ heerscht, +en aan dezelfde oorzaak, namelijk aan het bergwater, dat met kalk +en aarddeelen bezwangerd is, wordt toegeschreven; niet alleen het +_physiek_ maar ook het _moreel_ gestel van den mensch schijnt daar door +te lijden; want ik vernam, dat, overeenkomstig het geen men daar van +bij Ramond en anderen vindt aangeteekend, de lieden met kropgezwellen +gekweld, doorgaans dom en log zijn. Gemelde schrijver spreekt ook +van eenige huisgezinnen, welke men hier en daar in deze gebergtens +vindt, die uit hoofde van een zeer oud vooroordeel, door de overige +ingezetenen beschouwd worden, als tot een eerloos geslacht behoorende, +en alzoo door hun worden geschuwd, en met verachting behandeld, hij +noemt ze _Cagots_. De kropgezwellen zijn onder hen vrij algemeen; +doch naar ik met genoegen vernam, vermindert dit vooroordeel hoe +langs hoe meêr, en men vindt zelfs weinige slagtoffers van deze dwaaze +onregtvaardigheid meêr. + +[151] Het is een der hoogste toppen van de _Pyreneën_. + +[152] Volgens Ramond zijn 'er onder die wel 100 000 cubiek voeten groot +zijn; ik heb dezelve niet nagemeten, doch dit weet ik, dat verscheidene +van die stukken die hier, zoo als bij ons de keijen daar men de +straten mede maakt, op elkanderen liggen, wanneer zij afzonderlijk +in een dal geplaatst waren, al gnappe heuvels zouden schijnen. + +[153] In de landtaal wordt dezelve _Peyrada_ geheten. + +[154] Aldus genaamd naar den berg, daar hij afstroomt. + +[155] Of volgens Ramond _Vallée d'Ossonë_. Men vindt in zijn _Voyages +du Mont-perdu_ van die vallei melding gemaakt. + +[156] Du Perreux landschapschilder te _Parijs_, omtrent te gelijker tijd +met mij de _Pyreneën_ bezocht hebbende, heeft een fraaije schilderij +van dat gezigt gemaakt, welke ook bij de laatste _expositie_ te +_Parijs_ ten toon is gesteld geworden; van deze schilderij bekomt gij +een teekening door denzelfden meester, die zeer gelijkende is. Gemelde +du Perreux is reeds driemalen in de _Pyreneën_ geweest, en bezit +eene aanzienlijke verzameling van schilderstukken en gezichten door +hem aldaar naar de natuur gemaald, zijn adres is _rue du Montblanc, +No 73. à Paris_. + +[157] Deze fraaije boom ziet men vrij algemeen in de _Meijerij_ +van _'s Bosch_, en ik heb mij altijd verwonderd, dat men 'er in de +schoone beplantingen, die men in _Holland_ zoo menigvuldig aantreft, +geen meêr gebruik van maakt. In de zandgronden om _Haarlem_, ben ik +verzekerd dat hij zeer goed zou groeijen. + +[158] Het worstelperk van _Gavarnie_. + +[159] _De torens van Maboré_, zij bebooren tot de allerhoogste bergen +van de _Pyreneën_. De top van _Gavarnie_ zigtbaar, is ruim 9800 +voeten hoog, en de top van de _Mont-perdu_ die de hoogste van alle is, +ruim 10 500 boven de oppervlakte der zee. (Zie Ramond en Pasumot.) + +[160] Twee vijfde volgens Ramond. Het was een schoone straal, doch 1 +1/2 maand vroeger, wanneer de smelting der sneeuw het sterkste is, +is zij veel zwaarder. De buitengewone sterke regen, dien men ook hier +gehad had, maakte de toevloed van water echter thans nog aanmerkelijk. + +[161] Pasumot noemt ze ook _le Gave Bearnois_, of van het land van +_Bearn_. + +[162] Die van de _Niagara_ in _Noord-Amerika_ is 1800 voeten, die van +_Lauterbronnen_ is wel 300 voeten lager. + +[163] De sneeuwtoppen schijnen door een roodachtig licht, als het +schijnsel van een gloed omgeven.--Lieden in deze streken gewoon, +kennen de afstanden in de bergen aan de onderscheidene kleuren, +doch vreemden bedriegen zich daar omtrent geweldig, want door de +ontzaggelijke grootte gelijken zij altijd digter bij te wezen, dan +zij in der daad zijn. + +[164] Ik ben verzekerd, dat zelfs de hardvochtigste en ongevoeligste +menschen hier wel zorg voor hunne paarden dragen. Antoine vertelde +mij, dat hij eenige jaren geleden, met een Engelschman hier naar +toe gereden was, die in de vlaktens zijn paard sloeg en mishandelde, +maar hier streelde, de vliegen van hetzelve verjaagde, en 'er alle +zorg voor droeg. + +[165] Behalve de _Breche de Roland_, is 'er een andere en bruikbaarder +bergweg, die men _le port de Gavarnie_ noemt. _Port_ beteekent in +'t algemeen een doortogt, kloof of opening tusschen de bergen. + +[166] Ramond spreekt 'er ook van, doch zegt dat derzelver getal +sedert 40 jaren, omdat 'er vele bosschen gekapt zijn, aanmerkelijk +is verminderd. + +[167] Te _Parijs_ terug komende, vind ik bij Pasumot echter van dit +reuzengeslacht vrij omstandig melding gemaakt; de naam wordt daar +zelfs bij opgegeven; en de laatste van dit geslacht moet nog maar +25 à 30 geleden, in den ouderdom van 108 à 110 jaren gestorven, +en de doopceel enz. nog te _Luz_ voorhanden zijn. 'Er schijnen ook +bewijzen te zijn, dat 'er in de begraafplaatsen van die reuzen, +beenderen gevonden zijn van eene ongemeene grootte, onder anderen +een sleutelbeen van 10 duimen, en een _tibia_ van bij de twee voeten. + +[168] Ik weet niet van ooit diergelijke zonnewijzers bij ons gezien +te hebben; ondertusschen zouden zij ook van veel dienst voor onze +landlieden kunnen wezen. + +[169] In _Frankrijk_ is deze behandeling niet ongewoon. + +[170] Dit schijnt als een teeken van vlijt tot haar marktopschik te +behooren, want ik zag 'er eenige, die 'er weinig gebruik van maakten. + +De schets, die ik van de kleeding der bergbewoners gemaakt had, niet +voldoende zijnde, om 'er een plaatje naar te graveren, heeft een +Landgenoot en kunstschilder alhier (te _Parijs_) daar een aardige +teekening naar gemaakt, waarop het vrouwtje spinnende verbeeld +wordt. Gij kunt dezelve nu des goedvindende in het werk plaatsen. Deze +schilder Knip genaamd, en van _'s Bosch_ geboortig, schildert zeer zoet +landschappen in waterverf, welke wijze van schilderen de _Franschen_ +_en gouache_ noemen. Die jongman is bijzonder achtingwaardig om zijne +ouderliefde: daar hij, hoewel zeer ijverig moetende werken om den +kost te verdienen, gedurig een groot gedeelte van het geen hij wint, +aan zijn bijna blinden vader in _'s Bosch_ toezendt. Zijn zuster heeft +hier ook eenigen tijd van den Heer van Spaandonck onderwijs in het +bloemschilderen gehad, en is weder naar het Vaderland terug gekeerd, +op hoop van daar met bloemen en vruchten schilderen, waarin zij al +vrij gnap is, den kost te zullen kunnen verdienen. + +[171] De Izard van de _Pyreneën_ en de Chamois van de _Alpen_, schijnen +tot hetzelfde geslacht te behooren. + +[172] _Dat is zeer onnoodig_. Zoo scheen hij somtijds zeer onnoodig +te vinden, dat wij aten, dronken of iets anders deden, dat in zich +zelve zeer noodzakelijk was. + +[173] Wij zagen 'er ook maar zeer eenvoudig in de kleederen uit, +en ik vinde alle zwier en tooi, meestal geschikt om eenen gewaanden +afstand tusschen menschen en menschen te kennen te geven, vooral bij +diergelijke bezoeken in 't geheel niet passende. + +[174] De goede God geeft ze mij om niet, en dat ik 'er te veel van heb, +geef ik ook om niet. + +[175] Onder _Spaansch_ gebied aan de grensen gelegen, en het _Kevelaar_ +van deze streek. + +[176] Het woud van _Gerde_. + +[177] Le Mierre is vooral ook door zijne Treurspelen bekend. Wij hebben +van hem, zoo ik meen, in onze taal overgezet: _Hypermnestra_, _Willem +Tell_, en _de Malabaarsche Weduwe_. Of zijn _Barneveld_, het treurig +einde van onzen beroemden Staatsmartelaar ten onderwerp hebbende, +ook in onze taal is overgebragt, weet ik niet. Behalve deze heeft hij +nog eenige andere Treurspelen gemaakt. Hij werd te _Parijs_ geboren, +en stierf aldaar in 1793. + +[178] In het algemeen echter heeft men daar over in _Frankrijk_ geen +klagen, en in de Provinciën nog minder dan te _Parijs_. Vele onzer +Kommissarissen van postwagens en schuiten, of schepen, mogten daar +dan wel een lesje komen nemen. Deze zijn de lompste en onbeschoftste +_Nederlanders_, dikwerf _gebenificeerde Duitschers_. Ongelukkig zoo +een vreemdeling, naar dat uitschot van volk, de Natie taxeert. + +[179] + + Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw. + Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven. + + +[180] Bejaarde vrouw, die het huishouden waarneemt, op de kinderen +past, enz. + +[181] Zie hier ten dezen opzigte een oud _Fransch_ versje, dat nog al +aardig is. + + + Cidalisse achéte + Les dents, les cheveux, + Et si la coquette + N'a pas de beaux yeux, + La taille mignone + Et d'autres appas; + Faut-il qi'on s'étonne? + C'est qu'on n'en vend pas. + + +[182] Omtrent _Astaffort_ is de scheiding van het Departement van de +_Gers_ en dat van de _Lot_ en _Garonne_. + +[183] _Nerac_ is een stadje, aan het riviertje _la Baise_, omtrent 4 +uren van _Agen_ gelegen. + +[184] Door gansch _Frankrijk_, en vooral in het zuidelijk gedeelte, zeer +met dat ongedierte gekweld zijnde, beproeft men allerlei middelen, om +dezelven te verdrijven, doch doorgaans vindt men 'er weinig baat bij; +als het beste heeft men mij opgegeven, een afkooksel van knoflook +en spaansche peper in sterken azijn, waarin men vervolgens campher +doet ontbinden, hier bestrijkt men het huisraad enz. mede, en men +mengt het onder de pap, waarmede men het papieren behangsel in de +vertrekken plakt. De reuk van appelen schijnen zij ook te ontvlieden; +doch in den zomer, wanneer men 'er het meeste mede geplaagd is, +zijn de appelen niet overvloedig. + +[185] _Vaudevilles_ zijn liedjes in eenen geestigen en stekelachtigen +trant, en op bekende zangwijzen. De _Franschen_ maken daar veel werk +van, en dit soort van gezangen, waarmede men dan kleine tooneelstukjes +doormengt, of aan het eind van sommige groote plaatst, hoort zoo te +zeggen alleen in _Frankrijk_ t'huis. Eene Basselin Foulon is er, +zegt men, de uitvinder van, en behoorde te _Vire_, een stadje in +_Normandien_ t'huis. Deze liedjes werden daar gezongen, en men danste +op de wijs, ter plaatse _Val-es-Vire_ genaamd. Bij verbastering zou +men hier van vervolgens _Vaudeville_ gemaakt hebben. + +[186] Men heeft daartoe omtrent drie kwartier werk. + +[187] Ook heb ik maar zeldzaam iets in dien smaak aangetroffen, dat +daar bij verdient vergeleken te worden. + +[188] De wijk van den rooden hoed. + +[189] De Koninklijke plaats. + +[190] De plaats der Vrijheid. + +[191] Brunet munt vooral uit in de onderscheidene rollen van Jocrisse, +en voldoet voor een' enkelen keer wel; doch men moet hem niet +dikwijls zien. + +[192] _A grand Spectacle_, dat is met veel tooneeltoestel, dansen, +marschen, krijgsoefeningen, geregten, enz. In zeer vele pantomimes, +zoo als in die, welke ik hier zag, en die _la laitière polonnaise ou +les crimes de l'Amour_ genaamd wordt, danst men niet. + +[193] De Kerk van _St. Andréas_ heeft drie torens en twee honderd +klokken, of en twee zonder klokken; want _deux cens_ en _deux sans_ +wordt op dezelfde wijze uitgesproken, het eerste beteekent _twee +honderd_, en het laatste, _twee zonder_. + +[194] Te _Parijs_, op een gebouw, op de _Pont Neuf_ staande, en de +_Samaritaine_ genaamd, is een gebrekkelijk klokkespel, doch het +speelt niet door het uurwerk. Men hoort het niet dan bij plegtige +gelegenheden, en dan staan de _Parijsenaars_ dat torentje met een +open mond aan te gapen. + +[195] Die meêr van dit Amphithéater weten wil, leze daar op na _les +Annales Politiques et Statistiques de Bordeaux etc. à Bordeaux, chez +_Moreau_ an IX_. Ik meen daarin ook eene afbeelding van hetzelve +gezien te hebben. + +[196] _Restaurateur_ is een kok, waarbij men gaat eten. Zoekende de +geregten op een lijst, waarop zij, met den prijs 'er achter staan, +uit. Een Boulanger te _Parijs,_ was hier, zegt men, in 1765 de +uitvinder van, verkoopende eerst versterkend vleeschnat, waar bij hij +vervolgens gekookte hoenderen, eijeren, enz. voegde; terwijl voor zijn +deur geschreven stond: _Venite ad me omnes qui stomacho laboratis, +et ego restaurabo vos_. En het niet zeer betamelijk toepassen van +dezen Bijbeltext gaf aanleiding tot den naam van _restaurateur_. + +[197] Een bewijsschrift, waaruit blijkt dat men bij zijn Ambassadeur +en bij de Politie bekend staat; de handteekening van de Ambassadeur +moet alweder eerst door den Minister Talleyrand bewaarheid worden, +eer men zulk een bewijs kan bekomen bij de politie, hoewel de Prefect +die handteekening even zoo goed kent als de Minister, en ook nog maar +weinig tijds geleden, die bewijzen, welke NB. van tijd tot tijd moeten +vernieuwd worden, alleen op de handteekening van de Ambassadeurs, +en zonder eenige betaling daar van te nemen, uitgaf. Ik zeg, dat +zij van tijd tot tijd moeten vernieuwd, omdat dit het bezwaar nog +grooter maakt, alzoo de handteekening van den Ambassadeur gedurig moet +bewaarheid, en alzoo ook gedurig de £ 10-:-: betaald worden. Voor +Ambachtslieden, leergezellen, of andere weinig vermogende lieden, +welke zich echter niet onder de behoeftigen willen rangschikken, +is deze betaling een drukkende last. Bij onze legatie te _Parijs_ +behoeven wij geen duit te betalen, men is daar zeer vriendelijk en +geschikt, en hoewel ik met den Heer Schimmelpenninck niet bijzonder +bekend ben, heb ik echter gelegenheid gehad, om op te merken, dat hij +in _Frankrijk_ als een achtingwaardig Staatsman wordt beschouwd. Van +zijne echtgenoote hoorde ik ook met veel lof spreken, bijzonder wegens +hare milddadigheid omtrent de noodlijdenden. + +[198] Deze wijze van verkoopen heeft ook nog in _Bataafsch Braband_ +plaats. + +[199] Al weder een Apollo, de drie bevalligheden en de negen +zanggodinnen. Wanneer zal men toch van dat eenzelvige, dat 'er bij +al wat tot de tooneelkunst behoort, nog aanhoudend plaats heeft, +eens afstappen. + +[200] De eerste vertooning van dit stuk, die den 2 Januarij dezes +jaars _au Théatre Français_ te _Parijs_ plaats had, was niet gelukkig, +naderhand echter is het beter geslaagd. + +[201] En zekerlijk ging het hier nog op de zindelijkste wijze toe. + +[202] Het wonderbare staande horlogie. + +[203] _Compère_ is een medehelper van een goochelaar. + +[204] De Heer van Spaendonck, van _Tilborg_ geboortig, verdient niet +alleen de hoogachting der _Hollanders_, omdat hij een van de weinigen +is, die den oude roem en luister der _Nederlandsche_ school nog op +eene schitterende wijze staande houdt; maar ook om zijne hupsche +en vriendelijke geaardheid en genegenheid voor zijne landslieden, +zoodat men geene andere aanbeveling behoeft dan die van landgenoot, om +door hem met vriendschapsbewijzen overladen te worden. Vaderlandsche +jongelieden, zich in de schilderkunst willende oefenen, kunnen dan, +wanneer zij te _Parijs_ komen, ook staat maken, dat zij door hem +voortgeholpen zullen worden. + +[205] Daar ik slechts eenige bladen uit dit werk gezien heb, kan ik +het niet beter aanduiden. + +[206] De kleeding van Talma was als naar gewoonte weder zeer +naauwkeurig; zijn aangezigt was hoog bruin gemaakt, en hij had eenen +veelverwigen tulband op. + +[207] Dit is een eerbewijs, dat men den schouwspelers in _Frankrijk_, +als men wel over hen te vreden is, betoont. Het stuk geëindigd zijnde, +schreeuwt het _parterre_, bij voorbeeld: Talma! Talma! Het gordijn +wordt dan weder opgehaald, de gevraagde persoon komt op, maakt eene +buiging, en wordt door een sterk handgeklap en geroep van _bravo_ +toegejuicht. + +[208] Zoo ik meen in onze taal overgezet, onder den naam van _de drie +Gebroeders Medeminnaars_. + +[209] De straten die in deze stad _Fosses_ genaamd worden, zijn voorheen +de stadsgrachten geweest, die bij het uitleggen van dezelven zijn +gedempt geworden. + +[210] Joseph Vernet werd te _Avignon_ in 1712 geboren, en stierf te +_Parijs_ in 1785. Hij heeft veel geschilderd, en de platen van zijne +_Fransche Zeehavens_, en andere gezigten, zijn zoo algemeen bekend, +dat het onnoodig zal zijn, om eene afteekening van die, van deze stad +of van _Marseille_ en _Toulon_ hier bij te voegen. + +[211] Een menschenvriend en achtingwaardig Roomsch Priester, +Vincent de Paul genaamd, was de stichter van deze en diergelijke +huizen in _Frankrijk_, omtrent het midden van de 17de eeuw. Voor +dien tijd verkocht men te _Parijs_ de vondelingen in de straat van +_St. Landry_, voor twintig _sols_ het stuk, of men gaf ze, let wel, +uit barmhartigheid, aan zieke vrouwen, om haar de melk aftezuigen. + +[212] De _Engelschen_ noemen immers, in sommige van hunne dagbladen, +den _Fransche_ Keizer Napoleon _un Empereur Jacobin_,--welke +onregtvaardigheid! + +[213] De meeste Koffijhuizen zijn in de wijk _du Chapeau Rouge_, bij +de alleën de _Tourny_, den Schouwburg, enz. Een is 'er ook op de kaai +over de beurs, dat van achteren aan het water uitkomt, zoo dat men +'er een alleraangenaamst gezigt heeft; ik ging 'er daarom dikwijls +een kop koffij naar het middageten gebruiken. + +[214] Te _Parijs_ zelfs leest men op sommige uithangborden en +aankondiging-celen--_Curassau et Anisette de Hollande_. + +[215] Het Departement, het welke aan dat van _de Gironde_ grenst, +wordt ook _Departement des Landes_ genaamd. + +[216] De herders met hun vee in de heide zijnde, hebben dezelve, +naar men mij verzekerde, somtijds tot vijf voeten toe; te weten de +klampen daar zij op staan, zijn zoo hoog van den grond af. + +[217] De schapen- en veehoederij is het voorname bedrijf van deze +lieden. + +[218] Daar de kleeding van die lieden, en bijzonder die der mannen, +zeer ongemeen is, zend ik u daar van eene naauwkeurige afteekening. + +[219] De oesters, die omstreeks deze stad gevonden worden, zijn zeer +beroemd, vooral die, welke men groene noemt; de _Franschen_, om eens +ter deeg te smullen, nemen dezelve voor hun ontbijt, en drinken 'er dan +witten wijn, _de Grave_ of _Sauterne_ bij, en zulk een ontbijt vind +ik ook zeer wel, om te gebruiken. De oesters van _Medoc_ waren zelfs +ten tijde van de _Romeinen_ al beroemd, en werden, volgens Ausonius, +zelfs te _Rome_ op de Keizerlijke tafels voorgezet. + +[220] Die landstreek een uurtje beneden _Bordeaux_ beginnende, strekt +zich verder langs den linkeroever van de _Garonne_ en _Gironde_ uit, +en het is naar den kant van die rivieren, dat zij het vruchtbaarste is. + +[221] Thans bestaat 'er eene _Stereotype_ uitgave van hetzelve in 4 +Deelen in 12mo, welke men bij Didot te _Parijs_, voor den ongemeen +matigen prijs van 8 _francs_ koopt. + +[222] _Le grand Hotèl des Ambassadeurs_ en _de Franklin_, beide in +de laan _Cours du Jardin Public_ genaamd, zijn van de voornaamste en +aanzienlijkste; naar ik vernam is men 'er ook zeer goed, doch het is +'er duur. Als een van de tweede klasse, genoegzaam in den smaak van +dat der _sept Frères_, meen ik ook _l'Hotèl des Asturies Fosse de +l'Intendance_ te mogen aanprijzen. + +[223] Te _Parijs_ en in de voorname steden heeft men thans de gewoonte, +om maar twee maaltijden daags te houden, te weten het ontbijt om 10, +11 of 12, en het middagmaal om 4, 5 of 6 uren. Te _Bourdeaux_ was +het doorgaans 4 1/2 uren eer wij aan tafel gingen. + +[224] En onze Turfveenen zullen die eeuwig duren?--Ondertusschen wordt +ook bij ons het aanleggen van bosschen verwaarloosd, en het is als of +men meent, dat men heden planten en morgen kappen kan. In _Frankrijk_ +is de turf genoegzaam niet bekend; men maakt 'er toch eene soort van +turven van de run, die de looijers gebruikt hebben. + +[225] Ook maakt men bijzonder veel werk van ons fraai papier (_papier +de Hollande_) en de boeken daar op gedrukt, moet men duur betalen. Ons +postpapier is _te Parijs_, en elders in _Frankrijk_ zeer veel in +gebruik; en wij zelve laten, ô schande! nog _Engelsch_ papier inkomen! + +[226] Men leest hier voor een Koffijhuis: _Caffé des Antiquités +Romaines_ of iets diergelijks. + +[227] Zie het bijgevoegd gezigtje. + +[228] Een aanzienlijk burger dezer stad, zijnde een redelijke +Roomschgezinde, bevestigde mij zulks, en bragt dien aangaande eenige +voorbeelden bij, terwijl ik met dien man een paar dagen op reis was. + +[229] Deze rivier scheidt hier het Departement _de la Vienne_ van dat +van _l'Indre et Loire_. Aan dezelve, omtrent anderhalf uur van de brug, +ter regterzijde als men van _Poitiers_ komt, ligt een steedje dat _la +Haye_, even eens als ons _'s Gravenhage_, in het _Fransch_ genaamd +wordt. De beroemde René Descartes, die ook lang in ons Vaderland +gewoond heeft, werd aldaar den 31 Maart 1596 geboren. + +[230] In _Frankrijk_, zoo wel als bij ons, treft men vele landlieden +aan, die niet lezen of schrijven kunnen. + +[231] Het ware te wenschen, dat zoo vele Pausen, Bisschoppen en andere +Geestelijken der Roomsche Kerk, altijd den geest van verdraagzaamheid +van dien Heilige hadden nagevolgd en nog navolgden; want men vindt +van hem aangeteekend, dat hij, in de 4de eeuw levende, weigerde, +om gemeenschap te hebben met de Bisschoppen, die den van ketterij +beschuldigden Priscilianus ter dood wilden veroordeeld hebben.--Zulk +een Heilige behoorde niet gelijk gesteld te worden met een' Dominicus +en diergelijke afschuwelijke vervolgers. + +[232] Zij worden veel in kleine nette mandjes en ook in kistjes +verzonden, en _Pruneaux de Tours_ genaamd. + +[233] Ieder klaagt thans bij ons over den slechten tijd, en waarlijk +niet zonder reden;--de Patriotten krijgen van velen de schuld, doch +daar zit de knoop niet--geen land is 'er misschien afhankelijker van +de omstandigheden dan het onze, dit moeten wij trachten te verhelpen, +zoo veel mogelijk onze behoeften tot het geen onder ons bereik is +bepalen, en maken, dat wij geen honger behoeven te lijden, als men +ons de zee betwist. + +[234] Zoude deze fraaije en vooral op lage gronden weelderig groeijende +boomen, langs onze weilanden geplant, geen dubbel nut doen; vooreerst +door het voordeel, dat zij de eigenaars zouden aanbrengen, zonder +voor het gras hinderlijk te zijn, en ten tweede door de schaduw, +die zij het vee zouden bezorgen? + +[235] Kaai van de oude brug, van welke brug men nog eenige +overblijfsels in de rivier ziet. De ingang van de stad door een poort +was, toen over dezelve en bij deze sterkte. + +[236] Van St. Martin sprekende, moet ik u het volgende nog vertellen: +die Heilige bij de eerste Christenen onder de _Gaulen_, in een +groot aanzien zijnde, wijdde Clovis, grondlegger van de _Fransche_ +Monarchie, hem, na dat hij reeds verscheidene jaren overleden was, een +paard, waarop die gelukkige geweldenaar reeds verscheidene veldslagen +gewonnen had, gevende hetzelve aan den opvolger en verdere discipelen +van den opgemelden heilige; doch wilde het naderhand, misschien om +nog meerdere overwinningen te behalen, weder terug hebben, en bood +'er 100 stukken gouds voor; men scheen hier niet tegen te hebben, +doch ziet het paard wilde geen' voet verzetten; en was, in weêr wil +van de zweep, sporen en zelfs de haver, die men het aanbood, maar van +de plaats niet aftebrengen. Clovis meenende, dat de verstorven heilige +met de geboden som, voor de Kerk, geen genoegen nemende, hem die poets +speelde, bood meêr en meêr, tot vijfmalen toe, eindelijk neemt het +paard een' sprong en galoppeert met zijn Majesteit de Kerk (want daar +gebeurde het geval) uit; en nu riep de menigte, die dit had aangezien: +ô Wonderwerk!--En hoe denkt gij dat zich dit had toegedragen?--zeer +eenvoudig: men had het paard gezet op een houten vloer, die in +deze Kerk gemaakt was, en hetzelve door middel van vier schroeven, +die in de ijzers kwamen, daarop vastgemaakt; zoodra 'er geld genoeg +geboden was, draaiden eenige Geestelijken, (want aan anderen hebben +zij zekerlijk hun geheim niet vertrouwd) onder die vloer verborgen, +de schroeven los,--en zie daar een wonderwerk.--Zouden de meesten +van die soort niet op diergelijke wijze geschieden? + +[237] Vaux de Launay heeft in de zitting van dat Genootschap van den +19 _Messidor an XII._ (8 Julij 1804) daar over een Vertoog gedaan; +doch het is tot nog toe, voor zoo verre mij bekend is, niet gedrukt. + +[238] Door dezen Heer werd ik ook in mijn gevoelen aangaande de +overblijfsels van _Romeinsche_ muren alhier, waarvan ik hier voor +gesproken heb, bevestigd. + +[239] Lodewijk de XI, die veel smaak vond in dit oord, bouwde hetzelve, +bragt 'er een gedeelte van zijn leven op door, en overleed 'er in 1483, +in den ouderdom van 60 jaren. Hij was de eerste die den tijtel voerde +van allerchristelijksten Koning (_Roi tres chretien_). + +[240] Ik schets de gedaante hier met de pen, zoo goed mij doenlijk +is af, om 'er u een denkbeeld van te geven, te meêr, omdat ik niet +weet dat 'er eene afteekening of naauwkeurige beschrijving van bestaat. + +[241] De Druïden waren Priesters en Regters onder de oude _Gaulers_; +tot hunne Godsdienstige plegtigheden behoorden de afgrijsselijke +menschenoffers; ook hadden zij eene soort van eerbied voor een bijgewas +op de eikenboomen (_Fiscum_), en sneden het op eene plegtige wijze +met een gouden sikkel af. + +[242] _Description du Departement de l'Aveiron, par_ A. A. Monteil +_etc. Paris_ Fuchs _et_ Desenne _an X_. + +[243] Ik zag te _Tours_ een soort van uitroeper, aankondigende, +dat 'er bij N.N. nieuwe wijn te koop was; hij had een fles van dien +wijn in de hand, en liet ieder der voorbijgangers, die het begeerde, +daar van proeven. + +[244] _Velocifères_ zijn nieuw uitgevonden rijtuigen, veel ligter, +en dus gezwinder gaande, dan die welke men gewoonlijk gebruikt; de +naam komt dan ook van het _Fransche_ woord _Velocite_, gezwindheid, +snelheid; jammer is het, dat 'er de stevigheid aan ontbreekt.--Nu +dat ziet men wel eens meêr van Fransch werk. + +[245] De _Fourgon_ is het rijtuig waarin de koffers enz. van de +reizigers geladen worden, want men kan die niet met zich op de +_Velocifère_ nemen; deze _Fourgon_ rijdt dan vooruit of komt achter +aan, zoo als heden het geval is. Dit rijtuig hangt of staat ook op +veeren, en voor en achter zijn afzonderlijke plaatsen voor reizigers, +doch de achterste zijn naar ik vernam niet zeer gemakkelijk; voor +aan zit men zeer goed. + +[246] _Le Loir_ is weder een andere en kleinere rivier dan _le Loire_, +die voorbij _Tours_ enz. stroomt. + +[247] Deze bijzit werd opperste van de Abdij _St. Cyr_, die in 1686 +in de nabijheid van _Versailles_ gesticht werd. Als men opmerkt, hoe +men ook in _Frankrijk_ met de Roomsche Religie heeft omgesprongen, +verwondert men zich niet dat velen 'er in dat Land zoo weinig waarde +aan hechten. + +[248] De soldaten werden dan aan een werk ten dienste van het Hof +gebruikt. Zou men ze bij ons in vredestijd niet op eene betere, en +voor het algemeen nuttige wijze kunnen te werk stellen, in het doen +bewerken van onze heiden en woeste gronden? + +[249] De nieuwe wijn gold hier ook niet meêr dan 2 _sols_ de fles. Op +sommige plaatsen, waar wij doorgekomen waren, te afgelegen zijnde voor +den handel, bood de eigenaar van wijngaarden aan, om, indien men hem +eenige nieuwe wijnvaten wilde geven, men daarvoor de helft met wijn +gevuld weder terug kon krijgen; zoodat de vaten daar meerder waard +waren dan de wijn. + +[250] Ondertusschen wachtten de reizigers te _Parijs_ naar hun +_bagage_. + +[251] Een reisgenoot te _Bordeaux_ gebleven zijnde, en van daar 14 +dagen na mij te _Parijs_ per _Velocifère_ terug gekomen, is 'er onder +weg ook al wat aan gebroken, zoodat zij verpligt geweest zijn om zich +eenigen tijd op te houden, nacht en dag vervolgens door te rijden, +en nog kwamen zij lang over hun tijd aan. + +[252] Zie hier eene juiste afteekening van een gedeelte van hetzelve, +gaarne wilde ik 'er u meêr van laten zien; doch om al de schoone +gezigten, die men hier aantreft, afteteekenen, zou een bekwaam schilder +of teekenaar nog al eenigen tijd werk hebben. + +[253] _Destructeurs de Tirans, vous qui n'avez pour Rois Que les +Dieux de Numa, vos vertus, et nos loix, etc._ + +[254] De bosschen van _Rambouillet_ zijn ruim 7000 morgen groot. + +[255] De boeren en andere lieden, op vele plaatsen daar wij doorkwamen, +noemden ze _les Lucifers_, en waarlijk zij verdienen dikwijls dien +naam, om het ongemak dat zij den reizenden veroorzaken. + +[256] Wanneer het niet zoo laat in het jaar geweest was, had ik +echter de _Loire_ tot _Nantes_ nog afgevaren, hoewel de boorden van +die rivier aan dien kant juist het fraaiste niet zijn, en vervolgens +langs een gedeelte der kusten en over _Rouen_ terug gekomen. + +[257] Op reis heb ik, zoo als gij gezien heb, juist geen bijzondere +gevallen gehad, doch hier, van het bureau van de _Velocifères_ naar +huis gaande, en op de _Pont Neuf_ komende, greep mij een man bij den +kraag, en gelaste mij om met hem naar het eerste wachthuis (_Corps +de Garde_) te gaan, een tweede kwam terstond aan mijn andere zijde; +ik verzocht dat men mij los zou laten, daar ik gewillig mede wilde +gaan; dit geschiedde dan ook, en ik werd tusschen die twee lieden +naar het wachthuis op de _Pont Neuf_ geleid; een Politie-Commissaris +vroeg mij, daar naar mijn paspoort of dergelijke; van de reis komende, +had ik dit bij mij, zoodra de Commissaris het ingezien, en mij van +het hoofd tot de voeten bekeken had, zeî hij, dat het goed was en ik +heen kon gaan, zonder echter eenige verontschuldigingen wegens dien +verkeerden aanslag te maken; want naar ik merkte, had men mij voor +een ander, van wien men denkelijk het signalement had, genomen. + +[258] Postmijlen, en mijlen van de landstreek. + +[259] Buiten _Parijs_ noemt men in _Frankrijk_ het overige land +_Province_, en als men van de hoofdstad naar de een of andere plaats +gaat, zegt men _je vais en Province_. + + + + + + +End of Project Gutenberg's Reize door Frankrijk, by Adriaan van der Willigen + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE DOOR FRANKRIJK *** + +***** This file should be named 20465-8.txt or 20465-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/0/4/6/20465/ + +Produced by Frank van Drogen, Jeroen Hellingman, and the +Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net +(This file was produced from images generously made +available by the Bibliothèque nationale de France +(BnF/Gallica) at http://gallica.bnf.fr) + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/20465-8.zip b/20465-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..cd11726 --- /dev/null +++ b/20465-8.zip diff --git a/20465-h.zip b/20465-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c3fe786 --- /dev/null +++ b/20465-h.zip diff --git a/20465-h/20465-h.htm b/20465-h/20465-h.htm new file mode 100644 index 0000000..fabb748 --- /dev/null +++ b/20465-h/20465-h.htm @@ -0,0 +1,9532 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>The Project Gutenberg eBook of Reize door Frankrijk, in gemeenzame brieven, by Adriaan van der Willigen</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="Adriaan van der Willigen"> +<meta name="DC.Creator" content="Adriaan van der Willigen"> +<meta name="DC.Title" content="Reize door Frankrijk, in gemeenzame brieven"> +<meta name="DC.Date" content="#### 2004"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +} + +h1.docTitle +{ +font-size:1.6em; +line-height:2em; +} + +h2.byline +{ +font-size:1.1em; +font-weight:normal; +line-height:1.44em; +} + +span.docAuthor +{ +font-size:1.2em; +font-weight:bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size:1.2em; +font-weight:normal; +} + +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} + +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} + +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} + +.index +{ +font-size: 80%; +} + +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} + +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} + +h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left:10%; +margin-right:10%; +} + +.alignleft +{ +text-align:left; +} + +.alignright +{ +text-align:right; +} + +.alignblock +{ +text-align:justify; +} + +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} + +p.poetry +{ +margin:0 10% 1.58em; +} + +p.line +{ +margin:0 10%; +} + +p.argument,p.note +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} + +p.argument +{ +margin:1.58em 10%; +} + +div.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} + +.epigraph .bibl +{ +text-align: right; +} + +.epigraph .poem +{ +margin-left: 0; +} + +.epigraph .line +{ +margin-left: 0; +text-indent: 0; +} + +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} + +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} + +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} + +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} + +p.question +{ +margin-bottom:0; +text-align:left; +} + +p.answer +{ +margin-top:0; +text-align:right; +} + +p.explanation +{ +font-size:smaller; +margin-left:0.9em; +margin-right:0.9em; +} + +.leftnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} + +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} + +div.footnotes +{ +margin-top: 1em; +padding: 0; +} + +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align:left; +width:2em; +} + +.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption +{ +font-size: 80%; +} + + +.poem +{ +margin-left:5%; +position:relative; +text-align:left; +width:90%; +} + +.poem h4 +{ +font-weight:normal; +margin-left:5em; +text-decoration:underline; +} + +.poem .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left:-2.5em; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} + +.versenum +{ +font-weight:bold; +} + +.footnotes .line +{ +font-size:80%; +margin:0 5%; +} + +.poem .i0 +{ +display:block; +margin-left:2em; +} + +.poem .i1 +{ +display:block; +margin-left:3em; +} + +.poem .i2 +{ +display:block; +margin-left:4em; +} + +.poem .i3 +{ +display:block; +margin-left:5em; +} + +.poem .i4 +{ +display:block; +margin-left:6em; +} + +.poem .i5 +{ +display:block; +margin-left:7em; +} + +.poem .i6 +{ +display:block; +margin-left:8em; +} + +.poem .i7 +{ +display:block; +margin-left:9em; +} + +.poem .i8 +{ +display:block; +margin-left:10em; +} + +.poem .i9 +{ +display:block; +margin-left:11em; +} + +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} + +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} + +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ +text-align:center; +} + +h1,h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} + +h1.label,h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h5,h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} + +p,p.initial +{ +text-indent:0; +} + +.poem .stanza +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} + +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} + +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} + + + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +Project Gutenberg's Reize door Frankrijk, by Adriaan van der Willigen + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Reize door Frankrijk + In gemeenzame brieven, door Adriaan van der Willigen aan den uitgever + +Author: Adriaan van der Willigen + +Release Date: January 28, 2007 [EBook #20465] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE DOOR FRANKRIJK *** + + + + +Produced by Frank van Drogen, Jeroen Hellingman, and the +Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net +(This file was produced from images generously made +available by the Bibliothèque nationale de France +(BnF/Gallica) at http://gallica.bnf.fr) + + + + + + +</pre> + + +<div class="front"> +<div class="titlePage"> +<h1 class="docTitle">REIZE<br> +DOOR<br> +FRANKRIJK,<br> +IN<br> +GEMEENZAME BRIEVEN, + +</h1> +<h2 class="byline">DOOR +<br><span class="docAuthor">ADRIAAN van der WILLIGEN</span><br>AAN DEN<br> +UITGEVER. +</h2> +<h2 class="docImprint">MET PLATEN.<br><i>Te HAARLEM</i>,<br> +Bij A. LOOSJES, Pz.<br>MDCCCV. +</h2> +</div> +<div class="div1"> +<p class="alignright"><i>Parijs, 1 Decemb. 1804.</i> + +</p> +<p>Gij vraagt, Vriend! of ik ’er iets tegen heb, dat gij mijne Brieven, over een groot gedeelte van <i>Frankrijk</i>, drukt en uitgeeft, met achterlating van eenige bijzonderheden, ons aangaande, en welke voor het algemeen van geen belang +zijn; terwijl gij denkt dat dezelve onze Landgenooten aangenaam en zelfs nuttig kunnen wezen? en mijn antwoord op deze vraag +is: <i>Ik heb ’er niets tegen.</i>—De beöordeeling, waartoe een ieder door het in druk uitgeven van een werk regt krijgt, kan ik te geruster afwachten, daar +ik mij op hetzelve niets laat voorstaan, maar het geef, voor het geen het is, te weten, voor eenvoudige aanteekeningen, van +het geen ik gezien, daarvan gehoord, ’er over gelezen, en ’er somtijds bij gedacht heb. Echtheid en naauwkeurigheid, <a id="d0e109"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e109">VI</a>]</span>als de voorname vereischtens van een reisverhaal, heb ik altijd in het oog gehouden. Hier van althans ben ik verzekerd, dat +zij, die dezelfde reis doen, en deze aanteekeningen als een <i>Itineraire</i> willen gebruiken, zullen overtuigd worden. + +</p> +<p>Ik voeg hierbij nog <i>Iets voor Reizigers, bijzonder in Frankrijk</i>. Dit kunt gij <i>voor</i> of <i>achter</i> plaatsen, zoo als gij best oordeelt.—Vaarwel! + + +</p> +<p class="alignright"><span class="smallcaps">A.v.d.W.</span> + + + + +</p> +</div> +<div class="div1"> +<h2>Inhoudsopgave</h2> +<ul> +<li><a href="#d0e131">Eerste Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e850">Tweede Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e1309">Derde Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e1728">Vierde Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e2146">Vijfde Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e2404">Zesde Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e3264">Zevende Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e3764">Achtste Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e4918">Negende Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e5489">Tiende Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e6173">Elfde Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e6959">Twaalfde Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e7738">Dertiende Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e8571">Veertiende Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e9370">Vijftiende Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e9787">Zestiende Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e10593">Zeventiende Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e11010">Achttiende Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e11597">Negentiende Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e12949">Twintigste Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e13197">Een en Twintigste Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e13857">Twee en Twintigste Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e14461">Drie en Twintigste Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e15528">Vier en Twintigste Brief.</a></li> +<li><a href="#d0e16370">Vijf en Twintigste Brief.</a></li> +</ul> +</div> +</div> +<div class="body"> +<div id="d0e131" class="div1"> +<h2>Reize door Frankrijk.</h2> +<h2>Eerste Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Dyon den 20 Julij 1804.</i> + +</p> +<p>Aan de dagteekening van den Brief ziet gij, Vriend! dat ik op reis ben. Maandag den 14. dezer vertrok ik van <i>Parijs</i>; en dus daags na het feest van den 14. Julij, dat dit jaar den 15. gevierd is. Ik had mij daarom nog al opgehouden, maar +vond het voor mij, behalve het vuurwerk, dat nog al fraai was, die moeite niet waardig. Wij reden ’s morgens om vier uren +af, met den gewonen Postwagen, die van hier op <i>Geneve</i> rijdt, en waarop wij plaats genomen hadden tot <i>Dyon</i>. De plaats, binnen in, kost 63 livres de persoon, en voor mijn koffer, die ruim 100 ponden woeg, betaalde ik £ 13; men rekende +tegens £ 25—het centenaar; doch de koffer <a id="d0e151"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e151">2</a>]</span>voor twee personen zijnde, trok men ’er de 25 lb die ieder vrij had, en dus 50 af. Van <i>Charenton</i> en <i>Alfort</i>, daar wij door reden, heb ik u in een van mijne vorige al gesproken. Te <i>Lieursaint</i><a id="d0e161src" href="#d0e161" class="noteref">1</a>, 4 posten van <i>Parijs</i>, daar wij ontbeten, niet met een boterham en een kopje thee of koffij, maar met vleesch, eijeren en wijn, begonnen onze reizigers +zoo wat kennis met elkanderen te maken; en ik bespeurde toen, dat wij met een’ Priester, met een’ Rentenier van <i>Dyon</i>, met een Wijnkooper van <i>Beaune</i>, een andere van <i>Maçon</i>, en nog een vijfde persoon van den kant van <i>Geneve</i>, op reis waren. In <i>Holland</i> zou men dat al lang geweten hebben; want naauwlijks heeft men daar een’ voet in de trekschuit of op den postwagen gezet, +of er word gevraagd: “Waar komt mijn Heer van daan? waar gaat mijn Heer na toe? wat doet mijn Heer? is UEd. getrouwd? en eindelijk +zelfs somtijds, hoe is mijn Heer’s naam?” Diergelijke onbescheiden vraagen treft men onder de <i>Franschen</i> zeldzaam aan, en men wacht doorgaans, tot dat de lieden zich zelve bekend maken. Nu werden wij wat gemeenzamer onder elkanderen, +het gesprek liep natuurlijk over het Feest, dat den vorigen dag in de Hoofdstad was gevierd, en hier door werden de staatkundige +gevoelens <a id="d0e203"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e203">3</a>]</span>eenigzins ontwikkeld, de wijnkooper van <i>Beaune</i>, dat een goede ronde kaerel scheen, en mijns bedunkens, met regt den naam van <i>Franc Bourguignon</i><a id="d0e210src" href="#d0e210" class="noteref">2</a> verdiende, kwam er onbewimpeld vooruit, dat hij de Koninklijke regeering, welke voor de omwenteling in <i>Frankrijk</i> plaats, beter vond dan het tegenwoordig Gouvernement. Hij sprak van de staten der Provintien, van de voorrechten, enz. de +Priester gaf wel te kennen, dat hij het hieromtrent met hem eens was, doch liet er zich zoo regelregt niet over uit. De Rentenier +van <i>Dyon</i> scheen meêr een Volksbestuur toegedaan; deze waren de voorname sprekers, de overigen voegden ’er nu en dan een woordje bij. +Ik heb algemeen opgemerkt, dat de Koningsgezinden onder anderen zeer verbitterd zijn tegen Keizer <span class="smallcaps">Napoléon</span>, om dat hij de Hertog van <span class="smallcaps">Enghien</span> heeft laten ter dood brengen. Zij veroorloven zich ten dezen opzigte de hoonendste uitdrukkingen tegens hem, die zij dan +nog al door een woordspeling (<i>calembour</i>) zoeken te bewimpelen, zoo als deze, welke iemand van ons gezelschap te berde bragt: “Iemand zeide, dat het afbeeldsel van +de Keizer der <i>Franschen</i>, dat men op de geldspecie ziet, niet gelijkende Was; gevraagd zijnde waarom, antwoordde hij, <i>parceque le nez est pointu et c’est un nez rond</i>.” (<span class="smallcaps">Néron</span>). Was deze ter dood veroordeelde geen voornaam hoofd <a id="d0e240"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e240">4</a>]</span>van hunne partij geweest, zij zouden ’er misschien niets op hebben aantemerken. De <i>Franschen</i>, en vooral de <i>Parijzenaars</i>, zijn liefhebbers van <i>calembours</i>; men vind verscheidene boekjes, die daarmede zijn opgevuld. Vele jongelieden leren die van buiten, en met diergelijke meestal +laffe aardigheden, pronkt men in de zoogenaamde <i>bonne Societé</i>. Anderen, die er meêr op gevat zijn, maken van alle gelegenheden gebruik om woordspelingen voor den dag te brengen, hoe weinig +die dikwijls ook voegen. Men ontziet geene zaken hoe achtingwaardig, of personen, van wat rang zij ook zijn mogen, zoo hoorde +ik eenigen tijd geleden, kort na dat de broeders en zusters des Keizers <span class="smallcaps">Napoléon</span>, tot Rijksvorsten verheven waren, te <i>Parijs</i> door de nieuwsbladverkopers (<i>colporteurs</i>) langs de straten roepen: “<i>Voici etc. avec les noms et les demeures de tous les Princes et Princesses à deux sous</i>;” een winderig heertje, die daar voorbij kwam, zeî op een’ spotachtigen toon tegen den uitventer: “<i>Voyons ce qui c’est que vos princes et princesses à deux sous</i>.” Sommigen lagchten hier om, anderen namen het misschien kwalijk; hoe ligt had iemand tot de politie behoorende hier omtrent +kunnen zijn, onze grappemaaker zou dan zekerlijk voor zijn spotternij hebben moeten boeten, en wie zou hem beklagen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vi001.jpg" alt="Melun."><p class="figureHead">Melun.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Omstreeks één uur kwamen wij te <i>Melun</i>, 5½ post van <i>Parijs</i>. De Postwagen, vertoefde hier om het middagmaal te houden, en ik, nog geen honger hebbende, daar wij laat hadden ontbeten, +besteedde dien <a id="d0e281"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e281">5</a>]</span>tijd met het plaatsje te zien. Dit stadje de hoofdplaats van het Departement de <i>Seine et Marne</i><a id="d0e285src" href="#d0e285" class="noteref">3</a>, is in eene bekoorlijke landsdouw aan de oevers van <i>de Seine</i> zeer aangenaam gelegen; die rivier verdeelt hetzelve in drie deelen, die door twee steenen bruggen vereenigd worden; de bijgaande +afteekening zal u hier een duidelijk denkbeeld van geeven. Verscheidene Koningen hebben te <i>Melun</i> hun verblijf gehouden, hun paleis was op de punt van het Eiland dat gij tusschen de twee bruggen ziet. Het is een der oudste +steden van de <i>Gaulen</i>. <span class="smallcaps">Caesar</span> maakt er gewag van in zijne gedenkschriften. Het is ook in de geschiedenis bekend, door eene belegering van de <i>Engelschen</i> tegen die stad, welke plaats had in de vijftiende eeuw, en die de belegerden, met eene schier ongelovelijken moed, zes maanden +uithielden. De geleerde <span class="smallcaps">Jacques Amiot</span>, Bisschop van <i>Auxerre</i> en vertaler van de <i>Doorluchtige Mannen van</i> <span class="smallcaps">Plutarchus</span>, enz. werd hier geboren. De voorname handel is in granen, meel, wijn, kaas, kalk en gebakke steenen; die waren worden veel +al <i>de Seine</i> af naar <i>Parijs</i> vervoerd. De groote weg, die hier doorloopt, maakt het vrij levendig; ’er vaart ook een schuit (<i>coche d’eau</i>) van hier naar <i>Parijs</i> heen en weder. In het terugkomen word zij met paarden tegen den stroom opgetrokken. Van de <i>Mammelukken</i>, <a id="d0e338"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e338">6</a>]</span>die met <span class="smallcaps">Bonaparte</span> uit <i>Egypte</i> kwamen, lagen er hier omtrent 150 in guarnisoen, naar men ons verhaalde. De inwooners waren ’er niet wel over te vreden, +en zeide ons, dat het veeläl slecht kwaadaartig volk was; wij zagen ’er eenigen van langs de straat loopen. Hunne Oostersche +kleeding maakte in dit plaatsje, waar men alles behalven Oostersche pracht ziet, een wonderlijk afstekende vertooning. De +aanhoudende schoone landstreek en de fraaije gezigten die men geduurig aantreft, vermaakten mij niet weinig. De <i>Seine</i> en <i>Yonne</i> vereenigen zich voor <i>Montereau</i>. Men komt over een fraaije brug in het stadje. Deze brug is in de geschiedenis bekend: de Hertog van <i>Bourgondiën</i> kwam in het jaar 1409 op dezelve, om zich met <span class="smallcaps">Karel</span> den VII, die toen Dauphin van <i>Frankrijk</i> was, te verzoenen, en werd door de Offiçieren van dien Vorst vermoord<a id="d0e364src" href="#d0e364" class="noteref">4</a>. Onze reisgezel, de Rentenier van <i>Dyon</i>, die nog al ervaren scheen in de geschiedenis deed mij dit een en ander opmerken. Dit stadje ziet er welvarende uit en is +alleraangenaamst gelegen; even buiten hetzelve langs de boorden van de <i>Yonne</i> is eene fraaije algemeene wandelplaats. De ruime gezigten en bekoorlijke tooneelen die de natuur hier oplevert, houden den +opmerkzamen reiziger <a id="d0e382"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e382">7</a>]</span>hier aanhoudend op de aangenaamste wijze bezig. + +</p> +<p>Tegen het vallen van den avond kwamen wij te <i>Villeneuve-la-Guyard</i>, een stadje in het Departement de <i>l’Yonne</i>, en wel het eerste, als men ’er van dezen kant inkomt. <i>Auxerre</i> is de hoofdplaats van hetzelve. Wij hadden nu 10½ post afgelegd en hielden hier ons nacht verblijf, en niettegenstaande het +plaatsje er niet te breed uitziet, hadden wij nogtans een vrij goed avondmaal en goede bedden. Onze Wijnkooper van <i>Beaune</i>, die in deze streeken bekend was, bragt hier zeer veel toe, en deed ons vooral door de vrije en grappige wijze, waarop hij +alles bezorgde en bestelde, niet weinig lagchen. + +</p> +<p>Den volgenden morgen, 17 dezer, vertrokken wij om drie uren, en reeden 1½ post van hier door het stadje <i>Pont sur Yonne</i>, aan den westelijken oever van die rivier tegen den voet van een heuvel, die met wijngaarden bedekt is, gelegen. Deze plaats +ontleent zijn’ naam van de steenen brug op zeven bogen, die wij bij het uitgaan van de stad overreden, wat verder ziet men +steen- en pannebakkerijen, en vervolgens een zeer uitgestrekt en aangenaam geschakeerd gezigt. De stad <i>Sens</i> vertoonde zich voor ons in een aangenaam verschiet, tegen een’ heuvel; de landstreek is zeer bevallig, en de morgenstond +was schoon. Voor de omwenteling was <i>Sens</i> een Aartsbisdom en de hoofdstad van <i>le Senonois en Champagne</i>; zij is 12 posten van <i>Parijs</i> gelegen: inwendig beantwoort zij vrij wel aan de uitwendige <a id="d0e415"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e415">8</a>]</span>vertooning. De straat, waar wij in kwamen is ruim. Wij stapten af voor de Hoofdkerk, die wel bezienswaardig is; zij pronkt +met een zeer hoogen en fraaijen toren; het klokkespel wierd voorheen voor het fraaiste van het gantsche rijk gehouden. Hier +vervoegde ik mij bij onzen Geestelijken reisgenoot en ondervond, dat het goed is om zich met lieden van allerlei stand en +beroep op reis te bevinden. Deze was dan ook een zeer vriendelijk man, en, zoo het scheen, een der redelijkste Priesters, +dien ik immer heb aangetroffen. Wij traden te samen de Kerk in. Dit gebouw is zeer groot en wel verlicht, de kapellen rondom +en het choor is met fraai ijzer hekwerk versierd. <span class="smallcaps">Lodewijk Dauphin</span> van <i>Frankrijk</i><a id="d0e422src" href="#d0e422" class="noteref">5</a>, in den jaare 1765 te <i>Fontainebleau</i> overleden, werd, benevens Mevrouw <span class="smallcaps">de Dauphine</span>, in deze kerk begraven; wij zagen er zijne graftombe, die in het begin van de omwenteling was weggenomen, doch thans weder +opgerigt. Zij is van wit marmer, en word gehouden voor een meesterstuk van den beeldhouwer <span class="smallcaps">Coustou</span>. De beelden, die de twee lijkbussen kroonen, zijn de Godsdienst, de Deugd, de Tijd en Frankrijk. Men vind meêr andere fraaije +versierselen in deze kerk, bijzonder het beeldhouwwerk boven een Altaar, verbeeldende de moord van <span class="smallcaps">St. Savinien</span>. De glazen zijn geschilderd door den bekenden <i>Franschen</i> konstschilder <a id="d0e443"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e443">9</a>]</span><span class="smallcaps">Jean Cousin</span><a id="d0e446src" href="#d0e446" class="noteref">6</a>, die te <i>Soucy</i> digt bij deze stad in de 16de eeuw gebooren werd; men wilde, dat hij tot de Protestanten behoorde, omdat hij op de glazen +van <i>St. Roman’s</i> kerk te <i>Sens</i> in eene schilderij van het laatste Oordeel een Paus in de hel geplaatst had, en men nam hem die aardigheid maar zeer kwalijk. +Deze stad was reeds vermaard ten tijde van <span class="smallcaps">Julius Caesar</span>. In 1735 vond men ’er het opschrift: <i>Vesta mater</i>, waarom men meent te moeten onderstellen, dat ’er een tempel van <span class="smallcaps">Vesta</span> geweest is; uit andere aanwijzingen maakt men op, dat ’er ook een tempel ter eere van <span class="smallcaps">Augustus</span> bestaan heeft. ’Er bestaat nog geldspecie, die ’er <span class="smallcaps">Carolus Magnus</span> heeft doen slaan. Paus <span class="smallcaps">Alexander</span> de III. koos deze stad tot schuilplaats, en verbleef ’er van den 30 September 1163 tot in 1165. In de boekerij van het Capittel +van de Hoofdkerk alhier, wierd voorheen een kluchtig stuk bewaard, namenlijk het oorspronkelijk handschrift van den kerkdienst +der gekken (<i>l’Office des fous</i>,) zoo als die eertijds in de kerk van <i>Sens</i> gezongen werd, het was een lang smal en redelijk dik boekdeel in Folio, met uitgesneden ijvoor bedekt en met lange magere +letters <a id="d0e494"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e494">10</a>]</span>geschreven; men vindt ’er afbeeldingen in van <span class="smallcaps">Bacchus</span> feesten, <span class="smallcaps">Pan’s</span> feesten, potsenmakerijen en meêr andere schandelijke ongerijmdheden van dien aard: in dit feest, dat door deszelfs verregaande +ongerijmdheden zeer wel aan zijne benaming beantwoordde, speelde ook een Ezel, te weten een viervoetig dier, eene voorname +rol; andere op twee beenen waren ’er met menigte bij. + +</p> +<p>Onder meêr anderen is hier ook een voorname fabriek van het geen men in <i>Frankrijk Velours d’Utrecht</i> noemt, en dat zeer veel gebruikt word, om Meubilen, Rijtuigen, enz. te bekleeden: deze fabriek schijnt uit een der voornaamste +steden in ons Vaderland herkomstig, en misschien is zij ’er, zoo als meêr anderen, thans wel in verval. + +</p> +<p>De Waterhorologies (<i>Horloges d’eau</i>) die men zelfs tot in <i>Asia</i> en <i>America</i> verzendt, worden hier gemaakt. + +</p> +<p>Buiten de stad zag ik verscheidene vruchtbaare moestuinen en boomkweekerijen; als ook eene fraaije algemeene wandelplaats. +Men rijdt over een brug over de <i>Yonne</i>, die langs deze stad stroomt. In deze landstreek zijn veel wijnbergen, en hier en daar nog al boomen. Wij ontbeten te <i>Villeneuve le Roy</i>, thans <i>Villeneuve sur Yonne</i>, een klein stadje aan den oostelijken oever van die rivier, niet onaangenaam gelegen; het heeft aanmerkelijke Leêrlooijerijen, +en het leder maakt een voornamen tak van zijn’ handel uit. Op den weg naar <i>Joigny</i> ziet men nog altijd verscheidene heuvels met wijngaarden beplant; de wijn is <a id="d0e532"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e532">11</a>]</span>een voornaam voortbrengsel van dit land. Weldra bespeurde wij de stad <i>Joigny</i><a id="d0e536src" href="#d0e536" class="noteref">7</a>, en eene vlakte zoo ver het oog kon reiken. De voorstad <i>St. Michel</i>, is zeer aangenaam aan de <i>Yonne</i> geleegen, en maakt een fraaije kaai; ’er staan verscheidene gnappe huizen en een groot en schoon gebouw, zijnde eene cazerne, +daar voorheen veel krijgsvolk zoo te voet als te paard in gelegd werd. Die kaai pronkt ook met twee prachtige en sierlijke +ijzeren hekken, een derde is aan den opgang van de brug. Op de fraaije steenen brug, die door agt boogen ondersteund word, +heeft men een verrukkend gezigt. <span class="smallcaps">Bonaparte</span> kwam ’er over, toen hij zegepralende uit <i>Italiën</i> te rug keerde, en men heeft toen op dezelve een’ houten eereboog opgerigt die ’er nog staat. Het stadje, dat niet groot is, +maar zeer welvarende, drijft, zoo het schijnt, veel handel in koorn, daar het de stapelplaats van is, en van een soort van +laken, dat ’er gemaakt word. Voorheen was het een Graafschap. + +</p> +<p>Het dorpje <i>Avrolles</i>, daar wij doorreden, leverde een deerlijk schouwspel op; 112 huizen en de kerk waren er den 25. der laatst afgeloopen Maand, +door de onvoorzigtigheid van een der Inwoonders, afgebrand. Eer wij hier aankwamen, wees men mij het begin, dat men gemaakt +had met het kanaal <a id="d0e564"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e564">12</a>]</span>van <i>Bourgondiën</i> te graven. Het stadje <i>St. Florentin</i> op dezen weg gelegen, leverde niets merkwaardigs op; de grond hieromstreeks kwam mij niet zeer vruchtbaar voor. De wijnbergen +en heuvels werden meer verheven. Dit plaatsje echter herinnerde ons aan <span class="smallcaps">St. Florentin</span>, daar na Hertog <span class="smallcaps">de la Vrilliere</span>, die ’er Heer van was, een der verachtelijkste Hovelingen van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XV. Hij kon zich beroemen van veertig duizend <i>Lettres de Cachet</i> uitgegeven te hebben; zijn bijzit <span class="smallcaps">Sabathier</span> heeft ’er omtrent wel negen en dertig duizend van verkocht. Men maakte op hem het volgende grafschrift: + + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Ci git un petit saint<a id="d0e590src" href="#d0e590" class="noteref">8</a> qui n’est pas du commun; +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Il a porté trois noms, et n’en laissa pas un.</span></p> +</div> +</div> +<p>Omstreeks zeven uren kwamen wij te <i>Tonnère</i>: heden hadden wij 13½ post afgelegd, en hielden hier ons nachtverblijf. Dit stadje is schilderachtig gelegen; een kerk op +een rots gebouwd, ziet men van verre boven de huizen uitsteken; aan den voet van dezelve is een bron, die zeer overvloedig +in water en zoo diep is, dat men schier geen’ grond kan vinden: rondom is eene overdekte gallerij gebouwd voor de waschvrouwen. +Niet meêr dan ruim honderd voeten van daar heeft het water van deze bron reeds een stroom gevormd, waar men op een <a id="d0e600"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e600">13</a>]</span>steenen brug, van twee bogen, overgaat. De Marquis <span class="smallcaps">de Louvois</span>, Secretaris van Staat, en Oorlogsminister onder <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV, de schrik der Protestanten, was Heer van dit Graafschap. Wij vonden hier een redelijk goed avondmaal, en de ligging +was ook vrij wel; want men heeft in <i>Frankrijk</i> in dit saisoen, alle reden, om te vreden te zijn over de bedden, als het getal der weegluizen zoo groot niet is, dat zij +het slapen ten eenenmaal verhinderen. Voor het overige moet men hier met het scherpziende oog van eene <i>Noord-Hollandsche</i> vrouw niet rondsnuffelen, en vooral ook de keuken onbezocht laten. Nu men word hier ook aan gewoon, en dit is noodzakelijk. + + +</p> +<p>Den 18 dezer begaven wij ons ’s morgens om 3 uren weder op reis. Na een eind weegs gereden te hebben, troffen wij vrij hooge +heuvels aan; de wagen kon hier niet anders dan zeer langzaam vorderen, en wij verkozen, om te wandelen. Wel dra zagen wij +die grootsche en schitterende vertooning, die ieder redelijk mensch met eerbied en bewondering vervult, en die zoo vreemd +is voor zeer veel stedelingen. De zon rees statig boven den gezigteinder. De landstreek is hier niet zeer vruchtbaar; wijn +is het voornaamste, dat men ’er teelt. Wij zagen hier en daar ook kreupelbosch en woeste onbebouwde streeken. Na twee posten +gereisd te hebben, kwamen wij te <i>Ancy-le-Franc</i>. Het stadje ziet ’er ellendig uit; doch even buiten hetzelve ligt een schoon kasteel. Het scheen door de omwenteling <a id="d0e619"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e619">14</a>]</span>niet geleden te hebben. <span class="smallcaps">Nicolo del Abate</span>, leerling van <span class="smallcaps">Primaticcio</span>, een vermaard schilder ten tijde van <span class="smallcaps">François</span> I, heeft verscheidene vertrekken van dit kasteel versierd. Wij hebben het inwendig niet gezien, en vergenoegden ons met de +tuinen, die hier en daar nog al aardig zijn aangelegd, te doorwandelen. Achter het huis scheen veel bosch te liggen, en het +water ontbrak ’er ook niet; het kwam mij dus voor een aangenaam buitenverblijf te zijn. Voor mij zou het nog aangenamer wezen, +wanneer ik het moest bewonen, indien het verder afgelegen was van het armoedige stadje, dat ’er voorheen aan behoorde, ten +zij ik in staat was, om het lot van deszelfs inwoners te verbeteren. Thans behoort het kasteel aan de familie van <span class="smallcaps">Louvois</span>, van hetzelfde geslacht daar ik hier van gesproken heb, en word door een vrouw van dien naam bewoond, ik weet niet of het +de laatste vrouw en weduwe is van die <span class="smallcaps">Louvois</span>, die te <i>Parijs</i> om zijn gaauwdievenstreeken bekend was<a id="d0e639src" href="#d0e639" class="noteref">9</a>. Dit onder anderen verdient als een staaltje van het edel gedrag van een voornaam <i>Fransch</i> edelman aangeteekend te worden. <span class="smallcaps">Louvois</span> had geld noodig, zoo als hem wel eens meêr gebeurde. Juist was <span class="smallcaps">de Courtenvaux</span>, zijn oom, van wien hij moest erven, ziek, hij gaat zijn’ dood bekend maaken aan een man, van wien hij £ 30,000—wilde leenen, +voorwendende dat hij <a id="d0e660"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e660">15</a>]</span>dit geld noodig had voor de rouwkleeding, enz. overeenkomstig zijn’ staat. Men belooft hem de som, vragende slechts twee uuren +tijd, om hem die te bezorgen. Daar hij zelf overtuigd was, hoe weinig staat men op hem maakte, begreep hij zeer wel, dat men +in dien tusschentijd onderzoek zou doen. Hij loopt dan naar het Hotèl, waar zijn oom woonde; zendt den Zwitser onder het een +of ander voorwendzel om een boodschap, gaat in de <i>loge</i><a id="d0e664src" href="#d0e664" class="noteref">10</a>, trekt het livrei aan, doet de sjerp om, en wachtte zoo, tot dat de tijd die men hem bepaald had, bijna verloopen was, en +ieder, die naar den Heer <span class="smallcaps">de Courtenvaux</span> vroeg, werd terug gezonden met deze boodschap: ”<i>Hij is kwartier over tweeën gestorven</i>.” Hier door bereikt de fielt zijn oogmerk; de gevraagde som word hem toegeteld, en ’s anderen daags verneemt men, dat <span class="smallcaps">de Courtenvaux</span> welvarende was; en <span class="smallcaps">Louvois</span>, die zeer wel wist, dat hij door zijn oom onterfd was, lagchte des te meêr in zijn vuist, wijl hij zich verzekerd hield dat +hij de geleende som nimmer terug zou kunnen geven.—wat zegt gij, Vriend! zou <span class="smallcaps">Cartouche</span> het wel beter hebben kunnen overleggen? + +</p> +<p>Voort reizende vonden wij wel verscheidenheid van gezigten, hier en daar zijn zij zelf schoon, doch de landstreek is veeläl +woest en onvruchtbaar. Te <i>Aisy sur Armançon</i> zagen wij in het voorbijgaan <a id="d0e687"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e687">16</a>]</span>de ijzersmelterijen van den vermaarden <span class="smallcaps">Buffon</span>. Het ijzer word uit de mijnen hier omstreeks gehaald, en deze smelterijen leverden ’s jaarlijks omtrent acht maal honderd +duizend ponden ijzer; en men verzekert, dat zij den eigenaar veel geld opbragten. Het kasteel van <i>Montbar</i> op eene aanzienelijke hoogte gelegen, vertoonde zich vervolgens aan ons gezigt, (zie de hier bijgaande afbeelding); wij moesten +in het stadje van dien naam, aan den voet van den berg gelegen, het middagmaal houden. Ik had dus den tijd, om het te zien, +en om op den berg, daar het kasteel ligt, te klimmen. Die Schrijver van de Natuurlijke Historie, vooral om zijn schoonen stijl +beroemd, is in deze plaats den 7 September 1707 gebooren, en in 1788 begraven. Hij was een werkzaam man, zelfs tot op ’t laatst +van zijn leven, en niettegenstaande hij door den steen dikwils vreesselijk leed; maar teffens was deze groote man in sommige +opzigten zeer beuzelachtig: zelfs in zijn hooge jaren, en al was hij onpasselijk, liet hij zich dagelijks het haar in <i>papillottes</i><a id="d0e697src" href="#d0e697" class="noteref">11</a> zetten en branden; veeltijds liet hij zich tweemaal op een’ dag kappen, en was ’er zeer opgesteld, dat dit met de vereischte +zorg en oplettenheid geschiedde. Hij hield zich ook nu en dan gaarne met buurpraatjes bezig, en wist door zijn’ kapper en +anderen alles, wat ’er <a id="d0e706"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e706">17</a>]</span><span id="d0e707" class="corr" title="Bron: In">in</span> <i>Montbar</i> in de huisgezinnen en onder de ingezetenen omging. <span class="smallcaps">De Buffon</span> was een <i>Franschman</i>; was hij een <i>Hollander</i> geweest, men zou nog meêr reden hebben, om zich hier over te verwonderen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vi002.jpg" alt="Montbar."><p class="figureHead">Montbar.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het kasteel is een oud gebouw, en zag ’er zoo wel als de tuinen en toegangen tot hetzelve vervallen uit. Het woonhuis, waar +de geleerde Natuuronderzoeker zijn Verblijf hield, ziet men in een straat van het stadje. De vrouw uit de Herberg, waar wij +aten, was kamenier in het huis van <span class="smallcaps">de Buffon</span> geweest en wilde wel praten: ik had dus gelegenheid, om mij over hem te onderhouden, en zij bevestigde dat, wat ik u hier +wegens zijn geaardheid verhaal. <span class="smallcaps">d’Aubenton</span> is ook van <i>Montbar</i><a id="d0e736src" href="#d0e736" class="noteref">12</a>; het stadje behoorende tot het Departement <i>la Côte d’Or</i> ziet ’er niet zeer gunstig uit. Het riviertje de <i>Brenne</i> stroomt ’er door, en ’er ligt een steenen brug over. De hondslederen handschoenen, die men hier maakt, hebben nog al eenigen +naam. In de omstreek zijn ook eenige marmergroeven, en men teelt ’er wijn. + +</p> +<p>In de stad wandelende zag ik een aankomend jongetje aan de deur zitten, bezig met maliën om rijgsnoeren te maken, dat hier +ook een fabriekje schijnt te zijn. Ik ondervroeg het kind hieromtrent een en <a id="d0e747"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e747">18</a>]</span>andermaal, doch kreeg geen antwoord; hier over te onvreden, was ik gereed om mijn misnoegen aan hetzelve te kennen te geven, +toen de moeder uit het huis kwam, en mij zeide, dat het ongelukkig kind stom en doof geboren was. Weldra veranderde de gemelijkheid +in aandoening; ik vroeg haar, waarom zij niet trachtte, om het zoontje in de School van Dooven en Stommen te <i>Parijs</i> te bezorgen, doch de goede arme vrouw antwoordde op eenen teederen toon, dat zij bang was, dat het mishandeld zou worden, +en hoe zeer zij hard werk had, om aan den kost te komen, het echter niet gaarne zou verlaten.—Buiten <i>Montbar</i> wordt de landstreek hoe langer hoe woester, doch levert daarom geen onaangenaame vertooning op; van de aanmerkelijke overblijfsels +van een oud kasteel, dat ik hier op eene rotsachtige hoogte zag liggen, wist niemand van het gezelschap mij eenig bijzonder +narigt te geeven. De grond was hier als bedekt met sprinkhanen die geduurig voor de voeten met geheele zwermen opvlogen; de +vleugels waren schoon rood. In ’t voorbijgaan zagen wij <i>Semur</i>, een stad op een hooge rots aardig gelegen; het riviertje <i>d’Armançon</i> stroomt aan den voet. Men zeî mij, dat deze rots bestond uit rood graniet, bekwaam om gepolijst te worden. Men vindt hier +ook veel versteeningen van groote Ammonshoornen, Oesters, Mosselen, enz. De grond hier rondom ziet ’er noch al vruchtbaar +uit, en men teelt ’er veel koren. De weg is aangenaam, aan beide zijden beplant. Tegen den avond <a id="d0e761"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e761">19</a>]</span>kwamen wij te <i>Vitteaux</i>, een stadje tusschen verscheidene bergen aan het riviertje <i>de Brenne</i> gelegen, waar wij ons avondmaal en nachtverblijf moesten houden. Hier omstreeks vindt men ook marmergroeven, en bij het inkomen +eene gemeene wandelplaats. Ik doorliep het plaatsje, maar zag ’er niets bijzonders. Heden hadden wij 9½ post gereisd. Ons +avondmaal was vrolijk: onze Wijnkooper van <i>Beaune</i> liet zich nu en dan eens gelden, en wij waren over onze Herberg nog al wel te vreden. + +</p> +<p>Den volgenden morgen, 19 dezer, vertrokken wij weder om drie uren; dit scheen het algemeen bepaalde uur. Een’ vrij hoogen +berg over moetende (want hier kan men het al bergen noemen) gingen wij te voet. Op de hoogte vonden wij het zeer frisch, zoo +dat het zelfs eenigzins hinderlijk was. Het begon dag te worden, en wij zagen niet ver van den weg een Telegraaf, die opgerigt, +was om de <i>Armée de Reserve</i>, die hier omstreeks lag, met die van <i>Italiën</i> gemeenschap te doen hebben: thans maakt men ’er geen gebruik meêr van; van deze plaats, de verhevenste van de geheele streek, +zag ik de eerste stralen der zon een schilderachtig schoon landschap beschijnen.—Een eindweegs verder zagen wij aan onze rechterhand +het aanzienelijke kasteel <i>Sombernon</i> voorheen bewoond door de Hertogen van <i>Bourgondiën</i>. Onze Rentenier van <i>Dyon</i> deed mij hier als iets in der daad bijzonders opmerken, dat de drup of het water van het dak op dit kasteel, aan den eenen +kant door de <i>Brenne</i> in de <i>Yonne</i> <a id="d0e795"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e795">20</a>]</span>de <i>Seine</i>, en vervolgens in den <i>Oceäan</i>; en aan den anderen kant door <i>de Ouche</i> in de <i>Saone</i> in de <i>Rhone</i> en vervolgens in de <i>Middellandsche Zee</i> loopt. De landstreek blijft aanhoudend schilderachtig schoon; hier ziet men bosch, daar barre en hooge rotsen, en daar zijn +dezelve weder geheel groen door de menigte palm en andere struiken, die ’er op groeijen. Hoe meêr wij <i>Dyon</i> naderden, hoe meêr wij bevonden, dat de Natuur hier eene eenigzins ontzaggelijke houding aanneemt; de rotsen zijn hoog en +hier en daar steil; zij hellen zelfs op sommige plaatsen over den weg, die ’er digt langs loopt, heen. Wij kwamen voorbij +een vrolijk gelegen dorpje, rondom meestal met allerlei vruchtboomen beplant; dit is de vruchthof van <i>Dyon</i> en levert zeer veel ooft aan de stad. De Bisschop van <i>Dyon</i> had hier zijn buitenplaats, en dit bewijst genoegzaam, dat het een aangename en vruchtbare landsdouw is. Verder zagen wij +de nog aanzienelijke overblijfsels van dat <i>Carthuizer</i> klooster, om deszelfs pracht en weelde, om zijne paleizen en bekoorlijke tuinen zoo vermaard; en deze tempel der wellust +werd, tot aan de omwenteling, door een soort van Monniken bewoond, die van vele, om hunne voorgewende godsvrucht en zedigheid, +met den uitersten eerbied behandeld werden. Wat men ook van de <i>Fransche</i> omwenteling zegge moge, in het uitroeijen der kloosters heeft zij het menschdom een’ wezenlijken dienst bewezen. Langs den +weg ziet men een gracht (<i>canal</i>) die onvoltooid is gebleven, en die zig tot een goeden <a id="d0e833"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e833">21</a>]</span>afstand van de stad uitstrekt. Niet verre van <i>Dyon</i> begint die keten heuvelen, die om derzelver overvloed van goeden wijn <i>la Côte d’Or</i> genaamd wordt; de stad vertoont zich met hare fraaije spitze torens, op eene bevallige wijze, (de hier bijgevoegde aftekening +zal ’er u een duidelijk denkbeeld van geeven.) Wij kwamen ’er in door eene fraaije poort, die nog niet lang gebouwd scheen, +en namen onzen intrek in het Hôtel <i>de la Galère</i>, nadat wij van onze vriendelijke reisgenoten afscheid genomen hadden. Het speet mij in der daad, dat wij niet langer bij +elkanderen bleven. De Priester vooral was een man, die kunde en smaak met een beminnelijke geaardheid scheen te vereenigen: +men bespeurde aan hem in ’t geheel, die onaangename gebreken niet, die zoo dikwijls aan lieden van dien stand eigen zijn; +hij was vrolijk zonder losbandigheid, zedig zonder gemaaktheid, en kundig zonder verwaandheid; daar bij scheen hij zeer verdraagzaam +en redelijk zoo omtrent Godsdienstige als Staatkundige gevoelens. Het geen, mijns bedunkens, tot dit alles zeer veel had bijgedragen, +was, dat hij uitgeweken zijnde zich zeer lang in <i>Engeland</i> had opgehouden, en daar, bijzonder door de Protestanten, op de menschlievendste en vriendelijkste wijze was behandeld geworden. +Met dankbare aandoening sprak hij hier van, en ik ben wel verzekerd, dat deze achtingswaardige geestelijke, waar hij ooit +eenigen invloed moge hebbe, nimmer gewetensdwang of vervolgzucht dulden zal. +<a id="d0e847"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e847">22</a>]</span></p> +<p>Zie daar, Vriend! een’ vrij langen Brief, in eenen volgenden zal ik u over deze stad, waar omtrent ik reeds het een en ander +heb aangeteekend, nader onderhouden.—Vaarwel! + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e161" href="#d0e161src" class="noteref">1</a></span> De gebeurtenis, die aanleiding gaf tot het Blijspel van <span class="smallcaps">Collé</span> <i>La partie de chasse de</i> <span class="smallcaps">Henri IV</span>. is hier omstreeks voorgevallen, <span class="smallcaps">Michau</span> was Molenaar te <i>Lieursaint</i>; dit stuk is, meen ik, ook in ’t <i>Nederduitsch</i> vertaald. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e210" href="#d0e210src" class="noteref">2</a></span> Zoo noemt men de <i>Bourgondiërs</i>, om de ronde en gulle inborst, die men hun toeschrijft. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e285" href="#d0e285src" class="noteref">3</a></span> <i>Meaux</i> alwaar de welsprekende <span class="smallcaps">Bossuët</span> Bisschop was, behoort tot dit Departement. In de stad en omtrek van <i>Meaux</i> wonen zeer veel Protestanten. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e364" href="#d0e364src" class="noteref">4</a></span> Dit geval heeft aanleiding gegeeven tot de partijen der <i>Bourguignon</i>’s en <i>Armagnac</i>’s, die zoo veel bloeds aan <i>Frankrijk</i> gekost hebben. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e422" href="#d0e422src" class="noteref">5</a></span> Hij was de Vader van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XVI. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e446" href="#d0e446src" class="noteref">6</a></span> Hij is bekend voor de oudste der goede schilders in <i>Frankrijk</i>, bijzonder ook om het vermaarde stuk van het laatste Oordeel, dat te <i>Parijs</i> op het Museum hangt, en waar van de gedrukte plaat een der grootste prenten is, die men kent. Zij is gegraveerd door <span class="smallcaps">Pieter de Jode</span>, een <i>Antwerpenaar</i> en vermaard Plaatsnijder. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e536" href="#d0e536src" class="noteref">7</a></span> <span class="smallcaps">Picard</span> bekend auteur en acteur te <i>Parijs</i>, heeft een stuk gemaakt onder den naam van <i>le Collatéral ou la Diligence à Joigny</i>, dat zeer aardig is. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e590" href="#d0e590src" class="noteref">8</a></span> Hij was kort en dik. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e639" href="#d0e639src" class="noteref">9</a></span> Een van de vrouwen van <span class="smallcaps">Louvois</span> was een <i>Hollandsche</i>, ik meen de Baronnesse <span class="smallcaps">de Huffel</span> genaamd. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e664" href="#d0e664src" class="noteref">10</a></span> Vertrekje van de portier of Zwitser aan de ingang van een Hotèl. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e697" href="#d0e697src" class="noteref">11</a></span> Ik ken hier geen <i>Nederduitsch</i> woord voor, en het was te wenschen dat alle diergelijke <i>Fransche</i> modeprullen onder ons geheel onbekend waren. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e736" href="#d0e736src" class="noteref">12</a></span> Die goede man hield zich in zijn ouden dag, benevens zijne vrouw, bezig met het lezen van bijna al de Romans, die ’er uitkwamen. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e850" class="div1"> +<h2>Tweede Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Lyon</i>, 26 <i>Julij.</i> + +</p> +<p>Eergisteren ben ik hier aangekomen, en vervolg mijn reisverhaal, zoo als ik u in mijn vorigen, gedagteekend uit <i>Dyon</i>, beloofd heb. Die stad is mij bijzonder wel bevallen, zoo om de aangename ligging, den overvloed der levensmiddelen, als +om de orde en zindelijkheid die ’er plaats heeft. Bij ons zou men ’er ten dezen opzigte in ’t geheel niets ongewoons vinden; +doch voor <i>Frankrijk</i> moet het als, iets bijzonders in ’t oog loopen. <i>Dyon</i> was voorheen de Hoofdstad van het Hertogdom van <i>Bourgondiën</i>, thans is zij het van het Departement van de <i>Côte d’Or</i>; de <i>Prefect</i> houd ’er zijn verblijf, en ’er is een <i>Tribunal de première instance</i>. De weg van <i>Parijs</i> tot <i>Dyon</i>, zoo als wij die genomen hebben, is 38¾ posten. Aan den Conducteur van den wagen gaven wij volgens gebruik £ 3–:–: de persoon +drinkgeld, en aan de postillons geeft ieder doorgaans 2 sols van het eene Posthuis tot het andere: voor het gemak laat men +dit door den Conducteur <a id="d0e889"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e889">23</a>]</span>verschieten, het geen ook omtrent op denzelfden prijs uitkwam. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vi003.jpg" alt="Dijon."><p class="figureHead">Dijon.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De poort, waar wij in gekomen waren, scheen mij bezienswaardig. Onze Herberg was ’er niet ver van daan, en ik was dan naauwelijks +van den wagen afgestapt, of ik ging dezelve bezigtigen. Het is een fraaije eereboog van wit gehouwen steen, in het begin van +de Omwenteling voor de Vrijheid opgerigt, zoo als het opschrift boven dezelve aanduidt. Zij wordt dan ook nog <i>la porte de la Liberté</i> genaamd. Aan den binnenkant, en aan beide zijden, leest men op steenen tafelen: ”<i>Les droits de l’homme reconnus le 30 Septembre l’an I. de la Liberté (1739) etc.</i>”<a id="d0e903src" href="#d0e903" class="noteref">1</a> <i>De basreliefs</i> hier op toepasselijk zijn van den Beeldhouwer <span class="smallcaps">Attiret</span>, in dit Departement geboren, en kort voor onze aankomst gestorven. Even buiten deze poort ziet men een’ fraaijen tuin in +den <i>Engelschen</i> smaak aangelegd, en die thans ook voor een gemeene wandeling strekt: men noemt denzelven <i>le Jardin de l’Arquebuse</i>; bij ons zou men het de <i>Schutters Doelen</i> noemen. Het merkwaardigste, dat ik daar zag, was een populierboom van eene zeer ongemeene dikte, men kan hem op de hoogte +van de schouders naauwelijks met vier persoonen omvatten: onder aan den grond is hij nog veel dikker, en daarbij zeer hoog, +en zwaar van takken, doch in de toppen is <a id="d0e921"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e921">24</a>]</span>al veel dood hout, en mij dunkt, dat men wel zou, doen om hem intekorten, ten einde door dit middel eene zoo aanzienelijke +gedenkzuil der Natuur nog langer in wezen te houden.—Een oude boom heeft voor mij iets eerwaardigs, en ik zie dien veel liever +dan zoo vele gedenkteekenen voor de dwinglandij of het bijgeloof opgerigt, die niets merkwaardigs opleveren—dan oudheid. + +</p> +<p>De Hoofdkerk is een fraai gebouw, inzonderheid de spitse toren, die door deskundigen voor een meesterstuk gehouden word. Deze +kerk is onlangs van binnen nieuw opgemaakt; men was ’er zelfs nog aan bezig, alles werd dan ook zeer net en sierlijk opgepronkt. +Behalve deze zijn ’er nog twee andere kerken, waarvan men de fraaije en prachtige bouworde bewonderd; zij zijn ook van binnen +ter deeg mooi gemaakt. + +</p> +<p>Hoewel ik weet, dat gij even zoo min als ik een liefhebber zijt van al dat heilige poppenspel, moet ik u toch het een en ander +vertellen van de voorheen hier zoo vermaarde heilige Kapel (<i>la sainte Chapelle</i>). Deze wierd door Hugues, de derde Hertog van <i>Bourgondiën</i>, in 1172, gebouwd, en is dus nog al tamelijk oud. In 1430 zond Paus Eugenius de Vierde aan <span class="smallcaps">Philippus</span>, zeer ten onregte bijgenaamd, <i>de Goede</i>, Hertog van, <i>Bourgondiën</i>,<a id="d0e942src" href="#d0e942" class="noteref">2</a> <a id="d0e962"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e962">25</a>]</span>de beruchte wonderdadige hostie. Deze Paus scheen het zoo wat bont te maken, want met zat hem hevig in het vaarwater, en ten +gevolge van dien werd hij ook door de kerkvergadering van <i>Bazel</i>, in 1439, afgezet, uitgescholden voor een handeldrijver in geestelijke zaken (<i>Simoniet</i>), meineedigen, onverbeterlijken ketter, kortom voor al wat leelijk was, en <span class="smallcaps">Amadeus</span> Hertog van <i>Savoyen</i>, werd door die zelfde kerkvergadering in zijne plaats aangesteld.—Men leefde toen ook al aardig met de Pausen.—De Hertog +van <i>Epernon</i> gaf vervolgens een gouden kist met edele gesteentens omzet, waar de heilige ouwel in bewaard moest worden, (deze Hertog was +toen Gouverneur van de Provintie <i>Bourgondiën</i>) en eindelijk voegde <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XI. Koning van <i>Frankrijk</i> ’er zijne kroon bij. Als men dezen ouwel ten toon stelde, werd dezelve in een gouden zon gezet, die een en vijftig mark woog: +de kroon van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XI. plaatste men ’er dan boven op; of dat ook keurig mooi geweest moet zijn. Ik zeg van al die fraaijigheden niets meêr; +want de geheelen boêl was opgeruimd, en de kerk is gedeeltelijk afgebroken. Naar men mij verzekerde moest ’er een Schouwburg +van gemaakt worden. +<a id="d0e991"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e991">26</a>]</span></p> +<p>Nu ’er zijn ook kerken genoeg in <i>Dyon</i>, en een Schouwburg heb ik ’er niet gezien. Van een andere kerk heeft men een Korenhal gemaakt; want men begrijpt nu, dat +diergelijke gebouwen in eene wel ingerigte maatschappij ook noodzakelijk zijn. Behalve de kerken was ’er in deze stad ook +een menigte kloosters. Het bijgeloof, en dus ook de onverdraagzaamheid, hadden ’er vrij wat invloed. Men heeft ’er dan ook +begonnen met de Protestanten te vervolgen. De Maarschalk van Frankrijk <span class="smallcaps">Tavannes</span>, vertrouweling van <span class="smallcaps">Karel</span> den IX. en een van de voorname bewerkers van den rampzaligen <i>St. Bartels</i> nacht, speelde hier toen ook de eerste rol. Het Paleis, dat men voorheen <i>le Palais de Condé</i> noemde, omdat die Prins Gouverneur was van de Provintie, is een prachtig gebouw. Het pronkt met een fraaije colonnade en +ijzer hek: voor hetzelve is eene ruime plaats in de gedaante van een halven cirkel, en rondom geregeld met huizen bebouwd. +Men gaat door bogen in de straten, die ’er op uitkomen. Midden op deze plaats stond voorheen het beeld van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XIV. te paard. In dit Paleis vergaderden de Staten van <i>Bourgondiën</i> alle drie jaren, doorgaans in de Maand Mei: zij bestonden uit de Geestelijkheid, den Adel en den derden Staat. De Maire van +de stad <i>Dyon</i> was altijd Voorzitter van den laatsten. Deze vergadering duurde gemeenelijk veertien dagen, en men hield die met veel pracht +en uitwendige vertooning. ’Er was volk genoeg, want zij bestond doorgaans uit 450 persoonen. <a id="d0e1018"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1018">27</a>]</span>Hunne voorname werkzaamheid was het regelen van de belastingen, daar de Geestelijken en de Adel, die het meeste te zeggen +hadden, geen duit in betaalden; het ging dan daarmede zoo als het spreekwoord zegt: “van een anders leder is het goed riemen +snijden;” en het is dus ook geen wonder, dat de derde Staat, eindelijk deze onregtvaardigheid, die overal in <i>Frankrijk</i> plaats had, moede wordende, zijn misnoegen daar over op eene gevoelige wijze heeft getoond, en de goederen van die kwaadbetaalders, +die daar bij nog zeer ongemakkelijk waren, heeft aangesproken voor de achterstallige schuld: en ik geloof, welk regt die zoogenaamde +groote sinjeurs ook vermeenen te hebben, om zich deswegens bezwaard te achten, dat, wanneer een nauwkeurig <i>Hollandsch</i> boekhouder de rekening eens opmaakte, zij nog een aanmerkelijke som ten achteren zouden zijn. De zaken zijn nu geheel van +gedaante veranderd—en wij willen hopen, dat het daar door beter zal gaan. De onderscheidene regtbanken van dit Departement +houden thans zitting in dat voormalig Paleis van <i>Condé</i>. Daar het openstond ging ik ’er in, en verder in een zaal, waar de Crimineele Regtbank zitting hield, en waar men bezig was +met een vrouw te verhooren, die beschuldigd werd van eenige goederen gestolen te hebben. Het was na den middag, en een van +de Regters, misschien gewoon, om op dien tijd een dutje te doen, zat gerust te slapen.—Aan den ingang van de zaal las ik, +dat van de toehoorders de <a id="d0e1029"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1029">28</a>]</span>mannen zich aan de eene, en de vrouwen zich aan den anderen kant moeten plaatsen. Voor iedere sekse was dan ook eene bijzondere +plaats met een balie afgeschoten, zoo dat de eerbaarheid hier wel in acht schijnt genomen te worden. In het afgaan bewonderde +ik den fraaijen trap. Onder in dit gebouw staan verscheidene kramen met prenten, boeken en andere waren, en achter aan hetzelve +is nog een oude toren die boven het dak uitsteekt, men zeide mij, dat het nog een overblijfsel was van het oude Hertoglijke +Paleis. + +</p> +<p>De Stad verder doorwandelende zag ik verscheidene schoone huizen; de straten zijn veelal ruim; de wallen met boomen beplant, +leveren eene alleraangenaamste wandeling op, en men heeft van daar eene verscheidenheid van schoone gezigten. De wandeling +buiten om de stad is ook zeer vermakelijk, en voor een stad, komt mij <i>Dyon</i> voor, wat de plaatselijke gelegenheid aanbelangt, al een zeer aangenaam verblijf te zijn. + +</p> +<p>Den 20 dezer regende het aanhoudend, en dat is voor een’ reiziger allerverdrietigst, men kan niet rondloopen, niet wandelen; +de Koffijhuizen zijn, dan vooral in plaatsen daar men geen Schouwburg of andere openbare vermakelijkheden heeft, de voornaamste +toevlucht, wij maakten ’er dan ook gebruik van; men vindt ’er hier verscheiden, en daar onder die zeer net en met smaak zijn +ingerigt. Ik las daar onder anderen in een van de <i>Parijssche</i> Nieuwsbladen eene beschrijving van het Feest van laatstleden <a id="d0e1041"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1041">29</a>]</span>Zondag, en hoe de Keizer en Keizerin, toen zij in staatsie door den tuin van de Tuillerien reden, door de menigte van alle +kanten waren toegejuicht. Daar zag ik al weder, hoe weinig men op zich zelven staat kan maken; want ik was bij dezen optogt +geweest en had niets anders dan het geschreeuw van eenige weinige menschen, (men zeide dat het Militairen waren) digt bij +het kasteel van de Tuillerien, gehoord. Het was, meen ik, bij gelegenheid dat hunne Keizerlijke Majeiteiten aftraden en in +het Paleis gingen. Even te voren, mij onder een grooten hoop menschen, ter plaatse, waar de optogt voorbij ging, bevindende, +hield bijna ieder een den hoed op. Iemand, die daar bij stond, en die ik, naar zijn kleeding te oordeelen, voor een voornaam +man hield, scheen deze onbeleefdheid niet te kunnen dulden, en riep: <i>Chapeaux bas</i>, (de hoeden af) doch men toonde zich misnoegd en morde over deze herinnering, zonder daaraan te gehoorzamen, het geen ik +in ’t geheel niet overeenkomstig vond met de <i>Fransche</i> wellevendheid. + +</p> +<p>In dit Koffijhuis vernam ik teffens, dat ’er een <i>Museum</i> in deze stad te zien was. Na den middag gingen wij daar na toe, het is ook in het voormalig Paleis van <i>Condé</i>; men ziet ’er in eenige zalen verscheidene schilderijen, waar onder ’er twee Veldslagen van den beruchten krijgsman zijn, +bekend onder den eernaam van <i>le grand</i> <span class="smallcaps">Condé</span>. Tusschen twee haakjes; in zeker opzigt heb ik nog al eenige overeenkomst met dien man,—hoe zoo? zult gij vragen,—wel <a id="d0e1063"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1063">30</a>]</span>hij was zoo wel als ik met de jicht gekweld, zoo zelfs, dat hij in 1676 voor het opperbevel van het leger moest bedanken. +In een andere zaal zijn de beelden meestäl afgietsels, en eenige kopijen van marmer; deze dienen bijzonder voor de teekenschool, +die ook in dit gebouw is. Zoo de kweekelingen in het vak der beelden al iets mogten te kort komen, de natuur levert in deze +streeken de heerlijkste toonelen op voor den landschapschilder. In eene volgende zaal ziet men eenige oudheden, als toiletdoozen, +messen, vorken, een brieventas enz. welk tuig afkomstig is van de eerste Hertogen en Hertoginnen van <i>Bourgondiën</i>, naar men mij verzekerde; nu men kon ook wel zien dat het van daag of gisteren niet gemaakt, maar verscheidene modes ten +achteren was. Ook zag ik ’er den knop van den Bisschoppelijken staf, benevens een ring en gordelgesp van den eersten Abt van +de vermaarde Abdij van <i>Citeaux</i>. Van meêr belang voor den konstminnaar, vond ik een aantal marmeren beeldjes, ieder ongeveer ander half voet hoog. Zij verbeeldden +<i>Carthuizer</i> Monniken, in onderscheidene houdingen; deze beeldjes hadden gestaan, om de prachtige marmeren graftombes van de Hertogen +van <i>Bourgondiën</i>, in het koor van de Kerk der <i>Carthuizers</i>, waarvan ik reeds gesproken heb, en welke tombes in het begin van de omwenteling zijn gesloopt. Regt fraai zijn die beeldjes +gewerkt, en de uitdrukking, die ’er in hunne gezigten plaats heeft, trekt vooräl de aandacht. Ik zag hier ook nog een <a id="d0e1080"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1080">31</a>]</span>klein stukje agter een glas in een lijst, het was van was geboetseerd, en verbeeldde een half verrot lijk. Men had ’er een +gordijntje voor gehangen, om dat het ’er zoo afzigtelijk uitzag. Onze geleider meende, dat het iets tot de geschiedenis van +het huis van <i>Bourgondiën</i> behoorende, moest voorstellen; maar het regte wist ’er de sukkelaar ons niet van te zeggen. + +</p> +<p>Den 21 ging ik ’s morgens vroeg in den aangenaamen Tuin van de <i>Arquebuse</i> wandelen, en mijn ouden populierboom bezoeken: geen koord of andere meet-instrumenten bij mij hebbende, mat ik de dikte van +den stam, onder aan den grond, door mijne voeten rondom dezelve, den een voor den anderen te zetten, en telde op deze wijze +acht en dertig zulke voeten;—Welk eene aanmerkelijke dikte!—De grond schijnt hier goed voor het houtgewas, ook naar de andere +boomen en struiken te oordeelen. Voorbij een Seringe-struik komende, werd ik een zeer onaangenamen reuk gewaar, bijna als +die van een hok, waarïn leeuwen, tijgers of diergelijke opgesloten zijn; ik wilde hier de reden van weten, en bevond na eenige +reizen om den struik, die vrij groot was, gegaan te zijn, en hem naauwkeurig bekeken te hebben, dat ’er midden in een menigte +torren zaten, welken ’er de bladeren afknaagden, en dat deze dien onaangenamen reuk veroorzaakten. Ik herinner mij niet van +diergelijke <i>insecten</i> meêr gezien te hebben, althans niet levendig: zij hadden een schone ligt groene gouden kleur, en kwamen mij voor <a id="d0e1093"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1093">32</a>]</span>te behooren tot de soort van het Vliegend Hart, zijnde smal van lijf met fraaije lange horens. Ik deed ’er een paar van in +een papier en nam dezelve mede naar mijn kamer, doch de stank, dien zij verwekten, verpligtte mij om ze weg te werpen. De +reuk was zoo sterk, dat men denzelven op den afstand van twee treden van den struik, reeds gewaar werd. + +</p> +<p>Ik wandelde verder om de stad, en zag onder andere een wijngaard voor een huis geplant, van eene buitengewone uitgebreidheid. +De ranken waren over een rooster van latten gespreid om lommer voor het huis te hebben; en dit groene dak was zoo groot, dat +’er wel vijftig menschen op hun gemak onder zitten konden; daarbij was deze schoone wijnstok vol met trossen druiven, Van +eene ongemene grootte. Hier en daar om de stad, zag ik ook nog overblijfsels van de oude vestingwerken. Het riviertje <i>l’Ouche</i> stroomt langs <i>Dyon</i>, en ’er legt een fraaije steenen brug over, even buiten de stad; het vormt ook vele aardige partijtjes. Bezat ik de kunst +van <span class="smallcaps">Ruisdaal</span> of <span class="smallcaps">Waterlo</span>, ik zond u ook hier eenige teekeningen van. Het Gasthuis dat men buiten de <i>porte de fer</i> (een ijzer hek) ziet, is een fraai gebouw. Met genoegen zag ik sommige zieken gemakkelijk zitten naast verscheidene <i>Oléanders</i>, <i>Laurustinus</i> boomen en andere welriekende kruiden en bloemen, die men daar in bakken en potten nedergezet had. Bij ons gebruikt men die +alleen maar, om de prachtige lusthoven en buitenplaatsen opteschikken, hier hebben zij eene betere bestemming, zij dienen +<a id="d0e1118"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1118">33</a>]</span>tot verkwikking van arme zieken. Sedert de omwenteling is het bestuur van diergelijke gestichten in <i>Frankrijk</i> veel verbeterd; voor dien tijd had de Geestelijkheid ’er meestal alleen de bestiering over. In ons Vaderland, hoewel wij +anders in menschlievendheid en mildadigheid zeer wel tegen de <i>Franschen</i> kunnen monsteren, zou toch, dunkt mij, ten opzigte van de gasthuizen ook nog veel te verbeteren zijn; vooral wenschte ik +die buiten de steden in een gezond en aangenaam oord, zoo veel mogelijk, te hebben, en niet al de zieken in eene algemeene +zaal, maar in afzonderlijke luchtige vertrekken te plaatsen, ten minste die geenen, die erg ziek zijn; behalve de besmetting, +is het gezigt, en dikwijls het gekerm van sommige kranken voor anderen, die minder ziek zijn, allerakeligst; zij zien veeltijds +pijnelijke operatien, het afleggen en voorbij dragen der dooden.—Welk een schouwspel! waarom in plaats van die groote zalen, +zijn de gasthuizen niet zoo als onze hofjes, rondom met vertrekjes, een plaats in het midden, en het gansche gebouw omringd +met bevallige tuinen, met fraaije en geurige bloemen en planten, lommerijke lanen, vruchtrijke boomgaarden enz. Het is immers +zoo verkwikkelijk voor een zieke, die begint te herstellen, als hij het ziekbed, daar hij weken, en somtijds maanden aan gebonden +was, kan verlaten en in de vrije lucht de vrolijke en bevallige natuur aanschouwen, en met dankbare aandoening aan den Schepper +en Onderhouder van dezelve denken. + +</p> +<p>In en om deze stad, zag ik verscheidene daken <a id="d0e1128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1128">34</a>]</span>en torens met pannen van onderscheidene kleuren belegd; men maakt ’er ruiten en andere figuren mede, zoo als men wel op de +vloertapijten ziet; dit staat niet onäardig. + +</p> +<p>De Bibliothekaris der Bibliotheek van het <i>Lycée</i>, is een zeer vriendelijk man; hij sprak met veel lof van onze <i>Hollandsche</i> geleerden, als <span class="smallcaps">Grotius</span>, <span class="smallcaps">Boerhave</span>, enz. Ik zag die Bibliotheek terloops in; het kwam mij voor, dat dezelve eene aanmerkelijke verzameling boeken bevatte; ’er +waren ook eenige borstbeelden van voorname mannen, als <span class="smallcaps">Piron</span>, <span class="smallcaps">Crebillon</span>, <span class="smallcaps">Buffon</span>, <span class="smallcaps">Voltaire</span> en meêr anderen. De Beeldhouwer <span class="smallcaps">Attiret</span>, daar ik u reeds van gesproken heb, is ’er de maker van. + +</p> +<p>Deze stad is het Vaderland van verscheidene groote mannen, als van den welsprekenden <span class="smallcaps">Bossuet</span>, Bisschop van <i>Meaux</i>, daar ik in mijnen vorigen reeds melding van maakte; van den Toneeldichter <span class="smallcaps">Crébillon</span>, een edelman, die hier een voornamen post bekleedde; hij voerde de Treurspelen van <span class="smallcaps">AEschylus</span> op nieuws in <i>Frankrijk</i> ten Tooneele, nadat hij dezelve op eene regelmatige wijze beärbeid had; zijne stukken zijn nog tegenwoordig in veel achting, +en sommigen ’er van worden dikwijls gespeeld; hij werd in 1674 geboren, en stierf in 1762. <span class="smallcaps">Piron</span>, door zijne Tooneel- en andere geestige werken bekend, werd hier in 1689 geboren<a id="d0e1179src" href="#d0e1179" class="noteref">3</a>, als ook <span class="smallcaps">la Monnoye</span>, <a id="d0e1190"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1190">35</a>]</span>Dichter en <i>Bibliograaf</i>, en de Baron <span class="smallcaps">de Longpierre</span>, schrijver van eenige Tooneelstukken, enz. die in 1659 het licht zag. <span class="smallcaps">Rameau</span> een van de grootste <i>Fransche</i> muziek-<i>componisten</i>, is ook van <i>Dyon</i>; hij werd aldaar geboren in 1683, en stierf in 1769; hij was Organist van een kerk te <i>Parijs</i>, en heeft het muzijk samengesteld van verscheidene Opera’s;<a id="d0e1213src" href="#d0e1213" class="noteref">4</a> zijn uitvaart wierd zeer plegtig gevierd. <i>Dyon</i> heeft dus veel toegebragt tot den luister van het <i>Fransche</i> Tooneel; de inwoonders van die stad, hebben alzoo inzonderheid regt op een fraaijen en goeden Schouwburg, en ik wensch, dat +men niet zal dralen, met het plan, om ’er een te bouwen, ten uitvoer te brengen. <span class="smallcaps">Menestrier</span> een geleerde oudheidkundige, had ik haast vergeten; die man, welke ook te <i>Dyon</i> in 1555 geboren is, heeft belangrijke aanteekeningen over de medailles nagelaten. Men las eertijds, op een der glazen van +<i>St. Medars</i> kerk, het volgend zonderlinge grafschrift, dat op hem gemaakt is: + + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>“<i>Ci git</i> <span class="smallcaps">Jean le Menestrier</span>, +</span></p> +<p class="line" style=""><span><i>l’An de sa vie soixante dix</i>, +</span></p> +<p class="line" style=""><span><i>Il mit le pied a l’étrier</i>, +</span></p> +<p class="line" style=""><span><i>Pour s’en aller en Paradis</i>.”<a id="d0e1263src" href="#d0e1263" class="noteref">5</a>.</span></p> +</div> +</div><a id="d0e1271"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1271">36</a>]</span><p>Door den aanhoudenden regen verhinderd wordende, om mijne wandelingen buiten voorttezetten, moest ik die tot de stad zelve +bepalen. Ik ging het oude slot, dat tegen den wal ligt, digt bij de poort naar den kant van <i>Parijs</i>, bezigtigen; oorspronkelijk schijnt het een Citadel geweest te zijn; naderhand heeft het ook gediend tot een gevangenis, +en was tot de omwenteling toe de Bastille van <i>Bourgondiën</i>; ik zag ’er dan ook nog verscheidene holen en gevangenissen.—Wie weet, dacht ik, hoe vele slagtoffers van wareldlijk en kerkelijk +geweld hier bittere tranen gestort hebben.—Het ziet ’er thans zeer vervallen uit.—Van den toren aan de achterzijde heeft men +een fraai gezigt. Aan den anderen kant van de stad, op de wal, zag ik ook een fraaije danszaal, men noemt die plaats <i>Tivoli</i>. + +</p> +<p>Hopende op goed weder, bestelden wij rijtuig, om den volgenden dag te vertrekken; want de Postwagen naar <i>Chalons</i> reed ’s nachts, en hier hadden wij geen zin in. Verscheidene lieden van dit land zeiden mij, dat, als het hier eens begon +te regenen, het doorgaans eenige dagen duurde; de reden hier van was, willen zij, dat de wolken tusschen de bergen bleven +hangen; en in der daad, de toppen der bergen rondom de stad waren sedert een paar dagen door wolken bedekt. + +</p> +<p>Over onze herberg waren wij wel te vreden, en <a id="d0e1290"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1290">37</a>]</span>betaalden £ 3–:–: aan de gemeene tafel, die vrij goed was, en £ 2–:–: voor een kamer met twee bedden. Op de reis hier na toe, +hadden wij doorgaans ook £ 3–:–: voor het middag eten, en £ 3–10-: ook wel eens £ 3–:–: voor het avondeten en slapen betaald. + + +</p> +<p>De inwoners van <i>Dyon</i>, hoewel de hoofdstad van het goede wijnland, hadden, dacht mij, over het algemeen, eerder een somber dan een vrolijk voorkomen. +Zou de invloed van het bijgeloof hier niet veeläl de oorzaak van zijn? Men begroot het getal der ingezetenen op ruim 20,000. +Kousenweverijen en fabrieken van een soort van kanten, speelkaarten en de wijnhandel zijn de voorname takken van hun bestaan; +’er zijn verscheidene leêrlooijerijen; men maakt ’er ook sommige wollesstoffen en confituren, en de mostaart van <i>Dyon</i>, die geheel <i>Frankrijk</i> door beroemd is, zoo als bij ons die van <i>Zaandam</i> of <i>Doesburg</i>, moet ik ook niet vergeten. + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e903" href="#d0e903src" class="noteref">1</a></span> De Regten van den Mensch, erkend den 30 September, het Eerste jaar der Vrijheid, 1789. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e942" href="#d0e942src" class="noteref">2</a></span> En Graaf van <i>Holland</i>, <i>Zeeland</i> en <i>Vriesland</i>. <span class="smallcaps">Martinet</span> in zijn <i>Veréénigd Nederland</i>, zegt van hem: “Hij werd met geringen lof bekroond;” en verder van zijn <a id="d0e959"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e959">32n</a>]</span>zoon en opvolger sprekende: “Hij gaf den doodsteek aan ’s Lands Vrijheid door het invoeren van vaste soldaten, ’t geen ’s +Volks oude dapperheid deed vervallen.”—O mijn Vriend! mogten onze Landgenoten toch de waarheid van dit gezegde duidelijk gevoelen! +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1179" href="#d0e1179src" class="noteref">3</a></span> <i>La Metromanie</i>, een van de beste Blijspelen van het <i>Fransche</i> tooneel, is van dezen schrijver. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1213" href="#d0e1213src" class="noteref">4</a></span> <i>Castor</i> en <i>Pollux</i> is ’er de voornaamste van, en wordt gehouden voor een <i>classiek</i> stuk der <i>Fransche</i> muzijk van dien tijd. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1263" href="#d0e1263src" class="noteref">5</a></span> Hier rust <span class="smallcaps">Jan le Menestrier</span>, in het zeventigste <a id="d0e1268"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1268">43n</a>]</span>jaar zijn’s ouderdoms zette hij den voet in den stijgbeugel, om na den hemel te gaan. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e1309" class="div1"> +<h2>Derde Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Lyon</i>, 28 <i>Julij.</i> + +</p> +<p>Wij vertrokken, den 22. dezer, ’s morgens om vijf uren van <i>Dyon</i>, met twee rijtuigen, op twee wielen; ieder met een paard bespannen, zoo als de <a id="d0e1324"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1324">38</a>]</span>koetskarren in <i>Bataafsch Braband</i>; men noemt die hier <i>Carioles</i>; in elk zouden drie personen, en de voerman, bekrompen kunnen zitten; doch dan moet men ook geen bagage hebben. Wij betaalden +voor deze twee rijtuigen £50–:–: alle onkosten voor rekening van den voerman tot <i>Chalons sur Saone</i>. <i>Dyon</i> en <i>Chalons</i> zijn langs den gewonen weg, 8¾ posten van elkanderen. Na omtrent anderhalf uur gereden te hebben, kwamen wij aan dat vermaarde +<i>Clos de Vougeot</i> waaraan een lekkerbek nooit zonder watertanden denken kan. De wijn die hier groeit, en die onder den naam van <i>Clos de Vougeot</i> bekend is, wordt voor de fijnste gehouden, die in <i>Bourgondie</i> wast. Zijn naam wordt ontleend van <i>clos</i>, een besloten plaats, (want de wijngaard is met een muur omringd), en <i>Vougeot</i>, de naam van het dorpje, daar dezelve onder gelegen is. In deze besloten plaats staat ook een fraai gebouw, dat men <i>le pressoir</i> noemt. De druiven worden hierin getreden, geperst enz. Deze wijngaard, benevens het dorpje en meêr andere plaatsen hier omstreeks, +behoorde voor de omwenteling aan de beruchte <i>Bernardijner</i> Abdij van <i>Citeaux</i>; de rijkdom en bezittingen in landgoederen van deze zich noemende godvruchtige kluizenaars (<i>pieux solitaires</i>), was grooter dan die van sommige aanzienlijke Vorstendommen. Zij teelden doorgaans meêr wijn in één herfst, dan ’er in menige +stad in <i>Frankrijk</i> in een gansch jaar gebruikt wordt. Behalve den wijn, leverde deze Abdij nog andere aanzienelijke voortbrengsels op, <a id="d0e1371"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1371">39</a>]</span>als Kardinalen, Pausen,<a id="d0e1373src" href="#d0e1373" class="noteref">1</a> Heiligen en wat al niet meêr.... De Abt van <i>Citeaux</i> had het gewone regtsgebied over de vier eerste Abdijen van zijne Orde; hij was de opperste (<i>Superieur General</i>) van al de Abdijen en Kloosters, tot die orde behoorende; als mede van eenige Militaire Orden in <i>Spanje</i> en <i>Portugal</i>. In de Vergadering der Staten van <i>Bourgondiën</i>, volgde hij in rang op de Bisschoppen; hij was ook eerste Raadsheer in het Parlement van <i>Bourgondiën</i>; kortöm, hij was al een heele groote sinjeur. Deze geestelijke Vader liet zich dan op zijne grootheid al vrij wat voorstaan, +en hield geen geringen stoet. Men oordeele over de verkwisting van de Monniken van <i>Citeaux</i>, en de zorg, om hunne kelders wel te voorzien; (want dit was het voornaamste, met geleerdheid braken zij hun hoofd zeer weinig); +hun voornemen was, om van het pershuis in de <i>Clos de Vougeot</i> af, tot in hunne kelders toe, looden buizen onder den grond doorloopende te leggen, om door deze kanalen den wijn in die +ruime gewelven te doen stroomen; en dit pershuis is bijna twee uren van de Abdij af gelegen. Thans is dat voorheen zoo aanzienelijk +gebouw, gedeeltelijk gesloopt, het lag midden in een schoon bosch, dat wij van verre zagen. Dat <i>Clos de Vougeot</i>, dat 360 <i>arpens</i><a id="d0e1419src" href="#d0e1419" class="noteref">2</a> <a id="d0e1425"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1425">40</a>]</span>groot is, behoort thans aan de Bankiers <span class="smallcaps">Tourton</span> en <span class="smallcaps">Ravel</span> te <i>Parijs</i>. Die wijn word zelfs hier op de plaats voor £6–:–: de fles verkogt. Eer wij van deze Abdij afstappen, nog een woordje over +deszelfs patroon, de Heilige <span class="smallcaps">Bernardus</span>; hij werd te <i>Fontaine-lez-Dyon</i>, een half uurtje van <i>Dyon</i>, in het laatst van de elfde eeuw geboren, was slim, ondernemend en welsprekend; en had daar door zelfs ook aan het hof, veel +invloed; hij was een voorname aanstoker van de kruisvaarten, en de stichter van 1800 mans- en 1400 vrouwen-kloosters. Zeker +<i>Fransch</i> schrijver zegt van hem: ”<i>Dix hommes comme</i> <span class="smallcaps">St. Bernard</span>, <i>auroient depeuplé le monde</i>.”<a id="d0e1457src" href="#d0e1457" class="noteref">3</a> + +</p> +<p>Omstreeks half acht kwamen wij te <i>Nuys</i> of <i>Nuits</i>, en stapten daar af, om te ontbijten; het was zoo koud, dat men vuur voor ons aanmaakte. De wijn, die hier tegen den berg +groeit, aan wiens voet het stadje ligt, is ook zeer beroemd, en heeft zijne eerste vermaardheid te danken aan eene ziekte, +van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. in 1680. De Geneesheeren moesten den geschiktsten wijn kiezen, om de krachten van den zieken te herstellen, en vonden +daartoe den ouden wijn van <i>Nuits</i> het beste. Sedert dien tijd, is die wijn, die te voren in het land zelve werd gebruikt, sterk gezocht, overäl na toe verzonden +geworden; en daar door, natuurlijker wijze, aanmerkelijk in <a id="d0e1477"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1477">41</a>]</span>prijs gestegen. Het bovenste gedeelte van den berg, waar tegen hij groeit, is anders schraal en onvruchtbaar. + +</p> +<p>Hoewel het nog vroeg was, konden wij niet nalaten, om van dezen lekkeren wijn te proeven, te meêr, daar men ons verzekerd +had, dat wij ze in de Herberg, waar wij afgetreden waren, echt konden krijgen; ’er moest dan een fles van zijn bij ons ontbijt, +dat bestond in koud vleesch en brood; wij vonden ze zeer goed; maar moesten ’er ook £3–:–: voor betalen. Het spijt mij, dat +ik den naam van de Herberg vergeten heb; want zoo gij, of iemand van onze kennissen, in dit land mogt komen, zou ik ulieden +raden, om ’er aanteleggen; niet alleen om goeden wijn te drinken, maar omdat de vrouw, eene bejaarde matrone, zeer vriendelijk +en geschikt is. Het is een groot huis, bij het inkomen van het plaatsje, en men kan aan den boêl zien, dat het lieden zijn, +die ’er wel inzitten. Wij wandelden het stadje door, doch zagen ’er niets bijzonders. Men had ons verteld, dat de vrouwen +hier zeer weinig boezem hebben, en voor zoo ver ik ’er in ’t voorbijgaan over oordeelen kon, is deze aanmerking niet geheel +ongegrond. Hier van daan ook het versje, dat ik uit den mond van een <i>Bourgondiër</i> heb opgeschreven: + + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span><i>Nuits, ville sans renom,</i> +</span></p> +<p class="line" style=""><span><i>Rivière sans poisson,</i> +</span></p> +<p class="line" style=""><span><i>Montagnes sans buissons,</i> +</span></p> +<p class="line" style=""><span><i>Justice sans raison,</i> +<a id="d0e1501"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1501">42</a>]</span></span></p> +<p class="line" style=""><span><i>Filles sans tetons,</i> +</span></p> +<p class="line" style=""><span><i>Mais le vin est bon.</i></span></p> +</div> +</div> +<p>Het riviertje <i>Musain</i> stroomt voorbij de stad; dit riviertje neemt zijn’ oorsprong niet ver van hier aan den voet van den berg van <i>Vergi</i>; voorheen stond ’er op dezen berg een Kasteel van dien naam. Het bekende en verschrikkelijke Treurspel, <i>Gabrielle de Vergi</i><a id="d0e1519src" href="#d0e1519" class="noteref">4</a>, dat in het <i>Hollandsch</i> is overgezet, is van daar afkomstig. + +</p> +<p>Het was goed weder, wij wandelden vooruit, en lieten de rijtuigen volgen. Aan de regterhand heeft men altijd de ketens van +heuvelen, die men <i>la Coté d’Or</i> noemt, op een’ zekeren afstand van den weg. Langs die heuvels ligt eene menigte dorpen, zoo digt, dat zij hier en daar aan +elkanderen raken. Alles, wat men onder tegen die heuvelen en in de vlakte ziet, zijn wijngaarden; en hier en daar wat <i>Maïs</i>, ook bij ons <i>Turksche</i> Tarw genaamd; aan de linkerhand was het redelijk goed korenland. Het Departement de <i>la Côte d’Or</i>, hoewel vruchtbaar in wijn, levert anders niet veel koren op, en de grond is ’er op vele plaatsen in ’t geheel niet toe geschikt, +en zelfs hier en daar zeer onvruchtbaar. Aan den anderen kant van <i>Dyon</i>, van <i>Parijs</i> komende, vond <a id="d0e1559"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1559">43</a>]</span>ik, dat het graan, zoo tarw, als haver en garst, zeer kort en mager stond. De schrale grond, en geringe bemesting is hier +zeker veelal de oorzaak van; doch de boeren verergeren het nog, door misschien een derde zaadkoren te veel op de akkers te +werpen. Ik sprak hier met een inwoner van dit land over, en hij moest bekennen dat ik gelijk had. De gronden zijn veeläl krijtachtig, +naar het mij toescheen; sommigen zijn geheel rood door de roode aarde waarmede zij doormengd zijn, en anderen zijn keiachtig +en vol kleine steentjes; deze is zeer geschikt voor den wijn. Boekweit, die hier denkelijk wel zou groeijen, heb ik ’er niet +gezien; ik geloof ook dat ’er de rogge, althans op de meeste gronden, die ik zag, beter zou groeijen, dan de tarwe; hier en +daar scheen men dat ook te begrijpen, doch het beteekende niet veel. De <i>Franschen</i> houden van geen roggenbrood. Wat de konstweiden aangaat, deze bestaan meestal in Lucerne klaver; <i>Bourgondiën</i> levert ook veel schapen op. + +</p> +<p>De weg was vooral door den aanhoudenden regen, zeer slecht. Hij is niet bestraat, maar met kleine keitjes opgeworpen, en het +draven in onze karretjes, hoewel de bankjes nog al op riemen hingen, was ongemakkelijk; wij gingen dan veel te voet, en zagen +daar door de landstreek des te beter. + +</p> +<p>Het was omtrent elf uren, toen wij te <i>Beaune</i> kwamen; hier gingen wij onzen Wijnkooper, met wien wij op den Postwagen van <i>Parijs</i> naar <i>Dyon</i> kennis gemaakt hadden, opzoeken; doch hij <a id="d0e1580"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1580">44</a>]</span>was uit de stad. Daar onze voerlieden verzocht hadden, om hier hunne paarden een paar uren te laten rusten, hadden wij den +tijd, om het stadje te bezigtigen: het ziet ’er nog al levendig en welvarende uit, doch wij vonden ’er niets bijzonders. De +inwoners worden voor zeer dom en onverstandig gehouden, waarom men hun den naam gegeven heeft van <i>les anes de Beaune</i><a id="d0e1584src" href="#d0e1584" class="noteref">5</a>. Zoo het waar is dat zij dezen naam verdienen, is het niet te verwonderen; want ’er waren voor de omwenteling in deze, stad, +die men op omtrent zes duizend inwoners begrootte, agt à negen zoo Mans- als Vrouwen-Kloosters, waar onder een Abdij van <i>Bernardiner</i> Nonnen, en een half uurtje van de stad lag nog een <i>Carthuizer</i> Klooster. <i>Bourgondiën</i>, en vooral dit gedeelte, was voorheen een regt Monnikenland; geen wonder, ’er groeit goede wijn, en die snaken zijn doorgaans +liefhebbers van een druifje te pikken. Ook is ’er in <i>Beaune</i> een Gasthuis voor zieke <a id="d0e1620"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1620">45</a>]</span>en oude lieden, door <span class="smallcaps">Nicolas Rollin</span>, Kanselier van onzen Graaf <span class="smallcaps">Philippus</span> van <i>Bourgondiën</i> gesticht. Het wordt ook door Nonnen bediend; doch deze doen slechts geloften voor één jaar, en dat kan ’er immers nog al +door. Men heeft die goede zusters, na de omwenteling in <i>Frankrijk</i>, ook bijna overal in wezen gelaten. Koning <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XI, aan wien men dit Gasthuis liet zien, zeide, van den stichter sprekende: “Het is zeer billijk, daar hij zoo veel armen +gedurende zijn leven gemaakt heeft, dat hij voor zijn dood een huis heeft doen bouwen, om ze te herbergen.” + +</p> +<p>De stad, die, onder verscheidene Hertogen, het verblijf van het Hof <span id="d0e1639" class="corr" title="Bron: ws">was</span>, is met wallen, muren en grachten omringd; zij zijn zeer vervallen. Na de zamenzwering van den Marschalk <span class="smallcaps">Charles de Biron</span>, die den 31 Julij 1602 in de Bastille onthoofd is, deed <i>Hendrik</i> de IV. het Kasteel van <i>Beaune</i>, dat voor een van de beste van de Provintie gehouden werd, ontmantelen. + +</p> +<p>Men had ons een herberg in de voorstad, naar den kant van <i>Chalons</i>, aangewezen, waar wij goeden wijn moesten vinden; want de wijn van <i>Beaune</i> is ook zeer beroemd. Hier gingen wij ter loops het middagmaal nemen, en troffen ’er in de daad zeer goeden wijn aan. Na den +maaltijd wandelden wij voort langs eenen aangenamen weg tot boven <i>Vollenai</i>, een Dorp, waarvan de wijnen ook waardig gekeurd worden, om, op de tafels der rijken, een voorname plaats te bekleeden. Op +eene hoogte hier omtrent <a id="d0e1662"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1662">46</a>]</span>heeft men een zeer schoon gezigt. Men wees ons het Dorp <i>Pomare</i>, waar van de wijnen ook tot den wel voorzienen kelder van een echten liefhebber behooren; te <i>Meursault</i>, waar wij door kwamen, en dat nog al een gnap dorp is, vonden wij goed, om eens aanteleggen, wij dronken daar een fles witten +wijn van 1790, die lekker was, maar wij moesten ’er ook £4–:–: voor neêrtellen. Men teelt ’er goeden wijn. Hier verlaat men +<i>la Côte d’Or</i> en het fijne wijnland. Het bijgaande gezigtje zal u een denkbeeld geven van de aangename ligging van een gedeelte dezer kostelijke +wijnbergen. + +</p> +<p>De weg tusschen dit dorp en <i>Chalons</i> is fraai, aangenaam en wel beplant; de toegangen van die stad zijn gansch niet onbevallig; ’s avonds te half zes kwamen wij +’er aan. Dit word <i>Chalons sur Saone</i> genaamd, in onderscheiding van een ander <i>Chalons sur Marne</i>. Wij waren dan ook in het Departement van <i>Saone et Loire</i><a id="d0e1686src" href="#d0e1686" class="noteref">6</a>; namen onzen intrek in <i>l’Hotel des trois Fesans</i>; bestelden het avondmaal en gingen wandelen. Ik stond verwonderd over de fraaije kaai, die men hier langs de rivier heeft, +en de schoone gebouwen, die men daar ziet; het gezigt van dezelve is ook zeer aangenaam. In de vaart die hier gemeenschap +heeft met de rivier, wijst men den <a id="d0e1698"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1698">47</a>]</span>vreemdelingen de sluizen als iets bijzonders aan; voor ons was dat niets nieuws. Van de Stad gaat men over eene fraaije steenen +brug naar de voorstad <i>Saint Laurent</i>, aan den anderen kant van de <i>Saone</i>. Die brug is aan beide zijden versierd met vier Piramiden, welken dienen, zoo ik meen, om ’er lantaarns tusschen te hangen. +De voorstad <i>Saint Laurent</i> is een eiland, rondom door de <i>Saone</i> bespoeld. <span class="smallcaps">Gontran</span> Koning van <i>Orleäns</i> en <i>Bourgondiën</i>, die te <i>Chalons</i> zijn verblijf hield, stichtte op dit eiland een Abdij omtrent het jaar 590; thans dient zij voor een Hospitaal. Rondom is +een fraaije en lommerrijke wandeling, van waar men een aangenaam gezigt heeft over de rivier en de omliggende landouwen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vi004.jpg" alt="Mursault."><p class="figureHead">Mursault.</p> +</div><p> + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1373" href="#d0e1373src" class="noteref">1</a></span> <i>Citeaux</i> heeft vier Pausen opgeleverd, als <span class="smallcaps">Eugenius</span> III, <span class="smallcaps">Gregorius</span> VII, <span class="smallcaps">Celestinus</span> IV, en <span class="smallcaps">Benedictus</span> XII. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1419" href="#d0e1419src" class="noteref">2</a></span> Een <i>arpent</i> is omtrent een vierde deel van een morgen lands. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1457" href="#d0e1457src" class="noteref">3</a></span> Tien menschen, als <span class="smallcaps">St. Bernard</span>, zouden de wereld ontvolkt hebben. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1519" href="#d0e1519src" class="noteref">4</a></span> <span class="smallcaps">De Belloi</span>, een van de veertig van de <i>Fransche</i> Academie, is ’er schrijver van. De Treurspelen <span class="smallcaps">Zelmire</span>, <span class="smallcaps">Gaston</span> en <span class="smallcaps">Bayard</span>, die insgelijks in onze taal zijn overgezet, en nog drie anderen, zijn mede van hem. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1584" href="#d0e1584src" class="noteref">5</a></span> De Ezels van <i>Beaune</i>. <span class="smallcaps">Piron</span>, daar ik u hier voor van gesproken heb, een pik tegen die van <i>Beaune</i> hebbende, had gewed dat hij binnen een zeer korten tijd honderd puntdichten (<i>Epigrammes</i>) tegen hun zou maaken, en hield zijn woord. Eens te <i>Beaune</i> in het openbaar sprekende, riepen de toehoorders: “Wij verstaan u niet;” willende dat hij harder zou spreken, en <span class="smallcaps">Piron</span> antwoordde: ”<i>Ce n’est pourtant pas faute d’oreilles</i>,” het is toch niet bij gebrek van ooren; deze kwinkslag werd hem niet vriendelijk afgenomen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1686" href="#d0e1686src" class="noteref">6</a></span> Naar men mij verzekerde, is men thans bezig om door een bevaarbaar kanaal, deze twee rivieren met elkanderen gemeenschap te +doen hebben, en dus ook den <i>Oceäan</i> met de <i>Middellandsche Zee</i>. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e1728" class="div1"> +<h2>Vierde Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Lyon, 30 Julij.</i> + +</p> +<p>De schuit, waarmede wij, den volgenden dag, 23 dezer, van <i>Chalons</i> naar <i>Lyon</i> vertrekken moesten, voer eerst ’s middags om twaalf uren af; ik had dus nog tijd, om <i>Chalons</i> doorteloopen, <span id="d0e1746" class="corr" title="Bron: daar">waar</span> ik blijde om was; want het zag ’er hier levendig en vrolijk uit, en beviel mij dus wel. Met genoegen zag ik de puinhoopen +van verscheidene Kloosters, die men had afgebroken, hoe zeer dit anders niet sierlijk staat. <a id="d0e1749"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1749">48</a>]</span>De overige Kerken schenen niets bijzonders opteleveren. Wij zouden de kermis bij hebben kunnen wonen, als wij een paar dagen +vroeger waren gekomen; de kramen en lootsen stonden ’er nog, digt bij de poort, waar men van den kant van <i>Dyon</i> inkomt, en hier naar te oordeelen, scheen zij nog al aanmerkelijk geweest te zijn. <i>Chalons</i> drijft zeer veel handel, voornamelijk in granen en wijn. ’Er zijn ook eenige koussen- en hoeden-fabrieken; men vindt ’er +vele welgestelde Ingezetenen. Het getal der inwoners word op omtrent 12,000 begroot. Deze stad en de omliggende landstreek, +draagt ook roem op de schoonheid harer vrouwen, en de vriendelijkheid der mannen, bijzonder tegen vreemdelingen; en ik vind +dit in het een en ander opzigt niet geheel zonder grond. Onze Hospes, onder anderen, was een allerbeleefdst en vriendelijk +man, hoewel wij maar kort bij hem verbleven en geene groote verteringen maakte<span id="d0e1757" class="corr" title="Bron: ">.</span> De menschen zien ’er ook over het algemeen frisch en gezond uit; kortom, <i>Chalons</i> is een aangename plaats, en <i>Les trois Fesans</i> een goede Herberg. Bij het dorp <i>Presty</i>, niet ver van deze stad gelegen, vindt men loodmijnen. + +</p> +<p>Deze streek, die voorheen tot de <i>Gaulen</i> behoorde, schijnt bewoond geweest te zijn door een der oudste volkeren op de aarde bekend. Dit althans schijnt zeker, dat +de <i>Insubriënsen</i>, wier vestiging in <i>Italië</i> veel ouder is dan de grondslag van <i>Rome</i>, en misschien zelfs dan de aankomst van Enéas in <a id="d0e1783"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1783">49</a>]</span><i>Latium</i>, een deel uitmaakte van de <i>Æduensen</i>, een Volk vermaard in de geschiedenis, en de eerste waar van dezelve melding maakt, als bewonende dat gedeelte van <i>Frankrijk</i>; waar thans de stad <i>Autun</i>, tot dit Departement behoorende, staat; deze stad, die men wil, dat toen <i>Bibracte</i> genaamd was, bezit ook nog verscheidene overblijfsels van oudheden, en ik had wel lust, om die te gaan zien, doch het was +wat te ver buiten onzen weg. + +</p> +<p>Tegen den middag begaven wij ons scheep, na alvorens aan het <i>Bureau</i> (bij den Commissaris) £6–:–:. betaald te hebben voor ieder persoon; dit is de vracht op de beste plaats, een soort van roef, +van <i>Chalons</i> naar <i>Lyon</i>. Wij waren met meêr dan zestig personen in en op deze schuit, die men hier <i>la Diligence</i> noemt; behalve nog vrij wat koopmansgoederen en bagaadje. Op de rivier zijnde, levert <i>Chalons</i>, ook eene aangename vertooning op; ik bleef ’er zoo lang mogelijk op turen, en zou verkozen hebben, om boven op te blijven +zitten; doch de wind was zoo koud, dat ik het niet durfde wagen. De schippers, op deze rivier, zijn meestal frissche stevige +kerels. De opperste van onze schuit werd <i>Patron</i> genaamd; zij spreken onder elkanderen eene taal, die men <i>patois</i> noemt, en die ik niet verstond; hier en daar komen ’er woorden in, die eenige overeenkomst hebben met het <i>Italiaansch</i>. De stroom van deze rivier is niet sterk, en men kan dezelve dus, zonder veel moeite, <a id="d0e1825"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1825">50</a>]</span>zoo wel op als afvaren. Wij voeren ze af, en hadden vier paarden noodig, om dat de wind tegen was, op sommige plaatsen is +het zoo ondiep, dat wij over het zand sleepten. Daar aan de boorden van de <i>Saone</i> niet veel te zien was, gingen wij het middagmaal houden; hebbende koud vleesch, vruchten en wijn mede genomen. Onder de personen, +die zich in de schuit bevonden, troffen wij ook weder onzen Wijnkooper van <i>Maçon</i> aan, met wien wij reeds van <i>Parijs</i> naar <i>Dyon</i> gereisd hadden. Te <i>Tournus</i>, een stadje half weg <i>Chalons</i> en <i>Maçon</i>, zeer aangenaam aan den regter oever van de <i>Saone</i> gelegen, zagen wij eene fraaije brug over die rivier, zijnde onder steen en boven hout; doch in een’ smaak gemaakt, dat men +ze op een’ zekeren afstand voor geheel steen zou aanzien. Sedert de 9de eeuw bestond hier een voorname Abdij van <i>Benedictijner</i> Monniken, tot dat de Kardinaal <span class="smallcaps">de la Rochefoucauld</span>, die ’er Abt van was, dezelve deed <i>seculariseeren</i>, en ’er een Kanonniken Kapittel van maakte. + +</p> +<p>Dit plaatsje schijnt nog al eenigen handel te drijven. Niet ver van hier zag ik, aan den oever van de rivier, een <i>Maçonnois</i> boerinnetje, met een aardig klein rond zwart hoedje op, dat de bijzondere mode van dat land is, al spinnende en zingende +haar koeijen hoeden. Van <i>Parijs</i> af hadden wij niet anders dan rood rundvee gezien, aan deze kanten is het geelächtig wit. + +</p> +<p>’s Avonds om half acht kwamen wij te <i>Maçon</i>, <a id="d0e1873"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1873">51</a>]</span>omtrent elf <i>Fransche</i> mijlen van <i>Chalons</i> gelegen, en de Hoofdstad van dit Departement, hoewel kleiner en minder bevolkt dan <i>Chalons</i>; waarom de inwoners van die plaats ook zeer te onvreden zijn, dat men aan dezelve de voorkeur niet gegeven heeft; vooral +ook, omdat <i>Chalons</i> meêr in het midden van het Departement liggende, beter geschikt schijnt tot eene Hoofdplaats, daar hetzelve het verblijf +is van den Prefect en de voorname regtbank van het Departement. + +</p> +<p><i>Maçon</i> doet zich op eene aangename wijze op. Zij ligt aan de helling van eene hoogte<a id="d0e1891src" href="#d0e1891" class="noteref">1</a>, en heeft een fraaije kaai en eene steenen brug, op dertien bogen, over de <i>Saone</i>: door middel van deze brug heeft zij gemeenschap met het Departement <i>de l’Ain</i>; voorheen dat gedeelte van <i>Bourgondiën</i>, dat men <i>la Bresse</i> noemde. Immers, Vriend! hebben onze achtingwaardige Vaderlandsche schrijfsters, <span class="smallcaps">E. Wolff</span> en <span class="smallcaps">A. Deken</span>, te <i>Bourg</i>, de hoofdplaats van dat Departement, gewoond; en aldaar hare <i>Wandelingen door Bourgondiën</i> geschreven. Met een dankbaar gevoel dacht ik hier aan die kundige vrouwen; zij hebben toch veel tot de verlichting en aankweeking +der goede smaak bijgedragen. Hare <i>Sara Burgerhart</i> is geheel oorspronkelijk en vol geest; het is een meesterstuk, <a id="d0e1924"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1924">52</a>]</span>en wordt daar zelfs bij vreemdelingen voor gehouden; hoewel het voor hun, wijl zij met de karakters, die ’er zoo natuurlijk +in geteekend worden, niet genoegzaam bekend zijn, die waarde niet kan hebben, die het voor ons heeft. Het is in het <i>Fransch</i>, en zoo ik mij niet bedrieg, ook in het <i>Hoogduitsch</i> overgezet. + +</p> +<p>Terwijl het nog licht was, wandelde ik langs de kaai, want dit is het voornaamste, dat hier te zien is. Op hetzelve staan +fraaije gebouwen, en onder anderen een welgebouwd Stadhuis; in een van de vleugels is de Schouwburg. Inwendig beteekent de +stad niet veel; zij is onregelmatig gebouwd, en de straten zijn naauw. Op de brug, die 300 treden lang en 6 breed is, heeft +men een allerliefst gezigt op de rivier, en bijzonder op een bevallig gelegen eiland. Het is aangenaam beplant, en ’er is +een weide op, die bij zekere gelegenheden dient tot de viering van Feesten. Zeker <i>Fransch</i> schrijver, die ’er toch ook al uitermate door verrukt moet geweest zijn, zegt: <i>“Cest un vrai tableau de l’Albane, Cette île enchanteresse semble jetée sur le globe, pour être digne de contenir également +le temple des Dieux, les danses des mortels et le tombeau des grands hommes. l’Imagination les lui prête, quand l’œil la considère, +et tout homme devient poète, s’il touche à ses rives parfumées.”</i><a id="d0e1939src" href="#d0e1939" class="noteref">2</a> +<a id="d0e1947"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1947">53</a>]</span></p> +<p>Op mij heeft het die uitwerking niet gehad, en ik heb meêr dan eens in ons Vaderland plaatsen gezien, die ik bekoorlijker +vond, dan deze. Oordeel zelve uit het gezigtje, dat ik u hier bij zend, en dat wel gelijkende is. + +</p> +<p>Onze reisgenoot, de Wijnkooper, liet niet af, of wij moesten bij hem komen, en hij deed ons van zijn besten wijn drinken. +Hij had een gnap huis, en ruime kelders; en pakhuizen, die wij van den eenen kant tot den anderen moesten doorloopen. De wijn +van <i>Mâcon</i> is smakelijk, en wordt voor gezond gehouden; deeze stad drijft daar in dan ook veel handel, vooral met <i>Parijs</i> en <i>Lyon</i>; en deze twee steden gebruiken ’er een aanmerkelijk gedeelte van. Wij hadden onzen intrek genomen <i>au grand Hotèl du Sauvage</i>, alwaar wij s’avonds aan tafel zittende, zeer lastig gevallen werden, door verscheidene koopvrouwen in messen, scharen en +diergelijk tuig, dat voornamelijk te <i>Moulins</i>, hoofdplaats van het Departement <i>’Allier</i>, voorheen <i>le Bourbonnois</i>, gemaakt wordt. <span class="smallcaps">St. Louis</span> in 1248 vertrekkende, om een’ kruistogt te ondernemen, kocht in ’t voorbijgaan het Graafschap <i>Mâcon</i>. Van de vermaarde Abdij der <i>Benedictijner Cluny</i>, voorheen een der aanmerkelijkste <a id="d0e1982"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1982">54</a>]</span>van <i>Frankrijk</i>, en niet verre van deze stad gelegen, zal ik u niets anders zeggen, dan dat hunne Boekerij, die aanzienelijk was, en waar +onder werken van waarde, door de Protestanten in de 16de eeuw verbrand werd. Deze verkeerde ijver heeft eene aanmerkelijke +schade aan de letterkunde toegebragt; want men moet tot lof van de <i>Benedictijnen</i> zeggen, dat zij de wetenschappen beoefenden en bewaarden, toen die voor een groot deel der wereld verloren waren. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vi005.jpg" alt="Maçon."><p class="figureHead">Maçon.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Den 24 dezer, ’s morgens om vijf uren, verlieten wij <i>Mâcon</i>; over ons Logement waren wij wel te vreden; het is een groot en fraaij gebouw, ’er zijn zelfs baden in. Behalve onzen Wijnkooper, +was ’er nog een ander tamelijk bejaard Heer uitgegaan, met een Dametje, die ’er onder weg was ingekomen, en welke, ’er vrij +galant uitzag. De Heer, die een sukkelaar scheen, had ons wel verteld, dat hij te <i>Lyon</i>, waar hij van daan kwam, een proçes, en onder weg zijne beurs had verloren; hij had ook gisteren zijn horologie op een bank, +beneden in de schuit, laten liggen, en was naar boven gegaan; doch iemand die het vond, was eerlijk genoeg, om het hem wederom +te geven; en dit een en ander leverde stof op tot een gesprek, over de onachtzaamheid van dezen man; doch mêer wisten wij +noch de meeste andere reizigers niet van zijne omstandigheden af; doch eene vrouw, die te <i>Mâcon</i>, en met onzen onachtzamen man, bekend scheen, en ook den vorigen <a id="d0e2005"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2005">55</a>]</span>dag veel met hem gesproken had, verhaalde ons nu, dat hij niet alleen het ongeluk had van zijn proçes en zijne beurs te verliezen, +maar dat hij bovendien zijne vrouw, die eenigen tijd geleden, met een jong Officier was weggeloopen, in deze schuit wederom +gevonden had; zijn vrouw was dat Dametje, dat ’er onder weg ingekomen was. Een ander persoon, die ook te <i>Maçon</i> bekend scheen, bevestigde het gezegde van die vrouw, en wij herinnerden ons nu wel, dat het Dametje boven op de schuit zijnde, +zeer vrolijk en spraakzaam was, doch zoodra zij beneden kwam, waar onze ongelukkige zat, stil en afgetrokken scheen. Doch +beiden hadden echter zoo wijs geweest van zich stil te houden, zoodanig, dat het gezelschap van de verwijdering, die ’er tusschen +hun plaats had, niet gewaar werd, uitgenomen de twee lieden, die hun kenden, en het ons daar na verhaalden. Nu werd ’er op +rekening van die lieden, en vooral van de vrouw wat afgedaan; en dit gaf niet weinig aanleiding tot lagchen en spotten, want +de <i>Franschen</i> van de zoogenaamde <i>bon ton</i>, of die ze naäpen, vooral die van <i>Parijs</i> of van de groote steden, achten de huwelijkstrouw eene loutere beuzeling, vinden het onwellevend en gemeen, om daar eenige +waarde aan te hechten, en scheren ’er dus gaarne de gek mede; ieder kraamt dan zijne geestige trekken uit. Zelfs op de voorname +Tooneelen van <i>Parijs</i>, daar men zoo naauw gezet schijnt omtrent het welvoegelijke, maakt men de huwelijkstrouw gedurig bespottelijk. In de volksliederen, +<a id="d0e2022"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2022">56</a>]</span>die men aan alle hoeken van de straten hoort, en in de prenten, die men openlijk te koop ziet hangen, gaat het niet beter; +geen wonder, zulke waar heeft aftrek; doch dat de goede orde en het wezenlijk geluk van de Maatschappij hier door bevorderd +wordt, kan ik niet geloven; en mij dunkt, dat ’er onze ouderwetsche, zoogenaamde stijve <i>Hollanders</i>, in dat opzigt beter achter zijn, en daar door dan ook vrij wat meer huisselijk genoegen, en dat is toch het ware, smaken. + + +</p> +<p>Dit voorval van den Heer B..... en zijn vrouw, van <i>Mâcon</i>, want zij werden met naam en toenaam genoemd, heeft mij hier eene uitweiding doen maken; doch mij dacht, dat kwam zoo eens +in het rijm te pas, en waarom zou ik het ’er dan niet bij voegen.—Nu weder aan mijn reisverhaal. De wind was gaan leggen en +het weder zacht, zoo dat ik boven op kon gaan zitten. De gezigten tegen de bergen, waar de wolken tusschen hingen, en tegen +de heuvels met wijngaarden beplant, langs de boorden van de <i>Saone</i>, waren alleraangenaamst. Onze schippers zeiden ook, dat dit hangen van de wolken tusschen de bergen een zeker voorteeken +was van regen, en voegden ’er nog bij dat het tegen den avond zou donderen, en gij zult straks hooren, dat zij het geraden +hebben. + +</p> +<p>Hier moet ik u een opmerkingwaardigen trek van vriendschap, tusschen twee honden, die wij aan boord hadden, verhalen. De eene +was vrij groot en een bastaardsoort van den herders hond, de andere <a id="d0e2037"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2037">57</a>]</span>was een mopsje of steendoggetje; beiden waren van het mannelijk geslacht, en behoorden aan onzen schipper, die ’er veel werk +van scheen te maken. Ik had al opgemerkt, dat zij vrienden schenen, want zij aten zelfs van eene schotel zonder morren, en +de schipper verhaalde mij ook, dat zij bijzonder aan elkander gehecht waren; dit wierd weldra bevestigd. Zij speelden met +elkander op den kant van de schuit, en ziet, de groote viel in het water en zwom naar den wal, terwijl het kleintje door schreeuwen +en blaffen zijn leed en ongerustheid te kennen gaf, dreigende gedurig, om ook in het water te springen. Te vergeefs zocht +de schipper het te stillen, eindelijk zette hij het in de rivier en het zwom naar den kant, zoodra wierd de groote het niet +gewaar, of hij zwom het te gemoet, en trachte zijn’ kleinen vriend te helpen en te ondersteunen; aan land komende, toonden +zij, ieder om het meest, hunne blijdschap en het springen en vrolijk blaffen, duurde een geruime poos, en nu volgden zij te +samen de schuit tot de naaste plaats, waar wij moesten aanleggen.