summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 01:23:11 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 01:23:11 -0700
commite98ddc81b97b71dc72fcaa05cf7fc30526efad08 (patch)
tree19f923b363235c5e813b1abe6121e9fd7db3bb29
initial commit of ebook 20465HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--20465-8.txt14240
-rw-r--r--20465-8.zipbin0 -> 325062 bytes
-rw-r--r--20465-h.zipbin0 -> 2031123 bytes
-rw-r--r--20465-h/20465-h.htm9532
-rw-r--r--20465-h/images/vi001.jpgbin0 -> 41117 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vi002.jpgbin0 -> 40882 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vi003.jpgbin0 -> 51890 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vi004.jpgbin0 -> 49765 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vi005.jpgbin0 -> 50945 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vi006.jpgbin0 -> 34581 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vi007.jpgbin0 -> 27830 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vi008.jpgbin0 -> 51738 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vi009.gifbin0 -> 136392 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vi010.jpgbin0 -> 47779 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vii001.jpgbin0 -> 49270 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vii002.jpgbin0 -> 55519 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vii003.jpgbin0 -> 47441 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vii004.jpgbin0 -> 36032 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/vii005.jpgbin0 -> 47122 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/viii001.jpgbin0 -> 56149 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/viii002.jpgbin0 -> 57064 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/viii003.jpgbin0 -> 47803 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/viii004.jpgbin0 -> 34847 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/viii005.jpgbin0 -> 42091 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/viii006.jpgbin0 -> 41615 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/viii007.jpgbin0 -> 51213 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/viii008.gifbin0 -> 34040 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/viii009.jpgbin0 -> 50729 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/viii010.jpgbin0 -> 44603 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/viii011.gifbin0 -> 74259 bytes
-rw-r--r--20465-h/images/viii011h.gifbin0 -> 374969 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
34 files changed, 23788 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/20465-8.txt b/20465-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..88c73a0
--- /dev/null
+++ b/20465-8.txt
@@ -0,0 +1,14240 @@
+Project Gutenberg's Reize door Frankrijk, by Adriaan van der Willigen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Reize door Frankrijk
+ In gemeenzame brieven, door Adriaan van der Willigen aan den uitgever
+
+Author: Adriaan van der Willigen
+
+Release Date: January 28, 2007 [EBook #20465]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE DOOR FRANKRIJK ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen, Jeroen Hellingman, and the
+Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+(This file was produced from images generously made
+available by the Bibliothèque nationale de France
+(BnF/Gallica) at http://gallica.bnf.fr)
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ REIZE DOOR FRANKRIJK,
+ IN
+ GEMEENZAME BRIEVEN,
+
+ DOOR
+
+ ADRIAAN van der WILLIGEN
+
+ AAN DEN UITGEVER.
+
+
+ MET PLATEN.
+
+ Te HAARLEM,
+ Bij A. LOOSJES, Pz.
+ MDCCCV.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+_Parijs, 1 Decemb. 1804._
+
+
+Gij vraagt, Vriend! of ik 'er iets tegen heb, dat gij mijne Brieven,
+over een groot gedeelte van _Frankrijk_, drukt en uitgeeft, met
+achterlating van eenige bijzonderheden, ons aangaande, en welke voor
+het algemeen van geen belang zijn; terwijl gij denkt dat dezelve onze
+Landgenooten aangenaam en zelfs nuttig kunnen wezen? en mijn antwoord
+op deze vraag is: _Ik heb 'er niets tegen._--De beöordeeling, waartoe
+een ieder door het in druk uitgeven van een werk regt krijgt, kan ik
+te geruster afwachten, daar ik mij op hetzelve niets laat voorstaan,
+maar het geef, voor het geen het is, te weten, voor eenvoudige
+aanteekeningen, van het geen ik gezien, daarvan gehoord, 'er over
+gelezen, en 'er somtijds bij gedacht heb. Echtheid en naauwkeurigheid,
+als de voorname vereischtens van een reisverhaal, heb ik altijd
+in het oog gehouden. Hier van althans ben ik verzekerd, dat zij,
+die dezelfde reis doen, en deze aanteekeningen als een _Itineraire_
+willen gebruiken, zullen overtuigd worden.
+
+Ik voeg hierbij nog _Iets voor Reizigers, bijzonder in
+Frankrijk_. Dit kunt gij _voor_ of _achter_ plaatsen, zoo als gij
+best oordeelt.--Vaarwel!
+
+
+A.v.d.W.
+
+
+
+
+
+
+
+REIZE DOOR FRANKRIJK.
+
+EERSTE BRIEF.
+
+_Dyon den 20 Julij 1804._
+
+
+Aan de dagteekening van den Brief ziet gij, Vriend! dat ik op reis
+ben. Maandag den 14. dezer vertrok ik van _Parijs_; en dus daags na
+het feest van den 14. Julij, dat dit jaar den 15. gevierd is. Ik had
+mij daarom nog al opgehouden, maar vond het voor mij, behalve het
+vuurwerk, dat nog al fraai was, die moeite niet waardig. Wij reden
+'s morgens om vier uren af, met den gewonen Postwagen, die van hier
+op _Geneve_ rijdt, en waarop wij plaats genomen hadden tot _Dyon_. De
+plaats, binnen in, kost 63 livres de persoon, en voor mijn koffer, die
+ruim 100 ponden woeg, betaalde ik £ 13; men rekende tegens £ 25--het
+centenaar; doch de koffer voor twee personen zijnde, trok men 'er de
+25 lb die ieder vrij had, en dus 50 af. Van _Charenton_ en _Alfort_,
+daar wij door reden, heb ik u in een van mijne vorige al gesproken. Te
+_Lieursaint_ [1], 4 posten van _Parijs_, daar wij ontbeten, niet met
+een boterham en een kopje thee of koffij, maar met vleesch, eijeren en
+wijn, begonnen onze reizigers zoo wat kennis met elkanderen te maken;
+en ik bespeurde toen, dat wij met een' Priester, met een' Rentenier
+van _Dyon_, met een Wijnkooper van _Beaune_, een andere van _Maçon_,
+en nog een vijfde persoon van den kant van _Geneve_, op reis waren. In
+_Holland_ zou men dat al lang geweten hebben; want naauwlijks heeft
+men daar een' voet in de trekschuit of op den postwagen gezet, of er
+word gevraagd: "Waar komt mijn Heer van daan? waar gaat mijn Heer na
+toe? wat doet mijn Heer? is UEd. getrouwd? en eindelijk zelfs somtijds,
+hoe is mijn Heer's naam?" Diergelijke onbescheiden vraagen treft men
+onder de _Franschen_ zeldzaam aan, en men wacht doorgaans, tot dat de
+lieden zich zelve bekend maken. Nu werden wij wat gemeenzamer onder
+elkanderen, het gesprek liep natuurlijk over het Feest, dat den vorigen
+dag in de Hoofdstad was gevierd, en hier door werden de staatkundige
+gevoelens eenigzins ontwikkeld, de wijnkooper van _Beaune_, dat een
+goede ronde kaerel scheen, en mijns bedunkens, met regt den naam van
+_Franc Bourguignon_ [2] verdiende, kwam er onbewimpeld vooruit, dat
+hij de Koninklijke regeering, welke voor de omwenteling in _Frankrijk_
+plaats, beter vond dan het tegenwoordig Gouvernement. Hij sprak van
+de staten der Provintien, van de voorrechten, enz. de Priester gaf
+wel te kennen, dat hij het hieromtrent met hem eens was, doch liet
+er zich zoo regelregt niet over uit. De Rentenier van _Dyon_ scheen
+meêr een Volksbestuur toegedaan; deze waren de voorname sprekers,
+de overigen voegden 'er nu en dan een woordje bij. Ik heb algemeen
+opgemerkt, dat de Koningsgezinden onder anderen zeer verbitterd zijn
+tegen Keizer Napoléon, om dat hij de Hertog van Enghien heeft laten
+ter dood brengen. Zij veroorloven zich ten dezen opzigte de hoonendste
+uitdrukkingen tegens hem, die zij dan nog al door een woordspeling
+(_calembour_) zoeken te bewimpelen, zoo als deze, welke iemand van
+ons gezelschap te berde bragt: "Iemand zeide, dat het afbeeldsel
+van de Keizer der _Franschen_, dat men op de geldspecie ziet, niet
+gelijkende Was; gevraagd zijnde waarom, antwoordde hij, _parceque
+le nez est pointu et c'est un nez rond_." (Néron). Was deze ter
+dood veroordeelde geen voornaam hoofd van hunne partij geweest, zij
+zouden 'er misschien niets op hebben aantemerken. De _Franschen_,
+en vooral de _Parijzenaars_, zijn liefhebbers van _calembours_;
+men vind verscheidene boekjes, die daarmede zijn opgevuld. Vele
+jongelieden leren die van buiten, en met diergelijke meestal laffe
+aardigheden, pronkt men in de zoogenaamde _bonne Societé_. Anderen,
+die er meêr op gevat zijn, maken van alle gelegenheden gebruik om
+woordspelingen voor den dag te brengen, hoe weinig die dikwijls ook
+voegen. Men ontziet geene zaken hoe achtingwaardig, of personen, van
+wat rang zij ook zijn mogen, zoo hoorde ik eenigen tijd geleden, kort
+na dat de broeders en zusters des Keizers Napoléon, tot Rijksvorsten
+verheven waren, te _Parijs_ door de nieuwsbladverkopers (_colporteurs_)
+langs de straten roepen: "_Voici etc. avec les noms et les demeures de
+tous les Princes et Princesses à deux sous_;" een winderig heertje,
+die daar voorbij kwam, zeî op een' spotachtigen toon tegen den
+uitventer: "_Voyons ce qui c'est que vos princes et princesses à deux
+sous_." Sommigen lagchten hier om, anderen namen het misschien kwalijk;
+hoe ligt had iemand tot de politie behoorende hier omtrent kunnen zijn,
+onze grappemaaker zou dan zekerlijk voor zijn spotternij hebben moeten
+boeten, en wie zou hem beklagen.
+
+Omstreeks één uur kwamen wij te _Melun_, 5 1/2 post van _Parijs_. De
+Postwagen, vertoefde hier om het middagmaal te houden, en ik,
+nog geen honger hebbende, daar wij laat hadden ontbeten, besteedde
+dien tijd met het plaatsje te zien. Dit stadje de hoofdplaats van
+het Departement de _Seine et Marne_ [3], is in eene bekoorlijke
+landsdouw aan de oevers van _de Seine_ zeer aangenaam gelegen; die
+rivier verdeelt hetzelve in drie deelen, die door twee steenen bruggen
+vereenigd worden; de bijgaande afteekening zal u hier een duidelijk
+denkbeeld van geeven. Verscheidene Koningen hebben te _Melun_ hun
+verblijf gehouden, hun paleis was op de punt van het Eiland dat gij
+tusschen de twee bruggen ziet. Het is een der oudste steden van de
+_Gaulen_. Caesar maakt er gewag van in zijne gedenkschriften. Het
+is ook in de geschiedenis bekend, door eene belegering van de
+_Engelschen_ tegen die stad, welke plaats had in de vijftiende
+eeuw, en die de belegerden, met eene schier ongelovelijken moed,
+zes maanden uithielden. De geleerde Jacques Amiot, Bisschop van
+_Auxerre_ en vertaler van de _Doorluchtige Mannen van_ Plutarchus,
+enz. werd hier geboren. De voorname handel is in granen, meel,
+wijn, kaas, kalk en gebakke steenen; die waren worden veel al _de
+Seine_ af naar _Parijs_ vervoerd. De groote weg, die hier doorloopt,
+maakt het vrij levendig; 'er vaart ook een schuit (_coche d'eau_)
+van hier naar _Parijs_ heen en weder. In het terugkomen word zij
+met paarden tegen den stroom opgetrokken. Van de _Mammelukken_,
+die met Bonaparte uit _Egypte_ kwamen, lagen er hier omtrent 150 in
+guarnisoen, naar men ons verhaalde. De inwooners waren 'er niet wel
+over te vreden, en zeide ons, dat het veeläl slecht kwaadaartig volk
+was; wij zagen 'er eenigen van langs de straat loopen. Hunne Oostersche
+kleeding maakte in dit plaatsje, waar men alles behalven Oostersche
+pracht ziet, een wonderlijk afstekende vertooning. De aanhoudende
+schoone landstreek en de fraaije gezigten die men geduurig aantreft,
+vermaakten mij niet weinig. De _Seine_ en _Yonne_ vereenigen zich voor
+_Montereau_. Men komt over een fraaije brug in het stadje. Deze brug
+is in de geschiedenis bekend: de Hertog van _Bourgondiën_ kwam in het
+jaar 1409 op dezelve, om zich met Karel den VII, die toen Dauphin van
+_Frankrijk_ was, te verzoenen, en werd door de Offiçieren van dien
+Vorst vermoord [4]. Onze reisgezel, de Rentenier van _Dyon_, die
+nog al ervaren scheen in de geschiedenis deed mij dit een en ander
+opmerken. Dit stadje ziet er welvarende uit en is alleraangenaamst
+gelegen; even buiten hetzelve langs de boorden van de _Yonne_ is
+eene fraaije algemeene wandelplaats. De ruime gezigten en bekoorlijke
+tooneelen die de natuur hier oplevert, houden den opmerkzamen reiziger
+hier aanhoudend op de aangenaamste wijze bezig.
+
+Tegen het vallen van den avond kwamen wij te _Villeneuve-la-Guyard_,
+een stadje in het Departement de _l'Yonne_, en wel het eerste,
+als men 'er van dezen kant inkomt. _Auxerre_ is de hoofdplaats van
+hetzelve. Wij hadden nu 10 1/2 post afgelegd en hielden hier ons nacht
+verblijf, en niettegenstaande het plaatsje er niet te breed uitziet,
+hadden wij nogtans een vrij goed avondmaal en goede bedden. Onze
+Wijnkooper van _Beaune_, die in deze streeken bekend was, bragt hier
+zeer veel toe, en deed ons vooral door de vrije en grappige wijze,
+waarop hij alles bezorgde en bestelde, niet weinig lagchen.
+
+Den volgenden morgen, 17 dezer, vertrokken wij om drie uren, en
+reeden 1 1/2 post van hier door het stadje _Pont sur Yonne_, aan
+den westelijken oever van die rivier tegen den voet van een heuvel,
+die met wijngaarden bedekt is, gelegen. Deze plaats ontleent zijn'
+naam van de steenen brug op zeven bogen, die wij bij het uitgaan van
+de stad overreden, wat verder ziet men steen- en pannebakkerijen, en
+vervolgens een zeer uitgestrekt en aangenaam geschakeerd gezigt. De
+stad _Sens_ vertoonde zich voor ons in een aangenaam verschiet, tegen
+een' heuvel; de landstreek is zeer bevallig, en de morgenstond was
+schoon. Voor de omwenteling was _Sens_ een Aartsbisdom en de hoofdstad
+van _le Senonois en Champagne_; zij is 12 posten van _Parijs_ gelegen:
+inwendig beantwoort zij vrij wel aan de uitwendige vertooning. De
+straat, waar wij in kwamen is ruim. Wij stapten af voor de Hoofdkerk,
+die wel bezienswaardig is; zij pronkt met een zeer hoogen en fraaijen
+toren; het klokkespel wierd voorheen voor het fraaiste van het gantsche
+rijk gehouden. Hier vervoegde ik mij bij onzen Geestelijken reisgenoot
+en ondervond, dat het goed is om zich met lieden van allerlei stand en
+beroep op reis te bevinden. Deze was dan ook een zeer vriendelijk man,
+en, zoo het scheen, een der redelijkste Priesters, dien ik immer heb
+aangetroffen. Wij traden te samen de Kerk in. Dit gebouw is zeer groot
+en wel verlicht, de kapellen rondom en het choor is met fraai ijzer
+hekwerk versierd. Lodewijk Dauphin van _Frankrijk_ [5], in den jaare
+1765 te _Fontainebleau_ overleden, werd, benevens Mevrouw de Dauphine,
+in deze kerk begraven; wij zagen er zijne graftombe, die in het begin
+van de omwenteling was weggenomen, doch thans weder opgerigt. Zij
+is van wit marmer, en word gehouden voor een meesterstuk van den
+beeldhouwer Coustou. De beelden, die de twee lijkbussen kroonen, zijn
+de Godsdienst, de Deugd, de Tijd en Frankrijk. Men vind meêr andere
+fraaije versierselen in deze kerk, bijzonder het beeldhouwwerk boven
+een Altaar, verbeeldende de moord van St. Savinien. De glazen zijn
+geschilderd door den bekenden _Franschen_ konstschilder Jean Cousin
+[6], die te _Soucy_ digt bij deze stad in de 16de eeuw gebooren werd;
+men wilde, dat hij tot de Protestanten behoorde, omdat hij op de
+glazen van _St. Roman's_ kerk te _Sens_ in eene schilderij van het
+laatste Oordeel een Paus in de hel geplaatst had, en men nam hem die
+aardigheid maar zeer kwalijk. Deze stad was reeds vermaard ten tijde
+van Julius Caesar. In 1735 vond men 'er het opschrift: _Vesta mater_,
+waarom men meent te moeten onderstellen, dat 'er een tempel van Vesta
+geweest is; uit andere aanwijzingen maakt men op, dat 'er ook een
+tempel ter eere van Augustus bestaan heeft. 'Er bestaat nog geldspecie,
+die 'er Carolus Magnus heeft doen slaan. Paus Alexander de III. koos
+deze stad tot schuilplaats, en verbleef 'er van den 30 September 1163
+tot in 1165. In de boekerij van het Capittel van de Hoofdkerk alhier,
+wierd voorheen een kluchtig stuk bewaard, namenlijk het oorspronkelijk
+handschrift van den kerkdienst der gekken (_l'Office des fous_,) zoo
+als die eertijds in de kerk van _Sens_ gezongen werd, het was een lang
+smal en redelijk dik boekdeel in Folio, met uitgesneden ijvoor bedekt
+en met lange magere letters geschreven; men vindt 'er afbeeldingen in
+van Bacchus feesten, Pan's feesten, potsenmakerijen en meêr andere
+schandelijke ongerijmdheden van dien aard: in dit feest, dat door
+deszelfs verregaande ongerijmdheden zeer wel aan zijne benaming
+beantwoordde, speelde ook een Ezel, te weten een viervoetig dier,
+eene voorname rol; andere op twee beenen waren 'er met menigte bij.
+
+Onder meêr anderen is hier ook een voorname fabriek van het geen men in
+_Frankrijk Velours d'Utrecht_ noemt, en dat zeer veel gebruikt word,
+om Meubilen, Rijtuigen, enz. te bekleeden: deze fabriek schijnt uit
+een der voornaamste steden in ons Vaderland herkomstig, en misschien
+is zij 'er, zoo als meêr anderen, thans wel in verval.
+
+De Waterhorologies (_Horloges d'eau_) die men zelfs tot in _Asia_
+en _America_ verzendt, worden hier gemaakt.
+
+Buiten de stad zag ik verscheidene vruchtbaare moestuinen en
+boomkweekerijen; als ook eene fraaije algemeene wandelplaats. Men rijdt
+over een brug over de _Yonne_, die langs deze stad stroomt. In deze
+landstreek zijn veel wijnbergen, en hier en daar nog al boomen. Wij
+ontbeten te _Villeneuve le Roy_, thans _Villeneuve sur Yonne_, een
+klein stadje aan den oostelijken oever van die rivier, niet onaangenaam
+gelegen; het heeft aanmerkelijke Leêrlooijerijen, en het leder maakt
+een voornamen tak van zijn' handel uit. Op den weg naar _Joigny_ ziet
+men nog altijd verscheidene heuvels met wijngaarden beplant; de wijn is
+een voornaam voortbrengsel van dit land. Weldra bespeurde wij de stad
+_Joigny_ [7], en eene vlakte zoo ver het oog kon reiken. De voorstad
+_St. Michel_, is zeer aangenaam aan de _Yonne_ geleegen, en maakt
+een fraaije kaai; 'er staan verscheidene gnappe huizen en een groot
+en schoon gebouw, zijnde eene cazerne, daar voorheen veel krijgsvolk
+zoo te voet als te paard in gelegd werd. Die kaai pronkt ook met twee
+prachtige en sierlijke ijzeren hekken, een derde is aan den opgang van
+de brug. Op de fraaije steenen brug, die door agt boogen ondersteund
+word, heeft men een verrukkend gezigt. Bonaparte kwam 'er over, toen
+hij zegepralende uit _Italiën_ te rug keerde, en men heeft toen op
+dezelve een' houten eereboog opgerigt die 'er nog staat. Het stadje,
+dat niet groot is, maar zeer welvarende, drijft, zoo het schijnt,
+veel handel in koorn, daar het de stapelplaats van is, en van een
+soort van laken, dat 'er gemaakt word. Voorheen was het een Graafschap.
+
+Het dorpje _Avrolles_, daar wij doorreden, leverde een deerlijk
+schouwspel op; 112 huizen en de kerk waren er den 25. der laatst
+afgeloopen Maand, door de onvoorzigtigheid van een der Inwoonders,
+afgebrand. Eer wij hier aankwamen, wees men mij het begin, dat men
+gemaakt had met het kanaal van _Bourgondiën_ te graven. Het stadje
+_St. Florentin_ op dezen weg gelegen, leverde niets merkwaardigs op; de
+grond hieromstreeks kwam mij niet zeer vruchtbaar voor. De wijnbergen
+en heuvels werden meer verheven. Dit plaatsje echter herinnerde ons
+aan St. Florentin, daar na Hertog de la Vrilliere, die 'er Heer van
+was, een der verachtelijkste Hovelingen van Lodewijk den XV. Hij kon
+zich beroemen van veertig duizend _Lettres de Cachet_ uitgegeven te
+hebben; zijn bijzit Sabathier heeft 'er omtrent wel negen en dertig
+duizend van verkocht. Men maakte op hem het volgende grafschrift:
+
+
+ Ci git un petit saint [8] qui n'est pas du commun;
+ Il a porté trois noms, et n'en laissa pas un.
+
+
+Omstreeks zeven uren kwamen wij te _Tonnère_: heden hadden wij 13
+1/2 post afgelegd, en hielden hier ons nachtverblijf. Dit stadje is
+schilderachtig gelegen; een kerk op een rots gebouwd, ziet men van
+verre boven de huizen uitsteken; aan den voet van dezelve is een
+bron, die zeer overvloedig in water en zoo diep is, dat men schier
+geen' grond kan vinden: rondom is eene overdekte gallerij gebouwd
+voor de waschvrouwen. Niet meêr dan ruim honderd voeten van daar
+heeft het water van deze bron reeds een stroom gevormd, waar men op
+een steenen brug, van twee bogen, overgaat. De Marquis de Louvois,
+Secretaris van Staat, en Oorlogsminister onder Lodewijk den XIV,
+de schrik der Protestanten, was Heer van dit Graafschap. Wij vonden
+hier een redelijk goed avondmaal, en de ligging was ook vrij wel; want
+men heeft in _Frankrijk_ in dit saisoen, alle reden, om te vreden te
+zijn over de bedden, als het getal der weegluizen zoo groot niet is,
+dat zij het slapen ten eenenmaal verhinderen. Voor het overige moet
+men hier met het scherpziende oog van eene _Noord-Hollandsche_ vrouw
+niet rondsnuffelen, en vooral ook de keuken onbezocht laten. Nu men
+word hier ook aan gewoon, en dit is noodzakelijk.
+
+Den 18 dezer begaven wij ons 's morgens om 3 uren weder op reis. Na een
+eind weegs gereden te hebben, troffen wij vrij hooge heuvels aan; de
+wagen kon hier niet anders dan zeer langzaam vorderen, en wij verkozen,
+om te wandelen. Wel dra zagen wij die grootsche en schitterende
+vertooning, die ieder redelijk mensch met eerbied en bewondering
+vervult, en die zoo vreemd is voor zeer veel stedelingen. De zon
+rees statig boven den gezigteinder. De landstreek is hier niet zeer
+vruchtbaar; wijn is het voornaamste, dat men 'er teelt. Wij zagen hier
+en daar ook kreupelbosch en woeste onbebouwde streeken. Na twee posten
+gereisd te hebben, kwamen wij te _Ancy-le-Franc_. Het stadje ziet 'er
+ellendig uit; doch even buiten hetzelve ligt een schoon kasteel. Het
+scheen door de omwenteling niet geleden te hebben. Nicolo del Abate,
+leerling van Primaticcio, een vermaard schilder ten tijde van François
+I, heeft verscheidene vertrekken van dit kasteel versierd. Wij hebben
+het inwendig niet gezien, en vergenoegden ons met de tuinen, die hier
+en daar nog al aardig zijn aangelegd, te doorwandelen. Achter het
+huis scheen veel bosch te liggen, en het water ontbrak 'er ook niet;
+het kwam mij dus voor een aangenaam buitenverblijf te zijn. Voor mij
+zou het nog aangenamer wezen, wanneer ik het moest bewonen, indien
+het verder afgelegen was van het armoedige stadje, dat 'er voorheen
+aan behoorde, ten zij ik in staat was, om het lot van deszelfs
+inwoners te verbeteren. Thans behoort het kasteel aan de familie
+van Louvois, van hetzelfde geslacht daar ik hier van gesproken heb,
+en word door een vrouw van dien naam bewoond, ik weet niet of het de
+laatste vrouw en weduwe is van die Louvois, die te _Parijs_ om zijn
+gaauwdievenstreeken bekend was [9]. Dit onder anderen verdient als
+een staaltje van het edel gedrag van een voornaam _Fransch_ edelman
+aangeteekend te worden. Louvois had geld noodig, zoo als hem wel
+eens meêr gebeurde. Juist was de Courtenvaux, zijn oom, van wien hij
+moest erven, ziek, hij gaat zijn' dood bekend maaken aan een man,
+van wien hij £ 30,000--wilde leenen, voorwendende dat hij dit geld
+noodig had voor de rouwkleeding, enz. overeenkomstig zijn' staat. Men
+belooft hem de som, vragende slechts twee uuren tijd, om hem die te
+bezorgen. Daar hij zelf overtuigd was, hoe weinig staat men op hem
+maakte, begreep hij zeer wel, dat men in dien tusschentijd onderzoek
+zou doen. Hij loopt dan naar het Hotèl, waar zijn oom woonde; zendt
+den Zwitser onder het een of ander voorwendzel om een boodschap, gaat
+in de _loge_ [10], trekt het livrei aan, doet de sjerp om, en wachtte
+zoo, tot dat de tijd die men hem bepaald had, bijna verloopen was, en
+ieder, die naar den Heer de Courtenvaux vroeg, werd terug gezonden met
+deze boodschap: "_Hij is kwartier over tweeën gestorven_." Hier door
+bereikt de fielt zijn oogmerk; de gevraagde som word hem toegeteld,
+en 's anderen daags verneemt men, dat de Courtenvaux welvarende was;
+en Louvois, die zeer wel wist, dat hij door zijn oom onterfd was,
+lagchte des te meêr in zijn vuist, wijl hij zich verzekerd hield dat
+hij de geleende som nimmer terug zou kunnen geven.--wat zegt gij,
+Vriend! zou Cartouche het wel beter hebben kunnen overleggen?
+
+Voort reizende vonden wij wel verscheidenheid van gezigten, hier en
+daar zijn zij zelf schoon, doch de landstreek is veeläl woest en
+onvruchtbaar. Te _Aisy sur Armançon_ zagen wij in het voorbijgaan
+de ijzersmelterijen van den vermaarden Buffon. Het ijzer word uit
+de mijnen hier omstreeks gehaald, en deze smelterijen leverden 's
+jaarlijks omtrent acht maal honderd duizend ponden ijzer; en men
+verzekert, dat zij den eigenaar veel geld opbragten. Het kasteel
+van _Montbar_ op eene aanzienelijke hoogte gelegen, vertoonde zich
+vervolgens aan ons gezigt, (zie de hier bijgaande afbeelding); wij
+moesten in het stadje van dien naam, aan den voet van den berg gelegen,
+het middagmaal houden. Ik had dus den tijd, om het te zien, en om op
+den berg, daar het kasteel ligt, te klimmen. Die Schrijver van de
+Natuurlijke Historie, vooral om zijn schoonen stijl beroemd, is in
+deze plaats den 7 September 1707 gebooren, en in 1788 begraven. Hij
+was een werkzaam man, zelfs tot op 't laatst van zijn leven, en
+niettegenstaande hij door den steen dikwils vreesselijk leed; maar
+teffens was deze groote man in sommige opzigten zeer beuzelachtig:
+zelfs in zijn hooge jaren, en al was hij onpasselijk, liet hij zich
+dagelijks het haar in _papillottes_ [11] zetten en branden; veeltijds
+liet hij zich tweemaal op een' dag kappen, en was 'er zeer opgesteld,
+dat dit met de vereischte zorg en oplettenheid geschiedde. Hij hield
+zich ook nu en dan gaarne met buurpraatjes bezig, en wist door zijn'
+kapper en anderen alles, wat 'er in _Montbar_ in de huisgezinnen en
+onder de ingezetenen omging. De Buffon was een _Franschman_; was hij
+een _Hollander_ geweest, men zou nog meêr reden hebben, om zich hier
+over te verwonderen.
+
+Het kasteel is een oud gebouw, en zag 'er zoo wel als de tuinen en
+toegangen tot hetzelve vervallen uit. Het woonhuis, waar de geleerde
+Natuuronderzoeker zijn Verblijf hield, ziet men in een straat van het
+stadje. De vrouw uit de Herberg, waar wij aten, was kamenier in het
+huis van de Buffon geweest en wilde wel praten: ik had dus gelegenheid,
+om mij over hem te onderhouden, en zij bevestigde dat, wat ik u hier
+wegens zijn geaardheid verhaal. d'Aubenton is ook van _Montbar_ [12];
+het stadje behoorende tot het Departement _la Côte d'Or_ ziet 'er
+niet zeer gunstig uit. Het riviertje de _Brenne_ stroomt 'er door,
+en 'er ligt een steenen brug over. De hondslederen handschoenen,
+die men hier maakt, hebben nog al eenigen naam. In de omstreek zijn
+ook eenige marmergroeven, en men teelt 'er wijn.
+
+In de stad wandelende zag ik een aankomend jongetje aan de deur zitten,
+bezig met maliën om rijgsnoeren te maken, dat hier ook een fabriekje
+schijnt te zijn. Ik ondervroeg het kind hieromtrent een en andermaal,
+doch kreeg geen antwoord; hier over te onvreden, was ik gereed om
+mijn misnoegen aan hetzelve te kennen te geven, toen de moeder uit het
+huis kwam, en mij zeide, dat het ongelukkig kind stom en doof geboren
+was. Weldra veranderde de gemelijkheid in aandoening; ik vroeg haar,
+waarom zij niet trachtte, om het zoontje in de School van Dooven en
+Stommen te _Parijs_ te bezorgen, doch de goede arme vrouw antwoordde op
+eenen teederen toon, dat zij bang was, dat het mishandeld zou worden,
+en hoe zeer zij hard werk had, om aan den kost te komen, het echter
+niet gaarne zou verlaten.--Buiten _Montbar_ wordt de landstreek hoe
+langer hoe woester, doch levert daarom geen onaangenaame vertooning
+op; van de aanmerkelijke overblijfsels van een oud kasteel, dat ik
+hier op eene rotsachtige hoogte zag liggen, wist niemand van het
+gezelschap mij eenig bijzonder narigt te geeven. De grond was hier
+als bedekt met sprinkhanen die geduurig voor de voeten met geheele
+zwermen opvlogen; de vleugels waren schoon rood. In 't voorbijgaan
+zagen wij _Semur_, een stad op een hooge rots aardig gelegen; het
+riviertje _d'Armançon_ stroomt aan den voet. Men zeî mij, dat deze
+rots bestond uit rood graniet, bekwaam om gepolijst te worden. Men
+vindt hier ook veel versteeningen van groote Ammonshoornen, Oesters,
+Mosselen, enz. De grond hier rondom ziet 'er noch al vruchtbaar uit,
+en men teelt 'er veel koren. De weg is aangenaam, aan beide zijden
+beplant. Tegen den avond kwamen wij te _Vitteaux_, een stadje tusschen
+verscheidene bergen aan het riviertje _de Brenne_ gelegen, waar wij ons
+avondmaal en nachtverblijf moesten houden. Hier omstreeks vindt men
+ook marmergroeven, en bij het inkomen eene gemeene wandelplaats. Ik
+doorliep het plaatsje, maar zag 'er niets bijzonders. Heden hadden
+wij 9 1/2 post gereisd. Ons avondmaal was vrolijk: onze Wijnkooper
+van _Beaune_ liet zich nu en dan eens gelden, en wij waren over onze
+Herberg nog al wel te vreden.
+
+Den volgenden morgen, 19 dezer, vertrokken wij weder om drie uren; dit
+scheen het algemeen bepaalde uur. Een' vrij hoogen berg over moetende
+(want hier kan men het al bergen noemen) gingen wij te voet. Op
+de hoogte vonden wij het zeer frisch, zoo dat het zelfs eenigzins
+hinderlijk was. Het begon dag te worden, en wij zagen niet ver van
+den weg een Telegraaf, die opgerigt, was om de _Armée de Reserve_,
+die hier omstreeks lag, met die van _Italiën_ gemeenschap te doen
+hebben: thans maakt men 'er geen gebruik meêr van; van deze plaats,
+de verhevenste van de geheele streek, zag ik de eerste stralen der zon
+een schilderachtig schoon landschap beschijnen.--Een eindweegs verder
+zagen wij aan onze rechterhand het aanzienelijke kasteel _Sombernon_
+voorheen bewoond door de Hertogen van _Bourgondiën_. Onze Rentenier
+van _Dyon_ deed mij hier als iets in der daad bijzonders opmerken,
+dat de drup of het water van het dak op dit kasteel, aan den eenen
+kant door de _Brenne_ in de _Yonne_ de _Seine_, en vervolgens in den
+_Oceäan_; en aan den anderen kant door _de Ouche_ in de _Saone_ in de
+_Rhone_ en vervolgens in de _Middellandsche Zee_ loopt. De landstreek
+blijft aanhoudend schilderachtig schoon; hier ziet men bosch, daar
+barre en hooge rotsen, en daar zijn dezelve weder geheel groen door
+de menigte palm en andere struiken, die 'er op groeijen. Hoe meêr
+wij _Dyon_ naderden, hoe meêr wij bevonden, dat de Natuur hier eene
+eenigzins ontzaggelijke houding aanneemt; de rotsen zijn hoog en hier
+en daar steil; zij hellen zelfs op sommige plaatsen over den weg, die
+'er digt langs loopt, heen. Wij kwamen voorbij een vrolijk gelegen
+dorpje, rondom meestal met allerlei vruchtboomen beplant; dit is de
+vruchthof van _Dyon_ en levert zeer veel ooft aan de stad. De Bisschop
+van _Dyon_ had hier zijn buitenplaats, en dit bewijst genoegzaam, dat
+het een aangename en vruchtbare landsdouw is. Verder zagen wij de nog
+aanzienelijke overblijfsels van dat _Carthuizer_ klooster, om deszelfs
+pracht en weelde, om zijne paleizen en bekoorlijke tuinen zoo vermaard;
+en deze tempel der wellust werd, tot aan de omwenteling, door een soort
+van Monniken bewoond, die van vele, om hunne voorgewende godsvrucht en
+zedigheid, met den uitersten eerbied behandeld werden. Wat men ook van
+de _Fransche_ omwenteling zegge moge, in het uitroeijen der kloosters
+heeft zij het menschdom een' wezenlijken dienst bewezen. Langs den weg
+ziet men een gracht (_canal_) die onvoltooid is gebleven, en die zig
+tot een goeden afstand van de stad uitstrekt. Niet verre van _Dyon_
+begint die keten heuvelen, die om derzelver overvloed van goeden
+wijn _la Côte d'Or_ genaamd wordt; de stad vertoont zich met hare
+fraaije spitze torens, op eene bevallige wijze, (de hier bijgevoegde
+aftekening zal 'er u een duidelijk denkbeeld van geeven.) Wij kwamen
+'er in door eene fraaije poort, die nog niet lang gebouwd scheen,
+en namen onzen intrek in het Hôtel _de la Galère_, nadat wij van onze
+vriendelijke reisgenoten afscheid genomen hadden. Het speet mij in der
+daad, dat wij niet langer bij elkanderen bleven. De Priester vooral
+was een man, die kunde en smaak met een beminnelijke geaardheid scheen
+te vereenigen: men bespeurde aan hem in 't geheel, die onaangename
+gebreken niet, die zoo dikwijls aan lieden van dien stand eigen zijn;
+hij was vrolijk zonder losbandigheid, zedig zonder gemaaktheid, en
+kundig zonder verwaandheid; daar bij scheen hij zeer verdraagzaam en
+redelijk zoo omtrent Godsdienstige als Staatkundige gevoelens. Het
+geen, mijns bedunkens, tot dit alles zeer veel had bijgedragen, was,
+dat hij uitgeweken zijnde zich zeer lang in _Engeland_ had opgehouden,
+en daar, bijzonder door de Protestanten, op de menschlievendste en
+vriendelijkste wijze was behandeld geworden. Met dankbare aandoening
+sprak hij hier van, en ik ben wel verzekerd, dat deze achtingswaardige
+geestelijke, waar hij ooit eenigen invloed moge hebbe, nimmer
+gewetensdwang of vervolgzucht dulden zal.
+
+Zie daar, Vriend! een' vrij langen Brief, in eenen volgenden zal
+ik u over deze stad, waar omtrent ik reeds het een en ander heb
+aangeteekend, nader onderhouden.--Vaarwel!
+
+
+
+
+
+TWEEDE BRIEF.
+
+_Lyon_, 26 _Julij._
+
+
+Eergisteren ben ik hier aangekomen, en vervolg mijn reisverhaal, zoo
+als ik u in mijn vorigen, gedagteekend uit _Dyon_, beloofd heb. Die
+stad is mij bijzonder wel bevallen, zoo om de aangename ligging, den
+overvloed der levensmiddelen, als om de orde en zindelijkheid die 'er
+plaats heeft. Bij ons zou men 'er ten dezen opzigte in 't geheel niets
+ongewoons vinden; doch voor _Frankrijk_ moet het als, iets bijzonders
+in 't oog loopen. _Dyon_ was voorheen de Hoofdstad van het Hertogdom
+van _Bourgondiën_, thans is zij het van het Departement van de _Côte
+d'Or_; de _Prefect_ houd 'er zijn verblijf, en 'er is een _Tribunal de
+première instance_. De weg van _Parijs_ tot _Dyon_, zoo als wij die
+genomen hebben, is 38 3/4 posten. Aan den Conducteur van den wagen
+gaven wij volgens gebruik £ 3-:-: de persoon drinkgeld, en aan de
+postillons geeft ieder doorgaans 2 sols van het eene Posthuis tot het
+andere: voor het gemak laat men dit door den Conducteur verschieten,
+het geen ook omtrent op denzelfden prijs uitkwam.
+
+De poort, waar wij in gekomen waren, scheen mij bezienswaardig. Onze
+Herberg was 'er niet ver van daan, en ik was dan naauwelijks van den
+wagen afgestapt, of ik ging dezelve bezigtigen. Het is een fraaije
+eereboog van wit gehouwen steen, in het begin van de Omwenteling voor
+de Vrijheid opgerigt, zoo als het opschrift boven dezelve aanduidt. Zij
+wordt dan ook nog _la porte de la Liberté_ genaamd. Aan den binnenkant,
+en aan beide zijden, leest men op steenen tafelen: "_Les droits de
+l'homme reconnus le 30 Septembre l'an I. de la Liberté (1739) etc._"
+[13] _De basreliefs_ hier op toepasselijk zijn van den Beeldhouwer
+Attiret, in dit Departement geboren, en kort voor onze aankomst
+gestorven. Even buiten deze poort ziet men een' fraaijen tuin in
+den _Engelschen_ smaak aangelegd, en die thans ook voor een gemeene
+wandeling strekt: men noemt denzelven _le Jardin de l'Arquebuse_; bij
+ons zou men het de _Schutters Doelen_ noemen. Het merkwaardigste, dat
+ik daar zag, was een populierboom van eene zeer ongemeene dikte, men
+kan hem op de hoogte van de schouders naauwelijks met vier persoonen
+omvatten: onder aan den grond is hij nog veel dikker, en daarbij zeer
+hoog, en zwaar van takken, doch in de toppen is al veel dood hout,
+en mij dunkt, dat men wel zou, doen om hem intekorten, ten einde door
+dit middel eene zoo aanzienelijke gedenkzuil der Natuur nog langer in
+wezen te houden.--Een oude boom heeft voor mij iets eerwaardigs, en ik
+zie dien veel liever dan zoo vele gedenkteekenen voor de dwinglandij of
+het bijgeloof opgerigt, die niets merkwaardigs opleveren--dan oudheid.
+
+De Hoofdkerk is een fraai gebouw, inzonderheid de spitse toren, die
+door deskundigen voor een meesterstuk gehouden word. Deze kerk is
+onlangs van binnen nieuw opgemaakt; men was 'er zelfs nog aan bezig,
+alles werd dan ook zeer net en sierlijk opgepronkt. Behalve deze
+zijn 'er nog twee andere kerken, waarvan men de fraaije en prachtige
+bouworde bewonderd; zij zijn ook van binnen ter deeg mooi gemaakt.
+
+Hoewel ik weet, dat gij even zoo min als ik een liefhebber zijt
+van al dat heilige poppenspel, moet ik u toch het een en ander
+vertellen van de voorheen hier zoo vermaarde heilige Kapel (_la sainte
+Chapelle_). Deze wierd door Hugues, de derde Hertog van _Bourgondiën_,
+in 1172, gebouwd, en is dus nog al tamelijk oud. In 1430 zond Paus
+Eugenius de Vierde aan Philippus, zeer ten onregte bijgenaamd, _de
+Goede_, Hertog van, _Bourgondiën_, [14] de beruchte wonderdadige
+hostie. Deze Paus scheen het zoo wat bont te maken, want met zat hem
+hevig in het vaarwater, en ten gevolge van dien werd hij ook door de
+kerkvergadering van _Bazel_, in 1439, afgezet, uitgescholden voor
+een handeldrijver in geestelijke zaken (_Simoniet_), meineedigen,
+onverbeterlijken ketter, kortom voor al wat leelijk was, en Amadeus
+Hertog van _Savoyen_, werd door die zelfde kerkvergadering in zijne
+plaats aangesteld.--Men leefde toen ook al aardig met de Pausen.--De
+Hertog van _Epernon_ gaf vervolgens een gouden kist met edele
+gesteentens omzet, waar de heilige ouwel in bewaard moest worden,
+(deze Hertog was toen Gouverneur van de Provintie _Bourgondiën_)
+en eindelijk voegde Lodewijk de XI. Koning van _Frankrijk_ 'er zijne
+kroon bij. Als men dezen ouwel ten toon stelde, werd dezelve in een
+gouden zon gezet, die een en vijftig mark woog: de kroon van Lodewijk
+de XI. plaatste men 'er dan boven op; of dat ook keurig mooi geweest
+moet zijn. Ik zeg van al die fraaijigheden niets meêr; want de geheelen
+boêl was opgeruimd, en de kerk is gedeeltelijk afgebroken. Naar men
+mij verzekerde moest 'er een Schouwburg van gemaakt worden.
+
+Nu 'er zijn ook kerken genoeg in _Dyon_, en een Schouwburg heb ik
+'er niet gezien. Van een andere kerk heeft men een Korenhal gemaakt;
+want men begrijpt nu, dat diergelijke gebouwen in eene wel ingerigte
+maatschappij ook noodzakelijk zijn. Behalve de kerken was 'er in
+deze stad ook een menigte kloosters. Het bijgeloof, en dus ook de
+onverdraagzaamheid, hadden 'er vrij wat invloed. Men heeft 'er dan
+ook begonnen met de Protestanten te vervolgen. De Maarschalk van
+Frankrijk Tavannes, vertrouweling van Karel den IX. en een van de
+voorname bewerkers van den rampzaligen _St. Bartels_ nacht, speelde
+hier toen ook de eerste rol. Het Paleis, dat men voorheen _le Palais
+de Condé_ noemde, omdat die Prins Gouverneur was van de Provintie,
+is een prachtig gebouw. Het pronkt met een fraaije colonnade en
+ijzer hek: voor hetzelve is eene ruime plaats in de gedaante van
+een halven cirkel, en rondom geregeld met huizen bebouwd. Men gaat
+door bogen in de straten, die 'er op uitkomen. Midden op deze plaats
+stond voorheen het beeld van Lodewijk de XIV. te paard. In dit Paleis
+vergaderden de Staten van _Bourgondiën_ alle drie jaren, doorgaans in
+de Maand Mei: zij bestonden uit de Geestelijkheid, den Adel en den
+derden Staat. De Maire van de stad _Dyon_ was altijd Voorzitter van
+den laatsten. Deze vergadering duurde gemeenelijk veertien dagen,
+en men hield die met veel pracht en uitwendige vertooning. 'Er was
+volk genoeg, want zij bestond doorgaans uit 450 persoonen. Hunne
+voorname werkzaamheid was het regelen van de belastingen, daar de
+Geestelijken en de Adel, die het meeste te zeggen hadden, geen duit
+in betaalden; het ging dan daarmede zoo als het spreekwoord zegt:
+"van een anders leder is het goed riemen snijden;" en het is dus ook
+geen wonder, dat de derde Staat, eindelijk deze onregtvaardigheid,
+die overal in _Frankrijk_ plaats had, moede wordende, zijn misnoegen
+daar over op eene gevoelige wijze heeft getoond, en de goederen
+van die kwaadbetaalders, die daar bij nog zeer ongemakkelijk waren,
+heeft aangesproken voor de achterstallige schuld: en ik geloof, welk
+regt die zoogenaamde groote sinjeurs ook vermeenen te hebben, om zich
+deswegens bezwaard te achten, dat, wanneer een nauwkeurig _Hollandsch_
+boekhouder de rekening eens opmaakte, zij nog een aanmerkelijke
+som ten achteren zouden zijn. De zaken zijn nu geheel van gedaante
+veranderd--en wij willen hopen, dat het daar door beter zal gaan. De
+onderscheidene regtbanken van dit Departement houden thans zitting in
+dat voormalig Paleis van _Condé_. Daar het openstond ging ik 'er in,
+en verder in een zaal, waar de Crimineele Regtbank zitting hield,
+en waar men bezig was met een vrouw te verhooren, die beschuldigd
+werd van eenige goederen gestolen te hebben. Het was na den middag,
+en een van de Regters, misschien gewoon, om op dien tijd een dutje te
+doen, zat gerust te slapen.--Aan den ingang van de zaal las ik, dat
+van de toehoorders de mannen zich aan de eene, en de vrouwen zich aan
+den anderen kant moeten plaatsen. Voor iedere sekse was dan ook eene
+bijzondere plaats met een balie afgeschoten, zoo dat de eerbaarheid
+hier wel in acht schijnt genomen te worden. In het afgaan bewonderde
+ik den fraaijen trap. Onder in dit gebouw staan verscheidene kramen
+met prenten, boeken en andere waren, en achter aan hetzelve is nog
+een oude toren die boven het dak uitsteekt, men zeide mij, dat het
+nog een overblijfsel was van het oude Hertoglijke Paleis.
+
+De Stad verder doorwandelende zag ik verscheidene schoone huizen;
+de straten zijn veelal ruim; de wallen met boomen beplant, leveren
+eene alleraangenaamste wandeling op, en men heeft van daar eene
+verscheidenheid van schoone gezigten. De wandeling buiten om de stad
+is ook zeer vermakelijk, en voor een stad, komt mij _Dyon_ voor,
+wat de plaatselijke gelegenheid aanbelangt, al een zeer aangenaam
+verblijf te zijn.
+
+Den 20 dezer regende het aanhoudend, en dat is voor een' reiziger
+allerverdrietigst, men kan niet rondloopen, niet wandelen; de
+Koffijhuizen zijn, dan vooral in plaatsen daar men geen Schouwburg
+of andere openbare vermakelijkheden heeft, de voornaamste toevlucht,
+wij maakten 'er dan ook gebruik van; men vindt 'er hier verscheiden, en
+daar onder die zeer net en met smaak zijn ingerigt. Ik las daar onder
+anderen in een van de _Parijssche_ Nieuwsbladen eene beschrijving van
+het Feest van laatstleden Zondag, en hoe de Keizer en Keizerin, toen
+zij in staatsie door den tuin van de Tuillerien reden, door de menigte
+van alle kanten waren toegejuicht. Daar zag ik al weder, hoe weinig men
+op zich zelven staat kan maken; want ik was bij dezen optogt geweest en
+had niets anders dan het geschreeuw van eenige weinige menschen, (men
+zeide dat het Militairen waren) digt bij het kasteel van de Tuillerien,
+gehoord. Het was, meen ik, bij gelegenheid dat hunne Keizerlijke
+Majeiteiten aftraden en in het Paleis gingen. Even te voren, mij onder
+een grooten hoop menschen, ter plaatse, waar de optogt voorbij ging,
+bevindende, hield bijna ieder een den hoed op. Iemand, die daar bij
+stond, en die ik, naar zijn kleeding te oordeelen, voor een voornaam
+man hield, scheen deze onbeleefdheid niet te kunnen dulden, en riep:
+_Chapeaux bas_, (de hoeden af) doch men toonde zich misnoegd en morde
+over deze herinnering, zonder daaraan te gehoorzamen, het geen ik in
+'t geheel niet overeenkomstig vond met de _Fransche_ wellevendheid.
+
+In dit Koffijhuis vernam ik teffens, dat 'er een _Museum_ in deze
+stad te zien was. Na den middag gingen wij daar na toe, het is ook
+in het voormalig Paleis van _Condé_; men ziet 'er in eenige zalen
+verscheidene schilderijen, waar onder 'er twee Veldslagen van den
+beruchten krijgsman zijn, bekend onder den eernaam van _le grand_
+Condé. Tusschen twee haakjes; in zeker opzigt heb ik nog al eenige
+overeenkomst met dien man,--hoe zoo? zult gij vragen,--wel hij was
+zoo wel als ik met de jicht gekweld, zoo zelfs, dat hij in 1676 voor
+het opperbevel van het leger moest bedanken. In een andere zaal zijn
+de beelden meestäl afgietsels, en eenige kopijen van marmer; deze
+dienen bijzonder voor de teekenschool, die ook in dit gebouw is. Zoo
+de kweekelingen in het vak der beelden al iets mogten te kort komen,
+de natuur levert in deze streeken de heerlijkste toonelen op voor den
+landschapschilder. In eene volgende zaal ziet men eenige oudheden,
+als toiletdoozen, messen, vorken, een brieventas enz. welk tuig
+afkomstig is van de eerste Hertogen en Hertoginnen van _Bourgondiën_,
+naar men mij verzekerde; nu men kon ook wel zien dat het van daag of
+gisteren niet gemaakt, maar verscheidene modes ten achteren was. Ook
+zag ik 'er den knop van den Bisschoppelijken staf, benevens een
+ring en gordelgesp van den eersten Abt van de vermaarde Abdij van
+_Citeaux_. Van meêr belang voor den konstminnaar, vond ik een aantal
+marmeren beeldjes, ieder ongeveer ander half voet hoog. Zij verbeeldden
+_Carthuizer_ Monniken, in onderscheidene houdingen; deze beeldjes
+hadden gestaan, om de prachtige marmeren graftombes van de Hertogen
+van _Bourgondiën_, in het koor van de Kerk der _Carthuizers_, waarvan
+ik reeds gesproken heb, en welke tombes in het begin van de omwenteling
+zijn gesloopt. Regt fraai zijn die beeldjes gewerkt, en de uitdrukking,
+die 'er in hunne gezigten plaats heeft, trekt vooräl de aandacht. Ik
+zag hier ook nog een klein stukje agter een glas in een lijst, het
+was van was geboetseerd, en verbeeldde een half verrot lijk. Men had
+'er een gordijntje voor gehangen, om dat het 'er zoo afzigtelijk
+uitzag. Onze geleider meende, dat het iets tot de geschiedenis van
+het huis van _Bourgondiën_ behoorende, moest voorstellen; maar het
+regte wist 'er de sukkelaar ons niet van te zeggen.
+
+Den 21 ging ik 's morgens vroeg in den aangenaamen Tuin van de
+_Arquebuse_ wandelen, en mijn ouden populierboom bezoeken: geen koord
+of andere meet-instrumenten bij mij hebbende, mat ik de dikte van
+den stam, onder aan den grond, door mijne voeten rondom dezelve,
+den een voor den anderen te zetten, en telde op deze wijze acht
+en dertig zulke voeten;--Welk eene aanmerkelijke dikte!--De grond
+schijnt hier goed voor het houtgewas, ook naar de andere boomen en
+struiken te oordeelen. Voorbij een Seringe-struik komende, werd ik
+een zeer onaangenamen reuk gewaar, bijna als die van een hok, waarïn
+leeuwen, tijgers of diergelijke opgesloten zijn; ik wilde hier de
+reden van weten, en bevond na eenige reizen om den struik, die vrij
+groot was, gegaan te zijn, en hem naauwkeurig bekeken te hebben,
+dat 'er midden in een menigte torren zaten, welken 'er de bladeren
+afknaagden, en dat deze dien onaangenamen reuk veroorzaakten. Ik
+herinner mij niet van diergelijke _insecten_ meêr gezien te hebben,
+althans niet levendig: zij hadden een schone ligt groene gouden kleur,
+en kwamen mij voor te behooren tot de soort van het Vliegend Hart,
+zijnde smal van lijf met fraaije lange horens. Ik deed 'er een paar
+van in een papier en nam dezelve mede naar mijn kamer, doch de stank,
+dien zij verwekten, verpligtte mij om ze weg te werpen. De reuk was
+zoo sterk, dat men denzelven op den afstand van twee treden van den
+struik, reeds gewaar werd.
+
+Ik wandelde verder om de stad, en zag onder andere een wijngaard voor
+een huis geplant, van eene buitengewone uitgebreidheid. De ranken
+waren over een rooster van latten gespreid om lommer voor het huis te
+hebben; en dit groene dak was zoo groot, dat 'er wel vijftig menschen
+op hun gemak onder zitten konden; daarbij was deze schoone wijnstok
+vol met trossen druiven, Van eene ongemene grootte. Hier en daar om
+de stad, zag ik ook nog overblijfsels van de oude vestingwerken. Het
+riviertje _l'Ouche_ stroomt langs _Dyon_, en 'er legt een fraaije
+steenen brug over, even buiten de stad; het vormt ook vele aardige
+partijtjes. Bezat ik de kunst van Ruisdaal of Waterlo, ik zond u ook
+hier eenige teekeningen van. Het Gasthuis dat men buiten de _porte de
+fer_ (een ijzer hek) ziet, is een fraai gebouw. Met genoegen zag ik
+sommige zieken gemakkelijk zitten naast verscheidene _Oléanders_,
+_Laurustinus_ boomen en andere welriekende kruiden en bloemen,
+die men daar in bakken en potten nedergezet had. Bij ons gebruikt
+men die alleen maar, om de prachtige lusthoven en buitenplaatsen
+opteschikken, hier hebben zij eene betere bestemming, zij dienen tot
+verkwikking van arme zieken. Sedert de omwenteling is het bestuur
+van diergelijke gestichten in _Frankrijk_ veel verbeterd; voor dien
+tijd had de Geestelijkheid 'er meestal alleen de bestiering over. In
+ons Vaderland, hoewel wij anders in menschlievendheid en mildadigheid
+zeer wel tegen de _Franschen_ kunnen monsteren, zou toch, dunkt mij,
+ten opzigte van de gasthuizen ook nog veel te verbeteren zijn; vooral
+wenschte ik die buiten de steden in een gezond en aangenaam oord,
+zoo veel mogelijk, te hebben, en niet al de zieken in eene algemeene
+zaal, maar in afzonderlijke luchtige vertrekken te plaatsen, ten minste
+die geenen, die erg ziek zijn; behalve de besmetting, is het gezigt,
+en dikwijls het gekerm van sommige kranken voor anderen, die minder
+ziek zijn, allerakeligst; zij zien veeltijds pijnelijke operatien, het
+afleggen en voorbij dragen der dooden.--Welk een schouwspel! waarom
+in plaats van die groote zalen, zijn de gasthuizen niet zoo als onze
+hofjes, rondom met vertrekjes, een plaats in het midden, en het gansche
+gebouw omringd met bevallige tuinen, met fraaije en geurige bloemen
+en planten, lommerijke lanen, vruchtrijke boomgaarden enz. Het is
+immers zoo verkwikkelijk voor een zieke, die begint te herstellen,
+als hij het ziekbed, daar hij weken, en somtijds maanden aan gebonden
+was, kan verlaten en in de vrije lucht de vrolijke en bevallige
+natuur aanschouwen, en met dankbare aandoening aan den Schepper en
+Onderhouder van dezelve denken.
+
+In en om deze stad, zag ik verscheidene daken en torens met pannen
+van onderscheidene kleuren belegd; men maakt 'er ruiten en andere
+figuren mede, zoo als men wel op de vloertapijten ziet; dit staat
+niet onäardig.
+
+De Bibliothekaris der Bibliotheek van het _Lycée_, is een zeer
+vriendelijk man; hij sprak met veel lof van onze _Hollandsche_
+geleerden, als Grotius, Boerhave, enz. Ik zag die Bibliotheek terloops
+in; het kwam mij voor, dat dezelve eene aanmerkelijke verzameling
+boeken bevatte; 'er waren ook eenige borstbeelden van voorname mannen,
+als Piron, Crebillon, Buffon, Voltaire en meêr anderen. De Beeldhouwer
+Attiret, daar ik u reeds van gesproken heb, is 'er de maker van.
+
+Deze stad is het Vaderland van verscheidene groote mannen, als van
+den welsprekenden Bossuet, Bisschop van _Meaux_, daar ik in mijnen
+vorigen reeds melding van maakte; van den Toneeldichter Crébillon,
+een edelman, die hier een voornamen post bekleedde; hij voerde de
+Treurspelen van AEschylus op nieuws in _Frankrijk_ ten Tooneele, nadat
+hij dezelve op eene regelmatige wijze beärbeid had; zijne stukken
+zijn nog tegenwoordig in veel achting, en sommigen 'er van worden
+dikwijls gespeeld; hij werd in 1674 geboren, en stierf in 1762. Piron,
+door zijne Tooneel- en andere geestige werken bekend, werd hier in
+1689 geboren [15], als ook la Monnoye, Dichter en _Bibliograaf_,
+en de Baron de Longpierre, schrijver van eenige Tooneelstukken,
+enz. die in 1659 het licht zag. Rameau een van de grootste _Fransche_
+muziek-_componisten_, is ook van _Dyon_; hij werd aldaar geboren in
+1683, en stierf in 1769; hij was Organist van een kerk te _Parijs_,
+en heeft het muzijk samengesteld van verscheidene Opera's; [16]
+zijn uitvaart wierd zeer plegtig gevierd. _Dyon_ heeft dus veel
+toegebragt tot den luister van het _Fransche_ Tooneel; de inwoonders
+van die stad, hebben alzoo inzonderheid regt op een fraaijen en goeden
+Schouwburg, en ik wensch, dat men niet zal dralen, met het plan, om
+'er een te bouwen, ten uitvoer te brengen. Menestrier een geleerde
+oudheidkundige, had ik haast vergeten; die man, welke ook te _Dyon_
+in 1555 geboren is, heeft belangrijke aanteekeningen over de medailles
+nagelaten. Men las eertijds, op een der glazen van _St. Medars_ kerk,
+het volgend zonderlinge grafschrift, dat op hem gemaakt is:
+
+
+ "_Ci git_ Jean le Menestrier,
+ _l'An de sa vie soixante dix_,
+ _Il mit le pied a l'étrier_,
+ _Pour s'en aller en Paradis_." [17].
+
+
+Door den aanhoudenden regen verhinderd wordende, om mijne wandelingen
+buiten voorttezetten, moest ik die tot de stad zelve bepalen. Ik ging
+het oude slot, dat tegen den wal ligt, digt bij de poort naar den
+kant van _Parijs_, bezigtigen; oorspronkelijk schijnt het een Citadel
+geweest te zijn; naderhand heeft het ook gediend tot een gevangenis,
+en was tot de omwenteling toe de Bastille van _Bourgondiën_; ik zag 'er
+dan ook nog verscheidene holen en gevangenissen.--Wie weet, dacht ik,
+hoe vele slagtoffers van wareldlijk en kerkelijk geweld hier bittere
+tranen gestort hebben.--Het ziet 'er thans zeer vervallen uit.--Van
+den toren aan de achterzijde heeft men een fraai gezigt. Aan den
+anderen kant van de stad, op de wal, zag ik ook een fraaije danszaal,
+men noemt die plaats _Tivoli_.
+
+Hopende op goed weder, bestelden wij rijtuig, om den volgenden dag te
+vertrekken; want de Postwagen naar _Chalons_ reed 's nachts, en hier
+hadden wij geen zin in. Verscheidene lieden van dit land zeiden mij,
+dat, als het hier eens begon te regenen, het doorgaans eenige dagen
+duurde; de reden hier van was, willen zij, dat de wolken tusschen de
+bergen bleven hangen; en in der daad, de toppen der bergen rondom de
+stad waren sedert een paar dagen door wolken bedekt.
+
+Over onze herberg waren wij wel te vreden, en betaalden £ 3-:-:
+aan de gemeene tafel, die vrij goed was, en £ 2-:-: voor een kamer
+met twee bedden. Op de reis hier na toe, hadden wij doorgaans ook £
+3-:-: voor het middag eten, en £ 3-10-: ook wel eens £ 3-:-: voor
+het avondeten en slapen betaald.
+
+De inwoners van _Dyon_, hoewel de hoofdstad van het goede wijnland,
+hadden, dacht mij, over het algemeen, eerder een somber dan een
+vrolijk voorkomen. Zou de invloed van het bijgeloof hier niet
+veeläl de oorzaak van zijn? Men begroot het getal der ingezetenen op
+ruim 20,000. Kousenweverijen en fabrieken van een soort van kanten,
+speelkaarten en de wijnhandel zijn de voorname takken van hun bestaan;
+'er zijn verscheidene leêrlooijerijen; men maakt 'er ook sommige
+wollesstoffen en confituren, en de mostaart van _Dyon_, die geheel
+_Frankrijk_ door beroemd is, zoo als bij ons die van _Zaandam_ of
+_Doesburg_, moet ik ook niet vergeten.
+
+
+
+
+
+DERDE BRIEF.
+
+_Lyon_, 28 _Julij._
+
+
+Wij vertrokken, den 22. dezer, 's morgens om vijf uren van _Dyon_, met
+twee rijtuigen, op twee wielen; ieder met een paard bespannen, zoo als
+de koetskarren in _Bataafsch Braband_; men noemt die hier _Carioles_;
+in elk zouden drie personen, en de voerman, bekrompen kunnen zitten;
+doch dan moet men ook geen bagage hebben. Wij betaalden voor deze
+twee rijtuigen £50-:-: alle onkosten voor rekening van den voerman
+tot _Chalons sur Saone_. _Dyon_ en _Chalons_ zijn langs den gewonen
+weg, 8 3/4 posten van elkanderen. Na omtrent anderhalf uur gereden
+te hebben, kwamen wij aan dat vermaarde _Clos de Vougeot_ waaraan een
+lekkerbek nooit zonder watertanden denken kan. De wijn die hier groeit,
+en die onder den naam van _Clos de Vougeot_ bekend is, wordt voor de
+fijnste gehouden, die in _Bourgondie_ wast. Zijn naam wordt ontleend
+van _clos_, een besloten plaats, (want de wijngaard is met een muur
+omringd), en _Vougeot_, de naam van het dorpje, daar dezelve onder
+gelegen is. In deze besloten plaats staat ook een fraai gebouw, dat
+men _le pressoir_ noemt. De druiven worden hierin getreden, geperst
+enz. Deze wijngaard, benevens het dorpje en meêr andere plaatsen hier
+omstreeks, behoorde voor de omwenteling aan de beruchte _Bernardijner_
+Abdij van _Citeaux_; de rijkdom en bezittingen in landgoederen van
+deze zich noemende godvruchtige kluizenaars (_pieux solitaires_),
+was grooter dan die van sommige aanzienlijke Vorstendommen. Zij
+teelden doorgaans meêr wijn in één herfst, dan 'er in menige stad
+in _Frankrijk_ in een gansch jaar gebruikt wordt. Behalve den wijn,
+leverde deze Abdij nog andere aanzienelijke voortbrengsels op,
+als Kardinalen, Pausen, [18] Heiligen en wat al niet meêr.... De
+Abt van _Citeaux_ had het gewone regtsgebied over de vier eerste
+Abdijen van zijne Orde; hij was de opperste (_Superieur General_)
+van al de Abdijen en Kloosters, tot die orde behoorende; als mede van
+eenige Militaire Orden in _Spanje_ en _Portugal_. In de Vergadering
+der Staten van _Bourgondiën_, volgde hij in rang op de Bisschoppen;
+hij was ook eerste Raadsheer in het Parlement van _Bourgondiën_;
+kortöm, hij was al een heele groote sinjeur. Deze geestelijke
+Vader liet zich dan op zijne grootheid al vrij wat voorstaan, en
+hield geen geringen stoet. Men oordeele over de verkwisting van de
+Monniken van _Citeaux_, en de zorg, om hunne kelders wel te voorzien;
+(want dit was het voornaamste, met geleerdheid braken zij hun hoofd
+zeer weinig); hun voornemen was, om van het pershuis in de _Clos de
+Vougeot_ af, tot in hunne kelders toe, looden buizen onder den grond
+doorloopende te leggen, om door deze kanalen den wijn in die ruime
+gewelven te doen stroomen; en dit pershuis is bijna twee uren van
+de Abdij af gelegen. Thans is dat voorheen zoo aanzienelijk gebouw,
+gedeeltelijk gesloopt, het lag midden in een schoon bosch, dat wij van
+verre zagen. Dat _Clos de Vougeot_, dat 360 _arpens_ [19] groot is,
+behoort thans aan de Bankiers Tourton en Ravel te _Parijs_. Die wijn
+word zelfs hier op de plaats voor £6-:-: de fles verkogt. Eer wij
+van deze Abdij afstappen, nog een woordje over deszelfs patroon,
+de Heilige Bernardus; hij werd te _Fontaine-lez-Dyon_, een half
+uurtje van _Dyon_, in het laatst van de elfde eeuw geboren, was slim,
+ondernemend en welsprekend; en had daar door zelfs ook aan het hof,
+veel invloed; hij was een voorname aanstoker van de kruisvaarten, en
+de stichter van 1800 mans- en 1400 vrouwen-kloosters. Zeker _Fransch_
+schrijver zegt van hem: "_Dix hommes comme_ St. Bernard, _auroient
+depeuplé le monde_." [20]
+
+Omstreeks half acht kwamen wij te _Nuys_ of _Nuits_, en stapten
+daar af, om te ontbijten; het was zoo koud, dat men vuur voor
+ons aanmaakte. De wijn, die hier tegen den berg groeit, aan wiens
+voet het stadje ligt, is ook zeer beroemd, en heeft zijne eerste
+vermaardheid te danken aan eene ziekte, van Lodewijk den XIV. in
+1680. De Geneesheeren moesten den geschiktsten wijn kiezen, om de
+krachten van den zieken te herstellen, en vonden daartoe den ouden
+wijn van _Nuits_ het beste. Sedert dien tijd, is die wijn, die te
+voren in het land zelve werd gebruikt, sterk gezocht, overäl na toe
+verzonden geworden; en daar door, natuurlijker wijze, aanmerkelijk
+in prijs gestegen. Het bovenste gedeelte van den berg, waar tegen
+hij groeit, is anders schraal en onvruchtbaar.
+
+Hoewel het nog vroeg was, konden wij niet nalaten, om van dezen
+lekkeren wijn te proeven, te meêr, daar men ons verzekerd had, dat
+wij ze in de Herberg, waar wij afgetreden waren, echt konden krijgen;
+'er moest dan een fles van zijn bij ons ontbijt, dat bestond in koud
+vleesch en brood; wij vonden ze zeer goed; maar moesten 'er ook £3-:-:
+voor betalen. Het spijt mij, dat ik den naam van de Herberg vergeten
+heb; want zoo gij, of iemand van onze kennissen, in dit land mogt
+komen, zou ik ulieden raden, om 'er aanteleggen; niet alleen om
+goeden wijn te drinken, maar omdat de vrouw, eene bejaarde matrone,
+zeer vriendelijk en geschikt is. Het is een groot huis, bij het inkomen
+van het plaatsje, en men kan aan den boêl zien, dat het lieden zijn,
+die 'er wel inzitten. Wij wandelden het stadje door, doch zagen 'er
+niets bijzonders. Men had ons verteld, dat de vrouwen hier zeer weinig
+boezem hebben, en voor zoo ver ik 'er in 't voorbijgaan over oordeelen
+kon, is deze aanmerking niet geheel ongegrond. Hier van daan ook het
+versje, dat ik uit den mond van een _Bourgondiër_ heb opgeschreven:
+
+
+ _Nuits, ville sans renom,_
+ _Rivière sans poisson,_
+ _Montagnes sans buissons,_
+ _Justice sans raison,_
+ _Filles sans tetons,_
+ _Mais le vin est bon._
+
+
+Het riviertje _Musain_ stroomt voorbij de stad; dit riviertje
+neemt zijn' oorsprong niet ver van hier aan den voet van den berg
+van _Vergi_; voorheen stond 'er op dezen berg een Kasteel van dien
+naam. Het bekende en verschrikkelijke Treurspel, _Gabrielle de Vergi_
+[21], dat in het _Hollandsch_ is overgezet, is van daar afkomstig.
+
+Het was goed weder, wij wandelden vooruit, en lieten de rijtuigen
+volgen. Aan de regterhand heeft men altijd de ketens van heuvelen, die
+men _la Coté d'Or_ noemt, op een' zekeren afstand van den weg. Langs
+die heuvels ligt eene menigte dorpen, zoo digt, dat zij hier en daar
+aan elkanderen raken. Alles, wat men onder tegen die heuvelen en in
+de vlakte ziet, zijn wijngaarden; en hier en daar wat _Maïs_, ook
+bij ons _Turksche_ Tarw genaamd; aan de linkerhand was het redelijk
+goed korenland. Het Departement de _la Côte d'Or_, hoewel vruchtbaar
+in wijn, levert anders niet veel koren op, en de grond is 'er op
+vele plaatsen in 't geheel niet toe geschikt, en zelfs hier en daar
+zeer onvruchtbaar. Aan den anderen kant van _Dyon_, van _Parijs_
+komende, vond ik, dat het graan, zoo tarw, als haver en garst,
+zeer kort en mager stond. De schrale grond, en geringe bemesting is
+hier zeker veelal de oorzaak van; doch de boeren verergeren het nog,
+door misschien een derde zaadkoren te veel op de akkers te werpen. Ik
+sprak hier met een inwoner van dit land over, en hij moest bekennen
+dat ik gelijk had. De gronden zijn veeläl krijtachtig, naar het mij
+toescheen; sommigen zijn geheel rood door de roode aarde waarmede zij
+doormengd zijn, en anderen zijn keiachtig en vol kleine steentjes;
+deze is zeer geschikt voor den wijn. Boekweit, die hier denkelijk
+wel zou groeijen, heb ik 'er niet gezien; ik geloof ook dat 'er de
+rogge, althans op de meeste gronden, die ik zag, beter zou groeijen,
+dan de tarwe; hier en daar scheen men dat ook te begrijpen, doch het
+beteekende niet veel. De _Franschen_ houden van geen roggenbrood. Wat
+de konstweiden aangaat, deze bestaan meestal in Lucerne klaver;
+_Bourgondiën_ levert ook veel schapen op.
+
+De weg was vooral door den aanhoudenden regen, zeer slecht. Hij is
+niet bestraat, maar met kleine keitjes opgeworpen, en het draven
+in onze karretjes, hoewel de bankjes nog al op riemen hingen, was
+ongemakkelijk; wij gingen dan veel te voet, en zagen daar door de
+landstreek des te beter.
+
+Het was omtrent elf uren, toen wij te _Beaune_ kwamen; hier gingen
+wij onzen Wijnkooper, met wien wij op den Postwagen van _Parijs_ naar
+_Dyon_ kennis gemaakt hadden, opzoeken; doch hij was uit de stad. Daar
+onze voerlieden verzocht hadden, om hier hunne paarden een paar uren
+te laten rusten, hadden wij den tijd, om het stadje te bezigtigen:
+het ziet 'er nog al levendig en welvarende uit, doch wij vonden 'er
+niets bijzonders. De inwoners worden voor zeer dom en onverstandig
+gehouden, waarom men hun den naam gegeven heeft van _les anes de
+Beaune_ [22]. Zoo het waar is dat zij dezen naam verdienen, is het
+niet te verwonderen; want 'er waren voor de omwenteling in deze, stad,
+die men op omtrent zes duizend inwoners begrootte, agt à negen zoo
+Mans- als Vrouwen-Kloosters, waar onder een Abdij van _Bernardiner_
+Nonnen, en een half uurtje van de stad lag nog een _Carthuizer_
+Klooster. _Bourgondiën_, en vooral dit gedeelte, was voorheen een
+regt Monnikenland; geen wonder, 'er groeit goede wijn, en die snaken
+zijn doorgaans liefhebbers van een druifje te pikken. Ook is 'er in
+_Beaune_ een Gasthuis voor zieke en oude lieden, door Nicolas Rollin,
+Kanselier van onzen Graaf Philippus van _Bourgondiën_ gesticht. Het
+wordt ook door Nonnen bediend; doch deze doen slechts geloften voor
+één jaar, en dat kan 'er immers nog al door. Men heeft die goede
+zusters, na de omwenteling in _Frankrijk_, ook bijna overal in wezen
+gelaten. Koning Lodewijk de XI, aan wien men dit Gasthuis liet zien,
+zeide, van den stichter sprekende: "Het is zeer billijk, daar hij zoo
+veel armen gedurende zijn leven gemaakt heeft, dat hij voor zijn dood
+een huis heeft doen bouwen, om ze te herbergen."
+
+De stad, die, onder verscheidene Hertogen, het verblijf van het
+Hof was, is met wallen, muren en grachten omringd; zij zijn zeer
+vervallen. Na de zamenzwering van den Marschalk Charles de Biron,
+die den 31 Julij 1602 in de Bastille onthoofd is, deed _Hendrik_
+de IV. het Kasteel van _Beaune_, dat voor een van de beste van de
+Provintie gehouden werd, ontmantelen.
+
+Men had ons een herberg in de voorstad, naar den kant van _Chalons_,
+aangewezen, waar wij goeden wijn moesten vinden; want de wijn van
+_Beaune_ is ook zeer beroemd. Hier gingen wij ter loops het middagmaal
+nemen, en troffen 'er in de daad zeer goeden wijn aan. Na den maaltijd
+wandelden wij voort langs eenen aangenamen weg tot boven _Vollenai_,
+een Dorp, waarvan de wijnen ook waardig gekeurd worden, om, op de
+tafels der rijken, een voorname plaats te bekleeden. Op eene hoogte
+hier omtrent heeft men een zeer schoon gezigt. Men wees ons het Dorp
+_Pomare_, waar van de wijnen ook tot den wel voorzienen kelder van
+een echten liefhebber behooren; te _Meursault_, waar wij door kwamen,
+en dat nog al een gnap dorp is, vonden wij goed, om eens aanteleggen,
+wij dronken daar een fles witten wijn van 1790, die lekker was, maar
+wij moesten 'er ook £4-:-: voor neêrtellen. Men teelt 'er goeden
+wijn. Hier verlaat men _la Côte d'Or_ en het fijne wijnland. Het
+bijgaande gezigtje zal u een denkbeeld geven van de aangename ligging
+van een gedeelte dezer kostelijke wijnbergen.
+
+De weg tusschen dit dorp en _Chalons_ is fraai, aangenaam en wel
+beplant; de toegangen van die stad zijn gansch niet onbevallig; 's
+avonds te half zes kwamen wij 'er aan. Dit word _Chalons sur Saone_
+genaamd, in onderscheiding van een ander _Chalons sur Marne_. Wij
+waren dan ook in het Departement van _Saone et Loire_ [23]; namen
+onzen intrek in _l'Hotel des trois Fesans_; bestelden het avondmaal
+en gingen wandelen. Ik stond verwonderd over de fraaije kaai, die
+men hier langs de rivier heeft, en de schoone gebouwen, die men daar
+ziet; het gezigt van dezelve is ook zeer aangenaam. In de vaart die
+hier gemeenschap heeft met de rivier, wijst men den vreemdelingen de
+sluizen als iets bijzonders aan; voor ons was dat niets nieuws. Van de
+Stad gaat men over eene fraaije steenen brug naar de voorstad _Saint
+Laurent_, aan den anderen kant van de _Saone_. Die brug is aan beide
+zijden versierd met vier Piramiden, welken dienen, zoo ik meen, om
+'er lantaarns tusschen te hangen. De voorstad _Saint Laurent_ is een
+eiland, rondom door de _Saone_ bespoeld. Gontran Koning van _Orleäns_
+en _Bourgondiën_, die te _Chalons_ zijn verblijf hield, stichtte op
+dit eiland een Abdij omtrent het jaar 590; thans dient zij voor een
+Hospitaal. Rondom is een fraaije en lommerrijke wandeling, van waar men
+een aangenaam gezigt heeft over de rivier en de omliggende landouwen.
+
+
+
+
+
+VIERDE BRIEF.
+
+_Lyon, 30 Julij._
+
+
+De schuit, waarmede wij, den volgenden dag, 23 dezer, van _Chalons_
+naar _Lyon_ vertrekken moesten, voer eerst 's middags om twaalf uren
+af; ik had dus nog tijd, om _Chalons_ doorteloopen, waar ik blijde om
+was; want het zag 'er hier levendig en vrolijk uit, en beviel mij dus
+wel. Met genoegen zag ik de puinhoopen van verscheidene Kloosters,
+die men had afgebroken, hoe zeer dit anders niet sierlijk staat. De
+overige Kerken schenen niets bijzonders opteleveren. Wij zouden de
+kermis bij hebben kunnen wonen, als wij een paar dagen vroeger waren
+gekomen; de kramen en lootsen stonden 'er nog, digt bij de poort, waar
+men van den kant van _Dyon_ inkomt, en hier naar te oordeelen, scheen
+zij nog al aanmerkelijk geweest te zijn. _Chalons_ drijft zeer veel
+handel, voornamelijk in granen en wijn. 'Er zijn ook eenige koussen-
+en hoeden-fabrieken; men vindt 'er vele welgestelde Ingezetenen. Het
+getal der inwoners word op omtrent 12,000 begroot. Deze stad en de
+omliggende landstreek, draagt ook roem op de schoonheid harer vrouwen,
+en de vriendelijkheid der mannen, bijzonder tegen vreemdelingen; en
+ik vind dit in het een en ander opzigt niet geheel zonder grond. Onze
+Hospes, onder anderen, was een allerbeleefdst en vriendelijk man,
+hoewel wij maar kort bij hem verbleven en geene groote verteringen
+maakte. De menschen zien 'er ook over het algemeen frisch en gezond
+uit; kortom, _Chalons_ is een aangename plaats, en _Les trois Fesans_
+een goede Herberg. Bij het dorp _Presty_, niet ver van deze stad
+gelegen, vindt men loodmijnen.
+
+Deze streek, die voorheen tot de _Gaulen_ behoorde, schijnt bewoond
+geweest te zijn door een der oudste volkeren op de aarde bekend. Dit
+althans schijnt zeker, dat de _Insubriënsen_, wier vestiging in
+_Italië_ veel ouder is dan de grondslag van _Rome_, en misschien
+zelfs dan de aankomst van Enéas in _Latium_, een deel uitmaakte van
+de _Æduensen_, een Volk vermaard in de geschiedenis, en de eerste waar
+van dezelve melding maakt, als bewonende dat gedeelte van _Frankrijk_;
+waar thans de stad _Autun_, tot dit Departement behoorende, staat;
+deze stad, die men wil, dat toen _Bibracte_ genaamd was, bezit ook
+nog verscheidene overblijfsels van oudheden, en ik had wel lust,
+om die te gaan zien, doch het was wat te ver buiten onzen weg.
+
+Tegen den middag begaven wij ons scheep, na alvorens aan het _Bureau_
+(bij den Commissaris) £6-:-:. betaald te hebben voor ieder persoon;
+dit is de vracht op de beste plaats, een soort van roef, van _Chalons_
+naar _Lyon_. Wij waren met meêr dan zestig personen in en op deze
+schuit, die men hier _la Diligence_ noemt; behalve nog vrij wat
+koopmansgoederen en bagaadje. Op de rivier zijnde, levert _Chalons_,
+ook eene aangename vertooning op; ik bleef 'er zoo lang mogelijk op
+turen, en zou verkozen hebben, om boven op te blijven zitten; doch
+de wind was zoo koud, dat ik het niet durfde wagen. De schippers,
+op deze rivier, zijn meestal frissche stevige kerels. De opperste
+van onze schuit werd _Patron_ genaamd; zij spreken onder elkanderen
+eene taal, die men _patois_ noemt, en die ik niet verstond; hier
+en daar komen 'er woorden in, die eenige overeenkomst hebben met
+het _Italiaansch_. De stroom van deze rivier is niet sterk, en men
+kan dezelve dus, zonder veel moeite, zoo wel op als afvaren. Wij
+voeren ze af, en hadden vier paarden noodig, om dat de wind tegen
+was, op sommige plaatsen is het zoo ondiep, dat wij over het zand
+sleepten. Daar aan de boorden van de _Saone_ niet veel te zien was,
+gingen wij het middagmaal houden; hebbende koud vleesch, vruchten en
+wijn mede genomen. Onder de personen, die zich in de schuit bevonden,
+troffen wij ook weder onzen Wijnkooper van _Maçon_ aan, met wien wij
+reeds van _Parijs_ naar _Dyon_ gereisd hadden. Te _Tournus_, een stadje
+half weg _Chalons_ en _Maçon_, zeer aangenaam aan den regter oever
+van de _Saone_ gelegen, zagen wij eene fraaije brug over die rivier,
+zijnde onder steen en boven hout; doch in een' smaak gemaakt, dat men
+ze op een' zekeren afstand voor geheel steen zou aanzien. Sedert de
+9de eeuw bestond hier een voorname Abdij van _Benedictijner_ Monniken,
+tot dat de Kardinaal de la Rochefoucauld, die 'er Abt van was, dezelve
+deed _seculariseeren_, en 'er een Kanonniken Kapittel van maakte.
+
+Dit plaatsje schijnt nog al eenigen handel te drijven. Niet ver van
+hier zag ik, aan den oever van de rivier, een _Maçonnois_ boerinnetje,
+met een aardig klein rond zwart hoedje op, dat de bijzondere mode
+van dat land is, al spinnende en zingende haar koeijen hoeden. Van
+_Parijs_ af hadden wij niet anders dan rood rundvee gezien, aan deze
+kanten is het geelächtig wit.
+
+'s Avonds om half acht kwamen wij te _Maçon_, omtrent elf _Fransche_
+mijlen van _Chalons_ gelegen, en de Hoofdstad van dit Departement,
+hoewel kleiner en minder bevolkt dan _Chalons_; waarom de inwoners van
+die plaats ook zeer te onvreden zijn, dat men aan dezelve de voorkeur
+niet gegeven heeft; vooral ook, omdat _Chalons_ meêr in het midden van
+het Departement liggende, beter geschikt schijnt tot eene Hoofdplaats,
+daar hetzelve het verblijf is van den Prefect en de voorname regtbank
+van het Departement.
+
+_Maçon_ doet zich op eene aangename wijze op. Zij ligt aan de helling
+van eene hoogte [24], en heeft een fraaije kaai en eene steenen brug,
+op dertien bogen, over de _Saone_: door middel van deze brug heeft
+zij gemeenschap met het Departement _de l'Ain_; voorheen dat gedeelte
+van _Bourgondiën_, dat men _la Bresse_ noemde. Immers, Vriend! hebben
+onze achtingwaardige Vaderlandsche schrijfsters, E. Wolff en A. Deken,
+te _Bourg_, de hoofdplaats van dat Departement, gewoond; en aldaar
+hare _Wandelingen door Bourgondiën_ geschreven. Met een dankbaar
+gevoel dacht ik hier aan die kundige vrouwen; zij hebben toch veel
+tot de verlichting en aankweeking der goede smaak bijgedragen. Hare
+_Sara Burgerhart_ is geheel oorspronkelijk en vol geest; het is een
+meesterstuk, en wordt daar zelfs bij vreemdelingen voor gehouden;
+hoewel het voor hun, wijl zij met de karakters, die 'er zoo natuurlijk
+in geteekend worden, niet genoegzaam bekend zijn, die waarde niet
+kan hebben, die het voor ons heeft. Het is in het _Fransch_, en zoo
+ik mij niet bedrieg, ook in het _Hoogduitsch_ overgezet.
+
+Terwijl het nog licht was, wandelde ik langs de kaai, want dit is
+het voornaamste, dat hier te zien is. Op hetzelve staan fraaije
+gebouwen, en onder anderen een welgebouwd Stadhuis; in een van de
+vleugels is de Schouwburg. Inwendig beteekent de stad niet veel;
+zij is onregelmatig gebouwd, en de straten zijn naauw. Op de brug,
+die 300 treden lang en 6 breed is, heeft men een allerliefst gezigt
+op de rivier, en bijzonder op een bevallig gelegen eiland. Het is
+aangenaam beplant, en 'er is een weide op, die bij zekere gelegenheden
+dient tot de viering van Feesten. Zeker _Fransch_ schrijver, die 'er
+toch ook al uitermate door verrukt moet geweest zijn, zegt: _"Cest
+un vrai tableau de l'Albane, Cette île enchanteresse semble jetée sur
+le globe, pour être digne de contenir également le temple des Dieux,
+les danses des mortels et le tombeau des grands hommes. l'Imagination
+les lui prête, quand l'oeil la considère, et tout homme devient poète,
+s'il touche à ses rives parfumées."_ [25]
+
+Op mij heeft het die uitwerking niet gehad, en ik heb meêr dan
+eens in ons Vaderland plaatsen gezien, die ik bekoorlijker vond,
+dan deze. Oordeel zelve uit het gezigtje, dat ik u hier bij zend,
+en dat wel gelijkende is.
+
+Onze reisgenoot, de Wijnkooper, liet niet af, of wij moesten bij hem
+komen, en hij deed ons van zijn besten wijn drinken. Hij had een gnap
+huis, en ruime kelders; en pakhuizen, die wij van den eenen kant tot
+den anderen moesten doorloopen. De wijn van _Mâcon_ is smakelijk,
+en wordt voor gezond gehouden; deeze stad drijft daar in dan ook veel
+handel, vooral met _Parijs_ en _Lyon_; en deze twee steden gebruiken
+'er een aanmerkelijk gedeelte van. Wij hadden onzen intrek genomen
+_au grand Hotèl du Sauvage_, alwaar wij s'avonds aan tafel zittende,
+zeer lastig gevallen werden, door verscheidene koopvrouwen in messen,
+scharen en diergelijk tuig, dat voornamelijk te _Moulins_, hoofdplaats
+van het Departement _'Allier_, voorheen _le Bourbonnois_, gemaakt
+wordt. St. Louis in 1248 vertrekkende, om een' kruistogt te ondernemen,
+kocht in 't voorbijgaan het Graafschap _Mâcon_. Van de vermaarde
+Abdij der _Benedictijner Cluny_, voorheen een der aanmerkelijkste
+van _Frankrijk_, en niet verre van deze stad gelegen, zal ik u niets
+anders zeggen, dan dat hunne Boekerij, die aanzienelijk was, en waar
+onder werken van waarde, door de Protestanten in de 16de eeuw verbrand
+werd. Deze verkeerde ijver heeft eene aanmerkelijke schade aan de
+letterkunde toegebragt; want men moet tot lof van de _Benedictijnen_
+zeggen, dat zij de wetenschappen beoefenden en bewaarden, toen die
+voor een groot deel der wereld verloren waren.
+
+Den 24 dezer, 's morgens om vijf uren, verlieten wij _Mâcon_; over ons
+Logement waren wij wel te vreden; het is een groot en fraaij gebouw,
+'er zijn zelfs baden in. Behalve onzen Wijnkooper, was 'er nog een
+ander tamelijk bejaard Heer uitgegaan, met een Dametje, die 'er
+onder weg was ingekomen, en welke, 'er vrij galant uitzag. De Heer,
+die een sukkelaar scheen, had ons wel verteld, dat hij te _Lyon_,
+waar hij van daan kwam, een proçes, en onder weg zijne beurs had
+verloren; hij had ook gisteren zijn horologie op een bank, beneden
+in de schuit, laten liggen, en was naar boven gegaan; doch iemand
+die het vond, was eerlijk genoeg, om het hem wederom te geven; en dit
+een en ander leverde stof op tot een gesprek, over de onachtzaamheid
+van dezen man; doch mêer wisten wij noch de meeste andere reizigers
+niet van zijne omstandigheden af; doch eene vrouw, die te _Mâcon_,
+en met onzen onachtzamen man, bekend scheen, en ook den vorigen dag
+veel met hem gesproken had, verhaalde ons nu, dat hij niet alleen het
+ongeluk had van zijn proçes en zijne beurs te verliezen, maar dat hij
+bovendien zijne vrouw, die eenigen tijd geleden, met een jong Officier
+was weggeloopen, in deze schuit wederom gevonden had; zijn vrouw was
+dat Dametje, dat 'er onder weg ingekomen was. Een ander persoon, die
+ook te _Maçon_ bekend scheen, bevestigde het gezegde van die vrouw,
+en wij herinnerden ons nu wel, dat het Dametje boven op de schuit
+zijnde, zeer vrolijk en spraakzaam was, doch zoodra zij beneden kwam,
+waar onze ongelukkige zat, stil en afgetrokken scheen. Doch beiden
+hadden echter zoo wijs geweest van zich stil te houden, zoodanig, dat
+het gezelschap van de verwijdering, die 'er tusschen hun plaats had,
+niet gewaar werd, uitgenomen de twee lieden, die hun kenden, en het
+ons daar na verhaalden. Nu werd 'er op rekening van die lieden, en
+vooral van de vrouw wat afgedaan; en dit gaf niet weinig aanleiding
+tot lagchen en spotten, want de _Franschen_ van de zoogenaamde _bon
+ton_, of die ze naäpen, vooral die van _Parijs_ of van de groote
+steden, achten de huwelijkstrouw eene loutere beuzeling, vinden het
+onwellevend en gemeen, om daar eenige waarde aan te hechten, en scheren
+'er dus gaarne de gek mede; ieder kraamt dan zijne geestige trekken
+uit. Zelfs op de voorname Tooneelen van _Parijs_, daar men zoo naauw
+gezet schijnt omtrent het welvoegelijke, maakt men de huwelijkstrouw
+gedurig bespottelijk. In de volksliederen, die men aan alle hoeken
+van de straten hoort, en in de prenten, die men openlijk te koop ziet
+hangen, gaat het niet beter; geen wonder, zulke waar heeft aftrek;
+doch dat de goede orde en het wezenlijk geluk van de Maatschappij hier
+door bevorderd wordt, kan ik niet geloven; en mij dunkt, dat 'er onze
+ouderwetsche, zoogenaamde stijve _Hollanders_, in dat opzigt beter
+achter zijn, en daar door dan ook vrij wat meer huisselijk genoegen,
+en dat is toch het ware, smaken.
+
+Dit voorval van den Heer B..... en zijn vrouw, van _Mâcon_, want zij
+werden met naam en toenaam genoemd, heeft mij hier eene uitweiding doen
+maken; doch mij dacht, dat kwam zoo eens in het rijm te pas, en waarom
+zou ik het 'er dan niet bij voegen.--Nu weder aan mijn reisverhaal. De
+wind was gaan leggen en het weder zacht, zoo dat ik boven op kon gaan
+zitten. De gezigten tegen de bergen, waar de wolken tusschen hingen,
+en tegen de heuvels met wijngaarden beplant, langs de boorden van de
+_Saone_, waren alleraangenaamst. Onze schippers zeiden ook, dat dit
+hangen van de wolken tusschen de bergen een zeker voorteeken was van
+regen, en voegden 'er nog bij dat het tegen den avond zou donderen,
+en gij zult straks hooren, dat zij het geraden hebben.
+
+Hier moet ik u een opmerkingwaardigen trek van vriendschap, tusschen
+twee honden, die wij aan boord hadden, verhalen. De eene was vrij
+groot en een bastaardsoort van den herders hond, de andere was een
+mopsje of steendoggetje; beiden waren van het mannelijk geslacht,
+en behoorden aan onzen schipper, die 'er veel werk van scheen te
+maken. Ik had al opgemerkt, dat zij vrienden schenen, want zij aten
+zelfs van eene schotel zonder morren, en de schipper verhaalde mij
+ook, dat zij bijzonder aan elkander gehecht waren; dit wierd weldra
+bevestigd. Zij speelden met elkander op den kant van de schuit,
+en ziet, de groote viel in het water en zwom naar den wal, terwijl
+het kleintje door schreeuwen en blaffen zijn leed en ongerustheid te
+kennen gaf, dreigende gedurig, om ook in het water te springen. Te
+vergeefs zocht de schipper het te stillen, eindelijk zette hij het in
+de rivier en het zwom naar den kant, zoodra wierd de groote het niet
+gewaar, of hij zwom het te gemoet, en trachte zijn' kleinen vriend
+te helpen en te ondersteunen; aan land komende, toonden zij, ieder
+om het meest, hunne blijdschap en het springen en vrolijk blaffen,
+duurde een geruime poos, en nu volgden zij te samen de schuit tot de
+naaste plaats, waar wij moesten aanleggen.--Zouden de dieren, vooral
+dit soort, wel zoo redeloos zijn als men vrij algemeen veronderstelt;
+en welke zijn de juiste grenspalen tusschen de rede en het ingeschapen
+gevoel (_instinct_)--is dat alles wel zoo duidelijk als wij ons
+verbeelden, wanneer wij 'er zoo oppervlakkig aan denken? De dieren
+handelen regelmatiger en meer eenvormig dan wij zoogenaamde beschaafde
+menschen; hoe gering zijn ook hunne behoeften; en handelen sommige
+zoogenaamde wilde en onbeschaafde volkeren, wier behoeften zeer
+gering zijn, ook niet vrij regelmatig en eenvormig?--Maar deze zijn
+voor beschaving vatbaar.--Kan men dit van de dieren ook niet zeggen,
+en komt alles dan niet op eene meerder en minder mate van vatbaarheid
+neder? Dit denkbeeld is voor eene zeer wijdloopige ontleding geschikt,
+en daarom stap ik 'er af.
+
+De gezigten werden verrukkelijk; het heeft hier en daar wel wat van
+de oevers van den Rhijn, tusschen _Mentz_ en _Bonn_. Wij naderden
+_Riotti_, een dorpje of gehucht aan den linkeroever, hier moesten
+wij het middagmaal houden, de twee schuiten, te weten, die van en die
+naar _Lyon_, ontmoeten hier elkander, en de reizigers van beiden eten
+'er; wij zaten dan aan met omtrent 40 personen, in een ruime zaal,
+van waar men een uitmuntend gezigt heeft; men schafte 'er ook goed
+op en voor een matigen prijs. Ik heb u nog vergeten te zeggen, dat
+de gewone tafelwijn, zoo hier als elders, waar wij geweest zijn onder
+den prijs van den maaltijd begrepen is.
+
+Daar de Rivier tusschen deze plaats en _Trévoux_ wat kronkelt, besloten
+een deel van onze reizigers, waar toe ik ook behoorde, om langs een'
+naderen en aangenamen weg tot die plaats te wandelen. Ik ging met een
+Offiçier, die van het begin van de omwenteling af gediend had. Reeds
+op de schuit hadden wij te zamen kennis gemaakt; hij scheen zeer
+Republikeinsgezind, en verhaalde mij onder anderen, dat hij hoop
+had, om zijn ontslag te bekomen, en zich dan op een landgoedje, dat
+hij van zijn ouders geërfd had, en in _Bourgondiën_ gelegen was,
+wilde nederzetten. Die wandeling over heuvels en door boschjes,
+beviel mij ongemeen. _Trévoux_ een oud stadje, behoorende tot het
+Departement de l'Ain, ligt Amphitheatersgewijze tegen eene hoogte
+langs den linkeroever van de rivier. Hier schreven de Jesuiten hun
+_Journal et Dictionnaire de Trévoux_, Hier bestreed het bijgeloof
+de wijsbegeerte, en aan een anderen hoek van dit Departement is
+_Ferney_ gelegen, alwaar een man woonde, die redelijk genoeg was,
+en moeds genoeg bezat, om de zaak van den ongelukkigen Calas tegen de
+dweepzucht te verdedigen. De Boekdrukkerij van _Trévoux_ was voorheen
+vermaard. De wandelingen en gezigten die men op de hoogte bij deze stad
+heeft, zijn zeer schilderachtig.--Hier wandelt men in een dreef van
+fraaije platanus-boomen, en daar klimt men op den top van een heuvel,
+van waar men het gezigt heeft op een ruime en vruchtbare vlakte, op de
+omliggende heuvels, die hier en daar al vrij verheven zijn, en die men
+ook wel kleine bergen en rotsen zou kunnen noemen. Wij waren _Trévoux_,
+dat nog 5 _Fransche_ mijlen van _Lyon_ is, reeds door, en hadden
+al meer dan een uur gewandeld, toen wij onze schuit gewaar werden;
+hier klommen wij van de hoogte af, en begaven ons wederom scheep. Nu
+had ik bijna geen oogen genoeg, om overal rond te zien, steenrotsen,
+groene heuvelen, tuinen, buitenplaatsen, lusthuizen, boschjes, hooge
+boomen, een kronkelende rivier, zoo stil en effen, dat al de voorwerpen
+rondom 'er zich, als in een' spiegel, in vertoonen, nu en dan eens
+een schuitje, en langs de oevers hier en daar een groepje menschen
+of vee; schikt dat alles in uwe verbeelding, zoo fraaij en aangenaam
+door en onder elkanderen, als gij wilt, en gij zult het niet fraaijer
+maken, dan het inderdaad is. Vele vermogende lieden van _Lyon_ hebben
+hieromstreeks hunne buitenverblijven, en komen daar doorgaans, even als
+onze _Amsterdamsche_ Kooplieden, een gedeelte van den Zaturdag en den
+Zondag doorbrengen. Het steedje _Neuville_, daar wij voorbij voeren,
+ligt allerliefst, en men vindt 'er ook verscheidene buitenplaatsen,
+die hier, het geen mij bijzonder beviel, meêr aangename landhuizen
+dan prachtige paleizen, zoo als men ook bij ons maar al te veel ziet,
+geleken.--Is het niet genoeg hovaardige rijken! dat gij in de steden
+uwe schatten uitkraamt, en uwe pracht ten toon stelt, moet gij nog
+tempels van den hoogmoed naast de eenvoudige hutten der landlieden
+oprigten, om ook hun daardoor, is het mogelijk, te vernederen, en om
+de schoone natuur te ontsieren.--Aardig vertoont zich in de nabijheid
+van _Lyon_ het eiland _Barbe_, een gedeelte van de rots, waar het
+plaatsje op gebouwd is, steekt ter zijde met een punt boven de huizen
+uit. Een oud vervallen gebouw, overblijfsels van een Abdij, en een
+digte beplanting van boomen, maken 'er een zeer fraaije en bevallige
+schilderij van. Die van _Lyon_ verzamelen zich somtijds bij plegtige
+gelegenheden en vreugdebedrijven op dit eiland. Bij het inkomen van de
+stad ziet men op eene steile rots, aan den regteroever van de rivier,
+de puinhopen van het kasteel _Pierre-Cise_ of _Pierre-en-Cise_;
+gediend hebbende voor eene Staatsgevangenis, en in het begin van
+de omwenteling gesloopt. Twee bekende slagtoffers van de wraak des
+Kardinaals de Richelieu, onder de regering van Lodewijk den XIII.,
+werden hier opgesloten, Cinqmars namelijk en zijn vriend de Thou. Zij
+werden den 12 September 1642 onthoofd; Cinqmars was slegts 22 jaar
+oud. De vader van den ongelukkigen de Thou, die in zijne geschiedenis
+verscheidene voorbeelden van diergelijke vonnissen aanhaalt, voorzag
+toen niet, dat zijn zoon ook dat lot zou ondergaan.
+
+De schuit was reeds in de stad, en bij de plaats, waar wij moesten aan
+wal stappen, toen de voorzegging van onzen schipper, des 's morgens
+gedaan, vervuld werd; een zwaare donderbui barstte genoegzaam boven
+ons hoofd uit. Uit een raampje van de schuit kijkende, schoot 'er
+een bliksemstraal zoo digt langs dezelve in het water neder, dat ik
+'er eenige oogenblikken als van verbijsterd was; de slag deed zig te
+gelijker tijd op eene geweldige wijze hooren, en werd weldra door een
+zwaren stortregen gevolgd, zoo dat wij verpligt waren, om in de schuit
+te blijven, tot de bui over was; en dit duurde nog al een heele poos.
+
+Genoeg voor ditmaal--wanneer het zoo aanhoudend blijft regenen, als
+het gisteren en heden gedaan heeft, zal ik veel te huis moeten zitten,
+en alzoo tijds genoeg hebben, om u ruim en breed over deze stad te
+onderhouden; want ik neem toch tusschen beide de drooge buijen waar,
+om te gaan wandelen, en somtijds waag ik 'er ook al eens een' natten
+rok aan.
+
+
+
+
+
+VIJFDE BRIEF.
+
+_Lyon, 31 Julij._
+
+
+Naauwelijks hadden wij hier voet aan wal gezet, of wij werden schier
+verdrongen door de menschen, die ons ieder om het zeerst noodigde, om
+van hun huis gebruik te maken. Welk een vriendelijk en gastvrij volk,
+zou een vreemdeling, die met de _Europeesche_ zeden en gebruiken niet
+bekend is, denken; maar gij begrijpt ligt, dat het Logementhouders of
+hunne knechts of meiden waren. Men had ons het _Hotel des Celestins_
+aangeraden, wij zetten ons dan in een huurkoets (_fiacre_), die men
+hier zoo wel als te _Parijs_ vindt, lieten 'er onze koffers opbinden,
+en ons zoo aan het _Hotel des Celestins_ brengen; dit is een van de
+eerste Hotels van de stad, doch het was 'er ons veel te duur; want
+ik heb de gewoonte, om, zoodra ik in een Logement kom, te onderzoeken
+naar de prijs van het een en ander; en hier bij heb ik mij altijd zeer
+wel bevonden. Wij raakten dan hier niet slaags, en lieten ons aan
+het _Hotel de Languedoc_, dat wij in het voorbijgaan gezien hadden,
+brengen; het staat op de Kaai langs de _Saone_, niet ver van de
+houten brug over dezelve. Wij vonden daar zeer goede kamers op de
+eerste verdieping, en die een alleraangenaamst uitzigt hadden op de
+rivier, en over dezelve; op de Hoofdkerk, den berg van _St. Just_,
+_l'Hospice des Antiquailles_, de Kapel van _notre Dame de Fourvières_
+enz. Niettegenstaande de uitgezochte en treffende fraaiheid van
+het gezigt van dat gedeelte van het Logement, waar wij onzen intrek
+genomen hadden, was de prijs zeer matig; ik betaalde voor een kamer
+met twee bedden £ 3-:-: daags, en even zoo veel voor mijn middagmaal.
+
+De stad doorwandelende, zag ik uit een straat een man met pluimen
+op den hoed aankomen, gevolgd van eenige anderen, die iets, dat wit
+en zwart was, schenen te dragen, zij lagchten en praatten overluid
+onder elkanderen, en stapten vrij gezwind; ik dacht dat zij iets
+zonderlings te kijken hadden, en ziet, het was een begravenis; het
+lijk was met een wit en zwart kleed onachtzaam op de kist geworpen,
+bedekt, en werd door vier mannen gedragen; die met de pluimen op den
+hoed, was de gewoone begeleider der dooden, zoo als men te _Parijs_
+ook heeft, doch daar ziet hij 'er anders uit; dit was al een heel
+slordig soort van een begravenis, doch ik heb ze al meêr hier en
+daar in _Frankrijk_ gezien, die niet beter waren: velen schijnen in
+dit opzigt van het eene uiterste tot het andere te zijn overgeslagen,
+en dit reken ik onder de abuizen van de omwenteling. Het begraven der
+dooden behoort toch, hoewel men met rede een menigte aanstotelijke
+en kostbare plegtigheden achterlaat, op eene betamelijke, en min of
+meêr plegtige wijze te geschieden; het verzuimen hier van, geeft,
+mijns bedunkens, aanleiding tot woestheid en ongevoeligheid, en kan
+dus in zijne gevolgen immers niet anders, dan schadelijk zijn voor de
+Maatschappelijke order. Deze abuizen zijn echter niet aan de wetten
+of verordeningen, die 'er na de omwenteling hier omtrent plaats gehad
+hebben, toetekennen, maar wel aan de verwaarloozing of verkeerde
+toepassing van dezelve. Nog maar weinige jaren geleden, heeft het
+_Institut National_ van _Frankrijk_, in naam van het Gouvernement,
+de volgende prijsvraag uitgeschreven: _"Quelles font les cérémonies
+à faire pour les funerailles, et le reglement à adopter pour le lieu
+de la sepulture?"_ en het antwoord hier op, dat bekroond is geworden,
+is van F.V. Mullot voorheen Wetgever enz. Zeer kort geleden, heb ik
+die redevoering, hoewel ik in alles niet met den schrijver instem,
+met genoegen gelezen, en ik zou met niet minder genoegen zien, dat
+men in vele opzigten zijn voorschrift volgde; doch het is te vreezen,
+dat het bijgeloof de oude plegtigheden wel weder algemeen zal trachten
+intevoeren, zoo als men zulks in vele plaatsen al begonnen heeft. Op
+de plaats _Belle-cour_, die sedert 1713 tot de omwenteling, de plaats
+van Lodewijk den Grooten genaamd werd, en thans den naam van Bonaparte
+voert, is niet veel bijzonders meêr te zien. Het beeld van Lodewijk
+XIV, de twee fonteinen en verdere sieraden, die deze plaats voorheen
+beroemd maakten, zijn weggenomen, en de puinhoopen van sommige huizen,
+die men in het begin van de omwenteling heeft afgebroken, liggen 'er
+nog; aan den eenen kant in de lengte, zijn verscheide rijen boomen
+geplant; dit dient voor een gemeene wandelplaats; 't heeft hier wel wat
+van ons _Haagsche Voorhout_. Deze plaats is omtrent 450 treden lang,
+en na genoeg half zoo breed; langs dezelve staan fraaije huizen. Zij
+ligt tusschen de _Saone_ en de _Rhone_. Ik was 'er van de kaai van de
+eerstgenoemde rivier opgekomen, en kwam in de lengte 'er overgaande,
+en een straatje regtuit doorloopende aan de kaai van de _Rhone_
+uit; daar had ik de groote steenen brug, die over dezelve ligt, voor
+mij. Deze brug is zamengesteld uit twintig bogen: men is het bouwen
+van dezelve aan Paus Innocentius den IV. verschuldigd. Zij is in geen
+regte lijn gebouwd; maar maakt een bogt, zijnde de uitwendige zijde
+tegen den stroom, die hier zeer sterk is, gerigt. Aanvankelijk had
+men haar ook zoo smal gemaakt, dat 'er geen rijtuigen elkanderen op
+konden voorbijgaan; men is dan verpligt geweest, van 'er een tweede
+naast te bouwen. Om nu deze twee bruggen aan elkander te hechten, en
+'er één stevig ligchaam van te maken, heeft men door al de pilaren
+zware ijzeren staven weten te brengen, die aan beide uitersten met
+ankers zijn bevestigd. En in deze stoute onderneming is men zoo wel
+geslaagd, dat het schier niet zigtbaar is, en men, die bijzonderheid
+niet wetende, nimmer zou vermoeden, dat dit werk op zulk eene wijze is
+zamengesteld. Dit is het eenigste niet, dat men, aangaande deze brug,
+heeft optemerken: de bogen werden ook niet wijd genoeg bevonden, zoo
+dat het zand, dat met het water van de _Rhone_ afkomt, zich op een
+hoopte, dikwijls de voorname bogen verstopte, en daardoor den doortogt
+moeijelijk maakte. Om dit ongemak wegtenemen, vond men een' bouwmeester
+ondernemend en bekwaam genoeg, om een van de pilaren in het midden
+wegtenemen, en alzoo van twee bogen een te maken. Het muurwerk van
+dezen groten boog versterkte hij zoodanig, dat 'er de brug niet door
+leed, en zijn arbeid werd algemeen bewonderd en goedgekeurd. Voorheen
+stond 'er aan den ingang van de brug, aan den kant van de stad, een
+poort, en verder op dezelve een soort van vierkante toren, waar men
+onder doorging, doch dezelve zijn afgebroken. Een gedeelte van deze
+brug, die _le pont de la Guillotière_ genaamd wordt, ziet gij in de
+bijgaande afbeelding, benevens het groote of nieuwe Gasthuis _Nouvel
+Hopital_, op de kaai van de _Rhone_; de teekening van dit schoone en
+trotsche gebouw, is zoo nauwkeurig, dat ik mij niet zal ophouden, om u
+hetzelve uitwendig te beschrijven; jammer is het, dat de linkervleugel,
+zoo als gij ziet nog onvoltooid staat; want het is te vreezen, dat
+men 'er vooreerst nog niet aan zal kunnen denken, omdat deze stad
+door de omwenteling en aanhoudenden oorlog, zeer veel geleden heeft,
+en nog lijdt, waardoor de kas in geen voordeeligen staat is.
+
+Den 25 dezer ging ik 's morgens vroegtijdig uit, en begon met de
+Hoofdkerk te bezigtigen; het is een oud _Gothisch_ gebouw, zoo als
+gij in de afbeelding ziet. Zij schijnt bijna langwerpig vierkant,
+door de torens, die aan de vier hoeken staan, inwendig is zij wel
+ruim, maar donker. Het groote altaar in het midden van het koor, is
+het eenigste, dat ik 'er beziens waardig vond, want her vermaarde
+uurwerk door Nicolas Lippius van _Basel_ in 1598. gemaakt, en dat
+vooral in dien tijd, als een groot konststuk werd beschouwd, is sedert
+verscheide jaren geheel in verval. In de groote Kerk van _'s Bosch_
+staat een diergelijk uurwerk. Als een bijzonder gebruik van deze Kerk
+vind men aangeteekend, dat 'er nimmer noch muzijk, noch orgel, noch
+boeken, gedurende het vieren der diensten, in dezelve zijn gebezigd
+geworden. Niet ver van deze Kerk op de kaai, staat het zoogenaamd
+_Palais de Justice_, een gebouw, dat van buiten geen aanzien heeft;
+en van binnen zag het 'er schandelijk slordig uit; dit komt mij
+vooral hoogst onvoegelijk voor, in eene plaats, waar Regters, tot
+welker voorname hoedanigheden, order en naauwkeurigheid behooren,
+in het openbaar vergaderen. Ik ging in een van de zalen, waar een
+Advokaat, die hard genoeg schreeuwde, en vrij wat beweging maakte,
+bezig was met pleiten. Hetgeen mij als iets ongerijmds in het oog
+viel, was een schilderij, waarop Christus aan het Kruis geschilderd
+was, dat boven het hoofd hing van den President. De schilderij was
+'er zeker nog niet lang geleden geplaatst; want het woord _Egalité_
+stond met groote letters op den wand boven hetzelve, en dit woord, dat
+anderzins in een Vierschaar zoo wel voegt, maakte nu met die schilderij
+een zonderlinge tegenstrijdigheid, daar 'er immers in een Regtzaal
+voor alle burgers, van welke Godsdienstige begrippen zij ook mogen
+zijn, geen kruis, dat een kenmerk van een bijzondere sekte is, te pas
+komt. Joden en andere lieden, die niet tot de Roomsche Kerk behooren,
+en die als leden van de Burgerlijke Maatschappij dezelfde regten en
+aanspraak op de wetten hebben, als de leden van die Kerk, moeten zich,
+voor deze balie verschijnende, deswegens natuurlijkerwijze ergeren,
+en ik geloof, dat, wanneer ik tot dit regtsgebied behoorde, ik niet
+zou kunnen nalaten, om mij over het plaatsen van dit schilderijtje te
+beklagen, en de wet onder andere ook die, welke betrekkelijk is tot
+de regeling der Godsdiensten (_l'organisation des cultes_) thans in
+_Frankrijk_ bestaande, en die geen heerschenden Godsdienst erkent,
+zou mij daar regt toe geven.
+
+De kaai langs de _Rhone_, _Quai du Rhone_, is fraai, en met schoone,
+en zelfs prachtige huizen, waarvan de meeste vijf, zes en meêr
+verdiepingen hoog zijn, bebouwd [26]. Langs den waterkant is een
+wandeling gemaakt, die men heeft beginnen te beplanten. Men heeft
+ook van deze kaai, en uit de huizen op dezelve een zeer aangenaam
+gezigt over de rivieren, de landstreek aan den anderen kant van
+dezelve, tot tegen de _Alpen_, die men bij helder weder duidelijk
+zien kan. Over de _Rhone_ ligt, behalve de brug, waarvan ik u reeds
+geschreven heb, nog een houten brug, die den naam draagt van zijnen
+maker Morand. Deze brug (_le pont Morand_) hoewel ligt in schijn,
+is van een beproefde stevigheid. In den winter van het jaar 1789
+bevroor de _Rhone_, niettegenstaande den snellen stroom. De ijsgang
+maakte eene verschrikkelijke vertooning. De verdubbelde aanval van de
+ontzaggelijke ijsschotsen, deed voor het behoud van de brug beven; en
+zij weerstond het gevaar, zelfs zonder schade te lijden. De _Lyonnezen_
+hier over verblijd, en erkentelijk vierden een feest ter eere van
+deze gebeurtenis. De naam van Morand zweefde op ieders lippen, en
+deze brug als een gedenkteeken van zijne bekwaamheid werd met lauwers
+bekroond. Behalve de kaaijen, de plaatsen _des Terraux de Belle-cour_,
+en eenige weinige straten is _Lyon_ in 't geheel geen fraaije stad;
+zij is voor het overige onregelmatig gebouwd, de straten zijn eng,
+meestal zeer naauw, en krom, de huizen zijn hoog, en hier door is
+het 'er duister en bedompt, daarbij zeer bevolkt. De morsigheid
+en onaangename reuk is voor iemand, die daar niet aan gewoon is,
+inderdaad hinderlijk. Hier kan men nog als een groot ongemak bijvoegen,
+dat de weg zeer ongemakkelijk gestraat is; de keijen of straatsteenen
+zijn klein, veelal scherp en ongelijk, zoo dat de voeten zeer doen,
+als men 'er lang op gaat. Wanneer men dit aan onze Hollandsche
+Franschmannetjes, die dit land niet anders kennen, dan uit _Mode
+Journaal_, _l'Almanach des Graces_, of de eene of andere Roman,
+en die zoo veel op hebben met _Frankrijk_, vooral met de voorname
+steden in hetzelve, eens vertelde, zouden zij aardig staan te kijken;
+want 'er zijn vele van die zuikerpopjes, die zich verbeelden, dat men
+hierop Rozen wandelt; dat men niets anders ruikt dan Amber en Jasmijn,
+niets eet, dan keurige spijzen, niets drinkt, dan nektar, niets hoort,
+dan liefelijke toonen, en streelende woorden, en niets ziet, dan dat
+aangenaam en bevallig is; maar het gaat 'er zoo niet, en dit land
+heeft zoo wel als andere landen zijne schoone en lelijke zijde.
+
+'s Avonds ging ik in den grooten Schouwburg (_le Grand Théatre_):
+Het is een fraai gebouw, ruim veertig jaaren geleden, volgens de
+teekening van de Bouwmeester Soufflot, gebouwd, en staat regt achter
+het Stadhuis. Voor hetzelve is een plein, en ter zijde een gallerij,
+waar verscheide kramers hunne onderscheide waren uitstallen; dit
+alles maakt met het Stadhuis _la place des Terreaux_, en de Abdij van
+_St. Pieter_, op dezelve, een fraai geheel uit. Van binnen beviel
+de Schouwburg mij ook wel; doch order en netheid haperden hier ook
+weder, en zelfs in het _Parterre_ (waar men staande moet blijven),
+hinderde de stank van zekere tonnen, die in een vertrekje aan den
+ingang zijn geplaatst, niet weinig; men gaf 'er een Blijspel genaamd,
+_le Jaloux sans Amour_ en _l'Irrato Opera_, het Muzijk is van Mehul
+in den _Italiaanschen_ smaak gecomponeerd. Het spelen was maar zeer
+middelmatig, het zijn hier waarlijk ook geen tovenaars; echter als
+zij te _Amsterdam_ speelden, en zulk soort krijgt men 'er doorgaans,
+zouden onze zoogenaamde lieden van smaak 'er drok naar toelopen,
+terwijl zij den neus optrekken, als men hun spreekt van den grooten of
+Stads Schouwburg, waar ik ondertusschen verscheide stukken zeer goed
+heb zien uitvoeren, en waar sommige vertoonders spelen, die zelfs door
+_Fransche_ Konstkenners en voorname Konstenaars, niet ligt gereed,
+om aan vreemden lof toetezwaaijen, openlijk bewonderd worden [27]. Ja
+ik durf staande houden, dat dit tooneel behoorlijk aangemoedigd en
+bestuurd, weldra zou verdienen, om onder de eerste tooneelen van
+_Europa_ gerangschikt te worden. Wanneer zal die ellendige lage en
+verderfelijke trek, naar al wat vreemd is, onder ons eens ophouden, en
+de _Hollandsche_ zeden en voortbrengsels van Kunsten en Wetenschappen,
+waar wij ten allen tijde billijk roem opdroegen, en nog roem op mogen
+dragen, eens herleven. Trachten wij van onze naburen, en van vreemden
+te leeren, wanneer 'er zig iets nuttigs voor ons op doet; maar laten
+wij toch bij aanhoudendheid niet dwaas en slecht genoeg zijn, om hun in
+alles nateäpen. Gij hebt deze en diergelijke aanmerkingen niet noodig,
+vriend! maar gij vat dikwils de pen op, tot nut en vermaak van onze
+landgenoten, en bij die gelegenheid zou zoo iets te pas kunnen komen.
+
+
+
+
+
+ZESDE BRIEF.
+
+_Lyon_, 1 _Augustus_.
+
+
+Toen ik gisteren een' brief aan u afzond, was mijn oogmerk niet om
+u van hier meêr te schrijven, doch de aanhoudende en zware regen
+noodzaakt mij weder, om t'huis te blijven, en wat heb ik dan beter
+te doen, dan mij met u te onderhouden.
+
+Den 26 Julij bezocht ik het groote Gasthuis, waar ik reeds melding
+van maakte. Men wil, dat hetzelve door Koning Childebert, omtrent
+de helft van de 6de Eeuw, gesticht is. Het nieuwe gebouw is naar
+de teekening van den Bouwmeester Soufflot, 30 à 35 jaren geleden,
+gemaakt. Wij vonden een man aan den ingang, die zich aanbood om ons
+rond te leiden, en bezochten het gansche gebouw, dat zeer groot is,
+van onderen tot boven, beginnende met de Apotheek, de Regenten-Kamers,
+de onderscheidene Zalen der zieken, het Linnen-Magazijn, tot op
+de kleêrzolder toe. Overal vonden wij Gasthuis-Nonnen of Zusters,
+bezig met de zieken op te passen, de geneesmiddelen, onder opzigt
+van den Apotheker echter, te bereiden, het linnengoed te herstellen
+en te bezorgen enz. Ieder heeft zijn werk, zelfs in de kamer, waar
+de Ontleedkundige Operatien geschieden, vonden wij eene Non, die
+een zeer geschikt en gnap mensch scheen; zij toonde ons een menigte
+ontleedkundige werktuigen, onder anderen een tafel met deszelfs
+toebehooren, waarop het steensnijden en diergelijke verschrikkelijke
+kunstbewerkingen geschieden. De post van dit goede mensch was,
+om diergelijke lijders te helpen en te ondersteunen, de werktuigen
+rein te houden, voor het geen tot de verbinding noodig is te zorgen
+enz. Mijne verwondering betuigende over den moed, dien zij bezat,
+om deze ellende aanhoudend bij te wonen, antwoordde zij, dat men
+aanvankelijk zeer veel lijdt, doch dat bezef van pligt en de gewoonte
+haar die taak thans dragelijk maakten. Ik onderhield mij met haar over
+meêr andere dingen, deze inrigting betreffende, en zij beantwoordde
+alle mijne vragen op eene vriendelijke en voldoende wijze. De fraaije
+zalen, waar de zieken (thans waren 'er over de 1000) liggen, of hun
+verblijf houden, zijn ruim en luchtig; uit die langs den waterkant,
+waar van gij de vengsters op de afteekening ziet, heeft men een zeer
+aangenaam gezigt. De trotsche en ook van binnen schoon gewerkte koepel,
+behoort tot de groote zaal; onder dezelve staat een fraai en tevens
+eenvoudig altaar op een verheven voetstuk, zoo dat de zieken uit
+hunne bedden, die van ijzer zijn, om 'er het ongedierte uittehouden,
+en welke aan rijen staan, hetzelve kunnen zien; dagelijks wordt hier
+de mis gelezen. In deze zaal zag ik ook aan het gewelf eene opgevulde
+krokodil hangen; onze geleider verzekerde, dat dit dier lange jaren
+geleden, in de _Rhone_, digt bij de steenen brug gevangen werd, en
+wel door een persoon, die ter dood veroordeeld was, en om deze daad
+vergiffenis bekomen had. Het dier had al veel vee en zelfs kinderen
+verslonden. Dit vertelsel schijnt hier onder het volk vrij algemeen
+geloofd te worden; doch wij weten, dat dit in 't geheel geen bewijs
+is van echtheid. Beneden is ook een plaats, waar eenige zinneloozen
+bewaard worden; onze geleider wilde ons dezelve doen zien, doch de
+Non, die daar op paste, weigerde het; en ik vond, dat zij gelijk had;
+men moet die ongelukkigen, die veeltijds aanleiding tot spotternij
+geven, niet aan de algemeene nieuwsgierigheid blootstellen. In een
+gang vond ik op verscheidene tafelen, die daar tegen den muur waren
+gesteld, de namen van de personen, die aanzienelijke geschenken aan
+dit gebouw hebben gegeven.--Was hoogmoed of menschlievendheid de
+beweegoorzaak van deze geschenken?--misschien beiden.--Hoe het zij,
+zij hebben welgedaan, en wij moeten diergelijke daden dan ook zoo
+naauw niet uitpluizen. In de keuken waren verscheidene Nonnen ook drok
+aan het werk; hare spijszaal is hier naast; zij eten gezonde kost,
+en moeten braaf werken, ook zien zij 'er, niettegenstaande haren
+aanhoudenden omgang met zieken, over het algemeen, gezond uit. Ik zag
+'er, die mooi waren, onder anderen eene, die bezig was met eene bleke
+en uitgeteerde zieke te helpen; deze was nog jong en inderdaad schoon;
+dit leverde eene zonderlinge tegenstrijdigheid op. In 't geheel zijn
+'er in dit huis 150 zulke Nonnen, zij zijn in 't zwart gekleed,
+en hebben witte Nonnenkappen op; doch zij doen geen geloften, waar
+door zij voor altijd verbonden zijn; en wanneer de liefde bij de
+barmhartigheid komt, kunnen zij zich in het huwelijk begeven. Deze
+Nonnen of Zusters bewijzen alzoo de Maatschappij een wezenlijken
+dienst, en men kan haar dus niet anders dan als achtingwaardige leden
+van dezelve beschouwen. Bij het uitgaan gaven wij wat voor het huis,
+een Non ontving het op een zilveren schotel. Dit herinnerde mij aan de
+zilvere schalen, waarin men in vele _Hollandsche_ steden de aalmoezen
+opzamelt; het was gevoegelijker, dunkt mij, dat men daar een houten bak
+toe gebruikte. De Kerk van dit Gasthuis is fraai en net; ook schijnt
+'er over het geheel een goed bestuur plaats te hebben; alles is
+zindelijk en wel onderhouden; maar het geen mij niet beviel, was dat
+'er slechts een plaats en geen tuin bij is, dat 'er een vleeschhal en
+slagterij is, onder den eenen vleugel, namenlijk een der stads hallen
+en slagterijen, het geen stank veroorzaakt; dat de zieken in algemeene
+zalen en niet meer afzonderlijk liggen, en eindelijk dat het gebouw te
+prachtig is voor een Gasthuis. Ik had liever een eenvoudiger huis op
+het land gehad, en de kosten die daar door uitgespaard werden, besteed
+om de zieken door tuinen, afzonderlijke kamers enz. het verblijf der
+ellende, zoo min mogelijk, onaangenaam te maken. Behalve dit Gasthuis,
+is 'er nog een ander nuttig gesticht in deze stad, dat _la Charité_
+genaamd wordt, mede aan de _Rhone_ verder op, voorbij de steenen
+brug gelegen. Het is zeer groot, en vereenigt in zich een Weeshuis,
+oude Mannen- en Vrouwen-huis enz. In de Kerk, die zeer net is,
+ziet men eenige graftombes van de stigters of bestuurders van dit
+uitgestrekt gebouw. De toren van die Kerk wordt door bouwkundigen,
+als een konststuk bewonderd. Diergelijke gestichten zijn in een stad,
+als _Lyon_, inzonderheid noodzakelijk, om het groot aantal werklieden
+in zijden stoffen en diergelijke Fabrieken, welker getal voor de
+omwenteling op omtrent 30,000 begroot werd. De bevolking der gantsche
+stad schatte men toen op 120,000.
+
+Na den middag deed ik eene wandeling door de stad, en ging 's avonds
+in de Schouwspelzaal, op de plaats _des Celestins_, _Théatre des
+Varietés_; de zaal en _decoratien_ zijn niet onaardig; doch het overige
+beteekende niet veel; men gaf 'er de eerste vertooning van _le petit
+Poucet_ (klein duimpje), dat men te _Parijs_ op een van de Theaters
+van de _Boulevards_ ook vertoont [28]. Het was 'er zeer vol; in het
+_Parterre_, waar men altijd staat, betaalt men maar elf stuivers.
+
+Den 27 Julij het drooge weder waarnemende, klommen wij op den Berg
+_St. Just_, en bezochten aldaar het gebouw, dat zich boven een
+der torens van die Kerk vertoont, en om de oudheden die het bevat,
+_l'Hospice de l'Antiquaille_, zoo als men ook boven den ingang leest
+[29], genaamd wordt. Sommige _Romeinsche_ Keizers bewoonden het Paleis,
+dat hier stond, als zij te _Lyon_ waren, en hunne Gouverneurs hielden
+'er hun verblijf. Men gelooft algemeen dat Lucius Munatius Plancus,
+die Consul was gelijktijdig met Æmilius Lepidus en een der Luitenants
+of Stedehouders van Cæsar, de stichter is van _Lyon_; het jaar
+van _Rome_ 712, en dus ten naastenbij 40 jaren voor de Christelijke
+Jaartelling. Waarschijnlijk heeft men op dezen berg beginnen te bouwen;
+naauwelijks was 'er een eeuw verlopen, of de gansche stad brandde
+in eenen nacht af, en werd door Nero weder opgebouwd. Men ziet in
+het _Hospice de l'Antiquaille_ eenige oude opschriften, en in een
+onderaardsch gewelf, toont men een soort van nis in de muur, waarin
+men verzekert, dat St. Photin, die met Irenéus hier het Christelijk
+geloof kwam prediken, levendig is ingemetseld geworden, men leest
+dan ook boven die nis: St. Photin _a fini son martyre dans ce lieu,
+agé de 90 ans sous l'Empereur_ Marc Aurelle 179. Deeze St. Photin,
+zegt men, dat de eerste Bisschop van _Lyon_ was; 47 andere werden,
+volgens overlevering, met hem, hier gemarteld; men toont ook de
+steenen palen, waar zij aan gebonden of geketend zouden geweest
+zijn. De Nonnen, die dit gebouw voor de omwenteling bewoonden,
+gebruikten dit gewelf ook voor hare begraafplaats. In een soort van
+ovens zag ik nog verscheidene doodshoofden en beenderen. Uit een der
+kamers van dit gebouw heeft men een zeer uitgestrekt en allerschoonst
+gezigt. Van daar werd het _Panorama_ van _Lyon_ geteekend. Men
+ziet uit dit gebouw, het grootste gedeelte van de stad, de _Saone_,
+de _Rhone_ en over dezelve, en over een uitgestrekt landschap, de
+_Alpen_, de _Mont-Blanc_, de top van de _Mont St. Bernard_ enz. Het
+was zeer helder weder, zoo dat wij het gelukkig troffen. Thans dient
+het gebouw, dat vrij groot is, tot een gevangenis voor vagabonden,
+bedelaars, ligte vrouwlieden, namelijk die, welke tot de klasse van
+het zoogenaamde gemeene volk behooren, want _galante Dames du bon
+ton_ zet men 'er niet. Men bewaart 'er ook eenige zinnelozen. 'Er is
+een Kerk bij, en hier staat een' offerbus, waar men wat in steekt,
+ter eere van St. Photin. Wij gaven ook wat voor het huis. Niet ver
+van hier, omtrent voor het voormalig Klooster der _Minimen_, is eene
+plaats, die men de plaats der martelaren (_la place des Martyrs_)
+noemt; om dat hier ook een menigte Christenen zoude gemarteld geweest
+zijn. Men toont 'er ook nog een' grooten steen, zonder eenig opschrift
+echter, waarop men wil dat zij geslagt wierden, en die men als een
+achtingwaardig gedenkteeken beschouwt. Wat hier ook van wezen moge, het
+blijkt uit de Geschiedenis, dat de vervolging der eerste Christenen,
+vooral onder Septimus Sevérus, hier allerverschrikkelijkst geweest
+is. Achter dit gewezen _Minime_-Klooster, ziet men nog de geringe
+overblijfsels van een' _Romeinschen_ Schouwburg. Tot de trotsche
+gebouwen, die de _Romeinen_ hier gesticht hebben, behooren ook de
+kostbare steenen waterleidingen (_aquaducs_), die eene uitgestrektheid
+van verscheidene mijlen schijnen gehad te hebben; hier en daar ziet
+men 'er nog overblijfsels van. Men toonde ons een van de plaatsen
+(_reservoirs_) waar dit water verzameld werd in een wijngaard,
+voorheen behoord hebbende aan het Klooster der _Urselinen_. Het is
+een diepe kelder, waar men, van kaarsen of fakkels voorzien, door
+middel van verscheidene steenen trappen in gaat. Het gewelf is ruim,
+en rust op verscheidene bogen. De soort van kalk, waar de muren mede
+gepleisterd zijn, is bijzonder hard, zoo dat men moeite heeft om 'er
+stukken afteslaan. Men wijst ook in den muur de gaten of pijpen aan,
+waardoor men meent dat het water ingelaten werd. Het schijnt, naar het
+metzelwerk te oordeelen, dat die plaats aanvankelijk niet overdekt
+is geweest; maar dat het gewelf 'er naderhand is opgemaakt. Deze
+kelder is hier bekend onder den naam van _les bains des Empereurs_,
+of _les bains des Romains_. Sommige Geschiedschrijvers noemen dezelve
+_la grotte Berelle_. Thans behoort dit Klooster, en aangelegen erven,
+aan iemand, die 'er zinneloze menschen, tegen betaling, in den kost
+neemt. De man, die den kelder laat zien, woont hier digt bij, en
+men geeft hem daar iets voor. Een weinig verder in een anderen tuin,
+ziet men een kelder veel minder diep dan _la grotte Berelle_; zo dat
+men 'er door het daglicht duidelijk in zien kan. De grond is hier met
+kleine steentjes van onderscheidene kleuren als een schilderij ingeleid
+(_en Mosaïque_). Men zegt, dat dit ook behoort tot het werk van de
+_Romeinen_, doch ik zag 'er twee gedaantens in, die veel overeenkomst
+hadden met de afbeeldingen van Engelen en Duivelen; evenwel stond
+'er nog ook een soort van Afgodsbeeld bij; zij die kundiger zijn in
+de oudheden dan ik, mogen beslissen wat het is [30]. Ik zag hier ook
+eenige pilaren, en een soort van altaar van hout, dat geschilderd
+was; en vernam, dat dit aan de Vrijmetselaars, die hier omstreeks
+hunne vergadering houden, en somtijds van dezen kelder gebruik maken,
+behoorde. Wij gingen van daar naar de Kapel van Onze Lieve Vrouw van
+_Fourvières_, voorheen, en nog onder de geloovigen vermaard, door
+hare menigvuldige _ex voto's_, geloften aan de Lieve Vrouw, of haar
+beeld, dat hier bewaard werd. Die Kapel ligt op het hoogste gedeelte
+van den berg. Een vrouw had die na de omwenteling gekocht, en meende
+'er haar rekening bij te vinden, door 'er missen te laten lezen,
+enz. doch het is haar verboden; en men verhaalde mij, dat zij hier
+over met het Stadsbestuur in proçes was. Wij klommen op het torentje
+van deze Kapel, van waar wij ook een overheerlijk gezigt hadden,
+en veel uitgestrekter nog, dan uit _l'Hospice de l'Antiquaille_. Men
+ziet hier bijna over al de nabij gelegen bergen heen; de stad en
+derzelver omstreken, de loop van de _Rhone_ en de _Saone_ en hunne
+vereeniging heeft men als een Landkaart voor zich, duidelijk zag
+ik de witte toppen der _Alpen_, en kon mij naauwelijks van zien
+verzadigen. In de Kapel is niet veel anders te kijken dan een groote
+menigte kleine, meestal ellendig gekladde schilderijtjes, verbeeldende
+mirakuleuse reddingen, door de Lieve Vrouw, van menschen, die in
+nood zijnde, 't zij door ziekte, schipbreuk, in 't water liggende
+of anderzins, een gelofte aan haar gedaan hebben; onder anderen was
+'er een bij van een deserteur, die de wacht, die hem na zat, ontkomen
+was; zoo dat de Lieve Vrouw ook de desertie, die toch overal als een
+strafwaardige misdaad wordt beschouwd, scheen te bevorderen [31]. De
+rest is niet waard, dat men zich 'er zich een oogenblik om ophoudt,
+wanneer men niet tot de geloovigen behoort.
+
+Na den middag wandelde ik langs de _Quai du Rhone_; 'er was veel
+volk op die wandeling, maar ik zag weinig schoone vrouwen onder
+de zoogenaamde fatsoenelijke lieden, die zich hier, even als in
+de _Tuillerien_ te _Parijs_, laten kijken. Onder de klasse, die men
+gemeene lieden noemt, ziet men hier een aantal kreupelen en mismaakten;
+dit vindt men doorgaans in plaatsen, waar vele weverijen en spinnerijen
+zijn. Buiten de _Barrière_ langs de _Rhone_, naar den kant, daar zij
+van daan komt, is ook een aangename wandeling. Van sommige huizen,
+die hier tegen de bergen staan, gaat men uit een van de dakvengsters
+in den tuin.
+
+In deze stad zijn, even eens als in _Brabant_ en _Vlaanderen_, veel
+Bierhuizen, en het is 'er 's avonds vol volk. Het bier van _Lyon_
+is beroemd, naar mijn' smaak is het te sterk gehopt.
+
+Den 28 Julij regende het zoo sterk, dat ik weinig kon wandelen; de twee
+rivieren waren dezen nacht aanmerkelijk gewassen, en de stroom van
+de _Rhone_ was ongemeen snel. Die rivier maakt door de sterke drift
+en de rotsen, welke onder water staan, hier en daar eene soort van
+draaikolkjes. Het water dezer twee rivieren is, tegenwoordig vooral,
+zeer onderscheiden van kleur; dat van de _Rhone_ is geelachtig grijs,
+en dat van de _Saone_ is groenachtig.
+
+De gewone schuit van hier naar _Avignon_ (_Coche d'Eau_) meende men dan
+ook, dat morgen niet zou kunnen varen, want men hield de vaart op de
+_Rhone_ thans voor min of meer gevaarlijk. Een slecht vooruitzigt voor
+ons, die met dat vaartuig binnen eenige dagen dachten te vertrekken.
+
+Tegen den middag hield het een weinig op met regenen, en ik ging
+wandelen. _La place des Terreaux_ is een fraai vierkant plein; op
+dezelve staat het Stadhuis, de voormalige Abdij van St. Pieter, en
+aan den anderen kant over dezelve, verscheidene fraaije Koffijhuizen;
+men vindt daar allerlei ververschingen voor een redelijken prijs;
+het ijs (_les glaces_) is 'er zeer goed, en veel goedkooper dan te
+_Parijs_. De levensmiddelen schijnen hier over het algemeen niet
+duur te zijn; het vleesch is 'er goed, men heeft 'er overvloed
+van groentens; de riviervisch schijnt 'er ook niet schaars; en de
+Spekslagerswaren, vooral de worsten (_les saucissons_) van _Lyon_,
+zijn beroemd.--_Zwitsersch_ en _Geneefsch_ geld is hier ook gangbaar.
+
+Het Stadhuis is een fraai gebouw; die van _Lyon_ houden het voor een
+van de schoonste Stadhuizen van _Europa_, maar het lijkt nietmetal
+naar dat van _Amsterdam_; in den gevel (_la facade_) van hetzelve,
+ziet men nog de beelden der Vrijheid en Gelijkheid. In het portaal
+zijn twee fraaije liggende metalen beelden, meêr dan levensgrootte;
+het eene een man en het andere een vrouw, verbeeldende de _Rhone_ en de
+_Saone_. Voor de omwenteling stonden zij op de plaats _Belle-cour_. In
+dit portaal, waar men ze aan beide kanten geplaatst heeft, zijn zij
+veel te groot; Coustou is 'er de maker van. De oude metalen tafel,
+waar op de aanspraak gegraveerd was, die de Keizer Claudius toen
+hij nog _Censor_ was aan den Senaat van _Rome_ ten voordeele van die
+van _Lyon_ deed, en die men ook voor de omwenteling in dit voorhuis
+zag, is eenigen tijd na dezelve, toen het geschut voor het Stadhuis
+geplant was en 'er verscheidene kogels in geschoten werden, genoegzaam
+geheel vernield; en men ziet die thans niet meêr. De _Lyonnezen_
+betreuren zeer het gemis van die tafel, en in der daad het was een zeer
+merkwaardig stuk. De groote zaal boven dat portaal, brandde omtrent
+twee jaren geleden, bij gelegentheid eener Illuminatie, geheel uit.
+
+De voormalige Abdij van _St. Pieter_ is een groot en trotsch gebouw,
+hebbende eene groote plaats in het midden en rondom dezelve, op de
+eerste verdieping eene fraaije galerij. Thans schijnen de vertrekken
+aan bijzondere personen verhuurd te worden; eene zeer ruime zaal
+beneden, en die ik meen dat voorheen voor een spijszaal diende,
+wordt thans door de Kooplieden en Fabrikeurs tot een beurs gebruikt;
+men ziet rondom in dezelve eenig pleister-beeldwerk _en bas-relief_.
+
+Deze plaats _des Terreaux_ was ook de martelplaats van eene menigte
+Protestanten omtrent het midden van de 16de eeuw; onder anderen werd
+hier eene ruim bemiddelde jonge dochter de Cagnon genaamd verbrand;
+zij was gewoon, om de armen van _Lyon_, hoewel grootendeels van haar
+in godsdienstige gevoelens verschillende, rijkelijk te bedeelen;
+deze riepen weenende, toen men hunne weldoenster naar den brandstapel
+sleepte. "Helaas! wij zullen geen aalmoezen meer van u ontvangen;"
+waarop de ongelukkige de Cagnon de fluweelen muilen, die men haar
+nog gelaten had, van hare voeten nam, en die den armen toewierp,
+zeggende: "Ja, gij zult 'er nog ontvangen;" en men had geen moeds
+genoeg om deze ongelukkige aan de klaauwen van hare beulen te
+ontrukken.--Christenen, of liever zij, die 'er den naam van droegen,
+die hier zelve verscheidene eeuwen geleden door de _Romeinen_ zoo wreed
+vervolgd waren geweest, en deze vervolging met regt als een gruweldaad
+beschouwden, deze zeg ik, vervolgden en martelden hier thans hunne
+Medeburgers en Medechristenen. _Lyon_ was ook een der voornaamste
+steden in het navolgen van den afgrijsselijken _St. Bartelmoord_. De
+slagting was hier toen ook allerverschrikkelijkst, zoo als gij weet;
+maar gij weet misschien niet, dat de scherprechter deugd en moed genoeg
+bezat om de uitvoering van de bevelen der drie voorname hoofden van
+het _Lyonsche_ moordrot, te weigeren, zeggende: "Mijn ongelukkige post
+veroordeelt mij, om het werktuig van het geregt te zijn, maar niet dat
+van moordenaars."--Thans, daar de rede en verlichting eenigzins over
+het bijgeloof zegepraalt, behoorde men dien scherprechter, hoe zeer
+zijn naam misschien reeds in vergetelheid is geraakt, een Gedenkteeken
+op te rigten, en de koninklijke en geestelijke monsters, aanstookers,
+of uitvoerders van dien moord, in de verachtelijkste houding aan
+zijne voeten te plaatsen. Met genoegen vindt men ook aangeteekend,
+dat de krijgsbende, toen ter tijd in de Citadel van _Lyon_ liggende,
+weigerde om in de gruwelen te deelen, en dat zelfs bijna het geheele
+volk die met verontwaardiging afkeurde, zoo dat zonder eene bende
+stadssoldaten, die slecht genoeg waren om zich voor veel geld te
+laten omkoopen, de Protestanten misschien behouden zouden zijn geweest.
+
+Den 29 Julij, alweder aanhoudende regen--met smart zag ik in de
+nieuwspapieren, dat het rijpe koorn begon te schieten, en niet kon
+ingehaald worden; de druiven meende men, dat door dit koude en natte
+weder ook veel zouden lijden. Het was Zondag, ik ging dan eenige
+Kerken zien; na de omwenteling zijn 'er hier ook verscheide, zoo wel
+als Kloosters, gesloopt; uit andere, die men toen voor magazijnen
+enz. gebruikte, zijn de sieraden weg genomen, doch die, welke voorheen
+aan de Jesuiten behoorde, en een zeer fraai en prachtig gebouw is,
+heeft men onder anderen laten staan. Deze Kerk is van binnen met
+marmer van onderscheide kleuren rijkelijk versierd, en verdient wel
+gezien te worden: de aanzienelijke boekerij voorheen aan dit Kollegie
+behoord hebbende, is achter deze Kerk in eene schoone zaal, langs
+de kaai van de _Rhone_; thans behoort zij aan de stad, en dient tot
+algemeen gebruik. Van hier ging ik naar de Kerk van de voormalige Abdij
+_d'Ainai_ of _St. Martin d'Ainai_, en zag daar vier zware kolommen
+van Granit van een donker grijze kleur; thans dienen zij om een
+gedeelte van dit gebouw te onderschragen. Voorheen, maakte de vier
+'er maar twee uit, en behoorden toen tot den Tempel van Augustus,
+die niet ver van hier op de punt van het schiereiland, waar een groot
+deel van _Lyon_ op gebouwd is, moet gestaan hebben, zij bereikten toen
+eene aanmerkelijke hoogte, en men heeft de barbaarschheid gehad, van
+die schoone en kostbare stukken door te zagen, om ze in deze Kerk te
+gebruiken; het is duidelijk te zien aan de einden van twee dezer halve
+kolommen, waarmede men die op de voetstukken geplaatst heeft, dat het
+de bovenste helften zijn der anderen. Aan beide zijden van het groot
+Altaar op de grafzerken, zag ik ook nog overblijfzels van _Mosaïken_,
+in den smaak van die, welke ik op den berg van _St. Just_ gezien had:
+men verhaalde mij, dat deze behoord hadden tot de Graftombe van Paus
+Paschal den II. Het was deze Paus, die den zoon van Keizer Hendrik den
+IV. gebood om het lijk van zijn vader optegraven, en het op het veld
+te werpen, om 'er vijf jaren onbegraven te blijven liggen. Dat een
+Paus deze afschuwelijke daad bevolen heeft, is niet te verwonderen;
+maar dat de zoon gehoorzaamde--welk een gruwel!!--Paschal, die men wil,
+dat deze Kerk gewijd heeft, stierf in 1117. Men liet mij ook in het
+Sacristy een' kelder zien, waarin een heilige zou gemarteld geweest
+zijn: de Kosterin, die de vriendelijkheid had, van mij dit alles te
+laten zien, scheen een goed snapachtig wijf, en hield mij voor zeer
+geloovig; waarschijnelijk, omdat ik haar met eenige belangneming het
+een en ander ondervroeg. Zij vertelde mij dan verscheide sprookjes van
+wonderwerken, die ook, gedurende de belegering, zouden voorgevallen
+zijn: onder anderen, dat zij een lieve vrouwebeeldje te dier tijd in
+een houten toren verborgen had, en deze toren was, niettegenstaande
+de kogels en bommen 'er rondom vlogen, onbeschadigd gebleven. Zij
+schimpte en schrolde ook dapper op de Jakobijnen en de Filosofen,
+zoo wel als op den nieuwen Keizer. De _Lyonnezen_ zijn grootendeels
+Konings of liever Bourbons gezind, gelijk zij in het begin van de
+omwenteling, helaas! maar al te duidelijk getoond hebben, en als een
+gevolg hier van ook zeer gehecht aan de Kerk, zoo als die voorheen
+bestond; alle de onlangs gemaakte veranderingen, beschouwen zij dan
+natuurlijkerwijze als onwettig, en de Paus door de omstandigheden
+genoodzaakt, om 'er in toetestemmen. De reden der bijzondere
+gehechtheid dezer stad aan het Hof, de Adel en de Geestelijken,
+schrijft men voornamelijk toe aan het belang, dat zij had, bij het in
+stand houden der pracht, weelde en verkwisting. Aan wie toch zouden zij
+hunne kostbare _Lyonse_ stoffen, borduurselen en diergelijke verkocht
+hebben, als de eerste grondbeginselen van de omwenteling stand hadden
+gehouden.--Nu daaromtrent valt het hun tegenwoordig dan ook nog al in
+de hand. Zonderling is het intusschen, dat de bewoners van de oude stad
+op den berg van _St. Just_ en _Fourviéres_ meestal Republikeinen waren,
+hoewel grootendeels werklieden tot de Fabrieken behoorende. Zou het
+niet mogelijk zijn, dat die lieden op de puinhoopen der _Romeinsche_
+oudheden wonende, eenigzins met de Geschiedenis dier Volken waren
+bekend geraakt, en tevens hunne verhevene gevoelens en edelen trek
+na vrijheid hadden ingezogen. Sommigen meenen dat de reden, waarom
+die van _Lyon_ zich zoo sterk tegen de omwenteling toonden, ook moet
+toegeschreven worden aan een zekere jaloersheid, die 'er tusschen
+deze stad en _Parijs_, als de twee grootste en voornaamste steden van
+_Frankrijk_, plaats greep, en al van ouden datum bestond. _Parijs_
+voor de Hoofdstad te moeten erkennen, kwetste de eerzucht van _Lyon_,
+en _Parijs_ had de omwenteling begonnen, en speelde 'er de hoofdrol
+in. Zoo moest dan deze ongelukkige stad, die reeds in onderscheide
+tijdvakken, de allerakeligste moord- en bloedtooneelen had opgeleverd,
+nog eens eenen rampzaligen burgeroorlog, en de betreurenswaardige
+gevolgen van dien, ondervinden. Met aandoening hoorde ik dikwijls
+verscheide omstandigheden dien aangaande vertellen; de _Lyonnezen_
+schenen mij genegen, om hier over met vreemdelingen te spreken,
+en geen wonder, dat men diergelijke tijdvakken niet ligt vergeet;
+daarbij vindt men hier schier overal gedenkteekenen, die 'er aan
+herinneren. Men verzekerde mij, dat deze noodlottige gebeurtenis,
+omtrent 20,000 menschen aan de stad _Lyon_ gekost heeft; het
+getal komt mij wat groot voor. Zonderling is het ondertusschen,
+dat de Generaal Prescis, Kommandant der stad, met zijne Officieren
+gelegenheid gevonden heeft, om zich door de vlucht te redden, en
+de straf te ontgaan, terwijl eene menigte jonge lieden en burgers
+van _Lyon_, door hem misschien opgezet en zekerlijk misleid, (want
+anders zouden zij niet vermetel genoeg geweest zijn, om eene stad,
+die geheel buiten staat was, om eene belegering uittehouden, tegen
+eene magtige Armée te willen verdedigen) terwijl, zeg ik, deze in de
+stad bleven, en door de belegeraars als muitelingen, misschien op eene
+te strenge, of te algemeene wijze, werden gestraft.--Men schijnt,
+ten opzigte van dezen Prescis verscheide ongunstige vermoedens te
+voeden; doch het is buiten mijn bestek, om hier verder in te treden.
+
+Den 30 Julij, hoewel het al weder onophoudelijk regende, ging ik al
+vroegtijdig uit; het was zoo guur, als bij ons in de maand October. De
+kaai opgaande, langs de _Saone_, klom ik 'er tegen over de rots,
+daar het Kasteel _Pierre en Cize_ op plagt te staan, de hoogte
+op. Hier ziet men de overblijfsels van de oude Vestingwerken,
+die ten tijde van de belegering veel verwoest, en vervolgens
+grootendeels gesloopt zijn geworden; het ruwe en stormachtige
+weder gaf aan die puinhoopen een nog treuriger aanzien--men ziet
+hier stukken van muren van eene ontzaggelijke dikte, en zeer ruime
+onderaardsche gewelven; sommige bestaan bijna nog in hun geheel,
+en zijn zoo groot, dat het wel Kerken gelijken. Het Fort _St. Jean_
+stond voorheen op deze hoogte, en moet, naar de puinhoopen, die men
+'er nog van ziet, te oordeelen, eene aanmerkelijke sterkte geweest
+zijn--welligt had deze plaats aan een' schrijver van oude ridder-
+en spookromans, aanleiding gegeven tot sombere en verschrikkelijke
+invallen--en ik onder een brok van een ouden muur een weinig voor den
+regen schuilende, en dien boêl overziende, dacht aan de ellendige
+inrichting der menschelijke maatschappij waartoe deze vreesselijke
+muren, met zoo veel moeite en kosten opgerigt?--dienden zij ter
+beschutting tegen een' vernielenden watervloed, of om de woede van
+uitgehongerde roofdieren aftekeeren--neen! maar alleen, om menschen
+tegen menschen te beveiligen.--
+
+Hier en daar heeft men een schoon en uitgestrekt gezigt. Wat verder
+komende, zag ik, dat men bezig was met den muur van de stad, doch ook
+alleen maar een' enkelen muur, weder op te bouwen. Zoo maken en breken
+de menschen aanhoudend. Ja! wat hebben wij sedert 18 a 19 jaren niet al
+zien maken en breken, opbouwen en verwoesten. Men bediende zig tot het
+opmetselen van dien muur, onder anderen van een' roodachtigen steen,
+die scheen zamengesteld te zijn uit een menigte kleine keitjes. Mij
+dunkt, dat dezelve gepolijst zijnde, fraai moet wezen; bij ons zou
+men daar wel gebruik van weten te maken, doch hier is het marmer en
+diergelijke steenen verkrijgbaar genoeg. Zelfs niet ver van deze stad
+vindt men aanmerkelijke steengroeven. Onzen weg vervolgende, zagen
+wij de Kerk van het voormalig _Karthuizer_ Klooster, ook op deze
+hoogte gelegen; de Kerk is fraai met smaak gebouwd, en wordt thans
+voor een _Parochie_ gebruikt; zij schijnt van binnen ook gewit en
+opgemaakt. Het groot Altaar in het midden van het koor, is van marmer
+van onderscheide kleuren zeer fraai gemaakt; boven hetzelve is een
+konstig gewerkt geheel verguld verhemelte (_baldachin_), rustende op
+marmeren kolommen--ik zag 'er ook eenige redelijk goede schilderijen
+van _Fransche_ Meesters. Deze Kerk pronkt met een' fraaijen koepel,
+en is zeer licht. Ik beklaagde mij niet van deze wandeling gedaan te
+hebben, hoewel ik door nat was.
+
+In het voorbijgaan vernam ik aan het Bureau van de schuit op _Avignon_,
+dat dezelve, om den aanhoudenden sterken stroom en het hooge water,
+zoo als men wel gevreesd had, niet had kunnen varen, en waarschijnelijk
+in de eerste dagen nog niet varen zou--ik wilde toch zoo gaarne de
+reis te water doen, hoe vreesselijk men die hier ook afschildert. 's
+Avonds, door den regen niets beters te doen wetende, ging ik in het
+_Theatre des Varietés_, en zag 'er _les brigand de Calabrie_, ook ik
+'t _Hollandsch_, onder den naam van: de Struikrovers van _Calabrien_
+vertaald, en na hetzelve _Palmire et Alminor_, getrokken uit de
+geschiedenis van den Verloren Zoon; beide zijn Melodramas, dat is te
+zeggen, Toneelspelen, met muzijk verzeld, doorgaans speelt het orchest,
+als de voorname personen opkomen of afgaan. Deze soort van stukken
+is gemeenelijk opgesierd met marschen, balletten, gevechten en veel
+théatralen toestel. Zij worden in _Frankrijk_ niet op tooneelen van
+den eersten rang gespeeld, en door velen als onregelmatig en in een
+slechten smaak (_d'un mauvais genre_) afgekeurd; doch ik beken gaarne,
+dat ik 'er verscheide gezien heb, die mij veel meêr bevielen, dan de
+groote Opera's, waarmede men te _Parijs_ zoo veel op heeft. Beide de
+genoemde stukken werden nog al redelijk gespeeld, zoo dat ik mij nog
+niet erg verveelde. Het _parterre_ maakte hier zoo wel als te _Parijs_
+tusschenbeide een vreesselijk geweld.
+
+Den 31 Julij, al weder regen. Heden gingen wij eenige Fabrieken van
+zijden stoffen en zijden fluweelen enz. zien, onder andere die van de
+Heer Pereau op de kaai van de _Rhone_, dat een van de voornaamste is;
+hier is de stapel kostbare stoffen en fraaije borduurselen, waarvan
+'er sommige moesten gebruikt worden bij de aanstaande kroning van den
+nieuwen Keizer, zoo ook voor behangsels van bedden, en bekleedsels
+van onderscheide meubelen aan het Hof; want het schijnt, dat het
+Keizerlijke in pracht en kostbaarheid niet voor het voormalige
+Koninklijke zal willen onderdoen: en wat voer men daar in het begin
+van de omwenteling tegen uit, trouwens, en dit kan men vooral met regt
+van de _Franschen_ zeggen, "de tijden veranderen en de menschen ook."
+
+Ik kwam op straat een' Priester tegen, die openlijk de hostie naar
+een zieke droeg; een man met een bel ging vooraf, zoo als zulks
+in de _Roomsche_ Landen gebruikelijk is; vele menschen knielden,
+alle namen de hoeden af. Ik had hier ook al een begravenis met
+Priesters en kerkelijke plegtigheden gezien, en ik vernam dat 'er ook
+somtijds proçessien gaan. Waar toe toch al deze toestel en openlijke
+vertoningen; de geloovigen, dunkt mij, zullen 'er niet gelooviger door
+worden, en de ongeloovigen nog veel minder; was het dus niet beter,
+dat men, om zich aan geene spotternij bloottestellen, en om anderen
+niet te ergeren, of aanleiding tot onaangenaamheden en verwijdering
+te geven, binnen de kerkgebouwen bleef; daar mogen de onderscheidene
+geloofsbegrippen te pas komen, daar zijn wij Joden, Roomschen of
+Protestanten, op de straten en andere plaatsen zijn wij alle burgers,
+en hoe minder wij ons in dien kring door onderscheidene benamingen,
+leuzen of diergelijke trachten te onderscheiden, hoe meer wij immers
+de eensgezindheid en alzoo het algemeen geluk bevorderen.
+
+Na den middag was het nog al redelijk goed weder, en ik wandelde
+de kaai van de _Saone_ zuidwaards op, langs de puinhoopen en
+nog overgeblevene muren van het Arsenaal, bijna geheel door het
+bombardement vernield, gelijk ook een groot gedeelte van deze
+wijk, en waar van nog maar weinige huizen zijn opgebouwd. Ik kwam
+vervolgens aan de hier zoo beroemde werken van Perrache, die de
+vereeniging van de twee rivieren omtrent 1100 halve roeden (_toises_)
+voor uit heeft gelegd, zoo dat de stad hier door een aanmerkelijk
+stuk gronds wint. Voor _Hollanders_, aan dijken en droogmakerijen
+gewoon, baart dit werk niet veel verwondering. Men heeft hier ook
+aangename wandelingen, en ik keerde langs de kaai van de _Rhone_,
+die daar aangenaam beplant is, weder terug. Behalve de huurkoetsen
+(_fiacres_) vindt men in deze stad, en de omliggende streken, ook nog
+een ander soort van rijtuigen, het zijn ligte wagentjes, zeer laag,
+en op vier wielen, die door één paard getrokken worden; de banken
+zijn in de lengte geplaatst, zoo dat men 'er op zijde, rug tegen rug,
+en de beenen buitenwaarts inzit; op de banken, waarvan sommigen op
+riemen hangen, liggen matrassen; doorgaans kan men 'er met zes en meêr
+personen in zitten, zij worden veel gebruikt, om na buiten te rijden;
+men vindt ze gemeenlijk staan, bij de voorname uitgangen van de stad,
+en kan ze daar goedkoop huren. Die rijtuigen worden _Carioles de Lyon_
+genaamt, en de voerlieden, die ze verhuren _des Carioleurs_.
+
+Heden den 1 Augustus is het weder nog al redelijk, en het scheen,
+dat de regen toch eindelijk eens zou ophouden; wij bepaalden dan ons
+vertrek op morgen, indien wij eenige reisgenooten konden vinden, om
+een schuitje (_bateau de poste_) tot _Avignon_ met ons te huren. Hier
+in slaagde ik zonder veel moeite, wij waren met acht personen, en
+huurden zoo een schuitje voor zes _Louis d'Ors_, onder beding dat het
+goed met planken overdekt, en van zitbanken en stroo, om de voeten in
+te zetten, voorzien moest zijn; vooral ruim en stevig genoeg, ook in
+allen opzigte geheel tot onzen dienst, zoo dat wij hier en daar des
+goedvindende konden aanleggen, mits de reis 'er niet te veel door
+werd vertraagd; de schipper mogt niemand buiten onze toestemming
+aan boord nemen enz. Alle diergelijke voorwaarden behoort men te
+voren wel uitdrukkelijk te maken, om daarna geene moeijelijkheden te
+hebben; omtrent dit alles overeengekomen zijnde, gaf mij de schipper
+(_patron_) een _Louis d'Or_ op hand, ten blyke, dat de overeenkomst
+gesloten was, dit is genoegzaam door geheel _Frankrijk_ gebruikelijk,
+het zij de huurder of verhuurder, kooper of verkooper die geeft, men
+noemt dit handgeld _les arrhes_; voorts was de afspraak, dat wij morgen
+ochtend met het krieken van den dag zouden vertrekken, indien de wind,
+die noorden was, zoo bleef, kunnende 's avonds van denzelfden dag dan
+nog te _Avignon_ zijn; de schipper zou ons in dat geval laten roepen;
+doch als de wind veranderde, behoefden wij zulk een haast niet te
+maken, omdat men dan toch een nacht onderweeg moest slapen.
+
+Daar nu onze afreis bepaald was, en ik al, wat hier merkwaardig is,
+genoegzaam gezien had, bleef mij nog over, om in een voornaam magazijn
+een kleine voorraad van _Lyonsche_ zijden kousen te kopen, en ik
+vond 'er zeer goede voor £ 9-:-: het paar, zoo witte als zwarte. Het
+overschot van mijn' tijd besteed ik nu, om aan u te schrijven, en
+dezen brief te sluiten, na u vooraf nog het een en ander aangaande
+deze stad te hebben medegedeeld.
+
+Van ouds droeg _Lyon_ den naam van _Lugdunum_, en had dus bijna
+denzelfden naam als ons _Leyden_ _Lugdunum Batavorum_; misschien had
+men 'er _Batavorum_ bijgevoegd, om die stad van het _Lugdunum_ der
+_Gaulen_ te onderscheiden. Naderhand werd _Lyon_ een Aartsbisdom en de
+Hoofdstad van de Provincie _le Lyonnois_, thans is het de Hoofdplaats
+van het Departement van de _Rhone_ en het verblijf van de _Prefecture_
+en _Tribunal d'Appél_; men begroot het getal der inwoners, naar men
+mij verzekerde, nog heden op omtrent 120,000. _Lyon_ wordt op 100
+_Fransche_ mijlen afstands van _Parijs_ gerekend, doch over _Dyon_ is
+het verder; zij is omtrent 40 van deze laatstgenoemde plaats gelegen,
+en 48 van _Avignon_ De hoofdstad niet zijnde, noemen de _Lyonnezen_
+hun stad egter de tweede van _Frankrijk_; want zij worden voor zeer
+hoogmoedig en eigenbelangzoekend (_egoistisch_) gehouden; zoodat
+_Lyon_ voor hun schier alles, en het heeläl bijna niets is; dezen
+karaktertrek schrijf ik al weder toe aan de hooge Geestelijkheid
+van die stad; want deze door hunnen alles vermogenden invloed gaf
+toch den voornaamsten plooi aan 's volks denk- en handelwijze;
+oordeel of het ook groote sinjeurs moeten geweest zijn; van den
+Aartsbisschop af, tot den laatsten Kanunnik van het Domkapittel toe,
+noemden zij zich _Comte de Lyon_; het waren alle Prinsen en Graven,
+zij moesten 16 kwartieren, zoo van 's vaders als van 's moeders
+zijde in hun wapen voeren, en de Koning van _Frankrijk_ was hun
+eerste Kanunnik. Deze geestelijke Graven, die zich de navolgers van
+den nederigen Christus noemden, waren zoo verregaande opgeblazen,
+dat zij zich met de Godheid, dien zij erkenden, schenen gelijk te
+willen stellen: want zij knielden niet in tegenwoordigheid van de
+Hostie. Dit hadden zij zelfs tegens de _Sorbonne_ [32] volgehouden,
+tot dat, naar men zegt, Lodewijk de XIV. zich eens onder hun in de
+_St. Jans_ of _Domkerk_ bevindende, goedvond om te knielen; nu konden
+zij welstaanshalve toch ook niet anders doen, zij knielden dan,
+maar voor wien, voor God of voor den Koning?--Ik wenschte, dat zoo
+vele brave en achtingswaardige Roomschgezinden, met alle diergelijke
+schandelijke zaken, waar door men den godsdienst ontluisterd, wat meêr
+bekend waren. De geschiedenis doet ons egter ook een' Aartsbisschop
+van _Lyon_, die in het laatst van de afgelopen eeuw geleefd heeft,
+als een' achtingwaardig man, kennen, voornamelijk om de vriendschap
+tusschen hem en den vermaarden wijsgeer en schrijver Thomas [33],
+die te _Lyon_ in de armen van dien Aartsbisschop, genaamd Montaset,
+gestorven, en op deszelfs landgoed, even buiten de stad, begraven is;
+waar de redelijke Montaset zijn overleden vriend dan ook een graftombe
+oprigtte, die hij door zijn tranen aan de vriendschap heiligde.
+
+Onder verscheidene vermaarde mannen, konstenaars en geleerden, werd
+ook Pierre Perrin, stichter van de _Fransche Opera_, en dus voor de
+_Franschen_ wel een groot man, hier geboren: hij voerde den titel
+van _Abbé, Conseiller du Roi_ enz. en werd het eerste bevoorregt
+met het Koninklijk verlof (_lettres patentes_) om de Koninklijke
+Muzijk-Akademie opteregten, in 1669. De eerste Opera, die hij in
+'t openbaar gaf, (te _Parijs_ in 1671) was _Pomone_ genaamd. Hoewel
+de versen, van Perrin zijn eigen maaksel, zeer slecht waren, werd het
+stuk toch zeer toegejuicht en acht maanden agter elkanderen gespeeld,
+zoo dat deze Opera, hem alleen voor zijn aandeel 30,000 Livres opbragt;
+doch zoo als het gemeenelijk gaat, de voorspoed werd door de afgunst
+gevolgd, en Perrin was al schielijk verpligt om zijn voorregt tegen
+een sommetje aftestaan; zijn geluk was dan van korten duur, en hij
+stierf te _Parijs_ omtrent het jaar 1680. De beeldhouwers Coysevox en
+de twee Coustou's, zijn ook van _Lyon_, als mede Joseph Vivien een van
+de uitvinders van het teekenen met pastel. Op de geboorte van Caracalla
+heeft de stad _Lyon_ geen reden om roem te dragen--en hoe zeldzaam
+had het menschdom reden, om de geboorte van een' Keizer of Koning te
+zegenen!--Onder verscheidene Kerkvergaderingen (_Conciliën_) die hier
+gehouden werden, zijn die van 1245 en 1274 vermaard, de eerstgenoemde
+niet alleen, omdat bij hetzelve besloten werd, dat de Kardinalen
+voortaan roode hoeden zouden dragen; maar bijzonder ook omdat Keizer
+Frederik de IIde, in den ban gedaan, en van het Keizerrijk ontzet
+werd door Paus Innocentius den IV.; de andere door de geloofspunten,
+die daar verhandeld werden, was de voorname oorzaak van de scheuring
+der kerk, door de afzondering der _Grieken_--maar ik houde mij op,
+met u dingen te vertellen, die gij misschien lang weet, in plaats
+van naar bed te gaan, wijl ik 'er morgen vroegtijdig uit moet.
+
+
+
+
+
+ZEVENDE BRIEF.
+
+_Avignon, 3 Augustus._
+
+
+Gisteren morgen om 4 uren voeren wij van _Lyon_, af; want de wind
+was wat veranderd, en wij hadden geen hoop, om denzelfden avond
+hier te zijn. De schuit was volgens afspraak; doch 'er ging maar één
+schipper mede, en dit beviel velen van onze reizigers, die het hoofd
+vol zwarigheid hadden, in 't geheel niet; ik voor mij was hier omtrent
+minder ongerust, want had 'er niet deskundigen over gesproken, en men
+verzekerde mij, dat 'er met bekwame schippers, zoo als die lieden
+hier doorgaans zijn, op deze rivier geen gevaar te vreezen is. Wij
+voeren onder de groote steenen brug (_pont de la Guillotière_) door,
+doch langs den kant, omdat daar de minste trekking is. De stroom in
+het midden onder deze brug is verbaasd snel. Weldra kwamen wij aan de
+plaats, waar zich de _Saone_ met de _Rhone_ veréénigt; de afscheiding
+van het water dezer twee rivieren, is aan de onderscheidene kleuren
+duidelijk te zien, en maakt als een streep op het water. De stroom
+is hier ook zeer sterk, zoo dat ons schuitje begon te hobbelen, en
+eenigen onzer reizigers zeer zuinig te zien. Het land aan de oevers,
+stond hier en daar onder water; zulk eene overstrooming, in dit
+jaargetij, heeft hier niet dan zeer zeldzaam plaats. Te _Givors_, een
+steedje omtrent drie mijlen van _Lyon_ aan den oever van de _Rhone_
+gelegen, moest de schipper aanleggen, om tol te betalen, en wij
+stapten aan land, om onderwijl eens rond te zien. Door zijne gunstige
+gelegenheid is dit plaatsje nog al handeldrijvend, en de inwoners,
+die grootendeels vrachtschippers en _Commissionnairen_ zijn, voeren
+vele goederen, als ijzer en steenkolen, komende van _St. Etienne_,
+waar een groote geweer- en andere ijzeren instrumenten-fabriek is;
+'er zijn ook steenkolen-mijnen niet ver van _Givors_; zij brengen
+'er dan ook een groote hoeveelheid van naar _Lyon_, en gebruiken
+'er zelve zeer veel in de flessen-fabrieken, die hier ook een'
+voornamen tak van bestaan opleveren; men verhaalde mij, dat 'er thans
+zes aan den gang waren. Ook wordt 'er zijde in de omstreken geteeld,
+en ik zag een paar vrouwen bezig met de poppen aftehaspelen. Hoewel
+de wind niet zoo gunstig was als gisteren, vorderden wij echter door
+den snellen stroom al vrij spoedig, en hadden _Givors_ nog niet lang
+achter den rug, toen wij _Vienne_, twee mijlen van daar gelegen, reeds
+ontdekten; die stad ligt tegen en tusschen de bergen en doet zich,
+van de rivier te zien, aangenaam op. Zij is zeer oud, uitgestrekt,
+maar weinig bevolkt. 'Er is een fabriek van groote ijzeren en stalen
+werktuigen. Men noemt deze stad _Vienne en Dauphiné_, of thans _dans
+le Departement de l'Isère_, om dezelve van _Weenen_ in _Oostenrijk_
+(_Vienne en Autriche_) te onderscheiden. Even buiten de stad aan den
+kant van de rivier, staat een oude pyramide of naald, onder den naam
+van _l'Eguille_ bekend; ik kon dezelve van de schuit duidelijk zien,
+en vind daar van aangeteekend, dat zij op een vierkant gewelf staat,
+ondersteund wordende door vier pilaren van 20 à 24 voeten hoog; de
+naald zelve is bijna van dezelve hoogte. Hoewel 'er hoegenaamd geen
+opschrift op staat, veronderstelt men, dat het de grafnaald is van den
+een' of anderen _Romein_. Midden in de rivier, omtrent voor de stad,
+zag ik ook de overblijfsels van een steenen brug. Omtrent een half
+uur verder ziet men aan de linkerhand eenen geheel met wijngaarden
+beplanten heuvel, het was den om zijn' lekkeren wijn vermaarde
+_Côte Roti_. Niet ver van daar, aan de regterhand, ligt het steedje
+_Condrieu_; hier moest men weder aanleggen om tol te betalen; want 'er
+zijn verscheidene tollen op deze rivier; voor dezen was de vracht dan
+ook goedkooper, naar onze schipper verhaalde, maar thans moet 'er te
+veel af. Wij gingen ons hier weder een weinig vertreden. Verscheidene
+vrouwen, die 'er alles behalve bevallig uitzagen, kwamen vruchten
+en wijn te koop veilen. De wijn van _Condrieu_ is beroemd, vooral
+de witte, wij kochten 'er dan ook van en betaalden 20 _sols_ de fles
+[34]. Zij was zeer goed, en het speet ons naderhand, dat wij 'er niet
+meêr voorraad van hadden opgedaan. Het stadje is aan den voet van
+een' heuvel gelegen en ziet 'er nog al redelijk uit. Ook hier is het
+grootste gedeelte van de ingezetenen schippers en schuitenmakers,
+en vele tevens wijngaardeniers; want wijn is bijna het eenigste
+voortbrengsel van dezen grond. De vader van den vermaarden Marschalk
+de Villars, die den 6 Maart 1714 in naam van Lodewijk den XIV. den
+vrede te _Rastad_ teekende, is hier geboren; ik vertel u dit, omdat
+het eenige betrekking heeft tot onze Vaderlandsche Historie; maar
+maak met meêr genoegen melding van een menschlievenden en weldadigen
+Roomschen Priester, die hier in 1727 een Gasthuis stichtte. Het was te
+wenschen dat het voorbeeld van dien goeden man door zijne ambtgenoten,
+van welke Geloofsbelijdenis zij ook zijn mogen, wat meêr gevolgd wierd,
+en deze Heeren zich niet alleen vergenoegden met de weldadigheid te
+prediken, zoo als zij doorgaans gewoon zijn. Weder aan boord zijnde,
+haalde ieder zijn' voorraad voor den dag, en men ging ontbijten;
+ons gezelschap was nog al vrij wel, en bestond onder anderen uit een
+jong militairen Chirurgijn, die een _Gasconjer_ was, en een soort
+van Landjonker, die op een Landgoed in _Provence_, aan de grenzen
+van _Italië_ woonde; beide deze lieden, vooral de Chirurgijn hadden,
+hier meêr gereisd en nog al eenige kunde; 'er viel dan tusschen beide
+ook nog al wat te praten, met kijken had ik inzonderheid veel te doen;
+want de oevers van de _Rhone_ leveren doorgaans eene verscheidenheid
+van aangename gezigten op. Wij zagen hier een slang, naar gissing
+twee à drie voeten lang, digt voor de schuit heen, en zoo het scheen
+dwarsover zwemmen, hij streek bijna over de oppervlaktes van het water
+en was zeer vlug. Toen men met smaak een stuk uit de hand had gegeten,
+merkte onze Chirurgijn aan, dat diergelijk koud en eenvoudig voedsel,
+vooral vruchten, toch wel zeker gezonder is, dan zoo vele konstig
+bereide en warme, of veel liever heete spijzen; dit betoogde hij
+eenigzins op eene geneeskundige wijze, en ik was het volkomen met hem
+eens; de landjonker, hoewel genoegzaam met ons van hetzelfde gevoelen,
+zeide, dat hij veel met _Engelschen_ en _Amerikanen_ omgegaan hebbende,
+de gewoonte aangenomen had, om 's morgens thee te drinken, en dat deze
+drank alzoo voor hem eene volstrekte behoefte geworden was, doch dat
+hij anders ook zeer vele vruchten at, en 'er zich zeer wel bij bevond;
+hij verhaalde ons verder, dat hij een' kok gekend had, die bij een
+voornaam man van zijn kennis te _Venetië_ woonde, en sedert verscheide
+jaren, niettegenstaande hij dagelijks de keurigste spijze in overvloed
+bereidde, genoegzaam niets anders nuttigde, dan vruchten, eenige rauwe
+groentens, wortelen, brood, en voor allen drank koud water; dat deze
+zonderlinge kok zich daarbij gezond en sterk bevond, daar hij voorheen,
+eer hij die levenswijze had aangenomen, gedurig ongesteld en zwak was:
+in het begin had hem dit wel eenige moeite gekost, doch hij had het
+volgehouden; en eindelijk verkoos bij zijne vruchten en wortelen, uit
+smaak, boven de uitgezochtste lekkernijën; een en andermaal had hij
+zijn' Heer, die aan overdaad gewoon, en dus ongezond was, aangeraden,
+om van levenswijze te veranderen, en zijn voorbeeld te volgen; deze
+hier geen' zin in hebbende, en dus minder redelijk dan zijn kok, werd
+die raad moede, en zeide hem eens, dat hij zijn handwerk weinig eer
+aan deed; dat, indien men hem gehoor wilde geven, hij dan ook geen
+kok meer van nooden had: geen zwarigheid, antwoordde deze, gij zult
+gezond worden, en ik zal wel een' anderen dienst vinden.--Maar als
+ieder uw voorbeeld, dat gij zegt zoo heilzaam te zijn, eens volgde:
+was de tegenwerping; en de kok besloot met te zeggen, dat hij niet
+geloofde, dat zulks althans gedurende zijn' leeftijd plaats zou hebben;
+doch als het al eens gebeurde, dat dan de maatschappij zulk eene
+groote verandering zou ondergaan, dat hij een zijns gelijken geene
+moeite zouden hebben, om een stukje lands te vinden, daar zij het
+weinige voedsel, dat zij noodig hadden, op telen konden [35].--Wat
+zegt gij van dezen wijsgeerigen kok?--Ik heb wel Professorale lessen
+gehoord of gelezen, die zoo goed niet waren. Al pratende kwamen
+wij voor _Tournon_, een stadje in het Departement _de l' Ardèche_,
+voorheen _Languedoc_; het is aardig gelegen aan den voet van een'
+berg; 'er is een zeer groot gebouw, dat voorheen een kollegie was,
+aan de Jesuiten behoorende, doch sedert de afschaffing van dezelve,
+werd het door wereldlijke bestuurd, en thans is het een Kweekschool,
+onder opzigt van het Gouvernement; het is aangenaam aan den oever
+van de _Rhone_ gelegen. Over _Tournon_ aan den linker oever van de
+rivier ligt een plaatsje, _Thain_ genaamd; van hetzelve valt niets
+anders aanteteekenen, dan dat de beroemde hermitage-wijn digt daar
+bij groeit. Men ziet door de wijnstokken, waarmede zij beplant is, den
+geheel groenen heuvel van de rivier; deze heuvel is niet groot, doch al
+de wijn, die in den omtrek groeit, noemt men even eens Hermitagewijn,
+en deze wordt ook al duur verkocht; want het gaat hier mede zoo als
+met mêer andere dingen; vele menschen die geene fijne kenners zijn,
+houden zich te vreden met den blooten naam. Omstreeks _Thain_ plagt
+ook een goudmijn te zijn, naar men verzekert; doch dezelve is thans
+geheel verwaarloosd, het geen mij verwondert; want een goudmijn zou
+thans in _Frankrijk_ wel te pas komen. Daar _Tournon_ en _Thain_ zoo
+digt bij elkanderen liggen, vraagt men spottenderwijze, _"Combien y a
+t'il depuis Thain à Tournon [36]?_" en volgens een slechte uitspraak,
+"_Combien y a t'il depu Thain (putains) [37] à Tournon_. Men verhaalt,
+dien aangaande een' aardigen kwinkslag. Ten tijde van Lodewijk den
+XIV. bevond zich een man van _Tournon_, op reis met iemand, die tot
+het hof van _Versailles_ behoorde; deze hoveling vroeg ook spottende
+aan onzen man: "_Combien y a t'il depu Thain (putains) à Tournon?_"
+en deze had de tegenwoordigheid van geest, om hem zonder bedenken
+te antwoorden: "_Oh! ce n'est pas la peine d'en parler; mais dites
+moi combien y a t'il bien de Maintenon (des Maintenons) à Versailles
+[38]?_" Gij vat de kneep, en zult zekerlijk zoo wel als ik dien trek
+van tegenwoordigheid van geest bewonderen. Vervolgens kregen wij
+_Valence_ aan den linker oever van de rivier gelegen, in het gezigt,
+gij zult uit de afbeelding zien, dat die stad niet onaardig gelegen
+is; niet ver van deze stad, en eer men aan dezelve komt, werpt zich
+de rivier _l'Isère_ in de _Rhone_. Onze reisgenoot de Chirurgijn
+herinnerde ons, dat het hart van den laatst overledenen Paus in de
+Kerk van _Valence_, in een looden kistje bewaard werd. Hij zelve had
+het niet lang geleden gezien, daar wij hier toch aan moesten leggen,
+en dat al weder om tol te betalen, besloten wij, om de stad eens in te
+gaan, en aldaar de Pausselijke overblijfsels te gaan bezigtigen. Het
+was even na den middag, en brandend heet, zoo dat deze bedevaart ons
+een zweetje koste; op verscheide plaatsen in de straten, waren echter
+nog al zeilen van het eene huis tot het andere uitgespannen om schaduw
+te geven. Wij zagen in de Hoofdkerk, in een Kapel, die geschilderd
+was met een' zwarten grond, waarop hier en daar doodshoofden en
+Pausselijke versierselen, op een soort van klein altaartje, het
+geen midden in dezelve stond, een houten doos of kistje, en hier in
+was het looden, dat het hart en de ingewanden van den Paus bevatte;
+dit kistje was overdekt met een kleed van violetkleur fluweel met
+gouden franjes, en waarop de Pausselijke muts en sleutels met goud
+geborduurd waren; een soort van lijklamp hing 'er boven, en werd,
+naar men mij verzekerde, altijd brandende gehouden. Deze Kapel is
+met een ijzer hek gesloten, en boven hetzelve leest men: "_Ici sont
+deposés le coeur et les entrailles de_ Pie VI." Die Paus is in deze
+stad, om den oorlog of de gevolgen van dien _Rome_ ontweken zijnde,
+hier staatsgevangen gehouden en gestorven. Zijn ligchaam is naar
+_Rome_ gevoerd; doch op aanzoek van Bonaparte, zoo men zegt, zijn
+zijne ingewanden hier wederom terug gebragt, en men wil, dat 'er een
+graftombe zal opgerigt worden, om dezelve in te bewaren. Aan of in de
+Kerk, die een donker en slordig voorkomen heeft, is voor het overige
+niets bijzonders te zien. Ook zag ik niets aanmerkelijks in de stad,
+het is de hoofdplaats van het Departement _la Drome_, voorheen _du
+Valentinois en Dauphiné_. Het verblijf van de Prefecture, en een
+_Tribunal de première instance_, is zeer oud en met muren omringd;
+de omstreken schenen mij toe nog al aangenaam te zijn. _Valence_ is
+door een heuvel, in de gedaante van een halven cirkel, natuurlijk
+beschut, en dat op eene wijze, als of het door kunst gemaakt was:
+men vindt hier omstreeks goede en zuivere bronnen; de zijdeteelt is
+ook een voorname tak van bestaan van de inwoonders. Voorheen was 'er
+een Universiteit, die verscheide voorname Rechtsgeleerden opgeleverd
+heeft. Het bijgaand fraai gezigtje zal u een denkbeeld geven van de
+ligging dier stad. Omtrent drie mijlen onder dezelve, valt de rivier
+_le Drome_ in de _Rhone_: deze laatstgenoemde rivier is hier al vrij
+breed, en wij werden reeds van verre door het hevig gedruisch van het
+water den snellen stroom gewaar. De rivier geleek hier op sommige
+plaatsen naar eene hevig ziedende pot: sommigen van ons gezelschap
+begonnen dan ook zeer bevreesd te worden, doch onze schipper, die
+mij toescheen een nuchter en bekwaam man te zijn, verzekerde, dat
+hij het gevaar wel zou weten te vermijden; zoo dat men niet ongerust
+behoefde te zijn; wij kwamen 'er dan ook zonder eenig letsel over;
+maar werden door de golven ter deeg geschommeld. De groote toevloed
+van water, vooral thans, na eene zoo sterken en aanhoudenden regen,
+en eenige rotsen of klippen in de rivier, en onder het water staande,
+veroorzaken deze geweldige bruisching. Het was omtrent zeven uren
+des avonds, toen wij _Ancone_, een dorpje aan de linker oever van de
+_Rhone_ naderden: Onze schipper (_patron_) zeide, dat wij daar een
+redelijk goede herberg zouden vinden, en dat het dus raadzaam was, om
+'er te blijven overnachten. Het voorstel werd algemeen aangenomen; maar
+de herberg, die men ons aanwees, zag 'er in 't geheel niet breed uit,
+en wij dachten, dat, zoo wij 'er al konden slapen, het niet anders dan
+op stroo zou zijn. Ook hier werd het spreekwoord, dat schijn dikwijls
+bedriegt, bewaarheid, en wij stonden niet weinig verwonderd, toen men
+ons langs een' grooten trap en langen gang verscheide redelijk goede
+kamers aanwees, en 'er was voor ieder een bed; dit viel dan niet weinig
+mede. Wij stelden nu verder onzen landjonker tot Hofmeester aan, om het
+avondmaal enz. te bestellen, te meer, omdat hij zeer goed _patois_, het
+geen de landtaal is, sprak, en ik ging met den Chirurgijn landwaards
+in, naar den kant van _Montelimart_, dat maar een half uurtje van hier
+gelegen is. Wij zagen het liggen, doch vonden het te laat, om 'er naar
+toe te gaan, wijl de afspraak was, dat wij vroeg zouden eten en naar
+bed gaan: om den volgenden morgen weder vroeg in de kleêren te zijn. Te
+_Montelimart_ zijn veel Protestanten; de inwoners waren van de eerste,
+die de hervorming van Calvin aannamen; het is nog al redelijk bevolkt,
+en vrij welvarende, omdat de groote weg van _Lyon_ naar _Marseille_
+en _Italië_ 'er doorloopt, en de landstreek vruchtbaar is; wij zagen
+dan hier ook fraaije boeren-hoeven; de landlieden waren grootendeels
+bezig met hun koren door muilezels te laten treden, (_fouler_), zoo
+als bij ons de vlasballen worden gedaan. Het zag 'er, niettegenstaande
+het ongunstig weder, vrij wel uit. Behalve eenige andere vruchtbomen,
+waren de meesten, die ik hier zag, moerbeziën; want de zijdeteelt is
+ook hier omstreeks een voornaam bedrijf, en heeft waarschijnlijk aan
+dezen kant zijn oorsprong in _Frankrijk_ genomen. De natuurkundige de
+Faujas [39], zegt in een' zekeren brief: dat de eerste moerbezieboom
+in _Frankrijk_ gebragt werd, ten tijde van de laatste Kruisvaart door
+eene Gui-Pape-Saint Auban, een mijl van _Montelimart_. Dat deze oude
+moerbezieboom nog bestaat, en dat de Heer de Latour Du Pui-la Chaux,
+dit gedenkteeken van den landbouw had doen in waarde houden, door
+'er een muur om te bouwen, en te verbieden, dat men 'er de bladeren
+van plukte. De afstammelingen van dezen ouden boom, bedekken thans
+een goed gedeelte van den _Franschen_ grond, en brengen aan den staat
+een inkomen op van verscheiden millioenen. Dit een en ander had ik
+voor mijn vertrek van _Parijs_, uit een der dagbladen, opgeteekend;
+hopende gelegenheid te zullen hebben, om dien merkwaardigen boom te
+zullen zien, doch nu was het te ver; daarbij wisten de lieden alhier,
+mij 'er geen genoegzaam narigt van te geven; ik zou dan eerst naar
+_Montelimart_ hebben moeten gaan, om 'er na te onderzoeken, en dit
+zou te veel tijd gevorderd hebben: dus zag ik, hoewel niet zonder
+leedwezen, van dit ontwerp af.
+
+In 1762 vonden eenige arbeiders, omstreeks dit dorp _Ancone_, in een
+tuin gravende, een groote Lijkbus (_urne_), waar een lijk in was,
+hebbende op het hoofd eene gouden kroon, en aan een oor een ring van
+hetzelfde metaal. Meêr vond ik hier niet van aangeteekend, en sommige
+inwoners, die ik 'er hier na vroeg, konden 'er mij ook niets naders
+van zeggen.
+
+'t Was een warme dag geweest, de avondstond was regt koel en
+verkwikkende. Om hier wel genot van te hebben, ging ik eenzaam op de
+vlakke oevers van de _Rhone_, die men hier heeft, even als bij ons
+aan zee, wandelen. De bergen en rotsen aan den overkant, en boven
+en beneden dezelve, maakten eene majestueuse vertoning; zekerlijk,
+dacht ik, hebben sommige hunner voorheen stroomen vuurs en lava
+uitgebraakt, terwijl men de sporen daarvan nog in deze landstreek
+vind. Deze landstreek, te weten aan den overkant van de _Rhone_,
+bekend onder den naam van _le Vivarais_, en thans behoorende tot het
+Departement _de l'Ardeche_, werd oudtijds bewoond door de _Helvianen_,
+die op het eind van de vijfde Eeuw, of het begin van de zesde,
+door Sigismundus, Koning der _Bourguignons_, overwonnen werden. De
+avond begon meêr en meêr te vallen, de horens van de beesten-hoeders,
+die zich in de bergen deden hooren, en tegen de rotsen weêrgalmden,
+verwijderden zich al verder en verder, eindelijk hoorde ik niets
+meêr, dan het geruisch der rivier, en het gekraak der keisteentjes,
+waarover ik liep, en waar deze oever als mede bezaaid is. Het werd
+tijd, en ik begaf mij naar de herberg; daar zag ik met genoegen, dat
+de tafel voor de deur, en alzoo niet ver van dien aangenamen oever
+van de _Rhone_ gedekt was. 'Er was schier geen zuchtje aan de lucht,
+zoodat de kaarsen, die men op tafel zette, zonder moeite aanbleven, en
+het eten was goed, en smaakte, omdat wij honger hadden, uitmuntend. Wij
+deden dan een regt aangenamen landelijken maaltijd; het oud moedertje
+van den huize ziende, dat wij wel over haar te vreden waren, kwam
+ook bij ons zitten snappen, en scheen zeer opgeruimd. Hadden wij den
+volgenden morgen niet vroegtijdig op reis gemoeten, ik had hier zoo
+spoedig niet van daan gekomen, doch nu was slapen de boodschap.
+
+Heden morgen om vier uren begaven wij ons weder scheep. De rivier
+vertoont zich hier als geheel van bergen en rotsen omringd; de
+gezigten zijn schilderachtig. Weldra kregen wij _Viviers_ hoofdplaats
+van _le Vivarais_, in het oog; ook dit gezigt zou een zeer fraaije
+teekening opleveren; doch die hier alles, wat de moeite waard is, wilde
+uitteekenen, zou 'er wel eenige maanden mede kunnen doorbrengen. Dit
+stadje is tusschen de rotsen aan den regter of westelijken oever
+van de _Rhone_ gebouwd, en de hoofdkerk gelegen op een rots, die
+boven de huizen uitsteekt; het schijnt een oud en groot gebouw te
+zijn. Voor de omwenteling was _Viviers_ een Bisdom, en de Bisschop
+voerde den titel van _Comte de Viviers_. Beneden aan den oever van
+de rivier ligt een zeer groot, en zoo het schijnt, fraai gebouw; men
+zegt dat het zoo veel vensters heeft, als 'er dagen in het jaar zijn;
+nu 'er waren 'er inderdaad zeer veel; het diende voorheen tot een
+_Seminarium_. Aan onze linkerhand zagen wij een oud Kasteel, dat de
+schipper _le Chateau de Roche-mollet_ noemde, meêr wist men 'er mij
+niet van te zeggen. Een eindweegs gevorderd zijnde, aanhoudend bezig
+met de fraaije gezigten rondom ons te bewonderen, zagen wij _le Bourg
+St. Andeol_, voorheen het verblijf van den Bisschop van _Viviers_, en
+waar hij zijn paleis had. Dit stadje ziet 'er nog al wel uit, en is
+aangenaam aan de regteroever gelegen: wij stapten 'er een oogenblik
+aan wal, en kochten 'er wat provisie; want het water geeft eetlust,
+en het werd tijd, om te ontbijten. Het oogenblik naderde vervolgens,
+dat wij onder die vreesselijk vermaarde _Pont-Saint Esprit_, waar
+van men ons zoo veel verteld had, door moesten varen. 'Er wierd raad
+gehouden, of wij scheep zouden blijven, dan of wij ons voor de brug
+aan wal zouden laten zetten, en op één na besloten tot het laatste,
+als zijnde het algemeen gebruik; daarbij wilden wij wel een half uurtje
+wandelen. Ik had anders nog al lust gehad, om 'er in te blijven, doch
+voegde mij nu na de meerderheid van het gezelschap; onze reisgenoot,
+die 'er in bleef, kon zwemmen, en trok zelfs zijn laarsen en rok
+uit, om daar door, in geval 'er een ongeluk plaats mogt hebben, niet
+belemmerd te worden; de schipper lagchte hier om, en verzekerde ons,
+dat 'er geen gevaar was, en hij dien togt meêr dan honderdmalen, zonder
+eenig letsel, gedaan had; maar het besluit was genomen, en wij stapten
+een groot kwartier, voor dat wij bij de brug kwamen, aan land. Als
+een pijl uit een boog zagen wij van daar ons schuitje wegsnellen,
+en wandelden langs een' aangenamen weg, beplant met moerbezieboomen,
+wijngaarden, en hier en daar olijfboompjes, de eerste die ik zag,
+tot het stadje _Saint Esprit_. Het zal waarschijnlijk een sterkte
+geweest zijn, en heeft een _citadel_ en _bastions_, maar heeft voor
+het overige weinig te beteekenen; het is aan den regteroever van de
+_Rhone_ gelegen, en behoort thans tot het Departement _du Gard_. Wij
+zagen 'er in een lang en smal gebouw meer dan dertig vrouwen zitten,
+die bezig waren met de zijde van de poppen te haspelen. De uitwaseming
+van die poppen, die men in heet water legt, veroorzaakt eenen zeer
+onaangenamen reuk, en men zegt dat het ongezond werk is, dat ik
+zeer wel gelooven wil. Nogthans waren 'er onder die werklieden,
+eenige meisjes die 'er wij wel uitzagen; maar misschien hadden
+zij dit bedrijf ook nog niet lang bij de hand gehad. Vervolgens
+gingen wij de vermaarde brug zien; het is een ontzaggelijk stuk
+werks; zij rust op 26 bogen, waarvan 19 grooten en 7 kleinere zijn;
+zij is, volgens de beschrijving, 420 _toises_ lang, en 2 _toises_,
+4 voeten, en 4 duimen breed [40]. Zij werd begonnen in 1265, en in
+1309 voltooid, men werkte 'er dus 44 jaren aan.--En hoe, denkt gij
+dat men aan het geld gekomen is; want dit moet nog al een sommetje
+gekost hebben. Men maakte gebruik van het bijgeloof van dien tijd,
+om deze nuttige gemeenschap tusschen den regter- en linkeroever te
+bewerkstelligen. Het gerucht werd verspreid dat een Engel aan een'
+schaapherder verschenen was, en hem geboden had, om daar ter plaatse
+eene brug te bouwen; weldra kwam 'er een ruime toevloed van offeranden
+en giften van alle kanten. De Prior van de Abdij, waar het stadje
+om gebouwd was, had echter het spel haast bedorven; want men had
+de onvoorzigtigheid gehad, van 'er hem niet in te kennen: doch men
+herstelde dezen misslag, en gaf hem duimkruid; hij lag den eersten
+steen, en ziet het wonderwerk had de gewenste uitwerking. Een groot
+gedeelte van deze brug is op de rots, die daar de bedding van de rivier
+uitmaakt, gebouwd. Waarschijnlijk bestond 'er een reden, waarom men
+ze met een elleboog, die tegen den stroom gesteld is gebouwd heeft;
+want zij zou fraaijer zijn, als zij regt was. Wij waren veel te laat
+gekomen, om 'er onze schuit onder door te zien varen, zij wachte ons
+reeds lang aan den anderen kant. 't Is zeer duidelijk te zien, dat de
+stroom tusschen de bogen van deze brug, en vooral tusschen die, welke
+het meest midden in staan, zeer sterk moet zijn, doch als de schippers
+niet onhandig zijn zie ik 'er geen gevaar in. Nog iets opmerkelijks
+aangaande het metselwerk van deze brug is, dat de pilaren van de bogen
+doorluchtig zijn als of 'er vensters in zijn. Ter instandhouding van
+dit ontzaggelijk en kostbaar stuk werks, is men zeer behoedzaam; de
+zware vragtkarren of rijtuigen, mogen 'er niet willekeurig overrijden,
+en om het dreunen voortekomen, worden somtijds de wielen vastgemaakt,
+in een soort van houten laden (_sabots_) gezet, en de karren 'er zoo
+zachtjes over gesleept. Wederom scheep zijnde, bekeek ik de brug nog
+eens ter deeg, doch wel dra verloren wij dezelve uit het oog. Naar
+ik vernam, moeten de schippers, onder die brug door willende varen,
+niet op het midden van een boog, maar op een pilaar aanhouden, even
+als of zij tegen denzelven aan wilden varen. De stroom brengt hen dan
+van zelve in het midden van den boog of poort daar zij door moeten,
+en in een oogenblik zijn zij aan den anderen kant. De gezigten blijven
+aanhoudend schoon, en de landstreek berg- en rotsachtig. _Orange_
+zagen wij aan de linkerhand van verre liggen; het speet mij, dat ik de
+overblijfsels der _Romeinsche_ oudheden, die deze stad nog bezit, niet
+kon zien; doch zij is omtrent een mijl van den oever afgelegen, en dus
+wat te ver om 'er naar toe te wandelen; daar bij was het zeer warm,
+en omstreeks elf uren voor den middag. Onze voormalige Stadhouders
+voerden den naam van Prinsen van _Oranje_, naar het Prinsdom, of
+liever Prinsdommetje, waarvan deze stad toen de hoofdplaats was.--Wat
+heeft zelfs die naam in ons Vaderland niet dikwijls aanleiding tot
+verregaande onaangenaamheden gegeven!!... Verder op zagen wij het
+stadje _Caderousse_ aan den linkeroever gelegen; voor deze plaats ligt
+'er een eiland in de _Rhone_, dat nog al uitgestrekt is. Eindelijk
+wees men ons de oude Pausselijke stad _Avignon_, die door zijne
+aangename gelegenheid, zijne torens en hooge gebouwen, en de rots,
+waar het oude Apostolische Paleis op gebouwd is, eene fraaije en
+aanzienelijke vertooning oplevert. Eer dat men aan de stad komt,
+ziet men ook nog een eiland in de rivier, dat vrij aanmerkelijk
+is, de _Rhone_ maakt daar twee armen en vereenigt zich weder bij
+_Avignon_. Het was omtrent twaalf uren 's middags, toen wij hier
+aankwamen. Wij hadden dus in minder dan 23 uren (want den tijd dat
+wij geslapen en ons opgehouden hebben, reken ik 'er af,) een' weg
+afgelegd van omtrent 48 mijlen, ik was 'er dan ook bijzonder over te
+vreden en zou ieder, die deze reis aangenaam, goedkoop en gemakkelijk
+wil doen, raden, om het op dezelfde wijze aanteleggen. Wij gaven elk
+aan onzen schipper, behalve de bedongen vracht, 30 _sols_ drinkgeld,
+en hij was zeer wel te vreden. Die man moest nu zijne schuit hier
+verkoopen, doorgaans voor eenen zeer geringen prijs, en dan te voet
+weder terug keeren naar _Lyon_, zijne woonplaats.
+
+Dezen langen _epistel_ hebt gij wederom aan het slechte weder te
+danken; want naauwelijks waren wij in ons Logement of werden door
+een geduchte donder- en regenbui, even eens als _Lyon_, verwelkomd:
+thans (om elf uren 's nachts) houdt dezelve nog aan.
+
+
+
+
+
+ACHTSTE BRIEF.
+
+_Marseille_, 7 _Augustus._
+
+
+'s Morgens van den 4 dezer was het droog, doch het had den ganschen
+nacht geregend. Zoo veel regen in dit saisoen en in dit gedeelte van
+_Frankrijk_, is inderdaad een ongewoon verschijnsel. Niettegenstaande
+onze voerman ons veel vertelde van den slechten weg, stapten wij
+omstreeks vijf uren op het rijtuig, om naar de vermaarde fontein van
+_Vaucluse_ te rijden, men rekent dezelve over _l'Isle_ 5 1/2 uur gaans
+van _Avignon_ afgelegen; wij hadden een rijtuig op twee wielen, doch
+op riemen hangende, in den smaak van die, waarmede men van _Parijs_
+naar _Versailles_ enz. rijdt; het was met twee paarden bespannen, en de
+voerman zat _en postillon_ op een van dezelven, die soort van rijtuigen
+zijn ligt, en men kan 'er des noods met vier personen in zitten. Ik
+had het voor 21 Livres vrij van alle onkosten gehuurd. Een eind weegs
+buiten _Avignon_ is de weg goed en zeer vlak, aan beide zijden met
+sloten, weilanden en boomgaarden, van moerbezieboomen beplant. Het
+heeft hier wel wat van dat gedeelte van _Gelderland_, waar men zoo
+veele kersen en andere vruchtboomgaarden vindt. De landstreek wordt
+vervolgens bergachtig, en men heeft eene verscheidenheid van aangename
+gezigten. Tot nog toe was de weg vrij goed; doch hier kwamen wij weder
+tusschen boomgaarden en akkerland. De grond was hier kleiachtig en
+zoo week, dat wij verpligt waren te voet te gaan, omdat het rijtuig
+en de paarden 'er zoo diep in raakten, dat zij moeite hadden, om 'er
+uit te komen. De voerman wees ons een voetpad langs een' anderen weg,
+en wij zouden dan op eene zekere hoogte weder bij elkanderen komen;
+dit ging in den beginne wel genoeg, doch deze weg werd ook zoo slecht,
+dat wij aan den kant moeite hadden om ons over eind te houden door
+de glibberigheid, en in 't midden zakte men 'er tot over de enkels
+toe in; tusschen beide liepen de sloten over, en men was schier
+genoodzaakt om te waden. Zoo sukkelden wij wel een half uur voort,
+eer wij weder bij het rijtuig kwamen. Onze voerman had het niet beter
+gemaakt dan wij, zijnde verpligt geweest, om bijna altijd naast het
+rijtuig te gaan, om het te ondersteunen; hij, wij en de gansche boêl
+zagen 'er deerlijk beslikt uit; en had de weg in 't begin ten opzigte
+van het gezigt naar _Gelderland_ geleken, hier geleek zij wel na dat
+kleiachtig gedeelte van ons land, waar men 's winters bijna niet door
+kan komen; en ik herinnerde mij hier aan een van de onaangenaamste
+wandelingen van mijn leven, die ik in het najaar van 1801 deed,
+van _Dordt_ naar het _nieuwe veer_. Wij kwamen vervolgens door het
+dorp _Morières_, klommen een' heuvel op, veelal met wijngaarden en
+olijfboomen beplant; hier wordt het oog wederom aangenaam vergast;
+de weg is hobbelig en steenachtig. Hier wees onze voerman ons in
+een keten heuvels en rotsen, die voor ons lag, en aan dien kant het
+gezigt bepaalde, de plaats, waar de fontein van _Vaucluse_ gelegen
+was; doch wij waren 'er nog een goed eind weegs van daan, en ik zag
+nog niets anders dan een bruinächtige rots. Afklimmende kwamen wij
+nog voorbij een ander dorp, en daarna aan het stadje _l'Isle_ (het
+eiland) genaamd, waarschijnlijk om dat het riviertje _la Sorgue_ het
+rondom bespoelt.--welk eene allerliefste landstreek! Wij reden door een
+fraaije dreef van redelijk zware _platanus_-boomen langs de stad, tot
+aan een gnappe herberg daar Petrarque et Laure uithangt, hier stapten
+wij af, aten ter loops een stuk brood, en wat vruchten, waar onder
+goede meloenen, en bestelden het middagmaal tegen onze terugkomst,
+vooral goede paling, forellen en rivierkreeften bedingende; want die
+zijn hier even zoo vermaard als bij ons de baars van _Hillegom_, of
+half weg _Amsterdam_; en schoon anders geen lekkerbek, van daag wilde
+ik ook eens smullen, want dat behoort bij de reis naar _Vaucluse_,
+en hij, die de fontein gaat zien, moet ook de visch proeven, die 'er
+in dat water gevangen wordt. Na het stoffelijk deel wat verkwikt te
+hebben, en dat was noodig; want wij hadden ons nog al wat vermoeid
+met door het slijk te loopen, spoedden wij voort en ik was dan zeer
+nieuwsgierig en verlangende. Welhaast verlaat men het dal en de
+vrolijke landouw van _l'Isle_; het liefelijk stroomende riviertje,
+dat hier en daar over een dam heen rolt, en een kleinen waterval
+vormt, de frisch groene weilanden en de akkers met moerbezieboomen
+beplant. De natuur neemt eene treurige houding aan, de grond wordt
+steenachtig, hier en daar rijdt men zelfs over de bloote rots; de
+landstreek is dan ook onvruchtbaar en woest, slechts hier en daar
+een struikje of een kwijnend olijfboompje. Hoe zeer men de plaats,
+waar de fontein moet wezen, een' geruimen tijd voor zich gezien heeft,
+men kan zich niet verbeelden, dat dit iets ongemeens zal opleveren,
+en eenigzins aan de verwachting beantwoorden, die men 'er den reiziger
+van heeft doen opvatten, en juist dit maakt de nieuwsgierigheid des te
+sterker gaande; ieder spreekt hier toch van de fontein van _Vaucluse_,
+alle vreemdelingen gaan die bijna zien; het Departement is 'er naar
+genoemd; het moet toch der moeite waardig zijn, en ondertusschen
+schijnt het niet anders dan een barre rots. Het dorpje _Vaucluse_
+naderende, begint het 'er nogthans wat naar te gelijken; hier wordt de
+natuur schilderachtig; men komt door een' hobbeligen en kronkelenden,
+hier en daar zeer smallen weg, langs stukken en brokken van rotsen,
+in een aangenaam dal, waar de _Sorgue_ langs groene oevers, en
+weelderig groeijende struiken en boomen door slingert. Bij de brug
+van het dorpje hield de voerman stil, digter bij de fontein kan men
+met rijtuig niet wel komen. Een oud vrouwtje met haar spinrok in de
+hand, wachtte ons reeds op, en bood zich aan ons naar de fontein te
+geleiden. Het was nu omtrent elf uren, de zon scheen helder; het was
+al een zeer heete dag, en dus niet zeer aangenaam, om te wandelen,
+doch een nieuwsgierig reiziger laat zich daar door niet afschrikken,
+en wij begaven ons met onze geleidster, die al vooruit liep, en
+trachtte te beduiden dat het niet ver was, op weg, ik zeg trachtte te
+beduiden, want de goede vrouw sprak bijna niet anders dan het _patois_
+van dat land, het geen weinig overeenkomst heeft met het _Fransch_;
+door dikwijls hetzelfde te herhalen, en met de handen en oogen te
+wijzen en te beduiden, begreep ik 'er hier en daar nog al wat van;
+mij scheen zij genoegzaam te verstaan, maar vergat al gaande en
+pratende niet te spinnen; en hoewel 'er armoedig uitziende, scheen
+zij echter gezond en vrolijk. Het dorpje _Vaucluse_ ligt tegen en op
+een barre rots, die door de _Sorgue_ bespoeld wordt; het is dan onder
+aan den oever aangenaam en vruchtbaar; doch boven dof en naar. Op
+den top van een rots bij hetzelve, ziet men de overblijfsels van een
+vervallen Kasteel, dat men het kasteel van _Petrarque_ noemt; doch
+het behoorde aan de Bisschoppen van _Cavaillon_, die Heeren waren
+van _Vaucluse_. Men klimt, den stroom aan de regterhand latende,
+naar de bron; haast wordt men door het ontzaggelijk gezigt van een
+verbazende hooge muur van steile rotsen, die zich als een halve
+cirkel vertoont, en door de ruischende watervallen, die zich in den
+stroom opdoen, verrukt. Ter zijde ziet men spitse punten, door de
+natuur als gedenknaalden opgericht, en vreesselijke klompen steen,
+door de Eeuwige Almagt als 't ware op een gestapeld [41].--Mensch,
+met al u ingebeelde grootheid, wat zijt gij hier klein!! Naar mate
+dat men opklimt, wordt ook de bedding van den stroom hooger, en de
+bruisschende loop van het water dus hoe langer hoe sterker, zoo dat
+het schier niet anders gelijkt dan sneeuwwitte schuim. Ik had mij
+reeds van het snapachtig moedertje ontdaan, en zette mij nu op een
+brok rots aan den kant van de waterval neder, om daar alles bedaard
+te overzien. Zeker heeft Petrarcha deze plaats niet uitgekozen, om den
+lof van zijne schoone Laura [42] te zingen, want het geweldig gedruis
+van het water zou de schelste toonen verdoofd hebben; doch hij kon 'er
+de majestueuse schoonheid der natuur in vloeijende versen beschrijven,
+ten minste daar toe de ruimste stof in zijn brein verzamelen. Nu ging
+ik verder op, tot aan de grenzen van dit enge dal, door de steile rots,
+zoo steil, als of zij regt door was gezaagd, afgeteekend. Aan den
+voet van dezelve is een ruim onderaardsch gewelf, waar in de bron van
+_Vaucluse_ opwelt. Het water, in den kom of vijver voor hetzelve, was
+zoo hoog, dat wij van den boog of opening maar zeer weinig zagen. De
+oppervlakte van dezen vijver had toen wel 50 voeten diameter. Hier
+was het water stil en doorschijnende, zoo dat men aan de kanten tot
+op den grond toe zien kon. Gedurig door de bron gevoed wordende, liep
+die vijver aanhoudend over, en dit maakte dien heerlijken waterval. Het
+was hier zeer koel, en door het water, dat bijna ijs koud is, en omdat
+men 'er geheel beschut is, tegen de zonnestralen; want de steile rots
+boven de bron helt zelfs eenigzins voorover, en deze rots is van het
+water af omtrent 700 voeten hoog. Men is hier genoegzaam rondom door
+ontzaggelijke muren ingesloten, van daar de naam _Vallis Clausa_,
+daar men _Vaucluse_ van gemaakt heeft. De vorschende reiziger leest op
+deze wanden, als een bevel van de hoogste wijsheid: "Tot hier toe en
+niet verder," en treedt eerbiedig terug.--Men ziet niets dan rotsen
+en water, behalve den treurigen vijgenboom, die uit een spleet van
+de rots, boven den vijver, niet ver van het water is voortgekomen,
+en hier en daar een weinig mos, en toch is het zoo verrukkend schoon,
+dat ik 'er niet van daan kon komen. Eenige jaren vroeger had hier
+de liefde misschien grootendeels mijne denkbeelden bezig gehouden,
+thans vervulde verhevener gedachten geheel mijne ziel,--de flaauwe
+beelden der Eeuwigheid, der Schepping en der Onsterfelijkheid zweefden
+voor mijn' geest.--Weg met al die beuzelachtige pracht, waarmede
+men den godsdienst ontluistert, met al die leerstellingen die 'er
+menschelijk vernuft heeft bijgehangen!--Al wat menschelijk is, is
+hier beuzelachtig, en zinkt weg naast de Grootheid van den Schepper,
+dien men rondom niet anders dan met eerbied kan beschouwen.--Ik knielde
+niet, ik sprak geen gebed uit,--maar betrachtte, bewonderde, gevoelde
+en hoopte. Het nieuwe en ongewone der voorwerpen, droeg zekerlijk veel
+tot deze mijne geestvervoering bij.--Zulk eene verhevene gewaarwording,
+zulk eene zachte aandoening is onbeschrijfbaar. Doch daar het tijd
+werd om deze zielstreelende tooneelen te verlaten, vervoegde ik mij
+weder bij het gezelschap. Wij hadden een fles wijn medegebragt, die
+onze geleidster aan den kant van de bron gezet had om te verkoelen,
+hier dronken wij nu een teug van, doch ik verkoos het zuivere water,
+daar ik bij mijn aankomst reeds van geproefd had, doch niet veel
+van durfde drinken, omdat ik te warm was. Dit water is zoo klaar
+als kristal en uitmuntend van smaak. Onze geleidster beduidde mij,
+dat in den sterken stroom bij den val (_cascade_) Forellen gevangen
+werden. Hoe merkbaar was de warmte, toen wij weder in de zon kwamen;
+doch het is slechts eene kleine wandeling, en wij waren weldra bij
+het rijtuig; hier keerde ik mij nog eens om, bleef een poos op den
+stroom en op de rotzen staren, en zeî met aandoening, _Vaucluse_
+vaarwel. Het moedertje, dat ik wat gegeven had, wenschte ons zegen
+en gezondheid, en wij reden, wel voldaan over deze reis, naar _l'
+Isle_ terug. Hier vonden wij den maaltijd gereed, in een kamer waar de
+borstbeelden van Petrarcha en Laura op den schoorsteen stonden. Nimmer
+heb ik lekkerder paling, forellen en rivierkreeften gegeten, en het
+was jammer, dat de wijn, hoewel van de beste soort, die men hier had,
+ons niet beter smaakte, en wij genoegzaam verpligt waren om enkel
+water te drinken. De wijn van _Provence_ en _Languedoc_ is te zwaar,
+en heeft een' smaak, welke voor de meeste menschen, die 'er niet aan
+gewoon zijn, walgächtig is. Goed koop is het hier niet, wij moesten
+voor het middagmaal £ 4-:-: de persoon betalen. Na het eten ging
+ik de bekoorlijke wandelingen om het stadje bezigtigen, en trad
+ook even binnen de poort, doch inwendig scheen het niet veel te
+beteekenen. Voorheen waren hier ook verscheidene Kloosters, want
+het behoorde aan den Paus; met dat al zijn 'er ook veel Joden. De
+zijdeteelt, zijdeverwerijen en leêrlooijerijen, maken het voornaamste
+bedrijf van de inwoners uit. _l'Isle_ is 1 1/2 uur gaans van _Vaucluse_
+en 4 uren van _Avignon_. Wij reden 'er dan ook eerst tegen, dat de
+grootste hitte wat over was, van daan. Nu scheen mij het gezigt op de
+hoogte nog fraaijer en uitgestrekter dan in het heenrijden. Aan onze
+regterzijde zagen wij onder anderen van verre een vrij hoogen berg,
+dien onze voerman _le Dojo_ [43] noemde, aan de linker deed zich op
+een goeden afstand, in de valei een keten rotsen op; aan den voet
+van de hoogte lag het dorp _Morières_, en regt uit in het verschiet
+de stad _Avignon_. In den omtrek van _Morières_, en op meêr plaatsen
+langs dezen weg, vond ik ook velden met meekrap, doch zij staat zoo
+goed niet, als bij ons. De weg was aanmerkelijk opgedroogd, zoo dat
+wij nu niet veel hinder van de slijk hadden; wij kwamen dan omstreeks
+'s avonds half negen te _Avignon_ terug, en gaven aan onzen voerman,
+behalve de bedongen vragt £ 3-:-: en dus in 't geheel een _Louïs
+d'Or_ en hij was zeer wel te vreden. 'Er was zeer veel volk op de
+publieke wandeling, die hier even buiten de poort langs de _Rhone_ is;
+wij gingen daar dan ook een avondluchtje scheppen. Deze wandeling is
+digt met ijpe-boomen beplant en zeer lommerrijk, tusschen beide staan
+steenen banken, en in het midden over de poort, een fraaije tent,
+waar men ijs en andere ververschingen tegen eenen zeer billijken
+prijs kan bekomen. Men ontmoet hier ook, hoewel deze stad tot de
+Staten van zijn Heiligheid behoorde, en van zijnen wegen bestuurd
+werd, zeer veel galante meisjes, zelfs naar men verzekerde waren
+'er ruim 500 bij de Policie aangeteekend, en de gehele bevolking
+bedraagt omtrent 20,000 menschen.
+
+Den 5 dezer was het Zondag, en dus gelegenheid, om kerken te zien;
+voor de omwenteling waren die hier in menigte en schitterden van goud
+en kostbaarheden. Behalve de Kerken, waren 'er nog twintig zoo Mans-
+als Vrouwen-Kloosters, thans is dat getal aanmerkelijk verminderd,
+en ook in verscheidene Kerken, die ik bezigtigde, vond ik niet
+veel bijzonders. De stad beviel mij vrij wel, men vindt 'er nog al
+eenige ruime straten en fraaije gebouwen. Een Dame te paard gezeten,
+en door een' slaanden Tamboer voorafgegaan, trok mijn aandacht;
+zij had eenige zeldzame natuurverschijnselen te kijken, en maakte
+dit bekend. Deze wijze van bekend maken scheen hier gebruikelijk. In
+_Avignon_ zijn ook verscheidene Boekdrukkerijen; voor deze hielden die
+zich veel bezig met voorname _Fransche_ werken natedrukken; voor het
+overigen drukten zij vele theologische geschriften. _Het leven van_
+Petrarcha enz. willende koopen, ging ik in eenige Boekwinkels, en
+vond 'er onder die vrij groot waren, behalven het leven van Petrarcha
+kocht ik ook nog een werkje, ten titel voerende: _Description de la
+Fontaine de Vaucluse etc. par_ J. Guerin _Professeur etc. Avignon_
+1804 [44]. Er staat een fraai plaatje voor, waarop een gezigt van
+den waterval en omliggende rotsen, zeer naauwkeurig is afgeteekend,
+en daar bij eene juiste beschrijving gegeven; bij gelegenheid zend
+ik u dat boekje, dat u deze opmerkingswaardige bron nader zal leeren
+kennen [45]; ook voor de Natuur- en Kruidkundige is daar wat in te
+leeren. Ik was blijde, dat ik het niet eerder gevonden had, want
+dan had de verrassing minder aangenaam geweest nu ging ik de bron
+van _Vaucluse_ zien, zonder 'er bijna iets meêr dan den naam van te
+kennen. In het voorbijgaan zag ik hier ook eene geschutgieterij. Wij
+hadden onzen intrek genomen in het Hotèl genaamt _le Palais Royal_
+digt bij de poort aan de gemeene wandelplaats uitkomende; het huis
+ziet 'er juist niet zeer gnap uit, doch over hetzelve staat een
+nieuw gebouw, hier gaf men ons kamers, die zindelijk en goed waren,
+en wij betaalden slechts £ 1-10-: voor ieder bed of £ 3-:-: voor een
+kamer met twee bedden. 's Middags aten wij aan de algemeene tafel
+(_table d'hote_) in een groote zaal, met wel 40 à 50 personen, veelal
+kooplieden van de kermis (_foire_) van _Beaucaire_ terug komende,
+en met eenige duizende vliegen; want de tafel, de muren, de zolder,
+alles zag 'er zwart van; ik herinner mij niet van ooit zoo veel van
+die _insecten_ bij elkanderen gezien te hebben; ik kon ze naauwlijks
+van mijn bord afhouden, vooral was men genoodzaakt om alle schotels,
+daar zoet bij kwam, te dekken, en bovendien gebruikte men de voorzorg,
+van de vensters digt te houden, en het zoo donker te maken, dat men
+ter naauwernood zien kon. Het was heden weder zeer warm. Het ossen
+en kalfsvleesch begint hier al schaars te worden, en schapenvleesch
+is het voorname voedsel. Olij wordt veel in plaats van boter, die
+hier ook in 't geheel niet rijkelijk is, gebruikt. Vele groentens,
+die te _Parijs_ en elders overvloedig zijn, onder anderen de frissche
+salade, die men daar _Romaine_ noemt, vindt men hier weinig of niet;
+doch daar en tegen heeft men overvloed van geurige meloenen. De _Rhone_
+en andere riviertjes of beken hier omstreeks leveren goeden visch op;
+ook schijnt het gevogelte, als hoenders, kalkoenen, duiven enz. 'er
+niet te ontbreken. Na het eten klom ik op de rots, _de Dons_ genaamt,
+en waarop het voormalig Pausselijk slot gelegen is, men klimt 'er
+aan den eenen kant met trappen op, en boven zijnde, heeft men op een
+soort van _terras_ een fraai en uitgestrekt gezigt, over de stad en
+derzelver omstreek. De geheele stad, behalven deze rots, is in een
+vlakte gebouwd, en door een' fraaijen muur omringd. Het voormalig
+zoogenoemd Pauselijk paleis, is een groot en stevig _Gothisch_
+gebouw, en gelijkt meêr naar een gevangenis, dan naar een paleis;
+trouwens, een groot gedeelte 'er van dient ook tegenwoordig om 'er de
+misdadigers in te bewaren; het overige wordt door oude krijgslieden
+(_invalides_) bewoond, en men noemt dat _une sucursale_. De voormalige
+Pausselijke munt, die over dit gebouw staat, wordt thans door de
+ruiterij, ten dienste van de policie, (_Gens d'Armes_) bewoond;
+overigens ziet men op deze rots veel puinhoopen en overblijfsels
+van gesloopte gebouwen. De eerste Paus, die zijn zetel van _Rome_
+hier na toe verplaatste, was Bertrand de Got, genaamd Clemens de V.,
+en geboortig van _Bazas_ in _Gascogne_; hij had aan Philippus le Bel
+beloofd, om altijd in _Frankrijk_ te zullen blijven, en verlegde zich
+in 1308 te _Avignon_, doch had toen, aangaande het wereldlijk bestuur
+van die plaats, niets in te brengen. In 1348 eerst kocht Clemens de
+VI., van Johanna, Koningin van _Siciliën_, en Gravin van _Provence_,
+de stad _Avignon_, voor 80,000 guldens. Het Graafschap _Venaissin_
+bezaten de Pausen toen reeds. De Pausselijke zetel bleef 'er toen
+tot 1376, toen Gregorius de XI. (de laatste _Fransche_ Paus tot nu
+toe) weder naar _Rome_ ging wonen, waar hij in 1377 aankwam, en den
+27 Maart 1378 stierf. Mij dunkt, indien 'de Pausselijke waardigheid
+nog lang in stand word gehouden, dat het dan ook zeer mogelijk is,
+dat Gregorius de XI. niet altijd de laatste _Fransche_ Paus blijft. Na
+deze Gregorius de XI. zijn 'er tweemaal achter elkanderen twee Pausen
+te gelijk geweest, waarvan de eene telkens te _Avignon_, en de andere
+te _Rome_ zijn verblijf hield. De geleerden waren het toen in 't
+geheel niet eens onder malkanderen. Vervolgens regeerden de Pausen
+_Avignon_ en het aangelegen Graafschap, door Kardinalen _legaten_,
+en deze wederom door _vice legaten_, die te _Avignon_ bun verblijf
+hielden, en die Onderkoningjes lieten zich daar dan ook ter deeg
+gelden. Thans is deze stad de hoofdplaats van het Departement van
+_Vaucluse_. Oorspronkelijk behoorde zij aan de _Cavariense Gaulen_,
+en wierd daarna een _Romeinsche_ Volkplanting (_Colonie_) kwam door
+verscheide andere handen aan de Graven van _Provence_, vervolgens aan
+den Paus, en eindelijk aan de _Fransche_ Republiek. Het afschaffen
+van de menigte Kloosters en Dom Kapittels, heeft het vertier in
+deze stad wat verminderd, en eene aanzienlijke somme gelds buiten
+omloop gebragt. Onder de gangbare munten alhier, ziet men ook zeer
+veel _Spaansche_ stukjes, doende 20, 10 en 5 stuivers _Fransch_. De
+menschen zagen 'er vrij gnap en gezond uit, en men vind hier nog al
+fraaije vrouwen. De kleeding der boerinnen, of liever hunne groote
+zwarte filten ronde hoeden, beviel mij niet. Zij zijn doorgaans
+in 't geheel niet bevallig, en maakten zich door die hoeden nog
+onbevalliger. Tot een sieraad der burgervrouwen, schijnt even als bij
+onze Vaderlandsche huismoeders, een schaar aan een zilvere ketting te
+behoren; boven aan is nog een zilver beugeltje als een sleutelring,
+doch ik heb 'er geen sleutels aan gezien. Het _Patois de Provence_ is
+de gewone spraak, doch de stedelingen spreken ook _Fransch_, hoewel de
+meesten, onder het zoogenaamde gemeen, zeer slecht. Tegen den avond
+ging ik weder naar de openbare wandelplaats, waar nu met de zondag
+veel volk was: het is hier dan ook allerliefst, en om de lommer,
+en om het aangename gezigt over de rivier. In dezelve ziet men ook
+nog een gedeelte van eene steenen brug; deze brug in 1188 volbouwd,
+wierd door den sterken stroom in 1669 vernield, zoo dat 'er nog maar
+drie of vier bogen van overbleeven; van den kant van de stad gaat men
+'er nog op. Die brug is naderhand in hout wel weder bij gebouwd, doch
+Lodewijk de XIV., naar men mij verzekerde, heeft ook de houten brug,
+daar de rivier aan _Frankrijk_ behoorde, doen wegnemen, om daardoor
+de gemeenschap met het _Languedokse_ zoo veel mogelijk te belemmeren,
+en de zijden stoffenfabrieken van _Avignon_, die ook aanmerkelijk
+plagten te zijn, te onderdrukken, om daardoor die van _Lyon_ meêr te
+bevoordeelen. Daar _Avignon_ thans aan _Frankrijk_ behoort, verwacht
+men, dat de brug weder hersteld zal worden, en men verhaalde mij zelfs,
+dat 'er reeds een ontwerp dien aangaande begonnen was. Aan den anderen
+kant van de _Rhone_ over deze stad ziet men tegen de helling van een'
+heuvel, het stadje _Villeneuve-lez-Avignon_, en bij hetzelve een
+groot en aanzienelijk gebouw, voorheen een _Benedictijner_ Abdij. 'Er
+werd ook dezen avond in den Schouwburg, dien men hier van een Kerk
+gemaakt heeft, gespeeld; men gaf 'er onder anderen _la Caravane du
+Caire_, groote Opera; noch het tooneel, noch de vertooners waren tot
+de uitvoering van dit stuk geschikt, doch men moet _Parijs_ naäpen,
+al zou het dan ook nog zoo gebrekkelijk zijn: behalven de _Bastaille_
+was 'er geen een bij, die maar dragelijk zingen kon; ik liep 'er
+dan ook al heel spoedig uit. _Apropos_ van zingen, men verbeeldt zig
+ook vrij algemeen bij ons, dat schier alle menschen in _Frankrijk_
+zingen als nachtegalen, en dat onze landslieden 'er ten eenemaal
+ongeschikt toe zijn; ik heb zelfs te _Parijs_ door een' geleerde,
+in het openbaar sprekende, eens hooren aanvoeren, en dat in goeden
+ernst, dat de _Hollanders_ misschien zoo slecht en smakeloos zongen,
+omdat zij alle uren of half uren de klok hoorden spelen, daar dit (zoo
+men wilde) op hun muzijkaal gehoor een nadeeligen invloed moet hebben;
+maar ten platten lande, en in verscheide plaatsjes van _Frankrijk_,
+die ik al bezocht heb, spelen geen klokken, ondertusschen hoorde ik
+nog al dikwijls een boere meisje of knaap, een werkgast of spindster,
+een deuntje zingen; maar deze bragten toch ook alles, behalve
+aangenaam muzijk en strelende toonen, voor den dag. Te _Parijs_
+en in de voornaamste steden gaat het beter; maar waarom?--omdat men
+daar gelegenheid heeft van dagelijks goede zangers en zangeressen te
+hooren, en omdat 'er een menigte muzijkanten zijn, die de jongelieden
+onderwijzen, en met dat al vindt men 'er onder de liedjeszangers,
+en het zoogenaamde gemeene volk nog een menigte, die het niet veel
+beter maken dan de onze. Velen, zoo in _Holland_ als elders, die
+natuurlijk een goede stem, en een geschikten aanleg tot de zangkunst
+zouden hebben, maken 'er, mijns bedunkens, geene vorderingen in,
+omdat zij geene gelegenheid hebben, om zich behoorlijk te oefenen,
+of zelfs hunne stem misbruiken en bederven. Het Psalmgezang, bij
+voorbeeld, zoo het den naam van gezang verdient, geloof ik, dat 'er
+in 't geheel geen goed aan doet, dikwijls heb ik in ons Vaderland,
+vooral in de Nederduitsche Gereformeerde Kerken menschen gezien,
+die zoo hard schreeuwden, dat zij rood en paarsch werden, en dit
+leert men den jongelieden al vroeg in de scholen; als of men 'er,
+in plaats van zangers, nachtroepers of havenwagters, die de schepen
+moeten praaijen, van wilde maken. Wenschelijk ware het, inderdaad, dat
+men in ons Vaderland ook hier op eene behoorlijke aandacht vestigde,
+en gepaste middelen in het werk stelde, om de zoo aangename, en
+zelfs van den kant van den Godsdienst beschouwd, nuttige zangkunst,
+meerder te bevorderen en aantekweeken; en ik houde mij verzekerd,
+dat het aan natuurlijke begaafdheden veel minder zal haperen, dan men
+schijnt te veronderstellen. Men zinge dan ook Vaderlandsche liederen
+op eenvoudige welluidende, en op de woorden toepasselijke zangwijzen,
+in plaats van een menigte laffe en onbetamelijke _Fransche_ prullen,
+die onder ons in 't geheel niet voegen, en die men echter al dikwijls
+de voorkeur nog geeft boven het goede zangwerk van die natie.