—Zouden de dieren, vooral dit soort, wel zoo redeloos zijn +als men vrij algemeen veronderstelt; en welke zijn de juiste grenspalen tusschen de rede en het ingeschapen gevoel (<i>instinct</i>)—is dat alles wel zoo duidelijk als wij ons verbeelden, wanneer wij ’er zoo oppervlakkig aan denken? De dieren handelen regelmatiger +en meer eenvormig dan wij zoogenaamde beschaafde menschen; hoe gering zijn ook hunne behoeften; en handelen <a id="d0e2042"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2042">58</a>]</span>sommige zoogenaamde wilde en onbeschaafde volkeren, wier behoeften zeer gering zijn, ook niet vrij regelmatig en eenvormig?—Maar +deze zijn voor beschaving vatbaar.—Kan men dit van de dieren ook niet zeggen, en komt alles dan niet op eene meerder en minder +mate van vatbaarheid neder? Dit denkbeeld is voor eene zeer wijdloopige ontleding geschikt, en daarom stap ik ’er af. + +</p> +<p>De gezigten werden verrukkelijk; het heeft hier en daar wel wat van de oevers van den Rhijn, tusschen <i>Mentz</i> en <i>Bonn</i>. Wij naderden <i>Riotti</i>, een dorpje of gehucht aan den linkeroever, hier moesten wij het middagmaal houden, de twee schuiten, te weten, die van en +die naar <i>Lyon</i>, ontmoeten hier elkander, en de reizigers van beiden eten ’er; wij zaten dan aan met omtrent 40 personen, in een ruime zaal, +van waar men een uitmuntend gezigt heeft; men schafte ’er ook goed op en voor een matigen prijs. Ik heb u nog vergeten te +zeggen, dat de gewone tafelwijn, zoo hier als elders, waar wij geweest zijn onder den prijs van den maaltijd begrepen is. + + +</p> +<p>Daar de Rivier tusschen deze plaats en <i>Trévoux</i> wat kronkelt, besloten een deel van onze reizigers, waar toe ik ook behoorde, om langs een’ naderen en aangenamen weg tot +die plaats te wandelen. Ik ging met een Offiçier, die van het begin van de omwenteling af gediend had. Reeds op de schuit +hadden wij te zamen kennis gemaakt; hij scheen zeer Republikeinsgezind, en verhaalde mij onder anderen, <a id="d0e2063"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2063">59</a>]</span>dat hij hoop had, om zijn ontslag te bekomen, en zich dan op een landgoedje, dat hij van zijn ouders geërfd had, en in <i>Bourgondiën</i> gelegen was, wilde nederzetten. Die wandeling over heuvels en door boschjes, beviel mij ongemeen. <i>Trévoux</i> een oud stadje, behoorende tot het Departement de l’Ain, ligt Amphitheatersgewijze tegen eene hoogte langs den linkeroever +van de rivier. Hier schreven de Jesuiten hun <i>Journal et Dictionnaire de Trévoux</i>, Hier bestreed het bijgeloof de wijsbegeerte, en aan een anderen hoek van dit Departement is <i>Ferney</i> gelegen, alwaar een man woonde, die redelijk genoeg was, en moeds genoeg bezat, om de zaak van den ongelukkigen <span class="smallcaps">Calas</span> tegen de dweepzucht te verdedigen. De Boekdrukkerij van <i>Trévoux</i> was voorheen vermaard. De wandelingen en gezigten die men op de hoogte bij deze stad heeft, zijn zeer schilderachtig.—Hier +wandelt men in een dreef van fraaije platanus-boomen, en daar klimt men op den top van een heuvel, van waar men het gezigt +heeft op een ruime en vruchtbare vlakte, op de omliggende heuvels, die hier en daar al vrij verheven zijn, en die men ook +wel kleine bergen en rotsen zou kunnen noemen. Wij waren <i>Trévoux</i>, dat nog 5 <i>Fransche</i> mijlen van <i>Lyon</i> is, reeds door, en hadden al meer dan een uur gewandeld, toen wij onze schuit gewaar werden; hier klommen wij van de hoogte +af, en begaven ons wederom scheep. Nu had ik bijna geen oogen genoeg, om overal rond te zien, steenrotsen, groene heuvelen, +tuinen, buitenplaatsen, <a id="d0e2092"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2092">60</a>]</span>lusthuizen, boschjes, hooge boomen, een kronkelende rivier, zoo stil en effen, dat al de voorwerpen rondom ’er zich, als in +een’ spiegel, in vertoonen, nu en dan eens een schuitje, en langs de oevers hier en daar een groepje menschen of vee; schikt +dat alles in uwe verbeelding, zoo fraaij en aangenaam door en onder elkanderen, als gij wilt, en gij zult het niet fraaijer +maken, dan het inderdaad is. Vele vermogende lieden van <i>Lyon</i> hebben hieromstreeks hunne buitenverblijven, en komen daar doorgaans, even als onze <i>Amsterdamsche</i> Kooplieden, een gedeelte van den Zaturdag en den Zondag doorbrengen. Het steedje <i>Neuville</i>, daar wij voorbij voeren, ligt allerliefst, en men vindt ’er ook verscheidene buitenplaatsen, die hier, het geen mij bijzonder +beviel, meêr aangename landhuizen dan prachtige paleizen, zoo als men ook bij ons maar al te veel ziet, geleken.—Is het niet +genoeg hovaardige rijken! dat gij in de steden uwe schatten uitkraamt, en uwe pracht ten toon stelt, moet gij nog tempels +van den hoogmoed naast de eenvoudige hutten der landlieden oprigten, om ook hun daardoor, is het mogelijk, te vernederen, +en om de schoone natuur te ontsieren.—Aardig vertoont zich in de nabijheid van <i>Lyon</i> het eiland <i>Barbe</i>, een gedeelte van de rots, <span id="d0e2109" class="corr" title="Bron: daar">waar</span> het plaatsje op gebouwd is, steekt ter zijde met een punt boven de huizen uit. Een oud vervallen gebouw, overblijfsels van +een Abdij, en een digte beplanting van boomen, maken ’er een zeer fraaije en bevallige schilderij <a id="d0e2112"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2112">61</a>]</span>van. Die van <i>Lyon</i> verzamelen zich somtijds bij plegtige gelegenheden en vreugdebedrijven op dit eiland. Bij het inkomen van de stad ziet men +op eene steile rots, aan den regteroever van de rivier, de puinhopen van het kasteel <i>Pierre-Cise</i> of <i>Pierre-en-Cise</i>; gediend hebbende voor eene Staatsgevangenis, en in het begin van de omwenteling gesloopt. Twee bekende slagtoffers van de +wraak des Kardinaals <span class="smallcaps">de Richelieu</span>, onder de regering van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIII., werden hier opgesloten, <span class="smallcaps">Cinqmars</span> namelijk en zijn vriend <span class="smallcaps">de Thou</span>. Zij werden den 12 September 1642 onthoofd; <span class="smallcaps">Cinqmars</span> was slegts 22 jaar oud. De vader van den ongelukkigen <span class="smallcaps">de Thou</span>, die in zijne geschiedenis verscheidene voorbeelden van diergelijke vonnissen aanhaalt, voorzag toen niet, dat zijn zoon +ook dat lot zou ondergaan. + +</p> +<p>De schuit was reeds in de stad, en bij de plaats, waar wij moesten aan wal stappen, toen de voorzegging van onzen schipper, +des ’s morgens gedaan, vervuld werd; een zwaare donderbui barstte genoegzaam boven ons hoofd uit. Uit een raampje van de schuit +kijkende, schoot ’er een bliksemstraal zoo digt langs dezelve in het water neder, dat ik ’er eenige oogenblikken als van verbijsterd +was; de slag deed zig te gelijker tijd op eene geweldige wijze hooren, en werd weldra door een zwaren stortregen gevolgd, +zoo dat wij verpligt waren, om in de schuit te blijven, tot de bui over was; en dit duurde nog al een heele poos. +<a id="d0e2143"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2143">62</a>]</span></p> +<p>Genoeg voor ditmaal—wanneer het zoo aanhoudend blijft regenen, als het gisteren en heden gedaan heeft, zal ik veel te huis +moeten zitten, en alzoo tijds genoeg hebben, om u ruim en breed over deze stad te onderhouden; want ik neem toch tusschen +beide de drooge buijen waar, om te gaan wandelen, en somtijds waag ik ’er ook al eens een’ natten rok aan. + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1891" href="#d0e1891src" class="noteref">1</a></span> Men vind op verscheidene plaatsen, niet ver van deze stad, steengroeven, die marmer van onderscheidene kleuren opleveren; +te <i>Berzé la Ville</i> zijn ’er twee van albast, grijsachtig wit van kleur. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1939" href="#d0e1939src" class="noteref">2</a></span> Het is een ware schilderij van <i>l’Albane</i>. Dit betooverende eiland schijnt op den aardbol geworpen, om waardig <a id="d0e1944"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1944">61n</a>]</span>te zijn, van te gelijker tijd den tempel der Goden, de dansen der stervelingen en de begraafplaats der groote Mannen te bevatten. +De verbeelding schetst ze ’er op, als ons oog hetzelve betracht, en ieder mensch wordt Dichter, als hij aan die welriekende +zoomen raakt. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e2146" class="div1"> +<h2>Vijfde Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Lyon, 31 Julij.</i> + +</p> +<p>Naauwelijks hadden wij hier voet aan wal gezet, of wij werden schier verdrongen door de menschen, die ons ieder om het zeerst +noodigde, om van hun huis gebruik te maken. Welk een vriendelijk en gastvrij volk, zou een vreemdeling, die met de <i>Europeesche</i> zeden en gebruiken niet bekend is, denken; maar gij begrijpt ligt, dat het Logementhouders of hunne knechts of meiden waren. +Men had ons het <i>Hotel des Celestins</i> aangeraden, wij zetten ons dan in een huurkoets (<i>fiacre</i>), die men hier zoo wel als te <i>Parijs</i> vindt, lieten ’er onze koffers opbinden, en ons zoo aan het <i>Hotel des Celestins</i> brengen; dit is een van de eerste Hotels van de stad, doch het was <a id="d0e2170"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2170">63</a>]</span>’er ons veel te duur; want ik heb de gewoonte, om, zoodra ik in een Logement kom, te onderzoeken naar de prijs van het een +en ander; en hier bij heb ik mij altijd zeer wel bevonden. Wij raakten dan hier niet slaags, en lieten ons aan het <i>Hotel de Languedoc</i>, dat wij in het voorbijgaan gezien hadden, brengen; het staat op de Kaai langs de <i>Saone</i>, niet ver van de houten brug over dezelve. Wij vonden daar zeer goede kamers op de eerste verdieping, en die een alleraangenaamst +uitzigt hadden op de rivier, en over dezelve; op de Hoofdkerk, den berg van <i>St. Just</i>, <i>l’Hospice des Antiquailles</i>, de Kapel van <i>notre Dame de Fourvières</i> enz. Niettegenstaande de uitgezochte en treffende fraaiheid van het gezigt van dat gedeelte van het Logement, waar wij onzen +intrek genomen hadden, was de prijs zeer matig; ik betaalde voor een kamer met twee bedden £ 3–:–: daags, en even zoo veel +voor mijn middagmaal. + +</p> +<p>De stad doorwandelende, zag ik uit een straat een man met pluimen op den hoed aankomen, gevolgd van eenige anderen, die iets, +dat wit en zwart <span id="d0e2189" class="corr" title="Bron: wat">was</span>, schenen te dragen, zij lagchten en praatten overluid onder elkanderen, en stapten vrij gezwind; ik dacht dat zij iets zonderlings +te kijken hadden, en ziet, het was een begravenis; het lijk was met een wit en zwart kleed onachtzaam op de kist geworpen, +bedekt, en werd door vier mannen gedragen; die met de pluimen op den hoed, was de gewoone begeleider der dooden, zoo als men +te <i>Parijs</i> <a id="d0e2195"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2195">64</a>]</span>ook heeft, doch daar ziet hij ’er anders uit; dit was al een heel slordig soort van een begravenis, doch ik heb ze al meêr +hier en daar in <i>Frankrijk</i> gezien, die niet beter waren: velen schijnen in dit opzigt van het eene uiterste tot het andere te zijn overgeslagen, en +dit reken ik onder de abuizen van de omwenteling. Het begraven der dooden behoort toch, hoewel men met rede een menigte aanstotelijke +en kostbare plegtigheden achterlaat, op eene betamelijke, en min of meêr plegtige wijze te geschieden; het verzuimen hier +van, geeft, mijns bedunkens, aanleiding tot woestheid en ongevoeligheid, en kan dus in zijne gevolgen immers niet anders, +dan schadelijk zijn voor de Maatschappelijke order. Deze abuizen zijn echter niet aan de wetten of verordeningen, die ’er +na de omwenteling hier omtrent plaats gehad hebben, toetekennen, maar wel aan de verwaarloozing of verkeerde toepassing van +dezelve. Nog maar weinige jaren geleden, heeft het <i>Institut National</i> van <i>Frankrijk</i>, in naam van het Gouvernement, de volgende prijsvraag uitgeschreven: <i>“Quelles font les cérémonies à faire pour les funerailles, et le reglement à adopter pour le lieu de la sepulture?”</i> en het antwoord hier op, dat bekroond is geworden, is van <span class="smallcaps">F.V. Mullot</span> voorheen Wetgever enz. Zeer kort geleden, heb ik die redevoering, hoewel ik in alles niet met den schrijver instem, met genoegen +gelezen, en ik zou met niet minder genoegen zien, dat men in vele opzigten zijn voorschrift volgde; doch het is te vreezen, +dat het bijgeloof de oude <a id="d0e2212"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2212">65</a>]</span>plegtigheden wel weder algemeen zal trachten intevoeren, zoo als men zulks in vele plaatsen al begonnen heeft. Op de plaats +<i>Belle-cour</i>, die sedert 1713 tot de omwenteling, de plaats van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den Grooten genaamd werd, en thans den naam van <span class="smallcaps">Bonaparte</span> voert, is niet veel bijzonders meêr te zien. Het beeld van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> XIV, de twee fonteinen en verdere sieraden, die deze plaats voorheen beroemd maakten, zijn weggenomen, en de puinhoopen van +sommige huizen, die men in het begin van de omwenteling heeft afgebroken, liggen ’er nog; aan den eenen kant in de lengte, +zijn verscheide rijen boomen geplant; dit dient voor een gemeene wandelplaats; ’t heeft hier wel wat van ons <i>Haagsche Voorhout</i>. Deze plaats is omtrent 450 treden lang, en na genoeg half zoo breed; langs dezelve staan fraaije huizen. Zij ligt tusschen +de <i>Saone</i> en de <i>Rhone</i>. Ik was ’er van de kaai van de eerstgenoemde rivier opgekomen, en kwam in de lengte ’er overgaande, en een straatje regtuit +doorloopende aan de kaai van de <i>Rhone</i> uit; daar had ik de groote steenen brug, die over dezelve ligt, voor mij. Deze brug is zamengesteld uit twintig bogen: men +is het bouwen van dezelve aan Paus <span class="smallcaps">Innocentius</span> den IV. verschuldigd. Zij is in geen regte lijn gebouwd; maar maakt een bogt, zijnde de uitwendige zijde tegen den stroom, +die hier zeer sterk is, gerigt. Aanvankelijk had men haar ook zoo smal gemaakt, dat ’er geen rijtuigen elkanderen op konden +voorbijgaan; men is dan verpligt geweest, <a id="d0e2241"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2241">66</a>]</span>van ’er een tweede naast te bouwen. Om nu deze twee bruggen aan elkander te hechten, en ’er één stevig ligchaam van te maken, +heeft men door al de pilaren zware ijzeren staven weten te brengen, die aan beide uitersten met ankers zijn bevestigd. En +in deze stoute onderneming is men zoo wel geslaagd, dat het schier niet zigtbaar is, en men, die bijzonderheid niet wetende, +nimmer zou vermoeden, dat dit werk op zulk eene wijze is zamengesteld. Dit is het eenigste niet, dat men, aangaande deze brug, +heeft optemerken: de bogen werden ook niet wijd genoeg bevonden, zoo dat het zand, dat met het water van de <i>Rhone</i> afkomt, zich op een hoopte, dikwijls de voorname bogen verstopte, en daardoor den doortogt moeijelijk maakte. Om dit ongemak +wegtenemen, vond men een’ bouwmeester ondernemend en bekwaam genoeg, om een van de pilaren in het midden wegtenemen, en alzoo +van twee bogen een te maken<span id="d0e2246" class="corr" title="Bron: het">. Het</span> muurwerk van dezen groten boog versterkte hij zoodanig, dat ’er de brug niet door leed, en zijn arbeid werd algemeen bewonderd +en goedgekeurd. Voorheen stond ’er aan den ingang van de brug, aan den kant van de stad, een poort, en verder op dezelve een +soort van vierkante toren, waar men onder doorging, doch dezelve zijn afgebroken. Een gedeelte van deze brug, die <i>le pont de la Guillotière</i> genaamd wordt, ziet gij in de bijgaande afbeelding, benevens het groote of nieuwe Gasthuis <i>Nouvel Hopital</i>, op de kaai van de <i>Rhone</i>; de teekening van dit schoone en trotsche <a id="d0e2258"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2258">67</a>]</span>gebouw, is zoo nauwkeurig, dat ik mij niet zal ophouden, om u hetzelve uitwendig te beschrijven; jammer is het, dat de linkervleugel, +zoo als gij ziet nog onvoltooid staat; want het is te vreezen, dat men ’er vooreerst nog niet aan zal kunnen denken, omdat +deze stad door de omwenteling en aanhoudenden oorlog, zeer veel geleden heeft, en nog lijdt, waardoor de kas in geen voordeeligen +staat is. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vi006.jpg" alt="Lijon."><p class="figureHead">Lijon.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Den 25 dezer ging ik ’s morgens vroegtijdig uit, en begon met de Hoofdkerk te bezigtigen; het is een oud <i>Gothisch</i> gebouw, zoo als gij in de afbeelding ziet. Zij schijnt bijna langwerpig vierkant, door de torens, die aan de vier hoeken +staan, inwendig is zij wel ruim, maar donker. Het groote altaar in het midden van het koor, is het eenigste, dat ik ’er beziens +waardig vond, want her vermaarde uurwerk door <span class="smallcaps">Nicolas Lippius</span> van <i>Basel</i> in 1598. gemaakt, en dat vooral in dien tijd, als een groot konststuk werd beschouwd, is sedert verscheide jaren geheel in +verval. In de groote Kerk van <i>’s Bosch</i> staat een diergelijk uurwerk. Als een bijzonder gebruik van deze Kerk vind men aangeteekend, dat ’er nimmer noch muzijk, +noch orgel, noch boeken, gedurende het vieren der diensten, in dezelve zijn gebezigd geworden. Niet ver van deze Kerk op de +kaai, staat het zoogenaamd <i>Palais de Justice</i>, een gebouw, dat van buiten geen aanzien heeft; en van binnen zag het ’er schandelijk slordig uit; dit komt mij vooral hoogst +onvoegelijk voor, in eene plaats, waar Regters, tot welker voorname <a id="d0e2281"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2281">68</a>]</span>hoedanigheden, order en naauwkeurigheid behooren, in het openbaar vergaderen. Ik ging in een van de zalen, waar een Advokaat, +die hard genoeg schreeuwde, en vrij wat beweging maakte, bezig was met pleiten. Hetgeen mij als iets ongerijmds in het oog +viel, was een schilderij, waarop <span class="smallcaps">Christus</span> aan het Kruis geschilderd was, dat boven het hoofd hing van den President. De schilderij was ’er zeker nog niet lang geleden +geplaatst; want het woord <i>Egalité</i> stond met groote letters op den wand boven hetzelve, en dit woord, dat anderzins in een Vierschaar zoo wel voegt, maakte +nu met die schilderij een zonderlinge tegenstrijdigheid, daar ’er immers in een Regtzaal voor alle burgers, van welke Godsdienstige +begrippen zij ook mogen zijn, geen kruis, dat een kenmerk van een bijzondere sekte is, te pas komt. Joden en andere lieden, +die niet tot de Roomsche Kerk behooren, en die als leden van de Burgerlijke Maatschappij dezelfde regten en aanspraak op de +wetten hebben, als de leden van die Kerk, moeten zich, voor deze balie verschijnende, deswegens natuurlijkerwijze ergeren, +en ik geloof, dat, wanneer ik tot dit regtsgebied behoorde, ik niet zou kunnen nalaten, om mij over het plaatsen van dit schilderijtje +te beklagen, en de wet onder andere ook die, welke betrekkelijk is tot de regeling der Godsdiensten (<i>l’organisation des cultes</i>) thans in <i>Frankrijk</i> bestaande, en die geen heerschenden Godsdienst erkent, zou mij daar regt toe geven. + +</p> +<p>De kaai langs de <i>Rhone</i>, <i>Quai du Rhone</i>, is fraai, <a id="d0e2303"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2303">69</a>]</span>en met schoone, en zelfs prachtige huizen, waarvan de meeste vijf, zes en meêr verdiepingen hoog zijn, bebouwd<a id="d0e2305src" href="#d0e2305" class="noteref">1</a>. Langs den waterkant is een wandeling gemaakt, die men heeft beginnen te beplanten. Men heeft ook van deze kaai, en uit de +huizen op dezelve een zeer aangenaam gezigt over de rivieren, de landstreek aan den anderen kant van dezelve, tot tegen de +<i>Alpen</i>, die men bij helder weder duidelijk zien kan. Over de <i>Rhone</i> ligt, behalve de brug, waarvan ik u reeds geschreven heb, nog een houten brug, die den naam draagt van zijnen maker <span class="smallcaps">Morand</span>. Deze brug (<i>le pont Morand</i>) hoewel ligt in schijn, is van een beproefde stevigheid. In den winter van het jaar 1789 bevroor de <i>Rhone</i>, niettegenstaande den snellen stroom. De ijsgang maakte eene verschrikkelijke vertooning. De verdubbelde aanval van de ontzaggelijke +ijsschotsen, deed voor het behoud van de brug beven; en zij weerstond het gevaar, zelfs zonder schade te lijden. De <i>Lyonnezen</i> hier over verblijd, en erkentelijk vierden een feest ter eere van deze gebeurtenis. De naam van <span class="smallcaps">Morand</span> zweefde op ieders lippen, en deze brug als een gedenkteeken van zijne bekwaamheid werd met lauwers bekroond. Behalve de kaaijen, +de plaatsen <i>des Terraux de Belle-cour</i>, en eenige weinige straten is <a id="d0e2332"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2332">70</a>]</span><i>Lyon</i> in ’t geheel geen fraaije stad; zij is voor het overige onregelmatig gebouwd, de straten zijn eng, meestal zeer naauw, en +krom, de huizen zijn hoog, en hier door is het ’er duister en bedompt, daarbij zeer bevolkt. De morsigheid en onaangename +reuk is voor iemand, die daar niet aan gewoon is, inderdaad hinderlijk. Hier kan men nog als een groot ongemak bijvoegen, +dat de weg zeer ongemakkelijk gestraat is; de keijen of straatsteenen zijn klein, veelal scherp en ongelijk, zoo dat de voeten +zeer doen, als men ’er lang op gaat. Wanneer men dit aan onze Hollandsche Franschmannetjes, die dit land niet anders kennen, +dan uit <i>Mode Journaal</i>, <i>l’Almanach des Graces</i>, of de eene of andere Roman, en die zoo veel op hebben met <i>Frankrijk</i>, vooral met de voorname steden in hetzelve, eens vertelde, zouden zij aardig staan te kijken; want ’er zijn vele van die +zuikerpopjes, die zich verbeelden, dat men hierop Rozen wandelt; dat men niets anders ruikt dan Amber en Jasmijn, niets eet, +dan keurige spijzen, niets drinkt, dan nektar, niets hoort, dan liefelijke toonen, en streelende woorden, en niets ziet, dan +dat aangenaam en bevallig is; maar het gaat ’er zoo niet, en dit land heeft zoo wel als andere landen zijne schoone en lelijke +zijde. + +</p> +<p>’s Avonds ging ik in den grooten Schouwburg (<i>le Grand Théatre</i>): Het is een fraai gebouw, ruim veertig jaaren geleden, volgens de teekening van de Bouwmeester <span class="smallcaps">Soufflot</span>, gebouwd, en staat regt achter het Stadhuis. Voor hetzelve is een plein, <a id="d0e2353"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2353">71</a>]</span>en ter zijde een gallerij, waar verscheide kramers hunne onderscheide waren uitstallen; dit alles maakt met het Stadhuis <i>la place des Terreaux</i>, en de Abdij van <i>St. Pieter</i>, op dezelve, een fraai geheel uit. Van binnen beviel de Schouwburg mij ook wel; doch order en netheid haperden hier ook weder, +en zelfs in het <i>Parterre</i> (waar men staande moet blijven), hinderde de stank van zekere tonnen, die in een vertrekje aan den ingang zijn geplaatst, +niet weinig; men gaf ’er een<span id="d0e2364" class="corr" title="Bron: ,"></span> Blijspel genaamd, <i>le Jaloux sans Amour</i> en <i>l’Irrato Opera</i>, het Muzijk is van <span class="smallcaps">Mehul</span> in den <i>Italiaanschen</i> smaak gecomponeerd. Het spelen was maar zeer middelmatig, het zijn hier waarlijk ook geen tovenaars; echter als zij te <i>Amsterdam</i> speelden, en zulk soort krijgt men ’er doorgaans, zouden onze zoogenaamde lieden van smaak ’er drok naar toelopen, terwijl +zij den neus optrekken, als men hun spreekt van den grooten of Stads Schouwburg, waar ik ondertusschen verscheide stukken +zeer goed heb zien uitvoeren, en waar sommige vertoonders spelen, die zelfs door <i>Fransche</i> Konstkenners en voorname Konstenaars, niet ligt gereed, om aan vreemden lof toetezwaaijen, openlijk bewonderd worden<a id="d0e2384src" href="#d0e2384" class="noteref">2</a>. Ja ik durf staande houden, dat <a id="d0e2396"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2396">72</a>]</span>dit tooneel behoorlijk aangemoedigd en bestuurd, weldra zou verdienen, om onder de eerste tooneelen van <i>Europa</i> gerangschikt te worden. Wanneer zal die ellendige lage en verderfelijke trek, naar al wat vreemd is, onder ons eens ophouden, +en de <i>Hollandsche</i> zeden en voortbrengsels van Kunsten en Wetenschappen, waar wij ten allen tijde billijk roem opdroegen, en nog roem op mogen +dragen, eens herleven. Trachten wij van onze naburen, en van vreemden te leeren, wanneer ’er zig iets nuttigs voor ons op +doet; maar laten wij toch bij aanhoudendheid niet dwaas en slecht genoeg zijn, om hun in alles nateäpen. Gij hebt deze en +diergelijke aanmerkingen niet noodig, vriend! maar gij vat dikwils de pen op, tot nut en vermaak van onze landgenoten, en +bij die gelegenheid zou zoo iets te pas kunnen komen. + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2305" href="#d0e2305src" class="noteref">1</a></span> Door de belegering hadden vele huizen op deze kaai aanmerkelijk geleden, doch sedert korten tijd zijn die weder opgebouwd, +en men verzekerde, dat dezelve thans ruim zoo schoon is, als voorheen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2384" href="#d0e2384src" class="noteref">2</a></span> Men leze onder anderen, <i>le Feuilleton de Publiciste de Mardi,</i> 28 <i>Frimaire an</i> 12 (20 Decemb. 1803.) aangaande onze, schier onvergelijkelijke, Juffrouw <span class="smallcaps">Wattier</span>.—Zorgt men wel dat een vrouw, van zulk eene zeldzame bekwaamheid, als deze, kweekelingen maakt? +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e2404" class="div1"> +<h2>Zesde Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Lyon</i>, 1 <i>Augustus</i>. + +</p> +<p>Toen ik gisteren een’ brief aan u afzond, was mijn oogmerk niet om u van hier meêr te schrijven, doch de aanhoudende en zware +regen noodzaakt mij weder, om t’huis te blijven, en wat heb ik dan beter te doen, dan mij met u te onderhouden. + +</p> +<p>Den 26 Julij bezocht ik het groote Gasthuis, waar <a id="d0e2418"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2418">73</a>]</span>ik reeds melding van maakte. Men wil, dat hetzelve door Koning <span class="smallcaps">Childebert</span>, omtrent de helft van de 6de Eeuw, gesticht is. Het nieuwe gebouw is naar de teekening van den Bouwmeester <span class="smallcaps">Soufflot</span>, 30 à 35 jaren geleden, gemaakt. Wij vonden een man aan den ingang, die zich aanbood om ons rond te leiden, en bezochten +het gansche gebouw, dat zeer groot is, van onderen tot boven, beginnende met de Apotheek, de Regenten-Kamers, de onderscheidene +Zalen der zieken, het Linnen-Magazijn, tot op de kleêrzolder toe. Overal vonden wij Gasthuis-Nonnen of Zusters, bezig met +de zieken op te passen, de geneesmiddelen, onder opzigt van den Apotheker echter, te bereiden, het linnengoed te herstellen +en te bezorgen enz. Ieder heeft zijn werk, zelfs in de kamer, waar de Ontleedkundige Operatien geschieden, vonden wij eene +Non, die een zeer geschikt en gnap mensch scheen; zij toonde ons een menigte ontleedkundige werktuigen, onder anderen een +tafel met deszelfs toebehooren, waarop het steensnijden en diergelijke verschrikkelijke kunstbewerkingen geschieden. De post +van dit goede mensch was, om diergelijke lijders te helpen en te ondersteunen, de werktuigen rein te houden, voor het geen +tot de verbinding noodig is te zorgen enz. Mijne verwondering betuigende over den moed, dien zij bezat, om deze ellende aanhoudend +bij te wonen, antwoordde zij, dat men aanvankelijk zeer veel lijdt, doch dat bezef van pligt en de gewoonte haar die taak +thans dragelijk maakten. Ik onderhield mij met <a id="d0e2426"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2426">74</a>]</span>haar over meêr andere dingen, deze inrigting betreffende, en zij beantwoordde alle mijne vragen op eene vriendelijke en voldoende +wijze. De fraaije zalen, waar de zieken (thans waren ’er over de 1000) liggen, of hun verblijf houden, zijn ruim en luchtig; +uit die langs den waterkant, waar van gij de vengsters op de afteekening ziet, heeft men een zeer aangenaam gezigt. De trotsche +en ook van binnen schoon gewerkte koepel, behoort tot de groote zaal; onder dezelve staat een fraai en tevens eenvoudig altaar +op een verheven voetstuk, zoo dat de zieken uit hunne bedden, die van ijzer zijn, om ’er het ongedierte uittehouden, en welke +aan rijen staan, hetzelve kunnen zien; dagelijks wordt hier de mis gelezen. In deze zaal zag ik ook aan het gewelf eene opgevulde +krokodil hangen; onze geleider verzekerde, dat dit dier lange jaren geleden, in de <i>Rhone</i>, digt bij de steenen brug gevangen werd, en wel door een persoon, die ter dood veroordeeld was, en om deze daad vergiffenis +bekomen had. Het dier had al veel vee en zelfs kinderen verslonden. Dit vertelsel schijnt hier onder het volk vrij algemeen +geloofd te worden; doch wij weten, dat dit in ’t geheel geen bewijs is van echtheid. Beneden is ook een plaats, waar eenige +zinneloozen bewaard worden; onze geleider wilde ons dezelve doen zien, doch de Non, die daar op paste, weigerde het; en ik +vond, dat zij gelijk had; men moet die ongelukkigen, die veeltijds aanleiding tot spotternij geven, niet aan de algemeene +nieuwsgierigheid <a id="d0e2431"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2431">75</a>]</span>blootstellen. In een gang vond ik op verscheidene tafelen, die daar tegen den muur waren gesteld, de namen van de personen, +die aanzienelijke geschenken aan dit gebouw hebben gegeven.—Was hoogmoed of menschlievendheid de beweegoorzaak van deze geschenken?—misschien +beiden.—Hoe het zij, zij hebben welgedaan, en wij moeten diergelijke daden dan ook zoo naauw niet uitpluizen. In de keuken +waren verscheidene Nonnen ook drok aan het werk; hare spijszaal is hier naast; zij eten gezonde kost, en moeten braaf werken, +ook zien zij ’er, niettegenstaande haren aanhoudenden omgang met zieken, over het algemeen, gezond uit. Ik zag ’er, die mooi +waren, onder anderen eene, die bezig was met eene bleke en uitgeteerde zieke te helpen; deze was nog jong en inderdaad schoon; +dit leverde eene zonderlinge tegenstrijdigheid op. In ’t geheel zijn ’er in dit huis 150 zulke Nonnen, zij zijn in ’t zwart +gekleed, en hebben witte Nonnenkappen op; doch zij doen geen geloften, waar door zij voor altijd verbonden zijn; en wanneer +de liefde bij de barmhartigheid komt, kunnen zij zich in het huwelijk begeven. Deze Nonnen of Zusters bewijzen alzoo de Maatschappij +een wezenlijken dienst, en men kan haar dus niet anders dan als achtingwaardige leden van dezelve beschouwen. Bij het uitgaan +gaven wij wat voor het huis, een Non ontving het op een zilveren schotel. Dit herinnerde mij aan de zilvere schalen, waarin +men in vele <i>Hollandsche</i> steden de aalmoezen opzamelt; het was gevoegelijker, dunkt mij, dat men daar een houten <a id="d0e2436"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2436">76</a>]</span>bak toe gebruikte. De Kerk van dit Gasthuis is fraai en net; ook schijnt ’er over het geheel een goed bestuur plaats te hebben; +alles is zindelijk en wel onderhouden; maar het geen mij niet beviel, was dat ’er slechts een plaats en geen tuin bij is, +dat ’er een vleeschhal en slagterij is, onder den eenen vleugel, namenlijk een der stads hallen en slagterijen, het geen stank +veroorzaakt; dat de zieken in algemeene zalen en niet meer afzonderlijk liggen, en eindelijk dat het gebouw te prachtig is +voor een Gasthuis. Ik had liever een eenvoudiger huis op het land gehad, en de kosten die daar door uitgespaard werden, besteed +om de zieken door tuinen, afzonderlijke kamers enz. het verblijf der ellende, zoo min mogelijk, onaangenaam te maken. Behalve +dit Gasthuis, is ’er nog een ander nuttig gesticht in deze stad, dat <i>la Charité</i> genaamd wordt, mede aan de <i>Rhone</i> verder op, voorbij de steenen brug gelegen. Het is zeer groot, en vereenigt in zich een Weeshuis, oude Mannen- en Vrouwen-huis +enz. In de Kerk, die zeer net is, ziet men eenige graftombes van de stigters of bestuurders van dit uitgestrekt gebouw. De +toren van die Kerk wordt door bouwkundigen, als een konststuk bewonderd. Diergelijke gestichten zijn in een stad, als <i>Lyon</i>, inzonderheid noodzakelijk, om het groot aantal werklieden in zijden stoffen en diergelijke Fabrieken, welker getal voor +de omwenteling op omtrent 30,000 begroot werd. De bevolking der gantsche stad schatte men toen op 120,000. + +</p> +<p>Na den middag deed ik eene wandeling door de stad, <a id="d0e2449"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2449">77</a>]</span>en ging ’s avonds in de Schouwspelzaal, op de plaats <i>des Celestins</i>, <i>Théatre des Varietés</i>; de zaal en <i>decoratien</i> zijn niet onaardig; doch het overige beteekende niet veel; men gaf ’er de eerste vertooning van <i>le petit Poucet</i> (klein duimpje), dat men te <i>Parijs</i> op een van de Theaters van de <i>Boulevards</i> ook vertoont<a id="d0e2469src" href="#d0e2469" class="noteref">1</a>. Het was ’er zeer vol; in het <i>Parterre</i>, waar men altijd staat, betaalt men maar elf stuivers. + +</p> +<p>Den 27 Julij het drooge weder waarnemende, klommen wij op den Berg <i>St. Just</i>, en bezochten aldaar het gebouw, dat zich boven een der torens van die Kerk vertoont, en om de oudheden die het bevat, <i>l’Hospice de l’Antiquaille</i>, zoo als men ook boven den ingang leest<a id="d0e2486src" href="#d0e2486" class="noteref">2</a>, genaamd wordt. Sommige <i>Romeinsche</i> Keizers bewoonden het Paleis, dat hier stond, als zij te <i>Lyon</i> waren, en hunne Gouverneurs hielden ’er hun verblijf. Men gelooft algemeen dat <span class="smallcaps">Lucius Munatius Plancus</span>, die Consul was gelijktijdig met <span class="smallcaps">Æmilius Lepidus</span> en een der Luitenants of Stedehouders van <span class="smallcaps">Cæsar</span>, de stichter is van <i>Lyon</i>; het jaar van <i>Rome</i> 712, en <a id="d0e2513"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2513">78</a>]</span>dus ten naastenbij 40 jaren voor de Christelijke Jaartelling. Waarschijnlijk heeft men op dezen berg beginnen te bouwen; naauwelijks +was ’er een eeuw verlopen, of de gansche stad brandde in eenen nacht af, en werd door <span class="smallcaps">Nero</span> weder opgebouwd. Men ziet in het <i>Hospice de l’Antiquaille</i> eenige oude opschriften, en in een onderaardsch gewelf, toont men een soort van nis in de muur, waarin men verzekert, dat +<span class="smallcaps">St. Photin</span>, die met <span class="smallcaps">Irenéus</span> hier het Christelijk geloof kwam prediken, levendig is ingemetseld geworden, men leest dan ook boven die nis: <span class="smallcaps">St. Photin</span> <i>a fini son martyre dans ce lieu, agé de 90 ans sous l’Empereur</i> <span class="smallcaps">Marc Aurelle</span> 179. Deeze <span class="smallcaps">St. Photin</span>, zegt men, dat de eerste Bisschop van <i>Lyon</i> was; 47 andere werden, volgens overlevering, met hem, hier gemarteld; men toont ook de steenen palen, waar zij aan gebonden +of geketend zouden geweest zijn. De Nonnen, die dit gebouw voor de omwenteling bewoonden, gebruikten dit gewelf ook voor hare +begraafplaats. In een soort van ovens zag ik nog verscheidene doodshoofden en beenderen. Uit een der kamers van dit gebouw +heeft men een zeer uitgestrekt en allerschoonst gezigt. Van daar werd het <i>Panorama</i> van <i>Lyon</i> geteekend. Men ziet uit dit gebouw, het grootste gedeelte van de stad, de <i>Saone</i>, de <i>Rhone</i> en over dezelve, en over een uitgestrekt landschap, de <i>Alpen</i>, de <i>Mont-Blanc</i>, de top van de <i>Mont St. Bernard</i> enz. Het was zeer helder weder, zoo dat wij het gelukkig troffen. Thans dient het gebouw, dat <a id="d0e2563"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2563">79</a>]</span>vrij groot is, tot een gevangenis voor vagabonden, bedelaars, ligte vrouwlieden, namelijk die, welke tot de klasse van het +zoogenaamde gemeene volk behooren, want <i>galante Dames du bon ton</i> zet men ’er niet. Men bewaart ’er ook eenige zinnelozen. ’Er is een Kerk bij, en hier staat een’ offerbus, waar men wat in +steekt, ter eere van <span class="smallcaps">St. Photin</span>. Wij gaven ook wat voor het huis. Niet ver van hier, omtrent voor het voormalig Klooster der <i>Minimen</i>, is eene plaats, die men de plaats der martelaren (<i>la place des Martyrs</i>) noemt; om dat hier ook een menigte Christenen zoude gemarteld geweest zijn. Men toont ’er ook nog een’ grooten steen, zonder +eenig opschrift echter, waarop men wil dat zij geslagt wierden, en die men als een achtingwaardig gedenkteeken beschouwt. +Wat hier ook van wezen moge, het blijkt uit de Geschiedenis, dat de vervolging der eerste Christenen, vooral onder <span class="smallcaps">Septimus Sevérus</span>, hier allerverschrikkelijkst geweest is. Achter dit gewezen <i>Minime</i>-Klooster, ziet men nog de geringe overblijfsels van een’ <i>Romeinschen</i> Schouwburg. Tot de trotsche gebouwen, die de <i>Romeinen</i> hier gesticht hebben, behooren ook de kostbare steenen waterleidingen (<i>aquaducs</i>), die eene uitgestrektheid van verscheidene mijlen schijnen gehad te hebben; hier en daar ziet men ’er nog overblijfsels +van. Men toonde ons een van de plaatsen (<i>reservoirs</i>) waar dit water verzameld werd in een wijngaard, voorheen behoord hebbende aan het Klooster der <i>Urselinen</i>. Het is <a id="d0e2598"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2598">80</a>]</span>een diepe kelder, waar men, van kaarsen of fakkels voorzien, door middel van verscheidene steenen trappen in gaat. Het gewelf +is ruim, en rust op verscheidene bogen. De soort van kalk, waar de muren mede gepleisterd zijn, is bijzonder hard, zoo dat +men moeite heeft om ’er stukken afteslaan. Men wijst ook in den muur de gaten of pijpen aan, waardoor men meent dat het water +ingelaten werd. Het schijnt, naar het metzelwerk te oordeelen, dat die plaats aanvankelijk niet overdekt is geweest; maar +dat het gewelf ’er naderhand is opgemaakt. Deze kelder is hier bekend onder den naam van <i>les bains des Empereurs</i>, of <i>les bains des Romains</i>. Sommige Geschiedschrijvers noemen dezelve <i>la grotte Berelle</i>. Thans behoort dit Klooster, en aangelegen erven, aan iemand, die ’er zinneloze menschen, tegen betaling, in den kost neemt. +De man, die den kelder laat zien, woont hier digt bij, en men geeft hem daar iets voor. Een weinig verder in een anderen tuin, +ziet men een kelder veel minder diep dan <i>la grotte Berelle</i>; zo dat men ’er door het daglicht duidelijk in zien kan. De grond is hier met kleine steentjes van onderscheidene kleuren +als een schilderij ingeleid (<i>en Mosaïque</i>). Men zegt, dat dit ook behoort tot het werk van de <i>Romeinen</i>, doch ik zag ’er twee gedaantens in, die veel overeenkomst hadden met de afbeeldingen van Engelen en Duivelen; evenwel stond +’er nog ook een soort van Afgodsbeeld bij; zij die kundiger zijn in de oudheden dan ik, mogen beslissen wat het <a id="d0e2618"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2618">81</a>]</span>is<a id="d0e2620src" href="#d0e2620" class="noteref">3</a>. Ik zag hier ook eenige pilaren, en een soort van altaar van hout, dat geschilderd was; en vernam, dat dit aan de Vrijmetselaars, +die hier omstreeks hunne vergadering houden, en somtijds van dezen kelder gebruik maken, behoorde. Wij gingen van daar naar +de Kapel van Onze Lieve Vrouw van <i>Fourvières</i>, voorheen, en nog onder de geloovigen vermaard, door hare menigvuldige <i>ex voto’s</i>, geloften aan de Lieve Vrouw, of haar beeld, dat hier bewaard werd. Die Kapel ligt op het hoogste gedeelte van den berg. +Een vrouw had die na de omwenteling gekocht, en meende ’er haar rekening bij te vinden, door ’er missen te laten lezen, enz. +doch het is haar verboden; en men verhaalde mij, dat zij hier over met het Stadsbestuur in proçes was. Wij klommen op het +torentje van deze Kapel, van waar wij ook een overheerlijk gezigt hadden, en veel uitgestrekter nog, dan uit <i>l’Hospice de l’Antiquaille</i>. Men ziet hier bijna over al de nabij gelegen bergen heen; de stad en derzelver omstreken, de loop van de <i>Rhone</i> en de <i>Saone</i> en hunne vereeniging heeft men als een Landkaart voor zich, <a id="d0e2638"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2638">82</a>]</span>duidelijk zag ik de witte toppen der <i>Alpen</i>, en kon mij naauwelijks van zien verzadigen. In de Kapel is niet veel anders te kijken dan een groote menigte kleine, meestal +ellendig gekladde schilderijtjes, verbeeldende mirakuleuse reddingen, door de Lieve Vrouw, van menschen, die in nood zijnde, +’t zij door ziekte, schipbreuk, in ’t water liggende of anderzins, een gelofte aan haar gedaan hebben; onder anderen was ’er +een bij van een deserteur, die de wacht, die hem na zat, ontkomen was; zoo dat de Lieve Vrouw ook de desertie, die toch overal +als een strafwaardige misdaad wordt beschouwd, scheen te bevorderen<a id="d0e2643src" href="#d0e2643" class="noteref">4</a>. De rest is niet waard, dat men <a id="d0e2654"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2654">83</a>]</span>zich ’er zich een oogenblik om ophoudt, wanneer men niet tot de geloovigen behoort. + +</p> +<p>Na den middag wandelde ik langs de <i>Quai du Rhone</i>; ’er was veel volk op die wandeling, maar ik zag weinig schoone vrouwen onder de zoogenaamde fatsoenelijke lieden, die zich +hier, even als in de <i>Tuillerien</i> te <i>Parijs</i>, laten kijken. Onder de klasse, die men gemeene lieden noemt, ziet men hier een aantal kreupelen en mismaakten; dit vindt +men doorgaans in plaatsen, waar vele weverijen en spinnerijen zijn. Buiten de <i>Barrière</i> langs de <i>Rhone</i>, naar den kant, daar zij van daan komt, is ook een aangename wandeling. Van sommige huizen, die hier tegen de bergen staan, +gaat men uit een van de dakvengsters in den tuin. + +</p> +<p>In deze stad zijn, even eens als in <i>Brabant</i> en <i>Vlaanderen</i>, veel Bierhuizen, en het is ’er ’s avonds vol volk. Het bier van <i>Lyon</i> is beroemd, naar mijn’ smaak is het te sterk gehopt. + +</p> +<p>Den 28 Julij regende het zoo sterk, dat ik weinig kon wandelen; de twee rivieren waren dezen nacht aanmerkelijk gewassen, +en de stroom van de <i>Rhone</i> was ongemeen snel. Die rivier maakt door de sterke drift en de rotsen, welke onder water staan, hier en daar eene soort van +draaikolkjes. Het water dezer twee rivieren is, tegenwoordig vooral, zeer onderscheiden van kleur; dat van de <i>Rhone</i> is <a id="d0e2692"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2692">84</a>]</span>geelachtig grijs, en dat van de <i>Saone</i> is groenachtig. + +</p> +<p>De gewone schuit van hier naar <i>Avignon</i> (<i>Coche d’Eau</i>) meende men dan ook, dat morgen niet zou kunnen varen, want men hield de vaart op de <i>Rhone</i> thans voor min of meer gevaarlijk. Een slecht vooruitzigt voor ons, die met dat vaartuig binnen eenige dagen dachten te vertrekken. + + +</p> +<p>Tegen den middag hield het een weinig op met regenen, en ik ging wandelen. <i>La place des Terreaux</i> is een fraai vierkant plein; op dezelve staat het Stadhuis, de voormalige Abdij van St. Pieter, en aan den anderen kant over +dezelve, verscheidene fraaije Koffijhuizen; men vindt daar allerlei ververschingen voor een redelijken prijs; het ijs (<i>les glaces</i>) is ’er zeer goed, en veel goedkooper dan te <i>Parijs</i>. De levensmiddelen schijnen hier over het algemeen niet duur te zijn; het vleesch is ’er goed, men heeft ’er overvloed van +groentens; de riviervisch schijnt ’er ook niet schaars; en de Spekslagerswaren, vooral de worsten (<i>les saucissons</i>) van <i>Lyon</i>, zijn beroemd.—<i>Zwitsersch</i> en <i>Geneefsch</i> geld is hier ook gangbaar. + +</p> +<p>Het Stadhuis is een fraai gebouw; die van <i>Lyon</i> houden het voor een van de schoonste Stadhuizen van <i>Europa</i>, maar het lijkt nietmetal naar dat van <i>Amsterdam</i>; in den gevel (<i>la facade</i>) van hetzelve, ziet men nog de beelden der Vrijheid en Gelijkheid. In het portaal zijn twee fraaije liggende metalen beelden, +meêr dan levensgrootte; het eene een man <a id="d0e2745"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2745">85</a>]</span>en het andere een vrouw, verbeeldende de <i>Rhone</i> en de <i>Saone</i>. Voor de omwenteling stonden zij op de plaats <i>Belle-cour</i>. In dit portaal, waar men ze aan beide kanten geplaatst heeft, zijn zij veel te groot; <span class="smallcaps">Coustou</span> is ’er de maker van. De oude metalen tafel, waar op de aanspraak gegraveerd was, die de Keizer <span class="smallcaps">Claudius</span> toen hij nog <i>Censor</i> was aan den Senaat van <i>Rome</i> ten voordeele van die van <i>Lyon</i> deed, en die men ook voor de omwenteling in dit voorhuis zag, is eenigen tijd na dezelve, toen het geschut voor het Stadhuis +geplant was en ’er verscheidene kogels in geschoten werden, genoegzaam geheel vernield; en men ziet die thans niet meêr. De +<i>Lyonnezen</i> betreuren zeer het gemis van die tafel, en in der daad het was een zeer merkwaardig stuk. De groote zaal boven dat portaal, +brandde omtrent twee jaren geleden, bij gelegentheid eener Illuminatie, geheel uit. + +</p> +<p>De voormalige Abdij van <i>St. Pieter</i> is een groot en trotsch gebouw, hebbende eene groote plaats in het midden en rondom dezelve, op de eerste verdieping eene +fraaije galerij. Thans schijnen de vertrekken aan bijzondere personen verhuurd te worden; eene zeer ruime zaal beneden, en +die ik meen dat voorheen voor een spijszaal diende, wordt thans door de Kooplieden en Fabrikeurs tot een beurs gebruikt; men +ziet rondom in dezelve eenig pleister-beeldwerk <i>en bas-relief</i>. + +</p> +<p>Deze plaats <i>des Terreaux</i> was ook de martelplaats van eene menigte Protestanten omtrent het midden <a id="d0e2787"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2787">86</a>]</span>van de 16de eeuw; onder anderen werd hier eene ruim bemiddelde jonge dochter <span class="smallcaps">de Cagnon</span> genaamd verbrand; zij was gewoon, om de armen van <i>Lyon</i>, hoewel grootendeels van haar in godsdienstige gevoelens verschillende, rijkelijk te bedeelen; deze riepen weenende, toen +men hunne weldoenster naar den brandstapel sleepte. “Helaas! wij zullen geen aalmoezen meer van u ontvangen;” waarop de ongelukkige +<span class="smallcaps">de Cagnon</span> de fluweelen muilen, die men haar nog gelaten had, van hare voeten nam, en die den armen toewierp, zeggende: “Ja, gij zult +’er nog ontvangen;” en men had geen moeds genoeg om deze ongelukkige aan de klaauwen van hare beulen te ontrukken.—Christenen, +of liever zij, die ’er den naam van droegen, die hier zelve verscheidene eeuwen geleden door de <i>Romeinen</i> zoo wreed vervolgd waren geweest, en deze vervolging met regt als een gruweldaad beschouwden, deze zeg ik, vervolgden en +martelden hier thans hunne Medeburgers en Medechristenen. <i>Lyon</i> was ook een der voornaamste steden in het navolgen van den afgrijsselijken <i>St. Bartelmoord</i>. De slagting was hier toen ook allerverschrikkelijkst, zoo als gij weet; maar gij weet misschien niet, dat de scherprechter +deugd en moed genoeg bezat om de uitvoering van de bevelen der drie voorname hoofden van het <i>Lyonsche</i> moordrot, te weigeren, zeggende: “Mijn ongelukkige post veroordeelt mij, om het werktuig van het geregt te zijn, maar niet +dat van moordenaars.”—Thans, daar de rede en verlichting <a id="d0e2810"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2810">87</a>]</span>eenigzins over het bijgeloof zegepraalt, behoorde men dien scherprechter, hoe zeer zijn naam misschien reeds in vergetelheid +is geraakt, een Gedenkteeken op te rigten, en de koninklijke en geestelijke monsters, aanstookers, of uitvoerders van dien +moord, in de verachtelijkste houding aan zijne voeten te plaatsen. Met genoegen vindt men ook aangeteekend, dat de krijgsbende, +toen ter tijd in de Citadel van <i>Lyon</i> liggende, weigerde om in de gruwelen te deelen, en dat zelfs bijna het geheele volk die met verontwaardiging afkeurde, zoo +dat zonder eene bende stadssoldaten, die slecht genoeg waren om zich voor veel geld te laten omkoopen, de Protestanten misschien +behouden zouden zijn geweest. + +</p> +<p>Den 29 Julij, alweder aanhoudende regen—met smart zag ik in de nieuwspapieren, dat het rijpe koorn begon te schieten, en niet +kon ingehaald worden; de druiven meende men, dat door dit koude en natte weder ook veel zouden lijden. Het was Zondag, ik +ging dan eenige Kerken zien; na de omwenteling zijn ’er hier ook verscheide, zoo wel als Kloosters, gesloopt; uit andere, +die men toen voor magazijnen enz. gebruikte, zijn de sieraden weg genomen, doch die, welke voorheen aan de Jesuiten behoorde, +en een zeer fraai en prachtig gebouw is, heeft men onder anderen laten staan. Deze Kerk is van binnen met marmer van onderscheide +kleuren rijkelijk versierd, en verdient wel gezien te worden: de aanzienelijke boekerij voorheen aan dit Kollegie behoord +hebbende, is achter deze Kerk in eene schoone zaal, <a id="d0e2817"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2817">88</a>]</span>langs de kaai van de <i>Rhone</i>; thans behoort zij aan de stad, en dient tot algemeen gebruik. Van hier ging ik naar de Kerk van de voormalige Abdij <i>d’Ainai</i> of <i>St. Martin d’Ainai</i>, en zag daar vier zware kolommen van Granit van een donker grijze kleur; thans dienen zij om een gedeelte van dit gebouw +te onderschragen. Voorheen, maakte de vier ’er maar twee uit, en behoorden toen tot den Tempel van <span class="smallcaps">Augustus</span>, die niet ver van hier op de punt van het schiereiland, waar een groot deel van <i>Lyon</i> op gebouwd is, moet gestaan hebben, zij bereikten toen eene aanmerkelijke hoogte, en men heeft de barbaarschheid gehad, van +die schoone en kostbare stukken door te zagen, om ze in deze Kerk te gebruiken; het is duidelijk te zien aan de einden van +twee dezer halve kolommen, waarmede men die op de voetstukken geplaatst heeft, dat het de bovenste helften zijn der anderen. +Aan beide zijden van het groot Altaar op de grafzerken, zag ik ook nog overblijfzels van <i>Mosaïken</i>, in den smaak van die, welke ik op den berg van <i>St. Just</i> gezien had: men verhaalde mij, dat deze behoord hadden tot de Graftombe van Paus <span class="smallcaps">Paschal</span> den II. Het was deze Paus, die den zoon van Keizer <span class="smallcaps">Hendrik</span> den IV. gebood om het lijk van zijn vader optegraven, en het op het veld te werpen, om ’er vijf jaren onbegraven te blijven +liggen. Dat een Paus deze afschuwelijke daad bevolen heeft, is niet te verwonderen; maar dat de zoon gehoorzaamde—welk een +gruwel!!—<span class="smallcaps">Paschal</span>, die men wil, dat deze <a id="d0e2849"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2849">89</a>]</span>Kerk gewijd heeft, stierf in 1117. Men liet mij ook in het Sacristy een’ kelder zien, waarin een heilige zou gemarteld geweest +zijn: de Kosterin, die de vriendelijkheid had, van mij dit alles te laten zien, scheen een goed snapachtig wijf, en hield +mij voor zeer geloovig; waarschijnelijk, omdat ik haar met eenige belangneming het een en ander ondervroeg. Zij vertelde mij +dan verscheide sprookjes van wonderwerken, die ook, gedurende de belegering, zouden voorgevallen zijn: onder anderen, dat +zij een lieve vrouwebeeldje te dier tijd in een houten toren verborgen had, en deze toren was, niettegenstaande de kogels +en bommen ’er rondom vlogen, onbeschadigd gebleven. Zij schimpte en schrolde ook dapper op de Jakobijnen en de Filosofen, +zoo wel als op den nieuwen Keizer. De <i>Lyonnezen</i> zijn grootendeels Konings of liever <span class="smallcaps">Bourbons</span> gezind, gelijk zij in het begin van de omwenteling, helaas! maar al te duidelijk getoond hebben, en als een gevolg hier van +ook zeer gehecht aan de Kerk, zoo als die voorheen bestond; alle de onlangs gemaakte veranderingen, beschouwen zij dan natuurlijkerwijze +als onwettig, en de Paus door de omstandigheden genoodzaakt, om ’er in toetestemmen. De reden der bijzondere gehechtheid dezer +stad aan het Hof, de Adel en de Geestelijken, schrijft men voornamelijk toe aan het belang, dat zij had, bij het in stand +houden der pracht, weelde en verkwisting. Aan wie toch zouden zij hunne kostbare <i>Lyonse</i> stoffen, borduurselen en diergelijke verkocht hebben, als de eerste <a id="d0e2860"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2860">90</a>]</span>grondbeginselen van de omwenteling stand hadden gehouden.—Nu daaromtrent valt het hun tegenwoordig dan ook nog al in de hand. +Zonderling is het intusschen, dat de bewoners van de oude stad op den berg van <i>St. Just</i> en <i>Fourviéres</i> meestal Republikeinen waren, hoewel grootendeels werklieden tot de Fabrieken behoorende. Zou het niet mogelijk zijn, dat +die lieden op de puinhoopen der <i>Romeinsche</i> oudheden wonende, eenigzins met de Geschiedenis dier Volken waren bekend geraakt, en tevens hunne verhevene gevoelens en +edelen trek na vrijheid hadden ingezogen. Sommigen meenen dat de reden, waarom die van <i>Lyon</i> zich zoo sterk tegen de omwenteling toonden, ook moet toegeschreven worden aan een zekere jaloersheid, die ’er tusschen deze +stad en <i>Parijs</i>, als de twee grootste en voornaamste steden van <i>Frankrijk</i>, plaats greep, en al van ouden datum bestond. <i>Parijs</i> voor de Hoofdstad te moeten erkennen, kwetste de eerzucht van <i>Lyon</i>, en <i>Parijs</i> had de omwenteling begonnen, en speelde ’er de hoofdrol in. Zoo moest dan deze ongelukkige stad, die reeds in onderscheide +tijdvakken, de allerakeligste moord- en bloedtooneelen had opgeleverd, nog eens eenen rampzaligen burgeroorlog, en de betreurenswaardige +gevolgen van dien, ondervinden. Met aandoening hoorde ik dikwijls verscheide omstandigheden dien aangaande vertellen; de <i>Lyonnezen</i> schenen mij genegen, om hier over met vreemdelingen te spreken, en geen wonder, dat men diergelijke tijdvakken niet ligt +vergeet; daarbij vindt men hier <a id="d0e2892"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2892">91</a>]</span>schier overal gedenkteekenen, die ’er aan herinneren. Men verzekerde mij, dat deze noodlottige gebeurtenis, omtrent 20,000 +menschen aan de stad <i>Lyon</i> gekost heeft; het getal komt mij wat groot voor. Zonderling is het ondertusschen, dat de Generaal <span class="smallcaps">Prescis</span>, Kommandant der stad, met zijne Officieren gelegenheid gevonden heeft, om zich door de vlucht te redden, en de straf te ontgaan, +terwijl eene menigte jonge lieden en burgers van <i>Lyon</i>, door hem misschien opgezet en zekerlijk misleid, (want anders zouden zij niet vermetel genoeg geweest zijn, om eene stad, +die geheel buiten staat was, om eene belegering uittehouden, tegen eene magtige Armée te willen verdedigen) terwijl, zeg ik, +deze in de stad bleven, en door de belegeraars als muitelingen, misschien op eene te strenge, of te algemeene wijze, werden +gestraft.—Men schijnt, ten opzigte van dezen <span class="smallcaps">Prescis</span> verscheide ongunstige vermoedens te voeden; doch het is buiten mijn bestek, om hier verder in te treden. + +</p> +<p>Den 30 Julij, hoewel het al weder onophoudelijk regende, ging ik al vroegtijdig uit; het was zoo guur, als bij ons in de maand +October. De kaai opgaande, langs de <i>Saone</i>, klom ik ’er tegen over de rots, daar het Kasteel <i>Pierre en Cize</i> op plagt te staan, de hoogte op. Hier ziet men de overblijfsels van de oude Vestingwerken, die ten tijde van de belegering +veel verwoest, en vervolgens grootendeels gesloopt zijn geworden; het ruwe en stormachtige weder gaf aan die puinhoopen een +nog treuriger <a id="d0e2914"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2914">92</a>]</span>aanzien—men ziet hier stukken van muren van eene ontzaggelijke dikte, en zeer ruime onderaardsche gewelven; sommige bestaan +bijna nog in hun geheel, en zijn zoo groot, dat het wel Kerken gelijken. Het Fort <i>St. Jean</i> stond voorheen op deze hoogte, en moet, naar de puinhoopen, die men ’er nog van ziet, te oordeelen, eene aanmerkelijke sterkte +geweest zijn—welligt had deze plaats aan een’ schrijver van oude ridder- en spookromans, aanleiding gegeven tot sombere en +verschrikkelijke invallen—en ik onder een brok van een ouden muur een weinig voor den regen schuilende, en dien boêl overziende, +dacht aan de ellendige inrichting der menschelijke maatschappij waartoe deze vreesselijke muren, met zoo veel moeite en kosten +opgerigt?—dienden zij ter beschutting tegen een’ vernielenden watervloed, of om de woede van uitgehongerde roofdieren aftekeeren—neen! +maar alleen, om menschen tegen menschen te beveiligen.— + +</p> +<p>Hier en daar heeft men een schoon en uitgestrekt gezigt. Wat verder komende, zag ik, dat men bezig was met den muur van de +stad, doch ook alleen maar een’ enkelen muur, weder op te bouwen. Zoo maken en breken de menschen aanhoudend. Ja! wat hebben +wij sedert 18 a 19 jaren niet al zien maken en breken, opbouwen en verwoesten. Men bediende zig tot het opmetselen van dien +muur, onder anderen van een’ roodachtigen steen, die scheen zamengesteld te zijn uit een menigte kleine keitjes. <a id="d0e2921"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2921">93</a>]</span>Mij dunkt, dat dezelve gepolijst zijnde, fraai moet wezen; bij ons zou men daar wel gebruik van weten te maken, doch hier +is het marmer en diergelijke steenen verkrijgbaar genoeg. Zelfs niet ver van deze stad vindt men aanmerkelijke steengroeven. +Onzen weg vervolgende, zagen wij de Kerk van het voormalig <i>Karthuizer</i> Klooster, ook op deze hoogte gelegen; de Kerk is fraai met smaak gebouwd, en wordt thans voor een <i>Parochie</i> gebruikt; zij schijnt van binnen ook gewit en opgemaakt. Het groot Altaar in het midden van het koor, is van marmer van onderscheide +kleuren zeer fraai gemaakt; boven hetzelve is een konstig gewerkt geheel verguld verhemelte (<i>baldachin</i>), rustende op marmeren kolommen—ik zag ’er ook eenige redelijk goede schilderijen van <i>Fransche</i> Meesters. Deze Kerk pronkt met een’ fraaijen koepel, en is zeer licht. Ik beklaagde mij niet van deze wandeling gedaan te +hebben, hoewel ik door nat was. + +</p> +<p>In het voorbijgaan vernam ik aan het Bureau van de schuit op <i>Avignon</i>, dat dezelve, om den aanhoudenden sterken stroom en het hooge water, zoo als men wel gevreesd had, niet had kunnen varen, +en waarschijnelijk in de eerste dagen nog niet varen zou—ik wilde toch zoo gaarne de reis te water doen, hoe vreesselijk men +die hier ook afschildert. ’s Avonds, door den regen niets beters te doen wetende, ging ik in het <i>Theatre des Varietés</i>, en zag ’er <i>les brigand de Calabrie</i>, ook ik ’t <i>Hollandsch</i>, onder den naam van: de Struikrovers van <i>Calabrien</i> vertaald, <a id="d0e2952"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2952">94</a>]</span>en na hetzelve <i>Palmire et Alminor</i>, getrokken uit de geschiedenis van den Verloren Zoon; beide zijn Melodramas, dat is te zeggen, Toneelspelen, met muzijk verzeld, +doorgaans speelt het orchest, als de voorname personen opkomen of afgaan. Deze soort van stukken is gemeenelijk opgesierd +met marschen, balletten, gevechten en veel théatralen toestel. Zij worden in <i>Frankrijk</i> niet op tooneelen van den eersten rang gespeeld, en door velen als onregelmatig en in een slechten smaak (<i>d’un mauvais genre</i>) afgekeurd; doch ik beken gaarne, dat ik ’er verscheide gezien heb, die mij veel meêr bevielen, dan de groote Opera’s, waarmede +men te <i>Parijs</i> zoo veel op heeft. Beide de genoemde stukken werden nog al redelijk gespeeld, zoo dat ik mij nog niet erg verveelde. Het +<i>parterre</i> maakte hier zoo wel als te <i>Parijs</i> tusschenbeide een vreesselijk geweld. + +</p> +<p>Den 31 Julij, al weder regen. Heden gingen wij eenige Fabrieken van zijden stoffen en zijden fluweelen enz. zien, onder andere +die van de Heer <span class="smallcaps">Pereau</span> op de kaai van de <i>Rhone</i>, dat een van de voornaamste is; hier is de stapel kostbare stoffen en fraaije borduurselen, waarvan ’er sommige moesten gebruikt +worden bij de aanstaande kroning van den nieuwen Keizer, zoo ook voor behangsels van bedden, en bekleedsels van onderscheide +meubelen aan het Hof; want het schijnt, dat het Keizerlijke in pracht en kostbaarheid niet voor het voormalige Koninklijke +zal willen onderdoen: en wat voer men daar in het begin van de omwenteling tegen uit, <a id="d0e2980"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2980">95</a>]</span>trouwens, en dit kan men vooral met regt van de <i>Franschen</i> zeggen, “de tijden veranderen en de menschen ook.” + +</p> +<p>Ik kwam op straat een’ Priester tegen, die openlijk de hostie naar een zieke droeg; een man met een bel ging vooraf, zoo als +zulks in de <i>Roomsche</i> Landen gebruikelijk is; vele menschen knielden, alle namen de hoeden af. Ik had hier ook al een begravenis met Priesters +en kerkelijke plegtigheden gezien, en ik vernam dat ’er ook somtijds proçessien gaan. Waar toe toch al deze toestel en openlijke +vertoningen; de geloovigen, dunkt mij, zullen ’er niet gelooviger door worden, en de ongeloovigen nog veel minder; was het +dus niet beter, dat men, om zich aan geene spotternij bloottestellen, en om anderen niet te ergeren, of aanleiding tot onaangenaamheden +en verwijdering te geven, binnen de kerkgebouwen bleef; daar mogen de onderscheidene geloofsbegrippen te pas komen, daar zijn +wij Joden, Roomschen of Protestanten, op de straten en andere plaatsen zijn wij alle burgers, en hoe minder wij ons in dien +kring door onderscheidene benamingen, leuzen of diergelijke trachten te onderscheiden, hoe meer wij immers de eensgezindheid +en alzoo het algemeen geluk bevorderen. + +</p> +<p>Na den middag was het nog al redelijk goed weder, en ik wandelde de kaai van de <i>Saone</i> zuidwaards op, langs de puinhoopen en nog overgeblevene muren van het Arsenaal, bijna geheel door het bombardement vernield, +gelijk ook een groot gedeelte van deze <a id="d0e2995"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2995">96</a>]</span>wijk, en waar van nog maar weinige huizen zijn opgebouwd. Ik kwam vervolgens aan de hier zoo beroemde werken van <span class="smallcaps">Perrache</span>, die de vereeniging van de twee rivieren omtrent 1100 halve roeden (<i>toises</i>) voor uit heeft gelegd, zoo dat de stad hier door een aanmerkelijk stuk gronds wint. Voor <i>Hollanders</i>, aan dijken en droogmakerijen gewoon, baart dit werk niet veel verwondering. Men heeft hier ook aangename wandelingen, en +ik keerde langs de kaai van de <i>Rhone</i>, die daar aangenaam beplant is, weder terug. Behalve de huurkoetsen (<i>fiacres</i>) vindt men in deze stad, en de omliggende streken, ook nog een ander soort van rijtuigen, het zijn ligte wagentjes, zeer +laag, en op vier wielen, die door één paard getrokken worden; de banken zijn in de lengte geplaatst, zoo dat men ’er op zijde, +rug tegen rug, en de beenen buitenwaarts inzit; op de banken, waarvan sommigen op riemen hangen, liggen matrassen; doorgaans +kan men ’er met zes en meêr personen in zitten, zij worden veel gebruikt, om na buiten te rijden; men vindt ze gemeenlijk +staan, bij de voorname uitgangen van de stad, en kan ze daar goedkoop huren. Die rijtuigen worden <i>Carioles de Lyon</i> genaamt, en de voerlieden, die ze verhuren <i>des Carioleurs</i>. + +</p> +<p>Heden den 1 Augustus is het weder nog al redelijk, en het scheen, dat de regen toch eindelijk eens zou ophouden; wij bepaalden +dan ons vertrek op morgen, indien wij eenige reisgenooten konden vinden, om een schuitje (<i>bateau de poste</i>) tot <i>Avignon</i> met <a id="d0e3026"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3026">97</a>]</span>ons te huren. Hier in slaagde ik zonder veel moeite, wij waren met acht personen, en huurden zoo een schuitje voor zes <i>Louis d’Ors</i>, onder beding dat het goed met planken overdekt, en van zitbanken en stroo, om de voeten in te zetten, voorzien moest zijn; +vooral ruim en stevig genoeg, ook in allen opzigte geheel tot onzen dienst, zoo dat wij hier en daar des goedvindende konden +aanleggen, mits de reis ’er niet te veel door werd vertraagd; de schipper mogt niemand buiten onze toestemming aan boord nemen +enz. Alle diergelijke voorwaarden behoort men te voren wel uitdrukkelijk te maken, om daarna geene moeijelijkheden te hebben; +omtrent dit alles overeengekomen zijnde, gaf mij de schipper (<i>patron</i>) een <i>Louis d’Or</i> op hand, ten blyke, dat de overeenkomst gesloten was, dit is genoegzaam door geheel <i>Frankrijk</i> gebruikelijk, het zij de huurder of verhuurder, kooper of verkooper die geeft, men noemt dit handgeld <i>les arrhes</i>; voorts was de afspraak, dat wij morgen ochtend met het krieken van den dag zouden vertrekken, indien de wind, die noorden +was, zoo bleef, kunnende ’s avonds van denzelfden dag dan nog te <i>Avignon</i> zijn; de schipper zou ons in dat geval laten roepen; doch als de wind veranderde, behoefden wij zulk een haast niet te maken, +omdat men dan toch een nacht onderweeg moest slapen. + +</p> +<p>Daar nu onze afreis bepaald was, en ik al, wat hier merkwaardig is, genoegzaam gezien had, bleef mij nog over, om in een voornaam +magazijn een kleine <a id="d0e3048"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3048">98</a>]</span>voorraad van <i>Lyonsche</i> zijden kousen te kopen, en ik vond ’er zeer goede voor £ 9–:–: het paar, zoo witte als zwarte. Het overschot van mijn’ tijd +besteed ik nu, om aan u te schrijven, en dezen brief te sluiten, na u vooraf nog het een en ander aangaande deze stad te hebben +medegedeeld. + +</p> +<p>Van ouds droeg <i>Lyon</i> den naam van <i>Lugdunum</i>, en had dus bijna denzelfden naam als ons <i>Leyden</i> <i>Lugdunum Batavorum</i>; misschien had men ’er <i>Batavorum</i> bijgevoegd, om die stad van het <i>Lugdunum</i> der <i>Gaulen</i> te onderscheiden. Naderhand werd <i>Lyon</i> een Aartsbisdom en de Hoofdstad van de Provincie <i>le Lyonnois</i>, thans is het de Hoofdplaats van het Departement van de <i>Rhone</i> en het verblijf van de <i>Prefecture</i> en <i>Tribunal d’Appél</i>; men begroot het getal der inwoners, naar men mij verzekerde, nog heden op omtrent 120,000. <i>Lyon</i> wordt op 100 <i>Fransche</i> mijlen afstands van <i>Parijs</i> gerekend, doch over <i>Dyon</i> is het verder; zij is omtrent 40 van deze laatstgenoemde plaats gelegen, en 48 van <i><span id="d0e3104" class="corr" title="Bron: Avinon">Avignon</span></i> De hoofdstad niet zijnde, noemen de <i>Lyonnezen</i> hun stad egter de tweede van <i>Frankrijk</i>; want zij worden voor zeer hoogmoedig en eigenbelangzoekend (<i>egoistisch</i>) gehouden; zoodat <i>Lyon</i> voor hun schier alles, en het heeläl bijna niets is; dezen karaktertrek schrijf ik al weder toe aan de hooge Geestelijkheid +van die stad; want deze door hunnen alles vermogenden invloed gaf toch den voornaamsten plooi aan ’s volks denk- en handelwijze; +oordeel of het ook groote sinjeurs moeten geweest zijn; van <a id="d0e3119"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3119">99</a>]</span>den Aartsbisschop af, tot den laatsten Kanunnik van het Domkapittel toe, noemden zij zich <i>Comte de Lyon</i>; het waren alle Prinsen en Graven, zij moesten 16 kwartieren, zoo van ’s vaders als van ’s moeders zijde in hun wapen voeren, +en de Koning van <i>Frankrijk</i> was hun eerste Kanunnik. Deze geestelijke Graven, die zich de navolgers van den nederigen <span class="smallcaps">Christus</span> noemden, waren zoo verregaande opgeblazen, dat zij zich met de Godheid, dien zij erkenden, schenen gelijk te willen stellen: +want zij knielden niet in tegenwoordigheid van de Hostie. Dit hadden zij zelfs tegens de <i>Sorbonne</i><a id="d0e3132src" href="#d0e3132" class="noteref">5</a> volgehouden, tot dat, naar men zegt, <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XIV. zich eens onder hun in de <i>St. Jans</i> of <i>Domkerk</i> bevindende, goedvond om te knielen; nu konden zij welstaanshalve toch ook niet anders doen, zij knielden dan, maar voor wien, +voor God of voor den Koning?—Ik wenschte, dat zoo vele brave en achtingswaardige Roomschgezinden, met alle diergelijke schandelijke +zaken, waar door men den godsdienst ontluisterd, wat meêr bekend waren. De geschiedenis doet ons egter ook een’ Aartsbisschop +van <i>Lyon</i>, die in het laatst van de afgelopen eeuw geleefd heeft, als een’ achtingwaardig man, kennen, voornamelijk om de vriendschap +tusschen hem en <a id="d0e3165"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3165">100</a>]</span>den vermaarden wijsgeer en schrijver <span class="smallcaps">Thomas</span><a id="d0e3169src" href="#d0e3169" class="noteref">6</a>, die te <i>Lyon</i> in de armen van dien Aartsbisschop, genaamd <span class="smallcaps">Montaset</span>, gestorven, en op deszelfs landgoed, even buiten de stad, begraven is; waar de redelijke <span class="smallcaps">Montaset</span> zijn overleden vriend dan ook een graftombe oprigtte, die hij door zijn tranen aan de vriendschap heiligde. + +</p> +<p>Onder verscheidene vermaarde mannen, konstenaars en geleerden, werd ook <span class="smallcaps">Pierre Perrin</span>, stichter van de <i>Fransche Opera</i>, en dus voor de <i>Franschen</i> wel een groot man, hier geboren: hij voerde den titel van <i>Abbé, Conseiller du Roi</i> enz. en werd het eerste bevoorregt met het Koninklijk verlof (<i>lettres patentes</i>) om de Koninklijke Muzijk-Akademie opteregten, in 1669. De eerste Opera, die hij in ’t openbaar gaf, (te <i>Parijs</i> in 1671) was <i>Pomone</i> genaamd. Hoewel de versen, van <span class="smallcaps">Perrin</span> zijn eigen maaksel, zeer slecht waren, werd het stuk toch zeer toegejuicht en acht maanden agter elkanderen gespeeld, zoo +dat deze Opera, hem alleen voor zijn aandeel 30,000 Livres opbragt; doch zoo als het gemeenelijk gaat, de voorspoed werd door +de afgunst gevolgd, en <span class="smallcaps">Perrin</span> was al schielijk verpligt <a id="d0e3228"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3228">101</a>]</span>om zijn voorregt tegen een sommetje aftestaan; zijn geluk was dan van korten duur, en hij stierf te <i>Parijs</i> omtrent het jaar 1680. De beeldhouwers <span class="smallcaps">Coysevox</span> en de twee <span class="smallcaps">Coustou’s</span>, zijn ook van <i>Lyon</i>, als mede <span class="smallcaps">Joseph Vivien</span> een van de uitvinders van het teekenen met pastel. Op de geboorte van <span class="smallcaps">Caracalla</span> heeft de stad <i>Lyon</i> geen reden om roem te dragen—en hoe zeldzaam had het menschdom reden, om de geboorte van een’ Keizer of Koning te zegenen!—Onder +verscheidene Kerkvergaderingen (<i>Conciliën</i>) die hier gehouden werden, zijn die van 1245 en 1274 vermaard, de eerstgenoemde niet alleen, omdat bij hetzelve besloten +werd, dat de Kardinalen voortaan roode hoeden zouden dragen; maar bijzonder ook omdat Keizer <span class="smallcaps">Frederik</span> de IIde, in den ban gedaan, en van het Keizerrijk ontzet werd door Paus <span class="smallcaps">Innocentius</span> den IV.; de andere door de geloofspunten, die daar verhandeld werden, was de voorname oorzaak van de scheuring der kerk, +door de afzondering der <i>Grieken</i>—maar ik houde mij op, met u dingen te vertellen, die gij misschien lang weet, in plaats van naar bed te gaan, wijl ik ’er +morgen vroegtijdig uit moet. + + + +<a id="d0e3263"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3263">102</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2469" href="#d0e2469src" class="noteref">1</a></span> Dat stuk is daar in een korten tijd ver over de honderd malen gespeeld; want een groot gedeelte van de <i>Parijzenaars</i> liep ’er naar toe. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2486" href="#d0e2486src" class="noteref">2</a></span> ’t Is te verwonderen, dat men aan merkwaardige overblijfsels, zulk een kleinachting aanduidenden naam heeft gegeven; want +<i>Antiquaille</i> beteekent oude prullen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2620" href="#d0e2620src" class="noteref">3</a></span> De teekening is nog al tamelijk, behalven het opgenoemde, was ’er ook nog de afbeelding van een mensch bij; de Engel en Duivel +schenen zich met hem bezig te houden. Misschien verbeeldt het een mensch in de eerste tijden van het Christendom, die door +den Duivel tot den Afgodendienst verleid wordt, terwijl een Engel ’er hem van terug houdt. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2643" href="#d0e2643src" class="noteref">4</a></span> Het aanroepen van deze Lieve Vrouw, als men zich in nood bevond, scheen hier al vrij algemeen, doch ieder was juist niet even +naauw gezet in het nakomen van zijne gelofte. Men verhaalde mij ten dezen opzigte een geval, dat mij deed lagchen; eenige +jaren geleden was een schippers knecht van de schuit in de <i>Rhone</i> gevallen, en deed volgens gebruik eene gelofte aan de Lieve Vrouw van <i>Fourvières</i>, doch de redding volgde niet spoedig; en, of door den sterken stroom of anderzins niet kunnende zwemmen, begon hij reeds +te zinken, toen zijn schipper hem met een haak vastkreeg en ’er uithaalde. Vervolgens zijne gelofte vergetende, werd hij daar +aan door zijn’ Biegtvader herinnerd, doch ontschuldigde zich met te zeggen: “Zij heeft geen haast gemaakt, om mij te helpen, +ik behoef ook geen haast te maaken om te betalen, want kijk, Mijn Heer Pastoor! als onze schipper niet beter <a id="d0e2651"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2651">93n</a>]</span>bij de hand geweest was dan onze Lieve Vrouw, ik had ’er bij mijn .... om koud geweest.” +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3132" href="#d0e3132src" class="noteref">5</a></span> De <i>Doctoren</i> van dit vermaarde <i>kollegie</i>; dat door <span class="smallcaps">Robert de Sorbon</span>, Hofprediker en Biegtvader van <span class="smallcaps">St. Louïs</span>, in 1252 gesticht werd, waren in <i>Frankrijk</i> de gewone regters in <i>Theologische</i> geschillen van aanbelang. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3169" href="#d0e3169src" class="noteref">6</a></span> Bekend door zijne welsprekende en wijsgeerige geschriften, zoo als zijne lofspraken (<i>eloges</i>) van <span class="smallcaps">Marcus Aurelius</span>, van <span class="smallcaps">Sully</span>, van <span class="smallcaps">Descartes</span> enz. hij legt daar in zijne vrije en onbevooroordeelde denkbeelden duidelijk aan den dag. <span class="smallcaps">Thomas</span> was ook een bijzonder vriend van Mevrouw <span class="smallcaps">Necker</span>. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e3264" class="div1"> +<h2>Zevende Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Avignon, 3 Augustus.</i> + +</p> +<p>Gisteren morgen om 4 uren voeren wij van <i>Lyon</i>, af; want de wind was wat veranderd, en wij hadden geen hoop, om denzelfden avond hier te zijn. De schuit was volgens afspraak; +doch ’er ging maar één schipper mede, en dit beviel velen van onze reizigers, die het hoofd vol zwarigheid hadden, in ’t geheel +niet; ik voor mij was hier omtrent minder ongerust, want had ’er niet deskundigen over gesproken, en men verzekerde mij, dat +’er met bekwame schippers, zoo als die lieden hier doorgaans zijn, op deze rivier geen gevaar te vreezen is. Wij voeren onder +de groote steenen brug (<i>pont de la Guillotière</i>) door, doch langs den kant, omdat daar de minste trekking is. De stroom in het midden onder deze brug is verbaasd snel. Weldra +kwamen wij aan de plaats, waar zich de <i>Saone</i> met de <i>Rhone</i> veréénigt; de afscheiding van het water dezer twee rivieren, is aan de onderscheidene kleuren duidelijk te zien, en maakt +als een streep op het water. De stroom is hier ook zeer sterk, zoo dat ons schuitje begon te hobbelen, en eenigen onzer reizigers +zeer zuinig te zien. Het land aan de oevers, stond hier en daar onder water; zulk eene overstrooming, <a id="d0e3285"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3285">103</a>]</span>in dit jaargetij, heeft hier niet dan zeer zeldzaam plaats. Te <i>Givors</i>, een steedje omtrent drie mijlen van <i>Lyon</i> aan den oever van de <i>Rhone</i> gelegen, moest de schipper aanleggen, om tol te betalen, en wij stapten aan land, om onderwijl eens rond te zien. Door zijne +gunstige gelegenheid is dit plaatsje nog al handeldrijvend, en de inwoners, die grootendeels vrachtschippers en <i>Commissionnairen</i> zijn, voeren vele goederen, als ijzer en steenkolen, komende van <i>St. Etienne</i>, waar een groote geweer- en andere ijzeren instrumenten-fabriek is; ’er zijn ook steenkolen-mijnen niet ver van <i>Givors</i>; zij brengen ’er dan ook een groote hoeveelheid van naar <i>Lyon</i>, en gebruiken ’er zelve zeer veel in de flessen-fabrieken, die hier ook een’ voornamen tak van bestaan opleveren; men verhaalde +mij, dat ’er thans zes aan den gang waren. Ook wordt ’er zijde in de omstreken geteeld, en ik zag een paar vrouwen bezig met +de poppen aftehaspelen. Hoewel de wind niet zoo gunstig was als gisteren, vorderden wij echter door den snellen stroom al +vrij spoedig, en hadden <i>Givors</i> nog niet lang achter den rug, toen wij <i>Vienne</i>, twee mijlen van daar gelegen, reeds ontdekten; die stad ligt tegen en tusschen de bergen en doet zich, van de rivier te +zien, aangenaam op. Zij is zeer oud, uitgestrekt, maar weinig bevolkt. ’Er is een fabriek van groote ijzeren en stalen werktuigen. +Men noemt deze stad <i>Vienne en Dauphiné</i>, of thans <i>dans le Departement de l’Isère</i>, om dezelve van <i>Weenen</i> in <i>Oostenrijk</i> (<i>Vienne en <a id="d0e3328"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3328">104</a>]</span>Autriche</i>) te onderscheiden. Even buiten de stad aan den kant van de rivier, staat een oude pyramide of naald, onder den naam van <i>l’Eguille</i> bekend; ik kon dezelve van de schuit duidelijk zien, en vind daar van aangeteekend, dat zij op een vierkant gewelf staat, +ondersteund wordende door vier pilaren van 20 à 24 voeten hoog; de naald zelve is bijna van dezelve hoogte. Hoewel ’er hoegenaamd +geen opschrift op staat, veronderstelt men, dat het de grafnaald is van den een’ of anderen <i>Romein</i>. Midden in de rivier, omtrent voor de stad, zag ik ook de overblijfsels van een steenen brug. Omtrent een half uur verder +ziet men aan de linkerhand eenen geheel met wijngaarden beplanten heuvel, het was den om zijn’ lekkeren wijn vermaarde <i>Côte Roti</i>. Niet ver van daar, aan de regterhand, ligt het steedje <i>Condrieu</i>; hier moest men weder aanleggen om tol te betalen; want ’er zijn verscheidene tollen op deze rivier; voor dezen was de vracht +dan ook goedkooper, naar onze schipper verhaalde, maar thans moet ’er te veel af. Wij gingen ons hier weder een weinig vertreden. +Verscheidene vrouwen, die ’er alles behalve bevallig uitzagen, kwamen vruchten en wijn te koop veilen. De wijn van <i>Condrieu</i> is beroemd, vooral de witte, wij kochten ’er dan ook van en betaalden 20 <i>sols</i> de fles<a id="d0e3349src" href="#d0e3349" class="noteref">1</a>. Zij was zeer goed, en het speet ons naderhand, dat wij ’er niet meêr voorraad <a id="d0e3355"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3355">105</a>]</span>van hadden opgedaan. Het stadje is aan den voet van een’ heuvel gelegen en ziet ’er nog al redelijk uit. Ook hier is het grootste +gedeelte van de ingezetenen schippers en schuitenmakers, en vele tevens wijngaardeniers; want wijn is bijna het eenigste voortbrengsel +van dezen grond. De vader van den vermaarden Marschalk <span class="smallcaps">de Villars</span>, die den 6 Maart 1714 in naam van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. den vrede te <i>Rastad</i> teekende, is hier geboren; ik vertel u dit, omdat het eenige betrekking heeft tot onze Vaderlandsche Historie; maar maak +met meêr genoegen melding van een menschlievenden en weldadigen Roomschen Priester, die hier in 1727 een Gasthuis stichtte. +Het was te wenschen dat het voorbeeld van dien goeden man door zijne ambtgenoten, van welke Geloofsbelijdenis zij ook zijn +mogen, wat meêr gevolgd wierd, en deze Heeren zich niet alleen vergenoegden met de weldadigheid te prediken, zoo als zij doorgaans +gewoon zijn. Weder aan boord zijnde, haalde ieder zijn’ voorraad voor den dag, en men ging ontbijten; ons gezelschap was nog +al vrij wel, en bestond onder anderen uit een jong militairen Chirurgijn, die een <i>Gasconjer</i> was, en een soort van Landjonker, die op een Landgoed in <i>Provence</i>, aan de grenzen van <i>Italië</i> woonde; beide deze lieden, vooral de Chirurgijn hadden, hier meêr gereisd en nog al eenige kunde; ’er viel dan tusschen beide +ook nog al wat te praten, met kijken had ik inzonderheid veel te doen; want de oevers van de <i>Rhone</i> leveren doorgaans eene verscheidenheid <a id="d0e3378"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3378">106</a>]</span>van aangename gezigten op. Wij zagen hier een slang, naar gissing twee à drie voeten lang, digt voor de schuit heen, en zoo +het scheen dwarsover zwemmen, hij streek bijna over de oppervlaktes van het water en was zeer vlug. Toen men met smaak een +stuk uit de hand had gegeten, merkte onze Chirurgijn aan, dat diergelijk koud en eenvoudig voedsel, vooral vruchten, toch +wel zeker gezonder is, dan zoo vele konstig bereide en warme, of veel liever heete spijzen; dit betoogde hij eenigzins op +eene geneeskundige wijze, en ik was het volkomen met hem eens; de landjonker, hoewel genoegzaam met ons van hetzelfde gevoelen, +zeide, dat hij veel met <i>Engelschen</i> en <i>Amerikanen</i> omgegaan hebbende, de gewoonte aangenomen had, om ’s morgens thee te drinken, en dat deze drank alzoo voor hem eene volstrekte +behoefte geworden was, doch dat hij anders ook zeer vele vruchten at, en ’er zich zeer wel bij bevond; hij verhaalde ons verder, +dat hij een’ kok gekend had, die bij een voornaam man van zijn kennis te <i>Venetië</i> woonde, en sedert verscheide jaren, niettegenstaande hij dagelijks de keurigste spijze in overvloed bereidde, genoegzaam +niets anders nuttigde, dan vruchten, eenige rauwe groentens, wortelen, brood, en voor allen drank koud water; dat deze zonderlinge +kok zich daarbij gezond en sterk bevond, daar hij voorheen, eer hij die levenswijze had aangenomen, gedurig ongesteld en zwak +was: in het begin had hem dit wel eenige moeite gekost, doch hij had het volgehouden; <a id="d0e3389"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3389">107</a>]</span>en eindelijk verkoos bij zijne vruchten en wortelen, uit smaak, boven de uitgezochtste lekkernijën; een en andermaal had hij +zijn’ Heer, die aan overdaad gewoon, en dus ongezond was, aangeraden, om van levenswijze te veranderen, en zijn voorbeeld +te volgen; deze hier geen’ zin in hebbende, en dus minder redelijk dan zijn kok, werd die raad moede, en zeide hem eens, dat +hij zijn handwerk weinig eer aan deed; dat, indien men hem gehoor wilde geven, hij dan ook geen kok meer van nooden had: geen +zwarigheid, antwoordde deze, gij zult gezond worden, en ik zal wel een’ anderen dienst vinden.—Maar als ieder uw voorbeeld, +dat gij zegt zoo heilzaam te zijn, eens volgde: was de tegenwerping; en de kok besloot met te zeggen, dat hij niet geloofde, +dat zulks althans gedurende zijn’ leeftijd plaats zou hebben; doch als het al eens gebeurde, dat dan de maatschappij zulk +eene groote verandering zou ondergaan, dat hij een zijns gelijken geene moeite zouden hebben, om een stukje lands te vinden, +daar zij het weinige voedsel, dat zij noodig hadden, op telen konden<a id="d0e3391src" href="#d0e3391" class="noteref">2</a>.—Wat zegt gij van dezen wijsgeerigen kok?—Ik heb wel Professorale lessen gehoord of gelezen, die zoo <a id="d0e3394"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3394">108</a>]</span>goed niet waren. Al pratende kwamen wij voor <i>Tournon</i>, een stadje in het Departement <i>de l’ Ardèche</i>, voorheen <i>Languedoc</i>; het is aardig gelegen aan den voet van een’ berg; ’er is een zeer groot gebouw, dat voorheen een kollegie was, aan de Jesuiten +behoorende, doch sedert de afschaffing van dezelve, werd het door wereldlijke bestuurd, en thans is het een Kweekschool, onder +opzigt van het Gouvernement; het is aangenaam aan den oever van de <i>Rhone</i> gelegen. Over <i>Tournon</i> aan den linker oever van de rivier ligt een plaatsje, <i>Thain</i> genaamd; van hetzelve valt niets anders aanteteekenen, dan dat de beroemde hermitage-wijn digt daar bij groeit. Men ziet +door de wijnstokken, waarmede zij beplant is, den geheel groenen heuvel van de rivier; deze heuvel is niet groot, doch al +de wijn, die in den omtrek groeit, noemt men even eens Hermitagewijn, en deze wordt ook al duur verkocht; want het gaat hier +mede zoo als met mêer andere dingen; vele menschen die geene fijne kenners zijn, houden zich te vreden met den blooten naam. +Omstreeks <i>Thain</i> plagt ook een goudmijn te zijn, naar men verzekert; doch dezelve is thans geheel verwaarloosd, het geen mij verwondert; want +een goudmijn zou thans in <i>Frankrijk</i> wel te pas komen. Daar <i>Tournon</i> en <i>Thain</i> zoo digt bij elkanderen liggen, vraagt men spottenderwijze, <i>“Combien y a t’il depuis Thain à Tournon<a id="d0e3428src" href="#d0e3428" class="noteref">3</a>?</i>” en volgens een <a id="d0e3438"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3438">109</a>]</span>slechte uitspraak, ”<i>Combien y a t’il depu Thain (putains)<a id="d0e3442src" href="#d0e3442" class="noteref">4</a> à Tournon</i>. Men verhaalt, dien aangaande een’ aardigen kwinkslag. Ten tijde van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. bevond zich een man van <i>Tournon</i>, op reis met iemand, die tot het hof van <i>Versailles</i> behoorde; deze hoveling vroeg ook spottende aan onzen man: ”<i>Combien y a t’il depu Thain (putains) à Tournon?</i>” en deze had de tegenwoordigheid van geest, om hem zonder bedenken te antwoorden: ”<i>Oh! ce n’est pas la peine d’en parler; mais dites moi combien y a t’il bien de Maintenon (des Maintenons) à Versailles<a id="d0e3462src" href="#d0e3462" class="noteref">5</a>?</i>” Gij vat de kneep, en zult zekerlijk zoo wel als ik dien trek van tegenwoordigheid van geest bewonderen. Vervolgens kregen +wij <i>Valence</i> aan den linker oever van de rivier gelegen, in het gezigt, gij zult uit de afbeelding zien, dat die stad niet onaardig gelegen +is; niet ver van deze stad, en eer men aan dezelve komt, werpt zich de rivier <i>l’Isère</i> in de <i>Rhone</i>. Onze reisgenoot de Chirurgijn herinnerde ons, dat het <a id="d0e3493"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3493">110</a>]</span>hart van den laatst overledenen Paus in de Kerk van <i>Valence</i>, in een looden kistje bewaard werd. Hij zelve had het niet lang geleden gezien, daar wij hier toch aan moesten leggen, en +dat al weder om tol te betalen, besloten wij, om de stad eens in te gaan, en aldaar de Pausselijke overblijfsels te gaan bezigtigen. +Het was even na den middag, en brandend heet, zoo dat deze bedevaart ons een zweetje koste; op verscheide plaatsen in de straten, +waren echter nog al zeilen van het eene huis tot het andere uitgespannen om schaduw te geven. Wij zagen in de Hoofdkerk, in +een Kapel, die geschilderd was met een’ zwarten grond, waarop hier en daar doodshoofden en Pausselijke versierselen, op een +soort van klein altaartje, het geen midden in dezelve stond, een houten doos of kistje, en hier in was het looden, dat het +hart en de ingewanden van den Paus bevatte; dit kistje was overdekt met een kleed van violetkleur fluweel met gouden franjes, +en waarop de Pausselijke muts en sleutels met goud geborduurd waren; een soort van lijklamp hing ’er boven, en werd, naar +men mij verzekerde, altijd brandende gehouden. Deze Kapel is met een ijzer hek gesloten, en boven hetzelve leest men: “<i>Ici sont deposés le coeur et les entrailles de</i> <span class="smallcaps">Pie</span> VI.” Die Paus is in deze stad, om den oorlog of de gevolgen van dien <i>Rome</i> ontweken zijnde, hier staatsgevangen gehouden en gestorven. Zijn ligchaam is naar <i>Rome</i> gevoerd; doch op aanzoek van <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, zoo men zegt, zijn zijne ingewanden hier wederom terug <a id="d0e3513"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3513">111</a>]</span>gebragt, en men wil, dat ’er een graftombe zal opgerigt worden, om dezelve in te bewaren. Aan of in de Kerk, die een donker +en slordig voorkomen heeft, is voor het overige niets bijzonders te zien. Ook zag ik niets aanmerkelijks in de stad, het is +de hoofdplaats van het Departement <i>la Drome</i>, voorheen <i>du Valentinois en Dauphiné</i>. Het verblijf van de Prefecture, en een <i>Tribunal de première instance</i>, is zeer oud en met muren omringd; de omstreken schenen mij toe nog al aangenaam te zijn. <i>Valence</i> is door een heuvel, in de gedaante van een halven cirkel, natuurlijk beschut, en dat op eene wijze, als <span id="d0e3527" class="corr" title="Bron: op">of</span> het door kunst gemaakt was: men vindt hier omstreeks goede en zuivere bronnen; de zijdeteelt is ook een voorname tak van +bestaan van de inwoonders. Voorheen was ’er een Universiteit, die verscheide voorname Rechtsgeleerden opgeleverd heeft. Het +bijgaand fraai gezigtje zal u een denkbeeld geven van de ligging dier stad. Omtrent drie mijlen onder dezelve, valt de rivier +<i>le Drome</i> in de <i>Rhone</i>: deze laatstgenoemde rivier is hier al vrij breed, en wij werden reeds van verre door het hevig gedruisch van het water den +snellen stroom gewaar. De rivier geleek hier op sommige plaatsen naar eene hevig ziedende pot: sommigen van ons gezelschap +begonnen dan ook zeer bevreesd te worden, doch onze schipper, die mij toescheen een nuchter en bekwaam man te zijn, verzekerde, +dat hij het gevaar wel zou weten te vermijden; zoo dat men niet ongerust behoefde te zijn; wij kwamen <a id="d0e3536"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3536">112</a>]</span>’er dan ook zonder eenig letsel over; maar werden door de golven ter deeg geschommeld. De groote toevloed van water, vooral +thans, na eene zoo sterken en aanhoudenden regen, en eenige rotsen of klippen in de rivier, en onder het water staande, veroorzaken +deze geweldige bruisching. Het was omtrent zeven uren des avonds, toen wij <i>Ancone</i>, een dorpje aan de linker oever van de <i>Rhone</i> naderden: Onze schipper (<i>patron</i>) zeide, dat wij daar een redelijk goede herberg zouden vinden, en dat het dus raadzaam was, om ’er te blijven overnachten. +Het voorstel werd algemeen aangenomen; maar de herberg, die men ons aanwees, zag ’er in ’t geheel niet breed uit, en wij dachten, +dat, zoo wij ’er al konden slapen, het niet anders dan op stroo zou zijn. Ook hier werd het spreekwoord, dat schijn dikwijls +bedriegt, bewaarheid, en wij stonden niet weinig verwonderd, toen men ons langs een’ grooten trap en langen gang verscheide +redelijk goede kamers aanwees, en ’er was voor ieder een bed; dit viel dan niet weinig mede. Wij stelden nu verder onzen landjonker +tot Hofmeester aan, om het avondmaal enz. te bestellen, te meer, omdat hij zeer goed <i>patois</i>, het geen de landtaal is, sprak, en ik ging met den Chirurgijn landwaards in, naar den kant van <i>Montelimart</i>, dat maar een half uurtje van hier gelegen is. Wij zagen het liggen, doch vonden het te laat, om ’er naar toe te gaan, wijl +de afspraak was, dat wij vroeg zouden eten en naar bed gaan: om den volgenden morgen weder vroeg in de kleêren te zijn. <a id="d0e3553"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3553">113</a>]</span>Te <i>Montelimart</i> zijn veel Protestanten; de inwoners waren van de eerste, die de hervorming van <span class="smallcaps">Calvin</span> aannamen; het is nog al redelijk bevolkt, en vrij welvarende, omdat de groote weg van <i>Lyon</i> naar <i>Marseille</i> en <i>Italië</i> ’er doorloopt, en de landstreek vruchtbaar is; wij zagen dan hier ook fraaije boeren-hoeven; de landlieden waren grootendeels +bezig met hun koren door muilezels te laten treden, (<i>fouler</i>), zoo als bij ons de vlasballen worden gedaan. Het zag ’er, niettegenstaande het ongunstig weder, vrij wel uit. Behalve eenige +andere vruchtbomen, waren de meesten, die ik hier zag, moerbeziën; want de zijdeteelt is ook hier omstreeks een voornaam bedrijf, +en heeft waarschijnlijk aan dezen kant zijn oorsprong in <i>Frankrijk</i> genomen. De natuurkundige <span class="smallcaps">de Faujas</span><a id="d0e3578src" href="#d0e3578" class="noteref">6</a>, zegt in een’ zekeren brief: dat de eerste moerbezieboom in <i>Frankrijk</i> gebragt werd, ten tijde van de laatste Kruisvaart door eene <span class="smallcaps">Gui-Pape-Saint Auban</span>, een mijl van <i>Montelimart</i>. Dat deze oude moerbezieboom nog bestaat, en dat de Heer <span class="smallcaps">de Latour Du Pui-la Chaux</span>, dit gedenkteeken van den landbouw had doen in waarde houden, door ’er een muur om te bouwen, en te verbieden, dat men ’er +de bladeren van plukte. De afstammelingen van dezen ouden boom, bedekken thans een goed gedeelte van den <i>Franschen</i> grond, en <a id="d0e3601"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3601">114</a>]</span>brengen aan den staat een inkomen op van verscheiden millioenen. Dit een en ander had ik voor mijn vertrek van <i>Parijs</i>, uit een der dagbladen, opgeteekend; hopende gelegenheid te zullen hebben, om dien merkwaardigen boom te zullen zien, doch +nu was het te ver; daarbij wisten de lieden alhier, mij ’er geen genoegzaam narigt van te geven; ik zou dan eerst naar <i>Montelimart</i> hebben moeten gaan, om ’er na te onderzoeken, en dit zou te veel tijd gevorderd hebben: dus zag ik, hoewel niet zonder leedwezen, +van dit ontwerp af. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vi007.jpg" alt="Valençe."><p class="figureHead">Valençe.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>In 1762 vonden eenige arbeiders, omstreeks dit dorp <i>Ancone</i>, in een tuin gravende, een groote Lijkbus (<i>urne</i>), waar een lijk in was, hebbende op het hoofd eene gouden kroon, en aan een oor een ring van hetzelfde metaal. Meêr vond +ik hier niet van aangeteekend, en sommige inwoners, die ik ’er hier na vroeg, konden ’er mij ook niets naders van zeggen. + + +</p> +<p>’t Was een warme dag geweest, de avondstond was regt koel en verkwikkende. Om hier wel genot van te hebben, ging ik eenzaam +op de vlakke oevers van de <i>Rhone</i>, die men hier heeft, even als bij ons aan zee, wandelen. De bergen en rotsen aan den overkant, en boven en beneden dezelve, +maakten eene majestueuse vertoning; zekerlijk, dacht ik, hebben sommige hunner voorheen stroomen vuurs en lava uitgebraakt, +terwijl men de sporen daarvan nog in deze landstreek vind. Deze landstreek, te weten aan den overkant van de <i>Rhone</i>, bekend onder den <a id="d0e3629"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3629">115</a>]</span>naam van <i>le Vivarais</i>, en thans behoorende tot het Departement <i>de l’Ardeche</i>, werd oudtijds bewoond door de <i>Helvianen</i>, die op het eind van de vijfde Eeuw, of het begin van de zesde, door <span class="smallcaps">Sigismundus</span>, Koning der <i>Bourguignons</i>, overwonnen werden. De avond begon meêr en meêr te vallen, de horens van de beesten-hoeders, die zich in de bergen deden +hooren, en tegen de rotsen weêrgalmden, verwijderden zich al verder en verder, eindelijk hoorde ik niets meêr, dan het geruisch +der rivier, en het gekraak der keisteentjes, waarover ik liep, en waar deze oever als mede bezaaid is. Het werd tijd, en ik +begaf mij naar de herberg; daar zag ik met genoegen, dat de tafel voor de deur, en alzoo niet ver van dien aangenamen oever +van de <i>Rhone</i> gedekt was. ’Er was schier geen zuchtje aan de lucht, zoodat de kaarsen, die men op tafel zette, zonder moeite aanbleven, +en het eten was goed, en smaakte, omdat wij honger hadden, uitmuntend. Wij deden dan een regt aangenamen landelijken maaltijd; +het oud moedertje van den huize ziende, dat wij wel over haar te vreden waren, kwam ook bij ons zitten snappen, en scheen +zeer opgeruimd. Hadden wij den volgenden morgen niet vroegtijdig op reis gemoeten, ik had hier zoo spoedig niet van daan gekomen, +doch nu was slapen de boodschap. + +</p> +<p>Heden morgen om vier uren begaven wij ons weder scheep. De rivier vertoont zich hier als geheel van bergen en rotsen omringd; +de gezigten zijn schilderachtig. Weldra kregen wij <i>Viviers</i> <a id="d0e3654"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3654">116</a>]</span>hoofdplaats van <i>le Vivarais</i>, in het oog; ook dit gezigt zou een zeer fraaije teekening opleveren; doch die hier alles, wat de moeite waard is, wilde +uitteekenen, zou ’er wel eenige maanden mede kunnen doorbrengen. Dit stadje is tusschen de rotsen aan den regter of westelijken +oever van de <i>Rhone</i> gebouwd, en de hoofdkerk gelegen op een rots, die boven de huizen uitsteekt; het schijnt een oud en groot gebouw te zijn. +Voor de omwenteling was <i>Viviers</i> een Bisdom, en de Bisschop voerde den titel van <i>Comte de Viviers</i>. Beneden aan den oever van de rivier ligt een zeer groot, en zoo het schijnt, fraai gebouw; men zegt dat het zoo veel vensters +heeft, als ’er dagen in het jaar zijn; nu ’er waren ’er inderdaad zeer veel; het diende voorheen tot een <i>Seminarium</i>. Aan onze linkerhand zagen wij een oud Kasteel, dat de schipper <i>le Chateau de Roche-mollet</i> noemde, meêr wist men ’er mij niet van te zeggen. Een eindweegs gevorderd zijnde, aanhoudend bezig met de fraaije gezigten +rondom ons te bewonderen, zagen wij <i>le Bourg St. Andeol</i>, voorheen het verblijf van den Bisschop van <i>Viviers</i>, en waar hij zijn paleis had. Dit stadje ziet ’er nog al wel uit, en is aangenaam aan de regteroever gelegen: wij stapten +’er een oogenblik aan wal, en kochten ’er wat provisie; want het water geeft eetlust, en het werd tijd, om te ontbijten. Het +oogenblik naderde vervolgens, dat wij onder die vreesselijk vermaarde <i>Pont-Saint Esprit</i>, waar van men ons zoo veel verteld had, door moesten varen. <a id="d0e3683"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3683">117</a>]</span>’Er wierd raad gehouden, of wij scheep zouden blijven, dan of wij ons voor de brug aan wal zouden laten zetten, en op één +na besloten tot het laatste, als zijnde het algemeen gebruik; daarbij wilden wij wel een half uurtje wandelen. Ik had anders +nog al lust gehad, om ’er in te blijven, doch voegde mij nu na de meerderheid van het gezelschap; onze reisgenoot, die ’er +in bleef, kon zwemmen, en trok zelfs zijn laarsen en rok uit, om daar door, in geval ’er een ongeluk plaats mogt hebben, niet +belemmerd te worden; de schipper lagchte hier om, en verzekerde ons, dat ’er geen gevaar was, en hij dien togt meêr dan honderdmalen, +zonder eenig letsel, gedaan had; maar het besluit was genomen, en wij stapten een groot kwartier, voor dat wij bij de brug +kwamen, aan land. Als een pijl uit een boog zagen wij van daar ons schuitje wegsnellen, en wandelden langs een’ aangenamen +weg, beplant met moerbezieboomen, wijngaarden, en hier en daar olijfboompjes, de eerste die ik zag, tot het stadje <i>Saint Esprit</i>. Het zal waarschijnlijk een sterkte geweest zijn, en heeft een <i>citadel</i> en <i>bastions</i>, maar heeft voor het overige weinig te beteekenen; het is aan den regteroever van de <i>Rhone</i> gelegen, en behoort thans tot het Departement <i>du Gard</i>. Wij zagen ’er in een lang en smal gebouw meer dan dertig vrouwen zitten, die bezig waren met de zijde van de poppen te haspelen. +De uitwaseming van die poppen, die men in heet water legt, veroorzaakt eenen zeer onaangenamen reuk, en men zegt dat het ongezond +<a id="d0e3700"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3700">118</a>]</span>werk is, dat ik zeer wel gelooven wil. Nogthans waren ’er onder die werklieden, eenige meisjes die ’er wij wel uitzagen; maar +misschien hadden zij dit bedrijf ook nog niet lang bij de hand gehad. Vervolgens gingen wij de vermaarde brug zien; het is +een ontzaggelijk stuk werks; zij rust op 26 bogen, waarvan 19 grooten en 7 kleinere zijn; zij is, volgens de beschrijving, +420 <i>toises</i> lang, en 2 <i>toises</i>, 4 voeten, en 4 duimen breed<a id="d0e3708src" href="#d0e3708" class="noteref">7</a>. Zij werd begonnen in 1265, en in 1309 voltooid, men werkte ’er dus 44 jaren aan.—En hoe, denkt gij dat men aan het geld +gekomen is; want dit moet nog al een sommetje gekost hebben. Men maakte gebruik van het bijgeloof van dien tijd, om deze nuttige +gemeenschap tusschen den regter- en linkeroever te bewerkstelligen. Het gerucht werd verspreid dat een Engel aan een’ schaapherder +verschenen was, en hem geboden had, om daar ter plaatse eene brug te bouwen; weldra kwam ’er een ruime toevloed van offeranden +en giften van alle kanten. De Prior van de Abdij, waar het stadje om gebouwd was, had echter het spel haast bedorven; want +men had de onvoorzigtigheid gehad, van ’er hem niet in te kennen: doch men herstelde dezen misslag, en gaf hem duimkruid; +hij lag den eersten steen, en ziet het wonderwerk had de gewenste uitwerking. <a id="d0e3717"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3717">119</a>]</span>Een groot gedeelte van deze brug is op de rots, die daar de bedding van de rivier uitmaakt, gebouwd. Waarschijnlijk bestond +’er een reden, waarom men ze met een elleboog, die tegen den stroom gesteld is gebouwd heeft; want zij zou fraaijer zijn, +als zij regt was. Wij waren veel te laat gekomen, om ’er onze schuit onder door te zien varen, zij wachte ons reeds lang aan +den anderen kant. ’t Is zeer duidelijk te zien, dat de stroom tusschen de bogen van deze brug, en vooral tusschen die, welke +het meest midden in staan, zeer sterk moet zijn, doch als de schippers niet onhandig zijn zie ik ’er geen gevaar in. Nog iets +opmerkelijks aangaande het metselwerk van deze brug is, dat de pilaren van de bogen doorluchtig zijn als of ’er vensters in +zijn. Ter instandhouding van dit ontzaggelijk en kostbaar stuk werks, is men zeer behoedzaam; de zware vragtkarren of rijtuigen, +mogen ’er niet willekeurig overrijden, en om het dreunen voortekomen, worden somtijds de wielen vastgemaakt, in een soort +van houten laden (<i>sabots</i>) gezet, en de karren ’er zoo zachtjes over gesleept. Wederom scheep zijnde, bekeek ik de brug nog eens ter deeg, doch wel +dra verloren wij dezelve uit het oog. Naar ik vernam, moeten de schippers, onder die brug door willende varen, niet op het +midden van een boog, maar op een pilaar aanhouden, even als of zij tegen denzelven aan wilden varen. De stroom brengt hen +dan van zelve in het midden van den boog of poort daar zij door moeten, <a id="d0e3722"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3722">120</a>]</span>en in een oogenblik zijn zij aan den anderen kant. De gezigten blijven aanhoudend schoon, en de landstreek berg- en rotsachtig. +<i>Orange</i> zagen wij aan de linkerhand van verre liggen; het speet mij, dat ik de overblijfsels der <i>Romeinsche</i> oudheden, die deze stad nog bezit, niet kon zien; doch zij is omtrent een mijl van den oever afgelegen, en dus wat te ver +om ’er naar toe te wandelen; daar bij was het zeer warm, en omstreeks elf uren voor den middag. Onze voormalige Stadhouders +voerden den naam van Prinsen van <i>Oranje</i>, naar het Prinsdom, of liever Prinsdommetje, waarvan deze stad toen de hoofdplaats was.—Wat heeft zelfs die naam in ons Vaderland +niet dikwijls aanleiding tot verregaande onaangenaamheden gegeven!!... Verder op zagen wij het stadje <i>Caderousse</i> aan den linkeroever gelegen; voor deze plaats ligt ’er een eiland in de <i>Rhone</i>, dat nog al uitgestrekt is. Eindelijk wees men ons de oude Pausselijke stad <i>Avignon</i>, die door zijne aangename gelegenheid, zijne torens en hooge gebouwen, en de rots, waar het oude Apostolische Paleis op gebouwd +is, eene fraaije en aanzienelijke vertooning oplevert. Eer dat men aan de stad komt, ziet men ook nog een eiland in de rivier, +dat vrij aanmerkelijk is, de <i>Rhone</i> maakt daar twee armen en vereenigt zich weder bij <i>Avignon</i>. Het was omtrent twaalf uren ’s middags, toen wij hier aankwamen. Wij hadden dus in minder dan 23 uren (want den tijd dat +wij geslapen en ons opgehouden hebben, reken ik <a id="d0e3748"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3748">121</a>]</span>’er af,) een’ weg afgelegd van omtrent 48 mijlen, ik was ’er dan ook bijzonder over te vreden en zou ieder, die deze reis +aangenaam, goedkoop en gemakkelijk wil doen, raden, om het op dezelfde wijze aanteleggen. Wij gaven elk aan onzen schipper, +behalve de bedongen vracht, 30 <i>sols</i> drinkgeld, en hij was zeer wel te vreden. Die man moest nu zijne schuit hier verkoopen, doorgaans voor eenen zeer geringen +prijs, en dan te voet weder terug keeren naar <i>Lyon</i>, zijne woonplaats. + +</p> +<p>Dezen langen <i>epistel</i> hebt gij wederom aan het slechte weder te danken; want naauwelijks waren wij in ons Logement of werden door een geduchte +donder- en regenbui, even eens als <i>Lyon</i>, verwelkomd: thans (om elf uren ’s nachts) houdt dezelve nog aan. + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3349" href="#d0e3349src" class="noteref">1</a></span> Dit was beste oude wijn; de gewone kocht men voor 5 <i>sols</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3391" href="#d0e3391src" class="noteref">2</a></span> Onze reisgenoot verhaalde dit met verscheidene natuurlijke omstandigheden, als een echte gebeurtenis, waar van hij zelve meêr +dan eens ooggetuigen geweest was, en ik heb geen de minste reden om aan ’s mans goede trouw te twijfelen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3428" href="#d0e3428src" class="noteref">3</a></span> Hoe ver is <i>Thain</i> van <i>Tournon</i>? +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3442" href="#d0e3442src" class="noteref">4</a></span> Hoe vele ligte vrouwlieden zijn’ er te <i>Tournon?</i></p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3462" href="#d0e3462src" class="noteref">5</a></span> O! dat is der moeite niet waardig, om ’er van te spreken, maar zeg mij, hoe ver is <i>Maintenon</i> (een steedje) van <i>Versailles</i>? of ook hoe veel <i>Maintenons</i> (te weten ligte vrouwen, want Madame <span class="smallcaps">de Maintenon</span>, was, gelijk gij weet, bijzit van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV.) zijn ’er wel te <i>Versailles</i>?—Deze anecdote durf ik u haast voor wat nieuws aanrekenen, zijnde verzekerd dat zij zeer weinig bekend is. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3578" href="#d0e3578src" class="noteref">6</a></span> <span class="smallcaps">De Faujas</span> is Professor bij het Museum van natuurlijke historie te <i>Parijs</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3708" href="#d0e3708src" class="noteref">7</a></span> Men rekent de <i>toise</i> op <i>6 géometrische</i> voeten. Die brug is dan ook veel te smal, naar evenredigheid van de lengte. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e3764" class="div1"> +<h2>Achtste Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Marseille</i>, 7 <i>Augustus.</i> + +</p> +<p>’s Morgens van den 4 dezer was het droog, doch het had den ganschen nacht geregend. Zoo veel regen in dit saisoen en in dit +gedeelte van <i>Frankrijk</i>, is inderdaad een ongewoon verschijnsel. Niettegenstaande onze voerman ons veel vertelde van den slechten weg, stapten wij +omstreeks vijf uren op het rijtuig, om naar de vermaarde fontein van <a id="d0e3779"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3779">122</a>]</span><i>Vaucluse</i> te rijden, men rekent dezelve over <i>l’Isle</i> 5½ uur gaans van <i>Avignon</i> afgelegen; wij hadden een rijtuig op twee wielen, doch op riemen hangende, in den smaak van die, waarmede men van <i>Parijs</i> naar <i>Versailles</i> enz. rijdt; het was met twee paarden bespannen, en de voerman zat <i>en postillon</i> op een van dezelven, die soort van rijtuigen zijn ligt, en men kan ’er des noods met vier personen in zitten. Ik had het +voor 21 Livres vrij van alle onkosten gehuurd. Een eind weegs buiten <i>Avignon</i> is de weg goed en zeer vlak, aan beide zijden met sloten, weilanden en boomgaarden, van moerbezieboomen beplant. Het heeft +hier wel wat van dat gedeelte van <i>Gelderland</i>, waar men zoo veele kersen en andere vruchtboomgaarden vindt. De landstreek wordt vervolgens bergachtig, en men heeft eene +verscheidenheid van aangename gezigten. Tot nog toe was de weg vrij goed; doch hier kwamen wij weder tusschen boomgaarden +en akkerland. De grond was hier kleiachtig en zoo week, dat wij verpligt waren te voet te gaan, omdat het rijtuig en de paarden +’er zoo diep in raakten, dat zij moeite hadden, om ’er uit te komen. De voerman wees ons een voetpad langs een’ anderen weg, +en wij zouden dan op eene zekere hoogte weder bij elkanderen komen; dit ging in den beginne wel genoeg, doch deze weg werd +ook zoo slecht, dat wij aan den kant moeite hadden om ons over eind te houden door de glibberigheid, en in ’t midden zakte +men ’er tot over de enkels toe in; tusschen beide liepen de sloten <a id="d0e3804"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3804">123</a>]</span>over, en men was schier genoodzaakt om te waden. Zoo sukkelden wij wel een half uur voort, eer wij weder bij het rijtuig kwamen. +Onze voerman had het niet beter gemaakt dan wij, zijnde verpligt geweest, om bijna altijd naast het rijtuig te gaan, om het +te ondersteunen; hij, wij en de gansche boêl zagen ’er deerlijk beslikt uit; en had de weg in ’t begin ten opzigte van het +gezigt naar <i>Gelderland</i> geleken, hier geleek zij wel na dat kleiachtig gedeelte van ons land, waar men ’s winters bijna niet door kan komen; en ik +herinnerde mij hier aan een van de onaangenaamste wandelingen van mijn leven, die ik in het najaar van 1801 deed, van <i>Dordt</i> naar het <i>nieuwe veer</i>. Wij kwamen vervolgens door het dorp <i>Morières</i>, klommen een’ heuvel op, veelal met wijngaarden en olijfboomen beplant; hier wordt het oog wederom aangenaam vergast; de +weg is hobbelig en steenachtig. Hier wees onze voerman ons in een keten heuvels en rotsen, die voor ons lag, en aan dien kant +het gezigt bepaalde, de plaats, waar de fontein van <i>Vaucluse</i> gelegen was; doch wij waren ’er nog een goed eind weegs van daan, en ik zag nog niets anders dan een bruinächtige rots. Afklimmende +kwamen wij nog voorbij een ander dorp, en daarna aan het stadje <i>l’Isle</i> (het eiland) genaamd, waarschijnlijk om dat het riviertje <i>la Sorgue</i> het rondom bespoelt.—welk eene allerliefste landstreek! Wij reden door een fraaije dreef van redelijk zware <i>platanus</i>-boomen langs de stad, tot aan een gnappe <a id="d0e3830"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3830">124</a>]</span>herberg daar <span class="smallcaps">Petrarque et Laure</span> uithangt, hier stapten wij af, aten ter loops een stuk brood, en wat vruchten, waar onder goede meloenen, en bestelden het +middagmaal tegen onze terugkomst, vooral goede paling, forellen en rivierkreeften bedingende; want die zijn hier even zoo +vermaard als bij ons de baars van <i>Hillegom</i>, of half weg <i>Amsterdam</i>; en schoon anders geen lekkerbek, van daag wilde ik ook eens smullen, want dat behoort bij de reis naar <i>Vaucluse</i>, en hij, die de fontein gaat zien, moet ook de visch proeven, die ’er in dat water gevangen wordt. Na het stoffelijk deel +wat verkwikt te hebben, en dat was noodig; want wij hadden ons nog al wat vermoeid met door het slijk te loopen, spoedden +wij voort en ik was dan zeer nieuwsgierig en verlangende. Welhaast verlaat men het dal en de vrolijke landouw van <i>l’Isle</i>; het liefelijk stroomende riviertje, dat hier en daar over een dam heen rolt, en een kleinen waterval vormt, de frisch groene +weilanden en de akkers met moerbezieboomen beplant. De natuur neemt eene treurige houding aan, de grond wordt steenachtig, +hier en daar rijdt men zelfs over de bloote rots; de landstreek is dan ook onvruchtbaar en woest, slechts hier en daar een +struikje of een kwijnend olijfboompje. Hoe zeer men de plaats, waar de fontein moet wezen, een’ geruimen tijd voor zich gezien +heeft, men kan zich niet verbeelden, dat dit iets ongemeens zal opleveren, en eenigzins aan de verwachting beantwoorden, die +men ’er den reiziger van <a id="d0e3847"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3847">125</a>]</span>heeft doen opvatten, en juist dit maakt de nieuwsgierigheid des te sterker gaande; ieder spreekt hier toch van de fontein +van <i>Vaucluse</i>, alle vreemdelingen gaan die bijna zien; het Departement is ’er naar genoemd; het moet toch der moeite waardig zijn, en ondertusschen +schijnt het niet anders dan een barre rots. Het dorpje <i>Vaucluse</i> naderende, begint het ’er nogthans wat naar te gelijken; hier wordt de natuur schilderachtig; men komt door een’ hobbeligen +en kronkelenden, hier en daar zeer smallen weg, langs stukken en brokken van rotsen, in een aangenaam dal, waar de <i>Sorgue</i> langs groene oevers, en weelderig groeijende struiken en boomen door slingert. Bij de brug van het dorpje hield de voerman +stil, digter bij de fontein kan men met rijtuig niet wel komen. Een oud vrouwtje met haar spinrok in de hand, wachtte ons +reeds op, en bood zich aan ons naar de fontein te geleiden. Het was nu omtrent elf uren, de zon scheen helder; het was al +een zeer heete dag, en dus niet zeer aangenaam, om te wandelen, doch een nieuwsgierig reiziger laat zich daar door niet afschrikken, +en wij begaven ons met onze geleidster, die al vooruit liep, en trachtte te beduiden dat het niet ver was, op weg, ik zeg +trachtte te beduiden, want de goede vrouw sprak bijna niet anders dan het <i>patois</i> van dat land, het geen weinig overeenkomst heeft met het <i>Fransch</i>; door dikwijls hetzelfde te herhalen, en met de handen en oogen te wijzen en te beduiden, begreep ik ’er hier en daar nog +al wat van; mij scheen <a id="d0e3864"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3864">126</a>]</span>zij genoegzaam te verstaan, maar vergat al gaande en pratende niet te spinnen; en hoewel ’er armoedig uitziende, scheen zij +echter gezond en vrolijk. Het dorpje <i>Vaucluse</i> ligt tegen en op een barre rots, die door de <i>Sorgue</i> bespoeld wordt; het is dan onder aan den oever aangenaam en vruchtbaar; doch boven dof en naar. Op den top van een rots bij +hetzelve, ziet men de overblijfsels van een vervallen Kasteel, dat men het kasteel van <i>Petrarque</i> noemt; doch het behoorde aan de Bisschoppen van <i>Cavaillon</i>, die Heeren waren van <i>Vaucluse</i>. Men klimt, den stroom aan de regterhand latende, naar de bron; haast wordt men door het ontzaggelijk gezigt van een verbazende +hooge muur van steile rotsen, die zich als een halve cirkel vertoont, en door de ruischende watervallen, die zich in den stroom +opdoen, verrukt. Ter zijde ziet men spitse punten, door de natuur als gedenknaalden opgericht, en vreesselijke klompen steen, +door de Eeuwige Almagt als ’t ware op een gestapeld<a id="d0e3881src" href="#d0e3881" class="noteref">1</a>.—Mensch, met al u ingebeelde grootheid, wat zijt gij hier klein!! Naar mate dat men opklimt, wordt ook de bedding van den +stroom hooger, en de bruisschende loop van het water dus hoe langer hoe sterker, zoo dat het schier niet anders gelijkt dan +sneeuwwitte schuim. Ik had mij reeds van het snapachtig moedertje ontdaan, en zette mij nu op een brok rots aan den kant van +de waterval neder, om daar <a id="d0e3884"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3884">127</a>]</span>alles bedaard te overzien. Zeker heeft <span class="smallcaps">Petrarcha</span> deze plaats niet uitgekozen, om den lof van zijne schoone <span class="smallcaps">Laura</span><a id="d0e3891src" href="#d0e3891" class="noteref">2</a> te zingen, want het geweldig gedruis van het water zou de schelste toonen verdoofd hebben; doch hij kon ’er de majestueuse +<a id="d0e3956"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3956">128</a>]</span>schoonheid der natuur in vloeijende versen beschrijven, ten minste daar toe de ruimste stof in zijn brein verzamelen. Nu ging +ik verder op, tot aan de grenzen van dit enge dal, door de steile rots, zoo steil, als of zij regt door was gezaagd, afgeteekend. +Aan den voet van dezelve is een ruim onderaardsch gewelf, waar in de bron van <i>Vaucluse</i> opwelt. Het water, in den kom of vijver voor hetzelve, was zoo hoog, dat wij van den boog of opening maar zeer weinig zagen. +De oppervlakte van dezen vijver had toen wel 50 voeten diameter. Hier was het water stil en doorschijnende, zoo dat men aan +de kanten tot op den grond toe zien kon. Gedurig door de bron gevoed wordende, liep die vijver aanhoudend over, en dit maakte +dien heerlijken waterval. Het was hier zeer koel, en door het water, dat bijna ijs koud is, en omdat men ’er geheel beschut +is, tegen de zonnestralen; want de steile rots boven de bron helt zelfs eenigzins voorover, en deze rots is van het water +af omtrent 700 voeten hoog. Men is hier genoegzaam rondom door ontzaggelijke muren ingesloten, van daar de naam <i>Vallis Clausa</i>, daar men <i>Vaucluse</i> van gemaakt heeft. De vorschende reiziger leest op deze wanden, als een bevel van de hoogste wijsheid: “Tot hier toe en niet +verder,” en treedt eerbiedig terug.—Men ziet niets dan rotsen en water, behalve den treurigen vijgenboom, die uit een spleet +van de rots, boven den vijver, niet ver van het water is voortgekomen, en hier en daar een weinig mos, en <a id="d0e3967"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3967">129</a>]</span>toch is het zoo verrukkend schoon, dat ik ’er niet van daan kon komen. Eenige jaren vroeger had hier de liefde misschien grootendeels +mijne denkbeelden bezig gehouden, thans vervulde verhevener gedachten geheel mijne ziel,—de flaauwe beelden der Eeuwigheid, +der Schepping en der Onsterfelijkheid zweefden voor mijn’ geest.—Weg met al die beuzelachtige pracht, waarmede men den godsdienst +ontluistert, met al die leerstellingen die ’er menschelijk vernuft heeft bijgehangen!—Al wat menschelijk is, is hier beuzelachtig, +en zinkt weg naast de Grootheid van den Schepper, dien men rondom niet anders dan met eerbied kan beschouwen.—Ik knielde niet, +ik sprak geen gebed uit,—maar betrachtte, bewonderde, gevoelde en hoopte. Het nieuwe en ongewone der voorwerpen, droeg zekerlijk +veel tot deze mijne geestvervoering bij.—Zulk eene verhevene gewaarwording, zulk eene zachte aandoening is onbeschrijfbaar. +Doch daar het tijd werd om deze zielstreelende tooneelen te verlaten, vervoegde ik mij weder bij het gezelschap. Wij hadden +een fles wijn medegebragt, die onze geleidster aan den kant van de bron gezet had om te verkoelen, hier dronken wij nu een +teug van, doch ik verkoos het zuivere water, daar ik bij mijn aankomst reeds van geproefd had, doch niet veel van durfde drinken, +omdat ik te warm was. Dit water is zoo klaar als kristal en uitmuntend van smaak. Onze geleidster beduidde mij, dat in den +sterken stroom bij den val (<i>cascade</i>) Forellen gevangen werden. <a id="d0e3972"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3972">130</a>]</span>Hoe merkbaar was de warmte, toen wij weder in de zon kwamen; doch het is slechts eene kleine wandeling, en wij waren weldra +bij het rijtuig; hier keerde ik mij nog eens om, bleef een poos op den stroom en op de rotzen staren, en zeî met aandoening, +<i>Vaucluse</i> vaarwel. Het moedertje, dat ik wat gegeven had, wenschte ons zegen en gezondheid, en wij reden, wel voldaan over deze reis, +naar <i>l’ Isle</i> terug. Hier vonden wij den maaltijd gereed, in een kamer waar de borstbeelden van <span class="smallcaps">Petrarcha</span> en <span class="smallcaps">Laura</span> op den schoorsteen stonden. Nimmer heb ik lekkerder paling, forellen en rivierkreeften gegeten, en het was jammer, dat de +wijn, hoewel van de beste soort, die men hier had, ons niet beter smaakte, en wij genoegzaam verpligt waren om enkel water +te drinken. De wijn van <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> is te zwaar, en heeft een’ smaak, welke voor de meeste menschen, die ’er niet aan gewoon zijn, walgächtig is. Goed koop is +het hier niet, wij moesten voor het middagmaal £ 4–:–: de persoon betalen. <span id="d0e3992" class="corr" title="Bron: Naar">Na</span> het eten ging ik de bekoorlijke wandelingen om het stadje bezigtigen, en trad ook even binnen de poort, doch inwendig scheen +het niet veel te beteekenen. Voorheen waren hier ook verscheidene Kloosters, want het behoorde aan den Paus; met dat al zijn +’er ook veel Joden. De zijdeteelt, zijdeverwerijen en leêrlooijerijen, maken het voornaamste bedrijf van de inwoners uit. +<i>l’Isle</i> is 1½ uur gaans van <i>Vaucluse</i> en 4 uren van <i>Avignon</i>. Wij reden ’er dan ook eerst tegen, dat de grootste hitte wat over <a id="d0e4004"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4004">131</a>]</span>was, van daan. Nu scheen mij het gezigt op de hoogte nog fraaijer en uitgestrekter dan in het heenrijden. Aan onze regterzijde +zagen wij onder anderen van verre een vrij hoogen berg, dien onze voerman <i>le Dojo</i><a id="d0e4008src" href="#d0e4008" class="noteref">3</a> noemde, aan de linker deed zich op een goeden afstand, in de valei een keten rotsen op; aan den voet van de hoogte lag het +dorp <i>Morières</i>, en regt uit in het verschiet de stad <i>Avignon</i>. In den omtrek van <i>Morières</i>, en op meêr plaatsen langs dezen weg, vond ik ook velden met meekrap, doch zij staat zoo goed niet, als bij ons. De weg was +aanmerkelijk opgedroogd, zoo dat wij nu niet veel hinder van de slijk hadden; wij kwamen dan omstreeks ’s avonds half negen +te <i>Avignon</i> terug, en gaven aan onzen voerman, behalve de bedongen vragt £ 3–:–: en dus in ’t geheel een <i>Louïs d’Or</i> en hij was zeer wel te vreden. ’Er was zeer veel volk op de publieke wandeling, die hier even buiten de poort langs de <i>Rhone</i> is; wij gingen daar dan ook een avondluchtje scheppen. Deze wandeling is digt met ijpe-boomen beplant en zeer lommerrijk, +tusschen beide staan steenen banken, en in het midden over de poort, een fraaije tent, waar men ijs en andere ververschingen +tegen eenen zeer billijken prijs kan bekomen. Men ontmoet hier ook, hoewel deze stad tot de Staten van zijn Heiligheid behoorde, +en van zijnen wegen bestuurd werd, zeer veel galante <a id="d0e4035"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4035">132</a>]</span>meisjes, zelfs naar men verzekerde waren ’er ruim 500 bij de Policie aangeteekend, en de gehele bevolking bedraagt omtrent +20,000 menschen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vi008.jpg" alt="Bron van Vaucluse."><p class="figureHead">Bron van Vaucluse.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Den 5 dezer was het Zondag, en dus gelegenheid, om kerken te zien; voor de omwenteling waren die hier in menigte en schitterden +van goud en kostbaarheden. Behalve de Kerken, waren ’er nog twintig zoo Mans- als Vrouwen-Kloosters, thans is dat getal aanmerkelijk +verminderd, en ook in verscheidene Kerken, die ik bezigtigde, vond ik niet veel bijzonders. De stad beviel mij vrij wel, men +vindt ’er nog al eenige ruime straten en fraaije gebouwen. Een Dame te paard gezeten, en door een’ slaanden Tamboer voorafgegaan, +trok mijn aandacht; zij had eenige zeldzame natuurverschijnselen te kijken, en maakte dit bekend. Deze wijze van bekend maken +scheen hier gebruikelijk. In <i>Avignon</i> zijn ook verscheidene Boekdrukkerijen; voor deze hielden die zich veel bezig met voorname <i>Fransche</i> werken natedrukken; voor het overigen drukten zij vele theologische geschriften. <i>Het leven van</i> <span class="smallcaps">Petrarcha</span> enz. willende koopen, ging ik in eenige Boekwinkels, en vond ’er onder die vrij groot waren, behalven het leven van <span class="smallcaps">Petrarcha</span> kocht ik ook nog een werkje, ten titel voerende: <i>Description de la Fontaine de Vaucluse etc. par</i> <span class="smallcaps">J. Guerin</span> <i>Professeur etc. Avignon</i> 1804<a id="d0e4067src" href="#d0e4067" class="noteref">4</a>. Er staat een <a id="d0e4081"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4081">133</a>]</span>fraai plaatje voor, waarop een gezigt van den waterval en omliggende rotsen, zeer naauwkeurig is afgeteekend, en daar bij +eene juiste beschrijving gegeven; bij gelegenheid zend ik u dat boekje, dat u deze opmerkingswaardige bron nader zal leeren +kennen<a id="d0e4083src" href="#d0e4083" class="noteref">5</a>; ook voor de Natuur- en Kruidkundige is daar wat in te leeren. Ik was blijde, dat ik het niet eerder gevonden had, want dan +had de verrassing minder aangenaam geweest nu ging ik de bron van <i>Vaucluse</i> zien, zonder ’er bijna iets meêr dan den naam van te kennen. In het voorbijgaan zag ik hier ook eene geschutgieterij. Wij +hadden onzen intrek genomen in het Hotèl genaamt <i>le Palais Royal</i> digt bij de poort aan de gemeene wandelplaats uitkomende; het huis ziet ’er juist niet zeer gnap uit, doch over hetzelve +staat een nieuw gebouw, hier gaf men ons kamers, die zindelijk en goed waren, en wij betaalden slechts £ 1–10-: voor ieder +bed of £ 3–:–: voor een kamer met twee bedden. ’s Middags aten wij aan de algemeene tafel (<i>table d’hote</i>) in een groote zaal, met wel 40 à 50 personen, veelal kooplieden van de kermis (<i>foire</i>) van <i>Beaucaire</i> terug komende, en met eenige duizende vliegen; want de tafel, de muren, de zolder, alles <a id="d0e4335"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4335">134</a>]</span>zag ’er zwart van; ik herinner mij niet van ooit zoo veel van die <i>insecten</i> bij elkanderen gezien te <a id="d0e4340"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4340">135</a>]</span>hebben; ik kon ze naauwlijks van mijn bord afhouden, vooral was men genoodzaakt om alle schotels, <a id="d0e4342"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4342">136</a>]</span>daar zoet bij kwam, te dekken, en bovendien gebruikte men de voorzorg, van de vensters digt te <a id="d0e4344"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4344">137</a>]</span>houden, en het zoo donker te maken, dat men ter naauwernood zien kon. Het was heden weder zeer warm. Het ossen en kalfsvleesch +begint hier al schaars te worden, en schapenvleesch is het voorname voedsel. Olij wordt veel in plaats van boter, die hier +ook in ’t geheel niet rijkelijk is, gebruikt. Vele groentens, die te <i>Parijs</i> en elders overvloedig zijn, onder anderen de frissche salade, die men daar <i>Romaine</i> noemt, vindt men hier weinig of niet; doch daar en tegen heeft men overvloed van geurige meloenen. De <i>Rhone</i> en andere riviertjes of beken hier omstreeks leveren goeden visch op; ook schijnt het gevogelte, als hoenders, kalkoenen, +duiven enz. ’er niet te ontbreken. <a id="d0e4355"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4355">138</a>]</span>Na het eten klom ik op de rots, <i>de Dons</i> genaamt, en waarop het voormalig Pausselijk slot gelegen is, men klimt ’er aan den eenen kant met trappen op, en boven zijnde, +heeft men op een soort van <i>terras</i> een fraai en uitgestrekt gezigt, over de stad en derzelver omstreek. De geheele stad, behalven deze rots, is in een vlakte +gebouwd, en door een’ fraaijen muur omringd. Het voormalig zoogenoemd Pauselijk paleis, is een groot en stevig <i>Gothisch</i> gebouw, en gelijkt meêr naar een gevangenis, dan naar een paleis; trouwens, een groot gedeelte ’er van dient ook tegenwoordig +om ’er de misdadigers in te bewaren; het overige wordt door oude krijgslieden (<i>invalides</i>) bewoond, en men noemt dat <i>une sucursale</i>. De voormalige Pausselijke munt, die over dit gebouw staat, wordt thans door de ruiterij, ten dienste van de policie, (<i>Gens d’Armes</i>) bewoond; overigens ziet men op deze rots veel puinhoopen en overblijfsels van gesloopte gebouwen. De eerste Paus, die zijn +zetel van <i>Rome</i> hier na toe verplaatste, was <span class="smallcaps">Bertrand de Got</span>, genaamd <span class="smallcaps">Clemens</span> de V., en geboortig van <i>Bazas</i> in <i>Gascogne</i>; hij had aan <span class="smallcaps">Philippus le Bel</span> beloofd, om altijd in <i>Frankrijk</i> te zullen blijven, en verlegde zich in 1308 te <i>Avignon</i>, doch had toen, aangaande het wereldlijk bestuur van die plaats, niets in te brengen. In 1348 eerst kocht <span class="smallcaps">Clemens</span> de VI., van <span class="smallcaps">Johanna</span>, Koningin van <i>Siciliën</i>, en Gravin van <i>Provence</i>, de stad <i>Avignon</i>, voor 80,000 guldens. Het Graafschap <i>Venaissin</i> bezaten de Pausen toen <a id="d0e4417"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4417">139</a>]</span>reeds. De Pausselijke zetel bleef ’er toen tot 1376, toen <span class="smallcaps">Gregorius</span> de XI. (de laatste <i>Fransche</i> Paus tot nu toe) weder naar <i>Rome</i> ging wonen, waar hij in 1377 aankwam, en den 27 Maart 1378 stierf. Mij dunkt, indien ’de Pausselijke waardigheid nog lang +in stand word gehouden, dat het dan ook zeer mogelijk is, dat <span class="smallcaps">Gregorius</span> de XI. niet altijd de laatste <i>Fransche</i> Paus blijft. Na deze <span class="smallcaps">Gregorius</span> de XI. zijn ’er tweemaal achter elkanderen twee Pausen te gelijk geweest, waarvan de eene telkens te <i>Avignon</i>, en de andere te <i>Rome</i> zijn verblijf hield. De geleerden waren het toen in ’t geheel niet eens onder malkanderen. Vervolgens regeerden de Pausen +<i>Avignon</i> en het aangelegen Graafschap, door Kardinalen <i>legaten</i>, en deze wederom door <i>vice legaten</i>, die te <i>Avignon</i> bun verblijf hielden, en die Onderkoningjes lieten zich daar dan ook ter deeg gelden. Thans is deze stad de hoofdplaats van +het Departement van <i>Vaucluse</i>. Oorspronkelijk behoorde zij aan de <i>Cavariense Gaulen</i>, en wierd daarna een <i>Romeinsche</i> Volkplanting (<i>Colonie</i>) kwam door verscheide andere handen aan de Graven van <i>Provence</i>, vervolgens aan den Paus, en eindelijk aan de <i>Fransche</i> Republiek. Het afschaffen van de menigte Kloosters en Dom Kapittels, heeft het vertier in deze stad wat verminderd, en eene +aanzienlijke somme gelds buiten omloop gebragt. Onder de gangbare munten alhier, ziet men ook zeer veel <i>Spaansche</i> stukjes, doende 20, 10 en 5 stuivers <i>Fransch</i>. De menschen zagen ’er vrij gnap en gezond <a id="d0e4479"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4479">140</a>]</span>uit, en men vind hier nog al fraaije vrouwen. De kleeding der boerinnen, of liever hunne groote zwarte filten ronde hoeden, +beviel mij niet. Zij zijn doorgaans in ’t geheel niet bevallig, en maakten zich door die hoeden nog onbevalliger. Tot een +sieraad der burgervrouwen, schijnt even als bij onze Vaderlandsche huismoeders, een schaar aan een zilvere ketting te behoren; +boven aan is nog een zilver beugeltje als een sleutelring, doch ik heb ’er geen sleutels aan gezien. Het <i>Patois de Provence</i> is de gewone spraak, doch de stedelingen spreken ook <i>Fransch</i>, hoewel de meesten, onder het zoogenaamde gemeen, zeer slecht. Tegen den avond ging ik weder naar de openbare wandelplaats, +waar nu met de zondag veel volk was: het is hier dan ook allerliefst, en om de lommer, en om het aangename gezigt over de +rivier. In dezelve ziet men ook nog een gedeelte van eene steenen brug; deze brug in 1188 volbouwd, wierd door den sterken +stroom in 1669 vernield, zoo dat ’er nog maar drie of vier bogen van overbleeven; van den kant van de stad gaat men ’er nog +op. Die brug is naderhand in hout wel weder bij gebouwd, doch <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XIV., naar men mij verzekerde, heeft ook de houten brug, daar de rivier aan <i>Frankrijk</i> behoorde, doen wegnemen, om daardoor de gemeenschap met het <i>Languedokse</i> zoo veel mogelijk te belemmeren, en de zijden stoffenfabrieken van <i>Avignon</i>, die ook aanmerkelijk plagten te zijn, te onderdrukken, om daardoor die van <i>Lyon</i> meêr te bevoordeelen. Daar <a id="d0e4502"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4502">141</a>]</span><i>Avignon</i> thans aan <i>Frankrijk</i> behoort, verwacht men, dat de brug weder hersteld zal worden, en men verhaalde mij zelfs, dat ’er reeds een ontwerp dien +aangaande begonnen was. Aan den anderen kant van de <i>Rhone</i> over deze stad ziet men tegen de helling van een’ heuvel, het stadje <i>Villeneuve-lez-Avignon</i>, en bij hetzelve een groot en aanzienelijk gebouw, voorheen een <i>Benedictijner</i> Abdij. ’Er werd ook dezen avond in den Schouwburg, dien men hier van een Kerk gemaakt heeft, gespeeld; men gaf ’er onder +anderen <i>la Caravane du Caire</i>, groote Opera; noch het tooneel, noch de vertooners waren tot de uitvoering van dit stuk geschikt, doch men moet <i>Parijs</i> naäpen, al zou het dan ook nog zoo gebrekkelijk zijn: behalven de <i>Bastaille</i> was ’er geen een bij, die maar dragelijk zingen kon; ik liep ’er dan ook al heel spoedig uit. <i>Apropos</i> van zingen, men verbeeldt zig ook vrij algemeen bij ons, dat schier alle menschen in <i>Frankrijk</i> zingen als nachtegalen, en dat onze landslieden ’er ten eenemaal ongeschikt toe zijn; ik heb zelfs te <i>Parijs</i> door een’ geleerde, in het openbaar sprekende, eens hooren aanvoeren, en dat in goeden ernst, dat de <i>Hollanders</i> misschien zoo slecht en smakeloos zongen, omdat zij alle uren of half uren de klok hoorden spelen, daar dit (zoo men wilde) +op hun muzijkaal gehoor een nadeeligen invloed moet hebben; maar ten platten lande, en in verscheide plaatsjes van <i>Frankrijk</i>, die ik al bezocht heb, spelen geen klokken, ondertusschen hoorde ik nog al dikwijls een boere meisje of knaap, een <a id="d0e4542"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4542">142</a>]</span>werkgast of spindster, een deuntje zingen; maar deze bragten toch ook alles, behalve aangenaam muzijk en strelende toonen, +voor den dag. Te <i>Parijs</i> en in de voornaamste steden gaat het beter; maar waarom?