+
+'s Nachts om twaalf uren vertrok ik met den gewonen postwagen (_de
+l'entreprise Generale_), van _Avignon_ naar _Marseille_, en betaalde
+voor een plaats in de _Cabriolet_, dat is te zeggen, voor in, £ 15-:-:
+en voor mijn koffer, ruim een çentenaar wegende, £5-:-: dezen postwagen
+vond ik al buitengewoon ruim en vermakelijk. De sterren schenen helder,
+en hoewel men 's nachts veel mist, ten opzigten van het gezigt, is
+het toch aan den anderen kant, in dit jaargetij, weder aangenaam, om
+de hitte te vermijden. Wij werden door twee _Gens d'armes_ te paard
+begeleid, omdat 'er gelden of papieren van het Gouvernement op den
+wagen waren, tot waar men de _Durance_ overvaart, omtrent een paar uren
+van _Avignon_. De stroom van dezen rivier, die zijn' oorsprong neemt
+in de _Alpen_, is zeer sterk, en daardoor onbevaarbaar, te meêr om de
+menigte eilandjes en zandbanken, die zich gedurig verplaatsen. Zelfs
+de bedding van de rivier verlegt zich dikwijls, en de landen hier om
+streeks worden aanhoudend door overstroomingen beschadigd. Bruggen
+zijn daar dan ook niet gemakkelijk te maken, echter naar ik vernam,
+was men bezig, om het wat lager dan dit veer met eene houten brug
+te beproeven. Thans was de _Durance_, door den aanhoudenden regen,
+ook zeer hoog. Wij wierden met een soort van pont aan een reep,
+die echter op verre na zoo gemakkelijk en geschikt niet was, als
+onze ponten, overgezet, tot een groote zandplaat, of liever bank van
+keisteentjes, en van daar met een tweede diergelijke pont, tot aan
+den oever. Dit overzetten hield ons omtrent een half uur op. Even
+voor het opkomen van de zon, terwijl het vrij sterk daauwde, zag ik
+omtrent in het zuiden een' flaauwen regenboog. Toen de zon opkwam,
+en de daauw optrok, was het zoo frisch, dat wij 'er eenigzins hinder
+van hadden, dit heeft in deze luchtstreek, en in dit jaargetij,
+dikwijls plaats, en hoewel het over dag zeer heet is, kan het in den
+morgenstond zeer koud zijn. Over het algemeen, in dit gedeelte van
+_Frankrijk_, voorheen onder den naam van _Provence_ bekend, heeft
+'er eene zeer groote verscheidenheid in het luchtgestel plaats:
+om dat men 'er vrij hooge bergen, moerassen, rivieren, vlaktens,
+en zeestranden heeft. De vruchtbaarheid van den grond is dan ook
+zeer onderscheiden: men zegt daarom, dat men in _Provence_ te
+gelijkertijd de vier jaargetijden vindt. Het stadje _Orgon_, 3 1/2
+post van _Avignon_, en daar wij doorreden, na van paarden verwisseld
+te hebben, zag 'er niet zeer gunstig uit, het ligt tegen eene vrij
+steile hoogte. _Lambesc_ een ander stadje, omtrent 3 posten verder,
+beviel mij beter; het is aangenaam gelegen, en de omstreek schijnt
+nog al vruchtbaar te zijn, tot nog toe anders was de grond over het
+algemeen steenachtig en onvruchtbaar. In de omstreek van _Lambesc_
+vindt men marmergroeven. Te _St. Cannat_, daar wij omstreeks negen
+uren aankwamen, wilde men ons al doen eten, dat is te zeggen, een'
+maaltijd doen nemen, die het ontbijt en middagmaal in zich vereenigen
+moest; dit beviel mij niet; ik ging dan met een' man van _Aix_, die
+ook op den postwagen was, in een klein herbergje, waar het 'er vrij
+gnap uitzag, niet ver van het posthuis; hier gaf men ons persiken,
+watermeloen, die men hier _pastèque_ noemt, zoo veel brood, als wij
+lusten, en een fles vrij goeden wijn, en dit alles koste voor ons
+beide maar 9 _Fransche_ stuivers. De vrouw scheen een goede huismoeder
+te zijn, en hield zich met een paar lieve kinderen bezig; de boer,
+die teffens hospes was, had een gezond oordeel, en scheen zeer aan
+de eerste beginselen van de omwenteling gehecht, en daar hij hoorde,
+dat wij het hieromtrent met hem eens waren, kwam hij met verscheidene
+gegronde aanmerkingen, aangaande de tegenswoordige tijdsomstandigheden,
+vrij rondborstig voor den dag. Ik praatte veel met deze goede lieden,
+en dit ontbijt is zeker een van de aangenaamste, die ik tot hier
+toe op deze reis aangetroffen heb.--Men wil dat de _Franschen_
+over 't algemeen niet geschikt zijn voor eenen Republikeinschen
+regeringsvorm, indien 'er evenwel hier en daar sommige huishoudens,
+als dit gevonden werden, zoo als ik veronderstel, dat zij 'er wel
+te vinden zijn, als men zich de moeite gaf om ze optezoeken, en
+de zuivere Republikeinsche grondbeginsels werden wat aangemoedigd,
+zouden zij 'er wel geschikt voor kunnen worden, dunkt mij.--Mogelijk
+is dit het oogmerk dan ook wel van het tegenwoordige Gouvernement, en
+wie kan gelooven, dat al het geene zoo veele groote mannen, vooral ook
+in _Frankrijk_, dienaangaande geleerd hebben, geheel zal uitgewischt
+of in vergetelheid gebragt worden.--Het dorp _St. Cannat_ beteekent
+niet veel, en de grond scheen 'er mij ook al niet zeer vruchtbaar. In
+het begin van de vorige eeuw ontdekte men een uur van dit dorp aan
+de zuidzijde, een mijlpaal, die 'er het 21 jaar van de Christelijke
+jaartelling, onder Keizer Tiberius, geplaatst was. De reisweg der
+_Romeinen_ van _Aix_ naar _Arles_, liep daar langs. Van _St. Cannat_
+tot _Aix_ rekent men 2 posten, of omtrent 3 mijlen van _Provence_;
+dat is bijna zoo veel uren gaans. De landstreek blijft aanhoudend berg-
+of rotsachtig en de grond over het algemeen woest. De gezigten, hoewel
+niet vrolijk, leveren nog al eenige verscheidenheid op, en houden daar
+door den reizenden aangenaam bezig. Om het onbelemmerd gezigt vooruit,
+is dan de _cabriolet_ ook verkiesselijk boven het binnenste van den
+wagen. _Aix_, voorheen de hoofdstad van _Provence_, thans van het
+Departement _les bouches du Rhone_, ligt in eene aangename vlakte
+aan den voet van verscheidene heuvels; hier begon de natuur weder
+eene vriendelijke gedaante aantenemen. Wij moesten buiten om de stad
+rijden en verwisselden daar ook van paarden; doch de _Conducteur_
+hield zich op mijn verzoek wat op, zoo dat ik den tijd had, om even
+in de stad te gaan en de fraaije wandeling te zien, en 'er mij een
+weinig te ververschen; deze stad is de oudste, die de _Romeinen_ onder
+de _Gaulen_ gehad hebben; zij werd gebouwd in het land der _Salyes_,
+die, volgens Strabo, verdeeld waren in zes cantons, voor dat zij
+aan de _Romeinen_ onderworpen werden. Zij bestond dus reeds, toen
+'er de _Romeinen_ eene kolonie naar toe zonden, 46 jaren voor de
+Kristelijke Jaartelling. Misschien lokten de warme baden, en de
+nabijheid van _Marseille_ hen hier naar toe; althans deze kolonie,
+wierd aanmerkelijk onder die welke de _Romeinen_ in _Provence_
+hadden. Verscheidene oudheden, opschriften en medailles, die hier
+van tijd tot tijd gevonden zijn, dienen om meerder licht over de
+geschiedenis van deze stad te verspreiden. De Graven van _Provence_
+hielden hier hun gewone verblijf, en het Parlement enz. van die
+_Provincie_ zijne zitting. Bij mijne terugkomst van _Marseille_ kom ik
+hier weder door, zal 'er dan langer trachten te blijven, en 'er u meêr
+van weten te vertellen. De weg naar _Marseille_ is aangenaam en zeer
+levendig, hier en daar fraaije gezigten, buitenplaatsen, fonteinen en
+boomen; voor de herbergen lag een menigte watermeloenen, die men aan
+de reizende om zich te verfrisschen, voor eenen zeer geringen prijs
+verkoopt; zij zijn zeer sappig, en men houdt ze hier voor gezond,
+zoo zelfs, dat men 'er, hoewel verhit, gerust van kan eten; doch zij
+zijn flaauw van smaak. Op de hoogte, een uurtje van _Marseille_, heeft
+men een treffend schoon gezigt; links in het dal ziet men een menigte
+buitenplaatsen en lusthuizen, die de _Marseillanen les Bastides_
+noemen, en regts in de _Middellandsche zee_ tot aan den gezigtseinder:
+de eilanden, of rotsen die zich als heuvels uit zee verheffen,
+_Pommegue_, _Bottaneau_ en de sterkte, die men _le Fort d' Is_ noemt,
+breken op eene aangename wijze het gezigt op dezen uitgestrekten plas;
+regt uit heeft men de stad, doch die houdt zich nog meest verscholen,
+en verder een keten van hooge rotsen. De weg bij _Marseille_ is zeer
+vrolijk; hier staan een menigte herbergjes (_ginguetes_) daar veel
+volk was, rijtuigen, paarden, opgeschikte wandelaars, alles kondigde
+de nabijheid aan van eene voorname stad. Wij kwamen de poort, die
+men _la porte d'Aix_ noemt, binnen. Welk een ongemeene lange regte
+straat! wat verder is dezelve aan beide zijden met boomen beplant,
+en daar wandelde in het midden een menigte meestal fraai gekleede
+Heeren en Dames. Deze wandeling noemt men hier ook _le Cours_. Op
+de fraaije en ruime plaats genaamd _la canne biere_ (misschien wel
+van het _Hollandsch_ kanne bier [46] afkomstig) houdt de wagen stil;
+het was omtrent 7 uren, toen wij aankwamen. _Aix_ en _Marseille_
+zijn 4 posten van elkander afgelegen. Ik gaf den Conducteur meêr
+dan gewoonlijk, omdat hij zich om mij te _Aix_ een kwartier langer
+had opgehouden, en hij was zeer wel te vreden. Het _grand Hotel des
+Ambassadeurs_, waar ik mijn intrek nam, is hier digt bij. Nu weet
+gij dat ik te _Marseille_ ben--Vaarwel!
+
+
+
+
+
+NEGENDE BRIEF.
+
+_Marseille, 10 Augustus._
+
+
+Deze stad bevalt mij, en zal den meesten _Hollanders_, vooral den
+kooplieden, oppervlakkig wel bevallen; doch in dit saisoen is het
+'er vrij warm, dus, als men wat zien wil, moet men den morgen en
+avondstond waarnemen; ik begon dan met den 7 dezer 's morgens om 6 uren
+reeds uit te gaan; het eerste, dat ik ging bezigtigen, was de haven
+en de fraaije kaai, die dezelve aan drie kanten omringt. Zij lag vol
+schepen, doch de meesten waren om den oorlog onttakeld, rondom zijn
+een menigte winkels, pakhuizen, scheepstimmerwerven enz. Overal ziet
+men matrozen en zeelieden van onderscheidene natiën.--'t Was als of
+ik door den slag van eene tooverroede zoo eensklaps in eene van onze
+voorname _Hollandsche_ koopsteden gevoerd was. Een goed gedeelte van
+deze kaai, vooral daar waar het koren gemeten wordt, is zeer netjes
+met kleine steentjes of klinkers gestraat. Hier ziet men ook een soort
+van kraan, om de masten in de schepen te zetten; de _Marseillanen_
+toonen dat den vreemden als iets bijzonders; doch mij dunkt, dat ik
+diergelijke werktuigen bij ons op meêr dan eene plaats gezien heb. Aan
+het eind van de haven, waar die aan zee uitkomt, wordt dezelve aan de
+zuidzijde beschermd, door het Fort _Notre Dame de la Garde_, dat op
+den top van een' heuvel ligt, en een gedeelte van de reede bestrijkt,
+en lager door de citadel _St. Nicolas_. Aan de noordzijde is hare
+ingang gedekt door het Fort _St. Jean_. Ik verwonderde mij, dat 'er
+aan het eind geen ophaalbrug was, men moet zich met schuitjes, die men
+daar doorgaans vindt, van den eenen kant naar den anderen over laten
+zetten, of terug keeren; ik verkoos het eerste. Deze haven is, volgens
+de beschrijving, daar van zijnde, 500 _toisen_ (3000 voeten) lang, en
+200 _toisen_ (1200 voeten) op haar breedst; men rekent, dat zij omtrent
+800 schepen van onderscheide grootte kan bergen. Aan de noordzijde
+van de haven, zijn onder andere verscheide winkels van drogisten en
+kooplieden in koraal, die bij het stadje _Cassis_, omtrent 4 mijlen
+ten Z.O. van _Marseille,_ aan den oever van de _Middellandsche zee_
+gelegen, gevischt wordt. Aan dezen kant staat ook het Stadhuis, waar
+de beurs onder is. Ik ontmoette verscheide kooplieden in Oostersche
+kleding, als Grieken, Turken en Joden, van _Smirna_, _Aleppo_,
+_Alexandrie_ en vooral ook van de _Barbarijsche_ Kusten, waarmede de
+_Marseillanen_ zeer veel handel drijven. Aan het eind van dezen kant
+van de haven lag ook een menigte schuitjes, geladen met citroenen en
+oranges, zoo als bij ons met aardappelen: zij komen van de plaatsen
+rondom aan de _Middellandsche zee_; de vrouwen die 'er bij waren,
+hadden de haren in een zwart of rood zijden net met breede linten
+van dezelfde kleur, die op de schouders afhingen. Niettegenstaande de
+grond, rondom _Marseille_, dor en onvruchtbaar is, was de groenmarkt
+rijkelijk voorzien; doch deze overvloed is thans ook buitengemeen,
+en de overvloedige regen, dien wij gedurende eenigen tijd gehad
+hebben, was daar de oorzaak van. Meloenen in soorten zijn hier zeer
+overvloedig, en daar onder die zeer geurig en lekker zijn, ook ziet
+men 'er in menigte een soort van groote ronde pompoenen, die men hier
+_Courges_, in het _patois Provencal Cougourde_, noemt, men vindt 'er
+die over de 150 ponden wegen [47], deze worden meest gebruikt om soep
+van te koken; en met vleeschnat 'er bij, is die niet onsmakelijk. Ook
+vindt men hier in overvloed een gewas, dat men _Aubergines_ [48],
+en een ander dat men _pommes d'Amour_ [49] noemt; deze worden hier
+zeer veel gegeten, doch ik vond 'er niet veel lekker aan, vooral niet
+aan de eerstgenoemde, die doorgaans in olij gebakken worden: met de
+_pommes d'Amour_, maakt men nog al smakelijke rinsche sausen. Op het
+midden van de groenmarkt staat eene fraaije fontein, en wat verder,
+eene groote loots, in den smaak van een _Chineesche_ tent, met een
+tuintje rondom: men noemt het _le Pavillon chinois_. Deze tent is een
+koffijhuis, waar de _beau monde_ van _Marseille_ zoo Dames als Heeren,
+'s avonds bij elkanderen komen, om _Glaces_ en andere ververschingen te
+gebruiken; van binnen is het fraai en netjes opgeschikt met spiegels,
+schilderwerk enz., en daarbij wel verlicht. Dit paviljoen is het
+_Frascati_ van _Marseille_: de stijve welvoeglijkheid wordt 'er dan ook
+zeer in acht genomen; men moet eenigzins naar de mode opgeschikt zijn,
+en zijn hoed afleggen; ook ziet men 'er niets anders dan een menigte
+strijkaadjes en dienaressen. Rondom aan kleine tafeltjes gezeten,
+fluistert men zachtjes tegen elkander, en en het is duidelijk te zien,
+dat het eene groepje zich bezig houdt met op het andere te letten. Ik
+vind anders deze soort van bijeenkomsten wel goed, men ziet elkander
+met weinig kosten; doch wilde dezelve meer in een' burgerlijken en
+gemeenzamen trant hebben, en op die wijze zouden zij ook, dunkt mij,
+veel kunnen toebrengen, om het genoegelijke der zamenleving in ons
+Vaderland te vermeerderen; des goedvindende, zou men 'er ook meêr
+bepaalde bijeenkomsten of societeiten van kunnen maken, en 'er zelfs
+een boekerij bijvoegen; want het spel behoorde 'er, mijns bedunkens,
+niet toegelaten te worden: en waren diergelijke societeiten dan niet
+beter, dan die, welke alleen uit mannen bestaan, en in bijna alle onze
+Vaderlandsche steden maar al te veel zijn ingevoerd?--Was het niet
+beter, dat de huisvader 's avonds met zijn vrouw en kinderen onder
+andere huisgezinnen, zoo als gezegd is, indien men het verkiest,
+bepaald tot een' zekeren kring, een uurtje uitspanning ging nemen,
+dan dat hij alleen naar zijn societeit of collegie gaat, en zich bijna
+alle avonden, zoodra zeker uur daar is, en dat is al vroegtijdig,
+haast, om zijn huisgezin te ontloopen, en zijne vrouw en kinderen
+aan zich zelve overlaat. De kinderen, over welke de moeder dikwijls
+niet veel gezag heeft lopen, dan ook links en regts, en de vrouw
+... wel deze verveelt zich ook natuurlijkerwijze dikwijls in de
+eenzaamheid, daar zij toch niet altijd in hare huishouding bezig
+kan zijn. Veeltijds is het laat in den nacht, eer vader uit zijn
+societeit of kollegie t'huis komt, terwijl moeder en de kinderen,
+die gemaakt hebben, dat zij een half uurtje te voren binnen waren,
+al slapende en geeuwende met het avondeten zitten te wachten. De man
+dikwijls door het spel of den wijn buiten zijn gewone humeur, (want
+wat wordt 'er anders al in die gezelschappen gedaan, dan gespeeld
+en gedronken,) zonder juist een speelder of dronkaard te zijn, is
+hij dan ook het aangenaamste gezelschap noch het beste voorbeeld
+niet. Deze bijeenkomsten voor mans en vrouwen wilde ik zomers buiten
+de stad in een aangenaam gelegen tuin, bij fraaije en liefelijke
+wandelingen hebben, waar tevens gelegenheid was tot eenige gezonde
+ligchaamsoefeningen als kaatsen, kegelen, in het touwtje springen,
+en diergelijke; 's winters kon men hiertoe een geschikte zaal in de
+stad verkiezen; doch pracht en luxe moesten 'er verbannen zijn, en
+alle aanleiding tot verkwisting en buitensporigheden ten eenemaal
+afgesneden worden. Ligt Vaderlands bier, mij dunkt ik zie reeds
+hoe onzemodepopjes den neus hierbij optrekken [50], prijs ik voor
+den gewonen drank aan. Men kon zich hier ook van tijd tot tijd in
+de muzijk oefenen, en Vaderlandsche liederen zingen, ter eere van
+onze Vaderlandsche Helden en groote Mannen, en ter aanmoediging van
+Vaderlandsche en huisselijke deugden [51].--Onze natie weet nog niet
+genoeg den middelweg te houden tusschen het stijve, stroeve, ernstige
+en het losbandige, en mist daardoor vele genoegens der zamenleving,
+waartoe zij anderzins, door haar in zeer veel opzigten boven dat van
+andere natiën uitmuntend karakter, bij uitnemendheid toe geschikt is.
+
+De nieuwe stad (_la ville neuve_) van _Marseille_ is zeer fraai:
+ruime, luchtige en regte straten, veelal aan beide zijde met een
+eenigzins verheven wegje voor de voetgangers (_trottoir_), daarbij
+vrij zindelijk en wel gestraat, op verscheide plaatsen regelmatig,
+met fraaije huizen bebouwd; dit alles geeft aan dit gedeelte, dat
+vrij groot is, een allerbevalligst aanzien. Vooral munt daar in uit
+de lange regte straat waar ik u reeds van gesproken heb, loopende
+van de poort van _Aix_, tot de poort van _Rome_, dat is, van het
+noorden tot het zuiden: deze straat is wel een half uur gaans lang,
+van het eene eind tot het andere; ter plaatse van _de Cours_ is zij
+vrij breed; de wandelingen in het midden en aan beide zijden met een'
+rij ijpen bomen, doch die 'er niet zeer tierig uitzien, beplant,
+en versierd met een paar fraaije fonteinen, die overvloed van water
+schijnen te geven; dit is ook het laagste gedeelte van de straat, en
+naar de poorten, aan beide zijden, gaande klimt men op, vooral naar
+de poort van _Aix_. Ik zal denkelijk wel gelegenheid hebben, om u een
+gezigt van dit gedeelte der stad te doen toekomen. De oude stad bijna
+geheel tegen de helling van een' heuvel aan de noordzijde van de haven
+gebouwd, heeft de gebreken van meest alle de oude steden, die ik in
+het zuiden van _Frankrijk_ gezien heb; de straten zijn naauw, krom en
+donker, hier is het bijzonder morsig, en de stank alleronaangenaamst;
+door de leerlooijerijen en zeepziederijen, die men hier in menigte
+vindt. Het onderscheid tusschen de nieuwe en oude stad is zoo groot,
+dat iemand, hier niet bekend zijnde, en op bijzondere tijden, langs
+bijzondere wegen, in de twee gedeeltens dezer stad gebragt wordende,
+zou denken, dat deze twee plaatsen eenen aanmerkelijken afstand van
+elkanderen gelegen waren. Men heeft nog andere wandelingen in de stad,
+dat is te zeggen, breede straten met eenige rijen boomen beplant; men
+noemt ze de _Boulevards_, en _les allées de Meillan_. Op verscheide
+plaatsen in de stad, treft men fraaije fonteinen aan. De vischmarkt
+is een mooi nieuw gebouw, rustende op 30 zware, geelachtige steenen
+pijlaren: men leest op de voorzijde van de kap (_facade_) _Halle_,
+_Charles de la Croix, an. XII_.
+
+Nu hebben wij de stad te samen eens doorgeloopen; ik begin daar
+gemeenlijk mede, als ik op vreemde plaatsen kom, om eerst eene
+oppervlakkige kennis van de ligging te krijgen, eer ik de dingen
+van stuk tot stuk beschouw. Een leidsman of wegwijzer neem ik
+zelden: als men den weg wil leeren kennen, moet men alleen gaan:
+kan men een plan bekomen van de plaats, waar men zich bevindt,
+zoo veel te beter, en anders maar vragen. Een oplettend reiziger
+teekent, eer hij op reis gaat, zoo veel mogelijk op, wat 'er hier
+en daar aanmerkenswaardig te zien is, en dan komt men met vragen,
+zoo men geene kennissen heeft, in de koffijhuizen en logementen, of
+bij de opzienders van boekerijen en natuur- of konstverzamelingen,
+al vrij wel te regt. Men neemt een toren, markplaats of aanzienelijk
+gebouw voor hoofdbaak, den naam van het logement, de straat, en zoo de
+stad groot is, de wijk, waar het in staat, teekent men op, en weldra
+leert men de onderscheide toegangen naar hetzelve kennen. Zijn 'er
+in of om de stad hoogtens, van waar men dezelve overzien kan, des te
+gemakkelijker krijgt men begrip van de ligging. Op zulk eene wijze
+vind ik den weg in de grootste steden, en dat binnen weinige dagen,
+zonder bijna te vragen, en ik zie zeldzaam iets bezienswaardigs
+over het hoofd; terwijl men een' leidsman of huurknecht hebbende,
+alleen op hem vertrouwt, veel minder rond-, en dus veel voorbij ziet;
+ook houden die snaken u doorgaans met een menigte beuzelachtige,
+verdichte of opgesierde vertellingen bezig, leiden u om, om den tijd
+te rekken, en laten slechts dat gene zien, dat zij verkiezen. Kortom,
+men is van die menschen afhankelijk, en dat alleen is al genoeg,
+waarom het met mijne geaardheid strijdt. Als men alleen wandelt,
+loopt men links of regts, men is ongestoord in zijn opmerkingen,
+en staat te kijken, waar en zoo lang men wil; dan vraagt men eens,
+en dan maakt men met den een of ander een praatje, en ik moet tot
+lof van de _Franschen_ zeggen, dat zij over het algemeen vriendelijk
+zijn om de vreemdelingen te onderrigten; onze landgenoten anders zoo
+gereed om nateäpen, zouden wel doen van hun voorbeeld in dit opzigt
+wat meêr te volgen. Ik veroorlof mij ook al ligt, om in alle plaatsen
+of gebouwen, die ongesloten zijn, en mij bezienswaardig voorkomen,
+in te loopen, doch ik ga ook zonder tegenzeggen terug, zoodra men het
+vordert; en hier bij heb ik mij altijd wel bevonden.--Een goede mate
+van vrijpostigheid is den reizenden noodzakelijk.
+
+Den 8 dezer, ging ik 's morgens al weder zeer vroegtijdig uit. Aan
+den kant van de poort van _Rome_, zag ik verscheidene muilezels,
+die zeer aardig waren opgeschikt met groote pluimen op den kop,
+en hebbende aan het hoofdstel, onder andere sieraden, kleine
+spiegeltjes; zij hadden bellen of klokjes aan den hals, en een
+net met voedsel aan den bek; de koopmanschappen, die zij droegen,
+waren met een soort van tapijt gedekt, en de voerlieden van deze
+karavane schenen _Italianen_; alle die bellen maakten een aardig
+klokkespel. Ik zag ook een kudde melkgeiten, insgelijks met klokjes
+aan den hals, die een man door de stad dreef; de lieden, die melk
+noodig hadden, kwamen op het gebel buiten, zoo als bij ons, als de
+melkboer tweemaal belt; en 'er werd dan zoo veel gemolken als zij
+vroegen; dit is hier noodzakelijk, omdat de melk door de warmte zoo
+schielijk bederft; insgelijks staan de boeren 's morgens hier en
+daar in de stad met hunne koeijen, die zij van tijd tot tijd, als
+'er zich koopers opdoen, melken. Deze koeitjes zien 'er schraal uit,
+en geven niet veel; want tusschen de rotsen rondom _Marseille_ en de
+_Purmer_ of _Beemster_, is een groot onderscheid. De boter is hier
+dan ook zeer schaars, en die 'er nog is, ziet wit als onze hooiboter,
+en heeft min of meêr een' ongelachtigen smaak. In de straat van _Rome_,
+aan den hoek van een klein straatje, voor het huis van een Apotheker,
+zag ik, dat men bezig was om aan een fontein te werken, men had daar
+onlangs een wit marmer borstbeeld opgezet; het stond op een voetstuk
+van blaauw marmer, doch 'er was nog geen opschrift op; de gevel van
+het huis van den Apotheker, die met beeldhouwwerk versierd was, werd
+tevens opgemaakt. Ik giste, dat hier de vermaarde _Marseillaansche_
+beeldhouwer, bouwmeester en konstschilder Puget gewoond had, en men
+zijn borstbeeld op de fontein plaatste; om hier zeker van te zijn,
+trad ik in de pillenvergulders-winkel, en bevond, dat ik het geraden
+had. Van stadswegen werd hier dat gedenkteeken, ter eere van dien te
+regt beroemden kunstenaar opgerigt. Met genoegen bespeurde ik, dat
+de Apotheker hier omtrent ook niet ongevoelig was, want hij zeide,
+met eene zigtbare tevredenheid: "_Oui Monsieur! j'habite la maison du
+celèbre_ Puget." Het beeldhouwwerk in den gevel was van den kunstenaar
+zelven, en men leest 'er: _Salvator mundi miserere nobis_ [52]; en wat
+lager: _Nul bien sans peine_ [53]. Het borstbeeld op de fontein scheen
+mij fraai uitgevoerd te zijn. Lof zij de regering van _Marseille_,
+die zoo doende de kunsten aanmoedigt.--Hier omtrent zijn wij Bataven
+ook ellendig achterlijk, en wat hebben wij een ruime stof! getuigen
+onder andere, helaas! de rijke buit van schilderstukken in het Museum
+te _Parijs_.--en waar vindt men bij ons een openbaar gedenkteeken
+ter eere van een eenigen van zoo vele roemruchtige kunstenaars,
+Hoe schadelijk is ook in dit opzigt die koude onverschilligheid,
+die verachtelijke slaperigheid onzer landgenoten niet!--Moeten wij
+ons niet schamen voor onze naburen de _Engelschen_ en _Franschen_,
+zoo wel als voor de bewoners van sommige gedeelten van _Duitschland_,
+bij welke laatste de kunsten en wetenschappen, sedert naauwelijks
+een halve eeuw, zulke aanmerkelijke vorderingen gemaakt hebben; en
+waar anders door dan door een' geest van _Patriottisme_ en edelen
+_National-Stolz_: terwijl wij in zoo vele vakken schier dagelijks
+achter uitgaan. Ik weet wel, dat de tijden zeer ongunstig zijn, doch
+ik weet tevens, dat dit een des te sterker prikkel behoorde te zijn,
+om alles aantewenden, wat eenigzins strekken kon, om 's Lands luister
+te herstellen, de kwijnende kunsten en wetenschappen, handwerken en
+fabrieken optebeuren, en daar door meêr en meêr zoo vele verstopte
+bronnen van onze welvaart te openen. Deze uitweiding zou mij haast
+doen vergeten, om nog het een en ander aangaande Puget te zeggen, dat
+ik toch doen wil, om u de moeite te sparen, van sommige schrijvers of
+woordenboeken te doorbladeren, daar ik uwe belangneming heb gaande
+gemaakt: weet dan, dat deze man hier in 1622 geboren werd, en geene
+geldmiddelen hebbende, genoodzaakt was, om zich op het een of andere
+kunst- of handwerk toeteleggen; hij wierd dan als kweekeling in de
+beeldhouwkunde, bij het Arsenaal dezer stad opgenomen; al spoedig
+maakte hij vorderingen, en zijn kunde ontwikkelde zich vooral in
+_Italië_. In 1653 kwam hij weder te _Marseille_ terug; en na deze stad,
+_Genua_ en _Toulon_, en de kunsten in het algemeen [54], door zijn
+beeldhouw-, schilder- en bouwkunde aanmerkelijk te hebben verrijkt,
+stierf hij in 1694, en alzoo het 72 jaar zijns ouderdoms, in zijne
+geboortestad. Zijn zoon Francois Puget, was ook een goed schilder.
+
+Verder voortwandelende, zag ik in die zelfde wijk, naar het mij
+voorkwam, eene andere fraaije fontein, bestaande uit een kolom van
+granit of gespikkeld marmer, volgens de Jonische order, rustende
+op een rood marmeren voetstuk; boven op den kolom stond het
+borstbeeld van Homerus, en op het voetstuk las men aan den eenen
+kant: _Les descendans des Phocéens à_ Homère, en aan den anderen
+kant: _Le General_ Bonaparte, _premier Consul etc._ Charles de la
+Croix _prefet etc_. Aan den kant van de _Boulevard_ was men bezig
+om een nieuwen Schouwburg, tot het vertoonen van kleine stukjes,
+_Vaudevilles etc._ te bouwen. Hij was bijna voltooid, en men moest
+'er met den aanstaanden winter nog in spelen. De smaak voor het
+tooneel neemt nog dagelijks meêr en meêr toe onder de _Franschen_;
+doch mijns bedunkens is het de regte smaak niet; het schouwspel
+strekt bijna geheel ter voldoening van hunnen ligtzinnigen smaak,
+terwijl men het nut, ik meen het _moreele_ nut, niet genoeg in het oog
+houd. Men was ook niet ver van hier in een gebouw, voorheen een Kerk,
+bezig met een luchtbol (_ballon_) te maaken, die al vrij groot was,
+een man te paard zittende, ik meen den vermaarden Blanchard zelven,
+moest daar binnen eenige dagen mede opstijgen. Men zou, dunkt mij, ook
+wel doen, om van dat gevaarlijk luchtreizen, waarin men het toch nooit
+verder schijnt te zullen brengen, aftestappen, om liever het geld,
+dat daar aan verkwist wordt (en dit bedraagt zeker eene aanmerkelijke
+som, want men houdt zich vooral in _Frankrijk_ nog zeer veel met
+luchtbollen bezig) aan de aarde, waar van de bewerking nog voor zoo
+veel verbetering vatbaar is, te besteden: behalve dat, vind ik alle
+spelen of vertooningen, waar bij menschen, alleen om de aanschouwers
+te vermaken, hun leven of gezondheid wagen, zoo als luchtreizigers,
+koorddansers, paardrijders en diergelijken, in eene maatschappij, daar
+de goede order gehandhaafd wordt, ten eenemaal ongeoorloofd. Ik bezag
+eenige Kerken, doch vond 'er weinig bezienswaardig; in een van dezelve
+was een man in Turksche kleeding, en met een tulband op het hoofd,
+die zeer devoot de mis scheen bijtewonen; en behalve het ontdekken
+van zijn hoofd, dezelfde plegtigheden in acht nam als de anderen. De
+warmte was vrij dragelijk, en ik kon genoegzaam den geheelen dag
+wandelen; terwijl ik den vorigen dag verpligt geweest was, om mij op
+het midden van den dag in huis te houden. _Krediet_-brieven aan een'
+koopman alhier hebbende, had ik gelegenheid, om naar den staat van
+den handel eenig onderzoek te doen. Het schijnt 'er ook hier in dit
+opzigt ellendig uittezien: de _Amerikanen_ en _Spanjaarden_ waren
+de eenigste, waarmede men nog iets deed; de _Levantschen_ handel,
+die hier de voornaamste tak van commercie uitmaakte, en waar toe
+alleen eenige honderde schepen gebezigd werden, is door den oorlog
+schier geheel werkeloos, en met de _Barbarijsche_ kust, _Marocco_
+enz. beteekent het ook zeer weinig, en geld en krediet ontbrak 'er
+algemeen, naar men mij verzekerde. De _Marseillanen_ plagten ook veel
+met de _Engelschen_ en _Hollanders_ te handelen, maar ook deze handel
+staat thans genoegzaam stil. Verscheidene kooplieden, die ik sprak,
+en in hunne bezigheden zag, kwamen mij voor, wat hunne geaardheid
+aanbelangt, dezelfde soort van menschen te zijn, als de onze te
+_Amsterdam_, _Rotterdam_ enz.; en men zou in een kantoor of pakhuis
+te _Marseille_ zijnde, waar Kooplieden, Makelaars, Kantoorbediendens,
+Pakhuisknechts, enz. onder elkanderen bezig zijn, indien 'er geen
+_Fransch_ gesproken werd, zich zeer wel kunnen verbeelden, dat men in
+_Amsterdam_ of _Rotterdam_ was. Goedkoop koopen, 'en duur verkoopen,
+is altijd de hoofdbedoeling en de beweegoorzaak van hunne daden en
+verrigtingen, en dit bedrijf schijnt eenen aanmerkelijken invloed op
+het karakter te hebben; echter meen ik, zonder partijdig te zijn,
+wat aanbelangt de ijver, orde, naauwkeurigheid, en vooral ook de
+goede trouw, mijnen landgenooten de voorkeur te mogen geven. De
+kooplieden van _Marseille_ schenen in 't geheel niet in hun schik
+met het tegenwoordig Gouvernement, en beschouwden het als een
+krijgsbestuur (_Gouvernement-militair_) nadeelig voor den koophandel,
+_Bourbons_-gezind schenen zij echter over het algemeen ook niet; het
+oude Aristocratisch-Republikeinsche zit 'er misschien nog wel wat in,
+vooral als de vrijheid en onafhankelijkheid opzigtens den handel daar
+door kon begunstigd worden; met één woord, de geest van koophandel
+(_esprit de commerce_) schijnt 'er, de algemeene geest (_esprit
+public_). Het nieuwe _Fransche_ gewigt scheen hier ook weinig in
+gebruik; nu ik geloof ook, dat men moeite zal hebben, om, en wel de
+vreemdelingen vooral, daar aan te gewennen. Hier ziet men bijna in 't
+geheel geen balance en gewigt, zoo als bij ons en elders in _Frankrijk_
+in gebruik, en men verkoopt veel bij het pond, zelfs tot de houtskolen
+toe, alles wordt schier gewogen aan ijzeren of houten staven, die de
+zwaarte aanwijzen, door een ijzeren of koperen bol, die men op zekere
+merken schuift [55]. In de winkels hangt deze staf doorgaans op een
+bepaalde plaats, met eene schaal 'er aan, doch anders heffen twee
+menschen die aan een stok op de schouders op, met de goederen die men
+'er aanhangt; zoo weegt men in de pakhuizen en op de kaaijen, bij het
+afleveren van goederen enz. De goederen Worden hier meestal gedragen,
+door mannen, die men _porte-faix_ noemt. Zij dragen op den rug en met
+twee aan een boom, doch niet zoo als bij ons de bierdragers achter
+elkander, maar naast elkander; zij hebben groote ronde hoeden op,
+en daar aan hangt een kussentje, dat hun in den hals ligt, hier op
+rust de draagboom. Ik geloof, dat op die wijze het geheele lichaam
+meer draagt, en het alzoo gemakkelijker is, dan dat de boom maar
+op eene schouder rust. Deze lieden maken een soort van Gilde uit,
+zoo als bij ons de zakkedragers, dat men _le corps de porte-faix_
+[56] noemt. Hunne hoofden, die 'er goede order onder houden, bezitten
+in eene ruime maate het vertrouwen van de kooplieden, en schijnen
+zich dat vertrouwen ook waardig te maken.
+
+'s Avonds ging ik in den grooten Schouwburg, die digt bij mijn
+logement, regt over de straat _Beauvau_, is, zoo dat de _facade_ eene
+fraaije en prachtige vertooning maakt, en het heeft daar door wel
+wat overeenkomst met het van binnen uitgebrande _Théatre de l'Odéon_
+te _Parijs_. Deze Schouwburg is naar het bestek van Benard in 1787
+gebouwd. Van binnen is deze zaal fraai, doch men kan in het _parterre_
+ook niet zitten, dan op een enkele bank rondom; men betaalde 'er ook
+maar 25 _sous_. Ik bleef 'er slechts zeer kort, want het was 'er warm,
+zoo dat ik schier zweette van het zien dansen, dat anders vrij wel
+was; men zeide mij ook, dat zij in de balletten uitmunten; maar dat
+het overige niet veel beteekent. Fraaije Koffijhuizen vindt men te
+_Marseille_ in menigte, zoo rondom de _Cours_ en bij den schouwburg,
+als elders; _le Caffé du Commerce_, in de straat de _Beauvau_, is een
+van de beste; de ververschingen zijn 'er niet duur. IJs wordt hier ook
+zeer veel gebruikt, men betaalt _de glace_ [57] tien à twaalf stuivers.
+
+Den 9 dezer, werd ik 's morgens gewekt door een kanonschoot, die bij
+het openen van de haven van een der forten gedaan wordt. Ten vijf uren
+ging ik reeds uit, en alles was al in beweging. Ik klom op den berg,
+daar het fort _notre Dame de la Garde_ op gelegen is; men heeft van
+daar een allerschoonst gezigt over de stad, de omstreken, en op de
+zee. Ten tijde, dat de _Romeinsche_ legioenen zich hier bevonden,
+moet 'er een aanzienelijk bosch op dezen berg geweest zijn; oude
+schrijvers althans spreken daar van; thans is 'er niets, dat naar
+een bosch gelijkt, op te zien; de grond is dor en steenachtig. Hier
+omstreeks heeft men nog een anderen berg of heuvel, die men thans
+den berg Bonaparte (_la montagne_ Bonaparte) noemt; men heeft pas een
+nieuwen weg gemaakt, langs welken men 'er zeer gemakkelijk opklimmen
+en omwandelen kan. In het opklimmen las ik op een bordje een verbod
+om de boomen en struiken op deze wandeling niet uit te rukken of
+te beschadigen--geene wet zal 'er beter nagekomen worden dan deze;
+want 'er is geen boompje of struikje op den ganschen berg te zien,
+en ik geloof niet, dat 'er ooit boomen of struiken, van eenig belang
+op zullen groeijen, omdat het genoegzaam niets anders is dan rots
+of stukken steen; boven op heeft men nogthans een allerverrukkendst
+gezigt, vooral ook in de haven en op den berg aan den overkant, waar
+tegenzich de huizen van de oude stad als een Amphitheater vertoonen. In
+de zee zag ik een enkel visschersschuitje; anders was het in deze, in
+vredestijd zoo drokke, zeehaven dood stil. Aan den voet van den berg,
+waar men denzelven opklimt, is een fraaije fontein met een Jonische
+kolom, waar op het borstbeeld van Bonaparte, van wit marmer; op het
+voetstuk dat met twee witte marmeren _bas-reliefs_ pronkt, verbeeldende
+het eene eenige merkteekens van den koophandel, en het andere van
+den wijnoogst, leest men: _A_ Bonaparte _vainqueur et pacificateur
+Marseille reconnaissante_ [58]. Verder blijkt uit het opschrift,
+dat dit gedenkteeken onder het bestuur van den _prefet_ Charles
+de la Croix, die, in _Holland_ zijnde, zoo een groote voorstander
+scheen van een Demokratisch bestuur, is opgerigt. Dit alles is door
+een fraai ijzer hek omringd, en deze fontein staat aan het eind
+van een vrij lange pas beplanten laan, te weten aan iedere zijde
+met eenen rij boomen, die voor een algemeene wandeling moet dienen,
+makende alzoo eene fraaije vertooning. Langs de haven wandelende,
+zag ik, dat men daar bezig was, om met een werktuig, dat ik mij niet
+herinner van bij ons gezien te hebben, het slijk uittebaggeren;
+dit werktuig bestond uit twee groote baggerhaken, ten naasten bij
+zoo als die in het klein zijn, waar onzer baggerlieden mede arbeiden,
+zij worden door windassen, die bewogen worden door lieden, die in een
+rad loopen, bestuurd, zoo dat de eene telkens naar beneden, en de
+andere naar boven gaat; de scheppers van deze baggerhaken zijn van
+onderen met een klep, die met een klink sluit; deze klep opent men
+door middel van een haak, en loost zoo den modder in een schuit, die
+'er onder ligt. Dit werktuig slaat op een vierkante bak of schuit,
+en ik zag 'er zoo verscheidene liggen. Dit schoonmaken van de haven
+is zeer noodzakelijk, om dat het slijk en de vuiligheid uit de stad
+'er in uitloost, en 'er heeft geene doorspoeling plaats, daar het water
+altijd stil staat; want, gelijk gij weet, in de _Middellandsche Zee_
+gaat geen ebbe noch vloed. Het kan dan hier langs de haven, vooral
+als het heet is, wel eens onaangenaam rieken, zoo dat _Marseille_
+ook in dit opzigt eenige overeenkomst heeft met _Amsterdam_. Maar
+zeldzaam gebeurt het dat het water hier hooger of lager wordt, en dan
+is die verandering nog maar van weinig belang. De kaai is slechts
+weinige voeten boven water, zoodat men van daar gemakkelijk in de
+schuitjes, waar men mede overvaart, stapt. Indien de bovengemelde
+baggerwerktuigen bij ons niet bekend mogten zijn, was het dunkt mij
+der moeite wel waardig, dat men 'er onderzoek na deed, en 'er eene
+naauwkeurige afteekening van trachtte te bekomen; want immers zouden
+zij bij ons op verscheidene plaatsen met veel vrucht kunnen gebezigd
+worden. Ik dacht, dat de vette modder, dien men hier uitbaggerde,
+gebruikt werd, om de onvruchtbare steenachtige gronden, rondom deze
+stad te bemesten, daar de bemesting hier zoo schaars en tevens zoo
+noodzakelijk is; maar neen, men wierp die op eenen zekeren afstand van
+de stad in zee, en zelfs scheen men vrij algemeen staande te houden,
+dat deze slijk of modder in 't geheel niet deugde, om de gronden te
+verbeteren. Dat dezelve in een of twee jaren de vruchtbaarheid niet
+bevordert, is zeer wel mogelijk, doch na verloop van eenigen tijd,
+ben ik wel verzekerd, dat zij op deze barre gronden, behoorlijk
+bewerkt zijnde, zeer nuttig moet zijn, en indien ik hier woonde,
+en de vereischte gelegenheid had, twijfel ik niet, of ik zou 'er met
+goed gevolg wel gebruik van weten te maken; doch ook in dit opzigt
+zijn verkeerde begrippen en kwade gebruiken niet gemakkelijk te
+veranderen. Zoo gaat het bij ons met de straatmest, asch enz. In
+ons vaderland hebben wij zoovele onbebouwde gronden, die slechts
+bemesting en matigen arbeid vorderen, om het een of ander, al was
+het maar dennenhout en aardappelen voorttebrengen. De deerniswaardige
+bewoners van onze zeedorpen vooral, lijden bitter gebrek, en vergaan
+hier en daar bijna van honger, en ondertusschen twijfel ik niet, of men
+vervoert altijd nog de straatmest, asch enz. uit _den Haag, Leijden_,
+_Haarlem_, enz. naar _Braband_, in plaats van ze door die ongelukkigen
+te laten weghalen, om 'er de nabijgelegen duinen mede te bemesten,
+en 'er aardappelen, die 'er ongetwijfeld goed in groeijen, in te
+zetten. Ik weet wel, dat de bevordering van den landbouw en fabrieken,
+in 't geheel niet met den algemeenen handelgeest in ons vaderland
+strookt; doch ik weet tevens ook, dat welke de redenen ook zijn mogen,
+die men tot staving van dat denkbeeld, als strookende zelfs met het
+algemeen belang, moge aanvoeren, dezelven althans in oorlogstijden,
+niets afdoen, en sedert hoe vele jaren, en hoe dikwijls is de oorlog,
+helaas! ons lot niet. In vredestijd brengt de koophandel, wel is
+waar, schatten aan, maar schatten maken ook de afgunst en begeerten
+onzer nabuuren gaande, en geven aanleiding tot weelde, en dus ook tot
+zedenbederf; daarenboven blijven deze schatten doorgaans maar in een
+gedeelte van het land in omloop, en verrijken maar een zeker aantal
+van deszelfs inwoners. De landbouw, en ook de fabrieken, te weten van
+kleeding en andere stoffen, die wij voor eigen gebruik noodig hebben,
+zijn minder voordeelig in het aanbrengen van rijkdommen, doch ook
+een zekerder middel ter algemeene verschaffing van het noodzakelijke,
+en alzoo ter behoeding van gebrek--zoo veel mogelijk onafhankelijk te
+zijn van de omstandigheden, is voor ons van vrij wat meer belang, dunkt
+mij, dan rijkdom, dien wij toch ook niet aanhoudend en rustig kunnen
+blijven bezitten; maar al dikwijls moeten wij zien, dat vreemden de
+vruchten van onzen, arbeid en spaarzaamheid inoogsten.--Dit althans,
+houde ik voor zeker, dat ook ten dezen opzigte de waarheid in het
+midden ligt, en het alzoo noch redelijk, noch staatkundig is, om den
+koophandel alleen, ten koste van de landbouw en fabrieken, te willen
+staande houden.--Wat zegt gij, Vriend! zijt gij het hier omtrent niet
+volkomen met mij eens?
+
+
+
+
+
+TIENDE BRIEF.
+
+
+_Marseille, 13 Augustus._
+
+Ons voornemen zijnde, om van hier een uitstapje naar _Toulon_ en
+_Hières_ te doen, gingen wij naar het stadhuis, om onze passen te
+laten teekenen, _viseeren_, daar dezelven maar tot _Marseille_ gegeven
+waren. Onder het stadhuis, zoo als ik u gezegd heb, is de beurs, die
+men _la loge_ noemt, het is een ruime zaal; dagelijks na den middag
+vergaderen de kooplieden daar in, en de onderscheide _Oostersche_
+kleedingen, die men 'er ziet, leveren voor lieden, die daaraan niet
+gewoon zijn, een vreemd verschijnsel op. Boven den hoofdingang van
+het stadhuis ziet men nog de overblijfsels van het fraaije Koninklijke
+wapenschild door Puget [59], en ter zijde, van denzelfden meester, een
+_bas-relief_ verbeeldende St. Charles _de Borromæus_, Aartsbisschop van
+_Milaan_, zorg dragende voor de pestzieken; beiden zijn van wit marmer,
+en voor meesterstukken bekend, doch aan het wapenschild is 'er weinig
+meêr van den bijtel van Puget overgebleven; men ziet hier ook nog drie
+andere _basreliefs_, aan beide zijden van den ingang zijn 'er twee,
+onder een van dezelve, waarop een Haan, heeft men na de omwenteling
+doen graveren: _Le salut de la Republlque tient à la Vigilance_, en
+onder een ander: _au vainqueurs du dix Août_. Men was bezig met den
+voorgevel van het stadhuis te herstellen, en schoon te maken. In het
+portaal van hetzelve tusschen de twee trappen, ziet men het Standbeeld
+van Bayon, bijgenaamd Libertad, omdat hij de stad bevrijdde, door
+den eersten Consul, Casauls, dien men beschuldigde van dwingelandij
+en t'zamenspanning met den vijand, omtebrengen, en _Marseille_ aan
+Hendrik den IV., of voor hem aan den Hertog de Guise over te geven,
+hoewel de _Spanjaarden_ reeds meester van de haven waren; dit voorval
+had plaats in 1595. Libertad en zijn broeder, die hem ondersteund had,
+werden voor dezen dienst beloond, en tot den adelstand verheven. Vijf
+jaren daarna wierd Hendrik de IV. zelve vermoord, en zijn moordenaar
+wierd op de verschrikkelijkste wijze gestraft. Zoo veranderen de
+omstandigheden dikwijls de zaken; trouwens, hier van hebben wij
+ook in onzen leeftijd de merkwaardigste voorbeelden gezien. In de
+groote zaal van het stadhuis moesten wij wel een paar uren wachten,
+eer wij met onze paspoorten klaar konden komen, omdat hij, die ze
+moest teekenen, afwezig was, dus had ik wel tijd, om de twee groote
+en fraaije schilderijen van Serre le Peintre, leerling van Puget [60]
+te bezigtigen; deze twee stukken stellen de akelige tooneelen van
+die pest, die hier in 1720 en 1721 zoo verschrikkelijk gewoed heeft,
+voor. Deze Serre bekleedde ook met ijver en oplettendheid den post van
+Wijkmeester in zijne buurt, ten tijde van de besmetting, en was dus wel
+in staat, om de ellende naar het leven aftemalen. De eene schilderij
+verbeeldt _le Cours_ (de algemeene wandeling), vol zieken en dooden,
+en de andere de plaats voor het stadhuis. Behalve den Ridder Rose, die
+zich in September 1720 aan het hoofd stelde van 100 Galeiroeijers, om
+de groote menigte onbegraven lijken, die bijna niemand durfde naderen,
+in kuilen met ongebluschte kalk te doen werpen, en ten dien einde het
+eerste de hand aan het werk sloeg, muntte in dit rampzalig tijdstip
+onder meêr anderen bijzonder uit, zekere Pierre Haristoy Caseneuve,
+geboortig van _Béhaune_, in het land van _Béarn_, hij was eerste
+Commies van de Levensmiddelen voor de Galeijen, en liet gewoonlijk de
+uitdeeling door zijne onderhorigen doen; doch daar de Galeijroeijers
+gelast waren, om de van de pest gestorvenen te begraven, en men dus
+alle reden had, om hen als besmetten te schuwen, dacht deze brave
+Commies, dat 'er welligt uit vrees nalatigheid in de uitdeeling zou
+kunnen plaats hebben, en deze ongelukkigen alzoo gebrek lijden; waarom
+hij het menschlievend besluit nam, om niettegenstaande het gevaar,
+altijd zelve bij de uitdeeling tegenwoordig te zijn. De regering,
+deze edelmoedige handelwijze willende erkennen, bood hem een jaarwedde
+van 1200 livres aan, doch de belangelooze menschenvriend bedankte
+'er voor, hoewel hij in 't geheel niet rijk was, en een talrijk
+huishouden had. De nakomelingen van dezen waarlijk edelen man bestaan
+nog heden, en de _Marseillanen_ hebben niet nagelaten, om zijn' naam,
+en die van meêr anderen, welke ten dien tijd in menschlievendheid en
+weldadigheid uitgemunt hebben, aan de vergetelheid te ontrukken. Een
+andere trek van edelmoedigheid van een' Kaperkapitein van _Tunis_,
+is niet minder belangrijk en streelende voor gevoelige harten. Paus
+Clemens de XI. vernemende, dat in 1720 niet alleen de pest, maar
+ook de hongersnood in het ongelukkig _Marseille_ heerschte, zond 'er
+van _Civita-Vecchia_ ettelijke schepen met granen naar toe. Eenige
+Kapers van _Tunis_ deze schepen najagende, achterhaalden dezelven,
+en namen ze, doch de _Reis_ of Commandant vernemende, met welk
+oogmerk zij afgezonden waren; en welke hunne bestemming was, zeide
+tegen den schipper, die deze schepen met graan geleidde, zijne hand
+op het hoofd leggende: "Ga, Christen, voer uw' last uit, ik ben uw
+vijand niet meêr--God zou mij straffen." Dit laatste geval niet zeer
+algemeen bekend zijnde, heb ik vooral gemeend u hetzelve te moeten
+mededeelen.--De ziel van ieder redelijk menschenvriend wordt verkwikt
+door het hooren van diergelijke trekken.--En waarom verzuimt men, om
+deze daad ook op eene schilderij te verbeelden, en dat optehangen in
+deze zaal, waar dagelijks een menigte vreemdelingen komen van allerlei
+volkeren en waaronder zeer vele zeelieden: zulks zou immers kunnen
+strekken ter vermindering van haat en vooroordeelen, en zijn alle
+redelijke en verlichte bestuurders niet verpligt, om hiertoe alles,
+wat maar eenigzins in hun vermogen is, bij te dragen? De zaal van de
+Municipaliteit, voorheen van de Consuls (_la salle Consulaire_), is zoo
+wel als de groote zaal beziens waardig. Doch dat men de vreemdelingen
+hier zoo lang na hunne paspoorten laat wachten, is niet vriendelijk;
+men is daar te _Parijs_ handiger mede.
+
+In ons logement aten wij 's middags laat, namelijk te vijf uren, zoo
+men dat middag eten noemen kan, doch om tien uren 's morgens ontbijt
+men ook met koteletten, gebakken visch enz., dat men _dejeuner à
+la fourchette_ [61] heet, en zoo doet men dan, even als te _Parijs_,
+maar twee maaltijden daags. Ik gebruikte doorgaans 's morgens in een
+koffijhuis brood met limonade, vruchten of iets diergelijks, en las
+dan met een de nieuwspapieren. Voor het middagmaal betaalde ik aan de
+gemeene tafel in het logement met den wijn, hoewel ik 'er bijna niet
+van dronk, 4 livres. Het eten is 'er voor de landstreek vrij goed,
+en de tafel is zindelijk, en met orde gediend; schotels zijn 'er
+genoeg, doch 'er is doorgaans te weinig op, naar evenredigheid van de
+gasten, zoo dat men zich moest haasten, om van die, welke het meeste
+gezocht zijn, wat te krijgen; en dat vind ik al zeer onaangenaam,
+vooral als men uit nieuwsgierigheid het een en ander proeven wil. Het
+rund- en kalfsvleesch schaars zijnde, is de soep gemeenlijk schraal,
+veeltijds van pompoenen en eenige andere groentens gekookt, waar dan
+wat brood met olij bij gedaan wordt; dit schijnt voor ons zonderlinge
+kost, maar is toch zeer wel te eten. Schapenvleesch wordt het meeste
+gebruikt, en is 'er goed; dagelijks hadden wij versche en lekkere
+zeevisch, en behalve tongen en tarbot, eenige soorten, die men bij
+ons niet kent. Als _le Rouget_, een fijn en lekker vischje, rood
+van kleur; _le Mulet_, in het _patois_, _Mujou_, die zeer gemeen
+in de _Middellandsche zee_, en tevens een goede visch is: men vindt
+'er verscheide soorten, waartoe ook die, onder den naam van vliegende
+visch bij ons bekend, behoort: _La Dorade_, de zeebaars (_perche de
+mer_) en meêr anderen, ook eet men 'er dagelijks versche Sardines,
+die gedroogd zijnde, wel wat overeenkomst hebben met de Sprot. De
+_Marseillaansche_ Anchovis is beroemd; de beste wordt in de zee
+van _Frejus_ gevangen, doch ik voor mij vind ze niet beter dan onze
+_Bergsche_. Ook levert de _Middellandsche zee_ goede kreeften op, en
+waaronder ik 'er zag, die al vrij groot waren; hun kop en pooten zijn
+ruw en met scherpe puntjes, ook vond ik het vleesch, wreeder dan dat
+der noordsche; wij hadden ze bijna dagelijks op tafel, en men noemt
+die hier _Lingoustes_. Somtijds gaf men ons ook een soort van kleine
+schelpvischjes. _Aubergines_, _pommes d'Amour_, en gestoofde komkommers
+zijn de gewone groentens. Meloenen en vijgen, die hier uitmuntend goed
+zijn, hoewel ik ook bij ons meloenen gegeten heb, die niet minder goed
+waren, hadden wij in overvloed; men geeft die niet op het nageregt,
+maar na de soep, dit is in _Frankrijk_ algemeen gebruikelijk, en men
+noemt deze geregten _hors d'oeuvres_. Ik was verwonderd, van in dit
+jaargetijde nog zuiglammeren te eten; doch vernam, dat de schapen
+in deze landstreek tweemaal 's jaars werpen. Gevogelte van allerlei
+soort vindt men hier zoo als bij ons en elders. Het gebak, taart en
+pasteiwerk, is meestal met olij of vet gereed gemaakt, doch ik heb
+het dikwils zeer lekker gevonden. Men eet hier ook eveneens als in
+_Italië_ veel _Macaroni_. De vruchten, behalve de meloen en vijgen,
+beteekenen niet veel; de grond is te dor en te schraal. De persiken,
+die meestal geel zien, zijn droog en hard, zij houden zoo vast aan
+de steen, dat men ze 'er af moet snijden, men noemt hier dit soort
+_des peches males_ in onderscheiding van die, welke bij ons algemeen
+bekend en hier in 't geheel niet overvloedig zijn. De versche amandelen
+had ik haast vergeten, men geeft ze hier in hunne groene bolsters
+op tafel, en eet de pitten doorgaans met wat zout; ik houde 'er wel
+van. Deze vrucht wordt veel rondom _Marseille_ geteeld, zij groeit
+gaarne op de hoogte, en is niet naauwnemend omtrent den grond. Uijen,
+meestal roode, en knoflook worden hier ook veel gebruikt, en in eene
+groote hoeveelheid van de plaatsen rondom aan de _Middellandsche
+Zee_ aangebragt; deze vrucht is hier veel minder sterk dan in het
+Noorden, eveneens is het gelegen met de _Spaansche_ peper, die men
+hier veel teelt; zij wordt in menigte groen aan de markt gebragt,
+en men eet ze doorgaans met zout en azijn. In deze landstreek maakt
+men ook een kost, dien men de meeste vreemdelingen voor geen lekkernij
+behoeft voortezetten; het is de zoogenaamde _Beurre de Provence_ [62],
+bestaande uit olijfolij, gestampte knoflook, en zout gemengd en geklopt
+zijnde, tot het een dikke pap wordt. De wijn is hier voor lieden, die
+'er niet aan gewoon zijn, te zwaar, zoo als ik u reeds gezegd heb;
+ik kon ze volstrekt zonder veel water niet drinken. Doch zij, die
+'er aan gewoon zijn, weten 'er niet van, en het komt mij voor, dat
+de _Marseillanen_ over het algemeen een goed glas wijn drinken. Zij
+gelooven, dat het in deze luchtstreek gezond is. Brood wordt hier in
+zulk eene groote hoeveelheid niet gegeten, dan in andere deelen van
+_Frankrijk_, daar het koren overvloedig is; want _Provence_ brengt
+maar zeer weinig koren voort. De zoogenaamde gemeene en landlieden
+eten veel brood en pap van _Maïs_ (Turksche tarw). Voor een kamer
+met twee bedden betaalde ik hier ook 40 stuivers daags, doch daar
+voor moest ik ook wat hoog klimmen; anders is het duurder. De tafel
+is ook een van de duurste, die men hier vindt, en men kan elders
+wel voor £ 3-:-: te regt komen, waarvan ik tusschen beide dan ook al
+eens gebruik maakte. Men is in dit Hotèl zeer goed, en zoo zindelijk,
+als men in _Holland_ verlangen zou [63]; zelfs zag ik de meid meêr dan
+eens 's morgens het voorhuis uitschrobben, een verschijnsel, dat ik
+nog nooit in _Frankrijk_ gezien heb. Weegluizen hebben wij ook niet
+bespeurd, doch van de muggen wordt men verschrikkelijk geplaagd,
+zoo dat men genoodzaakt is, om even als, op vele plaatsen, bij ons
+gazen gordijnen te gebruiken; de eene mensch schijnt 'er echter meer
+voor bloot te staan dan den anderen; ik had 'er weinig hinder van,
+terwijl mijn reisgezel op dezelfde kamer slapende somtijds met bulten
+gestoken werd.
+
+'s Avonds ging ik in het _pavillon chinois_, 'er was veel volk,
+en daar onder eenige gnappe vrouwen of meisjes. De vrouwen zijn
+meestal bruinachtig, en sommigen hebben veel van de _Grieksche_
+wezenstrekken. In fraaije tanden, en levendige oogen, munten zij uit,
+doch missen ook daar en tegen, dat zachte en bevallige van onze
+blonde met hare groote blaauwe oogen en mooi vel. De zoogenaamde
+fatsoenelijke kleeden zich naar de _Parijsche_ mode, die eenige jaren
+vrij goed geweest is voor de vrouwen, doch thans beginnen 'er weder
+keurslijven voor den dag te komen.
+
+Den 10 dezer ging ik de oude stad, die ik nog maar ter loops in
+oogenschijn genomen had, bezigtigen; en klom, aan het eind van de kaai
+aan de noordzijde, bij het Fort _St. Jean_, op de hoogte. Dit Fort
+kan men thans uithoofde van de tijdsomstandigheden, niet gemakkelijk
+van binnen zien; ook zeide men mij, dat 'er behalve, misschien
+voor vestingbouwkundigen, niets bijzonders te zien was. Lodewijk de
+XIV. deed deze sterkte, en de _citadel St. Nicolas_ aan den anderen
+kant van de haven, in 1660 bouwen, om de stad wegens ongehoorzaamheid
+aan haren Gouverneur, de Hertog de Mercoeur, te straffen [64]. De haven
+wordt tusschen deze twee sterktens met eene ketting geslooten. Op
+de hoogte had ik een uitgestrekt gezigt in zee. De stadsmuren zijn
+hier op de steile rots gebouwd, die aan den voet door de zee bespoeld
+wordt. Ik zag eenige lieden, in het water staande, bezig om met een
+soort van houweelen, slijk uit de zee optedelven, daar zij insekten
+in zochten, die men hier gebruikt tot aas, om sommige zeevisch
+mede te vangen. Wat verder zag ik visschers in schuiten, bezig
+om met netten sardinen te visschen. Regt uit langs den stads muur
+gaande, kwam ik aan de plaats waar omtrent waarschijnlijk voorheen
+de tempel van Diana, die de oude _Marseillanen_ bijzonder vereerden,
+stond. Ter dezer plaatse ziet men thans de Kerk _de notre Dame de la
+Major_, dat de Hoofdkerk is; volgens sommigen zou zij zeer oud zijn;
+anderen meenen te moeten veronderstellen, dat zij omtrent de 13de
+eeuw, althans niet veel vroeger, eerst zoo gemaakt is, als men ze
+thans ziet: het een en ander kan waar zijn. Althans de zes pilaren
+van granit, die men in dezelve ziet, meent men dat behoord hebben
+tot den tempel van Diana; anders is 'er niet veel bijzonders; het
+is een donker en onaangenaam gebouw, en men gaat 'er langs eenige
+trappen in, als in een kelder. Niet ver van hier, op eene plaats,
+die men _Place de Linche_ noemd, veronderstelt men, dat de tempel
+van Apollo gestaan heeft, naderhand is daar de Abdij _St. Sauveur_
+gebouwd; en men heeft ter dezer plaatse eenige oudheden gevonden. Het
+Gasthuis, _la Charité_ genaamd, dat wat verder op staat, schijnt een
+groot en fraai gesticht. Behalven verscheidene zeepziederijen, daar
+de bekende _Marseillaansche_ zeep gemaakt wordt, zag ik hier ook een
+graauwpapier-fabriek, die nog al aanmerkelijk scheen. In dit gedeelte
+van de stad vindt men weinig gnappe huizen, het wordt meestal bewoond
+door het minstvermogende deel der burgerij. Men toont den vreemdelingen
+hier ook een oud huis, waar men wil dat voorheen het paleis der
+Roomsche Keizers was; voor hetzelve ziet men nog een ouden kop; doch
+wien hij moest verbeelden, wist men mij niet te zeggen, en ik vind
+'er bij de schrijvers, die ik nagezien heb, niets van aangeteekend:
+mogelijk woonde 'er de _Romeinsche Prefecten_ of Stedehouders,
+die 'er 's jaarlijks van _Rome_ naar toe gezonden werden, toen
+_Marseille_ ophield een Republiek te zijn. Moede van het doorloopen,
+en op- en afklimmen van zoovele ongelijke kromme en in alle opzigten
+onaangename straten, keerde ik, toen het warm begon te worden, naar
+mijn logement; in het voorbijgaan zag ik nog een andere vischmarkt,
+_Halle de la poisonnerie neuve_, rustende op 20 Jonische kolommen,
+en volgens het bestek van den vermaarden Puget gemaakt. Hier is ook
+een Leessocieteit, in een fraai gebouw op de _Canebière_, _Cercle de
+l'Union_ genaamd. De aanzienelijkste lieden van de stad komen hier
+bijeen, om de nieuwspapieren en andere periodique werken te lezen;
+in die zaal is het dan ook niet geoorlofd, om overluid te spreken,
+doch 'er zijn nog andere vertrekken, en in een derzelve staat een
+billard; als vreemdeling had men mij een kaartje gegeven, om hier,
+wanneer ik het goedvond, te gaan, en daar van maakte ik dan ook
+nog al dikwijls gebruik. Na den middag ging ik de kaatsbaan aan
+den kant van de _boulevard_ zien, de _Marseillanen_ schijnen daar
+liefhebbers van te zijn; want 'er was veel volk, het is op eene
+ruime open plaats, voor een gebouw dat voorheen een Klooster was;
+men kan 'er vrij ingaan, 'er staan stoelen en banken rondom, en men
+betaalt een of twee stuivers voor eene zitplaats. Ik zag 'er onder
+de spelers die al zeer vlug, sterk en handig waren; een onder hun
+muntte voornamelijk uit, hij was groot, sterk gespierd en welgemaakt,
+en had het voorkomen van eenen _gladiator_ der ouden; want zij zijn
+bij dit werk, dat zeer vermoeijende is, luchtig gekleed; aan de hand,
+waarmede geslagen wordt, hebben zij een soort van houten koker,
+en hier mede worden de ballen, die van leder, en inwendig hol zijn
+(_ballons_), [65] al zeer ver gekaatst. Bij ons moet 'er altijd bij
+diergelijke spelen braaf gedronken worden, doch hier zag ik niets
+gebruiken; tegen het vallen Van den avond scheidde men 'er uit,
+en ieder ging heen. Eenige zingende en dansende matrozen, die ik op
+de kaai ontmoette, herinnerden mij aan de bloeijende tijden van ons
+vaderland; zij zongen liedjes in het _patois provencal_. Op de _Cours_
+was veel volk; men wandelt daar tot laat in den nacht; want over dag
+is het te warm, 'er worden ook stoelen verhuurd zoo als te _Parijs_
+in de _Tuillerien_ enz. De _Marseillanen_ komen mij voor indedaad meêr
+levendig en vrolijk van aard te zijn dan de _Parijsenaars_, die zich
+zooveel moeite geven, om het te schijnen. Naar men mij verhaalde, waren
+zeer vele vermogende lieden thans op hunne landhuizen (_bastides_);
+'s winters ziet men veel meêr _beau monde_ in de stad, en naar men
+zegt, is de zamenleving voor alle smaken, en voor alle levensvakken
+'er dan inzonderheid zeer aangenaam; vooral in vredestijd, wanneer
+hier eene aanhoudende toevloed van vreemdelingen is. In den schouwburg
+had men dezen avond gespeeld _les etourdis_, een aardig blijspel
+van Andrieux, (door onzen vriend van Walré in 't _Nederduitsch_
+vertaald); dat ik te _Parijs_ zeer goed had zien vertonen, en dan moet
+men het hier niet zien; naar hetzelve gaf men het bekende, ook in 't
+_Hollandsch_ vertaalde zangspel, _Paul et Virginie_; en dit beviel
+mij nog minder, ook heeft men in dezen schouwburg zeer weinig aan
+de vertooning, omdat de aandacht gedurig belemmerd wordt, en men de
+vertooners door het aanhoudend rumoer, dat 'er plaats heeft, dikwijls
+niet kan verstaan; want de kooplieden maken van deze zaal een tweede
+beurs; de jonge lieden komen 'er om over hunne liefdes-aangelegenheden
+te spreken, de geriefelijke juffertjes, om klanten op te doen; vele
+bejaarde dames, om wat te vitten en kwaad te spreken; en eenige
+liefhebbers, of die 'er zich ten minsten voor uitgeven, om hunne
+gevoelens over het stuk of de vertooners, aan elkanderen te vertellen;
+dit alles gaat vrij overluid, voeg daar bij het gedurig geloop van de
+gaande en komende in het _parterre_, en oordeel, hoe aangenaam dit
+moet zijn voor iemand, die komt, on het stuk te zien. In dit opzigt
+moet ik de _Parijsenaars_ prijzen, de diepste stilte heeft daar in
+alle schouwburgen, waar maar eenigzins dragelijk gespeeld wordt,
+plaats; en men duldt daar niet, dat de aandacht der aanschouwers
+gestoord wordt [66].
+
+Den 11 dezer moesten wij, volgens afspraak, met een roeischuitje
+een toertje op zee gaan maken; doch het weder was hier toe niet
+gunstig, want de noordwesten wind, die men hier _le mistral_ noemt,
+blies vrij sterk: echter huurden wij een schuitje voor 3 livres, om
+'er des goedvindende den geheelen voormiddag gebruik van te kunnen
+maken; het was toen omtrent 7 uren in den morgenstond. Men vindt
+doorgaans verscheidene van die schuitjes aan het eind van de haven,
+bij de _Cannebière_, liggen; zij zijn met een tentje overdekt, en
+op sommige staat zelfs een zeiltje. Zoo lang wij in de haven waren,
+ging het nog al, doch naauwelijks buiten gekomen, moest men om den
+harden wind het tentje strijken, terwijl ons bootje door de golven ter
+deeg geslingerd werd, zoo dat de schipper zelve ons niet aanraadde om
+het veel verder te wagen. Wij lieten ons dan aan den voet van een rots
+aanzetten, klommen op dezelve, en gingen van daar naar eene plaats, die
+alleen door Spaansche visschers, die men _les Catalans_ noemt, bewoond
+wordt. Hier plagt voorheen het _Lazaret_ te zijn, thans is 'er een
+nieuw aan den anderen kant van de stad; de goederen uit den _Levant_
+komende, worden daar gelost, en moeten 'er eenigen tijd verblijven,
+alvorens zij in de pakhuizen mogen gebragt worden. Dit nieuwe _Lazaret_
+is een aanzienelijk gebouw. Wij hadden onzen schipper den voorraad,
+die wij voor het ontbijt medegenomen hadden, laten dragen, tot in een
+dal tusschen de rotsen, waar wij wat voor den wind beschut waren,
+en hier werd de tafel op den grond gedekt. Ik beklom vervolgens de
+toppen van eenige rotsen hier rondom, van waar ik een woest, doch
+schilderachtig gezigt had. Een Amerikaansch scheepje hield achter
+dezelve _quarantaine_. Bij het Kasteel _d'If_ zag ik een schuit,
+waar in verscheidene menschen waren; onze schipper dacht, dat het
+de wacht was, die op het kasteel gebragt werd; zij schenen somtijds
+door de golven geheel bedekt, en hier sloegen de golven zoo hard
+tegen de rotsen, dat ik het water 'er boven op, nog al vrij hoog,
+Voelde.--Onze Vaderlandsche schilder Bakhuizen zou hier thans stof voor
+zijn uitmuntend pençeel gevonden hebben. Wij misten weinig door niet
+verder te kunnen komen: want men laat het kasteel _d'If_, thans niet
+dan met een bijzonder verlof, dat niet ligt te bekomen is, bezigtigen:
+omdat 'er Staatsgevangenen, in de zaak van de laatste _conspiratie_,
+op bewaard worden. Bij het invaren van de haven, zag ik tegen den
+muur van het Fort _St. Jan_, een gedaante zeer ruw uitgehouwen,
+verbeeldende een meermin; het volk noemt deze beeldtenis _Marseille_,
+waarom weet ik niet.
+
+Naauwlijks was ik op mijne kamer, of ik hoorde eene soort van muzijk
+op straat; ik keek uit, en zag eenige boeren en boerinnen op hun
+zondags uitgedoscht; de mans hadden pluimen, en de vrouwen galonnen
+op hare hoeden; zij gingen twee aan twee, en waren verzeld door eenige
+tamboers, die een langwerpige trommel droegen, waar op zij met de eene
+hand sloegen, en met de andere op een fluitje speelden: dit fluitje
+noemt men hier _le galobet_, het heeft een' zeer scherpen klank. De
+vrouwen droegen een soort van koeken van meel, olij, suiker en anijs
+te zamengesteld, en als een cirkel met een ster 'er in gemaakt. Deze
+lieden, die op het land rondom _Marseille_ wonen, kondigen op deze
+wijze het feest aan, dat in hun dorp plaats moet hebben; dat is de
+naamdag van hun' beschermheilige of iets diergelijks; zij gaan dan
+bij de stedelingen, die omtrent hun dorp of gehucht hunne _bastides_
+hebben, brengen hun een koek, en noodigen ze, on het feest bijtewonen;
+deze van hunn' kant geven dan aan de boeren eenig geld, zoo dat dit
+eigenlijk niet anders dan een bedelarijtje is. Na den middag bezigtigde
+ik de kerk en de puinhoopen van de gewezen Abdij van _St. Victor_,
+aan de zuidzijde van de haven bij de citadel. Deze kerk is volgens
+oude bescheiden door St. Leon den Grooten gewijd, en was benevens de
+Abdij gebouwd, van overblijfsels van Heidensche oudheden. In een half
+afgebroken muur zag ik nog het overschot van een' steenen boog met
+loofwerk gebeeldhouwd, welk het merk scheen te dragen van den bloei
+der konsten onder de _Grieken_ en _Romeinen_. Men plagt hier ook nog
+pilaren van granit en oude graftombes te zien, doch de geheele Abdij
+is gesloopt; om en in de Kerk, die 'er alleen van is overgebleven,
+zag ik niets merkwaardigs, dan dat zij zeer oud scheen. Zij was
+van binnen wat opgemaakt, doch anders zeer eenvoudig en zonder veel
+sieraad. Van daar ging ik op den berg _Bonaparte_ wandelen: de zon,
+achter de rotsen ondergaande, leverde eene majestueuse vertooning op;
+de wind was wat gaan liggen, en de avondstond zeer aangenaam.
+
+Den 12 dezer liep ik 's morgens zeer vroeg als naar gewoonte uit,
+met oogmerk om buiten de stad te wandelen; maar de buitenstreken van
+_Marseille_ aan de landzijde, bevielen mij niet; naar de _bastides_
+gaande, is men bijna altijd tusschen muren, als in een gemetselde
+doolhof; en buiten de poort heeft men ook niet anders dan een open weg;
+lommer vindt men bijna nergens; redenen genoeg, waarom ik _Marseille_
+om er te wonen, niet zou verkiezen, even zoo min als _Amsterdam_;
+want gemis van wandelingen is voor mij al een zeer groot gemis. Zeer
+veel had men mij van de warmte gesproken, en wij hebben hier zeker een
+paar dagen drukkende hitte gehad; doch bij ons dunkt mij, kan het even
+zoo heet zijn, hoewel zeker minder aanhoudend. Ik had geen gelegenheid
+om den thermometer waar te nemen, doch ik ben wel verzekerd, dat hij
+niet hooger dan 27 of 28 gr. volgens de schaal van Réaumur, gestaan
+heeft; en de zeewinden brengen hier ook veel toe, om de lucht te
+verkoelen. De aanhoudende regen, die men eenigen tijd geleden gehad
+heeft, is een ongewoon verschijnsel; anders regent het hierin dit
+jaargetij zelden, de aarde wordt alleen door de daauw, die nog al sterk
+is, bevochtigd--en hoe dor moet dan die dorre grond hier omstreeks
+niet zijn. Daar het zondag was, en ik vernam, dat de Protestanten
+hier ook eene Kerk hadden, ging ik daar heen. De vergadering werd in
+eene ruime en zindelijke zaal, op eene eerste verdieping gehouden,
+en was vrij talrijk. De Leeraar deed een eenvoudig zedelijk vertoog,
+dat ik met genoegen hoorde. Tegen den avond ging ik buiten de stad,
+aan den kant van de zee wandelen; men heeft hier veel de gewoonte, om
+zich in zee te baden of te zwemmen; ik zag 'er een menigte zwemmers,
+en lieden, die zich baadden. Verscheidene vrouwen, die 'er wel in de
+klederen uitzagen, en dus nog al tot de zoogenaamde deftige klasse
+schenen te behooren, wandelden hier langs, zonder den waaijer voor
+de oogen te houden; hier en daar zaten zelfs aan den oever groepjes,
+waar onder vrouwen en meisjes, op hun gemak te kijken; trouwens,
+de zeden der _Marseillanen_ over het algemeen, zijn vooral in dit
+opzigt niet als zeer gestreng beroemd; nu ik geloof ook, dat indien
+de Laplandsche vrouwen kuischer zijn dan deze, zulks meêr aan de
+luchtstreek dan aan hare meerder beredeneerde deugd moet toegeschreven
+worden. Deze onderscheidene groepen, naakte en gekleede menschen,
+hier en daar op stukken van rotsen, langs den oever van de zee,
+die toen, zoo als gewoonlijk in dezen tijd, zeer kalm was, staande
+of ongedwongen zittende, terwijl men hooge rotsen in 't verschiet,
+en hier en daar een visscherschuitje zag, dit alles te samen leverde
+eene schilderachtige vertooning op, en Vernet zou hier van een mooi
+stuk hebben kunnen maken. Het water in de _Middellandsche Zee_, althans
+hier omstreeks, heeft een groene kleur. Ik zag menigmaal schilderijen,
+waar op het water zeer groen, en de lucht en bergen in het verschiet
+helder blauw verbeeld werden, en dit kwam mij toen onnatuurlijk voor;
+doch thans nu ik eenige gezigten aan deze oevers gezien heb, vind ik
+dat die schilders de natuur getrouwelijk afgemaald hebben.
+
+Behalve de koude baden, houden de _Franschen_, en vooral die, welke
+het zuidelijk gedeelte bewonen, even als voorheen de _Romeinen_ en
+_Grieken_, veel van het warme bad, en maken daar zelfs in de zomerhitte
+gebruik van, blijvende 'er doorgaans een half uur of langer in zitten;
+men vindt dan ook in de meeste steden badhuizen, waar men zich voor
+24 of 30 _sols_ in blikken of steenen bakken baadt [67]. Ik maakte 'er
+op reis nog al eens gebruik van, om mij te wasschen, maar om 'er lang
+in te blijven, vind ik niet goed: want men wordt 'er loom en vadzig
+van. De _Fransche_ vrouwen maaken 'er ook veel gebruik van om zich te
+reinigen, en in dat opzigt zijn zij dan ook zindelijker, dan de onze.
+
+Heden morgen ging ik het Stads-Museum van schilder-, beeldhouwwerk,
+en oudheden bezigtigen; men heeft een gedeelte van een voormalig
+Klooster, aan den kant van de _Boulevard_, daar toe in gereedheid
+gebragt, of liever was men daar mede bezig; want de zaal, waar de
+beelden en oudheden moesten geplaatst worden, was noch niet gereed,
+en alles lag 'er nog overhoop. Ik zag 'er eenige oude steenen
+doodkisten of graftombes, eenige met beeldhouwwerk, anderen met
+Grieksche opschriften, kapiteelen van pilaren, _bas-reliefs_, een
+altaar met stierenkoppen, het bovenste gedeelte van een _Isis_-beeld
+met _hieroglijphische_ figuren 'er op, van zwart steen, een groote
+_Isis_-kop enz. De voorname opzigter van deze verzameling was niet in
+de stad, zoo dat ik 'er niet anders van kon te weten komen, dan dat
+deze oudheden, meestendeels hier omstreeks, en onder anderen ook in
+de Abdij van _St. Victor_ gevonden zijn, men verhaalde mij tevens,
+dat 'er onlangs Commissarissen van _Parijs_ hier geweest waren,
+en het een en ander opgeteekend hadden; waarom men vreesde dat het
+een of ander stuk naar de hoofdstad wel eens zou kunnen vervoerd
+worden. Het altaar, het _Isis_-beeld, en de grafsteenen met _Grieksche_
+opschriften, zeker voor oudheidkundigen van waarde zijn; doch het
+kwam mij voor, dat 'er ook veel Gothisch werk onder het overige
+was. In de schilderijen-galerij zag ik eenige goede stukken, onder
+anderen een paar van Rubens, die ik meende te kennen; geen wonder;
+want, naar ik vernam, had men ze van _Parijs_ gezonden; benevens een
+van van Dijck, en nog eenige anderen; ook zag ik 'er eenige fraaije
+stukken van Puget, en een paar groote schilderijen van Vien, de Vader;
+een bekend en nog in leven zijnde schilder te _Parijs_, lid van het
+_Institut_ (ik weet niet of het nog _national_ heet, dan of men het
+_imperial_ moet noemen) en _Sénateur_; sommige andere stukken schenen
+van Kerken of Kloosters herkomstig. Digt hier bij, ik geloof dat
+het voorheen tot hetzelfde gebouw behoorde, is thans het _Lyceum_
+[68] waarin een aantal jongelingen, op kosten van den lande, in de
+eerste beginzelen der wetenschappen onderwezen worden. Een van de
+opzigters of onderwijzers, die een hupsch en vriendelijk man scheen,
+liet ons het gebouw zien. Men kon merken, dat 'er een goed bestuur
+plaats had, en overal droeg het de blijken van zindelijkheid en orde,
+en dat is onder zoo een menigte jongelingen dan ook zeer noodzakelijk.
+
+'s Avonds ging ik in den Schouwburg het zangspel _la Rosière de
+Salency_ zien. Dit is het eerste tooneelstuk dat ik, een aankomend
+jongeling zijnde, zag vertoonen; ik herinner mij nog duidelijk,
+met welk een vermaak ik het zag, en welke aangename gewaarwordingen
+dit gezigt bij mij veroorzaakte, en zie het daarom nog altijd met
+genoegen, hoewel het hier ook maar zeer middelmatig gespeeld werd;
+van daar komende, nam ik de pen op, en voleind dezen voor u.
+
+
+
+
+
+ELFDE BRIEF.
+
+
+_Marseille, 18 Augustus._
+
+Ik heb u gezegd, dat ons oogmerk was om een uitstapje naar _Toulon_
+en _Hières_ te doen: daar wij nu hier genoegzaam al het merkwaardige
+gezien hadden, gingen wij den 14 dezer 's morgens om drie uren, per
+gewoonen postwagen, naar _Toulon_ op reis. Men betaalt daar voor 9
+livres de persoon, en voor een bagatel komt een van de bedienden van
+den Commissaris de reizigers opwekken, en hun pakje halen; want als
+men koffers of diergelijken heeft, moeten die daags te voren bezorgd
+worden. Men rijdt de poort, of eigenlijk de _barrière_ van _Rome_
+(want een poort staat 'er niet) uit, voorbij verscheidene _bastides_
+(buitenplaatsen), vervolgens door een aangenaam dal, waar men heuvels
+ziet, die met wijngaarden beplant zijn tot _Aubagne_, een stadje aan
+het riviertje _le Veaune_, 2 posten van _Marseille_ gelegen. Op een
+stuk marmer, hier omstreeks ontdekt, vindt men dat 'er voorheen ter
+dezer plaatse een stad bestond, genaamd _Lucretum_; en eene andere,
+niet ver van daar, genaamd _Gargarium_. De _Romeinsche_ regering
+had, ten haren koste, baden te _Lucretum_ doen maken, om 'er het
+vrije gebruik van aan de inwoners te laten; men meent dan ook, dat
+de naam van _Aubagne_ zijn' oorsprong heeft van _ad balnea_ (bij de
+baden). Men maakt hier een lekker soort van gekookten wijn, dien men
+ook _malvoisie_ noemt; de bevolking wordt op omtrent 4000 begroot. De
+inwoners hebben in 't geheel den besten naam niet: velen maakten met
+elkanderen een bende uit, die zich met rooven, moorden, en plunderen
+der reizigers ophield. De geheele landstreek plagt, aan deze kanten,
+nog niet lang geleden, zoo gevreesd te zijn, als bij ons het land
+van _Valkenburg_ bij _Maastricht_; en het is 'er nog niet zuiver;
+doch de _politie_ neemt goede maatregelen: echter mag dit plaatsje
+ook roem draagen, op een in de letterkunde beroemden man; ik meen den
+Abt Barthelemy [69], die hier geboren werd. Men vindt hier digt bij
+vrij hooge bergen, en die zich, volgens natuuronderzoekers, over de
+2000 voeten boven de oppervlakte der zee verheffen; op en tusschen de
+rotsen, groeijen vele pijnboomen; en zoo lagchende als de natuur aan
+den anderen kant van _Aubagne_ is, zoo woest en treurig vertoont zij
+zich hier. Eer men te _Cuges_ komt, heeft men echter een dal, waar het
+'er wat beter uitziet; en de afwisseling der gezigten maakt den weg
+aangenaam. _Cuges_ ligt 3 1/2 post van _Marseille_, het plaatsje zag
+'er slordig en armoedig uit, en hier moesten wij eten, hoewel het
+'s morgens omtrent 9 uren was. De herberg had ook in 't geheel geen
+gunstig aanzien; doch de kok, hoewel vrij smerig, zag 'er frisch en
+gezond, uit, en ik geloof, dat hij wel 250 ponden kon halen; ik had
+daarom nog al goeden moed, dat de keuken 'er niet schraal zou zijn,
+en dit ging dan ook nog al vrij wel. Een van onze reisgezellen, een
+ronde en vrij ruwe zeeman, droeg hier zeer veel toe bij, en zorgde
+dat 'er geen proviand te kort kwam; onder anderen zette men ons roode
+patrijzen voor, die ik nimmer beter gegeten heb, en wij betaalden maar
+40 _sols_ de persoon. Eer ik op den wagen stapte, nam ik den boêl nog
+eens op, want het scheen mij om de ongemeene morsigheid en slordigheid
+merkwaardig; daar bij kwam nog de zonderlinge t' zamenstelling van het
+huis, en evenwel scheen men 'er veel te doen te hebben, want het was
+'er drok, en ik had 'er met dat al ook smakelijk gegeten; doch tusschen
+een _Hollander_, die eenigen tijd gereisd, en onder vreemden verkeerd
+heeft, of een _Hollander_, die voor het eerst uit eene geregelde en
+zindelijke huishouding, in eene smerige herberg komt, verschillen
+de gewaarwordingen nog al eenigzins; en ik herinner mij bij deze
+gelegenheid een geval, dat om het karakteristieke, dat 'er in is, hier,
+dunkt mij, wel een plaatsje verdient. Een _Amsterdamsch_ koopman, voor
+de eerste maal, (behalve een enkel togtje naar den _Haarlemmerhout_
+of _Muiderberg_) zijne geboortestad en zindelijke woning verlatende,
+begaf zich door zijn knegt verzeld, in gezelschap van een _Duitscher_
+en een _Franschman_ naar _Hamburg_, ter verrichting van zijne zaken;
+want anders was de goede man zeker t'huis gebleven. Naauwlijks was hij
+over de grenzen, of hij bespeurde al ras, dat de woningen 'er daar,
+zo in als uitwendig, geheel anders uitzagen dan te _Amsterdam_, op de
+_Heere-_, _Prinse-_ of _Keizersgrachten_. Aan een herberg komende,
+waar zij zouden afstappen, sprong de _Franschman_ in eens uit den
+wagen, in huis, en de waardin ontmoetende, die 'er nog al wel uitzag,
+hield hij zich bezig met haar een menigte _douceurs_ te zeggen,
+en bekommerde zich om het overige niet; de _Duitscher_ volgde, en
+den hospes opgezocht hebbende, vroeg hij, of 'er wat te eten en te
+drinken was; vervolgens kwam onze landsman binnen, keek naauwkeurig
+rond, riep zijn' knecht, en zei tegens hem op een deftigen toon:
+"Keesie! ga eens kijken of het hoisie wel schoon is?" Nu vreemden
+vooral mogen hier mede lagchen, en de zindelijkheid in sommige
+gedeeltens van ons land overdreven vinden, ieder een zal toch
+overdreven zindelijkheid, minder onaangenaam vinden dan overdreven
+morsigheid. Een eind weegs buiten _Cuges_ tegen een hoogte moetende
+oprijden, die nog al steil was, verkozen wij daar te wandelen, en
+ik vermaakte mij met de grootsche en woeste tooneelen, die men hier
+aantreft, te beschouwen. Verbeeld u een woud van pijnboomen op rotsen,
+die zich hier al vrij hoog verheffen, en ginds een' afgrond vormen;
+een steile kronkelende weg loopt daar door, en het gelijkt hier meêr
+naar het noordelijk, dan naar het zuidelijk gedeelte van _Europa_,
+(eene regte schilderij van van Everdingen) nogthans, hoewel de wind
+zich in de toppen der pijnboomen deed hooren, was op sommige plaatsen,
+buiten de schaduw, de rots, waar men op ging, brandend heet, en 'er
+bleef nog al een enkele zweetdroppel, eer wij boven waren. Langs vele
+van die pijnboomen was de schors en een gedeelte van het hout afgekapt,
+op zulk eene wijze verkrijgt men de harst, die uit deze wonden traant,
+doch hier na kwijnt en sterft de boom ook. 't Is opmerkelijk, hoe
+deze boomen zich op sommige plaatsen met hunne wortels tusschen de
+spleten en kloven der rotsen gevestigd hebben, en verwonderlijk, dat
+'er op dezen barren en steenachtigen grond, waar op het gedurende
+een goed deel van het jaar, maar zeldzaam regent, nog iets groeijen
+kan. Boven op de hoogte is de bodem ook kaalder, en men ziet slechts
+hier en daar een enkelen boom. Wij kwamen hier aan een klein _camp_
+van 40 à 50 militairen, behoorende tot het garnisoen van _Toulon_;
+zij wonen in hutten, en zijn daar geplaatst, om te waken tegen de
+rooverijen en aanrandingen, die hier aanhoudend plaats hadden; sedert
+zijn de wegen ook veel veiliger: echter is het nog maar veertien dagen
+geleden, dat hier omstreeks een enkele kerel zich verstout heeft om
+den postwagen aanteranden; doch men heeft zich ook dadelijk meester
+van hem gemaakt, en hem naar _Marseille_ gebragt. Zulk soort van
+volk wordt daar doorgaans zonder vorm van proçes gevonnisd, ter dood
+verwezen, en op of bij de plaats, waar het feit begaan is, voor den
+kop geschoten. Wat verder op langs den weg, die echter breed genoeg
+is, heeft men duchtige diepten. _Beausset_, waar wij van paarden
+veranderden, scheen mij een plaatsje, dat niet veel beteekent, en
+het zag 'er ook al slordig en armoedig uit. Tot mijne verwondering
+zag ik hier een witten Monnik, waarschijnlijk komt die uit _Italië_,
+om hier te bedelen. Onze zeeman, die Kapitein was, en een Fregat voor
+_Genua_ liggende kommandeerde, wilde hem voor handlanger mede nemen,
+doch te bejaard zijnde, deed hij hem dat voorstel niet. Buiten dit
+plaatsje kwamen wij eenige gevangenen tegen, die kettingen om den hals
+en sommige aan handen en voeten hadden, en zoo aan elkanderen waren
+vastgemaakt; ik hield hen voor booswichten, die naar de galeijen
+gevoerd werden; doch onze Zeekapitein zeide, dat het weggeloopen
+matrozen waren, die men weder naar hun schip bragt, het waren meest
+jonge lieden; zij werden door _Gens d'Armes_ te paard geleid, en
+leeden veel door de brandende hitte, en de zwaarte van hunne ketens,
+zoo dat ik recht medelijden met hun had.--_Franschen_ met ijzeren
+kettingen om den hals! en hoe ligt beschuldigen zij andere volkeren
+van woestheid en barbaarschheid. Nu zagen wij welhaast niets anders
+dan dorre en naakte bergen, en kwamen vervolgens in de engte tusschen
+steile rotsen, die men _les Gorges d'Ollioules_ noemt. De rotsen
+staan hier als steile en onbeklimbaare muren, langs den weg, die zeer
+ongelijk en hobbelig is, zijnde ook niet anders dan steenrots; hier
+en daar treft men in deze engte, tusschen de rotsen, langs den weg,
+aanmerkelijke diepten aan. Het water dat zich bij zware regenbuijen,
+of door het smelten van de sneeuw, hier langs ontlast, vormt dan een'
+snellen stroom, die somwijlen opgestopt wordt door de stukken steen,
+die hij medevoert, en dan, op eenmaal weder geweldig losbarstende, den
+weg op die plaatsen, waar hij laag is, overstroomt, en alles wat hij
+ontmoet medesleept, en den ongelukkigen reiziger verzwelgt. Gelukkig
+dat de zon niet hoog meêr stondt, toen wij ons hier bevonden; want dan
+moet het 'er brandende heet zijn, omdat 'er, als rondom beschut zijnde,
+geen windje toegang heeft, en de terugkaatzende hitte van de rotsen
+die van de lucht en van de zonnestraalen nog vermeerdert. Op sommige
+plaatsen zou men hier te vergeefs rondom zich een enkel grasscheutje of
+plantje, hoe ook genaamd zoeken. De natuur vertoont zich ontzaggelijk,
+en heeft allen bevalligen tooi afgelegd; echter ziet men bij het
+steedje _Ollioules_, reeds orange-, citroen- en granaatboomen in
+de open lucht; _Ollioules_ is de bloemtuin van _Marseille_, en men
+brengt van daar zeer vele bloemen te markt. Hier omstreeks plagt ook
+een koper- en zilvermijn te zijn, en men ontdekt in deze rotsen ook
+sporen van uitgedoofde vuurbrakingen (_volcans_). Daar omstreeks zagen
+wij veel Kapperplanten [70], zoo als wij reeds in menigte tusschen
+_Marseille_, en hier vooral in de vlakte van _Aubagne_ gezien hadden:
+de bloem is fraai, en heeft wel iets van de passiebloem, en de kappers
+zoo als zij ingelegd worden, zijn de bloemknopjes; de kleinste worden
+voor de beste gehouden. Nu komt men op _Toulonschen_ bodem, en ziet
+hier onder anderen een' grond, bestaande uit steentjes, die door eene
+harde stof aan elkanderen vastzitten, als of zij met kalk of cement
+aan een waren gehecht. Dezen grond noemt men _saffre_; hij wordt zoo
+hard in de lucht, en men maakt 'er hier omstreeks, met goed gevolg,
+gebruik van, om muren te bouwen. Van een hoogte, waar de weg overloopt,
+heeft men een verrukkelijk gezigt op de reede van _Toulon_; daar
+lagen verscheidene oorlogsschepen. Wij reden vervolgens over een brug,
+die eenige jaren geleden door de _Engelsche_ was afgebroken, om hier
+door hunnen aftogt uit de stad te dekken. De toegangen van _Toulon_
+zijn niet onbevallig, en de stad zelve ligt fraai in zijn wallen,
+muren en grachten, die vrij wel onderhouden schijnen te zijn. Het was
+'er door de menigte zeelieden, die hier op de reede liggen, en door
+het garnisoen, vrij levendig. Het was omtrent half zes, toen wij
+aankwamen. _Beausset_ en _Toulon_ zijn ook twee, en dus _Marseille_
+en _Toulon_ in 't geheel 7 1/2 post van een gelegen. Wij namen onze
+intrek in het Hotèl _la Croix de Malthe_, waar het 'er redelijk wel uit
+zag. Na eens op de haven te hebben wezen kijken, en een gedeelte van
+de stad, die niet groot is, doorgeloopen te hebben, ging ik naar den
+Schouwburg, waar men _de Gierigaard_ van Molière, vrij wel speelde;
+na hetzelve gaf men _Philippe et Georgette_, zangspel, en ook dit
+heb ik op voornamer tooneelen dan dat van _Toulon_, wel minder gezien.
+
+Den 15 dezer ging ik al vroeg naar de haven, waar het regt vrolijk
+was, door de menigte van varensvolk, die dan met sloepen aankwamen,
+en dan weder wegroeiden. Hier zag ik voor het Stadhuis een fraai
+verguld Vrijheidsbeeld, op een marmer voetstuk. Het beeld zelve, naar
+ik vernam, was slechts van hout. 't Is of die van _Toulon_ voorzien
+hebben, dat het maar voor eenige jaren zou moeten dienen.--Het ware
+te wenschen, dat dit vooruitzigt meêr algemeen was geweest. Rondom
+op het voetstuk las ik de volgende versen:
+
+
+ "Sur les vertus, et sur les lois
+ l'Auguste Liberté repose:
+ A la perdre l'homme s'expose,
+ Si-tot qu'il meconait ses devoirs ou ses droits.
+
+ Souviens toi, que le créateur
+ Te fit pour n'avoir point de maitre,
+ Lui même si bien fait pour l'être,
+ Se derobant aux yeux ne commande qu'au coeur.
+
+ "Mortel jusqu'au dernier soupir,
+ Que la Liberté te soit chère,
+ Ton plus digne soin sur la terre,
+ Est de la conserver, et d'en savoir jouïr.
+
+ "On est digne d'un si grand bien,
+ Lorsque l'on sait à la patrie,
+ Immoler tout jusqu'a la vie,
+ Lors qu'au bonheur de tous on attache le sien."
+
+
+De twee beelden die het _balcon_ van het Stadhuis onderschragen, zijn
+twee kunst-stukken van den _Marseillaanschen_ beeldhouwer Puget. Men
+zegt, dat deze kunstenaar zich te beklagen hebbende over twee consuls
+dezer Stad, die toen aan het hoofd van het bestuur waren, met zoo
+veel waarheid de trekken van hun gelaat in die zijner beelden wist
+te brengen, dat men ze niet miskennen kon, zoo dat die twee Heeren,
+na hun consulaat, niet meêr voorbij het Stadhuis durfden gaan.
+
+Toevallig bekwamen wij een brief aan den Kommandant van het Fort _de la
+Malgue_, op een' heuvel even buiten de _Italiaansche_ poort gelegen;
+hoewel het zeer warm was, gingen wij 'er naar toe. Die offiçier,
+die nog jong, maar verminkt was, ontving ons vriendelijk, en na onze
+paspoorten onderzocht en verscheidene vragen gedaan te hebben, gaf
+hij ons een onderoffiçier mede, on ons het Fort te laten zien. Het
+is naauwelijks dertig jaren geleden gebouwd, schijnt zeer sterk,
+en bijzonder geschikt om de reede te dekken: men heeft van hetzelve
+een alleraangenaamst gezigt in zee. Nimmer zag ik in _Frankrijk_
+iets van die natuur, dat zoo net onderhouden was. Rondom in hetzelve
+zijn casernen en casematten; in een van die liet men ons de looden
+kist zien, waarin het gebalsemde lijk van den Generaal Joubert,
+gesneuveld in de bataille van _Novi_, ligt. De wand was met zwart laken
+behangen, en tegen denzelven stonden verscheidene krijgsstandaarden,
+met onderscheidene toepasselijke opschriften. Om de kist zag men een
+soort van Lijklampen. Dit lijk werd hier bewaard, tot dat de graftombe,
+die 'er voor gemaakt moest worden, in gereedheid zou gebragt zijn. De
+wijn, die langs dezen heuvel groeit, is vooral hier omstreeks beroemd
+en bekend onder den naam van _Vin de la Malgue_. Wij telden van hier
+22, zoo groote als kleine, schepen op de reede, en waar onder, naar
+men ons verhaalde, 10 van linie. De _Pholade_ een schulpvischje,
+dat zich in den harden steen eene woning weet te maken, wordt ook
+in de steenen aan den oever der zee, hier omstreeks, gevonden. Dit
+schulpvischje, dat goed is, om te eten, geeft, versch zijnde, in
+het donkere een _phosphoriek_ licht van zich [71]. De _kermes_ of
+_vermiljoen_ _insect_ wordt ook op de struiken, staande op en tegen
+de heuvels langs de zee in deze streek, en wel bijzonder van _Toulon_
+tot _St. Tropéz_ gevonden.
+
+Het was hier feestdag, zijnde _Maria Hemelvaart_, een van de
+heilige dagen, die volgens het concordaat, in _Frankrijk_ gevierd
+worden--zijnde ook de Verjaardag van Bonaparte;--ik ging eenige
+Kerken bezigtigen. Die van _St. Louïs_, maar korten tijd voor de
+omwenteling voltooid, heeft in het begin van dezelve gediend voor een
+tempel der Reden: thans wordt de Roomsche godsdienst 'er in verrigt,
+en 'er was een Lieve Vrouwe beeldje ten toon gesteld, met een fraai
+geborduurde samaar aan, dat de geloovigen kwamen kussen. Deze Kerk
+is een schoon gebouw, het pronkt met een mooije, en in den _antiquen_
+smaak gebouwde _facade_. Rondom de koepel, waar onder het groot autaar
+staat, zijn fraaije kolommen, en over het geheel heeft deze Kerk een
+deftig en bevallig voorkomen. Wij aten 's middags in ons Logement met
+eenige Offiçieren, waar onder 'er waren die zeer Republikeinsch gezind
+schenen. Het eten was vrij goed voor 3 _Livres_: wij namen ook een fles
+wijn _de la Malgue_, doch die beviel mij zoo min als de overige wijnen
+van dit land. Na den middag ging 'er een proçessie door de straten,
+men droeg een mooi opgeschikt Lieve Vrouwebeeld rond; eenige weinige
+leden van den Magistraat, met fakkels in de hand, waren hier bij
+tegenwoordig; voor het overige waren het meest vrouwen, die volgden,
+en vele der omstanders schenen 'er weinig eerbied voor te hebben;
+sommige dreven 'er zelfs openlijk den spot mede. _Toulon_ is een vrij
+gnappe stad, en vooral het nieuwe gedeelte (_le quartier neuf_) ziet
+'er wel uit. De paradeplaats is fraai en rondom met boomen beplant:
+zij dient tevens voor eene gemeene wandeling, en met den feestdag was
+hier veel volk. Op deze plaats zijn ook eenige schoone koffijhuizen,
+die veel te doen hadden, vooral door de Zeeoffiçieren en andere
+militairen, die meest aan de deur zaten; dit alles maakte het hier
+zeer levendig en vrolijk. Ik zag in een ander gedeelte van de stad
+ook nog een breede straat, die met boomen beplant was. Op de markt,
+waar wij geherbergd waren, staat een fraaije fontein; tegen het zuiden
+open, en van de noordzijde beschut door hooge bergen of rotsen, daar
+bij op 43 graden, 7 minuten en 24 seconden noorderbreedte gelegen,
+kan het te _Toulon_ zeer warm zijn. De haven is fraai, ruim en zeer
+geschikt ter beveiliging der schepen. Van den wal, vooral aan den
+kant van de haven, heeft men ook een aangenaam gezigt. Men had mij
+gezegd, dat om het Arsenaal, een der merkwaardigste dingen, die men
+hier heeft, te zien, wij een schriftelijk verlof van den _prefect_
+van de Marine moesten hebben; dat, uit hoofde der tijdsomstandigheden,
+niet ligt werd toegestaan. Ik was 'er den vorigen avond te gelijk met
+eenig werkvolk al eens opgeloopen, want, van den postwagen komende,
+had ik een lange broek en een buisje aan; men had in die kleeding geen
+acht op mij geslagen, maar waarschijnlijk voor een zeeman, die daar
+een boodschap had, aangezien; doch ik kon 'er toen niet lang blijven,
+om dat het, avond wordende, de ingang gesloten werd, en allen, die
+'er af wilden, een kaartje of briefje moesten vertoonen. Heden waagde
+ik het dan in dezelfde kleeding weder, en het gelukte mij insgelijks,
+gelijk ook mijn reisgenoten. Het geen men hier het Arsenaal heet,
+zou men bij ons een Scheepstimmerwerf noemen. Deze plaats, waar men
+schier al het noodige tot den scheepsbouw in bijzondere gebouwen bij
+elkanderen vindt, als mede het geen tot de wapening en toerusting van
+denzelven vereischt wordt, is zeer ruim, en aan het eene eind van
+de kaai gelegen. Ik zag hier verscheidene groote schepen op stapel
+staan. De in den grond gebouwde steenen kom, geschikt om daar in de
+schepen te kalfateren, verdient vooral opgemerkt te worden; zij heeft
+omtrent de gedaante van een schip, zijnde, volgens daar van gevonden
+aanteekeningen, 300 voeten lang, 100 breed, en 34 hoog. Door middel van
+sluizen en pompen, kan men 'er het water uit en inlaten; als het schip
+'er in is, pompt men de kom ledig, zoodat de scheepstimmerlieden dan
+overal bij kunnen. Niet ver van hier ziet men de galeijen, die echter
+niet meêr gebruikt worden, en zelfs masteloos zijn. Thans dienen
+zij alleen maar tot een verblijf voor misdadigers, veroordeeld,
+om geboeid aan 's lands werk te arbeiden, en waar van ik 'er hier
+een groote menigte zag. Men verzekerde mij, dat 'er wel 4000 waren;
+zij zijn met zware kettingen geboeid, meestal twee aan twee; deze
+ketting is dan aan een ijzeren beugel, dien zij aan een der beenen
+hebben vastgemaakt, aan een gordel die zij om het lijf hebben, is een
+ijzeren haak, waaraan zij, wanneer zij gaan, de ketting, die hun anders
+zou naslepen, ophaken. Hunne kleeding is voornamelijk een wambuis, of
+korte schanslooper, van een grove pij, en een mutsje van diergelijke
+stof op het hoofd. Zij zijn afgedeeld in onderscheidene klassen, die
+tot onderscheidenen arbeid gebruikt worden. De kleur van hunne kleeding
+verschilde dan ook, en ik zag troepen, die in het bruin, en anderen die
+in het rood waren. Eenigen, wier tijd bijna uit is, of die zich door
+een aanhoudend goed gedrag het vertrouwen van hunne opperhoofden hebben
+waardig gemaakt, worden aangesteld als opzienders over de anderen,
+en deze hebben slegts een beugel en geen ketting aan het been, en
+zien 'er ook beter uit in de kleederen; zij doen allerlei ruw werk
+op de werf en in de werkhuizen. Ik zag 'er ook een hoop in de stad,
+komende uit een caserne, die zij schoon hadden gemaakt; zij werken
+ook aan de vestingen, aan het schoonmaken van de haven enz. Wanneer
+zij arbeiden, worden zij door wachten verzeld, en blijven bovendien
+geketend. Met dat al vinden sommigen nu en dan nog gelegenheid,
+om te ontkomen. Mogelijk is het veelal aan hunne ruwe levenswijze,
+harden arbeid, en haveloze kleeding toeteschrijven, anders zou men
+deze menschen beschouwende, moeten bekennen, dat de leer van Lavater
+al vrij gegrond is; want zij zien 'er dan, over het algemeen, al zeer
+afschuwelijk uit, en de ondeugd is, zoo als men zegt, op het gelaat
+van velen te leezen. De galeistraf schijnt niet eerder in _Frankrijk_,
+dan sedert het midden van de 16de eeuw gebruikelijk geweest te zijn;
+althans de eerste vonnissen, die tot deze straf verwijzen, zijn van
+1532 en 1535, en de eerste _ordonnantie_, die 'er van spreekt, is
+die van Karel den IX. gegeven te _Marseille_ in 1564. Voorheen waren
+'er ook galeijen te _Marseille_, doch sedert eenige jaren bestaan zij
+daar niet meêr, en in 't geheel worden deze schepen door _Frankrijk_
+niet meer gebezigd; toen men 'er nog gebruik van maakte, dienden de
+misdadigers, om ze voortteroeijen op de _Middellandsche Zee_. Zekere
+Koning van _Frankrijk_, zegt men, te _Marseille_ zijnde, ging de
+galeijen bezoeken, en vroeg aan verscheidene galeiboeven (_forçats_)
+hoe zij daartoe gekomen waren; ieder wendde voor, dat hij onschuldig
+was, en trachte door een menigte verontschuldigingen het medelijden des
+Konings optewekken; een enkele echter bekende rondborstig schuld, en
+beleed zijne misdaden. De Koning wendde zich daar op tot de opzienders
+van de galei, zeggende: "dat men dezen deugniet terstond van hier uit
+het midden van zoo vele goede en eerlijke lieden wegjage, en dat hij
+'er nooit weder kome!" Indien dit, zoo als het verteld wordt, waar is,
+moet men bekennen, dat die Koning eene aardige tegenwoordigheid van
+geest toonde; doch men zet zoo veel dingen van dien aard, op rekening
+der Vorsten, en bedient zich over het algemeen van alle middelen, die
+maar eenigzins strekken kunnen, om hen, is het mogelijk, in het oog
+van het volk wijzer, beter en verhevener te maken dan andere menschen:
+jammer is het voor hun, dat zij zich noch niet boven de menschheid
+kunnen verheffen, en toch maar even eens in de wereld komen, en 'er
+uitgaan als wij. Gedurende verscheidene eeuwen, is een groot deel
+van het menschdom in de verbeelding geweest, dat men, om in _Europa_
+Vorst te zijn, juist door een bijzonder ras moest geteeld wezen;
+doch dit vooroordeel schijnt ook in onze dagen, dank zij de meerdere
+verlichting, den bodem ingeslagen, Bonaparte is zoo wel Keizer en
+gezalfde des Heeren, als de Keizers te _Weenen_ en te _St. Petersburg_;
+en de een zoo wel als de andere verdient onze hoogachting, wanneer
+zij alleen trachten te schitteren en uitteblinken boven hunne
+natuurgenooten, door deugden en ware grootheid; en de meerdere magt,
+die zij boven hen bezitten, niet anders gebruiken, dan ter bevordering
+en uitbreiding van het geluk hunner medemenschen. Maar ik hervat
+de beschrijving van het Arsenaal. Behalve verscheidene tuighuizen
+en werkplaatsen voor de timmerlieden, smeden enz. is hier ook eene
+aanzienelijke geschutgieterij. Bijzonder verdient de touwslagerij en
+lijnbaan gezien te worden, en is aanmerkelijk om hare ongemeene lengte;
+zij is geheel verwulfd, rustende op drie rijen boogen, en volgens het
+bestek van den vermaarden vestingbouwkundige de Vauban gemaakt. Als men
+van binnen aan het eene eind staande door al die bogen ziet, kan het
+oog naauwelijks het eind bereiken, en dit levert een fraai vergezigt
+(_perspectief_) op. Wij hadden een _Vlaming_ ontmoet, die hier ook
+als scheepstimmerman werkte; deze had de vriendelijkheid, om ons,
+als eenigzins landslieden zijnde, het een en ander aantewijzen, en met
+ons rond te gaan.--Met smart dacht ik hier, aan den toestand van onze
+Vaderlandsche _Marine_--voorheen werden ook onze scheepstimmerwerven
+door alle vreemdelingen bewonderd, onze tuighuizen waren wel voorzien,
+en in plaats van de speelbal van vreemde mogenheden te zijn, werden
+wij met ontzag behandeld, en wisten onze regten op zee duchtig te
+doen gelden.--Helaas! waar zijn die tijden, vriend? en wat is 'er
+van die edele zucht naar Vrijheid en Onafhankelijkheid, die eene van
+onze voorname karaktertrekken plagt te zijn, geworden?--Moet het
+vaderlandsch bloed ons niet in de aderen koken, als wij bedenken,
+dat 'er een tijd bestond, waar in de _Engelschen_ hunne schepen
+veelal in _Holland_ of te _Lubeck_ moesten laten maken, en dit is
+immers nog zoo heel lang niet geleden? En was niet een van hunne
+eerste Koningen verpligt, geen goede matrozen in _Engeland_ kunnende
+vinden, om dezelve uit _Friesland_ te laten overkomen?--wat is thans
+_Engeland_?--en wat zijn wij?
+
+De reede van _Toulon_ wordt door sterke torens beschermd, als _la
+Tour de Balaquier_, _d' Eguilette_, _la grande Tour_, en het _Fort
+des Vignettes_, dat een kwartier van dezen laatsten afgelegen is.
+
+Een man, dien ik in een Koffijhuis aantrof, en aan wien ik eenige
+vragen deed aangaande deze stad, merkende, dat wij vreemdelingen waren,
+bood zich aan om ons naar een' aangenamen tuin, waar men eenige vreemde
+planten en gewassen kweekt, even buiten de poort van Frankrijk (_la
+porte de France_) te geleiden; dit vriendelijk aanbod werd zonder
+bedenking aangenomen, en ik zag een niet groote, maar wel aangelegde,
+lommerrijke en netjes onderhouden planthof. Verscheidene menschen
+wandelden hier, en de reuk van de menigte geurige planten, bloemen en
+gewassen, was alleraangenaamst. Deze tuin is hier onder den naam van
+_Jardin des plantes_ bekend. De stad intredende, hoorden wij door het
+gebulder van het kanon, den geboortedag van den nieuwen _Franschen_
+Keizer aankondigen. In de stad liet onze vriendelijke geleider ons
+ook nog een' tuin zien, waarin verscheidene groote orange-boomen,
+die daar winter en zomer in den grond staan; zij waren vol vruchten,
+en gaven eene aangename lommer.
+
+Den 16 dezer reden wij met een gemakkelijke koets, want 'er was
+geen ander rijtuig te krijgen, naar _Hières_, drie mijlen (_trois
+lieues du païs_), dat is drie uren gaans van _Toulon_ gelegen. Bij
+het uitrijden zagen wij, dat alle de schepen op de reede liggende,
+met eene menigte vlaggen en wimpels versierd waren, ter eere van
+Keizer Napoléon, wiens geboortedag thans gevierd werd; waarom dan
+ook de Heilige _Rochus_ (_St. Roch_) die op den 16 Augustus in
+den Almanak plagt te staan, sedert een paar jaren, in _Frankrijk_
+daar uit geschrapt is, en St. Napoléon, zeker ook een vermaarde
+Heilige, hoewel ik de eer niet heb van hem te kennen, in deszelfs
+plaats gesteld. Zie onder anderen de _Almanak Nationaal_, thans
+_Imperiaal_. De gemakkelijke koets kwam ons hier wel te pas, want
+de weg was verbaasd hobbelig, zoo dat wij zelfs eindelijk verkozen,
+on te wandelen. De landstreek is niet onaangenaam en schijnt nog al
+vruchtbaar, voornamelijk in wijngaarden en olijfboomen. Te _Hières_,
+in het Latijn _Areæ_, stappen wij af aan het _Hotel des Ambassadeurs_,
+waar wij van de kamer, die men ons aanwees, een schoon gezigt op de zee
+en de eilanden van _Hières_ hadden. Na wat ontbeten, en het middagmaal
+besteld te hebben, gingen wij de vermaarde tuinen en boschjes van
+orange- en citroenboomen bezigtigen, waaronder die van Madame Fille
+en Monsieur Beauregard de voornaamsten zijn. Men verzekerde ons, dat
+deze twee tuinen, hoewel zij geene groote uitgestrektheid beslaan,
+somtijds, wanneer het gewas voordeelig is, ieder tot 20,000 livres 's
+jaars aan vruchten, meestal orange-appelen, chinoises en citroenen,
+opbrengen. Deze boomen zijn hier even eens in volle aarde geplant,
+als bij ons de appel-, peeren- of kersen-boomgaarden, doch men ziet
+'er meêr groote struiken, zoo als zwaar hakhout, dan opgaande of
+stamboomen; ook vond ik 'er veel minder citroene dan orange-appelen,
+waarschijnlijk omdat de laatste duurder verkocht wordende, meer
+voordeel aanbrengen. In den tuin van Mr. Beauregard, zag ik in volle
+aarde een' hoogen Palmboom (_palma major_) die wel scheen te tieren;
+voor het overige, vind ik, dat hoe zeer deze tuinen of boomgaarden
+voor de bewoneren van het noorden, of meer gematigde luchtstreken,
+eene zeldzame vertooning opleveren; zij echter niet beantwoorden aan
+het geen men 'er over het algemeen van hoort en leest, en weinig van
+dat schilderachtige (_pitoresque_) lommerrijke, en van die vrolijke
+verscheidenheid hebben, die tot een aangenamen lusthof behoort. Een
+_Franschman_, dien wij te _Toulon_ in ons logement hadden leeren
+kennen, en die met ons partij gemaakt had, om hier na toe te gaan,
+was dit ook volkomen met mij eens. Ondertusschen beviel mij de wijze,
+waarop men hier besproeit, en welke besproeijing in deze heete en
+drooge luchtstreek zoo noodzakelijk is, bijzonder. De tuinen liggen
+aan de zachte helling van een' berg tegen het zuiden, zoodat zij
+voor de noordenwinden, door den berg of rots, beschut zijn, en de
+terugkaatsing van de zonnestralen de warmte nog vermeerdert. Zij zijn
+trapsgewijze aangelegd, en op het hoogste gedeelte is een fontein
+of bron; nu leidt men het water uit dezelve van tijd tot tijd door
+een menigte kleine kanalen of goten, zoo als wij ze noemen, door den
+ganschen tuin loopende, van de eene verdieping, om zoo te spreken, op
+de andere. Zoo ik ooit een hoog en droog buitengoed mogt bewonen, denk
+ik ook, althans den moestuin in dier voege aanteleggen, van die wijze
+van besproeijen gebruik te maken, en mij, indien 'er geen bron is,
+van een put, waarop een pomp staat, te bedienen. In de zestiende eeuw
+had men hier ook suikerriet geplant; doch de handel met _Amerika_ en
+de matige prijs, waar voor de suiker toen te bekomen was, heeft deze
+planterij doen te niet gaan. Niettegenstaande het vrij warm begon te
+worden, gingen wij in het stadje, dat tegen de hoogte ligt; 'er is nog
+al een muur om, en men gaat 'er door een poort in; voorheen dienende
+on de inwoners tegen de aanvallen en stroperijen der zeeschuimers
+te beveiligen; het ziet 'er armoedig en haveloos uit, en men klimt
+langs naauwe straten gedurig op en af. In vroegere tijden plagt het
+eene aanzienelijke stad te zijn, omdat 'er toen een zeehaven was,
+doch deze haven is droog geworden, en de zee heeft zich een goed
+eind weegs verder op verlegd. Boven in de stad zijnde, bood zich een
+kleine jongen aan, zoo veel wij van zijn _patois_ verstaan konden,
+om ons naar de overblijfsels van het oude kasteel, boven op de rots,
+nog heel wat hooger gelegen, te geleiden. Wij namen dit aan, en
+die kleine gast sprong bloots voets, als een klipgeit voor ons heen
+tegen de rots op, die hier en daar zoo heet was, dat wij het door
+onze schoenen heen voelden: toen wij een eindje opgeklommen waren,
+vroeg hij ons om twee stuivers (_dou sau_) en herhaalde deze vraag
+gedurig, en als wij hem niet spoedig wat gaven, liep hij weg en liet
+ons staan, maar kwam ook, zoodra wij een of twee stuivers lieten zien,
+weder terug, altijd huppelende en springende, of tegen de steilste
+plaatsen, op handen en voeten opklauterende; nimmer herinner ik
+mij vlugger kind gezien te hebben. Op eene zekere hoogte wees onze
+kleine leidsman ons eenige wijngaarden aan, wij plukten 'er van en
+vonden de druiven, die een' muscaatsmaak hadden, uitmuntend; te meêr,
+omdat wij door de hitte aâmechtig waren. Nu hadden wij bijna den top,
+waarop de vervallen muren stonden, bereikt, doch hier werd de weg zeer
+steil en ongemakkelijk, en wij waren nog bezig met al zuchtende en
+blazende te klimmen, toen de kleine al boven ons op een stuk van een
+muur in zijn handjes stond te klappen en te springen: daar gekomen
+zijnde, hadden wij een verrukkend gezigt. Ten zuiden ziet men over
+het stadje; en de onder hetzelve gelegen tuinen met orangeboomen,
+de eilanden van _Hières_ eenige rotsen, en de _Middellandsche Zee_;
+ten westen de reede van _Toulon_ over een aangename valei; duidelijk
+zagen wij de schepen liggen, en daar het juist middag was het geschut
+lossen; ten noorden en ten oosten vertoonde zich een uitgestrekt en
+schiderachtig landschap, met bergen en valeijen aangenaam geschakeerd;
+en een kudde schapen, niet ver van deze vervallen muren, die hier en
+daar met struiken en klimöp bewassen waren, weidende, vermeerderde
+nog de bekoorlijkheden van dit _romanesk_ gezigt. Het kasteel, dat
+hier in vroegere tijden stond, behoorde aan de Heeren van _Hières_,
+eerst de jongste zonen van de _vicomtes_ van _Marseille_, uit den
+stam van Fosc, kort daar na de Hertogen van _Anjou_, Graven van
+_Provence_. Hier omstreeks moet ook een Klooster of Abdij gestaan
+hebben, door die eerste Heeren gesticht; doch de monniken leefden zoo
+losbandig, dat men 'er hun in 1220 uit deed gaan, en hun Klooster en
+goederen aan anderen gaf.--Hoewel ons het opklimmen van deze rots vrij
+wat zweet gekost had, waren wij daar echter, om het schoone gezigt,
+zeer over te vreden. Na ons wat verfrischt te hebben, deeden wij
+een smakelijken maaltijd. Het eten, schoon alles ook naar 's lands
+gebruik met olij klaar gemaakt, was vrij goed; men is hier echter
+in 't geheel niet goed koop; maar op zulke plaatsjes is niet veel
+keus. Men verhaalde ons dat de _Engelschen_ nog maar weinige dagen
+geleden, op een der eilanden van _Hières_ geweest waren, om zich
+van eenige eetwaren te voorzien. Deze eilanden zijn _Porque Rolles_
+(om dat men 'er veel wilde zwijnen plagt te vinden) _Porto-cros_ en
+_Titan_ genaamd. Zij brengen een menigte geneeskruiden en planten,
+die zeer gezocht zijn, voort. Voor de natuurkundigen valt 'er in de
+bergen en rotsen, hier omstreeks, ook vrij wat te beschouwen, vooral
+met betrekking tot de _mineralogie_. Men vindt 'er de sporen van oude
+en thans uitgedoofde vuurspuwende bergen (_volcans_), mijnen, jaspis,
+porphyr enz. ook wordt niet ver van hier het zoogenaamd moskovisch
+glas, dat men gebruikt, on voorwerpen voor het microskoop tusschen te
+liggen, gevonden. _Hières_ is de geboorteplaats van den vermaarden
+Pater Massillon een der welsprekendste Predikanten, die _Frankrijk_
+opgeleverd heeft. Men vindt van Lodewijk den XIV. aangeteekend, dat
+hij, die reeds de treffende leerredenen van Bourdaloue en anderen
+gehoord had, tegen Massillon zeide: "Eerwaarde! ik heb verscheidene
+groote redenaars in mijn kapel gehoord; ik ben 'er zeer te vreden over
+geweest: wat u aangaat, telkens als ik u hoor, ben ik zeer te onvreden
+over mij zelven." Men begroot het getal der inwoners van _Hières_
+op omtrent 1200, en men meent te moeten veronderstellen, dat die stad
+bestaat sedert de zesde of zevende eeuw. Tegen den avond keerden wij
+langs denzelfden weg, omdat 'er geen andere is, naar _Toulon_ te rug;
+tusschen beide wandelende, troffen wij een' man aan, met wien wij in
+gesprek raakten; deze door het schieten ter eere van den Keizer op
+dat onderwerp geraakt zijnde, veroorloofde zich uitdrukkingen tegen
+zijne Majesteit, die ik zeer oneerbiedig en onvoorzigtig vond. Deze
+man scheen ter zee gevaren te hebben, en te _Corsika_ bekend te zijn.
+
+'s Avonds in een Koffijhuis te _Toulon_, ontmoetten wij onzen reisgezel
+den Zeekapitein, hij was met het kruis van het _Legion d'honneur_
+versierd, en had zeer veel bekijks; want hij was de eenigste onder een
+menigte Officieren, die het had, en men was nog niet gewoon, sommigen
+hoorde ik 'er mede spotten, en andere 'er over morren; waarschijnlijk
+veelal uit misnoegen en afgunst; want menig een meent dan ook al, dat
+zijn Uil een Valk is. In oude aanteekeningen van de tweede eeuw der
+Christelijke Jaartelling, wordt 'er reeds melding gemaakt van _Toulon_,
+en de _Romeinen_ hadden 'er in het begin van de vijfde eene verwerij,
+die waarschijnlijk aanleiding gaf tot vergrooting van de stad. Voor
+de omwenteling was hier een Bisdom; deze stad telt echter niet meer
+dan ten hoogste 4500 inwoners, thans is zij de hoofdplaats van het
+Departement _du Var_. De scheepsbouw, en wat daar verder bij behoort,
+maakt het voorname bestaan van deze stad uit, men maakt 'er ook een
+soort van grof laken, dat men _Pinchinats_ noemt. Wij hadden reeds
+bij onze aankomst plaatsen besproken, om morgen ochtend weder met
+den Postwagen van hier naar _Marseille_ terug te keren; doch eer
+ik van _Toulon_ afstap, moet ik u een verhaal mededeelen, dat gij
+ongetwijfeld met genoegen lezen zult. Paul, zoon van een waschvrouw
+[72], werd gelijk als onze de Ruiter, van scheepsjongen tot een der
+aanzienelijkste posten bij, de _Fransche_ vloot, te weten, tot dien
+van Onder-Admiraal verheven; ook was hij _Chevallier de Justice_ in de
+order van _Maltha_, en werd daarom de Ridder Paul genaamd. Omtrent
+het midden van de 17e eeuw voerde hij het bevel over de Zeemagt
+te _Toulon_. Op zekeren dag, dat hij te _Marseille_ langs de haven
+wandelende, verzeld door verscheidene Offiçieren en de voornaamste
+Edellieden van de stad, zag hij een Matroos van zijn kennis, onder de
+menigte, uitgelokt door de begeerte om hem te zien; deze uit een soort
+van verlegenheid zich naauwelijks durvende vertoonen, treedt Paul naar
+hem toe, en spreekt hem vriendelijk aan, zeggende: "Waarom ontwijkt
+gij mij? denkt gij dat de voorspoed mij mijne oude vrienden doet
+vergeten?" En zich vervolgens wendende tot hen, die hem vergezelden,
+zeide hij: "Mijne Heeren! zie daar een van mijne oude makkers: wij
+zijn te zamen scheepsjongens op hetzelfde schip geweest: het geluk
+heeft mij gediend, en hem den rug toegedraaid; ik acht 'er hem niet te
+minder om, vergun, dat ik mij een oogenblik met hem onderhoude." Dit
+gezegd hebbende, trok hij zijn' ouden vriend ter zijde, onderhield
+zich gemeenzaam met hem, vooral over de voorvalletjes hunner jeugd,
+toen zij te zamen dienden, vervolgens naar zijn vrouw en kinderen en
+eene en andere huisselijke omstandigheden vragende, verzocht hij hem
+om op een bepaalden tijd bij hem te komen, ten einde nader met hem te
+spreken en te overleggen, op wat wijze hij hem het beste van dienst
+zou kunnen zijn, en het gevolg hier van was, dat de goede Paul aan
+zijnen ouden makker, die het niet te ruim had, een postje bezorgde,
+waar van hij met zijne vrouw en kinderen ordenlijk leven kon. Hoe
+groot de betoonde moed en heldendaden van deze brave Zeeman ook mogen
+geweest zijn, de edele trek van nederigheid en vriendschap, dien ik
+hier met een regt hartelijk genoegen ter nederstelle, en die men onder
+de zoogenaamde grooten, en vooral die, welke van klein groot geworden
+zijn, zoo zeldzaam aantreft; die trek alleen, zeg ik, doet zijne
+nagedachtenis meêr eer aan, dan het winnen van verscheidene zeeslagen.
+
+De achtingwaardige Paul stierf te _Toulon_ den 18 October 1667, latende
+bij uitersten wil alle zijne goederen aan de armen, en vorderende
+tevens, als een nieuw bewijs zijner nederigheid, om onder hen, op
+het kerkhof, begraven te worden.--Leest dit, trotsche en laatdunkende
+grooten! vergelijkt de prachtige grafzuilen uwer voorvaderen bij deze
+begraafplaats,--en zoo gij nog denken en gevoelen kunt, zult gij het
+lage en eenvoudige kruidje op het graf van Paul, een schitterender
+sieraad vinden, dan zoo vele zwierige versierselen en kostbare
+beeldhouwwerken van marmer en albast, zoo koud en ongevoelig als het
+hart van den mensch, die 'er onder ligt was, toen hij nog leefde,
+en waar op nimmer een enkele dankbare vriendentraan gestort is.
+
+
+
+
+
+TWAALFDE BRIEF.
+
+_Nismes,21 Augustus._
+
+
+Gisteren avond on 7 uur zijn wij in deze stad, om zijne oudheden zoo
+vermaard, aangekomen; en hebben onzen intrek genomen in het Hotèl
+_du Louvre_; maar, eer ik u van _Nismes_ spreek, moet ik den draad
+van mijn dagverhaal opvatten.--Wij zijn te _Toulon_ gebleven. Den
+17 's morgens om drie uren vertrokken wij van daar, met denzelfden
+postwagen, en langs denzelfden weg, dien wij gekomen waren, en die ik
+u reeds beschreven heb. 'Er kwam een wel gekleede vrouw op den wagen,
+die wij even bij het flaauwe lantaarnlicht ziende, meenden dat jong
+en bevallig was, en verlangden na het daglicht, om haar eens ter deeg
+op te nemen, doch hoe vonden wij ons toen bedrogen; het _Fransche_
+spreekwoord werd hier wel bevestigd: _La nuit tous les chats sont
+gris_. De morgenstond was zeer frisch, zoo dat ik om mij te verwarmen,
+en tevens de landstreek naauwkeurig te bezigtigen, een goed eind
+wegs te voet afleide. Ik had een stuk brood in den zak en plukte een
+trosje druiven, daar omstreeks overvloedig langs den weg groeijende;
+men neemt dit den voorbijgaanden reiziger niet kwalijk; hier in bestond
+mijn ontbijt, en het smaakte mij zeer goed. De wagen gedurig moetende
+klimmen, was ik ver vooruit geraakt, en wachtte dezelve op in de
+loots, die voor een wachthuis diende, van het _camp_, op de hoogte
+tusschen _Beausset_ en _Cuges_; waar ik een teug dronk; want hier
+omstreeks zijn noch huizen, noch beken, noch bronnen, en de soldaten,
+die vriendelijk en gedienstig waren, zeiden, dat zij het water meer
+dan een kwartier ver moesten halen. 't Is hier een regte woestenij,
+en die militairen leven 'er als kluizenaars; doch zij worden alle acht
+of veertien dagen afgelost. Wij hielden ons te _Cuges_ niet op, om te
+eten, en verkozen liever door te rijden, on nog tegen het middagmaal
+te _Marseille_ te zijn; waar wij dan ook om 3 1/2 uur aankwamen.
+
+Den 18 dezer ging ik 's morgens vroeg uit, om de vermaarde _Beaume_
+of Grot _de Rolland_ te zien; onder anderen verzeld door den zoon van
+een Koopman, aan wien ik hier aanbevelingsbrieven had. Wij hadden
+ons van eenige fakkels en kaarsen voorzien, en dewijl de berg van
+_Marseille Veire_, waar deze grot is, wel twee uren gaans van de
+stad afligt, en men daar zijnde eenen zeer moeijelijken weg heeft,
+namen wij, om ons niet te veel te vermoeijen, voor 3 _livres_ een
+_cariole_, die ons moest brengen aan het gehucht _Bonavenne_, digt
+bij de buitenplaats van den Heer Borelly, dat omtrent twee derde
+van den weg is; daar ter plaatse woont een wegwijzer, zijnde een
+bakker, die gewoon is, om de vreemdelingen naar en in de spelonk te
+geleiden. Ik kwam met hem over een voor een kleine som. Na in een
+herberg, die hier digt bij staat, wat ontbeten te hebben, voorzag
+onze leidsman zich van vuurslag en zwavelstokken, en wij trokken op
+het pad, en kwamen niet verre van daar langs den oever van de zee,
+waar ik een menigte ballen van onderscheidene grootte vond liggen,
+veel overeenkomst hebbende met die, welke men wel in de maag van
+het rundvee vindt. Deze ballen, uit vezeltjes van zeeplanten en
+diergelijken bestaande, worden door de beweging van het water op het
+strand gedurig gerold, en krijgen daar door een zekere vastigheid en
+ronde gedaante. Wat verder op komt men aan een boschje van pijnboomen,
+dat aan onzen geleider behoorde; zij stonden bijna op de barre rots,
+en aan de schrale zeewinden blootgesteld, en evenwel groeiden zij
+nog.--Hoe vele plaatsen zijn 'er niet in onze duinen, waar zij beter
+zouden groeijen, en deze liggen geheel ledig.--Een schaapskooi, van
+ruwe stukken steen onder tegen eene rots in een klein dal gebouwd,
+maakte geene onaardige vertooning; hier moesten wij tegen de rots op,
+en vervolgens langs een zeer steilen weg weder benedenwaards klimmen,
+tot aan den ingang van de spelonk, die omtrent ter halver hoogte is
+van den berg. Men moet 'er op knieën en ellebogen inkruipen, en dan
+heeft men eene plaats, waar men weder overeind kan staan, hier staken
+wij, hoewel met veel moeite, door den wind, die in het gat blies,
+onze flambouwen aan, kropen vervolgens weder een enge opening door;
+het geen wij naderhand, wat verder in de spelonk, nog eens verpligt
+waren te doen. Van tijd tot tijd zetten wij een brandende kaars; hier
+was het nu een ruime en hooge gang, doch de grond was zeer afhellende,
+en door de vochtigheid zoo glibberig, dat men dikwijls moeite had,
+om zich over eind te houden. Omziende zagen wij een van de kaarsen in
+het verschiet en zeer hoog, zoo veel waren wij al afgeklommen. Aan de
+wanden en het gewelf zag ik hier en daar kegels van een geelachtigen
+steen (_spath_), maar hier waren de schoonste. Twee pijlaren verheffen
+zich tot eene aanmerkelijke hoogte, zij hebben eenigzins de gedaante
+van palmboomen, zijnde boven aan het breedste; tusschen beide ziet
+men, om zoo te spreken, het voetstuk van een derde kolom, deze heeft
+wel wat van een _antiek_ altaar; boven dit een en ander ziet men
+van het gewelf, dat zeer hoog is, als een stuk doek met plooijen
+nederwaarts hangen; alles ziet zwart door den rook der fakkels,
+het geen deze vertooning nog ontzaggelijker maakt. Aan de linkerhand
+van den ingang komende, is een gat, dat zes of zeven voeten omtrek
+mag hebben; naar het geluid door het rollen der steenen, die wij 'er
+in wierpen, moet hier een zeer diepen afgrond zijn; digter bij den
+ingang hadden wij nog een diergelijk gat gevonden. Verder opgaande,
+zoo ver men komen kan, toonde onze leidsman ons aan het eind nog een
+gat in den wand, als een oven, en verhaalde ons, dat zijn broeder de
+stoutheid gehad had van hier intekruipen, en 'er wel een halfuur in had
+doorgebragt, doch vond het overal zeer naauw; daar wij geen zin hadden,
+om zijn voorbeeld te volgen, keerden wij terug. Hier en daar ziet men
+kleine kommen met water, het welke wij ook op verscheidene plaatsen
+voelden druipen: het is dan ook door deze zijpeling van het water
+door de rots, naar het mij voorkomt, dat die kegels (_stalactiten_)
+in allerlei gedaanten worden voortgebragt; de steen- en aardachtige
+deelen, die het water met zich voert, hoopen zich op of blijven aan
+elkanderen hangen en kristalliseren zich; want eenige stukken van
+kegels afslaande, vond ik het van binnen ringsgewijze samengesteld
+uit rooden steen en geelachtige kristallen. De beeldhouwer Puget
+wilde 'er de twee pijlaren, waar ik u van gesproken heb, uit laten
+nemen, om dezelven te bewerken, en ik geloof wel, dat zij, gepolijst
+zijnde, fraai zouden. wezen; doch het was jammer, dat men die trotsche
+voortbrengsels der natuur van hier weg nam.--Wie weet hoe vele eeuwen
+'er noodig geweest zijn, om ze daar te stellen, en dit werk zou
+men verwoesten om de pracht en weelde te tooijen;--ligtelijk komt
+men wel weder eens op dien inval, doch ik hoop, dat de overheid 'er
+voor zorgen zal. Door den tijd zullen de pijlaren zich waarschijnlijk
+met het geen 'er boven hangt, in de gedaante van een geplooid doek,
+vereenigen, en welke zonderlinge verschijnsels kan de natuur hier
+nog opleveren. Zou men ook, daar deze pijlaren zoo lang staande zijn
+gebleven, niet mogen veronderstellen, dat hier gedurende dien tijd
+geen zware aardbevingen hebben plaats gehad? Behalve den weg, dien
+wij gegaan waren, zijn 'er nog eenige andere wegen in deze spelonk;
+maar zij zijn niet diep. Ik had geen thermometer bij mij, doch volgens
+daar van gevonden aanteekeningen staat dezelve in het diepste gedeelte
+van dit onderaardsch gewelf, het gansche jaar door op 11 graden, schaal
+van Reaumur. Men behoort zich dan, vooral als de buitenlucht warm is,
+niet te luchtig te kleden, wanneer men deze spelonk gaat bezoeken,
+ook moet men niet veel goeds aandoen, om dat het ligtelijk bederft,
+niet alleen door het vuil te maken, maar zelfs door het te scheuren;
+want men treft gaten aan, waar men als in een schoorsteen moet
+inklimmen. Aan een paar flambouwen heeft men genoeg, omdat meêr te
+veel rook veroorzaken; maar van kaarsen moet men zich wel voorzien,
+om die hier en daar neder te zetten. Dit hol, zoo verlicht zijnde,
+levert een zonderlinge doch akelige vertooning op, en zij die een'
+tempel van Pluto of hellegrot willen teekenen, 't zij voor een
+tooneel-_decoratie_ of anderzins, raad ik, om dit voor een model te
+nemen [73]. De rots, waar in deze grot is, behoort thans aan den Heer
+Rostan te _Marseille_ volgens het zeggen van onzen leidsman. De naam
+van de landstreek is _Moredon_. In het terug keeren, in plaats van
+buiten tegen de steile rots niet ver van de opening of ingang der
+spelonk weder op te klimmen, wees onze leidsman ons een gat binnen
+in dezelve, dat hij zeide, dat gemakkelijker was. Hier klimt men
+in als in een engen toren, en zoo doende komt men op een punt van
+de rots uit. Dit alles is voor menschen, die het bergklauteren niet
+gewoon zijn, een vreemd werk. Om de verandering bragt onze leidsman
+ons gedeeltelijk langs een' anderen weg door een buitenplaatsje, waar
+nog al eenige boomen stonden, en waar men ons goede druiven en vijgen
+gaf. Overal hier omstreeks langs de zee, vangt men om dezen tijd een
+menigte kwakkels, met een soort van netten, die men bij ons flouwen
+noemt. De kwakkels, om dezen tijd trekkende, worden door lokvogels
+hier naar toegelokt, en legeren dan om die kooijen, die bij menigte
+aan staken onder elkanderen hangen; men maakt vervolgens gerucht, waar
+door zij verbijsterd in de netten vliegen. Dit geschiedt gemeenlijk
+'s morgens zeer vroeg; bij dit buitenplaatsje zag ik zulk een toestel
+voor die vogeljagt. Men vangt 'er op die wijze zeer veel, zelfs naar
+men ons verzekerde tot 300 à 400 op eenen dag; wij hadden 'er ook bijna
+dagelijks op tafel te _Marseille_. In het voorbijgaan bezigtigden wij
+de hier omstreeks zoo beroemde buitenplaats, bekend onder den naam van
+_Chateau Borelly_. Het huis, dat uitwendig een fraai gebouw is, konden
+wij van binnen niet zien, omdat de Heer Borelly [74] onlangs gestorven,
+en de familie nog in rouw was. Nu voor _Hollanders_, die buitenplaatsen
+om _Haarlem_ en aan de _Vecht_ gezien hebben, is hier waarlijk ook niet
+veel bijzonders te kijken; dit zal ieder onbevooroordeeld reiziger,
+die het een en ander gezien heeft, met mij moeten bekennen. Echter
+wil ik wel gelooven, dat het aanleggen van deze buitenplaats op dien
+steenachtigen en schralen grond, in eene vlakte aan den oever der zee,
+veel moeite en geld gekost heeft; want men scheen 'er de natuur nog
+al gedwongen te hebben, om het een ander voorttebrengen; ik zag 'er
+althans verscheidene vruchtboomen, waar nog al wat aan was, en een haag
+van granaatstruiken, die sierlijk bloeide; maar het geen ik bijzonder
+opmerkenswaardig vond, was de _horizontale_ beweging van een windmolen,
+dienende om het water uit een ruime put op te malen, en daar mede de
+tuinen te besproeijen. Deze molen, dien ik, om 'er u een begrip van
+te geven, niet beter kan vergelijken dan bij een' grooten haspel of
+scheerraam, daar de lakenwevers hun kettingen op scheren, staat in een
+verheven koepel rondom met lange, smalle rechtstandige windgaten; de
+wind hier door tegen de repen zeil, die insgelijks regtstandig aan den
+molen vastgemaakt waren, blazende, werd dezelve daar door omgevoerd,
+en dat al vrij gezwind, hoewel het, toen wij 'er waren maar een matig
+koeltje woei. Op en tusschen de rotsen hier omstreeks is, naar het mij
+voorkomt, voor kruidkundigen ook nog al wat te onderzoeken; ik zag
+'er onder een menigte bekende kruiden, zoo als rozemarijn, salie,
+wijnruit, de ruikende clematide enz. Verscheidene aardige plantjes,
+onder anderen een heestergewasje waar aan stekelige blaadjes als die
+der hulst, en eikelen, als die der eikenboomen waren; behalve dat het
+schaaltje daar de eikel onder in vast zit ook stekelig is. Slechts
+eenige schreden van de plaats van Borelly troffen wij een rijtuig aan,
+dat ledig naar de stad reed, on zijn' Heer aftehalen; want het was
+Zaturdag en dan gaan de _Marseillanen_ ook veel naar buiten. Hier mede
+kwamen wij voor een bagatel gemakkelijk te _Marseille_. Ik had reeds
+gezien, dat 'er in deze stad, eveneens als te _Parijs_, een huis was,
+waar onderscheiden soorten van dobbelspelen in het openbaar gespeeld
+werden; hier zag ik evenwel genoegzaam niet anders dan zoogenaamde
+Heeren; maar dezen avond op de kaai wandelende, ging ik op het geluid
+van eenige violen in een huis aldaar, en vond 'er ook een dobbelspel
+voor de matrozen en zoogenaamde gemeene lieden; dit zag ik met nog
+meêr leedwezen dan het andere. Tevens vindt men hier een kroeg en
+danszaal, zoo als te _Amsterdam_ in de _Jonker-_ of _Ridderstraat_,
+en dus allerlei soort van buitensporigheden bij elkander.
+
+Hoewel gij het, zoo wel als ik, bij de geschiedschrijvers van dit land
+vinden kunt, wil ik echter, on u die moeite te sparen, een woordje
+zeggen van den oorsprong van deze oude stad. Men meent op goede gronden
+te moeten veronderstellen, dat een hoop uitgewekene _Phocéensers_,
+afstammelingen van de _Grieken_, _Marseille_ of _Massiliæ_ stichtte,
+het 154 jaar van _Rome_, het eerste jaar der 45 _Olympiade_, of 599
+jaren voor der Christenen tijdrekening; welhaast werd zij door den
+koophandel, den scheepsbouw en de visscherij aanzienelijk. De wetten
+van dit volk waren op steenen tafelen gegraveerd, en op de markten
+en openbare plaatsen ten toon gesteld. Onder dezelven is die tegen
+den zelfmoord opmerkelijk om hare zonderlingheid. Zij verbood aan de
+Burgers om hun leven te verkorten, zonder verlof van den Magistraat,
+die over de gegrondheid of ongegrondheid der redenen, waarom men wilde
+sterven, oordeelde, en dezelven billijkende, sap van dolle kervel,
+die men doorgaans in de openbare vergaderingen in gereedheid hield,
+aan den lijder liet drinken. Zij waren goede zeelieden, sterre- en
+aardrijkskundigen. 320 jaren voor Christus geboorte, deed de vermaarde
+Pythéas al een aanmerkelijken zeetogt, stevenende door de _Straat van
+Gibraltar_ tot bij _Ysland_. In het begin was _Marseille_ een vrij
+gemeenebest; het werd door haar Senaat bestuurd, en hield zich zoo
+een ruim tijdbestek staande; vervolgens werd zij aan de _Romeinen_
+onderworpen. De Medailles, die nog bestaan, toonen, dat de schoone
+kunsten ook in _Marseille_ vrij ver gevorderd waren, vooral onder
+de Republikeinsche regering. Zij was toen een tweede _Athenen_ in
+bloei en welvaart; doch deze gelukkige toestand eindigde ook met
+het Republikeinsch bestuur, omtrent het einde der eerste eeuw van
+de Christen-Jaartelling. Daarna raakte zij onder de beheering van
+onderscheidene volkeren, die zich meester maakten van _Provence_;
+werd vervolgens door heerschappen (_Vicomtes_) geregeerd [75] en
+kwam eindelijk bij testament van Charles d'Anjou [76] in 1481 onder
+de regering van Lodewijk den XI. aan de kroon van _Frankrijk_. In
+het begin van de omwenteling onderscheidden zich de _Marseillanen_
+bijzonder door hun Republikeinismus--de oude vrijheidszucht kwam weder
+boven--en wie kent niet de _Carmagnole_, waar van de wijs uit dat
+land herkomstig is, gelijk mede de zoo vermaarde _Marseillaansche_
+marsch naar die van _Marseille_, als behoorende tot de ijverigste
+Republikeinen, genaamd [77].
+
+De visschers hadden hier van 1431 af een regtbank, bestaande uit vier
+mannen, die zij onder hen kozen, en die in alle geschillen aangaande
+de visscherij regtspraken; zij werden _Prud'hommes_ genaamd; of die
+regtbank nog heden bestaat, heb ik verzuimd te onderzoeken.
+
+De bevolking van _Marseille_, die van de omliggende landstreek
+'er onder gerekend, wordt op 85 à 90,000 begroot. Het is 'er vrij
+gezond, en de zeewinden vooral de _mistral's_, dienen zeer veel, om
+de zomerhitte te temperen. De winter is 'er aangenamer dan het begin
+van de lente, wanneer het veelal ruw en nat weder is; doorgaans vriest
+het hier zeer weinig. 'Er wordt om de stad nog al wat wijn geteeld,
+die meest in dezelve gebruikt wordt. De vijgen van _Marseille_ zijn bij
+uitstek beroemd, en worden ook veel in de zon gedroogd en verzonden.
+
+Den 19 dezer een van onze reisgenooten zich kleedende, voelde iets in
+zijn mouw, dat hem jeukte en werd, daarop wrijvende, gestoken door een
+dier, dat vervolgens op den grond viel; mij 'er bij geroepen hebbende,
+erkende ik het insekt terstond voor een Schorpioen; het was met staart
+en al omtrent een duim breed en lang. Op het wondje werd schorpioen
+gelegd, die men in het logement in huis had; want men had ze daar
+beneden aan de put, wel eens meêr gevonden, doch boven, daar wij
+onze kamers hadden, nimmer. Denkelijk was dat dier den vorigen dag,
+toen wij de grot gingen bezigtigen, en tegen de rotsen opklommen,
+of op den grond kropen, in de kleederen gekomen. De beet had geen
+gevolgen, en de Schorpioen werd verpletterd en in olij gelegd om bij
+volgende gelegenheden te dienen; doch naar ik vernam, zijn die dieren
+hier niet zeer vergiftig.
+
+Ik kogt hier eenige tooneelstukken in de landtaal _patois_ of _langue
+provencale_, zijnde zamengesteld uit _Celtische_, _Grieksche_,
+_Latijnsche_, _Fransche_, _Italiaansche_, _Spaansche_ en zelfs
+_Hoogduitsche_ woorden. Zie hier een paar spreekwoorden in die taal:
+
+
+ "De la fillo et de la figuiere,
+ Fau pas veire la jarretiero."
+
+
+Dat is: van een jong meisje en een ouden vijgenboom, moet men de
+kousseband niet zien; omdat men den vijgenboom zeer kort moet houden,
+zoo dat de takken naar de aarde buigende, een groot deel van de
+stam bedekken. "_Quu san trevo, san deren._" Die met wijze omgaat
+wordt wijs.
+
+'s Namiddags om een uur vertrokken wij met den postwagen op hier,
+hebbende onze plaatsen reeds eenige dagen te voren besproken gehad. Wij
+hadden vrij goed gezelschap, en kwamen omstreeks zes uren te _Aix_,
+waar wij afstapten aan het Hotèl _des Princes_, op de _Cours_ of
+algemeene wandeling, bij het inkomen van dezelve. Het onaangename
+van de reis naar _Marseille_, _Toulon_, enz. was, dat wij tot _Aix_
+toe langs denzelfden weg weder terug moesten komen, althans met
+de openbare rijtuigen. Ik haastte mij, om deze stad, die nog al
+bezienswaardig is, in oogenschijn te nemen. Op eene groote plaats
+zag ik de fondamenten en het muurwerk, even boven den grond, van
+een gebouw, dat men scheen begonnen te hebben, en vernam, dat men
+voornemens was hier het Regterlijk Paleis (_Palais de Justice_), en
+daar bij behoorende gevangenissen te bouwen; doch dat de omwenteling
+het voltooijen daar van belet had; volgens de beginselen te oordeelen,
+moest het een groot en schoon gebouw worden. Op een andere plaats zag
+ik een verheven _Obeliscus_ met een arend 'er boven op; doch het is
+modern werk; bij de schrijvers, die ik over deze stad heb nagezien,
+vind ik 'er hoegenaamd geene melding van gemaakt. De Hoofdkerk
+is een groot Gothisch gebouw; in dezelve staat eene doopvont,
+waarvan de koepel door acht groote Corinthische kolommen, die in
+een' Heidenschen tempel, naar men veronderstelt, gediend hebben,
+wordt ondersteund. Men heeft daar omstreeks meer oudheden gevonden,
+waaruit men gemeend heeft te moeten opmaken, dat 'er een tempel, aan
+de Zon of Apollo gewijd, gestaan heeft. In het koor zijn twee orgels
+over elkanderen, en genoegzaam even eens; digt bij den grooten ingang
+van deze Kerk, is een der stadspoorten; ik ging 'er uit, en zag aan
+mijn regterhand een gedenkteeken; boven op stond de beeldtenis van
+een eerwaardig man, een stenen tafel in de hand hebbende, waar op
+men leest: _Aimez Dieu et le prochain_; en lager, twee beelden in
+eene eerbiedige of biddende houding. Uit het opschrift zag ik wel,
+dat het aan de Municipaliteit enz. van _Aix_ scheen toegewijd; maar
+niet door wie of bij welke gelegenheid; doch vernam, dat een Charles
+Sec, bemiddeld metselaar dezer Stad, het gebouwd had in 1792, en 'er
+naderhand onder begraven is geworden; dit was al wat men 'er mij van
+zeggen kon. Men vindt te _Aix_ gnappe straten en huizen, en over het
+geheel heeft deze stad een zeer goed aanzien, 't Is jammer, dat het
+Stadhuis, dat een fraai en ruim gebouw schijnt, genoegzaam achter de
+huizen verscholen is, en niet op een ruim plein staat. De wandelingen
+om de stad kwamen mij ook regt aangenaam voor, en ik zag 'er veel
+zware ijpeboomen. Het land rondom levert ook veel olijf-olij op, die
+den voornamen tak van koophandel der inwoners van _Aix_ uitmaakt. Die
+olij wordt voor zeer fijn en lekker gehouden en is algemeen beroemd. De
+soort, die men _huile vierge_ [78] noemt, omdat ze, zoo ik meen,
+de eerste is, die uit de olijven geperst wordt, is, naar men zegt,
+het meeste gezocht. De gemeene wandeling, die gij op de afteekening
+ziet, en die men hier behalve de gewone benaming in deze landstreek,
+_le Cours_, ook _Orbitelle_ noemt, beviel mij ook bijzonder, zoo als
+gij kunt begrijpen; aan beide zijden staan aanzienelijke gebouwen,
+en in het midden van de dreef drie altijd springende fonteinen,
+waar van de middelste warm water geeft; het is zeer helder; en heeft
+denzelfden smaak als gewoon bron- of rivierwater; boven aan de pijp,
+waar door het uit de fontein komt, is het tamelijk warm, doch onder in
+de kom slechts laauw. Deze bron werd in 1704 door eenige arbeiders,
+bezig zijnde met een vervallen huis, aan het eind van de voorstad
+_des Gordeliers_ af te breken, wedergevonden; want zij was reeds
+bekend geweest bij de _Romeinen_, zoo als men tegelijkertijd uit de
+oudheden, die men 'er verder voortgravende vond, ontdekte [79]. De
+ouden schenen 'er een geneeskundig gebruik van te maken, en men
+schrijft 'er nog eenige kracht aan toe. De regering heeft daar voor
+dan ook groote en fraaije badhuizen laten bouwen, doch naar ik vernam
+werden zij weinig anders dan als gewone baden (_bains domestiques_)
+gebruikt. Voor de omwenteling had hier op Heiligen Sacramentsdag eene
+zonderlinge _proçessie_ plaats, waarin onder anderen verscheidene
+menschen in eene misselijke kleeding gedrochtelijk toegetakeld,
+moetende duivels verbeelden, verschenen, en vele kromme sprongen
+langs de straat maakten: men noemde dit in het _patois Provencal:
+lou grand juec deïs diables_; dat is: Het groote spel der duivelen;
+en _lou pichoun juec deïs diables_, het kleine spel der duivelen;
+en deze duivelen gingen, let wel, in de Hoofdkerk de mis horen,
+maakten het teeken van het kruis, en namen wijwater.--Wat heeft
+men den Godsdienst niet met allerlei beuzelarijen en afzigtelijke
+ongerijmdheden overladen!!
+
+De vermaarde kruidkundige Joseph Pitton De Tournefort werd hier den 5
+Junij 1656 geboren, en stierf den 28 December 1708. Hij bezocht ook,
+zoo wel als Linnæus, ons Vaderland.
+
+Het Hotèl _des Princes_, hoewel een groot en aanzienelijk gebouw,
+is het beste niet, en wij moesten 'er evenwel rijkelijk voor het
+avondeten en slapen betalen.
+
+Men begroot het getal der inwoners van _Aix_ op omtrent 20,000; nu
+de stad is ook niet groot, en het scheen 'er mij nog al levendig,
+vooral op de _Cours_, waar een menigte menschen wandelde. 'Er stonden
+ook eenige kramers, en een blinde, die vrij goed _Provencale_ liedjes
+zong, deed de omstanders ter deeg lagchen; het speet mij wel, dat ik
+bijna niets van zijne aardigheden verstond, Deze stad scheen mij,
+vooral voor die genen, welke op de _Cours_ wonen, de stedelijke en
+landelijke vermaken te vereenigen; slechts eenige treden en men is
+buiten, en dat vind ik, als men dan toch in een stad moet wonen,
+al zeer aangenaam.
+
+Den 20 dezer, 's morgens om twee uren, vertrokken wij van _Aix_,
+en namen denzelfden weg, dien ik gekomen was tot _Orgon_. Hier
+kwamen wij omstreeks 9 uren, en hadden 'er een vrij goed ontbijt,
+waar onder schapenvleesch, dat ik maar zeldzaam zoo goed gegeten
+heb; de wijn, voor wijn van dit land, was voor mij ook nog al
+drinkbaar. In plaats van nu den weg te nemen naar _Avignon_, namen
+wij die van _St. Remy_. Even buiten _Orgon_ aan de regterhand,
+zagen wij een poort in een rots gemaakt, het was een waterleiding
+om deze landstreek te besproeijen, zijnde een arm van de rivier _la
+Durance_, waar ik u reeds van gesproken heb. Men verzekerde mij, dat
+het gat in de rots gemaakt, omtrent 300 _toises_ (1800 voeten) lang
+is. Het werd _le Canal de Boiselin_ genaamd, en was nog niet geheel
+voltooid. De landstreek werd nu minder rotsachtig, vruchtbaarder
+en bevalliger. Wij reden door het dorp _St. Remy_, twee posten van
+_Orgon_, en hadden hetzelve reeds een goed eind weegs achter den rug,
+toen men mij herinnerde, dat daar digt bij eenige overblijfsels van
+oudheden, zoo als van een zegeboog ter eere van Nero Claudius Drusus,
+zoo men meent, en van een praalgraf, ook door de Romeinen opgerigt,
+te zien waren. Dit verzuim speet mij zeer, doch ik kon niet weder
+terug keeren; vooral ook, omdat 'er onder onze reizigers waren, die
+grooten haast schenen te hebben. Bij een plaatsje dat men _l'Orade_
+noemt, zag ik eene zeer aangenaame buitenplaats, door een klein
+riviertje besproeid, en digt beplant; het hout stond 'er zeer tierig,
+en maakte een bevallig lommer; dit valt bijzonder in het oog, als men
+eenigen tijd in de schrale en steenachtige landstreek van _Marseille_
+heeft doorgebragt. Hier groeiden langs den weg vele van die planten,
+die men bij ons in sommige tuinen wel aangekweekt, en spring-komkommers
+noemt; omdat, als men ze rijp zijnde afplukt, 'er een straaltje vocht
+uitspringt. _l'Orade_ is nog 3/4 uurs van _Tarascon_, eene zeer oude
+stad, twee posten van _St. Remy_, en dus in 't geheel 14 posten van
+_Marseille_. Voorheen behoorde zij tot _la Basse Provence_, thans
+tot het Departement _les bouches du Rhone_. Welk eene menigte kleine
+windmolens ziet men hier aan den weg, digt bij de stad. Ook wordt
+hier omstreeks nog al wat koren geteeld; onder weg had ik boeren
+gezien, die, bezig waren met het graan te zuiveren, niet met een wan-
+of kafmolen, maar door het, met een schop, in de hoogte te werpen
+terwijl het redelijk woei. Op die wijze stoof dan het kaf weg. De
+poort aan dezen kant ziet 'er nog al wel uit, doch het stadje zelve
+scheen niet veel te beteekenen. Men wil dat _Tarascon_ of _Tarasco_,
+van een _Grieksch_ woord, dat verschrikken of bang maken beteekent,
+afkomstig is; ook plagt men hier in de Kerk een draak te vertoonen,
+_Tarasquo_ geheeten, die volgens een oud sprookje zich in de _Rhone_
+ophield, en veel schrik en verwoesting hier omstreeks aanrigtte; want
+hij leefde van menschenvleesch, en was een toovenaar, die nog al een
+vrouw en kind had; men verhaalt 'er eene menigte allerbeuzelachtigste
+vertelseltjes van, die hier echter bij zeer velen voor evangelie werden
+aangenomen, en misschien nog wel geloofd worden, want de _religie_
+had 'er, zoo het scheen, zijn zegel aangehecht, en wat gelooven de
+menschen dan al niet!--Althans op _St. Martha'sdag_ werdt de beeldtenis
+van dien lelijken draak, plegtig in _proçessie_ door de stad gedragen,
+om dat die sanctinne door hare gebeden dit monster ten onder gebragt
+had. Deze proçessie ging nog kort voor de omwenteling. Het Gasthuis
+(_l'Hospital_), dat men even buiten de stad ziet, is een aanzienelijk
+gebouw. De vrouwen hebben hier een bijzonder hoofdtooisel, bestaande
+in een gekleurde gazen doek, die zij over hun muts doen, zoo dat de
+rand daar van haar op het voorhoofd en om het aangezigt hangt, zoo als
+de kanten, die de vrouwen elders aan hare mutsen hebben. De menschen
+zien 'er hier vrij gnap en gezond uit, ook wordt deze landstreek,
+die vrij vruchtbaar is, voor gezond gehouden. Aan den kant van de
+_Rhone_ ligt een groot en sterk kasteel; men meent, dat het door een
+der Graven van _Provence_ in de 15 eeuw gebouwd is; het maakt geen
+onaardige vertooning; en men moet ook van de _terrassen_ op hetzelve
+een aangenaam gezigt hebben. Van _Tarascon_ gaat men over een lange
+schipbrug, die over de _Rhone_ ligt, naar _Beaucaire_; thans ligt
+'er bijna midden in de rivier een eiland, waar men een gestrate kade
+op gemaakt heeft, voorheen schijnt 'er dat niet geweest te zijn; want
+een oud spreekwoord zegt: _Entre Beaucaire et Tarascon il ne pait
+ni vache ni mouton_. Men gaat over dit eiland een eindje tot aan een
+tweede schipbrug, en daar over tot _Beaucaire_. Op deze schipbruggen,
+waarop ook hier en daar banken staan, en die vooral bij de aangename
+zomeravonden, tot een gemeene wandeling verstrekken, heeft men een
+alleraangenaamst gezigt op de rivier, welke hier vrij breed is, en
+op de twee steden; men betaalt een _sous_ voor de passage, en die is
+vooral met de vermaarde kermis (_foire_) van _Beaucaire_ zeer druk;
+zij was nog maar sinds omtrent 14 dagen geëindigd [80], en wij zagen
+'er de lootsen nog staan. Voorheen was deze kermis of jaarmarkt
+in de stad, doch van tijd tot tijd toenemende, was men reeds voor
+vele jaren verpligt, om dezelve op het open veld, buiten de stad,
+langs de _Rhone_, onder tenten te houden; thans slaat men daar, zoo
+wel om de kooplieden te herbergen, als om de goederen te plaatsen,
+lootsen op. Volgens het groot aantal, dat wij 'er zagen, moet deze
+jaarmarkt al zeer aanmerkelijk wezen; het gelijkt een gansche stad
+met houten huizen. De koophandel, die hier dan gedreven wordt, is
+zeer belangrijk, en men zegt, dat 'er verscheidene millioenen omgaan;
+ook komen 'er niet alleen kooplieden uit de voornaamste plaatsen van
+het zuidelijk deel van _Europa_, maar zelfs _Turken_, _Arméniërs_,
+_Marokkanen_, enz. en men vindt 'er allerlei soorten van goederen en
+koopmanswaren. Men heeft 'er dan ook eenige openbare vermaken, en de
+dobbelspeelders laten niet na, om op de beursen der kooplieden te komen
+azen. Dit jaar had 'er de sterke en aanhoudende regen veel schade aan
+toegebragt. In 1721 en 1722, toen de pest in deze landstreek heerschte,
+is deze kermis twee jaren opgeschort geweest; anders schijnt zij in
+alle tijden en omstandigheden geregeld plaats te hebben gehad; en _la
+foire de Beaucaire_, is niet minder beroemd in _Frankrijk_, _Spanje_,
+_Italië_, Zwitserland enz. dan in _Duitschland_, en het noordelijk deel
+van _Europa_, de _Frankforter_ en _Leipsiger_ missen. De gelegenheid
+van deze stad aan de _Rhone_, niet ver van de _Middellandsche Zee_,
+gaf zeker aanleiding tot die aanmerkelijke markt. Men kan echter
+de goederen niet dan met groote kosten de rivier opvoeren, en het
+vervoeren moest grootendeels per as geschieden; doch men is sedert
+eenigen tijd bezig, om eene vaart te graven, die de _Rhone_ bij deze
+stad, met het kanaal van _Languedoc_ moet vereenigen, en dit zal den
+handel van dezelve een zeer groot voordeel toebrengen. Men wees mij
+de plaats aan, waar die vaart in de _Rhone_ moet uitloopen; 'er werd
+zeer druk aan gewerkt, om dat men wil, dat dit nuttige ontwerp binnen
+weinig tijd zal volvoerd worden. Buiten de kermis is het hier doodsch
+en naar. Voorheen was dit stadje het verblijf van den _Intendant_
+van _Languedoc_, waar onder het behoorde; wij reden voorbij het Hotèl,
+dat hij bewoond had, doch dat zag 'er ook al niet zeer voordeelig uit;
+thans wordt dit gedeelte van die Provincie, het Departement _du Gard_
+genaamd. Het is inderdaad te verwonderen, dat deze, naar het schijnt,
+voor den handel zoo wel gelegen plaats, geen welvarender voorkomen
+heeft; ik zag 'er geen een aanzienelijk gebouw, zelfs vindt men 'er,
+zoo als ik vernam, naauwelijks goede herbergen; trouwens buiten de
+kermis is 'er ook weinig vertier, zoo dat de inwoners grootendeels
+het gansche jaar leven van het geen zij, gedurende die weinige
+dagen, opzamelen. Aan de andere zijde, buiten de stad ziet men een
+uitgestrekt bosch van olijfboomen. Hier omstreeks ontdekte men in 1734
+een gedeelte van den grooten weg door de _Romeinen_ gemaakt, en die
+zich van _Rome_ tot de uiterste grenzen van _Spanje_ uitstrekte, zoo
+als uit de mijlpalen en opschriften, die men hier vond, blijkt. Die
+weg wordt bij de _Fransche_ Geschiedschrijvers _la Voie Aurélienne_
+genaamd. Vervolgens ziet men van verre aan de linkerhand de oude stad
+_Arles_, voorheen plagt de postwagen _Marseille_ naar _Nismes_ daar
+door te rijden; doch sedert eenigen tijd is dat veranderd. Te _Arles_
+zijn ook nog eenige overblijfsels van _Romeinsche_ oudheden, en onder
+anderen een fraaije _Obeliscus_ te zien. De weg is hier vrij gelijk,
+en de grond schijnt tamelijk vruchtbaar te zijn. Hier ziet men velden
+met wijngaarden beplant, zoo ver het oog reiken kan; wat verder zag
+ik met vijf muilezels ploegen. Te _Beaucaire_ was 'er iemand op den
+wagen gekomen, die, naar wij vernamen, een voornaam bankier was;
+hij toonde zeer wel zijn verstand te hebben, doch tevens een hevige
+Roijalist te zijn, ook verhaalde hij ons, dat de oorlog van _Rusland_
+en _Zweden_ tegen Frankrijk onvermijdelijk, en de dood van den Hertog
+van Enghien daar de oorzaak van was, razende en tierende vervolgens in
+eenen adem tegen Bonaparte, de Jakobijnen, de Filosofen, de Romans,
+en zelfs tegen den Paus, en toen wij hem onder het oog bragten, dat
+Keizer Napoléon toch veel deed, waar over hij zeer te vreden behoorde
+te zijn, zoo als het herstellen der openbare wegen, het doen graven van
+vaarten enz. durfde hij wel antwoorden: "en waarom doet hij dat anders,
+als omdat hij wel weet, dat men geen vliegen met azijn vangt; en wat
+heeft Lodewijk den XIV. niet gedaan?"--Iemand antwoordde hem, dat door
+de groote ondernemingen van dien Vorst, de schatkist van _Frankrijk_
+ook een' krak had gekregen, die men helaas! nog maar al te wel voelde;
+"en denkt gij," zeide onze bankier, "dat Bonaparte het uit zijn eigen
+beurs betaalt. Men heeft reeds twee derde van onze fondsen geschrapt,
+wie weet wat 'er van dat overgebleven derde nog wordt?" Denk eens,
+Vriend! zoo veroorloven zich sommige _Franschen_ over hun' Monarch,
+en over het _publiek crediet_, in het openbaar, en in bijzijn van
+vreemdelingen, te spreken. Wij waren nog een' goeden afstand van
+_Nismes_, toen wij reeds op een hoogte de _Tour magne_ zagen. 't
+Was ruim zeven uren, toen wij in die stad aankwamen. Van _Tarascon_
+tot hier is 3 1/4 post. Wij stapten af aan het Hotèl _du Louvre_,
+waar de postwagen ook ophoudt. Terwijl het heldere maneschijn was,
+ging ik nog dien zelfden avond het beroemde _Amphithéater_ uitwendig
+bekijken--welk een groot en trotsch gebouw! Op de _Cours_, die op
+een terras hier digt bij is, wandelde veel volk; de avondstond was
+ook regt aangenaam.
+
+
+
+
+
+DERTIENDE BRIEF.
+
+_Nismes, 23 Augustus._
+
+
+Den 21 dezer, na mij van eene korte geschiedkundige beschrijving van de
+zoo merkwaardige oudheden, die men hier bij de Boekverkoopers vindt,
+voorzien te hebben, ging ik dezelve bezigtigen. Sedert de omwenteling
+heeft men verscheidene huizen, die om en in het Amphithéater stonden,
+en dat schoone gedenkteeken der oudheid ontluisterden, doen wegbreken;
+zoodat men het nu van rondom vrij goed zien kan; eenige woningen,
+die 'er nog binnen in staan, moeten, naar men mij verzekerde,
+binnen een' zekeren tijd weggebroken worden. Het is wel jammer,
+dat de regering dezer stad voorheen heeft toegelaten, dat men in
+en tegen dit _Romeinsche_ worstelperk bouwde, en hetzelve daar door
+beschadigde; wegnemende, dat in den weg stond, of het geen men voor
+bouwstof kon gebruiken, ondertusschen heeft dit verbazend stuk werks,
+niettegenstaande deze verwaarlozing en de onderscheidene oorlogen en
+verwoestingen, die hier in vroegere eeuwen al hadden plaats gehad,
+nog niet zeer veel geleden, en is ten minste uitwendig genoegzaam in
+zijn geheel gebleven. Men meent als zeker te mogen veronderstellen,
+dat het door Keizer Antoninus Pius, die van het jaar 138 tot 161, der
+Christelijke jaartelling regeerde, en te _Nismes_ geboren zou zijn,
+gebouwd is. Het is eirond, en heeft een omtrek van 190 _toises_, of
+1140 geometrische voeten buitenwerks, en is omtrent 11 _toises_ of
+66 voeten hoog; rondom is het met boogsgewijze poorten op denzelfden
+afstand van elkanderen regelmatig gebouwd. Zestig zijn 'er beneden,
+die voor ingangen dienden, en even zoo veel boven dezelve, doch deze
+zijn niet zoo hoog. Ik zal u hier van zoo wel als van de overige
+voorname oudheden, die men hier vindt, de platen toezenden, die ik
+hier gekocht en 'er mede vergeleken heb, en die 'er u een duidelijk
+denkbeeld van zullen geven. De opziender, die in een der poorten woont,
+laat het voor een fooitje van binnen en boven op zien; ik klom 'er
+dan in, en doorliep een gedeelte van de binnenste galerij; want een
+groot deel daar van is nog bewoond. De wijze, waarop het gebouwd is,
+is zeer merkwaardig; het zijn ontzaggelijk groote stukken steen,
+zonder eenige kalk of çement op en in elkanderen gevoegd, en door
+ijzeren krammen in lood, bevestigd; doch de meeste dier krammen zijn
+'er al uit. Het blijkt dat zij van buiten eerst werden gefatsoeneerd,
+en met kolommen enz. versierd, na dat zij geplaatst waren; want aan
+den eenen kant is dat werk nog maar ruw gehouwen, en de fijne bijtel
+ontbreekt 'er aan. 't Is verwonderlijk, hoe men zulke groote brokken
+steen, niet alleen uit de steengroeven heeft kunnen krijgen, maar hoe
+men ze op elkanderen tot zulk eene aanmerkelijke hoogte heeft kunnen
+stapelen. Boven op, dat de _Atticus_ genoemd wordt, heeft men een
+zeer schoon gezigt op de stad, en de landstreek rondom, en hier ziet
+men de steenen zitbanken, waarop de aanschouwers plegen te zitten, en
+van waar men in het middelperk (_Arena_) alwaar de worstelaars tegen
+elkanderen, of tegen wilde dieren vochten, kan zien. Oorspronkelijk
+waren 'er 32 zulke zitbanken, trapsgewijze van boven tot beneden
+afloopende, rondom in dit gebouw. Men ziet 'er aan eenen kant nog 17
+van, op sommige plaatsen ziet men 'er maar twaalf, en op anderen niet
+meêr dan zes, de overige zijn verwoest. Deze overblijfsels zijn echter
+meêr dan genoegzaam om een volkomen denkbeeld van de zaak te geven,
+en die het _origineel_ van den stervende _Gladiator_, uit het Museum
+van _Parijs_, in zijn gedachten hier verplaatst, en rondom op de banken
+een menigte _Romeinsche_ burgers en burgeressen, kan zich verbeelden
+van bij die woeste en wreede spelen tegenwoordig te zijn, en wordt
+daar bij een gevoel van afgrijzen en medelijden gewaar. Men berekent
+naar deze zitplaatsen, dat 'er omtrent 17,000 aanschouwers konden
+zitten. Rondom het gebouw ziet men uitstekende stukken steen, waarin
+ronde gaten; hier stak men palen in, on daar aan tenten (_Velaria_)
+vast te maken, ten einde de aanschouwers tegen den regen of zonneschijn
+te beschutten; doch deze tenten kwamen niet verder dan de zitplaatsen,
+en het midden bleef open. Misschien diende het ook somtijds voor
+een renperk te voet of op paarden, of 'er werden allerlei sprongen
+en diergelijke kunsten vertoond. En hoewel het eigenlijk voor een
+worstelperk was ingerigt, is het niet onwaarschijnelijk, dat 'er ook
+bijwijlen een Tooneel in opgerigt is geworden, waarop de Treurspelen
+van Seneca, of de Blijspelen van Plautus of Terentius en anderen,
+werden gespeeld. Diergelijke vertoonplaatsen, die 'er voor worstelaars
+en voor Tooneelspelen dienden, waren onder de _Romeinen_ niet onbekend,
+en dat van _Curio_, waarvan Plinius, als van een wonder van pracht en
+kunst, melding maakt, bestond uit twee deelen van hout gemaakt, die
+op duimen of spillen draaijende zig van elkanderen afscheiden, om voor
+twee onderscheiden vertooningen te dienen, of zich vereenigden om één
+Amphithéater, in wiens midden het worstelperk was, uittemaken. Althans
+het is niet denkelijk, dat 'er in eene zoo aanmerkelijke _Romeinsche_
+volksplanting als _Nismes_ [81], geen Toneelspelen in het openbaar zijn
+vertoond, en waar kon zulks beter geschieden dan in het Amphithéater,
+dewijl men geen blijken vindt, dat 'er hier nog een ander gebouw
+bestond, het welk daar voor bijzonder geschikt was.
+
+In de bouworde van dit Amphithéater heeft 'er, zoo als gij zien
+zult, weinig verscheidenheid plaats; 'er zijn vier hoofdingangen,
+tegen de vier winden, zij zijn verdeeld van 15 tot 15 poorten; die
+van het noorden heeft alleen eenige sieraden, boven denzelven is
+een soort van driekante kap, en daar onder ziet men de afbeeldingen
+van twee rundbeesten, ter halver lijf en met gebogen knieën; het
+verbeelden twee stieren, het gewoone zinnebeeld van de _Romeinsche_
+volkplantingen, zoo als men ook op de gedenkpenningen vindt. Ik kocht
+hier onder meer anderen een medaille, waarop men twee stieren of ossen,
+voor een ploeg gespannen, ziet. Deze munten waren in en om de stad,
+en eenige in het Amphithéater bij het afbreken der huizen, dat onlangs
+plaats had gevonden. Nog ziet men hier en daar aan de buitenmuren van
+dat gebouw, eenige kleine afbeeldingen, als de Wolvin met Romulus en
+Remus, twee vechtende _Gladiators_ met dolk, schild en helm; en drie
+anderen beeldtenissen, zijnde onderscheidene afbeeldingen van Priapus
+of Phallus, in misselijke en zonderlinge gedaantens. Men meent, dat
+dit zinnebeelden zijn van offeranden, aan den God Priapus gedaan, en
+van de Hanen-gevechten ter zijner eere, somtijds in het Amphithéater
+gegeven; of wel, dat de bevolking en uitbreiding der _Colonie_ van
+_Nismes_ daar door moest verbeeld worden.
+
+De breede straat, waar aan het Amphithéater aan den eenen kant
+uitkomt, doorgaande, ziet men aart het eind derzelve, ter regterhand,
+den fraaijen Tempel van Cajus Cæsar, dien de _Franschen_ den zoo
+onbeduidenden naam van _Maison Carrée_ hebben gegeven. Te regt is
+dit schoone gebouw, om zijn nette en bevallige bouworde, die zelfs
+den minstkundige in het oog moet loopen, beroemd; het wordt dan ook
+voor een der uitnemendste gedenkstukken, die de oudheid ons heeft
+nagelaten, gehouden. In 't geheel is het 12 _toises_ (72 voeten)
+lang, en 6 _toises_ of 36 voeten breed, en rondom versierd met 30
+geribde Corinthische kolommen, en de kapiteelen van deze kolommen
+worden voor schier onnavolgbare meesterstukken gehouden; men gaat
+'er in langs 12 trappen. De Afbeelding vertoont u hetzelve, zoo als
+men het nog tegenwoordig ziet. Inwendig is 'er niets bijzonders;
+ten tijde van Lodewijk den XIV. maakte men 'er een Kerk of Kapel van,
+waar voor het dan ook tot de omwenteling toe gediend heeft. Van hier
+gaat men langs een fraaije gracht, aan den kant met boomen beplant, en
+die wel wat heeft van sommige grachten in onze Vaderlandsche Steden,
+naar de fontein, of liever bron; want wij verstaan gewoonlijk door
+het woord fontein een' watersprong, en hier te land bedoelt men
+daarmede eene eenvoudige bron. Deze bron is aan het eind van een'
+netten tuin, met regte laanen, bloemperken en hagen: men gaat daar
+door fraai gewerkte ijzeren hekken in, zoo dat zij veel gelijkt op
+eene ouderwetsche _Hollandsche_ buitenplaats. Deze tuin dient ook voor
+eene gemeene wandeling. Bij die bron, die aan den voet van eene rots
+opwelt, hadden de ouden hunne baden, als mede een' tempel, welken
+naar de overblijfsels die men 'er nog van ziet, te oordeelen, een
+fraai en aanzienlijk gebouw moet geweest zijn. Men heeft het gedeelte,
+dat nog staande is gebleven, om het verder te bewaren, door een muur
+afgesloten; doch de opzigter van den tuin laat het vreemdelingen
+zien, en men geeft hem dan doorgaans een fooitje. Men noemt dezen
+tempel in 't gemeen, _Temple de_ Diane [82]; dan of hij inderdaad aan
+den dienst van deze, dan wel aan die van anderen Goden of Godinnen
+is gewijd geweest, hierover zijn het de oudheidkundigen nog niet
+eens. De overblijfsels der baden, sedert eeuwen onder de puinhoopen
+bedolven zijnde, heeft men hieromstreeks gravende, weder gevonden,
+en omtrent het midden van de laatst afgeloopen eeuw ontbloot, zoo veel
+mogelijk hersteld, en 'er veele fraaije versierselen bij gebouwd. De
+kamertjes van de oude baden zijn voor een gedeelte nog zigtbaar;
+ook zijn 'er aan de bron nog overblijfsels van de oude trappen. Onder
+de puinhoopen van deze baden, werd in 1739 de romp en het hoofd van
+een fraai marmerbeeld, het welke men voor dat van Apollo erkende,
+gevonden. Dit beeld, benevens meêr andere oudheden, ziet men thans in
+den zoogenaamden tempel van Diana. Eenige overblijfsels van steenen
+buizen, die inwendig met lood bekleed waren, en tot waterleidingen
+voor de baden dienden, kan men daar ook vinden. Aan het eind van
+dezen tuin, ziet men boven op de rots, aan wier voet de bron is,
+de overblijfsels van den ouden toren, die men _la tour Magne_ noemt,
+en die waarschijnlijk de grootste zijnde, van al de torens, die langs
+de muren van deze stad stonden, ten tijde van de _Romeinen_ voor
+een vuurbaak (_Pharus_) diende. Het brok, dat men 'er nog van ziet,
+is omtrent 80 voeten hoog, doch zeer beschadigd. Bij dezen toren
+ziet men ook nog de overblijfsels van de oude muren van _Nismes_,
+die 4640 _toises_ omtrek hebbende, 6 _toises_ hoog en 1 dik waren;
+op andere plaatsen ziet men ook nog overblijfsels van deze muren;
+men berekent, dat _Nismes_ toen elf maal zoo groot moet geweest zijn,
+als tegenwoordig. Op deze hoogte heeft men een schoon en uitgestrekt
+gezigt. In het terug komen van dezen tuin, zag ik, op twee bijzondere
+plaatsen, vloeren, die met kleine steentjes (_en Mosaïque_) waren
+ingelegd; de eerste in een fabriek van gedrukte katoenen neusdoeken,
+voorheen de tuin van den Gouverneur, waar hij in 1785 ontdekt werd,
+is nog zeer wel bewaard, en door steentjes van onderscheidene kleuren,
+waarop een aardige teekening, gemaakt; de gedaante is vierkant; aan
+een' van de hoeken ziet men eene _Romeinsche_ galei, aan een' anderen
+twee visschen, aan een derden twee watervogels, en aan een vierden
+wederom twee visschen van een ander soort. Den anderen ingelegden vloer
+zag ik in een slechts weinige trappen diepen kelder in een burgerhuis,
+_rue de la calandre Anglaise_, aan het eind van 1766 ontdekt; deze
+bestaat minder in zijn geheel, is ook minder gekleurd en eenvoudiger
+van teekening, zijnde in het midden met vierkante ruitjes, zoo als
+men bij ons wel op het tafelgoed ziet. Het water in de gracht, langs
+welke men naar de bron enz. gaat, komt alleen uit de bron op, en kan
+somtijds vrij hoog staan. Aan het eind van de gracht is eene fraaije
+kom gemaakt voor de waschvrouwen, doch zoodanig, dat het zeepwater
+zich niet met het zuivere vermengt. Over den tempel van Cajus Cæsar
+heeft men een' nieuwen Schouwburg gebouwd; de voorgevel (_facade_)
+die met een fraaije _colonnade_ moet pronken, is nog niet voltooid;
+doch in de zaal moet reeds den aanstaanden winter gespeeld worden. Alle
+deze oudheden van het _Amphithéater_ af tot de _Tour magne_, liggen in
+eenen weg, en men kan dezelven genoegzaam in een halven dag zien. Men
+heeft hier, zoo wel als te _Marseille_, meestal pannen daken, doch zij
+hebben eenigzins eene andere gedaante, dan bij ons. Bijna overal ziet
+men de menschen hier in de zijde bezig, dat het voorname bedrijf is:
+men heeft 'er ook veel zijden-kousenwevers; doch men acht de kousen
+zoo goed niet, als die van _Gange Lion_, enz. Het getal der inwoners
+wordt op ruim 45,000 begroot, waar van wel een derde Protestanten
+zijn. Deze stad heeft dan ook veel door de religie-oorlogen geleden,
+en ..... doch in plaats van deze oude wonden weder te ontblooten,
+verhaal ik u hier liever een trek van edele grootheid en
+menschenliefde. Ten tijde van den _St. Bartelsmoord_, was een
+Villars te _Nismes_ consul, en ontving van wegen Karel den IX., hoogst
+afgrijsselijker gedachtenis, bevel, om in zijn stad, het voorbeeld van
+_Parijs_ te volgen--en Villars durfde (ô zeldzame deugd onder regenten,
+van een' machtigen dwingeland afhankelijk!) dit wreede bevel ter zijde
+leggen, en deed, in plaats van 'er aan te gehoorzamen, de voornaamste
+van beide de geloofsgenootschappen bijeenkomen, en in zijn bijzijn
+zweren, dat zij zich onderling zouden beminnen, als broeders leven,
+elkanderen trachten te verlichten en in vrede hunne onderscheidene
+Godsdiensten uitoefenen. Zij zwoeren, omhelsden elkanderen, en hielden
+woord. Het Hof durfde niets zeggen, en de gansche stad werd behouden,
+door eenen edelen menschenvriend.--En ik vond geen gedenkteeken ter
+gedachtenis van dien goeden Villars in deze stad.--Nu ... is hij bij
+vele menschen vergeten, hij is het voorzeker niet bij de regtvaardige
+Almagt.
+
+Behalve de oudheden is 'er aan de stad niet veel bijzonders te zien, en
+'er zijn nog vele naauwe en kromme straten [83], die eene misselijke
+tegenstrijdigheid opleveren, met een paar anderen, die in later tijd
+zijn aangelegd, en in het oog loopen door de ongemeene breedte. Het is
+hier thans zeer warm, doch men zeide mij, dat het weder 'er verbaasd
+ongestadig kan zijn, het geen men aan de zeewinden toeschrijft; ook
+heeft men in den zomer nevel- of mistluchten, die in 't geheel niet
+gezond zijn, en wel eens zinkens en verkoudheden veroorzaken. Vele
+vreemdelingen, hier door afgeschrikt, haasten zich dan ook, om van
+hier, na dat zij de merkwaardigheden gezien hadden, weg te komen; ik
+voor mij geloof, dat men het, zoo als gewoonlijk, erger maakt dan het
+in der daad is; hoewel ik tevens moet bekennen, dat 'er de menschen,
+vooral het zoogenaamde gemeene volk, over het algemeen niet zeer
+gezond uitziet; maar het komt mij voor, dat men dit meêr op rekening
+van het aanhoudend zitten, bij het werk in de fabrieken, en bijzonder
+aan het afhaspelen, spinnen, enz. van de zijde, dat men hier _tirages_
+noemt, moet toeschrijven.--Zoo offert de arme zijne gezondheid op aan
+de weelde en hoogmoed der rijken, en wat is zijn loon? een weinig
+geld, en veel verachting, daar immers vele dezer groote pralers,
+die al dikwijls minder waard zijn dan het kleed, waar zij insteken,
+den wever en zijn weefgetouw beiden, beschouwen als werktuigen,
+ten zijnen dienste geschikt, en den ongelukkige het zuure stuk brood
+dat hij hem op die wijze laat verdienen, nog wel als een weldaad of
+bijzonder gunstbewijs aanrekenen.--Menschen! menschen! wanneer zult
+gij door meêr de eenvoudige natuur te naderen, en alzoo ook meêr aan
+uwe wezenlijke bestemming te voldoen, zoo vele schadelijke dingen,
+die gij tot een behoefte gemaakt hebt, afschaffen! Dit is het ware
+middel om vrijer, onafhankelijker, en dus wezenlijk gelukkiger
+te worden.--Want dezulken, die 'er zoo sterk voor zijn, om hen,
+die zij het gemeen gelieven te noemen, altijd zoo gemeen te laten,
+als maar eenigzins mogelijk is; en zich doorgaans behelpen met te
+zeggen: "die soort van volk is daar aan gewoon;" zullen mij toch wel
+goedgunstig gelieven toetestaan, dat gezondheid geen ingebeeld geluk,
+en ongezondheid eene alleronaangenaamste zaak is.
+
+Het geen ik bijzonder hinderlijk vind in deze streek, is de sterke
+stof, die daarbij zeer fijn is, en schier overal indringt; zoodat 'er
+van de vijf zinnen vier zeer merkbaar door lijden. De mannen dragen
+hier dan ook veel vrij groote grijze hoeden, van onderen groen, en
+geele schoenen, welke laatste ik ook al veel te _Marseille_ en aan
+die kanten gezien had.
+
+De levensmiddelen schijnen te _Nismes_ nog al overvloedig en matig in
+prijs te zijn, althans de markten vond ik wel voorzien; men vindt 'er
+bijna dezelfde spijzen als te _Marseille_; onze tafel was hier juist
+wel niet met zoo veel orde aangerigt, en wij hadden 'er misschien ook
+wel een paar lekkere schotels minder op, dan daar; maar hier betaalt
+men ook een 1/3 minder, en dat lijkt een' reiziger zoo als mij, die het
+niet om te eten of te drinken, maar om te zien en te leeren te doen is.
+
+Na den middag zag ik verder, de stad doorwandelende, op sommige
+plaatsen onderscheidene oudheden, en sommige langs de straten in de
+muren van de huizen gemetseld. De arenden, waarvan men 'er verscheide
+ziet, zijn genoegzaam levensgroot van wit marmer, keurig gewerkt,
+hebbende een festoen loofwerk in den bek gehad, want de koppen zijn
+van alle afgeslagen; en in dit, zoo wel als in andere opzigten, zijn
+zij elkander gelijk, zoodat, als men 'er een gezien heeft, heeft men
+ze alle gezien; zij hebben waarschijnlijk gediend tot sieraad van
+hetzelfde gebouw, en zijn onder de puinhoopen van het oude _Nemausus_
+(_Nismes_) gevonden. Op de plaats van het Stadhuis ziet men ook zoo
+een arend. Dat gebouw is ook bezienswaardig; maar het geen ik vreemd
+vond, is, dat 'er boven in een groote zaal verscheidene opgevulde
+krokodillen, waar onder die al vrij groot waren, aan den zolder hingen,
+omdat zulk een dier tot het wapen van de stad behoort [84]. Onder
+sommige derzelve leest men, wie 'er de gevers van zijn. Ter plaatse
+waar thans de Hoofdkerk, een oud Gothisch gebouw, staat, meent men dat
+voorheen een tempel stond, aan Keizer Augustus gewijd; want men had,
+zoo als gij weet, dien Vorst in den rang der Goden of Halve-Goden
+geplaatst [85]. Deze meening is gegrond op de oudheden, die men
+hier gevonden heeft. Men was druk bezig met deze Kerk optemaken,
+en 'er werden schoone marmeren platen en diergelijke versierselen
+toe gebruikt. Ik zag 'er ook in een Kapel, aan de regterhand, als
+men de groote deur inkomt, een fraai, doch eenvoudig gedenkteeken
+van wit marmer, en las op hetzelve: _Ci git_ F. J. de Pierre de
+Bernis _Cardinal-Evêque de la_ S. E. R. & _mort à Rome le 1 Novembre
+1794, deposé dans cet eglise par les soins de ses neveux l'an IX._
+R. J. P. (_Requiescat in pace_)--en ik herhaal dezen wensch, dat hij
+in vrede ruste!--want hij was een menschenvriend, een beminnaar en
+beoefenaar der schoone wetenschappen, door zijne vrienden geacht,
+en vooral in zijn Aartsbisdom als een redelijk en weldadig man
+algemeen geliefd en als een vader geëerd. De rivier _le Tarn_, die
+door die landstreek loopt, had door eene overstrooming vreesselijke
+verwoestingen, in een gedeelte van hetzelve aangerigt; de ellende
+der landlieden was groot--en wie troostte hen, wie kwam hun in deze
+akelige toestand zoo krachtdadig te hulp?--wie anders dan de goede de
+Bernis [86]. Dit geval was mij bekend [87], en ik zag dan ook met veel
+genoegen deze _tombe_. Zij bestaat in een verheven graf (_sarcophage_)
+waarop een kussen fraai van marmer gewerkt, en daarom een vergulde
+rand en kwasten; boven hetzelve aan het gewelf van de Kapel hangt
+de roode Kardinaalshoed, met de daar aan behoorende strikken en
+kwasten. Voor de Kapel is een eenvoudig ijzeren hek, anders zag ik in
+deze Kerk niets bijzonders; doch ik ontmoette 'er denzelfden Monnik,
+dien ik tusschen _Marseille_ en _Toulon_ gezien had; ik sprak hem aan,
+en vragende, waar hij van daan was, vernam ik, dat hij in een Klooster
+in deze landstreek had gewoond, en behoorde tot de order _de la Merci_,
+dat is, om de Christen-slaven vrij te koopen, doch dit ging zoo ver,
+als het voeten had. De man was oud en arm, ik was hem dus een aalmoes
+schuldig, die ik hem dan ook in de hand stopte.--Waarom laat men,
+dacht ik, in plaats van zoo een mensch hier te laten rondzwerven,
+hem niet liever zijn Monnikspak, dat 'er zeer smerig en versleten
+uitzag, uittrekken, bezorgende hem vervolgens in een oude Mannen-
+of Gasthuis, on daar zijne dagen te eindigen.
+
+De gewoonte is, zoo wel hier als elders in _Frankrijk_, om vooral
+met de warmte bier in de Koffijhuizen te drinken; doch ik vond,
+dat het hier en hier omstreeks eenen onaangenamen bitteren smaak
+had, en vernam dat men 'er palm in plaats van hop bij deed, omdat de
+brouwers het eerste genoegzaam om niet hebben, en het laatstgenoemde
+moeten betalen. 't Is wel mogelijk, dat het niet ongezond is, maar
+het smaakt niet lekker.
+
+
+'s Avonds op de gemeene wandeling bij de bron, zag ik een' man met
+een mantel en bef, en vernam, dat het een Protestantsch Predikant
+was. Dat geloofsgenootschap heeft hier twee publieke Kerken, voor
+de omwenteling aan Kloosters of diergelijke behoord hebbende; doch
+in een van dezelve word de dienst nog maar verricht, omdat de andere
+nog niet in gereedheid gebragt is.
+
+Voor 18 livres huurde ik een koets met twee paarden, (dat men te
+voren wel moet bedingen, anders krijgt men muilezels, die schier
+altijd stapvoets gaan) om den volgenden morgen naar de vermaarde
+_Pont du Gard_ te rijden, welke brug drie _lieues du pays_, dat is,
+wel drie uren gaans van _Nismes_ is afgelegen.
+
+Den 22 dezer, 's morgens om 7 uren reden wij naar de _Pont du
+Gard_, langs een' goeden en vrij aangenamen weg, waarvan ik u
+echter niets bijzonders heb te vertellen. Aan de _Barrière_, ruim
+een kwartier, voor dat men aan de brug komt, is een herberg, waar
+wij afstapten, om den voerman het barrière-geld te doen uitwinnen;
+en na wat ontbeten te hebben, wandelden wij op een hoogte langs
+de rivier de _Gardon_, voorheen _Gard_ genoemd, naar de brug; men
+heeft hier een allerliefst gezigt op en over de rivier, alwaar een
+dorpje schilderachtig gelegen is. Weldra ontdekte ik het overgebleven
+gedeelte van die stoute waterleiding, dat men slechts _Pont du Gard_
+noemt. Wij stonden versteld over dit ontzaggelijk stuk werks,
+een der schoonste gedenkteekenen, dat ons van de _Romeinsche_
+grootheid is overgebleven. De afbeelding, die gij in een der platen,
+welke ik u beloofd heb, zien zult, is zeer naauwkeurig; ik behoef
+'er u dus geene omstandige beschrijving van te geven, en het zal
+voldoende zijn, wanneer ik u zeg, dat de waterleiding, waar van de
+zoogenaamde _Pont du Gard_ een deel uitmaakte, diende, om het water uit
+de twee bronnen, genaamd _Airan_ en _Eure_, tot in de stad _Nismes_
+te geleiden; misschien was toen de bron in de stad nog niet ontdekt;
+de verste van deze twee bronnen ligt omtrent maar 3 1/2, en de andere
+maar 3 uren van _Nismes_, en echter was de waterleiding, voor zoo
+veel men kan nagaan, omtrent 7 uren lang van het eene eind tot het
+andere, door de omwegen, die men verpligt was te maken, om de noodige
+helling te behouden. Men veronderstelt, want duidelijke opschriften
+worden hier niet gevonden, dat M. Agrippa, schoonzoon van Augustus,
+gedurende zijn verblijf onder de _Gaulen_, omtrent het jaar 735 van
+_Rome_, 19 jaren voor Christus geboorte, dit trotsche en kostbare
+gewrocht heeft doen bouwen; doch het zou eerst vijftien jaren daarna
+voltooid zijn geworden. Gij zult in de afbeelding zien, dat het, om
+zoo te spreken, een brug met drie verdiepingen is, de geheele hoogte
+van het water af, is 24 _toises_ 3 voeten [88]; en dit geheele werk
+werd alleen gemaakt, om de waterleiding, die 'er boven op ligt, te
+onderschragen, zij is geheel van gehouwen steen zonder kalk of çement
+gebouwd, behalve de waterleiding, waar aan men die natuurlijk heeft
+moeten gebruiken, on het doordringen van het water te beletten. Wij
+klauterden 'er tegen de rots boven op; de waterleiding vier voeten
+breed, en met platte steenen uit één stuk gedekt zijnde, kan men
+'er opgaan; en niet alleen het werk, maar bijzonder ook het schoone
+gezigt, dat men daar heeft, verdient zulks. Inwendig is die gang,
+waar het water doorliep, vijf voeten hoog, zoodat men 'er een weinig
+bukkende in kan gaan; zij is 136 _toises_, drie voeten lang. Dit
+gedeelte van die ontzaggelijke waterleiding is nog genoegzaam in zijn
+geheel gebleven, zoo als gij in de plaat zien zult. De onderste brug
+dienende tot een' overgang over de rivier _de Gardon_, werd eerst in
+het begin van de 17de eeuw daartoe bruikbaar gemaakt; maar ziende,
+dat het gebouw, oorspronkelijk voor geen brug gemaakt zijnde, daar
+door leed, liet men het weder herstellen. In 1743 werd de eerste
+steen aan eene nieuwe brug gelegd, en deze tegen de oostelijke zijde
+van de oude aangemetseld, zoodat dezelve in 1747 voltooid werd; dit
+was des te noodzakelijker omdat _de Gardon_ vooral in den winter zeer
+hoog kan zijn, en dan om den snellen stroom ongemakkelijk is om over
+te varen. Deze rivier neemt zijn' oorsprong in de _Cevennes_, digt
+bij den berg _Mont de l'Ozère_ genaamd, en werpt zich omtrent een
+uurtje boven _Beaucaire_ in de _Rhone_. Men vindt in het zand langs
+den oever, kleine schilfertjes goud, die door het water aangevoerd
+schijnen te worden; onder aan de brug, een hand vol zand oprapende,
+zag ik daarin terstond een menigte van die kleine schilfertjes,
+doch ik zou ze eerder voor zilver dan voor goud aanzien; men zegt,
+dat menschen die dit zand verzamelen, en het weten te zuiveren, 'er
+wel acht à negen livres daags mede kunnen verdienen. Van verre, aan
+den overkant van de rivier, ziet men nog eenige overblijfsels van de
+waterleiding. Op de brug was eenig werkvolk bezig om dezelve op nieuw
+te bestraten; zij verhaalden mij, dat de muur, die langs den weg bij de
+brug aan de linkerhand, als men van _Nismes_ komt, onder tegen de rots
+gemaakt was, diende om daar door het afrollen van steenen te beletten;
+zijnde 'er nog maar weinig tijds geleden, een man, daar langs komende,
+onder een zwaren brok steen, dat van boven nederkwam, geraakt. Deze
+ongelukkige was daar door meêr dan half verpletterd, terwijl het
+bovenste gedeelte onverzeerd was gebleven, en van onder den steen
+uitkwam; hij leefde dan nog volkomen, en men kon den ongelukkigen
+niet helpen; want de steen was zoo groot, dat hij niet anders dan
+door werktuigen kon bewogen worden, en die had men niet bij de hand;
+ook was 'er hoegenaamd geen hoop, om den lijder te herstellen, waarom
+men zijne ellende door een snaphaanschoot verkortte. Ik vernam wijders
+van die werklieden, dat een bekwaam bouwmeester onlangs had opgenomen,
+wat 'er aan de geheele _Pont du Gard_ behoorde hersteld te worden,
+om dit majestueuse gedenkstuk voor verval te bewaren, en dat zijlieden
+gelast waren met dat werk; het blijkt dus, dat men 'er wel zorg voor
+draagt. Ik heb u nog vergeten te zeggen, dat men, op de onderste brug
+staande, op een van de eerste bogen van de tweede aan de linkerhand,
+van _Nismes_ komende, eene kleine afbeelding gebeeldhouwd ziet,
+die men den haas (_le lievre_) noemt, en mij dunkt, dat het ook wel
+eenigzins naar een haas gelijkt, die door een hond vervolgd wordt;
+maar volgens oudheidkundigen moet het een _Priapus_ of _Phallus_
+verbeelden, in denzelfden smaak, als die, welke men hier en daar
+tegen de muren van het _Amphithéater_ te _Nismes_ ziet.
+
+Terug keerende, maakte ik een praatje met twee boerinnen, die
+denzelfden Weg gingen; zij waren zeer spraakzaam, en bijzonder de
+oudste, die wat meer _Fransch_ sprak. _Patois_, eenigzins verschillende
+van dat van _Provence_, is anders de landtaal; ik heb opgemerkt,
+dat lieden in deze streken, die wat _Fransch_ kennen, 'er grootsch
+op schijnen te zijn, en het daarom gaarne met vreemdelingen spreken
+[89]. Die vrouwen verhaalden mij, dat 'er niet ver van dezen weg aan
+de regterhand, naar _Nismes_ gaande, onderaardsche gangen waren,
+welke digt bij die stad uitkwamen, en dat sommige vreemdelingen
+de nieuwsgierigheid gehad hadden, om daar met fakkels in te gaan;
+'t kan zijn, doch ik vind 'er bij de schrijvers, die ik nagezien heb,
+geene melding van gemaakt.
+
+Wij namen in de herberg, waar het rijtuig stond, het middagmaal,
+dat maar redelijk was. De _Franschen_ hebben doorgaans de gewoonte,
+om een menigte schoteltjes te geven, in plaats van een paar goede
+eenvoudige geregten; dit maakt den maaltijd kostbaar, zonder dat
+die naar evenredigheid voedzamer of smakelijker is; want vooral in
+die herbergjes, die men op het land aantreft, weet men vele van de
+spijzen, die in navolging der groote steden al voorgezet worden,
+niet goed gereed te maken, en ofschoon 'er de hoeveelheid wel is,
+de hoedanigheid ontbreekt 'er aan.
+
+Te _Nismes_ terug gekeerd, ging ik 's avonds op de _Esplanade_ in
+den maneschijn wat op en neder wandelen, en vond daar veel menschen;
+'er staan slechts eenige jonge boompjes, waar men de blaadjes wel aan
+tellen kan, zij zien nog niet eens groen door de stof, die 'er op zit,
+en dit en de tuin van de bron zijn genoegzaam de eenigste wandelingen.
+
+Heden den 23 bezigtigde ik de Bibliotheek, zoo als men dat ter loops
+doet; vervolgens zag ik het kabinet van Natuurlijke Historie en
+Oudheden, bevattende onder anderen eene menigte versteeningen van
+visschen, of gedaanten van dezelven in steen, alsmede verscheidene
+planten, vooral varen in leijen versteend en in de koolmijnen
+ontdekt. Ook zag ik 'er een fraai stuk _lava_, uit de voorheen
+vuurspuwende bergen van de _Vivarais_; een brok versteend hout,
+dat mooi gevlamd was, en dat men ook hier omstreeks had gevonden,
+benevens een menigte andere mineralen en gesteenten. Onder de oudheden
+is merkwaardig een schoon metalen hoofd zijnde van een reusachtige
+gedaante, en onder de puinhoopen der baden gevonden, benevens eenige
+kleine huisgoden (_penates_) kleine altaartjes, gereedschappen der
+ouden enz. Men heeft hier ook eene fraaije verzameling van oude
+munten en medailles, waar onder ik 'er verscheiden vond, die om
+de teekening en afbeeldingen van kleedingen enz. van belang zijn,
+zoo wel voor kunstenaars en geschiedkundigen, als voor liefhebbers
+van oudheden: onder anderen zag ik 'er een, waarop een paard met
+een opgezetten (_geanglizeerden_) staart, waar uit dus blijkt, dat
+de ouden ook reeds de wreedaardige wijze, om die dieren den staart
+om hoog te doen dragen, gekend hebben. Een aantal van deze munten,
+waaronder vele zilveren, zijn in deze stad en daar omstreeks gevonden,
+en behooren dus tot de geschiedkunde van dezelve. De _Bibliothecaris_
+en bewaarder (_conservateur_) van dit kabinet, is een zeer vriendelijk
+man. Het gebouw, waarin dit alles bewaard wordt, is zeer fraai, en
+werd voor de omwenteling _le Collegue_ genaamd. Voorheen was hier ook
+eene _Academie Royale des Sciences et belles Lettres_; en de smaak der
+ouden voor de fraaije kunsten en wetenschappen schijnt in latere eeuwen
+die van _Nismes_ nog bij gebleven te zijn. Thans dient het voormalige
+_Collegue_ voor een _Ecole Centrale_. Ik vergat u nog te zeggen, dat
+ik, in een beneden zaal van dat gebouw, twee gnappe schilderijen zag,
+door eenen Renaud van hier geboortig, beiden verbeelden een deel van
+de geschiedenis van Joannes _de Dooper_, het eene is te _Avignon_
+in 1656, en het andere te _Rome_ in 1685, geschilderd.
+
+Na den middag ging ik naar de Protestantsche Kerk, waar heden
+(Donderdag) een korte leerreden en onderwijs voor de jeugd werd
+gehouden; onder weg vroeg ik aan eene deftige bejaarde vrouw, waar de
+Kerk was, en deze 'er zelve heen gaande, bood zich aan om 'er mij naar
+toe te geleiden, en was zeer vriendelijk, vooral toen zij verstond,
+dat ik een _Hollander_ was; want hare voorouders en geloofsgenooten,
+zeide zij, hadden in dat land hulp en bescherming gevonden. In de Kerk
+komende, moest ik dan ook voor aan bij de Ouderlingen en Diakonen
+zitten, en de Godsdienst geëindigd zijnde, werd ik verzocht om in
+het Consistorie te komen, waar de twee Predikanten mij vriendelijk
+ontvingen, en hunnen dienst aanboden, waarvoor ik die goede lieden
+bedankte, terwijl ik 'er geen gebruik van kon maken, omdat mijne
+afreis den volgenden dag bepaald was. De Protestanten luiden hier ook
+bij het aangaan van de Kerk de klok, en de Predikanten gaan met mantel
+en bef over de straat. Het is een gnappe Kerk met een orgel 'er in en
+een torentje 'er op. Ik zag veel vrouwen in dezelve met een kruisje
+aan haar halssieraad. Eene vrouw, die digt bij den voorzanger zat,
+vroeg hem overluid in het _Patois_ den hoeveelsten Psalm men zong,
+en deze antwoordde haar weder in het _Patois_.
+
+'Er bleven mij nog twee oudheden ter bezigtiging over, namelijk de
+zoogenaamde _Porte de France_, en de _Porte de Rome_; deze zijn alleen
+van de tien poorten, door de _Romeinen_ gebouwd, overgebleven. De
+eerstgenoemde vindt men in oude bescheiden, onder den naam van _Porta
+Coöperta_ (overdekte poort). Aan het geen 'er van is overgebleven,
+is niet veel bijzonders te zien, dunkt mij.
+
+De poort van Rome (_la porte de Rome_) is eerst in 1793, bij het
+slechten van de wallen, aan de oostzijde van de stad, gevonden; en de
+stukken en brokken weder op een gezet, maken een langwerpig vierkant
+uit, doch dit gebouw schijnt zeer laag, omdat het voor een gedeelte
+nog in den grond staat, en het bovenste werk 'er waarschijnlijk
+van verwoest is. Het is 10 _toises_, 3 voet lang, en 4 _toises_,
+3 voet hoog; 'er waren twee ingangen naast elkanderen, doch de
+eene is toegemetseld. Aan beide zijde van de ingangen zijn twee
+Corinthische pilasters; boven dezelve ziet men nog de overblijfsels
+van een Latijnsch opschrift, waar uit schijnt te blijken, dat Keizer
+Augustus deze poort deed bouwen, op het einde van het 738ste, of in
+de zes eerste maanden van het 739ste jaar van _Rome_, dat is omtrent
+15 of 16 jaren voor de Christelijke jaartelling.
+
+Om deze stad en in de voorsteden zijn verscheidene tuinen; in een
+derzelven, digt bij den tuin van de bron gelokt, door den aangenamen
+reuk, dien ik in het voorbijgaan gewaar werd, vond ik daar onder
+vele andere bloemen en planten, eene menigte zoo dubbelde als enkelde
+tuberozen; het ging tegen den avond, en dan rieken die bloemen zeer
+sterk. Ook zag ik 'er gansche hagen van jasmijn, die insgelijks
+een alleraangenaamsten reuk verspreiden; deze tuin behoorde aan een
+hovenier en bloemist, die mij verlof gaf, om 'er in te wandelen. Ik
+had hier ook in eenige tuinen gezien, dat men de leiboomen tegen
+de muren vastmaakte, aan een draadwerk van koperdraad, met groote
+ruiten gevlochten, en ik geloof, dat dit beter is dan het latwerk,
+dat men bij ons en elders gebruikt, omdat het langer duurt, doch
+misschien kost het ook meêr.--Dezen nog van hier willende afzenden,
+breek ik af; verwacht nader schrijven van _Montpellier_.
+
+
+
+
+
+VEERTIENDE BRIEF.
+
+_Montpellier, 27 Augustus._
+
+
+Voor dat ik van mijne afreis van _Nismes_ spreek, moet ik u nog
+iets van de oudheid en geschiedenis dier stad zeggen. Vermaarde
+schrijvers het denkbeeld, dat zij door de kinderen van Hercules zou
+gebouwd, en wel 3400 jaren oud zijn, als een sprookje verwerpende,
+stellen, dat die stad haar' oorsprong verschuldigd is aan de
+_Phoceënsers_, die _Marseille_ te klein vindende, zich hier,
+zoo wel als te _Orange_, te _Nissa_, te _Antibes_, te _Turin_,
+en te _Tarragone_, kwamen vestigen. De onderscheidene _Grieksche_
+opschriften, te _Nismes_ gevonden, schijnen dit te bevestigen;
+in de landtaal (_Patois_) heeft men ook verscheidene woorden,
+die van het _Grieksch_ herkomstig schijnen, als mede de _Grieksche_
+benamingen van sommige plaatsen hier omstreeks. Zij bestond dan reeds
+400 jaren voor de overwinningen van Fabius Maximus onder de _Gaulen_,
+en werd toen aan het juk der _Romeinen_ onderworpen. In de 5de eeuw,
+was zij gedurende zestig jaren, beurt om beurt de prooi der _Wandalen_
+en _Gothen_; in de 6de maakten de _Visi-Gothen_ 'er zich meester van,
+in de 8ste werd zij door de _Saracenen_ verwoest, aan welke Pepin
+le Bres [90] haar weder ontrukte, en 'er Ondergraven (_Vicomtes_)
+aanstelde, onder de Hertogen van _Septimanie_. Vervolgens namen de
+Ondergraven van _Nismes_, en de Graven van _Toulouse_ 'er bezit van,
+en na hun de Koningen van _Arragon_, die ze in 1258 aan Lodewijk den
+IX. bijgenaamd _den Heiligen_ (_St. Louïs_) afstonden. Na dien tijd
+heeft zij door Staats- en geloofsonlusten nog zeer veel geleden,
+en welke aanmerkelijke veranderingen heeft zij in onze dagen niet
+ondergaan! Van eene Koninklijke regering onder een Republikeinsch
+bestuur, en eindelijk onder eene Keizerlijke regering! Thans is
+_Nismes_ de hoofdplaats van het Departement _du Gard_, het verblijf
+van de Prefect, en een Regtbank ter eerster _instantie_.
+
+De menschen schijnen hier vlijtig, en in hunne levenswijze
+vrij eenvoudig te zijn, en men vindt 'er verscheidene gegoede
+burgers. Behalve de fabrieken, waarvan ik reeds gesproken heb,
+heeft men 'er hier ook nog van wollen en andere stoffen, doch de
+tijdsomstandigheden zijn daar voor ook al niet gunstig.
+
+Den 24 dezer, 's morgens vroeg opstaande, ging ik voor het laatst het
+Amphithéater en andere oudheden nog eens bekijken; op de _Esplanade_
+raakte ik in gesprek met een' burgerman, die liefhebberij voor kunsten
+en wetenschappen scheen te hebben, en mij van dit een en ander nog al
+wat wist te vertellen. Over het algemeen hebben de burgers hier nog
+al veel op met de oudheden van hunne stad, het geen ik met genoegen
+bespeurde. De twee torens die de _Gothen_ of _Visi-Gothen_, zich
+binnen de muren van het Amphithéater versterkende, daarin hadden,
+gebouwd, zijn ook in het begin van de omwenteling, op last van de
+Municipaliteit, afgebroken, en de steenen daarvan hebben gediend, om
+den tuin van het voormalige Kapucijner-Klooster, op de _Esplanade_,
+met een muur te omringen. De Kloosters afgeschaft zijnde, dient dit
+gebouw voor een bijzonder gebruik, ik meen voor een fabriek.
+
+Toen ik voor de Hoofdkerk stond, en die nog eens met aandacht bekeek,
+bood een boer, die waarschijnlijk bespeurde, dat ik een nieuwsgierige
+vreemdeling was, mij drie oude koperen munten aan, om te koopen;
+hij zeî, die niet lang geleden, omstreeks deze stad, naar den kant
+van _Arles_, in een boschje gravende, gevonden te hebben. Zij schenen
+van de eerste Christen tijden te zijn; ik kocht ze voor slechts 24
+Fransche stuivers; want meêr vroeg de man niet, en ik raadde hem,
+om daar omstreeks verder te zoeken, alzoo 'er misschien nog oudheden
+van meêr belang verborgen waren.
+
+Jean Nicot, die, in 1559 Ambassadeur in _Portugal_ zijnde, vervolgens
+de Tabaksplant van daar aan aanbragt, welke dan ook na hem _Nicotiana_
+genaamt werd, is te _Nismes_ geboren.--en dit vergat een _Hollander_
+bijna aan een _Hollander_ te schrijven. Hij was Doktor in de
+Medicijnen, en heeft ook eene Fransche en Latijnsche _Dictionaire_
+geschreven.
+
+'s Morgens om elf uren vertrokken wij met den postwagen, die van
+_Avignon_ naar _Toulouse_ rijdende hier door komt, tot _Montpellier_,
+van waar ik u thans schrijve.
+
+De weg was goed, doch de stof verschrikkelijk, want de wegen zijn hier
+niet gestraat, maar met steengruis opgeworpen, en deze steen, die niet
+zeer hard is, door de raderen gemalen zijnde, veroorzaakt eene fijne
+en ligte stof. Reizigers, van _Marseille_ komende, verhaalden ons,
+dat de Admiraal Freville Latouche te _Toulon_, waar hij kommandeerde,
+overleden was; hij bevond zich reeds gevaarlijk ziek, toen wij 'er
+waren.--Dit is een groot verlies voor de _Fransche_ zeemagt.
+
+Het land schijnt hier omstreeks zeer bewoond; wij zagen verscheidene
+steedjes en dorpjes aan den weg, en van verre liggen. Te _Lunel_, een
+steedje beroemd bij alle lekkerbekken om den keurigen muscaatwijn, die
+daar omstreeks groeit, en de muscadelle druiven, die men ook gedroogd
+in kistjes naar alle oorden verzendt, en die voor eene ongemeene
+lekkernij gehouden worden, was het juist jaarmarkt en daar door vrij
+druk; wij hielden 'er een kwartier stil, en hadden dus den tijd om eens
+rond te zien, en van den lekkeren wijn te proeven. Zij wordt in kleine
+flessen van licht groen glas, die verzegeld zijn, en waarop een briefje
+geplakt is, verkocht; wij betaalden voor zulk een fles 50 _sous_. Met
+genoegen zag ik de boeren op de markt met elkanderen, bezig met het
+koopen en verkoopen van vee, bijzonder schapen, ezels en muilezels;
+het gaat daar bijna zoo al op dezelfde wijze toe, als op onze markten.
+
+Hier zijn ook vele Protestanten. In vroegere tijden was deze plaats
+meest door Joden bewoond, en de vermaarde Rabbi Salomon Jarchi had hier
+zijn school. Behalve de stof is de weg niet onaangenaam, en tamelijk
+vlak; de voorname vruchten, die deze landstreek oplevert, schijnen
+olij en wijn te zijn. Ten 6 1/2 uur kwamen wij te _Montpellier_
+aan; die stad op een hoogte gelegen, doet zich aangenaam op. Wij
+stapten af aan het Hotèl _du Midi_, digt bij den Schouwburg, en de
+voornaamste gemeene wandeling. _Nismes_ en _Montpellier_ is 6 1/2
+post van elkanderen gelegen.
+
+Den 25 dezer, na de stad eens doorgeloopen te hebben, ging ik de
+gemeene wandeling, de _Esplanade_ genaamd, bezigtigen; zij is vrij
+groot; en met regte rijen boomen beplant, doch welke 'er niet wel
+schijnen te kunnen groeijen, want zij zien 'er dor en kwijnende
+uit; hoewel zij reeds 80 jaren oud zijn; want deze wandeling werd
+door den Hertog de Roquelaure, Kommandant van de Provincie, in 1724
+aangelegd, geven zij nog maar weinig lommer, en men zou denken, dat
+zij 'er naauwelijks de helft van dien tijd gestaan hadden. Aan ieder
+eind van deze wandeling is een ronde vijver of kom met water, en in
+het midden staat een vrij hooge kolom, waarop een Vrijheidsbeeld van
+geelachtigen steen, dien men hier omstreeks vindt. De citadel, die aan
+den eenen kant van deze wandeling gelegen is, werd door Lodewijk den
+XIII. na de belegering van deze stad gebouwd, om de Protestanten in
+teugel te houden. Ik ging 'er in, doch zag niets bijzonders. 'Er staan
+uitgestrekte gebouwen, die voordezen voor _casernen_ dienden. Op de
+wallen rondom, heeft men een schoon gezigt, tot in de _Middellandsche
+Zee_; naar ik vernam, moest deze vesting eerstdaags gesloopt worden, de
+grond en afbraak is aan de stad afgestaan. Men was werkelijk bezig met
+de grachten te dempen. Inwendig is _Montpellier_ ook al niet fraai, de
+meeste straten zijn naauw, krom, en op en neder loopende. In de groote
+straat (_grande rue_), die nog al redelijk breed is, zijn de fraaiste
+winkels en Koffijhuizen: vooral in dat gedeelte van de stad, is het
+ook vrij levendig. _La place du Peyrou_ is eene gemeene wandeling;
+aan de andere zijde van de stad (met betrekking tot de _Esplanade_)
+en op het hoogste gedeelte van den heuvel, waarop zij gebouwd is,
+gelegen; men komt 'er op door een fraaije poort of zegeboog, die met
+afbeeldingen _en basrelief_ pronkt, welke keurig gewerkt zijn; een
+van dezelve verbeeldt den Godsdienst, te weten den Roomschen; die de
+ketterij, dat is het Protestantsch geloof, vernietigt; het opschrift
+dat 'er onderstond, heeft men 'er in het begin van de omwenteling
+uitgehouwen. Door deze poort ziet men op een' zekeren afstand een
+sierlijk gebouw, het is een water-kasteel (_Chateau d'eau_) zeskant
+van gedaante; de buitenzijde pronkt met twaalf geribde pilaren van
+Corinthische orde, en van binnen staan 'er zes diergelijken, en in
+'t midden van dezelve een fraaije ronde kom met water. Men klimt
+'er langs verscheidene trappen naar toe, en heeft daar op eene soort
+van galerij, met een fraai steenen hekwerk en zitbanken omgeven, een
+allerverrukkendst gezigt. In het zuid-westen ziet men de keten der
+_Pyrenesche_ gebergtens, ten noorden over een vrolijk landschap de
+bergen en rotsen van de _Cevennes_, ten oosten ontdekt men de _Alpen_
+in een flaauw verschiet, en ten zuiden ziet men weder over een fraai
+en aangenaam geschakeerd landschap tot in de _Middellandsche Zee_. Het
+water-kasteel is met fraai en toepasselijk beeldhouwwerk versierd,
+zoo als _Guirlandes_ van netten met allerlei visschen enz. onder
+hetzelve liet men ons de bakken zien, waarin het water, door de
+trotsche waterleiding, waarvan ik u hier na spreken zal, gebragt
+wordt; onder voor dit water-kasteel, is nog een groote vijver, waarin
+het water uit de binnenste kom, door kleine watervallen loopt. In
+dezen vijver, waarvan het water zeer helder is, ziet men karpers,
+bermen, en eenige goudvisschen. De plaats _du Peyrou_ [91] zelve is
+rondom met een steenen leuning en zitbanken omringd, en in het midden
+stond voor de omwenteling een fraai metalen standbeeld, verbeeldende
+Lodewijk den XIV. te paard [92]. Sedert eenigen tijd heeft men aan
+beide zijde ook een rij _Acacia_-boomen geplant, dat wel noodig is;
+want het is anders zoo vlak en aan de zon blootgesteld, dat men 'er
+althans zomers niet anders dan 's avonds, of 's morgens zeer vroeg,
+wandelen kan; doch van deze plaats klimt men aan beide zijden af, en
+daar heeft men een aangename en lommerijke wandeling onder acacia,
+platanussen, en ijpeboomen, hoewel deze laatste hier ook niet wel
+aarden willen; doorgaans worden de bladeren al vroeg in den zomer rood,
+en van een soort van insecten doorknaagd; thans zagen zij 'er door den
+buitengewoonen regen nog al vrij wel uit; in het achterste gedeelte
+van deze wandeling, zijn twee vijvers met springende fonteinen,
+en hier gaat men door ruime bogen onder de waterleiding (_aquaduc_)
+door. De ingangen van deze wandeling zijn met fraaije ijzeren hekken
+versierd, kortom het geheel is zoo grootsch en prachtig, en voegt zoo
+weinig bij een stad als _Montpellier_, waar men anders bijna niets
+van dien aard ziet, dat Keizer Josephus de II. hier door reizende,
+en _la place du Peyrou_ ziende, vroeg: "_Waar dat toch de stad was_."
+
+Aan de linkerzijde, als men de stad zal ingaan, ziet men boven de muren
+van dezelve een vrij hoogen en van boven platten toren uitsteken. Op
+dezelve zag ik eenige tamelijke groote pijnboomen; dit maakte geene
+onaardige vertooning. Van hier verder de muren buiten omwandelende,
+komt men uit aan de _Esplanade_, en klimt daar langs verscheidene
+trappen ter dezer plaatse op.
+
+Den 26 dezer wandelde ik 's morgens om 5 1/2 uur reeds naar buiten,
+om de _Aquaduc_, waar ik u van gesproken heb, en die ik reeds van
+de _place du Peyrou_ bewonderde, nader bij te beschouwen. Ik ging
+den grooten weg op, tot het begin van deze waterleiding, dat is
+een half uurtje van de stad; hier staat een steenen huisje, waarin
+de buizen, door welke het water van de bron _St. Clement_, omtrent
+een uur van daar geleid wordt, uitkomen; dit huisje is geplaatst op
+een' heuvel, de helling van denzelven volgende, heeft men eerst ter
+lengte van eenige passen een muurwerk zonder bogen; vervolgens lager
+afklimmende, komt men aan de kleine bogen, en daarna aan de groote;
+daar de kleinen boven opstaan; want deze _Aquaduc_ bestaat uit twee
+verdiepingen, in denzelfden smaak als de twee bovenste van de _Pont
+du Gard_. Jammer is het, dat zij niet regt, maar met een elleboog
+gebouwd is [93]; tot dezen hoek of elleboog, naar de stad gaande,
+telde ik 59 kleine en 10 groote bogen, en van daar 123 kleine en 40
+groote, dus in 't geheel 182 kleine op 50 groote bogen of poorten,
+behalve de twee, die nog in de onderste wandeling van de _place du
+Peyrou_ staan. Volgens mijne afmeting is zij 970 treden lang, tot aan
+den muur van de _place du Peyrou_. De bovenste of kleine bogen zijn
+ook aan de binnen zijde boogsgewijze gemaakt, zoodat men daar van de
+_place du Peyrou_ langs een trap bijklimmende [94], 'er in ziet, als
+in een lange galerij, nimmer heb ik fraaijer _perspectief_ gezien,
+en nog ziet men maar tot den hoek of elleboog. Ik beschrijf dit wat
+omstandig, omdat vele schrijvers 'er geen naauwkeurig verslag van doen,
+en mij dunkt, dat het der moeite wel waardig was. Omtrent het midden
+van de afgeloopen eeuw, werd dit groote werk ondernomen; en een Pitot,
+in de water-werktuigkunde bekwaam, met de uitvoering daar van belast.
+
+De morgenstond schoon zijnde, wandelde ik weder naar de akkers
+terug; onder aan de bogen van de _Aquaduc_ tegen den zonkant, zag
+ik verscheidene hagedissen, die overal in het zuiden van _Frankrijk_
+zeer algemeen zijn, doch nergens zag ik 'er meêr bij elkanderen dan
+hier; sommige zijn wel een span lang, doch zij doen hoegenaamd geen
+kwaad. De grond, hoewel van natuur schraal, levert, door de bewerking
+en bemesting, echter akkers, konstweiden, meestal van Lucerne-klaver,
+en moestuinen, op; deze laatsten moet men gedurig bevochtigen,
+en dat geschiedt op de volgende wijze: bij de meeste tuinen is een
+put gegraven, die eene vrij wijde opening op een heuveltje heeft;
+digt bij deze opening is een rosmolen, waarin een paard of muilezel
+loopt, en door de gewone werking van die molens, een redelijk breed
+rad in den mond van de put _verticaal_ beweegt. Aan dit rad hangt een
+soort van touwladder, waaraan verscheidene aarden potten of kruiken
+onder elkanderen geplaatst zijn [95], deze ladder los om het rad
+hangende, gaat dezelve door de draaijing op en neder, zoo dat de
+onderste kruiken water scheppen, en de bovenste het uitstorten in
+een bak tegen de put geplaatst, uit welken bak het dan door een buis
+of buizen afloopt in den tuin, door groeven ten dien einde gemaakt,
+dezelve overal bevochtigende, en langs en op de bedden loopende. Deze
+wijze van begieten zou in de _Meijerij_ van den _Bosch_, en andere
+hooge landen bij ons, ook zeer wel te pas komen, en scheen mij toe,
+de put gegraven zijnde, niet zeer kostbaar te zijn. De groentens
+in soorten stonden daar dan ook vrij frisch. Anders ziet men hier
+omstreeks weinig vrolijk groen; de vale olijfboom, de wijnstok en de
+moerbeziënboom, die in de lente, en het begin van den zomer schier
+bladerloos is, omdat het blad voor de zijwormen geplukt wordt, deze
+zijn het, die men in een groot deel van _Provence_ en _Languedoc_
+het meeste aantreft, en men mag onze Vaderlandsche vlakke gronden
+eenzelvig noemen; zij hebben een veel weelderiger en aangenamer
+voorkomen, dan de landen, die men over het algemeen in het zuiden,
+en zelfs in het grootste deel van _Frankrijk_, dat ik gezien heb,
+vindt. Wat is het bovendien aangenaam, dat men zoo vele goede en
+nuttige dieren, zoo vrij en vrolijk in de weide ziet omspringen en
+huppelen; hier zijn zij bijna altijd onder het juk of op de stallen,
+als in eene gevangenis opgesloten. Bij ons geeft een koe hare melk,
+en leeft althans zomers genoegzaam volkomen in haren natuurstaat,
+zij ziet 'er gezond en vrolijk uit, terwijl hier het magere kwijnende
+koeitje, dat 'er doorgaans morsig uitziet, op den stal vermuft,
+of zelfs nog wel een kar moet trekken. Bij ons spant de landman 's
+avonds zijn paard uit, en brengt het naar de weide; daar loopt het
+vrolijk heen, rolt zich in het lange gras en vergeet zijne moeite
+en arbeid; het heeft ook zoo wel als de mensch zijne rustdagen. In
+ons Vaderland gebruikt men de dieren, ten minste op het land,
+en vooral daar overvloedige weilanden zijn, om zoo te spreeken,
+als bedienden--hier zijn het ellendige slaven.--Ja, Vriend! wat men
+'er ook van zeggen moge, ons Land is in alle opzigten een land waar
+Vrijheid en Welvaart wonen willen! en God geve, dat wij het toch
+eindelijk onder elkanderen hierin eens mogen worden, om met vereende
+kragten alles in het werk te stellen, tot handhaving van onze vrijheid
+en onafhankelijkheid, en alzoo tot bevordering van ons wezenlijk heil;
+want zonder vrijheid kunnen wij veel minder dan andere landen bestaan;
+zij is immers genoegzaam onafscheidelijk aan onze Vaderlandsche bodem
+verbonden? en wee ons! indien wij haar van daar, door schandelijke
+onverschilligheid en gebrek aan Vaderlandsche deugden, verjagen.
+
+Hier over peinzende, ging ik de stad weder in, want het begon
+reeds warm te worden; en vervolgens, na wat ontbeten te hebben,
+de Protestantsche Kerk (_Temple de Protestants_) zoo als men die
+in _Frankrijk_ noemt, opzoeken: want het was zondag, en ik wist,
+dat hier vele inwoners tot dat Geloofsgenootschap behoorden. Deze
+Kerk staat in een der voorsteden _le Faubourg de Lattes_ genaamd,
+voorheen behoorde zij ook tot een Klooster; inwendig is dit gebouw zeer
+netjes opgemaakt, en 'er is een fraaije zaal voor den Kerkenraad. De
+tafel voor het Nachtmaal blijft altijd in de Kerk staan. Zij bestaat
+uit een' marmeren blad, op twee, naar den antieken smaak, gewerkte
+schragen van gemarmerd hout. 'Er was geen orgel, doch men zong 'er
+redelijk wel, ten minste schreeuwde men 'er zoo vervaarlijk hard niet,
+als doorgaans bij ons. De Gemeente was vrij talrijk, en scheen met
+aandacht te luisteren naar een goed en eenvoudig zedelijk Vertoog,
+dat door den leeraar zonder veel omslag of _pedanterie_, duidelijk
+werd uitgesproken, en dat niet langer dan een half uur duurde. De
+Diaken, welke aan de deur stond, en dien ik bij het uitgaan mijn
+aalmoes reikte, boog het hoofd, zeggende: _Que Dieu vous le rende!_
+Zoo hier als te _Nismes_, zag ik verscheiden Roomschgezinden, (zoo het
+scheen; want zij maakten tusschen beiden een kruis) den Godsdienst
+van het begin tot het einde bijwonen.--Met hoe veel genoegen zag ik
+dit bewijs van broederlijke verdraagzaamheid. Voor aan de straat was
+men bezig, om deze Kerk met een fraai portaal van gehouwen steen te
+versieren; het was reeds aanmerkelijk gevorderd: op dezelve staat ook
+een torentje met een klok, en men luidt 'er eveneens als te _Nismes_,
+bij het aangaan van den dienst [96]. Van hier ging ik de Hoofdkerk
+bezigtigen; zij is, zoo men wil, door Paus Urbanus den V., die in
+1370 gestorven is, gebouwd. Het portaal bestaat uit twee torens met
+een gewelf 'er tusschen, en gelijkt eerder naar den ingang van een
+vesting- of ridderslot, dan naar dien van een Kerk, Boven het koor
+staat nog een fraaije en hooge toren. Inwendig is zij ruim, vrij
+licht, en naar het schijnt onlangs opgemaakt. Het merkwaardigste,
+dat men hier ziet, is het groote en vermaarde schilderij van Bourdon,
+in deze stad geboren. Dit schoone stuk is aan het eind van het koor
+geplaatst, en verbeeldt Simon _den Toovenaar_, zijne kunsten voor
+Keizer Nero, in tegenwoordigheid van Petrus en Paulus, doende. Hij
+wordt door de duivelen, want die moeten toch altijd in het spel
+komen bij soortgelijke dingen, in de lucht opgeheven, enz. De
+hoofden van St. Pieter en St. Paulus, worden bijzonder in dit stuk
+bewonderd. Bourdon heeft 'er ook zijn eigen afbeelding (_portrait_)
+in gemaakt, en is te erkennen daar aan, dat hij naar de aanschouwers
+gekeerd is, en ook eenigzins een _moderner_ voorkomen heeft [97]. Het
+stuk kwam mij voor wat hoog geplaatst te zijn, doch heeft een goed
+licht. Aan beide zijden van hetzelve ziet men twee andere groote
+schilderijen; verbeeldende insgelijks geschiedenissen tot die van
+St. Pieter en St. Paulus behoorende; want St. Pieter is de patroon van
+deze Kerk; deze stukken schenen mij ook wel bezienswaardig te zijn;
+doch wie 'er de meester van was, wist men mij niet te zeggen. Van de
+Kerk sprekende, moet ik u eene afschuwelijke gebeurtenis verhalen,
+die hier in vroegere eeuwen plaats gehad heeft. Een der Bisschoppen
+van _Maquelone_, voorheen eene aanzienlijke, doch thans vervallen
+stad, niet ver van _Montpellier_, willende omtrent het jaar 1250,
+zijne onderhoorige Geestelijken, die vrij zedeloos en losbandig waren,
+tot het betrachten van hun' pligt terug brengen; besloten deze monsters
+om zich van zulk een' strengen zedemeester te ontdoen, en vergiftigden
+ten dien einde de _hostie_, die hij moest gebruiken om te communiçeren;
+zij bereikten maar al te wel hun oogmerk, want de redelijke Bisschop
+overleed wel dra aan de gevolgen van het vergift. Hoe gruwelijk
+deze moord op zich zelven ook reeds zijn moge, in het oog van
+Roomschgezinden vooral moet zij allerafgrijsselijkst wezen.
+
+'s Avonds ging ik in den Schouwburg; het is een vrij gnap gebouw,
+digt bij de _Esplanade_; voor hetzelve is een fraaije fontein met een
+groep, verbeeldende de drie bevalligheden, van wit marmer. Inwendig
+stond mij de zaal ook wel aan. Men gaf 'er een _Ballet_ en _les
+Miletiens_, _Opera_, _à grand spectacle_. De dekoratien waren vrij
+wel, doch de rest beteekende niet veel. Het zingen bijzonder was nog
+minder als redelijk, en ik, die buiten dien geen groot liefhebber van
+Opera's, en vooral niet van Balletten ben, liep 'er al schielijk uit,
+en ging liever op de _Esplanade_ wandelen, waar het in den maneschijn
+allerliefst was.
+
+Heden den 27 stond ik weder vroeg op, want ik herhaal het, men moet,
+in deze warme landen, vooral van den morgenstond gebruik maken,
+en ging eene wandeling buiten de stad doen. Het eerste dat mijne
+aandacht trok was een wol-bleekerij; de wol gewasschen zijnde werd op
+het veld uitgespreid, en met netten overspannen, om het verwaaien te
+beletten. Hier omstreeks heeft men ook eenige wasch-bleekerijen. Immers
+leverde dit ook in ons land een aanzienelijken tak van bestaan op;
+doch zal zekerlijk door de ongelukkige tijdsomstandigheden ook al
+veel verminderd zijn. Verder voortwandelende, zag ik nog meêr wol
+wasschen in een riviertje dat men hier _le Lez_ noemt, de velden
+langs, en bij dit riviertje gelegen, waarop men de wol droogt,
+worden in het _Patois_, _lous Pras de la Lana_ [98] genaamd. Naar
+ik vernam, is deze wijze van de wol te zuiveren, hier reeds van
+ouds een voornaam bedrijf, en levert een' aanzienlijken handel op;
+men maakt hier ook wollen dekens. De wandelingen beteekenen niet
+veel. Hier en daar op de hoogtens heeft men wel fraaije gezigten, en
+treft nu en dan nog al fraaije tuinen en buitenplaatsen aan; maar het
+lommer, dat lieve lommer, ontbreekt genoegzaam overal. Getroost u dan,
+Vriend! veroorloven uwe beroepsbezigheden u niet, om buiten 's lands
+te reizen, gij woont in het midden van de aangenaamste wandelingen,
+en ik verzeker u, dat ik nog nergens zulk eene aangename en bevallige
+verscheidenheid daarvan aangetroffen heb, als men rondom _Haarlem_
+vindt. _Balsamique_ en _aromatique_ kruiden en planten groeijen hier
+omstreeks veel, en worden door de reukwerk-bereiders (_parfumeurs_)
+ter dezer plaats woonachtig, wier waren, zoo als gij weet, ook onder
+ons beroemd zijn, in eene groote hoeveelheid gebruikt. Bij het inkomen
+van de stad bood mij een aardig meisje lekkere muskadelle druiven, voor
+den geringen prijs van drie _sols_ het pond, te koop aan; zij had 'er
+versche broodjes bij; ik kocht van het een en ander, en zette mij op
+een' bank, die niet ver van hier stond, neder, daar ik het voor mijn
+ontbijt met smaak opknapte; want in dit opzigt val ik in 't geheel
+niet verlegen. Dat de mist hier niet overvloedig zijn moet, blijkt;
+want niet alleen paarden-, maar allerlei soort van straatmist wordt
+hier langs de straten en wegen, zoodra het 'er maar nedergeworpen
+is, opgeraapt, en op ezels geladen; eens zelfs zag ik twee jongens
+elkanderen bijna in het haar zitten, om een hoopje paardenmist. Deze
+mist dient dan ook voor den land- en tuinbouw, en niet zoo als bij
+ons, om aan vreemden te verkoopen.--Hier aan kan ik toch nooit denken,
+zonder mij te ergeren.
+
+Door een' aanbevelingsbrief aan iemand, die naverwant was aan
+den Professor Broussonet, hadden wij bijzondere gelegenheid, om
+de zoo vermaarde Faculteit der Geneeskunde alhier te zien. Het
+gebouw, dat men _l'Université_ noemt, is digt bij de hoofd- of
+_St. Pieterskerk_. De Heer Broussonet, _Professeur de Clinique
+interne_, ontving ons zeer vriendelijk, doch daar hij het drok had,
+moetende dadelijk bij een _examen_ tegenwoordig zijn, gaf hij order,
+om ons al het merkwaardige te laten zien. Hij kwam mij voor tusschen
+de 35 en 40 jaren oud te zijn. Wij begonnen met het _Amphithéater_
+voor de ontleedkunde, dat een schoon gebouw is, met een koepel,
+waarin een lantaarn, waardoor het licht valt; de zitbanken zijn,
+zoo als gewoonlijk, trapsgewijze en in de rondte geplaatst, en men
+zeide, dat dit Amphithéater 2000 menschen bevatte. Ik zag 'er ook
+het borstbeeld van den bekenden Chimist Chaptal, zoo ik meen, Oom
+van den voormaligen Minister van binnenlandsche zaken te _Parijs_,
+en schrijver van een werk genaamd, _Elémens de Chimie_. Vervolgens
+zagen wij de boekerij, die men zegt, dat in het vak der geneeskunde
+al zeer volledig is. Men toonde ons verscheidene fraaije en kostbare
+werken, met afgezette platen, enz. De verzameling van geraamtens,
+_dissecaties_, _injecties_, enz. vond ik niet zoo aanmerkelijk, als
+ik wel verwacht had; en de ontleedkundige afbeeldingen in wasch, die
+ik hier gezien heb, kwamen mij veel minder voor dan die, welke men in
+het Kabinet van Bertrand te _Parijs_ ziet. Dit verwonderde mij omtrent
+de vermaardste geneeskundige Faculteit van geheel _Frankrijk_. Men was
+reeds bezig met het examen in een ruime zaal, waar wij ook onder de
+toehoorders, welker getal echter niet zeer aanmerkelijk was, plaats
+namen. De Candidaat, die wel 25 Jaren oud scheen, deed een vertoog
+(_Dissertatie_) in de _Fransche_ taal, staande in een gestoelte;
+achter hem op een zeer verheven plaats zat een van de Professoren,
+en ter zijde, aan de linkerhand van den spreker, vier anderen, waar
+onder de Heer Broussonet, van wien ik reeds sprak, en een Mejon, die
+een vermaard Operateur en Oculist moet zijn; de namen van de anderen
+heb ik vergeten. Deze Heeren Professoren hadden roode satijnen wijde
+_toga's_ aan, met boorden van wit bont, en roode mutsen op met een
+zwart en goud boord. Het examen ging niet gemakkelijk, zoodat de arme
+Candidaat het al vrij benaauwd kreeg. Ik bleef niet tot het einde, maar
+vernam naderhand, dat hij nog niet was aangenomen, en verpligt, zich
+aan een nader onderzoek te onderwerpen. In hoe verre het spreekwoord:
+"_een nieuwe Arts een nieuw Kerkhof_," gegrond is, zullen wij hier
+niet onderzoeken; doch zoo 'er al Doctors wezen moeten, doet men
+echter wel, van te zorgen, dat ieder zoo maar op zijn eigen houtje
+niet doctoren kan. Het merkwaardigste dat men in deze zaal ziet,
+is een metalen hoofd, levensgroot, verbeeldende dat van Hippocrates;
+het scheen mij, wat de teekening aangaat, keurig uitgevoerd. Men wil,
+dat het vele jaren geleden in of om _Athene_ gevonden is, en van
+daar naar _Rome_ vervoerd werd, waar het, tot de Pauselijke oudheden
+en kunststukken behoorende, door de _Franschen_ gevonden en genomen,
+en eindelijk aan deze Universiteit gegeven is. Ik had het reeds, voor
+dat het examen begonnen was, van nabij bezien en bewonderd. Volgens
+sommige geschiedschrijvers, zou de geneeskundige Faculteit van
+_Montpellier_, reeds in 1220 zijn opgerigt; en men meent dat de
+_Saracenen_ en Joden, die een groot deel van _Montpellier_ uitmaakten,
+'er de geneeskunde, die toen meerder vorderingen onder hun dan onder
+andere volkeren gemaakt had, bragten. De vermaarde Rabelais [99] alhier
+in de geneeskunde gestudeerd hebbende, werd volgens oud gebruik, met
+een tabbaart bekleed, die men vervolgens de _Tabbaard van Rabelais_
+noemde, en waarmede men na dien tijd alle de nieuw aangenomen Doctoren
+bekleedde. Deze tabbaard was bij de Studenten in groote achting,
+zoo dat ieder doorgaans trachtte, om 'er een stukje tot een aandenken
+aftescheuren, en hier door, en door den tijd, was dit kleed eindelijk
+niet meêr bruikbaar, doch, zoo als het doorgaans met diergelijke dingen
+gaat, het werd meêr dan eens vernieuwd, en het laatste ging zoo wel
+voor een achtingwaardige oudheid door als het eerste. De geneeskundige
+Faculteit van _Montpellier_ is nog beroemd, en vele vreemdelingen,
+en in vredestijd, bijzonder _Engelschen_, die hier om hun Guinjes dan
+ook zeer geacht zijn, komen dezelve raadplegen.--'Er was ook eens
+een tijd, dat onze Hooge Scholen zeer beroemd waren; vreemdelingen
+uit alle oorden vloeiden 'er toen in menigte naar toe,--en de naam,
+van Boerhaave klonk met roem de wereld door.--Helaas! waarop kunnen
+wij thans onzen hoogsten roem dragen?--misschien op ons taai geduld.
+
+De kruidtuin, die ter zijde van de _place du Peyrou_ ligt, kwam mij
+niet zeer ongemeen voor, doch ik beken gaarne, dat mijne _Botanische_
+kundigheden zeer bepaald zijn. Men toonde hier eene plaats, waarin
+men langs eenige trappen afklimt, en alwaar de, door zijn sombere
+Nachten, zoo bekende Young zijne dochter zou begraven hebben; deze
+plaats is onder een boog of gewelf, en wordt _le Tombeau de la fille
+de_ Young [100] genaamd; doch men ziet 'er niets, dat een grafstede
+aanduidt. Gij weet, dat Young met een ziekelijke dochter van zijne
+vrouw, te _Montpellier_ kwam, om 'er hare gezondheid te herstellen,
+doch dat dezelve daar overleed; dit gebeurde omtrent 1741. En die
+zwaarmoedige, en, toen in der daad zeer ongelukkige man, verloor in
+drie maanden tijds zijne vrouw en hare twee dochters; en deze slag
+trof hem in den ouderdom van zestig jaren. Tot het Protestantsche
+geloofsgenootschap behoorende, waar onder Young zelfs Predikant was,
+mogt die dochter niet op de gewone wijze, en in zoogenaamde gewijde
+aarde begraven worden; hij droeg het ligchaam dan zelf bij nacht
+hier henen, en begroef het met behulp van een tuinmans knecht, die
+hem door een klein deurtje ter sluip had ingelaten. Eenigen tijd
+voor de omwenteling vondt men hier, de aarde roerende, dan ook nog
+eenige beenderen. De te regt vermaarde Tooneelspeler Talma, en Madame
+Petit, beide tot het eerste Tooneel van _Parijs_ en van _Frankrijk_
+behoorende, bevonden zich hier weinige jaren geleden, en stelden
+edelmoediglijk eene inschrijving voor, denzelven te gelijker tijd
+beginnende, om een eenvoudig gedenkteeken op het graf van Narcissa
+opterichten, ten einde daar door de schandelijke onregtvaardigheid
+van het bijgeloof eenigzins te vergoeden, en de gedachtenis van een
+voornaam dichter te vereeren [101]. Tot nog toe echter is dit ontwerp
+niet uitgevoerd. Had het een beeld of altaar in een Kerk betroffen,
+waarschijnlijk zou het 'er al gestaan hebben.
+
+Men was nog drok bezig met bouwen in den kruidtuin (_jardin des
+plantes_) aan eene nieuwe kas voor vreemde planten; ook werd 'er, naar
+ik vernam, van wegens het Gouvernement, ter zijde van dezen tuin, een
+huis gebouwd voor den vermaarden Professor in de Botanie Broussonet,
+broeder van dien waarvan ik reeds gesproken heb [102]. Rondom den tuin
+is een gemeene wandeling, die nog al aangenaam en zeer lommerrijk is,
+door de onderscheidene soorten van boomen, die 'er staan. De goede
+Hendrik den IV. was de stichter van dezen tuin; hij bestond meêr
+dan 25 jaren voor dien van _Parijs_, en was de eerste van dien aard,
+welke in _Frankrijk_ aangelegd is.
+
+De stad doorgaande, bragt onze vriend ons in een paar winkels van
+zuikergoed (_dragées_) en reukwerken, want wie zou hier verzuimen,
+om die te bezoeken. Voor het eerste is _Montagu_, en voor het
+tweede _Riban_ de voornaamste; men behoeft hier anders na de
+reukwerkers-winkels niet te vragen, want daar zijn 'er verscheiden,
+en men wordt ze door de straten gaande, aan den aangenamen reuk
+gemakkelijk gewaar.
+
+Ik heb reeds rijtuig gehuurd, om morgen een reisje in de _Cevennes_,
+waar men mij veel van verteld heeft, te doen, verwacht hier over dan
+het een en ander bij mijne terugkomst.
+
+
+
+
+
+VIJFTIENDE BRIEF.
+
+_Montpellier, 30 Augustus._
+
+
+'s Morgens om 5 uren vertrokken wij met een koets met twee paarden, om
+'er drie dagen gebruik van te maken. Het steedje of dorp _St. Gilles_,
+waar wij doorkwamen, levert niets merkwaardigs op. De weg is vrij
+goed doch bergachtig, en de landstreek dor en steenachtig. Hier en
+daar ziet men echter nog eenig bouwland en wijngaarden. Op zijde
+van den weg bespeurde ik op een heuveltje, een soort van kleine
+tafeltjes, die gemaakt waren door twee of drie steenen, die men op
+een gelegd had. Daar stonden 'er zoo verscheidene; en zij dienden,
+naar ik vernam, om de schapen zout op te laten lekken, Omstreeks ten
+tien uren kwamen wij te _St. Martin de Londres_, een naar vervallen
+stadje; en ik weet niet waarom het ook den naam van de hoofdstad
+van _Engeland_ draagt. De herberg scheen pas opgemaakt, en zag 'er
+binnen en buiten gnapjes uit, en daar het zeer warm was, besloten
+wij op verzoek van onzen voerman, om hier wat te vertoeven en het
+middagmaal te houden. Terwijl men het gereed maakte, ging ik, niets
+beters te doen hebbende, het plaatsje eens rond. De ingezetenen schenen
+ijverige lieden, veelal zijden-kousenwevers; doch met dat al zag het
+'er armoedig uit, vooral ook de Kerk, die men, wijl ik geloof dat men
+geen middelen heeft, om ze te herstellen, wel zou doen om aftebreken,
+ter voorkoming van ongelukken. Het akkerland, dat hier nog bij lag,
+zag 'er ook dor en schraal uit. Geen lommer vindende, was ik ras
+genoodzaakt, om mijne wandeling te staken, en zette mij bij de fontein,
+die voor de herberg staat, in de schaduw van een' moerbeziënboom neder;
+waarschijnlijk is dit de eenige bron, die men hier omstreeks vindt;
+want ik zat 'er niet lang, of een menigte vee van alle kanten kwam
+'er drinken; en jongens en meisjes, mans en vrouwen, hunne kruiken met
+water vullen; dit scheen voor die arme menschen tevens eene uitspanning
+te zijn. Men verleende 'er elkanderen een praatje, en vooral de jonge
+lieden schenen hier hun te zamenkomst (_rendez vous_) te hebben. Een
+meisje onder anderen, dat al een poosje onrustig had staan wachten;
+en al de overigen liet voorgaan aan de fontein, hoewel zij een van de
+eersten was; zag ik op eenmaal eene vrolijke houding aannemen, toen
+zij een' gnappe boeren jongen, met een paar muilezels zag aankomen; nu
+werd de kruik spoedig gevuld, en men keerde te zamen weder terug. Toen
+ik mij met deze eenvoudige landlijke tooneelen vermaakte, kwam een
+lief wichtje, dat nog maar naauwelijks loopen kon, mij streelen, en
+trachtte op mijn knie te klauteren, terwijl de moeder bezig was, om
+aan de fontein koren te wasschen; zijn broêrtje, dat wat ouder scheen,
+kwam 'er bij, en stamelde mij zijn _Patois_ voor. Die kindertjes zagen
+'er gezond en zuiver uit. Hunne gansche kleeding bestond in een hemdje,
+en het onschuldig genoegen was op hun gelaat te lezen; ook kwamen zij
+in 't geheel niet, om te bedelen; maar alleen, zoo het scheen, uit een
+gullen en eenvoudigen trek; terwijl ik, als een ongewoon voorwerp,
+hunne nieuwsgierigheid eenigzins gaande maakte. Zij hielden mij een
+poos aangenaam bezig; ik maakte ook zoo goed ik kon een praatje met
+de moeder, die mij eene goede vrouw scheen te zijn; en hoe onbevallig
+anders het plaatsje ook was, de tijd viel 'er mij niet lang. Het eten
+was voor den prijs vrij wel, en om één uur vervolgden wij onzen weg,
+die altijd door een' dorren berg en rotsachtige landstreek loopt,
+tot op eene hoogte een kwartier van _St. Bausille_; hier begint de
+bevallige natuur de nieuwsgierige reizigers voor hunne moeite te
+beloonen.--Men ziet eene heerlijke schilderij in het dal, waarin dat
+steedje ligt voor zich, welke door de schielijke verandering des te
+aangenamer treft. _St. Bausille_ heeft weinig aanzien, doch armoedig
+zag het 'er niet uit, en de meeste menschen zaten aan de deur zijde te
+haspelen of op strengen te winden. De boorden van het riviertje _l'
+Hérault_ langs rijdende, kwamen wij omstreeks vijf uren te _Ganges_;
+men rekent deze plaats omtrent acht uren gaans van _Montpellier_,
+en daar men schier aanhoudend op en afklimt, kan men doorgaans
+ook al niet anders dan stapvoets rijden. Wij traden hier af aan de
+herberg het witte kruis (_la Croix Blanche_), en gingen het stadje
+bezigtigen, dat mij wel beviel, zijnde ruim en vrolijk gebouwd;
+de huizen zien 'er wel onderhouden uit, en men kan duidelijk zien
+dat hier ijver en goede orde heerschen; 'er is ook een _cours_ of
+gemeene wandeling, en nog een regte breede straat aan beide zijden
+met boomen beplant. Pracht of grootheid bespeurt men 'er niet; alles
+heeft een eenvoudig, doch net en bevallig voorkomen.--Dit kon men
+misschien ook eens van ons Vaderland zeggen, en toen ging het ons
+wel.--In de Roomsche Kerk ziet men zoo weinig opschik, dat, indien
+'er geen altaar stond, men zou meenen in eene Protestantsche Kerk te
+zijn; tot welk Kerkgenootschap het grootste gedeelte der ingezetenen
+dan ook behoorde. Ik ging hunne Kerk zien, die voor de omwenteling
+aan een Klooster toekwam. De Predikantsvrouw, die ik hier sprak,
+en die zeer vriendelijk was, verhaalde mij, dat deze Kerk veel te
+klein zijnde voor de gemeente, men reeds een ontwerp gemaakt had, om
+die te vergrooten; de grond, die 'er bij behoorde was groot genoeg,
+en ik merkte wel, dat het aan geen geldmiddelen zal haperen; ook zijn
+hier onder de Protestanten verscheiden bemiddelde lieden.
+
+Den 29 's morgens om 6 uren reden wij naar _le Vigan_, een ander stadje
+in deze landstreek; men volgt de boorden van _l'Hérault_, die tusschen
+twee ketens bergen al ruischende doorstroomt;--grootsche gezigten of
+ontzaggelijke vertooningen levert de natuur hier niet op; alles is
+lief en bekoorlijk, en om zoo te spreken, meêr onder het bereik van
+den mensch. De bergen zijn groen; hier en daar ziet men een woning,
+overal treft men castanje-, moerbeziën en andere boomen; de Natuur had
+hier haar lentegewaad nog aan, en het groen zag 'er zoo jeugdig uit,
+als bij ons in de maand Mei. Een half uur van _Ganges_, aan den anderen
+kant van het riviertje, ligt het buitengoed van den Heer Mejan; eer
+men daar komt, ziet men aan dien zelfden kant, tusschen twee rotsen,
+in een ander riviertje, dat zich hier met _l'Hérault_ vereenigt, over
+een dam van steenen, die 'er inligt, een kleinen waterval rollen. Onze
+waardin had ons geraden, om, hoewel wij den Heer Mejan niet kenden,
+of geen brieven aan hem hadden, hem evenwel vrijelijk een bezoek op
+dit zijn buitengoed te gaan geven, met verzekering, dat wij 'er wel
+zouden ontvangen worden, en wel te vreden zijn over de ligging van
+dat verblijf. Wij gingen 'er dan ook heen. Over den berg, waarop het
+gelegen is, kan men met het rijtuig door het riviertje rijden, en van
+daar klommen wij te voet op de hoogte, langs een kronkelpaadje, aan
+beide zijden met moerbeziën en andere boomen beplant, welke door kleine
+beekjes aanhoudend besproeid worden, en daar door een verwonderlijk
+frisch en tierig aanzien hebben; de uitwaseming van duizende geurige
+planten en bloemen, die hier in het wild groeijen, overtreft al, wat
+de reukwerk-kramers van _Montpellier_ in hunne winkels hebben. Aan
+den ingang van eene lommerrijke laan, die naar het huis geleidde,
+zagen wij een kloek man aankomen, met een buisje en lange broek aan,
+een ronde witten hoed op, en een wandelstok in de hand--het was
+de Heer Mejan zelf, voornemens zijnde, om zijne arbeiders te gaan
+bezoeken; ik gaf hem ons voornemen te kennen, en hij ontving ons op
+de gulste en vriendelijkste wijze; en hoe zeer wij hem verzochten,
+om zich om onzenwille niet op te houden, hij wilde ons zelf in zijne
+tuinen en verrukkelijke boschjes rond leiden. Achter ons aan het eind
+van de laan, die zich als een groen gewelf vertoonde, en regt over
+den ingang van het huis is een fraaije waterval, die door een bron,
+die hooger op de rots ontspringt, altijd van water voorzien wordt,
+en dus onophoudelijk loopt. Toen wij ons weder omkeerden, had men
+intusschen een kraan geopend, waardoor wij, door het huis heen,
+aan den anderen kant van hetzelve een schoonen watersprong tegen de
+zon zagen, terwijl de rotsen aan den anderen kant van het riviertje,
+waar men den straal water tegen zag, nog niet door de zonnestralen
+verlicht waren; dit deed eene fraaije uitwerking. Eer wij verder
+gingen, gaf de gastvrije Mejan aan zijn' knecht last, om een paar
+flessen wijn in een koele bron te zetten, en wat vruchten enz. in
+gereedheid te houden, zeggende tegen ons: "Gijlieden hebt zekerlijk
+nog niet ontbeten, als wij terugkomen, willen wij te zamen een stuk
+eten." Zulk eene hartelijke wijze van aanbieden, duldde geen weigering;
+daar bij boezemde hier alles eene soort van vrijpostigheid in, die
+men nimmer in lusthoven of paleizen der gewone rijken, of bij de
+meesten zoogenaamde grooten gevoelt. Alles geschiedt daar, vooral
+wanneer zij met lieden te doen hebben, die zij niet kennen, met eene
+stijve wellevendheid; gebrek aan gulheid en vertrouwen straalt overal
+in door; alles is kunst, niets natuur.--Neen! met hun kan hij, die
+vrij en voor de vuist is, niet te regt; en hoe zeer onbeschoftheid
+zeer onaardig is, ik heb nog liever met een' grooten lompert te doen,
+dan met sommige lieden, die uitermate vriendelijk en wellevend zijn;
+want die soort van vriendelijke wellevendheid, die wij hier aantroffen,
+vindt men juist niet zeer algemeen, en vooral niet in de groote steden
+van _Frankrijk_, anderzins om de beleefdheid en welvoeglijkheid
+zoo beroemd; en daar de vriendschapsbetuigingen, uitdrukkingen van
+deelneming, van medelijden, of vreugde, van dienstaanbieding en
+diergelijk, even eens geleerd worden als het A. B. C., waar eene
+wel opgevoede Dame zich te gelijker tijd bezig houdt met de klagten
+van eenen ongelukkigen aan te hooren, daar over tranen te storten, en
+eene kleeding voor het naaste bal aan hare modekraamster te bestellen,
+of een' brief van rouwbeklag over het afsterven van eene harer beste
+vriendinnen te schrijven, en onderwijl ook de aankondiging van eene
+nieuwe Opera te lezen;--doch keeren wij tot de beschrijving van
+dien bekoorlijken lusthof weder terug.--Overal treft men hier eene
+verscheidenheid van schilderachtige gelegenheden aan, en zonder juist
+zeer _sentimenteel_ of _romanesk_ te zijn, is men verrukt en opgetogen
+bij het beschouwen van dezelve. De kunst heeft hier en daar wel wat
+geholpen, doch op zulk eene behoedzame wijze, dat alles genoegzaam
+natuur schijnt. Aan de linkerhand, eer men aan het huis komt, bewondert
+men een hol of nis in de rots, uit welkers bovenste gedeelte het water
+loodregt valt. Van boven, is deze nis bedekt door struiken van palm
+en klimop, die met bevallige _Guirlandes_ langs dezelve afhangen: uit
+den tuin of _terras_ achter het huis heeft men een allerliefst gezigt
+op de omliggende bergen en rotsen; op het riviertje en den weg langs
+hetzelve, en men klimt langs een eng voetpadje, aangenaam belommerd,
+of met bloeijende struiken, zoo als de _althéa_ enz. ter zijde beplant,
+naar een aardig tuinhuisje, van buiten als een boerenhutje gemaakt; in
+'t voorbijgaan ziet men een bergje, waarin eenige tamme konijnen hun
+verblijf houden. Vervolgens kruipt men door spleten van de rots, of men
+gaat door enge gangen, en over een brugje, waar van de leuningen aardig
+met wilde wijngaardranken door de natuur omwonden zijn, tot aan een
+Kluizenaarsverblijf. Van daar voortwandelende, komt men in een grot,
+alleen door een spleet, die in de rots is, verlicht, en welke, dunkt
+mij, een allergeschiktste rustplaats is voor teedere, zwaarmoedige,
+voor verliefde zuchtjes of gevoelvolle romançes. Dan treft men
+weder een kleinen vijver met helder water, waarin karpers en andere
+visschen, aan. Dit alles ligt tegen de helling van den berg, en de Heer
+Mejan verhaalde mij, dat hij in een beek aan de voet van denzelven,
+een menigte kreeftjes had van de soort, die hij van _Vaucluse_ had
+laten komen, en in het riviertje _l'Hérault_ vindt men zeer goede
+forellen. Het wild is hier ook niet schaars; olij en wijn groeit 'er in
+overvloed. De moestuin en vruchtboomgaard scheen wel voorzien, en de
+weiden, op en tusschen de bergen, voeden talrijke kudden, zoo dat het
+hier ook in dat opzigt zeer wel te houden is. De bronnen, die men hier
+op de bergen heeft, brengen het meest toe tot deze vruchtbaarheid. Uit
+dezelve loopt eene menigte beekjes, aan alle kanten, langs dezelve af,
+en bevochtigen de aarde, die op de steenrotsen ligt, zoo dat men zich
+geen vrolijker en levendiger wasdom kan voorstellen.--Alles boezemt
+hier als 't ware genoegen en stille te vredenheid in,--alles lagcht
+en juicht u tegen;--en nog haperde 'er in dit jaargetij iets aan dat
+jeugdig en vrolijk gelaat der natuur. De vogelen zongen niet meêr. De
+Heer Mejan zeî mij, dat tegen den tijd, dat de natuur hier uit haar'
+slaap ontwaakt, welke slaap in dit bergachtige land vrij lang duurt,
+het dan bijzonder levendig en vrolijk is door de groote menigte van
+zoovelerlei soort van vogelen, welke zich hier ophouden. Nu gingen
+wij ook de bronnen zelve op het bovenste gedeelte van den berg zien;
+het water van een derzelve was genoegzaam ijskoud, en naar men mij
+verzekerde van eene uitmuntende hoedanigheid; zoo dat, als men, wat
+meêr dan gewoonlijk gegeten hebbende, hier van een glas gebruikte,
+men duidelijk bespeurde, dat de spijsvertering daar door bevorderd
+werd. In een aangenamen koepel, aan beide zijden met ramen, en welke
+het voornaamste vertrek van deze, alleen voor het gerijf geschikte,
+woning uitmaakt, stond een ontbijt, meestal uit smakelijke vruchten,
+zoo als persiken, peren, druiven, en vooral ook vijgen, die ik nimmer
+lekkerder gegeten heb, benevens brood en wijn bestaande. Wij deden
+ons hier aan dan ook ter deeg te goed, want de gulhartige Mejan was
+niet te vreden dat wij slechts proefden, wij moesten eten, ter deeg
+eten. Hij verhaalde ons, dat hij vooral met een zijden kousen-fabriek,
+die hij te _Ganges_ had, een aanzienlijk vermogen had gewonnen, doch
+al eenige jaren geleden den handel had vaarwel gezegd, en aan zijne
+kinderen overgelaten; dat hij sedert altijd buiten woonde, en zich
+alleen met den landbouw, en het bestuur van zijne landgoederen, die
+zeer uitgestrekt zijn, bezig hield; dat hij dit aangenaam verblijf,
+dat bij zijne Hermitage noemde, zelve had aangelegd, en voor een
+groot deel beplant; zijnde verpligt geweest, om hier en daar eene
+aanmerkelijke hoeveelheid aarde op de rots te laten brengen. Hij zei,
+dat hij veel van de _Hollanders_ hield; nu, hij gaf ons daar ook
+een blijk van, en om de maat van zijne vriendelijkheid vol te meten,
+noodigde hij ons, om 's avonds in het terug komen, andermaal eenige
+ververschingen bij hem te nemen, en om onze landgenooten en andere
+reizigers, die deze streek mogten komen zien, te verzoeken, van
+hem niet voorbij te gaan. Hoe zeer wij zulks trachtten te beletten,
+geleidde ons de goede man in het heen gaan, langs een ander voetpadje
+als wij gekomen waren, een eind weegs den berg af, tot daar hij ons
+den weg, dien wij te houden hadden, kon aanwijzen, en hier drukte ik
+hem met aandoening en hartelijke tevredenheid de hand, waarschijnlijk
+om hem nooit weder te zien.--Deze plaats wordt _Toumeol_ genaamd,
+wat deze naam beteekent weet ik niet, maar wel dat men moeijelijk een
+naam zou vinden, waar door het zielstreelende van dit oord genoegzaam
+wordt uitgedrukt. De ouden zouden het buiten twijfel voor een verblijf
+der Nimfen, of goede toovergodinnen gehouden hebben; en had Mahomet
+het gezien, hij zou 'er zekerlijk zijn Paradijs naar geschetst hebben.
+
+Beneden aan den berg, deed zich nog een bekoorlijk groepje op,
+tegen de helling naast een klein beekje, lagen twee engelachtige
+half naakte kindertjes, waar van het oudste drie of vier jaren kon
+bereiken, in het midden van eenige schapen en geiten, waarop zij
+achteloos leunden: de grond was hier met kruiden en bloemen overdekt,
+en zij werden door eenige lommerrijke boomen beschaduwd--het was een
+allerliefst arkadisch landschapje. Ik wilde de kleine herders eenige
+stuivers geven, doch, ô gelukkige onschuld! zij schenen geen geld te
+kennen, althans het werd niet aangenomen, en een kus was dezen nog
+onbedorvene schepseltjes veel liever.
+
+Omtrent een kwartier van het buitenverblijf van den Heer Mejan, naar
+den kant van _le Vigan_, ligt een brug op het riviertje, en daar
+bij een roodachtige rots, die buiten de andere bergen uitsteekt en
+eene aardige vertooning maakt. De weg is goed, loopende altijd zich
+meerder of minder verheffende langs de _l'Hérault_, waarin men hier
+en daar kleine watervallen en bruisingen ziet, door de brokken steen,
+die het water ophouden, veroorzaakt. Ieder oogenblik is men verrukt
+door de onderscheidene schilderachtige liggingen,--rotsen met boomen
+en frissche kruiden bedekt, hier en daar een woning op de hoogte,
+in het flaauwe verschiet, aan de helling van een' heuvel, half
+tusschen de struiken verscholen, of in de diepte aan de boorden der
+rivier,--daar op den weg sommige muilezels met hunn' geleider,--ginds
+eenig rundvee en schapen in een eng dal weidende,--ontzaggelijke
+brokken rots, zoo het schijnt nog maar pas van boven neder in het
+riviertje gerold, en hier en daar zware castanjeboomen, die den weg
+belommeren. Onder alle deze voorwerpen heerscht, door de verschillende
+gedaanten en liggingen der bergen, eene verscheidenheid van schaduw
+en licht, die allerbevalligst is. Men schijnt hier, door zoo vele
+steile bergen van de verkeerde en bedorven maatschappij afgezonderd;
+niets doet zich op dat het denkbeeld daar aan opwekt, geene paleizen,
+geene Heeren of Juffrouwen, geene kostbare rijtuigen, liverijen, of
+al diergelijke dingen, waarvan een redelijk denkend mensen walgt;
+want deze landstreek wordt door de grooten weinig bezocht, en 'er
+loopt geen groote of Postweg door.
+
+Omstreeks elf uren kwamen wij te _Vigan_, drie uurtjes van _Ganges_
+afgelegen, en stapten af aan het Hotèl _du Cheval vert_. Die herberg
+zag 'er hier in 't geheel niet zindelijk uit, maar het was, naar
+men ons gezegd had, de beste, dus bestelden wij 'er den maaltijd. De
+Roomsche Kerk is ook uit en inwendig zeer eenvoudig; de Protestantsche
+was niet open. Hoewel het zeer heet was, gingen wij de bron, een
+kwartier uurs van hier, bezoeken; zij heeft niets bijzonders dan zeer
+helder en lekker water. De gemeene wandeling is met een aantal ongemeen
+zware castanjeboomen beplant; zij staan zonder order door elkander,
+en maken een klein maar aangenaam en bevallig woud. Het is hier in de
+schaduw van dat digte lommer, vooral in dit jaargetij, op dezen tijd
+van den dag, regt vermakelijk, om wat te rusten. Het stadje beviel
+mij zoo wel niet als _Ganges_, het is zoo goed niet bebouwd, en ziet
+'er slordiger uit. De bevolking verschilt niet veel, in het eene zoo
+wel als in het andere telt men omtrent 4000 inwoners. De zijden-teelt
+en zijden-kousenweverijen zijn hier ook de voorname kostwinning. _Le
+Vigan_ behoorde voorheen tot het landschap _d'Alais_, en thans tot het
+Departement _du Gard_: de Onderprefect houdt 'er zijn verblijf, en daar
+is een regtbank. Het riviertje _l'Arre_ stroomt 'er langs, en van een
+steenen brug die hier over hetzelve ligt, heeft men een schilderachtig
+gezigt. Eenige _Engelsche_ huishoudens, die krijgsgevangenen zijn,
+hebben verlof, on hier den zomer doortebrengen; aan hunne rijtuigen en
+paarden te zien, schenen het rijke lieden te zijn; ook verteerden zij,
+naar ik vernam, nog al wat, en dit gaf in dit plaatsje een meêr dan
+gewoon vertier. Voor den gewonen prijs aten wij in onze herberg tegen
+verwachting vrij wel. Trouwens het was ook uit dezelfde keuken, waar de
+_Engelschen_ uit schaften: het eten werd hun van hier gebragt. Na den
+maaltijd reden wij weder terug. Voor het verrukkelijke buitenverblijf
+van den Heer Mejan hielden wij stil, om nog eens de alleraangenaamste
+ligging van hetzelve te bewonderen; het is een groen _Amphithéater_,
+de treurwilligen die boven op en tegen de helling van den berg staan,
+en met lange takken langs denzelven afhangen, maken ook een aardige
+en eenigzins vreemde vertooning, om dat die boom in de laagte t'huis
+hoort; doch hier tiert zij door de menigte beekjes en stroomtjes
+ook zeer weelderig op de hoogte. Ik had onder weg ook opgemerkt,
+dat men hier en daar boekweit teelde; iets, dat ik in het gedeelte
+van _Frankrijk_, dat ik doorreisd heb, en vooral in het zuiden,
+weinig of niet zag. Castanjes levert deze landstreek in menigte op.
+
+Te _Ganges_ terug gekomen, gingen wij in de fabriek van Mejan eenige
+paren zijden-kousen koopen. Het huis is groot, en ziet 'er gnap, maar
+in 't geheel niet prachtig uit, en in de magazijnen kan men zoo wel één
+paar, als eenige honderde dozijnen paren zijden-kousen krijgen. Wij
+vonden 'er twee kleinzonen van onzen vriendelijken gastheer, die ook
+zeer geschikte jongelieden schenen te zijn. Dit huis drijft een'
+zeer uitgebreiden handel, en heeft zelfs een Kantoor te _Cadix_;
+algemeen zijn zij bekend als zeer eerlijke lieden, met wien het goed
+te handelen is, en die daardoor en door hun aanzienlijk vermogen een
+uitgebreid krediet hebben; zij behooren, aan zoo vele honderde handen
+werk verschaffende, tot de voorname steunen van deze en omliggende
+plaatsen, en schijnen door hunne medeburgers zeer bemind te zijn. Zoo
+gij die goede lieden door aanbeveling, of anderzins, eenigzins dienst
+kon bewijzen, Vriend! zulks zou mij bijzonder aangenaam zijn; want
+zij verdienen het, en hebben billijke aanspraak op de achting van
+vreemdelingen, om de gulle vriendelijkheid, waarmede zij dezelven
+ontvangen, zijnde hunne gastvrijheid, naar men mij verzekerde, in
+dit opzigt algemeen. Raad dan ook ieder van uwe kennissen, die hier
+naar toe mogt reizen, gerust aan, om een bezoek op het landgoed van
+Mejan te gaan afleggen.
+
+Daar het nog vroeg genoeg was om een wandeling buiten het stadje te
+doen, ging ik de steenen brug die hier over _l'Hérault_ ligt over,
+en zag ter zijde op den muur van dezelve eene waterleiding (_Aquaduc_)
+gemaakt, dienende om het water uit eene bron aan den overkant van de
+rivier, op een' zekeren afstand gelegen, in de stad te brengen; doch
+drie weken geleden was een gedeelte van het metselwerk ingevallen
+en nog niet hersteld. Ik wandelde langs de rivier en klom tusschen
+beiden eens op een heuvel tot den avond begon te vallen. Van verre
+deed zich het geluid van de bellen der schapen, en het vee, dat men
+naar den stal dreef, als een' klokkenspel hooren, en dan hoorde
+ik al eens een boerenmeisje of knaap een liedje in het _Patois_
+zingen, terwijl zij de paarden of het vee naar de rivier leidden,
+om te drinken. Ik had hier, dunkt mij, met genoegen eenige dagen
+doorgebragt; doch dat kwam met ons reisbestek niet overeen.
+
+De vrouwen dragen hier veelal zwarte zijden-hoedjes met eene kant
+'erom, zoo als bij ons de dienstmeisjes. Een praatje makende met
+de vrouw uit onze herberg, vernam ik, dat zij tot de Protestanten
+behoorde; dat die hier met de Roomschgezinden in goede verstandhouding
+leefden, en zelfs veel onder elkanderen trouwden; als mede dat de
+vrouw van den Predikant eene _Hollandsche_ was, doch uit welke plaats
+en hoe genaamd, wist zij mij niet te zeggen.
+
+Den 30 dezer 's morgens om 5 uren vertrokken wij van _Ganges_. De
+morgenstond was frisch en aangenaam. Een half uurtje van daar komt
+men door een dorpje _le Roc_ genaamd; een oud kasteel ligt daar tegen
+een rots, die zich als een pyramide vertoont, van hier denkelijk de
+naam van (_le Roc_) de rots. Wat verder op, aan den anderen kant van
+het riviertje, ziet men de punt van een rots, van verre gelijkende
+naar een oud _colossaal_ beeld van een Bisschop met een mijter op. De
+rotsen, die hier vrij hoog zijn, en sommige een kegelvormige gedaante
+hebben, zijn meest zamengesteld van steenen, die laagsgewijze op een
+liggen, of van een soort van schaliesteen. De natuur is hier meêr
+grootsch en majestueus, dan aangenaam en liefelijk.--Verder koomende,
+ziet men eene steile rots, als de muren van een oud kasteel. Hier
+en daar schijnen 'er gaten of spelonken in te zijn,--nu daalt de
+weg, die eenigen tijd vrij verheven was boven de rivier, in een
+aangenaam dal af. Hier ziet men vele moerbezienboomen; vervolgens
+komt men in het dorp _St. Bausille_. De straten zijn 'er zoo naauw,
+dat twee rijtuigen 'er elkanderen met geen mogelijkheid zouden kunnen
+voorbij komen. Buiten dit dorp klimt men eenen redelijk hoogen berg
+op; van daar ziet men achter zich het dorp in een alleraangenaamst
+groen dal, en het riviertje _l'Hérault_, dat men daar verlaat, 'er
+doorkronkelen. Op zulke plaatsen beklaag ik mij altijd van niet genoeg
+te kunnen teekenen; want diergelijke schoone schilderijen wenschte
+ik mij daar door dikwijls voor te kunnen stellen.--Hier hoort men
+het water nog liefelijk ruisschen, doch welhaast mist men geheel de
+bekoorlijke boorden van de _Hérault_, en het lagchende groen van dat
+gedeelte der _Cevennes_.--Men daalt af, om weder een' hoogen berg langs
+kronkelwegen op te klimmen. Daar het redelijk koel was, gingen wij
+meest te voet. Aan een heester langs den weg staande, vond ik eenige
+gewassen die ik voor een soort van kleine appelen hield; zij waren
+even als die geelachtig, en aan den eenen kant rood; hoe verwonderd
+was ik van dezelve doorbreekende, te vinden dat zij vol waren van een
+soort van kleine gevleugelde insekten, die door elkanderen krielden;
+zij hadden veel overeenkomst met de plantluizen, die men bij ons
+onder de bladeren van de aalbeziën vindt. Op de rotsen hier rondom
+groeit veel palm, die de landlieden meest gebruiken, om te branden. Te
+_St. Martin de Londres_ lieten wij ons wat eten klaar maken, en aten
+'er onder anderen witte truffels, die men hier omstreeks veel vindt;
+zij kwamen mij zoo goed niet voor als de zwarte. Men rekent van hier
+tot _Montpellier_ nog omtrent 4 1/2 uur; de vrolijke gezigten houden
+geheel op, de landstreek is dor, en hier en daar ziet men hooge en
+steile rotsen. Een half uurtje van _Montpellier_ ontdekt men reeds de
+_Aquaduc_ van verre; hier en daar aan den weg staan steenen palen;
+onze voerman zeide, dat de pijpen of buizen tot die waterleiding
+behoorende, en waar door het water van de bron wierd aangevoerd,
+hier onder doorliepen. Omstreeks vijf uren na den middag waren wij
+te _Montpellier_ terug.--'s Nachts viel 'er zware donder en regen.
+
+Den 31 dezer, 's morgens op de markt gaven de koopvrouwen in
+visch, groentens, enz. vrij luidruchtig en in geen zeer bescheiden
+uitdrukkingen, hun misnoegen te kennen, over een besluit (_arrète_)
+van het Gouvernement, waarbij eenige kleine munten, waar de stempel
+af gesleten was, buiten omloop werden gesteld. Op deze markt ziet men
+een zeer fraaije fontein in een nis tegen een muur; boven op staan twee
+eenhoorns en een kindje, houdende een' wapenschild en een laurierkrans;
+op het voetstuk wordt een veldslag _en basrelief_ verbeeld, waaronder
+men leest: _Bataille de Clostercamp_ [103]; boven de nis is een wapen
+(_trophée_), en dit alles is van marmer en in een fraaijen smaak
+gemaakt. De Maarschalk de Castries Gouverneur te _Montpellier_ zijnde,
+werd deze fontein ter zijner eere opgerigt. Het gebouw, dat men de
+beurs noemt, schijnt oorspronkelijk een Kerk of Kapel geweest te zijn;
+men bedient 'er zich weinig van, want de Koophandel is hier van geen
+groot aanbelang.
+
+Te _Montpellier_ wordt veel koperrood of eigenlijk koperroest gemaakt;
+gedurende een' geruimen tijd deed men dit bijna nergens anders,
+wanende, dat de kelders alhier 'er bijzonder toegeschikt waren,
+doch thans wordt het ook op verscheidene andere plaatsen gemaakt;
+de bewerking is zeer eenvoudig. Men plaatst in een aardepot boven
+wijn, die men aan het gisten maakt, laagsgewijze met verdroogde
+druiventrossen, en tusschen verscheidene plaatjes koper, die door de
+uitwazeming van den wijn aan het roesten raken; opgedroogd zijnde,
+schraapt men 'er dit roest af, en dat is het koperroest. Zoo
+gij het omstandiger weten wilt, lees dan Chaptal _Elemens de
+Chimie_. Zonderling is het, dat vrouwen hier meest met dien arbeid,
+die om het vergiftige met zeer veel omzigtigheid moet geschieden,
+belast zijn. Men fabriceert hier ook de _Cremor Tartari_.
+
+Het schijnt ter dezer plaatse niet ongezond te wezen, mits men zich
+behoorlijk in acht neemt opzigtens de kleeding; want het weder kan
+'er, even als bij ons, zeer ongestadig zijn.
+
+_Montpellier_ is zijn opkomst verschuldigd aan het verval van
+het oude _Maquelone_. Het gedeelte van _Neder-Languedoc_, waarin
+deze stad gelegen is, werd oudtijds door de _Volces-Arecomiques_
+bewoond. De inwoners worden voor levendig en werkzaam van aard
+gehouden; de huishoudens, naar men zegt, leven veel op zich zelve,
+en de gezellige verkeering heeft hier minder dan in andere steden
+plaats. De religiegeschillen, die hier ook vele rampen veroorzaakten,
+gaven daar misschien wel aanleiding toe. Hunne gastvrijheid omtrent
+de vreemdelingen is ook niet beroemd; en zelfs een _Languedoc's_
+spreekwoord, doet den ongezelligen aard van die van _Montpellier_
+kennen [104]. Deze Stad is thans de Hoofdplaats van het Departement
+de _l'Hérault_; zij is de geboorteplaats van verscheidene mannen van
+naam, zoo als de in de Natuurlijke Historie der Visschen ervaren,
+Guillaume Rondelet, die 'er in 1507 geboren werd; Pierre Magnol,
+kruidkundige, in 1638; Louis Bertrand Castel, wiskunstenaar, in 1688;
+de bekende Tooneeldichter Brueijs, van wien wij ook eenige stukken in
+het _Hollandsch_ overgezet hebben [105], en meêr anderen. Cambacères
+in de geschiedenis van de omwenteling van _Frankrijk_, en vooral als
+tweede Consul bekend, thans groot Kanselier met den tijtel van Prins,
+is ook van _Montpellier_.
+
+Over onze herberg _l'Hotel du Midi_, waren wij ongemeen wel te vreden;
+het is 'er gnap, en men eet 'er zeer goed aan de gemeene tafel in
+een ruime en fraaije zaal. Wij hadden hier niet minder lekkeren
+zeevisch dan te _Marseille_, onder anderen goede versche tonijn,
+en zeer groote schelvisschen. Voor een kamer met twee bedden, van
+waar men een gezigt had tot in de _Middellandsche Zee_, betaalde ik
+40 _sols_ daags. Morgen voor den middag reizen wij naar _Toulouse_.
+
+
+
+
+
+ZESTIENDE BRIEF.
+
+_Toulouse, 4 September._
+
+
+Den 1 dezer 's morgens om 3 uren, namen wij de reis naar deze plaats
+aan, met den postwagen, die van _Avignon_ op _Toulouse_ rijdt, en
+hier het eerste nachtverblijf houdt.
+
+In het begin is de weg tamelijk effen. Van de hoogte, bij het dorp
+_Vougide_, heeft men een schoon gezigt op een soort van meer,
+_l'Etang de Thau_ genaamd, de zeehaven van _Cette_, en de warme
+baden van _Baleruc_; deze baden worden gebruikt ter genezing van
+zwakheden in de leden, _rhumatieke_ pijnen enz. _Frontignan_, om zijn'
+lekkeren witten wijn ook bij ons bekend, ligt hier digt bij. In het
+meer, dat vrij groot is, zag ik eenige visschers bezig; men vangt
+'er veel paling. Een eindje voortgereden hebbende, komt men door
+het stadje _Meze_, waar niets bijzonders van te zeggen valt; het
+ligt 4 posten van _Montpellier_. De weg werd hier en daar verlegd,
+en aanmerkelijk hersteld. Vervolgens kwamen wij door _Montagnac_,
+een steedje, alwaar een Protestantsche Kerk is. Eer men te _Pezenas_
+komt, rijdt men over eene fraaije steenen brug, die over de _Hérault_,
+waar van ik u in mijn vorigen geschreven heb, ligt; dat riviertje is
+hier al veel breeder dan in de _Cevennes_, en stort zich bij _Agde_,
+omtrent drie uren van deze brug, in zee. De landstreek schijnt hier
+nog al redelijk vruchtbaar te zijn, en de weg is goed.
+
+Omstreeks tien uren voor den middag kwamen wij te _Pezenas_ aan,
+en stapten 'er af, om het middagmaal te houden; hebbende nu van
+_Montpellier_ 6 1/4 post afgelegd. Met genoegen vernam ik, dat 'er
+tijd was, om het stadje te bezigtigen, want het zag 'er hier vrolijk
+en levendig uit; het was marktdag, en naar het geen ik al te koop
+zag, moet het hier aan allerlei soort van eetwaren niet ontbreken;
+'er staan verscheidene gnappe huizen, en over het geheel heeft het
+hier een aanzien van welvarendheid; het maken van wollen stoffen is
+een voorname kostwinning der inwoners; en _Pezenas_ moet aloud zijn,
+want Plinius maakt 'er reeds gewag van onder den naam van _Piscena_,
+prijzende zeer de wol, die deze landstreek oplevert.
+
+De zoon van Cromwel, na dat hij uit _Engeland_ gejaagd was, hield
+zich hier eenigen tijd op; _Pezenas_ behoorde toen aan den Prins van
+Conti, die, tevens Gouverneur van _Languedoc_ zijnde, hier een fraai
+Hotèl had, dat hij somtijds verkoos voor zijn verblijf. Hij bevond 'er
+zich toen Richard, zoon van Cromwel, onbekend (_incognito_) reizende,
+alleen en door de stad gaande, een landgenoot ontmoette, die even eens
+als hij uitgeweken was, en die zijn partij altijd getrouwelijk was
+toegedaan geweest; deze raadde hem aan, om een bezoek bij den Prins
+van Conti afteleggen, waar de vreemdelingen, en vooral de _Engelschen_
+doorgaans wel ontvangen werden, zonder dat men zelfs verpligt was,
+om zich onder zijn' echten naam te doen kennen. Richard liet zich dan
+door zijn' vriend geleiden, die hem bij den Prins aandiende als een
+_Engelsch_ edelman, die door deze stad reisde om zich naar _Italië_
+te begeven. Conti ontving hem beleefdelijk, en over den toestand van
+_Engeland_ sprekende, zeide hij onder anderen, dat, hoewel hij 'er ver
+af was, om het gedrag van Olivier Cromwel te billijken, hij echter,
+regt doende aan zijn dapperheid, groote bekwaamheden en diep doorzigt,
+bekende, dat hij waardig was, om te gebieden; maar, voer hij voort:
+hoe is het mogelijk dat hij zoo een dwazen zoon had.--Die Richard,
+die schoft, die bloodaard, was toch wel het verachtelijkste schepsel
+van den aarbodem,--wat is 'er van dien zot toch geworden? Richard,
+die zulk een onthaal in 't geheel niet verwachtte, was verlegen wat
+hier op te antwoorden; doch zorgde wel, om zich niet bekend te maken.
+
+Wij aten hier vrij wel, en onder anderen goeden zeevisch. De landsdouw
+aan den anderen kant van de stad, beviel mij niet minder dan aan dien,
+daar wij ingekomen waren. Na 1 1/4 post gereden te hebben, verwisselden
+wij van paarden, op een plaatsje genaamd _la Begude de Jordy_. Het
+is allerliefst gelegen, 'er staat zeer veel hout, waar onder schoone
+en weelderig groeijende opgaande boomen; voor het posthuis is een
+fraaije altijd water gevende fontein, en digt daar bij een aangename
+tuin, waarin onderscheidene vruchten zeer wel schenen te groeijen;
+ik was verwonderd over de bevallige vruchtbaarheid van dit oord,
+waar van de grond in hoedanigheid veel van de gewone gronden hier
+omstreeks schijnt te verschillen; men zeide mij ook, dat dezelve
+voor het houtgewas inzonderheid beroemd was;--wat verder wordt de
+weg zanderig. Bij _Bezier_ is de landstreek aangenaam, en deze stad
+doet zich niet onbevallig op; 't was omtrent vijf uren na den middag,
+toen wij hier aankwamen; men rekent _Pezenas_ en _Bezier_ op 2 3/4
+post. Ons nachtverblijf was hier bepaald, dus hadden wij den tijd, om
+de stad te zien. Zij is zeer oud, en het blijkt uit eenige oudheden,
+die 'er gevonden zijn, dat hier eene _Romeinsche_ Volkplanting bestond,
+en dat zij bekend was onder den naam van _Julia Bitterra_ of _Civitas
+Bitterensium_. Wij stapten in de voorstad, waar de gewone herberg van
+den postwagen is, af. De steenen brug, die niet ver van daar over de
+rivier _l'Orbe_ ligt en vrij lang is, overwandelende, ging ik dat
+gedeelte van het _Canal du Languedoc_, dat in die rivier uitloopt,
+bezigtigen; doch zag 'er niets anders dan eenige schutsluizen [106];
+het kanaal zelve was, zoo als doorgaans in dit jaargetij, geheel
+droog; aan den overkant van de rivier vervolgt het verder tot bij
+_Cette_, waar het in zee stort. Paul Riquet, aannemer van deze vaart,
+naar het bestek van Andreossy, werd te _Bezier_ geboren. Van daar
+keerde ik terug naar de stad, dat slechts een kleine afstand is;
+zij is op een vrij hoogen heuvel aangenaam gelegen. Wij klommen
+'er op. Van den wal naar den kant van de rivier, en bijzonder van
+een _terras_, dat men de _Belle Vedère_ noemt, heeft men een zeer
+uitgestrekt en allerverrukkendst gezigt op de rivier de _l'Orbe_, in
+een aangename valei stroomende, de brug over dezelve en de bergen in
+'t verschiet. Dit gezigt alleen is der moeite waard, om zich aan deze
+plaats optehouden. De Hoofdkerk komt ook op den wal uit, en van de
+plaats voor dezelve heeft men insgelijks een schoon gezigt. Het is een
+oud, en was naar het scheen in vroegere tijden een aanzienlijk gebouw;
+van binnen zag ik 'er niets bijzonders. Maar ik moet u een staaltje
+vertellen van verregaande onverdraagzaamheid, ten opzigte van de Joden,
+die hier in oude tijden plaats had. De zoogenaamde Christenen hadden
+vrij verlof, om hunne medeburgers en anderen, tot de Joodsche Kerk
+behoorende, die zij ontmoetten, van Zaturdag voor Palmzondag af, tot
+beloken Paasschen toe, te slaan en te mishandelen; en het blijkt, dat
+dit nog al een soort van Kerkelijke instelling was; want de ongelukkige
+_Israëlieten_ gaven een groote som gelds aan de Hoofdkerk, dat is
+aan den Bisschop enz. om van deze allerschandelijkste onderdrukking
+bevrijd te zijn.--Diergelijke afschuwelijke misbruiken, hoewel minder
+wreed, hadden nog tot in onze dagen plaats, vooral hier en daar in
+_Duitschland_; doch dank zij dien weldadigen wijsgeerigen geest, welke
+thans door vele lasterlijk uitgekreten wordt; op de meeste plaatsen
+zijn zij reeds afgeschaft, of worden zulks nog dagelijks gedaan.
+
+Voor het overige levert _Bezier_ niets aanmerkelijks op; inwendig is de
+stad in 't geheel niet fraai, en hoewel nog al tamelijk uitgestrekt,
+bevat zij niet meer dan 12,500 inwoners, die van de voorsteden hier
+onder begrepen. In vroegere eeuwen moet de bevolking hier ongelijk
+veel sterker geweest zijn: want men leest in de geschiedbladeren,
+dat in het begin van de 13e eeuw, toen de ongelukkige _Albigenzen_
+zoo wreed vervolgd werden, en men zelfs kruistogten tegen hen deed,
+'er in deze stad op eenen dag omtrent de 60,000 menschen omkwamen;
+de rampzalige slagtoffers vluchtten in de Kerken en hier vermoordde
+men hen ook niet alleen, maar men sloot zelfs de deuren van sommige
+dier gebouwen toe, stak 'er den brand in, en deed zoo alle, die
+'er in waren, door de vlam omkomen--en wie was de Apostel van deze
+afgrijsselijke slagting?--wie anders, dan de heilige Dominicus. De
+vervolging der Protestanten, waarin _Bezier_ ook rijkelijk gedeeld
+heeft, hebben zekerlijk ook geen goed gedaan aan de bloei en welvaart
+van deze ongelukkige stad. De Fabrieken en Koophandel, die 'er thans
+is, zijn van niet veel beteekenis; men maakt 'er zijden-kousen, een
+soort van bombazijn, perkament enz. als mede snuifdozen van wortel-,
+van palm- en olijfboomem.
+
+Ons avondmaal was redelijk, en wij aten omtrent met 20 personen, zoo
+vrouwen als mannen; men was nog al vrolijk; naast mij zat een jong
+_Amerikaan_, die mij veel vertelde van den bloeijenden koophandel van
+dat land; hij kwam uit _Holland_, alwaar hij een lading _Coloniale
+producten_ gebragt had, en ging naar _Marseille_, om ook over het
+aanvoeren van diergelijke goederen te handelen. Het schijnt dan of het
+ons Land en _Amerika_, even eens gaat als de schalen van een balans,
+naar mate dat de eene rijst, daalt de andere, met dit onderscheid
+echter, dat de ligtste hier omlaag hangt.
+
+Den 2 dezer vertrokken wij 's morgens om 4 uren. De weg was aangenaam,
+en de grond scheen redelijk vruchtbaar; van de hoogtens heeft men
+schoone gezigten, en aan de regterhand een keten hooge bergen; doch
+weinig boomen. Eer men aan het dorp _Coursan_ komt, gaat men over
+eene fraaije steenen brug, over de rivier _l'Aude_, en hier omtrent
+begint het Departement van dien naam.
+
+Omstreeks 9 uren kwamen wij te _Narbonne_, 3 posten van _Bezier_. Deze
+stad is een der oudste van de _Gaulen_, en de eerste volkplanting,
+die de _Romeinen_ aan gene zijde der _Alpen_ vestigden, en _Narbo
+Martius_ noemden [107]. Van het Kapitool, het Amphithéater enz. dat
+hier in die tijden bestond, ziet men thans niets meêr; in 't geheel
+zijn 'er geen sporen van de _Romeinsche_ grootheid en voormaligen
+luister meêr overig. De stad ligt nog in zijne muren en _bastions_,
+maar inwendig beteekent zij niet veel, dat mij verwondert, omdat
+de vaart, of _Canal de la Robine_, uit de rivier de _Aude_ komende
+'er doorloopt, en omtrent 1 1/2 uur beneden de stad in zee uitkomt
+[108]. Dit dunkt mij moest den handel aanwakkeren; maar het zag 'er in
+'t geheel niet tierig uit, en de vaart, waarin eenige sluizen zijn,
+was zelfs genoegzaam droog. Naar ik vernam, was de mond van deze vaart,
+voorheen de zeehaven van _Narbonne_, en waarin groote schepen kwamen,
+thans voor dezelve niet meêr bevaarbaar, door dat, de zee al meêr
+en meêr de kust ontweken zijnde, het daar te ontdiep is geworden
+[109]. Deze stad is in eene niet onaangename vlakte gelegen en van
+bergen omringd [110]; maar daar door is zij ook een verzamelplaats van
+al het water, dat 'er van rondom naar toezakt, en daar door vooral
+bij sterke regen vlagen onaangenaam [111]; doch zij staat in dit opzigt
+maar gelijk met het zoo hoog geroemde _Parijs_.
+
+De Hoofdkerk is het voornaamste, dat 'er te _Narbonne_ te zien is, en
+hier toe hadden wij tijd en gelegenheid; want 'er moest gewacht worden
+naar het middag eten, en het was Zondag. Wij gingen 'er dan genoegzaam
+met al de reisgenooten, die zich op den postwagen bevonden, naar toe,
+en de galante _Franschen_ boden bij het inkomen van de Kerk aan de
+Dames het wijwater aan, daar ik, als hier niet aan gewoon, geen slag
+van had, en die plegtigheid alzoo maar agterweeg liet. Deze Kerk is,
+bij gebrek van geld, zoo men zegt, onvolmaakt gebleven, na dat men
+'er van het laatst van de 13de eeuw, tot 1722 van tijd tot tijd aan
+bezig geweest was. Het koor alleen is dan maar voltooid, en daar naar
+te oordeelen, zou de geheele Kerk, indien zij naar evenredigheid was
+afgebouwd, een trotsch en prachtig gebouw geweest zijn. Het gewelf is
+zeer verheven, en heeft een reusachtig aanzien; voor de omwenteling
+zag men hier verscheidene kostbaarheden, en onder anderen een zilveren
+zon of praalkas, die door acht Priesters moest gedragen worden, en
+600 mark zilver woog; men heeft 'er geld van geslagen. Het eene was
+hier verder naar het andere, en de Aardsbisschop, wiens Paleis hier
+ook digt bij staat, had een jaarlijks inkomen van 120,000 livres daar
+of daar omtrent. Toen wij 'er waren, was men bezig met de hoogmisse
+te zingen; het orgelmuzijk was zeer aangenaam, en de _vox humana_
+zoo natuurlijk, dat wij het onder elkander een poos oneens waren, of
+'er menschen zongen dan of het alleen het orgel was. De roode marmeren
+kolommen, die tot het groot altaar behooren, kwamen mij fraai en
+kostbaar voor. Men ziet 'er nog eenige vrij goede schilderijen. Het
+schoone stuk van Sebastiaan del Piombo, verbeeldende de opstanding van
+Lazarus, dat uit deze Kerk in de gallerij van de Hertog van _Orleans_
+in het _Palais Royal_ te _Parijs_ is gekomen, is thans met een groot
+deel van die galerij in _Engeland_.
+
+Wij deden een zeer goed maal in de herberg _la Dorade_ op de kaai,
+aan de vaart staande; men schafte 'er onder anderen goede oesters en
+uitmuntenden zeevisch in soorten, waar ik mij dan ook, moetende weldra
+de kusten van de _Middellandsche Zee_ verlaten, nog eens te goed aan
+deed. De prijs was als naar gewoonte. Van den beroemden honig van
+_Narbonne_, heb ik niet gelikt. Hij is zeer geurig zegt men, omdat
+de bijen veel op de thijm, rozemarijn en andere geurige kruiden, die
+hier omstreeks groeijen, azen. De weinige handel van deze stad bestaat
+in dien honig, in leder dat 'er gelooid wordt, en koren, dat uit het
+hooge _Languedoc_ komt. Het getal der inwoners is, volgens de laatste
+telling, ruim 9000. Na den maaltijd vervolgden wij onzen weg, door een
+woestenij, tusschen de rotsen door, en waar naauwelijks een kruidje
+groeide; de gezigten echter zijn hier en daar niet onaardig. Verder
+op wordt de landstreek aangenamer en vruchtbaarder. Hier hadden wij
+ligt een ongeluk kunnen krijgen; de _postillon_, wat wild zijnde, had,
+terwijl de _Conducteur_ op de _imperiale_ sliep, alvorens een vrij
+steile hoogte afterijden, de wielen niet vastgemaakt, zoo als dit
+gebruikelijk is; maar reed 'er zoo hard, als de paarden maar loopen
+konden, af. Nu was 'er aan den voet van deze hoogte, regt over den
+weg, die daar draaide, een diepte, zoo dat wij, de paarden door de
+snelle vaart van den wagen denzelven niet kunnende houden, of den draai
+missende, ligtelijk van boven neder hadden kunnen storten; doch alles
+liep gelukkig af. Van de plaatsjes, die wij doorkwamen, valt niets
+bijzonders aanteteekenen; de wijngaarden, die wij hier en daar zagen,
+beloofden, zoo hier als elders, waar wij doorkwamen, eenen ongemeenen
+voordeeligen oogst. De wijnen van _Languedoc_, over het algemeen zwaar
+en geestig zijnde, stookt men daar van veel brandewijn, bijzonder
+aan de kanten van _Montpellier_ en _Nismes_. Dit jaar heeft zulks nog
+veel algemeener plaats om den rijken oogst, die men voorziet, en de
+geringe verzending over zee, door de ongunstige tijdsomstandigheden;
+want anders krijgen wij en de _Engelschen_ over _Bourdeaux_ ook ons
+aandeel van die wijnen. Hier en daar heeft men aangename gezigten.
+
+De zon begon den gezigteinder te naderen, toen wij te _Carcassone_
+kwamen. Eerst komt men door de oude stad, die men _la Cité_ noemt,
+en die, zoo veel ik in 't voorbijgaan zien kon, wel oud en onoogelijk
+is; men ziet 'er nog de overblijfsels van een oud Kasteel, op eene
+hoogte gelegen. Ook staat hier de Hoofdkerk, waar in de opperste
+van die bloed- en roofgierige vervolgers der _Albigensen_, Simon
+Graaf _de Montfort_ begraven is; hij stierf in 1218. Dit gedeelte van
+_Carcassone_ meent men dat de plaats is, waar oudtijds het _Carcassum
+Tectosagum_ bestond, dat een gemeenebest was onder de _Tectosaquense
+Volsques_, en welk gemeenebest met meêr andere landen hier omstreeks,
+onder de beheering der _Romeinen_ geraakte. Van hier klimt men af
+tot aan de rivier de _Aude_, en komt vervolgens over eene fraaije
+steenen brug in de laage of nieuwe stad, die ruim en regelmatig
+gebouwd schijnt. Wij reden, langs eene aangename en lommerrijke
+gemeene wandelplaats, tot aan een herberg buiten de stad staande,
+alwaar wij ons nachtverblijf moesten houden; het zag 'er hier vrij
+wel uit. _Carcassonne_ en _Narbonne_ is 7 1/2 post. Terwijl het nog
+schemerlicht was, ging ik de stad, waar van de poort over de herberg
+was, in, en zag in het midden van een vierkante plaats, rondom met
+boomen beplant, eene fraaije fontein, waarop het beeld van Neptunus
+op zijn' zeewagen. Deze stad zou mij, wat de ligging en het uiterlijk
+aanzien aanbelangt, wel bevallen; het schijnt 'er zeer levendig en
+welvarende; welke bloei men aan de aanzienelijke laken-fabrieken,
+waar van niet alleen de ingezetenen, maar zelfs vele hunner naburen
+leven, moet toeschrijven. _Carcassonne_ is de hoofdplaats van het
+Departement de _l'Aude_, men begroot de bevolking van die stad op
+10,400. De rivier, hier tamelijk breed, is niet minder aangenaam,
+dan voordeelig. De wandelingen en gezigten, op de brug en aan
+de oevers zijn allerliefst. Met den Zondag avond zag ik daar veel
+menschen. Het _Canal_, of de vaart van _Languedoc_, stroomt ook niet
+ver van _Carcassonne_, het geen insgelijks van belang is voor haar
+handel en fabrieken.
+
+Den 3 dezer waren wij weder om 4 uren op reis, om 's avonds te
+_Toulouse_ te zijn. Over onze herberg waren wij wel te vreden, en
+betaalden den gewonen prijs.
+
+Te _Castelnaudary_, 4 1/2 post van _Carcassonne_, en waar men ook
+van paarden verwisselt, vertoefde de wagen een poosje, om ons tijd
+te geven tot ontbijten; intusschen ging ik de kom (_le bassin_), van
+de vaart van _Languedoc_, die hier digt bij ligt, bezigtigen. Het is
+een vrij groot water [112], en dat bovenop een hoogte, want dit is het
+hoogste gedeelte van de vaart van _Languedoc_ tusschen de twee zeeën;
+men heeft 'er daarom de verzamelplaats gemaakt van al het water,
+dat men rondom heeft kunnen opvangen, en dat uit den grooten vijver
+(_reservoir_) van _St. Terriol_, ook hier omstreeks liggende, in deze
+kom, die men _le bassin de Naurouze_ noemt, gebragt wordt; van waar
+het vervolgens door sluizen aan den eenen kant in de vaart, naar de
+_Garonne_, en vervolgens naar den _Oceäan_, en aan den anderen kant
+naar de _Middellandsche Zee_ loopt; deze weg werd aangewezen door een
+bron, die op deze hoogte ontsprong, en waar van het water ook Oost en
+West liep. Deze kom levert hier een aardig en gansch niet onaangenaam
+gezigt op; ik zag 'er verscheidene schuitjes inliggen, in den smaak
+van onze trekschuiten, waar van men, in den tijd als de vaart open is,
+gebruik maakt, om naar de omliggende plaatsen te varen. Het is wel
+der moeite waardig, om dit te regt beroemde waterwerk naauwkeurig
+optenemen, doch mijn reisbestek liet het niet toe.
+
+_Castelnaudary_ ziet 'er niet onbehagelijk uit, ik zag 'er eenige
+gnappe huizen; het was 'er korenmarkt, en daar door vrij drok en
+levendig. Deze handel is de voornaamste der ingezetenen, en de vlaktens
+hier rondom leveren veel graan op; en dat is 'er in dat gedeelte van
+_Languedoc_, dat wij tot nog toe doorgereisd hebben, wel noodig. Het
+getal der ingezetenen van _Castelnaudary_ wordt op ruim 7800 gerekend.
+
+Deze stad is in de geschiedenis vooral bekend door de slag die hier
+plaats had tusschen de krijgsbenden van Gaston, Hertog van Orleans,
+en die van den Koning; en waarin de Hertog Hendrik de Montmorenci
+werd gekwetst en gevangen genomen. Dit viel voor in September 1632,
+en de ongelukkige Montmorenci werd den 30 October daaraan volgende,
+beschuldigd zijnde van hoog verraad, te _Toulouse_ onthoofd; hij was
+slechts 37 jaren oud.
+
+Het vermaarde kostschool (_pensionnat_) _de Sorèse_, ligt hier ook
+niet ver daan; thans waren daar, naar men mij verhaalde, omtrent de
+600 jonge lieden.
+
+Te _Avignonet_ [113], een dorp of steedje waar wij doorkwamen,
+scheen het kermis te zijn; want wij zagen 'er verscheidene gnappe
+jonge lieden van beide kunne onder zeilen, die daar gespannen waren,
+dansen, hoewel het nog voor den middag was. Dit plaatsje is ook,
+zoo als de meesten hier omstreeks, in de bloedige geschiedenis der
+_Albigensen_ bekend. Nu begint het land vlakker te worden, men ziet
+schier geen bergen en rotsen meêr; de weg was goed, de paarden moedig,
+en naar het scheen wel gevoed, en de postillon een jonge en vlugge
+knaap; dit alles maakte dat wij tijdig te _Villefranche_ kwamen,
+waar ik eenigzins met ongeduld het middagmaal te gemoet zag. Niet
+alleen de landstreek, maar zelfs de huizen, beginnen hier eene
+andere gedaante te krijgen; zij zijn van gebakken steenen gebouwd,
+en met pannen gedekt. De gebakken steenen hebben hier een anderen
+vorm als bij ons, en gelijken naar langwerpige vierkante roode
+tegels. Onze herberg zag 'er in 't geheel niet prachtig uit; maar
+het was 'er nog al gnap, en het eten was in zijn soort ook vrij wel,
+volgens algemeene getuigenis; want mij (doorgaans honger hebbende,
+als ik aan tafel kom) smaakt alles, wat maar eenigzins eetbaar is,
+goed; en dit is vooral op reis een groot voorregt. Het plaatsje ziet
+'er redelijk wel uit; en het is duidelijk, dat de natuur hier milder
+is, dan in verscheidene streken, die wij in _Provence_ en _Languedoc_
+zijn doorgekomen. De vaart van deze laatstgenoemde Provincie loopt
+ook niet ver van hier. Deze vaart is hier omstreeks, overal aan
+de kanten, met _Italiaansche_ populieren beplant, dat een vrolijk
+aanzien geeft; wij zagen dezelve al eenigen tijd op een' zekeren
+afstand van den weg aan onze linkerhand. Te _Bassiège_, een plaatsje,
+dat 'er ook vrij wel uitziet, moesten wij van paarden veranderen,
+en ik wandelde intusschen vooruit. Niet ver van hier gaat men over
+eene brug over de vaart, houdende dezelve vervolgens tot _Toulouse_
+aan de regterhand. De landouw wordt hoe langer hoe vruchtbaarder,
+en alzoo aangenamer; de weg loopt altijd door een groene vlakte, en
+de heuvels, ter zijde liggende, zijn tot op de toppen toe beplant of
+bezaaid. De voorname oogst, dien ik hier te veld zag staan, behalve
+den wijn, was Turksche-tarw, hier _millocque_ genaamd. Als de pluimen,
+die dienen om de plant te bevruchten, dit verricht hebben, en het zaad
+is gezet, worden zij afgesneden, om daar door meerder voedsel aan de
+plant te laten, en alzoo den groei van het zaad te bevorderen [114]. Men
+teelt overal in deze landstreek veel van dat graan, dat gedeeltelijk
+in het land zelve gebruikt, en gedeeltelijk naar _Spanje_ verzonden
+wordt. Een van onze reisgenooten die een landgoed in _Gasconje_ had,
+en nog al een liefhebber van den landbouw scheen, zeide, dat men
+sedert eenige jaren meerder gemeenschap met de naburen naar den kant
+van het Noorden hebbende, men ten opzigte van den landbouw nog al
+het een en ander van hun had geleerd; en dat hij zelve onder anderen
+van een zijner vrienden, die eenigen tijd in _Bataafsch Braband_
+geweest was, had geleerd, om meêr voordeel van den grond te trekken,
+door geele wortelen onder het koren te zaaijen, enz. en dit met goed
+gevolg sedert eenige jaren reeds had gedaan.
+
+Het hout schijnt hier ook wel te willen groeijen. Men ziet 'er frissche
+boomen van allerlei soort, in plaats van die eentoonige olijfboomen,
+waarvan het droevige gezigt mij reeds zoo lang heeft verveeld--waarlijk
+men had ook wel een vrolijker zinnebeeld voor dien lieven vrede,
+waarvan wij het gemis reeds zoo lange betreuren, kunnen uitdenken,
+dan de olijftak, dunkt mij. Een, zoo het scheen goede en eenvoudige
+geestelijke, aan wien ik deze aanmerking mededeelde, nam de partij van
+den olijftak met veel ijver, zeggende, dat zij een' heiligen oorsprong
+heeft, als zijnde door de duif aan Noäch gebragt, ten teeken, dat het
+Opperwezen den vrede aan het aardrijk schonk. Tegen zulk soort van
+lieden valt niet veel te bewijzen, dus liet ik het den man winnen,
+hoewel ik niet wel in mijn hoofd kan krijgen, dat de _Grieken_ en
+_Romeinen_, die ook dit zinnebeeld kenden, daar aan door het verhaal
+van Moses, in het boek genaamd _Genesis_, gekomen zijn. Men ziet
+hier omstreeks ook veel buitenplaatsjes en lusthuizen, die _Castels_
+genaamd worden. Het dorp _Castanet_, waar wij doorkwamen, en dat
+nog maar 1 1/2 post van _Toulouse_ ligt, ziet 'er ook bevallig en
+welvarende uit. De huizen zijn hier bijna overal geverwd, en schijnen
+wel onderhouden; de menschen zien 'er gnap en goed gekleed uit; welk
+een onderscheid tusschen deze en de dorpen en steedjes van _Provence_,
+en hier en daar in het hooge _Languedockse_! (_le haut Languedoc_). De
+weg bij _Toulouse_, en naar de stad leidende, is zeer aangenaam;
+zijnde een lange regte laan, aan beide zijde met frissche boomen
+beplant; wij kwamen langs de wandeling, die allerliefst is, door het
+dikke en frissche lommer. Ik verkwikte inderdaad op het zien van zoo
+veel boomen. Het was ruim zes uren, toen wij aankwamen. Hoewel de
+postwagens over het algemeen, ons vrij wel waren bevallen, deze was
+het inzonderheid hebbende aan alle posten doorgaans goede paarden; de
+Conducteur was ook zeer geschikt, en had veel zorg en oplettendheid
+voor de reizigers. Wij namen hier onze intrek in _au grand Soleil_,
+bij _Madame_ d'Aumont.
+
+Den 4 dezer. _Toulouse_ valt mij zeer in de hand; hoewel in 't geheel
+niet geregeld gebouwd, zijn de straten echter nog al redelijk breed,
+en men vindt 'er vele fraaije huizen, genoegzaam allen van gebakken
+steenen. Het kwam 'er mij dan ook over het algemeen zoo doodsch en
+stil niet voor, als men mij verteld had; hoewel men elkanderen in de
+straten niet verdringt, zoo als te _Parijs_. Koetsen of cabriolets
+ziet men 'er ook niet veel; maar de draagstoelen zijn nog veel in
+gebruik. Bij den Schouwburg zag ik 'er verrscheidene staan, men huurt
+ze voor een matigen prijs. Voor de omwenteling haperde het hier niet
+aan Kerken en Kloosters, geen wonder, het bijgeloof en de vervolgzucht
+had zijn' verschrikkelijken zetel in deze stad gevestigd; gij begrijpt,
+dat ik de afgrijsselijke zoogenaamde regtbank van gewetens-onderzoek
+(_tribunal d'inquisition_), die hier in het begin van de 13e eeuw werd
+opgerigt, bedoel. De wreedaardige dweeper of huichelaar Dominicus,
+die sommige nog heden den Heiligen noemen, was aan het hoofd van
+dezelve en zijne navolgers bekleeden nog in onze dagen die plaats
+in _Spanje_ en _Portugal_; hoewel zij, den Hemel zij gedankt, zeer
+veel van hunne magt verloren hebben. De ongelukkige _Albigensen_,
+waarvan ik reeds dikwerf melding maakte, zich niet aan het Pausdom
+willende onderwerpen, gaven aanleiding tot dit hof van gewetensdwang,
+of liever dienden ten voorwendsel, om vrij te kunnen rooven en moorden;
+want immers wisten vele Priesters altijd hun belang met dat van de
+Godheid, die zij zelf gevormd hadden, zoo kunstig te verbinden,
+dat het scheen als of zij voor niets anders dan voor de zaak van
+God ijverden, terwijl zij in der daad niets anders dan hun personeel
+belang beoogden. Die aller afschuwelijkste Treurtooneelen, waarmede de
+geschiedenis der _Albigensen_ vervuld is, zijn dan ook inzonderheid,
+hier en te _Alby_, eene naburige stad, en de Hoofdplaats van het
+landschap, waar na de _Albigensen_ genaamd zijn, voorgevallen.
+
+De Hoofdkerk, dat een groot, en in zijn soort prachtig, gebouw is,
+verdient wel gezien te worden. Het groote altaar pronkt met fraaije
+Corinthische kolommen van _Languedoc's_ marmer, en is naar de teekening
+van den bekwamen Beeldhouwer Gervais Drouet gemaakt. In deze Kerk
+toont men den predikstoel, waar op men wil dat de Heilige Bernardus
+en Heilige Dominicus gepredikt hebben. Waarom stelt men 'er geen,
+waarop de broederliefde en verdraagzaamheid gepredikt wordt, in de
+plaats? In den toren van deze Kerk hing een klok die 50,000 ponden
+woog. Het Aardsbisschoppelijke paleis staat bij die Kerk, en schijnt
+een aanzienlijk gebouw; thans woont 'er de Prefect in; want _Toulouse_
+is de hoofdplaats van het Departement _de la haute Garonne_.
+
+Het Stadhuis op de plaats staande, die men voorheen _Parijs_
+naäpende, _la Place Royale_ noemde; hoewel 'er nimmer een Koninklijk
+standbeeld of iets diergelijks, voor zoo ver men weet, gestaan heeft,
+beantwoordt niet aan den grooten ophef, dien men 'er van maakt;
+voor de omwenteling, werd het _le Capitole_ [115], in navolging van
+de _Romeinen_, genaamd. Want die van _Toulouse_, aan _Gascogne_
+grenzende, en zoo, als algemeen bekend is, even als de bewoners van
+die landstreek, veel van vergrooten houdende, willen, dat dit gebouw
+door keizer Galba gesticht is, na dat deze stad bondgenoote van _Rome_
+verklaard was, schoon de bewijzen hun schijnen te ontbreken. De leden
+van het Stadsbestuur werden dan ook _Capitouls_ geheeten. Ik had
+aangeteekend, dat hier drie groote schilderijen van den vermaarden
+schilder Antoine Rivals, in een zaal die men _la Salle du grand
+Consistoire_ plagt te noemen, te zien waren; en vroeg na die zaal;
+men wees mij dezelve, ik zag overal rond, maar bespeurde niets, dat
+naar schilderstukken geleek; de muren waren met breede driekleurige
+streepen geverwd, en dit was al wat 'er te zien was, in eenige andere
+kamers, die ik nog doorliep, was ook niets bijzonders te zien;
+eindelijk vroeg ik andermaal aan den zelfden man, die mij de zaal
+aangewezen had, en eene soort van kamerbewaarder, of diergelijken
+scheen te zijn, waar dan toch de stukken van Rivals te zien waren,
+en hij antwoordde in de zaal _du grand Consistoire_. In der daad zij
+waren 'er nog; doch, helaas! het schilderwerk was niet meer zigtbaar;
+eenige woeste ijveraars hadden 'er, in het begin van den omwenteling,
+den kwast opgezet, omdat zij de geboorte, de krooning, en het huwelijk
+van Lodewijk den XIV. verbeelden, en dit had ik, om dat zij met eenige
+anderen genoegzaam den ganschen muur besloegen voor een driekleurig
+geverwden muur of behangsel aangezien. Verder zag ik hier niets dat der
+moeite waardig is om te beschrijven. De Schouwburgzaal was voorheen
+in een van de vleugels van het zoogenaamde Kapitool; thans speelden
+'er _Marionetten_ in, en de Schouwburg is in een ander gebouw,
+dat hier digt bij staat. De gevel van dit Stadhuis, die omtrent de
+helft van de vorige eeuw gebouwd is, beslaat den eenen kant van de
+plaats voorheen _Royal_. Wie erinnert zich niet bij het zien van dit
+Stadhuis den regterlijken moord van den ongelukkigen Calas. De Graaf
+van Montmorenci, van wien ik hier voor gesproken heb op de plaats van
+dit Stadhuis, met gesloten deuren onthoofd zijnde, heeft men hier
+nog lange jaren daar na roode vlakken op den muur aangewezen, die
+men zeide van het gespatte bloed van dit slagtoffer van Koninklijke
+of liever Priesterlijke [116] wraak te zijn; sedert een geruimen tijd
+ziet men die vlakken niet meer.--Maar ik scheide van al die akelige
+dingen af, breng dezen op de post, en ga naar buiten wandelen.
+
+
+
+
+
+ZEVENTIENDE BRIEF.
+
+_Toulouse, 5 Augustus._
+
+
+Ons verblijf zal hier korter zijn, dan ik mij had voorgesteld,
+om dat wij genoegzaam al het merkwaardige reeds gezien hebben, en
+onze voorgenome reis door een gedeelte van de _Pyreneën_ niet veel
+langer moeten uitstellen, want het wordt in die bergachtige landstreek
+dikwijls al vroeg onaangenaam weder. Voor mijn vertrek wil ik dezen
+echter nog aan u afzenden.
+
+Gisteren, na dat ik een kwartiertje buiten de stad de vaart van
+_Languedoc_ had wezen zien, ter plaatse, waar zij in de _Garonne_
+uitkomt [117], ging ik naar Schouwburg, die 'er inwendig nog al redelijk
+uitziet. Men gaf 'er een groot Treurspel van _Racine_ of _Corneille_,
+en hier hadden vertooners den regten slag niet van; ik ging 'er dan al
+schielijk uit, en kwam niet weder, voor dat men aan het Nastukje begon,
+omdat het hier t'huis hoort, zoo als de titel ook aanduidt, zijnde
+genaamd _Molière à Toulouse_; het beteekent juist niet veel, doch
+werd redelijk wel gespeeld. Men betaalt 17 _sols_ in het _parterre_,
+doch men moet 'er blijven staan.
+
+Heden morgen ging ik weder zeer vroegtijdig uit, om geen' tijd te
+verliezen. De kaai langs de _Garonne_, dunkt mij, het aangenaamste
+gedeelte van de stad, men ziet in die rivier eenige kleine watervallen
+door het water, dat over steenen dammen loopt, veroorzaakt; de
+stroom is zeer sterk. Over dezelve ligt een zeer fraaije steenen
+brug, rustende op zeven bogen; zij is 72 voeten breed, en ruim 800
+voeten lang [118]. Men gaat over dezelve van de stad naar de voorstad
+van _St. Cyprien_. Aan het eind van deze brug, als men uit de stad
+komt, staat een fraaije poort of zegeboog; op denzelven leest men
+behalve een Latijnsch vers, als een ander staaltje van de pogcherij
+der _Toulousers_: "_het is hier het achtste wonder der wereld._"
+_Septem orbis miracula discant hic mirandum octavum._ Buiten deze
+poort komende, heeft men aan de linkerhand een beplante wandeling,
+langs de rivier en aan de regter het Hospitaal van _St. Jakob_, dat men
+mij ook als waardig, om bezigtigd te worden had opgegeven; doch ik zag
+'er niets anders aan, dan een groot Gasthuis. Regt uitgaande door de
+voorstad van _St. Cypriaan_, komt men aan een fraai ijzeren hek, dat
+men de poort van _St. Cyprien_ noemt. Op twee steenen pijlaren van dat
+hek, ziet men twee fraaije zittende vrouwen beelden. Voor deze poort
+heeft men eene fraaije plaats beginnen te bouwen, met regelmatige
+gebouwen rondom; doch zij is ook slechts begonnen, en dit is al
+verscheidene jaren geleden; buiten deze poort heeft men aan beide
+zijden fraaije wandelingen, met verscheidene rijen boomen beplant,
+gelijk ook de weg regt uit beplant is. De boomen die men hier ziet
+zijn meest ijpen; doch zij zien 'er vrij wat beter uit dan die van
+_Montpellier_. De korenmolens, die door het water van de _Garonne_
+gaan, zijn wel bezienswaardig, zoo om derzelver grootte als om de
+werking. In die van de _Bazacle_ worden 16 molensteenen bewogen; doch
+men moet geen zwarten rok aantrekken, als men hier gaat kijken. Het
+eiland _Tounis_, waarbij deze molen staat, wordt meest door verwers
+van wolle en andere stoffen bewoond.
+
+Verder de stad ingaande, viel mijn oog op de ongewone bouworde van een
+groot huis; in den gevel zijn verscheidene pilasters, en de kapiteelen
+zijn zamengesteld uit eenige arenden; ook ziet men diergelijke vogels
+en andere gedaanten in de lijst; boven een deur ziet men de beelden van
+Apollo en Mercurius, die een wapenschild houden, en boven een andere,
+daar naast een paar andere beelden. doch die ik niet herkende. Dit
+huis scheen mij ondertusschen nog niet zeer oud te zijn, en had,
+naar ik vernam, behoord aan een President enz. Again genaamd; het
+staat schuins over het huis, behoord hebbende aan de _Malthéser_
+Ridders. In dezelfde straat, wat verder, is een geschutgieterij.
+
+De Kerk van _St. Sernin_, of eigenlijk _St. Saturnin_, een zeer oud
+Gottisch gebouw, is groot, maar inwendig zeer duister, en gelijkt
+eerder naar een gevangenis of grafspelonk, dan naar een tempel voor
+den Godsdienst geschikt; nu de geloovigen van _Toulouse_ plagten ook
+roem te dragen op het bezit van 26 ligchamen van Heiligen, die in deze
+Kerk in kostbare kisten bewaard werden, en waar onder niet minder dan
+zeven Apostelen.--Welk een knekelhuis!--Dit gebouw pronkt met eenen
+hoogen spitsen toren, naar het mij voorkwam op eene buitengewone
+wijze gebouwd. Zoo akelig en onbevallig ik deze Kerk vond, zoo fraai
+en wel verlicht vond ik die, welke voorheen aan de _Carthuizers_
+behoorde, en thans voor een parochie dient, zijnde onlangs netjes
+opgemaakt. Het altaar, vooral dat midden in de Kerk onder een soort van
+lantaarn staat, is van marmer, fraai en met smaak gewerkt; vooral twee
+Engelen van wit marmer en van gewone menschelijke grootte, kroonende
+met gestrengeld loof een _Urne_. De houding van die Engelen is zeer
+bevallig. Volgens de aanteekening, die ik 'er op vond, is dit fraaije
+stuk werk door de gebroeders Lukas van _Rome_ in 1785 gemaakt.
+
+Na den middag gingen wij het Stads Museum, in het voormalig Klooster
+der _Augustijnen_, bezigtigen. In het pand van het Klooster ziet
+men eenige overblijfsels van graftombes, beeldhouwerk enz. uit de
+Kerken na de omwenteling te zamen geraapt. De Kloosterkerk is in eene
+fraaije zaal of galerij veranderd, zoo dat men niet zou zeggen, dat
+het een Kerk geweest was; rondom hangen verscheidene schilderijen,
+die zoo als gij denken kunt, niet veel bewondering baren, als men,
+gelijk als ik, zoo menigmalen de galerij van _Parijs_ gezien heeft;
+daar waren 'er sommige bij van nog in leven zijnde meesters. Eenige
+jongelieden waren hier bezig met kopieeren. In het midden van
+deze zaal staat een lange tafel, waarop men eenige kleine _antike_
+beeldjes van metaal, enz. ziet, en aan het eind heeft men eene fraaije
+_colonade_ of _portique_ gemaakt van marmeren kolommen, die, naar mij
+de oppasser vertelde, uit Kloosters of Kerken afkomstig zijn. Achter
+deze _portique_, waar men met eenige trappen naar toe klimt, ziet men
+het bekende kunststuk van Antoine Rivals, verbeeldende de stichting van
+de stad _Ancire_ in _Galatie_, door de _Tectosages_, van _Toulouse_
+vertrokken zijnde. Dit stuk is met zeer waarheid geschilderd. Men
+zegt zelfs dat het voorheen aan het eind van eene zaal op het Stadhuis
+hangende, dikwijls door lieden die aan het andere eind stonden, voor
+een wezenlijk gebouw werd aangezien. Hier is die begoocheling zoo sterk
+niet, doch ik zag het met veel genoegen. Het heeft voor opschrift:
+"_Tectosages Anciram condebant._" Onder eenige borstbeelden ziet men
+hier ook dat van Rivals zelven: hij werd alhier in 1735 geboren.
+
+'s Avonds ging ik de aangename wandelingen buiten de poort,
+waar wij ingekomen waren, en anderen hier omstreeks, nog eens
+doorkruisen. Bij de vaart zag ik een scheepstimmerwerf waar men
+zelfs kleine zeescheepjes bouwde. De wandelingen inzonderheid moeten,
+dunkt mij, veel bijdragen tot veraangenaming van deze stad, en in dat
+opzigt verdient zij zeker de voorkeur boven _Montpellier_, _Nismes_
+en _Marseille_.
+
+_Toulouse_, of liever het oude _Tolosa_, dat omtrent een uurtje van
+het tegenwoordige _Toulouse_ af schijnt gestaan te hebben, blijkens
+onder anderen de geringe overblijfsels van een Amphithéater dat men
+daar vindt, wil men, dat gebouwd is door de _Tectosagers_, een volk,
+waarvan ik hier voor reeds sprak, en dat ruim 600 jaren voor Christus
+geboorte, ten getale van 300,000 hun land verlieten, om zich hier
+te komen nederzetten. Daar na geraakten zij onder de _Romeinen_
+of werden hunne bondgenooten. Vervolgens hebben de _Visi-Gothen_
+'er zich meester van gemaakt; zij zijn door Koningen, door Graven,
+en wederom door Koningen geregeerd geworden. Ondertusschen lieten
+zij zich altijd nog al wat voorstaan op hunne oude vrijheid en
+onafhankelijkheid, en behielden, zoo als ik reeds gezegd heb, eenige
+oude benamingen, zoo als _Capitouls_, rechter _mage_ (_juge mage_)
+enz., doch het was ook niet anders dan den naam.
+
+Het Parlement van _Toulouse_, dat van het midden der 13e eeuw, tot
+aan de omwenteling bestaan heeft, volgde in rang op dat van _Parijs_,
+en was dus het tweede van _Frankrijk_.
+
+Onder de Akademiën van _Toulouse_, was 'er een bekend onder den naam
+van _Académie des Jeux Floraux_, in het begin van de 14e eeuw gesticht
+door zeven _Troubadours_ [119], en daar na, in dezelfde eeuw, gevestigd
+door Clemence Isaure, eene vrouw van geest en fraaij vernuft. Deze
+Akademie bleef genoegzaam in haren oorspronkelijken staat voortduren
+tot in het laatst van de 17e eeuw, toen men 'er eene Koninklijke
+Akademie van gemaakt heeft, met behoud, echter van haar eersten
+naam. Deze _Troubadours_ en _jeux floraux_ (bloemen spelen) schijnen,
+volgens het geen ik 'er van gelezen en gehoord heb, veel overeenkomst
+gehad te hebben met onze oude Redenrijkers en hunne handelingen. Zij
+gaven ook Dichtstukken op, en beloofden prijzen, zoo als goudsbloemen,
+lelien, en andere bloemen van goud of zilver. De leden van het
+Genootschap genaamd _Jeux Floraux_, werden _Bacheliers en la gaie
+science et dans le gai savoir_, medegenooten in de vrolijke wetenschap
+en lustige kennis, genaamd. Deze _Troubadours_ waren ook somtijds zeer
+vrij in hunne versen, en durfden de Vorsten en Geestelijken wel eens
+ter deeg hekelen. De letterkunde werd hier dan ook altijd, hoe zeer
+'er het bijgeloof den baas speelde, nog al beoefend, en _Toulouse_
+heeft verscheidene mannen van naam opgeleverd, onder andere du Ferrier,
+die Ambassadeur zijnde, zich durfde verzetten tegen het voorgevallene
+in het _Concilie_ van _Trente_, en het verstandig ontwerp gemaakt
+heeft, om _Frankrijk_ van den stoel van _Rome_ los te maken, en in
+navolging van _Engeland_, de _Gallicaansche_ Kerk onafhankelijk te
+maken van de Pausen. Cailhava, lid van het _Institut National_ van
+_Frankrijk_, bekend door verscheidene Toneelstukken, vooral door zijn
+werk genaamd _de l'Art de la Comedie_, en zijne _Etudes sur Molière_,
+werd ook te _Toulose_ geboren.
+
+De voorname handel van deze stad bestaat in Spaansche wolle en
+koren, ook worden, bijzonder als de vaart van _Languedoc_ gesloten
+is, de goederen die men de _Garonne_ af vervoert, hier per as
+aangebragt. Onder de menigte voerlieden, zag ik 'er hier dan ook
+verscheidene uit het land van _Béarn_, aan de _Spaansche_ grenzen,
+welke een soort van mutsjes op hebben, bijna in den smaak als vele
+boertjes van _Teniers_. Sommigen waren bruin, andere wit met rooden
+kwast, die 'er boven plat op ligt. Deze mutsjes die men _Berettes_
+noemt, zijn van wol gebreid en gevuld; zij zijn zoo ondiep, dat het
+menschen, die 'er niet aan gewoon zijn, moeijelijk zou vallen, dunkt
+mij, on ze op het hoofd te houden. Behalve de verwerijen zijn hier ook
+fabrieken van wollen stoffen; ik zag 'er onder anderen een gemeen soort
+van laken dat zeer smal is. Hier, en in het gehele _Languedocsche_
+meet men stoffen, linten, enz. niet met de el, maar met eene maat
+die men _la cane_ noemt, en die verdeeld wordt in 8 _pans_; 5 zulke
+_pans_ maken eene _Fransche_ elle. In _Provence_ meet men ook met
+_pans_. De bevolking van _Toulouse_ is ruim 52,600; de menschen zien
+'er over het algemeen gezond en wel uit; levensmiddelen van allerlei
+soort ontbreken 'er niet, en zijn tot een matigen prijs te bekomen;
+hoenderen en allerlei soort van gevogelte vooral. Wij waren over onze
+herberg wel te vreden.
+
+Men verzekerde mij, dat het bijgeloof hier sedert de omwenteling
+aanmerkelijk verminderd was. De inwoners van deze stad, altijd zoo
+zeer gesteld zijnde op hunne vrijheid en onafhankelijkheid, waren dan
+over het algemeen ook ijverige voorstanders van de grondbeginselen
+der omwenteling.
+
+Ik heb u nog vergeten te vertellen, dat hierin het Klooster der
+_Cordeliers_ een grafkelder plagt te zijn, die, zoo als men het volk
+wijs maakte, de bijzondere eigenschap had, om de lijken, die men 'er in
+legde, te verdroogen; doch het is thans algemeen bekend, dat het niet
+anders dan een kunstje van de Monniken was. Deze kelder gaf aanleiding
+tot eene weddingschap tusschen twee jonge lieden; een van hun moest
+juist op het uur van middernacht, (want dat is overal de tijd, dat
+de spoken en geesten verschijnen, zoo als het middaguur overal bij
+de boeren de schafklok is) alleen in dezen kelder vol verdroogde
+lijken en geraamtens gaan, en om wel verzekerd te zijn, dat hij tot
+het einde toe geweest was, aldaar op een bepaalde plaats een spijker
+in den muur slaan. Onze held begeeft zich, van een dievenlantaarntje,
+een hamer, een spijker, en de noodige sleutels voorzien, naar dien
+akeligen kelder, zich zoo als het dikwijls gaat, kloeker houdende, dan
+hij in der daad was; maar wie wil, jong zijnde, ook den naam hebben
+van bang, en vooral bang voor dooden te zijn. Het moest 'er dan mede
+door. Hij treedt ten kelder in, opent de deur van de grafspelonk,
+en plaatst den spijker. Ondertusschen staat de andere wedder, met een
+menigte nieuwsgierigen, een geruime wijl in het Klooster te wachten;
+en hij komt niet terug. Men begint ongerust te worden, en besluit,
+om te gaan zien, waar hij blijven mag.--De ongelukkige jongeling was
+dood, en dat waarschijnlijk door angst; want hij had, een lang en
+wijd kleed aan hebbende, 'er denkelijk door de vrees, niet ter deeg
+toeziende, een slip van zijn kleed aan den muur vast gespijkerd;
+hier door voelt hij zich, heen willende gaan, terug gehouden; en de
+beangstheid, die misschien reeds tot eene aanmerkelijke hoogte was
+gestegen, neemt hier door zoodanig toe, dat hij 'er onder bezwijkt
+[120]. Genoegzaam alle menschen hebben, en ik geloof zelfs buiten en
+behalve vooroordeelen van eene verkeerde opvoeding, een' huiverigen
+afkeer van de dooden; dit schijnt eenigzins in de natuur te liggen, en
+men wordt hetzelfde gewaar in sommige dieren, vooral in de paarden. Men
+handelt dan altijd onvoorzigtig, van dezen afkeer met geweld te
+willen trotseren, en sterker te willen wezen, dan wij in der daad
+zijn. Bij deze gelegenheid erinner ik mij een geval van dien aard,
+dat aan iemand van mijn nabestaanden gebeurd is. Hij bevond zich,
+nog zeer jong zijnde, te _Groningen_ bij bloedverwanten, die in een
+groot huis woonden, waar het, zoo men wilde, spookte; een lange gang
+scheidde de kamer, waar men gewoonlijk zat, van de keuken. Op zekeren
+avond, dat deze aankomende jongeling uit die kamer, door den gang,
+in het donker naar de dienstboden in de keuken wilde gaan, wordt
+hij op eenmaal bij een been vast gehouden, zoo dat hij vallende zeer
+verschrikte, vooral dewijl het huis een' kwaden naam had. Daar hij
+van angst schreeuwde, komt men op het gerucht toelopen, en vindt dat
+hem het ijzer- of koperdraad van de bel, om een van zijne beenen was
+gekronkeld. Men had juist gebeld, de draad die door de gang liep was
+gebroken, en hier mede was de spookhistorie verklaard, en liep zonder
+eenige onaangename gevolgen af.
+
+Morgen ochtend om 3 uren vertrek ik van hier met den postwagen,
+die van _Toulouse_ naar _Bayonne_ rijd tot _Tarbes_.
+
+
+
+
+
+ACHTTIENDE BRIEF.
+
+_Bagnères, 9 September._
+
+
+Gisteren ben ik hier aan den voet van die keten hooge bergen, die de
+grensscheiding van _Frankrijk_ en _Spanje_ maken, aangekomen. Den 6
+dezer reed ik, terwijl het nog duister was, uit _Toulouse_. De poort
+van _St. Cyprien_ uitgereden zijnde, zagen wij een half uur buiten de
+stad, aan de linkerhand van den weg, de bron _la Fontaine de Perpan_
+genaamd, welke, naar men zegt, een zeer heilzaam mineraal water geeft;
+ik vond 'er echter geen anderen smaak aan dan aan gewoon water. Aan
+de fontein is ook niets bijzonders te zien, zij is als een vierkant
+koepeltje gemaakt, en uit drie ruw gebeeldhouwde koppen loopt het
+water; men had mij dit nog al als iets bezienswaardig opgegeven. De
+ligging onder eenige vrij hooge Italiaansche populieren, is nog
+al schilderachtig. De weg is zeer goed, aan beide zijden aangenaam
+beplant, en rondom ziet men eene vruchtbare vlakte. Wij ontmoetten
+verscheidene spannen met ossen, zoo als ik 'er _Toulouse_ ook al gezien
+had; zij zijn aan elkanderen gekoppeld door middel van een hout,
+dat dwars tegen de horens met riemen vastgemaakt wordt; midden in
+hetzelve is een gat, waar door de disselboom, tusschen de twee beesten
+inkomende, doorgestoken, en met een pen vastgemaakt wordt; hier in
+bestaat al het tuig van dit gespan: want een toom of lijsten hebben zij
+ook niet, in plaats van dat, heeft de voerman een langen regten stok,
+waarmede hij hen bestuurt, dezelve tusschen de horens inleggende,
+en daar bij somtijds eenige woorden voegende; deze voerlieden hebben
+lederen schootsvellen voor, zoo als bij ons de schoenmakers.
+
+De _Garonne_ over zijnde, is men in het voormalig _Gascogne_, en de
+landen tusschen deze rivier, den _Oceaan_ en de _Pyreneën_ gelegen,
+werden gemeenelijk onder de benaming van _Gascogne_ begrepen. Bij
+het dorpje _Lequevin_, waar de weg over een hoogte loopt, heeft men
+een aangenaam gezigt over de schoone en vruchtbare vlakte. Aan de
+regterhand, op een zekeren afstand van den weg, ziet men een bosch,
+dat zeer uitgestrekt schijnt te zijn, doch 'er waren geen zwaare boomen
+in, en diende, naar ik vernam, genoegzaam alleen voor brandhout. Men
+noemt dit het bosch van _Boecol_. De weg is hier zeer ongelijk,
+en men is den eenen heuvel pas af, of men moet den anderen weder
+opklimmen. De grond schijnt hier ook zoo goed niet als digter bij
+_Toulouse_, en Turksche tarw was het voornaarmste dat ik 'er zag;
+hier en daar staat ook gierst, dat men _petit millet_ noemt. De grond
+wordt hier veel met mergel [121] gemest; zulk eene bemesting voedt
+den akker voor verscheidene jaren. Op sommige akkers zag ik nog eene
+andere soort van _maïs_ of Turksche tarw, die weinig graan geeft, en
+alleen geteeld wordt, om 'er bezems van te maken; zij groeit hooger,
+en is ranker dan de andere, daar bij zijn de pluimen, die om te veegen
+dienen moeten, veel langer, en vrij stevig; diergelijke bezems, netjes
+gebonden, worden in gansch _Provence_ en _Languedoc_ bijna gebruikt,
+ik zag ze zelfs al te _Lyon_; dit is dan nog al een tak van handel,
+en indien het niet zoo afgelegen was, zou ik onze _Hollandsche_
+vrouwtjes wel durven aanraden, om 'er een goeden voorraad van op te
+doen. Nu rijdt men een brug over eene beek, door een dal stroomende,
+over; en hier zag ik iets, dat ik in langen niet gezien had, frissche
+groene weilanden, waarin een menigte rundvee en paarden graasden. 3
+1/2 post van _Toulouse_ ziet men een onaanzienelijk steedje, _l'Isle
+de Jourdain_ genaamd. Voorheen lag het in zijne wallen, en had een
+Kasteel, doch deze zijn al sedert vele jaren afgebroken. De inwoners,
+eenige jaren geleden, oneenig zijnde met eenige krijgslieden en
+burgers van _Toulouse_, had zulks hier verregaande dadelijkheden
+ten gevolgen. Overal waar maar huizen staan, ziet men eene menigte
+gansen, waarvan dit land ongemeen voorzien schijnt. Nu en dan treft
+men ook nog wijngaarden aan, maar geen olijf- of moerbezienboomen
+meêr. Twee posten verder dan het laatstgenoemde plaatsje, namen wij het
+middagmaal, in een steedje _Gimont_ genaamd, aan een riviertje gelegen,
+en waar een ruime geheel overdekte plaats is, waar men markt houdt,
+en die men _la Halle_ noemt; de landlieden, uit den omtrek, brengen
+hier hunne waren ter markt, en dit geeft nog al eenigen handel. Het
+ziet 'er hier nog al tamelijk uit, de maaltijd was redelijk goed,
+en de prijs zeer matig. Niet ver van hier, zegt men, zijn mijnen,
+waar _turkoisen_ gevonden worden, die weinig van de Oostersche
+verschillen. De weg loopt aanhoudend over bergen en dalen, zoo dat
+men schier aanhoudend niet anders dan stapvoets voortgaat; te meêr,
+daar men maar weinig van paarden verwisselt; doch ik verveelde mij
+niet, om dat de landstreek aangenaam is, alles is bebouwd; hier en
+daar heeft men boschjes en boeren-hoeven, die men _Metairies_ noemt;
+onder dezelven ziet men 'er die met de aangelegen schuren, stallen,
+enz. al vrij groot zijn, en wel kleine gehuchten gelijken. Een groot
+ongemak echter is het gebrek aan water, dat hier in gansche streken
+plaats heeft, zelfs met den ongewonen regen, dien wij gehad hebben,
+en die nogthans aan alles een buitengemeen frisch aanzien geeft; moest
+men het van een huis aan den weg liggende, en waar wij een oogenblik
+vertoefden, omtrent een half uur ver halen; zelfs waren 'er van de
+naburen, die nog verder van die bron af woonden; het was dus niet
+meer dan billijk, dat ik een glas water, dat ik hier dronk, betaalde.
+
+Omstreeks half zeven kwamen wij te _Ausch_, hoofdplaats van het
+Departement _le Gers_, voorheen van _Gascogne_. _Toulouse_ en _Ausch_
+zijn 8 1/2 post. Daar het avond werd, haastte ik mij om de hoofdkerk te
+gaan bezigtigen, waarvan de geschilderde glazen in dit land zoo beroemd
+zijn als bij ons die van _Gouda_; doch het maakt de Kerk inwendig zeer
+donker; het snijwerk van het koor is ook zeer fraai gewerkt. Men had
+hier en daar op de altaars bloeijende Tuberozen gezet, die eenen zeer
+aangenamen reuk door de gantsche Kerk verspreidden. Men wil dat deze
+Kerk reeds door Koning Clovis, dat is in het laatst van de 5de, of in
+het begin van de 6de eeuw, gebouwd is. Het portaal is _modern_ werk,
+zijnde door Gervais Drouet in 1671 uitgevoerd. Aan beide zijden van
+dit portaal staat een vierkante toren met kolommen van onderscheidene
+bouworders versierd; het maakt een prachtige vertooning, vooral om
+dat men 'er het gezigt op heeft van eene ruime plaats; doch naar ik
+vernam, weten bouwkundigen 'er veel op aantemerken. Dat dit werk in
+den _Antiken_ smaak, met het overige Gothische, een misselijk geheel
+uitmaakt, is ligtelijk te zien. De stad op eene hoogte liggende,
+heeft men van het terras, dat met boomen beplant is, en voor eene
+gemeene wandelplaats dient, een aangenaam gezigt. Aan den voet van
+den hoogen heuvel, waar _Ausch_ op en tegen aan gelegen is, stroomt
+het riviertje _le Gers_, waar naar het Departement genaamd wordt.
+
+Het Stadhuis, hoewel niet groot, is een fraai gebouw; het scheen nog
+niet lang gestaan te hebben. In hetzelve is een schouwspelzaal.
+
+_Ausch_ is verdeeld in de hooge en lage stad. Men klimt uit deze naar
+de eerste, behalve langs den rijweg, door middel van een steenen trap,
+die naar men zegt, want ik heb ze niet geteld, twee honderd treden
+hoog is. Het Stadhuis staat ook in de stad, en ik zag daar meêr gnappe
+gebouwen. Het getal der ingezetenen bereikt nog geen 8500. Men maakt
+'er een soort van pijlaken en andere wollen-stoffen.
+
+Wij hadden hier eene zeer goede herberg bij Alexandre, die man is
+buitengemeen dik, en wordt daarom boertender wijze Alexandre _le gros_
+[122], in tegenoverstelling van Alexandre _le grand_ [123] genaamd. Ons
+avondmaal was met zoo veel orde en netheid opgezet, dat men het in
+een _Hollandsch_ deftig burgerhuis niet beter zou verlangen. De dikke
+Alexander, die een goed gul man scheen, en een paar gnappe dochters
+dienden zelfs van tijd tot tijd mede. 'Er was overvloed, en de spijzen
+waren zeer goed bereid; wij zaten 'er met ruim 20 personen aan tafel;
+want de gaande en komende postwagen houdt hier nachtverblijf. Over
+de kamers en bedden waren wij ook wel te vreden, en betaalden niet
+meer voor eten en slapen dan £3-:-: beter en goedkooper herberg hadden
+wij tot nog toe niet aangetroffen. En wat men ook van de _Gasconjers_
+zeggen moge, het huis van Alexander _de dikke_, te _Ausch_, vind ik
+tot nog toe de beste herberg van _Frankrijk_.
+
+Den 7 dezer. 's Morgens om 4 uren moesten wij onze goede herberg
+weder verlaten. Een eind weegs voortgereden zijnde, ziet men van
+eene aanmerkelijke hoogte, waarover de weg loopt, de toppen van de
+_Pyreneën_, welke zich in de wolken schijnen te verliezen, zoo dat men
+ze hier en daar van dezelve naauwlijks onderscheiden kan. De wagen door
+de steile helling van den weg zeer langzaam moetende gaan, gingen wij
+te voet, en hadden daar door nog meêr genot van het schoon gezigt. Drie
+posten van _Ausch_, kwamen wij door het steedje _Mirande_, waar ook
+een ruime overdekte marktplaats is. Men breidt hier veel ongemeen
+fijne en mooije wollen kousen, onder den naam van kousen van _Mirande_
+bekend. Zij worden van vette wol gebreid, en daar na uitgewasschen
+(_degraissés_). Ik vond 'er heden in het voorbijgaan geen te koop,
+om dat de opkoopers van _Bourdeaux_ en andere omliggende plaatsen,
+zich den vorigen dag van al het voorhanden zijnde werk meester
+hadden gemaakt.
+
+Ik heb u nog niet van onze reisgenooten gesproken. De voornaamste
+waren een gewezen Kapitoul van _Toulouse_, een bejaard Heer met zijne
+dochter, en een _Gasconjer_, die te _Ausch_ op den wagen gekomen was,
+en voor zijn vermaak _Bagnères_ ging bezoeken. Als men tegenwoordig
+een dag met iemand in _Frankrijk_ op een postwagen zit, wordt men,
+hoewel 'er de menschen niet regtstreeks voor uit komen, al ligt
+gewaar tot welke politieke geloofsbelijdenis zij behoorden. Het
+viel mij dan ook niet moeijelijk om te ontdekken, dat de gewezen
+Kapitoul _Bourbons_-gezind was; de bejaarde Heer een voorstander
+van de tegenswoordige orde van zaken, en de _Gasconjer_ tamelijk
+onverschillig, hoewel nog meer naar de oude dan naar de tegenwoordige
+regering overhellende, omdat de Provincien toen ook nog wat intebrengen
+hadden. Dat ik een _Hollander_, en een ijverige voorstander van een
+Republikeinsch bestuur was, stak ik onder geen stoelen of banken;
+niemand bestreed dit gevoelen meêr dan de bejaarde Heer, en wilde
+zelfs beweeren, dat 'er geen beter regeering was, dan een volstrekt
+willekeurig gezag (_Despotisme absolu_), dit hield hij onverzettelijk
+staande, en was 'er door geene kracht van reden aftebrengen. Wij
+verschilden dan alle in gevoelens van hem, en daar het gesprek, vooral
+met mij, al vrij ernstig begon te worden, trachtte de _Gasconjer_ het
+op een ander onderwerp te brengen, en begon van de jagt te spreken,
+zeggende dat hij reeds verscheidene malen in de _Pyreneën_ geweest
+was, en daar meêr dan eens jagtpartijen op Izards [124], Wolven en
+Beeren had bijgewoond, en zelfs eens een Beer geschooten; een menigte
+zonderlinge omstandigheden ontbraken hier niet aan. Onze voorstander
+van het _Despotisme_, dit alles met zeer veel belangneming aanhoorende,
+vroeg nu, en dat in goeden ernst, of 'er ook aapen in de _Pyreneen_
+waren. Ieder had moeite om zich van lagchen te onthouden. Intusschen
+kwamen wij berg op berg af te _Mielan_, een dorp 4 1/2 post van
+_Ausch_, alwaar wij het middagmaal moesten houden. De _Gasconjer_
+sprak hier eenigen tijd met den verdediger van het _Despotisme_
+alleen, en verhaalde ons daar na dat hij van hem vernomen had, dat
+zijn oogmerk was om naar _Pau_ te gaan, en bezit te nemen van een
+post, die hij bij het _Lycéum_ aldaar gekregen had. Dit verspreidde
+zeer veel licht over deze zaak. Ik denk echter niet dat hij te werk
+gesteld zal worden om onderwijs te geven in de Natuurlijke Historie.
+
+Hier omstreeks zagen wij sommige vrouwen met kappen van rood laken,
+het geen naar ik vernam, vooral hooger op een gewoon hoofdtooisel is.
+
+De wijngaarden zijn in deze landstreek veel hooger van stam dan ik
+ze tot nog toe gezien had, en worden niet alleen aan regt opstaande
+staken, maar ook aan dwarshouten, opgebonden. Hier zag ik veel
+wilde kersenboomen, dienende om de wijngaarden te ondersteunen;
+de wijngaarden wierden tegen den stam van den boom opgeleid, en de
+ranken tusschen de boomen aan elkanderen vastgehegt, en maakten, als
+_Guirlandes_ hangende, eene sierlijke vertooning. Deze kersenboomen,
+die in plaats van staken bij de wijngaarden dienen, worden 's jaarlijks
+ingekort, om dezelve klein te houden. Men verkiest die boven de
+gewone staken, omdat deze, in den grond verrottende, gedurig moeten
+vernieuwd worden.
+
+Men heeft hier weder eene aanzienelijke hoogte, en aan den voet
+van dezelve ligt het steedje _Rabastens_. Een beekje stroomt hier
+langs den weg die alleraangenaamst en zeer effen is, en genoegzaam
+regt loopt tot _Tarbes_, zijnde nog 2 1/4 post. De landstreek, hier
+aanhoudend besproeid zijnde, heeft men 'er veel groene beemden. Het
+werd donker, en daar het heden vrij warm geweest was, waren onze
+paarden zeer afgemat, want zoo wel heden als gisteren, hadden wij
+maar eens van paarden verwisseld. Deze postwagen is dan ook al een
+van de minsten, dien ik op deze reis aangetroffen heb. De zich zoo
+beschaafd wanende _Franschen_, komen mij over het algemeen ook al
+zeer ongevoelig voor omtrent het vee, en dikwijls ergerde mij de
+behandeling der paarden. Het doet mij zeer, als ik zoo een goed en
+nuttig dier zie mishandelen, en (velen mogen hier om lagchen) mij
+dunkt, dat in eene wel ingerigte maatschappij, ook de dieren door
+wijze wetten tegen mishandeling behoorden beveiligd te worden. Vooral
+moesten redelijke ouders of onderwijzers de kinderen streng bestraffen,
+wanneer zij zich bezig houden met dieren, evenveel welke, te martelen
+of te plagen. Men begint dikwijls met het mishandelen van vliegen,
+en men eindigt met het mishandelen van menschen.
+
+Eer men te _Tarbes_ komt, rijdt men over eene brug die over het
+riviertje _l' Adour_ ligt. Het was bijna acht uren toen wij in die
+stad aankwamen. _Tarbes_ is 16 3/4 posten van _Toulouse_. Wij namen
+onze intrek in het Hotèl _de France_ bij Buron, waar wij een tamelijk
+goed avondmaal vonden.
+
+Den 8 dezer. Wij beslooten tot na den middag hier te blijven, om
+onderwijl de plaats te zien. Zij is de hoofdstad van het Departement
+van de _Hautes Pyrenées_, voorheen van het Graafschap _Bigorre en
+Gascogne_, in eene aangename vlakte aan den oever van de _Adour_
+gelegen, en ruim 6200 inwoners bevattende. De straten zijn 'er breed,
+en schier overal stroomt aan beide zijden van dezelve een beekje van
+helder water, het geen veel tot de frischheid en zuiverheid van deze
+plaats bijdraagt. In deze beekjes baadden zich een menigte eenden,
+gansen, en ook die soort, welke men bij ons Kaapsche gansen noemt,
+en die hier zeer algemeen schijnen. Men ziet 'er nog al gnappe huizen,
+doch de meeste zijn maar een of twee verdiepingen hoog, het geen dit
+stadje des luchtiger en vrolijker maakt. Op de marktplaats staan zware
+boomen, die eene aangename lommer geven. De boerinnen, die hier met
+groentens, vruchten en andere eetwaren zaten, hadden alle roode, en
+eenige weinige witte lakensche kappen op; de voorname vrouwen hadden
+ze van bruinachtig grein, met een lichter stof van een andere kleur,
+doorgaans rood, gevoêrd, en welke het geheele lijf bedekken. De gemeene
+wandeling is ook aangenaam met lindeboomen beplant, en men ziet van
+daar de _Pic du Midi_, en andere hooge _Pyreneesche_ gebergtens. Voor
+onze herberg was ook eene zeer ruime plaats, waar de voorname markten
+gehouden worden.
+
+Het oude _Begorra_, _Castrum Begorrense_, en later _Turba_ genaamd,
+door de oorlogen verwoest zijnde, is het tegenwoordige _Tarbes_, in
+stede van hetzelve gesteld. De hoofdkerk staat op eene plaats, welke
+men voor dezelfde erkent, waarop een gedeelte van het oude _Castrum
+Begorrense_ stond. Doch wanneer en door wie de oude stad gebouwd is,
+weet men niet. Die Kerk heeft voor het overige, voor zoo ver ik kon
+ontdekken, niets aanmerkelijks, zoo min als een ander diergelijk
+gebouw, maar dat van veel jonger _datum_ scheen. In deze laatste werd
+juist de mis gelezen, het was een heilige dag, en de meenigte vrouwen
+met roode kappen op, die, geknield liggende, een groot deel van het
+ruim dezer Kerk vervulden, maakte eene zonderlinge vertooning, en
+zij geleken niet kwalijk naar zoo vele kleine roode pyramides, die
+de lakenkoopers gewoonlijk in en voor hun winkels maken; want deze
+kappen, die men _capelettes_ noemt, bedekken het geheele bovenlijf
+van de vrouwen, en wij zagen ze van achteren.
+
+Om 3 uren na den middag vertrokken wij naar _Bagnères_, met een
+_Berline_ (groote koets) met drie paarden, die wij met ons vijven
+voor £ 20 -- gehuurd hadden, voerende onze bagage mede. De weg is
+zoo gelijk als die van _Rabastens_ naar _Tarbes_. Van tijd tot tijd
+heeft men ter zijde van dezelve eene liefelijk ruisschende beek,
+bevallige beplantingen en boschjes, die een digte schaduw geven;
+nu en dan lagchend groene weilanden, velden met Turksche tarw [125],
+en gierst die veel weelderiger staat, dan ik ze tot nu toe gezien
+had. Ook hier, even als in de _Cevennes_, scheen het nog lente. Een
+menigte boeren en boerinnen van een naburige markt terug keerende,
+kwamen ons tegen, met jong vee, paarden en muilezels, waarbij veel
+veulens. Alles was vrolijk, jongens en meisjes sprongen zoo wel over
+den weg heenen als de veulens en kalveren. Dan zag men een paar
+bejaarde boeren druk met elkanderen in gesprek, van tijd tot tijd
+stilstaande, en vele bewegingen met de handen makende; dan weder een
+aardig paartje langzaam volgende, de jongen met den arm om den hals van
+het meisje, welke, toen zij ons naderde, de oogen nederwaards sloeg;
+daar een hoop lustige knapen, hand aan hand loopende, zingen, en op
+eene dartele wijze de voorbijgaande groetende; en ginds een wagen
+vol vrouwen, alle met scharlaken _capeletten_ op, waarop het gezigt
+schier schemerde. Dit alles leverde voor mij eene zeer vermakelijke
+vertooning op. Men komt ook door eenige niet onaangename dorpen,
+waarvan de huizen van keisteenen gebouwd zijn. Deze keisteenen zijn
+op eene regelmatige wijze op elkanderen geschikt; dan heeft men een
+laag kleine, en dan weder een laag grootere, dan langwerpige en dan
+ronde, het geen aan die muren geen onbevallig voorkomen geeft; zij
+zijn met een soort van kalk of cement gemetseld. De daken zijn alle
+van leijen. De valei waar door deze weg loopt, is zeer aangenaam
+en vruchtbaar; het riviertje de _Adour_ stroomt door dezelve, men
+wordt dien snellen stroom zelfs hier en daar van den weg gewaar. Voor
+zich ziet men het stadje _Bagnères_, aan den voet van ontzaggelijke
+bergen liggen, waar onder zich de punt van de _Pic du Midi_ bijzonder
+onderscheidt. De landstreek is hier verrukkelijk. Het was ruim zes
+uren toen wij te _Bagnères_ aankwamen. _Tarbes_ en _Bagnères_ zijn
+2 1/2 post. Wij waren verpligt om nog al een poos heen en weder te
+loopen eer wij een logement konden vinden, want het was bijna overal
+vol. Eindelijk kwamen wij te regt bij Mad. _la Veuve_ Uzac, die ons
+een paar nette kamers bezorgde in een huis, dat haar behoorde, en door
+eene bejaarde weduwe met eenige dochters bewoond werd; wij waren daar
+zeer wel, en aten aan de gemeene tafel ten huize van de weduwe Uzac.
+
+Van _Toulouse_ af tot hier toe hadden wij met een koopman van
+_Bordeaux_ gereisd, doch die altijd in de _Cabriolet_ van den postwagen
+gezeten had. Te _Tarbes_, en hier naar toe rijdende, hadden wij
+nader kennis gemaakt; het scheen een hupsch en vriendelijk mannetje;
+doch nimmer heb ik een mensch, vooral van die jaren, (hij scheen
+omtrent de 50) gezien, die woeliger en snapachtiger van aard was;
+geen oogenblik zat hij stil, zelfs van tafel stond hij geduurig op,
+en veranderde aanhoudend van gesprek; met dat al scheen hij zijn
+oordeel vrij wel te hebben. Ik heb opgemerkt, dat de menschen aan
+deze kanten, over het algemeen, zeer levendig van aard zijn, en in dit
+opzigt is het verschil tusschen hen en onze echte landslieden al zeer
+aanmerkelijk. Ik heb somtijds in mijn verbeelding een paar statige
+_Haarlemsche_ burgers, ieder met een eenvoudige paruik en hoed op,
+een japon aan, een lange pijp met de eene hand in den mond houdende,
+en de andere op den rug of tusschen de sjerp [126] geplaatst in het
+midden van eenige _Gasconjers_, of _Provencalen_, van dezelfde jaren,
+en tot denzelfden stand behoorende; maar het kwam mij voor, dat deze
+menschen in 't geheel niet bij elkanderen hoorden.
+
+Op de _Cours_, of gemeene wandeling, dat hier ook een breede straat
+is, in het midden eenigzins verheven, en aan beide zijden met een rij
+boomen beplant, zag ik eene menigte wandelende Heeren en Juffrouwen. Ik
+liep ook eens in het huis, waar men hier openlijk dobbelspelen om grof
+geld gedoogt, en zag 'er, met smarte, zelfs verscheidene boeren uit
+het landschap, voorheen _le Bearn_ genaamd, om _Louïs d'Ors_ spelen
+[127]. Voor hem die zich op menschenkennis toelegt, is 'er in zoo een
+speelhuis nog al wat optemerken; schraapzucht, vreugde, wanhoop,
+haat, mistrouwen, ongeduld, woede, alle deze hartstogten zijn beurt
+om beurt op het gelaat van de meeste, die rondom deze speeltafels
+staan of zitten, te lezen. Brandend staren de oogen op de kaarten,
+dobbelsteenen, of nommers; gedurig hoort men half binnens monds
+vloeken, zuchten, morren, of met den voet stampen.
+
+Den 9en September. Reeds om zes uren ging ik wandelen, en klom
+den berg, dien ik uit het venster van mijne slaapkamer zien kan,
+op. Aan de helling van dezen berg vindt men een badhuis, waarin
+het water vrij warm is [128], boven hetzelve opklimmende, komt men
+aan eene aangename wandeling onder zware en lommerrijke boomen,
+en hier is nog een huisje, waar men het water drinkt, betalende
+daar voor aan lieden, die het gepacht hebben; om de warmte is het
+walgelijk, doch anders vond ik 'er geen' onaangenamen smaak aan. De
+warme bron, die dit water oplevert, wordt de bron van _Bagnerolles_
+(_source de Bagnerolles_), ook bron van de Koningin (_source de la
+Reine_) genaamd. Zij geeft, volgens daarvan gevonden aanteekeningen,
+495 _Cubiek_ voeten water in één uur. Het water van deze bron wordt
+in verscheidene baden verdeeld, onder anderen ook in een huis, dat
+insgelijks aan de helling van dezen berg zeer aangenaam gelegen is,
+en voorheen aan de Kapucijner Monniken behoorde. In sommige dier
+baden moet men betalen, in anderen voor minvermogenden geschikt,
+kan men om niet gaan. Men ziet hier dan ook een aantal kreupelen,
+lammen en ziekelijke menschen van allerlei ouderdom, en van beide
+kunnen. Hooger opgaande, wandelt men nog altijd onder eiken-, beuken-
+en castanje-boomen, waar onder zeer zware. Ik vond eenige boomen
+omver liggen, zij waren nog maar onlangs door eenen zwaren storm
+en onweder geveld. De wandeling is hier alleraangenaamst, vooral
+in zulk eene heerlijken morgenstond, als wij heden hadden. De berg
+hooger en hooger opklimmende langs smalle voetpaadjes, heeft men een
+verrukkelijk gezigt, aan de noord- en noord-westzijde over de schoone
+vallei, die wij gisteren waren doorgereden, en de omliggende dorpen,
+voor zich, over het stadje _Bagnères_ heen, tot tegen de boschjes en
+groene heuvels aan den anderen kant van de _Adour_ gelegen. Zuid en
+zuid-oostwaards heeft men ontzaggelijke hooge rotsen en bergen, daar
+de _Pic du Midi_ [129] boven uitsteekt. De helling is hier tamelijk
+stijl, en men moet ter deeg klauteren; echter schijnt het vee
+daar zoo gemakkelijk te weiden als bij ons, en elders in de vlakke
+weilanden. Wij ontmoetten hier ook een meisje, dat eenige koeijen
+en geiten hoedde, want deze berg is genoegzaam geheel groen, en de
+menigte kruiden van onderscheidene soorten, die 'er op groeijen,
+geven zoo wel een' lieffelijken reuk als een vrolijk gezigt. Deze
+herderin geleek evenwel in 't geheel niet naar die, waarvan ons de
+oude Dichters zulk eene bevallige beschrijving geven; zij was in 't
+geheel niet schoon, en had in plaats van een bloemkrans, eene roode
+baaijen kap op het hoofd [130]. Den top bereikt hebbende, was het
+gezigt nog uitgestrekter, doch bleef altijd door de bergen, die veel
+hooger waren dan die, waarop wij ons bevonden, en die in vergelijking
+van dezelven maar een heuvel was, zeer bepaald. Oostwaards ziet men
+ook niet anders dan bergen, en hier en daar tusschen dezelven eenige
+woningen en boschjes, schilderachtig gelegen. Aan den anderen kant
+afklimmende, zagen wij, het water uit een bron, dat een klein beekje
+maakte, volgende, dat hetzelve zich in een diepte tusschen de rotsen
+verloor. Ik klom daar in, en vond beneden een spelonk, waar ik zonder
+licht niet ver in durfde gaan; doch die, naar het rollen der steenen,
+die ik 'er in smeet, te oordeelen, vrij diep moest zijn; het water,
+dat hier inloopt, komt waarschijnlijk beneden weder uit, en maakt eene
+tweede bron. Een landman, dien ik hier omstreeks ontmoette, noemde
+deze spelonk (voor zoo veel ik hem begrijpen kon) _la Grotte ou le
+Clos de la Lacque_. In een enge vallei wat verder op, zag ik in een
+waterplas, bij eene kleine bron tegen het zuid-oosten warm gelegen,
+een menigte jonge kikvorschen, zoo als men die bij ons in de maand Mei
+ziet, namelijk zonder pootjes, en alleen met een staartje. Men vindt
+hier nog tegenwoordig tusschen de bergen eene menigte aardbeziën. De
+lente, zomer en herfst zijn hier om zoo te spreken vereenigd; want
+eigenlijke lente en herfst, zoo als bij ons en elders, heeft men
+'er niet. De sneeuw begint somtijds al in het midden van October te
+vallen, de bergen worden daar vervolgens mede overdekt, en de valleijen
+tusschen dezelven vervuld; deeze ontzaggelijke menigte op een gehoopte
+sneeuw blijft door de koude, die zij zelve veroorzaakt, lang in wezen,
+en smelt niet eerder, voor dat de zon al vrij wat kragt gekregen heeft,
+en dan is het welhaast zomer [131]. Niet ver van hier aan de helling
+van een berg, is eene andere spelonk, die men _la Grotte ou le clos
+Destugue_ noemt; somtijds was men hier met fakkels in-, en een goed
+eind wegs onder den berg door gegaan, of gekropen. Hier en daar vond ik
+eenige hutten zeer aardig en bevallig gelegen, en het speet mij wel,
+dat ik met de taal van die eenvoudige lieden, met welke ik gedurig
+een praatje zocht te maken, niet beter te regt kon. Na eenige uren
+gewandeld te hebben, joeg mij de warmte naar huis. Aan de tafel vonden
+wij een menigte speelders, en het gesprek liep meest over het spel,
+en was dus voor mij van zeer weinig belang. Het was Zondag, en ik ging
+eens in de Kerk kijken, doch zag 'er niets bijzonders. De pastoor
+predikte in het _Patois_. 's Avonds ging ik het Schouwspel zien;
+men speelt 'er in dezen tijd doorgaans Zondags. De zaal was redelijk,
+maar de dekoratiën en vertooners ellendig. Men gaf evenwel _Fenelon
+ou les Religieuses de Cambrai_, van Chenier; in onze taal overgezet,
+zoo ik meen door Uylenbroek.--Nooit heb ik iets slechters gezien,
+en het was wel een Treurspel, om te lagchen.
+
+Hier heb gij nu weder wat te lezen, zoo ik tijd heb, schrijf ik nog
+eens van hier, en anders van _Bourdeaux_.
+
+
+
+
+
+NEGENTIENDE BRIEF.
+
+
+_Bagnères, 14 September_.
+
+Wat heeft men hier een verscheidenheid van aangename wandelingen. Den
+10 dezer ging ik door eene laan met Italiaansche populieren beplant,
+en tusschen de bergen doorloopende, tot aan het badhuis, dat men
+_les Eaux de Salut_ noemt, en dat naar gissing een kwartier van dit
+stadje afligt. Het gezigt van de ziekelijke en gebrekkige, die men
+op dezen weg ontmoet, en die veel in draagzetels gedragen worden,
+beneemt eenigzins het genoegelijke van deze anderzins zoo aangename
+wandeling. Behalve de baden, waar ik u reeds van gesproken heb,
+zijn 'er hier nog 12 of 14 anderen, waar van de graden van warmte
+verschillende zijn. Ik zal mij niet ophouden met u derzelver namen
+en bijzondere eigenschappen op te noemen, maar alleen zeggen, dat
+'er een boekje van verscheidene bladzijden bestaat, waarin de namen,
+ouderdom, beroep, woonplaatsen, enz. te vinden zijn van eene menigte
+personen, die door de onderscheidene baden, of het inwendig gebruik der
+wateren van _Bagnères_, van onderscheidene kwalen, die daar bij worden
+opgegeven, zoo men zegt, genezen zijn. Anderen zeggen weder, dat de
+wateren van _Bagnères_ genoegzaam geene genezende kracht hebben, en zoo
+dezelven al in sommige gevallen van nut kunnen zijn, zulks bijna alleen
+is toeteschrijven aan de warmte; welke graden van warmte eveneens aan
+het water kan gegeven worden op de gewone wijze. Teedere kleuren, zoo
+als lakmoes-blaauw, roze-rood enz. veranderen in dit water niet; het
+is ook zoo klaar als gewoon putwater, ten minste dat, hetwelk ik van
+verscheidene bronnen gezien heb; doch het plaatsje bestaat genoegzaam
+alleen van deze bronnen, het is dus geen wonder, dat men hier alles in
+het werk stelt, om 'er het gunstigst mogelijk denkbeeld van te geven,
+en alzoo aanhoudend volk te trekken, hoewel het spel misschien wel
+zoo vele klanten trekt als de bronnen. Terug komende van _les Eaux
+de Salut_ [132], sloeg ik ter linker zijde een smal paadje in, dat
+onder langs den berg loopt, tot aan een kleine eenvoudige, doch met
+smaak versierde fontein, waar men zich op zodenbanken kan nederzetten;
+langs dit wegje, dat aangenaam beplant is, ruischt een helder beekje,
+en aan den overkant van hetzelve is eene frissche groene weide. Hier
+en daar zijn banken in de rots uitgekapt. Men kan zich in dien smaak
+niets aangenamers verbeelden.
+
+Het voornaamste badhuis, dat men hier vindt, wat het gebouw aanbelangt,
+is dat, wat men _Frascati_ noemt. Uit nieuwsgierigheid gingen wij ons
+daar ook baden. Het is een vrij groot en gnap gebouw. In een' ruimen
+gang zijn de ingangen van de kamertjes voor de baden; in sommige
+zijn 'er twee, doch in de meeste maar een. Deze baden, zijn bakken
+van wit marmer, zoo lang, breed en diep, dat het kloekste mensch
+'er in en onder water liggen kan; uit twee kranen laat men 'er koud
+en warm water naar goedvinden inloopen, en in den bodem is een gat,
+waar men het, door 'er een stop uit te trekken, weder uitlaat. Ik
+maakte het water maar even laauw, zijnde alleen om mij te wasschen,
+anders blijft men 'er doorgaans een half uur in; sommige nemen
+zelfs een boek, om in het bad liggende, te lezen. Men heeft hier ook
+Dampbaden en _douches_ [133]. Achter dit gebouw is een tuintje, waar
+langs een beek stroomt. Boven zijn eenige zalen om te dansen en te
+spelen. Het gebruik van zo een bad kost hier niet meêr dan 15 _sols_,
+doch men moet de handdoeken enz. medebrengen. Het huis, waar wij wonen,
+staat hier digt bij; men raadde mij dan ook zeer aan, vernemende dat
+ik somwijlen aan jichtpijnen onderhevig was, om aanhoudend de warme
+baden alhier te gebruiken, en braaf water te drinken [134]; doch ook
+vooral ten opzigte van de geneeskunde niet zeer ligtgeloovig zijnde,
+had ik hier in 't geheel geen zin in, en vooral niet omdat ik thans
+zoo gezond ben, als ik zou kunnen verlangen.
+
+Hier is ook een overdekte marktplaats (_halle_), waar men
+onderscheidene soorten van kramen vindt, als op een kleine kermis. Men
+verkoopt daar een mooi en goed soort van gebreide vrouwen halsdoeken,
+mans hemdrokken of kamizolen, tafelkleedjes, en zelfs beddespreijen van
+fijne Spaansche wol, gekleurd of wit, ik zag die nergens zoo als hier,
+en kocht daarom een kamizool met mouwen 'er aan, daar ik £ 13-:-:
+voor gaf. Deze soort van goed wordt hier niet alleen verkocht, maar
+ook gemaakt, en zoo om de deugdzame hoedanigheid, als om den smaak,
+waarmede het gewerkt is, veel gezocht.
+
+'s Avonds was 'er bal en concert in _Frascati_, de zaal is fraai en
+ruim, aan het eind van dezelve is een klein tooneel, dat tevens voor
+het orchest als 'er concert is, dient; 'er was veel _beau monde_
+[135], en pracht en opschik genoeg, doch naar evenredigheid weinig
+mooije vrouwen.--Welk een onderscheid tusschen de hut van een'
+bergbewoner en deze zaal! en zij liggen omtrent maar een kwartier van
+elkanderen. Men ziet hier ook nog andere ruime vertrekken, alwaar men
+speelt of ververschingen gebruikt: dobbelspel zag ik 'er echter niet,
+hoewel het 'er anders, naar ik vernam, ook wel gespeeld wordt. Ieder
+hield zich nu meest met dansen, of het vertellen van zoetigheden aan
+de vrouwen bezig. In een van de vertrekken hingen eenige teekeningen
+van gezigten in deeze landstreek.
+
+Daar ons voornemen was, om den volgenden morgen vroegtijdig een reisje
+in de gebergtens te maken, hielden wij ons hier niet lang op.
+
+Den 11 dezer, 's morgens om 6 uren, vertrokken wij op kleine paardjes,
+die aan het berg klimmen gewoon zijn, en van een geleider (_guide_)
+verzeld.
+
+Schooner vallei dan die van _Campan_ (_la vallée de Campan_) kan men
+zich naauwelijks verbeelden. Even buiten _Bagnères_ komt men daar
+in, en indien 'er een Argus bestondt, zou men hem hier zijne oogen
+benijden. Men weet niet, waar men beginnen zal met beschouwen, met
+de frissche beemden, welker boorden door de _Adour_ bespoeld worden,
+en waarin men dan eenige maaijers of hooijers, en dan weder eenig
+vee ziet, met de eenvoudige maar bevallige tuinen en kleine boschjes,
+met de nette en wel gelegen woningen bij dezelven, met de steile rotsen
+aan den eenen, of de groene heuvelen met weidende kudde aan den anderen
+kant. Alles is hier zoo belangrijk, dat men aanhoudend bevreesd is van
+'er iets van te zullen missen. De Proosdij _St. Paulus_, (_St. Paul_)
+tusschen _Baudeau_ en _Campan_, op eene kleine hoogte ter regter
+zijde gelegen, maakt ook eene schilderachtige vertooning. Even aan
+den anderen kant van dat dorp, waar naar deze vallei genoemd is,
+vroeg onze leidsman, of wij de spelonk (_la grotte de Campan_), die
+een eindje van den weg, in den voet van de bergen, aan de linkerhand
+is, wilden gaan zien; doch ik was onderrigt, dat 'er in deze spelonk
+niet veel bijzonders was, en de _stalactites_ van kalkaardig albast,
+die 'er gevonden werd, 'er van tijd tot tijd, door Natuurkundigen,
+bloote nieuwsgierigen, en zelfs door de boeren hier omstreeks,
+die ze verkoopen, meestal waren uitgenomen. Wij verkozen dan niet
+om ons hierom optehouden, maar vervolgden onzen weg. Naauwelijks
+waren wij eenige schreden gevorderd, of twee à drie kinderen kwamen
+ons naloopen, en kristallen, zoo als zij het noemen, uit de grot te
+koop aanbieden. De landstreek blijft aanhoudend schoon, en van alle
+kanten levert de natuur de liefelijkste Tooneelen op. De bergen zijn
+hier en daar met bosch geheel bedekt, tusschen beide maken de hutten
+der herders op dezelven eene aardige vertooning. In 1772 opende zich
+in de bedding van de _Adour_ hier omstreeks een kolk, die, gedurende
+vieren twintig uren, den droom geheel verzwolg, zoo dat de rivier tot
+aan dit gat droog was, vervolgens raakte deze kolk vol, en het water
+stroomde als voorheen. Men heeft opgemerkt, dat het water in dit hol
+onder den grond doorloopende, niet ver van _Bagnères_ weder uitkwam.
+
+Van het dorp _St. Marie_ valt niets te zeggen, dan dat het eene
+aangename verzameling is van boerenwoningen, niet als een bekrompen
+straat tegen elkanderen gebouwd; maar luchtig uit een gelegen, en
+ieder huis genoegzaam van weilanden en tuinen omringd. Deze schakel
+van woningen strekt zich op die wijze uit tot voorbij _Grippe_,
+een ander dorp een uurtje verder gelegen. Hier vindt men een vrij
+goede herberg; wij zetten 'er onze paarden wat op stal, en lieten
+ons wat melk, brood, versche boter, die hier zeer goed is, en kaas
+geven. Van een bovenkamer, die men ons had aangewezen, hadden wij
+gelegenheid om ons met het schoone gezigt over de vallei, nog eens
+ter deeg te verlustigen. Het was hier zindelijk en net. De welvaart
+zonder pracht straalt in deze streek overal door. Bij dit huis was een
+tuin met verscheidene goede vruchtboomen, en zelfs een kleine vijver,
+waar door het water aanhoudend stroomde, en waarin wij verscheidene
+forellen zagen. Een uurtje van hier zijn marmergroeven. Nu wordt het
+dal allengskens enger, wij zagen de hooge bergen, die wij overtrekken
+moesten, voor ons, en hier begonnen wij reeds te klimmen. De Natuur
+vergast daar het vorschend oog weder op een heerlijk gezigt; doch van
+een anderen aard dan in de vallei. Links en regts zijn de bergen met
+pijnboomen bedekt, en de _Adour_ maakt hier eenen schoonen waterval,
+van twee of drie verdiepingen. Het water, tusschen de digt aan een
+gesloten rotsen doorbruischende, veroorzaakt een verbazend geruisch. De
+kegelvormige berg _l'Escalette_ [136] vertoonde zich voor ons. Altijd
+klimmende, bereikten wij eene aanmerkelijke hoogte, onze paarden nu
+en dan leidende, om dezelve niet te veel te vermoeijen. Ondertusschen
+hadden wij voor en ter zijde nog hooge bergen; zoo dat men dezelve
+aanziende, zich zou kunnen verbeelden van beneden te zijn. Tegen
+de steile hellingen van sommige dier bergen, ver boven ons hoofd,
+zagen wij verscheidene geiten en schapen; wat verder graasden
+ook eenige koeijen, alle van klokjes voorzien, op dat de herder,
+wanneer zij afdwalen, dezelve wederom zou kunnen vinden: ook zegt men,
+dat dit geluid de wolven, die hier in 't geheel niet zeldzaam zijn,
+afschrikt. Aanhoudend langs een gansch niet gemaklijken weg stijgende,
+bereikten wij den grooten en prachtigen waterval van _Tramésaigues_
+(_Cascade de Tramésaigues_) waar van de stroom, tusschen een bosch
+van pijn- of denneboomen doorkomende, zich met geweld van de rots
+in een aanmerkelijke diepte, langs eenige trappen, nederstort. Hier
+stapten wij van onze paarden, en klommen langs de steile helling
+van den berg naast den waterval, zoo ver wij komen konden, af.--Die
+zoo iets gezien heeft, geloof ik niet, dat ligt in verzoeking zal
+geraken, om in boschjes of lusthoven, watervallen door gemetselde
+beken stroomende, en van gemaakte rotsen afloopende, te maken. Ik
+weet, dat 'er in _Zwitserland_, _Italië_, en zelfs niet ver van hier
+watervallen zijn, die van veel hooger bergen of rotsen op eenmaal
+afstorten. Ongetwijfeld leveren zij een ontzaggelijker en grootscher
+vertooning op; doch zij missen dan ook het streelende en bevallige van
+deze. Een groot gedeelte van den nederstortenden stroom wordt hier
+door de dennen, die 'er langs de helling van de rots naast staan,
+beschaduwd, en het schuimende water maakt tegen dat donkere groen
+eene heerlijke vertooning. Als men 'er digt bij staat, heeft men
+moeite, door het sterke gedruisch, om elkanderen te verstaan; doch
+men wordt 'er, wanneer het warm is, zoo als heden het geval was, ook
+alleraangenaamst verkwikt door de frissche lucht. Na hier een poosje
+te hebben gerust, zagen wij een eindje hooger opklimmende, en den
+waterval aan de linkerhand latende, de herders- en veehoeders-hutten
+van _Tramésaigues_ [137].--Wie zou hier woningen voor menschen zoeken;
+doch men kan het ook naauwelijks woningen noemen. Een klein vierkant
+perk van op een gezette brokken steen gemaakt, en met platte steenen
+en graszoden gedekt, dient om het vee tegen het ongunstige weder,
+en tegen de aanvallen der beeren en wolven te beschutten; in een hoek
+van dit perk is een afgezonderd hokje voor den herder; alles is niet
+hooger en ruimer dan volstrekt noodzakelijk is. Eenige diergelijke
+hutten maken hier een klein gehuchtje uit. De stroom die van de _Pic du
+Midi_ afloopt, slingert tusschen deze hutten door, en maakt vervolgens
+den schoonen waterval.--Hier wonen menschen, en in het kasteel der
+_Tuillerien_ te _Parijs_ woonen ook menschen.... De herders waren
+thans met het grootste deel van hun vee in de bergen, en wij zagen
+'er niet anders dan een paar koeitjes, die tegen de wanden van hun'
+eenvoudigen stal lagen te herkaauwen. De grond, daar aanhoudend
+besproeid zijnde, is hier en daar met een aangenaam groen tapijt
+bekleed. Men ziet hier ook een' hoekigen blok granit, door de natuur
+aardig gevormd, boven den grond uitsteken [138]. Achter ons omziende,
+zagen wij langs de aanmerkelijke hoogte, die wij opgeklommen waren,
+in de laagte, die zich als een ruim dal vertoonde, een vrouw te paard
+gezeten; en met een roode kap op, volgde zij ons van verre, en scheen
+niet te schromen om dezen togt alleen te ondernemen. Wij meenden al
+wel geklommen te hebben, en waren echter nog op verre na niet op het
+hoogste punt, dat wij over te stijgen hadden. Door een scheiding van
+de bergen aan onze regterhand, of in het noord-oosten, ziet men, bij
+de hutten van _Tramésaigues_ zijnde, die ontzaggelijke _Pic du Midi_,
+die een der hoogste bergen van de _Pyreneën_ is, zich met aardige
+vlakken, door de valling van het licht veroorzaakt, vertoonende
+[139]. Zij heeft eene niet zeer langwerpige, kegelvormige gedaante,
+van hier te zien, en scheen niet ver van ons af te zijn; ondertusschen
+verzekerde onze leidsman, dat wij 'er (gesteld men kon 'er in een regte
+lijn naar toekomen) nog ruim een uur gaans af waren. De gewone weg,
+voor hun die dezen berg, welks top boven de oppervlakte der zee, op
+ruim 9000 voeten, of 1500 _toises_ begroot wordt, willen bestijgen,
+is door de vallei, waar men hier door ziet. Het was nu omtrent half
+twaalf voor den middag [140]. Deze hutten verlatende, gingen wij
+den top van de _Escalette_, en vervolgens de _Tourmalet_ bestijgen;
+onze goede dieren hadden daar nog wat aan te doen, en het was, hoewel
+hier veel luchtiger dan in de valleijen, echter te warm, om te voet
+te gaan, voor lieden, die zulk klimmen niet gewoon zijn. Hier begint
+het 'er woester uittezien; geen denneboomen, weinig gras en kruiden
+meêr. Overal liggen stukken en brokken steen, die van de naburige
+hoogtens schijnen afgerold. Welk eene hoogte! en evenwel ziet men de
+_Pic du Midi_ nog altijd als een hoogen berg aan zijne zijde. Toen wij
+bijna de hoogte van de _Tourmalet_, die wij over moesten, bereikt
+hadden, zagen wij het water, dat onze geleider _l'Eau d'Oncet_
+[141] noemde, langs de _Pic du Midi_ afloopen; dit water maakt in
+het dal, naar den kant van _Barèges_, zich met meêr andere stroomen
+vereenigende, een klein riviertje, dat _le Bastan_ genaamd wordt; welks
+loop geheel het tegengestelde is van de _Adour_, dat is te zeggen van
+het noord-oosten naar het zuid-westen. De helling van de _Tourmalet_,
+die wij af moesten klimmen, is vrij steil; doch het smalle wegje loopt
+met slingers onder elkanderen. Hier stapten wij van onze paarden af, en
+leidden dezelve bij den toom achter elkanderen volgende. Alles is hier
+woest en ontzaggelijk; voor zich ziet men in de vallei van _Bastan_,
+als in eene vreesselijke diepte. Het water op stukken en brokken rots
+van boven neder stroomende, ruischt aanhoudend. Boven de verheven
+toppen der bergen zagen wij de arenden zweven. Hadden wij den weg in
+het opklimmen niet gemakkelijk gevonden, hier was 'er in het afstijgen
+ook niet op te roemen; ondertusschen viel het mij, naar het geen men
+'er mij van verteld had, aanmerkelijk mede. Eindelijk kwamen wij in
+een dal, en vervolgens aan eenige schrale weiden, veel verschillende
+van die in het dal van _Campan_. Beneden zijnde, zagen wij achter ons
+om, om de steile hoogte, die wij afgeklommen waren, te beschouwen;
+zij is verbazende. Men begroot die hoogte, boven de oppervlakte der
+zee, op omtrent 7000 voeten [142]. De bergen, of liever steile rotsen,
+welke dit dal omgeven, zijn niet met boomen en weiden bedekt, zoo als
+die van het dal van _Campan_. Men ziet 'er genoegzaam geen struikje,
+zoo min in het dal als op de hoogtens, alles ziet 'er naar en treurig
+uit. De _Bastan_ stroomt niet zoo als de _Adour_ langs groene weiden,
+maar rolt hier met een woest gedruisch geweldig over de brokken steen,
+die zij zelve medevoert, of die van de omliggende steiltens in dit
+dal afrollen. Hier en daar ziet men een magere weide, die eerder
+rosachtig dan groen ziet, en waarop eenige kwijnende koeijen het
+laatste grasscheutje nog loopen zoeken. Het onderscheid tusschen
+het dal van _Campan_ en dat van _Bastan_, slechts door de bergen,
+die wij overgekomen waren, van elkanderen gescheiden, is waarlijk
+ontzettend. Daar heeft de natuur genoegzaam geene menschelijke
+hulp noodig, en hier zijn alle menschelijke krachten vereenigd, niet
+toereikende, om 'er maar een redelijk vruchtbaar land van te maken. De
+stroom zelve, door het smelten der sneeuw of stortregens zeer sterk
+zijnde, verwoest dikwijls de gronden, die zij moest voeden, en voert
+de weinige vruchtbare aarde, die hier en daar deze steenachtige bodem
+nog bekleedt, mede, of bedekt dezelve met steenen. Woningen en bewoners
+hebben een ellendig voorkomen, en alles doet zien, dat dit dal weinig
+geschikt is om door menschen bewoond te worden. Na een eind wegs in
+hetzelve te hebben afgelegd, moesten wij weder klimmen, en reden over
+het steenen dak van eene woning, die half in den grond gemaakt was,
+heen. Eindelijk na weder vrij wat gestegen te zijn, zagen wij in
+eene enge diepte tusschen de rotsen ter zijde van de _Bastan_ [143],
+de huizen van _Barèges_, en kwamen 'er langs een smal wegje, tegen
+eene steille helling bijna boven de huizen in, het was als of wij
+'er door de schoorsteenen in moesten komen. Het was omtrent 3 uren
+na den middag, toen wij aankwamen, en wij hadden ons onder weg wel
+1 1/2 uur opgehouden, en anders altijd gegaan of stapvoets gereden,
+zoo dat ik reken, dat men bijna 7 uren nodig heeft, om die reis te
+doen, wanneer men zich niet ophoudt, ten zij men goedvindt, om van
+_Bagnères_ tot _Grippe_ de paarden te laten draven.
+
+Men ging in onze herberg kort na onze aankomst aan tafel, het geen
+voor ons, die vrij hongerig waren, zeer van pas kwam. De spijszaal
+bestond slechts uit een houten loots; eenige huizen over en naast
+dezelve, waren op dezelfde wijze gebouwd, zijnde maar voor eenige
+zomermaanden opgeslagen; omdat de steenen huizen, die hier gestaan
+hebben, al een en andermaal door het nederstorten van de sneeuw, de
+brokken steen die zij medevoert, en de overstrooming van de _Bastan_
+verwoest geworden zijnde, men de moeite en kosten niet meêr doen wil,
+om ze op te bouwen. Tot onze verwondering vonden wij in deze woeste
+en onvruchtbare landstreek eene vrij goed middagmaal, onder anderen
+een geregt van klipgeiten (_Izards_), vleesch, dat ik zeer lekker
+vond, en hier voor de eerste maal at; de wijn was ook wel genoeg, en
+altans veel beter als te _Bagnères_. Wij aten met eenige kreupelen en
+lammen, waaronder een paar Offiçieren, die hier de baden gebruikten,
+de Apotheker van de plaats enz. en evenwel was men zeer vrolijk aan
+tafel. Ik was verwonderd over de ongemeene oplettende gedienstigheid
+van den Apotheker omtrent ons, doch welhaast begreep ik 'er de reden
+van; hoewel wij 'er niet ziekelijk uitzagen, verbeeldde zich die goede
+man, dat wij ter genezing van eene of andere kwaal hier naar toekwamen,
+en beschouwde ons dus als nieuwe klanten. Onder de gasten bevond zich
+een man van omtrent dertig jaren, die een verlamming in de beenen
+had, en, van _Brugge_ in _Vlaanderen_ zijnde, blijde was van in ons
+halve landslieden aantetreffen. Na den maaltijd hadden wij _Barèges_
+welhaast gezien; het is slechts een enkele straat langs de _Bastan_;
+aan het eene eind daar wij onze kamers hadden, zijnde wat hooger op
+dan daar, waar de houten lootsen staan, zijn eenige goede huizen,
+en lager een badhuis, dat een vrij gnap gebouw schijnt; voor het
+overige is 'er in dit plaatsje niets dan ellende te zien [144]. In 't
+geheel zijn 'er vier of vijf mineraal-bronnen te _Barèges_, in warmte
+onderscheiden, de hoogste bereikt 39, en de minste 27 graden, schaal
+van Réaumur. Deze wateren bevatten volgens waarnemingen van verscheiden
+deskundigen, meêr, ter genezing van sommige kwalen, heilzame stoffen,
+dan die van _Bagnères_, bestaande voornamelijk uit zwavellever, _hepar
+sulfuris_, _nitrum_, zeezout, een kalkachtige, en een leemachtige
+aarde, en een smerige of zeepachtige stof. Deze wateren worden even
+als te _Bagnères_ uit- en inwendig gebruikt [145]. Ik zag hier veel
+verminkte ziekelijke, of gebrekkelijke krijgslieden; ook waren 'er
+eenige _Engelsche_ huishoudens. De luchtgesteldheid is 'er over het
+algemeen onaangenaam: tot in Julij toe kan het 'er somtijds koud en
+regenachtig zijn; veeltijds dondert het 'er geheele dagen. De wolken
+tusschen de bergen blijvende hangen, veroorzaken een' dikken mist,
+en men ziet 'er somtijds om dezen tijd van het jaar al sneeuw. Ook
+wordt deze plaats niet anders bewoond dan in den tijd, dat men de
+wateren gebruikt, dat is van half Mei tot het begin van October;
+den overigen tijd blijven 'er niet meêr dan vier of vijf menschen, om
+zorg te dragen voor de huizen, en het weinige, dat men 'er in laat. De
+andere menschen gaan naar de omliggende plaatsen, vooral naar _Luz_,
+een vlek omtrent anderhalf uur van hier gelegen. De weg naar den
+kant van _Luz_ levert gansch geene onaangename wandeling op: men ziet
+'er tegen de helling der bergen, of aan de boorden van de _Bastan_,
+nog eenige weilanden en akkers, die niet geploegd of gespit, maar met
+eene soort van houweelen bewerkt worden, om 'er wat rogge op te telen;
+hier en daar staan zelfs nog al eenige struiken en boomen, en bij de
+hutten, die men 'er aantreft, zijn nog al tuintjes, waarin ik echter
+niet veel anders dan koolen en boonen zag staan. Ik ging omtrent
+een half uurtje van _Barèges_ in zulk een hut, die door een soort
+van veehoeder, zijne vrouw en verscheidene kinderen bewoond werd. De
+man, zoo als hij mij vertelde, in zijne jeugd soldaat geweest zijnde,
+sprak nog al wat _Fransch_, en ik had daar door gelegenheid, om mij met
+hem te onderhouden. Deze naar het scheen goede en eenvoudige lieden,
+gebruikten alles bijna, wat hun vee en akkertje opbragt, en hadden
+niets anders te verkoopen, dan een weinig gesponnen wol, hoenderen en
+eijeren, die zij te _Barèges_ ter markt bragten, en het geld dat daar
+van kwam diende, om eenige onontbeerlijke dingen, zoo als zout, eenige
+weinige kleedingstoffen enz. te koopen [146]. De man vertelde mij ook,
+dat hij gaarne een pijp tabak rookte; wat de huisraad aanbelangt, ik
+zag 'er genoegzaam niets anders dan het geen volstrekt noodzaaklijk
+was. Zes maanden van het jaar wonen deze menschen dikwijls onder de
+sneeuw, zoo dat zij naauwelijks een voetpaadje kunnen maken, om hun
+vee te geleiden, om te drinken. Hoewel de bewoners van deze streken
+'er over het algemeen niet bevallig uitzien, zijn zij gezond, en
+men treft onder hen vele oude lieden aan; echter heb ik opgemerkt,
+dat 'er in deze geheele bergachtige landstreek, en zelfs aan den
+anderen kant van _Bagnères_, verscheidene vrouwen kropgezwellen
+hebben. Ik gaf eenige _sols_ aan de kinderen, en zij bragten mij
+'er een paar kleine stukjes rots (_cristal_) voor in de plaats;
+de herders of jagers vinden dat in de hooge spleten der rotsen hier
+omstreeks, doch het is 'er niet overvloedig, en wordt daarom bij de
+bergbewoners nog al geacht [147]. Die kinderen gingen in 't geheel
+niet school; een Pastoor of Kapellaan leerde ze slechts een weinig
+den Katechismus. Vele onzer _Meijerijsche_ landlieden zijn eenvoudig
+en ongeleerd, maar het zijn nog Professoren in vergelijking van deze
+lieden; vooral van die, welke afgezonderd in de bergen wonen. In het
+wederom keeren naar _Barèges_, ontmoette ik een fraaije koets met
+Heeren en Dames 'er in, en liverei bediendens 'er voor en achter op;
+het waren ziekelijke of gebrekkige rijken, die hier hunne gezondheid
+door middel van de wateren weder trachten bij een te lappen. Hadden
+zij altijd in de hut, waar uit ik kwam, gewoond, misschien zouden
+zij gezonder zijn.
+
+Op sommige plaatsen is de _Bastan_ hier in 't geheel niet diep,
+ik zette mij, van het eene stuk steen op het andere, stappende,
+op een brok rots in dezelve gelegen, neder; het water bruischte om
+mij heên; men ziet hier duidelijk het hellen van de bedding van dit
+riviertje. Rondom leverde de bergen en rotsen een niet onaardig gezigt
+op, en de avondstond was regt aangenaam.
+
+Te _Barèges_ terug gekeerd, gingen wij in een soort van Koffijhuis,
+dat ook in een houten loots is; het dient tevens voor een dans- en
+concertzaal, doch het zag 'er thans akelig uit; naauwelijks waren 'er
+zes of acht menschen, zij zaten te spelen, en 'er brandden twee of drie
+kaarsen. Wij begrepen dan, dat wij niets zouden verzuimen met te gaan
+slapen, om, wel uitgerust, morgen vroegtijdig van hier te vertrekken.
+
+Den 12 dezer. Gisteren avond werd ik door het gedruisch van de _Bastan_
+dat ik op mijn bed, duidelijk hooren kon, in slaap gesust.--Het was
+nog donker, toen men mij kwam zeggen, dat wij alvorens te vertrekken,
+onze paspoorten hier moesten vertoonen en doen teekenen; hier over was
+ik niet zeer te vreden, vreezende, dat ons dat ophouden zou; doch de
+Commissaris van de Politie had de beleefdheid om terstond optestaan,
+en mij te regt te helpen. Het scheen of men ons hier voor _Engelschen_
+had aangezien, en veronderstelde, dat wij, krijgsgevangenen zijnde, wel
+eens over de grenzen zouden kunnen gaan. Wij reden dan ten vijf uren
+af. Onze leidsman verhaalde mij, dat hij volgens gewoonte, een soort
+van verlofbriefje had gehaald, om met de paarden tot de _Spaansche_
+grenzen te mogen gaan, en borg gesteld om den uitvoer van dezelven
+te verhoeden; echter daar men hem kende, was men hier omtrent nog al
+gemakkelijk. Gedurende de maanden, dat _Barèges_ bewoond, en door een
+menigte vreemdelingen, die de wateren komen gebruiken, bezocht wordt,
+komt 'er behalve een Commissaris van de Policie, eene Compagnie oude
+krijgslieden (_invalides_) van het stadje _Lourde_.
+
+Het was schoon helder weder, dat voor een reis in deze bergen van zeer
+belang is en om het gezigt en om de wegen, die hier en daar zeer smal
+zijnde, bij sterke regenvlagen door de steenen, of het steengruis,
+dat dan van de bergen rolt, en door de glibberigheid ongemakkelijk
+en gevaarlijk zijn.
+
+De weg tot _Luz_, den stroom van de _Bastan_ volgende, is zelfs voor
+rijtuigen redelijk goed, en wat de gezigten aanbelangt, hoewel tusschen
+de bergen bepaald, niet onaangenaam; men ziet 'er nog al groen. Deze
+is de groote of postweg naar _Barèges_. Bij _Luz_ wordt het gezigt
+zeer schilderachtig; men ziet daar meêr boomen, en de nog aanzienlijke
+overblijfsels van het oude kasteel _St. Marie_, op eene op zich zelven
+staande steile rots, aan het inkomen van een schoon dal gelegen, en de
+_Bastan_ daar langs stroomende. Dit kasteel was in vroegere tijden eene
+sterkte, die wegens de Koningen van _Frankrijk_ met krijgsbenden bezet
+werd; onder anderen ook, om de invallen der Mooren en der _Spanjaarden_
+tegentegaan. Het dal van _Luz_, hoewel juist niet zoo vruchtbaar als
+dat van _Campan_, en ook minder uitgestrekt, levert toch ook een zeer
+aangenaam gezigt op. De _Bastan_ minder woest en snel, omdat de grond
+gelijker is, stroomt door frissche groene weiden; behalve _Luz_ ziet
+men 'er verscheidene aardige en digt bij elkanderen gelegen dorpjes. De
+bergen rondom zijn met houtgewas, en gras of kruiden bedekt, en in het
+flaauwe verschiet ziet men hier en daar eenige ontzaggelijke toppen
+boven dezelve uitsteken. Wat verder op in dit dal, vereenigt zich de
+_Bastan_ met de _Gave_ [148]. Te _Luz_ hielden wij ons een poosje op,
+om te ontbijten. De herberg behoort aan denzelfden man, bij wien
+wij te _Barèges_ geweest, en waar wij wel over te vreden waren, hoe
+zeer alles te _Barèges_ duur is, omdat het land zelf genoegzaam niets
+oplevert, en alles 'er alzoo van andere plaatsen naar toe moet gebragt
+worden; de zoon en dochter van dien man, Flamand genaamd, namen hier
+de zaken zomers alleen waar. Wij huurden hier ook nog een paard voor
+onzen leidsman, en na het avondmaal, bedden, enz. besteld te hebben,
+begaven wij ons naar den waterval van _Gavarni_ op reis. _Luz_ schijnt
+een vrij gnap plaatsje, en is alleraangenaamst gelegen. Van daar af
+tot bij _St. Sauveur_, loopt de weg nog door een aangenaam dal, maar
+dan begint men te klimmen, latende de _Gave_ aan de regterhand. Hier
+ligt een brug over dien stroom, om naar _St. Sauveur_, dat men aan den
+overkant laat liggen, te gaan. Dat plaatsje bestaande uit omtrent 20
+huizen, meestal voor de baden dienende, en tegen de steile helling
+van een groenen berg, hier en daar met boomen en struiken beplant,
+gelegen, maakt eene allerliefste vertooning. Aan de linkerhand heeft
+men steile rotsen, tegen welker helling (hoewel het naauwelijks eene
+helling mag genaamd worden) de smalle weg gemaakt is. _St. Sauveur_
+voorbij zijnde is die weg door eenige boomen en struiken, tegen de
+steilte geplant, aangenaam beschaduwd. Aan de regterzijde hoort men
+de _Gave_ in een diepte, hier en daar door dikke struiken bedekt,
+ruisschen. De bergen worden hooger en steiler, en de diepte hoe langer
+hoe ontzaggelijker. Onze leidsman (dien ik in 't vervolg Antoine zal
+noemen) waarschuwde ons, dat wij welhaast aan een zeer smal padje
+moesten komen, daar wij, voorzigtigheidshalve, wel zouden doen om van
+de paarden aftestappen. Hij noemde dit _un mauvais pas_. Dit padje
+was hier en daar geen drie voeten breed, tegen een zeer steile rots
+boven een afgrijsselijke diepte uitgehouwen. Antoine raadde ons, om
+niet regts te zien, en ik volgde zijn' raad. De rotsen, waar de _Gave_
+bulderende tusschen doorloopt, zijn zoo steil, en staan zoo digt bij
+elkander, dat men tusschen twee vreesselijke hooge muren zeer eng
+schijnt ingesloten; de zonnestralen hadden hier thans geen' toegang;
+het licht valt 'er alleen van boven loodregt in, en dit alles maakt het
+nog akeliger. De paarden zelfs hoewel aan diergelijke wegen gewoon,
+gaan met den neus op den grond, en voelen eerst met een soort van
+huivering, eer zij hunne voeten nederzetten. Men spreekt niet tegen
+elkander; ieder is hier alleen op zich zelven bedacht; geen wonder,
+men behoeft slechts te struikelen, om in de diepte te morselen te
+vallen. En ondertusschen had het gevoel, dat ik in dezen toestand
+gewaar werd, meêr van het aangename dan van het onaangename. Het
+grootsche, ongewone, en daar bij het liefelijk schoone, want de
+rotsen zijn veelal van onderen tot boven met boomen en struiken
+bedekt, veroorzaken eene streelende bewondering, die de ongerustheid
+aanmerkelijk verdoofdt. Nog vreemder vertooningen te gemoet ziende,
+wordt men door nieuwsgierigheid gedurig aangespoord en opgewakkerd; en
+laten wij ter goeder trouw zijn, de hoogmoed en eerzucht heeft aan alle
+diergelijke ondernemingen ook vrij wat deel. Dit zoo smalle wegje was
+maar kort, en wij zetten ons weder te paard; nu was het pad zoo breed,
+dat wij eene vrouw, die een ezel met wol geladen voor zich heen dreef,
+voorbij konden laten. Zij ging dit voortbrengsel van hare kudde te
+_Luz_ verkoopen, en spon gedurig op de plaatsen, waar den _weg_ niet
+al te smal en moeijelijk was. Een eind wegs verder heeft men een pad,
+altijd niet veel breeder dan volstrekt noodig is, boven een diepte
+van 80 à 100 voeten in de harde rots uitgehouwen, en hier en daar
+met stukken steen op een gezet, gemaakt; dit werk, dat niet zonder
+zwaren arbeid geschied is, werd in 1762 uitgevoerd. Voor dien tijd
+verongelukten hier veeltijds menschen en vee, en men moet 'er nog zeer
+voorzigtig zijn. Deze toegang wordt _le passage de l'Echelle_ genaamd,
+omdat hier in vroegere tijden een kleine sterke toren plagt te staan,
+waar men tegen de rotsen op, als tegen een ladder, naar toe moest
+klimmen; zij was met krijgsvolk bezet, en diende om de invallen en
+strooperijen aan deze grenzen te beletten. In het begin van de vorige
+eeuw was zij nog van veel dienst tegen eene soort van roovers en
+vrijbuiters uit het landschap _Arragon_, die men _les Miquelets_ noemt.
+
+Omtrent een kwartier verder, ziet men aan den anderen kant van de
+_Gave_, en in de laagte het gehuchtje _Sia_, bestaande in eenige
+woningen, die door eenige groote boomen beschaduwd worden. Nu loopt den
+weg eenklaps af, tot aan een steenen brug over de _Gave_ liggende,
+eer men op de brug gaat, heeft men aan de regterhand eene bron,
+waar uit het frissche en heldere water aanhoudend in een' steenen
+bak loopt. Antoine noemde deze bron _la Fontaine de halte_, omdat
+men gewoon is om daar een oogenblik te rusten, en menschen en vee 'er
+zich door een' koelen dronk verfrisschen. Wij dronken dan ook met onze
+paarden als lotgenooten, slurpende uit denzelfden bak. En nu gingen
+wij de brug over: zij bestaat uit een enkelen boog tusschen twee digt
+bij elkanderen staande rotsen gemaakt, en omtrent 90 voeten boven den
+stroom verheven. Van deze brug, die met mosch en klimop bewassen is,
+heeft men een heerlijk gezigt op eenen schoonen waterval, die door
+de _Gave_, door eene enge opening tusschen twee rotsen doorloopende,
+gemaakt wordt, en waar over de takken der struiken, die in de spleten
+van die rotsen groeijen, bevallig heen zwieren. Deze brug wordt _le
+pont l'Artigue_ genaamd. Het water loopt 'er met eene vreesselijke
+vaart onder door. De _Gave_ aan de regterhand latende, klimt men langs
+een wegje, dat niet breeder is als aan den anderen kant, weder op. Men
+gaat onder de over den weg hangende rotsen door, vervolgens daalt men
+weder digter naar den stroom af; de natuur is hier woester, en men ziet
+'er weinig groen. Op de hoogte, bijna zoo ver dat ik de voorwerpen
+naauwelijks kon onderscheiden, zag ik een herder met eenig vee en
+schapen. Hier en daar ziet men ook eene enkele hut. Over een houten
+brug, die nog al lang zijnde, in het midden door een brok granit,
+dat midden in den stroom door de natuur geplaatst is, ondersteund
+wordt, kwamen wij weder aan den anderen kant van de _Gave_, en van
+daar ziet men, een eind wegs opgeklommen zijnde, een' waterval van
+een enkelen straal van een groene rots aan den overkant in de diepte
+storten, en deze straal water had thans dezelfde kleuren als een
+regenboog. Dit gezigt was verrukkelijk. Van de toppen der bergen ziet
+men ook het water als slingerende beken afstroomen. Hier is de weg
+niet verschrikkelijk meêr, maar integendeel alleraangenaamst; langs
+denzelven staan heggen van palm, en men gaat onder groene gewelven,
+door noten- en andere boomen gemaakt, door. Op zeer verheven en
+ijsselijke steiltens, zagen wij de koeijen gerust weiden. Eer
+dat men te _Pragnères_, een alleraangenaamst gelegen dorp, in het
+midden van een groen dal, komt, gaat men door een stroom of _Gave_,
+die men _le Gave de Pragnères_ noemt. Deze stroom komt van de bergen
+_Neouvielle_ geheeten [149], omdat 'er altijd sneeuw ligt, en wordt
+door die aanhoudend smeltende sneeuw veroorzaakt; zij vereenigt
+zich het dal doorslingerende met de _Gave_, daar onze weg langs
+loopt. _Pragnères_ ligt omtrent 1 1/2 uur van _Luz_. Tot nu toe hadden
+wij altijd tusschen de bergen ingesloten geweest, en waren blijde,
+van ons eens in een ruim dal te bevinden. De huizen zien 'er hier
+over het algemeen gnap uit, en men kan zien, dat het den menschen
+in dezen afgezonderden staat niet kwalijk gaat: eenige kinderen,
+die voor de huizen onder de boomen, die 'er voor stonden, lagen te
+spelen, zagen 'er frisch uit. Ik zag hier weder een vrouw met een
+vrij groot kropgezwel (_Goitre_) [150]. Deze in der daad bekoorlijke
+vlakte verlatende, klommen wij meêr langs de _Gave_ op. De weg is
+hier, hoewel altijd smal, dan hoog en dan laag, echter vrij goed,
+en veelal aangenaam beschaduwd, en met heggen van palm, die hier en
+daar vrij hoog en zwaar is, bezet. De landstreek verliest weder veel
+van zijne bevalligheid. Men ziet den berg _Comelie_, die eene schoone
+vertooning maakt, voor zich. De natuur wordt weder vriendelijker. De
+_Gave_ stroomt minder geweldig; hier en daar vertoonen zich eenige
+woningen; een nieuw dal opent zich, en wij naderden het dorp _Gedro_
+of _Gedre_. Antoine deed ons in het verschiet den met sneeuw bedekten
+top van den berg, dien men _Marboré_ [151] noemt, opmerken. Hier las
+ik op een bord voor een huis geplaatst _Douanes Nationales_. Wie
+zou in deze bergen een tolhuis zoeken; ondertusschen worden 'er op
+paarden en muilezels tusschen dezelve door, nog al eenige goederen
+in en uit _Spanje_ gebragt, en de smokkelaars stellen zich veeltijds
+aan nog gevaarlijker wegen, dan men hier aantreft, bloot. Men komt
+over een brug, die over den stroom ligt, welke men _le Gave de Héas_
+noemt, omdat zij door het dal van dien naam loopt. Van daar ziet men
+tusschen de rotsen in de diepte, een soort van hol, waar het water
+uitstroomt, zijnde van boven door takken en struiken zeer digt gedekt,
+zoo dat het licht 'er naauwelijks door schijnt. De stroom maakt
+'er een kleinen waterval, en dit groene gewelf noemt men niet zeer
+eigenlijk dunkt mij _la Grotte de Gedre_. Men kan 'er uit een huis dat
+bij deze brug staat bijkomen. In een ander oord zou deze zoogenaamde
+grot, zeker eene aardige en romaneske vertooning maken; doch hier,
+daar de natuur zoo vele groote en verbazende schoonheden oplevert,
+scheen zij mij minder belangrijk.
+
+_Gedre_, en het bekoorlijk dal van dien naam, ligt aan den voet van den
+berg _Comelie_, omtrent 3 uren van _Luz_. Het dorp voorbij zijnde,
+klimt men langs dezen berg op. Antoine wees mij op de hoogte in
+het verschiet een paal, die hij zeide op de grensscheiding tusschen
+_Frankrijk_ en _Spanje_ te staan. Nu begint het 'er eerst regt woest
+uit te zien: hier slingert de weg tusschen ontzaggelijke brokken
+rots [152], op en onder elkanderen liggende, door. Sommigen zijn
+geheel van boven neder in de _Gave_ gerold, en hebben den stroom
+genoodzaakt om van loop te veranderen of zich te verdeelen. De rots,
+waarvan die vervaarlijke klompen afgevallen zijn, hangt in eene
+dreigende houding den voorbijganger boven het hoofd; hier en daar
+gaat men onder afgrijsselijke zware stukken door, die naauwelijks
+genoegzaam ondersteund, en gereed schijnen, om al wat 'er onder
+komt te verpletteren. Welk een arbeid moet het niet gekost hebben,
+om hier een' weg, hoe dat hij dan ook is, door te maken; en het is
+wel te vreezen, dat men dien arbeid, indien het mogelijk is, nog zal
+moeten hervatten; zijnde het maar al te waarschijnlijk, dat 'er nog
+meêr van boven neder zal storten. Ook komen 'er, volgens het zeggen
+van Antoine, nog dikwijls stukken afrollen, vooral bij het smelten der
+sneeuw. Geen groen struikje of kruidje is hier te zien, niet anders
+dan brokken rots en lucht. De stroom van de _Gave_, die hier veel
+belemmerd wordt in zijn loop, maakt een donderend gedruisch. Het
+tooneel is allerontzaggelijkst, en toch zag ik het met een zekere
+aandoening van genoegen, zoo wel als van verbaasdheid. Jammer is het,
+dat men zich niet op een' grooteren afstand kan plaatsen, om van daar
+op eenmaal deze afgrijsselijke puinhoopen der natuur te overzien. Te
+regt wordt deze plaats _le Cahos_ [153] genaamd, want waarlijk hier
+schijnt het als of de Eeuwige Almagt pas begonnen was met de eerste
+hand, als 't ware, aan het werk der Schepping te leggen, en de ruwe
+stof pas uit het niet was voortgebragt. De weg in dezen _Cahos_
+scheen mij wel een kwartier lang te zijn.
+
+Aan den overkant van de _Gave_ stort een heerlijke waterval, dien men
+_la Cascade Saussa_ [154] noemt. Van eene zeer aanzienelijke hoogte
+vallende, vormt hij een' schoonen straal, die langs drie of vier
+trappen in de diepte stort.
+
+Uit den _Cahos_ komende, gaat men digt voorbij de plaats, waar zeventig
+à tachtig jaren geleden eene smelterij plagt te zijn van een lood-
+en zilvermijn, die niet ver van daar bestaat, doch thans geheel in
+het verval is.
+
+Altijd opklimmende, ziet men al meêr en meêr de sneeuw, die hier en
+daar op de in het verschiet gelegen bergen ligt. Vervolgens aan de
+regterhand doet zich het dal _le Val d'Ossone_ [155] genaamd op; hier
+ziet men weder verscheidene stroomtjes en watervallen boven elkanderen,
+en door het frissche loof afruisschen. Altijd opklimmende, verheft men
+zich op eene aanmerkelijke hoogte boven de _Gave_. Wat gemeenzamer met
+de smalle wegen en afgronden langs dezelve geworden zijnde, waagde
+ik het al eens, om 'erin te zien. Hier bevond ik mij op de rand van
+een steile diepte, die op omtrent 150 voeten geschat wordt; de _Gave_
+stort zich in dezelve van een hoogere bedding met een ontzaggelijk
+geweld neder.--De landstreek wordt vooral ook door het boschachtige,
+dat 'er zich in opdoet, weder zeer schilderachtig. Van verre ziet men
+reeds den vooral in deze streek zoo befaamden waterval van _Gavarnie_,
+van de met sneeuw bedekte bergen afstorten [156]. Men meent 'er reeds
+digt bij te zijn, en, ondertusschen is men 'er nog wel een groot uur
+van daan. Aan onze linkerzijde tegen de helling van eenen groenen berg,
+vertoonde zich een herder met eenige schapen en geiten. De diepte aan
+de regterhand door de takken der boomen en struiken bedekt zijnde,
+schijnt minder vervaarlijk. Eenige steenberken [157] onder anderen,
+welker takken, even als die der treurwilligen, met lange slingers
+bevallig over de diepte heen schommelden, maakte hier een fraaije
+uitwerking. Men gaat de _Gave_ weder over, over een' houten brug,
+die _le pont Barygui_ genaamt wordt. Niet, ver van deze brug, die
+over een aanmerkelijke diepte van de eene rots op de andere ligt,
+is de herberg van _Gavarnie_; hier stapten wij af, en gingen, na
+ons een weinig ververscht te hebben, te voet naar den waterval,
+want men kan niet wel verder dan nog een eind wegs te paard komen,
+en daar staan geen huizen. Het dorpje zelve is een weinig verder dan
+de herberg; wij zagen 'er een gedeelte van bestaande in eenige zeer
+eenvoudige huisjes. Buiten het dorpje zijnde, heeft men tusschen
+twee hoogtens waar den weg midden doorloopt, een heerlijk gezigt op
+den waterval en de steile rotsen. Men gaat door een dal, vervolgens
+over een smal brugje over de _Gave_ liggende. Op een hoogte geklommen
+zijnde, en ongeduldig, om den waterval van nabij te zien, meent men
+'er pas eenige schreden van af te zijn, doch men bedriegt zich;
+langs een vrij ongemakkelijken weg afklimmende, komt men eindelijk
+aan den ingang van het laatste dal, en wel dra wordt men verrukt door
+de majestueuse vertooning, die de natuur hier oplevert. Regt uit is
+het ruime dal door hemelhooge rotsen, halve cirkels gewijze omgeven;
+deze rotsen zijn boven aan met eene soort van trappen, en gelijken in
+der daad niet kwalijk naar de zitbanken waarmede de oude Amphithéaters
+omgeven waren, waarom deze plaats dan ook vrij algemeen _le Cirque
+de Gavarnie_ [158] genaamd wordt. Deze ontzaggelijke muren zijn hier
+en daar met eeuwige sneeuw of ijs bedekt, en boven dezelven steken
+nog andere rotsen als torens uit, zij worden _les tours de Marboré_
+genaamd [159]. Van deze rotsen aan de linkerzijde, stort de voorname
+waterval ruim een derde van de hoogte [160] die op 1266 voeten begroot
+wordt, zonder de rots te raken, op een uitstek, van daar op een ander,
+en vervolgens tot beneden, van waar zij onder een gewelf of brug van
+sneeuw doorloopt. Deze brug slechts van sneeuw, en niet van ijs,
+zoo als sommigen gemeend hebben, te zamengesteld zijnde, is het
+vooral in dit jaargetij, wanneer dezelve al aanmerkelijk gesmolten
+is, niet raadzaam om 'er op te gaan. Hier en daar in dit dal, op
+de plaatsen, waar de zon niet komt, blijft de sneeuw ook genoegzaam
+altijd liggen. Rondom ziet men nog verscheidene kleine watervallen,
+die zich alle tot een stroom vereenigen, en de oorsprong zijn van
+de _Gave_ van _Pau_ [161]. De groote waterval stort uit een meer, dat
+boven op den berg is. Het suissend en kletterend geluid van denzelven
+vervrolijkt nog eenigzins deze eenzame woestenij; maar als men niet
+door en door nat wil worden door het water, dat 'er als een stofregen
+afvliegt, moet men 'er niet te digt bij komen. Aan den regterkant,
+over den grooten waterval, boven op de rotsen, is een soort van
+doorgang, die men _la bréche de Roland_ noemt. Als men daar door is,
+komt men op _Spaansch_ grondgebied; de smokkelaars maken van deze
+ongemakkelijken en gevaarlijken weg nog al gebruik. Aan den kant van
+den grooten waterval, maar veel digter naar _Gavarnie_ toe, maakt een
+bosch van pijn- of denneboomen, tegen deze rotsen, in dit tooneel
+een fraaije verscheidenheid, en beneemt 'er eenigzins het treurige
+en ontzaggelijke van. Ieder die zoo als wij in dit jaargetij hier
+naar toe komen wandelen, en dus warm zijn, mogen zich wel in acht
+nemen om 'er niet stil te staan, veel minder te gaan zitten; want
+het is 'er al vrij koel. Terug keerende, stond ik dikwijls stil,
+om op verschillende afstanden den waterval en omliggende rotsen te
+zien. Overal is het schoon, doch op een zekeren afstand komt mij het
+gezigt veel schilderachtiger voor dan digt bij, hoewel het daar weder
+grootscher en ontzaggelijker is. Ondertusschen schoon deze waterval
+te regt verdient bewondert te worden, als zijnde de hoogste die
+in _Europa_ bekend is [162], en de reusachtige rotsen, die dezelve
+omringen, zoo wel als derzelver gedaante, een nog luisterrijker en
+verbazender aanzien aan dit alles geven, had het echter op mij dien
+invloed niet, noch verwekte die aandoening als de bron van _Vaucluse_;
+misschien omdat het tooneel, daar veel enger en beperkter zijnde,
+meêr onder ons bereik valt, of omdat ik reeds meêr gewoon was
+aan diergelijke gezigten. Bij de huizen bleef ik mij omkeerende
+een poos stil staan, om het gezigt tusschen de twee hoogtens door,
+waar ik hier boven van gesproken heb, nog eens ter deeg te genieten
+[163]. Onze paarden hadden nu goed tijd gehad om te eten en te rusten,
+want wij waren meêr dan 2 uren uitgebleven [164]; de sneeuwbrug wordt
+op ruim drie kwartier van de herberg gerekend. Het ziet 'er in deze
+herberg nog al gnap uit; doch wij vonden 'er niet veel anders dan
+melk, brood, kaas en zeer lekkere boter. De _Fransche_ wijn was
+niet te breed, en de _Spaansche_, hoewel goed in zijne soort, was
+te walgelijk zoet; trouwens ons oogmerk was ook niet, om hier lang
+te vertoeven; daar wij voor het vallen van den avond weder te _Luz_
+wilden zijn, en dat is nog ruim 4 uren van daar. Het huishouden
+bestond uit een jonge man en vrouw, een bejaarden vader en een paar
+dienende huisgenooten. De oude man en zijn zoon spraken nog al redelijk
+_Fransch_, zoo dat ik mij gemakkelijk met hun kon onderhouden. Die
+lieden kwamen mij vriendelijk en geschikt voor. Behalve de nering
+van hunne herberg, meestal door de reizigers die door dezen smallen
+weg naar de een of andere _Spaansche_ plaats gingen, of 'er van daan
+kwamen [165], bestond hun voorname bedrijf in de veehoederij en de
+jagt; en naar ik merkte, scheen vooral de oude man een stoute jager
+in zijn tijd geweest te zijn, en nog wel op de wolven en beeren af te
+durven gaan. Ik bespeurde duidelijk, dat het hem leed deed, dat hij de
+Izard's niet meêr tot op de steile toppen der hooge rotsen vervolgen
+kon. Hij verhaalde mij ook, dat men in deze streken lynxen vindt
+[166], die zeer veel kwaad aan de jagt doen; dat 'er in de valleijen
+en vruchtbare streken patrijzen gevonden werden van een licht grijze
+kleur, doch weinig hazen. Hij sprak mij ook van een grooten vogel,
+die hij _Paus de Montagne_ noemde; naar ik begreep, en ook na dat
+Antoine mij beduidde, moeten het korhoenderen zijn.
+
+In den zomer is het hier voor menschen, die aan deze smalle en
+gevaarlijke wegen gewoon zijn, zeer wel om te houden; maar gedurende
+die lange winters, wanneer door de sneeuw genoegzaam alle toegang
+afgesneden is, en de hongerige roofdieren tot bij hunne woningen
+komen, moet het 'er allerakeligst zijn. Met dat al schenen zij
+met hun lot wel te vreden, en hadden een vrij juist denkbeeld van
+vele onaangenaamheden, die aan een uitgebreider maatschappelijke
+zamenleving verknocht zijn. Deze lieden nu en dan met vreemdelingen
+omgaande, waren daar door nog al eenigzins, zoo als men het noemt,
+beschaafd geworden; maar hunne naburen, vooral die, welke verder
+van den weg afwonen, zijn veel eenvoudiger. Over het algemeen zijn
+zij zeer bijgeloovig, en houden zich bijzonder met vertellingen van
+spokerijen en duivelarijen op; geen wonder, zij hebben geen andere
+onderwijzers dan hunne Priesters, die zekerlijk niet van de verlichtste
+en onbevooroordeelste zijn.
+
+_Gavarnie_ behoorde voorheen aan de orde der _Tempeliers_, die hier
+een Klooster hadden, waarvan bij de Pastorij en de Kerk nog eenige
+overblijfsels te zien zijn, en daar na aan de order van _Maltha_. Naar
+ik vernam, bevat dit dorpje niet meêr dan omtrent 150 inwoners. Ik zag
+'er, zoo als in deze geheele streek, wel eenige groote en welgespierde
+mannen, doch naauwelijks eene enkele vrouw, die 'er maar redelijk wel
+uitzag. Twijfelende of mijn horlogie wel goed ging, vroeg ik hoe laat
+het was; 'er was geen klok of ander uurwerk; doch men riep de oude
+man, om op een soort van houten zonnewijzer, waar hij de bewaarder
+van was, te zien. Deze zonnewijzer, dien zij _montre solaire_
+noemen, is van palmhout gedraaid, omtrent 4 duim lang, en nog geen
+duim over kruis dik; het gelijkt veel op een gewigtje van een klok,
+rondom staan de uren en maanden geteekend. Door een knopje dat 'er
+boven in zit, draait men een blikken wijzertje, op de streep van
+die maand, waarin men is, en houdt het dan aan een koordje of iets
+diergelijks hangende, met dat wijzertje tegen over de zon; en op die
+wijze wordt het uur aangewezen. Het was omtrent twee uren, toen wij
+van _Gavarnie_ afreden; bij de brug kwamen wij een paar _Spaansche_
+herders op muilezels gezeten tegen, zij schenen hun zondagspak aan te
+hebben, dat met een menigte kleine knoopjes versierd was. In het heen
+rijden had ik op vele plaatsen meest de hoogtens bekeken, doch thans
+zag ik al stoutmoedig in de verschrikkelijkste dieptens. Alles van
+een' anderen kant ziende, want in het heen rijden hadden wij weinig
+om gezien, hadden de bergen weder eene gansch andere gedaante, en
+de natuur leverde alzoo weder nieuwe en allerschoonste vertooningen
+op. Bij het dal van _Gedre_ onder anderen, zagen wij aan het eind van
+het doorzigt voor ons, tusschen twee in de schaduw staande hellingen
+van hooge rotsen, als een V bij elkanderen loopende, den top van een
+anderen veel verder gelegen, en door de zon geheel verlichten top
+van een andere rots, in de gedaante van een A zoo het scheen regt in
+het midden staan. Op verscheidene plaatsen daar wij 's morgens van de
+paarden af waren gestapt, bleven wij 'er nu op zitten. Somtijds hangt
+het eene been over de diepte, en met het andere raakt men bijna tegen
+de steile rots aan den anderen kant van den weg. Op eenige plaatsen
+gingen wij echter te voet, niet alleen om het smalle padje, maar ook
+omdat het somwijlen steil afloopende was, op losse steenen en gruis
+van de rotsen, zoodat de paarden hun voeten dikwijls niet vast kunnen
+zetten. Nogmaals bewonderde ik de voorzigtigheid, met welke die dieren
+hier gaan, en bevond, zoo als Antoine ons ook gezegd had, dat men best
+deed, van hun naar hunne eigen zin maar te laten loopen, houdende den
+toom echter zoodanig, dat men ingeval zij struikelden, ze eenigzins
+zou kunnen ophouden. Aan de bron bij de brug gekomen zijnde, verzocht
+Antoine ons weder om stil te houden en de paarden te laten drinken,
+ik beschouwde ondertusschen nog eens het schoone gezigt dat men hier
+heeft. Wij hadden aan den kant van de _Gave_ hier en daar menschen
+gezien, die forellen met den hengel vingen. Langs dezen weg ziet men
+ook enkele woningen; sommige kleine wichten speelden op den rand van
+een ontzaggelijke diepte; ik ijsde 'er van, doch zij zijn dat gewoon.
+
+Omtrent 6 1/2 uur kwamen wij weder te _Luz_; terwijl het nog dag
+was, maakte ik daar gebruik van om in die bekoorlijke vlakte te
+wandelen. Vier of vijf dorpjes liggen allerliefst in dezelve. Sommige
+weiden waren met groote platte steenen regt over eind gezet, in plaats
+van met hagen, omringd; men was 'er ook nog bezig met hooijen, want
+het is hier meest weiland, dat 'er groen en tierig uitzag. Men had
+mij verhaald, dat 'er in een van deze dorpjes, _Visos_ geheten, een
+geslacht van buitengemeen lange menschen plagt te bestaan, waarvan
+sommigen tot bij de acht voeten haalden, en welke menschen zeer oud
+werden; dit werd mij hier bevestigd, doch komt het mij daarom nog niet
+ontwijfelbaar voor; te meêr, daar de bewoners van deze landstreek
+zoo ligt genegen zijn om vreemde dingen en sprookjes te gelooven
+[167]. In de herberg terug komende, kon ik het, hoewel het heden
+vrij warm geweest was, zeer wel bij het vuur houden; en vermaakte
+mij met aan den gemeenen haard met den hospes en een paar boeren te
+praten. Het moet van de lieden aan deze kanten zeggen, dat vele onder
+hen zeer wel gevoelen, dat de vreemdelingen, van alle kanten naar
+_Barèges_ en andere omliggende plaatsen, waar warme of _minerale_
+bronnen zijn, toe komende, hun nog al wat geld aanbrengen, en ze
+daarom nog al met oplettenheid en eene soort van onderscheiding
+behandelen. Van onveiligheid der wegen, niettegenstaande 'er zoo
+vele woeste en eenzame streken zijn, hoort men dan ook weinig, en,
+naar ik vernam, indien vreemdelingen over eenigen overlast klaagden,
+zou het grootste deel der inwoners van het dorp, of de plaats, waar
+zulks geschied mogt zijn, 'er zich zeer aan gelegen laten liggen.
+
+Wij hadden een lekker avondmaal, en door de beweging die wij zonder
+veel te gebruiken gemaakt hadden, en door de smakelijke spijzen,
+waaronder een Izard's bout en uitmuntende forellen, en daar bij wijn,
+dien wij sedert eenigen tijd zoo goed niet gewoon waren.
+
+Den 13 dezer. Daar wij den ganschen dag voorhanden hadden, vertrokken
+wij eerst om 6 uren 's morgens. Onderrigt zijnde, dat hier diergelijke
+houten zak-zonnewijzers, als ik te _Gavarnie_ gezien had, gemaakt
+werden, kocht ik 'er een voor slechts eenige stuivers [168]. Over onze
+herberg waren wij ook bijzonder te vreden.
+
+Den grooten of postweg nemende, kwamen wij, na de vallei doorgereden te
+zijn, wederom tusschen de rotsen langs de _Gave_, en klommen redelijk
+hoog, doch de weg is hier breed genoeg. Wij reden, en hadden alles om
+ons nog in de schaduw, terwijl de hooge toppen der rotsen en bergen
+reeds door de zon verlicht waren. Aan onze linkerhand gingen wij over
+eene houten brug over de _Gave_; men vindt hier een soort van bruggen
+die zeer ligt schijnen, doch inderdaad stevig zijn; zij zijn aardig
+gemaakt. Deze moest door een' steenen vervangen worden, en men was
+reeds bezig, om de steenen te bewerken, die men in de nabij gelegen
+rotsen overvloedig vindt, en schenen te behooren tot de soort, die men
+bij ons blaauwe arduinsteen noemt. Vervolgens wederom eene andere brug
+overgaande, heeft men wat verder aan de linkerhand het dorpje _Viscos_,
+en aan de regter _Chiéze_; men komt nog over eenige bruggen, de boorden
+van de _Gave_, en de engte tusschen twee ketens van rotsen verlatende,
+in een alleraangenaamst dal. De weg is tot hier toe, om te voet of te
+paard te gaan, zeer goed, maar met rijtuig moet zij niet over hebben;
+op sommige plaatsen rollen of schuiven de schilfers van eene soort
+van schaliesteen bij zware regenvlagen, en het smelten van de sneeuw,
+in een groote hoeveelheid van boven neder, bedekken den weg, en maken
+dien somtijds onbruikbaar; dit vereischt een gedurig en kostbaar
+onderhoud. Hier en daar, waar zij wat smal langs de diepte is, zijn
+'er schutmuurtjes gemaakt. Antoine noemde dit dal _Veille Longue_. Nu
+kwamen wij te _Pierrefitte_, een gnap dorp en verrukkelijk gelegen;
+hetzelve wordt op omtrent 3 uren van _Luz_ gerekend. Men heeft hier
+veel schaduw, vooral van zwaare noten- en castanje-boomen. Ik zag
+'er ook wijngaarden, die ongemeen hoog en zwaar waren, tusschen kersen
+of andere boomtjes staan, en hunne ranken aan dezelve vasthechtende,
+zoo als ik reeds gezegd heb. De verscheidenheid der gezigten, die men
+hier overal heeft, is alleraangenaamst. De Abdij _St. Savin_ aan de
+linkerhand op een' heuvel met boomen beplant gelegen, ziet men boven
+het digte lommer van dezelve uitsteken, en alzoo dit schilderachtig
+landschap door een nieuw voorwerp verrijken. Achter ons zagen wij
+nog die hooge, spitse, en hier en daar met sneeuw bedekte rotsen, die
+wij gisteren nader bij hadden leeren kennen--eenige hout-zaagmolens
+door het water bewogen, en zeer aangenaam gelegen, deden zich op.--Men
+gaat over eene fraaije steenen brug, die over de _Gave_ ligt.--De weg
+stijgt weder vrij hoog langs de helling van een rots langs de _Gave_,
+die men aan de linkerhand heeft. Hier en daar was men drok bezig, om
+langs dezelve muurtjes te maken, om het gevaar vooral voor de rijtuigen
+te verhoeden. Welhaast wordt men het stadje _Lourde_ gewaar. Wij
+kwamen 'er tegen den middag aan. Het was 'er juist marktdag; op eene
+ruime plaats door boomen beschaduwd stond een groote menigte paarden,
+muilezels en rundvee. Hier schijnt men de wreedheid niet te hebben,
+van het kalf, zoodra het geboren is, aan zijne moeder te ontrukken;
+want ik zag 'er hier verscheiden die zogen; dit belette niet, dat de
+koeijen tevens gemolken werden [169]. Verder op in de straten, en op
+een andere marktplaats, was het vol kooplieden in linnens, vlas, wol,
+en meêr onderscheidene soorten van waren. 'Er stonden verscheidene
+kraamtjes, en het was 'er zoo vol, dat men moeite had, om 'er door te
+komen. De groote menigte roode kappen (_capelettes_) maakte hier ook
+weder eene zonderlinge vertooning; geene eene vrouw zag men 'er bijna
+zonder, en zij waren nu op haar zondags opgeschikt. Rondom _Lourde_
+wordt vlas geteeld; in die plaats zijn vele linnenweverijen, en de
+bonte neusdoeken, die 'er in menigte gemaakt worden, zijn beroemd,
+en worden hier omstreeks vooral zeer veel gedragen. De naburige
+_Spanjaarden_ komen hier ook veel ter markt; doch het scheen mij toe,
+dat zij genoegzaam hetzelfde _Patois_ spreken, als de bewoners van dit
+gedeelte der _Fransche Pyreneën_. De vrouwen, die wij hier op de markt
+en in de straten zagen, hadden genoegzaam alle den spinrok op zijde
+tusschen hun rokken steken [170], en velen dreven al spinnende handel,
+praatten, liepen heen en weder enz. zij sponnen vlas en wol. Uit het
+Posthuis, een vrij groote herberg, waar wij onzen intrek genomen
+hadden, om het middagmaal te nemen, ziet men op de markt; en ik
+vermaakte mij met de drukte, en het gewoel van de menigte, waaronder
+het grootste deel half rood was. De handel in dit plaatsje schijnt
+aanmerkelijk te zijn; want naar ik vernam, heeft zulk een markt alle
+veertien dagen op Donderdag plaats. Zij verdient wel gezien te worden.
+
+Op een rots bij dit _Lourde_, ligt een soort van vesting of sterk
+kasteel, in vroegere tijden door de Graven van Bigorre, vervolgens
+door andere geslachten bezeten, eindelijk een eigendom van de kroon
+van _Frankrijk_ geworden, en voor een Staatsgevangenis gebruikt,
+waar toe het nog heden dient: twee personen in het regtsgeding
+van de beruchte zamenzwering tegen het leven van den eerste Consul
+Bonaparte begrepen, worden 'er, naar ik vernam, bewaard; het aangenaam
+gezigt dat zij van daar kunnen hebben, kan dezen kerker nog al veel
+dragelijker maken dan zoo vele anderen. Dit kasteel met de stad,
+stond in het laatst van de 14e eeuw, in het bezit van de _Engelschen_
+zijnde, eene belegering uit tegen de krijgsmagt van Karel den V.,
+Koning van _Frankrijk_, en hield het vol.
+
+Ik zag hier een zeer groote zware koets van een wonderlijk maaksel,
+die met reizigers uit _Spanje_ kwam, met zes muilezels en met een
+menigte touwen bespannen was.
+
+In onze herberg was het zoo drok, dat wij naauwelijks te eten konden
+krijgen; het maal was 'er dan ook op verre zoo goed niet als te _Luz_,
+en wij betaalden evenwel den gewonen prijs.
+
+Zonderling dat ik onder het groot aantal van vrouwen, die hier van de
+plaatsen rondom verzameld waren, 'er weder genoegzaam geen eene vond,
+die 'er maar zeer redelijk wel uitzag. Velen hadden kropgezwellen.
+
+Om drie uren verlieten wij, en met ons een aantal menschen en vee, dit
+neringrijke en naar allen schijn zeer welvarend plaatsje; wij waren
+nu nog omtrent 3 goede uren van _Bagnères_, langs den weg, dien wij
+te nemen hadden. _Luz_ en deze laatstgenoemde plaats rekent men over
+_Pierrefitte_ op ruim acht uren. De weg levert minder verscheidenheid
+van gezigten op dan aan den anderen kant; doch is echter aangenaam
+en hier en daar lommerrijk. Te _Lourde_ verlaat men de boorden van
+de _Gave_, die daar langs de stad stroomt, om den weg naar den kant
+van _Tarbes_ inteslaan, tusschen welke stad en _Bagnères_, een goed
+eind beneden deze laatste plaats, men dan ook uitkomt; zoo veel moet
+men uithoofde van de bergen omrijden. Het was zes uren, toen wij wel
+voldaan over dit reisje, te _Bagnères_ te rug gekeerd waren.
+
+Den 14 September. Na den gansche voormiddag doorgebragt te hebben
+met dit dagverhaal voor u in orde te brengen, kwamen zij mij roepen,
+om een levendige Izard, in onze buurt op een binnenplaats loopende,
+te gaan zien. Het beestje was pas drie maanden oud. Men had het zeer
+jong gevangen en hier opgevoed. Het geleek naar een jong bokje, zijn
+hoorntjes begonnen even voor den dag te komen. Het was rosachtig
+van kleur, en had de achterbeenen langer dan de voorste, kunnende
+daardoor zeer goed springen. Ook was het in een paar sprongen een trap
+van verscheidene treden, op deze plaats staande, op. Hoewel met de
+lieden van het huis nog al gemeenzaam, was het voor ons zeer schuw,
+trachtte zich gedurig te verschuilen, en maakte een steenend geluid,
+als wij het wilden opvatten.--Hoe gaarne had ik dit diertje in de
+nabijgelegen bergen zijne vrijheid gegeven [171].
+
+Aan tafel wierden weder een menigte voorvallen, die bij het spel
+plaats gehad hadden, verhaald; onder anderen, dat den vorigen avond
+een speler door wanhoop verwoed, zich vreesselijk had aangesteld, en
+een stoel tot splinters had van een geslagen. De wacht was 'er aan te
+pas gekomen. Vele van onze dischgenooten lagchten en staken hier den
+spot mede. Toen ik van tafel kwam, lokte mij een trompetter bij een
+hoop volks, die op de plaats digt bij het speelhuis stond. Een fraai
+paard met zadel en toom werd 'er aan den meestbiedenden verkocht,
+het had aan een' ongelukkigen speler behoort. Dergelijke verkoopingen
+vallen hier schier dagelijks voor. Zwendelaars en leenders op pand,
+ontbreken hier ook niet; en helaas! indien de wateren van _Bagnères_,
+en andere plaatsjes in deze landstreek, eenig voordeel aan derzelver
+bewoners opleveren, zij maken ook, dat 'er zeer veel zedenbederf onder
+die eenvoudige en anders zoo nabij den natuurstaat levende menschen
+wordt gebragt.
+
+Zoo gij iemand kent, die deze bergen mogt komen bezoeken, kunt gij
+hem onzen geleider Antoine Idrac, alhier woonachtig, als een goed en
+geschikt man, aanbevelen. Die wat goed lach's zijn, zal hij daartoe
+nog al eens stof verschaffen, door een aanwendsel dat hij heeft van
+schier overal de woorden _c'est fort inutile_ [172] bij te voegen,
+hoe ten onpasse het 'er ook dikwijls bijkomt.
+
+
+
+
+
+TWINTIGSTE BRIEF.
+
+_Bagnères, 16 September._
+
+
+Gisteren morgen ging ik weder zeer vroegtijdig de bergen hier rondom
+bestijgen, en na braaf wat geklauterd hebben, in een hutje, tusschen
+heuvelen en boschjes aangenaam gelegen, en met wier bewoners ik reeds
+kennis gemaakt had, melk tot mijn ontbijt gebruiken. Wij vonden
+den boer digt bij zijn woning bezig op den akker; zijn vrouw was
+naar de markt te _Bagnères_, en de kinderen met een paar koeitjes
+en eenige geiten in de bergen. Wij traden binnen, en hier werd een
+groote aardewerksche kom met versche melk voorgezet. Ieder kreeg een
+kleiner kommetje en een hout lepeltje; de huisvader zat met ons aan,
+deelde melk en brood uit, en zoo deden wij een eenvoudig landelijk
+ontbijt. Onze gastheer was zeer spraakzaam, en ik kon hem vrij wel
+verstaan; doch merkte op, dat hij de B voor V en de V voor B uitsprak,
+zeggende _bache_ voor _vache_ (een koe) en _voire_ voor _boire_
+(drinken) enz. Deze verkeerde uitspraak schijnt hier omstreeks vrij
+algemeen te zijn. De gemeenzame wijze, waarop hij met ons omging,
+beviel mij bijzonder; geen de minste verlegenheid, geen muts af,
+hij behandelde ons niet anders dan zijne medemenschen, en had eene
+soort van gulheid en rondheid in zijn wijze van doen en spreken,
+die mij zeer vermaakte [173]. Wij spraken over zijne huishouding,
+over den landbouw, en ik raadde hem, om niet alleen maïs en rog,
+maar ook boekweit te zaaijen; en daar de grond het minst steenachtig
+is, aardappelen te zetten, omdat veeltijds door het weder of andere
+toevallen, het eene wel uitvalt, terwijl het andere mislukt. Hij nam
+dezen raad in dank aan, en scheen voornemens, om dien te volgen.
+
+Aan den anderen kant of oostzijde van _Bagnères_, als men de _Adour_
+over een steenen brug overgegaan is, heeft men op de hoogte ook
+aangename wandelingen en gezigten; een aantal castanjeboomen op
+en tegen een heuvel gelegen, maken daar een lommerrijk boschje;
+aan de voet van den heuvel is een tuin, waarin een menigte appelen
+en perenboomen, die zoo vol vruchten hingen, dat ik het weinig zoo
+gezien heb; wij vroegen aan een oud moedertje verlof, om 'er in te
+wandelen, het geen ons niet alleen toegestaan werd; maar wij moesten
+van de vruchten eten, en bovendien, wat wij hier ook tegen inbragten,
+onze zakken zoo vol laden, als wij maar konden. Ik zeide, dat deze
+vruchten te _Bagnères_ verkocht wordende, nog al wat op zouden brengen,
+en het goede vrouwtje antwoordde, dat zij het door Gods goedheid niet
+noodig had, daar bijvoegende: _le bon Dieu me les donne pour rien,
+et ce que j'en ai de trop, je le donne pour rien aussi_. [174]
+
+Het dal van _l'Hiéris_ of _Lhéris_, een uurtje van hier, is vooral
+in het begin van den zomer, wanneer het een menigte bloemen en
+welriekende kruiden oplevert, een bekoorlijken lusthof. Hier en daar
+onderweg vonden wij lieden bezig om met lijmtakjes klein gevogelte
+te vangen. Men vangt hier omstreeks ook Ortolanen, en zij moeten nog
+al niet zeer duur zijn, want wij hebben ze in onze herberg al een en
+andermaal gegeten. Ook hadden wij dagelijks kleine forellen op tafel;
+ik zag ze dikwijls in de _Adour_ onder en tusschen de steenen met
+de hand vangen. De beekjes hier omstreeks leveren ook een menigte
+kreeftjes op.