—omdat men daar gelegenheid heeft van dagelijks goede zangers en +zangeressen te hooren, en omdat ’er een menigte muzijkanten zijn, die de jongelieden onderwijzen, en met dat al vindt men +’er onder de liedjeszangers, en het zoogenaamde gemeene volk nog een menigte, die het niet veel beter maken dan de onze. Velen, +zoo in <i>Holland</i> als elders, die natuurlijk een goede stem, en een geschikten aanleg tot de zangkunst zouden hebben, maken ’er, mijns bedunkens, +geene vorderingen in, omdat zij geene gelegenheid hebben, om zich behoorlijk te oefenen, of zelfs hunne stem misbruiken en +bederven. Het Psalmgezang, bij voorbeeld, zoo het den naam van gezang verdient, geloof ik, dat ’er in ’t geheel geen goed +aan doet, dikwijls heb ik in ons Vaderland, vooral in de Nederduitsche Gereformeerde Kerken menschen gezien, die zoo hard +schreeuwden, dat zij rood en paarsch werden, en dit leert men den jongelieden al vroeg in de scholen; als of men ’er, in plaats +van zangers, nachtroepers of havenwagters, die de schepen moeten praaijen, van wilde maken. Wenschelijk ware het, inderdaad, +dat men in ons Vaderland ook hier op eene behoorlijke aandacht vestigde, en gepaste middelen in het werk stelde, om de zoo +aangename, en zelfs van den kant van den Godsdienst beschouwd, nuttige zangkunst, meerder <a id="d0e4550"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4550">143</a>]</span>te bevorderen en aantekweeken; en ik houde mij verzekerd, dat het aan natuurlijke begaafdheden veel minder zal haperen, dan +men schijnt te veronderstellen. Men zinge dan ook Vaderlandsche liederen op eenvoudige welluidende, en op de woorden toepasselijke +zangwijzen, in plaats van een menigte laffe en onbetamelijke <i>Fransche</i> prullen, die onder ons in ’t geheel niet voegen, en die men echter al dikwijls de voorkeur nog geeft boven het goede zangwerk +van die natie. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vi009.gif" alt="Partituur"></div><p> + + +</p> +<p>’s Nachts om twaalf uren vertrok ik met den gewonen postwagen (<i>de l’entreprise Generale</i>), van <i>Avignon</i> naar <i>Marseille</i>, en betaalde voor een plaats in de <i>Cabriolet</i>, dat is te zeggen, voor in, £ 15–:–: en voor mijn koffer, ruim een çentenaar wegende, £5–:–: dezen postwagen vond ik al buitengewoon +ruim en vermakelijk. De sterren schenen helder, en hoewel men ’s nachts veel mist, ten opzigten van het gezigt, is het toch +aan den anderen kant, in dit jaargetij, weder aangenaam, om de hitte te vermijden. Wij werden door twee <i>Gens d’armes</i> te paard begeleid, omdat ’er gelden of papieren van het Gouvernement op den wagen waren, tot waar men de <i>Durance</i> overvaart, omtrent een paar uren van <i>Avignon</i>. De stroom van dezen rivier, die zijn’ oorsprong neemt in de <i>Alpen</i>, is zeer sterk, en daardoor onbevaarbaar, te meêr om de menigte eilandjes en zandbanken, die zich gedurig verplaatsen. Zelfs +de bedding van de rivier verlegt zich dikwijls, en de landen hier om streeks worden aanhoudend <a id="d0e4585"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4585">144</a>]</span>door overstroomingen beschadigd. Bruggen zijn daar dan ook niet gemakkelijk te maken, echter naar ik vernam, was men bezig, +om het wat lager dan dit veer met eene houten brug te beproeven. Thans was de <i>Durance</i>, door den aanhoudenden regen, ook zeer hoog. Wij wierden met een soort van pont aan een reep, die echter op verre na zoo +gemakkelijk en geschikt niet was, als onze ponten, overgezet, tot een groote zandplaat, of liever bank van keisteentjes, en +van daar met een tweede diergelijke pont, tot aan den oever. Dit overzetten hield ons omtrent een half uur op. Even voor het +opkomen van de zon, terwijl het vrij sterk daauwde, zag ik omtrent in het zuiden een’ flaauwen regenboog. Toen de zon opkwam, +en de daauw optrok, was het zoo frisch, dat wij ’er eenigzins hinder van hadden, dit heeft in deze luchtstreek, en in dit +jaargetij, dikwijls plaats, en hoewel het over dag zeer heet is, kan het in den morgenstond zeer koud zijn. Over het algemeen, +in dit gedeelte van <i>Frankrijk</i>, voorheen onder den naam van <i>Provence</i> bekend, heeft ’er eene zeer groote verscheidenheid in het luchtgestel plaats: om dat men ’er vrij hooge bergen, moerassen, +rivieren, vlaktens, en zeestranden heeft. De vruchtbaarheid van den grond is dan ook zeer onderscheiden: men zegt daarom, +dat men in <i>Provence</i> te gelijkertijd de vier jaargetijden vindt. Het stadje <i>Orgon</i>, 3½ post van <i>Avignon</i>, en daar wij doorreden, na van paarden verwisseld te hebben, zag ’er niet zeer gunstig <a id="d0e4605"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4605">145</a>]</span>uit, het ligt tegen eene vrij steile hoogte. <i>Lambesc</i> een ander stadje, omtrent 3 posten verder, beviel mij beter; het is aangenaam gelegen, en de omstreek schijnt nog al vruchtbaar +te zijn, tot nog toe anders was de grond over het algemeen steenachtig en onvruchtbaar. In de omstreek van <i>Lambesc</i> vindt men marmergroeven. Te <i>St. Cannat</i>, daar wij omstreeks negen uren aankwamen, wilde men ons al doen eten, dat is te zeggen, een’ maaltijd doen nemen, die het +ontbijt en middagmaal in zich vereenigen moest; dit beviel mij niet; ik ging dan met een’ man van <i>Aix</i>, die ook op den postwagen was, in een klein herbergje, waar het ’er vrij gnap uitzag, niet ver van het posthuis; hier gaf +men ons persiken, watermeloen, die men hier <i>pastèque</i> noemt, zoo veel brood, als wij lusten, en een fles vrij goeden wijn, en dit alles koste voor ons beide maar 9 <i>Fransche</i> stuivers. De vrouw scheen een goede huismoeder te zijn, en hield zich met een paar lieve kinderen bezig; de boer, die teffens +hospes was, had een gezond oordeel, en scheen zeer aan de eerste beginselen van de omwenteling gehecht, en daar hij hoorde, +dat wij het hieromtrent met hem eens waren, kwam hij met verscheidene gegronde aanmerkingen, aangaande de tegenswoordige tijdsomstandigheden, +vrij rondborstig voor den dag. Ik praatte veel met deze goede lieden, en dit ontbijt is zeker een van de aangenaamste, die +ik tot hier toe op deze reis aangetroffen heb.—Men wil dat de <i>Franschen</i> over ’t algemeen <a id="d0e4628"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4628">146</a>]</span>niet geschikt zijn voor eenen Republikeinschen regeringsvorm, indien ’er evenwel hier en daar sommige huishoudens, als dit +gevonden werden, zoo als ik veronderstel, dat zij ’er wel te vinden zijn, als men zich de moeite gaf om ze optezoeken, en +de zuivere Republikeinsche grondbeginsels werden wat aangemoedigd, zouden zij ’er wel geschikt voor kunnen worden, dunkt mij.—Mogelijk +is dit het oogmerk dan ook wel van het tegenwoordige Gouvernement, en wie kan gelooven, dat al het geene zoo veele groote +mannen, vooral ook in <i>Frankrijk</i>, dienaangaande geleerd hebben, geheel zal uitgewischt of in vergetelheid gebragt worden.—Het dorp <i>St. Cannat</i> beteekent niet veel, en de grond scheen ’er mij ook al niet zeer vruchtbaar. In het begin van de vorige eeuw ontdekte men +een uur van dit dorp aan de zuidzijde, een mijlpaal, die ’er het 21 jaar van de Christelijke jaartelling, onder Keizer <span class="smallcaps">Tiberius</span>, geplaatst was. De reisweg der <i>Romeinen</i> van <i>Aix</i> naar <i>Arles</i>, liep daar langs. Van <i>St. Cannat</i> tot <i>Aix</i> rekent men 2 posten, of omtrent 3 mijlen van <i>Provence</i>; dat is bijna zoo veel uren gaans. De landstreek blijft aanhoudend berg- of rotsachtig en de grond over het algemeen woest. +De gezigten, hoewel niet vrolijk, leveren nog al eenige verscheidenheid op, en houden daar door den reizenden aangenaam bezig. +Om het onbelemmerd gezigt vooruit, is dan de <i>cabriolet</i> ook verkiesselijk boven het binnenste van den wagen. <i>Aix</i>, voorheen de hoofdstad van <i>Provence</i>, thans van het Departement <a id="d0e4666"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4666">147</a>]</span><i>les bouches du Rhone</i>, ligt in eene aangename vlakte aan den voet van verscheidene heuvels; hier begon de natuur weder eene vriendelijke gedaante +aantenemen. Wij moesten buiten om de stad rijden en verwisselden daar ook van paarden; doch de <i>Conducteur</i> hield zich op mijn verzoek wat op, zoo dat ik den tijd had, om even in de stad te gaan en de fraaije wandeling te zien, en +’er mij een weinig te ververschen; deze stad is de oudste, die de <i>Romeinen</i> onder de <i>Gaulen</i> gehad hebben; zij werd gebouwd in het land der <i>Salyes</i>, die, volgens <span class="smallcaps">Strabo</span>, verdeeld waren in zes cantons, voor dat zij aan de <i>Romeinen</i> onderworpen werden. Zij bestond dus reeds, toen ’er de <i>Romeinen</i> eene kolonie naar toe zonden, 46 jaren voor de Kristelijke Jaartelling. Misschien lokten de warme baden, en de nabijheid +van <i>Marseille</i> hen hier naar toe; althans deze kolonie, wierd aanmerkelijk onder die welke de <i>Romeinen</i> in <i>Provence</i> hadden. Verscheidene oudheden, opschriften en medailles, die hier van tijd tot tijd gevonden zijn, dienen om meerder licht +over de geschiedenis van deze stad te verspreiden. De Graven van <i>Provence</i> hielden hier hun gewone verblijf, en het Parlement enz. van die <i>Provincie</i> zijne zitting. Bij mijne terugkomst van <i>Marseille</i> kom ik hier weder door, zal ’er dan langer trachten te blijven, en ’er u meêr van weten te vertellen. De weg naar <i>Marseille</i> is aangenaam en zeer levendig, hier en daar fraaije gezigten, buitenplaatsen, fonteinen en boomen; voor de herbergen lag +een menigte watermeloenen, die men aan de reizende <a id="d0e4712"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4712">148</a>]</span>om zich te verfrisschen, voor eenen zeer geringen prijs verkoopt; zij zijn zeer sappig, en men houdt ze hier voor gezond, +zoo zelfs, dat men ’er, hoewel verhit, gerust van kan eten; doch zij zijn flaauw van smaak. Op de hoogte, een uurtje van <i>Marseille</i>, heeft men een treffend schoon gezigt; links in het dal ziet men een menigte buitenplaatsen en lusthuizen, die de <i>Marseillanen les Bastides</i> noemen, en regts in de <i>Middellandsche zee</i> tot aan den gezigtseinder: de eilanden, of rotsen die zich als heuvels uit zee verheffen, <i>Pommegue</i>, <i>Bottaneau</i> en de sterkte, die men <i>le Fort d’ Is</i> noemt, breken op eene aangename wijze het gezigt op dezen uitgestrekten plas; regt uit heeft men de stad, doch die houdt +zich nog meest verscholen, en verder een keten van hooge rotsen. De weg bij <i>Marseille</i> is zeer vrolijk; hier staan een menigte herbergjes (<i>ginguetes</i>) daar veel volk was, rijtuigen, paarden, opgeschikte wandelaars, alles kondigde de nabijheid aan van eene voorname stad. +Wij kwamen de poort, die men <i>la porte d’Aix</i> noemt, binnen. Welk een ongemeene lange regte straat! wat verder is dezelve aan beide zijden met boomen beplant, en daar +wandelde in het midden een menigte meestal fraai gekleede Heeren en Dames. Deze wandeling noemt men hier ook <i>le Cours</i>. Op de fraaije en ruime plaats genaamd <i>la canne biere</i> (misschien wel van het <i>Hollandsch</i> kanne bier<a id="d0e4750src" href="#d0e4750" class="noteref">6</a> afkomstig) houdt de wagen stil; het <a id="d0e4764"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4764">149</a>]</span>was omtrent 7 uren, toen wij aankwamen. <i>Aix</i> en <i>Marseille</i> zijn 4 posten van elkander afgelegen. Ik gaf den Conducteur meêr dan gewoonlijk, omdat hij zich om mij te <i>Aix</i> een kwartier langer had opgehouden, en hij was zeer wel te vreden. Het <i>grand Hotel des Ambassadeurs</i>, waar ik mijn intrek nam, is hier digt bij. Nu weet gij dat ik te <i>Marseille</i> ben—Vaarwel! + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3881" href="#d0e3881src" class="noteref">1</a></span> Zie het nevenstaande gezigtje. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3891" href="#d0e3891src" class="noteref">2</a></span> <span class="smallcaps">Petrarcha</span> wierd te <i>Arezzo</i> in <i>Toscane</i> den 20 Julij 1304 geboren, en zette zich vervolgens te <i>Carpintras</i> neder. Paus <span class="smallcaps">Clemens</span> de V. had nu ook zijn Hof te <i>Avignon</i> gevestigd. Weldra deed de jonge <span class="smallcaps">Petrarcha</span> eene bijzondere geschiktheid voor de Dichtkunde blijken, woonde de Universiteiten van <i>Montpellier</i> en <i>Bologne</i> bij, raakte vervolgens in kennis met verscheiden geleerden van dien tijd; ging reizen, na dat hij verliefd was geworden op +de schoone <span class="smallcaps">Laura</span>, die hij den 6 April 1327 voor het eerst in een Kerk te <i>Avignon</i> ontmoette. <span class="smallcaps">Laura</span> werd in het dorpje <i>Noves</i>, digt bij <i>Avignon</i>, geboren, en was toen in den bloei harer jeugd; zij was kortling gehuwd aan een Edelman, genaamd <span class="smallcaps">Hugues de Sade</span>, en <span class="smallcaps">Petrarcha</span> werd eindelijk sentimenteel verliefd, en ging zich te <i>Vaucluse</i> in 1337 nederzetten. Den 8 April 1341 werd hij te <i>Rome</i> in het Kapitool als Dichter gekroond. In 1348 op denzelfden dag, en op hetzelfde uur, dat hij haar het eerst gezien had, +(volgens de Geschiedschrijvers), stierf zijn waarde <span class="smallcaps">Laura</span>. <span class="smallcaps">Petrarcha</span> was aan het Hof en bij de grooten getrokken. In 1350 kreeg hij een Kanunniksplaats te <i>Padua</i>, werd vervolgens ook een en andermaal in gezantschap gezonden; op het laatst van zijn leven werd hij ziekelijk, en bijzonder +door een slaapziekte aangetast, en den 18 Julij 1374 vond men hem dood, leunende op een boek. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4008" href="#d0e4008src" class="noteref">3</a></span> Ik geloof dat dit de benaaming in <i>patois</i> is, en dat hij eigenlijk <i>Montventoux</i> genaamd wordt. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4067" href="#d0e4067src" class="noteref">4</a></span> 1: Beschrijving van de bron van <i>Vaucluse</i> enz. door <span class="smallcaps">J. Guerin</span>, Hoogleeraar enz. Dit, voor de reizigers naar <a id="d0e4075"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4075">144n</a>]</span>die bron, zeer nuttig boekje, is bij den schrijver zelven te <i>Avignon</i> te bekomen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4083" href="#d0e4083src" class="noteref">5</a></span> Ik voeg hier bij de Muzijk van de<span class="smallcaps"> Romance</span> <i>du Rivage de Vaucluse</i>, met het accompagnement voor de <i>Piano forte</i> of de <i>Harp</i>, door <span class="smallcaps">Boïel Dieu</span>. Schoon gij <a id="d0e4101"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4101">146n</a>]</span>geen dier Instrumenten tracteert, en uw stem niet aan den zang wagen zult, kent gij misschien wel deze of gene, die gij met +die Muziek kunt pleisier doen, en ik geloof dat u de woorden, die van <span class="smallcaps">Marmontel</span> zijn, niet kwalijk bevallen zullen. Zie hier dezelve: + + +</p> +<div class="body"> +<div class="div1"> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Du Rivage de Vaucluse +</span></p> +<p class="line" style=""><span>l’Amant de <span class="smallcaps">Laura</span> en ces mots, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>En s’eloignant de sa Muse, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Fit retentir les Echo’s: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>o Toi, qui plains le delire, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>On <span class="smallcaps">Laure</span> a plongé mes sens, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Roches, qu’attendrit ma Lyre, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Redis encor mes accens.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>En repondant à mes plaintes, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Echos, vous avez appris, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Quels sont les vœux et les craintes, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>d’Un coeur tendre et bien epris. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>n’Oubliez pas ce langage; +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et si <span class="smallcaps">Laure</span> quelquefois +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Vient rever sur ce rivage, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Imitez encor ma voix.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Ditez-lui que de ses charmes, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Tous mes sens sont occupés: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ditez-lui que de mes larmes +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Toujours mes yeux sont trempés, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ma voix ne chantera qu’elle, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Mon souvenir ne sera +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Qu’un miroir pur et fidele, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Où l’amour me la peindra.</span></p> +</div> +</div><a id="d0e4170"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4170">148n</a>]</span><div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Dites-lui, que son image +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ma suivra dans le sommeil, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et recevra pour hommage +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Le soupir de mon Reveil; +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Que mon oreille attentive +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Croira sans cesse écouter +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Les sons, que sa voix plaintive +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Vous fit cent fois repêter.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Jurez lui qu’envain les graces, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Viendraient pour me consoler: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Que les amours sur mes traces +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Sans cesse auraient beau voler. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>à Leur troupe enchanteresse +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Je dirais, dans ma douleur, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Rendez <span class="smallcaps">Laure</span> à ma tendresse, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ou laissez couler mes pleurs.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Insensible à tout loin d’elle, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Rien ne flatte mes Desirs: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Je me croiras infidèle +</span></p> +<p class="line" style=""><span>De goûter quelques plaisirs. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Sur une rive étrangère: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Où le destin me conduit, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Une esperance lègère +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Est le seul bien qui me suit.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Mais si <span class="smallcaps">Laure</span> m’est ravie, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Si je ne dois plus la voir, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Je perdrai bientôt la vie, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Quand j’aurai perdu l’espoir. +<a id="d0e4237"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4237">149n</a>]</span></span></p> +<p class="line" style=""><span>Puisse la parque appaisée +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Me laisser après ma mort, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Préférer à l’Elisée +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Les Ombrages de ces bors.</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div><p> + + +</p> +<p class="footnote">Voorts komt dit bericht, uit een <i>Fransch Journaal</i> overgenomen, mij te belangrijk voor, om het u niet vertaald mede te deelen: + +</p> +<p class="footnote">Den 15 Fructidor I. l. (12 J.) vertrokken de Leden van het <i>Atheneum</i> van <i>Vaucluse</i>, met het aanbreken van den dag van <i>Avignon</i>, om zich naar de valei van <i>Vaucluse</i>, vijf mijlen van deze stad gelegen te begeven, en ’er den eersten steen van het gedenkteeken voor <span class="smallcaps">Petrarca</span> te leggen, tot welks stichting deze Maatschappij besloten had. Het <i>Atheneum</i> werd van eene groote menigte Dames en Inwoners vergezeld. De stoet wies bij elken voetstap aan. Door <i>l’Isle</i> trekkende, had zij het genoegen prachtig en vriendelijk onthaald te worden; maar de overheid van het kleine dorpje <i>Vaucluse</i>, wilde voor die van <i>l’Isle</i> niet onderdoen in die van <i>Avignon</i> wel te ontvangen. De plegtigheid begon met eene statelijke mis, na welke de bijeengevloeide schare aanschouwers zich op de +afhangende heuvels verspreidde, die aan de bron grenzen, waarheen weldra zich het <i>Atheneum</i> wendde. De Adjunct van <i>Vaucluse</i> riep het eerst de schim van den minnaar van <span class="smallcaps">Laura</span> aan. De President van het <i>Atheneum</i> deed daarop eene redevoering, op de plegtigheid toepasselijk, terwijl tusschen beide verscheide Dichters en Redenaars, en +vooral den Heer <span class="smallcaps">Piot</span>, de een na den ander een talrijk en uitgezocht <a id="d0e4299"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4299">150n</a>]</span>Auditorium, belangrijk wisten bezig te houden. Een Ingenieur bood vervolgens den troffel aan den President, die den eersten +steen van het gedenkteeken leide. De troffel kwam vervolgens in handen der Leden van de Maatschappij, en in die van verscheidene +Dames. Den ganschen dag waren ’er eenvoudige banken aan de boorden van <i>Vaucluse</i> opgeslagen. Men kon toen in waarheid zeggen, dat de echo’s de onsterfelijke namen van <span class="smallcaps">Petrarcha</span> en <span class="smallcaps">Laura</span> herhaalden. Onder deze namen mengden de geestdrift en het gevoel, die van den grooten <span class="smallcaps">Napoléon</span> en zijne vorstelijke gemalin. Dus vermengden zich in alle monden, in alle harten, de roemrijke namen van een Dichter, die +zijne Eeuw tot eer verstrekte, en een held, die de zijne met zijn naam vereert. Openbare spelen verbeiden te <i>l’Isle</i> de terugkomst van het <i>Atheneum</i>, en duurden tot laat in den nacht. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4750" href="#d0e4750src" class="noteref">6</a></span> Ik vind geen anderen grond voor deze onderstelling, dan dat in vroeger tijden hier misschien een kroeg was, <a id="d0e4752"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4752">162n</a>]</span>waar de <i>Hollandsche</i> matrozen een <i>kanne bier</i> dronken, en geen <i>Fransch</i> kennende, ’er in hunne taal na vroegen. +</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Du Rivage de Vaucluse +</span></p> +<p class="line" style=""><span>l’Amant de <span class="smallcaps">Laura</span> en ces mots, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>En s’eloignant de sa Muse, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Fit retentir les Echo’s: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>o Toi, qui plains le delire, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>On <span class="smallcaps">Laure</span> a plongé mes sens, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Roches, qu’attendrit ma Lyre, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Redis encor mes accens.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>En repondant à mes plaintes, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Echos, vous avez appris, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Quels sont les vœux et les craintes, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>d’Un coeur tendre et bien epris. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>n’Oubliez pas ce langage; +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et si <span class="smallcaps">Laure</span> quelquefois +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Vient rever sur ce rivage, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Imitez encor ma voix.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Ditez-lui que de ses charmes, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Tous mes sens sont occupés: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ditez-lui que de mes larmes +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Toujours mes yeux sont trempés, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ma voix ne chantera qu’elle, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Mon souvenir ne sera +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Qu’un miroir pur et fidele, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Où l’amour me la peindra.</span></p> +</div> +</div><a id="d0e4842"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4842">148n</a>]</span><div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Dites-lui, que son image +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ma suivra dans le sommeil, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et recevra pour hommage +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Le soupir de mon Reveil; +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Que mon oreille attentive +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Croira sans cesse écouter +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Les sons, que sa voix plaintive +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Vous fit cent fois repêter.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Jurez lui qu’envain les graces, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Viendraient pour me consoler: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Que les amours sur mes traces +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Sans cesse auraient beau voler. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>à Leur troupe enchanteresse +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Je dirais, dans ma douleur, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Rendez <span class="smallcaps">Laure</span> à ma tendresse, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ou laissez couler mes pleurs.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Insensible à tout loin d’elle, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Rien ne flatte mes Desirs: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Je me croiras infidèle +</span></p> +<p class="line" style=""><span>De goûter quelques plaisirs. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Sur une rive étrangère: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Où le destin me conduit, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Une esperance lègère +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Est le seul bien qui me suit.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Mais si <span class="smallcaps">Laure</span> m’est ravie, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Si je ne dois plus la voir, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Je perdrai bientôt la vie, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Quand j’aurai perdu l’espoir. +<a id="d0e4909"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4909">149n</a>]</span></span></p> +<p class="line" style=""><span>Puisse la parque appaisée +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Me laisser après ma mort, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Préférer à l’Elisée +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Les Ombrages de ces bors.</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div id="d0e4918" class="div1"> +<h2>Negende Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Marseille, 10 Augustus.</i> + +</p> +<p>Deze stad bevalt mij, en zal den meesten <i>Hollanders</i>, vooral den kooplieden, oppervlakkig wel bevallen; doch in dit saisoen is het ’er vrij warm, dus, als men wat zien wil, moet +men den morgen en avondstond waarnemen; ik begon dan met den 7 dezer ’s morgens om 6 uren reeds uit te gaan; het eerste, dat +ik ging bezigtigen, was de haven en de fraaije kaai, die dezelve aan drie kanten omringt. Zij lag vol schepen, doch de meesten +waren om den oorlog onttakeld, rondom zijn een menigte winkels, pakhuizen, scheepstimmerwerven enz. Overal ziet men matrozen +en zeelieden van onderscheidene natiën.—’t <a id="d0e4930"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4930">150</a>]</span>Was als of ik door den slag van eene tooverroede zoo eensklaps in eene van onze voorname <i>Hollandsche</i> koopsteden gevoerd was. Een goed gedeelte van deze kaai, vooral daar waar het koren gemeten wordt, is zeer netjes met kleine +steentjes of klinkers gestraat. Hier ziet men ook een soort van kraan, om de masten in de schepen te zetten; de <i>Marseillanen</i> toonen dat den vreemden als iets bijzonders; doch mij dunkt, dat ik diergelijke werktuigen bij ons op meêr dan eene plaats +gezien heb. Aan het eind van de haven, waar die aan zee uitkomt, wordt dezelve aan de zuidzijde beschermd, door het Fort <i>Notre Dame de la Garde</i>, dat op den top van een’ heuvel ligt, en een gedeelte van de reede bestrijkt, en lager door de citadel <i>St. Nicolas</i>. Aan de noordzijde is hare ingang gedekt door het Fort <i>St. Jean</i>. Ik verwonderde mij, dat ’er aan het eind geen ophaalbrug was, men moet zich met schuitjes, die men daar doorgaans vindt, +van den eenen kant naar den anderen over laten zetten, of terug keeren; ik verkoos het eerste. Deze haven is, volgens de beschrijving, +daar van zijnde, 500 <i>toisen</i> (3000 voeten) lang, en 200 <i>toisen</i> (1200 voeten) op haar breedst; men rekent, dat zij omtrent 800 schepen van onderscheide grootte kan bergen. Aan de noordzijde +van de haven, zijn onder andere verscheide winkels van drogisten en kooplieden in koraal, die bij het stadje <i>Cassis</i>, omtrent 4 mijlen ten Z.O. van <i>Marseille,</i> aan den oever van de <i>Middellandsche zee</i> gelegen, <a id="d0e4962"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4962">151</a>]</span>gevischt wordt. Aan dezen kant staat ook het Stadhuis, waar de beurs onder is. Ik ontmoette verscheide kooplieden in Oostersche +kleding, als Grieken, Turken en Joden, van <i>Smirna</i>, <i>Aleppo</i>, <i>Alexandrie</i> en vooral ook van de <i>Barbarijsche</i> Kusten, waarmede de <i>Marseillanen</i> zeer veel handel drijven. Aan het eind van dezen kant van de haven lag ook een menigte schuitjes, geladen met citroenen en +oranges, zoo als bij ons met aardappelen: zij komen van de plaatsen rondom aan de <i>Middellandsche zee</i>; de vrouwen die ’er bij waren, hadden de haren in een zwart of rood zijden net met breede linten van dezelfde kleur, die +op de schouders afhingen. Niettegenstaande de grond, rondom <i>Marseille</i>, dor en onvruchtbaar is, was de groenmarkt rijkelijk voorzien; doch deze overvloed is thans ook buitengemeen, en de overvloedige +regen, dien wij gedurende eenigen tijd gehad hebben, was daar de oorzaak van. Meloenen in soorten zijn hier zeer overvloedig, +en daar onder die zeer geurig en lekker zijn, ook ziet men ’er in menigte een soort van groote ronde pompoenen, die men hier +<i>Courges</i>, in het <i>patois Provencal Cougourde</i>, noemt, men vindt ’er die over de 150 ponden wegen<a id="d0e4991src" href="#d0e4991" class="noteref">1</a>, deze worden meest gebruikt om soep <a id="d0e4994"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4994">152</a>]</span>van te koken; en met vleeschnat ’er bij, is die niet onsmakelijk. Ook vindt men hier in overvloed een gewas, dat men <i>Aubergines</i><a id="d0e4998src" href="#d0e4998" class="noteref">2</a>, en een ander dat men <i>pommes d’Amour</i><a id="d0e5006src" href="#d0e5006" class="noteref">3</a> noemt; deze worden hier zeer veel gegeten, doch ik vond ’er niet veel lekker aan, vooral niet aan de eerstgenoemde, die doorgaans +in olij gebakken worden: met de <i>pommes d’Amour</i>, maakt men nog al smakelijke rinsche sausen. Op het midden van de groenmarkt staat eene fraaije fontein, en wat verder, eene +groote loots, in den smaak van een <i>Chineesche</i> tent, met een tuintje rondom: men noemt het <i>le Pavillon chinois</i>. Deze tent is een koffijhuis, waar de <i>beau monde</i> van <i>Marseille</i> zoo Dames als Heeren, ’s avonds bij elkanderen komen, om <i>Glaces</i> en andere ververschingen te gebruiken; van binnen is het fraai en netjes opgeschikt met spiegels, schilderwerk enz., en daarbij +wel verlicht. Dit paviljoen is het <i>Frascati</i> van <i>Marseille</i>: de stijve welvoeglijkheid wordt ’er dan ook zeer <span id="d0e5036" class="corr" title="Bron: in in">in</span> acht genomen; men moet eenigzins naar de mode opgeschikt zijn, en zijn hoed afleggen; ook ziet men ’er niets anders dan een +menigte strijkaadjes <a id="d0e5039"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5039">153</a>]</span>en dienaressen. Rondom aan kleine tafeltjes gezeten, fluistert men zachtjes tegen elkander, en en het is duidelijk te zien, +dat het eene groepje zich bezig houdt met op het andere te letten. Ik vind anders deze soort van bijeenkomsten wel goed, men +ziet elkander met weinig kosten; doch wilde dezelve meer in een’ burgerlijken en gemeenzamen trant hebben, en op die wijze +zouden zij ook, dunkt mij, veel kunnen toebrengen, om het genoegelijke der zamenleving in ons Vaderland te vermeerderen; des +goedvindende, zou men ’er ook meêr bepaalde bijeenkomsten of societeiten van kunnen maken, en ’er zelfs een boekerij bijvoegen; +want het spel behoorde ’er, mijns bedunkens, niet toegelaten te worden: en waren diergelijke societeiten dan niet beter, dan +die, welke alleen uit mannen bestaan, en in bijna alle onze Vaderlandsche steden maar al te veel zijn ingevoerd?—Was het niet +beter, dat de huisvader ’s avonds met zijn vrouw en kinderen onder andere huisgezinnen, zoo als gezegd is, indien men het +verkiest, bepaald tot een’ zekeren kring, een uurtje uitspanning ging nemen, dan dat hij alleen naar zijn societeit of collegie +gaat, en zich bijna alle avonden, zoodra zeker uur daar is, en dat is al vroegtijdig, haast, om zijn huisgezin te ontloopen, +en zijne vrouw en kinderen aan zich zelve overlaat. De kinderen, over welke de moeder dikwijls niet veel gezag heeft lopen, +dan ook links en regts, en de vrouw ... wel deze verveelt zich ook natuurlijkerwijze dikwijls in de eenzaamheid, daar <a id="d0e5041"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5041">154</a>]</span>zij toch niet altijd in hare huishouding bezig kan zijn. Veeltijds is het laat in den nacht, eer vader uit zijn societeit +of kollegie t’huis komt, terwijl moeder en de kinderen, die gemaakt hebben, dat zij een half uurtje te voren binnen waren, +al slapende en geeuwende met het avondeten zitten te wachten. De man dikwijls door het spel of den wijn buiten zijn gewone +humeur, (want wat wordt ’er anders al in die gezelschappen gedaan, dan gespeeld en gedronken,) zonder juist een speelder of +dronkaard te zijn, is hij dan ook het aangenaamste gezelschap noch het beste voorbeeld niet. Deze bijeenkomsten voor mans +en vrouwen wilde ik zomers buiten de stad in een aangenaam gelegen tuin, bij fraaije en liefelijke wandelingen hebben, waar +tevens gelegenheid was tot eenige gezonde ligchaamsoefeningen als kaatsen, kegelen, in het touwtje springen, en diergelijke; +’s winters kon men hiertoe een geschikte zaal in de stad verkiezen; doch pracht en luxe moesten ’er verbannen zijn, en alle +aanleiding tot verkwisting en buitensporigheden ten eenemaal afgesneden worden. Ligt Vaderlands bier, mij dunkt ik zie reeds +hoe onzemodepopjes den neus hierbij optrekken<a id="d0e5043src" href="#d0e5043" class="noteref">4</a>, prijs ik voor den gewonen drank aan. Men kon zich <a id="d0e5058"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5058">155</a>]</span>hier ook van tijd tot tijd in de muzijk oefenen, en Vaderlandsche liederen zingen, ter eere van onze Vaderlandsche Helden +en groote Mannen, en ter aanmoediging van Vaderlandsche en huisselijke deugden<a id="d0e5060src" href="#d0e5060" class="noteref">5</a>.—Onze natie weet nog niet genoeg den middelweg te houden tusschen het stijve, stroeve, ernstige en het losbandige, en mist +daardoor vele genoegens der zamenleving, waartoe zij anderzins, door haar in zeer veel opzigten boven dat van andere natiën +uitmuntend karakter, bij uitnemendheid toe geschikt is. + +</p> +<p>De nieuwe stad (<i>la ville neuve</i>) van <i>Marseille</i> is zeer fraai: ruime, luchtige en regte straten, veelal aan beide zijde met een eenigzins verheven wegje voor de voetgangers +(<i>trottoir</i>), daarbij vrij zindelijk en wel gestraat, op verscheide plaatsen regelmatig, met fraaije huizen bebouwd; dit alles geeft +aan dit gedeelte, dat vrij groot is, een allerbevalligst aanzien. Vooral munt daar in uit de lange regte straat waar ik u +reeds van gesproken heb, loopende van de poort van <i>Aix</i>, tot de poort van <i>Rome</i>, dat is, van het noorden tot het zuiden: deze straat is wel een half uur gaans lang, van het eene eind tot het andere; ter +plaatse van <i>de Cours</i> is zij vrij breed; de wandelingen in het midden en aan beide zijden met een’ rij ijpen bomen, doch die ’er niet zeer tierig +uitzien, <a id="d0e5089"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5089">156</a>]</span>beplant, en versierd met een paar fraaije fonteinen, die overvloed van water schijnen te geven; dit is ook het laagste gedeelte +van de straat, en naar de poorten, aan beide zijden, gaande klimt men op, vooral naar de poort van <i>Aix</i>. Ik zal denkelijk wel gelegenheid hebben, om u een gezigt van dit gedeelte der stad te doen toekomen. De oude stad bijna +geheel tegen de helling van een’ heuvel aan de noordzijde van de haven gebouwd, heeft de gebreken van meest alle de oude steden, +die ik in het zuiden van <i>Frankrijk</i> gezien heb; de straten zijn naauw, krom en donker, hier is het bijzonder morsig, en de stank alleronaangenaamst; door de +leerlooijerijen en zeepziederijen, die men hier in menigte vindt. Het onderscheid tusschen de nieuwe en oude stad is zoo groot, +dat iemand, hier niet bekend zijnde, en op bijzondere tijden, langs bijzondere wegen, in de twee gedeeltens dezer stad gebragt +wordende, zou denken, dat deze twee plaatsen eenen aanmerkelijken afstand van elkanderen gelegen waren. Men heeft nog andere +wandelingen in de stad, dat is te zeggen, breede straten met eenige rijen boomen beplant; men noemt ze de <i>Boulevards</i>, en <i>les allées de Meillan</i>. Op verscheide plaatsen in de stad, treft men fraaije fonteinen aan. De vischmarkt is een mooi nieuw gebouw, rustende op +30 zware, geelachtige steenen pijlaren: men leest op de voorzijde van de kap (<i>facade</i>) <i>Halle</i>, <i>Charles de la Croix, an. XII</i>. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vi010.jpg" alt="Marseille."><p class="figureHead">Marseille.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Nu hebben wij de stad te samen eens doorgeloopen; ik begin daar gemeenlijk mede, als ik op vreemde <a id="d0e5118"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5118">157</a>]</span>plaatsen kom, om eerst eene oppervlakkige kennis van de ligging te krijgen, eer ik de dingen van stuk tot stuk beschouw. Een +leidsman of wegwijzer neem ik zelden: als men den weg wil leeren kennen, moet men alleen gaan: kan men een plan bekomen van +de plaats, waar men zich bevindt, zoo veel te beter, en anders maar vragen. Een oplettend reiziger teekent, eer hij op reis +gaat, zoo veel mogelijk op, wat ’er hier en daar aanmerkenswaardig te zien is, en dan komt men met vragen, zoo men geene kennissen +heeft, in de koffijhuizen en logementen, of bij de opzienders van boekerijen en natuur- of konstverzamelingen, al vrij wel +te regt. Men neemt een toren, markplaats of aanzienelijk gebouw voor hoofdbaak, den naam van het logement, de straat, en zoo +de stad groot is, de wijk, waar het in staat, teekent men op, en weldra leert men de onderscheide toegangen naar hetzelve +kennen. Zijn ’er in of om de stad hoogtens, van waar men dezelve overzien kan, des te gemakkelijker krijgt men begrip van +de ligging. Op zulk eene wijze vind ik den weg in de grootste steden, en dat binnen weinige dagen, zonder bijna te vragen, +en ik zie zeldzaam iets bezienswaardigs over het hoofd; terwijl men een’ leidsman of huurknecht hebbende, alleen op hem vertrouwt, +veel minder rond-, en dus veel voorbij ziet; ook houden die snaken u doorgaans met een menigte beuzelachtige, verdichte of +opgesierde vertellingen bezig, leiden u om, om den tijd te rekken, en laten slechts dat gene zien, <a id="d0e5120"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5120">158</a>]</span>dat zij verkiezen. Kortom, men is van die menschen afhankelijk, en dat alleen is al genoeg, waarom het met mijne geaardheid +strijdt. Als men alleen wandelt, loopt men links of regts, men is ongestoord in zijn opmerkingen, en staat te kijken, waar +en zoo lang men wil; dan vraagt men eens, en dan maakt men met den een of ander een praatje, en ik moet tot lof van de <i>Franschen</i> zeggen, dat zij over het algemeen vriendelijk zijn om de vreemdelingen te onderrigten; onze landgenoten anders zoo gereed +om nateäpen, zouden wel doen van hun voorbeeld in dit opzigt wat meêr te volgen. Ik veroorlof mij ook al ligt, om in alle +plaatsen of gebouwen, die ongesloten zijn, en mij bezienswaardig voorkomen, in te loopen, doch ik ga ook zonder tegenzeggen +terug, zoodra men het vordert; en hier bij heb ik mij altijd wel bevonden.—Een goede mate van vrijpostigheid is den reizenden +noodzakelijk. + +</p> +<p>Den 8 dezer, ging ik ’s morgens al weder zeer vroegtijdig uit. Aan den kant van de poort van <i>Rome</i>, zag ik verscheidene muilezels, die zeer aardig waren opgeschikt met groote pluimen op den kop, en hebbende aan het hoofdstel, +onder andere sieraden, kleine spiegeltjes; zij hadden bellen of klokjes aan den hals, en een net met voedsel aan den bek; +de koopmanschappen, die zij droegen, waren met een soort van tapijt gedekt, en de voerlieden van deze karavane schenen <i>Italianen</i>; alle die bellen maakten een aardig klokkespel. Ik zag ook een kudde melkgeiten, insgelijks met klokjes <a id="d0e5133"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5133">159</a>]</span>aan den hals, die een man door de stad dreef; de lieden, die melk noodig hadden, kwamen op het gebel buiten, zoo als bij ons, +als de melkboer tweemaal belt; en ’er werd dan zoo veel gemolken als zij vroegen; dit is hier noodzakelijk, omdat de melk +door de warmte zoo schielijk bederft; insgelijks staan de boeren ’s morgens hier en daar in de stad met hunne koeijen, die +zij van tijd tot tijd, als ’er zich koopers opdoen, melken. Deze koeitjes zien ’er schraal uit, en geven niet veel; want tusschen +de rotsen rondom <i>Marseille</i> en de <i>Purmer</i> of <i>Beemster</i>, is een groot onderscheid. De boter is hier dan ook zeer schaars, en die ’er nog is, ziet wit als onze hooiboter, en heeft +min of meêr een’ ongelachtigen smaak. In de straat van <i>Rome</i>, aan den hoek van een klein straatje, voor het huis van een Apotheker, zag ik, dat men bezig was om aan een fontein te werken, +men had daar onlangs een wit marmer borstbeeld opgezet; het stond op een voetstuk van blaauw marmer, doch ’er was nog geen +opschrift op; de gevel van het huis van den Apotheker, die met beeldhouwwerk versierd was, werd tevens opgemaakt. Ik giste, +dat hier de vermaarde <i>Marseillaansche</i> beeldhouwer, bouwmeester en konstschilder <span class="smallcaps">Puget</span> gewoond had, en men zijn borstbeeld op de fontein plaatste; om hier zeker van te zijn, trad ik in de pillenvergulders-winkel, +en bevond, dat ik het geraden had. Van stadswegen werd hier dat gedenkteeken, ter eere van dien te regt beroemden kunstenaar +opgerigt. Met genoegen bespeurde <a id="d0e5153"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5153">160</a>]</span>ik, dat de Apotheker hier omtrent ook niet ongevoelig was, want hij zeide, met eene zigtbare tevredenheid: “<i>Oui Monsieur! j’habite la maison du celèbre</i> <span class="smallcaps">Puget</span>.” Het beeldhouwwerk in den gevel was van den kunstenaar zelven, en men leest ’er: <i>Salvator mundi miserere nobis</i><a id="d0e5163src" href="#d0e5163" class="noteref">6</a>; en wat lager: <i>Nul bien sans peine</i><a id="d0e5168src" href="#d0e5168" class="noteref">7</a>. Het borstbeeld op de fontein scheen mij fraai uitgevoerd te zijn. Lof zij de regering van <i>Marseille</i>, die zoo doende de kunsten aanmoedigt.—Hier omtrent zijn wij Bataven ook ellendig achterlijk, en wat hebben wij een ruime +stof! getuigen onder andere, helaas! de rijke buit van schilderstukken in het Museum te <i>Parijs</i>.—en waar vindt men bij ons een openbaar gedenkteeken ter eere van een eenigen van zoo vele roemruchtige kunstenaars, Hoe +schadelijk is ook in dit opzigt die koude onverschilligheid, die verachtelijke slaperigheid onzer landgenoten niet!—Moeten +wij ons niet schamen voor onze naburen de <i>Engelschen</i> en <i>Franschen</i>, zoo wel als voor de bewoners van sommige gedeelten van <i>Duitschland</i>, bij welke laatste de kunsten en wetenschappen, sedert naauwelijks een halve eeuw, zulke aanmerkelijke vorderingen gemaakt +hebben; en waar anders door dan door een’ geest van <i>Patriottisme</i> en edelen <i>National-Stolz</i>: terwijl wij in zoo vele vakken schier dagelijks achter uitgaan. Ik weet wel, dat de tijden zeer ongunstig <a id="d0e5192"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5192">161</a>]</span>zijn, doch ik weet tevens, dat dit een des te sterker prikkel behoorde te zijn, om alles aantewenden, wat eenigzins strekken +kon, om ’s Lands luister te herstellen, de kwijnende kunsten en wetenschappen, handwerken en fabrieken optebeuren, en daar +door meêr en meêr zoo vele verstopte bronnen van onze welvaart te openen. Deze uitweiding zou mij haast doen vergeten, om +nog het een en ander aangaande <span class="smallcaps">Puget</span> te zeggen, dat ik toch doen wil, om u de moeite te sparen, van sommige schrijvers of woordenboeken te doorbladeren, daar +ik uwe belangneming heb gaande gemaakt: weet dan, dat deze man hier in 1622 geboren werd, en geene geldmiddelen hebbende, +genoodzaakt was, om zich op het een of andere kunst- of handwerk toeteleggen; hij wierd dan als kweekeling in de beeldhouwkunde, +bij het Arsenaal dezer stad opgenomen; al spoedig maakte hij vorderingen, en zijn kunde ontwikkelde zich vooral in <i>Italië</i>. In 1653 kwam hij weder te <i>Marseille</i> terug; en na deze stad, <i>Genua</i> en <i>Toulon</i>, en de kunsten in het algemeen<a id="d0e5209src" href="#d0e5209" class="noteref">8</a>, door zijn beeldhouw-, schilder- en bouwkunde aanmerkelijk te hebben verrijkt, stierf hij in 1694, en alzoo het 72 jaar zijns +ouderdoms, in zijne geboortestad. Zijn zoon <span class="smallcaps">Francois Puget</span>, was ook een goed schilder. + +</p> +<p>Verder voortwandelende, zag ik in die zelfde wijk, <a id="d0e5229"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5229">162</a>]</span>naar het mij voorkwam, eene andere fraaije fontein, bestaande uit een kolom van granit of gespikkeld marmer, volgens de Jonische +order, rustende op een rood marmeren voetstuk; boven op den kolom stond het borstbeeld van <span class="smallcaps">Homerus</span>, en op het voetstuk las men aan den eenen kant: <i>Les descendans des Phocéens à</i> <span class="smallcaps">Homère</span>, en aan den anderen kant: <i>Le General</i> <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, <i>premier Consul etc.</i> <span class="smallcaps">Charles de la Croix</span> <i>prefet etc</i>. Aan den kant van de <i>Boulevard</i> was men bezig om een nieuwen Schouwburg, tot het vertoonen van kleine stukjes, <i>Vaudevilles etc.</i> te bouwen. Hij was bijna voltooid, en men moest ’er met den aanstaanden winter nog in spelen. De smaak voor het tooneel neemt +nog dagelijks meêr en meêr toe onder de <i>Franschen</i>; doch mijns bedunkens is het de regte smaak niet; het schouwspel strekt bijna geheel ter voldoening van hunnen ligtzinnigen +smaak, terwijl men het nut, ik meen het <i>moreele</i> nut, niet genoeg in het oog houd. Men was ook niet ver van hier in een gebouw, voorheen een Kerk, bezig met een luchtbol +(<i>ballon</i>) te maaken, die al vrij groot was, een man te paard zittende, ik meen den vermaarden <span class="smallcaps">Blanchard</span> zelven, moest daar binnen eenige dagen mede opstijgen. Men zou, dunkt mij, ook wel doen, om van dat gevaarlijk luchtreizen, +waarin men het toch nooit verder schijnt te zullen brengen, aftestappen, om liever het geld, dat daar aan verkwist wordt (en +dit bedraagt zeker eene aanmerkelijke som, want men houdt zich vooral in <i>Frankrijk</i> nog zeer veel met <a id="d0e5276"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5276">163</a>]</span>luchtbollen bezig) aan de aarde, waar van de bewerking nog voor zoo veel verbetering vatbaar is, te besteden: behalve dat, +vind ik alle spelen of vertooningen, waar bij menschen, alleen om de aanschouwers te vermaken, hun leven of gezondheid wagen, +zoo als luchtreizigers, koorddansers, paardrijders en diergelijken, in eene maatschappij, daar de goede order gehandhaafd +wordt, ten eenemaal ongeoorloofd. Ik bezag eenige Kerken, doch vond ’er weinig bezienswaardig; in een van dezelve was een +man in Turksche kleeding, en met een tulband op het hoofd, die zeer devoot de mis scheen bijtewonen; en behalve het ontdekken +van zijn hoofd, dezelfde plegtigheden in acht nam als de anderen. De warmte was vrij dragelijk, en ik kon genoegzaam den geheelen +dag wandelen; terwijl ik den vorigen dag verpligt geweest was, om mij op het midden van den dag in huis te houden. <i>Krediet</i>-brieven aan een’ koopman alhier hebbende, had ik gelegenheid, om naar den staat van den handel eenig onderzoek te doen. Het +schijnt ’er ook hier in dit opzigt ellendig uittezien: de <i>Amerikanen</i> en <i>Spanjaarden</i> waren de eenigste, waarmede men nog iets deed; de <i>Levantschen</i> handel, die hier de voornaamste tak van commercie uitmaakte, en waar toe alleen eenige honderde schepen gebezigd werden, +is door den oorlog schier geheel werkeloos, en met de <i>Barbarijsche</i> kust, <i>Marocco</i> enz. beteekent het ook zeer weinig, en geld en krediet ontbrak ’er algemeen, naar men mij verzekerde. De <i>Marseillanen</i> <a id="d0e5299"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5299">164</a>]</span>plagten ook veel met de <i>Engelschen</i> en <i>Hollanders</i> te handelen, maar ook deze handel staat thans genoegzaam stil. Verscheidene kooplieden, die ik sprak, en in hunne bezigheden +zag, kwamen mij voor, wat hunne geaardheid aanbelangt, dezelfde soort van menschen te zijn, als de onze te <i>Amsterdam</i>, <i>Rotterdam</i> enz.; en men zou in een kantoor of pakhuis te <i>Marseille</i> zijnde, waar Kooplieden, Makelaars, Kantoorbediendens, Pakhuisknechts, enz. onder elkanderen bezig zijn, indien ’er geen +<i>Fransch</i> gesproken werd, zich zeer wel kunnen verbeelden, dat men in <i>Amsterdam</i> of <i>Rotterdam</i> was. Goedkoop koopen, ’en duur verkoopen, is altijd de hoofdbedoeling en de beweegoorzaak van hunne daden en verrigtingen, +en dit bedrijf schijnt eenen aanmerkelijken invloed op het karakter te hebben; echter meen ik, zonder partijdig te zijn, wat +aanbelangt de ijver, orde, naauwkeurigheid, en vooral ook de goede trouw, mijnen landgenooten de voorkeur te mogen geven. +De kooplieden van <i>Marseille</i> schenen in ’t geheel niet in hun schik met het tegenwoordig Gouvernement, en beschouwden het als een krijgsbestuur (<i>Gouvernement-militair</i>) nadeelig voor den koophandel, <i>Bourbons</i>-gezind schenen zij echter over het algemeen ook niet; het oude Aristocratisch-Republikeinsche zit ’er misschien nog wel wat +in, vooral als de vrijheid en onafhankelijkheid opzigtens den handel daar door kon begunstigd worden; met één woord, de geest +van koophandel (<i>esprit de commerce</i>) schijnt ’er, de algemeene geest (<i>esprit <a id="d0e5339"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5339">165</a>]</span>public</i>). Het nieuwe <i>Fransche</i> gewigt scheen hier ook weinig in gebruik; nu ik geloof ook, dat men moeite zal hebben, om, en wel de vreemdelingen vooral, +daar aan te gewennen. Hier ziet men bijna in ’t geheel geen balance en gewigt, zoo als bij ons en elders in <i>Frankrijk</i> in gebruik, en men verkoopt veel bij het pond, zelfs tot de houtskolen toe, alles wordt schier gewogen aan ijzeren of houten +staven, die de zwaarte aanwijzen, door een ijzeren of koperen bol, die men op zekere merken schuift<a id="d0e5348src" href="#d0e5348" class="noteref">9</a>. In de winkels hangt deze staf doorgaans op een bepaalde plaats, met eene schaal ’er aan, doch anders heffen twee menschen +die aan een stok op de schouders op, met de goederen die men ’er aanhangt; zoo weegt men in de pakhuizen en op de kaaijen, +bij het afleveren van goederen enz. De goederen Worden hier meestal gedragen, door mannen, die men <i>porte-faix</i> noemt. Zij dragen op den rug en met twee aan een boom, doch niet zoo als bij ons de bierdragers achter elkander, maar naast +elkander; zij hebben groote ronde hoeden op, en daar aan hangt een kussentje, dat hun in den hals ligt, hier op rust de draagboom. +Ik geloof, dat op die wijze het geheele lichaam meer draagt, en het alzoo gemakkelijker is, dan dat de boom maar op eene schouder +rust. Deze lieden maken een soort van <a id="d0e5357"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5357">166</a>]</span>Gilde uit, zoo als bij ons de zakkedragers, dat men <i>le corps de porte-faix</i><a id="d0e5361src" href="#d0e5361" class="noteref">10</a> noemt. Hunne hoofden, die ’er goede order onder houden, bezitten in eene ruime maate het vertrouwen van de kooplieden, en +schijnen zich dat vertrouwen ook waardig te maken. + +</p> +<p>’s Avonds ging ik in den grooten Schouwburg, die digt bij mijn logement, regt over de straat <i>Beauvau</i>, is, zoo dat de <i>facade</i> eene fraaije en prachtige vertooning maakt, en het heeft daar door wel wat overeenkomst met het van binnen uitgebrande <i>Théatre de l’Odéon</i> te <i>Parijs</i>. Deze Schouwburg is naar het bestek van <span class="smallcaps">Benard</span> in 1787 gebouwd. Van binnen is deze zaal fraai, doch men kan in het <i>parterre</i> ook niet zitten, dan op een enkele bank rondom; men betaalde ’er ook maar 25 <i>sous</i>. Ik bleef ’er slechts zeer kort, want het was ’er warm, zoo dat ik schier zweette van het zien dansen, dat anders vrij wel +was; men zeide mij ook, dat zij in de balletten uitmunten; maar dat het overige niet veel beteekent. Fraaije Koffijhuizen +vindt men te <i>Marseille</i> in menigte, zoo rondom de <i>Cours</i> en bij den schouwburg, als elders; <i>le Caffé du Commerce</i>, in de straat de <i>Beauvau</i>, is een van de beste; de ververschingen zijn ’er niet duur. IJs wordt hier ook zeer veel gebruikt, men betaalt <i>de glace</i><a id="d0e5401src" href="#d0e5401" class="noteref">11</a> tien à twaalf stuivers. +<a id="d0e5411"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5411">167</a>]</span></p> +<p>Den 9 dezer, werd ik ’s morgens gewekt door een kanonschoot, die bij het openen van de haven van een der forten gedaan wordt. +Ten vijf uren ging ik reeds uit, en alles was al in beweging. Ik klom op den berg, daar het fort <i>notre Dame de la Garde</i> op gelegen is; men heeft van daar een allerschoonst gezigt over de stad, de omstreken, en op de zee. Ten tijde, dat de <i>Romeinsche</i> legioenen zich hier bevonden, moet ’er een aanzienelijk bosch op dezen berg geweest zijn; oude schrijvers althans spreken +daar van; thans is ’er niets, dat naar een bosch gelijkt, op te zien; de grond is dor en steenachtig. Hier omstreeks heeft +men nog een anderen berg of heuvel, die men thans den berg <span class="smallcaps">Bonaparte</span> (<i>la montagne</i> <span class="smallcaps">Bonaparte</span>) noemt; men heeft pas een nieuwen weg gemaakt, langs welken men ’er zeer gemakkelijk opklimmen en omwandelen kan. In het +opklimmen las ik op een bordje een verbod om de boomen en struiken op deze wandeling niet uit te rukken of te beschadigen—geene +wet zal ’er beter nagekomen worden dan deze; want ’er is geen boompje of struikje op den ganschen berg te zien, en ik geloof +niet, dat ’er ooit boomen of struiken, van eenig belang op zullen groeijen, omdat het genoegzaam niets anders is dan rots +of stukken <a id="d0e5429"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5429">168</a>]</span>steen; boven op heeft men nogthans een allerverrukkendst gezigt, vooral ook in de haven en op den berg aan den overkant, waar +tegenzich de huizen van de oude stad als een Amphitheater vertoonen. In de zee zag ik een enkel visschersschuitje; anders +was het in deze, in vredestijd zoo drokke, zeehaven dood stil. Aan den voet van den berg, waar men denzelven opklimt, is een +fraaije fontein met een Jonische kolom, waar op het borstbeeld van <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, van wit marmer; op het voetstuk dat met twee witte marmeren <i>bas-reliefs</i> pronkt, verbeeldende het eene eenige merkteekens van den koophandel, en het andere van den wijnoogst, leest men: <i>A</i> <span class="smallcaps">Bonaparte</span> <i>vainqueur et pacificateur Marseille reconnaissante</i><a id="d0e5445src" href="#d0e5445" class="noteref">12</a>. Verder blijkt uit het opschrift, dat dit gedenkteeken onder het bestuur van den <i>prefet</i> <span class="smallcaps">Charles de la Croix</span>, die, in <i>Holland</i> zijnde, zoo een groote voorstander scheen van een Demokratisch bestuur, is opgerigt. Dit alles is door een fraai ijzer hek +omringd, en deze fontein staat aan het eind van een vrij lange pas beplanten laan, te weten aan iedere zijde met eenen rij +boomen, die voor een algemeene wandeling moet dienen, makende alzoo eene fraaije vertooning. Langs de haven wandelende, zag +ik, dat men daar bezig was, om met een werktuig, dat ik mij niet herinner van bij ons gezien te hebben, het slijk uittebaggeren; +dit werktuig <a id="d0e5463"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5463">169</a>]</span>bestond uit twee groote baggerhaken, ten naasten bij zoo als die in het klein zijn, waar onzer baggerlieden mede arbeiden, +zij worden door windassen, die bewogen worden door lieden, die in een rad loopen, bestuurd, zoo dat de eene telkens naar beneden, +en de andere naar boven gaat; de scheppers van deze baggerhaken zijn van onderen met een klep, die met een klink sluit; deze +klep opent men door middel van een haak, en loost zoo den modder in een schuit, die ’er onder ligt. Dit werktuig slaat op +een vierkante bak of schuit, en ik zag ’er zoo verscheidene liggen. Dit schoonmaken van de haven is zeer noodzakelijk, om +dat het slijk en de vuiligheid uit de stad ’er in uitloost, en ’er heeft geene doorspoeling plaats, daar het water altijd +stil staat; want, gelijk gij weet, in de <i>Middellandsche Zee</i> gaat geen ebbe noch vloed. Het kan dan hier langs de haven, vooral als het heet is, wel eens onaangenaam rieken, zoo dat +<i>Marseille</i> ook in dit opzigt eenige overeenkomst heeft met <i>Amsterdam</i>. Maar zeldzaam gebeurt het dat het water hier hooger of lager wordt, en dan is die verandering nog maar van weinig belang. +De kaai is slechts weinige voeten boven water, zoodat men van daar gemakkelijk in de schuitjes, waar men mede overvaart, stapt. +Indien de bovengemelde baggerwerktuigen bij ons niet bekend mogten zijn, was het dunkt mij der moeite wel waardig, dat men +’er onderzoek na deed, en ’er eene naauwkeurige afteekening van trachtte te bekomen; want immers zouden <a id="d0e5474"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5474">170</a>]</span>zij bij ons op verscheidene plaatsen met veel vrucht kunnen gebezigd worden. Ik dacht, dat de vette modder, dien men hier +uitbaggerde, gebruikt werd, om de onvruchtbare steenachtige gronden, rondom deze stad te bemesten, daar de bemesting hier +zoo schaars en tevens zoo noodzakelijk is; maar neen, men wierp die op eenen zekeren afstand van de stad in zee, en zelfs +scheen men vrij algemeen staande te houden, dat deze slijk of modder in ’t geheel niet deugde, om de gronden te verbeteren. +Dat dezelve in een of twee jaren de vruchtbaarheid niet bevordert, is zeer wel mogelijk, doch na verloop van eenigen tijd, +ben ik wel verzekerd, dat zij op deze barre gronden, behoorlijk bewerkt zijnde, zeer nuttig moet zijn, en indien ik hier woonde, +en de vereischte gelegenheid had, twijfel ik niet, of ik zou ’er met goed gevolg wel gebruik van weten te maken; doch ook +in dit opzigt zijn verkeerde begrippen en kwade gebruiken niet gemakkelijk te veranderen. Zoo gaat het bij ons met de straatmest, +asch enz. In ons vaderland hebben wij zoovele onbebouwde gronden, die slechts bemesting en matigen arbeid vorderen, om het +een of ander, al was het maar dennenhout en aardappelen voorttebrengen. De deerniswaardige bewoners van onze zeedorpen vooral, +lijden bitter gebrek, en vergaan hier en daar bijna van honger, en ondertusschen twijfel ik niet, of men vervoert altijd nog +de straatmest, asch enz. uit <i>den Haag, Leijden</i>, <i>Haarlem</i>, enz. naar <i>Braband</i>, in plaats <a id="d0e5485"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5485">171</a>]</span>van ze door die ongelukkigen te laten weghalen, om ’er de nabijgelegen duinen mede te bemesten, en ’er aardappelen, die ’er +ongetwijfeld goed in groeijen, in te zetten. Ik weet wel, dat de bevordering van den landbouw en fabrieken, in ’t geheel niet +met den algemeenen handelgeest in ons vaderland strookt; doch ik weet tevens ook, dat welke de redenen ook zijn mogen, die +men tot staving van dat denkbeeld, als strookende zelfs met het algemeen belang, moge aanvoeren, dezelven althans in oorlogstijden, +niets afdoen, en sedert hoe vele jaren, en hoe dikwijls is de oorlog, helaas! ons lot niet. In vredestijd brengt de koophandel, +wel is waar, schatten aan, maar schatten maken ook de afgunst en begeerten onzer nabuuren gaande, en geven aanleiding tot +weelde, en dus ook tot zedenbederf; daarenboven blijven deze schatten doorgaans maar in een gedeelte van het land in omloop, +en verrijken maar een zeker aantal van deszelfs inwoners. De landbouw, en ook de fabrieken, te weten van kleeding en andere +stoffen, die wij voor eigen gebruik noodig hebben, zijn minder voordeelig in het aanbrengen van rijkdommen, doch ook een zekerder +middel ter algemeene verschaffing van het noodzakelijke, en alzoo ter behoeding van gebrek—zoo veel mogelijk onafhankelijk +te zijn van de omstandigheden, is voor ons van vrij wat meer belang, dunkt mij, dan rijkdom, dien wij toch ook niet aanhoudend +en rustig kunnen blijven bezitten; maar al dikwijls moeten wij zien, dat vreemden de vruchten van onzen, arbeid en spaarzaamheid +<a id="d0e5487"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5487">172</a>]</span>inoogsten.—Dit althans, houde ik voor zeker, dat ook ten dezen opzigte de waarheid in het midden ligt, en het alzoo noch redelijk, +noch staatkundig is, om den koophandel alleen, ten koste van de landbouw en fabrieken, te willen staande houden.—Wat zegt +gij, Vriend! zijt gij het hier omtrent niet volkomen met mij eens? + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4991" href="#d0e4991src" class="noteref">1</a></span> Naar men mij verzekerde, vindt men ’er somtijds, die meer twee centenaars wegen; verscheide heb ik ’er op de markt gezien, +die een kloek man niet alleen op zijn hoofd kon brengen, om weg te dragen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4998" href="#d0e4998src" class="noteref">2</a></span> Een soort van Eijerplant (<i>solanum</i>), doch die men hier gebruikt, zijn violet van kleur en langwerpig. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5006" href="#d0e5006src" class="noteref">3</a></span> Een orange kleur platachtig geribt appeltje, omtrent zoo groot als de palm ven de hand, zeer sappig en vol pitjes, het groeit +aan een laag plantje. Ik heb het bij ons ook wel in de tuinen gezien, doch ken ’er den, <i>botanischen</i> naam niet van. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5043" href="#d0e5043src" class="noteref">4</a></span> Ondertusschen is dit ook te <i>Parijs</i> de algemeene mode, en men ziet daar zelfs, vooral zomers, in de fraaije koffijhuizen van het <i>Palais Royal</i>, en elders door <i>elegante Dametjes</i> en <i>petits maitres</i> bier drinken, en wel met de fles of kruik. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5060" href="#d0e5060src" class="noteref">5</a></span> Zulk zingen is nuttig en aangenaam, en waarom is het Liederenboek van de Juffrouwen <span class="smallcaps">Wolff</span> en <i>Deken</i> niet meêr algemeen in gebruik? +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5163" href="#d0e5163src" class="noteref">6</a></span> Zaligmaker der wereld ontferm u onzer! +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5168" href="#d0e5168src" class="noteref">7</a></span> Geen goed zonder moeite. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5209" href="#d0e5209src" class="noteref">8</a></span> De <i>Milon</i> en de <i>Andromeda</i> die men te <i>Versailles</i> ziet, zijn ook van <span class="smallcaps">Puget</span>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5348" href="#d0e5348src" class="noteref">9</a></span> In <i>Bataafsch Braband</i> worden diergelijke werktuigen, om te wegen, veel onder de landlieden gebruikt, en zijn daar bekend onder den naam van ponders +of unsters. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5361" href="#d0e5361src" class="noteref">10</a></span> Het ligchaam der zakkendragers. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5401" href="#d0e5401src" class="noteref">11</a></span> <i>Un glace</i> noemt men een glaasje met bevrozen room, <a id="d0e5405"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5405">181n</a>]</span>en zuiker of sap van vruchten, zoo als van aardbeziën, persiken, abrikosen enz. ook wordt dit sap, in vormen gegoten zijnde, +wel aan stukjes verkocht, en dit noemt men <i>glaces en brique</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5445" href="#d0e5445src" class="noteref">12</a></span> Aan <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, overwinnaar en bevrediger, is <i>Marseille</i> erkentelijk. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e5489" class="div1"> +<h2>Tiende Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Marseille, 13 Augustus.</i> + +</p> +<p>Ons voornemen zijnde, om van hier een uitstapje naar <i>Toulon</i> en <i>Hières</i> te doen, gingen wij naar het stadhuis, om onze passen te laten teekenen, <i>viseeren</i>, daar dezelven maar tot <i>Marseille</i> gegeven waren. Onder het stadhuis, zoo als ik u gezegd heb, is de beurs, die men <i>la loge</i> noemt, het is een ruime zaal; dagelijks na den middag vergaderen de kooplieden daar in, en de onderscheide <i>Oostersche</i> kleedingen, die men ’er ziet, leveren voor lieden, die daaraan niet gewoon zijn, een vreemd verschijnsel op. Boven den hoofdingang +van het stadhuis ziet men nog de overblijfsels van het fraaije Koninklijke wapenschild door <span class="smallcaps">Puget</span><a id="d0e5518src" href="#d0e5518" class="noteref">1</a>, en ter zijde, van denzelfden meester, een <i>bas-relief</i> verbeeldende <span class="smallcaps">St. Charles</span> <i>de Borromæus</i>, Aartsbisschop van <i>Milaan</i>, zorg dragende voor de pestzieken; beiden zijn van wit marmer, en voor meesterstukken bekend, <a id="d0e5539"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5539">174</a>]</span>doch aan het wapenschild is ’er weinig meêr van den bijtel van <span class="smallcaps">Puget</span> overgebleven; men ziet hier ook nog drie andere <i>basreliefs</i>, aan beide zijden van den ingang zijn ’er twee, onder een van dezelve, waarop een Haan, heeft men na de omwenteling doen +graveren: <i>Le salut de la Republlque tient à la Vigilance</i>, en onder een ander: <i>au vainqueurs du dix Août</i>. Men was bezig met den voorgevel van het stadhuis te herstellen, en schoon te maken. In het portaal van hetzelve tusschen +de twee trappen, ziet men het Standbeeld van <span class="smallcaps">Bayon</span>, bijgenaamd <span class="smallcaps">Libertad</span>, omdat hij de stad bevrijdde, door den eersten Consul, <span class="smallcaps">Casauls</span>, dien men beschuldigde van dwingelandij en t’zamenspanning met den vijand, omtebrengen, en <i>Marseille</i> aan <span class="smallcaps">Hendrik</span> den IV., of voor hem aan den Hertog <span class="smallcaps">de Guise</span> over te geven, hoewel de <i>Spanjaarden</i> reeds meester van de haven waren; dit voorval had plaats in 1595. <span class="smallcaps">Libertad</span> en zijn broeder, die hem ondersteund had, werden voor dezen dienst beloond, en tot den adelstand verheven. Vijf jaren daarna +wierd <span class="smallcaps">Hendrik</span> de IV. zelve vermoord, en zijn moordenaar wierd op de verschrikkelijkste wijze gestraft. Zoo veranderen de omstandigheden +dikwijls de zaken; trouwens, hier van hebben wij ook in onzen leeftijd de merkwaardigste voorbeelden gezien. In de groote +zaal van het stadhuis moesten wij wel een paar uren wachten, eer wij met onze paspoorten klaar konden komen, omdat hij, die +ze moest teekenen, afwezig was, dus had ik wel tijd, om de twee groote en fraaije schilderijen <a id="d0e5580"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5580">175</a>]</span>van <span class="smallcaps">Serre le Peintre</span>, leerling van <span class="smallcaps">Puget</span><a id="d0e5587src" href="#d0e5587" class="noteref">2</a> te bezigtigen; deze twee stukken stellen de akelige tooneelen van die pest, die hier in 1720 en 1721 zoo verschrikkelijk +gewoed heeft, voor. Deze <span class="smallcaps">Serre</span> bekleedde ook met ijver en oplettendheid den post van Wijkmeester in zijne buurt, ten tijde van de besmetting, en was dus +wel in staat, om de ellende naar het leven aftemalen. De eene schilderij verbeeldt <i>le Cours</i> (de algemeene wandeling), vol zieken en dooden, en de andere de plaats voor het stadhuis. Behalve den Ridder <span class="smallcaps">Rose</span>, die zich in September 1720 aan het hoofd stelde van 100 Galeiroeijers, om de groote menigte onbegraven lijken, die bijna +niemand durfde naderen, in kuilen met ongebluschte kalk te doen werpen, en ten dien einde het eerste de hand aan het werk +sloeg, muntte in dit rampzalig tijdstip onder meêr anderen bijzonder uit, zekere <span class="smallcaps">Pierre Haristoy Caseneuve</span>, geboortig van <i>Béhaune</i>, in het land van <i>Béarn</i>, hij was eerste Commies van de Levensmiddelen voor de Galeijen, en liet gewoonlijk de uitdeeling door zijne onderhorigen +doen; doch daar de Galeijroeijers gelast waren, om de van de pest gestorvenen te begraven, en men dus alle reden had, om hen +als besmetten te schuwen, dacht deze brave Commies, dat ’er welligt uit vrees <a id="d0e5617"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5617">176</a>]</span>nalatigheid in de uitdeeling zou kunnen plaats hebben, en deze ongelukkigen alzoo gebrek lijden; waarom hij het menschlievend +besluit nam, om niettegenstaande het gevaar, altijd zelve bij de uitdeeling tegenwoordig te zijn. De regering, deze edelmoedige +handelwijze willende erkennen, bood hem een jaarwedde van 1200 livres aan, doch de belangelooze menschenvriend bedankte ’er +voor, hoewel hij in ’t geheel niet rijk was, en een talrijk huishouden had. De nakomelingen van dezen waarlijk edelen man +bestaan nog heden, en de <i>Marseillanen</i> hebben niet nagelaten, om zijn’ naam, en die van meêr anderen, welke ten dien tijd in menschlievendheid en weldadigheid uitgemunt +hebben, aan de vergetelheid te ontrukken. Een andere trek van edelmoedigheid van een’ Kaperkapitein van <i>Tunis</i>, is niet minder belangrijk en streelende voor gevoelige harten. Paus <span class="smallcaps">Clemens</span> de XI. vernemende, dat in 1720 niet alleen de pest, maar ook de hongersnood in het ongelukkig <i>Marseille</i> heerschte, zond ’er van <i>Civita-Vecchia</i> ettelijke schepen met granen naar toe. Eenige Kapers van <i>Tunis</i> deze schepen najagende, achterhaalden dezelven, en namen ze, doch de <i>Reis</i> of Commandant vernemende, met welk oogmerk zij afgezonden waren; en welke hunne bestemming was, zeide tegen den schipper, +die deze schepen met graan geleidde, zijne hand op het hoofd leggende: “Ga, Christen, voer uw’ last uit, ik ben uw vijand +niet meêr—God zou mij straffen.” Dit laatste geval niet zeer algemeen bekend zijnde, <a id="d0e5640"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5640">177</a>]</span>heb ik vooral gemeend u hetzelve te moeten mededeelen.—De ziel van ieder redelijk menschenvriend wordt verkwikt door het hooren +van diergelijke trekken.—En waarom verzuimt men, om deze daad ook op eene schilderij te verbeelden, en dat optehangen in deze +zaal, waar dagelijks een menigte vreemdelingen komen van allerlei volkeren en waaronder zeer vele zeelieden: zulks zou immers +kunnen strekken ter vermindering van haat en vooroordeelen, en zijn alle redelijke en verlichte bestuurders niet verpligt, +om hiertoe alles, wat maar eenigzins in hun vermogen is, bij te dragen? De zaal van de Municipaliteit, voorheen van de Consuls +(<i>la salle Consulaire</i>), is zoo wel als de groote zaal beziens waardig. Doch dat men de vreemdelingen hier zoo lang na hunne paspoorten laat wachten, +is niet vriendelijk; men is daar te <i>Parijs</i> handiger mede. + +</p> +<p>In ons logement aten wij ’s middags laat, namelijk te vijf uren, zoo men dat middag eten noemen kan, doch om tien uren ’s +morgens ontbijt men ook met koteletten, gebakken visch enz., dat men <i>dejeuner à la fourchette</i><a id="d0e5652src" href="#d0e5652" class="noteref">3</a> heet, en zoo doet men dan, even als te <i>Parijs</i>, maar twee maaltijden daags. Ik gebruikte doorgaans ’s morgens in een koffijhuis brood met limonade, vruchten of iets diergelijks, +en las dan met een de nieuwspapieren. Voor het middagmaal betaalde ik aan de gemeene <a id="d0e5658"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5658">178</a>]</span>tafel in het logement met den wijn, hoewel ik ’er bijna niet van dronk, 4 livres. Het eten is ’er voor de landstreek vrij +goed, en de tafel is zindelijk, en met orde gediend; schotels zijn ’er genoeg, doch ’er is doorgaans te weinig op, naar evenredigheid +van de gasten, zoo dat men zich moest haasten, om van die, welke het meeste gezocht zijn, wat te krijgen; en dat vind ik al +zeer onaangenaam, vooral als men uit nieuwsgierigheid het een en ander proeven wil. Het rund- en kalfsvleesch schaars zijnde, +is de soep gemeenlijk schraal, veeltijds van pompoenen en eenige andere groentens gekookt, waar dan wat brood met olij bij +gedaan wordt; dit schijnt voor ons zonderlinge kost, maar is toch zeer wel te eten. Schapenvleesch <span id="d0e5660" class="corr" title="Bron: word">wordt</span> het meeste gebruikt, en is ’er goed; dagelijks hadden wij versche en lekkere zeevisch, en behalve tongen en tarbot, eenige +soorten, die men bij ons niet kent. Als <i>le Rouget</i>, een fijn en lekker vischje, rood van kleur; <i>le Mulet</i>, in het <i>patois</i>, <i>Mujou</i>, die zeer gemeen in de <i>Middellandsche zee</i>, en tevens een goede visch is: men vindt ’er verscheide soorten, waartoe ook die, onder den naam van vliegende visch bij +ons bekend, behoort: <i>La Dorade</i>, de zeebaars (<i>perche de mer</i>) en meêr anderen, ook eet men ’er dagelijks versche Sardines, die gedroogd zijnde, wel wat overeenkomst hebben met de Sprot. +De <i>Marseillaansche</i> Anchovis is beroemd; de beste wordt in de zee van <i>Frejus</i> gevangen, doch ik voor mij vind ze niet beter dan onze <i>Bergsche</i>. Ook <a id="d0e5693"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5693">179</a>]</span>levert de <i>Middellandsche zee</i> goede kreeften op, en waaronder ik ’er zag, die al vrij groot waren; hun kop en pooten zijn ruw en met scherpe puntjes, ook +vond ik het vleesch, wreeder dan dat der noordsche; wij hadden ze bijna dagelijks op tafel, en men noemt die hier <i>Lingoustes</i>. Somtijds gaf men ons ook een soort van kleine schelpvischjes. <i>Aubergines</i>, <i>pommes d’Amour</i>, en gestoofde komkommers zijn de gewone groentens. Meloenen en vijgen, die hier uitmuntend goed zijn, hoewel ik ook bij ons +meloenen gegeten heb, die niet minder goed waren, hadden wij in overvloed; men geeft die niet op het nageregt, maar na de +soep, dit is in <i>Frankrijk</i> algemeen gebruikelijk, en men noemt deze geregten <i>hors d’œuvres</i>. Ik was verwonderd, van in dit jaargetijde nog zuiglammeren te eten; doch vernam, dat de schapen in deze landstreek tweemaal +’s jaars werpen. Gevogelte van allerlei soort vindt men hier zoo als bij ons en elders. Het gebak, taart en pasteiwerk, is +meestal met olij of vet gereed gemaakt, doch ik heb het dikwils zeer lekker gevonden. Men eet hier ook eveneens als in <i>Italië</i> veel <i>Macaroni</i>. De vruchten, behalve de meloen en vijgen, beteekenen niet veel; de grond is te dor en te schraal. De persiken, die meestal +geel zien, zijn droog en hard, zij houden zoo vast aan de steen, dat men ze ’er af moet snijden, men noemt hier dit soort +<i>des peches males</i> in onderscheiding van die, welke bij ons algemeen bekend en hier in ’t geheel niet overvloedig zijn. De versche amandelen +had ik haast vergeten, <a id="d0e5722"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5722">180</a>]</span>men geeft ze hier in hunne groene bolsters op tafel, en eet de pitten doorgaans met wat zout; ik houde ’er wel van. Deze vrucht +wordt veel rondom <i>Marseille</i> geteeld, zij groeit gaarne op de hoogte, en is niet naauwnemend omtrent den grond. Uijen<span id="d0e5727" class="corr" title="Bron: ">,</span> meestal roode, en knoflook worden hier ook veel gebruikt, en in eene groote hoeveelheid van de plaatsen rondom aan de <i>Middellandsche Zee</i> aangebragt; deze vrucht is hier veel minder sterk dan in het Noorden, eveneens is het gelegen met de <i>Spaansche</i> peper, die men hier veel teelt; zij wordt in menigte groen aan de markt gebragt, en men eet ze doorgaans met zout en azijn. +In deze landstreek maakt men ook een kost, dien men de meeste vreemdelingen voor geen lekkernij behoeft voortezetten; het +is de zoogenaamde <i>Beurre de Provence</i><a id="d0e5738src" href="#d0e5738" class="noteref">4</a>, bestaande uit olijfolij, gestampte knoflook, en zout gemengd en geklopt zijnde, tot het een dikke pap wordt. De wijn is +hier voor lieden, die ’er niet aan gewoon zijn, te zwaar, zoo als ik u reeds gezegd heb; ik kon ze volstrekt zonder veel water +niet drinken. Doch zij, die ’er aan gewoon zijn, weten ’er niet van, en het komt mij voor, dat de <i>Marseillanen</i> over het algemeen een goed glas wijn drinken. Zij gelooven, dat het in deze luchtstreek gezond is. Brood wordt hier in zulk +eene groote hoeveelheid niet gegeten, dan in andere deelen van <i>Frankrijk</i>, daar het koren overvloedig is; want <i>Provence</i> brengt maar zeer weinig <a id="d0e5750"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5750">181</a>]</span>koren voort. De zoogenaamde gemeene en landlieden eten veel brood en pap van <i>Maïs</i> (Turksche tarw). Voor een kamer met twee bedden betaalde ik hier ook 40 stuivers daags, doch daar voor moest ik ook wat hoog +klimmen; anders is het duurder. De tafel is ook een van de duurste, die men hier vindt, en men kan elders wel voor £ 3–:–: +te regt komen, waarvan ik tusschen beide dan ook al eens gebruik maakte. Men is in dit Hotèl zeer goed, en zoo zindelijk, +als men in <i>Holland</i> verlangen zou<a id="d0e5758src" href="#d0e5758" class="noteref">5</a>; zelfs zag ik de meid meêr dan eens ’s morgens het voorhuis uitschrobben, een verschijnsel, dat ik nog nooit in <i>Frankrijk</i> gezien heb. Weegluizen hebben wij ook niet bespeurd, doch van de muggen wordt men verschrikkelijk geplaagd, zoo dat men genoodzaakt +is, om even als, op vele plaatsen, bij ons gazen gordijnen te gebruiken; de eene mensch schijnt ’er echter meer voor bloot +te staan dan den anderen; ik had ’er weinig hinder van, terwijl mijn reisgezel op dezelfde kamer slapende somtijds met bulten +gestoken werd. + +</p> +<p>’s Avonds ging ik in het <i>pavillon chinois</i>, ’er was veel volk, en daar onder eenige gnappe vrouwen of meisjes. De vrouwen zijn meestal bruinachtig, en sommigen hebben +veel van de <i>Grieksche</i> wezenstrekken. <a id="d0e5778"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5778">182</a>]</span>In fraaije tanden, en levendige oogen, munten zij uit, doch missen ook daar en tegen, dat zachte en bevallige van onze blonde +met hare groote blaauwe oogen en mooi vel. De zoogenaamde fatsoenelijke kleeden zich naar de <i>Parijsche</i> mode, die eenige jaren vrij goed geweest is voor de vrouwen, doch thans beginnen ’er weder keurslijven voor den dag te komen. + + +</p> +<p>Den 10 dezer ging ik de oude stad, die ik nog maar ter loops in oogenschijn genomen had, bezigtigen; en klom, aan het eind +van de kaai aan de noordzijde, bij het Fort <i>St. Jean</i>, op de hoogte. Dit Fort kan men thans uithoofde van de tijdsomstandigheden, niet gemakkelijk van binnen zien; ook zeide men +mij, dat ’er behalve, misschien voor vestingbouwkundigen, niets bijzonders te zien was. <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XIV. deed deze sterkte, en de <i>citadel St. Nicolas</i> aan den anderen kant van de haven, in 1660 bouwen, om de stad wegens ongehoorzaamheid aan haren Gouverneur, de Hertog <span class="smallcaps">de Mercoeur</span>, te straffen<a id="d0e5797src" href="#d0e5797" class="noteref">6</a>. De haven wordt tusschen deze twee sterktens met eene ketting geslooten. Op de hoogte had ik een uitgestrekt gezigt in zee. +De stadsmuren zijn hier op de steile rots gebouwd, die aan den voet door de zee bespoeld wordt. Ik zag eenige lieden, in het +water staande, bezig om <a id="d0e5800"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5800">183</a>]</span>met een soort van houweelen, slijk uit de zee optedelven, daar zij insekten in zochten, die men hier gebruikt tot aas, om +sommige zeevisch mede te vangen. Wat verder zag ik visschers in schuiten, bezig om met netten sardinen te visschen. Regt uit +langs den stads muur gaande, kwam ik aan de plaats waar omtrent waarschijnlijk voorheen de tempel van <span class="smallcaps">Diana</span>, die de oude <i>Marseillanen</i> bijzonder vereerden, stond. Ter dezer plaatse ziet men thans de Kerk <i>de notre Dame de la Major</i>, dat de Hoofdkerk is; volgens sommigen zou zij zeer oud zijn; anderen meenen te moeten veronderstellen, dat zij omtrent de +13de eeuw, althans niet veel vroeger, eerst zoo gemaakt is, als men ze thans ziet: het een en ander kan waar zijn. Althans +de zes pilaren van granit, die men in dezelve ziet, meent men dat behoord hebben tot den tempel van <span class="smallcaps">Diana</span>; anders is ’er niet veel bijzonders; het is een donker en onaangenaam gebouw, en men gaat ’er langs eenige trappen in, als +in een kelder. Niet ver van hier, op eene plaats, die men <i>Place de Linche</i> noemd, veronderstelt men, dat de tempel van <span class="smallcaps">Apollo</span> gestaan heeft, naderhand is daar de Abdij <i>St. Sauveur</i> gebouwd; en men heeft ter dezer plaatse eenige oudheden gevonden. Het Gasthuis, <i>la Charité</i> genaamd, dat wat verder op staat, schijnt een groot en fraai gesticht. Behalven verscheidene zeepziederijen, daar de bekende +<i>Marseillaansche</i> zeep gemaakt wordt, zag ik hier ook een graauwpapier-fabriek, die nog al aanmerkelijk scheen. In dit gedeelte van de stad +<a id="d0e5829"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5829">184</a>]</span>vindt men weinig gnappe huizen, het wordt meestal bewoond door het minstvermogende deel der burgerij. Men toont den vreemdelingen +hier ook een oud huis, waar men wil dat voorheen het paleis der Roomsche Keizers was; voor hetzelve ziet men nog een ouden +kop; doch wien hij moest verbeelden, wist men mij niet te zeggen, en ik vind ’er bij de schrijvers, die ik nagezien heb, niets +van aangeteekend: mogelijk woonde ’er de <i>Romeinsche Prefecten</i> of Stedehouders, die ’er ’s jaarlijks van <i>Rome</i> naar toe gezonden werden, toen <i>Marseille</i> ophield een Republiek te zijn. Moede van het doorloopen, en op- en afklimmen van zoovele ongelijke kromme en in alle opzigten +onaangename straten, keerde ik, toen het warm begon te worden, naar mijn logement; in het voorbijgaan zag ik nog een andere +vischmarkt, <i>Halle de la poisonnerie neuve</i>, rustende op 20 Jonische kolommen, en volgens het bestek van den vermaarden <span class="smallcaps">Puget</span> gemaakt. Hier is ook een Leessocieteit, in een fraai gebouw op de <i>Canebière</i>, <i>Cercle de l’Union</i> genaamd. De aanzienelijkste lieden van de stad komen hier bijeen, om de nieuwspapieren en andere periodique werken te lezen; +in die zaal is het dan ook niet geoorlofd, om overluid te spreken, doch ’er zijn nog andere vertrekken, en in een derzelve +staat een billard; als vreemdeling had men mij een kaartje gegeven, om hier, wanneer ik het goedvond, te gaan, en daar van +maakte ik dan ook nog al dikwijls gebruik. Na den middag ging ik de kaatsbaan aan den kant <a id="d0e5852"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5852">185</a>]</span>van de <i>boulevard</i> zien, de <i>Marseillanen</i> schijnen daar liefhebbers van te zijn; want ’er was veel volk, het is op eene ruime open plaats, voor een gebouw dat voorheen +een Klooster was; men kan ’er vrij ingaan, ’er staan stoelen en banken rondom, en men betaalt een of twee stuivers voor eene +zitplaats. Ik zag ’er onder de spelers die al zeer vlug, sterk en handig waren; een onder hun muntte voornamelijk uit, hij +was groot, sterk gespierd en welgemaakt, en had het voorkomen van eenen <i>gladiator</i> der ouden; want zij zijn bij dit werk, dat zeer vermoeijende is, luchtig gekleed; aan de hand, waarmede geslagen wordt, hebben +zij een soort van houten koker, en hier mede worden de ballen, die van leder, en inwendig hol zijn (<i>ballons</i>),<a id="d0e5866src" href="#d0e5866" class="noteref">7</a> al zeer ver gekaatst. Bij ons moet ’er altijd bij diergelijke spelen braaf gedronken worden, doch hier zag ik niets gebruiken; +tegen het vallen Van den avond scheidde men ’er uit, en ieder ging heen. Eenige zingende en dansende matrozen, die ik op de +kaai ontmoette, herinnerden mij aan de bloeijende tijden van ons vaderland; zij zongen liedjes in het <i>patois provencal</i>. Op de <i>Cours</i> was veel volk; men wandelt daar tot laat in den nacht; want over dag is het te warm, ’er worden ook stoelen verhuurd zoo +als te <i>Parijs</i> in de <i>Tuillerien</i> enz. De <i>Marseillanen</i> komen mij voor indedaad meêr levendig en vrolijk <a id="d0e5884"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5884">186</a>]</span>van aard te zijn dan de <i>Parijsenaars</i>, die zich zooveel moeite geven, om het te schijnen. Naar men mij verhaalde, waren zeer vele vermogende lieden thans op hunne +landhuizen (<i>bastides</i>); ’s winters ziet men veel meêr <i>beau monde</i> in de stad, en naar men zegt, is de zamenleving voor alle smaken, en voor alle levensvakken ’er dan inzonderheid zeer aangenaam; +vooral in vredestijd, wanneer hier eene aanhoudende toevloed van vreemdelingen is. In den schouwburg had men dezen avond gespeeld +<i>les etourdis</i>, een aardig blijspel van <span class="smallcaps">Andrieux</span>, (door onzen vriend <span class="smallcaps">van Walré</span> in ’t <i>Nederduitsch</i> vertaald); dat ik te <i>Parijs</i> zeer goed had zien vertonen, en dan moet men het hier niet zien; naar hetzelve gaf men het bekende, ook in ’t <i>Hollandsch</i> vertaalde zangspel, <i>Paul et Virginie</i>; en dit beviel mij nog minder, ook heeft men in dezen schouwburg zeer weinig aan de vertooning, omdat de aandacht gedurig +belemmerd wordt, en men de vertooners door het aanhoudend rumoer, dat ’er plaats heeft, dikwijls niet kan verstaan; want de +kooplieden maken van deze zaal een tweede beurs; de jonge lieden komen ’er om over hunne liefdes-aangelegenheden te spreken, +de geriefelijke juffertjes, om klanten op te doen; vele bejaarde dames, om wat te vitten en kwaad te spreken; en eenige liefhebbers, +of die ’er zich ten minsten voor uitgeven, om hunne gevoelens over het stuk of de vertooners, aan elkanderen te vertellen; +dit alles gaat vrij overluid, voeg daar bij het gedurig geloop van de gaande en komende <a id="d0e5916"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5916">187</a>]</span>in het <i>parterre</i>, en oordeel, hoe aangenaam dit moet zijn voor iemand, die komt, on het stuk te zien. In dit opzigt moet ik de <i>Parijsenaars</i> prijzen, de diepste stilte heeft daar in alle schouwburgen, waar maar eenigzins dragelijk gespeeld wordt, plaats; en men +duldt daar niet, dat de aandacht der aanschouwers gestoord wordt<a id="d0e5924src" href="#d0e5924" class="noteref">8</a>. + +</p> +<p>Den 11 dezer moesten wij, volgens afspraak, met een roeischuitje een toertje op zee gaan maken; doch het weder was hier toe +niet gunstig, want de noordwesten wind, die men hier <i>le mistral</i> noemt, blies vrij sterk: echter huurden wij een schuitje voor 3 livres, om ’er des goedvindende den geheelen voormiddag gebruik +van te kunnen maken; het was toen omtrent 7 uren in den morgenstond. Men vindt doorgaans verscheidene van die schuitjes aan +het eind van de haven, bij de <i>Cannebière</i>, liggen; zij zijn met een tentje overdekt, en op sommige staat zelfs een zeiltje. Zoo lang wij in de haven waren, ging het +nog al, doch naauwelijks buiten gekomen, moest men om den harden wind het tentje strijken, terwijl ons bootje door de golven +ter deeg geslingerd werd, zoo dat de schipper zelve ons niet aanraadde om het veel verder te wagen. Wij lieten ons dan aan +den voet van een rots aanzetten, <a id="d0e5938"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5938">188</a>]</span>klommen op dezelve, en gingen van daar naar eene plaats, die alleen door Spaansche visschers, die men <i>les Catalans</i> noemt, bewoond wordt. Hier plagt voorheen het <i>Lazaret</i> te zijn, thans is ’er een nieuw aan den anderen kant van de stad; de goederen uit den <i>Levant</i> komende, worden daar gelost, en moeten ’er eenigen tijd verblijven, alvorens zij in de pakhuizen mogen gebragt worden. Dit +nieuwe <i>Lazaret</i> is een aanzienelijk gebouw. Wij hadden onzen schipper den voorraad, die wij voor het ontbijt medegenomen hadden, laten dragen, +tot in een dal tusschen de rotsen, waar wij wat voor den wind beschut waren, en hier werd de tafel op den grond gedekt. Ik +beklom vervolgens de toppen van eenige rotsen hier rondom, van waar ik een woest, doch schilderachtig gezigt had. Een Amerikaansch +scheepje hield achter dezelve <i>quarantaine</i>. Bij het Kasteel <i>d’If</i> zag ik een schuit, waar in verscheidene menschen waren; onze schipper dacht, dat het de wacht was, die op het kasteel gebragt +werd; zij schenen somtijds door de golven geheel bedekt, en hier sloegen de golven zoo hard tegen de rotsen, dat ik het water +’er boven op, nog al vrij hoog, Voelde.—Onze Vaderlandsche schilder <span class="smallcaps">Bakhuizen</span> zou hier thans stof voor zijn uitmuntend pençeel gevonden hebben. Wij misten weinig door niet verder te kunnen komen: want +men laat het kasteel <i>d’If</i>, thans niet dan met een bijzonder verlof, dat niet ligt te bekomen is, bezigtigen: omdat ’er Staatsgevangenen, in de zaak +van de laatste <i>conspiratie</i>, op <a id="d0e5967"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5967">189</a>]</span>bewaard worden. Bij het invaren van de haven, zag ik tegen den muur van het Fort <i>St. Jan</i>, een gedaante zeer ruw uitgehouwen, verbeeldende een meermin; het volk noemt deze beeldtenis <i>Marseille</i>, waarom weet ik niet. + +</p> +<p>Naauwlijks was ik op mijne kamer, of ik hoorde eene soort van muzijk op straat; ik keek uit, en zag eenige boeren en boerinnen +op hun zondags uitgedoscht; de mans hadden pluimen, en de vrouwen galonnen op hare hoeden; zij gingen twee aan twee, en waren +verzeld door eenige tamboers, die een langwerpige trommel droegen, waar op zij met de eene hand sloegen, en met de andere +op een fluitje speelden: dit fluitje noemt men hier <i>le galobet</i>, het heeft een’ zeer scherpen klank. De vrouwen droegen een soort van koeken van meel, olij, suiker en anijs te zamengesteld, +en als een cirkel met een ster ’er in gemaakt. Deze lieden, die op het land rondom <i>Marseille</i> wonen, kondigen op deze wijze het feest aan, dat in hun dorp plaats moet hebben; dat is de naamdag van hun’ beschermheilige +of iets diergelijks; zij gaan dan bij de stedelingen, die omtrent hun dorp of gehucht hunne <i>bastides</i> hebben, brengen hun een koek, en noodigen ze, on het feest bijtewonen; deze van hunn’ kant geven dan aan de boeren eenig +geld, zoo dat dit eigenlijk niet anders dan een bedelarijtje is. Na den middag bezigtigde ik de kerk en de puinhoopen van +de gewezen Abdij van <i>St. Victor</i>, aan de zuidzijde van de haven bij de citadel. Deze kerk is volgens oude bescheiden door <a id="d0e5989"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5989">190</a>]</span><span class="smallcaps">St. Leon</span> den Grooten gewijd, en was benevens de Abdij gebouwd, van overblijfsels van Heidensche oudheden. In een half afgebroken muur +zag ik nog het overschot van een’ steenen boog met loofwerk gebeeldhouwd, welk het merk scheen te dragen van den bloei der +konsten onder de <i>Grieken</i> en <i>Romeinen</i>. Men plagt hier ook nog pilaren van granit en oude graftombes te zien, doch de geheele Abdij is gesloopt; om en in de Kerk, +die ’er alleen van is overgebleven, zag ik niets merkwaardigs, dan dat zij zeer oud scheen. Zij was van binnen wat opgemaakt, +doch anders zeer eenvoudig en zonder veel sieraad. Van daar ging ik op den berg <i>Bonaparte</i> wandelen: de zon, achter de rotsen ondergaande, leverde eene majestueuse vertooning op; de wind was wat gaan liggen, en de +avondstond zeer aangenaam. + +</p> +<p>Den 12 dezer liep ik ’s morgens zeer vroeg als naar gewoonte uit, met oogmerk om buiten de stad te wandelen; maar de buitenstreken +van <i>Marseille</i> aan de landzijde, bevielen mij niet; naar de <i>bastides</i> gaande, is men bijna altijd tusschen muren, als in een gemetselde doolhof; en buiten de poort heeft men ook niet anders dan +een open weg; lommer vindt men bijna nergens; redenen genoeg, waarom ik <i>Marseille</i> om er te wonen, niet zou verkiezen, even zoo min als <i>Amsterdam</i>; want gemis van wandelingen is voor mij al een zeer groot gemis. Zeer veel had men mij van de warmte gesproken, en wij hebben +hier zeker een paar dagen drukkende hitte <a id="d0e6016"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6016">191</a>]</span>gehad; doch bij ons dunkt mij, kan het even zoo heet zijn, hoewel zeker minder aanhoudend. Ik had geen gelegenheid om den +thermometer waar te nemen, doch ik ben wel verzekerd, dat hij niet hooger dan 27 of 28 gr. volgens de schaal van <span class="smallcaps">Réaumur</span>, gestaan heeft; en de zeewinden brengen hier ook veel toe, om de lucht te verkoelen. De aanhoudende regen, die men eenigen +tijd geleden gehad heeft, is een ongewoon verschijnsel; anders regent het hierin dit jaargetij zelden, de aarde wordt alleen +door de daauw, die nog al sterk is, bevochtigd—en hoe dor moet dan die dorre grond hier omstreeks niet zijn. Daar het zondag +was, en ik vernam, dat de Protestanten hier ook eene Kerk hadden, ging ik daar heen. De vergadering werd in eene ruime en +zindelijke zaal, op eene eerste verdieping gehouden, en was vrij talrijk. De Leeraar deed een eenvoudig zedelijk vertoog, +dat ik met genoegen hoorde. Tegen den avond ging ik buiten de stad, aan den kant van de zee wandelen; men heeft hier veel +de gewoonte, om zich in zee te baden of te zwemmen; ik zag ’er een menigte zwemmers, en lieden, die zich baadden. Verscheidene +vrouwen, die ’er wel in de klederen uitzagen, en dus nog al tot de zoogenaamde deftige klasse schenen te behooren, wandelden +hier langs, zonder den waaijer voor de oogen te houden; hier en daar zaten zelfs aan den oever groepjes, waar onder vrouwen +en meisjes, op hun gemak te kijken; trouwens, de zeden der <i>Marseillanen</i> over het algemeen, zijn vooral in dit <a id="d0e6024"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6024">192</a>]</span>opzigt niet als zeer gestreng <span id="d0e6026" class="corr" title="Bron: beromed">beroemd</span>; nu ik geloof ook, dat indien de Laplandsche vrouwen kuischer zijn dan deze, zulks meêr aan de luchtstreek dan aan hare meerder +beredeneerde deugd moet toegeschreven worden. Deze onderscheidene groepen, naakte en gekleede menschen, hier en daar op stukken +van rotsen, langs den oever van de zee, die toen, zoo als gewoonlijk in dezen tijd, zeer kalm was, staande of ongedwongen +zittende, terwijl men hooge rotsen in ’t verschiet, en hier en daar een visscherschuitje zag, dit alles te samen leverde eene +schilderachtige vertooning op, en <span class="smallcaps">Vernet</span> zou hier van een mooi stuk hebben kunnen maken. Het water in de <i>Middellandsche Zee</i>, althans hier omstreeks, heeft een groene kleur. Ik zag menigmaal schilderijen, waar op het water zeer groen, en de lucht +en bergen in het verschiet helder blauw verbeeld werden, en dit kwam mij toen onnatuurlijk voor; doch thans nu ik eenige gezigten +aan deze oevers gezien heb, vind ik dat die schilders de natuur getrouwelijk afgemaald hebben. + +</p> +<p>Behalve de koude baden, houden de <i>Franschen</i>, en vooral die, welke het zuidelijk gedeelte bewonen, even als voorheen de <i>Romeinen</i> en <i>Grieken</i>, veel van het warme bad, en maken daar zelfs in de zomerhitte gebruik van, blijvende ’er doorgaans een half uur of langer +in zitten; men vindt dan ook in de meeste steden badhuizen, waar men zich voor 24 of 30 <i>sols</i> in blikken of steenen bakken <a id="d0e6049"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6049">193</a>]</span>baadt<a id="d0e6051src" href="#d0e6051" class="noteref">9</a>. Ik maakte ’er op reis nog al eens gebruik van, om mij te wasschen, maar om ’er lang in te blijven, vind ik niet goed: want +men wordt ’er loom en vadzig van. De <i>Fransche</i> vrouwen maaken ’er ook veel gebruik van om zich te reinigen, en in dat opzigt zijn zij dan ook zindelijker, dan de onze. + + +</p> +<p>Heden morgen ging ik het Stads-Museum van schilder-, beeldhouwwerk, en oudheden bezigtigen; men heeft een gedeelte van een +voormalig Klooster, aan den kant van de <i>Boulevard</i>, daar toe in gereedheid gebragt, of liever was men daar mede bezig; want de zaal, waar de beelden en oudheden moesten geplaatst +worden, was noch niet gereed, en alles lag ’er nog overhoop. Ik zag ’er eenige oude steenen doodkisten of graftombes, eenige +met beeldhouwwerk, anderen met Grieksche opschriften, kapiteelen van pilaren, <i>bas-reliefs</i>, een altaar met stierenkoppen, het bovenste gedeelte van een <i>Isis</i>-beeld met <i>hieroglijphische</i> figuren ’er op, van zwart steen, een groote <i>Isis</i>-kop enz. De voorname opzigter van deze verzameling was niet in de stad, zoo dat ik ’er niet anders van kon te weten komen, +dan dat deze oudheden, meestendeels hier omstreeks, en onder anderen ook in de Abdij van <i>St. Victor</i> gevonden zijn, men verhaalde mij tevens, dat ’er onlangs Commissarissen <a id="d0e6080"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6080">194</a>]</span>van <i>Parijs</i> hier geweest waren, en het een en ander opgeteekend hadden; waarom men vreesde dat het een of ander stuk naar de hoofdstad +wel eens zou kunnen vervoerd worden. Het altaar, het <i>Isis</i>-beeld, en de grafsteenen met <i>Grieksche</i> opschriften, zeker voor oudheidkundigen van waarde zijn; doch het kwam mij voor, dat ’er ook veel Gothisch werk onder het +overige was. In de schilderijen-galerij zag ik eenige goede stukken, onder anderen een paar van <span class="smallcaps"><span id="d0e6092" class="corr" title="Bron: Rubbens">Rubens</span></span>, die ik meende te kennen; geen wonder; want, naar ik vernam, had men ze van <i>Parijs</i> gezonden; benevens een van <span class="smallcaps">van Dijck</span>, en nog eenige anderen; ook zag ik ’er eenige fraaije stukken van <span class="smallcaps">Puget</span>, en een paar groote schilderijen van <span class="smallcaps">Vien</span>, de Vader; een bekend en nog in leven zijnde schilder te <i>Parijs</i>, lid van het <i>Institut</i> (ik weet niet of het nog <i>national</i> heet, dan of men het <i>imperial</i> moet noemen) en <i>Sénateur</i>; sommige andere stukken schenen van Kerken of Kloosters herkomstig. Digt hier bij, ik geloof dat het voorheen tot hetzelfde +gebouw behoorde, is thans het <i>Lyceum</i><a id="d0e6124src" href="#d0e6124" class="noteref">10</a> <a id="d0e6165"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6165">195</a>]</span>waarin een aantal jongelingen, op kosten van den lande, in de eerste beginzelen der wetenschappen onderwezen worden. Een van +de opzigters of onderwijzers, die een hupsch en vriendelijk man scheen, liet ons het gebouw zien. Men kon merken, dat ’er +een goed bestuur plaats had, en overal droeg het de blijken van zindelijkheid en orde, en dat is onder zoo een menigte jongelingen +dan ook zeer noodzakelijk. + +</p> +<p>’s Avonds ging ik in den Schouwburg het zangspel <i>la Rosière de Salency</i> zien. Dit is het eerste tooneelstuk dat ik, een aankomend jongeling zijnde, zag vertoonen; ik herinner mij nog duidelijk, +met welk een vermaak ik het zag, en welke aangename gewaarwordingen dit gezigt bij mij veroorzaakte, en zie het daarom nog +altijd met genoegen, hoewel het hier ook maar zeer middelmatig gespeeld werd; van daar komende, nam ik de pen op, en voleind +dezen voor u. + + + +<a id="d0e6172"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6172">196</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5518" href="#d0e5518src" class="noteref">1</a></span> Thans leest men ’er op: <i>vivre et mourrir libre</i>. In plaats van een Kroon staat ’er nog een <i>Jacobijnen</i> muts boven dit schild; doch dit zal waarschijnlijk ook nog wel eens veranderd worden, daar de kroonen weder in de mode gekomen +zijn. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5587" href="#d0e5587src" class="noteref">2</a></span> De Beeldhouwer <span class="smallcaps">Veyrier</span> was ook een leerling van <span class="smallcaps">Puget</span>, als mede eene <span class="smallcaps">André</span>, die de Uitvinder was van de wijze, om behangseltapijten met lijmverf te schilderen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5652" href="#d0e5652src" class="noteref">3</a></span> Ontbijten met de vork. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5738" href="#d0e5738src" class="noteref">4</a></span> Boter van Provence. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5758" href="#d0e5758src" class="noteref">5</a></span> Het gelijkt wel wat naar het <i>Gulde Vlies</i> te <i>Haarlem</i>, en is ’er zekerlijk niet minder zindelijk; daar bij zijn de hospes en zijn vrouw zeer vriendelijk, en de bediening scheen +mij toe vrij goed te zijn. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5797" href="#d0e5797src" class="noteref">6</a></span> Ter dezer gelegenheid is ’er eene medaille geslagen, met het hoofd van den Koning aan de eene, en de haven, door eene ketting +geslooten, aan de andere zijde. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5866" href="#d0e5866src" class="noteref">7</a></span> Het zijn blazen met wind gevuld en met leder overtrokken. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5924" href="#d0e5924src" class="noteref">8</a></span> Behalve bij de eerste vertooning van een stuk, wanneer het ’er vreesselijk ruw kan toegaan. De <i>Fransche</i> wellevendheid wordt dan dikwijls op een verregaande wijze vergeten. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e6051" href="#d0e6051src" class="noteref">9</a></span> Te <i>Marseille</i>, bij den grooten Schouwburg, is een badhuis, waar de baden van wit marmer zijn. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e6124" href="#d0e6124src" class="noteref">10</a></span> De beroemde school, waar <span class="smallcaps">Aristoteles</span> de wijsgeer te <i>Athene</i> al wandelende onderwees, werd alzoo genaamd; in onze taal zou die dan <i>plaats, waar men wandelend onderwijst</i>, kunnen geheeten worden. De <i>Franschen</i> hebben sedert eenige jaren verscheidene <i>Grieksche</i> en <i>Romeinsche</i> benamingen aangenomen, zoo als <i>école politecnique</i>, <i>société philotecnique</i>, <i>Tribuns</i>, <i>Senatoren</i> enz. doch alle deze namen komen hier mijns bedunkens, volgens hunne <a id="d0e6156"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6156">24n</a>]</span>oorspronkelijke beteekenis niet altijd te pas, en vele dier zaken hebben inderdaad weinig meêr van het <i>Grieksche</i> en <i>Romeinsche</i> dan den blooten naam. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e6173" class="div1"> +<h2>Elfde Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Marseille, 18 Augustus.</i> + +</p> +<p>Ik heb u gezegd, dat ons oogmerk was om een uitstapje naar <i>Toulon</i> en <i>Hières</i> te doen: daar wij nu hier genoegzaam al het merkwaardige gezien hadden, gingen wij den 14 dezer ’s morgens om drie uren, +per gewoonen postwagen, naar <i>Toulon</i> op reis. Men betaalt daar voor 9 livres de persoon, en voor een bagatel komt een van de bedienden van den Commissaris de +reizigers opwekken, en hun pakje halen; want als men koffers of diergelijken heeft, moeten die daags te voren bezorgd worden. +Men rijdt de poort, of eigenlijk de <i>barrière</i> van <i>Rome</i> (want een poort staat ’er niet) uit, voorbij verscheidene <i>bastides</i> (buitenplaatsen), vervolgens door een aangenaam dal, waar men heuvels ziet, die met wijngaarden beplant zijn tot <i>Aubagne</i>, een stadje aan het riviertje <i>le Veaune</i>, 2 posten van <i>Marseille</i> gelegen. Op een stuk marmer, hier omstreeks ontdekt, vindt men dat ’er voorheen ter dezer plaatse een stad bestond, genaamd +<i>Lucretum</i>; en eene andere, niet ver van daar, genaamd <i>Gargarium</i>. De <i>Romeinsche</i> regering had, ten haren koste, baden te <i>Lucretum</i> doen maken, om ’er het vrije gebruik van aan de inwoners te laten; <a id="d0e6221"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6221">197</a>]</span>men meent dan ook, dat de naam van <i>Aubagne</i> zijn’ oorsprong heeft van <i>ad balnea</i> (bij de baden). Men maakt hier een lekker soort van gekookten wijn, dien men ook <i>malvoisie</i> noemt; de bevolking wordt op omtrent 4000 begroot. De inwoners hebben in ’t geheel den besten naam niet: velen maakten met +elkanderen een bende uit, die zich met rooven, moorden, en plunderen der reizigers ophield. De geheele landstreek plagt, aan +deze kanten, nog niet lang geleden, zoo gevreesd te zijn, als bij ons het land van <i>Valkenburg</i> bij <i>Maastricht</i>; en het is ’er nog niet zuiver; doch de <i>politie</i> neemt goede maatregelen: echter mag dit plaatsje ook roem draagen, op een in de letterkunde beroemden man; ik meen den Abt +<span class="smallcaps">Barthelemy</span><a id="d0e6243src" href="#d0e6243" class="noteref">1</a>, die hier geboren werd. Men vindt hier digt bij vrij hooge bergen, en die zich, volgens natuuronderzoekers, over de 2000 +voeten boven de oppervlakte der zee verheffen; op en tusschen de rotsen, groeijen vele pijnboomen; en zoo lagchende als de +natuur aan den anderen kant van <i>Aubagne</i> is, zoo woest en treurig vertoont zij zich hier. Eer men te <i>Cuges</i> komt, heeft men echter een dal, waar het ’er wat beter uitziet; en de afwisseling der gezigten maakt den weg aangenaam. <i>Cuges</i> ligt 3½ post van <i>Marseille</i>, het plaatsje zag ’er slordig en armoedig uit, en hier moesten wij eten, hoewel <a id="d0e6267"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6267">198</a>]</span>het ’s morgens omtrent 9 uren was. De herberg had ook in ’t geheel geen gunstig aanzien; doch de kok, hoewel vrij smerig, +zag ’er frisch en gezond, uit, en ik geloof, dat hij wel 250 ponden kon halen; ik had daarom nog al goeden moed, dat de keuken +’er niet schraal zou zijn, en dit ging dan ook nog al vrij wel. Een van onze reisgezellen, een ronde en vrij ruwe zeeman, +droeg hier zeer veel toe bij, en zorgde dat ’er geen proviand te kort kwam; onder anderen zette men ons roode patrijzen voor, +die ik nimmer beter gegeten heb, en wij betaalden maar 40 <i>sols</i> de persoon. Eer ik op den wagen stapte, nam ik den boêl nog eens op, want het scheen mij om de ongemeene morsigheid en slordigheid +merkwaardig; daar bij kwam nog de zonderlinge t’ zamenstelling van het huis, en evenwel scheen men ’er veel te doen te hebben, +want het was ’er drok, en ik had ’er met dat al ook smakelijk gegeten; doch tusschen een <i>Hollander</i>, die eenigen tijd gereisd, en onder vreemden verkeerd heeft, of een <i>Hollander</i>, die voor het eerst uit eene geregelde en zindelijke huishouding, in eene smerige herberg komt, verschillen de gewaarwordingen +nog al eenigzins; en ik herinner mij bij deze gelegenheid een geval, dat om het karakteristieke, dat ’er in is, hier, dunkt +mij, wel een plaatsje verdient. Een <i>Amsterdamsch</i> koopman, voor de eerste maal, (behalve een enkel togtje naar den <i>Haarlemmerhout</i> of <i>Muiderberg</i>) zijne geboortestad en zindelijke woning verlatende, begaf zich door zijn knegt verzeld, <a id="d0e6287"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6287">199</a>]</span>in gezelschap van een <i>Duitscher</i> en een <i>Franschman</i> naar <i>Hamburg</i>, ter verrichting van zijne zaken; want anders was de goede man zeker t’huis gebleven. Naauwlijks was hij over de grenzen, +of hij bespeurde al ras, dat de woningen ’er daar, zo in als uitwendig, geheel anders uitzagen dan te <i>Amsterdam</i>, op de <i>Heere-</i>, <i>Prinse-</i> of <i>Keizersgrachten</i>. Aan een herberg komende, waar zij zouden afstappen, sprong de <i>Franschman</i> in eens uit den wagen, in huis, en de waardin ontmoetende, die ’er nog al wel uitzag, hield hij zich bezig met haar een menigte +<i>douceurs</i> te zeggen, en bekommerde zich om het overige niet; de <i>Duitscher</i> volgde, en den hospes opgezocht hebbende, vroeg hij, of ’er wat te eten en te drinken was; vervolgens kwam onze landsman +binnen, keek naauwkeurig rond, riep zijn’ knecht, en zei tegens hem op een deftigen toon: ”<span class="smallcaps">Keesie</span>! ga eens kijken of het hoisie wel schoon is?” Nu vreemden vooral mogen hier mede lagchen, en de zindelijkheid in sommige +gedeeltens van ons land overdreven vinden, ieder een zal toch overdreven zindelijkheid, minder onaangenaam vinden dan overdreven +morsigheid. Een eind weegs buiten <i>Cuges</i> tegen een hoogte moetende oprijden, die nog al steil was, verkozen wij daar te wandelen, en ik vermaakte mij met de grootsche +en woeste tooneelen, die men hier aantreft, te beschouwen. Verbeeld u een woud van pijnboomen op rotsen, die zich hier al +vrij hoog verheffen, en ginds een’ afgrond vormen; een steile kronkelende weg loopt <a id="d0e6325"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6325">200</a>]</span>daar door, en het gelijkt hier meêr naar het noordelijk, dan naar het zuidelijk gedeelte van <i>Europa</i>, (eene regte schilderij van <span class="smallcaps">van Everdingen</span>) nogthans, hoewel de wind zich in de toppen der pijnboomen deed hooren, was op sommige plaatsen, buiten de schaduw, de rots, +waar men op ging, brandend heet, en ’er bleef nog al een enkele zweetdroppel, eer wij boven waren. Langs vele van die pijnboomen +was de schors en een gedeelte van het hout afgekapt, op zulk eene wijze verkrijgt men de harst, die uit deze wonden traant, +doch hier na kwijnt en sterft de boom ook. ’t Is opmerkelijk, hoe deze boomen zich op sommige plaatsen met hunne wortels tusschen +de spleten en kloven der rotsen gevestigd hebben, en verwonderlijk, dat ’er op dezen barren en steenachtigen grond, waar op +het gedurende een goed deel van het jaar, maar zeldzaam regent, nog iets groeijen kan. Boven op de hoogte is de bodem ook +kaalder, en men ziet slechts hier en daar een enkelen boom. Wij kwamen hier aan een klein <i>camp</i> van 40 à 50 militairen, behoorende tot het garnisoen van <i>Toulon</i>; zij wonen in hutten, en zijn daar geplaatst, om te waken tegen de rooverijen en aanrandingen, die hier aanhoudend plaats +hadden; sedert zijn de wegen ook veel veiliger: echter is het nog maar veertien dagen geleden, dat hier omstreeks een enkele +kerel zich verstout heeft om den postwagen aanteranden; doch men heeft zich ook dadelijk meester van hem gemaakt, en hem naar +<i>Marseille</i> gebragt. Zulk soort van volk <a id="d0e6342"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6342">201</a>]</span>wordt daar doorgaans zonder vorm van proçes gevonnisd, ter dood verwezen, en op of bij de plaats, waar het feit begaan is, +voor den kop geschoten. Wat verder op langs den weg, die echter breed genoeg is, heeft men duchtige diepten. <i>Beausset</i>, waar wij van paarden veranderden, scheen mij een plaatsje, dat niet veel beteekent, en het zag ’er ook al slordig en armoedig +uit. Tot mijne verwondering zag ik hier een witten Monnik, waarschijnlijk komt die uit <i>Italië</i>, om hier te bedelen. Onze zeeman, die Kapitein was, en een Fregat voor <i>Genua</i> liggende kommandeerde, wilde hem voor handlanger mede nemen, doch te bejaard zijnde, deed hij hem dat voorstel niet. Buiten +dit plaatsje kwamen wij eenige gevangenen tegen, die kettingen om den hals en sommige aan handen en voeten hadden, en zoo +aan elkanderen waren vastgemaakt; ik hield hen voor booswichten, die naar de galeijen gevoerd werden; doch onze Zeekapitein +zeide, dat het weggeloopen matrozen waren, die men weder naar hun schip bragt, het waren meest jonge lieden; zij werden door +<i>Gens d’Armes</i> te paard geleid, en leeden veel door de brandende hitte, en de zwaarte van hunne ketens, zoo dat ik recht medelijden met +hun had.—<i>Franschen</i> met ijzeren kettingen om den hals! en hoe ligt beschuldigen zij andere volkeren van woestheid en barbaarschheid. Nu zagen +wij welhaast niets anders dan dorre en naakte bergen, en kwamen vervolgens in de engte tusschen steile rotsen, die men <i>les Gorges d’Ollioules</i> noemt. De rotsen staan hier als steile en onbeklimbaare muren, langs den <a id="d0e6362"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6362">202</a>]</span>weg, die zeer ongelijk en hobbelig is, zijnde ook niet anders dan steenrots; hier en daar treft men in deze engte, tusschen +de rotsen, langs den weg, aanmerkelijke diepten aan. Het water dat zich bij zware regenbuijen, of door het smelten van de +sneeuw, hier langs ontlast, vormt dan een’ snellen stroom, die somwijlen opgestopt wordt door de stukken steen, die hij medevoert, +en dan, op eenmaal weder geweldig losbarstende, den weg op die plaatsen, waar hij laag is, overstroomt, en alles wat hij ontmoet +medesleept, en den ongelukkigen reiziger verzwelgt. Gelukkig dat de zon niet hoog meêr stondt, toen wij ons hier bevonden; +want dan moet het ’er brandende heet zijn, omdat ’er, als rondom beschut zijnde, geen windje toegang heeft, en de terugkaatzende +hitte van de rotsen die van de lucht en van de zonnestraalen nog vermeerdert. Op sommige plaatsen zou men hier te vergeefs +rondom zich een enkel grasscheutje of plantje, hoe ook genaamd zoeken. De natuur vertoont zich ontzaggelijk, en heeft allen +bevalligen tooi afgelegd; echter ziet men bij het steedje <i>Ollioules</i>, reeds orange-, citroen- en granaatboomen in de open lucht; <i>Ollioules</i> is de bloemtuin van <i>Marseille</i>, en men brengt van daar zeer vele bloemen te markt. Hier omstreeks plagt ook een koper- en zilvermijn te zijn, en men ontdekt +in deze rotsen ook sporen van uitgedoofde vuurbrakingen (<i>volcans</i>). Daar omstreeks zagen wij veel Kapperplanten<a id="d0e6376src" href="#d0e6376" class="noteref">2</a>, zoo als wij reeds in menigte tusschen <a id="d0e6395"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6395">203</a>]</span><i>Marseille</i>, en hier vooral in de vlakte van <i>Aubagne</i> gezien hadden: de bloem is fraai, en heeft wel iets van de passiebloem, en de kappers zoo als zij ingelegd worden, zijn de +bloemknopjes; de kleinste worden voor de beste gehouden. Nu komt men op <i>Toulonschen</i> bodem, en ziet hier onder anderen een’ grond, bestaande uit steentjes, die door eene harde stof aan elkanderen vastzitten, +als of zij met kalk of cement aan een waren gehecht. Dezen grond noemt men <i>saffre</i>; hij wordt zoo hard in de lucht, en men maakt ’er hier omstreeks, met goed gevolg, gebruik van, om muren te bouwen. Van een +hoogte, waar de weg overloopt, heeft men een verrukkelijk gezigt op de reede van <i>Toulon</i>; daar lagen verscheidene oorlogsschepen. Wij reden vervolgens over een brug, die eenige jaren geleden door de <i>Engelsche</i> was afgebroken, om hier door hunnen aftogt uit de stad te dekken. De toegangen van <i>Toulon</i> zijn niet onbevallig, en de stad zelve ligt fraai in zijn wallen, muren en grachten, die vrij wel onderhouden schijnen te +zijn. Het was ’er door de menigte zeelieden, die hier op de reede liggen, en door het garnisoen, vrij levendig. Het was omtrent +half zes, toen wij aankwamen. <i>Beausset</i> en <i>Toulon</i> zijn ook twee, en dus <i>Marseille</i> en <i>Toulon</i> in ’t geheel 7½ <a id="d0e6429"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6429">204</a>]</span>post van een gelegen. Wij namen onze intrek in het Hotèl <i>la Croix de Malthe</i>, waar het ’er redelijk wel uit zag. Na eens op de haven te hebben wezen kijken, en een gedeelte van de stad, die niet groot +is, doorgeloopen te hebben, ging ik naar den Schouwburg, waar men <i>de Gierigaard</i> van <span class="smallcaps">Molière</span>, vrij wel speelde; na hetzelve gaf men <i>Philippe et Georgette</i>, zangspel, en ook dit heb ik op voornamer tooneelen dan dat van <i>Toulon</i>, wel minder gezien. + +</p> +<p>Den 15 dezer ging ik al vroeg naar de haven, waar het regt vrolijk was, door de menigte van varensvolk, die dan met sloepen +aankwamen, en dan weder wegroeiden. Hier zag ik voor het Stadhuis een fraai verguld Vrijheidsbeeld, op een marmer voetstuk. +Het beeld zelve, naar ik vernam, was slechts van hout. ’t Is of die van <i>Toulon</i> voorzien hebben, dat het maar voor eenige jaren zou moeten dienen.—Het ware te wenschen, dat dit vooruitzigt meêr algemeen +was geweest. Rondom op het voetstuk las ik de volgende versen: + + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style="text-indent: 8em; "><span>“Sur les vertus, et sur les lois +</span></p> +<p class="line" style="text-indent: 6em; "><span>l’Auguste Liberté repose: +</span></p> +<p class="line" style="text-indent: 4em; "><span>A la perdre l’homme s’expose, +</span></p> +<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span>Si-tot qu’il meconait ses devoirs ou ses droits.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style="text-indent: 8em; "><span>Souviens toi, que le créateur +</span></p> +<p class="line" style="text-indent: 6em; "><span>Te fit pour n’avoir point de maitre, +</span></p> +<p class="line" style="text-indent: 4em; "><span>Lui même si bien fait pour l’être, +</span></p> +<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span>Se derobant aux yeux ne commande qu’au coeur.</span></p> +</div> +</div><a id="d0e6469"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6469">205</a>]</span><div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style="text-indent: 8em; "><span>“Mortel jusqu’au dernier soupir, +</span></p> +<p class="line" style="text-indent: 6em; "><span>Que la Liberté te soit chère, +</span></p> +<p class="line" style="text-indent: 4em; "><span>Ton plus digne soin sur la terre, +</span></p> +<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span>Est de la conserver, et d’en savoir jouïr.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style="text-indent: 8em; "><span>“On est digne d’un si grand bien, +</span></p> +<p class="line" style="text-indent: 6em; "><span>Lorsque l’on sait à la patrie, +</span></p> +<p class="line" style="text-indent: 4em; "><span>Immoler tout jusqu’a la vie, +</span></p> +<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span>Lors qu’au bonheur de tous on attache le sien.<span id="d0e6488" class="corr" title="Bron: ">”</span></span></p> +</div> +</div> +<p>De twee beelden die het <i>balcon</i> van het Stadhuis onderschragen, zijn twee kunst-stukken van den <i>Marseillaanschen</i> beeldhouwer <span class="smallcaps">Puget</span>. Men zegt, dat deze kunstenaar zich te beklagen hebbende over twee consuls dezer Stad, die toen aan het hoofd van het bestuur +waren, met zoo veel waarheid de trekken van hun gelaat in die zijner beelden wist te brengen, dat men ze niet miskennen kon, +zoo dat die twee Heeren, na hun consulaat, niet meêr voorbij het Stadhuis durfden gaan. + +</p> +<p>Toevallig bekwamen wij een brief aan den Kommandant van het Fort <i>de la Malgue</i>, op een’ heuvel even buiten de <i>Italiaansche</i> poort gelegen; hoewel het zeer warm was, gingen wij ’er naar toe. Die offiçier, die nog jong, maar verminkt was, ontving +ons vriendelijk, en na onze paspoorten onderzocht en verscheidene vragen gedaan te hebben, gaf hij ons een onderoffiçier mede, +on ons het Fort te laten zien. Het is naauwelijks dertig jaren geleden gebouwd, schijnt zeer sterk, en bijzonder geschikt +<a id="d0e6509"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6509">206</a>]</span>om de reede te dekken: men heeft van hetzelve een alleraangenaamst gezigt in zee. Nimmer zag ik in <i>Frankrijk</i> iets van die natuur, dat zoo net onderhouden was. Rondom in hetzelve zijn casernen en casematten; in een van die liet men +ons de looden kist zien, waarin het gebalsemde lijk van den Generaal <span class="smallcaps">Joubert</span>, gesneuveld in de bataille van <i>Novi</i>, ligt. De wand was met zwart laken behangen, en tegen denzelven stonden verscheidene krijgsstandaarden, met onderscheidene +toepasselijke opschriften. Om de kist zag men een soort van Lijklampen. Dit lijk werd hier bewaard, tot dat de graftombe, +die ’er voor gemaakt moest worden, in gereedheid zou gebragt zijn. De wijn, die langs dezen heuvel groeit, is vooral hier +omstreeks beroemd en bekend onder den naam van <i>Vin de la Malgue</i>. Wij telden van hier 22, zoo groote als kleine, schepen op de reede, en waar onder, naar men ons verhaalde, 10 van linie. +De <i>Pholade</i> een schulpvischje, dat zich in den harden steen eene woning weet te maken, wordt ook in de steenen aan den oever der zee, +hier omstreeks, gevonden. Dit schulpvischje, dat goed is, om te eten, geeft, versch zijnde, in het donkere een <i>phosphoriek</i> licht van zich<a id="d0e6529src" href="#d0e6529" class="noteref">3</a>. De <i>kermes</i> of <i>vermiljoen</i> <a id="d0e6544"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6544">207</a>]</span><i>insect</i> wordt ook op de struiken, staande op en tegen de heuvels langs de zee in deze streek, en wel bijzonder van <i>Toulon</i> tot <i>St. Tropéz</i> gevonden. + +</p> +<p>Het was hier feestdag, zijnde <i>Maria Hemelvaart</i>, een van de heilige dagen, die volgens het concordaat, in <i>Frankrijk</i> gevierd worden—zijnde ook de Verjaardag van <span class="smallcaps">Bonaparte</span>;—ik ging eenige Kerken bezigtigen. Die van <i>St. Louïs</i>, maar korten tijd voor de omwenteling voltooid, heeft in het begin van dezelve gediend voor een tempel der Reden: thans wordt +de Roomsche godsdienst ’er in verrigt, en ’er was een Lieve Vrouwe beeldje ten toon gesteld, met een fraai geborduurde samaar +aan, dat de geloovigen kwamen kussen. Deze Kerk is een schoon gebouw, het pronkt met een mooije, en in den <i>antiquen</i> smaak gebouwde <i>facade</i>. Rondom de koepel, waar onder het groot autaar staat, zijn fraaije kolommen, en over het geheel heeft deze Kerk een deftig +en bevallig voorkomen. Wij aten ’s middags in ons Logement met eenige Offiçieren, waar onder ’er waren die zeer Republikeinsch +gezind schenen. Het eten was vrij goed voor 3 <i>Livres</i>: wij namen ook een fles wijn <i>de la Malgue</i>, doch die beviel mij zoo min als de overige wijnen van dit land. Na den middag ging ’er een proçessie door de straten, men +droeg een mooi opgeschikt Lieve Vrouwebeeld rond; eenige weinige leden van den Magistraat, met fakkels in de hand, waren hier +bij tegenwoordig; voor het overige waren het meest vrouwen, die volgden, en vele der omstanders schenen <a id="d0e6580"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6580">208</a>]</span>’er weinig eerbied voor te hebben; sommige dreven ’er zelfs openlijk den spot mede. <i>Toulon</i> is een vrij gnappe stad, en vooral het nieuwe gedeelte (<i>le quartier neuf</i>) ziet ’er wel uit. De paradeplaats is fraai en rondom met boomen beplant: zij dient tevens voor eene gemeene wandeling, en +met den feestdag was hier veel volk. Op deze plaats zijn ook eenige schoone koffijhuizen, die veel te doen hadden, vooral +door de Zeeoffiçieren en andere militairen, die meest aan de deur zaten; dit alles maakte het hier zeer levendig en vrolijk. +Ik zag in een ander gedeelte van de stad ook nog een breede straat, die met boomen beplant was. Op de markt, waar wij geherbergd +waren, staat een fraaije fontein; tegen het zuiden open, en van de noordzijde beschut door hooge bergen of rotsen, daar bij +op 43 graden, 7 minuten en 24 seconden noorderbreedte gelegen, kan het te <i>Toulon</i> zeer warm zijn. De haven is fraai, ruim en zeer geschikt ter beveiliging der schepen. Van den wal, vooral aan den kant van +de haven, heeft men ook een aangenaam gezigt. Men had mij gezegd, dat om het Arsenaal, een der merkwaardigste dingen, die +men hier heeft, te zien, wij een schriftelijk verlof van den <i>prefect</i> van de Marine moesten hebben; dat, uit hoofde der tijdsomstandigheden, niet ligt werd toegestaan. Ik was ’er den vorigen +avond te gelijk met eenig werkvolk al eens opgeloopen, want, van den postwagen komende, had ik een lange broek en een buisje +aan; men had in die kleeding geen acht op mij geslagen, maar waarschijnlijk voor <a id="d0e6594"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6594">209</a>]</span>een zeeman, die daar een boodschap had, aangezien; doch ik kon ’er toen niet lang blijven, om dat het, avond wordende, de +ingang gesloten werd, en allen, die ’er af wilden, een kaartje of briefje moesten vertoonen. Heden waagde ik het dan in dezelfde +kleeding weder, en het gelukte mij insgelijks, gelijk ook mijn reisgenoten. Het geen men hier het Arsenaal heet, zou men bij +ons een Scheepstimmerwerf noemen. Deze plaats, waar men schier al het noodige tot den scheepsbouw in bijzondere gebouwen bij +elkanderen vindt, als mede het geen tot de wapening en toerusting van denzelven vereischt wordt, is zeer ruim, en aan het +eene eind van de kaai gelegen. Ik zag hier verscheidene groote schepen op stapel staan. De in den grond gebouwde steenen kom, +geschikt om daar in de schepen te kalfateren, verdient vooral opgemerkt te worden; zij heeft omtrent de gedaante van een schip, +zijnde, volgens daar van gevonden aanteekeningen, 300 voeten lang, 100 breed, en 34 hoog. Door middel van sluizen en pompen, +kan men ’er het water uit en inlaten; als het schip ’er in is, pompt men de kom ledig, zoodat de scheepstimmerlieden dan overal +bij kunnen. Niet ver van hier ziet men de galeijen, die echter niet meêr gebruikt worden, en zelfs masteloos zijn. Thans dienen +zij alleen maar tot een verblijf voor misdadigers, veroordeeld, om geboeid aan ’s lands werk te arbeiden, en waar van ik ’er +hier een groote menigte zag. Men verzekerde mij, dat ’er wel 4000 waren; zij zijn met zware kettingen geboeid, <a id="d0e6596"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6596">210</a>]</span>meestal twee aan twee; deze ketting is dan aan een ijzeren beugel, dien zij aan een der beenen hebben vastgemaakt, aan een +gordel die zij om het lijf hebben, is een ijzeren haak, waaraan zij, wanneer zij gaan, de ketting, die hun anders zou naslepen, +ophaken. Hunne kleeding is voornamelijk een wambuis, of korte schanslooper, van een grove pij, en een mutsje van diergelijke +stof op het hoofd. Zij zijn afgedeeld in onderscheidene klassen, die tot onderscheidenen arbeid gebruikt worden. De kleur +van hunne kleeding verschilde dan ook, en ik zag troepen, die in het bruin, en anderen die in het rood waren. Eenigen, wier +tijd bijna uit is, of die zich door een aanhoudend goed gedrag het vertrouwen van hunne opperhoofden hebben waardig gemaakt, +worden aangesteld als opzienders over de anderen, en deze hebben slegts een beugel en geen ketting aan het been, en zien ’er +ook beter uit in de <span id="d0e6598" class="corr" title="Bron: kleedederen">kleederen</span>; zij doen allerlei ruw werk op de werf en in de werkhuizen. Ik zag ’er ook een hoop in de stad, komende uit een caserne, +die zij schoon hadden gemaakt; zij werken ook aan de vestingen, aan het schoonmaken van de haven enz. Wanneer zij arbeiden, +worden zij door wachten verzeld, en blijven bovendien geketend. Met dat al vinden sommigen nu en dan nog gelegenheid, om te +ontkomen. Mogelijk is het veelal aan hunne ruwe levenswijze, harden arbeid, en haveloze kleeding toeteschrijven, anders zou +men deze menschen beschouwende, moeten bekennen, dat de leer van <span class="smallcaps">Lavater</span> <a id="d0e6604"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6604">211</a>]</span>al vrij gegrond is; want zij zien ’er dan, over het algemeen, al zeer afschuwelijk uit, en de ondeugd is, zoo als men zegt, +op het gelaat van velen te leezen. De galeistraf schijnt niet eerder in <i>Frankrijk</i>, dan sedert het midden van de 16de eeuw gebruikelijk geweest te zijn; althans de eerste vonnissen, die tot deze straf verwijzen, +zijn van 1532 en 1535, en de eerste <i>ordonnantie</i>, die ’er van spreekt, is die van <span class="smallcaps">Karel</span> den IX. gegeven te <i>Marseille</i> in 1564. Voorheen waren ’er ook galeijen te <i>Marseille</i>, doch sedert eenige jaren bestaan zij daar niet meêr, en in ’t geheel worden deze schepen door <i>Frankrijk</i> niet meer gebezigd; toen men ’er nog gebruik van maakte, dienden de misdadigers, om ze voortteroeijen op de <i>Middellandsche Zee</i>. Zekere Koning van <i>Frankrijk</i>, zegt men, te <i>Marseille</i> zijnde, ging de galeijen bezoeken, en vroeg aan verscheidene galeiboeven (<i>forçats</i>) hoe zij daartoe gekomen waren; ieder wendde voor, dat hij onschuldig was, en trachte door een menigte verontschuldigingen +het medelijden des Konings optewekken; een enkele echter bekende rondborstig schuld, en beleed zijne misdaden. De Koning wendde +zich daar op tot de opzienders van de galei, zeggende: “dat men dezen deugniet terstond van hier uit het midden van zoo vele +goede en eerlijke lieden wegjage, en dat hij ’er nooit weder kome!” Indien dit, zoo als het verteld wordt, waar is, moet men +bekennen, dat die Koning eene aardige tegenwoordigheid van geest toonde; doch men zet zoo veel dingen van <a id="d0e6636"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6636">212</a>]</span>dien aard, op rekening der Vorsten, en bedient zich over het algemeen van alle middelen, die maar eenigzins strekken kunnen, +om hen, is het mogelijk, in het oog van het volk wijzer, beter en verhevener te maken dan andere menschen: jammer is het voor +hun, dat zij zich noch niet boven de menschheid kunnen verheffen, en toch maar even eens in de wereld komen, en ’er uitgaan +als wij. Gedurende verscheidene eeuwen, is een groot deel van het menschdom in de verbeelding geweest, dat men, om in <i>Europa</i> Vorst te zijn, juist door een bijzonder ras moest geteeld wezen; doch dit vooroordeel schijnt ook in onze dagen, dank zij +de meerdere verlichting, den bodem ingeslagen, <span class="smallcaps">Bonaparte</span> is zoo wel Keizer en gezalfde des Heeren, als de Keizers te <i>Weenen</i> en te <i>St. Petersburg</i>; en de een zoo wel als de andere verdient onze hoogachting, wanneer zij alleen trachten te schitteren en uitteblinken boven +hunne natuurgenooten, door deugden en ware grootheid; en de meerdere magt, die zij boven hen bezitten, niet anders gebruiken, +dan ter bevordering en uitbreiding van het geluk hunner medemenschen. Maar ik hervat de beschrijving van het Arsenaal. Behalve +verscheidene tuighuizen en werkplaatsen voor de timmerlieden, smeden enz. is hier ook eene aanzienelijke geschutgieterij. +Bijzonder verdient de touwslagerij en lijnbaan gezien te worden, en is aanmerkelijk om hare ongemeene lengte; zij is geheel +verwulfd, rustende op drie rijen boogen, en volgens het bestek van <a id="d0e6650"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6650">213</a>]</span>den vermaarden vestingbouwkundige <span class="smallcaps">de Vauban</span> gemaakt. Als men van binnen aan het eene eind staande door al die bogen ziet, kan het oog naauwelijks het eind bereiken, +en dit levert een fraai vergezigt (<i>perspectief</i>) op. Wij hadden een <i>Vlaming</i> ontmoet, die hier ook als scheepstimmerman werkte; deze had de vriendelijkheid, om ons, als eenigzins landslieden zijnde, +het een en ander aantewijzen, en met ons rond te gaan.