+
+In het stadje terug komende, zag ik 'er verscheiden lieden buitengemeen
+opgeschikt: zij kwamen van een bedevaart terug; de mans onder anderen
+hadden breede linten om den bol van den hoed, waarop met vergulde
+letters stond: _notre Dame de Mont Sernatte_ [175]. Verscheiden dingen
+van wasch gemaakt, allerlei kleuren, en eenigzins de gedaante van
+een lepel hebbende, staken 'er tusschen. Naar ik vernam waren zij
+geheiligd, en dienden als een behoedmiddel tegen de hagelvlagen, enz.
+
+Hier wordt ook een soort van grof laken gemaakt, dat veelal de
+natuurlijke bruinachtige kleur van de wol behoud. De bergbewoners
+bedienen 'er zich veel van. Men maakt hier ook een menigte stokken met
+ijzeren punten voorzien, om bij het beklimmen der bergen te gebruiken;
+velen zijn van een soort van dolk, die men 'er uit doet springen,
+voorzien.
+
+Dat de wateren van _Bagnères_ reeds bij de _Romeinen_ bekend waren,
+blijkt uit eenige _Latijnsche_ opschriften, waar van 'er nog
+bestaan, en sommige gedenkpenningen, die 'er gevonden zijn, onder
+anderen op de fontein, niet ver van de markt staande, leest men op
+eenen grooten zwart marmeren steen: _Numini Augusti sacrum secundus
+sembedonis-fil-nomine Vicanorum aquensium et suo posuit_. Deze steen
+zou een altaar geweest zijn, dat alhier in een tempel van Diana
+gediend had, en welke tempel gestaan zou hebben ter plaatse, waar
+thans de _St. Martens_ Kerk is. _Bagnères_ werd dan van ouds _Vicus
+Aquensis_ genaamd, en zou volgens sommige reeds voor het jaar 695,
+van de grondvesting van _Rome_, bestaan hebben.
+
+Heden vernam ik met smart, dat het openbare dobbelspel door gansch
+_Frankrijk_ voor eenige millioenen aan een befaamden speler verpacht
+was. Tot hier toe had de politie voor het verleenen van verlof,
+daar van eene zekere som getrokken, nu kwam dat voordeel in de kas
+van het Gouvernement.
+
+Behalve de openbare wandeling, waarvan ik u reeds gesproken heb, en
+die vooral des avonds in de koelte vrij drok bezocht wordt, is hier nog
+een andere met lindeboomen beplante en zeer lommerrijke wandelplaats,
+ook in het stadje, omtrent achter de Kerk gelegen; doch deze wordt
+weinig bezocht. In de Koffijhuizen vond ik doorgaans niet veel volk,
+behalve in een, wanneer 'er s' avonds _lotto_ gespeeld werd. De waard
+of waardin trok de nommers, en rondom zaten verscheidene volwassen, en
+zelfs bejaarde menschen, zich gedurende eenige uren bezig houdende met
+op hunne nommerkaarten te kijken; het geen mij nog te meêr verwonderde,
+omdat men 'er om zeer weinig geld speelt. Ik hield mij hier niet lang
+op, maar ging, daar de maan helder scheen, naar buiten tusschen de
+bergen wandelen.
+
+Antoine kwam ons heden morgen, omstreeks zes uren, afhalen, om ons naar
+een plaats omtrent een uurtje ver, waar men op eene zonderlinge wijze
+woudduiven ving, te geleiden. Deze plaats is aan den overkant van de
+_Adour_ op een hoogte. Die wandeling is zeer aangenaam.--De lucht was
+een weinig bewolkt, zoo dat de top van de _Pic du Midi_ bedekt was;
+doch in het verrukkelijke dal van _Campan_ was het helder. Aan de
+plaats gekomen zijnde, waar de ongelukkige duiven moesten verschalkt
+worden, zagen wij daar een rij zeer zware eiken- en beukenboomen,
+op eenen genoegzamen afstand geplaatst, om 'er netten tusschen te
+kunnen hangen; een eind weegs verder op de vlakte, stonden langs
+dezelven, op zekeren afstand, drie bij elkanderen gevoegde staken,
+naar het mij voorkwam 80 à 100 voeten hoog. Van onderen stonden
+zij wijd van een, om daar door stevigheid te hebben, en kruisten
+boven aan, zoo dat zij daar door de drie punten een soort van mik
+maakten, hier waren rondom eenige latten tegen geslagen, en 'er was
+een bankje in gemaakt, moetende dienen, tot een zitplaats voor een
+man. Tegen een van de staken had men klampen of sporten gemaakt,
+om naar boven te klimmen. Wij waren 'er niet lang, of de vogelaars
+kwamen met hunne netten, en hingen dezelve tusschen de boomen op;
+het is eene soort als die, welke bij ons onder den naam van flouwen
+bekend zijn. Eenige lieden klommen ieder in een mik, en de anderen
+stelden zich beneden op hunne posten. De woudduiven, met scholen van
+het oosten naar het westen trekkende, kijken de lieden die boven zijn
+uit, of zij 'er zien aankomen, en zoodra zij tusschen hen en de netten
+in zijn, smijten zij ze een soort van houten kruis, dat een roofvogel
+moet verbeelden na, en maken daar bij een sterk geschreeuw. De duiven
+hier door verschrikt, en willende den gewaanden roofvogel ontduiken,
+dalen eensklaps in haar vlucht, en vliegen verbijsterd in de netten,
+die de anderen, die 'er bij zitten, op haar laten vallen; diergelijke
+netten hingen 'er omtrent 10 à 12; en 'er stonden drie mikken waarin
+menschen zaten. Naar men mij verhaalde, vangt men hier somtijds
+tot 200 duiven daags. Heden echter was de vangst in 't geheel niet
+voordeelig, doch het was ook nog wat vroeg in den tijd. Men begint
+'er omtrent half September eerst mede, en het duurt tot in het begin
+van November. Verder op hangt men dan ook meer netten, en 'er staan
+nog verscheidene mikken. Deze plaats wordt _la Foret de Gerde_ [176]
+genaamd, en de vogelbanen noemt men _pantières_.
+
+Heden avond zag ik in het Schouwburgje een goochelaar en koorddansers,
+die voor liefhebbers van die kunsten, nog al eenigzins der moeite
+waard waren, en althans vrij wat beter in hun soort, dan de zoogenaamde
+Tooneellisten, die ik 'er voorleden week zag.
+
+Morgen verlaten wij dit in den zomer zoo aangenaam oord, en dat nog
+veel aangenamer zou zijn voor redelijke menschen, als men 'er door
+het dobbelspel geen bende beurzesnijders, gaauwdieven en ligtmissen
+naar toe lokte. _Bagnères_ is het verblijf van een onderprefect
+(_sousprefect_), en het getal der inwoners komt nabij de 4500. De tijd,
+dat men deze plaats verlaat, begint te naderen, en 'er zijn sedert
+een paar dagen al een aantal menschen vertrokken. Die van _Bagnères_
+leven dan geheel afgezonderd, en grootendeels als de mieren van den
+voorraad, dien zij gedurende den zomer vergaderd hebben. De sneeuw kan
+hier ook zeer hoog, en eenigen tijd blijven liggen. Voorleden winter
+waren de hongerige wolven tot in de straten van _Bagnères_ gekomen;
+het vee en zelfs de menschen loopen in zulk een tijd gevaar.--Dat
+men 'er dan de lieden, die hun handwerk van het dobbelspel maken,
+naar toezond, om op de wolvenjagt te gaan, en daar een kans te wagen.
+
+Ik wil dezen besluiten, met een gedeelte van een aardig dichtstuk
+van le Mierre [177], dat ik juist voor mij heb liggen. Van _Bagnères_
+sprekende, zegt hij:
+
+
+ La paroit le guerrier blessé dans les combats,
+ Par de longues douleurs rachèté du trépas:
+ Il trempe un bras debile en un eau secourable.
+ Non comme dans le styx pour être invulnérable,
+ Mais pour courir encore, ou le peril l'attend.
+ Je vois aupres de lui Life se lamentant,
+ Rose decolorée et qui vient languissante,
+ Refleurir dans le sein de cette eau bienfaisante.
+ Un hypocondre Anglais de son _spleen_ consumé,
+ Un livide Espagnol par la bile enflammé,
+ Le chanoine amaigri, scandale du chapitre,
+ Les vaporeux titrés, les vaporeux sans titre.
+
+ Ne croiez pas pourtant que la source des bains
+ Ne prodigue ses flots qu'à d'infirmes humains;
+ Toujours le plus plaintif n'est pas le plus malade.
+ Il est des maux d'emprunt, des langueurs de parade,
+ Un peuple feminin que Sénac fatigué,
+ Expres pour s'en defaire, aux bains à relégué.
+ d'Autres vont d'habitude à cette eau salutaire,
+ Humecter tous les ans leur chef visionnaire.
+ Plus d'un oisif y vient guérir de son ennui,
+ Sans songer au secret d'en préserver autrui.
+ Toutefois au milieu de ces sots aquatiques.
+ Sont esprits amusans, charmantes lunatiques.
+ Qui malades par air, faites pour le plaisir,
+ Se departent souvient du projet de languir. etc.
+
+
+
+
+
+EEN EN TWINTIGSTE BRIEF.
+
+_Bordeaux, 23 September._
+
+
+Gisteren omtrent den middag zijn wij in deze stad, vooral door den
+Koophandel bij ons zoo algemeen bekend, aangekomen. Geene gelegenheid
+gehad hebbende, om onder weg een brief aan u aftezenden, bekomt gij
+hier bij het vervolg van mijn dagverhaal.
+
+Den 17 dezer vertrokken wij 's morgens om 7 uren van _Bagnères_, met
+den gewonen postwagen van _Tarbes_. Het was tijd, dat wij heen gingen,
+want het had den ganschen nacht aanhoudend geregend, en deed zulks
+nog zeer sterk, en als het hier daar mede in dit jaargetij begint,
+kan men rekenen, dat het aangename weder genoegzaam voorbij is.
+
+Het was ruim tien uren, toen wij te _Tarbes_ aankwamen, en hier
+moesten wij tot den volgenden morgen blijven, om met den postwagen van
+_Bayonne_ naar _Toulouse_, tot _Auch_ te rijden. De postmeester alhier,
+aan wien wij van _Bagnères_ geschreven hadden, had voor de plaatsen
+(ingeval zij 'er waren) gezorgd, en zelfs ook de vriendelijkheid gehad,
+van naar _Auch_ te schrijven, om ze van daar op _Agen_ voor ons te
+bestellen. Deze is wel de hupschte en vriendelijkste postmeester,
+dien ik immer ontmoet heb [178]; ik had zulks reeds in het heengaan
+ondervonden, en werd 'er nu nog volkomener van overtuigd. Alle
+reizigers, die hier bekend waren, spraken met lof over hem; zijn naam
+is Pauillac. Ik stel denzelven hier met een dankbaar gevoel ter neder,
+en wenschte hem aan alle redelijke reizigers, die hier heen mogten
+komen, te kunnen doen opteekenen.
+
+De aanhoudende regen maakte, dat wij hier weinig wandelen konden;
+gelukkig hadden wij een vrij goede herberg, dezelfde, waar wij in
+'t heen gaan geweest waren.
+
+Bij ons heeft men veel de slordige gewoonte van op de glasruiten der
+herbergen te schrijven, in _Frankrijk_ ziet men dat bijna niet; doch
+men vindt 'er dikwijls de muren beklad; in de spijszaal alhier las
+ik onder anderen eenige laffe spotternijen tegen den nieuwen Keizer
+en Keizerin, en een _Engelsch_ versje, dat hier toen al heel aardig
+te pas kwam, waarom ik het u mededeel:
+
+
+ "Of eartly goods the best is a good wife.
+ A bad the bitterest curse of human life." [179]
+
+
+Een vrouw, die ook tot ons reisgezelschap behoorde, en in 't geheel
+geen gemakkelijk peuzeltje scheen te zijn, deze regels ziende, vroeg
+mij, of ik die taal verstond, en geantwoord hebbende, dat ik 'er
+althans genoeg van wist om haar dit getrouwelijk te kunnen overzetten,
+verzocht zij mij het te doen. Ik liet mij niet bidden, en het scheen,
+of zij zelve de toepassing maakte; want spijtig glimlagchende ging zij
+heen, en bemoeide zich niet meêr met het geen op den wand geschreven
+stond.
+
+Hoe zeer die beekjes van helder water, welke hier aanhoudend door de
+straten vlieten, eene frissche doorspoeling geven, moet het toch ook
+in de huizen, die veelal laag zijn, vrij wat vochtigheid veroorzaken.
+
+Den 18 dezer 's morgens om vier uren vertrokken wij van hier. Op de
+hoogten, voor dat men te _Meillan_ komt, wandelende, vermaakte ik
+mij nog eens met het genot van dat schoone gezigt, en zeî met een
+soort van aandoening, de hooge _Pyreneën_ (_les hautes Pyrenées_)
+welk Departement men hier omstreeks verlaat, vaarwel.
+
+Van _Auch_ behoef ik u niets meer te zeggen, dan dat het zich van
+dezen kant Amphithéaters-gewijze liggende, zeer aardig vertoont. Bij
+Alexander _den Dikken_ vonden wij weder een zeer goed avondmaal en
+goed gezelschap; onder de personen die met ons van _Tarbes_ gekomen
+waren, en naar _Toulouse_ gingen, bevonden zich twee juffrouwtjes,
+van _Bagnères_ komende, die zich tot nu toe bijzonder zedig gedragen
+hadden, doch hier wat gemeenzamer wordende, vernamen wij, dat zij te
+_Bordeaux_ t'huis hoorden, en konden haar bedrijf ligtelijk gissen. Ik
+geloof niet, dat 'er een volk bestaat, dat zich onder den schijn van
+wellevendheid, door kleeding enz. beter weet te vermommen, dan de
+_Franschen_, vooral die van _Parijs_ en de voorname steden.
+
+Den 19 dezer 's morgens om 4 uren vertrokken wij met den gewonen
+postwagen van hier op _Agen_. De landstreek scheen vrij vruchtbaar, de
+weg was goed, en door de verscheidenheid van gezigten, buitenverblijven
+(_Castels_), groote boerenhoeven (_méteries_) enz. gansch niet
+onaangenaam. De Turksche tarw (_Maioc_) was nu gesneden, en men was
+druk bezig met ploegen.
+
+_Fleurance_, een stadje, waar wij doorkwamen, ziet 'er ongemeen slordig
+uit. Ik liep eens heen en weder in de Kerk, die niet eens bevloerd
+was, wij zagen hier meer ganzen en varkens dan menschen. Wolweverij
+scheen een voornaam bedrijf der ingezetenen te zijn. 'Er was ook,
+zoo als op de meeste plaatsen in deze landstreek, eene overdekte
+marktplaats. Langs een bosch van hakhout en jonge heesters, en vele
+weilanden met vee, kwamen wij te _Lectoure_, 4 posten van _Auch_, op
+eene aanzienelijke hoogte, langs welker voet de weg loopt, gelegen;
+zoo dat dit stadje van daar geene onaardige vertooning maakt. Even
+buiten hetzelve hield de wagen stil, om het middagmaal te houden,
+het was omtrent 10 uren, en de Conducteur zeide, dat wij hier tot
+omtrent 1 uur blijven moesten, omdat, deze wagen niet van paarden
+verwisselende, dezelve wat moesten rusten. Wij klommen dan langs een'
+vrij steilen weg in de stad; zij bestaat meest in een regte straat,
+waarin eenige gnappe huizen. In de Hoofdkerk, die aan het eind staat,
+en waar naast het voormalige Bisdom is, zag ik niets bijzonders,
+doch van het _terras_ achter dezelve, waarop eenige boompjes staan
+te kwijnen, heeft men zeer een fraai en uitgebreid gezigt, tot
+tegen de hooge _Pyreneën_. Aan het andere eind van de straat staat
+een schoon gebouw. Het is een Gasthuis, door een achtingwaardigen
+Bisschop, genaamd Narbonne-Pellet, gesticht. Niet alleen kranken en
+afgeleefde lieden worden daar in verzorgd, maar men verschaft 'er
+ook werk aan behoeftigen, die nog in staat zijn, om te arbeiden. Een
+ruime plaats, met boomen beplant, en een fraai ijzerhek 'er voor,
+geeft een vrolijk aanzien aan dit weldadig gesticht, dat nog niet
+oud schijnt te zijn. Het is gebouwd op de puinhoopen van het in de
+oude geschiedenissen zeer bekende Kasteel. Men moet van daar ook
+een verrukkelijk gezigt hebben. Het stadje zelve ziet 'er doodsch
+en naar uit. De verteringen van den Bisschop en zijn Kapittel, gaven
+'er voorheen nog al eenig vertier, dat nu ook ophoudt. Voorheen was
+_Lectoure_ zeer sterk, en met een dubbelen rij muren omgeven, waarvan
+men nog eenige vervallen overblijfsels ziet. Het getal der ingezetenen
+wordt op ruim 5500 geschat, en 'er is eene Onderprefecture. Eenige
+opschriften van den tijd der _Romeinen_, welke hier nog bestaan,
+bewijzen de oudheid van deze stad. In het dal, onder dezelve, stroomt
+het riviertje _le Gers_, en brengt zeer veel toe tot de vruchtbaarheid
+van hetzelve. Om de stad zijn eenige leêrlooierijen. Men zeide mij,
+dat dit hier een voornaam bedrijf was.
+
+In onze herberg terug komende, vond ik in de kamer, die men ons had
+aangewezen, eene bejaarde Dame, met welke wij van _Auch_ gekomen waren,
+de houding van eene slapende Venus willende nabootsen, uitgestrekt
+op een bed; kwanswijs wakker wordende, toen ik in kwam, bleef zij
+echter liggen.... Deze oude coquette was over _Noord-Amerika_ uit
+_St. Domingo_ gekomen, en ging naar _Parijs_, waar zij t'huis hoorde,
+en waar zij onder die soort van vrouwen, welke men 'er in zulk een
+groote menigte vindt, zekerlijk eene eerste plaats verdient. Een
+kwinkslag, dien men aan Cicero toekent, toen hij van eene vrouw
+van 50 jaren, die voorgaf maar 20 te zijn, sprekende, zeide:
+"men moet haar wel gelooven, terwijl zij het reeds sedert 30 jaren
+zegt." Dezen kwinkslag, zeg ik, kon men hier ook zeer gevoegelijk
+te pas brengen. Hoe belagchelijk het gedrag van zulke vrouwen ook
+zijn moge, heeft hetzelve nogthans in het oog van den naauwkeurigen
+opmerker niets verwonderlijks. Trek om te behagen is bijna de eenigste
+bedoeling, en de drijfveer van genoegzaam alle de werkzaamheden,
+bij de zoogenaamde vrouwen _du bon ton_: van hare kindschheid af,
+houden zij zich daar mede bijna alleen bezig. Zelfs door het huwelijk
+wordt deze bezigheid in plaats van zich te bepalen, veel sterker. Eene
+_Parijsche_, of naar de _Parijsche_ mode levende vrouw, is dan meêr
+vrij en ongedwongen. Voor het huishouden (ik spreek hier nog maar van
+zoogenaamde voorname en zelfs mindere burgerlieden) heeft zij hare
+_bonne_ [180], en de kinderen worden, zoo dra zij ter wereld komen, op
+het land te minne gezonden. Zelfs zij, die een winkel hebben, ziet men
+daar in gekapt, geblanket, en opgeschikt zitten. Wat zullen nu deze
+menschen doen als zij oud worden; zij hebben die plooi aangenomen,
+genoegzaam niets anders geleerd, en zijn onbekend met wezenlijker,
+en hare jaren meêr voegende genietingen. Deze verkeerde handelwijze
+komt dan ook bij allen niet voort uit eene onkuische drift, maar is
+bij velen het gevolg van een dwaze hebbelijkheid [181].
+
+Onze overige reisgenooten moet ik u toch ook leeren kennen; behalve
+de genoemde Dame, waren 'er op den wagen, een gekwetst officier van
+_St. Domingo_ met zijn knecht en papegaai; een voormalige _Chevalier
+de St. Louis_, en een _Gasconjer_, die als jager onder het _Fransche_
+leger in _Egypte_ gediend had, en die zeer Republikeinschgezind scheen;
+en onder anderen zeide: "Hoewel de Republiek niet meêr bestaat,
+'er bestaan toch nog Republikeinen." De anderen waren het altijd
+niet met hem eens; en dit een en ander leverde voor mij een niet
+onvermakelijk gesprek op.
+
+Het middagmaal was naauwelijks redelijk, de _Gasconjer_ bezorgde 'er
+ons de koffij nog bij, om het wat te vergoeden. De soepen, die men in
+deze landstreek eet, zijn doorgaans zoo dik door het brood, dat men ze
+bijna met een vork eten kan. Van knoflook houdt men veel. Spottender
+wijze wordt die dan ook wel _Truffes de la Gascogne_ genoemd.
+
+Daar 'er veel te klimmen was, verkozen wij een eind weegs te voet te
+gaan. De landstreek is aangenaam, en schijnt zeer vruchtbaar. Overal
+hier omstreeks ziet men veel tam gevogelte, zoo als ganzen, kalkoenen,
+hoenderen enz. Door de menigte weilanden is 'er het rundvee ook
+overvloedig. Men teelt 'er zeer veel hennip. Wij ontmoetten een
+aantal menschen, die van de kermis van _Agen_ kwamen. Het steedje
+_Astaffort_ [182], dat 'er nog al gnap uitziet, en aangenaam gelegen
+is, door zijnde, komt men over een steenen brug over het riviertje
+_le Gers_, en omtrent een paar uren verder wordt men _de Garonne_
+overgezet met den postwagen: het geen zeer onhandig in zijn werk
+gaat. De wagen moest uitgespannen, en door menschen in de schuit
+gewerkt worden, en hoewel 'er de rivier omtrent half zoo breed was,
+naar het mij toescheen, als de _Maas_ voor _Rotterdam_, was men
+met dat overzetten bijna een uur bezig. Mij verveelde het niet,
+want wij hadden ons met een klein schuitje laten overroeijen, en
+zaten aan den anderen kant te wachten; het was daar zeer drok door
+de menigte karren, menschen te voet en te paard, vee, enz. die van
+de kermis of jaarmarkt van _Agen_ kwamen. Altijd door een aangename
+landstreek rijdende, kwamen wij ruim 7 uren des avonds in die stad,
+liggende nog omtrent 1 1/2 uur van het opgemelde veer, aan. _Agen_
+is van _Lectoure_ 4 1/2, en dus van _Auch_ 8 1/2 post.
+
+Gelukkig hadden wij adres aan een herberg; anders zouden wij geene
+bedden, door de kermis drokte, hebben kunnen krijgen; nu bezorgde
+de hospes ons die in een burgerhuis, waar wij zeer zindelijk en
+wel waren. Om goede herbergen te hebben, en niet duur te zijn, moet
+men trachten, om aanbevelingen te hebben van reizende Kooplieden,
+die van tijd tot tijd zulk een togt doende, hunne vaste herbergen
+houden. Men wordt dan ook voor een reizend Koopman (_Voyageur de
+Commerce_) aangezien, als een vaste klant behandeld, en alzoo minder
+gekneveld. Althans heb ik mij daar dikwijls wel bij bevonden. Wij aten
+'s avonds in een ruime en gnappe zaal, aan eene tafel, die rondom
+in dezelve stond, en waar aan wel 50 menschen zaten, en deden een
+goeden maaltijd. Hoewel het kermis was, had men hier weinig openbare
+vermaken, 'er was geen schouwspel, geen danspartijen, noch diergelijke;
+en de handel scheen meêr het oogmerk van deze jaarmarkt te zijn,
+dan het vermaak. _Agen_ is de hoofdstad van het Departement _du Lot
+et Garonne_, en bevat een groote 10,000 inwoners. Voorheen was het
+de hoofdplaats van het landschap _Agénois_. Van de overblijfsels,
+die hare oudheid plagten aan te toonen, is thans weinig of niets
+meêr overig. Aan de _Garonne_ gelegen, drijft zij veel handel in de
+voortbrengsels van deze landstreek, vooral ook in wijnen en brandewijn,
+die het omliggende land veel oplevert; de wijnen zijn veelal zwaar,
+en worden grootendeels naar _Bordeaux_ gezonden; alwaar zij zuiver
+of gemengd, voor ons, of voor _Engeland_, worden ingescheept. De
+hennip is ook een aanzienlijke tak van handel. Men heeft hier ook
+eenige Fabrieken van sergies, die men _Serges d'Agen_ noemt, van
+zeildoek en van eene soort van linnen, dat ook van hennip gemaakt,
+en veel naar _Spanje_ verzonden wordt.
+
+De moord en vervolging der Protestanten is hier ook
+allerverschrikkelijkst geweest. De beroemde Josephus Julius Scaliger,
+die hier in 1540 geboren werd, en in 1609 te _Leijden_, waar hij
+gedurende 16 jaren Hoogleeraar was, stierf, heeft deze bloedige
+gebeurtenis omstandig aangeteekend.
+
+Den 20 dezer vroeg opstaande, begon ik met de schoone gemeene wandeling
+of _Cours_, die digt bij ons verblijf was, te bezigtigen. Het is
+de schoonste, die ik tot hier toe in _Frankrijk_ gezien heb, om de
+lommerrijke beplanting met verscheidene rijen boomen, breede lanen,
+en bijzonder de aangename ligging aan de _Garonne_, waar over men
+een bekoorlijk gezigt heeft. In de stad zag ik niets bijzonders. 'Er
+is een groote overdekte halle, en rondom waren verscheidene winkels
+en kramen; op het ruim van de markt, werden ook velerlei soort van
+goederen verkocht; doch eigenlijk scheen het niet meêr dan het geen
+men bij ons een groote boeren kermis noemt.
+
+Onze reisgezellen, de verminkte offiçier en de oude ridder, die
+verpligt waren geweest, om den nacht op stoelen door te brengen,
+hadden intusschen vernomen, dat 'er een schuit gereed lag, om de
+rivier af te varen tot _Bordeaux_, en sloegen ons voor, om, van
+die gelegenheid gebruik te maken. Wij besloten hier toe geredelijk,
+daar hier toch niet veel meêr te zien scheen, en na raad gehouden
+te hebben, ging men om voorraad van spijs en drank uit, en stapte
+omtrent den middag aan boord.
+
+Onze herberg aanbeveling verdienende, geef ik u het adres op, men
+kan niet weten waar zulks te pas kan komen; het is _A l'Hotèl des
+Ambassadeurs, sur les allées du Gravier, chez_ Taverne. De vader
+van die Taverne is ook als een groot man, in zijn vak beroemd;
+hij was de uitvinder van een beroemd soort van pasteijen, die men
+_Terrines de Nerac_ [183] noemt, en die hij zelf nog, tot _Parijs_
+en verder verzendt.
+
+Onze eerste schuit met banken en een tent 'er over, zou geschikt
+genoeg geweest zijn; doch wij werden met dezelve aan een andere,
+en grootere, en vol vaten en andere koopmanschappen geladen, die een
+half uur verder lag, gebragt; en hier schenen wij juist niet zeer op
+ons gemak te zullen zijn, doch toen ieder zich zoo goed mogelijk een
+zit- of legplaats onder het uitgespreide zeil of tent, gemaakt had,
+schikte zich dat nog al redelijk. Nu men betaalde ook met de _bagage_
+'er onder begrepen, maar £ 6-:-: de persoon tot _Bordeaux_. Wij waren,
+behalve den schipper en zijn knechts, met 8 à 9 personen. Op een
+soort van dijk, aan den oever, zag ik verscheiden menschen, door een'
+trommelslager en fluiter voorafgegaan: het was eene bruid en bruidegom,
+die naar 's Lands gebruik op deze wijze, door hunne dorpgenooten en
+vrienden werden begeleid. De vrouwen van deze streek, en bijzonder
+van _Agen_, zijn wegens hare schoonheid en bevalligheid beroemd;
+sommige Schrijvers en Dichters maken daar melding van. Ik heb dan
+ook nog al met aandacht rond gekeken, doch 'er geene bijzondere
+schoonheden gevonden; hoewel ik moet bekennen, dat 'er de menschen
+hier in 't algemeen veel beter uitzien dan in de hooge _Pyreneën_.
+
+Onze schuit was meest geladen met brandewijn en gedroogde pruimen. De
+pruimen van _Agen_ hebben een zekeren roem, en worden ook veel naar
+ons Vaderland verzonden.
+
+De boorden van de _Garonne_ leveren hier en daar vrij aangename
+gezigten op. Wij voeren de plaatsjes _Port St, Marie_ en _Aiguillon_,
+beide aan den regter oever gelegen, voorbij. Het laatstgenoemde
+steedje, dat ook handel drijft in hennip, koorn, wijn en brandewijn,
+had voorheen een sterk kasteel, in de geschiedenissen bekend. Men wil,
+dat de eerste maal dat men zich van geschut (_canon_) bedient heeft,
+is geweest in de belegering van _Aiguillon_, welke belegering plaats
+had in de 14e eeuw. De belegerden hielden het 14 maanden uit, tegen
+Jan, Hertog van _Normandiën_, daar na Koning van _Frankrijk_. Bij
+dit steedje, voorheen een Hertogdom, loopt de rivier de _Lot_ in
+de _Garonne_.
+
+Wij ontmoetten een menigte schuiten, die door menschen, in het lijntje
+loopende, tegen den stroom werden opgetrokken. Die lieden maakten een
+aanhoudend geschreeuw. Onze schipper zeide, dat dit ter aanmoediging
+diende; men zou zeggen, dat het veel eer vermoeijende moest zijn. Onze
+schuit was zoo zwaar geladen, dat wij naauwelijks 1 1/2 voet boord
+hadden; en daar de rivier, hier en daar vrij ondiep is, sleepten wij
+somtijds over den grond, het geen men door het geraas en gestoot
+gewaar werd. Deze schuiten moeten van onderen wel voorzien zijn,
+om daar tegen te kunnen. Tegen den avond vloog 'er zoo veel haft,
+dat het scheen als of 'er een nevel over het water hing. Zij kwamen
+in menigte op onze hoeden, kleederen enz. De maan scheen helder,
+het was stil, en alzoo daar wij met den stroom afzakten, op het
+water alleraangenaamst. Op een zandplaat, daar wij voorbij kwamen,
+waren zeer veel watersneppen.
+
+Omstreeks half negen kwamen wij te _Tonneins_, een stadje mede aan
+den regter oever gelegen, waar wij zouden vernachten. Men begroot de
+aftand tusschen deze plaats en _Agen_, op omtrent 5 uren. Terwijl
+men het avondmaal gereed maakte, liepen wij in de maneschijn het
+steedje eens door. Het schijnt in de lengte vrij uitgestrekt; iets
+der moeite waardig om op te teekenen, zag ik 'er niet. In den omtrek
+van _Tonneins_ wordt veel tabak geteeld, die men in de stad bereidt.
+
+Het avondmaal was nog al wel, doch een van onze reisgenooten werd door
+de weegluizen ten bedde uitgejaagd. Naar men mij verhaalde, is men
+'er hier in de huizen, waar veel tabak behandeld of geborgen wordt,
+genoegzaam niet mede gekweld [184].
+
+Den 21 dezer vertrokken wij 's morgens om 3 uren van hier, latende 'er
+onzen onvriendelijken schipper. Na een paar kleine plaatsjes voorbij
+gevaren te hebben, kwamen wij omstreeks zeven uren te _Marmande_,
+een stadje van omtrent 5800 inwoners, aan den regter oever gelegen;
+het is nog al handeldrijvende. Eenigen van ons stapten hier aan wal,
+om levensmiddelen te koopen. Verder op voeren wij door een enge vaart,
+veroorzaakt door een eiland in de rivier gelegen, en aangenaam met
+wilgen beplant. Eer men aan _la Réole_ komt, begint het Departement
+_de la Gironde_. Dit laatstgenoemde stadje is aan den regter
+oever, gelegen, en doet zich aangenaam op. In de religie-oorlogen
+versterkten de Protestanten zich in deze plaats. Aan den kant van de
+rivier ziet men een groot aanzienlijk gebouw, voor de omwenteling een
+_Benedictijner_ Abdij, thans het verblijf van de _Sousprefecture_, Op
+een' kleinen afstand, ter zijde van hetzelve, staan twee oude torens;
+men wist 'er mij den oorsprong niet van te zeggen. Even onder _la
+Réole_, wordt de _Garonne_ sterker, door twee kleine riviertjes, die
+'er in uitloopen. Te _St. Macaire_, een steedje, dat insgelijks aan
+den regter oever een paar uren verder gelegen is, ziet men ook een
+_Karmeliten_ Klooster; en niet ver van daar de overblijfsels van een
+oud kasteel. Een weinig verder aan de linker oever ligt het steedje
+_Langon_, wiens witte wijn eenigen roem heeft. Hier begint de eb en
+vloed, en daar wij het vallend water moesten afwachten, gingen wij
+intusschen aan wal, om het avondmaal te nemen. Het was omtrent half
+zes uren; wij liepen dan, terwijl het dag was het plaatsje nog eens
+rond, doch zagen 'er niets bijzonders. Op het uithangbord van onze
+herberg stond _à l'Empereur de France_. Een van onze reisgenooten
+vroeg aan de waardin, of zij ook bijzondere reden had, om dit
+op haar uithangbord te zetten, voegende daar bij, dat terwijl de
+staatkundige denkwijzen in _Frankrijk_ nog zeer verschillende waren,
+zulk een opschrift somtijds nadeelig kon zijn aan de nering. De vrouw,
+waarschijnlijk de gegrondheid van deze aanmerking voelende, wist
+hier niet veel tegen intebrengen. Wij hadden 'er een goed avondmaal,
+waar onder zeer smakelijke riviervisch. Na ons van eenige bossen stroo
+voorzien te hebben, gingen wij ten 9 uren 's avonds weder scheep. Wij
+waren nu omtrent nog 8 uren van _Bordeaux_. Voorbij het stadje
+_Cadillac_, en nog eenige kleine plaatsjes varende, terwijl wij van
+tijd tot tijd mooije maneschijngezigtjes hadden, bevonden wij ons 's
+morgens, den 22 dezer, toen ik wakker werd, voor een plaatsje genaamd
+_Begle_. Hier moesten wij het vallend water weder afwachten, en stapten
+intusschen aan wal, daar wij ons wat te ontbijten lieten geven. Ik
+proefde daar ook nieuwen wijn, doch het scheelt veel, dat zij den
+zoeten en aangenamen smaak heeft als bij ons de most. De _Franschen_
+behandelen hun' wijn op eene geheel andere wijze, en laten dien, naar
+men mij verhaalde, zoo dra zij geperst is, gisten, zonder 'er zwavel
+op te doen; hier door krijgt zij dan al spoedig een rinsen smaak;
+en behalve de muscaat en dergelijke, errinner ik mij niet van zoete
+witte wijnen in _Frankrijk_ aangetroffen te hebben. Men gaf ons, om te
+ontbijten, onder anderen, gestoofden karper, op eene wijze die men in
+_Frankrijk_ _à la Matelotte_ noemt, gereed gemaakt. Onze landslieden
+aan een boterham en een kopje thee of koffij gewoon, zou dit vreemd
+voorkomen; doch reizende gewendt men aan zoo vele vreemdigheden, en
+ik at met veel smaak van dit geregt. Dit plaatsje is aangenaam aan
+den linker oever van de _Garonne_, die hier al een gnappe rivier is,
+gelegen. Na wat heen en weder gewandeld te hebben, staken wij om 9
+1/2 uren af, en hadden nu hoop, om tegen den middag te _Bordeaux_
+te zijn. Niet ver van hier voeren wij al voorbij een zeescheepje,
+zijnde een kotter, die daar op stroom lag. De rivier levert hier een
+schoon gezigt op, en door de beweging der vaartuigen op dezelve, en
+door de fraaije buitenplaatsen en lusthuizen, die men aan de oevers
+van dezelve ziet. Na omtrent een paar uurtjes gevaren te hebben,
+kregen wij _Bordeaux_ in het gezigt. De ligging van die stad, van
+hier te zien, is zeer schoon en schilderachtig. Hare kaai en schoone
+gebouwen vertoonen zich als een halve cirkel; voor dezelve ligt de
+rivier zoo vol schepen, dat men hier en daar naauwelijks door de masten
+en touwen heen zien kan. Aan de oevers ziet men scheepstimmerwerven,
+waar verscheidene schepen op stapel stonden. Buitenplaatsen en tuinen,
+alles kondigt eene welvarende handelstad aan. Deze schilderij is vooral
+treffende voor een' _Hollander_;--men verbeeldt zich _Amsterdam_,
+_Rotterdam_, of _Dordt_ te naderen.--ô mijn Vaderland! wanneer zal
+die bloeijende staat, waarin ik u in mijne vroege jeugd gekend heb,
+eens wederkomen?--Of zijt gij voor mij, zoo wel als die jaren, voor
+altijd verloren.--Is die aloude deugd, die edele; standvastige
+en stoutmoedige aard, gepaard met kloek beleid en weêrgaloze
+Vaderlandsliefde, waar door wij schier wonderen verrigt hebben,
+dan ten eenenmaal van onder ons geweken?--Is het vuur der vrijheid
+en onafhankelijkheid dan ganschelijk uitgedoofd--Helaas!...
+
+Het was omtrent half een na den middag, toen wij alhier aan wal
+stapten, na over verscheidene schuiten heen geklommen te zijn, want
+met de onze konden wij niet tot aan de kaai komen. De wind heden
+tegen hebbende, zoo dat men gedurig moest roeijen, had dit de reis
+op het laatst wat vertraagd.
+
+Hoewel de boorden van de _Garonne_ over het algemeen die aangename
+verscheidenheid van schilderachtige gezigten niet opleveren, dan die
+van de _Saone_ en de _Rhone_, had ik echter deze reis ook met genoegen
+gedaan, en voor zoo veel ik heb kunnen nagaan, moet zij over land
+niet aangenamer zijn; doch men zou een geschikter en gemakkelijker
+vaartuig kunnen hebben.
+
+De plaats, waar wij aankwamen, was bijna voor het Tolhuis, (_Hotèl
+de la Douane_) dat een schoon gebouw is. Onze koffers werden door
+een' Tolbediende bekeken; hij vroeg, waar wij van daan kwamen, doch
+doorzocht niets. Een drager (met welke lieden ik altijd te voren beding
+maak) nam dan het mijne, 130 lb wegende op zijn rug, en droeg het naar
+het _Hotèl des sept freres Maçons, rue de l'Intendance_, waar ik mijn
+intrek nam, en bedong eene vrij goede kamer op de tweede verdieping,
+met twee bedden voor £ 3-:-: daags. Het middagmaal aan de gemeene
+tafel, kostte hier £ 3-10-: voor ieder persoon.
+
+Volgens gewoonte de stad eens doorgeloopen hebbende, ging ik 's avonds
+in een kleinen Schouwburg, nog maar onlangs in een zeer zoeten smaak
+gebouwd, ter zijde van de gemeene wandeling, die men _les Allées de
+Tourny_ noemt. Men speelt 'er kleine stukjes _Comedies Vaudevilles_
+[185] genaamd. De dekoratien waren zeer lief, en de vertooners, meestal
+jongelieden, speelden vrij wel; vooral eene Majeur, die de grappige
+(_comique_) rollen speelde. Onder de vrouwen waren 'er ook eenige,
+die 'er niet onaardig uitzagen; en men betaalt hier in het _parterre_
+niet meêr dan 10 _sols_. Dit Schouwburgje wordt _le Théatre de la
+Gaité_ genaamd. Digt bij dit Théater, over de laan van _Tourny_,
+is een zeer fraai koffijhuis met eene _colonnade_, doch men deed
+'er voor het ijs (_les glaces_) 18 _sols_ betalen.
+
+
+
+
+
+TWEE EN TWINTIGSTE BRIEF.
+
+_Bordeaux 25 September._
+
+
+'s Morgens van den 23 dezer wandelde ik langs de kaai van den eenen
+kant tot den anderen, dat een frissche kuijer is [186]. Men ziet daar
+een menigte gnappe gebouwen; maar het geen mij inzonderheid vreemd
+voorkwam, waren de menigte _Hollandsche_ opschriften op uithangborden
+enz. als: Allerhande soorten van Scheepsbehoeftens; N. N. Schoenmaker
+maakt en verkoopt, enz. Verwer en Glazemaker en dergelijke. Voorheen
+zag men hier dan ook een groote menigte van onze Vaderlandsche
+varensgasten; thans zijn het meestal _Amerikanen_, _Deenen_, _Zweden_,
+en _Pruisschen_. De schepen die 'er in menigte op stroom lagen, voerden
+ook die vlaggen, en waren daar mede, wijl het Zondag was, bijzonder
+opgesierd. De kaai maakt, zoo als ik u reeds gezegd heb, genoegzaam
+een halven cirkel, te weten van het eene eind tot het andere, zoo ver
+'er huizen staan, en de vesting _le Chateau Trompette_ genaamd, ligt
+omtrent in het midden van dezelve. Hier omstreeks stond een tempel
+door de _Romeinen_ gebouwd, en aan de beschermgoden gewijd; dit gebouw
+moet eenige overeenkomst gehad hebben met den tempel van Cajus Cæsar
+te _Nismes_, waar van ik, daar zijnde, melding maakte. Ten tijde van
+Lodewijk den XIV. bestond 'er nog een groot deel van dezen tempel,
+omringd van 18 kolommen, welke van de 30, zoo men meent, staande waren
+gebleven; en deze geweldenaar, waarschijnlijk ter bereiking van zijne
+krijgs- en eerzuchtige oogmerken, deed deze merkwaardige gedenkteekens
+der oudheid sloopen, om de voornoemde vesting te vergrooten, het geen
+volgens het bestek van den vermaarden vesting-bouwkundigen de Vauban
+werd uitgevoerd.
+
+Van hier gingen wij naar de voorstad _le Chartron_ genaamd, waar
+vele voorname kooplieden in fraaije gebouwen wonen, en vervolgens
+in de Protestantsche Kerk, staande aldaar in een straat genaamd
+_rue notre Dame au Chartron_. Men gaat 'er door een gangetje in,
+want de Protestanten hadden deze Kerk reeds voor de omwenteling; op
+zich zelve is het een eenvoudig maar net gebouw, 'er zijn galerijen
+en een orgel in, en de gemeente was vrij talrijk; ik begrootte
+ze op 4 à 500 menschen; de Predikant deed een eenvoudig zedelijk
+vertoog; doch had vrij sterk de _Gasconsche_ uitspraak (_l'accent
+Gasçon_). Op deze Kerk zag ik ook een torentje met een klok, welk
+een en ander 'er zekerlijk na de omwenteling eerst opgekomen is. De
+gemeene wandeling, _le Jardin Public_, voorheen _Jardin Royal_, ook
+_le Champ de Mars_ genaamd, is niet ver van hier. Deze wandelplaats,
+met regte lanen beplant, waar van de boomen over het algemeen gansch
+niet weelderig staan, en daar bij hier en daar nog geschoren zijn,
+is vrij ruim, met muren en ijzer hekwerk omringd; beelden heb ik 'er
+niet ingezien, en eenige overdekte steenen galerijen aan de zijde zijn
+het eenigste sieraad; althans deze zoogenaamde tuin beantwoordde in
+'t geheel niet aan het denkbeeld, dat ik 'er mij naar den _Franschen_
+ophef van gemaakt had, en gelijkt niet naar onzen _Haarlemmer Hout_,
+of het _Haagsche Bosch_ [187]. 'Er is een laan, waarin vooral heden
+met de Zondag nog al verscheidene opgeschikte menschen, op en neder
+wandelden. Men verhuurt hier ook stoelen, en ter zijde staat eene
+nette houten loots, waarin men koffijhuis houdt.
+
+Na den middag onze wandeling vervolgende, bewonderde ik vooral dat
+gedeelte, waar de groote Schouwburg geheel op zich zelven staat,
+en van waar men verder door een breede met fraaije huizen bebouwde
+straat, langs de beurs op de kaai komt. Men noemt deze wijk, die met de
+bijgelegen _allées de Tourny_, de schoonste is, die ik in _Frankrijk_
+gezien heb (althans naar mijn zin) _le Quartier du Chapeau Rouge_
+[188]. De plaats achter de beurs op de kaai, werd voorheen _la place
+Royale_ [189] genaamd; omdat de stad, in het midden van dezelve, omtrent
+de eerste helft van de vorige eeuw, ten haren koste het beeld van den
+Koning Lodewijk den XV. te paard zittende, en van metaal gegoten,
+deed oprigten. De fraaije vleugels van de beurs, aan den eenen, en
+van het tolhuis aan den anderen kant, maken de twee zijden van deze
+plaats, thans _la place de la Liberté_ [190] genaamd, uit.
+
+Het inwendig gedeelte van de oude stad, ziet 'er gansch niet bevallig
+uit: de straten zijn 'er veelal naauw en krom, behalve die, welke _les
+fosses des Salinières_, _de la Commune_ _etc._ genaamd wordt. Deze
+zijn breed en met boomen beplant. Aan het Stadhuis, dat in dezelve
+staat, is niets bijzonders te zien. Daar over is de halle of groote
+markt. De nieuw aangelegde straten, die _le Cours Messidor_ en _le
+Cours Thermidor_ genaamd worden, zijn ook fraai, regt, breed en
+met boomen beplant, en het plein dat men _Place Nationale_ noemt,
+is ruim en rondom regelmatig gebouwd. _Bordeaux_ bevalt mij dan wat
+het plaatselijke aanbelangt, meêr dan _Marseille_, dat de eenigste
+van de _Fransche_ steden is, die ik gezien heb, is, waarbij zij kan
+vergeleken worden; hoewel de laatstgenoemde over het algemeen, niet
+minder regelmatig bebouwd is. Ik zal u een nieuw plan van deze stad
+trachten te doen toekomen; 'er zijn verscheidene nieuwe straten in
+hetzelve geteekend, die men voornemens schijnt, om te maken; als dat
+werk geheel voltooid is, en men in de oude stad ook wat verbeteringen
+heeft gemaakt, zal _Bordeaux_ al een zeer fraaije stad zijn. Orde
+en netheid heerschen hier ook meêr dan in zoo vele andere plaatsen,
+die ik op deze reis gezien heb, en het is duidelijk te bemerken, dat
+deze hier zoo wel als te _Marseille_ een gevolg zijn van den omgang
+met vreemdelingen door den handel, en van de bloei en welvaart,
+die deze aanbrengt.
+
+'s Avonds ging ik in den sedert de omwenteling nieuw opgerigten
+Schouwburg, _le Théatre Français_ genaamd, staande niet ver van
+de _place Nationale_. De bouworde beviel mij niet zeer, zijnde dit
+gebouw, tusschen twee straten staande, zoo dat de voorgevel op den
+hoek tusschen beide komt, van voren smal en van achteren breed; maar
+zich naar de plaats moetende schikken, heeft men dit waarschijnlijk
+niet wel anders kunnen maken. Van binnen is het met smaak gemaakt. De
+schermen (_decorations_) waren ook zeer voldoende. Ik zag 'er een paar
+kluchtjes, die men te _Parijs_ op het _Théatre de Montansier_ geeft,
+eene Armant aapte daar in den befaamden Brunet [191] na. Men eindigde
+met een _Pantomime à grand Spectacle_ [192]. De beste vertooners op
+dit tooneel, waren niet meêr dan middelmatig, Bijna schuins over dezen
+Schouwburg is een andere plaats voor het openbaar vermaak gebouwd en
+de _Vauxhall_ genaamd; men geeft 'er bals, vuurwerken, enz. Door den
+sterken regen was 'er heden niets van belang te doen.
+
+Den 24 dezer ging ik mijne krediet- en aanbevelingsbrieven
+overhandigen, en was verwonderd van deftige kooplieden in naauwe en
+donkere straten, waar zij woonden, te moeten opzoeken; in een derzelven
+_la rue de la Rousselle_ genaamd, en daar omstreeks, rook het al zeer
+onaangenaam, door de menigte gedroogde labberdaan en andere visch,
+alsmede kaas en olij, die daar bijna huis aan huis verkocht werd,
+en waarmede geheele pakhuizen waren opgevuld. De uitwaseming van deze
+waren schijnt echter niet ongezond, maar integendeel een behoedmiddel
+tegen aanstekende ziektens te zijn; want men heeft meêr dan eens
+opgemerkt, dat ten tijde dat 'er besmettelijke krankheden in deze
+stad plaats hadden, deze wijk daar van bijzonder bevrijd bleef. Zoo
+is alles, wat wij onaangenaam vinden, niet niet schadelijk, even zoo
+min als alles wat aangenaam genoemd wordt, voor ons nuttig is.
+
+Thans was het op de _Fosses des Salinieres_ zeer drok; men hield 'er
+markt van oude kleederen en andere waren. Een soort van kwakzalver en
+kwakzalveres, die ik daar zag, waren al zeer wonderlijk toegetakeld. De
+vrouw in eene misselijke gegalonneerde Amazone kleeding, zat op
+een klein paardje, aan beide kanten van het zadel hingen omtrent
+een vijf en twintig gedroogde ratten, en op de kop van het paard,
+zat een levendige sperwer. De man, die voor het paard staande, op den
+trommel sloeg, zag 'er ook niet alleen wonderlijk in de kleederen uit,
+maar had om den bol van zijn' hoed een' krans van overeind staande
+gedroogde ratten; boven op dezelve eene gedroogde zeeschildpad, en daar
+op de gedroogde muil van een' grooten visch, waarin eene opgezette
+aap zat; en wat denkt gij dat die lieden te koop veilden?--Middelen
+om ratten, muizen en wandluizen te verdrijven. Hunne vreemde opschik
+trok een menigte volk, en zij bragten daar door van hunne waren, die
+denkelijk niet veel beteekenden, nog al wat aan den man. Zoo draagt
+de eene mensen een' krans van gedroogde ratten op het hoofd, en een
+ander weder iets anders; alles met oogmerk, om met de dwaasheid van
+het volk voordeel te doen. Nu zoo deze middelen tegen de ratten en
+weegluizen niet veel baten, misschien schaden zij ook niet; doch ik
+heb mij verwonderd, dat de Politie, die anders in _Frankrijk_ over het
+algemeen vrij naauwkeurig en oplettend is, geen strenger maatregelen
+gebruikt tegen die groote menigte kwakzalvers en marktdoctoren,
+die zich met de geneeskunde bemoeijen, overal openlijk hunne gewaande
+algemeene geneesmiddelen uitventen, en hunne kunsten zelfs met gedrukte
+billetten bekend maken; als ook, dat men het trekken van horoskopen,
+waarzeggen, in de hand kijken, kaart leggen, enz. niet belet. Dit
+ziet men haast op alle plaatsen, en inzonderheid ook te _Parijs_,
+openlijk langs de straten; en niet alleen het zoogenaamde gemeen,
+maar zelfs zoogenaamde voorname of fatsoenelijke lieden, houden zich
+daarmede bezig, en hij, die met verscheidene Godsdienst-stellingen den
+spot drijft, slaat geloof aan de ellendige sprookjes van een oud wijf,
+of de gewaande voorspellingen van een' Astrologist, die zich beter
+verstaat op het beurzensnijden, dan op de sterrekunde.--En dit heeft
+plaats onder deze, zich zoo bij uitnemendheid verlicht noemende,
+_Franschen_, en die het ontegenzeggelijk ook wat de kunsten en
+wetenschappen aangaat, al zeer ver brengen.
+
+Wat verder stond een liedjeszanger, die 'er onder anderen een zong,
+dat nog al aardig was. Over de tegenwoordige kleederdragten handelende,
+kwam 'er in, dat, indien de broeken van de mans nog hooger werden,
+men daar wel dra mouwen aan zou moeten zetten, en zoo de lijfjes van
+de vrouwen nog korter moesten worden, zij weldra genoodzaakt zouden
+worden, om de rokken over de schouderen te dragen. In diergelijke
+aardigheden moet men bekennen, dat de _Franschen_ andere volkeren
+aanmerkelijk overtreffen. Onder hunne volksliedjes zelfs van jaren
+herwaards, zijn al zeer aardige en vol geestige trekken; 'er zijn
+aanmerkelijke verzamelingen van gedrukt, en sommige dier werkjes
+worden, wanneer zij op verkoopingen voorkomen, duur betaald.
+
+De _St. Andréas_ of Hoofdkerk (_Eglise de St. Andrée_), is een groot
+Gothisch gebouw, en pronkt met twee vrij hooge spitse torens, waarin
+geen klokken hangen, aan den eenen kant. Aan den anderen schijnt men
+'er ook twee te hebben willen maken, en op een van die begonnen torens,
+hangen eenige klokken; deze kan dan eenigzins als een derde toren
+worden aangemerkt, het geen aanleiding geeft tot eene nog al aardige
+woordspeling: _l'Eglise de St. Andrée_, zegt men, _à trois clochers,
+et deux cens (deux sans) cloches_ [193]. Die dit pas hoort en hier
+onbekend is, verwondert zich niet weinig over zulk een groot aantal
+klokken. Ik zelve was 'er ook mede bedrogen, en meende in het eerst,
+dat het een klokkespel was, waarbij een meenigte kleine klokjes waren,
+en dan zou het eene dubbele merkwaardigheid geweest zijn, want zoo
+algemeen als de klokkespelen bij ons zijn, zoo zeldzaam treft men die
+in _Frankrijk_ aan; en ik herinner mij niet van 'er op deze gansche
+reis van _Parijs_ af [194] een gehoord te hebben. Inwendig zag ik
+niets bijzonders in deze Kerk; men was bezig met dezelve op te maken;
+'er lagen hier en daar verscheidene grooten roode marmeren kolommen,
+naar ik vernam, waren zij afkomstig uit een in de omstreek afgeschaft
+Klooster of Abdij, en moesten dienen, om deze Kerk mede te versieren.
+
+Het voormalig Aartsbisschoppelijk Paleis staat digt bij deze Kerk,
+en is een groot _modern_ gebouw, met een ruim voorhof (_basse cour_)
+en ijzer hekwerk. Mij kwam het niet zeer merkwaardig voor. Bij het
+afbreken van het oude paleis, dat een fraai Gothisch gebouw moet
+geweest zijn, heeft men veel overblijfsels van een' ouden tempel
+gevonden, welke deskundigen meenen, dat aan Jupiter toegewijd was,
+zoo als stukken en brokken van geribde kolommen, kapiteelen volgens de
+Corinthische bouworde, fraai gebeeldhouwd lijstwerk, _basreliefs_, enz.
+
+De Aartsbisschoppelijke tuin, die vrij groot was, plagt ook voorheen
+ten algemeene wandeling te verstrekken, en was zeer lommerrijk; doch
+dat is ook al veranderd. Thans wordt dit Paleis door den Prefect
+Charles de la Croix, voorheen _Fransche_ Minister in _den Haag_,
+bewoond. En de tegenwoordige Aartsbisschop van _Bordeaux_ heeft een
+andere woning.
+
+De _St. Michiels_ Kerk verdient, om zijn Gothische bouworde bijzonder
+gezien te worden. De toren staat ter zijde een eindje van de Kerk af,
+op dezelve plagt een zeer hooge en fraaije spits te staan, (men zegt
+dat zij hooger was dan die van _Straatsburg_) en dit ontzaggelijk
+gevaarte werd in 1767 door een orkaan ter nedergeploft, het geen een
+vreesselijken slag veroorzaakte; gelukkig echter is 'er niemand onder
+verongelukt. De muren van het koor zijn zeer zigtbaar binnenwaarts
+gebogen; men had 'er een dwarsbalk tusschen gezet, om ze te schragen,
+zoo dat dit gebouw al vrij bouwvallig wordt.
+
+Aan het bezigtigen der Kerken zijnde, ging ik verder van hier een lange
+straat, zuid-oostwaards, door, tot aan de Kerk van het heilige kruis;
+tot eene Abdij van dien naam behoord hebbende. Volgens de bouworde
+van den voorgevel te oordeelen, schijnt zij zeer oud te zijn. De
+toren was ook waarschijnlijk hooger. Inwendig was het nog al netjes
+opgegnapt, doch merkwaardige schilderijen, beeldhouwwerk, zag ik
+'er niet. Een levensgroot Christus beeld aan het kruis hangende,
+trok echter mijn aandacht; men had het eene soort van zijden damasten
+japon met groote gekleurde bloemen aangetrokken; ik had dat hier
+en hier omstreeks al meêr gezien, doch deze door de sterke kleuren,
+en in 't licht geplaatst, viel bijzonder in het oog. Voor iemand, die
+daar niet aan gewoon is, maakt dit eene misselijke vertooning. Dat de
+Roomschgezinden een kruis, en sommige andere beelden in hunne Kerken
+plaatsen, kan ik als overeenkomstig met hunne leerstellingen, zeer wel
+toegeven. En ik heb van hunne Kerken gezien, waar de beelden zoodanig
+gemaakt, en op zulk eene wijze in geplaatst waren, dat zij daar door,
+en door de verdere wel ingerigte versierselen, wezenlijk een deftig
+aanzien hadden. Doch verstandige Geestelijken moesten mijns bedunkens
+niet dulden, dat men door het plaatsen van gedrogtelijke poppen,
+aanleiding gaf tot spotternij; hier onder behooren ook die gekroonde
+met allerlei stoffen behangen, en wonderlijk opgeschikte lieve
+vrouwenbeelden; immers deze beeldtenis is geheel niet overeenkomstig
+de geschiedenis, maar behoorde eene aanminnige en teedere moeder, in
+een zedig gewaad te verbeelden, en zulk een beeld natuurlijk gemaakt,
+best van wit marmer of hout, het marmer na bootsende, moet ieder een
+van welke Godsdienstige begrippen hij ook zijn moge, natuurlijker
+wijze met genoegen zien. Vele anderzins redelijke en achtingwaardige
+Roomsche Geestelijken, loopen diergelijke min of meêr aanstootelijke
+ongerijmdheden, minder in het oog dan ons, omdat zij 'er van hunne
+jeugd af aan gewoon zijn; maar ik ben verzekerd, dat, als zij 'er
+bedaard en onpartijdig over denken, zij zullen moeten bekennen, dat ik
+gelijk heb, en dat vooral onze eeuw zulke en diergelijke verbeteringen,
+volstrekt noodzakelijk maakt. Gij ziet, Vriend! dat ik u mijne invallen
+onder het schrijven of beschouwen getrouwelijk mededeel. Komt 'er
+zoo al eens wat in voor, dat u van geen belang is, de vrijheid om
+het ongelezen te laten, kan, noch wil ik u betwisten. Het geen de
+Kerken aanbetreft, ditmaal voor afgehandeld houdende, zal ik van het
+stuk van het ware kruis, (_Morceaux de la vraie croix_) dat in deze
+laatstgenoemde Kerk vertoond wordt, niet spreken.
+
+In de voorstad _St. Seurin_, ziet men nog de overblijfsels van het
+oude Amphithéater van _Bordeaux_, verkeerdelijk _le Palais Gallien_
+genaamd, omdat het onder de regering van dien Keizer, zoo men meent,
+door Pivesuvius Tetricus, toen ter tijd Prefect van _Aquitania_, waar
+van men meent, dat _Bordeaux_ de hoofdstad was, is opgerigt, omtrent
+het midden van de derde eeuw der Christelijke jaartelling. Thans kan
+men 'er de gedaante niet meêr van erkennen, en al wat 'er nog van
+bestaat, is een klein gedeelte van den muur, die het omringde, en
+waarin eenige boogsgewijze openingen (_portiques_); eenige vervallen
+gewelven en een poort of hoofdingang, welke laatste wel het voornaamste
+is van die merkwaardige oudheid; naar ik vernam, werd deze grond eenige
+jaren geleden verkocht, en een groot gedeelte van de overblijfsels
+van het Amphithéater weggebroken; deze verwoesting is echter door de
+regering gestuit, en het verdere afbreken verboden. Ondertusschen zijn
+'er eenige huizen in en tegen gebouwd, en deze met de vervallen muren
+en puinhoopen misselijk door elkanderen staande, leveren niet anders
+dan eene onbevallige vertooning op, en ik verwonderde mij zeer, dat
+hier, waar men zich met het verfraaijen en verbeteren der stad veel
+schijnt te bemoeijen, en waar de goede smaak ook niet moet ontbreken,
+tot nog toe niet gezorgd is, om aan deze _Romeinsche_ overblijfsels
+een bevalliger aanzien te geven; het geen niet moeijelijk zou zijn,
+wanneer men 'er een' tuin van maakte, en naast deze oude muren eenige
+Italiaansche populieren, cypressen- en accacia-boomen plantte; niet
+langs de lijn of op eene stijve en regelmatige wijze, zoo als de
+_Franschen_ gewoon zijn, maar als of zij door de natuur zelve daar
+waren gesteld.
+
+Dit Amphithéater, dat ook wel _les Arénes_ genaamd werd, diende
+hoogstwaarschijnlijk tot hetzelfde gebruik als dat van _Nismes_; doch
+het is niet als dit geheel van gehouwen steen, maar van gebakken en
+kleine gehouwen steenen gebouwd; deze zijn laagsgewijze regelmatig op
+elkanderen gesteld, en met een soort van kalk of cement bevestigd;
+de gebakken steenen hebben eene andere gedaante dan die welke wij
+gebruiken, en gelijken meêr naar onze roode vloertegels [195]. In
+eene vorige heb ik reeds van dat soort van steenen gesproken, en
+het schijnt, dat de inwoners van deze landstreek, te weten _le haut
+Languedoc_ en _Gascogne_, nog deze wijze van de gebakken steenen te
+vormen van de _Romeinen_ hebben behouden.
+
+De straat van de plaats, aan het eind van de lanen van _Tourny_
+tot bij het Amphithéater, is vrij breed, en genoegzaam lijnregt,
+en wordt _rue Fondaudege_ genaamd; aan het eind van dezelve is men
+digt bij de _Jardin public_.
+
+Hoewel het middagmaal in mijne herberg wel beviel, ging ik heden
+voor de verandering bij eenen zoogenaamden _restaurateur_ [196], die
+men hier op dezelfde wijze als te _Parijs_ vindt, eten. De vertering
+kwam al op hetzelfde, als aan de gemeene tafel in mijne herberg, uit.
+
+'s Avonds ging ik in het _Théatre de la Gaité_, waar Majeur mij door
+zijn grappen nog al deed lagchen. Dat kleine Schouwburgje bevalt mij
+wel, vooral omdat ik hier, moede gewandeld zijnde, kan uitrusten;
+want men zit 'er in het _parterre_ even eens als te _Parijs_. De
+prijs is zeer redelijk, en de vertooningen niet onaardig zijnde,
+trekt dit Tooneel veel volk.
+
+Den 25 dezer. In de herberg had men mij naar mijn paspoort gevraagd,
+om hetzelve bij de politie te vertoonen, en het daar te laten
+teekenen. De bediendens uit de herbergen zijn met de bezorging daar
+van belast, men geeft hun die, en zij bezorgen dezelven, wanneer zij
+ze niet verliezen, wederom. Ik verkoos zelf mede te gaan, en zou
+zulks ieder reiziger aanraden; want meêr dan eens ben ik getuigen
+geweest van de moeite en onaangenaamheden, welke men heeft, als men
+zijn paspoort kwijt is. Men betaalt hier 5 _sols_ voor het teekenen,
+het eerste geld, dat men 'er mij sedert _Parijs_ voor heeft afgenomen,
+hoewel ik het betalen van deze kleinigheid, niet onredelijk vind,
+daar men toch ten dienste van de vreemdelingen eenige onkosten moet
+doen, maar dat men te _Parijs_ alleen voor de handteekening van den
+Minister der Buitenlandsche Zaken, Talleyrand, dienende om die van
+de Ambassadeurs te bewaarheden, £ 10-:-: moet neêrtellen, vindt ik
+niet billijk, en vooral niet voor eene _Carte de Sureté_ [197] in
+_Parijs_ zelve moetende dienen, omdat deze stad een groot deel van
+zijn bestaan aan de vreemdelingen verschuldigd is. Men zegt, dat de
+Ambassadeurs zich reeds meêr dan eens hier over bezwaard hebben, doch
+te vergeefsch. Ik hoop, dat men toch bij ons wederzijds zal handelen.
+
+De Beurs schijnt inwendig pas nieuw opgemaakt. Het plein, waar de
+Kooplieden dagelijks verzamelen, is overdekt, en het licht valt 'er
+van boven door eene zoogenaamde lantaarn; men klaagt dan ook, dat het
+'er in den zomer zeer benaauwd zijn kan. Rondom aan den muur leest
+men de namen van verscheidene landen, als _la Chine_, _l'Angleterre_,
+_la Hollande_, enz. De Kooplieden zich bij deze teekens plaatsende,
+vinden elkander daar door te gemakkelijker. Rondom de verzamelplaats
+voor de Kooplieden is eene gaanderij, waarin veelerlei soorten van
+winkels of kramen staan. Bij een prentenkoopman aldaar, zag ik eenige
+plaatjes zoo zonderling geplaatst, dat ik niet wel denken kan, dat
+zulks slechts bij geval was; boven eene afbeelding, waarop Lodewijk
+de XVI. en zijne nabestaanden verbeeld werden, hingen de afbeeldingen
+van de nieuwe Keizer en Keizerin, en daar bij een ander prentje met
+een treurwilg, waar onder geschreven stond: _le saule pleureur_.
+
+Boven deze gaanderij zijn eenige andere vertrekken, zoo als de
+regtbank voor den koophandel (_Tribunal de Commerce_) wij zagen 'er
+een _Engelsche_ prijs bij openbare veiling voor eene som van 36,000
+_francs_ verkoopen; deze verkooping geschiedde bij het uitbranden
+van de kaars [198], en werd door een trompetter aangekondigd. Achter
+de beurs op de kaai staan doorgaans een menigte sleden, ieder met
+twee ossen bespannen, waarmede hier de koopmanschappen in en uit de
+pakhuizen gevoerd worden. Onder deze ossen vindt men 'er, die al vrij
+groot zijn; genoegzaam alle zijn zij rood, en trekken met den kop,
+de horens dikwijls zeer lang zijnde, worden aan den kant, waar zij met
+de koppen tegen elkanderen zijn gespannen of gebonden, afgezaagd. Het
+nommer van de slede hebben zij op een blikken plaatje voor den kop.
+
+De groote Schouwburg, zoo als ik u reeds gezegd heb, in de wijk _du
+Chapeau Rouge_, en niet ver van de beurs staande, is het meesterstuk
+van bouwkunde van den vermaarden bouwmeester Louïs en wordt voor
+een der fraaiste, grootste en prachtigste Schouwburgen van _Europa_
+gehouden. Dit gebouw bevat een Tooneel- en een Concertzaal. De
+voorgevel (_péristile_) bestaat uit twaalf Corinthische kolommen,
+op de lijst boven ieder derzelven staat een beeld, zoo als gij op de
+naauwkeurig geteekende afbeelding, die ik u zal doen toekomen, zult
+zien. Ter zijde zijn gaanderijen, waar onder verscheidene kooplieden
+en kramers hunne onderscheidene goederen in daartoe gemaakte kramen
+of winkels uitstallen. Dit schoone gebouw is van gehouwen steen, staat
+geheel op zich zelve, en maakt eene zeer fraaije vertooning. Inwendig
+beantwoordt het ook zeer wel aan de verwachting, die men 'er zich
+door het uitwendige van gemaakt heeft. Men in een ruim en prachtig
+voorportaal, en hier bewondert men een' breeden en groots gebouwden
+trap, waarmede men naar de gaanderijen, loges enz. gaat; het licht
+valt hier op door een lantaarn in het dak gemaakt, en geeft aan dit
+alles een luisterrijk aanzien; hoewel mij dunkt, dat terwijl onze
+tooneelen tot nog toe, zoo wel zomers als 's winters door kaars- of
+lamplicht verlicht worden, men beter zou doen, van alle de toegangen
+tot hetzelve insgelijks door kaarsen of lampen te verlichten, om
+daar door het treffend onderscheid tusschen het dag- en kaarslicht,
+en de onaangenaame gewaarwording daar door bij het inkomen der
+Schouwburgzaal veroorzaakt, zoo veel mogelijk te matigen. De plaats
+voor de aanschouwers geschikt, heeft de gedaante van een cirkel,
+van omtrent 60 voeten middellijns (_diameter_), omtrent het vierde
+deel afgesneden door het Tooneel. Zij is door 12 op zich zelve
+staande kolommen van gemengde order (_l'ordre composite_) omringd. De
+tweede en derde loges als _balcons_ tusschen deze kolommen gemaakt,
+bevielen mij niet, omdat men uit die, welke bij het tooneel zijn, niet
+goed moet kunnen zien, en omdat 'er door deze inrigting veel plaats
+verloren gaat. Het platfond is fraai geschilderd [199], ik meen door
+Robin. De geheele zaal is met smaak versierd en verguld; doch naar de
+uitwendige gedaante te oordeelen, had ik haar nog grooter verwacht; men
+verzekerde mij, dat 'er niet meêr dan 2200 aanschouwers in geplaatst
+kunnen worden. In het _parterre_ kan men ook niet zitten; men betaalt
+in hetzelve en op de bovenste galerij £ 1-2-: en voor de plaatsen in
+het orchest de eerste galerij enz. £ 3-6-:--Het was 'er heden zeer
+vol; want Talma en zijne vrouw speelden 'er in _Henry VIII. ou la mort
+d'Anne Bouleyn_, Treurspel van Chenier, hoewel het beste niet, dat hij
+gemaakt heeft. De kleeding van Madame Talma was ook zeer naauwkeurig,
+waaromtrent de _Fransche_ Actrices anders dikwijls zondigen, vooral
+als de kleeding, zoo als zij in het stuk te pas komt, niet bevallig
+genoeg naar haar zin is. Dit Treurspel werd over het algemeen vrij
+goed gespeeld, en Talma en zijne vrouw zeer sterk toegejuicht; doch
+het geraas, dat 'er door het vreesselijk gedrang in het _parterre_
+plaats had, was dikwijls hinderlijk. Ik had mij daar ook geplaatst,
+maar was 'er gansch niet op mijn gemak. Na het Treurspel vertoonde
+men 'er een stukje van Alexander Duval, genaamd _Shakespeare amoureux
+ou la pièce à l'etude_. In dit blijspel, waarin maar drie vertooners
+voorkomen, speelt Talma, die anders niet dan in het Treurspel voorkomt,
+de hoofdrol, en verdient ook daar in wel gezien te worden [200];
+Madame Talma, en een _Bordeauxsche_ Actrice voldeden ook wel.
+
+
+
+
+
+DRIE EN TWINTIGSTE BRIEF.
+
+_Bordeaux, 1 October._
+
+
+Daar ik hier in een der voornaamstte wijnlanden van _Frankrijk_
+ben, en het omstreeks deze stad thans juist in het hartje van den
+wijnoogst (_vendeange_) is, wilde ik dien zien, en ging ten dien
+einde den 26en dezer naar het kasteel _Hautbrion_, 3/4 uurs van de
+stad, of van de _St. Juliaans_ poort, (_porte St. Julien_) welke
+men uitgaat, gelegen. Die poort is een modern en niet onaanzienelijk
+gebouw. Door de voorstad, die 'er gnap uitziet, en een aangenamen weg,
+langs tuinen en wijngaarden loopende, komt men te _Hautbrion_. Men
+was 'er in het drukste van den oogst. De wijngaarden hier omstreeks
+doorloopende, vonden wij 'er eene menigte mannen en vrouwen, jongens
+en meisjes bezig, met de druiven te snijden, en 'er uit te dragen;
+zij zongen tusschen beide half _Fransch_ en half _Patois Gascon_, en
+schenen zeer vrolijk. Een man met een stokje in de hand, was gesteld,
+om de kinderen in order te houden. Buiten den wijngaard werden de
+druiven in kuipen of tonnen op een kar, met twee ossen bespannen,
+geladen, en zoo naar het pershuis gebragt; bij dit pershuis was eene
+niet onaardige wooning. De rentmeester van het landgoed, waar van de
+eigenaar, naar hij ons verhaalde, te _Parijs_ woonde, ontving ons,
+hoewel wij hem niet kenden, of geene de minste aanbeveling aan hem
+hadden, zeer vriendelijk, en liet ons de wijze, op welke de wijn
+gemaakt werd, zien. Als vele onzer landslieden zagen, hoe daar mede
+gemorst wordt, zij zouden ligt huiverig zijn, om 'er van te drinken
+[201]. In het pershuis waren twee vierkante houten bakken, hebbende
+naar gissing omtrent 10 à 12 voet lengte, even zoo veel breedte,
+en ongeveer 2 voet diepte; zij stonden eenige voeten van den grond
+verheven; in deze bakken werden de druiven geworpen, en vijf à
+zes menschen vertreden die dan met hunne bloote voeten, dit noemt
+men _Fouler le Vin_; het sap liep door een gat, aan de voorzijde
+gemaakt, in kuipen, en twee andere mannen droegen het van daar in
+eene andere groote en hooge kuip, daar zij met eenen trap naar toe
+moesten klimmen. Deze kuip was nog nieuw van eikenhout gemaakt, en met
+ijzeren hoepels omringd; de rentmeester verhaalde mij, dat dezelve £
+1500--gekost had; men verkiest voor diergelijke kuipen het eikenhout,
+hier omstreeks groeijende, boven het vreemde, omdat het minder hard
+is. In deze kuip liet men het sap en de verpletterde druiven 10 à 12
+dagen staan, eer men ze verder uitperste en op vaten deed. De witte
+wijn, dien men hier minder teelt dan de roode, was reeds in de vaten,
+en gistte aanhoudend, zoodat de schuim door het bomgat, dat openstond,
+uitliep; deze wijn, hoewel pas 14 dagen oud, was reeds zuurachtig. Men
+liet ons ook den wijn van voorleden jaar, en van dien, welke eenige
+jaren oud was proeven; deze laatste vooral was zeer lekker. De wijn
+van _Hautbrion_ behoort tot de beste en fijnste wijnen, die in deze
+gansche landstreek geteeld worden, doch om goed te zijn, moet men ze
+ouder laten worden dan doorgaans de _Medoc_, en ze niet eerder drinken,
+voor dat zij 5 à 6 jaren oud is. De druif is hier klein, donker van
+kleur, hard van schil, en niet zeer aangenaam van smaak. De wijnoogst
+was ook hier over het algemeen goed, echter hadden de wijngaarden
+door de voorjaarsvorst nog wat geleden.
+
+Ik heb opgemerkt, dat de behandeling van den wijngaard in de
+onderscheidene streken van _Frankrijk_ verschillende is. In _Bourgogne_
+wordt de stam al vrij kort gehouden, en de ranken tegen een regt
+overeind staand stokje opgebonden. In _Provence_ en _Languedoc_ laat
+men de stammen langer, en men bindt de ranken niet op, maar doet ze
+over den grond kruipen, omdat dezelve daar door beschaduwd zijnde,
+minder zouden uitdroogen. Naar de kanten van de _Pyreneën_ worden de
+stammen nog hooger, en sommigen zijn vrij dik. In het Departement
+der hooge _Pyreneën_ zelfs groeijen de wijngaarden, die somtijds
+vrij zwaar zijn, zoo als ik u gezegd heb, tegen kersen of andere
+boomtjes op, en in deze streek worden zij weder kort gehouden en
+tegen stokjes opgebonden.
+
+Al wat men ons in _Holland_ voor _Bordeauxsche_ en _Medoc_ wijnen
+verkoopt, moet men niet gelooven, dat in die landstreek groeit;
+een groot gedeelte _Languedocsche_ wijnen loopt daar onder. Al die
+wijnen verbeteren veel door de reis over zee, en wij hebben daar bij
+beter slag, om ze te bereiden dan de _Franschen_ zelve, en welligt is
+'er onze luchtstreek ook beter toegeschikt. De _Bourgogne_-wijnen
+worden in _Frankrijk_ vrij algemeen voor gezonder gehouden dan
+de _Bordeauxsche_, vooral voor lieden, die met jicht, graveel of
+diergelijke kwalen gekweld zijn.
+
+In de stad terug gekeerd, ging ik het _Panorama_ van _Lyon_ bezigtigen,
+omdat ik die stad en omstreken juist van dezelfde plaats gezien had,
+van waar het _Panorama_ geteekend is. Ik vond het zeer wel gelijkende,
+en deze vertooning was voor mij des te aangenamer, daar het mij
+duidelijk, al het geene ik te _Lyon_ gezien had, herinnerde. Jammer
+was het, dat de begoocheling hier en daar benomen werd door eenige
+plooijen, die in het doek waren. Het zelve opgerold van _Toulouse_
+op hier in een lekke schuit ingescheept geweest zijnde, was vochtig
+geworden, en aan de kanten wat verstikt; hier door kon men het
+op sommige plaatsen niet goed spannen, dit gebrek was echter wel
+te verhelpen. Op de plaats, achter deze vertoonplaats, zag men
+_le Bellier Hydraulique_ van Montgolfier; dit werktuig, dat gij
+ongetwijfeld kennen zult, bragt hier het water 42 voeten hoog. Nog
+zag men hier een werktuig, dat men _la Pendule merveilleuse_ [202]
+noemt. Deze wijst een woord, dat men geschreven heeft aan, op deze
+wijze: het briefje waar op een of twee woorden geschreven zijn, gaf
+ik het aan de vrouw die het werktuig laat zien; deze zag het in, en
+wees met een wijzer op den muur over de pendule, alwaar al de letters
+van het Alphabet stonden, een voor een dezelfde aan die ik geschreven
+had; daarna wond zij de pendule, die naar gissing 10 of 12 voeten
+van daar stond, op, en deed de slinger bewegen, en nu werden op de
+wijzerplaat, waarop insgelijks de letters van het A. B. C. stonden,
+dezelfde letters die ik geschreeven had aangewezen. Deze pendule is
+afgezonderd (_geisoleerd_), staande op een glazen of kristallen kolom,
+waar men door heen zien kan, en rondom vrij. De werking kan echter,
+dunkt mij, niet anders dan door een _compère_ [203], en door den
+magneet geschieden: waartoe anders ook de aanwijzing van de letters
+op den muur. De uitvinder van dit werktuig, die zich Alexandre noemt,
+en ook _directeur_ is van het _panorama_, zegt, dat het op eene andere
+wijze werkt.
+
+'s Avonds ging ik het Tooneel _de la Gaité_ weder bezoeken, Majeur
+speelde zeer aardig de _Ricco_. _Le foyer_ (de koffijkamer zou men bij
+ons zeggen) van dit Schouwburgje is eene nette en fraaije zaal; 'er
+is ook een tuintje achter, daar men in kan gaan wandelen, om tusschen
+beiden eens lucht te scheppen. Alles ziet 'er nog nieuw en frisch uit;
+want het is nog geen jaar geleden, dat het gebouw voltooid is.
+
+Den 27 dezer zag ik bij den Heer Lacour, voornaam schilder
+alhier, en correspondent van het Instituut te _Parijs_, eenige
+fraaije schilderijen en teekeningen. Onze landgenoot de Heer van
+Spaendonck, Professor in de schilderkunst, (zijnde een der voornaamste
+bloemschilders thans bekend) en lid van het Instituut te _Parijs_,
+had mij een aanbevelingsbrief aan dezen Heer medegegeven [204]. Onder
+de schilderijen die ik hier zag, waren eenige goede stukken van
+_Nederlandsche_ meesters, zoo als Ruisdaal, Wouwerman, Teniers, Adriaan
+Brouwer, Poelenburg enz. Onder de teekeningen munten uit twee groote en
+uitvoerige met de pen op perkament, door Willem de Heer, in den smaak
+van Ostade; ook bezit de Heer Lacour eene zeer schoone schilderij,
+behoorende tot de _Venetiaansche_ school, en zijnde waarschijnlijk van
+Sebastien del Piombo, ook Sebastiano Veneziano genaamd; het verbeeldt
+Judith in de tent van Holofernes, dien zij het hoofd heeft afgeslagen,
+het welk zij in een zak werpt, die door eene andere vrouw opgehouden
+wordt. Dit stuk is zekerlijk lang verloren geweest, zijnde zoo vuil
+en zwart, dat men niet kon erkennen, wat 'er op stond, toen de Heer
+Lacour het alleen om het paneel kocht. Gevallig ontdekte hij naderhand,
+dat het der moeite waardig zou kunnen zijn, om schoon te maken; het
+geen dan ook ondernomen werd, en men beklaagde zich zulks in 't geheel
+niet. Daar de stukken van dien beroemden meester, en om de kunst, en
+omdat zij vrij zeldzaam zijn, veel geacht worden, zou deze schilderij,
+hoe schoon ook buitendien op zich zelve, nog van veel meerder waarde
+zijn, als men bewijzen kon, dat het van den voornoemden meester
+is. In eenige werken over de schilderkunst wordt gesproken van een
+gegraveerde plaat, verbeeldende de geschiedenis van Judith, naar eene
+schilderij van Sebastien del Piombo. De Heer Lacour en zijne vrienden
+te _Parijs_ en elders, hebben zich al veel moeite gegeven, om deze
+plaat op te sporen; doch zijn daarin tot nog toe niet geslaagd. Zoo
+gij somwijlen gelegenheid mogt hebben, Vriend! om dien aangaande iets
+te ontdekken, laat dezelve dan niet voorbijgaan, zonder 'er het meest
+mogelijke gebruik van te maken. Den achtingwaardigen eigenaar van het
+stuk daar door dienst doende, zult gij mij tevens veel vriendschap
+bewijzen. In eene geschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament,
+(_Histoire de l'Ancien et Nouveau Testament_) langwerpig 4to [205],
+staat ook een plaatje, waar van de teekening, hoewel op zich zelve
+niet veel beduidende, naar deze schilderij schijnt gevolgd. De zoon
+van bovengemelden Heer Lacour, een bekwaam plaatsnijder, heeft dit
+stuk verkleind (want de figuren zijn weinig minder dan levensgrootte)
+geteekend, en is voornemens, om deze fraaije teekening eerstdaags
+in het koper te brengen. De Heer Lacour de vader is thans bezig aan
+een groot stuk, verbeeldende een gedeelte van de kaai en haven van
+_Bordeaux_; het gezigt van den kant _des Chartrons_ genomen. Het
+wordt zeer fraai en naauwkeurig geschilderd, en de huizen enz. op
+de plaats zelve uitvoerig geteekend; het laat zich reeds aanzien,
+dat deze schilderij wel beantwoorden zal aan den roem van den meester.
+
+'s Avonds ging ik weder in den groote Schouwburg, doch niet meêr in
+het _parterre_; om door Talma _de Othello_ van Shakespear te zien
+spelen. Het is een van de rollen, waarin hij uitmunt,--nimmer zag
+ik hem beter;--welk eene woeste en afgrijsselijke houding,--en zoo
+ziet 'er toch een mensch, door woedende driften vervoerd, uit.--Hij
+deed mij somtijds ijzen, en eene koude rilling gevoelen [206]. Deze
+verdienstelijke schouwspeler brengt het in dit vak vooral al ongemeen
+ver. Zijne vrouw speelde ook goed voor de minnares, en een van Hove,
+tot dit Tooneel behoorende, voldeed wel in de rol van den Vader, en
+schijnt een goed schouwspeler te zijn; echter was hij niet zeer vast
+in zijn rol. In het begin was 'er door het gedrang in het _parterre_,
+zoo een sterk geraas, dat de vertooning daar door tusschen beide
+werd verhinderd, zoo dat de vertooners een en andermaal moesten
+stilzwijgen, en dit is aan niets anders toe te kennen dan aan de
+verkeerde inrigting, die aan dat gedeelte der aanschouwers geen
+zitplaatsen vergunt. Naderhand werd het evenwel stilder. Talma
+en zijn vrouw werden ongemeen sterk toegejuicht; een lauwerkrans,
+als het hoogste blijk van genoegen, werd op het tooneel geworpen,
+en deze beide vertooners met algemeene stemmen gevraagd [207]. _Les
+trois Frères Rivaux_ [208] van la Font, werd door de _Bordeauxsche_
+schouwspelers ook vrij wel vertoond. Om meêr plaatsen te winnen,
+had men die van de muzijkanten voor de aanschouwers ingeruimd, en
+nog was het overal stikkend vol.
+
+Den 28 dezer, na bij den Heer Lacour nog eenige kunststukken en
+oude medailles, waarvan een gedeelte alhier omtrent de voorstad
+_St. Seurin_ gevonden werd, gezien te hebben, ging ik met hem
+het Museum van Natuurlijke Historie, Schilderijen, Oudheden; enz,
+bezigtigen. Het behoort aan bijzondere personen, die het voor geld
+laten zien; doch daar de Heer Lacour met hun bekend was, kostte
+het ons niets. In eene ruime en fraaije zaal, waarin het licht van
+boven invalt, ziet men verscheidene schilderijen, waar onder eenige
+fraaije: op de lijsten van de meesten leest men den naam van den
+een of anderen voornamen meester. In dezelfde zaal ziet men eenige
+wapenen en andere werktuigen van zoogenaamde Wilden, eenige opgezette
+en in wijngeest bewaarde dieren, mineralen, enz. doch de opgezette
+dieren waren zeer door de mot beschadigd; twee mummien of gedroogde
+lijken van _Teneriffe_, een groote oude lijkbus van gebakken steen,
+die te _Toulouse_ gevonden was, eenige aardevaten der ouden, fraai
+gemaakt, en glad en blinkende, of zij verglaasd waren, enz. In een
+andere pot of lijkbus met een deksel, toonde men nog eenige half
+verbrande beenderen, die men zeide dat 'er in gevonden waren. Men
+liet 'er ook eenige traanflesjes (_lacrimatoires_) die hier omstreeks
+gevonden waren, zien; doch het geen ik bijzonder merkwaardig vond, was
+een genoegzaam vierkante steen, naar gissing omtrent 3 voeten hoog,
+en wat minder breed; op drie zijde was beeldhouwwerk _en basrelief_
+van eene goede teekening, verbeeldende de middelste en breedste zijde
+Jupiter en Ganimedes, en de twee anderen Juno en Leda. De zoon van
+den Heer Lacour heeft deze beeldtenissen geteekend en gegraveerd. Ik
+zend 'er u hier nevens een afdruk van. De trekken die gestipt zijn,
+heeft hij, als genoegzaam verwoest, bijgeteekend. Deze steen is pas
+omtrent drie weken geleden gevonden, bij het graven van een' kelder
+voor een nieuw huis dat gebouwd wordt, ter zijde van het Hotèl van de
+voormalige _Intendance_, en de straat genaamd _rue des Fosses_ [209]
+_de l'intendance_. Men veronderstelt dat deze steen gediend heeft tot
+een piedestal van het beeld van Jupiter; hebbende de ruwe of onbewerkte
+zijde tegen den muur gestaan, misschien in den tempel van Jupiter, waar
+van ik hier voor gesproken heb. In vroegere tijden is hier, zoo als de
+naam van de straat nog aanduidt, een gracht geweest, en deze steen is
+daar welligt met andere afbraak in geworpen om dezelve te dempen. Het
+gemelde huis en kelder nog niet voltooid zijnde, zag ik daar nog
+verscheidene bewerkte steenen, half in den grond liggen; op sommigen
+was loof- en lijstwerk van een' goeden smaak, doch ik zag 'er ook een,
+waarop eenige beeldtenissen waren, die 'er vrij Gothisch uitzagen. Alle
+deze steenen, geelachtig van kleur, behooren tot de soort, die men
+hier omstreeks en in de meeste steengroeven van _Frankrijk_ vindt,
+en doorgaans gebruikt wordt, om te bouwen. Oudheidkundigen zullen
+hunne gevoelens over den opgemelden steen denkelijk wel bekend maken.
+
+Verder gingen wij het kabinet van schilderijen van den Heer
+Journu-Aubert lid van de _Senat Conservateur_ bezigtigen, in
+een huis niet ver van den grooten Schouwburg, _Rue des Fosses du
+Chapeau Rouge_. Vier stukken van Joseph Vernet [210], schilder van
+verscheidene Zeehavens enz. verdienen daar in bijzonder opgemerkt
+te worden; die meester heeft ze voor dit Kabinet, dat niet groot is,
+doch waar in men behalve deze nog verscheidene fraaije stukken ziet,
+geschilderd. De namen van vele voortreffelijke meesters zijn ook op
+de fraai vergulde lijsten te lezen.
+
+In dit zelfde gebouw, dat vrij groot is, ziet men ook eene danszaal,
+en eenige anderen daar bij behoorende vertrekken, op de wijze van
+een grot, aardig geschilderd en versierd. Deze plaats, waar van men
+vooral met den vasten-avondtijd (_Carnaval_) gebruik maakt, moet bij
+avond verlicht zijnde, geene onaardige vertooning maken. Men noemt
+dezelve _Frascati_.
+
+Na het middagmaal zag ik in de voorstad, achter de _Jardin Public_
+wandelende, aan het eind van dezelve een fraai lusthuis en tuin; een
+gedeelte daar van was afgezonderd, en diende thans om danspartijen
+en zoogenaamde landelijke feesten (_Fètes Champêtres_) te geven. Men
+noemde het _Tivoli_, alles om _Parijs_ na te apen, waar men ook zulk
+een _Frascati_ en _Tivoli_ heeft.
+
+'s Avonds ging ik _au Théatre Français_; men gaf 'er een nieuw stuk,
+dat niet veel beteekende, en een ander dat ik te _Parijs_ reeds gezien
+had. Hier betaalt men 15 _sols_ in het _parterre_, dat ook slechts eene
+staanplaats is. Ondertusschen, daar de avonden lang beginnen te worden,
+zijn diergelijke plaatsen voor de vreemdelingen goed, om 'er een uurtje
+in door te brengen. Die van _Bordeaux_ schijnen nog al liefhebbers van
+het Tooneel te zijn; doch naar ik vernam, bestaat hun uitspanning en
+pracht bijzonder in de goede sier, en het houden van maaltijden, als
+een blijk hier van onder anderen, vindt men in hun voornaamste Almanak
+(_Calendrier de la Gironde_) van het laatst afgeloopen _Fransche_
+jaar, achter een lijst van de Departementale en Stedelijke Besturen,
+Regtbanken, Bankiers, Makelaars, Kooplieden enz. eene onderrigting,
+om eene tafel voor twaalf personen aanteregten (_Instruction pour
+regler le service d'une table de douze couverts_.) Nu het is hier ook
+in der daad een soort van luilekkerland, goed vleesch, vooral rund
+en schapen, haperen 'er niet, daar _Gascogne_ nog al wat weiland
+oplevert, zoo min als versche zee- en riviervisch; de omstreken
+leveren ook onderscheidene soorten van wildbraad en tam gevogelte
+in menigte op, waarbij men veeltijds de beroemde truffels, die het
+naburig land van _Périgord_ oplevert, voegt; _Perigueux_ de hoofdstad
+van dat land is beroemd om de patrijzen-pastijen; en de wijn begrijpt
+gij dat bij dit alles niet hapert, hoewel de fijne en lekkere soort
+'er gansch niet algemeen en bijna zoo duur is als bij ons. De wijn,
+dien men in de herbergen, zelfs in de voorname, gewoonlijk drinkt,
+is maar redelijk; en als men een flesje extra wil hebben, moet men
+'er al 4 of 5 _livres_ voor neêrtellen, en dan heeft men nog van den
+allerbesten niet. Over het geheel zijn de levensmiddelen hier duur,
+zelfs houdt men _Bordeaux_ voor de duurste plaats van _Frankrijk_;
+het geen ik voornamelijk aan den overvloed van geld, die 'er althans
+in vredestijd plaats heeft, toeschrijf. Menschen, die rijk zijn,
+en het voornamelijk om lekker eten en drinken te doen is, zou men
+deze stad wel tot eene woonplaats kunnen aanraden.
+
+Den 29 dezer; daar men mij de Kerk der voormalige _Carthuizers_, in
+een der voorsteden, als bezienswaardig had opgegeven, ging ik die
+heden bezigtigen. In het voorbijgaan zag ik die van _St. Seurin_,
+waarin steenhouwers, metselaars, en andere werklieden, drok bezig
+waren met dezelve op te gnappen; merkwaardigheden vond ik 'er
+niet. Het koor van de _Carthuizer_ Kerk is rondom van marmer; maar
+vooral verdient het schilderwerk van het gewelf in deze Kerk, om de
+aardige uitwerking die het maakt, bewonderd te worden; het bestaat
+slechts in eenig loofwerk enz. en boven het koor ziet men een koepel,
+rondom met glasramen; deze inzonderheid is zoo natuurlijk geschilderd,
+dat men zou meenen dat hij wezenlijk bestond.
+
+In het terug keeren las ik op den hoek van een straat _rue plus de
+Rois_, en op die van een anderen _rue haine aux Tyrans_. Gij begrijpt
+dat 'er deze opschriften van daag of gisteren niet gezet zijn. Thans is
+'er ook een straat, die men _rue Bonaparte_ noemt.
+
+Heden was het weder vrij zacht, anders hebben wij hier, hoewel op
+44 graden, 50 minuten noorderbreedte, en pas in het begin van den
+herfst, al eenige dagen gehad, dat het 's morgens en 's avonds een
+weinig koud was.
+
+Onze landgenoot de Heer van Erichem, Doctor in de medicijnen alhier,
+onthaalde ons op een lekker middagmaal naar den _Hollandschen_ trant,
+waarbij zelfs watertongetjes, die zeer goed waren; die hupsche en
+vriendelijke man, welke hier reeds verscheiden jaren woont, en als een
+kundig Geneesheer bekend is, heeft echter nog veel van de _Hollandsche_
+gebruiken behouden, onder anderen is hij nog een groot liefhebber van
+de pijp, en zijne echtgenoote, hoewel eene _Fransche_, is redelijk
+genoeg, om zich hier na te schikken. De _Fransche_ vrouwen zijn anders
+over het algemeen zeer tegen het tabak roken, en een pijp is genoeg,
+om haar een gezelschap te doen schuwen.
+
+Na den maaltijd gingen wij met den Heer van Erichem en zijne huisvrouw,
+den tuin achter het huis van den Heer Gramont, een der voornaamste
+Kooplieden van deze stad, bezigtigen; dit huis is aangenaam gelegen
+aan het eind van de kaai, naar den kant van de scheepstimmerwerven. De
+tuin is niet onaardig, en gedeeltelijk in den _Engelschen_ smaak
+aangelegd; een gemetseld grachtje met stil staand water, waarin
+eenige zwanen en eenden, loopt 'er door. Doch hij, die _Hollandsche_
+tuinen en buitenplaatsen gezien heeft, vindt hier in 't geheel niets
+bijzonders. In een klein park had men ook een paar reeën, en het
+geen vreemd was, een van de twee scheen zeer boosaardig, zoo dat,
+als 'er iemand in het park kwam, zij terstond naar hem toe liep;
+zij zette zich voor hem op de achterste pooten, en krabde met de
+voorste. De tuinman was 'er zelfs bang voor, doch wij wapenden ons
+ieder met een tak van een boom, na een paar slagen, stelde zij zich
+niet meêr te weêr, maar liet zich zelfs streelen.
+
+In het terug keeren, niet ver van daar op de kaai, toonde men mij het
+Vondelinghuis, ook _l'Hôpital de la Manufacture_ genaamd, het is een
+groot en aanzienlijk gebouw; 's jaarlijks werden 'er doorgaans 400 à
+500 vondelingen in gebragt; zij worden in een draaipoortje (_tour_)
+gelegd, en men waarschuwt door een bel die daar naast hangt [211]. Hoe
+zeer deze gestichten strekken ter voorkoming van afgrijsselijke
+misdaden, moet men toch bekennen, dat zij aanleiding geven, en
+een ruime deur openzetten voor ongeregeldheden en liefdeloosheid;
+vooral bij _Fransche_ moeders in voorname steden, welke zoo algemeen
+de afgrijsselijke gewoonte hebben, van hare zuigelingen, zoodra zij
+geboren zijn, van zich aftestooten, en aan vreemden buiten de stad,
+en dikwijls eenige uren van daar overtegeven, en dus de ongevoeligheid
+omtrent haar kroost al zeer ver hebben gebragt. Zulke moeders zien
+dikwijls eene henne met hare kiekens, en zij blozen niet.--Welke
+gevolgen moet dit voor het vervolg op de opvoeding, en dus ook op de
+Maatschappij, niet hebben? Diergelijke gebreken vindt men in menigte
+in die maatschappelijke inrigting, die men ons als zoo goed en zoo
+verkieslijk aanpreekt; en hij die zich durft vermeten, om 'er iets
+tegen te zeggen, wordt voor een Jacobijn of Filozoof, twee nieuwe
+scheldnamen, uitgedacht, om redelijke menschen hatelijk te maken,
+uitgekreten [212].
+
+'s Avonds ziet men hier in de Koffijhuizen (waar onder 'er verscheiden,
+die zeer fraai en net zijn) veel bier drinken [213]. Het Hollandsen
+bier is hier ook bijzonder geacht; hier en daar leest men nog op de
+uithangborden _Bierre de Hollande_; en wij zelve maken 'er zoo weinig
+werk van, dat deze trafiek geheel in verval geraakt. Men maakt hier
+ook anijsdrank onder den naam van _Anisette de Bordeaux_ bekend; doch
+hij is op zijn best half zoo goed als onze _Amsterdamsche Anisette_
+uit het _Loosje_, of van Fokke; dit bekennen de _Franschen_ zelve, en
+maken van de _Anisette_, zoo wel als van de _Curassau de Hollande_ [214]
+ongemeen veel werk, en wij laten die soort van goed uit _Frankrijk_
+komen, en betalen het duur.
+
+Den 30 dezer, zijnde zondag, ging ik de groote misse in de
+_St. Andréas_ Kerk hooren; 'er werd vrij goed gezongen, en het
+orgelmuzijk was zeer aangenaam; deze en eenige andere Kerken, die
+ik bezocht, waren tamelijk vol volk. Die van _Bordeaux_ worden voor
+zeer gehecht aan den regeringsvorm, zoo als die voor de omwenteling
+bestond, gehouden, en zijn dus ook ijverige Roomschgezinden. Deze
+plaats zeer veel handel met _Engeland_, zoo wel als met _Holland_
+drijvende, welke handel thans genoegzaam geheel gestremd is, kunt gij
+begrijpen hoe de Kooplieden gezind zijn; want de handel is hier even
+als in onze kooplieden de spil, waarop alles draait, en de handelgeest
+de voorname drijfveer van de bemoeijingen der meeste ingezetenen.
+
+Hier is ook eene school van Koophandel, (_Ecole de Commerce_) waar de
+gronden van den beoefenenden Koophandel onderwezen worden, benevens
+de Aardrijkskunde tot den koophandel betrekking hebbende, deszelfs
+regten en wetten, en de zedekunde van den Koopman. De lessen worden
+in het openbaar, en om niet (_gratis_) dagelijks, behalve op Zon- en
+Feestdagen, gegeven; en de onderwijzers zijn H. C. Guille Professor,
+en Chalret toegevoegde (_suppléant_).--Was dit voor ons geen voorbeeld
+ter navolging?
+
+De wallen van het _Chateau du Haa_, dat niet ver van deze Kerk
+gelegen is, zijn gesloopt, en sommige muren afgebroken; het ziet
+'er dan hier door de puinhoopen enz. woest en onoogelijk uit. Het
+Kasteel zelf dient thans voor een gevangenis. Deze sterkte werd,
+benevens _le Chateau Trompette_, in 1451 of 1452 onder Karel de
+VII. gebouwd, en beide zijn in de geschiedbladeren van _Frankrijk_,
+vooral met opzigt tot de burgeroorlogen, zeer bekend.
+
+Behalve de _allées de Tourny_, is 'er nog een lange regte en vrij
+breede straat, loopende van de _Place Nationale_, tot voorbij de
+_Jardin Public_, zij is aan beide zijde met boomen beplant, en dient
+ook voor eene wandelplaats; men noemt dezelve _le Cours de Tourny_. De
+_Allées de Tourny_, hebben wel iets van de _Boulevard du Temple_ te
+_Parijs_ in het klein; 'er is een kleine Schouwburg, Marionnetten,
+koorddansers of springers en andere spellen, waar men zeldzaamheden
+enz. laat kijken; de twee _Engelschen_ welke een soort van geschubde
+huid hadden, en die ik reeds te _Parijs_ gezien had, waren thans
+ook hier. Ook zag ik 'er eene vrouw, van, naar het mij voorkwam,
+ruim 30 jaren, hebbende een' zwaren baard van zes duim lengte,
+ongemeen sterke wenkbraauwen, en bijzonder op hare beenen zeer veel
+haar. Deze vrouw was nog maar vijf dagen geleden in de kraam bevallen,
+en het kind was ook op verscheiden deelen van het ligchaam met haar
+bewassen, had reeds bakkebaarden, en zeer zware wenkbraauwen; het was
+bruinachtig van vel, doch zag 'er anders zeer gezond uit. De moeder
+liet het zuigen, en ik verwonderde mij over de blanke borsten van
+die vrouw, waarop die rosachtige en grijze baard eene afzigtelijke
+vertooning maakte; over het geheel scheen deze vrouw niet kwalijk
+gemaakt, doch was zeer zwak van gezigt, en had behalve den baard,
+zeer onbevallige wezenstrekken. Ondertusschen heeft zij toch nog een
+minnaar in een oppasser of knecht gevonden; zoo vreemd en misselijk
+is somtijds de smaak der menschen. Volgens de bekendmaking, zou haar
+een _Hollandsch_ Koopvaarder uit _Noorwegen_ mede gebragt hebben;
+ondertusschen sprak zij tamelijk _Fransch_, en hare stem, zelfs in
+het zingen, was juist niet onaangenaam. Naast den kleinen Schouwburg
+is ook een huis, waar openlijk verscheidene soorten van dobbelspelen
+dagelijks gespeeld worden; men ziet 'er niet anders dan ambagtslieden,
+varensgasten, en diergelijke, tot den zoogenaamden lagen burgerstand
+behoorende; ook zag ik 'er verscheidene aankomende jongelieden;
+'er was doorgaans veel volk. Ik herhaal het, hoe is het mogelijk,
+dat men zoo iets in eene geregelde maatschappij duldt?
+
+Na den middag ging ik naar eene soort van tuin, even buiten de
+stad, naar den kant van de voorstad _St. Seurin_, men noemt dezelve
+_Plaisance_; 'er werd gedanst, en eenige spellen, zoo als in een
+molen draaijen, op een plank wippen, schommelen enz. gespeeld; doch
+door het gure en onaangename weder, was 'er niet veel volk.
+
+Voorleden Zondag had ik al hooren aankondigen, en aangeplakt gezien,
+dat men 's avonds in het Marionnettenspel de Geboorte van J. Christus
+zou vertoonen, zoo als zulks toen ook geschied was, en heden avond
+moest hetzelfde weder plaats hebben; zulk eene zonderlinge vertooning
+willende zien, ging ik 'er heen. Men begon met den Engel, die Maria
+de boodschap bragt, vervolgens zag men de aankomst van Maria en
+Joseph aan de herberg, de Geboorte, de Wijzen uit het Oosten, den
+Kindermoord, de vlugt naar _Egypten_, enz. De toestel was voor zulk
+eene soort van vertooning nog al zoo heel slecht niet, maar de waard
+van de herberg, als een _Fransche_ kok gekleed, en een Pastoor met
+een zwarte tabbaard aan en een vierkante muts (_bonnet carré_) op,
+kwamen 'er misselijk in.--In eene plaats, waar men nog al werk van
+den kerkelijken eerendienst schijnt te maken, zulk eene onteerende
+vertooning--welke ongerijmdheid! Met dat al was 'er veel volk, en
+de meesten zaten met de grootste aandacht te kijken.--Wat zegt gij
+hier van, Vriend! zoudt gij zoo iets in deze tijden, en in een der
+voornaamste steden van _Frankrijk_ wel gezocht hebben?
+
+Den 1en October, voornemens zijnde om morgen niet den postwagen van
+hier op _Tours_ te vertrekken, had ik reeds voor eenige dagen plaatsen
+besproken; want men moet het thans op het laatst niet laten aankomen,
+omdat 'er al eenige nieuwsgierigen, om het aanstaande krooningsfeest
+te zien, op reis gaan.
+
+Niets willende overslaan, ging ik de vesting _le Chateau
+Trompette_ genaamd, ook van binnen bezigtigen, doch vond 'er niets
+merkwaardigs. Naar men mij verzekerde, bestaat 'er reeds sedert
+eenige jaren een ontwerp, om deze vesting geheel te slopen, den
+grond te doen bebouwen, en dit schoone gedeelte van de stad, alzoo
+aanmerkelijk uit te leggen.
+
+Daar het heden markt was op de plaats, bij de poort _St. Julien_,
+ging ik daar henen, om de boeren van _de Landes_ (heigronden) [215]
+welke op stelten loopen, te zien; digt bij de markt ontmoette ik
+'er een, zijne stelten waren zoo hoog, dat hij wel drie voeten van
+den grond verheven was [216]; en door de wijde schreden, die hij daar
+mede deed, vorderde hij zoo sterk, dat men hem op een drafje loopende
+niet bijgehouden zou hebben; hij had een' langen stok in de hand,
+om zich te ondersteunen; sommigen, naar ik vernam, gebruiken die ook,
+om zittende op te rusten, doch dan is hij korter en met eenen platten
+knop 'er op. De kleeding van dezen man bestond in een kort kamizool
+van rooden stof, met mouwen tot op de hand, en een ander wat langer en
+wijder met mouwen tot aan de elleboogen, van bruinachtig grof laken
+of pij 'er over; hij had een plat gebreid mutsje op van bruine wol
+(_berette_) zoo als de boeren van het landschap _Bearn_, waarvan ik
+reeds gesproken heb. Op de stelten stond hij blootvoets, en had om de
+beenen stukken schapenvel met de wol naar buiten, als een soort van
+slopkousen; in den winter of bij slecht weder, heeft hij ook een soort
+van overrok zonder mouwen van schapenvellen, met de wol naar buiten,
+aan. Onder aan hun stok en stelten is, in plaats van ijzer of koper
+beslag, een stuk van een ossenbeen gemaakt. Hunne haren kammen zij
+genoegzaam nooit uit, maar ontwarren die slechts met de vingeren,
+zij staan dan ook steil en als borstels van het hoofd af. De reden,
+waarom deze lieden op stelten loopen, is, om beter door de hoog en
+digt begroeide of zandige heiden, als mede over de sloten en groeven,
+die zich in hun weg opdoen, te kunnen komen, misschien ook om spoediger
+te vorderen; de herders [217] op deze stelten staande, kunnen ook hunne
+kudde beter overzien. Om de stelten aan te binden, gaan zij doorgaans
+in hunne hutten op een hooge kas of op den schoorsteenmantel, die
+vrij hoog is, zitten; en in het veld zijn zij dikwijls verpligt,
+wanneer 'er zich geen heuveltjes of diergelijken opdoen, om op een
+boom of struik te klimmen. Hunne vrouwen maken zich eene soort van
+hoog opstaande kap, van twee of drie doeken als servetten; twee
+punten daar van zijn van achteren bij elkander gespeld; zij hebben
+een kort jakje aan, van de een of andere grove stof; overigens zag
+ik aan hunne kleeding niets bijzonders [218]. Deze menschen, naar ik
+vernam, zijn even als de bewoners van de hooge _Pijreneën_, het geen
+men ruw en onbeschaafd noemt, daar bij ook zeer bijgeloovig, zoodat
+men ze door een vertelling van weerwolven of spoken, ligter dan door
+geweld, zou kunnen verjagen; zij hebben ook hunne bijzondere zeden
+en gebruiken, doch zijn door de gemeenschap met de naburige steden,
+alwaar zij schapen, houtskolen, oesters [219], wild, enz. ter markt
+brengen, veel verbasterd en bedorven. Zij staan in dit opzigt alzoo
+met de goede eenvoudige bergbewoners niet gelijk.
+
+Terwijl wij over de kleederdragt handelen, moet ik ook een paar
+woorden zeggen van die vrouwen en dochters alhier, welke tot de klasse
+der ambachtslieden, dienstmaagden, enz. behooren: zij onderscheiden
+zich, vooral wanneer zij uitgedoscht zijn, door zeer hooge mutsen,
+en dragen, even als onze _Noord-Hollandsche_, eene menigte rokken over
+elkanderen. In het algemeen zien 'er de vrouwen hier vrij wel uit. Men
+ontmoet 'er ook op de wandel- en andere plaatsen, voor het openbaar
+vermaak geschikt, zeer vele gerijfelijke juffertjes, waar onder men
+'er vindt, die 'er zeer bevallig uitzien, en de houding en kleeding
+van de zoogenaamde voorname vrouwen vrij wel weten na te volgen.
+
+Het getal der schoensmeerders, meestal aankomende jongens, was hier
+zoo groot, dat de Politie 'er voor de zeevaart, nog maar kort geleden,
+eenige honderden heeft doen oppakken.
+
+Daar de _Bordeauxsche_ wijnen bij ons genoeg bekend zijn, zal ik mij
+niet ophouden, met u de soorten daar van optenoemen, maar alleen
+zeggen, dat die, welke men _Vin de Grave_ noemt, en welke onder
+de meest geachtste soort behoort, dus genaamd wordt, omdat zij op
+eenen keizelachtigen zandgrond, die de _Franschen Gravier_ noemen,
+geteeld wordt: de witte is het algemeenste, en wordt, benevens die
+van _Sauterne_, hoog geschat. Van de roode _Medoc_- [220]wijnen,
+maakt men zoo wel hier als bij ons zeer veel werk, doch dat land zou
+al vrij wat grooter moeten zijn, om al de wijnen, die naar hetzelve
+genoemd worden, te kunnen voortbrengen; maar, zoo als ik reeds gezegd
+heb, de wijnen komen dikwijls met valsche doopceelen ter markt,
+en om dagelijks een flesje echte _la Fitte_, _Chateau Margot_ of
+diergelijke, op zijn tafel te hebben, is een burgerstuivertje maar
+in 't geheel niet toereikende. Gelukkig dat men buiten dien zeer wel
+gezond en vergenoegd kan zijn, en missen velen dat kostbare roode sap,
+zij kunnen daar door ook beter de roode jichtbaai (dat toch gansch
+geen aangename opschik is) missen. De wijnkoopers alhier schijnen
+vrij algemeen te gelooven, dat de adem van ziekelijke of ongestelde
+personen, schadelijk is voor den wijn, en laten daarom niet gaarne
+menschen, die 'er ongezond uitzien, en vooral geene vrouwen, in hunne
+pakhuizen, die men _Chais_ noemt.
+
+Van de openbare gebouwen sprekende, heb ik nog vergeten, om van de
+Kerk van _St. Dominicus_ melding te maken. Zij verdient inzonderheid
+om het fraaije beeldhouwwerk op den voorgevel (_facade_) wel gezien
+te worden; thans wordt zij, zoo ik meen, _la Paroisse Notre Dame_
+genaamd, en staat tegen over een straat, uitkomende aan de _Allées de
+Tourny_; van deze wandeling moet ik ook nog zeggen, dat zij genaamd
+is naar den Rentmeester (_intendant_) Tourny den vader, aan wien
+die van _Bordeaux_ deze wandelingen, en meêr andere aanzienelijke
+verbeteringen in hunne stad, verschuldigd zijn, en wiens nagedachtenis
+daar dan ook met reden in zeer veel achting is.
+
+_Bordeaux_, een der oudste en aanzienlijkste steden van _Frankrijk_,
+was voorheen de Hoofdstad van de Provincie, _la Guienne_ genaamd, thans
+is zij het van het Departement _de la Gironde_, de naam van de rivier,
+welke voortgebragt wordt door de vereeniging van de _Dordogne_ en de
+_Garonne_. De bevolking van deze stad wordt op ruim 104,600 begroot;
+zij is aan den linker oever van de _Garonne_, omtrent 15 uren van
+de plaats, waar de _Gironde_ in zee valt, gelegen. Haar grondgebied
+is zeer uitgestrekt, doch naar evenredigheid niet bevolkt, door
+de moerassen, die 'er van het Noorden naar het Zuid-Oosten langs
+liggen. Sommigen willen den naam van die stad afgeleid hebben van
+_bord de l'eau_, of _bord des eaux_, (kant van het water) omdat
+zij aan den waterkant gelegen is. In oude tijden werd zij _Aquita_,
+en daar na _Burde Galla_ genaamd.
+
+Deze stad heeft verscheidene beroemde mannen opgeleverd, waaronder de
+waarlijk groote Michel Montaigne, hoewel niet in _Bordeaux_ zelve,
+maar op het Kasteel _Esquem_ in het naburig Landschap _Perigord_
+geboren, vooral niet moet vergeten worden. Die kloeke wijsgeer was
+Maire van deze stad omtrent 1581, en stierf in 1592, in den ouderdom
+van ruim 59 jaren. Het kostelijke werk, dat hij onder den nederigen
+titel van _Essais_ heeft geschreven, is u ongetwijfeld bekend
+[221]. Zulke mannen telt men toch maar weinig in de Geschiedbladeren.
+
+Over mijn herberg _l'Hotèl des sept Frères_, bij Langueron, _petite
+rue de l'Intendance_, was ik wel te vreden; het is 'er vrij zindelijk
+en gnap, en voor _Bordeaux_ gansch niet duur [222].
+
+Gij bekomt nu niet eerder tijding van mij, Voor dat ik te _Parijs_
+ben.--Vaarwel!
+
+
+
+
+
+VIER EN TWINTIGSTE BRIEF.
+
+_Parijs, 11 October._
+
+
+Dingsdags den 2 dezer, 's morgens om 6 uren vertrok ik van _Bordeaux_,
+en gisteren ben ik hier weder aangekomen, na mij een paar dagen te
+_Tours_ te hebben opgehouden; zie hier mijne aanteekeningen aangaande
+die reis.
+
+De reizigers van _Bordeaux_ naar _Parijs_, stappen doorgaans aan
+den overkant van de _Garonne_, ter plaatse _la Bastide_ genaamd,
+op den postwagen. Ik was tijdig genoeg aan het veer, doch moest
+'er wel een groot kwartier wachten, omdat 'er geen schuitjes waren,
+zoodat ik vreesde van te laat te zullen komen; het bestuur van dit
+veer schijnt niet zeer naauwkeurig te zijn, want, naar ik vernam,
+had diergelijk verzuim wel eens meêr plaats. De bagagie wordt daags
+te voren in de stad op den wagen geladen. Men betaalt daar voor
+tot _Tours_ £ 25- per quintaal en £ 60- de persoon voor een plaats
+binnen in. Buiten ons, was 'er alleen eene vrouw met een ziek kind
+op den wagen, zoo dat het gezelschap niet zeer mede viel. Langs een'
+vrij goeden weg met kleine steentjes opgeworpen, en hier en daar wat
+stijgende, komt men omtrent 3 uren van _Bordeaux_, aan den oever
+van de _Dordogne_. Men ziet langs dien weg eenige buitenplaatsjes
+en landhuizen, en veel wijngaarden, waarin men drok bezig was. Deze
+landstreek schijnt wel bewoond. De _Dordogne_ is hier eene aanzienlijke
+rivier, en daar 'er eb en vloed gaat, zeer bevaarbaar. Ondertusschen
+moest de wagen hier ontladen worden, om aan dezen kant te blijven
+staan: aan den overkant vindt men een' anderen; dit lossen en laden
+houdt zeer lang op. De _Franschen_ mogten hier en daar wel eenige
+van onze doorgaans zoo gnappe veerlieden overlaten komen, om met
+ponten en diergelijke schuiten te leeren omgaan. Aan den anderen kant
+een klein eind weegs landwaards in, ligt het dorpje _St. André de
+Cubsac_; dit rekent men 3 posten van _Bordeaux_. Hoewel het pas 10
+uren was, werd 'er het middagmaal gehouden; het was maar redelijk,
+doch de prijs ook gering. Te _Cavignac_ 2 1/2 post verder kregen wij,
+uithoofde van den slechten weg, waarvan wij reeds een gedeelte gehad
+hadden, en nog een erger hebben moesten, acht paarden. De landstreek
+scheen hier niet zeer vruchtbaar; men ziet niet anders dan eenige
+wijngaarden, en hier en daar wat hout. De weg wordt hoe langer hoe
+slechter; de grond is tamelijk effen, maar meest onbebouwd; veel
+heide, waarop men niet anders dan hier en daar wat denneboomen, en
+eenige andere struiken ziet; de gezigten gelijken nu en dan wat naar
+die, welke men op sommige plaatsen in de _Meijerij van den Bosch_
+aantreft. Het steedje _Montlieu_, waar wij door kwamen, ziet 'er
+niet voordeelig uit, 'er was echter nog al eene overdekte halle. Nu
+waren wij in het Departement _de la Charente Inferieure_. _Montlieu_
+is 8 1/2 post van _Bordeaux_. Het begon al duister te worden; en een
+half uur verder op een plaatsje _Chevenceau_ genaamd, namen wij het
+avondmaal en nachtverblijf, dat nog al redelijk was.
+
+Den volgenden morgen, om 5 uren, stapten wij weder op den wagen. De
+weg werd wat beter, doch de landstreek is meest heide; verder op
+echter wordt zij aangenamer, hier en daar boschjes, veel notenboomen,
+akkerland, en tusschen beide eenige kleine heuvels.
+
+Omtrent _Barbezieux_ begint het Departement _de la Charente_. Wij
+hielden 'er op, om het middagmaal te nemen, ondertusschen ging ik het
+plaatsje, dat zich nog al aangenaam opdoet, doorwandelen, doende mijn
+ontbijt met brood en druiven, dat ik onder weg kocht. De herberg ziet
+'er hier anders zeer wel uit, doch, daar het pas negen uren 's morgens
+was, en ik den vorigen avond wel gegeten had, had ik niet veel honger
+[223]. De wandelingen bij dit stadje zijn aangenaam met lindeboomen
+beplant; in hetzelve ziet het 'er nog al redelijk welvarende uit. Ik
+zag 'er verscheidene linnenwevers, men scheen 'er ook veel druiven
+te droogen, en, naar ik vernam, waren de kapoenen van _Barbezieux_
+beroemd. Van een oud kasteel, dat in het steedje staat, en thans tot
+eene gevangenis dient, wist men mij niets bijzonders te vertellen. De
+Onderprefect houdt hier zijn verblijf, en het getal der inwoners
+wordt op ruim 2700 begroot. De weg wordt goed, en de gezigten hier
+en daar nog al aangenaam, vooral op een hoogte omtrent 1 1/2 uur
+van _Barbezieux_; men komt vervolgens door een eikenbosch, waarin
+echter weinig of geen zware boomen. Ik verwonderde mij gedurende
+de gansche reis, dat men in _Frankrijk_ niet beter zorgt voor de
+beplanting, vooral, daar dit land zoo aanmerkelijk veel brandhout
+noodig heeft. Men ziet weinig bosschen, en de wegen zijn slechts hier
+en daar beplant. De prijs van het brandhout stijgt, bijzonder ook
+te _Parijs_, van jaar tot jaar: sinds jaren schijnt men het gebrek
+daar aan te voorzien, en nog vindt men 'er onbebouwde gronden, en
+weinig boomen langs de wegen [224]. Het steedje _Roulet_, waar wij
+door kwamen, ziet 'er vrij wel uit. De weg blijft aangenaam,--hier
+en daar buitenplaatsen en papierfabrieken met watermolens, die op
+beken staan.--Eenige rotsen maken geene onaardige vertooning. Men
+zeide mij, dat dezelve goede steengroeven opleverden. Hier omstreeks
+is de weg beplant, en de stad _Angoulême_, op eene hoogte gelegen,
+vertoont zich aan het einde van dezelve op eene bevallige wijze. Om 3
+1/2 uur na den middag stapten wij af aan de herberg _la Croix d'Or_,
+in de voorstad _du Homo_, even buiten de genoemde stad, en na het
+avondmaal besteld te hebben, klom ik naar dezelve; 'er is een groote
+halle bij de plaats _de la Commune_. De straten zijn 'er doorgaans
+naauw. Anders ziet het 'er nog al vrij welvarende uit. Men heeft hier
+ook een' Schouwburg, die van buiten nog al een fraai gebouw is, hij
+staat op een plein, dat men _Place de la Comedie_ noemt. Naast den
+Schouwburg is een zeer fraai Koffijhuis, met een tuin en ruime zaal,
+waarin drie billarten; ik nam daar eenige ververschingen. Uit een der
+kamers heeft men een zeer fraai gezigt. Van de _Place de la Comedie_
+gaat men op de gemeene wandeling, van waar men ook een schoon gezigt
+heeft, vervolgens van daar den wal rond. Het gezigt blijft altijd
+fraai. De hoofdkerk, die ik in het voorbijgaan zag, ziet 'er inwendig
+zeer eenvoudig uit, en levert niets bijzonders op. Den wal volgende,
+komt men op _de Place Beaulieu_, zijnde een fraaije wandeling op een'
+terras, van waar men, alzoo de stad op een vrij hoogen heuvel ligt,
+een verrukkelijk en zeer uitgestrekt gezigt heeft. Door het dal ziet
+men de rivier _la Charente_ kronkelen. Over dezelve ligt een fraaije
+steenen brug, en zij maakt door haren slingerenden loop verscheiden
+eilandjes. Verder ziet men de haven, waarin eenige schuiten lagen,
+en de voorstad _du Homo_, die zeer uitgestrekt is. Aan de andere zijde
+ziet men den fraaijen grooten weg, en eenige bergen in het verschiet;
+op dit terras, dat vrij groot is, zijn eenige lanen van lindeboomen,
+doch zij waren hun blad meestal kwijt; het fraaije gebouw dat men
+op hetzelve ziet, was voorheen een Nonnenklooster. Thans dient een
+gedeelte van hetzelve voor de Stadsboekerij. Omstreeks deze stad
+zijn verscheidene papierfabrieken, en het papier van _Angoulême_ is
+door geheel _Frankrijk_ beroemd, en wordt tot het drukken van werken
+van belang gebruikt [225]. Ik zag hier ook in het voorbij gaan een
+fabriek van speelkaarten. De Ingezetenen drijven veel handel in wijn
+en brandewijn. Het stadje _Cognac_, van welker beroemde brandewijnen
+wij zeer veel trekken, behoort ook tot het landschap _Angoumois_,
+waar van _Angoulême_ de hoofdstad plagt te zijn. Thans is zij de
+hoofdplaats van het Departement _de la Charente_. Het getal harer
+ingezetenen wordt op 11,500 begroot, doch, naar men mij verzekerde,
+zijn de voorsteden te zamen genomen grooter, dan de stad zelve. Men
+zegt, dat de ingezetenen over het algemeen vrij los en ongedwongen
+van levenswijze zijn. De levensmiddelen, en zelfs de huishuren zijn
+'er, naar ik vernam, niet goedkoop. Hier omstreeks wordt ook veel
+saffraan geteeld.--Dit stadje is vooral om de schoone gezigten wel
+der moeite waardig om te zien.
+
+Tot onze groote verwondering, vonden wij in onze herberg, die 'er
+gansch niet oogelijk uitzag, een zeer goed avondmaal; de postwagen
+naar _Bordeaux_, ook aangekomen zijnde, aten wij met 12 à 15 menschen,
+waar onder een paar niet onaardige vrouwen waren. Onder andere spijzen
+zettede men ons een soort van kleine vogeltjes voor, die men in de
+wijngaarden vangt, en _becsigues_ noemt; ik had ze onder weg reeds
+meêr gegeten, en vond ze smakelijk, wij hadden ook, voor _Frankrijk_,
+zeer lekkeren sausbaars, en overvloed van uitmuntende rivierkreeftjes,
+de wijn was tamelijk goed, en men had alzoo geen reden, om over den
+prijs (zijnde slechts £ 3-:-:) te klagen.
+
+Deze stad heeft door de religieoorlogen veel geleden. Johannes Calvinus
+verpligt zijnde, om _Parijs_ te verlaten (in 1533), nam eerst de
+wijk naar deze stad, en vervolgens naar _Poitiers_. In 1568 werd
+dezelve door den Admiraal de Coligny, aan het hoofd van het leger
+der Hugenoten genomen.
+
+Na het avondmaal, in plaats van naar bed te gaan, stapten wij weder op
+den wagen, om den nacht door te rijden. Het was helder sterrelicht,
+en de weg zeer goed. Ik sliep tusschen beiden nog al wat, want men
+heeft in _Frankrijk_ bij den nacht minder reden, om ongerust te zijn
+voor ongelukken dan bij ons; omdat de persoon, die de paarden leidt,
+op een van dezelven zit, en dus beter zien kan, dan een koetsier,
+op den bok zittende.
+
+Den 4 dezer. 's Morgens bij het opgaan van de zon, was het mistig en
+zeer koel, de grond tamelijk effen en de weg goed. Men ziet hier geen
+wijngaarden. Omtrent het dorp _Chaunay_, 8 1/2 post van _Angoulême_, en
+waar wij van paarden verwisselden, begint het Departement _la Vienne_;
+hier omstreeks zag ik veel schapen, die de akkers afweiden; de boomen,
+die men 'er het meeste ziet, zijn noten en castagnes, hier en daar
+een' enkele eik. Wij ontbeten te _Couhé_, 1 1/4 post verder, bij het
+riviertje _la Dive_ gelegen; 'er is een groote hal, anders schijnt
+het niet veel te beteekenen; hier, en in deze landstreek, wordt veel
+noten-olij gemaakt.--Altijd zagen wij veel noten- en castagne-boomen,
+die op dezen grond, die niet van de beste schijnt te zijn, nog al
+redelijk tierig staan. Tusschen beide ziet men ook veel onbebouwde
+gronden, en de landbouw schijnt hier niet zeer ter harte genomen te
+worden, doch de streek kwam mij ook weinig bevolkt voor. _Vivonne_,
+2 1/2 post van _Couhé_, was voorheen een stadje; thans is het een
+armoedig vlek; men kan zich naauwelijks een slordiger en onoogelijker
+plaats voorstellen. De inwoners zagen 'er vuil en afzigtig uit, en de
+ellende was bijna op alle gezigten te lezen. Ondertusschen levert dit
+plaatsje bij het inkomen een niet onaardig en zelfs schilderachtig
+gezigt op. Men ziet 'er, hier en daar ruwe en naakte rotsen, de
+vervallen muren van een oud Klooster op eene hoogte, tegen dezelve
+eenige slordige woningen, lager groene beemden, door een kronkelend
+beekje bespoeld; welk beekje, dat men de _Vonne_ noemt, zich een
+weinig verder met het riviertje _le Clain_ vereenigt, en waar over
+hier eene houten brug ligt; wij verwisselden daar van paarden; ik
+had dus den tijd, om het op mijn gemak te beschouwen, en mij dunkt
+dat dit alles door de hand van een' bekwamen meester uitgevoerd, een
+fraaije teekening of schoone schilderij zou zijn. De landstreek blijft,
+verder voortreizende, woest en onbebouwd, het weinige hout, dat men
+hier en daar ziet, bewijst, dat de natuur slechts behoeft geholpen
+te worden, omdat in eene grootere hoeveelheid voort te brengen. Naar
+mate dat men _Poitiers_ nadert, wordt de landstreek aangenamer, en de
+weg is aan beide zijden beplant. Deze stad is wederom op eene hoogte
+gelegen. Wij kwamen daar omstreeks vier uren aan, en stapten af aan de
+herberg _les Trois Pilliers_ genaamd. In een tuin, niet ver van deze
+herberg, ziet men nog eenige geringe overblijfsels van een _Romeinsch_
+gebouw, alhier onder den naam van _Palais Galliën_, of _l'Amphithéatre_
+bekend; het scheen van gebakken steen enz. op dezelfde wijze als
+dat van _Bordeaux_ gemetseld te zijn geweest [226]. Van daar ging
+ik naar de wandelplaats, die men _le Parc_ noemt. Het is een fraai
+boschje, aan een' hoek van de stad op de hoogte gelegen, en waarin
+verscheidene lanen zijn; deze wandeling is bijzonder aangenaam,
+omdat men van de voormalige stadswallen, die dezelve omringen, een
+heerlijk gezigt heeft. Door een lagchend en aangenaam geschakeerd
+landschap, kronkelt het riviertje _le Clain_; ook ziet men van hier
+omtrent een kwartier uurs ver, eenige poorten of bogen; het zijn
+de overblijfsels van een _Romeinsche Aquaduc_. Vervolgens langs de
+stadswallen of muren, naar den kant van _le Clain_ voortwandelende,
+heeft men het gezigt op aangename moestuinen, groene weilanden,
+een' watermolen, schilderachtig gelegen, een brug, _le pont Joubert_
+genaamd, de overblijfsels van een _Benedictijner_ Klooster, dat een
+fraai gebouw schijnt geweest te zijn, en een fraaije steenen brug, die
+'er nog nieuw uitziet, en welke men _le Pont Neuf_ noemt. Vervolgens
+komt men in een laan met Italiaansche populieren, die al eene tamelijke
+hoogte bereikt hebben, beplant. Van hier ziet men aan den overkant
+van de _Clain_, de rotsen, die men hier en daar voor zware vervallen
+muren of overblijfsels van oude gebouwen zou aanzien; tegen en in
+deze rotsen zijn ook eenige woningen gemaakt. Een fraai en nog nieuw
+gebouw met een _colonnade_ 'er voor, langs dezen weg staande, dient,
+om de baden te gebruiken. Aan den eenen kant zijn de vertrekjes voor
+de vrouwen, en aan den anderen die der mannen. Een weinig verder
+heeft men de allerliefste en zeer romaneske wandeling, die hier _la
+Promenade du pont Guillon_ genoemd wordt; ik wil trachten om 'er u,
+zoo goed mij doenlijk is, een denkbeeld van te geven; verbeeld u eene
+plaats van eene onregelmatige gedaante, door zware en digte boomen
+beschaduwd; het riviertje _le Clain_, welkers boorden hier en daar met
+struiken begroeid zijn, stroomt 'er langs; aan dien kant, en zelfs in
+het water ziet men eenige torens en overblijfsels van een oud Kasteel
+voor verscheidene eeuwen, door de Graven van _Poitiers_, en thans door
+de uilen en vledermuizen bewoond. In een der torens scheenen echter
+nog menschen te huizen, en eenige doeken, die uit de venstergaten te
+droogen hingen, maakten hier geene onaardige vertooning. Verder op
+ziet men de rotsen aan den overkant van de _Clain_, en aan de andere
+zijde, naar den kant van de stad, is een rijweg, onder water staande,
+en door hooge boomen, somber beschaduwd; juist kwam daar een driftje
+beesten en een vrouw op een ezel gezeten door, en nu was het volmaakt
+een schilderij in den smaak van uw beroemden stadgenoot Nicolaas van
+Berchem. De zon bijna ondergaande begunstigde het schilderachtige
+nog van dit schoone landschap. Niet ver van deze wandeling gaat men
+door de poort, _la porte de Paris_ genaamd, in de stad; in de rotsen
+over dezelve zijn ook eenige woningen gemaakt. De stad van dezen kant
+ingaande, loopen de straten zeer steil; inwendig is zij meestal zoo
+lelijk en onaangenaam als de omstreken fraai en bevallig zijn [227];
+naauwe, kromme en misselijk bebouwde straten; een menigte thans
+veelal vervallen of half verwoeste Kerken en Kloosters, en andere
+gothische gebouwen. De Hoofdkerk is zeer groot, en heeft misschien
+voor liefhebbers van diergelijke gebouwen hare schoonheden. Voorbij
+een straat gaande, die men _la rue Neuve_ noemt, zag ik een pyramide
+met een basrelief in den muur, op den hoek van dezelve. Eenige
+vrouwen die daar omtrent aan haar deur zaten, verhaalden mij met
+een soort van eerbied, dat het een gedenkteeken was van een groot
+wonderwerk door den Heiligen Hilarius, Bisschop alhier, gedaan. In
+het begin van de omwenteling was het, hier digt bij staande, om
+ver geworpen, en nu had men het sedert eenigen tijd weder opgerigt,
+en in den muur gemetseld. Hoewel Calvinus in deze stad nog al wat
+aanhangers gemaakt heeft, thans is 'er het getal der Protestanten
+niet groot, en de Roomschgezinden zijn 'er meestendeels bijgeloovig en
+onverdraagzaam [228]. Voor de omwenteling waren hier omtrent 50 Kerken
+en Kloosters. Deze Stad heeft, ten tijde van de religieoorlogen,
+bloedige tooneelen opgeleverd; de Maarschalk St. André, dezelve
+ingenomen hebbende, gaf ze, om zich op de Protestanten te wreken,
+aan de plundering en baldadigheid zijner soldaten over; de gruwelen,
+die aldaar toen gepleegd werden, zijn allerafgrijsselijkst. De getergde
+en vervolgde Protestanten moorden en martelden wel niet, maar begingen
+vele buitensporigheden in het plunderen der Kerken, en het verwoesten
+van verscheidene merkwaardige gedenkteekenen en kunststukken.
+
+De markt is eene ruime plaats; doch dat is ook al wat men 'er van
+zeggen kan. Na den Schouwburg, die deze avond speelde, vragende,
+wees men mij naar een achterstraatje. De ingang van het huis waar in
+de zaal was, was zoo laag, dat de schildwacht, die 'er naast stond,
+boven de deurstijlen uitkwam. Inwendig was het nog al redelijk; men
+vertoonde 'er de _Tartuffe_ van Molière; waarlijk dit stuk kwam hier
+niet te onpas! Over het geheel werd het nog al redelijk wel gespeeld,
+en 'er waren tamelijk veel aanschouwers, waar onder echter veel
+militairen. _Poitiers_ is een groote stad, doch naar evenredigheid
+slecht bevolkt; zij bevat nog geen 18,300 inwoners. De hoofdplaats
+van het Departement de _la Vienne_ zijnde, is zij de zetel van de
+Prefecture; ook is 'er een Bisdom. Voorheen was zij de hoofdstad
+van de Provincie _Poitou_, en is over _Angoulême,_ enz. 33 3/4
+post van _Bordeaux_. De handel is 'er niet aanmerkelijk. 'Er zijn
+eenige fabrieken van kousen, sommige wollestoffen, krep, enz. Bij
+het avondmaal, dat vrij goed was, werden wij lastig gevallen door
+verscheidene koopvrouwen in messen, scharen en dergelijken. Nu, die in
+_Frankrijk_ reist, mag zich wel van een mes voorzien, want men komt in
+verscheidene herbergen, waar men wel eten en drinken, lepels en vorken,
+maar voor ieder geen mes vindt, en men is daar gewoon, dat de reizigers
+die mede brengen. De levensmiddelen zijn hier vrij overvloedig en niet
+duur. Wij betaalden dan ook voor het avondmaal en slapen maar £ 3-:-:
+Den 5 dezer, 's morgens om 5 1/2 uur vervolgden wij onze reis. De
+weg is goed en vrij aangenaam. Aan de linkerhand heeft men rotsen,
+en aan de regter een fraai gezigt over de beemden langs de _Clain_,
+heuvels, wijngaarden, enz. In en omtrent het dorp _Jaulnais_, waar
+wij door kwamen, zag ik eenige vrouwlieden met een soort van kappen,
+bijna als die der Nonnen op; naar ik vernam, is het de dragt van
+die streek. Niet ver van den weg aan de linkerhand, zag ik op eene
+hoogte de overblijfsels van een Kasteel, dat aanmerkelijk moet geweest
+zijn, zijnde nog heden een groot en hoog gebouw; men zei mij, dat
+het _la Tour de Beaumont_ genaamd was, en dat men hetzelve op een'
+afstand van 22 uren zien kon. Ons gezelschap was vermeerderd door
+twee Gedeputeerdens van _Poitiers_, om bij de aanstaande krooning
+van Keizer Napoléon tegenwoordig te zijn; een van die Heeren had
+eene lieve vrouw, en in 't geheel scheenen het hupsche en geschikte
+menschen, dit maakte het onderhoud nog al levendig en aangenaam. Een
+dorp, waar wij doorkwamen, gaf door zijn' zonderlingen naam geen
+gunstig denkbeeld van deszelfs inwoners; het heet _la Tricherie_
+(de bedriegerij); verscheidene vrouwen kwamen 'er ons vruchten te
+koop aanbieden. De landstreek is bij aanhoudenheid vrij aangenaam.
+
+Te _Chatellerault_, 5 posten van _Poitiers_, kwamen wij omtrent 11
+uren voormiddag aan, en vertoefden 'er om het middagmaal te houden. De
+rivier _la Vienne_, waarmede zich de _Clain_, een eindje boven deze
+stad vereenigt, is hier bevaarbaar, en 'er ligt een fraaije steenen
+brug, welke men van dezen kant in de stad komende, overgaat; dezelve
+is door den Hertog de Sully, vriend van Hendrik den IV., en een der
+voorname steunen van de Protestanten, gesticht. Deze rivier is, naar
+ik vernam, tamelijk vischrijk; wij hadden een snoek op tafel van wel
+12 à 15 ponden, en deze zijn in _Frankrijk_ zoo algemeen niet, als
+bij ons; even zoo min als de goede boter, die hier echter ook zeer
+lekker was. Gedurende den maaltijd werden wij weder bestormd door
+eene menigte koopvrouwen in messen, scharen, pennenmessen, enz. Zij
+hielden op eene bedelachtige wijze aan, om wat te verkoopen, en werden
+het somtijds oneens onder elkander. De messenmakerij is het voorname
+bedrijf van de ingezetenen, en zij hebben 'er nog al wat in te doen,
+leverende daar van aan _Parijs_, en meêr andere plaatsen, behalve het
+geene zij den reizigers verkoopen of opdringen. Hun werk is fraai op
+'t oog, doch de hoedanigheid van het staal is, zegt men, niet best,
+en dat van _Moulins_ wordt voor beter gehouden. Deze landstreek
+levert ook het ijzer, dat hier verwerkt wordt, op. De omstreek van
+deze plaats scheen aangenaam en vruchtbaar. Door den zwaren regen
+werd ik veel belet, om hier te wandelen, echter zag ik 'er eenige
+gnappe huizen, en het ziet 'er over het algemeen vrij wel uit. Het
+getal der ingezetenen wordt op ruim 7700 begroot. In de rivier voor
+de stad lagen verscheidene schuiten.
+
+De weg loopt vervolgens door een aangenaam landschap, latende
+de rivier aan de linkerhand. Aan beide zijden op een' zekeren
+afstand van den weg, ziet men groene heuvelen, en hier en daar
+buitenverblijven. Vooruit ziet men in de verte een soort van vrij
+hoogen toren. Welhaast naderden wij denzelven: het is een steenen
+kolom, waar een wenteltrap omslingert, staande op het _moderne_ Kasteel
+_les Ormes_ genaamd, en behoorende aan den Heer Voyer d'Argenson. Het
+is een groot en prachtig gebouw, met uitgestrekte tuinen en boschjes;
+terwijl men van paarden verwisselde, hadden wij den tijd, om hier eens
+rond te loopen. Aan den anderen kant van den weg zijn de stallen,
+en dit alles gelijkt naar een Vorstelijk verblijf. Het ligt 2 1/2
+post van _Chatellerault_. Wij reden nog een goed eind weegs langs
+de muren, die de aangelegen erven van dit landgoed omringden;--deze
+landstreek schijnt zeer bewoond, en wij kwamen door eenige dorpen over
+eene brug, over de kleine rivier _la Creuse_ liggende [229] en langs
+eenen beplanten weg, omtrent 7 1/2 uren te _St. Maure_, een steedje,
+waar wij ons avondmaal en nachtverblijf moesten houden; hebbende heden
+9 1/2 post afgelegd. Voor den gewonen prijs van £ 3-10-: hadden wij een
+vrij goed avondmaal en ligging, doch konden van de laatste niet lang
+gebruik maken: alzoo wij den 6 dezer, 's morgens om 3 uren, weder voort
+reisden. Het had wat gevrozen, en deed zulks nog, toen wij afreden. De
+zon ging helder op, en het was een schoone herfstmorgen. Langs den weg
+stonden eenige ijpenboomen; men was bezig met de bladeren van dezelve
+aftestroopen; zij dienen tot voeder voor het vee, niet omdat het gras
+of ander voedsel thans buitengewoon schaars is, maar omdat men meent
+dat deze bladeren goed en gezond zijn, inzonderheid voor de koeijen,
+welke dezelve ook gaarne lusten. Ik geloof toch, dat indien men hier
+even zoo als in _Bataafsch_ en _Fransch Braband_, rapen en spurrie
+zaaide op de zoogenaamde korenstoppelen, zulks veel voordeeliger en
+beter zou zijn; doch zoo als ik reeds gezegd heb, over het algemeen is
+'er aan den landbouw in _Frankrijk_ nog veel te verbeteren. Hier en
+daar zijn wel Landbouwkundige Genootschappen, welke bespiegelingen
+maken, prijsvragen uitgeven, en boeken schrijven; doch de landman
+kan dikwijls niet lezen [230], of zoo hij het al kan, heeft hij 'er
+den tijd en den lust niet toe, en blijft ook liever zoo maar op den
+ouden voet voortslenteren, daar eene nieuwe behandeling doorgaans in
+het begin meerder moeite, althans meerder oplettenheid, en somtijds
+ook eenige onkosten veroorzaakt. Landbouwkundige Genootschappen zijn
+dan wel goed, en zelfs zeer goed, doch zij moesten, mijns bedunkens,
+de _practijk_ bij de _theorie_ voegen, en ieder genootschap moest
+ook tevens eenige morgens akkerland onder den ploeg hebben, tot bosch
+aanleggen, en van tijd tot tijd die streken gaan bezoeken, welke het
+meeste verbetering behoeven, aldaar eenigen tijd verblijven, en met
+de landlieden en hunne gebruiken kennis maken. In _Duitschland_
+reizende, zag ik daar op sommige plaatsen Predikanten die in
+der daad boeren waren; doch zij hebben met dat al doorgaans eene
+beschaafde opvoeding en opleiding tot meêr andere wetenschappen
+dan de Godgeleerdheid alleen, gehad. Men vindt daar zeer hupsche
+en achtingwaardige Patriarchen onder; en welke zich niet door hunne
+opgeblazenheid, maar alleen door meerdere deugd en eenvoudige kunde
+van hunne gemeente trachten te onderscheiden, en alzoo bij dezelven
+zeer bemind zijn. Zou men niet weldoen, van dit voorbeeld aangaande
+onze Predikanten, Pastoren en Dorpschoolmeesters te volgen; was het
+niet nuttiger dat de eerstgenoemden zich op de Hooge Schole, op de
+studie van den landbouw, dan op die der Hebreeuwsche en Chaldeeuwsche
+talen toeleiden, en zou men bij het doen der examens, geene bewijzen
+van hunne kundigheid hier omtrent kunnen vorderen, gelijk ook van de
+Dorpschoolmeesters? Ik deel u deze aanmerking mede, omdat mij dunkt,
+dat gij dienaangaande wel eens een voorstel bij de Maatschappij _tot
+Nut van 't Algemeen_ zoudt kunnen doen. Doch keeren wij tot mijne
+reisbeschrijving weder terug. Langs een' goeden weg, en door een
+aangename landstreek, kwamen wij, om de koude meestal wandelende, te
+_Montbazon_, een niet onaardig stadje, en dat een welvarend voorkomen
+heeft. Bij hetzelve ziet men de overblijfsels van eene oud Kasteel,
+en een fraaije steenen brug over de kleine rivier _l'Indre_. En
+nu komt men aan de bekoorlijke toegangen van _Tours_; van de hoogte
+heeft men een verrukkelijk gezigt op dezelve, en de aangename landouw,
+waarin zij gelegen is. Daar de wagen om eene brug, welke men herstelde,
+verpligt was een' kleinen omweg te maken, verkozen wij, om langs den
+gewonen weg, zijnde een fraaije laan, een groot kwartier uurs lang,
+naar de stad te wandelen; aan het eind van deze laan komt men door
+een mooi ijzer hek in dezelve en die hier nooit geweest is, staat
+verwonderd over het fraaije, nette en regelmatige van dit gedeelte
+van de stad: zijnde een vrij lange en breede straat, aan beide zijden
+met verheven en wel gestraatte voetpaden, en zeer fraaije huizen van
+gehouwene steen, in eene geregelde en sierlijke order gebouwd. Wij
+kwamen hier om 9 1/2 uur 's morgens aan. _Tours_ is, langs den weg dien
+wij gekomen waren, 48 3/4 post van _Bordeaux_. De postwagen vertoeft
+'er, om het middagmaal te houden, en ik voornemens zijnde, om hier
+een paar dagen te blijven, nam mijn intrek in het _Hotèl d'Espagne_,
+hetzelfde, waar de passagiers van den postwagen spijzigen.
+
+De fraaije straat, waarin verscheidene mooije winkels en Koffijhuizen
+zijn, doorgaande, komt men regt over dezelve aan een der schoonste
+steenen bruggen van _Frankrijk_ over de _Loire_, die hier vrij
+breed is, gelegen; zij is niet boogsgewijze maar plat (_horisontal_)
+gebouwd, en rust op 15 bogen, waar van 'er door den ijsgang in de
+winter van 1790, vier verwoest zijn; dit gedeelte is in hout weder
+hersteld, doch thans is men bezig om hetzelve weder in zijnen vorigen
+staat te brengen. Eer dat men van den kant van de stad op de brug
+gaat, heeft men eene fraaije plaats, waarop aan den eenen kant het
+Stadhuis, en aan den anderen de voorgevel (_facade_) voor een gebouw,
+in denzelfden smaak, om eene regelmatige gedaante aan deze plaats te
+geven; dit laatstgenoemde gebouw staat al sedert verscheidene jaren
+onvoltooid. Wat verder, aan beide zijden, zijn _terrassen_, die men met
+eenige trappen beklimt; zij zijn met eenige rijen jonge boomen beplant,
+en langs dezelven zijn op eene regelmatige wijze een groot aantal
+kleine winkels gemaakt, om, ten tijde van de kermis, tot kramen voor
+de Kooplieden te dienen. Aan het eind van deze terrassen zijn fraaije
+getimmertens, dienende voor Koffijhuizen; van deze terrassen langs
+de plaats tot aan de brug, zijn steenen leuningen (_balustrades_),
+waarop eenige groote bloempotten (_vases_) van wit marmer staan. Op de
+brug zelve, heeft men een allerschoonst gezigt, op een gedeelte van
+de stad, en een lange dreef met populieren beplant, aan het eind van
+de kaai, de met boomen beplante eilanden in de _Loire_, en de heuvels,
+wijnbergen, buitenplaatsen en dorpen aan den overkant.
+
+Na den middag ging ik eene wandeling buiten de stad aan den overkant
+der rivier doen; de landstreek is hier allerliefst, en het is niet
+zonder reden, dat men het voormalig _Touraine_, waar van _Tours_ de
+Hoofdstad was, den tuin van _Frankrijk_ (_le Jardin de la France_)
+noemde. In de heuvels langs de rivier, heeft men hier en daar kelders
+gemaakt, dienende tot bergplaatsen voor den wijn, en verder op hebben
+zelfs de menschen woningen in de rotsen. Op de hoogtens klimmende,
+heeft men hier en daar zeer fraaije en schilderachtige gezigten,
+vooral ook bij de voormalige Abdij _Marmoutier_, in de voorstad
+_St. Symphorien_, aan den regteroever van de _Loire_ gelegen, en welke
+Abdij voor de oudste van het westen gehouden wordt; als zijnde door
+St. Martin _de Tours_ in 371 gesticht [231]; zij is echter nog niet
+vele jaren geleden op eene prachtige wijze bijgebouwd. De rotsen,
+oude muren, enz. maken hier eene zeer romaneske vertooning. Verder
+landwaards inwandelende, zag ik veel wijngaarden, en men was hier
+en daar nog drok met den wijnoogst bezig. De wijnen hier omstreeks,
+vooral die van _Vouvrai_, hebben nog al eenigen roem, en worden over
+_Nantes_ ook wel naar ons Vaderland gezonden, waar zij onder den
+naam van _Tours_-wijnen bekend zijn. Deze landstreek levert ook vele
+vruchten en vooral pruimen op; de laatstgenoemde worden in eene groote
+hoeveelheid gedroogd, en maken een' voornamen tak van koophandel uit
+[232]. In de _Meijerij van 's Bosch_ wonende, heb ik ook meêr dan eens
+van die vruchten, die dikwijls zeer overvloedig zijn, laten droogen;
+en bevonden, dat, indien 'er behoorlijke zorg voor gedragen wordt,
+men die bij ons ook al zeer goed kan hebben. In _Gelderland_ is dit
+ook nog al gebruikelijk, doch over het algemeen maakt men anders van
+het aankweeken en droogen van deze gezonde vrucht bij ons niet veel
+werk, en wij moeten die ook al weder veel van vreemden krijgen [233].
+
+Den 7 dezer, 's morgens vroegtijdig uitgaande, vond ik het koud; het
+had dezen nacht weder een weinig gevrozen. Buiten het ijzeren hek,
+waar wij in gekomen waren, heeft men aan beide zijden ook beplante
+wandelingen; doch de boomen zijn nog zeer jong. Den wal omgaande,
+zag ik verscheidene moestuinen, waarin de groentens zoo goed stonden,
+dat ik ze maar zeldzaam zoo in _Frankrijk_ gezien heb. De wandeling
+door de Italiaansche populieren laan [234] langs de rivier, welke meêr
+dan een kwartier uurs lang is, is zeer aangenaam. Van daar te rug
+komende, zag ik op de kaai, _le Quai du vieux pont_ [235] genaamd,
+een oude sterkte met torens, en meende de overblijfsels van muren,
+daar hetzelve opgebouwd was, voor Romeinsch werk te moeten erkennen;
+zijnde op dezelfde wijze gemetseld als het zoogenaamde _Palais Galliën_
+te _Bordeaux_, en te _Poitiers_. Deze overblijfsels van muren strekken
+zich een eindje langs deze kaai uit, en vervolgens in de stad tot aan
+het Aartsbisdom. Dit Aartsbisdom schijnt een fraai gebouw; boven de
+poort van hetzelve las ik _Musée_; doch vernam tevens, dat men thans
+bezig was met hetzelve naar een ander gebouw te verplaatsen, alzoo
+zijne Hoogwaardigheid de nieuw aangestelde Aartsbisschop, zich hier had
+neder gezet. De Hoofdkerk, die hier bijstaat, is een trotsch Gothisch
+gebouw, pronkende met twee torens; het is ook, zoo men wil, door den
+reeds genoemden St. Martin [236] in de 4de eeuw gesticht; 'er plagt
+een boekerij bij dezelve te zijn, waarin zeer oude en merkwaardige
+handschriften, op een soort van lessenaars, aan ketenen vastgeklonken
+lagen. Merkwaardige beelden of schilderijen zag ik in deze Kerk niet,
+maar het geen ik zonderling vond, was dat de vloer voor en achter
+verheven gemaakt was: zoo dat men 'er met eenige trappen opklom, en
+naar het midden, waar het groot altaar stond, afhelde; even eens als
+een staanplaats of _parterre_ in een' Schouwburg. Men ziet duidelijk,
+dat dit niet aanvankelijk, maar eerst in latere tijden gemaakt is.
+
+Ik herinnerde mij, van kort voor mijn vertrek van _Parijs_, aldaar in
+de vergadering van een Genootschap van Geletterden en Kunstenaars,
+genaamd _Société Philotecnique_ te hebben hooren spreken van een
+overblijfsel der oudheid, dat omstreeks deze stad nog moest bestaan,
+en dat naar het gevoelen van oudheidkundigen, een tempel der _Druïden_
+zou geweest zijn [237]; om dien aangaande nader onderrigting te
+bekomen, vervoegde ik mij bij den opzigter (_conservateur_) van het
+Museum alhier, die de vriendelijkheid had van mij de plaats, alwaar
+het bestond, naauwkeurig te beduiden. Het Museum kon ik niet zien,
+omdat, men bezig met verhuizen zijnde, alles nog overhoop lag; doch
+ik vernam van gemelden Heer, dat deze verzameling meestal bestond uit
+eenige schilderijen, beelden, enz. die men in de Kerken en Kloosters
+had gevonden, benevens eenige weinige oudheden. Ik meende dan te moeten
+besluiten, dat, indien 'er vooral onder de schilderijen stukken van
+den eersten rang geweest waren, men dezelve denkelijk naar de galerij
+van _Parijs_ zou hebben overgevoerd, en ik begreep wel, dat ik door
+dit Museum niet te kunnen bezigtigen, weinig verloor [238].
+
+Vroegtijdig gegeten hebbende, haastte ik mij, om den tempel der
+_Druïden_ te gaan opzoeken, daar dezelve omtrent twee uren van de stad
+afgelegen is. De hoogte aan den anderen kant van de _Loire_, tegen over
+de brug _la Tranchée_ genaamd, opklimmende, wandelde ik langs een'
+vrij aangenamen weg, tot het Dorp _la Membrolle_, en nam, hetzelve
+door zijnde, links den weg naar het Kasteel _le Plessis les Tours_
+[239]; het geen nog een goed eindje is; eer men aan dat Kasteel komt,
+staat de vermeende Druïdentempel (bij de landlieden in deze streek
+onder den naam van _Grotte_, of _Maisson des Fées_ bekend) aan het
+eind van een akker, aan de regter hand; een landmeisje, dat ik daar
+omtrent ontmoette, wees mij denzelven aan. Het is een langwerpig
+vierkant van onmatig groote ruwe steenen gemaakt; acht van dezelven
+over eind staande, maken de zijmuren rondom uit; zij zijn, hoewel
+zeer ongelijk, naar gissing 2 à 3 voeten dik, 5 1/2 à 6 hoog boven den
+grond, waar zij een weinig in stonden, en van onderscheidene breedte;
+de negende steen aan den ingang staande, en die met een andere die
+dwars in de zijwanden geplaatst is een soort van voorportaal maakt,
+is kleiner: dit soort van gebouw is gedekt door drie steenen, die nog
+grooter en dikker zijn dan de anderen [240]. Ik klom 'er boven op,
+om denzelven aftredende te meten; die aan den kant van den ingang,
+is ruim 5 treden in de breedte van het gebouw en 4 lang; de middelste
+heeft genoegzaam dezelfde breedte, doch is maar 3 treden lang, en de
+achterste is 4 treden breed en 3 lang; de dikte van den middelsten
+steen is aan den eenen kant (naar gissing) 3 1/2 voet, en aan den
+anderen omtrent 5; de twee anderen zijn minder dik, hier en daar staken
+de deksteenen over de zijwanden uit. Inwendig was het omtrent 11 treden
+lang, te weten het voorportaal omtrent 3, en het overige gedeelte 8,
+de breedte was 3 treden; bij den ingang waren eenige boomen geplant,
+boven op en ter zijde groeide hier en daar een weinig mos en gras. De
+steenen van eene grijsachtige kleur zijn van de soort, die in de
+steengroeven hieromstreeks gevonden wordt; zij schijnen in 't geheel
+niet bewerkt, maar, zoo als zij uit die groeven gekomen zijn, hier
+geplaatst. Ondertusschen moet het geen geringen arbeid gekost hebben,
+om zulke verbazende zware brokken hier na toe en op elkanderen te
+krijgen; en zij, die dat gedaan hebben, moeten toch, dunkt mij, eenig
+denkbeeld van de werktuigkunde gehad hebben; hoe zeer het schijnt dat
+zij geen Steenhouwers of Bouwmeesters geweest zijn. Mijne kundigheden
+niet toereikende zijnde, om te beslissen in hoe verre het denkbeeld,
+dat dit gebouw een tempel of offerplaats der Druïden zou geweest zijn
+[241] al dan niet gegrond is, zal ik hier alleenlijk bijvoegen, dat 'er
+in _Frankrijk_ meêrder gelijke opgerigte steenen gevonden worden, onder
+anderen in het Departement _l'Aveiron_; doch zij zijn veel kleiner en
+bestaan doorgaans slechts uit vier steenen, namelijk drie rondom en
+een boven op. Volgens Monteil, Hoogleeraar in de Geschiedkunde, die
+een beschrijving van dat Departement in het licht heeft gegeven [242],
+zouden 'er na bij herhaling te hebben gegraven, lijkbussen, wapenen en
+gedenkpenningen in gevonden zijn, waarom hij waarschijnlijker vindt,
+dat het gedenkteekens van grafsteden zijn. Ik vroeg 'er een landman,
+hier omstreeks wonende, na, doch hij zeide 'er niets anders van te
+weten, dan dat hij wel van zijn' grootvader had hooren zeggen, dat
+het sedert eeuwen bestond; ondertusschen kon ik wel merken, dat hij
+'er een bovennatuurlijk denkbeeld aan hechte zoo als dit ook uit de
+benaming van _Grotte de Fées_ blijkt; en ik houde mij verzekerd,
+dat 'er de boer niet gaarne een nacht alleen in doorgebragt zou
+hebben. Ongetwijfeld, indien het niet zoo stevig was, zou het lang
+verwoest geweest zijn; doch dat zou niet gemakkelijk genoeg gaan,
+om ter sluips te kunnen geschieden.
+
+Langs een' anderen vrij aangenamen weg, voorbij akkers en wijngaarden,
+keerde ik weder naar _Tours_ terug. Het gezigt dat men boven aan den
+weg _la Tranchée_, staande over de brug, door de fraaije straat van
+_Tours_, en vervolgens door de regte laan, tot tegen de andere hoogte,
+heeft, is schoon.
+
+'s Avonds in een Koffijhuis gaande, vond ik daar wel 30 menschen
+bezig met lotto-spelen; ieder tuurde aanhoudend op de kaarten, die
+hij voor zich had liggen, terwijl de hospes de nommers oplas;--welk
+een ellendig tijdverdrijf! ook was het hier voor iemand, die niet
+mede speelde, niet om uit te houden.
+
+Het vervolg en slot van mijn reisverhaal, zend ik u bij eene volgende
+gelegenheid.--Vaarwel!
+
+
+
+
+
+VIJF EN TWINTIGSTE BRIEF.
+
+_Parijs, 16 October._
+
+
+Den 8en dezer verliet ik _Tours_, na alvorens nog eens rond gewandeld
+te hebben. Over het geheel is deze stad niet onaangenaam bebouwd,
+doch de overige straten zijn op verre na zoo fraai niet als die,
+waarvan ik u reeds gesproken heb. Men is nog bezig met 'er nieuwe
+aanteleggen, ter plaatse waar voorheen een groot gebouw, dat een
+Kerk of Klooster was, stond; en dit gedeelte van de stad zal daar
+door aanmerkelijk verfraaid worden. Voor de omwenteling was hier ook
+eene menigte Kerken en Kloosters; geen wonder, het is een goede en
+vruchtbare landstreek [243]. De zijdenstoffen fabrieken zijn vooral
+sedert de herroeping van het Edict van _Nantes_ aanmerkelijk in deze
+stad verminderd, zoo wel als het getal der ingezetenen, dat thans maar
+op 21,000 begroot wordt, voorheen waren 'er bijna eens zoo veel.--Zie
+daar de gevolgen van de onverdraagzaamheid en vervolgzucht!--Behalve
+onderscheidene soorten van Damasten, voorheen zeer veel in gebruik,
+is de stof bij ons bekend onder den naam van _gros de Tours_, van
+hier afkomstig. 'Er zijn ook eenige leêrlooijerijen.
+
+Thans is _Tours_ de hoofdstad van het Departement _l'Indre et Loire_,
+en is zekerlijk, wat de gelegenheid aanbelangt, een der fraaiste en
+aangenaamste steden van _Frankrijk_.
+
+De onder anderen door de verzen van Voltaire beruchte Agnes Sorel is in
+dit Departement geboren; ondertusschen verwondert het mij, dat men nog
+heden te _Tours_ een straat naar die bijzit van Karel den VII. noemt,
+en dien naam op den hoek van dezelve geschreven ziet, zonder dat men
+die na de omwenteling schijnt uitgewischt te hebben. Zoo onregtvaardig
+zijn de menschen, een vrouw die met een zoogenaamd gemeen man buiten
+het huwelijk leeft, overlaadt men met smaad en verachting, terwijl
+men de bijzitten van Vorsten of Grooten eer bewijst; de eene wordt
+in het spinhuis, en de andere naast den troon geplaatst. Op dezelfde
+wijze gaat het in zoo vele andere gevallen, de eene, bij voorbeeld,
+eene verandering in de regering of het staatsgestel van zijn land
+willende bewerken, sterft als een oproermaker op het schavot, en de
+andere die hetzelfde doet, maar gelukkiger is, leeft omringd van magt
+en gezag.--Hier ligt het grijze hoofd van Oldenbarneveld aan de voeten
+van den scherpregter, en daar doet Maurits in Vorstelijken tooi zijn
+trots en heerschzucht gelden.
+
+Met meêr regt mag dit Departement dan roem dragen (behalve op
+Descartes) op den vermaarden hekelachtigen schrijver en wijsgeer
+Rabelais, van wien ik reeds, over _Montpellier_ handelende, sprak; en
+die te _Chinon_, een stadje niet ver van _Tours_, geboren werd. Men
+verhaalt van Rabelais, dat hij den Kanselier Duprat, die onder de
+regering van Lodewijk den XII. en Franciscus den I. geleefd heeft,
+willende spreken, en wel wetende dat het niet gemakkelijk was, om
+de groote Heeren te naderen, den portier in het _Latijn_ aansprak;
+deze hem niet begrijpende riep den kamerdienaar, en Rabelais sprak
+_Grieksch_; vervolgens kwam de eerste klerk van het secretarij en
+hij sprak _Hebreeuwsch_; de Secretaris voorkomende, liet hij zich in
+het _Syrisch_ hooren; eindelijk kwam de Kanselier zelve, en Rabelais
+deed zijne boodschap in het _Fransch_, met bijvoeging van de reden,
+waarom hij met zooveel taalgeleerdheid voor den dag was gekomen,
+waar over de Minister dan ook hartelijk lagchte.
+
+Daar de plaatsen op de gewone postwagens reeds besproken waren, zelfs
+voor den volgenden dag, (want de aanstaande krooningsplegtigheden
+te _Parijs_, trekken daar nog al nieuwsgierigen naar toe) bleef
+mij niets overig, dan met een fourgon van de _Velocifères_ [244]
+te vertrekken. Hoe ongaarne ik dit ook deed, om dat dit rijtuig niet
+over _Orleans_ maar over _Chartres_ rijdt, besloot ik 'er echter nog
+te meêr toe, omdat het weder zeer regenachtig was, en het zich niet
+liet aanzien, dat ik veel in de omstreken van _Tours_ zou kunnen
+wandelen, indien ik daar nog al een paar dagen was gebleven. Ook
+wilde ik toch wel eens met die nieuwe rijtuigen reizen, hoe weinig
+verwachting ik 'er ook, zoo dra ik dezelve maar gezien heb, van had,
+en in dat denkbeeld nog dagelijks bevestigd werd. Ik betaalde in
+de _cabriolet_ van de _fourgon_ [245], die even zoo gemakkelijk
+is als die van de _Velocifères_ zelve, van _Tours_ tot _Parijs_
+voor iedere plaats £ 39-:-:. Wij vertrokken tegen den middag, omdat
+'er den vorigen dag reeds iets aan het rijtuig gebroken was, dat hier
+hersteld moest worden, anders had het 's morgens zeer vroegtijdig al
+moeten vertrekken.
+
+De landstreek een eindje buiten _Tours_, over de hoogte en door
+het dorp _Monneye_, is zeer eenzelvig, zijnde meest korenakkers, en
+dus het gezigt niet aangenaam.--Zij schijnt ook niet zeer bevolkt,
+althans ik zag 'er zeer weinig woningen; de weg is met opgeworpen
+keitjes gemaakt; op sommige plaatsen was men daar mede bezig; hij
+werd omtrent 1 1/2 voet uitgegraven, in deze groef een bedding van
+keijen gelegd en vervolgens met kleine keitjes gevuld. De toegangen
+van _Chateau Regnault_, zijn nog al aangenaam; langs den weg heeft
+men Italiaansche populieren en weilanden. Dit steedje ligt aan
+het riviertje _le Brenne_, 4 posten van _Tours_; inwendig ziet het
+'er slordig en onaangenaam uit, behalve de overblijfsels van een
+oud Kasteel op eene hoogte gelegen, is 'er nog een ander, dat in
+veel later tijden schijnt gebouwd te zijn.--De weg wordt slecht,
+en de landstreek levert niets merkwaardigs op; ondertusschen begon
+het donker te worden, en wij kwamen omtrent ten 9 uren te _Vendome_,
+waar de Postillon bij het inrijden van de poort ons bijna omver wierp;
+nu het was 'er ook zeer donker, want lantaarns schijnen hier in geen
+gebruik. In de herberg, daar wij afstapten, om het avondmaal te neemen,
+wachtte men de _Velocifère_ die van _Parijs_ moest komen, nog met het
+middagmaal; na dat wij gegeten hadden kwam zij eerst aan. Vele menschen
+waren hier dronken van den nieuwen wijn, dien men voor twee _sols_ de
+fles verkocht. _Vendome_ is 7 1/2 post van _Tours_. Daar wij 'er dien
+zelfden avond om 11 uren weder van daan reden, zag ik 'er genoegzaam
+niets van, doch was 'er ook, naar ik vernam, niet veel bijzonders op te
+merken. Het is de tweede stad in rang van het Departement _Loir_ [246]
+_et Cher_, en aan de eerstgenoemde kleine rivier gelegen. Zij bevat
+ruim 6200 inwoners. Men maakt 'er veel handschoenen voor _Parijs_,
+en eenige wollen stoffen; het omliggende landschap _Vendomois_
+genaamd is vrij vruchtbaar in granen en eenig ooft; de wijnen die
+'er geteeld worden dienen genoegzaam alleen voor het gebruik van
+de bewoners. Gelukkig was het nog al sterrelicht en de weg werd
+beter. Daar het rijtuig zoo lang over zijn tijd uitbleef, sliepen de
+postillons overal, en de Conducteur, die voor de eerstemaal deze reis
+deed, had veel moeite, om ze op te zoeken, het geen onze reis ook nog
+vertraagde. De dageraad begon aantebreken, toen wij den 9den dezer
+te _Chateaudun_, 5 posten van _Vendome_, aankwamen; men verwisselde
+daar weder van paarden, en toen wij wegreden was het volkomen licht,
+dat mij vermaak deed, om dat 'er dit stadje gnap uitziet. De markt,
+waarop het Raadhuis staat, is een fraaije plaats, en zoo wel als
+eenige straten vrij regelmatig aangelegd; ook vernam ik, dat 'er 60 à
+70 jaren geleden een groot gedeelte van _Chateaudun_ afgebrand zijnde,
+hetzelve sedert nieuw is opgebouwd. Daar deze landstreek vruchtbaar
+is in koren, drijft dit stadje daar in veel handel. Het is op een
+rotsachtige hoogte gelegen; van die hoogte, even buiten hetzelve,
+heeft men een schoon gezigt op de omliggende vlakte, waar de _Loir_
+slingerende doorloopt. (Dit stadje is het eerste aan dezen kant in
+het Departement _l'Eure et Loir_.) Wat verder kwamen wij over een
+fraaije steenen brug over die rivier de Loir; de gelegenheid is hier
+schilderachtig, vooral wanneer de eerste stralen der zon zich over
+hetzelve verspreiden; eene schoone en uitgestrekte vlakte doet zich
+vervolgens op, en na een eind door dezelve gereden te hebben, eene
+fraaije beplanting, een Kasteel en eenige buitenplaatsen. Ongeveer
+om 8 uren kwamen wij aan het steedje _Bonneval_, mede aan de _Loir_
+aangenaam gelegen; doch het ziet 'er naar en bouwvallig uit. De weg,
+die vrij goed is, loopt aanhoudend door eene uitgestrekte vlakte met
+korenakkers, hier en daar is hij beplant, en men ziet aan beide kanten
+verscheidene dorpen, vervolgens na eenige uren voortgereden te zijn,
+vertoonde zich van verre de Hoofdkerk van _Chartres_, met twee spitse
+torens pralende, en digter genaderd zijnde, leverde die, met de verdere
+huizen en gebouwen van die stad, geen onaardig gezichtje op, zoo als
+gij uit de bijgaande afteekening zien zult. Wij kwamen 'er omtrent
+11 uren voor den middag aan, want onze postillons hadden nog al vrij
+wel gereden, (_Chartres_ is 6 posten van _Chateaudun_) en stapten af
+aan het _Hotèl du grand Monarque_, over een van de stads poorten; hier
+moesten wij het middagmaal houden. Dit Hotèl ziet 'er van buiten zeer
+wel uit, doch het eten beantwoordde 'er niet aan. Naauwelijks had ik
+den tijd, om even in de stad te gaan. Nu 'er is ook weinig bijzonders
+te zien. Het koor van de _St. Andréas_ Kerk staat op een gewelf daar
+het riviertje _l'Eure_ onder doorspoelt, en wordt door Bouwkundigen
+als iets merkwaardigs beschouwd. Deze stad is oud en ziet 'er ook
+wel ouderwets uit. Men meent te moeten veronderstellen, dat zij haren
+oorsprong aan de _Druïden_, naar welke ook het naburig stadje _Dreux_
+genoemd werd, verschuldigd is. Thans is zij de Hoofdplaats van het
+Departement _l'Eure et Loir_, en bevat omtrent 15,000 inwoners. Zij
+drijven veel handel in graan; men maakt 'er ook eene soort van serges,
+en de pasteijen van _Chartres_ zijn zeer beroemd; vooral te _Parijs_
+wordt daar veel werk van gemaakt. Buiten de poort bij het Hotèl,
+waar ik gegeten had, was op een terras eene gemeene wandeling,
+maar zij scheen nog niet lang geleden beplant; behalve dat Hotèl
+staat hier digt bij nog een ander, dat 'er niet minder goed uitziet;
+de voorname herbergen en uitspanningen zijn aan dezen kant, want de
+groote weg loopt niet door de stad, maar hier voorbij.--Hendrik de
+IV. werd hier in 1594 gekroond.
+
+Om één uur reden wij verder door een landstreek, meestal met
+korenakkers, en langs een' weg over hoogtens en laagtens, die hier en
+daar nog al aangename gezigten opleveren, tot het steedje _Maintenon_,
+2 1/4 post van _Chartres_, waar wij van paarden verwisselden. Dit
+plaatsje is aangenaam gelegen, 'er is een aanzienlijk Kasteel,
+voorheen het verblijf van de beruchte bijzit van Lodewijk den XIV.,
+welke denzelfden naam voerde [247]. Die verkwistende Vorst liet hier
+ook een _Aquaduc_ bouwen, om het water van het riviertje _l'Eure_
+naar de vijvers en fonteinen van _Versailles_ te geleiden; men ziet
+'er nog de aanzienlijke overblijfsels van achter en ter zijde van het
+Kasteel. In 1686 werd 'er een kampement van krijgsvolk bij _Maintenon_
+gelegd, om aan deze _Aquaduc_ te helpen maken [248]. Dit Kasteel
+is met breede grachten vol water omringd, de omstreken aangenaam
+beplant en lommerijk. Een eindje weegs buiten dit plaatsje, komt men
+op den grooten straatweg over _Versailles_ naar _Parijs_, en nu wordt
+men, behalve den goeden weg, zeer wel gewaar, dat men de voormalige
+Hofplaats van _Frankrijk_ nadert. De breede weg is aan beide zijden
+aangenaam en regelmatig beplant, en in een schoon landschap ziet men
+hier en daar fraaije buitenplaatsen. Eer wij te _Epernon_ kwamen, en
+gelukkig niet ver van daar, ontdekten wij, dat de onderriemen, waarop
+het rijtuig hing, bijna geheel gebroken waren; voorzigtig rijdende,
+bragten wij het echter nog tot dat plaatsje; doch hier zeide ons de
+Conducteur, dat wij verpligt zouden zijn, om den nacht over te blijven,
+terwijl het rijtuig hersteld werd, in plaats van door te rijden, om nog
+denzelfden nacht te _Parijs_ te komen, zoo als het oogmerk was. Daar
+ik geen haast had, was mij dit ongeval gansch niet onaangenaam, want
+nu had ik tijd, om dit plaatsje en de aangename omstreken te zien,
+zijnde het pas 4 1/2 uur na den middag; daarenboven kon ik hier eene
+behoorlijke nachtrust genieten, en den volgenden dag de aangename
+landstreek, die wij nog door te reizen hadden, beschouwen. De omstreken
+van _Epernon_, het laatste steedje van het Departement _l'Eure et
+Loir_ aan dezen kant, en juist op de grenzen van hetzelve gelegen,
+zijn allerliefst; het is 3 1/4 post van _Chartres_ gelegen, en nu
+waren wij nog 7 1/2 post van _Parijs_. Inwendig ziet het 'er ook
+nog al welvarende uit. Men was 'er drok bezig met wijn te persen,
+in een groot gebouw, voor een soort van wijnpakhuis gemaakt; en daar
+men 'er niet gierig was op een dronk, deden eenige lieden, en zelfs
+aankomende jongens, 'er zich ter deeg aan tegoed [249], en begonnen
+regt lustig te worden. Een jongen op een ton gezeten, een vrij dik man,
+die de hoogte al begon te krijgen, tegen dezelve leunende, en anderen
+die nog bezig waren met buizen, dit alles zou aan den _Antwerpschen_
+schilder Jordaens, een goed model voor een Bacchusfeest opgeleverd
+hebben: hij had 'er slechts eenige half naakte vrouwlieden bijtevoegen.
+
+Bij dit steedje, aan den kant waar het kleine riviertje, _l'Ouille_
+genaamd, stroomt, ziet men groene beemden, die met eenige woeste rotsen
+daar bij liggende, een aardige tegenstrijdigheid opleveren. Van andere
+hoogtens hieromstreeks heeft men ook aangename en schilderachtige
+gezigten, waartoe het boschachtige van de landstreek, hier en daar,
+niet weinig bijdraagt.
+
+Het avondmaal en de ligging was vrij goed, vooral voor den matigen
+prijs van £ 2-10-: de persoon, en hier voor had ik 's avonds nog vuur
+op mijn kamer gehad.
+
+Den 10 dezer, met het opgaan van de zon, en het aanbreken van een'
+heerlijken herfstmorgen, vertrokken wij van _Epernon_. De Conducteur,
+een _Elzasser_, was een van de geschiktsten, dien ik op reis ontmoet
+heb. Deze zeer ongerust zijnde dat hij ongenoegen over het lang
+uitblijven zou hebben, (want zonder verdere ongelukken zou het wel
+24 uren over den gewonen tijd zijn) beloofde ik hem, om benevens mijn
+bediende, verklaringen dienaangaande te zullen geven [250], het geen
+ik des te gereder deed, omdat deze rijtuigen, hoewel gemakkelijker
+en gezwinder gaande dan de gewone postwagens, veel te ligt en digt
+zijn, en alzoo bloot staan om gedurig te breken; vooral, wanneer
+de wegen niet allerbest zijn; de reizigers worden 'er dus maar aan
+gewaagd. Dagelijks gebeuren 'er ongelukken met die _Velocifères_,
+zoo als ik daar van onderweg verscheidene voorvallen gehoord heb, en
+nog schijnt men dienaangaande geen genoegzame maatregelen te gebruiken
+[251]. Wat baat het toch, of men al gemakkelijk zit, als men naderhand
+door een val verminkt wordt, of een ander ongemak krijgt, en wat
+helpt het, of men op weg zijnde al gezwind rijdt, als men daarna
+verpligt is om zich eenige uren optehouden, terwijl het rijtuig
+gemaakt wordt. Ondertusschen is deze nieuwe uitvinding zeer wel voor
+verbetering vatbaar, zij behoeven slechts steviger gemaakt te worden;
+doch dan worden zij zwaarder en hebben dus een paard meêr noodig,
+en hier bij vindt de baatzucht haar rekening niet. Ik voor mij,
+reizende, om optemerken en te beschouwen, verkies dan, behalve om
+de opgenoemde redenen, de gewone postwagen, juist omdat zij minder
+gezwind gaan, en men den tijd heeft om zich hier en daar optehouden;
+zelfs verkies ik ze, vooral in _Frankrijk_, boven een eigen rijtuig,
+zoo als ik u in een mijner eerste brieven gezegd heb, en in welk
+gevoelen ik meêr en meêr ben bevestigd geworden.
+
+De weg van _Epernon_ naar _Rambouillet_ is allerverrukkelijkst; hij
+loopt over eenige nog al steile hoogtens, door een schilderachtig
+landschap. Eer men aan het laatstgenoemde plaatsje komt, ziet men
+aan de linkerhand een digt bosch, waarin eenige vrij zware opgaande
+elzen; onder de sombere schaduw was een waterplas; hier en daar
+hingen de takken tot op het water; de stijve kunst had hier de
+natuur niet ontsierd, alles stond zoo regt onregelmatig en bevallig
+door elkanderen, het was juist in den smaak van de teekeningen
+van Waterlo. Vervolgens heeft men een fraai gezigt op het Kasteel
+van _Rambouillet_, den grooten vijver en schoone bosschen van
+hetzelve. Men komt voorbij verscheidene goede en aangenaam gelegen
+buitenverblijven tot aan het Posthuis, dat ook een fraai gebouw is,
+en hier bevonden wij, dat 'er wederom wat aan het rijtuig moest
+hersteld worden. Voor mij kon dat niet gelukkiger uitvallen; ik
+hield mij dan niet lang op, om te ontbijten, maar ging met een stuk
+in de hand wandelen.--ô! welk een verrukkelijk oord! [252] Omtrent
+achter het Posthuis is eene wandeling onder acacia-boomen, en langs
+de boorden van een' grooten vijver. Van daar heeft men een schoon
+gezigt op het kasteel en de bosschen bij hetzelve. Eenige stukken
+rots, die boven het water uitsteken, hoewel zeer natuurlijk, zijn
+daar dunkt mij door de kunst geplaatst. Aan een' anderen kant zag ik
+de overblijfsels, naar het scheen, van het een of ander gedenkteeken,
+denkelijk in het begin van de omwenteling afgebroken. Bijna over het
+Posthuis is een heuvel met denneboomen beplant. Het stadje zelve ziet
+'er ook welvarende uit. Daar het raadhuis, dat van buiten een fraai
+aanzien heeft, openstond, ging ik 'er in, en vond den muur of het
+behangsel van de Raadzaal nog beschilderd met de beeldtenissen van
+Brutus, Porsenna, Mucius Scevola en eenige anderen--men ziet anders
+het borstbeeld van Keizer Napoléon, op vele diergelijke plaatsen. Van
+Brutus sprekende, teweten van Lucius Junius Brutus, en niet van het
+hoofd eener zamenzwering onder de _Romeinen_, die den dolk durfde
+stooten in de borst van Cæsar, herinner ik mij de schoone versen,
+waarin Voltaire ook dit stuk geschreven heeft, en onder anderen de
+eerste regels [253]. En diergelijke stukken werden lang voor de
+omwenteling gespeeld en gelezen. Van binnen zag 'er dit Raadhuis
+ook vrij wel uit. Op de plaats voor hetzelve werd eene verkooping
+van hout aangekondigd, _in de Bosschen van den Keizer_, zoo als ik
+ook op de verkoopingscelen las;--eenige lieden merkten aan, dat die
+bosschen nog niet lang geleden _Nationale Bosschen_ genaamd werden,
+en schenen over die verandering niet zeer gesticht.--Denkelijk waren
+het Jakobijnen of zulk soort van volk, want wie zou anders aan een
+held, aan wien men de oppermagt over het geheele land in handen heeft
+gegeven, eenige bosschen willen onthouden.
+
+Op het Kasteel schenen militairen te leggen, zij moeten daar een
+aangenaam verblijf hebben. Dit Kasteel behoorde voorheen aan den
+Hertog De Penthièvre, die Heer was van _Rambouillet_; het is een
+ouderwetsch maar aanzienlijk gebouw, bij hetzelve staan nog eenige
+andere fraaije gebouwen.
+
+Den Conducteur gewaarschuwd hebbende, wandelde ik verder den grooten
+weg op, zij is aan beide zijden met zware boomen, die dezelve
+beschaduwen, beplant, en maakt daar door een schoone laan, die vrij
+lang is. Aan de regterhand heeft men akkerland, en aan de linker niet
+dan schoone bosschen [254]. Het hout staat hier zoo tierig, dat het
+een lust is, om te zien, en ik kan wel zeggen, dat ik op mijn geheele
+reis, naar mijn zin, geen aangenamer oord aangetroffen heb dan dit,
+en begrijp niet, hoe menschen, die nog al smaak schijnen te hebben,
+en die het aan geen geldmiddelen hapert; dit verblijf althans voor
+'s zomers niet boven de veelal bedompte straten van _Parijs_ verkiezen.
+
+Na omtrent 1 1/2 uur met zeer veel genoegen gewandeld te hebben,
+werd ik eerst het rijtuig gewaar, men had het weder zoo wat gelapt;
+ik stapte 'er op, en wij sukkelden voort. De landstreek is aanhoudend
+zeer aangenaam, en vrij wel bevolkt. De weg is op veel plaatsen met
+appelen- en peren-boomen beplant. Welhaast naderden wij de schoone
+toegangen van _Versailles_, welke plaats met de omstreken van dien, ik
+reeds naauwkeurig gezien had, en waarvan ik u in 't vervolg misschien
+het een en ander zal mededelen; gelijk ook over _Parijs_ en verdere
+omliggende plaatsen: Mijne gehouden aanteekeningen gedurende een
+verblijf van ruim twee jaren in deze stad, zullen mij daar nog al
+eenige stof toe kunnen opleveren.
+
+Bij het inkomen van _Versailles_ doorsnuffelden de Commisen aan
+de _barrière_ het rijtuig, doch ik behoefde mijne koffer niet te
+openen. Deze stad is 3 3/4 post van _Rambouillet_, en 2 1/4 post
+van _Parijs_.
+
+Tot bij _Sevres_, waar de bekende porcelein-fabriek is, bleef ik
+nog op het rijtuig, doch daar de voornaamste riemen gebroken waren,
+en het genoegzaam alleen op de burrie rustte, verkoos ik van daar
+naar _Parijs_ te wandelen, stellig voornemende, om zoo lang de
+_Velocifères_ [255] niet verbeterd worden, niet meêr met dezelven te
+reizen. Omstreeks vijf uren kwam ik hier aan, na eene afwezigheid van
+3 maanden min weinige dagen; hebbende in dien tijd de schoonste reis
+gedaan, die 'er in _Frankrijk_ te doen is [256], en zoo ik meen op de
+geschikste en min kostbaarste wijze. Op de nieuwste kaart der postwegen
+(_routes de postes_) die ik hier bijvoeg, zult gij naauwkeurig de
+weg kunnen zien die ik gereden heb, behalve in de _Cevennes_ en een
+gedeelte van de _Pyreneën_ [257].
+
+Van hier weet ik u niets bijzonders te zeggen dan dat men vele
+en kostbare toebereidselen voor het aanstaande krooningsfeest
+maakt.--Omtrent 1000 jaren na den zoogenaamden Carolus Magnus,
+krijgt _Frankrijk_ dan weder een Keizer; en dat na een dan meêr dan
+min Republikeinsch bestuur van omtrent 12 jaren. De _Parijsenaars_
+die, zoo als ik U reeds gezegd heb, veel van kwinkslagen houden,
+zeggen daaromtrent hunne aardigheden. Velen hebben zich over deze
+verandering van zaken verwonderd, ondertusschen is dezelve lang te
+voorzien geweest, en ik herinner mij zeer wel van reeds omtrent 2
+1/2 jaar geleden daar van hier te hebben hooren spreken, en eenige
+uwer stadgenooten, die zich toen hier bevonden, zullen zich zulks
+ook wel herinneren.
+
+Welk een geluk echter voor het menschdom, indien de nieuwe Keizer
+ons spoedig eenen bestendigen Vrede kon bezorgen; ons Vaderland moet
+dien hoog noodig hebben.--Hier wordt men niet gewaar, dat het oorlog
+is. Vaarwel!
+
+
+
+
+
+IETS VOOR REIZIGERS BIJZONDER IN FRANKRIJK.
+
+
+Die reizen wil, moet zich aan geene vaste gewoontens binden, op dat hij
+'er van moetende afgaan, daar door niet lijde. Hij moet zich niet aan
+het gemak gewennen, om het ongemak minder te gevoelen. Vooral moet hij
+zich door zijn' smaak in het gebruik van spijzen niet laten regeren,
+om aanhoudend met smaak te kunnen eten, en denken, dat een geregt,
+hoewel vreemd en ongewoon, echter goed en gezond kan zijn, en dit
+laatste is wel het voornaamste. Matigheid is altijd, doch vooral op
+reis aanteprijzen, omdat ongesteldheid op dezelve vooral lastig is.
+
+Als men niet duur betalen wil, moet men, al is men zelfs rijk, den
+grooten Heer niet spelen.
+
+Men moet van niets gebruik maken, zonder vooraf omtrent den prijs een
+beding te hebben gemaakt, en laten het niet op de bescheidenheid van
+een voerman, schipper, waard of waardin aankomen, om niet onbescheiden
+behandeld te worden. Ik betaalde in _Frankrijk_ in mijn herberg zelden
+iets anders dan een kamer, het middag- en somwijlen het avondmaal,
+waarvan ik den prijs te voren wist; mijn ontbijt, en dat ik verder
+tusschen beide wilde gebruiken, nam ik in een Koffijhuis, zoo dat ik
+altijd mijn eigen rekening kon maken.
+
+Lieden, die men ontmoet, en niet genoegzaam kent, moet men niet
+ligt zijn vertrouwen schenken, of zeggen wie men is, wat men doet,
+waar men van daan komt, waar men naar toegaat, enz. om niet bedrogen
+te worden. De _Franschen_ vooral zijn doorgaans zeer vriendelijk en
+voorkomende, doch de goede trouw hapert 'er dikwijls aan, bijzonder
+te _Parijs_; zoogenaamde pligtplegingen met bloote pligtplegingen te
+beantwoorden, zonder verder te gaan, tot dat men de menschen door
+en door kent, (en dat gaat met vele _Franschen_ niet gemakkelijk)
+is dan wel het voorzigtigste.
+
+Die in _Frankrijk_ reizen wil, moet vooral maken, dat hij ter deeg
+met de taal te regt kan. In _Duitschland_, _Holland_ en elders,
+spreekt men, vooral in de steden, nog andere talen dan de landtaal;
+maar in _Frankrijk_, behalve in het _Duitsch_ en _Vlaamsch_ gedeelte,
+verstaat men doorgaans niet anders dan _Fransch_ of hier en daar
+_Patois_, waar aan de vreemdeling althans niets heeft.
+
+De afstanden der plaatsen worden gewoonlijk bij posten en bij gemeene
+_Fransche_ mijlen van 25 in een graad gerekend; een post is ten
+naastenbij twee mijlen, en een mijl nagenoeg drie kwartier gaans;
+het volks gebruik moet men echter hier omtrent ook in acht nemen,
+en zich niet verbeelden, dat indien men in _Provence_, _Languedoc_,
+enz. naar de weg vraagt, en men van mijlen (_lieues_) spreekt, men daar
+door afstanden van 3/4 uurs verstaat, het zijn daar wel groote uren;
+men onderscheid daarom in _Frankrijk_ de mijlen in _lieues de poste_
+en _lieues du païs_ [258].
+
+De postwagens, die ik in _Frankrijk_ heb aangetroffen, hingen allen op
+riemen, en zijn vrij gemakkelijk; in het binnenste gedeelte (als een
+koets) is plaats voor 6 menschen, 3 voor uit en 3 achter uit rijdende;
+in de _cabriolet_ of voorste gedeelte (als een kap-chais) plaatsen zich
+2 personen, benevens den Conducteur, en boven op het gehemelte van
+de koets, (_l'imperiale_ genaamd) daar een vierkante mand op staat,
+kunnen nog eenige menschen liggen; in deze mand wordt ook _bagage_
+geladen, zoo wel als in de groote mand achter op. De plaatsen, binnen
+in zijn het duurste, die van de _cabriolet_ (die echter in den zomer
+en om het gezigt en om de luchtigheid verkieslijk zijn) wat minder,
+en op de _Imperiale_ het goedkoopste. De vracht binnen in komt ten
+naasten bij tegen 30 _Fransche_ stuivers per post uit, somtijds iets
+meêr. De wegen zijn over het algemeen vrij goed in _Frankrijk_.
+
+De geldspecie in _Frankrijk_ bestaat, de oude munt in dubbelde _Louis
+d'Ors_ van 48, en enkelde van 24 _Livres_, stukken van 6 _Livres_,
+(_écus de 6 Francs_) en van 3 _Livres_, _petits écus_ genaamd,
+voorts zilveren stukjes van 24, 12 en 6 stuivers, (een _Livre_ doet 20
+_Fransche_ stuivers) de oude koperen munten zijn 1 1/2, 1, 1/2 en 1/4
+stuiver; de halve stuiverstukjes noemt men _pièces de deux liards_,
+en de vierde deelen _un liard_; de nieuwe munten met den stempel van
+de Republiek, van den I. Consul Bonaparte, of van den Keizer Napoléon,
+zijn gouden stukken van 40 en van 20 _francs_, zilveren van 5, 2, 1,
+1/2 en 1/4 _franc_, als ook van 6 _Livres_, 30 en 15, en in 't koper
+van 2 en 1 stuiver, ten tijde van Lodewijk den XVI., constitutioneele
+Koning zijnde, geslagen. Van koper heeft men stukken van 10, 5, en 1
+_centime_; een _franc_ doet 100 _centimes_, en 5 _centimes_ worden voor
+een stuiver gerekend. De _francs_ hebben 1 1/4 ten honderd meêr waarde
+dan de _livres_, te weten voor 100 _francs_ krijgt men 101 _livres_
+en 5 stuivers, en dus voor iedere _franc_ 20 stuivers, en een oordje
+(_liard_); ook zijn 'er te _Parijs_ bankbriefjes van 500, 1000, 2000
+en meêr _francs_ in omloop. De 's Lands kassen betalen en ontvangen
+niet anders dan volgens de berekening van _francs_, anders telt men
+nog meest bij _livres_. Men moet in _Frankrijk_, aangaande het geld
+zeer omzigtig zijn, omdat 'er veel valsch of besnoeid onderloopt; de
+dubbelde en enkelde _Louis d'Ors_ moet men niet anders dan toegewogen
+ontfangen; en bij lieden die men niet kent, ze zelf en met zijn eigen
+goudschaaltje wegen. De stukken van 6 _Livres_ zijn ook dikwijls
+te ligt, en die van 3 _Livres_ 24, 12 en 6, veel afgesleten zijnde,
+moet men niet ontfangen als 'er de stempels niet zigtbaar op zijn.
+
+Als men in de voorname steden van _Frankrijk_, bijzonder te _Parijs_,
+wat koopen wil, moet men niet verlegen zijn, om de helft, en somtijds
+twee derde van het geen gevraagd wordt, aftedingen; vooral wanneer
+iemand de taal niet volkomen magtig zijnde, men ligtelijk aan hem
+kan bespeuren, dat hij een vreemdeling is; zij zullen u op hun eer
+en geweten verzekeren, dat het hun meêr kost, enz. doch eindelijk
+zult gij het voor het geen gij geboden hebt toch krijgen. Ik vind
+dit al heel verachtelijk, ondertusschen is men 'er bij ons ook niet
+geheel vrij van. Terwijl de nieuwe maten en gewichten nog niet zeer
+algemeen worden gebruikt, zal ik daar van niet spreken.
+
+Behalve eene naauwkeurige landkaart, raad ik ook ieder reiziger, om
+alvorens hij op reis gaat zich van een goede _Itineraire_ te voorzien,
+en zoo die niet te bekomen is, 'er zelfs een zamen te stellen, door het
+maken van uittreksels uit de beste schrijvers. Een opmerkzaam reiziger
+moet ook altijd papier en potlood bij zich hebben, om kortelijk,
+al wat hem maar eenigzins merkwaardig voorkomt, op te teekenen;
+'s avonds ziet hij dat na, en schrijft het, zoo hij tijd heeft, over.
+
+Veel geld mede te nemen is lastig; men staat aan toevallen bloot,
+waardoor men het kwijt, en alzoo in de uiterste verlegenheid kan raken,
+'t is daarom veel verkieslijker, dat men zich van kredietbrieven
+op goede huizen van Koophandel of diergelijken, in de onderscheiden
+plaatsen, daar men zich eenigen tijd denkt op te houden, voorziet.
+
+Vooral in de Provincien [259] treft men onder de _Franschen_ ook zeer
+hupsche en gedienstige menschen aan, en die 'er zich een genoegen
+van maken, om een vreemdeling te regt te helpen en van dienst te zijn.
+
+De herbergen in _Frankrijk_, als men 'er wat aan gewoon is, zijn in het
+algemeen vrij goed. De luchtgesteldheid is 'er over het geheel genomen
+gezond, en de Politie in het verhinderen van grove ongeregeldheden
+zeer naauwkeurig; men hoort 'er dan slechts zeldzaam van onveiligheid
+der wegen, en deze drie opgenoemde artikels zijn voor een reiziger
+ook al van zeer belang.
+
+Hoewel de wijn een voornaam voortbrengsel van dit land is, zal dezelve
+den meesten onzer landslieden in hetzelve reizende, niet zeer bevallen,
+doch daar het de voorname, en op vele plaatsen genoegzaam de eenigste
+drank is behalve het water, mengt men ze daar gewoonlijk mede.
+
+De roos was van ouds het zinnebeeld der schoonheid, jonge reizigers
+zullen echter weldoen, van zich, in _Frankrijk_ bijzonder, gedurig
+te herinneren, dat 'er de rozen met scherpe doornen verzeld zijn.
+
+Om zich met lieden, die men niet zeer van nabij kent, in staatkundige
+gesprekken in te laten, is in dit land ook zeer onvoorzigtig,
+daar de Politie, zoo als ik reeds gezegd heb, zeer naauwkeurig is,
+heeft zij natuurlijkerwijze ook zeer veel verspieders, en deze
+bevinden zich schier op alle plaatsen en in alle gezelschappen, in
+bedelaars gewaad, in een livereirok, zoo wel als in een geborduurd
+of gegalonneerd kleed. Mannen en Vrouwen, Heeren en Dames, kortom,
+menschen uit alle standen laten zich daar toe gebruiken.--Een ieder
+wachte zich dan voor schade.
+
+
+
+
+
+BLADWIJZER DER VOORNAAMSTE PLAATSEN en ZAKEN.
+
+
+
+A.
+
+
+Abate (Nocolo del), schilder van het Kasteel te _Ancy le Franc_,
+bl. 14.
+
+_Aiguillon_ (het steedje), bl. 448.
+
+_Aisy-sur-Amrancon_. IJzersmelterijen van Buffon aldaar, bl. 15.
+
+_Aix_ (De stad) derzelver ouderdom, bl. 147. Hoofdkerk aldaar,
+bl. 237. Olij daar omstreeks vallende, bl. 238. Wandelplaats
+en warme fontein, bl. 239. Het groot spel der Duivelen aldaar,
+bl. 240. Tournefort aldaar geboren, ib.
+
+_Agen_ (De stad) bl. 443. Wijen en sergies van dat plaatsje,
+ib. Geboorteplaats van J.J. Scaliger, bl. 443.
+
+_Albigensen_ (Moord der) te _Bezier_, bl. 325.
+
+Amyot (Jacques) zie _Melun_.
+
+_Ancone_ (Omstreek van het Dorpje) bl. 112.
+
+_Ancy le Franc_ (het stadje) bl. 13.
+
+_Angoulême_ (De stad) hoe gelegen, bl. 507. _Place de la Comedie_,
+ib. Fraaije wandelingen, bl. 508. Volkrijkheid, bl. 509.
+
+_Astafford_ (Het steedje) bl. 441.
+
+_Aubagne_ (Het stadje) bl. 196. Geboorteplaats van Barthelemy, bl. 197.
+
+_Auch_ (Hoofdkerk te) bl. 357. Geschilderde glazen aldaar ib. Stadhuis,
+Fabrieken enz. bl. 358.
+
+_Avignon_ (Omstreken van) bl. 122. Kloosters, Boekdrukkerijen,
+bl. 132. 't Slot _de Dons_, bl. 138. Gelegenheid, ib. Voormaals
+bloeijende Fabrieken aldaar, bl. 140. Schouwburg aldaar, bl. 141.
+
+_Avignonet_ (Het Dorpje) bl. 334.
+
+_Aviolles_ (Het afgebrande Dorpje) bl. 11.
+
+
+
+B.
+
+
+Baggerwerktuig te _Marseille_, bl. 169.
+
+_Bagnères_ (Gelegenheid van) bl. 366. Baden en Frascati,
+bl. 376. Oudheden aldaar, bl. 428.
+
+_Bagnerolles_ (Bron van) bl. 369.
+
+_Barbé_, (Het eilandje) in de nabijheid van _Lyon_, bl. 60.
+
+_Barbezieux_, (Het Steedje) bl. 505.
+
+_Barèges_, (Baden van) bl. 389.
+
+_Baussille_, (Het Steedje _St_) bl. 301.
+
+_Beaucaire_, (Kermis van de Stad) zeer oud, bl. 244. Oude _Romeinsche_
+weg in de nabijheid dier Stad, bl. 246.
+
+_Beaume_, of Grot van Rolland; zie _Marseille_.
+
+_Beaune_, (Het Stadje) bl. 44. Inwoners als dom bekend; kwinkslag
+van Piron tegen hen, ib. Gasthuis door N. Rollin, bl. 45. deszelfs
+wijn, ib.
+
+St. Bernardus, stichter van zeer vele Kloosters, bl. 40.
+
+Bernis, (Weldadigheid van F. J. de Pierre de) bl. 262.
+
+_Bezier_, (Het Stadje) bl. 323. Fraaije ligging, bl. 324. Hoofdkerk,
+ib.
+
+_Bordeaux_, (De Schouwburg _le Théatre de la Gaité_ te)
+bl. 453. _Hollandsche_ opschriften op uithangborden, ib. Melding van
+een' _Romeinschen_ Tempel, die bij _le Chateau Trompette_ gestaan
+heeft, bl. 454. Protestantsche Kerk, ib. Gemeene wandelplaats,
+bl. 455. _La place de Liberté_ aldaar, bl. 456. De nieuwe
+Schouwburg, _le Théatre Français_, bl 457. Kwakzalver en zijne
+vrouw aldaar, bl. 460. Liedjeszanger, ib. _St. Andreas_ Kerk,
+bl. 461. Aartsbisschoppelijk Paleis, bl. 462. Aartsbisschoppelijke
+Tuin, bl. 463. bewoond door Charles de la Croix, ib. _St. Michiels_
+Kerk. ib. Abdij van het Heilige Kruis, ib. Oud Amphithéater
+aldaar, bl. 465. de Beurs, bl. 470. Nadere beschrijving van den
+grooten Schouwburg, bl. 472. _St. Juliaans_ Poort, bl. 474. Museum,
+bl. 483. Merkwaardige Oudheid aldaar gevonden, bl. 484. Kabinet van
+den Heer Journu-Aubert, bl. 485. Tivoli bl. 486. Kerk van _St. Seurin_,
+bl. 488. Vondelinghuis, bl. 490. _École de Commerce_, bl. 493. _Chateau
+du Haa_, ib. Marionettenspellen aldaar, bl. 495. _Le Chateau
+Trompette_, bl. 496. Aangaande wijnen, in die omstreken vallende,
+bl. 499. Kerk van _St. Dominicus_, bl. 501. Naamsoorsprong van die
+Stad, ib. In deszelfs nabijheid werd Michel de Montaigne geboren,
+bl. 502.
+
+_Borelly_ (_Chateau_) bl. 231.
+
+Bossuet geboortig van Dyon, bl. 34.
+
+Bourdon (Sebastiaan) schilder van _Montpellier_, bl. 290.
+
+_Bourgondiën_, (Begin gemaakt aan het graven van het Kanaal van)
+bl. 12.
+
+Buffon geboren en begraven te _Montbar_, bl. 16.
+ Eenige bijzonderheden van zijn huisselijk leven, ib.
+
+
+
+C.
+
+
+_Cadillac_, (Het steedje) bl. 449.
+
+Cailhava te _Toulouse_ geboren, bl. 349.
+
+Cagnon (de) om het geloof te _Lyon_ verbrand, bl. 86.
+ Haar karakter, ib.
+
+_Cagots_ (Huisgezinnen in de _Pyreneën_) genoemd, bl. 401.
+
+_Calembours_ zeer in gebruik in _Frankrijk_; voorbeelden derzelve,
+bl. 3.
+
+_Campan_, (Vallei van) bl. 378.
+
+_Cannat_, (Het Dorpje _St._) bl. 145. Oude Mijlpaal der _Romeinen_
+daar gevonden, ib.
+
+_Carcassone_, (De stad) bl. 331.
+
+Caseneuve, (Edelmoedig en Menschlievend gedrag van P.H.) staande de
+pest te _Marseille_, bl. 175.
+
+_Castanet_, (Het Dorpje) bl. 337
+
+_Castelnaudary_ daarbij de kom der Vaart van _Languedoc_,
+bl. 332. beroemd door den slag tusschen Gaston enz. bl. 334.
+
+_Citeaux_, (Rijkdom der Abdij) bl. 38. en verdere bijzonderheden
+dienaangaande, bl. 39. de verkwisting der Monnikken dier Abdij, ib.
+
+_Chalons sur Saone_ (Eenige bijzonderheden wegens) bl. 46. Kloosters
+en Kerken, bl. 47. bevolking, bl. 48.
+
+_Chartres_ (De stad) bl. 540. Het koor der Kerk, bl. 541.
+
+_Chateau Regnault_, (Het steedje) bl. 538.
+
+_Chateaudun_ (Het steedje) bl. 540.
+
+_Chatellerault_, (De stad) bl. 517. fraaije brug aldaar,
+ib. Messenmakerijen aldaar bl. 518.
+
+_Clos de Vougeot_, Aldaar wordt wijn van dien naam geteeld, bl. 38.
+
+Collé _la partie de Chasse de_ Henri IV. is ontleend uit eene
+gebeurtenis te _Lieursaint_ voorgevallen, bl. 2.
+
+_Condrieu_, (Ligging van het stadje) en bijzonderheden wegens hetzelve,
+bl. 104. Maarschalk de Villars aldaar geboren, bl. 105.
+
+Cousin (Jean) schilder, geboortig van _Soucy_, bl. 9.
+ Zijn beroemd stuk het laatst Oordeel, Noot ib.
+
+Coustou Beeldhouder der Tombe van Lodewijk Dauphin van _Frankrijk_
+te _Sens_, bl. 8.
+
+_Côte d'Or_, (Vruchtbaarheid in wijn van het Departement) bl. 42.
+
+_Côte Roti_, (De Heuvel) bl. 104.
+
+Crebillon geboortig van _Dyon_, bl. 54.
+
+Cromwell (Ontmoeting van Richard) bij den Prins van Conti, bl. 322.
+
+_Cuges_, (Gelegenheid enz. van) bl. 197.
+
+
+
+D.
+
+
+_Destugue_ (_la Grotte de_) bl. 373.
+
+_Druïden_, (Tempels der) bl. 529. Naauwkeurige beschrijving derzelven,
+bl. 530.
+
+_Dyon_, (De stad) bl. 22. Beschrijving van de poort der Vrijheid
+aldaar, bl. 23. Populierboom en de _Jardin d'Arquebuse_, ib. de
+Hoofdkerk, bl. 24. Heilige Kapel in die Kerk. ib. Kloosters,
+bl. 26. Paleis van Condé ib. Koffijhuizen, bl. 28. het Museum,
+bl. 29. Gasthuis, bl. 32. Voorname Mannen, bl 34. 't Oude slot--de
+Bastille van die stad, bl. 36. Voorkomen der Inwoners en bevolking
+bl. 37. Bedrijven en handel, ib.
+
+
+
+E.
+
+
+_Echelle (le Passage de l'_) bl. 398.
+
+_Eguille_ (Eene Pyramide te _Vienne_ en _Dauphiné_ onder den naam van)
+bl. 104.
+
+_Epernon_ (Omstreken van) bl. 543.
+
+Erichem (Dr. van) te _Bordeaux_, bl. 489.
+
+_Escalette_, (De berg) bl. 381.
+
+_Esprit_ (Het stadje _St._) en vermaarde brug bij hetzelve
+bl. 117. Stichting en beschrijving dier Brug, bl. 118.
+
+
+
+F.
+
+
+Ferrier (du) te _Toulouse_ geboren, bl. 349.
+
+_Flourance_, (Het stadje) bl. 436.
+
+Florentin (St.) een der slechtste Hovelingen van Lodewijk den
+XV. bl. 12. zijn grafschrift, ib.
+
+
+
+G.
+
+
+Galeislaven te _Toulon_, bl. 210.
+
+Galeistraf, wanneer in _Frankrijk_ ingevoerd, bl. 211.
+
+_Ganges_ (Vele Protestanten in het steedje) bl. 302.
+
+_Gard_, (_Port du_) bl. 266. Waterleiding bij dezelve, ib.
+
+_Gavarnie_, (Waterval en Dorp) bl. 406.
+
+_Gedro_, (Het Dorp) bl. 402.
+
+Geoffredi (De Priester) verbrand, bl. 229.
+
+_Gimont_, (Het steedje) bl. 356.
+
+_Gilles_, (Het steedje _St._) bl. 299.
+
+_Givors_, (Bijzonderheden van het steedje) bl. 103.
+
+_Grippe_ (het Dorp) bl. 380.
+
+
+
+H.
+
+
+Hagedissen overvloedig bij _Montpellier_, bl. 285.
+
+_Hautbrion_ (Wijn van) bl. 476.
+
+_Haye_, (Het steedje _la_) geboorteplaats van René Descartes, bl. 519.
+
+_Hières_, Tuinen van Orange en Citroenboomen aldaar, bl. 215. slechte
+staat dier stad, bl. 217. Kasteel aldaar, ib. Eilanden bl. 219.
+
+_l'Hieris_, (Het dal van) of _Lheris_, bl. 426.
+
+Hippocrates (Borstbeeld van) te _Montpellier_, bl. 295.
+
+
+
+I.
+
+
+_If_, ('t Kasteel _d'_) bl. 188.
+
+Innocentius de IV. (Paus) bouwt de brug te _Lyon_, bl. 65.
+
+Isaure (Clemence) stichteres der Akademie _des Jeux Floraux_, bl. 348.
+
+_Isle_, (Het stadje) bl. 123.
+
+_Isle de Jourdain_, (Het steedje) bl. 355.
+
+Izard (Beschrijving van een) bl. 423.
+
+
+
+J.
+
+
+Joden (Mishandeling der) te _Bezier_, bl. 324.
+
+_Joigny_, (De ligging der stad) bl. 11. waarin deszelfs Koophandel
+bestaat, bl. 12.
+
+Journu Aubert, (Kabinet van schilderijen van den Heer) bl. 485.
+
+
+
+K.
+
+
+Klokkespelen zijn zeer zeldzaam in _Frankrijk_, bl. 462.
+
+Knip (Melding van den schilder) en zijne Zuster, bl. 420.
+
+Kwakkels menigvuldig omtrent _Marseille_, bl. 230.
+
+
+
+L.
+
+
+_Lambesc_, (Gelegenheid van het steedje) bl. 145.
+
+_Landes_ (de Inwoners van) loopen op stelten, bl. 497. en verdere
+bijzonderheden dienaangaande, bl. 498.
+
+_Languedoc_. (_Canal de_) bl. 323. Nader berigt deswegens, Noot
+bl. 342.
+
+_Lectoure_, (Het stadje) bl. 437.
+
+_Lieursaint_, zie Collé.
+
+Longpierre geboortig van _Dyon_, bl. 35.
+
+_Lourde_, (Het steedje) bl. 413. Kasteel in deszelfs nabijheid,
+bl. 421.
+
+Louvois (Streek van zekeren) om aan geld te komen, bl. 14.
+
+_Lucretum_, (Plaats van het oude) bl. 196.
+
+_Lunel_ ('t Steedje) beroemd om deszelfs wijn, bl. 279.
+
+_Luz_ (Het dal) bl. 395.
+
+_Lyon_ begravenis aldaar, bl. 63. de plaats _Bellecour_, bl. 65. Brug
+over de _Rhone_ ib. Hoofdkerk, bl. 67. _Palais de Justice_,
+bl. 68. _Quai du Rhone_, ib. De brug van Morand, bl. 69. de Schouwburg,
+bl. 70. Gasthuis, bl. 73. 't Gebouw _la Charitê_, bl. 76. _Théatre des
+Varietés_, bl. 77. _l'Hospice d'Antiquaille_, ib. wie de stichter van
+die stad is, ib. _La Place des Martyrs_, bl. 79. overblijfsels van
+een _Romeinschen_ Schouwburg, ib. kelder onder den naam van _Bains
+des Empereurs_, bl. 80. Kapel van Onze Lieve Vrouw van _Fourvières_,
+bl. 81. _la Place de Terreaux_, bl. 84. Stadhuis, ib. de metalen Tafel,
+waarop de aanspraak van Keizer Claudius verloren is, bl. 85. Abdij
+van _St. Pieter_, ib. Kerk der _Jesuiten_, bl. 87. de Abdij
+_d'Ainai_ en pilaren in dezelve, bl. 88. 't voormalig _Karthuizer_
+Klooster, bl. 93. Fabrieken, bl. 94. Oudtijds _Lugdunum_ geheeten,
+bl. 98. Volkrijkheid, ib. aanzienlijkheid der Geestelijkheid daar
+ter plaatse, bl. 99. Pierre Perrin stichter der _Fransche_ Opera daar
+geboren, bl. 100. ook Coysevox en de Coustou's Beeldhouwers en Joseph
+Vivien, bl. 101. Kerkvergaderingen aldaar gehouden, ib.
+
+
+
+M.
+
+
+_Maçon_, (Ligging der Stad) bl. 51, 52. wijn in dien omstreek,
+bl. 53. de Bibliotheek der _Benedictijner Cluny_ aldaar, ib.
+
+_Maintenon_ (Het steedje) bl. 541. _Aquaduc_ daar aangelegd, bl. 542.
+
+_Marie_ (Het dorp _St._) bl. 380.
+
+_Marmande_ (Het stadje) bl. 448.
+
+_Marmoutier_, (De Abdij) de oudste uit het geheele Westen, bl. 524.
+
+_Marseille_, (De weg van _Aix_ naar) bl. 148. de Haven, bl. 150. de
+Groenmarkt, bl. 152. _le Pavillon Chinois_, ib. de Nieuwe Stad,
+bl. 153. de Wandelplaats, bl. 156. Fontein met een beeld van Homerus
+en Bonaparte, bl. 162. Handel te _Marseille_, bl. 163. Schouwburg,
+bl. 166 Koffijhuizen, ib. de Berg Bonaparte, bl. 168. Stadhuis
+en Beurs, bl. 173. Spijs en vruchten aldaar, bl. 178. Vrouwen,
+bl. 182, Fort _St. Jean_, ib. Tempel van Diana aldaar, bl. 183. 't
+zoo genaamd Paleis der Roomsche Keizers, bl. 184. Vischmarkt,
+ib. Lees-Societeit, ib. Kaatsbaan, bl. 185. Schouwburg, bl. 186. Abdij
+van _St. Victor_, bl. 189. Protestantsche Kerk, bl. 191. Baden,
+bl. 193. Museum, ib. _Lyceum_, bl. 194. _Beaume_ of _Grot de Rolland_,
+bl. 225. _Chateau Borelly_, bl. 231. Oorsprong dezer stad, bl. 233. en
+eenige oudheidkundige bijzonderheden, bl. 234. gezondheid van klimaat,
+bl. 235.
+
+_Marseillaansche_ Marsch vervaardigd door Rouget de l'Isle, bl. 235.
+
+_Martin_ (Het steedje _St._) _de Londres_, bl. 300.
+
+Martin (Wonderwerk van het paard aan St.) geschonken, bl. 526.
+
+Meekrap, zie _Morières_.
+
+Mejan, (Buitenplaats van den Heer), bl. 304-309.
+ zijn kantoor te _Ganges_, bl. 315.
+
+Melk (Bijzondere wijze van) te koop veilen te _Marseille_, bl. 159.
+
+_Melun_, (Ligging enz. der stad), bl. 5. Geboorteplaats van Amyot, ib.
+
+Menestrier, (Zonderling grafschrift op), bl. 35.
+
+_Meursault_ ('t Dorp) beroemd om deszelfs wijn, bl. 46.
+
+_Meze_ (Het Stadje), bl. 320.
+
+_Mirande_, (Kousenfabriek te), bl. 359.
+
+Moerbezienboom in _Frankrijk_ ingevoerd, bl. 113.
+
+Monnoye (la) geboortig van _Dyon_, bl. 34.
+
+_Montagnac_, (Het stadje), bl. 320.
+
+Montaigne (Michel de) te _Bordeaux_ geboren, bl. 502.
+
+_Monthar_ (Stadje en Kasteel), bl. 16. Verdere gelegenheid van
+hetzelve, bl. 18.
+
+_Montbazon_ (Het steedje), bl. 521.
+
+_Montelimar_, (Gelegenheid der Stad), bl. 113. daar omstreeks de
+eerste Moerbeziënboom geplant, ib.
+
+_Montereau_, (Ligging van het stadje) deszelfs Brug enz., bl. 6.
+
+_Montlieu_, (Het steedje), bl. 505.
+
+_Montpellier_, _Esplanade_ aldaar, bl. 280. Waterkasteel,
+bl. 281. _La Place du Peyrou_, bl. 281. Aquaduc, bl. 283. Werktuig
+ter bevochtiging van den grond in de nabijheid van _Montpellier_,
+bl. 285. Protestantsche Kerk aldaar, bl. 287. de Hoofdkerk,
+bl. 289. Schilderstuk van Simon _den Toovenaar_ door Bourdon,
+ib. Schouwburg, bl. 291. wolle en waschbleekerijen, ib. Parfumeurs,
+bl. 292. Fakulteit der Geneeskunde aldaar, bl. 293. Fontein ter eere
+van den Maarschalk de Castries, bl. 317. Beurs aldaar, ib. koperrood en
+_Cremor Tartari_ worden aldaar gemaakt, bl. 318. voorname en beroemde
+mannen, bl. 319.
+
+_Morières_ (In de omstreken van) groeit Meekrap, bl. 131.
+
+Muzijk (Over de) in _Frankrijk_ en het zingen van het gemeen, bl. 142.
+
+
+
+N.
+
+
+_Narbonne_ (De stad) oudtijds _Narbo Martius_, bl. 327. Hoofdkerk,
+bl. 328.
+
+_Nismes_, (Amphithéater te) bl. 248-252. Tempel van Cajus Cæsar _Maison
+Carrée_ geheeten, bl. 253. _Temple de Diane_, bl. 254. Vloeren en
+_Mosaïque_, bl. 256. Luchtgesteldheid aldaar, bl. 258. Arenden van wit
+marmer, bl. 260. Stadhuis, bl. 261. Hoofdkerk, bl. 264. _Esplanade_
+aldaar, bl. 270. Bibliotheek en Kabinet, bl. 271. Oudheden,
+bl. 272. de schilder Renaud daar geboren, ib. Protestantsche Kerk
+aldaar, ib. _Porte de France_ en _Porte de Rome_, bl. 273. Oudheid
+en Geschiedenis dier stad, bl. 275. Jean Nicot aldaar geboren, bl. 278.
+
+_Nuijs_ of _Nuits_ (Het stadje) om deszelfs wijn beroemd, bl. 40,
+versje op die stad, bl. 41.
+
+
+
+O.
+
+
+_Office_ (_l'_) _des Foux_, Kerkdienst der Gekken, een boek voorheen
+te _Sens_ bewaard, bl. 9.
+
+_Ollioules_ (_Les Gorges des_), bl. 201.
+
+_Orange_, (Stad en Prinsdom), bl. 120.
+
+_Orgon_, (Het stadje), bl. 144. daarbij _le Canal de Boiselin_,
+bl. 241.
+
+_Ormes_, (Het Kasteel _les_), bl. 518.
+
+_Ossone_, (_le Val d'_), bl. 405.
+
+
+
+P.
+
+
+Paul, een _Fransche_ Zeeheld, zijne nedrigheid, bl. 222.
+
+_Pesenas_ (Het stadje), bl. 321.
+
+Petrarcha en Laura (Eenige bijzonderheden wegens), bl. 127. Noot.
+
+Photin (St.) eerste Bisschop van _Lyon_, bl. 78.
+
+Picard vervaardiger van een Tooneelstuk _le Collateralou la Diligence
+à Joigny_, bl. 11.
+
+_Pierre Cise_ Staatsgevangenis van Cincq-Mars en de Thou, bl. 61.
+
+_Pierrefitte_, (Het Dorp), bl. 418.
+
+Piron geboortig van _Dyon_, bl. 34.
+
+_Poitiers_, (De stad) bl. 511. Oudheden aldaar, bl. 512. Wandeling
+aldaar, bl. 513, de Hoofdkerk, bl. 514. Schouwburg, bl. 515.
+
+_Pomare_ (Het Dorp) beroemd om den wijn, bl. 46.
+
+_Pont sur Yonne_, (Gelegenheid van het stadje), bl. 7.
+
+_Pragnères_ (het dorpje), bl. 400.
+
+Puget (Borstbeeld ter eere van) te _Marseille_ opgerigt, bl. 159.
+ eenige bijzonderheden hem betreffende, bl. 161.
+
+_Pyreneën_, (Eerste gezigt der), bl. 359.
+
+
+
+R.
+
+
+Rabelais, (Tabbaard van), bl. 295.
+ op welk een wijze hij een Minister te spreken krijgt, bl. 536.
+
+_Rambouillet_ (De stad) en deszelfs fraaije gelegenheid,
+bl. 547. Stadhuis aldaar, ib.
+
+Rameau geboortig van _Dyon_, bl. 35.
+
+_Remy_, (Gelegenheid van _St._), bl. 242.
+
+_Riotti_, (Ligging van het Dorp), bl. 58.
+
+Rivals, (Schilderij van Antoine) zie _Toulouse_.
+
+_Roulet_, (Het steedje), bl. 506.
+
+
+
+S.
+
+
+_Saussa_ (_Cascade_), bl. 404.
+
+_Sauveur_ (Ligging van _Sint_), bl. 396.
+
+Schorpioen (Beet van den) te _Marseille_ niet vergiftig, bl. 236.
+
+_Semur_, (Ligging van het stadje), bl. 18.
+
+_Sens_, (Ligging der stad) Hoofdkerk; begraafplaats
+van Lodewijk Dauphin van _Frankrijk_, bl. 8. Oudheden,
+bl. 9. Geschiedk. bijzonderheden, ib.
+
+Serre le Peintre schilder van _Marseille_, bl. 175.
+ zijn gedrag ten tijde der pest, ib.
+
+_Sambernon_ (Het Kasteel) en bijzondere aflooping van het water op
+hetzelve, bl. 19.
+
+_Sorèse_, (Het _Pensionat_ te), bl. 334.
+
+Spaendonck (van) een _Nederlandsch_ Bloemschilder te _Parijs_, bl. 479.
+
+
+
+T.
+
+
+Talma (De Acteur) en zijne vrouw, bl. 473.
+
+_Tarasco_, (De stad) zoo genoemd naar een _Grieksch_ woord,
+bl. 242. Processie met een draak op _St. Martha's_ dag, bl. 243.
+
+_Tarbes_, (De stad) bl. 363. derzelver gelegenheid en oudheid, bl. 364.
+
+_Terrines_ (De uitvinders van de) _de Nerac_, bl. 445.
+
+_Thain_ (Omstreeks) groeit de Hermitage-wijn, bl. 108.
+
+Thomas sterft in de armen van den Bisschop Montaset, bl. 100.
+
+_Tolosa_, (Oude stad) bl. 347.
+
+_Tonnerre_, (Ligging van het stadje), bl. 12.
+
+_Tonneins_, (Het steedje) bl. 446.
+
+_Toulon_, Stadhuis en Vrijheidsbeeld aldaar, bl. 204. Fort _de la
+Malgue_ in de nabijheid dier stad, bl. 205. Joubert aldaar begraven,
+bl. 206. Kerk _St. Louis_, bl. 207. het Arsenaal, bl. 208. _Jardin
+des Plantes_, bl. 214. getal van Inwoners, bl. 221.
+
+_Toulouse_, (Straten van) bl. 339. Hoofdkerk aldaar,
+ib. Aartsbisschoppelijk Paleis, ib. Kapitool, bl. 340. de staat der
+schilderijen van Antoine Rivals op het Kapitool, bl. 340. Schouwburg,
+bl. 343. fraaije brug over de _Garonne_, ib. Het Hospitaal
+_St. Jakob_, bl. 344. Korenmolen van buitengewone grootte, ib. Kerk
+van _St. Sernin_, bl. 345. Kerk der _Karthuizers_ ib. 't Stads Museum,
+bl. 346. Schilderij van A. Rivals in 't Museum, ib. wandelingen,
+bl. 347. 't Parlement, bl. 348. _Academie des jeux Floraux_,
+bl. 348. mannen van geleerdheid daar geboren, bl. 349. handel van
+die stad, ib. grafkelder aldaar van een bijzondere eigenschap, bl. 350.
+
+_Tournon_ (Het steedje) bl. 108.
+
+_Tournus_ (Fraaije brug te) bl. 50.
+
+_Tours_, (Ligging der stad) bl. 522. fraaije brug aldaar, ib. de
+landstreken leveren vele pruimen op, bl. 524. waarschijnlijk
+_Romeinsche_ overblijfsels aldaar, bl. 526. Aartsbisdom, ib. Hoofdkerk,
+bl. 527. Tempel der Druïden, bl. 528. hoedanig bebouwd, en aanleg van
+nieuwe straten, bl. 534. een straat aldaar naar Agnes Sorel genaamd,
+bl. 535.
+
+_Tramésaigues_, (Waterval van) bl. 382.
+
+_Trevoux_, (Ligging van) bl. 59. _Journal et Dictionaire_ aldaar door
+de Jesuiten geschreven, ib.
+
+_Tricherie_, (Het Dorp) bl. 517.
+
+
+
+V.
+
+
+_Valence_, (Ligging der stad) bl. 109. het hart van Paus Pius den
+VI. wordt aldaar in een looden kistje bewaard bl. 110.
+
+_Vaudevilles_, (Oorsprong der) bl. 452.
+
+_Vaucluse_, (Het dorpje) bl. 125. bron van _Vaucluse_,
+bl. 128. _Romance du Rivage de Vaucluse_, bl. 133.
+
+_Velocifères_, een nieuwe soort van rijtuigen, bl. 537. gebreken aan
+dezelve, bl. 546.
+
+_Velours d'Utrecht_ wordt te _Sens_ gefabriceerd, bl. 10.
+
+_Vendome_, aldaar worden vele handschoenen gemaakt, bl. 539.
+
+_Vergi_, (Het Kasteel) bl. 42.
+
+_Vienne_ en _Dauphiné_, (Ligging en bijzonderheden van) bl. 103.
+
+_Vigan_, (Het steedje) bl. 302.
+
+Villars (Edelmoedig en menschlievend gedrag van) bij gelegenheid van
+den _St. Barthels_-moord, bl. 257.
+
+_Villefranche_, (Gelegenheid van) bl. 335.
+
+_Villeneuve-la Guyard_, (Het stadje) bl. 7.
+
+_Villeneuve sur Yonne_, (Het stadje) bl. 10.
+
+_Vitteaux_, (Het steedje) bl. 19.
+
+_Viviers_, (Fraaije ligging van) bl. 115.
+
+_Vivonne_ (Het steedje) bl. 511.
+
+_Vollenai_ ('t Dorpje) deszelfs wijnen beroemd, bl. 45.