—Met smart dacht ik hier, aan den toestand van onze Vaderlandsche <i>Marine</i>—voorheen werden ook onze scheepstimmerwerven door alle vreemdelingen bewonderd, onze tuighuizen waren wel voorzien, en in +plaats van de speelbal van vreemde mogenheden te zijn, werden wij met ontzag behandeld, en wisten onze regten op zee duchtig +te doen gelden.—Helaas! waar zijn die tijden, vriend? en wat is ’er van die edele zucht naar Vrijheid en Onafhankelijkheid, +die eene van onze voorname karaktertrekken plagt te zijn, geworden?—Moet het vaderlandsch bloed ons niet in de aderen koken, +als wij bedenken, dat ’er een tijd bestond, waar in de <i>Engelschen</i> hunne schepen veelal in <i>Holland</i> of te <i>Lubeck</i> moesten laten maken, en dit is immers nog zoo heel lang niet geleden? En was niet een van hunne eerste Koningen verpligt, +geen goede matrozen in <i>Engeland</i> kunnende vinden, om dezelve uit <i>Friesland</i> te laten overkomen?—wat is thans <i>Engeland</i>?—en wat zijn wij? + +</p> +<p>De reede van <i>Toulon</i> wordt door sterke torens beschermd, <a id="d0e6687"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6687">214</a>]</span>als <i>la Tour de Balaquier</i>, <i>d’ Eguilette</i>, <i>la grande Tour</i>, en het <i>Fort des Vignettes</i>, dat een kwartier van dezen laatsten afgelegen is. + +</p> +<p>Een man, dien ik in een Koffijhuis aantrof, en aan wien ik eenige vragen deed aangaande deze stad, merkende, dat wij vreemdelingen +waren, bood zich aan om ons naar een’ aangenamen tuin, waar men eenige vreemde planten en gewassen kweekt, even buiten de +poort van Frankrijk (<i>la porte de France</i>) te geleiden; dit vriendelijk aanbod werd zonder bedenking aangenomen, en ik zag een niet groote, maar wel aangelegde, lommerrijke +en netjes onderhouden planthof. Verscheidene menschen wandelden hier, en de reuk van de menigte geurige planten, bloemen en +gewassen, was alleraangenaamst. Deze tuin is hier onder den naam van <i>Jardin des plantes</i> bekend. De stad intredende, hoorden wij door het gebulder van het kanon, den geboortedag van den nieuwen <i>Franschen</i> Keizer aankondigen. In de stad liet onze vriendelijke geleider ons ook nog een’ tuin zien, waarin verscheidene groote orange-boomen, +die daar winter en zomer in den grond staan; zij waren vol vruchten, en gaven eene aangename lommer. + +</p> +<p>Den 16 dezer reden wij met een gemakkelijke koets, want ’er was geen ander rijtuig te krijgen, naar <i>Hières</i>, drie mijlen (<i>trois lieues du païs</i>), dat is drie uren gaans van <i>Toulon</i> gelegen. Bij het uitrijden zagen wij, dat alle de schepen op de reede liggende, met eene menigte vlaggen en wimpels versierd +waren, <a id="d0e6723"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6723">215</a>]</span>ter eere van Keizer <span class="smallcaps">Napoléon</span>, wiens geboortedag thans gevierd werd; waarom dan ook de Heilige <i>Rochus</i> (<i>St. Roch</i>) die op den 16 Augustus in den Almanak plagt te staan, sedert een paar jaren, in <i>Frankrijk</i> daar uit geschrapt is, en <span class="smallcaps">St. Napoléon</span>, zeker ook een vermaarde Heilige, hoewel ik de eer niet heb van hem te kennen, in deszelfs plaats gesteld. Zie onder anderen +de <i>Almanak Nationaal</i>, thans <i>Imperiaal</i>. De gemakkelijke koets kwam ons hier wel te pas, want de weg was verbaasd hobbelig, zoo dat wij zelfs eindelijk verkozen, +on te wandelen. De landstreek is niet onaangenaam en schijnt nog al vruchtbaar, voornamelijk in wijngaarden en olijfboomen. +Te <i>Hières</i>, in het Latijn <i>Areæ</i>, stappen wij af aan het <i>Hotel des Ambassadeurs</i>, waar wij van de kamer, die men ons aanwees, een schoon gezigt op de zee en de eilanden van <i>Hières</i> hadden. Na wat ontbeten, en het middagmaal besteld te hebben, gingen wij de vermaarde tuinen en boschjes van orange- en citroenboomen +bezigtigen, waaronder die van Madame <span class="smallcaps">Fille</span> en Monsieur <span class="smallcaps">Beauregard</span> de voornaamsten zijn. Men verzekerde ons, dat deze twee tuinen, hoewel zij geene groote uitgestrektheid beslaan, somtijds, +wanneer het gewas voordeelig is, ieder tot 20,000 livres ’s jaars aan vruchten, meestal orange-appelen, chinoises en citroenen, +opbrengen. Deze boomen zijn hier even eens in volle aarde geplant, als bij ons de appel-, peeren- of kersen-boomgaarden, doch +men ziet ’er meêr groote struiken, zoo als zwaar hakhout, dan opgaande <a id="d0e6764"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6764">216</a>]</span>of stamboomen; ook vond ik ’er veel minder citroene dan orange-appelen, waarschijnlijk omdat de laatste duurder verkocht wordende, +meer voordeel aanbrengen. In den tuin van Mr. <span class="smallcaps">Beauregard</span>, zag ik in volle aarde een’ hoogen Palmboom (<i>palma major</i>) die wel scheen te tieren; voor het overige, vind ik, dat hoe zeer deze tuinen of boomgaarden voor de bewoneren van het noorden, +of meer gematigde luchtstreken, eene zeldzame vertooning opleveren; zij echter niet beantwoorden aan het geen men ’er over +het algemeen van hoort en leest, en weinig van dat schilderachtige (<i>pitoresque</i>) lommerrijke, en van die vrolijke verscheidenheid hebben, die tot een aangenamen lusthof behoort. Een <i>Franschman</i>, dien wij te <i>Toulon</i> in ons logement hadden leeren kennen, en die met ons partij gemaakt had, om hier na toe te gaan, was dit ook volkomen met +mij eens. Ondertusschen beviel mij de wijze, waarop men hier besproeit, en welke besproeijing in deze heete en drooge luchtstreek +zoo noodzakelijk is, bijzonder. De tuinen liggen aan de zachte helling van een’ berg tegen het zuiden, zoodat zij voor de +noordenwinden, door den berg of rots, beschut zijn, en de terugkaatsing van de zonnestralen de warmte nog vermeerdert. Zij +zijn trapsgewijze aangelegd, en op het hoogste gedeelte is een fontein of bron; nu leidt men het water uit dezelve van tijd +tot tijd door een menigte kleine kanalen of goten, zoo als wij ze noemen, door den ganschen tuin loopende, van de eene verdieping, +om zoo te spreken, op de <a id="d0e6781"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6781">217</a>]</span>andere. Zoo ik ooit een hoog en droog buitengoed mogt bewonen, denk ik ook, althans den moestuin in dier voege aanteleggen, +van die wijze van besproeijen gebruik te maken, en mij, indien ’er geen bron is, van een put, waarop een pomp staat, te bedienen. +In de zestiende eeuw had men hier ook suikerriet geplant; doch de handel met <i>Amerika</i> en de matige prijs, waar voor de suiker toen te bekomen was, heeft deze planterij doen te niet gaan. Niettegenstaande het +vrij warm begon te worden, gingen wij in het stadje, dat tegen de hoogte ligt; ’er is nog al een muur om, en men gaat ’er +door een poort in; voorheen dienende on de inwoners tegen de aanvallen en stroperijen der zeeschuimers te beveiligen; het +ziet ’er armoedig en haveloos uit, en men klimt langs naauwe straten gedurig op en af. In vroegere tijden plagt het eene aanzienelijke +stad te zijn, omdat ’er toen een zeehaven was, doch deze haven is droog geworden, en de zee heeft zich een goed eind weegs +verder op verlegd. Boven in de stad zijnde, bood zich een kleine jongen aan, zoo veel wij van zijn <i>patois</i> verstaan konden, om ons naar de overblijfsels van het oude kasteel, boven op de rots, nog heel wat hooger gelegen, te geleiden. +Wij namen dit aan, en die kleine gast sprong bloots voets, als een klipgeit voor ons heen tegen de rots op, die hier en daar +zoo heet was, dat wij het door onze schoenen heen voelden: toen wij een eindje opgeklommen waren, vroeg hij ons om twee stuivers +(<i>dou sau</i>) en <a id="d0e6792"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6792">218</a>]</span>herhaalde deze vraag gedurig, en als wij hem niet spoedig wat gaven, liep hij weg en liet ons staan, maar kwam ook, zoodra +wij een of twee stuivers lieten zien, weder terug, altijd huppelende en springende, of tegen de steilste plaatsen, op handen +en voeten opklauterende; nimmer herinner ik mij vlugger kind gezien te hebben. Op eene zekere hoogte wees onze kleine leidsman +ons eenige wijngaarden aan, wij plukten ’er van en vonden de druiven, die een’ muscaatsmaak hadden, uitmuntend; te meêr, omdat +wij door de hitte aâmechtig waren. Nu hadden wij bijna den top, waarop de vervallen muren stonden, bereikt, doch hier werd +de weg zeer steil en ongemakkelijk, en wij waren nog bezig met al zuchtende en blazende te klimmen, toen de kleine al boven +ons op een stuk van een muur in zijn handjes stond te klappen en te springen: daar gekomen zijnde, hadden wij een verrukkend +gezigt. Ten zuiden ziet men over het stadje; en de onder hetzelve gelegen tuinen met orangeboomen, de eilanden van <i>Hières</i> eenige rotsen, en de <i>Middellandsche Zee</i>; ten westen de reede van <i>Toulon</i> over een aangename valei; duidelijk zagen wij de schepen liggen, en daar het juist middag was het geschut lossen; ten noorden +en ten oosten vertoonde zich een uitgestrekt en schiderachtig landschap, met bergen en valeijen aangenaam geschakeerd; en +een kudde schapen, niet ver van deze vervallen muren, die hier en daar met struiken en klimöp bewassen waren, weidende, vermeerderde +nog de bekoorlijkheden van dit <i>romanesk</i> <a id="d0e6806"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6806">219</a>]</span>gezigt. Het kasteel, dat hier in vroegere tijden stond, behoorde aan de Heeren van <i>Hières</i>, eerst de jongste zonen van de <i>vicomtes</i> van <i>Marseille</i>, uit den stam van <span class="smallcaps">Fosc</span>, kort daar na de Hertogen van <i>Anjou</i>, Graven van <i>Provence</i>. Hier omstreeks moet ook een Klooster of Abdij gestaan hebben, door die eerste Heeren gesticht; doch de monniken leefden +zoo losbandig, dat men ’er hun in 1220 uit deed gaan, en hun Klooster en goederen aan anderen gaf.—Hoewel ons het opklimmen +van deze rots vrij wat zweet gekost had, waren wij daar echter, om het schoone gezigt, zeer over te vreden. Na ons wat verfrischt +te hebben, deeden wij een smakelijken maaltijd. Het eten, schoon alles ook naar ’s lands gebruik met olij klaar gemaakt, was +vrij goed; men is hier echter in ’t geheel niet goed koop; maar op zulke plaatsjes is niet veel keus. Men verhaalde ons dat +de <i>Engelschen</i> nog maar weinige dagen geleden, op een der eilanden van <i>Hières</i> geweest waren, om zich van eenige eetwaren te voorzien. Deze eilanden zijn <i>Porque Rolles</i> (om dat men ’er veel wilde zwijnen plagt te vinden) <i>Porto-cros</i> en <i>Titan</i> genaamd. Zij brengen een menigte geneeskruiden en planten, die zeer gezocht zijn, voort. Voor de natuurkundigen valt ’er +in de bergen en rotsen, hier omstreeks, ook vrij wat te beschouwen, vooral met betrekking tot de <i>mineralogie</i>. Men vindt ’er de sporen van oude en thans uitgedoofde vuurspuwende bergen (<i>volcans</i>), mijnen, jaspis, porphyr enz. ook wordt niet <a id="d0e6847"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6847">220</a>]</span>ver van hier het zoogenaamd moskovisch glas, dat men gebruikt, on voorwerpen voor het microskoop tusschen te liggen, gevonden. +<i>Hières</i> is de geboorteplaats van den vermaarden Pater <span class="smallcaps">Massillon</span> een der welsprekendste Predikanten, die <i>Frankrijk</i> opgeleverd heeft. Men vindt van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. aangeteekend, dat hij, die reeds de treffende leerredenen van <span class="smallcaps">Bourdaloue</span> en anderen gehoord had, tegen <span class="smallcaps">Massillon</span> zeide: “Eerwaarde! ik heb verscheidene groote redenaars in mijn kapel gehoord; ik ben ’er zeer te vreden over geweest: wat +u aangaat, telkens als ik u hoor, ben ik zeer te onvreden over mij zelven.” Men begroot het getal der inwoners van <i>Hières</i> op omtrent 1200, en men meent te moeten veronderstellen, dat die stad bestaat sedert de zesde of zevende eeuw. Tegen den +avond keerden wij langs denzelfden weg, omdat ’er geen andere is, naar <i>Toulon</i> te rug; tusschen beide wandelende, troffen wij een’ man aan, met wien wij in gesprek raakten; deze door het schieten ter +eere van den Keizer op dat onderwerp geraakt zijnde, veroorloofde zich uitdrukkingen tegen zijne Majesteit, die ik zeer oneerbiedig +en onvoorzigtig vond. Deze man scheen ter zee gevaren te hebben, en te <i>Corsika</i> bekend te zijn. + +</p> +<p>’s Avonds in een Koffijhuis te <i>Toulon</i>, ontmoetten wij onzen reisgezel den Zeekapitein, hij was met het kruis van het <i>Legion d’honneur</i> versierd, en had zeer veel bekijks; want hij was de eenigste onder een menigte Officieren, die het had, en men was <a id="d0e6884"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6884">221</a>]</span>nog niet gewoon, sommigen hoorde ik ’er mede spotten, en andere ’er over morren; waarschijnlijk veelal uit misnoegen en afgunst; +want menig een meent dan ook al, dat zijn Uil een Valk is. In oude aanteekeningen van de tweede eeuw der Christelijke Jaartelling, +wordt ’er reeds melding gemaakt van <i>Toulon</i>, en de <i>Romeinen</i> hadden ’er in het begin van de vijfde eene verwerij, die waarschijnlijk aanleiding gaf tot vergrooting van de stad. Voor +de omwenteling was hier een Bisdom; deze stad telt echter niet meer dan ten hoogste 4500 inwoners, thans is zij de hoofdplaats +van het Departement <i>du Var</i>. De scheepsbouw, en wat daar verder bij behoort, maakt het voorname bestaan van deze stad uit, men maakt ’er ook een soort +van grof laken, dat men <i>Pinchinats</i> noemt. Wij hadden reeds bij onze aankomst plaatsen besproken, om morgen ochtend weder met den Postwagen van hier naar <i>Marseille</i> terug te keren; doch eer ik van <i>Toulon</i> afstap, moet ik u een verhaal mededeelen, dat gij ongetwijfeld met genoegen lezen zult. <span class="smallcaps">Paul</span>, zoon van een waschvrouw<a id="d0e6907src" href="#d0e6907" class="noteref">4</a>, werd gelijk als onze <span class="smallcaps">de Ruiter</span>, van scheepsjongen tot een der aanzienelijkste posten bij, de <i>Fransche</i> vloot, te weten, tot dien van Onder-Admiraal verheven; ook was hij <i>Chevallier de Justice</i> <a id="d0e6925"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6925">222</a>]</span>in de order van <i>Maltha</i>, en werd daarom de Ridder <span class="smallcaps">Paul</span> genaamd. Omtrent het midden van de 17e eeuw voerde hij het bevel over de Zeemagt te <i>Toulon</i>. Op zekeren dag, dat hij te <i>Marseille</i> langs de haven wandelende, verzeld door verscheidene Offiçieren en de voornaamste Edellieden van de stad, zag hij een Matroos +van zijn kennis, onder de menigte, uitgelokt door de begeerte om hem te zien; deze uit een soort van verlegenheid zich naauwelijks +durvende vertoonen, treedt <span class="smallcaps">Paul</span> naar hem toe, en spreekt hem vriendelijk aan, zeggende: “Waarom ontwijkt gij mij? denkt gij dat de voorspoed mij mijne oude +vrienden doet vergeten?” En zich vervolgens wendende tot hen, die hem vergezelden, zeide hij: “Mijne Heeren! zie daar een +van mijne oude makkers: wij zijn te zamen scheepsjongens op hetzelfde schip geweest: het geluk heeft mij gediend, en hem den +rug toegedraaid; ik acht ’er hem niet te minder om, vergun, dat ik mij een oogenblik met hem onderhoude.” Dit gezegd hebbende, +trok hij zijn’ ouden vriend ter zijde, onderhield zich gemeenzaam met hem, vooral over de voorvalletjes hunner jeugd, toen +zij te zamen dienden, vervolgens naar zijn vrouw en kinderen en eene en andere huisselijke omstandigheden vragende, verzocht +hij hem om op een bepaalden tijd bij hem te komen, ten einde nader met hem te spreken en te overleggen, op wat wijze hij hem +het beste van dienst zou kunnen zijn, en het gevolg hier van was, dat de goede <span class="smallcaps">Paul</span> aan zijnen ouden makker, <a id="d0e6945"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6945">223</a>]</span>die het niet te ruim had, een postje bezorgde, waar van hij met zijne vrouw en kinderen ordenlijk leven kon. Hoe groot de +betoonde moed en heldendaden van deze brave Zeeman ook mogen geweest zijn, de edele trek van nederigheid en vriendschap, dien +ik hier met een regt hartelijk genoegen ter nederstelle, en die men onder de zoogenaamde grooten, en vooral die, welke van +klein groot geworden zijn, zoo zeldzaam aantreft; die trek alleen, zeg ik, doet zijne nagedachtenis meêr eer aan, dan het +winnen van verscheidene zeeslagen. + +</p> +<p>De achtingwaardige <span class="smallcaps">Paul</span> stierf te <i>Toulon</i> den 18 October 1667, latende bij uitersten wil alle zijne goederen aan de armen, en vorderende tevens, als een nieuw bewijs +zijner nederigheid, om onder hen, op het kerkhof, begraven te worden.—Leest dit, trotsche en laatdunkende grooten! vergelijkt +de prachtige grafzuilen uwer voorvaderen bij deze begraafplaats,—en zoo gij nog denken en gevoelen kunt, zult gij het lage +en eenvoudige kruidje op het graf van <span class="smallcaps">Paul</span>, een schitterender sieraad vinden, dan zoo vele zwierige versierselen en kostbare beeldhouwwerken van marmer en albast, zoo +koud en ongevoelig als het hart van den mensch, die ’er onder ligt was, toen hij nog leefde, en waar op nimmer een enkele +dankbare vriendentraan gestort is. + + + +<a id="d0e6958"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6958">224</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e6243" href="#d0e6243src" class="noteref">1</a></span> Schrijver van <i>de Reize van den Jongen</i> <span class="smallcaps">Anacharsis</span> <i>in Griekenland</i>, enz. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e6376" href="#d0e6376src" class="noteref">2</a></span> De Kapperplant behoort oorspronkelijk in <i>Sicilië</i>, <a id="d0e6381"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6381">32n</a>]</span><i>Griekenland</i> en <i>Egypten</i> te huis; die vrucht behoudt ook nog den <i>Griekschen</i> naam in het provencale woord <i>tapenos</i>, dat kruipende beteekent, omdat de plant langs de aarde, en de muren, daar zij tegen geplant is, kruipt. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e6529" href="#d0e6529src" class="noteref">3</a></span> Men kan, onder andere natuurkundigen, <span class="smallcaps">Réaumur</span> hier over nazien; deze veronderstelt, dat de <i>Pholade</i> zijn hol maakt, in een soort van klei, die naderhand hard wordt, maar anderen wederleggen dit, op grond, dat men dit diertje +gevonden beeft, in steenen, die men in zee gelegd had. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e6907" href="#d0e6907src" class="noteref">4</a></span> Zijne moeder, hoog zwanger zijnde, ging te <i>Marseille</i> scheep, om van daar naar het kasteel <i>d’If</i> varen, en werd zoodanig ontroerd door een hevigen storm, dat zij van hem beviel in de maand November 1597. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e6959" class="div1"> +<h2>Twaalfde Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Nismes,21 Augustus.</i> + +</p> +<p>Gisteren avond on 7 uur zijn wij in deze stad, om zijne oudheden zoo vermaard, aangekomen; en hebben onzen intrek genomen +in het Hotèl <i>du Louvre</i>; maar, eer ik u van <i>Nismes</i> spreek, moet ik den draad van mijn dagverhaal opvatten.—Wij zijn te <i>Toulon</i> gebleven. Den 17 ’s morgens om drie uren vertrokken wij van daar, met denzelfden postwagen, en langs denzelfden weg, dien +wij gekomen waren, en die ik u reeds beschreven heb. ’Er kwam een wel gekleede vrouw op den wagen, die wij even bij het flaauwe +lantaarnlicht ziende, meenden dat jong en bevallig was, en verlangden na het daglicht, om haar eens ter deeg op te nemen, +doch hoe vonden wij ons toen bedrogen; het <i>Fransche</i> spreekwoord werd hier wel bevestigd: <i>La nuit tous les chats sont gris</i>. De morgenstond was zeer frisch, zoo dat ik om mij te verwarmen, en tevens de landstreek naauwkeurig te bezigtigen, een goed +eind wegs te voet afleide. Ik had een stuk brood in den zak en plukte een trosje druiven, daar omstreeks overvloedig langs +den weg groeijende; men neemt dit den voorbijgaanden reiziger niet kwalijk; hier in bestond mijn ontbijt, en het smaakte mij +zeer goed. De wagen <a id="d0e6983"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6983">225</a>]</span>gedurig moetende klimmen, was ik ver vooruit geraakt, en wachtte dezelve op in de loots, die voor een wachthuis diende, van +het <i>camp</i>, op de hoogte tusschen <i>Beausset</i> en <i>Cuges</i>; waar ik een teug dronk; want hier omstreeks zijn noch huizen, noch beken, noch bronnen, en de soldaten, die vriendelijk +en gedienstig waren, zeiden, dat zij het water meer dan een kwartier ver moesten halen. ’t Is hier een regte woestenij, en +die militairen leven ’er als kluizenaars; doch zij worden alle acht of veertien dagen afgelost. Wij hielden ons te <i>Cuges</i> niet op, om te eten, en verkozen liever door te rijden, on nog tegen het middagmaal te <i>Marseille</i> te zijn; waar wij dan ook om 3½ uur aankwamen. + +</p> +<p>Den 18 dezer ging ik ’s morgens vroeg uit, om de vermaarde <i>Beaume</i> of Grot <i>de Rolland</i> te zien; onder anderen verzeld door den zoon van een Koopman, aan wien ik hier aanbevelingsbrieven had. Wij hadden ons van +eenige fakkels en kaarsen voorzien, en dewijl de berg van <i>Marseille Veire</i>, waar deze grot is, wel twee uren gaans van de stad afligt, en men daar zijnde eenen zeer moeijelijken weg heeft, namen wij, +om ons niet te veel te vermoeijen, voor 3 <i>livres</i> een <i>cariole</i>, die ons moest brengen aan het gehucht <i>Bonavenne</i>, digt bij de buitenplaats van den Heer <span class="smallcaps">Borelly</span>, dat omtrent twee derde van den weg is; daar ter plaatse woont een wegwijzer, zijnde een bakker, die gewoon is, om de vreemdelingen +naar en in de spelonk te geleiden. Ik kwam met hem over een voor een kleine som. <a id="d0e7023"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7023">226</a>]</span>Na in een herberg, die hier digt bij staat, wat ontbeten te hebben, voorzag onze leidsman zich van vuurslag en zwavelstokken, +en wij trokken op het pad, en kwamen niet verre van daar langs den oever van de zee, waar ik een menigte ballen van onderscheidene +grootte vond liggen, veel overeenkomst hebbende met die, welke men wel in de maag van het rundvee vindt. Deze ballen, uit +vezeltjes van zeeplanten en diergelijken bestaande, worden door de beweging van het water op het strand gedurig gerold, en +krijgen daar door een zekere vastigheid en ronde gedaante. Wat verder op komt men aan een boschje van pijnboomen, dat aan +onzen geleider behoorde; zij stonden bijna op de barre rots, en aan de schrale zeewinden blootgesteld, en evenwel groeiden +zij nog.—Hoe vele plaatsen zijn ’er niet in onze duinen, waar zij beter zouden groeijen, en deze liggen geheel ledig.—Een +schaapskooi, van ruwe stukken steen onder tegen eene rots in een klein dal gebouwd, maakte geene onaardige vertooning; hier +moesten wij tegen de rots op, en vervolgens langs een zeer steilen weg weder benedenwaards klimmen, tot aan den ingang van +de spelonk, die omtrent ter halver hoogte is van den berg. Men moet ’er op knieën en ellebogen inkruipen, en dan heeft men +eene plaats, waar men weder overeind kan staan, hier staken wij, hoewel met veel moeite, door den wind, die in het gat blies, +onze flambouwen aan, kropen vervolgens weder een enge opening door; het geen wij naderhand, wat verder in de spelonk, nog +eens verpligt <a id="d0e7025"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7025">227</a>]</span>waren te doen. Van tijd tot tijd zetten wij een brandende kaars; hier was het nu een ruime en hooge gang, doch de grond was +zeer afhellende, en door de vochtigheid zoo glibberig, dat men dikwijls moeite had, om zich over eind te houden. Omziende +zagen wij een van de kaarsen in het verschiet en zeer hoog, zoo veel waren wij al afgeklommen. Aan de wanden en het gewelf +zag ik hier en daar kegels van een geelachtigen steen (<i>spath</i>), maar hier waren de schoonste. Twee pijlaren verheffen zich tot eene aanmerkelijke hoogte, zij hebben eenigzins de gedaante +van palmboomen, zijnde boven aan het breedste; tusschen beide ziet men, om zoo te spreken, het voetstuk van een derde kolom, +deze heeft wel wat van een <i>antiek</i> altaar; boven dit een en ander ziet men van het gewelf, dat zeer hoog is, als een stuk doek met plooijen nederwaarts hangen; +alles ziet zwart door den rook der fakkels, het geen deze vertooning nog ontzaggelijker maakt. Aan de linkerhand van den ingang +komende, is een gat, dat zes of zeven voeten omtrek mag hebben; naar het geluid door het rollen der steenen, die wij ’er in +wierpen, moet hier een zeer diepen afgrond zijn; digter bij den ingang hadden wij nog een diergelijk gat gevonden. Verder +opgaande, zoo ver men komen kan, toonde onze leidsman ons aan het eind nog een gat in den wand, als een oven, en verhaalde +ons, dat zijn broeder de stoutheid gehad had van hier intekruipen, en ’er wel een halfuur in had doorgebragt, doch vond het +overal <a id="d0e7033"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7033">228</a>]</span>zeer naauw; daar wij geen zin hadden, om zijn voorbeeld te volgen, keerden wij terug. Hier en daar ziet men kleine kommen +met water, het welke wij ook op verscheidene plaatsen voelden druipen: het is dan ook door deze zijpeling van het water door +de rots, naar het mij voorkomt, dat die kegels (<i>stalactiten</i>) in allerlei gedaanten worden voortgebragt; de steen- en aardachtige deelen, die het water met zich voert, hoopen zich op +of blijven aan elkanderen hangen en kristalliseren zich; want eenige stukken van kegels afslaande, vond ik het van binnen +ringsgewijze samengesteld uit rooden steen en geelachtige kristallen. De beeldhouwer <span class="smallcaps">Puget</span> wilde ’er de twee pijlaren, waar ik u van gesproken heb, uit laten nemen, om dezelven te bewerken, en ik geloof wel, dat +zij, gepolijst zijnde, fraai zouden. wezen; doch het was jammer, dat men die trotsche voortbrengsels der natuur van hier weg +nam.—Wie weet hoe vele eeuwen ’er noodig geweest zijn, om ze daar te stellen, en dit werk zou men verwoesten om de pracht +en weelde te tooijen;—ligtelijk komt men wel weder eens op dien inval, doch ik hoop, dat de overheid ’er voor zorgen zal. +Door den tijd zullen de pijlaren zich waarschijnlijk met het geen ’er boven hangt, in de gedaante van een geplooid doek, vereenigen, +en welke zonderlinge verschijnsels kan de natuur hier nog opleveren. Zou men ook, daar deze pijlaren zoo lang staande zijn +gebleven, niet mogen veronderstellen, dat hier gedurende dien tijd geen zware aardbevingen <a id="d0e7041"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7041">229</a>]</span>hebben plaats gehad? Behalve den weg, dien wij gegaan waren, zijn ’er nog eenige andere wegen in deze spelonk; maar zij zijn +niet diep. Ik had geen thermometer bij mij, doch volgens daar van gevonden aanteekeningen staat dezelve in het diepste gedeelte +van dit onderaardsch gewelf, het gansche jaar door op 11 graden, schaal van <span class="smallcaps">Reaumur</span>. Men behoort zich dan, vooral als de buitenlucht warm is, niet te luchtig te kleden, wanneer men deze spelonk gaat bezoeken, +ook moet men niet veel goeds aandoen, om dat het ligtelijk bederft, niet alleen door het vuil te maken, maar zelfs door het +te scheuren; want men treft gaten aan, waar men als in een schoorsteen moet inklimmen. Aan een paar flambouwen heeft men genoeg, +omdat meêr te veel rook veroorzaken; maar van kaarsen moet men zich wel voorzien, om die hier en daar neder te zetten. Dit +hol, zoo verlicht zijnde, levert een zonderlinge doch akelige vertooning op, en zij die een’ tempel van <span class="smallcaps">Pluto</span> of hellegrot willen teekenen, ’t zij voor een tooneel-<i>decoratie</i> of anderzins, raad ik, om dit voor een model te nemen<a id="d0e7052src" href="#d0e7052" class="noteref">1</a>. De rots, waar in deze <a id="d0e7075"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7075">230</a>]</span>grot is, behoort thans aan den Heer <span class="smallcaps">Rostan</span> te <i>Marseille</i> volgens het zeggen van onzen leidsman. De naam van de landstreek is <i>Moredon</i>. In het terug keeren, in plaats van buiten tegen de steile rots niet ver van de opening of ingang der spelonk weder op te +klimmen, wees onze leidsman ons een gat binnen in dezelve, dat hij zeide, dat gemakkelijker was. Hier klimt men in als in +een engen toren, en zoo doende komt men op een punt van de rots uit. Dit alles is voor menschen, die het bergklauteren niet +gewoon zijn, een vreemd werk. Om de verandering bragt onze leidsman ons gedeeltelijk langs een’ anderen weg door een buitenplaatsje, +waar nog al eenige boomen stonden, en waar men ons goede druiven en vijgen gaf. Overal hier omstreeks langs de zee, vangt +men om dezen tijd een menigte kwakkels, met een soort van netten, die men bij ons flouwen noemt. De kwakkels, om dezen tijd +trekkende, worden door lokvogels hier naar toegelokt, en legeren dan om die kooijen, die bij menigte aan staken onder elkanderen +hangen; men maakt vervolgens gerucht, waar door zij verbijsterd in de netten vliegen. Dit geschiedt gemeenlijk ’s morgens +zeer <a id="d0e7086"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7086">231</a>]</span>vroeg; bij dit buitenplaatsje zag ik zulk een toestel voor die vogeljagt. Men vangt ’er op die wijze zeer veel, zelfs naar +men ons verzekerde tot 300 à 400 op eenen dag; wij hadden ’er ook bijna dagelijks op tafel te <i>Marseille</i>. In het voorbijgaan bezigtigden wij de hier omstreeks zoo beroemde buitenplaats, bekend onder den naam van <i>Chateau Borelly</i>. Het huis, dat uitwendig een fraai gebouw is, konden wij van binnen niet zien, omdat de Heer <span class="smallcaps">Borelly</span><a id="d0e7096src" href="#d0e7096" class="noteref">2</a> onlangs gestorven, en de familie nog in rouw was. Nu voor <i>Hollanders</i>, die buitenplaatsen om <i>Haarlem</i> en aan de <i>Vecht</i> gezien hebben, is hier waarlijk ook niet veel bijzonders te kijken; dit zal ieder onbevooroordeeld reiziger, die het een +en ander gezien heeft, met mij moeten bekennen. Echter wil ik wel gelooven, dat het aanleggen van deze buitenplaats op dien +steenachtigen en schralen grond, in eene vlakte aan den oever der zee, veel moeite en geld gekost heeft; want men scheen ’er +de natuur nog al gedwongen te hebben, om het een ander voorttebrengen; ik zag ’er althans verscheidene vruchtboomen, waar +nog al wat aan was, en een haag van granaatstruiken, die sierlijk bloeide; maar het geen ik bijzonder opmerkenswaardig vond, +was de <i>horizontale</i> beweging van een windmolen, dienende om het water uit een ruime put op te malen, <a id="d0e7120"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7120">232</a>]</span>en daar mede de tuinen te besproeijen. Deze molen, dien ik, om ’er u een begrip van te geven, niet beter kan vergelijken dan +bij een’ grooten haspel of scheerraam, daar de lakenwevers hun kettingen op scheren, staat in een verheven koepel rondom met +lange, smalle rechtstandige windgaten; de wind hier door tegen de repen zeil, die insgelijks regtstandig aan den molen vastgemaakt +waren, blazende, werd dezelve daar door omgevoerd, en dat al vrij gezwind, hoewel het, toen wij ’er waren maar een matig koeltje +woei. Op en tusschen de rotsen hier omstreeks is, naar het mij voorkomt, voor kruidkundigen ook nog al wat te onderzoeken; +ik zag ’er onder een menigte bekende kruiden, zoo als rozemarijn, salie, wijnruit, de ruikende clematide enz. Verscheidene +aardige plantjes, onder anderen een heestergewasje waar aan stekelige blaadjes als die der hulst, en eikelen, als die der +eikenboomen waren; behalve dat het schaaltje daar de eikel onder in vast zit ook stekelig is. Slechts eenige schreden van +de plaats van <span class="smallcaps">Borelly</span> troffen wij een rijtuig aan, dat ledig naar de stad reed, on zijn’ Heer aftehalen; want het was Zaturdag en dan gaan de <i>Marseillanen</i> ook veel naar buiten. Hier mede kwamen wij voor een bagatel gemakkelijk te <i>Marseille</i>. Ik had reeds gezien, dat ’er in deze stad, eveneens als te <i>Parijs</i>, een huis was, waar onderscheiden soorten van dobbelspelen in het openbaar gespeeld werden; hier zag ik evenwel genoegzaam +niet anders dan zoogenaamde Heeren; maar dezen avond op de kaai wandelende, <a id="d0e7134"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7134">233</a>]</span>ging ik op het geluid van eenige violen in een huis aldaar, en vond ’er ook een dobbelspel voor de matrozen en zoogenaamde +gemeene lieden; dit zag ik met nog meêr leedwezen dan het andere. Tevens vindt men hier een kroeg en danszaal, zoo als te +<i>Amsterdam</i> in de <i>Jonker-</i> of <i>Ridderstraat</i>, en dus allerlei soort van buitensporigheden bij elkander. + +</p> +<p>Hoewel gij het, zoo wel als ik, bij de geschiedschrijvers van dit land vinden kunt, wil ik echter, on u die moeite te sparen, +een woordje zeggen van den oorsprong van deze oude stad. Men meent op goede gronden te moeten veronderstellen, dat een hoop +uitgewekene <i>Phocéensers</i>, afstammelingen van de <i>Grieken</i>, <i>Marseille</i> of <i>Massiliæ</i> stichtte, het 154 jaar van <i>Rome</i>, het eerste jaar der 45 <i>Olympiade</i>, of 599 jaren voor der Christenen tijdrekening; welhaast werd zij door den koophandel, den scheepsbouw en de visscherij aanzienelijk. +De wetten van dit volk waren op steenen tafelen gegraveerd, en op de markten en openbare plaatsen ten toon gesteld. Onder +dezelven is die tegen den zelfmoord opmerkelijk om hare zonderlingheid. Zij verbood aan de Burgers om hun leven te verkorten, +zonder verlof van den Magistraat, die over de gegrondheid of ongegrondheid der redenen, waarom men wilde sterven, oordeelde, +en dezelven billijkende, sap van dolle kervel, die men doorgaans in de openbare vergaderingen in gereedheid hield, aan den +lijder liet drinken. Zij waren goede zeelieden, sterre- en aardrijkskundigen. 320 jaren voor <span class="smallcaps">Christus</span> <a id="d0e7168"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7168">234</a>]</span>geboorte, deed de vermaarde <span class="smallcaps">Pythéas</span> al een aanmerkelijken zeetogt, stevenende door de <i>Straat van Gibraltar</i> tot bij <i>Ysland</i>. In het begin was <i>Marseille</i> een vrij gemeenebest; het werd door haar Senaat bestuurd, en hield zich zoo een ruim tijdbestek staande; vervolgens werd +zij aan de <i>Romeinen</i> onderworpen. De Medailles, die nog bestaan, toonen, dat de schoone kunsten ook in <i>Marseille</i> vrij ver gevorderd waren, vooral onder de Republikeinsche regering. Zij was toen een tweede <i>Athenen</i> in bloei en welvaart; doch deze gelukkige toestand eindigde ook met het Republikeinsch bestuur, omtrent het einde der eerste +eeuw van de Christen-Jaartelling. Daarna raakte zij onder de beheering van onderscheidene volkeren, die zich meester maakten +van <i>Provence</i>; werd vervolgens door heerschappen (<i>Vicomtes</i>) geregeerd<a id="d0e7197src" href="#d0e7197" class="noteref">3</a> en kwam eindelijk bij testament van <span class="smallcaps">Charles d’Anjou</span><a id="d0e7214src" href="#d0e7214" class="noteref">4</a> in 1481 onder de regering van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XI. aan de kroon van <i>Frankrijk</i>. In het begin van de omwenteling onderscheidden zich de <i>Marseillanen</i> bijzonder door hun Republikeinismus—de oude vrijheidszucht kwam weder boven—en wie kent niet de <i>Carmagnole</i>, waar van de wijs uit dat land herkomstig is, gelijk <a id="d0e7230"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7230">235</a>]</span>mede de zoo vermaarde <i>Marseillaansche</i> marsch naar die van <i>Marseille</i>, als behoorende tot de ijverigste Republikeinen, genaamd<a id="d0e7238src" href="#d0e7238" class="noteref">5</a>. + +</p> +<p>De visschers hadden hier van 1431 af een regtbank, bestaande uit vier mannen, die zij onder hen kozen, en die in alle geschillen +aangaande de visscherij regtspraken; zij werden <i>Prud’hommes</i> genaamd; of die regtbank nog heden bestaat, heb ik verzuimd te onderzoeken. + +</p> +<p>De bevolking van <i>Marseille</i>, die van de omliggende landstreek ’er onder gerekend, wordt op 85 à 90,000 begroot. Het is ’er vrij gezond, en de zeewinden +vooral de <i>mistral’s</i>, dienen zeer veel, om de zomerhitte te temperen. De winter is ’er aangenamer dan het begin van de lente, wanneer het veelal +ruw en nat weder is; doorgaans vriest het hier zeer weinig. ’Er wordt om de stad nog al wat wijn geteeld, die meest in dezelve +gebruikt wordt. De vijgen van <i>Marseille</i> zijn bij uitstek beroemd, en worden ook veel in de zon gedroogd en verzonden. + +</p> +<p>Den 19 dezer een van onze reisgenooten zich kleedende, voelde iets in zijn mouw, dat hem jeukte <a id="d0e7274"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7274">236</a>]</span>en werd, daarop wrijvende, gestoken door een dier, dat vervolgens op den grond viel; mij ’er bij geroepen hebbende, erkende +ik het insekt terstond voor een Schorpioen; het was met staart en al omtrent een duim breed en lang. Op het wondje werd schorpioen +gelegd, die men in het logement in huis had; want men had ze daar beneden aan de put, wel eens meêr gevonden, doch boven, +daar wij onze kamers hadden, nimmer. Denkelijk was dat dier den vorigen dag, toen wij de grot gingen bezigtigen, en tegen +de rotsen opklommen, of op den grond kropen, in de kleederen gekomen. De beet had geen gevolgen, en de Schorpioen werd verpletterd +en in olij gelegd om bij volgende gelegenheden te dienen; doch naar ik vernam, zijn die dieren hier niet zeer vergiftig. + +</p> +<p>Ik kogt hier eenige tooneelstukken in de landtaal <i>patois</i> of <i>langue provencale</i>, zijnde zamengesteld uit <i>Celtische</i>, <i>Grieksche</i>, <i>Latijnsche</i>, <i>Fransche</i>, <i>Italiaansche</i>, <i>Spaansche</i> en zelfs <i>Hoogduitsche</i> woorden. Zie hier een paar spreekwoorden in die taal: + + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>”De la fillo et de la figuiere, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Fau pas veire la jarretiero.”</span></p> +</div> +</div> +<p>Dat is: van een jong meisje en een ouden vijgenboom, moet men de kousseband niet zien; omdat men den vijgenboom zeer kort +moet houden, zoo dat de takken naar de aarde buigende, een groot deel van de stam bedekken. ”<i>Quu san trevo, san deren.</i>” Die met wijze omgaat wordt wijs. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vii001.jpg" alt="Aix."><p class="figureHead">Aix.</p> +</div><p> + +<a id="d0e7319"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7319">237</a>]</span></p> +<p>’s Namiddags om een uur vertrokken wij met den postwagen op hier, hebbende onze plaatsen reeds eenige dagen te voren besproken +gehad. Wij hadden vrij goed gezelschap, en kwamen omstreeks zes uren te <i>Aix</i>, waar wij afstapten aan het Hotèl <i>des Princes</i>, op de <i>Cours</i> of algemeene wandeling, bij het inkomen van dezelve. Het onaangename van de reis naar <i>Marseille</i>, <i>Toulon</i>, enz. was, dat wij tot <i>Aix</i> toe langs denzelfden weg weder terug moesten komen, althans met de openbare rijtuigen. Ik haastte mij, om deze stad, die +nog al bezienswaardig is, in oogenschijn te nemen. Op eene groote plaats zag ik de fondamenten en het muurwerk, even boven +den grond, van een gebouw, dat men scheen begonnen te hebben, en vernam, dat men voornemens was hier het Regterlijk Paleis +(<i>Palais de Justice</i>), en daar bij behoorende gevangenissen te bouwen; doch dat de omwenteling het voltooijen daar van belet had; volgens de beginselen +te oordeelen, moest het een groot en schoon gebouw worden. Op een andere plaats zag ik een verheven <i>Obeliscus</i> met een arend ’er boven op; doch het is modern werk; bij de schrijvers, die ik over deze stad heb nagezien, vind ik ’er hoegenaamd +geene melding van gemaakt. De Hoofdkerk is een groot Gothisch gebouw; in dezelve staat eene doopvont, waarvan de koepel door +acht groote Corinthische kolommen, die in een’ Heidenschen tempel, naar men veronderstelt, gediend hebben, wordt ondersteund. +Men heeft daar omstreeks meer oudheden gevonden, waaruit men gemeend <a id="d0e7346"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7346">238</a>]</span>heeft te moeten opmaken, dat ’er een tempel, aan de Zon of <span class="smallcaps">Apollo</span> gewijd, gestaan heeft. In het koor zijn twee orgels over elkanderen, en genoegzaam even eens; digt bij den grooten ingang +van deze Kerk, is een der stadspoorten; ik ging ’er uit, en zag aan mijn regterhand een gedenkteeken; boven op stond de beeldtenis +van een eerwaardig man, een stenen tafel in de hand hebbende, waar op men leest: <i>Aimez Dieu et le prochain</i>; en lager, twee beelden in eene eerbiedige of biddende houding. Uit het opschrift zag ik wel, dat het aan de Municipaliteit +enz. van <i>Aix</i> scheen toegewijd; maar niet door wie of bij welke gelegenheid; doch vernam, dat een <span class="smallcaps">Charles Sec</span>, bemiddeld metselaar dezer Stad, het gebouwd had in 1792, en ’er naderhand onder begraven is geworden; dit was al wat men +’er mij van zeggen kon. Men vindt te <i>Aix</i> gnappe straten en huizen, en over het geheel heeft deze stad een zeer goed aanzien, ’t Is jammer, dat het Stadhuis, dat een +fraai en ruim gebouw schijnt, genoegzaam achter de huizen verscholen is, en niet op een ruim plein staat. De wandelingen om +de stad kwamen mij ook regt aangenaam voor, en ik zag ’er veel zware ijpeboomen. Het land rondom levert ook veel olijf-olij +op, die den voornamen tak van koophandel der inwoners van <i>Aix</i> uitmaakt. Die olij wordt voor zeer fijn en lekker gehouden en is algemeen beroemd. De soort, die men <i>huile vierge</i><a id="d0e7368src" href="#d0e7368" class="noteref">6</a> <a id="d0e7371"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7371">239</a>]</span>noemt, omdat ze, zoo ik meen, de eerste is, die uit de olijven geperst wordt, is, naar men zegt, het meeste gezocht. De gemeene +wandeling, die gij op de afteekening ziet, en die men hier behalve de gewone benaming in deze landstreek, <i>le Cours</i>, ook <i>Orbitelle</i> noemt, beviel mij ook bijzonder, zoo als gij kunt begrijpen; aan beide zijden staan aanzienelijke gebouwen, en in het midden +van de dreef drie altijd springende fonteinen, waar van de middelste warm water geeft; het is zeer helder; en heeft denzelfden +smaak als gewoon bron- of rivierwater; boven aan de pijp, waar door het uit de fontein komt, is het tamelijk warm, doch onder +in de kom slechts laauw. Deze bron werd in 1704 door eenige arbeiders, bezig zijnde met een vervallen huis, aan het eind van +de voorstad <i>des Gordeliers</i> af te breken, wedergevonden; want zij was reeds bekend geweest bij de <i>Romeinen</i>, zoo als men tegelijkertijd uit de oudheden, die men ’er verder voortgravende vond, ontdekte<a id="d0e7385src" href="#d0e7385" class="noteref">7</a>. De ouden schenen ’er een geneeskundig gebruik van te maken, en men schrijft ’er nog eenige kracht aan toe. De regering heeft +daar voor dan ook groote en fraaije badhuizen laten bouwen, doch naar ik vernam werden zij weinig anders dan als gewone baden +(<i>bains domestiques</i>) gebruikt. Voor de omwenteling had hier op Heiligen <a id="d0e7394"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7394">240</a>]</span>Sacramentsdag eene zonderlinge <i>proçessie</i> plaats, waarin onder anderen verscheidene menschen in eene misselijke kleeding gedrochtelijk toegetakeld, moetende duivels +verbeelden, verschenen, en vele kromme sprongen langs de straat maakten: men noemde dit in het <i>patois Provencal: lou grand juec deïs diables</i>; dat is: Het groote spel der duivelen; en <i>lou pichoun juec deïs diables</i>, het kleine spel der duivelen; en deze duivelen gingen, let wel, in de Hoofdkerk de mis horen, maakten het teeken van het +kruis, en namen wijwater.—Wat heeft men den Godsdienst niet met allerlei beuzelarijen en afzigtelijke ongerijmdheden overladen!! + + +</p> +<p>De vermaarde kruidkundige Joseph <span class="smallcaps">Pitton De Tournefort</span> werd hier den 5 Junij 1656 geboren, en stierf den 28 December 1708. Hij bezocht ook, zoo wel als <span class="smallcaps">Linnæus</span>, ons Vaderland. + +</p> +<p>Het Hotèl <i>des Princes</i>, hoewel een groot <span id="d0e7418" class="corr" title="Bron: een">en</span> aanzienelijk gebouw, is het beste niet, en wij moesten ’er evenwel rijkelijk voor het avondeten en slapen betalen. + +</p> +<p>Men begroot het getal der inwoners van <i>Aix</i> op omtrent 20,000; nu de stad is ook niet groot, en het scheen ’er mij nog al levendig, vooral op de <i>Cours</i>, waar een menigte menschen wandelde. ’Er stonden ook eenige kramers, en een blinde, die vrij goed <i>Provencale</i> liedjes zong, deed de omstanders ter deeg lagchen; het speet mij wel, dat ik bijna niets van zijne aardigheden verstond, +Deze stad scheen mij, vooral voor die genen, welke op de <a id="d0e7432"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7432">241</a>]</span><i>Cours</i> wonen, de stedelijke en landelijke vermaken te vereenigen; slechts eenige treden en men is buiten, en dat vind ik, als men +dan toch in een stad moet wonen, al zeer aangenaam. + +</p> +<p>Den 20 dezer, ’s morgens om twee uren, vertrokken wij van <i>Aix</i>, en namen denzelfden weg, dien ik gekomen was tot <i>Orgon</i>. Hier kwamen wij omstreeks 9 uren, en hadden ’er een vrij goed ontbijt, waar onder schapenvleesch, dat ik maar zeldzaam zoo +goed gegeten heb; de wijn, voor wijn van dit land, was voor mij ook nog al drinkbaar. In plaats van nu den weg te nemen naar +<i>Avignon</i>, namen wij die van <i>St. Remy</i>. Even buiten <i>Orgon</i> aan de regterhand, zagen wij een poort in een rots gemaakt, het was een waterleiding om deze landstreek te besproeijen, zijnde +een arm van de rivier <i>la Durance</i>, waar ik u reeds van gesproken heb. Men verzekerde mij, dat het gat in de rots gemaakt, omtrent 300 <i>toises</i> (1800 voeten) lang is<span id="d0e7459" class="corr" title="Bron: ;">.</span> Het werd <i>le Canal de Boiselin</i> genaamd, en was nog niet geheel voltooid. De landstreek werd nu minder rotsachtig, vruchtbaarder en bevalliger. Wij reden +door het dorp <i>St. Remy</i>, twee posten van <i>Orgon</i>, en hadden hetzelve reeds een goed eind weegs achter den rug, toen men mij herinnerde, dat daar digt bij eenige overblijfsels +van oudheden, zoo als van een zegeboog ter eere van <span class="smallcaps">Nero Claudius Drusus<span class="smallcaps">, zoo men meent, en van een praalgraf, ook door de <i>Romeinen</i> opgerigt, te zien waren. Dit verzuim speet mij zeer, doch ik kon niet <a id="d0e7478"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7478">242</a>]</span>weder terug keeren; vooral ook, omdat ’er onder onze reizigers waren, die grooten haast schenen te hebben. Bij een plaatsje +dat men <i>l’Orade</i> noemt, zag ik eene zeer aangenaame buitenplaats, door een klein riviertje besproeid, en digt beplant; het hout stond ’er +zeer tierig, en maakte een bevallig lommer; dit valt bijzonder in het oog, als men eenigen tijd in de schrale en steenachtige +landstreek van <i>Marseille</i> heeft doorgebragt. Hier groeiden langs den weg vele van die planten, die men bij ons in sommige tuinen wel aangekweekt, en +spring-komkommers noemt; omdat, als men ze rijp zijnde afplukt, ’er een straaltje vocht uitspringt. <i>l’Orade</i> is nog 3/4 uurs van <i>Tarascon</i>, eene zeer oude stad, twee posten van <i>St. Remy</i>, en dus in ’t geheel 14 posten van <i>Marseille</i>. Voorheen behoorde zij tot <i>la Basse Provence</i>, thans tot het Departement <i>les bouches du Rhone</i>. Welk eene menigte kleine windmolens ziet men hier aan den weg, digt bij de stad. Ook wordt hier omstreeks nog al wat koren +geteeld; onder weg had ik boeren gezien, die, bezig waren met het graan te zuiveren, niet met een wan- of kafmolen, maar door +het, met een schop, in de hoogte te werpen terwijl het redelijk woei. Op die wijze stoof dan het kaf weg. De poort aan dezen +kant ziet ’er nog al wel uit, doch het stadje zelve scheen niet veel te beteekenen. Men wil dat <i>Tarascon</i> of <i>Tarasco</i>, van een <i>Grieksch</i> woord, dat verschrikken of bang maken beteekent, afkomstig is; ook plagt men hier in de Kerk een draak te vertoonen, <i>Tarasquo</i> geheeten, <a id="d0e7516"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7516">243</a>]</span>die volgens een oud sprookje zich in de <i>Rhone</i> ophield, en veel schrik en verwoesting hier omstreeks aanrigtte; want hij leefde van menschenvleesch, en was een toovenaar, +die nog al een vrouw en kind had; men verhaalt ’er eene menigte allerbeuzelachtigste vertelseltjes van, die hier echter bij +zeer velen voor <span id="d0e7521" class="corr" title="Bron: euangelie">evangelie</span> werden aangenomen, en misschien nog wel geloofd worden, want de <i>religie</i> had ’er, zoo het scheen, zijn zegel aangehecht, en wat gelooven de menschen dan al niet!—Althans op <i>St. Martha’sdag</i> werdt de beeldtenis van dien lelijken draak, plegtig in <i>proçessie</i> door de stad gedragen, om dat die sanctinne door hare gebeden dit monster ten onder gebragt had. Deze proçessie ging nog +kort voor de omwenteling. Het Gasthuis (<i>l’Hospital</i>), dat men even buiten de stad ziet, is een aanzienelijk gebouw. De vrouwen hebben hier een bijzonder hoofdtooisel, bestaande +in een gekleurde gazen doek, die zij over hun muts doen, zoo dat de rand daar van haar op het voorhoofd en om het aangezigt +hangt, zoo als de kanten, die de vrouwen elders aan hare mutsen hebben. De menschen zien ’er hier vrij gnap en gezond uit, +ook wordt deze landstreek, die vrij vruchtbaar is, voor gezond gehouden. Aan den kant van de <i>Rhone</i> ligt een groot en sterk kasteel; men meent, dat het door een der Graven van <i>Provence</i> in de 15 eeuw gebouwd is; het maakt geen onaardige vertooning; en men moet ook van de <i>terrassen</i> op hetzelve een aangenaam gezigt hebben. <a id="d0e7545"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7545">244</a>]</span>Van <i>Tarascon</i> gaat men over een lange schipbrug, die over de <i>Rhone</i> ligt, naar <i>Beaucaire</i>; thans ligt ’er bijna midden in de rivier een eiland, waar men een gestrate kade op gemaakt heeft, voorheen schijnt ’er dat +niet geweest te zijn; want een oud spreekwoord zegt: <i>Entre Beaucaire et Tarascon il ne pait ni vache ni mouton</i>. Men gaat over dit eiland een eindje tot aan een tweede schipbrug, en daar over tot <i>Beaucaire</i>. Op deze schipbruggen, waarop ook hier en daar banken staan, en die vooral bij de aangename zomeravonden, tot een gemeene +wandeling verstrekken, heeft men een alleraangenaamst gezigt op de rivier, welke hier vrij breed is, en op de twee steden; +men betaalt een <i>sous</i> voor de passage, en die is vooral met de vermaarde kermis (<i>foire</i>) van <i>Beaucaire</i> zeer druk; zij was nog maar sinds omtrent 14 dagen geëindigd<a id="d0e7571src" href="#d0e7571" class="noteref">8</a>, en wij zagen ’er de lootsen nog staan. Voorheen was deze kermis of jaarmarkt in de stad, doch van tijd tot tijd toenemende, +was men reeds voor vele jaren verpligt, om dezelve op het open veld, buiten de stad, langs de <i>Rhone</i>, onder tenten te houden; thans slaat men <a id="d0e7583"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7583">245</a>]</span>daar, zoo wel om de kooplieden te herbergen, als om de goederen te plaatsen, lootsen op. Volgens het groot aantal, dat wij +’er zagen, moet deze jaarmarkt al zeer aanmerkelijk wezen; het gelijkt een gansche stad met houten huizen. De koophandel, +die hier dan gedreven wordt, is zeer belangrijk, en men zegt, dat ’er verscheidene millioenen omgaan; ook komen ’er niet alleen +kooplieden uit de voornaamste plaatsen van het zuidelijk deel van <i>Europa</i>, maar zelfs <i>Turken</i>, <i>Arméniërs</i>, <i>Marokkanen</i>, enz. en men vindt ’er allerlei soorten van goederen en koopmanswaren. Men heeft ’er dan ook eenige openbare vermaken, en +de dobbelspeelders laten niet na, om op de beursen der kooplieden te komen azen. Dit jaar had ’er de sterke en aanhoudende +regen veel schade aan toegebragt. In 1721 en 1722, toen de pest in deze landstreek heerschte, is deze kermis twee jaren opgeschort +geweest; anders schijnt zij in alle tijden en omstandigheden geregeld plaats te hebben gehad; en <i>la foire de Beaucaire</i>, is niet minder beroemd in <i>Frankrijk</i>, <i>Spanje</i>, <i>Italië</i>, </span>Zwitserland</span> enz. dan in <i>Duitschland</i>, en het noordelijk deel van <i>Europa</i>, de <i>Frankforter</i> en <i>Leipsiger</i> missen. De gelegenheid van deze stad aan de <i>Rhone</i>, niet ver van de <i>Middellandsche Zee</i>, gaf zeker aanleiding tot die aanmerkelijke markt. Men kan echter de goederen niet dan met groote kosten de rivier opvoeren, +en het vervoeren moest grootendeels per as geschieden; doch men is sedert eenigen tijd bezig, om eene vaart te graven, die +de <a id="d0e7629"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7629">246</a>]</span><i>Rhone</i> bij deze stad, met het kanaal van <i>Languedoc</i> moet vereenigen, en dit zal den handel van dezelve een zeer groot voordeel toebrengen. Men wees mij de plaats aan, waar die +vaart in de <i>Rhone</i> moet uitloopen; ’er werd zeer druk aan gewerkt, om<span id="d0e7639" class="corr" title="Bron: ,"></span> dat men wil, dat dit nuttige ontwerp binnen weinig tijd zal volvoerd worden. Buiten de kermis is het hier doodsch en naar. +Voorheen was dit stadje het verblijf van den <i>Intendant</i> van <i>Languedoc</i>, waar onder het behoorde; wij reden voorbij het Hotèl, dat hij bewoond had, doch dat zag ’er ook al niet zeer voordeelig +uit; thans wordt dit gedeelte van die Provincie, het Departement <i>du Gard</i> genaamd. Het is inderdaad te verwonderen, dat deze, naar het schijnt, voor den handel zoo wel gelegen plaats, geen welvarender +voorkomen heeft; ik zag ’er geen een aanzienelijk gebouw, zelfs vindt men ’er, zoo als ik vernam, naauwelijks goede herbergen; +trouwens buiten de kermis is ’er ook weinig vertier, zoo dat de inwoners grootendeels het gansche jaar leven van het geen +zij, gedurende die weinige dagen, opzamelen. Aan de andere zijde, buiten de stad ziet men een uitgestrekt bosch van olijfboomen. +Hier omstreeks ontdekte men in 1734 een gedeelte van den grooten weg door de <i>Romeinen</i> gemaakt, en die zich van <i>Rome</i> tot de uiterste grenzen van <i>Spanje</i> uitstrekte, zoo als uit de mijlpalen en opschriften, die men hier vond, blijkt. Die weg wordt bij de <i>Fransche</i> Geschiedschrijvers <i>la Voie Aurélienne</i> genaamd. Vervolgens ziet men van <a id="d0e7665"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7665">247</a>]</span>verre aan de linkerhand de oude stad <i>Arles</i>, voorheen plagt de postwagen <i>Marseille</i> naar <i>Nismes</i> daar door te rijden; doch sedert eenigen tijd is dat veranderd. Te <i>Arles</i> zijn ook nog eenige overblijfsels van <i>Romeinsche</i> oudheden, en onder anderen een fraaije <i>Obeliscus</i> te zien. De weg is hier vrij gelijk, en de grond schijnt tamelijk vruchtbaar te zijn. Hier ziet men velden met wijngaarden +beplant, zoo ver het oog reiken kan; wat verder zag ik met vijf muilezels ploegen. Te <i>Beaucaire</i> was ’er iemand op den wagen gekomen, die, naar wij vernamen, een voornaam bankier was; hij toonde zeer wel zijn verstand +te hebben, doch tevens een hevige Roijalist te zijn, ook verhaalde hij ons, dat de oorlog van <i>Rusland</i> en <i>Zweden</i> tegen Frankrijk onvermijdelijk, en de dood van den Hertog van <span class="smallcaps">Enghien</span> daar de oorzaak van was, razende en tierende vervolgens in eenen adem tegen <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, de Jakobijnen, de Filosofen, de Romans, en zelfs tegen den Paus, en toen wij hem onder het oog bragten, dat Keizer <span class="smallcaps">Napoléon</span> toch veel deed, waar over hij zeer te vreden behoorde te zijn, zoo als het herstellen der openbare wegen, het doen graven +van vaarten enz. durfde hij wel antwoorden: “en waarom doet hij dat anders, als omdat hij wel weet, dat men geen vliegen met +azijn vangt; en wat heeft <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. niet gedaan?”—Iemand antwoordde hem, dat door de groote ondernemingen van dien Vorst, de schatkist van <i>Frankrijk</i> ook een’ krak had gekregen, die men helaas! nog maar al te wel voelde; <a id="d0e7709"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7709">248</a>]</span>“en denkt gij,” zeide onze bankier, “dat <span class="smallcaps">Bonaparte</span> het uit zijn eigen beurs betaalt. Men heeft reeds twee derde van onze fondsen geschrapt, wie weet wat ’er van dat overgebleven +derde nog wordt?” Denk eens, Vriend! zoo veroorloven zich sommige <i>Franschen</i> over hun’ Monarch, en over het <i>publiek crediet</i>, in het openbaar, en in bijzijn van vreemdelingen, te spreken. Wij waren nog een’ goeden afstand van <i>Nismes</i>, toen wij reeds op een hoogte de <i>Tour magne</i> zagen. ’t Was ruim zeven uren, toen wij in die stad aankwamen. Van <i>Tarascon</i> tot hier is 3¼ post. Wij stapten af aan het Hotèl <i>du Louvre</i>, waar de postwagen ook ophoudt. Terwijl het heldere maneschijn was, ging ik nog dien zelfden avond het beroemde <i>Amphithéater</i> uitwendig bekijken—welk een groot en trotsch gebouw! Op de <i>Cours</i>, die op een terras hier digt bij is, wandelde veel volk; de avondstond was ook regt aangenaam. + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7052" href="#d0e7052src" class="noteref">1</a></span> De landlieden hier omstreeks vertellen een menigte spook- en tooversprookjes van deze grot; er zou onder anderen een vreesselijke +reus, <span class="smallcaps">Rolland</span> geheeten, in gewoond hebben, van hier den naam van <i>Beaume</i>, dat is grot van <span class="smallcaps">Rolland</span>. Dit intusschen schijnt zeker, dat een Priester genaamd <i>l’Abbé</i> <span class="smallcaps">Géoffrédi</span> eenige eeuwen geleden, te <i>Marseille</i> is verbrand geworden, om dat men hem <a id="d0e7072"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7072">59n</a>]</span>voor een’ toovenaar of heksenmeester hield, daar hij dikwijls deze spelonk ging bezoeken, waarschijnlijk om eenig natuurkundig +onderzoek, of physische proeven te doen, terwijl hij misschien minder dom en bijgeloovig was dan de meeste zijner ambtgenoten, +en daarom door hun benijd en vervolgd werd. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7096" href="#d0e7096src" class="noteref">2</a></span> Het huis van <span class="smallcaps">Borelly</span> wordt voor het voornaamste en rijkste huis van <i>negotie</i> van <i>Marseille</i> gehouden; zij zijn door den koophandel rijk geworden. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7197" href="#d0e7197src" class="noteref">3</a></span> Ter dier tijd, en vooral onder de <i>Vicomte</i> <span class="smallcaps">Baral</span>, deden de <i>Troubadours</i> (oude provincale Dichters) de Dicht- en Letterkunde te <i>Marseille</i> en daar omstreeks herleven. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7214" href="#d0e7214src" class="noteref">4</a></span> <i>Comte du Maine et dernier comte de Provence.</i></p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7238" href="#d0e7238src" class="noteref">5</a></span> De woorden zijn van <span class="smallcaps">Rouget de l’Isle</span>, neef van den ongelukkigen <span class="smallcaps">Bailly</span>, en de muzijk van <i>Gossec</i>. Sedert <span class="smallcaps">Tyrtæus</span> is ’er, voor zoo ver mij bekend is, geen oorlogslied gemaakt, dat zoo veel geestdrift veroorzaakt, en de moed meêr opgewekt +heeft dan de <i>Marseillaansche</i> marsch. Dit lied wordt niet meêr gezongen, en geen der heeft tot noch toe zijne plaats bekleed. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7368" href="#d0e7368src" class="noteref">6</a></span> Maagden-olij. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7385" href="#d0e7385src" class="noteref">7</a></span> Uit de opschriften en gedenkpenningen, die men daar onder anderen vond, bleek het dat de baden van <span class="smallcaps">Sextius</span> hier ter plaatse geweest waren. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7571" href="#d0e7571src" class="noteref">8</a></span> Men noemt ze <i>la foire de la Magdelaine</i>, om dat zij den 22 julij, dat is, <i>St. Magdalenasdag</i>, begint; sedert 1217 was zij vrij van alle regten, maar in 1632 heeft men die vrijheid besnoeid. Zij plagt zes dagen te duren, +thans wordt die tijd al wat verlengd, naar men mij verhaalde. De oorsprong van deze kermis schijnt niet bekend; doch het blijkt, +dat zij zeer oud is. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e7738" class="div1"> +<h2>Dertiende Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Nismes, 23 Augustus.</i> + +</p> +<p>Den 21 dezer, na mij van eene korte geschiedkundige beschrijving van de zoo merkwaardige oudheden, die men hier bij de Boekverkoopers +vindt, <a id="d0e7747"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7747">249</a>]</span>voorzien te hebben, ging ik dezelve bezigtigen. Sedert de omwenteling heeft men verscheidene huizen, die om en in het Amphithéater +stonden, en dat schoone gedenkteeken der oudheid ontluisterden, doen wegbreken; zoodat men het nu van rondom vrij goed zien +kan; eenige woningen, die ’er nog binnen in staan, moeten, naar men mij verzekerde, binnen een’ zekeren tijd weggebroken worden. +Het is wel jammer, dat de regering dezer stad voorheen heeft toegelaten, dat men in en tegen dit <i>Romeinsche</i> worstelperk bouwde, en hetzelve daar door beschadigde; wegnemende, dat in den weg stond, of het geen men voor bouwstof kon +gebruiken, ondertusschen heeft dit verbazend stuk werks, niettegenstaande deze verwaarlozing en de onderscheidene oorlogen +en verwoestingen, die hier in vroegere eeuwen al hadden plaats gehad, nog niet zeer veel geleden, en is ten minste uitwendig +genoegzaam in zijn geheel gebleven. Men meent als zeker te mogen veronderstellen, dat het door Keizer <span class="smallcaps">Antoninus Pius</span>, die van het jaar 138 tot 161, der Christelijke jaartelling regeerde, en te <i>Nismes</i> geboren zou zijn, gebouwd is. Het is eirond, en heeft een omtrek van 190 <i>toises</i>, of 1140 geometrische voeten buitenwerks, en is omtrent 11 <i>toises</i> of 66 voeten hoog; rondom is het met boogsgewijze poorten op denzelfden afstand van elkanderen regelmatig gebouwd. Zestig +zijn ’er beneden, die voor ingangen dienden, en even zoo veel boven dezelve, doch deze zijn niet zoo hoog. Ik zal u hier van +zoo <a id="d0e7764"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7764">250</a>]</span>wel als van de overige voorname oudheden, die men hier vindt, de platen toezenden, die ik hier gekocht en ’er mede vergeleken +heb, en die ’er u een duidelijk denkbeeld van zullen geven. De opziender, die in een der poorten woont, laat het voor een +fooitje van binnen en boven op zien; ik klom ’er dan in, en doorliep een gedeelte van de binnenste galerij; want een groot +deel daar van is nog bewoond. De wijze, waarop het gebouwd is, is zeer merkwaardig; het zijn ontzaggelijk groote stukken steen, +zonder eenige kalk of çement op en in elkanderen gevoegd, en door ijzeren krammen in lood, bevestigd; doch de meeste dier +krammen zijn ’er al uit. Het blijkt dat zij van buiten eerst werden gefatsoeneerd, en met kolommen enz. versierd, na dat zij +geplaatst waren; want aan den eenen kant is dat werk nog maar ruw gehouwen, en de fijne bijtel ontbreekt ’er aan. ’t Is verwonderlijk, +hoe men zulke groote brokken steen, niet alleen uit de steengroeven heeft kunnen krijgen, maar hoe men ze op elkanderen tot +zulk eene aanmerkelijke hoogte heeft kunnen stapelen. Boven op, dat de <i>Atticus</i> genoemd wordt, heeft men een zeer schoon gezigt op de stad, en de landstreek rondom, en hier ziet men de steenen zitbanken, +waarop de aanschouwers plegen te zitten, en van waar men in het middelperk (<i>Arena</i>) alwaar de worstelaars tegen elkanderen, of tegen wilde dieren vochten, kan zien. Oorspronkelijk waren ’er 32 zulke zitbanken, +trapsgewijze van boven tot beneden afloopende, rondom <a id="d0e7772"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7772">251</a>]</span>in dit gebouw. Men ziet ’er aan eenen kant nog 17 van, op sommige plaatsen ziet men ’er maar twaalf, en op anderen niet meêr +dan zes, de overige zijn verwoest. Deze overblijfsels zijn echter meêr dan genoegzaam om een volkomen denkbeeld van de zaak +te geven, en die het <i>origineel</i> van den stervende <i>Gladiator</i>, uit het Museum van <i>Parijs</i>, in zijn gedachten hier verplaatst, en rondom op de banken een menigte <i>Romeinsche</i> burgers en burgeressen, kan zich verbeelden van bij die woeste en wreede spelen tegenwoordig te zijn, en wordt daar bij een +gevoel van afgrijzen en medelijden gewaar. Men berekent naar deze zitplaatsen, dat ’er omtrent 17,000 aanschouwers konden +zitten. Rondom het gebouw ziet men uitstekende stukken steen, waarin ronde gaten; hier stak men palen in, on daar aan tenten +(<i>Velaria</i>) vast te maken, ten einde de aanschouwers tegen den regen of zonneschijn te beschutten; doch deze tenten kwamen niet verder +dan de zitplaatsen, en het midden bleef open. Misschien diende het ook somtijds voor een renperk te voet of op paarden, of +’er werden allerlei sprongen en diergelijke kunsten vertoond. En hoewel het eigenlijk voor een worstelperk was ingerigt, is +het niet onwaarschijnelijk, dat ’er ook bijwijlen een Tooneel in opgerigt is geworden, waarop de Treurspelen van <span class="smallcaps">Seneca</span>, of de Blijspelen van <span class="smallcaps">Plautus</span> of <span class="smallcaps">Terentius</span> en anderen, werden gespeeld. Diergelijke vertoonplaatsen, die ’er voor worstelaars en voor Tooneelspelen dienden, waren onder +de <i>Romeinen</i> niet onbekend, en dat van <i>Curio</i>, waarvan <span class="smallcaps">Plinius</span>, <a id="d0e7807"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7807">252</a>]</span>als van een wonder van pracht en kunst, melding maakt, bestond uit twee deelen van hout gemaakt, die op duimen of spillen +draaijende zig van elkanderen afscheiden, om voor twee onderscheiden vertooningen te dienen, of zich vereenigden om één Amphithéater, +in wiens midden het worstelperk was, uittemaken. Althans het is niet denkelijk, dat ’er in eene zoo aanmerkelijke <i>Romeinsche</i> volksplanting als <i>Nismes</i><a id="d0e7814src" href="#d0e7814" class="noteref">1</a>, geen Toneelspelen in het openbaar zijn vertoond, en waar kon zulks beter geschieden dan in het Amphithéater, dewijl men +geen blijken vindt, dat ’er hier nog een ander gebouw bestond, het welk daar voor bijzonder geschikt was. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vii002.jpg" alt="Amphitheater te Nismes."><p class="figureHead">Amphitheater te Nismes.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>In de bouworde van dit Amphithéater heeft ’er, zoo als gij zien zult, weinig verscheidenheid plaats; ’er zijn vier hoofdingangen, +tegen de vier winden, zij zijn verdeeld van 15 tot 15 poorten; die van het noorden heeft alleen eenige sieraden, boven denzelven +is een soort van driekante kap, en daar onder ziet men de afbeeldingen van twee rundbeesten, ter halver lijf en met gebogen +knieën; het verbeelden twee stieren, het gewoone zinnebeeld van de <i>Romeinsche</i> volkplantingen, zoo als men ook op de gedenkpenningen vindt. Ik kocht hier onder meer anderen een medaille, waarop men twee +stieren of ossen, voor een ploeg gespannen, ziet. Deze munten waren in en om de stad, en eenige in <a id="d0e7832"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7832">253</a>]</span>het Amphithéater bij het afbreken der huizen, dat onlangs plaats had gevonden. Nog ziet men hier en daar aan de buitenmuren +van dat gebouw, eenige kleine afbeeldingen, als de Wolvin met <span class="smallcaps">Romulus</span> en <span class="smallcaps">Remus</span>, twee vechtende <i>Gladiators</i> met dolk, schild en helm; en drie anderen beeldtenissen, zijnde onderscheidene afbeeldingen van <span class="smallcaps">Priapus</span> of <span class="smallcaps">Phallus</span>, in misselijke en zonderlinge gedaantens. Men meent, dat dit zinnebeelden zijn van offeranden, aan den God <span class="smallcaps">Priapus</span> gedaan, en van de Hanen-gevechten ter zijner eere, somtijds in het Amphithéater gegeven; of wel, dat de bevolking en uitbreiding +der <i>Colonie</i> van <i>Nismes</i> daar door moest verbeeld worden. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vii003.jpg" alt="Tempel van C. Cæsar te Nismes."><p class="figureHead">Tempel van C. Cæsar te Nismes.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De breede straat, waar aan het Amphithéater aan den eenen kant uitkomt, doorgaande, ziet men aart het eind derzelve, ter regterhand, +den fraaijen Tempel van <span class="smallcaps">Cajus Cæsar</span>, dien de <i>Franschen</i> den zoo onbeduidenden naam van <i>Maison Carrée</i> hebben gegeven. Te regt is dit schoone gebouw, om zijn nette en bevallige bouworde, die zelfs den minstkundige in het oog +moet loopen, beroemd; het wordt dan ook voor een der uitnemendste gedenkstukken, die de oudheid ons heeft nagelaten, gehouden. +In ’t geheel is het 12 <i>toises</i> (72 voeten) lang, en 6 <i>toises</i> of 36 voeten breed, en rondom versierd met 30 geribde Corinthische kolommen, en de kapiteelen van deze kolommen worden voor +schier onnavolgbare meesterstukken gehouden; men gaat ’er in langs 12 trappen. De Afbeelding vertoont u hetzelve, zoo als +men <a id="d0e7879"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7879">254</a>]</span>het nog tegenwoordig ziet. Inwendig is ’er niets bijzonders; ten tijde van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. maakte men ’er een Kerk of Kapel van, waar voor het dan ook tot de omwenteling toe gediend heeft. Van hier gaat +men langs een fraaije gracht, aan den kant met boomen beplant, en die wel wat heeft van sommige grachten in onze Vaderlandsche +Steden, naar de fontein, of liever bron; want wij verstaan gewoonlijk door het woord fontein een’ watersprong, en hier te +land bedoelt men daarmede eene eenvoudige bron. Deze bron is aan het eind van een’ netten tuin, met regte laanen, bloemperken +en hagen: men gaat daar door fraai gewerkte ijzeren hekken in, zoo dat zij veel gelijkt op eene ouderwetsche <i>Hollandsche</i> buitenplaats. Deze tuin dient ook voor eene gemeene wandeling. Bij die bron, die aan den voet van eene rots opwelt, hadden +de ouden hunne baden, als mede een’ tempel, welken naar de overblijfsels die men ’er nog van ziet, te oordeelen, een fraai +en aanzienlijk gebouw moet geweest zijn. Men heeft het gedeelte, dat nog staande is gebleven, om het verder te bewaren, door +een muur afgesloten; doch de opzigter van den tuin laat het vreemdelingen zien, en men geeft hem dan doorgaans een fooitje. +Men noemt dezen tempel in ’t gemeen, <i>Temple de</i> <span class="smallcaps">Diane</span><a id="d0e7892src" href="#d0e7892" class="noteref">2</a>; dan of hij inderdaad aan den dienst van deze, dan wel aan die van anderen Goden of Godinnen is gewijd geweest, hierover +<a id="d0e7898"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7898">255</a>]</span>zijn het de oudheidkundigen nog niet eens. De overblijfsels der baden, sedert eeuwen onder de puinhoopen bedolven zijnde, +heeft men hieromstreeks gravende, weder gevonden, en omtrent het midden van de laatst afgeloopen eeuw ontbloot, zoo veel mogelijk +hersteld, en ’er veele fraaije versierselen bij gebouwd. De kamertjes van de oude baden zijn voor een gedeelte nog zigtbaar; +ook zijn ’er aan de bron nog overblijfsels van de oude trappen. Onder de puinhoopen van deze baden, werd in 1739 de romp en +het hoofd van een fraai marmerbeeld, het welke men voor dat van <span class="smallcaps">Apollo</span> erkende, gevonden. Dit beeld, benevens meêr andere oudheden, ziet men thans in den zoogenaamden tempel van <span class="smallcaps">Diana</span>. Eenige overblijfsels van steenen buizen, die inwendig met lood bekleed waren, en tot waterleidingen voor de baden dienden, +kan men daar ook vinden. Aan het eind van dezen tuin, ziet men boven op de rots, aan wier voet de bron is, de overblijfsels +van den ouden toren, die men <i>la tour Magne</i> noemt, en die waarschijnlijk de grootste zijnde, van al de torens, die langs de muren van deze stad stonden, ten tijde van +de <i>Romeinen</i> voor een vuurbaak (<i>Pharus</i>) diende. Het brok, dat men ’er nog van ziet, is omtrent 80 voeten hoog, doch zeer beschadigd. Bij dezen toren ziet men ook +nog de overblijfsels van de oude muren van <i>Nismes</i>, die 4640 <i>toises</i> omtrek hebbende, 6 <i>toises</i> hoog en 1 dik waren; op andere plaatsen ziet men ook nog overblijfsels van deze muren; men berekent, dat <i>Nismes</i> <a id="d0e7927"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7927">256</a>]</span>toen elf maal zoo groot moet geweest zijn, als tegenwoordig. Op deze hoogte heeft men een schoon en uitgestrekt gezigt. In +het terug komen van dezen tuin, zag ik, op twee bijzondere plaatsen, vloeren, die met kleine steentjes (<i>en Mosaïque</i>) waren ingelegd; de eerste in een fabriek van gedrukte katoenen neusdoeken, voorheen de tuin van den Gouverneur, waar hij +in 1785 ontdekt werd, is nog zeer wel bewaard, en door steentjes van onderscheidene kleuren, waarop een aardige teekening, +gemaakt; de gedaante is vierkant; aan een’ van de hoeken ziet men eene <i>Romeinsche</i> galei, aan een’ anderen twee visschen, aan een derden twee watervogels, en aan een vierden wederom twee visschen van een +ander soort. Den anderen ingelegden vloer zag ik in een slechts weinige trappen diepen kelder in een burgerhuis, <i>rue de la calandre Anglaise</i>, aan het eind van 1766 ontdekt; deze bestaat minder in zijn geheel, is ook minder gekleurd en eenvoudiger van teekening, +zijnde in het midden met vierkante ruitjes, zoo als men bij ons wel op het tafelgoed ziet. Het water in de gracht, langs welke +men naar de bron enz. gaat, komt alleen uit de bron op, en kan somtijds vrij hoog staan. Aan het eind van de gracht is eene +fraaije kom gemaakt voor de waschvrouwen, doch zoodanig, dat het zeepwater zich niet met het zuivere vermengt. Over den tempel +van <span class="smallcaps">Cajus Cæsar</span> heeft men een’ nieuwen Schouwburg gebouwd; de voorgevel (<i>facade</i>) die met een fraaije <i>colonnade</i> moet pronken, is nog niet voltooid; <a id="d0e7947"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7947">257</a>]</span>doch in de zaal moet reeds den aanstaanden winter gespeeld worden. Alle deze oudheden van het <i>Amphithéater</i> af tot de <i>Tour magne</i>, liggen in eenen weg, en men kan dezelven genoegzaam in een halven dag zien. Men heeft hier, zoo wel als te <i>Marseille</i>, meestal pannen daken, doch zij hebben eenigzins eene andere gedaante, dan bij ons. Bijna overal ziet men de menschen hier +in de zijde bezig, dat het voorname bedrijf is: men heeft ’er ook veel zijden-kousenwevers; doch men acht de kousen zoo goed +niet, als die van <i>Gange Lion</i>, enz. Het getal der inwoners wordt op ruim 45,000 begroot, waar van wel een derde Protestanten zijn. Deze stad heeft dan +ook veel door de religie-oorlogen geleden, en ..... doch in plaats van deze oude wonden weder te ontblooten, verhaal ik u +hier liever een trek van edele grootheid en menschenliefde. Ten tijde van den <i>St. Bartelsmoord</i>, was een <span class="smallcaps">Villars</span> te <i>Nismes</i> consul, en ontving van wegen <span class="smallcaps">Karel</span> den IX., hoogst afgrijsselijker gedachtenis, bevel, om in zijn stad, het voorbeeld van <i>Parijs</i> te volgen—en <span class="smallcaps">Villars</span> durfde (ô zeldzame deugd onder regenten, van een’ machtigen dwingeland afhankelijk!) dit wreede bevel ter zijde leggen, en +deed, in plaats van ’er aan te gehoorzamen, de voornaamste van beide de geloofsgenootschappen bijeenkomen, en in zijn bijzijn +zweren, dat zij zich onderling zouden beminnen, als broeders leven, elkanderen trachten te verlichten en in vrede hunne onderscheidene +Godsdiensten uitoefenen. Zij zwoeren, <a id="d0e7979"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7979">258</a>]</span>omhelsden elkanderen, en hielden woord. Het Hof durfde niets zeggen, en de gansche stad werd behouden, door eenen edelen menschenvriend.—En +ik vond geen gedenkteeken ter gedachtenis van dien goeden <span class="smallcaps">Villars</span> in deze stad.—Nu ... is hij bij vele menschen vergeten, hij is het voorzeker niet bij de regtvaardige Almagt. + +</p> +<p>Behalve de oudheden is ’er aan de stad niet veel bijzonders te zien, en ’er zijn nog vele naauwe en kromme straten<a id="d0e7986src" href="#d0e7986" class="noteref">3</a>, die eene misselijke tegenstrijdigheid opleveren, met een paar anderen, die in later tijd zijn aangelegd, en in het oog loopen +door de ongemeene breedte. Het is hier thans zeer warm, doch men zeide mij, dat het weder ’er verbaasd ongestadig kan zijn, +het geen men aan de zeewinden toeschrijft; ook heeft men in den zomer nevel- of mistluchten, die in ’t geheel niet gezond +zijn, en wel eens zinkens en verkoudheden veroorzaken. Vele vreemdelingen, hier door afgeschrikt, haasten zich dan ook, om +van hier, na dat zij de merkwaardigheden gezien hadden, weg te komen; ik voor mij geloof, dat men het, zoo als gewoonlijk, +<a id="d0e7995"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7995">259</a>]</span>erger maakt dan het in der daad is; hoewel ik tevens moet bekennen, dat ’er de menschen, vooral het zoogenaamde gemeene volk, +over het algemeen niet zeer gezond uitziet; maar het komt mij voor, dat men dit meêr op rekening van het aanhoudend zitten, +bij het werk in de fabrieken, en bijzonder aan het afhaspelen, spinnen, enz. van de zijde, dat men hier <i>tirages</i> noemt, moet toeschrijven.—Zoo offert de arme zijne gezondheid op aan de weelde en hoogmoed der rijken, en wat is zijn loon? +een weinig geld, en veel verachting, daar immers vele dezer groote pralers, die al dikwijls minder waard zijn dan het kleed, +waar zij insteken, den wever en zijn weefgetouw beiden, beschouwen als werktuigen, ten zijnen dienste geschikt, en den ongelukkige +het zuure stuk brood dat hij hem op die wijze laat verdienen, nog wel als een weldaad of bijzonder gunstbewijs aanrekenen.—Menschen! +menschen! wanneer zult gij door meêr de eenvoudige natuur te naderen, en alzoo ook meêr aan uwe wezenlijke bestemming te voldoen, +zoo vele schadelijke dingen, die gij tot een behoefte gemaakt hebt, afschaffen! Dit is het ware middel om vrijer, onafhankelijker, +en dus wezenlijk gelukkiger te worden.—Want dezulken, die ’er zoo sterk voor zijn, om hen, die zij het gemeen gelieven te +noemen, altijd zoo gemeen te laten, als maar eenigzins mogelijk is; en zich doorgaans behelpen met te zeggen: “die soort van +volk is daar aan gewoon;” zullen mij toch wel goedgunstig gelieven toetestaan, <a id="d0e8000"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8000">260</a>]</span>dat gezondheid geen ingebeeld geluk, en ongezondheid eene alleronaangenaamste zaak is. + +</p> +<p>Het geen ik bijzonder hinderlijk vind in deze streek, is de sterke stof, die daarbij zeer fijn is, en schier overal indringt; +zoodat ’er van de vijf zinnen vier zeer merkbaar door lijden. De mannen dragen hier dan ook veel vrij groote grijze hoeden, +van onderen groen, en geele schoenen, welke laatste ik ook al veel te <i>Marseille</i> en aan die kanten gezien had. + +</p> +<p>De levensmiddelen schijnen te <i>Nismes</i> nog al overvloedig en matig in prijs te zijn, althans de markten vond ik wel voorzien; men vindt ’er bijna dezelfde spijzen +als te <i>Marseille</i>; onze tafel was hier juist wel niet met zoo veel orde aangerigt, en wij hadden ’er misschien ook wel een paar lekkere schotels +minder op, dan daar; maar hier betaalt men ook een 1/3 minder, en dat lijkt een’ reiziger zoo als mij, die het niet om te +eten of te drinken, maar om te zien en te leeren te doen is. + +</p> +<p>Na den middag zag ik verder, de stad doorwandelende, op sommige plaatsen onderscheidene oudheden, en sommige langs de straten +in de muren van de huizen gemetseld. De arenden, waarvan men ’er verscheide ziet, zijn genoegzaam levensgroot van wit marmer, +keurig gewerkt, hebbende een festoen loofwerk in den bek gehad, want de koppen zijn van alle afgeslagen; en in dit, zoo wel +als in andere opzigten, zijn zij elkander gelijk, zoodat, als men ’er een gezien heeft, heeft men ze <a id="d0e8017"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8017">261</a>]</span>alle gezien; zij hebben waarschijnlijk gediend tot sieraad van hetzelfde gebouw, en zijn onder de puinhoopen van het oude +<i>Nemausus</i> (<i>Nismes</i>) gevonden. Op de plaats van het Stadhuis ziet men ook zoo een arend. Dat gebouw is ook bezienswaardig; maar het geen ik vreemd +vond, is, dat ’er boven in een groote zaal verscheidene opgevulde krokodillen, waar onder die al vrij groot waren, aan den +zolder hingen, omdat zulk een dier tot het wapen van de stad behoort<a id="d0e8025src" href="#d0e8025" class="noteref">4</a>. Onder sommige derzelve leest men, wie ’er de gevers van zijn. Ter plaatse waar thans de Hoofdkerk, een oud Gothisch gebouw, +staat, meent men dat voorheen een tempel stond, aan Keizer <span class="smallcaps">Augustus</span> gewijd; want men had, zoo als gij weet, dien Vorst in den rang der Goden of Halve-Goden geplaatst<a id="d0e8049src" href="#d0e8049" class="noteref">5</a>. Deze meening is gegrond <a id="d0e8081"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8081">262</a>]</span>op de oudheden, die men hier gevonden heeft. Men was druk bezig met deze Kerk optemaken, en ’er werden schoone marmeren platen +en diergelijke versierselen toe gebruikt. Ik zag ’er ook in een Kapel, aan de regterhand, als men de groote deur inkomt, een +fraai, doch eenvoudig gedenkteeken van wit marmer, en las op hetzelve: <i>Ci git</i> <span class="smallcaps">F. J. de Pierre de Bernis</span> <i>Cardinal-Evêque de la</i> S. E. R. & <i>mort à Rome le 1 Novembre 1794, deposé dans cet eglise par les soins de ses neveux l’an IX.</i> R. J. P. (<i>Requiescat in pace</i>)—en ik herhaal dezen wensch, dat hij in vrede ruste!—want hij was een menschenvriend, een beminnaar en beoefenaar der schoone +wetenschappen, door zijne vrienden geacht, en vooral in zijn Aartsbisdom als een redelijk en weldadig man algemeen geliefd +en als een vader geëerd. De rivier <i>le Tarn</i>, die door die landstreek loopt, had door eene overstrooming vreesselijke verwoestingen, in een gedeelte van hetzelve aangerigt; +de ellende der landlieden was groot—en wie troostte hen, wie kwam hun in deze akelige toestand zoo krachtdadig te hulp?—wie +anders dan de goede <span class="smallcaps">de Bernis</span><a id="d0e8103src" href="#d0e8103" class="noteref">6</a>. Dit geval was mij <a id="d0e8120"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8120">263</a>]</span>bekend<a id="d0e8122src" href="#d0e8122" class="noteref">7</a>, en ik zag dan ook met veel genoegen deze <i>tombe</i>. Zij bestaat in een verheven graf (<i>sarcophage</i>) <a id="d0e8210"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8210">264</a>]</span>waarop een kussen fraai van marmer gewerkt, en daarom een vergulde rand en kwasten; boven hetzelve aan het gewelf van de Kapel +hangt de roode Kardinaalshoed, met de daar aan behoorende strikken en kwasten. Voor de Kapel is een eenvoudig ijzeren hek, +anders zag ik in deze Kerk niets bijzonders; doch ik ontmoette ’er denzelfden Monnik, dien ik tusschen <i>Marseille</i> en <i>Toulon</i> gezien had; ik sprak hem aan, en vragende, waar hij van daan was, vernam ik, dat hij in een Klooster in deze landstreek had +gewoond, en behoorde tot de order <i>de la Merci</i>, dat is, om de Christen-slaven vrij te koopen, doch dit ging zoo ver, als het voeten had. De man was oud en arm, ik was hem +dus een aalmoes schuldig, die ik hem dan ook in de hand stopte.—Waarom laat men, dacht ik, in plaats van zoo een mensch hier +te laten rondzwerven, hem niet liever zijn Monnikspak, dat ’er zeer smerig en versleten uitzag, uittrekken, bezorgende hem +vervolgens in een oude Mannen- of Gasthuis, on daar zijne dagen te eindigen. + +</p> +<p>De gewoonte is, zoo wel hier als elders in <i>Frankrijk</i>, <a id="d0e8226"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8226">265</a>]</span>om vooral met de warmte bier in de Koffijhuizen te drinken; doch ik vond, dat het hier en hier omstreeks eenen onaangenamen +bitteren smaak had, en vernam dat men ’er palm in plaats van hop bij deed, omdat de brouwers het eerste genoegzaam om niet +hebben, en het laatstgenoemde moeten betalen. ’t Is wel mogelijk, dat het niet ongezond is, maar het smaakt niet lekker. + + +</p> +<p>’s Avonds op de gemeene wandeling bij de bron, zag ik een’ man met een mantel en bef, en vernam, dat het een Protestantsch +Predikant was. Dat geloofsgenootschap heeft hier twee publieke Kerken, voor de omwenteling aan Kloosters of diergelijke behoord +hebbende; doch in een van dezelve word de dienst nog maar verricht, omdat de andere nog niet in gereedheid gebragt is. + +</p> +<p>Voor 18 livres huurde ik een koets met twee paarden, (dat men te voren wel moet bedingen, anders krijgt men muilezels, die +schier altijd stapvoets gaan) om den volgenden morgen naar de vermaarde <i>Pont du Gard</i> te rijden, welke brug drie <i>lieues du pays</i>, dat is, wel drie uren gaans van <i>Nismes</i> is afgelegen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vii004.jpg" alt="Pont du Gard."><p class="figureHead">Pont du Gard.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Den 22 dezer, ’s morgens om 7 uren reden wij naar de <i>Pont du Gard</i>, langs een’ goeden en vrij aangenamen weg, waarvan ik u echter niets bijzonders heb te vertellen. Aan de <i>Barrière</i>, ruim een kwartier, voor dat men aan de brug komt, is een herberg, waar wij afstapten, om den voerman het barrière-geld te +doen uitwinnen; en na wat ontbeten te hebben, wandelden wij op een hoogte langs <a id="d0e8253"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8253">266</a>]</span>de rivier de <i>Gardon</i>, voorheen <i>Gard</i> genoemd, naar de brug; men heeft hier een allerliefst gezigt op en over de rivier, alwaar een dorpje schilderachtig gelegen +is. Weldra ontdekte ik het overgebleven gedeelte van die stoute waterleiding, dat men slechts <i>Pont du Gard</i> noemt. Wij stonden versteld over dit ontzaggelijk stuk werks, een der schoonste gedenkteekenen, dat ons van de <i>Romeinsche</i> grootheid is overgebleven. De afbeelding, die gij in een der platen, welke ik u beloofd heb, zien zult, is zeer naauwkeurig; +ik behoef ’er u dus geene omstandige beschrijving van te geven, en het zal voldoende zijn, wanneer ik u zeg, dat de waterleiding, +waar van de zoogenaamde <i>Pont du Gard</i> een deel uitmaakte, diende, om het water uit de twee bronnen, genaamd <i>Airan</i> en <i>Eure</i>, tot in de stad <i>Nismes</i> te geleiden; misschien was toen de bron in de stad nog niet ontdekt; de verste van deze twee bronnen ligt omtrent maar 3½, +en de andere maar 3 uren van <i>Nismes</i>, en echter was de waterleiding, voor zoo veel men kan nagaan, omtrent 7 uren lang van het eene eind tot het andere, door +de omwegen, die men verpligt was te maken, om de noodige helling te behouden. Men veronderstelt, want duidelijke opschriften +worden hier niet gevonden, dat M. <span class="smallcaps">Agrippa</span>, schoonzoon van <span class="smallcaps">Augustus</span>, gedurende zijn verblijf onder de <i>Gaulen</i>, omtrent het jaar 735 van <i>Rome</i>, 19 jaren voor <span class="smallcaps">Christus</span> geboorte, dit trotsche en kostbare gewrocht heeft doen bouwen; doch het zou eerst vijftien jaren daarna voltooid <a id="d0e8297"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8297">267</a>]</span>zijn geworden. Gij zult in de afbeelding zien, dat het, om zoo te spreken, een brug met drie verdiepingen is, de geheele hoogte +van het water af, is 24 <i>toises</i> 3 voeten<a id="d0e8302src" href="#d0e8302" class="noteref">8</a>; en dit geheele werk werd alleen gemaakt, om de waterleiding, die ’er boven op ligt, te onderschragen, zij is geheel van +gehouwen steen zonder kalk of çement gebouwd, behalve de waterleiding, waar aan men die natuurlijk heeft moeten gebruiken, +on het doordringen van het water te beletten. Wij klauterden ’er tegen de rots boven op; de waterleiding vier voeten breed, +en met platte steenen uit één stuk gedekt zijnde, kan men ’er opgaan; en niet alleen het werk, maar bijzonder ook het schoone +gezigt, dat men daar heeft, verdient zulks. Inwendig is die gang, waar het water doorliep, vijf voeten hoog, zoodat men ’er +een weinig bukkende in kan gaan; zij is 136 <i>toises</i>, drie voeten lang. Dit gedeelte van die ontzaggelijke waterleiding is nog genoegzaam in zijn geheel gebleven, zoo als gij +in de plaat zien zult. De onderste brug dienende tot een’ overgang over de rivier <i>de Gardon</i>, werd eerst in het begin van de 17de eeuw daartoe bruikbaar gemaakt; maar ziende, dat het gebouw, oorspronkelijk voor geen +brug gemaakt zijnde, daar door leed, liet men het weder herstellen. In 1743 werd de eerste steen aan eene nieuwe brug gelegd, +en deze tegen de oostelijke zijde van <a id="d0e8317"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8317">268</a>]</span>de oude aangemetseld, zoodat dezelve in 1747 voltooid werd; dit was des te noodzakelijker omdat <i>de Gardon</i> vooral in den winter zeer hoog kan zijn, en dan om den snellen stroom ongemakkelijk is om over te varen. Deze rivier neemt +zijn’ oorsprong in de <i>Cevennes</i>, digt bij den berg <i>Mont de l’Ozère</i> genaamd, en werpt zich omtrent een uurtje boven <i>Beaucaire</i> in de <i>Rhone</i>. Men vindt in het zand langs den oever, kleine schilfertjes goud, die door het water aangevoerd schijnen te worden; onder +aan de brug, een hand vol zand oprapende, zag ik daarin terstond een menigte van die kleine schilfertjes, doch ik zou ze eerder +voor zilver dan voor goud aanzien; men zegt, dat menschen die dit zand verzamelen, en het weten te zuiveren, ’er wel acht +à negen livres daags mede kunnen verdienen. Van verre, aan den overkant van de rivier, ziet men nog eenige overblijfsels van +de waterleiding. Op de brug was eenig werkvolk bezig om dezelve op nieuw te bestraten; zij verhaalden mij, dat de muur, die +langs den weg bij de brug aan de linkerhand, als men van <i>Nismes</i> komt, onder tegen de rots gemaakt was, diende om daar door het afrollen van steenen te beletten; zijnde ’er nog maar weinig +tijds geleden, een man, daar langs komende, onder een zwaren brok steen, dat van boven nederkwam, geraakt. Deze ongelukkige +was daar door meêr dan half verpletterd, terwijl het bovenste gedeelte onverzeerd was gebleven, en van onder den steen uitkwam; +hij leefde dan nog volkomen, <a id="d0e8337"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8337">269</a>]</span>en men kon den ongelukkigen niet helpen; want de steen was zoo groot, dat hij niet anders dan door werktuigen kon bewogen +worden, en die had men niet bij de hand; ook was ’er hoegenaamd geen hoop, om den lijder te herstellen, waarom men zijne ellende +door een snaphaanschoot verkortte. Ik vernam wijders van die werklieden, dat een bekwaam bouwmeester onlangs had opgenomen, +wat ’er aan de geheele <i>Pont du Gard</i> behoorde hersteld te worden, om dit majestueuse gedenkstuk voor verval te bewaren, en dat zijlieden gelast waren met dat +werk; het blijkt dus, dat men ’er wel zorg voor draagt. Ik heb u nog vergeten te zeggen, dat men, op de onderste brug staande, +op een van de eerste bogen van de tweede aan de linkerhand, van <i>Nismes</i> komende, eene kleine afbeelding gebeeldhouwd ziet, die men den haas (<i>le lievre</i>) noemt, en mij dunkt, dat het ook wel eenigzins naar een haas gelijkt, die door een hond vervolgd wordt; maar volgens oudheidkundigen +moet het een <i>Priapus</i> of <i>Phallus</i> verbeelden, in denzelfden smaak, als die, welke men hier en daar tegen de muren van het <i>Amphithéater</i> te <i>Nismes</i> ziet. + +</p> +<p>Terug keerende, maakte ik een praatje met twee boerinnen, die denzelfden Weg gingen; zij waren zeer spraakzaam, en bijzonder +de oudste, die wat meer <i>Fransch</i> sprak. <i>Patois</i>, eenigzins verschillende van dat van <i>Provence</i>, is anders de landtaal; ik heb opgemerkt, dat lieden in deze streken, die wat <i>Fransch</i> kennen, ’er grootsch op schijnen te <a id="d0e8374"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8374">270</a>]</span>zijn, en het daarom gaarne met vreemdelingen spreken<a id="d0e8376src" href="#d0e8376" class="noteref">9</a>. Die vrouwen verhaalden mij, dat ’er niet ver van dezen weg aan de regterhand, naar <i>Nismes</i> gaande, onderaardsche gangen waren, welke digt bij die stad uitkwamen, en dat sommige vreemdelingen de nieuwsgierigheid gehad +hadden, om daar met fakkels in te gaan; ’t kan zijn, doch ik vind ’er bij de schrijvers, die ik nagezien heb, geene melding +van gemaakt. + +</p> +<p>Wij namen in de herberg, waar het rijtuig stond, het middagmaal, dat maar redelijk was. De <i>Franschen</i> hebben doorgaans de gewoonte, om een menigte schoteltjes te geven, in plaats van een paar goede eenvoudige geregten; dit +maakt den maaltijd kostbaar, zonder dat die naar evenredigheid voedzamer of smakelijker is; want vooral in die herbergjes, +die men op het land aantreft, weet men vele van de spijzen, die in navolging der groote steden al voorgezet worden, niet goed +gereed te maken, en ofschoon ’er de hoeveelheid wel is, de hoedanigheid ontbreekt ’er aan. + +</p> +<p>Te <i>Nismes</i> terug gekeerd, ging ik ’s avonds op de <i>Esplanade</i> in den maneschijn wat op en neder wandelen, en vond daar veel menschen; ’er staan <a id="d0e8398"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8398">271</a>]</span>slechts eenige jonge boompjes, waar men de blaadjes wel aan tellen kan, zij zien nog niet eens groen door de stof, die ’er +op zit, en dit en de tuin van de bron zijn genoegzaam de eenigste wandelingen. + +</p> +<p>Heden den 23 bezigtigde ik de Bibliotheek, zoo als men dat ter loops doet; vervolgens zag ik het kabinet van Natuurlijke Historie +en Oudheden, bevattende onder anderen eene menigte versteeningen van visschen, of gedaanten van dezelven in steen, alsmede +verscheidene planten, vooral varen in leijen versteend en in de koolmijnen ontdekt. Ook zag ik ’er een fraai stuk <i>lava</i>, uit de voorheen vuurspuwende bergen van de <i>Vivarais</i>; een brok versteend hout, dat mooi gevlamd was, en dat men ook hier omstreeks had gevonden, benevens een menigte andere mineralen +en gesteenten. Onder de oudheden is merkwaardig een schoon metalen hoofd zijnde van een reusachtige gedaante, en onder de +puinhoopen der baden gevonden, benevens eenige kleine huisgoden (<i>penates</i>) kleine altaartjes, gereedschappen der ouden enz. Men heeft hier ook eene fraaije verzameling van oude munten en medailles, +waar onder ik ’er verscheiden vond, die om de teekening en afbeeldingen van kleedingen enz. van belang zijn, zoo wel voor +kunstenaars en geschiedkundigen, als voor liefhebbers van oudheden: onder anderen zag ik ’er een, waarop een paard met een +opgezetten (<i>geanglizeerden</i>) staart, waar uit dus blijkt, dat de ouden ook reeds de wreedaardige wijze, om die dieren den staart om hoog te doen dragen, +<a id="d0e8414"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8414">272</a>]</span>gekend hebben. Een aantal van deze munten, waaronder vele zilveren, zijn in deze stad en daar omstreeks gevonden, en behooren +dus tot de geschiedkunde van dezelve. De <i>Bibliothecaris</i> en bewaarder (<i>conservateur</i>) van dit kabinet, is een zeer vriendelijk man. Het gebouw, waarin dit alles bewaard wordt, is zeer fraai, en werd voor de +omwenteling <i>le Collegue</i> genaamd. Voorheen was hier ook eene <i>Academie Royale des Sciences et belles Lettres</i>; en de smaak der ouden voor de fraaije kunsten en wetenschappen schijnt in latere eeuwen die van <i>Nismes</i> nog bij gebleven te zijn. Thans dient het voormalige <i>Collegue</i> voor een <i>Ecole Centrale</i>. Ik vergat u nog te zeggen, dat ik, in een beneden zaal van dat gebouw, twee gnappe schilderijen zag, door eenen <span class="smallcaps">Renaud</span> van hier geboortig, beiden verbeelden een deel van de geschiedenis van <span class="smallcaps">Joannes</span> <i>de Dooper</i>, het eene is te <i>Avignon</i> in 1656, en het andere te <i>Rome</i> in 1685, geschilderd. + +</p> +<p>Na den middag ging ik naar de Protestantsche Kerk, waar heden (Donderdag) een korte leerreden en onderwijs voor de jeugd werd +gehouden; onder weg vroeg ik aan eene deftige bejaarde vrouw, waar de Kerk was, en deze ’er zelve heen gaande, bood zich aan +om ’er mij naar toe te geleiden, en was zeer vriendelijk, vooral toen zij verstond, dat ik een <i>Hollander</i> was; want hare voorouders en geloofsgenooten, zeide zij, hadden in dat land hulp en bescherming gevonden. In de Kerk komende, +moest ik dan ook voor aan bij de Ouderlingen en Diakonen <a id="d0e8457"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8457">273</a>]</span>zitten, en de Godsdienst geëindigd zijnde, werd ik verzocht om in het Consistorie te komen, waar de twee Predikanten mij vriendelijk +ontvingen, en hunnen dienst aanboden, waarvoor ik die goede lieden bedankte, terwijl ik ’er geen gebruik van kon maken, omdat +mijne afreis den volgenden dag bepaald was. De Protestanten luiden hier ook bij het aangaan van de Kerk de klok, en de Predikanten +gaan met mantel en bef over de straat. Het is een gnappe Kerk met een orgel ’er in en een torentje ’er op. Ik zag veel vrouwen +in dezelve met een kruisje aan haar halssieraad. Eene vrouw, die digt bij den voorzanger zat, vroeg hem overluid in het <i>Patois</i> den hoeveelsten Psalm men zong, en deze antwoordde haar weder in het <i>Patois</i>. + +</p> +<p>’Er bleven mij nog twee oudheden ter bezigtiging over, namelijk de zoogenaamde <i>Porte de France</i>, en de <i>Porte de Rome</i>; deze zijn alleen van de tien poorten, door de <i>Romeinen</i> gebouwd, overgebleven. De eerstgenoemde vindt men in oude bescheiden, onder den naam van <i>Porta Coöperta</i> (overdekte poort). Aan het geen ’er van is overgebleven, is niet veel bijzonders te zien, dunkt mij. + +</p> +<p>De poort van Rome (<i>la porte de Rome</i>) is eerst in 1793, bij het slechten van de wallen, aan de oostzijde van de stad, gevonden; en de stukken en brokken weder +op een gezet, maken een langwerpig vierkant uit, doch dit gebouw schijnt zeer laag, omdat het voor een gedeelte nog in den +grond staat, en het bovenste werk ’er waarschijnlijk van verwoest <a id="d0e8484"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8484">274</a>]</span>is. Het is 10 <i>toises</i>, 3 voet lang, en 4 <i>toises</i>, 3 voet hoog; ’er waren twee ingangen naast elkanderen, doch de eene is toegemetseld. Aan beide zijde van de ingangen zijn +twee Corinthische pilasters; boven dezelve ziet men nog de overblijfsels van een Latijnsch opschrift, waar uit schijnt te +blijken, dat Keizer <span class="smallcaps">Augustus</span> deze poort deed bouwen, op het einde van het 738ste, of in de zes eerste maanden van het 739ste jaar van <i>Rome</i>, dat is omtrent 15 of 16 jaren voor de Christelijke jaartelling. + +</p> +<p>Om deze stad en in de voorsteden zijn verscheidene tuinen; in een derzelven, digt bij den tuin van de bron gelokt, door den +aangenamen reuk, dien ik in het voorbijgaan gewaar werd, vond ik daar onder vele andere bloemen en planten, eene menigte zoo +dubbelde als enkelde tuberozen; het ging tegen den avond, en dan rieken die bloemen zeer sterk. Ook zag ik ’er gansche hagen +van jasmijn, die insgelijks een alleraangenaamsten reuk verspreiden; deze tuin behoorde aan een hovenier en bloemist, die +mij verlof gaf, om ’er in te wandelen. Ik had hier ook in eenige tuinen gezien, dat men de leiboomen tegen de muren vastmaakte, +aan een draadwerk van koperdraad, met groote ruiten gevlochten, en ik geloof, dat dit beter is dan het latwerk, dat men bij +ons en elders gebruikt, omdat het langer duurt, doch misschien kost het ook meêr.—Dezen nog van hier willende afzenden, breek +ik af; verwacht nader schrijven van <i>Montpellier</i>. + + + +<a id="d0e8503"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8503">275</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7814" href="#d0e7814src" class="noteref">1</a></span> Ten tijde van de <i>Romeinen</i> telde men in de stad <i>Nismes</i> omtrent 70,000 inwoners. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7892" href="#d0e7892src" class="noteref">2</a></span> Tempel van <span class="smallcaps">Diana</span>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7986" href="#d0e7986src" class="noteref">3</a></span> Bijna in alle oude steden in het zuiden van <i>Frankrijk</i>: vindt men naauwe en kromme straten; het komt mij voor, dat die met oogmerk zoo gebouwd zijn, om daar door den sterken zonneschijn +te beletten, en veel schaduw te hebben. Hier zoo wel als te <i>Marseille</i>, en andere plaatsen aan dezen kant, vindt men ook veel zeilen tusschen de huizen gespannen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8025" href="#d0e8025src" class="noteref">4</a></span> Dit wapen is getrokken uit een oude medaille, waarop een krokodil aan een’ palmboom geketend, met deze verkorte woorden: <i>col</i>, dat is <i>colonia</i>, en <i>Nem</i>, dat is <i>Nemausensis</i>. Aan den anderen kant ziet men twee hoofden, verbeeldende die van <span class="smallcaps">Augustus</span> en <span class="smallcaps">Agrippa</span> zijn schoonzoon. Ik heb hier twee zulke medailles gekocht. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8049" href="#d0e8049src" class="noteref">5</a></span> Velen laken dit misschien in de Heidenen, maar maken het sommige Christenen wel veel beter, in onze dagen?—Het volgende hoorde +ik in de Gereformeerde Kerk te <i>Parijs</i>, vierende het kroningsfeest van Keizer <span class="smallcaps">Napoléon</span>, zingen: “<i>Il franchit et les monts et les mers en courroux, il arrive</i>: (te weten <span class="smallcaps">Bonaparte</span>) <span class="smallcaps">et semblable a la Toute-puissance, Faisant saillir le jour du milieu <a id="d0e8065"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8065">94n</a>]</span>du cahos</span>, <i>Il rend le bonheur à la France, etc.</i>” Deze buitengewone eeredienst had plaats den 29 December <i>des</i> voorleden jaars 1804, en ik heb <i>die</i> Gezangen nog gedrukt onder mij berustende, zij zijn van eenen <span class="smallcaps">Fabre d’Olivet</span>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8103" href="#d0e8103src" class="noteref">6</a></span> Hij was Aartsbisschop te <i>Alby</i>, Hoofdstad van het: landschap <i>Albigeois</i>, <i>dans le haut Languedoc</i>. Helaas! maar <a id="d0e8114"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8114">95n</a>]</span>al te veel bekend door de wreede vervolgingen, den ongelukkigen <i>Albigensen</i> aangedaan, in de 12de en 13de eeuw. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8122" href="#d0e8122src" class="noteref">7</a></span> Te <i>Parijs</i> vond ik in een der beste letterkundige tijdschriften een vers, dat ik gedeeltelijk hier afschrijve. + + +</p> +<div class="body"> +<div class="div1"> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Mais que j’aime la bienfaisance, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>De ce Cardinal adoré, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Qui par son ame et sa naissance, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>A double titre est illustré. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Grossi par les eaux des montagnes, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Se debordant avec fureur, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Le Tarn avoit dans ses campagnes, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Detruit l’espoir du Laboureur, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Tout perissait dans la misère, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>l’Air retintit de cris affreux. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>“Ah! dit le prelat généreux, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Cest donc à moi qui suis leur père, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>A secourir ces malheureux.” +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Aussitôt sa main secourable, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Verse à grand flots l’or sous ses pas, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et l’abondance favorable, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ranime tout en ces climats. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Des qu’il parais sur ce rivage, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Le peuple enivré de transports, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Se jette en foule a son passage, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et fait répèter à ces bords: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>“Grand Dieu! dont son coeur est l’image. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Repand sur lui tous tes trêsors +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Il sait tropbien en faire usage.” +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Chacun pour lui forme ces voeux, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Il partage cette allégresse, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et dans ces doux momens d’ivresse, +<a id="d0e8187"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8187">96n</a>]</span></span></p> +<p class="line" style=""><span>Il est encore le plus heureux. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ah! sans doute la bienfaisance, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Fut le premier Dieu des Mortels, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et ce fut la reconnaissance, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Qui dressa les premiers autels.</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div><p> + + +</p> +<p class="footnote"><span class="smallcaps">Blin Desainmore</span>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8302" href="#d0e8302src" class="noteref">8</a></span> ’t Zal onnoodig zijn, om gedurig te herhalen dat de <i>toise</i> 6 <i>geométrische</i> voeten is. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8376" href="#d0e8376src" class="noteref">9</a></span> De boerinnen dragen hier kleiner hoeden, doch van dezelfde stof en kleur als in <i>Provence</i>; hare kleeding is ook in ’t geheel niet bevallig, en ik zag hier ook op het land weinig gnappe vrouwen; doch de menschen +schijnen nog al gezond en sterk. +</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Mais que j’aime la bienfaisance, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>De ce Cardinal adoré, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Qui par son ame et sa naissance, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>A double titre est illustré. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Grossi par les eaux des montagnes, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Se debordant avec fureur, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Le Tarn avoit dans ses campagnes, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Detruit l’espoir du Laboureur, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Tout perissait dans la misère, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>l’Air retintit de cris affreux. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>“Ah! dit le prelat généreux, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Cest donc à moi qui suis leur père, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>A secourir ces malheureux.” +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Aussitôt sa main secourable, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Verse à grand flots l’or sous ses pas, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et l’abondance favorable, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ranime tout en ces climats. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Des qu’il parais sur ce rivage, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Le peuple enivré de transports, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Se jette en foule a son passage, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et fait répèter à ces bords: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>“Grand Dieu! dont son coeur est l’image. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Repand sur lui tous tes trêsors +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Il sait tropbien en faire usage.” +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Chacun pour lui forme ces voeux, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Il partage cette allégresse, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et dans ces doux momens d’ivresse, +<a id="d0e8560"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8560">96n</a>]</span></span></p> +<p class="line" style=""><span>Il est encore le plus heureux. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ah! sans doute la bienfaisance, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Fut le premier Dieu des Mortels, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et ce fut la reconnaissance, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Qui dressa les premiers autels.</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div id="d0e8571" class="div1"> +<h2>Veertiende Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Montpellier, 27 Augustus.</i> + +</p> +<p>Voor dat ik van mijne afreis van <i>Nismes</i> spreek, moet ik u nog iets van de oudheid en geschiedenis dier stad zeggen. Vermaarde schrijvers het denkbeeld, dat zij door +de kinderen van <span class="smallcaps">Hercules</span> zou gebouwd, en wel 3400 jaren oud zijn, als een sprookje verwerpende, stellen, dat die stad haar’ oorsprong verschuldigd +is aan de <i>Phoceënsers</i>, die <i>Marseille</i> te klein vindende, zich hier, zoo wel als te <i>Orange</i>, te <i>Nissa</i>, te <i>Antibes</i>, te <i>Turin</i>, en te <i>Tarragone</i>, kwamen vestigen. De onderscheidene <i>Grieksche</i> opschriften, te <i>Nismes</i> gevonden, schijnen dit te bevestigen; in de landtaal (<i>Patois</i>) heeft men ook verscheidene woorden, die van het <i>Grieksch</i> herkomstig schijnen, als mede de <i>Grieksche</i> benamingen van sommige plaatsen hier omstreeks. Zij bestond dan reeds 400 jaren voor de overwinningen van <span class="smallcaps">Fabius Maximus</span> onder de <i>Gaulen</i>, en werd toen aan het juk der <i>Romeinen</i> onderworpen. In de 5de eeuw, was zij gedurende zestig jaren, beurt om beurt de prooi der <i>Wandalen</i> en <i>Gothen</i>; in de 6de maakten de <i>Visi-Gothen</i> ’er zich meester van, in de 8ste werd zij door de <i>Saracenen</i> verwoest, <a id="d0e8643"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8643">276</a>]</span>aan welke <span class="smallcaps">Pepin le Bres</span><a id="d0e8647src" href="#d0e8647" class="noteref">1</a> haar weder ontrukte, en ’er Ondergraven (<i>Vicomtes</i>) aanstelde, onder de Hertogen van <i>Septimanie</i>. Vervolgens namen de Ondergraven van <i>Nismes</i>, en de Graven van <i>Toulouse</i> ’er bezit van, en na hun de Koningen van <i>Arragon</i>, die ze in 1258 aan <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den IX. bijgenaamd <i>den Heiligen</i> (<i>St. Louïs</i>) afstonden. Na dien tijd heeft zij door Staats- en geloofsonlusten nog zeer veel geleden, en welke aanmerkelijke veranderingen +heeft zij in onze dagen niet ondergaan! Van eene Koninklijke regering onder een Republikeinsch bestuur, en eindelijk onder +eene Keizerlijke regering! Thans is <i>Nismes</i> de hoofdplaats van het Departement <i>du Gard</i>, het verblijf van de Prefect, en een Regtbank ter eerster <i>instantie</i>. + +</p> +<p>De menschen schijnen hier vlijtig, en in hunne levenswijze vrij eenvoudig te zijn, en men vindt <a id="d0e8702"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8702">277</a>]</span>’er verscheidene gegoede burgers. Behalve de fabrieken, waarvan ik reeds gesproken heb, heeft men ’er hier ook nog van wollen +en andere stoffen, doch de tijdsomstandigheden zijn daar voor ook al niet gunstig. + +</p> +<p>Den 24 dezer, ’s morgens vroeg opstaande, ging ik voor het laatst het Amphithéater en andere oudheden nog eens bekijken; op +de <i>Esplanade</i> raakte ik in gesprek met een’ burgerman, die liefhebberij voor kunsten en wetenschappen scheen te hebben, en mij van dit +een en ander nog al wat wist te vertellen. Over het algemeen hebben de burgers hier nog al veel op met de oudheden van hunne +stad, het geen ik met genoegen bespeurde. De twee torens die de <i>Gothen</i> of <i>Visi-Gothen</i>, zich binnen de muren van het Amphithéater versterkende, daarin hadden, gebouwd, zijn ook in het begin van de omwenteling, +op last van de Municipaliteit, afgebroken, en de steenen daarvan hebben gediend, om den tuin van het voormalige Kapucijner-Klooster, +op de <i>Esplanade</i>, met een muur te omringen. De Kloosters afgeschaft zijnde, dient dit gebouw voor een bijzonder gebruik, ik meen voor een +fabriek. + +</p> +<p>Toen ik voor de Hoofdkerk stond, en die nog eens met aandacht bekeek, bood een boer, die waarschijnlijk bespeurde, dat ik +een nieuwsgierige vreemdeling was, mij drie oude koperen munten aan, om te koopen; hij zeî, die niet lang geleden, omstreeks +deze stad, naar den kant van <i>Arles</i>, in een boschje gravende, gevonden te hebben. Zij schenen van de eerste Christen tijden te zijn; ik <a id="d0e8723"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8723">278</a>]</span>kocht ze voor slechts 24 Fransche stuivers; want meêr vroeg de man niet, en ik raadde hem, om daar omstreeks verder te zoeken, +alzoo ’er misschien nog oudheden van meêr belang verborgen waren. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Jean Nicot</span>, die, in 1559 Ambassadeur in <i>Portugal</i> zijnde, vervolgens de Tabaksplant van daar aan aanbragt, welke dan ook na hem <i>Nicotiana</i> genaamt werd, is te <i>Nismes</i> geboren.—en dit vergat een <i>Hollander</i> bijna aan een <i>Hollander</i> te schrijven. Hij was Doktor in de Medicijnen, en heeft ook eene Fransche en Latijnsche <i>Dictionaire</i> geschreven. + +</p> +<p>’s Morgens om elf uren vertrokken wij met den postwagen, die van <i>Avignon</i> naar <i>Toulouse</i> rijdende hier door komt, tot <i>Montpellier</i>, van waar ik u thans schrijve. + +</p> +<p>De weg was goed, doch de stof verschrikkelijk, want de wegen zijn hier niet gestraat, maar met steengruis opgeworpen, en deze +steen, die niet zeer hard is, door de raderen gemalen zijnde, veroorzaakt eene fijne en ligte stof. Reizigers, van <i>Marseille</i> komende, verhaalden ons, dat de Admiraal <span class="smallcaps">Freville Latouche</span> te <i>Toulon</i>, waar hij kommandeerde, overleden was; hij bevond zich reeds gevaarlijk ziek, toen wij ’er waren.—Dit is een groot verlies +voor de <i>Fransche</i> zeemagt. + +</p> +<p>Het land schijnt hier omstreeks zeer bewoond; wij zagen verscheidene steedjes en dorpjes aan den weg, en van verre liggen. +Te <i>Lunel</i>, een steedje beroemd bij alle lekkerbekken om den keurigen muscaatwijn, die daar omstreeks groeit, en de muscadelle druiven, +die men ook gedroogd in kistjes naar <a id="d0e8777"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8777">279</a>]</span>alle oorden verzendt, en die voor eene ongemeene lekkernij gehouden worden, was het juist jaarmarkt en daar door vrij druk; +wij hielden ’er een kwartier stil, en hadden dus den tijd om eens rond te zien, en van den lekkeren wijn te proeven. Zij wordt +in kleine flessen van licht groen glas, die verzegeld zijn, en waarop een briefje geplakt is, verkocht; wij betaalden voor +zulk een fles 50 <i>sous</i>. Met genoegen zag ik de boeren op de markt met elkanderen, bezig met het koopen en verkoopen van vee, bijzonder schapen, +ezels en muilezels; het gaat daar bijna zoo al op dezelfde wijze toe, als op onze markten. + +</p> +<p>Hier zijn ook vele Protestanten. In vroegere tijden was deze plaats meest door Joden bewoond, en de vermaarde Rabbi <span class="smallcaps">Salomon Jarchi</span> had hier zijn school. Behalve de stof is de weg niet onaangenaam, en tamelijk vlak; de voorname vruchten, die deze landstreek +oplevert, schijnen olij en wijn te zijn. Ten 6½ uur kwamen wij te <i>Montpellier</i> aan; die stad op een hoogte gelegen, doet zich aangenaam op. Wij stapten af aan het Hotèl <i>du Midi</i>, digt bij den Schouwburg, en de voornaamste gemeene wandeling. <i>Nismes</i> en <i>Montpellier</i> is 6½ post van elkanderen gelegen. + +</p> +<p>Den 25 dezer, na de stad eens doorgeloopen te hebben, ging ik de gemeene wandeling, de <i>Esplanade</i> genaamd, bezigtigen; zij is vrij groot; en met regte rijen boomen beplant, doch welke ’er niet wel schijnen te kunnen groeijen, +want zij zien ’er dor en kwijnende uit; hoewel zij reeds 80 jaren <a id="d0e8804"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8804">280</a>]</span>oud zijn; want deze wandeling werd door den Hertog <span class="smallcaps">de Roquelaure</span>, Kommandant van de Provincie, in 1724 aangelegd, geven zij nog maar weinig lommer, en men zou denken, dat zij ’er naauwelijks +de helft van dien tijd gestaan hadden. Aan ieder eind van deze wandeling is een ronde vijver of kom met water, en in het midden +staat een vrij hooge kolom, waarop een Vrijheidsbeeld van geelachtigen steen, dien men hier omstreeks vindt. De citadel, die +aan den eenen kant van deze wandeling gelegen is, werd door <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIII. na de belegering van deze stad gebouwd, om de Protestanten in teugel te houden. Ik ging ’er in, doch zag niets +bijzonders. ’Er staan uitgestrekte gebouwen, die voordezen voor <i>casernen</i> dienden. Op de wallen rondom, heeft men een schoon gezigt, tot in de <i>Middellandsche Zee</i>; naar ik vernam, moest deze vesting eerstdaags gesloopt worden, de grond en afbraak is aan de stad afgestaan. Men was werkelijk +bezig met de grachten te dempen. Inwendig is <i>Montpellier</i> ook al niet fraai, de meeste straten zijn naauw, krom, en op en neder loopende. In de groote straat (<i>grande rue</i>), die nog al redelijk breed is, zijn de fraaiste winkels en Koffijhuizen: vooral in dat gedeelte van de stad, is het ook +vrij levendig. <i>La place du Peyrou</i> is eene gemeene wandeling; aan de andere zijde van de stad (met betrekking tot de <i>Esplanade</i>) en op het hoogste gedeelte van den heuvel, waarop zij gebouwd is, gelegen; men komt ’er op door een fraaije poort of zegeboog, +die met afbeeldingen <i>en basrelief</i> pronkt, <a id="d0e8833"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8833">281</a>]</span>welke keurig gewerkt zijn; een van dezelve verbeeldt den Godsdienst, te weten den Roomschen; die de ketterij, dat is het Protestantsch +geloof, vernietigt; het opschrift dat ’er onderstond, heeft men ’er in het begin van de omwenteling uitgehouwen. Door deze +poort ziet men op een’ zekeren afstand een sierlijk gebouw, het is een water-kasteel (<i>Chateau d’eau</i>) zeskant van gedaante; de buitenzijde pronkt met twaalf geribde pilaren van Corinthische orde, en van binnen staan ’er zes +diergelijken, en in ’t midden van dezelve een fraaije ronde kom met water. Men klimt ’er langs verscheidene trappen naar toe, +en heeft daar op eene soort van galerij, met een fraai steenen hekwerk en zitbanken omgeven, een allerverrukkendst gezigt. +In het zuid-westen ziet men de keten der <i>Pyrenesche</i> gebergtens, ten noorden over een vrolijk landschap de bergen en rotsen van de <i>Cevennes</i>, ten oosten ontdekt men de <i>Alpen</i> in een flaauw verschiet, en ten zuiden ziet men weder over een fraai en aangenaam geschakeerd landschap tot in de <i>Middellandsche Zee</i>. Het water-kasteel is met fraai en toepasselijk beeldhouwwerk versierd, zoo als <i>Guirlandes</i> van netten met allerlei visschen enz. onder hetzelve liet men ons de bakken zien, waarin het water, door de trotsche waterleiding, +waarvan ik u hier na spreken zal, gebragt wordt; onder voor dit water-kasteel, is nog een groote vijver, waarin het water +uit de binnenste kom, door kleine watervallen loopt. In dezen vijver, waarvan het water zeer helder is, ziet men <a id="d0e8853"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8853">282</a>]</span>karpers, bermen, en eenige goudvisschen. De plaats <i>du Peyrou</i><a id="d0e8857src" href="#d0e8857" class="noteref">2</a> zelve is rondom met een steenen leuning en zitbanken omringd, en in het midden stond voor de omwenteling een fraai metalen +standbeeld, verbeeldende <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. te paard<a id="d0e8881src" href="#d0e8881" class="noteref">3</a>. Sedert eenigen tijd heeft men aan beide zijde ook een rij <i>Acacia</i>-boomen geplant, dat wel noodig is; want het is anders zoo vlak en aan de zon blootgesteld, dat men ’er althans zomers niet +anders dan ’s avonds, of ’s morgens zeer vroeg, wandelen kan; doch van deze plaats klimt men aan beide zijden af, en daar +heeft men een aangename en lommerijke wandeling onder acacia, platanussen, en ijpeboomen, hoewel deze laatste hier ook niet +wel aarden willen; doorgaans worden de bladeren al vroeg in den zomer rood, en van een soort van insecten doorknaagd; thans +zagen zij ’er door den buitengewoonen regen nog al vrij wel uit; in het achterste <a id="d0e8899"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8899">283</a>]</span>gedeelte van deze wandeling, zijn twee vijvers met springende fonteinen, en hier gaat men door ruime bogen onder de waterleiding +(<i>aquaduc</i>) door. De ingangen van deze wandeling zijn met fraaije ijzeren hekken versierd, kortom het geheel is zoo grootsch en prachtig, +en voegt zoo weinig bij een stad als <i>Montpellier</i>, waar men anders bijna niets van dien aard ziet, dat Keizer <span class="smallcaps">Josephus</span> de II. hier door reizende, en <i>la place du Peyrou</i> ziende, vroeg: ”<i>Waar dat toch de stad was</i>.” + +</p> +<p>Aan de linkerzijde, als men de stad zal ingaan, ziet men boven de muren van dezelve een vrij hoogen en van boven platten toren +uitsteken. Op dezelve zag ik eenige tamelijke groote pijnboomen; dit maakte geene onaardige vertooning. Van hier verder de +muren buiten omwandelende, komt men uit aan de <i>Esplanade</i>, en klimt daar langs verscheidene trappen ter dezer plaatse op. + +</p> +<p>Den 26 dezer wandelde ik ’s morgens om 5½ uur reeds naar buiten, om de <i>Aquaduc</i>, waar ik u van gesproken heb, en die ik reeds van de <i>place du Peyrou</i> bewonderde, nader bij te beschouwen. Ik ging den grooten weg op, tot het begin van deze waterleiding, dat is een half uurtje +van de stad; hier staat een steenen huisje, waarin de buizen, door welke het water van de bron <i>St. Clement</i>, omtrent een uur van daar geleid wordt, uitkomen; dit huisje is geplaatst op een’ heuvel, de helling van denzelven volgende, +heeft men eerst ter lengte van eenige passen een muurwerk zonder bogen; vervolgens lager afklimmende, <a id="d0e8932"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8932">284</a>]</span>komt men aan de kleine bogen, en daarna aan de groote; daar de kleinen boven opstaan; want deze <i>Aquaduc</i> bestaat uit twee verdiepingen, in denzelfden smaak als de twee bovenste van de <i>Pont du Gard</i>. Jammer is het, dat zij niet regt, maar met een elleboog gebouwd is<a id="d0e8940src" href="#d0e8940" class="noteref">4</a>; tot dezen hoek of elleboog, naar de stad gaande, telde ik 59 kleine en 10 groote bogen, en van daar 123 kleine en 40 groote, +dus in ’t geheel 182 kleine op 50 groote bogen of poorten, behalve de twee, die nog in de onderste wandeling van de <i>place du Peyrou</i> staan. Volgens mijne afmeting is zij 970 treden lang, tot aan den muur van de <i>place du Peyrou</i>. De bovenste of kleine bogen zijn ook aan de binnen zijde boogsgewijze gemaakt, zoodat men daar van de <i>place du Peyrou</i> langs een trap bijklimmende<a id="d0e8952src" href="#d0e8952" class="noteref">5</a>, ’er in ziet, als in een lange galerij, nimmer heb ik fraaijer <i>perspectief</i> gezien, en nog ziet men maar tot den hoek of elleboog. Ik beschrijf dit wat omstandig, omdat vele schrijvers ’er geen <a id="d0e8961"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8961">285</a>]</span>naauwkeurig verslag van doen, en mij dunkt, dat het der moeite wel waardig was. Omtrent het midden van de afgeloopen eeuw, +werd dit groote werk ondernomen; en een <span class="smallcaps">Pitot</span>, in de water-werktuigkunde bekwaam, met de uitvoering daar van belast. + +</p> +<p>De morgenstond schoon zijnde, wandelde ik weder naar de akkers terug; onder aan de bogen van de <i>Aquaduc</i> tegen den zonkant, zag ik verscheidene hagedissen, die overal in het zuiden van <i>Frankrijk</i> zeer algemeen zijn, doch nergens zag ik ’er meêr bij elkanderen dan hier; sommige zijn wel een span lang, doch zij doen hoegenaamd +geen kwaad. De grond, hoewel van natuur schraal, levert, door de bewerking en bemesting, echter akkers, konstweiden, meestal +van Lucerne-klaver, en moestuinen, op; deze laatsten moet men gedurig bevochtigen, en dat geschiedt op de volgende wijze: +bij de meeste tuinen is een put gegraven, die eene vrij wijde opening op een heuveltje heeft; digt bij deze opening is een +rosmolen, waarin een paard of muilezel loopt, en door de gewone werking van die molens, een redelijk breed rad in den mond +van de put <i>verticaal</i> beweegt. Aan dit rad hangt een soort van touwladder, waaraan verscheidene aarden potten of kruiken onder elkanderen geplaatst +zijn<a id="d0e8977src" href="#d0e8977" class="noteref">6</a>, deze <a id="d0e8980"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8980">286</a>]</span>ladder los om het rad hangende, gaat dezelve door de draaijing op en neder, zoo dat de onderste kruiken water scheppen, en +de bovenste het uitstorten in een bak tegen de put geplaatst, uit welken bak het dan door een buis of buizen afloopt in den +tuin, door groeven ten dien einde gemaakt, dezelve overal bevochtigende, en langs en op de bedden loopende. Deze wijze van +begieten zou in de <i>Meijerij</i> van den <i>Bosch</i>, en andere hooge landen bij ons, ook zeer wel te pas komen, en scheen mij toe, de put gegraven zijnde, niet zeer kostbaar +te zijn. De groentens in soorten stonden daar dan ook vrij frisch. Anders ziet men hier omstreeks weinig vrolijk groen; de +vale olijfboom, de wijnstok en de moerbeziënboom, die in de lente, en het begin van den zomer schier bladerloos is, omdat +het blad voor de zijwormen geplukt wordt, deze zijn het, die men in een groot deel van <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> het meeste aantreft, en men mag onze Vaderlandsche vlakke gronden eenzelvig noemen; zij hebben een veel weelderiger en aangenamer +voorkomen, dan de landen, die men over het algemeen in het zuiden, en zelfs in het grootste deel van <i>Frankrijk</i>, dat ik gezien heb, vindt. Wat is het bovendien aangenaam, dat men zoo vele goede en nuttige dieren, zoo vrij en vrolijk +in de weide ziet omspringen en huppelen; hier zijn zij bijna altijd onder het juk of op de stallen, als in eene gevangenis +opgesloten. Bij ons geeft een koe hare melk, en leeft althans zomers genoegzaam <a id="d0e8997"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8997">287</a>]</span>volkomen in haren natuurstaat, zij ziet ’er gezond en vrolijk uit, terwijl hier het magere kwijnende koeitje, dat ’er doorgaans +morsig uitziet, op den stal vermuft, of zelfs nog wel een kar moet trekken. Bij ons spant de landman ’s avonds zijn paard +uit, en brengt het naar de weide; daar loopt het vrolijk heen, rolt zich in het lange gras en vergeet zijne moeite en arbeid; +het heeft ook zoo wel als de mensch zijne rustdagen. In ons Vaderland gebruikt men de dieren, ten minste op het land, en vooral +daar overvloedige weilanden zijn, om zoo te spreeken, als bedienden—hier zijn het ellendige slaven.—Ja, Vriend! wat men ’er +ook van zeggen moge, ons Land is in alle opzigten een land waar Vrijheid en Welvaart wonen willen! en God geve, dat wij het +toch eindelijk onder elkanderen hierin eens mogen worden, om met vereende kragten alles in het werk te stellen, tot handhaving +van onze vrijheid en onafhankelijkheid, en alzoo tot bevordering van ons wezenlijk heil; want zonder vrijheid kunnen wij veel +minder dan andere landen bestaan; zij is immers genoegzaam onafscheidelijk aan onze Vaderlandsche bodem verbonden? en wee +ons! indien wij haar van daar, door schandelijke onverschilligheid en gebrek aan Vaderlandsche deugden, verjagen. + +</p> +<p>Hier over peinzende, ging ik de stad weder in, want het begon reeds warm te worden; en vervolgens, na wat ontbeten te hebben, +de Protestantsche Kerk (<i>Temple de Protestants</i>) zoo als men die in <i>Frankrijk</i> noemt, opzoeken: want het was zondag, <a id="d0e9007"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9007">288</a>]</span>en ik wist, dat hier vele inwoners tot dat Geloofsgenootschap behoorden. Deze Kerk staat in een der voorsteden <i>le Faubourg de Lattes</i> genaamd, voorheen behoorde zij ook tot een Klooster; inwendig is dit gebouw zeer netjes opgemaakt, en ’er is een fraaije +zaal voor den Kerkenraad. De tafel voor het Nachtmaal blijft altijd in de Kerk staan. Zij bestaat uit een’ marmeren blad, +op twee, naar den antieken smaak, gewerkte schragen van gemarmerd hout. ’Er was geen orgel, doch men zong ’er redelijk wel, +ten minste schreeuwde men ’er zoo vervaarlijk hard niet, als doorgaans bij ons. De Gemeente was vrij talrijk, en scheen met +aandacht te luisteren naar een goed en eenvoudig zedelijk Vertoog, dat door den leeraar zonder veel omslag of <i>pedanterie</i>, duidelijk werd uitgesproken, en dat niet langer dan een half uur duurde. De Diaken, welke aan de deur stond, en dien ik +bij het uitgaan mijn aalmoes reikte, boog het hoofd, zeggende: <i>Que Dieu vous le rende!</i> Zoo hier als te <i>Nismes</i>, zag ik verscheiden Roomschgezinden, (zoo het scheen; want zij maakten tusschen beiden een kruis) den Godsdienst van het +begin tot het einde bijwonen.—Met hoe veel genoegen zag ik dit bewijs van broederlijke verdraagzaamheid. Voor aan de straat +was men bezig, om deze Kerk met een fraai portaal van gehouwen steen te versieren; het was reeds aanmerkelijk gevorderd: op +dezelve staat ook een torentje met een klok, en men luidt ’er eveneens als te <i>Nismes</i>, bij het aangaan van den <a id="d0e9024"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9024">289</a>]</span>dienst<a id="d0e9026src" href="#d0e9026" class="noteref">7</a>. Van hier ging ik de Hoofdkerk bezigtigen; zij is, zoo men wil, door Paus <span class="smallcaps">Urbanus</span> den V., die in 1370 gestorven is, gebouwd. Het portaal bestaat uit twee torens met een gewelf ’er tusschen, en gelijkt eerder +naar den ingang van een vesting- of ridderslot, dan naar dien van een Kerk, Boven het koor staat nog een fraaije en hooge +toren. Inwendig is zij ruim, vrij licht, en naar het schijnt onlangs opgemaakt. Het merkwaardigste, dat men hier ziet, is +het groote en vermaarde schilderij van <span class="smallcaps">Bourdon</span>, in deze stad geboren. Dit schoone stuk is aan het eind van het koor geplaatst, en verbeeldt <span class="smallcaps">Simon</span> <i>den Toovenaar</i>, zijne kunsten voor Keizer <span class="smallcaps">Nero</span>, in tegenwoordigheid van <span class="smallcaps">Petrus</span> en <span class="smallcaps">Paulus</span>, doende. Hij wordt door de duivelen, want die moeten toch altijd in het spel komen bij soortgelijke dingen, in de lucht opgeheven, +enz. De hoofden van <span class="smallcaps">St. Pieter</span> en <span class="smallcaps">St. Paulus</span>, worden bijzonder in dit stuk bewonderd. <span class="smallcaps">Bourdon</span> heeft ’er ook zijn eigen afbeelding (<i>portrait</i>) in gemaakt, en is te erkennen daar aan, dat hij naar de aanschouwers gekeerd is, en ook eenigzins een <i>moderner</i> voorkomen heeft<a id="d0e9071src" href="#d0e9071" class="noteref">8</a>. Het stuk kwam mij voor <a id="d0e9090"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9090">290</a>]</span>wat hoog geplaatst te zijn, doch heeft een goed licht. Aan beide zijden van hetzelve ziet men twee andere groote schilderijen; +verbeeldende insgelijks geschiedenissen tot die van <span class="smallcaps">St. Pieter</span> en <span class="smallcaps">St. Paulus</span> behoorende; want <span class="smallcaps">St. Pieter</span> is de patroon van deze Kerk; deze stukken schenen mij ook wel bezienswaardig te zijn; doch wie ’er de meester van was, wist +men mij niet te zeggen. Van de Kerk sprekende, moet ik u eene afschuwelijke gebeurtenis verhalen, die hier in vroegere eeuwen +plaats gehad heeft. Een der Bisschoppen van <i>Maquelone</i>, voorheen eene aanzienlijke, doch thans vervallen stad, niet ver van <i>Montpellier</i>, willende omtrent het jaar 1250, zijne onderhoorige Geestelijken, die vrij zedeloos en losbandig waren, tot het betrachten +van hun’ pligt terug brengen; besloten deze monsters om zich van zulk een’ strengen zedemeester te ontdoen, en vergiftigden +ten dien einde de <i>hostie</i>, die hij moest gebruiken om te communiçeren; zij bereikten maar al te wel hun oogmerk, want de redelijke Bisschop overleed +wel dra aan de gevolgen van het vergift. Hoe gruwelijk deze moord op zich zelven ook reeds zijn moge, in het oog van Roomschgezinden +vooral moet zij allerafgrijsselijkst wezen. + +</p> +<p>’s Avonds ging ik in den Schouwburg; het is een <a id="d0e9112"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9112">291</a>]</span>vrij gnap gebouw, digt bij de <i>Esplanade</i>; voor hetzelve is een fraaije fontein met een groep, verbeeldende de drie bevalligheden, van wit marmer. Inwendig stond mij +de zaal ook wel aan. Men gaf ’er een <i>Ballet</i> en <i>les Miletiens</i>, <i>Opera</i>, <i>à grand spectacle</i>. De dekoratien waren vrij wel, doch de rest beteekende niet veel. Het zingen bijzonder was nog minder als redelijk, en ik, +die buiten dien geen groot liefhebber van Opera’s, en vooral niet van Balletten ben, liep ’er al schielijk uit, en ging liever +op de <i>Esplanade</i> wandelen, waar het in den maneschijn allerliefst was. + +</p> +<p>Heden den 27 stond ik weder vroeg op, want ik herhaal het, men moet, in deze warme landen, vooral van den morgenstond gebruik +maken, en ging eene wandeling buiten de stad doen. Het eerste dat mijne aandacht trok was een wol-bleekerij; de wol gewasschen +zijnde werd op het veld uitgespreid, en met netten overspannen, om het verwaaien te beletten. Hier omstreeks heeft men ook +eenige wasch-bleekerijen. Immers leverde dit ook in ons land een aanzienelijken tak van bestaan op; doch zal zekerlijk door +de ongelukkige tijdsomstandigheden ook al veel verminderd zijn. Verder voortwandelende, zag ik nog meêr wol wasschen in een +riviertje dat men hier <i>le Lez</i> noemt, de velden langs, en bij dit riviertje gelegen, waarop men de wol droogt, worden in het <i>Patois</i>, <i>lous Pras de la Lana</i><a id="d0e9142src" href="#d0e9142" class="noteref">9</a> genaamd. Naar ik vernam, is deze wijze <a id="d0e9145"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9145">292</a>]</span>van de wol te zuiveren, hier reeds van ouds een voornaam bedrijf, en levert een’ aanzienlijken handel op; men maakt hier ook +wollen dekens. De wandelingen beteekenen niet veel. Hier en daar op de hoogtens heeft men wel fraaije gezigten, en treft nu +en dan nog al fraaije tuinen en buitenplaatsen aan; maar het lommer, dat lieve lommer, ontbreekt genoegzaam overal. Getroost +u dan, Vriend! veroorloven uwe beroepsbezigheden u niet, om buiten ’s lands te reizen, gij woont in het midden van de aangenaamste +wandelingen, en ik verzeker u, dat ik nog nergens zulk eene aangename en bevallige verscheidenheid daarvan aangetroffen heb, +als men rondom <i>Haarlem</i> vindt. <i>Balsamique</i> en <i>aromatique</i> kruiden en planten groeijen hier omstreeks veel, en worden door de reukwerk-bereiders (<i>parfumeurs</i>) ter dezer plaats woonachtig, wier waren, zoo als gij weet, ook onder ons beroemd zijn, in eene groote hoeveelheid gebruikt. +Bij het inkomen van de stad bood mij een aardig meisje lekkere muskadelle druiven, voor den geringen prijs van drie <i>sols</i> het pond, te koop aan; zij had ’er versche broodjes bij; ik kocht van het een en ander, en zette mij op een’ bank, die niet +ver van hier stond, neder, daar ik het voor mijn ontbijt met smaak opknapte; want in dit opzigt val ik in ’t geheel niet verlegen. +Dat de mist hier niet overvloedig zijn moet, blijkt; want niet alleen paarden-, maar allerlei soort van straatmist wordt hier +langs de straten en wegen, zoodra het ’er maar nedergeworpen is, opgeraapt, en op ezels geladen; eens zelfs zag ik twee jongens +elkanderen bijna in <a id="d0e9162"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9162">293</a>]</span>het haar zitten, om een hoopje paardenmist. Deze mist dient dan ook voor den land- en tuinbouw, en niet zoo als bij ons, om +aan vreemden te verkoopen.—Hier aan kan ik toch nooit denken, zonder mij te ergeren. + +</p> +<p>Door een’ aanbevelingsbrief aan iemand, die naverwant was aan den Professor <span class="smallcaps">Broussonet</span>, hadden wij bijzondere gelegenheid, om de zoo vermaarde Faculteit der Geneeskunde alhier te zien. Het gebouw, dat men <i>l’Université</i> noemt, is digt bij de hoofd- of <i>St. Pieterskerk</i>. De Heer <span class="smallcaps">Broussonet</span>, <i>Professeur de Clinique interne</i>, ontving ons zeer vriendelijk, doch daar hij het drok had, moetende dadelijk bij een <i>examen</i> tegenwoordig zijn, gaf hij order, om ons al het merkwaardige te laten zien. Hij kwam mij voor tusschen de 35 en 40 jaren +oud te zijn. Wij begonnen met het <i>Amphithéater</i> voor de ontleedkunde, dat een schoon gebouw is, met een koepel, waarin een lantaarn, waardoor het licht valt; de zitbanken +zijn, zoo als gewoonlijk, trapsgewijze en in de rondte geplaatst, en men zeide, dat dit Amphithéater 2000 menschen bevatte. +Ik zag ’er ook het borstbeeld van den bekenden Chimist <span class="smallcaps">Chaptal</span>, zoo ik meen, Oom van den voormaligen Minister van binnenlandsche zaken te <i>Parijs</i>, en schrijver van een werk genaamd, <i>Elémens de Chimie</i>. Vervolgens zagen wij de boekerij, die men zegt, dat in het vak der geneeskunde al zeer volledig is. Men toonde ons verscheidene +fraaije en kostbare werken, met afgezette platen, enz. De <a id="d0e9196"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9196">294</a>]</span>verzameling van geraamtens, <i>dissecaties</i>, <i>injecties</i>, enz. vond ik niet zoo aanmerkelijk, als ik wel verwacht had; en de ontleedkundige afbeeldingen in wasch, die ik hier gezien +heb, kwamen mij veel minder voor dan die, welke men in het Kabinet van <span class="smallcaps">Bertrand</span> te <i>Parijs</i> ziet. Dit verwonderde mij omtrent de vermaardste geneeskundige Faculteit van geheel <i>Frankrijk</i>. Men was reeds bezig met het examen in een ruime zaal, waar wij ook onder de toehoorders, welker getal echter niet zeer aanmerkelijk +was, plaats namen. De Candidaat, die wel 25 Jaren oud scheen, deed een vertoog (<i>Dissertatie</i>) in de <i>Fransche</i> taal, staande in een gestoelte; achter hem op een zeer verheven plaats zat een van de Professoren, en ter zijde, aan de linkerhand +van den spreker, vier anderen, waar onder de Heer <span class="smallcaps">Broussonet</span>, van wien ik reeds sprak, en een <span class="smallcaps">Mejon</span>, die een vermaard Operateur en Oculist moet zijn; de namen van de anderen heb ik vergeten. Deze Heeren Professoren hadden +roode satijnen wijde <i>toga’s</i> aan, met boorden van wit bont, en roode mutsen op met een zwart en goud boord. Het examen ging niet gemakkelijk, zoodat de +arme Candidaat het al vrij benaauwd kreeg. Ik bleef niet tot het einde, maar vernam naderhand, dat hij nog niet was aangenomen, +en verpligt, zich aan een nader onderzoek te onderwerpen. In hoe verre het spreekwoord: ”<i>een nieuwe Arts een nieuw Kerkhof</i>,” gegrond is, zullen wij hier niet onderzoeken; doch zoo ’er al Doctors wezen moeten, doet <a id="d0e9231"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9231">295</a>]</span>men echter wel, van te zorgen, dat ieder zoo maar op zijn eigen houtje niet doctoren kan. Het merkwaardigste dat men in deze +zaal ziet, is een metalen hoofd, levensgroot, verbeeldende dat van <span class="smallcaps">Hippocrates</span>; het scheen mij, wat de teekening aangaat, keurig uitgevoerd. Men wil, dat het vele jaren geleden in of om <i>Athene</i> gevonden is, en van daar naar <i>Rome</i> vervoerd werd, waar het, tot de Pauselijke oudheden en kunststukken behoorende, door de <i>Franschen</i> gevonden en genomen, en eindelijk aan deze Universiteit gegeven is. Ik had het reeds, voor dat het examen begonnen was, van +nabij bezien en bewonderd. Volgens sommige geschiedschrijvers, zou de geneeskundige Faculteit van <i>Montpellier</i>, reeds in 1220 zijn opgerigt; en men meent dat de <i>Saracenen</i> en Joden, die een groot deel van <i>Montpellier</i> uitmaakten, ’er de geneeskunde, die toen meerder vorderingen onder hun dan onder andere volkeren gemaakt had, bragten. De +vermaarde <span class="smallcaps">Rabelais</span><a id="d0e9256src" href="#d0e9256" class="noteref">10</a> alhier in de geneeskunde gestudeerd hebbende, werd volgens oud gebruik, met een tabbaart bekleed, die men vervolgens de <i>Tabbaard van Rabelais</i> noemde, en waarmede men na dien tijd alle de nieuw aangenomen Doctoren bekleedde. Deze tabbaard was bij de Studenten in groote +achting, zoo dat ieder doorgaans trachtte, om ’er een stukje tot een aandenken aftescheuren, en hier door, en door den tijd, +was dit kleed eindelijk <a id="d0e9262"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9262">296</a>]</span>niet meêr bruikbaar, doch, zoo als het doorgaans met diergelijke dingen gaat, het werd meêr dan eens vernieuwd, en het laatste +ging zoo wel voor een achtingwaardige oudheid door als het eerste. De geneeskundige Faculteit van <i>Montpellier</i> is nog beroemd, en vele vreemdelingen, en in vredestijd, bijzonder <i>Engelschen</i>, die hier om hun Guinjes dan ook zeer geacht zijn, komen dezelve raadplegen.—’Er was ook eens een tijd, dat onze Hooge Scholen +zeer beroemd waren; vreemdelingen uit alle oorden vloeiden ’er toen in menigte naar toe,—en de naam, van <span class="smallcaps">Boerhaave</span> klonk met roem de wereld door.—Helaas! waarop kunnen wij thans onzen hoogsten roem dragen?—misschien op ons taai geduld. + + +</p> +<p>De kruidtuin, die ter zijde van de <i>place du Peyrou</i> ligt, kwam mij niet zeer ongemeen voor, doch ik beken gaarne, dat mijne <i>Botanische</i> kundigheden zeer bepaald zijn. Men toonde hier eene plaats, waarin men langs eenige trappen afklimt, en alwaar de, door zijn +sombere Nachten, zoo bekende <span class="smallcaps">Young</span> zijne dochter zou begraven hebben; deze plaats is onder een boog of gewelf, en wordt <i>le Tombeau de la fille de</i> <span class="smallcaps">Young</span><a id="d0e9289src" href="#d0e9289" class="noteref">11</a> genaamd; doch men ziet ’er niets, dat een grafstede aanduidt. Gij weet, dat <span class="smallcaps">Young</span> met een ziekelijke dochter van zijne vrouw, te <i>Montpellier</i> kwam, om ’er hare gezondheid te herstellen, doch dat dezelve daar overleed; dit gebeurde omtrent 1741. En die zwaarmoedige, +<a id="d0e9301"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9301">297</a>]</span>en, toen in der daad zeer ongelukkige man, verloor in drie maanden tijds zijne vrouw en hare twee dochters; en deze slag trof +hem in den ouderdom van zestig jaren. Tot het Protestantsche geloofsgenootschap behoorende, waar onder <span class="smallcaps">Young</span> zelfs Predikant was, mogt die dochter niet op de gewone wijze, en in zoogenaamde gewijde aarde begraven worden; hij droeg +het ligchaam dan zelf bij nacht hier henen, en begroef het met behulp van een tuinmans knecht, die hem door een klein deurtje +ter sluip had ingelaten. Eenigen tijd voor de omwenteling vondt men hier, de aarde roerende, dan ook nog eenige beenderen. +De te regt vermaarde Tooneelspeler <span class="smallcaps">Talma</span>, en Madame <span class="smallcaps">Petit</span>, beide tot het eerste Tooneel van <i>Parijs</i> en van <i>Frankrijk</i> behoorende, bevonden zich hier weinige jaren geleden, en stelden edelmoediglijk eene inschrijving voor, denzelven te gelijker +tijd beginnende, om een eenvoudig gedenkteeken op het graf van <span class="smallcaps">Narcissa</span> opterichten, ten einde daar door de schandelijke onregtvaardigheid van het bijgeloof eenigzins te vergoeden, en de gedachtenis +van een voornaam dichter te vereeren<a id="d0e9321src" href="#d0e9321" class="noteref">12</a>. Tot nog toe echter is dit ontwerp niet uitgevoerd. Had het een beeld of altaar in een Kerk betroffen, waarschijnlijk zou +het ’er al gestaan hebben. +<a id="d0e9332"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9332">298</a>]</span></p> +<p>Men was nog drok bezig met bouwen in den kruidtuin (<i>jardin des plantes</i>) aan eene nieuwe kas voor vreemde planten; ook werd ’er, naar ik vernam, van wegens het Gouvernement, ter zijde van dezen +tuin, een huis gebouwd voor den vermaarden Professor in de Botanie <span class="smallcaps">Broussonet</span>, broeder van dien waarvan ik reeds gesproken heb<a id="d0e9341src" href="#d0e9341" class="noteref">13</a>. Rondom den tuin is een gemeene wandeling, die nog al aangenaam en zeer lommerrijk is, door de onderscheidene soorten van +boomen, die ’er staan. De goede <span class="smallcaps">Hendrik</span> den IV. was de stichter van dezen tuin; hij bestond meêr dan 25 jaren voor dien van <i>Parijs</i>, en was de eerste van dien aard, welke in <i>Frankrijk</i> aangelegd is. + +</p> +<p>De stad doorgaande, bragt onze vriend ons in een paar winkels van zuikergoed (<i>dragées</i>) en reukwerken, want wie zou hier verzuimen, om die te bezoeken. Voor het eerste is <i>Montagu</i>, en voor het tweede <i>Riban</i> de voornaamste; men behoeft hier anders na de reukwerkers-winkels niet te vragen, want daar zijn ’er verscheiden, en men +wordt ze door de straten gaande, aan den aangenamen reuk gemakkelijk gewaar. + +</p> +<p>Ik heb reeds rijtuig gehuurd, om morgen een reisje in de <i>Cevennes</i>, waar men mij veel van verteld heeft, te doen, verwacht hier over dan het een en ander bij mijne terugkomst. + + + +<a id="d0e9369"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9369">299</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8647" href="#d0e8647src" class="noteref">1</a></span> <span class="smallcaps">Pepin le Bres</span> was de Vader van <span class="smallcaps">Carolus Magnus</span>, en de eerste <i>Fransche</i> Koning, die zich deed kroonen en zalven met Kerkelijke plegtigheden; dit geschiedde door een legaat van Paus <span class="smallcaps">Zacharias</span> den I., welke Paus hem behulpzaam was, niettegenstaande <span class="smallcaps">Childeric</span> de III. door zijn toedoen onttroond, geschoren en in een Klooster was opgesloten, en de Zoon en opvolger van dien Vorst in +een ander. De Pausen sprongen ’er toen ook maar vrij luchtig met de zalvingen om. Eenigen tijd, na dat Pepin Koning was, verzocht +hij van Paus <span class="smallcaps">Steven</span> den II. vergeving der misdaad, die hij tegen zijn wettigen Koning, zoo als hij hem zelven noemde, begaan had. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8857" href="#d0e8857src" class="noteref">2</a></span> Het woord <i>Peyrou</i> beteekent in het <i>Patois</i> van <i>Languedoc</i> steenachtig, omdat de grond zeer steenig is. In de eerste tijden van deze stad schijnt dit een marktplaats geweest te zijn; +want men vindt in eene acte van het jaar 1156, door <span class="smallcaps">d’Aigrefeuille</span>, Geschiedschrijver van <i>Montpellier</i>, aangehaald: <i>Forum seu mercatum Montispessulana del Peyrou</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8881" href="#d0e8881src" class="noteref">3</a></span> Het was door een’ beeldhouwer van <i>Troyes</i>, genaamd <span class="smallcaps">Joly</span>, naar men mij verzekerde, te <i>Parijs</i> gegooten, en woeg 45,000 ponden; in 1717 deden die van <i>Montpellier</i> het hier oprichten. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8940" href="#d0e8940src" class="noteref">4</a></span> Naar men mij verzekerde, is zij niet regt gebouwd om de gronden en landgoederen van eenige voorname personen te vermijden. +Welk eene schandelijke inschikkelijkheid bij zulk een werk! want de waterleiding is geen bloot sieraad, maar dient vooral, +om het water in verscheidene fonteinen in de stad, en ten algemeene nutte dienende, te brengen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8952" href="#d0e8952src" class="noteref">5</a></span> De oppasser van dit gebouw laat dit en de waterbakken onder het <i>Chateau d’eau</i>, voor een fooitje zien. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8977" href="#d0e8977src" class="noteref">6</a></span> Aan die, welke ik hier zag, waren ’er naar gissing, 60 of 70; naar mate de put meêr of min diep is, moet dit getal vermeerderd +of verminderd worden. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9026" href="#d0e9026src" class="noteref">7</a></span> Het bovenste gedeelte van dit torentje, waarin de klok hangt, bestaat uit eene soort van ijzeren korf. Ik had u nog vergeten +te zeggen, dat men diergelijk soort van torens op verscheidene plaatsen in <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> aantreft; in sommigen ziet men poppen, die op de klok slaan. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9071" href="#d0e9071src" class="noteref">8</a></span> <span class="smallcaps">Sebastiaan Bourdon</span> werd in 1616 geboren, en gehoorde tot het Protestantsche Kerkgenootschap; hij is <a id="d0e9075"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9075">123n</a>]</span>eenigen tijd eerste schilder van de Koningin <span class="smallcaps">Christina</span> van <i>Zweden</i> geweest, en wordt voor een der voornaamste schilders van <i>Frankrijk</i> gehouden; behalve verscheidene schilderijen, bestaan ’er van hem ook nog teekeningen en geëtst werk. Hij stierf te <i>Parijs</i> in 1671. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9142" href="#d0e9142src" class="noteref">9</a></span> De wol-velden. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9256" href="#d0e9256src" class="noteref">10</a></span> Een van de geestigste schrijvers van de 16de eeuw. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9289" href="#d0e9289src" class="noteref">11</a></span> Het graf van de Dochter van <span class="smallcaps">Young</span>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9321" href="#d0e9321src" class="noteref">12</a></span> <span class="smallcaps">Young</span> heeft ook voor het tooneel gewerkt, en twee Treurspelen van hem, namelijk <i>Busiris</i> en <i>de Wraak</i> zijn in het Fransch overgezet. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9341" href="#d0e9341src" class="noteref">13</a></span> Hij is ook door zijne kruidkundige werken bekend. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e9370" class="div1"> +<h2>Vijftiende Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Montpellier, 30 Augustus.</i> + +</p> +<p>’s Morgens om 5 uren vertrokken wij met een koets met twee paarden, om ’er drie dagen gebruik van te maken. Het steedje of +dorp <i>St. Gilles</i>, waar wij doorkwamen, levert niets merkwaardigs op. De weg is vrij goed doch bergachtig, en de landstreek dor en steenachtig. +Hier en daar ziet men echter nog eenig bouwland en wijngaarden. Op zijde van den weg bespeurde ik op een heuveltje, een soort +van kleine tafeltjes, die gemaakt waren door twee of drie steenen, die men op een gelegd had. Daar stonden ’er zoo verscheidene; +en zij dienden, naar ik vernam, om de schapen zout op te laten lekken, Omstreeks ten tien uren kwamen wij te <i>St. Martin de Londres</i>, een naar vervallen stadje; en ik weet niet waarom het ook den naam van de hoofdstad van <i>Engeland</i> draagt. De herberg scheen pas opgemaakt, en zag ’er binnen en buiten gnapjes uit, en daar het zeer warm was, besloten wij +op verzoek van onzen voerman, om hier wat te vertoeven en het middagmaal te houden. Terwijl men het gereed maakte, ging ik, +niets beters te doen hebbende, het plaatsje eens rond. De ingezetenen schenen ijverige lieden, veelal zijden-kousenwevers; +doch <a id="d0e9388"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9388">300</a>]</span>met dat al zag het ’er armoedig uit, vooral ook de Kerk, die men, wijl ik geloof dat men geen middelen heeft, om ze te herstellen, +wel zou doen om aftebreken, ter voorkoming van ongelukken. Het akkerland, dat hier nog bij lag, zag ’er ook dor en schraal +uit. Geen lommer vindende, was ik ras genoodzaakt, om mijne wandeling te staken, en zette mij bij de fontein, die voor de +herberg staat, in de schaduw van een’ moerbeziënboom neder; waarschijnlijk is dit de eenige bron, die men hier omstreeks vindt; +want ik zat ’er niet lang, of een menigte vee van alle kanten kwam ’er drinken; en jongens en meisjes, mans en vrouwen, hunne +kruiken met water vullen; dit scheen voor die arme menschen tevens eene uitspanning te zijn. Men verleende ’er elkanderen +een praatje, en vooral de jonge lieden schenen hier hun te zamenkomst (<i>rendez vous</i>) te hebben. Een meisje onder anderen, dat al een poosje onrustig had staan wachten; en al de overigen liet voorgaan aan de +fontein, hoewel zij een van de eersten was; zag ik op eenmaal eene vrolijke houding aannemen, toen zij een’ gnappe boeren +jongen, met een paar muilezels zag aankomen; nu werd de kruik spoedig gevuld, en men keerde te zamen weder terug. Toen ik +mij met deze eenvoudige landlijke tooneelen vermaakte, kwam een lief wichtje, dat nog maar naauwelijks loopen kon, mij streelen, +en trachtte op mijn knie te klauteren, terwijl de moeder bezig was, om aan de fontein koren te wasschen; zijn broêrtje, dat +wat ouder <a id="d0e9393"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9393">301</a>]</span>scheen, kwam ’er bij, en stamelde mij zijn <i>Patois</i> voor. Die kindertjes zagen ’er gezond en zuiver uit. Hunne gansche kleeding bestond in een hemdje, en het onschuldig genoegen +was op hun gelaat te lezen; ook kwamen zij in ’t geheel niet, om te bedelen; maar alleen, zoo het scheen, uit een gullen en +eenvoudigen trek; terwijl ik, als een ongewoon voorwerp, hunne nieuwsgierigheid eenigzins gaande maakte. Zij hielden mij een +poos aangenaam bezig; ik maakte ook zoo goed ik kon een praatje met de moeder, die mij eene goede vrouw scheen te zijn; en +hoe onbevallig anders het plaatsje ook was, de tijd viel ’er mij niet lang. Het eten was voor den prijs vrij wel, en om één +uur vervolgden wij onzen weg, die altijd door een’ dorren berg en rotsachtige landstreek loopt, tot op eene hoogte een kwartier +van <i>St. Bausille</i>; hier begint de bevallige natuur de nieuwsgierige reizigers voor hunne moeite te beloonen.—Men ziet eene heerlijke schilderij +in het dal, waarin dat steedje ligt voor zich, welke door de schielijke verandering des te aangenamer treft. <i>St. Bausille</i> heeft weinig aanzien, doch armoedig zag het ’er niet uit, en de meeste menschen zaten aan de deur zijde te haspelen of op +strengen te winden. De boorden van het riviertje <i>l’ Hérault</i> langs rijdende, kwamen wij omstreeks vijf uren te <i>Ganges</i>; men rekent deze plaats omtrent acht uren gaans van <i>Montpellier</i>, en daar men schier aanhoudend op en afklimt, kan men doorgaans ook al niet anders dan stapvoets rijden<span id="d0e9413" class="corr" title="Bron: ,">.</span> Wij traden hier af aan de <a id="d0e9416"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9416">302</a>]</span>herberg het witte kruis (<i>la Croix Blanche</i>), en gingen het stadje bezigtigen, dat mij wel beviel, zijnde ruim en vrolijk gebouwd; de huizen zien ’er wel onderhouden +uit, en men kan duidelijk zien dat hier ijver en goede orde heerschen; ’er is ook een <i>cours</i> of gemeene wandeling, en nog een regte breede straat aan beide zijden met boomen beplant. Pracht of grootheid bespeurt men +’er niet; alles heeft een eenvoudig, doch net en bevallig voorkomen.—Dit kon men misschien ook eens van ons Vaderland zeggen, +en toen ging het ons wel.—In de Roomsche Kerk ziet men zoo weinig opschik, dat, indien ’er geen altaar stond, men zou meenen +in eene Protestantsche Kerk te zijn; tot welk Kerkgenootschap het grootste gedeelte der ingezetenen dan ook behoorde. Ik ging +hunne Kerk zien, die voor de omwenteling aan een Klooster toekwam. De Predikantsvrouw, die ik hier sprak, en die zeer vriendelijk +was, verhaalde mij, dat deze Kerk veel te klein zijnde voor de gemeente, men reeds een ontwerp gemaakt had, om die te vergrooten; +de grond, die ’er bij behoorde was groot genoeg, en ik merkte wel, dat het aan geen geldmiddelen zal haperen; ook zijn hier +onder de Protestanten verscheiden bemiddelde lieden. + +</p> +<p>Den 29 ’s morgens om 6 uren reden wij naar <i>le Vigan</i>, een ander stadje in deze landstreek; men volgt de boorden van <i>l’Hérault</i>, die tusschen twee ketens bergen al ruischende doorstroomt;—grootsche gezigten of ontzaggelijke vertooningen levert <a id="d0e9432"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9432">303</a>]</span>de natuur hier niet op; alles is lief en bekoorlijk, en om zoo te spreken, meêr onder het bereik van den mensch. De bergen +zijn groen; hier en daar ziet men een woning, overal treft men castanje-, moerbeziën en andere boomen; de Natuur had hier +haar lentegewaad nog aan, en het groen zag ’er zoo jeugdig uit, als bij ons in de maand Mei. Een half uur van <i>Ganges</i>, aan den anderen kant van het riviertje, ligt het buitengoed van den Heer <span class="smallcaps">Mejan</span>; eer men daar komt, ziet men aan dien zelfden kant, tusschen twee rotsen, in een ander riviertje, dat zich hier met <i>l’Hérault</i> vereenigt, over een dam van steenen, die ’er inligt, een kleinen waterval rollen. Onze waardin had ons geraden, om, hoewel +wij den Heer <span class="smallcaps">Mejan</span> niet kenden, of geen brieven aan hem hadden, hem evenwel vrijelijk een bezoek op dit zijn buitengoed te gaan geven, met verzekering, +dat wij ’er wel zouden ontvangen worden, en wel te vreden zijn over de ligging van dat verblijf. Wij gingen ’er dan ook heen. +Over den berg, waarop het gelegen is, kan men met het rijtuig door het riviertje rijden, en van daar klommen wij te voet op +de hoogte, langs een kronkelpaadje, aan beide zijden met moerbeziën en andere boomen beplant, welke door kleine beekjes aanhoudend +besproeid worden, en daar door een verwonderlijk frisch en tierig aanzien hebben; de uitwaseming van duizende geurige planten +en bloemen, die hier in het wild groeijen, overtreft al, wat de reukwerk-kramers van <i>Montpellier</i> in hunne winkels hebben. Aan den ingang van eene lommerrijke laan, die naar het huis <a id="d0e9449"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9449">304</a>]</span>geleidde, zagen wij een kloek man aankomen, met een buisje en lange broek aan, een ronde witten hoed op, en een wandelstok +in de hand—het was de Heer <span class="smallcaps">Mejan</span> zelf, voornemens zijnde, om zijne arbeiders te gaan bezoeken; ik gaf hem ons voornemen te kennen, en hij ontving ons op de +gulste en vriendelijkste wijze; en hoe zeer wij hem verzochten, om zich om onzenwille niet op te houden, hij wilde ons zelf +in zijne tuinen en verrukkelijke boschjes rond leiden. Achter ons aan het eind van de laan, die zich als een groen gewelf +vertoonde, en regt over den ingang van het huis is een fraaije waterval, die door een bron, die hooger op de rots ontspringt, +altijd van water voorzien wordt, en dus onophoudelijk loopt. Toen wij ons weder omkeerden, had men intusschen een kraan geopend, +waardoor wij, door het huis heen, aan den anderen kant van hetzelve een schoonen watersprong tegen de zon zagen, terwijl de +rotsen aan den anderen kant van het riviertje, waar men den straal water tegen zag, nog niet door de zonnestralen verlicht +waren; dit deed eene fraaije uitwerking. Eer wij verder gingen, gaf de gastvrije <span class="smallcaps">Mejan</span> aan zijn’ knecht last, om een paar flessen wijn in een koele bron te zetten, en wat vruchten enz. in gereedheid te houden, +zeggende tegen ons: “Gijlieden hebt zekerlijk nog niet ontbeten, als wij terugkomen, willen wij te zamen een stuk eten.” Zulk +eene hartelijke wijze van aanbieden, duldde geen weigering; daar bij boezemde hier alles eene soort van vrijpostigheid in, +die men nimmer in lusthoven <a id="d0e9457"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9457">305</a>]</span>of paleizen der gewone rijken, of bij de meesten zoogenaamde grooten gevoelt. Alles geschiedt daar, vooral wanneer zij met +lieden te doen hebben, die zij niet kennen, met eene stijve wellevendheid; gebrek aan gulheid en vertrouwen straalt overal +in door; alles is kunst, niets natuur.—Neen! met hun kan hij, die vrij en voor de vuist is, niet te regt; en hoe zeer onbeschoftheid +zeer onaardig is, ik heb nog liever met een’ grooten lompert te doen, dan met sommige lieden, die uitermate vriendelijk en +wellevend zijn; want die soort van vriendelijke wellevendheid, die wij hier aantroffen, vindt men juist niet zeer algemeen, +en vooral niet in de groote steden van <i>Frankrijk</i>, anderzins om de beleefdheid en welvoeglijkheid zoo beroemd; en daar de vriendschapsbetuigingen, uitdrukkingen van deelneming, +van medelijden, of vreugde, van dienstaanbieding en diergelijk, even eens geleerd worden als het A. B. C., waar eene wel opgevoede +Dame zich te gelijker tijd bezig houdt met de klagten van eenen ongelukkigen aan te hooren, daar over tranen te storten, en +eene kleeding voor het naaste bal aan hare modekraamster te bestellen, of een’ brief van rouwbeklag over het afsterven van +eene harer beste vriendinnen te schrijven, en onderwijl ook de aankondiging van eene nieuwe Opera te lezen;—doch keeren wij +tot de beschrijving van dien bekoorlijken lusthof weder terug.—Overal treft men hier eene verscheidenheid van schilderachtige +gelegenheden aan, en zonder juist zeer <i>sentimenteel</i> of <i>romanesk</i> <a id="d0e9468"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9468">306</a>]</span>te zijn, is men verrukt en opgetogen bij het beschouwen van dezelve. De kunst heeft hier en daar wel wat geholpen, doch op +zulk eene behoedzame wijze, dat alles genoegzaam natuur schijnt. Aan de linkerhand, eer men aan het huis komt, bewondert men +een hol of nis in de rots, uit welkers bovenste gedeelte het water loodregt valt. Van boven, is deze nis bedekt door struiken +van palm en klimop, die met bevallige <i>Guirlandes</i> langs dezelve afhangen: uit den tuin of <i>terras</i> achter het huis heeft men een allerliefst gezigt op de omliggende bergen en rotsen; op het riviertje en den weg langs hetzelve, +en men klimt langs een eng voetpadje, aangenaam belommerd, of met bloeijende struiken, zoo als de <i>althéa</i> enz. ter zijde beplant, naar een aardig tuinhuisje, van buiten als een boerenhutje gemaakt; in ’t voorbijgaan ziet men een +bergje, waarin eenige tamme konijnen hun verblijf houden. Vervolgens kruipt men door spleten van de rots, of men gaat door +enge gangen, en over een brugje, waar van de leuningen aardig met wilde wijngaardranken door de natuur omwonden zijn, tot +aan een Kluizenaarsverblijf. Van daar voortwandelende, komt men in een grot, alleen door een spleet, die in de rots is, verlicht, +en welke, dunkt mij, een allergeschiktste rustplaats is voor teedere, zwaarmoedige, voor verliefde zuchtjes of gevoelvolle +romançes. Dan treft men weder een kleinen vijver met helder water, waarin karpers en andere visschen, aan. Dit alles ligt +tegen de helling van den berg, en de <a id="d0e9479"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9479">307</a>]</span>Heer <span class="smallcaps">Mejan</span> verhaalde mij, dat hij in een beek aan de voet van denzelven, een menigte kreeftjes had van de soort, die hij van <i>Vaucluse</i> had laten komen, en in het riviertje <i>l’Hérault</i> vindt men zeer goede forellen. Het wild is hier ook niet schaars; olij en wijn groeit ’er in overvloed. De moestuin en vruchtboomgaard +scheen wel voorzien, en de weiden, op en tusschen de bergen, voeden talrijke kudden, zoo dat het hier ook in dat opzigt zeer +wel te houden is. De bronnen, die men hier op de bergen heeft, brengen het meest toe tot deze vruchtbaarheid. Uit dezelve +loopt eene menigte beekjes, aan alle kanten, langs dezelve af, en bevochtigen de aarde, die op de steenrotsen ligt, zoo dat +men zich geen vrolijker en levendiger wasdom kan voorstellen.—Alles boezemt hier als ’t ware genoegen en stille te vredenheid +in,—alles lagcht en juicht u tegen;—en nog haperde ’er in dit jaargetij iets aan dat jeugdig en vrolijk gelaat der natuur. +De vogelen zongen niet meêr. De Heer <span class="smallcaps">Mejan</span> zeî mij, dat tegen den tijd, dat de natuur hier uit haar’ slaap ontwaakt, welke slaap in dit bergachtige land vrij lang duurt, +het dan bijzonder levendig en vrolijk is door de groote menigte van zoovelerlei soort van vogelen, welke zich hier ophouden. +Nu gingen wij ook de bronnen zelve op het bovenste gedeelte van den berg zien; het water van een derzelve was genoegzaam ijskoud, +en naar men mij verzekerde van eene uitmuntende hoedanigheid; zoo dat, als men, wat meêr dan gewoonlijk gegeten hebbende, +hier van een glas gebruikte, <a id="d0e9493"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9493">308</a>]</span>men duidelijk bespeurde, dat de spijsvertering daar door bevorderd werd. In een aangenamen koepel, aan beide zijden met ramen, +en welke het voornaamste vertrek van deze, alleen voor het gerijf geschikte, woning uitmaakt, stond een ontbijt, meestal uit +smakelijke vruchten, zoo als persiken, peren, druiven, en vooral ook vijgen, die ik nimmer lekkerder gegeten heb, benevens +brood en wijn bestaande. Wij deden ons hier aan dan ook ter deeg te goed, want de gulhartige <span class="smallcaps">Mejan</span> was niet te vreden dat wij slechts proefden, wij moesten eten, ter deeg eten. Hij verhaalde ons, dat hij vooral met een zijden +kousen-fabriek, die hij te <i>Ganges</i> had, een aanzienlijk vermogen had gewonnen, doch al eenige jaren geleden den handel had vaarwel gezegd, en aan zijne kinderen +overgelaten; dat hij sedert altijd buiten woonde, en zich alleen met den landbouw, en het bestuur van zijne landgoederen, +die zeer uitgestrekt zijn, bezig hield; dat hij dit aangenaam verblijf, dat bij zijne Hermitage noemde, zelve had aangelegd, +en voor een groot deel beplant; zijnde verpligt geweest, om hier en daar eene aanmerkelijke hoeveelheid aarde op de rots te +laten brengen. Hij zei, dat hij veel van de <i>Hollanders</i> hield; nu, hij gaf ons daar ook een blijk van, en om de maat van zijne vriendelijkheid vol te meten, noodigde hij ons, om +’s avonds in het terug komen, andermaal eenige ververschingen bij hem te nemen, en om onze landgenooten en andere reizigers, +die deze streek mogten komen zien, te verzoeken, <a id="d0e9504"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9504">309</a>]</span>van hem niet voorbij te gaan. Hoe zeer wij zulks trachtten te beletten, geleidde ons de goede man in het heen gaan, langs +een ander voetpadje als wij gekomen waren, een eind weegs den berg af, tot daar hij ons den weg, dien wij te houden hadden, +kon aanwijzen, en hier drukte ik hem met aandoening en hartelijke tevredenheid de hand, waarschijnlijk om hem nooit weder +te zien.—Deze plaats wordt <i>Toumeol</i> genaamd, wat deze naam beteekent weet ik niet, maar wel dat men moeijelijk een naam zou vinden, waar door het zielstreelende +van dit oord genoegzaam wordt uitgedrukt. De ouden zouden het buiten twijfel voor een verblijf der Nimfen, of goede toovergodinnen +gehouden hebben; en had <span class="smallcaps">Mahomet</span> het gezien, hij zou ’er zekerlijk zijn Paradijs naar geschetst hebben. + +</p> +<p>Beneden aan den berg, deed zich nog een bekoorlijk groepje op, tegen de helling naast een klein beekje, lagen twee engelachtige +half naakte kindertjes, waar van het oudste drie of vier jaren kon bereiken, in het midden van eenige schapen en geiten, waarop +zij achteloos leunden: de grond was hier met kruiden en bloemen overdekt, en zij werden door eenige lommerrijke boomen beschaduwd—het +was een allerliefst arkadisch landschapje. Ik wilde de kleine herders eenige stuivers geven, doch, ô gelukkige onschuld! zij +schenen geen geld te kennen, althans het werd niet aangenomen, en een kus was dezen nog onbedorvene schepseltjes veel liever. + +<a id="d0e9514"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9514">310</a>]</span></p> +<p>Omtrent een kwartier van het buitenverblijf van den Heer <span class="smallcaps">Mejan</span>, naar den kant van <i>le Vigan</i>, ligt een brug op het riviertje, en daar bij een roodachtige rots, die buiten de andere bergen uitsteekt en eene aardige +vertooning maakt. De weg is goed, loopende altijd zich meerder of minder verheffende langs de <i>l’Hérault</i>, waarin men hier en daar kleine watervallen en bruisingen ziet, door de brokken steen, die het water ophouden, veroorzaakt. +Ieder oogenblik is men verrukt door de onderscheidene schilderachtige liggingen,—rotsen met boomen en frissche kruiden bedekt, +hier en daar een woning op de hoogte, in het flaauwe verschiet, aan de helling van een’ heuvel, half tusschen de struiken +verscholen, of in de diepte aan de boorden der rivier,—daar op den weg sommige muilezels met hunn’ geleider,—ginds eenig rundvee +en schapen in een eng dal weidende,—ontzaggelijke brokken rots, zoo het schijnt nog maar pas van boven neder in het riviertje +gerold, en hier en daar zware castanjeboomen, die den weg belommeren. Onder alle deze voorwerpen heerscht, door de verschillende +gedaanten en liggingen der bergen, eene verscheidenheid van schaduw en licht, die allerbevalligst is. Men schijnt hier, door +zoo vele steile bergen van de verkeerde en bedorven maatschappij afgezonderd; niets doet zich op dat het denkbeeld daar aan +opwekt, geene paleizen, geene Heeren of Juffrouwen, geene kostbare rijtuigen, liverijen, of al diergelijke dingen, waarvan +een redelijk denkend mensen walgt; <a id="d0e9526"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9526">311</a>]</span>want deze landstreek wordt door de grooten weinig bezocht, en ’er loopt geen groote of Postweg door. + +</p> +<p>Omstreeks elf uren kwamen wij te <i>Vigan</i>, drie uurtjes van <i>Ganges</i> afgelegen, en stapten af aan het Hotèl <i>du Cheval vert</i>. Die herberg zag ’er hier in ’t geheel niet zindelijk uit, maar het was, naar men ons gezegd had, de beste, dus bestelden +wij ’er den maaltijd. De Roomsche Kerk is ook uit en inwendig zeer eenvoudig; de Protestantsche was niet open. Hoewel het +zeer heet was, gingen wij de bron, een kwartier uurs van hier, bezoeken; zij heeft niets bijzonders dan zeer helder en lekker +water. De gemeene wandeling is met een aantal ongemeen zware castanjeboomen beplant; zij staan zonder order door elkander, +en maken een klein maar aangenaam en bevallig woud. Het is hier in de schaduw van dat digte lommer, vooral in dit jaargetij, +op dezen tijd van den dag, regt vermakelijk, om wat te rusten. Het stadje beviel mij zoo wel niet als <i>Ganges</i>, het is zoo goed niet bebouwd, en ziet ’er slordiger uit. De bevolking verschilt niet veel, in het eene zoo wel als in het +andere telt men omtrent 4000 inwoners. De zijden-teelt en zijden-kousenweverijen zijn hier ook de voorname kostwinning. <i>Le Vigan</i> behoorde voorheen tot het landschap <i>d’Alais</i>, en thans tot het Departement <i>du Gard</i>: de Onderprefect houdt ’er zijn verblijf, en daar is een regtbank. Het riviertje <i>l’Arre</i> stroomt ’er langs, en van een steenen brug die hier over hetzelve ligt, heeft men een schilderachtig <a id="d0e9554"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9554">312</a>]</span>gezigt. Eenige <i>Engelsche</i> huishoudens, die krijgsgevangenen zijn, hebben verlof, on hier den zomer doortebrengen; aan hunne rijtuigen en paarden te +zien, schenen het rijke lieden te zijn; ook verteerden zij, naar ik vernam, nog al wat, en dit gaf in dit plaatsje een meêr +dan gewoon vertier. Voor den gewonen prijs aten wij in onze herberg tegen verwachting vrij wel. Trouwens het was ook uit dezelfde +keuken, waar de <i>Engelschen</i> uit schaften: het eten werd hun van hier gebragt. Na den maaltijd reden wij weder terug. Voor het verrukkelijke buitenverblijf +van den Heer <span class="smallcaps">Mejan</span> hielden wij stil, om nog eens de alleraangenaamste ligging van hetzelve te bewonderen; het is een groen <i>Amphithéater</i>, de treurwilligen die boven op en tegen de helling van den berg staan, en met lange takken langs denzelven afhangen, maken +ook een aardige en eenigzins vreemde vertooning, om dat die boom in de laagte t’huis hoort; doch hier tiert zij door de menigte +beekjes en stroomtjes ook zeer weelderig op de hoogte. Ik had onder weg ook opgemerkt, dat men hier en daar boekweit teelde; +iets, dat ik in het gedeelte van <i>Frankrijk</i>, dat ik doorreisd heb, en vooral in het zuiden, weinig of niet zag. Castanjes levert deze landstreek in menigte op. + +</p> +<p>Te <i>Ganges</i> terug gekomen, gingen wij in de fabriek van <span class="smallcaps">Mejan</span> eenige paren zijden-kousen koopen. Het huis is groot, en ziet ’er gnap, maar in ’t geheel niet prachtig uit, en in de magazijnen +kan men zoo wel één paar, als eenige honderde <a id="d0e9579"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9579">313</a>]</span>dozijnen paren zijden-kousen krijgen. Wij vonden ’er twee kleinzonen van onzen vriendelijken gastheer, die ook zeer geschikte +jongelieden schenen te zijn. Dit huis drijft een’ zeer uitgebreiden handel, en heeft zelfs een Kantoor te <i>Cadix</i>; algemeen zijn zij bekend als zeer eerlijke lieden, met wien het goed te handelen is, en die daardoor en door hun aanzienlijk +vermogen een uitgebreid krediet hebben; zij behooren, aan zoo vele honderde handen werk verschaffende, tot de voorname steunen +van deze en omliggende plaatsen, en schijnen door hunne medeburgers zeer bemind te zijn. Zoo gij die goede lieden door aanbeveling, +of anderzins, eenigzins dienst kon bewijzen, Vriend! zulks zou mij bijzonder aangenaam zijn; want zij verdienen het, en hebben +billijke aanspraak op de achting van vreemdelingen, om de gulle vriendelijkheid, waarmede zij dezelven ontvangen, zijnde hunne +gastvrijheid, naar men mij verzekerde, in dit opzigt algemeen. Raad dan ook ieder van uwe kennissen, die hier naar toe mogt +reizen, gerust aan, om een bezoek op het landgoed van <span class="smallcaps">Mejan</span> te gaan afleggen. + +</p> +<p>Daar het nog vroeg genoeg was om een wandeling buiten het stadje te doen, ging ik de steenen brug die hier over <i>l’Hérault</i> ligt over, en zag ter zijde op den muur van dezelve eene waterleiding (<i>Aquaduc</i>) gemaakt, dienende om het water uit eene bron aan den overkant van de rivier, op een’ zekeren afstand gelegen, in de stad +te brengen; doch drie weken <a id="d0e9595"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9595">314</a>]</span>geleden was een gedeelte van het metselwerk ingevallen en nog niet hersteld. Ik wandelde langs de rivier en klom tusschen +beiden eens op een heuvel tot den avond begon te vallen. Van verre deed zich het geluid van de bellen der schapen, en het +vee, dat men naar den stal dreef, als een’ klokkenspel hooren, en dan hoorde ik al eens een boerenmeisje of knaap een liedje +in het <i>Patois</i> zingen, terwijl zij de paarden of het vee naar de rivier leidden, om te drinken. Ik had hier, dunkt mij, met genoegen eenige +dagen doorgebragt; doch dat kwam met ons reisbestek niet overeen. + +</p> +<p>De vrouwen dragen hier veelal zwarte zijden-hoedjes met eene kant ’erom, zoo als bij ons de dienstmeisjes. Een praatje makende +met de vrouw uit onze herberg, vernam ik, dat zij tot de Protestanten behoorde; dat die hier met de Roomschgezinden in goede +verstandhouding leefden, en zelfs veel onder elkanderen trouwden; als mede dat de vrouw van den Predikant eene <i>Hollandsche</i> was, doch uit welke plaats en hoe genaamd, wist zij mij niet te zeggen. + +</p> +<p>Den 30 dezer ’s morgens om 5 uren vertrokken wij van <i>Ganges</i>. De morgenstond was frisch en aangenaam. Een half uurtje van daar komt men door een dorpje <i>le Roc</i> genaamd; een oud kasteel ligt daar tegen een rots, die zich als een pyramide vertoont, van hier denkelijk de naam van (<i>le Roc</i>) de rots. Wat verder op, aan den anderen kant van het riviertje, ziet men de punt van een rots, van <a id="d0e9616"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9616">315</a>]</span>verre gelijkende naar een oud <i>colossaal</i> beeld van een Bisschop met een mijter op. De rotsen, die hier vrij hoog zijn, en sommige een kegelvormige gedaante hebben, +zijn meest zamengesteld van steenen, die laagsgewijze op een liggen, of van een soort van schaliesteen. De natuur is hier +meêr grootsch en majestueus, dan aangenaam en liefelijk.—Verder koomende, ziet men eene steile rots, als de muren van een +oud kasteel. Hier en daar schijnen ’er gaten of spelonken in te zijn,—nu daalt de weg, die eenigen tijd vrij verheven was +boven de rivier, in een aangenaam dal af. Hier ziet men vele moerbezienboomen; vervolgens komt men in het dorp <i>St. Bausille</i>. De straten zijn ’er zoo naauw, dat twee rijtuigen ’er elkanderen met geen mogelijkheid zouden kunnen voorbij komen. Buiten +dit dorp klimt men eenen redelijk hoogen berg op; van daar ziet men achter zich het dorp in een alleraangenaamst groen dal, +en het riviertje <i>l’Hérault</i>, dat men daar verlaat, ’er doorkronkelen. Op zulke plaatsen beklaag ik mij altijd van niet genoeg te kunnen teekenen; want +diergelijke schoone schilderijen wenschte ik mij daar door dikwijls voor te kunnen stellen.—Hier hoort men het water nog liefelijk +ruisschen, doch welhaast mist men geheel de bekoorlijke boorden van de <i>Hérault</i>, en het lagchende groen van dat gedeelte der <i>Cevennes</i>.—Men daalt af, om weder een’ hoogen berg langs kronkelwegen op te klimmen. Daar het redelijk koel was, gingen wij meest te +voet. Aan een heester <a id="d0e9633"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9633">316</a>]</span>langs den weg staande, vond ik eenige gewassen die ik voor een soort van kleine appelen hield; zij waren even als die geelachtig, +en aan den eenen kant rood; hoe verwonderd was ik van dezelve doorbreekende, te vinden dat zij vol waren van een soort van +kleine gevleugelde insekten, die door elkanderen krielden; zij hadden veel overeenkomst met de plantluizen, die men bij ons +onder de bladeren van de aalbeziën vindt. Op de rotsen hier rondom groeit veel palm, die de landlieden meest gebruiken, om +te branden. Te <i>St. Martin de Londres</i> lieten wij ons wat eten klaar maken, en aten ’er onder anderen witte truffels, die men hier omstreeks veel vindt; zij kwamen +mij zoo goed niet voor als de zwarte. Men rekent van hier tot <i>Montpellier</i> nog omtrent 4½ uur; de vrolijke gezigten houden geheel op, de landstreek is dor, en hier en daar ziet men hooge en steile +rotsen. Een half uurtje van <i>Montpellier</i> ontdekt men reeds de <i>Aquaduc</i> van verre; hier en daar aan den weg staan steenen palen; onze voerman zeide, dat de pijpen of buizen tot die waterleiding +behoorende, en waar door het water van de bron wierd aangevoerd, hier onder doorliepen. Omstreeks vijf uren na den middag +waren wij te <i>Montpellier</i> terug.—’s Nachts viel ’er zware donder en regen. + +</p> +<p>Den 31 dezer, ’s morgens op de markt gaven de koopvrouwen in visch, groentens, enz. vrij luidruchtig en in geen zeer bescheiden +uitdrukkingen, hun misnoegen te kennen, over een besluit (<i>arrète</i>) <a id="d0e9655"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9655">317</a>]</span>van het Gouvernement, waarbij eenige kleine munten, waar de stempel af gesleten was, buiten omloop werden gesteld. Op deze +markt ziet men een zeer fraaije fontein in een nis tegen een muur; boven op staan twee eenhoorns en een kindje, houdende een’ +wapenschild en een laurierkrans; op het voetstuk wordt een veldslag <i>en basrelief</i> verbeeld, waaronder men leest: <i>Bataille de Clostercamp</i><a id="d0e9662src" href="#d0e9662" class="noteref">1</a>; boven de nis is een wapen (<i>trophée</i>), en dit alles is van marmer en in een fraaijen smaak gemaakt. De Maarschalk <span class="smallcaps">de Castries</span> Gouverneur te <i>Montpellier</i> zijnde, werd deze fontein ter zijner eere opgerigt. Het gebouw, dat men de beurs noemt, schijnt oorspronkelijk een Kerk of +Kapel geweest te zijn; men bedient ’er zich weinig van, want de Koophandel is hier van geen groot aanbelang. + +</p> +<p>Te <i>Montpellier</i> wordt veel koperrood of eigenlijk koperroest gemaakt; gedurende een’ geruimen tijd deed men dit bijna nergens anders, wanende, +dat de kelders alhier ’er bijzonder toegeschikt waren, doch thans wordt het ook op verscheidene andere plaatsen gemaakt; de +bewerking is zeer eenvoudig. Men plaatst in een aardepot boven wijn, die men aan het gisten maakt, laagsgewijze met verdroogde +druiventrossen, en tusschen verscheidene plaatjes koper, <a id="d0e9685"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9685">318</a>]</span>die door de uitwazeming van den wijn aan het roesten raken; opgedroogd zijnde, schraapt men ’er dit roest af, en dat is het +koperroest. Zoo gij het omstandiger weten wilt, lees dan <span class="smallcaps">Chaptal</span> <i>Elemens de Chimie</i>. Zonderling is het, dat vrouwen hier meest met dien arbeid, die om het vergiftige met zeer veel omzigtigheid moet geschieden, +belast zijn. Men fabriceert hier ook de <i>Cremor Tartari</i>. + +</p> +<p>Het schijnt ter dezer plaatse niet ongezond te wezen, mits men zich behoorlijk in acht neemt opzigtens de kleeding; want het +weder kan ’er, even als bij ons, zeer ongestadig zijn. + +</p> +<p><i>Montpellier</i> is zijn opkomst verschuldigd aan het verval van het oude <i>Maquelone</i>. Het gedeelte van <i>Neder-Languedoc</i>, waarin deze stad gelegen is, werd oudtijds door de <i>Volces-Arecomiques</i> bewoond. De inwoners worden voor levendig en werkzaam van aard gehouden; de huishoudens, naar men zegt, leven veel op zich +zelve, en de gezellige verkeering heeft hier minder dan in andere steden plaats. De religiegeschillen, die hier ook vele rampen +veroorzaakten, gaven daar misschien wel aanleiding toe. Hunne gastvrijheid omtrent de vreemdelingen is ook niet beroemd; en +zelfs een <i>Languedoc’s</i> spreekwoord, doet den ongezelligen aard van die van <i>Montpellier</i> kennen<a id="d0e9717src" href="#d0e9717" class="noteref">2</a>. Deze Stad is thans <a id="d0e9732"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9732">319</a>]</span>de Hoofdplaats van het Departement de <i>l’Hérault</i>; zij is de geboorteplaats van verscheidene mannen van naam, zoo als de in de Natuurlijke Historie der Visschen ervaren, <span class="smallcaps">Guillaume Rondelet</span>, die ’er in 1507 geboren werd; <span class="smallcaps">Pierre Magnol</span>, kruidkundige, in 1638; <span class="smallcaps">Louis Bertrand Castel</span>, wiskunstenaar, in 1688; de bekende Tooneeldichter <span class="smallcaps">Brueijs</span>, van wien wij ook eenige stukken in het <i>Hollandsch</i> overgezet hebben<a id="d0e9752src" href="#d0e9752" class="noteref">3</a>, en meêr anderen. <span class="smallcaps">Cambacères</span> in de geschiedenis van de omwenteling van <i>Frankrijk</i>, en vooral als tweede Consul bekend, thans groot Kanselier met den tijtel van Prins, is ook van <i>Montpellier</i>. + +</p> +<p>Over onze herberg <i>l’Hotel du Midi</i>, waren wij ongemeen wel te vreden; het is ’er gnap, en men eet ’er zeer goed aan de gemeene tafel in een ruime en fraaije +zaal. Wij hadden hier niet minder lekkeren zeevisch dan te <i>Marseille</i>, onder anderen goede versche tonijn, en zeer groote schelvisschen. Voor een kamer met twee bedden, van waar men een gezigt +had tot in de <i>Middellandsche Zee</i>, betaalde ik 40 <i>sols</i> daags. Morgen voor den middag reizen wij naar <i>Toulouse</i>. + + + +<a id="d0e9786"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9786">320</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9662" href="#d0e9662src" class="noteref">1</a></span> De vermaarde slag van <i>Kloosterkamp</i> viel voor in het laatst van het jaar 1760. De <i>Franschen</i>, na lang half naakt, zoo als zij uit de tenten kwamen, gevochten te hebben, behaalden eindelijk de overwinning. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9717" href="#d0e9717src" class="noteref">2</a></span> Dit spreekwoord, in het <i>Patois</i> van <i>Languedoc</i> luidt: <i>Couvit de Mouspéiè, couvida à l’escaiè</i>; dat is, noodiging van <i>Montpellier</i> op den trap gedaan. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9752" href="#d0e9752src" class="noteref">3</a></span> <i>De Advokaat Patelein</i> is onder anderen van <span class="smallcaps">Brueijs</span>. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e9787" class="div1"> +<h2>Zestiende Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Toulouse, 4 September.</i> + +</p> +<p>Den 1 dezer ’s morgens om 3 uren, namen wij de reis naar deze plaats aan, met den postwagen, die van <i>Avignon</i> op <i>Toulouse</i> rijdt, en hier het eerste nachtverblijf houdt. + +</p> +<p>In het begin is de weg tamelijk effen. Van de hoogte, bij het dorp <i>Vougide</i>, heeft men een schoon gezigt op een soort van meer, <i>l’Etang de Thau</i> genaamd, de zeehaven van <i>Cette</i>, en de warme baden van <i>Baleruc</i>; deze baden worden gebruikt ter genezing van zwakheden in de leden, <i>rhumatieke</i> pijnen enz. <i>Frontignan</i>, om zijn’ lekkeren witten wijn ook bij ons bekend, ligt hier digt bij. In het meer, dat vrij groot is, zag ik eenige visschers +bezig; men vangt ’er veel paling. Een eindje voortgereden hebbende, komt men door het stadje <i>Meze</i>, waar niets bijzonders van te zeggen valt; het ligt 4 posten van <i>Montpellier</i>. De weg werd hier en daar verlegd, en aanmerkelijk hersteld. Vervolgens kwamen wij door <i>Montagnac</i>, een steedje, alwaar een Protestantsche Kerk is. Eer men te <i>Pezenas</i> komt, rijdt men over eene fraaije steenen brug, die over de <i>Hérault</i>, waar van ik u in mijn vorigen geschreven heb, ligt; dat riviertje is hier al veel breeder dan in de <i>Cevennes</i>, <a id="d0e9840"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9840">321</a>]</span>en stort zich bij <i>Agde</i>, omtrent drie uren van deze brug, in zee. De landstreek schijnt hier nog al redelijk vruchtbaar te zijn, en de weg is goed. + + +</p> +<p>Omstreeks tien uren voor den middag kwamen wij te <i>Pezenas</i> aan, en stapten ’er af, om het middagmaal te houden; hebbende nu van <i>Montpellier</i> 6¼ post afgelegd. Met genoegen vernam ik, dat ’er tijd was, om het stadje te bezigtigen, want het zag ’er hier vrolijk en +levendig uit; het was marktdag, en naar het geen ik al te koop zag, moet het hier aan allerlei soort van eetwaren niet ontbreken; +’er staan verscheidene gnappe huizen, en over het geheel heeft het hier een aanzien van welvarendheid; het maken van wollen +stoffen is een voorname kostwinning der inwoners; en <i>Pezenas</i> moet aloud zijn, want <span class="smallcaps">Plinius</span> maakt ’er reeds gewag van onder den naam van <i>Piscena</i>, prijzende zeer de wol, die deze landstreek oplevert. + +</p> +<p>De zoon van <span class="smallcaps">Cromwel</span>, na dat hij uit <i>Engeland</i> gejaagd was, hield zich hier eenigen tijd op; <i>Pezenas</i> behoorde toen aan den Prins van <span class="smallcaps">Conti</span>, die, tevens Gouverneur van <i>Languedoc</i> zijnde, hier een fraai Hotèl had, dat hij somtijds verkoos voor zijn verblijf. Hij bevond ’er zich toen <span class="smallcaps">Richard</span>, zoon van <span class="smallcaps">Cromwel</span>, onbekend (<i>incognito</i>) reizende, alleen en door de stad gaande, een landgenoot ontmoette, die even eens als hij uitgeweken was, en die zijn partij +altijd getrouwelijk was toegedaan geweest; deze raadde hem aan, om een bezoek bij den Prins van <span class="smallcaps">Conti</span> afteleggen, waar de vreemdelingen, <a id="d0e9891"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9891">322</a>]</span>en vooral de <i>Engelschen</i> doorgaans wel ontvangen werden, zonder dat men zelfs verpligt was, om zich onder zijn’ echten naam te doen kennen. <span class="smallcaps">Richard</span> liet zich dan door zijn’ vriend geleiden, die hem bij den Prins aandiende als een <i>Engelsch</i> edelman, die door deze stad reisde om zich naar <i>Italië</i> te begeven. <span class="smallcaps">Conti</span> ontving hem beleefdelijk, en over den toestand van <i>Engeland</i> sprekende, zeide hij onder anderen, dat, hoewel hij ’er ver af was, om het gedrag van <span class="smallcaps">Olivier Cromwel</span> te billijken, hij echter, regt doende aan zijn dapperheid, groote bekwaamheden en diep doorzigt, bekende, dat hij waardig +was, om te gebieden; maar, voer hij voort: hoe is het mogelijk dat hij zoo een dwazen zoon had.—Die <span class="smallcaps">Richard</span>, die schoft, die bloodaard, was toch wel het verachtelijkste schepsel van den aarbodem,—wat is ’er van dien zot toch geworden? +<span class="smallcaps">Richard</span>, die zulk een onthaal in ’t geheel niet verwachtte, was verlegen wat hier op te antwoorden; doch zorgde wel, om zich niet +bekend te maken. + +</p> +<p>Wij aten hier vrij wel, en onder anderen goeden zeevisch. De landsdouw aan den anderen kant van de stad, beviel mij niet minder +dan aan dien, daar wij ingekomen waren. Na 1¼ post gereden te hebben, verwisselden wij van paarden, op een plaatsje genaamd +<i>la Begude de Jordy</i>. Het is allerliefst gelegen, ’er staat zeer veel hout, waar onder schoone en weelderig groeijende opgaande boomen; voor het +posthuis is een fraaije altijd water gevende fontein, <a id="d0e9925"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9925">323</a>]</span>en digt daar bij een aangename tuin, waarin onderscheidene vruchten zeer wel schenen te groeijen; ik was verwonderd over de +bevallige vruchtbaarheid van dit oord, waar van de grond in hoedanigheid veel van de gewone gronden hier omstreeks schijnt +te verschillen; men zeide mij ook, dat dezelve voor het houtgewas inzonderheid beroemd was;—wat verder wordt de weg zanderig. +Bij <i>Bezier</i> is de landstreek aangenaam, en deze stad doet zich niet onbevallig op; ’t was omtrent vijf uren na den middag, toen wij hier +aankwamen; men rekent <i>Pezenas</i> en <i>Bezier</i> op 2¾ post. Ons nachtverblijf was hier bepaald, dus hadden wij den tijd, om de stad te zien. Zij is zeer oud, en het blijkt +uit eenige oudheden, die ’er gevonden zijn, dat hier eene <i>Romeinsche</i> Volkplanting bestond, en dat zij bekend was onder den naam van <i>Julia Bitterra</i> of <i>Civitas Bitterensium</i>. Wij stapten in de voorstad, waar de gewone herberg van den postwagen is, af. De steenen brug, die niet ver van daar over +de rivier <i>l’Orbe</i> ligt en vrij lang is, overwandelende, ging ik dat gedeelte van het <i>Canal du Languedoc</i>, dat in die rivier uitloopt, bezigtigen; doch zag ’er niets anders dan eenige schutsluizen<a id="d0e9951src" href="#d0e9951" class="noteref">1</a>; het kanaal zelve was, zoo <a id="d0e9965"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9965">324</a>]</span>als doorgaans in dit jaargetij, geheel droog; aan den overkant van de rivier vervolgt het verder tot bij <i>Cette</i>, waar het in zee stort. <span class="smallcaps">Paul Riquet</span>, aannemer van deze vaart, naar het bestek van <span class="smallcaps">Andreossy</span>, werd te <i>Bezier</i> geboren. Van daar keerde ik terug naar de stad, dat slechts een kleine afstand is; zij is op een vrij hoogen heuvel aangenaam +gelegen. Wij klommen ’er op. Van den wal naar den kant van de rivier, en bijzonder van een <i>terras</i>, dat men de <i>Belle Vedère</i> noemt, heeft men een zeer uitgestrekt en allerverrukkendst gezigt op de rivier de <i>l’Orbe</i>, in een aangename valei stroomende, de brug over dezelve en de bergen in ’t verschiet. Dit gezigt alleen is der moeite waard, +om zich aan deze plaats optehouden. De Hoofdkerk komt ook op den wal uit, en van de plaats voor dezelve heeft men insgelijks +een schoon gezigt. Het is een oud, en was naar het scheen in vroegere tijden een aanzienlijk gebouw; van binnen zag ik ’er +niets bijzonders. Maar ik moet u een staaltje vertellen van verregaande onverdraagzaamheid, ten opzigte van de Joden, die +hier in oude tijden plaats had. De zoogenaamde Christenen hadden vrij verlof, om hunne medeburgers en anderen, tot de Joodsche +Kerk behoorende, die zij ontmoetten, van Zaturdag voor Palmzondag af, tot beloken Paasschen toe, te slaan en te mishandelen; +en het <a id="d0e9988"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9988">325</a>]</span>blijkt, dat dit nog al een soort van Kerkelijke instelling was; want de ongelukkige <i>Israëlieten</i> gaven een groote som gelds aan de Hoofdkerk, dat is aan den Bisschop enz. om van deze allerschandelijkste onderdrukking bevrijd +te zijn.—Diergelijke afschuwelijke misbruiken, hoewel minder wreed, hadden nog tot in onze dagen plaats, vooral hier en daar +in <i>Duitschland</i>; doch dank zij dien weldadigen wijsgeerigen geest, welke thans door vele lasterlijk uitgekreten wordt; op de meeste plaatsen +zijn zij reeds afgeschaft, of worden zulks nog dagelijks gedaan. + +</p> +<p>Voor het overige levert <i>Bezier</i> niets aanmerkelijks op; inwendig is de stad in ’t geheel niet fraai, en hoewel nog al tamelijk uitgestrekt, bevat zij niet +meer dan 12,500 inwoners, die van de voorsteden hier onder begrepen. In vroegere eeuwen moet de bevolking hier ongelijk veel +sterker geweest zijn: want men leest in de geschiedbladeren, dat in het begin van de 13<sup>e</sup> eeuw, toen de ongelukkige <i>Albigenzen</i> zoo wreed vervolgd werden, en men zelfs kruistogten tegen hen deed, ’er in deze stad op eenen dag omtrent de 60,000 menschen +omkwamen; de rampzalige slagtoffers vluchtten in de Kerken en hier vermoordde men hen ook niet alleen, maar men sloot zelfs +de deuren van sommige dier gebouwen toe, stak ’er den brand in, en deed zoo alle, die ’er in waren, door de vlam omkomen—en +wie was de Apostel van deze afgrijsselijke slagting?—wie anders, dan de heilige <span class="smallcaps">Dominicus</span>. De vervolging der Protestanten, waarin <i>Bezier</i> ook rijkelijk gedeeld <a id="d0e10013"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10013">326</a>]</span>heeft, hebben zekerlijk ook geen goed gedaan aan de bloei en welvaart van deze ongelukkige stad. De Fabrieken en Koophandel, +die ’er thans is, zijn van niet veel beteekenis; men maakt ’er zijden-kousen, een soort van bombazijn, perkament enz. als +mede snuifdozen van wortel-, van palm- en olijfboomem. + +</p> +<p>Ons avondmaal was redelijk, en wij aten omtrent met 20 personen, zoo vrouwen als mannen; men was nog al vrolijk; naast mij +zat een jong <i>Amerikaan</i>, die mij veel vertelde van den bloeijenden koophandel van dat land; hij kwam uit <i>Holland</i>, alwaar hij een lading <i>Coloniale producten</i> gebragt had, en ging naar <i>Marseille</i>, om ook over het aanvoeren van diergelijke goederen te handelen. Het schijnt dan of het ons Land en <i>Amerika</i>, even eens gaat als de schalen van een balans, naar mate dat de eene rijst, daalt de andere, met dit onderscheid echter, +dat de ligtste hier omlaag hangt. + +</p> +<p>Den 2 dezer vertrokken wij ’s morgens om 4 uren. De weg was aangenaam, en de grond scheen redelijk vruchtbaar; van de hoogtens +heeft men schoone gezigten, en aan de regterhand een keten hooge bergen; doch weinig boomen. Eer men aan het dorp <i>Coursan</i> komt, gaat men over eene fraaije steenen brug, over de rivier <i>l’Aude</i>, en hier omtrent begint het Departement van dien naam. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/vii005.jpg" alt="Narbonne."><p class="figureHead">Narbonne.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Omstreeks 9 uren kwamen wij te <i>Narbonne</i>, 3 posten van <i>Bezier</i>. Deze stad is een der oudste van de <i>Gaulen</i>, en de eerste volkplanting, die de <i>Romeinen</i> aan gene zijde der <i>Alpen</i> vestigden, en <a id="d0e10061"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10061">327</a>]</span><i>Narbo Martius</i> noemden<a id="d0e10065src" href="#d0e10065" class="noteref">2</a>. Van het Kapitool, het Amphithéater enz. dat hier in die tijden bestond, ziet men thans niets meêr; in ’t geheel zijn ’er +geen sporen van de <i>Romeinsche</i> grootheid en voormaligen luister meêr overig. De stad ligt nog in zijne muren en <i>bastions</i>, maar inwendig beteekent zij niet veel, dat mij verwondert, omdat de vaart, of <i>Canal de la Robine</i>, uit de rivier de <i>Aude</i> komende ’er doorloopt, en omtrent 1½ uur beneden de stad in zee uitkomt<a id="d0e10089src" href="#d0e10089" class="noteref">3</a>. Dit dunkt mij moest den handel aanwakkeren; maar het zag ’er in ’t geheel niet tierig uit, en de vaart, waarin eenige sluizen +zijn, was zelfs genoegzaam droog. Naar ik vernam, was de mond van deze vaart, voorheen de zeehaven van <i>Narbonne</i>, en waarin groote schepen kwamen, thans voor dezelve niet meêr bevaarbaar, door dat, de zee al meêr en meêr de kust ontweken +zijnde, het daar te ontdiep is geworden<a id="d0e10104src" href="#d0e10104" class="noteref">4</a>. Deze stad is in eene niet onaangename vlakte gelegen en van bergen omringd<a id="d0e10113src" href="#d0e10113" class="noteref">5</a>; maar daar door is zij ook een verzamelplaats van al het water, dat ’er van rondom naar <a id="d0e10116"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10116">328</a>]</span>toezakt, en daar door vooral bij sterke regen vlagen onaangenaam<a id="d0e10118src" href="#d0e10118" class="noteref">6</a>; doch zij staat in dit opzigt +maar gelijk met het zoo hoog geroemde <i>Parijs</i>. + +</p> +<p>De Hoofdkerk is het voornaamste, dat ’er te <i>Narbonne</i> te zien is, en hier toe hadden wij tijd en gelegenheid; want ’er moest gewacht worden naar het middag eten, en het was Zondag. +Wij gingen ’er dan genoegzaam met al de reisgenooten, die zich op den postwagen bevonden, naar toe, en de galante <i>Franschen</i> boden bij het inkomen van de Kerk aan de Dames het wijwater aan, daar ik, als hier niet aan gewoon, geen slag van had, en +die plegtigheid alzoo maar agterweeg liet. Deze Kerk is, bij gebrek van geld, zoo men zegt, onvolmaakt gebleven, na dat men +’er van het laatst van de 13de eeuw, tot 1722 van tijd tot tijd aan bezig geweest was. Het koor alleen is dan maar voltooid, +en daar naar te oordeelen, zou de geheele Kerk, indien zij naar evenredigheid was afgebouwd, een trotsch en prachtig gebouw +geweest zijn. Het gewelf is zeer verheven, en heeft een reusachtig aanzien; <a id="d0e10153"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10153">329</a>]</span>voor de omwenteling zag men hier verscheidene kostbaarheden, en onder anderen een zilveren zon of praalkas, die door acht +Priesters moest gedragen worden, en 600 mark zilver woog; men heeft ’er geld van geslagen. Het eene was hier verder naar het +andere, en de Aardsbisschop, wiens Paleis hier ook digt bij staat, had een jaarlijks inkomen van 120,000 livres daar of daar +omtrent. Toen wij ’er waren, was men bezig met de hoogmisse te zingen; het orgelmuzijk was zeer aangenaam, en de <i>vox humana</i> zoo natuurlijk, dat wij het onder elkander een poos oneens waren, of ’er menschen zongen dan of het alleen het orgel was. +De roode marmeren kolommen, die tot het groot altaar behooren, kwamen mij fraai en kostbaar voor. Men ziet ’er nog eenige +vrij goede schilderijen. Het schoone stuk van <span class="smallcaps">Sebastiaan del Piombo</span>, verbeeldende de opstanding van <span class="smallcaps">Lazarus</span>, dat uit deze Kerk in de gallerij van de Hertog van <i>Orleans</i> in het <i>Palais Royal</i> te <i>Parijs</i> is gekomen, is thans met een groot deel van die galerij in <i>Engeland</i>. + +</p> +<p>Wij deden een zeer goed maal in de herberg <i>la Dorade</i> op de kaai, aan de vaart staande; men schafte ’er onder anderen goede oesters en uitmuntenden zeevisch in soorten, waar ik +mij dan ook, moetende weldra de kusten van de <i>Middellandsche Zee</i> verlaten, nog eens te goed aan deed. De prijs was als naar gewoonte. Van den beroemden honig van <i>Narbonne</i>, heb ik niet gelikt. Hij is zeer geurig zegt men, omdat de bijen veel op de thijm, <a id="d0e10187"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10187">330</a>]</span>rozemarijn en andere geurige kruiden, die hier omstreeks groeijen, azen. De weinige handel van deze stad bestaat in dien honig, +in leder dat ’er gelooid wordt, en koren, dat uit het hooge <i>Languedoc</i> komt. Het getal der inwoners is, volgens de laatste telling, ruim 9000. Na den maaltijd vervolgden wij onzen weg, door een +woestenij, tusschen de rotsen door, en waar naauwelijks een kruidje groeide; de gezigten echter zijn hier en daar niet onaardig. +Verder op wordt de landstreek aangenamer en vruchtbaarder. Hier hadden wij ligt een ongeluk kunnen krijgen; de <i>postillon</i>, wat wild zijnde, had, terwijl de <i>Conducteur</i> op de <i>imperiale</i> sliep, alvorens een vrij steile hoogte afterijden, de wielen niet vastgemaakt, zoo als dit gebruikelijk is; maar reed ’er +zoo hard, als de paarden maar loopen konden, af. Nu was ’er aan den voet van deze hoogte, regt over den weg, die daar draaide, +een diepte, zoo dat wij, de paarden door de snelle vaart van den wagen denzelven niet kunnende houden, of den draai missende, +ligtelijk van boven neder hadden kunnen storten; doch alles liep gelukkig af. Van de plaatsjes, die wij doorkwamen, valt niets +bijzonders aanteteekenen; de wijngaarden, die wij hier en daar zagen, beloofden, zoo hier als elders, waar wij doorkwamen, +eenen ongemeenen voordeeligen oogst. De wijnen van <i>Languedoc</i>, over het algemeen zwaar en geestig zijnde, stookt men daar van veel brandewijn, bijzonder aan de kanten van <i>Montpellier</i> en <i>Nismes</i>. Dit jaar heeft zulks nog veel <a id="d0e10210"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10210">331</a>]</span>algemeener plaats om den rijken oogst, die men voorziet, en de geringe verzending over zee, door de ongunstige tijdsomstandigheden; +want anders krijgen wij en de <i>Engelschen</i> over <i>Bourdeaux</i> ook ons aandeel van die wijnen. Hier en daar heeft men aangename gezigten. + +</p> +<p>De zon begon den gezigteinder te naderen, toen wij te <i>Carcassone</i> kwamen. Eerst komt men door de oude stad, die men <i>la Cité</i> noemt, en die, zoo veel ik in ’t voorbijgaan zien kon, wel oud en onoogelijk is; men ziet ’er nog de overblijfsels van een +oud Kasteel, op eene hoogte gelegen. Ook staat hier de Hoofdkerk, waar in de opperste van die bloed- en roofgierige vervolgers +der <i>Albigensen</i>, <span class="smallcaps">Simon</span> Graaf <i>de Montfort</i> begraven is; hij stierf in 1218. Dit gedeelte van <i>Carcassone</i> meent men dat de plaats is, waar oudtijds het <i>Carcassum Tectosagum</i> bestond, dat een gemeenebest was onder de <i>Tectosaquense Volsques</i>, en welk gemeenebest met meêr andere landen hier omstreeks, onder de beheering der <i>Romeinen</i> geraakte. Van hier klimt men af tot aan de rivier de <i>Aude</i>, en komt vervolgens over eene fraaije steenen brug in de laage of nieuwe stad, die ruim en regelmatig gebouwd schijnt. Wij +reden, langs eene aangename en lommerrijke gemeene wandelplaats, tot aan een herberg buiten de stad staande, alwaar wij ons +nachtverblijf moesten houden; het zag ’er hier vrij wel uit. <i>Carcassonne</i> en <i>Narbonne</i> is 7½ post. Terwijl het nog schemerlicht was, ging ik de stad, waar van de poort over de herberg was, <a id="d0e10256"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10256">332</a>]</span>in, en zag in het midden van een vierkante plaats, rondom met boomen beplant, eene fraaije fontein, waarop het beeld van <span class="smallcaps">Neptunus</span> op zijn’ zeewagen. Deze stad zou mij, wat de ligging en het uiterlijk aanzien aanbelangt, wel bevallen; het schijnt ’er zeer +levendig en welvarende; welke bloei men aan de aanzienelijke laken-fabrieken, waar van niet alleen de ingezetenen, maar zelfs +vele hunner naburen leven, moet toeschrijven. <i>Carcassonne</i> is de hoofdplaats van het Departement de <i>l’Aude</i>, men begroot de bevolking van die stad op 10,400. De rivier, hier tamelijk breed, is niet minder aangenaam, dan voordeelig. +De wandelingen en gezigten, op de brug en aan de oevers zijn allerliefst. Met den Zondag avond zag ik daar veel menschen. +Het <i>Canal</i>, of de vaart van <i>Languedoc</i>, stroomt ook niet ver van <i>Carcassonne</i>, het geen insgelijks van belang is voor haar handel en fabrieken. + +</p> +<p>Den 3 dezer waren wij weder om 4 uren op reis, om ’s avonds te <i>Toulouse</i> te zijn. Over onze herberg waren wij wel te vreden, en betaalden den gewonen prijs. + +</p> +<p>Te <i>Castelnaudary</i>, 4½ post van <i>Carcassonne</i>, en waar men ook van paarden verwisselt, vertoefde de wagen een poosje, om ons tijd te geven tot ontbijten; intusschen ging +ik de kom (<i>le bassin</i>), van de vaart van <i>Languedoc</i>, die hier digt bij ligt, bezigtigen. Het is een vrij groot water<a id="d0e10295src" href="#d0e10295" class="noteref">7</a>, en dat bovenop een hoogte, <a id="d0e10298"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10298">333</a>]</span>want dit is het hoogste gedeelte van de vaart van <i>Languedoc</i> tusschen de twee zeeën; men heeft ’er daarom de verzamelplaats gemaakt van al het water, dat men rondom heeft kunnen opvangen, +en dat uit den grooten vijver (<i>reservoir</i>) van <i>St. Terriol</i>, ook hier omstreeks liggende, in deze kom, die men <i>le bassin de Naurouze</i> noemt, gebragt wordt; van waar het vervolgens door sluizen aan den eenen kant in de vaart, naar de <i>Garonne</i>, en vervolgens naar den <i>Oceäan</i>, en aan den anderen kant naar de <i>Middellandsche Zee</i> loopt; deze weg werd aangewezen door een bron, die op deze hoogte ontsprong, en waar van het water ook Oost en West liep. +Deze kom levert hier een aardig en gansch niet onaangenaam gezigt op; ik zag ’er verscheidene schuitjes inliggen, in den smaak +van onze trekschuiten, waar van men, in den tijd als de vaart open is, gebruik maakt, om naar de omliggende plaatsen te varen. +Het is wel der moeite waardig, om dit te regt beroemde waterwerk naauwkeurig optenemen, doch mijn reisbestek liet het niet +toe. + +</p> +<p><i>Castelnaudary</i> ziet ’er niet onbehagelijk uit, ik zag ’er eenige gnappe huizen; het was ’er korenmarkt, en daar door vrij drok en levendig. +Deze handel is de voornaamste der ingezetenen, en de vlaktens hier rondom leveren veel graan op; en dat is ’er in dat gedeelte +van <i>Languedoc</i>, dat wij tot nog toe doorgereisd hebben, wel noodig. Het getal der ingezetenen van <i>Castelnaudary</i> wordt op ruim 7800 gerekend. +<a id="d0e10331"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10331">334</a>]</span></p> +<p>Deze stad is in de geschiedenis vooral bekend door de slag die hier plaats had tusschen de krijgsbenden van <span class="smallcaps">Gaston</span>, Hertog van <span class="smallcaps">Orleans</span>, en die van den Koning; en waarin de Hertog <span class="smallcaps">Hendrik de Montmorenci</span> werd gekwetst en gevangen genomen. Dit viel voor in September 1632, en de ongelukkige <span class="smallcaps">Montmorenci</span> werd den 30 October daaraan volgende, beschuldigd zijnde van hoog verraad, te <i>Toulouse</i> onthoofd; hij was slechts 37 jaren oud. + +</p> +<p>Het vermaarde kostschool (<i>pensionnat</i>) <i>de Sorèse</i>, ligt hier ook niet ver daan; thans waren daar, naar men mij verhaalde, omtrent de 600 jonge lieden. + +</p> +<p>Te <i>Avignonet</i><a id="d0e10361src" href="#d0e10361" class="noteref">8</a>, een dorp of steedje waar wij doorkwamen, scheen het kermis te zijn; want wij zagen ’er verscheidene gnappe jonge lieden +van beide kunne onder zeilen, die daar gespannen waren, dansen, hoewel het nog voor den middag was. Dit plaatsje is ook, zoo +als de meesten hier omstreeks, in de bloedige geschiedenis der <i>Albigensen</i> bekend. Nu begint het land vlakker te worden, men ziet schier geen bergen en rotsen meêr; de weg was goed, de paarden moedig, +en naar het scheen wel gevoed, en de postillon een jonge en vlugge knaap; dit alles maakte dat wij tijdig te <i>Villefranche</i> kwamen, waar ik eenigzins met ongeduld het middagmaal te gemoet zag. Niet alleen de landstreek, maar <a id="d0e10373"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10373">335</a>]</span>zelfs de huizen, beginnen hier eene andere gedaante te krijgen; zij zijn van gebakken steenen gebouwd, en met pannen gedekt. +De gebakken steenen hebben hier een anderen vorm als bij ons, en gelijken naar langwerpige vierkante roode tegels. Onze herberg +zag ’er in ’t geheel niet prachtig uit; maar het was ’er nog al gnap, en het eten was in zijn soort ook vrij wel, volgens +algemeene getuigenis; want mij (doorgaans honger hebbende, als ik aan tafel kom) smaakt alles, wat maar eenigzins eetbaar +is, goed; en dit is vooral op reis een groot voorregt. Het plaatsje ziet ’er redelijk wel uit; en het is duidelijk, dat de +natuur hier milder is, dan in verscheidene streken, die wij in <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> zijn doorgekomen. De vaart van deze laatstgenoemde Provincie loopt ook niet ver van hier. Deze vaart is hier omstreeks, overal +aan de kanten, met <i>Italiaansche</i> populieren beplant, dat een vrolijk aanzien geeft; wij zagen dezelve al eenigen tijd op een’ zekeren afstand van den weg +aan onze linkerhand. Te <i>Bassiège</i>, een plaatsje, dat ’er ook vrij wel uitziet, moesten wij van paarden veranderen, en ik wandelde intusschen vooruit. Niet +ver van hier gaat men over eene brug over de vaart, houdende dezelve vervolgens tot <i>Toulouse</i> aan de regterhand. De landouw wordt hoe langer hoe vruchtbaarder, en alzoo aangenamer; de weg loopt altijd door een groene +vlakte, en de heuvels, ter zijde liggende, zijn tot op de toppen toe beplant of bezaaid. De voorname oogst, dien ik hier te +veld zag staan, behalve den wijn, was Turksche-tarw, hier <i>millocque</i> genaamd. <a id="d0e10393"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10393">336</a>]</span>Als de pluimen, die dienen om de plant te bevruchten, dit verricht hebben, en het zaad is gezet, worden zij afgesneden, om +daar door meerder voedsel aan de plant te laten, en alzoo den groei van het zaad te bevorderen<a id="d0e10395src" href="#d0e10395" class="noteref">9</a>. Men teelt overal in deze landstreek veel van dat graan, dat gedeeltelijk in het land zelve gebruikt, en gedeeltelijk naar +<i>Spanje</i> verzonden wordt. Een van onze reisgenooten die een landgoed in <i>Gasconje</i> had, en nog al een liefhebber van den landbouw scheen, zeide, dat men sedert eenige jaren meerder gemeenschap met de naburen +naar den kant van het Noorden hebbende, men ten opzigte van den landbouw nog al het een en ander van hun had geleerd; en dat +hij zelve onder anderen van een zijner vrienden, die eenigen tijd in <i>Bataafsch Braband</i> geweest was, had geleerd, om meêr voordeel van den grond te trekken, door geele wortelen onder het koren te zaaijen, enz. +en dit met goed gevolg sedert eenige jaren reeds had gedaan. + +</p> +<p>Het hout schijnt hier ook wel te willen groeijen. Men ziet ’er frissche boomen van allerlei soort, in plaats van die eentoonige +olijfboomen, waarvan het droevige gezigt mij reeds zoo lang heeft verveeld—waarlijk men had ook wel een vrolijker zinnebeeld +voor dien lieven vrede, waarvan wij het gemis reeds <a id="d0e10412"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10412">337</a>]</span>zoo lange betreuren, kunnen uitdenken, dan de olijftak, dunkt mij. Een, zoo het scheen goede en eenvoudige geestelijke, aan +wien ik deze aanmerking mededeelde, nam de partij van den olijftak met veel ijver, zeggende, dat zij een’ heiligen oorsprong +heeft, als zijnde door de duif aan <span class="smallcaps">Noäch</span> gebragt, ten teeken, dat het Opperwezen den vrede aan het aardrijk schonk. Tegen zulk soort van lieden valt niet veel te +bewijzen, dus liet ik het den man winnen, hoewel ik niet wel in mijn hoofd kan krijgen, dat de <i>Grieken</i> en <i>Romeinen</i>, die ook dit zinnebeeld kenden, daar aan door het verhaal van <span class="smallcaps">Moses</span>, in het boek genaamd <i>Genesis</i>, gekomen zijn. Men ziet hier omstreeks ook veel buitenplaatsjes en lusthuizen, die <i>Castels</i> genaamd worden. Het dorp <i>Castanet</i>, waar wij doorkwamen, en dat nog maar 1½ post van <i>Toulouse</i> ligt, ziet ’er ook bevallig en welvarende uit. De huizen zijn hier bijna overal geverwd, en schijnen wel onderhouden; de +menschen zien ’er gnap en goed gekleed uit; welk een onderscheid tusschen deze en de dorpen en steedjes van <i>Provence</i>, en hier en daar in het hooge <i>Languedockse</i>! (<i>le haut Languedoc</i>). De weg bij <i>Toulouse</i>, en naar de stad leidende, is zeer aangenaam; zijnde een lange regte laan, aan beide zijde met frissche boomen beplant; wij +kwamen langs de wandeling, die allerliefst is, door het dikke en frissche lommer. Ik verkwikte inderdaad op het zien van zoo +veel boomen. Het was ruim zes uren, toen wij aankwamen. Hoewel de postwagens over het algemeen, ons vrij wel waren bevallen, +deze was het inzonderheid <a id="d0e10450"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10450">338</a>]</span>hebbende aan alle posten doorgaans goede paarden; de Conducteur was ook zeer geschikt, en had veel zorg en oplettendheid voor +de reizigers. Wij namen hier onze intrek in <i>au grand Soleil</i>, bij <i>Madame</i> <span class="smallcaps">d’Aumont</span>. + +</p> +<p>Den 4 dezer. <i>Toulouse</i> valt mij zeer in de hand; hoewel in ’t geheel niet geregeld gebouwd, zijn de straten echter nog al redelijk breed, en men +vindt ’er vele fraaije huizen, genoegzaam allen van gebakken steenen. Het kwam ’er mij dan ook over het algemeen zoo doodsch +en stil niet voor, als men mij verteld had; hoewel men elkanderen in de straten niet verdringt, zoo als te <i>Parijs</i>. Koetsen of cabriolets ziet men ’er ook niet veel; maar de draagstoelen zijn nog veel in gebruik. Bij den Schouwburg zag +ik ’er verrscheidene staan, men huurt ze voor een matigen prijs. Voor de omwenteling haperde het hier niet aan Kerken en Kloosters, +geen wonder, het bijgeloof en de vervolgzucht had zijn’ verschrikkelijken zetel in deze stad gevestigd; gij begrijpt, dat +ik de afgrijsselijke zoogenaamde regtbank van gewetens-onderzoek (<i>tribunal d’inquisition</i>), die hier in het begin van de 13<sup>e</sup> eeuw werd opgerigt, bedoel. De wreedaardige dweeper of huichelaar <span class="smallcaps">Dominicus</span>, die sommige nog heden den Heiligen noemen, was aan het hoofd van dezelve en zijne navolgers bekleeden nog in onze dagen +die plaats in <i>Spanje</i> en <i>Portugal</i>; hoewel zij, den Hemel zij gedankt, zeer veel van hunne magt verloren hebben. De ongelukkige <i>Albigensen</i>, waarvan ik reeds dikwerf melding maakte, zich niet aan het Pausdom <a id="d0e10487"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10487">339</a>]</span>willende onderwerpen, gaven aanleiding tot dit hof van gewetensdwang, of liever dienden ten voorwendsel, om vrij te kunnen +rooven en moorden; want immers wisten vele Priesters altijd hun belang met dat van de Godheid, die zij zelf gevormd hadden, +zoo kunstig te verbinden, dat het scheen als of zij voor niets anders dan voor de zaak van God ijverden, terwijl zij in der +daad niets anders dan hun personeel belang beoogden. Die aller afschuwelijkste Treurtooneelen, waarmede de geschiedenis der +<i>Albigensen</i> vervuld is, zijn dan ook inzonderheid, hier en te <i>Alby</i>, eene naburige stad, en de Hoofdplaats van het landschap, waar na de <i>Albigensen</i> genaamd zijn, voorgevallen. + +</p> +<p>De Hoofdkerk, dat een groot, en in zijn soort prachtig, gebouw is, verdient wel gezien te worden. Het groote altaar pronkt +met fraaije Corinthische kolommen van <i>Languedoc’s</i> marmer, en is naar de teekening van den bekwamen Beeldhouwer <span class="smallcaps">Gervais Drouet</span> gemaakt. In deze Kerk toont men den predikstoel, waar op men wil dat de Heilige <span class="smallcaps">Bernardus</span> en Heilige <span class="smallcaps">Dominicus</span> gepredikt hebben. Waarom stelt men ’er geen, waarop de broederliefde en verdraagzaamheid gepredikt wordt, in de plaats? In +den toren van deze Kerk hing een klok die 50,000 ponden woog. Het Aardsbisschoppelijke paleis staat bij die Kerk, en schijnt +een aanzienlijk gebouw; thans woont ’er de Prefect in; want <i>Toulouse</i> is de hoofdplaats van het Departement <i>de la haute Garonne</i>. + +</p> +<p>Het Stadhuis op de plaats staande, die men voorheen <a id="d0e10520"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10520">340</a>]</span><i>Parijs</i> naäpende, <i>la Place Royale</i> noemde; hoewel ’er nimmer een Koninklijk standbeeld of iets diergelijks, voor zoo ver men weet, gestaan heeft, beantwoordt +niet aan den grooten ophef, dien men ’er van maakt; voor de omwenteling, werd het <i>le Capitole</i><a id="d0e10529src" href="#d0e10529" class="noteref">10</a>, in navolging van de <i>Romeinen</i>, genaamd. Want die van <i>Toulouse</i>, aan <i>Gascogne</i> grenzende, en zoo, als algemeen bekend is, even als de bewoners van die landstreek, veel van vergrooten houdende, willen, +dat dit gebouw door keizer <span class="smallcaps">Galba</span> gesticht is, na dat deze stad bondgenoote van <i>Rome</i> verklaard was, schoon de bewijzen hun schijnen te ontbreken. De leden van het Stadsbestuur werden dan ook <i>Capitouls</i> geheeten. Ik had aangeteekend, dat hier drie groote schilderijen van den vermaarden schilder <span class="smallcaps">Antoine Rivals</span>, in een zaal die men <i>la Salle du grand Consistoire</i> plagt te noemen, te zien waren; en vroeg na die zaal; men wees mij dezelve, ik zag overal rond, maar bespeurde niets, dat +naar schilderstukken geleek; de muren waren met breede driekleurige streepen geverwd, en dit was al wat ’er te zien was, in +eenige andere kamers, die ik nog doorliep, was ook niets bijzonders te zien; eindelijk vroeg ik andermaal aan den zelfden +man, die mij de zaal aangewezen had, en eene soort van kamerbewaarder, of diergelijken scheen te zijn, waar dan toch de stukken +van <span class="smallcaps">Rivals</span> te zien waren, en hij antwoordde in de zaal <i>du grand Consistoire</i>. In der daad zij waren ’er nog; <a id="d0e10562"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10562">341</a>]</span>doch, helaas! het schilderwerk was niet meer zigtbaar; eenige woeste ijveraars hadden ’er, in het begin van den omwenteling, +den kwast opgezet, omdat zij de geboorte, de krooning, en het huwelijk van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. verbeelden, en dit had ik, om dat zij met eenige anderen genoegzaam den ganschen muur besloegen voor een driekleurig +geverwden muur of behangsel aangezien. Verder zag ik hier niets dat der moeite waardig is om te beschrijven. De Schouwburgzaal +was voorheen in een van de vleugels van het zoogenaamde Kapitool; thans speelden ’er <i>Marionetten</i> in, en de Schouwburg is in een ander gebouw, dat hier digt bij staat. De gevel van dit Stadhuis, die omtrent de helft van +de vorige eeuw gebouwd is, beslaat den eenen kant van de plaats voorheen <i>Royal</i>. Wie erinnert zich niet bij het zien van dit Stadhuis den regterlijken moord van den ongelukkigen <span class="smallcaps">Calas</span>. De Graaf van <span class="smallcaps">Montmorenci</span>, van wien ik hier voor gesproken heb op de plaats van dit Stadhuis, met gesloten deuren onthoofd zijnde, heeft men hier nog +lange jaren daar na roode vlakken op den muur aangewezen, die men zeide van het gespatte bloed van dit slagtoffer van Koninklijke +of liever Priesterlijke<a id="d0e10579src" href="#d0e10579" class="noteref">11</a> wraak te zijn; sedert een geruimen tijd ziet men die vlakken niet meer.—Maar ik scheide van al die akelige <a id="d0e10591"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10591">342</a>]</span>dingen af, breng dezen op de post, en ga naar buiten wandelen. + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9951" href="#d0e9951src" class="noteref">1</a></span> Zij worden de sluizen van <i>Fonceranne</i>, (<i>les ecluses de Fonceranne</i>) genaamd, liggen tegen de helling van een hoogte, en zijn 8 in getal. Verder op is ’er onder door een’ berg, ter lengte van +720 voeten, doorgegraven; deze onderaardsche waterleiding noemt men <i>la voute de Malpas</i>; <a id="d0e9962"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9962">157n</a>]</span>een gedeelte van dat gewelf is gemetseld, om het invallen te beletten. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10065" href="#d0e10065src" class="noteref">2</a></span> Zij werd ook <i>Decumanorum Colonia</i>, naar een volk onder de <i>Gaulen</i>, die men <i>Decumani</i> noemde, geheten. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10089" href="#d0e10089src" class="noteref">3</a></span> Deze vaart meent men, dat reeds door de <i>Romeinen</i> gegraven is, alzoo <span class="smallcaps">Plinius</span>, onder anderen, ’er gewag van maakt, onder den naam van <i>Rubrensis</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10104" href="#d0e10104src" class="noteref">4</a></span> Van de kusten van <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> wijkt de zee, en onze stranden zwelgt zij al langzamerhand in. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10113" href="#d0e10113src" class="noteref">5</a></span> Ik zal ’er u een gezigtje van doen toekomen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10118" href="#d0e10118src" class="noteref">6</a></span> De meer aardige dan nuttige reizigers <span class="smallcaps">Bachaumont</span> en <span class="smallcaps">la Chapelle</span>, zeggen van <i>Narbonne</i>: + +</p> +<p class="line" style=""><span>Digne objet de notre couroux, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Vielle ville toute de fange, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Qui n’est que ruisseaux et qu’égouts. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Pourrois-tu pretendre de nous, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Le moindre vers à ta louange?</span></p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10295" href="#d0e10295src" class="noteref">7</a></span> Deze kom is 1200 voeten lang, en 900 breed. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10361" href="#d0e10361src" class="noteref">8</a></span> Dit is het eerste plaatsje van het Departement <i>de la haute Garonne</i> aan dien kant. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10395" href="#d0e10395src" class="noteref">9</a></span> Met die afgesneden pluimen of <i>Masculi Flores</i>, zoo als ze door de Botanisten genoemd worden, met een goed deel van de steng afgesneden zijnde, wordt het vee gevoederd. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10529" href="#d0e10529src" class="noteref">10</a></span> Het Kapitool. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10579" href="#d0e10579src" class="noteref">11</a></span> Namelijk van den Kardinaal <span class="smallcaps">de Richelieu</span>, die een bijna onbepaald vermogen op <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIII. had, en tegen wien de opstand, waar onder <span class="smallcaps">Montmorenci</span> zich bevond, bijzonder gerigt was. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e10593" class="div1"> +<h2>Zeventiende Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Toulouse, 5 Augustus.</i> + +</p> +<p>Ons verblijf zal hier korter zijn, dan ik mij had voorgesteld, om dat wij genoegzaam al het merkwaardige reeds gezien hebben, +en onze voorgenome reis door een gedeelte van de <i>Pyreneën</i> niet veel langer moeten uitstellen, want het wordt in die bergachtige landstreek dikwijls al vroeg onaangenaam weder. Voor +mijn vertrek wil ik dezen echter nog aan u afzenden. + +</p> +<p>Gisteren, na dat ik een kwartiertje buiten de stad de vaart van <i>Languedoc</i> had wezen zien, ter plaatse, waar zij in de <i>Garonne</i> uitkomt<a id="d0e10613src" href="#d0e10613" class="noteref">1</a>, ging ik naar <a id="d0e10624"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10624">343</a>]</span>Schouwburg, die ’er inwendig nog al redelijk uitziet. Men gaf ’er een groot Treurspel van <i>Racine</i> of <i>Corneille</i>, en hier hadden vertooners den regten slag niet van; ik ging ’er dan al schielijk uit, en kwam niet weder, voor dat men aan +het Nastukje begon, omdat het hier t’huis hoort, zoo als de titel ook aanduidt, zijnde genaamd <i>Molière à Toulouse</i>; het beteekent juist niet veel, doch werd redelijk wel gespeeld. Men betaalt 17 <i>sols</i> in het <i>parterre</i>, doch men moet ’er blijven staan. + +</p> +<p>Heden morgen ging ik weder zeer vroegtijdig uit, om geen’ tijd te verliezen. De kaai langs de <i>Garonne</i>, dunkt mij, het aangenaamste gedeelte van de stad, men ziet in die rivier eenige kleine watervallen door het water, dat over +steenen dammen loopt, veroorzaakt; de stroom is zeer sterk. Over dezelve ligt een zeer fraaije steenen brug, rustende op zeven +bogen; zij is 72 voeten breed, en ruim 800 voeten lang<a id="d0e10646src" href="#d0e10646" class="noteref">2</a>. Men gaat over dezelve van de stad naar de voorstad van <i>St. Cyprien</i>. Aan het eind van deze brug, als men uit de stad komt, staat een fraaije poort of zegeboog; op denzelven leest men behalve +een Latijnsch vers, als een ander staaltje van de pogcherij der <i>Toulousers</i>: ”<i>het is hier het achtste wonder der wereld.</i>” <i>Septem orbis miracula discant hic mirandum octavum.</i> Buiten deze <a id="d0e10667"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10667">344</a>]</span>poort komende, heeft men aan de linkerhand een beplante wandeling, langs de rivier en aan de regter het Hospitaal van <i>St. Jakob</i>, dat men mij ook als waardig, om bezigtigd te worden had opgegeven; doch ik zag ’er niets anders aan, dan een groot Gasthuis. +Regt uitgaande door de voorstad van <i>St. Cypriaan</i>, komt men aan een fraai ijzeren hek, dat men de poort van <i>St. Cyprien</i> noemt. Op twee steenen pijlaren van dat hek, ziet men twee fraaije zittende vrouwen beelden. Voor deze poort heeft men eene +fraaije plaats beginnen te bouwen, met regelmatige gebouwen rondom; doch zij is ook slechts begonnen, en dit is al verscheidene +jaren geleden; buiten deze poort heeft men aan beide zijden fraaije wandelingen, met verscheidene rijen boomen beplant, gelijk +ook de weg regt uit beplant is. De boomen die men hier ziet zijn meest ijpen; doch zij zien ’er vrij wat beter uit dan die +van <i>Montpellier</i>. De korenmolens, die door het water van de <i>Garonne</i> gaan, zijn wel bezienswaardig, zoo om derzelver grootte als om de werking. In die van de <i>Bazacle</i> worden 16 molensteenen bewogen; doch men moet geen zwarten rok aantrekken, als men hier gaat kijken. Het eiland <i>Tounis</i>, waarbij deze molen staat, wordt meest door verwers van wolle en andere stoffen bewoond. + +</p> +<p>Verder de stad ingaande, viel mijn oog op de ongewone bouworde van een groot huis; in den gevel zijn verscheidene pilasters, +en de kapiteelen zijn zamengesteld uit eenige arenden; ook ziet men diergelijke vogels en andere gedaanten in de lijst; boven +<a id="d0e10692"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10692">345</a>]</span>een deur ziet men de beelden van <span class="smallcaps">Apollo</span> en <span class="smallcaps">Mercurius</span>, die een wapenschild houden, en boven een andere, daar naast een paar andere beelden. doch die ik niet herkende. Dit huis +scheen mij ondertusschen nog niet zeer oud te zijn, en had, naar ik vernam, behoord aan een President enz. <span class="smallcaps">Again</span> genaamd; het staat schuins over het huis, behoord hebbende aan de <i>Malthéser</i> Ridders. In dezelfde straat, wat verder, is een geschutgieterij. + +</p> +<p>De Kerk van <i>St. Sernin</i>, of eigenlijk <i>St. Saturnin</i>, een zeer oud Gottisch gebouw, is groot, maar inwendig zeer duister, en gelijkt eerder naar een gevangenis of grafspelonk, +dan naar een tempel voor den Godsdienst geschikt; nu de geloovigen van <i>Toulouse</i> plagten ook roem te dragen op het bezit van 26 ligchamen van Heiligen, die in deze Kerk in kostbare kisten bewaard werden, +en waar onder niet minder dan zeven Apostelen.—Welk een knekelhuis!—Dit gebouw pronkt met eenen hoogen spitsen toren, naar +het mij voorkwam op eene buitengewone wijze gebouwd. Zoo akelig en onbevallig ik deze Kerk vond, zoo fraai en wel verlicht +vond ik die, welke voorheen aan de <i>Carthuizers</i> behoorde, en thans voor een parochie dient, zijnde onlangs netjes opgemaakt. Het altaar, vooral dat midden in de Kerk onder +een soort van lantaarn staat, is van marmer, fraai en met smaak gewerkt; vooral twee Engelen van wit marmer en van gewone +menschelijke grootte, kroonende met gestrengeld loof een <i>Urne</i>. De houding van die Engelen is zeer bevallig. Volgens de aanteekening, die ik <a id="d0e10723"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10723">346</a>]</span>’er op vond, is dit fraaije stuk werk door de gebroeders <span class="smallcaps">Lukas</span> van <i>Rome</i> in 1785 gemaakt. + +</p> +<p>Na den middag gingen wij het Stads Museum, in het voormalig Klooster der <i>Augustijnen</i>, bezigtigen. In het pand van het Klooster ziet men eenige overblijfsels van graftombes, beeldhouwerk enz. uit de Kerken na +de omwenteling te zamen geraapt. De Kloosterkerk is in eene fraaije zaal of galerij veranderd, zoo dat men niet zou zeggen, +dat het een Kerk geweest was; rondom hangen verscheidene schilderijen, die zoo als gij denken kunt, niet veel bewondering +baren, als men, gelijk als ik, zoo menigmalen de galerij van <i>Parijs</i> gezien heeft; daar waren ’er sommige bij van nog in leven zijnde meesters. Eenige jongelieden waren hier bezig met kopieeren. +In het midden van deze zaal staat een lange tafel, waarop men eenige kleine <i>antike</i> beeldjes van metaal, enz. ziet, en aan het eind heeft men eene fraaije <i>colonade</i> of <i>portique</i> gemaakt van marmeren kolommen, die, naar mij de oppasser vertelde, uit Kloosters of Kerken afkomstig zijn. Achter deze <i>portique</i>, waar men met eenige trappen naar toe klimt, ziet men het bekende kunststuk van <span class="smallcaps">Antoine Rivals</span>, verbeeldende de stichting van de stad <i>Ancire</i> in <i>Galatie</i>, door de <i>Tectosages</i>, van <i>Toulouse</i> vertrokken zijnde. Dit stuk is met zeer waarheid geschilderd. Men zegt zelfs dat het voorheen aan het eind van eene zaal +op het Stadhuis hangende, dikwijls door lieden die aan het andere eind stonden, voor een wezenlijk gebouw werd aangezien. +Hier is die begoocheling zoo sterk niet, doch <a id="d0e10766"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10766">347</a>]</span>ik zag het met veel genoegen. Het heeft voor opschrift: ”<i>Tectosages Anciram condebant.</i>” Onder eenige borstbeelden ziet men hier ook dat van <span class="smallcaps">Rivals</span> zelven: hij werd alhier in 1735 geboren. + +</p> +<p>’s Avonds ging ik de aangename wandelingen buiten de poort, waar wij ingekomen waren, en anderen hier omstreeks, nog eens +doorkruisen. Bij de vaart zag ik een scheepstimmerwerf waar men zelfs kleine zeescheepjes bouwde. De wandelingen inzonderheid +moeten, dunkt mij, veel bijdragen tot veraangenaming van deze stad, en in dat opzigt verdient zij zeker de voorkeur boven +<i>Montpellier</i>, <i>Nismes</i> en <i>Marseille</i>. + +</p> +<p><i>Toulouse</i>, of liever het oude <i>Tolosa</i>, dat omtrent een uurtje van het tegenwoordige <i>Toulouse</i> af schijnt gestaan te hebben, blijkens onder anderen de geringe overblijfsels van een Amphithéater dat men daar vindt, wil +men, dat gebouwd is door de <i>Tectosagers</i>, een volk, waarvan ik hier voor reeds sprak, en dat ruim 600 jaren voor <span class="smallcaps">Christus</span> geboorte, ten getale van 300,000 hun land verlieten, om zich hier te komen nederzetten. Daar na geraakten zij onder de <i>Romeinen</i> of werden hunne bondgenooten. Vervolgens hebben de <i>Visi-Gothen</i> ’er zich meester van gemaakt; zij zijn door Koningen, door Graven, en wederom door Koningen geregeerd geworden. Ondertusschen +lieten zij zich altijd nog al wat voorstaan op hunne oude vrijheid en onafhankelijkheid, en behielden, zoo als ik reeds gezegd +heb, eenige oude benamingen, zoo als <i>Capitouls</i>, <a id="d0e10810"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10810">348</a>]</span>rechter <i>mage</i> (<i>juge mage</i>) enz., doch het was ook niet anders dan den naam. + +</p> +<p>Het Parlement van <i>Toulouse</i>, dat van het midden der 13<sup>e</sup> eeuw, tot aan de omwenteling bestaan heeft, volgde in rang op dat van <i>Parijs</i>, en was dus het tweede van <i>Frankrijk</i>. + +</p> +<p>Onder de Akademiën van <i>Toulouse</i>, was ’er een bekend onder den naam van <i>Académie des Jeux Floraux</i>, in het begin van de 14<sup>e</sup> eeuw gesticht door zeven <i>Troubadours</i><a id="d0e10845src" href="#d0e10845" class="noteref">3</a>, en daar na, in dezelfde eeuw, gevestigd door <span class="smallcaps">Clemence Isaure</span>, eene vrouw van geest en fraaij vernuft. Deze Akademie bleef genoegzaam in haren oorspronkelijken staat voortduren tot in +het laatst van de 17<sup>e</sup> eeuw, toen men ’er eene Koninklijke Akademie van gemaakt heeft, met behoud, echter van haar eersten naam. Deze <i>Troubadours</i> en <i>jeux floraux</i> (bloemen spelen) schijnen, volgens het geen ik ’er van gelezen en gehoord heb, veel overeenkomst gehad te hebben met onze +oude Redenrijkers en hunne handelingen. Zij gaven ook Dichtstukken op, en beloofden prijzen, zoo als goudsbloemen, lelien, +en andere bloemen van goud of zilver. De leden van het Genootschap genaamd <i>Jeux Floraux</i>, werden <i>Bacheliers en la gaie science et dans le gai savoir</i>, medegenooten in de <a id="d0e10889"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10889">349</a>]</span>vrolijke wetenschap en lustige kennis, genaamd. Deze <i>Troubadours</i> waren ook somtijds zeer vrij in hunne versen, en durfden de Vorsten en Geestelijken wel eens ter deeg hekelen. De letterkunde +werd hier dan ook altijd, hoe zeer ’er het bijgeloof den baas speelde, nog al beoefend, en <i>Toulouse</i> heeft verscheidene mannen van naam opgeleverd, onder andere <span class="smallcaps">du Ferrier</span>, die Ambassadeur zijnde, zich durfde verzetten tegen het voorgevallene in het <i>Concilie</i> van <i>Trente</i>, en het verstandig ontwerp gemaakt heeft, om <i>Frankrijk</i> van den stoel van <i>Rome</i> los te maken, en in navolging van <i>Engeland</i>, de <i>Gallicaansche</i> Kerk onafhankelijk te maken van de Pausen. <span class="smallcaps">Cailhava</span>, lid van het <i>Institut National</i> van <i>Frankrijk</i>, bekend door verscheidene Toneelstukken, vooral door zijn werk genaamd <i>de l’Art de la Comedie</i>, en zijne <i>Etudes sur Molière</i>, werd ook te <i>Toulose</i> geboren. + +</p> +<p>De voorname handel van deze stad bestaat in Spaansche wolle en koren, ook worden, bijzonder als de vaart van <i>Languedoc</i> gesloten is, de goederen die men de <i>Garonne</i> af vervoert, hier per as aangebragt. Onder de menigte voerlieden, zag ik ’er hier dan ook verscheidene uit het land van <i>Béarn</i>, aan de <i>Spaansche</i> grenzen, welke een soort van mutsjes op hebben, bijna in den smaak als vele boertjes van <i>Teniers</i>. Sommigen waren bruin, andere wit met rooden kwast, die ’er boven plat op ligt. Deze mutsjes die men <i>Berettes</i> noemt, zijn van wol gebreid en gevuld; zij zijn zoo ondiep, dat het menschen, die ’er niet aan gewoon zijn, moeijelijk <a id="d0e10956"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10956">350</a>]</span>zou vallen, dunkt mij, on ze op het hoofd te houden. Behalve de verwerijen zijn hier ook fabrieken van wollen stoffen; ik +zag ’er onder anderen een gemeen soort van laken dat zeer smal is. Hier, en in het gehele <i>Languedocsche</i> meet men stoffen, linten, enz. niet met de el, maar met eene maat die men <i>la cane</i> noemt, en die verdeeld wordt in 8 <i>pans</i>; 5 zulke <i>pans</i> maken eene <i>Fransche</i> elle. In <i>Provence</i> meet men ook met <i>pans</i>. De bevolking van <i>Toulouse</i> is ruim 52,600; de menschen zien ’er over het algemeen gezond en wel uit; levensmiddelen van allerlei soort ontbreken ’er +niet, en zijn tot een matigen prijs te bekomen; hoenderen en allerlei soort van gevogelte vooral. Wij waren over onze herberg +wel te vreden. + +</p> +<p>Men verzekerde mij, dat het bijgeloof hier sedert de omwenteling aanmerkelijk verminderd was. De inwoners van deze stad, altijd +zoo zeer gesteld zijnde op hunne vrijheid en onafhankelijkheid, waren dan over het algemeen ook ijverige voorstanders van +de grondbeginselen der omwenteling. + +</p> +<p>Ik heb u nog vergeten te vertellen, dat hierin het Klooster der <i>Cordeliers</i> een grafkelder plagt te zijn, die, zoo als men het volk wijs maakte, de bijzondere eigenschap had, om de lijken, die men +’er in legde, te verdroogen; doch het is thans algemeen bekend, dat het niet anders dan een kunstje van de Monniken was. Deze +kelder gaf aanleiding tot eene weddingschap tusschen twee jonge lieden; een van hun moest juist op het uur van middernacht, +(want dat is overal de tijd, dat de spoken <a id="d0e10989"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10989">351</a>]</span>en geesten verschijnen, zoo als het middaguur overal bij de boeren de schafklok is) alleen in dezen kelder vol verdroogde +lijken en geraamtens gaan, en om wel verzekerd te zijn, dat hij tot het einde toe geweest was, aldaar op een bepaalde plaats +een spijker in den muur slaan. Onze held begeeft zich, van een dievenlantaarntje, een hamer, een spijker, en de noodige sleutels +voorzien, naar dien akeligen kelder, zich zoo als het dikwijls gaat, kloeker houdende, dan hij in der daad was; maar wie wil, +jong zijnde, ook den naam hebben van bang, en vooral bang voor dooden te zijn. Het moest ’er dan mede door. Hij treedt ten +kelder in, opent de deur van de grafspelonk, en plaatst den spijker. Ondertusschen staat de andere wedder, met een menigte +nieuwsgierigen, een geruime wijl in het Klooster te wachten; en hij komt niet terug. Men begint ongerust te worden, en besluit, +om te gaan zien, waar hij blijven mag.—De ongelukkige jongeling was dood, en dat waarschijnlijk door angst; want hij had, +een lang en wijd kleed aan hebbende, ’er denkelijk door de vrees, niet ter deeg toeziende, een slip van zijn kleed aan den +muur vast gespijkerd; hier door voelt hij zich, heen willende gaan, terug gehouden; en de beangstheid, die misschien reeds +tot eene aanmerkelijke hoogte was gestegen, neemt hier door zoodanig toe, dat hij ’er onder bezwijkt<a id="d0e10991src" href="#d0e10991" class="noteref">4</a>. Genoegzaam alle menschen hebben, en <a id="d0e10994"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10994">352</a>]</span>ik geloof zelfs buiten en behalve vooroordeelen van eene verkeerde opvoeding, een’ huiverigen afkeer van de dooden; dit schijnt +eenigzins in de natuur te liggen, en men wordt hetzelfde gewaar in sommige dieren, vooral in de paarden. Men handelt dan altijd +onvoorzigtig, van dezen afkeer met geweld te willen trotseren, en sterker te willen wezen, dan wij in der daad zijn. Bij deze +gelegenheid erinner ik mij een geval van dien aard, dat aan iemand van mijn nabestaanden gebeurd is. Hij bevond zich, nog +zeer jong zijnde, te <i>Groningen</i> bij bloedverwanten, die in een groot huis woonden, waar het, zoo men wilde, spookte; een lange gang scheidde de kamer, waar +men gewoonlijk zat, van de keuken. Op zekeren avond, dat deze aankomende jongeling uit die kamer, door den gang, in het donker +naar de dienstboden in de keuken wilde gaan, wordt hij op eenmaal bij een been vast gehouden, zoo dat hij vallende zeer verschrikte, +vooral dewijl het huis een’ kwaden naam had. Daar hij van angst schreeuwde, komt men op het gerucht toelopen, en vindt dat +hem het ijzer- of koperdraad van de bel, om een van zijne beenen was gekronkeld. Men had juist gebeld, de draad die door de +gang liep was gebroken, en hier mede was de spookhistorie verklaard, en liep zonder eenige onaangename gevolgen af. + +</p> +<p>Morgen ochtend om 3 uren vertrek ik van hier met den postwagen, die van <i>Toulouse</i> naar <i>Bayonne</i> rijd tot <i>Tarbes</i>. + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10613" href="#d0e10613src" class="noteref">1</a></span> <span class="smallcaps">Riquet</span> begon deeze vaart in 1666, en zij werd in 1680 voltooid. In ’t geheel zijn ’er 60 sluizen, te weten 45 naar den kant van +de <i>Middellandsche Zee</i>, en 15 na den kant van den <i>Oceäan</i>. Het gansche werk heeft 13 millioenen gekost, waarvan door den Koning ruim de eene helft, en door de Provincie de rest betaald +werd. Men zegt, dat de sluizen ’s jaarlijks omtrent één millioen opbrengen, na aftrek van alle onkosten. Thans, daar deze +vaart droog was, dat alle jaren in dit jaargetij gedurende eenigen tijd plaats heeft, werd zij verbreed en uitgegraven. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10646" href="#d0e10646src" class="noteref">2</a></span> Deze brug is naar het bestek van den bouwmeester <span class="smallcaps">Souffron</span> gemaakt, de hoeken zijn van gehouwen, en de rest van gebakken steenen. De zegenboog is naar de teekening van <span class="smallcaps">Francois Mansard</span> gebouwd. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10845" href="#d0e10845src" class="noteref">3</a></span> <i>Trobadors de Tolosa</i>. <i>Troubadours</i> zijn Dichters van de 12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup> eeuwen, in <i>Provence</i>, <i>Languedoc</i> en andere Provincien van <i>Frankrijk</i> ten zuiden van de rivier de <i>Loire</i> gelegen, t’huis behoorende. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10991" href="#d0e10991src" class="noteref">4</a></span> Dit voorval had plaats in het begin van de vorige eeuw. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e11010" class="div1"> +<h2>Achttiende Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Bagnères, 9 September.</i> + +</p> +<p>Gisteren ben ik hier aan den voet van die keten hooge bergen, die de grensscheiding van <i>Frankrijk</i> en <i>Spanje</i> maken, aangekomen. Den 6 dezer reed ik, terwijl het nog duister was, uit <i>Toulouse</i>. De poort van <i>St. Cyprien</i> uitgereden zijnde, zagen wij een half uur buiten de stad, aan de linkerhand van den weg, de bron <i>la Fontaine de Perpan</i> genaamd, welke, naar men zegt, een zeer heilzaam mineraal water geeft; ik vond ’er echter geen anderen smaak aan dan aan +gewoon water. Aan de fontein is ook niets bijzonders te zien, zij is als een vierkant koepeltje gemaakt, en uit drie ruw gebeeldhouwde +koppen loopt het water; men had mij dit nog al als iets bezienswaardig opgegeven. De ligging onder eenige vrij hooge Italiaansche +populieren, is nog al schilderachtig. De weg is zeer goed, aan beide zijden aangenaam beplant, en rondom ziet men eene vruchtbare +vlakte. Wij ontmoetten verscheidene spannen met ossen, zoo als ik ’er <i>Toulouse</i> ook al gezien had; zij zijn aan elkanderen gekoppeld door middel van een hout, dat dwars tegen de horens met riemen vastgemaakt +wordt; midden in hetzelve is een gat, waar door de disselboom, tusschen de <a id="d0e11037"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11037">354</a>]</span>twee beesten inkomende, doorgestoken, en met een pen vastgemaakt wordt; hier in bestaat al het tuig van dit gespan: want een +toom of lijsten hebben zij ook niet, in plaats van dat, heeft de voerman een langen regten stok, waarmede hij hen bestuurt, +dezelve tusschen de horens inleggende, en daar bij somtijds eenige woorden voegende; deze voerlieden hebben lederen schootsvellen +voor, zoo als bij ons de schoenmakers. + +</p> +<p>De <i>Garonne</i> over zijnde, is men in het voormalig <i>Gascogne</i>, en de landen tusschen deze rivier, den <i>Oceaan</i> en de <i>Pyreneën</i> gelegen, werden gemeenelijk onder de benaming van <i>Gascogne</i> begrepen. Bij het dorpje <i>Lequevin</i>, waar de weg over een hoogte loopt, heeft men een aangenaam gezigt over de schoone en vruchtbare vlakte. Aan de regterhand, +op een zekeren afstand van den weg, ziet men een bosch, dat zeer uitgestrekt schijnt te zijn, doch ’er waren geen zwaare boomen +in, en diende, naar ik vernam, genoegzaam alleen voor brandhout. Men noemt dit het bosch van <i>Boecol</i>. De weg is hier zeer ongelijk, en men is den eenen heuvel pas af, of men moet den anderen weder opklimmen. De grond schijnt +hier ook zoo goed niet als digter bij <i>Toulouse</i>, en Turksche tarw was het voornaarmste dat ik ’er zag; hier en daar staat ook gierst, dat men <i>petit millet</i> noemt. De grond wordt hier veel met mergel<a id="d0e11068src" href="#d0e11068" class="noteref">1</a> gemest; zulk eene bemesting voedt <a id="d0e11082"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11082">355</a>]</span>den akker voor verscheidene jaren. Op sommige akkers zag ik nog eene andere soort van <i>maïs</i> of Turksche tarw, die weinig graan geeft, en alleen geteeld wordt, om ’er bezems van te maken; zij groeit hooger, en is ranker +dan de andere, daar bij zijn de pluimen, die om te veegen dienen moeten, veel langer, en vrij stevig; diergelijke bezems, +netjes gebonden, worden in gansch <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> bijna gebruikt, ik zag ze zelfs al te <i>Lyon</i>; dit is dan nog al een tak van handel, en indien het niet zoo afgelegen was, zou ik onze <i>Hollandsche</i> vrouwtjes wel durven aanraden, om ’er een goeden voorraad van op te doen. Nu rijdt men een brug over eene beek, door een +dal stroomende, over; en hier zag ik iets, dat ik in langen niet gezien had, frissche groene weilanden, waarin een menigte +rundvee en paarden graasden. 3½ post van <i>Toulouse</i> ziet men een onaanzienelijk steedje, <i>l’Isle de Jourdain</i> genaamd. Voorheen lag het in zijne wallen, <a id="d0e11105"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11105">356</a>]</span>en had een Kasteel, doch deze zijn al sedert vele jaren afgebroken. De inwoners, eenige jaren geleden, oneenig zijnde met +eenige krijgslieden en burgers van <i>Toulouse</i>, had zulks hier verregaande dadelijkheden ten gevolgen. Overal waar maar huizen staan, ziet men eene menigte gansen, waarvan +dit land ongemeen voorzien schijnt. Nu en dan treft men ook nog wijngaarden aan, maar geen olijf- of moerbezienboomen meêr. +Twee posten verder dan het laatstgenoemde plaatsje, namen wij het middagmaal, in een steedje <i>Gimont</i> genaamd, aan een riviertje gelegen, en waar een ruime geheel overdekte plaats is, waar men markt houdt, en die men <i>la Halle</i> noemt; de landlieden, uit den omtrek, brengen hier hunne waren ter markt, en dit geeft nog al eenigen handel. Het ziet ’er +hier nog al tamelijk uit, de maaltijd was redelijk goed, en de prijs zeer matig. Niet ver van hier, zegt men, zijn mijnen, +waar <i>turkoisen</i> gevonden worden, die weinig van de Oostersche verschillen. De weg loopt aanhoudend over bergen en dalen, zoo dat men schier +aanhoudend niet anders dan stapvoets voortgaat; te meêr, daar men maar weinig van paarden verwisselt; doch ik verveelde mij +niet, om dat de landstreek aangenaam is, alles is bebouwd; hier en daar heeft men boschjes en boeren-hoeven, die men <i>Metairies</i> noemt; onder dezelven ziet men ’er die met de aangelegen schuren, stallen, enz. al vrij groot zijn, en wel kleine gehuchten +gelijken. Een groot ongemak echter is het gebrek aan water, dat <a id="d0e11122"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11122">357</a>]</span>hier in gansche streken plaats heeft, zelfs met den ongewonen regen, dien wij gehad hebben, en die nogthans aan alles een +buitengemeen frisch aanzien geeft; moest men het van een huis aan den weg liggende, en waar wij een oogenblik vertoefden, +omtrent een half uur ver halen; zelfs waren ’er van de naburen, die nog verder van die bron af woonden; het was dus niet meer +dan billijk, dat ik een glas water, dat ik hier dronk, betaalde. + +</p> +<p>Omstreeks half zeven kwamen wij te <i>Ausch</i>, hoofdplaats van het Departement <i>le Gers</i>, voorheen van <i>Gascogne</i>. <i>Toulouse</i> en <i>Ausch</i> zijn 8½ post. Daar het avond werd, haastte ik mij om de hoofdkerk te gaan bezigtigen, waarvan de geschilderde glazen in dit +land zoo beroemd zijn als bij ons die van <i>Gouda</i>; doch het maakt de Kerk inwendig zeer donker; het snijwerk van het koor is ook zeer fraai gewerkt. Men had hier en daar op +de altaars bloeijende Tuberozen gezet, die eenen zeer aangenamen reuk door de gantsche Kerk verspreidden. Men wil dat deze +Kerk reeds door Koning <span class="smallcaps">Clovis</span>, dat is in het laatst van de 5<sup>de</sup>, of in het begin van de 6<sup>de</sup> eeuw, gebouwd is. Het portaal is <i>modern</i> werk, zijnde door <span class="smallcaps">Gervais Drouet</span> in 1671 uitgevoerd. Aan beide zijden van dit portaal staat een vierkante toren met kolommen van onderscheidene bouworders +versierd; het maakt een prachtige vertooning, vooral om dat men ’er het gezigt op heeft van eene ruime plaats; doch naar ik +vernam, weten bouwkundigen ’er veel op aantemerken. Dat dit <a id="d0e11159"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11159">358</a>]</span>werk in den <i>Antiken</i> smaak, met het overige <span id="d0e11164" class="corr" title="Bron: Gottische">Gothische</span>, een misselijk geheel uitmaakt, is ligtelijk te zien. De stad op eene hoogte liggende, heeft men van het terras, dat met +boomen beplant is, en voor eene gemeene wandelplaats dient, een aangenaam gezigt. Aan den voet van den hoogen heuvel, waar +<i>Ausch</i> op en tegen aan gelegen is, stroomt het riviertje <i>le Gers</i>, waar naar het Departement genaamd wordt. + +</p> +<p>Het Stadhuis, hoewel niet groot, is een fraai gebouw; het scheen nog niet lang gestaan te hebben. In hetzelve is een schouwspelzaal. + +</p> +<p><i>Ausch</i> is verdeeld in de hooge en lage stad. Men klimt uit deze naar de eerste, behalve langs den rijweg, door middel van een steenen +trap, die naar men zegt, want ik heb ze niet geteld, twee honderd treden hoog is. Het Stadhuis staat ook in de stad, en ik +zag daar meêr gnappe gebouwen. Het getal der ingezetenen bereikt nog geen 8500. Men maakt ’er een soort van pijlaken en andere +wollen-stoffen. + +</p> +<p>Wij hadden hier eene zeer goede herberg bij <span class="smallcaps">Alexandre</span>, die man is buitengemeen dik, en wordt daarom boertender wijze <span class="smallcaps">Alexandre</span> <i>le gros</i><a id="d0e11189src" href="#d0e11189" class="noteref">2</a>, in tegenoverstelling van <span class="smallcaps">Alexandre</span> <i>le grand</i><a id="d0e11199src" href="#d0e11199" class="noteref">3</a> genaamd. Ons avondmaal was met zoo veel orde en netheid opgezet, dat men het in een <i>Hollandsch</i> <a id="d0e11207"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11207">359</a>]</span>deftig burgerhuis niet beter zou verlangen. De dikke <span class="smallcaps">Alexander</span>, die een goed gul man scheen, en een paar gnappe dochters dienden zelfs van tijd tot tijd mede. ’Er was overvloed, en de +spijzen waren zeer goed bereid; wij zaten ’er met ruim 20 personen aan tafel; want de gaande en komende postwagen houdt hier +nachtverblijf. Over de kamers en bedden waren wij ook wel te vreden, en betaalden niet meer voor eten en slapen dan £3–:–: +beter en goedkooper herberg hadden wij tot nog toe niet aangetroffen. En wat men ook van de <i>Gasconjers</i> zeggen moge, het huis van <span class="smallcaps">Alexander</span> <i>de dikke</i>, te <i>Ausch</i>, vind ik tot nog toe de beste herberg van <i>Frankrijk</i>. + +</p> +<p>Den 7 dezer. ’s Morgens om 4 uren moesten wij onze goede herberg weder verlaten. Een eind weegs voortgereden zijnde, ziet +men van eene aanmerkelijke hoogte, waarover de weg loopt, de toppen van de <i>Pyreneën</i>, welke zich in de wolken schijnen te verliezen, zoo dat men ze hier en daar van dezelve naauwlijks onderscheiden kan. De +wagen door de steile helling van den weg zeer langzaam moetende gaan, gingen wij te voet, en hadden daar door nog meêr genot +van het schoon gezigt. Drie posten van <i>Ausch</i>, kwamen wij door het steedje <i>Mirande</i>, waar ook een ruime overdekte marktplaats is. Men breidt hier veel ongemeen fijne en mooije wollen kousen, onder den naam +van kousen van <i>Mirande</i> bekend. Zij worden van vette wol gebreid, en daar na uitgewasschen (<i>degraissés</i>). <a id="d0e11244"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11244">360</a>]</span>Ik vond ’er heden in het voorbijgaan geen te koop, om dat de opkoopers van <i>Bourdeaux</i> en andere omliggende plaatsen, zich den vorigen dag van al het voorhanden zijnde werk meester hadden gemaakt. + +</p> +<p>Ik heb u nog niet van onze reisgenooten gesproken. De voornaamste waren een gewezen Kapitoul van <i>Toulouse</i>, een bejaard Heer met zijne dochter, en een <i>Gasconjer</i>, die te <i>Ausch</i> op den wagen gekomen was, en voor zijn vermaak <i>Bagnères</i> ging bezoeken. Als men tegenwoordig een dag met iemand in <i>Frankrijk</i> op een postwagen zit, wordt men, hoewel ’er de menschen niet regtstreeks voor uit komen, al ligt gewaar tot welke politieke +geloofsbelijdenis zij behoorden. Het viel mij dan ook niet moeijelijk om te ontdekken, dat de gewezen Kapitoul <i>Bourbons</i>-gezind was; de bejaarde Heer een voorstander van de tegenswoordige orde van zaken, en de <i>Gasconjer</i> tamelijk onverschillig, hoewel nog meer naar de oude dan naar de tegenwoordige regering overhellende, omdat de Provincien +toen ook nog wat intebrengen hadden. Dat ik een <i>Hollander</i>, en een ijverige voorstander van een Republikeinsch bestuur was, stak ik onder geen stoelen of banken; niemand bestreed dit +gevoelen meêr dan de bejaarde Heer, en wilde zelfs beweeren, dat ’er geen beter regeering was, dan een volstrekt willekeurig +gezag (<i>Despotisme absolu</i>), dit hield hij onverzettelijk staande, en was ’er door geene kracht van reden aftebrengen. Wij verschilden dan alle in gevoelens +<a id="d0e11278"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11278">361</a>]</span>van hem, en daar het gesprek, vooral met mij, al vrij ernstig begon te worden, trachtte de <i>Gasconjer</i> het op een ander onderwerp te brengen, en begon van de jagt te spreken, zeggende dat hij reeds verscheidene malen in de <i>Pyreneën</i> geweest was, en daar meêr dan eens jagtpartijen op Izards<a id="d0e11286src" href="#d0e11286" class="noteref">4</a>, Wolven en Beeren had bijgewoond, en zelfs eens een Beer geschooten; een menigte zonderlinge omstandigheden ontbraken hier +niet aan. Onze voorstander van het <i>Despotisme</i>, dit alles met zeer veel belangneming aanhoorende, vroeg nu, en dat in goeden ernst, of ’er ook aapen in de <i>Pyreneen</i> waren. Ieder had moeite om zich van lagchen te onthouden. Intusschen kwamen wij berg op berg af te <i>Mielan</i>, een dorp 4½ post van <i>Ausch</i>, alwaar wij het middagmaal moesten houden. De <i>Gasconjer</i> sprak hier eenigen tijd met den verdediger van het <i>Despotisme</i> alleen, en verhaalde ons daar na dat hij van hem vernomen had, dat zijn oogmerk was om naar <i>Pau</i> te gaan, en bezit te nemen van een post, die hij bij het <i>Lycéum</i> aldaar gekregen had. Dit verspreidde zeer veel licht over deze zaak. Ik denk echter niet dat hij te werk gesteld zal worden +om onderwijs te geven in de Natuurlijke Historie. + +</p> +<p>Hier omstreeks zagen wij sommige vrouwen met kappen van rood laken, het geen naar ik vernam, vooral hooger op een gewoon hoofdtooisel +is. + +</p> +<p>De wijngaarden zijn in deze landstreek veel hooger <a id="d0e11317"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11317">362</a>]</span>van stam dan ik ze tot nog toe gezien had, en worden niet alleen aan regt opstaande staken, maar ook aan dwarshouten, opgebonden. +Hier zag ik veel wilde kersenboomen, dienende om de wijngaarden te ondersteunen; de wijngaarden wierden tegen den stam van +den boom opgeleid, en de ranken tusschen de boomen aan elkanderen vastgehegt, en maakten, als <i>Guirlandes</i> hangende, eene sierlijke vertooning. Deze kersenboomen, die in plaats van staken bij de wijngaarden dienen, worden ’s jaarlijks +ingekort, om dezelve klein te houden. Men verkiest die boven de gewone staken, omdat deze, in den grond verrottende, gedurig +moeten vernieuwd worden. + +</p> +<p>Men heeft hier weder eene aanzienelijke hoogte, en aan den voet van dezelve ligt het steedje <i>Rabastens</i>. Een beekje stroomt hier langs den weg die alleraangenaamst en zeer effen is, en genoegzaam regt loopt tot <i>Tarbes</i>, zijnde nog 2¼ post. De landstreek, hier aanhoudend besproeid zijnde, heeft men ’er veel groene beemden. Het werd donker, +en daar het heden vrij warm geweest was, waren onze paarden zeer afgemat, want zoo wel heden als gisteren, hadden wij maar +eens van paarden verwisseld. Deze postwagen is dan ook al een van de minsten, dien ik op deze reis aangetroffen heb. De zich +zoo beschaafd wanende <i>Franschen</i>, komen mij over het algemeen ook al zeer ongevoelig voor omtrent het vee, en dikwijls ergerde mij de behandeling der paarden. +Het doet mij zeer, als ik zoo een <a id="d0e11333"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11333">363</a>]</span>goed en nuttig dier zie mishandelen, en (velen mogen hier om lagchen) mij dunkt, dat in eene wel ingerigte maatschappij, ook +de dieren door wijze wetten tegen mishandeling behoorden beveiligd te worden. Vooral moesten redelijke ouders of onderwijzers +de kinderen streng bestraffen, wanneer zij zich bezig houden met dieren, evenveel welke, te martelen of te plagen. Men begint +dikwijls met het mishandelen van vliegen, en men eindigt met het mishandelen van menschen. + +</p> +<p>Eer men te <i>Tarbes</i> komt, rijdt men over eene brug die over het riviertje <i>l’ Adour</i> ligt. Het was bijna acht uren toen wij in die stad aankwamen. <i>Tarbes</i> is 16¾ posten van <i>Toulouse</i>. Wij namen onze intrek in het Hotèl <i>de France</i> bij <span class="smallcaps">Buron</span>, waar wij een tamelijk goed avondmaal vonden. + +</p> +<p>Den 8 dezer. Wij beslooten tot na den middag hier te blijven, om onderwijl de plaats te zien. Zij is de hoofdstad van het +Departement van de <i>Hautes Pyrenées</i>, voorheen van het Graafschap <i>Bigorre en Gascogne</i>, in eene aangename vlakte aan den oever van de <i>Adour</i> gelegen, en ruim 6200 inwoners bevattende. De straten zijn ’er breed, en schier overal stroomt aan beide zijden van dezelve +een beekje van helder water, het geen veel tot de frischheid en zuiverheid van deze plaats bijdraagt. In deze beekjes baadden +zich een menigte eenden, gansen, en ook die soort, welke men bij ons Kaapsche gansen noemt, en die hier zeer algemeen schijnen. +Men ziet ’er nog al gnappe huizen, doch de meeste zijn <a id="d0e11366"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11366">364</a>]</span>maar een of twee verdiepingen hoog, het geen dit stadje des luchtiger en vrolijker maakt. Op de marktplaats staan zware boomen, +die eene aangename lommer geven. De boerinnen, die hier met groentens, vruchten en andere eetwaren zaten, hadden alle roode, +en eenige weinige witte lakensche kappen op; de voorname vrouwen hadden ze van bruinachtig grein, met een lichter stof van +een andere kleur, doorgaans rood, gevoêrd, en welke het geheele lijf bedekken. De gemeene wandeling is ook aangenaam met lindeboomen +beplant, en men ziet van daar de <i>Pic du Midi</i>, en andere hooge <i>Pyreneesche</i> gebergtens. Voor onze herberg was ook eene zeer ruime plaats, waar de voorname markten gehouden worden. + +</p> +<p>Het oude <i>Begorra</i>, <i>Castrum Begorrense</i>, en later <i>Turba</i> genaamd, door de oorlogen verwoest zijnde, is het tegenwoordige <i>Tarbes</i>, in stede van hetzelve gesteld. De hoofdkerk staat op eene plaats, welke men voor dezelfde erkent, waarop een gedeelte van +het oude <i>Castrum Begorrense</i> stond. Doch wanneer en door wie de oude stad gebouwd is, weet men niet. Die Kerk heeft voor het overige, voor zoo ver ik +kon ontdekken, niets aanmerkelijks, zoo min als een ander diergelijk gebouw, maar dat van veel jonger <i>datum</i> scheen. In deze laatste werd juist de mis gelezen, het was een heilige dag, en de meenigte vrouwen met roode kappen op, die, +geknield liggende, een groot deel van het ruim dezer Kerk vervulden, maakte eene zonderlinge <a id="d0e11394"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11394">365</a>]</span>vertooning, en zij geleken niet kwalijk naar zoo vele kleine roode pyramides, die de lakenkoopers gewoonlijk in en voor hun +winkels maken; want deze kappen, die men <i>capelettes</i> noemt, bedekken het geheele bovenlijf van de vrouwen, en wij zagen ze van achteren. + +</p> +<p>Om 3 uren na den middag vertrokken wij naar <i>Bagnères</i>, met een <i>Berline</i> (groote koets) met drie paarden, die wij met ons vijven voor £ 20 — gehuurd hadden, voerende onze bagage mede. De weg is +zoo gelijk als die van <i>Rabastens</i> naar <i>Tarbes</i>. Van tijd tot tijd heeft men ter zijde van dezelve eene liefelijk ruisschende beek, bevallige beplantingen en boschjes, die +een digte schaduw geven; nu en dan lagchend groene weilanden, velden met Turksche tarw<a id="d0e11413src" href="#d0e11413" class="noteref">5</a>, en gierst die veel weelderiger staat, dan ik ze tot nu toe gezien had. Ook hier, even als in de <i>Cevennes</i>, scheen het nog lente. Een menigte boeren en boerinnen van een naburige markt terug keerende, kwamen ons tegen, met jong +vee, paarden en muilezels, waarbij veel veulens. Alles was vrolijk, jongens en meisjes sprongen zoo wel over den weg heenen +als de veulens en kalveren. <a id="d0e11419"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11419">366</a>]</span>Dan zag men een paar bejaarde boeren druk met elkanderen in gesprek, van tijd tot tijd stilstaande, en vele bewegingen met +de <span id="d0e11421" class="corr" title="Bron: handende">handen</span> makende; dan weder een aardig paartje langzaam volgende, de jongen met den arm om den hals van het meisje, welke, toen zij +ons naderde, de oogen nederwaards sloeg; daar een hoop lustige knapen, hand aan hand loopende, zingen, en op eene dartele +wijze de voorbijgaande groetende; en ginds een wagen vol vrouwen, alle met scharlaken <i>capeletten</i> op, waarop het gezigt schier schemerde. Dit alles leverde voor mij eene zeer vermakelijke vertooning op. Men komt ook door +eenige niet onaangename dorpen, waarvan de huizen van keisteenen gebouwd zijn. Deze keisteenen zijn op eene regelmatige wijze +op elkanderen geschikt; dan heeft men een laag kleine, en dan weder een laag grootere, dan langwerpige en dan ronde, het geen +aan die muren geen onbevallig voorkomen geeft; zij zijn met een soort van kalk of cement gemetseld. De daken zijn alle van +leijen. De valei waar door deze weg loopt, is zeer aangenaam en vruchtbaar; het riviertje de <i>Adour</i> stroomt door dezelve, men wordt dien snellen stroom zelfs hier en daar van den weg gewaar. Voor zich ziet men het stadje +<i>Bagnères</i>, aan den voet van ontzaggelijke bergen liggen, waar onder zich de punt van de <i>Pic du Midi</i> bijzonder onderscheidt. De landstreek is hier verrukkelijk. Het was ruim zes uren toen wij te <i>Bagnères</i> aankwamen. <i>Tarbes</i> en <i>Bagnères</i> zijn 2½ post. Wij waren verpligt <a id="d0e11445"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11445">367</a>]</span>om nog al een poos heen en weder te loopen eer wij een logement konden vinden, want het was bijna overal vol. Eindelijk kwamen +wij te regt bij Mad. <i>la Veuve</i> <span class="smallcaps">Uzac</span>, die ons een paar nette kamers bezorgde in een huis, dat haar behoorde, en door eene bejaarde weduwe met eenige dochters +bewoond werd; wij waren daar zeer wel, en aten aan de gemeene tafel ten huize van de weduwe <span class="smallcaps">Uzac</span>. + +</p> +<p>Van <i>Toulouse</i> af tot hier toe hadden wij met een koopman van <i>Bordeaux</i> gereisd, doch die altijd in de <i>Cabriolet</i> van den postwagen gezeten had. Te <i>Tarbes</i>, en hier naar toe rijdende, hadden wij nader kennis gemaakt; het scheen een hupsch en vriendelijk mannetje; doch nimmer heb +ik een mensch, vooral van die jaren, (hij scheen omtrent de 50) gezien, die woeliger en snapachtiger van aard was; geen oogenblik +zat hij stil, zelfs van tafel stond hij geduurig op, en veranderde aanhoudend van gesprek; met dat al scheen hij zijn oordeel +vrij wel te hebben. Ik heb opgemerkt, dat de menschen aan deze kanten, over het algemeen, zeer levendig van aard zijn, en +in dit opzigt is het verschil tusschen hen en onze echte landslieden al zeer aanmerkelijk. Ik heb somtijds in mijn verbeelding +een paar statige <i>Haarlemsche</i> burgers, ieder met een eenvoudige paruik en hoed op, een japon aan, een lange pijp met de eene hand in den mond houdende, +en de andere op den rug of tusschen de sjerp<a id="d0e11473src" href="#d0e11473" class="noteref">6</a> geplaatst <a id="d0e11484"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11484">368</a>]</span>in het midden van eenige <i>Gasconjers</i>, of <i>Provencalen</i>, van dezelfde jaren, en tot denzelfden stand behoorende; maar het kwam mij voor, dat deze menschen in ’t geheel niet bij +elkanderen hoorden. + +</p> +<p>Op de <i>Cours</i>, of gemeene wandeling, dat hier ook een breede straat is, in het midden eenigzins verheven, en aan beide zijden met een rij +boomen beplant, zag ik eene menigte wandelende Heeren en Juffrouwen. Ik liep ook eens in het huis, waar men hier openlijk +dobbelspelen om grof geld gedoogt, en zag ’er, met smarte, zelfs verscheidene boeren uit het landschap, voorheen <i>le Bearn</i> genaamd, om <i>Louïs d’Ors</i> spelen<a id="d0e11503src" href="#d0e11503" class="noteref">7</a>. Voor hem die zich op menschenkennis toelegt, is ’er in zoo een speelhuis nog al wat optemerken; schraapzucht, vreugde, wanhoop, +haat, mistrouwen, ongeduld, woede, alle deze hartstogten zijn beurt om beurt op het gelaat van de meeste, die rondom deze +speeltafels staan of <a id="d0e11509"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11509">369</a>]</span>zitten, te lezen. Brandend staren de oogen op de kaarten, dobbelsteenen, of nommers; gedurig hoort men half binnens monds +vloeken, zuchten, morren, of met den voet stampen. + +</p> +<p>Den 9<sup>en</sup> September. Reeds om zes uren ging ik wandelen, en klom den berg, dien ik uit het venster van mijne slaapkamer zien kan, op. +Aan de helling van dezen berg vindt men een badhuis, waarin het water vrij warm is<a id="d0e11516src" href="#d0e11516" class="noteref">8</a>, boven hetzelve opklimmende, komt men aan eene aangename wandeling onder zware en lommerrijke boomen, en hier is nog een +huisje, waar men het water drinkt, betalende daar voor aan lieden, die het gepacht hebben; om de warmte is het walgelijk, +doch anders vond ik ’er geen’ onaangenamen smaak aan. De warme bron, die dit water oplevert, wordt de bron van <i>Bagnerolles</i> (<i>source de Bagnerolles</i>), ook bron van de Koningin (<i>source de la Reine</i>) genaamd. Zij geeft, volgens daarvan gevonden aanteekeningen, 495 <i>Cubiek</i> voeten water in één uur. Het water van deze bron wordt in verscheidene baden verdeeld, onder anderen ook in een huis, dat +insgelijks aan de helling van dezen berg zeer aangenaam gelegen is, en voorheen aan de Kapucijner Monniken behoorde. In sommige +dier baden moet men betalen, in anderen voor minvermogenden geschikt, <a id="d0e11534"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11534">370</a>]</span>kan men om niet gaan. Men ziet hier dan ook een aantal kreupelen, lammen en ziekelijke menschen van allerlei ouderdom, en +van beide kunnen. Hooger opgaande, wandelt men nog altijd onder eiken-, beuken- en castanje-boomen, waar onder zeer zware. +Ik vond eenige boomen omver liggen, zij waren nog maar onlangs door eenen zwaren storm en onweder geveld. De wandeling is +hier alleraangenaamst, vooral in zulk eene heerlijken morgenstond, als wij heden hadden. De berg hooger en hooger opklimmende +langs smalle voetpaadjes, heeft men een verrukkelijk gezigt, aan de noord- en noord-westzijde over de schoone vallei, die +wij gisteren waren doorgereden, en de omliggende dorpen, voor zich, over het stadje <i>Bagnères</i> heen, tot tegen de boschjes en groene heuvels aan den anderen kant van de <i>Adour</i> gelegen. Zuid en zuid-oostwaards heeft men ontzaggelijke hooge rotsen en bergen, daar de <i>Pic du Midi</i><a id="d0e11544src" href="#d0e11544" class="noteref">9</a> boven uitsteekt. De helling is hier tamelijk stijl, en men moet ter deeg klauteren; echter schijnt het vee daar zoo gemakkelijk +te weiden als bij ons, en elders in de vlakke weilanden. Wij ontmoetten hier ook een meisje, dat eenige koeijen en geiten +hoedde, want deze berg is genoegzaam geheel groen, en de menigte kruiden van onderscheidene soorten, die ’er op <a id="d0e11555"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11555">371</a>]</span>groeijen, geven zoo wel een’ lieffelijken reuk als een vrolijk gezigt. Deze herderin geleek evenwel in ’t geheel niet naar +die, waarvan ons de oude Dichters zulk eene bevallige beschrijving geven; zij was in ’t geheel niet schoon, en had in plaats +van een bloemkrans, eene roode baaijen kap op het hoofd<a id="d0e11557src" href="#d0e11557" class="noteref">10</a>. Den top bereikt hebbende, was het gezigt nog uitgestrekter, doch bleef altijd door de bergen, die veel hooger waren dan +die, waarop wij ons bevonden, en die in vergelijking van dezelven maar een heuvel was, zeer bepaald. Oostwaards ziet men ook +niet anders dan bergen, en hier en daar tusschen dezelven eenige woningen en boschjes, schilderachtig gelegen. Aan den anderen +kant afklimmende, zagen wij, het water uit een bron, dat een klein beekje maakte, volgende, dat hetzelve zich in een diepte +tusschen de rotsen verloor. Ik klom daar in, en vond beneden een spelonk, waar ik zonder licht niet ver in durfde gaan; doch +die, naar het rollen der steenen, die ik ’er in smeet, te oordeelen, vrij diep moest zijn; het water, dat hier inloopt, komt +waarschijnlijk beneden <a id="d0e11563"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11563">372</a>]</span>weder uit, en maakt eene tweede bron. Een landman, dien ik hier omstreeks ontmoette, noemde deze spelonk (voor zoo veel ik +hem begrijpen kon) <i>la Grotte ou le Clos de la Lacque</i>. In een enge vallei wat verder op, zag ik in een waterplas, bij eene kleine bron tegen het zuid-oosten warm gelegen, een +menigte jonge kikvorschen, zoo als men die bij ons in de maand Mei ziet, namelijk zonder pootjes, en alleen met een staartje. +Men vindt hier nog tegenwoordig tusschen de bergen eene menigte aardbeziën. De lente, zomer en herfst zijn hier om zoo te +spreken vereenigd; want eigenlijke lente en herfst, zoo als bij ons en elders, heeft men ’er niet. De sneeuw begint somtijds +al in het midden van October te vallen, de bergen worden daar vervolgens mede overdekt, en de valleijen tusschen dezelven +vervuld; deeze ontzaggelijke menigte op een gehoopte sneeuw blijft door de koude, die zij zelve veroorzaakt, lang in wezen, +en smelt niet eerder, voor dat de zon al vrij wat kragt gekregen heeft, en dan is het welhaast zomer<a id="d0e11568src" href="#d0e11568" class="noteref">11</a>. Niet ver van hier aan de helling van een berg, is eene andere spelonk, die men <i>la Grotte ou le clos Destugue</i> noemt; somtijds was men hier met fakkels in-, en een goed eind wegs onder den berg door gegaan, of gekropen. Hier en daar +vond ik eenige hutten <a id="d0e11577"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11577">373</a>]</span>zeer aardig en bevallig gelegen, en het speet mij wel, dat ik met de taal van die eenvoudige lieden, met welke ik gedurig +een praatje zocht te maken, niet beter te regt kon. Na eenige uren gewandeld te hebben, joeg mij de warmte naar huis. Aan +de tafel vonden wij een menigte speelders, en het gesprek liep meest over het spel, en was dus voor mij van zeer weinig belang. +Het was Zondag, en ik ging eens in de Kerk kijken, doch zag ’er niets bijzonders. De pastoor predikte in het <i>Patois</i>. ’s Avonds ging ik het Schouwspel zien; men speelt ’er in dezen tijd doorgaans Zondags. De zaal was redelijk, maar de dekoratiën +en vertooners ellendig. Men gaf evenwel <i>Fenelon ou les Religieuses de Cambrai</i>, van <span class="smallcaps">Chenier</span>; in onze taal overgezet, zoo ik meen door <span class="smallcaps">Uylenbroek</span>.