+
+
+
+W.
+
+
+Waterhorologien te _Sens_ vervaardigd, bl. 10.
+
+Wijnoogst, (Beschrijving van den) bl. 474.
+
+Woudduiven (Wijze van) vangen bij _Bagnères_, in _la Foret de Gerde_,
+bl. 429.
+
+
+
+Y.
+
+
+Young (Het graf van de Dochter van) te _Montpellier_, bl. 296. ontwerp
+van een gedenkteeken nog onuitgevoerd, bl. 297.
+
+
+
+
+
+DE VOLGENDE DRUKFEILEN ALDUS TE VERBETEREN:
+
+
+Bl. 1 Reg. 7 _staat_ 14 _lees_ 16
+ 3 ---- 6 ---- plaats ---- plaats had,
+ 8 ---- 4 ---- klokkespel ---- klokkegelui
+ 11 ---- 10 ---- de brug ---- deze brug
+ 25 ---- 2 ---- met ---- men
+ 53 ---- 24 ---- Benedictijner ---- Benedictijners
+ 54 ---- 16 ---- uitgegaan ---- gisteren uit de schuit gegaan
+ 55 ---- 16 ---- niet ---- niets
+ 58 ---- 24 ---- besloten ---- besloot
+ 63 ---- 23 ---- wat ---- was
+ 71 ---- 1 der Noot ---- de ----die
+ 87 ---- 24 ---- die welke ---- dat hetwelk
+ 89 ---- 7 ---- het een ---- na het een
+ 111 ---- 7 ----. Het ---- het
+ ---- 9 ---- is zeer oud ---- Zij is zeer oud
+ ---- 13 ---- als op ---- als of
+ 135 ---- 19 der Noot ---- _croira_ ---- _croirois_
+ 138 ---- 24 ---- verlegde ---- vestigde
+ 143 ---- 17 ---- vermakelijk ---- gemakkelijk
+ 192 ---- 1 ---- beromed ---- beroemd
+ 208 ---- 14 ----; tegen ----. Tegen
+ 220 ---- 30 ---- men was nog ---- men was hier aan dat nieuwe
+ eerteeken nog
+ 236 ---- 5 ---- en lang ---- lang
+ ---- 5 ---- schorpioen ---- schorpioenolij
+ 244 ---- 14 ---- _sous_ ---- _sou_
+ 251 ---- 29 ---- 'er ---- en
+ 257 ---- 11 ---- _Gange Lion_ ---- _Gange, Lion_
+ 261 ---- 13 der Noot ---- saillir ---- jaillir
+ 262 ---- 19 ---- hetzelve ---- dezelve
+ 274 ---- 14 ---- gelokt, door ---- gelokt door
+ 276 ---- 1 ---- Bres ---- Bref
+ ---- 1 der Noot ---- Bres ---- Bref
+ 278 ---- 22 ---- Freville ---- Treville
+ 279 ---- 31 ---- hoewel ---- en hoewel
+ 280 ---- 1 ---- zijn; want ---- zijn, want
+ 290 ---- 11 ---- _Maquelone_ ---- _Maguelone_
+ 317 ---- 25 ----, en tusschen ---- 'er tusschen
+ 318 ---- 14 ---- _Maquelone_ ---- _Maguelone_
+ 326 ---- 1 ---- hebben ---- heeft
+ ---- 6 ---- wortel-, van ---- wortels van
+ 333 ---- 5 ---- _St. Terriol_ ---- _St. Ferriol_
+ 346 ---- 26 ---- met zeer ---- met zeer veel
+ 347 ---- 17 ---- dat men ---- die men
+ 351 ---- 21 ---- 'er ---- en
+ 358 ---- 18 ---- stad ---- hooge stad
+ 364 ---- 2 ---- des luchtiger ---- des te luchtiger
+ 394 ---- 19 ---- zeer belang ---- zeer veel belang
+ 399 ---- 20 ---- regterhand ---- linkerhand
+ 401 ---- 10 ---- meer ---- weêr
+ 416 ---- 4 ---- Met ---- Men
+ 422 ---- 1 ---- met zes muilezels en met ---- met zes muilezels
+ met
+ ---- 10 ---- maar zeer redelijk ---- maar redelijk
+ 425 ---- 1 ---- geklauterd hebben ---- geklauterd te hebben
+ 445 ---- 1 ---- andere grootere ---- andere en grootere
+ 458 ---- 4 der Noot ---- geregten ---- gevegten
+ 470 ---- 5 ---- valt 'er van ---- valt van
+ 537 ---- 4 der Noot ---- _velocite_ ---- _velocité_
+ 542 ---- 14 ---- om aan deze ---- om deze
+ 548 ---- 1 der Noot ---- _de Tirans_ ---- _des Tirans_
+ 558 ---- 24 ---- zeer belang ---- zeer veel belang
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] De gebeurtenis, die aanleiding gaf tot het Blijspel van Collé
+_La partie de chasse de_ Henri IV. is hier omstreeks voorgevallen,
+Michau was Molenaar te _Lieursaint_; dit stuk is, meen ik, ook in
+'t _Nederduitsch_ vertaald.
+
+[2] Zoo noemt men de _Bourgondiërs_, om de ronde en gulle inborst,
+die men hun toeschrijft.
+
+[3] _Meaux_ alwaar de welsprekende Bossuët Bisschop was, behoort
+tot dit Departement. In de stad en omtrek van _Meaux_ wonen zeer
+veel Protestanten.
+
+[4] Dit geval heeft aanleiding gegeeven tot de partijen der
+_Bourguignon_'s en _Armagnac_'s, die zoo veel bloeds aan _Frankrijk_
+gekost hebben.
+
+[5] Hij was de Vader van Lodewijk de XVI.
+
+[6] Hij is bekend voor de oudste der goede schilders in _Frankrijk_,
+bijzonder ook om het vermaarde stuk van het laatste Oordeel, dat te
+_Parijs_ op het Museum hangt, en waar van de gedrukte plaat een der
+grootste prenten is, die men kent. Zij is gegraveerd door Pieter de
+Jode, een _Antwerpenaar_ en vermaard Plaatsnijder.
+
+[7] Picard bekend auteur en acteur te _Parijs_, heeft een stuk gemaakt
+onder den naam van _le Collatéral ou la Diligence à Joigny_, dat zeer
+aardig is.
+
+[8] Hij was kort en dik.
+
+[9] Een van de vrouwen van Louvois was een _Hollandsche_, ik meen de
+Baronnesse de Huffel genaamd.
+
+[10] Vertrekje van de portier of Zwitser aan de ingang van een Hotèl.
+
+[11] Ik ken hier geen _Nederduitsch_ woord voor, en het was te wenschen
+dat alle diergelijke _Fransche_ modeprullen onder ons geheel onbekend
+waren.
+
+[12] Die goede man hield zich in zijn ouden dag, benevens zijne vrouw,
+bezig met het lezen van bijna al de Romans, die 'er uitkwamen.
+
+[13] De Regten van den Mensch, erkend den 30 September, het Eerste
+jaar der Vrijheid, 1789.
+
+[14] En Graaf van _Holland_, _Zeeland_ en _Vriesland_. Martinet in
+zijn _Veréénigd Nederland_, zegt van hem: "Hij werd met geringen
+lof bekroond;" en verder van zijn zoon en opvolger sprekende: "Hij
+gaf den doodsteek aan 's Lands Vrijheid door het invoeren van vaste
+soldaten, 't geen 's Volks oude dapperheid deed vervallen."--O mijn
+Vriend! mogten onze Landgenoten toch de waarheid van dit gezegde
+duidelijk gevoelen!
+
+[15] _La Metromanie_, een van de beste Blijspelen van het _Fransche_
+tooneel, is van dezen schrijver.
+
+[16] _Castor_ en _Pollux_ is 'er de voornaamste van, en wordt gehouden
+voor een _classiek_ stuk der _Fransche_ muzijk van dien tijd.
+
+[17] Hier rust Jan le Menestrier, in het zeventigste jaar zijn's
+ouderdoms zette hij den voet in den stijgbeugel, om na den hemel
+te gaan.
+
+[18] _Citeaux_ heeft vier Pausen opgeleverd, als Eugenius III,
+Gregorius VII, Celestinus IV, en Benedictus XII.
+
+[19] Een _arpent_ is omtrent een vierde deel van een morgen lands.
+
+[20] Tien menschen, als St. Bernard, zouden de wereld ontvolkt hebben.
+
+[21] De Belloi, een van de veertig van de _Fransche_ Academie, is 'er
+schrijver van. De Treurspelen Zelmire, Gaston en Bayard, die insgelijks
+in onze taal zijn overgezet, en nog drie anderen, zijn mede van hem.
+
+[22] De Ezels van _Beaune_. Piron, daar ik u hier voor van gesproken
+heb, een pik tegen die van _Beaune_ hebbende, had gewed dat hij
+binnen een zeer korten tijd honderd puntdichten (_Epigrammes_)
+tegen hun zou maaken, en hield zijn woord. Eens te _Beaune_ in het
+openbaar sprekende, riepen de toehoorders: "Wij verstaan u niet;"
+willende dat hij harder zou spreken, en Piron antwoordde: "_Ce n'est
+pourtant pas faute d'oreilles_," het is toch niet bij gebrek van ooren;
+deze kwinkslag werd hem niet vriendelijk afgenomen.
+
+[23] Naar men mij verzekerde, is men thans bezig om door een bevaarbaar
+kanaal, deze twee rivieren met elkanderen gemeenschap te doen hebben,
+en dus ook den _Oceäan_ met de _Middellandsche Zee_.
+
+[24] Men vind op verscheidene plaatsen, niet ver van deze stad,
+steengroeven, die marmer van onderscheidene kleuren opleveren; te
+_Berzé la Ville_ zijn 'er twee van albast, grijsachtig wit van kleur.
+
+[25] Het is een ware schilderij van _l'Albane_. Dit betooverende
+eiland schijnt op den aardbol geworpen, om waardig te zijn, van te
+gelijker tijd den tempel der Goden, de dansen der stervelingen en de
+begraafplaats der groote Mannen te bevatten. De verbeelding schetst ze
+'er op, als ons oog hetzelve betracht, en ieder mensch wordt Dichter,
+als hij aan die welriekende zoomen raakt.
+
+[26] Door de belegering hadden vele huizen op deze kaai aanmerkelijk
+geleden, doch sedert korten tijd zijn die weder opgebouwd, en men
+verzekerde, dat dezelve thans ruim zoo schoon is, als voorheen.
+
+[27] Men leze onder anderen, _le Feuilleton de Publiciste de Mardi,_
+28 _Frimaire an_ 12 (20 Decemb. 1803.) aangaande onze, schier
+onvergelijkelijke, Juffrouw Wattier.--Zorgt men wel dat een vrouw,
+van zulk eene zeldzame bekwaamheid, als deze, kweekelingen maakt?
+
+[28] Dat stuk is daar in een korten tijd ver over de honderd malen
+gespeeld; want een groot gedeelte van de _Parijzenaars_ liep 'er
+naar toe.
+
+[29] 't Is te verwonderen, dat men aan merkwaardige overblijfsels, zulk
+een kleinachting aanduidenden naam heeft gegeven; want _Antiquaille_
+beteekent oude prullen.
+
+[30] De teekening is nog al tamelijk, behalven het opgenoemde, was 'er
+ook nog de afbeelding van een mensch bij; de Engel en Duivel schenen
+zich met hem bezig te houden. Misschien verbeeldt het een mensch in
+de eerste tijden van het Christendom, die door den Duivel tot den
+Afgodendienst verleid wordt, terwijl een Engel 'er hem van terug houdt.
+
+[31] Het aanroepen van deze Lieve Vrouw, als men zich in nood bevond,
+scheen hier al vrij algemeen, doch ieder was juist niet even naauw
+gezet in het nakomen van zijne gelofte. Men verhaalde mij ten dezen
+opzigte een geval, dat mij deed lagchen; eenige jaren geleden was
+een schippers knecht van de schuit in de _Rhone_ gevallen, en deed
+volgens gebruik eene gelofte aan de Lieve Vrouw van _Fourvières_,
+doch de redding volgde niet spoedig; en, of door den sterken stroom of
+anderzins niet kunnende zwemmen, begon hij reeds te zinken, toen zijn
+schipper hem met een haak vastkreeg en 'er uithaalde. Vervolgens zijne
+gelofte vergetende, werd hij daar aan door zijn' Biegtvader herinnerd,
+doch ontschuldigde zich met te zeggen: "Zij heeft geen haast gemaakt,
+om mij te helpen, ik behoef ook geen haast te maaken om te betalen,
+want kijk, Mijn Heer Pastoor! als onze schipper niet beter bij de
+hand geweest was dan onze Lieve Vrouw, ik had 'er bij mijn .... om
+koud geweest."
+
+[32] De _Doctoren_ van dit vermaarde _kollegie_; dat door Robert de
+Sorbon, Hofprediker en Biegtvader van St. Louïs, in 1252 gesticht werd,
+waren in _Frankrijk_ de gewone regters in _Theologische_ geschillen
+van aanbelang.
+
+[33] Bekend door zijne welsprekende en wijsgeerige geschriften,
+zoo als zijne lofspraken (_eloges_) van Marcus Aurelius, van Sully,
+van Descartes enz. hij legt daar in zijne vrije en onbevooroordeelde
+denkbeelden duidelijk aan den dag. Thomas was ook een bijzonder vriend
+van Mevrouw Necker.
+
+[34] Dit was beste oude wijn; de gewone kocht men voor 5 _sols_.
+
+[35] Onze reisgenoot verhaalde dit met verscheidene natuurlijke
+omstandigheden, als een echte gebeurtenis, waar van hij zelve meêr dan
+eens ooggetuigen geweest was, en ik heb geen de minste reden om aan
+'s mans goede trouw te twijfelen.
+
+[36] Hoe ver is _Thain_ van _Tournon_?
+
+[37] Hoe vele ligte vrouwlieden zijn' er te _Tournon?_
+
+[38] O! dat is der moeite niet waardig, om 'er van te spreken, maar
+zeg mij, hoe ver is _Maintenon_ (een steedje) van _Versailles_? of
+ook hoe veel _Maintenons_ (te weten ligte vrouwen, want Madame de
+Maintenon, was, gelijk gij weet, bijzit van Lodewijk den XIV.) zijn
+'er wel te _Versailles_?--Deze anecdote durf ik u haast voor wat
+nieuws aanrekenen, zijnde verzekerd dat zij zeer weinig bekend is.
+
+[39] De Faujas is Professor bij het Museum van natuurlijke historie
+te _Parijs_.
+
+[40] Men rekent de _toise_ op _6 géometrische_ voeten. Die brug is
+dan ook veel te smal, naar evenredigheid van de lengte.
+
+[41] Zie het nevenstaande gezigtje.
+
+[42] Petrarcha wierd te _Arezzo_ in _Toscane_ den 20 Julij 1304
+geboren, en zette zich vervolgens te _Carpintras_ neder. Paus Clemens
+de V. had nu ook zijn Hof te _Avignon_ gevestigd. Weldra deed de
+jonge Petrarcha eene bijzondere geschiktheid voor de Dichtkunde
+blijken, woonde de Universiteiten van _Montpellier_ en _Bologne_ bij,
+raakte vervolgens in kennis met verscheiden geleerden van dien tijd;
+ging reizen, na dat hij verliefd was geworden op de schoone Laura,
+die hij den 6 April 1327 voor het eerst in een Kerk te _Avignon_
+ontmoette. Laura werd in het dorpje _Noves_, digt bij _Avignon_,
+geboren, en was toen in den bloei harer jeugd; zij was kortling
+gehuwd aan een Edelman, genaamd Hugues de Sade, en Petrarcha werd
+eindelijk sentimenteel verliefd, en ging zich te _Vaucluse_ in 1337
+nederzetten. Den 8 April 1341 werd hij te _Rome_ in het Kapitool als
+Dichter gekroond. In 1348 op denzelfden dag, en op hetzelfde uur,
+dat hij haar het eerst gezien had, (volgens de Geschiedschrijvers),
+stierf zijn waarde Laura. Petrarcha was aan het Hof en bij de grooten
+getrokken. In 1350 kreeg hij een Kanunniksplaats te _Padua_, werd
+vervolgens ook een en andermaal in gezantschap gezonden; op het
+laatst van zijn leven werd hij ziekelijk, en bijzonder door een
+slaapziekte aangetast, en den 18 Julij 1374 vond men hem dood,
+leunende op een boek.
+
+[43] Ik geloof dat dit de benaaming in _patois_ is, en dat hij
+eigenlijk _Montventoux_ genaamd wordt.
+
+[44] 1: Beschrijving van de bron van _Vaucluse_ enz. door J. Guerin,
+Hoogleeraar enz. Dit, voor de reizigers naar die bron, zeer nuttig
+boekje, is bij den schrijver zelven te _Avignon_ te bekomen.
+
+[45] Ik voeg hier bij de Muzijk van de Romance _du Rivage de Vaucluse_,
+met het accompagnement voor de _Piano forte_ of de _Harp_, door Boïel
+Dieu. Schoon gij geen dier Instrumenten tracteert, en uw stem niet
+aan den zang wagen zult, kent gij misschien wel deze of gene, die
+gij met die Muziek kunt pleisier doen, en ik geloof dat u de woorden,
+die van Marmontel zijn, niet kwalijk bevallen zullen. Zie hier dezelve:
+
+
+ Du Rivage de Vaucluse
+ l'Amant de Laura en ces mots,
+ En s'eloignant de sa Muse,
+ Fit retentir les Echo's:
+ o Toi, qui plains le delire,
+ On Laure a plongé mes sens,
+ Roches, qu'attendrit ma Lyre,
+ Redis encor mes accens.
+
+ En repondant à mes plaintes,
+ Echos, vous avez appris,
+ Quels sont les voeux et les craintes,
+ d'Un coeur tendre et bien epris.
+ n'Oubliez pas ce langage;
+ Et si Laure quelquefois
+ Vient rever sur ce rivage,
+ Imitez encor ma voix.
+
+ Ditez-lui que de ses charmes,
+ Tous mes sens sont occupés:
+ Ditez-lui que de mes larmes
+ Toujours mes yeux sont trempés,
+ Ma voix ne chantera qu'elle,
+ Mon souvenir ne sera
+ Qu'un miroir pur et fidele,
+ Où l'amour me la peindra.
+
+ Dites-lui, que son image
+ Ma suivra dans le sommeil,
+ Et recevra pour hommage
+ Le soupir de mon Reveil;
+ Que mon oreille attentive
+ Croira sans cesse écouter
+ Les sons, que sa voix plaintive
+ Vous fit cent fois repêter.
+
+ Jurez lui qu'envain les graces,
+ Viendraient pour me consoler:
+ Que les amours sur mes traces
+ Sans cesse auraient beau voler.
+ à Leur troupe enchanteresse
+ Je dirais, dans ma douleur,
+ Rendez Laure à ma tendresse,
+ Ou laissez couler mes pleurs.
+
+ Insensible à tout loin d'elle,
+ Rien ne flatte mes Desirs:
+ Je me croiras infidèle
+ De goûter quelques plaisirs.
+ Sur une rive étrangère:
+ Où le destin me conduit,
+ Une esperance lègère
+ Est le seul bien qui me suit.
+
+ Mais si Laure m'est ravie,
+ Si je ne dois plus la voir,
+ Je perdrai bientôt la vie,
+ Quand j'aurai perdu l'espoir.
+ Puisse la parque appaisée
+ Me laisser après ma mort,
+ Préférer à l'Elisée
+ Les Ombrages de ces bors.
+
+
+Voorts komt dit bericht, uit een _Fransch Journaal_ overgenomen,
+mij te belangrijk voor, om het u niet vertaald mede te deelen:
+
+Den 15 Fructidor I. l. (12 J.) vertrokken de Leden van het _Atheneum_
+van _Vaucluse_, met het aanbreken van den dag van _Avignon_, om zich
+naar de valei van _Vaucluse_, vijf mijlen van deze stad gelegen te
+begeven, en 'er den eersten steen van het gedenkteeken voor Petrarca
+te leggen, tot welks stichting deze Maatschappij besloten had. Het
+_Atheneum_ werd van eene groote menigte Dames en Inwoners vergezeld. De
+stoet wies bij elken voetstap aan. Door _l'Isle_ trekkende, had
+zij het genoegen prachtig en vriendelijk onthaald te worden; maar de
+overheid van het kleine dorpje _Vaucluse_, wilde voor die van _l'Isle_
+niet onderdoen in die van _Avignon_ wel te ontvangen. De plegtigheid
+begon met eene statelijke mis, na welke de bijeengevloeide schare
+aanschouwers zich op de afhangende heuvels verspreidde, die aan de
+bron grenzen, waarheen weldra zich het _Atheneum_ wendde. De Adjunct
+van _Vaucluse_ riep het eerst de schim van den minnaar van Laura
+aan. De President van het _Atheneum_ deed daarop eene redevoering,
+op de plegtigheid toepasselijk, terwijl tusschen beide verscheide
+Dichters en Redenaars, en vooral den Heer Piot, de een na den ander
+een talrijk en uitgezocht Auditorium, belangrijk wisten bezig te
+houden. Een Ingenieur bood vervolgens den troffel aan den President,
+die den eersten steen van het gedenkteeken leide. De troffel kwam
+vervolgens in handen der Leden van de Maatschappij, en in die van
+verscheidene Dames. Den ganschen dag waren 'er eenvoudige banken
+aan de boorden van _Vaucluse_ opgeslagen. Men kon toen in waarheid
+zeggen, dat de echo's de onsterfelijke namen van Petrarcha en Laura
+herhaalden. Onder deze namen mengden de geestdrift en het gevoel,
+die van den grooten Napoléon en zijne vorstelijke gemalin. Dus
+vermengden zich in alle monden, in alle harten, de roemrijke namen
+van een Dichter, die zijne Eeuw tot eer verstrekte, en een held, die
+de zijne met zijn naam vereert. Openbare spelen verbeiden te _l'Isle_
+de terugkomst van het _Atheneum_, en duurden tot laat in den nacht.
+
+[46] Ik vind geen anderen grond voor deze onderstelling, dan dat in
+vroeger tijden hier misschien een kroeg was, waar de _Hollandsche_
+matrozen een _kanne bier_ dronken, en geen _Fransch_ kennende,
+'er in hunne taal na vroegen.
+
+[47] Naar men mij verzekerde, vindt men 'er somtijds, die meer twee
+centenaars wegen; verscheide heb ik 'er op de markt gezien, die een
+kloek man niet alleen op zijn hoofd kon brengen, om weg te dragen.
+
+[48] Een soort van Eijerplant (_solanum_), doch die men hier gebruikt,
+zijn violet van kleur en langwerpig.
+
+[49] Een orange kleur platachtig geribt appeltje, omtrent zoo groot
+als de palm ven de hand, zeer sappig en vol pitjes, het groeit aan
+een laag plantje. Ik heb het bij ons ook wel in de tuinen gezien,
+doch ken 'er den, _botanischen_ naam niet van.
+
+[50] Ondertusschen is dit ook te _Parijs_ de algemeene mode, en men
+ziet daar zelfs, vooral zomers, in de fraaije koffijhuizen van het
+_Palais Royal_, en elders door _elegante Dametjes_ en _petits maitres_
+bier drinken, en wel met de fles of kruik.
+
+[51] Zulk zingen is nuttig en aangenaam, en waarom is het Liederenboek
+van de Juffrouwen Wolff en _Deken_ niet meêr algemeen in gebruik?
+
+[52] Zaligmaker der wereld ontferm u onzer!
+
+[53] Geen goed zonder moeite.
+
+[54] De _Milon_ en de _Andromeda_ die men te _Versailles_ ziet,
+zijn ook van Puget.
+
+[55] In _Bataafsch Braband_ worden diergelijke werktuigen, om te wegen,
+veel onder de landlieden gebruikt, en zijn daar bekend onder den naam
+van ponders of unsters.
+
+[56] Het ligchaam der zakkendragers.
+
+[57] _Un glace_ noemt men een glaasje met bevrozen room, en zuiker of
+sap van vruchten, zoo als van aardbeziën, persiken, abrikosen enz. ook
+wordt dit sap, in vormen gegoten zijnde, wel aan stukjes verkocht,
+en dit noemt men _glaces en brique_.
+
+[58] Aan Bonaparte, overwinnaar en bevrediger, is _Marseille_
+erkentelijk.
+
+[59] Thans leest men 'er op: _vivre et mourrir libre_. In plaats
+van een Kroon staat 'er nog een _Jacobijnen_ muts boven dit schild;
+doch dit zal waarschijnlijk ook nog wel eens veranderd worden, daar
+de kroonen weder in de mode gekomen zijn.
+
+[60] De Beeldhouwer Veyrier was ook een leerling van Puget, als mede
+eene André, die de Uitvinder was van de wijze, om behangseltapijten
+met lijmverf te schilderen.
+
+[61] Ontbijten met de vork.
+
+[62] Boter van Provence.
+
+[63] Het gelijkt wel wat naar het _Gulde Vlies_ te _Haarlem_, en is 'er
+zekerlijk niet minder zindelijk; daar bij zijn de hospes en zijn vrouw
+zeer vriendelijk, en de bediening scheen mij toe vrij goed te zijn.
+
+[64] Ter dezer gelegenheid is 'er eene medaille geslagen, met het hoofd
+van den Koning aan de eene, en de haven, door eene ketting geslooten,
+aan de andere zijde.
+
+[65] Het zijn blazen met wind gevuld en met leder overtrokken.
+
+[66] Behalve bij de eerste vertooning van een stuk, wanneer het 'er
+vreesselijk ruw kan toegaan. De _Fransche_ wellevendheid wordt dan
+dikwijls op een verregaande wijze vergeten.
+
+[67] Te _Marseille_, bij den grooten Schouwburg, is een badhuis,
+waar de baden van wit marmer zijn.
+
+[68] De beroemde school, waar Aristoteles de wijsgeer te _Athene_
+al wandelende onderwees, werd alzoo genaamd; in onze taal zou die dan
+_plaats, waar men wandelend onderwijst_, kunnen geheeten worden. De
+_Franschen_ hebben sedert eenige jaren verscheidene _Grieksche_ en
+_Romeinsche_ benamingen aangenomen, zoo als _école politecnique_,
+_société philotecnique_, _Tribuns_, _Senatoren_ enz. doch alle deze
+namen komen hier mijns bedunkens, volgens hunne oorspronkelijke
+beteekenis niet altijd te pas, en vele dier zaken hebben inderdaad
+weinig meêr van het _Grieksche_ en _Romeinsche_ dan den blooten naam.
+
+[69] Schrijver van _de Reize van den Jongen_ Anacharsis _in
+Griekenland_, enz.
+
+[70] De Kapperplant behoort oorspronkelijk in _Sicilië_, _Griekenland_
+en _Egypten_ te huis; die vrucht behoudt ook nog den _Griekschen_ naam
+in het provencale woord _tapenos_, dat kruipende beteekent, omdat de
+plant langs de aarde, en de muren, daar zij tegen geplant is, kruipt.
+
+[71] Men kan, onder andere natuurkundigen, Réaumur hier over nazien;
+deze veronderstelt, dat de _Pholade_ zijn hol maakt, in een soort
+van klei, die naderhand hard wordt, maar anderen wederleggen dit,
+op grond, dat men dit diertje gevonden beeft, in steenen, die men in
+zee gelegd had.
+
+[72] Zijne moeder, hoog zwanger zijnde, ging te _Marseille_ scheep, om
+van daar naar het kasteel _d'If_ varen, en werd zoodanig ontroerd door
+een hevigen storm, dat zij van hem beviel in de maand November 1597.
+
+[73] De landlieden hier omstreeks vertellen een menigte spook- en
+tooversprookjes van deze grot; er zou onder anderen een vreesselijke
+reus, Rolland geheeten, in gewoond hebben, van hier den naam van
+_Beaume_, dat is grot van Rolland. Dit intusschen schijnt zeker,
+dat een Priester genaamd _l'Abbé_ Géoffrédi eenige eeuwen geleden, te
+_Marseille_ is verbrand geworden, om dat men hem voor een' toovenaar
+of heksenmeester hield, daar hij dikwijls deze spelonk ging bezoeken,
+waarschijnlijk om eenig natuurkundig onderzoek, of physische proeven
+te doen, terwijl hij misschien minder dom en bijgeloovig was dan de
+meeste zijner ambtgenoten, en daarom door hun benijd en vervolgd werd.
+
+[74] Het huis van Borelly wordt voor het voornaamste en rijkste huis
+van _negotie_ van _Marseille_ gehouden; zij zijn door den koophandel
+rijk geworden.
+
+[75] Ter dier tijd, en vooral onder de _Vicomte_ Baral, deden de
+_Troubadours_ (oude provincale Dichters) de Dicht- en Letterkunde te
+_Marseille_ en daar omstreeks herleven.
+
+[76] _Comte du Maine et dernier comte de Provence._
+
+[77] De woorden zijn van Rouget de l'Isle, neef van den ongelukkigen
+Bailly, en de muzijk van _Gossec_. Sedert Tyrtæus is 'er, voor zoo
+ver mij bekend is, geen oorlogslied gemaakt, dat zoo veel geestdrift
+veroorzaakt, en de moed meêr opgewekt heeft dan de _Marseillaansche_
+marsch. Dit lied wordt niet meêr gezongen, en geen der heeft tot noch
+toe zijne plaats bekleed.
+
+[78] Maagden-olij.
+
+[79] Uit de opschriften en gedenkpenningen, die men daar onder
+anderen vond, bleek het dat de baden van Sextius hier ter plaatse
+geweest waren.
+
+[80] Men noemt ze _la foire de la Magdelaine_, om dat zij den 22
+julij, dat is, _St. Magdalenasdag_, begint; sedert 1217 was zij vrij
+van alle regten, maar in 1632 heeft men die vrijheid besnoeid. Zij
+plagt zes dagen te duren, thans wordt die tijd al wat verlengd, naar
+men mij verhaalde. De oorsprong van deze kermis schijnt niet bekend;
+doch het blijkt, dat zij zeer oud is.
+
+[81] Ten tijde van de _Romeinen_ telde men in de stad _Nismes_
+omtrent 70,000 inwoners.
+
+[82] Tempel van Diana.
+
+[83] Bijna in alle oude steden in het zuiden van _Frankrijk_: vindt men
+naauwe en kromme straten; het komt mij voor, dat die met oogmerk zoo
+gebouwd zijn, om daar door den sterken zonneschijn te beletten, en veel
+schaduw te hebben. Hier zoo wel als te _Marseille_, en andere plaatsen
+aan dezen kant, vindt men ook veel zeilen tusschen de huizen gespannen.
+
+[84] Dit wapen is getrokken uit een oude medaille, waarop een krokodil
+aan een' palmboom geketend, met deze verkorte woorden: _col_, dat
+is _colonia_, en _Nem_, dat is _Nemausensis_. Aan den anderen kant
+ziet men twee hoofden, verbeeldende die van Augustus en Agrippa zijn
+schoonzoon. Ik heb hier twee zulke medailles gekocht.
+
+[85] Velen laken dit misschien in de Heidenen, maar maken het sommige
+Christenen wel veel beter, in onze dagen?--Het volgende hoorde ik in de
+Gereformeerde Kerk te _Parijs_, vierende het kroningsfeest van Keizer
+Napoléon, zingen: "_Il franchit et les monts et les mers en courroux,
+il arrive_: (te weten Bonaparte) et semblable a la Toute-puissance,
+Faisant saillir le jour du milieu du cahos, _Il rend le bonheur à
+la France, etc._" Deze buitengewone eeredienst had plaats den 29
+December _des_ voorleden jaars 1804, en ik heb _die_ Gezangen nog
+gedrukt onder mij berustende, zij zijn van eenen Fabre d'Olivet.
+
+[86] Hij was Aartsbisschop te _Alby_, Hoofdstad van het: landschap
+_Albigeois_, _dans le haut Languedoc_. Helaas! maar al te veel bekend
+door de wreede vervolgingen, den ongelukkigen _Albigensen_ aangedaan,
+in de 12de en 13de eeuw.
+
+[87] Te _Parijs_ vond ik in een der beste letterkundige tijdschriften
+een vers, dat ik gedeeltelijk hier afschrijve.
+
+
+ Mais que j'aime la bienfaisance,
+ De ce Cardinal adoré,
+ Qui par son ame et sa naissance,
+ A double titre est illustré.
+ Grossi par les eaux des montagnes,
+ Se debordant avec fureur,
+ Le Tarn avoit dans ses campagnes,
+ Detruit l'espoir du Laboureur,
+ Tout perissait dans la misère,
+ l'Air retintit de cris affreux.
+ "Ah! dit le prelat généreux,
+ Cest donc à moi qui suis leur père,
+ A secourir ces malheureux."
+ Aussitôt sa main secourable,
+ Verse à grand flots l'or sous ses pas,
+ Et l'abondance favorable,
+ Ranime tout en ces climats.
+ Des qu'il parais sur ce rivage,
+ Le peuple enivré de transports,
+ Se jette en foule a son passage,
+ Et fait répèter à ces bords:
+ "Grand Dieu! dont son coeur est l'image.
+ Repand sur lui tous tes trêsors
+ Il sait tropbien en faire usage."
+ Chacun pour lui forme ces voeux,
+ Il partage cette allégresse,
+ Et dans ces doux momens d'ivresse,
+ Il est encore le plus heureux.
+ Ah! sans doute la bienfaisance,
+ Fut le premier Dieu des Mortels,
+ Et ce fut la reconnaissance,
+ Qui dressa les premiers autels.
+
+
+Blin Desainmore.
+
+[88] 't Zal onnoodig zijn, om gedurig te herhalen dat de _toise_
+6 _geométrische_ voeten is.
+
+[89] De boerinnen dragen hier kleiner hoeden, doch van dezelfde
+stof en kleur als in _Provence_; hare kleeding is ook in 't geheel
+niet bevallig, en ik zag hier ook op het land weinig gnappe vrouwen;
+doch de menschen schijnen nog al gezond en sterk.
+
+[90] Pepin le Bres was de Vader van Carolus Magnus, en de eerste
+_Fransche_ Koning, die zich deed kroonen en zalven met Kerkelijke
+plegtigheden; dit geschiedde door een legaat van Paus Zacharias den I.,
+welke Paus hem behulpzaam was, niettegenstaande Childeric de III. door
+zijn toedoen onttroond, geschoren en in een Klooster was opgesloten,
+en de Zoon en opvolger van dien Vorst in een ander. De Pausen sprongen
+'er toen ook maar vrij luchtig met de zalvingen om. Eenigen tijd, na
+dat Pepin Koning was, verzocht hij van Paus Steven den II. vergeving
+der misdaad, die hij tegen zijn wettigen Koning, zoo als hij hem
+zelven noemde, begaan had.
+
+[91] Het woord _Peyrou_ beteekent in het _Patois_ van _Languedoc_
+steenachtig, omdat de grond zeer steenig is. In de eerste tijden van
+deze stad schijnt dit een marktplaats geweest te zijn; want men vindt
+in eene acte van het jaar 1156, door d'Aigrefeuille, Geschiedschrijver
+van _Montpellier_, aangehaald: _Forum seu mercatum Montispessulana
+del Peyrou_.
+
+[92] Het was door een' beeldhouwer van _Troyes_, genaamd Joly, naar
+men mij verzekerde, te _Parijs_ gegooten, en woeg 45,000 ponden;
+in 1717 deden die van _Montpellier_ het hier oprichten.
+
+[93] Naar men mij verzekerde, is zij niet regt gebouwd om de gronden
+en landgoederen van eenige voorname personen te vermijden. Welk eene
+schandelijke inschikkelijkheid bij zulk een werk! want de waterleiding
+is geen bloot sieraad, maar dient vooral, om het water in verscheidene
+fonteinen in de stad, en ten algemeene nutte dienende, te brengen.
+
+[94] De oppasser van dit gebouw laat dit en de waterbakken onder het
+_Chateau d'eau_, voor een fooitje zien.
+
+[95] Aan die, welke ik hier zag, waren 'er naar gissing, 60 of 70;
+naar mate de put meêr of min diep is, moet dit getal vermeerderd of
+verminderd worden.
+
+[96] Het bovenste gedeelte van dit torentje, waarin de klok hangt,
+bestaat uit eene soort van ijzeren korf. Ik had u nog vergeten te
+zeggen, dat men diergelijk soort van torens op verscheidene plaatsen
+in _Provence_ en _Languedoc_ aantreft; in sommigen ziet men poppen,
+die op de klok slaan.
+
+[97] Sebastiaan Bourdon werd in 1616 geboren, en gehoorde tot het
+Protestantsche Kerkgenootschap; hij is eenigen tijd eerste schilder
+van de Koningin Christina van _Zweden_ geweest, en wordt voor een der
+voornaamste schilders van _Frankrijk_ gehouden; behalve verscheidene
+schilderijen, bestaan 'er van hem ook nog teekeningen en geëtst
+werk. Hij stierf te _Parijs_ in 1671.
+
+[98] De wol-velden.
+
+[99] Een van de geestigste schrijvers van de 16de eeuw.
+
+[100] Het graf van de Dochter van Young.
+
+[101] Young heeft ook voor het tooneel gewerkt, en twee Treurspelen van
+hem, namelijk _Busiris_ en _de Wraak_ zijn in het Fransch overgezet.
+
+[102] Hij is ook door zijne kruidkundige werken bekend.
+
+[103] De vermaarde slag van _Kloosterkamp_ viel voor in het laatst van
+het jaar 1760. De _Franschen_, na lang half naakt, zoo als zij uit de
+tenten kwamen, gevochten te hebben, behaalden eindelijk de overwinning.
+
+[104] Dit spreekwoord, in het _Patois_ van _Languedoc_ luidt: _Couvit
+de Mouspéiè, couvida à l'escaiè_; dat is, noodiging van _Montpellier_
+op den trap gedaan.
+
+[105] _De Advokaat Patelein_ is onder anderen van Brueijs.
+
+[106] Zij worden de sluizen van _Fonceranne_, (_les ecluses de
+Fonceranne_) genaamd, liggen tegen de helling van een hoogte, en
+zijn 8 in getal. Verder op is 'er onder door een' berg, ter lengte
+van 720 voeten, doorgegraven; deze onderaardsche waterleiding noemt
+men _la voute de Malpas_; een gedeelte van dat gewelf is gemetseld,
+om het invallen te beletten.
+
+[107] Zij werd ook _Decumanorum Colonia_, naar een volk onder de
+_Gaulen_, die men _Decumani_ noemde, geheten.
+
+[108] Deze vaart meent men, dat reeds door de _Romeinen_ gegraven is,
+alzoo Plinius, onder anderen, 'er gewag van maakt, onder den naam
+van _Rubrensis_.
+
+[109] Van de kusten van _Provence_ en _Languedoc_ wijkt de zee, en
+onze stranden zwelgt zij al langzamerhand in.
+
+[110] Ik zal 'er u een gezigtje van doen toekomen.
+
+[111] De meer aardige dan nuttige reizigers Bachaumont en la Chapelle,
+zeggen van _Narbonne_:
+
+
+ Digne objet de notre couroux,
+ Vielle ville toute de fange,
+ Qui n'est que ruisseaux et qu'égouts.
+ Pourrois-tu pretendre de nous,
+ Le moindre vers à ta louange?
+
+
+[112] Deze kom is 1200 voeten lang, en 900 breed.
+
+[113] Dit is het eerste plaatsje van het Departement _de la haute
+Garonne_ aan dien kant.
+
+[114] Met die afgesneden pluimen of _Masculi Flores_, zoo als ze door
+de Botanisten genoemd worden, met een goed deel van de steng afgesneden
+zijnde, wordt het vee gevoederd.
+
+[115] Het Kapitool.
+
+[116] Namelijk van den Kardinaal de Richelieu, die een bijna onbepaald
+vermogen op Lodewijk den XIII. had, en tegen wien de opstand, waar
+onder Montmorenci zich bevond, bijzonder gerigt was.
+
+[117] Riquet begon deeze vaart in 1666, en zij werd in 1680 voltooid. In
+'t geheel zijn 'er 60 sluizen, te weten 45 naar den kant van de
+_Middellandsche Zee_, en 15 na den kant van den _Oceäan_. Het gansche
+werk heeft 13 millioenen gekost, waarvan door den Koning ruim de eene
+helft, en door de Provincie de rest betaald werd. Men zegt, dat de
+sluizen 's jaarlijks omtrent één millioen opbrengen, na aftrek van
+alle onkosten. Thans, daar deze vaart droog was, dat alle jaren in
+dit jaargetij gedurende eenigen tijd plaats heeft, werd zij verbreed
+en uitgegraven.
+
+[118] Deze brug is naar het bestek van den bouwmeester Souffron gemaakt,
+de hoeken zijn van gehouwen, en de rest van gebakken steenen. De
+zegenboog is naar de teekening van Francois Mansard gebouwd.
+
+[119] _Trobadors de Tolosa_. _Troubadours_ zijn Dichters van de 12de
+en 13de eeuwen, in _Provence_, _Languedoc_ en andere Provincien
+van _Frankrijk_ ten zuiden van de rivier de _Loire_ gelegen, t'huis
+behoorende.
+
+[120] Dit voorval had plaats in het begin van de vorige eeuw.
+
+[121] Deze wijze van bemesten heb ik ook hier en daar in het land van
+_Kleef_ gezien, en ik ben verzekerd, dat men onze schrale duin-
+en heigronden, aanmerkelijk zou kunnen verbeteren, door dezelven
+met de vette klei of leem, die men veeltijds daar omstreeks vindt,
+insgelijks te bemesten. Een mijner vrienden in de _Meijerij_ van _'s
+Bosch_, nam 'er weinige jaren geleden de proef van en bevond 'er zich
+wel bij. Waarom ziet men op onze duinen geen dennen- of mastbosschen,
+in plaats van die ellendige helmplantingen.--De asch en straatmest
+hier niet te vergeten.
+
+[122] Alexander de dikke.
+
+[123] Alexander de groote.
+
+[124] Een soort van Klipgeit.
+
+[125] De Turksche tarw stond hier vrij hoog, en diende tot staken voor
+de snijboonen of diergelijken, die men 'er op zeer veel plaatsen
+bijzette. De grond hier vruchtbaar zijnde, trok men op deze wijze
+dubbel voordeel van den akker. De tarw wordt eerst gezet, naar ik
+vernam, en daar na de boonen.
+
+[126] Wel verre van sommige mijner landgenooten door deze afbeelding
+een meêr of min belagchelijk voorkomen te willen geven, betuig ik,
+dat, vooral na dat ik eenige jaren in _Frankrijk_, en bijzonder
+in _Parijs_ heb doorgebragt, ik de zeden en eenvoudige levenswijze
+van den Vaderlandschen zoogenaamden Burgerstand, tot welken ik mij
+een eer rekene te behooren, meêr en meêr lofwaardig en verkieslijk
+vinde, en hartelijk wensche, dat men meêr algemeen tot denzelven moge
+terug komen.
+
+[127] Deze landlieden zijn, zoo als ik hier voor reeds gezegd heb,
+aan hunne mutsjes (_berettes_) te kennen; men vindt 'er wel gestelde
+lieden onder.
+
+[128] De graad van warmte van dit water is 43°, schaal van Réaumur. Het
+wordt doorgaans voor het gebruik der baden met koud water gemengd.
+
+[129] _Pic du Midi de Bigorre_, in onderscheiding van de _Pic du Midi
+de Pau_. _Pic du Midi_ heet in onze taal, de piek of spitse berg van
+het zuiden.
+
+[130] De kappen (_capelettes_) van scharlaken, worden alleen maar
+door de gegoedsten gedragen, en zoo minvermogenden die al hebben,
+dragen zij dezelve niet anders dan op Zon- en Feestdagen; dagelijks
+hebben zij 'er een van een grof soort van laken, van een bruinachtige
+roode kleur, dat niet kwalijk naar onze jichtbaai gelijkt; zoo dat,
+indien ik hier het pootje kreeg, ik niet verlegen zou behoeven te zijn.
+
+[131] In het jaar 1787 lag 'er den 9den Mei nog sneeuw, zoo dat de
+benedenste weiden, en de bergen 'er hier en daar mede bedekt waren.
+
+[132] _Wateren des heils._ Wanneer dit water slechts eenige van al
+die genezingen, die men 'er aan toeschrijft, veroorzaakt heeft,
+verdient het met alle regt dien naam. Het wordt zoo wel in- als
+uitwendig gebruikt.
+
+[133] _Douches_ noemt men een straal water of druip, die men op het een
+of ander gebrekkig deel laat loopen of druipen. Men heeft te _Bagnères_
+ook modder- of slijkbaden.
+
+[134] Sommige lieden drinken van dat water 50 en meêr glazen, van 4
+of 5 in een fles, daags. Ik heb toch moeite om te gelooven, dat zoo
+een ongemeene groote hoeveelheid vocht goed kan zijn.
+
+[135] Door _beau monde_ verstaan de _Franschen_ lieden, die naar de
+_mode_ gekleed zijn, naar de _mode_ weten te spreken, en zich naar
+de _mode_ bewegen. In den eigenlijken zin geloof ik niet, dat men een
+andere beteekenis aan dit woord kan hechten, ten zij men 'er nog wat
+onderscheid van stand of beroep bij wilde voegen; doch dit laatste
+komt in eene openbaare t'zamenkomst als deze in geen aanmerking.
+
+[136] _Escalette_ beteekent laddertje, om dat de slingerende weg met
+eene soort van trappen gemaakt is.
+
+[137] _Tramesaigues_ beteekent in de landtaal, te zamenloop van wateren.
+
+[138] Men vindt 'er een afbeelding van in het Natuurkundig werk van
+den Heer Ramond, genaamd _Voyages au Mont perdu et dans la partie
+adjacante des hautes Pyrenées, Paris Belin_ 1801.
+
+[139] De afbeelding daar van, vindt men in het reeds genoemde werk
+van Ramond.
+
+[140] Ik had het 'er op aangelegd, om mij omtrent dit uur hier te
+bevinden, om dat men, volgens den Heer Ramond, de _Pic_ tusschen
+elven en tweeën, als dan volkomen door de zon verlicht zijnde, het
+beste ziet.
+
+[141] Aldus genaamd, om dat het uit het meer _d'Oncet_, op de _Pic du
+Midi_, omtrent 300 _toises_ lager dan de top gelegen, voortvloeit.
+
+[142] Francois Pasumot, in zijn werk genaamd _Voyages Physiques dans
+les Pyrenées in 1788 en 1789 etc. Paris 1797_, stelt de hoogte van
+den weg over de _Tourmalet_ iets lager dan het meer _d'Oncet_ op de
+_Pic du Midi_, welk meer men in dat werk in een plaat, de hoogte der
+bergen aanduidende, op omtrent 1200 _toises_ geteekend vindt.
+
+[143] _Bastan_ beteekend in de landtaal verwoester.
+
+[144] Het gezigt uit hetzelve naar den kant van _Luz_, tegen hooge
+bergen is nog al teekenachtig.
+
+[145] Wanneer men omtrent den aard, de eigenschappen enz. van deze
+wateren meêr wil weten, kan men behalve de werken van Ramond en
+Pasumot, waarvan hier voor reeds gesproken is, daar onder anderen
+nog op nazien een werk genaamd: _Memoire sur les eaux minérales et
+établissemens thermeaux des Pyrenées etc. publié par ordre du Comité
+de Salut Public. Paris An 3._
+
+[146] Deze bergbewoners dragen bij koud en regenachtig weder, korte
+mantels van een bruinachtig soort van grof laken of pij, met een kap
+van dezelfde stof; de roode _capeletten_ der vrouwen heb ik reeds
+beschreven. Van mijne geringe teekenkunde gebruik makende, heb ik een
+man en een vrouw in dat nog al zonderling gewaad voor u afgeschetst.
+
+[147] Men vindt in die rotsen ook veel _Amiante_, de inwoners noemen
+het _linet_, of _lin incombustible_ (onverbrandbaar vlas) de langste
+vlokken uitzoekende, maken zij die nat, en weten ze dan tot bandjes
+enz. te vlechten, ook zeide men mij, dat zij 'er gebruik van maken, om
+in de lampen te branden. Men bood 'er mij van te koop aan te _Barèges_.
+
+[148] Alle snelle stroomen (_torrens_) worden hier _gave_ genaamd,
+en men voegt 'er doorgaans, om dezelve te onderscheiden, den naam
+van het dal daar zij doorloopen, of iets diergelijks bij, zoo als
+_le gave de Pau_, _le gave de Héas_, _le gave de Bastan_ _etc._
+
+[149] _Neouvielle_ beteekent in de landtaal oude sneeuw, omdat de
+toppen dier bergen, tot de hoogste der _Pyreneën_ behoorende (zijnde
+nog hooger dan de _Pic du Midi_) daar altijd mede bedekt zijn.
+
+[150] Gij weet dat dezelfde kwaal om en bij _de Alpen_ heerscht,
+en aan dezelfde oorzaak, namelijk aan het bergwater, dat met kalk
+en aarddeelen bezwangerd is, wordt toegeschreven; niet alleen het
+_physiek_ maar ook het _moreel_ gestel van den mensch schijnt daar door
+te lijden; want ik vernam, dat, overeenkomstig het geen men daar van
+bij Ramond en anderen vindt aangeteekend, de lieden met kropgezwellen
+gekweld, doorgaans dom en log zijn. Gemelde schrijver spreekt ook
+van eenige huisgezinnen, welke men hier en daar in deze gebergtens
+vindt, die uit hoofde van een zeer oud vooroordeel, door de overige
+ingezetenen beschouwd worden, als tot een eerloos geslacht behoorende,
+en alzoo door hun worden geschuwd, en met verachting behandeld, hij
+noemt ze _Cagots_. De kropgezwellen zijn onder hen vrij algemeen;
+doch naar ik met genoegen vernam, vermindert dit vooroordeel hoe
+langs hoe meêr, en men vindt zelfs weinige slagtoffers van deze dwaaze
+onregtvaardigheid meêr.
+
+[151] Het is een der hoogste toppen van de _Pyreneën_.
+
+[152] Volgens Ramond zijn 'er onder die wel 100 000 cubiek voeten groot
+zijn; ik heb dezelve niet nagemeten, doch dit weet ik, dat verscheidene
+van die stukken die hier, zoo als bij ons de keijen daar men de
+straten mede maakt, op elkanderen liggen, wanneer zij afzonderlijk
+in een dal geplaatst waren, al gnappe heuvels zouden schijnen.
+
+[153] In de landtaal wordt dezelve _Peyrada_ geheten.
+
+[154] Aldus genaamd naar den berg, daar hij afstroomt.
+
+[155] Of volgens Ramond _Vallée d'Ossonë_. Men vindt in zijn _Voyages
+du Mont-perdu_ van die vallei melding gemaakt.
+
+[156] Du Perreux landschapschilder te _Parijs_, omtrent te gelijker tijd
+met mij de _Pyreneën_ bezocht hebbende, heeft een fraaije schilderij
+van dat gezigt gemaakt, welke ook bij de laatste _expositie_ te
+_Parijs_ ten toon is gesteld geworden; van deze schilderij bekomt gij
+een teekening door denzelfden meester, die zeer gelijkende is. Gemelde
+du Perreux is reeds driemalen in de _Pyreneën_ geweest, en bezit
+eene aanzienlijke verzameling van schilderstukken en gezichten door
+hem aldaar naar de natuur gemaald, zijn adres is _rue du Montblanc,
+No 73. à Paris_.
+
+[157] Deze fraaije boom ziet men vrij algemeen in de _Meijerij_
+van _'s Bosch_, en ik heb mij altijd verwonderd, dat men 'er in de
+schoone beplantingen, die men in _Holland_ zoo menigvuldig aantreft,
+geen meêr gebruik van maakt. In de zandgronden om _Haarlem_, ben ik
+verzekerd dat hij zeer goed zou groeijen.
+
+[158] Het worstelperk van _Gavarnie_.
+
+[159] _De torens van Maboré_, zij bebooren tot de allerhoogste bergen
+van de _Pyreneën_. De top van _Gavarnie_ zigtbaar, is ruim 9800
+voeten hoog, en de top van de _Mont-perdu_ die de hoogste van alle is,
+ruim 10 500 boven de oppervlakte der zee. (Zie Ramond en Pasumot.)
+
+[160] Twee vijfde volgens Ramond. Het was een schoone straal, doch 1
+1/2 maand vroeger, wanneer de smelting der sneeuw het sterkste is,
+is zij veel zwaarder. De buitengewone sterke regen, dien men ook hier
+gehad had, maakte de toevloed van water echter thans nog aanmerkelijk.
+
+[161] Pasumot noemt ze ook _le Gave Bearnois_, of van het land van
+_Bearn_.
+
+[162] Die van de _Niagara_ in _Noord-Amerika_ is 1800 voeten, die van
+_Lauterbronnen_ is wel 300 voeten lager.
+
+[163] De sneeuwtoppen schijnen door een roodachtig licht, als het
+schijnsel van een gloed omgeven.--Lieden in deze streken gewoon,
+kennen de afstanden in de bergen aan de onderscheidene kleuren,
+doch vreemden bedriegen zich daar omtrent geweldig, want door de
+ontzaggelijke grootte gelijken zij altijd digter bij te wezen, dan
+zij in der daad zijn.
+
+[164] Ik ben verzekerd, dat zelfs de hardvochtigste en ongevoeligste
+menschen hier wel zorg voor hunne paarden dragen. Antoine vertelde
+mij, dat hij eenige jaren geleden, met een Engelschman hier naar
+toe gereden was, die in de vlaktens zijn paard sloeg en mishandelde,
+maar hier streelde, de vliegen van hetzelve verjaagde, en 'er alle
+zorg voor droeg.
+
+[165] Behalve de _Breche de Roland_, is 'er een andere en bruikbaarder
+bergweg, die men _le port de Gavarnie_ noemt. _Port_ beteekent in
+'t algemeen een doortogt, kloof of opening tusschen de bergen.
+
+[166] Ramond spreekt 'er ook van, doch zegt dat derzelver getal
+sedert 40 jaren, omdat 'er vele bosschen gekapt zijn, aanmerkelijk
+is verminderd.
+
+[167] Te _Parijs_ terug komende, vind ik bij Pasumot echter van dit
+reuzengeslacht vrij omstandig melding gemaakt; de naam wordt daar
+zelfs bij opgegeven; en de laatste van dit geslacht moet nog maar
+25 à 30 geleden, in den ouderdom van 108 à 110 jaren gestorven,
+en de doopceel enz. nog te _Luz_ voorhanden zijn. 'Er schijnen ook
+bewijzen te zijn, dat 'er in de begraafplaatsen van die reuzen,
+beenderen gevonden zijn van eene ongemeene grootte, onder anderen
+een sleutelbeen van 10 duimen, en een _tibia_ van bij de twee voeten.
+
+[168] Ik weet niet van ooit diergelijke zonnewijzers bij ons gezien
+te hebben; ondertusschen zouden zij ook van veel dienst voor onze
+landlieden kunnen wezen.
+
+[169] In _Frankrijk_ is deze behandeling niet ongewoon.
+
+[170] Dit schijnt als een teeken van vlijt tot haar marktopschik te
+behooren, want ik zag 'er eenige, die 'er weinig gebruik van maakten.
+
+De schets, die ik van de kleeding der bergbewoners gemaakt had, niet
+voldoende zijnde, om 'er een plaatje naar te graveren, heeft een
+Landgenoot en kunstschilder alhier (te _Parijs_) daar een aardige
+teekening naar gemaakt, waarop het vrouwtje spinnende verbeeld
+wordt. Gij kunt dezelve nu des goedvindende in het werk plaatsen. Deze
+schilder Knip genaamd, en van _'s Bosch_ geboortig, schildert zeer zoet
+landschappen in waterverf, welke wijze van schilderen de _Franschen_
+_en gouache_ noemen. Die jongman is bijzonder achtingwaardig om zijne
+ouderliefde: daar hij, hoewel zeer ijverig moetende werken om den
+kost te verdienen, gedurig een groot gedeelte van het geen hij wint,
+aan zijn bijna blinden vader in _'s Bosch_ toezendt. Zijn zuster heeft
+hier ook eenigen tijd van den Heer van Spaandonck onderwijs in het
+bloemschilderen gehad, en is weder naar het Vaderland terug gekeerd,
+op hoop van daar met bloemen en vruchten schilderen, waarin zij al
+vrij gnap is, den kost te zullen kunnen verdienen.
+
+[171] De Izard van de _Pyreneën_ en de Chamois van de _Alpen_, schijnen
+tot hetzelfde geslacht te behooren.
+
+[172] _Dat is zeer onnoodig_. Zoo scheen hij somtijds zeer onnoodig
+te vinden, dat wij aten, dronken of iets anders deden, dat in zich
+zelve zeer noodzakelijk was.
+
+[173] Wij zagen 'er ook maar zeer eenvoudig in de kleederen uit,
+en ik vinde alle zwier en tooi, meestal geschikt om eenen gewaanden
+afstand tusschen menschen en menschen te kennen te geven, vooral bij
+diergelijke bezoeken in 't geheel niet passende.
+
+[174] De goede God geeft ze mij om niet, en dat ik 'er te veel van heb,
+geef ik ook om niet.
+
+[175] Onder _Spaansch_ gebied aan de grensen gelegen, en het _Kevelaar_
+van deze streek.
+
+[176] Het woud van _Gerde_.
+
+[177] Le Mierre is vooral ook door zijne Treurspelen bekend. Wij hebben
+van hem, zoo ik meen, in onze taal overgezet: _Hypermnestra_, _Willem
+Tell_, en _de Malabaarsche Weduwe_. Of zijn _Barneveld_, het treurig
+einde van onzen beroemden Staatsmartelaar ten onderwerp hebbende,
+ook in onze taal is overgebragt, weet ik niet. Behalve deze heeft hij
+nog eenige andere Treurspelen gemaakt. Hij werd te _Parijs_ geboren,
+en stierf aldaar in 1793.
+
+[178] In het algemeen echter heeft men daar over in _Frankrijk_ geen
+klagen, en in de Provinciën nog minder dan te _Parijs_. Vele onzer
+Kommissarissen van postwagens en schuiten, of schepen, mogten daar
+dan wel een lesje komen nemen. Deze zijn de lompste en onbeschoftste
+_Nederlanders_, dikwerf _gebenificeerde Duitschers_. Ongelukkig zoo
+een vreemdeling, naar dat uitschot van volk, de Natie taxeert.
+
+[179]
+
+ Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.
+ Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.
+
+
+[180] Bejaarde vrouw, die het huishouden waarneemt, op de kinderen
+past, enz.
+
+[181] Zie hier ten dezen opzigte een oud _Fransch_ versje, dat nog al
+aardig is.
+
+
+ Cidalisse achéte
+ Les dents, les cheveux,
+ Et si la coquette
+ N'a pas de beaux yeux,
+ La taille mignone
+ Et d'autres appas;
+ Faut-il qi'on s'étonne?
+ C'est qu'on n'en vend pas.
+
+
+[182] Omtrent _Astaffort_ is de scheiding van het Departement van de
+_Gers_ en dat van de _Lot_ en _Garonne_.
+
+[183] _Nerac_ is een stadje, aan het riviertje _la Baise_, omtrent 4
+uren van _Agen_ gelegen.
+
+[184] Door gansch _Frankrijk_, en vooral in het zuidelijk gedeelte, zeer
+met dat ongedierte gekweld zijnde, beproeft men allerlei middelen, om
+dezelven te verdrijven, doch doorgaans vindt men 'er weinig baat bij;
+als het beste heeft men mij opgegeven, een afkooksel van knoflook
+en spaansche peper in sterken azijn, waarin men vervolgens campher
+doet ontbinden, hier bestrijkt men het huisraad enz. mede, en men
+mengt het onder de pap, waarmede men het papieren behangsel in de
+vertrekken plakt. De reuk van appelen schijnen zij ook te ontvlieden;
+doch in den zomer, wanneer men 'er het meeste mede geplaagd is,
+zijn de appelen niet overvloedig.
+
+[185] _Vaudevilles_ zijn liedjes in eenen geestigen en stekelachtigen
+trant, en op bekende zangwijzen. De _Franschen_ maken daar veel werk
+van, en dit soort van gezangen, waarmede men dan kleine tooneelstukjes
+doormengt, of aan het eind van sommige groote plaatst, hoort zoo te
+zeggen alleen in _Frankrijk_ t'huis. Eene Basselin Foulon is er,
+zegt men, de uitvinder van, en behoorde te _Vire_, een stadje in
+_Normandien_ t'huis. Deze liedjes werden daar gezongen, en men danste
+op de wijs, ter plaatse _Val-es-Vire_ genaamd. Bij verbastering zou
+men hier van vervolgens _Vaudeville_ gemaakt hebben.
+
+[186] Men heeft daartoe omtrent drie kwartier werk.
+
+[187] Ook heb ik maar zeldzaam iets in dien smaak aangetroffen, dat
+daar bij verdient vergeleken te worden.
+
+[188] De wijk van den rooden hoed.
+
+[189] De Koninklijke plaats.
+
+[190] De plaats der Vrijheid.
+
+[191] Brunet munt vooral uit in de onderscheidene rollen van Jocrisse,
+en voldoet voor een' enkelen keer wel; doch men moet hem niet
+dikwijls zien.
+
+[192] _A grand Spectacle_, dat is met veel tooneeltoestel, dansen,
+marschen, krijgsoefeningen, geregten, enz. In zeer vele pantomimes,
+zoo als in die, welke ik hier zag, en die _la laitière polonnaise ou
+les crimes de l'Amour_ genaamd wordt, danst men niet.
+
+[193] De Kerk van _St. Andréas_ heeft drie torens en twee honderd
+klokken, of en twee zonder klokken; want _deux cens_ en _deux sans_
+wordt op dezelfde wijze uitgesproken, het eerste beteekent _twee
+honderd_, en het laatste, _twee zonder_.
+
+[194] Te _Parijs_, op een gebouw, op de _Pont Neuf_ staande, en de
+_Samaritaine_ genaamd, is een gebrekkelijk klokkespel, doch het
+speelt niet door het uurwerk. Men hoort het niet dan bij plegtige
+gelegenheden, en dan staan de _Parijsenaars_ dat torentje met een
+open mond aan te gapen.
+
+[195] Die meêr van dit Amphithéater weten wil, leze daar op na _les
+Annales Politiques et Statistiques de Bordeaux etc. à Bordeaux, chez
+_Moreau_ an IX_. Ik meen daarin ook eene afbeelding van hetzelve
+gezien te hebben.
+
+[196] _Restaurateur_ is een kok, waarbij men gaat eten. Zoekende de
+geregten op een lijst, waarop zij, met den prijs 'er achter staan,
+uit. Een Boulanger te _Parijs,_ was hier, zegt men, in 1765 de
+uitvinder van, verkoopende eerst versterkend vleeschnat, waar bij hij
+vervolgens gekookte hoenderen, eijeren, enz. voegde; terwijl voor zijn
+deur geschreven stond: _Venite ad me omnes qui stomacho laboratis,
+et ego restaurabo vos_. En het niet zeer betamelijk toepassen van
+dezen Bijbeltext gaf aanleiding tot den naam van _restaurateur_.
+
+[197] Een bewijsschrift, waaruit blijkt dat men bij zijn Ambassadeur
+en bij de Politie bekend staat; de handteekening van de Ambassadeur
+moet alweder eerst door den Minister Talleyrand bewaarheid worden,
+eer men zulk een bewijs kan bekomen bij de politie, hoewel de Prefect
+die handteekening even zoo goed kent als de Minister, en ook nog maar
+weinig tijds geleden, die bewijzen, welke NB. van tijd tot tijd moeten
+vernieuwd worden, alleen op de handteekening van de Ambassadeurs,
+en zonder eenige betaling daar van te nemen, uitgaf. Ik zeg, dat
+zij van tijd tot tijd moeten vernieuwd, omdat dit het bezwaar nog
+grooter maakt, alzoo de handteekening van den Ambassadeur gedurig moet
+bewaarheid, en alzoo ook gedurig de £ 10-:-: betaald worden. Voor
+Ambachtslieden, leergezellen, of andere weinig vermogende lieden,
+welke zich echter niet onder de behoeftigen willen rangschikken,
+is deze betaling een drukkende last. Bij onze legatie te _Parijs_
+behoeven wij geen duit te betalen, men is daar zeer vriendelijk en
+geschikt, en hoewel ik met den Heer Schimmelpenninck niet bijzonder
+bekend ben, heb ik echter gelegenheid gehad, om op te merken, dat hij
+in _Frankrijk_ als een achtingwaardig Staatsman wordt beschouwd. Van
+zijne echtgenoote hoorde ik ook met veel lof spreken, bijzonder wegens
+hare milddadigheid omtrent de noodlijdenden.
+
+[198] Deze wijze van verkoopen heeft ook nog in _Bataafsch Braband_
+plaats.
+
+[199] Al weder een Apollo, de drie bevalligheden en de negen
+zanggodinnen. Wanneer zal men toch van dat eenzelvige, dat 'er bij
+al wat tot de tooneelkunst behoort, nog aanhoudend plaats heeft,
+eens afstappen.
+
+[200] De eerste vertooning van dit stuk, die den 2 Januarij dezes
+jaars _au Théatre Français_ te _Parijs_ plaats had, was niet gelukkig,
+naderhand echter is het beter geslaagd.
+
+[201] En zekerlijk ging het hier nog op de zindelijkste wijze toe.
+
+[202] Het wonderbare staande horlogie.
+
+[203] _Compère_ is een medehelper van een goochelaar.
+
+[204] De Heer van Spaendonck, van _Tilborg_ geboortig, verdient niet
+alleen de hoogachting der _Hollanders_, omdat hij een van de weinigen
+is, die den oude roem en luister der _Nederlandsche_ school nog op
+eene schitterende wijze staande houdt; maar ook om zijne hupsche
+en vriendelijke geaardheid en genegenheid voor zijne landslieden,
+zoodat men geene andere aanbeveling behoeft dan die van landgenoot, om
+door hem met vriendschapsbewijzen overladen te worden. Vaderlandsche
+jongelieden, zich in de schilderkunst willende oefenen, kunnen dan,
+wanneer zij te _Parijs_ komen, ook staat maken, dat zij door hem
+voortgeholpen zullen worden.
+
+[205] Daar ik slechts eenige bladen uit dit werk gezien heb, kan ik
+het niet beter aanduiden.
+
+[206] De kleeding van Talma was als naar gewoonte weder zeer
+naauwkeurig; zijn aangezigt was hoog bruin gemaakt, en hij had eenen
+veelverwigen tulband op.
+
+[207] Dit is een eerbewijs, dat men den schouwspelers in _Frankrijk_,
+als men wel over hen te vreden is, betoont. Het stuk geëindigd zijnde,
+schreeuwt het _parterre_, bij voorbeeld: Talma! Talma! Het gordijn
+wordt dan weder opgehaald, de gevraagde persoon komt op, maakt eene
+buiging, en wordt door een sterk handgeklap en geroep van _bravo_
+toegejuicht.
+
+[208] Zoo ik meen in onze taal overgezet, onder den naam van _de drie
+Gebroeders Medeminnaars_.
+
+[209] De straten die in deze stad _Fosses_ genaamd worden, zijn voorheen
+de stadsgrachten geweest, die bij het uitleggen van dezelven zijn
+gedempt geworden.
+
+[210] Joseph Vernet werd te _Avignon_ in 1712 geboren, en stierf te
+_Parijs_ in 1785. Hij heeft veel geschilderd, en de platen van zijne
+_Fransche Zeehavens_, en andere gezigten, zijn zoo algemeen bekend,
+dat het onnoodig zal zijn, om eene afteekening van die, van deze stad
+of van _Marseille_ en _Toulon_ hier bij te voegen.
+
+[211] Een menschenvriend en achtingwaardig Roomsch Priester,
+Vincent de Paul genaamd, was de stichter van deze en diergelijke
+huizen in _Frankrijk_, omtrent het midden van de 17de eeuw. Voor
+dien tijd verkocht men te _Parijs_ de vondelingen in de straat van
+_St. Landry_, voor twintig _sols_ het stuk, of men gaf ze, let wel,
+uit barmhartigheid, aan zieke vrouwen, om haar de melk aftezuigen.
+
+[212] De _Engelschen_ noemen immers, in sommige van hunne dagbladen,
+den _Fransche_ Keizer Napoleon _un Empereur Jacobin_,--welke
+onregtvaardigheid!
+
+[213] De meeste Koffijhuizen zijn in de wijk _du Chapeau Rouge_, bij
+de alleën de _Tourny_, den Schouwburg, enz. Een is 'er ook op de kaai
+over de beurs, dat van achteren aan het water uitkomt, zoo dat men
+'er een alleraangenaamst gezigt heeft; ik ging 'er daarom dikwijls
+een kop koffij naar het middageten gebruiken.
+
+[214] Te _Parijs_ zelfs leest men op sommige uithangborden en
+aankondiging-celen--_Curassau et Anisette de Hollande_.
+
+[215] Het Departement, het welke aan dat van _de Gironde_ grenst,
+wordt ook _Departement des Landes_ genaamd.
+
+[216] De herders met hun vee in de heide zijnde, hebben dezelve,
+naar men mij verzekerde, somtijds tot vijf voeten toe; te weten de
+klampen daar zij op staan, zijn zoo hoog van den grond af.
+
+[217] De schapen- en veehoederij is het voorname bedrijf van deze
+lieden.
+
+[218] Daar de kleeding van die lieden, en bijzonder die der mannen,
+zeer ongemeen is, zend ik u daar van eene naauwkeurige afteekening.
+
+[219] De oesters, die omstreeks deze stad gevonden worden, zijn zeer
+beroemd, vooral die, welke men groene noemt; de _Franschen_, om eens
+ter deeg te smullen, nemen dezelve voor hun ontbijt, en drinken 'er dan
+witten wijn, _de Grave_ of _Sauterne_ bij, en zulk een ontbijt vind
+ik ook zeer wel, om te gebruiken. De oesters van _Medoc_ waren zelfs
+ten tijde van de _Romeinen_ al beroemd, en werden, volgens Ausonius,
+zelfs te _Rome_ op de Keizerlijke tafels voorgezet.
+
+[220] Die landstreek een uurtje beneden _Bordeaux_ beginnende, strekt
+zich verder langs den linkeroever van de _Garonne_ en _Gironde_ uit,
+en het is naar den kant van die rivieren, dat zij het vruchtbaarste is.
+
+[221] Thans bestaat 'er eene _Stereotype_ uitgave van hetzelve in 4
+Deelen in 12mo, welke men bij Didot te _Parijs_, voor den ongemeen
+matigen prijs van 8 _francs_ koopt.
+
+[222] _Le grand Hotèl des Ambassadeurs_ en _de Franklin_, beide in
+de laan _Cours du Jardin Public_ genaamd, zijn van de voornaamste en
+aanzienlijkste; naar ik vernam is men 'er ook zeer goed, doch het is
+'er duur. Als een van de tweede klasse, genoegzaam in den smaak van
+dat der _sept Frères_, meen ik ook _l'Hotèl des Asturies Fosse de
+l'Intendance_ te mogen aanprijzen.
+
+[223] Te _Parijs_ en in de voorname steden heeft men thans de gewoonte,
+om maar twee maaltijden daags te houden, te weten het ontbijt om 10,
+11 of 12, en het middagmaal om 4, 5 of 6 uren. Te _Bourdeaux_ was
+het doorgaans 4 1/2 uren eer wij aan tafel gingen.
+
+[224] En onze Turfveenen zullen die eeuwig duren?--Ondertusschen wordt
+ook bij ons het aanleggen van bosschen verwaarloosd, en het is als of
+men meent, dat men heden planten en morgen kappen kan. In _Frankrijk_
+is de turf genoegzaam niet bekend; men maakt 'er toch eene soort van
+turven van de run, die de looijers gebruikt hebben.
+
+[225] Ook maakt men bijzonder veel werk van ons fraai papier (_papier
+de Hollande_) en de boeken daar op gedrukt, moet men duur betalen. Ons
+postpapier is _te Parijs_, en elders in _Frankrijk_ zeer veel in
+gebruik; en wij zelve laten, ô schande! nog _Engelsch_ papier inkomen!
+
+[226] Men leest hier voor een Koffijhuis: _Caffé des Antiquités
+Romaines_ of iets diergelijks.
+
+[227] Zie het bijgevoegd gezigtje.
+
+[228] Een aanzienlijk burger dezer stad, zijnde een redelijke
+Roomschgezinde, bevestigde mij zulks, en bragt dien aangaande eenige
+voorbeelden bij, terwijl ik met dien man een paar dagen op reis was.
+
+[229] Deze rivier scheidt hier het Departement _de la Vienne_ van dat
+van _l'Indre et Loire_. Aan dezelve, omtrent anderhalf uur van de brug,
+ter regterzijde als men van _Poitiers_ komt, ligt een steedje dat _la
+Haye_, even eens als ons _'s Gravenhage_, in het _Fransch_ genaamd
+wordt. De beroemde René Descartes, die ook lang in ons Vaderland
+gewoond heeft, werd aldaar den 31 Maart 1596 geboren.
+
+[230] In _Frankrijk_, zoo wel als bij ons, treft men vele landlieden
+aan, die niet lezen of schrijven kunnen.
+
+[231] Het ware te wenschen, dat zoo vele Pausen, Bisschoppen en andere
+Geestelijken der Roomsche Kerk, altijd den geest van verdraagzaamheid
+van dien Heilige hadden nagevolgd en nog navolgden; want men vindt
+van hem aangeteekend, dat hij, in de 4de eeuw levende, weigerde,
+om gemeenschap te hebben met de Bisschoppen, die den van ketterij
+beschuldigden Priscilianus ter dood wilden veroordeeld hebben.--Zulk
+een Heilige behoorde niet gelijk gesteld te worden met een' Dominicus
+en diergelijke afschuwelijke vervolgers.
+
+[232] Zij worden veel in kleine nette mandjes en ook in kistjes
+verzonden, en _Pruneaux de Tours_ genaamd.
+
+[233] Ieder klaagt thans bij ons over den slechten tijd, en waarlijk
+niet zonder reden;--de Patriotten krijgen van velen de schuld, doch
+daar zit de knoop niet--geen land is 'er misschien afhankelijker van
+de omstandigheden dan het onze, dit moeten wij trachten te verhelpen,
+zoo veel mogelijk onze behoeften tot het geen onder ons bereik is
+bepalen, en maken, dat wij geen honger behoeven te lijden, als men
+ons de zee betwist.
+
+[234] Zoude deze fraaije en vooral op lage gronden weelderig groeijende
+boomen, langs onze weilanden geplant, geen dubbel nut doen; vooreerst
+door het voordeel, dat zij de eigenaars zouden aanbrengen, zonder
+voor het gras hinderlijk te zijn, en ten tweede door de schaduw,
+die zij het vee zouden bezorgen?
+
+[235] Kaai van de oude brug, van welke brug men nog eenige
+overblijfsels in de rivier ziet. De ingang van de stad door een poort
+was, toen over dezelve en bij deze sterkte.
+
+[236] Van St. Martin sprekende, moet ik u het volgende nog vertellen:
+die Heilige bij de eerste Christenen onder de _Gaulen_, in een
+groot aanzien zijnde, wijdde Clovis, grondlegger van de _Fransche_
+Monarchie, hem, na dat hij reeds verscheidene jaren overleden was, een
+paard, waarop die gelukkige geweldenaar reeds verscheidene veldslagen
+gewonnen had, gevende hetzelve aan den opvolger en verdere discipelen
+van den opgemelden heilige; doch wilde het naderhand, misschien om
+nog meerdere overwinningen te behalen, weder terug hebben, en bood
+'er 100 stukken gouds voor; men scheen hier niet tegen te hebben,
+doch ziet het paard wilde geen' voet verzetten; en was, in weêr wil
+van de zweep, sporen en zelfs de haver, die men het aanbood, maar van
+de plaats niet aftebrengen. Clovis meenende, dat de verstorven heilige
+met de geboden som, voor de Kerk, geen genoegen nemende, hem die poets
+speelde, bood meêr en meêr, tot vijfmalen toe, eindelijk neemt het
+paard een' sprong en galoppeert met zijn Majesteit de Kerk (want daar
+gebeurde het geval) uit; en nu riep de menigte, die dit had aangezien:
+ô Wonderwerk!--En hoe denkt gij dat zich dit had toegedragen?--zeer
+eenvoudig: men had het paard gezet op een houten vloer, die in
+deze Kerk gemaakt was, en hetzelve door middel van vier schroeven,
+die in de ijzers kwamen, daarop vastgemaakt; zoodra 'er geld genoeg
+geboden was, draaiden eenige Geestelijken, (want aan anderen hebben
+zij zekerlijk hun geheim niet vertrouwd) onder die vloer verborgen,
+de schroeven los,--en zie daar een wonderwerk.--Zouden de meesten
+van die soort niet op diergelijke wijze geschieden?
+
+[237] Vaux de Launay heeft in de zitting van dat Genootschap van den
+19 _Messidor an XII._ (8 Julij 1804) daar over een Vertoog gedaan;
+doch het is tot nog toe, voor zoo verre mij bekend is, niet gedrukt.
+
+[238] Door dezen Heer werd ik ook in mijn gevoelen aangaande de
+overblijfsels van _Romeinsche_ muren alhier, waarvan ik hier voor
+gesproken heb, bevestigd.
+
+[239] Lodewijk de XI, die veel smaak vond in dit oord, bouwde hetzelve,
+bragt 'er een gedeelte van zijn leven op door, en overleed 'er in 1483,
+in den ouderdom van 60 jaren. Hij was de eerste die den tijtel voerde
+van allerchristelijksten Koning (_Roi tres chretien_).
+
+[240] Ik schets de gedaante hier met de pen, zoo goed mij doenlijk
+is af, om 'er u een denkbeeld van te geven, te meêr, omdat ik niet
+weet dat 'er eene afteekening of naauwkeurige beschrijving van bestaat.
+
+[241] De Druïden waren Priesters en Regters onder de oude _Gaulers_;
+tot hunne Godsdienstige plegtigheden behoorden de afgrijsselijke
+menschenoffers; ook hadden zij eene soort van eerbied voor een bijgewas
+op de eikenboomen (_Fiscum_), en sneden het op eene plegtige wijze
+met een gouden sikkel af.
+
+[242] _Description du Departement de l'Aveiron, par_ A. A. Monteil
+_etc. Paris_ Fuchs _et_ Desenne _an X_.
+
+[243] Ik zag te _Tours_ een soort van uitroeper, aankondigende,
+dat 'er bij N.N. nieuwe wijn te koop was; hij had een fles van dien
+wijn in de hand, en liet ieder der voorbijgangers, die het begeerde,
+daar van proeven.
+
+[244] _Velocifères_ zijn nieuw uitgevonden rijtuigen, veel ligter,
+en dus gezwinder gaande, dan die welke men gewoonlijk gebruikt; de
+naam komt dan ook van het _Fransche_ woord _Velocite_, gezwindheid,
+snelheid; jammer is het, dat 'er de stevigheid aan ontbreekt.--Nu
+dat ziet men wel eens meêr van Fransch werk.
+
+[245] De _Fourgon_ is het rijtuig waarin de koffers enz. van de
+reizigers geladen worden, want men kan die niet met zich op de
+_Velocifère_ nemen; deze _Fourgon_ rijdt dan vooruit of komt achter
+aan, zoo als heden het geval is. Dit rijtuig hangt of staat ook op
+veeren, en voor en achter zijn afzonderlijke plaatsen voor reizigers,
+doch de achterste zijn naar ik vernam niet zeer gemakkelijk; voor
+aan zit men zeer goed.
+
+[246] _Le Loir_ is weder een andere en kleinere rivier dan _le Loire_,
+die voorbij _Tours_ enz. stroomt.
+
+[247] Deze bijzit werd opperste van de Abdij _St. Cyr_, die in 1686
+in de nabijheid van _Versailles_ gesticht werd. Als men opmerkt, hoe
+men ook in _Frankrijk_ met de Roomsche Religie heeft omgesprongen,
+verwondert men zich niet dat velen 'er in dat Land zoo weinig waarde
+aan hechten.
+
+[248] De soldaten werden dan aan een werk ten dienste van het Hof
+gebruikt. Zou men ze bij ons in vredestijd niet op eene betere, en
+voor het algemeen nuttige wijze kunnen te werk stellen, in het doen
+bewerken van onze heiden en woeste gronden?
+
+[249] De nieuwe wijn gold hier ook niet meêr dan 2 _sols_ de fles. Op
+sommige plaatsen, waar wij doorgekomen waren, te afgelegen zijnde voor
+den handel, bood de eigenaar van wijngaarden aan, om, indien men hem
+eenige nieuwe wijnvaten wilde geven, men daarvoor de helft met wijn
+gevuld weder terug kon krijgen; zoodat de vaten daar meerder waard
+waren dan de wijn.
+
+[250] Ondertusschen wachtten de reizigers te _Parijs_ naar hun
+_bagage_.
+
+[251] Een reisgenoot te _Bordeaux_ gebleven zijnde, en van daar 14
+dagen na mij te _Parijs_ per _Velocifère_ terug gekomen, is 'er onder
+weg ook al wat aan gebroken, zoodat zij verpligt geweest zijn om zich
+eenigen tijd op te houden, nacht en dag vervolgens door te rijden,
+en nog kwamen zij lang over hun tijd aan.
+
+[252] Zie hier eene juiste afteekening van een gedeelte van hetzelve,
+gaarne wilde ik 'er u meêr van laten zien; doch om al de schoone
+gezigten, die men hier aantreft, afteteekenen, zou een bekwaam schilder
+of teekenaar nog al eenigen tijd werk hebben.
+
+[253] _Destructeurs de Tirans, vous qui n'avez pour Rois Que les
+Dieux de Numa, vos vertus, et nos loix, etc._
+
+[254] De bosschen van _Rambouillet_ zijn ruim 7000 morgen groot.
+
+[255] De boeren en andere lieden, op vele plaatsen daar wij doorkwamen,
+noemden ze _les Lucifers_, en waarlijk zij verdienen dikwijls dien
+naam, om het ongemak dat zij den reizenden veroorzaken.
+
+[256] Wanneer het niet zoo laat in het jaar geweest was, had ik
+echter de _Loire_ tot _Nantes_ nog afgevaren, hoewel de boorden van
+die rivier aan dien kant juist het fraaiste niet zijn, en vervolgens
+langs een gedeelte der kusten en over _Rouen_ terug gekomen.
+
+[257] Op reis heb ik, zoo als gij gezien heb, juist geen bijzondere
+gevallen gehad, doch hier, van het bureau van de _Velocifères_ naar
+huis gaande, en op de _Pont Neuf_ komende, greep mij een man bij den
+kraag, en gelaste mij om met hem naar het eerste wachthuis (_Corps
+de Garde_) te gaan, een tweede kwam terstond aan mijn andere zijde;
+ik verzocht dat men mij los zou laten, daar ik gewillig mede wilde
+gaan; dit geschiedde dan ook, en ik werd tusschen die twee lieden
+naar het wachthuis op de _Pont Neuf_ geleid; een Politie-Commissaris
+vroeg mij, daar naar mijn paspoort of dergelijke; van de reis komende,
+had ik dit bij mij, zoodra de Commissaris het ingezien, en mij van
+het hoofd tot de voeten bekeken had, zeî hij, dat het goed was en ik
+heen kon gaan, zonder echter eenige verontschuldigingen wegens dien
+verkeerden aanslag te maken; want naar ik merkte, had men mij voor
+een ander, van wien men denkelijk het signalement had, genomen.
+
+[258] Postmijlen, en mijlen van de landstreek.
+
+[259] Buiten _Parijs_ noemt men in _Frankrijk_ het overige land
+_Province_, en als men van de hoofdstad naar de een of andere plaats
+gaat, zegt men _je vais en Province_.
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Reize door Frankrijk, by Adriaan van der Willigen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE DOOR FRANKRIJK ***
+
+***** This file should be named 20465-8.txt or 20465-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/0/4/6/20465/
+
+Produced by Frank van Drogen, Jeroen Hellingman, and the
+Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+(This file was produced from images generously made
+available by the Bibliothèque nationale de France
+(BnF/Gallica) at http://gallica.bnf.fr)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/20465-8.zip b/20465-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..cd11726
--- /dev/null
+++ b/20465-8.zip
Binary files differ
diff --git a/20465-h.zip b/20465-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..c3fe786
--- /dev/null
+++ b/20465-h.zip
Binary files differ
diff --git a/20465-h/20465-h.htm b/20465-h/20465-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..fabb748
--- /dev/null
+++ b/20465-h/20465-h.htm
@@ -0,0 +1,9532 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>The Project Gutenberg eBook of Reize door Frankrijk, in gemeenzame brieven, by Adriaan van der Willigen</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Adriaan van der Willigen">
+<meta name="DC.Creator" content="Adriaan van der Willigen">
+<meta name="DC.Title" content="Reize door Frankrijk, in gemeenzame brieven">
+<meta name="DC.Date" content="#### 2004">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+
+h1.docTitle
+{
+font-size:1.6em;
+line-height:2em;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size:1.1em;
+font-weight:normal;
+line-height:1.44em;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:normal;
+}
+
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+
+h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left:10%;
+margin-right:10%;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin:0 10% 1.58em;
+}
+
+p.line
+{
+margin:0 10%;
+}
+
+p.argument,p.note
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+
+p.argument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+
+div.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+
+.epigraph .bibl
+{
+text-align: right;
+}
+
+.epigraph .poem
+{
+margin-left: 0;
+}
+
+.epigraph .line
+{
+margin-left: 0;
+text-indent: 0;
+}
+
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+
+p.question
+{
+margin-bottom:0;
+text-align:left;
+}
+
+p.answer
+{
+margin-top:0;
+text-align:right;
+}
+
+p.explanation
+{
+font-size:smaller;
+margin-left:0.9em;
+margin-right:0.9em;
+}
+
+.leftnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+
+div.footnotes
+{
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align:left;
+width:2em;
+}
+
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+
+.poem
+{
+margin-left:5%;
+position:relative;
+text-align:left;
+width:90%;
+}
+
+.poem h4
+{
+font-weight:normal;
+margin-left:5em;
+text-decoration:underline;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left:-2.5em;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+
+.footnotes .line
+{
+font-size:80%;
+margin:0 5%;
+}
+
+.poem .i0
+{
+display:block;
+margin-left:2em;
+}
+
+.poem .i1
+{
+display:block;
+margin-left:3em;
+}
+
+.poem .i2
+{
+display:block;
+margin-left:4em;
+}
+
+.poem .i3
+{
+display:block;
+margin-left:5em;
+}
+
+.poem .i4
+{
+display:block;
+margin-left:6em;
+}
+
+.poem .i5
+{
+display:block;
+margin-left:7em;
+}
+
+.poem .i6
+{
+display:block;
+margin-left:8em;
+}
+
+.poem .i7
+{
+display:block;
+margin-left:9em;
+}
+
+.poem .i8
+{
+display:block;
+margin-left:10em;
+}
+
+.poem .i9
+{
+display:block;
+margin-left:11em;
+}
+
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing:0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant:small-caps;
+}
+
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+
+h1,h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+
+h1.label,h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h5,h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+
+p,p.initial
+{
+text-indent:0;
+}
+
+.poem .stanza
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+
+
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Reize door Frankrijk, by Adriaan van der Willigen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Reize door Frankrijk
+ In gemeenzame brieven, door Adriaan van der Willigen aan den uitgever
+
+Author: Adriaan van der Willigen
+
+Release Date: January 28, 2007 [EBook #20465]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE DOOR FRANKRIJK ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen, Jeroen Hellingman, and the
+Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+(This file was produced from images generously made
+available by the Bibliothèque nationale de France
+(BnF/Gallica) at http://gallica.bnf.fr)
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="front">
+<div class="titlePage">
+<h1 class="docTitle">REIZE<br>
+DOOR<br>
+FRANKRIJK,<br>
+IN<br>
+GEMEENZAME BRIEVEN,
+
+</h1>
+<h2 class="byline">DOOR
+<br><span class="docAuthor">ADRIAAN van der WILLIGEN</span><br>AAN DEN<br>
+UITGEVER.
+</h2>
+<h2 class="docImprint">MET PLATEN.<br><i>Te HAARLEM</i>,<br>
+Bij A. LOOSJES, Pz.<br>MDCCCV.
+</h2>
+</div>
+<div class="div1">
+<p class="alignright"><i>Parijs, 1 Decemb. 1804.</i>
+
+</p>
+<p>Gij vraagt, Vriend! of ik &#8217;er iets tegen heb, dat gij mijne Brieven, over een groot gedeelte van <i>Frankrijk</i>, drukt en uitgeeft, met achterlating van eenige bijzonderheden, ons aangaande, en welke voor het algemeen van geen belang
+zijn; terwijl gij denkt dat dezelve onze Landgenooten aangenaam en zelfs nuttig kunnen wezen? en mijn antwoord op deze vraag
+is: <i>Ik heb &#8217;er niets tegen.</i>&#8212;De be&ouml;ordeeling, waartoe een ieder door het in druk uitgeven van een werk regt krijgt, kan ik te geruster afwachten, daar
+ik mij op hetzelve niets laat voorstaan, maar het geef, voor het geen het is, te weten, voor eenvoudige aanteekeningen, van
+het geen ik gezien, daarvan gehoord, &#8217;er over gelezen, en &#8217;er somtijds bij gedacht heb. Echtheid en naauwkeurigheid, <a id="d0e109"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e109">VI</a>]</span>als de voorname vereischtens van een reisverhaal, heb ik altijd in het oog gehouden. Hier van althans ben ik verzekerd, dat
+zij, die dezelfde reis doen, en deze aanteekeningen als een <i>Itineraire</i> willen gebruiken, zullen overtuigd worden.
+
+</p>
+<p>Ik voeg hierbij nog <i>Iets voor Reizigers, bijzonder in Frankrijk</i>. Dit kunt gij <i>voor</i> of <i>achter</i> plaatsen, zoo als gij best oordeelt.&#8212;Vaarwel!
+
+
+</p>
+<p class="alignright"><span class="smallcaps">A.v.d.W.</span>
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2>Inhoudsopgave</h2>
+<ul>
+<li><a href="#d0e131">Eerste Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e850">Tweede Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e1309">Derde Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e1728">Vierde Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e2146">Vijfde Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e2404">Zesde Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e3264">Zevende Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e3764">Achtste Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e4918">Negende Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e5489">Tiende Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e6173">Elfde Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e6959">Twaalfde Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e7738">Dertiende Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e8571">Veertiende Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e9370">Vijftiende Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e9787">Zestiende Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e10593">Zeventiende Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e11010">Achttiende Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e11597">Negentiende Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e12949">Twintigste Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e13197">Een en Twintigste Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e13857">Twee en Twintigste Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e14461">Drie en Twintigste Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e15528">Vier en Twintigste Brief.</a></li>
+<li><a href="#d0e16370">Vijf en Twintigste Brief.</a></li>
+</ul>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="d0e131" class="div1">
+<h2>Reize door Frankrijk.</h2>
+<h2>Eerste Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Dyon den 20 Julij 1804.</i>
+
+</p>
+<p>Aan de dagteekening van den Brief ziet gij, Vriend! dat ik op reis ben. Maandag den 14. dezer vertrok ik van <i>Parijs</i>; en dus daags na het feest van den 14. Julij, dat dit jaar den 15. gevierd is. Ik had mij daarom nog al opgehouden, maar
+vond het voor mij, behalve het vuurwerk, dat nog al fraai was, die moeite niet waardig. Wij reden &#8217;s morgens om vier uren
+af, met den gewonen Postwagen, die van hier op <i>Geneve</i> rijdt, en waarop wij plaats genomen hadden tot <i>Dyon</i>. De plaats, binnen in, kost 63 livres de persoon, en voor mijn koffer, die ruim 100 ponden woeg, betaalde ik &pound; 13; men rekende
+tegens &pound; 25&#8212;het centenaar; doch de koffer <a id="d0e151"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e151">2</a>]</span>voor twee personen zijnde, trok men &#8217;er de 25 lb die ieder vrij had, en dus 50 af. Van <i>Charenton</i> en <i>Alfort</i>, daar wij door reden, heb ik u in een van mijne vorige al gesproken. Te <i>Lieursaint</i><a id="d0e161src" href="#d0e161" class="noteref">1</a>, 4 posten van <i>Parijs</i>, daar wij ontbeten, niet met een boterham en een kopje thee of koffij, maar met vleesch, eijeren en wijn, begonnen onze reizigers
+zoo wat kennis met elkanderen te maken; en ik bespeurde toen, dat wij met een&#8217; Priester, met een&#8217; Rentenier van <i>Dyon</i>, met een Wijnkooper van <i>Beaune</i>, een andere van <i>Ma&ccedil;on</i>, en nog een vijfde persoon van den kant van <i>Geneve</i>, op reis waren. In <i>Holland</i> zou men dat al lang geweten hebben; want naauwlijks heeft men daar een&#8217; voet in de trekschuit of op den postwagen gezet,
+of er word gevraagd: &#8220;Waar komt mijn Heer van daan? waar gaat mijn Heer na toe? wat doet mijn Heer? is UEd. getrouwd? en eindelijk
+zelfs somtijds, hoe is mijn Heer&#8217;s naam?&#8221; Diergelijke onbescheiden vraagen treft men onder de <i>Franschen</i> zeldzaam aan, en men wacht doorgaans, tot dat de lieden zich zelve bekend maken. Nu werden wij wat gemeenzamer onder elkanderen,
+het gesprek liep natuurlijk over het Feest, dat den vorigen dag in de Hoofdstad was gevierd, en hier door werden de staatkundige
+gevoelens <a id="d0e203"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e203">3</a>]</span>eenigzins ontwikkeld, de wijnkooper van <i>Beaune</i>, dat een goede ronde kaerel scheen, en mijns bedunkens, met regt den naam van <i>Franc Bourguignon</i><a id="d0e210src" href="#d0e210" class="noteref">2</a> verdiende, kwam er onbewimpeld vooruit, dat hij de Koninklijke regeering, welke voor de omwenteling in <i>Frankrijk</i> plaats, beter vond dan het tegenwoordig Gouvernement. Hij sprak van de staten der Provintien, van de voorrechten, enz. de
+Priester gaf wel te kennen, dat hij het hieromtrent met hem eens was, doch liet er zich zoo regelregt niet over uit. De Rentenier
+van <i>Dyon</i> scheen me&ecirc;r een Volksbestuur toegedaan; deze waren de voorname sprekers, de overigen voegden &#8217;er nu en dan een woordje bij.
+Ik heb algemeen opgemerkt, dat de Koningsgezinden onder anderen zeer verbitterd zijn tegen Keizer <span class="smallcaps">Napol&eacute;on</span>, om dat hij de Hertog van <span class="smallcaps">Enghien</span> heeft laten ter dood brengen. Zij veroorloven zich ten dezen opzigte de hoonendste uitdrukkingen tegens hem, die zij dan
+nog al door een woordspeling (<i>calembour</i>) zoeken te bewimpelen, zoo als deze, welke iemand van ons gezelschap te berde bragt: &#8220;Iemand zeide, dat het afbeeldsel van
+de Keizer der <i>Franschen</i>, dat men op de geldspecie ziet, niet gelijkende Was; gevraagd zijnde waarom, antwoordde hij, <i>parceque le nez est pointu et c&#8217;est un nez rond</i>.&#8221; (<span class="smallcaps">N&eacute;ron</span>). Was deze ter dood veroordeelde geen voornaam hoofd <a id="d0e240"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e240">4</a>]</span>van hunne partij geweest, zij zouden &#8217;er misschien niets op hebben aantemerken. De <i>Franschen</i>, en vooral de <i>Parijzenaars</i>, zijn liefhebbers van <i>calembours</i>; men vind verscheidene boekjes, die daarmede zijn opgevuld. Vele jongelieden leren die van buiten, en met diergelijke meestal
+laffe aardigheden, pronkt men in de zoogenaamde <i>bonne Societ&eacute;</i>. Anderen, die er me&ecirc;r op gevat zijn, maken van alle gelegenheden gebruik om woordspelingen voor den dag te brengen, hoe weinig
+die dikwijls ook voegen. Men ontziet geene zaken hoe achtingwaardig, of personen, van wat rang zij ook zijn mogen, zoo hoorde
+ik eenigen tijd geleden, kort na dat de broeders en zusters des Keizers <span class="smallcaps">Napol&eacute;on</span>, tot Rijksvorsten verheven waren, te <i>Parijs</i> door de nieuwsbladverkopers (<i>colporteurs</i>) langs de straten roepen: &#8220;<i>Voici etc. avec les noms et les demeures de tous les Princes et Princesses &agrave; deux sous</i>;&#8221; een winderig heertje, die daar voorbij kwam, ze&icirc; op een&#8217; spotachtigen toon tegen den uitventer: &#8220;<i>Voyons ce qui c&#8217;est que vos princes et princesses &agrave; deux sous</i>.&#8221; Sommigen lagchten hier om, anderen namen het misschien kwalijk; hoe ligt had iemand tot de politie behoorende hier omtrent
+kunnen zijn, onze grappemaaker zou dan zekerlijk voor zijn spotternij hebben moeten boeten, en wie zou hem beklagen.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vi001.jpg" alt="Melun."><p class="figureHead">Melun.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Omstreeks &eacute;&eacute;n uur kwamen wij te <i>Melun</i>, 5&frac12; post van <i>Parijs</i>. De Postwagen, vertoefde hier om het middagmaal te houden, en ik, nog geen honger hebbende, daar wij laat hadden ontbeten,
+besteedde dien <a id="d0e281"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e281">5</a>]</span>tijd met het plaatsje te zien. Dit stadje de hoofdplaats van het Departement de <i>Seine et Marne</i><a id="d0e285src" href="#d0e285" class="noteref">3</a>, is in eene bekoorlijke landsdouw aan de oevers van <i>de Seine</i> zeer aangenaam gelegen; die rivier verdeelt hetzelve in drie deelen, die door twee steenen bruggen vereenigd worden; de bijgaande
+afteekening zal u hier een duidelijk denkbeeld van geeven. Verscheidene Koningen hebben te <i>Melun</i> hun verblijf gehouden, hun paleis was op de punt van het Eiland dat gij tusschen de twee bruggen ziet. Het is een der oudste
+steden van de <i>Gaulen</i>. <span class="smallcaps">Caesar</span> maakt er gewag van in zijne gedenkschriften. Het is ook in de geschiedenis bekend, door eene belegering van de <i>Engelschen</i> tegen die stad, welke plaats had in de vijftiende eeuw, en die de belegerden, met eene schier ongelovelijken moed, zes maanden
+uithielden. De geleerde <span class="smallcaps">Jacques Amiot</span>, Bisschop van <i>Auxerre</i> en vertaler van de <i>Doorluchtige Mannen van</i> <span class="smallcaps">Plutarchus</span>, enz. werd hier geboren. De voorname handel is in granen, meel, wijn, kaas, kalk en gebakke steenen; die waren worden veel
+al <i>de Seine</i> af naar <i>Parijs</i> vervoerd. De groote weg, die hier doorloopt, maakt het vrij levendig; &#8217;er vaart ook een schuit (<i>coche d&#8217;eau</i>) van hier naar <i>Parijs</i> heen en weder. In het terugkomen word zij met paarden tegen den stroom opgetrokken. Van de <i>Mammelukken</i>, <a id="d0e338"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e338">6</a>]</span>die met <span class="smallcaps">Bonaparte</span> uit <i>Egypte</i> kwamen, lagen er hier omtrent 150 in guarnisoen, naar men ons verhaalde. De inwooners waren &#8217;er niet wel over te vreden,
+en zeide ons, dat het veel&auml;l slecht kwaadaartig volk was; wij zagen &#8217;er eenigen van langs de straat loopen. Hunne Oostersche
+kleeding maakte in dit plaatsje, waar men alles behalven Oostersche pracht ziet, een wonderlijk afstekende vertooning. De
+aanhoudende schoone landstreek en de fraaije gezigten die men geduurig aantreft, vermaakten mij niet weinig. De <i>Seine</i> en <i>Yonne</i> vereenigen zich voor <i>Montereau</i>. Men komt over een fraaije brug in het stadje. Deze brug is in de geschiedenis bekend: de Hertog van <i>Bourgondi&euml;n</i> kwam in het jaar 1409 op dezelve, om zich met <span class="smallcaps">Karel</span> den VII, die toen Dauphin van <i>Frankrijk</i> was, te verzoenen, en werd door de Offi&ccedil;ieren van dien Vorst vermoord<a id="d0e364src" href="#d0e364" class="noteref">4</a>. Onze reisgezel, de Rentenier van <i>Dyon</i>, die nog al ervaren scheen in de geschiedenis deed mij dit een en ander opmerken. Dit stadje ziet er welvarende uit en is
+alleraangenaamst gelegen; even buiten hetzelve langs de boorden van de <i>Yonne</i> is eene fraaije algemeene wandelplaats. De ruime gezigten en bekoorlijke tooneelen die de natuur hier oplevert, houden den
+opmerkzamen reiziger <a id="d0e382"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e382">7</a>]</span>hier aanhoudend op de aangenaamste wijze bezig.
+
+</p>
+<p>Tegen het vallen van den avond kwamen wij te <i>Villeneuve-la-Guyard</i>, een stadje in het Departement de <i>l&#8217;Yonne</i>, en wel het eerste, als men &#8217;er van dezen kant inkomt. <i>Auxerre</i> is de hoofdplaats van hetzelve. Wij hadden nu 10&frac12; post afgelegd en hielden hier ons nacht verblijf, en niettegenstaande het
+plaatsje er niet te breed uitziet, hadden wij nogtans een vrij goed avondmaal en goede bedden. Onze Wijnkooper van <i>Beaune</i>, die in deze streeken bekend was, bragt hier zeer veel toe, en deed ons vooral door de vrije en grappige wijze, waarop hij
+alles bezorgde en bestelde, niet weinig lagchen.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen, 17 dezer, vertrokken wij om drie uren, en reeden 1&frac12; post van hier door het stadje <i>Pont sur Yonne</i>, aan den westelijken oever van die rivier tegen den voet van een heuvel, die met wijngaarden bedekt is, gelegen. Deze plaats
+ontleent zijn&#8217; naam van de steenen brug op zeven bogen, die wij bij het uitgaan van de stad overreden, wat verder ziet men
+steen- en pannebakkerijen, en vervolgens een zeer uitgestrekt en aangenaam geschakeerd gezigt. De stad <i>Sens</i> vertoonde zich voor ons in een aangenaam verschiet, tegen een&#8217; heuvel; de landstreek is zeer bevallig, en de morgenstond
+was schoon. Voor de omwenteling was <i>Sens</i> een Aartsbisdom en de hoofdstad van <i>le Senonois en Champagne</i>; zij is 12 posten van <i>Parijs</i> gelegen: inwendig beantwoort zij vrij wel aan de uitwendige <a id="d0e415"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e415">8</a>]</span>vertooning. De straat, waar wij in kwamen is ruim. Wij stapten af voor de Hoofdkerk, die wel bezienswaardig is; zij pronkt
+met een zeer hoogen en fraaijen toren; het klokkespel wierd voorheen voor het fraaiste van het gantsche rijk gehouden. Hier
+vervoegde ik mij bij onzen Geestelijken reisgenoot en ondervond, dat het goed is om zich met lieden van allerlei stand en
+beroep op reis te bevinden. Deze was dan ook een zeer vriendelijk man, en, zoo het scheen, een der redelijkste Priesters,
+dien ik immer heb aangetroffen. Wij traden te samen de Kerk in. Dit gebouw is zeer groot en wel verlicht, de kapellen rondom
+en het choor is met fraai ijzer hekwerk versierd. <span class="smallcaps">Lodewijk Dauphin</span> van <i>Frankrijk</i><a id="d0e422src" href="#d0e422" class="noteref">5</a>, in den jaare 1765 te <i>Fontainebleau</i> overleden, werd, benevens Mevrouw <span class="smallcaps">de Dauphine</span>, in deze kerk begraven; wij zagen er zijne graftombe, die in het begin van de omwenteling was weggenomen, doch thans weder
+opgerigt. Zij is van wit marmer, en word gehouden voor een meesterstuk van den beeldhouwer <span class="smallcaps">Coustou</span>. De beelden, die de twee lijkbussen kroonen, zijn de Godsdienst, de Deugd, de Tijd en Frankrijk. Men vind me&ecirc;r andere fraaije
+versierselen in deze kerk, bijzonder het beeldhouwwerk boven een Altaar, verbeeldende de moord van <span class="smallcaps">St. Savinien</span>. De glazen zijn geschilderd door den bekenden <i>Franschen</i> konstschilder <a id="d0e443"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e443">9</a>]</span><span class="smallcaps">Jean Cousin</span><a id="d0e446src" href="#d0e446" class="noteref">6</a>, die te <i>Soucy</i> digt bij deze stad in de 16de eeuw gebooren werd; men wilde, dat hij tot de Protestanten behoorde, omdat hij op de glazen
+van <i>St. Roman&#8217;s</i> kerk te <i>Sens</i> in eene schilderij van het laatste Oordeel een Paus in de hel geplaatst had, en men nam hem die aardigheid maar zeer kwalijk.
+Deze stad was reeds vermaard ten tijde van <span class="smallcaps">Julius Caesar</span>. In 1735 vond men &#8217;er het opschrift: <i>Vesta mater</i>, waarom men meent te moeten onderstellen, dat &#8217;er een tempel van <span class="smallcaps">Vesta</span> geweest is; uit andere aanwijzingen maakt men op, dat &#8217;er ook een tempel ter eere van <span class="smallcaps">Augustus</span> bestaan heeft. &#8217;Er bestaat nog geldspecie, die &#8217;er <span class="smallcaps">Carolus Magnus</span> heeft doen slaan. Paus <span class="smallcaps">Alexander</span> de III. koos deze stad tot schuilplaats, en verbleef &#8217;er van den 30 September 1163 tot in 1165. In de boekerij van het Capittel
+van de Hoofdkerk alhier, wierd voorheen een kluchtig stuk bewaard, namenlijk het oorspronkelijk handschrift van den kerkdienst
+der gekken (<i>l&#8217;Office des fous</i>,) zoo als die eertijds in de kerk van <i>Sens</i> gezongen werd, het was een lang smal en redelijk dik boekdeel in Folio, met uitgesneden ijvoor bedekt en met lange magere
+letters <a id="d0e494"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e494">10</a>]</span>geschreven; men vindt &#8217;er afbeeldingen in van <span class="smallcaps">Bacchus</span> feesten, <span class="smallcaps">Pan&#8217;s</span> feesten, potsenmakerijen en me&ecirc;r andere schandelijke ongerijmdheden van dien aard: in dit feest, dat door deszelfs verregaande
+ongerijmdheden zeer wel aan zijne benaming beantwoordde, speelde ook een Ezel, te weten een viervoetig dier, eene voorname
+rol; andere op twee beenen waren &#8217;er met menigte bij.
+
+</p>
+<p>Onder me&ecirc;r anderen is hier ook een voorname fabriek van het geen men in <i>Frankrijk Velours d&#8217;Utrecht</i> noemt, en dat zeer veel gebruikt word, om Meubilen, Rijtuigen, enz. te bekleeden: deze fabriek schijnt uit een der voornaamste
+steden in ons Vaderland herkomstig, en misschien is zij &#8217;er, zoo als me&ecirc;r anderen, thans wel in verval.
+
+</p>
+<p>De Waterhorologies (<i>Horloges d&#8217;eau</i>) die men zelfs tot in <i>Asia</i> en <i>America</i> verzendt, worden hier gemaakt.
+
+</p>
+<p>Buiten de stad zag ik verscheidene vruchtbaare moestuinen en boomkweekerijen; als ook eene fraaije algemeene wandelplaats.
+Men rijdt over een brug over de <i>Yonne</i>, die langs deze stad stroomt. In deze landstreek zijn veel wijnbergen, en hier en daar nog al boomen. Wij ontbeten te <i>Villeneuve le Roy</i>, thans <i>Villeneuve sur Yonne</i>, een klein stadje aan den oostelijken oever van die rivier, niet onaangenaam gelegen; het heeft aanmerkelijke Le&ecirc;rlooijerijen,
+en het leder maakt een voornamen tak van zijn&#8217; handel uit. Op den weg naar <i>Joigny</i> ziet men nog altijd verscheidene heuvels met wijngaarden beplant; de wijn is <a id="d0e532"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e532">11</a>]</span>een voornaam voortbrengsel van dit land. Weldra bespeurde wij de stad <i>Joigny</i><a id="d0e536src" href="#d0e536" class="noteref">7</a>, en eene vlakte zoo ver het oog kon reiken. De voorstad <i>St. Michel</i>, is zeer aangenaam aan de <i>Yonne</i> geleegen, en maakt een fraaije kaai; &#8217;er staan verscheidene gnappe huizen en een groot en schoon gebouw, zijnde eene cazerne,
+daar voorheen veel krijgsvolk zoo te voet als te paard in gelegd werd. Die kaai pronkt ook met twee prachtige en sierlijke
+ijzeren hekken, een derde is aan den opgang van de brug. Op de fraaije steenen brug, die door agt boogen ondersteund word,
+heeft men een verrukkend gezigt. <span class="smallcaps">Bonaparte</span> kwam &#8217;er over, toen hij zegepralende uit <i>Itali&euml;n</i> te rug keerde, en men heeft toen op dezelve een&#8217; houten eereboog opgerigt die &#8217;er nog staat. Het stadje, dat niet groot is,
+maar zeer welvarende, drijft, zoo het schijnt, veel handel in koorn, daar het de stapelplaats van is, en van een soort van
+laken, dat &#8217;er gemaakt word. Voorheen was het een Graafschap.
+
+</p>
+<p>Het dorpje <i>Avrolles</i>, daar wij doorreden, leverde een deerlijk schouwspel op; 112 huizen en de kerk waren er den 25. der laatst afgeloopen Maand,
+door de onvoorzigtigheid van een der Inwoonders, afgebrand. Eer wij hier aankwamen, wees men mij het begin, dat men gemaakt
+had met het kanaal <a id="d0e564"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e564">12</a>]</span>van <i>Bourgondi&euml;n</i> te graven. Het stadje <i>St. Florentin</i> op dezen weg gelegen, leverde niets merkwaardigs op; de grond hieromstreeks kwam mij niet zeer vruchtbaar voor. De wijnbergen
+en heuvels werden meer verheven. Dit plaatsje echter herinnerde ons aan <span class="smallcaps">St. Florentin</span>, daar na Hertog <span class="smallcaps">de la Vrilliere</span>, die &#8217;er Heer van was, een der verachtelijkste Hovelingen van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XV. Hij kon zich beroemen van veertig duizend <i>Lettres de Cachet</i> uitgegeven te hebben; zijn bijzit <span class="smallcaps">Sabathier</span> heeft &#8217;er omtrent wel negen en dertig duizend van verkocht. Men maakte op hem het volgende grafschrift:
+
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Ci git un petit saint<a id="d0e590src" href="#d0e590" class="noteref">8</a> qui n&#8217;est pas du commun;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Il a port&eacute; trois noms, et n&#8217;en laissa pas un.</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Omstreeks zeven uren kwamen wij te <i>Tonn&egrave;re</i>: heden hadden wij 13&frac12; post afgelegd, en hielden hier ons nachtverblijf. Dit stadje is schilderachtig gelegen; een kerk op
+een rots gebouwd, ziet men van verre boven de huizen uitsteken; aan den voet van dezelve is een bron, die zeer overvloedig
+in water en zoo diep is, dat men schier geen&#8217; grond kan vinden: rondom is eene overdekte gallerij gebouwd voor de waschvrouwen.
+Niet me&ecirc;r dan ruim honderd voeten van daar heeft het water van deze bron reeds een stroom gevormd, waar men op een <a id="d0e600"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e600">13</a>]</span>steenen brug, van twee bogen, overgaat. De Marquis <span class="smallcaps">de Louvois</span>, Secretaris van Staat, en Oorlogsminister onder <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV, de schrik der Protestanten, was Heer van dit Graafschap. Wij vonden hier een redelijk goed avondmaal, en de ligging
+was ook vrij wel; want men heeft in <i>Frankrijk</i> in dit saisoen, alle reden, om te vreden te zijn over de bedden, als het getal der weegluizen zoo groot niet is, dat zij
+het slapen ten eenenmaal verhinderen. Voor het overige moet men hier met het scherpziende oog van eene <i>Noord-Hollandsche</i> vrouw niet rondsnuffelen, en vooral ook de keuken onbezocht laten. Nu men word hier ook aan gewoon, en dit is noodzakelijk.
+
+
+</p>
+<p>Den 18 dezer begaven wij ons &#8217;s morgens om 3 uren weder op reis. Na een eind weegs gereden te hebben, troffen wij vrij hooge
+heuvels aan; de wagen kon hier niet anders dan zeer langzaam vorderen, en wij verkozen, om te wandelen. Wel dra zagen wij
+die grootsche en schitterende vertooning, die ieder redelijk mensch met eerbied en bewondering vervult, en die zoo vreemd
+is voor zeer veel stedelingen. De zon rees statig boven den gezigteinder. De landstreek is hier niet zeer vruchtbaar; wijn
+is het voornaamste, dat men &#8217;er teelt. Wij zagen hier en daar ook kreupelbosch en woeste onbebouwde streeken. Na twee posten
+gereisd te hebben, kwamen wij te <i>Ancy-le-Franc</i>. Het stadje ziet &#8217;er ellendig uit; doch even buiten hetzelve ligt een schoon kasteel. Het scheen door de omwenteling <a id="d0e619"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e619">14</a>]</span>niet geleden te hebben. <span class="smallcaps">Nicolo del Abate</span>, leerling van <span class="smallcaps">Primaticcio</span>, een vermaard schilder ten tijde van <span class="smallcaps">Fran&ccedil;ois</span> I, heeft verscheidene vertrekken van dit kasteel versierd. Wij hebben het inwendig niet gezien, en vergenoegden ons met de
+tuinen, die hier en daar nog al aardig zijn aangelegd, te doorwandelen. Achter het huis scheen veel bosch te liggen, en het
+water ontbrak &#8217;er ook niet; het kwam mij dus voor een aangenaam buitenverblijf te zijn. Voor mij zou het nog aangenamer wezen,
+wanneer ik het moest bewonen, indien het verder afgelegen was van het armoedige stadje, dat &#8217;er voorheen aan behoorde, ten
+zij ik in staat was, om het lot van deszelfs inwoners te verbeteren. Thans behoort het kasteel aan de familie van <span class="smallcaps">Louvois</span>, van hetzelfde geslacht daar ik hier van gesproken heb, en word door een vrouw van dien naam bewoond, ik weet niet of het
+de laatste vrouw en weduwe is van die <span class="smallcaps">Louvois</span>, die te <i>Parijs</i> om zijn gaauwdievenstreeken bekend was<a id="d0e639src" href="#d0e639" class="noteref">9</a>. Dit onder anderen verdient als een staaltje van het edel gedrag van een voornaam <i>Fransch</i> edelman aangeteekend te worden. <span class="smallcaps">Louvois</span> had geld noodig, zoo als hem wel eens me&ecirc;r gebeurde. Juist was <span class="smallcaps">de Courtenvaux</span>, zijn oom, van wien hij moest erven, ziek, hij gaat zijn&#8217; dood bekend maaken aan een man, van wien hij &pound; 30,000&#8212;wilde leenen,
+voorwendende dat hij <a id="d0e660"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e660">15</a>]</span>dit geld noodig had voor de rouwkleeding, enz. overeenkomstig zijn&#8217; staat. Men belooft hem de som, vragende slechts twee uuren
+tijd, om hem die te bezorgen. Daar hij zelf overtuigd was, hoe weinig staat men op hem maakte, begreep hij zeer wel, dat men
+in dien tusschentijd onderzoek zou doen. Hij loopt dan naar het Hot&egrave;l, waar zijn oom woonde; zendt den Zwitser onder het een
+of ander voorwendzel om een boodschap, gaat in de <i>loge</i><a id="d0e664src" href="#d0e664" class="noteref">10</a>, trekt het livrei aan, doet de sjerp om, en wachtte zoo, tot dat de tijd die men hem bepaald had, bijna verloopen was, en
+ieder, die naar den Heer <span class="smallcaps">de Courtenvaux</span> vroeg, werd terug gezonden met deze boodschap: &#8221;<i>Hij is kwartier over twee&euml;n gestorven</i>.&#8221; Hier door bereikt de fielt zijn oogmerk; de gevraagde som word hem toegeteld, en &#8217;s anderen daags verneemt men, dat <span class="smallcaps">de Courtenvaux</span> welvarende was; en <span class="smallcaps">Louvois</span>, die zeer wel wist, dat hij door zijn oom onterfd was, lagchte des te me&ecirc;r in zijn vuist, wijl hij zich verzekerd hield dat
+hij de geleende som nimmer terug zou kunnen geven.&#8212;wat zegt gij, Vriend! zou <span class="smallcaps">Cartouche</span> het wel beter hebben kunnen overleggen?
+
+</p>
+<p>Voort reizende vonden wij wel verscheidenheid van gezigten, hier en daar zijn zij zelf schoon, doch de landstreek is veel&auml;l
+woest en onvruchtbaar. Te <i>Aisy sur Arman&ccedil;on</i> zagen wij in het voorbijgaan <a id="d0e687"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e687">16</a>]</span>de ijzersmelterijen van den vermaarden <span class="smallcaps">Buffon</span>. Het ijzer word uit de mijnen hier omstreeks gehaald, en deze smelterijen leverden &#8217;s jaarlijks omtrent acht maal honderd
+duizend ponden ijzer; en men verzekert, dat zij den eigenaar veel geld opbragten. Het kasteel van <i>Montbar</i> op eene aanzienelijke hoogte gelegen, vertoonde zich vervolgens aan ons gezigt, (zie de hier bijgaande afbeelding); wij moesten
+in het stadje van dien naam, aan den voet van den berg gelegen, het middagmaal houden. Ik had dus den tijd, om het te zien,
+en om op den berg, daar het kasteel ligt, te klimmen. Die Schrijver van de Natuurlijke Historie, vooral om zijn schoonen stijl
+beroemd, is in deze plaats den 7 September 1707 gebooren, en in 1788 begraven. Hij was een werkzaam man, zelfs tot op &#8217;t laatst
+van zijn leven, en niettegenstaande hij door den steen dikwils vreesselijk leed; maar teffens was deze groote man in sommige
+opzigten zeer beuzelachtig: zelfs in zijn hooge jaren, en al was hij onpasselijk, liet hij zich dagelijks het haar in <i>papillottes</i><a id="d0e697src" href="#d0e697" class="noteref">11</a> zetten en branden; veeltijds liet hij zich tweemaal op een&#8217; dag kappen, en was &#8217;er zeer opgesteld, dat dit met de vereischte
+zorg en oplettenheid geschiedde. Hij hield zich ook nu en dan gaarne met buurpraatjes bezig, en wist door zijn&#8217; kapper en
+anderen alles, wat &#8217;er <a id="d0e706"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e706">17</a>]</span><span id="d0e707" class="corr" title="Bron: In">in</span> <i>Montbar</i> in de huisgezinnen en onder de ingezetenen omging. <span class="smallcaps">De Buffon</span> was een <i>Franschman</i>; was hij een <i>Hollander</i> geweest, men zou nog me&ecirc;r reden hebben, om zich hier over te verwonderen.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vi002.jpg" alt="Montbar."><p class="figureHead">Montbar.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het kasteel is een oud gebouw, en zag &#8217;er zoo wel als de tuinen en toegangen tot hetzelve vervallen uit. Het woonhuis, waar
+de geleerde Natuuronderzoeker zijn Verblijf hield, ziet men in een straat van het stadje. De vrouw uit de Herberg, waar wij
+aten, was kamenier in het huis van <span class="smallcaps">de Buffon</span> geweest en wilde wel praten: ik had dus gelegenheid, om mij over hem te onderhouden, en zij bevestigde dat, wat ik u hier
+wegens zijn geaardheid verhaal. <span class="smallcaps">d&#8217;Aubenton</span> is ook van <i>Montbar</i><a id="d0e736src" href="#d0e736" class="noteref">12</a>; het stadje behoorende tot het Departement <i>la C&ocirc;te d&#8217;Or</i> ziet &#8217;er niet zeer gunstig uit. Het riviertje de <i>Brenne</i> stroomt &#8217;er door, en &#8217;er ligt een steenen brug over. De hondslederen handschoenen, die men hier maakt, hebben nog al eenigen
+naam. In de omstreek zijn ook eenige marmergroeven, en men teelt &#8217;er wijn.
+
+</p>
+<p>In de stad wandelende zag ik een aankomend jongetje aan de deur zitten, bezig met mali&euml;n om rijgsnoeren te maken, dat hier
+ook een fabriekje schijnt te zijn. Ik ondervroeg het kind hieromtrent een en <a id="d0e747"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e747">18</a>]</span>andermaal, doch kreeg geen antwoord; hier over te onvreden, was ik gereed om mijn misnoegen aan hetzelve te kennen te geven,
+toen de moeder uit het huis kwam, en mij zeide, dat het ongelukkig kind stom en doof geboren was. Weldra veranderde de gemelijkheid
+in aandoening; ik vroeg haar, waarom zij niet trachtte, om het zoontje in de School van Dooven en Stommen te <i>Parijs</i> te bezorgen, doch de goede arme vrouw antwoordde op eenen teederen toon, dat zij bang was, dat het mishandeld zou worden,
+en hoe zeer zij hard werk had, om aan den kost te komen, het echter niet gaarne zou verlaten.&#8212;Buiten <i>Montbar</i> wordt de landstreek hoe langer hoe woester, doch levert daarom geen onaangenaame vertooning op; van de aanmerkelijke overblijfsels
+van een oud kasteel, dat ik hier op eene rotsachtige hoogte zag liggen, wist niemand van het gezelschap mij eenig bijzonder
+narigt te geeven. De grond was hier als bedekt met sprinkhanen die geduurig voor de voeten met geheele zwermen opvlogen; de
+vleugels waren schoon rood. In &#8217;t voorbijgaan zagen wij <i>Semur</i>, een stad op een hooge rots aardig gelegen; het riviertje <i>d&#8217;Arman&ccedil;on</i> stroomt aan den voet. Men ze&icirc; mij, dat deze rots bestond uit rood graniet, bekwaam om gepolijst te worden. Men vindt hier
+ook veel versteeningen van groote Ammonshoornen, Oesters, Mosselen, enz. De grond hier rondom ziet &#8217;er noch al vruchtbaar
+uit, en men teelt &#8217;er veel koren. De weg is aangenaam, aan beide zijden beplant. Tegen den avond <a id="d0e761"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e761">19</a>]</span>kwamen wij te <i>Vitteaux</i>, een stadje tusschen verscheidene bergen aan het riviertje <i>de Brenne</i> gelegen, waar wij ons avondmaal en nachtverblijf moesten houden. Hier omstreeks vindt men ook marmergroeven, en bij het inkomen
+eene gemeene wandelplaats. Ik doorliep het plaatsje, maar zag &#8217;er niets bijzonders. Heden hadden wij 9&frac12; post gereisd. Ons
+avondmaal was vrolijk: onze Wijnkooper van <i>Beaune</i> liet zich nu en dan eens gelden, en wij waren over onze Herberg nog al wel te vreden.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen, 19 dezer, vertrokken wij weder om drie uren; dit scheen het algemeen bepaalde uur. Een&#8217; vrij hoogen
+berg over moetende (want hier kan men het al bergen noemen) gingen wij te voet. Op de hoogte vonden wij het zeer frisch, zoo
+dat het zelfs eenigzins hinderlijk was. Het begon dag te worden, en wij zagen niet ver van den weg een Telegraaf, die opgerigt,
+was om de <i>Arm&eacute;e de Reserve</i>, die hier omstreeks lag, met die van <i>Itali&euml;n</i> gemeenschap te doen hebben: thans maakt men &#8217;er geen gebruik me&ecirc;r van; van deze plaats, de verhevenste van de geheele streek,
+zag ik de eerste stralen der zon een schilderachtig schoon landschap beschijnen.&#8212;Een eindweegs verder zagen wij aan onze rechterhand
+het aanzienelijke kasteel <i>Sombernon</i> voorheen bewoond door de Hertogen van <i>Bourgondi&euml;n</i>. Onze Rentenier van <i>Dyon</i> deed mij hier als iets in der daad bijzonders opmerken, dat de drup of het water van het dak op dit kasteel, aan den eenen
+kant door de <i>Brenne</i> in de <i>Yonne</i> <a id="d0e795"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e795">20</a>]</span>de <i>Seine</i>, en vervolgens in den <i>Oce&auml;an</i>; en aan den anderen kant door <i>de Ouche</i> in de <i>Saone</i> in de <i>Rhone</i> en vervolgens in de <i>Middellandsche Zee</i> loopt. De landstreek blijft aanhoudend schilderachtig schoon; hier ziet men bosch, daar barre en hooge rotsen, en daar zijn
+dezelve weder geheel groen door de menigte palm en andere struiken, die &#8217;er op groeijen. Hoe me&ecirc;r wij <i>Dyon</i> naderden, hoe me&ecirc;r wij bevonden, dat de Natuur hier eene eenigzins ontzaggelijke houding aanneemt; de rotsen zijn hoog en
+hier en daar steil; zij hellen zelfs op sommige plaatsen over den weg, die &#8217;er digt langs loopt, heen. Wij kwamen voorbij
+een vrolijk gelegen dorpje, rondom meestal met allerlei vruchtboomen beplant; dit is de vruchthof van <i>Dyon</i> en levert zeer veel ooft aan de stad. De Bisschop van <i>Dyon</i> had hier zijn buitenplaats, en dit bewijst genoegzaam, dat het een aangename en vruchtbare landsdouw is. Verder zagen wij
+de nog aanzienelijke overblijfsels van dat <i>Carthuizer</i> klooster, om deszelfs pracht en weelde, om zijne paleizen en bekoorlijke tuinen zoo vermaard; en deze tempel der wellust
+werd, tot aan de omwenteling, door een soort van Monniken bewoond, die van vele, om hunne voorgewende godsvrucht en zedigheid,
+met den uitersten eerbied behandeld werden. Wat men ook van de <i>Fransche</i> omwenteling zegge moge, in het uitroeijen der kloosters heeft zij het menschdom een&#8217; wezenlijken dienst bewezen. Langs den
+weg ziet men een gracht (<i>canal</i>) die onvoltooid is gebleven, en die zig tot een goeden <a id="d0e833"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e833">21</a>]</span>afstand van de stad uitstrekt. Niet verre van <i>Dyon</i> begint die keten heuvelen, die om derzelver overvloed van goeden wijn <i>la C&ocirc;te d&#8217;Or</i> genaamd wordt; de stad vertoont zich met hare fraaije spitze torens, op eene bevallige wijze, (de hier bijgevoegde aftekening
+zal &#8217;er u een duidelijk denkbeeld van geeven.) Wij kwamen &#8217;er in door eene fraaije poort, die nog niet lang gebouwd scheen,
+en namen onzen intrek in het H&ocirc;tel <i>de la Gal&egrave;re</i>, nadat wij van onze vriendelijke reisgenoten afscheid genomen hadden. Het speet mij in der daad, dat wij niet langer bij
+elkanderen bleven. De Priester vooral was een man, die kunde en smaak met een beminnelijke geaardheid scheen te vereenigen:
+men bespeurde aan hem in &#8217;t geheel, die onaangename gebreken niet, die zoo dikwijls aan lieden van dien stand eigen zijn;
+hij was vrolijk zonder losbandigheid, zedig zonder gemaaktheid, en kundig zonder verwaandheid; daar bij scheen hij zeer verdraagzaam
+en redelijk zoo omtrent Godsdienstige als Staatkundige gevoelens. Het geen, mijns bedunkens, tot dit alles zeer veel had bijgedragen,
+was, dat hij uitgeweken zijnde zich zeer lang in <i>Engeland</i> had opgehouden, en daar, bijzonder door de Protestanten, op de menschlievendste en vriendelijkste wijze was behandeld geworden.
+Met dankbare aandoening sprak hij hier van, en ik ben wel verzekerd, dat deze achtingswaardige geestelijke, waar hij ooit
+eenigen invloed moge hebbe, nimmer gewetensdwang of vervolgzucht dulden zal.
+<a id="d0e847"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e847">22</a>]</span></p>
+<p>Zie daar, Vriend! een&#8217; vrij langen Brief, in eenen volgenden zal ik u over deze stad, waar omtrent ik reeds het een en ander
+heb aangeteekend, nader onderhouden.&#8212;Vaarwel!
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e161" href="#d0e161src" class="noteref">1</a></span> De gebeurtenis, die aanleiding gaf tot het Blijspel van <span class="smallcaps">Coll&eacute;</span> <i>La partie de chasse de</i> <span class="smallcaps">Henri IV</span>. is hier omstreeks voorgevallen, <span class="smallcaps">Michau</span> was Molenaar te <i>Lieursaint</i>; dit stuk is, meen ik, ook in &#8217;t <i>Nederduitsch</i> vertaald.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e210" href="#d0e210src" class="noteref">2</a></span> Zoo noemt men de <i>Bourgondi&euml;rs</i>, om de ronde en gulle inborst, die men hun toeschrijft.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e285" href="#d0e285src" class="noteref">3</a></span> <i>Meaux</i> alwaar de welsprekende <span class="smallcaps">Bossu&euml;t</span> Bisschop was, behoort tot dit Departement. In de stad en omtrek van <i>Meaux</i> wonen zeer veel Protestanten.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e364" href="#d0e364src" class="noteref">4</a></span> Dit geval heeft aanleiding gegeeven tot de partijen der <i>Bourguignon</i>&#8217;s en <i>Armagnac</i>&#8217;s, die zoo veel bloeds aan <i>Frankrijk</i> gekost hebben.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e422" href="#d0e422src" class="noteref">5</a></span> Hij was de Vader van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XVI.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e446" href="#d0e446src" class="noteref">6</a></span> Hij is bekend voor de oudste der goede schilders in <i>Frankrijk</i>, bijzonder ook om het vermaarde stuk van het laatste Oordeel, dat te <i>Parijs</i> op het Museum hangt, en waar van de gedrukte plaat een der grootste prenten is, die men kent. Zij is gegraveerd door <span class="smallcaps">Pieter de Jode</span>, een <i>Antwerpenaar</i> en vermaard Plaatsnijder.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e536" href="#d0e536src" class="noteref">7</a></span> <span class="smallcaps">Picard</span> bekend auteur en acteur te <i>Parijs</i>, heeft een stuk gemaakt onder den naam van <i>le Collat&eacute;ral ou la Diligence &agrave; Joigny</i>, dat zeer aardig is.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e590" href="#d0e590src" class="noteref">8</a></span> Hij was kort en dik.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e639" href="#d0e639src" class="noteref">9</a></span> Een van de vrouwen van <span class="smallcaps">Louvois</span> was een <i>Hollandsche</i>, ik meen de Baronnesse <span class="smallcaps">de Huffel</span> genaamd.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e664" href="#d0e664src" class="noteref">10</a></span> Vertrekje van de portier of Zwitser aan de ingang van een Hot&egrave;l.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e697" href="#d0e697src" class="noteref">11</a></span> Ik ken hier geen <i>Nederduitsch</i> woord voor, en het was te wenschen dat alle diergelijke <i>Fransche</i> modeprullen onder ons geheel onbekend waren.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e736" href="#d0e736src" class="noteref">12</a></span> Die goede man hield zich in zijn ouden dag, benevens zijne vrouw, bezig met het lezen van bijna al de Romans, die &#8217;er uitkwamen.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e850" class="div1">
+<h2>Tweede Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Lyon</i>, 26 <i>Julij.</i>
+
+</p>
+<p>Eergisteren ben ik hier aangekomen, en vervolg mijn reisverhaal, zoo als ik u in mijn vorigen, gedagteekend uit <i>Dyon</i>, beloofd heb. Die stad is mij bijzonder wel bevallen, zoo om de aangename ligging, den overvloed der levensmiddelen, als
+om de orde en zindelijkheid die &#8217;er plaats heeft. Bij ons zou men &#8217;er ten dezen opzigte in &#8217;t geheel niets ongewoons vinden;
+doch voor <i>Frankrijk</i> moet het als, iets bijzonders in &#8217;t oog loopen. <i>Dyon</i> was voorheen de Hoofdstad van het Hertogdom van <i>Bourgondi&euml;n</i>, thans is zij het van het Departement van de <i>C&ocirc;te d&#8217;Or</i>; de <i>Prefect</i> houd &#8217;er zijn verblijf, en &#8217;er is een <i>Tribunal de premi&egrave;re instance</i>. De weg van <i>Parijs</i> tot <i>Dyon</i>, zoo als wij die genomen hebben, is 38&frac34; posten. Aan den Conducteur van den wagen gaven wij volgens gebruik &pound; 3&#8211;:&#8211;: de persoon
+drinkgeld, en aan de postillons geeft ieder doorgaans 2 sols van het eene Posthuis tot het andere: voor het gemak laat men
+dit door den Conducteur <a id="d0e889"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e889">23</a>]</span>verschieten, het geen ook omtrent op denzelfden prijs uitkwam.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vi003.jpg" alt="Dijon."><p class="figureHead">Dijon.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De poort, waar wij in gekomen waren, scheen mij bezienswaardig. Onze Herberg was &#8217;er niet ver van daan, en ik was dan naauwelijks
+van den wagen afgestapt, of ik ging dezelve bezigtigen. Het is een fraaije eereboog van wit gehouwen steen, in het begin van
+de Omwenteling voor de Vrijheid opgerigt, zoo als het opschrift boven dezelve aanduidt. Zij wordt dan ook nog <i>la porte de la Libert&eacute;</i> genaamd. Aan den binnenkant, en aan beide zijden, leest men op steenen tafelen: &#8221;<i>Les droits de l&#8217;homme reconnus le 30 Septembre l&#8217;an I. de la Libert&eacute; (1739) etc.</i>&#8221;<a id="d0e903src" href="#d0e903" class="noteref">1</a> <i>De basreliefs</i> hier op toepasselijk zijn van den Beeldhouwer <span class="smallcaps">Attiret</span>, in dit Departement geboren, en kort voor onze aankomst gestorven. Even buiten deze poort ziet men een&#8217; fraaijen tuin in
+den <i>Engelschen</i> smaak aangelegd, en die thans ook voor een gemeene wandeling strekt: men noemt denzelven <i>le Jardin de l&#8217;Arquebuse</i>; bij ons zou men het de <i>Schutters Doelen</i> noemen. Het merkwaardigste, dat ik daar zag, was een populierboom van eene zeer ongemeene dikte, men kan hem op de hoogte
+van de schouders naauwelijks met vier persoonen omvatten: onder aan den grond is hij nog veel dikker, en daarbij zeer hoog,
+en zwaar van takken, doch in de toppen is <a id="d0e921"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e921">24</a>]</span>al veel dood hout, en mij dunkt, dat men wel zou, doen om hem intekorten, ten einde door dit middel eene zoo aanzienelijke
+gedenkzuil der Natuur nog langer in wezen te houden.&#8212;Een oude boom heeft voor mij iets eerwaardigs, en ik zie dien veel liever
+dan zoo vele gedenkteekenen voor de dwinglandij of het bijgeloof opgerigt, die niets merkwaardigs opleveren&#8212;dan oudheid.
+
+</p>
+<p>De Hoofdkerk is een fraai gebouw, inzonderheid de spitse toren, die door deskundigen voor een meesterstuk gehouden word. Deze
+kerk is onlangs van binnen nieuw opgemaakt; men was &#8217;er zelfs nog aan bezig, alles werd dan ook zeer net en sierlijk opgepronkt.
+Behalve deze zijn &#8217;er nog twee andere kerken, waarvan men de fraaije en prachtige bouworde bewonderd; zij zijn ook van binnen
+ter deeg mooi gemaakt.
+
+</p>
+<p>Hoewel ik weet, dat gij even zoo min als ik een liefhebber zijt van al dat heilige poppenspel, moet ik u toch het een en ander
+vertellen van de voorheen hier zoo vermaarde heilige Kapel (<i>la sainte Chapelle</i>). Deze wierd door Hugues, de derde Hertog van <i>Bourgondi&euml;n</i>, in 1172, gebouwd, en is dus nog al tamelijk oud. In 1430 zond Paus Eugenius de Vierde aan <span class="smallcaps">Philippus</span>, zeer ten onregte bijgenaamd, <i>de Goede</i>, Hertog van, <i>Bourgondi&euml;n</i>,<a id="d0e942src" href="#d0e942" class="noteref">2</a> <a id="d0e962"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e962">25</a>]</span>de beruchte wonderdadige hostie. Deze Paus scheen het zoo wat bont te maken, want met zat hem hevig in het vaarwater, en ten
+gevolge van dien werd hij ook door de kerkvergadering van <i>Bazel</i>, in 1439, afgezet, uitgescholden voor een handeldrijver in geestelijke zaken (<i>Simoniet</i>), meineedigen, onverbeterlijken ketter, kortom voor al wat leelijk was, en <span class="smallcaps">Amadeus</span> Hertog van <i>Savoyen</i>, werd door die zelfde kerkvergadering in zijne plaats aangesteld.&#8212;Men leefde toen ook al aardig met de Pausen.&#8212;De Hertog
+van <i>Epernon</i> gaf vervolgens een gouden kist met edele gesteentens omzet, waar de heilige ouwel in bewaard moest worden, (deze Hertog was
+toen Gouverneur van de Provintie <i>Bourgondi&euml;n</i>) en eindelijk voegde <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XI. Koning van <i>Frankrijk</i> &#8217;er zijne kroon bij. Als men dezen ouwel ten toon stelde, werd dezelve in een gouden zon gezet, die een en vijftig mark woog:
+de kroon van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XI. plaatste men &#8217;er dan boven op; of dat ook keurig mooi geweest moet zijn. Ik zeg van al die fraaijigheden niets me&ecirc;r;
+want de geheelen bo&ecirc;l was opgeruimd, en de kerk is gedeeltelijk afgebroken. Naar men mij verzekerde moest &#8217;er een Schouwburg
+van gemaakt worden.
+<a id="d0e991"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e991">26</a>]</span></p>
+<p>Nu &#8217;er zijn ook kerken genoeg in <i>Dyon</i>, en een Schouwburg heb ik &#8217;er niet gezien. Van een andere kerk heeft men een Korenhal gemaakt; want men begrijpt nu, dat
+diergelijke gebouwen in eene wel ingerigte maatschappij ook noodzakelijk zijn. Behalve de kerken was &#8217;er in deze stad ook
+een menigte kloosters. Het bijgeloof, en dus ook de onverdraagzaamheid, hadden &#8217;er vrij wat invloed. Men heeft &#8217;er dan ook
+begonnen met de Protestanten te vervolgen. De Maarschalk van Frankrijk <span class="smallcaps">Tavannes</span>, vertrouweling van <span class="smallcaps">Karel</span> den IX. en een van de voorname bewerkers van den rampzaligen <i>St. Bartels</i> nacht, speelde hier toen ook de eerste rol. Het Paleis, dat men voorheen <i>le Palais de Cond&eacute;</i> noemde, omdat die Prins Gouverneur was van de Provintie, is een prachtig gebouw. Het pronkt met een fraaije colonnade en
+ijzer hek: voor hetzelve is eene ruime plaats in de gedaante van een halven cirkel, en rondom geregeld met huizen bebouwd.
+Men gaat door bogen in de straten, die &#8217;er op uitkomen. Midden op deze plaats stond voorheen het beeld van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XIV. te paard. In dit Paleis vergaderden de Staten van <i>Bourgondi&euml;n</i> alle drie jaren, doorgaans in de Maand Mei: zij bestonden uit de Geestelijkheid, den Adel en den derden Staat. De Maire van
+de stad <i>Dyon</i> was altijd Voorzitter van den laatsten. Deze vergadering duurde gemeenelijk veertien dagen, en men hield die met veel pracht
+en uitwendige vertooning. &#8217;Er was volk genoeg, want zij bestond doorgaans uit 450 persoonen. <a id="d0e1018"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1018">27</a>]</span>Hunne voorname werkzaamheid was het regelen van de belastingen, daar de Geestelijken en de Adel, die het meeste te zeggen
+hadden, geen duit in betaalden; het ging dan daarmede zoo als het spreekwoord zegt: &#8220;van een anders leder is het goed riemen
+snijden;&#8221; en het is dus ook geen wonder, dat de derde Staat, eindelijk deze onregtvaardigheid, die overal in <i>Frankrijk</i> plaats had, moede wordende, zijn misnoegen daar over op eene gevoelige wijze heeft getoond, en de goederen van die kwaadbetaalders,
+die daar bij nog zeer ongemakkelijk waren, heeft aangesproken voor de achterstallige schuld: en ik geloof, welk regt die zoogenaamde
+groote sinjeurs ook vermeenen te hebben, om zich deswegens bezwaard te achten, dat, wanneer een nauwkeurig <i>Hollandsch</i> boekhouder de rekening eens opmaakte, zij nog een aanmerkelijke som ten achteren zouden zijn. De zaken zijn nu geheel van
+gedaante veranderd&#8212;en wij willen hopen, dat het daar door beter zal gaan. De onderscheidene regtbanken van dit Departement
+houden thans zitting in dat voormalig Paleis van <i>Cond&eacute;</i>. Daar het openstond ging ik &#8217;er in, en verder in een zaal, waar de Crimineele Regtbank zitting hield, en waar men bezig was
+met een vrouw te verhooren, die beschuldigd werd van eenige goederen gestolen te hebben. Het was na den middag, en een van
+de Regters, misschien gewoon, om op dien tijd een dutje te doen, zat gerust te slapen.&#8212;Aan den ingang van de zaal las ik,
+dat van de toehoorders de <a id="d0e1029"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1029">28</a>]</span>mannen zich aan de eene, en de vrouwen zich aan den anderen kant moeten plaatsen. Voor iedere sekse was dan ook eene bijzondere
+plaats met een balie afgeschoten, zoo dat de eerbaarheid hier wel in acht schijnt genomen te worden. In het afgaan bewonderde
+ik den fraaijen trap. Onder in dit gebouw staan verscheidene kramen met prenten, boeken en andere waren, en achter aan hetzelve
+is nog een oude toren die boven het dak uitsteekt, men zeide mij, dat het nog een overblijfsel was van het oude Hertoglijke
+Paleis.
+
+</p>
+<p>De Stad verder doorwandelende zag ik verscheidene schoone huizen; de straten zijn veelal ruim; de wallen met boomen beplant,
+leveren eene alleraangenaamste wandeling op, en men heeft van daar eene verscheidenheid van schoone gezigten. De wandeling
+buiten om de stad is ook zeer vermakelijk, en voor een stad, komt mij <i>Dyon</i> voor, wat de plaatselijke gelegenheid aanbelangt, al een zeer aangenaam verblijf te zijn.
+
+</p>
+<p>Den 20 dezer regende het aanhoudend, en dat is voor een&#8217; reiziger allerverdrietigst, men kan niet rondloopen, niet wandelen;
+de Koffijhuizen zijn, dan vooral in plaatsen daar men geen Schouwburg of andere openbare vermakelijkheden heeft, de voornaamste
+toevlucht, wij maakten &#8217;er dan ook gebruik van; men vindt &#8217;er hier verscheiden, en daar onder die zeer net en met smaak zijn
+ingerigt. Ik las daar onder anderen in een van de <i>Parijssche</i> Nieuwsbladen eene beschrijving van het Feest van laatstleden <a id="d0e1041"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1041">29</a>]</span>Zondag, en hoe de Keizer en Keizerin, toen zij in staatsie door den tuin van de Tuillerien reden, door de menigte van alle
+kanten waren toegejuicht. Daar zag ik al weder, hoe weinig men op zich zelven staat kan maken; want ik was bij dezen optogt
+geweest en had niets anders dan het geschreeuw van eenige weinige menschen, (men zeide dat het Militairen waren) digt bij
+het kasteel van de Tuillerien, gehoord. Het was, meen ik, bij gelegenheid dat hunne Keizerlijke Majeiteiten aftraden en in
+het Paleis gingen. Even te voren, mij onder een grooten hoop menschen, ter plaatse, waar de optogt voorbij ging, bevindende,
+hield bijna ieder een den hoed op. Iemand, die daar bij stond, en die ik, naar zijn kleeding te oordeelen, voor een voornaam
+man hield, scheen deze onbeleefdheid niet te kunnen dulden, en riep: <i>Chapeaux bas</i>, (de hoeden af) doch men toonde zich misnoegd en morde over deze herinnering, zonder daaraan te gehoorzamen, het geen ik
+in &#8217;t geheel niet overeenkomstig vond met de <i>Fransche</i> wellevendheid.
+
+</p>
+<p>In dit Koffijhuis vernam ik teffens, dat &#8217;er een <i>Museum</i> in deze stad te zien was. Na den middag gingen wij daar na toe, het is ook in het voormalig Paleis van <i>Cond&eacute;</i>; men ziet &#8217;er in eenige zalen verscheidene schilderijen, waar onder &#8217;er twee Veldslagen van den beruchten krijgsman zijn,
+bekend onder den eernaam van <i>le grand</i> <span class="smallcaps">Cond&eacute;</span>. Tusschen twee haakjes; in zeker opzigt heb ik nog al eenige overeenkomst met dien man,&#8212;hoe zoo? zult gij vragen,&#8212;wel <a id="d0e1063"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1063">30</a>]</span>hij was zoo wel als ik met de jicht gekweld, zoo zelfs, dat hij in 1676 voor het opperbevel van het leger moest bedanken.
+In een andere zaal zijn de beelden meest&auml;l afgietsels, en eenige kopijen van marmer; deze dienen bijzonder voor de teekenschool,
+die ook in dit gebouw is. Zoo de kweekelingen in het vak der beelden al iets mogten te kort komen, de natuur levert in deze
+streeken de heerlijkste toonelen op voor den landschapschilder. In eene volgende zaal ziet men eenige oudheden, als toiletdoozen,
+messen, vorken, een brieventas enz. welk tuig afkomstig is van de eerste Hertogen en Hertoginnen van <i>Bourgondi&euml;n</i>, naar men mij verzekerde; nu men kon ook wel zien dat het van daag of gisteren niet gemaakt, maar verscheidene modes ten
+achteren was. Ook zag ik &#8217;er den knop van den Bisschoppelijken staf, benevens een ring en gordelgesp van den eersten Abt van
+de vermaarde Abdij van <i>Citeaux</i>. Van me&ecirc;r belang voor den konstminnaar, vond ik een aantal marmeren beeldjes, ieder ongeveer ander half voet hoog. Zij verbeeldden
+<i>Carthuizer</i> Monniken, in onderscheidene houdingen; deze beeldjes hadden gestaan, om de prachtige marmeren graftombes van de Hertogen
+van <i>Bourgondi&euml;n</i>, in het koor van de Kerk der <i>Carthuizers</i>, waarvan ik reeds gesproken heb, en welke tombes in het begin van de omwenteling zijn gesloopt. Regt fraai zijn die beeldjes
+gewerkt, en de uitdrukking, die &#8217;er in hunne gezigten plaats heeft, trekt voor&auml;l de aandacht. Ik zag hier ook nog een <a id="d0e1080"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1080">31</a>]</span>klein stukje agter een glas in een lijst, het was van was geboetseerd, en verbeeldde een half verrot lijk. Men had &#8217;er een
+gordijntje voor gehangen, om dat het &#8217;er zoo afzigtelijk uitzag. Onze geleider meende, dat het iets tot de geschiedenis van
+het huis van <i>Bourgondi&euml;n</i> behoorende, moest voorstellen; maar het regte wist &#8217;er de sukkelaar ons niet van te zeggen.
+
+</p>
+<p>Den 21 ging ik &#8217;s morgens vroeg in den aangenaamen Tuin van de <i>Arquebuse</i> wandelen, en mijn ouden populierboom bezoeken: geen koord of andere meet-instrumenten bij mij hebbende, mat ik de dikte van
+den stam, onder aan den grond, door mijne voeten rondom dezelve, den een voor den anderen te zetten, en telde op deze wijze
+acht en dertig zulke voeten;&#8212;Welk eene aanmerkelijke dikte!&#8212;De grond schijnt hier goed voor het houtgewas, ook naar de andere
+boomen en struiken te oordeelen. Voorbij een Seringe-struik komende, werd ik een zeer onaangenamen reuk gewaar, bijna als
+die van een hok, waar&iuml;n leeuwen, tijgers of diergelijke opgesloten zijn; ik wilde hier de reden van weten, en bevond na eenige
+reizen om den struik, die vrij groot was, gegaan te zijn, en hem naauwkeurig bekeken te hebben, dat &#8217;er midden in een menigte
+torren zaten, welken &#8217;er de bladeren afknaagden, en dat deze dien onaangenamen reuk veroorzaakten. Ik herinner mij niet van
+diergelijke <i>insecten</i> me&ecirc;r gezien te hebben, althans niet levendig: zij hadden een schone ligt groene gouden kleur, en kwamen mij voor <a id="d0e1093"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1093">32</a>]</span>te behooren tot de soort van het Vliegend Hart, zijnde smal van lijf met fraaije lange horens. Ik deed &#8217;er een paar van in
+een papier en nam dezelve mede naar mijn kamer, doch de stank, dien zij verwekten, verpligtte mij om ze weg te werpen. De
+reuk was zoo sterk, dat men denzelven op den afstand van twee treden van den struik, reeds gewaar werd.
+
+</p>
+<p>Ik wandelde verder om de stad, en zag onder andere een wijngaard voor een huis geplant, van eene buitengewone uitgebreidheid.
+De ranken waren over een rooster van latten gespreid om lommer voor het huis te hebben; en dit groene dak was zoo groot, dat
+&#8217;er wel vijftig menschen op hun gemak onder zitten konden; daarbij was deze schoone wijnstok vol met trossen druiven, Van
+eene ongemene grootte. Hier en daar om de stad, zag ik ook nog overblijfsels van de oude vestingwerken. Het riviertje <i>l&#8217;Ouche</i> stroomt langs <i>Dyon</i>, en &#8217;er legt een fraaije steenen brug over, even buiten de stad; het vormt ook vele aardige partijtjes. Bezat ik de kunst
+van <span class="smallcaps">Ruisdaal</span> of <span class="smallcaps">Waterlo</span>, ik zond u ook hier eenige teekeningen van. Het Gasthuis dat men buiten de <i>porte de fer</i> (een ijzer hek) ziet, is een fraai gebouw. Met genoegen zag ik sommige zieken gemakkelijk zitten naast verscheidene <i>Ol&eacute;anders</i>, <i>Laurustinus</i> boomen en andere welriekende kruiden en bloemen, die men daar in bakken en potten nedergezet had. Bij ons gebruikt men die
+alleen maar, om de prachtige lusthoven en buitenplaatsen opteschikken, hier hebben zij eene betere bestemming, zij dienen
+<a id="d0e1118"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1118">33</a>]</span>tot verkwikking van arme zieken. Sedert de omwenteling is het bestuur van diergelijke gestichten in <i>Frankrijk</i> veel verbeterd; voor dien tijd had de Geestelijkheid &#8217;er meestal alleen de bestiering over. In ons Vaderland, hoewel wij
+anders in menschlievendheid en mildadigheid zeer wel tegen de <i>Franschen</i> kunnen monsteren, zou toch, dunkt mij, ten opzigte van de gasthuizen ook nog veel te verbeteren zijn; vooral wenschte ik
+die buiten de steden in een gezond en aangenaam oord, zoo veel mogelijk, te hebben, en niet al de zieken in eene algemeene
+zaal, maar in afzonderlijke luchtige vertrekken te plaatsen, ten minste die geenen, die erg ziek zijn; behalve de besmetting,
+is het gezigt, en dikwijls het gekerm van sommige kranken voor anderen, die minder ziek zijn, allerakeligst; zij zien veeltijds
+pijnelijke operatien, het afleggen en voorbij dragen der dooden.&#8212;Welk een schouwspel! waarom in plaats van die groote zalen,
+zijn de gasthuizen niet zoo als onze hofjes, rondom met vertrekjes, een plaats in het midden, en het gansche gebouw omringd
+met bevallige tuinen, met fraaije en geurige bloemen en planten, lommerijke lanen, vruchtrijke boomgaarden enz. Het is immers
+zoo verkwikkelijk voor een zieke, die begint te herstellen, als hij het ziekbed, daar hij weken, en somtijds maanden aan gebonden
+was, kan verlaten en in de vrije lucht de vrolijke en bevallige natuur aanschouwen, en met dankbare aandoening aan den Schepper
+en Onderhouder van dezelve denken.
+
+</p>
+<p>In en om deze stad, zag ik verscheidene daken <a id="d0e1128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1128">34</a>]</span>en torens met pannen van onderscheidene kleuren belegd; men maakt &#8217;er ruiten en andere figuren mede, zoo als men wel op de
+vloertapijten ziet; dit staat niet on&auml;ardig.
+
+</p>
+<p>De Bibliothekaris der Bibliotheek van het <i>Lyc&eacute;e</i>, is een zeer vriendelijk man; hij sprak met veel lof van onze <i>Hollandsche</i> geleerden, als <span class="smallcaps">Grotius</span>, <span class="smallcaps">Boerhave</span>, enz. Ik zag die Bibliotheek terloops in; het kwam mij voor, dat dezelve eene aanmerkelijke verzameling boeken bevatte; &#8217;er
+waren ook eenige borstbeelden van voorname mannen, als <span class="smallcaps">Piron</span>, <span class="smallcaps">Crebillon</span>, <span class="smallcaps">Buffon</span>, <span class="smallcaps">Voltaire</span> en me&ecirc;r anderen. De Beeldhouwer <span class="smallcaps">Attiret</span>, daar ik u reeds van gesproken heb, is &#8217;er de maker van.
+
+</p>
+<p>Deze stad is het Vaderland van verscheidene groote mannen, als van den welsprekenden <span class="smallcaps">Bossuet</span>, Bisschop van <i>Meaux</i>, daar ik in mijnen vorigen reeds melding van maakte; van den Toneeldichter <span class="smallcaps">Cr&eacute;billon</span>, een edelman, die hier een voornamen post bekleedde; hij voerde de Treurspelen van <span class="smallcaps">AEschylus</span> op nieuws in <i>Frankrijk</i> ten Tooneele, nadat hij dezelve op eene regelmatige wijze be&auml;rbeid had; zijne stukken zijn nog tegenwoordig in veel achting,
+en sommigen &#8217;er van worden dikwijls gespeeld; hij werd in 1674 geboren, en stierf in 1762. <span class="smallcaps">Piron</span>, door zijne Tooneel- en andere geestige werken bekend, werd hier in 1689 geboren<a id="d0e1179src" href="#d0e1179" class="noteref">3</a>, als ook <span class="smallcaps">la Monnoye</span>, <a id="d0e1190"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1190">35</a>]</span>Dichter en <i>Bibliograaf</i>, en de Baron <span class="smallcaps">de Longpierre</span>, schrijver van eenige Tooneelstukken, enz. die in 1659 het licht zag. <span class="smallcaps">Rameau</span> een van de grootste <i>Fransche</i> muziek-<i>componisten</i>, is ook van <i>Dyon</i>; hij werd aldaar geboren in 1683, en stierf in 1769; hij was Organist van een kerk te <i>Parijs</i>, en heeft het muzijk samengesteld van verscheidene Opera&#8217;s;<a id="d0e1213src" href="#d0e1213" class="noteref">4</a> zijn uitvaart wierd zeer plegtig gevierd. <i>Dyon</i> heeft dus veel toegebragt tot den luister van het <i>Fransche</i> Tooneel; de inwoonders van die stad, hebben alzoo inzonderheid regt op een fraaijen en goeden Schouwburg, en ik wensch, dat
+men niet zal dralen, met het plan, om &#8217;er een te bouwen, ten uitvoer te brengen. <span class="smallcaps">Menestrier</span> een geleerde oudheidkundige, had ik haast vergeten; die man, welke ook te <i>Dyon</i> in 1555 geboren is, heeft belangrijke aanteekeningen over de medailles nagelaten. Men las eertijds, op een der glazen van
+<i>St. Medars</i> kerk, het volgend zonderlinge grafschrift, dat op hem gemaakt is:
+
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>&#8220;<i>Ci git</i> <span class="smallcaps">Jean le Menestrier</span>,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span><i>l&#8217;An de sa vie soixante dix</i>,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span><i>Il mit le pied a l&#8217;&eacute;trier</i>,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span><i>Pour s&#8217;en aller en Paradis</i>.&#8221;<a id="d0e1263src" href="#d0e1263" class="noteref">5</a>.</span></p>
+</div>
+</div><a id="d0e1271"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1271">36</a>]</span><p>Door den aanhoudenden regen verhinderd wordende, om mijne wandelingen buiten voorttezetten, moest ik die tot de stad zelve
+bepalen. Ik ging het oude slot, dat tegen den wal ligt, digt bij de poort naar den kant van <i>Parijs</i>, bezigtigen; oorspronkelijk schijnt het een Citadel geweest te zijn; naderhand heeft het ook gediend tot een gevangenis,
+en was tot de omwenteling toe de Bastille van <i>Bourgondi&euml;n</i>; ik zag &#8217;er dan ook nog verscheidene holen en gevangenissen.&#8212;Wie weet, dacht ik, hoe vele slagtoffers van wareldlijk en kerkelijk
+geweld hier bittere tranen gestort hebben.&#8212;Het ziet &#8217;er thans zeer vervallen uit.&#8212;Van den toren aan de achterzijde heeft men
+een fraai gezigt. Aan den anderen kant van de stad, op de wal, zag ik ook een fraaije danszaal, men noemt die plaats <i>Tivoli</i>.
+
+</p>
+<p>Hopende op goed weder, bestelden wij rijtuig, om den volgenden dag te vertrekken; want de Postwagen naar <i>Chalons</i> reed &#8217;s nachts, en hier hadden wij geen zin in. Verscheidene lieden van dit land zeiden mij, dat, als het hier eens begon
+te regenen, het doorgaans eenige dagen duurde; de reden hier van was, willen zij, dat de wolken tusschen de bergen bleven
+hangen; en in der daad, de toppen der bergen rondom de stad waren sedert een paar dagen door wolken bedekt.
+
+</p>
+<p>Over onze herberg waren wij wel te vreden, en <a id="d0e1290"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1290">37</a>]</span>betaalden &pound; 3&#8211;:&#8211;: aan de gemeene tafel, die vrij goed was, en &pound; 2&#8211;:&#8211;: voor een kamer met twee bedden. Op de reis hier na toe,
+hadden wij doorgaans ook &pound; 3&#8211;:&#8211;: voor het middag eten, en &pound; 3&#8211;10-: ook wel eens &pound; 3&#8211;:&#8211;: voor het avondeten en slapen betaald.
+
+
+</p>
+<p>De inwoners van <i>Dyon</i>, hoewel de hoofdstad van het goede wijnland, hadden, dacht mij, over het algemeen, eerder een somber dan een vrolijk voorkomen.
+Zou de invloed van het bijgeloof hier niet veel&auml;l de oorzaak van zijn? Men begroot het getal der ingezetenen op ruim 20,000.
+Kousenweverijen en fabrieken van een soort van kanten, speelkaarten en de wijnhandel zijn de voorname takken van hun bestaan;
+&#8217;er zijn verscheidene le&ecirc;rlooijerijen; men maakt &#8217;er ook sommige wollesstoffen en confituren, en de mostaart van <i>Dyon</i>, die geheel <i>Frankrijk</i> door beroemd is, zoo als bij ons die van <i>Zaandam</i> of <i>Doesburg</i>, moet ik ook niet vergeten.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e903" href="#d0e903src" class="noteref">1</a></span> De Regten van den Mensch, erkend den 30 September, het Eerste jaar der Vrijheid, 1789.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e942" href="#d0e942src" class="noteref">2</a></span> En Graaf van <i>Holland</i>, <i>Zeeland</i> en <i>Vriesland</i>. <span class="smallcaps">Martinet</span> in zijn <i>Ver&eacute;&eacute;nigd Nederland</i>, zegt van hem: &#8220;Hij werd met geringen lof bekroond;&#8221; en verder van zijn <a id="d0e959"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e959">32n</a>]</span>zoon en opvolger sprekende: &#8220;Hij gaf den doodsteek aan &#8217;s Lands Vrijheid door het invoeren van vaste soldaten, &#8217;t geen &#8217;s
+Volks oude dapperheid deed vervallen.&#8221;&#8212;O mijn Vriend! mogten onze Landgenoten toch de waarheid van dit gezegde duidelijk gevoelen!
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1179" href="#d0e1179src" class="noteref">3</a></span> <i>La Metromanie</i>, een van de beste Blijspelen van het <i>Fransche</i> tooneel, is van dezen schrijver.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1213" href="#d0e1213src" class="noteref">4</a></span> <i>Castor</i> en <i>Pollux</i> is &#8217;er de voornaamste van, en wordt gehouden voor een <i>classiek</i> stuk der <i>Fransche</i> muzijk van dien tijd.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1263" href="#d0e1263src" class="noteref">5</a></span> Hier rust <span class="smallcaps">Jan le Menestrier</span>, in het zeventigste <a id="d0e1268"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1268">43n</a>]</span>jaar zijn&#8217;s ouderdoms zette hij den voet in den stijgbeugel, om na den hemel te gaan.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e1309" class="div1">
+<h2>Derde Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Lyon</i>, 28 <i>Julij.</i>
+
+</p>
+<p>Wij vertrokken, den 22. dezer, &#8217;s morgens om vijf uren van <i>Dyon</i>, met twee rijtuigen, op twee wielen; ieder met een paard bespannen, zoo als de <a id="d0e1324"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1324">38</a>]</span>koetskarren in <i>Bataafsch Braband</i>; men noemt die hier <i>Carioles</i>; in elk zouden drie personen, en de voerman, bekrompen kunnen zitten; doch dan moet men ook geen bagage hebben. Wij betaalden
+voor deze twee rijtuigen &pound;50&#8211;:&#8211;: alle onkosten voor rekening van den voerman tot <i>Chalons sur Saone</i>. <i>Dyon</i> en <i>Chalons</i> zijn langs den gewonen weg, 8&frac34; posten van elkanderen. Na omtrent anderhalf uur gereden te hebben, kwamen wij aan dat vermaarde
+<i>Clos de Vougeot</i> waaraan een lekkerbek nooit zonder watertanden denken kan. De wijn die hier groeit, en die onder den naam van <i>Clos de Vougeot</i> bekend is, wordt voor de fijnste gehouden, die in <i>Bourgondie</i> wast. Zijn naam wordt ontleend van <i>clos</i>, een besloten plaats, (want de wijngaard is met een muur omringd), en <i>Vougeot</i>, de naam van het dorpje, daar dezelve onder gelegen is. In deze besloten plaats staat ook een fraai gebouw, dat men <i>le pressoir</i> noemt. De druiven worden hierin getreden, geperst enz. Deze wijngaard, benevens het dorpje en me&ecirc;r andere plaatsen hier omstreeks,
+behoorde voor de omwenteling aan de beruchte <i>Bernardijner</i> Abdij van <i>Citeaux</i>; de rijkdom en bezittingen in landgoederen van deze zich noemende godvruchtige kluizenaars (<i>pieux solitaires</i>), was grooter dan die van sommige aanzienlijke Vorstendommen. Zij teelden doorgaans me&ecirc;r wijn in &eacute;&eacute;n herfst, dan &#8217;er in menige
+stad in <i>Frankrijk</i> in een gansch jaar gebruikt wordt. Behalve den wijn, leverde deze Abdij nog andere aanzienelijke voortbrengsels op, <a id="d0e1371"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1371">39</a>]</span>als Kardinalen, Pausen,<a id="d0e1373src" href="#d0e1373" class="noteref">1</a> Heiligen en wat al niet me&ecirc;r.... De Abt van <i>Citeaux</i> had het gewone regtsgebied over de vier eerste Abdijen van zijne Orde; hij was de opperste (<i>Superieur General</i>) van al de Abdijen en Kloosters, tot die orde behoorende; als mede van eenige Militaire Orden in <i>Spanje</i> en <i>Portugal</i>. In de Vergadering der Staten van <i>Bourgondi&euml;n</i>, volgde hij in rang op de Bisschoppen; hij was ook eerste Raadsheer in het Parlement van <i>Bourgondi&euml;n</i>; kort&ouml;m, hij was al een heele groote sinjeur. Deze geestelijke Vader liet zich dan op zijne grootheid al vrij wat voorstaan,
+en hield geen geringen stoet. Men oordeele over de verkwisting van de Monniken van <i>Citeaux</i>, en de zorg, om hunne kelders wel te voorzien; (want dit was het voornaamste, met geleerdheid braken zij hun hoofd zeer weinig);
+hun voornemen was, om van het pershuis in de <i>Clos de Vougeot</i> af, tot in hunne kelders toe, looden buizen onder den grond doorloopende te leggen, om door deze kanalen den wijn in die
+ruime gewelven te doen stroomen; en dit pershuis is bijna twee uren van de Abdij af gelegen. Thans is dat voorheen zoo aanzienelijk
+gebouw, gedeeltelijk gesloopt, het lag midden in een schoon bosch, dat wij van verre zagen. Dat <i>Clos de Vougeot</i>, dat 360 <i>arpens</i><a id="d0e1419src" href="#d0e1419" class="noteref">2</a> <a id="d0e1425"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1425">40</a>]</span>groot is, behoort thans aan de Bankiers <span class="smallcaps">Tourton</span> en <span class="smallcaps">Ravel</span> te <i>Parijs</i>. Die wijn word zelfs hier op de plaats voor &pound;6&#8211;:&#8211;: de fles verkogt. Eer wij van deze Abdij afstappen, nog een woordje over
+deszelfs patroon, de Heilige <span class="smallcaps">Bernardus</span>; hij werd te <i>Fontaine-lez-Dyon</i>, een half uurtje van <i>Dyon</i>, in het laatst van de elfde eeuw geboren, was slim, ondernemend en welsprekend; en had daar door zelfs ook aan het hof, veel
+invloed; hij was een voorname aanstoker van de kruisvaarten, en de stichter van 1800 mans- en 1400 vrouwen-kloosters. Zeker
+<i>Fransch</i> schrijver zegt van hem: &#8221;<i>Dix hommes comme</i> <span class="smallcaps">St. Bernard</span>, <i>auroient depeupl&eacute; le monde</i>.&#8221;<a id="d0e1457src" href="#d0e1457" class="noteref">3</a>
+
+</p>
+<p>Omstreeks half acht kwamen wij te <i>Nuys</i> of <i>Nuits</i>, en stapten daar af, om te ontbijten; het was zoo koud, dat men vuur voor ons aanmaakte. De wijn, die hier tegen den berg
+groeit, aan wiens voet het stadje ligt, is ook zeer beroemd, en heeft zijne eerste vermaardheid te danken aan eene ziekte,
+van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. in 1680. De Geneesheeren moesten den geschiktsten wijn kiezen, om de krachten van den zieken te herstellen, en vonden
+daartoe den ouden wijn van <i>Nuits</i> het beste. Sedert dien tijd, is die wijn, die te voren in het land zelve werd gebruikt, sterk gezocht, over&auml;l na toe verzonden
+geworden; en daar door, natuurlijker wijze, aanmerkelijk in <a id="d0e1477"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1477">41</a>]</span>prijs gestegen. Het bovenste gedeelte van den berg, waar tegen hij groeit, is anders schraal en onvruchtbaar.
+
+</p>
+<p>Hoewel het nog vroeg was, konden wij niet nalaten, om van dezen lekkeren wijn te proeven, te me&ecirc;r, daar men ons verzekerd
+had, dat wij ze in de Herberg, waar wij afgetreden waren, echt konden krijgen; &#8217;er moest dan een fles van zijn bij ons ontbijt,
+dat bestond in koud vleesch en brood; wij vonden ze zeer goed; maar moesten &#8217;er ook &pound;3&#8211;:&#8211;: voor betalen. Het spijt mij, dat
+ik den naam van de Herberg vergeten heb; want zoo gij, of iemand van onze kennissen, in dit land mogt komen, zou ik ulieden
+raden, om &#8217;er aanteleggen; niet alleen om goeden wijn te drinken, maar omdat de vrouw, eene bejaarde matrone, zeer vriendelijk
+en geschikt is. Het is een groot huis, bij het inkomen van het plaatsje, en men kan aan den bo&ecirc;l zien, dat het lieden zijn,
+die &#8217;er wel inzitten. Wij wandelden het stadje door, doch zagen &#8217;er niets bijzonders. Men had ons verteld, dat de vrouwen
+hier zeer weinig boezem hebben, en voor zoo ver ik &#8217;er in &#8217;t voorbijgaan over oordeelen kon, is deze aanmerking niet geheel
+ongegrond. Hier van daan ook het versje, dat ik uit den mond van een <i>Bourgondi&euml;r</i> heb opgeschreven:
+
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span><i>Nuits, ville sans renom,</i>
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span><i>Rivi&egrave;re sans poisson,</i>
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span><i>Montagnes sans buissons,</i>
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span><i>Justice sans raison,</i>
+<a id="d0e1501"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1501">42</a>]</span></span></p>
+<p class="line" style=""><span><i>Filles sans tetons,</i>
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span><i>Mais le vin est bon.</i></span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Het riviertje <i>Musain</i> stroomt voorbij de stad; dit riviertje neemt zijn&#8217; oorsprong niet ver van hier aan den voet van den berg van <i>Vergi</i>; voorheen stond &#8217;er op dezen berg een Kasteel van dien naam. Het bekende en verschrikkelijke Treurspel, <i>Gabrielle de Vergi</i><a id="d0e1519src" href="#d0e1519" class="noteref">4</a>, dat in het <i>Hollandsch</i> is overgezet, is van daar afkomstig.
+
+</p>
+<p>Het was goed weder, wij wandelden vooruit, en lieten de rijtuigen volgen. Aan de regterhand heeft men altijd de ketens van
+heuvelen, die men <i>la Cot&eacute; d&#8217;Or</i> noemt, op een&#8217; zekeren afstand van den weg. Langs die heuvels ligt eene menigte dorpen, zoo digt, dat zij hier en daar aan
+elkanderen raken. Alles, wat men onder tegen die heuvelen en in de vlakte ziet, zijn wijngaarden; en hier en daar wat <i>Ma&iuml;s</i>, ook bij ons <i>Turksche</i> Tarw genaamd; aan de linkerhand was het redelijk goed korenland. Het Departement de <i>la C&ocirc;te d&#8217;Or</i>, hoewel vruchtbaar in wijn, levert anders niet veel koren op, en de grond is &#8217;er op vele plaatsen in &#8217;t geheel niet toe geschikt,
+en zelfs hier en daar zeer onvruchtbaar. Aan den anderen kant van <i>Dyon</i>, van <i>Parijs</i> komende, vond <a id="d0e1559"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1559">43</a>]</span>ik, dat het graan, zoo tarw, als haver en garst, zeer kort en mager stond. De schrale grond, en geringe bemesting is hier
+zeker veelal de oorzaak van; doch de boeren verergeren het nog, door misschien een derde zaadkoren te veel op de akkers te
+werpen. Ik sprak hier met een inwoner van dit land over, en hij moest bekennen dat ik gelijk had. De gronden zijn veel&auml;l krijtachtig,
+naar het mij toescheen; sommigen zijn geheel rood door de roode aarde waarmede zij doormengd zijn, en anderen zijn keiachtig
+en vol kleine steentjes; deze is zeer geschikt voor den wijn. Boekweit, die hier denkelijk wel zou groeijen, heb ik &#8217;er niet
+gezien; ik geloof ook dat &#8217;er de rogge, althans op de meeste gronden, die ik zag, beter zou groeijen, dan de tarwe; hier en
+daar scheen men dat ook te begrijpen, doch het beteekende niet veel. De <i>Franschen</i> houden van geen roggenbrood. Wat de konstweiden aangaat, deze bestaan meestal in Lucerne klaver; <i>Bourgondi&euml;n</i> levert ook veel schapen op.
+
+</p>
+<p>De weg was vooral door den aanhoudenden regen, zeer slecht. Hij is niet bestraat, maar met kleine keitjes opgeworpen, en het
+draven in onze karretjes, hoewel de bankjes nog al op riemen hingen, was ongemakkelijk; wij gingen dan veel te voet, en zagen
+daar door de landstreek des te beter.
+
+</p>
+<p>Het was omtrent elf uren, toen wij te <i>Beaune</i> kwamen; hier gingen wij onzen Wijnkooper, met wien wij op den Postwagen van <i>Parijs</i> naar <i>Dyon</i> kennis gemaakt hadden, opzoeken; doch hij <a id="d0e1580"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1580">44</a>]</span>was uit de stad. Daar onze voerlieden verzocht hadden, om hier hunne paarden een paar uren te laten rusten, hadden wij den
+tijd, om het stadje te bezigtigen: het ziet &#8217;er nog al levendig en welvarende uit, doch wij vonden &#8217;er niets bijzonders. De
+inwoners worden voor zeer dom en onverstandig gehouden, waarom men hun den naam gegeven heeft van <i>les anes de Beaune</i><a id="d0e1584src" href="#d0e1584" class="noteref">5</a>. Zoo het waar is dat zij dezen naam verdienen, is het niet te verwonderen; want &#8217;er waren voor de omwenteling in deze, stad,
+die men op omtrent zes duizend inwoners begrootte, agt &agrave; negen zoo Mans- als Vrouwen-Kloosters, waar onder een Abdij van <i>Bernardiner</i> Nonnen, en een half uurtje van de stad lag nog een <i>Carthuizer</i> Klooster. <i>Bourgondi&euml;n</i>, en vooral dit gedeelte, was voorheen een regt Monnikenland; geen wonder, &#8217;er groeit goede wijn, en die snaken zijn doorgaans
+liefhebbers van een druifje te pikken. Ook is &#8217;er in <i>Beaune</i> een Gasthuis voor zieke <a id="d0e1620"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1620">45</a>]</span>en oude lieden, door <span class="smallcaps">Nicolas Rollin</span>, Kanselier van onzen Graaf <span class="smallcaps">Philippus</span> van <i>Bourgondi&euml;n</i> gesticht. Het wordt ook door Nonnen bediend; doch deze doen slechts geloften voor &eacute;&eacute;n jaar, en dat kan &#8217;er immers nog al
+door. Men heeft die goede zusters, na de omwenteling in <i>Frankrijk</i>, ook bijna overal in wezen gelaten. Koning <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XI, aan wien men dit Gasthuis liet zien, zeide, van den stichter sprekende: &#8220;Het is zeer billijk, daar hij zoo veel armen
+gedurende zijn leven gemaakt heeft, dat hij voor zijn dood een huis heeft doen bouwen, om ze te herbergen.&#8221;
+
+</p>
+<p>De stad, die, onder verscheidene Hertogen, het verblijf van het Hof <span id="d0e1639" class="corr" title="Bron: ws">was</span>, is met wallen, muren en grachten omringd; zij zijn zeer vervallen. Na de zamenzwering van den Marschalk <span class="smallcaps">Charles de Biron</span>, die den 31 Julij 1602 in de Bastille onthoofd is, deed <i>Hendrik</i> de IV. het Kasteel van <i>Beaune</i>, dat voor een van de beste van de Provintie gehouden werd, ontmantelen.
+
+</p>
+<p>Men had ons een herberg in de voorstad, naar den kant van <i>Chalons</i>, aangewezen, waar wij goeden wijn moesten vinden; want de wijn van <i>Beaune</i> is ook zeer beroemd. Hier gingen wij ter loops het middagmaal nemen, en troffen &#8217;er in de daad zeer goeden wijn aan. Na den
+maaltijd wandelden wij voort langs eenen aangenamen weg tot boven <i>Vollenai</i>, een Dorp, waarvan de wijnen ook waardig gekeurd worden, om, op de tafels der rijken, een voorname plaats te bekleeden. Op
+eene hoogte hier omtrent <a id="d0e1662"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1662">46</a>]</span>heeft men een zeer schoon gezigt. Men wees ons het Dorp <i>Pomare</i>, waar van de wijnen ook tot den wel voorzienen kelder van een echten liefhebber behooren; te <i>Meursault</i>, waar wij door kwamen, en dat nog al een gnap dorp is, vonden wij goed, om eens aanteleggen, wij dronken daar een fles witten
+wijn van 1790, die lekker was, maar wij moesten &#8217;er ook &pound;4&#8211;:&#8211;: voor ne&ecirc;rtellen. Men teelt &#8217;er goeden wijn. Hier verlaat men
+<i>la C&ocirc;te d&#8217;Or</i> en het fijne wijnland. Het bijgaande gezigtje zal u een denkbeeld geven van de aangename ligging van een gedeelte dezer kostelijke
+wijnbergen.
+
+</p>
+<p>De weg tusschen dit dorp en <i>Chalons</i> is fraai, aangenaam en wel beplant; de toegangen van die stad zijn gansch niet onbevallig; &#8217;s avonds te half zes kwamen wij
+&#8217;er aan. Dit word <i>Chalons sur Saone</i> genaamd, in onderscheiding van een ander <i>Chalons sur Marne</i>. Wij waren dan ook in het Departement van <i>Saone et Loire</i><a id="d0e1686src" href="#d0e1686" class="noteref">6</a>; namen onzen intrek in <i>l&#8217;Hotel des trois Fesans</i>; bestelden het avondmaal en gingen wandelen. Ik stond verwonderd over de fraaije kaai, die men hier langs de rivier heeft,
+en de schoone gebouwen, die men daar ziet; het gezigt van dezelve is ook zeer aangenaam. In de vaart die hier gemeenschap
+heeft met de rivier, wijst men den <a id="d0e1698"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1698">47</a>]</span>vreemdelingen de sluizen als iets bijzonders aan; voor ons was dat niets nieuws. Van de Stad gaat men over eene fraaije steenen
+brug naar de voorstad <i>Saint Laurent</i>, aan den anderen kant van de <i>Saone</i>. Die brug is aan beide zijden versierd met vier Piramiden, welken dienen, zoo ik meen, om &#8217;er lantaarns tusschen te hangen.
+De voorstad <i>Saint Laurent</i> is een eiland, rondom door de <i>Saone</i> bespoeld. <span class="smallcaps">Gontran</span> Koning van <i>Orle&auml;ns</i> en <i>Bourgondi&euml;n</i>, die te <i>Chalons</i> zijn verblijf hield, stichtte op dit eiland een Abdij omtrent het jaar 590; thans dient zij voor een Hospitaal. Rondom is
+een fraaije en lommerrijke wandeling, van waar men een aangenaam gezigt heeft over de rivier en de omliggende landouwen.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vi004.jpg" alt="Mursault."><p class="figureHead">Mursault.</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1373" href="#d0e1373src" class="noteref">1</a></span> <i>Citeaux</i> heeft vier Pausen opgeleverd, als <span class="smallcaps">Eugenius</span> III, <span class="smallcaps">Gregorius</span> VII, <span class="smallcaps">Celestinus</span> IV, en <span class="smallcaps">Benedictus</span> XII.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1419" href="#d0e1419src" class="noteref">2</a></span> Een <i>arpent</i> is omtrent een vierde deel van een morgen lands.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1457" href="#d0e1457src" class="noteref">3</a></span> Tien menschen, als <span class="smallcaps">St. Bernard</span>, zouden de wereld ontvolkt hebben.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1519" href="#d0e1519src" class="noteref">4</a></span> <span class="smallcaps">De Belloi</span>, een van de veertig van de <i>Fransche</i> Academie, is &#8217;er schrijver van. De Treurspelen <span class="smallcaps">Zelmire</span>, <span class="smallcaps">Gaston</span> en <span class="smallcaps">Bayard</span>, die insgelijks in onze taal zijn overgezet, en nog drie anderen, zijn mede van hem.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1584" href="#d0e1584src" class="noteref">5</a></span> De Ezels van <i>Beaune</i>. <span class="smallcaps">Piron</span>, daar ik u hier voor van gesproken heb, een pik tegen die van <i>Beaune</i> hebbende, had gewed dat hij binnen een zeer korten tijd honderd puntdichten (<i>Epigrammes</i>) tegen hun zou maaken, en hield zijn woord. Eens te <i>Beaune</i> in het openbaar sprekende, riepen de toehoorders: &#8220;Wij verstaan u niet;&#8221; willende dat hij harder zou spreken, en <span class="smallcaps">Piron</span> antwoordde: &#8221;<i>Ce n&#8217;est pourtant pas faute d&#8217;oreilles</i>,&#8221; het is toch niet bij gebrek van ooren; deze kwinkslag werd hem niet vriendelijk afgenomen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1686" href="#d0e1686src" class="noteref">6</a></span> Naar men mij verzekerde, is men thans bezig om door een bevaarbaar kanaal, deze twee rivieren met elkanderen gemeenschap te
+doen hebben, en dus ook den <i>Oce&auml;an</i> met de <i>Middellandsche Zee</i>.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e1728" class="div1">
+<h2>Vierde Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Lyon, 30 Julij.</i>
+
+</p>
+<p>De schuit, waarmede wij, den volgenden dag, 23 dezer, van <i>Chalons</i> naar <i>Lyon</i> vertrekken moesten, voer eerst &#8217;s middags om twaalf uren af; ik had dus nog tijd, om <i>Chalons</i> doorteloopen, <span id="d0e1746" class="corr" title="Bron: daar">waar</span> ik blijde om was; want het zag &#8217;er hier levendig en vrolijk uit, en beviel mij dus wel. Met genoegen zag ik de puinhoopen
+van verscheidene Kloosters, die men had afgebroken, hoe zeer dit anders niet sierlijk staat. <a id="d0e1749"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1749">48</a>]</span>De overige Kerken schenen niets bijzonders opteleveren. Wij zouden de kermis bij hebben kunnen wonen, als wij een paar dagen
+vroeger waren gekomen; de kramen en lootsen stonden &#8217;er nog, digt bij de poort, waar men van den kant van <i>Dyon</i> inkomt, en hier naar te oordeelen, scheen zij nog al aanmerkelijk geweest te zijn. <i>Chalons</i> drijft zeer veel handel, voornamelijk in granen en wijn. &#8217;Er zijn ook eenige koussen- en hoeden-fabrieken; men vindt &#8217;er
+vele welgestelde Ingezetenen. Het getal der inwoners word op omtrent 12,000 begroot. Deze stad en de omliggende landstreek,
+draagt ook roem op de schoonheid harer vrouwen, en de vriendelijkheid der mannen, bijzonder tegen vreemdelingen; en ik vind
+dit in het een en ander opzigt niet geheel zonder grond. Onze Hospes, onder anderen, was een allerbeleefdst en vriendelijk
+man, hoewel wij maar kort bij hem verbleven en geene groote verteringen maakte<span id="d0e1757" class="corr" title="Bron: ">.</span> De menschen zien &#8217;er ook over het algemeen frisch en gezond uit; kortom, <i>Chalons</i> is een aangename plaats, en <i>Les trois Fesans</i> een goede Herberg. Bij het dorp <i>Presty</i>, niet ver van deze stad gelegen, vindt men loodmijnen.
+
+</p>
+<p>Deze streek, die voorheen tot de <i>Gaulen</i> behoorde, schijnt bewoond geweest te zijn door een der oudste volkeren op de aarde bekend. Dit althans schijnt zeker, dat
+de <i>Insubri&euml;nsen</i>, wier vestiging in <i>Itali&euml;</i> veel ouder is dan de grondslag van <i>Rome</i>, en misschien zelfs dan de aankomst van En&eacute;as in <a id="d0e1783"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1783">49</a>]</span><i>Latium</i>, een deel uitmaakte van de <i>&AElig;duensen</i>, een Volk vermaard in de geschiedenis, en de eerste waar van dezelve melding maakt, als bewonende dat gedeelte van <i>Frankrijk</i>; waar thans de stad <i>Autun</i>, tot dit Departement behoorende, staat; deze stad, die men wil, dat toen <i>Bibracte</i> genaamd was, bezit ook nog verscheidene overblijfsels van oudheden, en ik had wel lust, om die te gaan zien, doch het was
+wat te ver buiten onzen weg.
+
+</p>
+<p>Tegen den middag begaven wij ons scheep, na alvorens aan het <i>Bureau</i> (bij den Commissaris) &pound;6&#8211;:&#8211;:. betaald te hebben voor ieder persoon; dit is de vracht op de beste plaats, een soort van roef,
+van <i>Chalons</i> naar <i>Lyon</i>. Wij waren met me&ecirc;r dan zestig personen in en op deze schuit, die men hier <i>la Diligence</i> noemt; behalve nog vrij wat koopmansgoederen en bagaadje. Op de rivier zijnde, levert <i>Chalons</i>, ook eene aangename vertooning op; ik bleef &#8217;er zoo lang mogelijk op turen, en zou verkozen hebben, om boven op te blijven
+zitten; doch de wind was zoo koud, dat ik het niet durfde wagen. De schippers, op deze rivier, zijn meestal frissche stevige
+kerels. De opperste van onze schuit werd <i>Patron</i> genaamd; zij spreken onder elkanderen eene taal, die men <i>patois</i> noemt, en die ik niet verstond; hier en daar komen &#8217;er woorden in, die eenige overeenkomst hebben met het <i>Italiaansch</i>. De stroom van deze rivier is niet sterk, en men kan dezelve dus, zonder veel moeite, <a id="d0e1825"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1825">50</a>]</span>zoo wel op als afvaren. Wij voeren ze af, en hadden vier paarden noodig, om dat de wind tegen was, op sommige plaatsen is
+het zoo ondiep, dat wij over het zand sleepten. Daar aan de boorden van de <i>Saone</i> niet veel te zien was, gingen wij het middagmaal houden; hebbende koud vleesch, vruchten en wijn mede genomen. Onder de personen,
+die zich in de schuit bevonden, troffen wij ook weder onzen Wijnkooper van <i>Ma&ccedil;on</i> aan, met wien wij reeds van <i>Parijs</i> naar <i>Dyon</i> gereisd hadden. Te <i>Tournus</i>, een stadje half weg <i>Chalons</i> en <i>Ma&ccedil;on</i>, zeer aangenaam aan den regter oever van de <i>Saone</i> gelegen, zagen wij eene fraaije brug over die rivier, zijnde onder steen en boven hout; doch in een&#8217; smaak gemaakt, dat men
+ze op een&#8217; zekeren afstand voor geheel steen zou aanzien. Sedert de 9de eeuw bestond hier een voorname Abdij van <i>Benedictijner</i> Monniken, tot dat de Kardinaal <span class="smallcaps">de la Rochefoucauld</span>, die &#8217;er Abt van was, dezelve deed <i>seculariseeren</i>, en &#8217;er een Kanonniken Kapittel van maakte.
+
+</p>
+<p>Dit plaatsje schijnt nog al eenigen handel te drijven. Niet ver van hier zag ik, aan den oever van de rivier, een <i>Ma&ccedil;onnois</i> boerinnetje, met een aardig klein rond zwart hoedje op, dat de bijzondere mode van dat land is, al spinnende en zingende
+haar koeijen hoeden. Van <i>Parijs</i> af hadden wij niet anders dan rood rundvee gezien, aan deze kanten is het geel&auml;chtig wit.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds om half acht kwamen wij te <i>Ma&ccedil;on</i>, <a id="d0e1873"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1873">51</a>]</span>omtrent elf <i>Fransche</i> mijlen van <i>Chalons</i> gelegen, en de Hoofdstad van dit Departement, hoewel kleiner en minder bevolkt dan <i>Chalons</i>; waarom de inwoners van die plaats ook zeer te onvreden zijn, dat men aan dezelve de voorkeur niet gegeven heeft; vooral
+ook, omdat <i>Chalons</i> me&ecirc;r in het midden van het Departement liggende, beter geschikt schijnt tot eene Hoofdplaats, daar hetzelve het verblijf
+is van den Prefect en de voorname regtbank van het Departement.
+
+</p>
+<p><i>Ma&ccedil;on</i> doet zich op eene aangename wijze op. Zij ligt aan de helling van eene hoogte<a id="d0e1891src" href="#d0e1891" class="noteref">1</a>, en heeft een fraaije kaai en eene steenen brug, op dertien bogen, over de <i>Saone</i>: door middel van deze brug heeft zij gemeenschap met het Departement <i>de l&#8217;Ain</i>; voorheen dat gedeelte van <i>Bourgondi&euml;n</i>, dat men <i>la Bresse</i> noemde. Immers, Vriend! hebben onze achtingwaardige Vaderlandsche schrijfsters, <span class="smallcaps">E. Wolff</span> en <span class="smallcaps">A. Deken</span>, te <i>Bourg</i>, de hoofdplaats van dat Departement, gewoond; en aldaar hare <i>Wandelingen door Bourgondi&euml;n</i> geschreven. Met een dankbaar gevoel dacht ik hier aan die kundige vrouwen; zij hebben toch veel tot de verlichting en aankweeking
+der goede smaak bijgedragen. Hare <i>Sara Burgerhart</i> is geheel oorspronkelijk en vol geest; het is een meesterstuk, <a id="d0e1924"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1924">52</a>]</span>en wordt daar zelfs bij vreemdelingen voor gehouden; hoewel het voor hun, wijl zij met de karakters, die &#8217;er zoo natuurlijk
+in geteekend worden, niet genoegzaam bekend zijn, die waarde niet kan hebben, die het voor ons heeft. Het is in het <i>Fransch</i>, en zoo ik mij niet bedrieg, ook in het <i>Hoogduitsch</i> overgezet.
+
+</p>
+<p>Terwijl het nog licht was, wandelde ik langs de kaai, want dit is het voornaamste, dat hier te zien is. Op hetzelve staan
+fraaije gebouwen, en onder anderen een welgebouwd Stadhuis; in een van de vleugels is de Schouwburg. Inwendig beteekent de
+stad niet veel; zij is onregelmatig gebouwd, en de straten zijn naauw. Op de brug, die 300 treden lang en 6 breed is, heeft
+men een allerliefst gezigt op de rivier, en bijzonder op een bevallig gelegen eiland. Het is aangenaam beplant, en &#8217;er is
+een weide op, die bij zekere gelegenheden dient tot de viering van Feesten. Zeker <i>Fransch</i> schrijver, die &#8217;er toch ook al uitermate door verrukt moet geweest zijn, zegt: <i>&#8220;Cest un vrai tableau de l&#8217;Albane, Cette &icirc;le enchanteresse semble jet&eacute;e sur le globe, pour &ecirc;tre digne de contenir &eacute;galement
+le temple des Dieux, les danses des mortels et le tombeau des grands hommes. l&#8217;Imagination les lui pr&ecirc;te, quand l&#8217;&#339;il la consid&egrave;re,
+et tout homme devient po&egrave;te, s&#8217;il touche &agrave; ses rives parfum&eacute;es.&#8221;</i><a id="d0e1939src" href="#d0e1939" class="noteref">2</a>
+<a id="d0e1947"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1947">53</a>]</span></p>
+<p>Op mij heeft het die uitwerking niet gehad, en ik heb me&ecirc;r dan eens in ons Vaderland plaatsen gezien, die ik bekoorlijker
+vond, dan deze. Oordeel zelve uit het gezigtje, dat ik u hier bij zend, en dat wel gelijkende is.
+
+</p>
+<p>Onze reisgenoot, de Wijnkooper, liet niet af, of wij moesten bij hem komen, en hij deed ons van zijn besten wijn drinken.
+Hij had een gnap huis, en ruime kelders; en pakhuizen, die wij van den eenen kant tot den anderen moesten doorloopen. De wijn
+van <i>M&acirc;con</i> is smakelijk, en wordt voor gezond gehouden; deeze stad drijft daar in dan ook veel handel, vooral met <i>Parijs</i> en <i>Lyon</i>; en deze twee steden gebruiken &#8217;er een aanmerkelijk gedeelte van. Wij hadden onzen intrek genomen <i>au grand Hot&egrave;l du Sauvage</i>, alwaar wij s&#8217;avonds aan tafel zittende, zeer lastig gevallen werden, door verscheidene koopvrouwen in messen, scharen en
+diergelijk tuig, dat voornamelijk te <i>Moulins</i>, hoofdplaats van het Departement <i>&#8217;Allier</i>, voorheen <i>le Bourbonnois</i>, gemaakt wordt. <span class="smallcaps">St. Louis</span> in 1248 vertrekkende, om een&#8217; kruistogt te ondernemen, kocht in &#8217;t voorbijgaan het Graafschap <i>M&acirc;con</i>. Van de vermaarde Abdij der <i>Benedictijner Cluny</i>, voorheen een der aanmerkelijkste <a id="d0e1982"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1982">54</a>]</span>van <i>Frankrijk</i>, en niet verre van deze stad gelegen, zal ik u niets anders zeggen, dan dat hunne Boekerij, die aanzienelijk was, en waar
+onder werken van waarde, door de Protestanten in de 16de eeuw verbrand werd. Deze verkeerde ijver heeft eene aanmerkelijke
+schade aan de letterkunde toegebragt; want men moet tot lof van de <i>Benedictijnen</i> zeggen, dat zij de wetenschappen beoefenden en bewaarden, toen die voor een groot deel der wereld verloren waren.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vi005.jpg" alt="Ma&ccedil;on."><p class="figureHead">Ma&ccedil;on.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Den 24 dezer, &#8217;s morgens om vijf uren, verlieten wij <i>M&acirc;con</i>; over ons Logement waren wij wel te vreden; het is een groot en fraaij gebouw, &#8217;er zijn zelfs baden in. Behalve onzen Wijnkooper,
+was &#8217;er nog een ander tamelijk bejaard Heer uitgegaan, met een Dametje, die &#8217;er onder weg was ingekomen, en welke, &#8217;er vrij
+galant uitzag. De Heer, die een sukkelaar scheen, had ons wel verteld, dat hij te <i>Lyon</i>, waar hij van daan kwam, een pro&ccedil;es, en onder weg zijne beurs had verloren; hij had ook gisteren zijn horologie op een bank,
+beneden in de schuit, laten liggen, en was naar boven gegaan; doch iemand die het vond, was eerlijk genoeg, om het hem wederom
+te geven; en dit een en ander leverde stof op tot een gesprek, over de onachtzaamheid van dezen man; doch m&ecirc;er wisten wij
+noch de meeste andere reizigers niet van zijne omstandigheden af; doch eene vrouw, die te <i>M&acirc;con</i>, en met onzen onachtzamen man, bekend scheen, en ook den vorigen <a id="d0e2005"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2005">55</a>]</span>dag veel met hem gesproken had, verhaalde ons nu, dat hij niet alleen het ongeluk had van zijn pro&ccedil;es en zijne beurs te verliezen,
+maar dat hij bovendien zijne vrouw, die eenigen tijd geleden, met een jong Officier was weggeloopen, in deze schuit wederom
+gevonden had; zijn vrouw was dat Dametje, dat &#8217;er onder weg ingekomen was. Een ander persoon, die ook te <i>Ma&ccedil;on</i> bekend scheen, bevestigde het gezegde van die vrouw, en wij herinnerden ons nu wel, dat het Dametje boven op de schuit zijnde,
+zeer vrolijk en spraakzaam was, doch zoodra zij beneden kwam, waar onze ongelukkige zat, stil en afgetrokken scheen. Doch
+beiden hadden echter zoo wijs geweest van zich stil te houden, zoodanig, dat het gezelschap van de verwijdering, die &#8217;er tusschen
+hun plaats had, niet gewaar werd, uitgenomen de twee lieden, die hun kenden, en het ons daar na verhaalden. Nu werd &#8217;er op
+rekening van die lieden, en vooral van de vrouw wat afgedaan; en dit gaf niet weinig aanleiding tot lagchen en spotten, want
+de <i>Franschen</i> van de zoogenaamde <i>bon ton</i>, of die ze na&auml;pen, vooral die van <i>Parijs</i> of van de groote steden, achten de huwelijkstrouw eene loutere beuzeling, vinden het onwellevend en gemeen, om daar eenige
+waarde aan te hechten, en scheren &#8217;er dus gaarne de gek mede; ieder kraamt dan zijne geestige trekken uit. Zelfs op de voorname
+Tooneelen van <i>Parijs</i>, daar men zoo naauw gezet schijnt omtrent het welvoegelijke, maakt men de huwelijkstrouw gedurig bespottelijk. In de volksliederen,
+<a id="d0e2022"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2022">56</a>]</span>die men aan alle hoeken van de straten hoort, en in de prenten, die men openlijk te koop ziet hangen, gaat het niet beter;
+geen wonder, zulke waar heeft aftrek; doch dat de goede orde en het wezenlijk geluk van de Maatschappij hier door bevorderd
+wordt, kan ik niet geloven; en mij dunkt, dat &#8217;er onze ouderwetsche, zoogenaamde stijve <i>Hollanders</i>, in dat opzigt beter achter zijn, en daar door dan ook vrij wat meer huisselijk genoegen, en dat is toch het ware, smaken.
+
+
+</p>
+<p>Dit voorval van den Heer B..... en zijn vrouw, van <i>M&acirc;con</i>, want zij werden met naam en toenaam genoemd, heeft mij hier eene uitweiding doen maken; doch mij dacht, dat kwam zoo eens
+in het rijm te pas, en waarom zou ik het &#8217;er dan niet bij voegen.&#8212;Nu weder aan mijn reisverhaal. De wind was gaan leggen en
+het weder zacht, zoo dat ik boven op kon gaan zitten. De gezigten tegen de bergen, waar de wolken tusschen hingen, en tegen
+de heuvels met wijngaarden beplant, langs de boorden van de <i>Saone</i>, waren alleraangenaamst. Onze schippers zeiden ook, dat dit hangen van de wolken tusschen de bergen een zeker voorteeken
+was van regen, en voegden &#8217;er nog bij dat het tegen den avond zou donderen, en gij zult straks hooren, dat zij het geraden
+hebben.
+
+</p>
+<p>Hier moet ik u een opmerkingwaardigen trek van vriendschap, tusschen twee honden, die wij aan boord hadden, verhalen. De eene
+was vrij groot en een bastaardsoort van den herders hond, de andere <a id="d0e2037"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2037">57</a>]</span>was een mopsje of steendoggetje; beiden waren van het mannelijk geslacht, en behoorden aan onzen schipper, die &#8217;er veel werk
+van scheen te maken. Ik had al opgemerkt, dat zij vrienden schenen, want zij aten zelfs van eene schotel zonder morren, en
+de schipper verhaalde mij ook, dat zij bijzonder aan elkander gehecht waren; dit wierd weldra bevestigd. Zij speelden met
+elkander op den kant van de schuit, en ziet, de groote viel in het water en zwom naar den wal, terwijl het kleintje door schreeuwen
+en blaffen zijn leed en ongerustheid te kennen gaf, dreigende gedurig, om ook in het water te springen. Te vergeefs zocht
+de schipper het te stillen, eindelijk zette hij het in de rivier en het zwom naar den kant, zoodra wierd de groote het niet
+gewaar, of hij zwom het te gemoet, en trachte zijn&#8217; kleinen vriend te helpen en te ondersteunen; aan land komende, toonden
+zij, ieder om het meest, hunne blijdschap en het springen en vrolijk blaffen, duurde een geruime poos, en nu volgden zij te
+samen de schuit tot de naaste plaats, waar wij moesten aanleggen.&#8212;Zouden de dieren, vooral dit soort, wel zoo redeloos zijn
+als men vrij algemeen veronderstelt; en welke zijn de juiste grenspalen tusschen de rede en het ingeschapen gevoel (<i>instinct</i>)&#8212;is dat alles wel zoo duidelijk als wij ons verbeelden, wanneer wij &#8217;er zoo oppervlakkig aan denken? De dieren handelen regelmatiger
+en meer eenvormig dan wij zoogenaamde beschaafde menschen; hoe gering zijn ook hunne behoeften; en handelen <a id="d0e2042"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2042">58</a>]</span>sommige zoogenaamde wilde en onbeschaafde volkeren, wier behoeften zeer gering zijn, ook niet vrij regelmatig en eenvormig?&#8212;Maar
+deze zijn voor beschaving vatbaar.&#8212;Kan men dit van de dieren ook niet zeggen, en komt alles dan niet op eene meerder en minder
+mate van vatbaarheid neder? Dit denkbeeld is voor eene zeer wijdloopige ontleding geschikt, en daarom stap ik &#8217;er af.
+
+</p>
+<p>De gezigten werden verrukkelijk; het heeft hier en daar wel wat van de oevers van den Rhijn, tusschen <i>Mentz</i> en <i>Bonn</i>. Wij naderden <i>Riotti</i>, een dorpje of gehucht aan den linkeroever, hier moesten wij het middagmaal houden, de twee schuiten, te weten, die van en
+die naar <i>Lyon</i>, ontmoeten hier elkander, en de reizigers van beiden eten &#8217;er; wij zaten dan aan met omtrent 40 personen, in een ruime zaal,
+van waar men een uitmuntend gezigt heeft; men schafte &#8217;er ook goed op en voor een matigen prijs. Ik heb u nog vergeten te
+zeggen, dat de gewone tafelwijn, zoo hier als elders, waar wij geweest zijn onder den prijs van den maaltijd begrepen is.
+
+
+</p>
+<p>Daar de Rivier tusschen deze plaats en <i>Tr&eacute;voux</i> wat kronkelt, besloten een deel van onze reizigers, waar toe ik ook behoorde, om langs een&#8217; naderen en aangenamen weg tot
+die plaats te wandelen. Ik ging met een Offi&ccedil;ier, die van het begin van de omwenteling af gediend had. Reeds op de schuit
+hadden wij te zamen kennis gemaakt; hij scheen zeer Republikeinsgezind, en verhaalde mij onder anderen, <a id="d0e2063"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2063">59</a>]</span>dat hij hoop had, om zijn ontslag te bekomen, en zich dan op een landgoedje, dat hij van zijn ouders ge&euml;rfd had, en in <i>Bourgondi&euml;n</i> gelegen was, wilde nederzetten. Die wandeling over heuvels en door boschjes, beviel mij ongemeen. <i>Tr&eacute;voux</i> een oud stadje, behoorende tot het Departement de l&#8217;Ain, ligt Amphitheatersgewijze tegen eene hoogte langs den linkeroever
+van de rivier. Hier schreven de Jesuiten hun <i>Journal et Dictionnaire de Tr&eacute;voux</i>, Hier bestreed het bijgeloof de wijsbegeerte, en aan een anderen hoek van dit Departement is <i>Ferney</i> gelegen, alwaar een man woonde, die redelijk genoeg was, en moeds genoeg bezat, om de zaak van den ongelukkigen <span class="smallcaps">Calas</span> tegen de dweepzucht te verdedigen. De Boekdrukkerij van <i>Tr&eacute;voux</i> was voorheen vermaard. De wandelingen en gezigten die men op de hoogte bij deze stad heeft, zijn zeer schilderachtig.&#8212;Hier
+wandelt men in een dreef van fraaije platanus-boomen, en daar klimt men op den top van een heuvel, van waar men het gezigt
+heeft op een ruime en vruchtbare vlakte, op de omliggende heuvels, die hier en daar al vrij verheven zijn, en die men ook
+wel kleine bergen en rotsen zou kunnen noemen. Wij waren <i>Tr&eacute;voux</i>, dat nog 5 <i>Fransche</i> mijlen van <i>Lyon</i> is, reeds door, en hadden al meer dan een uur gewandeld, toen wij onze schuit gewaar werden; hier klommen wij van de hoogte
+af, en begaven ons wederom scheep. Nu had ik bijna geen oogen genoeg, om overal rond te zien, steenrotsen, groene heuvelen,
+tuinen, buitenplaatsen, <a id="d0e2092"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2092">60</a>]</span>lusthuizen, boschjes, hooge boomen, een kronkelende rivier, zoo stil en effen, dat al de voorwerpen rondom &#8217;er zich, als in
+een&#8217; spiegel, in vertoonen, nu en dan eens een schuitje, en langs de oevers hier en daar een groepje menschen of vee; schikt
+dat alles in uwe verbeelding, zoo fraaij en aangenaam door en onder elkanderen, als gij wilt, en gij zult het niet fraaijer
+maken, dan het inderdaad is. Vele vermogende lieden van <i>Lyon</i> hebben hieromstreeks hunne buitenverblijven, en komen daar doorgaans, even als onze <i>Amsterdamsche</i> Kooplieden, een gedeelte van den Zaturdag en den Zondag doorbrengen. Het steedje <i>Neuville</i>, daar wij voorbij voeren, ligt allerliefst, en men vindt &#8217;er ook verscheidene buitenplaatsen, die hier, het geen mij bijzonder
+beviel, me&ecirc;r aangename landhuizen dan prachtige paleizen, zoo als men ook bij ons maar al te veel ziet, geleken.&#8212;Is het niet
+genoeg hovaardige rijken! dat gij in de steden uwe schatten uitkraamt, en uwe pracht ten toon stelt, moet gij nog tempels
+van den hoogmoed naast de eenvoudige hutten der landlieden oprigten, om ook hun daardoor, is het mogelijk, te vernederen,
+en om de schoone natuur te ontsieren.&#8212;Aardig vertoont zich in de nabijheid van <i>Lyon</i> het eiland <i>Barbe</i>, een gedeelte van de rots, <span id="d0e2109" class="corr" title="Bron: daar">waar</span> het plaatsje op gebouwd is, steekt ter zijde met een punt boven de huizen uit. Een oud vervallen gebouw, overblijfsels van
+een Abdij, en een digte beplanting van boomen, maken &#8217;er een zeer fraaije en bevallige schilderij <a id="d0e2112"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2112">61</a>]</span>van. Die van <i>Lyon</i> verzamelen zich somtijds bij plegtige gelegenheden en vreugdebedrijven op dit eiland. Bij het inkomen van de stad ziet men
+op eene steile rots, aan den regteroever van de rivier, de puinhopen van het kasteel <i>Pierre-Cise</i> of <i>Pierre-en-Cise</i>; gediend hebbende voor eene Staatsgevangenis, en in het begin van de omwenteling gesloopt. Twee bekende slagtoffers van de
+wraak des Kardinaals <span class="smallcaps">de Richelieu</span>, onder de regering van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIII., werden hier opgesloten, <span class="smallcaps">Cinqmars</span> namelijk en zijn vriend <span class="smallcaps">de Thou</span>. Zij werden den 12 September 1642 onthoofd; <span class="smallcaps">Cinqmars</span> was slegts 22 jaar oud. De vader van den ongelukkigen <span class="smallcaps">de Thou</span>, die in zijne geschiedenis verscheidene voorbeelden van diergelijke vonnissen aanhaalt, voorzag toen niet, dat zijn zoon
+ook dat lot zou ondergaan.
+
+</p>
+<p>De schuit was reeds in de stad, en bij de plaats, waar wij moesten aan wal stappen, toen de voorzegging van onzen schipper,
+des &#8217;s morgens gedaan, vervuld werd; een zwaare donderbui barstte genoegzaam boven ons hoofd uit. Uit een raampje van de schuit
+kijkende, schoot &#8217;er een bliksemstraal zoo digt langs dezelve in het water neder, dat ik &#8217;er eenige oogenblikken als van verbijsterd
+was; de slag deed zig te gelijker tijd op eene geweldige wijze hooren, en werd weldra door een zwaren stortregen gevolgd,
+zoo dat wij verpligt waren, om in de schuit te blijven, tot de bui over was; en dit duurde nog al een heele poos.
+<a id="d0e2143"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2143">62</a>]</span></p>
+<p>Genoeg voor ditmaal&#8212;wanneer het zoo aanhoudend blijft regenen, als het gisteren en heden gedaan heeft, zal ik veel te huis
+moeten zitten, en alzoo tijds genoeg hebben, om u ruim en breed over deze stad te onderhouden; want ik neem toch tusschen
+beide de drooge buijen waar, om te gaan wandelen, en somtijds waag ik &#8217;er ook al eens een&#8217; natten rok aan.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1891" href="#d0e1891src" class="noteref">1</a></span> Men vind op verscheidene plaatsen, niet ver van deze stad, steengroeven, die marmer van onderscheidene kleuren opleveren;
+te <i>Berz&eacute; la Ville</i> zijn &#8217;er twee van albast, grijsachtig wit van kleur.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1939" href="#d0e1939src" class="noteref">2</a></span> Het is een ware schilderij van <i>l&#8217;Albane</i>. Dit betooverende eiland schijnt op den aardbol geworpen, om waardig <a id="d0e1944"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1944">61n</a>]</span>te zijn, van te gelijker tijd den tempel der Goden, de dansen der stervelingen en de begraafplaats der groote Mannen te bevatten.
+De verbeelding schetst ze &#8217;er op, als ons oog hetzelve betracht, en ieder mensch wordt Dichter, als hij aan die welriekende
+zoomen raakt.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e2146" class="div1">
+<h2>Vijfde Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Lyon, 31 Julij.</i>
+
+</p>
+<p>Naauwelijks hadden wij hier voet aan wal gezet, of wij werden schier verdrongen door de menschen, die ons ieder om het zeerst
+noodigde, om van hun huis gebruik te maken. Welk een vriendelijk en gastvrij volk, zou een vreemdeling, die met de <i>Europeesche</i> zeden en gebruiken niet bekend is, denken; maar gij begrijpt ligt, dat het Logementhouders of hunne knechts of meiden waren.
+Men had ons het <i>Hotel des Celestins</i> aangeraden, wij zetten ons dan in een huurkoets (<i>fiacre</i>), die men hier zoo wel als te <i>Parijs</i> vindt, lieten &#8217;er onze koffers opbinden, en ons zoo aan het <i>Hotel des Celestins</i> brengen; dit is een van de eerste Hotels van de stad, doch het was <a id="d0e2170"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2170">63</a>]</span>&#8217;er ons veel te duur; want ik heb de gewoonte, om, zoodra ik in een Logement kom, te onderzoeken naar de prijs van het een
+en ander; en hier bij heb ik mij altijd zeer wel bevonden. Wij raakten dan hier niet slaags, en lieten ons aan het <i>Hotel de Languedoc</i>, dat wij in het voorbijgaan gezien hadden, brengen; het staat op de Kaai langs de <i>Saone</i>, niet ver van de houten brug over dezelve. Wij vonden daar zeer goede kamers op de eerste verdieping, en die een alleraangenaamst
+uitzigt hadden op de rivier, en over dezelve; op de Hoofdkerk, den berg van <i>St. Just</i>, <i>l&#8217;Hospice des Antiquailles</i>, de Kapel van <i>notre Dame de Fourvi&egrave;res</i> enz. Niettegenstaande de uitgezochte en treffende fraaiheid van het gezigt van dat gedeelte van het Logement, waar wij onzen
+intrek genomen hadden, was de prijs zeer matig; ik betaalde voor een kamer met twee bedden &pound; 3&#8211;:&#8211;: daags, en even zoo veel
+voor mijn middagmaal.
+
+</p>
+<p>De stad doorwandelende, zag ik uit een straat een man met pluimen op den hoed aankomen, gevolgd van eenige anderen, die iets,
+dat wit en zwart <span id="d0e2189" class="corr" title="Bron: wat">was</span>, schenen te dragen, zij lagchten en praatten overluid onder elkanderen, en stapten vrij gezwind; ik dacht dat zij iets zonderlings
+te kijken hadden, en ziet, het was een begravenis; het lijk was met een wit en zwart kleed onachtzaam op de kist geworpen,
+bedekt, en werd door vier mannen gedragen; die met de pluimen op den hoed, was de gewoone begeleider der dooden, zoo als men
+te <i>Parijs</i> <a id="d0e2195"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2195">64</a>]</span>ook heeft, doch daar ziet hij &#8217;er anders uit; dit was al een heel slordig soort van een begravenis, doch ik heb ze al me&ecirc;r
+hier en daar in <i>Frankrijk</i> gezien, die niet beter waren: velen schijnen in dit opzigt van het eene uiterste tot het andere te zijn overgeslagen, en
+dit reken ik onder de abuizen van de omwenteling. Het begraven der dooden behoort toch, hoewel men met rede een menigte aanstotelijke
+en kostbare plegtigheden achterlaat, op eene betamelijke, en min of me&ecirc;r plegtige wijze te geschieden; het verzuimen hier
+van, geeft, mijns bedunkens, aanleiding tot woestheid en ongevoeligheid, en kan dus in zijne gevolgen immers niet anders,
+dan schadelijk zijn voor de Maatschappelijke order. Deze abuizen zijn echter niet aan de wetten of verordeningen, die &#8217;er
+na de omwenteling hier omtrent plaats gehad hebben, toetekennen, maar wel aan de verwaarloozing of verkeerde toepassing van
+dezelve. Nog maar weinige jaren geleden, heeft het <i>Institut National</i> van <i>Frankrijk</i>, in naam van het Gouvernement, de volgende prijsvraag uitgeschreven: <i>&#8220;Quelles font les c&eacute;r&eacute;monies &agrave; faire pour les funerailles, et le reglement &agrave; adopter pour le lieu de la sepulture?&#8221;</i> en het antwoord hier op, dat bekroond is geworden, is van <span class="smallcaps">F.V. Mullot</span> voorheen Wetgever enz. Zeer kort geleden, heb ik die redevoering, hoewel ik in alles niet met den schrijver instem, met genoegen
+gelezen, en ik zou met niet minder genoegen zien, dat men in vele opzigten zijn voorschrift volgde; doch het is te vreezen,
+dat het bijgeloof de oude <a id="d0e2212"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2212">65</a>]</span>plegtigheden wel weder algemeen zal trachten intevoeren, zoo als men zulks in vele plaatsen al begonnen heeft. Op de plaats
+<i>Belle-cour</i>, die sedert 1713 tot de omwenteling, de plaats van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den Grooten genaamd werd, en thans den naam van <span class="smallcaps">Bonaparte</span> voert, is niet veel bijzonders me&ecirc;r te zien. Het beeld van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> XIV, de twee fonteinen en verdere sieraden, die deze plaats voorheen beroemd maakten, zijn weggenomen, en de puinhoopen van
+sommige huizen, die men in het begin van de omwenteling heeft afgebroken, liggen &#8217;er nog; aan den eenen kant in de lengte,
+zijn verscheide rijen boomen geplant; dit dient voor een gemeene wandelplaats; &#8217;t heeft hier wel wat van ons <i>Haagsche Voorhout</i>. Deze plaats is omtrent 450 treden lang, en na genoeg half zoo breed; langs dezelve staan fraaije huizen. Zij ligt tusschen
+de <i>Saone</i> en de <i>Rhone</i>. Ik was &#8217;er van de kaai van de eerstgenoemde rivier opgekomen, en kwam in de lengte &#8217;er overgaande, en een straatje regtuit
+doorloopende aan de kaai van de <i>Rhone</i> uit; daar had ik de groote steenen brug, die over dezelve ligt, voor mij. Deze brug is zamengesteld uit twintig bogen: men
+is het bouwen van dezelve aan Paus <span class="smallcaps">Innocentius</span> den IV. verschuldigd. Zij is in geen regte lijn gebouwd; maar maakt een bogt, zijnde de uitwendige zijde tegen den stroom,
+die hier zeer sterk is, gerigt. Aanvankelijk had men haar ook zoo smal gemaakt, dat &#8217;er geen rijtuigen elkanderen op konden
+voorbijgaan; men is dan verpligt geweest, <a id="d0e2241"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2241">66</a>]</span>van &#8217;er een tweede naast te bouwen. Om nu deze twee bruggen aan elkander te hechten, en &#8217;er &eacute;&eacute;n stevig ligchaam van te maken,
+heeft men door al de pilaren zware ijzeren staven weten te brengen, die aan beide uitersten met ankers zijn bevestigd. En
+in deze stoute onderneming is men zoo wel geslaagd, dat het schier niet zigtbaar is, en men, die bijzonderheid niet wetende,
+nimmer zou vermoeden, dat dit werk op zulk eene wijze is zamengesteld. Dit is het eenigste niet, dat men, aangaande deze brug,
+heeft optemerken: de bogen werden ook niet wijd genoeg bevonden, zoo dat het zand, dat met het water van de <i>Rhone</i> afkomt, zich op een hoopte, dikwijls de voorname bogen verstopte, en daardoor den doortogt moeijelijk maakte. Om dit ongemak
+wegtenemen, vond men een&#8217; bouwmeester ondernemend en bekwaam genoeg, om een van de pilaren in het midden wegtenemen, en alzoo
+van twee bogen een te maken<span id="d0e2246" class="corr" title="Bron: het">. Het</span> muurwerk van dezen groten boog versterkte hij zoodanig, dat &#8217;er de brug niet door leed, en zijn arbeid werd algemeen bewonderd
+en goedgekeurd. Voorheen stond &#8217;er aan den ingang van de brug, aan den kant van de stad, een poort, en verder op dezelve een
+soort van vierkante toren, waar men onder doorging, doch dezelve zijn afgebroken. Een gedeelte van deze brug, die <i>le pont de la Guilloti&egrave;re</i> genaamd wordt, ziet gij in de bijgaande afbeelding, benevens het groote of nieuwe Gasthuis <i>Nouvel Hopital</i>, op de kaai van de <i>Rhone</i>; de teekening van dit schoone en trotsche <a id="d0e2258"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2258">67</a>]</span>gebouw, is zoo nauwkeurig, dat ik mij niet zal ophouden, om u hetzelve uitwendig te beschrijven; jammer is het, dat de linkervleugel,
+zoo als gij ziet nog onvoltooid staat; want het is te vreezen, dat men &#8217;er vooreerst nog niet aan zal kunnen denken, omdat
+deze stad door de omwenteling en aanhoudenden oorlog, zeer veel geleden heeft, en nog lijdt, waardoor de kas in geen voordeeligen
+staat is.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vi006.jpg" alt="Lijon."><p class="figureHead">Lijon.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Den 25 dezer ging ik &#8217;s morgens vroegtijdig uit, en begon met de Hoofdkerk te bezigtigen; het is een oud <i>Gothisch</i> gebouw, zoo als gij in de afbeelding ziet. Zij schijnt bijna langwerpig vierkant, door de torens, die aan de vier hoeken
+staan, inwendig is zij wel ruim, maar donker. Het groote altaar in het midden van het koor, is het eenigste, dat ik &#8217;er beziens
+waardig vond, want her vermaarde uurwerk door <span class="smallcaps">Nicolas Lippius</span> van <i>Basel</i> in 1598. gemaakt, en dat vooral in dien tijd, als een groot konststuk werd beschouwd, is sedert verscheide jaren geheel in
+verval. In de groote Kerk van <i>&#8217;s Bosch</i> staat een diergelijk uurwerk. Als een bijzonder gebruik van deze Kerk vind men aangeteekend, dat &#8217;er nimmer noch muzijk,
+noch orgel, noch boeken, gedurende het vieren der diensten, in dezelve zijn gebezigd geworden. Niet ver van deze Kerk op de
+kaai, staat het zoogenaamd <i>Palais de Justice</i>, een gebouw, dat van buiten geen aanzien heeft; en van binnen zag het &#8217;er schandelijk slordig uit; dit komt mij vooral hoogst
+onvoegelijk voor, in eene plaats, waar Regters, tot welker voorname <a id="d0e2281"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2281">68</a>]</span>hoedanigheden, order en naauwkeurigheid behooren, in het openbaar vergaderen. Ik ging in een van de zalen, waar een Advokaat,
+die hard genoeg schreeuwde, en vrij wat beweging maakte, bezig was met pleiten. Hetgeen mij als iets ongerijmds in het oog
+viel, was een schilderij, waarop <span class="smallcaps">Christus</span> aan het Kruis geschilderd was, dat boven het hoofd hing van den President. De schilderij was &#8217;er zeker nog niet lang geleden
+geplaatst; want het woord <i>Egalit&eacute;</i> stond met groote letters op den wand boven hetzelve, en dit woord, dat anderzins in een Vierschaar zoo wel voegt, maakte
+nu met die schilderij een zonderlinge tegenstrijdigheid, daar &#8217;er immers in een Regtzaal voor alle burgers, van welke Godsdienstige
+begrippen zij ook mogen zijn, geen kruis, dat een kenmerk van een bijzondere sekte is, te pas komt. Joden en andere lieden,
+die niet tot de Roomsche Kerk behooren, en die als leden van de Burgerlijke Maatschappij dezelfde regten en aanspraak op de
+wetten hebben, als de leden van die Kerk, moeten zich, voor deze balie verschijnende, deswegens natuurlijkerwijze ergeren,
+en ik geloof, dat, wanneer ik tot dit regtsgebied behoorde, ik niet zou kunnen nalaten, om mij over het plaatsen van dit schilderijtje
+te beklagen, en de wet onder andere ook die, welke betrekkelijk is tot de regeling der Godsdiensten (<i>l&#8217;organisation des cultes</i>) thans in <i>Frankrijk</i> bestaande, en die geen heerschenden Godsdienst erkent, zou mij daar regt toe geven.
+
+</p>
+<p>De kaai langs de <i>Rhone</i>, <i>Quai du Rhone</i>, is fraai, <a id="d0e2303"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2303">69</a>]</span>en met schoone, en zelfs prachtige huizen, waarvan de meeste vijf, zes en me&ecirc;r verdiepingen hoog zijn, bebouwd<a id="d0e2305src" href="#d0e2305" class="noteref">1</a>. Langs den waterkant is een wandeling gemaakt, die men heeft beginnen te beplanten. Men heeft ook van deze kaai, en uit de
+huizen op dezelve een zeer aangenaam gezigt over de rivieren, de landstreek aan den anderen kant van dezelve, tot tegen de
+<i>Alpen</i>, die men bij helder weder duidelijk zien kan. Over de <i>Rhone</i> ligt, behalve de brug, waarvan ik u reeds geschreven heb, nog een houten brug, die den naam draagt van zijnen maker <span class="smallcaps">Morand</span>. Deze brug (<i>le pont Morand</i>) hoewel ligt in schijn, is van een beproefde stevigheid. In den winter van het jaar 1789 bevroor de <i>Rhone</i>, niettegenstaande den snellen stroom. De ijsgang maakte eene verschrikkelijke vertooning. De verdubbelde aanval van de ontzaggelijke
+ijsschotsen, deed voor het behoud van de brug beven; en zij weerstond het gevaar, zelfs zonder schade te lijden. De <i>Lyonnezen</i> hier over verblijd, en erkentelijk vierden een feest ter eere van deze gebeurtenis. De naam van <span class="smallcaps">Morand</span> zweefde op ieders lippen, en deze brug als een gedenkteeken van zijne bekwaamheid werd met lauwers bekroond. Behalve de kaaijen,
+de plaatsen <i>des Terraux de Belle-cour</i>, en eenige weinige straten is <a id="d0e2332"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2332">70</a>]</span><i>Lyon</i> in &#8217;t geheel geen fraaije stad; zij is voor het overige onregelmatig gebouwd, de straten zijn eng, meestal zeer naauw, en
+krom, de huizen zijn hoog, en hier door is het &#8217;er duister en bedompt, daarbij zeer bevolkt. De morsigheid en onaangename
+reuk is voor iemand, die daar niet aan gewoon is, inderdaad hinderlijk. Hier kan men nog als een groot ongemak bijvoegen,
+dat de weg zeer ongemakkelijk gestraat is; de keijen of straatsteenen zijn klein, veelal scherp en ongelijk, zoo dat de voeten
+zeer doen, als men &#8217;er lang op gaat. Wanneer men dit aan onze Hollandsche Franschmannetjes, die dit land niet anders kennen,
+dan uit <i>Mode Journaal</i>, <i>l&#8217;Almanach des Graces</i>, of de eene of andere Roman, en die zoo veel op hebben met <i>Frankrijk</i>, vooral met de voorname steden in hetzelve, eens vertelde, zouden zij aardig staan te kijken; want &#8217;er zijn vele van die
+zuikerpopjes, die zich verbeelden, dat men hierop Rozen wandelt; dat men niets anders ruikt dan Amber en Jasmijn, niets eet,
+dan keurige spijzen, niets drinkt, dan nektar, niets hoort, dan liefelijke toonen, en streelende woorden, en niets ziet, dan
+dat aangenaam en bevallig is; maar het gaat &#8217;er zoo niet, en dit land heeft zoo wel als andere landen zijne schoone en lelijke
+zijde.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds ging ik in den grooten Schouwburg (<i>le Grand Th&eacute;atre</i>): Het is een fraai gebouw, ruim veertig jaaren geleden, volgens de teekening van de Bouwmeester <span class="smallcaps">Soufflot</span>, gebouwd, en staat regt achter het Stadhuis. Voor hetzelve is een plein, <a id="d0e2353"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2353">71</a>]</span>en ter zijde een gallerij, waar verscheide kramers hunne onderscheide waren uitstallen; dit alles maakt met het Stadhuis <i>la place des Terreaux</i>, en de Abdij van <i>St. Pieter</i>, op dezelve, een fraai geheel uit. Van binnen beviel de Schouwburg mij ook wel; doch order en netheid haperden hier ook weder,
+en zelfs in het <i>Parterre</i> (waar men staande moet blijven), hinderde de stank van zekere tonnen, die in een vertrekje aan den ingang zijn geplaatst,
+niet weinig; men gaf &#8217;er een<span id="d0e2364" class="corr" title="Bron: ,"></span> Blijspel genaamd, <i>le Jaloux sans Amour</i> en <i>l&#8217;Irrato Opera</i>, het Muzijk is van <span class="smallcaps">Mehul</span> in den <i>Italiaanschen</i> smaak gecomponeerd. Het spelen was maar zeer middelmatig, het zijn hier waarlijk ook geen tovenaars; echter als zij te <i>Amsterdam</i> speelden, en zulk soort krijgt men &#8217;er doorgaans, zouden onze zoogenaamde lieden van smaak &#8217;er drok naar toelopen, terwijl
+zij den neus optrekken, als men hun spreekt van den grooten of Stads Schouwburg, waar ik ondertusschen verscheide stukken
+zeer goed heb zien uitvoeren, en waar sommige vertoonders spelen, die zelfs door <i>Fransche</i> Konstkenners en voorname Konstenaars, niet ligt gereed, om aan vreemden lof toetezwaaijen, openlijk bewonderd worden<a id="d0e2384src" href="#d0e2384" class="noteref">2</a>. Ja ik durf staande houden, dat <a id="d0e2396"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2396">72</a>]</span>dit tooneel behoorlijk aangemoedigd en bestuurd, weldra zou verdienen, om onder de eerste tooneelen van <i>Europa</i> gerangschikt te worden. Wanneer zal die ellendige lage en verderfelijke trek, naar al wat vreemd is, onder ons eens ophouden,
+en de <i>Hollandsche</i> zeden en voortbrengsels van Kunsten en Wetenschappen, waar wij ten allen tijde billijk roem opdroegen, en nog roem op mogen
+dragen, eens herleven. Trachten wij van onze naburen, en van vreemden te leeren, wanneer &#8217;er zig iets nuttigs voor ons op
+doet; maar laten wij toch bij aanhoudendheid niet dwaas en slecht genoeg zijn, om hun in alles nate&auml;pen. Gij hebt deze en
+diergelijke aanmerkingen niet noodig, vriend! maar gij vat dikwils de pen op, tot nut en vermaak van onze landgenoten, en
+bij die gelegenheid zou zoo iets te pas kunnen komen.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2305" href="#d0e2305src" class="noteref">1</a></span> Door de belegering hadden vele huizen op deze kaai aanmerkelijk geleden, doch sedert korten tijd zijn die weder opgebouwd,
+en men verzekerde, dat dezelve thans ruim zoo schoon is, als voorheen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2384" href="#d0e2384src" class="noteref">2</a></span> Men leze onder anderen, <i>le Feuilleton de Publiciste de Mardi,</i> 28 <i>Frimaire an</i> 12 (20 Decemb. 1803.) aangaande onze, schier onvergelijkelijke, Juffrouw <span class="smallcaps">Wattier</span>.&#8212;Zorgt men wel dat een vrouw, van zulk eene zeldzame bekwaamheid, als deze, kweekelingen maakt?
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e2404" class="div1">
+<h2>Zesde Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Lyon</i>, 1 <i>Augustus</i>.
+
+</p>
+<p>Toen ik gisteren een&#8217; brief aan u afzond, was mijn oogmerk niet om u van hier me&ecirc;r te schrijven, doch de aanhoudende en zware
+regen noodzaakt mij weder, om t&#8217;huis te blijven, en wat heb ik dan beter te doen, dan mij met u te onderhouden.
+
+</p>
+<p>Den 26 Julij bezocht ik het groote Gasthuis, waar <a id="d0e2418"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2418">73</a>]</span>ik reeds melding van maakte. Men wil, dat hetzelve door Koning <span class="smallcaps">Childebert</span>, omtrent de helft van de 6de Eeuw, gesticht is. Het nieuwe gebouw is naar de teekening van den Bouwmeester <span class="smallcaps">Soufflot</span>, 30 &agrave; 35 jaren geleden, gemaakt. Wij vonden een man aan den ingang, die zich aanbood om ons rond te leiden, en bezochten
+het gansche gebouw, dat zeer groot is, van onderen tot boven, beginnende met de Apotheek, de Regenten-Kamers, de onderscheidene
+Zalen der zieken, het Linnen-Magazijn, tot op de kle&ecirc;rzolder toe. Overal vonden wij Gasthuis-Nonnen of Zusters, bezig met
+de zieken op te passen, de geneesmiddelen, onder opzigt van den Apotheker echter, te bereiden, het linnengoed te herstellen
+en te bezorgen enz. Ieder heeft zijn werk, zelfs in de kamer, waar de Ontleedkundige Operatien geschieden, vonden wij eene
+Non, die een zeer geschikt en gnap mensch scheen; zij toonde ons een menigte ontleedkundige werktuigen, onder anderen een
+tafel met deszelfs toebehooren, waarop het steensnijden en diergelijke verschrikkelijke kunstbewerkingen geschieden. De post
+van dit goede mensch was, om diergelijke lijders te helpen en te ondersteunen, de werktuigen rein te houden, voor het geen
+tot de verbinding noodig is te zorgen enz. Mijne verwondering betuigende over den moed, dien zij bezat, om deze ellende aanhoudend
+bij te wonen, antwoordde zij, dat men aanvankelijk zeer veel lijdt, doch dat bezef van pligt en de gewoonte haar die taak
+thans dragelijk maakten. Ik onderhield mij met <a id="d0e2426"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2426">74</a>]</span>haar over me&ecirc;r andere dingen, deze inrigting betreffende, en zij beantwoordde alle mijne vragen op eene vriendelijke en voldoende
+wijze. De fraaije zalen, waar de zieken (thans waren &#8217;er over de 1000) liggen, of hun verblijf houden, zijn ruim en luchtig;
+uit die langs den waterkant, waar van gij de vengsters op de afteekening ziet, heeft men een zeer aangenaam gezigt. De trotsche
+en ook van binnen schoon gewerkte koepel, behoort tot de groote zaal; onder dezelve staat een fraai en tevens eenvoudig altaar
+op een verheven voetstuk, zoo dat de zieken uit hunne bedden, die van ijzer zijn, om &#8217;er het ongedierte uittehouden, en welke
+aan rijen staan, hetzelve kunnen zien; dagelijks wordt hier de mis gelezen. In deze zaal zag ik ook aan het gewelf eene opgevulde
+krokodil hangen; onze geleider verzekerde, dat dit dier lange jaren geleden, in de <i>Rhone</i>, digt bij de steenen brug gevangen werd, en wel door een persoon, die ter dood veroordeeld was, en om deze daad vergiffenis
+bekomen had. Het dier had al veel vee en zelfs kinderen verslonden. Dit vertelsel schijnt hier onder het volk vrij algemeen
+geloofd te worden; doch wij weten, dat dit in &#8217;t geheel geen bewijs is van echtheid. Beneden is ook een plaats, waar eenige
+zinneloozen bewaard worden; onze geleider wilde ons dezelve doen zien, doch de Non, die daar op paste, weigerde het; en ik
+vond, dat zij gelijk had; men moet die ongelukkigen, die veeltijds aanleiding tot spotternij geven, niet aan de algemeene
+nieuwsgierigheid <a id="d0e2431"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2431">75</a>]</span>blootstellen. In een gang vond ik op verscheidene tafelen, die daar tegen den muur waren gesteld, de namen van de personen,
+die aanzienelijke geschenken aan dit gebouw hebben gegeven.&#8212;Was hoogmoed of menschlievendheid de beweegoorzaak van deze geschenken?&#8212;misschien
+beiden.&#8212;Hoe het zij, zij hebben welgedaan, en wij moeten diergelijke daden dan ook zoo naauw niet uitpluizen. In de keuken
+waren verscheidene Nonnen ook drok aan het werk; hare spijszaal is hier naast; zij eten gezonde kost, en moeten braaf werken,
+ook zien zij &#8217;er, niettegenstaande haren aanhoudenden omgang met zieken, over het algemeen, gezond uit. Ik zag &#8217;er, die mooi
+waren, onder anderen eene, die bezig was met eene bleke en uitgeteerde zieke te helpen; deze was nog jong en inderdaad schoon;
+dit leverde eene zonderlinge tegenstrijdigheid op. In &#8217;t geheel zijn &#8217;er in dit huis 150 zulke Nonnen, zij zijn in &#8217;t zwart
+gekleed, en hebben witte Nonnenkappen op; doch zij doen geen geloften, waar door zij voor altijd verbonden zijn; en wanneer
+de liefde bij de barmhartigheid komt, kunnen zij zich in het huwelijk begeven. Deze Nonnen of Zusters bewijzen alzoo de Maatschappij
+een wezenlijken dienst, en men kan haar dus niet anders dan als achtingwaardige leden van dezelve beschouwen. Bij het uitgaan
+gaven wij wat voor het huis, een Non ontving het op een zilveren schotel. Dit herinnerde mij aan de zilvere schalen, waarin
+men in vele <i>Hollandsche</i> steden de aalmoezen opzamelt; het was gevoegelijker, dunkt mij, dat men daar een houten <a id="d0e2436"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2436">76</a>]</span>bak toe gebruikte. De Kerk van dit Gasthuis is fraai en net; ook schijnt &#8217;er over het geheel een goed bestuur plaats te hebben;
+alles is zindelijk en wel onderhouden; maar het geen mij niet beviel, was dat &#8217;er slechts een plaats en geen tuin bij is,
+dat &#8217;er een vleeschhal en slagterij is, onder den eenen vleugel, namenlijk een der stads hallen en slagterijen, het geen stank
+veroorzaakt; dat de zieken in algemeene zalen en niet meer afzonderlijk liggen, en eindelijk dat het gebouw te prachtig is
+voor een Gasthuis. Ik had liever een eenvoudiger huis op het land gehad, en de kosten die daar door uitgespaard werden, besteed
+om de zieken door tuinen, afzonderlijke kamers enz. het verblijf der ellende, zoo min mogelijk, onaangenaam te maken. Behalve
+dit Gasthuis, is &#8217;er nog een ander nuttig gesticht in deze stad, dat <i>la Charit&eacute;</i> genaamd wordt, mede aan de <i>Rhone</i> verder op, voorbij de steenen brug gelegen. Het is zeer groot, en vereenigt in zich een Weeshuis, oude Mannen- en Vrouwen-huis
+enz. In de Kerk, die zeer net is, ziet men eenige graftombes van de stigters of bestuurders van dit uitgestrekt gebouw. De
+toren van die Kerk wordt door bouwkundigen, als een konststuk bewonderd. Diergelijke gestichten zijn in een stad, als <i>Lyon</i>, inzonderheid noodzakelijk, om het groot aantal werklieden in zijden stoffen en diergelijke Fabrieken, welker getal voor
+de omwenteling op omtrent 30,000 begroot werd. De bevolking der gantsche stad schatte men toen op 120,000.
+
+</p>
+<p>Na den middag deed ik eene wandeling door de stad, <a id="d0e2449"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2449">77</a>]</span>en ging &#8217;s avonds in de Schouwspelzaal, op de plaats <i>des Celestins</i>, <i>Th&eacute;atre des Variet&eacute;s</i>; de zaal en <i>decoratien</i> zijn niet onaardig; doch het overige beteekende niet veel; men gaf &#8217;er de eerste vertooning van <i>le petit Poucet</i> (klein duimpje), dat men te <i>Parijs</i> op een van de Theaters van de <i>Boulevards</i> ook vertoont<a id="d0e2469src" href="#d0e2469" class="noteref">1</a>. Het was &#8217;er zeer vol; in het <i>Parterre</i>, waar men altijd staat, betaalt men maar elf stuivers.
+
+</p>
+<p>Den 27 Julij het drooge weder waarnemende, klommen wij op den Berg <i>St. Just</i>, en bezochten aldaar het gebouw, dat zich boven een der torens van die Kerk vertoont, en om de oudheden die het bevat, <i>l&#8217;Hospice de l&#8217;Antiquaille</i>, zoo als men ook boven den ingang leest<a id="d0e2486src" href="#d0e2486" class="noteref">2</a>, genaamd wordt. Sommige <i>Romeinsche</i> Keizers bewoonden het Paleis, dat hier stond, als zij te <i>Lyon</i> waren, en hunne Gouverneurs hielden &#8217;er hun verblijf. Men gelooft algemeen dat <span class="smallcaps">Lucius Munatius Plancus</span>, die Consul was gelijktijdig met <span class="smallcaps">&AElig;milius Lepidus</span> en een der Luitenants of Stedehouders van <span class="smallcaps">C&aelig;sar</span>, de stichter is van <i>Lyon</i>; het jaar van <i>Rome</i> 712, en <a id="d0e2513"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2513">78</a>]</span>dus ten naastenbij 40 jaren voor de Christelijke Jaartelling. Waarschijnlijk heeft men op dezen berg beginnen te bouwen; naauwelijks
+was &#8217;er een eeuw verlopen, of de gansche stad brandde in eenen nacht af, en werd door <span class="smallcaps">Nero</span> weder opgebouwd. Men ziet in het <i>Hospice de l&#8217;Antiquaille</i> eenige oude opschriften, en in een onderaardsch gewelf, toont men een soort van nis in de muur, waarin men verzekert, dat
+<span class="smallcaps">St. Photin</span>, die met <span class="smallcaps">Iren&eacute;us</span> hier het Christelijk geloof kwam prediken, levendig is ingemetseld geworden, men leest dan ook boven die nis: <span class="smallcaps">St. Photin</span> <i>a fini son martyre dans ce lieu, ag&eacute; de 90 ans sous l&#8217;Empereur</i> <span class="smallcaps">Marc Aurelle</span> 179. Deeze <span class="smallcaps">St. Photin</span>, zegt men, dat de eerste Bisschop van <i>Lyon</i> was; 47 andere werden, volgens overlevering, met hem, hier gemarteld; men toont ook de steenen palen, waar zij aan gebonden
+of geketend zouden geweest zijn. De Nonnen, die dit gebouw voor de omwenteling bewoonden, gebruikten dit gewelf ook voor hare
+begraafplaats. In een soort van ovens zag ik nog verscheidene doodshoofden en beenderen. Uit een der kamers van dit gebouw
+heeft men een zeer uitgestrekt en allerschoonst gezigt. Van daar werd het <i>Panorama</i> van <i>Lyon</i> geteekend. Men ziet uit dit gebouw, het grootste gedeelte van de stad, de <i>Saone</i>, de <i>Rhone</i> en over dezelve, en over een uitgestrekt landschap, de <i>Alpen</i>, de <i>Mont-Blanc</i>, de top van de <i>Mont St. Bernard</i> enz. Het was zeer helder weder, zoo dat wij het gelukkig troffen. Thans dient het gebouw, dat <a id="d0e2563"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2563">79</a>]</span>vrij groot is, tot een gevangenis voor vagabonden, bedelaars, ligte vrouwlieden, namelijk die, welke tot de klasse van het
+zoogenaamde gemeene volk behooren, want <i>galante Dames du bon ton</i> zet men &#8217;er niet. Men bewaart &#8217;er ook eenige zinnelozen. &#8217;Er is een Kerk bij, en hier staat een&#8217; offerbus, waar men wat in
+steekt, ter eere van <span class="smallcaps">St. Photin</span>. Wij gaven ook wat voor het huis. Niet ver van hier, omtrent voor het voormalig Klooster der <i>Minimen</i>, is eene plaats, die men de plaats der martelaren (<i>la place des Martyrs</i>) noemt; om dat hier ook een menigte Christenen zoude gemarteld geweest zijn. Men toont &#8217;er ook nog een&#8217; grooten steen, zonder
+eenig opschrift echter, waarop men wil dat zij geslagt wierden, en die men als een achtingwaardig gedenkteeken beschouwt.
+Wat hier ook van wezen moge, het blijkt uit de Geschiedenis, dat de vervolging der eerste Christenen, vooral onder <span class="smallcaps">Septimus Sev&eacute;rus</span>, hier allerverschrikkelijkst geweest is. Achter dit gewezen <i>Minime</i>-Klooster, ziet men nog de geringe overblijfsels van een&#8217; <i>Romeinschen</i> Schouwburg. Tot de trotsche gebouwen, die de <i>Romeinen</i> hier gesticht hebben, behooren ook de kostbare steenen waterleidingen (<i>aquaducs</i>), die eene uitgestrektheid van verscheidene mijlen schijnen gehad te hebben; hier en daar ziet men &#8217;er nog overblijfsels
+van. Men toonde ons een van de plaatsen (<i>reservoirs</i>) waar dit water verzameld werd in een wijngaard, voorheen behoord hebbende aan het Klooster der <i>Urselinen</i>. Het is <a id="d0e2598"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2598">80</a>]</span>een diepe kelder, waar men, van kaarsen of fakkels voorzien, door middel van verscheidene steenen trappen in gaat. Het gewelf
+is ruim, en rust op verscheidene bogen. De soort van kalk, waar de muren mede gepleisterd zijn, is bijzonder hard, zoo dat
+men moeite heeft om &#8217;er stukken afteslaan. Men wijst ook in den muur de gaten of pijpen aan, waardoor men meent dat het water
+ingelaten werd. Het schijnt, naar het metzelwerk te oordeelen, dat die plaats aanvankelijk niet overdekt is geweest; maar
+dat het gewelf &#8217;er naderhand is opgemaakt. Deze kelder is hier bekend onder den naam van <i>les bains des Empereurs</i>, of <i>les bains des Romains</i>. Sommige Geschiedschrijvers noemen dezelve <i>la grotte Berelle</i>. Thans behoort dit Klooster, en aangelegen erven, aan iemand, die &#8217;er zinneloze menschen, tegen betaling, in den kost neemt.
+De man, die den kelder laat zien, woont hier digt bij, en men geeft hem daar iets voor. Een weinig verder in een anderen tuin,
+ziet men een kelder veel minder diep dan <i>la grotte Berelle</i>; zo dat men &#8217;er door het daglicht duidelijk in zien kan. De grond is hier met kleine steentjes van onderscheidene kleuren
+als een schilderij ingeleid (<i>en Mosa&iuml;que</i>). Men zegt, dat dit ook behoort tot het werk van de <i>Romeinen</i>, doch ik zag &#8217;er twee gedaantens in, die veel overeenkomst hadden met de afbeeldingen van Engelen en Duivelen; evenwel stond
+&#8217;er nog ook een soort van Afgodsbeeld bij; zij die kundiger zijn in de oudheden dan ik, mogen beslissen wat het <a id="d0e2618"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2618">81</a>]</span>is<a id="d0e2620src" href="#d0e2620" class="noteref">3</a>. Ik zag hier ook eenige pilaren, en een soort van altaar van hout, dat geschilderd was; en vernam, dat dit aan de Vrijmetselaars,
+die hier omstreeks hunne vergadering houden, en somtijds van dezen kelder gebruik maken, behoorde. Wij gingen van daar naar
+de Kapel van Onze Lieve Vrouw van <i>Fourvi&egrave;res</i>, voorheen, en nog onder de geloovigen vermaard, door hare menigvuldige <i>ex voto&#8217;s</i>, geloften aan de Lieve Vrouw, of haar beeld, dat hier bewaard werd. Die Kapel ligt op het hoogste gedeelte van den berg.
+Een vrouw had die na de omwenteling gekocht, en meende &#8217;er haar rekening bij te vinden, door &#8217;er missen te laten lezen, enz.
+doch het is haar verboden; en men verhaalde mij, dat zij hier over met het Stadsbestuur in pro&ccedil;es was. Wij klommen op het
+torentje van deze Kapel, van waar wij ook een overheerlijk gezigt hadden, en veel uitgestrekter nog, dan uit <i>l&#8217;Hospice de l&#8217;Antiquaille</i>. Men ziet hier bijna over al de nabij gelegen bergen heen; de stad en derzelver omstreken, de loop van de <i>Rhone</i> en de <i>Saone</i> en hunne vereeniging heeft men als een Landkaart voor zich, <a id="d0e2638"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2638">82</a>]</span>duidelijk zag ik de witte toppen der <i>Alpen</i>, en kon mij naauwelijks van zien verzadigen. In de Kapel is niet veel anders te kijken dan een groote menigte kleine, meestal
+ellendig gekladde schilderijtjes, verbeeldende mirakuleuse reddingen, door de Lieve Vrouw, van menschen, die in nood zijnde,
+&#8217;t zij door ziekte, schipbreuk, in &#8217;t water liggende of anderzins, een gelofte aan haar gedaan hebben; onder anderen was &#8217;er
+een bij van een deserteur, die de wacht, die hem na zat, ontkomen was; zoo dat de Lieve Vrouw ook de desertie, die toch overal
+als een strafwaardige misdaad wordt beschouwd, scheen te bevorderen<a id="d0e2643src" href="#d0e2643" class="noteref">4</a>. De rest is niet waard, dat men <a id="d0e2654"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2654">83</a>]</span>zich &#8217;er zich een oogenblik om ophoudt, wanneer men niet tot de geloovigen behoort.
+
+</p>
+<p>Na den middag wandelde ik langs de <i>Quai du Rhone</i>; &#8217;er was veel volk op die wandeling, maar ik zag weinig schoone vrouwen onder de zoogenaamde fatsoenelijke lieden, die zich
+hier, even als in de <i>Tuillerien</i> te <i>Parijs</i>, laten kijken. Onder de klasse, die men gemeene lieden noemt, ziet men hier een aantal kreupelen en mismaakten; dit vindt
+men doorgaans in plaatsen, waar vele weverijen en spinnerijen zijn. Buiten de <i>Barri&egrave;re</i> langs de <i>Rhone</i>, naar den kant, daar zij van daan komt, is ook een aangename wandeling. Van sommige huizen, die hier tegen de bergen staan,
+gaat men uit een van de dakvengsters in den tuin.
+
+</p>
+<p>In deze stad zijn, even eens als in <i>Brabant</i> en <i>Vlaanderen</i>, veel Bierhuizen, en het is &#8217;er &#8217;s avonds vol volk. Het bier van <i>Lyon</i> is beroemd, naar mijn&#8217; smaak is het te sterk gehopt.
+
+</p>
+<p>Den 28 Julij regende het zoo sterk, dat ik weinig kon wandelen; de twee rivieren waren dezen nacht aanmerkelijk gewassen,
+en de stroom van de <i>Rhone</i> was ongemeen snel. Die rivier maakt door de sterke drift en de rotsen, welke onder water staan, hier en daar eene soort van
+draaikolkjes. Het water dezer twee rivieren is, tegenwoordig vooral, zeer onderscheiden van kleur; dat van de <i>Rhone</i> is <a id="d0e2692"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2692">84</a>]</span>geelachtig grijs, en dat van de <i>Saone</i> is groenachtig.
+
+</p>
+<p>De gewone schuit van hier naar <i>Avignon</i> (<i>Coche d&#8217;Eau</i>) meende men dan ook, dat morgen niet zou kunnen varen, want men hield de vaart op de <i>Rhone</i> thans voor min of meer gevaarlijk. Een slecht vooruitzigt voor ons, die met dat vaartuig binnen eenige dagen dachten te vertrekken.
+
+
+</p>
+<p>Tegen den middag hield het een weinig op met regenen, en ik ging wandelen. <i>La place des Terreaux</i> is een fraai vierkant plein; op dezelve staat het Stadhuis, de voormalige Abdij van St. Pieter, en aan den anderen kant over
+dezelve, verscheidene fraaije Koffijhuizen; men vindt daar allerlei ververschingen voor een redelijken prijs; het ijs (<i>les glaces</i>) is &#8217;er zeer goed, en veel goedkooper dan te <i>Parijs</i>. De levensmiddelen schijnen hier over het algemeen niet duur te zijn; het vleesch is &#8217;er goed, men heeft &#8217;er overvloed van
+groentens; de riviervisch schijnt &#8217;er ook niet schaars; en de Spekslagerswaren, vooral de worsten (<i>les saucissons</i>) van <i>Lyon</i>, zijn beroemd.&#8212;<i>Zwitsersch</i> en <i>Geneefsch</i> geld is hier ook gangbaar.
+
+</p>
+<p>Het Stadhuis is een fraai gebouw; die van <i>Lyon</i> houden het voor een van de schoonste Stadhuizen van <i>Europa</i>, maar het lijkt nietmetal naar dat van <i>Amsterdam</i>; in den gevel (<i>la facade</i>) van hetzelve, ziet men nog de beelden der Vrijheid en Gelijkheid. In het portaal zijn twee fraaije liggende metalen beelden,
+me&ecirc;r dan levensgrootte; het eene een man <a id="d0e2745"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2745">85</a>]</span>en het andere een vrouw, verbeeldende de <i>Rhone</i> en de <i>Saone</i>. Voor de omwenteling stonden zij op de plaats <i>Belle-cour</i>. In dit portaal, waar men ze aan beide kanten geplaatst heeft, zijn zij veel te groot; <span class="smallcaps">Coustou</span> is &#8217;er de maker van. De oude metalen tafel, waar op de aanspraak gegraveerd was, die de Keizer <span class="smallcaps">Claudius</span> toen hij nog <i>Censor</i> was aan den Senaat van <i>Rome</i> ten voordeele van die van <i>Lyon</i> deed, en die men ook voor de omwenteling in dit voorhuis zag, is eenigen tijd na dezelve, toen het geschut voor het Stadhuis
+geplant was en &#8217;er verscheidene kogels in geschoten werden, genoegzaam geheel vernield; en men ziet die thans niet me&ecirc;r. De
+<i>Lyonnezen</i> betreuren zeer het gemis van die tafel, en in der daad het was een zeer merkwaardig stuk. De groote zaal boven dat portaal,
+brandde omtrent twee jaren geleden, bij gelegentheid eener Illuminatie, geheel uit.
+
+</p>
+<p>De voormalige Abdij van <i>St. Pieter</i> is een groot en trotsch gebouw, hebbende eene groote plaats in het midden en rondom dezelve, op de eerste verdieping eene
+fraaije galerij. Thans schijnen de vertrekken aan bijzondere personen verhuurd te worden; eene zeer ruime zaal beneden, en
+die ik meen dat voorheen voor een spijszaal diende, wordt thans door de Kooplieden en Fabrikeurs tot een beurs gebruikt; men
+ziet rondom in dezelve eenig pleister-beeldwerk <i>en bas-relief</i>.
+
+</p>
+<p>Deze plaats <i>des Terreaux</i> was ook de martelplaats van eene menigte Protestanten omtrent het midden <a id="d0e2787"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2787">86</a>]</span>van de 16de eeuw; onder anderen werd hier eene ruim bemiddelde jonge dochter <span class="smallcaps">de Cagnon</span> genaamd verbrand; zij was gewoon, om de armen van <i>Lyon</i>, hoewel grootendeels van haar in godsdienstige gevoelens verschillende, rijkelijk te bedeelen; deze riepen weenende, toen
+men hunne weldoenster naar den brandstapel sleepte. &#8220;Helaas! wij zullen geen aalmoezen meer van u ontvangen;&#8221; waarop de ongelukkige
+<span class="smallcaps">de Cagnon</span> de fluweelen muilen, die men haar nog gelaten had, van hare voeten nam, en die den armen toewierp, zeggende: &#8220;Ja, gij zult
+&#8217;er nog ontvangen;&#8221; en men had geen moeds genoeg om deze ongelukkige aan de klaauwen van hare beulen te ontrukken.&#8212;Christenen,
+of liever zij, die &#8217;er den naam van droegen, die hier zelve verscheidene eeuwen geleden door de <i>Romeinen</i> zoo wreed vervolgd waren geweest, en deze vervolging met regt als een gruweldaad beschouwden, deze zeg ik, vervolgden en
+martelden hier thans hunne Medeburgers en Medechristenen. <i>Lyon</i> was ook een der voornaamste steden in het navolgen van den afgrijsselijken <i>St. Bartelmoord</i>. De slagting was hier toen ook allerverschrikkelijkst, zoo als gij weet; maar gij weet misschien niet, dat de scherprechter
+deugd en moed genoeg bezat om de uitvoering van de bevelen der drie voorname hoofden van het <i>Lyonsche</i> moordrot, te weigeren, zeggende: &#8220;Mijn ongelukkige post veroordeelt mij, om het werktuig van het geregt te zijn, maar niet
+dat van moordenaars.&#8221;&#8212;Thans, daar de rede en verlichting <a id="d0e2810"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2810">87</a>]</span>eenigzins over het bijgeloof zegepraalt, behoorde men dien scherprechter, hoe zeer zijn naam misschien reeds in vergetelheid
+is geraakt, een Gedenkteeken op te rigten, en de koninklijke en geestelijke monsters, aanstookers, of uitvoerders van dien
+moord, in de verachtelijkste houding aan zijne voeten te plaatsen. Met genoegen vindt men ook aangeteekend, dat de krijgsbende,
+toen ter tijd in de Citadel van <i>Lyon</i> liggende, weigerde om in de gruwelen te deelen, en dat zelfs bijna het geheele volk die met verontwaardiging afkeurde, zoo
+dat zonder eene bende stadssoldaten, die slecht genoeg waren om zich voor veel geld te laten omkoopen, de Protestanten misschien
+behouden zouden zijn geweest.
+
+</p>
+<p>Den 29 Julij, alweder aanhoudende regen&#8212;met smart zag ik in de nieuwspapieren, dat het rijpe koorn begon te schieten, en niet
+kon ingehaald worden; de druiven meende men, dat door dit koude en natte weder ook veel zouden lijden. Het was Zondag, ik
+ging dan eenige Kerken zien; na de omwenteling zijn &#8217;er hier ook verscheide, zoo wel als Kloosters, gesloopt; uit andere,
+die men toen voor magazijnen enz. gebruikte, zijn de sieraden weg genomen, doch die, welke voorheen aan de Jesuiten behoorde,
+en een zeer fraai en prachtig gebouw is, heeft men onder anderen laten staan. Deze Kerk is van binnen met marmer van onderscheide
+kleuren rijkelijk versierd, en verdient wel gezien te worden: de aanzienelijke boekerij voorheen aan dit Kollegie behoord
+hebbende, is achter deze Kerk in eene schoone zaal, <a id="d0e2817"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2817">88</a>]</span>langs de kaai van de <i>Rhone</i>; thans behoort zij aan de stad, en dient tot algemeen gebruik. Van hier ging ik naar de Kerk van de voormalige Abdij <i>d&#8217;Ainai</i> of <i>St. Martin d&#8217;Ainai</i>, en zag daar vier zware kolommen van Granit van een donker grijze kleur; thans dienen zij om een gedeelte van dit gebouw
+te onderschragen. Voorheen, maakte de vier &#8217;er maar twee uit, en behoorden toen tot den Tempel van <span class="smallcaps">Augustus</span>, die niet ver van hier op de punt van het schiereiland, waar een groot deel van <i>Lyon</i> op gebouwd is, moet gestaan hebben, zij bereikten toen eene aanmerkelijke hoogte, en men heeft de barbaarschheid gehad, van
+die schoone en kostbare stukken door te zagen, om ze in deze Kerk te gebruiken; het is duidelijk te zien aan de einden van
+twee dezer halve kolommen, waarmede men die op de voetstukken geplaatst heeft, dat het de bovenste helften zijn der anderen.
+Aan beide zijden van het groot Altaar op de grafzerken, zag ik ook nog overblijfzels van <i>Mosa&iuml;ken</i>, in den smaak van die, welke ik op den berg van <i>St. Just</i> gezien had: men verhaalde mij, dat deze behoord hadden tot de Graftombe van Paus <span class="smallcaps">Paschal</span> den II. Het was deze Paus, die den zoon van Keizer <span class="smallcaps">Hendrik</span> den IV. gebood om het lijk van zijn vader optegraven, en het op het veld te werpen, om &#8217;er vijf jaren onbegraven te blijven
+liggen. Dat een Paus deze afschuwelijke daad bevolen heeft, is niet te verwonderen; maar dat de zoon gehoorzaamde&#8212;welk een
+gruwel!!&#8212;<span class="smallcaps">Paschal</span>, die men wil, dat deze <a id="d0e2849"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2849">89</a>]</span>Kerk gewijd heeft, stierf in 1117. Men liet mij ook in het Sacristy een&#8217; kelder zien, waarin een heilige zou gemarteld geweest
+zijn: de Kosterin, die de vriendelijkheid had, van mij dit alles te laten zien, scheen een goed snapachtig wijf, en hield
+mij voor zeer geloovig; waarschijnelijk, omdat ik haar met eenige belangneming het een en ander ondervroeg. Zij vertelde mij
+dan verscheide sprookjes van wonderwerken, die ook, gedurende de belegering, zouden voorgevallen zijn: onder anderen, dat
+zij een lieve vrouwebeeldje te dier tijd in een houten toren verborgen had, en deze toren was, niettegenstaande de kogels
+en bommen &#8217;er rondom vlogen, onbeschadigd gebleven. Zij schimpte en schrolde ook dapper op de Jakobijnen en de Filosofen,
+zoo wel als op den nieuwen Keizer. De <i>Lyonnezen</i> zijn grootendeels Konings of liever <span class="smallcaps">Bourbons</span> gezind, gelijk zij in het begin van de omwenteling, helaas! maar al te duidelijk getoond hebben, en als een gevolg hier van
+ook zeer gehecht aan de Kerk, zoo als die voorheen bestond; alle de onlangs gemaakte veranderingen, beschouwen zij dan natuurlijkerwijze
+als onwettig, en de Paus door de omstandigheden genoodzaakt, om &#8217;er in toetestemmen. De reden der bijzondere gehechtheid dezer
+stad aan het Hof, de Adel en de Geestelijken, schrijft men voornamelijk toe aan het belang, dat zij had, bij het in stand
+houden der pracht, weelde en verkwisting. Aan wie toch zouden zij hunne kostbare <i>Lyonse</i> stoffen, borduurselen en diergelijke verkocht hebben, als de eerste <a id="d0e2860"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2860">90</a>]</span>grondbeginselen van de omwenteling stand hadden gehouden.&#8212;Nu daaromtrent valt het hun tegenwoordig dan ook nog al in de hand.
+Zonderling is het intusschen, dat de bewoners van de oude stad op den berg van <i>St. Just</i> en <i>Fourvi&eacute;res</i> meestal Republikeinen waren, hoewel grootendeels werklieden tot de Fabrieken behoorende. Zou het niet mogelijk zijn, dat
+die lieden op de puinhoopen der <i>Romeinsche</i> oudheden wonende, eenigzins met de Geschiedenis dier Volken waren bekend geraakt, en tevens hunne verhevene gevoelens en
+edelen trek na vrijheid hadden ingezogen. Sommigen meenen dat de reden, waarom die van <i>Lyon</i> zich zoo sterk tegen de omwenteling toonden, ook moet toegeschreven worden aan een zekere jaloersheid, die &#8217;er tusschen deze
+stad en <i>Parijs</i>, als de twee grootste en voornaamste steden van <i>Frankrijk</i>, plaats greep, en al van ouden datum bestond. <i>Parijs</i> voor de Hoofdstad te moeten erkennen, kwetste de eerzucht van <i>Lyon</i>, en <i>Parijs</i> had de omwenteling begonnen, en speelde &#8217;er de hoofdrol in. Zoo moest dan deze ongelukkige stad, die reeds in onderscheide
+tijdvakken, de allerakeligste moord- en bloedtooneelen had opgeleverd, nog eens eenen rampzaligen burgeroorlog, en de betreurenswaardige
+gevolgen van dien, ondervinden. Met aandoening hoorde ik dikwijls verscheide omstandigheden dien aangaande vertellen; de <i>Lyonnezen</i> schenen mij genegen, om hier over met vreemdelingen te spreken, en geen wonder, dat men diergelijke tijdvakken niet ligt
+vergeet; daarbij vindt men hier <a id="d0e2892"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2892">91</a>]</span>schier overal gedenkteekenen, die &#8217;er aan herinneren. Men verzekerde mij, dat deze noodlottige gebeurtenis, omtrent 20,000
+menschen aan de stad <i>Lyon</i> gekost heeft; het getal komt mij wat groot voor. Zonderling is het ondertusschen, dat de Generaal <span class="smallcaps">Prescis</span>, Kommandant der stad, met zijne Officieren gelegenheid gevonden heeft, om zich door de vlucht te redden, en de straf te ontgaan,
+terwijl eene menigte jonge lieden en burgers van <i>Lyon</i>, door hem misschien opgezet en zekerlijk misleid, (want anders zouden zij niet vermetel genoeg geweest zijn, om eene stad,
+die geheel buiten staat was, om eene belegering uittehouden, tegen eene magtige Arm&eacute;e te willen verdedigen) terwijl, zeg ik,
+deze in de stad bleven, en door de belegeraars als muitelingen, misschien op eene te strenge, of te algemeene wijze, werden
+gestraft.&#8212;Men schijnt, ten opzigte van dezen <span class="smallcaps">Prescis</span> verscheide ongunstige vermoedens te voeden; doch het is buiten mijn bestek, om hier verder in te treden.
+
+</p>
+<p>Den 30 Julij, hoewel het al weder onophoudelijk regende, ging ik al vroegtijdig uit; het was zoo guur, als bij ons in de maand
+October. De kaai opgaande, langs de <i>Saone</i>, klom ik &#8217;er tegen over de rots, daar het Kasteel <i>Pierre en Cize</i> op plagt te staan, de hoogte op. Hier ziet men de overblijfsels van de oude Vestingwerken, die ten tijde van de belegering
+veel verwoest, en vervolgens grootendeels gesloopt zijn geworden; het ruwe en stormachtige weder gaf aan die puinhoopen een
+nog treuriger <a id="d0e2914"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2914">92</a>]</span>aanzien&#8212;men ziet hier stukken van muren van eene ontzaggelijke dikte, en zeer ruime onderaardsche gewelven; sommige bestaan
+bijna nog in hun geheel, en zijn zoo groot, dat het wel Kerken gelijken. Het Fort <i>St. Jean</i> stond voorheen op deze hoogte, en moet, naar de puinhoopen, die men &#8217;er nog van ziet, te oordeelen, eene aanmerkelijke sterkte
+geweest zijn&#8212;welligt had deze plaats aan een&#8217; schrijver van oude ridder- en spookromans, aanleiding gegeven tot sombere en
+verschrikkelijke invallen&#8212;en ik onder een brok van een ouden muur een weinig voor den regen schuilende, en dien bo&ecirc;l overziende,
+dacht aan de ellendige inrichting der menschelijke maatschappij waartoe deze vreesselijke muren, met zoo veel moeite en kosten
+opgerigt?&#8212;dienden zij ter beschutting tegen een&#8217; vernielenden watervloed, of om de woede van uitgehongerde roofdieren aftekeeren&#8212;neen!
+maar alleen, om menschen tegen menschen te beveiligen.&#8212;
+
+</p>
+<p>Hier en daar heeft men een schoon en uitgestrekt gezigt. Wat verder komende, zag ik, dat men bezig was met den muur van de
+stad, doch ook alleen maar een&#8217; enkelen muur, weder op te bouwen. Zoo maken en breken de menschen aanhoudend. Ja! wat hebben
+wij sedert 18 a 19 jaren niet al zien maken en breken, opbouwen en verwoesten. Men bediende zig tot het opmetselen van dien
+muur, onder anderen van een&#8217; roodachtigen steen, die scheen zamengesteld te zijn uit een menigte kleine keitjes. <a id="d0e2921"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2921">93</a>]</span>Mij dunkt, dat dezelve gepolijst zijnde, fraai moet wezen; bij ons zou men daar wel gebruik van weten te maken, doch hier
+is het marmer en diergelijke steenen verkrijgbaar genoeg. Zelfs niet ver van deze stad vindt men aanmerkelijke steengroeven.
+Onzen weg vervolgende, zagen wij de Kerk van het voormalig <i>Karthuizer</i> Klooster, ook op deze hoogte gelegen; de Kerk is fraai met smaak gebouwd, en wordt thans voor een <i>Parochie</i> gebruikt; zij schijnt van binnen ook gewit en opgemaakt. Het groot Altaar in het midden van het koor, is van marmer van onderscheide
+kleuren zeer fraai gemaakt; boven hetzelve is een konstig gewerkt geheel verguld verhemelte (<i>baldachin</i>), rustende op marmeren kolommen&#8212;ik zag &#8217;er ook eenige redelijk goede schilderijen van <i>Fransche</i> Meesters. Deze Kerk pronkt met een&#8217; fraaijen koepel, en is zeer licht. Ik beklaagde mij niet van deze wandeling gedaan te
+hebben, hoewel ik door nat was.
+
+</p>
+<p>In het voorbijgaan vernam ik aan het Bureau van de schuit op <i>Avignon</i>, dat dezelve, om den aanhoudenden sterken stroom en het hooge water, zoo als men wel gevreesd had, niet had kunnen varen,
+en waarschijnelijk in de eerste dagen nog niet varen zou&#8212;ik wilde toch zoo gaarne de reis te water doen, hoe vreesselijk men
+die hier ook afschildert. &#8217;s Avonds, door den regen niets beters te doen wetende, ging ik in het <i>Theatre des Variet&eacute;s</i>, en zag &#8217;er <i>les brigand de Calabrie</i>, ook ik &#8217;t <i>Hollandsch</i>, onder den naam van: de Struikrovers van <i>Calabrien</i> vertaald, <a id="d0e2952"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2952">94</a>]</span>en na hetzelve <i>Palmire et Alminor</i>, getrokken uit de geschiedenis van den Verloren Zoon; beide zijn Melodramas, dat is te zeggen, Toneelspelen, met muzijk verzeld,
+doorgaans speelt het orchest, als de voorname personen opkomen of afgaan. Deze soort van stukken is gemeenelijk opgesierd
+met marschen, balletten, gevechten en veel th&eacute;atralen toestel. Zij worden in <i>Frankrijk</i> niet op tooneelen van den eersten rang gespeeld, en door velen als onregelmatig en in een slechten smaak (<i>d&#8217;un mauvais genre</i>) afgekeurd; doch ik beken gaarne, dat ik &#8217;er verscheide gezien heb, die mij veel me&ecirc;r bevielen, dan de groote Opera&#8217;s, waarmede
+men te <i>Parijs</i> zoo veel op heeft. Beide de genoemde stukken werden nog al redelijk gespeeld, zoo dat ik mij nog niet erg verveelde. Het
+<i>parterre</i> maakte hier zoo wel als te <i>Parijs</i> tusschenbeide een vreesselijk geweld.
+
+</p>
+<p>Den 31 Julij, al weder regen. Heden gingen wij eenige Fabrieken van zijden stoffen en zijden fluweelen enz. zien, onder andere
+die van de Heer <span class="smallcaps">Pereau</span> op de kaai van de <i>Rhone</i>, dat een van de voornaamste is; hier is de stapel kostbare stoffen en fraaije borduurselen, waarvan &#8217;er sommige moesten gebruikt
+worden bij de aanstaande kroning van den nieuwen Keizer, zoo ook voor behangsels van bedden, en bekleedsels van onderscheide
+meubelen aan het Hof; want het schijnt, dat het Keizerlijke in pracht en kostbaarheid niet voor het voormalige Koninklijke
+zal willen onderdoen: en wat voer men daar in het begin van de omwenteling tegen uit, <a id="d0e2980"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2980">95</a>]</span>trouwens, en dit kan men vooral met regt van de <i>Franschen</i> zeggen, &#8220;de tijden veranderen en de menschen ook.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik kwam op straat een&#8217; Priester tegen, die openlijk de hostie naar een zieke droeg; een man met een bel ging vooraf, zoo als
+zulks in de <i>Roomsche</i> Landen gebruikelijk is; vele menschen knielden, alle namen de hoeden af. Ik had hier ook al een begravenis met Priesters
+en kerkelijke plegtigheden gezien, en ik vernam dat &#8217;er ook somtijds pro&ccedil;essien gaan. Waar toe toch al deze toestel en openlijke
+vertoningen; de geloovigen, dunkt mij, zullen &#8217;er niet gelooviger door worden, en de ongeloovigen nog veel minder; was het
+dus niet beter, dat men, om zich aan geene spotternij bloottestellen, en om anderen niet te ergeren, of aanleiding tot onaangenaamheden
+en verwijdering te geven, binnen de kerkgebouwen bleef; daar mogen de onderscheidene geloofsbegrippen te pas komen, daar zijn
+wij Joden, Roomschen of Protestanten, op de straten en andere plaatsen zijn wij alle burgers, en hoe minder wij ons in dien
+kring door onderscheidene benamingen, leuzen of diergelijke trachten te onderscheiden, hoe meer wij immers de eensgezindheid
+en alzoo het algemeen geluk bevorderen.
+
+</p>
+<p>Na den middag was het nog al redelijk goed weder, en ik wandelde de kaai van de <i>Saone</i> zuidwaards op, langs de puinhoopen en nog overgeblevene muren van het Arsenaal, bijna geheel door het bombardement vernield,
+gelijk ook een groot gedeelte van deze <a id="d0e2995"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2995">96</a>]</span>wijk, en waar van nog maar weinige huizen zijn opgebouwd. Ik kwam vervolgens aan de hier zoo beroemde werken van <span class="smallcaps">Perrache</span>, die de vereeniging van de twee rivieren omtrent 1100 halve roeden (<i>toises</i>) voor uit heeft gelegd, zoo dat de stad hier door een aanmerkelijk stuk gronds wint. Voor <i>Hollanders</i>, aan dijken en droogmakerijen gewoon, baart dit werk niet veel verwondering. Men heeft hier ook aangename wandelingen, en
+ik keerde langs de kaai van de <i>Rhone</i>, die daar aangenaam beplant is, weder terug. Behalve de huurkoetsen (<i>fiacres</i>) vindt men in deze stad, en de omliggende streken, ook nog een ander soort van rijtuigen, het zijn ligte wagentjes, zeer
+laag, en op vier wielen, die door &eacute;&eacute;n paard getrokken worden; de banken zijn in de lengte geplaatst, zoo dat men &#8217;er op zijde,
+rug tegen rug, en de beenen buitenwaarts inzit; op de banken, waarvan sommigen op riemen hangen, liggen matrassen; doorgaans
+kan men &#8217;er met zes en me&ecirc;r personen in zitten, zij worden veel gebruikt, om na buiten te rijden; men vindt ze gemeenlijk
+staan, bij de voorname uitgangen van de stad, en kan ze daar goedkoop huren. Die rijtuigen worden <i>Carioles de Lyon</i> genaamt, en de voerlieden, die ze verhuren <i>des Carioleurs</i>.
+
+</p>
+<p>Heden den 1 Augustus is het weder nog al redelijk, en het scheen, dat de regen toch eindelijk eens zou ophouden; wij bepaalden
+dan ons vertrek op morgen, indien wij eenige reisgenooten konden vinden, om een schuitje (<i>bateau de poste</i>) tot <i>Avignon</i> met <a id="d0e3026"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3026">97</a>]</span>ons te huren. Hier in slaagde ik zonder veel moeite, wij waren met acht personen, en huurden zoo een schuitje voor zes <i>Louis d&#8217;Ors</i>, onder beding dat het goed met planken overdekt, en van zitbanken en stroo, om de voeten in te zetten, voorzien moest zijn;
+vooral ruim en stevig genoeg, ook in allen opzigte geheel tot onzen dienst, zoo dat wij hier en daar des goedvindende konden
+aanleggen, mits de reis &#8217;er niet te veel door werd vertraagd; de schipper mogt niemand buiten onze toestemming aan boord nemen
+enz. Alle diergelijke voorwaarden behoort men te voren wel uitdrukkelijk te maken, om daarna geene moeijelijkheden te hebben;
+omtrent dit alles overeengekomen zijnde, gaf mij de schipper (<i>patron</i>) een <i>Louis d&#8217;Or</i> op hand, ten blyke, dat de overeenkomst gesloten was, dit is genoegzaam door geheel <i>Frankrijk</i> gebruikelijk, het zij de huurder of verhuurder, kooper of verkooper die geeft, men noemt dit handgeld <i>les arrhes</i>; voorts was de afspraak, dat wij morgen ochtend met het krieken van den dag zouden vertrekken, indien de wind, die noorden
+was, zoo bleef, kunnende &#8217;s avonds van denzelfden dag dan nog te <i>Avignon</i> zijn; de schipper zou ons in dat geval laten roepen; doch als de wind veranderde, behoefden wij zulk een haast niet te maken,
+omdat men dan toch een nacht onderweeg moest slapen.
+
+</p>
+<p>Daar nu onze afreis bepaald was, en ik al, wat hier merkwaardig is, genoegzaam gezien had, bleef mij nog over, om in een voornaam
+magazijn een kleine <a id="d0e3048"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3048">98</a>]</span>voorraad van <i>Lyonsche</i> zijden kousen te kopen, en ik vond &#8217;er zeer goede voor &pound; 9&#8211;:&#8211;: het paar, zoo witte als zwarte. Het overschot van mijn&#8217; tijd
+besteed ik nu, om aan u te schrijven, en dezen brief te sluiten, na u vooraf nog het een en ander aangaande deze stad te hebben
+medegedeeld.
+
+</p>
+<p>Van ouds droeg <i>Lyon</i> den naam van <i>Lugdunum</i>, en had dus bijna denzelfden naam als ons <i>Leyden</i> <i>Lugdunum Batavorum</i>; misschien had men &#8217;er <i>Batavorum</i> bijgevoegd, om die stad van het <i>Lugdunum</i> der <i>Gaulen</i> te onderscheiden. Naderhand werd <i>Lyon</i> een Aartsbisdom en de Hoofdstad van de Provincie <i>le Lyonnois</i>, thans is het de Hoofdplaats van het Departement van de <i>Rhone</i> en het verblijf van de <i>Prefecture</i> en <i>Tribunal d&#8217;App&eacute;l</i>; men begroot het getal der inwoners, naar men mij verzekerde, nog heden op omtrent 120,000. <i>Lyon</i> wordt op 100 <i>Fransche</i> mijlen afstands van <i>Parijs</i> gerekend, doch over <i>Dyon</i> is het verder; zij is omtrent 40 van deze laatstgenoemde plaats gelegen, en 48 van <i><span id="d0e3104" class="corr" title="Bron: Avinon">Avignon</span></i> De hoofdstad niet zijnde, noemen de <i>Lyonnezen</i> hun stad egter de tweede van <i>Frankrijk</i>; want zij worden voor zeer hoogmoedig en eigenbelangzoekend (<i>egoistisch</i>) gehouden; zoodat <i>Lyon</i> voor hun schier alles, en het heel&auml;l bijna niets is; dezen karaktertrek schrijf ik al weder toe aan de hooge Geestelijkheid
+van die stad; want deze door hunnen alles vermogenden invloed gaf toch den voornaamsten plooi aan &#8217;s volks denk- en handelwijze;
+oordeel of het ook groote sinjeurs moeten geweest zijn; van <a id="d0e3119"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3119">99</a>]</span>den Aartsbisschop af, tot den laatsten Kanunnik van het Domkapittel toe, noemden zij zich <i>Comte de Lyon</i>; het waren alle Prinsen en Graven, zij moesten 16 kwartieren, zoo van &#8217;s vaders als van &#8217;s moeders zijde in hun wapen voeren,
+en de Koning van <i>Frankrijk</i> was hun eerste Kanunnik. Deze geestelijke Graven, die zich de navolgers van den nederigen <span class="smallcaps">Christus</span> noemden, waren zoo verregaande opgeblazen, dat zij zich met de Godheid, dien zij erkenden, schenen gelijk te willen stellen:
+want zij knielden niet in tegenwoordigheid van de Hostie. Dit hadden zij zelfs tegens de <i>Sorbonne</i><a id="d0e3132src" href="#d0e3132" class="noteref">5</a> volgehouden, tot dat, naar men zegt, <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XIV. zich eens onder hun in de <i>St. Jans</i> of <i>Domkerk</i> bevindende, goedvond om te knielen; nu konden zij welstaanshalve toch ook niet anders doen, zij knielden dan, maar voor wien,
+voor God of voor den Koning?&#8212;Ik wenschte, dat zoo vele brave en achtingswaardige Roomschgezinden, met alle diergelijke schandelijke
+zaken, waar door men den godsdienst ontluisterd, wat me&ecirc;r bekend waren. De geschiedenis doet ons egter ook een&#8217; Aartsbisschop
+van <i>Lyon</i>, die in het laatst van de afgelopen eeuw geleefd heeft, als een&#8217; achtingwaardig man, kennen, voornamelijk om de vriendschap
+tusschen hem en <a id="d0e3165"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3165">100</a>]</span>den vermaarden wijsgeer en schrijver <span class="smallcaps">Thomas</span><a id="d0e3169src" href="#d0e3169" class="noteref">6</a>, die te <i>Lyon</i> in de armen van dien Aartsbisschop, genaamd <span class="smallcaps">Montaset</span>, gestorven, en op deszelfs landgoed, even buiten de stad, begraven is; waar de redelijke <span class="smallcaps">Montaset</span> zijn overleden vriend dan ook een graftombe oprigtte, die hij door zijn tranen aan de vriendschap heiligde.
+
+</p>
+<p>Onder verscheidene vermaarde mannen, konstenaars en geleerden, werd ook <span class="smallcaps">Pierre Perrin</span>, stichter van de <i>Fransche Opera</i>, en dus voor de <i>Franschen</i> wel een groot man, hier geboren: hij voerde den titel van <i>Abb&eacute;, Conseiller du Roi</i> enz. en werd het eerste bevoorregt met het Koninklijk verlof (<i>lettres patentes</i>) om de Koninklijke Muzijk-Akademie opteregten, in 1669. De eerste Opera, die hij in &#8217;t openbaar gaf, (te <i>Parijs</i> in 1671) was <i>Pomone</i> genaamd. Hoewel de versen, van <span class="smallcaps">Perrin</span> zijn eigen maaksel, zeer slecht waren, werd het stuk toch zeer toegejuicht en acht maanden agter elkanderen gespeeld, zoo
+dat deze Opera, hem alleen voor zijn aandeel 30,000 Livres opbragt; doch zoo als het gemeenelijk gaat, de voorspoed werd door
+de afgunst gevolgd, en <span class="smallcaps">Perrin</span> was al schielijk verpligt <a id="d0e3228"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3228">101</a>]</span>om zijn voorregt tegen een sommetje aftestaan; zijn geluk was dan van korten duur, en hij stierf te <i>Parijs</i> omtrent het jaar 1680. De beeldhouwers <span class="smallcaps">Coysevox</span> en de twee <span class="smallcaps">Coustou&#8217;s</span>, zijn ook van <i>Lyon</i>, als mede <span class="smallcaps">Joseph Vivien</span> een van de uitvinders van het teekenen met pastel. Op de geboorte van <span class="smallcaps">Caracalla</span> heeft de stad <i>Lyon</i> geen reden om roem te dragen&#8212;en hoe zeldzaam had het menschdom reden, om de geboorte van een&#8217; Keizer of Koning te zegenen!&#8212;Onder
+verscheidene Kerkvergaderingen (<i>Concili&euml;n</i>) die hier gehouden werden, zijn die van 1245 en 1274 vermaard, de eerstgenoemde niet alleen, omdat bij hetzelve besloten
+werd, dat de Kardinalen voortaan roode hoeden zouden dragen; maar bijzonder ook omdat Keizer <span class="smallcaps">Frederik</span> de IIde, in den ban gedaan, en van het Keizerrijk ontzet werd door Paus <span class="smallcaps">Innocentius</span> den IV.; de andere door de geloofspunten, die daar verhandeld werden, was de voorname oorzaak van de scheuring der kerk,
+door de afzondering der <i>Grieken</i>&#8212;maar ik houde mij op, met u dingen te vertellen, die gij misschien lang weet, in plaats van naar bed te gaan, wijl ik &#8217;er
+morgen vroegtijdig uit moet.
+
+
+
+<a id="d0e3263"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3263">102</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2469" href="#d0e2469src" class="noteref">1</a></span> Dat stuk is daar in een korten tijd ver over de honderd malen gespeeld; want een groot gedeelte van de <i>Parijzenaars</i> liep &#8217;er naar toe.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2486" href="#d0e2486src" class="noteref">2</a></span> &#8217;t Is te verwonderen, dat men aan merkwaardige overblijfsels, zulk een kleinachting aanduidenden naam heeft gegeven; want
+<i>Antiquaille</i> beteekent oude prullen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2620" href="#d0e2620src" class="noteref">3</a></span> De teekening is nog al tamelijk, behalven het opgenoemde, was &#8217;er ook nog de afbeelding van een mensch bij; de Engel en Duivel
+schenen zich met hem bezig te houden. Misschien verbeeldt het een mensch in de eerste tijden van het Christendom, die door
+den Duivel tot den Afgodendienst verleid wordt, terwijl een Engel &#8217;er hem van terug houdt.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2643" href="#d0e2643src" class="noteref">4</a></span> Het aanroepen van deze Lieve Vrouw, als men zich in nood bevond, scheen hier al vrij algemeen, doch ieder was juist niet even
+naauw gezet in het nakomen van zijne gelofte. Men verhaalde mij ten dezen opzigte een geval, dat mij deed lagchen; eenige
+jaren geleden was een schippers knecht van de schuit in de <i>Rhone</i> gevallen, en deed volgens gebruik eene gelofte aan de Lieve Vrouw van <i>Fourvi&egrave;res</i>, doch de redding volgde niet spoedig; en, of door den sterken stroom of anderzins niet kunnende zwemmen, begon hij reeds
+te zinken, toen zijn schipper hem met een haak vastkreeg en &#8217;er uithaalde. Vervolgens zijne gelofte vergetende, werd hij daar
+aan door zijn&#8217; Biegtvader herinnerd, doch ontschuldigde zich met te zeggen: &#8220;Zij heeft geen haast gemaakt, om mij te helpen,
+ik behoef ook geen haast te maaken om te betalen, want kijk, Mijn Heer Pastoor! als onze schipper niet beter <a id="d0e2651"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2651">93n</a>]</span>bij de hand geweest was dan onze Lieve Vrouw, ik had &#8217;er bij mijn .... om koud geweest.&#8221;
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3132" href="#d0e3132src" class="noteref">5</a></span> De <i>Doctoren</i> van dit vermaarde <i>kollegie</i>; dat door <span class="smallcaps">Robert de Sorbon</span>, Hofprediker en Biegtvader van <span class="smallcaps">St. Lou&iuml;s</span>, in 1252 gesticht werd, waren in <i>Frankrijk</i> de gewone regters in <i>Theologische</i> geschillen van aanbelang.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3169" href="#d0e3169src" class="noteref">6</a></span> Bekend door zijne welsprekende en wijsgeerige geschriften, zoo als zijne lofspraken (<i>eloges</i>) van <span class="smallcaps">Marcus Aurelius</span>, van <span class="smallcaps">Sully</span>, van <span class="smallcaps">Descartes</span> enz. hij legt daar in zijne vrije en onbevooroordeelde denkbeelden duidelijk aan den dag. <span class="smallcaps">Thomas</span> was ook een bijzonder vriend van Mevrouw <span class="smallcaps">Necker</span>.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e3264" class="div1">
+<h2>Zevende Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Avignon, 3 Augustus.</i>
+
+</p>
+<p>Gisteren morgen om 4 uren voeren wij van <i>Lyon</i>, af; want de wind was wat veranderd, en wij hadden geen hoop, om denzelfden avond hier te zijn. De schuit was volgens afspraak;
+doch &#8217;er ging maar &eacute;&eacute;n schipper mede, en dit beviel velen van onze reizigers, die het hoofd vol zwarigheid hadden, in &#8217;t geheel
+niet; ik voor mij was hier omtrent minder ongerust, want had &#8217;er niet deskundigen over gesproken, en men verzekerde mij, dat
+&#8217;er met bekwame schippers, zoo als die lieden hier doorgaans zijn, op deze rivier geen gevaar te vreezen is. Wij voeren onder
+de groote steenen brug (<i>pont de la Guilloti&egrave;re</i>) door, doch langs den kant, omdat daar de minste trekking is. De stroom in het midden onder deze brug is verbaasd snel. Weldra
+kwamen wij aan de plaats, waar zich de <i>Saone</i> met de <i>Rhone</i> ver&eacute;&eacute;nigt; de afscheiding van het water dezer twee rivieren, is aan de onderscheidene kleuren duidelijk te zien, en maakt
+als een streep op het water. De stroom is hier ook zeer sterk, zoo dat ons schuitje begon te hobbelen, en eenigen onzer reizigers
+zeer zuinig te zien. Het land aan de oevers, stond hier en daar onder water; zulk eene overstrooming, <a id="d0e3285"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3285">103</a>]</span>in dit jaargetij, heeft hier niet dan zeer zeldzaam plaats. Te <i>Givors</i>, een steedje omtrent drie mijlen van <i>Lyon</i> aan den oever van de <i>Rhone</i> gelegen, moest de schipper aanleggen, om tol te betalen, en wij stapten aan land, om onderwijl eens rond te zien. Door zijne
+gunstige gelegenheid is dit plaatsje nog al handeldrijvend, en de inwoners, die grootendeels vrachtschippers en <i>Commissionnairen</i> zijn, voeren vele goederen, als ijzer en steenkolen, komende van <i>St. Etienne</i>, waar een groote geweer- en andere ijzeren instrumenten-fabriek is; &#8217;er zijn ook steenkolen-mijnen niet ver van <i>Givors</i>; zij brengen &#8217;er dan ook een groote hoeveelheid van naar <i>Lyon</i>, en gebruiken &#8217;er zelve zeer veel in de flessen-fabrieken, die hier ook een&#8217; voornamen tak van bestaan opleveren; men verhaalde
+mij, dat &#8217;er thans zes aan den gang waren. Ook wordt &#8217;er zijde in de omstreken geteeld, en ik zag een paar vrouwen bezig met
+de poppen aftehaspelen. Hoewel de wind niet zoo gunstig was als gisteren, vorderden wij echter door den snellen stroom al
+vrij spoedig, en hadden <i>Givors</i> nog niet lang achter den rug, toen wij <i>Vienne</i>, twee mijlen van daar gelegen, reeds ontdekten; die stad ligt tegen en tusschen de bergen en doet zich, van de rivier te
+zien, aangenaam op. Zij is zeer oud, uitgestrekt, maar weinig bevolkt. &#8217;Er is een fabriek van groote ijzeren en stalen werktuigen.
+Men noemt deze stad <i>Vienne en Dauphin&eacute;</i>, of thans <i>dans le Departement de l&#8217;Is&egrave;re</i>, om dezelve van <i>Weenen</i> in <i>Oostenrijk</i> (<i>Vienne en <a id="d0e3328"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3328">104</a>]</span>Autriche</i>) te onderscheiden. Even buiten de stad aan den kant van de rivier, staat een oude pyramide of naald, onder den naam van <i>l&#8217;Eguille</i> bekend; ik kon dezelve van de schuit duidelijk zien, en vind daar van aangeteekend, dat zij op een vierkant gewelf staat,
+ondersteund wordende door vier pilaren van 20 &agrave; 24 voeten hoog; de naald zelve is bijna van dezelve hoogte. Hoewel &#8217;er hoegenaamd
+geen opschrift op staat, veronderstelt men, dat het de grafnaald is van den een&#8217; of anderen <i>Romein</i>. Midden in de rivier, omtrent voor de stad, zag ik ook de overblijfsels van een steenen brug. Omtrent een half uur verder
+ziet men aan de linkerhand eenen geheel met wijngaarden beplanten heuvel, het was den om zijn&#8217; lekkeren wijn vermaarde <i>C&ocirc;te Roti</i>. Niet ver van daar, aan de regterhand, ligt het steedje <i>Condrieu</i>; hier moest men weder aanleggen om tol te betalen; want &#8217;er zijn verscheidene tollen op deze rivier; voor dezen was de vracht
+dan ook goedkooper, naar onze schipper verhaalde, maar thans moet &#8217;er te veel af. Wij gingen ons hier weder een weinig vertreden.
+Verscheidene vrouwen, die &#8217;er alles behalve bevallig uitzagen, kwamen vruchten en wijn te koop veilen. De wijn van <i>Condrieu</i> is beroemd, vooral de witte, wij kochten &#8217;er dan ook van en betaalden 20 <i>sols</i> de fles<a id="d0e3349src" href="#d0e3349" class="noteref">1</a>. Zij was zeer goed, en het speet ons naderhand, dat wij &#8217;er niet me&ecirc;r voorraad <a id="d0e3355"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3355">105</a>]</span>van hadden opgedaan. Het stadje is aan den voet van een&#8217; heuvel gelegen en ziet &#8217;er nog al redelijk uit. Ook hier is het grootste
+gedeelte van de ingezetenen schippers en schuitenmakers, en vele tevens wijngaardeniers; want wijn is bijna het eenigste voortbrengsel
+van dezen grond. De vader van den vermaarden Marschalk <span class="smallcaps">de Villars</span>, die den 6 Maart 1714 in naam van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. den vrede te <i>Rastad</i> teekende, is hier geboren; ik vertel u dit, omdat het eenige betrekking heeft tot onze Vaderlandsche Historie; maar maak
+met me&ecirc;r genoegen melding van een menschlievenden en weldadigen Roomschen Priester, die hier in 1727 een Gasthuis stichtte.
+Het was te wenschen dat het voorbeeld van dien goeden man door zijne ambtgenoten, van welke Geloofsbelijdenis zij ook zijn
+mogen, wat me&ecirc;r gevolgd wierd, en deze Heeren zich niet alleen vergenoegden met de weldadigheid te prediken, zoo als zij doorgaans
+gewoon zijn. Weder aan boord zijnde, haalde ieder zijn&#8217; voorraad voor den dag, en men ging ontbijten; ons gezelschap was nog
+al vrij wel, en bestond onder anderen uit een jong militairen Chirurgijn, die een <i>Gasconjer</i> was, en een soort van Landjonker, die op een Landgoed in <i>Provence</i>, aan de grenzen van <i>Itali&euml;</i> woonde; beide deze lieden, vooral de Chirurgijn hadden, hier me&ecirc;r gereisd en nog al eenige kunde; &#8217;er viel dan tusschen beide
+ook nog al wat te praten, met kijken had ik inzonderheid veel te doen; want de oevers van de <i>Rhone</i> leveren doorgaans eene verscheidenheid <a id="d0e3378"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3378">106</a>]</span>van aangename gezigten op. Wij zagen hier een slang, naar gissing twee &agrave; drie voeten lang, digt voor de schuit heen, en zoo
+het scheen dwarsover zwemmen, hij streek bijna over de oppervlaktes van het water en was zeer vlug. Toen men met smaak een
+stuk uit de hand had gegeten, merkte onze Chirurgijn aan, dat diergelijk koud en eenvoudig voedsel, vooral vruchten, toch
+wel zeker gezonder is, dan zoo vele konstig bereide en warme, of veel liever heete spijzen; dit betoogde hij eenigzins op
+eene geneeskundige wijze, en ik was het volkomen met hem eens; de landjonker, hoewel genoegzaam met ons van hetzelfde gevoelen,
+zeide, dat hij veel met <i>Engelschen</i> en <i>Amerikanen</i> omgegaan hebbende, de gewoonte aangenomen had, om &#8217;s morgens thee te drinken, en dat deze drank alzoo voor hem eene volstrekte
+behoefte geworden was, doch dat hij anders ook zeer vele vruchten at, en &#8217;er zich zeer wel bij bevond; hij verhaalde ons verder,
+dat hij een&#8217; kok gekend had, die bij een voornaam man van zijn kennis te <i>Veneti&euml;</i> woonde, en sedert verscheide jaren, niettegenstaande hij dagelijks de keurigste spijze in overvloed bereidde, genoegzaam
+niets anders nuttigde, dan vruchten, eenige rauwe groentens, wortelen, brood, en voor allen drank koud water; dat deze zonderlinge
+kok zich daarbij gezond en sterk bevond, daar hij voorheen, eer hij die levenswijze had aangenomen, gedurig ongesteld en zwak
+was: in het begin had hem dit wel eenige moeite gekost, doch hij had het volgehouden; <a id="d0e3389"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3389">107</a>]</span>en eindelijk verkoos bij zijne vruchten en wortelen, uit smaak, boven de uitgezochtste lekkernij&euml;n; een en andermaal had hij
+zijn&#8217; Heer, die aan overdaad gewoon, en dus ongezond was, aangeraden, om van levenswijze te veranderen, en zijn voorbeeld
+te volgen; deze hier geen&#8217; zin in hebbende, en dus minder redelijk dan zijn kok, werd die raad moede, en zeide hem eens, dat
+hij zijn handwerk weinig eer aan deed; dat, indien men hem gehoor wilde geven, hij dan ook geen kok meer van nooden had: geen
+zwarigheid, antwoordde deze, gij zult gezond worden, en ik zal wel een&#8217; anderen dienst vinden.&#8212;Maar als ieder uw voorbeeld,
+dat gij zegt zoo heilzaam te zijn, eens volgde: was de tegenwerping; en de kok besloot met te zeggen, dat hij niet geloofde,
+dat zulks althans gedurende zijn&#8217; leeftijd plaats zou hebben; doch als het al eens gebeurde, dat dan de maatschappij zulk
+eene groote verandering zou ondergaan, dat hij een zijns gelijken geene moeite zouden hebben, om een stukje lands te vinden,
+daar zij het weinige voedsel, dat zij noodig hadden, op telen konden<a id="d0e3391src" href="#d0e3391" class="noteref">2</a>.&#8212;Wat zegt gij van dezen wijsgeerigen kok?&#8212;Ik heb wel Professorale lessen gehoord of gelezen, die zoo <a id="d0e3394"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3394">108</a>]</span>goed niet waren. Al pratende kwamen wij voor <i>Tournon</i>, een stadje in het Departement <i>de l&#8217; Ard&egrave;che</i>, voorheen <i>Languedoc</i>; het is aardig gelegen aan den voet van een&#8217; berg; &#8217;er is een zeer groot gebouw, dat voorheen een kollegie was, aan de Jesuiten
+behoorende, doch sedert de afschaffing van dezelve, werd het door wereldlijke bestuurd, en thans is het een Kweekschool, onder
+opzigt van het Gouvernement; het is aangenaam aan den oever van de <i>Rhone</i> gelegen. Over <i>Tournon</i> aan den linker oever van de rivier ligt een plaatsje, <i>Thain</i> genaamd; van hetzelve valt niets anders aanteteekenen, dan dat de beroemde hermitage-wijn digt daar bij groeit. Men ziet
+door de wijnstokken, waarmede zij beplant is, den geheel groenen heuvel van de rivier; deze heuvel is niet groot, doch al
+de wijn, die in den omtrek groeit, noemt men even eens Hermitagewijn, en deze wordt ook al duur verkocht; want het gaat hier
+mede zoo als met m&ecirc;er andere dingen; vele menschen die geene fijne kenners zijn, houden zich te vreden met den blooten naam.
+Omstreeks <i>Thain</i> plagt ook een goudmijn te zijn, naar men verzekert; doch dezelve is thans geheel verwaarloosd, het geen mij verwondert; want
+een goudmijn zou thans in <i>Frankrijk</i> wel te pas komen. Daar <i>Tournon</i> en <i>Thain</i> zoo digt bij elkanderen liggen, vraagt men spottenderwijze, <i>&#8220;Combien y a t&#8217;il depuis Thain &agrave; Tournon<a id="d0e3428src" href="#d0e3428" class="noteref">3</a>?</i>&#8221; en volgens een <a id="d0e3438"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3438">109</a>]</span>slechte uitspraak, &#8221;<i>Combien y a t&#8217;il depu Thain (putains)<a id="d0e3442src" href="#d0e3442" class="noteref">4</a> &agrave; Tournon</i>. Men verhaalt, dien aangaande een&#8217; aardigen kwinkslag. Ten tijde van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. bevond zich een man van <i>Tournon</i>, op reis met iemand, die tot het hof van <i>Versailles</i> behoorde; deze hoveling vroeg ook spottende aan onzen man: &#8221;<i>Combien y a t&#8217;il depu Thain (putains) &agrave; Tournon?</i>&#8221; en deze had de tegenwoordigheid van geest, om hem zonder bedenken te antwoorden: &#8221;<i>Oh! ce n&#8217;est pas la peine d&#8217;en parler; mais dites moi combien y a t&#8217;il bien de Maintenon (des Maintenons) &agrave; Versailles<a id="d0e3462src" href="#d0e3462" class="noteref">5</a>?</i>&#8221; Gij vat de kneep, en zult zekerlijk zoo wel als ik dien trek van tegenwoordigheid van geest bewonderen. Vervolgens kregen
+wij <i>Valence</i> aan den linker oever van de rivier gelegen, in het gezigt, gij zult uit de afbeelding zien, dat die stad niet onaardig gelegen
+is; niet ver van deze stad, en eer men aan dezelve komt, werpt zich de rivier <i>l&#8217;Is&egrave;re</i> in de <i>Rhone</i>. Onze reisgenoot de Chirurgijn herinnerde ons, dat het <a id="d0e3493"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3493">110</a>]</span>hart van den laatst overledenen Paus in de Kerk van <i>Valence</i>, in een looden kistje bewaard werd. Hij zelve had het niet lang geleden gezien, daar wij hier toch aan moesten leggen, en
+dat al weder om tol te betalen, besloten wij, om de stad eens in te gaan, en aldaar de Pausselijke overblijfsels te gaan bezigtigen.
+Het was even na den middag, en brandend heet, zoo dat deze bedevaart ons een zweetje koste; op verscheide plaatsen in de straten,
+waren echter nog al zeilen van het eene huis tot het andere uitgespannen om schaduw te geven. Wij zagen in de Hoofdkerk, in
+een Kapel, die geschilderd was met een&#8217; zwarten grond, waarop hier en daar doodshoofden en Pausselijke versierselen, op een
+soort van klein altaartje, het geen midden in dezelve stond, een houten doos of kistje, en hier in was het looden, dat het
+hart en de ingewanden van den Paus bevatte; dit kistje was overdekt met een kleed van violetkleur fluweel met gouden franjes,
+en waarop de Pausselijke muts en sleutels met goud geborduurd waren; een soort van lijklamp hing &#8217;er boven, en werd, naar
+men mij verzekerde, altijd brandende gehouden. Deze Kapel is met een ijzer hek gesloten, en boven hetzelve leest men: &#8220;<i>Ici sont depos&eacute;s le coeur et les entrailles de</i> <span class="smallcaps">Pie</span> VI.&#8221; Die Paus is in deze stad, om den oorlog of de gevolgen van dien <i>Rome</i> ontweken zijnde, hier staatsgevangen gehouden en gestorven. Zijn ligchaam is naar <i>Rome</i> gevoerd; doch op aanzoek van <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, zoo men zegt, zijn zijne ingewanden hier wederom terug <a id="d0e3513"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3513">111</a>]</span>gebragt, en men wil, dat &#8217;er een graftombe zal opgerigt worden, om dezelve in te bewaren. Aan of in de Kerk, die een donker
+en slordig voorkomen heeft, is voor het overige niets bijzonders te zien. Ook zag ik niets aanmerkelijks in de stad, het is
+de hoofdplaats van het Departement <i>la Drome</i>, voorheen <i>du Valentinois en Dauphin&eacute;</i>. Het verblijf van de Prefecture, en een <i>Tribunal de premi&egrave;re instance</i>, is zeer oud en met muren omringd; de omstreken schenen mij toe nog al aangenaam te zijn. <i>Valence</i> is door een heuvel, in de gedaante van een halven cirkel, natuurlijk beschut, en dat op eene wijze, als <span id="d0e3527" class="corr" title="Bron: op">of</span> het door kunst gemaakt was: men vindt hier omstreeks goede en zuivere bronnen; de zijdeteelt is ook een voorname tak van
+bestaan van de inwoonders. Voorheen was &#8217;er een Universiteit, die verscheide voorname Rechtsgeleerden opgeleverd heeft. Het
+bijgaand fraai gezigtje zal u een denkbeeld geven van de ligging dier stad. Omtrent drie mijlen onder dezelve, valt de rivier
+<i>le Drome</i> in de <i>Rhone</i>: deze laatstgenoemde rivier is hier al vrij breed, en wij werden reeds van verre door het hevig gedruisch van het water den
+snellen stroom gewaar. De rivier geleek hier op sommige plaatsen naar eene hevig ziedende pot: sommigen van ons gezelschap
+begonnen dan ook zeer bevreesd te worden, doch onze schipper, die mij toescheen een nuchter en bekwaam man te zijn, verzekerde,
+dat hij het gevaar wel zou weten te vermijden; zoo dat men niet ongerust behoefde te zijn; wij kwamen <a id="d0e3536"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3536">112</a>]</span>&#8217;er dan ook zonder eenig letsel over; maar werden door de golven ter deeg geschommeld. De groote toevloed van water, vooral
+thans, na eene zoo sterken en aanhoudenden regen, en eenige rotsen of klippen in de rivier, en onder het water staande, veroorzaken
+deze geweldige bruisching. Het was omtrent zeven uren des avonds, toen wij <i>Ancone</i>, een dorpje aan de linker oever van de <i>Rhone</i> naderden: Onze schipper (<i>patron</i>) zeide, dat wij daar een redelijk goede herberg zouden vinden, en dat het dus raadzaam was, om &#8217;er te blijven overnachten.
+Het voorstel werd algemeen aangenomen; maar de herberg, die men ons aanwees, zag &#8217;er in &#8217;t geheel niet breed uit, en wij dachten,
+dat, zoo wij &#8217;er al konden slapen, het niet anders dan op stroo zou zijn. Ook hier werd het spreekwoord, dat schijn dikwijls
+bedriegt, bewaarheid, en wij stonden niet weinig verwonderd, toen men ons langs een&#8217; grooten trap en langen gang verscheide
+redelijk goede kamers aanwees, en &#8217;er was voor ieder een bed; dit viel dan niet weinig mede. Wij stelden nu verder onzen landjonker
+tot Hofmeester aan, om het avondmaal enz. te bestellen, te meer, omdat hij zeer goed <i>patois</i>, het geen de landtaal is, sprak, en ik ging met den Chirurgijn landwaards in, naar den kant van <i>Montelimart</i>, dat maar een half uurtje van hier gelegen is. Wij zagen het liggen, doch vonden het te laat, om &#8217;er naar toe te gaan, wijl
+de afspraak was, dat wij vroeg zouden eten en naar bed gaan: om den volgenden morgen weder vroeg in de kle&ecirc;ren te zijn. <a id="d0e3553"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3553">113</a>]</span>Te <i>Montelimart</i> zijn veel Protestanten; de inwoners waren van de eerste, die de hervorming van <span class="smallcaps">Calvin</span> aannamen; het is nog al redelijk bevolkt, en vrij welvarende, omdat de groote weg van <i>Lyon</i> naar <i>Marseille</i> en <i>Itali&euml;</i> &#8217;er doorloopt, en de landstreek vruchtbaar is; wij zagen dan hier ook fraaije boeren-hoeven; de landlieden waren grootendeels
+bezig met hun koren door muilezels te laten treden, (<i>fouler</i>), zoo als bij ons de vlasballen worden gedaan. Het zag &#8217;er, niettegenstaande het ongunstig weder, vrij wel uit. Behalve eenige
+andere vruchtbomen, waren de meesten, die ik hier zag, moerbezi&euml;n; want de zijdeteelt is ook hier omstreeks een voornaam bedrijf,
+en heeft waarschijnlijk aan dezen kant zijn oorsprong in <i>Frankrijk</i> genomen. De natuurkundige <span class="smallcaps">de Faujas</span><a id="d0e3578src" href="#d0e3578" class="noteref">6</a>, zegt in een&#8217; zekeren brief: dat de eerste moerbezieboom in <i>Frankrijk</i> gebragt werd, ten tijde van de laatste Kruisvaart door eene <span class="smallcaps">Gui-Pape-Saint Auban</span>, een mijl van <i>Montelimart</i>. Dat deze oude moerbezieboom nog bestaat, en dat de Heer <span class="smallcaps">de Latour Du Pui-la Chaux</span>, dit gedenkteeken van den landbouw had doen in waarde houden, door &#8217;er een muur om te bouwen, en te verbieden, dat men &#8217;er
+de bladeren van plukte. De afstammelingen van dezen ouden boom, bedekken thans een goed gedeelte van den <i>Franschen</i> grond, en <a id="d0e3601"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3601">114</a>]</span>brengen aan den staat een inkomen op van verscheiden millioenen. Dit een en ander had ik voor mijn vertrek van <i>Parijs</i>, uit een der dagbladen, opgeteekend; hopende gelegenheid te zullen hebben, om dien merkwaardigen boom te zullen zien, doch
+nu was het te ver; daarbij wisten de lieden alhier, mij &#8217;er geen genoegzaam narigt van te geven; ik zou dan eerst naar <i>Montelimart</i> hebben moeten gaan, om &#8217;er na te onderzoeken, en dit zou te veel tijd gevorderd hebben: dus zag ik, hoewel niet zonder leedwezen,
+van dit ontwerp af.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vi007.jpg" alt="Valen&ccedil;e."><p class="figureHead">Valen&ccedil;e.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>In 1762 vonden eenige arbeiders, omstreeks dit dorp <i>Ancone</i>, in een tuin gravende, een groote Lijkbus (<i>urne</i>), waar een lijk in was, hebbende op het hoofd eene gouden kroon, en aan een oor een ring van hetzelfde metaal. Me&ecirc;r vond
+ik hier niet van aangeteekend, en sommige inwoners, die ik &#8217;er hier na vroeg, konden &#8217;er mij ook niets naders van zeggen.
+
+
+</p>
+<p>&#8217;t Was een warme dag geweest, de avondstond was regt koel en verkwikkende. Om hier wel genot van te hebben, ging ik eenzaam
+op de vlakke oevers van de <i>Rhone</i>, die men hier heeft, even als bij ons aan zee, wandelen. De bergen en rotsen aan den overkant, en boven en beneden dezelve,
+maakten eene majestueuse vertoning; zekerlijk, dacht ik, hebben sommige hunner voorheen stroomen vuurs en lava uitgebraakt,
+terwijl men de sporen daarvan nog in deze landstreek vind. Deze landstreek, te weten aan den overkant van de <i>Rhone</i>, bekend onder den <a id="d0e3629"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3629">115</a>]</span>naam van <i>le Vivarais</i>, en thans behoorende tot het Departement <i>de l&#8217;Ardeche</i>, werd oudtijds bewoond door de <i>Helvianen</i>, die op het eind van de vijfde Eeuw, of het begin van de zesde, door <span class="smallcaps">Sigismundus</span>, Koning der <i>Bourguignons</i>, overwonnen werden. De avond begon me&ecirc;r en me&ecirc;r te vallen, de horens van de beesten-hoeders, die zich in de bergen deden
+hooren, en tegen de rotsen we&ecirc;rgalmden, verwijderden zich al verder en verder, eindelijk hoorde ik niets me&ecirc;r, dan het geruisch
+der rivier, en het gekraak der keisteentjes, waarover ik liep, en waar deze oever als mede bezaaid is. Het werd tijd, en ik
+begaf mij naar de herberg; daar zag ik met genoegen, dat de tafel voor de deur, en alzoo niet ver van dien aangenamen oever
+van de <i>Rhone</i> gedekt was. &#8217;Er was schier geen zuchtje aan de lucht, zoodat de kaarsen, die men op tafel zette, zonder moeite aanbleven,
+en het eten was goed, en smaakte, omdat wij honger hadden, uitmuntend. Wij deden dan een regt aangenamen landelijken maaltijd;
+het oud moedertje van den huize ziende, dat wij wel over haar te vreden waren, kwam ook bij ons zitten snappen, en scheen
+zeer opgeruimd. Hadden wij den volgenden morgen niet vroegtijdig op reis gemoeten, ik had hier zoo spoedig niet van daan gekomen,
+doch nu was slapen de boodschap.
+
+</p>
+<p>Heden morgen om vier uren begaven wij ons weder scheep. De rivier vertoont zich hier als geheel van bergen en rotsen omringd;
+de gezigten zijn schilderachtig. Weldra kregen wij <i>Viviers</i> <a id="d0e3654"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3654">116</a>]</span>hoofdplaats van <i>le Vivarais</i>, in het oog; ook dit gezigt zou een zeer fraaije teekening opleveren; doch die hier alles, wat de moeite waard is, wilde
+uitteekenen, zou &#8217;er wel eenige maanden mede kunnen doorbrengen. Dit stadje is tusschen de rotsen aan den regter of westelijken
+oever van de <i>Rhone</i> gebouwd, en de hoofdkerk gelegen op een rots, die boven de huizen uitsteekt; het schijnt een oud en groot gebouw te zijn.
+Voor de omwenteling was <i>Viviers</i> een Bisdom, en de Bisschop voerde den titel van <i>Comte de Viviers</i>. Beneden aan den oever van de rivier ligt een zeer groot, en zoo het schijnt, fraai gebouw; men zegt dat het zoo veel vensters
+heeft, als &#8217;er dagen in het jaar zijn; nu &#8217;er waren &#8217;er inderdaad zeer veel; het diende voorheen tot een <i>Seminarium</i>. Aan onze linkerhand zagen wij een oud Kasteel, dat de schipper <i>le Chateau de Roche-mollet</i> noemde, me&ecirc;r wist men &#8217;er mij niet van te zeggen. Een eindweegs gevorderd zijnde, aanhoudend bezig met de fraaije gezigten
+rondom ons te bewonderen, zagen wij <i>le Bourg St. Andeol</i>, voorheen het verblijf van den Bisschop van <i>Viviers</i>, en waar hij zijn paleis had. Dit stadje ziet &#8217;er nog al wel uit, en is aangenaam aan de regteroever gelegen: wij stapten
+&#8217;er een oogenblik aan wal, en kochten &#8217;er wat provisie; want het water geeft eetlust, en het werd tijd, om te ontbijten. Het
+oogenblik naderde vervolgens, dat wij onder die vreesselijk vermaarde <i>Pont-Saint Esprit</i>, waar van men ons zoo veel verteld had, door moesten varen. <a id="d0e3683"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3683">117</a>]</span>&#8217;Er wierd raad gehouden, of wij scheep zouden blijven, dan of wij ons voor de brug aan wal zouden laten zetten, en op &eacute;&eacute;n
+na besloten tot het laatste, als zijnde het algemeen gebruik; daarbij wilden wij wel een half uurtje wandelen. Ik had anders
+nog al lust gehad, om &#8217;er in te blijven, doch voegde mij nu na de meerderheid van het gezelschap; onze reisgenoot, die &#8217;er
+in bleef, kon zwemmen, en trok zelfs zijn laarsen en rok uit, om daar door, in geval &#8217;er een ongeluk plaats mogt hebben, niet
+belemmerd te worden; de schipper lagchte hier om, en verzekerde ons, dat &#8217;er geen gevaar was, en hij dien togt me&ecirc;r dan honderdmalen,
+zonder eenig letsel, gedaan had; maar het besluit was genomen, en wij stapten een groot kwartier, voor dat wij bij de brug
+kwamen, aan land. Als een pijl uit een boog zagen wij van daar ons schuitje wegsnellen, en wandelden langs een&#8217; aangenamen
+weg, beplant met moerbezieboomen, wijngaarden, en hier en daar olijfboompjes, de eerste die ik zag, tot het stadje <i>Saint Esprit</i>. Het zal waarschijnlijk een sterkte geweest zijn, en heeft een <i>citadel</i> en <i>bastions</i>, maar heeft voor het overige weinig te beteekenen; het is aan den regteroever van de <i>Rhone</i> gelegen, en behoort thans tot het Departement <i>du Gard</i>. Wij zagen &#8217;er in een lang en smal gebouw meer dan dertig vrouwen zitten, die bezig waren met de zijde van de poppen te haspelen.
+De uitwaseming van die poppen, die men in heet water legt, veroorzaakt eenen zeer onaangenamen reuk, en men zegt dat het ongezond
+<a id="d0e3700"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3700">118</a>]</span>werk is, dat ik zeer wel gelooven wil. Nogthans waren &#8217;er onder die werklieden, eenige meisjes die &#8217;er wij wel uitzagen; maar
+misschien hadden zij dit bedrijf ook nog niet lang bij de hand gehad. Vervolgens gingen wij de vermaarde brug zien; het is
+een ontzaggelijk stuk werks; zij rust op 26 bogen, waarvan 19 grooten en 7 kleinere zijn; zij is, volgens de beschrijving,
+420 <i>toises</i> lang, en 2 <i>toises</i>, 4 voeten, en 4 duimen breed<a id="d0e3708src" href="#d0e3708" class="noteref">7</a>. Zij werd begonnen in 1265, en in 1309 voltooid, men werkte &#8217;er dus 44 jaren aan.&#8212;En hoe, denkt gij dat men aan het geld
+gekomen is; want dit moet nog al een sommetje gekost hebben. Men maakte gebruik van het bijgeloof van dien tijd, om deze nuttige
+gemeenschap tusschen den regter- en linkeroever te bewerkstelligen. Het gerucht werd verspreid dat een Engel aan een&#8217; schaapherder
+verschenen was, en hem geboden had, om daar ter plaatse eene brug te bouwen; weldra kwam &#8217;er een ruime toevloed van offeranden
+en giften van alle kanten. De Prior van de Abdij, waar het stadje om gebouwd was, had echter het spel haast bedorven; want
+men had de onvoorzigtigheid gehad, van &#8217;er hem niet in te kennen: doch men herstelde dezen misslag, en gaf hem duimkruid;
+hij lag den eersten steen, en ziet het wonderwerk had de gewenste uitwerking. <a id="d0e3717"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3717">119</a>]</span>Een groot gedeelte van deze brug is op de rots, die daar de bedding van de rivier uitmaakt, gebouwd. Waarschijnlijk bestond
+&#8217;er een reden, waarom men ze met een elleboog, die tegen den stroom gesteld is gebouwd heeft; want zij zou fraaijer zijn,
+als zij regt was. Wij waren veel te laat gekomen, om &#8217;er onze schuit onder door te zien varen, zij wachte ons reeds lang aan
+den anderen kant. &#8217;t Is zeer duidelijk te zien, dat de stroom tusschen de bogen van deze brug, en vooral tusschen die, welke
+het meest midden in staan, zeer sterk moet zijn, doch als de schippers niet onhandig zijn zie ik &#8217;er geen gevaar in. Nog iets
+opmerkelijks aangaande het metselwerk van deze brug is, dat de pilaren van de bogen doorluchtig zijn als of &#8217;er vensters in
+zijn. Ter instandhouding van dit ontzaggelijk en kostbaar stuk werks, is men zeer behoedzaam; de zware vragtkarren of rijtuigen,
+mogen &#8217;er niet willekeurig overrijden, en om het dreunen voortekomen, worden somtijds de wielen vastgemaakt, in een soort
+van houten laden (<i>sabots</i>) gezet, en de karren &#8217;er zoo zachtjes over gesleept. Wederom scheep zijnde, bekeek ik de brug nog eens ter deeg, doch wel
+dra verloren wij dezelve uit het oog. Naar ik vernam, moeten de schippers, onder die brug door willende varen, niet op het
+midden van een boog, maar op een pilaar aanhouden, even als of zij tegen denzelven aan wilden varen. De stroom brengt hen
+dan van zelve in het midden van den boog of poort daar zij door moeten, <a id="d0e3722"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3722">120</a>]</span>en in een oogenblik zijn zij aan den anderen kant. De gezigten blijven aanhoudend schoon, en de landstreek berg- en rotsachtig.
+<i>Orange</i> zagen wij aan de linkerhand van verre liggen; het speet mij, dat ik de overblijfsels der <i>Romeinsche</i> oudheden, die deze stad nog bezit, niet kon zien; doch zij is omtrent een mijl van den oever afgelegen, en dus wat te ver
+om &#8217;er naar toe te wandelen; daar bij was het zeer warm, en omstreeks elf uren voor den middag. Onze voormalige Stadhouders
+voerden den naam van Prinsen van <i>Oranje</i>, naar het Prinsdom, of liever Prinsdommetje, waarvan deze stad toen de hoofdplaats was.&#8212;Wat heeft zelfs die naam in ons Vaderland
+niet dikwijls aanleiding tot verregaande onaangenaamheden gegeven!!... Verder op zagen wij het stadje <i>Caderousse</i> aan den linkeroever gelegen; voor deze plaats ligt &#8217;er een eiland in de <i>Rhone</i>, dat nog al uitgestrekt is. Eindelijk wees men ons de oude Pausselijke stad <i>Avignon</i>, die door zijne aangename gelegenheid, zijne torens en hooge gebouwen, en de rots, waar het oude Apostolische Paleis op gebouwd
+is, eene fraaije en aanzienelijke vertooning oplevert. Eer dat men aan de stad komt, ziet men ook nog een eiland in de rivier,
+dat vrij aanmerkelijk is, de <i>Rhone</i> maakt daar twee armen en vereenigt zich weder bij <i>Avignon</i>. Het was omtrent twaalf uren &#8217;s middags, toen wij hier aankwamen. Wij hadden dus in minder dan 23 uren (want den tijd dat
+wij geslapen en ons opgehouden hebben, reken ik <a id="d0e3748"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3748">121</a>]</span>&#8217;er af,) een&#8217; weg afgelegd van omtrent 48 mijlen, ik was &#8217;er dan ook bijzonder over te vreden en zou ieder, die deze reis
+aangenaam, goedkoop en gemakkelijk wil doen, raden, om het op dezelfde wijze aanteleggen. Wij gaven elk aan onzen schipper,
+behalve de bedongen vracht, 30 <i>sols</i> drinkgeld, en hij was zeer wel te vreden. Die man moest nu zijne schuit hier verkoopen, doorgaans voor eenen zeer geringen
+prijs, en dan te voet weder terug keeren naar <i>Lyon</i>, zijne woonplaats.
+
+</p>
+<p>Dezen langen <i>epistel</i> hebt gij wederom aan het slechte weder te danken; want naauwelijks waren wij in ons Logement of werden door een geduchte
+donder- en regenbui, even eens als <i>Lyon</i>, verwelkomd: thans (om elf uren &#8217;s nachts) houdt dezelve nog aan.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3349" href="#d0e3349src" class="noteref">1</a></span> Dit was beste oude wijn; de gewone kocht men voor 5 <i>sols</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3391" href="#d0e3391src" class="noteref">2</a></span> Onze reisgenoot verhaalde dit met verscheidene natuurlijke omstandigheden, als een echte gebeurtenis, waar van hij zelve me&ecirc;r
+dan eens ooggetuigen geweest was, en ik heb geen de minste reden om aan &#8217;s mans goede trouw te twijfelen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3428" href="#d0e3428src" class="noteref">3</a></span> Hoe ver is <i>Thain</i> van <i>Tournon</i>?
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3442" href="#d0e3442src" class="noteref">4</a></span> Hoe vele ligte vrouwlieden zijn&#8217; er te <i>Tournon?</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3462" href="#d0e3462src" class="noteref">5</a></span> O! dat is der moeite niet waardig, om &#8217;er van te spreken, maar zeg mij, hoe ver is <i>Maintenon</i> (een steedje) van <i>Versailles</i>? of ook hoe veel <i>Maintenons</i> (te weten ligte vrouwen, want Madame <span class="smallcaps">de Maintenon</span>, was, gelijk gij weet, bijzit van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV.) zijn &#8217;er wel te <i>Versailles</i>?&#8212;Deze anecdote durf ik u haast voor wat nieuws aanrekenen, zijnde verzekerd dat zij zeer weinig bekend is.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3578" href="#d0e3578src" class="noteref">6</a></span> <span class="smallcaps">De Faujas</span> is Professor bij het Museum van natuurlijke historie te <i>Parijs</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3708" href="#d0e3708src" class="noteref">7</a></span> Men rekent de <i>toise</i> op <i>6 g&eacute;ometrische</i> voeten. Die brug is dan ook veel te smal, naar evenredigheid van de lengte.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e3764" class="div1">
+<h2>Achtste Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Marseille</i>, 7 <i>Augustus.</i>
+
+</p>
+<p>&#8217;s Morgens van den 4 dezer was het droog, doch het had den ganschen nacht geregend. Zoo veel regen in dit saisoen en in dit
+gedeelte van <i>Frankrijk</i>, is inderdaad een ongewoon verschijnsel. Niettegenstaande onze voerman ons veel vertelde van den slechten weg, stapten wij
+omstreeks vijf uren op het rijtuig, om naar de vermaarde fontein van <a id="d0e3779"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3779">122</a>]</span><i>Vaucluse</i> te rijden, men rekent dezelve over <i>l&#8217;Isle</i> 5&frac12; uur gaans van <i>Avignon</i> afgelegen; wij hadden een rijtuig op twee wielen, doch op riemen hangende, in den smaak van die, waarmede men van <i>Parijs</i> naar <i>Versailles</i> enz. rijdt; het was met twee paarden bespannen, en de voerman zat <i>en postillon</i> op een van dezelven, die soort van rijtuigen zijn ligt, en men kan &#8217;er des noods met vier personen in zitten. Ik had het
+voor 21 Livres vrij van alle onkosten gehuurd. Een eind weegs buiten <i>Avignon</i> is de weg goed en zeer vlak, aan beide zijden met sloten, weilanden en boomgaarden, van moerbezieboomen beplant. Het heeft
+hier wel wat van dat gedeelte van <i>Gelderland</i>, waar men zoo veele kersen en andere vruchtboomgaarden vindt. De landstreek wordt vervolgens bergachtig, en men heeft eene
+verscheidenheid van aangename gezigten. Tot nog toe was de weg vrij goed; doch hier kwamen wij weder tusschen boomgaarden
+en akkerland. De grond was hier kleiachtig en zoo week, dat wij verpligt waren te voet te gaan, omdat het rijtuig en de paarden
+&#8217;er zoo diep in raakten, dat zij moeite hadden, om &#8217;er uit te komen. De voerman wees ons een voetpad langs een&#8217; anderen weg,
+en wij zouden dan op eene zekere hoogte weder bij elkanderen komen; dit ging in den beginne wel genoeg, doch deze weg werd
+ook zoo slecht, dat wij aan den kant moeite hadden om ons over eind te houden door de glibberigheid, en in &#8217;t midden zakte
+men &#8217;er tot over de enkels toe in; tusschen beide liepen de sloten <a id="d0e3804"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3804">123</a>]</span>over, en men was schier genoodzaakt om te waden. Zoo sukkelden wij wel een half uur voort, eer wij weder bij het rijtuig kwamen.
+Onze voerman had het niet beter gemaakt dan wij, zijnde verpligt geweest, om bijna altijd naast het rijtuig te gaan, om het
+te ondersteunen; hij, wij en de gansche bo&ecirc;l zagen &#8217;er deerlijk beslikt uit; en had de weg in &#8217;t begin ten opzigte van het
+gezigt naar <i>Gelderland</i> geleken, hier geleek zij wel na dat kleiachtig gedeelte van ons land, waar men &#8217;s winters bijna niet door kan komen; en ik
+herinnerde mij hier aan een van de onaangenaamste wandelingen van mijn leven, die ik in het najaar van 1801 deed, van <i>Dordt</i> naar het <i>nieuwe veer</i>. Wij kwamen vervolgens door het dorp <i>Mori&egrave;res</i>, klommen een&#8217; heuvel op, veelal met wijngaarden en olijfboomen beplant; hier wordt het oog wederom aangenaam vergast; de
+weg is hobbelig en steenachtig. Hier wees onze voerman ons in een keten heuvels en rotsen, die voor ons lag, en aan dien kant
+het gezigt bepaalde, de plaats, waar de fontein van <i>Vaucluse</i> gelegen was; doch wij waren &#8217;er nog een goed eind weegs van daan, en ik zag nog niets anders dan een bruin&auml;chtige rots. Afklimmende
+kwamen wij nog voorbij een ander dorp, en daarna aan het stadje <i>l&#8217;Isle</i> (het eiland) genaamd, waarschijnlijk om dat het riviertje <i>la Sorgue</i> het rondom bespoelt.&#8212;welk eene allerliefste landstreek! Wij reden door een fraaije dreef van redelijk zware <i>platanus</i>-boomen langs de stad, tot aan een gnappe <a id="d0e3830"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3830">124</a>]</span>herberg daar <span class="smallcaps">Petrarque et Laure</span> uithangt, hier stapten wij af, aten ter loops een stuk brood, en wat vruchten, waar onder goede meloenen, en bestelden het
+middagmaal tegen onze terugkomst, vooral goede paling, forellen en rivierkreeften bedingende; want die zijn hier even zoo
+vermaard als bij ons de baars van <i>Hillegom</i>, of half weg <i>Amsterdam</i>; en schoon anders geen lekkerbek, van daag wilde ik ook eens smullen, want dat behoort bij de reis naar <i>Vaucluse</i>, en hij, die de fontein gaat zien, moet ook de visch proeven, die &#8217;er in dat water gevangen wordt. Na het stoffelijk deel
+wat verkwikt te hebben, en dat was noodig; want wij hadden ons nog al wat vermoeid met door het slijk te loopen, spoedden
+wij voort en ik was dan zeer nieuwsgierig en verlangende. Welhaast verlaat men het dal en de vrolijke landouw van <i>l&#8217;Isle</i>; het liefelijk stroomende riviertje, dat hier en daar over een dam heen rolt, en een kleinen waterval vormt, de frisch groene
+weilanden en de akkers met moerbezieboomen beplant. De natuur neemt eene treurige houding aan, de grond wordt steenachtig,
+hier en daar rijdt men zelfs over de bloote rots; de landstreek is dan ook onvruchtbaar en woest, slechts hier en daar een
+struikje of een kwijnend olijfboompje. Hoe zeer men de plaats, waar de fontein moet wezen, een&#8217; geruimen tijd voor zich gezien
+heeft, men kan zich niet verbeelden, dat dit iets ongemeens zal opleveren, en eenigzins aan de verwachting beantwoorden, die
+men &#8217;er den reiziger van <a id="d0e3847"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3847">125</a>]</span>heeft doen opvatten, en juist dit maakt de nieuwsgierigheid des te sterker gaande; ieder spreekt hier toch van de fontein
+van <i>Vaucluse</i>, alle vreemdelingen gaan die bijna zien; het Departement is &#8217;er naar genoemd; het moet toch der moeite waardig zijn, en ondertusschen
+schijnt het niet anders dan een barre rots. Het dorpje <i>Vaucluse</i> naderende, begint het &#8217;er nogthans wat naar te gelijken; hier wordt de natuur schilderachtig; men komt door een&#8217; hobbeligen
+en kronkelenden, hier en daar zeer smallen weg, langs stukken en brokken van rotsen, in een aangenaam dal, waar de <i>Sorgue</i> langs groene oevers, en weelderig groeijende struiken en boomen door slingert. Bij de brug van het dorpje hield de voerman
+stil, digter bij de fontein kan men met rijtuig niet wel komen. Een oud vrouwtje met haar spinrok in de hand, wachtte ons
+reeds op, en bood zich aan ons naar de fontein te geleiden. Het was nu omtrent elf uren, de zon scheen helder; het was al
+een zeer heete dag, en dus niet zeer aangenaam, om te wandelen, doch een nieuwsgierig reiziger laat zich daar door niet afschrikken,
+en wij begaven ons met onze geleidster, die al vooruit liep, en trachtte te beduiden dat het niet ver was, op weg, ik zeg
+trachtte te beduiden, want de goede vrouw sprak bijna niet anders dan het <i>patois</i> van dat land, het geen weinig overeenkomst heeft met het <i>Fransch</i>; door dikwijls hetzelfde te herhalen, en met de handen en oogen te wijzen en te beduiden, begreep ik &#8217;er hier en daar nog
+al wat van; mij scheen <a id="d0e3864"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3864">126</a>]</span>zij genoegzaam te verstaan, maar vergat al gaande en pratende niet te spinnen; en hoewel &#8217;er armoedig uitziende, scheen zij
+echter gezond en vrolijk. Het dorpje <i>Vaucluse</i> ligt tegen en op een barre rots, die door de <i>Sorgue</i> bespoeld wordt; het is dan onder aan den oever aangenaam en vruchtbaar; doch boven dof en naar. Op den top van een rots bij
+hetzelve, ziet men de overblijfsels van een vervallen Kasteel, dat men het kasteel van <i>Petrarque</i> noemt; doch het behoorde aan de Bisschoppen van <i>Cavaillon</i>, die Heeren waren van <i>Vaucluse</i>. Men klimt, den stroom aan de regterhand latende, naar de bron; haast wordt men door het ontzaggelijk gezigt van een verbazende
+hooge muur van steile rotsen, die zich als een halve cirkel vertoont, en door de ruischende watervallen, die zich in den stroom
+opdoen, verrukt. Ter zijde ziet men spitse punten, door de natuur als gedenknaalden opgericht, en vreesselijke klompen steen,
+door de Eeuwige Almagt als &#8217;t ware op een gestapeld<a id="d0e3881src" href="#d0e3881" class="noteref">1</a>.&#8212;Mensch, met al u ingebeelde grootheid, wat zijt gij hier klein!! Naar mate dat men opklimt, wordt ook de bedding van den
+stroom hooger, en de bruisschende loop van het water dus hoe langer hoe sterker, zoo dat het schier niet anders gelijkt dan
+sneeuwwitte schuim. Ik had mij reeds van het snapachtig moedertje ontdaan, en zette mij nu op een brok rots aan den kant van
+de waterval neder, om daar <a id="d0e3884"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3884">127</a>]</span>alles bedaard te overzien. Zeker heeft <span class="smallcaps">Petrarcha</span> deze plaats niet uitgekozen, om den lof van zijne schoone <span class="smallcaps">Laura</span><a id="d0e3891src" href="#d0e3891" class="noteref">2</a> te zingen, want het geweldig gedruis van het water zou de schelste toonen verdoofd hebben; doch hij kon &#8217;er de majestueuse
+<a id="d0e3956"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3956">128</a>]</span>schoonheid der natuur in vloeijende versen beschrijven, ten minste daar toe de ruimste stof in zijn brein verzamelen. Nu ging
+ik verder op, tot aan de grenzen van dit enge dal, door de steile rots, zoo steil, als of zij regt door was gezaagd, afgeteekend.
+Aan den voet van dezelve is een ruim onderaardsch gewelf, waar in de bron van <i>Vaucluse</i> opwelt. Het water, in den kom of vijver voor hetzelve, was zoo hoog, dat wij van den boog of opening maar zeer weinig zagen.
+De oppervlakte van dezen vijver had toen wel 50 voeten diameter. Hier was het water stil en doorschijnende, zoo dat men aan
+de kanten tot op den grond toe zien kon. Gedurig door de bron gevoed wordende, liep die vijver aanhoudend over, en dit maakte
+dien heerlijken waterval. Het was hier zeer koel, en door het water, dat bijna ijs koud is, en omdat men &#8217;er geheel beschut
+is, tegen de zonnestralen; want de steile rots boven de bron helt zelfs eenigzins voorover, en deze rots is van het water
+af omtrent 700 voeten hoog. Men is hier genoegzaam rondom door ontzaggelijke muren ingesloten, van daar de naam <i>Vallis Clausa</i>, daar men <i>Vaucluse</i> van gemaakt heeft. De vorschende reiziger leest op deze wanden, als een bevel van de hoogste wijsheid: &#8220;Tot hier toe en niet
+verder,&#8221; en treedt eerbiedig terug.&#8212;Men ziet niets dan rotsen en water, behalve den treurigen vijgenboom, die uit een spleet
+van de rots, boven den vijver, niet ver van het water is voortgekomen, en hier en daar een weinig mos, en <a id="d0e3967"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3967">129</a>]</span>toch is het zoo verrukkend schoon, dat ik &#8217;er niet van daan kon komen. Eenige jaren vroeger had hier de liefde misschien grootendeels
+mijne denkbeelden bezig gehouden, thans vervulde verhevener gedachten geheel mijne ziel,&#8212;de flaauwe beelden der Eeuwigheid,
+der Schepping en der Onsterfelijkheid zweefden voor mijn&#8217; geest.&#8212;Weg met al die beuzelachtige pracht, waarmede men den godsdienst
+ontluistert, met al die leerstellingen die &#8217;er menschelijk vernuft heeft bijgehangen!&#8212;Al wat menschelijk is, is hier beuzelachtig,
+en zinkt weg naast de Grootheid van den Schepper, dien men rondom niet anders dan met eerbied kan beschouwen.&#8212;Ik knielde niet,
+ik sprak geen gebed uit,&#8212;maar betrachtte, bewonderde, gevoelde en hoopte. Het nieuwe en ongewone der voorwerpen, droeg zekerlijk
+veel tot deze mijne geestvervoering bij.&#8212;Zulk eene verhevene gewaarwording, zulk eene zachte aandoening is onbeschrijfbaar.
+Doch daar het tijd werd om deze zielstreelende tooneelen te verlaten, vervoegde ik mij weder bij het gezelschap. Wij hadden
+een fles wijn medegebragt, die onze geleidster aan den kant van de bron gezet had om te verkoelen, hier dronken wij nu een
+teug van, doch ik verkoos het zuivere water, daar ik bij mijn aankomst reeds van geproefd had, doch niet veel van durfde drinken,
+omdat ik te warm was. Dit water is zoo klaar als kristal en uitmuntend van smaak. Onze geleidster beduidde mij, dat in den
+sterken stroom bij den val (<i>cascade</i>) Forellen gevangen werden. <a id="d0e3972"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3972">130</a>]</span>Hoe merkbaar was de warmte, toen wij weder in de zon kwamen; doch het is slechts eene kleine wandeling, en wij waren weldra
+bij het rijtuig; hier keerde ik mij nog eens om, bleef een poos op den stroom en op de rotzen staren, en ze&icirc; met aandoening,
+<i>Vaucluse</i> vaarwel. Het moedertje, dat ik wat gegeven had, wenschte ons zegen en gezondheid, en wij reden, wel voldaan over deze reis,
+naar <i>l&#8217; Isle</i> terug. Hier vonden wij den maaltijd gereed, in een kamer waar de borstbeelden van <span class="smallcaps">Petrarcha</span> en <span class="smallcaps">Laura</span> op den schoorsteen stonden. Nimmer heb ik lekkerder paling, forellen en rivierkreeften gegeten, en het was jammer, dat de
+wijn, hoewel van de beste soort, die men hier had, ons niet beter smaakte, en wij genoegzaam verpligt waren om enkel water
+te drinken. De wijn van <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> is te zwaar, en heeft een&#8217; smaak, welke voor de meeste menschen, die &#8217;er niet aan gewoon zijn, walg&auml;chtig is. Goed koop is
+het hier niet, wij moesten voor het middagmaal &pound; 4&#8211;:&#8211;: de persoon betalen. <span id="d0e3992" class="corr" title="Bron: Naar">Na</span> het eten ging ik de bekoorlijke wandelingen om het stadje bezigtigen, en trad ook even binnen de poort, doch inwendig scheen
+het niet veel te beteekenen. Voorheen waren hier ook verscheidene Kloosters, want het behoorde aan den Paus; met dat al zijn
+&#8217;er ook veel Joden. De zijdeteelt, zijdeverwerijen en le&ecirc;rlooijerijen, maken het voornaamste bedrijf van de inwoners uit.
+<i>l&#8217;Isle</i> is 1&frac12; uur gaans van <i>Vaucluse</i> en 4 uren van <i>Avignon</i>. Wij reden &#8217;er dan ook eerst tegen, dat de grootste hitte wat over <a id="d0e4004"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4004">131</a>]</span>was, van daan. Nu scheen mij het gezigt op de hoogte nog fraaijer en uitgestrekter dan in het heenrijden. Aan onze regterzijde
+zagen wij onder anderen van verre een vrij hoogen berg, dien onze voerman <i>le Dojo</i><a id="d0e4008src" href="#d0e4008" class="noteref">3</a> noemde, aan de linker deed zich op een goeden afstand, in de valei een keten rotsen op; aan den voet van de hoogte lag het
+dorp <i>Mori&egrave;res</i>, en regt uit in het verschiet de stad <i>Avignon</i>. In den omtrek van <i>Mori&egrave;res</i>, en op me&ecirc;r plaatsen langs dezen weg, vond ik ook velden met meekrap, doch zij staat zoo goed niet, als bij ons. De weg was
+aanmerkelijk opgedroogd, zoo dat wij nu niet veel hinder van de slijk hadden; wij kwamen dan omstreeks &#8217;s avonds half negen
+te <i>Avignon</i> terug, en gaven aan onzen voerman, behalve de bedongen vragt &pound; 3&#8211;:&#8211;: en dus in &#8217;t geheel een <i>Lou&iuml;s d&#8217;Or</i> en hij was zeer wel te vreden. &#8217;Er was zeer veel volk op de publieke wandeling, die hier even buiten de poort langs de <i>Rhone</i> is; wij gingen daar dan ook een avondluchtje scheppen. Deze wandeling is digt met ijpe-boomen beplant en zeer lommerrijk,
+tusschen beide staan steenen banken, en in het midden over de poort, een fraaije tent, waar men ijs en andere ververschingen
+tegen eenen zeer billijken prijs kan bekomen. Men ontmoet hier ook, hoewel deze stad tot de Staten van zijn Heiligheid behoorde,
+en van zijnen wegen bestuurd werd, zeer veel galante <a id="d0e4035"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4035">132</a>]</span>meisjes, zelfs naar men verzekerde waren &#8217;er ruim 500 bij de Policie aangeteekend, en de gehele bevolking bedraagt omtrent
+20,000 menschen.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vi008.jpg" alt="Bron van Vaucluse."><p class="figureHead">Bron van Vaucluse.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Den 5 dezer was het Zondag, en dus gelegenheid, om kerken te zien; voor de omwenteling waren die hier in menigte en schitterden
+van goud en kostbaarheden. Behalve de Kerken, waren &#8217;er nog twintig zoo Mans- als Vrouwen-Kloosters, thans is dat getal aanmerkelijk
+verminderd, en ook in verscheidene Kerken, die ik bezigtigde, vond ik niet veel bijzonders. De stad beviel mij vrij wel, men
+vindt &#8217;er nog al eenige ruime straten en fraaije gebouwen. Een Dame te paard gezeten, en door een&#8217; slaanden Tamboer voorafgegaan,
+trok mijn aandacht; zij had eenige zeldzame natuurverschijnselen te kijken, en maakte dit bekend. Deze wijze van bekend maken
+scheen hier gebruikelijk. In <i>Avignon</i> zijn ook verscheidene Boekdrukkerijen; voor deze hielden die zich veel bezig met voorname <i>Fransche</i> werken natedrukken; voor het overigen drukten zij vele theologische geschriften. <i>Het leven van</i> <span class="smallcaps">Petrarcha</span> enz. willende koopen, ging ik in eenige Boekwinkels, en vond &#8217;er onder die vrij groot waren, behalven het leven van <span class="smallcaps">Petrarcha</span> kocht ik ook nog een werkje, ten titel voerende: <i>Description de la Fontaine de Vaucluse etc. par</i> <span class="smallcaps">J. Guerin</span> <i>Professeur etc. Avignon</i> 1804<a id="d0e4067src" href="#d0e4067" class="noteref">4</a>. Er staat een <a id="d0e4081"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4081">133</a>]</span>fraai plaatje voor, waarop een gezigt van den waterval en omliggende rotsen, zeer naauwkeurig is afgeteekend, en daar bij
+eene juiste beschrijving gegeven; bij gelegenheid zend ik u dat boekje, dat u deze opmerkingswaardige bron nader zal leeren
+kennen<a id="d0e4083src" href="#d0e4083" class="noteref">5</a>; ook voor de Natuur- en Kruidkundige is daar wat in te leeren. Ik was blijde, dat ik het niet eerder gevonden had, want dan
+had de verrassing minder aangenaam geweest nu ging ik de bron van <i>Vaucluse</i> zien, zonder &#8217;er bijna iets me&ecirc;r dan den naam van te kennen. In het voorbijgaan zag ik hier ook eene geschutgieterij. Wij
+hadden onzen intrek genomen in het Hot&egrave;l genaamt <i>le Palais Royal</i> digt bij de poort aan de gemeene wandelplaats uitkomende; het huis ziet &#8217;er juist niet zeer gnap uit, doch over hetzelve
+staat een nieuw gebouw, hier gaf men ons kamers, die zindelijk en goed waren, en wij betaalden slechts &pound; 1&#8211;10-: voor ieder
+bed of &pound; 3&#8211;:&#8211;: voor een kamer met twee bedden. &#8217;s Middags aten wij aan de algemeene tafel (<i>table d&#8217;hote</i>) in een groote zaal, met wel 40 &agrave; 50 personen, veelal kooplieden van de kermis (<i>foire</i>) van <i>Beaucaire</i> terug komende, en met eenige duizende vliegen; want de tafel, de muren, de zolder, alles <a id="d0e4335"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4335">134</a>]</span>zag &#8217;er zwart van; ik herinner mij niet van ooit zoo veel van die <i>insecten</i> bij elkanderen gezien te <a id="d0e4340"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4340">135</a>]</span>hebben; ik kon ze naauwlijks van mijn bord afhouden, vooral was men genoodzaakt om alle schotels, <a id="d0e4342"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4342">136</a>]</span>daar zoet bij kwam, te dekken, en bovendien gebruikte men de voorzorg, van de vensters digt te <a id="d0e4344"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4344">137</a>]</span>houden, en het zoo donker te maken, dat men ter naauwernood zien kon. Het was heden weder zeer warm. Het ossen en kalfsvleesch
+begint hier al schaars te worden, en schapenvleesch is het voorname voedsel. Olij wordt veel in plaats van boter, die hier
+ook in &#8217;t geheel niet rijkelijk is, gebruikt. Vele groentens, die te <i>Parijs</i> en elders overvloedig zijn, onder anderen de frissche salade, die men daar <i>Romaine</i> noemt, vindt men hier weinig of niet; doch daar en tegen heeft men overvloed van geurige meloenen. De <i>Rhone</i> en andere riviertjes of beken hier omstreeks leveren goeden visch op; ook schijnt het gevogelte, als hoenders, kalkoenen,
+duiven enz. &#8217;er niet te ontbreken. <a id="d0e4355"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4355">138</a>]</span>Na het eten klom ik op de rots, <i>de Dons</i> genaamt, en waarop het voormalig Pausselijk slot gelegen is, men klimt &#8217;er aan den eenen kant met trappen op, en boven zijnde,
+heeft men op een soort van <i>terras</i> een fraai en uitgestrekt gezigt, over de stad en derzelver omstreek. De geheele stad, behalven deze rots, is in een vlakte
+gebouwd, en door een&#8217; fraaijen muur omringd. Het voormalig zoogenoemd Pauselijk paleis, is een groot en stevig <i>Gothisch</i> gebouw, en gelijkt me&ecirc;r naar een gevangenis, dan naar een paleis; trouwens, een groot gedeelte &#8217;er van dient ook tegenwoordig
+om &#8217;er de misdadigers in te bewaren; het overige wordt door oude krijgslieden (<i>invalides</i>) bewoond, en men noemt dat <i>une sucursale</i>. De voormalige Pausselijke munt, die over dit gebouw staat, wordt thans door de ruiterij, ten dienste van de policie, (<i>Gens d&#8217;Armes</i>) bewoond; overigens ziet men op deze rots veel puinhoopen en overblijfsels van gesloopte gebouwen. De eerste Paus, die zijn
+zetel van <i>Rome</i> hier na toe verplaatste, was <span class="smallcaps">Bertrand de Got</span>, genaamd <span class="smallcaps">Clemens</span> de V., en geboortig van <i>Bazas</i> in <i>Gascogne</i>; hij had aan <span class="smallcaps">Philippus le Bel</span> beloofd, om altijd in <i>Frankrijk</i> te zullen blijven, en verlegde zich in 1308 te <i>Avignon</i>, doch had toen, aangaande het wereldlijk bestuur van die plaats, niets in te brengen. In 1348 eerst kocht <span class="smallcaps">Clemens</span> de VI., van <span class="smallcaps">Johanna</span>, Koningin van <i>Sicili&euml;n</i>, en Gravin van <i>Provence</i>, de stad <i>Avignon</i>, voor 80,000 guldens. Het Graafschap <i>Venaissin</i> bezaten de Pausen toen <a id="d0e4417"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4417">139</a>]</span>reeds. De Pausselijke zetel bleef &#8217;er toen tot 1376, toen <span class="smallcaps">Gregorius</span> de XI. (de laatste <i>Fransche</i> Paus tot nu toe) weder naar <i>Rome</i> ging wonen, waar hij in 1377 aankwam, en den 27 Maart 1378 stierf. Mij dunkt, indien &#8217;de Pausselijke waardigheid nog lang
+in stand word gehouden, dat het dan ook zeer mogelijk is, dat <span class="smallcaps">Gregorius</span> de XI. niet altijd de laatste <i>Fransche</i> Paus blijft. Na deze <span class="smallcaps">Gregorius</span> de XI. zijn &#8217;er tweemaal achter elkanderen twee Pausen te gelijk geweest, waarvan de eene telkens te <i>Avignon</i>, en de andere te <i>Rome</i> zijn verblijf hield. De geleerden waren het toen in &#8217;t geheel niet eens onder malkanderen. Vervolgens regeerden de Pausen
+<i>Avignon</i> en het aangelegen Graafschap, door Kardinalen <i>legaten</i>, en deze wederom door <i>vice legaten</i>, die te <i>Avignon</i> bun verblijf hielden, en die Onderkoningjes lieten zich daar dan ook ter deeg gelden. Thans is deze stad de hoofdplaats van
+het Departement van <i>Vaucluse</i>. Oorspronkelijk behoorde zij aan de <i>Cavariense Gaulen</i>, en wierd daarna een <i>Romeinsche</i> Volkplanting (<i>Colonie</i>) kwam door verscheide andere handen aan de Graven van <i>Provence</i>, vervolgens aan den Paus, en eindelijk aan de <i>Fransche</i> Republiek. Het afschaffen van de menigte Kloosters en Dom Kapittels, heeft het vertier in deze stad wat verminderd, en eene
+aanzienlijke somme gelds buiten omloop gebragt. Onder de gangbare munten alhier, ziet men ook zeer veel <i>Spaansche</i> stukjes, doende 20, 10 en 5 stuivers <i>Fransch</i>. De menschen zagen &#8217;er vrij gnap en gezond <a id="d0e4479"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4479">140</a>]</span>uit, en men vind hier nog al fraaije vrouwen. De kleeding der boerinnen, of liever hunne groote zwarte filten ronde hoeden,
+beviel mij niet. Zij zijn doorgaans in &#8217;t geheel niet bevallig, en maakten zich door die hoeden nog onbevalliger. Tot een
+sieraad der burgervrouwen, schijnt even als bij onze Vaderlandsche huismoeders, een schaar aan een zilvere ketting te behoren;
+boven aan is nog een zilver beugeltje als een sleutelring, doch ik heb &#8217;er geen sleutels aan gezien. Het <i>Patois de Provence</i> is de gewone spraak, doch de stedelingen spreken ook <i>Fransch</i>, hoewel de meesten, onder het zoogenaamde gemeen, zeer slecht. Tegen den avond ging ik weder naar de openbare wandelplaats,
+waar nu met de zondag veel volk was: het is hier dan ook allerliefst, en om de lommer, en om het aangename gezigt over de
+rivier. In dezelve ziet men ook nog een gedeelte van eene steenen brug; deze brug in 1188 volbouwd, wierd door den sterken
+stroom in 1669 vernield, zoo dat &#8217;er nog maar drie of vier bogen van overbleeven; van den kant van de stad gaat men &#8217;er nog
+op. Die brug is naderhand in hout wel weder bij gebouwd, doch <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XIV., naar men mij verzekerde, heeft ook de houten brug, daar de rivier aan <i>Frankrijk</i> behoorde, doen wegnemen, om daardoor de gemeenschap met het <i>Languedokse</i> zoo veel mogelijk te belemmeren, en de zijden stoffenfabrieken van <i>Avignon</i>, die ook aanmerkelijk plagten te zijn, te onderdrukken, om daardoor die van <i>Lyon</i> me&ecirc;r te bevoordeelen. Daar <a id="d0e4502"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4502">141</a>]</span><i>Avignon</i> thans aan <i>Frankrijk</i> behoort, verwacht men, dat de brug weder hersteld zal worden, en men verhaalde mij zelfs, dat &#8217;er reeds een ontwerp dien
+aangaande begonnen was. Aan den anderen kant van de <i>Rhone</i> over deze stad ziet men tegen de helling van een&#8217; heuvel, het stadje <i>Villeneuve-lez-Avignon</i>, en bij hetzelve een groot en aanzienelijk gebouw, voorheen een <i>Benedictijner</i> Abdij. &#8217;Er werd ook dezen avond in den Schouwburg, dien men hier van een Kerk gemaakt heeft, gespeeld; men gaf &#8217;er onder
+anderen <i>la Caravane du Caire</i>, groote Opera; noch het tooneel, noch de vertooners waren tot de uitvoering van dit stuk geschikt, doch men moet <i>Parijs</i> na&auml;pen, al zou het dan ook nog zoo gebrekkelijk zijn: behalven de <i>Bastaille</i> was &#8217;er geen een bij, die maar dragelijk zingen kon; ik liep &#8217;er dan ook al heel spoedig uit. <i>Apropos</i> van zingen, men verbeeldt zig ook vrij algemeen bij ons, dat schier alle menschen in <i>Frankrijk</i> zingen als nachtegalen, en dat onze landslieden &#8217;er ten eenemaal ongeschikt toe zijn; ik heb zelfs te <i>Parijs</i> door een&#8217; geleerde, in het openbaar sprekende, eens hooren aanvoeren, en dat in goeden ernst, dat de <i>Hollanders</i> misschien zoo slecht en smakeloos zongen, omdat zij alle uren of half uren de klok hoorden spelen, daar dit (zoo men wilde)
+op hun muzijkaal gehoor een nadeeligen invloed moet hebben; maar ten platten lande, en in verscheide plaatsjes van <i>Frankrijk</i>, die ik al bezocht heb, spelen geen klokken, ondertusschen hoorde ik nog al dikwijls een boere meisje of knaap, een <a id="d0e4542"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4542">142</a>]</span>werkgast of spindster, een deuntje zingen; maar deze bragten toch ook alles, behalve aangenaam muzijk en strelende toonen,
+voor den dag. Te <i>Parijs</i> en in de voornaamste steden gaat het beter; maar waarom?&#8212;omdat men daar gelegenheid heeft van dagelijks goede zangers en
+zangeressen te hooren, en omdat &#8217;er een menigte muzijkanten zijn, die de jongelieden onderwijzen, en met dat al vindt men
+&#8217;er onder de liedjeszangers, en het zoogenaamde gemeene volk nog een menigte, die het niet veel beter maken dan de onze. Velen,
+zoo in <i>Holland</i> als elders, die natuurlijk een goede stem, en een geschikten aanleg tot de zangkunst zouden hebben, maken &#8217;er, mijns bedunkens,
+geene vorderingen in, omdat zij geene gelegenheid hebben, om zich behoorlijk te oefenen, of zelfs hunne stem misbruiken en
+bederven. Het Psalmgezang, bij voorbeeld, zoo het den naam van gezang verdient, geloof ik, dat &#8217;er in &#8217;t geheel geen goed
+aan doet, dikwijls heb ik in ons Vaderland, vooral in de Nederduitsche Gereformeerde Kerken menschen gezien, die zoo hard
+schreeuwden, dat zij rood en paarsch werden, en dit leert men den jongelieden al vroeg in de scholen; als of men &#8217;er, in plaats
+van zangers, nachtroepers of havenwagters, die de schepen moeten praaijen, van wilde maken. Wenschelijk ware het, inderdaad,
+dat men in ons Vaderland ook hier op eene behoorlijke aandacht vestigde, en gepaste middelen in het werk stelde, om de zoo
+aangename, en zelfs van den kant van den Godsdienst beschouwd, nuttige zangkunst, meerder <a id="d0e4550"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4550">143</a>]</span>te bevorderen en aantekweeken; en ik houde mij verzekerd, dat het aan natuurlijke begaafdheden veel minder zal haperen, dan
+men schijnt te veronderstellen. Men zinge dan ook Vaderlandsche liederen op eenvoudige welluidende, en op de woorden toepasselijke
+zangwijzen, in plaats van een menigte laffe en onbetamelijke <i>Fransche</i> prullen, die onder ons in &#8217;t geheel niet voegen, en die men echter al dikwijls de voorkeur nog geeft boven het goede zangwerk
+van die natie.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vi009.gif" alt="Partituur"></div><p>
+
+
+</p>
+<p>&#8217;s Nachts om twaalf uren vertrok ik met den gewonen postwagen (<i>de l&#8217;entreprise Generale</i>), van <i>Avignon</i> naar <i>Marseille</i>, en betaalde voor een plaats in de <i>Cabriolet</i>, dat is te zeggen, voor in, &pound; 15&#8211;:&#8211;: en voor mijn koffer, ruim een &ccedil;entenaar wegende, &pound;5&#8211;:&#8211;: dezen postwagen vond ik al buitengewoon
+ruim en vermakelijk. De sterren schenen helder, en hoewel men &#8217;s nachts veel mist, ten opzigten van het gezigt, is het toch
+aan den anderen kant, in dit jaargetij, weder aangenaam, om de hitte te vermijden. Wij werden door twee <i>Gens d&#8217;armes</i> te paard begeleid, omdat &#8217;er gelden of papieren van het Gouvernement op den wagen waren, tot waar men de <i>Durance</i> overvaart, omtrent een paar uren van <i>Avignon</i>. De stroom van dezen rivier, die zijn&#8217; oorsprong neemt in de <i>Alpen</i>, is zeer sterk, en daardoor onbevaarbaar, te me&ecirc;r om de menigte eilandjes en zandbanken, die zich gedurig verplaatsen. Zelfs
+de bedding van de rivier verlegt zich dikwijls, en de landen hier om streeks worden aanhoudend <a id="d0e4585"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4585">144</a>]</span>door overstroomingen beschadigd. Bruggen zijn daar dan ook niet gemakkelijk te maken, echter naar ik vernam, was men bezig,
+om het wat lager dan dit veer met eene houten brug te beproeven. Thans was de <i>Durance</i>, door den aanhoudenden regen, ook zeer hoog. Wij wierden met een soort van pont aan een reep, die echter op verre na zoo
+gemakkelijk en geschikt niet was, als onze ponten, overgezet, tot een groote zandplaat, of liever bank van keisteentjes, en
+van daar met een tweede diergelijke pont, tot aan den oever. Dit overzetten hield ons omtrent een half uur op. Even voor het
+opkomen van de zon, terwijl het vrij sterk daauwde, zag ik omtrent in het zuiden een&#8217; flaauwen regenboog. Toen de zon opkwam,
+en de daauw optrok, was het zoo frisch, dat wij &#8217;er eenigzins hinder van hadden, dit heeft in deze luchtstreek, en in dit
+jaargetij, dikwijls plaats, en hoewel het over dag zeer heet is, kan het in den morgenstond zeer koud zijn. Over het algemeen,
+in dit gedeelte van <i>Frankrijk</i>, voorheen onder den naam van <i>Provence</i> bekend, heeft &#8217;er eene zeer groote verscheidenheid in het luchtgestel plaats: om dat men &#8217;er vrij hooge bergen, moerassen,
+rivieren, vlaktens, en zeestranden heeft. De vruchtbaarheid van den grond is dan ook zeer onderscheiden: men zegt daarom,
+dat men in <i>Provence</i> te gelijkertijd de vier jaargetijden vindt. Het stadje <i>Orgon</i>, 3&frac12; post van <i>Avignon</i>, en daar wij doorreden, na van paarden verwisseld te hebben, zag &#8217;er niet zeer gunstig <a id="d0e4605"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4605">145</a>]</span>uit, het ligt tegen eene vrij steile hoogte. <i>Lambesc</i> een ander stadje, omtrent 3 posten verder, beviel mij beter; het is aangenaam gelegen, en de omstreek schijnt nog al vruchtbaar
+te zijn, tot nog toe anders was de grond over het algemeen steenachtig en onvruchtbaar. In de omstreek van <i>Lambesc</i> vindt men marmergroeven. Te <i>St. Cannat</i>, daar wij omstreeks negen uren aankwamen, wilde men ons al doen eten, dat is te zeggen, een&#8217; maaltijd doen nemen, die het
+ontbijt en middagmaal in zich vereenigen moest; dit beviel mij niet; ik ging dan met een&#8217; man van <i>Aix</i>, die ook op den postwagen was, in een klein herbergje, waar het &#8217;er vrij gnap uitzag, niet ver van het posthuis; hier gaf
+men ons persiken, watermeloen, die men hier <i>past&egrave;que</i> noemt, zoo veel brood, als wij lusten, en een fles vrij goeden wijn, en dit alles koste voor ons beide maar 9 <i>Fransche</i> stuivers. De vrouw scheen een goede huismoeder te zijn, en hield zich met een paar lieve kinderen bezig; de boer, die teffens
+hospes was, had een gezond oordeel, en scheen zeer aan de eerste beginselen van de omwenteling gehecht, en daar hij hoorde,
+dat wij het hieromtrent met hem eens waren, kwam hij met verscheidene gegronde aanmerkingen, aangaande de tegenswoordige tijdsomstandigheden,
+vrij rondborstig voor den dag. Ik praatte veel met deze goede lieden, en dit ontbijt is zeker een van de aangenaamste, die
+ik tot hier toe op deze reis aangetroffen heb.&#8212;Men wil dat de <i>Franschen</i> over &#8217;t algemeen <a id="d0e4628"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4628">146</a>]</span>niet geschikt zijn voor eenen Republikeinschen regeringsvorm, indien &#8217;er evenwel hier en daar sommige huishoudens, als dit
+gevonden werden, zoo als ik veronderstel, dat zij &#8217;er wel te vinden zijn, als men zich de moeite gaf om ze optezoeken, en
+de zuivere Republikeinsche grondbeginsels werden wat aangemoedigd, zouden zij &#8217;er wel geschikt voor kunnen worden, dunkt mij.&#8212;Mogelijk
+is dit het oogmerk dan ook wel van het tegenwoordige Gouvernement, en wie kan gelooven, dat al het geene zoo veele groote
+mannen, vooral ook in <i>Frankrijk</i>, dienaangaande geleerd hebben, geheel zal uitgewischt of in vergetelheid gebragt worden.&#8212;Het dorp <i>St. Cannat</i> beteekent niet veel, en de grond scheen &#8217;er mij ook al niet zeer vruchtbaar. In het begin van de vorige eeuw ontdekte men
+een uur van dit dorp aan de zuidzijde, een mijlpaal, die &#8217;er het 21 jaar van de Christelijke jaartelling, onder Keizer <span class="smallcaps">Tiberius</span>, geplaatst was. De reisweg der <i>Romeinen</i> van <i>Aix</i> naar <i>Arles</i>, liep daar langs. Van <i>St. Cannat</i> tot <i>Aix</i> rekent men 2 posten, of omtrent 3 mijlen van <i>Provence</i>; dat is bijna zoo veel uren gaans. De landstreek blijft aanhoudend berg- of rotsachtig en de grond over het algemeen woest.
+De gezigten, hoewel niet vrolijk, leveren nog al eenige verscheidenheid op, en houden daar door den reizenden aangenaam bezig.
+Om het onbelemmerd gezigt vooruit, is dan de <i>cabriolet</i> ook verkiesselijk boven het binnenste van den wagen. <i>Aix</i>, voorheen de hoofdstad van <i>Provence</i>, thans van het Departement <a id="d0e4666"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4666">147</a>]</span><i>les bouches du Rhone</i>, ligt in eene aangename vlakte aan den voet van verscheidene heuvels; hier begon de natuur weder eene vriendelijke gedaante
+aantenemen. Wij moesten buiten om de stad rijden en verwisselden daar ook van paarden; doch de <i>Conducteur</i> hield zich op mijn verzoek wat op, zoo dat ik den tijd had, om even in de stad te gaan en de fraaije wandeling te zien, en
+&#8217;er mij een weinig te ververschen; deze stad is de oudste, die de <i>Romeinen</i> onder de <i>Gaulen</i> gehad hebben; zij werd gebouwd in het land der <i>Salyes</i>, die, volgens <span class="smallcaps">Strabo</span>, verdeeld waren in zes cantons, voor dat zij aan de <i>Romeinen</i> onderworpen werden. Zij bestond dus reeds, toen &#8217;er de <i>Romeinen</i> eene kolonie naar toe zonden, 46 jaren voor de Kristelijke Jaartelling. Misschien lokten de warme baden, en de nabijheid
+van <i>Marseille</i> hen hier naar toe; althans deze kolonie, wierd aanmerkelijk onder die welke de <i>Romeinen</i> in <i>Provence</i> hadden. Verscheidene oudheden, opschriften en medailles, die hier van tijd tot tijd gevonden zijn, dienen om meerder licht
+over de geschiedenis van deze stad te verspreiden. De Graven van <i>Provence</i> hielden hier hun gewone verblijf, en het Parlement enz. van die <i>Provincie</i> zijne zitting. Bij mijne terugkomst van <i>Marseille</i> kom ik hier weder door, zal &#8217;er dan langer trachten te blijven, en &#8217;er u me&ecirc;r van weten te vertellen. De weg naar <i>Marseille</i> is aangenaam en zeer levendig, hier en daar fraaije gezigten, buitenplaatsen, fonteinen en boomen; voor de herbergen lag
+een menigte watermeloenen, die men aan de reizende <a id="d0e4712"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4712">148</a>]</span>om zich te verfrisschen, voor eenen zeer geringen prijs verkoopt; zij zijn zeer sappig, en men houdt ze hier voor gezond,
+zoo zelfs, dat men &#8217;er, hoewel verhit, gerust van kan eten; doch zij zijn flaauw van smaak. Op de hoogte, een uurtje van <i>Marseille</i>, heeft men een treffend schoon gezigt; links in het dal ziet men een menigte buitenplaatsen en lusthuizen, die de <i>Marseillanen les Bastides</i> noemen, en regts in de <i>Middellandsche zee</i> tot aan den gezigtseinder: de eilanden, of rotsen die zich als heuvels uit zee verheffen, <i>Pommegue</i>, <i>Bottaneau</i> en de sterkte, die men <i>le Fort d&#8217; Is</i> noemt, breken op eene aangename wijze het gezigt op dezen uitgestrekten plas; regt uit heeft men de stad, doch die houdt
+zich nog meest verscholen, en verder een keten van hooge rotsen. De weg bij <i>Marseille</i> is zeer vrolijk; hier staan een menigte herbergjes (<i>ginguetes</i>) daar veel volk was, rijtuigen, paarden, opgeschikte wandelaars, alles kondigde de nabijheid aan van eene voorname stad.
+Wij kwamen de poort, die men <i>la porte d&#8217;Aix</i> noemt, binnen. Welk een ongemeene lange regte straat! wat verder is dezelve aan beide zijden met boomen beplant, en daar
+wandelde in het midden een menigte meestal fraai gekleede Heeren en Dames. Deze wandeling noemt men hier ook <i>le Cours</i>. Op de fraaije en ruime plaats genaamd <i>la canne biere</i> (misschien wel van het <i>Hollandsch</i> kanne bier<a id="d0e4750src" href="#d0e4750" class="noteref">6</a> afkomstig) houdt de wagen stil; het <a id="d0e4764"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4764">149</a>]</span>was omtrent 7 uren, toen wij aankwamen. <i>Aix</i> en <i>Marseille</i> zijn 4 posten van elkander afgelegen. Ik gaf den Conducteur me&ecirc;r dan gewoonlijk, omdat hij zich om mij te <i>Aix</i> een kwartier langer had opgehouden, en hij was zeer wel te vreden. Het <i>grand Hotel des Ambassadeurs</i>, waar ik mijn intrek nam, is hier digt bij. Nu weet gij dat ik te <i>Marseille</i> ben&#8212;Vaarwel!
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3881" href="#d0e3881src" class="noteref">1</a></span> Zie het nevenstaande gezigtje.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3891" href="#d0e3891src" class="noteref">2</a></span> <span class="smallcaps">Petrarcha</span> wierd te <i>Arezzo</i> in <i>Toscane</i> den 20 Julij 1304 geboren, en zette zich vervolgens te <i>Carpintras</i> neder. Paus <span class="smallcaps">Clemens</span> de V. had nu ook zijn Hof te <i>Avignon</i> gevestigd. Weldra deed de jonge <span class="smallcaps">Petrarcha</span> eene bijzondere geschiktheid voor de Dichtkunde blijken, woonde de Universiteiten van <i>Montpellier</i> en <i>Bologne</i> bij, raakte vervolgens in kennis met verscheiden geleerden van dien tijd; ging reizen, na dat hij verliefd was geworden op
+de schoone <span class="smallcaps">Laura</span>, die hij den 6 April 1327 voor het eerst in een Kerk te <i>Avignon</i> ontmoette. <span class="smallcaps">Laura</span> werd in het dorpje <i>Noves</i>, digt bij <i>Avignon</i>, geboren, en was toen in den bloei harer jeugd; zij was kortling gehuwd aan een Edelman, genaamd <span class="smallcaps">Hugues de Sade</span>, en <span class="smallcaps">Petrarcha</span> werd eindelijk sentimenteel verliefd, en ging zich te <i>Vaucluse</i> in 1337 nederzetten. Den 8 April 1341 werd hij te <i>Rome</i> in het Kapitool als Dichter gekroond. In 1348 op denzelfden dag, en op hetzelfde uur, dat hij haar het eerst gezien had,
+(volgens de Geschiedschrijvers), stierf zijn waarde <span class="smallcaps">Laura</span>. <span class="smallcaps">Petrarcha</span> was aan het Hof en bij de grooten getrokken. In 1350 kreeg hij een Kanunniksplaats te <i>Padua</i>, werd vervolgens ook een en andermaal in gezantschap gezonden; op het laatst van zijn leven werd hij ziekelijk, en bijzonder
+door een slaapziekte aangetast, en den 18 Julij 1374 vond men hem dood, leunende op een boek.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4008" href="#d0e4008src" class="noteref">3</a></span> Ik geloof dat dit de benaaming in <i>patois</i> is, en dat hij eigenlijk <i>Montventoux</i> genaamd wordt.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4067" href="#d0e4067src" class="noteref">4</a></span> 1: Beschrijving van de bron van <i>Vaucluse</i> enz. door <span class="smallcaps">J. Guerin</span>, Hoogleeraar enz. Dit, voor de reizigers naar <a id="d0e4075"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4075">144n</a>]</span>die bron, zeer nuttig boekje, is bij den schrijver zelven te <i>Avignon</i> te bekomen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4083" href="#d0e4083src" class="noteref">5</a></span> Ik voeg hier bij de Muzijk van de<span class="smallcaps"> Romance</span> <i>du Rivage de Vaucluse</i>, met het accompagnement voor de <i>Piano forte</i> of de <i>Harp</i>, door <span class="smallcaps">Bo&iuml;el Dieu</span>. Schoon gij <a id="d0e4101"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4101">146n</a>]</span>geen dier Instrumenten tracteert, en uw stem niet aan den zang wagen zult, kent gij misschien wel deze of gene, die gij met
+die Muziek kunt pleisier doen, en ik geloof dat u de woorden, die van <span class="smallcaps">Marmontel</span> zijn, niet kwalijk bevallen zullen. Zie hier dezelve:
+
+
+</p>
+<div class="body">
+<div class="div1">
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Du Rivage de Vaucluse
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>l&#8217;Amant de <span class="smallcaps">Laura</span> en ces mots,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>En s&#8217;eloignant de sa Muse,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Fit retentir les Echo&#8217;s:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>o Toi, qui plains le delire,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>On <span class="smallcaps">Laure</span> a plong&eacute; mes sens,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Roches, qu&#8217;attendrit ma Lyre,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Redis encor mes accens.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>En repondant &agrave; mes plaintes,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Echos, vous avez appris,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Quels sont les v&#339;ux et les craintes,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>d&#8217;Un coeur tendre et bien epris.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>n&#8217;Oubliez pas ce langage;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et si <span class="smallcaps">Laure</span> quelquefois
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Vient rever sur ce rivage,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Imitez encor ma voix.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Ditez-lui que de ses charmes,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Tous mes sens sont occup&eacute;s:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ditez-lui que de mes larmes
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Toujours mes yeux sont tremp&eacute;s,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ma voix ne chantera qu&#8217;elle,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Mon souvenir ne sera
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Qu&#8217;un miroir pur et fidele,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>O&ugrave; l&#8217;amour me la peindra.</span></p>
+</div>
+</div><a id="d0e4170"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4170">148n</a>]</span><div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Dites-lui, que son image
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ma suivra dans le sommeil,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et recevra pour hommage
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Le soupir de mon Reveil;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Que mon oreille attentive
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Croira sans cesse &eacute;couter
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Les sons, que sa voix plaintive
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Vous fit cent fois rep&ecirc;ter.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Jurez lui qu&#8217;envain les graces,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Viendraient pour me consoler:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Que les amours sur mes traces
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Sans cesse auraient beau voler.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>&agrave; Leur troupe enchanteresse
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Je dirais, dans ma douleur,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Rendez <span class="smallcaps">Laure</span> &agrave; ma tendresse,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ou laissez couler mes pleurs.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Insensible &agrave; tout loin d&#8217;elle,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Rien ne flatte mes Desirs:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Je me croiras infid&egrave;le
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>De go&ucirc;ter quelques plaisirs.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Sur une rive &eacute;trang&egrave;re:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>O&ugrave; le destin me conduit,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Une esperance l&egrave;g&egrave;re
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Est le seul bien qui me suit.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Mais si <span class="smallcaps">Laure</span> m&#8217;est ravie,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Si je ne dois plus la voir,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Je perdrai bient&ocirc;t la vie,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Quand j&#8217;aurai perdu l&#8217;espoir.
+<a id="d0e4237"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4237">149n</a>]</span></span></p>
+<p class="line" style=""><span>Puisse la parque appais&eacute;e
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Me laisser apr&egrave;s ma mort,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Pr&eacute;f&eacute;rer &agrave; l&#8217;Elis&eacute;e
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Les Ombrages de ces bors.</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p class="footnote">Voorts komt dit bericht, uit een <i>Fransch Journaal</i> overgenomen, mij te belangrijk voor, om het u niet vertaald mede te deelen:
+
+</p>
+<p class="footnote">Den 15 Fructidor I. l. (12 J.) vertrokken de Leden van het <i>Atheneum</i> van <i>Vaucluse</i>, met het aanbreken van den dag van <i>Avignon</i>, om zich naar de valei van <i>Vaucluse</i>, vijf mijlen van deze stad gelegen te begeven, en &#8217;er den eersten steen van het gedenkteeken voor <span class="smallcaps">Petrarca</span> te leggen, tot welks stichting deze Maatschappij besloten had. Het <i>Atheneum</i> werd van eene groote menigte Dames en Inwoners vergezeld. De stoet wies bij elken voetstap aan. Door <i>l&#8217;Isle</i> trekkende, had zij het genoegen prachtig en vriendelijk onthaald te worden; maar de overheid van het kleine dorpje <i>Vaucluse</i>, wilde voor die van <i>l&#8217;Isle</i> niet onderdoen in die van <i>Avignon</i> wel te ontvangen. De plegtigheid begon met eene statelijke mis, na welke de bijeengevloeide schare aanschouwers zich op de
+afhangende heuvels verspreidde, die aan de bron grenzen, waarheen weldra zich het <i>Atheneum</i> wendde. De Adjunct van <i>Vaucluse</i> riep het eerst de schim van den minnaar van <span class="smallcaps">Laura</span> aan. De President van het <i>Atheneum</i> deed daarop eene redevoering, op de plegtigheid toepasselijk, terwijl tusschen beide verscheide Dichters en Redenaars, en
+vooral den Heer <span class="smallcaps">Piot</span>, de een na den ander een talrijk en uitgezocht <a id="d0e4299"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4299">150n</a>]</span>Auditorium, belangrijk wisten bezig te houden. Een Ingenieur bood vervolgens den troffel aan den President, die den eersten
+steen van het gedenkteeken leide. De troffel kwam vervolgens in handen der Leden van de Maatschappij, en in die van verscheidene
+Dames. Den ganschen dag waren &#8217;er eenvoudige banken aan de boorden van <i>Vaucluse</i> opgeslagen. Men kon toen in waarheid zeggen, dat de echo&#8217;s de onsterfelijke namen van <span class="smallcaps">Petrarcha</span> en <span class="smallcaps">Laura</span> herhaalden. Onder deze namen mengden de geestdrift en het gevoel, die van den grooten <span class="smallcaps">Napol&eacute;on</span> en zijne vorstelijke gemalin. Dus vermengden zich in alle monden, in alle harten, de roemrijke namen van een Dichter, die
+zijne Eeuw tot eer verstrekte, en een held, die de zijne met zijn naam vereert. Openbare spelen verbeiden te <i>l&#8217;Isle</i> de terugkomst van het <i>Atheneum</i>, en duurden tot laat in den nacht.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4750" href="#d0e4750src" class="noteref">6</a></span> Ik vind geen anderen grond voor deze onderstelling, dan dat in vroeger tijden hier misschien een kroeg was, <a id="d0e4752"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4752">162n</a>]</span>waar de <i>Hollandsche</i> matrozen een <i>kanne bier</i> dronken, en geen <i>Fransch</i> kennende, &#8217;er in hunne taal na vroegen.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Du Rivage de Vaucluse
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>l&#8217;Amant de <span class="smallcaps">Laura</span> en ces mots,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>En s&#8217;eloignant de sa Muse,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Fit retentir les Echo&#8217;s:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>o Toi, qui plains le delire,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>On <span class="smallcaps">Laure</span> a plong&eacute; mes sens,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Roches, qu&#8217;attendrit ma Lyre,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Redis encor mes accens.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>En repondant &agrave; mes plaintes,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Echos, vous avez appris,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Quels sont les v&#339;ux et les craintes,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>d&#8217;Un coeur tendre et bien epris.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>n&#8217;Oubliez pas ce langage;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et si <span class="smallcaps">Laure</span> quelquefois
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Vient rever sur ce rivage,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Imitez encor ma voix.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Ditez-lui que de ses charmes,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Tous mes sens sont occup&eacute;s:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ditez-lui que de mes larmes
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Toujours mes yeux sont tremp&eacute;s,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ma voix ne chantera qu&#8217;elle,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Mon souvenir ne sera
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Qu&#8217;un miroir pur et fidele,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>O&ugrave; l&#8217;amour me la peindra.</span></p>
+</div>
+</div><a id="d0e4842"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4842">148n</a>]</span><div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Dites-lui, que son image
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ma suivra dans le sommeil,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et recevra pour hommage
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Le soupir de mon Reveil;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Que mon oreille attentive
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Croira sans cesse &eacute;couter
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Les sons, que sa voix plaintive
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Vous fit cent fois rep&ecirc;ter.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Jurez lui qu&#8217;envain les graces,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Viendraient pour me consoler:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Que les amours sur mes traces
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Sans cesse auraient beau voler.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>&agrave; Leur troupe enchanteresse
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Je dirais, dans ma douleur,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Rendez <span class="smallcaps">Laure</span> &agrave; ma tendresse,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ou laissez couler mes pleurs.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Insensible &agrave; tout loin d&#8217;elle,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Rien ne flatte mes Desirs:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Je me croiras infid&egrave;le
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>De go&ucirc;ter quelques plaisirs.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Sur une rive &eacute;trang&egrave;re:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>O&ugrave; le destin me conduit,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Une esperance l&egrave;g&egrave;re
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Est le seul bien qui me suit.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Mais si <span class="smallcaps">Laure</span> m&#8217;est ravie,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Si je ne dois plus la voir,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Je perdrai bient&ocirc;t la vie,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Quand j&#8217;aurai perdu l&#8217;espoir.
+<a id="d0e4909"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4909">149n</a>]</span></span></p>
+<p class="line" style=""><span>Puisse la parque appais&eacute;e
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Me laisser apr&egrave;s ma mort,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Pr&eacute;f&eacute;rer &agrave; l&#8217;Elis&eacute;e
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Les Ombrages de ces bors.</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e4918" class="div1">
+<h2>Negende Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Marseille, 10 Augustus.</i>
+
+</p>
+<p>Deze stad bevalt mij, en zal den meesten <i>Hollanders</i>, vooral den kooplieden, oppervlakkig wel bevallen; doch in dit saisoen is het &#8217;er vrij warm, dus, als men wat zien wil, moet
+men den morgen en avondstond waarnemen; ik begon dan met den 7 dezer &#8217;s morgens om 6 uren reeds uit te gaan; het eerste, dat
+ik ging bezigtigen, was de haven en de fraaije kaai, die dezelve aan drie kanten omringt. Zij lag vol schepen, doch de meesten
+waren om den oorlog onttakeld, rondom zijn een menigte winkels, pakhuizen, scheepstimmerwerven enz. Overal ziet men matrozen
+en zeelieden van onderscheidene nati&euml;n.&#8212;&#8217;t <a id="d0e4930"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4930">150</a>]</span>Was als of ik door den slag van eene tooverroede zoo eensklaps in eene van onze voorname <i>Hollandsche</i> koopsteden gevoerd was. Een goed gedeelte van deze kaai, vooral daar waar het koren gemeten wordt, is zeer netjes met kleine
+steentjes of klinkers gestraat. Hier ziet men ook een soort van kraan, om de masten in de schepen te zetten; de <i>Marseillanen</i> toonen dat den vreemden als iets bijzonders; doch mij dunkt, dat ik diergelijke werktuigen bij ons op me&ecirc;r dan eene plaats
+gezien heb. Aan het eind van de haven, waar die aan zee uitkomt, wordt dezelve aan de zuidzijde beschermd, door het Fort <i>Notre Dame de la Garde</i>, dat op den top van een&#8217; heuvel ligt, en een gedeelte van de reede bestrijkt, en lager door de citadel <i>St. Nicolas</i>. Aan de noordzijde is hare ingang gedekt door het Fort <i>St. Jean</i>. Ik verwonderde mij, dat &#8217;er aan het eind geen ophaalbrug was, men moet zich met schuitjes, die men daar doorgaans vindt,
+van den eenen kant naar den anderen over laten zetten, of terug keeren; ik verkoos het eerste. Deze haven is, volgens de beschrijving,
+daar van zijnde, 500 <i>toisen</i> (3000 voeten) lang, en 200 <i>toisen</i> (1200 voeten) op haar breedst; men rekent, dat zij omtrent 800 schepen van onderscheide grootte kan bergen. Aan de noordzijde
+van de haven, zijn onder andere verscheide winkels van drogisten en kooplieden in koraal, die bij het stadje <i>Cassis</i>, omtrent 4 mijlen ten Z.O. van <i>Marseille,</i> aan den oever van de <i>Middellandsche zee</i> gelegen, <a id="d0e4962"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4962">151</a>]</span>gevischt wordt. Aan dezen kant staat ook het Stadhuis, waar de beurs onder is. Ik ontmoette verscheide kooplieden in Oostersche
+kleding, als Grieken, Turken en Joden, van <i>Smirna</i>, <i>Aleppo</i>, <i>Alexandrie</i> en vooral ook van de <i>Barbarijsche</i> Kusten, waarmede de <i>Marseillanen</i> zeer veel handel drijven. Aan het eind van dezen kant van de haven lag ook een menigte schuitjes, geladen met citroenen en
+oranges, zoo als bij ons met aardappelen: zij komen van de plaatsen rondom aan de <i>Middellandsche zee</i>; de vrouwen die &#8217;er bij waren, hadden de haren in een zwart of rood zijden net met breede linten van dezelfde kleur, die
+op de schouders afhingen. Niettegenstaande de grond, rondom <i>Marseille</i>, dor en onvruchtbaar is, was de groenmarkt rijkelijk voorzien; doch deze overvloed is thans ook buitengemeen, en de overvloedige
+regen, dien wij gedurende eenigen tijd gehad hebben, was daar de oorzaak van. Meloenen in soorten zijn hier zeer overvloedig,
+en daar onder die zeer geurig en lekker zijn, ook ziet men &#8217;er in menigte een soort van groote ronde pompoenen, die men hier
+<i>Courges</i>, in het <i>patois Provencal Cougourde</i>, noemt, men vindt &#8217;er die over de 150 ponden wegen<a id="d0e4991src" href="#d0e4991" class="noteref">1</a>, deze worden meest gebruikt om soep <a id="d0e4994"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4994">152</a>]</span>van te koken; en met vleeschnat &#8217;er bij, is die niet onsmakelijk. Ook vindt men hier in overvloed een gewas, dat men <i>Aubergines</i><a id="d0e4998src" href="#d0e4998" class="noteref">2</a>, en een ander dat men <i>pommes d&#8217;Amour</i><a id="d0e5006src" href="#d0e5006" class="noteref">3</a> noemt; deze worden hier zeer veel gegeten, doch ik vond &#8217;er niet veel lekker aan, vooral niet aan de eerstgenoemde, die doorgaans
+in olij gebakken worden: met de <i>pommes d&#8217;Amour</i>, maakt men nog al smakelijke rinsche sausen. Op het midden van de groenmarkt staat eene fraaije fontein, en wat verder, eene
+groote loots, in den smaak van een <i>Chineesche</i> tent, met een tuintje rondom: men noemt het <i>le Pavillon chinois</i>. Deze tent is een koffijhuis, waar de <i>beau monde</i> van <i>Marseille</i> zoo Dames als Heeren, &#8217;s avonds bij elkanderen komen, om <i>Glaces</i> en andere ververschingen te gebruiken; van binnen is het fraai en netjes opgeschikt met spiegels, schilderwerk enz., en daarbij
+wel verlicht. Dit paviljoen is het <i>Frascati</i> van <i>Marseille</i>: de stijve welvoeglijkheid wordt &#8217;er dan ook zeer <span id="d0e5036" class="corr" title="Bron: in in">in</span> acht genomen; men moet eenigzins naar de mode opgeschikt zijn, en zijn hoed afleggen; ook ziet men &#8217;er niets anders dan een
+menigte strijkaadjes <a id="d0e5039"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5039">153</a>]</span>en dienaressen. Rondom aan kleine tafeltjes gezeten, fluistert men zachtjes tegen elkander, en en het is duidelijk te zien,
+dat het eene groepje zich bezig houdt met op het andere te letten. Ik vind anders deze soort van bijeenkomsten wel goed, men
+ziet elkander met weinig kosten; doch wilde dezelve meer in een&#8217; burgerlijken en gemeenzamen trant hebben, en op die wijze
+zouden zij ook, dunkt mij, veel kunnen toebrengen, om het genoegelijke der zamenleving in ons Vaderland te vermeerderen; des
+goedvindende, zou men &#8217;er ook me&ecirc;r bepaalde bijeenkomsten of societeiten van kunnen maken, en &#8217;er zelfs een boekerij bijvoegen;
+want het spel behoorde &#8217;er, mijns bedunkens, niet toegelaten te worden: en waren diergelijke societeiten dan niet beter, dan
+die, welke alleen uit mannen bestaan, en in bijna alle onze Vaderlandsche steden maar al te veel zijn ingevoerd?&#8212;Was het niet
+beter, dat de huisvader &#8217;s avonds met zijn vrouw en kinderen onder andere huisgezinnen, zoo als gezegd is, indien men het
+verkiest, bepaald tot een&#8217; zekeren kring, een uurtje uitspanning ging nemen, dan dat hij alleen naar zijn societeit of collegie
+gaat, en zich bijna alle avonden, zoodra zeker uur daar is, en dat is al vroegtijdig, haast, om zijn huisgezin te ontloopen,
+en zijne vrouw en kinderen aan zich zelve overlaat. De kinderen, over welke de moeder dikwijls niet veel gezag heeft lopen,
+dan ook links en regts, en de vrouw ... wel deze verveelt zich ook natuurlijkerwijze dikwijls in de eenzaamheid, daar <a id="d0e5041"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5041">154</a>]</span>zij toch niet altijd in hare huishouding bezig kan zijn. Veeltijds is het laat in den nacht, eer vader uit zijn societeit
+of kollegie t&#8217;huis komt, terwijl moeder en de kinderen, die gemaakt hebben, dat zij een half uurtje te voren binnen waren,
+al slapende en geeuwende met het avondeten zitten te wachten. De man dikwijls door het spel of den wijn buiten zijn gewone
+humeur, (want wat wordt &#8217;er anders al in die gezelschappen gedaan, dan gespeeld en gedronken,) zonder juist een speelder of
+dronkaard te zijn, is hij dan ook het aangenaamste gezelschap noch het beste voorbeeld niet. Deze bijeenkomsten voor mans
+en vrouwen wilde ik zomers buiten de stad in een aangenaam gelegen tuin, bij fraaije en liefelijke wandelingen hebben, waar
+tevens gelegenheid was tot eenige gezonde ligchaamsoefeningen als kaatsen, kegelen, in het touwtje springen, en diergelijke;
+&#8217;s winters kon men hiertoe een geschikte zaal in de stad verkiezen; doch pracht en luxe moesten &#8217;er verbannen zijn, en alle
+aanleiding tot verkwisting en buitensporigheden ten eenemaal afgesneden worden. Ligt Vaderlands bier, mij dunkt ik zie reeds
+hoe onzemodepopjes den neus hierbij optrekken<a id="d0e5043src" href="#d0e5043" class="noteref">4</a>, prijs ik voor den gewonen drank aan. Men kon zich <a id="d0e5058"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5058">155</a>]</span>hier ook van tijd tot tijd in de muzijk oefenen, en Vaderlandsche liederen zingen, ter eere van onze Vaderlandsche Helden
+en groote Mannen, en ter aanmoediging van Vaderlandsche en huisselijke deugden<a id="d0e5060src" href="#d0e5060" class="noteref">5</a>.&#8212;Onze natie weet nog niet genoeg den middelweg te houden tusschen het stijve, stroeve, ernstige en het losbandige, en mist
+daardoor vele genoegens der zamenleving, waartoe zij anderzins, door haar in zeer veel opzigten boven dat van andere nati&euml;n
+uitmuntend karakter, bij uitnemendheid toe geschikt is.
+
+</p>
+<p>De nieuwe stad (<i>la ville neuve</i>) van <i>Marseille</i> is zeer fraai: ruime, luchtige en regte straten, veelal aan beide zijde met een eenigzins verheven wegje voor de voetgangers
+(<i>trottoir</i>), daarbij vrij zindelijk en wel gestraat, op verscheide plaatsen regelmatig, met fraaije huizen bebouwd; dit alles geeft
+aan dit gedeelte, dat vrij groot is, een allerbevalligst aanzien. Vooral munt daar in uit de lange regte straat waar ik u
+reeds van gesproken heb, loopende van de poort van <i>Aix</i>, tot de poort van <i>Rome</i>, dat is, van het noorden tot het zuiden: deze straat is wel een half uur gaans lang, van het eene eind tot het andere; ter
+plaatse van <i>de Cours</i> is zij vrij breed; de wandelingen in het midden en aan beide zijden met een&#8217; rij ijpen bomen, doch die &#8217;er niet zeer tierig
+uitzien, <a id="d0e5089"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5089">156</a>]</span>beplant, en versierd met een paar fraaije fonteinen, die overvloed van water schijnen te geven; dit is ook het laagste gedeelte
+van de straat, en naar de poorten, aan beide zijden, gaande klimt men op, vooral naar de poort van <i>Aix</i>. Ik zal denkelijk wel gelegenheid hebben, om u een gezigt van dit gedeelte der stad te doen toekomen. De oude stad bijna
+geheel tegen de helling van een&#8217; heuvel aan de noordzijde van de haven gebouwd, heeft de gebreken van meest alle de oude steden,
+die ik in het zuiden van <i>Frankrijk</i> gezien heb; de straten zijn naauw, krom en donker, hier is het bijzonder morsig, en de stank alleronaangenaamst; door de
+leerlooijerijen en zeepziederijen, die men hier in menigte vindt. Het onderscheid tusschen de nieuwe en oude stad is zoo groot,
+dat iemand, hier niet bekend zijnde, en op bijzondere tijden, langs bijzondere wegen, in de twee gedeeltens dezer stad gebragt
+wordende, zou denken, dat deze twee plaatsen eenen aanmerkelijken afstand van elkanderen gelegen waren. Men heeft nog andere
+wandelingen in de stad, dat is te zeggen, breede straten met eenige rijen boomen beplant; men noemt ze de <i>Boulevards</i>, en <i>les all&eacute;es de Meillan</i>. Op verscheide plaatsen in de stad, treft men fraaije fonteinen aan. De vischmarkt is een mooi nieuw gebouw, rustende op
+30 zware, geelachtige steenen pijlaren: men leest op de voorzijde van de kap (<i>facade</i>) <i>Halle</i>, <i>Charles de la Croix, an. XII</i>.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vi010.jpg" alt="Marseille."><p class="figureHead">Marseille.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Nu hebben wij de stad te samen eens doorgeloopen; ik begin daar gemeenlijk mede, als ik op vreemde <a id="d0e5118"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5118">157</a>]</span>plaatsen kom, om eerst eene oppervlakkige kennis van de ligging te krijgen, eer ik de dingen van stuk tot stuk beschouw. Een
+leidsman of wegwijzer neem ik zelden: als men den weg wil leeren kennen, moet men alleen gaan: kan men een plan bekomen van
+de plaats, waar men zich bevindt, zoo veel te beter, en anders maar vragen. Een oplettend reiziger teekent, eer hij op reis
+gaat, zoo veel mogelijk op, wat &#8217;er hier en daar aanmerkenswaardig te zien is, en dan komt men met vragen, zoo men geene kennissen
+heeft, in de koffijhuizen en logementen, of bij de opzienders van boekerijen en natuur- of konstverzamelingen, al vrij wel
+te regt. Men neemt een toren, markplaats of aanzienelijk gebouw voor hoofdbaak, den naam van het logement, de straat, en zoo
+de stad groot is, de wijk, waar het in staat, teekent men op, en weldra leert men de onderscheide toegangen naar hetzelve
+kennen. Zijn &#8217;er in of om de stad hoogtens, van waar men dezelve overzien kan, des te gemakkelijker krijgt men begrip van
+de ligging. Op zulk eene wijze vind ik den weg in de grootste steden, en dat binnen weinige dagen, zonder bijna te vragen,
+en ik zie zeldzaam iets bezienswaardigs over het hoofd; terwijl men een&#8217; leidsman of huurknecht hebbende, alleen op hem vertrouwt,
+veel minder rond-, en dus veel voorbij ziet; ook houden die snaken u doorgaans met een menigte beuzelachtige, verdichte of
+opgesierde vertellingen bezig, leiden u om, om den tijd te rekken, en laten slechts dat gene zien, <a id="d0e5120"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5120">158</a>]</span>dat zij verkiezen. Kortom, men is van die menschen afhankelijk, en dat alleen is al genoeg, waarom het met mijne geaardheid
+strijdt. Als men alleen wandelt, loopt men links of regts, men is ongestoord in zijn opmerkingen, en staat te kijken, waar
+en zoo lang men wil; dan vraagt men eens, en dan maakt men met den een of ander een praatje, en ik moet tot lof van de <i>Franschen</i> zeggen, dat zij over het algemeen vriendelijk zijn om de vreemdelingen te onderrigten; onze landgenoten anders zoo gereed
+om nate&auml;pen, zouden wel doen van hun voorbeeld in dit opzigt wat me&ecirc;r te volgen. Ik veroorlof mij ook al ligt, om in alle
+plaatsen of gebouwen, die ongesloten zijn, en mij bezienswaardig voorkomen, in te loopen, doch ik ga ook zonder tegenzeggen
+terug, zoodra men het vordert; en hier bij heb ik mij altijd wel bevonden.&#8212;Een goede mate van vrijpostigheid is den reizenden
+noodzakelijk.
+
+</p>
+<p>Den 8 dezer, ging ik &#8217;s morgens al weder zeer vroegtijdig uit. Aan den kant van de poort van <i>Rome</i>, zag ik verscheidene muilezels, die zeer aardig waren opgeschikt met groote pluimen op den kop, en hebbende aan het hoofdstel,
+onder andere sieraden, kleine spiegeltjes; zij hadden bellen of klokjes aan den hals, en een net met voedsel aan den bek;
+de koopmanschappen, die zij droegen, waren met een soort van tapijt gedekt, en de voerlieden van deze karavane schenen <i>Italianen</i>; alle die bellen maakten een aardig klokkespel. Ik zag ook een kudde melkgeiten, insgelijks met klokjes <a id="d0e5133"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5133">159</a>]</span>aan den hals, die een man door de stad dreef; de lieden, die melk noodig hadden, kwamen op het gebel buiten, zoo als bij ons,
+als de melkboer tweemaal belt; en &#8217;er werd dan zoo veel gemolken als zij vroegen; dit is hier noodzakelijk, omdat de melk
+door de warmte zoo schielijk bederft; insgelijks staan de boeren &#8217;s morgens hier en daar in de stad met hunne koeijen, die
+zij van tijd tot tijd, als &#8217;er zich koopers opdoen, melken. Deze koeitjes zien &#8217;er schraal uit, en geven niet veel; want tusschen
+de rotsen rondom <i>Marseille</i> en de <i>Purmer</i> of <i>Beemster</i>, is een groot onderscheid. De boter is hier dan ook zeer schaars, en die &#8217;er nog is, ziet wit als onze hooiboter, en heeft
+min of me&ecirc;r een&#8217; ongelachtigen smaak. In de straat van <i>Rome</i>, aan den hoek van een klein straatje, voor het huis van een Apotheker, zag ik, dat men bezig was om aan een fontein te werken,
+men had daar onlangs een wit marmer borstbeeld opgezet; het stond op een voetstuk van blaauw marmer, doch &#8217;er was nog geen
+opschrift op; de gevel van het huis van den Apotheker, die met beeldhouwwerk versierd was, werd tevens opgemaakt. Ik giste,
+dat hier de vermaarde <i>Marseillaansche</i> beeldhouwer, bouwmeester en konstschilder <span class="smallcaps">Puget</span> gewoond had, en men zijn borstbeeld op de fontein plaatste; om hier zeker van te zijn, trad ik in de pillenvergulders-winkel,
+en bevond, dat ik het geraden had. Van stadswegen werd hier dat gedenkteeken, ter eere van dien te regt beroemden kunstenaar
+opgerigt. Met genoegen bespeurde <a id="d0e5153"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5153">160</a>]</span>ik, dat de Apotheker hier omtrent ook niet ongevoelig was, want hij zeide, met eene zigtbare tevredenheid: &#8220;<i>Oui Monsieur! j&#8217;habite la maison du cel&egrave;bre</i> <span class="smallcaps">Puget</span>.&#8221; Het beeldhouwwerk in den gevel was van den kunstenaar zelven, en men leest &#8217;er: <i>Salvator mundi miserere nobis</i><a id="d0e5163src" href="#d0e5163" class="noteref">6</a>; en wat lager: <i>Nul bien sans peine</i><a id="d0e5168src" href="#d0e5168" class="noteref">7</a>. Het borstbeeld op de fontein scheen mij fraai uitgevoerd te zijn. Lof zij de regering van <i>Marseille</i>, die zoo doende de kunsten aanmoedigt.&#8212;Hier omtrent zijn wij Bataven ook ellendig achterlijk, en wat hebben wij een ruime
+stof! getuigen onder andere, helaas! de rijke buit van schilderstukken in het Museum te <i>Parijs</i>.&#8212;en waar vindt men bij ons een openbaar gedenkteeken ter eere van een eenigen van zoo vele roemruchtige kunstenaars, Hoe
+schadelijk is ook in dit opzigt die koude onverschilligheid, die verachtelijke slaperigheid onzer landgenoten niet!&#8212;Moeten
+wij ons niet schamen voor onze naburen de <i>Engelschen</i> en <i>Franschen</i>, zoo wel als voor de bewoners van sommige gedeelten van <i>Duitschland</i>, bij welke laatste de kunsten en wetenschappen, sedert naauwelijks een halve eeuw, zulke aanmerkelijke vorderingen gemaakt
+hebben; en waar anders door dan door een&#8217; geest van <i>Patriottisme</i> en edelen <i>National-Stolz</i>: terwijl wij in zoo vele vakken schier dagelijks achter uitgaan. Ik weet wel, dat de tijden zeer ongunstig <a id="d0e5192"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5192">161</a>]</span>zijn, doch ik weet tevens, dat dit een des te sterker prikkel behoorde te zijn, om alles aantewenden, wat eenigzins strekken
+kon, om &#8217;s Lands luister te herstellen, de kwijnende kunsten en wetenschappen, handwerken en fabrieken optebeuren, en daar
+door me&ecirc;r en me&ecirc;r zoo vele verstopte bronnen van onze welvaart te openen. Deze uitweiding zou mij haast doen vergeten, om
+nog het een en ander aangaande <span class="smallcaps">Puget</span> te zeggen, dat ik toch doen wil, om u de moeite te sparen, van sommige schrijvers of woordenboeken te doorbladeren, daar
+ik uwe belangneming heb gaande gemaakt: weet dan, dat deze man hier in 1622 geboren werd, en geene geldmiddelen hebbende,
+genoodzaakt was, om zich op het een of andere kunst- of handwerk toeteleggen; hij wierd dan als kweekeling in de beeldhouwkunde,
+bij het Arsenaal dezer stad opgenomen; al spoedig maakte hij vorderingen, en zijn kunde ontwikkelde zich vooral in <i>Itali&euml;</i>. In 1653 kwam hij weder te <i>Marseille</i> terug; en na deze stad, <i>Genua</i> en <i>Toulon</i>, en de kunsten in het algemeen<a id="d0e5209src" href="#d0e5209" class="noteref">8</a>, door zijn beeldhouw-, schilder- en bouwkunde aanmerkelijk te hebben verrijkt, stierf hij in 1694, en alzoo het 72 jaar zijns
+ouderdoms, in zijne geboortestad. Zijn zoon <span class="smallcaps">Francois Puget</span>, was ook een goed schilder.
+
+</p>
+<p>Verder voortwandelende, zag ik in die zelfde wijk, <a id="d0e5229"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5229">162</a>]</span>naar het mij voorkwam, eene andere fraaije fontein, bestaande uit een kolom van granit of gespikkeld marmer, volgens de Jonische
+order, rustende op een rood marmeren voetstuk; boven op den kolom stond het borstbeeld van <span class="smallcaps">Homerus</span>, en op het voetstuk las men aan den eenen kant: <i>Les descendans des Phoc&eacute;ens &agrave;</i> <span class="smallcaps">Hom&egrave;re</span>, en aan den anderen kant: <i>Le General</i> <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, <i>premier Consul etc.</i> <span class="smallcaps">Charles de la Croix</span> <i>prefet etc</i>. Aan den kant van de <i>Boulevard</i> was men bezig om een nieuwen Schouwburg, tot het vertoonen van kleine stukjes, <i>Vaudevilles etc.</i> te bouwen. Hij was bijna voltooid, en men moest &#8217;er met den aanstaanden winter nog in spelen. De smaak voor het tooneel neemt
+nog dagelijks me&ecirc;r en me&ecirc;r toe onder de <i>Franschen</i>; doch mijns bedunkens is het de regte smaak niet; het schouwspel strekt bijna geheel ter voldoening van hunnen ligtzinnigen
+smaak, terwijl men het nut, ik meen het <i>moreele</i> nut, niet genoeg in het oog houd. Men was ook niet ver van hier in een gebouw, voorheen een Kerk, bezig met een luchtbol
+(<i>ballon</i>) te maaken, die al vrij groot was, een man te paard zittende, ik meen den vermaarden <span class="smallcaps">Blanchard</span> zelven, moest daar binnen eenige dagen mede opstijgen. Men zou, dunkt mij, ook wel doen, om van dat gevaarlijk luchtreizen,
+waarin men het toch nooit verder schijnt te zullen brengen, aftestappen, om liever het geld, dat daar aan verkwist wordt (en
+dit bedraagt zeker eene aanmerkelijke som, want men houdt zich vooral in <i>Frankrijk</i> nog zeer veel met <a id="d0e5276"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5276">163</a>]</span>luchtbollen bezig) aan de aarde, waar van de bewerking nog voor zoo veel verbetering vatbaar is, te besteden: behalve dat,
+vind ik alle spelen of vertooningen, waar bij menschen, alleen om de aanschouwers te vermaken, hun leven of gezondheid wagen,
+zoo als luchtreizigers, koorddansers, paardrijders en diergelijken, in eene maatschappij, daar de goede order gehandhaafd
+wordt, ten eenemaal ongeoorloofd. Ik bezag eenige Kerken, doch vond &#8217;er weinig bezienswaardig; in een van dezelve was een
+man in Turksche kleeding, en met een tulband op het hoofd, die zeer devoot de mis scheen bijtewonen; en behalve het ontdekken
+van zijn hoofd, dezelfde plegtigheden in acht nam als de anderen. De warmte was vrij dragelijk, en ik kon genoegzaam den geheelen
+dag wandelen; terwijl ik den vorigen dag verpligt geweest was, om mij op het midden van den dag in huis te houden. <i>Krediet</i>-brieven aan een&#8217; koopman alhier hebbende, had ik gelegenheid, om naar den staat van den handel eenig onderzoek te doen. Het
+schijnt &#8217;er ook hier in dit opzigt ellendig uittezien: de <i>Amerikanen</i> en <i>Spanjaarden</i> waren de eenigste, waarmede men nog iets deed; de <i>Levantschen</i> handel, die hier de voornaamste tak van commercie uitmaakte, en waar toe alleen eenige honderde schepen gebezigd werden,
+is door den oorlog schier geheel werkeloos, en met de <i>Barbarijsche</i> kust, <i>Marocco</i> enz. beteekent het ook zeer weinig, en geld en krediet ontbrak &#8217;er algemeen, naar men mij verzekerde. De <i>Marseillanen</i> <a id="d0e5299"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5299">164</a>]</span>plagten ook veel met de <i>Engelschen</i> en <i>Hollanders</i> te handelen, maar ook deze handel staat thans genoegzaam stil. Verscheidene kooplieden, die ik sprak, en in hunne bezigheden
+zag, kwamen mij voor, wat hunne geaardheid aanbelangt, dezelfde soort van menschen te zijn, als de onze te <i>Amsterdam</i>, <i>Rotterdam</i> enz.; en men zou in een kantoor of pakhuis te <i>Marseille</i> zijnde, waar Kooplieden, Makelaars, Kantoorbediendens, Pakhuisknechts, enz. onder elkanderen bezig zijn, indien &#8217;er geen
+<i>Fransch</i> gesproken werd, zich zeer wel kunnen verbeelden, dat men in <i>Amsterdam</i> of <i>Rotterdam</i> was. Goedkoop koopen, &#8217;en duur verkoopen, is altijd de hoofdbedoeling en de beweegoorzaak van hunne daden en verrigtingen,
+en dit bedrijf schijnt eenen aanmerkelijken invloed op het karakter te hebben; echter meen ik, zonder partijdig te zijn, wat
+aanbelangt de ijver, orde, naauwkeurigheid, en vooral ook de goede trouw, mijnen landgenooten de voorkeur te mogen geven.
+De kooplieden van <i>Marseille</i> schenen in &#8217;t geheel niet in hun schik met het tegenwoordig Gouvernement, en beschouwden het als een krijgsbestuur (<i>Gouvernement-militair</i>) nadeelig voor den koophandel, <i>Bourbons</i>-gezind schenen zij echter over het algemeen ook niet; het oude Aristocratisch-Republikeinsche zit &#8217;er misschien nog wel wat
+in, vooral als de vrijheid en onafhankelijkheid opzigtens den handel daar door kon begunstigd worden; met &eacute;&eacute;n woord, de geest
+van koophandel (<i>esprit de commerce</i>) schijnt &#8217;er, de algemeene geest (<i>esprit <a id="d0e5339"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5339">165</a>]</span>public</i>). Het nieuwe <i>Fransche</i> gewigt scheen hier ook weinig in gebruik; nu ik geloof ook, dat men moeite zal hebben, om, en wel de vreemdelingen vooral,
+daar aan te gewennen. Hier ziet men bijna in &#8217;t geheel geen balance en gewigt, zoo als bij ons en elders in <i>Frankrijk</i> in gebruik, en men verkoopt veel bij het pond, zelfs tot de houtskolen toe, alles wordt schier gewogen aan ijzeren of houten
+staven, die de zwaarte aanwijzen, door een ijzeren of koperen bol, die men op zekere merken schuift<a id="d0e5348src" href="#d0e5348" class="noteref">9</a>. In de winkels hangt deze staf doorgaans op een bepaalde plaats, met eene schaal &#8217;er aan, doch anders heffen twee menschen
+die aan een stok op de schouders op, met de goederen die men &#8217;er aanhangt; zoo weegt men in de pakhuizen en op de kaaijen,
+bij het afleveren van goederen enz. De goederen Worden hier meestal gedragen, door mannen, die men <i>porte-faix</i> noemt. Zij dragen op den rug en met twee aan een boom, doch niet zoo als bij ons de bierdragers achter elkander, maar naast
+elkander; zij hebben groote ronde hoeden op, en daar aan hangt een kussentje, dat hun in den hals ligt, hier op rust de draagboom.
+Ik geloof, dat op die wijze het geheele lichaam meer draagt, en het alzoo gemakkelijker is, dan dat de boom maar op eene schouder
+rust. Deze lieden maken een soort van <a id="d0e5357"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5357">166</a>]</span>Gilde uit, zoo als bij ons de zakkedragers, dat men <i>le corps de porte-faix</i><a id="d0e5361src" href="#d0e5361" class="noteref">10</a> noemt. Hunne hoofden, die &#8217;er goede order onder houden, bezitten in eene ruime maate het vertrouwen van de kooplieden, en
+schijnen zich dat vertrouwen ook waardig te maken.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds ging ik in den grooten Schouwburg, die digt bij mijn logement, regt over de straat <i>Beauvau</i>, is, zoo dat de <i>facade</i> eene fraaije en prachtige vertooning maakt, en het heeft daar door wel wat overeenkomst met het van binnen uitgebrande <i>Th&eacute;atre de l&#8217;Od&eacute;on</i> te <i>Parijs</i>. Deze Schouwburg is naar het bestek van <span class="smallcaps">Benard</span> in 1787 gebouwd. Van binnen is deze zaal fraai, doch men kan in het <i>parterre</i> ook niet zitten, dan op een enkele bank rondom; men betaalde &#8217;er ook maar 25 <i>sous</i>. Ik bleef &#8217;er slechts zeer kort, want het was &#8217;er warm, zoo dat ik schier zweette van het zien dansen, dat anders vrij wel
+was; men zeide mij ook, dat zij in de balletten uitmunten; maar dat het overige niet veel beteekent. Fraaije Koffijhuizen
+vindt men te <i>Marseille</i> in menigte, zoo rondom de <i>Cours</i> en bij den schouwburg, als elders; <i>le Caff&eacute; du Commerce</i>, in de straat de <i>Beauvau</i>, is een van de beste; de ververschingen zijn &#8217;er niet duur. IJs wordt hier ook zeer veel gebruikt, men betaalt <i>de glace</i><a id="d0e5401src" href="#d0e5401" class="noteref">11</a> tien &agrave; twaalf stuivers.
+<a id="d0e5411"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5411">167</a>]</span></p>
+<p>Den 9 dezer, werd ik &#8217;s morgens gewekt door een kanonschoot, die bij het openen van de haven van een der forten gedaan wordt.
+Ten vijf uren ging ik reeds uit, en alles was al in beweging. Ik klom op den berg, daar het fort <i>notre Dame de la Garde</i> op gelegen is; men heeft van daar een allerschoonst gezigt over de stad, de omstreken, en op de zee. Ten tijde, dat de <i>Romeinsche</i> legioenen zich hier bevonden, moet &#8217;er een aanzienelijk bosch op dezen berg geweest zijn; oude schrijvers althans spreken
+daar van; thans is &#8217;er niets, dat naar een bosch gelijkt, op te zien; de grond is dor en steenachtig. Hier omstreeks heeft
+men nog een anderen berg of heuvel, die men thans den berg <span class="smallcaps">Bonaparte</span> (<i>la montagne</i> <span class="smallcaps">Bonaparte</span>) noemt; men heeft pas een nieuwen weg gemaakt, langs welken men &#8217;er zeer gemakkelijk opklimmen en omwandelen kan. In het
+opklimmen las ik op een bordje een verbod om de boomen en struiken op deze wandeling niet uit te rukken of te beschadigen&#8212;geene
+wet zal &#8217;er beter nagekomen worden dan deze; want &#8217;er is geen boompje of struikje op den ganschen berg te zien, en ik geloof
+niet, dat &#8217;er ooit boomen of struiken, van eenig belang op zullen groeijen, omdat het genoegzaam niets anders is dan rots
+of stukken <a id="d0e5429"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5429">168</a>]</span>steen; boven op heeft men nogthans een allerverrukkendst gezigt, vooral ook in de haven en op den berg aan den overkant, waar
+tegenzich de huizen van de oude stad als een Amphitheater vertoonen. In de zee zag ik een enkel visschersschuitje; anders
+was het in deze, in vredestijd zoo drokke, zeehaven dood stil. Aan den voet van den berg, waar men denzelven opklimt, is een
+fraaije fontein met een Jonische kolom, waar op het borstbeeld van <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, van wit marmer; op het voetstuk dat met twee witte marmeren <i>bas-reliefs</i> pronkt, verbeeldende het eene eenige merkteekens van den koophandel, en het andere van den wijnoogst, leest men: <i>A</i> <span class="smallcaps">Bonaparte</span> <i>vainqueur et pacificateur Marseille reconnaissante</i><a id="d0e5445src" href="#d0e5445" class="noteref">12</a>. Verder blijkt uit het opschrift, dat dit gedenkteeken onder het bestuur van den <i>prefet</i> <span class="smallcaps">Charles de la Croix</span>, die, in <i>Holland</i> zijnde, zoo een groote voorstander scheen van een Demokratisch bestuur, is opgerigt. Dit alles is door een fraai ijzer hek
+omringd, en deze fontein staat aan het eind van een vrij lange pas beplanten laan, te weten aan iedere zijde met eenen rij
+boomen, die voor een algemeene wandeling moet dienen, makende alzoo eene fraaije vertooning. Langs de haven wandelende, zag
+ik, dat men daar bezig was, om met een werktuig, dat ik mij niet herinner van bij ons gezien te hebben, het slijk uittebaggeren;
+dit werktuig <a id="d0e5463"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5463">169</a>]</span>bestond uit twee groote baggerhaken, ten naasten bij zoo als die in het klein zijn, waar onzer baggerlieden mede arbeiden,
+zij worden door windassen, die bewogen worden door lieden, die in een rad loopen, bestuurd, zoo dat de eene telkens naar beneden,
+en de andere naar boven gaat; de scheppers van deze baggerhaken zijn van onderen met een klep, die met een klink sluit; deze
+klep opent men door middel van een haak, en loost zoo den modder in een schuit, die &#8217;er onder ligt. Dit werktuig slaat op
+een vierkante bak of schuit, en ik zag &#8217;er zoo verscheidene liggen. Dit schoonmaken van de haven is zeer noodzakelijk, om
+dat het slijk en de vuiligheid uit de stad &#8217;er in uitloost, en &#8217;er heeft geene doorspoeling plaats, daar het water altijd
+stil staat; want, gelijk gij weet, in de <i>Middellandsche Zee</i> gaat geen ebbe noch vloed. Het kan dan hier langs de haven, vooral als het heet is, wel eens onaangenaam rieken, zoo dat
+<i>Marseille</i> ook in dit opzigt eenige overeenkomst heeft met <i>Amsterdam</i>. Maar zeldzaam gebeurt het dat het water hier hooger of lager wordt, en dan is die verandering nog maar van weinig belang.
+De kaai is slechts weinige voeten boven water, zoodat men van daar gemakkelijk in de schuitjes, waar men mede overvaart, stapt.
+Indien de bovengemelde baggerwerktuigen bij ons niet bekend mogten zijn, was het dunkt mij der moeite wel waardig, dat men
+&#8217;er onderzoek na deed, en &#8217;er eene naauwkeurige afteekening van trachtte te bekomen; want immers zouden <a id="d0e5474"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5474">170</a>]</span>zij bij ons op verscheidene plaatsen met veel vrucht kunnen gebezigd worden. Ik dacht, dat de vette modder, dien men hier
+uitbaggerde, gebruikt werd, om de onvruchtbare steenachtige gronden, rondom deze stad te bemesten, daar de bemesting hier
+zoo schaars en tevens zoo noodzakelijk is; maar neen, men wierp die op eenen zekeren afstand van de stad in zee, en zelfs
+scheen men vrij algemeen staande te houden, dat deze slijk of modder in &#8217;t geheel niet deugde, om de gronden te verbeteren.
+Dat dezelve in een of twee jaren de vruchtbaarheid niet bevordert, is zeer wel mogelijk, doch na verloop van eenigen tijd,
+ben ik wel verzekerd, dat zij op deze barre gronden, behoorlijk bewerkt zijnde, zeer nuttig moet zijn, en indien ik hier woonde,
+en de vereischte gelegenheid had, twijfel ik niet, of ik zou &#8217;er met goed gevolg wel gebruik van weten te maken; doch ook
+in dit opzigt zijn verkeerde begrippen en kwade gebruiken niet gemakkelijk te veranderen. Zoo gaat het bij ons met de straatmest,
+asch enz. In ons vaderland hebben wij zoovele onbebouwde gronden, die slechts bemesting en matigen arbeid vorderen, om het
+een of ander, al was het maar dennenhout en aardappelen voorttebrengen. De deerniswaardige bewoners van onze zeedorpen vooral,
+lijden bitter gebrek, en vergaan hier en daar bijna van honger, en ondertusschen twijfel ik niet, of men vervoert altijd nog
+de straatmest, asch enz. uit <i>den Haag, Leijden</i>, <i>Haarlem</i>, enz. naar <i>Braband</i>, in plaats <a id="d0e5485"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5485">171</a>]</span>van ze door die ongelukkigen te laten weghalen, om &#8217;er de nabijgelegen duinen mede te bemesten, en &#8217;er aardappelen, die &#8217;er
+ongetwijfeld goed in groeijen, in te zetten. Ik weet wel, dat de bevordering van den landbouw en fabrieken, in &#8217;t geheel niet
+met den algemeenen handelgeest in ons vaderland strookt; doch ik weet tevens ook, dat welke de redenen ook zijn mogen, die
+men tot staving van dat denkbeeld, als strookende zelfs met het algemeen belang, moge aanvoeren, dezelven althans in oorlogstijden,
+niets afdoen, en sedert hoe vele jaren, en hoe dikwijls is de oorlog, helaas! ons lot niet. In vredestijd brengt de koophandel,
+wel is waar, schatten aan, maar schatten maken ook de afgunst en begeerten onzer nabuuren gaande, en geven aanleiding tot
+weelde, en dus ook tot zedenbederf; daarenboven blijven deze schatten doorgaans maar in een gedeelte van het land in omloop,
+en verrijken maar een zeker aantal van deszelfs inwoners. De landbouw, en ook de fabrieken, te weten van kleeding en andere
+stoffen, die wij voor eigen gebruik noodig hebben, zijn minder voordeelig in het aanbrengen van rijkdommen, doch ook een zekerder
+middel ter algemeene verschaffing van het noodzakelijke, en alzoo ter behoeding van gebrek&#8212;zoo veel mogelijk onafhankelijk
+te zijn van de omstandigheden, is voor ons van vrij wat meer belang, dunkt mij, dan rijkdom, dien wij toch ook niet aanhoudend
+en rustig kunnen blijven bezitten; maar al dikwijls moeten wij zien, dat vreemden de vruchten van onzen, arbeid en spaarzaamheid
+<a id="d0e5487"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5487">172</a>]</span>inoogsten.&#8212;Dit althans, houde ik voor zeker, dat ook ten dezen opzigte de waarheid in het midden ligt, en het alzoo noch redelijk,
+noch staatkundig is, om den koophandel alleen, ten koste van de landbouw en fabrieken, te willen staande houden.&#8212;Wat zegt
+gij, Vriend! zijt gij het hier omtrent niet volkomen met mij eens?
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4991" href="#d0e4991src" class="noteref">1</a></span> Naar men mij verzekerde, vindt men &#8217;er somtijds, die meer twee centenaars wegen; verscheide heb ik &#8217;er op de markt gezien,
+die een kloek man niet alleen op zijn hoofd kon brengen, om weg te dragen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4998" href="#d0e4998src" class="noteref">2</a></span> Een soort van Eijerplant (<i>solanum</i>), doch die men hier gebruikt, zijn violet van kleur en langwerpig.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5006" href="#d0e5006src" class="noteref">3</a></span> Een orange kleur platachtig geribt appeltje, omtrent zoo groot als de palm ven de hand, zeer sappig en vol pitjes, het groeit
+aan een laag plantje. Ik heb het bij ons ook wel in de tuinen gezien, doch ken &#8217;er den, <i>botanischen</i> naam niet van.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5043" href="#d0e5043src" class="noteref">4</a></span> Ondertusschen is dit ook te <i>Parijs</i> de algemeene mode, en men ziet daar zelfs, vooral zomers, in de fraaije koffijhuizen van het <i>Palais Royal</i>, en elders door <i>elegante Dametjes</i> en <i>petits maitres</i> bier drinken, en wel met de fles of kruik.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5060" href="#d0e5060src" class="noteref">5</a></span> Zulk zingen is nuttig en aangenaam, en waarom is het Liederenboek van de Juffrouwen <span class="smallcaps">Wolff</span> en <i>Deken</i> niet me&ecirc;r algemeen in gebruik?
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5163" href="#d0e5163src" class="noteref">6</a></span> Zaligmaker der wereld ontferm u onzer!
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5168" href="#d0e5168src" class="noteref">7</a></span> Geen goed zonder moeite.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5209" href="#d0e5209src" class="noteref">8</a></span> De <i>Milon</i> en de <i>Andromeda</i> die men te <i>Versailles</i> ziet, zijn ook van <span class="smallcaps">Puget</span>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5348" href="#d0e5348src" class="noteref">9</a></span> In <i>Bataafsch Braband</i> worden diergelijke werktuigen, om te wegen, veel onder de landlieden gebruikt, en zijn daar bekend onder den naam van ponders
+of unsters.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5361" href="#d0e5361src" class="noteref">10</a></span> Het ligchaam der zakkendragers.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5401" href="#d0e5401src" class="noteref">11</a></span> <i>Un glace</i> noemt men een glaasje met bevrozen room, <a id="d0e5405"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5405">181n</a>]</span>en zuiker of sap van vruchten, zoo als van aardbezi&euml;n, persiken, abrikosen enz. ook wordt dit sap, in vormen gegoten zijnde,
+wel aan stukjes verkocht, en dit noemt men <i>glaces en brique</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5445" href="#d0e5445src" class="noteref">12</a></span> Aan <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, overwinnaar en bevrediger, is <i>Marseille</i> erkentelijk.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e5489" class="div1">
+<h2>Tiende Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Marseille, 13 Augustus.</i>
+
+</p>
+<p>Ons voornemen zijnde, om van hier een uitstapje naar <i>Toulon</i> en <i>Hi&egrave;res</i> te doen, gingen wij naar het stadhuis, om onze passen te laten teekenen, <i>viseeren</i>, daar dezelven maar tot <i>Marseille</i> gegeven waren. Onder het stadhuis, zoo als ik u gezegd heb, is de beurs, die men <i>la loge</i> noemt, het is een ruime zaal; dagelijks na den middag vergaderen de kooplieden daar in, en de onderscheide <i>Oostersche</i> kleedingen, die men &#8217;er ziet, leveren voor lieden, die daaraan niet gewoon zijn, een vreemd verschijnsel op. Boven den hoofdingang
+van het stadhuis ziet men nog de overblijfsels van het fraaije Koninklijke wapenschild door <span class="smallcaps">Puget</span><a id="d0e5518src" href="#d0e5518" class="noteref">1</a>, en ter zijde, van denzelfden meester, een <i>bas-relief</i> verbeeldende <span class="smallcaps">St. Charles</span> <i>de Borrom&aelig;us</i>, Aartsbisschop van <i>Milaan</i>, zorg dragende voor de pestzieken; beiden zijn van wit marmer, en voor meesterstukken bekend, <a id="d0e5539"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5539">174</a>]</span>doch aan het wapenschild is &#8217;er weinig me&ecirc;r van den bijtel van <span class="smallcaps">Puget</span> overgebleven; men ziet hier ook nog drie andere <i>basreliefs</i>, aan beide zijden van den ingang zijn &#8217;er twee, onder een van dezelve, waarop een Haan, heeft men na de omwenteling doen
+graveren: <i>Le salut de la Republlque tient &agrave; la Vigilance</i>, en onder een ander: <i>au vainqueurs du dix Ao&ucirc;t</i>. Men was bezig met den voorgevel van het stadhuis te herstellen, en schoon te maken. In het portaal van hetzelve tusschen
+de twee trappen, ziet men het Standbeeld van <span class="smallcaps">Bayon</span>, bijgenaamd <span class="smallcaps">Libertad</span>, omdat hij de stad bevrijdde, door den eersten Consul, <span class="smallcaps">Casauls</span>, dien men beschuldigde van dwingelandij en t&#8217;zamenspanning met den vijand, omtebrengen, en <i>Marseille</i> aan <span class="smallcaps">Hendrik</span> den IV., of voor hem aan den Hertog <span class="smallcaps">de Guise</span> over te geven, hoewel de <i>Spanjaarden</i> reeds meester van de haven waren; dit voorval had plaats in 1595. <span class="smallcaps">Libertad</span> en zijn broeder, die hem ondersteund had, werden voor dezen dienst beloond, en tot den adelstand verheven. Vijf jaren daarna
+wierd <span class="smallcaps">Hendrik</span> de IV. zelve vermoord, en zijn moordenaar wierd op de verschrikkelijkste wijze gestraft. Zoo veranderen de omstandigheden
+dikwijls de zaken; trouwens, hier van hebben wij ook in onzen leeftijd de merkwaardigste voorbeelden gezien. In de groote
+zaal van het stadhuis moesten wij wel een paar uren wachten, eer wij met onze paspoorten klaar konden komen, omdat hij, die
+ze moest teekenen, afwezig was, dus had ik wel tijd, om de twee groote en fraaije schilderijen <a id="d0e5580"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5580">175</a>]</span>van <span class="smallcaps">Serre le Peintre</span>, leerling van <span class="smallcaps">Puget</span><a id="d0e5587src" href="#d0e5587" class="noteref">2</a> te bezigtigen; deze twee stukken stellen de akelige tooneelen van die pest, die hier in 1720 en 1721 zoo verschrikkelijk
+gewoed heeft, voor. Deze <span class="smallcaps">Serre</span> bekleedde ook met ijver en oplettendheid den post van Wijkmeester in zijne buurt, ten tijde van de besmetting, en was dus
+wel in staat, om de ellende naar het leven aftemalen. De eene schilderij verbeeldt <i>le Cours</i> (de algemeene wandeling), vol zieken en dooden, en de andere de plaats voor het stadhuis. Behalve den Ridder <span class="smallcaps">Rose</span>, die zich in September 1720 aan het hoofd stelde van 100 Galeiroeijers, om de groote menigte onbegraven lijken, die bijna
+niemand durfde naderen, in kuilen met ongebluschte kalk te doen werpen, en ten dien einde het eerste de hand aan het werk
+sloeg, muntte in dit rampzalig tijdstip onder me&ecirc;r anderen bijzonder uit, zekere <span class="smallcaps">Pierre Haristoy Caseneuve</span>, geboortig van <i>B&eacute;haune</i>, in het land van <i>B&eacute;arn</i>, hij was eerste Commies van de Levensmiddelen voor de Galeijen, en liet gewoonlijk de uitdeeling door zijne onderhorigen
+doen; doch daar de Galeijroeijers gelast waren, om de van de pest gestorvenen te begraven, en men dus alle reden had, om hen
+als besmetten te schuwen, dacht deze brave Commies, dat &#8217;er welligt uit vrees <a id="d0e5617"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5617">176</a>]</span>nalatigheid in de uitdeeling zou kunnen plaats hebben, en deze ongelukkigen alzoo gebrek lijden; waarom hij het menschlievend
+besluit nam, om niettegenstaande het gevaar, altijd zelve bij de uitdeeling tegenwoordig te zijn. De regering, deze edelmoedige
+handelwijze willende erkennen, bood hem een jaarwedde van 1200 livres aan, doch de belangelooze menschenvriend bedankte &#8217;er
+voor, hoewel hij in &#8217;t geheel niet rijk was, en een talrijk huishouden had. De nakomelingen van dezen waarlijk edelen man
+bestaan nog heden, en de <i>Marseillanen</i> hebben niet nagelaten, om zijn&#8217; naam, en die van me&ecirc;r anderen, welke ten dien tijd in menschlievendheid en weldadigheid uitgemunt
+hebben, aan de vergetelheid te ontrukken. Een andere trek van edelmoedigheid van een&#8217; Kaperkapitein van <i>Tunis</i>, is niet minder belangrijk en streelende voor gevoelige harten. Paus <span class="smallcaps">Clemens</span> de XI. vernemende, dat in 1720 niet alleen de pest, maar ook de hongersnood in het ongelukkig <i>Marseille</i> heerschte, zond &#8217;er van <i>Civita-Vecchia</i> ettelijke schepen met granen naar toe. Eenige Kapers van <i>Tunis</i> deze schepen najagende, achterhaalden dezelven, en namen ze, doch de <i>Reis</i> of Commandant vernemende, met welk oogmerk zij afgezonden waren; en welke hunne bestemming was, zeide tegen den schipper,
+die deze schepen met graan geleidde, zijne hand op het hoofd leggende: &#8220;Ga, Christen, voer uw&#8217; last uit, ik ben uw vijand
+niet me&ecirc;r&#8212;God zou mij straffen.&#8221; Dit laatste geval niet zeer algemeen bekend zijnde, <a id="d0e5640"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5640">177</a>]</span>heb ik vooral gemeend u hetzelve te moeten mededeelen.&#8212;De ziel van ieder redelijk menschenvriend wordt verkwikt door het hooren
+van diergelijke trekken.&#8212;En waarom verzuimt men, om deze daad ook op eene schilderij te verbeelden, en dat optehangen in deze
+zaal, waar dagelijks een menigte vreemdelingen komen van allerlei volkeren en waaronder zeer vele zeelieden: zulks zou immers
+kunnen strekken ter vermindering van haat en vooroordeelen, en zijn alle redelijke en verlichte bestuurders niet verpligt,
+om hiertoe alles, wat maar eenigzins in hun vermogen is, bij te dragen? De zaal van de Municipaliteit, voorheen van de Consuls
+(<i>la salle Consulaire</i>), is zoo wel als de groote zaal beziens waardig. Doch dat men de vreemdelingen hier zoo lang na hunne paspoorten laat wachten,
+is niet vriendelijk; men is daar te <i>Parijs</i> handiger mede.
+
+</p>
+<p>In ons logement aten wij &#8217;s middags laat, namelijk te vijf uren, zoo men dat middag eten noemen kan, doch om tien uren &#8217;s
+morgens ontbijt men ook met koteletten, gebakken visch enz., dat men <i>dejeuner &agrave; la fourchette</i><a id="d0e5652src" href="#d0e5652" class="noteref">3</a> heet, en zoo doet men dan, even als te <i>Parijs</i>, maar twee maaltijden daags. Ik gebruikte doorgaans &#8217;s morgens in een koffijhuis brood met limonade, vruchten of iets diergelijks,
+en las dan met een de nieuwspapieren. Voor het middagmaal betaalde ik aan de gemeene <a id="d0e5658"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5658">178</a>]</span>tafel in het logement met den wijn, hoewel ik &#8217;er bijna niet van dronk, 4 livres. Het eten is &#8217;er voor de landstreek vrij
+goed, en de tafel is zindelijk, en met orde gediend; schotels zijn &#8217;er genoeg, doch &#8217;er is doorgaans te weinig op, naar evenredigheid
+van de gasten, zoo dat men zich moest haasten, om van die, welke het meeste gezocht zijn, wat te krijgen; en dat vind ik al
+zeer onaangenaam, vooral als men uit nieuwsgierigheid het een en ander proeven wil. Het rund- en kalfsvleesch schaars zijnde,
+is de soep gemeenlijk schraal, veeltijds van pompoenen en eenige andere groentens gekookt, waar dan wat brood met olij bij
+gedaan wordt; dit schijnt voor ons zonderlinge kost, maar is toch zeer wel te eten. Schapenvleesch <span id="d0e5660" class="corr" title="Bron: word">wordt</span> het meeste gebruikt, en is &#8217;er goed; dagelijks hadden wij versche en lekkere zeevisch, en behalve tongen en tarbot, eenige
+soorten, die men bij ons niet kent. Als <i>le Rouget</i>, een fijn en lekker vischje, rood van kleur; <i>le Mulet</i>, in het <i>patois</i>, <i>Mujou</i>, die zeer gemeen in de <i>Middellandsche zee</i>, en tevens een goede visch is: men vindt &#8217;er verscheide soorten, waartoe ook die, onder den naam van vliegende visch bij
+ons bekend, behoort: <i>La Dorade</i>, de zeebaars (<i>perche de mer</i>) en me&ecirc;r anderen, ook eet men &#8217;er dagelijks versche Sardines, die gedroogd zijnde, wel wat overeenkomst hebben met de Sprot.
+De <i>Marseillaansche</i> Anchovis is beroemd; de beste wordt in de zee van <i>Frejus</i> gevangen, doch ik voor mij vind ze niet beter dan onze <i>Bergsche</i>. Ook <a id="d0e5693"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5693">179</a>]</span>levert de <i>Middellandsche zee</i> goede kreeften op, en waaronder ik &#8217;er zag, die al vrij groot waren; hun kop en pooten zijn ruw en met scherpe puntjes, ook
+vond ik het vleesch, wreeder dan dat der noordsche; wij hadden ze bijna dagelijks op tafel, en men noemt die hier <i>Lingoustes</i>. Somtijds gaf men ons ook een soort van kleine schelpvischjes. <i>Aubergines</i>, <i>pommes d&#8217;Amour</i>, en gestoofde komkommers zijn de gewone groentens. Meloenen en vijgen, die hier uitmuntend goed zijn, hoewel ik ook bij ons
+meloenen gegeten heb, die niet minder goed waren, hadden wij in overvloed; men geeft die niet op het nageregt, maar na de
+soep, dit is in <i>Frankrijk</i> algemeen gebruikelijk, en men noemt deze geregten <i>hors d&#8217;&#339;uvres</i>. Ik was verwonderd, van in dit jaargetijde nog zuiglammeren te eten; doch vernam, dat de schapen in deze landstreek tweemaal
+&#8217;s jaars werpen. Gevogelte van allerlei soort vindt men hier zoo als bij ons en elders. Het gebak, taart en pasteiwerk, is
+meestal met olij of vet gereed gemaakt, doch ik heb het dikwils zeer lekker gevonden. Men eet hier ook eveneens als in <i>Itali&euml;</i> veel <i>Macaroni</i>. De vruchten, behalve de meloen en vijgen, beteekenen niet veel; de grond is te dor en te schraal. De persiken, die meestal
+geel zien, zijn droog en hard, zij houden zoo vast aan de steen, dat men ze &#8217;er af moet snijden, men noemt hier dit soort
+<i>des peches males</i> in onderscheiding van die, welke bij ons algemeen bekend en hier in &#8217;t geheel niet overvloedig zijn. De versche amandelen
+had ik haast vergeten, <a id="d0e5722"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5722">180</a>]</span>men geeft ze hier in hunne groene bolsters op tafel, en eet de pitten doorgaans met wat zout; ik houde &#8217;er wel van. Deze vrucht
+wordt veel rondom <i>Marseille</i> geteeld, zij groeit gaarne op de hoogte, en is niet naauwnemend omtrent den grond. Uijen<span id="d0e5727" class="corr" title="Bron: ">,</span> meestal roode, en knoflook worden hier ook veel gebruikt, en in eene groote hoeveelheid van de plaatsen rondom aan de <i>Middellandsche Zee</i> aangebragt; deze vrucht is hier veel minder sterk dan in het Noorden, eveneens is het gelegen met de <i>Spaansche</i> peper, die men hier veel teelt; zij wordt in menigte groen aan de markt gebragt, en men eet ze doorgaans met zout en azijn.
+In deze landstreek maakt men ook een kost, dien men de meeste vreemdelingen voor geen lekkernij behoeft voortezetten; het
+is de zoogenaamde <i>Beurre de Provence</i><a id="d0e5738src" href="#d0e5738" class="noteref">4</a>, bestaande uit olijfolij, gestampte knoflook, en zout gemengd en geklopt zijnde, tot het een dikke pap wordt. De wijn is
+hier voor lieden, die &#8217;er niet aan gewoon zijn, te zwaar, zoo als ik u reeds gezegd heb; ik kon ze volstrekt zonder veel water
+niet drinken. Doch zij, die &#8217;er aan gewoon zijn, weten &#8217;er niet van, en het komt mij voor, dat de <i>Marseillanen</i> over het algemeen een goed glas wijn drinken. Zij gelooven, dat het in deze luchtstreek gezond is. Brood wordt hier in zulk
+eene groote hoeveelheid niet gegeten, dan in andere deelen van <i>Frankrijk</i>, daar het koren overvloedig is; want <i>Provence</i> brengt maar zeer weinig <a id="d0e5750"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5750">181</a>]</span>koren voort. De zoogenaamde gemeene en landlieden eten veel brood en pap van <i>Ma&iuml;s</i> (Turksche tarw). Voor een kamer met twee bedden betaalde ik hier ook 40 stuivers daags, doch daar voor moest ik ook wat hoog
+klimmen; anders is het duurder. De tafel is ook een van de duurste, die men hier vindt, en men kan elders wel voor &pound; 3&#8211;:&#8211;:
+te regt komen, waarvan ik tusschen beide dan ook al eens gebruik maakte. Men is in dit Hot&egrave;l zeer goed, en zoo zindelijk,
+als men in <i>Holland</i> verlangen zou<a id="d0e5758src" href="#d0e5758" class="noteref">5</a>; zelfs zag ik de meid me&ecirc;r dan eens &#8217;s morgens het voorhuis uitschrobben, een verschijnsel, dat ik nog nooit in <i>Frankrijk</i> gezien heb. Weegluizen hebben wij ook niet bespeurd, doch van de muggen wordt men verschrikkelijk geplaagd, zoo dat men genoodzaakt
+is, om even als, op vele plaatsen, bij ons gazen gordijnen te gebruiken; de eene mensch schijnt &#8217;er echter meer voor bloot
+te staan dan den anderen; ik had &#8217;er weinig hinder van, terwijl mijn reisgezel op dezelfde kamer slapende somtijds met bulten
+gestoken werd.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds ging ik in het <i>pavillon chinois</i>, &#8217;er was veel volk, en daar onder eenige gnappe vrouwen of meisjes. De vrouwen zijn meestal bruinachtig, en sommigen hebben
+veel van de <i>Grieksche</i> wezenstrekken. <a id="d0e5778"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5778">182</a>]</span>In fraaije tanden, en levendige oogen, munten zij uit, doch missen ook daar en tegen, dat zachte en bevallige van onze blonde
+met hare groote blaauwe oogen en mooi vel. De zoogenaamde fatsoenelijke kleeden zich naar de <i>Parijsche</i> mode, die eenige jaren vrij goed geweest is voor de vrouwen, doch thans beginnen &#8217;er weder keurslijven voor den dag te komen.
+
+
+</p>
+<p>Den 10 dezer ging ik de oude stad, die ik nog maar ter loops in oogenschijn genomen had, bezigtigen; en klom, aan het eind
+van de kaai aan de noordzijde, bij het Fort <i>St. Jean</i>, op de hoogte. Dit Fort kan men thans uithoofde van de tijdsomstandigheden, niet gemakkelijk van binnen zien; ook zeide men
+mij, dat &#8217;er behalve, misschien voor vestingbouwkundigen, niets bijzonders te zien was. <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XIV. deed deze sterkte, en de <i>citadel St. Nicolas</i> aan den anderen kant van de haven, in 1660 bouwen, om de stad wegens ongehoorzaamheid aan haren Gouverneur, de Hertog <span class="smallcaps">de Mercoeur</span>, te straffen<a id="d0e5797src" href="#d0e5797" class="noteref">6</a>. De haven wordt tusschen deze twee sterktens met eene ketting geslooten. Op de hoogte had ik een uitgestrekt gezigt in zee.
+De stadsmuren zijn hier op de steile rots gebouwd, die aan den voet door de zee bespoeld wordt. Ik zag eenige lieden, in het
+water staande, bezig om <a id="d0e5800"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5800">183</a>]</span>met een soort van houweelen, slijk uit de zee optedelven, daar zij insekten in zochten, die men hier gebruikt tot aas, om
+sommige zeevisch mede te vangen. Wat verder zag ik visschers in schuiten, bezig om met netten sardinen te visschen. Regt uit
+langs den stads muur gaande, kwam ik aan de plaats waar omtrent waarschijnlijk voorheen de tempel van <span class="smallcaps">Diana</span>, die de oude <i>Marseillanen</i> bijzonder vereerden, stond. Ter dezer plaatse ziet men thans de Kerk <i>de notre Dame de la Major</i>, dat de Hoofdkerk is; volgens sommigen zou zij zeer oud zijn; anderen meenen te moeten veronderstellen, dat zij omtrent de
+13de eeuw, althans niet veel vroeger, eerst zoo gemaakt is, als men ze thans ziet: het een en ander kan waar zijn. Althans
+de zes pilaren van granit, die men in dezelve ziet, meent men dat behoord hebben tot den tempel van <span class="smallcaps">Diana</span>; anders is &#8217;er niet veel bijzonders; het is een donker en onaangenaam gebouw, en men gaat &#8217;er langs eenige trappen in, als
+in een kelder. Niet ver van hier, op eene plaats, die men <i>Place de Linche</i> noemd, veronderstelt men, dat de tempel van <span class="smallcaps">Apollo</span> gestaan heeft, naderhand is daar de Abdij <i>St. Sauveur</i> gebouwd; en men heeft ter dezer plaatse eenige oudheden gevonden. Het Gasthuis, <i>la Charit&eacute;</i> genaamd, dat wat verder op staat, schijnt een groot en fraai gesticht. Behalven verscheidene zeepziederijen, daar de bekende
+<i>Marseillaansche</i> zeep gemaakt wordt, zag ik hier ook een graauwpapier-fabriek, die nog al aanmerkelijk scheen. In dit gedeelte van de stad
+<a id="d0e5829"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5829">184</a>]</span>vindt men weinig gnappe huizen, het wordt meestal bewoond door het minstvermogende deel der burgerij. Men toont den vreemdelingen
+hier ook een oud huis, waar men wil dat voorheen het paleis der Roomsche Keizers was; voor hetzelve ziet men nog een ouden
+kop; doch wien hij moest verbeelden, wist men mij niet te zeggen, en ik vind &#8217;er bij de schrijvers, die ik nagezien heb, niets
+van aangeteekend: mogelijk woonde &#8217;er de <i>Romeinsche Prefecten</i> of Stedehouders, die &#8217;er &#8217;s jaarlijks van <i>Rome</i> naar toe gezonden werden, toen <i>Marseille</i> ophield een Republiek te zijn. Moede van het doorloopen, en op- en afklimmen van zoovele ongelijke kromme en in alle opzigten
+onaangename straten, keerde ik, toen het warm begon te worden, naar mijn logement; in het voorbijgaan zag ik nog een andere
+vischmarkt, <i>Halle de la poisonnerie neuve</i>, rustende op 20 Jonische kolommen, en volgens het bestek van den vermaarden <span class="smallcaps">Puget</span> gemaakt. Hier is ook een Leessocieteit, in een fraai gebouw op de <i>Canebi&egrave;re</i>, <i>Cercle de l&#8217;Union</i> genaamd. De aanzienelijkste lieden van de stad komen hier bijeen, om de nieuwspapieren en andere periodique werken te lezen;
+in die zaal is het dan ook niet geoorlofd, om overluid te spreken, doch &#8217;er zijn nog andere vertrekken, en in een derzelve
+staat een billard; als vreemdeling had men mij een kaartje gegeven, om hier, wanneer ik het goedvond, te gaan, en daar van
+maakte ik dan ook nog al dikwijls gebruik. Na den middag ging ik de kaatsbaan aan den kant <a id="d0e5852"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5852">185</a>]</span>van de <i>boulevard</i> zien, de <i>Marseillanen</i> schijnen daar liefhebbers van te zijn; want &#8217;er was veel volk, het is op eene ruime open plaats, voor een gebouw dat voorheen
+een Klooster was; men kan &#8217;er vrij ingaan, &#8217;er staan stoelen en banken rondom, en men betaalt een of twee stuivers voor eene
+zitplaats. Ik zag &#8217;er onder de spelers die al zeer vlug, sterk en handig waren; een onder hun muntte voornamelijk uit, hij
+was groot, sterk gespierd en welgemaakt, en had het voorkomen van eenen <i>gladiator</i> der ouden; want zij zijn bij dit werk, dat zeer vermoeijende is, luchtig gekleed; aan de hand, waarmede geslagen wordt, hebben
+zij een soort van houten koker, en hier mede worden de ballen, die van leder, en inwendig hol zijn (<i>ballons</i>),<a id="d0e5866src" href="#d0e5866" class="noteref">7</a> al zeer ver gekaatst. Bij ons moet &#8217;er altijd bij diergelijke spelen braaf gedronken worden, doch hier zag ik niets gebruiken;
+tegen het vallen Van den avond scheidde men &#8217;er uit, en ieder ging heen. Eenige zingende en dansende matrozen, die ik op de
+kaai ontmoette, herinnerden mij aan de bloeijende tijden van ons vaderland; zij zongen liedjes in het <i>patois provencal</i>. Op de <i>Cours</i> was veel volk; men wandelt daar tot laat in den nacht; want over dag is het te warm, &#8217;er worden ook stoelen verhuurd zoo
+als te <i>Parijs</i> in de <i>Tuillerien</i> enz. De <i>Marseillanen</i> komen mij voor indedaad me&ecirc;r levendig en vrolijk <a id="d0e5884"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5884">186</a>]</span>van aard te zijn dan de <i>Parijsenaars</i>, die zich zooveel moeite geven, om het te schijnen. Naar men mij verhaalde, waren zeer vele vermogende lieden thans op hunne
+landhuizen (<i>bastides</i>); &#8217;s winters ziet men veel me&ecirc;r <i>beau monde</i> in de stad, en naar men zegt, is de zamenleving voor alle smaken, en voor alle levensvakken &#8217;er dan inzonderheid zeer aangenaam;
+vooral in vredestijd, wanneer hier eene aanhoudende toevloed van vreemdelingen is. In den schouwburg had men dezen avond gespeeld
+<i>les etourdis</i>, een aardig blijspel van <span class="smallcaps">Andrieux</span>, (door onzen vriend <span class="smallcaps">van Walr&eacute;</span> in &#8217;t <i>Nederduitsch</i> vertaald); dat ik te <i>Parijs</i> zeer goed had zien vertonen, en dan moet men het hier niet zien; naar hetzelve gaf men het bekende, ook in &#8217;t <i>Hollandsch</i> vertaalde zangspel, <i>Paul et Virginie</i>; en dit beviel mij nog minder, ook heeft men in dezen schouwburg zeer weinig aan de vertooning, omdat de aandacht gedurig
+belemmerd wordt, en men de vertooners door het aanhoudend rumoer, dat &#8217;er plaats heeft, dikwijls niet kan verstaan; want de
+kooplieden maken van deze zaal een tweede beurs; de jonge lieden komen &#8217;er om over hunne liefdes-aangelegenheden te spreken,
+de geriefelijke juffertjes, om klanten op te doen; vele bejaarde dames, om wat te vitten en kwaad te spreken; en eenige liefhebbers,
+of die &#8217;er zich ten minsten voor uitgeven, om hunne gevoelens over het stuk of de vertooners, aan elkanderen te vertellen;
+dit alles gaat vrij overluid, voeg daar bij het gedurig geloop van de gaande en komende <a id="d0e5916"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5916">187</a>]</span>in het <i>parterre</i>, en oordeel, hoe aangenaam dit moet zijn voor iemand, die komt, on het stuk te zien. In dit opzigt moet ik de <i>Parijsenaars</i> prijzen, de diepste stilte heeft daar in alle schouwburgen, waar maar eenigzins dragelijk gespeeld wordt, plaats; en men
+duldt daar niet, dat de aandacht der aanschouwers gestoord wordt<a id="d0e5924src" href="#d0e5924" class="noteref">8</a>.
+
+</p>
+<p>Den 11 dezer moesten wij, volgens afspraak, met een roeischuitje een toertje op zee gaan maken; doch het weder was hier toe
+niet gunstig, want de noordwesten wind, die men hier <i>le mistral</i> noemt, blies vrij sterk: echter huurden wij een schuitje voor 3 livres, om &#8217;er des goedvindende den geheelen voormiddag gebruik
+van te kunnen maken; het was toen omtrent 7 uren in den morgenstond. Men vindt doorgaans verscheidene van die schuitjes aan
+het eind van de haven, bij de <i>Cannebi&egrave;re</i>, liggen; zij zijn met een tentje overdekt, en op sommige staat zelfs een zeiltje. Zoo lang wij in de haven waren, ging het
+nog al, doch naauwelijks buiten gekomen, moest men om den harden wind het tentje strijken, terwijl ons bootje door de golven
+ter deeg geslingerd werd, zoo dat de schipper zelve ons niet aanraadde om het veel verder te wagen. Wij lieten ons dan aan
+den voet van een rots aanzetten, <a id="d0e5938"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5938">188</a>]</span>klommen op dezelve, en gingen van daar naar eene plaats, die alleen door Spaansche visschers, die men <i>les Catalans</i> noemt, bewoond wordt. Hier plagt voorheen het <i>Lazaret</i> te zijn, thans is &#8217;er een nieuw aan den anderen kant van de stad; de goederen uit den <i>Levant</i> komende, worden daar gelost, en moeten &#8217;er eenigen tijd verblijven, alvorens zij in de pakhuizen mogen gebragt worden. Dit
+nieuwe <i>Lazaret</i> is een aanzienelijk gebouw. Wij hadden onzen schipper den voorraad, die wij voor het ontbijt medegenomen hadden, laten dragen,
+tot in een dal tusschen de rotsen, waar wij wat voor den wind beschut waren, en hier werd de tafel op den grond gedekt. Ik
+beklom vervolgens de toppen van eenige rotsen hier rondom, van waar ik een woest, doch schilderachtig gezigt had. Een Amerikaansch
+scheepje hield achter dezelve <i>quarantaine</i>. Bij het Kasteel <i>d&#8217;If</i> zag ik een schuit, waar in verscheidene menschen waren; onze schipper dacht, dat het de wacht was, die op het kasteel gebragt
+werd; zij schenen somtijds door de golven geheel bedekt, en hier sloegen de golven zoo hard tegen de rotsen, dat ik het water
+&#8217;er boven op, nog al vrij hoog, Voelde.&#8212;Onze Vaderlandsche schilder <span class="smallcaps">Bakhuizen</span> zou hier thans stof voor zijn uitmuntend pen&ccedil;eel gevonden hebben. Wij misten weinig door niet verder te kunnen komen: want
+men laat het kasteel <i>d&#8217;If</i>, thans niet dan met een bijzonder verlof, dat niet ligt te bekomen is, bezigtigen: omdat &#8217;er Staatsgevangenen, in de zaak
+van de laatste <i>conspiratie</i>, op <a id="d0e5967"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5967">189</a>]</span>bewaard worden. Bij het invaren van de haven, zag ik tegen den muur van het Fort <i>St. Jan</i>, een gedaante zeer ruw uitgehouwen, verbeeldende een meermin; het volk noemt deze beeldtenis <i>Marseille</i>, waarom weet ik niet.