—Nooit heb ik iets slechters gezien, en het was wel een Treurspel, om te lagchen. + +</p> +<p>Hier heb gij nu weder wat te lezen, zoo ik tijd heb, schrijf ik nog eens van hier, en anders van <i>Bourdeaux</i>. + + +<a id="d0e11596"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11596">374</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11068" href="#d0e11068src" class="noteref">1</a></span> Deze wijze van bemesten heb ik ook hier en daar <a id="d0e11070"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11070">7n</a>]</span>in het land van <i>Kleef</i> gezien, en ik ben verzekerd, dat men onze schrale duin- en heigronden, aanmerkelijk zou kunnen verbeteren, door dezelven +met de vette klei of leem, die men veeltijds daar omstreeks vindt, insgelijks te bemesten. Een mijner vrienden in de <i>Meijerij</i> van <i>’s Bosch</i>, nam ’er weinige jaren geleden de proef van en bevond ’er zich wel bij. Waarom ziet men op onze duinen geen dennen- of mastbosschen, +in plaats van die ellendige helmplantingen.—De asch en straatmest hier niet te vergeten. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11189" href="#d0e11189src" class="noteref">2</a></span> <span class="smallcaps">Alexander</span> de dikke. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11199" href="#d0e11199src" class="noteref">3</a></span> <span class="smallcaps">Alexander</span> de groote. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11286" href="#d0e11286src" class="noteref">4</a></span> Een soort van Klipgeit. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11413" href="#d0e11413src" class="noteref">5</a></span> De Turksche tarw stond hier vrij hoog, en diende tot staken voor de snijboonen of diergelijken, die men ’er op zeer veel plaatsen +bijzette. De grond hier vruchtbaar zijnde, trok men op deze wijze dubbel voordeel van den akker. De tarw wordt eerst gezet, +naar ik vernam, en daar na de boonen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11473" href="#d0e11473src" class="noteref">6</a></span> Wel verre van sommige mijner landgenooten door <a id="d0e11475"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11475">20n</a>]</span>deze afbeelding een meêr of min belagchelijk voorkomen te willen geven, betuig ik, dat, vooral na dat ik eenige jaren in <i>Frankrijk</i>, en bijzonder in <i>Parijs</i> heb doorgebragt, ik de zeden en eenvoudige levenswijze van den Vaderlandschen zoogenaamden Burgerstand, tot welken ik mij +een eer rekene te behooren, meêr en meêr lofwaardig en verkieslijk vinde, en hartelijk wensche, dat men meêr algemeen tot +denzelven moge terug komen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11503" href="#d0e11503src" class="noteref">7</a></span> Deze landlieden zijn, zoo als ik hier voor reeds gezegd heb, aan hunne mutsjes (<i>berettes</i>) te kennen; men vindt ’er wel gestelde lieden onder. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11516" href="#d0e11516src" class="noteref">8</a></span> De graad van warmte van dit water is 43°, schaal van <span class="smallcaps">Réaumur</span>. Het wordt doorgaans voor het gebruik der baden met koud water gemengd. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11544" href="#d0e11544src" class="noteref">9</a></span> <i>Pic du Midi de Bigorre</i>, in onderscheiding van de <i>Pic du Midi de Pau</i>. <i>Pic du Midi</i> heet in onze taal, de piek of spitse berg van het zuiden. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11557" href="#d0e11557src" class="noteref">10</a></span> De kappen (<i>capelettes</i>) van scharlaken, worden alleen maar door de gegoedsten gedragen, en zoo minvermogenden die al hebben, dragen zij dezelve +niet anders dan op Zon- en Feestdagen; dagelijks hebben zij ’er een van een grof soort van laken, van een bruinachtige roode +kleur, dat niet kwalijk naar onze jichtbaai gelijkt; zoo dat, indien ik hier het pootje kreeg, ik niet verlegen zou behoeven +te zijn. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11568" href="#d0e11568src" class="noteref">11</a></span> In het jaar 1787 lag ’er den 9<sup>den</sup> Mei nog sneeuw, zoo dat de benedenste weiden, en de bergen ’er hier en daar mede bedekt waren. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e11597" class="div1"> +<h2>Negentiende Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Bagnères, 14 September</i>. + +</p> +<p>Wat heeft men hier een verscheidenheid van aangename wandelingen. Den 10 dezer ging ik door eene laan met Italiaansche populieren +beplant, en tusschen de bergen doorloopende, tot aan het badhuis, dat men <i>les Eaux de Salut</i> noemt, en dat naar gissing een kwartier van dit stadje afligt. Het gezigt van de ziekelijke en gebrekkige, die men op dezen +weg ontmoet, en die veel in draagzetels gedragen worden, beneemt eenigzins het genoegelijke van deze anderzins zoo aangename +wandeling. Behalve de baden, waar ik u reeds van gesproken heb, zijn ’er hier nog 12 of 14 anderen, waar van de graden van +warmte verschillende zijn. Ik zal mij niet ophouden met u derzelver namen en bijzondere eigenschappen op te noemen, maar alleen +zeggen, dat ’er een boekje van verscheidene bladzijden bestaat, waarin de namen, ouderdom, beroep, woonplaatsen, enz. te vinden +zijn van eene menigte personen, die door de onderscheidene baden, of het inwendig gebruik der wateren van <i>Bagnères</i>, van onderscheidene kwalen, die daar bij worden opgegeven, zoo men zegt, genezen zijn. Anderen zeggen weder, dat de wateren +van <i>Bagnères</i> genoegzaam geene genezende <a id="d0e11615"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11615">375</a>]</span>kracht hebben, en zoo dezelven al in sommige gevallen van nut kunnen zijn, zulks bijna alleen is toeteschrijven aan de warmte; +welke graden van warmte eveneens aan het water kan gegeven worden op de gewone wijze. Teedere kleuren, zoo als lakmoes-blaauw, +roze-rood enz. veranderen in dit water niet; het is ook zoo klaar als gewoon putwater, ten minste dat, hetwelk ik van verscheidene +bronnen gezien heb; doch het plaatsje bestaat genoegzaam alleen van deze bronnen, het is dus geen wonder, dat men hier alles +in het werk stelt, om ’er het gunstigst mogelijk denkbeeld van te geven, en alzoo aanhoudend volk te trekken, hoewel het spel +misschien wel zoo vele klanten trekt als de bronnen. Terug komende van <i>les Eaux de Salut</i><a id="d0e11619src" href="#d0e11619" class="noteref">1</a>, sloeg ik ter linker zijde een smal paadje in, dat onder langs den berg loopt, tot aan een kleine eenvoudige, doch met smaak +versierde fontein, waar men zich op zodenbanken kan nederzetten; langs dit wegje, dat aangenaam beplant is, ruischt een helder +beekje, en aan den overkant van hetzelve is eene frissche groene weide. Hier en daar zijn banken in de rots uitgekapt. Men +kan zich in dien smaak niets aangenamers verbeelden. + +</p> +<p>Het voornaamste badhuis, dat men hier vindt, <a id="d0e11626"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11626">376</a>]</span>wat het gebouw aanbelangt, is dat, wat men <i>Frascati</i> noemt. Uit nieuwsgierigheid gingen wij ons daar ook baden. Het is een vrij groot en gnap gebouw. In een’ ruimen gang zijn +de ingangen van de kamertjes voor de baden; in sommige zijn ’er twee, doch in de meeste maar een. Deze baden, zijn bakken +van wit marmer, zoo lang, breed en diep, dat het kloekste mensch ’er in en onder water liggen kan; uit twee kranen laat men +’er koud en warm water naar goedvinden inloopen, en in den bodem is een gat, waar men het, door ’er een stop uit te trekken, +weder uitlaat. Ik maakte het water maar even laauw, zijnde alleen om mij te wasschen, anders blijft men ’er doorgaans een +half uur in; sommige nemen zelfs een boek, om in het bad liggende, te lezen. Men heeft hier ook Dampbaden en <i>douches</i><a id="d0e11633src" href="#d0e11633" class="noteref">2</a>. Achter dit gebouw is een tuintje, waar langs een beek stroomt. Boven zijn eenige zalen om te dansen en te spelen. Het gebruik +van zo een bad kost hier niet meêr dan 15 <i>sols</i>, doch men moet de handdoeken enz. medebrengen. Het huis, waar wij wonen, staat hier digt bij; men raadde mij dan ook zeer +aan, vernemende dat ik somwijlen aan jichtpijnen onderhevig was, om aanhoudend de warme baden alhier te gebruiken, en braaf +water <a id="d0e11644"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11644">377</a>]</span>te drinken<a id="d0e11646src" href="#d0e11646" class="noteref">3</a>; doch ook vooral ten opzigte van de geneeskunde niet zeer ligtgeloovig zijnde, had ik hier in ’t geheel geen zin in, en vooral +niet omdat ik thans zoo gezond ben, als ik zou kunnen verlangen. + +</p> +<p>Hier is ook een overdekte marktplaats (<i>halle</i>), waar men onderscheidene soorten van kramen vindt, als op een kleine kermis. Men verkoopt daar een mooi en goed soort van +gebreide vrouwen halsdoeken, mans hemdrokken of kamizolen, tafelkleedjes, en zelfs beddespreijen van fijne Spaansche wol, +gekleurd of wit, ik zag die nergens zoo als hier, en kocht daarom een kamizool met mouwen ’er aan, daar ik £ 13–:–: voor gaf. +Deze soort van goed wordt hier niet alleen verkocht, maar ook gemaakt, en zoo om de deugdzame hoedanigheid, als om den smaak, +waarmede het gewerkt is, veel gezocht. + +</p> +<p>’s Avonds was ’er bal en concert in <i>Frascati</i>, de zaal is fraai en ruim, aan het eind van dezelve is een klein tooneel, dat tevens voor het orchest als ’er concert is, +dient; ’er was veel <i>beau monde</i><a id="d0e11661src" href="#d0e11661" class="noteref">4</a>, <a id="d0e11681"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11681">378</a>]</span>en pracht en opschik genoeg, doch naar evenredigheid weinig mooije vrouwen.—Welk een onderscheid tusschen de hut van een’ +bergbewoner en deze zaal! en zij liggen omtrent maar een kwartier van elkanderen. Men ziet hier ook nog andere ruime vertrekken, +alwaar men speelt of ververschingen gebruikt: dobbelspel zag ik ’er echter niet, hoewel het ’er anders, naar ik vernam, ook +wel gespeeld wordt. Ieder hield zich nu meest met dansen, of het vertellen van zoetigheden aan de vrouwen bezig. In een van +de vertrekken hingen eenige teekeningen van gezigten in deeze landstreek. + +</p> +<p>Daar ons voornemen was, om den volgenden morgen vroegtijdig een reisje in de gebergtens te maken, hielden wij ons hier niet +lang op. + +</p> +<p>Den 11 dezer, ’s morgens om 6 uren, vertrokken wij op kleine paardjes, die aan het berg klimmen gewoon zijn, en van een geleider +(<i>guide</i>) verzeld. + +</p> +<p>Schooner vallei dan die van <i>Campan</i> (<i>la vallée de Campan</i>) kan men zich naauwelijks verbeelden. Even buiten <i>Bagnères</i> komt men daar in, en indien ’er een <span class="smallcaps">Argus</span> bestondt, zou men hem hier zijne oogen benijden. Men weet niet, waar men beginnen zal met beschouwen, met de frissche beemden, +welker boorden door de <i>Adour</i> bespoeld worden, en waarin <a id="d0e11707"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11707">379</a>]</span>men dan eenige maaijers of hooijers, en dan weder eenig vee ziet, met de eenvoudige maar bevallige tuinen en kleine boschjes, +met de nette en wel gelegen woningen bij dezelven, met de steile rotsen aan den eenen, of de groene heuvelen met weidende +kudde aan den anderen kant. Alles is hier zoo belangrijk, dat men aanhoudend bevreesd is van ’er iets van te zullen missen. +De Proosdij <i>St. Paulus</i>, (<i>St. Paul</i>) tusschen <i>Baudeau</i> en <i>Campan</i>, op eene kleine hoogte ter regter zijde gelegen, maakt ook eene schilderachtige vertooning. Even aan den anderen kant van +dat dorp, waar naar deze vallei genoemd is, vroeg onze leidsman, of wij de spelonk (<i>la grotte de Campan</i>), die een eindje van den weg, in den voet van de bergen, aan de linkerhand is, wilden gaan zien; doch ik was onderrigt, dat +’er in deze spelonk niet veel bijzonders was, en de <i>stalactites</i> van <span id="d0e11727" class="corr" title="Bron: kalk-, aardig">kalkaardig</span> albast, die ’er gevonden werd, ’er van tijd tot tijd, door Natuurkundigen, bloote nieuwsgierigen, en zelfs door de boeren +hier omstreeks, die ze verkoopen, meestal waren uitgenomen. Wij verkozen dan niet om ons hierom optehouden, maar vervolgden +onzen weg. Naauwelijks waren wij eenige schreden gevorderd, of twee à drie kinderen kwamen ons naloopen, en kristallen, zoo +als zij het noemen, uit de grot te koop aanbieden. De landstreek blijft aanhoudend schoon, en van alle kanten levert de natuur +de liefelijkste Tooneelen op. De bergen zijn hier en daar met bosch geheel bedekt, tusschen beide maken de hutten der herders +op dezelven <a id="d0e11730"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11730">380</a>]</span>eene aardige vertooning. In 1772 opende zich in de bedding van de <i>Adour</i> hier omstreeks een kolk, die, gedurende vieren twintig uren, den droom geheel verzwolg, zoo dat de rivier tot aan dit gat +droog was, vervolgens raakte deze kolk vol, en het water stroomde als voorheen. Men heeft opgemerkt, dat het water in dit +hol onder den grond doorloopende, niet ver van <i>Bagnères</i> weder uitkwam. + +</p> +<p>Van het dorp <i>St. Marie</i> valt niets te zeggen, dan dat het eene aangename verzameling is van boerenwoningen, niet als een bekrompen straat tegen elkanderen +gebouwd; maar luchtig uit een gelegen, en ieder huis genoegzaam van weilanden en tuinen omringd. Deze schakel van woningen +strekt zich op die wijze uit tot voorbij <i>Grippe</i>, een ander dorp een uurtje verder gelegen. Hier vindt men een vrij goede herberg; wij zetten ’er onze paarden wat op stal, +en lieten ons wat melk, brood, versche boter, die hier zeer goed is, en kaas geven. Van een bovenkamer, die men ons had aangewezen, +hadden wij gelegenheid om ons met het schoone gezigt over de vallei, nog eens ter deeg te verlustigen. Het was hier zindelijk +en net. De welvaart zonder pracht straalt in deze streek overal door. Bij dit huis was een tuin met verscheidene goede vruchtboomen, +en zelfs een kleine vijver, waar door het water aanhoudend stroomde, en waarin wij verscheidene forellen zagen. Een uurtje +van hier zijn marmergroeven. Nu wordt het dal allengskens <a id="d0e11746"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11746">381</a>]</span>enger, wij zagen de hooge bergen, die wij overtrekken moesten, voor ons, en hier begonnen wij reeds te klimmen. De Natuur +vergast daar het vorschend oog weder op een heerlijk gezigt; doch van een anderen aard dan in de vallei. Links en regts zijn +de bergen met pijnboomen bedekt, en de <i>Adour</i> maakt hier eenen schoonen waterval, van twee of drie verdiepingen. Het water, tusschen de digt aan een gesloten rotsen doorbruischende, +veroorzaakt een verbazend geruisch. De kegelvormige berg <i>l’Escalette</i><a id="d0e11753src" href="#d0e11753" class="noteref">5</a> vertoonde zich voor ons. Altijd klimmende, bereikten wij eene aanmerkelijke hoogte, onze paarden nu en dan leidende, om dezelve +niet te veel te vermoeijen. Ondertusschen hadden wij voor en ter zijde nog hooge bergen; zoo dat men dezelve aanziende, zich +zou kunnen verbeelden van beneden te zijn. Tegen de steile hellingen van sommige dier bergen, ver boven ons hoofd, zagen wij +verscheidene geiten en schapen; wat verder graasden ook eenige koeijen, alle van klokjes voorzien, op dat de herder, wanneer +zij afdwalen, dezelve wederom zou kunnen vinden: ook zegt men, dat dit geluid de wolven, die hier in ’t geheel niet zeldzaam +zijn, afschrikt. Aanhoudend langs een gansch niet gemaklijken weg stijgende, bereikten wij den grooten en prachtigen waterval +<a id="d0e11758"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11758">382</a>]</span>van <i>Tramésaigues</i> (<i>Cascade de Tramésaigues</i>) waar van de stroom, tusschen een bosch van pijn- of denneboomen doorkomende, zich met geweld van de rots in een aanmerkelijke +diepte, langs eenige trappen, nederstort. Hier stapten wij van onze paarden, en klommen langs de steile helling van den berg +naast den waterval, zoo ver wij komen konden, af.—Die zoo iets gezien heeft, geloof ik niet, dat ligt in verzoeking zal geraken, +om in boschjes of lusthoven, watervallen door gemetselde beken stroomende, en van gemaakte rotsen afloopende, te maken. Ik +weet, dat ’er in <i>Zwitserland</i>, <i>Italië</i>, en zelfs niet ver van hier watervallen zijn, die van veel hooger bergen of rotsen op eenmaal afstorten. Ongetwijfeld leveren +zij een ontzaggelijker en grootscher vertooning op; doch zij missen dan ook het streelende en bevallige van deze. Een groot +gedeelte van den nederstortenden stroom wordt hier door de dennen, die ’er langs de helling van de rots naast staan, beschaduwd, +en het schuimende water maakt tegen dat donkere groen eene heerlijke vertooning. Als men ’er digt bij staat, heeft men moeite, +door het sterke gedruisch, om elkanderen te verstaan; doch men wordt ’er, wanneer het warm is, zoo als heden het geval was, +ook alleraangenaamst verkwikt door de frissche lucht. Na hier een poosje te hebben gerust, zagen wij een eindje hooger opklimmende, +en den waterval aan de linkerhand latende, de herders- en veehoeders-hutten van <i>Tramésaigues</i><a id="d0e11774src" href="#d0e11774" class="noteref">6</a>.—Wie <a id="d0e11779"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11779">383</a>]</span>zou hier woningen voor menschen zoeken; doch men kan het ook naauwelijks woningen noemen. Een klein vierkant perk van op een +gezette brokken steen gemaakt, en met platte steenen en graszoden gedekt, dient om het vee tegen het ongunstige weder, en +tegen de aanvallen der beeren en wolven te beschutten; in een hoek van dit perk is een afgezonderd hokje voor den herder; +alles is niet hooger en ruimer dan volstrekt noodzakelijk is. Eenige diergelijke hutten maken hier een klein gehuchtje uit. +De stroom die van de <i>Pic du Midi</i> afloopt, slingert tusschen deze hutten door, en maakt vervolgens den schoonen waterval.—Hier wonen menschen, en in het kasteel +der <i>Tuillerien</i> te <i>Parijs</i> woonen ook menschen.... De herders waren thans met het grootste deel van hun vee in de bergen, en wij zagen ’er niet anders +dan een paar koeitjes, die tegen de wanden van hun’ eenvoudigen stal lagen te herkaauwen. De grond, daar aanhoudend besproeid +zijnde, is hier en daar met een aangenaam groen tapijt bekleed. Men ziet hier ook een’ hoekigen blok granit, door de natuur +aardig gevormd, boven den grond uitsteken<a id="d0e11790src" href="#d0e11790" class="noteref">7</a>. Achter ons omziende, zagen <a id="d0e11799"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11799">384</a>]</span>wij langs de aanmerkelijke hoogte, die wij opgeklommen waren, in de laagte, die zich als een ruim dal vertoonde, een vrouw +te paard gezeten; en met een roode kap op, volgde zij ons van verre, en scheen niet te schromen om dezen togt alleen te ondernemen. +Wij meenden al wel geklommen te hebben, en waren echter nog op verre na niet op het hoogste punt, dat wij over te stijgen +hadden. Door een scheiding van de bergen aan onze regterhand, of in het noord-oosten, ziet men, bij de hutten van <i>Tramésaigues</i> zijnde, die ontzaggelijke <i>Pic du Midi</i>, die een der hoogste bergen van de <i>Pyreneën</i> is, zich met aardige vlakken, door de valling van het licht veroorzaakt, vertoonende<a id="d0e11810src" href="#d0e11810" class="noteref">8</a>. Zij heeft eene niet zeer langwerpige, kegelvormige gedaante, van hier te zien, en scheen niet ver van ons af te zijn; ondertusschen +verzekerde onze leidsman, dat wij ’er (gesteld men kon ’er in een regte lijn naar toekomen) nog ruim een uur gaans af waren. +De gewone weg, voor hun die dezen berg, welks top boven de oppervlakte der zee, op ruim 9000 voeten, of 1500 <i>toises</i> begroot wordt, willen bestijgen, is door de vallei, waar men hier door ziet. Het was nu omtrent half twaalf voor den middag<a id="d0e11819src" href="#d0e11819" class="noteref">9</a>. Deze hutten verlatende, gingen wij den top van de <a id="d0e11828"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11828">385</a>]</span><i>Escalette</i>, en vervolgens de <i>Tourmalet</i> bestijgen; onze goede dieren hadden daar nog wat aan te doen, en het was, hoewel hier veel luchtiger dan in de valleijen, +echter te warm, om te voet te gaan, voor lieden, die zulk klimmen niet gewoon zijn. Hier begint het ’er woester uittezien; +geen denneboomen, weinig gras en kruiden meêr. Overal liggen stukken en brokken steen, die van de naburige hoogtens schijnen +afgerold. Welk eene hoogte! en evenwel ziet men de <i>Pic du Midi</i> nog altijd als een hoogen berg aan zijne zijde. Toen wij bijna de hoogte van de <i>Tourmalet</i>, die wij over moesten, bereikt hadden, zagen wij het water, dat onze geleider <i>l’Eau d’Oncet</i><a id="d0e11843src" href="#d0e11843" class="noteref">10</a> noemde, langs de <i>Pic du Midi</i> afloopen; dit water maakt in het dal, naar den kant van <i>Barèges</i>, zich met meêr andere stroomen vereenigende, een klein riviertje, dat <i>le Bastan</i> genaamd wordt; welks loop geheel het tegengestelde is van de <i>Adour</i>, dat is te zeggen van het noord-oosten naar het zuid-westen. De helling van de <i>Tourmalet</i>, die wij af moesten klimmen, is vrij steil; doch het smalle wegje loopt met slingers onder elkanderen. Hier stapten wij van +onze paarden af, en leidden dezelve bij den toom achter elkanderen volgende. Alles is hier woest en ontzaggelijk; voor zich +ziet men in de vallei van <i>Bastan</i>, <a id="d0e11873"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11873">386</a>]</span>als in eene vreesselijke diepte. Het water op stukken en brokken rots van boven neder stroomende, ruischt aanhoudend. Boven +de verheven toppen der bergen zagen wij de arenden zweven. Hadden wij den weg in het opklimmen niet gemakkelijk gevonden, +hier was ’er in het afstijgen ook niet op te roemen; ondertusschen viel het mij, naar het geen men ’er mij van verteld had, +aanmerkelijk mede. Eindelijk kwamen wij in een dal, en vervolgens aan eenige schrale weiden, veel verschillende van die in +het dal van <i>Campan</i>. Beneden zijnde, zagen wij achter ons om, om de steile hoogte, die wij afgeklommen waren, te beschouwen; zij is verbazende. +Men begroot die hoogte, boven de oppervlakte der zee, op omtrent 7000 voeten<a id="d0e11878src" href="#d0e11878" class="noteref">11</a>. De bergen, of liever steile rotsen, welke dit dal omgeven, zijn niet met boomen en weiden bedekt, zoo als die van het dal +van <i>Campan</i>. Men ziet ’er genoegzaam geen struikje, zoo min in het dal als op de hoogtens, alles ziet ’er naar en treurig uit. De <i>Bastan</i> stroomt niet zoo als de <i>Adour</i> langs groene weiden, maar rolt hier met een woest gedruisch geweldig over de brokken steen, die zij zelve medevoert, of die +van de omliggende <a id="d0e11907"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11907">387</a>]</span>steiltens in dit dal afrollen. Hier en daar ziet men een magere weide, die eerder rosachtig dan groen ziet, en waarop eenige +kwijnende koeijen het laatste grasscheutje nog loopen zoeken. Het onderscheid tusschen het dal van <i>Campan</i> en dat van <i>Bastan</i>, slechts door de bergen, die wij overgekomen waren, van elkanderen gescheiden, is waarlijk ontzettend. Daar heeft de natuur +genoegzaam geene menschelijke hulp noodig, en hier zijn alle menschelijke krachten vereenigd, niet toereikende, om ’er maar +een redelijk vruchtbaar land van te maken. De stroom zelve, door het smelten der sneeuw of stortregens zeer sterk zijnde, +verwoest dikwijls de gronden, die zij moest voeden, en voert de weinige vruchtbare aarde, die hier en daar deze steenachtige +bodem nog bekleedt, mede, of bedekt dezelve met steenen. Woningen en bewoners hebben een ellendig voorkomen, en alles doet +zien, dat dit dal weinig geschikt is om door menschen bewoond te worden. Na een eind wegs in hetzelve te hebben afgelegd, +moesten wij weder klimmen, en reden over het steenen dak van eene woning, die half in den grond gemaakt was, heen. Eindelijk +na weder vrij wat gestegen te zijn, zagen wij in eene enge diepte tusschen de rotsen ter zijde van de <i>Bastan</i><a id="d0e11917src" href="#d0e11917" class="noteref">12</a>, de huizen van <i>Barèges</i>, en kwamen ’er langs een smal wegje, tegen eene steille helling bijna boven de huizen in, het was als of wij ’er door de +schoorsteenen <a id="d0e11925"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11925">388</a>]</span>in moesten komen. Het was omtrent 3 uren na den middag, toen wij aankwamen, en wij hadden ons onder weg wel 1½ uur opgehouden, +en anders altijd gegaan of stapvoets gereden, zoo dat ik reken, dat men bijna 7 uren nodig heeft, om die reis te doen, wanneer +men zich niet ophoudt, ten zij men goedvindt, om van <i>Bagnères</i> tot <i>Grippe</i> de paarden te laten draven. + +</p> +<p>Men ging in onze herberg kort na onze aankomst aan tafel, het geen voor ons, die vrij hongerig waren, zeer van pas kwam. De +spijszaal bestond slechts uit een houten loots; eenige huizen over en naast dezelve, waren op dezelfde wijze gebouwd, zijnde +maar voor eenige zomermaanden opgeslagen; omdat de steenen huizen, die hier gestaan hebben, al een en andermaal door het nederstorten +van de sneeuw, de brokken steen die zij medevoert, en de overstrooming van de <i>Bastan</i> verwoest geworden zijnde, men de moeite en kosten niet meêr doen wil, om ze op te bouwen. Tot onze verwondering vonden wij +in deze woeste en onvruchtbare landstreek eene vrij goed middagmaal, onder anderen een geregt van klipgeiten (<i>Izards</i>), vleesch, dat ik zeer lekker vond, en hier voor de eerste maal at; de wijn was ook wel genoeg, en altans veel beter als +te <i>Bagnères</i>. Wij aten met eenige kreupelen en lammen, waaronder een paar Offiçieren, die hier de baden gebruikten, de Apotheker van de +plaats enz. en evenwel was men zeer vrolijk aan tafel. Ik was verwonderd over de ongemeene oplettende gedienstigheid <a id="d0e11944"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11944">389</a>]</span>van den Apotheker omtrent ons, doch welhaast begreep ik ’er de reden van; hoewel wij ’er niet ziekelijk uitzagen, verbeeldde +zich die goede man, dat wij ter genezing van eene of andere kwaal hier naar toekwamen, en beschouwde ons dus als nieuwe klanten. +Onder de gasten bevond zich een man van omtrent dertig jaren, die een verlamming in de beenen had, en, van <i>Brugge</i> in <i>Vlaanderen</i> zijnde, blijde was van in ons halve landslieden aantetreffen. Na den maaltijd hadden wij <i>Barèges</i> welhaast gezien; het is slechts een enkele straat langs de <i>Bastan</i>; aan het eene eind daar wij onze kamers hadden, zijnde wat hooger op dan daar, waar de houten lootsen staan, zijn eenige +goede huizen, en lager een badhuis, dat een vrij gnap gebouw schijnt; voor het overige is ’er in dit plaatsje niets dan ellende +te zien<a id="d0e11958src" href="#d0e11958" class="noteref">13</a>. In ’t geheel zijn ’er vier of vijf mineraal-bronnen te <i>Barèges</i>, in warmte onderscheiden, de hoogste bereikt 39, en de minste 27 graden, schaal van <span class="smallcaps">Réaumur</span>. Deze wateren bevatten volgens waarnemingen van verscheiden deskundigen, meêr, ter genezing van sommige kwalen, heilzame +stoffen, dan die van <i>Bagnères</i>, bestaande voornamelijk uit zwavellever, <i>hepar sulfuris</i>, <i>nitrum</i>, zeezout, een kalkachtige, en een leemachtige aarde, en een smerige of zeepachtige stof. Deze wateren worden even als te +<i>Bagnères</i> uit- en <a id="d0e11982"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11982">390</a>]</span>inwendig gebruikt<a id="d0e11984src" href="#d0e11984" class="noteref">14</a>. Ik zag hier veel verminkte ziekelijke, of gebrekkelijke krijgslieden; ook waren ’er eenige <i>Engelsche</i> huishoudens. De luchtgesteldheid is ’er over het algemeen onaangenaam: tot in Julij toe kan het ’er somtijds koud en regenachtig +zijn; veeltijds dondert het ’er geheele dagen. De wolken tusschen de bergen blijvende hangen, veroorzaken een’ dikken mist, +en men ziet ’er somtijds om dezen tijd van het jaar al sneeuw. Ook wordt deze plaats niet anders bewoond dan in den tijd, +dat men de wateren gebruikt, dat is van half Mei tot het begin van October; den overigen tijd blijven ’er niet meêr dan vier +of vijf menschen, om zorg te dragen voor de huizen, en het weinige, dat men ’er in laat. De andere menschen gaan naar de omliggende +plaatsen, vooral naar <i>Luz</i>, een vlek omtrent anderhalf uur van hier gelegen. De weg naar den kant van <i>Luz</i> levert gansch geene onaangename wandeling op: men ziet ’er tegen de helling der bergen, of aan de boorden van de <i>Bastan</i>, nog eenige weilanden en akkers, die niet geploegd of gespit, maar met eene soort van houweelen bewerkt <a id="d0e12007"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12007">391</a>]</span>worden, om ’er wat rogge op te telen; hier en daar staan zelfs nog al eenige struiken en boomen, en bij de hutten, die men +’er aantreft, zijn nog al tuintjes, waarin ik echter niet veel anders dan koolen en boonen zag staan. Ik ging omtrent een +half uurtje van <i>Barèges</i> in zulk een hut, die door een soort van veehoeder, zijne vrouw en verscheidene kinderen bewoond werd. De man, zoo als hij +mij vertelde, in zijne jeugd soldaat geweest zijnde, sprak nog al wat <i>Fransch</i>, en ik had daar door gelegenheid, om mij met hem te onderhouden. Deze naar het scheen goede en eenvoudige lieden, gebruikten +alles bijna, wat hun vee en akkertje opbragt, en hadden niets anders te verkoopen, dan een weinig gesponnen wol, hoenderen +en eijeren, die zij te <i>Barèges</i> ter markt bragten, en het geld dat daar van kwam diende, om eenige onontbeerlijke dingen, zoo als zout, eenige weinige kleedingstoffen +enz. te koopen<a id="d0e12018src" href="#d0e12018" class="noteref">15</a>. De man vertelde mij ook, dat hij gaarne een pijp tabak rookte; wat de huisraad aanbelangt, ik zag ’er genoegzaam niets anders +dan het geen volstrekt noodzaaklijk was. Zes maanden van het <a id="d0e12024"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12024">392</a>]</span>jaar wonen deze menschen dikwijls onder de sneeuw, zoo dat zij naauwelijks een voetpaadje kunnen maken, om hun vee te geleiden, +om te drinken. Hoewel de bewoners van deze streken ’er over het algemeen niet bevallig uitzien, zijn zij gezond, en men treft +onder hen vele oude lieden aan; echter heb ik opgemerkt, dat ’er in deze geheele bergachtige landstreek, en zelfs aan den +anderen kant van <i>Bagnères</i>, verscheidene vrouwen kropgezwellen hebben. Ik gaf eenige <i>sols</i> aan de kinderen, en zij bragten mij ’er een paar kleine stukjes rots (<i>cristal</i>) voor in de plaats; de herders of jagers vinden dat in de hooge spleten der rotsen hier omstreeks, doch het is ’er niet overvloedig, +en wordt daarom bij de bergbewoners nog al geacht<a id="d0e12035src" href="#d0e12035" class="noteref">16</a>. Die kinderen gingen in ’t geheel niet school; een Pastoor of Kapellaan leerde ze slechts een weinig den Katechismus. Vele +onzer <i>Meijerijsche</i> landlieden zijn eenvoudig en ongeleerd, maar het zijn nog Professoren in vergelijking van deze lieden; vooral van die, welke +afgezonderd in de bergen wonen. In het wederom keeren naar <i>Barèges</i>, ontmoette ik een fraaije koets met Heeren <a id="d0e12056"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12056">393</a>]</span>en Dames ’er in, en liverei bediendens ’er voor en achter op; het waren ziekelijke of gebrekkige rijken, die hier hunne gezondheid +door middel van de wateren weder trachten bij een te lappen. Hadden zij altijd in de hut, waar uit ik kwam, gewoond, misschien +zouden zij gezonder zijn. + +</p> +<p>Op sommige plaatsen is de <i>Bastan</i> hier in ’t geheel niet diep, ik zette mij, van het eene stuk steen op het andere, stappende, op een brok rots in dezelve +gelegen, neder; het water bruischte om mij heên; men ziet hier duidelijk het hellen van de bedding van dit riviertje. Rondom +leverde de bergen en rotsen een niet onaardig gezigt op, en de avondstond was regt aangenaam. + +</p> +<p>Te <i>Barèges</i> terug gekeerd, gingen wij in een soort van Koffijhuis, dat ook in een houten loots is; het dient tevens voor een dans- en +concertzaal, doch het zag ’er thans akelig uit; naauwelijks waren ’er zes of acht menschen, zij zaten te spelen, en ’er brandden +twee of drie kaarsen. Wij begrepen dan, dat wij niets zouden verzuimen met te gaan slapen, om, wel uitgerust, morgen vroegtijdig +van hier te vertrekken. + +</p> +<p>Den 12 dezer. Gisteren avond werd ik door het gedruisch van de <i>Bastan</i> dat ik op mijn bed, duidelijk hooren kon, in slaap gesust.—Het was nog donker, toen men mij kwam zeggen, dat wij alvorens +te vertrekken, onze paspoorten hier moesten vertoonen en doen teekenen; hier over was ik niet zeer te vreden, vreezende, dat +ons dat ophouden <a id="d0e12073"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12073">394</a>]</span>zou; doch de Commissaris van de Politie had de beleefdheid om terstond optestaan, en mij te regt te helpen. Het scheen of +men ons hier voor <i>Engelschen</i> had aangezien, en veronderstelde, dat wij, krijgsgevangenen zijnde, wel eens over de grenzen zouden kunnen gaan. Wij reden +dan ten vijf uren af. Onze leidsman verhaalde mij, dat hij volgens gewoonte, een soort van verlofbriefje had gehaald, om met +de paarden tot de <i>Spaansche</i> grenzen te mogen gaan, en borg gesteld om den uitvoer van dezelven te verhoeden; echter daar men hem kende, was men hier +omtrent nog al gemakkelijk. Gedurende de maanden, dat <i>Barèges</i> bewoond, en door een menigte vreemdelingen, die de wateren komen gebruiken, bezocht wordt, komt ’er behalve een Commissaris +van de Policie, eene Compagnie oude krijgslieden (<i>invalides</i>) van het stadje <i>Lourde</i>. + +</p> +<p>Het was schoon helder weder, dat voor een reis in deze bergen van zeer belang is en om het gezigt en om de wegen, die hier +en daar zeer smal zijnde, bij sterke regenvlagen door de steenen, of het steengruis, dat dan van de bergen rolt, en door de +glibberigheid ongemakkelijk en gevaarlijk zijn. + +</p> +<p>De weg tot <i>Luz</i>, den stroom van de <i>Bastan</i> volgende, is zelfs voor rijtuigen redelijk goed, en wat de gezigten aanbelangt, hoewel tusschen de bergen bepaald, niet onaangenaam; +men ziet ’er nog al groen. Deze is de groote of postweg naar <i>Barèges</i>. Bij <i>Luz</i> wordt het gezigt zeer schilderachtig; men ziet daar meêr boomen, en de nog aanzienlijke overblijfsels <a id="d0e12106"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12106">395</a>]</span>van het oude kasteel <i>St. Marie</i>, op eene op zich zelven staande steile rots, aan het inkomen van een schoon dal gelegen, en de <i>Bastan</i> daar langs stroomende. Dit kasteel was in vroegere tijden eene sterkte, die wegens de Koningen van <i>Frankrijk</i> met krijgsbenden bezet werd; onder anderen ook, om de invallen der Mooren en der <i>Spanjaarden</i> tegentegaan. Het dal van <i>Luz</i>, hoewel juist niet zoo vruchtbaar als dat van <i>Campan</i>, en ook minder uitgestrekt, levert toch ook een zeer aangenaam gezigt op. De <i>Bastan</i> minder woest en snel, omdat de grond gelijker is, stroomt door frissche groene weiden; behalve <i>Luz</i> ziet men ’er verscheidene aardige en digt bij elkanderen gelegen dorpjes. De bergen rondom zijn met houtgewas, en gras of +kruiden bedekt, en in het flaauwe verschiet ziet men hier en daar eenige ontzaggelijke toppen boven dezelve uitsteken. Wat +verder op in dit dal, vereenigt zich de <i>Bastan</i> met de <i>Gave</i><a id="d0e12137src" href="#d0e12137" class="noteref">17</a>. Te <i>Luz</i> hielden wij ons een poosje op, om te ontbijten. De herberg behoort aan denzelfden man, bij wien wij te <i>Barèges</i> geweest, en waar wij wel over te vreden waren, hoe zeer alles te <i>Barèges</i> duur is, omdat het land zelf genoegzaam niets oplevert, en alles ’er alzoo <a id="d0e12169"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12169">396</a>]</span>van andere plaatsen naar toe moet gebragt worden; de zoon en dochter van dien man, <span class="smallcaps">Flamand</span> genaamd, namen hier de zaken zomers alleen waar. Wij huurden hier ook nog een paard voor onzen leidsman, en na het avondmaal, +bedden, enz. besteld te hebben, begaven wij ons naar den waterval van <i>Gavarni</i> op reis. <i>Luz</i> schijnt een vrij gnap plaatsje, en is alleraangenaamst gelegen. Van daar af tot bij <i>St. Sauveur</i>, loopt de weg nog door een aangenaam dal, maar dan begint men te klimmen, latende de <i>Gave</i> aan de regterhand. Hier ligt een brug over dien stroom, om naar <i>St. Sauveur</i>, dat men aan den overkant laat liggen, te gaan. Dat plaatsje bestaande uit omtrent 20 huizen, meestal voor de baden dienende, +en tegen de steile helling van een groenen berg, hier en daar met boomen en struiken beplant, gelegen, maakt eene allerliefste +vertooning. Aan de linkerhand heeft men steile rotsen, tegen welker helling (hoewel het naauwelijks eene helling mag genaamd +worden) de smalle weg gemaakt is. <i>St. Sauveur</i> voorbij zijnde is die weg door eenige boomen en struiken, tegen de steilte geplant, aangenaam beschaduwd. Aan de regterzijde +hoort men de <i>Gave</i> in een diepte, hier en daar door dikke struiken bedekt, ruisschen. De bergen worden hooger en steiler, en de diepte hoe langer +hoe ontzaggelijker. Onze leidsman (dien ik in ’t vervolg <span class="smallcaps">Antoine</span> zal noemen) waarschuwde ons, dat wij welhaast aan een zeer smal padje moesten komen, daar wij, voorzigtigheidshalve, <a id="d0e12198"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12198">397</a>]</span>wel zouden doen om van de paarden aftestappen. Hij noemde dit <i>un mauvais pas</i>. Dit padje was hier en daar geen drie voeten breed, tegen een zeer steile rots boven een afgrijsselijke diepte uitgehouwen. +<span class="smallcaps">Antoine</span> raadde ons, om niet regts te zien, en ik volgde zijn’ raad. De rotsen, waar de <i>Gave</i> bulderende tusschen doorloopt, zijn zoo steil, en staan zoo digt bij elkander, dat men tusschen twee vreesselijke hooge muren +zeer eng schijnt ingesloten; de zonnestralen hadden hier thans geen’ toegang; het licht valt ’er alleen van boven loodregt +in, en dit alles maakt het nog akeliger. De paarden zelfs hoewel aan diergelijke wegen gewoon, gaan met den neus op den grond, +en voelen eerst met een soort van huivering, eer zij hunne voeten nederzetten. Men spreekt niet tegen elkander; ieder is hier +alleen op zich zelven bedacht; geen wonder, men behoeft slechts te struikelen, om in de diepte te morselen te vallen. En ondertusschen +had het gevoel, dat ik in dezen toestand gewaar werd, meêr van het aangename dan van het onaangename. Het grootsche, ongewone, +en daar bij het liefelijk schoone, want de rotsen zijn veelal van onderen tot boven met boomen en struiken bedekt, veroorzaken +eene streelende bewondering, die de ongerustheid aanmerkelijk verdoofdt. Nog vreemder vertooningen te gemoet ziende, wordt +men door nieuwsgierigheid gedurig aangespoord en opgewakkerd; en laten wij ter goeder trouw zijn, de hoogmoed en eerzucht +heeft aan alle diergelijke ondernemingen ook vrij wat <a id="d0e12209"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12209">398</a>]</span>deel. Dit zoo smalle wegje was maar kort, en wij zetten ons weder te paard; nu was het pad zoo breed, dat wij eene vrouw, +die een ezel met wol geladen voor zich heen dreef, voorbij konden laten. Zij ging dit voortbrengsel van hare kudde te <i>Luz</i> verkoopen, en spon gedurig op de plaatsen, waar den <i>weg</i> niet al te smal en moeijelijk was. Een eind wegs verder heeft men een pad, altijd niet veel breeder dan volstrekt noodig +is, boven een diepte van 80 à 100 voeten in de harde rots uitgehouwen, en hier en daar met stukken steen op een gezet, gemaakt; +dit werk, dat niet zonder zwaren arbeid geschied is, werd in 1762 uitgevoerd. Voor dien tijd verongelukten hier veeltijds +menschen en vee, en men moet ’er nog zeer voorzigtig zijn. Deze toegang wordt <i>le passage de l’Echelle</i> genaamd, omdat hier in vroegere tijden een kleine sterke toren plagt te staan, waar men tegen de rotsen op, als tegen een +ladder, naar toe moest klimmen; zij was met krijgsvolk bezet, en diende om de invallen en strooperijen aan deze grenzen te +beletten. In het begin van de vorige eeuw was zij nog van veel dienst tegen eene soort van roovers en vrijbuiters uit het +landschap <i>Arragon</i>, die men <i>les Miquelets</i> noemt. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/viii001.jpg" alt="Barèges."><p class="figureHead">Barèges.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Omtrent een kwartier verder, ziet men aan den anderen kant van de <i>Gave</i>, en in de laagte het gehuchtje <i>Sia</i>, bestaande in eenige woningen, die door eenige groote boomen beschaduwd worden. Nu loopt den weg eenklaps af, tot aan een +steenen brug over de <i>Gave</i> liggende, eer men op de brug gaat, <a id="d0e12241"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12241">399</a>]</span>heeft men aan de regterhand eene bron, waar uit het frissche en heldere water aanhoudend in een’ steenen bak loopt. <span class="smallcaps">Antoine</span> noemde deze bron <i>la Fontaine de halte</i>, omdat men gewoon is om daar een oogenblik te rusten, en menschen en vee ’er zich door een’ koelen dronk verfrisschen. Wij +dronken dan ook met onze paarden als lotgenooten, slurpende uit denzelfden bak. En nu gingen wij de brug over: zij bestaat +uit een enkelen boog tusschen twee digt bij elkanderen staande rotsen gemaakt, en omtrent 90 voeten boven den stroom verheven. +Van deze brug, die met mosch en klimop bewassen is, heeft men een heerlijk gezigt op eenen schoonen waterval, die door de +<i>Gave</i>, door eene enge opening tusschen twee rotsen doorloopende, gemaakt wordt, en waar over de takken der struiken, die in de +spleten van die rotsen groeijen, bevallig heen zwieren. Deze brug wordt <i>le pont l’Artigue</i> genaamd. Het water loopt ’er met eene vreesselijke vaart onder door. De <i>Gave</i> aan de regterhand latende, klimt men langs een wegje, dat niet breeder is als aan den anderen kant, weder op. Men gaat onder +de over den weg hangende rotsen door, vervolgens daalt men weder digter naar den stroom af; de natuur is hier woester, en +men ziet ’er weinig groen. Op de hoogte, bijna zoo ver dat ik de voorwerpen naauwelijks kon onderscheiden, zag ik een herder +met eenig vee en schapen. Hier en daar ziet men ook eene enkele hut. Over een houten brug, die nog al lang zijnde, in het +midden <a id="d0e12258"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12258">400</a>]</span>door een brok granit, dat midden in den stroom door de natuur geplaatst is, ondersteund wordt, kwamen wij weder aan den anderen +kant van de <i>Gave</i>, en van daar ziet men, een eind wegs opgeklommen zijnde, een’ waterval van een enkelen straal van een groene rots aan den +overkant in de diepte storten, en deze straal water had thans dezelfde kleuren als een regenboog. Dit gezigt was verrukkelijk. +Van de toppen der bergen ziet men ook het water als slingerende beken afstroomen. Hier is de weg niet verschrikkelijk meêr, +maar integendeel alleraangenaamst; langs denzelven staan heggen van palm, en men gaat onder groene gewelven, door noten- en +andere boomen gemaakt, door. Op zeer verheven en ijsselijke steiltens, zagen wij de koeijen gerust weiden. Eer dat men te +<i>Pragnères</i>, een alleraangenaamst gelegen dorp, in het midden van een groen dal, komt, gaat men door een stroom of <i>Gave</i>, die men <i>le Gave de Pragnères</i> noemt. Deze stroom komt van de bergen <i>Neouvielle</i> geheeten<a id="d0e12275src" href="#d0e12275" class="noteref">18</a>, omdat ’er altijd sneeuw ligt, en wordt door die aanhoudend smeltende sneeuw veroorzaakt; zij vereenigt zich het dal doorslingerende +met de <i>Gave</i>, daar onze weg langs loopt. <i>Pragnères</i> ligt omtrent 1½ uur van <i>Luz</i>. Tot nu toe hadden wij <a id="d0e12295"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12295">401</a>]</span>altijd tusschen de bergen ingesloten geweest, en waren blijde, van ons eens in een ruim dal te bevinden. De huizen zien ’er +hier over het algemeen gnap uit, en men kan zien, dat het den menschen in dezen afgezonderden staat niet kwalijk gaat: eenige +kinderen, die voor de huizen onder de boomen, die ’er voor stonden, lagen te spelen, zagen ’er frisch uit. Ik zag hier weder +een vrouw met een vrij groot kropgezwel (<i>Goitre</i>)<a id="d0e12300src" href="#d0e12300" class="noteref">19</a>. Deze in der daad bekoorlijke vlakte verlatende, klommen wij meêr langs de <i>Gave</i> op. De weg is hier, hoewel altijd smal, dan hoog en dan laag, echter vrij goed, en veelal aangenaam <a id="d0e12321"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12321">402</a>]</span>beschaduwd, en met heggen van palm, die hier en daar vrij hoog en zwaar is, bezet. De landstreek verliest weder veel van zijne +bevalligheid. Men ziet den berg <i>Comelie</i>, die eene schoone vertooning maakt, voor zich. De natuur wordt weder vriendelijker. De <i>Gave</i> stroomt minder geweldig; hier en daar vertoonen zich eenige woningen; een nieuw dal opent zich, en wij naderden het dorp +<i>Gedro</i> of <i>Gedre</i>. <span class="smallcaps">Antoine</span> deed ons in het verschiet den met sneeuw bedekten top van den berg, dien men <i>Marboré</i><a id="d0e12340src" href="#d0e12340" class="noteref">20</a> noemt, opmerken. Hier las ik op een bord voor een huis geplaatst <i>Douanes Nationales</i>. Wie zou in deze bergen een tolhuis zoeken; ondertusschen worden ’er op paarden en muilezels tusschen dezelve door, nog al +eenige goederen in en uit <i>Spanje</i> gebragt, en de smokkelaars stellen zich veeltijds aan nog gevaarlijker wegen, dan men hier aantreft, bloot. Men komt over +een brug, die over den stroom ligt, welke men <i>le Gave de Héas</i> noemt, omdat zij door het dal van dien naam loopt. Van daar ziet men tusschen de rotsen in de diepte, een soort van hol, +waar het water uitstroomt, zijnde van boven door takken en struiken zeer digt gedekt, zoo dat het licht ’er naauwelijks door +schijnt. De stroom maakt ’er een kleinen waterval, en dit groene gewelf noemt men niet zeer eigenlijk dunkt mij <i>la Grotte de Gedre</i>. Men kan ’er uit een huis dat bij deze brug staat bijkomen. In een ander oord zou <a id="d0e12358"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12358">403</a>]</span>deze zoogenaamde grot, zeker eene aardige en romaneske vertooning maken; doch hier, daar de natuur zoo vele groote en verbazende +schoonheden oplevert, scheen zij mij minder belangrijk. + +</p> +<p><i>Gedre</i>, en het bekoorlijk dal van dien naam, ligt aan den voet van den berg <i>Comelie</i>, omtrent 3 uren van <i>Luz</i>. Het dorp voorbij zijnde, klimt men langs dezen berg op. <span class="smallcaps">Antoine</span> wees mij op de hoogte in het verschiet een paal, die hij zeide op de grensscheiding tusschen <i>Frankrijk</i> en <i>Spanje</i> te staan. Nu begint het ’er eerst regt woest uit te zien: hier slingert de weg tusschen ontzaggelijke brokken rots<a id="d0e12379src" href="#d0e12379" class="noteref">21</a>, op en onder elkanderen liggende, door. Sommigen zijn geheel van boven neder in de <i>Gave</i> gerold, en hebben den stroom genoodzaakt om van loop te veranderen of zich te verdeelen. De rots, waarvan die vervaarlijke +klompen afgevallen zijn, hangt in eene dreigende houding den voorbijganger boven het hoofd; hier en daar gaat men onder afgrijsselijke +zware stukken door, die naauwelijks genoegzaam ondersteund, en gereed schijnen, om al wat ’er onder komt te verpletteren. +Welk <a id="d0e12388"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12388">404</a>]</span>een arbeid moet het niet gekost hebben, om hier een’ weg, hoe dat hij dan ook is, door te maken; en het is wel te vreezen, +dat men dien arbeid, indien het mogelijk is, nog zal moeten hervatten; zijnde het maar al te waarschijnlijk, dat ’er nog meêr +van boven neder zal storten. Ook komen ’er, volgens het zeggen van <span class="smallcaps">Antoine</span>, nog dikwijls stukken afrollen, vooral bij het smelten der sneeuw. Geen groen struikje of kruidje is hier te zien, niet anders +dan brokken rots en lucht. De stroom van de <i>Gave</i>, die hier veel belemmerd wordt in zijn loop, maakt een donderend gedruisch. Het tooneel is allerontzaggelijkst, en toch zag +ik het met een zekere aandoening van genoegen, zoo wel als van verbaasdheid. Jammer is het, dat men zich niet op een’ grooteren +afstand kan plaatsen, om van daar op eenmaal deze afgrijsselijke puinhoopen der natuur te overzien. Te regt wordt deze plaats +<i>le Cahos</i><a id="d0e12398src" href="#d0e12398" class="noteref">22</a> genaamd, want waarlijk hier schijnt het als of de Eeuwige Almagt pas begonnen was met de eerste hand, als ’t ware, aan het +werk der Schepping te leggen, en de ruwe stof pas uit het niet was voortgebragt. De weg in dezen <i>Cahos</i> scheen mij wel een kwartier lang te zijn. + +</p> +<p>Aan den overkant van de <i>Gave</i> stort een heerlijke waterval, dien men <i>la Cascade Saussa</i><a id="d0e12414src" href="#d0e12414" class="noteref">23</a> noemt. Van eene zeer aanzienelijke hoogte vallende, vormt <a id="d0e12417"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12417">405</a>]</span>hij een’ schoonen straal, die langs drie of vier trappen in de diepte stort. + +</p> +<p>Uit den <i>Cahos</i> komende, gaat men digt voorbij de plaats, waar zeventig à tachtig jaren geleden eene smelterij plagt te zijn van een lood- +en zilvermijn, die niet ver van daar bestaat, doch thans geheel in het verval is. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/viii002.jpg" alt="Waterval van Gavarnie."><p class="figureHead">Waterval van Gavarnie.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Altijd opklimmende, ziet men al meêr en meêr de sneeuw, die hier en daar op de in het verschiet gelegen bergen ligt. Vervolgens +aan de regterhand doet zich het dal <i>le Val d’Ossone</i><a id="d0e12432src" href="#d0e12432" class="noteref">24</a> genaamd op; hier ziet men weder verscheidene stroomtjes en watervallen boven elkanderen, en door het frissche loof afruisschen. +Altijd opklimmende, verheft men zich op eene aanmerkelijke hoogte boven de <i>Gave</i>. Wat gemeenzamer met de smalle wegen en afgronden langs dezelve geworden zijnde, waagde ik het al eens, om ’erin te zien. +Hier bevond ik mij op de rand van een steile diepte, die op omtrent 150 voeten geschat wordt; de <i>Gave</i> stort zich in dezelve van een hoogere bedding met een ontzaggelijk geweld neder.—De landstreek wordt vooral ook door het +boschachtige, dat ’er zich in opdoet, weder zeer schilderachtig. Van verre ziet men reeds den vooral in deze streek zoo befaamden +waterval van <i>Gavarnie</i>, van de met sneeuw bedekte bergen afstorten<a id="d0e12453src" href="#d0e12453" class="noteref">25</a>. <a id="d0e12479"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12479">406</a>]</span>Men meent ’er reeds digt bij te zijn, en, ondertusschen is men ’er nog wel een groot uur van daan. Aan onze linkerzijde tegen +de helling van eenen groenen berg, vertoonde zich een herder met eenige schapen en geiten. De diepte aan de regterhand door +de takken der boomen en struiken bedekt zijnde, schijnt minder vervaarlijk. Eenige steenberken<a id="d0e12481src" href="#d0e12481" class="noteref">26</a> onder anderen, welker takken, even als die der treurwilligen, met lange slingers bevallig over de diepte heen schommelden, +maakte hier een fraaije uitwerking. Men gaat de <i>Gave</i> weder over, over een’ houten brug, die <i>le pont Barygui</i> genaamt wordt. Niet, ver van deze brug, die <a id="d0e12502"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12502">407</a>]</span>over een aanmerkelijke diepte van de eene rots op de andere ligt, is de herberg van <i>Gavarnie</i>; hier stapten wij af, en gingen, na ons een weinig ververscht te hebben, te voet naar den waterval, want men kan niet wel +verder dan nog een eind wegs te paard komen, en daar staan geen huizen. Het dorpje zelve is een weinig verder dan de herberg; +wij zagen ’er een gedeelte van bestaande in eenige zeer eenvoudige huisjes. Buiten het dorpje zijnde, heeft men tusschen twee +hoogtens waar den weg midden doorloopt, een heerlijk gezigt op den waterval en de steile rotsen. Men gaat door een dal, vervolgens +over een smal brugje over de <i>Gave</i> liggende. Op een hoogte geklommen zijnde, en ongeduldig, om den waterval van nabij te zien, meent men ’er pas eenige schreden +van af te zijn, doch men bedriegt zich; langs een vrij ongemakkelijken weg afklimmende, komt men eindelijk aan den ingang +van het laatste dal, en wel dra wordt men verrukt door de majestueuse vertooning, die de natuur hier oplevert. Regt uit is +het ruime dal door hemelhooge rotsen, halve cirkels gewijze omgeven; deze rotsen zijn boven aan met eene soort van trappen, +en gelijken in der daad niet kwalijk naar de zitbanken waarmede de oude Amphithéaters omgeven waren, waarom deze plaats dan +ook vrij algemeen <i>le Cirque de Gavarnie</i><a id="d0e12512src" href="#d0e12512" class="noteref">27</a> genaamd wordt. Deze ontzaggelijke muren zijn hier en daar met eeuwige sneeuw of ijs bedekt, <a id="d0e12518"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12518">408</a>]</span>en boven dezelven steken nog andere rotsen als torens uit, zij worden <i>les tours de Marboré</i> genaamd<a id="d0e12523src" href="#d0e12523" class="noteref">28</a>. Van deze rotsen aan de linkerzijde, stort de voorname waterval ruim een derde van de hoogte<a id="d0e12543src" href="#d0e12543" class="noteref">29</a> die op 1266 voeten begroot wordt, zonder de rots te raken, op een uitstek, van daar op een ander, en vervolgens tot beneden, +van waar zij onder een gewelf of brug van sneeuw doorloopt. Deze brug slechts van sneeuw, en niet van ijs, zoo als sommigen +gemeend hebben, te zamengesteld zijnde, is het vooral in dit jaargetij, wanneer dezelve al aanmerkelijk gesmolten is, niet +raadzaam om ’er op te gaan. Hier en daar in dit dal, op de plaatsen, waar de zon niet komt, blijft de sneeuw ook genoegzaam +altijd liggen. Rondom ziet men nog verscheidene kleine watervallen, die zich alle tot een stroom vereenigen, en de oorsprong +zijn van de <i>Gave</i> <a id="d0e12552"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12552">409</a>]</span>van <i>Pau</i><a id="d0e12556src" href="#d0e12556" class="noteref">30</a>. De groote waterval stort uit een meer, dat boven op den berg is. Het suissend en kletterend geluid van denzelven vervrolijkt +nog eenigzins deze eenzame woestenij; maar als men niet door en door nat wil worden door het water, dat ’er als een stofregen +afvliegt, moet men ’er niet te digt bij komen. Aan den regterkant, over den grooten waterval, boven op de rotsen, is een soort +van doorgang, die men <i>la bréche de Roland</i> noemt. Als men daar door is, komt men op <i>Spaansch</i> grondgebied; de smokkelaars maken van deze ongemakkelijken en gevaarlijken weg nog al gebruik. Aan den kant van den grooten +waterval, maar veel digter naar <i>Gavarnie</i> toe, maakt een bosch van pijn- of denneboomen, tegen deze rotsen, in dit tooneel een fraaije verscheidenheid, en beneemt +’er eenigzins het treurige en ontzaggelijke van. Ieder die zoo als wij in dit jaargetij hier naar toe komen wandelen, en dus +warm zijn, mogen zich wel in acht nemen om ’er niet stil te staan, veel minder te gaan zitten; want het is ’er al vrij koel. +Terug keerende, stond ik dikwijls stil, om op verschillende afstanden den waterval en omliggende rotsen te zien. Overal is +het schoon, doch op een zekeren afstand komt mij het gezigt veel schilderachtiger voor dan digt bij, hoewel het daar weder +grootscher en ontzaggelijker is. Ondertusschen schoon deze waterval te regt verdient <a id="d0e12576"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12576">410</a>]</span>bewondert te worden, als zijnde de hoogste die in <i>Europa</i> bekend is<a id="d0e12581src" href="#d0e12581" class="noteref">31</a>, en de reusachtige rotsen, die dezelve omringen, zoo wel als derzelver gedaante, een nog luisterrijker en verbazender aanzien +aan dit alles geven, had het echter op mij dien invloed niet, noch verwekte die aandoening als de bron van <i>Vaucluse</i>; misschien omdat het tooneel, daar veel enger en beperkter zijnde, meêr onder ons bereik valt, of omdat ik reeds meêr gewoon +was aan diergelijke gezigten. Bij de huizen bleef ik mij omkeerende een poos stil staan, om het gezigt tusschen de twee hoogtens +door, waar ik hier boven van gesproken heb, nog eens ter deeg te genieten<a id="d0e12596src" href="#d0e12596" class="noteref">32</a>. Onze paarden hadden nu goed tijd gehad om te eten en te rusten, want wij waren meêr dan 2 uren uitgebleven<a id="d0e12602src" href="#d0e12602" class="noteref">33</a>; de sneeuwbrug wordt op <a id="d0e12610"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12610">411</a>]</span>ruim drie kwartier van de herberg gerekend. Het ziet ’er in deze herberg nog al gnap uit; doch wij vonden ’er niet veel anders +dan melk, brood, kaas en zeer lekkere boter. De <i>Fransche</i> wijn was niet te breed, en de <i>Spaansche</i>, hoewel goed in zijne soort, was te walgelijk zoet; trouwens ons oogmerk was ook niet, om hier lang te vertoeven; daar wij +voor het vallen van den avond weder te <i>Luz</i> wilden zijn, en dat is nog ruim 4 uren van daar. Het huishouden bestond uit een jonge man en vrouw, een bejaarden vader en +een paar dienende huisgenooten. De oude man en zijn zoon spraken nog al redelijk <i>Fransch</i>, zoo dat ik mij gemakkelijk met hun kon onderhouden. Die lieden kwamen mij vriendelijk en geschikt voor. Behalve de nering +van hunne herberg, meestal door de reizigers die door dezen smallen weg naar de een of andere <i>Spaansche</i> plaats gingen, of ’er van daan kwamen<a id="d0e12627src" href="#d0e12627" class="noteref">34</a>, bestond hun voorname bedrijf in de veehoederij en de jagt; en naar ik merkte, scheen vooral de oude man een stoute jager +in zijn tijd geweest te zijn, en nog wel op de wolven en beeren af te durven gaan. Ik <a id="d0e12642"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12642">412</a>]</span>bespeurde duidelijk, dat het hem leed deed, dat hij de Izard’s niet meêr tot op de steile toppen der hooge rotsen vervolgen +kon. Hij verhaalde mij ook, dat men in deze streken lynxen vindt<a id="d0e12644src" href="#d0e12644" class="noteref">35</a>, die zeer veel kwaad aan de jagt doen; dat ’er in de valleijen en vruchtbare streken patrijzen gevonden werden van een licht +grijze kleur, doch weinig hazen. Hij sprak mij ook van een grooten vogel, die hij <i>Paus de Montagne</i> noemde; naar ik begreep, en ook na dat <span class="smallcaps">Antoine</span> mij beduidde, moeten het korhoenderen zijn. + +</p> +<p>In den zomer is het hier voor menschen, die aan deze smalle en gevaarlijke wegen gewoon zijn, zeer wel om te houden; maar +gedurende die lange winters, wanneer door de sneeuw genoegzaam alle toegang afgesneden is, en de hongerige roofdieren tot +bij hunne woningen komen, moet het ’er allerakeligst zijn. Met dat al schenen zij met hun lot wel te vreden, en hadden een +vrij juist denkbeeld van vele onaangenaamheden, die aan een uitgebreider maatschappelijke zamenleving verknocht zijn. Deze +lieden nu en dan met vreemdelingen omgaande, waren daar door nog al eenigzins, zoo als men het noemt, beschaafd geworden; +maar hunne naburen, vooral die, welke verder van den weg afwonen, zijn veel eenvoudiger. Over het algemeen zijn zij zeer bijgeloovig, +en houden zich bijzonder met vertellingen <a id="d0e12657"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12657">413</a>]</span>van spokerijen en duivelarijen op; geen wonder, zij hebben geen andere onderwijzers dan hunne Priesters, die zekerlijk niet +van de verlichtste en onbevooroordeelste zijn. + +</p> +<p><i>Gavarnie</i> behoorde voorheen aan de orde der <i>Tempeliers</i>, die hier een Klooster hadden, waarvan bij de Pastorij en de Kerk nog eenige overblijfsels te zien zijn, en daar na aan de +order van <i>Maltha</i>. Naar ik vernam, bevat dit dorpje niet meêr dan omtrent 150 inwoners. Ik zag ’er, zoo als in deze geheele streek, wel eenige +groote en welgespierde mannen, doch naauwelijks eene enkele vrouw, die ’er maar redelijk wel uitzag. Twijfelende of mijn horlogie +wel goed ging, vroeg ik hoe laat het was; ’er was geen klok of ander uurwerk; doch men riep de oude man, om op een soort van +houten zonnewijzer, waar hij de bewaarder van was, te zien. Deze zonnewijzer, dien zij <i>montre solaire</i> noemen, is van palmhout gedraaid, omtrent 4 duim lang, en nog geen duim over kruis dik; het gelijkt veel op een gewigtje +van een klok, rondom staan de uren en maanden geteekend. Door een knopje dat ’er boven in zit, draait men een blikken wijzertje, +op de streep van die maand, waarin men is, en houdt het dan aan een koordje of iets diergelijks hangende, met dat wijzertje +tegen over de zon; en op die wijze wordt het uur aangewezen. Het was omtrent twee uren, toen wij van <i>Gavarnie</i> afreden; bij de brug kwamen wij een paar <i>Spaansche</i> herders op muilezels gezeten tegen, zij schenen hun zondagspak <a id="d0e12678"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12678">414</a>]</span>aan te hebben, dat met een menigte kleine knoopjes versierd was. In het heen rijden had ik op vele plaatsen meest de hoogtens +bekeken, doch thans zag ik al stoutmoedig in de verschrikkelijkste dieptens. Alles van een’ anderen kant ziende, want in het +heen rijden hadden wij weinig om gezien, hadden de bergen weder eene gansch andere gedaante, en de natuur leverde alzoo weder +nieuwe en allerschoonste vertooningen op. Bij het dal van <i>Gedre</i> onder anderen, zagen wij aan het eind van het doorzigt voor ons, tusschen twee in de schaduw staande hellingen van hooge +rotsen, als een V bij elkanderen loopende, den top van een anderen veel verder gelegen, en door de zon geheel verlichten top +van een andere rots, in de gedaante van een A zoo het scheen regt in het midden staan. Op verscheidene plaatsen daar wij ’s +morgens van de paarden af waren gestapt, bleven wij ’er nu op zitten. Somtijds hangt het eene been over de diepte, en met +het andere raakt men bijna tegen de steile rots aan den anderen kant van den weg. Op eenige plaatsen gingen wij echter te +voet, niet alleen om het smalle padje, maar ook omdat het somwijlen steil afloopende was, op losse steenen en gruis van de +rotsen, zoodat de paarden hun voeten dikwijls niet vast kunnen zetten. Nogmaals bewonderde ik de voorzigtigheid, met welke +die dieren hier gaan, en bevond, zoo als <span class="smallcaps">Antoine</span> ons ook gezegd had, dat men best deed, van hun naar hunne eigen zin maar te laten loopen, houdende den toom echter zoodanig, +<a id="d0e12686"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12686">415</a>]</span>dat men ingeval zij struikelden, ze eenigzins zou kunnen ophouden. Aan de bron bij de brug gekomen zijnde, verzocht <span class="smallcaps">Antoine</span> ons weder om stil te houden en de paarden te laten drinken, ik beschouwde ondertusschen nog eens het schoone gezigt dat men +hier heeft. Wij hadden aan den kant van de <i>Gave</i> hier en daar menschen gezien, die forellen met den hengel vingen. Langs dezen weg ziet men ook enkele woningen; sommige kleine +wichten speelden op den rand van een ontzaggelijke diepte; ik ijsde ’er van, doch zij zijn dat gewoon. + +</p> +<p>Omtrent 6½ uur kwamen wij weder te <i>Luz</i>; terwijl het nog dag was, maakte ik daar gebruik van om in die bekoorlijke vlakte te wandelen. Vier of vijf dorpjes liggen +allerliefst in dezelve. Sommige weiden waren met groote platte steenen regt over eind gezet, in plaats van met hagen, omringd; +men was ’er ook nog bezig met hooijen, want het is hier meest weiland, dat ’er groen en tierig uitzag. Men had mij verhaald, +dat ’er in een van deze dorpjes<span id="d0e12699" class="corr" title="Bron: ">,</span> <i>Visos</i> geheten, een geslacht van buitengemeen lange menschen plagt te bestaan, waarvan sommigen tot bij de acht voeten haalden, +en welke menschen zeer oud werden; dit werd mij hier bevestigd, doch komt het mij daarom nog niet ontwijfelbaar voor; te meêr, +daar de bewoners van deze landstreek zoo ligt genegen zijn om vreemde dingen en sprookjes te gelooven<a id="d0e12705src" href="#d0e12705" class="noteref">36</a>. In de herberg terug komende, <a id="d0e12722"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12722">416</a>]</span>kon ik het, hoewel het heden vrij warm geweest was, zeer wel bij het vuur houden; en vermaakte mij met aan den gemeenen haard +met den hospes en een paar boeren te praten. <span id="d0e12724" class="corr" title="Bron: Met">Het</span> moet van de lieden aan deze kanten zeggen, dat vele onder hen zeer wel gevoelen, dat de vreemdelingen, van alle kanten naar +<i>Barèges</i> en andere omliggende plaatsen, waar warme of <i>minerale</i> bronnen zijn, toe komende, hun nog al wat geld aanbrengen, en ze daarom nog al met oplettenheid en eene soort van onderscheiding +behandelen. Van onveiligheid der wegen, niettegenstaande ’er zoo vele woeste en eenzame streken zijn, hoort men dan ook weinig, +en, naar ik vernam, indien vreemdelingen over eenigen overlast klaagden, zou het grootste deel der inwoners van het dorp, +of de plaats, waar zulks geschied mogt zijn, ’er zich zeer aan gelegen laten liggen. + +</p> +<p>Wij hadden een lekker avondmaal, en door de beweging die wij zonder veel te gebruiken gemaakt hadden, en door de smakelijke +spijzen, waaronder <a id="d0e12735"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12735">417</a>]</span>een Izard’s bout en uitmuntende forellen, en daar bij wijn, dien wij sedert eenigen tijd zoo goed niet gewoon waren. + +</p> +<p>Den 13 dezer. Daar wij den ganschen dag voorhanden hadden, vertrokken wij eerst om 6 uren ’s morgens. Onderrigt zijnde, dat +hier diergelijke houten zak-zonnewijzers, als ik te <i>Gavarnie</i> gezien had, gemaakt werden, kocht ik ’er een voor slechts eenige stuivers<a id="d0e12742src" href="#d0e12742" class="noteref">37</a>. Over onze herberg waren wij ook bijzonder te vreden. + +</p> +<p>Den grooten of postweg nemende, kwamen wij, na de vallei doorgereden te zijn, wederom tusschen de rotsen langs de <i>Gave</i>, en klommen redelijk hoog, doch de weg is hier breed genoeg. Wij reden, en hadden alles om ons nog in de schaduw, terwijl +de hooge toppen der rotsen en bergen reeds door de zon verlicht waren. Aan onze linkerhand gingen wij over eene houten brug +over de <i>Gave</i>; men vindt hier een soort van bruggen die zeer ligt schijnen, doch inderdaad stevig zijn; zij zijn aardig gemaakt. Deze moest +door een’ steenen vervangen worden, en men was reeds bezig, om de steenen te bewerken, die men in de nabij gelegen rotsen +overvloedig vindt, en schenen te behooren tot de soort, die men bij ons blaauwe arduinsteen noemt. Vervolgens wederom eene +andere brug overgaande, heeft men wat <a id="d0e12753"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12753">418</a>]</span>verder aan de linkerhand het dorpje <i>Viscos</i>, en aan de regter <i>Chiéze</i>; men komt nog over eenige bruggen, de boorden van de <i>Gave</i>, en de engte tusschen twee ketens van rotsen verlatende, in een alleraangenaamst dal. De weg is tot hier toe, om te voet +of te paard te gaan, zeer goed, maar met rijtuig moet zij niet over hebben; op sommige plaatsen rollen of schuiven de schilfers +van eene soort van schaliesteen bij zware regenvlagen, en het smelten van de sneeuw, in een groote hoeveelheid van boven neder, +bedekken den weg, en maken dien somtijds onbruikbaar; dit vereischt een gedurig en kostbaar onderhoud. Hier en daar, waar +zij wat smal langs de diepte is, zijn ’er schutmuurtjes gemaakt. <span class="smallcaps">Antoine</span> noemde dit dal <i>Veille Longue</i>. Nu kwamen wij te <i>Pierrefitte</i>, een gnap dorp en verrukkelijk gelegen; hetzelve wordt op omtrent 3 uren van <i>Luz</i> gerekend. Men heeft hier veel schaduw, vooral van zwaare noten- en castanje-boomen. Ik zag ’er ook wijngaarden, die ongemeen +hoog en zwaar waren, tusschen kersen of andere boomtjes staan, en hunne ranken aan dezelve vasthechtende, zoo als ik reeds +gezegd heb. De verscheidenheid der gezigten, die men hier overal heeft, is alleraangenaamst. De Abdij <i>St. Savin</i> aan de linkerhand op een’ heuvel met boomen beplant gelegen, ziet men boven het digte lommer van dezelve uitsteken, en alzoo +dit schilderachtig landschap door een nieuw voorwerp verrijken. Achter ons zagen wij nog die hooge, spitse, en hier en daar +met sneeuw bedekte <a id="d0e12779"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12779">419</a>]</span>rotsen, die wij gisteren nader bij hadden leeren kennen—eenige hout-zaagmolens door het water bewogen, en zeer aangenaam gelegen, +deden zich op.—Men gaat over eene fraaije steenen brug, die over de <i>Gave</i> ligt.—De weg stijgt weder vrij hoog langs de helling van een rots langs de <i>Gave</i>, die men aan de linkerhand heeft. Hier en daar was men drok bezig, om langs dezelve muurtjes te maken, om het gevaar vooral +voor de rijtuigen te verhoeden. Welhaast wordt men het stadje <i>Lourde</i> gewaar. Wij kwamen ’er tegen den middag aan. Het was ’er juist marktdag; op eene ruime plaats door boomen beschaduwd stond +een groote menigte paarden, muilezels en rundvee. Hier schijnt men de wreedheid niet te hebben, van het kalf, zoodra het geboren +is, aan zijne moeder te ontrukken; want ik zag ’er hier verscheiden die zogen; dit belette niet, dat de koeijen tevens gemolken +werden<a id="d0e12790src" href="#d0e12790" class="noteref">38</a>. Verder op in de straten, en op een andere marktplaats, was het vol kooplieden in linnens, vlas, wol, en meêr onderscheidene +soorten van waren. ’Er stonden verscheidene kraamtjes, en het was ’er zoo vol, dat men moeite had, om ’er door te komen. De +groote menigte roode kappen (<i>capelettes</i>) maakte hier ook weder eene zonderlinge vertooning; geene eene vrouw zag men ’er bijna zonder, en zij waren nu op haar zondags +opgeschikt. Rondom <i>Lourde</i> wordt vlas geteeld; in die plaats zijn vele <a id="d0e12802"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12802">420</a>]</span>linnenweverijen, en de bonte neusdoeken, die ’er in menigte gemaakt worden, zijn beroemd, en worden hier omstreeks vooral +zeer veel gedragen. De naburige <i>Spanjaarden</i> komen hier ook veel ter markt; doch het scheen mij toe, dat zij genoegzaam hetzelfde <i>Patois</i> spreken, als de bewoners van dit gedeelte der <i>Fransche Pyreneën</i>. De vrouwen, die wij hier op de markt en in de straten zagen, hadden genoegzaam alle den spinrok op zijde tusschen hun rokken +steken <a id="d0e12813src" href="#d0e12813" class="noteref">39</a>, en velen dreven al spinnende handel, praatten, liepen heen en weder enz. zij sponnen <a id="d0e12842"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12842">421</a>]</span>vlas en wol. Uit het Posthuis, een vrij groote herberg, waar wij onzen intrek genomen hadden, om het middagmaal te nemen, +ziet men op de markt; en ik vermaakte mij met de drukte, en het gewoel van de menigte, waaronder het grootste deel half rood +was. De handel in dit plaatsje schijnt aanmerkelijk te zijn; want naar ik vernam, heeft zulk een markt alle veertien dagen +op Donderdag plaats. Zij verdient wel gezien te worden. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/viii003.jpg" alt="Kleeding der bergbewoners."><p class="figureHead">Kleeding der bergbewoners.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Op een rots bij dit <i>Lourde</i>, ligt een soort van vesting of sterk kasteel, in vroegere tijden door de Graven van <span class="smallcaps">Bigorre</span>, vervolgens door andere geslachten bezeten, eindelijk een eigendom van de kroon van <i>Frankrijk</i> geworden, en voor een Staatsgevangenis gebruikt, waar toe het nog heden dient: twee personen in het regtsgeding van de beruchte +zamenzwering tegen het leven van den eerste Consul <span class="smallcaps">Bonaparte</span> begrepen, worden ’er, naar ik vernam, bewaard; het aangenaam gezigt dat zij van daar kunnen hebben, kan dezen kerker nog +al veel dragelijker maken dan zoo vele anderen. Dit kasteel met de stad, stond in het laatst van de 14<sup>e</sup> eeuw, in het bezit van de <i>Engelschen</i> zijnde, eene belegering uit tegen de krijgsmagt van <span class="smallcaps">Karel</span> den V., Koning van <i>Frankrijk</i>, en hield het vol. + +</p> +<p>Ik zag hier een zeer groote zware koets van een wonderlijk maaksel, die met reizigers uit <i>Spanje</i> <a id="d0e12879"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12879">422</a>]</span>kwam, met zes muilezels en met een menigte touwen bespannen was. + +</p> +<p>In onze herberg was het zoo drok, dat wij naauwelijks te eten konden krijgen; het maal was ’er dan ook op verre zoo goed niet +als te <i>Luz</i>, en wij betaalden evenwel den gewonen prijs. + +</p> +<p>Zonderling dat ik onder het groot aantal van <span id="d0e12888" class="corr" title="Bron: vrouwwen">vrouwen</span>, die hier van de plaatsen rondom verzameld waren, ’er weder genoegzaam geen eene vond, die ’er maar zeer redelijk wel uitzag. +Velen hadden kropgezwellen. + +</p> +<p>Om drie uren verlieten wij, en met ons een aantal menschen en vee, dit neringrijke en naar allen schijn zeer welvarend plaatsje; +wij waren nu nog omtrent 3 goede uren van <i>Bagnères</i>, langs den weg, dien wij te nemen hadden. <i>Luz</i> en deze laatstgenoemde plaats rekent men over <i>Pierrefitte</i> op ruim acht uren. De weg levert minder verscheidenheid van gezigten op dan aan den anderen kant; doch is echter aangenaam +en hier en daar lommerrijk. Te <i>Lourde</i> verlaat men de boorden van de <i>Gave</i>, die daar langs de stad stroomt, om den weg naar den kant van <i>Tarbes</i> inteslaan, tusschen welke stad en <i>Bagnères</i>, een goed eind beneden deze laatste plaats, men dan ook uitkomt; zoo veel moet men uithoofde van de bergen omrijden. Het +was zes uren, toen wij wel voldaan over dit reisje, te <i>Bagnères</i> te rug gekeerd waren. + +</p> +<p>Den 14 September. Na den gansche voormiddag doorgebragt te hebben met dit dagverhaal voor u in <a id="d0e12919"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12919">423</a>]</span>orde te brengen, kwamen zij mij roepen, om een levendige Izard, in onze buurt op een binnenplaats loopende, te gaan zien. +Het beestje was pas drie maanden oud. Men had het zeer jong gevangen en hier opgevoed. Het geleek naar een jong bokje, zijn +hoorntjes begonnen even voor den dag te komen. Het was rosachtig van kleur, en had de achterbeenen langer dan de voorste, +kunnende daardoor zeer goed springen. Ook was het in een paar sprongen een trap van verscheidene treden, op deze plaats staande, +op. Hoewel met de lieden van het huis nog al gemeenzaam, was het voor ons zeer schuw, trachtte zich gedurig te verschuilen, +en maakte een steenend geluid, als wij het wilden opvatten.—Hoe gaarne had ik dit diertje in de nabijgelegen bergen zijne +vrijheid gegeven<a id="d0e12921src" href="#d0e12921" class="noteref">40</a>. + +</p> +<p>Aan tafel wierden weder een menigte voorvallen, die bij het spel plaats gehad hadden, verhaald; onder anderen, dat den vorigen +avond een speler door wanhoop verwoed, zich vreesselijk had aangesteld, en een stoel tot splinters had van een geslagen. De +wacht was ’er aan te pas gekomen. Vele van onze dischgenooten lagchten en staken hier den spot mede. Toen ik van tafel kwam, +lokte mij een trompetter bij een hoop volks, die op de plaats digt bij het speelhuis stond. Een fraai paard met zadel en toom +werd ’er aan den meestbiedenden verkocht, <a id="d0e12932"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12932">424</a>]</span>het had aan een’ ongelukkigen speler behoort. Dergelijke verkoopingen vallen hier schier dagelijks voor. Zwendelaars en leenders +op pand, ontbreken hier ook niet; en helaas! indien de wateren van <i>Bagnères</i>, en andere plaatsjes in deze landstreek, eenig voordeel aan derzelver bewoners opleveren, zij maken ook, dat ’er zeer veel +zedenbederf onder die eenvoudige en anders zoo nabij den natuurstaat levende menschen wordt gebragt. + +</p> +<p>Zoo gij iemand kent, die deze bergen mogt komen bezoeken, kunt gij hem onzen geleider <span class="smallcaps">Antoine Idrac</span>, alhier woonachtig, als een goed en geschikt man, aanbevelen. Die wat goed lach’s zijn, zal hij daartoe nog al eens stof +verschaffen, door een aanwendsel dat hij heeft van schier overal de woorden <i>c’est fort inutile</i><a id="d0e12944src" href="#d0e12944" class="noteref">41</a> bij te voegen, hoe ten onpasse het ’er ook dikwijls bijkomt. + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11619" href="#d0e11619src" class="noteref">1</a></span> <i>Wateren des heils.</i> Wanneer dit water slechts eenige van al die genezingen, die men ’er aan toeschrijft, veroorzaakt heeft, verdient het met +alle regt dien naam. Het wordt zoo wel in- als uitwendig gebruikt. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11633" href="#d0e11633src" class="noteref">2</a></span> <i>Douches</i> noemt men een straal water of druip, die men op het een of ander gebrekkig deel laat loopen of druipen. Men heeft te <i>Bagnères</i> ook modder- of slijkbaden. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11646" href="#d0e11646src" class="noteref">3</a></span> Sommige lieden drinken van dat water 50 en meêr glazen, van 4 of 5 in een fles, daags. Ik heb toch moeite om te gelooven, +dat zoo een ongemeene groote hoeveelheid vocht goed kan zijn. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11661" href="#d0e11661src" class="noteref">4</a></span> Door <i>beau monde</i> verstaan de <i>Franschen</i> lieden, die naar de <i>mode</i> gekleed zijn, naar de <i>mode</i> weten te spreken, en zich naar de <i>mode</i> bewegen. In den eigenlijken zin geloof ik niet, dat men een andere beteekenis aan dit woord <a id="d0e11678"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11678">30n</a>]</span>kan hechten, ten zij men ’er nog wat onderscheid van stand of beroep bij wilde voegen; doch dit laatste komt in eene openbaare +t’zamenkomst als deze in geen aanmerking. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11753" href="#d0e11753src" class="noteref">5</a></span> <i>Escalette</i> beteekent laddertje, om dat de slingerende weg met eene soort van trappen gemaakt is. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11774" href="#d0e11774src" class="noteref">6</a></span> <i>Tramesaigues</i> beteekent in de landtaal, te zamenloop van wateren. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11790" href="#d0e11790src" class="noteref">7</a></span> Men vindt ’er een afbeelding van in het Natuurkundig werk van den Heer <span class="smallcaps">Ramond</span>, genaamd <i>Voyages au Mont perdu et dans la partie adjacante des hautes Pyrenées, Paris Belin</i> 1801. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11810" href="#d0e11810src" class="noteref">8</a></span> De afbeelding daar van, vindt men in het reeds genoemde werk van <span class="smallcaps">Ramond</span>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11819" href="#d0e11819src" class="noteref">9</a></span> Ik had het ’er op aangelegd, om mij omtrent dit uur hier te bevinden, om dat men, volgens den Heer <span class="smallcaps">Ramond</span>, de <i>Pic</i> tusschen elven en tweeën, als dan volkomen door de zon verlicht zijnde, het beste ziet. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11843" href="#d0e11843src" class="noteref">10</a></span> Aldus genaamd, om dat het uit het meer <i>d’Oncet</i>, op de <i>Pic du Midi</i>, omtrent 300 <i>toises</i> lager dan de top gelegen, voortvloeit. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11878" href="#d0e11878src" class="noteref">11</a></span> <span class="smallcaps">Francois Pasumot</span>, in zijn werk genaamd <i>Voyages Physiques dans les Pyrenées in 1788 en 1789 etc. Paris 1797</i>, stelt de hoogte van den weg over de <i>Tourmalet</i> iets lager dan het meer <i>d’Oncet</i> op de <i>Pic du Midi</i>, welk meer men in dat werk in een plaat, de hoogte der bergen aanduidende, op omtrent 1200 <i>toises</i> geteekend vindt. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11917" href="#d0e11917src" class="noteref">12</a></span> <i>Bastan</i> beteekend in de landtaal verwoester. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11958" href="#d0e11958src" class="noteref">13</a></span> Het gezigt uit hetzelve naar den kant van <i>Luz</i>, tegen hooge bergen is nog al teekenachtig. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11984" href="#d0e11984src" class="noteref">14</a></span> Wanneer men omtrent den aard, de eigenschappen enz. van deze wateren meêr wil weten, kan men behalve de werken van <span class="smallcaps">Ramond</span> en <span class="smallcaps">Pasumot</span>, waarvan hier voor reeds gesproken is, daar onder anderen nog op nazien een werk genaamd: <i>Memoire sur les eaux minérales et établissemens thermeaux des Pyrenées etc. publié par ordre du Comité de Salut Public. Paris +An 3.</i></p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12018" href="#d0e12018src" class="noteref">15</a></span> Deze bergbewoners dragen bij koud en regenachtig weder, korte mantels van een bruinachtig soort van grof laken of pij, met +een kap van dezelfde stof; de roode <i>capeletten</i> der vrouwen heb ik reeds beschreven. Van mijne geringe teekenkunde gebruik makende, heb ik een man en een vrouw in dat nog +al zonderling gewaad voor u afgeschetst. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12035" href="#d0e12035src" class="noteref">16</a></span> Men vindt in die rotsen ook veel <i>Amiante</i>, de inwoners noemen het <i>linet</i>, of <i>lin incombustible</i> (onverbrandbaar vlas) de langste vlokken uitzoekende, maken zij die nat, en weten ze dan tot bandjes enz. te vlechten, ook +zeide men mij, dat zij ’er gebruik van maken, om in de lampen te branden. Men bood ’er mij van te koop aan te <i>Barèges</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12137" href="#d0e12137src" class="noteref">17</a></span> Alle snelle stroomen (<i>torrens</i>) worden hier <i>gave</i> genaamd, en men voegt ’er doorgaans, om dezelve te <span id="d0e12145" class="corr" title="Bron: onderderscheiden">onderscheiden</span>, den naam van het dal daar zij doorloopen, of iets diergelijks bij, zoo als <i>le gave de Pau</i>, <i>le gave de Héas</i>, <i>le gave de Bastan</i> <i>etc.</i></p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12275" href="#d0e12275src" class="noteref">18</a></span> <i>Neouvielle</i> beteekent in de landtaal oude sneeuw, omdat de toppen dier bergen, tot de hoogste der <i>Pyreneën</i> behoorende (zijnde nog hooger dan de <i>Pic du Midi</i>) daar altijd mede bedekt zijn. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12300" href="#d0e12300src" class="noteref">19</a></span> Gij weet dat dezelfde kwaal om en bij <i>de Alpen</i> heerscht, en aan dezelfde oorzaak, namelijk aan het bergwater, dat met kalk en aarddeelen bezwangerd is, wordt toegeschreven; +niet alleen het <i>physiek</i> maar ook het <i>moreel</i> gestel van den mensch schijnt daar door te lijden; want ik vernam, dat, overeenkomstig het geen men daar van bij <span class="smallcaps">Ramond</span> en anderen vindt aangeteekend, de lieden met kropgezwellen gekweld, doorgaans dom en log zijn. Gemelde schrijver spreekt +ook van eenige huisgezinnen, welke men hier en daar in deze gebergtens vindt, die uit hoofde van een zeer oud vooroordeel, +door de overige ingezetenen beschouwd worden, als tot een eerloos geslacht behoorende, en alzoo door hun worden geschuwd, +en met verachting behandeld, hij noemt ze <i>Cagots</i>. De kropgezwellen zijn onder hen vrij algemeen; doch naar ik met genoegen vernam, vermindert dit vooroordeel hoe langs hoe +meêr, en men vindt zelfs weinige slagtoffers van deze dwaaze onregtvaardigheid meêr. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12340" href="#d0e12340src" class="noteref">20</a></span> Het is een der hoogste toppen van de <i>Pyreneën</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12379" href="#d0e12379src" class="noteref">21</a></span> Volgens <span class="smallcaps">Ramond</span> zijn ’er onder die wel 100 000 cubiek voeten groot zijn; ik heb dezelve niet nagemeten, doch dit weet ik, dat verscheidene +van die stukken die hier, zoo als bij ons de keijen daar men de straten mede maakt, op elkanderen liggen, wanneer zij afzonderlijk +in een dal geplaatst waren, al gnappe heuvels zouden schijnen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12398" href="#d0e12398src" class="noteref">22</a></span> In de landtaal wordt dezelve <i>Peyrada</i> geheten. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12414" href="#d0e12414src" class="noteref">23</a></span> Aldus genaamd naar den berg, daar hij afstroomt. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12432" href="#d0e12432src" class="noteref">24</a></span> Of volgens <span class="smallcaps">Ramond</span> <i>Vallée d’Ossonë</i>. Men vindt in zijn <i>Voyages du Mont-perdu</i> van die vallei melding gemaakt. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12453" href="#d0e12453src" class="noteref">25</a></span> <span class="smallcaps">Du Perreux</span> landschapschilder te <i>Parijs</i>, omtrent te gelijker tijd met mij de <i>Pyreneën</i> bezocht hebbende, heeft een fraaije schilderij van dat gezigt gemaakt, welke ook bij de laatste <i>expositie</i> te <i>Parijs</i> ten toon is gesteld geworden; van deze schilderij bekomt gij een teekening door denzelfden meester, die zeer gelijkende is. +Gemelde <span class="smallcaps">du Perreux</span> is reeds driemalen in de <i>Pyreneën</i> geweest, en bezit eene aanzienlijke verzameling van schilderstukken en gezichten door hem aldaar naar de natuur gemaald, +zijn adres is <i>rue du Montblanc, No 73. à Paris</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12481" href="#d0e12481src" class="noteref">26</a></span> Deze fraaije boom ziet men vrij algemeen in de <i>Meijerij</i> van <i>’s Bosch</i>, en ik heb mij altijd verwonderd, dat men ’er in de schoone beplantingen, die men in <i>Holland</i> zoo menigvuldig aantreft, geen meêr gebruik van maakt. In de zandgronden om <i>Haarlem</i>, ben ik verzekerd dat hij zeer goed zou groeijen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12512" href="#d0e12512src" class="noteref">27</a></span> Het worstelperk van <i>Gavarnie</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12523" href="#d0e12523src" class="noteref">28</a></span> <i>De torens van Maboré</i>, zij bebooren tot de allerhoogste bergen van de <i>Pyreneën</i>. De top van <i>Gavarnie</i> zigtbaar, is ruim 9800 voeten hoog, en de top van de <i>Mont-perdu</i> die de hoogste van alle is, ruim 10 500 boven de oppervlakte der zee. (Zie <span class="smallcaps">Ramond</span> en <span class="smallcaps">Pasumot</span>.) +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12543" href="#d0e12543src" class="noteref">29</a></span> Twee vijfde volgens <span class="smallcaps">Ramond</span>. Het was een schoone straal, doch 1½ maand vroeger, wanneer de smelting der sneeuw het sterkste is, is zij veel zwaarder. +De buitengewone sterke regen, dien men ook hier gehad had, maakte de toevloed van water echter thans nog aanmerkelijk. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12556" href="#d0e12556src" class="noteref">30</a></span> <span class="smallcaps">Pasumot</span> noemt ze ook <i>le Gave Bearnois</i>, of van het land van <i>Bearn</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12581" href="#d0e12581src" class="noteref">31</a></span> Die van de <i>Niagara</i> in <i>Noord-Amerika</i> is 1800 voeten, die van <i>Lauterbronnen</i> is wel 300 voeten lager. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12596" href="#d0e12596src" class="noteref">32</a></span> De sneeuwtoppen schijnen door een roodachtig licht, als het schijnsel van een gloed omgeven.—Lieden in deze streken gewoon, +kennen de afstanden <span id="d0e12598" class="corr" title="Bron: ">in </span>de bergen aan de onderscheidene kleuren, doch vreemden bedriegen zich daar omtrent geweldig, want door de ontzaggelijke grootte +gelijken zij altijd digter bij te wezen, dan zij in der daad zijn. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12602" href="#d0e12602src" class="noteref">33</a></span> Ik ben verzekerd, dat zelfs de hardvochtigste en ongevoeligste menschen hier wel zorg voor hunne paarden dragen. <span class="smallcaps">Antoine</span> vertelde mij, dat hij eenige jaren geleden, met een Engelschman hier naar toe gereden was, die <a id="d0e12607"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12607">65n</a>]</span>in de vlaktens zijn paard sloeg en mishandelde, maar hier streelde, de vliegen van hetzelve verjaagde, en ’er alle zorg voor +droeg. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12627" href="#d0e12627src" class="noteref">34</a></span> Behalve de <i>Breche de Roland</i>, is ’er een andere en bruikbaarder bergweg, die men <i>le port de Gavarnie</i> noemt. <i>Port</i> beteekent in ’t algemeen een doortogt, kloof <span id="d0e12638" class="corr" title="Bron: op">of</span> opening tusschen de bergen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12644" href="#d0e12644src" class="noteref">35</a></span> <span class="smallcaps">Ramond</span> spreekt ’er ook van, doch zegt dat derzelver getal sedert 40 jaren, omdat ’er vele bosschen gekapt zijn, aanmerkelijk is +verminderd. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12705" href="#d0e12705src" class="noteref">36</a></span> Te <i>Parijs</i> terug komende, vind ik bij <span class="smallcaps">Pasumot</span> <a id="d0e12713"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12713">70n</a>]</span>echter van dit reuzengeslacht vrij omstandig melding gemaakt; de naam wordt daar zelfs bij opgegeven; en de laatste van dit +geslacht moet nog maar 25 à 30 geleden, in den ouderdom van 108 à 110 jaren gestorven, en de doopceel enz. nog te <i>Luz</i> voorhanden zijn. ’Er schijnen ook bewijzen te zijn, dat ’er in de begraafplaatsen van die reuzen, beenderen gevonden zijn +van eene ongemeene grootte, onder anderen een sleutelbeen van 10 duimen, en een <i>tibia</i> van bij de twee voeten. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12742" href="#d0e12742src" class="noteref">37</a></span> Ik weet niet van ooit diergelijke zonnewijzers bij ons gezien te hebben; ondertusschen zouden zij ook van veel dienst voor +onze landlieden kunnen wezen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12790" href="#d0e12790src" class="noteref">38</a></span> In <i>Frankrijk</i> is deze behandeling niet ongewoon. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12813" href="#d0e12813src" class="noteref">39</a></span> Dit schijnt als een teeken van vlijt tot haar marktopschik te behooren, want ik zag ’er eenige, die ’er weinig gebruik van +maakten. + +</p> +<p class="footnote">De schets, die ik van de kleeding der bergbewoners gemaakt had, niet voldoende zijnde, om ’er een plaatje naar te graveren, +heeft een Landgenoot en kunstschilder alhier (te <i>Parijs</i>) daar een aardige teekening naar gemaakt, waarop het vrouwtje spinnende verbeeld wordt. Gij kunt dezelve nu des goedvindende +in het werk plaatsen. Deze schilder <span class="smallcaps">Knip</span> genaamd, en van <i>’s Bosch</i> geboortig, schildert zeer zoet landschappen in waterverf, welke wijze van schilderen de <i>Franschen</i> <i>en gouache</i> noemen. Die jongman is bijzonder achtingwaardig om zijne ouderliefde: daar hij, hoewel zeer ijverig moetende werken om den +kost te verdienen, gedurig een groot gedeelte van het geen hij wint, aan zijn bijna blinden vader in <i>’s Bosch</i> toezendt. Zijn zuster heeft hier ook eenigen tijd van den Heer <span class="smallcaps">van Spaandonck</span> onderwijs in het bloemschilderen gehad, en is weder naar het Vaderland terug gekeerd, op hoop van daar <a id="d0e12839"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12839">75n</a>]</span>met bloemen en vruchten schilderen, waarin zij al vrij gnap is, den kost te zullen kunnen verdienen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12921" href="#d0e12921src" class="noteref">40</a></span> De Izard van de <i>Pyreneën</i> en de Chamois van de <i>Alpen</i>, schijnen tot hetzelfde geslacht te behooren. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12944" href="#d0e12944src" class="noteref">41</a></span> <i>Dat is zeer onnoodig</i>. Zoo scheen hij somtijds zeer onnoodig te vinden, dat wij aten, dronken of iets anders deden, dat in zich zelve zeer noodzakelijk +was. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e12949" class="div1"> +<h2>Twintigste Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Bagnères, 16 September.</i> + +</p> +<p>Gisteren morgen ging ik weder zeer vroegtijdig de bergen hier rondom bestijgen, en na braaf wat <a id="d0e12958"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12958">425</a>]</span>geklauterd hebben, in een hutje, tusschen heuvelen en boschjes aangenaam gelegen, en met wier bewoners ik reeds kennis gemaakt +had, melk tot mijn ontbijt gebruiken. Wij vonden den boer digt bij zijn woning bezig op den akker; zijn vrouw was naar de +markt te <i>Bagnères</i>, en de kinderen met een paar koeitjes en eenige geiten in de bergen. Wij traden binnen, en hier werd een groote aardewerksche +kom met versche melk voorgezet. Ieder kreeg een kleiner kommetje en een hout lepeltje; de huisvader zat met ons aan, deelde +melk en brood uit, en zoo deden wij een eenvoudig landelijk ontbijt. Onze gastheer was zeer spraakzaam, en ik kon hem vrij +wel verstaan; doch merkte op, dat hij de B voor V en de V voor B uitsprak, zeggende <i>bache</i> voor <i>vache</i> (een koe) en <i>voire</i> voor <i>boire</i> (drinken) enz. Deze verkeerde uitspraak schijnt hier omstreeks vrij algemeen te zijn. De gemeenzame wijze, waarop hij met +ons omging, beviel mij bijzonder; geen de minste verlegenheid, geen muts af, hij behandelde ons niet anders dan zijne medemenschen, +en had eene soort van gulheid en rondheid in zijn wijze van doen en spreken, die mij zeer vermaakte<a id="d0e12975src" href="#d0e12975" class="noteref">1</a>. Wij spraken over zijne huishouding, over den <a id="d0e12978"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12978">426</a>]</span>landbouw, en ik raadde hem, om niet alleen maïs en rog, maar ook boekweit te zaaijen; en daar de grond het minst steenachtig +is, aardappelen te zetten, omdat veeltijds door het weder of andere toevallen, het eene wel uitvalt, terwijl het andere mislukt. +Hij nam dezen raad in dank aan, en scheen voornemens, om dien te volgen. + +</p> +<p>Aan den anderen kant of oostzijde van <i>Bagnères</i>, als men de <i>Adour</i> over een steenen brug overgegaan is, heeft men op de hoogte ook aangename wandelingen en gezigten; een aantal castanjeboomen +op en tegen een heuvel gelegen, maken daar een lommerrijk boschje; aan de voet van den heuvel is een tuin, waarin een menigte +appelen en perenboomen, die zoo vol vruchten hingen, dat ik het weinig zoo gezien heb; wij vroegen aan een oud moedertje verlof, +om ’er in te wandelen, het geen ons niet alleen toegestaan werd; maar wij moesten van de vruchten eten, en bovendien, wat +wij hier ook tegen inbragten, onze zakken zoo vol laden, als wij maar konden. Ik zeide, dat deze vruchten te <i>Bagnères</i> verkocht wordende, nog al wat op zouden brengen, en het goede vrouwtje antwoordde, dat zij het door Gods goedheid niet noodig +had, daar bijvoegende: <i>le bon Dieu me les donne pour rien, et ce que j’en ai de trop, je le donne pour rien aussi</i>.<a id="d0e12994src" href="#d0e12994" class="noteref">2</a> + +</p> +<p>Het dal van <i>l’Hiéris</i> of <i>Lhéris</i>, een uurtje van <a id="d0e13005"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13005">427</a>]</span>hier, is vooral in het begin van den zomer, wanneer het een menigte bloemen en welriekende kruiden oplevert, een bekoorlijken +lusthof. Hier en daar onderweg vonden wij lieden bezig om met lijmtakjes klein gevogelte te vangen. Men vangt hier omstreeks +ook Ortolanen, en zij moeten nog al niet zeer duur zijn, want wij hebben ze in onze herberg al een en andermaal gegeten. Ook +hadden wij dagelijks kleine forellen op tafel; ik zag ze dikwijls in de <i>Adour</i> onder en tusschen de steenen met de hand vangen. De beekjes hier omstreeks leveren ook een menigte kreeftjes op. + +</p> +<p>In het stadje terug komende, zag ik ’er verscheiden lieden buitengemeen opgeschikt: zij kwamen van een bedevaart terug; de +mans onder anderen hadden breede linten om den bol van den hoed, waarop met vergulde letters stond: <i>notre Dame de Mont Sernatte</i><a id="d0e13014src" href="#d0e13014" class="noteref">3</a>. Verscheiden dingen van wasch gemaakt, allerlei kleuren, en eenigzins de gedaante van een lepel hebbende, staken ’er tusschen. +Naar ik vernam waren zij geheiligd, en dienden als een behoedmiddel tegen de hagelvlagen, enz. + +</p> +<p>Hier wordt ook een soort van grof laken gemaakt, dat veelal de natuurlijke bruinachtige kleur van de wol behoud. De bergbewoners +bedienen ’er zich veel van. Men maakt hier ook een menigte stokken met ijzeren punten voorzien, om bij het beklimmen <a id="d0e13025"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13025">428</a>]</span>der bergen te gebruiken; velen zijn van een soort van dolk, die men ’er uit doet springen, voorzien. + +</p> +<p>Dat de wateren van <i>Bagnères</i> reeds bij de <i>Romeinen</i> bekend waren, blijkt uit eenige <i>Latijnsche</i> opschriften, waar van ’er nog bestaan, en sommige gedenkpenningen, die ’er gevonden zijn, onder anderen op de fontein, niet +ver van de markt staande, leest men op eenen grooten zwart marmeren steen: <i>Numini Augusti sacrum secundus sembedonis-fil-nomine Vicanorum aquensium et suo posuit</i>. Deze steen zou een altaar geweest zijn, dat alhier in een tempel van <span class="smallcaps">Diana</span> gediend had, en welke tempel gestaan zou hebben ter plaatse, waar thans de <i>St. Martens</i> Kerk is. <i>Bagnères</i> werd dan van ouds <i>Vicus Aquensis</i> genaamd, en zou volgens sommige reeds voor het jaar 695, van de grondvesting van <i>Rome</i>, bestaan hebben. + +</p> +<p>Heden vernam ik met smart, dat het openbare dobbelspel door gansch <i>Frankrijk</i> voor eenige millioenen aan een befaamden speler verpacht was. Tot hier toe had de politie voor het verleenen van verlof, +daar van eene zekere som getrokken, nu kwam dat voordeel in de kas van het Gouvernement. + +</p> +<p>Behalve de openbare wandeling, waarvan ik u reeds gesproken heb, en die vooral des avonds in de koelte vrij drok bezocht wordt, +is hier nog een andere met lindeboomen beplante en zeer lommerrijke wandelplaats, ook in het stadje, omtrent achter de Kerk +gelegen; doch deze wordt weinig bezocht. In de Koffijhuizen vond ik doorgaans niet <a id="d0e13063"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13063">429</a>]</span>veel volk, behalve in een, wanneer ’er s’ avonds <i>lotto</i> gespeeld werd. De waard of waardin trok de nommers, en rondom zaten verscheidene volwassen, en zelfs bejaarde menschen, zich +gedurende eenige uren bezig houdende met op hunne nommerkaarten te kijken; het geen mij nog te meêr verwonderde, omdat men +’er om zeer weinig geld speelt. Ik hield mij hier niet lang op, maar ging, daar de maan helder scheen, naar buiten tusschen +de bergen wandelen. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Antoine</span> kwam ons heden morgen, omstreeks zes uren, afhalen, om ons naar een plaats omtrent een uurtje ver, waar men op eene zonderlinge +wijze woudduiven ving, te geleiden. Deze plaats is aan den overkant van de <i>Adour</i> op een hoogte. Die wandeling is zeer aangenaam.—De lucht was een weinig bewolkt, zoo dat de top van de <i>Pic du Midi</i> bedekt was; doch in het verrukkelijke dal van <i>Campan</i> was het helder. Aan de plaats gekomen zijnde, waar de ongelukkige duiven moesten verschalkt worden, zagen wij daar een rij +zeer zware eiken- en beukenboomen, op eenen genoegzamen afstand geplaatst, om ’er netten tusschen te kunnen hangen; een eind +weegs verder op de vlakte, stonden langs dezelven, op zekeren afstand, drie bij elkanderen gevoegde staken, naar het mij voorkwam +80 à 100 voeten hoog. Van onderen stonden zij wijd van een, om daar door stevigheid te hebben, en kruisten boven aan, zoo +dat zij daar door de drie punten een soort van mik <a id="d0e13081"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13081">430</a>]</span>maakten, hier waren rondom eenige latten tegen geslagen, en ’er was een bankje in gemaakt, moetende dienen, tot een zitplaats +voor een man. Tegen een van de staken had men klampen of sporten gemaakt, om naar boven te klimmen. Wij waren ’er niet lang, +of de vogelaars kwamen met hunne netten, en hingen dezelve tusschen de boomen op; het is eene soort als die, welke bij ons +onder den naam van flouwen bekend zijn. Eenige lieden klommen ieder in een mik, en de anderen stelden zich beneden op hunne +posten. De woudduiven, met scholen van het oosten naar het westen trekkende, kijken de lieden die boven zijn uit, of zij ’er +zien aankomen, en zoodra zij tusschen hen en de netten in zijn, smijten zij ze een soort van houten kruis, dat een roofvogel +moet verbeelden na, en maken daar bij een sterk geschreeuw. De duiven hier door verschrikt, en willende den gewaanden roofvogel +ontduiken, dalen eensklaps in haar vlucht, en vliegen verbijsterd in de netten, die de anderen, die ’er bij zitten, op haar +laten vallen; diergelijke netten hingen ’er omtrent 10 à 12; en ’er stonden drie mikken waarin menschen zaten. Naar men mij +verhaalde, vangt men hier somtijds tot 200 duiven daags. Heden echter was de vangst in ’t geheel niet voordeelig, doch het +was ook nog wat vroeg in den tijd. Men begint ’er omtrent half September eerst mede, en het duurt tot in het begin van November. +Verder op hangt men dan ook meer netten, en ’er staan nog verscheidene mikken. Deze plaats wordt <a id="d0e13083"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13083">431</a>]</span><i>la Foret de Gerde</i><a id="d0e13086src" href="#d0e13086" class="noteref">4</a> genaamd, en de vogelbanen noemt men <i>pantières</i>. + +</p> +<p>Heden avond zag ik in het Schouwburgje een goochelaar en koorddansers, die voor liefhebbers van die kunsten, nog al eenigzins +der moeite waard waren, en althans vrij wat beter in hun soort, dan de zoogenaamde Tooneellisten, die ik ’er voorleden week +zag. + +</p> +<p>Morgen verlaten wij dit in den zomer zoo aangenaam oord, en dat nog veel aangenamer zou zijn voor redelijke menschen, als +men ’er door het dobbelspel geen bende beurzesnijders, gaauwdieven en ligtmissen naar toe lokte. <i>Bagnères</i> is het verblijf van een onderprefect (<i>sousprefect</i>), en het getal der inwoners komt nabij de 4500. De tijd, dat men deze plaats verlaat, begint te naderen, en ’er zijn sedert +een paar dagen al een aantal menschen vertrokken. Die van <i>Bagnères</i> leven dan geheel afgezonderd, en grootendeels als de mieren van den voorraad, dien zij gedurende den zomer vergaderd hebben. +De sneeuw kan hier ook zeer hoog, en eenigen tijd blijven liggen. Voorleden winter waren de hongerige wolven tot in de straten +van <i>Bagnères</i> gekomen; het vee en zelfs de menschen loopen in zulk een tijd gevaar.—Dat men ’er dan de lieden, die hun handwerk van het +dobbelspel maken, naar toezond, om op de wolvenjagt te gaan, en daar een kans te wagen. +<a id="d0e13111"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13111">432</a>]</span></p> +<p>Ik wil dezen besluiten, met een gedeelte van een aardig dichtstuk van <span class="smallcaps">le Mierre</span><a id="d0e13116src" href="#d0e13116" class="noteref">5</a>, dat ik juist voor mij heb liggen. Van <i>Bagnères</i> sprekende, zegt hij: + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>La paroit le guerrier blessé dans les combats, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Par de longues douleurs rachèté du trépas: +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Il trempe un bras debile en un eau secourable. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Non comme dans le styx pour être invulnérable, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Mais pour courir encore, ou le peril l’attend. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Je vois aupres de lui Life se lamentant, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Rose decolorée et qui vient languissante, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Refleurir dans le sein de cette eau bienfaisante. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Un hypocondre Anglais de son <i>spleen</i> consumé, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Un livide Espagnol par la bile enflammé, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Le chanoine amaigri, scandale du chapitre, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Les vaporeux titrés, les vaporeux sans titre.</span></p> +</div> +</div> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Ne croiez pas pourtant que la source des bains +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Ne prodigue ses flots qu’à d’infirmes humains; +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Toujours le plus plaintif n’est pas le plus malade. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Il est des maux d’emprunt, des langueurs de parade, +<a id="d0e13176"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13176">433</a>]</span></span></p> +<p class="line" style=""><span>Un peuple feminin que Sénac fatigué, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Expres pour s’en defaire, aux bains à relégué. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>d’Autres vont d’habitude à cette eau salutaire, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Humecter tous les ans leur chef visionnaire. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Plus d’un oisif y vient guérir de son ennui, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Sans songer au secret d’en préserver autrui. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Toutefois au milieu de ces sots aquatiques. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Sont esprits amusans, charmantes lunatiques. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Qui malades par air, faites pour le plaisir, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Se departent souvient du projet de languir. etc.</span></p> +</div> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12975" href="#d0e12975src" class="noteref">1</a></span> Wij zagen ’er ook maar zeer eenvoudig in de kleederen uit, en ik vinde alle zwier en tooi, meestal geschikt om eenen gewaanden +afstand tusschen menschen en menschen te kennen te geven, vooral bij diergelijke bezoeken in ’t geheel niet passende. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12994" href="#d0e12994src" class="noteref">2</a></span> De goede God geeft ze mij om niet, en dat ik ’er te veel van heb, geef ik ook om niet. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13014" href="#d0e13014src" class="noteref">3</a></span> Onder <i>Spaansch</i> gebied aan de grensen gelegen, en het <i>Kevelaar</i> van deze streek. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13086" href="#d0e13086src" class="noteref">4</a></span> Het woud van <i>Gerde</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13116" href="#d0e13116src" class="noteref">5</a></span> <span class="smallcaps">Le Mierre</span> is vooral ook door zijne Treurspelen bekend. Wij hebben van hem, zoo ik meen, in onze taal overgezet: <i>Hypermnestra</i>, <i>Willem Tell</i>, en <i>de Malabaarsche Weduwe</i>. Of zijn <i>Barneveld</i>, het treurig einde van onzen beroemden Staatsmartelaar ten onderwerp hebbende, ook in onze taal is overgebragt, weet ik niet. +Behalve deze heeft hij nog eenige andere Treurspelen gemaakt. Hij werd te <i>Parijs</i> geboren, en stierf aldaar in 1793. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e13197" class="div1"> +<h2>Een en Twintigste Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Bordeaux, 23 September.</i> + +</p> +<p>Gisteren omtrent den middag zijn wij in deze stad, vooral door den Koophandel bij ons zoo algemeen bekend, aangekomen. Geene +gelegenheid gehad hebbende, om onder weg een brief aan u aftezenden, bekomt gij hier bij het vervolg van mijn dagverhaal. + +</p> +<p>Den 17 dezer vertrokken wij ’s morgens om 7 uren van <i>Bagnères</i>, met den gewonen postwagen van <i>Tarbes</i>. Het was tijd, dat wij heen gingen, want het had den ganschen nacht aanhoudend geregend, en deed zulks nog zeer sterk, en +als het hier daar mede in dit jaargetij begint, kan men rekenen, dat het aangename weder genoegzaam voorbij is. +<a id="d0e13214"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13214">434</a>]</span></p> +<p>Het was ruim tien uren, toen wij te <i>Tarbes</i> aankwamen, en hier moesten wij tot den volgenden morgen blijven, om met den postwagen van <i>Bayonne</i> naar <i>Toulouse</i>, tot <i>Auch</i> te rijden. De postmeester alhier, aan wien wij van <i>Bagnères</i> geschreven hadden, had voor de plaatsen (ingeval zij ’er waren) gezorgd, en zelfs ook de vriendelijkheid gehad, van naar +<i>Auch</i> te schrijven, om ze van daar op <i>Agen</i> voor ons te bestellen. Deze is wel de hupschte en vriendelijkste postmeester, dien ik immer ontmoet heb<a id="d0e13238src" href="#d0e13238" class="noteref">1</a>; ik had zulks reeds in het heengaan ondervonden, en werd ’er nu nog volkomener van overtuigd. Alle reizigers, die hier bekend +waren, spraken met lof over hem; zijn naam is <span class="smallcaps">Pauillac</span>. Ik stel denzelven hier met een dankbaar gevoel ter neder, en wenschte hem aan alle redelijke reizigers, die hier heen mogten +komen, te kunnen doen opteekenen. + +</p> +<p>De aanhoudende regen maakte, dat wij hier weinig wandelen konden; gelukkig hadden wij een vrij goede herberg, dezelfde, waar +wij in ’t heen gaan geweest waren. +<a id="d0e13258"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13258">435</a>]</span></p> +<p>Bij ons heeft men veel de slordige gewoonte van op de glasruiten der herbergen te schrijven, in <i>Frankrijk</i> ziet men dat bijna niet; doch men vindt ’er dikwijls de muren beklad; in de spijszaal alhier las ik onder anderen eenige +laffe spotternijen tegen den nieuwen Keizer en Keizerin, en een <i>Engelsch</i> versje, dat hier toen al heel aardig te pas kwam, waarom ik het u mededeel: + + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>“Of eartly goods the best is a good wife. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>A bad the bitterest curse of human life.”<a id="d0e13272src" href="#d0e13272" class="noteref">2</a></span></p> +</div> +</div> +<p>Een vrouw, die ook tot ons reisgezelschap behoorde, en in ’t geheel geen gemakkelijk peuzeltje scheen te zijn, deze regels +ziende, vroeg mij, of ik die taal verstond, en geantwoord hebbende, dat ik ’er althans genoeg van wist om haar dit getrouwelijk +te kunnen overzetten, verzocht zij mij het te doen. Ik liet mij niet bidden, en het scheen, of zij zelve de toepassing maakte; +want spijtig glimlagchende ging zij heen, en bemoeide zich niet meêr met het geen op den wand geschreven stond. + +</p> +<p>Hoe zeer die beekjes van helder water, welke hier aanhoudend door de straten vlieten, eene frissche doorspoeling geven, moet +het toch ook in de <a id="d0e13286"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13286">436</a>]</span>huizen, die veelal laag zijn, vrij wat vochtigheid veroorzaken. + +</p> +<p>Den 18 dezer ’s morgens om vier uren vertrokken wij van hier. Op de hoogten, voor dat men te <i>Meillan</i> komt, wandelende, vermaakte ik mij nog eens met het genot van dat schoone gezigt, en zeî met een soort van aandoening, de +hooge <i>Pyreneën</i> (<i>les hautes Pyrenées</i>) welk Departement men hier omstreeks verlaat, vaarwel. + +</p> +<p>Van <i>Auch</i> behoef ik u niets meer te zeggen, dan dat het zich van dezen kant Amphithéaters-gewijze liggende, zeer aardig vertoont. Bij +<span class="smallcaps">Alexander</span> <i>den Dikken</i> vonden wij weder een zeer goed avondmaal en goed gezelschap; onder de personen die met ons van <i>Tarbes</i> gekomen waren, en naar <i>Toulouse</i> gingen, bevonden zich twee juffrouwtjes, van <i>Bagnères</i> komende, die zich tot nu toe bijzonder zedig gedragen hadden, doch hier wat gemeenzamer wordende, vernamen wij, dat zij te +<i>Bordeaux</i> t’huis hoorden, en konden haar bedrijf ligtelijk gissen. Ik geloof niet, dat ’er een volk bestaat, dat zich onder den schijn +van wellevendheid, door kleeding enz. beter weet te vermommen, dan de <i>Franschen</i>, vooral die van <i>Parijs</i> en de voorname steden. + +</p> +<p>Den 19 dezer ’s morgens om 4 uren vertrokken wij met den gewonen postwagen van hier op <i>Agen</i>. De landstreek scheen vrij vruchtbaar, de weg was goed, en door de verscheidenheid van gezigten, buitenverblijven (<i>Castels</i>)<span id="d0e13336" class="corr" title="Bron: ">,</span> groote boerenhoeven (<i>méteries</i>) enz. gansch niet onaangenaam. De Turksche <a id="d0e13342"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13342">437</a>]</span>tarw (<i>Maioc</i>) was nu gesneden, en men was druk bezig met ploegen. + +</p> +<p><i>Fleurance</i>, een stadje, waar wij doorkwamen, ziet ’er ongemeen slordig uit. Ik liep eens heen en weder in de Kerk, die niet eens bevloerd +was, wij zagen hier meer ganzen en varkens dan menschen. Wolweverij scheen een voornaam bedrijf der ingezetenen te zijn. ’Er +was ook, zoo als op de meeste plaatsen in deze landstreek, eene overdekte marktplaats. Langs een bosch van hakhout en jonge +heesters, en vele weilanden met vee, kwamen wij te <i>Lectoure</i>, 4 posten van <i>Auch</i>, op eene aanzienelijke hoogte, langs welker voet de weg loopt, gelegen; zoo dat dit stadje van daar geene onaardige vertooning +maakt. Even buiten hetzelve hield de wagen stil, om het middagmaal te houden, het was omtrent 10 uren, en de Conducteur zeide, +dat wij hier tot omtrent 1 uur blijven moesten, omdat, deze wagen niet van paarden verwisselende, dezelve wat moesten rusten. +Wij klommen dan langs een’ vrij steilen weg in de stad; zij bestaat meest in een regte straat, waarin eenige gnappe huizen. +In de Hoofdkerk, die aan het eind staat, en waar naast het voormalige Bisdom is, zag ik niets bijzonders, doch van het <i>terras</i> achter dezelve, waarop eenige boompjes staan te kwijnen, heeft men zeer een fraai en uitgebreid gezigt, tot tegen de hooge +<i>Pyreneën</i>. Aan het andere eind van de straat staat een schoon gebouw. Het is een Gasthuis, door een achtingwaardigen Bisschop, genaamd +<span class="smallcaps">Narbonne-Pellet</span>, <a id="d0e13366"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13366">438</a>]</span>gesticht. Niet alleen kranken en afgeleefde lieden worden daar in verzorgd, maar men verschaft ’er ook werk aan behoeftigen, +die nog in staat zijn, om te arbeiden. Een ruime plaats, met boomen beplant, en een fraai ijzerhek ’er voor, geeft een vrolijk +aanzien aan dit weldadig gesticht, dat nog niet oud schijnt te zijn. Het is gebouwd op de puinhoopen van het in de oude geschiedenissen +zeer bekende Kasteel. Men moet van daar ook een verrukkelijk gezigt hebben. Het stadje zelve ziet ’er doodsch en naar uit. +De verteringen van den Bisschop en zijn Kapittel, gaven ’er voorheen nog al eenig vertier, dat nu ook ophoudt. Voorheen was +<i>Lectoure</i> zeer sterk, en met een dubbelen rij muren omgeven, waarvan men nog eenige vervallen overblijfsels ziet. Het getal der ingezetenen +wordt op ruim 5500 geschat, en ’er is eene Onderprefecture. Eenige opschriften van den tijd der <i>Romeinen</i>, welke hier nog bestaan, bewijzen de oudheid van deze stad. In het dal, onder dezelve, stroomt het riviertje <i>le Gers</i>, en brengt zeer veel toe tot de vruchtbaarheid van hetzelve. Om de stad zijn eenige leêrlooierijen. Men zeide mij, dat dit +hier een voornaam bedrijf was. + +</p> +<p>In onze herberg terug komende, vond ik in de kamer, die men ons had aangewezen, eene bejaarde Dame, met welke wij van <i>Auch</i> gekomen waren, de houding van eene slapende <span class="smallcaps">Venus</span> willende nabootsen, uitgestrekt op een bed; kwanswijs wakker wordende, toen ik in kwam, bleef zij echter liggen.... <a id="d0e13385"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13385">439</a>]</span>Deze oude coquette was over <i>Noord-Amerika</i> uit <i>St. Domingo</i> gekomen, en ging naar <i>Parijs</i>, waar zij t’huis hoorde, en waar zij onder die soort van vrouwen, welke men ’er in zulk een groote menigte vindt, zekerlijk +eene eerste plaats verdient. Een kwinkslag, dien men aan <span class="smallcaps">Cicero</span> toekent, toen hij van eene vrouw van 50 jaren, die voorgaf maar 20 te zijn, sprekende, zeide: “men moet haar wel gelooven, +terwijl zij het reeds sedert 30 jaren zegt.” Dezen kwinkslag, zeg ik, kon men hier ook zeer gevoegelijk te pas brengen. Hoe +belagchelijk het gedrag van zulke vrouwen ook zijn moge, heeft hetzelve nogthans in het oog van den naauwkeurigen opmerker +niets verwonderlijks. Trek om te behagen is bijna de eenigste bedoeling, en de drijfveer van genoegzaam alle de werkzaamheden, +bij de zoogenaamde vrouwen <i>du bon ton</i>: van hare kindschheid af, houden zij zich daar mede bijna alleen bezig. Zelfs door het huwelijk wordt deze bezigheid in plaats +van zich te bepalen, veel sterker. Eene <i>Parijsche</i>, of naar de <i>Parijsche</i> mode levende vrouw, is dan meêr vrij en ongedwongen. Voor het huishouden (ik spreek hier nog maar van zoogenaamde voorname +en zelfs mindere burgerlieden) heeft zij hare <i>bonne</i><a id="d0e13410src" href="#d0e13410" class="noteref">3</a>, en de kinderen worden, zoo dra zij ter wereld komen, op het land te minne gezonden. Zelfs zij, die een winkel <a id="d0e13413"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13413">440</a>]</span>hebben, ziet men daar in gekapt, geblanket, en opgeschikt zitten. Wat zullen nu deze menschen doen als zij oud worden; zij +hebben die plooi aangenomen, genoegzaam niets anders geleerd, en zijn onbekend met wezenlijker, en hare jaren meêr voegende +genietingen. Deze verkeerde handelwijze komt dan ook bij allen niet voort uit eene onkuische drift, maar is bij velen het +gevolg van een dwaze hebbelijkheid<a id="d0e13415src" href="#d0e13415" class="noteref">4</a>. + +</p> +<p>Onze overige reisgenooten moet ik u toch ook leeren kennen; behalve de genoemde Dame, waren ’er op den wagen, een gekwetst +officier van <i>St. Domingo</i> met zijn knecht en papegaai; een voormalige <i>Chevalier de St. Louis</i>, en een <i>Gasconjer</i>, die als jager onder het <i>Fransche</i> leger in <i>Egypte</i> gediend had, en die zeer Republikeinschgezind scheen; en onder anderen zeide: “Hoewel de Republiek niet meêr bestaat, ’er +bestaan toch nog <a id="d0e13456"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13456">441</a>]</span>Republikeinen.” De anderen waren het altijd niet met hem eens; en dit een en ander leverde voor mij een niet onvermakelijk +gesprek op. + +</p> +<p>Het middagmaal was naauwelijks redelijk, de <i>Gasconjer</i> bezorgde ’er ons de koffij nog bij, om het wat te vergoeden. De soepen, die men in deze landstreek eet, zijn doorgaans zoo +dik door het brood, dat men ze bijna met een vork eten kan. Van knoflook houdt men veel. Spottender wijze wordt die dan ook +wel <i>Truffes de la Gascogne</i> genoemd. + +</p> +<p>Daar ’er veel te klimmen was, verkozen wij een eind weegs te voet te gaan. De landstreek is aangenaam, en schijnt zeer vruchtbaar. +Overal hier omstreeks ziet men veel tam gevogelte, zoo als ganzen, kalkoenen, hoenderen enz. Door de menigte weilanden is +’er het rundvee ook overvloedig. Men teelt ’er zeer veel hennip. Wij ontmoetten een aantal menschen, die van de kermis van +<i>Agen</i> kwamen. Het steedje <i>Astaffort</i><a id="d0e13473src" href="#d0e13473" class="noteref">5</a>, dat ’er nog al gnap uitziet, en aangenaam gelegen is, door zijnde, komt men over een steenen brug over het riviertje <i>le Gers</i>, en omtrent een paar uren verder wordt men <i>de Garonne</i> overgezet met den postwagen: het geen zeer onhandig in zijn werk gaat. De wagen moest uitgespannen, en door menschen in de +schuit gewerkt worden, en hoewel ’er de rivier omtrent half zoo breed was, naar het mij toescheen, als de <i>Maas</i> <a id="d0e13497"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13497">442</a>]</span>voor <i>Rotterdam</i>, was men met dat overzetten bijna een uur bezig. Mij verveelde het niet, want wij hadden ons met een klein schuitje laten +overroeijen, en zaten aan den anderen kant te wachten; het was daar zeer drok door de menigte karren, menschen te voet en +te paard, vee, enz. die van de kermis of jaarmarkt van <i>Agen</i> kwamen. Altijd door een aangename landstreek rijdende, kwamen wij ruim 7 uren des avonds in die stad, liggende nog omtrent +1½ uur van het opgemelde veer, aan. <i>Agen</i> is van <i>Lectoure</i> 4½, en dus van <i>Auch</i> 8½ post. + +</p> +<p>Gelukkig hadden wij adres aan een herberg; anders zouden wij geene bedden, door de kermis drokte, hebben kunnen krijgen; nu +bezorgde de hospes ons die in een burgerhuis, waar wij zeer zindelijk en wel waren. Om goede herbergen te hebben, en niet +duur te zijn, moet men trachten, om aanbevelingen te hebben van reizende Kooplieden, die van tijd tot tijd zulk een togt doende, +hunne vaste herbergen houden. Men wordt dan ook voor een reizend Koopman (<i>Voyageur de Commerce</i>) aangezien, als een vaste klant behandeld, en alzoo minder gekneveld. Althans heb ik mij daar dikwijls wel bij bevonden. +Wij aten ’s avonds in een ruime en gnappe zaal, aan eene tafel, die rondom in dezelve stond, en waar aan wel 50 menschen zaten, +en deden een goeden maaltijd. Hoewel het kermis was, had men hier weinig openbare vermaken, ’er was geen schouwspel, geen +danspartijen, noch diergelijke; en de handel scheen meêr het oogmerk van deze <a id="d0e13519"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13519">443</a>]</span>jaarmarkt te zijn, dan het vermaak. <i>Agen</i> is de hoofdstad van het Departement <i>du Lot et Garonne</i>, en bevat een groote 10,000 inwoners. Voorheen was het de hoofdplaats van het landschap <i>Agénois</i>. Van de overblijfsels, die hare oudheid plagten aan te toonen, is thans weinig of niets meêr overig. Aan de <i>Garonne</i> gelegen, drijft zij veel handel in de voortbrengsels van deze landstreek, vooral ook in wijnen en brandewijn, die het omliggende +land veel oplevert; de wijnen zijn veelal zwaar, en worden grootendeels naar <i>Bordeaux</i> gezonden; alwaar zij zuiver of gemengd, voor ons, of voor <i>Engeland</i>, worden ingescheept. De hennip is ook een aanzienlijke tak van handel. Men heeft hier ook eenige Fabrieken van sergies, die +men <i>Serges d’Agen</i> noemt, van zeildoek en van eene soort van linnen, dat ook van hennip gemaakt, en veel naar <i>Spanje</i> verzonden wordt. + +</p> +<p>De moord en vervolging der Protestanten is hier ook allerverschrikkelijkst geweest. De beroemde <span class="smallcaps">Josephus Julius Scaliger</span>, die hier in 1540 geboren werd, en in 1609 te <i>Leijden</i>, waar hij gedurende 16 jaren Hoogleeraar was, stierf, heeft deze bloedige gebeurtenis omstandig aangeteekend. + +</p> +<p>Den 20 dezer vroeg opstaande, begon ik met de schoone gemeene wandeling of <i>Cours</i>, die digt bij ons verblijf was, te bezigtigen. Het is de schoonste, die ik tot hier toe in <i>Frankrijk</i> gezien heb, om de lommerrijke beplanting met verscheidene rijen boomen, breede lanen, en bijzonder de aangename ligging aan +de <i>Garonne</i>, waar over men een bekoorlijk <a id="d0e13564"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13564">444</a>]</span>gezigt heeft. In de stad zag ik niets bijzonders. ’Er is een groote overdekte halle, en rondom waren verscheidene winkels +en kramen; op het ruim van de markt, werden ook velerlei soort van goederen verkocht; doch eigenlijk scheen het niet meêr +dan het geen men bij ons een groote boeren kermis noemt. + +</p> +<p>Onze reisgezellen, de verminkte offiçier en de oude ridder, die verpligt waren geweest, om den nacht op stoelen door te brengen, +hadden intusschen vernomen, dat ’er een schuit gereed lag, om de rivier af te varen tot <i>Bordeaux</i>, en sloegen ons voor, om, van die gelegenheid gebruik te maken. Wij besloten hier toe geredelijk, daar hier toch niet veel +meêr te zien scheen, en na raad gehouden te hebben, ging men om voorraad van spijs en drank uit, en stapte omtrent den middag +aan boord. + +</p> +<p>Onze herberg aanbeveling verdienende, geef ik u het adres op, men kan niet weten waar zulks te pas kan komen; het is <i>A l’Hotèl des Ambassadeurs, sur les allées du Gravier, chez</i> <span class="smallcaps">Taverne</span>. De vader van die <span class="smallcaps">Taverne</span> is ook als een groot man, in zijn vak beroemd; hij was de uitvinder van een beroemd soort van pasteijen, die men <i>Terrines de Nerac</i><a id="d0e13584src" href="#d0e13584" class="noteref">6</a> noemt, en die hij zelf nog, tot <i>Parijs</i> en verder verzendt. + +</p> +<p>Onze eerste schuit met banken en een tent ’er over, zou geschikt genoeg geweest zijn; doch wij werden <a id="d0e13600"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13600">445</a>]</span>met dezelve aan een andere, en grootere, en vol vaten en andere koopmanschappen geladen, die een half uur verder lag, gebragt; +en hier schenen wij juist niet zeer op ons gemak te zullen zijn, doch toen ieder zich zoo goed mogelijk een zit- of legplaats +onder het uitgespreide zeil of tent, gemaakt had, schikte zich dat nog al redelijk. Nu men betaalde ook met de <i>bagage</i> ’er onder begrepen, maar £ 6–:–: de persoon tot <i>Bordeaux</i>. Wij waren, behalve den schipper en zijn knechts, met 8 à 9 personen. Op een soort van dijk, aan den oever, zag ik verscheiden +menschen, door een’ trommelslager en fluiter voorafgegaan: het was eene bruid en bruidegom, die naar ’s Lands gebruik op deze +wijze, door hunne dorpgenooten en vrienden werden begeleid. De vrouwen van deze streek, en bijzonder van <i>Agen</i>, zijn wegens hare schoonheid en bevalligheid beroemd; sommige Schrijvers en Dichters maken daar melding van. Ik heb dan ook +nog al met aandacht rond gekeken, doch ’er geene bijzondere schoonheden gevonden; hoewel ik moet bekennen, dat ’er de menschen +hier in ’t algemeen veel beter uitzien dan in de hooge <i>Pyreneën</i>. + +</p> +<p>Onze schuit was meest geladen met brandewijn en gedroogde pruimen. De pruimen van <i>Agen</i> hebben een zekeren roem, en worden ook veel naar ons Vaderland verzonden. + +</p> +<p>De boorden van de <i>Garonne</i> leveren hier en daar vrij aangename gezigten op. Wij voeren de plaatsjes <i>Port St, Marie</i> en <i>Aiguillon</i>, beide aan den regter oever gelegen, voorbij. Het laatstgenoemde <a id="d0e13630"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13630">446</a>]</span>steedje, dat ook handel drijft in hennip, koorn, wijn en brandewijn, had voorheen een sterk kasteel, in de geschiedenissen +bekend. Men wil, dat de eerste maal dat men zich van geschut (<i>canon</i>) bedient heeft, is geweest in de belegering van <i>Aiguillon</i>, welke belegering plaats had in de 14<sup>e</sup> eeuw. De belegerden hielden het 14 maanden uit, tegen <span class="smallcaps">Jan</span>, Hertog van <i>Normandiën</i>, daar na Koning van <i>Frankrijk</i>. Bij dit steedje, voorheen een Hertogdom, loopt de rivier de <i>Lot</i> in de <i>Garonne</i>. + +</p> +<p>Wij ontmoetten een menigte schuiten, die door menschen, in het lijntje loopende, tegen den stroom werden opgetrokken. Die +lieden maakten een aanhoudend geschreeuw. Onze schipper zeide, dat dit ter aanmoediging diende; men zou zeggen, dat het veel +eer vermoeijende moest zijn. Onze schuit was zoo zwaar geladen, dat wij naauwelijks 1½ voet boord hadden; en daar de rivier, +hier en daar vrij ondiep is, sleepten wij somtijds over den grond, het geen men door het geraas en gestoot gewaar werd. Deze +schuiten moeten van onderen wel voorzien zijn, om daar tegen te kunnen. Tegen den avond vloog ’er zoo veel haft, dat het scheen +als of ’er een nevel over het water hing. Zij kwamen in menigte op onze hoeden, kleederen enz. De maan scheen helder, het +was stil, en alzoo daar wij met den stroom afzakten, op het water alleraangenaamst. Op een zandplaat, daar wij voorbij kwamen, +waren zeer veel watersneppen. + +</p> +<p>Omstreeks half negen kwamen wij te <i>Tonneins</i>, een stadje mede aan den regter oever gelegen, <a id="d0e13663"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13663">447</a>]</span>waar wij zouden vernachten. Men begroot de aftand tusschen deze plaats en <i>Agen</i>, op omtrent 5 uren. Terwijl men het avondmaal gereed maakte, liepen wij in de maneschijn het steedje eens door. Het schijnt +in de lengte vrij uitgestrekt; iets der moeite waardig om op te teekenen, zag ik ’er niet. In den omtrek van <i>Tonneins</i> wordt veel tabak geteeld, die men in de stad bereidt. + +</p> +<p>Het avondmaal was nog al wel, doch een van onze reisgenooten werd door de weegluizen ten bedde uitgejaagd. Naar men mij verhaalde, +is men ’er hier in de huizen, waar veel tabak behandeld of geborgen wordt, genoegzaam niet mede gekweld<a id="d0e13673src" href="#d0e13673" class="noteref">7</a>. + +</p> +<p>Den 21 dezer vertrokken wij ’s morgens om 3 uren van hier, latende ’er onzen onvriendelijken schipper. Na een paar kleine +plaatsjes voorbij gevaren <a id="d0e13681"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13681">448</a>]</span>te hebben, kwamen wij omstreeks zeven uren te <i>Marmande</i>, een stadje van omtrent 5800 inwoners, aan den regter oever gelegen; het is nog al handeldrijvende. Eenigen van ons stapten +hier aan wal, om levensmiddelen te koopen. Verder op voeren wij door een enge vaart, veroorzaakt door een eiland in de rivier +gelegen, en aangenaam met wilgen beplant. Eer men aan <i>la Réole</i> komt, begint het Departement <i>de la Gironde</i>. Dit laatstgenoemde stadje is aan den regter oever, gelegen, en doet zich aangenaam op. In de religie-oorlogen versterkten +de Protestanten zich in deze plaats. Aan den kant van de rivier ziet men een groot aanzienlijk gebouw, voor de omwenteling +een <i>Benedictijner</i> Abdij, thans het verblijf van de <i>Sousprefecture</i>, Op een’ kleinen afstand, ter zijde van hetzelve, staan twee oude torens; men wist ’er mij den oorsprong niet van te zeggen. +Even onder <i>la Réole</i>, wordt de <i>Garonne</i> sterker, door twee kleine riviertjes, die ’er in uitloopen. Te <i>St. Macaire</i>, een steedje, dat insgelijks aan den regter oever een paar uren verder gelegen is, ziet men ook een <i>Karmeliten</i> Klooster; en niet ver van daar de overblijfsels van een oud kasteel. Een weinig verder aan de linker oever ligt het steedje +<i>Langon</i>, wiens witte wijn eenigen roem heeft. Hier begint de eb en vloed, en daar wij het vallend water moesten afwachten, gingen +wij intusschen aan wal, om het avondmaal te nemen. Het was omtrent half zes uren; wij liepen dan, terwijl het dag was het +plaatsje nog eens rond, doch zagen <a id="d0e13713"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13713">449</a>]</span>’er niets bijzonders. Op het uithangbord van onze herberg stond <i>à l’Empereur de France</i>. Een van onze reisgenooten vroeg aan de waardin, of zij ook bijzondere reden had, om dit op haar uithangbord te zetten, voegende +daar bij, dat terwijl de staatkundige denkwijzen in <i>Frankrijk</i> nog zeer verschillende waren, zulk een opschrift somtijds nadeelig kon zijn aan de nering. De vrouw, waarschijnlijk de gegrondheid +van deze aanmerking voelende, wist hier niet veel tegen intebrengen. Wij hadden ’er een goed avondmaal, waar onder zeer smakelijke +riviervisch. Na ons van eenige bossen stroo voorzien te hebben, gingen wij ten 9 uren ’s avonds weder scheep. Wij waren nu +omtrent nog 8 uren van <i>Bordeaux</i>. Voorbij het stadje <i>Cadillac</i>, en nog eenige kleine plaatsjes varende, terwijl wij van tijd tot tijd mooije maneschijngezigtjes hadden, bevonden wij ons +’s morgens, den 22 dezer, toen ik wakker werd, voor een plaatsje genaamd <i>Begle</i>. Hier moesten wij het vallend water weder afwachten, en stapten intusschen aan wal, daar wij ons wat te ontbijten lieten +geven. Ik proefde daar ook nieuwen wijn, doch het scheelt veel, dat zij den zoeten en aangenamen smaak heeft als bij ons de +most. De <i>Franschen</i> behandelen hun’ wijn op eene geheel andere wijze, en laten dien, naar men mij verhaalde, zoo dra zij geperst is, gisten, +zonder ’er zwavel op te doen; hier door krijgt zij dan al spoedig een rinsen smaak; en behalve de muscaat en dergelijke, errinner +ik mij niet van zoete witte wijnen in <i>Frankrijk</i> <a id="d0e13736"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13736">450</a>]</span>aangetroffen te hebben. Men gaf ons, om te ontbijten, onder anderen, gestoofden karper, op eene wijze die men in <i>Frankrijk</i> <i>à la Matelotte</i> noemt, gereed gemaakt. Onze landslieden aan een boterham en een kopje thee of koffij gewoon, zou dit vreemd voorkomen; doch +reizende gewendt men aan zoo vele vreemdigheden, en ik at met veel smaak van dit geregt. Dit plaatsje is aangenaam aan den +linker oever van de <i>Garonne</i>, die hier al een gnappe rivier is, gelegen. Na wat heen en weder gewandeld te hebben, staken wij om 9½ uren af, en hadden +nu hoop, om tegen den middag te <i>Bordeaux</i> te zijn. Niet ver van hier voeren wij al voorbij een zeescheepje, zijnde een kotter, die daar op stroom lag. De rivier levert +hier een schoon gezigt op, en door de beweging der vaartuigen op dezelve, en door de fraaije buitenplaatsen en lusthuizen, +die men aan de oevers van dezelve ziet. Na omtrent een paar uurtjes gevaren te hebben, kregen wij <i>Bordeaux</i> in het gezigt. De ligging van die stad, van hier te zien, is zeer schoon en schilderachtig. Hare kaai en schoone gebouwen +vertoonen zich als een halve cirkel; voor dezelve ligt de rivier zoo vol schepen, dat men hier en daar naauwelijks door de +masten en touwen heen zien kan. Aan de oevers ziet men scheepstimmerwerven, waar verscheidene schepen op stapel stonden. Buitenplaatsen +en tuinen, alles kondigt eene welvarende handelstad aan. Deze schilderij is vooral treffende voor een’ <i>Hollander</i>;—men verbeeldt zich <i>Amsterdam</i>, <i>Rotterdam</i>, of <a id="d0e13762"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13762">451</a>]</span><i>Dordt</i> te naderen.