+
+</p>
+<p>Naauwlijks was ik op mijne kamer, of ik hoorde eene soort van muzijk op straat; ik keek uit, en zag eenige boeren en boerinnen
+op hun zondags uitgedoscht; de mans hadden pluimen, en de vrouwen galonnen op hare hoeden; zij gingen twee aan twee, en waren
+verzeld door eenige tamboers, die een langwerpige trommel droegen, waar op zij met de eene hand sloegen, en met de andere
+op een fluitje speelden: dit fluitje noemt men hier <i>le galobet</i>, het heeft een&#8217; zeer scherpen klank. De vrouwen droegen een soort van koeken van meel, olij, suiker en anijs te zamengesteld,
+en als een cirkel met een ster &#8217;er in gemaakt. Deze lieden, die op het land rondom <i>Marseille</i> wonen, kondigen op deze wijze het feest aan, dat in hun dorp plaats moet hebben; dat is de naamdag van hun&#8217; beschermheilige
+of iets diergelijks; zij gaan dan bij de stedelingen, die omtrent hun dorp of gehucht hunne <i>bastides</i> hebben, brengen hun een koek, en noodigen ze, on het feest bijtewonen; deze van hunn&#8217; kant geven dan aan de boeren eenig
+geld, zoo dat dit eigenlijk niet anders dan een bedelarijtje is. Na den middag bezigtigde ik de kerk en de puinhoopen van
+de gewezen Abdij van <i>St. Victor</i>, aan de zuidzijde van de haven bij de citadel. Deze kerk is volgens oude bescheiden door <a id="d0e5989"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5989">190</a>]</span><span class="smallcaps">St. Leon</span> den Grooten gewijd, en was benevens de Abdij gebouwd, van overblijfsels van Heidensche oudheden. In een half afgebroken muur
+zag ik nog het overschot van een&#8217; steenen boog met loofwerk gebeeldhouwd, welk het merk scheen te dragen van den bloei der
+konsten onder de <i>Grieken</i> en <i>Romeinen</i>. Men plagt hier ook nog pilaren van granit en oude graftombes te zien, doch de geheele Abdij is gesloopt; om en in de Kerk,
+die &#8217;er alleen van is overgebleven, zag ik niets merkwaardigs, dan dat zij zeer oud scheen. Zij was van binnen wat opgemaakt,
+doch anders zeer eenvoudig en zonder veel sieraad. Van daar ging ik op den berg <i>Bonaparte</i> wandelen: de zon, achter de rotsen ondergaande, leverde eene majestueuse vertooning op; de wind was wat gaan liggen, en de
+avondstond zeer aangenaam.
+
+</p>
+<p>Den 12 dezer liep ik &#8217;s morgens zeer vroeg als naar gewoonte uit, met oogmerk om buiten de stad te wandelen; maar de buitenstreken
+van <i>Marseille</i> aan de landzijde, bevielen mij niet; naar de <i>bastides</i> gaande, is men bijna altijd tusschen muren, als in een gemetselde doolhof; en buiten de poort heeft men ook niet anders dan
+een open weg; lommer vindt men bijna nergens; redenen genoeg, waarom ik <i>Marseille</i> om er te wonen, niet zou verkiezen, even zoo min als <i>Amsterdam</i>; want gemis van wandelingen is voor mij al een zeer groot gemis. Zeer veel had men mij van de warmte gesproken, en wij hebben
+hier zeker een paar dagen drukkende hitte <a id="d0e6016"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6016">191</a>]</span>gehad; doch bij ons dunkt mij, kan het even zoo heet zijn, hoewel zeker minder aanhoudend. Ik had geen gelegenheid om den
+thermometer waar te nemen, doch ik ben wel verzekerd, dat hij niet hooger dan 27 of 28 gr. volgens de schaal van <span class="smallcaps">R&eacute;aumur</span>, gestaan heeft; en de zeewinden brengen hier ook veel toe, om de lucht te verkoelen. De aanhoudende regen, die men eenigen
+tijd geleden gehad heeft, is een ongewoon verschijnsel; anders regent het hierin dit jaargetij zelden, de aarde wordt alleen
+door de daauw, die nog al sterk is, bevochtigd&#8212;en hoe dor moet dan die dorre grond hier omstreeks niet zijn. Daar het zondag
+was, en ik vernam, dat de Protestanten hier ook eene Kerk hadden, ging ik daar heen. De vergadering werd in eene ruime en
+zindelijke zaal, op eene eerste verdieping gehouden, en was vrij talrijk. De Leeraar deed een eenvoudig zedelijk vertoog,
+dat ik met genoegen hoorde. Tegen den avond ging ik buiten de stad, aan den kant van de zee wandelen; men heeft hier veel
+de gewoonte, om zich in zee te baden of te zwemmen; ik zag &#8217;er een menigte zwemmers, en lieden, die zich baadden. Verscheidene
+vrouwen, die &#8217;er wel in de klederen uitzagen, en dus nog al tot de zoogenaamde deftige klasse schenen te behooren, wandelden
+hier langs, zonder den waaijer voor de oogen te houden; hier en daar zaten zelfs aan den oever groepjes, waar onder vrouwen
+en meisjes, op hun gemak te kijken; trouwens, de zeden der <i>Marseillanen</i> over het algemeen, zijn vooral in dit <a id="d0e6024"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6024">192</a>]</span>opzigt niet als zeer gestreng <span id="d0e6026" class="corr" title="Bron: beromed">beroemd</span>; nu ik geloof ook, dat indien de Laplandsche vrouwen kuischer zijn dan deze, zulks me&ecirc;r aan de luchtstreek dan aan hare meerder
+beredeneerde deugd moet toegeschreven worden. Deze onderscheidene groepen, naakte en gekleede menschen, hier en daar op stukken
+van rotsen, langs den oever van de zee, die toen, zoo als gewoonlijk in dezen tijd, zeer kalm was, staande of ongedwongen
+zittende, terwijl men hooge rotsen in &#8217;t verschiet, en hier en daar een visscherschuitje zag, dit alles te samen leverde eene
+schilderachtige vertooning op, en <span class="smallcaps">Vernet</span> zou hier van een mooi stuk hebben kunnen maken. Het water in de <i>Middellandsche Zee</i>, althans hier omstreeks, heeft een groene kleur. Ik zag menigmaal schilderijen, waar op het water zeer groen, en de lucht
+en bergen in het verschiet helder blauw verbeeld werden, en dit kwam mij toen onnatuurlijk voor; doch thans nu ik eenige gezigten
+aan deze oevers gezien heb, vind ik dat die schilders de natuur getrouwelijk afgemaald hebben.
+
+</p>
+<p>Behalve de koude baden, houden de <i>Franschen</i>, en vooral die, welke het zuidelijk gedeelte bewonen, even als voorheen de <i>Romeinen</i> en <i>Grieken</i>, veel van het warme bad, en maken daar zelfs in de zomerhitte gebruik van, blijvende &#8217;er doorgaans een half uur of langer
+in zitten; men vindt dan ook in de meeste steden badhuizen, waar men zich voor 24 of 30 <i>sols</i> in blikken of steenen bakken <a id="d0e6049"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6049">193</a>]</span>baadt<a id="d0e6051src" href="#d0e6051" class="noteref">9</a>. Ik maakte &#8217;er op reis nog al eens gebruik van, om mij te wasschen, maar om &#8217;er lang in te blijven, vind ik niet goed: want
+men wordt &#8217;er loom en vadzig van. De <i>Fransche</i> vrouwen maaken &#8217;er ook veel gebruik van om zich te reinigen, en in dat opzigt zijn zij dan ook zindelijker, dan de onze.
+
+
+</p>
+<p>Heden morgen ging ik het Stads-Museum van schilder-, beeldhouwwerk, en oudheden bezigtigen; men heeft een gedeelte van een
+voormalig Klooster, aan den kant van de <i>Boulevard</i>, daar toe in gereedheid gebragt, of liever was men daar mede bezig; want de zaal, waar de beelden en oudheden moesten geplaatst
+worden, was noch niet gereed, en alles lag &#8217;er nog overhoop. Ik zag &#8217;er eenige oude steenen doodkisten of graftombes, eenige
+met beeldhouwwerk, anderen met Grieksche opschriften, kapiteelen van pilaren, <i>bas-reliefs</i>, een altaar met stierenkoppen, het bovenste gedeelte van een <i>Isis</i>-beeld met <i>hieroglijphische</i> figuren &#8217;er op, van zwart steen, een groote <i>Isis</i>-kop enz. De voorname opzigter van deze verzameling was niet in de stad, zoo dat ik &#8217;er niet anders van kon te weten komen,
+dan dat deze oudheden, meestendeels hier omstreeks, en onder anderen ook in de Abdij van <i>St. Victor</i> gevonden zijn, men verhaalde mij tevens, dat &#8217;er onlangs Commissarissen <a id="d0e6080"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6080">194</a>]</span>van <i>Parijs</i> hier geweest waren, en het een en ander opgeteekend hadden; waarom men vreesde dat het een of ander stuk naar de hoofdstad
+wel eens zou kunnen vervoerd worden. Het altaar, het <i>Isis</i>-beeld, en de grafsteenen met <i>Grieksche</i> opschriften, zeker voor oudheidkundigen van waarde zijn; doch het kwam mij voor, dat &#8217;er ook veel Gothisch werk onder het
+overige was. In de schilderijen-galerij zag ik eenige goede stukken, onder anderen een paar van <span class="smallcaps"><span id="d0e6092" class="corr" title="Bron: Rubbens">Rubens</span></span>, die ik meende te kennen; geen wonder; want, naar ik vernam, had men ze van <i>Parijs</i> gezonden; benevens een van <span class="smallcaps">van Dijck</span>, en nog eenige anderen; ook zag ik &#8217;er eenige fraaije stukken van <span class="smallcaps">Puget</span>, en een paar groote schilderijen van <span class="smallcaps">Vien</span>, de Vader; een bekend en nog in leven zijnde schilder te <i>Parijs</i>, lid van het <i>Institut</i> (ik weet niet of het nog <i>national</i> heet, dan of men het <i>imperial</i> moet noemen) en <i>S&eacute;nateur</i>; sommige andere stukken schenen van Kerken of Kloosters herkomstig. Digt hier bij, ik geloof dat het voorheen tot hetzelfde
+gebouw behoorde, is thans het <i>Lyceum</i><a id="d0e6124src" href="#d0e6124" class="noteref">10</a> <a id="d0e6165"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6165">195</a>]</span>waarin een aantal jongelingen, op kosten van den lande, in de eerste beginzelen der wetenschappen onderwezen worden. Een van
+de opzigters of onderwijzers, die een hupsch en vriendelijk man scheen, liet ons het gebouw zien. Men kon merken, dat &#8217;er
+een goed bestuur plaats had, en overal droeg het de blijken van zindelijkheid en orde, en dat is onder zoo een menigte jongelingen
+dan ook zeer noodzakelijk.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds ging ik in den Schouwburg het zangspel <i>la Rosi&egrave;re de Salency</i> zien. Dit is het eerste tooneelstuk dat ik, een aankomend jongeling zijnde, zag vertoonen; ik herinner mij nog duidelijk,
+met welk een vermaak ik het zag, en welke aangename gewaarwordingen dit gezigt bij mij veroorzaakte, en zie het daarom nog
+altijd met genoegen, hoewel het hier ook maar zeer middelmatig gespeeld werd; van daar komende, nam ik de pen op, en voleind
+dezen voor u.
+
+
+
+<a id="d0e6172"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6172">196</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5518" href="#d0e5518src" class="noteref">1</a></span> Thans leest men &#8217;er op: <i>vivre et mourrir libre</i>. In plaats van een Kroon staat &#8217;er nog een <i>Jacobijnen</i> muts boven dit schild; doch dit zal waarschijnlijk ook nog wel eens veranderd worden, daar de kroonen weder in de mode gekomen
+zijn.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5587" href="#d0e5587src" class="noteref">2</a></span> De Beeldhouwer <span class="smallcaps">Veyrier</span> was ook een leerling van <span class="smallcaps">Puget</span>, als mede eene <span class="smallcaps">Andr&eacute;</span>, die de Uitvinder was van de wijze, om behangseltapijten met lijmverf te schilderen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5652" href="#d0e5652src" class="noteref">3</a></span> Ontbijten met de vork.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5738" href="#d0e5738src" class="noteref">4</a></span> Boter van Provence.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5758" href="#d0e5758src" class="noteref">5</a></span> Het gelijkt wel wat naar het <i>Gulde Vlies</i> te <i>Haarlem</i>, en is &#8217;er zekerlijk niet minder zindelijk; daar bij zijn de hospes en zijn vrouw zeer vriendelijk, en de bediening scheen
+mij toe vrij goed te zijn.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5797" href="#d0e5797src" class="noteref">6</a></span> Ter dezer gelegenheid is &#8217;er eene medaille geslagen, met het hoofd van den Koning aan de eene, en de haven, door eene ketting
+geslooten, aan de andere zijde.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5866" href="#d0e5866src" class="noteref">7</a></span> Het zijn blazen met wind gevuld en met leder overtrokken.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e5924" href="#d0e5924src" class="noteref">8</a></span> Behalve bij de eerste vertooning van een stuk, wanneer het &#8217;er vreesselijk ruw kan toegaan. De <i>Fransche</i> wellevendheid wordt dan dikwijls op een verregaande wijze vergeten.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e6051" href="#d0e6051src" class="noteref">9</a></span> Te <i>Marseille</i>, bij den grooten Schouwburg, is een badhuis, waar de baden van wit marmer zijn.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e6124" href="#d0e6124src" class="noteref">10</a></span> De beroemde school, waar <span class="smallcaps">Aristoteles</span> de wijsgeer te <i>Athene</i> al wandelende onderwees, werd alzoo genaamd; in onze taal zou die dan <i>plaats, waar men wandelend onderwijst</i>, kunnen geheeten worden. De <i>Franschen</i> hebben sedert eenige jaren verscheidene <i>Grieksche</i> en <i>Romeinsche</i> benamingen aangenomen, zoo als <i>&eacute;cole politecnique</i>, <i>soci&eacute;t&eacute; philotecnique</i>, <i>Tribuns</i>, <i>Senatoren</i> enz. doch alle deze namen komen hier mijns bedunkens, volgens hunne <a id="d0e6156"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6156">24n</a>]</span>oorspronkelijke beteekenis niet altijd te pas, en vele dier zaken hebben inderdaad weinig me&ecirc;r van het <i>Grieksche</i> en <i>Romeinsche</i> dan den blooten naam.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e6173" class="div1">
+<h2>Elfde Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Marseille, 18 Augustus.</i>
+
+</p>
+<p>Ik heb u gezegd, dat ons oogmerk was om een uitstapje naar <i>Toulon</i> en <i>Hi&egrave;res</i> te doen: daar wij nu hier genoegzaam al het merkwaardige gezien hadden, gingen wij den 14 dezer &#8217;s morgens om drie uren,
+per gewoonen postwagen, naar <i>Toulon</i> op reis. Men betaalt daar voor 9 livres de persoon, en voor een bagatel komt een van de bedienden van den Commissaris de
+reizigers opwekken, en hun pakje halen; want als men koffers of diergelijken heeft, moeten die daags te voren bezorgd worden.
+Men rijdt de poort, of eigenlijk de <i>barri&egrave;re</i> van <i>Rome</i> (want een poort staat &#8217;er niet) uit, voorbij verscheidene <i>bastides</i> (buitenplaatsen), vervolgens door een aangenaam dal, waar men heuvels ziet, die met wijngaarden beplant zijn tot <i>Aubagne</i>, een stadje aan het riviertje <i>le Veaune</i>, 2 posten van <i>Marseille</i> gelegen. Op een stuk marmer, hier omstreeks ontdekt, vindt men dat &#8217;er voorheen ter dezer plaatse een stad bestond, genaamd
+<i>Lucretum</i>; en eene andere, niet ver van daar, genaamd <i>Gargarium</i>. De <i>Romeinsche</i> regering had, ten haren koste, baden te <i>Lucretum</i> doen maken, om &#8217;er het vrije gebruik van aan de inwoners te laten; <a id="d0e6221"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6221">197</a>]</span>men meent dan ook, dat de naam van <i>Aubagne</i> zijn&#8217; oorsprong heeft van <i>ad balnea</i> (bij de baden). Men maakt hier een lekker soort van gekookten wijn, dien men ook <i>malvoisie</i> noemt; de bevolking wordt op omtrent 4000 begroot. De inwoners hebben in &#8217;t geheel den besten naam niet: velen maakten met
+elkanderen een bende uit, die zich met rooven, moorden, en plunderen der reizigers ophield. De geheele landstreek plagt, aan
+deze kanten, nog niet lang geleden, zoo gevreesd te zijn, als bij ons het land van <i>Valkenburg</i> bij <i>Maastricht</i>; en het is &#8217;er nog niet zuiver; doch de <i>politie</i> neemt goede maatregelen: echter mag dit plaatsje ook roem draagen, op een in de letterkunde beroemden man; ik meen den Abt
+<span class="smallcaps">Barthelemy</span><a id="d0e6243src" href="#d0e6243" class="noteref">1</a>, die hier geboren werd. Men vindt hier digt bij vrij hooge bergen, en die zich, volgens natuuronderzoekers, over de 2000
+voeten boven de oppervlakte der zee verheffen; op en tusschen de rotsen, groeijen vele pijnboomen; en zoo lagchende als de
+natuur aan den anderen kant van <i>Aubagne</i> is, zoo woest en treurig vertoont zij zich hier. Eer men te <i>Cuges</i> komt, heeft men echter een dal, waar het &#8217;er wat beter uitziet; en de afwisseling der gezigten maakt den weg aangenaam. <i>Cuges</i> ligt 3&frac12; post van <i>Marseille</i>, het plaatsje zag &#8217;er slordig en armoedig uit, en hier moesten wij eten, hoewel <a id="d0e6267"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6267">198</a>]</span>het &#8217;s morgens omtrent 9 uren was. De herberg had ook in &#8217;t geheel geen gunstig aanzien; doch de kok, hoewel vrij smerig,
+zag &#8217;er frisch en gezond, uit, en ik geloof, dat hij wel 250 ponden kon halen; ik had daarom nog al goeden moed, dat de keuken
+&#8217;er niet schraal zou zijn, en dit ging dan ook nog al vrij wel. Een van onze reisgezellen, een ronde en vrij ruwe zeeman,
+droeg hier zeer veel toe bij, en zorgde dat &#8217;er geen proviand te kort kwam; onder anderen zette men ons roode patrijzen voor,
+die ik nimmer beter gegeten heb, en wij betaalden maar 40 <i>sols</i> de persoon. Eer ik op den wagen stapte, nam ik den bo&ecirc;l nog eens op, want het scheen mij om de ongemeene morsigheid en slordigheid
+merkwaardig; daar bij kwam nog de zonderlinge t&#8217; zamenstelling van het huis, en evenwel scheen men &#8217;er veel te doen te hebben,
+want het was &#8217;er drok, en ik had &#8217;er met dat al ook smakelijk gegeten; doch tusschen een <i>Hollander</i>, die eenigen tijd gereisd, en onder vreemden verkeerd heeft, of een <i>Hollander</i>, die voor het eerst uit eene geregelde en zindelijke huishouding, in eene smerige herberg komt, verschillen de gewaarwordingen
+nog al eenigzins; en ik herinner mij bij deze gelegenheid een geval, dat om het karakteristieke, dat &#8217;er in is, hier, dunkt
+mij, wel een plaatsje verdient. Een <i>Amsterdamsch</i> koopman, voor de eerste maal, (behalve een enkel togtje naar den <i>Haarlemmerhout</i> of <i>Muiderberg</i>) zijne geboortestad en zindelijke woning verlatende, begaf zich door zijn knegt verzeld, <a id="d0e6287"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6287">199</a>]</span>in gezelschap van een <i>Duitscher</i> en een <i>Franschman</i> naar <i>Hamburg</i>, ter verrichting van zijne zaken; want anders was de goede man zeker t&#8217;huis gebleven. Naauwlijks was hij over de grenzen,
+of hij bespeurde al ras, dat de woningen &#8217;er daar, zo in als uitwendig, geheel anders uitzagen dan te <i>Amsterdam</i>, op de <i>Heere-</i>, <i>Prinse-</i> of <i>Keizersgrachten</i>. Aan een herberg komende, waar zij zouden afstappen, sprong de <i>Franschman</i> in eens uit den wagen, in huis, en de waardin ontmoetende, die &#8217;er nog al wel uitzag, hield hij zich bezig met haar een menigte
+<i>douceurs</i> te zeggen, en bekommerde zich om het overige niet; de <i>Duitscher</i> volgde, en den hospes opgezocht hebbende, vroeg hij, of &#8217;er wat te eten en te drinken was; vervolgens kwam onze landsman
+binnen, keek naauwkeurig rond, riep zijn&#8217; knecht, en zei tegens hem op een deftigen toon: &#8221;<span class="smallcaps">Keesie</span>! ga eens kijken of het hoisie wel schoon is?&#8221; Nu vreemden vooral mogen hier mede lagchen, en de zindelijkheid in sommige
+gedeeltens van ons land overdreven vinden, ieder een zal toch overdreven zindelijkheid, minder onaangenaam vinden dan overdreven
+morsigheid. Een eind weegs buiten <i>Cuges</i> tegen een hoogte moetende oprijden, die nog al steil was, verkozen wij daar te wandelen, en ik vermaakte mij met de grootsche
+en woeste tooneelen, die men hier aantreft, te beschouwen. Verbeeld u een woud van pijnboomen op rotsen, die zich hier al
+vrij hoog verheffen, en ginds een&#8217; afgrond vormen; een steile kronkelende weg loopt <a id="d0e6325"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6325">200</a>]</span>daar door, en het gelijkt hier me&ecirc;r naar het noordelijk, dan naar het zuidelijk gedeelte van <i>Europa</i>, (eene regte schilderij van <span class="smallcaps">van Everdingen</span>) nogthans, hoewel de wind zich in de toppen der pijnboomen deed hooren, was op sommige plaatsen, buiten de schaduw, de rots,
+waar men op ging, brandend heet, en &#8217;er bleef nog al een enkele zweetdroppel, eer wij boven waren. Langs vele van die pijnboomen
+was de schors en een gedeelte van het hout afgekapt, op zulk eene wijze verkrijgt men de harst, die uit deze wonden traant,
+doch hier na kwijnt en sterft de boom ook. &#8217;t Is opmerkelijk, hoe deze boomen zich op sommige plaatsen met hunne wortels tusschen
+de spleten en kloven der rotsen gevestigd hebben, en verwonderlijk, dat &#8217;er op dezen barren en steenachtigen grond, waar op
+het gedurende een goed deel van het jaar, maar zeldzaam regent, nog iets groeijen kan. Boven op de hoogte is de bodem ook
+kaalder, en men ziet slechts hier en daar een enkelen boom. Wij kwamen hier aan een klein <i>camp</i> van 40 &agrave; 50 militairen, behoorende tot het garnisoen van <i>Toulon</i>; zij wonen in hutten, en zijn daar geplaatst, om te waken tegen de rooverijen en aanrandingen, die hier aanhoudend plaats
+hadden; sedert zijn de wegen ook veel veiliger: echter is het nog maar veertien dagen geleden, dat hier omstreeks een enkele
+kerel zich verstout heeft om den postwagen aanteranden; doch men heeft zich ook dadelijk meester van hem gemaakt, en hem naar
+<i>Marseille</i> gebragt. Zulk soort van volk <a id="d0e6342"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6342">201</a>]</span>wordt daar doorgaans zonder vorm van pro&ccedil;es gevonnisd, ter dood verwezen, en op of bij de plaats, waar het feit begaan is,
+voor den kop geschoten. Wat verder op langs den weg, die echter breed genoeg is, heeft men duchtige diepten. <i>Beausset</i>, waar wij van paarden veranderden, scheen mij een plaatsje, dat niet veel beteekent, en het zag &#8217;er ook al slordig en armoedig
+uit. Tot mijne verwondering zag ik hier een witten Monnik, waarschijnlijk komt die uit <i>Itali&euml;</i>, om hier te bedelen. Onze zeeman, die Kapitein was, en een Fregat voor <i>Genua</i> liggende kommandeerde, wilde hem voor handlanger mede nemen, doch te bejaard zijnde, deed hij hem dat voorstel niet. Buiten
+dit plaatsje kwamen wij eenige gevangenen tegen, die kettingen om den hals en sommige aan handen en voeten hadden, en zoo
+aan elkanderen waren vastgemaakt; ik hield hen voor booswichten, die naar de galeijen gevoerd werden; doch onze Zeekapitein
+zeide, dat het weggeloopen matrozen waren, die men weder naar hun schip bragt, het waren meest jonge lieden; zij werden door
+<i>Gens d&#8217;Armes</i> te paard geleid, en leeden veel door de brandende hitte, en de zwaarte van hunne ketens, zoo dat ik recht medelijden met
+hun had.&#8212;<i>Franschen</i> met ijzeren kettingen om den hals! en hoe ligt beschuldigen zij andere volkeren van woestheid en barbaarschheid. Nu zagen
+wij welhaast niets anders dan dorre en naakte bergen, en kwamen vervolgens in de engte tusschen steile rotsen, die men <i>les Gorges d&#8217;Ollioules</i> noemt. De rotsen staan hier als steile en onbeklimbaare muren, langs den <a id="d0e6362"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6362">202</a>]</span>weg, die zeer ongelijk en hobbelig is, zijnde ook niet anders dan steenrots; hier en daar treft men in deze engte, tusschen
+de rotsen, langs den weg, aanmerkelijke diepten aan. Het water dat zich bij zware regenbuijen, of door het smelten van de
+sneeuw, hier langs ontlast, vormt dan een&#8217; snellen stroom, die somwijlen opgestopt wordt door de stukken steen, die hij medevoert,
+en dan, op eenmaal weder geweldig losbarstende, den weg op die plaatsen, waar hij laag is, overstroomt, en alles wat hij ontmoet
+medesleept, en den ongelukkigen reiziger verzwelgt. Gelukkig dat de zon niet hoog me&ecirc;r stondt, toen wij ons hier bevonden;
+want dan moet het &#8217;er brandende heet zijn, omdat &#8217;er, als rondom beschut zijnde, geen windje toegang heeft, en de terugkaatzende
+hitte van de rotsen die van de lucht en van de zonnestraalen nog vermeerdert. Op sommige plaatsen zou men hier te vergeefs
+rondom zich een enkel grasscheutje of plantje, hoe ook genaamd zoeken. De natuur vertoont zich ontzaggelijk, en heeft allen
+bevalligen tooi afgelegd; echter ziet men bij het steedje <i>Ollioules</i>, reeds orange-, citroen- en granaatboomen in de open lucht; <i>Ollioules</i> is de bloemtuin van <i>Marseille</i>, en men brengt van daar zeer vele bloemen te markt. Hier omstreeks plagt ook een koper- en zilvermijn te zijn, en men ontdekt
+in deze rotsen ook sporen van uitgedoofde vuurbrakingen (<i>volcans</i>). Daar omstreeks zagen wij veel Kapperplanten<a id="d0e6376src" href="#d0e6376" class="noteref">2</a>, zoo als wij reeds in menigte tusschen <a id="d0e6395"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6395">203</a>]</span><i>Marseille</i>, en hier vooral in de vlakte van <i>Aubagne</i> gezien hadden: de bloem is fraai, en heeft wel iets van de passiebloem, en de kappers zoo als zij ingelegd worden, zijn de
+bloemknopjes; de kleinste worden voor de beste gehouden. Nu komt men op <i>Toulonschen</i> bodem, en ziet hier onder anderen een&#8217; grond, bestaande uit steentjes, die door eene harde stof aan elkanderen vastzitten,
+als of zij met kalk of cement aan een waren gehecht. Dezen grond noemt men <i>saffre</i>; hij wordt zoo hard in de lucht, en men maakt &#8217;er hier omstreeks, met goed gevolg, gebruik van, om muren te bouwen. Van een
+hoogte, waar de weg overloopt, heeft men een verrukkelijk gezigt op de reede van <i>Toulon</i>; daar lagen verscheidene oorlogsschepen. Wij reden vervolgens over een brug, die eenige jaren geleden door de <i>Engelsche</i> was afgebroken, om hier door hunnen aftogt uit de stad te dekken. De toegangen van <i>Toulon</i> zijn niet onbevallig, en de stad zelve ligt fraai in zijn wallen, muren en grachten, die vrij wel onderhouden schijnen te
+zijn. Het was &#8217;er door de menigte zeelieden, die hier op de reede liggen, en door het garnisoen, vrij levendig. Het was omtrent
+half zes, toen wij aankwamen. <i>Beausset</i> en <i>Toulon</i> zijn ook twee, en dus <i>Marseille</i> en <i>Toulon</i> in &#8217;t geheel 7&frac12; <a id="d0e6429"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6429">204</a>]</span>post van een gelegen. Wij namen onze intrek in het Hot&egrave;l <i>la Croix de Malthe</i>, waar het &#8217;er redelijk wel uit zag. Na eens op de haven te hebben wezen kijken, en een gedeelte van de stad, die niet groot
+is, doorgeloopen te hebben, ging ik naar den Schouwburg, waar men <i>de Gierigaard</i> van <span class="smallcaps">Moli&egrave;re</span>, vrij wel speelde; na hetzelve gaf men <i>Philippe et Georgette</i>, zangspel, en ook dit heb ik op voornamer tooneelen dan dat van <i>Toulon</i>, wel minder gezien.
+
+</p>
+<p>Den 15 dezer ging ik al vroeg naar de haven, waar het regt vrolijk was, door de menigte van varensvolk, die dan met sloepen
+aankwamen, en dan weder wegroeiden. Hier zag ik voor het Stadhuis een fraai verguld Vrijheidsbeeld, op een marmer voetstuk.
+Het beeld zelve, naar ik vernam, was slechts van hout. &#8217;t Is of die van <i>Toulon</i> voorzien hebben, dat het maar voor eenige jaren zou moeten dienen.&#8212;Het ware te wenschen, dat dit vooruitzigt me&ecirc;r algemeen
+was geweest. Rondom op het voetstuk las ik de volgende versen:
+
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style="text-indent: 8em; "><span>&#8220;Sur les vertus, et sur les lois
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 6em; "><span>l&#8217;Auguste Libert&eacute; repose:
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 4em; "><span>A la perdre l&#8217;homme s&#8217;expose,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span>Si-tot qu&#8217;il meconait ses devoirs ou ses droits.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style="text-indent: 8em; "><span>Souviens toi, que le cr&eacute;ateur
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 6em; "><span>Te fit pour n&#8217;avoir point de maitre,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 4em; "><span>Lui m&ecirc;me si bien fait pour l&#8217;&ecirc;tre,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span>Se derobant aux yeux ne commande qu&#8217;au coeur.</span></p>
+</div>
+</div><a id="d0e6469"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6469">205</a>]</span><div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style="text-indent: 8em; "><span>&#8220;Mortel jusqu&#8217;au dernier soupir,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 6em; "><span>Que la Libert&eacute; te soit ch&egrave;re,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 4em; "><span>Ton plus digne soin sur la terre,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span>Est de la conserver, et d&#8217;en savoir jou&iuml;r.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style="text-indent: 8em; "><span>&#8220;On est digne d&#8217;un si grand bien,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 6em; "><span>Lorsque l&#8217;on sait &agrave; la patrie,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 4em; "><span>Immoler tout jusqu&#8217;a la vie,
+</span></p>
+<p class="line" style="text-indent: 2em; "><span>Lors qu&#8217;au bonheur de tous on attache le sien.<span id="d0e6488" class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span></span></p>
+</div>
+</div>
+<p>De twee beelden die het <i>balcon</i> van het Stadhuis onderschragen, zijn twee kunst-stukken van den <i>Marseillaanschen</i> beeldhouwer <span class="smallcaps">Puget</span>. Men zegt, dat deze kunstenaar zich te beklagen hebbende over twee consuls dezer Stad, die toen aan het hoofd van het bestuur
+waren, met zoo veel waarheid de trekken van hun gelaat in die zijner beelden wist te brengen, dat men ze niet miskennen kon,
+zoo dat die twee Heeren, na hun consulaat, niet me&ecirc;r voorbij het Stadhuis durfden gaan.
+
+</p>
+<p>Toevallig bekwamen wij een brief aan den Kommandant van het Fort <i>de la Malgue</i>, op een&#8217; heuvel even buiten de <i>Italiaansche</i> poort gelegen; hoewel het zeer warm was, gingen wij &#8217;er naar toe. Die offi&ccedil;ier, die nog jong, maar verminkt was, ontving
+ons vriendelijk, en na onze paspoorten onderzocht en verscheidene vragen gedaan te hebben, gaf hij ons een onderoffi&ccedil;ier mede,
+on ons het Fort te laten zien. Het is naauwelijks dertig jaren geleden gebouwd, schijnt zeer sterk, en bijzonder geschikt
+<a id="d0e6509"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6509">206</a>]</span>om de reede te dekken: men heeft van hetzelve een alleraangenaamst gezigt in zee. Nimmer zag ik in <i>Frankrijk</i> iets van die natuur, dat zoo net onderhouden was. Rondom in hetzelve zijn casernen en casematten; in een van die liet men
+ons de looden kist zien, waarin het gebalsemde lijk van den Generaal <span class="smallcaps">Joubert</span>, gesneuveld in de bataille van <i>Novi</i>, ligt. De wand was met zwart laken behangen, en tegen denzelven stonden verscheidene krijgsstandaarden, met onderscheidene
+toepasselijke opschriften. Om de kist zag men een soort van Lijklampen. Dit lijk werd hier bewaard, tot dat de graftombe,
+die &#8217;er voor gemaakt moest worden, in gereedheid zou gebragt zijn. De wijn, die langs dezen heuvel groeit, is vooral hier
+omstreeks beroemd en bekend onder den naam van <i>Vin de la Malgue</i>. Wij telden van hier 22, zoo groote als kleine, schepen op de reede, en waar onder, naar men ons verhaalde, 10 van linie.
+De <i>Pholade</i> een schulpvischje, dat zich in den harden steen eene woning weet te maken, wordt ook in de steenen aan den oever der zee,
+hier omstreeks, gevonden. Dit schulpvischje, dat goed is, om te eten, geeft, versch zijnde, in het donkere een <i>phosphoriek</i> licht van zich<a id="d0e6529src" href="#d0e6529" class="noteref">3</a>. De <i>kermes</i> of <i>vermiljoen</i> <a id="d0e6544"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6544">207</a>]</span><i>insect</i> wordt ook op de struiken, staande op en tegen de heuvels langs de zee in deze streek, en wel bijzonder van <i>Toulon</i> tot <i>St. Trop&eacute;z</i> gevonden.
+
+</p>
+<p>Het was hier feestdag, zijnde <i>Maria Hemelvaart</i>, een van de heilige dagen, die volgens het concordaat, in <i>Frankrijk</i> gevierd worden&#8212;zijnde ook de Verjaardag van <span class="smallcaps">Bonaparte</span>;&#8212;ik ging eenige Kerken bezigtigen. Die van <i>St. Lou&iuml;s</i>, maar korten tijd voor de omwenteling voltooid, heeft in het begin van dezelve gediend voor een tempel der Reden: thans wordt
+de Roomsche godsdienst &#8217;er in verrigt, en &#8217;er was een Lieve Vrouwe beeldje ten toon gesteld, met een fraai geborduurde samaar
+aan, dat de geloovigen kwamen kussen. Deze Kerk is een schoon gebouw, het pronkt met een mooije, en in den <i>antiquen</i> smaak gebouwde <i>facade</i>. Rondom de koepel, waar onder het groot autaar staat, zijn fraaije kolommen, en over het geheel heeft deze Kerk een deftig
+en bevallig voorkomen. Wij aten &#8217;s middags in ons Logement met eenige Offi&ccedil;ieren, waar onder &#8217;er waren die zeer Republikeinsch
+gezind schenen. Het eten was vrij goed voor 3 <i>Livres</i>: wij namen ook een fles wijn <i>de la Malgue</i>, doch die beviel mij zoo min als de overige wijnen van dit land. Na den middag ging &#8217;er een pro&ccedil;essie door de straten, men
+droeg een mooi opgeschikt Lieve Vrouwebeeld rond; eenige weinige leden van den Magistraat, met fakkels in de hand, waren hier
+bij tegenwoordig; voor het overige waren het meest vrouwen, die volgden, en vele der omstanders schenen <a id="d0e6580"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6580">208</a>]</span>&#8217;er weinig eerbied voor te hebben; sommige dreven &#8217;er zelfs openlijk den spot mede. <i>Toulon</i> is een vrij gnappe stad, en vooral het nieuwe gedeelte (<i>le quartier neuf</i>) ziet &#8217;er wel uit. De paradeplaats is fraai en rondom met boomen beplant: zij dient tevens voor eene gemeene wandeling, en
+met den feestdag was hier veel volk. Op deze plaats zijn ook eenige schoone koffijhuizen, die veel te doen hadden, vooral
+door de Zeeoffi&ccedil;ieren en andere militairen, die meest aan de deur zaten; dit alles maakte het hier zeer levendig en vrolijk.
+Ik zag in een ander gedeelte van de stad ook nog een breede straat, die met boomen beplant was. Op de markt, waar wij geherbergd
+waren, staat een fraaije fontein; tegen het zuiden open, en van de noordzijde beschut door hooge bergen of rotsen, daar bij
+op 43 graden, 7 minuten en 24 seconden noorderbreedte gelegen, kan het te <i>Toulon</i> zeer warm zijn. De haven is fraai, ruim en zeer geschikt ter beveiliging der schepen. Van den wal, vooral aan den kant van
+de haven, heeft men ook een aangenaam gezigt. Men had mij gezegd, dat om het Arsenaal, een der merkwaardigste dingen, die
+men hier heeft, te zien, wij een schriftelijk verlof van den <i>prefect</i> van de Marine moesten hebben; dat, uit hoofde der tijdsomstandigheden, niet ligt werd toegestaan. Ik was &#8217;er den vorigen
+avond te gelijk met eenig werkvolk al eens opgeloopen, want, van den postwagen komende, had ik een lange broek en een buisje
+aan; men had in die kleeding geen acht op mij geslagen, maar waarschijnlijk voor <a id="d0e6594"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6594">209</a>]</span>een zeeman, die daar een boodschap had, aangezien; doch ik kon &#8217;er toen niet lang blijven, om dat het, avond wordende, de
+ingang gesloten werd, en allen, die &#8217;er af wilden, een kaartje of briefje moesten vertoonen. Heden waagde ik het dan in dezelfde
+kleeding weder, en het gelukte mij insgelijks, gelijk ook mijn reisgenoten. Het geen men hier het Arsenaal heet, zou men bij
+ons een Scheepstimmerwerf noemen. Deze plaats, waar men schier al het noodige tot den scheepsbouw in bijzondere gebouwen bij
+elkanderen vindt, als mede het geen tot de wapening en toerusting van denzelven vereischt wordt, is zeer ruim, en aan het
+eene eind van de kaai gelegen. Ik zag hier verscheidene groote schepen op stapel staan. De in den grond gebouwde steenen kom,
+geschikt om daar in de schepen te kalfateren, verdient vooral opgemerkt te worden; zij heeft omtrent de gedaante van een schip,
+zijnde, volgens daar van gevonden aanteekeningen, 300 voeten lang, 100 breed, en 34 hoog. Door middel van sluizen en pompen,
+kan men &#8217;er het water uit en inlaten; als het schip &#8217;er in is, pompt men de kom ledig, zoodat de scheepstimmerlieden dan overal
+bij kunnen. Niet ver van hier ziet men de galeijen, die echter niet me&ecirc;r gebruikt worden, en zelfs masteloos zijn. Thans dienen
+zij alleen maar tot een verblijf voor misdadigers, veroordeeld, om geboeid aan &#8217;s lands werk te arbeiden, en waar van ik &#8217;er
+hier een groote menigte zag. Men verzekerde mij, dat &#8217;er wel 4000 waren; zij zijn met zware kettingen geboeid, <a id="d0e6596"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6596">210</a>]</span>meestal twee aan twee; deze ketting is dan aan een ijzeren beugel, dien zij aan een der beenen hebben vastgemaakt, aan een
+gordel die zij om het lijf hebben, is een ijzeren haak, waaraan zij, wanneer zij gaan, de ketting, die hun anders zou naslepen,
+ophaken. Hunne kleeding is voornamelijk een wambuis, of korte schanslooper, van een grove pij, en een mutsje van diergelijke
+stof op het hoofd. Zij zijn afgedeeld in onderscheidene klassen, die tot onderscheidenen arbeid gebruikt worden. De kleur
+van hunne kleeding verschilde dan ook, en ik zag troepen, die in het bruin, en anderen die in het rood waren. Eenigen, wier
+tijd bijna uit is, of die zich door een aanhoudend goed gedrag het vertrouwen van hunne opperhoofden hebben waardig gemaakt,
+worden aangesteld als opzienders over de anderen, en deze hebben slegts een beugel en geen ketting aan het been, en zien &#8217;er
+ook beter uit in de <span id="d0e6598" class="corr" title="Bron: kleedederen">kleederen</span>; zij doen allerlei ruw werk op de werf en in de werkhuizen. Ik zag &#8217;er ook een hoop in de stad, komende uit een caserne,
+die zij schoon hadden gemaakt; zij werken ook aan de vestingen, aan het schoonmaken van de haven enz. Wanneer zij arbeiden,
+worden zij door wachten verzeld, en blijven bovendien geketend. Met dat al vinden sommigen nu en dan nog gelegenheid, om te
+ontkomen. Mogelijk is het veelal aan hunne ruwe levenswijze, harden arbeid, en haveloze kleeding toeteschrijven, anders zou
+men deze menschen beschouwende, moeten bekennen, dat de leer van <span class="smallcaps">Lavater</span> <a id="d0e6604"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6604">211</a>]</span>al vrij gegrond is; want zij zien &#8217;er dan, over het algemeen, al zeer afschuwelijk uit, en de ondeugd is, zoo als men zegt,
+op het gelaat van velen te leezen. De galeistraf schijnt niet eerder in <i>Frankrijk</i>, dan sedert het midden van de 16de eeuw gebruikelijk geweest te zijn; althans de eerste vonnissen, die tot deze straf verwijzen,
+zijn van 1532 en 1535, en de eerste <i>ordonnantie</i>, die &#8217;er van spreekt, is die van <span class="smallcaps">Karel</span> den IX. gegeven te <i>Marseille</i> in 1564. Voorheen waren &#8217;er ook galeijen te <i>Marseille</i>, doch sedert eenige jaren bestaan zij daar niet me&ecirc;r, en in &#8217;t geheel worden deze schepen door <i>Frankrijk</i> niet meer gebezigd; toen men &#8217;er nog gebruik van maakte, dienden de misdadigers, om ze voortteroeijen op de <i>Middellandsche Zee</i>. Zekere Koning van <i>Frankrijk</i>, zegt men, te <i>Marseille</i> zijnde, ging de galeijen bezoeken, en vroeg aan verscheidene galeiboeven (<i>for&ccedil;ats</i>) hoe zij daartoe gekomen waren; ieder wendde voor, dat hij onschuldig was, en trachte door een menigte verontschuldigingen
+het medelijden des Konings optewekken; een enkele echter bekende rondborstig schuld, en beleed zijne misdaden. De Koning wendde
+zich daar op tot de opzienders van de galei, zeggende: &#8220;dat men dezen deugniet terstond van hier uit het midden van zoo vele
+goede en eerlijke lieden wegjage, en dat hij &#8217;er nooit weder kome!&#8221; Indien dit, zoo als het verteld wordt, waar is, moet men
+bekennen, dat die Koning eene aardige tegenwoordigheid van geest toonde; doch men zet zoo veel dingen van <a id="d0e6636"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6636">212</a>]</span>dien aard, op rekening der Vorsten, en bedient zich over het algemeen van alle middelen, die maar eenigzins strekken kunnen,
+om hen, is het mogelijk, in het oog van het volk wijzer, beter en verhevener te maken dan andere menschen: jammer is het voor
+hun, dat zij zich noch niet boven de menschheid kunnen verheffen, en toch maar even eens in de wereld komen, en &#8217;er uitgaan
+als wij. Gedurende verscheidene eeuwen, is een groot deel van het menschdom in de verbeelding geweest, dat men, om in <i>Europa</i> Vorst te zijn, juist door een bijzonder ras moest geteeld wezen; doch dit vooroordeel schijnt ook in onze dagen, dank zij
+de meerdere verlichting, den bodem ingeslagen, <span class="smallcaps">Bonaparte</span> is zoo wel Keizer en gezalfde des Heeren, als de Keizers te <i>Weenen</i> en te <i>St. Petersburg</i>; en de een zoo wel als de andere verdient onze hoogachting, wanneer zij alleen trachten te schitteren en uitteblinken boven
+hunne natuurgenooten, door deugden en ware grootheid; en de meerdere magt, die zij boven hen bezitten, niet anders gebruiken,
+dan ter bevordering en uitbreiding van het geluk hunner medemenschen. Maar ik hervat de beschrijving van het Arsenaal. Behalve
+verscheidene tuighuizen en werkplaatsen voor de timmerlieden, smeden enz. is hier ook eene aanzienelijke geschutgieterij.
+Bijzonder verdient de touwslagerij en lijnbaan gezien te worden, en is aanmerkelijk om hare ongemeene lengte; zij is geheel
+verwulfd, rustende op drie rijen boogen, en volgens het bestek van <a id="d0e6650"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6650">213</a>]</span>den vermaarden vestingbouwkundige <span class="smallcaps">de Vauban</span> gemaakt. Als men van binnen aan het eene eind staande door al die bogen ziet, kan het oog naauwelijks het eind bereiken,
+en dit levert een fraai vergezigt (<i>perspectief</i>) op. Wij hadden een <i>Vlaming</i> ontmoet, die hier ook als scheepstimmerman werkte; deze had de vriendelijkheid, om ons, als eenigzins landslieden zijnde,
+het een en ander aantewijzen, en met ons rond te gaan.&#8212;Met smart dacht ik hier, aan den toestand van onze Vaderlandsche <i>Marine</i>&#8212;voorheen werden ook onze scheepstimmerwerven door alle vreemdelingen bewonderd, onze tuighuizen waren wel voorzien, en in
+plaats van de speelbal van vreemde mogenheden te zijn, werden wij met ontzag behandeld, en wisten onze regten op zee duchtig
+te doen gelden.&#8212;Helaas! waar zijn die tijden, vriend? en wat is &#8217;er van die edele zucht naar Vrijheid en Onafhankelijkheid,
+die eene van onze voorname karaktertrekken plagt te zijn, geworden?&#8212;Moet het vaderlandsch bloed ons niet in de aderen koken,
+als wij bedenken, dat &#8217;er een tijd bestond, waar in de <i>Engelschen</i> hunne schepen veelal in <i>Holland</i> of te <i>Lubeck</i> moesten laten maken, en dit is immers nog zoo heel lang niet geleden? En was niet een van hunne eerste Koningen verpligt,
+geen goede matrozen in <i>Engeland</i> kunnende vinden, om dezelve uit <i>Friesland</i> te laten overkomen?&#8212;wat is thans <i>Engeland</i>?&#8212;en wat zijn wij?
+
+</p>
+<p>De reede van <i>Toulon</i> wordt door sterke torens beschermd, <a id="d0e6687"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6687">214</a>]</span>als <i>la Tour de Balaquier</i>, <i>d&#8217; Eguilette</i>, <i>la grande Tour</i>, en het <i>Fort des Vignettes</i>, dat een kwartier van dezen laatsten afgelegen is.
+
+</p>
+<p>Een man, dien ik in een Koffijhuis aantrof, en aan wien ik eenige vragen deed aangaande deze stad, merkende, dat wij vreemdelingen
+waren, bood zich aan om ons naar een&#8217; aangenamen tuin, waar men eenige vreemde planten en gewassen kweekt, even buiten de
+poort van Frankrijk (<i>la porte de France</i>) te geleiden; dit vriendelijk aanbod werd zonder bedenking aangenomen, en ik zag een niet groote, maar wel aangelegde, lommerrijke
+en netjes onderhouden planthof. Verscheidene menschen wandelden hier, en de reuk van de menigte geurige planten, bloemen en
+gewassen, was alleraangenaamst. Deze tuin is hier onder den naam van <i>Jardin des plantes</i> bekend. De stad intredende, hoorden wij door het gebulder van het kanon, den geboortedag van den nieuwen <i>Franschen</i> Keizer aankondigen. In de stad liet onze vriendelijke geleider ons ook nog een&#8217; tuin zien, waarin verscheidene groote orange-boomen,
+die daar winter en zomer in den grond staan; zij waren vol vruchten, en gaven eene aangename lommer.
+
+</p>
+<p>Den 16 dezer reden wij met een gemakkelijke koets, want &#8217;er was geen ander rijtuig te krijgen, naar <i>Hi&egrave;res</i>, drie mijlen (<i>trois lieues du pa&iuml;s</i>), dat is drie uren gaans van <i>Toulon</i> gelegen. Bij het uitrijden zagen wij, dat alle de schepen op de reede liggende, met eene menigte vlaggen en wimpels versierd
+waren, <a id="d0e6723"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6723">215</a>]</span>ter eere van Keizer <span class="smallcaps">Napol&eacute;on</span>, wiens geboortedag thans gevierd werd; waarom dan ook de Heilige <i>Rochus</i> (<i>St. Roch</i>) die op den 16 Augustus in den Almanak plagt te staan, sedert een paar jaren, in <i>Frankrijk</i> daar uit geschrapt is, en <span class="smallcaps">St. Napol&eacute;on</span>, zeker ook een vermaarde Heilige, hoewel ik de eer niet heb van hem te kennen, in deszelfs plaats gesteld. Zie onder anderen
+de <i>Almanak Nationaal</i>, thans <i>Imperiaal</i>. De gemakkelijke koets kwam ons hier wel te pas, want de weg was verbaasd hobbelig, zoo dat wij zelfs eindelijk verkozen,
+on te wandelen. De landstreek is niet onaangenaam en schijnt nog al vruchtbaar, voornamelijk in wijngaarden en olijfboomen.
+Te <i>Hi&egrave;res</i>, in het Latijn <i>Are&aelig;</i>, stappen wij af aan het <i>Hotel des Ambassadeurs</i>, waar wij van de kamer, die men ons aanwees, een schoon gezigt op de zee en de eilanden van <i>Hi&egrave;res</i> hadden. Na wat ontbeten, en het middagmaal besteld te hebben, gingen wij de vermaarde tuinen en boschjes van orange- en citroenboomen
+bezigtigen, waaronder die van Madame <span class="smallcaps">Fille</span> en Monsieur <span class="smallcaps">Beauregard</span> de voornaamsten zijn. Men verzekerde ons, dat deze twee tuinen, hoewel zij geene groote uitgestrektheid beslaan, somtijds,
+wanneer het gewas voordeelig is, ieder tot 20,000 livres &#8217;s jaars aan vruchten, meestal orange-appelen, chinoises en citroenen,
+opbrengen. Deze boomen zijn hier even eens in volle aarde geplant, als bij ons de appel-, peeren- of kersen-boomgaarden, doch
+men ziet &#8217;er me&ecirc;r groote struiken, zoo als zwaar hakhout, dan opgaande <a id="d0e6764"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6764">216</a>]</span>of stamboomen; ook vond ik &#8217;er veel minder citroene dan orange-appelen, waarschijnlijk omdat de laatste duurder verkocht wordende,
+meer voordeel aanbrengen. In den tuin van Mr. <span class="smallcaps">Beauregard</span>, zag ik in volle aarde een&#8217; hoogen Palmboom (<i>palma major</i>) die wel scheen te tieren; voor het overige, vind ik, dat hoe zeer deze tuinen of boomgaarden voor de bewoneren van het noorden,
+of meer gematigde luchtstreken, eene zeldzame vertooning opleveren; zij echter niet beantwoorden aan het geen men &#8217;er over
+het algemeen van hoort en leest, en weinig van dat schilderachtige (<i>pitoresque</i>) lommerrijke, en van die vrolijke verscheidenheid hebben, die tot een aangenamen lusthof behoort. Een <i>Franschman</i>, dien wij te <i>Toulon</i> in ons logement hadden leeren kennen, en die met ons partij gemaakt had, om hier na toe te gaan, was dit ook volkomen met
+mij eens. Ondertusschen beviel mij de wijze, waarop men hier besproeit, en welke besproeijing in deze heete en drooge luchtstreek
+zoo noodzakelijk is, bijzonder. De tuinen liggen aan de zachte helling van een&#8217; berg tegen het zuiden, zoodat zij voor de
+noordenwinden, door den berg of rots, beschut zijn, en de terugkaatsing van de zonnestralen de warmte nog vermeerdert. Zij
+zijn trapsgewijze aangelegd, en op het hoogste gedeelte is een fontein of bron; nu leidt men het water uit dezelve van tijd
+tot tijd door een menigte kleine kanalen of goten, zoo als wij ze noemen, door den ganschen tuin loopende, van de eene verdieping,
+om zoo te spreken, op de <a id="d0e6781"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6781">217</a>]</span>andere. Zoo ik ooit een hoog en droog buitengoed mogt bewonen, denk ik ook, althans den moestuin in dier voege aanteleggen,
+van die wijze van besproeijen gebruik te maken, en mij, indien &#8217;er geen bron is, van een put, waarop een pomp staat, te bedienen.
+In de zestiende eeuw had men hier ook suikerriet geplant; doch de handel met <i>Amerika</i> en de matige prijs, waar voor de suiker toen te bekomen was, heeft deze planterij doen te niet gaan. Niettegenstaande het
+vrij warm begon te worden, gingen wij in het stadje, dat tegen de hoogte ligt; &#8217;er is nog al een muur om, en men gaat &#8217;er
+door een poort in; voorheen dienende on de inwoners tegen de aanvallen en stroperijen der zeeschuimers te beveiligen; het
+ziet &#8217;er armoedig en haveloos uit, en men klimt langs naauwe straten gedurig op en af. In vroegere tijden plagt het eene aanzienelijke
+stad te zijn, omdat &#8217;er toen een zeehaven was, doch deze haven is droog geworden, en de zee heeft zich een goed eind weegs
+verder op verlegd. Boven in de stad zijnde, bood zich een kleine jongen aan, zoo veel wij van zijn <i>patois</i> verstaan konden, om ons naar de overblijfsels van het oude kasteel, boven op de rots, nog heel wat hooger gelegen, te geleiden.
+Wij namen dit aan, en die kleine gast sprong bloots voets, als een klipgeit voor ons heen tegen de rots op, die hier en daar
+zoo heet was, dat wij het door onze schoenen heen voelden: toen wij een eindje opgeklommen waren, vroeg hij ons om twee stuivers
+(<i>dou sau</i>) en <a id="d0e6792"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6792">218</a>]</span>herhaalde deze vraag gedurig, en als wij hem niet spoedig wat gaven, liep hij weg en liet ons staan, maar kwam ook, zoodra
+wij een of twee stuivers lieten zien, weder terug, altijd huppelende en springende, of tegen de steilste plaatsen, op handen
+en voeten opklauterende; nimmer herinner ik mij vlugger kind gezien te hebben. Op eene zekere hoogte wees onze kleine leidsman
+ons eenige wijngaarden aan, wij plukten &#8217;er van en vonden de druiven, die een&#8217; muscaatsmaak hadden, uitmuntend; te me&ecirc;r, omdat
+wij door de hitte a&acirc;mechtig waren. Nu hadden wij bijna den top, waarop de vervallen muren stonden, bereikt, doch hier werd
+de weg zeer steil en ongemakkelijk, en wij waren nog bezig met al zuchtende en blazende te klimmen, toen de kleine al boven
+ons op een stuk van een muur in zijn handjes stond te klappen en te springen: daar gekomen zijnde, hadden wij een verrukkend
+gezigt. Ten zuiden ziet men over het stadje; en de onder hetzelve gelegen tuinen met orangeboomen, de eilanden van <i>Hi&egrave;res</i> eenige rotsen, en de <i>Middellandsche Zee</i>; ten westen de reede van <i>Toulon</i> over een aangename valei; duidelijk zagen wij de schepen liggen, en daar het juist middag was het geschut lossen; ten noorden
+en ten oosten vertoonde zich een uitgestrekt en schiderachtig landschap, met bergen en valeijen aangenaam geschakeerd; en
+een kudde schapen, niet ver van deze vervallen muren, die hier en daar met struiken en klim&ouml;p bewassen waren, weidende, vermeerderde
+nog de bekoorlijkheden van dit <i>romanesk</i> <a id="d0e6806"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6806">219</a>]</span>gezigt. Het kasteel, dat hier in vroegere tijden stond, behoorde aan de Heeren van <i>Hi&egrave;res</i>, eerst de jongste zonen van de <i>vicomtes</i> van <i>Marseille</i>, uit den stam van <span class="smallcaps">Fosc</span>, kort daar na de Hertogen van <i>Anjou</i>, Graven van <i>Provence</i>. Hier omstreeks moet ook een Klooster of Abdij gestaan hebben, door die eerste Heeren gesticht; doch de monniken leefden
+zoo losbandig, dat men &#8217;er hun in 1220 uit deed gaan, en hun Klooster en goederen aan anderen gaf.&#8212;Hoewel ons het opklimmen
+van deze rots vrij wat zweet gekost had, waren wij daar echter, om het schoone gezigt, zeer over te vreden. Na ons wat verfrischt
+te hebben, deeden wij een smakelijken maaltijd. Het eten, schoon alles ook naar &#8217;s lands gebruik met olij klaar gemaakt, was
+vrij goed; men is hier echter in &#8217;t geheel niet goed koop; maar op zulke plaatsjes is niet veel keus. Men verhaalde ons dat
+de <i>Engelschen</i> nog maar weinige dagen geleden, op een der eilanden van <i>Hi&egrave;res</i> geweest waren, om zich van eenige eetwaren te voorzien. Deze eilanden zijn <i>Porque Rolles</i> (om dat men &#8217;er veel wilde zwijnen plagt te vinden) <i>Porto-cros</i> en <i>Titan</i> genaamd. Zij brengen een menigte geneeskruiden en planten, die zeer gezocht zijn, voort. Voor de natuurkundigen valt &#8217;er
+in de bergen en rotsen, hier omstreeks, ook vrij wat te beschouwen, vooral met betrekking tot de <i>mineralogie</i>. Men vindt &#8217;er de sporen van oude en thans uitgedoofde vuurspuwende bergen (<i>volcans</i>), mijnen, jaspis, porphyr enz. ook wordt niet <a id="d0e6847"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6847">220</a>]</span>ver van hier het zoogenaamd moskovisch glas, dat men gebruikt, on voorwerpen voor het microskoop tusschen te liggen, gevonden.
+<i>Hi&egrave;res</i> is de geboorteplaats van den vermaarden Pater <span class="smallcaps">Massillon</span> een der welsprekendste Predikanten, die <i>Frankrijk</i> opgeleverd heeft. Men vindt van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. aangeteekend, dat hij, die reeds de treffende leerredenen van <span class="smallcaps">Bourdaloue</span> en anderen gehoord had, tegen <span class="smallcaps">Massillon</span> zeide: &#8220;Eerwaarde! ik heb verscheidene groote redenaars in mijn kapel gehoord; ik ben &#8217;er zeer te vreden over geweest: wat
+u aangaat, telkens als ik u hoor, ben ik zeer te onvreden over mij zelven.&#8221; Men begroot het getal der inwoners van <i>Hi&egrave;res</i> op omtrent 1200, en men meent te moeten veronderstellen, dat die stad bestaat sedert de zesde of zevende eeuw. Tegen den
+avond keerden wij langs denzelfden weg, omdat &#8217;er geen andere is, naar <i>Toulon</i> te rug; tusschen beide wandelende, troffen wij een&#8217; man aan, met wien wij in gesprek raakten; deze door het schieten ter
+eere van den Keizer op dat onderwerp geraakt zijnde, veroorloofde zich uitdrukkingen tegen zijne Majesteit, die ik zeer oneerbiedig
+en onvoorzigtig vond. Deze man scheen ter zee gevaren te hebben, en te <i>Corsika</i> bekend te zijn.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds in een Koffijhuis te <i>Toulon</i>, ontmoetten wij onzen reisgezel den Zeekapitein, hij was met het kruis van het <i>Legion d&#8217;honneur</i> versierd, en had zeer veel bekijks; want hij was de eenigste onder een menigte Officieren, die het had, en men was <a id="d0e6884"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6884">221</a>]</span>nog niet gewoon, sommigen hoorde ik &#8217;er mede spotten, en andere &#8217;er over morren; waarschijnlijk veelal uit misnoegen en afgunst;
+want menig een meent dan ook al, dat zijn Uil een Valk is. In oude aanteekeningen van de tweede eeuw der Christelijke Jaartelling,
+wordt &#8217;er reeds melding gemaakt van <i>Toulon</i>, en de <i>Romeinen</i> hadden &#8217;er in het begin van de vijfde eene verwerij, die waarschijnlijk aanleiding gaf tot vergrooting van de stad. Voor
+de omwenteling was hier een Bisdom; deze stad telt echter niet meer dan ten hoogste 4500 inwoners, thans is zij de hoofdplaats
+van het Departement <i>du Var</i>. De scheepsbouw, en wat daar verder bij behoort, maakt het voorname bestaan van deze stad uit, men maakt &#8217;er ook een soort
+van grof laken, dat men <i>Pinchinats</i> noemt. Wij hadden reeds bij onze aankomst plaatsen besproken, om morgen ochtend weder met den Postwagen van hier naar <i>Marseille</i> terug te keren; doch eer ik van <i>Toulon</i> afstap, moet ik u een verhaal mededeelen, dat gij ongetwijfeld met genoegen lezen zult. <span class="smallcaps">Paul</span>, zoon van een waschvrouw<a id="d0e6907src" href="#d0e6907" class="noteref">4</a>, werd gelijk als onze <span class="smallcaps">de Ruiter</span>, van scheepsjongen tot een der aanzienelijkste posten bij, de <i>Fransche</i> vloot, te weten, tot dien van Onder-Admiraal verheven; ook was hij <i>Chevallier de Justice</i> <a id="d0e6925"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6925">222</a>]</span>in de order van <i>Maltha</i>, en werd daarom de Ridder <span class="smallcaps">Paul</span> genaamd. Omtrent het midden van de 17e eeuw voerde hij het bevel over de Zeemagt te <i>Toulon</i>. Op zekeren dag, dat hij te <i>Marseille</i> langs de haven wandelende, verzeld door verscheidene Offi&ccedil;ieren en de voornaamste Edellieden van de stad, zag hij een Matroos
+van zijn kennis, onder de menigte, uitgelokt door de begeerte om hem te zien; deze uit een soort van verlegenheid zich naauwelijks
+durvende vertoonen, treedt <span class="smallcaps">Paul</span> naar hem toe, en spreekt hem vriendelijk aan, zeggende: &#8220;Waarom ontwijkt gij mij? denkt gij dat de voorspoed mij mijne oude
+vrienden doet vergeten?&#8221; En zich vervolgens wendende tot hen, die hem vergezelden, zeide hij: &#8220;Mijne Heeren! zie daar een
+van mijne oude makkers: wij zijn te zamen scheepsjongens op hetzelfde schip geweest: het geluk heeft mij gediend, en hem den
+rug toegedraaid; ik acht &#8217;er hem niet te minder om, vergun, dat ik mij een oogenblik met hem onderhoude.&#8221; Dit gezegd hebbende,
+trok hij zijn&#8217; ouden vriend ter zijde, onderhield zich gemeenzaam met hem, vooral over de voorvalletjes hunner jeugd, toen
+zij te zamen dienden, vervolgens naar zijn vrouw en kinderen en eene en andere huisselijke omstandigheden vragende, verzocht
+hij hem om op een bepaalden tijd bij hem te komen, ten einde nader met hem te spreken en te overleggen, op wat wijze hij hem
+het beste van dienst zou kunnen zijn, en het gevolg hier van was, dat de goede <span class="smallcaps">Paul</span> aan zijnen ouden makker, <a id="d0e6945"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6945">223</a>]</span>die het niet te ruim had, een postje bezorgde, waar van hij met zijne vrouw en kinderen ordenlijk leven kon. Hoe groot de
+betoonde moed en heldendaden van deze brave Zeeman ook mogen geweest zijn, de edele trek van nederigheid en vriendschap, dien
+ik hier met een regt hartelijk genoegen ter nederstelle, en die men onder de zoogenaamde grooten, en vooral die, welke van
+klein groot geworden zijn, zoo zeldzaam aantreft; die trek alleen, zeg ik, doet zijne nagedachtenis me&ecirc;r eer aan, dan het
+winnen van verscheidene zeeslagen.
+
+</p>
+<p>De achtingwaardige <span class="smallcaps">Paul</span> stierf te <i>Toulon</i> den 18 October 1667, latende bij uitersten wil alle zijne goederen aan de armen, en vorderende tevens, als een nieuw bewijs
+zijner nederigheid, om onder hen, op het kerkhof, begraven te worden.&#8212;Leest dit, trotsche en laatdunkende grooten! vergelijkt
+de prachtige grafzuilen uwer voorvaderen bij deze begraafplaats,&#8212;en zoo gij nog denken en gevoelen kunt, zult gij het lage
+en eenvoudige kruidje op het graf van <span class="smallcaps">Paul</span>, een schitterender sieraad vinden, dan zoo vele zwierige versierselen en kostbare beeldhouwwerken van marmer en albast, zoo
+koud en ongevoelig als het hart van den mensch, die &#8217;er onder ligt was, toen hij nog leefde, en waar op nimmer een enkele
+dankbare vriendentraan gestort is.
+
+
+
+<a id="d0e6958"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6958">224</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e6243" href="#d0e6243src" class="noteref">1</a></span> Schrijver van <i>de Reize van den Jongen</i> <span class="smallcaps">Anacharsis</span> <i>in Griekenland</i>, enz.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e6376" href="#d0e6376src" class="noteref">2</a></span> De Kapperplant behoort oorspronkelijk in <i>Sicili&euml;</i>, <a id="d0e6381"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6381">32n</a>]</span><i>Griekenland</i> en <i>Egypten</i> te huis; die vrucht behoudt ook nog den <i>Griekschen</i> naam in het provencale woord <i>tapenos</i>, dat kruipende beteekent, omdat de plant langs de aarde, en de muren, daar zij tegen geplant is, kruipt.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e6529" href="#d0e6529src" class="noteref">3</a></span> Men kan, onder andere natuurkundigen, <span class="smallcaps">R&eacute;aumur</span> hier over nazien; deze veronderstelt, dat de <i>Pholade</i> zijn hol maakt, in een soort van klei, die naderhand hard wordt, maar anderen wederleggen dit, op grond, dat men dit diertje
+gevonden beeft, in steenen, die men in zee gelegd had.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e6907" href="#d0e6907src" class="noteref">4</a></span> Zijne moeder, hoog zwanger zijnde, ging te <i>Marseille</i> scheep, om van daar naar het kasteel <i>d&#8217;If</i> varen, en werd zoodanig ontroerd door een hevigen storm, dat zij van hem beviel in de maand November 1597.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e6959" class="div1">
+<h2>Twaalfde Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Nismes,21 Augustus.</i>
+
+</p>
+<p>Gisteren avond on 7 uur zijn wij in deze stad, om zijne oudheden zoo vermaard, aangekomen; en hebben onzen intrek genomen
+in het Hot&egrave;l <i>du Louvre</i>; maar, eer ik u van <i>Nismes</i> spreek, moet ik den draad van mijn dagverhaal opvatten.&#8212;Wij zijn te <i>Toulon</i> gebleven. Den 17 &#8217;s morgens om drie uren vertrokken wij van daar, met denzelfden postwagen, en langs denzelfden weg, dien
+wij gekomen waren, en die ik u reeds beschreven heb. &#8217;Er kwam een wel gekleede vrouw op den wagen, die wij even bij het flaauwe
+lantaarnlicht ziende, meenden dat jong en bevallig was, en verlangden na het daglicht, om haar eens ter deeg op te nemen,
+doch hoe vonden wij ons toen bedrogen; het <i>Fransche</i> spreekwoord werd hier wel bevestigd: <i>La nuit tous les chats sont gris</i>. De morgenstond was zeer frisch, zoo dat ik om mij te verwarmen, en tevens de landstreek naauwkeurig te bezigtigen, een goed
+eind wegs te voet afleide. Ik had een stuk brood in den zak en plukte een trosje druiven, daar omstreeks overvloedig langs
+den weg groeijende; men neemt dit den voorbijgaanden reiziger niet kwalijk; hier in bestond mijn ontbijt, en het smaakte mij
+zeer goed. De wagen <a id="d0e6983"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6983">225</a>]</span>gedurig moetende klimmen, was ik ver vooruit geraakt, en wachtte dezelve op in de loots, die voor een wachthuis diende, van
+het <i>camp</i>, op de hoogte tusschen <i>Beausset</i> en <i>Cuges</i>; waar ik een teug dronk; want hier omstreeks zijn noch huizen, noch beken, noch bronnen, en de soldaten, die vriendelijk
+en gedienstig waren, zeiden, dat zij het water meer dan een kwartier ver moesten halen. &#8217;t Is hier een regte woestenij, en
+die militairen leven &#8217;er als kluizenaars; doch zij worden alle acht of veertien dagen afgelost. Wij hielden ons te <i>Cuges</i> niet op, om te eten, en verkozen liever door te rijden, on nog tegen het middagmaal te <i>Marseille</i> te zijn; waar wij dan ook om 3&frac12; uur aankwamen.
+
+</p>
+<p>Den 18 dezer ging ik &#8217;s morgens vroeg uit, om de vermaarde <i>Beaume</i> of Grot <i>de Rolland</i> te zien; onder anderen verzeld door den zoon van een Koopman, aan wien ik hier aanbevelingsbrieven had. Wij hadden ons van
+eenige fakkels en kaarsen voorzien, en dewijl de berg van <i>Marseille Veire</i>, waar deze grot is, wel twee uren gaans van de stad afligt, en men daar zijnde eenen zeer moeijelijken weg heeft, namen wij,
+om ons niet te veel te vermoeijen, voor 3 <i>livres</i> een <i>cariole</i>, die ons moest brengen aan het gehucht <i>Bonavenne</i>, digt bij de buitenplaats van den Heer <span class="smallcaps">Borelly</span>, dat omtrent twee derde van den weg is; daar ter plaatse woont een wegwijzer, zijnde een bakker, die gewoon is, om de vreemdelingen
+naar en in de spelonk te geleiden. Ik kwam met hem over een voor een kleine som. <a id="d0e7023"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7023">226</a>]</span>Na in een herberg, die hier digt bij staat, wat ontbeten te hebben, voorzag onze leidsman zich van vuurslag en zwavelstokken,
+en wij trokken op het pad, en kwamen niet verre van daar langs den oever van de zee, waar ik een menigte ballen van onderscheidene
+grootte vond liggen, veel overeenkomst hebbende met die, welke men wel in de maag van het rundvee vindt. Deze ballen, uit
+vezeltjes van zeeplanten en diergelijken bestaande, worden door de beweging van het water op het strand gedurig gerold, en
+krijgen daar door een zekere vastigheid en ronde gedaante. Wat verder op komt men aan een boschje van pijnboomen, dat aan
+onzen geleider behoorde; zij stonden bijna op de barre rots, en aan de schrale zeewinden blootgesteld, en evenwel groeiden
+zij nog.&#8212;Hoe vele plaatsen zijn &#8217;er niet in onze duinen, waar zij beter zouden groeijen, en deze liggen geheel ledig.&#8212;Een
+schaapskooi, van ruwe stukken steen onder tegen eene rots in een klein dal gebouwd, maakte geene onaardige vertooning; hier
+moesten wij tegen de rots op, en vervolgens langs een zeer steilen weg weder benedenwaards klimmen, tot aan den ingang van
+de spelonk, die omtrent ter halver hoogte is van den berg. Men moet &#8217;er op knie&euml;n en ellebogen inkruipen, en dan heeft men
+eene plaats, waar men weder overeind kan staan, hier staken wij, hoewel met veel moeite, door den wind, die in het gat blies,
+onze flambouwen aan, kropen vervolgens weder een enge opening door; het geen wij naderhand, wat verder in de spelonk, nog
+eens verpligt <a id="d0e7025"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7025">227</a>]</span>waren te doen. Van tijd tot tijd zetten wij een brandende kaars; hier was het nu een ruime en hooge gang, doch de grond was
+zeer afhellende, en door de vochtigheid zoo glibberig, dat men dikwijls moeite had, om zich over eind te houden. Omziende
+zagen wij een van de kaarsen in het verschiet en zeer hoog, zoo veel waren wij al afgeklommen. Aan de wanden en het gewelf
+zag ik hier en daar kegels van een geelachtigen steen (<i>spath</i>), maar hier waren de schoonste. Twee pijlaren verheffen zich tot eene aanmerkelijke hoogte, zij hebben eenigzins de gedaante
+van palmboomen, zijnde boven aan het breedste; tusschen beide ziet men, om zoo te spreken, het voetstuk van een derde kolom,
+deze heeft wel wat van een <i>antiek</i> altaar; boven dit een en ander ziet men van het gewelf, dat zeer hoog is, als een stuk doek met plooijen nederwaarts hangen;
+alles ziet zwart door den rook der fakkels, het geen deze vertooning nog ontzaggelijker maakt. Aan de linkerhand van den ingang
+komende, is een gat, dat zes of zeven voeten omtrek mag hebben; naar het geluid door het rollen der steenen, die wij &#8217;er in
+wierpen, moet hier een zeer diepen afgrond zijn; digter bij den ingang hadden wij nog een diergelijk gat gevonden. Verder
+opgaande, zoo ver men komen kan, toonde onze leidsman ons aan het eind nog een gat in den wand, als een oven, en verhaalde
+ons, dat zijn broeder de stoutheid gehad had van hier intekruipen, en &#8217;er wel een halfuur in had doorgebragt, doch vond het
+overal <a id="d0e7033"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7033">228</a>]</span>zeer naauw; daar wij geen zin hadden, om zijn voorbeeld te volgen, keerden wij terug. Hier en daar ziet men kleine kommen
+met water, het welke wij ook op verscheidene plaatsen voelden druipen: het is dan ook door deze zijpeling van het water door
+de rots, naar het mij voorkomt, dat die kegels (<i>stalactiten</i>) in allerlei gedaanten worden voortgebragt; de steen- en aardachtige deelen, die het water met zich voert, hoopen zich op
+of blijven aan elkanderen hangen en kristalliseren zich; want eenige stukken van kegels afslaande, vond ik het van binnen
+ringsgewijze samengesteld uit rooden steen en geelachtige kristallen. De beeldhouwer <span class="smallcaps">Puget</span> wilde &#8217;er de twee pijlaren, waar ik u van gesproken heb, uit laten nemen, om dezelven te bewerken, en ik geloof wel, dat
+zij, gepolijst zijnde, fraai zouden. wezen; doch het was jammer, dat men die trotsche voortbrengsels der natuur van hier weg
+nam.&#8212;Wie weet hoe vele eeuwen &#8217;er noodig geweest zijn, om ze daar te stellen, en dit werk zou men verwoesten om de pracht
+en weelde te tooijen;&#8212;ligtelijk komt men wel weder eens op dien inval, doch ik hoop, dat de overheid &#8217;er voor zorgen zal.
+Door den tijd zullen de pijlaren zich waarschijnlijk met het geen &#8217;er boven hangt, in de gedaante van een geplooid doek, vereenigen,
+en welke zonderlinge verschijnsels kan de natuur hier nog opleveren. Zou men ook, daar deze pijlaren zoo lang staande zijn
+gebleven, niet mogen veronderstellen, dat hier gedurende dien tijd geen zware aardbevingen <a id="d0e7041"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7041">229</a>]</span>hebben plaats gehad? Behalve den weg, dien wij gegaan waren, zijn &#8217;er nog eenige andere wegen in deze spelonk; maar zij zijn
+niet diep. Ik had geen thermometer bij mij, doch volgens daar van gevonden aanteekeningen staat dezelve in het diepste gedeelte
+van dit onderaardsch gewelf, het gansche jaar door op 11 graden, schaal van <span class="smallcaps">Reaumur</span>. Men behoort zich dan, vooral als de buitenlucht warm is, niet te luchtig te kleden, wanneer men deze spelonk gaat bezoeken,
+ook moet men niet veel goeds aandoen, om dat het ligtelijk bederft, niet alleen door het vuil te maken, maar zelfs door het
+te scheuren; want men treft gaten aan, waar men als in een schoorsteen moet inklimmen. Aan een paar flambouwen heeft men genoeg,
+omdat me&ecirc;r te veel rook veroorzaken; maar van kaarsen moet men zich wel voorzien, om die hier en daar neder te zetten. Dit
+hol, zoo verlicht zijnde, levert een zonderlinge doch akelige vertooning op, en zij die een&#8217; tempel van <span class="smallcaps">Pluto</span> of hellegrot willen teekenen, &#8217;t zij voor een tooneel-<i>decoratie</i> of anderzins, raad ik, om dit voor een model te nemen<a id="d0e7052src" href="#d0e7052" class="noteref">1</a>. De rots, waar in deze <a id="d0e7075"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7075">230</a>]</span>grot is, behoort thans aan den Heer <span class="smallcaps">Rostan</span> te <i>Marseille</i> volgens het zeggen van onzen leidsman. De naam van de landstreek is <i>Moredon</i>. In het terug keeren, in plaats van buiten tegen de steile rots niet ver van de opening of ingang der spelonk weder op te
+klimmen, wees onze leidsman ons een gat binnen in dezelve, dat hij zeide, dat gemakkelijker was. Hier klimt men in als in
+een engen toren, en zoo doende komt men op een punt van de rots uit. Dit alles is voor menschen, die het bergklauteren niet
+gewoon zijn, een vreemd werk. Om de verandering bragt onze leidsman ons gedeeltelijk langs een&#8217; anderen weg door een buitenplaatsje,
+waar nog al eenige boomen stonden, en waar men ons goede druiven en vijgen gaf. Overal hier omstreeks langs de zee, vangt
+men om dezen tijd een menigte kwakkels, met een soort van netten, die men bij ons flouwen noemt. De kwakkels, om dezen tijd
+trekkende, worden door lokvogels hier naar toegelokt, en legeren dan om die kooijen, die bij menigte aan staken onder elkanderen
+hangen; men maakt vervolgens gerucht, waar door zij verbijsterd in de netten vliegen. Dit geschiedt gemeenlijk &#8217;s morgens
+zeer <a id="d0e7086"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7086">231</a>]</span>vroeg; bij dit buitenplaatsje zag ik zulk een toestel voor die vogeljagt. Men vangt &#8217;er op die wijze zeer veel, zelfs naar
+men ons verzekerde tot 300 &agrave; 400 op eenen dag; wij hadden &#8217;er ook bijna dagelijks op tafel te <i>Marseille</i>. In het voorbijgaan bezigtigden wij de hier omstreeks zoo beroemde buitenplaats, bekend onder den naam van <i>Chateau Borelly</i>. Het huis, dat uitwendig een fraai gebouw is, konden wij van binnen niet zien, omdat de Heer <span class="smallcaps">Borelly</span><a id="d0e7096src" href="#d0e7096" class="noteref">2</a> onlangs gestorven, en de familie nog in rouw was. Nu voor <i>Hollanders</i>, die buitenplaatsen om <i>Haarlem</i> en aan de <i>Vecht</i> gezien hebben, is hier waarlijk ook niet veel bijzonders te kijken; dit zal ieder onbevooroordeeld reiziger, die het een
+en ander gezien heeft, met mij moeten bekennen. Echter wil ik wel gelooven, dat het aanleggen van deze buitenplaats op dien
+steenachtigen en schralen grond, in eene vlakte aan den oever der zee, veel moeite en geld gekost heeft; want men scheen &#8217;er
+de natuur nog al gedwongen te hebben, om het een ander voorttebrengen; ik zag &#8217;er althans verscheidene vruchtboomen, waar
+nog al wat aan was, en een haag van granaatstruiken, die sierlijk bloeide; maar het geen ik bijzonder opmerkenswaardig vond,
+was de <i>horizontale</i> beweging van een windmolen, dienende om het water uit een ruime put op te malen, <a id="d0e7120"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7120">232</a>]</span>en daar mede de tuinen te besproeijen. Deze molen, dien ik, om &#8217;er u een begrip van te geven, niet beter kan vergelijken dan
+bij een&#8217; grooten haspel of scheerraam, daar de lakenwevers hun kettingen op scheren, staat in een verheven koepel rondom met
+lange, smalle rechtstandige windgaten; de wind hier door tegen de repen zeil, die insgelijks regtstandig aan den molen vastgemaakt
+waren, blazende, werd dezelve daar door omgevoerd, en dat al vrij gezwind, hoewel het, toen wij &#8217;er waren maar een matig koeltje
+woei. Op en tusschen de rotsen hier omstreeks is, naar het mij voorkomt, voor kruidkundigen ook nog al wat te onderzoeken;
+ik zag &#8217;er onder een menigte bekende kruiden, zoo als rozemarijn, salie, wijnruit, de ruikende clematide enz. Verscheidene
+aardige plantjes, onder anderen een heestergewasje waar aan stekelige blaadjes als die der hulst, en eikelen, als die der
+eikenboomen waren; behalve dat het schaaltje daar de eikel onder in vast zit ook stekelig is. Slechts eenige schreden van
+de plaats van <span class="smallcaps">Borelly</span> troffen wij een rijtuig aan, dat ledig naar de stad reed, on zijn&#8217; Heer aftehalen; want het was Zaturdag en dan gaan de <i>Marseillanen</i> ook veel naar buiten. Hier mede kwamen wij voor een bagatel gemakkelijk te <i>Marseille</i>. Ik had reeds gezien, dat &#8217;er in deze stad, eveneens als te <i>Parijs</i>, een huis was, waar onderscheiden soorten van dobbelspelen in het openbaar gespeeld werden; hier zag ik evenwel genoegzaam
+niet anders dan zoogenaamde Heeren; maar dezen avond op de kaai wandelende, <a id="d0e7134"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7134">233</a>]</span>ging ik op het geluid van eenige violen in een huis aldaar, en vond &#8217;er ook een dobbelspel voor de matrozen en zoogenaamde
+gemeene lieden; dit zag ik met nog me&ecirc;r leedwezen dan het andere. Tevens vindt men hier een kroeg en danszaal, zoo als te
+<i>Amsterdam</i> in de <i>Jonker-</i> of <i>Ridderstraat</i>, en dus allerlei soort van buitensporigheden bij elkander.
+
+</p>
+<p>Hoewel gij het, zoo wel als ik, bij de geschiedschrijvers van dit land vinden kunt, wil ik echter, on u die moeite te sparen,
+een woordje zeggen van den oorsprong van deze oude stad. Men meent op goede gronden te moeten veronderstellen, dat een hoop
+uitgewekene <i>Phoc&eacute;ensers</i>, afstammelingen van de <i>Grieken</i>, <i>Marseille</i> of <i>Massili&aelig;</i> stichtte, het 154 jaar van <i>Rome</i>, het eerste jaar der 45 <i>Olympiade</i>, of 599 jaren voor der Christenen tijdrekening; welhaast werd zij door den koophandel, den scheepsbouw en de visscherij aanzienelijk.
+De wetten van dit volk waren op steenen tafelen gegraveerd, en op de markten en openbare plaatsen ten toon gesteld. Onder
+dezelven is die tegen den zelfmoord opmerkelijk om hare zonderlingheid. Zij verbood aan de Burgers om hun leven te verkorten,
+zonder verlof van den Magistraat, die over de gegrondheid of ongegrondheid der redenen, waarom men wilde sterven, oordeelde,
+en dezelven billijkende, sap van dolle kervel, die men doorgaans in de openbare vergaderingen in gereedheid hield, aan den
+lijder liet drinken. Zij waren goede zeelieden, sterre- en aardrijkskundigen. 320 jaren voor <span class="smallcaps">Christus</span> <a id="d0e7168"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7168">234</a>]</span>geboorte, deed de vermaarde <span class="smallcaps">Pyth&eacute;as</span> al een aanmerkelijken zeetogt, stevenende door de <i>Straat van Gibraltar</i> tot bij <i>Ysland</i>. In het begin was <i>Marseille</i> een vrij gemeenebest; het werd door haar Senaat bestuurd, en hield zich zoo een ruim tijdbestek staande; vervolgens werd
+zij aan de <i>Romeinen</i> onderworpen. De Medailles, die nog bestaan, toonen, dat de schoone kunsten ook in <i>Marseille</i> vrij ver gevorderd waren, vooral onder de Republikeinsche regering. Zij was toen een tweede <i>Athenen</i> in bloei en welvaart; doch deze gelukkige toestand eindigde ook met het Republikeinsch bestuur, omtrent het einde der eerste
+eeuw van de Christen-Jaartelling. Daarna raakte zij onder de beheering van onderscheidene volkeren, die zich meester maakten
+van <i>Provence</i>; werd vervolgens door heerschappen (<i>Vicomtes</i>) geregeerd<a id="d0e7197src" href="#d0e7197" class="noteref">3</a> en kwam eindelijk bij testament van <span class="smallcaps">Charles d&#8217;Anjou</span><a id="d0e7214src" href="#d0e7214" class="noteref">4</a> in 1481 onder de regering van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XI. aan de kroon van <i>Frankrijk</i>. In het begin van de omwenteling onderscheidden zich de <i>Marseillanen</i> bijzonder door hun Republikeinismus&#8212;de oude vrijheidszucht kwam weder boven&#8212;en wie kent niet de <i>Carmagnole</i>, waar van de wijs uit dat land herkomstig is, gelijk <a id="d0e7230"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7230">235</a>]</span>mede de zoo vermaarde <i>Marseillaansche</i> marsch naar die van <i>Marseille</i>, als behoorende tot de ijverigste Republikeinen, genaamd<a id="d0e7238src" href="#d0e7238" class="noteref">5</a>.
+
+</p>
+<p>De visschers hadden hier van 1431 af een regtbank, bestaande uit vier mannen, die zij onder hen kozen, en die in alle geschillen
+aangaande de visscherij regtspraken; zij werden <i>Prud&#8217;hommes</i> genaamd; of die regtbank nog heden bestaat, heb ik verzuimd te onderzoeken.
+
+</p>
+<p>De bevolking van <i>Marseille</i>, die van de omliggende landstreek &#8217;er onder gerekend, wordt op 85 &agrave; 90,000 begroot. Het is &#8217;er vrij gezond, en de zeewinden
+vooral de <i>mistral&#8217;s</i>, dienen zeer veel, om de zomerhitte te temperen. De winter is &#8217;er aangenamer dan het begin van de lente, wanneer het veelal
+ruw en nat weder is; doorgaans vriest het hier zeer weinig. &#8217;Er wordt om de stad nog al wat wijn geteeld, die meest in dezelve
+gebruikt wordt. De vijgen van <i>Marseille</i> zijn bij uitstek beroemd, en worden ook veel in de zon gedroogd en verzonden.
+
+</p>
+<p>Den 19 dezer een van onze reisgenooten zich kleedende, voelde iets in zijn mouw, dat hem jeukte <a id="d0e7274"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7274">236</a>]</span>en werd, daarop wrijvende, gestoken door een dier, dat vervolgens op den grond viel; mij &#8217;er bij geroepen hebbende, erkende
+ik het insekt terstond voor een Schorpioen; het was met staart en al omtrent een duim breed en lang. Op het wondje werd schorpioen
+gelegd, die men in het logement in huis had; want men had ze daar beneden aan de put, wel eens me&ecirc;r gevonden, doch boven,
+daar wij onze kamers hadden, nimmer. Denkelijk was dat dier den vorigen dag, toen wij de grot gingen bezigtigen, en tegen
+de rotsen opklommen, of op den grond kropen, in de kleederen gekomen. De beet had geen gevolgen, en de Schorpioen werd verpletterd
+en in olij gelegd om bij volgende gelegenheden te dienen; doch naar ik vernam, zijn die dieren hier niet zeer vergiftig.
+
+</p>
+<p>Ik kogt hier eenige tooneelstukken in de landtaal <i>patois</i> of <i>langue provencale</i>, zijnde zamengesteld uit <i>Celtische</i>, <i>Grieksche</i>, <i>Latijnsche</i>, <i>Fransche</i>, <i>Italiaansche</i>, <i>Spaansche</i> en zelfs <i>Hoogduitsche</i> woorden. Zie hier een paar spreekwoorden in die taal:
+
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>&#8221;De la fillo et de la figuiere,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Fau pas veire la jarretiero.&#8221;</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Dat is: van een jong meisje en een ouden vijgenboom, moet men de kousseband niet zien; omdat men den vijgenboom zeer kort
+moet houden, zoo dat de takken naar de aarde buigende, een groot deel van de stam bedekken. &#8221;<i>Quu san trevo, san deren.</i>&#8221; Die met wijze omgaat wordt wijs.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vii001.jpg" alt="Aix."><p class="figureHead">Aix.</p>
+</div><p>
+
+<a id="d0e7319"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7319">237</a>]</span></p>
+<p>&#8217;s Namiddags om een uur vertrokken wij met den postwagen op hier, hebbende onze plaatsen reeds eenige dagen te voren besproken
+gehad. Wij hadden vrij goed gezelschap, en kwamen omstreeks zes uren te <i>Aix</i>, waar wij afstapten aan het Hot&egrave;l <i>des Princes</i>, op de <i>Cours</i> of algemeene wandeling, bij het inkomen van dezelve. Het onaangename van de reis naar <i>Marseille</i>, <i>Toulon</i>, enz. was, dat wij tot <i>Aix</i> toe langs denzelfden weg weder terug moesten komen, althans met de openbare rijtuigen. Ik haastte mij, om deze stad, die
+nog al bezienswaardig is, in oogenschijn te nemen. Op eene groote plaats zag ik de fondamenten en het muurwerk, even boven
+den grond, van een gebouw, dat men scheen begonnen te hebben, en vernam, dat men voornemens was hier het Regterlijk Paleis
+(<i>Palais de Justice</i>), en daar bij behoorende gevangenissen te bouwen; doch dat de omwenteling het voltooijen daar van belet had; volgens de beginselen
+te oordeelen, moest het een groot en schoon gebouw worden. Op een andere plaats zag ik een verheven <i>Obeliscus</i> met een arend &#8217;er boven op; doch het is modern werk; bij de schrijvers, die ik over deze stad heb nagezien, vind ik &#8217;er hoegenaamd
+geene melding van gemaakt. De Hoofdkerk is een groot Gothisch gebouw; in dezelve staat eene doopvont, waarvan de koepel door
+acht groote Corinthische kolommen, die in een&#8217; Heidenschen tempel, naar men veronderstelt, gediend hebben, wordt ondersteund.
+Men heeft daar omstreeks meer oudheden gevonden, waaruit men gemeend <a id="d0e7346"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7346">238</a>]</span>heeft te moeten opmaken, dat &#8217;er een tempel, aan de Zon of <span class="smallcaps">Apollo</span> gewijd, gestaan heeft. In het koor zijn twee orgels over elkanderen, en genoegzaam even eens; digt bij den grooten ingang
+van deze Kerk, is een der stadspoorten; ik ging &#8217;er uit, en zag aan mijn regterhand een gedenkteeken; boven op stond de beeldtenis
+van een eerwaardig man, een stenen tafel in de hand hebbende, waar op men leest: <i>Aimez Dieu et le prochain</i>; en lager, twee beelden in eene eerbiedige of biddende houding. Uit het opschrift zag ik wel, dat het aan de Municipaliteit
+enz. van <i>Aix</i> scheen toegewijd; maar niet door wie of bij welke gelegenheid; doch vernam, dat een <span class="smallcaps">Charles Sec</span>, bemiddeld metselaar dezer Stad, het gebouwd had in 1792, en &#8217;er naderhand onder begraven is geworden; dit was al wat men
+&#8217;er mij van zeggen kon. Men vindt te <i>Aix</i> gnappe straten en huizen, en over het geheel heeft deze stad een zeer goed aanzien, &#8217;t Is jammer, dat het Stadhuis, dat een
+fraai en ruim gebouw schijnt, genoegzaam achter de huizen verscholen is, en niet op een ruim plein staat. De wandelingen om
+de stad kwamen mij ook regt aangenaam voor, en ik zag &#8217;er veel zware ijpeboomen. Het land rondom levert ook veel olijf-olij
+op, die den voornamen tak van koophandel der inwoners van <i>Aix</i> uitmaakt. Die olij wordt voor zeer fijn en lekker gehouden en is algemeen beroemd. De soort, die men <i>huile vierge</i><a id="d0e7368src" href="#d0e7368" class="noteref">6</a> <a id="d0e7371"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7371">239</a>]</span>noemt, omdat ze, zoo ik meen, de eerste is, die uit de olijven geperst wordt, is, naar men zegt, het meeste gezocht. De gemeene
+wandeling, die gij op de afteekening ziet, en die men hier behalve de gewone benaming in deze landstreek, <i>le Cours</i>, ook <i>Orbitelle</i> noemt, beviel mij ook bijzonder, zoo als gij kunt begrijpen; aan beide zijden staan aanzienelijke gebouwen, en in het midden
+van de dreef drie altijd springende fonteinen, waar van de middelste warm water geeft; het is zeer helder; en heeft denzelfden
+smaak als gewoon bron- of rivierwater; boven aan de pijp, waar door het uit de fontein komt, is het tamelijk warm, doch onder
+in de kom slechts laauw. Deze bron werd in 1704 door eenige arbeiders, bezig zijnde met een vervallen huis, aan het eind van
+de voorstad <i>des Gordeliers</i> af te breken, wedergevonden; want zij was reeds bekend geweest bij de <i>Romeinen</i>, zoo als men tegelijkertijd uit de oudheden, die men &#8217;er verder voortgravende vond, ontdekte<a id="d0e7385src" href="#d0e7385" class="noteref">7</a>. De ouden schenen &#8217;er een geneeskundig gebruik van te maken, en men schrijft &#8217;er nog eenige kracht aan toe. De regering heeft
+daar voor dan ook groote en fraaije badhuizen laten bouwen, doch naar ik vernam werden zij weinig anders dan als gewone baden
+(<i>bains domestiques</i>) gebruikt. Voor de omwenteling had hier op Heiligen <a id="d0e7394"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7394">240</a>]</span>Sacramentsdag eene zonderlinge <i>pro&ccedil;essie</i> plaats, waarin onder anderen verscheidene menschen in eene misselijke kleeding gedrochtelijk toegetakeld, moetende duivels
+verbeelden, verschenen, en vele kromme sprongen langs de straat maakten: men noemde dit in het <i>patois Provencal: lou grand juec de&iuml;s diables</i>; dat is: Het groote spel der duivelen; en <i>lou pichoun juec de&iuml;s diables</i>, het kleine spel der duivelen; en deze duivelen gingen, let wel, in de Hoofdkerk de mis horen, maakten het teeken van het
+kruis, en namen wijwater.&#8212;Wat heeft men den Godsdienst niet met allerlei beuzelarijen en afzigtelijke ongerijmdheden overladen!!
+
+
+</p>
+<p>De vermaarde kruidkundige Joseph <span class="smallcaps">Pitton De Tournefort</span> werd hier den 5 Junij 1656 geboren, en stierf den 28 December 1708. Hij bezocht ook, zoo wel als <span class="smallcaps">Linn&aelig;us</span>, ons Vaderland.
+
+</p>
+<p>Het Hot&egrave;l <i>des Princes</i>, hoewel een groot <span id="d0e7418" class="corr" title="Bron: een">en</span> aanzienelijk gebouw, is het beste niet, en wij moesten &#8217;er evenwel rijkelijk voor het avondeten en slapen betalen.
+
+</p>
+<p>Men begroot het getal der inwoners van <i>Aix</i> op omtrent 20,000; nu de stad is ook niet groot, en het scheen &#8217;er mij nog al levendig, vooral op de <i>Cours</i>, waar een menigte menschen wandelde. &#8217;Er stonden ook eenige kramers, en een blinde, die vrij goed <i>Provencale</i> liedjes zong, deed de omstanders ter deeg lagchen; het speet mij wel, dat ik bijna niets van zijne aardigheden verstond,
+Deze stad scheen mij, vooral voor die genen, welke op de <a id="d0e7432"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7432">241</a>]</span><i>Cours</i> wonen, de stedelijke en landelijke vermaken te vereenigen; slechts eenige treden en men is buiten, en dat vind ik, als men
+dan toch in een stad moet wonen, al zeer aangenaam.
+
+</p>
+<p>Den 20 dezer, &#8217;s morgens om twee uren, vertrokken wij van <i>Aix</i>, en namen denzelfden weg, dien ik gekomen was tot <i>Orgon</i>. Hier kwamen wij omstreeks 9 uren, en hadden &#8217;er een vrij goed ontbijt, waar onder schapenvleesch, dat ik maar zeldzaam zoo
+goed gegeten heb; de wijn, voor wijn van dit land, was voor mij ook nog al drinkbaar. In plaats van nu den weg te nemen naar
+<i>Avignon</i>, namen wij die van <i>St. Remy</i>. Even buiten <i>Orgon</i> aan de regterhand, zagen wij een poort in een rots gemaakt, het was een waterleiding om deze landstreek te besproeijen, zijnde
+een arm van de rivier <i>la Durance</i>, waar ik u reeds van gesproken heb. Men verzekerde mij, dat het gat in de rots gemaakt, omtrent 300 <i>toises</i> (1800 voeten) lang is<span id="d0e7459" class="corr" title="Bron: ;">.</span> Het werd <i>le Canal de Boiselin</i> genaamd, en was nog niet geheel voltooid. De landstreek werd nu minder rotsachtig, vruchtbaarder en bevalliger. Wij reden
+door het dorp <i>St. Remy</i>, twee posten van <i>Orgon</i>, en hadden hetzelve reeds een goed eind weegs achter den rug, toen men mij herinnerde, dat daar digt bij eenige overblijfsels
+van oudheden, zoo als van een zegeboog ter eere van <span class="smallcaps">Nero Claudius Drusus<span class="smallcaps">, zoo men meent, en van een praalgraf, ook door de <i>Romeinen</i> opgerigt, te zien waren. Dit verzuim speet mij zeer, doch ik kon niet <a id="d0e7478"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7478">242</a>]</span>weder terug keeren; vooral ook, omdat &#8217;er onder onze reizigers waren, die grooten haast schenen te hebben. Bij een plaatsje
+dat men <i>l&#8217;Orade</i> noemt, zag ik eene zeer aangenaame buitenplaats, door een klein riviertje besproeid, en digt beplant; het hout stond &#8217;er
+zeer tierig, en maakte een bevallig lommer; dit valt bijzonder in het oog, als men eenigen tijd in de schrale en steenachtige
+landstreek van <i>Marseille</i> heeft doorgebragt. Hier groeiden langs den weg vele van die planten, die men bij ons in sommige tuinen wel aangekweekt, en
+spring-komkommers noemt; omdat, als men ze rijp zijnde afplukt, &#8217;er een straaltje vocht uitspringt. <i>l&#8217;Orade</i> is nog 3/4 uurs van <i>Tarascon</i>, eene zeer oude stad, twee posten van <i>St. Remy</i>, en dus in &#8217;t geheel 14 posten van <i>Marseille</i>. Voorheen behoorde zij tot <i>la Basse Provence</i>, thans tot het Departement <i>les bouches du Rhone</i>. Welk eene menigte kleine windmolens ziet men hier aan den weg, digt bij de stad. Ook wordt hier omstreeks nog al wat koren
+geteeld; onder weg had ik boeren gezien, die, bezig waren met het graan te zuiveren, niet met een wan- of kafmolen, maar door
+het, met een schop, in de hoogte te werpen terwijl het redelijk woei. Op die wijze stoof dan het kaf weg. De poort aan dezen
+kant ziet &#8217;er nog al wel uit, doch het stadje zelve scheen niet veel te beteekenen. Men wil dat <i>Tarascon</i> of <i>Tarasco</i>, van een <i>Grieksch</i> woord, dat verschrikken of bang maken beteekent, afkomstig is; ook plagt men hier in de Kerk een draak te vertoonen, <i>Tarasquo</i> geheeten, <a id="d0e7516"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7516">243</a>]</span>die volgens een oud sprookje zich in de <i>Rhone</i> ophield, en veel schrik en verwoesting hier omstreeks aanrigtte; want hij leefde van menschenvleesch, en was een toovenaar,
+die nog al een vrouw en kind had; men verhaalt &#8217;er eene menigte allerbeuzelachtigste vertelseltjes van, die hier echter bij
+zeer velen voor <span id="d0e7521" class="corr" title="Bron: euangelie">evangelie</span> werden aangenomen, en misschien nog wel geloofd worden, want de <i>religie</i> had &#8217;er, zoo het scheen, zijn zegel aangehecht, en wat gelooven de menschen dan al niet!&#8212;Althans op <i>St. Martha&#8217;sdag</i> werdt de beeldtenis van dien lelijken draak, plegtig in <i>pro&ccedil;essie</i> door de stad gedragen, om dat die sanctinne door hare gebeden dit monster ten onder gebragt had. Deze pro&ccedil;essie ging nog
+kort voor de omwenteling. Het Gasthuis (<i>l&#8217;Hospital</i>), dat men even buiten de stad ziet, is een aanzienelijk gebouw. De vrouwen hebben hier een bijzonder hoofdtooisel, bestaande
+in een gekleurde gazen doek, die zij over hun muts doen, zoo dat de rand daar van haar op het voorhoofd en om het aangezigt
+hangt, zoo als de kanten, die de vrouwen elders aan hare mutsen hebben. De menschen zien &#8217;er hier vrij gnap en gezond uit,
+ook wordt deze landstreek, die vrij vruchtbaar is, voor gezond gehouden. Aan den kant van de <i>Rhone</i> ligt een groot en sterk kasteel; men meent, dat het door een der Graven van <i>Provence</i> in de 15 eeuw gebouwd is; het maakt geen onaardige vertooning; en men moet ook van de <i>terrassen</i> op hetzelve een aangenaam gezigt hebben. <a id="d0e7545"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7545">244</a>]</span>Van <i>Tarascon</i> gaat men over een lange schipbrug, die over de <i>Rhone</i> ligt, naar <i>Beaucaire</i>; thans ligt &#8217;er bijna midden in de rivier een eiland, waar men een gestrate kade op gemaakt heeft, voorheen schijnt &#8217;er dat
+niet geweest te zijn; want een oud spreekwoord zegt: <i>Entre Beaucaire et Tarascon il ne pait ni vache ni mouton</i>. Men gaat over dit eiland een eindje tot aan een tweede schipbrug, en daar over tot <i>Beaucaire</i>. Op deze schipbruggen, waarop ook hier en daar banken staan, en die vooral bij de aangename zomeravonden, tot een gemeene
+wandeling verstrekken, heeft men een alleraangenaamst gezigt op de rivier, welke hier vrij breed is, en op de twee steden;
+men betaalt een <i>sous</i> voor de passage, en die is vooral met de vermaarde kermis (<i>foire</i>) van <i>Beaucaire</i> zeer druk; zij was nog maar sinds omtrent 14 dagen ge&euml;indigd<a id="d0e7571src" href="#d0e7571" class="noteref">8</a>, en wij zagen &#8217;er de lootsen nog staan. Voorheen was deze kermis of jaarmarkt in de stad, doch van tijd tot tijd toenemende,
+was men reeds voor vele jaren verpligt, om dezelve op het open veld, buiten de stad, langs de <i>Rhone</i>, onder tenten te houden; thans slaat men <a id="d0e7583"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7583">245</a>]</span>daar, zoo wel om de kooplieden te herbergen, als om de goederen te plaatsen, lootsen op. Volgens het groot aantal, dat wij
+&#8217;er zagen, moet deze jaarmarkt al zeer aanmerkelijk wezen; het gelijkt een gansche stad met houten huizen. De koophandel,
+die hier dan gedreven wordt, is zeer belangrijk, en men zegt, dat &#8217;er verscheidene millioenen omgaan; ook komen &#8217;er niet alleen
+kooplieden uit de voornaamste plaatsen van het zuidelijk deel van <i>Europa</i>, maar zelfs <i>Turken</i>, <i>Arm&eacute;ni&euml;rs</i>, <i>Marokkanen</i>, enz. en men vindt &#8217;er allerlei soorten van goederen en koopmanswaren. Men heeft &#8217;er dan ook eenige openbare vermaken, en
+de dobbelspeelders laten niet na, om op de beursen der kooplieden te komen azen. Dit jaar had &#8217;er de sterke en aanhoudende
+regen veel schade aan toegebragt. In 1721 en 1722, toen de pest in deze landstreek heerschte, is deze kermis twee jaren opgeschort
+geweest; anders schijnt zij in alle tijden en omstandigheden geregeld plaats te hebben gehad; en <i>la foire de Beaucaire</i>, is niet minder beroemd in <i>Frankrijk</i>, <i>Spanje</i>, <i>Itali&euml;</i>, </span>Zwitserland</span> enz. dan in <i>Duitschland</i>, en het noordelijk deel van <i>Europa</i>, de <i>Frankforter</i> en <i>Leipsiger</i> missen. De gelegenheid van deze stad aan de <i>Rhone</i>, niet ver van de <i>Middellandsche Zee</i>, gaf zeker aanleiding tot die aanmerkelijke markt. Men kan echter de goederen niet dan met groote kosten de rivier opvoeren,
+en het vervoeren moest grootendeels per as geschieden; doch men is sedert eenigen tijd bezig, om eene vaart te graven, die
+de <a id="d0e7629"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7629">246</a>]</span><i>Rhone</i> bij deze stad, met het kanaal van <i>Languedoc</i> moet vereenigen, en dit zal den handel van dezelve een zeer groot voordeel toebrengen. Men wees mij de plaats aan, waar die
+vaart in de <i>Rhone</i> moet uitloopen; &#8217;er werd zeer druk aan gewerkt, om<span id="d0e7639" class="corr" title="Bron: ,"></span> dat men wil, dat dit nuttige ontwerp binnen weinig tijd zal volvoerd worden. Buiten de kermis is het hier doodsch en naar.
+Voorheen was dit stadje het verblijf van den <i>Intendant</i> van <i>Languedoc</i>, waar onder het behoorde; wij reden voorbij het Hot&egrave;l, dat hij bewoond had, doch dat zag &#8217;er ook al niet zeer voordeelig
+uit; thans wordt dit gedeelte van die Provincie, het Departement <i>du Gard</i> genaamd. Het is inderdaad te verwonderen, dat deze, naar het schijnt, voor den handel zoo wel gelegen plaats, geen welvarender
+voorkomen heeft; ik zag &#8217;er geen een aanzienelijk gebouw, zelfs vindt men &#8217;er, zoo als ik vernam, naauwelijks goede herbergen;
+trouwens buiten de kermis is &#8217;er ook weinig vertier, zoo dat de inwoners grootendeels het gansche jaar leven van het geen
+zij, gedurende die weinige dagen, opzamelen. Aan de andere zijde, buiten de stad ziet men een uitgestrekt bosch van olijfboomen.
+Hier omstreeks ontdekte men in 1734 een gedeelte van den grooten weg door de <i>Romeinen</i> gemaakt, en die zich van <i>Rome</i> tot de uiterste grenzen van <i>Spanje</i> uitstrekte, zoo als uit de mijlpalen en opschriften, die men hier vond, blijkt. Die weg wordt bij de <i>Fransche</i> Geschiedschrijvers <i>la Voie Aur&eacute;lienne</i> genaamd. Vervolgens ziet men van <a id="d0e7665"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7665">247</a>]</span>verre aan de linkerhand de oude stad <i>Arles</i>, voorheen plagt de postwagen <i>Marseille</i> naar <i>Nismes</i> daar door te rijden; doch sedert eenigen tijd is dat veranderd. Te <i>Arles</i> zijn ook nog eenige overblijfsels van <i>Romeinsche</i> oudheden, en onder anderen een fraaije <i>Obeliscus</i> te zien. De weg is hier vrij gelijk, en de grond schijnt tamelijk vruchtbaar te zijn. Hier ziet men velden met wijngaarden
+beplant, zoo ver het oog reiken kan; wat verder zag ik met vijf muilezels ploegen. Te <i>Beaucaire</i> was &#8217;er iemand op den wagen gekomen, die, naar wij vernamen, een voornaam bankier was; hij toonde zeer wel zijn verstand
+te hebben, doch tevens een hevige Roijalist te zijn, ook verhaalde hij ons, dat de oorlog van <i>Rusland</i> en <i>Zweden</i> tegen Frankrijk onvermijdelijk, en de dood van den Hertog van <span class="smallcaps">Enghien</span> daar de oorzaak van was, razende en tierende vervolgens in eenen adem tegen <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, de Jakobijnen, de Filosofen, de Romans, en zelfs tegen den Paus, en toen wij hem onder het oog bragten, dat Keizer <span class="smallcaps">Napol&eacute;on</span> toch veel deed, waar over hij zeer te vreden behoorde te zijn, zoo als het herstellen der openbare wegen, het doen graven
+van vaarten enz. durfde hij wel antwoorden: &#8220;en waarom doet hij dat anders, als omdat hij wel weet, dat men geen vliegen met
+azijn vangt; en wat heeft <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. niet gedaan?&#8221;&#8212;Iemand antwoordde hem, dat door de groote ondernemingen van dien Vorst, de schatkist van <i>Frankrijk</i> ook een&#8217; krak had gekregen, die men helaas! nog maar al te wel voelde; <a id="d0e7709"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7709">248</a>]</span>&#8220;en denkt gij,&#8221; zeide onze bankier, &#8220;dat <span class="smallcaps">Bonaparte</span> het uit zijn eigen beurs betaalt. Men heeft reeds twee derde van onze fondsen geschrapt, wie weet wat &#8217;er van dat overgebleven
+derde nog wordt?&#8221; Denk eens, Vriend! zoo veroorloven zich sommige <i>Franschen</i> over hun&#8217; Monarch, en over het <i>publiek crediet</i>, in het openbaar, en in bijzijn van vreemdelingen, te spreken. Wij waren nog een&#8217; goeden afstand van <i>Nismes</i>, toen wij reeds op een hoogte de <i>Tour magne</i> zagen. &#8217;t Was ruim zeven uren, toen wij in die stad aankwamen. Van <i>Tarascon</i> tot hier is 3&frac14; post. Wij stapten af aan het Hot&egrave;l <i>du Louvre</i>, waar de postwagen ook ophoudt. Terwijl het heldere maneschijn was, ging ik nog dien zelfden avond het beroemde <i>Amphith&eacute;ater</i> uitwendig bekijken&#8212;welk een groot en trotsch gebouw! Op de <i>Cours</i>, die op een terras hier digt bij is, wandelde veel volk; de avondstond was ook regt aangenaam.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7052" href="#d0e7052src" class="noteref">1</a></span> De landlieden hier omstreeks vertellen een menigte spook- en tooversprookjes van deze grot; er zou onder anderen een vreesselijke
+reus, <span class="smallcaps">Rolland</span> geheeten, in gewoond hebben, van hier den naam van <i>Beaume</i>, dat is grot van <span class="smallcaps">Rolland</span>. Dit intusschen schijnt zeker, dat een Priester genaamd <i>l&#8217;Abb&eacute;</i> <span class="smallcaps">G&eacute;offr&eacute;di</span> eenige eeuwen geleden, te <i>Marseille</i> is verbrand geworden, om dat men hem <a id="d0e7072"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7072">59n</a>]</span>voor een&#8217; toovenaar of heksenmeester hield, daar hij dikwijls deze spelonk ging bezoeken, waarschijnlijk om eenig natuurkundig
+onderzoek, of physische proeven te doen, terwijl hij misschien minder dom en bijgeloovig was dan de meeste zijner ambtgenoten,
+en daarom door hun benijd en vervolgd werd.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7096" href="#d0e7096src" class="noteref">2</a></span> Het huis van <span class="smallcaps">Borelly</span> wordt voor het voornaamste en rijkste huis van <i>negotie</i> van <i>Marseille</i> gehouden; zij zijn door den koophandel rijk geworden.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7197" href="#d0e7197src" class="noteref">3</a></span> Ter dier tijd, en vooral onder de <i>Vicomte</i> <span class="smallcaps">Baral</span>, deden de <i>Troubadours</i> (oude provincale Dichters) de Dicht- en Letterkunde te <i>Marseille</i> en daar omstreeks herleven.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7214" href="#d0e7214src" class="noteref">4</a></span> <i>Comte du Maine et dernier comte de Provence.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7238" href="#d0e7238src" class="noteref">5</a></span> De woorden zijn van <span class="smallcaps">Rouget de l&#8217;Isle</span>, neef van den ongelukkigen <span class="smallcaps">Bailly</span>, en de muzijk van <i>Gossec</i>. Sedert <span class="smallcaps">Tyrt&aelig;us</span> is &#8217;er, voor zoo ver mij bekend is, geen oorlogslied gemaakt, dat zoo veel geestdrift veroorzaakt, en de moed me&ecirc;r opgewekt
+heeft dan de <i>Marseillaansche</i> marsch. Dit lied wordt niet me&ecirc;r gezongen, en geen der heeft tot noch toe zijne plaats bekleed.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7368" href="#d0e7368src" class="noteref">6</a></span> Maagden-olij.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7385" href="#d0e7385src" class="noteref">7</a></span> Uit de opschriften en gedenkpenningen, die men daar onder anderen vond, bleek het dat de baden van <span class="smallcaps">Sextius</span> hier ter plaatse geweest waren.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7571" href="#d0e7571src" class="noteref">8</a></span> Men noemt ze <i>la foire de la Magdelaine</i>, om dat zij den 22 julij, dat is, <i>St. Magdalenasdag</i>, begint; sedert 1217 was zij vrij van alle regten, maar in 1632 heeft men die vrijheid besnoeid. Zij plagt zes dagen te duren,
+thans wordt die tijd al wat verlengd, naar men mij verhaalde. De oorsprong van deze kermis schijnt niet bekend; doch het blijkt,
+dat zij zeer oud is.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e7738" class="div1">
+<h2>Dertiende Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Nismes, 23 Augustus.</i>
+
+</p>
+<p>Den 21 dezer, na mij van eene korte geschiedkundige beschrijving van de zoo merkwaardige oudheden, die men hier bij de Boekverkoopers
+vindt, <a id="d0e7747"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7747">249</a>]</span>voorzien te hebben, ging ik dezelve bezigtigen. Sedert de omwenteling heeft men verscheidene huizen, die om en in het Amphith&eacute;ater
+stonden, en dat schoone gedenkteeken der oudheid ontluisterden, doen wegbreken; zoodat men het nu van rondom vrij goed zien
+kan; eenige woningen, die &#8217;er nog binnen in staan, moeten, naar men mij verzekerde, binnen een&#8217; zekeren tijd weggebroken worden.
+Het is wel jammer, dat de regering dezer stad voorheen heeft toegelaten, dat men in en tegen dit <i>Romeinsche</i> worstelperk bouwde, en hetzelve daar door beschadigde; wegnemende, dat in den weg stond, of het geen men voor bouwstof kon
+gebruiken, ondertusschen heeft dit verbazend stuk werks, niettegenstaande deze verwaarlozing en de onderscheidene oorlogen
+en verwoestingen, die hier in vroegere eeuwen al hadden plaats gehad, nog niet zeer veel geleden, en is ten minste uitwendig
+genoegzaam in zijn geheel gebleven. Men meent als zeker te mogen veronderstellen, dat het door Keizer <span class="smallcaps">Antoninus Pius</span>, die van het jaar 138 tot 161, der Christelijke jaartelling regeerde, en te <i>Nismes</i> geboren zou zijn, gebouwd is. Het is eirond, en heeft een omtrek van 190 <i>toises</i>, of 1140 geometrische voeten buitenwerks, en is omtrent 11 <i>toises</i> of 66 voeten hoog; rondom is het met boogsgewijze poorten op denzelfden afstand van elkanderen regelmatig gebouwd. Zestig
+zijn &#8217;er beneden, die voor ingangen dienden, en even zoo veel boven dezelve, doch deze zijn niet zoo hoog. Ik zal u hier van
+zoo <a id="d0e7764"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7764">250</a>]</span>wel als van de overige voorname oudheden, die men hier vindt, de platen toezenden, die ik hier gekocht en &#8217;er mede vergeleken
+heb, en die &#8217;er u een duidelijk denkbeeld van zullen geven. De opziender, die in een der poorten woont, laat het voor een
+fooitje van binnen en boven op zien; ik klom &#8217;er dan in, en doorliep een gedeelte van de binnenste galerij; want een groot
+deel daar van is nog bewoond. De wijze, waarop het gebouwd is, is zeer merkwaardig; het zijn ontzaggelijk groote stukken steen,
+zonder eenige kalk of &ccedil;ement op en in elkanderen gevoegd, en door ijzeren krammen in lood, bevestigd; doch de meeste dier
+krammen zijn &#8217;er al uit. Het blijkt dat zij van buiten eerst werden gefatsoeneerd, en met kolommen enz. versierd, na dat zij
+geplaatst waren; want aan den eenen kant is dat werk nog maar ruw gehouwen, en de fijne bijtel ontbreekt &#8217;er aan. &#8217;t Is verwonderlijk,
+hoe men zulke groote brokken steen, niet alleen uit de steengroeven heeft kunnen krijgen, maar hoe men ze op elkanderen tot
+zulk eene aanmerkelijke hoogte heeft kunnen stapelen. Boven op, dat de <i>Atticus</i> genoemd wordt, heeft men een zeer schoon gezigt op de stad, en de landstreek rondom, en hier ziet men de steenen zitbanken,
+waarop de aanschouwers plegen te zitten, en van waar men in het middelperk (<i>Arena</i>) alwaar de worstelaars tegen elkanderen, of tegen wilde dieren vochten, kan zien. Oorspronkelijk waren &#8217;er 32 zulke zitbanken,
+trapsgewijze van boven tot beneden afloopende, rondom <a id="d0e7772"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7772">251</a>]</span>in dit gebouw. Men ziet &#8217;er aan eenen kant nog 17 van, op sommige plaatsen ziet men &#8217;er maar twaalf, en op anderen niet me&ecirc;r
+dan zes, de overige zijn verwoest. Deze overblijfsels zijn echter me&ecirc;r dan genoegzaam om een volkomen denkbeeld van de zaak
+te geven, en die het <i>origineel</i> van den stervende <i>Gladiator</i>, uit het Museum van <i>Parijs</i>, in zijn gedachten hier verplaatst, en rondom op de banken een menigte <i>Romeinsche</i> burgers en burgeressen, kan zich verbeelden van bij die woeste en wreede spelen tegenwoordig te zijn, en wordt daar bij een
+gevoel van afgrijzen en medelijden gewaar. Men berekent naar deze zitplaatsen, dat &#8217;er omtrent 17,000 aanschouwers konden
+zitten. Rondom het gebouw ziet men uitstekende stukken steen, waarin ronde gaten; hier stak men palen in, on daar aan tenten
+(<i>Velaria</i>) vast te maken, ten einde de aanschouwers tegen den regen of zonneschijn te beschutten; doch deze tenten kwamen niet verder
+dan de zitplaatsen, en het midden bleef open. Misschien diende het ook somtijds voor een renperk te voet of op paarden, of
+&#8217;er werden allerlei sprongen en diergelijke kunsten vertoond. En hoewel het eigenlijk voor een worstelperk was ingerigt, is
+het niet onwaarschijnelijk, dat &#8217;er ook bijwijlen een Tooneel in opgerigt is geworden, waarop de Treurspelen van <span class="smallcaps">Seneca</span>, of de Blijspelen van <span class="smallcaps">Plautus</span> of <span class="smallcaps">Terentius</span> en anderen, werden gespeeld. Diergelijke vertoonplaatsen, die &#8217;er voor worstelaars en voor Tooneelspelen dienden, waren onder
+de <i>Romeinen</i> niet onbekend, en dat van <i>Curio</i>, waarvan <span class="smallcaps">Plinius</span>, <a id="d0e7807"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7807">252</a>]</span>als van een wonder van pracht en kunst, melding maakt, bestond uit twee deelen van hout gemaakt, die op duimen of spillen
+draaijende zig van elkanderen afscheiden, om voor twee onderscheiden vertooningen te dienen, of zich vereenigden om &eacute;&eacute;n Amphith&eacute;ater,
+in wiens midden het worstelperk was, uittemaken. Althans het is niet denkelijk, dat &#8217;er in eene zoo aanmerkelijke <i>Romeinsche</i> volksplanting als <i>Nismes</i><a id="d0e7814src" href="#d0e7814" class="noteref">1</a>, geen Toneelspelen in het openbaar zijn vertoond, en waar kon zulks beter geschieden dan in het Amphith&eacute;ater, dewijl men
+geen blijken vindt, dat &#8217;er hier nog een ander gebouw bestond, het welk daar voor bijzonder geschikt was.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vii002.jpg" alt="Amphitheater te Nismes."><p class="figureHead">Amphitheater te Nismes.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>In de bouworde van dit Amphith&eacute;ater heeft &#8217;er, zoo als gij zien zult, weinig verscheidenheid plaats; &#8217;er zijn vier hoofdingangen,
+tegen de vier winden, zij zijn verdeeld van 15 tot 15 poorten; die van het noorden heeft alleen eenige sieraden, boven denzelven
+is een soort van driekante kap, en daar onder ziet men de afbeeldingen van twee rundbeesten, ter halver lijf en met gebogen
+knie&euml;n; het verbeelden twee stieren, het gewoone zinnebeeld van de <i>Romeinsche</i> volkplantingen, zoo als men ook op de gedenkpenningen vindt. Ik kocht hier onder meer anderen een medaille, waarop men twee
+stieren of ossen, voor een ploeg gespannen, ziet. Deze munten waren in en om de stad, en eenige in <a id="d0e7832"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7832">253</a>]</span>het Amphith&eacute;ater bij het afbreken der huizen, dat onlangs plaats had gevonden. Nog ziet men hier en daar aan de buitenmuren
+van dat gebouw, eenige kleine afbeeldingen, als de Wolvin met <span class="smallcaps">Romulus</span> en <span class="smallcaps">Remus</span>, twee vechtende <i>Gladiators</i> met dolk, schild en helm; en drie anderen beeldtenissen, zijnde onderscheidene afbeeldingen van <span class="smallcaps">Priapus</span> of <span class="smallcaps">Phallus</span>, in misselijke en zonderlinge gedaantens. Men meent, dat dit zinnebeelden zijn van offeranden, aan den God <span class="smallcaps">Priapus</span> gedaan, en van de Hanen-gevechten ter zijner eere, somtijds in het Amphith&eacute;ater gegeven; of wel, dat de bevolking en uitbreiding
+der <i>Colonie</i> van <i>Nismes</i> daar door moest verbeeld worden.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vii003.jpg" alt="Tempel van C. C&aelig;sar te Nismes."><p class="figureHead">Tempel van C. C&aelig;sar te Nismes.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De breede straat, waar aan het Amphith&eacute;ater aan den eenen kant uitkomt, doorgaande, ziet men aart het eind derzelve, ter regterhand,
+den fraaijen Tempel van <span class="smallcaps">Cajus C&aelig;sar</span>, dien de <i>Franschen</i> den zoo onbeduidenden naam van <i>Maison Carr&eacute;e</i> hebben gegeven. Te regt is dit schoone gebouw, om zijn nette en bevallige bouworde, die zelfs den minstkundige in het oog
+moet loopen, beroemd; het wordt dan ook voor een der uitnemendste gedenkstukken, die de oudheid ons heeft nagelaten, gehouden.
+In &#8217;t geheel is het 12 <i>toises</i> (72 voeten) lang, en 6 <i>toises</i> of 36 voeten breed, en rondom versierd met 30 geribde Corinthische kolommen, en de kapiteelen van deze kolommen worden voor
+schier onnavolgbare meesterstukken gehouden; men gaat &#8217;er in langs 12 trappen. De Afbeelding vertoont u hetzelve, zoo als
+men <a id="d0e7879"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7879">254</a>]</span>het nog tegenwoordig ziet. Inwendig is &#8217;er niets bijzonders; ten tijde van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. maakte men &#8217;er een Kerk of Kapel van, waar voor het dan ook tot de omwenteling toe gediend heeft. Van hier gaat
+men langs een fraaije gracht, aan den kant met boomen beplant, en die wel wat heeft van sommige grachten in onze Vaderlandsche
+Steden, naar de fontein, of liever bron; want wij verstaan gewoonlijk door het woord fontein een&#8217; watersprong, en hier te
+land bedoelt men daarmede eene eenvoudige bron. Deze bron is aan het eind van een&#8217; netten tuin, met regte laanen, bloemperken
+en hagen: men gaat daar door fraai gewerkte ijzeren hekken in, zoo dat zij veel gelijkt op eene ouderwetsche <i>Hollandsche</i> buitenplaats. Deze tuin dient ook voor eene gemeene wandeling. Bij die bron, die aan den voet van eene rots opwelt, hadden
+de ouden hunne baden, als mede een&#8217; tempel, welken naar de overblijfsels die men &#8217;er nog van ziet, te oordeelen, een fraai
+en aanzienlijk gebouw moet geweest zijn. Men heeft het gedeelte, dat nog staande is gebleven, om het verder te bewaren, door
+een muur afgesloten; doch de opzigter van den tuin laat het vreemdelingen zien, en men geeft hem dan doorgaans een fooitje.
+Men noemt dezen tempel in &#8217;t gemeen, <i>Temple de</i> <span class="smallcaps">Diane</span><a id="d0e7892src" href="#d0e7892" class="noteref">2</a>; dan of hij inderdaad aan den dienst van deze, dan wel aan die van anderen Goden of Godinnen is gewijd geweest, hierover
+<a id="d0e7898"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7898">255</a>]</span>zijn het de oudheidkundigen nog niet eens. De overblijfsels der baden, sedert eeuwen onder de puinhoopen bedolven zijnde,
+heeft men hieromstreeks gravende, weder gevonden, en omtrent het midden van de laatst afgeloopen eeuw ontbloot, zoo veel mogelijk
+hersteld, en &#8217;er veele fraaije versierselen bij gebouwd. De kamertjes van de oude baden zijn voor een gedeelte nog zigtbaar;
+ook zijn &#8217;er aan de bron nog overblijfsels van de oude trappen. Onder de puinhoopen van deze baden, werd in 1739 de romp en
+het hoofd van een fraai marmerbeeld, het welke men voor dat van <span class="smallcaps">Apollo</span> erkende, gevonden. Dit beeld, benevens me&ecirc;r andere oudheden, ziet men thans in den zoogenaamden tempel van <span class="smallcaps">Diana</span>. Eenige overblijfsels van steenen buizen, die inwendig met lood bekleed waren, en tot waterleidingen voor de baden dienden,
+kan men daar ook vinden. Aan het eind van dezen tuin, ziet men boven op de rots, aan wier voet de bron is, de overblijfsels
+van den ouden toren, die men <i>la tour Magne</i> noemt, en die waarschijnlijk de grootste zijnde, van al de torens, die langs de muren van deze stad stonden, ten tijde van
+de <i>Romeinen</i> voor een vuurbaak (<i>Pharus</i>) diende. Het brok, dat men &#8217;er nog van ziet, is omtrent 80 voeten hoog, doch zeer beschadigd. Bij dezen toren ziet men ook
+nog de overblijfsels van de oude muren van <i>Nismes</i>, die 4640 <i>toises</i> omtrek hebbende, 6 <i>toises</i> hoog en 1 dik waren; op andere plaatsen ziet men ook nog overblijfsels van deze muren; men berekent, dat <i>Nismes</i> <a id="d0e7927"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7927">256</a>]</span>toen elf maal zoo groot moet geweest zijn, als tegenwoordig. Op deze hoogte heeft men een schoon en uitgestrekt gezigt. In
+het terug komen van dezen tuin, zag ik, op twee bijzondere plaatsen, vloeren, die met kleine steentjes (<i>en Mosa&iuml;que</i>) waren ingelegd; de eerste in een fabriek van gedrukte katoenen neusdoeken, voorheen de tuin van den Gouverneur, waar hij
+in 1785 ontdekt werd, is nog zeer wel bewaard, en door steentjes van onderscheidene kleuren, waarop een aardige teekening,
+gemaakt; de gedaante is vierkant; aan een&#8217; van de hoeken ziet men eene <i>Romeinsche</i> galei, aan een&#8217; anderen twee visschen, aan een derden twee watervogels, en aan een vierden wederom twee visschen van een
+ander soort. Den anderen ingelegden vloer zag ik in een slechts weinige trappen diepen kelder in een burgerhuis, <i>rue de la calandre Anglaise</i>, aan het eind van 1766 ontdekt; deze bestaat minder in zijn geheel, is ook minder gekleurd en eenvoudiger van teekening,
+zijnde in het midden met vierkante ruitjes, zoo als men bij ons wel op het tafelgoed ziet. Het water in de gracht, langs welke
+men naar de bron enz. gaat, komt alleen uit de bron op, en kan somtijds vrij hoog staan. Aan het eind van de gracht is eene
+fraaije kom gemaakt voor de waschvrouwen, doch zoodanig, dat het zeepwater zich niet met het zuivere vermengt. Over den tempel
+van <span class="smallcaps">Cajus C&aelig;sar</span> heeft men een&#8217; nieuwen Schouwburg gebouwd; de voorgevel (<i>facade</i>) die met een fraaije <i>colonnade</i> moet pronken, is nog niet voltooid; <a id="d0e7947"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7947">257</a>]</span>doch in de zaal moet reeds den aanstaanden winter gespeeld worden. Alle deze oudheden van het <i>Amphith&eacute;ater</i> af tot de <i>Tour magne</i>, liggen in eenen weg, en men kan dezelven genoegzaam in een halven dag zien. Men heeft hier, zoo wel als te <i>Marseille</i>, meestal pannen daken, doch zij hebben eenigzins eene andere gedaante, dan bij ons. Bijna overal ziet men de menschen hier
+in de zijde bezig, dat het voorname bedrijf is: men heeft &#8217;er ook veel zijden-kousenwevers; doch men acht de kousen zoo goed
+niet, als die van <i>Gange Lion</i>, enz. Het getal der inwoners wordt op ruim 45,000 begroot, waar van wel een derde Protestanten zijn. Deze stad heeft dan
+ook veel door de religie-oorlogen geleden, en ..... doch in plaats van deze oude wonden weder te ontblooten, verhaal ik u
+hier liever een trek van edele grootheid en menschenliefde. Ten tijde van den <i>St. Bartelsmoord</i>, was een <span class="smallcaps">Villars</span> te <i>Nismes</i> consul, en ontving van wegen <span class="smallcaps">Karel</span> den IX., hoogst afgrijsselijker gedachtenis, bevel, om in zijn stad, het voorbeeld van <i>Parijs</i> te volgen&#8212;en <span class="smallcaps">Villars</span> durfde (&ocirc; zeldzame deugd onder regenten, van een&#8217; machtigen dwingeland afhankelijk!) dit wreede bevel ter zijde leggen, en
+deed, in plaats van &#8217;er aan te gehoorzamen, de voornaamste van beide de geloofsgenootschappen bijeenkomen, en in zijn bijzijn
+zweren, dat zij zich onderling zouden beminnen, als broeders leven, elkanderen trachten te verlichten en in vrede hunne onderscheidene
+Godsdiensten uitoefenen. Zij zwoeren, <a id="d0e7979"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7979">258</a>]</span>omhelsden elkanderen, en hielden woord. Het Hof durfde niets zeggen, en de gansche stad werd behouden, door eenen edelen menschenvriend.&#8212;En
+ik vond geen gedenkteeken ter gedachtenis van dien goeden <span class="smallcaps">Villars</span> in deze stad.&#8212;Nu ... is hij bij vele menschen vergeten, hij is het voorzeker niet bij de regtvaardige Almagt.
+
+</p>
+<p>Behalve de oudheden is &#8217;er aan de stad niet veel bijzonders te zien, en &#8217;er zijn nog vele naauwe en kromme straten<a id="d0e7986src" href="#d0e7986" class="noteref">3</a>, die eene misselijke tegenstrijdigheid opleveren, met een paar anderen, die in later tijd zijn aangelegd, en in het oog loopen
+door de ongemeene breedte. Het is hier thans zeer warm, doch men zeide mij, dat het weder &#8217;er verbaasd ongestadig kan zijn,
+het geen men aan de zeewinden toeschrijft; ook heeft men in den zomer nevel- of mistluchten, die in &#8217;t geheel niet gezond
+zijn, en wel eens zinkens en verkoudheden veroorzaken. Vele vreemdelingen, hier door afgeschrikt, haasten zich dan ook, om
+van hier, na dat zij de merkwaardigheden gezien hadden, weg te komen; ik voor mij geloof, dat men het, zoo als gewoonlijk,
+<a id="d0e7995"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7995">259</a>]</span>erger maakt dan het in der daad is; hoewel ik tevens moet bekennen, dat &#8217;er de menschen, vooral het zoogenaamde gemeene volk,
+over het algemeen niet zeer gezond uitziet; maar het komt mij voor, dat men dit me&ecirc;r op rekening van het aanhoudend zitten,
+bij het werk in de fabrieken, en bijzonder aan het afhaspelen, spinnen, enz. van de zijde, dat men hier <i>tirages</i> noemt, moet toeschrijven.&#8212;Zoo offert de arme zijne gezondheid op aan de weelde en hoogmoed der rijken, en wat is zijn loon?
+een weinig geld, en veel verachting, daar immers vele dezer groote pralers, die al dikwijls minder waard zijn dan het kleed,
+waar zij insteken, den wever en zijn weefgetouw beiden, beschouwen als werktuigen, ten zijnen dienste geschikt, en den ongelukkige
+het zuure stuk brood dat hij hem op die wijze laat verdienen, nog wel als een weldaad of bijzonder gunstbewijs aanrekenen.&#8212;Menschen!
+menschen! wanneer zult gij door me&ecirc;r de eenvoudige natuur te naderen, en alzoo ook me&ecirc;r aan uwe wezenlijke bestemming te voldoen,
+zoo vele schadelijke dingen, die gij tot een behoefte gemaakt hebt, afschaffen! Dit is het ware middel om vrijer, onafhankelijker,
+en dus wezenlijk gelukkiger te worden.&#8212;Want dezulken, die &#8217;er zoo sterk voor zijn, om hen, die zij het gemeen gelieven te
+noemen, altijd zoo gemeen te laten, als maar eenigzins mogelijk is; en zich doorgaans behelpen met te zeggen: &#8220;die soort van
+volk is daar aan gewoon;&#8221; zullen mij toch wel goedgunstig gelieven toetestaan, <a id="d0e8000"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8000">260</a>]</span>dat gezondheid geen ingebeeld geluk, en ongezondheid eene alleronaangenaamste zaak is.
+
+</p>
+<p>Het geen ik bijzonder hinderlijk vind in deze streek, is de sterke stof, die daarbij zeer fijn is, en schier overal indringt;
+zoodat &#8217;er van de vijf zinnen vier zeer merkbaar door lijden. De mannen dragen hier dan ook veel vrij groote grijze hoeden,
+van onderen groen, en geele schoenen, welke laatste ik ook al veel te <i>Marseille</i> en aan die kanten gezien had.
+
+</p>
+<p>De levensmiddelen schijnen te <i>Nismes</i> nog al overvloedig en matig in prijs te zijn, althans de markten vond ik wel voorzien; men vindt &#8217;er bijna dezelfde spijzen
+als te <i>Marseille</i>; onze tafel was hier juist wel niet met zoo veel orde aangerigt, en wij hadden &#8217;er misschien ook wel een paar lekkere schotels
+minder op, dan daar; maar hier betaalt men ook een 1/3 minder, en dat lijkt een&#8217; reiziger zoo als mij, die het niet om te
+eten of te drinken, maar om te zien en te leeren te doen is.
+
+</p>
+<p>Na den middag zag ik verder, de stad doorwandelende, op sommige plaatsen onderscheidene oudheden, en sommige langs de straten
+in de muren van de huizen gemetseld. De arenden, waarvan men &#8217;er verscheide ziet, zijn genoegzaam levensgroot van wit marmer,
+keurig gewerkt, hebbende een festoen loofwerk in den bek gehad, want de koppen zijn van alle afgeslagen; en in dit, zoo wel
+als in andere opzigten, zijn zij elkander gelijk, zoodat, als men &#8217;er een gezien heeft, heeft men ze <a id="d0e8017"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8017">261</a>]</span>alle gezien; zij hebben waarschijnlijk gediend tot sieraad van hetzelfde gebouw, en zijn onder de puinhoopen van het oude
+<i>Nemausus</i> (<i>Nismes</i>) gevonden. Op de plaats van het Stadhuis ziet men ook zoo een arend. Dat gebouw is ook bezienswaardig; maar het geen ik vreemd
+vond, is, dat &#8217;er boven in een groote zaal verscheidene opgevulde krokodillen, waar onder die al vrij groot waren, aan den
+zolder hingen, omdat zulk een dier tot het wapen van de stad behoort<a id="d0e8025src" href="#d0e8025" class="noteref">4</a>. Onder sommige derzelve leest men, wie &#8217;er de gevers van zijn. Ter plaatse waar thans de Hoofdkerk, een oud Gothisch gebouw,
+staat, meent men dat voorheen een tempel stond, aan Keizer <span class="smallcaps">Augustus</span> gewijd; want men had, zoo als gij weet, dien Vorst in den rang der Goden of Halve-Goden geplaatst<a id="d0e8049src" href="#d0e8049" class="noteref">5</a>. Deze meening is gegrond <a id="d0e8081"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8081">262</a>]</span>op de oudheden, die men hier gevonden heeft. Men was druk bezig met deze Kerk optemaken, en &#8217;er werden schoone marmeren platen
+en diergelijke versierselen toe gebruikt. Ik zag &#8217;er ook in een Kapel, aan de regterhand, als men de groote deur inkomt, een
+fraai, doch eenvoudig gedenkteeken van wit marmer, en las op hetzelve: <i>Ci git</i> <span class="smallcaps">F. J. de Pierre de Bernis</span> <i>Cardinal-Ev&ecirc;que de la</i> S. E. R. &amp; <i>mort &agrave; Rome le 1 Novembre 1794, depos&eacute; dans cet eglise par les soins de ses neveux l&#8217;an IX.</i> R. J. P. (<i>Requiescat in pace</i>)&#8212;en ik herhaal dezen wensch, dat hij in vrede ruste!&#8212;want hij was een menschenvriend, een beminnaar en beoefenaar der schoone
+wetenschappen, door zijne vrienden geacht, en vooral in zijn Aartsbisdom als een redelijk en weldadig man algemeen geliefd
+en als een vader ge&euml;erd. De rivier <i>le Tarn</i>, die door die landstreek loopt, had door eene overstrooming vreesselijke verwoestingen, in een gedeelte van hetzelve aangerigt;
+de ellende der landlieden was groot&#8212;en wie troostte hen, wie kwam hun in deze akelige toestand zoo krachtdadig te hulp?&#8212;wie
+anders dan de goede <span class="smallcaps">de Bernis</span><a id="d0e8103src" href="#d0e8103" class="noteref">6</a>. Dit geval was mij <a id="d0e8120"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8120">263</a>]</span>bekend<a id="d0e8122src" href="#d0e8122" class="noteref">7</a>, en ik zag dan ook met veel genoegen deze <i>tombe</i>. Zij bestaat in een verheven graf (<i>sarcophage</i>) <a id="d0e8210"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8210">264</a>]</span>waarop een kussen fraai van marmer gewerkt, en daarom een vergulde rand en kwasten; boven hetzelve aan het gewelf van de Kapel
+hangt de roode Kardinaalshoed, met de daar aan behoorende strikken en kwasten. Voor de Kapel is een eenvoudig ijzeren hek,
+anders zag ik in deze Kerk niets bijzonders; doch ik ontmoette &#8217;er denzelfden Monnik, dien ik tusschen <i>Marseille</i> en <i>Toulon</i> gezien had; ik sprak hem aan, en vragende, waar hij van daan was, vernam ik, dat hij in een Klooster in deze landstreek had
+gewoond, en behoorde tot de order <i>de la Merci</i>, dat is, om de Christen-slaven vrij te koopen, doch dit ging zoo ver, als het voeten had. De man was oud en arm, ik was hem
+dus een aalmoes schuldig, die ik hem dan ook in de hand stopte.&#8212;Waarom laat men, dacht ik, in plaats van zoo een mensch hier
+te laten rondzwerven, hem niet liever zijn Monnikspak, dat &#8217;er zeer smerig en versleten uitzag, uittrekken, bezorgende hem
+vervolgens in een oude Mannen- of Gasthuis, on daar zijne dagen te eindigen.
+
+</p>
+<p>De gewoonte is, zoo wel hier als elders in <i>Frankrijk</i>, <a id="d0e8226"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8226">265</a>]</span>om vooral met de warmte bier in de Koffijhuizen te drinken; doch ik vond, dat het hier en hier omstreeks eenen onaangenamen
+bitteren smaak had, en vernam dat men &#8217;er palm in plaats van hop bij deed, omdat de brouwers het eerste genoegzaam om niet
+hebben, en het laatstgenoemde moeten betalen. &#8217;t Is wel mogelijk, dat het niet ongezond is, maar het smaakt niet lekker.
+
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds op de gemeene wandeling bij de bron, zag ik een&#8217; man met een mantel en bef, en vernam, dat het een Protestantsch
+Predikant was. Dat geloofsgenootschap heeft hier twee publieke Kerken, voor de omwenteling aan Kloosters of diergelijke behoord
+hebbende; doch in een van dezelve word de dienst nog maar verricht, omdat de andere nog niet in gereedheid gebragt is.
+
+</p>
+<p>Voor 18 livres huurde ik een koets met twee paarden, (dat men te voren wel moet bedingen, anders krijgt men muilezels, die
+schier altijd stapvoets gaan) om den volgenden morgen naar de vermaarde <i>Pont du Gard</i> te rijden, welke brug drie <i>lieues du pays</i>, dat is, wel drie uren gaans van <i>Nismes</i> is afgelegen.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vii004.jpg" alt="Pont du Gard."><p class="figureHead">Pont du Gard.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Den 22 dezer, &#8217;s morgens om 7 uren reden wij naar de <i>Pont du Gard</i>, langs een&#8217; goeden en vrij aangenamen weg, waarvan ik u echter niets bijzonders heb te vertellen. Aan de <i>Barri&egrave;re</i>, ruim een kwartier, voor dat men aan de brug komt, is een herberg, waar wij afstapten, om den voerman het barri&egrave;re-geld te
+doen uitwinnen; en na wat ontbeten te hebben, wandelden wij op een hoogte langs <a id="d0e8253"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8253">266</a>]</span>de rivier de <i>Gardon</i>, voorheen <i>Gard</i> genoemd, naar de brug; men heeft hier een allerliefst gezigt op en over de rivier, alwaar een dorpje schilderachtig gelegen
+is. Weldra ontdekte ik het overgebleven gedeelte van die stoute waterleiding, dat men slechts <i>Pont du Gard</i> noemt. Wij stonden versteld over dit ontzaggelijk stuk werks, een der schoonste gedenkteekenen, dat ons van de <i>Romeinsche</i> grootheid is overgebleven. De afbeelding, die gij in een der platen, welke ik u beloofd heb, zien zult, is zeer naauwkeurig;
+ik behoef &#8217;er u dus geene omstandige beschrijving van te geven, en het zal voldoende zijn, wanneer ik u zeg, dat de waterleiding,
+waar van de zoogenaamde <i>Pont du Gard</i> een deel uitmaakte, diende, om het water uit de twee bronnen, genaamd <i>Airan</i> en <i>Eure</i>, tot in de stad <i>Nismes</i> te geleiden; misschien was toen de bron in de stad nog niet ontdekt; de verste van deze twee bronnen ligt omtrent maar 3&frac12;,
+en de andere maar 3 uren van <i>Nismes</i>, en echter was de waterleiding, voor zoo veel men kan nagaan, omtrent 7 uren lang van het eene eind tot het andere, door
+de omwegen, die men verpligt was te maken, om de noodige helling te behouden. Men veronderstelt, want duidelijke opschriften
+worden hier niet gevonden, dat M. <span class="smallcaps">Agrippa</span>, schoonzoon van <span class="smallcaps">Augustus</span>, gedurende zijn verblijf onder de <i>Gaulen</i>, omtrent het jaar 735 van <i>Rome</i>, 19 jaren voor <span class="smallcaps">Christus</span> geboorte, dit trotsche en kostbare gewrocht heeft doen bouwen; doch het zou eerst vijftien jaren daarna voltooid <a id="d0e8297"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8297">267</a>]</span>zijn geworden. Gij zult in de afbeelding zien, dat het, om zoo te spreken, een brug met drie verdiepingen is, de geheele hoogte
+van het water af, is 24 <i>toises</i> 3 voeten<a id="d0e8302src" href="#d0e8302" class="noteref">8</a>; en dit geheele werk werd alleen gemaakt, om de waterleiding, die &#8217;er boven op ligt, te onderschragen, zij is geheel van
+gehouwen steen zonder kalk of &ccedil;ement gebouwd, behalve de waterleiding, waar aan men die natuurlijk heeft moeten gebruiken,
+on het doordringen van het water te beletten. Wij klauterden &#8217;er tegen de rots boven op; de waterleiding vier voeten breed,
+en met platte steenen uit &eacute;&eacute;n stuk gedekt zijnde, kan men &#8217;er opgaan; en niet alleen het werk, maar bijzonder ook het schoone
+gezigt, dat men daar heeft, verdient zulks. Inwendig is die gang, waar het water doorliep, vijf voeten hoog, zoodat men &#8217;er
+een weinig bukkende in kan gaan; zij is 136 <i>toises</i>, drie voeten lang. Dit gedeelte van die ontzaggelijke waterleiding is nog genoegzaam in zijn geheel gebleven, zoo als gij
+in de plaat zien zult. De onderste brug dienende tot een&#8217; overgang over de rivier <i>de Gardon</i>, werd eerst in het begin van de 17de eeuw daartoe bruikbaar gemaakt; maar ziende, dat het gebouw, oorspronkelijk voor geen
+brug gemaakt zijnde, daar door leed, liet men het weder herstellen. In 1743 werd de eerste steen aan eene nieuwe brug gelegd,
+en deze tegen de oostelijke zijde van <a id="d0e8317"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8317">268</a>]</span>de oude aangemetseld, zoodat dezelve in 1747 voltooid werd; dit was des te noodzakelijker omdat <i>de Gardon</i> vooral in den winter zeer hoog kan zijn, en dan om den snellen stroom ongemakkelijk is om over te varen. Deze rivier neemt
+zijn&#8217; oorsprong in de <i>Cevennes</i>, digt bij den berg <i>Mont de l&#8217;Oz&egrave;re</i> genaamd, en werpt zich omtrent een uurtje boven <i>Beaucaire</i> in de <i>Rhone</i>. Men vindt in het zand langs den oever, kleine schilfertjes goud, die door het water aangevoerd schijnen te worden; onder
+aan de brug, een hand vol zand oprapende, zag ik daarin terstond een menigte van die kleine schilfertjes, doch ik zou ze eerder
+voor zilver dan voor goud aanzien; men zegt, dat menschen die dit zand verzamelen, en het weten te zuiveren, &#8217;er wel acht
+&agrave; negen livres daags mede kunnen verdienen. Van verre, aan den overkant van de rivier, ziet men nog eenige overblijfsels van
+de waterleiding. Op de brug was eenig werkvolk bezig om dezelve op nieuw te bestraten; zij verhaalden mij, dat de muur, die
+langs den weg bij de brug aan de linkerhand, als men van <i>Nismes</i> komt, onder tegen de rots gemaakt was, diende om daar door het afrollen van steenen te beletten; zijnde &#8217;er nog maar weinig
+tijds geleden, een man, daar langs komende, onder een zwaren brok steen, dat van boven nederkwam, geraakt. Deze ongelukkige
+was daar door me&ecirc;r dan half verpletterd, terwijl het bovenste gedeelte onverzeerd was gebleven, en van onder den steen uitkwam;
+hij leefde dan nog volkomen, <a id="d0e8337"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8337">269</a>]</span>en men kon den ongelukkigen niet helpen; want de steen was zoo groot, dat hij niet anders dan door werktuigen kon bewogen
+worden, en die had men niet bij de hand; ook was &#8217;er hoegenaamd geen hoop, om den lijder te herstellen, waarom men zijne ellende
+door een snaphaanschoot verkortte. Ik vernam wijders van die werklieden, dat een bekwaam bouwmeester onlangs had opgenomen,
+wat &#8217;er aan de geheele <i>Pont du Gard</i> behoorde hersteld te worden, om dit majestueuse gedenkstuk voor verval te bewaren, en dat zijlieden gelast waren met dat
+werk; het blijkt dus, dat men &#8217;er wel zorg voor draagt. Ik heb u nog vergeten te zeggen, dat men, op de onderste brug staande,
+op een van de eerste bogen van de tweede aan de linkerhand, van <i>Nismes</i> komende, eene kleine afbeelding gebeeldhouwd ziet, die men den haas (<i>le lievre</i>) noemt, en mij dunkt, dat het ook wel eenigzins naar een haas gelijkt, die door een hond vervolgd wordt; maar volgens oudheidkundigen
+moet het een <i>Priapus</i> of <i>Phallus</i> verbeelden, in denzelfden smaak, als die, welke men hier en daar tegen de muren van het <i>Amphith&eacute;ater</i> te <i>Nismes</i> ziet.
+
+</p>
+<p>Terug keerende, maakte ik een praatje met twee boerinnen, die denzelfden Weg gingen; zij waren zeer spraakzaam, en bijzonder
+de oudste, die wat meer <i>Fransch</i> sprak. <i>Patois</i>, eenigzins verschillende van dat van <i>Provence</i>, is anders de landtaal; ik heb opgemerkt, dat lieden in deze streken, die wat <i>Fransch</i> kennen, &#8217;er grootsch op schijnen te <a id="d0e8374"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8374">270</a>]</span>zijn, en het daarom gaarne met vreemdelingen spreken<a id="d0e8376src" href="#d0e8376" class="noteref">9</a>. Die vrouwen verhaalden mij, dat &#8217;er niet ver van dezen weg aan de regterhand, naar <i>Nismes</i> gaande, onderaardsche gangen waren, welke digt bij die stad uitkwamen, en dat sommige vreemdelingen de nieuwsgierigheid gehad
+hadden, om daar met fakkels in te gaan; &#8217;t kan zijn, doch ik vind &#8217;er bij de schrijvers, die ik nagezien heb, geene melding
+van gemaakt.
+
+</p>
+<p>Wij namen in de herberg, waar het rijtuig stond, het middagmaal, dat maar redelijk was. De <i>Franschen</i> hebben doorgaans de gewoonte, om een menigte schoteltjes te geven, in plaats van een paar goede eenvoudige geregten; dit
+maakt den maaltijd kostbaar, zonder dat die naar evenredigheid voedzamer of smakelijker is; want vooral in die herbergjes,
+die men op het land aantreft, weet men vele van de spijzen, die in navolging der groote steden al voorgezet worden, niet goed
+gereed te maken, en ofschoon &#8217;er de hoeveelheid wel is, de hoedanigheid ontbreekt &#8217;er aan.
+
+</p>
+<p>Te <i>Nismes</i> terug gekeerd, ging ik &#8217;s avonds op de <i>Esplanade</i> in den maneschijn wat op en neder wandelen, en vond daar veel menschen; &#8217;er staan <a id="d0e8398"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8398">271</a>]</span>slechts eenige jonge boompjes, waar men de blaadjes wel aan tellen kan, zij zien nog niet eens groen door de stof, die &#8217;er
+op zit, en dit en de tuin van de bron zijn genoegzaam de eenigste wandelingen.
+
+</p>
+<p>Heden den 23 bezigtigde ik de Bibliotheek, zoo als men dat ter loops doet; vervolgens zag ik het kabinet van Natuurlijke Historie
+en Oudheden, bevattende onder anderen eene menigte versteeningen van visschen, of gedaanten van dezelven in steen, alsmede
+verscheidene planten, vooral varen in leijen versteend en in de koolmijnen ontdekt. Ook zag ik &#8217;er een fraai stuk <i>lava</i>, uit de voorheen vuurspuwende bergen van de <i>Vivarais</i>; een brok versteend hout, dat mooi gevlamd was, en dat men ook hier omstreeks had gevonden, benevens een menigte andere mineralen
+en gesteenten. Onder de oudheden is merkwaardig een schoon metalen hoofd zijnde van een reusachtige gedaante, en onder de
+puinhoopen der baden gevonden, benevens eenige kleine huisgoden (<i>penates</i>) kleine altaartjes, gereedschappen der ouden enz. Men heeft hier ook eene fraaije verzameling van oude munten en medailles,
+waar onder ik &#8217;er verscheiden vond, die om de teekening en afbeeldingen van kleedingen enz. van belang zijn, zoo wel voor
+kunstenaars en geschiedkundigen, als voor liefhebbers van oudheden: onder anderen zag ik &#8217;er een, waarop een paard met een
+opgezetten (<i>geanglizeerden</i>) staart, waar uit dus blijkt, dat de ouden ook reeds de wreedaardige wijze, om die dieren den staart om hoog te doen dragen,
+<a id="d0e8414"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8414">272</a>]</span>gekend hebben. Een aantal van deze munten, waaronder vele zilveren, zijn in deze stad en daar omstreeks gevonden, en behooren
+dus tot de geschiedkunde van dezelve. De <i>Bibliothecaris</i> en bewaarder (<i>conservateur</i>) van dit kabinet, is een zeer vriendelijk man. Het gebouw, waarin dit alles bewaard wordt, is zeer fraai, en werd voor de
+omwenteling <i>le Collegue</i> genaamd. Voorheen was hier ook eene <i>Academie Royale des Sciences et belles Lettres</i>; en de smaak der ouden voor de fraaije kunsten en wetenschappen schijnt in latere eeuwen die van <i>Nismes</i> nog bij gebleven te zijn. Thans dient het voormalige <i>Collegue</i> voor een <i>Ecole Centrale</i>. Ik vergat u nog te zeggen, dat ik, in een beneden zaal van dat gebouw, twee gnappe schilderijen zag, door eenen <span class="smallcaps">Renaud</span> van hier geboortig, beiden verbeelden een deel van de geschiedenis van <span class="smallcaps">Joannes</span> <i>de Dooper</i>, het eene is te <i>Avignon</i> in 1656, en het andere te <i>Rome</i> in 1685, geschilderd.
+
+</p>
+<p>Na den middag ging ik naar de Protestantsche Kerk, waar heden (Donderdag) een korte leerreden en onderwijs voor de jeugd werd
+gehouden; onder weg vroeg ik aan eene deftige bejaarde vrouw, waar de Kerk was, en deze &#8217;er zelve heen gaande, bood zich aan
+om &#8217;er mij naar toe te geleiden, en was zeer vriendelijk, vooral toen zij verstond, dat ik een <i>Hollander</i> was; want hare voorouders en geloofsgenooten, zeide zij, hadden in dat land hulp en bescherming gevonden. In de Kerk komende,
+moest ik dan ook voor aan bij de Ouderlingen en Diakonen <a id="d0e8457"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8457">273</a>]</span>zitten, en de Godsdienst ge&euml;indigd zijnde, werd ik verzocht om in het Consistorie te komen, waar de twee Predikanten mij vriendelijk
+ontvingen, en hunnen dienst aanboden, waarvoor ik die goede lieden bedankte, terwijl ik &#8217;er geen gebruik van kon maken, omdat
+mijne afreis den volgenden dag bepaald was. De Protestanten luiden hier ook bij het aangaan van de Kerk de klok, en de Predikanten
+gaan met mantel en bef over de straat. Het is een gnappe Kerk met een orgel &#8217;er in en een torentje &#8217;er op. Ik zag veel vrouwen
+in dezelve met een kruisje aan haar halssieraad. Eene vrouw, die digt bij den voorzanger zat, vroeg hem overluid in het <i>Patois</i> den hoeveelsten Psalm men zong, en deze antwoordde haar weder in het <i>Patois</i>.
+
+</p>
+<p>&#8217;Er bleven mij nog twee oudheden ter bezigtiging over, namelijk de zoogenaamde <i>Porte de France</i>, en de <i>Porte de Rome</i>; deze zijn alleen van de tien poorten, door de <i>Romeinen</i> gebouwd, overgebleven. De eerstgenoemde vindt men in oude bescheiden, onder den naam van <i>Porta Co&ouml;perta</i> (overdekte poort). Aan het geen &#8217;er van is overgebleven, is niet veel bijzonders te zien, dunkt mij.
+
+</p>
+<p>De poort van Rome (<i>la porte de Rome</i>) is eerst in 1793, bij het slechten van de wallen, aan de oostzijde van de stad, gevonden; en de stukken en brokken weder
+op een gezet, maken een langwerpig vierkant uit, doch dit gebouw schijnt zeer laag, omdat het voor een gedeelte nog in den
+grond staat, en het bovenste werk &#8217;er waarschijnlijk van verwoest <a id="d0e8484"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8484">274</a>]</span>is. Het is 10 <i>toises</i>, 3 voet lang, en 4 <i>toises</i>, 3 voet hoog; &#8217;er waren twee ingangen naast elkanderen, doch de eene is toegemetseld. Aan beide zijde van de ingangen zijn
+twee Corinthische pilasters; boven dezelve ziet men nog de overblijfsels van een Latijnsch opschrift, waar uit schijnt te
+blijken, dat Keizer <span class="smallcaps">Augustus</span> deze poort deed bouwen, op het einde van het 738ste, of in de zes eerste maanden van het 739ste jaar van <i>Rome</i>, dat is omtrent 15 of 16 jaren voor de Christelijke jaartelling.
+
+</p>
+<p>Om deze stad en in de voorsteden zijn verscheidene tuinen; in een derzelven, digt bij den tuin van de bron gelokt, door den
+aangenamen reuk, dien ik in het voorbijgaan gewaar werd, vond ik daar onder vele andere bloemen en planten, eene menigte zoo
+dubbelde als enkelde tuberozen; het ging tegen den avond, en dan rieken die bloemen zeer sterk. Ook zag ik &#8217;er gansche hagen
+van jasmijn, die insgelijks een alleraangenaamsten reuk verspreiden; deze tuin behoorde aan een hovenier en bloemist, die
+mij verlof gaf, om &#8217;er in te wandelen. Ik had hier ook in eenige tuinen gezien, dat men de leiboomen tegen de muren vastmaakte,
+aan een draadwerk van koperdraad, met groote ruiten gevlochten, en ik geloof, dat dit beter is dan het latwerk, dat men bij
+ons en elders gebruikt, omdat het langer duurt, doch misschien kost het ook me&ecirc;r.&#8212;Dezen nog van hier willende afzenden, breek
+ik af; verwacht nader schrijven van <i>Montpellier</i>.
+
+
+
+<a id="d0e8503"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8503">275</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7814" href="#d0e7814src" class="noteref">1</a></span> Ten tijde van de <i>Romeinen</i> telde men in de stad <i>Nismes</i> omtrent 70,000 inwoners.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7892" href="#d0e7892src" class="noteref">2</a></span> Tempel van <span class="smallcaps">Diana</span>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e7986" href="#d0e7986src" class="noteref">3</a></span> Bijna in alle oude steden in het zuiden van <i>Frankrijk</i>: vindt men naauwe en kromme straten; het komt mij voor, dat die met oogmerk zoo gebouwd zijn, om daar door den sterken zonneschijn
+te beletten, en veel schaduw te hebben. Hier zoo wel als te <i>Marseille</i>, en andere plaatsen aan dezen kant, vindt men ook veel zeilen tusschen de huizen gespannen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8025" href="#d0e8025src" class="noteref">4</a></span> Dit wapen is getrokken uit een oude medaille, waarop een krokodil aan een&#8217; palmboom geketend, met deze verkorte woorden: <i>col</i>, dat is <i>colonia</i>, en <i>Nem</i>, dat is <i>Nemausensis</i>. Aan den anderen kant ziet men twee hoofden, verbeeldende die van <span class="smallcaps">Augustus</span> en <span class="smallcaps">Agrippa</span> zijn schoonzoon. Ik heb hier twee zulke medailles gekocht.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8049" href="#d0e8049src" class="noteref">5</a></span> Velen laken dit misschien in de Heidenen, maar maken het sommige Christenen wel veel beter, in onze dagen?&#8212;Het volgende hoorde
+ik in de Gereformeerde Kerk te <i>Parijs</i>, vierende het kroningsfeest van Keizer <span class="smallcaps">Napol&eacute;on</span>, zingen: &#8220;<i>Il franchit et les monts et les mers en courroux, il arrive</i>: (te weten <span class="smallcaps">Bonaparte</span>) <span class="smallcaps">et semblable a la Toute-puissance, Faisant saillir le jour du milieu <a id="d0e8065"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8065">94n</a>]</span>du cahos</span>, <i>Il rend le bonheur &agrave; la France, etc.</i>&#8221; Deze buitengewone eeredienst had plaats den 29 December <i>des</i> voorleden jaars 1804, en ik heb <i>die</i> Gezangen nog gedrukt onder mij berustende, zij zijn van eenen <span class="smallcaps">Fabre d&#8217;Olivet</span>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8103" href="#d0e8103src" class="noteref">6</a></span> Hij was Aartsbisschop te <i>Alby</i>, Hoofdstad van het: landschap <i>Albigeois</i>, <i>dans le haut Languedoc</i>. Helaas! maar <a id="d0e8114"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8114">95n</a>]</span>al te veel bekend door de wreede vervolgingen, den ongelukkigen <i>Albigensen</i> aangedaan, in de 12de en 13de eeuw.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8122" href="#d0e8122src" class="noteref">7</a></span> Te <i>Parijs</i> vond ik in een der beste letterkundige tijdschriften een vers, dat ik gedeeltelijk hier afschrijve.
+
+
+</p>
+<div class="body">
+<div class="div1">
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Mais que j&#8217;aime la bienfaisance,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>De ce Cardinal ador&eacute;,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Qui par son ame et sa naissance,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>A double titre est illustr&eacute;.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Grossi par les eaux des montagnes,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Se debordant avec fureur,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Le Tarn avoit dans ses campagnes,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Detruit l&#8217;espoir du Laboureur,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Tout perissait dans la mis&egrave;re,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>l&#8217;Air retintit de cris affreux.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>&#8220;Ah! dit le prelat g&eacute;n&eacute;reux,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Cest donc &agrave; moi qui suis leur p&egrave;re,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>A secourir ces malheureux.&#8221;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Aussit&ocirc;t sa main secourable,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Verse &agrave; grand flots l&#8217;or sous ses pas,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et l&#8217;abondance favorable,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ranime tout en ces climats.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Des qu&#8217;il parais sur ce rivage,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Le peuple enivr&eacute; de transports,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Se jette en foule a son passage,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et fait r&eacute;p&egrave;ter &agrave; ces bords:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>&#8220;Grand Dieu! dont son coeur est l&#8217;image.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Repand sur lui tous tes tr&ecirc;sors
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Il sait tropbien en faire usage.&#8221;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Chacun pour lui forme ces voeux,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Il partage cette all&eacute;gresse,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et dans ces doux momens d&#8217;ivresse,
+<a id="d0e8187"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8187">96n</a>]</span></span></p>
+<p class="line" style=""><span>Il est encore le plus heureux.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ah! sans doute la bienfaisance,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Fut le premier Dieu des Mortels,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et ce fut la reconnaissance,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Qui dressa les premiers autels.</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p class="footnote"><span class="smallcaps">Blin Desainmore</span>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8302" href="#d0e8302src" class="noteref">8</a></span> &#8217;t Zal onnoodig zijn, om gedurig te herhalen dat de <i>toise</i> 6 <i>geom&eacute;trische</i> voeten is.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8376" href="#d0e8376src" class="noteref">9</a></span> De boerinnen dragen hier kleiner hoeden, doch van dezelfde stof en kleur als in <i>Provence</i>; hare kleeding is ook in &#8217;t geheel niet bevallig, en ik zag hier ook op het land weinig gnappe vrouwen; doch de menschen
+schijnen nog al gezond en sterk.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Mais que j&#8217;aime la bienfaisance,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>De ce Cardinal ador&eacute;,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Qui par son ame et sa naissance,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>A double titre est illustr&eacute;.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Grossi par les eaux des montagnes,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Se debordant avec fureur,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Le Tarn avoit dans ses campagnes,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Detruit l&#8217;espoir du Laboureur,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Tout perissait dans la mis&egrave;re,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>l&#8217;Air retintit de cris affreux.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>&#8220;Ah! dit le prelat g&eacute;n&eacute;reux,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Cest donc &agrave; moi qui suis leur p&egrave;re,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>A secourir ces malheureux.&#8221;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Aussit&ocirc;t sa main secourable,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Verse &agrave; grand flots l&#8217;or sous ses pas,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et l&#8217;abondance favorable,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ranime tout en ces climats.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Des qu&#8217;il parais sur ce rivage,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Le peuple enivr&eacute; de transports,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Se jette en foule a son passage,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et fait r&eacute;p&egrave;ter &agrave; ces bords:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>&#8220;Grand Dieu! dont son coeur est l&#8217;image.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Repand sur lui tous tes tr&ecirc;sors
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Il sait tropbien en faire usage.&#8221;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Chacun pour lui forme ces voeux,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Il partage cette all&eacute;gresse,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et dans ces doux momens d&#8217;ivresse,
+<a id="d0e8560"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8560">96n</a>]</span></span></p>
+<p class="line" style=""><span>Il est encore le plus heureux.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ah! sans doute la bienfaisance,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Fut le premier Dieu des Mortels,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et ce fut la reconnaissance,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Qui dressa les premiers autels.</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e8571" class="div1">
+<h2>Veertiende Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Montpellier, 27 Augustus.</i>
+
+</p>
+<p>Voor dat ik van mijne afreis van <i>Nismes</i> spreek, moet ik u nog iets van de oudheid en geschiedenis dier stad zeggen. Vermaarde schrijvers het denkbeeld, dat zij door
+de kinderen van <span class="smallcaps">Hercules</span> zou gebouwd, en wel 3400 jaren oud zijn, als een sprookje verwerpende, stellen, dat die stad haar&#8217; oorsprong verschuldigd
+is aan de <i>Phoce&euml;nsers</i>, die <i>Marseille</i> te klein vindende, zich hier, zoo wel als te <i>Orange</i>, te <i>Nissa</i>, te <i>Antibes</i>, te <i>Turin</i>, en te <i>Tarragone</i>, kwamen vestigen. De onderscheidene <i>Grieksche</i> opschriften, te <i>Nismes</i> gevonden, schijnen dit te bevestigen; in de landtaal (<i>Patois</i>) heeft men ook verscheidene woorden, die van het <i>Grieksch</i> herkomstig schijnen, als mede de <i>Grieksche</i> benamingen van sommige plaatsen hier omstreeks. Zij bestond dan reeds 400 jaren voor de overwinningen van <span class="smallcaps">Fabius Maximus</span> onder de <i>Gaulen</i>, en werd toen aan het juk der <i>Romeinen</i> onderworpen. In de 5de eeuw, was zij gedurende zestig jaren, beurt om beurt de prooi der <i>Wandalen</i> en <i>Gothen</i>; in de 6de maakten de <i>Visi-Gothen</i> &#8217;er zich meester van, in de 8ste werd zij door de <i>Saracenen</i> verwoest, <a id="d0e8643"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8643">276</a>]</span>aan welke <span class="smallcaps">Pepin le Bres</span><a id="d0e8647src" href="#d0e8647" class="noteref">1</a> haar weder ontrukte, en &#8217;er Ondergraven (<i>Vicomtes</i>) aanstelde, onder de Hertogen van <i>Septimanie</i>. Vervolgens namen de Ondergraven van <i>Nismes</i>, en de Graven van <i>Toulouse</i> &#8217;er bezit van, en na hun de Koningen van <i>Arragon</i>, die ze in 1258 aan <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den IX. bijgenaamd <i>den Heiligen</i> (<i>St. Lou&iuml;s</i>) afstonden. Na dien tijd heeft zij door Staats- en geloofsonlusten nog zeer veel geleden, en welke aanmerkelijke veranderingen
+heeft zij in onze dagen niet ondergaan! Van eene Koninklijke regering onder een Republikeinsch bestuur, en eindelijk onder
+eene Keizerlijke regering! Thans is <i>Nismes</i> de hoofdplaats van het Departement <i>du Gard</i>, het verblijf van de Prefect, en een Regtbank ter eerster <i>instantie</i>.
+
+</p>
+<p>De menschen schijnen hier vlijtig, en in hunne levenswijze vrij eenvoudig te zijn, en men vindt <a id="d0e8702"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8702">277</a>]</span>&#8217;er verscheidene gegoede burgers. Behalve de fabrieken, waarvan ik reeds gesproken heb, heeft men &#8217;er hier ook nog van wollen
+en andere stoffen, doch de tijdsomstandigheden zijn daar voor ook al niet gunstig.
+
+</p>
+<p>Den 24 dezer, &#8217;s morgens vroeg opstaande, ging ik voor het laatst het Amphith&eacute;ater en andere oudheden nog eens bekijken; op
+de <i>Esplanade</i> raakte ik in gesprek met een&#8217; burgerman, die liefhebberij voor kunsten en wetenschappen scheen te hebben, en mij van dit
+een en ander nog al wat wist te vertellen. Over het algemeen hebben de burgers hier nog al veel op met de oudheden van hunne
+stad, het geen ik met genoegen bespeurde. De twee torens die de <i>Gothen</i> of <i>Visi-Gothen</i>, zich binnen de muren van het Amphith&eacute;ater versterkende, daarin hadden, gebouwd, zijn ook in het begin van de omwenteling,
+op last van de Municipaliteit, afgebroken, en de steenen daarvan hebben gediend, om den tuin van het voormalige Kapucijner-Klooster,
+op de <i>Esplanade</i>, met een muur te omringen. De Kloosters afgeschaft zijnde, dient dit gebouw voor een bijzonder gebruik, ik meen voor een
+fabriek.
+
+</p>
+<p>Toen ik voor de Hoofdkerk stond, en die nog eens met aandacht bekeek, bood een boer, die waarschijnlijk bespeurde, dat ik
+een nieuwsgierige vreemdeling was, mij drie oude koperen munten aan, om te koopen; hij ze&icirc;, die niet lang geleden, omstreeks
+deze stad, naar den kant van <i>Arles</i>, in een boschje gravende, gevonden te hebben. Zij schenen van de eerste Christen tijden te zijn; ik <a id="d0e8723"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8723">278</a>]</span>kocht ze voor slechts 24 Fransche stuivers; want me&ecirc;r vroeg de man niet, en ik raadde hem, om daar omstreeks verder te zoeken,
+alzoo &#8217;er misschien nog oudheden van me&ecirc;r belang verborgen waren.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Jean Nicot</span>, die, in 1559 Ambassadeur in <i>Portugal</i> zijnde, vervolgens de Tabaksplant van daar aan aanbragt, welke dan ook na hem <i>Nicotiana</i> genaamt werd, is te <i>Nismes</i> geboren.&#8212;en dit vergat een <i>Hollander</i> bijna aan een <i>Hollander</i> te schrijven. Hij was Doktor in de Medicijnen, en heeft ook eene Fransche en Latijnsche <i>Dictionaire</i> geschreven.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Morgens om elf uren vertrokken wij met den postwagen, die van <i>Avignon</i> naar <i>Toulouse</i> rijdende hier door komt, tot <i>Montpellier</i>, van waar ik u thans schrijve.
+
+</p>
+<p>De weg was goed, doch de stof verschrikkelijk, want de wegen zijn hier niet gestraat, maar met steengruis opgeworpen, en deze
+steen, die niet zeer hard is, door de raderen gemalen zijnde, veroorzaakt eene fijne en ligte stof. Reizigers, van <i>Marseille</i> komende, verhaalden ons, dat de Admiraal <span class="smallcaps">Freville Latouche</span> te <i>Toulon</i>, waar hij kommandeerde, overleden was; hij bevond zich reeds gevaarlijk ziek, toen wij &#8217;er waren.&#8212;Dit is een groot verlies
+voor de <i>Fransche</i> zeemagt.
+
+</p>
+<p>Het land schijnt hier omstreeks zeer bewoond; wij zagen verscheidene steedjes en dorpjes aan den weg, en van verre liggen.
+Te <i>Lunel</i>, een steedje beroemd bij alle lekkerbekken om den keurigen muscaatwijn, die daar omstreeks groeit, en de muscadelle druiven,
+die men ook gedroogd in kistjes naar <a id="d0e8777"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8777">279</a>]</span>alle oorden verzendt, en die voor eene ongemeene lekkernij gehouden worden, was het juist jaarmarkt en daar door vrij druk;
+wij hielden &#8217;er een kwartier stil, en hadden dus den tijd om eens rond te zien, en van den lekkeren wijn te proeven. Zij wordt
+in kleine flessen van licht groen glas, die verzegeld zijn, en waarop een briefje geplakt is, verkocht; wij betaalden voor
+zulk een fles 50 <i>sous</i>. Met genoegen zag ik de boeren op de markt met elkanderen, bezig met het koopen en verkoopen van vee, bijzonder schapen,
+ezels en muilezels; het gaat daar bijna zoo al op dezelfde wijze toe, als op onze markten.
+
+</p>
+<p>Hier zijn ook vele Protestanten. In vroegere tijden was deze plaats meest door Joden bewoond, en de vermaarde Rabbi <span class="smallcaps">Salomon Jarchi</span> had hier zijn school. Behalve de stof is de weg niet onaangenaam, en tamelijk vlak; de voorname vruchten, die deze landstreek
+oplevert, schijnen olij en wijn te zijn. Ten 6&frac12; uur kwamen wij te <i>Montpellier</i> aan; die stad op een hoogte gelegen, doet zich aangenaam op. Wij stapten af aan het Hot&egrave;l <i>du Midi</i>, digt bij den Schouwburg, en de voornaamste gemeene wandeling. <i>Nismes</i> en <i>Montpellier</i> is 6&frac12; post van elkanderen gelegen.
+
+</p>
+<p>Den 25 dezer, na de stad eens doorgeloopen te hebben, ging ik de gemeene wandeling, de <i>Esplanade</i> genaamd, bezigtigen; zij is vrij groot; en met regte rijen boomen beplant, doch welke &#8217;er niet wel schijnen te kunnen groeijen,
+want zij zien &#8217;er dor en kwijnende uit; hoewel zij reeds 80 jaren <a id="d0e8804"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8804">280</a>]</span>oud zijn; want deze wandeling werd door den Hertog <span class="smallcaps">de Roquelaure</span>, Kommandant van de Provincie, in 1724 aangelegd, geven zij nog maar weinig lommer, en men zou denken, dat zij &#8217;er naauwelijks
+de helft van dien tijd gestaan hadden. Aan ieder eind van deze wandeling is een ronde vijver of kom met water, en in het midden
+staat een vrij hooge kolom, waarop een Vrijheidsbeeld van geelachtigen steen, dien men hier omstreeks vindt. De citadel, die
+aan den eenen kant van deze wandeling gelegen is, werd door <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIII. na de belegering van deze stad gebouwd, om de Protestanten in teugel te houden. Ik ging &#8217;er in, doch zag niets
+bijzonders. &#8217;Er staan uitgestrekte gebouwen, die voordezen voor <i>casernen</i> dienden. Op de wallen rondom, heeft men een schoon gezigt, tot in de <i>Middellandsche Zee</i>; naar ik vernam, moest deze vesting eerstdaags gesloopt worden, de grond en afbraak is aan de stad afgestaan. Men was werkelijk
+bezig met de grachten te dempen. Inwendig is <i>Montpellier</i> ook al niet fraai, de meeste straten zijn naauw, krom, en op en neder loopende. In de groote straat (<i>grande rue</i>), die nog al redelijk breed is, zijn de fraaiste winkels en Koffijhuizen: vooral in dat gedeelte van de stad, is het ook
+vrij levendig. <i>La place du Peyrou</i> is eene gemeene wandeling; aan de andere zijde van de stad (met betrekking tot de <i>Esplanade</i>) en op het hoogste gedeelte van den heuvel, waarop zij gebouwd is, gelegen; men komt &#8217;er op door een fraaije poort of zegeboog,
+die met afbeeldingen <i>en basrelief</i> pronkt, <a id="d0e8833"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8833">281</a>]</span>welke keurig gewerkt zijn; een van dezelve verbeeldt den Godsdienst, te weten den Roomschen; die de ketterij, dat is het Protestantsch
+geloof, vernietigt; het opschrift dat &#8217;er onderstond, heeft men &#8217;er in het begin van de omwenteling uitgehouwen. Door deze
+poort ziet men op een&#8217; zekeren afstand een sierlijk gebouw, het is een water-kasteel (<i>Chateau d&#8217;eau</i>) zeskant van gedaante; de buitenzijde pronkt met twaalf geribde pilaren van Corinthische orde, en van binnen staan &#8217;er zes
+diergelijken, en in &#8217;t midden van dezelve een fraaije ronde kom met water. Men klimt &#8217;er langs verscheidene trappen naar toe,
+en heeft daar op eene soort van galerij, met een fraai steenen hekwerk en zitbanken omgeven, een allerverrukkendst gezigt.
+In het zuid-westen ziet men de keten der <i>Pyrenesche</i> gebergtens, ten noorden over een vrolijk landschap de bergen en rotsen van de <i>Cevennes</i>, ten oosten ontdekt men de <i>Alpen</i> in een flaauw verschiet, en ten zuiden ziet men weder over een fraai en aangenaam geschakeerd landschap tot in de <i>Middellandsche Zee</i>. Het water-kasteel is met fraai en toepasselijk beeldhouwwerk versierd, zoo als <i>Guirlandes</i> van netten met allerlei visschen enz. onder hetzelve liet men ons de bakken zien, waarin het water, door de trotsche waterleiding,
+waarvan ik u hier na spreken zal, gebragt wordt; onder voor dit water-kasteel, is nog een groote vijver, waarin het water
+uit de binnenste kom, door kleine watervallen loopt. In dezen vijver, waarvan het water zeer helder is, ziet men <a id="d0e8853"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8853">282</a>]</span>karpers, bermen, en eenige goudvisschen. De plaats <i>du Peyrou</i><a id="d0e8857src" href="#d0e8857" class="noteref">2</a> zelve is rondom met een steenen leuning en zitbanken omringd, en in het midden stond voor de omwenteling een fraai metalen
+standbeeld, verbeeldende <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. te paard<a id="d0e8881src" href="#d0e8881" class="noteref">3</a>. Sedert eenigen tijd heeft men aan beide zijde ook een rij <i>Acacia</i>-boomen geplant, dat wel noodig is; want het is anders zoo vlak en aan de zon blootgesteld, dat men &#8217;er althans zomers niet
+anders dan &#8217;s avonds, of &#8217;s morgens zeer vroeg, wandelen kan; doch van deze plaats klimt men aan beide zijden af, en daar
+heeft men een aangename en lommerijke wandeling onder acacia, platanussen, en ijpeboomen, hoewel deze laatste hier ook niet
+wel aarden willen; doorgaans worden de bladeren al vroeg in den zomer rood, en van een soort van insecten doorknaagd; thans
+zagen zij &#8217;er door den buitengewoonen regen nog al vrij wel uit; in het achterste <a id="d0e8899"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8899">283</a>]</span>gedeelte van deze wandeling, zijn twee vijvers met springende fonteinen, en hier gaat men door ruime bogen onder de waterleiding
+(<i>aquaduc</i>) door. De ingangen van deze wandeling zijn met fraaije ijzeren hekken versierd, kortom het geheel is zoo grootsch en prachtig,
+en voegt zoo weinig bij een stad als <i>Montpellier</i>, waar men anders bijna niets van dien aard ziet, dat Keizer <span class="smallcaps">Josephus</span> de II. hier door reizende, en <i>la place du Peyrou</i> ziende, vroeg: &#8221;<i>Waar dat toch de stad was</i>.&#8221;
+
+</p>
+<p>Aan de linkerzijde, als men de stad zal ingaan, ziet men boven de muren van dezelve een vrij hoogen en van boven platten toren
+uitsteken. Op dezelve zag ik eenige tamelijke groote pijnboomen; dit maakte geene onaardige vertooning. Van hier verder de
+muren buiten omwandelende, komt men uit aan de <i>Esplanade</i>, en klimt daar langs verscheidene trappen ter dezer plaatse op.
+
+</p>
+<p>Den 26 dezer wandelde ik &#8217;s morgens om 5&frac12; uur reeds naar buiten, om de <i>Aquaduc</i>, waar ik u van gesproken heb, en die ik reeds van de <i>place du Peyrou</i> bewonderde, nader bij te beschouwen. Ik ging den grooten weg op, tot het begin van deze waterleiding, dat is een half uurtje
+van de stad; hier staat een steenen huisje, waarin de buizen, door welke het water van de bron <i>St. Clement</i>, omtrent een uur van daar geleid wordt, uitkomen; dit huisje is geplaatst op een&#8217; heuvel, de helling van denzelven volgende,
+heeft men eerst ter lengte van eenige passen een muurwerk zonder bogen; vervolgens lager afklimmende, <a id="d0e8932"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8932">284</a>]</span>komt men aan de kleine bogen, en daarna aan de groote; daar de kleinen boven opstaan; want deze <i>Aquaduc</i> bestaat uit twee verdiepingen, in denzelfden smaak als de twee bovenste van de <i>Pont du Gard</i>. Jammer is het, dat zij niet regt, maar met een elleboog gebouwd is<a id="d0e8940src" href="#d0e8940" class="noteref">4</a>; tot dezen hoek of elleboog, naar de stad gaande, telde ik 59 kleine en 10 groote bogen, en van daar 123 kleine en 40 groote,
+dus in &#8217;t geheel 182 kleine op 50 groote bogen of poorten, behalve de twee, die nog in de onderste wandeling van de <i>place du Peyrou</i> staan. Volgens mijne afmeting is zij 970 treden lang, tot aan den muur van de <i>place du Peyrou</i>. De bovenste of kleine bogen zijn ook aan de binnen zijde boogsgewijze gemaakt, zoodat men daar van de <i>place du Peyrou</i> langs een trap bijklimmende<a id="d0e8952src" href="#d0e8952" class="noteref">5</a>, &#8217;er in ziet, als in een lange galerij, nimmer heb ik fraaijer <i>perspectief</i> gezien, en nog ziet men maar tot den hoek of elleboog. Ik beschrijf dit wat omstandig, omdat vele schrijvers &#8217;er geen <a id="d0e8961"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8961">285</a>]</span>naauwkeurig verslag van doen, en mij dunkt, dat het der moeite wel waardig was. Omtrent het midden van de afgeloopen eeuw,
+werd dit groote werk ondernomen; en een <span class="smallcaps">Pitot</span>, in de water-werktuigkunde bekwaam, met de uitvoering daar van belast.
+
+</p>
+<p>De morgenstond schoon zijnde, wandelde ik weder naar de akkers terug; onder aan de bogen van de <i>Aquaduc</i> tegen den zonkant, zag ik verscheidene hagedissen, die overal in het zuiden van <i>Frankrijk</i> zeer algemeen zijn, doch nergens zag ik &#8217;er me&ecirc;r bij elkanderen dan hier; sommige zijn wel een span lang, doch zij doen hoegenaamd
+geen kwaad. De grond, hoewel van natuur schraal, levert, door de bewerking en bemesting, echter akkers, konstweiden, meestal
+van Lucerne-klaver, en moestuinen, op; deze laatsten moet men gedurig bevochtigen, en dat geschiedt op de volgende wijze:
+bij de meeste tuinen is een put gegraven, die eene vrij wijde opening op een heuveltje heeft; digt bij deze opening is een
+rosmolen, waarin een paard of muilezel loopt, en door de gewone werking van die molens, een redelijk breed rad in den mond
+van de put <i>verticaal</i> beweegt. Aan dit rad hangt een soort van touwladder, waaraan verscheidene aarden potten of kruiken onder elkanderen geplaatst
+zijn<a id="d0e8977src" href="#d0e8977" class="noteref">6</a>, deze <a id="d0e8980"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8980">286</a>]</span>ladder los om het rad hangende, gaat dezelve door de draaijing op en neder, zoo dat de onderste kruiken water scheppen, en
+de bovenste het uitstorten in een bak tegen de put geplaatst, uit welken bak het dan door een buis of buizen afloopt in den
+tuin, door groeven ten dien einde gemaakt, dezelve overal bevochtigende, en langs en op de bedden loopende. Deze wijze van
+begieten zou in de <i>Meijerij</i> van den <i>Bosch</i>, en andere hooge landen bij ons, ook zeer wel te pas komen, en scheen mij toe, de put gegraven zijnde, niet zeer kostbaar
+te zijn. De groentens in soorten stonden daar dan ook vrij frisch. Anders ziet men hier omstreeks weinig vrolijk groen; de
+vale olijfboom, de wijnstok en de moerbezi&euml;nboom, die in de lente, en het begin van den zomer schier bladerloos is, omdat
+het blad voor de zijwormen geplukt wordt, deze zijn het, die men in een groot deel van <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> het meeste aantreft, en men mag onze Vaderlandsche vlakke gronden eenzelvig noemen; zij hebben een veel weelderiger en aangenamer
+voorkomen, dan de landen, die men over het algemeen in het zuiden, en zelfs in het grootste deel van <i>Frankrijk</i>, dat ik gezien heb, vindt. Wat is het bovendien aangenaam, dat men zoo vele goede en nuttige dieren, zoo vrij en vrolijk
+in de weide ziet omspringen en huppelen; hier zijn zij bijna altijd onder het juk of op de stallen, als in eene gevangenis
+opgesloten. Bij ons geeft een koe hare melk, en leeft althans zomers genoegzaam <a id="d0e8997"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8997">287</a>]</span>volkomen in haren natuurstaat, zij ziet &#8217;er gezond en vrolijk uit, terwijl hier het magere kwijnende koeitje, dat &#8217;er doorgaans
+morsig uitziet, op den stal vermuft, of zelfs nog wel een kar moet trekken. Bij ons spant de landman &#8217;s avonds zijn paard
+uit, en brengt het naar de weide; daar loopt het vrolijk heen, rolt zich in het lange gras en vergeet zijne moeite en arbeid;
+het heeft ook zoo wel als de mensch zijne rustdagen. In ons Vaderland gebruikt men de dieren, ten minste op het land, en vooral
+daar overvloedige weilanden zijn, om zoo te spreeken, als bedienden&#8212;hier zijn het ellendige slaven.&#8212;Ja, Vriend! wat men &#8217;er
+ook van zeggen moge, ons Land is in alle opzigten een land waar Vrijheid en Welvaart wonen willen! en God geve, dat wij het
+toch eindelijk onder elkanderen hierin eens mogen worden, om met vereende kragten alles in het werk te stellen, tot handhaving
+van onze vrijheid en onafhankelijkheid, en alzoo tot bevordering van ons wezenlijk heil; want zonder vrijheid kunnen wij veel
+minder dan andere landen bestaan; zij is immers genoegzaam onafscheidelijk aan onze Vaderlandsche bodem verbonden? en wee
+ons! indien wij haar van daar, door schandelijke onverschilligheid en gebrek aan Vaderlandsche deugden, verjagen.
+
+</p>
+<p>Hier over peinzende, ging ik de stad weder in, want het begon reeds warm te worden; en vervolgens, na wat ontbeten te hebben,
+de Protestantsche Kerk (<i>Temple de Protestants</i>) zoo als men die in <i>Frankrijk</i> noemt, opzoeken: want het was zondag, <a id="d0e9007"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9007">288</a>]</span>en ik wist, dat hier vele inwoners tot dat Geloofsgenootschap behoorden. Deze Kerk staat in een der voorsteden <i>le Faubourg de Lattes</i> genaamd, voorheen behoorde zij ook tot een Klooster; inwendig is dit gebouw zeer netjes opgemaakt, en &#8217;er is een fraaije
+zaal voor den Kerkenraad. De tafel voor het Nachtmaal blijft altijd in de Kerk staan. Zij bestaat uit een&#8217; marmeren blad,
+op twee, naar den antieken smaak, gewerkte schragen van gemarmerd hout. &#8217;Er was geen orgel, doch men zong &#8217;er redelijk wel,
+ten minste schreeuwde men &#8217;er zoo vervaarlijk hard niet, als doorgaans bij ons. De Gemeente was vrij talrijk, en scheen met
+aandacht te luisteren naar een goed en eenvoudig zedelijk Vertoog, dat door den leeraar zonder veel omslag of <i>pedanterie</i>, duidelijk werd uitgesproken, en dat niet langer dan een half uur duurde. De Diaken, welke aan de deur stond, en dien ik
+bij het uitgaan mijn aalmoes reikte, boog het hoofd, zeggende: <i>Que Dieu vous le rende!</i> Zoo hier als te <i>Nismes</i>, zag ik verscheiden Roomschgezinden, (zoo het scheen; want zij maakten tusschen beiden een kruis) den Godsdienst van het
+begin tot het einde bijwonen.&#8212;Met hoe veel genoegen zag ik dit bewijs van broederlijke verdraagzaamheid. Voor aan de straat
+was men bezig, om deze Kerk met een fraai portaal van gehouwen steen te versieren; het was reeds aanmerkelijk gevorderd: op
+dezelve staat ook een torentje met een klok, en men luidt &#8217;er eveneens als te <i>Nismes</i>, bij het aangaan van den <a id="d0e9024"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9024">289</a>]</span>dienst<a id="d0e9026src" href="#d0e9026" class="noteref">7</a>. Van hier ging ik de Hoofdkerk bezigtigen; zij is, zoo men wil, door Paus <span class="smallcaps">Urbanus</span> den V., die in 1370 gestorven is, gebouwd. Het portaal bestaat uit twee torens met een gewelf &#8217;er tusschen, en gelijkt eerder
+naar den ingang van een vesting- of ridderslot, dan naar dien van een Kerk, Boven het koor staat nog een fraaije en hooge
+toren. Inwendig is zij ruim, vrij licht, en naar het schijnt onlangs opgemaakt. Het merkwaardigste, dat men hier ziet, is
+het groote en vermaarde schilderij van <span class="smallcaps">Bourdon</span>, in deze stad geboren. Dit schoone stuk is aan het eind van het koor geplaatst, en verbeeldt <span class="smallcaps">Simon</span> <i>den Toovenaar</i>, zijne kunsten voor Keizer <span class="smallcaps">Nero</span>, in tegenwoordigheid van <span class="smallcaps">Petrus</span> en <span class="smallcaps">Paulus</span>, doende. Hij wordt door de duivelen, want die moeten toch altijd in het spel komen bij soortgelijke dingen, in de lucht opgeheven,
+enz. De hoofden van <span class="smallcaps">St. Pieter</span> en <span class="smallcaps">St. Paulus</span>, worden bijzonder in dit stuk bewonderd. <span class="smallcaps">Bourdon</span> heeft &#8217;er ook zijn eigen afbeelding (<i>portrait</i>) in gemaakt, en is te erkennen daar aan, dat hij naar de aanschouwers gekeerd is, en ook eenigzins een <i>moderner</i> voorkomen heeft<a id="d0e9071src" href="#d0e9071" class="noteref">8</a>. Het stuk kwam mij voor <a id="d0e9090"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9090">290</a>]</span>wat hoog geplaatst te zijn, doch heeft een goed licht. Aan beide zijden van hetzelve ziet men twee andere groote schilderijen;
+verbeeldende insgelijks geschiedenissen tot die van <span class="smallcaps">St. Pieter</span> en <span class="smallcaps">St. Paulus</span> behoorende; want <span class="smallcaps">St. Pieter</span> is de patroon van deze Kerk; deze stukken schenen mij ook wel bezienswaardig te zijn; doch wie &#8217;er de meester van was, wist
+men mij niet te zeggen. Van de Kerk sprekende, moet ik u eene afschuwelijke gebeurtenis verhalen, die hier in vroegere eeuwen
+plaats gehad heeft. Een der Bisschoppen van <i>Maquelone</i>, voorheen eene aanzienlijke, doch thans vervallen stad, niet ver van <i>Montpellier</i>, willende omtrent het jaar 1250, zijne onderhoorige Geestelijken, die vrij zedeloos en losbandig waren, tot het betrachten
+van hun&#8217; pligt terug brengen; besloten deze monsters om zich van zulk een&#8217; strengen zedemeester te ontdoen, en vergiftigden
+ten dien einde de <i>hostie</i>, die hij moest gebruiken om te communi&ccedil;eren; zij bereikten maar al te wel hun oogmerk, want de redelijke Bisschop overleed
+wel dra aan de gevolgen van het vergift. Hoe gruwelijk deze moord op zich zelven ook reeds zijn moge, in het oog van Roomschgezinden
+vooral moet zij allerafgrijsselijkst wezen.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds ging ik in den Schouwburg; het is een <a id="d0e9112"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9112">291</a>]</span>vrij gnap gebouw, digt bij de <i>Esplanade</i>; voor hetzelve is een fraaije fontein met een groep, verbeeldende de drie bevalligheden, van wit marmer. Inwendig stond mij
+de zaal ook wel aan. Men gaf &#8217;er een <i>Ballet</i> en <i>les Miletiens</i>, <i>Opera</i>, <i>&agrave; grand spectacle</i>. De dekoratien waren vrij wel, doch de rest beteekende niet veel. Het zingen bijzonder was nog minder als redelijk, en ik,
+die buiten dien geen groot liefhebber van Opera&#8217;s, en vooral niet van Balletten ben, liep &#8217;er al schielijk uit, en ging liever
+op de <i>Esplanade</i> wandelen, waar het in den maneschijn allerliefst was.
+
+</p>
+<p>Heden den 27 stond ik weder vroeg op, want ik herhaal het, men moet, in deze warme landen, vooral van den morgenstond gebruik
+maken, en ging eene wandeling buiten de stad doen. Het eerste dat mijne aandacht trok was een wol-bleekerij; de wol gewasschen
+zijnde werd op het veld uitgespreid, en met netten overspannen, om het verwaaien te beletten. Hier omstreeks heeft men ook
+eenige wasch-bleekerijen. Immers leverde dit ook in ons land een aanzienelijken tak van bestaan op; doch zal zekerlijk door
+de ongelukkige tijdsomstandigheden ook al veel verminderd zijn. Verder voortwandelende, zag ik nog me&ecirc;r wol wasschen in een
+riviertje dat men hier <i>le Lez</i> noemt, de velden langs, en bij dit riviertje gelegen, waarop men de wol droogt, worden in het <i>Patois</i>, <i>lous Pras de la Lana</i><a id="d0e9142src" href="#d0e9142" class="noteref">9</a> genaamd. Naar ik vernam, is deze wijze <a id="d0e9145"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9145">292</a>]</span>van de wol te zuiveren, hier reeds van ouds een voornaam bedrijf, en levert een&#8217; aanzienlijken handel op; men maakt hier ook
+wollen dekens. De wandelingen beteekenen niet veel. Hier en daar op de hoogtens heeft men wel fraaije gezigten, en treft nu
+en dan nog al fraaije tuinen en buitenplaatsen aan; maar het lommer, dat lieve lommer, ontbreekt genoegzaam overal. Getroost
+u dan, Vriend! veroorloven uwe beroepsbezigheden u niet, om buiten &#8217;s lands te reizen, gij woont in het midden van de aangenaamste
+wandelingen, en ik verzeker u, dat ik nog nergens zulk eene aangename en bevallige verscheidenheid daarvan aangetroffen heb,
+als men rondom <i>Haarlem</i> vindt. <i>Balsamique</i> en <i>aromatique</i> kruiden en planten groeijen hier omstreeks veel, en worden door de reukwerk-bereiders (<i>parfumeurs</i>) ter dezer plaats woonachtig, wier waren, zoo als gij weet, ook onder ons beroemd zijn, in eene groote hoeveelheid gebruikt.
+Bij het inkomen van de stad bood mij een aardig meisje lekkere muskadelle druiven, voor den geringen prijs van drie <i>sols</i> het pond, te koop aan; zij had &#8217;er versche broodjes bij; ik kocht van het een en ander, en zette mij op een&#8217; bank, die niet
+ver van hier stond, neder, daar ik het voor mijn ontbijt met smaak opknapte; want in dit opzigt val ik in &#8217;t geheel niet verlegen.
+Dat de mist hier niet overvloedig zijn moet, blijkt; want niet alleen paarden-, maar allerlei soort van straatmist wordt hier
+langs de straten en wegen, zoodra het &#8217;er maar nedergeworpen is, opgeraapt, en op ezels geladen; eens zelfs zag ik twee jongens
+elkanderen bijna in <a id="d0e9162"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9162">293</a>]</span>het haar zitten, om een hoopje paardenmist. Deze mist dient dan ook voor den land- en tuinbouw, en niet zoo als bij ons, om
+aan vreemden te verkoopen.&#8212;Hier aan kan ik toch nooit denken, zonder mij te ergeren.
+
+</p>
+<p>Door een&#8217; aanbevelingsbrief aan iemand, die naverwant was aan den Professor <span class="smallcaps">Broussonet</span>, hadden wij bijzondere gelegenheid, om de zoo vermaarde Faculteit der Geneeskunde alhier te zien. Het gebouw, dat men <i>l&#8217;Universit&eacute;</i> noemt, is digt bij de hoofd- of <i>St. Pieterskerk</i>. De Heer <span class="smallcaps">Broussonet</span>, <i>Professeur de Clinique interne</i>, ontving ons zeer vriendelijk, doch daar hij het drok had, moetende dadelijk bij een <i>examen</i> tegenwoordig zijn, gaf hij order, om ons al het merkwaardige te laten zien. Hij kwam mij voor tusschen de 35 en 40 jaren
+oud te zijn. Wij begonnen met het <i>Amphith&eacute;ater</i> voor de ontleedkunde, dat een schoon gebouw is, met een koepel, waarin een lantaarn, waardoor het licht valt; de zitbanken
+zijn, zoo als gewoonlijk, trapsgewijze en in de rondte geplaatst, en men zeide, dat dit Amphith&eacute;ater 2000 menschen bevatte.
+Ik zag &#8217;er ook het borstbeeld van den bekenden Chimist <span class="smallcaps">Chaptal</span>, zoo ik meen, Oom van den voormaligen Minister van binnenlandsche zaken te <i>Parijs</i>, en schrijver van een werk genaamd, <i>El&eacute;mens de Chimie</i>. Vervolgens zagen wij de boekerij, die men zegt, dat in het vak der geneeskunde al zeer volledig is. Men toonde ons verscheidene
+fraaije en kostbare werken, met afgezette platen, enz. De <a id="d0e9196"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9196">294</a>]</span>verzameling van geraamtens, <i>dissecaties</i>, <i>injecties</i>, enz. vond ik niet zoo aanmerkelijk, als ik wel verwacht had; en de ontleedkundige afbeeldingen in wasch, die ik hier gezien
+heb, kwamen mij veel minder voor dan die, welke men in het Kabinet van <span class="smallcaps">Bertrand</span> te <i>Parijs</i> ziet. Dit verwonderde mij omtrent de vermaardste geneeskundige Faculteit van geheel <i>Frankrijk</i>. Men was reeds bezig met het examen in een ruime zaal, waar wij ook onder de toehoorders, welker getal echter niet zeer aanmerkelijk
+was, plaats namen. De Candidaat, die wel 25 Jaren oud scheen, deed een vertoog (<i>Dissertatie</i>) in de <i>Fransche</i> taal, staande in een gestoelte; achter hem op een zeer verheven plaats zat een van de Professoren, en ter zijde, aan de linkerhand
+van den spreker, vier anderen, waar onder de Heer <span class="smallcaps">Broussonet</span>, van wien ik reeds sprak, en een <span class="smallcaps">Mejon</span>, die een vermaard Operateur en Oculist moet zijn; de namen van de anderen heb ik vergeten. Deze Heeren Professoren hadden
+roode satijnen wijde <i>toga&#8217;s</i> aan, met boorden van wit bont, en roode mutsen op met een zwart en goud boord. Het examen ging niet gemakkelijk, zoodat de
+arme Candidaat het al vrij benaauwd kreeg. Ik bleef niet tot het einde, maar vernam naderhand, dat hij nog niet was aangenomen,
+en verpligt, zich aan een nader onderzoek te onderwerpen. In hoe verre het spreekwoord: &#8221;<i>een nieuwe Arts een nieuw Kerkhof</i>,&#8221; gegrond is, zullen wij hier niet onderzoeken; doch zoo &#8217;er al Doctors wezen moeten, doet <a id="d0e9231"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9231">295</a>]</span>men echter wel, van te zorgen, dat ieder zoo maar op zijn eigen houtje niet doctoren kan. Het merkwaardigste dat men in deze
+zaal ziet, is een metalen hoofd, levensgroot, verbeeldende dat van <span class="smallcaps">Hippocrates</span>; het scheen mij, wat de teekening aangaat, keurig uitgevoerd. Men wil, dat het vele jaren geleden in of om <i>Athene</i> gevonden is, en van daar naar <i>Rome</i> vervoerd werd, waar het, tot de Pauselijke oudheden en kunststukken behoorende, door de <i>Franschen</i> gevonden en genomen, en eindelijk aan deze Universiteit gegeven is. Ik had het reeds, voor dat het examen begonnen was, van
+nabij bezien en bewonderd. Volgens sommige geschiedschrijvers, zou de geneeskundige Faculteit van <i>Montpellier</i>, reeds in 1220 zijn opgerigt; en men meent dat de <i>Saracenen</i> en Joden, die een groot deel van <i>Montpellier</i> uitmaakten, &#8217;er de geneeskunde, die toen meerder vorderingen onder hun dan onder andere volkeren gemaakt had, bragten. De
+vermaarde <span class="smallcaps">Rabelais</span><a id="d0e9256src" href="#d0e9256" class="noteref">10</a> alhier in de geneeskunde gestudeerd hebbende, werd volgens oud gebruik, met een tabbaart bekleed, die men vervolgens de <i>Tabbaard van Rabelais</i> noemde, en waarmede men na dien tijd alle de nieuw aangenomen Doctoren bekleedde. Deze tabbaard was bij de Studenten in groote
+achting, zoo dat ieder doorgaans trachtte, om &#8217;er een stukje tot een aandenken aftescheuren, en hier door, en door den tijd,
+was dit kleed eindelijk <a id="d0e9262"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9262">296</a>]</span>niet me&ecirc;r bruikbaar, doch, zoo als het doorgaans met diergelijke dingen gaat, het werd me&ecirc;r dan eens vernieuwd, en het laatste
+ging zoo wel voor een achtingwaardige oudheid door als het eerste. De geneeskundige Faculteit van <i>Montpellier</i> is nog beroemd, en vele vreemdelingen, en in vredestijd, bijzonder <i>Engelschen</i>, die hier om hun Guinjes dan ook zeer geacht zijn, komen dezelve raadplegen.&#8212;&#8217;Er was ook eens een tijd, dat onze Hooge Scholen
+zeer beroemd waren; vreemdelingen uit alle oorden vloeiden &#8217;er toen in menigte naar toe,&#8212;en de naam, van <span class="smallcaps">Boerhaave</span> klonk met roem de wereld door.&#8212;Helaas! waarop kunnen wij thans onzen hoogsten roem dragen?&#8212;misschien op ons taai geduld.
+
+
+</p>
+<p>De kruidtuin, die ter zijde van de <i>place du Peyrou</i> ligt, kwam mij niet zeer ongemeen voor, doch ik beken gaarne, dat mijne <i>Botanische</i> kundigheden zeer bepaald zijn. Men toonde hier eene plaats, waarin men langs eenige trappen afklimt, en alwaar de, door zijn
+sombere Nachten, zoo bekende <span class="smallcaps">Young</span> zijne dochter zou begraven hebben; deze plaats is onder een boog of gewelf, en wordt <i>le Tombeau de la fille de</i> <span class="smallcaps">Young</span><a id="d0e9289src" href="#d0e9289" class="noteref">11</a> genaamd; doch men ziet &#8217;er niets, dat een grafstede aanduidt. Gij weet, dat <span class="smallcaps">Young</span> met een ziekelijke dochter van zijne vrouw, te <i>Montpellier</i> kwam, om &#8217;er hare gezondheid te herstellen, doch dat dezelve daar overleed; dit gebeurde omtrent 1741. En die zwaarmoedige,
+<a id="d0e9301"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9301">297</a>]</span>en, toen in der daad zeer ongelukkige man, verloor in drie maanden tijds zijne vrouw en hare twee dochters; en deze slag trof
+hem in den ouderdom van zestig jaren. Tot het Protestantsche geloofsgenootschap behoorende, waar onder <span class="smallcaps">Young</span> zelfs Predikant was, mogt die dochter niet op de gewone wijze, en in zoogenaamde gewijde aarde begraven worden; hij droeg
+het ligchaam dan zelf bij nacht hier henen, en begroef het met behulp van een tuinmans knecht, die hem door een klein deurtje
+ter sluip had ingelaten. Eenigen tijd voor de omwenteling vondt men hier, de aarde roerende, dan ook nog eenige beenderen.
+De te regt vermaarde Tooneelspeler <span class="smallcaps">Talma</span>, en Madame <span class="smallcaps">Petit</span>, beide tot het eerste Tooneel van <i>Parijs</i> en van <i>Frankrijk</i> behoorende, bevonden zich hier weinige jaren geleden, en stelden edelmoediglijk eene inschrijving voor, denzelven te gelijker
+tijd beginnende, om een eenvoudig gedenkteeken op het graf van <span class="smallcaps">Narcissa</span> opterichten, ten einde daar door de schandelijke onregtvaardigheid van het bijgeloof eenigzins te vergoeden, en de gedachtenis
+van een voornaam dichter te vereeren<a id="d0e9321src" href="#d0e9321" class="noteref">12</a>. Tot nog toe echter is dit ontwerp niet uitgevoerd. Had het een beeld of altaar in een Kerk betroffen, waarschijnlijk zou
+het &#8217;er al gestaan hebben.
+<a id="d0e9332"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9332">298</a>]</span></p>
+<p>Men was nog drok bezig met bouwen in den kruidtuin (<i>jardin des plantes</i>) aan eene nieuwe kas voor vreemde planten; ook werd &#8217;er, naar ik vernam, van wegens het Gouvernement, ter zijde van dezen
+tuin, een huis gebouwd voor den vermaarden Professor in de Botanie <span class="smallcaps">Broussonet</span>, broeder van dien waarvan ik reeds gesproken heb<a id="d0e9341src" href="#d0e9341" class="noteref">13</a>. Rondom den tuin is een gemeene wandeling, die nog al aangenaam en zeer lommerrijk is, door de onderscheidene soorten van
+boomen, die &#8217;er staan. De goede <span class="smallcaps">Hendrik</span> den IV. was de stichter van dezen tuin; hij bestond me&ecirc;r dan 25 jaren voor dien van <i>Parijs</i>, en was de eerste van dien aard, welke in <i>Frankrijk</i> aangelegd is.
+
+</p>
+<p>De stad doorgaande, bragt onze vriend ons in een paar winkels van zuikergoed (<i>drag&eacute;es</i>) en reukwerken, want wie zou hier verzuimen, om die te bezoeken. Voor het eerste is <i>Montagu</i>, en voor het tweede <i>Riban</i> de voornaamste; men behoeft hier anders na de reukwerkers-winkels niet te vragen, want daar zijn &#8217;er verscheiden, en men
+wordt ze door de straten gaande, aan den aangenamen reuk gemakkelijk gewaar.
+
+</p>
+<p>Ik heb reeds rijtuig gehuurd, om morgen een reisje in de <i>Cevennes</i>, waar men mij veel van verteld heeft, te doen, verwacht hier over dan het een en ander bij mijne terugkomst.
+
+
+
+<a id="d0e9369"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9369">299</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8647" href="#d0e8647src" class="noteref">1</a></span> <span class="smallcaps">Pepin le Bres</span> was de Vader van <span class="smallcaps">Carolus Magnus</span>, en de eerste <i>Fransche</i> Koning, die zich deed kroonen en zalven met Kerkelijke plegtigheden; dit geschiedde door een legaat van Paus <span class="smallcaps">Zacharias</span> den I., welke Paus hem behulpzaam was, niettegenstaande <span class="smallcaps">Childeric</span> de III. door zijn toedoen onttroond, geschoren en in een Klooster was opgesloten, en de Zoon en opvolger van dien Vorst in
+een ander. De Pausen sprongen &#8217;er toen ook maar vrij luchtig met de zalvingen om. Eenigen tijd, na dat Pepin Koning was, verzocht
+hij van Paus <span class="smallcaps">Steven</span> den II. vergeving der misdaad, die hij tegen zijn wettigen Koning, zoo als hij hem zelven noemde, begaan had.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8857" href="#d0e8857src" class="noteref">2</a></span> Het woord <i>Peyrou</i> beteekent in het <i>Patois</i> van <i>Languedoc</i> steenachtig, omdat de grond zeer steenig is. In de eerste tijden van deze stad schijnt dit een marktplaats geweest te zijn;
+want men vindt in eene acte van het jaar 1156, door <span class="smallcaps">d&#8217;Aigrefeuille</span>, Geschiedschrijver van <i>Montpellier</i>, aangehaald: <i>Forum seu mercatum Montispessulana del Peyrou</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8881" href="#d0e8881src" class="noteref">3</a></span> Het was door een&#8217; beeldhouwer van <i>Troyes</i>, genaamd <span class="smallcaps">Joly</span>, naar men mij verzekerde, te <i>Parijs</i> gegooten, en woeg 45,000 ponden; in 1717 deden die van <i>Montpellier</i> het hier oprichten.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8940" href="#d0e8940src" class="noteref">4</a></span> Naar men mij verzekerde, is zij niet regt gebouwd om de gronden en landgoederen van eenige voorname personen te vermijden.
+Welk eene schandelijke inschikkelijkheid bij zulk een werk! want de waterleiding is geen bloot sieraad, maar dient vooral,
+om het water in verscheidene fonteinen in de stad, en ten algemeene nutte dienende, te brengen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8952" href="#d0e8952src" class="noteref">5</a></span> De oppasser van dit gebouw laat dit en de waterbakken onder het <i>Chateau d&#8217;eau</i>, voor een fooitje zien.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e8977" href="#d0e8977src" class="noteref">6</a></span> Aan die, welke ik hier zag, waren &#8217;er naar gissing, 60 of 70; naar mate de put me&ecirc;r of min diep is, moet dit getal vermeerderd
+of verminderd worden.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9026" href="#d0e9026src" class="noteref">7</a></span> Het bovenste gedeelte van dit torentje, waarin de klok hangt, bestaat uit eene soort van ijzeren korf. Ik had u nog vergeten
+te zeggen, dat men diergelijk soort van torens op verscheidene plaatsen in <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> aantreft; in sommigen ziet men poppen, die op de klok slaan.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9071" href="#d0e9071src" class="noteref">8</a></span> <span class="smallcaps">Sebastiaan Bourdon</span> werd in 1616 geboren, en gehoorde tot het Protestantsche Kerkgenootschap; hij is <a id="d0e9075"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9075">123n</a>]</span>eenigen tijd eerste schilder van de Koningin <span class="smallcaps">Christina</span> van <i>Zweden</i> geweest, en wordt voor een der voornaamste schilders van <i>Frankrijk</i> gehouden; behalve verscheidene schilderijen, bestaan &#8217;er van hem ook nog teekeningen en ge&euml;tst werk. Hij stierf te <i>Parijs</i> in 1671.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9142" href="#d0e9142src" class="noteref">9</a></span> De wol-velden.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9256" href="#d0e9256src" class="noteref">10</a></span> Een van de geestigste schrijvers van de 16de eeuw.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9289" href="#d0e9289src" class="noteref">11</a></span> Het graf van de Dochter van <span class="smallcaps">Young</span>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9321" href="#d0e9321src" class="noteref">12</a></span> <span class="smallcaps">Young</span> heeft ook voor het tooneel gewerkt, en twee Treurspelen van hem, namelijk <i>Busiris</i> en <i>de Wraak</i> zijn in het Fransch overgezet.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9341" href="#d0e9341src" class="noteref">13</a></span> Hij is ook door zijne kruidkundige werken bekend.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e9370" class="div1">
+<h2>Vijftiende Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Montpellier, 30 Augustus.</i>
+
+</p>
+<p>&#8217;s Morgens om 5 uren vertrokken wij met een koets met twee paarden, om &#8217;er drie dagen gebruik van te maken. Het steedje of
+dorp <i>St. Gilles</i>, waar wij doorkwamen, levert niets merkwaardigs op. De weg is vrij goed doch bergachtig, en de landstreek dor en steenachtig.
+Hier en daar ziet men echter nog eenig bouwland en wijngaarden. Op zijde van den weg bespeurde ik op een heuveltje, een soort
+van kleine tafeltjes, die gemaakt waren door twee of drie steenen, die men op een gelegd had. Daar stonden &#8217;er zoo verscheidene;
+en zij dienden, naar ik vernam, om de schapen zout op te laten lekken, Omstreeks ten tien uren kwamen wij te <i>St. Martin de Londres</i>, een naar vervallen stadje; en ik weet niet waarom het ook den naam van de hoofdstad van <i>Engeland</i> draagt. De herberg scheen pas opgemaakt, en zag &#8217;er binnen en buiten gnapjes uit, en daar het zeer warm was, besloten wij
+op verzoek van onzen voerman, om hier wat te vertoeven en het middagmaal te houden. Terwijl men het gereed maakte, ging ik,
+niets beters te doen hebbende, het plaatsje eens rond. De ingezetenen schenen ijverige lieden, veelal zijden-kousenwevers;
+doch <a id="d0e9388"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9388">300</a>]</span>met dat al zag het &#8217;er armoedig uit, vooral ook de Kerk, die men, wijl ik geloof dat men geen middelen heeft, om ze te herstellen,
+wel zou doen om aftebreken, ter voorkoming van ongelukken. Het akkerland, dat hier nog bij lag, zag &#8217;er ook dor en schraal
+uit. Geen lommer vindende, was ik ras genoodzaakt, om mijne wandeling te staken, en zette mij bij de fontein, die voor de
+herberg staat, in de schaduw van een&#8217; moerbezi&euml;nboom neder; waarschijnlijk is dit de eenige bron, die men hier omstreeks vindt;
+want ik zat &#8217;er niet lang, of een menigte vee van alle kanten kwam &#8217;er drinken; en jongens en meisjes, mans en vrouwen, hunne
+kruiken met water vullen; dit scheen voor die arme menschen tevens eene uitspanning te zijn. Men verleende &#8217;er elkanderen
+een praatje, en vooral de jonge lieden schenen hier hun te zamenkomst (<i>rendez vous</i>) te hebben. Een meisje onder anderen, dat al een poosje onrustig had staan wachten; en al de overigen liet voorgaan aan de
+fontein, hoewel zij een van de eersten was; zag ik op eenmaal eene vrolijke houding aannemen, toen zij een&#8217; gnappe boeren
+jongen, met een paar muilezels zag aankomen; nu werd de kruik spoedig gevuld, en men keerde te zamen weder terug. Toen ik
+mij met deze eenvoudige landlijke tooneelen vermaakte, kwam een lief wichtje, dat nog maar naauwelijks loopen kon, mij streelen,
+en trachtte op mijn knie te klauteren, terwijl de moeder bezig was, om aan de fontein koren te wasschen; zijn bro&ecirc;rtje, dat
+wat ouder <a id="d0e9393"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9393">301</a>]</span>scheen, kwam &#8217;er bij, en stamelde mij zijn <i>Patois</i> voor. Die kindertjes zagen &#8217;er gezond en zuiver uit. Hunne gansche kleeding bestond in een hemdje, en het onschuldig genoegen
+was op hun gelaat te lezen; ook kwamen zij in &#8217;t geheel niet, om te bedelen; maar alleen, zoo het scheen, uit een gullen en
+eenvoudigen trek; terwijl ik, als een ongewoon voorwerp, hunne nieuwsgierigheid eenigzins gaande maakte. Zij hielden mij een
+poos aangenaam bezig; ik maakte ook zoo goed ik kon een praatje met de moeder, die mij eene goede vrouw scheen te zijn; en
+hoe onbevallig anders het plaatsje ook was, de tijd viel &#8217;er mij niet lang. Het eten was voor den prijs vrij wel, en om &eacute;&eacute;n
+uur vervolgden wij onzen weg, die altijd door een&#8217; dorren berg en rotsachtige landstreek loopt, tot op eene hoogte een kwartier
+van <i>St. Bausille</i>; hier begint de bevallige natuur de nieuwsgierige reizigers voor hunne moeite te beloonen.&#8212;Men ziet eene heerlijke schilderij
+in het dal, waarin dat steedje ligt voor zich, welke door de schielijke verandering des te aangenamer treft. <i>St. Bausille</i> heeft weinig aanzien, doch armoedig zag het &#8217;er niet uit, en de meeste menschen zaten aan de deur zijde te haspelen of op
+strengen te winden. De boorden van het riviertje <i>l&#8217; H&eacute;rault</i> langs rijdende, kwamen wij omstreeks vijf uren te <i>Ganges</i>; men rekent deze plaats omtrent acht uren gaans van <i>Montpellier</i>, en daar men schier aanhoudend op en afklimt, kan men doorgaans ook al niet anders dan stapvoets rijden<span id="d0e9413" class="corr" title="Bron: ,">.</span> Wij traden hier af aan de <a id="d0e9416"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9416">302</a>]</span>herberg het witte kruis (<i>la Croix Blanche</i>), en gingen het stadje bezigtigen, dat mij wel beviel, zijnde ruim en vrolijk gebouwd; de huizen zien &#8217;er wel onderhouden
+uit, en men kan duidelijk zien dat hier ijver en goede orde heerschen; &#8217;er is ook een <i>cours</i> of gemeene wandeling, en nog een regte breede straat aan beide zijden met boomen beplant. Pracht of grootheid bespeurt men
+&#8217;er niet; alles heeft een eenvoudig, doch net en bevallig voorkomen.&#8212;Dit kon men misschien ook eens van ons Vaderland zeggen,
+en toen ging het ons wel.&#8212;In de Roomsche Kerk ziet men zoo weinig opschik, dat, indien &#8217;er geen altaar stond, men zou meenen
+in eene Protestantsche Kerk te zijn; tot welk Kerkgenootschap het grootste gedeelte der ingezetenen dan ook behoorde. Ik ging
+hunne Kerk zien, die voor de omwenteling aan een Klooster toekwam. De Predikantsvrouw, die ik hier sprak, en die zeer vriendelijk
+was, verhaalde mij, dat deze Kerk veel te klein zijnde voor de gemeente, men reeds een ontwerp gemaakt had, om die te vergrooten;
+de grond, die &#8217;er bij behoorde was groot genoeg, en ik merkte wel, dat het aan geen geldmiddelen zal haperen; ook zijn hier
+onder de Protestanten verscheiden bemiddelde lieden.
+
+</p>
+<p>Den 29 &#8217;s morgens om 6 uren reden wij naar <i>le Vigan</i>, een ander stadje in deze landstreek; men volgt de boorden van <i>l&#8217;H&eacute;rault</i>, die tusschen twee ketens bergen al ruischende doorstroomt;&#8212;grootsche gezigten of ontzaggelijke vertooningen levert <a id="d0e9432"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9432">303</a>]</span>de natuur hier niet op; alles is lief en bekoorlijk, en om zoo te spreken, me&ecirc;r onder het bereik van den mensch. De bergen
+zijn groen; hier en daar ziet men een woning, overal treft men castanje-, moerbezi&euml;n en andere boomen; de Natuur had hier
+haar lentegewaad nog aan, en het groen zag &#8217;er zoo jeugdig uit, als bij ons in de maand Mei. Een half uur van <i>Ganges</i>, aan den anderen kant van het riviertje, ligt het buitengoed van den Heer <span class="smallcaps">Mejan</span>; eer men daar komt, ziet men aan dien zelfden kant, tusschen twee rotsen, in een ander riviertje, dat zich hier met <i>l&#8217;H&eacute;rault</i> vereenigt, over een dam van steenen, die &#8217;er inligt, een kleinen waterval rollen. Onze waardin had ons geraden, om, hoewel
+wij den Heer <span class="smallcaps">Mejan</span> niet kenden, of geen brieven aan hem hadden, hem evenwel vrijelijk een bezoek op dit zijn buitengoed te gaan geven, met verzekering,
+dat wij &#8217;er wel zouden ontvangen worden, en wel te vreden zijn over de ligging van dat verblijf. Wij gingen &#8217;er dan ook heen.