—ô mijn Vaderland! wanneer zal die bloeijende staat, waarin ik u in mijne vroege jeugd gekend heb, eens wederkomen?—Of +zijt gij voor mij, zoo wel als die jaren, voor altijd verloren.—Is die aloude deugd, die edele; standvastige en stoutmoedige +aard, gepaard met kloek beleid en weêrgaloze Vaderlandsliefde, waar door wij schier wonderen verrigt hebben, dan ten eenenmaal +van onder ons geweken?—Is het vuur der vrijheid en onafhankelijkheid dan ganschelijk uitgedoofd—Helaas!... + +</p> +<p>Het was omtrent half een na den middag, toen wij alhier aan wal stapten, na over verscheidene schuiten heen geklommen te zijn, +want met de onze konden wij niet tot aan de kaai komen. De wind heden tegen hebbende, zoo dat men gedurig moest roeijen, had +dit de reis op het laatst wat vertraagd. + +</p> +<p>Hoewel de boorden van de <i>Garonne</i> over het algemeen die aangename verscheidenheid van schilderachtige gezigten niet opleveren, dan die van de <i>Saone</i> en de <i>Rhone</i>, had ik echter deze reis ook met genoegen gedaan, en voor zoo veel ik heb kunnen nagaan, moet zij over land niet aangenamer +zijn; doch men zou een geschikter en gemakkelijker vaartuig kunnen hebben. + +</p> +<p>De plaats, waar wij aankwamen, was bijna voor het Tolhuis, (<i>Hotèl de la Douane</i>) dat een schoon gebouw is. Onze koffers werden door een’ Tolbediende bekeken; hij vroeg, waar wij van daan kwamen, doch <a id="d0e13784"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13784">452</a>]</span>doorzocht niets. Een drager (met welke lieden ik altijd te voren beding maak) nam dan het mijne, 130 lb wegende op zijn rug, +en droeg het naar het <i>Hotèl des sept freres Maçons, rue de l’Intendance</i>, waar ik mijn intrek nam, en bedong eene vrij goede kamer op de tweede verdieping, met twee bedden voor £ 3–:–: daags. Het +middagmaal aan de gemeene tafel, kostte hier £ 3–10–: voor ieder persoon. + +</p> +<p>Volgens gewoonte de stad eens doorgeloopen hebbende, ging ik ’s avonds in een kleinen Schouwburg, nog maar onlangs in een +zeer zoeten smaak gebouwd, ter zijde van de gemeene wandeling, die men <i>les Allées de Tourny</i> noemt. Men speelt ’er kleine stukjes <i>Comedies Vaudevilles</i><a id="d0e13796src" href="#d0e13796" class="noteref">8</a> genaamd. De dekoratien waren zeer lief, en de vertooners, meestal jongelieden, speelden vrij wel; vooral eene <span class="smallcaps">Majeur</span>, die de grappige (<i>comique</i>) rollen speelde. Onder de vrouwen waren ’er ook eenige, die ’er niet <a id="d0e13828"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13828">453</a>]</span>onaardig uitzagen; en men betaalt hier in het <i>parterre</i> niet meêr dan 10 <i>sols</i>. Dit Schouwburgje wordt <i>le Théatre de la Gaité</i> genaamd. Digt bij dit Théater, over de laan van <i>Tourny</i>, is een zeer fraai koffijhuis met eene <i>colonnade</i>, doch men deed ’er voor het ijs (<i>les glaces</i>) 18 <i>sols</i> betalen. + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13238" href="#d0e13238src" class="noteref">1</a></span> In het algemeen echter heeft men daar over in <i>Frankrijk</i> geen klagen, en in de Provinciën nog minder dan te <i>Parijs</i>. Vele onzer Kommissarissen van postwagens en schuiten, of schepen, mogten daar dan wel een lesje komen nemen. Deze zijn de +lompste en onbeschoftste <i>Nederlanders</i>, dikwerf <i>gebenificeerde Duitschers</i>. Ongelukkig zoo een vreemdeling, naar dat uitschot van volk, de Natie taxeert. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13272" href="#d0e13272src" class="noteref">2</a></span> +<div class="body"> +<div class="div1"> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.</span></p> +</div> +</div> +</div> +</div> + +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13410" href="#d0e13410src" class="noteref">3</a></span> Bejaarde vrouw, die het huishouden waarneemt, op de kinderen past, enz. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13415" href="#d0e13415src" class="noteref">4</a></span> Zie hier ten dezen opzigte een oud <i>Fransch</i> versje, dat nog al aardig is. + +</p> +<p class="line" style=""><span>Cidalisse achéte +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Les dents, les cheveux, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et si la coquette +</span></p> +<p class="line" style=""><span>N’a pas de beaux yeux, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>La taille mignone +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Et d’autres appas; +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Faut-il qi’on s’étonne? +</span></p> +<p class="line" style=""><span>C’est qu’on n’en vend pas.</span></p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13473" href="#d0e13473src" class="noteref">5</a></span> Omtrent <i>Astaffort</i> is de scheiding van het Departement van de <i>Gers</i> en dat van de <i>Lot</i> en <i>Garonne</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13584" href="#d0e13584src" class="noteref">6</a></span> <i>Nerac</i> is een stadje, aan het riviertje <i>la Baise</i>, omtrent 4 uren van <i>Agen</i> gelegen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13673" href="#d0e13673src" class="noteref">7</a></span> Door gansch <i>Frankrijk</i>, en vooral in het zuidelijk gedeelte, zeer met dat ongedierte gekweld zijnde, beproeft men allerlei middelen, om dezelven +te verdrijven, doch doorgaans vindt men ’er weinig baat bij; als het beste heeft men mij opgegeven, een afkooksel van knoflook +en spaansche peper in sterken azijn, waarin men vervolgens campher doet ontbinden, hier bestrijkt men het huisraad enz. mede, +en men mengt het onder de pap, waarmede men het papieren behangsel in de vertrekken plakt. De reuk van appelen schijnen zij +ook te ontvlieden; doch in den zomer, wanneer men ’er het meeste mede geplaagd is, zijn de appelen niet overvloedig. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13796" href="#d0e13796src" class="noteref">8</a></span> <i>Vaudevilles</i> zijn liedjes in eenen geestigen en stekelachtigen trant, en op bekende zangwijzen. De <i>Franschen</i> maken daar veel werk van, en dit soort van gezangen, waarmede men dan kleine tooneelstukjes doormengt, of aan het eind van +sommige groote plaatst, hoort zoo te zeggen alleen in <i>Frankrijk</i> t’huis. Eene <span class="smallcaps">Basselin Foulon</span> is er, zegt men, de uitvinder van, en behoorde te <i>Vire</i>, een stadje in <i>Normandien</i> t’huis. Deze liedjes werden daar gezongen, en men danste op de wijs, ter plaatse <i>Val-es-Vire</i> genaamd. Bij verbastering zou men hier van vervolgens <i>Vaudeville</i> gemaakt hebben. +</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div id="d0e13857" class="div1"> +<h2>Twee en Twintigste Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Bordeaux 25 September.</i> + +</p> +<p>’s Morgens van den 23 dezer wandelde ik langs de kaai van den eenen kant tot den anderen, dat een frissche kuijer is<a id="d0e13866src" href="#d0e13866" class="noteref">1</a>. Men ziet daar een menigte gnappe gebouwen; maar het geen mij inzonderheid vreemd voorkwam, waren de menigte <i>Hollandsche</i> opschriften op uithangborden enz. als: Allerhande soorten van Scheepsbehoeftens; N. N. Schoenmaker maakt en verkoopt, enz. +Verwer en Glazemaker en dergelijke. Voorheen zag men hier dan ook een groote menigte van onze Vaderlandsche varensgasten; +thans zijn het meestal <i>Amerikanen</i>, <i>Deenen</i>, <i>Zweden</i>, en <i>Pruisschen</i>. De schepen die ’er in menigte op stroom lagen, voerden ook die vlaggen, en waren daar mede, wijl het Zondag was, bijzonder +opgesierd. De kaai maakt, zoo als <a id="d0e13884"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13884">454</a>]</span>ik u reeds gezegd heb, genoegzaam een halven cirkel, te weten van het eene eind tot het andere, zoo ver ’er huizen staan, +en de vesting <i>le Chateau Trompette</i> genaamd, ligt omtrent in het midden van dezelve. Hier omstreeks stond een tempel door de <i>Romeinen</i> gebouwd, en aan de beschermgoden gewijd; dit gebouw moet eenige overeenkomst gehad hebben met den tempel van <span class="smallcaps">Cajus Cæsar</span> te <i>Nismes</i>, waar van ik, daar zijnde, melding maakte. Ten tijde van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. bestond ’er nog een groot deel van dezen tempel, omringd van 18 kolommen, welke van de 30, zoo men meent, staande +waren gebleven; en deze geweldenaar, waarschijnlijk ter bereiking van zijne krijgs- en eerzuchtige oogmerken, deed deze merkwaardige +gedenkteekens der oudheid sloopen, om de voornoemde vesting te vergrooten, het geen volgens het bestek van den vermaarden +vesting-bouwkundigen <span class="smallcaps">de Vauban</span> werd uitgevoerd. + +</p> +<p>Van hier gingen wij naar de voorstad <i>le Chartron</i> genaamd, waar vele voorname kooplieden in fraaije gebouwen wonen, en vervolgens in de Protestantsche Kerk, staande aldaar +in een straat genaamd <i>rue notre Dame au Chartron</i>. Men gaat ’er door een gangetje in, want de Protestanten hadden deze Kerk reeds voor de omwenteling; op zich zelve is het +een eenvoudig maar net gebouw, ’er zijn galerijen en een orgel in, en de gemeente was vrij talrijk; ik begrootte ze op 4 à +500 menschen; de Predikant deed een eenvoudig zedelijk vertoog; doch <a id="d0e13912"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13912">455</a>]</span>had vrij sterk de <i>Gasconsche</i> uitspraak (<i>l’accent Gasçon</i>). Op deze Kerk zag ik ook een torentje met een klok, welk een en ander ’er zekerlijk na de omwenteling eerst opgekomen is. +De gemeene wandeling, <i>le Jardin Public</i>, voorheen <i>Jardin Royal</i>, ook <i>le Champ de Mars</i> genaamd, is niet ver van hier. Deze wandelplaats, met regte lanen beplant, waar van de boomen over het algemeen gansch niet +weelderig staan, en daar bij hier en daar nog geschoren zijn, is vrij ruim, met muren en ijzer hekwerk omringd; beelden heb +ik ’er niet ingezien, en eenige overdekte steenen galerijen aan de zijde zijn het eenigste sieraad; althans deze zoogenaamde +tuin beantwoordde in ’t geheel niet aan het denkbeeld, dat ik ’er mij naar den <i>Franschen</i> ophef van gemaakt had, en gelijkt niet naar onzen <i>Haarlemmer Hout</i>, of het <i>Haagsche Bosch</i><a id="d0e13937src" href="#d0e13937" class="noteref">2</a>. ’Er is een laan, waarin vooral heden met de Zondag nog al verscheidene opgeschikte menschen, op en neder wandelden. Men +verhuurt hier ook stoelen, en ter zijde staat eene nette houten loots, waarin men koffijhuis houdt. + +</p> +<p>Na den middag onze wandeling vervolgende, bewonderde ik vooral dat gedeelte, waar de groote Schouwburg geheel op zich zelven +staat, en van waar men verder door een breede met fraaije huizen bebouwde straat, langs de beurs op de kaai komt. Men noemt +deze wijk, die met de bijgelegen <i>allées <a id="d0e13944"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13944">456</a>]</span>de Tourny</i>, de schoonste is, die ik in <i>Frankrijk</i> gezien heb (althans naar mijn zin) <i>le Quartier du Chapeau Rouge</i><a id="d0e13952src" href="#d0e13952" class="noteref">3</a>. De plaats achter de beurs op de kaai, werd voorheen <i>la place Royale</i><a id="d0e13957src" href="#d0e13957" class="noteref">4</a> genaamd; omdat de stad, in het midden van dezelve, omtrent de eerste helft van de vorige eeuw, ten haren koste het beeld +van den Koning <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XV. te paard zittende, en van metaal gegoten, deed oprigten. De fraaije vleugels van de beurs, aan den eenen, en van +het tolhuis aan den anderen kant, maken de twee zijden van deze plaats, thans <i>la place de la Liberté</i><a id="d0e13965src" href="#d0e13965" class="noteref">5</a> genaamd, uit. + +</p> +<p>Het inwendig gedeelte van de oude stad, ziet ’er gansch niet bevallig uit: de straten zijn ’er veelal naauw en krom, behalve +die, welke <i>les fosses des Salinières</i>, <i>de la Commune</i> <i>etc.</i> genaamd wordt. Deze zijn breed en met boomen beplant. Aan het Stadhuis, dat in dezelve staat, is niets bijzonders te zien. +Daar over is de halle of groote markt. De nieuw aangelegde straten, die <i>le Cours Messidor</i> en <i>le Cours Thermidor</i> genaamd worden, zijn ook fraai, regt, breed en met boomen beplant, en het plein dat men <i>Place Nationale</i> noemt, is ruim en rondom regelmatig gebouwd. <i>Bordeaux</i> bevalt mij dan wat het plaatselijke aanbelangt, meêr dan <i>Marseille</i>, dat de eenigste van de <i>Fransche</i> steden is, die ik gezien <a id="d0e13997"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13997">457</a>]</span>heb, is, waarbij zij kan vergeleken worden; hoewel de laatstgenoemde over het algemeen, niet minder regelmatig bebouwd is. +Ik zal u een nieuw plan van deze stad trachten te doen toekomen; ’er zijn verscheidene nieuwe straten in hetzelve geteekend, +die men voornemens schijnt, om te maken; als dat werk geheel voltooid is, en men in de oude stad ook wat verbeteringen heeft +gemaakt, zal <i>Bordeaux</i> al een zeer fraaije stad zijn. Orde en netheid heerschen hier ook meêr dan in zoo vele andere plaatsen, die ik op deze reis +gezien heb, en het is duidelijk te bemerken, dat deze hier zoo wel als te <i>Marseille</i> een gevolg zijn van den omgang met vreemdelingen door den handel, en van de bloei en welvaart, die deze aanbrengt. + +</p> +<p>’s Avonds ging ik in den sedert de omwenteling nieuw opgerigten Schouwburg, <i>le Théatre Français</i> genaamd, staande niet ver van de <i>place Nationale</i>. De bouworde beviel mij niet zeer, zijnde dit gebouw, tusschen twee straten staande, zoo dat de voorgevel op den hoek tusschen +beide komt, van voren smal en van achteren breed; maar zich naar de plaats moetende schikken, heeft men dit waarschijnlijk +niet wel anders kunnen maken. Van binnen is het met smaak gemaakt. De schermen (<i>decorations</i>) waren ook zeer voldoende. Ik zag ’er een paar kluchtjes, die men te <i>Parijs</i> op het <i>Théatre de Montansier</i> geeft, eene <span class="smallcaps">Armant</span> aapte daar in den befaamden <span class="smallcaps">Brunet</span><a id="d0e14027src" href="#d0e14027" class="noteref">6</a> na. Men eindigde met <a id="d0e14037"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14037">458</a>]</span>een <i>Pantomime à grand Spectacle</i><a id="d0e14041src" href="#d0e14041" class="noteref">7</a>. De beste vertooners op dit tooneel, waren niet meêr dan middelmatig, Bijna schuins over dezen Schouwburg is een andere plaats +voor het openbaar vermaak gebouwd en de <i>Vauxhall</i> genaamd; men geeft ’er bals, vuurwerken, enz. Door den sterken regen was ’er heden niets van belang te doen. + +</p> +<p>Den 24 dezer ging ik mijne krediet- en aanbevelingsbrieven overhandigen, en was verwonderd van deftige kooplieden in naauwe +en donkere straten, waar zij woonden, te moeten opzoeken; in een derzelven <i>la rue de la Rousselle</i> genaamd, en daar omstreeks, rook het al zeer onaangenaam, door de menigte gedroogde labberdaan en andere visch, alsmede kaas +en olij, die daar bijna huis aan huis verkocht werd, en waarmede geheele pakhuizen waren opgevuld. De uitwaseming van deze +waren schijnt echter niet ongezond, maar integendeel een behoedmiddel tegen aanstekende ziektens te zijn; want men heeft meêr +dan eens opgemerkt, dat ten tijde dat ’er besmettelijke krankheden in deze stad plaats hadden, deze wijk daar van bijzonder +bevrijd bleef. Zoo is alles, wat wij onaangenaam vinden, niet <a id="d0e14057"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14057">459</a>]</span>niet schadelijk, even zoo min als alles wat aangenaam genoemd wordt, voor ons nuttig is. + +</p> +<p>Thans was het op de <i>Fosses des Salinieres</i> zeer drok; men hield ’er markt van oude kleederen en andere waren. Een soort van kwakzalver en kwakzalveres, die ik daar +zag, waren al zeer wonderlijk toegetakeld. De vrouw in eene misselijke gegalonneerde Amazone kleeding, zat op een klein paardje, +aan beide kanten van het zadel hingen omtrent een vijf en twintig gedroogde ratten, en op de kop van het paard, zat een levendige +sperwer. De man, die voor het paard staande, op den trommel sloeg, zag ’er ook niet alleen wonderlijk in de kleederen uit, +maar had om den bol van zijn’ hoed een’ krans van overeind staande gedroogde ratten; boven op dezelve eene gedroogde zeeschildpad, +en daar op de gedroogde muil van een’ grooten visch, waarin eene opgezette aap zat; en wat denkt gij dat die lieden te koop +veilden?—Middelen om ratten, muizen en wandluizen te verdrijven. Hunne vreemde opschik trok een menigte volk, en zij bragten +daar door van hunne waren, die denkelijk niet veel beteekenden, nog al wat aan den man. Zoo draagt de eene mensen een’ krans +van gedroogde ratten op het hoofd, en een ander weder iets anders; alles met oogmerk, om met de dwaasheid van het volk voordeel +te doen. Nu zoo deze middelen tegen de ratten en weegluizen niet veel baten, misschien schaden zij ook niet; doch ik heb mij +verwonderd, dat de Politie, die anders in <i>Frankrijk</i> over het algemeen <a id="d0e14067"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14067">460</a>]</span>vrij naauwkeurig en oplettend is, geen strenger maatregelen gebruikt tegen die groote menigte kwakzalvers en marktdoctoren, +die zich met de geneeskunde bemoeijen, overal openlijk hunne gewaande algemeene geneesmiddelen uitventen, en hunne kunsten +zelfs met gedrukte billetten bekend maken; als ook, dat men het trekken van horoskopen, waarzeggen, in de hand kijken, kaart +leggen, enz. niet belet. Dit ziet men haast op alle plaatsen, en inzonderheid ook te <i>Parijs</i>, openlijk langs de straten; en niet alleen het zoogenaamde gemeen, maar zelfs zoogenaamde voorname of fatsoenelijke lieden, +houden zich daarmede bezig, en hij, die met verscheidene Godsdienst-stellingen den spot drijft, slaat geloof aan de ellendige +sprookjes van een oud wijf, of de gewaande voorspellingen van een’ Astrologist, die zich beter verstaat op het beurzensnijden, +dan op de sterrekunde.—En dit heeft plaats onder deze, zich zoo bij uitnemendheid verlicht noemende, <i>Franschen</i>, en die het ontegenzeggelijk ook wat de kunsten en wetenschappen aangaat, al zeer ver brengen. + +</p> +<p>Wat verder stond een liedjeszanger, die ’er onder anderen een zong, dat nog al aardig was. Over de tegenwoordige kleederdragten +handelende, kwam ’er in, dat, indien de broeken van de mans nog hooger werden, men daar wel dra mouwen aan zou moeten zetten, +en zoo de lijfjes van de vrouwen nog korter moesten worden, zij weldra genoodzaakt zouden worden, om de rokken over de schouderen +<a id="d0e14077"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14077">461</a>]</span>te dragen. In diergelijke aardigheden moet men bekennen, dat de <i>Franschen</i> andere volkeren aanmerkelijk overtreffen. Onder hunne volksliedjes zelfs van jaren herwaards, zijn al zeer aardige en vol +geestige trekken; ’er zijn aanmerkelijke verzamelingen van gedrukt, en sommige dier werkjes worden, wanneer zij op verkoopingen +voorkomen, duur betaald. + +</p> +<p>De <i>St. Andréas</i> of Hoofdkerk (<i>Eglise de St. Andrée</i>), is een groot Gothisch gebouw, en pronkt met twee vrij hooge spitse torens, waarin geen klokken hangen, aan den eenen kant. +Aan den anderen schijnt men ’er ook twee te hebben willen maken, en op een van die begonnen torens, hangen eenige klokken; +deze kan dan eenigzins als een derde toren worden aangemerkt, het geen aanleiding geeft tot eene nog al aardige woordspeling: +<i>l’Eglise de St. Andrée</i>, zegt men, <i>à trois clochers, et deux cens (deux sans) cloches</i><a id="d0e14095src" href="#d0e14095" class="noteref">8</a>. Die dit pas hoort en hier onbekend is, verwondert zich niet weinig over zulk een groot aantal klokken. Ik zelve was ’er +ook mede bedrogen, en meende in het eerst, dat het een klokkespel was, waarbij een meenigte kleine klokjes waren, en dan zou +het eene dubbele merkwaardigheid <a id="d0e14113"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14113">462</a>]</span>geweest zijn, want zoo algemeen als de klokkespelen bij ons zijn, zoo zeldzaam treft men die in <i>Frankrijk</i> aan; en ik herinner mij niet van ’er op deze gansche reis van <i>Parijs</i> af<a id="d0e14121src" href="#d0e14121" class="noteref">9</a> een gehoord te hebben. Inwendig zag ik niets bijzonders in deze Kerk; men was bezig met dezelve op te maken; ’er lagen hier +en daar verscheidene grooten roode marmeren kolommen, naar ik vernam, waren zij afkomstig uit een in de omstreek afgeschaft +Klooster of Abdij, en moesten dienen, om deze Kerk mede te versieren. + +</p> +<p>Het voormalig Aartsbisschoppelijk Paleis staat digt bij deze Kerk, en is een groot <i>modern</i> gebouw, met een ruim voorhof (<i>basse cour</i>) en ijzer hekwerk. Mij kwam het niet zeer merkwaardig voor. Bij het afbreken van het oude paleis, dat een fraai Gothisch +gebouw moet geweest zijn, heeft men veel overblijfsels van een’ ouden tempel gevonden, welke deskundigen meenen, dat aan <span class="smallcaps">Jupiter</span> toegewijd was, zoo als stukken en brokken van geribde kolommen, kapiteelen volgens de Corinthische bouworde, fraai gebeeldhouwd +lijstwerk, <i>basreliefs</i>, enz. +<a id="d0e14150"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14150">463</a>]</span></p> +<p>De Aartsbisschoppelijke tuin, die vrij groot was, plagt ook voorheen ten algemeene wandeling te verstrekken, en was zeer lommerrijk; +doch dat is ook al veranderd. Thans wordt dit Paleis door den Prefect <span class="smallcaps">Charles de la Croix</span>, voorheen <i>Fransche</i> Minister in <i>den Haag</i>, bewoond. En de tegenwoordige Aartsbisschop van <i>Bordeaux</i> heeft een andere woning. + +</p> +<p>De <i>St. Michiels</i> Kerk verdient, om zijn Gothische bouworde bijzonder gezien te worden. De toren staat ter zijde een eindje van de Kerk af, +op dezelve plagt een zeer hooge en fraaije spits te staan, (men zegt dat zij hooger was dan die van <i>Straatsburg</i>) en dit ontzaggelijk gevaarte werd in 1767 door een orkaan ter nedergeploft, het geen een vreesselijken slag veroorzaakte; +gelukkig echter is ’er niemand onder verongelukt. De muren van het koor zijn zeer zigtbaar binnenwaarts gebogen; men had ’er +een dwarsbalk tusschen gezet, om ze te schragen, zoo dat dit gebouw al vrij bouwvallig wordt. + +</p> +<p>Aan het bezigtigen der Kerken zijnde, ging ik verder van hier een lange straat, zuid-oostwaards, door, tot aan de Kerk van +het heilige kruis; tot eene Abdij van dien naam behoord hebbende. Volgens de bouworde van den voorgevel te oordeelen, schijnt +zij zeer oud te zijn. De toren was ook waarschijnlijk hooger. Inwendig was het nog al netjes opgegnapt, doch merkwaardige +schilderijen, beeldhouwwerk, zag ik ’er niet. Een levensgroot <a id="d0e14175"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14175">464</a>]</span><span class="smallcaps">Christus</span> beeld aan het kruis hangende, trok echter mijn aandacht; men had het eene soort van zijden damasten japon met groote gekleurde +bloemen aangetrokken; ik had dat hier en hier omstreeks al meêr gezien, doch deze door de sterke kleuren, en in ’t licht geplaatst, +viel bijzonder in het oog. Voor iemand, die daar niet aan gewoon is, maakt dit eene misselijke vertooning. Dat de Roomschgezinden +een kruis, en sommige andere beelden in hunne Kerken plaatsen, kan ik als overeenkomstig met hunne leerstellingen, zeer wel +toegeven. En ik heb van hunne Kerken gezien, waar de beelden zoodanig gemaakt, en op zulk eene wijze in geplaatst waren, dat +zij daar door, en door de verdere wel ingerigte versierselen, wezenlijk een deftig aanzien hadden. Doch verstandige Geestelijken +moesten mijns bedunkens niet dulden, dat men door het plaatsen van gedrogtelijke poppen, aanleiding gaf tot spotternij; hier +onder behooren ook die gekroonde met allerlei stoffen behangen, en wonderlijk opgeschikte lieve vrouwenbeelden; immers deze +beeldtenis is geheel niet overeenkomstig de geschiedenis, maar behoorde eene aanminnige en teedere moeder, in een zedig gewaad +te verbeelden, en zulk een beeld natuurlijk gemaakt, best van wit marmer of hout, het marmer na bootsende, moet ieder een +van welke Godsdienstige begrippen hij ook zijn moge, natuurlijker wijze met genoegen zien. Vele anderzins redelijke en achtingwaardige +Roomsche Geestelijken, loopen diergelijke min of meêr aanstootelijke ongerijmdheden, <a id="d0e14179"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14179">465</a>]</span>minder in het oog dan ons, omdat zij ’er van hunne jeugd af aan gewoon zijn; maar ik ben verzekerd, dat, als zij ’er bedaard +en onpartijdig over denken, zij zullen moeten bekennen, dat ik gelijk heb, en dat vooral onze eeuw zulke en diergelijke verbeteringen, +volstrekt noodzakelijk maakt. Gij ziet, Vriend! dat ik u mijne invallen onder het schrijven of beschouwen getrouwelijk mededeel. +Komt ’er zoo al eens wat in voor, dat u van geen belang is, de vrijheid om het ongelezen te laten, kan, noch wil ik u betwisten. +Het geen de Kerken aanbetreft, ditmaal voor afgehandeld houdende, zal ik van het stuk van het ware kruis, (<i>Morceaux de la vraie croix</i>) dat in deze laatstgenoemde Kerk vertoond wordt, niet spreken. + +</p> +<p>In de voorstad <i>St. Seurin</i>, ziet men nog de overblijfsels van het oude Amphithéater van <i>Bordeaux</i>, verkeerdelijk <i>le Palais Gallien</i> genaamd, omdat het onder de regering van dien Keizer, zoo men meent, door <span class="smallcaps">Pivesuvius Tetricus</span>, toen ter tijd Prefect van <i>Aquitania</i>, waar van men meent, dat <i>Bordeaux</i> de hoofdstad was, is opgerigt, omtrent het midden van de derde eeuw der Christelijke jaartelling. Thans kan men ’er de gedaante +niet meêr van erkennen, en al wat ’er nog van bestaat, is een klein gedeelte van den muur, die het omringde, en waarin eenige +boogsgewijze openingen (<i>portiques</i>); eenige vervallen gewelven en een poort of hoofdingang, welke laatste wel het voornaamste is van die merkwaardige <a id="d0e14207"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14207">466</a>]</span>oudheid; naar ik vernam, werd deze grond eenige jaren geleden verkocht, en een groot gedeelte van de overblijfsels van het +Amphithéater weggebroken; deze verwoesting is echter door de regering gestuit, en het verdere afbreken verboden. Ondertusschen +zijn ’er eenige huizen in en tegen gebouwd, en deze met de vervallen muren en puinhoopen misselijk door elkanderen staande, +leveren niet anders dan eene onbevallige vertooning op, en ik verwonderde mij zeer, dat hier, waar men zich met het verfraaijen +en verbeteren der stad veel schijnt te bemoeijen, en waar de goede smaak ook niet moet ontbreken, tot nog toe niet gezorgd +is, om aan deze <i>Romeinsche</i> overblijfsels een bevalliger aanzien te geven; het geen niet moeijelijk zou zijn, wanneer men ’er een’ tuin van maakte, en +naast deze oude muren eenige Italiaansche populieren, cypressen- en accacia-boomen plantte; niet langs de lijn of op eene +stijve en regelmatige wijze, zoo als de <i>Franschen</i> gewoon zijn, maar als of zij door de natuur zelve daar waren gesteld. + +</p> +<p>Dit Amphithéater, dat ook wel <i>les Arénes</i> genaamd werd, diende hoogstwaarschijnlijk tot hetzelfde gebruik als dat van <i>Nismes</i>; doch het is niet als dit geheel van gehouwen steen, maar van gebakken en kleine gehouwen steenen gebouwd; deze zijn laagsgewijze +regelmatig op elkanderen gesteld, en met een soort van kalk of cement bevestigd; de gebakken steenen hebben eene andere gedaante +dan die welke wij gebruiken, en gelijken meêr naar onze <a id="d0e14223"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14223">467</a>]</span>roode vloertegels<a id="d0e14225src" href="#d0e14225" class="noteref">10</a>. In eene vorige heb ik reeds van dat soort van steenen gesproken, en het schijnt, dat de inwoners van deze landstreek, te +weten <i>le haut Languedoc</i> en <i>Gascogne</i>, nog deze wijze van de gebakken steenen te vormen van de <i>Romeinen</i> hebben behouden. + +</p> +<p>De straat van de plaats, aan het eind van de lanen van <i>Tourny</i> tot bij het Amphithéater, is vrij breed, en genoegzaam lijnregt, en wordt <i>rue Fondaudege</i> genaamd; aan het eind van dezelve is men digt bij de <i>Jardin public</i>. + +</p> +<p>Hoewel het middagmaal in mijne herberg wel beviel, ging ik heden voor de verandering bij eenen zoogenaamden <i>restaurateur</i><a id="d0e14259src" href="#d0e14259" class="noteref">11</a>, die men hier op dezelfde wijze als te <i>Parijs</i> vindt, eten. De vertering <a id="d0e14279"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14279">468</a>]</span>kwam al op hetzelfde, als aan de gemeene tafel in mijne herberg, uit. + +</p> +<p>’s Avonds ging ik in het <i>Théatre de la Gaité</i>, waar <span class="smallcaps">Majeur</span> mij door zijn grappen nog al deed lagchen. Dat kleine Schouwburgje bevalt mij wel, vooral omdat ik hier, moede gewandeld +zijnde, kan uitrusten; want men zit ’er in het <i>parterre</i> even eens als te <i>Parijs</i>. De prijs is zeer redelijk, en de vertooningen niet onaardig zijnde, trekt dit Tooneel veel volk. + +</p> +<p>Den 25 dezer. In de herberg had men mij naar mijn paspoort gevraagd, om hetzelve bij de politie te vertoonen, en het daar +te laten teekenen. De bediendens uit de herbergen zijn met de bezorging daar van belast, men geeft hun die, en zij bezorgen +dezelven, wanneer zij ze niet verliezen, wederom. Ik verkoos zelf mede te gaan, en zou zulks ieder reiziger aanraden; want +meêr dan eens ben ik getuigen geweest van de moeite en onaangenaamheden, welke men heeft, als men zijn paspoort kwijt is. +Men betaalt hier 5 <i>sols</i> voor het teekenen, het eerste geld, dat men ’er mij sedert <i>Parijs</i> voor heeft afgenomen, hoewel ik het betalen van deze kleinigheid, niet onredelijk vind, daar men toch ten dienste van de +vreemdelingen eenige onkosten moet doen, maar dat men te <i>Parijs</i> alleen voor de handteekening van den Minister der Buitenlandsche Zaken, <span class="smallcaps">Talleyrand</span>, dienende om die van de Ambassadeurs te bewaarheden, £ 10–:–: moet neêrtellen, vindt ik niet billijk, en vooral niet <a id="d0e14309"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14309">469</a>]</span>voor eene <i>Carte de Sureté</i><a id="d0e14313src" href="#d0e14313" class="noteref">12</a> in <i>Parijs</i> zelve moetende dienen, omdat deze stad een groot deel van zijn bestaan aan de vreemdelingen verschuldigd is. Men zegt, dat +de Ambassadeurs zich reeds meêr dan eens hier over bezwaard hebben, doch te vergeefsch. <a id="d0e14331"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14331">470</a>]</span>Ik hoop, dat men toch bij ons wederzijds zal handelen. + +</p> +<p>De Beurs schijnt inwendig pas nieuw opgemaakt. Het plein, waar de Kooplieden dagelijks verzamelen, is overdekt, en het licht +valt ’er van boven door eene zoogenaamde lantaarn; men klaagt dan ook, dat het ’er in den zomer zeer benaauwd zijn kan. Rondom +aan den muur leest men de namen van verscheidene landen, als <i>la Chine</i>, <i>l’Angleterre</i>, <i>la Hollande</i>, enz. De Kooplieden zich bij deze teekens plaatsende, vinden elkander daar door te gemakkelijker. Rondom de verzamelplaats +voor de Kooplieden is eene gaanderij, waarin veelerlei soorten van winkels of kramen staan. Bij een prentenkoopman aldaar, +zag ik eenige plaatjes zoo zonderling geplaatst, dat ik niet wel denken kan, dat zulks slechts bij geval was; boven eene afbeelding, +waarop <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XVI. en zijne nabestaanden verbeeld werden, hingen de afbeeldingen van de nieuwe Keizer en Keizerin, en daar bij een ander +prentje met een treurwilg, waar onder geschreven stond: <i>le saule pleureur</i>. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/viii004.jpg" alt="Schouwburg van Bordeaux."><p class="figureHead">Schouwburg van Bordeaux.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Boven deze gaanderij zijn eenige andere vertrekken, zoo als de regtbank voor den koophandel (<i>Tribunal de Commerce</i>) wij zagen ’er een <i>Engelsche</i> prijs bij openbare veiling voor eene som van 36,000 <i>francs</i> verkoopen; deze verkooping geschiedde bij het uitbranden van de kaars<a id="d0e14365src" href="#d0e14365" class="noteref">13</a>, en werd door een <a id="d0e14371"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14371">471</a>]</span>trompetter aangekondigd. Achter de beurs op de kaai staan doorgaans een menigte sleden, ieder met twee ossen bespannen, waarmede +hier de koopmanschappen in en uit de pakhuizen gevoerd worden. Onder deze ossen vindt men ’er, die al vrij groot zijn; genoegzaam +alle zijn zij rood, en trekken met den kop, de horens dikwijls zeer lang zijnde, worden aan den kant, waar zij met de koppen +tegen elkanderen zijn gespannen of gebonden, afgezaagd. Het nommer van de slede hebben zij op een blikken plaatje voor den +kop. + +</p> +<p>De groote Schouwburg, zoo als ik u reeds gezegd heb, in de wijk <i>du Chapeau Rouge</i>, en niet ver van de beurs staande, is het meesterstuk van bouwkunde van den vermaarden bouwmeester <span class="smallcaps">Louïs</span> en wordt voor een der fraaiste, grootste en prachtigste Schouwburgen van <i>Europa</i> gehouden. Dit gebouw bevat een Tooneel- en een Concertzaal. De voorgevel (<i>péristile</i>) bestaat uit twaalf Corinthische kolommen, op de lijst boven ieder derzelven staat een beeld, zoo als gij op de naauwkeurig +geteekende afbeelding, die ik u zal doen toekomen, zult zien. Ter zijde zijn gaanderijen, waar onder verscheidene kooplieden +en kramers hunne onderscheidene goederen in daartoe gemaakte kramen of winkels uitstallen. Dit schoone gebouw is van gehouwen +steen, staat geheel op zich zelve, en maakt eene zeer fraaije vertooning. Inwendig beantwoordt het ook zeer wel aan de verwachting, +die men ’er zich door het uitwendige van gemaakt heeft. Men <a id="d0e14387"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14387">472</a>]</span>in een ruim en prachtig voorportaal, en hier bewondert men een’ breeden en groots gebouwden trap, waarmede men naar de gaanderijen, +loges enz. gaat; het licht valt hier op door een lantaarn in het dak gemaakt, en geeft aan dit alles een luisterrijk aanzien; +hoewel mij dunkt, dat terwijl onze tooneelen tot nog toe, zoo wel zomers als ’s winters door kaars- of lamplicht verlicht +worden, men beter zou doen, van alle de toegangen tot hetzelve insgelijks door kaarsen of lampen te verlichten, om daar door +het treffend onderscheid tusschen het dag- en kaarslicht, en de onaangenaame gewaarwording daar door bij het inkomen der Schouwburgzaal +veroorzaakt, zoo veel mogelijk te matigen. De plaats voor de aanschouwers geschikt, heeft de gedaante van een cirkel, van +omtrent 60 voeten middellijns (<i>diameter</i>), omtrent het vierde deel afgesneden door het Tooneel. Zij is door 12 op zich zelve staande kolommen van gemengde order (<i>l’ordre composite</i>) omringd. De tweede en derde loges als <i>balcons</i> tusschen deze kolommen gemaakt, bevielen mij niet, omdat men uit die, welke bij het tooneel zijn, niet goed moet kunnen zien, +en omdat ’er door deze inrigting veel plaats verloren gaat. Het platfond is fraai geschilderd<a id="d0e14398src" href="#d0e14398" class="noteref">14</a>, ik meen door <span class="smallcaps">Robin</span>. De <a id="d0e14407"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14407">473</a>]</span>geheele zaal is met smaak versierd en verguld; doch naar de uitwendige gedaante te oordeelen, had ik haar nog grooter verwacht; +men verzekerde mij, dat ’er niet meêr dan 2200 aanschouwers in geplaatst kunnen worden. In het <i>parterre</i> kan men ook niet zitten; men betaalt in hetzelve en op de bovenste galerij £ 1–2-: en voor de plaatsen in het orchest de +eerste galerij enz. £ 3–6-:—Het was ’er heden zeer vol; want <span class="smallcaps">Talma</span> en zijne vrouw speelden ’er in <i>Henry VIII. ou la mort d’Anne Bouleyn</i>, Treurspel van <span class="smallcaps">Chenier</span>, hoewel het beste niet, dat hij gemaakt heeft. De kleeding van Madame <span class="smallcaps">Talma</span> was ook zeer naauwkeurig, waaromtrent de <i>Fransche</i> Actrices anders dikwijls zondigen, vooral als de kleeding, zoo als zij in het stuk te pas komt, niet bevallig genoeg naar +haar zin is. Dit Treurspel werd over het algemeen vrij goed gespeeld, en <span class="smallcaps">Talma</span> en zijne vrouw zeer sterk toegejuicht; doch het geraas, dat ’er door het vreesselijk gedrang in het <i>parterre</i> plaats had, was dikwijls hinderlijk. Ik had mij daar ook geplaatst, maar was ’er gansch niet op mijn gemak. Na het Treurspel +vertoonde men ’er een stukje van <span class="smallcaps">Alexander Duval</span>, genaamd <i>Shakespeare amoureux ou la pièce à l’etude</i>. In dit blijspel, waarin maar drie vertooners voorkomen, speelt <span class="smallcaps">Talma</span>, die anders niet dan in het Treurspel voorkomt, de hoofdrol, en verdient ook daar in wel gezien te worden<a id="d0e14442src" href="#d0e14442" class="noteref">15</a>; Madame <span class="smallcaps">Talma</span>, <a id="d0e14456"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14456">474</a>]</span>en een <i>Bordeauxsche</i> Actrice voldeden ook wel. + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13866" href="#d0e13866src" class="noteref">1</a></span> Men heeft daartoe omtrent drie kwartier werk. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13937" href="#d0e13937src" class="noteref">2</a></span> Ook heb ik maar zeldzaam iets in dien smaak aangetroffen, dat daar bij verdient vergeleken te worden. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13952" href="#d0e13952src" class="noteref">3</a></span> De wijk van den rooden hoed. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13957" href="#d0e13957src" class="noteref">4</a></span> De Koninklijke plaats. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13965" href="#d0e13965src" class="noteref">5</a></span> De plaats der Vrijheid. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14027" href="#d0e14027src" class="noteref">6</a></span> <span class="smallcaps">Brunet</span> munt vooral uit in de onderscheidene rollen <a id="d0e14031"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14031">113n</a>]</span>van <span class="smallcaps">Jocrisse</span>, en voldoet voor een’ enkelen keer wel; doch men moet hem niet dikwijls zien. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14041" href="#d0e14041src" class="noteref">7</a></span> <i>A grand Spectacle</i>, dat is met veel tooneeltoestel, dansen, marschen, krijgsoefeningen, geregten, enz. In zeer vele pantomimes, zoo als in die, +welke ik hier zag, en die <i>la laitière polonnaise ou les crimes de l’Amour</i> genaamd wordt, danst men niet. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14095" href="#d0e14095src" class="noteref">8</a></span> De Kerk van <i>St. Andréas</i> heeft drie torens en twee honderd klokken, of en twee zonder klokken; want <i>deux cens</i> en <i>deux sans</i> wordt op dezelfde wijze uitgesproken, het eerste beteekent <i>twee honderd</i>, en het laatste, <i>twee zonder</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14121" href="#d0e14121src" class="noteref">9</a></span> Te <i>Parijs</i>, op een gebouw, op de <i>Pont Neuf</i> staande, en de <i>Samaritaine</i> genaamd, is een gebrekkelijk klokkespel, doch het speelt niet door het uurwerk. Men hoort het niet dan bij plegtige gelegenheden, +en dan staan de <i>Parijsenaars</i> dat torentje met een open mond aan te gapen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14225" href="#d0e14225src" class="noteref">10</a></span> Die meêr van dit Amphithéater weten wil, leze daar op na <i>les Annales Politiques et Statistiques de Bordeaux etc. à Bordeaux, chez </i><span class="smallcaps">Moreau</span><i> an IX</i>. Ik meen daarin ook eene afbeelding van hetzelve gezien te hebben. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14259" href="#d0e14259src" class="noteref">11</a></span> <i>Restaurateur</i> is een kok, waarbij men gaat eten. Zoekende de geregten op een lijst, waarop zij, met den prijs ’er achter staan, uit. Een +<span class="smallcaps">Boulanger</span> te <i>Parijs,</i> was hier, zegt men, in 1765 de uitvinder van, verkoopende eerst versterkend vleeschnat, waar bij hij vervolgens gekookte +hoenderen, eijeren, enz. voegde; terwijl voor zijn deur geschreven stond: <i>Venite ad me omnes qui stomacho laboratis, et ego restaurabo vos</i>. En het niet zeer betamelijk toepassen van dezen Bijbeltext gaf aanleiding tot den naam van <i>restaurateur</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14313" href="#d0e14313src" class="noteref">12</a></span> Een bewijsschrift, waaruit blijkt dat men bij zijn Ambassadeur en bij de Politie bekend staat; de handteekening van de Ambassadeur +moet alweder eerst door den Minister <span class="smallcaps">Talleyrand</span> bewaarheid worden, eer men zulk een bewijs kan bekomen bij de politie, hoewel de Prefect die handteekening even zoo goed +kent als de Minister, en ook nog maar weinig tijds geleden, die bewijzen, welke NB. van tijd tot tijd moeten vernieuwd worden, +alleen op de handteekening van de Ambassadeurs, en zonder eenige betaling daar van te nemen, uitgaf. Ik zeg, dat zij van tijd +tot tijd moeten vernieuwd, omdat dit het bezwaar nog grooter maakt, alzoo de handteekening van den Ambassadeur gedurig moet +bewaarheid, en alzoo ook gedurig de £ 10–:–: betaald worden. Voor Ambachtslieden, leergezellen, of andere weinig vermogende +lieden, welke zich echter niet onder de behoeftigen willen rangschikken, is deze betaling een drukkende last. Bij onze legatie +te <i>Parijs</i> behoeven wij geen duit te betalen, men is daar zeer vriendelijk en geschikt, en hoewel ik met den Heer <span class="smallcaps">Schimmelpenninck</span> niet bijzonder bekend ben, heb ik echter gelegenheid gehad, om op te merken, dat hij in <i>Frankrijk</i> als een achtingwaardig Staatsman wordt beschouwd. Van zijne echtgenoote hoorde ik ook met veel lof spreken, bijzonder wegens +hare milddadigheid omtrent de noodlijdenden. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14365" href="#d0e14365src" class="noteref">13</a></span> Deze wijze van verkoopen heeft ook nog in <i>Bataafsch Braband</i> plaats. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14398" href="#d0e14398src" class="noteref">14</a></span> Al weder een <span class="smallcaps">Apollo</span>, de drie bevalligheden en de negen zanggodinnen. Wanneer zal men toch van dat eenzelvige, dat ’er bij al wat tot de tooneelkunst +behoort, nog aanhoudend plaats heeft, eens afstappen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14442" href="#d0e14442src" class="noteref">15</a></span> De eerste vertooning van dit stuk, die den 2 Januarij <a id="d0e14444"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14444">130n</a>]</span>dezes jaars <i>au Théatre Français</i> te <i>Parijs</i> plaats had, was niet gelukkig, naderhand echter is het beter geslaagd. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e14461" class="div1"> +<h2>Drie en Twintigste Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Bordeaux, 1 October.</i> + +</p> +<p>Daar ik hier in een der voornaamstte wijnlanden van <i>Frankrijk</i> ben, en het omstreeks deze stad thans juist in het hartje van den wijnoogst (<i>vendeange</i>) is, wilde ik dien zien, en ging ten dien einde den 26<sup>en</sup> dezer naar het kasteel <i>Hautbrion</i>, 3/4 uurs van de stad, of van de <i>St. Juliaans</i> poort, (<i>porte St. Julien</i>) welke men uitgaat, gelegen. Die poort is een modern en niet onaanzienelijk gebouw. Door de voorstad, die ’er gnap uitziet, +en een aangenamen weg, langs tuinen en wijngaarden loopende, komt men te <i>Hautbrion</i>. Men was ’er in het drukste van den oogst. De wijngaarden hier omstreeks doorloopende, vonden wij ’er eene menigte mannen +en vrouwen, jongens en meisjes bezig, met de druiven te snijden, en ’er uit te dragen; zij zongen tusschen beide half <i>Fransch</i> en half <i>Patois Gascon</i>, en schenen zeer vrolijk. Een man met een stokje in de hand, was gesteld, om de <a id="d0e14497"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14497">475</a>]</span>kinderen in order te houden. Buiten den wijngaard werden de druiven in kuipen of tonnen op een kar, met twee ossen bespannen, +geladen, en zoo naar het pershuis gebragt; bij dit pershuis was eene niet onaardige wooning. De rentmeester van het landgoed, +waar van de eigenaar, naar hij ons verhaalde, te <i>Parijs</i> woonde, ontving ons, hoewel wij hem niet kenden, of geene de minste aanbeveling aan hem hadden, zeer vriendelijk, en liet +ons de wijze, op welke de wijn gemaakt werd, zien. Als vele onzer landslieden zagen, hoe daar mede gemorst wordt, zij zouden +ligt huiverig zijn, om ’er van te drinken<a id="d0e14502src" href="#d0e14502" class="noteref">1</a>. In het pershuis waren twee vierkante houten bakken, hebbende naar gissing omtrent 10 à 12 voet lengte, even zoo veel breedte, +en ongeveer 2 voet diepte; zij stonden eenige voeten van den grond verheven; in deze bakken werden de druiven geworpen, en +vijf à zes menschen vertreden die dan met hunne bloote voeten, dit noemt men <i>Fouler le Vin</i>; het sap liep door een gat, aan de voorzijde gemaakt, in kuipen, en twee andere mannen droegen het van daar in eene andere +groote en hooge kuip, daar zij met eenen trap naar toe moesten klimmen. Deze kuip was nog nieuw van eikenhout gemaakt, en +met ijzeren hoepels omringd; de rentmeester verhaalde mij, dat dezelve £ 1500—gekost had; men verkiest voor diergelijke kuipen +het <a id="d0e14508"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14508">476</a>]</span>eikenhout, hier omstreeks groeijende, boven het vreemde, omdat het minder hard is. In deze kuip liet men het sap en de verpletterde +druiven 10 à 12 dagen staan, eer men ze verder uitperste en op vaten deed. De witte wijn, dien men hier minder teelt dan de +roode, was reeds in de vaten, en gistte aanhoudend, zoodat de schuim door het bomgat, dat openstond, uitliep; deze wijn, hoewel +pas 14 dagen oud, was reeds zuurachtig. Men liet ons ook den wijn van voorleden jaar, en van dien, welke eenige jaren oud +was proeven; deze laatste vooral was zeer lekker. De wijn van <i>Hautbrion</i> behoort tot de beste en fijnste wijnen, die in deze gansche landstreek geteeld worden, doch om goed te zijn, moet men ze +ouder laten worden dan doorgaans de <i>Medoc</i>, en ze niet eerder drinken, voor dat zij 5 à 6 jaren oud is. De druif is hier klein, donker van kleur, hard van schil, en +niet zeer aangenaam van smaak. De wijnoogst was ook hier over het algemeen goed, echter hadden de wijngaarden door de voorjaarsvorst +nog wat geleden. + +</p> +<p>Ik heb opgemerkt, dat de behandeling van den wijngaard in de onderscheidene streken van <i>Frankrijk</i> verschillende is. In <i>Bourgogne</i> wordt de stam al vrij kort gehouden, en de ranken tegen een regt overeind staand stokje opgebonden. In <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> laat men de stammen langer, en men bindt de ranken niet op, maar doet ze over den grond kruipen, omdat dezelve daar door +beschaduwd zijnde, minder zouden uitdroogen. Naar de kanten <a id="d0e14530"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14530">477</a>]</span>van de <i>Pyreneën</i> worden de stammen nog hooger, en sommigen zijn vrij dik. In het Departement der hooge <i>Pyreneën</i> zelfs groeijen de wijngaarden, die somtijds vrij zwaar zijn, zoo als ik u gezegd heb, tegen kersen of andere boomtjes op, +en in deze streek worden zij weder kort gehouden en tegen stokjes opgebonden. + +</p> +<p>Al wat men ons in <i>Holland</i> voor <i>Bordeauxsche</i> en <i>Medoc</i> wijnen verkoopt, moet men niet gelooven, dat in die landstreek groeit; een groot gedeelte <i>Languedocsche</i> wijnen loopt daar onder. Al die wijnen verbeteren veel door de reis over zee, en wij hebben daar bij beter slag, om ze te +bereiden dan de <i>Franschen</i> zelve, en welligt is ’er onze luchtstreek ook beter toegeschikt. De <i>Bourgogne</i>-wijnen worden in <i>Frankrijk</i> vrij algemeen voor gezonder gehouden dan de <i>Bordeauxsche</i>, vooral voor lieden, die met jicht, graveel of diergelijke kwalen gekweld zijn. + +</p> +<p>In de stad terug gekeerd, ging ik het <i>Panorama</i> van <i>Lyon</i> bezigtigen, omdat ik die stad en omstreken juist van dezelfde plaats gezien had, van waar het <i>Panorama</i> geteekend is. Ik vond het zeer wel gelijkende, en deze vertooning was voor mij des te aangenamer, daar het mij duidelijk, +al het geene ik te <i>Lyon</i> gezien had, herinnerde. Jammer was het, dat de begoocheling hier en daar benomen werd door eenige plooijen, die in het doek +waren. Het zelve opgerold van <i>Toulouse</i> op hier in een lekke schuit ingescheept geweest zijnde, was vochtig geworden, <a id="d0e14581"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14581">478</a>]</span>en aan de kanten wat verstikt; hier door kon men het op sommige plaatsen niet goed spannen, dit gebrek was echter wel te verhelpen. +Op de plaats, achter deze vertoonplaats, zag men <i>le Bellier Hydraulique</i> van <span class="smallcaps">Montgolfier</span>; dit werktuig, dat gij ongetwijfeld kennen zult, bragt hier het water 42 voeten hoog. Nog zag men hier een werktuig, dat +men <i>la Pendule merveilleuse</i><a id="d0e14591src" href="#d0e14591" class="noteref">2</a> noemt. Deze wijst een woord, dat men geschreven heeft aan, op deze wijze: het briefje waar op een of twee woorden geschreven +zijn, gaf ik het aan de vrouw die het werktuig laat zien; deze zag het in, en wees met een wijzer op den muur over de pendule, +alwaar al de letters van het Alphabet stonden, een voor een dezelfde aan die ik geschreven had; daarna wond zij de pendule, +die naar gissing 10 of 12 voeten van daar stond, op, en deed de slinger bewegen, en nu werden op de wijzerplaat, waarop insgelijks +de letters van het A. B. C. stonden, dezelfde letters die ik geschreeven had aangewezen. Deze pendule is afgezonderd (<i>geisoleerd</i>), staande op een glazen of kristallen kolom, waar men door heen zien kan, en rondom vrij. De werking kan echter, dunkt mij, +niet anders dan door een <i>compère</i><a id="d0e14599src" href="#d0e14599" class="noteref">3</a>, en door den magneet geschieden: waartoe anders ook de aanwijzing van de letters op den muur. De uitvinder van dit werktuig, +die zich <a id="d0e14604"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14604">479</a>]</span><span class="smallcaps">Alexandre</span> noemt, en ook <i>directeur</i> is van het <i>panorama</i>, zegt, dat het op eene andere wijze werkt. + +</p> +<p>’s Avonds ging ik het Tooneel <i>de la Gaité</i> weder bezoeken, <span class="smallcaps">Majeur</span> speelde zeer aardig de <i>Ricco</i>. <i>Le foyer</i> (de koffijkamer zou men bij ons zeggen) van dit Schouwburgje is eene nette en fraaije zaal; ’er is ook een tuintje achter, +daar men in kan gaan wandelen, om tusschen beiden eens lucht te scheppen. Alles ziet ’er nog nieuw en frisch uit; want het +is nog geen jaar geleden, dat het gebouw voltooid is. + +</p> +<p>Den 27 dezer zag ik bij den Heer <span class="smallcaps">Lacour</span>, voornaam schilder alhier, en correspondent van het Instituut te <i>Parijs</i>, eenige fraaije schilderijen en teekeningen. Onze landgenoot de Heer <span class="smallcaps">van Spaendonck</span>, Professor in de schilderkunst, (zijnde een der voornaamste bloemschilders thans bekend) en lid van het Instituut te <i>Parijs</i>, had mij een aanbevelingsbrief aan dezen Heer medegegeven<a id="d0e14642src" href="#d0e14642" class="noteref">4</a>. Onder <a id="d0e14661"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14661">480</a>]</span>de schilderijen die ik hier zag, waren eenige goede stukken van <i>Nederlandsche</i> meesters, zoo als <span class="smallcaps">Ruisdaal</span>, <span class="smallcaps">Wouwerman</span>, <span class="smallcaps">Teniers</span>, <span class="smallcaps">Adriaan Brouwer</span>, <span class="smallcaps">Poelenburg</span> enz. Onder de teekeningen munten uit twee groote en uitvoerige met de pen op perkament, door <span class="smallcaps">Willem de Heer</span>, in den smaak van <span class="smallcaps">Ostade</span>; ook bezit de Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> eene zeer schoone schilderij, behoorende tot de <i>Venetiaansche</i> school, en zijnde waarschijnlijk van <span class="smallcaps">Sebastien del Piombo</span>, ook <span class="smallcaps">Sebastiano Veneziano</span> genaamd; het verbeeldt <span class="smallcaps">Judith</span> in de tent van <span class="smallcaps">Holofernes</span>, dien zij het hoofd heeft afgeslagen, het welk zij in een zak werpt, die door eene andere vrouw opgehouden wordt. Dit stuk +is zekerlijk lang verloren geweest, zijnde zoo vuil en zwart, dat men niet kon erkennen, wat ’er op stond, toen de Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> het alleen om het paneel kocht. Gevallig ontdekte hij naderhand, dat het der moeite waardig zou kunnen zijn, om schoon te +maken; het geen dan ook ondernomen werd, en men beklaagde zich zulks in ’t geheel niet. Daar de stukken van dien beroemden +meester, en om de kunst, en omdat zij vrij zeldzaam zijn, veel geacht worden, zou deze schilderij, hoe schoon ook buitendien +op zich zelve, nog van veel meerder waarde zijn, als men bewijzen kon, dat het van den voornoemden meester is. In eenige werken +over de schilderkunst <a id="d0e14708"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14708">481</a>]</span>wordt gesproken van een gegraveerde plaat, verbeeldende de geschiedenis van <span class="smallcaps">Judith</span>, naar eene schilderij van <span class="smallcaps">Sebastien del Piombo</span>. De Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> en zijne vrienden te <i>Parijs</i> en elders, hebben zich al veel moeite gegeven, om deze plaat op te sporen; doch zijn daarin tot nog toe niet geslaagd. Zoo +gij somwijlen gelegenheid mogt hebben, Vriend! om dien aangaande iets te ontdekken, laat dezelve dan niet voorbijgaan, zonder +’er het meest mogelijke gebruik van te maken. Den achtingwaardigen eigenaar van het stuk daar door dienst doende, zult gij +mij tevens veel vriendschap bewijzen. In eene geschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament, (<i>Histoire de l’Ancien et Nouveau Testament</i>) langwerpig 4to<a id="d0e14725src" href="#d0e14725" class="noteref">5</a>, staat ook een plaatje, waar van de teekening, hoewel op zich zelve niet veel beduidende, naar deze schilderij schijnt gevolgd. +De zoon van bovengemelden Heer <span class="smallcaps">Lacour</span>, een bekwaam plaatsnijder, heeft dit stuk verkleind (want de figuren zijn weinig minder dan levensgrootte) geteekend, en +is voornemens, om deze fraaije teekening eerstdaags in het koper te brengen. De Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> de vader is thans bezig aan een groot stuk, verbeeldende een gedeelte van de kaai en haven van <i>Bordeaux</i>; het gezigt van den kant <i>des Chartrons</i> genomen. Het wordt zeer fraai en naauwkeurig geschilderd, en de huizen enz. op de plaats zelve uitvoerig geteekend; <a id="d0e14740"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14740">482</a>]</span>het laat zich reeds aanzien, dat deze schilderij wel beantwoorden zal aan den roem van den meester. + +</p> +<p>’s Avonds ging ik weder in den groote Schouwburg, doch niet meêr in het <i>parterre</i>; om door <span class="smallcaps">Talma</span> <i>de Othello</i> van <span class="smallcaps">Shakespear</span> te zien spelen. Het is een van de rollen, waarin hij uitmunt,—nimmer zag ik hem beter;—welk eene woeste en afgrijsselijke +houding,—en zoo ziet ’er toch een mensch, door woedende driften vervoerd, uit.—Hij deed mij somtijds ijzen, en eene koude +rilling gevoelen<a id="d0e14756src" href="#d0e14756" class="noteref">6</a>. Deze verdienstelijke schouwspeler brengt het in dit vak vooral al ongemeen ver. Zijne vrouw speelde ook goed voor de minnares, +en een <span class="smallcaps">van Hove</span>, tot dit Tooneel behoorende, voldeed wel in de rol van den Vader, en schijnt een goed schouwspeler te zijn; echter was hij +niet zeer vast in zijn rol. In het begin was ’er door het gedrang in het <i>parterre</i>, zoo een sterk geraas, dat de vertooning daar door tusschen beide werd verhinderd, zoo dat de vertooners een en andermaal +moesten stilzwijgen, en dit is aan niets anders toe te kennen dan aan de verkeerde inrigting, die aan dat gedeelte der aanschouwers +geen zitplaatsen vergunt. Naderhand werd het evenwel stilder. <span class="smallcaps">Talma</span> en zijn vrouw werden ongemeen sterk toegejuicht; een lauwerkrans, als het hoogste blijk van genoegen, <a id="d0e14771"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14771">483</a>]</span>werd op het tooneel geworpen, en deze beide vertooners met algemeene stemmen gevraagd<a id="d0e14773src" href="#d0e14773" class="noteref">7</a>. <i>Les trois Frères Rivaux</i><a id="d0e14790src" href="#d0e14790" class="noteref">8</a> van <span class="smallcaps">la Font</span>, werd door de <i>Bordeauxsche</i> schouwspelers ook vrij wel vertoond. Om meêr plaatsen te winnen, had men die van de muzijkanten voor de aanschouwers ingeruimd, +en nog was het overal stikkend vol. + +</p> +<p>Den 28 dezer, na bij den Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> nog eenige kunststukken en oude medailles, waarvan een gedeelte alhier omtrent de voorstad <i>St. Seurin</i> gevonden werd, gezien te hebben, ging ik met hem het Museum van Natuurlijke Historie, Schilderijen, Oudheden; enz, bezigtigen. +Het behoort aan bijzondere personen, die het voor geld laten zien; doch daar de Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> met hun bekend was, kostte het ons niets. In eene ruime en fraaije zaal, waarin het licht van boven invalt, ziet men verscheidene +schilderijen, waar onder eenige fraaije: op de lijsten van de meesten leest men den naam van den een of anderen voornamen +meester. In dezelfde <a id="d0e14813"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14813">484</a>]</span>zaal ziet men eenige wapenen en andere werktuigen van zoogenaamde Wilden, eenige opgezette en in wijngeest bewaarde dieren, +mineralen, enz. doch de opgezette dieren waren zeer door de mot beschadigd; twee mummien of gedroogde lijken van <i>Teneriffe</i>, een groote oude lijkbus van gebakken steen, die te <i>Toulouse</i> gevonden was, eenige aardevaten der ouden, fraai gemaakt, en glad en blinkende, of zij verglaasd waren, enz. In een andere +pot of lijkbus met een deksel, toonde men nog eenige half verbrande beenderen, die men zeide dat ’er in gevonden waren. Men +liet ’er ook eenige traanflesjes (<i>lacrimatoires</i>) die hier omstreeks gevonden waren, zien; doch het geen ik bijzonder merkwaardig vond, was een genoegzaam vierkante steen, +naar gissing omtrent 3 voeten hoog, en wat minder breed; op drie zijde was beeldhouwwerk <i>en basrelief</i> van eene goede teekening, verbeeldende de middelste en breedste zijde <span class="smallcaps">Jupiter</span> en <span class="smallcaps">Ganimedes</span>, en de twee anderen <span class="smallcaps">Juno</span> en <span class="smallcaps">Leda</span>. De zoon van den Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> heeft deze beeldtenissen geteekend en gegraveerd. Ik zend ’er u hier nevens een afdruk van. De trekken die gestipt zijn, +heeft hij, als genoegzaam verwoest, bijgeteekend. Deze steen is pas omtrent drie weken geleden gevonden, bij het graven van +een’ kelder voor een nieuw huis dat gebouwd wordt, ter zijde van het Hotèl van de voormalige <i>Intendance</i>, en de straat genaamd <i>rue des Fosses</i><a id="d0e14847src" href="#d0e14847" class="noteref">9</a> <a id="d0e14855"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14855">485</a>]</span><i>de l’intendance</i>. Men veronderstelt dat deze steen gediend heeft tot een piedestal van het beeld van <span class="smallcaps">Jupiter</span>; hebbende de ruwe of onbewerkte zijde tegen den muur gestaan, misschien in den tempel van <span class="smallcaps">Jupiter</span>, waar van ik hier voor gesproken heb. In vroegere tijden is hier, zoo als de naam van de straat nog aanduidt, een gracht +geweest, en deze steen is daar welligt met andere afbraak in geworpen om dezelve te dempen. Het gemelde huis en kelder nog +niet voltooid zijnde, zag ik daar nog verscheidene bewerkte steenen, half in den grond liggen; op sommigen was loof- en lijstwerk +van een’ goeden smaak, doch ik zag ’er ook een, waarop eenige beeldtenissen waren, die ’er vrij Gothisch uitzagen. Alle deze +steenen, geelachtig van kleur, behooren tot de soort, die men hier omstreeks en in de meeste steengroeven van <i>Frankrijk</i> vindt, en doorgaans gebruikt wordt, om te bouwen. Oudheidkundigen zullen hunne gevoelens over den opgemelden steen denkelijk +wel bekend maken. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/viii005.jpg" alt="Oude steen te Bordeaux gevonden."><p class="figureHead">Oude steen te Bordeaux gevonden.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Verder gingen wij het kabinet van schilderijen van den Heer <span class="smallcaps">Journu-Aubert</span> lid van de <i>Senat Conservateur</i> bezigtigen, in een huis niet ver van den grooten Schouwburg, <i>Rue des Fosses du Chapeau Rouge</i>. Vier stukken van <span class="smallcaps">Joseph Vernet</span><a id="d0e14885src" href="#d0e14885" class="noteref">10</a>, <a id="d0e14907"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14907">486</a>]</span>schilder van verscheidene Zeehavens enz. verdienen daar in bijzonder opgemerkt te worden; die meester heeft ze voor dit Kabinet, +dat niet groot is, doch waar in men behalve deze nog verscheidene fraaije stukken ziet, geschilderd. De namen van vele voortreffelijke +meesters zijn ook op de fraai vergulde lijsten te lezen. + +</p> +<p>In dit zelfde gebouw, dat vrij groot is, ziet men ook eene danszaal, en eenige anderen daar bij behoorende vertrekken, op +de wijze van een grot, aardig geschilderd en versierd. Deze plaats, waar van men vooral met den vasten-avondtijd (<i>Carnaval</i>) gebruik maakt, moet bij avond verlicht zijnde, geene onaardige vertooning maken. Men noemt dezelve <i>Frascati</i>. + +</p> +<p>Na het middagmaal zag ik in de voorstad, achter de <i>Jardin Public</i> wandelende, aan het eind van dezelve een fraai lusthuis en tuin; een gedeelte daar van was afgezonderd, en diende thans om +danspartijen en zoogenaamde landelijke feesten (<i>Fètes Champêtres</i>) te geven. Men noemde het <i>Tivoli</i>, alles om <i>Parijs</i> na te apen, waar men ook zulk een <i>Frascati</i> en <i>Tivoli</i> heeft. + +</p> +<p>’s Avonds ging ik <i>au Théatre Français</i>; men gaf ’er een nieuw stuk, dat niet veel beteekende, en een <a id="d0e14942"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14942">487</a>]</span>ander dat ik te <i>Parijs</i> reeds gezien had. Hier betaalt men 15 <i>sols</i> in het <i>parterre</i>, dat ook slechts eene staanplaats is. Ondertusschen, daar de avonden lang beginnen te worden, zijn diergelijke plaatsen voor +de vreemdelingen goed, om ’er een uurtje in door te brengen. Die van <i>Bordeaux</i> schijnen nog al liefhebbers van het Tooneel te zijn; doch naar ik vernam, bestaat hun uitspanning en pracht bijzonder in +de goede sier, en het houden van maaltijden, als een blijk hier van onder anderen, vindt men in hun voornaamste Almanak (<i>Calendrier de la Gironde</i>) van het laatst afgeloopen <i>Fransche</i> jaar, achter een lijst van de Departementale en Stedelijke Besturen, Regtbanken, Bankiers, Makelaars, Kooplieden enz. eene +onderrigting, om eene tafel voor twaalf personen aanteregten (<i>Instruction pour regler le service d’une table de douze couverts</i>.) Nu het is hier ook in der daad een soort van luilekkerland, goed vleesch, vooral rund en schapen, haperen ’er niet, daar +<i>Gascogne</i> nog al wat weiland oplevert, zoo min als versche zee- en riviervisch; de omstreken leveren ook onderscheidene soorten van +wildbraad en tam gevogelte in menigte op, waarbij men veeltijds de beroemde truffels, die het naburig land van <i>Périgord</i> oplevert, voegt; <i>Perigueux</i> de hoofdstad van dat land is beroemd om de patrijzen-pastijen; en de wijn begrijpt gij dat bij dit alles niet hapert, hoewel +de fijne en lekkere soort ’er gansch niet algemeen en bijna zoo duur is als bij ons. De wijn, dien men in de herbergen, zelfs +in de voorname, gewoonlijk <a id="d0e14974"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14974">488</a>]</span>drinkt, is maar redelijk; en als men een flesje extra wil hebben, moet men ’er al 4 of 5 <i>livres</i> voor neêrtellen, en dan heeft men nog van den allerbesten niet. Over het geheel zijn de levensmiddelen hier duur, zelfs houdt +men <i>Bordeaux</i> voor de duurste plaats van <i>Frankrijk</i>; het geen ik voornamelijk aan den overvloed van geld, die ’er althans in vredestijd plaats heeft, toeschrijf. Menschen, die +rijk zijn, en het voornamelijk om lekker eten en drinken te doen is, zou men deze stad wel tot eene woonplaats kunnen aanraden. + +</p> +<p>Den 29 dezer; daar men mij de Kerk der voormalige <i>Carthuizers</i>, in een der voorsteden, als bezienswaardig had opgegeven, ging ik die heden bezigtigen. In het voorbijgaan zag ik die van +<i>St. Seurin</i>, waarin steenhouwers, metselaars, en andere werklieden, drok bezig waren met dezelve op te gnappen; merkwaardigheden vond +ik ’er niet. Het koor van de <i>Carthuizer</i> Kerk is rondom van marmer; maar vooral verdient het schilderwerk van het gewelf in deze Kerk, om de aardige uitwerking die +het maakt, bewonderd te worden; het bestaat slechts in eenig loofwerk enz. en boven het koor ziet men een koepel, rondom met +glasramen; deze inzonderheid is zoo natuurlijk geschilderd, dat men zou meenen dat hij wezenlijk bestond. + +</p> +<p>In het terug keeren las ik op den hoek van een straat <i>rue plus de Rois</i>, en op die van een anderen <i>rue haine aux Tyrans</i>. Gij begrijpt dat ’er deze opschriften van daag of gisteren niet gezet <a id="d0e15004"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15004">489</a>]</span>zijn. Thans is ’er ook een straat, die men <i>rue Bonaparte</i> noemt. + +</p> +<p>Heden was het weder vrij zacht, anders hebben wij hier, hoewel op 44 graden, 50 minuten noorderbreedte, en pas in het begin +van den herfst, al eenige dagen gehad, dat het ’s morgens en ’s avonds een weinig koud was. + +</p> +<p>Onze landgenoot de Heer <span class="smallcaps">van Erichem</span>, Doctor in de medicijnen alhier, onthaalde ons op een lekker middagmaal naar den <i>Hollandschen</i> trant, waarbij zelfs watertongetjes, die zeer goed waren; die hupsche en vriendelijke man, welke hier reeds verscheiden jaren +woont, en als een kundig Geneesheer bekend is, heeft echter nog veel van de <i>Hollandsche</i> gebruiken behouden, onder anderen is hij nog een groot liefhebber van de pijp, en zijne echtgenoote, hoewel eene <i>Fransche</i>, is redelijk genoeg, om zich hier na te schikken. De <i>Fransche</i> vrouwen zijn anders over het algemeen zeer tegen het tabak roken, en een pijp is genoeg, om haar een gezelschap te doen schuwen. + +</p> +<p>Na den maaltijd gingen wij met den Heer <span class="smallcaps">van Erichem</span> en zijne huisvrouw, den tuin achter het huis van den Heer <span class="smallcaps">Gramont</span>, een der voornaamste Kooplieden van deze stad, bezigtigen; dit huis is aangenaam gelegen aan het eind van de kaai, naar den +kant van de scheepstimmerwerven. De tuin is niet onaardig, en gedeeltelijk in den <i>Engelschen</i> smaak aangelegd; een gemetseld grachtje met stil staand water, waarin eenige zwanen en eenden, loopt ’er <a id="d0e15039"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15039">490</a>]</span>door. Doch hij, die <i>Hollandsche</i> tuinen en buitenplaatsen gezien heeft, vindt hier in ’t geheel niets bijzonders. In een klein park had men ook een paar reeën, +en het geen vreemd was, een van de twee scheen zeer boosaardig, zoo dat, als ’er iemand in het park kwam, zij terstond naar +hem toe liep; zij zette zich voor hem op de achterste pooten, en krabde met de voorste. De tuinman was ’er zelfs bang voor, +doch wij wapenden ons ieder met een tak van een boom, na een paar slagen, stelde zij zich niet meêr te weêr, maar liet zich +zelfs streelen. + +</p> +<p>In het terug keeren, niet ver van daar op de kaai, toonde men mij het Vondelinghuis, ook <i>l’Hôpital de la Manufacture</i> genaamd, het is een groot en aanzienlijk gebouw; ’s jaarlijks werden ’er doorgaans 400 à 500 vondelingen in gebragt; zij +worden in een draaipoortje (<i>tour</i>) gelegd, en men waarschuwt door een bel die daar naast hangt<a id="d0e15052src" href="#d0e15052" class="noteref">11</a>. Hoe zeer deze gestichten strekken ter voorkoming van afgrijsselijke misdaden, moet men toch bekennen, dat zij aanleiding +geven, en een ruime deur <a id="d0e15070"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15070">491</a>]</span>openzetten voor ongeregeldheden en liefdeloosheid; vooral bij <i>Fransche</i> moeders in voorname steden, welke zoo algemeen de afgrijsselijke gewoonte hebben, van hare zuigelingen, zoodra zij geboren +zijn, van zich aftestooten, en aan vreemden buiten de stad, en dikwijls eenige uren van daar overtegeven, en dus de ongevoeligheid +omtrent haar kroost al zeer ver hebben gebragt. Zulke moeders zien dikwijls eene henne met hare kiekens, en zij blozen niet.—Welke +gevolgen moet dit voor het vervolg op de opvoeding, en dus ook op de Maatschappij, niet hebben? Diergelijke gebreken vindt +men in menigte in die maatschappelijke inrigting, die men ons als zoo goed en zoo verkieslijk aanpreekt; en hij die zich durft +vermeten, om ’er iets tegen te zeggen, wordt voor een Jacobijn of Filozoof, twee nieuwe scheldnamen, uitgedacht, om redelijke +menschen hatelijk te maken, uitgekreten<a id="d0e15075src" href="#d0e15075" class="noteref">12</a>. + +</p> +<p>’s Avonds ziet men hier in de Koffijhuizen (waar onder ’er verscheiden, die zeer fraai en net zijn) veel bier drinken<a id="d0e15092src" href="#d0e15092" class="noteref">13</a>. Het Hollandsen bier is hier ook bijzonder geacht; hier en daar leest men nog <a id="d0e15103"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15103">492</a>]</span>op de uithangborden <i>Bierre de Hollande</i>; en wij zelve maken ’er zoo weinig werk van, dat deze trafiek geheel in verval geraakt. Men maakt hier ook anijsdrank onder +den naam van <i>Anisette de Bordeaux</i> bekend; doch hij is op zijn best half zoo goed als onze <i>Amsterdamsche Anisette</i> uit het <i>Loosje</i>, of van <span class="smallcaps">Fokke</span>; dit bekennen de <i>Franschen</i> zelve, en maken van de <i>Anisette</i>, zoo wel als van de <i>Curassau de Hollande</i><a id="d0e15128src" href="#d0e15128" class="noteref">14</a> ongemeen veel werk, en wij laten die soort van goed uit <i>Frankrijk</i> komen, en betalen het duur. + +</p> +<p>Den 30 dezer, zijnde zondag, ging ik de groote misse in de <i>St. Andréas</i> Kerk hooren; ’er werd vrij goed gezongen, en het orgelmuzijk was zeer aangenaam; deze en eenige andere Kerken, die ik bezocht, +waren tamelijk vol volk. Die van <i>Bordeaux</i> worden voor zeer gehecht aan den regeringsvorm, zoo als die voor de omwenteling bestond, gehouden, en zijn dus ook ijverige +Roomschgezinden. Deze plaats zeer veel handel met <i>Engeland</i>, zoo wel als met <i>Holland</i> drijvende, welke handel thans genoegzaam geheel gestremd is, kunt gij begrijpen hoe de Kooplieden gezind zijn; want de handel +is hier even als in onze kooplieden de spil, <a id="d0e15154"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15154">493</a>]</span>waarop alles draait, en de handelgeest de voorname drijfveer van de bemoeijingen der meeste ingezetenen. + +</p> +<p>Hier is ook eene school van Koophandel, (<i>Ecole de Commerce</i>) waar de gronden van den beoefenenden Koophandel onderwezen worden, benevens de Aardrijkskunde tot den koophandel betrekking +hebbende, deszelfs regten en wetten, en de zedekunde van den Koopman. De lessen worden in het openbaar, en om niet (<i>gratis</i>) dagelijks, behalve op Zon- en Feestdagen, gegeven; en de onderwijzers zijn <span class="smallcaps">H. C. Guille</span> Professor, en <span class="smallcaps">Chalret</span> toegevoegde (<i>suppléant</i>).—Was dit voor ons geen voorbeeld ter navolging? + +</p> +<p>De wallen van het <i>Chateau du Haa</i>, dat niet ver van deze Kerk gelegen is, zijn gesloopt, en sommige muren afgebroken; het ziet ’er dan hier door de puinhoopen +enz. woest en onoogelijk uit. Het Kasteel zelf dient thans voor een gevangenis. Deze sterkte werd, benevens <i>le Chateau Trompette</i>, in 1451 of 1452 onder <span class="smallcaps">Karel</span> de VII. gebouwd, en beide zijn in de geschiedbladeren van <i>Frankrijk</i>, vooral met opzigt tot de burgeroorlogen, zeer bekend. + +</p> +<p>Behalve de <i>allées de Tourny</i>, is ’er nog een lange regte en vrij breede straat, loopende van de <i>Place Nationale</i>, tot voorbij de <i>Jardin Public</i>, zij is aan beide zijde met boomen beplant, en dient ook voor eene wandelplaats; men noemt dezelve <i>le Cours de Tourny</i>. De <i>Allées de Tourny</i>, hebben wel iets van de <i>Boulevard du Temple</i> te <i>Parijs</i> in het klein; ’er <a id="d0e15210"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15210">494</a>]</span>is een kleine Schouwburg, Marionnetten, koorddansers of springers en andere spellen, waar men zeldzaamheden enz. laat kijken; +de twee <i>Engelschen</i> welke een soort van geschubde huid hadden, en die ik reeds te <i>Parijs</i> gezien had, waren thans ook hier. Ook zag ik ’er eene vrouw, van, naar het mij voorkwam, ruim 30 jaren, hebbende een’ zwaren +baard van zes duim lengte, ongemeen sterke wenkbraauwen, en bijzonder op hare beenen zeer veel haar. Deze vrouw was nog maar +vijf dagen geleden in de kraam bevallen, en het kind was ook op verscheiden deelen van het ligchaam met haar bewassen, had +reeds bakkebaarden, en zeer zware wenkbraauwen; het was bruinachtig van vel, doch zag ’er anders zeer gezond uit. De moeder +liet het zuigen, en ik verwonderde mij over de blanke borsten van die vrouw, waarop die rosachtige en grijze baard eene afzigtelijke +vertooning maakte; over het geheel scheen deze vrouw niet kwalijk gemaakt, doch was zeer zwak van gezigt, en had behalve den +baard, zeer onbevallige wezenstrekken. Ondertusschen heeft zij toch nog een minnaar in een oppasser of knecht gevonden; zoo +vreemd en misselijk is somtijds de smaak der menschen. Volgens de bekendmaking, zou haar een <i>Hollandsch</i> Koopvaarder uit <i>Noorwegen</i> mede gebragt hebben; ondertusschen sprak zij tamelijk <i>Fransch</i>, en hare stem, zelfs in het zingen, was juist niet onaangenaam. Naast den kleinen Schouwburg is ook een huis, waar openlijk +verscheidene soorten van dobbelspelen dagelijks <a id="d0e15227"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15227">495</a>]</span>gespeeld worden; men ziet ’er niet anders dan ambagtslieden, varensgasten, en diergelijke, tot den zoogenaamden lagen burgerstand +behoorende; ook zag ik ’er verscheidene aankomende jongelieden; ’er was doorgaans veel volk. Ik herhaal het, hoe is het mogelijk, +dat men zoo iets in eene geregelde maatschappij duldt? + +</p> +<p>Na den middag ging ik naar eene soort van tuin, even buiten de stad, naar den kant van de voorstad <i>St. Seurin</i>, men noemt dezelve <i>Plaisance</i>; ’er werd gedanst, en eenige spellen, zoo als in een molen draaijen, op een plank wippen, schommelen enz. gespeeld; doch +door het gure en onaangename weder, was ’er niet veel volk. + +</p> +<p>Voorleden Zondag had ik al hooren aankondigen, en aangeplakt gezien, dat men ’s avonds in het Marionnettenspel de Geboorte +van <span class="smallcaps">J. Christus</span> zou vertoonen, zoo als zulks toen ook geschied was, en heden avond moest hetzelfde weder plaats hebben; zulk eene zonderlinge +vertooning willende zien, ging ik ’er heen. Men begon met den Engel, die <span class="smallcaps">Maria</span> de boodschap bragt, vervolgens zag men de aankomst van <span class="smallcaps">Maria</span> en <span class="smallcaps">Joseph</span> aan de herberg, de Geboorte, de Wijzen uit het Oosten, den Kindermoord, de vlugt naar <i>Egypten</i>, enz. De toestel was voor zulk eene soort van vertooning nog al zoo heel slecht niet, maar de waard van de herberg, als een +<i>Fransche</i> kok gekleed, en een Pastoor met een zwarte tabbaard aan en een vierkante muts (<i>bonnet carré</i>) op, kwamen ’er misselijk in.—In <a id="d0e15260"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15260">496</a>]</span>eene plaats, waar men nog al werk van den kerkelijken eerendienst schijnt te maken, zulk eene onteerende vertooning—welke +ongerijmdheid! Met dat al was ’er veel volk, en de meesten zaten met de grootste aandacht te kijken.—Wat zegt gij hier van, +Vriend! zoudt gij zoo iets in deze tijden, en in een der voornaamste steden van <i>Frankrijk</i> wel gezocht hebben? + +</p> +<p>Den 1en October, voornemens zijnde om morgen niet den postwagen van hier op <i>Tours</i> te vertrekken, had ik reeds voor eenige dagen plaatsen besproken; want men moet het thans op het laatst niet laten aankomen, +omdat ’er al eenige nieuwsgierigen, om het aanstaande krooningsfeest te zien, op reis gaan. + +</p> +<p>Niets willende overslaan, ging ik de vesting <i>le Chateau Trompette</i> genaamd, ook van binnen bezigtigen, doch vond ’er niets merkwaardigs. Naar men mij verzekerde, bestaat ’er reeds sedert eenige +jaren een ontwerp, om deze vesting geheel te slopen, den grond te doen bebouwen, en dit schoone gedeelte van de stad, alzoo +aanmerkelijk uit te leggen. + +</p> +<p>Daar het heden markt was op de plaats, bij de poort <i>St. Julien</i>, ging ik daar henen, om de boeren van <i>de Landes</i> (heigronden)<a id="d0e15283src" href="#d0e15283" class="noteref">15</a> welke op stelten loopen, te zien; digt bij de markt ontmoette ik <a id="d0e15292"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15292">497</a>]</span>’er een, zijne stelten waren zoo hoog, dat hij wel drie voeten van den grond verheven was<a id="d0e15294src" href="#d0e15294" class="noteref">16</a>; en door de wijde schreden, die hij daar mede deed, vorderde hij zoo sterk, dat men hem op een drafje loopende niet bijgehouden +zou hebben; hij had een’ langen stok in de hand, om zich te ondersteunen; sommigen, naar ik vernam, gebruiken die ook, om +zittende op te rusten, doch dan is hij korter en met eenen platten knop ’er op. De kleeding van dezen man bestond in een kort +kamizool van rooden stof, met mouwen tot op de hand, en een ander wat langer en wijder met mouwen tot aan de elleboogen, van +bruinachtig grof laken of pij ’er over; hij had een plat gebreid mutsje op van bruine wol (<i>berette</i>) zoo als de boeren van het landschap <i>Bearn</i>, waarvan ik reeds gesproken heb. Op de stelten stond hij blootvoets, en had om de beenen stukken schapenvel met de wol naar +buiten, als een soort van slopkousen; in den winter of bij slecht weder, heeft hij ook een soort van overrok zonder mouwen +van schapenvellen, met de wol naar buiten, aan. Onder aan hun stok en stelten is, in plaats van ijzer of koper beslag, een +stuk van een ossenbeen gemaakt. Hunne haren kammen zij genoegzaam nooit uit, maar ontwarren die slechts met de vingeren, <a id="d0e15303"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15303">498</a>]</span>zij staan dan ook steil en als borstels van het hoofd af. De reden, waarom deze lieden op stelten loopen, is, om beter door +de hoog en digt begroeide of zandige heiden, als mede over de sloten en groeven, die zich in hun weg opdoen, te kunnen komen, +misschien ook om spoediger te vorderen; de herders<a id="d0e15305src" href="#d0e15305" class="noteref">17</a> op deze stelten staande, kunnen ook hunne kudde beter overzien. Om de stelten aan te binden, gaan zij doorgaans in hunne +hutten op een hooge kas of op den schoorsteenmantel, die vrij hoog is, zitten; en in het veld zijn zij dikwijls verpligt, +wanneer ’er zich geen heuveltjes of diergelijken opdoen, om op een boom of struik te klimmen. Hunne vrouwen maken zich eene +soort van hoog opstaande kap, van twee of drie doeken als servetten; twee punten daar van zijn van achteren bij elkander gespeld; +zij hebben een kort jakje aan, van de een of andere grove stof; overigens zag ik aan hunne kleeding niets bijzonders<a id="d0e15308src" href="#d0e15308" class="noteref">18</a>. Deze menschen, naar ik vernam, zijn even als de bewoners van de hooge <i>Pijreneën</i>, het geen men ruw en onbeschaafd noemt, daar bij ook zeer bijgeloovig, zoodat men ze door een vertelling van weerwolven of +spoken, ligter dan door geweld, zou kunnen verjagen; <a id="d0e15314"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15314">499</a>]</span>zij hebben ook hunne bijzondere zeden en gebruiken, doch zijn door de gemeenschap met de naburige steden, alwaar zij schapen, +houtskolen, oesters<a id="d0e15316src" href="#d0e15316" class="noteref">19</a>, wild, enz. ter markt brengen, veel verbasterd en bedorven. Zij staan in dit opzigt alzoo met de goede eenvoudige bergbewoners +niet gelijk. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/viii006.jpg" alt="Boeren van Landes."><p class="figureHead">Boeren van Landes.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Terwijl wij over de kleederdragt handelen, moet ik ook een paar woorden zeggen van die vrouwen en dochters alhier, welke tot +de klasse der ambachtslieden, dienstmaagden, enz. behooren: zij onderscheiden zich, vooral wanneer zij uitgedoscht zijn, door +zeer hooge mutsen, en dragen, even als onze <i>Noord-Hollandsche</i>, eene menigte rokken over elkanderen. In het algemeen zien ’er de vrouwen hier vrij wel uit. Men ontmoet ’er ook op de wandel- +en andere plaatsen, voor het openbaar vermaak geschikt, zeer vele gerijfelijke juffertjes, waar onder men ’er vindt, die ’er +zeer bevallig uitzien, en de houding en kleeding van de zoogenaamde voorname vrouwen vrij wel weten na te volgen. +<a id="d0e15349"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15349">500</a>]</span></p> +<p>Het getal der schoensmeerders, meestal aankomende jongens, was hier zoo groot, dat de Politie ’er voor de zeevaart, nog maar +kort geleden, eenige honderden heeft doen oppakken. + +</p> +<p>Daar de <i>Bordeauxsche</i> wijnen bij ons genoeg bekend zijn, zal ik mij niet ophouden, met u de soorten daar van optenoemen, maar alleen zeggen, dat +die, welke men <i>Vin de Grave</i> noemt, en welke onder de meest geachtste soort behoort, dus genaamd wordt, omdat zij op eenen keizelachtigen zandgrond, die +de <i>Franschen Gravier</i> noemen, geteeld wordt: de witte is het algemeenste, en wordt, benevens die van <i>Sauterne</i>, hoog geschat. Van de roode <i>Medoc</i>-<a id="d0e15369src" href="#d0e15369" class="noteref">20</a>wijnen, maakt men zoo wel hier als bij ons zeer veel werk, doch dat land zou al vrij wat grooter moeten zijn, om al de wijnen, +die naar hetzelve genoemd worden, te kunnen voortbrengen; maar, zoo als ik reeds gezegd heb, de wijnen komen dikwijls met +valsche doopceelen ter markt, en om dagelijks een flesje echte <i>la Fitte</i>, <i>Chateau Margot</i> of diergelijke, op zijn tafel te hebben, is een burgerstuivertje maar in ’t geheel niet toereikende. Gelukkig dat men buiten +dien zeer wel gezond en vergenoegd kan zijn, en missen velen dat kostbare roode sap, zij kunnen daar door ook beter de roode +<a id="d0e15387"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15387">501</a>]</span>jichtbaai (dat toch gansch geen aangename opschik is) missen. De wijnkoopers alhier schijnen vrij algemeen te gelooven, dat +de adem van ziekelijke of ongestelde personen, schadelijk is voor den wijn, en laten daarom niet gaarne menschen, die ’er +ongezond uitzien, en vooral geene vrouwen, in hunne pakhuizen, die men <i>Chais</i> noemt. + +</p> +<p>Van de openbare gebouwen sprekende, heb ik nog vergeten, om van de Kerk van <i>St. Dominicus</i> melding te maken. Zij verdient inzonderheid om het fraaije beeldhouwwerk op den voorgevel (<i>facade</i>) wel gezien te worden; thans wordt zij, zoo ik meen, <i>la Paroisse Notre Dame</i> genaamd, en staat tegen over een straat, uitkomende aan de <i>Allées de Tourny</i>; van deze wandeling moet ik ook nog zeggen, dat zij genaamd is naar den Rentmeester (<i>intendant</i>) <span class="smallcaps">Tourny</span> den vader, aan wien die van <i>Bordeaux</i> deze wandelingen, en meêr andere aanzienelijke verbeteringen in hunne stad, verschuldigd zijn, en wiens nagedachtenis daar +dan ook met reden in zeer veel achting is. + +</p> +<p><i>Bordeaux</i>, een der oudste en aanzienlijkste steden van <i>Frankrijk</i>, was voorheen de Hoofdstad van de Provincie, <i>la Guienne</i> genaamd, thans is zij het van het Departement <i>de la Gironde</i>, de naam van de rivier, welke voortgebragt wordt door de vereeniging van de <i>Dordogne</i> en de <i>Garonne</i>. De bevolking van deze stad wordt op ruim 104,600 begroot; zij is aan den linker oever van de <i>Garonne</i>, omtrent 15 uren van de plaats, waar de <i>Gironde</i> in zee valt, <a id="d0e15440"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15440">502</a>]</span>gelegen. Haar grondgebied is zeer uitgestrekt, doch naar evenredigheid niet bevolkt, door de moerassen, die ’er van het Noorden +naar het Zuid-Oosten langs liggen. Sommigen willen den naam van die stad afgeleid hebben van <i>bord de l’eau</i>, of <i>bord des eaux</i>, (kant van het water) omdat zij aan den waterkant gelegen is. In oude tijden werd zij <i>Aquita</i>, en daar na <i>Burde Galla</i> genaamd. + +</p> +<p>Deze stad heeft verscheidene beroemde mannen opgeleverd, waaronder de waarlijk groote <span class="smallcaps">Michel Montaigne</span>, hoewel niet in <i>Bordeaux</i> zelve, maar op het Kasteel <i>Esquem</i> in het naburig Landschap <i>Perigord</i> geboren, vooral niet moet vergeten worden. Die kloeke wijsgeer was Maire van deze stad omtrent 1581, en stierf in 1592, in +den ouderdom van ruim 59 jaren. Het kostelijke werk, dat hij onder den nederigen titel van <i>Essais</i> heeft geschreven, is u ongetwijfeld bekend<a id="d0e15471src" href="#d0e15471" class="noteref">21</a>. Zulke mannen telt men toch maar weinig in de Geschiedbladeren. + +</p> +<p>Over mijn herberg <i>l’Hotèl des sept Frères</i>, bij <span class="smallcaps">Langueron</span>, <i>petite rue de l’Intendance</i>, was ik wel te vreden; het is ’er vrij zindelijk en gnap, en voor <i>Bordeaux</i> gansch niet duur<a id="d0e15500src" href="#d0e15500" class="noteref">22</a>. +<a id="d0e15519"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15519">503</a>]</span></p> +<p>Gij bekomt nu niet eerder tijding van mij, Voor dat ik te <i>Parijs</i> ben<span id="d0e15525" class="corr" title="Bron: ">.</span>—Vaarwel! + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14502" href="#d0e14502src" class="noteref">1</a></span> En zekerlijk ging het hier nog op de zindelijkste wijze toe. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14591" href="#d0e14591src" class="noteref">2</a></span> Het wonderbare staande horlogie. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14599" href="#d0e14599src" class="noteref">3</a></span> <i>Compère</i> is een medehelper van een goochelaar. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14642" href="#d0e14642src" class="noteref">4</a></span> De Heer <span class="smallcaps">van Spaendonck</span>, van <i>Tilborg</i> geboortig, verdient niet alleen de hoogachting der <i>Hollanders</i>, omdat hij een van de weinigen is, die den oude roem en luister der <i>Nederlandsche</i> school nog op eene schitterende wijze staande houdt; maar ook om zijne hupsche en vriendelijke geaardheid en genegenheid +voor zijne landslieden, zoodat men geene andere aanbeveling behoeft dan die van landgenoot, om door hem met vriendschapsbewijzen +overladen te worden. Vaderlandsche jongelieden, zich in de schilderkunst willende oefenen, kunnen dan, wanneer zij te <a id="d0e14656"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14656">136n</a>]</span><i>Parijs</i> komen, ook staat maken, dat zij door hem voortgeholpen zullen worden. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14725" href="#d0e14725src" class="noteref">5</a></span> Daar ik slechts eenige bladen uit dit werk gezien heb, kan ik het niet beter aanduiden. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14756" href="#d0e14756src" class="noteref">6</a></span> De kleeding van <span class="smallcaps">Talma</span> was als naar gewoonte weder zeer naauwkeurig; zijn aangezigt was hoog bruin gemaakt, en hij had eenen veelverwigen tulband +op. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14773" href="#d0e14773src" class="noteref">7</a></span> Dit is een eerbewijs, dat men den schouwspelers in <i>Frankrijk</i>, als men wel over hen te vreden is, betoont. Het stuk geëindigd zijnde, schreeuwt het <i>parterre</i>, bij voorbeeld: <span class="smallcaps">Talma! Talma!</span> Het gordijn wordt dan weder opgehaald, de gevraagde persoon komt op, maakt eene buiging, en wordt door een sterk handgeklap +en geroep van <i>bravo</i> toegejuicht. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14790" href="#d0e14790src" class="noteref">8</a></span> Zoo ik meen in onze taal overgezet, onder den naam van <i>de drie Gebroeders Medeminnaars</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14847" href="#d0e14847src" class="noteref">9</a></span> De straten die in deze stad <i>Fosses</i> genaamd worden, <a id="d0e14852"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14852">142n</a>]</span>zijn voorheen de stadsgrachten geweest, die bij het uitleggen van dezelven zijn gedempt geworden. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14885" href="#d0e14885src" class="noteref">10</a></span> <span class="smallcaps">Joseph Vernet</span> werd te <i>Avignon</i> in 1712 geboren, en stierf te <i>Parijs</i> in 1785. Hij heeft veel geschilderd, en <a id="d0e14895"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14895">143n</a>]</span>de platen van zijne <i>Fransche Zeehavens</i>, en andere gezigten, zijn zoo algemeen bekend, dat het onnoodig zal zijn, om eene afteekening van die, van deze stad of van +<i>Marseille</i> en <i>Toulon</i> hier bij te voegen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15052" href="#d0e15052src" class="noteref">11</a></span> Een menschenvriend en achtingwaardig Roomsch Priester, <span class="smallcaps">Vincent de Paul</span> genaamd, was de stichter van deze en diergelijke huizen in <i>Frankrijk</i>, omtrent het midden van de 17de eeuw. Voor dien tijd verkocht men te <i>Parijs</i> de vondelingen in de straat van <i>St. Landry</i>, voor twintig <i>sols</i> het stuk, of men gaf ze, let wel, uit barmhartigheid, aan zieke vrouwen, om haar de melk aftezuigen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15075" href="#d0e15075src" class="noteref">12</a></span> De <i>Engelschen</i> noemen immers, in sommige van hunne dagbladen, den <i>Fransche</i> Keizer <span class="smallcaps">Napoleon</span> <i>un Empereur Jacobin</i>,—welke onregtvaardigheid! +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15092" href="#d0e15092src" class="noteref">13</a></span> De meeste Koffijhuizen zijn in de wijk <i>du Chapeau Rouge</i>, bij de alleën de <i>Tourny</i>, den Schouwburg, enz. Een is ’er ook op de kaai over de beurs, dat van achteren aan het water uitkomt, zoo dat men ’er een +alleraangenaamst <a id="d0e15100"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15100">149n</a>]</span>gezigt heeft; ik ging ’er daarom dikwijls een kop koffij naar het middageten gebruiken. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15128" href="#d0e15128src" class="noteref">14</a></span> Te <i>Parijs</i> zelfs leest men op sommige uithangborden en aankondiging-celen—<i>Curassau et Anisette de Hollande</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15283" href="#d0e15283src" class="noteref">15</a></span> Het Departement, het welke aan dat van <i>de Gironde</i> grenst, wordt ook <i>Departement des Landes</i> genaamd. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15294" href="#d0e15294src" class="noteref">16</a></span> De herders met hun vee in de heide zijnde, hebben dezelve, naar men mij verzekerde, somtijds tot vijf voeten toe; te weten +de klampen daar zij op staan, zijn zoo hoog van den grond af. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15305" href="#d0e15305src" class="noteref">17</a></span> De schapen- en veehoederij is het voorname bedrijf van deze lieden. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15308" href="#d0e15308src" class="noteref">18</a></span> Daar de kleeding van die lieden, en bijzonder die der mannen, zeer ongemeen is, zend ik u daar van eene naauwkeurige afteekening. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15316" href="#d0e15316src" class="noteref">19</a></span> De oesters, die omstreeks deze stad gevonden worden, zijn zeer beroemd, vooral die, welke men groene noemt; de <i>Franschen</i>, om eens ter deeg te smullen, nemen dezelve voor hun ontbijt, en drinken ’er dan witten wijn, <i>de Grave</i> of <i>Sauterne</i> bij, en zulk een ontbijt vind ik ook zeer wel, om te gebruiken. De oesters van <i>Medoc</i> waren zelfs ten tijde van de <i>Romeinen</i> al beroemd, en werden, volgens <span class="smallcaps">Ausonius</span>, zelfs te <i>Rome</i> op de Keizerlijke tafels voorgezet. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15369" href="#d0e15369src" class="noteref">20</a></span> Die landstreek een uurtje beneden <i>Bordeaux</i> beginnende, strekt zich verder langs den linkeroever van de <i>Garonne</i> en <i>Gironde</i> uit, en het is naar den kant van die rivieren, dat zij het vruchtbaarste is. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15471" href="#d0e15471src" class="noteref">21</a></span> Thans bestaat ’er eene <i>Stereotype</i> uitgave van hetzelve in 4 Deelen in 12mo, welke men bij <span class="smallcaps">Didot</span> te <i>Parijs</i>, voor den ongemeen matigen prijs van 8 <i>francs</i> koopt. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15500" href="#d0e15500src" class="noteref">22</a></span> <i>Le grand Hotèl des Ambassadeurs</i> en <i>de Franklin</i>, beide in de laan <i>Cours du Jardin Public</i> genaamd, zijn van de voornaamste en aanzienlijkste; naar ik vernam is <a id="d0e15510"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15510">161n</a>]</span>men ’er ook zeer goed, doch het is ’er duur. Als een van de tweede klasse, genoegzaam in den smaak van dat der <i>sept Frères</i>, meen ik ook <i>l’Hotèl des Asturies Fosse de l’Intendance</i> te mogen aanprijzen. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e15528" class="div1"> +<h2>Vier en Twintigste Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Parijs, 11 October.</i> + +</p> +<p>Dingsdags den 2 dezer, ’s morgens om 6 uren vertrok ik van <i>Bordeaux</i>, en gisteren ben ik hier weder aangekomen, na mij een paar dagen te <i>Tours</i> te hebben opgehouden; zie hier mijne aanteekeningen aangaande die reis. + +</p> +<p>De reizigers van <i>Bordeaux</i> naar <i>Parijs</i>, stappen doorgaans aan den overkant van de <i>Garonne</i>, ter plaatse <i>la Bastide</i> genaamd, op den postwagen. Ik was tijdig genoeg aan het veer, doch moest ’er wel een groot kwartier wachten, omdat ’er geen +schuitjes waren, zoodat ik vreesde van te laat te zullen komen; het bestuur van dit veer schijnt niet zeer naauwkeurig te +zijn, want, naar ik vernam, had diergelijk verzuim wel eens meêr plaats. De bagagie wordt daags te voren in de stad op den +wagen geladen. Men betaalt daar voor tot <i>Tours</i> £ 25- <a id="d0e15560"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15560">504</a>]</span>per quintaal en £ 60- de persoon voor een plaats binnen in. Buiten ons, was ’er alleen eene vrouw met een ziek kind op den +wagen, zoo dat het gezelschap niet zeer mede viel. Langs een’ vrij goeden weg met kleine steentjes opgeworpen, en hier en +daar wat stijgende, komt men omtrent 3 uren van <i>Bordeaux</i>, aan den oever van de <i>Dordogne</i>. Men ziet langs dien weg eenige buitenplaatsjes en landhuizen, en veel wijngaarden, waarin men drok bezig was. Deze landstreek +schijnt wel bewoond. De <i>Dordogne</i> is hier eene aanzienlijke rivier, en daar ’er eb en vloed gaat, zeer bevaarbaar. Ondertusschen moest de wagen hier ontladen +worden, om aan dezen kant te blijven staan: aan den overkant vindt men een’ anderen; dit lossen en laden houdt zeer lang op. +De <i>Franschen</i> mogten hier en daar wel eenige van onze doorgaans zoo gnappe veerlieden overlaten komen, om met ponten en diergelijke schuiten +te leeren omgaan. Aan den anderen kant een klein eind weegs landwaards in, ligt het dorpje <i>St. André de Cubsac</i>; dit rekent men 3 posten van <i>Bordeaux</i>. Hoewel het pas 10 uren was, werd ’er het middagmaal gehouden; het was maar redelijk, doch de prijs ook gering. Te <i>Cavignac</i> 2½ post verder kregen wij, uithoofde van den slechten weg, waarvan wij reeds een gedeelte gehad hadden, en nog een erger +hebben moesten, acht paarden. De landstreek scheen hier niet zeer vruchtbaar; men ziet niet anders dan eenige wijngaarden, +en hier en daar wat hout. De weg wordt hoe langer hoe <a id="d0e15583"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15583">505</a>]</span>slechter; de grond is tamelijk effen, maar meest onbebouwd; veel heide, waarop men niet anders dan hier en daar wat denneboomen, +en eenige andere struiken ziet; de gezigten gelijken nu en dan wat naar die, welke men op sommige plaatsen in de <i>Meijerij van den Bosch</i> aantreft. Het steedje <i>Montlieu</i>, waar wij door kwamen, ziet ’er niet voordeelig uit, ’er was echter nog al eene overdekte halle. Nu waren wij in het Departement +<i>de la Charente Inferieure</i>. <i>Montlieu</i> is 8½ post van <i>Bordeaux</i>. Het begon al duister te worden; en een half uur verder op een plaatsje <i>Chevenceau</i> genaamd, namen wij het avondmaal en nachtverblijf, dat nog al redelijk was. + +</p> +<p>Den volgenden morgen, om 5 uren, stapten wij weder op den wagen. De weg werd wat beter, doch de landstreek is meest heide; +verder op echter wordt zij aangenamer, hier en daar boschjes, veel notenboomen, akkerland, en tusschen beide eenige kleine +heuvels. + +</p> +<p>Omtrent <i>Barbezieux</i> begint het Departement <i>de la Charente</i>. Wij hielden ’er op, om het middagmaal te nemen, ondertusschen ging ik het plaatsje, dat zich nog al aangenaam opdoet, doorwandelen, +doende mijn ontbijt met brood en druiven, dat ik onder weg kocht. De herberg ziet ’er hier anders zeer wel uit, doch, daar +het pas negen uren ’s morgens was, en ik den vorigen avond wel gegeten had, had ik niet veel honger<a id="d0e15613src" href="#d0e15613" class="noteref">1</a>. De wandelingen <a id="d0e15624"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15624">506</a>]</span>bij dit stadje zijn aangenaam met lindeboomen beplant; in hetzelve ziet het ’er nog al redelijk welvarende uit. Ik zag ’er +verscheidene linnenwevers, men scheen ’er ook veel druiven te droogen, en, naar ik vernam, waren de kapoenen van <i>Barbezieux</i> beroemd. Van een oud kasteel, dat in het steedje staat, en thans tot eene gevangenis dient, wist men mij niets bijzonders +te vertellen. De Onderprefect houdt hier zijn verblijf, en het getal der inwoners wordt op ruim 2700 begroot. De weg wordt +goed, en de gezigten hier en daar nog al aangenaam, vooral op een hoogte omtrent 1½ uur van <i>Barbezieux</i>; men komt vervolgens door een eikenbosch, waarin echter weinig of geen zware boomen. Ik verwonderde mij gedurende de gansche +reis, dat men in <i>Frankrijk</i> niet beter zorgt voor de beplanting, vooral, daar dit land zoo aanmerkelijk veel brandhout noodig heeft. Men ziet weinig +bosschen, en de wegen zijn slechts hier en daar beplant. De prijs van het brandhout stijgt, bijzonder ook te <i>Parijs</i>, van jaar tot jaar: sinds jaren schijnt men het gebrek daar aan te voorzien, en nog vindt men ’er onbebouwde gronden, en +weinig boomen langs de wegen<a id="d0e15638src" href="#d0e15638" class="noteref">2</a>. Het steedje <i>Roulet</i>, waar wij door kwamen, <a id="d0e15649"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15649">507</a>]</span>ziet ’er vrij wel uit. De weg blijft aangenaam,—hier en daar buitenplaatsen en papierfabrieken met watermolens, die op beken +staan.—Eenige rotsen maken geene onaardige vertooning. Men zeide mij, dat dezelve goede steengroeven opleverden. Hier omstreeks +is de weg beplant, en de stad <i>Angoulême</i>, op eene hoogte gelegen, vertoont zich aan het einde van dezelve op eene bevallige wijze. Om 3½ uur na den middag stapten +wij af aan de herberg <i>la Croix d’Or</i>, in de voorstad <i>du Homo</i>, even buiten de genoemde stad, en na het avondmaal besteld te hebben, klom ik naar dezelve; ’er is een groote halle bij de +plaats <i>de la Commune</i>. De straten zijn ’er doorgaans naauw. Anders ziet het ’er nog al vrij welvarende uit. Men heeft hier ook een’ Schouwburg, +die van buiten nog al een fraai gebouw is, hij staat op een plein, dat men <i>Place de la Comedie</i> noemt. Naast den Schouwburg is een zeer fraai Koffijhuis, met een tuin en ruime zaal, waarin drie billarten; ik nam daar +eenige <span id="d0e15666" class="corr" title="Bron: verververschingen">ververschingen</span>. Uit een der kamers heeft men een zeer fraai gezigt. Van de <i>Place de la Comedie</i> gaat men op de gemeene wandeling, van waar men ook <a id="d0e15672"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15672">508</a>]</span>een schoon gezigt heeft, vervolgens van daar den wal rond. Het gezigt blijft altijd fraai. De hoofdkerk, die ik in het voorbijgaan +zag, ziet ’er inwendig zeer eenvoudig uit, en levert niets bijzonders op. Den wal volgende, komt men op <i>de Place Beaulieu</i>, zijnde een fraaije wandeling op een’ terras, van waar men, alzoo de stad op een vrij hoogen heuvel ligt, een verrukkelijk +en zeer uitgestrekt gezigt heeft. Door het dal ziet men de rivier <i>la Charente</i> kronkelen. Over dezelve ligt een fraaije steenen brug, en zij maakt door haren slingerenden loop verscheiden eilandjes. Verder +ziet men de haven, waarin eenige schuiten lagen, en de voorstad <i>du Homo</i>, die zeer uitgestrekt is. Aan de andere zijde ziet men den fraaijen grooten weg, en eenige bergen in het verschiet; op dit +terras, dat vrij groot is, zijn eenige lanen van lindeboomen, doch zij waren hun blad meestal kwijt; het fraaije gebouw dat +men op hetzelve ziet, was voorheen een Nonnenklooster. Thans dient een gedeelte van hetzelve voor de Stadsboekerij. Omstreeks +deze stad zijn verscheidene papierfabrieken, en het papier van <i>Angoulême</i> is door geheel <i>Frankrijk</i> beroemd, en wordt tot het drukken van werken van belang gebruikt<a id="d0e15689src" href="#d0e15689" class="noteref">3</a>. <a id="d0e15704"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15704">509</a>]</span>Ik zag hier ook in het voorbij gaan een fabriek van speelkaarten. De Ingezetenen drijven veel handel in wijn en brandewijn. +Het stadje <i>Cognac</i>, van welker beroemde brandewijnen wij zeer veel trekken, behoort ook tot het landschap <i>Angoumois</i>, waar van <i>Angoulême</i> de hoofdstad plagt te zijn. Thans is zij de hoofdplaats van het Departement <i>de la Charente</i>. Het getal harer ingezetenen wordt op 11,500 begroot, doch, naar men mij verzekerde, zijn de voorsteden te zamen genomen +grooter, dan de stad zelve. Men zegt, dat de ingezetenen over het algemeen vrij los en ongedwongen van levenswijze zijn. De +levensmiddelen, en zelfs de huishuren zijn ’er, naar ik vernam, niet goedkoop. Hier omstreeks wordt ook veel saffraan geteeld.—Dit +stadje is vooral om de schoone gezigten wel der moeite waardig om te zien. + +</p> +<p>Tot onze groote verwondering, vonden wij in onze herberg, die ’er gansch niet oogelijk uitzag, een zeer goed avondmaal; de +postwagen naar <i>Bordeaux</i>, ook aangekomen zijnde, aten wij met 12 à 15 menschen, waar onder een paar niet onaardige vrouwen waren. Onder andere spijzen +zettede men ons een soort van kleine vogeltjes voor, die men in de wijngaarden vangt, en <i>becsigues</i> noemt; ik had ze onder weg reeds meêr gegeten, en vond ze smakelijk, wij hadden ook, voor <i>Frankrijk</i>, zeer lekkeren sausbaars, en overvloed van uitmuntende rivierkreeftjes, de wijn was tamelijk goed, en men had alzoo geen +reden, om over den prijs (zijnde slechts £ 3–:–:) te klagen. +<a id="d0e15729"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15729">510</a>]</span></p> +<p>Deze stad heeft door de religieoorlogen veel geleden. <span class="smallcaps">Johannes Calvinus</span> verpligt zijnde, om <i>Parijs</i> te verlaten (in 1533), nam eerst de wijk naar deze stad, en vervolgens naar <i>Poitiers</i>. In 1568 werd dezelve door den Admiraal <span class="smallcaps">de Coligny</span>, aan het hoofd van het leger der Hugenoten genomen. + +</p> +<p>Na het avondmaal, in plaats van naar bed te gaan, stapten wij weder op den wagen, om den nacht door te rijden. Het was helder +sterrelicht, en de weg zeer goed. Ik sliep tusschen beiden nog al wat, want men heeft in <i>Frankrijk</i> bij den nacht minder reden, om ongerust te zijn voor ongelukken dan bij ons; omdat de persoon, die de paarden leidt, op een +van dezelven zit, en dus beter zien kan, dan een koetsier, op den bok zittende. + +</p> +<p>Den 4 dezer. ’s Morgens bij het opgaan van de zon, was het mistig en zeer koel, de grond tamelijk effen en de weg goed. Men +ziet hier geen wijngaarden. Omtrent het dorp <i>Chaunay</i>, 8½ post van <i>Angoulême</i>, en waar wij van paarden verwisselden, begint het Departement <i>la Vienne</i>; hier omstreeks zag ik veel schapen, die de akkers afweiden; de boomen, die men ’er het meeste ziet, zijn noten en castagnes, +hier en daar een’ <span id="d0e15760" class="corr" title="Bron: enkelde">enkele</span> eik. Wij ontbeten te <i>Couhé</i>, 1¼ post verder, bij het riviertje <i>la Dive</i> gelegen; ’er is een groote hal, anders schijnt het niet veel te beteekenen; hier, en in deze landstreek, wordt veel noten-olij +gemaakt.—Altijd zagen wij veel noten- en castagne-boomen, die op dezen grond, die niet van de beste schijnt te zijn, <a id="d0e15769"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15769">511</a>]</span>nog al redelijk tierig staan. Tusschen beide ziet men ook veel onbebouwde gronden, en de landbouw schijnt hier niet zeer ter +harte genomen te worden, doch de streek kwam mij ook weinig bevolkt voor. <i>Vivonne</i>, 2½ post van <i>Couhé</i>, was voorheen een stadje; thans is het een armoedig vlek; men kan zich naauwelijks een slordiger en onoogelijker plaats voorstellen. +De inwoners zagen ’er vuil en afzigtig uit, en de ellende was bijna op alle gezigten te lezen. Ondertusschen levert dit plaatsje +bij het inkomen een niet onaardig en zelfs schilderachtig gezigt op. Men ziet ’er, hier en daar ruwe en naakte rotsen, de +vervallen muren van een oud Klooster op eene hoogte, tegen dezelve eenige slordige woningen, lager groene beemden, door een +kronkelend beekje bespoeld; welk beekje, dat men de <i>Vonne</i> noemt, zich een weinig verder met het riviertje <i>le Clain</i> vereenigt, en waar over hier eene houten brug ligt; wij verwisselden daar van paarden; ik had dus den tijd, om het op mijn +gemak te beschouwen, en mij dunkt dat dit alles door de hand van een’ bekwamen meester uitgevoerd, een fraaije teekening of +schoone schilderij zou zijn. De landstreek blijft, verder voortreizende, woest en onbebouwd, het weinige hout, dat men hier +en daar ziet, bewijst, dat de natuur slechts behoeft geholpen te worden, omdat in eene grootere hoeveelheid voort te brengen. +Naar mate dat men <i>Poitiers</i> nadert, wordt de landstreek aangenamer, en de weg is aan beide zijden beplant. Deze stad is wederom op eene hoogte gelegen. +Wij <a id="d0e15786"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15786">512</a>]</span>kwamen daar omstreeks vier uren aan, en stapten af aan de herberg <i>les Trois Pilliers</i> genaamd. In een tuin, niet ver van deze herberg, ziet men nog eenige geringe overblijfsels van een <i>Romeinsch</i> gebouw, alhier onder den naam van <i>Palais Galliën</i>, of <i>l’Amphithéatre</i> bekend; het scheen van gebakken steen enz. op dezelfde wijze als dat van <i>Bordeaux</i> gemetseld te zijn geweest<a id="d0e15803src" href="#d0e15803" class="noteref">4</a>. Van daar ging ik naar de wandelplaats, die men <i>le Parc</i> noemt. Het is een fraai boschje, aan een’ hoek van de stad op de hoogte gelegen, en waarin verscheidene lanen zijn; deze +wandeling is bijzonder aangenaam, omdat men van de voormalige stadswallen, die dezelve omringen, een heerlijk gezigt heeft. +Door een lagchend en aangenaam geschakeerd landschap, kronkelt het riviertje <i>le Clain</i>; ook ziet men van hier omtrent een kwartier uurs ver, eenige poorten of bogen; het zijn de overblijfsels van een <i>Romeinsche Aquaduc</i>. Vervolgens langs de stadswallen of muren, naar den kant van <i>le Clain</i> voortwandelende, heeft men het gezigt op aangename moestuinen, groene weilanden, een’ watermolen, schilderachtig gelegen, +een brug, <i>le pont Joubert</i> genaamd, de overblijfsels van een <i>Benedictijner</i> Klooster, dat een fraai gebouw schijnt geweest te zijn, en een fraaije steenen brug, die ’er nog nieuw uitziet, en welke +men <i>le Pont Neuf</i> noemt. Vervolgens komt men in een laan met Italiaansche <a id="d0e15830"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15830">513</a>]</span>populieren, die al eene tamelijke hoogte bereikt hebben, beplant. Van hier ziet men aan den overkant van de <i>Clain</i>, de rotsen, die men hier en daar voor zware vervallen muren of overblijfsels van oude gebouwen zou aanzien; tegen en in deze +rotsen zijn ook eenige woningen gemaakt. Een fraai en nog nieuw gebouw met een <i>colonnade</i> ’er voor, langs dezen weg staande, dient, om de baden te gebruiken. Aan den eenen kant zijn de vertrekjes voor de vrouwen, +en aan den anderen die der mannen. Een weinig verder heeft men de allerliefste en zeer romaneske wandeling, die hier <i>la Promenade du pont Guillon</i> genoemd wordt; ik wil trachten om ’er u, zoo goed mij doenlijk is, een denkbeeld van te geven; verbeeld u eene plaats van +eene onregelmatige gedaante, door zware en digte boomen beschaduwd; het riviertje <i>le Clain</i>, welkers boorden hier en daar met struiken begroeid zijn, stroomt ’er langs; aan dien kant, en zelfs in het water ziet men +eenige torens en overblijfsels van een oud Kasteel voor verscheidene eeuwen, door de Graven van <i>Poitiers</i>, en thans door de uilen en vledermuizen bewoond. In een der torens scheenen echter nog menschen te huizen, en eenige doeken, +die uit de venstergaten te droogen hingen, maakten hier geene onaardige vertooning. Verder op ziet men de rotsen aan den overkant +van de <i>Clain</i>, en aan de andere zijde, naar den kant van de stad, is een rijweg, onder water staande, en door hooge boomen, somber beschaduwd; +juist kwam daar een driftje beesten en een vrouw op een ezel gezeten door, en nu was <a id="d0e15850"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15850">514</a>]</span>het volmaakt een schilderij in den smaak van uw beroemden stadgenoot <span class="smallcaps">Nicolaas van Berchem</span>. De zon bijna ondergaande begunstigde het schilderachtige nog van dit schoone landschap. Niet ver van deze wandeling gaat +men door de poort, <i>la porte de Paris</i> genaamd, in de stad; in de rotsen over dezelve zijn ook eenige woningen gemaakt. De stad van dezen kant ingaande, loopen +de straten zeer steil; inwendig is zij meestal zoo lelijk en onaangenaam als de omstreken fraai en bevallig zijn<a id="d0e15858src" href="#d0e15858" class="noteref">5</a>; naauwe, kromme en misselijk bebouwde straten; een menigte thans veelal vervallen of half verwoeste Kerken en Kloosters, +en andere gothische gebouwen. De Hoofdkerk is zeer groot, en heeft misschien voor liefhebbers van diergelijke gebouwen hare +schoonheden. Voorbij een straat gaande, die men <i>la rue Neuve</i> noemt, zag ik een pyramide met een basrelief in den muur, op den hoek van dezelve. Eenige vrouwen die daar omtrent aan haar +deur zaten, verhaalden mij met een soort van eerbied, dat het een gedenkteeken was van een groot wonderwerk door den Heiligen +<span class="smallcaps">Hilarius</span>, Bisschop alhier, gedaan. In het begin van de omwenteling was het, hier digt bij staande, om ver geworpen, en nu had men +het sedert eenigen tijd weder opgerigt, en in den muur gemetseld. Hoewel <span class="smallcaps">Calvinus</span> in deze stad nog al wat aanhangers gemaakt heeft, thans is ’er het getal der Protestanten niet groot, en de Roomschgezinden +<span id="d0e15870" class="corr" title="Bron: zijn zijn">zijn</span> ’er meestendeels bijgeloovig en onverdraagzaam<a id="d0e15873src" href="#d0e15873" class="noteref">6</a>. <a id="d0e15876"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15876">515</a>]</span>Voor de omwenteling waren hier omtrent 50 Kerken en Kloosters. Deze Stad heeft, ten tijde van de religieoorlogen, bloedige +tooneelen opgeleverd; de Maarschalk <span class="smallcaps">St. André</span>, dezelve ingenomen hebbende, gaf ze, om zich op de Protestanten te wreken, aan de plundering en baldadigheid zijner soldaten +over; de gruwelen, die aldaar toen gepleegd werden, zijn allerafgrijsselijkst. De getergde en vervolgde Protestanten moorden +en martelden wel niet, maar begingen vele buitensporigheden in het plunderen der Kerken, en het verwoesten van verscheidene +merkwaardige gedenkteekenen en kunststukken. + +</p> +<p>De markt is eene ruime plaats; doch dat is ook al wat men ’er van zeggen kan. Na den Schouwburg, die deze avond speelde, vragende, +wees men mij naar een achterstraatje. De ingang van het huis waar in de zaal was, was zoo laag, dat de schildwacht, die ’er +naast stond, boven de deurstijlen uitkwam. Inwendig was het nog al redelijk; men vertoonde ’er de <i>Tartuffe</i> van <span class="smallcaps">Molière</span>; waarlijk dit stuk kwam hier niet te onpas! Over het geheel werd het nog al redelijk wel gespeeld, en ’er waren tamelijk +veel aanschouwers, waar onder echter veel militairen. <i>Poitiers</i> is een groote stad, doch naar <a id="d0e15892"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15892">516</a>]</span>evenredigheid slecht bevolkt; zij bevat nog geen 18,300 inwoners. De hoofdplaats van het Departement de <i>la Vienne</i> zijnde, is zij de zetel van de Prefecture; ook is ’er een Bisdom. Voorheen was zij de hoofdstad van de Provincie <i>Poitou</i>, en is over <i>Angoulême,</i> enz. 33¾ post van <i>Bordeaux</i>. De handel is ’er niet aanmerkelijk. ’Er zijn eenige fabrieken van kousen, sommige wollestoffen, krep, enz. Bij het avondmaal, +dat vrij goed was, werden wij lastig gevallen door verscheidene koopvrouwen in messen, scharen en dergelijken. Nu, die in +<i>Frankrijk</i> reist, mag zich wel van een mes voorzien, want men komt in verscheidene herbergen, waar men wel eten en drinken, lepels en +vorken, maar voor ieder geen mes vindt, en men is daar gewoon, dat de reizigers die mede brengen. De levensmiddelen zijn hier +vrij overvloedig en niet duur. Wij betaalden dan ook voor het avondmaal en slapen maar £ 3–:–: Den 5 dezer, ’s morgens om +5½ uur vervolgden wij onze reis. De weg is goed en vrij aangenaam. Aan de linkerhand heeft men rotsen, en aan de regter een +fraai gezigt over de beemden langs de <i>Clain</i>, heuvels, wijngaarden, enz. In en omtrent het dorp <i>Jaulnais</i>, waar wij door kwamen, zag ik eenige vrouwlieden met een soort van kappen, bijna als die der Nonnen op; naar ik vernam, is +het de dragt van die streek. Niet ver van den weg aan de linkerhand, zag ik op eene hoogte de overblijfsels van een Kasteel, +dat aanmerkelijk moet geweest zijn, zijnde nog heden een groot en hoog gebouw; men zei mij, <a id="d0e15915"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15915">517</a>]</span>dat het <i>la Tour de Beaumont</i> genaamd was, en dat men hetzelve op een’ afstand van 22 uren zien kon. Ons gezelschap was vermeerderd door twee Gedeputeerdens +van <i>Poitiers</i>, om bij de aanstaande krooning van Keizer <span class="smallcaps">Napoléon</span> tegenwoordig te zijn; een van die Heeren had eene lieve vrouw, en in ’t geheel scheenen het hupsche en geschikte menschen, +dit maakte het onderhoud nog al levendig en aangenaam. Een dorp, waar wij doorkwamen, gaf door zijn’ zonderlingen naam geen +gunstig denkbeeld van deszelfs inwoners; het heet <i>la Tricherie</i> (de bedriegerij); verscheidene vrouwen kwamen ’er ons vruchten te koop aanbieden. De landstreek is bij aanhoudenheid vrij +aangenaam. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/viii007.jpg" alt="Poitiers."><p class="figureHead">Poitiers.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Te <i>Chatellerault</i>, 5 posten van <i>Poitiers</i>, kwamen wij omtrent 11 uren voormiddag aan, en vertoefden ’er om het middagmaal te houden. De rivier <i>la Vienne</i>, waarmede zich de <i>Clain</i>, een eindje boven deze stad vereenigt, is hier bevaarbaar, en ’er ligt een fraaije steenen brug, welke men van dezen kant +in de stad komende, overgaat; dezelve is door den Hertog <span class="smallcaps">de Sully</span>, vriend van <span class="smallcaps">Hendrik</span> den IV., en een der voorname steunen van de Protestanten, gesticht. Deze rivier is, naar ik vernam, tamelijk vischrijk; wij +hadden een snoek op tafel van wel 12 à 15 ponden, en deze zijn in <i>Frankrijk</i> zoo algemeen niet, als bij ons; even zoo min als de goede boter, die hier echter ook zeer lekker was. Gedurende den maaltijd +werden wij weder bestormd door eene menigte koopvrouwen in messen, <a id="d0e15956"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15956">518</a>]</span>scharen, pennenmessen, enz. Zij hielden op eene bedelachtige wijze aan, om wat te verkoopen, en werden het somtijds oneens +onder elkander. De messenmakerij is het voorname bedrijf van de ingezetenen, en zij hebben ’er nog al wat in te doen, leverende +daar van aan <i>Parijs</i>, en meêr andere plaatsen, behalve het geene zij den reizigers verkoopen of opdringen. Hun werk is fraai op ’t oog, doch de +hoedanigheid van het staal is, zegt men, niet best, en dat van <i>Moulins</i> wordt voor beter gehouden. Deze landstreek levert ook het ijzer, dat hier verwerkt wordt, op. De omstreek van deze plaats +scheen aangenaam en vruchtbaar. Door den zwaren regen werd ik veel belet, om hier te wandelen, echter zag ik ’er eenige gnappe +huizen, en het ziet ’er over het algemeen vrij wel uit. Het getal der ingezetenen wordt op ruim 7700 begroot. In de rivier +voor de stad lagen verscheidene schuiten. + +</p> +<p>De weg loopt vervolgens door een aangenaam landschap, latende de rivier aan de linkerhand. Aan beide zijden op een’ zekeren +afstand van den weg, ziet men groene heuvelen, en hier en daar buitenverblijven. Vooruit ziet men in de verte een soort van +vrij hoogen toren. Welhaast naderden wij denzelven: het is een steenen kolom, waar een wenteltrap omslingert, staande op het +<i>moderne</i> Kasteel <i>les Ormes</i> genaamd, en behoorende aan den Heer <span class="smallcaps">Voyer d’Argenson</span>. Het is een groot en prachtig gebouw, met uitgestrekte tuinen en boschjes; terwijl men van paarden verwisselde, hadden wij +den tijd, <a id="d0e15975"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15975">519</a>]</span>om hier eens rond te loopen. Aan den anderen kant van den weg zijn de stallen, en dit alles gelijkt naar een Vorstelijk verblijf. +Het ligt 2½ post van <i>Chatellerault</i>. Wij reden nog een goed eind weegs langs de muren, die de aangelegen erven van dit landgoed omringden;—deze landstreek schijnt +zeer bewoond, en wij kwamen door eenige dorpen over eene brug, over de kleine rivier <i>la Creuse</i> liggende<a id="d0e15983src" href="#d0e15983" class="noteref">7</a> en langs eenen beplanten weg, omtrent 7½ uren te <i>St. Maure</i>, een steedje, waar wij ons avondmaal en nachtverblijf moesten houden; hebbende heden 9½ post afgelegd. Voor den gewonen prijs +van £ 3–10-: hadden wij een vrij goed avondmaal en ligging, doch konden van de laatste niet lang gebruik maken: alzoo wij +den 6 dezer, ’s morgens om 3 uren, weder voort reisden. Het had wat gevrozen, en deed zulks nog, toen wij afreden. De zon +ging helder op, en het was een schoone herfstmorgen. Langs den weg stonden eenige ijpenboomen; men was bezig met de bladeren +van dezelve aftestroopen; zij dienen tot voeder voor het vee, niet omdat het gras of ander <a id="d0e16010"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16010">520</a>]</span>voedsel thans buitengewoon schaars is, maar omdat men meent dat deze bladeren goed en gezond zijn, inzonderheid voor de koeijen, +welke dezelve ook gaarne lusten. Ik geloof toch, dat indien men hier even zoo als in <i>Bataafsch</i> en <i>Fransch Braband</i>, rapen en spurrie zaaide op de zoogenaamde korenstoppelen, zulks veel voordeeliger en beter zou zijn; doch zoo als ik reeds +gezegd heb, over het algemeen is ’er aan den landbouw in <i>Frankrijk</i> nog veel te verbeteren. Hier en daar zijn wel Landbouwkundige Genootschappen, welke bespiegelingen maken, prijsvragen uitgeven, +en boeken schrijven; doch de landman kan dikwijls niet lezen<a id="d0e16021src" href="#d0e16021" class="noteref">8</a>, of zoo hij het al kan, heeft hij ’er den tijd en den lust niet toe, en blijft ook liever zoo maar op den ouden voet voortslenteren, +daar eene nieuwe behandeling doorgaans in het begin meerder moeite, althans meerder oplettenheid, en somtijds ook eenige onkosten +veroorzaakt. Landbouwkundige Genootschappen zijn dan wel goed, en zelfs zeer goed, doch zij moesten, mijns bedunkens, de <i>practijk</i> bij de <i>theorie</i> voegen, en ieder genootschap moest ook tevens eenige morgens akkerland onder den ploeg hebben, tot bosch aanleggen, en van +tijd tot tijd die streken gaan bezoeken, welke het meeste verbetering behoeven, aldaar eenigen tijd verblijven, en met de +landlieden en hunne gebruiken kennis maken. In <i>Duitschland</i> <a id="d0e16036"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16036">521</a>]</span>reizende, zag ik daar op sommige plaatsen Predikanten die in der daad boeren waren; doch zij hebben met dat al doorgaans eene +beschaafde opvoeding en opleiding tot meêr andere wetenschappen dan de Godgeleerdheid alleen, gehad. Men vindt daar zeer hupsche +en achtingwaardige Patriarchen onder; en welke zich niet door hunne opgeblazenheid, maar alleen door meerdere deugd en eenvoudige +kunde van hunne gemeente trachten te onderscheiden, en alzoo bij dezelven zeer bemind zijn. Zou men niet weldoen, van dit +voorbeeld aangaande onze Predikanten, Pastoren en Dorpschoolmeesters te volgen; was het niet nuttiger dat de eerstgenoemden +zich op de Hooge Schole, op de studie van den landbouw, dan op die der Hebreeuwsche en Chaldeeuwsche talen toeleiden, en zou +men bij het doen der examens, geene bewijzen van hunne kundigheid hier omtrent kunnen vorderen, gelijk ook van de Dorpschoolmeesters? +Ik deel u deze aanmerking mede, omdat mij dunkt, dat gij dienaangaande wel eens een voorstel bij de Maatschappij <i>tot Nut van ’t Algemeen</i> zoudt kunnen doen. Doch keeren wij tot mijne reisbeschrijving weder terug. Langs een’ goeden weg, en door een aangename landstreek, +kwamen wij, om de koude meestal wandelende, te <i>Montbazon</i>, een niet onaardig stadje, en dat een welvarend voorkomen heeft. Bij hetzelve ziet men de overblijfsels van eene oud Kasteel, +en een fraaije steenen brug over de kleine rivier <i>l’Indre</i>. En nu komt men aan de bekoorlijke toegangen van <i>Tours</i>; <a id="d0e16050"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16050">522</a>]</span>van de hoogte heeft men een verrukkelijk gezigt op dezelve, en de aangename landouw, waarin zij gelegen is. Daar de wagen +om eene brug, welke men herstelde, verpligt was een’ kleinen omweg te maken, verkozen wij, om langs den gewonen weg, zijnde +een fraaije laan, een groot kwartier uurs lang, naar de stad te wandelen; aan het eind van deze laan komt men door een mooi +ijzer hek in dezelve en die hier nooit geweest is, staat verwonderd over het fraaije, nette en regelmatige van dit gedeelte +van de stad: zijnde een vrij lange en breede straat, aan beide zijden met verheven en wel gestraatte voetpaden, en zeer fraaije +huizen van gehouwene steen, in eene geregelde en sierlijke order gebouwd. Wij kwamen hier om 9½ uur ’s morgens aan. <i>Tours</i> is, langs den weg dien wij gekomen waren, 48¾ post van <i>Bordeaux</i>. De postwagen vertoeft ’er, om het middagmaal te houden, en ik voornemens zijnde, om hier een paar dagen te blijven, nam +mijn intrek in het <i>Hotèl d’Espagne</i>, hetzelfde, waar de passagiers van den postwagen spijzigen. + +</p> +<p>De fraaije straat, waarin verscheidene mooije winkels en Koffijhuizen zijn, doorgaande, komt men regt over dezelve aan een +der schoonste steenen bruggen van <i>Frankrijk</i> over de <i>Loire</i>, die hier vrij breed is, gelegen; zij is niet boogsgewijze maar plat (<i>horisontal</i>) gebouwd, en rust op 15 bogen, waar van ’er door den ijsgang in de winter van 1790, vier verwoest zijn; dit gedeelte is in +hout weder hersteld, doch thans is men bezig om hetzelve weder <a id="d0e16072"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16072">523</a>]</span>in zijnen vorigen staat te brengen. Eer dat men van den kant van de stad op de brug gaat, heeft men eene fraaije plaats, waarop +aan den eenen kant het Stadhuis, en aan den anderen de voorgevel (<i>facade</i>) voor een gebouw, in denzelfden smaak, om eene regelmatige gedaante aan deze plaats te geven; dit laatstgenoemde gebouw staat +al sedert verscheidene jaren onvoltooid. Wat verder, aan beide zijden, zijn <i>terrassen</i>, die men met eenige trappen beklimt; zij zijn met eenige rijen jonge boomen beplant, en langs dezelven zijn op eene regelmatige +wijze een groot aantal kleine winkels gemaakt, om, ten tijde van de kermis, tot kramen voor de Kooplieden te dienen. Aan het +eind van deze terrassen zijn fraaije getimmertens, dienende voor Koffijhuizen; van deze terrassen langs de plaats tot aan +de brug, zijn steenen leuningen (<i>balustrades</i>), waarop eenige groote bloempotten (<i>vases</i>) van wit marmer staan. Op de brug zelve, heeft men een allerschoonst gezigt, op een gedeelte van de stad, en een lange dreef +met populieren beplant, aan het eind van de kaai, de met boomen beplante eilanden in de <i>Loire</i>, en de heuvels, wijnbergen, buitenplaatsen en dorpen aan den overkant. + +</p> +<p>Na den middag ging ik eene wandeling buiten de stad aan den overkant der rivier doen; de landstreek is hier allerliefst, en +het is niet zonder reden, dat men het voormalig <i>Touraine</i>, waar van <i>Tours</i> de Hoofdstad was, den tuin van <i>Frankrijk</i> (<i>le Jardin de la France</i>) noemde. In de heuvels langs de rivier, <a id="d0e16103"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16103">524</a>]</span>heeft men hier en daar kelders gemaakt, dienende tot bergplaatsen voor den wijn, en verder op hebben zelfs de menschen woningen +in de <span id="d0e16105" class="corr" title="Bron: rot sen">rotsen</span>. Op de hoogtens klimmende, heeft men hier en daar zeer fraaije en schilderachtige gezigten, vooral ook bij de voormalige +Abdij <i>Marmoutier</i>, in de voorstad <i>St. Symphorien</i>, aan den regteroever van de <i>Loire</i> gelegen, en welke Abdij voor de oudste van het westen gehouden wordt; als zijnde door <span class="smallcaps">St. Martin</span> <i>de Tours</i> in 371 gesticht<a id="d0e16123src" href="#d0e16123" class="noteref">9</a>; zij is echter nog niet vele jaren geleden op eene prachtige wijze bijgebouwd. De rotsen, oude muren, enz. maken hier eene +zeer romaneske vertooning. Verder landwaards inwandelende, zag ik veel wijngaarden, en men was hier en daar nog drok met den +wijnoogst bezig. De wijnen hier omstreeks, vooral die van <i>Vouvrai</i>, hebben nog al eenigen roem, en worden over <i>Nantes</i> ook wel naar ons Vaderland gezonden, waar zij onder den naam van <i>Tours</i>-wijnen <a id="d0e16141"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16141">525</a>]</span>bekend zijn. Deze landstreek levert ook vele vruchten en vooral pruimen op; de laatstgenoemde worden in eene groote hoeveelheid +gedroogd, en maken een’ voornamen tak van koophandel uit<a id="d0e16143src" href="#d0e16143" class="noteref">10</a>. In de <i>Meijerij van ’s Bosch</i> wonende, heb ik ook meêr dan eens van die vruchten, die dikwijls zeer overvloedig zijn, laten droogen; en bevonden, dat, +indien ’er behoorlijke zorg voor gedragen wordt, men die bij ons ook al zeer goed kan hebben. In <i>Gelderland</i> is dit ook nog al gebruikelijk, doch over het algemeen maakt men anders van het aankweeken en droogen van deze gezonde vrucht +bij ons niet veel werk, en wij moeten die ook al weder veel van vreemden krijgen<a id="d0e16155src" href="#d0e16155" class="noteref">11</a>. + +</p> +<p>Den 7 dezer, ’s morgens vroegtijdig uitgaande, vond ik het koud; het had dezen nacht weder een weinig gevrozen. Buiten het +ijzeren hek, waar wij in gekomen waren, heeft men aan beide zijden ook beplante wandelingen; doch de boomen zijn nog zeer +<a id="d0e16160"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16160">526</a>]</span>jong. Den wal omgaande, zag ik verscheidene moestuinen, waarin de groentens zoo goed stonden, dat ik ze maar zeldzaam zoo +in <i>Frankrijk</i> gezien heb. De wandeling door de Italiaansche populieren laan<a id="d0e16165src" href="#d0e16165" class="noteref">12</a> langs de rivier, welke meêr dan een kwartier uurs lang is, is zeer aangenaam. Van daar te rug komende, zag ik op de kaai, +<i>le Quai du vieux pont</i><a id="d0e16170src" href="#d0e16170" class="noteref">13</a> genaamd, een oude sterkte met torens, en meende de overblijfsels van muren, daar hetzelve opgebouwd was, voor Romeinsch werk +te moeten erkennen; zijnde op dezelfde wijze gemetseld als het zoogenaamde <i>Palais Galliën</i> te <i>Bordeaux</i>, en te <i>Poitiers</i>. Deze overblijfsels van muren strekken zich een eindje langs deze kaai uit, en vervolgens in de stad tot aan het Aartsbisdom. +Dit Aartsbisdom schijnt een fraai gebouw; boven de poort van hetzelve las ik <i>Musée</i>; doch vernam tevens, dat men thans bezig was met hetzelve naar een ander gebouw te verplaatsen, alzoo zijne Hoogwaardigheid +de nieuw <a id="d0e16185"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16185">527</a>]</span>aangestelde Aartsbisschop, zich hier had neder gezet. De Hoofdkerk, die hier bijstaat, is een trotsch Gothisch gebouw, pronkende +met twee torens; het is ook, zoo men wil, door den reeds genoemden <span class="smallcaps">St. Martin</span><a id="d0e16189src" href="#d0e16189" class="noteref">14</a> in de 4de eeuw gesticht; ’er plagt een <a id="d0e16209"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16209">528</a>]</span>boekerij bij dezelve te zijn, waarin zeer oude en merkwaardige handschriften, op een soort van lessenaars, aan ketenen vastgeklonken +lagen. Merkwaardige beelden of schilderijen zag ik in deze Kerk niet, maar het geen ik zonderling vond, was dat de vloer voor +en achter verheven gemaakt was: zoo dat men ’er met eenige trappen opklom, en naar het midden, waar het groot altaar stond, +afhelde; even eens als een staanplaats of <i>parterre</i> in een’ Schouwburg. Men ziet duidelijk, dat dit niet aanvankelijk, maar eerst in latere tijden gemaakt is. + +</p> +<p>Ik herinnerde mij, van kort voor mijn vertrek van <i>Parijs</i>, aldaar in de vergadering van een Genootschap van Geletterden en Kunstenaars, genaamd <i>Société Philotecnique</i> te hebben hooren spreken van een overblijfsel der oudheid, dat omstreeks deze stad nog moest bestaan, en dat naar het gevoelen +van oudheidkundigen, een tempel der <i>Druïden</i> zou geweest zijn<a id="d0e16225src" href="#d0e16225" class="noteref">15</a>; om dien aangaande nader onderrigting te bekomen, vervoegde ik mij bij den opzigter (<i>conservateur</i>) van het Museum alhier, die de vriendelijkheid <a id="d0e16236"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16236">529</a>]</span>had van mij de plaats, alwaar het bestond, naauwkeurig te beduiden. Het Museum kon ik niet zien, omdat, men bezig met verhuizen +zijnde, alles nog overhoop lag; doch ik vernam van gemelden Heer, dat deze verzameling meestal bestond uit eenige schilderijen, +beelden, enz. die men in de Kerken en Kloosters had gevonden, benevens eenige weinige oudheden. Ik meende dan te moeten besluiten, +dat, indien ’er vooral onder de schilderijen stukken van den eersten rang geweest waren, men dezelve denkelijk naar de galerij +van <i>Parijs</i> zou hebben overgevoerd, en ik begreep wel, dat ik door dit Museum niet te kunnen bezigtigen, weinig verloor<a id="d0e16241src" href="#d0e16241" class="noteref">16</a>. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/viii008.gif" alt=""><p></p> +<div class="table"> +<table width="100%"> +<tr valign="top"> +<td valign="top">A Inwendig gedeelte. +<br>B Voorportaal. + +</td> +<td valign="top">A Achterste Deksteen. +<br>B Middelste Deksteen. +<br>C Deksteen aan den kant van den Ingang. +</td> +</tr> +</table> +</div><p> +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Vroegtijdig gegeten hebbende, haastte ik mij, om den tempel der <i>Druïden</i> te gaan opzoeken, daar dezelve omtrent twee uren van de stad afgelegen is. De hoogte aan den anderen kant van de <i>Loire</i>, tegen over de brug <i>la Tranchée</i> genaamd, opklimmende, wandelde ik langs een’ vrij aangenamen weg, tot het Dorp <i>la Membrolle</i>, en nam, hetzelve door zijnde, links den weg naar het Kasteel <i>le Plessis les Tours</i><a id="d0e16278src" href="#d0e16278" class="noteref">17</a>; het geen nog een goed eindje is; eer men <a id="d0e16290"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16290">530</a>]</span>aan dat Kasteel komt, staat de vermeende Druïdentempel (bij de landlieden in deze streek onder den naam van <i>Grotte</i>, of <i>Maisson des Fées</i> bekend) aan het eind van een akker, aan de regter hand; een landmeisje, dat ik daar omtrent ontmoette, wees mij denzelven +aan. Het is een langwerpig vierkant van onmatig groote ruwe steenen gemaakt; acht van dezelven over eind staande, maken de +zijmuren rondom uit; zij zijn, hoewel zeer ongelijk, naar gissing 2 à 3 voeten dik, 5½ à 6 hoog boven den grond, waar zij +een weinig in stonden, en van onderscheidene breedte; de negende steen aan den ingang staande, en die met een andere die dwars +in de zijwanden geplaatst is een soort van voorportaal maakt, is kleiner: dit soort van gebouw is gedekt door drie steenen, +die nog grooter en dikker zijn dan de anderen<a id="d0e16298src" href="#d0e16298" class="noteref">18</a>. Ik klom ’er boven op, om denzelven aftredende te meten; die aan den kant van den ingang, is ruim 5 treden in de breedte +van het gebouw en 4 lang; de middelste heeft genoegzaam dezelfde breedte, doch is maar 3 treden lang, en de achterste is 4 +treden breed en 3 lang; de dikte van den middelsten steen is aan den eenen kant (naar gissing) 3½ voet, en aan den anderen +omtrent 5; de twee anderen zijn minder dik, hier en daar staken de deksteenen over de <a id="d0e16303"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16303">531</a>]</span>zijwanden uit. Inwendig was het omtrent 11 treden lang, te weten het voorportaal omtrent 3, en <a id="d0e16305"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16305">532</a>]</span>het overige gedeelte 8, de breedte was 3 treden; bij den ingang waren eenige boomen geplant, boven op en ter zijde groeide +hier en daar een weinig mos en gras. De steenen van eene grijsachtige kleur zijn van de soort, die in de steengroeven hieromstreeks +gevonden wordt; zij schijnen in ’t geheel niet bewerkt, maar, zoo als zij uit die groeven gekomen zijn, hier geplaatst. Ondertusschen +moet het geen geringen arbeid gekost hebben, om zulke verbazende zware brokken hier na toe en op elkanderen te krijgen; en +zij, die dat gedaan hebben, moeten toch, dunkt mij, eenig denkbeeld van de werktuigkunde gehad hebben; hoe zeer het schijnt +dat zij geen Steenhouwers of Bouwmeesters geweest zijn. Mijne kundigheden niet toereikende zijnde, om te beslissen in hoe +verre het denkbeeld, dat dit gebouw een tempel of offerplaats der Druïden zou geweest zijn<a id="d0e16307src" href="#d0e16307" class="noteref">19</a> al dan niet gegrond is, zal ik hier alleenlijk bijvoegen, dat ’er in <i>Frankrijk</i> meêrder gelijke opgerigte steenen gevonden worden, onder anderen in het Departement <i>l’Aveiron</i>; doch zij zijn veel kleiner en bestaan doorgaans slechts uit vier steenen, namelijk drie rondom en een boven op. Volgens +<span class="smallcaps">Monteil</span>, Hoogleeraar <a id="d0e16325"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16325">533</a>]</span>in de Geschiedkunde, die een beschrijving van dat Departement in het licht heeft gegeven<a id="d0e16327src" href="#d0e16327" class="noteref">20</a>, zouden ’er na bij herhaling te hebben gegraven, lijkbussen, wapenen en gedenkpenningen in gevonden zijn, waarom hij waarschijnlijker +vindt, dat het gedenkteekens van grafsteden zijn. Ik vroeg ’er een landman, hier omstreeks wonende, na, doch hij zeide ’er +niets anders van te weten, dan dat hij wel van zijn’ grootvader had hooren zeggen, dat het sedert eeuwen bestond; ondertusschen +kon ik wel merken, dat hij ’er een bovennatuurlijk denkbeeld aan hechte zoo als dit ook uit de benaming van <i>Grotte de Fées</i> blijkt; en ik houde mij verzekerd, dat ’er de boer niet gaarne een nacht alleen in doorgebragt zou hebben. Ongetwijfeld, +indien het niet zoo stevig was, zou het lang verwoest geweest zijn; doch dat zou niet gemakkelijk genoeg gaan, om ter sluips +te kunnen geschieden. + +</p> +<p>Langs een’ anderen vrij aangenamen weg, voorbij akkers en wijngaarden, keerde ik weder naar <i>Tours</i> terug. Het gezigt dat men boven aan den weg <i>la Tranchée</i>, staande over de brug, door de fraaije straat van <i>Tours</i>, en vervolgens door de regte laan, tot tegen de andere hoogte, heeft, is schoon. + +</p> +<p>’s Avonds in een Koffijhuis gaande, vond ik daar wel 30 menschen bezig met lotto-spelen; ieder tuurde aanhoudend op de kaarten, +die hij voor zich had <a id="d0e16366"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16366">534</a>]</span>liggen, terwijl de hospes de nommers oplas;—welk een ellendig tijdverdrijf! ook was het hier voor iemand, die niet mede speelde, +niet om uit te houden. + +</p> +<p>Het vervolg en slot van mijn reisverhaal, zend ik u bij eene volgende gelegenheid.—Vaarwel! + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15613" href="#d0e15613src" class="noteref">1</a></span> Te <i>Parijs</i> en in de voorname steden heeft men thans <a id="d0e15618"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15618">164n</a>]</span>de gewoonte, om maar twee maaltijden daags te houden, te weten het ontbijt om 10, 11 of 12, en het middagmaal om 4, 5 of 6 +uren. Te <i>Bourdeaux</i> was het doorgaans 4½ uren eer wij aan tafel gingen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15638" href="#d0e15638src" class="noteref">2</a></span> En onze Turfveenen zullen die eeuwig duren?—<a id="d0e15640"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15640">507</a>]</span>Ondertusschen wordt ook bij ons het aanleggen van bosschen verwaarloosd, en het is als of men meent, dat men heden planten +en morgen kappen kan. In <i>Frankrijk</i> is de turf genoegzaam niet bekend; men maakt ’er toch eene soort van turven van de run, die de looijers gebruikt hebben. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15689" href="#d0e15689src" class="noteref">3</a></span> Ook maakt men bijzonder veel werk van ons fraai papier (<i>papier de Hollande</i>) en de boeken daar op gedrukt, moet men duur betalen. Ons postpapier is <i>te Parijs</i>, en elders in <i>Frankrijk</i> zeer veel in gebruik; en wij zelve laten, ô schande! nog <i>Engelsch</i> papier inkomen! +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15803" href="#d0e15803src" class="noteref">4</a></span> Men leest hier voor een Koffijhuis: <i>Caffé des Antiquités Romaines</i> of iets diergelijks. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15858" href="#d0e15858src" class="noteref">5</a></span> Zie het bijgevoegd gezigtje. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15873" href="#d0e15873src" class="noteref">6</a></span> Een aanzienlijk burger dezer stad, zijnde een redelijke Roomschgezinde, bevestigde mij zulks, en bragt dien aangaande eenige +voorbeelden bij, terwijl ik met dien man een paar dagen op reis was. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15983" href="#d0e15983src" class="noteref">7</a></span> Deze rivier scheidt hier het Departement <i>de la Vienne</i> van dat van <i>l’Indre et Loire</i>. Aan dezelve, omtrent anderhalf uur van de brug, ter regterzijde als men van <i>Poitiers</i> komt, ligt een steedje dat <i>la Haye</i>, even eens als ons <i>’s Gravenhage</i>, in het <i>Fransch</i> genaamd wordt. De beroemde <span class="smallcaps">René Descartes</span>, die ook lang in ons Vaderland gewoond heeft, werd aldaar den 31 Maart 1596 geboren. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16021" href="#d0e16021src" class="noteref">8</a></span> In <i>Frankrijk</i>, zoo wel als bij ons, treft men vele landlieden aan, die niet lezen of schrijven kunnen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16123" href="#d0e16123src" class="noteref">9</a></span> Het ware te wenschen, dat zoo vele Pausen, Bisschoppen en andere Geestelijken der Roomsche Kerk, altijd den geest van verdraagzaamheid +van dien Heilige hadden nagevolgd en nog navolgden; want men vindt van hem aangeteekend, dat hij, in de 4de eeuw levende, +weigerde, om gemeenschap te hebben met de Bisschoppen, die den van ketterij beschuldigden <span class="smallcaps">Priscilianus</span> ter dood wilden veroordeeld hebben.—Zulk een Heilige behoorde niet gelijk gesteld te worden met een’ <span class="smallcaps">Dominicus</span> en diergelijke afschuwelijke vervolgers. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16143" href="#d0e16143src" class="noteref">10</a></span> Zij worden veel in kleine nette mandjes en ook in kistjes verzonden, en <i>Pruneaux de Tours</i> genaamd. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16155" href="#d0e16155src" class="noteref">11</a></span> Ieder klaagt thans bij ons over den slechten tijd, en waarlijk niet zonder reden;—de Patriotten krijgen van velen de schuld, +doch daar zit de knoop niet—geen land is ’er misschien afhankelijker van de omstandigheden dan het onze, dit moeten wij trachten +te verhelpen, zoo veel mogelijk onze behoeften tot het geen onder ons bereik is bepalen, en maken, dat wij geen honger behoeven +te lijden, als men ons de zee betwist. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16165" href="#d0e16165src" class="noteref">12</a></span> Zoude deze fraaije en vooral op lage gronden weelderig groeijende boomen, langs onze weilanden geplant, geen dubbel nut doen; +vooreerst door het voordeel, dat zij de eigenaars zouden aanbrengen, zonder voor het gras hinderlijk te zijn, en ten tweede +door de schaduw, die zij het vee zouden bezorgen? +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16170" href="#d0e16170src" class="noteref">13</a></span> Kaai van de oude brug, van welke brug men nog eenige overblijfsels in de rivier ziet. De ingang van de stad door een poort +was, toen over dezelve en bij deze sterkte. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16189" href="#d0e16189src" class="noteref">14</a></span> Van <span class="smallcaps">St. Martin</span> sprekende, moet ik u het volgende nog vertellen: die Heilige bij de eerste Christenen onder de <i>Gaulen</i>, in een groot aanzien zijnde, wijdde <span class="smallcaps">Clovis</span>, grondlegger van de <i>Fransche</i> Monarchie, hem, na dat hij reeds verscheidene jaren overleden was, een paard, waarop die gelukkige geweldenaar reeds verscheidene +veldslagen gewonnen had, gevende hetzelve aan den opvolger en verdere discipelen van den opgemelden heilige; doch wilde het +naderhand, misschien om nog meerdere overwinningen te behalen, weder terug hebben, en bood ’er 100 stukken gouds voor; men +scheen hier niet tegen te hebben, doch ziet het paard wilde geen’ voet verzetten; en was, in weêr wil van de zweep, sporen +en zelfs de haver, die men het aanbood, maar van de plaats niet aftebrengen. <span class="smallcaps">Clovis</span> meenende, dat de verstorven heilige met de geboden som, voor de Kerk, geen genoegen nemende, hem die poets speelde, bood +meêr en meêr, tot vijfmalen toe, eindelijk neemt het paard een’ sprong en galoppeert met zijn Majesteit de Kerk (want daar +gebeurde het geval) uit; en nu riep de menigte, die dit had aangezien: ô Wonderwerk!—En hoe denkt gij dat zich dit had toegedragen?—zeer +eenvoudig: men had het paard gezet op een houten vloer, die in deze Kerk gemaakt was, en hetzelve door middel van vier schroeven, +die in de ijzers kwamen, daarop vastgemaakt; zoodra ’er geld genoeg geboden was, draaiden eenige Geestelijken, (want aan anderen +<a id="d0e16206"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16206">187n</a>]</span>hebben zij zekerlijk hun geheim niet vertrouwd) onder die vloer verborgen, de schroeven los,—en zie daar een wonderwerk.—Zouden +de meesten van die soort niet op diergelijke wijze geschieden? +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16225" href="#d0e16225src" class="noteref">15</a></span> <span class="smallcaps">Vaux de Launay</span> heeft in de zitting van dat Genootschap van den 19 <i>Messidor an XII.</i> (8 Julij 1804) daar over een Vertoog gedaan; doch het is tot nog toe, voor zoo verre mij bekend is, niet gedrukt. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16241" href="#d0e16241src" class="noteref">16</a></span> Door dezen Heer werd ik ook in mijn gevoelen aangaande de overblijfsels van <i>Romeinsche</i> muren alhier, waarvan ik hier voor gesproken heb, bevestigd. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16278" href="#d0e16278src" class="noteref">17</a></span> <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XI, die veel smaak vond in dit oord, bouwde hetzelve, bragt ’er een gedeelte van zijn leven op door, en overleed ’er in +1483, in den ouderdom van 60 <a id="d0e16282"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16282">189n</a>]</span>jaren. Hij was de eerste die den tijtel voerde van allerchristelijksten Koning (<i>Roi tres chretien</i>)<span id="d0e16287" class="corr" title="Bron: ">.</span></p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16298" href="#d0e16298src" class="noteref">18</a></span> Ik schets de gedaante hier met de pen, zoo goed mij doenlijk is af, om ’er u een denkbeeld van te geven, <a id="d0e16300"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16300">190n</a>]</span>te meêr, omdat ik niet weet dat ’er eene afteekening of naauwkeurige beschrijving van bestaat. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16307" href="#d0e16307src" class="noteref">19</a></span> De Druïden waren Priesters en Regters onder de oude <i>Gaulers</i>; tot hunne Godsdienstige plegtigheden behoorden de afgrijsselijke menschenoffers; ook hadden zij eene soort van eerbied voor +een bijgewas op de eikenboomen (<i>Fiscum</i>), en sneden het op eene plegtige wijze met een gouden sikkel af. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16327" href="#d0e16327src" class="noteref">20</a></span> <i>Description du Departement de l’Aveiron, par</i> <span class="smallcaps">A. A. Monteil</span> <i>etc. Paris</i> <span class="smallcaps">Fuchs</span> <i>et</i> <span class="smallcaps">Desenne</span> <i>an X</i>. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e16370" class="div1"> +<h2>Vijf en Twintigste Brief.</h2> +<p class="alignright"><i>Parijs, 16 October.</i> + +</p> +<p>Den 8<sup>en</sup> dezer verliet ik <i>Tours</i>, na alvorens nog eens rond gewandeld te hebben. Over het geheel is deze stad niet onaangenaam bebouwd, doch de overige straten +zijn op verre na zoo fraai niet als die, waarvan ik u reeds gesproken heb. Men is nog bezig met ’er nieuwe aanteleggen, ter +plaatse waar voorheen een groot gebouw, dat een Kerk of Klooster was, stond; en dit gedeelte van de stad zal daar door aanmerkelijk +verfraaid worden. Voor de omwenteling was hier ook eene menigte Kerken en Kloosters; geen wonder, het is een goede en vruchtbare +landstreek<a id="d0e16385src" href="#d0e16385" class="noteref">1</a>. De zijdenstoffen fabrieken zijn vooral sedert de herroeping van het Edict van <a id="d0e16391"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16391">535</a>]</span><i>Nantes</i> aanmerkelijk in deze stad verminderd, zoo wel als het getal der ingezetenen, dat thans maar op 21,000 begroot wordt, voorheen +waren ’er bijna eens zoo veel.—Zie daar de gevolgen van de onverdraagzaamheid en vervolgzucht!—Behalve onderscheidene soorten +van Damasten, voorheen zeer veel in gebruik, is de stof bij ons bekend onder den naam van <i>gros de Tours</i>, van hier afkomstig. ’Er zijn ook eenige leêrlooijerijen. + +</p> +<p>Thans is <i>Tours</i> de hoofdstad van het Departement <i>l’Indre et Loire</i>, en is zekerlijk, wat de gelegenheid aanbelangt, een der fraaiste en aangenaamste steden van <i>Frankrijk</i>. + +</p> +<p>De onder anderen door de verzen van <span class="smallcaps">Voltaire</span> beruchte <span class="smallcaps">Agnes Sorel</span> is in dit Departement geboren; ondertusschen verwondert het mij, dat men nog heden te <i>Tours</i> een straat naar die bijzit van <span class="smallcaps">Karel</span> den VII. noemt, en dien naam op den hoek van dezelve geschreven ziet, zonder dat men die na de omwenteling schijnt uitgewischt +te hebben. Zoo onregtvaardig zijn de menschen, een vrouw die met een zoogenaamd gemeen man buiten het huwelijk leeft, overlaadt +men met smaad en verachting, terwijl men de bijzitten van Vorsten of Grooten eer bewijst; de eene wordt in het spinhuis, en +de andere naast den troon geplaatst. Op dezelfde wijze gaat het in zoo vele andere gevallen, de eene, bij voorbeeld, eene +verandering in de regering of het staatsgestel van zijn land willende bewerken, sterft als een oproermaker op het schavot, +en de andere <a id="d0e16423"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16423">536</a>]</span>die hetzelfde doet, maar gelukkiger is, leeft omringd van magt en gezag.—Hier ligt het grijze hoofd van <span class="smallcaps">Oldenbarneveld</span> aan de voeten van den scherpregter, en daar doet <span class="smallcaps">Maurits</span> in Vorstelijken tooi zijn trots en heerschzucht gelden. + +</p> +<p>Met meêr regt mag dit Departement dan roem dragen (behalve op <span class="smallcaps">Descartes</span>) op den vermaarden hekelachtigen schrijver en wijsgeer <span class="smallcaps">Rabelais</span>, van wien ik reeds, over <i>Montpellier</i> handelende, sprak; en die te <i>Chinon</i>, een stadje niet ver van <i>Tours</i>, geboren werd. Men verhaalt van <span class="smallcaps">Rabelais</span>, dat hij den Kanselier <span class="smallcaps">Duprat</span>, die onder de regering van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XII. en <span class="smallcaps">Franciscus</span> den I. geleefd heeft, willende spreken, en wel wetende dat het niet gemakkelijk was, om de groote Heeren te naderen, den +portier in het <i>Latijn</i> aansprak; deze hem niet begrijpende riep den kamerdienaar, en <span class="smallcaps">Rabelais</span> sprak <i>Grieksch</i>; vervolgens kwam de eerste klerk van het secretarij en hij sprak <i>Hebreeuwsch</i>; de Secretaris voorkomende, liet hij zich in het <i>Syrisch</i> hooren; eindelijk kwam de Kanselier zelve, en <span class="smallcaps">Rabelais</span> deed zijne boodschap in het <i>Fransch</i>, met bijvoeging van de reden, waarom hij met zooveel taalgeleerdheid voor den dag was gekomen, waar over de Minister dan +ook hartelijk lagchte. + +</p> +<p>Daar de plaatsen op de gewone postwagens reeds besproken waren, zelfs voor den volgenden dag, (want de aanstaande krooningsplegtigheden +te <i>Parijs</i>, trekken daar nog al nieuwsgierigen naar toe) bleef mij niets overig, dan met een fourgon van de <i>Velocifères</i><a id="d0e16488src" href="#d0e16488" class="noteref">2</a> <a id="d0e16499"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16499">537</a>]</span>te vertrekken. Hoe ongaarne ik dit ook deed, om dat dit rijtuig niet over <i>Orleans</i> maar over <i>Chartres</i> rijdt, besloot ik ’er echter nog te meêr toe, omdat het weder zeer regenachtig was, en het zich niet liet aanzien, dat ik +veel in de omstreken van <i>Tours</i> zou kunnen wandelen, indien ik daar nog al een paar dagen was gebleven. Ook wilde ik toch wel eens met die nieuwe rijtuigen +reizen, hoe weinig verwachting ik ’er ook, zoo dra ik dezelve maar gezien heb, van had, en in dat denkbeeld nog dagelijks +bevestigd werd. Ik betaalde in de <i>cabriolet</i> van de <i>fourgon</i><a id="d0e16515src" href="#d0e16515" class="noteref">3</a>, die even zoo gemakkelijk is als die van de <i>Velocifères</i> zelve, van <i>Tours</i> tot <i>Parijs</i> voor iedere plaats £ 39–:–:. Wij vertrokken tegen den middag, omdat ’er den <a id="d0e16536"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16536">538</a>]</span>vorigen dag reeds iets aan het rijtuig gebroken was, dat hier hersteld moest worden, anders had het ’s morgens zeer vroegtijdig +al moeten vertrekken. + +</p> +<p>De landstreek een eindje buiten <i>Tours</i>, over de hoogte en door het dorp <i>Monneye</i>, is zeer eenzelvig, zijnde meest korenakkers, en dus het gezigt niet aangenaam.—Zij schijnt ook niet zeer bevolkt, althans +ik zag ’er zeer weinig woningen; de weg is met opgeworpen keitjes gemaakt; op sommige plaatsen was men daar mede bezig; hij +werd omtrent 1½ voet uitgegraven, in deze groef een bedding van keijen gelegd en vervolgens met kleine keitjes gevuld. De +toegangen van <i>Chateau Regnault</i>, zijn nog al aangenaam; langs den weg heeft men Italiaansche populieren en weilanden. Dit steedje ligt aan het riviertje +<i>le Brenne</i>, 4 posten van <i>Tours</i>; inwendig ziet het ’er slordig en onaangenaam uit, behalve de overblijfsels van een oud Kasteel op eene hoogte gelegen, is +’er nog een ander, dat in veel later tijden schijnt gebouwd te zijn.—De weg wordt slecht, en de landstreek levert niets merkwaardigs +op; ondertusschen begon het donker te worden, en wij kwamen omtrent ten 9 uren te <i>Vendome</i>, waar de Postillon bij het inrijden van de poort ons bijna omver wierp; nu het was ’er ook zeer donker, want lantaarns schijnen +hier in geen gebruik. In de herberg, daar wij afstapten, om het avondmaal te neemen, wachtte men de <i>Velocifère</i> die van <i>Parijs</i> moest komen, nog met het middagmaal; na dat wij gegeten hadden kwam zij eerst <a id="d0e16564"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16564">539</a>]</span>aan. Vele menschen waren hier dronken van den nieuwen wijn, dien men voor twee <i>sols</i> de fles verkocht. <i>Vendome</i> is 7½ post van <i>Tours</i>. Daar wij ’er dien zelfden avond om 11 uren weder van daan reden, zag ik ’er genoegzaam niets van, doch was ’er ook, naar +ik vernam, niet veel bijzonders op te merken. Het is de tweede stad in rang van het Departement <i>Loir</i><a id="d0e16577src" href="#d0e16577" class="noteref">4</a> <i>et Cher</i>, en aan de eerstgenoemde kleine rivier gelegen. Zij bevat ruim 6200 inwoners. Men maakt ’er veel handschoenen voor <i>Parijs</i>, en eenige wollen stoffen; het omliggende landschap <i>Vendomois</i> genaamd is vrij vruchtbaar in granen en eenig ooft; de wijnen die ’er geteeld worden dienen genoegzaam alleen voor het gebruik +van de bewoners. Gelukkig was het nog al sterrelicht en de weg werd beter. Daar het rijtuig zoo lang over zijn tijd uitbleef, +sliepen de postillons overal, en de Conducteur, die voor de eerstemaal deze reis deed, had veel moeite, om ze op te zoeken, +het geen onze reis ook nog vertraagde. De dageraad begon aantebreken, toen wij den 9<sup>den</sup> dezer te <i>Chateaudun</i>, 5 posten van <i>Vendome</i>, aankwamen; men verwisselde daar weder van paarden, en toen wij wegreden was het volkomen licht, dat mij vermaak deed, om +dat ’er dit stadje gnap uitziet. De markt, waarop het Raadhuis staat, is een fraaije plaats, en zoo wel als eenige straten +vrij regelmatig aangelegd; <a id="d0e16606"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16606">540</a>]</span>ook vernam ik, dat ’er 60 à 70 jaren geleden een groot gedeelte van <i>Chateaudun</i> afgebrand zijnde, hetzelve sedert nieuw is opgebouwd. Daar deze landstreek vruchtbaar is in koren, drijft dit stadje daar +in veel handel. Het is op een rotsachtige hoogte gelegen; van die hoogte, even buiten hetzelve, heeft men een schoon gezigt +op de omliggende vlakte, waar de <i>Loir</i> slingerende doorloopt. (Dit stadje is het eerste aan dezen kant in het Departement <i>l’Eure et Loir</i>.) Wat verder kwamen wij over een fraaije steenen brug over die rivier de Loir; de gelegenheid is hier schilderachtig, vooral +wanneer de eerste stralen der zon zich over hetzelve verspreiden; eene schoone en uitgestrekte vlakte doet zich vervolgens +op, en na een eind door dezelve gereden te hebben, eene fraaije beplanting, een Kasteel en eenige buitenplaatsen. Ongeveer +om 8 uren kwamen wij aan het steedje <i>Bonneval</i>, mede aan de <i>Loir</i> aangenaam gelegen; doch het ziet ’er naar en bouwvallig uit. De weg, die vrij goed is, loopt aanhoudend door eene uitgestrekte +vlakte met korenakkers, hier en daar is hij beplant, en men ziet aan beide kanten verscheidene dorpen, vervolgens na eenige +uren voortgereden te zijn, vertoonde zich van verre de Hoofdkerk van <i>Chartres</i>, met twee spitse torens pralende, en digter genaderd zijnde, leverde die, met de verdere huizen en gebouwen van die stad, +geen onaardig gezichtje op, zoo als gij uit de bijgaande afteekening zien zult. Wij kwamen ’er omtrent 11 uren voor den middag +aan, want <a id="d0e16626"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16626">541</a>]</span>onze postillons hadden nog al vrij wel gereden, (<i>Chartres</i> is 6 posten van <i>Chateaudun</i>) en stapten af aan het <i>Hotèl du grand Monarque</i>, over een van de stads poorten; hier moesten wij het middagmaal houden. Dit Hotèl ziet ’er van buiten zeer wel uit, doch +het eten beantwoordde ’er niet aan. Naauwelijks had ik den tijd, om even in de stad te gaan. Nu ’er is ook weinig bijzonders +te zien. Het koor van de <i>St. Andréas</i> Kerk staat op een gewelf daar het riviertje <i>l’Eure</i> onder doorspoelt, en wordt door Bouwkundigen als iets merkwaardigs beschouwd. Deze stad is oud en ziet ’er ook wel ouderwets +uit. Men meent te moeten veronderstellen, dat zij haren oorsprong aan de <i>Druïden</i>, naar welke ook het naburig stadje <i>Dreux</i> genoemd werd, verschuldigd is. Thans is zij de Hoofdplaats van het Departement <i>l’Eure et Loir</i>, en bevat omtrent 15,000 inwoners. Zij drijven veel handel in graan; men maakt ’er ook eene soort van serges, en de pasteijen +van <i>Chartres</i> zijn zeer beroemd; vooral te <i>Parijs</i> wordt daar veel werk van gemaakt. Buiten de poort bij het Hotèl, waar ik gegeten had, was op een terras eene gemeene wandeling, +maar zij scheen nog niet lang geleden beplant; behalve dat <span id="d0e16658" class="corr" title="Bron: Hotél">Hotèl</span> staat hier digt bij nog een ander, dat ’er niet minder goed uitziet; de voorname herbergen en uitspanningen zijn aan dezen +kant, want de groote weg loopt niet door de stad, maar hier voorbij.—<span class="smallcaps">Hendrik</span> de IV. werd hier in 1594 gekroond. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/viii009.jpg" alt="Chartres."><p class="figureHead">Chartres.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Om één uur reden wij verder door een landstreek, <a id="d0e16670"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16670">542</a>]</span>meestal met korenakkers, en langs een’ weg over hoogtens en laagtens, die hier en daar nog al aangename gezigten opleveren, +tot het steedje <i>Maintenon</i>, 2¼ post van <i>Chartres</i>, waar wij van paarden verwisselden. Dit plaatsje is aangenaam gelegen, ’er is een aanzienlijk Kasteel, voorheen het verblijf +van de beruchte bijzit van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV., welke denzelfden naam voerde<a id="d0e16681src" href="#d0e16681" class="noteref">5</a>. Die verkwistende Vorst liet hier ook een <i>Aquaduc</i> bouwen, om het water van het riviertje <i>l’Eure</i> naar de vijvers en fonteinen van <i>Versailles</i> te geleiden; men ziet ’er nog de aanzienlijke overblijfsels van achter en ter zijde van het Kasteel. In 1686 werd ’er een +kampement van krijgsvolk bij <i>Maintenon</i> gelegd, om aan deze <i>Aquaduc</i> te helpen maken<a id="d0e16708src" href="#d0e16708" class="noteref">6</a>. Dit Kasteel is met breede grachten vol water omringd, de omstreken aangenaam beplant en lommerijk. Een eindje weegs buiten +dit plaatsje, komt men op den grooten straatweg over <i>Versailles</i> naar <i>Parijs</i>, en nu wordt <a id="d0e16717"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16717">543</a>]</span>men, behalve den goeden weg, zeer wel gewaar, dat men de voormalige Hofplaats van <i>Frankrijk</i> nadert. De breede weg is aan beide zijden aangenaam en regelmatig beplant, en in een schoon landschap ziet men hier en daar +fraaije buitenplaatsen. Eer wij te <i>Epernon</i> kwamen, en gelukkig niet ver van daar, ontdekten wij, dat de onderriemen, waarop het rijtuig hing, bijna geheel gebroken +waren; voorzigtig rijdende, bragten wij het echter nog tot dat plaatsje; doch hier zeide ons de Conducteur, dat wij verpligt +zouden zijn, om den nacht over te blijven, terwijl het rijtuig hersteld werd, in plaats van door te rijden, om nog denzelfden +nacht te <i>Parijs</i> te komen, zoo als het oogmerk was. Daar ik geen haast had, was mij dit ongeval gansch niet onaangenaam, want nu had ik tijd, +om dit plaatsje en de aangename omstreken te zien, zijnde het pas 4½ uur na den middag; daarenboven kon ik hier eene behoorlijke +nachtrust genieten, en den volgenden dag de aangename landstreek, die wij nog door te reizen hadden, beschouwen. De omstreken +van <i>Epernon</i>, het laatste steedje van het Departement <i>l’Eure et Loir</i> aan dezen kant, en juist op de grenzen van hetzelve gelegen, zijn allerliefst; het is 3¼ post van <i>Chartres</i> gelegen, en nu waren wij nog 7½ post van <i>Parijs</i>. Inwendig ziet het ’er ook nog al welvarende uit. Men was ’er drok bezig met wijn te persen, in een groot gebouw, voor een +soort van wijnpakhuis gemaakt; en daar men ’er niet gierig was op een dronk, deden eenige lieden, en zelfs aankomende <a id="d0e16740"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16740">544</a>]</span>jongens, ’er zich ter deeg aan tegoed<a id="d0e16742src" href="#d0e16742" class="noteref">7</a>, en begonnen regt lustig te worden. Een jongen op een ton gezeten, een vrij dik man, die de hoogte al begon te krijgen, tegen +dezelve leunende, en anderen die nog bezig waren met buizen, dit alles zou aan den <i>Antwerpschen</i> schilder <span class="smallcaps">Jordaens</span>, een goed model voor een Bacchusfeest opgeleverd hebben: hij had ’er slechts eenige half naakte vrouwlieden bijtevoegen. + +</p> +<p>Bij dit steedje, aan den kant waar het kleine riviertje, <i>l’Ouille</i> genaamd, stroomt, ziet men groene beemden, die met eenige woeste rotsen daar bij liggende, een aardige tegenstrijdigheid +opleveren. Van andere hoogtens hieromstreeks heeft men ook aangename en schilderachtige gezigten, waartoe het boschachtige +van de landstreek, hier en daar, niet weinig bijdraagt. + +</p> +<p>Het avondmaal en de ligging was vrij goed, vooral voor den matigen prijs van £ 2–10-: de persoon, en hier voor had ik ’s avonds +nog vuur op mijn kamer gehad. + +</p> +<p>Den 10 dezer, met het opgaan van de zon, en <a id="d0e16763"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16763">545</a>]</span>het aanbreken van een’ heerlijken herfstmorgen, vertrokken wij van <i>Epernon</i>. De Conducteur, een <i>Elzasser</i>, was een van de geschiktsten, dien ik op reis ontmoet heb. Deze zeer ongerust zijnde dat hij ongenoegen over het lang uitblijven +zou hebben, (want zonder verdere ongelukken zou het wel 24 uren over den gewonen tijd zijn) beloofde ik hem, om benevens mijn +bediende, verklaringen dienaangaande te zullen geven<a id="d0e16771src" href="#d0e16771" class="noteref">8</a>, het geen ik des te gereder deed, omdat deze rijtuigen, hoewel gemakkelijker en gezwinder gaande dan de gewone postwagens, +veel te ligt en digt zijn, en alzoo bloot staan om gedurig te breken; vooral, wanneer de wegen niet allerbest zijn; de reizigers +worden ’er dus maar aan gewaagd. Dagelijks gebeuren ’er ongelukken met die <i>Velocifères</i>, zoo als ik daar van onderweg verscheidene voorvallen gehoord heb, en nog schijnt men dienaangaande geen genoegzame maatregelen +te gebruiken<a id="d0e16783src" href="#d0e16783" class="noteref">9</a>. Wat baat het toch, of men al gemakkelijk zit, als men naderhand door een val verminkt wordt, of een ander ongemak krijgt, +en wat helpt <a id="d0e16795"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16795">546</a>]</span>het, of men op weg zijnde al gezwind rijdt, als men daarna verpligt is om zich eenige uren optehouden, terwijl het rijtuig +gemaakt wordt. Ondertusschen is deze nieuwe uitvinding zeer wel voor verbetering vatbaar, zij behoeven slechts steviger gemaakt +te worden; doch dan worden zij zwaarder en hebben dus een paard meêr noodig, en hier bij vindt de baatzucht haar rekening +niet. Ik voor mij, reizende, om optemerken en te beschouwen, verkies dan, behalve om de opgenoemde redenen, de gewone postwagen, +juist omdat zij minder gezwind gaan, en men den tijd heeft om zich hier en daar optehouden; zelfs verkies ik ze, vooral in +<i>Frankrijk</i>, boven een eigen rijtuig, zoo als ik u in een mijner eerste brieven gezegd heb, en in welk gevoelen ik meêr en meêr ben bevestigd +geworden. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/viii010.jpg" alt="Rambouillet."><p class="figureHead">Rambouillet.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De weg van <i>Epernon</i> naar <i>Rambouillet</i> is allerverrukkelijkst; hij loopt over eenige nog al steile hoogtens, door een schilderachtig landschap. Eer men aan het +laatstgenoemde plaatsje komt, ziet men aan de linkerhand een digt bosch, waarin eenige vrij zware opgaande elzen; onder de +sombere schaduw was een waterplas; hier en daar hingen de takken tot op het water; de stijve kunst had hier de natuur niet +ontsierd, alles stond zoo regt onregelmatig en bevallig door elkanderen, het was juist in den smaak van de teekeningen van +<span class="smallcaps">Waterlo</span>. Vervolgens heeft men een fraai gezigt op het Kasteel van <i>Rambouillet</i>, den grooten vijver en schoone bosschen van hetzelve. Men komt voorbij verscheidene <a id="d0e16818"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16818">547</a>]</span>goede en aangenaam gelegen buitenverblijven tot aan het Posthuis, dat ook een fraai gebouw is, en hier bevonden wij, dat ’er +wederom wat aan het rijtuig moest hersteld worden. Voor mij kon dat niet gelukkiger uitvallen; ik hield mij dan niet lang +op, om te ontbijten, maar ging met een stuk in de hand wandelen.—ô! welk een verrukkelijk oord!<a id="d0e16820src" href="#d0e16820" class="noteref">10</a> Omtrent achter het Posthuis is eene wandeling onder acacia-boomen, en langs de boorden van een’ grooten vijver. Van daar +heeft men een schoon gezigt op het kasteel en de bosschen bij hetzelve. Eenige stukken rots, die boven het water uitsteken, +hoewel zeer natuurlijk, zijn daar dunkt mij door de kunst geplaatst. Aan een’ anderen kant zag ik de overblijfsels, naar het +scheen, van het een of ander gedenkteeken, denkelijk in het begin van de omwenteling afgebroken. Bijna over het Posthuis is +een heuvel met denneboomen beplant. Het stadje zelve ziet ’er ook welvarende uit. Daar het raadhuis, dat van buiten een fraai +aanzien heeft, openstond, ging ik ’er in, en vond den muur of het behangsel van de Raadzaal nog beschilderd met de beeldtenissen +van <span class="smallcaps">Brutus, Porsenna, Mucius Scevola</span> en eenige anderen—men ziet anders het borstbeeld <a id="d0e16826"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16826">548</a>]</span>van Keizer <span class="smallcaps">Napoléon</span>, op vele diergelijke plaatsen. Van <span class="smallcaps">Brutus</span> sprekende, teweten van <span class="smallcaps">Lucius Junius Brutus</span>, en niet van het hoofd eener zamenzwering onder de <i>Romeinen</i>, die den dolk durfde stooten in de borst van <span class="smallcaps">Cæsar</span>, herinner ik mij de schoone versen, waarin <span class="smallcaps">Voltaire</span> ook dit stuk geschreven heeft, en onder anderen de eerste regels<a id="d0e16846src" href="#d0e16846" class="noteref">11</a>. En diergelijke stukken werden lang voor de omwenteling gespeeld en gelezen. Van binnen zag ’er dit Raadhuis ook vrij wel +uit. Op de plaats voor hetzelve werd eene verkooping van hout aangekondigd, <i>in de Bosschen van den Keizer</i>, zoo als ik ook op de verkoopingscelen las;—eenige lieden merkten aan, dat die bosschen nog niet lang geleden <i>Nationale Bosschen</i> genaamd werden, en schenen over die verandering niet zeer gesticht.—Denkelijk waren het Jakobijnen of zulk soort van volk, +want wie zou anders aan een held, aan wien men de oppermagt over het geheele land in handen heeft gegeven, eenige bosschen +willen onthouden. + +</p> +<p>Op het Kasteel schenen militairen te leggen, zij moeten daar een aangenaam verblijf hebben. Dit Kasteel behoorde voorheen +aan den Hertog <span class="smallcaps">De Penthièvre</span>, die Heer was van <i>Rambouillet</i>; het is een ouderwetsch maar aanzienlijk gebouw, bij hetzelve staan nog eenige andere fraaije gebouwen. +<a id="d0e16864"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16864">549</a>]</span></p> +<p>Den Conducteur gewaarschuwd hebbende, wandelde ik verder den grooten weg op, zij is aan beide zijden met zware boomen, die +dezelve beschaduwen, beplant, en maakt daar door een schoone laan, die vrij lang is. Aan de regterhand heeft men akkerland, +en aan de linker niet dan schoone bosschen<a id="d0e16867src" href="#d0e16867" class="noteref">12</a>. Het hout staat hier zoo tierig, dat het een lust is, om te zien, en ik kan wel zeggen, dat ik op mijn geheele reis, naar +mijn zin, geen aangenamer oord aangetroffen heb dan dit, en begrijp niet, hoe menschen, die nog al smaak schijnen te hebben, +en die het aan geen geldmiddelen hapert; dit verblijf althans voor ’s zomers niet boven de veelal bedompte straten van <i>Parijs</i> verkiezen. + +</p> +<p>Na omtrent 1½ uur met zeer veel genoegen gewandeld te hebben, werd ik eerst het rijtuig gewaar, men had het weder zoo wat +gelapt; ik stapte ’er op, en wij sukkelden voort. De landstreek is aanhoudend zeer aangenaam, en vrij wel bevolkt. De weg +is op veel plaatsen met appelen- en peren-boomen beplant. Welhaast naderden wij de schoone toegangen van <i>Versailles</i>, welke plaats met de omstreken van dien, ik reeds naauwkeurig gezien had, en waarvan ik u in ’t vervolg misschien het een +en ander zal mededelen; gelijk ook over <i>Parijs</i> en verdere omliggende plaatsen: Mijne gehouden aanteekeningen gedurende een verblijf van ruim twee jaren in deze <a id="d0e16884"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16884">550</a>]</span>stad, zullen mij daar nog al eenige stof toe kunnen opleveren. + +</p> +<p>Bij het inkomen van <i>Versailles</i> doorsnuffelden de Commisen aan de <i>barrière</i> het rijtuig, doch ik behoefde mijne koffer niet te openen. Deze stad is 3¾ post van <i>Rambouillet</i>, en 2¼ post van <i>Parijs</i>. + +</p> +<p>Tot bij <i>Sevres</i>, waar de bekende porcelein-fabriek is, bleef ik nog op het rijtuig, doch daar de voornaamste riemen gebroken waren, en het +genoegzaam alleen op de burrie rustte, verkoos ik van daar naar <i>Parijs</i> te wandelen, stellig voornemende, om zoo lang de <i>Velocifères</i><a id="d0e16910src" href="#d0e16910" class="noteref">13</a> niet verbeterd worden, niet meêr met dezelven te reizen. Omstreeks vijf uren kwam ik hier aan, na eene afwezigheid van 3 +maanden min weinige dagen; hebbende in dien tijd de schoonste reis gedaan, die ’er in <i>Frankrijk</i> te doen is<a id="d0e16919src" href="#d0e16919" class="noteref">14</a>, en zoo ik meen op de geschikste en min kostbaarste wijze. Op de nieuwste kaart der postwegen (<i>routes de postes</i>) die ik hier bijvoeg, zult gij naauwkeurig de weg kunnen zien die ik gereden <a id="d0e16934"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16934">551</a>]</span>heb, behalve in de <i>Cevennes</i> en een gedeelte van de <i>Pyreneën</i><a id="d0e16941src" href="#d0e16941" class="noteref">15</a>. + +</p> +<p>Van hier weet ik u niets bijzonders te zeggen dan dat men vele en kostbare toebereidselen voor het aanstaande krooningsfeest +maakt.—Omtrent 1000 jaren na den zoogenaamden <span class="smallcaps">Carolus Magnus</span>, krijgt <i>Frankrijk</i> dan weder een Keizer; en dat na een dan meêr dan min Republikeinsch bestuur van omtrent 12 jaren. De <i>Parijsenaars</i> die, zoo als ik U reeds gezegd heb, veel van kwinkslagen houden, zeggen daaromtrent hunne aardigheden. Velen hebben zich +over deze verandering van zaken verwonderd, ondertusschen is dezelve lang te voorzien geweest, en ik herinner mij zeer wel +van reeds omtrent 2½ jaar geleden daar van <a id="d0e16967"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16967">552</a>]</span>hier te hebben hooren spreken, en eenige uwer stadgenooten, die zich toen hier bevonden, zullen zich zulks ook wel herinneren. + +</p> +<p>Welk een geluk echter voor het menschdom, indien de nieuwe Keizer ons spoedig eenen bestendigen Vrede kon bezorgen; ons Vaderland +moet dien hoog noodig hebben.—Hier wordt men niet gewaar, dat het oorlog is. Vaarwel! + + + + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16385" href="#d0e16385src" class="noteref">1</a></span> Ik zag te <i>Tours</i> een soort van uitroeper, aankondigende, dat ’er bij N.N. nieuwe wijn te koop was; hij had een fles van dien wijn in de hand, +en liet ieder der voorbijgangers, die het begeerde, daar van proeven. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16488" href="#d0e16488src" class="noteref">2</a></span> <i>Velocifères</i> zijn nieuw uitgevonden rijtuigen, veel ligter, en dus gezwinder gaande, dan die welke men gewoonlijk gebruikt; de naam komt +dan ook van het <i>Fransche</i> woord <i>Velocite</i>, gezwindheid, snelheid; jammer is het, dat ’er de stevigheid aan ontbreekt.—Nu dat ziet men wel eens meêr van Fransch werk. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16515" href="#d0e16515src" class="noteref">3</a></span> De <i>Fourgon</i> is het rijtuig waarin de koffers enz. van de reizigers geladen worden, want men kan die niet met zich op de <i>Velocifère</i> nemen; deze <i>Fourgon</i> rijdt dan vooruit of komt achter aan, zoo als heden het geval is. Dit rijtuig hangt of staat ook op veeren, en voor en achter +zijn afzonderlijke plaatsen voor reizigers, doch de achterste zijn naar ik vernam niet zeer gemakkelijk; voor aan zit men +zeer goed. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16577" href="#d0e16577src" class="noteref">4</a></span> <i>Le Loir</i> is weder een andere en kleinere rivier dan <i>le Loire</i>, die voorbij <i>Tours</i> enz. stroomt. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16681" href="#d0e16681src" class="noteref">5</a></span> Deze bijzit werd opperste van de Abdij <i>St. Cyr</i>, die in 1686 in de nabijheid van <i>Versailles</i> gesticht werd. Als men opmerkt, hoe men ook in <i>Frankrijk</i> met de Roomsche Religie heeft omgesprongen, verwondert men zich niet dat velen ’er in dat Land zoo weinig waarde aan hechten. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16708" href="#d0e16708src" class="noteref">6</a></span> De soldaten werden dan aan een werk ten dienste van het Hof gebruikt. Zou men ze bij ons in vredestijd niet op eene betere, +en voor het algemeen nuttige wijze kunnen te werk stellen, in het doen bewerken van onze heiden en woeste gronden? +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16742" href="#d0e16742src" class="noteref">7</a></span> De nieuwe wijn gold hier ook niet meêr dan 2 <i>sols</i> de fles. Op sommige plaatsen, waar wij doorgekomen waren, te afgelegen zijnde voor den handel, bood de eigenaar van wijngaarden +aan, om, indien men hem eenige nieuwe wijnvaten wilde geven, men daarvoor de helft met wijn gevuld weder terug kon krijgen; +zoodat de vaten daar meerder waard waren dan de wijn. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16771" href="#d0e16771src" class="noteref">8</a></span> Ondertusschen wachtten de reizigers te <i>Parijs</i> naar hun <i>bagage</i>. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16783" href="#d0e16783src" class="noteref">9</a></span> Een reisgenoot te <i>Bordeaux</i> gebleven zijnde, en van daar 14 dagen na mij te <i>Parijs</i> per <i>Velocifère</i> terug gekomen, is ’er onder weg ook al wat aan gebroken, zoodat zij verpligt geweest zijn om zich eenigen tijd op te houden, +nacht en dag vervolgens door te rijden, en nog kwamen zij lang over hun tijd aan. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16820" href="#d0e16820src" class="noteref">10</a></span> Zie hier eene juiste afteekening van een gedeelte van hetzelve, gaarne wilde ik ’er u meêr van laten zien; doch om al de schoone +gezigten, die men hier aantreft, afteteekenen, zou een bekwaam schilder of teekenaar nog al eenigen tijd werk hebben. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16846" href="#d0e16846src" class="noteref">11</a></span> <i>Destructeurs de Tirans, vous qui n’avez pour Rois Que les Dieux de Numa, vos vertus, et nos loix, etc.</i></p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16867" href="#d0e16867src" class="noteref">12</a></span> De bosschen van <i>Rambouillet</i> zijn ruim 7000 morgen groot. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16910" href="#d0e16910src" class="noteref">13</a></span> De boeren en andere lieden, op vele plaatsen daar wij doorkwamen, noemden ze <i>les Lucifers</i>, en waarlijk zij verdienen dikwijls dien naam, om het ongemak dat zij den reizenden veroorzaken. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16919" href="#d0e16919src" class="noteref">14</a></span> Wanneer het niet zoo laat in het jaar geweest was, had ik echter de <i>Loire</i> tot <i>Nantes</i> nog afgevaren, hoewel de boorden van die rivier aan dien kant juist het fraaiste niet zijn, en vervolgens langs een gedeelte +der kusten en over <i>Rouen</i> terug gekomen. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16941" href="#d0e16941src" class="noteref">15</a></span> Op reis heb ik, zoo als gij gezien heb, juist geen bijzondere gevallen gehad, doch hier, van het bureau van de <i>Velocifères</i> naar huis gaande, en op de <i>Pont Neuf</i> komende, greep mij een man bij den kraag, en gelaste mij om met hem naar het eerste wachthuis (<i>Corps de Garde</i>) te gaan, een tweede kwam terstond aan mijn andere zijde; ik verzocht dat men mij los zou laten, daar ik gewillig mede wilde +gaan; dit geschiedde dan ook, en ik werd tusschen die twee lieden naar het wachthuis op de <i>Pont Neuf</i> geleid; een Politie-Commissaris vroeg mij, daar naar mijn paspoort of dergelijke; van de reis komende, had ik dit bij mij, +zoodra de Commissaris het ingezien, en mij van het hoofd tot de voeten bekeken had, zeî hij, dat het goed was en ik heen kon +gaan, zonder echter eenige verontschuldigingen wegens dien verkeerden aanslag te maken; want naar ik merkte, had men mij voor +een ander, van wien men denkelijk het signalement had, genomen. +</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="back"> +<div class="div1"> +<h2>Iets voor Reizigers bijzonder in Frankrijk.</h2> +<p>Die reizen wil, moet zich aan geene vaste gewoontens binden, op dat hij ’er van moetende afgaan, daar door niet lijde. Hij +moet zich niet aan het gemak gewennen, om het ongemak minder te gevoelen. Vooral moet hij zich door zijn’ smaak in het gebruik +van spijzen niet laten regeren, om aanhoudend met smaak te kunnen eten, en denken, dat een geregt, hoewel vreemd en ongewoon, +echter goed en gezond kan zijn, en dit laatste is wel het voornaamste. Matigheid is altijd, doch vooral op reis aanteprijzen, +omdat ongesteldheid op dezelve vooral lastig is. +<a id="d0e16978"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16978">554</a>]</span></p> +<p>Als men niet duur betalen wil, moet men, al is men zelfs rijk, den grooten Heer niet spelen. + +</p> +<p>Men moet van niets gebruik maken, zonder vooraf omtrent den prijs een beding te hebben gemaakt, en laten het niet op de bescheidenheid +van een voerman, schipper, waard of waardin aankomen, om niet onbescheiden behandeld te worden. Ik betaalde in <i>Frankrijk</i> in mijn herberg zelden iets anders dan een kamer, het middag- en somwijlen het avondmaal, waarvan ik den prijs te voren wist; +mijn ontbijt, en dat ik verder tusschen beide wilde gebruiken, nam ik in een Koffijhuis, zoo dat ik altijd mijn eigen rekening +kon maken. + +</p> +<p>Lieden, die men ontmoet, en niet genoegzaam kent, moet men niet ligt zijn vertrouwen schenken, of zeggen wie men is, wat men +doet, waar men van daan komt, waar men naar toegaat, enz. om niet bedrogen te worden. De <i>Franschen</i> vooral zijn doorgaans zeer vriendelijk en voorkomende, doch de goede trouw hapert ’er dikwijls aan, bijzonder te <i>Parijs</i>; zoogenaamde pligtplegingen met bloote pligtplegingen te beantwoorden, zonder verder te gaan, tot dat men de menschen door +en door kent, (en dat gaat met vele <i>Franschen</i> niet gemakkelijk) is dan wel het voorzigtigste. + +</p> +<p>Die in <i>Frankrijk</i> reizen wil, moet vooral maken, dat hij ter deeg met de taal te regt kan. In <i>Duitschland</i>, <i>Holland</i> en elders, spreekt men, vooral in de steden, nog andere talen dan de landtaal; maar in <a id="d0e17008"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17008">555</a>]</span><i>Frankrijk</i>, behalve in het <i>Duitsch</i> en <i>Vlaamsch</i> gedeelte, verstaat men doorgaans niet anders dan <i>Fransch</i> of hier en daar <i>Patois</i>, waar aan de vreemdeling althans niets heeft. + +</p> +<p>De afstanden der plaatsen worden gewoonlijk bij posten en bij gemeene <i>Fransche</i> mijlen van 25 in een graad gerekend; een post is ten naastenbij twee mijlen, en een mijl nagenoeg drie kwartier gaans; het +volks gebruik moet men echter hier omtrent ook in acht nemen, en zich niet verbeelden, dat indien men in <i>Provence</i>, <i>Languedoc</i>, enz. naar de weg vraagt, en men van mijlen (<i>lieues</i>) spreekt, men daar door afstanden van 3/4 uurs verstaat, het zijn daar wel groote uren; men onderscheid daarom in <i>Frankrijk</i> de mijlen in <i>lieues de poste</i> en <i>lieues du païs</i><a id="d0e17046src" href="#d0e17046" class="noteref">1</a>. + +</p> +<p>De postwagens, die ik in <i>Frankrijk</i> heb aangetroffen, hingen allen op riemen, en zijn vrij gemakkelijk; in het binnenste gedeelte (als een koets) is plaats voor +6 menschen, 3 voor uit en 3 achter uit rijdende; in de <i>cabriolet</i> of voorste gedeelte (als een kap-chais) plaatsen zich 2 personen, benevens den Conducteur, en boven op het gehemelte van +de koets, (<i>l’imperiale</i> genaamd) daar een vierkante mand op staat, kunnen nog eenige menschen liggen; in deze mand wordt ook <i>bagage</i> geladen, zoo wel als in de groote mand achter op. De plaatsen, binnen in zijn het duurste, die van de <i>cabriolet</i> (die echter in den zomer en om het gezigt en om de luchtigheid verkieslijk <a id="d0e17066"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17066">556</a>]</span>zijn) wat minder, en op de <i>Imperiale</i> het goedkoopste. De vracht binnen in komt ten naasten bij tegen 30 <i>Fransche</i> stuivers per post uit, somtijds iets meêr. De wegen zijn over het algemeen vrij goed in <i>Frankrijk</i>. + +</p> +<p>De geldspecie in <i>Frankrijk</i> bestaat, de oude munt in dubbelde <i>Louis d’Ors</i> van 48, en enkelde van 24 <i>Livres</i>, stukken van 6 <i>Livres</i>, (<i>écus de 6 Francs</i>) en van 3 <i>Livres</i>, <i>petits écus</i> genaamd, voorts zilveren stukjes van 24, 12 en 6 stuivers, (een <i>Livre</i> doet 20 <i>Fransche</i> stuivers) de oude koperen munten zijn 1½, 1, ½ en ¼ stuiver; de halve stuiverstukjes noemt men <i>pièces de deux liards</i>, en de vierde deelen <i>un liard</i>; de nieuwe munten met den stempel van de Republiek, van den I. Consul <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, of van den Keizer <span class="smallcaps">Napoléon</span>, zijn gouden stukken van 40 en van 20 <i>francs</i>, zilveren van 5, 2, 1, ½ en ¼ <i>franc</i>, als ook van 6 <i>Livres</i>, 30 en 15, en in ’t koper van 2 en 1 stuiver, ten tijde van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XVI., constitutioneele Koning zijnde, geslagen. Van koper heeft men stukken van 10, 5, en 1 <i>centime</i>; een <i>franc</i> doet 100 <i>centimes</i>, en 5 <i>centimes</i> worden voor een stuiver gerekend. De <i>francs</i> hebben 1¼ ten honderd meêr waarde dan de <i>livres</i>, te weten voor 100 <i>francs</i> krijgt men 101 <i>livres</i> en 5 stuivers, en dus voor iedere <i>franc</i> 20 stuivers, en een oordje (<i>liard</i>); ook zijn ’er te <i>Parijs</i> bankbriefjes van 500, 1000, 2000 en meêr <i>francs</i> in omloop. De ’s Lands kassen betalen en ontvangen niet anders dan volgens de berekening van <i>francs</i>, anders telt men nog meest <a id="d0e17169"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17169">557</a>]</span>bij <i>livres</i>. Men moet in <i>Frankrijk</i>, aangaande het geld zeer omzigtig zijn, omdat ’er veel valsch of besnoeid onderloopt; de dubbelde en enkelde <i>Louis d’Ors</i> moet men niet anders dan toegewogen ontfangen; en bij lieden die men niet kent, ze zelf en met zijn eigen goudschaaltje wegen. +De stukken van 6 <i>Livres</i> zijn ook dikwijls te ligt, en die van 3 <i>Livres</i> 24, 12 en 6, veel afgesleten zijnde, moet men niet ontfangen als ’er de stempels niet zigtbaar op zijn. + +</p> +<p>Als men in de voorname steden van <i>Frankrijk</i>, bijzonder te <i>Parijs</i>, wat koopen wil, moet men niet verlegen zijn, om de helft, en somtijds twee derde van het geen gevraagd wordt, aftedingen; +vooral wanneer iemand de taal niet volkomen magtig zijnde, men ligtelijk aan hem kan bespeuren, dat hij een vreemdeling is; +zij zullen u op hun eer en geweten verzekeren, dat het hun meêr kost, enz. doch eindelijk zult gij het voor het geen gij geboden +hebt toch krijgen. Ik vind dit al heel verachtelijk, ondertusschen is men ’er bij ons ook niet geheel vrij van. Terwijl de +nieuwe maten en gewichten nog niet zeer algemeen worden gebruikt, zal ik daar van niet spreken. + +</p> +<p>Behalve eene naauwkeurige landkaart, raad ik ook ieder reiziger, om alvorens hij op reis gaat zich van een goede <i>Itineraire</i> te voorzien, en zoo die niet te bekomen is, ’er zelfs een zamen te stellen, door het maken van uittreksels uit de beste schrijvers. +Een opmerkzaam reiziger moet ook altijd papier <a id="d0e17199"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17199">558</a>]</span>en potlood bij zich hebben, om kortelijk, al wat hem maar eenigzins merkwaardig voorkomt, op te teekenen; ’s avonds ziet hij +dat na, en schrijft het, zoo hij tijd heeft, over. + +</p> +<p>Veel geld mede te nemen is lastig; men staat aan toevallen bloot, waardoor men het kwijt, en alzoo in de uiterste verlegenheid +kan raken, ’t is daarom veel verkieslijker, dat men zich van kredietbrieven op goede huizen van Koophandel of diergelijken, +in de onderscheiden plaatsen, daar men zich eenigen tijd denkt op te houden, voorziet. + +</p> +<p>Vooral in de Provincien<a id="d0e17205src" href="#d0e17205" class="noteref">2</a> treft men onder de <i>Franschen</i> ook zeer hupsche en gedienstige menschen aan, en die ’er zich een genoegen van maken, om een vreemdeling te regt te helpen +en van dienst te zijn. + +</p> +<p>De herbergen in <i>Frankrijk</i>, als men ’er wat aan gewoon is, zijn in het algemeen vrij goed. De luchtgesteldheid is ’er over het geheel genomen gezond, +en de Politie in het verhinderen van grove ongeregeldheden zeer naauwkeurig; men hoort ’er dan slechts zeldzaam van onveiligheid +der wegen, en deze drie opgenoemde artikels zijn voor een reiziger ook al van zeer belang. + +</p> +<p>Hoewel de wijn een voornaam voortbrengsel van dit land is, zal dezelve den meesten onzer landslieden <a id="d0e17230"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17230">559</a>]</span>in hetzelve reizende, niet zeer bevallen, doch daar het de voorname, en op vele plaatsen genoegzaam de eenigste drank is behalve +het water, mengt men ze daar gewoonlijk mede. + +</p> +<p>De roos was van ouds het zinnebeeld der schoonheid, jonge reizigers zullen echter weldoen, van zich, in <i>Frankrijk</i> bijzonder, gedurig te herinneren, dat ’er de rozen met scherpe doornen verzeld zijn. + +</p> +<p>Om zich met lieden, die men niet zeer van nabij kent, in staatkundige gesprekken in te laten, is in dit land ook zeer onvoorzigtig, +daar de Politie, zoo als ik reeds gezegd heb, zeer naauwkeurig is, heeft zij natuurlijkerwijze ook zeer veel verspieders, +en deze bevinden zich schier op alle plaatsen en in alle gezelschappen, in bedelaars gewaad, in een livereirok, zoo wel als +in een geborduurd of gegalonneerd kleed. Mannen en Vrouwen, Heeren en Dames, kortom, menschen uit alle standen laten zich +daar toe gebruiken.—Een ieder wachte zich dan voor schade. + + + + +<a id="d0e17239"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17239">560</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e17046" href="#d0e17046src" class="noteref">1</a></span> Postmijlen, en mijlen van de landstreek. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e17205" href="#d0e17205src" class="noteref">2</a></span> Buiten <i>Parijs</i> noemt men in <i>Frankrijk</i> het overige land <i>Province</i>, en als men van de hoofdstad naar de een of andere plaats gaat, zegt men <i>je vais en Province</i>. +</p> +</div> +</div> +<div class="div1 index"> +<h2>Bladwijzer der Voornaamste Plaatsen en Zaken.</h2> +<div class="transcribernote"> +<div style="text-align: center"><a href="#d0e17245">A</a> | <a href="#d0e17428">B</a> | <a href="#d0e17732">C</a> | <a href="#d0e18013">D</a> | <a href="#d0e18073">E</a> | <a href="#d0e18133">F</a> | <a href="#d0e18170">G</a> | <a href="#d0e18258">H</a> | <a href="#d0e18322">I</a> | <a href="#d0e18377">J</a> | <a href="#d0e18405">K</a> | <a href="#d0e18432">L</a> | <a href="#d0e18674">M</a> | <a href="#d0e19162">N</a> | <a href="#d0e19273">O</a> | <a href="#d0e19357">P</a> | <a href="#d0e19519">R</a> | <a href="#d0e19598">S</a> | <a href="#d0e19707">T</a> | <a href="#d0e19960">V</a> | <a href="#d0e20114">W</a> | <a href="#d0e20141">Y</a></div> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e17245">A.</h3> +<p><span class="smallcaps">Abate</span> (<span class="smallcaps">Nocolo del</span>), schilder van het Kasteel te <i>Ancy le Franc</i>, bl. <a href="#d0e619">14</a>. + +</p> +<p><i>Aiguillon</i> (het steedje), bl. <a href="#d0e13681">448</a>. + +</p> +<p><i>Aisy-sur-Amrancon</i>. IJzersmelterijen van <span class="smallcaps">Buffon</span> aldaar, bl. <a href="#d0e660">15</a>. + +</p> +<p><i>Aix</i> (De stad) derzelver ouderdom, bl. <a href="#d0e4666">147</a>. Hoofdkerk aldaar, bl. <a href="#d0e7319">237</a>. Olij daar omstreeks vallende, bl. <a href="#d0e7346">238</a>. Wandelplaats en warme fontein, bl. <a href="#d0e7371">239</a>. Het groot spel der Duivelen aldaar, bl. <a href="#d0e7394">240</a>. <span class="smallcaps">Tournefort</span> aldaar geboren, ib. + +</p> +<p><i>Agen</i> (De stad) bl. <a href="#d0e13519">443</a>. Wijen en sergies van dat plaatsje, ib. Geboorteplaats van <span class="smallcaps">J.J. Scaliger</span>, bl. <a href="#d0e13519">443</a>. + +</p> +<p><i>Albigensen</i> (Moord der) te <i>Bezier</i>, bl. <a href="#d0e9988">325</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Amyot (Jacques)</span> zie <i>Melun</i>. + +</p> +<p><i>Ancone</i> (Omstreek van het Dorpje) bl. <a href="#d0e3536">112</a>. + +</p> +<p><i>Ancy le Franc</i> (het stadje) bl. <a href="#d0e600">13</a>. + +</p> +<p><i>Angoulême</i> (De stad) hoe gelegen, bl. <a href="#d0e15640">507</a>. <i>Place de la Comedie</i>, ib. Fraaije wandelingen, bl. <a href="#d0e15672">508</a>. Volkrijkheid, bl. <a href="#d0e15704">509</a>. + +</p> +<p><i>Astafford</i> (Het steedje) bl. <a href="#d0e13456">441</a>. + +</p> +<p><i>Aubagne</i> (Het stadje) bl. <a href="#d0e6172">196</a>. Geboorteplaats van <span class="smallcaps">Barthelemy</span>, bl. <a href="#d0e6221">197</a>. + +</p> +<p><i>Auch</i> (Hoofdkerk te) bl. <a href="#d0e11122">357</a>. Geschilderde glazen aldaar <a id="d0e17386"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17386">561</a>]</span>ib. Stadhuis, Fabrieken enz. bl. <a href="#d0e11159">358</a>. + +</p> +<p><i>Avignon</i> (Omstreken van) bl. <a href="#d0e3779">122</a>. Kloosters, Boekdrukkerijen, bl. <a href="#d0e4035">132</a>. ’t Slot <i>de Dons</i>, bl. <a href="#d0e4355">138</a>. Gelegenheid, ib. Voormaals bloeijende Fabrieken aldaar, bl. <a href="#d0e4479">140</a>. Schouwburg aldaar, bl. <a href="#d0e4502">141</a>. + +</p> +<p><i>Avignonet</i> (Het Dorpje) bl. <a href="#d0e10331">334</a>. + +</p> +<p><i>Aviolles</i> (Het afgebrande Dorpje) bl. <a href="#d0e532">11</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e17428">B.</h3> +<p>Baggerwerktuig te <i>Marseille</i>, bl. <a href="#d0e5463">169</a>. + +</p> +<p><i>Bagnères</i> (Gelegenheid van) bl. <a href="#d0e11419">366</a>. Baden en Frascati, bl. <a href="#d0e11626">376</a>. Oudheden aldaar, bl. <a href="#d0e13025">428</a>. + +</p> +<p><i>Bagnerolles</i> (Bron van) bl. <a href="#d0e11509">369</a>. + +</p> +<p><i>Barbé</i>, (Het eilandje) in de nabijheid van <i>Lyon</i>, bl. <a href="#d0e2092">60</a>. + +</p> +<p><i>Barbezieux</i>, (Het Steedje) bl. <a href="#d0e15583">505</a>. + +</p> +<p><i>Barèges</i>, (Baden van) bl. <a href="#d0e11944">389</a>. + +</p> +<p><i>Baussille</i>, (Het Steedje <i>St</i>) bl. <a href="#d0e9393">301</a>. + +</p> +<p><i>Beaucaire</i>, (Kermis van de Stad) zeer oud, bl. <a href="#d0e7545">244</a>. Oude <i>Romeinsche</i> weg in de nabijheid dier Stad, bl. <a href="#d0e7629">246</a>. + +</p> +<p><i>Beaume</i>, of Grot van <span class="smallcaps">Rolland</span>; zie <i>Marseille</i>. + +</p> +<p><i>Beaune</i>, (Het Stadje) bl. <a href="#d0e1580">44</a>. Inwoners als dom bekend; kwinkslag van <span class="smallcaps">Piron</span> tegen hen, ib. Gasthuis door <span class="smallcaps">N. Rollin</span>, bl. <a href="#d0e1620">45</a>. deszelfs wijn, ib. + +</p> +<p><span class="smallcaps">St. Bernardus</span>, stichter van zeer vele Kloosters, bl. <a href="#d0e1425">40</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Bernis</span>, (Weldadigheid van <span class="smallcaps">F. J. de Pierre de</span>) bl. <a href="#d0e8081">262</a>. + +</p> +<p><i>Bezier</i>, (Het Stadje) bl. <a href="#d0e9925">323</a>. Fraaije ligging, bl. <a href="#d0e9965">324</a>. Hoofdkerk, ib. + +</p> +<p><i>Bordeaux</i>, (De Schouwburg <i>le Théatre de la Gaité</i> te) bl. <a href="#d0e13828">453</a>. <i>Hollandsche</i> opschriften op uithangborden, ib. Melding van een’ <i>Romeinschen</i> Tempel, die bij <i>le Chateau Trompette</i> gestaan heeft, bl. <a href="#d0e13884">454</a>. Protestantsche Kerk, ib. Gemeene wandelplaats, bl. <a href="#d0e13912">455</a>. <i>La place de Liberté</i> aldaar, bl. <a href="#d0e13944">456</a>. De nieuwe Schouwburg, <i>le Théatre Français</i>, bl 457. Kwakzalver en zijne vrouw aldaar, bl. <a href="#d0e14067">460</a>. Liedjeszanger, ib. <i>St. Andreas</i> Kerk, bl. <a href="#d0e14077">461</a>. Aartsbisschoppelijk Paleis, bl. <a href="#d0e14113">462</a>. Aartsbisschoppelijke Tuin, bl. <a href="#d0e14150">463</a>. bewoond door <span class="smallcaps">Charles de la Croix</span>, ib. <i>St. Michiels</i> Kerk. ib. Abdij van het Heilige Kruis, ib. Oud Amphithéater aldaar, bl. <a href="#d0e14179">465</a>. de Beurs, bl. <a href="#d0e14331">470</a>. Nadere beschrijving van den grooten Schouwburg, bl. <a href="#d0e14387">472</a>. <i>St. Juliaans</i> Poort, bl. <a href="#d0e14456">474</a>. Museum, bl. <a href="#d0e14771">483</a>. Merkwaardige Oudheid aldaar gevonden, <a id="d0e17631"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17631">562</a>]</span> bl. <a href="#d0e14813">484</a>. Kabinet van den Heer <span class="smallcaps">Journu-Aubert</span>, bl. <a href="#d0e14855">485</a>. Tivoli bl. <a href="#d0e14907">486</a>. Kerk van <i>St. Seurin</i>, bl. <a href="#d0e14974">488</a>. Vondelinghuis, bl. <a href="#d0e15039">490</a>. <i>École de Commerce</i>, bl. <a href="#d0e15154">493</a>. <i>Chateau du Haa</i>, ib. Marionettenspellen aldaar, bl. <a href="#d0e15227">495</a>. <i>Le Chateau Trompette</i>, bl. <a href="#d0e15260">496</a>. Aangaande wijnen, in die omstreken vallende, bl. <a href="#d0e15314">499</a>. Kerk van <i>St. Dominicus</i>, bl. <a href="#d0e15387">501</a>. Naamsoorsprong van die Stad, ib. In deszelfs nabijheid werd <span class="smallcaps">Michel de Montaigne</span> geboren, bl. <a href="#d0e15440">502</a>. + +</p> +<p><i>Borelly</i> (<i>Chateau</i>) bl. <a href="#d0e7086">231</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Bossuet</span> geboortig van Dyon, bl. <a href="#d0e1128">34</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Bourdon (Sebastiaan)</span> schilder van <i>Montpellier</i>, bl. <a href="#d0e9090">290</a>. + +</p> +<p><i>Bourgondiën</i>, (Begin gemaakt aan het graven van het Kanaal van) bl. <a href="#d0e564">12</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Buffon</span> geboren en begraven te <i>Montbar</i>, bl. <a href="#d0e687">16</a>. +Eenige bijzonderheden van zijn huisselijk leven, ib. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e17732">C.</h3> +<p><i>Cadillac</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e13713">449</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Cailhava</span> te <i>Toulouse</i> geboren, bl. <a href="#d0e10889">349</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Cagnon (de)</span> om het geloof te <i>Lyon</i> verbrand, bl. <a href="#d0e2787">86</a>. +Haar karakter, ib. + +</p> +<p><i>Cagots</i> (Huisgezinnen in de <i>Pyreneën</i>) genoemd, bl. <a href="#d0e12295">401</a>. + +</p> +<p><i>Calembours</i> zeer in gebruik in <i>Frankrijk</i>; voorbeelden derzelve, bl. <a href="#d0e203">3</a>. + +</p> +<p><i>Campan</i>, (Vallei van) bl. <a href="#d0e11681">378</a>. + +</p> +<p><i>Cannat</i>, (Het Dorpje <i>St.</i>) bl. <a href="#d0e4605">145</a>. Oude Mijlpaal der <i>Romeinen</i> daar gevonden, ib. + +</p> +<p><i>Carcassone</i>, (De stad) bl. <a href="#d0e10210">331</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Caseneuve</span>, (Edelmoedig en Menschlievend gedrag van P.H.) staande de pest te <i>Marseille</i>, bl. <a href="#d0e5580">175</a>. + +</p> +<p><i>Castanet</i>, (Het Dorpje) bl. <a href="#d0e10412">337</a> + +</p> +<p><i>Castelnaudary</i> daarbij de kom der Vaart van <i>Languedoc</i>, bl. <a href="#d0e10256">332</a>. beroemd door den slag tusschen <span class="smallcaps">Gaston</span> enz. bl. <a href="#d0e10331">334</a>. + +</p> +<p><i>Citeaux</i>, (Rijkdom der Abdij) bl. <a href="#d0e1324">38</a>. en verdere bijzonderheden dienaangaande, bl. <a href="#d0e1371">39</a>. de verkwisting der Monnikken dier Abdij<span id="d0e17851" class="corr" title="Bron: .">,</span> ib. + +</p> +<p><i>Chalons sur Saone</i> (Eenige bijzonderheden wegens) bl. <a href="#d0e1662">46</a>. Kloosters en Kerken, bl. <a href="#d0e1698">47</a>. bevolking, bl. <a href="#d0e1749">48</a>. + +</p> +<p><i>Chartres</i> (De stad) bl. <a href="#d0e16606">540</a>. Het koor der Kerk, bl. <a href="#d0e16626">541</a>. + +</p> +<p><i>Chateau Regnault</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e16536">538</a>. + +</p> +<p><i>Chateaudun</i> (Het steedje) bl. <a href="#d0e16606">540</a>. + +</p> +<p><i>Chatellerault</i>, (De stad) bl. <a href="#d0e15915">517</a>. fraaije brug aldaar, ib. Messenmakerijen aldaar bl. <a href="#d0e15956">518</a>. + +</p> +<p><i>Clos de Vougeot</i>, Aldaar <a id="d0e17905"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17905">563</a>]</span>wordt wijn van dien naam geteeld, bl. <a href="#d0e1324">38</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Collé</span> <i>la partie de Chasse de</i> <span class="smallcaps">Henri</span> IV. is ontleend uit eene gebeurtenis te <i>Lieursaint</i> voorgevallen, bl. <a href="#d0e151">2</a>. + +</p> +<p><i>Condrieu</i>, (Ligging van het stadje) en bijzonderheden wegens hetzelve, bl. <a href="#d0e3328">104</a>. Maarschalk <span class="smallcaps">de Villars</span> aldaar geboren, bl. <a href="#d0e3355">105</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Cousin (Jean)</span> schilder, geboortig van <i>Soucy</i>, bl. <a href="#d0e443">9</a>. +Zijn beroemd stuk het laatst Oordeel, Noot ib. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Coustou</span> Beeldhouder der Tombe van <span class="smallcaps">Lodewijk Dauphin</span> van <i>Frankrijk</i> te <i>Sens</i>, bl. <a href="#d0e415">8</a>. + +</p> +<p><i>Côte d’Or</i>, (Vruchtbaarheid in wijn van het <span id="d0e17969" class="corr" title="Bron: Departetement">Departement</span>) bl. <a href="#d0e1501">42</a>. + +</p> +<p><i>Côte Roti</i>, (De Heuvel) bl. <a href="#d0e3328">104</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Crebillon</span> geboortig van <i>Dyon</i>, bl. <a href="#d0e1982">54</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Cromwell</span> (Ontmoeting van <span class="smallcaps">Richard</span>) bij den Prins van <span class="smallcaps">Conti</span>, bl. <a href="#d0e9891">322</a>. + +</p> +<p><i>Cuges</i>, (Gelegenheid enz. van) bl. <a href="#d0e6221">197</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e18013">D.</h3> +<p><i>Destugue</i> (<i>la Grotte de</i>) bl. <a href="#d0e11577">373</a>. + +</p> +<p><i>Druïden</i>, (Tempels der) bl. <a href="#d0e16236">529</a>. Naauwkeurige beschrijving derzelven, bl. <a href="#d0e16290">530</a>. + +</p> +<p><i>Dyon</i>, (De stad) bl. <a href="#d0e847">22</a>. Beschrijving van de poort der Vrijheid aldaar, bl. <a href="#d0e889">23</a>. Populierboom en de <i>Jardin d’Arquebuse</i>, ib. de Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e921">24</a>. Heilige Kapel in die Kerk. ib. Kloosters, bl. <a href="#d0e991">26</a>. Paleis van <span class="smallcaps">Condé</span> ib. Koffijhuizen, bl. <a href="#d0e1029">28</a>. het Museum, bl. <a href="#d0e1041">29</a>. Gasthuis, bl. <a href="#d0e1093">32</a>. Voorname Mannen, bl 34. ’t Oude slot—de Bastille van die stad, bl. <a href="#d0e1271">36</a>. Voorkomen der Inwoners en bevolking bl. <a href="#d0e1290">37</a>. Bedrijven en handel, ib. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e18073">E.</h3> +<p><i>Echelle (le Passage de l’</i>) bl. <a href="#d0e12209">398</a>. + +</p> +<p><i>Eguille</i> (Eene Pyramide te <i>Vienne</i> en <i>Dauphiné</i> onder den naam van) bl. <a href="#d0e3328">104</a>. + +</p> +<p><i>Epernon</i> (Omstreken van) bl. <a href="#d0e16717">543</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Erichem</span> (Dr. van) te <i>Bordeaux</i>, bl. <a href="#d0e15004">489</a>. + +</p> +<p><i>Escalette</i>, (De berg) bl. <a href="#d0e11746">381</a>. + +</p> +<p><i>Esprit</i> (Het stadje <i>St.</i>) en vermaarde brug bij hetzelve bl. <a href="#d0e3683">117</a>. Stichting en beschrijving dier Brug, bl. <a href="#d0e3700">118</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e18133">F.</h3> +<p><span class="smallcaps">Ferrier</span> (<span class="smallcaps">du</span>) te <i>Toulouse</i> geboren, bl. <a href="#d0e10889">349</a>. + +</p> +<p><i>Flourance</i>, (Het stadje) bl. <a href="#d0e13286">436</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Florentin</span> (<span class="smallcaps">St.</span>) een der slechtste Hovelingen van <a id="d0e18162"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e18162">564</a>]</span><span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XV. bl. <a href="#d0e564">12</a>. zijn grafschrift, ib. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e18170">G.</h3> +<p>Galeislaven te <i>Toulon</i>, bl. <a href="#d0e6596">210</a>. + +</p> +<p>Galeistraf, wanneer in <i>Frankrijk</i> ingevoerd, bl. <a href="#d0e6604">211</a>. + +</p> +<p><i>Ganges</i> (Vele Protestanten in het steedje) bl. <a href="#d0e9416">302</a>. + +</p> +<p><i>Gard</i>, (<i>Port du</i>) bl. <a href="#d0e8253">266</a>. Waterleiding bij dezelve, ib. + +</p> +<p><i>Gavarnie</i>, (Waterval en Dorp) bl. <a href="#d0e12479">406</a>. + +</p> +<p><i>Gedro</i>, (Het Dorp) bl. <a href="#d0e12321">402</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Geoffredi</span> (De Priester) verbrand, bl. <a href="#d0e7041">229</a>. + +</p> +<p><i>Gimont</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e11105">356</a>. + +</p> +<p><i>Gilles</i>, (Het steedje <i>St.</i>) bl. <a href="#d0e9369">299</a>. + +</p> +<p><i>Givors</i>, (Bijzonderheden van het steedje) bl. <a href="#d0e3285">103</a>. + +</p> +<p><i>Grippe</i> (het Dorp) bl. <a href="#d0e11730">380</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e18258">H.</h3> +<p>Hagedissen overvloedig bij <i>Montpellier</i>, bl. <a href="#d0e8961">285</a>. + +</p> +<p><i>Hautbrion</i> (Wijn van) bl. <a href="#d0e14508">476</a>. + +</p> +<p><i>Haye</i>, (Het steedje <i>la</i>) geboorteplaats van <span class="smallcaps">René Descartes</span>, bl. <a href="#d0e15975">519</a>. + +</p> +<p><i>Hières</i>, Tuinen van Orange en Citroenboomen aldaar, bl. <a href="#d0e6723">215</a>. slechte staat dier stad, bl. <a href="#d0e6781">217</a>. Kasteel aldaar, ib. Eilanden bl. <a href="#d0e6806">219</a>. + +</p> +<p><i>l’Hieris</i>, (Het dal van) of <i>Lheris</i>, bl. <a href="#d0e12978">426</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Hippocrates</span> (Borstbeeld van) te <i>Montpellier</i>, bl. <a href="#d0e9231">295</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e18322">I.</h3> +<p><i>If</i>, (’t Kasteel <i>d’</i>) bl. <a href="#d0e5938">188</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Innocentius</span> de IV. (Paus) bouwt de brug te <i>Lyon</i>, bl. <a href="#d0e2212">65</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Isaure</span> (<span class="smallcaps">Clemence</span>) stichteres der Akademie <i>des Jeux Floraux</i>, bl. <a href="#d0e10810">348</a>. + +</p> +<p><i>Isle</i>, (Het stadje) bl. <a href="#d0e3804">123</a>. + +</p> +<p><i>Isle de Jourdain</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e11082">355</a>. + +</p> +<p>Izard (Beschrijving van een) bl. <a href="#d0e12919">423</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e18377">J.</h3> +<p>Joden (Mishandeling der) te <i>Bezier</i>, bl. <a href="#d0e9965">324</a>. + +</p> +<p><i>Joigny</i>, (De ligging der stad) bl. <a href="#d0e532">11</a>. waarin deszelfs Koophandel bestaat, bl. <a href="#d0e564">12</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Journu Aubert</span>, (Kabinet van schilderijen van den Heer) bl. <a href="#d0e14855">485</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e18405">K.</h3> +<p>Klokkespelen zijn zeer zeldzaam in <i>Frankrijk</i>, bl. <a href="#d0e14113">462</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Knip</span> (Melding van den schilder) en zijne Zuster, bl. <a href="#d0e12802">420</a>. + +</p> +<p>Kwakkels menigvuldig omtrent <i>Marseille</i>, bl. <a href="#d0e7075">230</a>. + + +<a id="d0e18430"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e18430">565</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e18432">L.</h3> +<p><i>Lambesc</i>, (Gelegenheid van het steedje) bl. <a href="#d0e4605">145</a>. + +</p> +<p><i>Landes</i> (de Inwoners van) loopen op stelten, bl. <a href="#d0e15292">497</a>. en verdere bijzonderheden dienaangaande, bl. <a href="#d0e15303">498</a>. + +</p> +<p><i>Languedoc</i>. (<i>Canal de</i>) bl. <a href="#d0e9925">323</a>. Nader berigt deswegens, Noot bl. <a href="#d0e10591">342</a>. + +</p> +<p><i>Lectoure</i>, (Het stadje) bl. <a href="#d0e13342">437</a>. + +</p> +<p><i>Lieursaint</i>, zie <span class="smallcaps">Collé</span>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Longpierre</span> geboortig van <i>Dyon</i>, bl. <a href="#d0e1190">35</a>. + +</p> +<p><i>Lourde</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e12657">413</a>. Kasteel in deszelfs nabijheid, bl. <a href="#d0e12842">421</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Louvois</span> (Streek van zekeren) om aan geld te komen, bl. <a href="#d0e619">14</a>. + +</p> +<p><i>Lucretum</i>, (Plaats van het oude) bl. <a href="#d0e6172">196</a>. + +</p> +<p><i>Lunel</i> (’t Steedje) beroemd om deszelfs wijn, bl. <a href="#d0e8777">279</a>. + +</p> +<p><i>Luz</i> (Het dal) bl. <a href="#d0e12106">395</a>. + +</p> +<p><i>Lyon</i> begravenis aldaar, bl. <a href="#d0e2170">63</a>. de plaats <i>Bellecour</i>, bl. <a href="#d0e2212">65</a>. Brug over de <i>Rhone</i> ib<span id="d0e18542" class="corr" title="Bron: ">.</span> Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e2258">67</a><span id="d0e18547" class="corr" title="Bron: ,">.</span> <i>Palais de Justice</i>, bl. <a href="#d0e2281">68</a>. <i>Quai du Rhone</i>, ib. De brug van <span class="smallcaps">Morand</span>, bl. <a href="#d0e2303">69</a>. de Schouwburg, bl. <a href="#d0e2332">70</a>. Gasthuis, bl. <a href="#d0e2418">73</a>. ’t Gebouw <i>la Charitê</i>, bl. <a href="#d0e2436">76</a>. <i>Théatre des Varietés</i>, bl. <a href="#d0e2449">77</a>. <i>l’Hospice d’Antiquaille</i>, ib. wie de stichter van die stad is, ib. <i>La Place des Martyrs</i>, bl. <a href="#d0e2563">79</a>. overblijfsels van een <i>Romeinschen</i> Schouwburg, ib. kelder onder den naam van <i>Bains des Empereurs</i>, bl. <a href="#d0e2598">80</a>. Kapel van Onze Lieve Vrouw van <i>Fourvières</i>, bl. <a href="#d0e2618">81</a>. <i>la Place de Terreaux</i>, bl. <a href="#d0e2692">84</a>. Stadhuis, ib. de metalen Tafel, waarop de aanspraak van Keizer <span class="smallcaps">Claudius</span> verloren is, bl. <a href="#d0e2745">85</a>. Abdij van <i>St. Pieter</i>, ib. Kerk der <i>Jesuiten</i>, bl. <a href="#d0e2810">87</a>. de Abdij <i>d’Ainai</i> en pilaren in dezelve, bl. <a href="#d0e2817">88</a>. ’t voormalig <i>Karthuizer</i> Klooster, bl. <a href="#d0e2921">93</a>. Fabrieken, bl. <a href="#d0e2952">94</a>. Oudtijds <i>Lugdunum</i> geheeten, bl. <a href="#d0e3048">98</a>. Volkrijkheid, ib. aanzienlijkheid der Geestelijkheid daar ter plaatse, bl. <a href="#d0e3119">99</a>. <span class="smallcaps">Pierre Perrin</span> stichter der <i>Fransche</i> Opera daar geboren, bl. <a href="#d0e3165">100</a>. ook <span class="smallcaps">Coysevox</span> en <span class="smallcaps">de Coustou’s</span> Beeldhouwers en <span class="smallcaps">Joseph Vivien</span>, bl. <a href="#d0e3228">101</a>. Kerkvergaderingen aldaar gehouden, ib. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e18674">M.</h3> +<p><i>Maçon</i>, (Ligging der Stad) bl. <a href="#d0e1873">51</a>, 52. wijn in dien omstreek, bl. <a href="#d0e1947">53</a>. de Bibliotheek der <i>Benedictijner Cluny</i> aldaar, ib. + +</p> +<p><i>Maintenon</i> (Het steedje) bl. <a href="#d0e16626">541</a>. <i>Aquaduc</i> daar aangelegd, bl. <a href="#d0e16670">542</a>. + +</p> +<p><i>Marie</i> (Het dorp <i>St.</i>) bl. <a href="#d0e11730">380</a>. + +</p> +<p><i>Marmande</i> (Het stadje) bl. <a href="#d0e13681">448</a>. +<a id="d0e18719"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e18719">566</a>]</span></p> +<p><i>Marmoutier</i>, (De Abdij) de oudste uit het geheele Westen, bl. <a href="#d0e16103">524</a>. + +</p> +<p><i>Marseille</i>, (De weg van <i>Aix</i> naar) bl. <a href="#d0e4712">148</a>. de Haven, bl. <a href="#d0e4930">150</a>. de Groenmarkt, bl. <a href="#d0e4994">152</a>. <i>le Pavillon Chinois</i>, ib. de Nieuwe Stad<span id="d0e18746" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e5039">153</a>. de Wandelplaats<span id="d0e18752" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e5089">156</a>. Fontein met een beeld van <span class="smallcaps">Homerus</span> en <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, bl. <a href="#d0e5229">162</a>. Handel te <i>Marseille</i>, bl. <a href="#d0e5276">163</a>. Schouwburg, bl. <a href="#d0e5357">166</a> Koffijhuizen, ib. de Berg <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, bl. <a href="#d0e5429">168</a>. Stadhuis en Beurs<span id="d0e18782" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. Spijs en vruchten aldaar, bl. <a href="#d0e5658">178</a>. Vrouwen<span id="d0e18791" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e5778">182</a>, Fort <i>St. Jean</i><span id="d0e18799" class="corr" title="Bron: ">,</span> ib. Tempel van <span class="smallcaps">Diana</span> aldaar, bl. <a href="#d0e5800">183</a>. ’t zoo genaamd Paleis der Roomsche Keizers, bl. <a href="#d0e5829">184</a>. Vischmarkt, ib. Lees-Societeit<span id="d0e18811" class="corr" title="Bron: ">,</span> ib. Kaatsbaan, bl. <a href="#d0e5852">185</a>. Schouwburg, bl. <a href="#d0e5884">186</a>. Abdij van <i>St. Victor</i>, bl. <a href="#d0e5967">189</a>. Protestantsche Kerk, bl. <a href="#d0e6016">191</a>. Baden, bl. <a href="#d0e6049">193</a>. Museum<span id="d0e18832" class="corr" title="Bron: ">,</span> ib. <i>Lyceum</i>, bl. <a href="#d0e6080">194</a>. <i>Beaume</i> of <i>Grot de Rolland</i>, bl. <a href="#d0e6983">225</a>. <i>Chateau Borelly</i>, bl. <a href="#d0e7086">231</a>. Oorsprong dezer stad, bl. <a href="#d0e7134">233</a>. en eenige oudheidkundige bijzonderheden, bl. <a href="#d0e7168">234</a>. gezondheid van klimaat, bl. <a href="#d0e7230">235</a>. + +</p> +<p><i>Marseillaansche</i> Marsch vervaardigd door <span class="smallcaps">Rouget de l’Isle</span>, bl. <a href="#d0e7230">235</a>. + +</p> +<p><i>Martin</i> (Het steedje <i>St.</i>) <i>de Londres</i>, bl. <a href="#d0e9388">300</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Martin</span> (Wonderwerk van het paard aan <span class="smallcaps">St.</span>) geschonken, bl. <a href="#d0e16160">526</a>. + +</p> +<p>Meekrap, zie <i>Morières</i>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Mejan</span>, (Buitenplaats van den Heer)<span id="d0e18907" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e9449">304</a>–309. +zijn kantoor te <i>Ganges</i>, bl. <a href="#d0e9616">315</a>. + +</p> +<p>Melk (Bijzondere wijze van) te koop veilen te <i>Marseille</i>, bl. <a href="#d0e5133">159</a>. + +</p> +<p><i>Melun</i>, (Ligging enz. der stad)<span id="d0e18931" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e281">5</a>. Geboorteplaats van <span class="smallcaps">Amyot</span>, ib. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Menestrier</span>, (Zonderling grafschrift op)<span id="d0e18944" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e1190">35</a>. + +</p> +<p><i>Meursault</i> (’t Dorp) beroemd om deszelfs wijn, bl. <a href="#d0e1662">46</a>. + +</p> +<p><i>Meze</i> (Het Stadje)<span id="d0e18961" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e9786">320</a>. + +</p> +<p><i>Mirande</i>, (Kousenfabriek te)<span id="d0e18971" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e11207">359</a>. + +</p> +<p>Moerbezienboom in <i>Frankrijk</i> ingevoerd, bl. <a href="#d0e3553">113</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Monnoye</span> (<span class="smallcaps">la</span>) geboortig van <i>Dyon</i>, bl. <a href="#d0e1128">34</a>. + +</p> +<p><i>Montagnac</i>, (Het stadje)<span id="d0e19002" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e9786">320</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Montaigne</span> (<span class="smallcaps">Michel de</span>) te <i>Bordeaux</i> geboren, bl. <a href="#d0e15440">502</a>. + +</p> +<p><i>Monthar</i> (Stadje en Kasteel)<span id="d0e19025" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e687">16</a>. Verdere gelegenheid van hetzelve, bl. <a href="#d0e747">18</a>. + +</p> +<p><i>Montbazon</i> (Het steedje)<span id="d0e19038" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e16036">521</a>. + +</p> +<p><i>Montelimar</i>, (Gelegenheid der Stad)<span id="d0e19048" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e3553">113</a>. daar omstreeks de eerste Moerbeziënboom geplant, ib. + +</p> +<p><i>Montereau</i>, (Ligging van het stadje) deszelfs Brug enz.<span id="d0e19058" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e338">6</a>. + +</p> +<p><i>Montlieu</i>, (Het steedje)<span id="d0e19068" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e15583">505</a>. + +</p> +<p><i>Montpellier</i>, <i>Esplanade</i> aldaar, <a id="d0e19081"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e19081">567</a>]</span>bl. <a href="#d0e8804">280</a>. Waterkasteel<span id="d0e19086" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e8833">281</a>. <i>La Place du Peyrou</i>, bl. <a href="#d0e8833">281</a>. Aquaduc, bl. <a href="#d0e8899">283</a>. Werktuig ter bevochtiging van den grond in de nabijheid van <i>Montpellier</i>, bl. <a href="#d0e8961">285</a>. Protestantsche Kerk aldaar, bl. <a href="#d0e8997">287</a>. de Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e9024">289</a>. Schilderstuk van <span class="smallcaps">Simon</span> <i>den Toovenaar</i> door <span class="smallcaps">Bourdon</span>, ib. Schouwburg, bl. <a href="#d0e9112">291</a>. wolle en waschbleekerijen, ib. Parfumeurs, bl. <a href="#d0e9145">292</a>. Fakulteit der Geneeskunde aldaar, bl. <a href="#d0e9162">293</a>. Fontein ter eere van den Maarschalk <span class="smallcaps">de Castries</span>, bl. <a href="#d0e9655">317</a>. Beurs aldaar, ib. koperrood en <i>Cremor Tartari</i> worden aldaar gemaakt, bl. <a href="#d0e9685">318</a>. voorname en beroemde mannen, bl. <a href="#d0e9732">319</a>. + +</p> +<p><i>Morières</i> (In de omstreken van) groeit Meekrap, bl. <a href="#d0e4004">131</a>. + +</p> +<p>Muzijk (Over de) in <i>Frankrijk</i> en het zingen van het gemeen, bl. <a href="#d0e4542">142</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e19162">N.</h3> +<p><i>Narbonne</i> (De stad) oudtijds <i>Narbo Martius</i>, bl. <a href="#d0e10061">327</a>. Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e10116">328</a>. + +</p> +<p><i>Nismes</i>, (Amphithéater te) bl. <a href="#d0e7709">248</a>–252. Tempel van <span class="smallcaps">Cajus Cæsar</span> <i>Maison Carrée</i> geheeten, bl. <a href="#d0e7832">253</a>. <i>Temple de Diane</i>, bl. <a href="#d0e7879">254</a>. Vloeren en <i>Mosaïque</i>, bl. <a href="#d0e7927">256</a>. Luchtgesteldheid aldaar, bl. <a href="#d0e7979">258</a>. Arenden van wit marmer, bl. <a href="#d0e8000">260</a>. Stadhuis, bl. <a href="#d0e8017">261</a>. Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e8210">264</a>. <i>Esplanade</i> aldaar, bl. <a href="#d0e8374">270</a>. Bibliotheek en Kabinet, bl. <a href="#d0e8398">271</a>. Oudheden<span id="d0e19226" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e8414">272</a>. de schilder <span class="smallcaps">Renaud</span> daar geboren, ib. Protestantsche Kerk aldaar<span id="d0e19235" class="corr" title="Bron: ">,</span> ib. <i>Porte de France</i> en <i>Porte de Rome</i>, bl. <a href="#d0e8457">273</a>. Oudheid en Geschiedenis dier stad, bl. <a href="#d0e8503">275</a>. <span class="smallcaps">Jean Nicot</span> aldaar geboren, bl. <a href="#d0e8723">278</a>. + +</p> +<p><i>Nuijs</i> of <i>Nuits</i> (Het stadje) om deszelfs wijn beroemd<span id="d0e19263" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e1425">40</a>, versje op die stad, bl. <a href="#d0e1477">41</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e19273">O.</h3> +<p><i>Office</i> (<i>l’</i>) <i>des Foux</i>, Kerkdienst der Gekken, een boek voorheen te <i>Sens</i> bewaard, bl. <a href="#d0e443">9</a>. + +</p> +<p><i>Ollioules</i> (<i>Les Gorges des</i>)<span id="d0e19298" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e6342">201</a>. + +</p> +<p><i>Orange</i>, (Stad en Prinsdom)<span id="d0e19308" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e3722">120</a>. + +</p> +<p><i>Orgon</i>, (Het stadje)<span id="d0e19318" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e4585">144</a>. daarbij <i>le Canal de Boiselin</i>, bl. <a href="#d0e7432">241</a>. + +</p> +<p><i>Ormes</i>, (Het Kasteel <i>les</i>)<span id="d0e19337" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e15956">518</a>. + +</p> +<p><i>Ossone</i>, (<i>le Val d’</i>)<span id="d0e19350" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e12417">405</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e19357">P.</h3> +<p><span class="smallcaps">Paul</span>, een <i>Fransche</i> Zeeheld, zijne nedrigheid, bl. <a href="#d0e6925">222</a>. + +</p> +<p><i>Pesenas</i> (Het stadje)<span id="d0e19373" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e9840">321</a>. +<a id="d0e19379"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e19379">568</a>]</span></p> +<p><span class="smallcaps">Petrarcha</span> en <span class="smallcaps">Laura</span> (Eenige bijzonderheden wegens)<span id="d0e19387" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e3884">127</a>. Noot. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Photin</span> (<span class="smallcaps">St.</span>) eerste Bisschop van <i>Lyon</i>, bl. <a href="#d0e2513">78</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Picard</span> vervaardiger van een Tooneelstuk <i>le Collateralou la Diligence à Joigny</i>, bl. <a href="#d0e532">11</a>. + +</p> +<p><i>Pierre Cise</i> Staatsgevangenis van <span class="smallcaps">Cincq-Mars</span> en <span class="smallcaps">de Thou</span>, bl. <a href="#d0e2112">61</a>. + +</p> +<p><i>Pierrefitte</i>, (Het Dorp)<span id="d0e19433" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e12753">418</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Piron</span> geboortig van <i>Dyon</i>, bl. <a href="#d0e1128">34</a>. + +</p> +<p><i>Poitiers</i>, (De stad) bl. <a href="#d0e15769">511</a>. Oudheden aldaar, bl. <a href="#d0e15786">512</a>. Wandeling aldaar, bl. <a href="#d0e15830">513</a>, de Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e15850">514</a>. Schouwburg, bl. <a href="#d0e15876">515</a>. + +</p> +<p><i>Pomare</i> (Het Dorp) beroemd om den wijn, bl. <a href="#d0e1662">46</a>. + +</p> +<p><i>Pont sur Yonne</i>, (Gelegenheid van het stadje)<span id="d0e19479" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e382">7</a>. + +</p> +<p><i>Pragnères</i> (het dorpje)<span id="d0e19489" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e12258">400</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Puget</span> (Borstbeeld ter eere van) te <i>Marseille</i> opgerigt, bl. <a href="#d0e5133">159</a>. +eenige bijzonderheden hem betreffende, bl. <a href="#d0e5192">161</a>. + +</p> +<p><i>Pyreneën</i>, (Eerste gezigt der)<span id="d0e19512" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e11207">359</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e19519">R.</h3> +<p><span class="smallcaps">Rabelais</span>, (Tabbaard van)<span id="d0e19525" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e9231">295</a>. +op welk een wijze hij een Minister te spreken krijgt, bl. <a href="#d0e16423">536</a>. + +</p> +<p><i>Rambouillet</i> (De stad) en deszelfs fraaije gelegenheid<span id="d0e19538" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e16818">547</a>. Stadhuis aldaar, ib. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Rameau</span> geboortig van <i>Dyon</i>, bl. <a href="#d0e1190">35</a>. + +</p> +<p><i>Remy</i>, (Gelegenheid van <i>St.</i>)<span id="d0e19561" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e7478">242</a>. + +</p> +<p><i>Riotti</i>, (Ligging van het Dorp)<span id="d0e19571" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e2042">58</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Rivals</span>, (Schilderij van <span class="smallcaps">Antoine</span>) zie <i>Toulouse</i>. + +</p> +<p><i>Roulet</i>, (Het steedje)<span id="d0e19591" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e15624">506</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e19598">S.</h3> +<p><i>Saussa</i> (<i>Cascade</i>)<span id="d0e19607" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e12388">404</a>. + +</p> +<p><i>Sauveur</i> (Ligging van <i>Sint</i>)<span id="d0e19620" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e12169">396</a>. + +</p> +<p>Schorpioen (Beet van den) te <i>Marseille</i> niet vergiftig, bl. <a href="#d0e7274">236</a>. + +</p> +<p><i>Semur</i>, (Ligging van het stadje)<span id="d0e19638" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e747">18</a>. + +</p> +<p><i>Sens</i>, (Ligging der stad) Hoofdkerk; begraafplaats van <span class="smallcaps">Lodewijk Dauphin</span> van <i>Frankrijk</i>, bl. <a href="#d0e415">8</a>. Oudheden, bl. <a href="#d0e443">9</a>. Geschiedk. bijzonderheden, ib. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Serre le Peintre</span> schilder van <i>Marseille</i>, bl. <a href="#d0e5580">175</a>. +zijn gedrag ten tijde der pest, ib. + +</p> +<p><i>Sambernon</i> (Het Kasteel) en bijzondere aflooping van het water op hetzelve, bl. <a href="#d0e761">19</a>. + +</p> +<p><i>Sorèse</i>, (Het <i>Pensionat</i> te)<span id="d0e19684" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e10331">334</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Spaendonck</span> (<span class="smallcaps">van</span>) een <i>Nederlandsch</i> Bloemschilder te <i>Parijs</i>, bl. <a href="#d0e14604">479</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e19707">T.</h3> +<p><span class="smallcaps">Talma</span> (De Acteur) en zijne vrouw, bl. <a href="#d0e14407">473</a>. + +</p> +<p><i>Tarasco</i>, (De stad) zoo genoemd <a id="d0e19720"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e19720">569</a>]</span>naar een <i>Grieksch</i> woord, bl. <a href="#d0e7478">242</a>. Processie met een draak op <i>St. Martha’s</i> dag, bl. <a href="#d0e7516">243</a>. + +</p> +<p><i>Tarbes</i>, (De stad) bl. <a href="#d0e11333">363</a>. derzelver gelegenheid en oudheid, bl. <a href="#d0e11366">364</a>. + +</p> +<p><i>Terrines</i> (De uitvinders van de) <i>de Nerac</i>, bl. <a href="#d0e13600">445</a>. + +</p> +<p><i>Thain</i> (Omstreeks) groeit de Hermitage-wijn, bl. <a href="#d0e3394">108</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Thomas</span> sterft in de armen van den Bisschop <span class="smallcaps">Montaset</span>, bl. <a href="#d0e3165">100</a>. + +</p> +<p><i>Tolosa</i>, (Oude stad) bl. <a href="#d0e10766">347</a>. + +</p> +<p><i>Tonnerre</i>, (Ligging van het stadje), bl. <a href="#d0e564">12</a>. + +</p> +<p><i>Tonneins</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e13630">446</a>. + +</p> +<p><i>Toulon</i>, Stadhuis en Vrijheidsbeeld aldaar, bl. <a href="#d0e6429">204</a>. Fort <i>de la Malgue</i> in de nabijheid dier stad, bl. <a href="#d0e6469">205</a>. <span class="smallcaps">Joubert</span> aldaar begraven, bl. <a href="#d0e6509">206</a>. Kerk <i>St. Louis</i>, bl. <a href="#d0e6544">207</a>. het Arsenaal, bl. <a href="#d0e6580">208</a>. <i>Jardin des Plantes</i>, bl. <a href="#d0e6687">214</a>. getal van Inwoners, bl. <a href="#d0e6884">221</a>. + +</p> +<p><i>Toulouse</i>, (Straten van) bl. <a href="#d0e10487">339</a>. Hoofdkerk aldaar, ib. Aartsbisschoppelijk Paleis, ib. Kapitool, bl. <a href="#d0e10520">340</a>. de staat der schilderijen van <span class="smallcaps">Antoine Rivals</span> op het Kapitool, bl. <a href="#d0e10520">340</a>. Schouwburg, bl. <a href="#d0e10624">343</a>. fraaije brug over de <i>Garonne</i>, ib. Het Hospitaal <i>St. Jakob</i>, bl. <a href="#d0e10667">344</a>. Korenmolen van buitengewone grootte, ib. Kerk van <i>St. Sernin</i>, bl. <a href="#d0e10692">345</a>. Kerk der <i>Karthuizers</i> ib. ’t Stads Museum, bl. <a href="#d0e10723">346</a>. Schilderij van <span class="smallcaps">A. Rivals</span> in ’t Museum, ib. wandelingen, bl. <a href="#d0e10766">347</a>. ’t Parlement, bl. <a href="#d0e10810">348</a>. <i>Academie des jeux Floraux</i>, bl. <a href="#d0e10810">348</a>. mannen van geleerdheid daar geboren, bl. <a href="#d0e10889">349</a>. handel van die stad, ib. grafkelder aldaar van een bijzondere eigenschap, bl. <a href="#d0e10956">350</a>. + +</p> +<p><i>Tournon</i> (Het steedje) bl. <a href="#d0e3394">108</a>. + +</p> +<p><i>Tournus</i> (Fraaije brug te) bl. <a href="#d0e1825">50</a>. + +</p> +<p><i>Tours</i>, (Ligging der stad) bl. <a href="#d0e16050">522</a>. fraaije brug aldaar, ib. de landstreken leveren vele pruimen op, bl. <a href="#d0e16103">524</a>. waarschijnlijk <i>Romeinsche</i> overblijfsels aldaar, bl. <a href="#d0e16160">526</a>. Aartsbisdom, ib. Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e16185">527</a>. Tempel der Druïden, bl. <a href="#d0e16209">528</a>. hoedanig bebouwd, en aanleg van nieuwe straten, bl. <a href="#d0e16366">534</a>. een straat aldaar naar <span class="smallcaps">Agnes Sorel</span> genaamd, bl. <a href="#d0e16391">535</a>. + +</p> +<p><i>Tramésaigues</i>, (Waterval van) bl. <a href="#d0e11758">382</a>. + +</p> +<p><i>Trevoux</i>, (Ligging van) bl. <a href="#d0e2063">59</a>. <i>Journal et Dictionaire</i> aldaar door de Jesuiten geschreven, ib. + +</p> +<p><i>Tricherie</i>, (Het Dorp) bl. <a href="#d0e15915">517</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e19960">V.</h3> +<p><i>Valence</i>, (Ligging der stad) bl. <a href="#d0e3438">109</a>. het hart van Paus <span class="smallcaps">Pius</span> den VI. wordt aldaar <a id="d0e19972"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e19972">570</a>]</span>in een looden kistje bewaard bl. <a href="#d0e3493">110</a>. + +</p> +<p><i>Vaudevilles</i>, (Oorsprong der) bl. <a href="#d0e13784">452</a>. + +</p> +<p><i>Vaucluse</i>, (Het dorpje) bl. <a href="#d0e3847">125</a>. bron van <i>Vaucluse</i>, bl. <a href="#d0e3956">128</a>. <i>Romance du Rivage de Vaucluse</i>, bl. <a href="#d0e4081">133</a>. + +</p> +<p><i>Velocifères</i>, een nieuwe soort van rijtuigen, bl. <a href="#d0e16499">537</a>. gebreken aan dezelve, bl. <a href="#d0e16795">546</a>. + +</p> +<p><i>Velours d’Utrecht</i> wordt te <i>Sens</i> gefabriceerd, bl. <a href="#d0e494">10</a>. + +</p> +<p><i>Vendome</i>, aldaar worden vele handschoenen gemaakt, bl. <a href="#d0e16564">539</a>. + +</p> +<p><i>Vergi</i>, (Het Kasteel) bl. <a href="#d0e1501">42</a>. + +</p> +<p><i>Vienne</i> en <i>Dauphiné</i>, (Ligging en bijzonderheden van) bl. <a href="#d0e3285">103</a>. + +</p> +<p><i>Vigan</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e9416">302</a>. + +</p> +<p><span class="smallcaps">Villars</span> (Edelmoedig en menschlievend gedrag van) bij gelegenheid van den <i>St. Barthels</i>-moord, bl. <a href="#d0e7947">257</a>. + +</p> +<p><i>Villefranche</i>, (Gelegenheid van) bl. <a href="#d0e10373">335</a>. + +</p> +<p><i>Villeneuve-la Guyard</i>, (Het stadje) bl. <a href="#d0e382">7</a>. + +</p> +<p><i>Villeneuve sur Yonne</i>, (Het stadje) bl. <a href="#d0e494">10</a>. + +</p> +<p><i>Vitteaux</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e761">19</a>. + +</p> +<p><i>Viviers</i>, (Fraaije ligging van) bl. <a href="#d0e3629">115</a>. + +</p> +<p><i>Vivonne</i> (Het steedje) bl. <a href="#d0e15769">511</a>. + +</p> +<p><i>Vollenai</i> (’t Dorpje) deszelfs wijnen beroemd, bl. <a href="#d0e1620">45</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e20114">W.</h3> +<p>Waterhorologien te <i>Sens</i> vervaardigd, bl. <a href="#d0e494">10</a>. + +</p> +<p>Wijnoogst, (Beschrijving van den) bl. <a href="#d0e14456">474</a>. + +</p> +<p>Woudduiven (Wijze van) vangen bij <i>Bagnères</i>, in <i>la Foret de Gerde</i>, bl. <a href="#d0e13063">429</a>. + + + +</p> +</div> +<div class="div2"> +<h3 id="d0e20141">Y.</h3> +<p><span class="smallcaps">Young</span> (Het graf van de Dochter van) te <i>Montpellier</i>, bl. <a href="#d0e9262">296</a>. ontwerp van een gedenkteeken nog onuitgevoerd, bl. <a href="#d0e9301">297</a>. + + + + + +</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<p>De Platen in dit Stuk te plaatsen, als volgt: + + +</p> +<div class="table"> +<table width="100%"> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Barèges </td> +<td valign="top">tegen over bl. </td> +<td valign="top" class="alignright">398</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Waterval van Gavarnie </td> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">406</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Kleeding der Bergbewoners </td> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">420</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Schouwburg van Bordeaux </td> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">471</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Oude steen te Bordeaux gevonden </td> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">484</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De Boeren van Landes </td> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">498</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Poitiers </td> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">516</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Chartres </td> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">540</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Rambouillet </td> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">546</td> +</tr> +</table> +</div><p> + + +</p> +</div> +<div class="div1"> +<p>De volgende Drukfeilen aldus te verbeteren: + + +</p> +<div class="table"> +<table style="font-size: 80%;" width="100%"> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Bl. 1 </td> +<td valign="top">Reg. </td> +<td valign="top" class="alignright"> 7 </td> +<td valign="top"><i>staat</i> 14 <i>lees</i> 16 +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 3 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 6 </td> +<td valign="top">—— plaats —— plaats had,</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 8 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 4 </td> +<td valign="top">—— klokkespel —— klokkegelui</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 11 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">10 </td> +<td valign="top">—— de brug —— deze brug</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 25 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 2 </td> +<td valign="top">—— met —— men</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 53 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">24 </td> +<td valign="top">—— Benedictijner —— Benedictijners</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 54 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">16 </td> +<td valign="top">—— uitgegaan —— gisteren uit de schuit gegaan</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 55 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">16 </td> +<td valign="top">—— niet —— niets</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 58 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">24 </td> +<td valign="top">—— besloten —— besloot</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 63 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">23 </td> +<td valign="top">—— wat —— was</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 71 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top"> 1 der Noot </td> +<td valign="top">—— de ——die</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 87 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">24 </td> +<td valign="top">—— die welke —— dat hetwelk</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 89 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 7 </td> +<td valign="top">—— het een —— na het een</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 111 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 7 </td> +<td valign="top">——. Het —— het</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top"> </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 9 </td> +<td valign="top">—— is zeer oud —— Zij is zeer oud</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">13 </td> +<td valign="top">—— als op —— als of</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 135 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top">19 der Noot </td> +<td valign="top">—— <i>croira</i> —— <i>croirois</i></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 138 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">24 </td> +<td valign="top">—— verlegde —— vestigde</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 143 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">17 </td> +<td valign="top">—— vermakelijk —— gemakkelijk</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 192 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 1 </td> +<td valign="top">—— beromed —— beroemd</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 208 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">14 </td> +<td valign="top">——; tegen ——. Tegen</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 220 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">30 </td> +<td valign="top">—— men was nog —— men was hier aan dat nieuwe eerteeken nog</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 236 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 5 </td> +<td valign="top">—— en lang —— lang</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 5 </td> +<td valign="top">—— schorpioen —— schorpioenolij</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 244 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">14 </td> +<td valign="top">—— <i>sous</i> —— <i>sou</i></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 251 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">29 </td> +<td valign="top">—— ’er —— en</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 257 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">11 </td> +<td valign="top">—— <i>Gange Lion</i> —— <i>Gange, Lion</i></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 261 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top">13 der Noot </td> +<td valign="top">—— <span class="smallcaps">saillir</span> —— <span class="smallcaps">jaillir</span></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 262 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">19 </td> +<td valign="top">—— hetzelve —— dezelve</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 274 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">14 </td> +<td valign="top">—— gelokt, door —— gelokt door</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 276 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 1 </td> +<td valign="top">—— <span class="smallcaps">Bres</span> —— <span class="smallcaps">Bref</span></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top"> 1 der Noot </td> +<td valign="top">—— <span class="smallcaps">Bres</span> —— <span class="smallcaps">Bref</span></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 278 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">22 </td> +<td valign="top">—— <span class="smallcaps">Freville</span> —— <span class="smallcaps">Treville</span></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 279 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">31 </td> +<td valign="top">—— hoewel —— en hoewel</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 280 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 1 </td> +<td valign="top">—— zijn; want —— zijn, want</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 290 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">11 </td> +<td valign="top">—— <i>Maquelone</i> —— <i>Maguelone</i></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 317 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">25 </td> +<td valign="top">——, en tusschen —— ’er tusschen</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 318 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">14 </td> +<td valign="top">—— <i>Maquelone</i> —— <i>Maguelone</i></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 326 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 1 </td> +<td valign="top">—— hebben —— heeft</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 6 </td> +<td valign="top">—— wortel-, van —— wortels van</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 333 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 5 </td> +<td valign="top">—— <i>St. Terriol</i> —— <i>St. Ferriol</i></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 346 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">26 </td> +<td valign="top">—— met zeer —— met zeer veel</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 347 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">17 </td> +<td valign="top">—— dat men —— die men</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 351 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">21 </td> +<td valign="top">—— ’er —— en</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 358 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">18 </td> +<td valign="top">—— stad —— hooge stad</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 364 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 2 </td> +<td valign="top">—— des luchtiger —— des te luchtiger</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 394 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">19 </td> +<td valign="top">—— zeer belang —— zeer veel belang</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 399 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">20 </td> +<td valign="top">—— regterhand —— linkerhand</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 401 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">10 </td> +<td valign="top">—— meer —— weêr</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 416 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 4 </td> +<td valign="top">—— Met —— Men</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 422 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 1 </td> +<td valign="top">—— met zes muilezels en met —— met zes muilezels met</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">10 </td> +<td valign="top">—— maar zeer redelijk —— maar redelijk</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 425 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 1 </td> +<td valign="top">—— geklauterd hebben —— geklauterd te hebben</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 445 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 1 </td> +<td valign="top">—— andere grootere —— andere en grootere</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 458 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top"> 4 der Noot </td> +<td valign="top">—— geregten —— gevegten</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 470 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright"> 5 </td> +<td valign="top">—— valt ’er van —— valt van</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 537 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top"> 4 der Noot </td> +<td valign="top">—— <i>velocite</i> —— <i>velocité</i></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 542 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">14 </td> +<td valign="top">—— om aan deze —— om deze</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 548 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top"> 1 der Noot </td> +<td valign="top">—— <i>de Tirans</i> —— <i>des Tirans</i></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> 558 </td> +<td valign="top" class="alignright">—— </td> +<td valign="top" class="alignright">24 </td> +<td valign="top">—— zeer belang —— zeer veel belang</td> +</tr> +</table> +</div><p> + + + + + + + +</p> +<div class="figure"><a href="images/viii011h.gif"><img border="0" src="images/viii011.gif" alt="Kaart van Frankrijk verdeeld in Departementen ter opheldering der Reis."></a><p class="figureHead">Kaart van Frankrijk verdeeld in Departementen ter opheldering der Reis.</p> +</div><p> + + +</p> +</div> +</div> +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> +<h3>Beschikbaarheid</h3> +<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopieeren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org + +</p> +<p>This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give +it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.org + +</p> +<h3>Codering</h3> +<p>Dit bestand is in de oude spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te +moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn hersteld. +</p> +<p>Hoewel in dit werk laag liggende aanhalingstekens openen worden gebruikt, zijn deze gecodeerd met “.</p> +<h3>Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>14-JAN-2007 begonnen.</li> +</ul> +<h3>Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%"> +<tr> +<th>Plaats</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e707">Bladzijde 17</a></td> +<td width="40%">In</td> +<td width="40%">in</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1639">Bladzijde 45</a></td> +<td width="40%">ws</td> +<td width="40%">was</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1746">Bladzijde 47</a></td> +<td width="40%">daar</td> +<td width="40%">waar</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1757">Bladzijde 48</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2109">Bladzijde 60</a></td> +<td width="40%">daar</td> +<td width="40%">waar</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2189">Bladzijde 63</a></td> +<td width="40%">wat</td> +<td width="40%">was</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2246">Bladzijde 66</a></td> +<td width="40%"> het</td> +<td width="40%">. Het</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2364">Bladzijde 71</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3104">Bladzijde 98</a></td> +<td width="40%">Avinon</td> +<td width="40%">Avignon</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3527">Bladzijde 111</a></td> +<td width="40%">op</td> +<td width="40%">of</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3992">Bladzijde 130</a></td> +<td width="40%">Naar</td> +<td width="40%">Na</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5036">Bladzijde 152</a></td> +<td width="40%">in in</td> +<td width="40%">in</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5660">Bladzijde 178</a></td> +<td width="40%">word</td> +<td width="40%">wordt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5727">Bladzijde 180</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e6026">Bladzijde 192</a></td> +<td width="40%">beromed</td> +<td width="40%">beroemd</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e6092">Bladzijde 194</a></td> +<td width="40%">Rubbens</td> +<td width="40%">Rubens</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e6488">Bladzijde 205</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e6598">Bladzijde 210</a></td> +<td width="40%">kleedederen</td> +<td width="40%">kleederen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e7418">Bladzijde 240</a></td> +<td width="40%">een</td> +<td width="40%">en</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e7459">Bladzijde 241</a></td> +<td width="40%">;</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e7521">Bladzijde 243</a></td> +<td width="40%">euangelie</td> +<td width="40%">evangelie</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e7639">Bladzijde 246</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e9413">Bladzijde 301</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e11164">Bladzijde 358</a></td> +<td width="40%">Gottische</td> +<td width="40%">Gothische</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e11421">Bladzijde 366</a></td> +<td width="40%">handende</td> +<td width="40%">handen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e11727">Bladzijde 379</a></td> +<td width="40%">kalk-, aardig</td> +<td width="40%">kalkaardig</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e12145">Bladzijde 395</a></td> +<td width="40%">onderderscheiden</td> +<td width="40%">onderscheiden</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e12598">Bladzijde 410</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">in </td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e12638">Bladzijde 411</a></td> +<td width="40%">op</td> +<td width="40%">of</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e12699">Bladzijde 415</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e12724">Bladzijde 416</a></td> +<td width="40%">Met</td> +<td width="40%">Het</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e12888">Bladzijde 422</a></td> +<td width="40%">vrouwwen</td> +<td width="40%">vrouwen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e13336">Bladzijde 436</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e15525">Bladzijde 503</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e15666">Bladzijde 507</a></td> +<td width="40%">verververschingen</td> +<td width="40%">ververschingen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e15760">Bladzijde 510</a></td> +<td width="40%">enkelde</td> +<td width="40%">enkele</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e15870">Bladzijde 514</a></td> +<td width="40%">zijn zijn</td> +<td width="40%">zijn</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e16105">Bladzijde 524</a></td> +<td width="40%">rot sen</td> +<td width="40%">rotsen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e16287">Bladzijde 189n</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e16658">Bladzijde 541</a></td> +<td width="40%">Hotél</td> +<td width="40%">Hotèl</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e17851">Bladzijde 562</a></td> +<td width="40%">.</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e17969">Bladzijde 563</a></td> +<td width="40%">Departetement</td> +<td width="40%">Departement</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18542">Bladzijde 565</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18547">Bladzijde 565</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18746">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18752">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18782">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18791">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18799">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18811">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18832">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18907">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18931">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18944">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18961">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e18971">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19002">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19025">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19038">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19048">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19058">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19068">Bladzijde 566</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19086">Bladzijde 567</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19226">Bladzijde 567</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19235">Bladzijde 567</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19263">Bladzijde 567</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19298">Bladzijde 567</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19308">Bladzijde 567</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19318">Bladzijde 567</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19337">Bladzijde 567</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19350">Bladzijde 567</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19373">Bladzijde 567</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19387">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19433">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19479">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19489">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19512">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19525">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19538">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19561">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19571">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19591">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19607">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19620">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19638">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e19684">Bladzijde 568</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Reize door Frankrijk, by Adriaan van der Willigen + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE DOOR FRANKRIJK *** + +***** This file should be named 20465-h.htm or 20465-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/0/4/6/20465/ + +Produced by Frank van Drogen, Jeroen Hellingman, and the +Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net +(This file was produced from images generously made +available by the Bibliothèque nationale de France +(BnF/Gallica) at http://gallica.bnf.fr) + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/20465-h/images/vi001.jpg b/20465-h/images/vi001.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..57adedc --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vi001.jpg diff --git a/20465-h/images/vi002.jpg b/20465-h/images/vi002.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e25c0ff --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vi002.jpg diff --git a/20465-h/images/vi003.jpg b/20465-h/images/vi003.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1b25e34 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vi003.jpg diff --git a/20465-h/images/vi004.jpg b/20465-h/images/vi004.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0dc99cc --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vi004.jpg diff --git a/20465-h/images/vi005.jpg b/20465-h/images/vi005.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6783ea3 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vi005.jpg diff --git a/20465-h/images/vi006.jpg b/20465-h/images/vi006.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3cee573 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vi006.jpg diff --git a/20465-h/images/vi007.jpg b/20465-h/images/vi007.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b3d46a1 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vi007.jpg diff --git a/20465-h/images/vi008.jpg b/20465-h/images/vi008.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6d4fa25 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vi008.jpg diff --git a/20465-h/images/vi009.gif b/20465-h/images/vi009.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5d23775 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vi009.gif diff --git a/20465-h/images/vi010.jpg b/20465-h/images/vi010.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f40294a --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vi010.jpg diff --git a/20465-h/images/vii001.jpg b/20465-h/images/vii001.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7c89f50 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vii001.jpg diff --git a/20465-h/images/vii002.jpg b/20465-h/images/vii002.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4ab2e8e --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vii002.jpg diff --git a/20465-h/images/vii003.jpg b/20465-h/images/vii003.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..298d4c7 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vii003.jpg diff --git a/20465-h/images/vii004.jpg b/20465-h/images/vii004.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..71d8026 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vii004.jpg diff --git a/20465-h/images/vii005.jpg b/20465-h/images/vii005.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4458c86 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/vii005.jpg diff --git a/20465-h/images/viii001.jpg b/20465-h/images/viii001.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0f9dadf --- /dev/null +++ b/20465-h/images/viii001.jpg diff --git a/20465-h/images/viii002.jpg b/20465-h/images/viii002.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..efc3204 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/viii002.jpg diff --git a/20465-h/images/viii003.jpg b/20465-h/images/viii003.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..59067a9 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/viii003.jpg diff --git a/20465-h/images/viii004.jpg b/20465-h/images/viii004.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b9a8c7b --- /dev/null +++ b/20465-h/images/viii004.jpg diff --git a/20465-h/images/viii005.jpg b/20465-h/images/viii005.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..af36a9e --- /dev/null +++ b/20465-h/images/viii005.jpg diff --git a/20465-h/images/viii006.jpg b/20465-h/images/viii006.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..367728b --- /dev/null +++ b/20465-h/images/viii006.jpg diff --git a/20465-h/images/viii007.jpg b/20465-h/images/viii007.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..41ced45 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/viii007.jpg diff --git a/20465-h/images/viii008.gif b/20465-h/images/viii008.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..eb30d39 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/viii008.gif diff --git a/20465-h/images/viii009.jpg b/20465-h/images/viii009.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b03cdcf --- /dev/null +++ b/20465-h/images/viii009.jpg diff --git a/20465-h/images/viii010.jpg b/20465-h/images/viii010.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..fec514c --- /dev/null +++ b/20465-h/images/viii010.jpg diff --git a/20465-h/images/viii011.gif b/20465-h/images/viii011.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ca89499 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/viii011.gif diff --git a/20465-h/images/viii011h.gif b/20465-h/images/viii011h.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..26600f8 --- /dev/null +++ b/20465-h/images/viii011h.gif diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..42f5cb5 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #20465 (https://www.gutenberg.org/ebooks/20465) |