+Over den berg, waarop het gelegen is, kan men met het rijtuig door het riviertje rijden, en van daar klommen wij te voet op
+de hoogte, langs een kronkelpaadje, aan beide zijden met moerbezi&euml;n en andere boomen beplant, welke door kleine beekjes aanhoudend
+besproeid worden, en daar door een verwonderlijk frisch en tierig aanzien hebben; de uitwaseming van duizende geurige planten
+en bloemen, die hier in het wild groeijen, overtreft al, wat de reukwerk-kramers van <i>Montpellier</i> in hunne winkels hebben. Aan den ingang van eene lommerrijke laan, die naar het huis <a id="d0e9449"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9449">304</a>]</span>geleidde, zagen wij een kloek man aankomen, met een buisje en lange broek aan, een ronde witten hoed op, en een wandelstok
+in de hand&#8212;het was de Heer <span class="smallcaps">Mejan</span> zelf, voornemens zijnde, om zijne arbeiders te gaan bezoeken; ik gaf hem ons voornemen te kennen, en hij ontving ons op de
+gulste en vriendelijkste wijze; en hoe zeer wij hem verzochten, om zich om onzenwille niet op te houden, hij wilde ons zelf
+in zijne tuinen en verrukkelijke boschjes rond leiden. Achter ons aan het eind van de laan, die zich als een groen gewelf
+vertoonde, en regt over den ingang van het huis is een fraaije waterval, die door een bron, die hooger op de rots ontspringt,
+altijd van water voorzien wordt, en dus onophoudelijk loopt. Toen wij ons weder omkeerden, had men intusschen een kraan geopend,
+waardoor wij, door het huis heen, aan den anderen kant van hetzelve een schoonen watersprong tegen de zon zagen, terwijl de
+rotsen aan den anderen kant van het riviertje, waar men den straal water tegen zag, nog niet door de zonnestralen verlicht
+waren; dit deed eene fraaije uitwerking. Eer wij verder gingen, gaf de gastvrije <span class="smallcaps">Mejan</span> aan zijn&#8217; knecht last, om een paar flessen wijn in een koele bron te zetten, en wat vruchten enz. in gereedheid te houden,
+zeggende tegen ons: &#8220;Gijlieden hebt zekerlijk nog niet ontbeten, als wij terugkomen, willen wij te zamen een stuk eten.&#8221; Zulk
+eene hartelijke wijze van aanbieden, duldde geen weigering; daar bij boezemde hier alles eene soort van vrijpostigheid in,
+die men nimmer in lusthoven <a id="d0e9457"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9457">305</a>]</span>of paleizen der gewone rijken, of bij de meesten zoogenaamde grooten gevoelt. Alles geschiedt daar, vooral wanneer zij met
+lieden te doen hebben, die zij niet kennen, met eene stijve wellevendheid; gebrek aan gulheid en vertrouwen straalt overal
+in door; alles is kunst, niets natuur.&#8212;Neen! met hun kan hij, die vrij en voor de vuist is, niet te regt; en hoe zeer onbeschoftheid
+zeer onaardig is, ik heb nog liever met een&#8217; grooten lompert te doen, dan met sommige lieden, die uitermate vriendelijk en
+wellevend zijn; want die soort van vriendelijke wellevendheid, die wij hier aantroffen, vindt men juist niet zeer algemeen,
+en vooral niet in de groote steden van <i>Frankrijk</i>, anderzins om de beleefdheid en welvoeglijkheid zoo beroemd; en daar de vriendschapsbetuigingen, uitdrukkingen van deelneming,
+van medelijden, of vreugde, van dienstaanbieding en diergelijk, even eens geleerd worden als het A. B. C., waar eene wel opgevoede
+Dame zich te gelijker tijd bezig houdt met de klagten van eenen ongelukkigen aan te hooren, daar over tranen te storten, en
+eene kleeding voor het naaste bal aan hare modekraamster te bestellen, of een&#8217; brief van rouwbeklag over het afsterven van
+eene harer beste vriendinnen te schrijven, en onderwijl ook de aankondiging van eene nieuwe Opera te lezen;&#8212;doch keeren wij
+tot de beschrijving van dien bekoorlijken lusthof weder terug.&#8212;Overal treft men hier eene verscheidenheid van schilderachtige
+gelegenheden aan, en zonder juist zeer <i>sentimenteel</i> of <i>romanesk</i> <a id="d0e9468"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9468">306</a>]</span>te zijn, is men verrukt en opgetogen bij het beschouwen van dezelve. De kunst heeft hier en daar wel wat geholpen, doch op
+zulk eene behoedzame wijze, dat alles genoegzaam natuur schijnt. Aan de linkerhand, eer men aan het huis komt, bewondert men
+een hol of nis in de rots, uit welkers bovenste gedeelte het water loodregt valt. Van boven, is deze nis bedekt door struiken
+van palm en klimop, die met bevallige <i>Guirlandes</i> langs dezelve afhangen: uit den tuin of <i>terras</i> achter het huis heeft men een allerliefst gezigt op de omliggende bergen en rotsen; op het riviertje en den weg langs hetzelve,
+en men klimt langs een eng voetpadje, aangenaam belommerd, of met bloeijende struiken, zoo als de <i>alth&eacute;a</i> enz. ter zijde beplant, naar een aardig tuinhuisje, van buiten als een boerenhutje gemaakt; in &#8217;t voorbijgaan ziet men een
+bergje, waarin eenige tamme konijnen hun verblijf houden. Vervolgens kruipt men door spleten van de rots, of men gaat door
+enge gangen, en over een brugje, waar van de leuningen aardig met wilde wijngaardranken door de natuur omwonden zijn, tot
+aan een Kluizenaarsverblijf. Van daar voortwandelende, komt men in een grot, alleen door een spleet, die in de rots is, verlicht,
+en welke, dunkt mij, een allergeschiktste rustplaats is voor teedere, zwaarmoedige, voor verliefde zuchtjes of gevoelvolle
+roman&ccedil;es. Dan treft men weder een kleinen vijver met helder water, waarin karpers en andere visschen, aan. Dit alles ligt
+tegen de helling van den berg, en de <a id="d0e9479"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9479">307</a>]</span>Heer <span class="smallcaps">Mejan</span> verhaalde mij, dat hij in een beek aan de voet van denzelven, een menigte kreeftjes had van de soort, die hij van <i>Vaucluse</i> had laten komen, en in het riviertje <i>l&#8217;H&eacute;rault</i> vindt men zeer goede forellen. Het wild is hier ook niet schaars; olij en wijn groeit &#8217;er in overvloed. De moestuin en vruchtboomgaard
+scheen wel voorzien, en de weiden, op en tusschen de bergen, voeden talrijke kudden, zoo dat het hier ook in dat opzigt zeer
+wel te houden is. De bronnen, die men hier op de bergen heeft, brengen het meest toe tot deze vruchtbaarheid. Uit dezelve
+loopt eene menigte beekjes, aan alle kanten, langs dezelve af, en bevochtigen de aarde, die op de steenrotsen ligt, zoo dat
+men zich geen vrolijker en levendiger wasdom kan voorstellen.&#8212;Alles boezemt hier als &#8217;t ware genoegen en stille te vredenheid
+in,&#8212;alles lagcht en juicht u tegen;&#8212;en nog haperde &#8217;er in dit jaargetij iets aan dat jeugdig en vrolijk gelaat der natuur.
+De vogelen zongen niet me&ecirc;r. De Heer <span class="smallcaps">Mejan</span> ze&icirc; mij, dat tegen den tijd, dat de natuur hier uit haar&#8217; slaap ontwaakt, welke slaap in dit bergachtige land vrij lang duurt,
+het dan bijzonder levendig en vrolijk is door de groote menigte van zoovelerlei soort van vogelen, welke zich hier ophouden.
+Nu gingen wij ook de bronnen zelve op het bovenste gedeelte van den berg zien; het water van een derzelve was genoegzaam ijskoud,
+en naar men mij verzekerde van eene uitmuntende hoedanigheid; zoo dat, als men, wat me&ecirc;r dan gewoonlijk gegeten hebbende,
+hier van een glas gebruikte, <a id="d0e9493"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9493">308</a>]</span>men duidelijk bespeurde, dat de spijsvertering daar door bevorderd werd. In een aangenamen koepel, aan beide zijden met ramen,
+en welke het voornaamste vertrek van deze, alleen voor het gerijf geschikte, woning uitmaakt, stond een ontbijt, meestal uit
+smakelijke vruchten, zoo als persiken, peren, druiven, en vooral ook vijgen, die ik nimmer lekkerder gegeten heb, benevens
+brood en wijn bestaande. Wij deden ons hier aan dan ook ter deeg te goed, want de gulhartige <span class="smallcaps">Mejan</span> was niet te vreden dat wij slechts proefden, wij moesten eten, ter deeg eten. Hij verhaalde ons, dat hij vooral met een zijden
+kousen-fabriek, die hij te <i>Ganges</i> had, een aanzienlijk vermogen had gewonnen, doch al eenige jaren geleden den handel had vaarwel gezegd, en aan zijne kinderen
+overgelaten; dat hij sedert altijd buiten woonde, en zich alleen met den landbouw, en het bestuur van zijne landgoederen,
+die zeer uitgestrekt zijn, bezig hield; dat hij dit aangenaam verblijf, dat bij zijne Hermitage noemde, zelve had aangelegd,
+en voor een groot deel beplant; zijnde verpligt geweest, om hier en daar eene aanmerkelijke hoeveelheid aarde op de rots te
+laten brengen. Hij zei, dat hij veel van de <i>Hollanders</i> hield; nu, hij gaf ons daar ook een blijk van, en om de maat van zijne vriendelijkheid vol te meten, noodigde hij ons, om
+&#8217;s avonds in het terug komen, andermaal eenige ververschingen bij hem te nemen, en om onze landgenooten en andere reizigers,
+die deze streek mogten komen zien, te verzoeken, <a id="d0e9504"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9504">309</a>]</span>van hem niet voorbij te gaan. Hoe zeer wij zulks trachtten te beletten, geleidde ons de goede man in het heen gaan, langs
+een ander voetpadje als wij gekomen waren, een eind weegs den berg af, tot daar hij ons den weg, dien wij te houden hadden,
+kon aanwijzen, en hier drukte ik hem met aandoening en hartelijke tevredenheid de hand, waarschijnlijk om hem nooit weder
+te zien.&#8212;Deze plaats wordt <i>Toumeol</i> genaamd, wat deze naam beteekent weet ik niet, maar wel dat men moeijelijk een naam zou vinden, waar door het zielstreelende
+van dit oord genoegzaam wordt uitgedrukt. De ouden zouden het buiten twijfel voor een verblijf der Nimfen, of goede toovergodinnen
+gehouden hebben; en had <span class="smallcaps">Mahomet</span> het gezien, hij zou &#8217;er zekerlijk zijn Paradijs naar geschetst hebben.
+
+</p>
+<p>Beneden aan den berg, deed zich nog een bekoorlijk groepje op, tegen de helling naast een klein beekje, lagen twee engelachtige
+half naakte kindertjes, waar van het oudste drie of vier jaren kon bereiken, in het midden van eenige schapen en geiten, waarop
+zij achteloos leunden: de grond was hier met kruiden en bloemen overdekt, en zij werden door eenige lommerrijke boomen beschaduwd&#8212;het
+was een allerliefst arkadisch landschapje. Ik wilde de kleine herders eenige stuivers geven, doch, &ocirc; gelukkige onschuld! zij
+schenen geen geld te kennen, althans het werd niet aangenomen, en een kus was dezen nog onbedorvene schepseltjes veel liever.
+
+<a id="d0e9514"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9514">310</a>]</span></p>
+<p>Omtrent een kwartier van het buitenverblijf van den Heer <span class="smallcaps">Mejan</span>, naar den kant van <i>le Vigan</i>, ligt een brug op het riviertje, en daar bij een roodachtige rots, die buiten de andere bergen uitsteekt en eene aardige
+vertooning maakt. De weg is goed, loopende altijd zich meerder of minder verheffende langs de <i>l&#8217;H&eacute;rault</i>, waarin men hier en daar kleine watervallen en bruisingen ziet, door de brokken steen, die het water ophouden, veroorzaakt.
+Ieder oogenblik is men verrukt door de onderscheidene schilderachtige liggingen,&#8212;rotsen met boomen en frissche kruiden bedekt,
+hier en daar een woning op de hoogte, in het flaauwe verschiet, aan de helling van een&#8217; heuvel, half tusschen de struiken
+verscholen, of in de diepte aan de boorden der rivier,&#8212;daar op den weg sommige muilezels met hunn&#8217; geleider,&#8212;ginds eenig rundvee
+en schapen in een eng dal weidende,&#8212;ontzaggelijke brokken rots, zoo het schijnt nog maar pas van boven neder in het riviertje
+gerold, en hier en daar zware castanjeboomen, die den weg belommeren. Onder alle deze voorwerpen heerscht, door de verschillende
+gedaanten en liggingen der bergen, eene verscheidenheid van schaduw en licht, die allerbevalligst is. Men schijnt hier, door
+zoo vele steile bergen van de verkeerde en bedorven maatschappij afgezonderd; niets doet zich op dat het denkbeeld daar aan
+opwekt, geene paleizen, geene Heeren of Juffrouwen, geene kostbare rijtuigen, liverijen, of al diergelijke dingen, waarvan
+een redelijk denkend mensen walgt; <a id="d0e9526"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9526">311</a>]</span>want deze landstreek wordt door de grooten weinig bezocht, en &#8217;er loopt geen groote of Postweg door.
+
+</p>
+<p>Omstreeks elf uren kwamen wij te <i>Vigan</i>, drie uurtjes van <i>Ganges</i> afgelegen, en stapten af aan het Hot&egrave;l <i>du Cheval vert</i>. Die herberg zag &#8217;er hier in &#8217;t geheel niet zindelijk uit, maar het was, naar men ons gezegd had, de beste, dus bestelden
+wij &#8217;er den maaltijd. De Roomsche Kerk is ook uit en inwendig zeer eenvoudig; de Protestantsche was niet open. Hoewel het
+zeer heet was, gingen wij de bron, een kwartier uurs van hier, bezoeken; zij heeft niets bijzonders dan zeer helder en lekker
+water. De gemeene wandeling is met een aantal ongemeen zware castanjeboomen beplant; zij staan zonder order door elkander,
+en maken een klein maar aangenaam en bevallig woud. Het is hier in de schaduw van dat digte lommer, vooral in dit jaargetij,
+op dezen tijd van den dag, regt vermakelijk, om wat te rusten. Het stadje beviel mij zoo wel niet als <i>Ganges</i>, het is zoo goed niet bebouwd, en ziet &#8217;er slordiger uit. De bevolking verschilt niet veel, in het eene zoo wel als in het
+andere telt men omtrent 4000 inwoners. De zijden-teelt en zijden-kousenweverijen zijn hier ook de voorname kostwinning. <i>Le Vigan</i> behoorde voorheen tot het landschap <i>d&#8217;Alais</i>, en thans tot het Departement <i>du Gard</i>: de Onderprefect houdt &#8217;er zijn verblijf, en daar is een regtbank. Het riviertje <i>l&#8217;Arre</i> stroomt &#8217;er langs, en van een steenen brug die hier over hetzelve ligt, heeft men een schilderachtig <a id="d0e9554"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9554">312</a>]</span>gezigt. Eenige <i>Engelsche</i> huishoudens, die krijgsgevangenen zijn, hebben verlof, on hier den zomer doortebrengen; aan hunne rijtuigen en paarden te
+zien, schenen het rijke lieden te zijn; ook verteerden zij, naar ik vernam, nog al wat, en dit gaf in dit plaatsje een me&ecirc;r
+dan gewoon vertier. Voor den gewonen prijs aten wij in onze herberg tegen verwachting vrij wel. Trouwens het was ook uit dezelfde
+keuken, waar de <i>Engelschen</i> uit schaften: het eten werd hun van hier gebragt. Na den maaltijd reden wij weder terug. Voor het verrukkelijke buitenverblijf
+van den Heer <span class="smallcaps">Mejan</span> hielden wij stil, om nog eens de alleraangenaamste ligging van hetzelve te bewonderen; het is een groen <i>Amphith&eacute;ater</i>, de treurwilligen die boven op en tegen de helling van den berg staan, en met lange takken langs denzelven afhangen, maken
+ook een aardige en eenigzins vreemde vertooning, om dat die boom in de laagte t&#8217;huis hoort; doch hier tiert zij door de menigte
+beekjes en stroomtjes ook zeer weelderig op de hoogte. Ik had onder weg ook opgemerkt, dat men hier en daar boekweit teelde;
+iets, dat ik in het gedeelte van <i>Frankrijk</i>, dat ik doorreisd heb, en vooral in het zuiden, weinig of niet zag. Castanjes levert deze landstreek in menigte op.
+
+</p>
+<p>Te <i>Ganges</i> terug gekomen, gingen wij in de fabriek van <span class="smallcaps">Mejan</span> eenige paren zijden-kousen koopen. Het huis is groot, en ziet &#8217;er gnap, maar in &#8217;t geheel niet prachtig uit, en in de magazijnen
+kan men zoo wel &eacute;&eacute;n paar, als eenige honderde <a id="d0e9579"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9579">313</a>]</span>dozijnen paren zijden-kousen krijgen. Wij vonden &#8217;er twee kleinzonen van onzen vriendelijken gastheer, die ook zeer geschikte
+jongelieden schenen te zijn. Dit huis drijft een&#8217; zeer uitgebreiden handel, en heeft zelfs een Kantoor te <i>Cadix</i>; algemeen zijn zij bekend als zeer eerlijke lieden, met wien het goed te handelen is, en die daardoor en door hun aanzienlijk
+vermogen een uitgebreid krediet hebben; zij behooren, aan zoo vele honderde handen werk verschaffende, tot de voorname steunen
+van deze en omliggende plaatsen, en schijnen door hunne medeburgers zeer bemind te zijn. Zoo gij die goede lieden door aanbeveling,
+of anderzins, eenigzins dienst kon bewijzen, Vriend! zulks zou mij bijzonder aangenaam zijn; want zij verdienen het, en hebben
+billijke aanspraak op de achting van vreemdelingen, om de gulle vriendelijkheid, waarmede zij dezelven ontvangen, zijnde hunne
+gastvrijheid, naar men mij verzekerde, in dit opzigt algemeen. Raad dan ook ieder van uwe kennissen, die hier naar toe mogt
+reizen, gerust aan, om een bezoek op het landgoed van <span class="smallcaps">Mejan</span> te gaan afleggen.
+
+</p>
+<p>Daar het nog vroeg genoeg was om een wandeling buiten het stadje te doen, ging ik de steenen brug die hier over <i>l&#8217;H&eacute;rault</i> ligt over, en zag ter zijde op den muur van dezelve eene waterleiding (<i>Aquaduc</i>) gemaakt, dienende om het water uit eene bron aan den overkant van de rivier, op een&#8217; zekeren afstand gelegen, in de stad
+te brengen; doch drie weken <a id="d0e9595"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9595">314</a>]</span>geleden was een gedeelte van het metselwerk ingevallen en nog niet hersteld. Ik wandelde langs de rivier en klom tusschen
+beiden eens op een heuvel tot den avond begon te vallen. Van verre deed zich het geluid van de bellen der schapen, en het
+vee, dat men naar den stal dreef, als een&#8217; klokkenspel hooren, en dan hoorde ik al eens een boerenmeisje of knaap een liedje
+in het <i>Patois</i> zingen, terwijl zij de paarden of het vee naar de rivier leidden, om te drinken. Ik had hier, dunkt mij, met genoegen eenige
+dagen doorgebragt; doch dat kwam met ons reisbestek niet overeen.
+
+</p>
+<p>De vrouwen dragen hier veelal zwarte zijden-hoedjes met eene kant &#8217;erom, zoo als bij ons de dienstmeisjes. Een praatje makende
+met de vrouw uit onze herberg, vernam ik, dat zij tot de Protestanten behoorde; dat die hier met de Roomschgezinden in goede
+verstandhouding leefden, en zelfs veel onder elkanderen trouwden; als mede dat de vrouw van den Predikant eene <i>Hollandsche</i> was, doch uit welke plaats en hoe genaamd, wist zij mij niet te zeggen.
+
+</p>
+<p>Den 30 dezer &#8217;s morgens om 5 uren vertrokken wij van <i>Ganges</i>. De morgenstond was frisch en aangenaam. Een half uurtje van daar komt men door een dorpje <i>le Roc</i> genaamd; een oud kasteel ligt daar tegen een rots, die zich als een pyramide vertoont, van hier denkelijk de naam van (<i>le Roc</i>) de rots. Wat verder op, aan den anderen kant van het riviertje, ziet men de punt van een rots, van <a id="d0e9616"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9616">315</a>]</span>verre gelijkende naar een oud <i>colossaal</i> beeld van een Bisschop met een mijter op. De rotsen, die hier vrij hoog zijn, en sommige een kegelvormige gedaante hebben,
+zijn meest zamengesteld van steenen, die laagsgewijze op een liggen, of van een soort van schaliesteen. De natuur is hier
+me&ecirc;r grootsch en majestueus, dan aangenaam en liefelijk.&#8212;Verder koomende, ziet men eene steile rots, als de muren van een
+oud kasteel. Hier en daar schijnen &#8217;er gaten of spelonken in te zijn,&#8212;nu daalt de weg, die eenigen tijd vrij verheven was
+boven de rivier, in een aangenaam dal af. Hier ziet men vele moerbezienboomen; vervolgens komt men in het dorp <i>St. Bausille</i>. De straten zijn &#8217;er zoo naauw, dat twee rijtuigen &#8217;er elkanderen met geen mogelijkheid zouden kunnen voorbij komen. Buiten
+dit dorp klimt men eenen redelijk hoogen berg op; van daar ziet men achter zich het dorp in een alleraangenaamst groen dal,
+en het riviertje <i>l&#8217;H&eacute;rault</i>, dat men daar verlaat, &#8217;er doorkronkelen. Op zulke plaatsen beklaag ik mij altijd van niet genoeg te kunnen teekenen; want
+diergelijke schoone schilderijen wenschte ik mij daar door dikwijls voor te kunnen stellen.&#8212;Hier hoort men het water nog liefelijk
+ruisschen, doch welhaast mist men geheel de bekoorlijke boorden van de <i>H&eacute;rault</i>, en het lagchende groen van dat gedeelte der <i>Cevennes</i>.&#8212;Men daalt af, om weder een&#8217; hoogen berg langs kronkelwegen op te klimmen. Daar het redelijk koel was, gingen wij meest te
+voet. Aan een heester <a id="d0e9633"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9633">316</a>]</span>langs den weg staande, vond ik eenige gewassen die ik voor een soort van kleine appelen hield; zij waren even als die geelachtig,
+en aan den eenen kant rood; hoe verwonderd was ik van dezelve doorbreekende, te vinden dat zij vol waren van een soort van
+kleine gevleugelde insekten, die door elkanderen krielden; zij hadden veel overeenkomst met de plantluizen, die men bij ons
+onder de bladeren van de aalbezi&euml;n vindt. Op de rotsen hier rondom groeit veel palm, die de landlieden meest gebruiken, om
+te branden. Te <i>St. Martin de Londres</i> lieten wij ons wat eten klaar maken, en aten &#8217;er onder anderen witte truffels, die men hier omstreeks veel vindt; zij kwamen
+mij zoo goed niet voor als de zwarte. Men rekent van hier tot <i>Montpellier</i> nog omtrent 4&frac12; uur; de vrolijke gezigten houden geheel op, de landstreek is dor, en hier en daar ziet men hooge en steile
+rotsen. Een half uurtje van <i>Montpellier</i> ontdekt men reeds de <i>Aquaduc</i> van verre; hier en daar aan den weg staan steenen palen; onze voerman zeide, dat de pijpen of buizen tot die waterleiding
+behoorende, en waar door het water van de bron wierd aangevoerd, hier onder doorliepen. Omstreeks vijf uren na den middag
+waren wij te <i>Montpellier</i> terug.&#8212;&#8217;s Nachts viel &#8217;er zware donder en regen.
+
+</p>
+<p>Den 31 dezer, &#8217;s morgens op de markt gaven de koopvrouwen in visch, groentens, enz. vrij luidruchtig en in geen zeer bescheiden
+uitdrukkingen, hun misnoegen te kennen, over een besluit (<i>arr&egrave;te</i>) <a id="d0e9655"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9655">317</a>]</span>van het Gouvernement, waarbij eenige kleine munten, waar de stempel af gesleten was, buiten omloop werden gesteld. Op deze
+markt ziet men een zeer fraaije fontein in een nis tegen een muur; boven op staan twee eenhoorns en een kindje, houdende een&#8217;
+wapenschild en een laurierkrans; op het voetstuk wordt een veldslag <i>en basrelief</i> verbeeld, waaronder men leest: <i>Bataille de Clostercamp</i><a id="d0e9662src" href="#d0e9662" class="noteref">1</a>; boven de nis is een wapen (<i>troph&eacute;e</i>), en dit alles is van marmer en in een fraaijen smaak gemaakt. De Maarschalk <span class="smallcaps">de Castries</span> Gouverneur te <i>Montpellier</i> zijnde, werd deze fontein ter zijner eere opgerigt. Het gebouw, dat men de beurs noemt, schijnt oorspronkelijk een Kerk of
+Kapel geweest te zijn; men bedient &#8217;er zich weinig van, want de Koophandel is hier van geen groot aanbelang.
+
+</p>
+<p>Te <i>Montpellier</i> wordt veel koperrood of eigenlijk koperroest gemaakt; gedurende een&#8217; geruimen tijd deed men dit bijna nergens anders, wanende,
+dat de kelders alhier &#8217;er bijzonder toegeschikt waren, doch thans wordt het ook op verscheidene andere plaatsen gemaakt; de
+bewerking is zeer eenvoudig. Men plaatst in een aardepot boven wijn, die men aan het gisten maakt, laagsgewijze met verdroogde
+druiventrossen, en tusschen verscheidene plaatjes koper, <a id="d0e9685"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9685">318</a>]</span>die door de uitwazeming van den wijn aan het roesten raken; opgedroogd zijnde, schraapt men &#8217;er dit roest af, en dat is het
+koperroest. Zoo gij het omstandiger weten wilt, lees dan <span class="smallcaps">Chaptal</span> <i>Elemens de Chimie</i>. Zonderling is het, dat vrouwen hier meest met dien arbeid, die om het vergiftige met zeer veel omzigtigheid moet geschieden,
+belast zijn. Men fabriceert hier ook de <i>Cremor Tartari</i>.
+
+</p>
+<p>Het schijnt ter dezer plaatse niet ongezond te wezen, mits men zich behoorlijk in acht neemt opzigtens de kleeding; want het
+weder kan &#8217;er, even als bij ons, zeer ongestadig zijn.
+
+</p>
+<p><i>Montpellier</i> is zijn opkomst verschuldigd aan het verval van het oude <i>Maquelone</i>. Het gedeelte van <i>Neder-Languedoc</i>, waarin deze stad gelegen is, werd oudtijds door de <i>Volces-Arecomiques</i> bewoond. De inwoners worden voor levendig en werkzaam van aard gehouden; de huishoudens, naar men zegt, leven veel op zich
+zelve, en de gezellige verkeering heeft hier minder dan in andere steden plaats. De religiegeschillen, die hier ook vele rampen
+veroorzaakten, gaven daar misschien wel aanleiding toe. Hunne gastvrijheid omtrent de vreemdelingen is ook niet beroemd; en
+zelfs een <i>Languedoc&#8217;s</i> spreekwoord, doet den ongezelligen aard van die van <i>Montpellier</i> kennen<a id="d0e9717src" href="#d0e9717" class="noteref">2</a>. Deze Stad is thans <a id="d0e9732"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9732">319</a>]</span>de Hoofdplaats van het Departement de <i>l&#8217;H&eacute;rault</i>; zij is de geboorteplaats van verscheidene mannen van naam, zoo als de in de Natuurlijke Historie der Visschen ervaren, <span class="smallcaps">Guillaume Rondelet</span>, die &#8217;er in 1507 geboren werd; <span class="smallcaps">Pierre Magnol</span>, kruidkundige, in 1638; <span class="smallcaps">Louis Bertrand Castel</span>, wiskunstenaar, in 1688; de bekende Tooneeldichter <span class="smallcaps">Brueijs</span>, van wien wij ook eenige stukken in het <i>Hollandsch</i> overgezet hebben<a id="d0e9752src" href="#d0e9752" class="noteref">3</a>, en me&ecirc;r anderen. <span class="smallcaps">Cambac&egrave;res</span> in de geschiedenis van de omwenteling van <i>Frankrijk</i>, en vooral als tweede Consul bekend, thans groot Kanselier met den tijtel van Prins, is ook van <i>Montpellier</i>.
+
+</p>
+<p>Over onze herberg <i>l&#8217;Hotel du Midi</i>, waren wij ongemeen wel te vreden; het is &#8217;er gnap, en men eet &#8217;er zeer goed aan de gemeene tafel in een ruime en fraaije
+zaal. Wij hadden hier niet minder lekkeren zeevisch dan te <i>Marseille</i>, onder anderen goede versche tonijn, en zeer groote schelvisschen. Voor een kamer met twee bedden, van waar men een gezigt
+had tot in de <i>Middellandsche Zee</i>, betaalde ik 40 <i>sols</i> daags. Morgen voor den middag reizen wij naar <i>Toulouse</i>.
+
+
+
+<a id="d0e9786"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9786">320</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9662" href="#d0e9662src" class="noteref">1</a></span> De vermaarde slag van <i>Kloosterkamp</i> viel voor in het laatst van het jaar 1760. De <i>Franschen</i>, na lang half naakt, zoo als zij uit de tenten kwamen, gevochten te hebben, behaalden eindelijk de overwinning.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9717" href="#d0e9717src" class="noteref">2</a></span> Dit spreekwoord, in het <i>Patois</i> van <i>Languedoc</i> luidt: <i>Couvit de Mousp&eacute;i&egrave;, couvida &agrave; l&#8217;escai&egrave;</i>; dat is, noodiging van <i>Montpellier</i> op den trap gedaan.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9752" href="#d0e9752src" class="noteref">3</a></span> <i>De Advokaat Patelein</i> is onder anderen van <span class="smallcaps">Brueijs</span>.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e9787" class="div1">
+<h2>Zestiende Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Toulouse, 4 September.</i>
+
+</p>
+<p>Den 1 dezer &#8217;s morgens om 3 uren, namen wij de reis naar deze plaats aan, met den postwagen, die van <i>Avignon</i> op <i>Toulouse</i> rijdt, en hier het eerste nachtverblijf houdt.
+
+</p>
+<p>In het begin is de weg tamelijk effen. Van de hoogte, bij het dorp <i>Vougide</i>, heeft men een schoon gezigt op een soort van meer, <i>l&#8217;Etang de Thau</i> genaamd, de zeehaven van <i>Cette</i>, en de warme baden van <i>Baleruc</i>; deze baden worden gebruikt ter genezing van zwakheden in de leden, <i>rhumatieke</i> pijnen enz. <i>Frontignan</i>, om zijn&#8217; lekkeren witten wijn ook bij ons bekend, ligt hier digt bij. In het meer, dat vrij groot is, zag ik eenige visschers
+bezig; men vangt &#8217;er veel paling. Een eindje voortgereden hebbende, komt men door het stadje <i>Meze</i>, waar niets bijzonders van te zeggen valt; het ligt 4 posten van <i>Montpellier</i>. De weg werd hier en daar verlegd, en aanmerkelijk hersteld. Vervolgens kwamen wij door <i>Montagnac</i>, een steedje, alwaar een Protestantsche Kerk is. Eer men te <i>Pezenas</i> komt, rijdt men over eene fraaije steenen brug, die over de <i>H&eacute;rault</i>, waar van ik u in mijn vorigen geschreven heb, ligt; dat riviertje is hier al veel breeder dan in de <i>Cevennes</i>, <a id="d0e9840"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9840">321</a>]</span>en stort zich bij <i>Agde</i>, omtrent drie uren van deze brug, in zee. De landstreek schijnt hier nog al redelijk vruchtbaar te zijn, en de weg is goed.
+
+
+</p>
+<p>Omstreeks tien uren voor den middag kwamen wij te <i>Pezenas</i> aan, en stapten &#8217;er af, om het middagmaal te houden; hebbende nu van <i>Montpellier</i> 6&frac14; post afgelegd. Met genoegen vernam ik, dat &#8217;er tijd was, om het stadje te bezigtigen, want het zag &#8217;er hier vrolijk en
+levendig uit; het was marktdag, en naar het geen ik al te koop zag, moet het hier aan allerlei soort van eetwaren niet ontbreken;
+&#8217;er staan verscheidene gnappe huizen, en over het geheel heeft het hier een aanzien van welvarendheid; het maken van wollen
+stoffen is een voorname kostwinning der inwoners; en <i>Pezenas</i> moet aloud zijn, want <span class="smallcaps">Plinius</span> maakt &#8217;er reeds gewag van onder den naam van <i>Piscena</i>, prijzende zeer de wol, die deze landstreek oplevert.
+
+</p>
+<p>De zoon van <span class="smallcaps">Cromwel</span>, na dat hij uit <i>Engeland</i> gejaagd was, hield zich hier eenigen tijd op; <i>Pezenas</i> behoorde toen aan den Prins van <span class="smallcaps">Conti</span>, die, tevens Gouverneur van <i>Languedoc</i> zijnde, hier een fraai Hot&egrave;l had, dat hij somtijds verkoos voor zijn verblijf. Hij bevond &#8217;er zich toen <span class="smallcaps">Richard</span>, zoon van <span class="smallcaps">Cromwel</span>, onbekend (<i>incognito</i>) reizende, alleen en door de stad gaande, een landgenoot ontmoette, die even eens als hij uitgeweken was, en die zijn partij
+altijd getrouwelijk was toegedaan geweest; deze raadde hem aan, om een bezoek bij den Prins van <span class="smallcaps">Conti</span> afteleggen, waar de vreemdelingen, <a id="d0e9891"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9891">322</a>]</span>en vooral de <i>Engelschen</i> doorgaans wel ontvangen werden, zonder dat men zelfs verpligt was, om zich onder zijn&#8217; echten naam te doen kennen. <span class="smallcaps">Richard</span> liet zich dan door zijn&#8217; vriend geleiden, die hem bij den Prins aandiende als een <i>Engelsch</i> edelman, die door deze stad reisde om zich naar <i>Itali&euml;</i> te begeven. <span class="smallcaps">Conti</span> ontving hem beleefdelijk, en over den toestand van <i>Engeland</i> sprekende, zeide hij onder anderen, dat, hoewel hij &#8217;er ver af was, om het gedrag van <span class="smallcaps">Olivier Cromwel</span> te billijken, hij echter, regt doende aan zijn dapperheid, groote bekwaamheden en diep doorzigt, bekende, dat hij waardig
+was, om te gebieden; maar, voer hij voort: hoe is het mogelijk dat hij zoo een dwazen zoon had.&#8212;Die <span class="smallcaps">Richard</span>, die schoft, die bloodaard, was toch wel het verachtelijkste schepsel van den aarbodem,&#8212;wat is &#8217;er van dien zot toch geworden?
+<span class="smallcaps">Richard</span>, die zulk een onthaal in &#8217;t geheel niet verwachtte, was verlegen wat hier op te antwoorden; doch zorgde wel, om zich niet
+bekend te maken.
+
+</p>
+<p>Wij aten hier vrij wel, en onder anderen goeden zeevisch. De landsdouw aan den anderen kant van de stad, beviel mij niet minder
+dan aan dien, daar wij ingekomen waren. Na 1&frac14; post gereden te hebben, verwisselden wij van paarden, op een plaatsje genaamd
+<i>la Begude de Jordy</i>. Het is allerliefst gelegen, &#8217;er staat zeer veel hout, waar onder schoone en weelderig groeijende opgaande boomen; voor het
+posthuis is een fraaije altijd water gevende fontein, <a id="d0e9925"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9925">323</a>]</span>en digt daar bij een aangename tuin, waarin onderscheidene vruchten zeer wel schenen te groeijen; ik was verwonderd over de
+bevallige vruchtbaarheid van dit oord, waar van de grond in hoedanigheid veel van de gewone gronden hier omstreeks schijnt
+te verschillen; men zeide mij ook, dat dezelve voor het houtgewas inzonderheid beroemd was;&#8212;wat verder wordt de weg zanderig.
+Bij <i>Bezier</i> is de landstreek aangenaam, en deze stad doet zich niet onbevallig op; &#8217;t was omtrent vijf uren na den middag, toen wij hier
+aankwamen; men rekent <i>Pezenas</i> en <i>Bezier</i> op 2&frac34; post. Ons nachtverblijf was hier bepaald, dus hadden wij den tijd, om de stad te zien. Zij is zeer oud, en het blijkt
+uit eenige oudheden, die &#8217;er gevonden zijn, dat hier eene <i>Romeinsche</i> Volkplanting bestond, en dat zij bekend was onder den naam van <i>Julia Bitterra</i> of <i>Civitas Bitterensium</i>. Wij stapten in de voorstad, waar de gewone herberg van den postwagen is, af. De steenen brug, die niet ver van daar over
+de rivier <i>l&#8217;Orbe</i> ligt en vrij lang is, overwandelende, ging ik dat gedeelte van het <i>Canal du Languedoc</i>, dat in die rivier uitloopt, bezigtigen; doch zag &#8217;er niets anders dan eenige schutsluizen<a id="d0e9951src" href="#d0e9951" class="noteref">1</a>; het kanaal zelve was, zoo <a id="d0e9965"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9965">324</a>]</span>als doorgaans in dit jaargetij, geheel droog; aan den overkant van de rivier vervolgt het verder tot bij <i>Cette</i>, waar het in zee stort. <span class="smallcaps">Paul Riquet</span>, aannemer van deze vaart, naar het bestek van <span class="smallcaps">Andreossy</span>, werd te <i>Bezier</i> geboren. Van daar keerde ik terug naar de stad, dat slechts een kleine afstand is; zij is op een vrij hoogen heuvel aangenaam
+gelegen. Wij klommen &#8217;er op. Van den wal naar den kant van de rivier, en bijzonder van een <i>terras</i>, dat men de <i>Belle Ved&egrave;re</i> noemt, heeft men een zeer uitgestrekt en allerverrukkendst gezigt op de rivier de <i>l&#8217;Orbe</i>, in een aangename valei stroomende, de brug over dezelve en de bergen in &#8217;t verschiet. Dit gezigt alleen is der moeite waard,
+om zich aan deze plaats optehouden. De Hoofdkerk komt ook op den wal uit, en van de plaats voor dezelve heeft men insgelijks
+een schoon gezigt. Het is een oud, en was naar het scheen in vroegere tijden een aanzienlijk gebouw; van binnen zag ik &#8217;er
+niets bijzonders. Maar ik moet u een staaltje vertellen van verregaande onverdraagzaamheid, ten opzigte van de Joden, die
+hier in oude tijden plaats had. De zoogenaamde Christenen hadden vrij verlof, om hunne medeburgers en anderen, tot de Joodsche
+Kerk behoorende, die zij ontmoetten, van Zaturdag voor Palmzondag af, tot beloken Paasschen toe, te slaan en te mishandelen;
+en het <a id="d0e9988"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9988">325</a>]</span>blijkt, dat dit nog al een soort van Kerkelijke instelling was; want de ongelukkige <i>Isra&euml;lieten</i> gaven een groote som gelds aan de Hoofdkerk, dat is aan den Bisschop enz. om van deze allerschandelijkste onderdrukking bevrijd
+te zijn.&#8212;Diergelijke afschuwelijke misbruiken, hoewel minder wreed, hadden nog tot in onze dagen plaats, vooral hier en daar
+in <i>Duitschland</i>; doch dank zij dien weldadigen wijsgeerigen geest, welke thans door vele lasterlijk uitgekreten wordt; op de meeste plaatsen
+zijn zij reeds afgeschaft, of worden zulks nog dagelijks gedaan.
+
+</p>
+<p>Voor het overige levert <i>Bezier</i> niets aanmerkelijks op; inwendig is de stad in &#8217;t geheel niet fraai, en hoewel nog al tamelijk uitgestrekt, bevat zij niet
+meer dan 12,500 inwoners, die van de voorsteden hier onder begrepen. In vroegere eeuwen moet de bevolking hier ongelijk veel
+sterker geweest zijn: want men leest in de geschiedbladeren, dat in het begin van de 13<sup>e</sup> eeuw, toen de ongelukkige <i>Albigenzen</i> zoo wreed vervolgd werden, en men zelfs kruistogten tegen hen deed, &#8217;er in deze stad op eenen dag omtrent de 60,000 menschen
+omkwamen; de rampzalige slagtoffers vluchtten in de Kerken en hier vermoordde men hen ook niet alleen, maar men sloot zelfs
+de deuren van sommige dier gebouwen toe, stak &#8217;er den brand in, en deed zoo alle, die &#8217;er in waren, door de vlam omkomen&#8212;en
+wie was de Apostel van deze afgrijsselijke slagting?&#8212;wie anders, dan de heilige <span class="smallcaps">Dominicus</span>. De vervolging der Protestanten, waarin <i>Bezier</i> ook rijkelijk gedeeld <a id="d0e10013"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10013">326</a>]</span>heeft, hebben zekerlijk ook geen goed gedaan aan de bloei en welvaart van deze ongelukkige stad. De Fabrieken en Koophandel,
+die &#8217;er thans is, zijn van niet veel beteekenis; men maakt &#8217;er zijden-kousen, een soort van bombazijn, perkament enz. als
+mede snuifdozen van wortel-, van palm- en olijfboomem.
+
+</p>
+<p>Ons avondmaal was redelijk, en wij aten omtrent met 20 personen, zoo vrouwen als mannen; men was nog al vrolijk; naast mij
+zat een jong <i>Amerikaan</i>, die mij veel vertelde van den bloeijenden koophandel van dat land; hij kwam uit <i>Holland</i>, alwaar hij een lading <i>Coloniale producten</i> gebragt had, en ging naar <i>Marseille</i>, om ook over het aanvoeren van diergelijke goederen te handelen. Het schijnt dan of het ons Land en <i>Amerika</i>, even eens gaat als de schalen van een balans, naar mate dat de eene rijst, daalt de andere, met dit onderscheid echter,
+dat de ligtste hier omlaag hangt.
+
+</p>
+<p>Den 2 dezer vertrokken wij &#8217;s morgens om 4 uren. De weg was aangenaam, en de grond scheen redelijk vruchtbaar; van de hoogtens
+heeft men schoone gezigten, en aan de regterhand een keten hooge bergen; doch weinig boomen. Eer men aan het dorp <i>Coursan</i> komt, gaat men over eene fraaije steenen brug, over de rivier <i>l&#8217;Aude</i>, en hier omtrent begint het Departement van dien naam.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/vii005.jpg" alt="Narbonne."><p class="figureHead">Narbonne.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Omstreeks 9 uren kwamen wij te <i>Narbonne</i>, 3 posten van <i>Bezier</i>. Deze stad is een der oudste van de <i>Gaulen</i>, en de eerste volkplanting, die de <i>Romeinen</i> aan gene zijde der <i>Alpen</i> vestigden, en <a id="d0e10061"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10061">327</a>]</span><i>Narbo Martius</i> noemden<a id="d0e10065src" href="#d0e10065" class="noteref">2</a>. Van het Kapitool, het Amphith&eacute;ater enz. dat hier in die tijden bestond, ziet men thans niets me&ecirc;r; in &#8217;t geheel zijn &#8217;er
+geen sporen van de <i>Romeinsche</i> grootheid en voormaligen luister me&ecirc;r overig. De stad ligt nog in zijne muren en <i>bastions</i>, maar inwendig beteekent zij niet veel, dat mij verwondert, omdat de vaart, of <i>Canal de la Robine</i>, uit de rivier de <i>Aude</i> komende &#8217;er doorloopt, en omtrent 1&frac12; uur beneden de stad in zee uitkomt<a id="d0e10089src" href="#d0e10089" class="noteref">3</a>. Dit dunkt mij moest den handel aanwakkeren; maar het zag &#8217;er in &#8217;t geheel niet tierig uit, en de vaart, waarin eenige sluizen
+zijn, was zelfs genoegzaam droog. Naar ik vernam, was de mond van deze vaart, voorheen de zeehaven van <i>Narbonne</i>, en waarin groote schepen kwamen, thans voor dezelve niet me&ecirc;r bevaarbaar, door dat, de zee al me&ecirc;r en me&ecirc;r de kust ontweken
+zijnde, het daar te ontdiep is geworden<a id="d0e10104src" href="#d0e10104" class="noteref">4</a>. Deze stad is in eene niet onaangename vlakte gelegen en van bergen omringd<a id="d0e10113src" href="#d0e10113" class="noteref">5</a>; maar daar door is zij ook een verzamelplaats van al het water, dat &#8217;er van rondom naar <a id="d0e10116"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10116">328</a>]</span>toezakt, en daar door vooral bij sterke regen vlagen onaangenaam<a id="d0e10118src" href="#d0e10118" class="noteref">6</a>; doch zij staat in dit opzigt
+maar gelijk met het zoo hoog geroemde <i>Parijs</i>.
+
+</p>
+<p>De Hoofdkerk is het voornaamste, dat &#8217;er te <i>Narbonne</i> te zien is, en hier toe hadden wij tijd en gelegenheid; want &#8217;er moest gewacht worden naar het middag eten, en het was Zondag.
+Wij gingen &#8217;er dan genoegzaam met al de reisgenooten, die zich op den postwagen bevonden, naar toe, en de galante <i>Franschen</i> boden bij het inkomen van de Kerk aan de Dames het wijwater aan, daar ik, als hier niet aan gewoon, geen slag van had, en
+die plegtigheid alzoo maar agterweeg liet. Deze Kerk is, bij gebrek van geld, zoo men zegt, onvolmaakt gebleven, na dat men
+&#8217;er van het laatst van de 13de eeuw, tot 1722 van tijd tot tijd aan bezig geweest was. Het koor alleen is dan maar voltooid,
+en daar naar te oordeelen, zou de geheele Kerk, indien zij naar evenredigheid was afgebouwd, een trotsch en prachtig gebouw
+geweest zijn. Het gewelf is zeer verheven, en heeft een reusachtig aanzien; <a id="d0e10153"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10153">329</a>]</span>voor de omwenteling zag men hier verscheidene kostbaarheden, en onder anderen een zilveren zon of praalkas, die door acht
+Priesters moest gedragen worden, en 600 mark zilver woog; men heeft &#8217;er geld van geslagen. Het eene was hier verder naar het
+andere, en de Aardsbisschop, wiens Paleis hier ook digt bij staat, had een jaarlijks inkomen van 120,000 livres daar of daar
+omtrent. Toen wij &#8217;er waren, was men bezig met de hoogmisse te zingen; het orgelmuzijk was zeer aangenaam, en de <i>vox humana</i> zoo natuurlijk, dat wij het onder elkander een poos oneens waren, of &#8217;er menschen zongen dan of het alleen het orgel was.
+De roode marmeren kolommen, die tot het groot altaar behooren, kwamen mij fraai en kostbaar voor. Men ziet &#8217;er nog eenige
+vrij goede schilderijen. Het schoone stuk van <span class="smallcaps">Sebastiaan del Piombo</span>, verbeeldende de opstanding van <span class="smallcaps">Lazarus</span>, dat uit deze Kerk in de gallerij van de Hertog van <i>Orleans</i> in het <i>Palais Royal</i> te <i>Parijs</i> is gekomen, is thans met een groot deel van die galerij in <i>Engeland</i>.
+
+</p>
+<p>Wij deden een zeer goed maal in de herberg <i>la Dorade</i> op de kaai, aan de vaart staande; men schafte &#8217;er onder anderen goede oesters en uitmuntenden zeevisch in soorten, waar ik
+mij dan ook, moetende weldra de kusten van de <i>Middellandsche Zee</i> verlaten, nog eens te goed aan deed. De prijs was als naar gewoonte. Van den beroemden honig van <i>Narbonne</i>, heb ik niet gelikt. Hij is zeer geurig zegt men, omdat de bijen veel op de thijm, <a id="d0e10187"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10187">330</a>]</span>rozemarijn en andere geurige kruiden, die hier omstreeks groeijen, azen. De weinige handel van deze stad bestaat in dien honig,
+in leder dat &#8217;er gelooid wordt, en koren, dat uit het hooge <i>Languedoc</i> komt. Het getal der inwoners is, volgens de laatste telling, ruim 9000. Na den maaltijd vervolgden wij onzen weg, door een
+woestenij, tusschen de rotsen door, en waar naauwelijks een kruidje groeide; de gezigten echter zijn hier en daar niet onaardig.
+Verder op wordt de landstreek aangenamer en vruchtbaarder. Hier hadden wij ligt een ongeluk kunnen krijgen; de <i>postillon</i>, wat wild zijnde, had, terwijl de <i>Conducteur</i> op de <i>imperiale</i> sliep, alvorens een vrij steile hoogte afterijden, de wielen niet vastgemaakt, zoo als dit gebruikelijk is; maar reed &#8217;er
+zoo hard, als de paarden maar loopen konden, af. Nu was &#8217;er aan den voet van deze hoogte, regt over den weg, die daar draaide,
+een diepte, zoo dat wij, de paarden door de snelle vaart van den wagen denzelven niet kunnende houden, of den draai missende,
+ligtelijk van boven neder hadden kunnen storten; doch alles liep gelukkig af. Van de plaatsjes, die wij doorkwamen, valt niets
+bijzonders aanteteekenen; de wijngaarden, die wij hier en daar zagen, beloofden, zoo hier als elders, waar wij doorkwamen,
+eenen ongemeenen voordeeligen oogst. De wijnen van <i>Languedoc</i>, over het algemeen zwaar en geestig zijnde, stookt men daar van veel brandewijn, bijzonder aan de kanten van <i>Montpellier</i> en <i>Nismes</i>. Dit jaar heeft zulks nog veel <a id="d0e10210"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10210">331</a>]</span>algemeener plaats om den rijken oogst, die men voorziet, en de geringe verzending over zee, door de ongunstige tijdsomstandigheden;
+want anders krijgen wij en de <i>Engelschen</i> over <i>Bourdeaux</i> ook ons aandeel van die wijnen. Hier en daar heeft men aangename gezigten.
+
+</p>
+<p>De zon begon den gezigteinder te naderen, toen wij te <i>Carcassone</i> kwamen. Eerst komt men door de oude stad, die men <i>la Cit&eacute;</i> noemt, en die, zoo veel ik in &#8217;t voorbijgaan zien kon, wel oud en onoogelijk is; men ziet &#8217;er nog de overblijfsels van een
+oud Kasteel, op eene hoogte gelegen. Ook staat hier de Hoofdkerk, waar in de opperste van die bloed- en roofgierige vervolgers
+der <i>Albigensen</i>, <span class="smallcaps">Simon</span> Graaf <i>de Montfort</i> begraven is; hij stierf in 1218. Dit gedeelte van <i>Carcassone</i> meent men dat de plaats is, waar oudtijds het <i>Carcassum Tectosagum</i> bestond, dat een gemeenebest was onder de <i>Tectosaquense Volsques</i>, en welk gemeenebest met me&ecirc;r andere landen hier omstreeks, onder de beheering der <i>Romeinen</i> geraakte. Van hier klimt men af tot aan de rivier de <i>Aude</i>, en komt vervolgens over eene fraaije steenen brug in de laage of nieuwe stad, die ruim en regelmatig gebouwd schijnt. Wij
+reden, langs eene aangename en lommerrijke gemeene wandelplaats, tot aan een herberg buiten de stad staande, alwaar wij ons
+nachtverblijf moesten houden; het zag &#8217;er hier vrij wel uit. <i>Carcassonne</i> en <i>Narbonne</i> is 7&frac12; post. Terwijl het nog schemerlicht was, ging ik de stad, waar van de poort over de herberg was, <a id="d0e10256"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10256">332</a>]</span>in, en zag in het midden van een vierkante plaats, rondom met boomen beplant, eene fraaije fontein, waarop het beeld van <span class="smallcaps">Neptunus</span> op zijn&#8217; zeewagen. Deze stad zou mij, wat de ligging en het uiterlijk aanzien aanbelangt, wel bevallen; het schijnt &#8217;er zeer
+levendig en welvarende; welke bloei men aan de aanzienelijke laken-fabrieken, waar van niet alleen de ingezetenen, maar zelfs
+vele hunner naburen leven, moet toeschrijven. <i>Carcassonne</i> is de hoofdplaats van het Departement de <i>l&#8217;Aude</i>, men begroot de bevolking van die stad op 10,400. De rivier, hier tamelijk breed, is niet minder aangenaam, dan voordeelig.
+De wandelingen en gezigten, op de brug en aan de oevers zijn allerliefst. Met den Zondag avond zag ik daar veel menschen.
+Het <i>Canal</i>, of de vaart van <i>Languedoc</i>, stroomt ook niet ver van <i>Carcassonne</i>, het geen insgelijks van belang is voor haar handel en fabrieken.
+
+</p>
+<p>Den 3 dezer waren wij weder om 4 uren op reis, om &#8217;s avonds te <i>Toulouse</i> te zijn. Over onze herberg waren wij wel te vreden, en betaalden den gewonen prijs.
+
+</p>
+<p>Te <i>Castelnaudary</i>, 4&frac12; post van <i>Carcassonne</i>, en waar men ook van paarden verwisselt, vertoefde de wagen een poosje, om ons tijd te geven tot ontbijten; intusschen ging
+ik de kom (<i>le bassin</i>), van de vaart van <i>Languedoc</i>, die hier digt bij ligt, bezigtigen. Het is een vrij groot water<a id="d0e10295src" href="#d0e10295" class="noteref">7</a>, en dat bovenop een hoogte, <a id="d0e10298"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10298">333</a>]</span>want dit is het hoogste gedeelte van de vaart van <i>Languedoc</i> tusschen de twee zee&euml;n; men heeft &#8217;er daarom de verzamelplaats gemaakt van al het water, dat men rondom heeft kunnen opvangen,
+en dat uit den grooten vijver (<i>reservoir</i>) van <i>St. Terriol</i>, ook hier omstreeks liggende, in deze kom, die men <i>le bassin de Naurouze</i> noemt, gebragt wordt; van waar het vervolgens door sluizen aan den eenen kant in de vaart, naar de <i>Garonne</i>, en vervolgens naar den <i>Oce&auml;an</i>, en aan den anderen kant naar de <i>Middellandsche Zee</i> loopt; deze weg werd aangewezen door een bron, die op deze hoogte ontsprong, en waar van het water ook Oost en West liep.
+Deze kom levert hier een aardig en gansch niet onaangenaam gezigt op; ik zag &#8217;er verscheidene schuitjes inliggen, in den smaak
+van onze trekschuiten, waar van men, in den tijd als de vaart open is, gebruik maakt, om naar de omliggende plaatsen te varen.
+Het is wel der moeite waardig, om dit te regt beroemde waterwerk naauwkeurig optenemen, doch mijn reisbestek liet het niet
+toe.
+
+</p>
+<p><i>Castelnaudary</i> ziet &#8217;er niet onbehagelijk uit, ik zag &#8217;er eenige gnappe huizen; het was &#8217;er korenmarkt, en daar door vrij drok en levendig.
+Deze handel is de voornaamste der ingezetenen, en de vlaktens hier rondom leveren veel graan op; en dat is &#8217;er in dat gedeelte
+van <i>Languedoc</i>, dat wij tot nog toe doorgereisd hebben, wel noodig. Het getal der ingezetenen van <i>Castelnaudary</i> wordt op ruim 7800 gerekend.
+<a id="d0e10331"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10331">334</a>]</span></p>
+<p>Deze stad is in de geschiedenis vooral bekend door de slag die hier plaats had tusschen de krijgsbenden van <span class="smallcaps">Gaston</span>, Hertog van <span class="smallcaps">Orleans</span>, en die van den Koning; en waarin de Hertog <span class="smallcaps">Hendrik de Montmorenci</span> werd gekwetst en gevangen genomen. Dit viel voor in September 1632, en de ongelukkige <span class="smallcaps">Montmorenci</span> werd den 30 October daaraan volgende, beschuldigd zijnde van hoog verraad, te <i>Toulouse</i> onthoofd; hij was slechts 37 jaren oud.
+
+</p>
+<p>Het vermaarde kostschool (<i>pensionnat</i>) <i>de Sor&egrave;se</i>, ligt hier ook niet ver daan; thans waren daar, naar men mij verhaalde, omtrent de 600 jonge lieden.
+
+</p>
+<p>Te <i>Avignonet</i><a id="d0e10361src" href="#d0e10361" class="noteref">8</a>, een dorp of steedje waar wij doorkwamen, scheen het kermis te zijn; want wij zagen &#8217;er verscheidene gnappe jonge lieden
+van beide kunne onder zeilen, die daar gespannen waren, dansen, hoewel het nog voor den middag was. Dit plaatsje is ook, zoo
+als de meesten hier omstreeks, in de bloedige geschiedenis der <i>Albigensen</i> bekend. Nu begint het land vlakker te worden, men ziet schier geen bergen en rotsen me&ecirc;r; de weg was goed, de paarden moedig,
+en naar het scheen wel gevoed, en de postillon een jonge en vlugge knaap; dit alles maakte dat wij tijdig te <i>Villefranche</i> kwamen, waar ik eenigzins met ongeduld het middagmaal te gemoet zag. Niet alleen de landstreek, maar <a id="d0e10373"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10373">335</a>]</span>zelfs de huizen, beginnen hier eene andere gedaante te krijgen; zij zijn van gebakken steenen gebouwd, en met pannen gedekt.
+De gebakken steenen hebben hier een anderen vorm als bij ons, en gelijken naar langwerpige vierkante roode tegels. Onze herberg
+zag &#8217;er in &#8217;t geheel niet prachtig uit; maar het was &#8217;er nog al gnap, en het eten was in zijn soort ook vrij wel, volgens
+algemeene getuigenis; want mij (doorgaans honger hebbende, als ik aan tafel kom) smaakt alles, wat maar eenigzins eetbaar
+is, goed; en dit is vooral op reis een groot voorregt. Het plaatsje ziet &#8217;er redelijk wel uit; en het is duidelijk, dat de
+natuur hier milder is, dan in verscheidene streken, die wij in <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> zijn doorgekomen. De vaart van deze laatstgenoemde Provincie loopt ook niet ver van hier. Deze vaart is hier omstreeks, overal
+aan de kanten, met <i>Italiaansche</i> populieren beplant, dat een vrolijk aanzien geeft; wij zagen dezelve al eenigen tijd op een&#8217; zekeren afstand van den weg
+aan onze linkerhand. Te <i>Bassi&egrave;ge</i>, een plaatsje, dat &#8217;er ook vrij wel uitziet, moesten wij van paarden veranderen, en ik wandelde intusschen vooruit. Niet
+ver van hier gaat men over eene brug over de vaart, houdende dezelve vervolgens tot <i>Toulouse</i> aan de regterhand. De landouw wordt hoe langer hoe vruchtbaarder, en alzoo aangenamer; de weg loopt altijd door een groene
+vlakte, en de heuvels, ter zijde liggende, zijn tot op de toppen toe beplant of bezaaid. De voorname oogst, dien ik hier te
+veld zag staan, behalve den wijn, was Turksche-tarw, hier <i>millocque</i> genaamd. <a id="d0e10393"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10393">336</a>]</span>Als de pluimen, die dienen om de plant te bevruchten, dit verricht hebben, en het zaad is gezet, worden zij afgesneden, om
+daar door meerder voedsel aan de plant te laten, en alzoo den groei van het zaad te bevorderen<a id="d0e10395src" href="#d0e10395" class="noteref">9</a>. Men teelt overal in deze landstreek veel van dat graan, dat gedeeltelijk in het land zelve gebruikt, en gedeeltelijk naar
+<i>Spanje</i> verzonden wordt. Een van onze reisgenooten die een landgoed in <i>Gasconje</i> had, en nog al een liefhebber van den landbouw scheen, zeide, dat men sedert eenige jaren meerder gemeenschap met de naburen
+naar den kant van het Noorden hebbende, men ten opzigte van den landbouw nog al het een en ander van hun had geleerd; en dat
+hij zelve onder anderen van een zijner vrienden, die eenigen tijd in <i>Bataafsch Braband</i> geweest was, had geleerd, om me&ecirc;r voordeel van den grond te trekken, door geele wortelen onder het koren te zaaijen, enz.
+en dit met goed gevolg sedert eenige jaren reeds had gedaan.
+
+</p>
+<p>Het hout schijnt hier ook wel te willen groeijen. Men ziet &#8217;er frissche boomen van allerlei soort, in plaats van die eentoonige
+olijfboomen, waarvan het droevige gezigt mij reeds zoo lang heeft verveeld&#8212;waarlijk men had ook wel een vrolijker zinnebeeld
+voor dien lieven vrede, waarvan wij het gemis reeds <a id="d0e10412"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10412">337</a>]</span>zoo lange betreuren, kunnen uitdenken, dan de olijftak, dunkt mij. Een, zoo het scheen goede en eenvoudige geestelijke, aan
+wien ik deze aanmerking mededeelde, nam de partij van den olijftak met veel ijver, zeggende, dat zij een&#8217; heiligen oorsprong
+heeft, als zijnde door de duif aan <span class="smallcaps">No&auml;ch</span> gebragt, ten teeken, dat het Opperwezen den vrede aan het aardrijk schonk. Tegen zulk soort van lieden valt niet veel te
+bewijzen, dus liet ik het den man winnen, hoewel ik niet wel in mijn hoofd kan krijgen, dat de <i>Grieken</i> en <i>Romeinen</i>, die ook dit zinnebeeld kenden, daar aan door het verhaal van <span class="smallcaps">Moses</span>, in het boek genaamd <i>Genesis</i>, gekomen zijn. Men ziet hier omstreeks ook veel buitenplaatsjes en lusthuizen, die <i>Castels</i> genaamd worden. Het dorp <i>Castanet</i>, waar wij doorkwamen, en dat nog maar 1&frac12; post van <i>Toulouse</i> ligt, ziet &#8217;er ook bevallig en welvarende uit. De huizen zijn hier bijna overal geverwd, en schijnen wel onderhouden; de
+menschen zien &#8217;er gnap en goed gekleed uit; welk een onderscheid tusschen deze en de dorpen en steedjes van <i>Provence</i>, en hier en daar in het hooge <i>Languedockse</i>! (<i>le haut Languedoc</i>). De weg bij <i>Toulouse</i>, en naar de stad leidende, is zeer aangenaam; zijnde een lange regte laan, aan beide zijde met frissche boomen beplant; wij
+kwamen langs de wandeling, die allerliefst is, door het dikke en frissche lommer. Ik verkwikte inderdaad op het zien van zoo
+veel boomen. Het was ruim zes uren, toen wij aankwamen. Hoewel de postwagens over het algemeen, ons vrij wel waren bevallen,
+deze was het inzonderheid <a id="d0e10450"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10450">338</a>]</span>hebbende aan alle posten doorgaans goede paarden; de Conducteur was ook zeer geschikt, en had veel zorg en oplettendheid voor
+de reizigers. Wij namen hier onze intrek in <i>au grand Soleil</i>, bij <i>Madame</i> <span class="smallcaps">d&#8217;Aumont</span>.
+
+</p>
+<p>Den 4 dezer. <i>Toulouse</i> valt mij zeer in de hand; hoewel in &#8217;t geheel niet geregeld gebouwd, zijn de straten echter nog al redelijk breed, en men
+vindt &#8217;er vele fraaije huizen, genoegzaam allen van gebakken steenen. Het kwam &#8217;er mij dan ook over het algemeen zoo doodsch
+en stil niet voor, als men mij verteld had; hoewel men elkanderen in de straten niet verdringt, zoo als te <i>Parijs</i>. Koetsen of cabriolets ziet men &#8217;er ook niet veel; maar de draagstoelen zijn nog veel in gebruik. Bij den Schouwburg zag
+ik &#8217;er verrscheidene staan, men huurt ze voor een matigen prijs. Voor de omwenteling haperde het hier niet aan Kerken en Kloosters,
+geen wonder, het bijgeloof en de vervolgzucht had zijn&#8217; verschrikkelijken zetel in deze stad gevestigd; gij begrijpt, dat
+ik de afgrijsselijke zoogenaamde regtbank van gewetens-onderzoek (<i>tribunal d&#8217;inquisition</i>), die hier in het begin van de 13<sup>e</sup> eeuw werd opgerigt, bedoel. De wreedaardige dweeper of huichelaar <span class="smallcaps">Dominicus</span>, die sommige nog heden den Heiligen noemen, was aan het hoofd van dezelve en zijne navolgers bekleeden nog in onze dagen
+die plaats in <i>Spanje</i> en <i>Portugal</i>; hoewel zij, den Hemel zij gedankt, zeer veel van hunne magt verloren hebben. De ongelukkige <i>Albigensen</i>, waarvan ik reeds dikwerf melding maakte, zich niet aan het Pausdom <a id="d0e10487"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10487">339</a>]</span>willende onderwerpen, gaven aanleiding tot dit hof van gewetensdwang, of liever dienden ten voorwendsel, om vrij te kunnen
+rooven en moorden; want immers wisten vele Priesters altijd hun belang met dat van de Godheid, die zij zelf gevormd hadden,
+zoo kunstig te verbinden, dat het scheen als of zij voor niets anders dan voor de zaak van God ijverden, terwijl zij in der
+daad niets anders dan hun personeel belang beoogden. Die aller afschuwelijkste Treurtooneelen, waarmede de geschiedenis der
+<i>Albigensen</i> vervuld is, zijn dan ook inzonderheid, hier en te <i>Alby</i>, eene naburige stad, en de Hoofdplaats van het landschap, waar na de <i>Albigensen</i> genaamd zijn, voorgevallen.
+
+</p>
+<p>De Hoofdkerk, dat een groot, en in zijn soort prachtig, gebouw is, verdient wel gezien te worden. Het groote altaar pronkt
+met fraaije Corinthische kolommen van <i>Languedoc&#8217;s</i> marmer, en is naar de teekening van den bekwamen Beeldhouwer <span class="smallcaps">Gervais Drouet</span> gemaakt. In deze Kerk toont men den predikstoel, waar op men wil dat de Heilige <span class="smallcaps">Bernardus</span> en Heilige <span class="smallcaps">Dominicus</span> gepredikt hebben. Waarom stelt men &#8217;er geen, waarop de broederliefde en verdraagzaamheid gepredikt wordt, in de plaats? In
+den toren van deze Kerk hing een klok die 50,000 ponden woog. Het Aardsbisschoppelijke paleis staat bij die Kerk, en schijnt
+een aanzienlijk gebouw; thans woont &#8217;er de Prefect in; want <i>Toulouse</i> is de hoofdplaats van het Departement <i>de la haute Garonne</i>.
+
+</p>
+<p>Het Stadhuis op de plaats staande, die men voorheen <a id="d0e10520"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10520">340</a>]</span><i>Parijs</i> na&auml;pende, <i>la Place Royale</i> noemde; hoewel &#8217;er nimmer een Koninklijk standbeeld of iets diergelijks, voor zoo ver men weet, gestaan heeft, beantwoordt
+niet aan den grooten ophef, dien men &#8217;er van maakt; voor de omwenteling, werd het <i>le Capitole</i><a id="d0e10529src" href="#d0e10529" class="noteref">10</a>, in navolging van de <i>Romeinen</i>, genaamd. Want die van <i>Toulouse</i>, aan <i>Gascogne</i> grenzende, en zoo, als algemeen bekend is, even als de bewoners van die landstreek, veel van vergrooten houdende, willen,
+dat dit gebouw door keizer <span class="smallcaps">Galba</span> gesticht is, na dat deze stad bondgenoote van <i>Rome</i> verklaard was, schoon de bewijzen hun schijnen te ontbreken. De leden van het Stadsbestuur werden dan ook <i>Capitouls</i> geheeten. Ik had aangeteekend, dat hier drie groote schilderijen van den vermaarden schilder <span class="smallcaps">Antoine Rivals</span>, in een zaal die men <i>la Salle du grand Consistoire</i> plagt te noemen, te zien waren; en vroeg na die zaal; men wees mij dezelve, ik zag overal rond, maar bespeurde niets, dat
+naar schilderstukken geleek; de muren waren met breede driekleurige streepen geverwd, en dit was al wat &#8217;er te zien was, in
+eenige andere kamers, die ik nog doorliep, was ook niets bijzonders te zien; eindelijk vroeg ik andermaal aan den zelfden
+man, die mij de zaal aangewezen had, en eene soort van kamerbewaarder, of diergelijken scheen te zijn, waar dan toch de stukken
+van <span class="smallcaps">Rivals</span> te zien waren, en hij antwoordde in de zaal <i>du grand Consistoire</i>. In der daad zij waren &#8217;er nog; <a id="d0e10562"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10562">341</a>]</span>doch, helaas! het schilderwerk was niet meer zigtbaar; eenige woeste ijveraars hadden &#8217;er, in het begin van den omwenteling,
+den kwast opgezet, omdat zij de geboorte, de krooning, en het huwelijk van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. verbeelden, en dit had ik, om dat zij met eenige anderen genoegzaam den ganschen muur besloegen voor een driekleurig
+geverwden muur of behangsel aangezien. Verder zag ik hier niets dat der moeite waardig is om te beschrijven. De Schouwburgzaal
+was voorheen in een van de vleugels van het zoogenaamde Kapitool; thans speelden &#8217;er <i>Marionetten</i> in, en de Schouwburg is in een ander gebouw, dat hier digt bij staat. De gevel van dit Stadhuis, die omtrent de helft van
+de vorige eeuw gebouwd is, beslaat den eenen kant van de plaats voorheen <i>Royal</i>. Wie erinnert zich niet bij het zien van dit Stadhuis den regterlijken moord van den ongelukkigen <span class="smallcaps">Calas</span>. De Graaf van <span class="smallcaps">Montmorenci</span>, van wien ik hier voor gesproken heb op de plaats van dit Stadhuis, met gesloten deuren onthoofd zijnde, heeft men hier nog
+lange jaren daar na roode vlakken op den muur aangewezen, die men zeide van het gespatte bloed van dit slagtoffer van Koninklijke
+of liever Priesterlijke<a id="d0e10579src" href="#d0e10579" class="noteref">11</a> wraak te zijn; sedert een geruimen tijd ziet men die vlakken niet meer.&#8212;Maar ik scheide van al die akelige <a id="d0e10591"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10591">342</a>]</span>dingen af, breng dezen op de post, en ga naar buiten wandelen.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e9951" href="#d0e9951src" class="noteref">1</a></span> Zij worden de sluizen van <i>Fonceranne</i>, (<i>les ecluses de Fonceranne</i>) genaamd, liggen tegen de helling van een hoogte, en zijn 8 in getal. Verder op is &#8217;er onder door een&#8217; berg, ter lengte van
+720 voeten, doorgegraven; deze onderaardsche waterleiding noemt men <i>la voute de Malpas</i>; <a id="d0e9962"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e9962">157n</a>]</span>een gedeelte van dat gewelf is gemetseld, om het invallen te beletten.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10065" href="#d0e10065src" class="noteref">2</a></span> Zij werd ook <i>Decumanorum Colonia</i>, naar een volk onder de <i>Gaulen</i>, die men <i>Decumani</i> noemde, geheten.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10089" href="#d0e10089src" class="noteref">3</a></span> Deze vaart meent men, dat reeds door de <i>Romeinen</i> gegraven is, alzoo <span class="smallcaps">Plinius</span>, onder anderen, &#8217;er gewag van maakt, onder den naam van <i>Rubrensis</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10104" href="#d0e10104src" class="noteref">4</a></span> Van de kusten van <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> wijkt de zee, en onze stranden zwelgt zij al langzamerhand in.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10113" href="#d0e10113src" class="noteref">5</a></span> Ik zal &#8217;er u een gezigtje van doen toekomen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10118" href="#d0e10118src" class="noteref">6</a></span> De meer aardige dan nuttige reizigers <span class="smallcaps">Bachaumont</span> en <span class="smallcaps">la Chapelle</span>, zeggen van <i>Narbonne</i>:
+
+</p>
+<p class="line" style=""><span>Digne objet de notre couroux,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Vielle ville toute de fange,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Qui n&#8217;est que ruisseaux et qu&#8217;&eacute;gouts.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Pourrois-tu pretendre de nous,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Le moindre vers &agrave; ta louange?</span></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10295" href="#d0e10295src" class="noteref">7</a></span> Deze kom is 1200 voeten lang, en 900 breed.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10361" href="#d0e10361src" class="noteref">8</a></span> Dit is het eerste plaatsje van het Departement <i>de la haute Garonne</i> aan dien kant.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10395" href="#d0e10395src" class="noteref">9</a></span> Met die afgesneden pluimen of <i>Masculi Flores</i>, zoo als ze door de Botanisten genoemd worden, met een goed deel van de steng afgesneden zijnde, wordt het vee gevoederd.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10529" href="#d0e10529src" class="noteref">10</a></span> Het Kapitool.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10579" href="#d0e10579src" class="noteref">11</a></span> Namelijk van den Kardinaal <span class="smallcaps">de Richelieu</span>, die een bijna onbepaald vermogen op <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIII. had, en tegen wien de opstand, waar onder <span class="smallcaps">Montmorenci</span> zich bevond, bijzonder gerigt was.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e10593" class="div1">
+<h2>Zeventiende Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Toulouse, 5 Augustus.</i>
+
+</p>
+<p>Ons verblijf zal hier korter zijn, dan ik mij had voorgesteld, om dat wij genoegzaam al het merkwaardige reeds gezien hebben,
+en onze voorgenome reis door een gedeelte van de <i>Pyrene&euml;n</i> niet veel langer moeten uitstellen, want het wordt in die bergachtige landstreek dikwijls al vroeg onaangenaam weder. Voor
+mijn vertrek wil ik dezen echter nog aan u afzenden.
+
+</p>
+<p>Gisteren, na dat ik een kwartiertje buiten de stad de vaart van <i>Languedoc</i> had wezen zien, ter plaatse, waar zij in de <i>Garonne</i> uitkomt<a id="d0e10613src" href="#d0e10613" class="noteref">1</a>, ging ik naar <a id="d0e10624"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10624">343</a>]</span>Schouwburg, die &#8217;er inwendig nog al redelijk uitziet. Men gaf &#8217;er een groot Treurspel van <i>Racine</i> of <i>Corneille</i>, en hier hadden vertooners den regten slag niet van; ik ging &#8217;er dan al schielijk uit, en kwam niet weder, voor dat men aan
+het Nastukje begon, omdat het hier t&#8217;huis hoort, zoo als de titel ook aanduidt, zijnde genaamd <i>Moli&egrave;re &agrave; Toulouse</i>; het beteekent juist niet veel, doch werd redelijk wel gespeeld. Men betaalt 17 <i>sols</i> in het <i>parterre</i>, doch men moet &#8217;er blijven staan.
+
+</p>
+<p>Heden morgen ging ik weder zeer vroegtijdig uit, om geen&#8217; tijd te verliezen. De kaai langs de <i>Garonne</i>, dunkt mij, het aangenaamste gedeelte van de stad, men ziet in die rivier eenige kleine watervallen door het water, dat over
+steenen dammen loopt, veroorzaakt; de stroom is zeer sterk. Over dezelve ligt een zeer fraaije steenen brug, rustende op zeven
+bogen; zij is 72 voeten breed, en ruim 800 voeten lang<a id="d0e10646src" href="#d0e10646" class="noteref">2</a>. Men gaat over dezelve van de stad naar de voorstad van <i>St. Cyprien</i>. Aan het eind van deze brug, als men uit de stad komt, staat een fraaije poort of zegeboog; op denzelven leest men behalve
+een Latijnsch vers, als een ander staaltje van de pogcherij der <i>Toulousers</i>: &#8221;<i>het is hier het achtste wonder der wereld.</i>&#8221; <i>Septem orbis miracula discant hic mirandum octavum.</i> Buiten deze <a id="d0e10667"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10667">344</a>]</span>poort komende, heeft men aan de linkerhand een beplante wandeling, langs de rivier en aan de regter het Hospitaal van <i>St. Jakob</i>, dat men mij ook als waardig, om bezigtigd te worden had opgegeven; doch ik zag &#8217;er niets anders aan, dan een groot Gasthuis.
+Regt uitgaande door de voorstad van <i>St. Cypriaan</i>, komt men aan een fraai ijzeren hek, dat men de poort van <i>St. Cyprien</i> noemt. Op twee steenen pijlaren van dat hek, ziet men twee fraaije zittende vrouwen beelden. Voor deze poort heeft men eene
+fraaije plaats beginnen te bouwen, met regelmatige gebouwen rondom; doch zij is ook slechts begonnen, en dit is al verscheidene
+jaren geleden; buiten deze poort heeft men aan beide zijden fraaije wandelingen, met verscheidene rijen boomen beplant, gelijk
+ook de weg regt uit beplant is. De boomen die men hier ziet zijn meest ijpen; doch zij zien &#8217;er vrij wat beter uit dan die
+van <i>Montpellier</i>. De korenmolens, die door het water van de <i>Garonne</i> gaan, zijn wel bezienswaardig, zoo om derzelver grootte als om de werking. In die van de <i>Bazacle</i> worden 16 molensteenen bewogen; doch men moet geen zwarten rok aantrekken, als men hier gaat kijken. Het eiland <i>Tounis</i>, waarbij deze molen staat, wordt meest door verwers van wolle en andere stoffen bewoond.
+
+</p>
+<p>Verder de stad ingaande, viel mijn oog op de ongewone bouworde van een groot huis; in den gevel zijn verscheidene pilasters,
+en de kapiteelen zijn zamengesteld uit eenige arenden; ook ziet men diergelijke vogels en andere gedaanten in de lijst; boven
+<a id="d0e10692"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10692">345</a>]</span>een deur ziet men de beelden van <span class="smallcaps">Apollo</span> en <span class="smallcaps">Mercurius</span>, die een wapenschild houden, en boven een andere, daar naast een paar andere beelden. doch die ik niet herkende. Dit huis
+scheen mij ondertusschen nog niet zeer oud te zijn, en had, naar ik vernam, behoord aan een President enz. <span class="smallcaps">Again</span> genaamd; het staat schuins over het huis, behoord hebbende aan de <i>Malth&eacute;ser</i> Ridders. In dezelfde straat, wat verder, is een geschutgieterij.
+
+</p>
+<p>De Kerk van <i>St. Sernin</i>, of eigenlijk <i>St. Saturnin</i>, een zeer oud Gottisch gebouw, is groot, maar inwendig zeer duister, en gelijkt eerder naar een gevangenis of grafspelonk,
+dan naar een tempel voor den Godsdienst geschikt; nu de geloovigen van <i>Toulouse</i> plagten ook roem te dragen op het bezit van 26 ligchamen van Heiligen, die in deze Kerk in kostbare kisten bewaard werden,
+en waar onder niet minder dan zeven Apostelen.&#8212;Welk een knekelhuis!&#8212;Dit gebouw pronkt met eenen hoogen spitsen toren, naar
+het mij voorkwam op eene buitengewone wijze gebouwd. Zoo akelig en onbevallig ik deze Kerk vond, zoo fraai en wel verlicht
+vond ik die, welke voorheen aan de <i>Carthuizers</i> behoorde, en thans voor een parochie dient, zijnde onlangs netjes opgemaakt. Het altaar, vooral dat midden in de Kerk onder
+een soort van lantaarn staat, is van marmer, fraai en met smaak gewerkt; vooral twee Engelen van wit marmer en van gewone
+menschelijke grootte, kroonende met gestrengeld loof een <i>Urne</i>. De houding van die Engelen is zeer bevallig. Volgens de aanteekening, die ik <a id="d0e10723"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10723">346</a>]</span>&#8217;er op vond, is dit fraaije stuk werk door de gebroeders <span class="smallcaps">Lukas</span> van <i>Rome</i> in 1785 gemaakt.
+
+</p>
+<p>Na den middag gingen wij het Stads Museum, in het voormalig Klooster der <i>Augustijnen</i>, bezigtigen. In het pand van het Klooster ziet men eenige overblijfsels van graftombes, beeldhouwerk enz. uit de Kerken na
+de omwenteling te zamen geraapt. De Kloosterkerk is in eene fraaije zaal of galerij veranderd, zoo dat men niet zou zeggen,
+dat het een Kerk geweest was; rondom hangen verscheidene schilderijen, die zoo als gij denken kunt, niet veel bewondering
+baren, als men, gelijk als ik, zoo menigmalen de galerij van <i>Parijs</i> gezien heeft; daar waren &#8217;er sommige bij van nog in leven zijnde meesters. Eenige jongelieden waren hier bezig met kopieeren.
+In het midden van deze zaal staat een lange tafel, waarop men eenige kleine <i>antike</i> beeldjes van metaal, enz. ziet, en aan het eind heeft men eene fraaije <i>colonade</i> of <i>portique</i> gemaakt van marmeren kolommen, die, naar mij de oppasser vertelde, uit Kloosters of Kerken afkomstig zijn. Achter deze <i>portique</i>, waar men met eenige trappen naar toe klimt, ziet men het bekende kunststuk van <span class="smallcaps">Antoine Rivals</span>, verbeeldende de stichting van de stad <i>Ancire</i> in <i>Galatie</i>, door de <i>Tectosages</i>, van <i>Toulouse</i> vertrokken zijnde. Dit stuk is met zeer waarheid geschilderd. Men zegt zelfs dat het voorheen aan het eind van eene zaal
+op het Stadhuis hangende, dikwijls door lieden die aan het andere eind stonden, voor een wezenlijk gebouw werd aangezien.
+Hier is die begoocheling zoo sterk niet, doch <a id="d0e10766"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10766">347</a>]</span>ik zag het met veel genoegen. Het heeft voor opschrift: &#8221;<i>Tectosages Anciram condebant.</i>&#8221; Onder eenige borstbeelden ziet men hier ook dat van <span class="smallcaps">Rivals</span> zelven: hij werd alhier in 1735 geboren.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds ging ik de aangename wandelingen buiten de poort, waar wij ingekomen waren, en anderen hier omstreeks, nog eens
+doorkruisen. Bij de vaart zag ik een scheepstimmerwerf waar men zelfs kleine zeescheepjes bouwde. De wandelingen inzonderheid
+moeten, dunkt mij, veel bijdragen tot veraangenaming van deze stad, en in dat opzigt verdient zij zeker de voorkeur boven
+<i>Montpellier</i>, <i>Nismes</i> en <i>Marseille</i>.
+
+</p>
+<p><i>Toulouse</i>, of liever het oude <i>Tolosa</i>, dat omtrent een uurtje van het tegenwoordige <i>Toulouse</i> af schijnt gestaan te hebben, blijkens onder anderen de geringe overblijfsels van een Amphith&eacute;ater dat men daar vindt, wil
+men, dat gebouwd is door de <i>Tectosagers</i>, een volk, waarvan ik hier voor reeds sprak, en dat ruim 600 jaren voor <span class="smallcaps">Christus</span> geboorte, ten getale van 300,000 hun land verlieten, om zich hier te komen nederzetten. Daar na geraakten zij onder de <i>Romeinen</i> of werden hunne bondgenooten. Vervolgens hebben de <i>Visi-Gothen</i> &#8217;er zich meester van gemaakt; zij zijn door Koningen, door Graven, en wederom door Koningen geregeerd geworden. Ondertusschen
+lieten zij zich altijd nog al wat voorstaan op hunne oude vrijheid en onafhankelijkheid, en behielden, zoo als ik reeds gezegd
+heb, eenige oude benamingen, zoo als <i>Capitouls</i>, <a id="d0e10810"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10810">348</a>]</span>rechter <i>mage</i> (<i>juge mage</i>) enz., doch het was ook niet anders dan den naam.
+
+</p>
+<p>Het Parlement van <i>Toulouse</i>, dat van het midden der 13<sup>e</sup> eeuw, tot aan de omwenteling bestaan heeft, volgde in rang op dat van <i>Parijs</i>, en was dus het tweede van <i>Frankrijk</i>.
+
+</p>
+<p>Onder de Akademi&euml;n van <i>Toulouse</i>, was &#8217;er een bekend onder den naam van <i>Acad&eacute;mie des Jeux Floraux</i>, in het begin van de 14<sup>e</sup> eeuw gesticht door zeven <i>Troubadours</i><a id="d0e10845src" href="#d0e10845" class="noteref">3</a>, en daar na, in dezelfde eeuw, gevestigd door <span class="smallcaps">Clemence Isaure</span>, eene vrouw van geest en fraaij vernuft. Deze Akademie bleef genoegzaam in haren oorspronkelijken staat voortduren tot in
+het laatst van de 17<sup>e</sup> eeuw, toen men &#8217;er eene Koninklijke Akademie van gemaakt heeft, met behoud, echter van haar eersten naam. Deze <i>Troubadours</i> en <i>jeux floraux</i> (bloemen spelen) schijnen, volgens het geen ik &#8217;er van gelezen en gehoord heb, veel overeenkomst gehad te hebben met onze
+oude Redenrijkers en hunne handelingen. Zij gaven ook Dichtstukken op, en beloofden prijzen, zoo als goudsbloemen, lelien,
+en andere bloemen van goud of zilver. De leden van het Genootschap genaamd <i>Jeux Floraux</i>, werden <i>Bacheliers en la gaie science et dans le gai savoir</i>, medegenooten in de <a id="d0e10889"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10889">349</a>]</span>vrolijke wetenschap en lustige kennis, genaamd. Deze <i>Troubadours</i> waren ook somtijds zeer vrij in hunne versen, en durfden de Vorsten en Geestelijken wel eens ter deeg hekelen. De letterkunde
+werd hier dan ook altijd, hoe zeer &#8217;er het bijgeloof den baas speelde, nog al beoefend, en <i>Toulouse</i> heeft verscheidene mannen van naam opgeleverd, onder andere <span class="smallcaps">du Ferrier</span>, die Ambassadeur zijnde, zich durfde verzetten tegen het voorgevallene in het <i>Concilie</i> van <i>Trente</i>, en het verstandig ontwerp gemaakt heeft, om <i>Frankrijk</i> van den stoel van <i>Rome</i> los te maken, en in navolging van <i>Engeland</i>, de <i>Gallicaansche</i> Kerk onafhankelijk te maken van de Pausen. <span class="smallcaps">Cailhava</span>, lid van het <i>Institut National</i> van <i>Frankrijk</i>, bekend door verscheidene Toneelstukken, vooral door zijn werk genaamd <i>de l&#8217;Art de la Comedie</i>, en zijne <i>Etudes sur Moli&egrave;re</i>, werd ook te <i>Toulose</i> geboren.
+
+</p>
+<p>De voorname handel van deze stad bestaat in Spaansche wolle en koren, ook worden, bijzonder als de vaart van <i>Languedoc</i> gesloten is, de goederen die men de <i>Garonne</i> af vervoert, hier per as aangebragt. Onder de menigte voerlieden, zag ik &#8217;er hier dan ook verscheidene uit het land van <i>B&eacute;arn</i>, aan de <i>Spaansche</i> grenzen, welke een soort van mutsjes op hebben, bijna in den smaak als vele boertjes van <i>Teniers</i>. Sommigen waren bruin, andere wit met rooden kwast, die &#8217;er boven plat op ligt. Deze mutsjes die men <i>Berettes</i> noemt, zijn van wol gebreid en gevuld; zij zijn zoo ondiep, dat het menschen, die &#8217;er niet aan gewoon zijn, moeijelijk <a id="d0e10956"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10956">350</a>]</span>zou vallen, dunkt mij, on ze op het hoofd te houden. Behalve de verwerijen zijn hier ook fabrieken van wollen stoffen; ik
+zag &#8217;er onder anderen een gemeen soort van laken dat zeer smal is. Hier, en in het gehele <i>Languedocsche</i> meet men stoffen, linten, enz. niet met de el, maar met eene maat die men <i>la cane</i> noemt, en die verdeeld wordt in 8 <i>pans</i>; 5 zulke <i>pans</i> maken eene <i>Fransche</i> elle. In <i>Provence</i> meet men ook met <i>pans</i>. De bevolking van <i>Toulouse</i> is ruim 52,600; de menschen zien &#8217;er over het algemeen gezond en wel uit; levensmiddelen van allerlei soort ontbreken &#8217;er
+niet, en zijn tot een matigen prijs te bekomen; hoenderen en allerlei soort van gevogelte vooral. Wij waren over onze herberg
+wel te vreden.
+
+</p>
+<p>Men verzekerde mij, dat het bijgeloof hier sedert de omwenteling aanmerkelijk verminderd was. De inwoners van deze stad, altijd
+zoo zeer gesteld zijnde op hunne vrijheid en onafhankelijkheid, waren dan over het algemeen ook ijverige voorstanders van
+de grondbeginselen der omwenteling.
+
+</p>
+<p>Ik heb u nog vergeten te vertellen, dat hierin het Klooster der <i>Cordeliers</i> een grafkelder plagt te zijn, die, zoo als men het volk wijs maakte, de bijzondere eigenschap had, om de lijken, die men
+&#8217;er in legde, te verdroogen; doch het is thans algemeen bekend, dat het niet anders dan een kunstje van de Monniken was. Deze
+kelder gaf aanleiding tot eene weddingschap tusschen twee jonge lieden; een van hun moest juist op het uur van middernacht,
+(want dat is overal de tijd, dat de spoken <a id="d0e10989"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10989">351</a>]</span>en geesten verschijnen, zoo als het middaguur overal bij de boeren de schafklok is) alleen in dezen kelder vol verdroogde
+lijken en geraamtens gaan, en om wel verzekerd te zijn, dat hij tot het einde toe geweest was, aldaar op een bepaalde plaats
+een spijker in den muur slaan. Onze held begeeft zich, van een dievenlantaarntje, een hamer, een spijker, en de noodige sleutels
+voorzien, naar dien akeligen kelder, zich zoo als het dikwijls gaat, kloeker houdende, dan hij in der daad was; maar wie wil,
+jong zijnde, ook den naam hebben van bang, en vooral bang voor dooden te zijn. Het moest &#8217;er dan mede door. Hij treedt ten
+kelder in, opent de deur van de grafspelonk, en plaatst den spijker. Ondertusschen staat de andere wedder, met een menigte
+nieuwsgierigen, een geruime wijl in het Klooster te wachten; en hij komt niet terug. Men begint ongerust te worden, en besluit,
+om te gaan zien, waar hij blijven mag.&#8212;De ongelukkige jongeling was dood, en dat waarschijnlijk door angst; want hij had,
+een lang en wijd kleed aan hebbende, &#8217;er denkelijk door de vrees, niet ter deeg toeziende, een slip van zijn kleed aan den
+muur vast gespijkerd; hier door voelt hij zich, heen willende gaan, terug gehouden; en de beangstheid, die misschien reeds
+tot eene aanmerkelijke hoogte was gestegen, neemt hier door zoodanig toe, dat hij &#8217;er onder bezwijkt<a id="d0e10991src" href="#d0e10991" class="noteref">4</a>. Genoegzaam alle menschen hebben, en <a id="d0e10994"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e10994">352</a>]</span>ik geloof zelfs buiten en behalve vooroordeelen van eene verkeerde opvoeding, een&#8217; huiverigen afkeer van de dooden; dit schijnt
+eenigzins in de natuur te liggen, en men wordt hetzelfde gewaar in sommige dieren, vooral in de paarden. Men handelt dan altijd
+onvoorzigtig, van dezen afkeer met geweld te willen trotseren, en sterker te willen wezen, dan wij in der daad zijn. Bij deze
+gelegenheid erinner ik mij een geval van dien aard, dat aan iemand van mijn nabestaanden gebeurd is. Hij bevond zich, nog
+zeer jong zijnde, te <i>Groningen</i> bij bloedverwanten, die in een groot huis woonden, waar het, zoo men wilde, spookte; een lange gang scheidde de kamer, waar
+men gewoonlijk zat, van de keuken. Op zekeren avond, dat deze aankomende jongeling uit die kamer, door den gang, in het donker
+naar de dienstboden in de keuken wilde gaan, wordt hij op eenmaal bij een been vast gehouden, zoo dat hij vallende zeer verschrikte,
+vooral dewijl het huis een&#8217; kwaden naam had. Daar hij van angst schreeuwde, komt men op het gerucht toelopen, en vindt dat
+hem het ijzer- of koperdraad van de bel, om een van zijne beenen was gekronkeld. Men had juist gebeld, de draad die door de
+gang liep was gebroken, en hier mede was de spookhistorie verklaard, en liep zonder eenige onaangename gevolgen af.
+
+</p>
+<p>Morgen ochtend om 3 uren vertrek ik van hier met den postwagen, die van <i>Toulouse</i> naar <i>Bayonne</i> rijd tot <i>Tarbes</i>.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10613" href="#d0e10613src" class="noteref">1</a></span> <span class="smallcaps">Riquet</span> begon deeze vaart in 1666, en zij werd in 1680 voltooid. In &#8217;t geheel zijn &#8217;er 60 sluizen, te weten 45 naar den kant van
+de <i>Middellandsche Zee</i>, en 15 na den kant van den <i>Oce&auml;an</i>. Het gansche werk heeft 13 millioenen gekost, waarvan door den Koning ruim de eene helft, en door de Provincie de rest betaald
+werd. Men zegt, dat de sluizen &#8217;s jaarlijks omtrent &eacute;&eacute;n millioen opbrengen, na aftrek van alle onkosten. Thans, daar deze
+vaart droog was, dat alle jaren in dit jaargetij gedurende eenigen tijd plaats heeft, werd zij verbreed en uitgegraven.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10646" href="#d0e10646src" class="noteref">2</a></span> Deze brug is naar het bestek van den bouwmeester <span class="smallcaps">Souffron</span> gemaakt, de hoeken zijn van gehouwen, en de rest van gebakken steenen. De zegenboog is naar de teekening van <span class="smallcaps">Francois Mansard</span> gebouwd.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10845" href="#d0e10845src" class="noteref">3</a></span> <i>Trobadors de Tolosa</i>. <i>Troubadours</i> zijn Dichters van de 12<sup>de</sup> en 13<sup>de</sup> eeuwen, in <i>Provence</i>, <i>Languedoc</i> en andere Provincien van <i>Frankrijk</i> ten zuiden van de rivier de <i>Loire</i> gelegen, t&#8217;huis behoorende.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e10991" href="#d0e10991src" class="noteref">4</a></span> Dit voorval had plaats in het begin van de vorige eeuw.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e11010" class="div1">
+<h2>Achttiende Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Bagn&egrave;res, 9 September.</i>
+
+</p>
+<p>Gisteren ben ik hier aan den voet van die keten hooge bergen, die de grensscheiding van <i>Frankrijk</i> en <i>Spanje</i> maken, aangekomen. Den 6 dezer reed ik, terwijl het nog duister was, uit <i>Toulouse</i>. De poort van <i>St. Cyprien</i> uitgereden zijnde, zagen wij een half uur buiten de stad, aan de linkerhand van den weg, de bron <i>la Fontaine de Perpan</i> genaamd, welke, naar men zegt, een zeer heilzaam mineraal water geeft; ik vond &#8217;er echter geen anderen smaak aan dan aan
+gewoon water. Aan de fontein is ook niets bijzonders te zien, zij is als een vierkant koepeltje gemaakt, en uit drie ruw gebeeldhouwde
+koppen loopt het water; men had mij dit nog al als iets bezienswaardig opgegeven. De ligging onder eenige vrij hooge Italiaansche
+populieren, is nog al schilderachtig. De weg is zeer goed, aan beide zijden aangenaam beplant, en rondom ziet men eene vruchtbare
+vlakte. Wij ontmoetten verscheidene spannen met ossen, zoo als ik &#8217;er <i>Toulouse</i> ook al gezien had; zij zijn aan elkanderen gekoppeld door middel van een hout, dat dwars tegen de horens met riemen vastgemaakt
+wordt; midden in hetzelve is een gat, waar door de disselboom, tusschen de <a id="d0e11037"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11037">354</a>]</span>twee beesten inkomende, doorgestoken, en met een pen vastgemaakt wordt; hier in bestaat al het tuig van dit gespan: want een
+toom of lijsten hebben zij ook niet, in plaats van dat, heeft de voerman een langen regten stok, waarmede hij hen bestuurt,
+dezelve tusschen de horens inleggende, en daar bij somtijds eenige woorden voegende; deze voerlieden hebben lederen schootsvellen
+voor, zoo als bij ons de schoenmakers.
+
+</p>
+<p>De <i>Garonne</i> over zijnde, is men in het voormalig <i>Gascogne</i>, en de landen tusschen deze rivier, den <i>Oceaan</i> en de <i>Pyrene&euml;n</i> gelegen, werden gemeenelijk onder de benaming van <i>Gascogne</i> begrepen. Bij het dorpje <i>Lequevin</i>, waar de weg over een hoogte loopt, heeft men een aangenaam gezigt over de schoone en vruchtbare vlakte. Aan de regterhand,
+op een zekeren afstand van den weg, ziet men een bosch, dat zeer uitgestrekt schijnt te zijn, doch &#8217;er waren geen zwaare boomen
+in, en diende, naar ik vernam, genoegzaam alleen voor brandhout. Men noemt dit het bosch van <i>Boecol</i>. De weg is hier zeer ongelijk, en men is den eenen heuvel pas af, of men moet den anderen weder opklimmen. De grond schijnt
+hier ook zoo goed niet als digter bij <i>Toulouse</i>, en Turksche tarw was het voornaarmste dat ik &#8217;er zag; hier en daar staat ook gierst, dat men <i>petit millet</i> noemt. De grond wordt hier veel met mergel<a id="d0e11068src" href="#d0e11068" class="noteref">1</a> gemest; zulk eene bemesting voedt <a id="d0e11082"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11082">355</a>]</span>den akker voor verscheidene jaren. Op sommige akkers zag ik nog eene andere soort van <i>ma&iuml;s</i> of Turksche tarw, die weinig graan geeft, en alleen geteeld wordt, om &#8217;er bezems van te maken; zij groeit hooger, en is ranker
+dan de andere, daar bij zijn de pluimen, die om te veegen dienen moeten, veel langer, en vrij stevig; diergelijke bezems,
+netjes gebonden, worden in gansch <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> bijna gebruikt, ik zag ze zelfs al te <i>Lyon</i>; dit is dan nog al een tak van handel, en indien het niet zoo afgelegen was, zou ik onze <i>Hollandsche</i> vrouwtjes wel durven aanraden, om &#8217;er een goeden voorraad van op te doen. Nu rijdt men een brug over eene beek, door een
+dal stroomende, over; en hier zag ik iets, dat ik in langen niet gezien had, frissche groene weilanden, waarin een menigte
+rundvee en paarden graasden. 3&frac12; post van <i>Toulouse</i> ziet men een onaanzienelijk steedje, <i>l&#8217;Isle de Jourdain</i> genaamd. Voorheen lag het in zijne wallen, <a id="d0e11105"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11105">356</a>]</span>en had een Kasteel, doch deze zijn al sedert vele jaren afgebroken. De inwoners, eenige jaren geleden, oneenig zijnde met
+eenige krijgslieden en burgers van <i>Toulouse</i>, had zulks hier verregaande dadelijkheden ten gevolgen. Overal waar maar huizen staan, ziet men eene menigte gansen, waarvan
+dit land ongemeen voorzien schijnt. Nu en dan treft men ook nog wijngaarden aan, maar geen olijf- of moerbezienboomen me&ecirc;r.
+Twee posten verder dan het laatstgenoemde plaatsje, namen wij het middagmaal, in een steedje <i>Gimont</i> genaamd, aan een riviertje gelegen, en waar een ruime geheel overdekte plaats is, waar men markt houdt, en die men <i>la Halle</i> noemt; de landlieden, uit den omtrek, brengen hier hunne waren ter markt, en dit geeft nog al eenigen handel. Het ziet &#8217;er
+hier nog al tamelijk uit, de maaltijd was redelijk goed, en de prijs zeer matig. Niet ver van hier, zegt men, zijn mijnen,
+waar <i>turkoisen</i> gevonden worden, die weinig van de Oostersche verschillen. De weg loopt aanhoudend over bergen en dalen, zoo dat men schier
+aanhoudend niet anders dan stapvoets voortgaat; te me&ecirc;r, daar men maar weinig van paarden verwisselt; doch ik verveelde mij
+niet, om dat de landstreek aangenaam is, alles is bebouwd; hier en daar heeft men boschjes en boeren-hoeven, die men <i>Metairies</i> noemt; onder dezelven ziet men &#8217;er die met de aangelegen schuren, stallen, enz. al vrij groot zijn, en wel kleine gehuchten
+gelijken. Een groot ongemak echter is het gebrek aan water, dat <a id="d0e11122"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11122">357</a>]</span>hier in gansche streken plaats heeft, zelfs met den ongewonen regen, dien wij gehad hebben, en die nogthans aan alles een
+buitengemeen frisch aanzien geeft; moest men het van een huis aan den weg liggende, en waar wij een oogenblik vertoefden,
+omtrent een half uur ver halen; zelfs waren &#8217;er van de naburen, die nog verder van die bron af woonden; het was dus niet meer
+dan billijk, dat ik een glas water, dat ik hier dronk, betaalde.
+
+</p>
+<p>Omstreeks half zeven kwamen wij te <i>Ausch</i>, hoofdplaats van het Departement <i>le Gers</i>, voorheen van <i>Gascogne</i>. <i>Toulouse</i> en <i>Ausch</i> zijn 8&frac12; post. Daar het avond werd, haastte ik mij om de hoofdkerk te gaan bezigtigen, waarvan de geschilderde glazen in dit
+land zoo beroemd zijn als bij ons die van <i>Gouda</i>; doch het maakt de Kerk inwendig zeer donker; het snijwerk van het koor is ook zeer fraai gewerkt. Men had hier en daar op
+de altaars bloeijende Tuberozen gezet, die eenen zeer aangenamen reuk door de gantsche Kerk verspreidden. Men wil dat deze
+Kerk reeds door Koning <span class="smallcaps">Clovis</span>, dat is in het laatst van de 5<sup>de</sup>, of in het begin van de 6<sup>de</sup> eeuw, gebouwd is. Het portaal is <i>modern</i> werk, zijnde door <span class="smallcaps">Gervais Drouet</span> in 1671 uitgevoerd. Aan beide zijden van dit portaal staat een vierkante toren met kolommen van onderscheidene bouworders
+versierd; het maakt een prachtige vertooning, vooral om dat men &#8217;er het gezigt op heeft van eene ruime plaats; doch naar ik
+vernam, weten bouwkundigen &#8217;er veel op aantemerken. Dat dit <a id="d0e11159"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11159">358</a>]</span>werk in den <i>Antiken</i> smaak, met het overige <span id="d0e11164" class="corr" title="Bron: Gottische">Gothische</span>, een misselijk geheel uitmaakt, is ligtelijk te zien. De stad op eene hoogte liggende, heeft men van het terras, dat met
+boomen beplant is, en voor eene gemeene wandelplaats dient, een aangenaam gezigt. Aan den voet van den hoogen heuvel, waar
+<i>Ausch</i> op en tegen aan gelegen is, stroomt het riviertje <i>le Gers</i>, waar naar het Departement genaamd wordt.
+
+</p>
+<p>Het Stadhuis, hoewel niet groot, is een fraai gebouw; het scheen nog niet lang gestaan te hebben. In hetzelve is een schouwspelzaal.
+
+</p>
+<p><i>Ausch</i> is verdeeld in de hooge en lage stad. Men klimt uit deze naar de eerste, behalve langs den rijweg, door middel van een steenen
+trap, die naar men zegt, want ik heb ze niet geteld, twee honderd treden hoog is. Het Stadhuis staat ook in de stad, en ik
+zag daar me&ecirc;r gnappe gebouwen. Het getal der ingezetenen bereikt nog geen 8500. Men maakt &#8217;er een soort van pijlaken en andere
+wollen-stoffen.
+
+</p>
+<p>Wij hadden hier eene zeer goede herberg bij <span class="smallcaps">Alexandre</span>, die man is buitengemeen dik, en wordt daarom boertender wijze <span class="smallcaps">Alexandre</span> <i>le gros</i><a id="d0e11189src" href="#d0e11189" class="noteref">2</a>, in tegenoverstelling van <span class="smallcaps">Alexandre</span> <i>le grand</i><a id="d0e11199src" href="#d0e11199" class="noteref">3</a> genaamd. Ons avondmaal was met zoo veel orde en netheid opgezet, dat men het in een <i>Hollandsch</i> <a id="d0e11207"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11207">359</a>]</span>deftig burgerhuis niet beter zou verlangen. De dikke <span class="smallcaps">Alexander</span>, die een goed gul man scheen, en een paar gnappe dochters dienden zelfs van tijd tot tijd mede. &#8217;Er was overvloed, en de
+spijzen waren zeer goed bereid; wij zaten &#8217;er met ruim 20 personen aan tafel; want de gaande en komende postwagen houdt hier
+nachtverblijf. Over de kamers en bedden waren wij ook wel te vreden, en betaalden niet meer voor eten en slapen dan &pound;3&#8211;:&#8211;:
+beter en goedkooper herberg hadden wij tot nog toe niet aangetroffen. En wat men ook van de <i>Gasconjers</i> zeggen moge, het huis van <span class="smallcaps">Alexander</span> <i>de dikke</i>, te <i>Ausch</i>, vind ik tot nog toe de beste herberg van <i>Frankrijk</i>.
+
+</p>
+<p>Den 7 dezer. &#8217;s Morgens om 4 uren moesten wij onze goede herberg weder verlaten. Een eind weegs voortgereden zijnde, ziet
+men van eene aanmerkelijke hoogte, waarover de weg loopt, de toppen van de <i>Pyrene&euml;n</i>, welke zich in de wolken schijnen te verliezen, zoo dat men ze hier en daar van dezelve naauwlijks onderscheiden kan. De
+wagen door de steile helling van den weg zeer langzaam moetende gaan, gingen wij te voet, en hadden daar door nog me&ecirc;r genot
+van het schoon gezigt. Drie posten van <i>Ausch</i>, kwamen wij door het steedje <i>Mirande</i>, waar ook een ruime overdekte marktplaats is. Men breidt hier veel ongemeen fijne en mooije wollen kousen, onder den naam
+van kousen van <i>Mirande</i> bekend. Zij worden van vette wol gebreid, en daar na uitgewasschen (<i>degraiss&eacute;s</i>). <a id="d0e11244"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11244">360</a>]</span>Ik vond &#8217;er heden in het voorbijgaan geen te koop, om dat de opkoopers van <i>Bourdeaux</i> en andere omliggende plaatsen, zich den vorigen dag van al het voorhanden zijnde werk meester hadden gemaakt.
+
+</p>
+<p>Ik heb u nog niet van onze reisgenooten gesproken. De voornaamste waren een gewezen Kapitoul van <i>Toulouse</i>, een bejaard Heer met zijne dochter, en een <i>Gasconjer</i>, die te <i>Ausch</i> op den wagen gekomen was, en voor zijn vermaak <i>Bagn&egrave;res</i> ging bezoeken. Als men tegenwoordig een dag met iemand in <i>Frankrijk</i> op een postwagen zit, wordt men, hoewel &#8217;er de menschen niet regtstreeks voor uit komen, al ligt gewaar tot welke politieke
+geloofsbelijdenis zij behoorden. Het viel mij dan ook niet moeijelijk om te ontdekken, dat de gewezen Kapitoul <i>Bourbons</i>-gezind was; de bejaarde Heer een voorstander van de tegenswoordige orde van zaken, en de <i>Gasconjer</i> tamelijk onverschillig, hoewel nog meer naar de oude dan naar de tegenwoordige regering overhellende, omdat de Provincien
+toen ook nog wat intebrengen hadden. Dat ik een <i>Hollander</i>, en een ijverige voorstander van een Republikeinsch bestuur was, stak ik onder geen stoelen of banken; niemand bestreed dit
+gevoelen me&ecirc;r dan de bejaarde Heer, en wilde zelfs beweeren, dat &#8217;er geen beter regeering was, dan een volstrekt willekeurig
+gezag (<i>Despotisme absolu</i>), dit hield hij onverzettelijk staande, en was &#8217;er door geene kracht van reden aftebrengen. Wij verschilden dan alle in gevoelens
+<a id="d0e11278"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11278">361</a>]</span>van hem, en daar het gesprek, vooral met mij, al vrij ernstig begon te worden, trachtte de <i>Gasconjer</i> het op een ander onderwerp te brengen, en begon van de jagt te spreken, zeggende dat hij reeds verscheidene malen in de <i>Pyrene&euml;n</i> geweest was, en daar me&ecirc;r dan eens jagtpartijen op Izards<a id="d0e11286src" href="#d0e11286" class="noteref">4</a>, Wolven en Beeren had bijgewoond, en zelfs eens een Beer geschooten; een menigte zonderlinge omstandigheden ontbraken hier
+niet aan. Onze voorstander van het <i>Despotisme</i>, dit alles met zeer veel belangneming aanhoorende, vroeg nu, en dat in goeden ernst, of &#8217;er ook aapen in de <i>Pyreneen</i> waren. Ieder had moeite om zich van lagchen te onthouden. Intusschen kwamen wij berg op berg af te <i>Mielan</i>, een dorp 4&frac12; post van <i>Ausch</i>, alwaar wij het middagmaal moesten houden. De <i>Gasconjer</i> sprak hier eenigen tijd met den verdediger van het <i>Despotisme</i> alleen, en verhaalde ons daar na dat hij van hem vernomen had, dat zijn oogmerk was om naar <i>Pau</i> te gaan, en bezit te nemen van een post, die hij bij het <i>Lyc&eacute;um</i> aldaar gekregen had. Dit verspreidde zeer veel licht over deze zaak. Ik denk echter niet dat hij te werk gesteld zal worden
+om onderwijs te geven in de Natuurlijke Historie.
+
+</p>
+<p>Hier omstreeks zagen wij sommige vrouwen met kappen van rood laken, het geen naar ik vernam, vooral hooger op een gewoon hoofdtooisel
+is.
+
+</p>
+<p>De wijngaarden zijn in deze landstreek veel hooger <a id="d0e11317"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11317">362</a>]</span>van stam dan ik ze tot nog toe gezien had, en worden niet alleen aan regt opstaande staken, maar ook aan dwarshouten, opgebonden.
+Hier zag ik veel wilde kersenboomen, dienende om de wijngaarden te ondersteunen; de wijngaarden wierden tegen den stam van
+den boom opgeleid, en de ranken tusschen de boomen aan elkanderen vastgehegt, en maakten, als <i>Guirlandes</i> hangende, eene sierlijke vertooning. Deze kersenboomen, die in plaats van staken bij de wijngaarden dienen, worden &#8217;s jaarlijks
+ingekort, om dezelve klein te houden. Men verkiest die boven de gewone staken, omdat deze, in den grond verrottende, gedurig
+moeten vernieuwd worden.
+
+</p>
+<p>Men heeft hier weder eene aanzienelijke hoogte, en aan den voet van dezelve ligt het steedje <i>Rabastens</i>. Een beekje stroomt hier langs den weg die alleraangenaamst en zeer effen is, en genoegzaam regt loopt tot <i>Tarbes</i>, zijnde nog 2&frac14; post. De landstreek, hier aanhoudend besproeid zijnde, heeft men &#8217;er veel groene beemden. Het werd donker,
+en daar het heden vrij warm geweest was, waren onze paarden zeer afgemat, want zoo wel heden als gisteren, hadden wij maar
+eens van paarden verwisseld. Deze postwagen is dan ook al een van de minsten, dien ik op deze reis aangetroffen heb. De zich
+zoo beschaafd wanende <i>Franschen</i>, komen mij over het algemeen ook al zeer ongevoelig voor omtrent het vee, en dikwijls ergerde mij de behandeling der paarden.
+Het doet mij zeer, als ik zoo een <a id="d0e11333"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11333">363</a>]</span>goed en nuttig dier zie mishandelen, en (velen mogen hier om lagchen) mij dunkt, dat in eene wel ingerigte maatschappij, ook
+de dieren door wijze wetten tegen mishandeling behoorden beveiligd te worden. Vooral moesten redelijke ouders of onderwijzers
+de kinderen streng bestraffen, wanneer zij zich bezig houden met dieren, evenveel welke, te martelen of te plagen. Men begint
+dikwijls met het mishandelen van vliegen, en men eindigt met het mishandelen van menschen.
+
+</p>
+<p>Eer men te <i>Tarbes</i> komt, rijdt men over eene brug die over het riviertje <i>l&#8217; Adour</i> ligt. Het was bijna acht uren toen wij in die stad aankwamen. <i>Tarbes</i> is 16&frac34; posten van <i>Toulouse</i>. Wij namen onze intrek in het Hot&egrave;l <i>de France</i> bij <span class="smallcaps">Buron</span>, waar wij een tamelijk goed avondmaal vonden.
+
+</p>
+<p>Den 8 dezer. Wij beslooten tot na den middag hier te blijven, om onderwijl de plaats te zien. Zij is de hoofdstad van het
+Departement van de <i>Hautes Pyren&eacute;es</i>, voorheen van het Graafschap <i>Bigorre en Gascogne</i>, in eene aangename vlakte aan den oever van de <i>Adour</i> gelegen, en ruim 6200 inwoners bevattende. De straten zijn &#8217;er breed, en schier overal stroomt aan beide zijden van dezelve
+een beekje van helder water, het geen veel tot de frischheid en zuiverheid van deze plaats bijdraagt. In deze beekjes baadden
+zich een menigte eenden, gansen, en ook die soort, welke men bij ons Kaapsche gansen noemt, en die hier zeer algemeen schijnen.
+Men ziet &#8217;er nog al gnappe huizen, doch de meeste zijn <a id="d0e11366"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11366">364</a>]</span>maar een of twee verdiepingen hoog, het geen dit stadje des luchtiger en vrolijker maakt. Op de marktplaats staan zware boomen,
+die eene aangename lommer geven. De boerinnen, die hier met groentens, vruchten en andere eetwaren zaten, hadden alle roode,
+en eenige weinige witte lakensche kappen op; de voorname vrouwen hadden ze van bruinachtig grein, met een lichter stof van
+een andere kleur, doorgaans rood, gevo&ecirc;rd, en welke het geheele lijf bedekken. De gemeene wandeling is ook aangenaam met lindeboomen
+beplant, en men ziet van daar de <i>Pic du Midi</i>, en andere hooge <i>Pyreneesche</i> gebergtens. Voor onze herberg was ook eene zeer ruime plaats, waar de voorname markten gehouden worden.
+
+</p>
+<p>Het oude <i>Begorra</i>, <i>Castrum Begorrense</i>, en later <i>Turba</i> genaamd, door de oorlogen verwoest zijnde, is het tegenwoordige <i>Tarbes</i>, in stede van hetzelve gesteld. De hoofdkerk staat op eene plaats, welke men voor dezelfde erkent, waarop een gedeelte van
+het oude <i>Castrum Begorrense</i> stond. Doch wanneer en door wie de oude stad gebouwd is, weet men niet. Die Kerk heeft voor het overige, voor zoo ver ik
+kon ontdekken, niets aanmerkelijks, zoo min als een ander diergelijk gebouw, maar dat van veel jonger <i>datum</i> scheen. In deze laatste werd juist de mis gelezen, het was een heilige dag, en de meenigte vrouwen met roode kappen op, die,
+geknield liggende, een groot deel van het ruim dezer Kerk vervulden, maakte eene zonderlinge <a id="d0e11394"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11394">365</a>]</span>vertooning, en zij geleken niet kwalijk naar zoo vele kleine roode pyramides, die de lakenkoopers gewoonlijk in en voor hun
+winkels maken; want deze kappen, die men <i>capelettes</i> noemt, bedekken het geheele bovenlijf van de vrouwen, en wij zagen ze van achteren.
+
+</p>
+<p>Om 3 uren na den middag vertrokken wij naar <i>Bagn&egrave;res</i>, met een <i>Berline</i> (groote koets) met drie paarden, die wij met ons vijven voor &pound;&nbsp;20&nbsp;&#8212; gehuurd hadden, voerende onze bagage mede. De weg is
+zoo gelijk als die van <i>Rabastens</i> naar <i>Tarbes</i>. Van tijd tot tijd heeft men ter zijde van dezelve eene liefelijk ruisschende beek, bevallige beplantingen en boschjes, die
+een digte schaduw geven; nu en dan lagchend groene weilanden, velden met Turksche tarw<a id="d0e11413src" href="#d0e11413" class="noteref">5</a>, en gierst die veel weelderiger staat, dan ik ze tot nu toe gezien had. Ook hier, even als in de <i>Cevennes</i>, scheen het nog lente. Een menigte boeren en boerinnen van een naburige markt terug keerende, kwamen ons tegen, met jong
+vee, paarden en muilezels, waarbij veel veulens. Alles was vrolijk, jongens en meisjes sprongen zoo wel over den weg heenen
+als de veulens en kalveren. <a id="d0e11419"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11419">366</a>]</span>Dan zag men een paar bejaarde boeren druk met elkanderen in gesprek, van tijd tot tijd stilstaande, en vele bewegingen met
+de <span id="d0e11421" class="corr" title="Bron: handende">handen</span> makende; dan weder een aardig paartje langzaam volgende, de jongen met den arm om den hals van het meisje, welke, toen zij
+ons naderde, de oogen nederwaards sloeg; daar een hoop lustige knapen, hand aan hand loopende, zingen, en op eene dartele
+wijze de voorbijgaande groetende; en ginds een wagen vol vrouwen, alle met scharlaken <i>capeletten</i> op, waarop het gezigt schier schemerde. Dit alles leverde voor mij eene zeer vermakelijke vertooning op. Men komt ook door
+eenige niet onaangename dorpen, waarvan de huizen van keisteenen gebouwd zijn. Deze keisteenen zijn op eene regelmatige wijze
+op elkanderen geschikt; dan heeft men een laag kleine, en dan weder een laag grootere, dan langwerpige en dan ronde, het geen
+aan die muren geen onbevallig voorkomen geeft; zij zijn met een soort van kalk of cement gemetseld. De daken zijn alle van
+leijen. De valei waar door deze weg loopt, is zeer aangenaam en vruchtbaar; het riviertje de <i>Adour</i> stroomt door dezelve, men wordt dien snellen stroom zelfs hier en daar van den weg gewaar. Voor zich ziet men het stadje
+<i>Bagn&egrave;res</i>, aan den voet van ontzaggelijke bergen liggen, waar onder zich de punt van de <i>Pic du Midi</i> bijzonder onderscheidt. De landstreek is hier verrukkelijk. Het was ruim zes uren toen wij te <i>Bagn&egrave;res</i> aankwamen. <i>Tarbes</i> en <i>Bagn&egrave;res</i> zijn 2&frac12; post. Wij waren verpligt <a id="d0e11445"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11445">367</a>]</span>om nog al een poos heen en weder te loopen eer wij een logement konden vinden, want het was bijna overal vol. Eindelijk kwamen
+wij te regt bij Mad. <i>la Veuve</i> <span class="smallcaps">Uzac</span>, die ons een paar nette kamers bezorgde in een huis, dat haar behoorde, en door eene bejaarde weduwe met eenige dochters
+bewoond werd; wij waren daar zeer wel, en aten aan de gemeene tafel ten huize van de weduwe <span class="smallcaps">Uzac</span>.
+
+</p>
+<p>Van <i>Toulouse</i> af tot hier toe hadden wij met een koopman van <i>Bordeaux</i> gereisd, doch die altijd in de <i>Cabriolet</i> van den postwagen gezeten had. Te <i>Tarbes</i>, en hier naar toe rijdende, hadden wij nader kennis gemaakt; het scheen een hupsch en vriendelijk mannetje; doch nimmer heb
+ik een mensch, vooral van die jaren, (hij scheen omtrent de 50) gezien, die woeliger en snapachtiger van aard was; geen oogenblik
+zat hij stil, zelfs van tafel stond hij geduurig op, en veranderde aanhoudend van gesprek; met dat al scheen hij zijn oordeel
+vrij wel te hebben. Ik heb opgemerkt, dat de menschen aan deze kanten, over het algemeen, zeer levendig van aard zijn, en
+in dit opzigt is het verschil tusschen hen en onze echte landslieden al zeer aanmerkelijk. Ik heb somtijds in mijn verbeelding
+een paar statige <i>Haarlemsche</i> burgers, ieder met een eenvoudige paruik en hoed op, een japon aan, een lange pijp met de eene hand in den mond houdende,
+en de andere op den rug of tusschen de sjerp<a id="d0e11473src" href="#d0e11473" class="noteref">6</a> geplaatst <a id="d0e11484"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11484">368</a>]</span>in het midden van eenige <i>Gasconjers</i>, of <i>Provencalen</i>, van dezelfde jaren, en tot denzelfden stand behoorende; maar het kwam mij voor, dat deze menschen in &#8217;t geheel niet bij
+elkanderen hoorden.
+
+</p>
+<p>Op de <i>Cours</i>, of gemeene wandeling, dat hier ook een breede straat is, in het midden eenigzins verheven, en aan beide zijden met een rij
+boomen beplant, zag ik eene menigte wandelende Heeren en Juffrouwen. Ik liep ook eens in het huis, waar men hier openlijk
+dobbelspelen om grof geld gedoogt, en zag &#8217;er, met smarte, zelfs verscheidene boeren uit het landschap, voorheen <i>le Bearn</i> genaamd, om <i>Lou&iuml;s d&#8217;Ors</i> spelen<a id="d0e11503src" href="#d0e11503" class="noteref">7</a>. Voor hem die zich op menschenkennis toelegt, is &#8217;er in zoo een speelhuis nog al wat optemerken; schraapzucht, vreugde, wanhoop,
+haat, mistrouwen, ongeduld, woede, alle deze hartstogten zijn beurt om beurt op het gelaat van de meeste, die rondom deze
+speeltafels staan of <a id="d0e11509"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11509">369</a>]</span>zitten, te lezen. Brandend staren de oogen op de kaarten, dobbelsteenen, of nommers; gedurig hoort men half binnens monds
+vloeken, zuchten, morren, of met den voet stampen.
+
+</p>
+<p>Den 9<sup>en</sup> September. Reeds om zes uren ging ik wandelen, en klom den berg, dien ik uit het venster van mijne slaapkamer zien kan, op.
+Aan de helling van dezen berg vindt men een badhuis, waarin het water vrij warm is<a id="d0e11516src" href="#d0e11516" class="noteref">8</a>, boven hetzelve opklimmende, komt men aan eene aangename wandeling onder zware en lommerrijke boomen, en hier is nog een
+huisje, waar men het water drinkt, betalende daar voor aan lieden, die het gepacht hebben; om de warmte is het walgelijk,
+doch anders vond ik &#8217;er geen&#8217; onaangenamen smaak aan. De warme bron, die dit water oplevert, wordt de bron van <i>Bagnerolles</i> (<i>source de Bagnerolles</i>), ook bron van de Koningin (<i>source de la Reine</i>) genaamd. Zij geeft, volgens daarvan gevonden aanteekeningen, 495 <i>Cubiek</i> voeten water in &eacute;&eacute;n uur. Het water van deze bron wordt in verscheidene baden verdeeld, onder anderen ook in een huis, dat
+insgelijks aan de helling van dezen berg zeer aangenaam gelegen is, en voorheen aan de Kapucijner Monniken behoorde. In sommige
+dier baden moet men betalen, in anderen voor minvermogenden geschikt, <a id="d0e11534"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11534">370</a>]</span>kan men om niet gaan. Men ziet hier dan ook een aantal kreupelen, lammen en ziekelijke menschen van allerlei ouderdom, en
+van beide kunnen. Hooger opgaande, wandelt men nog altijd onder eiken-, beuken- en castanje-boomen, waar onder zeer zware.
+Ik vond eenige boomen omver liggen, zij waren nog maar onlangs door eenen zwaren storm en onweder geveld. De wandeling is
+hier alleraangenaamst, vooral in zulk eene heerlijken morgenstond, als wij heden hadden. De berg hooger en hooger opklimmende
+langs smalle voetpaadjes, heeft men een verrukkelijk gezigt, aan de noord- en noord-westzijde over de schoone vallei, die
+wij gisteren waren doorgereden, en de omliggende dorpen, voor zich, over het stadje <i>Bagn&egrave;res</i> heen, tot tegen de boschjes en groene heuvels aan den anderen kant van de <i>Adour</i> gelegen. Zuid en zuid-oostwaards heeft men ontzaggelijke hooge rotsen en bergen, daar de <i>Pic du Midi</i><a id="d0e11544src" href="#d0e11544" class="noteref">9</a> boven uitsteekt. De helling is hier tamelijk stijl, en men moet ter deeg klauteren; echter schijnt het vee daar zoo gemakkelijk
+te weiden als bij ons, en elders in de vlakke weilanden. Wij ontmoetten hier ook een meisje, dat eenige koeijen en geiten
+hoedde, want deze berg is genoegzaam geheel groen, en de menigte kruiden van onderscheidene soorten, die &#8217;er op <a id="d0e11555"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11555">371</a>]</span>groeijen, geven zoo wel een&#8217; lieffelijken reuk als een vrolijk gezigt. Deze herderin geleek evenwel in &#8217;t geheel niet naar
+die, waarvan ons de oude Dichters zulk eene bevallige beschrijving geven; zij was in &#8217;t geheel niet schoon, en had in plaats
+van een bloemkrans, eene roode baaijen kap op het hoofd<a id="d0e11557src" href="#d0e11557" class="noteref">10</a>. Den top bereikt hebbende, was het gezigt nog uitgestrekter, doch bleef altijd door de bergen, die veel hooger waren dan
+die, waarop wij ons bevonden, en die in vergelijking van dezelven maar een heuvel was, zeer bepaald. Oostwaards ziet men ook
+niet anders dan bergen, en hier en daar tusschen dezelven eenige woningen en boschjes, schilderachtig gelegen. Aan den anderen
+kant afklimmende, zagen wij, het water uit een bron, dat een klein beekje maakte, volgende, dat hetzelve zich in een diepte
+tusschen de rotsen verloor. Ik klom daar in, en vond beneden een spelonk, waar ik zonder licht niet ver in durfde gaan; doch
+die, naar het rollen der steenen, die ik &#8217;er in smeet, te oordeelen, vrij diep moest zijn; het water, dat hier inloopt, komt
+waarschijnlijk beneden <a id="d0e11563"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11563">372</a>]</span>weder uit, en maakt eene tweede bron. Een landman, dien ik hier omstreeks ontmoette, noemde deze spelonk (voor zoo veel ik
+hem begrijpen kon) <i>la Grotte ou le Clos de la Lacque</i>. In een enge vallei wat verder op, zag ik in een waterplas, bij eene kleine bron tegen het zuid-oosten warm gelegen, een
+menigte jonge kikvorschen, zoo als men die bij ons in de maand Mei ziet, namelijk zonder pootjes, en alleen met een staartje.
+Men vindt hier nog tegenwoordig tusschen de bergen eene menigte aardbezi&euml;n. De lente, zomer en herfst zijn hier om zoo te
+spreken vereenigd; want eigenlijke lente en herfst, zoo als bij ons en elders, heeft men &#8217;er niet. De sneeuw begint somtijds
+al in het midden van October te vallen, de bergen worden daar vervolgens mede overdekt, en de valleijen tusschen dezelven
+vervuld; deeze ontzaggelijke menigte op een gehoopte sneeuw blijft door de koude, die zij zelve veroorzaakt, lang in wezen,
+en smelt niet eerder, voor dat de zon al vrij wat kragt gekregen heeft, en dan is het welhaast zomer<a id="d0e11568src" href="#d0e11568" class="noteref">11</a>. Niet ver van hier aan de helling van een berg, is eene andere spelonk, die men <i>la Grotte ou le clos Destugue</i> noemt; somtijds was men hier met fakkels in-, en een goed eind wegs onder den berg door gegaan, of gekropen. Hier en daar
+vond ik eenige hutten <a id="d0e11577"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11577">373</a>]</span>zeer aardig en bevallig gelegen, en het speet mij wel, dat ik met de taal van die eenvoudige lieden, met welke ik gedurig
+een praatje zocht te maken, niet beter te regt kon. Na eenige uren gewandeld te hebben, joeg mij de warmte naar huis. Aan
+de tafel vonden wij een menigte speelders, en het gesprek liep meest over het spel, en was dus voor mij van zeer weinig belang.
+Het was Zondag, en ik ging eens in de Kerk kijken, doch zag &#8217;er niets bijzonders. De pastoor predikte in het <i>Patois</i>. &#8217;s Avonds ging ik het Schouwspel zien; men speelt &#8217;er in dezen tijd doorgaans Zondags. De zaal was redelijk, maar de dekorati&euml;n
+en vertooners ellendig. Men gaf evenwel <i>Fenelon ou les Religieuses de Cambrai</i>, van <span class="smallcaps">Chenier</span>; in onze taal overgezet, zoo ik meen door <span class="smallcaps">Uylenbroek</span>.&#8212;Nooit heb ik iets slechters gezien, en het was wel een Treurspel, om te lagchen.
+
+</p>
+<p>Hier heb gij nu weder wat te lezen, zoo ik tijd heb, schrijf ik nog eens van hier, en anders van <i>Bourdeaux</i>.
+
+
+<a id="d0e11596"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11596">374</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11068" href="#d0e11068src" class="noteref">1</a></span> Deze wijze van bemesten heb ik ook hier en daar <a id="d0e11070"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11070">7n</a>]</span>in het land van <i>Kleef</i> gezien, en ik ben verzekerd, dat men onze schrale duin- en heigronden, aanmerkelijk zou kunnen verbeteren, door dezelven
+met de vette klei of leem, die men veeltijds daar omstreeks vindt, insgelijks te bemesten. Een mijner vrienden in de <i>Meijerij</i> van <i>&#8217;s Bosch</i>, nam &#8217;er weinige jaren geleden de proef van en bevond &#8217;er zich wel bij. Waarom ziet men op onze duinen geen dennen- of mastbosschen,
+in plaats van die ellendige helmplantingen.&#8212;De asch en straatmest hier niet te vergeten.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11189" href="#d0e11189src" class="noteref">2</a></span> <span class="smallcaps">Alexander</span> de dikke.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11199" href="#d0e11199src" class="noteref">3</a></span> <span class="smallcaps">Alexander</span> de groote.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11286" href="#d0e11286src" class="noteref">4</a></span> Een soort van Klipgeit.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11413" href="#d0e11413src" class="noteref">5</a></span> De Turksche tarw stond hier vrij hoog, en diende tot staken voor de snijboonen of diergelijken, die men &#8217;er op zeer veel plaatsen
+bijzette. De grond hier vruchtbaar zijnde, trok men op deze wijze dubbel voordeel van den akker. De tarw wordt eerst gezet,
+naar ik vernam, en daar na de boonen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11473" href="#d0e11473src" class="noteref">6</a></span> Wel verre van sommige mijner landgenooten door <a id="d0e11475"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11475">20n</a>]</span>deze afbeelding een me&ecirc;r of min belagchelijk voorkomen te willen geven, betuig ik, dat, vooral na dat ik eenige jaren in <i>Frankrijk</i>, en bijzonder in <i>Parijs</i> heb doorgebragt, ik de zeden en eenvoudige levenswijze van den Vaderlandschen zoogenaamden Burgerstand, tot welken ik mij
+een eer rekene te behooren, me&ecirc;r en me&ecirc;r lofwaardig en verkieslijk vinde, en hartelijk wensche, dat men me&ecirc;r algemeen tot
+denzelven moge terug komen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11503" href="#d0e11503src" class="noteref">7</a></span> Deze landlieden zijn, zoo als ik hier voor reeds gezegd heb, aan hunne mutsjes (<i>berettes</i>) te kennen; men vindt &#8217;er wel gestelde lieden onder.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11516" href="#d0e11516src" class="noteref">8</a></span> De graad van warmte van dit water is 43&deg;, schaal van <span class="smallcaps">R&eacute;aumur</span>. Het wordt doorgaans voor het gebruik der baden met koud water gemengd.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11544" href="#d0e11544src" class="noteref">9</a></span> <i>Pic du Midi de Bigorre</i>, in onderscheiding van de <i>Pic du Midi de Pau</i>. <i>Pic du Midi</i> heet in onze taal, de piek of spitse berg van het zuiden.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11557" href="#d0e11557src" class="noteref">10</a></span> De kappen (<i>capelettes</i>) van scharlaken, worden alleen maar door de gegoedsten gedragen, en zoo minvermogenden die al hebben, dragen zij dezelve
+niet anders dan op Zon- en Feestdagen; dagelijks hebben zij &#8217;er een van een grof soort van laken, van een bruinachtige roode
+kleur, dat niet kwalijk naar onze jichtbaai gelijkt; zoo dat, indien ik hier het pootje kreeg, ik niet verlegen zou behoeven
+te zijn.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11568" href="#d0e11568src" class="noteref">11</a></span> In het jaar 1787 lag &#8217;er den 9<sup>den</sup> Mei nog sneeuw, zoo dat de benedenste weiden, en de bergen &#8217;er hier en daar mede bedekt waren.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e11597" class="div1">
+<h2>Negentiende Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Bagn&egrave;res, 14 September</i>.
+
+</p>
+<p>Wat heeft men hier een verscheidenheid van aangename wandelingen. Den 10 dezer ging ik door eene laan met Italiaansche populieren
+beplant, en tusschen de bergen doorloopende, tot aan het badhuis, dat men <i>les Eaux de Salut</i> noemt, en dat naar gissing een kwartier van dit stadje afligt. Het gezigt van de ziekelijke en gebrekkige, die men op dezen
+weg ontmoet, en die veel in draagzetels gedragen worden, beneemt eenigzins het genoegelijke van deze anderzins zoo aangename
+wandeling. Behalve de baden, waar ik u reeds van gesproken heb, zijn &#8217;er hier nog 12 of 14 anderen, waar van de graden van
+warmte verschillende zijn. Ik zal mij niet ophouden met u derzelver namen en bijzondere eigenschappen op te noemen, maar alleen
+zeggen, dat &#8217;er een boekje van verscheidene bladzijden bestaat, waarin de namen, ouderdom, beroep, woonplaatsen, enz. te vinden
+zijn van eene menigte personen, die door de onderscheidene baden, of het inwendig gebruik der wateren van <i>Bagn&egrave;res</i>, van onderscheidene kwalen, die daar bij worden opgegeven, zoo men zegt, genezen zijn. Anderen zeggen weder, dat de wateren
+van <i>Bagn&egrave;res</i> genoegzaam geene genezende <a id="d0e11615"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11615">375</a>]</span>kracht hebben, en zoo dezelven al in sommige gevallen van nut kunnen zijn, zulks bijna alleen is toeteschrijven aan de warmte;
+welke graden van warmte eveneens aan het water kan gegeven worden op de gewone wijze. Teedere kleuren, zoo als lakmoes-blaauw,
+roze-rood enz. veranderen in dit water niet; het is ook zoo klaar als gewoon putwater, ten minste dat, hetwelk ik van verscheidene
+bronnen gezien heb; doch het plaatsje bestaat genoegzaam alleen van deze bronnen, het is dus geen wonder, dat men hier alles
+in het werk stelt, om &#8217;er het gunstigst mogelijk denkbeeld van te geven, en alzoo aanhoudend volk te trekken, hoewel het spel
+misschien wel zoo vele klanten trekt als de bronnen. Terug komende van <i>les Eaux de Salut</i><a id="d0e11619src" href="#d0e11619" class="noteref">1</a>, sloeg ik ter linker zijde een smal paadje in, dat onder langs den berg loopt, tot aan een kleine eenvoudige, doch met smaak
+versierde fontein, waar men zich op zodenbanken kan nederzetten; langs dit wegje, dat aangenaam beplant is, ruischt een helder
+beekje, en aan den overkant van hetzelve is eene frissche groene weide. Hier en daar zijn banken in de rots uitgekapt. Men
+kan zich in dien smaak niets aangenamers verbeelden.
+
+</p>
+<p>Het voornaamste badhuis, dat men hier vindt, <a id="d0e11626"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11626">376</a>]</span>wat het gebouw aanbelangt, is dat, wat men <i>Frascati</i> noemt. Uit nieuwsgierigheid gingen wij ons daar ook baden. Het is een vrij groot en gnap gebouw. In een&#8217; ruimen gang zijn
+de ingangen van de kamertjes voor de baden; in sommige zijn &#8217;er twee, doch in de meeste maar een. Deze baden, zijn bakken
+van wit marmer, zoo lang, breed en diep, dat het kloekste mensch &#8217;er in en onder water liggen kan; uit twee kranen laat men
+&#8217;er koud en warm water naar goedvinden inloopen, en in den bodem is een gat, waar men het, door &#8217;er een stop uit te trekken,
+weder uitlaat. Ik maakte het water maar even laauw, zijnde alleen om mij te wasschen, anders blijft men &#8217;er doorgaans een
+half uur in; sommige nemen zelfs een boek, om in het bad liggende, te lezen. Men heeft hier ook Dampbaden en <i>douches</i><a id="d0e11633src" href="#d0e11633" class="noteref">2</a>. Achter dit gebouw is een tuintje, waar langs een beek stroomt. Boven zijn eenige zalen om te dansen en te spelen. Het gebruik
+van zo een bad kost hier niet me&ecirc;r dan 15 <i>sols</i>, doch men moet de handdoeken enz. medebrengen. Het huis, waar wij wonen, staat hier digt bij; men raadde mij dan ook zeer
+aan, vernemende dat ik somwijlen aan jichtpijnen onderhevig was, om aanhoudend de warme baden alhier te gebruiken, en braaf
+water <a id="d0e11644"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11644">377</a>]</span>te drinken<a id="d0e11646src" href="#d0e11646" class="noteref">3</a>; doch ook vooral ten opzigte van de geneeskunde niet zeer ligtgeloovig zijnde, had ik hier in &#8217;t geheel geen zin in, en vooral
+niet omdat ik thans zoo gezond ben, als ik zou kunnen verlangen.
+
+</p>
+<p>Hier is ook een overdekte marktplaats (<i>halle</i>), waar men onderscheidene soorten van kramen vindt, als op een kleine kermis. Men verkoopt daar een mooi en goed soort van
+gebreide vrouwen halsdoeken, mans hemdrokken of kamizolen, tafelkleedjes, en zelfs beddespreijen van fijne Spaansche wol,
+gekleurd of wit, ik zag die nergens zoo als hier, en kocht daarom een kamizool met mouwen &#8217;er aan, daar ik &pound; 13&#8211;:&#8211;: voor gaf.
+Deze soort van goed wordt hier niet alleen verkocht, maar ook gemaakt, en zoo om de deugdzame hoedanigheid, als om den smaak,
+waarmede het gewerkt is, veel gezocht.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds was &#8217;er bal en concert in <i>Frascati</i>, de zaal is fraai en ruim, aan het eind van dezelve is een klein tooneel, dat tevens voor het orchest als &#8217;er concert is,
+dient; &#8217;er was veel <i>beau monde</i><a id="d0e11661src" href="#d0e11661" class="noteref">4</a>, <a id="d0e11681"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11681">378</a>]</span>en pracht en opschik genoeg, doch naar evenredigheid weinig mooije vrouwen.&#8212;Welk een onderscheid tusschen de hut van een&#8217;
+bergbewoner en deze zaal! en zij liggen omtrent maar een kwartier van elkanderen. Men ziet hier ook nog andere ruime vertrekken,
+alwaar men speelt of ververschingen gebruikt: dobbelspel zag ik &#8217;er echter niet, hoewel het &#8217;er anders, naar ik vernam, ook
+wel gespeeld wordt. Ieder hield zich nu meest met dansen, of het vertellen van zoetigheden aan de vrouwen bezig. In een van
+de vertrekken hingen eenige teekeningen van gezigten in deeze landstreek.
+
+</p>
+<p>Daar ons voornemen was, om den volgenden morgen vroegtijdig een reisje in de gebergtens te maken, hielden wij ons hier niet
+lang op.
+
+</p>
+<p>Den 11 dezer, &#8217;s morgens om 6 uren, vertrokken wij op kleine paardjes, die aan het berg klimmen gewoon zijn, en van een geleider
+(<i>guide</i>) verzeld.
+
+</p>
+<p>Schooner vallei dan die van <i>Campan</i> (<i>la vall&eacute;e de Campan</i>) kan men zich naauwelijks verbeelden. Even buiten <i>Bagn&egrave;res</i> komt men daar in, en indien &#8217;er een <span class="smallcaps">Argus</span> bestondt, zou men hem hier zijne oogen benijden. Men weet niet, waar men beginnen zal met beschouwen, met de frissche beemden,
+welker boorden door de <i>Adour</i> bespoeld worden, en waarin <a id="d0e11707"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11707">379</a>]</span>men dan eenige maaijers of hooijers, en dan weder eenig vee ziet, met de eenvoudige maar bevallige tuinen en kleine boschjes,
+met de nette en wel gelegen woningen bij dezelven, met de steile rotsen aan den eenen, of de groene heuvelen met weidende
+kudde aan den anderen kant. Alles is hier zoo belangrijk, dat men aanhoudend bevreesd is van &#8217;er iets van te zullen missen.
+De Proosdij <i>St. Paulus</i>, (<i>St. Paul</i>) tusschen <i>Baudeau</i> en <i>Campan</i>, op eene kleine hoogte ter regter zijde gelegen, maakt ook eene schilderachtige vertooning. Even aan den anderen kant van
+dat dorp, waar naar deze vallei genoemd is, vroeg onze leidsman, of wij de spelonk (<i>la grotte de Campan</i>), die een eindje van den weg, in den voet van de bergen, aan de linkerhand is, wilden gaan zien; doch ik was onderrigt, dat
+&#8217;er in deze spelonk niet veel bijzonders was, en de <i>stalactites</i> van <span id="d0e11727" class="corr" title="Bron: kalk-, aardig">kalkaardig</span> albast, die &#8217;er gevonden werd, &#8217;er van tijd tot tijd, door Natuurkundigen, bloote nieuwsgierigen, en zelfs door de boeren
+hier omstreeks, die ze verkoopen, meestal waren uitgenomen. Wij verkozen dan niet om ons hierom optehouden, maar vervolgden
+onzen weg. Naauwelijks waren wij eenige schreden gevorderd, of twee &agrave; drie kinderen kwamen ons naloopen, en kristallen, zoo
+als zij het noemen, uit de grot te koop aanbieden. De landstreek blijft aanhoudend schoon, en van alle kanten levert de natuur
+de liefelijkste Tooneelen op. De bergen zijn hier en daar met bosch geheel bedekt, tusschen beide maken de hutten der herders
+op dezelven <a id="d0e11730"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11730">380</a>]</span>eene aardige vertooning. In 1772 opende zich in de bedding van de <i>Adour</i> hier omstreeks een kolk, die, gedurende vieren twintig uren, den droom geheel verzwolg, zoo dat de rivier tot aan dit gat
+droog was, vervolgens raakte deze kolk vol, en het water stroomde als voorheen. Men heeft opgemerkt, dat het water in dit
+hol onder den grond doorloopende, niet ver van <i>Bagn&egrave;res</i> weder uitkwam.
+
+</p>
+<p>Van het dorp <i>St. Marie</i> valt niets te zeggen, dan dat het eene aangename verzameling is van boerenwoningen, niet als een bekrompen straat tegen elkanderen
+gebouwd; maar luchtig uit een gelegen, en ieder huis genoegzaam van weilanden en tuinen omringd. Deze schakel van woningen
+strekt zich op die wijze uit tot voorbij <i>Grippe</i>, een ander dorp een uurtje verder gelegen. Hier vindt men een vrij goede herberg; wij zetten &#8217;er onze paarden wat op stal,
+en lieten ons wat melk, brood, versche boter, die hier zeer goed is, en kaas geven. Van een bovenkamer, die men ons had aangewezen,
+hadden wij gelegenheid om ons met het schoone gezigt over de vallei, nog eens ter deeg te verlustigen. Het was hier zindelijk
+en net. De welvaart zonder pracht straalt in deze streek overal door. Bij dit huis was een tuin met verscheidene goede vruchtboomen,
+en zelfs een kleine vijver, waar door het water aanhoudend stroomde, en waarin wij verscheidene forellen zagen. Een uurtje
+van hier zijn marmergroeven. Nu wordt het dal allengskens <a id="d0e11746"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11746">381</a>]</span>enger, wij zagen de hooge bergen, die wij overtrekken moesten, voor ons, en hier begonnen wij reeds te klimmen. De Natuur
+vergast daar het vorschend oog weder op een heerlijk gezigt; doch van een anderen aard dan in de vallei. Links en regts zijn
+de bergen met pijnboomen bedekt, en de <i>Adour</i> maakt hier eenen schoonen waterval, van twee of drie verdiepingen. Het water, tusschen de digt aan een gesloten rotsen doorbruischende,
+veroorzaakt een verbazend geruisch. De kegelvormige berg <i>l&#8217;Escalette</i><a id="d0e11753src" href="#d0e11753" class="noteref">5</a> vertoonde zich voor ons. Altijd klimmende, bereikten wij eene aanmerkelijke hoogte, onze paarden nu en dan leidende, om dezelve
+niet te veel te vermoeijen. Ondertusschen hadden wij voor en ter zijde nog hooge bergen; zoo dat men dezelve aanziende, zich
+zou kunnen verbeelden van beneden te zijn. Tegen de steile hellingen van sommige dier bergen, ver boven ons hoofd, zagen wij
+verscheidene geiten en schapen; wat verder graasden ook eenige koeijen, alle van klokjes voorzien, op dat de herder, wanneer
+zij afdwalen, dezelve wederom zou kunnen vinden: ook zegt men, dat dit geluid de wolven, die hier in &#8217;t geheel niet zeldzaam
+zijn, afschrikt. Aanhoudend langs een gansch niet gemaklijken weg stijgende, bereikten wij den grooten en prachtigen waterval
+<a id="d0e11758"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11758">382</a>]</span>van <i>Tram&eacute;saigues</i> (<i>Cascade de Tram&eacute;saigues</i>) waar van de stroom, tusschen een bosch van pijn- of denneboomen doorkomende, zich met geweld van de rots in een aanmerkelijke
+diepte, langs eenige trappen, nederstort. Hier stapten wij van onze paarden, en klommen langs de steile helling van den berg
+naast den waterval, zoo ver wij komen konden, af.&#8212;Die zoo iets gezien heeft, geloof ik niet, dat ligt in verzoeking zal geraken,
+om in boschjes of lusthoven, watervallen door gemetselde beken stroomende, en van gemaakte rotsen afloopende, te maken. Ik
+weet, dat &#8217;er in <i>Zwitserland</i>, <i>Itali&euml;</i>, en zelfs niet ver van hier watervallen zijn, die van veel hooger bergen of rotsen op eenmaal afstorten. Ongetwijfeld leveren
+zij een ontzaggelijker en grootscher vertooning op; doch zij missen dan ook het streelende en bevallige van deze. Een groot
+gedeelte van den nederstortenden stroom wordt hier door de dennen, die &#8217;er langs de helling van de rots naast staan, beschaduwd,
+en het schuimende water maakt tegen dat donkere groen eene heerlijke vertooning. Als men &#8217;er digt bij staat, heeft men moeite,
+door het sterke gedruisch, om elkanderen te verstaan; doch men wordt &#8217;er, wanneer het warm is, zoo als heden het geval was,
+ook alleraangenaamst verkwikt door de frissche lucht. Na hier een poosje te hebben gerust, zagen wij een eindje hooger opklimmende,
+en den waterval aan de linkerhand latende, de herders- en veehoeders-hutten van <i>Tram&eacute;saigues</i><a id="d0e11774src" href="#d0e11774" class="noteref">6</a>.&#8212;Wie <a id="d0e11779"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11779">383</a>]</span>zou hier woningen voor menschen zoeken; doch men kan het ook naauwelijks woningen noemen. Een klein vierkant perk van op een
+gezette brokken steen gemaakt, en met platte steenen en graszoden gedekt, dient om het vee tegen het ongunstige weder, en
+tegen de aanvallen der beeren en wolven te beschutten; in een hoek van dit perk is een afgezonderd hokje voor den herder;
+alles is niet hooger en ruimer dan volstrekt noodzakelijk is. Eenige diergelijke hutten maken hier een klein gehuchtje uit.
+De stroom die van de <i>Pic du Midi</i> afloopt, slingert tusschen deze hutten door, en maakt vervolgens den schoonen waterval.&#8212;Hier wonen menschen, en in het kasteel
+der <i>Tuillerien</i> te <i>Parijs</i> woonen ook menschen.... De herders waren thans met het grootste deel van hun vee in de bergen, en wij zagen &#8217;er niet anders
+dan een paar koeitjes, die tegen de wanden van hun&#8217; eenvoudigen stal lagen te herkaauwen. De grond, daar aanhoudend besproeid
+zijnde, is hier en daar met een aangenaam groen tapijt bekleed. Men ziet hier ook een&#8217; hoekigen blok granit, door de natuur
+aardig gevormd, boven den grond uitsteken<a id="d0e11790src" href="#d0e11790" class="noteref">7</a>. Achter ons omziende, zagen <a id="d0e11799"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11799">384</a>]</span>wij langs de aanmerkelijke hoogte, die wij opgeklommen waren, in de laagte, die zich als een ruim dal vertoonde, een vrouw
+te paard gezeten; en met een roode kap op, volgde zij ons van verre, en scheen niet te schromen om dezen togt alleen te ondernemen.
+Wij meenden al wel geklommen te hebben, en waren echter nog op verre na niet op het hoogste punt, dat wij over te stijgen
+hadden. Door een scheiding van de bergen aan onze regterhand, of in het noord-oosten, ziet men, bij de hutten van <i>Tram&eacute;saigues</i> zijnde, die ontzaggelijke <i>Pic du Midi</i>, die een der hoogste bergen van de <i>Pyrene&euml;n</i> is, zich met aardige vlakken, door de valling van het licht veroorzaakt, vertoonende<a id="d0e11810src" href="#d0e11810" class="noteref">8</a>. Zij heeft eene niet zeer langwerpige, kegelvormige gedaante, van hier te zien, en scheen niet ver van ons af te zijn; ondertusschen
+verzekerde onze leidsman, dat wij &#8217;er (gesteld men kon &#8217;er in een regte lijn naar toekomen) nog ruim een uur gaans af waren.
+De gewone weg, voor hun die dezen berg, welks top boven de oppervlakte der zee, op ruim 9000 voeten, of 1500 <i>toises</i> begroot wordt, willen bestijgen, is door de vallei, waar men hier door ziet. Het was nu omtrent half twaalf voor den middag<a id="d0e11819src" href="#d0e11819" class="noteref">9</a>. Deze hutten verlatende, gingen wij den top van de <a id="d0e11828"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11828">385</a>]</span><i>Escalette</i>, en vervolgens de <i>Tourmalet</i> bestijgen; onze goede dieren hadden daar nog wat aan te doen, en het was, hoewel hier veel luchtiger dan in de valleijen,
+echter te warm, om te voet te gaan, voor lieden, die zulk klimmen niet gewoon zijn. Hier begint het &#8217;er woester uittezien;
+geen denneboomen, weinig gras en kruiden me&ecirc;r. Overal liggen stukken en brokken steen, die van de naburige hoogtens schijnen
+afgerold. Welk eene hoogte! en evenwel ziet men de <i>Pic du Midi</i> nog altijd als een hoogen berg aan zijne zijde. Toen wij bijna de hoogte van de <i>Tourmalet</i>, die wij over moesten, bereikt hadden, zagen wij het water, dat onze geleider <i>l&#8217;Eau d&#8217;Oncet</i><a id="d0e11843src" href="#d0e11843" class="noteref">10</a> noemde, langs de <i>Pic du Midi</i> afloopen; dit water maakt in het dal, naar den kant van <i>Bar&egrave;ges</i>, zich met me&ecirc;r andere stroomen vereenigende, een klein riviertje, dat <i>le Bastan</i> genaamd wordt; welks loop geheel het tegengestelde is van de <i>Adour</i>, dat is te zeggen van het noord-oosten naar het zuid-westen. De helling van de <i>Tourmalet</i>, die wij af moesten klimmen, is vrij steil; doch het smalle wegje loopt met slingers onder elkanderen. Hier stapten wij van
+onze paarden af, en leidden dezelve bij den toom achter elkanderen volgende. Alles is hier woest en ontzaggelijk; voor zich
+ziet men in de vallei van <i>Bastan</i>, <a id="d0e11873"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11873">386</a>]</span>als in eene vreesselijke diepte. Het water op stukken en brokken rots van boven neder stroomende, ruischt aanhoudend. Boven
+de verheven toppen der bergen zagen wij de arenden zweven. Hadden wij den weg in het opklimmen niet gemakkelijk gevonden,
+hier was &#8217;er in het afstijgen ook niet op te roemen; ondertusschen viel het mij, naar het geen men &#8217;er mij van verteld had,
+aanmerkelijk mede. Eindelijk kwamen wij in een dal, en vervolgens aan eenige schrale weiden, veel verschillende van die in
+het dal van <i>Campan</i>. Beneden zijnde, zagen wij achter ons om, om de steile hoogte, die wij afgeklommen waren, te beschouwen; zij is verbazende.
+Men begroot die hoogte, boven de oppervlakte der zee, op omtrent 7000 voeten<a id="d0e11878src" href="#d0e11878" class="noteref">11</a>. De bergen, of liever steile rotsen, welke dit dal omgeven, zijn niet met boomen en weiden bedekt, zoo als die van het dal
+van <i>Campan</i>. Men ziet &#8217;er genoegzaam geen struikje, zoo min in het dal als op de hoogtens, alles ziet &#8217;er naar en treurig uit. De <i>Bastan</i> stroomt niet zoo als de <i>Adour</i> langs groene weiden, maar rolt hier met een woest gedruisch geweldig over de brokken steen, die zij zelve medevoert, of die
+van de omliggende <a id="d0e11907"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11907">387</a>]</span>steiltens in dit dal afrollen. Hier en daar ziet men een magere weide, die eerder rosachtig dan groen ziet, en waarop eenige
+kwijnende koeijen het laatste grasscheutje nog loopen zoeken. Het onderscheid tusschen het dal van <i>Campan</i> en dat van <i>Bastan</i>, slechts door de bergen, die wij overgekomen waren, van elkanderen gescheiden, is waarlijk ontzettend. Daar heeft de natuur
+genoegzaam geene menschelijke hulp noodig, en hier zijn alle menschelijke krachten vereenigd, niet toereikende, om &#8217;er maar
+een redelijk vruchtbaar land van te maken. De stroom zelve, door het smelten der sneeuw of stortregens zeer sterk zijnde,
+verwoest dikwijls de gronden, die zij moest voeden, en voert de weinige vruchtbare aarde, die hier en daar deze steenachtige
+bodem nog bekleedt, mede, of bedekt dezelve met steenen. Woningen en bewoners hebben een ellendig voorkomen, en alles doet
+zien, dat dit dal weinig geschikt is om door menschen bewoond te worden. Na een eind wegs in hetzelve te hebben afgelegd,
+moesten wij weder klimmen, en reden over het steenen dak van eene woning, die half in den grond gemaakt was, heen. Eindelijk
+na weder vrij wat gestegen te zijn, zagen wij in eene enge diepte tusschen de rotsen ter zijde van de <i>Bastan</i><a id="d0e11917src" href="#d0e11917" class="noteref">12</a>, de huizen van <i>Bar&egrave;ges</i>, en kwamen &#8217;er langs een smal wegje, tegen eene steille helling bijna boven de huizen in, het was als of wij &#8217;er door de
+schoorsteenen <a id="d0e11925"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11925">388</a>]</span>in moesten komen. Het was omtrent 3 uren na den middag, toen wij aankwamen, en wij hadden ons onder weg wel 1&frac12; uur opgehouden,
+en anders altijd gegaan of stapvoets gereden, zoo dat ik reken, dat men bijna 7 uren nodig heeft, om die reis te doen, wanneer
+men zich niet ophoudt, ten zij men goedvindt, om van <i>Bagn&egrave;res</i> tot <i>Grippe</i> de paarden te laten draven.
+
+</p>
+<p>Men ging in onze herberg kort na onze aankomst aan tafel, het geen voor ons, die vrij hongerig waren, zeer van pas kwam. De
+spijszaal bestond slechts uit een houten loots; eenige huizen over en naast dezelve, waren op dezelfde wijze gebouwd, zijnde
+maar voor eenige zomermaanden opgeslagen; omdat de steenen huizen, die hier gestaan hebben, al een en andermaal door het nederstorten
+van de sneeuw, de brokken steen die zij medevoert, en de overstrooming van de <i>Bastan</i> verwoest geworden zijnde, men de moeite en kosten niet me&ecirc;r doen wil, om ze op te bouwen. Tot onze verwondering vonden wij
+in deze woeste en onvruchtbare landstreek eene vrij goed middagmaal, onder anderen een geregt van klipgeiten (<i>Izards</i>), vleesch, dat ik zeer lekker vond, en hier voor de eerste maal at; de wijn was ook wel genoeg, en altans veel beter als
+te <i>Bagn&egrave;res</i>. Wij aten met eenige kreupelen en lammen, waaronder een paar Offi&ccedil;ieren, die hier de baden gebruikten, de Apotheker van de
+plaats enz. en evenwel was men zeer vrolijk aan tafel. Ik was verwonderd over de ongemeene oplettende gedienstigheid <a id="d0e11944"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11944">389</a>]</span>van den Apotheker omtrent ons, doch welhaast begreep ik &#8217;er de reden van; hoewel wij &#8217;er niet ziekelijk uitzagen, verbeeldde
+zich die goede man, dat wij ter genezing van eene of andere kwaal hier naar toekwamen, en beschouwde ons dus als nieuwe klanten.
+Onder de gasten bevond zich een man van omtrent dertig jaren, die een verlamming in de beenen had, en, van <i>Brugge</i> in <i>Vlaanderen</i> zijnde, blijde was van in ons halve landslieden aantetreffen. Na den maaltijd hadden wij <i>Bar&egrave;ges</i> welhaast gezien; het is slechts een enkele straat langs de <i>Bastan</i>; aan het eene eind daar wij onze kamers hadden, zijnde wat hooger op dan daar, waar de houten lootsen staan, zijn eenige
+goede huizen, en lager een badhuis, dat een vrij gnap gebouw schijnt; voor het overige is &#8217;er in dit plaatsje niets dan ellende
+te zien<a id="d0e11958src" href="#d0e11958" class="noteref">13</a>. In &#8217;t geheel zijn &#8217;er vier of vijf mineraal-bronnen te <i>Bar&egrave;ges</i>, in warmte onderscheiden, de hoogste bereikt 39, en de minste 27 graden, schaal van <span class="smallcaps">R&eacute;aumur</span>. Deze wateren bevatten volgens waarnemingen van verscheiden deskundigen, me&ecirc;r, ter genezing van sommige kwalen, heilzame
+stoffen, dan die van <i>Bagn&egrave;res</i>, bestaande voornamelijk uit zwavellever, <i>hepar sulfuris</i>, <i>nitrum</i>, zeezout, een kalkachtige, en een leemachtige aarde, en een smerige of zeepachtige stof. Deze wateren worden even als te
+<i>Bagn&egrave;res</i> uit- en <a id="d0e11982"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11982">390</a>]</span>inwendig gebruikt<a id="d0e11984src" href="#d0e11984" class="noteref">14</a>. Ik zag hier veel verminkte ziekelijke, of gebrekkelijke krijgslieden; ook waren &#8217;er eenige <i>Engelsche</i> huishoudens. De luchtgesteldheid is &#8217;er over het algemeen onaangenaam: tot in Julij toe kan het &#8217;er somtijds koud en regenachtig
+zijn; veeltijds dondert het &#8217;er geheele dagen. De wolken tusschen de bergen blijvende hangen, veroorzaken een&#8217; dikken mist,
+en men ziet &#8217;er somtijds om dezen tijd van het jaar al sneeuw. Ook wordt deze plaats niet anders bewoond dan in den tijd,
+dat men de wateren gebruikt, dat is van half Mei tot het begin van October; den overigen tijd blijven &#8217;er niet me&ecirc;r dan vier
+of vijf menschen, om zorg te dragen voor de huizen, en het weinige, dat men &#8217;er in laat. De andere menschen gaan naar de omliggende
+plaatsen, vooral naar <i>Luz</i>, een vlek omtrent anderhalf uur van hier gelegen. De weg naar den kant van <i>Luz</i> levert gansch geene onaangename wandeling op: men ziet &#8217;er tegen de helling der bergen, of aan de boorden van de <i>Bastan</i>, nog eenige weilanden en akkers, die niet geploegd of gespit, maar met eene soort van houweelen bewerkt <a id="d0e12007"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12007">391</a>]</span>worden, om &#8217;er wat rogge op te telen; hier en daar staan zelfs nog al eenige struiken en boomen, en bij de hutten, die men
+&#8217;er aantreft, zijn nog al tuintjes, waarin ik echter niet veel anders dan koolen en boonen zag staan. Ik ging omtrent een
+half uurtje van <i>Bar&egrave;ges</i> in zulk een hut, die door een soort van veehoeder, zijne vrouw en verscheidene kinderen bewoond werd. De man, zoo als hij
+mij vertelde, in zijne jeugd soldaat geweest zijnde, sprak nog al wat <i>Fransch</i>, en ik had daar door gelegenheid, om mij met hem te onderhouden. Deze naar het scheen goede en eenvoudige lieden, gebruikten
+alles bijna, wat hun vee en akkertje opbragt, en hadden niets anders te verkoopen, dan een weinig gesponnen wol, hoenderen
+en eijeren, die zij te <i>Bar&egrave;ges</i> ter markt bragten, en het geld dat daar van kwam diende, om eenige onontbeerlijke dingen, zoo als zout, eenige weinige kleedingstoffen
+enz. te koopen<a id="d0e12018src" href="#d0e12018" class="noteref">15</a>. De man vertelde mij ook, dat hij gaarne een pijp tabak rookte; wat de huisraad aanbelangt, ik zag &#8217;er genoegzaam niets anders
+dan het geen volstrekt noodzaaklijk was. Zes maanden van het <a id="d0e12024"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12024">392</a>]</span>jaar wonen deze menschen dikwijls onder de sneeuw, zoo dat zij naauwelijks een voetpaadje kunnen maken, om hun vee te geleiden,
+om te drinken. Hoewel de bewoners van deze streken &#8217;er over het algemeen niet bevallig uitzien, zijn zij gezond, en men treft
+onder hen vele oude lieden aan; echter heb ik opgemerkt, dat &#8217;er in deze geheele bergachtige landstreek, en zelfs aan den
+anderen kant van <i>Bagn&egrave;res</i>, verscheidene vrouwen kropgezwellen hebben. Ik gaf eenige <i>sols</i> aan de kinderen, en zij bragten mij &#8217;er een paar kleine stukjes rots (<i>cristal</i>) voor in de plaats; de herders of jagers vinden dat in de hooge spleten der rotsen hier omstreeks, doch het is &#8217;er niet overvloedig,
+en wordt daarom bij de bergbewoners nog al geacht<a id="d0e12035src" href="#d0e12035" class="noteref">16</a>. Die kinderen gingen in &#8217;t geheel niet school; een Pastoor of Kapellaan leerde ze slechts een weinig den Katechismus. Vele
+onzer <i>Meijerijsche</i> landlieden zijn eenvoudig en ongeleerd, maar het zijn nog Professoren in vergelijking van deze lieden; vooral van die, welke
+afgezonderd in de bergen wonen. In het wederom keeren naar <i>Bar&egrave;ges</i>, ontmoette ik een fraaije koets met Heeren <a id="d0e12056"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12056">393</a>]</span>en Dames &#8217;er in, en liverei bediendens &#8217;er voor en achter op; het waren ziekelijke of gebrekkige rijken, die hier hunne gezondheid
+door middel van de wateren weder trachten bij een te lappen. Hadden zij altijd in de hut, waar uit ik kwam, gewoond, misschien
+zouden zij gezonder zijn.
+
+</p>
+<p>Op sommige plaatsen is de <i>Bastan</i> hier in &#8217;t geheel niet diep, ik zette mij, van het eene stuk steen op het andere, stappende, op een brok rots in dezelve
+gelegen, neder; het water bruischte om mij he&ecirc;n; men ziet hier duidelijk het hellen van de bedding van dit riviertje. Rondom
+leverde de bergen en rotsen een niet onaardig gezigt op, en de avondstond was regt aangenaam.
+
+</p>
+<p>Te <i>Bar&egrave;ges</i> terug gekeerd, gingen wij in een soort van Koffijhuis, dat ook in een houten loots is; het dient tevens voor een dans- en
+concertzaal, doch het zag &#8217;er thans akelig uit; naauwelijks waren &#8217;er zes of acht menschen, zij zaten te spelen, en &#8217;er brandden
+twee of drie kaarsen. Wij begrepen dan, dat wij niets zouden verzuimen met te gaan slapen, om, wel uitgerust, morgen vroegtijdig
+van hier te vertrekken.
+
+</p>
+<p>Den 12 dezer. Gisteren avond werd ik door het gedruisch van de <i>Bastan</i> dat ik op mijn bed, duidelijk hooren kon, in slaap gesust.&#8212;Het was nog donker, toen men mij kwam zeggen, dat wij alvorens
+te vertrekken, onze paspoorten hier moesten vertoonen en doen teekenen; hier over was ik niet zeer te vreden, vreezende, dat
+ons dat ophouden <a id="d0e12073"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12073">394</a>]</span>zou; doch de Commissaris van de Politie had de beleefdheid om terstond optestaan, en mij te regt te helpen. Het scheen of
+men ons hier voor <i>Engelschen</i> had aangezien, en veronderstelde, dat wij, krijgsgevangenen zijnde, wel eens over de grenzen zouden kunnen gaan. Wij reden
+dan ten vijf uren af. Onze leidsman verhaalde mij, dat hij volgens gewoonte, een soort van verlofbriefje had gehaald, om met
+de paarden tot de <i>Spaansche</i> grenzen te mogen gaan, en borg gesteld om den uitvoer van dezelven te verhoeden; echter daar men hem kende, was men hier
+omtrent nog al gemakkelijk. Gedurende de maanden, dat <i>Bar&egrave;ges</i> bewoond, en door een menigte vreemdelingen, die de wateren komen gebruiken, bezocht wordt, komt &#8217;er behalve een Commissaris
+van de Policie, eene Compagnie oude krijgslieden (<i>invalides</i>) van het stadje <i>Lourde</i>.
+
+</p>
+<p>Het was schoon helder weder, dat voor een reis in deze bergen van zeer belang is en om het gezigt en om de wegen, die hier
+en daar zeer smal zijnde, bij sterke regenvlagen door de steenen, of het steengruis, dat dan van de bergen rolt, en door de
+glibberigheid ongemakkelijk en gevaarlijk zijn.
+
+</p>
+<p>De weg tot <i>Luz</i>, den stroom van de <i>Bastan</i> volgende, is zelfs voor rijtuigen redelijk goed, en wat de gezigten aanbelangt, hoewel tusschen de bergen bepaald, niet onaangenaam;
+men ziet &#8217;er nog al groen. Deze is de groote of postweg naar <i>Bar&egrave;ges</i>. Bij <i>Luz</i> wordt het gezigt zeer schilderachtig; men ziet daar me&ecirc;r boomen, en de nog aanzienlijke overblijfsels <a id="d0e12106"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12106">395</a>]</span>van het oude kasteel <i>St. Marie</i>, op eene op zich zelven staande steile rots, aan het inkomen van een schoon dal gelegen, en de <i>Bastan</i> daar langs stroomende. Dit kasteel was in vroegere tijden eene sterkte, die wegens de Koningen van <i>Frankrijk</i> met krijgsbenden bezet werd; onder anderen ook, om de invallen der Mooren en der <i>Spanjaarden</i> tegentegaan. Het dal van <i>Luz</i>, hoewel juist niet zoo vruchtbaar als dat van <i>Campan</i>, en ook minder uitgestrekt, levert toch ook een zeer aangenaam gezigt op. De <i>Bastan</i> minder woest en snel, omdat de grond gelijker is, stroomt door frissche groene weiden; behalve <i>Luz</i> ziet men &#8217;er verscheidene aardige en digt bij elkanderen gelegen dorpjes. De bergen rondom zijn met houtgewas, en gras of
+kruiden bedekt, en in het flaauwe verschiet ziet men hier en daar eenige ontzaggelijke toppen boven dezelve uitsteken. Wat
+verder op in dit dal, vereenigt zich de <i>Bastan</i> met de <i>Gave</i><a id="d0e12137src" href="#d0e12137" class="noteref">17</a>. Te <i>Luz</i> hielden wij ons een poosje op, om te ontbijten. De herberg behoort aan denzelfden man, bij wien wij te <i>Bar&egrave;ges</i> geweest, en waar wij wel over te vreden waren, hoe zeer alles te <i>Bar&egrave;ges</i> duur is, omdat het land zelf genoegzaam niets oplevert, en alles &#8217;er alzoo <a id="d0e12169"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12169">396</a>]</span>van andere plaatsen naar toe moet gebragt worden; de zoon en dochter van dien man, <span class="smallcaps">Flamand</span> genaamd, namen hier de zaken zomers alleen waar. Wij huurden hier ook nog een paard voor onzen leidsman, en na het avondmaal,
+bedden, enz. besteld te hebben, begaven wij ons naar den waterval van <i>Gavarni</i> op reis. <i>Luz</i> schijnt een vrij gnap plaatsje, en is alleraangenaamst gelegen. Van daar af tot bij <i>St. Sauveur</i>, loopt de weg nog door een aangenaam dal, maar dan begint men te klimmen, latende de <i>Gave</i> aan de regterhand. Hier ligt een brug over dien stroom, om naar <i>St. Sauveur</i>, dat men aan den overkant laat liggen, te gaan. Dat plaatsje bestaande uit omtrent 20 huizen, meestal voor de baden dienende,
+en tegen de steile helling van een groenen berg, hier en daar met boomen en struiken beplant, gelegen, maakt eene allerliefste
+vertooning. Aan de linkerhand heeft men steile rotsen, tegen welker helling (hoewel het naauwelijks eene helling mag genaamd
+worden) de smalle weg gemaakt is. <i>St. Sauveur</i> voorbij zijnde is die weg door eenige boomen en struiken, tegen de steilte geplant, aangenaam beschaduwd. Aan de regterzijde
+hoort men de <i>Gave</i> in een diepte, hier en daar door dikke struiken bedekt, ruisschen. De bergen worden hooger en steiler, en de diepte hoe langer
+hoe ontzaggelijker. Onze leidsman (dien ik in &#8217;t vervolg <span class="smallcaps">Antoine</span> zal noemen) waarschuwde ons, dat wij welhaast aan een zeer smal padje moesten komen, daar wij, voorzigtigheidshalve, <a id="d0e12198"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12198">397</a>]</span>wel zouden doen om van de paarden aftestappen. Hij noemde dit <i>un mauvais pas</i>. Dit padje was hier en daar geen drie voeten breed, tegen een zeer steile rots boven een afgrijsselijke diepte uitgehouwen.
+<span class="smallcaps">Antoine</span> raadde ons, om niet regts te zien, en ik volgde zijn&#8217; raad. De rotsen, waar de <i>Gave</i> bulderende tusschen doorloopt, zijn zoo steil, en staan zoo digt bij elkander, dat men tusschen twee vreesselijke hooge muren
+zeer eng schijnt ingesloten; de zonnestralen hadden hier thans geen&#8217; toegang; het licht valt &#8217;er alleen van boven loodregt
+in, en dit alles maakt het nog akeliger. De paarden zelfs hoewel aan diergelijke wegen gewoon, gaan met den neus op den grond,
+en voelen eerst met een soort van huivering, eer zij hunne voeten nederzetten. Men spreekt niet tegen elkander; ieder is hier
+alleen op zich zelven bedacht; geen wonder, men behoeft slechts te struikelen, om in de diepte te morselen te vallen. En ondertusschen
+had het gevoel, dat ik in dezen toestand gewaar werd, me&ecirc;r van het aangename dan van het onaangename. Het grootsche, ongewone,
+en daar bij het liefelijk schoone, want de rotsen zijn veelal van onderen tot boven met boomen en struiken bedekt, veroorzaken
+eene streelende bewondering, die de ongerustheid aanmerkelijk verdoofdt. Nog vreemder vertooningen te gemoet ziende, wordt
+men door nieuwsgierigheid gedurig aangespoord en opgewakkerd; en laten wij ter goeder trouw zijn, de hoogmoed en eerzucht
+heeft aan alle diergelijke ondernemingen ook vrij wat <a id="d0e12209"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12209">398</a>]</span>deel. Dit zoo smalle wegje was maar kort, en wij zetten ons weder te paard; nu was het pad zoo breed, dat wij eene vrouw,
+die een ezel met wol geladen voor zich heen dreef, voorbij konden laten. Zij ging dit voortbrengsel van hare kudde te <i>Luz</i> verkoopen, en spon gedurig op de plaatsen, waar den <i>weg</i> niet al te smal en moeijelijk was. Een eind wegs verder heeft men een pad, altijd niet veel breeder dan volstrekt noodig
+is, boven een diepte van 80 &agrave; 100 voeten in de harde rots uitgehouwen, en hier en daar met stukken steen op een gezet, gemaakt;
+dit werk, dat niet zonder zwaren arbeid geschied is, werd in 1762 uitgevoerd. Voor dien tijd verongelukten hier veeltijds
+menschen en vee, en men moet &#8217;er nog zeer voorzigtig zijn. Deze toegang wordt <i>le passage de l&#8217;Echelle</i> genaamd, omdat hier in vroegere tijden een kleine sterke toren plagt te staan, waar men tegen de rotsen op, als tegen een
+ladder, naar toe moest klimmen; zij was met krijgsvolk bezet, en diende om de invallen en strooperijen aan deze grenzen te
+beletten. In het begin van de vorige eeuw was zij nog van veel dienst tegen eene soort van roovers en vrijbuiters uit het
+landschap <i>Arragon</i>, die men <i>les Miquelets</i> noemt.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/viii001.jpg" alt="Bar&egrave;ges."><p class="figureHead">Bar&egrave;ges.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Omtrent een kwartier verder, ziet men aan den anderen kant van de <i>Gave</i>, en in de laagte het gehuchtje <i>Sia</i>, bestaande in eenige woningen, die door eenige groote boomen beschaduwd worden. Nu loopt den weg eenklaps af, tot aan een
+steenen brug over de <i>Gave</i> liggende, eer men op de brug gaat, <a id="d0e12241"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12241">399</a>]</span>heeft men aan de regterhand eene bron, waar uit het frissche en heldere water aanhoudend in een&#8217; steenen bak loopt. <span class="smallcaps">Antoine</span> noemde deze bron <i>la Fontaine de halte</i>, omdat men gewoon is om daar een oogenblik te rusten, en menschen en vee &#8217;er zich door een&#8217; koelen dronk verfrisschen. Wij
+dronken dan ook met onze paarden als lotgenooten, slurpende uit denzelfden bak. En nu gingen wij de brug over: zij bestaat
+uit een enkelen boog tusschen twee digt bij elkanderen staande rotsen gemaakt, en omtrent 90 voeten boven den stroom verheven.
+Van deze brug, die met mosch en klimop bewassen is, heeft men een heerlijk gezigt op eenen schoonen waterval, die door de
+<i>Gave</i>, door eene enge opening tusschen twee rotsen doorloopende, gemaakt wordt, en waar over de takken der struiken, die in de
+spleten van die rotsen groeijen, bevallig heen zwieren. Deze brug wordt <i>le pont l&#8217;Artigue</i> genaamd. Het water loopt &#8217;er met eene vreesselijke vaart onder door. De <i>Gave</i> aan de regterhand latende, klimt men langs een wegje, dat niet breeder is als aan den anderen kant, weder op. Men gaat onder
+de over den weg hangende rotsen door, vervolgens daalt men weder digter naar den stroom af; de natuur is hier woester, en
+men ziet &#8217;er weinig groen. Op de hoogte, bijna zoo ver dat ik de voorwerpen naauwelijks kon onderscheiden, zag ik een herder
+met eenig vee en schapen. Hier en daar ziet men ook eene enkele hut. Over een houten brug, die nog al lang zijnde, in het
+midden <a id="d0e12258"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12258">400</a>]</span>door een brok granit, dat midden in den stroom door de natuur geplaatst is, ondersteund wordt, kwamen wij weder aan den anderen
+kant van de <i>Gave</i>, en van daar ziet men, een eind wegs opgeklommen zijnde, een&#8217; waterval van een enkelen straal van een groene rots aan den
+overkant in de diepte storten, en deze straal water had thans dezelfde kleuren als een regenboog. Dit gezigt was verrukkelijk.
+Van de toppen der bergen ziet men ook het water als slingerende beken afstroomen. Hier is de weg niet verschrikkelijk me&ecirc;r,
+maar integendeel alleraangenaamst; langs denzelven staan heggen van palm, en men gaat onder groene gewelven, door noten- en
+andere boomen gemaakt, door. Op zeer verheven en ijsselijke steiltens, zagen wij de koeijen gerust weiden. Eer dat men te
+<i>Pragn&egrave;res</i>, een alleraangenaamst gelegen dorp, in het midden van een groen dal, komt, gaat men door een stroom of <i>Gave</i>, die men <i>le Gave de Pragn&egrave;res</i> noemt. Deze stroom komt van de bergen <i>Neouvielle</i> geheeten<a id="d0e12275src" href="#d0e12275" class="noteref">18</a>, omdat &#8217;er altijd sneeuw ligt, en wordt door die aanhoudend smeltende sneeuw veroorzaakt; zij vereenigt zich het dal doorslingerende
+met de <i>Gave</i>, daar onze weg langs loopt. <i>Pragn&egrave;res</i> ligt omtrent 1&frac12; uur van <i>Luz</i>. Tot nu toe hadden wij <a id="d0e12295"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12295">401</a>]</span>altijd tusschen de bergen ingesloten geweest, en waren blijde, van ons eens in een ruim dal te bevinden. De huizen zien &#8217;er
+hier over het algemeen gnap uit, en men kan zien, dat het den menschen in dezen afgezonderden staat niet kwalijk gaat: eenige
+kinderen, die voor de huizen onder de boomen, die &#8217;er voor stonden, lagen te spelen, zagen &#8217;er frisch uit. Ik zag hier weder
+een vrouw met een vrij groot kropgezwel (<i>Goitre</i>)<a id="d0e12300src" href="#d0e12300" class="noteref">19</a>. Deze in der daad bekoorlijke vlakte verlatende, klommen wij me&ecirc;r langs de <i>Gave</i> op. De weg is hier, hoewel altijd smal, dan hoog en dan laag, echter vrij goed, en veelal aangenaam <a id="d0e12321"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12321">402</a>]</span>beschaduwd, en met heggen van palm, die hier en daar vrij hoog en zwaar is, bezet. De landstreek verliest weder veel van zijne
+bevalligheid. Men ziet den berg <i>Comelie</i>, die eene schoone vertooning maakt, voor zich. De natuur wordt weder vriendelijker. De <i>Gave</i> stroomt minder geweldig; hier en daar vertoonen zich eenige woningen; een nieuw dal opent zich, en wij naderden het dorp
+<i>Gedro</i> of <i>Gedre</i>. <span class="smallcaps">Antoine</span> deed ons in het verschiet den met sneeuw bedekten top van den berg, dien men <i>Marbor&eacute;</i><a id="d0e12340src" href="#d0e12340" class="noteref">20</a> noemt, opmerken. Hier las ik op een bord voor een huis geplaatst <i>Douanes Nationales</i>. Wie zou in deze bergen een tolhuis zoeken; ondertusschen worden &#8217;er op paarden en muilezels tusschen dezelve door, nog al
+eenige goederen in en uit <i>Spanje</i> gebragt, en de smokkelaars stellen zich veeltijds aan nog gevaarlijker wegen, dan men hier aantreft, bloot. Men komt over
+een brug, die over den stroom ligt, welke men <i>le Gave de H&eacute;as</i> noemt, omdat zij door het dal van dien naam loopt. Van daar ziet men tusschen de rotsen in de diepte, een soort van hol,
+waar het water uitstroomt, zijnde van boven door takken en struiken zeer digt gedekt, zoo dat het licht &#8217;er naauwelijks door
+schijnt. De stroom maakt &#8217;er een kleinen waterval, en dit groene gewelf noemt men niet zeer eigenlijk dunkt mij <i>la Grotte de Gedre</i>. Men kan &#8217;er uit een huis dat bij deze brug staat bijkomen. In een ander oord zou <a id="d0e12358"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12358">403</a>]</span>deze zoogenaamde grot, zeker eene aardige en romaneske vertooning maken; doch hier, daar de natuur zoo vele groote en verbazende
+schoonheden oplevert, scheen zij mij minder belangrijk.
+
+</p>
+<p><i>Gedre</i>, en het bekoorlijk dal van dien naam, ligt aan den voet van den berg <i>Comelie</i>, omtrent 3 uren van <i>Luz</i>. Het dorp voorbij zijnde, klimt men langs dezen berg op. <span class="smallcaps">Antoine</span> wees mij op de hoogte in het verschiet een paal, die hij zeide op de grensscheiding tusschen <i>Frankrijk</i> en <i>Spanje</i> te staan. Nu begint het &#8217;er eerst regt woest uit te zien: hier slingert de weg tusschen ontzaggelijke brokken rots<a id="d0e12379src" href="#d0e12379" class="noteref">21</a>, op en onder elkanderen liggende, door. Sommigen zijn geheel van boven neder in de <i>Gave</i> gerold, en hebben den stroom genoodzaakt om van loop te veranderen of zich te verdeelen. De rots, waarvan die vervaarlijke
+klompen afgevallen zijn, hangt in eene dreigende houding den voorbijganger boven het hoofd; hier en daar gaat men onder afgrijsselijke
+zware stukken door, die naauwelijks genoegzaam ondersteund, en gereed schijnen, om al wat &#8217;er onder komt te verpletteren.
+Welk <a id="d0e12388"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12388">404</a>]</span>een arbeid moet het niet gekost hebben, om hier een&#8217; weg, hoe dat hij dan ook is, door te maken; en het is wel te vreezen,
+dat men dien arbeid, indien het mogelijk is, nog zal moeten hervatten; zijnde het maar al te waarschijnlijk, dat &#8217;er nog me&ecirc;r
+van boven neder zal storten. Ook komen &#8217;er, volgens het zeggen van <span class="smallcaps">Antoine</span>, nog dikwijls stukken afrollen, vooral bij het smelten der sneeuw. Geen groen struikje of kruidje is hier te zien, niet anders
+dan brokken rots en lucht. De stroom van de <i>Gave</i>, die hier veel belemmerd wordt in zijn loop, maakt een donderend gedruisch. Het tooneel is allerontzaggelijkst, en toch zag
+ik het met een zekere aandoening van genoegen, zoo wel als van verbaasdheid. Jammer is het, dat men zich niet op een&#8217; grooteren
+afstand kan plaatsen, om van daar op eenmaal deze afgrijsselijke puinhoopen der natuur te overzien. Te regt wordt deze plaats
+<i>le Cahos</i><a id="d0e12398src" href="#d0e12398" class="noteref">22</a> genaamd, want waarlijk hier schijnt het als of de Eeuwige Almagt pas begonnen was met de eerste hand, als &#8217;t ware, aan het
+werk der Schepping te leggen, en de ruwe stof pas uit het niet was voortgebragt. De weg in dezen <i>Cahos</i> scheen mij wel een kwartier lang te zijn.
+
+</p>
+<p>Aan den overkant van de <i>Gave</i> stort een heerlijke waterval, dien men <i>la Cascade Saussa</i><a id="d0e12414src" href="#d0e12414" class="noteref">23</a> noemt. Van eene zeer aanzienelijke hoogte vallende, vormt <a id="d0e12417"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12417">405</a>]</span>hij een&#8217; schoonen straal, die langs drie of vier trappen in de diepte stort.
+
+</p>
+<p>Uit den <i>Cahos</i> komende, gaat men digt voorbij de plaats, waar zeventig &agrave; tachtig jaren geleden eene smelterij plagt te zijn van een lood-
+en zilvermijn, die niet ver van daar bestaat, doch thans geheel in het verval is.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/viii002.jpg" alt="Waterval van Gavarnie."><p class="figureHead">Waterval van Gavarnie.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Altijd opklimmende, ziet men al me&ecirc;r en me&ecirc;r de sneeuw, die hier en daar op de in het verschiet gelegen bergen ligt. Vervolgens
+aan de regterhand doet zich het dal <i>le Val d&#8217;Ossone</i><a id="d0e12432src" href="#d0e12432" class="noteref">24</a> genaamd op; hier ziet men weder verscheidene stroomtjes en watervallen boven elkanderen, en door het frissche loof afruisschen.
+Altijd opklimmende, verheft men zich op eene aanmerkelijke hoogte boven de <i>Gave</i>. Wat gemeenzamer met de smalle wegen en afgronden langs dezelve geworden zijnde, waagde ik het al eens, om &#8217;erin te zien.
+Hier bevond ik mij op de rand van een steile diepte, die op omtrent 150 voeten geschat wordt; de <i>Gave</i> stort zich in dezelve van een hoogere bedding met een ontzaggelijk geweld neder.&#8212;De landstreek wordt vooral ook door het
+boschachtige, dat &#8217;er zich in opdoet, weder zeer schilderachtig. Van verre ziet men reeds den vooral in deze streek zoo befaamden
+waterval van <i>Gavarnie</i>, van de met sneeuw bedekte bergen afstorten<a id="d0e12453src" href="#d0e12453" class="noteref">25</a>. <a id="d0e12479"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12479">406</a>]</span>Men meent &#8217;er reeds digt bij te zijn, en, ondertusschen is men &#8217;er nog wel een groot uur van daan. Aan onze linkerzijde tegen
+de helling van eenen groenen berg, vertoonde zich een herder met eenige schapen en geiten. De diepte aan de regterhand door
+de takken der boomen en struiken bedekt zijnde, schijnt minder vervaarlijk. Eenige steenberken<a id="d0e12481src" href="#d0e12481" class="noteref">26</a> onder anderen, welker takken, even als die der treurwilligen, met lange slingers bevallig over de diepte heen schommelden,
+maakte hier een fraaije uitwerking. Men gaat de <i>Gave</i> weder over, over een&#8217; houten brug, die <i>le pont Barygui</i> genaamt wordt. Niet, ver van deze brug, die <a id="d0e12502"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12502">407</a>]</span>over een aanmerkelijke diepte van de eene rots op de andere ligt, is de herberg van <i>Gavarnie</i>; hier stapten wij af, en gingen, na ons een weinig ververscht te hebben, te voet naar den waterval, want men kan niet wel
+verder dan nog een eind wegs te paard komen, en daar staan geen huizen. Het dorpje zelve is een weinig verder dan de herberg;
+wij zagen &#8217;er een gedeelte van bestaande in eenige zeer eenvoudige huisjes. Buiten het dorpje zijnde, heeft men tusschen twee
+hoogtens waar den weg midden doorloopt, een heerlijk gezigt op den waterval en de steile rotsen. Men gaat door een dal, vervolgens
+over een smal brugje over de <i>Gave</i> liggende. Op een hoogte geklommen zijnde, en ongeduldig, om den waterval van nabij te zien, meent men &#8217;er pas eenige schreden
+van af te zijn, doch men bedriegt zich; langs een vrij ongemakkelijken weg afklimmende, komt men eindelijk aan den ingang
+van het laatste dal, en wel dra wordt men verrukt door de majestueuse vertooning, die de natuur hier oplevert. Regt uit is
+het ruime dal door hemelhooge rotsen, halve cirkels gewijze omgeven; deze rotsen zijn boven aan met eene soort van trappen,
+en gelijken in der daad niet kwalijk naar de zitbanken waarmede de oude Amphith&eacute;aters omgeven waren, waarom deze plaats dan
+ook vrij algemeen <i>le Cirque de Gavarnie</i><a id="d0e12512src" href="#d0e12512" class="noteref">27</a> genaamd wordt. Deze ontzaggelijke muren zijn hier en daar met eeuwige sneeuw of ijs bedekt, <a id="d0e12518"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12518">408</a>]</span>en boven dezelven steken nog andere rotsen als torens uit, zij worden <i>les tours de Marbor&eacute;</i> genaamd<a id="d0e12523src" href="#d0e12523" class="noteref">28</a>. Van deze rotsen aan de linkerzijde, stort de voorname waterval ruim een derde van de hoogte<a id="d0e12543src" href="#d0e12543" class="noteref">29</a> die op 1266 voeten begroot wordt, zonder de rots te raken, op een uitstek, van daar op een ander, en vervolgens tot beneden,
+van waar zij onder een gewelf of brug van sneeuw doorloopt. Deze brug slechts van sneeuw, en niet van ijs, zoo als sommigen
+gemeend hebben, te zamengesteld zijnde, is het vooral in dit jaargetij, wanneer dezelve al aanmerkelijk gesmolten is, niet
+raadzaam om &#8217;er op te gaan. Hier en daar in dit dal, op de plaatsen, waar de zon niet komt, blijft de sneeuw ook genoegzaam
+altijd liggen. Rondom ziet men nog verscheidene kleine watervallen, die zich alle tot een stroom vereenigen, en de oorsprong
+zijn van de <i>Gave</i> <a id="d0e12552"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12552">409</a>]</span>van <i>Pau</i><a id="d0e12556src" href="#d0e12556" class="noteref">30</a>. De groote waterval stort uit een meer, dat boven op den berg is. Het suissend en kletterend geluid van denzelven vervrolijkt
+nog eenigzins deze eenzame woestenij; maar als men niet door en door nat wil worden door het water, dat &#8217;er als een stofregen
+afvliegt, moet men &#8217;er niet te digt bij komen. Aan den regterkant, over den grooten waterval, boven op de rotsen, is een soort
+van doorgang, die men <i>la br&eacute;che de Roland</i> noemt. Als men daar door is, komt men op <i>Spaansch</i> grondgebied; de smokkelaars maken van deze ongemakkelijken en gevaarlijken weg nog al gebruik. Aan den kant van den grooten
+waterval, maar veel digter naar <i>Gavarnie</i> toe, maakt een bosch van pijn- of denneboomen, tegen deze rotsen, in dit tooneel een fraaije verscheidenheid, en beneemt
+&#8217;er eenigzins het treurige en ontzaggelijke van. Ieder die zoo als wij in dit jaargetij hier naar toe komen wandelen, en dus
+warm zijn, mogen zich wel in acht nemen om &#8217;er niet stil te staan, veel minder te gaan zitten; want het is &#8217;er al vrij koel.
+Terug keerende, stond ik dikwijls stil, om op verschillende afstanden den waterval en omliggende rotsen te zien. Overal is
+het schoon, doch op een zekeren afstand komt mij het gezigt veel schilderachtiger voor dan digt bij, hoewel het daar weder
+grootscher en ontzaggelijker is. Ondertusschen schoon deze waterval te regt verdient <a id="d0e12576"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12576">410</a>]</span>bewondert te worden, als zijnde de hoogste die in <i>Europa</i> bekend is<a id="d0e12581src" href="#d0e12581" class="noteref">31</a>, en de reusachtige rotsen, die dezelve omringen, zoo wel als derzelver gedaante, een nog luisterrijker en verbazender aanzien
+aan dit alles geven, had het echter op mij dien invloed niet, noch verwekte die aandoening als de bron van <i>Vaucluse</i>; misschien omdat het tooneel, daar veel enger en beperkter zijnde, me&ecirc;r onder ons bereik valt, of omdat ik reeds me&ecirc;r gewoon
+was aan diergelijke gezigten. Bij de huizen bleef ik mij omkeerende een poos stil staan, om het gezigt tusschen de twee hoogtens
+door, waar ik hier boven van gesproken heb, nog eens ter deeg te genieten<a id="d0e12596src" href="#d0e12596" class="noteref">32</a>. Onze paarden hadden nu goed tijd gehad om te eten en te rusten, want wij waren me&ecirc;r dan 2 uren uitgebleven<a id="d0e12602src" href="#d0e12602" class="noteref">33</a>; de sneeuwbrug wordt op <a id="d0e12610"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12610">411</a>]</span>ruim drie kwartier van de herberg gerekend. Het ziet &#8217;er in deze herberg nog al gnap uit; doch wij vonden &#8217;er niet veel anders
+dan melk, brood, kaas en zeer lekkere boter. De <i>Fransche</i> wijn was niet te breed, en de <i>Spaansche</i>, hoewel goed in zijne soort, was te walgelijk zoet; trouwens ons oogmerk was ook niet, om hier lang te vertoeven; daar wij
+voor het vallen van den avond weder te <i>Luz</i> wilden zijn, en dat is nog ruim 4 uren van daar. Het huishouden bestond uit een jonge man en vrouw, een bejaarden vader en
+een paar dienende huisgenooten. De oude man en zijn zoon spraken nog al redelijk <i>Fransch</i>, zoo dat ik mij gemakkelijk met hun kon onderhouden. Die lieden kwamen mij vriendelijk en geschikt voor. Behalve de nering
+van hunne herberg, meestal door de reizigers die door dezen smallen weg naar de een of andere <i>Spaansche</i> plaats gingen, of &#8217;er van daan kwamen<a id="d0e12627src" href="#d0e12627" class="noteref">34</a>, bestond hun voorname bedrijf in de veehoederij en de jagt; en naar ik merkte, scheen vooral de oude man een stoute jager
+in zijn tijd geweest te zijn, en nog wel op de wolven en beeren af te durven gaan. Ik <a id="d0e12642"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12642">412</a>]</span>bespeurde duidelijk, dat het hem leed deed, dat hij de Izard&#8217;s niet me&ecirc;r tot op de steile toppen der hooge rotsen vervolgen
+kon. Hij verhaalde mij ook, dat men in deze streken lynxen vindt<a id="d0e12644src" href="#d0e12644" class="noteref">35</a>, die zeer veel kwaad aan de jagt doen; dat &#8217;er in de valleijen en vruchtbare streken patrijzen gevonden werden van een licht
+grijze kleur, doch weinig hazen. Hij sprak mij ook van een grooten vogel, die hij <i>Paus de Montagne</i> noemde; naar ik begreep, en ook na dat <span class="smallcaps">Antoine</span> mij beduidde, moeten het korhoenderen zijn.
+
+</p>
+<p>In den zomer is het hier voor menschen, die aan deze smalle en gevaarlijke wegen gewoon zijn, zeer wel om te houden; maar
+gedurende die lange winters, wanneer door de sneeuw genoegzaam alle toegang afgesneden is, en de hongerige roofdieren tot
+bij hunne woningen komen, moet het &#8217;er allerakeligst zijn. Met dat al schenen zij met hun lot wel te vreden, en hadden een
+vrij juist denkbeeld van vele onaangenaamheden, die aan een uitgebreider maatschappelijke zamenleving verknocht zijn. Deze
+lieden nu en dan met vreemdelingen omgaande, waren daar door nog al eenigzins, zoo als men het noemt, beschaafd geworden;
+maar hunne naburen, vooral die, welke verder van den weg afwonen, zijn veel eenvoudiger. Over het algemeen zijn zij zeer bijgeloovig,
+en houden zich bijzonder met vertellingen <a id="d0e12657"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12657">413</a>]</span>van spokerijen en duivelarijen op; geen wonder, zij hebben geen andere onderwijzers dan hunne Priesters, die zekerlijk niet
+van de verlichtste en onbevooroordeelste zijn.
+
+</p>
+<p><i>Gavarnie</i> behoorde voorheen aan de orde der <i>Tempeliers</i>, die hier een Klooster hadden, waarvan bij de Pastorij en de Kerk nog eenige overblijfsels te zien zijn, en daar na aan de
+order van <i>Maltha</i>. Naar ik vernam, bevat dit dorpje niet me&ecirc;r dan omtrent 150 inwoners. Ik zag &#8217;er, zoo als in deze geheele streek, wel eenige
+groote en welgespierde mannen, doch naauwelijks eene enkele vrouw, die &#8217;er maar redelijk wel uitzag. Twijfelende of mijn horlogie
+wel goed ging, vroeg ik hoe laat het was; &#8217;er was geen klok of ander uurwerk; doch men riep de oude man, om op een soort van
+houten zonnewijzer, waar hij de bewaarder van was, te zien. Deze zonnewijzer, dien zij <i>montre solaire</i> noemen, is van palmhout gedraaid, omtrent 4 duim lang, en nog geen duim over kruis dik; het gelijkt veel op een gewigtje
+van een klok, rondom staan de uren en maanden geteekend. Door een knopje dat &#8217;er boven in zit, draait men een blikken wijzertje,
+op de streep van die maand, waarin men is, en houdt het dan aan een koordje of iets diergelijks hangende, met dat wijzertje
+tegen over de zon; en op die wijze wordt het uur aangewezen. Het was omtrent twee uren, toen wij van <i>Gavarnie</i> afreden; bij de brug kwamen wij een paar <i>Spaansche</i> herders op muilezels gezeten tegen, zij schenen hun zondagspak <a id="d0e12678"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12678">414</a>]</span>aan te hebben, dat met een menigte kleine knoopjes versierd was. In het heen rijden had ik op vele plaatsen meest de hoogtens
+bekeken, doch thans zag ik al stoutmoedig in de verschrikkelijkste dieptens. Alles van een&#8217; anderen kant ziende, want in het
+heen rijden hadden wij weinig om gezien, hadden de bergen weder eene gansch andere gedaante, en de natuur leverde alzoo weder
+nieuwe en allerschoonste vertooningen op. Bij het dal van <i>Gedre</i> onder anderen, zagen wij aan het eind van het doorzigt voor ons, tusschen twee in de schaduw staande hellingen van hooge
+rotsen, als een V bij elkanderen loopende, den top van een anderen veel verder gelegen, en door de zon geheel verlichten top
+van een andere rots, in de gedaante van een A zoo het scheen regt in het midden staan. Op verscheidene plaatsen daar wij &#8217;s
+morgens van de paarden af waren gestapt, bleven wij &#8217;er nu op zitten. Somtijds hangt het eene been over de diepte, en met
+het andere raakt men bijna tegen de steile rots aan den anderen kant van den weg. Op eenige plaatsen gingen wij echter te
+voet, niet alleen om het smalle padje, maar ook omdat het somwijlen steil afloopende was, op losse steenen en gruis van de
+rotsen, zoodat de paarden hun voeten dikwijls niet vast kunnen zetten. Nogmaals bewonderde ik de voorzigtigheid, met welke
+die dieren hier gaan, en bevond, zoo als <span class="smallcaps">Antoine</span> ons ook gezegd had, dat men best deed, van hun naar hunne eigen zin maar te laten loopen, houdende den toom echter zoodanig,
+<a id="d0e12686"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12686">415</a>]</span>dat men ingeval zij struikelden, ze eenigzins zou kunnen ophouden. Aan de bron bij de brug gekomen zijnde, verzocht <span class="smallcaps">Antoine</span> ons weder om stil te houden en de paarden te laten drinken, ik beschouwde ondertusschen nog eens het schoone gezigt dat men
+hier heeft. Wij hadden aan den kant van de <i>Gave</i> hier en daar menschen gezien, die forellen met den hengel vingen. Langs dezen weg ziet men ook enkele woningen; sommige kleine
+wichten speelden op den rand van een ontzaggelijke diepte; ik ijsde &#8217;er van, doch zij zijn dat gewoon.
+
+</p>
+<p>Omtrent 6&frac12; uur kwamen wij weder te <i>Luz</i>; terwijl het nog dag was, maakte ik daar gebruik van om in die bekoorlijke vlakte te wandelen. Vier of vijf dorpjes liggen
+allerliefst in dezelve. Sommige weiden waren met groote platte steenen regt over eind gezet, in plaats van met hagen, omringd;
+men was &#8217;er ook nog bezig met hooijen, want het is hier meest weiland, dat &#8217;er groen en tierig uitzag. Men had mij verhaald,
+dat &#8217;er in een van deze dorpjes<span id="d0e12699" class="corr" title="Bron: ">,</span> <i>Visos</i> geheten, een geslacht van buitengemeen lange menschen plagt te bestaan, waarvan sommigen tot bij de acht voeten haalden,
+en welke menschen zeer oud werden; dit werd mij hier bevestigd, doch komt het mij daarom nog niet ontwijfelbaar voor; te me&ecirc;r,
+daar de bewoners van deze landstreek zoo ligt genegen zijn om vreemde dingen en sprookjes te gelooven<a id="d0e12705src" href="#d0e12705" class="noteref">36</a>. In de herberg terug komende, <a id="d0e12722"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12722">416</a>]</span>kon ik het, hoewel het heden vrij warm geweest was, zeer wel bij het vuur houden; en vermaakte mij met aan den gemeenen haard
+met den hospes en een paar boeren te praten. <span id="d0e12724" class="corr" title="Bron: Met">Het</span> moet van de lieden aan deze kanten zeggen, dat vele onder hen zeer wel gevoelen, dat de vreemdelingen, van alle kanten naar
+<i>Bar&egrave;ges</i> en andere omliggende plaatsen, waar warme of <i>minerale</i> bronnen zijn, toe komende, hun nog al wat geld aanbrengen, en ze daarom nog al met oplettenheid en eene soort van onderscheiding
+behandelen. Van onveiligheid der wegen, niettegenstaande &#8217;er zoo vele woeste en eenzame streken zijn, hoort men dan ook weinig,
+en, naar ik vernam, indien vreemdelingen over eenigen overlast klaagden, zou het grootste deel der inwoners van het dorp,
+of de plaats, waar zulks geschied mogt zijn, &#8217;er zich zeer aan gelegen laten liggen.
+
+</p>
+<p>Wij hadden een lekker avondmaal, en door de beweging die wij zonder veel te gebruiken gemaakt hadden, en door de smakelijke
+spijzen, waaronder <a id="d0e12735"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12735">417</a>]</span>een Izard&#8217;s bout en uitmuntende forellen, en daar bij wijn, dien wij sedert eenigen tijd zoo goed niet gewoon waren.
+
+</p>
+<p>Den 13 dezer. Daar wij den ganschen dag voorhanden hadden, vertrokken wij eerst om 6 uren &#8217;s morgens. Onderrigt zijnde, dat
+hier diergelijke houten zak-zonnewijzers, als ik te <i>Gavarnie</i> gezien had, gemaakt werden, kocht ik &#8217;er een voor slechts eenige stuivers<a id="d0e12742src" href="#d0e12742" class="noteref">37</a>. Over onze herberg waren wij ook bijzonder te vreden.
+
+</p>
+<p>Den grooten of postweg nemende, kwamen wij, na de vallei doorgereden te zijn, wederom tusschen de rotsen langs de <i>Gave</i>, en klommen redelijk hoog, doch de weg is hier breed genoeg. Wij reden, en hadden alles om ons nog in de schaduw, terwijl
+de hooge toppen der rotsen en bergen reeds door de zon verlicht waren. Aan onze linkerhand gingen wij over eene houten brug
+over de <i>Gave</i>; men vindt hier een soort van bruggen die zeer ligt schijnen, doch inderdaad stevig zijn; zij zijn aardig gemaakt. Deze moest
+door een&#8217; steenen vervangen worden, en men was reeds bezig, om de steenen te bewerken, die men in de nabij gelegen rotsen
+overvloedig vindt, en schenen te behooren tot de soort, die men bij ons blaauwe arduinsteen noemt. Vervolgens wederom eene
+andere brug overgaande, heeft men wat <a id="d0e12753"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12753">418</a>]</span>verder aan de linkerhand het dorpje <i>Viscos</i>, en aan de regter <i>Chi&eacute;ze</i>; men komt nog over eenige bruggen, de boorden van de <i>Gave</i>, en de engte tusschen twee ketens van rotsen verlatende, in een alleraangenaamst dal. De weg is tot hier toe, om te voet
+of te paard te gaan, zeer goed, maar met rijtuig moet zij niet over hebben; op sommige plaatsen rollen of schuiven de schilfers
+van eene soort van schaliesteen bij zware regenvlagen, en het smelten van de sneeuw, in een groote hoeveelheid van boven neder,
+bedekken den weg, en maken dien somtijds onbruikbaar; dit vereischt een gedurig en kostbaar onderhoud. Hier en daar, waar
+zij wat smal langs de diepte is, zijn &#8217;er schutmuurtjes gemaakt. <span class="smallcaps">Antoine</span> noemde dit dal <i>Veille Longue</i>. Nu kwamen wij te <i>Pierrefitte</i>, een gnap dorp en verrukkelijk gelegen; hetzelve wordt op omtrent 3 uren van <i>Luz</i> gerekend. Men heeft hier veel schaduw, vooral van zwaare noten- en castanje-boomen. Ik zag &#8217;er ook wijngaarden, die ongemeen
+hoog en zwaar waren, tusschen kersen of andere boomtjes staan, en hunne ranken aan dezelve vasthechtende, zoo als ik reeds
+gezegd heb. De verscheidenheid der gezigten, die men hier overal heeft, is alleraangenaamst. De Abdij <i>St. Savin</i> aan de linkerhand op een&#8217; heuvel met boomen beplant gelegen, ziet men boven het digte lommer van dezelve uitsteken, en alzoo
+dit schilderachtig landschap door een nieuw voorwerp verrijken. Achter ons zagen wij nog die hooge, spitse, en hier en daar
+met sneeuw bedekte <a id="d0e12779"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12779">419</a>]</span>rotsen, die wij gisteren nader bij hadden leeren kennen&#8212;eenige hout-zaagmolens door het water bewogen, en zeer aangenaam gelegen,
+deden zich op.&#8212;Men gaat over eene fraaije steenen brug, die over de <i>Gave</i> ligt.&#8212;De weg stijgt weder vrij hoog langs de helling van een rots langs de <i>Gave</i>, die men aan de linkerhand heeft. Hier en daar was men drok bezig, om langs dezelve muurtjes te maken, om het gevaar vooral
+voor de rijtuigen te verhoeden. Welhaast wordt men het stadje <i>Lourde</i> gewaar. Wij kwamen &#8217;er tegen den middag aan. Het was &#8217;er juist marktdag; op eene ruime plaats door boomen beschaduwd stond
+een groote menigte paarden, muilezels en rundvee. Hier schijnt men de wreedheid niet te hebben, van het kalf, zoodra het geboren
+is, aan zijne moeder te ontrukken; want ik zag &#8217;er hier verscheiden die zogen; dit belette niet, dat de koeijen tevens gemolken
+werden<a id="d0e12790src" href="#d0e12790" class="noteref">38</a>. Verder op in de straten, en op een andere marktplaats, was het vol kooplieden in linnens, vlas, wol, en me&ecirc;r onderscheidene
+soorten van waren. &#8217;Er stonden verscheidene kraamtjes, en het was &#8217;er zoo vol, dat men moeite had, om &#8217;er door te komen. De
+groote menigte roode kappen (<i>capelettes</i>) maakte hier ook weder eene zonderlinge vertooning; geene eene vrouw zag men &#8217;er bijna zonder, en zij waren nu op haar zondags
+opgeschikt. Rondom <i>Lourde</i> wordt vlas geteeld; in die plaats zijn vele <a id="d0e12802"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12802">420</a>]</span>linnenweverijen, en de bonte neusdoeken, die &#8217;er in menigte gemaakt worden, zijn beroemd, en worden hier omstreeks vooral
+zeer veel gedragen. De naburige <i>Spanjaarden</i> komen hier ook veel ter markt; doch het scheen mij toe, dat zij genoegzaam hetzelfde <i>Patois</i> spreken, als de bewoners van dit gedeelte der <i>Fransche Pyrene&euml;n</i>. De vrouwen, die wij hier op de markt en in de straten zagen, hadden genoegzaam alle den spinrok op zijde tusschen hun rokken
+steken <a id="d0e12813src" href="#d0e12813" class="noteref">39</a>, en velen dreven al spinnende handel, praatten, liepen heen en weder enz. zij sponnen <a id="d0e12842"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12842">421</a>]</span>vlas en wol. Uit het Posthuis, een vrij groote herberg, waar wij onzen intrek genomen hadden, om het middagmaal te nemen,
+ziet men op de markt; en ik vermaakte mij met de drukte, en het gewoel van de menigte, waaronder het grootste deel half rood
+was. De handel in dit plaatsje schijnt aanmerkelijk te zijn; want naar ik vernam, heeft zulk een markt alle veertien dagen
+op Donderdag plaats. Zij verdient wel gezien te worden.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/viii003.jpg" alt="Kleeding der bergbewoners."><p class="figureHead">Kleeding der bergbewoners.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Op een rots bij dit <i>Lourde</i>, ligt een soort van vesting of sterk kasteel, in vroegere tijden door de Graven van <span class="smallcaps">Bigorre</span>, vervolgens door andere geslachten bezeten, eindelijk een eigendom van de kroon van <i>Frankrijk</i> geworden, en voor een Staatsgevangenis gebruikt, waar toe het nog heden dient: twee personen in het regtsgeding van de beruchte
+zamenzwering tegen het leven van den eerste Consul <span class="smallcaps">Bonaparte</span> begrepen, worden &#8217;er, naar ik vernam, bewaard; het aangenaam gezigt dat zij van daar kunnen hebben, kan dezen kerker nog
+al veel dragelijker maken dan zoo vele anderen. Dit kasteel met de stad, stond in het laatst van de 14<sup>e</sup> eeuw, in het bezit van de <i>Engelschen</i> zijnde, eene belegering uit tegen de krijgsmagt van <span class="smallcaps">Karel</span> den V., Koning van <i>Frankrijk</i>, en hield het vol.
+
+</p>
+<p>Ik zag hier een zeer groote zware koets van een wonderlijk maaksel, die met reizigers uit <i>Spanje</i> <a id="d0e12879"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12879">422</a>]</span>kwam, met zes muilezels en met een menigte touwen bespannen was.
+
+</p>
+<p>In onze herberg was het zoo drok, dat wij naauwelijks te eten konden krijgen; het maal was &#8217;er dan ook op verre zoo goed niet
+als te <i>Luz</i>, en wij betaalden evenwel den gewonen prijs.
+
+</p>
+<p>Zonderling dat ik onder het groot aantal van <span id="d0e12888" class="corr" title="Bron: vrouwwen">vrouwen</span>, die hier van de plaatsen rondom verzameld waren, &#8217;er weder genoegzaam geen eene vond, die &#8217;er maar zeer redelijk wel uitzag.
+Velen hadden kropgezwellen.
+
+</p>
+<p>Om drie uren verlieten wij, en met ons een aantal menschen en vee, dit neringrijke en naar allen schijn zeer welvarend plaatsje;
+wij waren nu nog omtrent 3 goede uren van <i>Bagn&egrave;res</i>, langs den weg, dien wij te nemen hadden. <i>Luz</i> en deze laatstgenoemde plaats rekent men over <i>Pierrefitte</i> op ruim acht uren. De weg levert minder verscheidenheid van gezigten op dan aan den anderen kant; doch is echter aangenaam
+en hier en daar lommerrijk. Te <i>Lourde</i> verlaat men de boorden van de <i>Gave</i>, die daar langs de stad stroomt, om den weg naar den kant van <i>Tarbes</i> inteslaan, tusschen welke stad en <i>Bagn&egrave;res</i>, een goed eind beneden deze laatste plaats, men dan ook uitkomt; zoo veel moet men uithoofde van de bergen omrijden. Het
+was zes uren, toen wij wel voldaan over dit reisje, te <i>Bagn&egrave;res</i> te rug gekeerd waren.
+
+</p>
+<p>Den 14 September. Na den gansche voormiddag doorgebragt te hebben met dit dagverhaal voor u in <a id="d0e12919"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12919">423</a>]</span>orde te brengen, kwamen zij mij roepen, om een levendige Izard, in onze buurt op een binnenplaats loopende, te gaan zien.
+Het beestje was pas drie maanden oud. Men had het zeer jong gevangen en hier opgevoed. Het geleek naar een jong bokje, zijn
+hoorntjes begonnen even voor den dag te komen. Het was rosachtig van kleur, en had de achterbeenen langer dan de voorste,
+kunnende daardoor zeer goed springen. Ook was het in een paar sprongen een trap van verscheidene treden, op deze plaats staande,
+op. Hoewel met de lieden van het huis nog al gemeenzaam, was het voor ons zeer schuw, trachtte zich gedurig te verschuilen,
+en maakte een steenend geluid, als wij het wilden opvatten.&#8212;Hoe gaarne had ik dit diertje in de nabijgelegen bergen zijne
+vrijheid gegeven<a id="d0e12921src" href="#d0e12921" class="noteref">40</a>.
+
+</p>
+<p>Aan tafel wierden weder een menigte voorvallen, die bij het spel plaats gehad hadden, verhaald; onder anderen, dat den vorigen
+avond een speler door wanhoop verwoed, zich vreesselijk had aangesteld, en een stoel tot splinters had van een geslagen. De
+wacht was &#8217;er aan te pas gekomen. Vele van onze dischgenooten lagchten en staken hier den spot mede. Toen ik van tafel kwam,
+lokte mij een trompetter bij een hoop volks, die op de plaats digt bij het speelhuis stond. Een fraai paard met zadel en toom
+werd &#8217;er aan den meestbiedenden verkocht, <a id="d0e12932"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12932">424</a>]</span>het had aan een&#8217; ongelukkigen speler behoort. Dergelijke verkoopingen vallen hier schier dagelijks voor. Zwendelaars en leenders
+op pand, ontbreken hier ook niet; en helaas! indien de wateren van <i>Bagn&egrave;res</i>, en andere plaatsjes in deze landstreek, eenig voordeel aan derzelver bewoners opleveren, zij maken ook, dat &#8217;er zeer veel
+zedenbederf onder die eenvoudige en anders zoo nabij den natuurstaat levende menschen wordt gebragt.
+
+</p>
+<p>Zoo gij iemand kent, die deze bergen mogt komen bezoeken, kunt gij hem onzen geleider <span class="smallcaps">Antoine Idrac</span>, alhier woonachtig, als een goed en geschikt man, aanbevelen. Die wat goed lach&#8217;s zijn, zal hij daartoe nog al eens stof
+verschaffen, door een aanwendsel dat hij heeft van schier overal de woorden <i>c&#8217;est fort inutile</i><a id="d0e12944src" href="#d0e12944" class="noteref">41</a> bij te voegen, hoe ten onpasse het &#8217;er ook dikwijls bijkomt.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11619" href="#d0e11619src" class="noteref">1</a></span> <i>Wateren des heils.</i> Wanneer dit water slechts eenige van al die genezingen, die men &#8217;er aan toeschrijft, veroorzaakt heeft, verdient het met
+alle regt dien naam. Het wordt zoo wel in- als uitwendig gebruikt.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11633" href="#d0e11633src" class="noteref">2</a></span> <i>Douches</i> noemt men een straal water of druip, die men op het een of ander gebrekkig deel laat loopen of druipen. Men heeft te <i>Bagn&egrave;res</i> ook modder- of slijkbaden.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11646" href="#d0e11646src" class="noteref">3</a></span> Sommige lieden drinken van dat water 50 en me&ecirc;r glazen, van 4 of 5 in een fles, daags. Ik heb toch moeite om te gelooven,
+dat zoo een ongemeene groote hoeveelheid vocht goed kan zijn.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11661" href="#d0e11661src" class="noteref">4</a></span> Door <i>beau monde</i> verstaan de <i>Franschen</i> lieden, die naar de <i>mode</i> gekleed zijn, naar de <i>mode</i> weten te spreken, en zich naar de <i>mode</i> bewegen. In den eigenlijken zin geloof ik niet, dat men een andere beteekenis aan dit woord <a id="d0e11678"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e11678">30n</a>]</span>kan hechten, ten zij men &#8217;er nog wat onderscheid van stand of beroep bij wilde voegen; doch dit laatste komt in eene openbaare
+t&#8217;zamenkomst als deze in geen aanmerking.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11753" href="#d0e11753src" class="noteref">5</a></span> <i>Escalette</i> beteekent laddertje, om dat de slingerende weg met eene soort van trappen gemaakt is.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11774" href="#d0e11774src" class="noteref">6</a></span> <i>Tramesaigues</i> beteekent in de landtaal, te zamenloop van wateren.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11790" href="#d0e11790src" class="noteref">7</a></span> Men vindt &#8217;er een afbeelding van in het Natuurkundig werk van den Heer <span class="smallcaps">Ramond</span>, genaamd <i>Voyages au Mont perdu et dans la partie adjacante des hautes Pyren&eacute;es, Paris Belin</i> 1801.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11810" href="#d0e11810src" class="noteref">8</a></span> De afbeelding daar van, vindt men in het reeds genoemde werk van <span class="smallcaps">Ramond</span>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11819" href="#d0e11819src" class="noteref">9</a></span> Ik had het &#8217;er op aangelegd, om mij omtrent dit uur hier te bevinden, om dat men, volgens den Heer <span class="smallcaps">Ramond</span>, de <i>Pic</i> tusschen elven en twee&euml;n, als dan volkomen door de zon verlicht zijnde, het beste ziet.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11843" href="#d0e11843src" class="noteref">10</a></span> Aldus genaamd, om dat het uit het meer <i>d&#8217;Oncet</i>, op de <i>Pic du Midi</i>, omtrent 300 <i>toises</i> lager dan de top gelegen, voortvloeit.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11878" href="#d0e11878src" class="noteref">11</a></span> <span class="smallcaps">Francois Pasumot</span>, in zijn werk genaamd <i>Voyages Physiques dans les Pyren&eacute;es in 1788 en 1789 etc. Paris 1797</i>, stelt de hoogte van den weg over de <i>Tourmalet</i> iets lager dan het meer <i>d&#8217;Oncet</i> op de <i>Pic du Midi</i>, welk meer men in dat werk in een plaat, de hoogte der bergen aanduidende, op omtrent 1200 <i>toises</i> geteekend vindt.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11917" href="#d0e11917src" class="noteref">12</a></span> <i>Bastan</i> beteekend in de landtaal verwoester.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11958" href="#d0e11958src" class="noteref">13</a></span> Het gezigt uit hetzelve naar den kant van <i>Luz</i>, tegen hooge bergen is nog al teekenachtig.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e11984" href="#d0e11984src" class="noteref">14</a></span> Wanneer men omtrent den aard, de eigenschappen enz. van deze wateren me&ecirc;r wil weten, kan men behalve de werken van <span class="smallcaps">Ramond</span> en <span class="smallcaps">Pasumot</span>, waarvan hier voor reeds gesproken is, daar onder anderen nog op nazien een werk genaamd: <i>Memoire sur les eaux min&eacute;rales et &eacute;tablissemens thermeaux des Pyren&eacute;es etc. publi&eacute; par ordre du Comit&eacute; de Salut Public. Paris
+An 3.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12018" href="#d0e12018src" class="noteref">15</a></span> Deze bergbewoners dragen bij koud en regenachtig weder, korte mantels van een bruinachtig soort van grof laken of pij, met
+een kap van dezelfde stof; de roode <i>capeletten</i> der vrouwen heb ik reeds beschreven. Van mijne geringe teekenkunde gebruik makende, heb ik een man en een vrouw in dat nog
+al zonderling gewaad voor u afgeschetst.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12035" href="#d0e12035src" class="noteref">16</a></span> Men vindt in die rotsen ook veel <i>Amiante</i>, de inwoners noemen het <i>linet</i>, of <i>lin incombustible</i> (onverbrandbaar vlas) de langste vlokken uitzoekende, maken zij die nat, en weten ze dan tot bandjes enz. te vlechten, ook
+zeide men mij, dat zij &#8217;er gebruik van maken, om in de lampen te branden. Men bood &#8217;er mij van te koop aan te <i>Bar&egrave;ges</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12137" href="#d0e12137src" class="noteref">17</a></span> Alle snelle stroomen (<i>torrens</i>) worden hier <i>gave</i> genaamd, en men voegt &#8217;er doorgaans, om dezelve te <span id="d0e12145" class="corr" title="Bron: onderderscheiden">onderscheiden</span>, den naam van het dal daar zij doorloopen, of iets diergelijks bij, zoo als <i>le gave de Pau</i>, <i>le gave de H&eacute;as</i>, <i>le gave de Bastan</i> <i>etc.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12275" href="#d0e12275src" class="noteref">18</a></span> <i>Neouvielle</i> beteekent in de landtaal oude sneeuw, omdat de toppen dier bergen, tot de hoogste der <i>Pyrene&euml;n</i> behoorende (zijnde nog hooger dan de <i>Pic du Midi</i>) daar altijd mede bedekt zijn.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12300" href="#d0e12300src" class="noteref">19</a></span> Gij weet dat dezelfde kwaal om en bij <i>de Alpen</i> heerscht, en aan dezelfde oorzaak, namelijk aan het bergwater, dat met kalk en aarddeelen bezwangerd is, wordt toegeschreven;
+niet alleen het <i>physiek</i> maar ook het <i>moreel</i> gestel van den mensch schijnt daar door te lijden; want ik vernam, dat, overeenkomstig het geen men daar van bij <span class="smallcaps">Ramond</span> en anderen vindt aangeteekend, de lieden met kropgezwellen gekweld, doorgaans dom en log zijn. Gemelde schrijver spreekt
+ook van eenige huisgezinnen, welke men hier en daar in deze gebergtens vindt, die uit hoofde van een zeer oud vooroordeel,
+door de overige ingezetenen beschouwd worden, als tot een eerloos geslacht behoorende, en alzoo door hun worden geschuwd,
+en met verachting behandeld, hij noemt ze <i>Cagots</i>. De kropgezwellen zijn onder hen vrij algemeen; doch naar ik met genoegen vernam, vermindert dit vooroordeel hoe langs hoe
+me&ecirc;r, en men vindt zelfs weinige slagtoffers van deze dwaaze onregtvaardigheid me&ecirc;r.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12340" href="#d0e12340src" class="noteref">20</a></span> Het is een der hoogste toppen van de <i>Pyrene&euml;n</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12379" href="#d0e12379src" class="noteref">21</a></span> Volgens <span class="smallcaps">Ramond</span> zijn &#8217;er onder die wel 100 000 cubiek voeten groot zijn; ik heb dezelve niet nagemeten, doch dit weet ik, dat verscheidene
+van die stukken die hier, zoo als bij ons de keijen daar men de straten mede maakt, op elkanderen liggen, wanneer zij afzonderlijk
+in een dal geplaatst waren, al gnappe heuvels zouden schijnen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12398" href="#d0e12398src" class="noteref">22</a></span> In de landtaal wordt dezelve <i>Peyrada</i> geheten.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12414" href="#d0e12414src" class="noteref">23</a></span> Aldus genaamd naar den berg, daar hij afstroomt.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12432" href="#d0e12432src" class="noteref">24</a></span> Of volgens <span class="smallcaps">Ramond</span> <i>Vall&eacute;e d&#8217;Osson&euml;</i>. Men vindt in zijn <i>Voyages du Mont-perdu</i> van die vallei melding gemaakt.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12453" href="#d0e12453src" class="noteref">25</a></span> <span class="smallcaps">Du Perreux</span> landschapschilder te <i>Parijs</i>, omtrent te gelijker tijd met mij de <i>Pyrene&euml;n</i> bezocht hebbende, heeft een fraaije schilderij van dat gezigt gemaakt, welke ook bij de laatste <i>expositie</i> te <i>Parijs</i> ten toon is gesteld geworden; van deze schilderij bekomt gij een teekening door denzelfden meester, die zeer gelijkende is.
+Gemelde <span class="smallcaps">du Perreux</span> is reeds driemalen in de <i>Pyrene&euml;n</i> geweest, en bezit eene aanzienlijke verzameling van schilderstukken en gezichten door hem aldaar naar de natuur gemaald,
+zijn adres is <i>rue du Montblanc, No 73. &agrave; Paris</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12481" href="#d0e12481src" class="noteref">26</a></span> Deze fraaije boom ziet men vrij algemeen in de <i>Meijerij</i> van <i>&#8217;s Bosch</i>, en ik heb mij altijd verwonderd, dat men &#8217;er in de schoone beplantingen, die men in <i>Holland</i> zoo menigvuldig aantreft, geen me&ecirc;r gebruik van maakt. In de zandgronden om <i>Haarlem</i>, ben ik verzekerd dat hij zeer goed zou groeijen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12512" href="#d0e12512src" class="noteref">27</a></span> Het worstelperk van <i>Gavarnie</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12523" href="#d0e12523src" class="noteref">28</a></span> <i>De torens van Mabor&eacute;</i>, zij bebooren tot de allerhoogste bergen van de <i>Pyrene&euml;n</i>. De top van <i>Gavarnie</i> zigtbaar, is ruim 9800 voeten hoog, en de top van de <i>Mont-perdu</i> die de hoogste van alle is, ruim 10 500 boven de oppervlakte der zee. (Zie <span class="smallcaps">Ramond</span> en <span class="smallcaps">Pasumot</span>.)
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12543" href="#d0e12543src" class="noteref">29</a></span> Twee vijfde volgens <span class="smallcaps">Ramond</span>. Het was een schoone straal, doch 1&frac12; maand vroeger, wanneer de smelting der sneeuw het sterkste is, is zij veel zwaarder.
+De buitengewone sterke regen, dien men ook hier gehad had, maakte de toevloed van water echter thans nog aanmerkelijk.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12556" href="#d0e12556src" class="noteref">30</a></span> <span class="smallcaps">Pasumot</span> noemt ze ook <i>le Gave Bearnois</i>, of van het land van <i>Bearn</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12581" href="#d0e12581src" class="noteref">31</a></span> Die van de <i>Niagara</i> in <i>Noord-Amerika</i> is 1800 voeten, die van <i>Lauterbronnen</i> is wel 300 voeten lager.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12596" href="#d0e12596src" class="noteref">32</a></span> De sneeuwtoppen schijnen door een roodachtig licht, als het schijnsel van een gloed omgeven.&#8212;Lieden in deze streken gewoon,
+kennen de afstanden <span id="d0e12598" class="corr" title="Bron: ">in </span>de bergen aan de onderscheidene kleuren, doch vreemden bedriegen zich daar omtrent geweldig, want door de ontzaggelijke grootte
+gelijken zij altijd digter bij te wezen, dan zij in der daad zijn.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12602" href="#d0e12602src" class="noteref">33</a></span> Ik ben verzekerd, dat zelfs de hardvochtigste en ongevoeligste menschen hier wel zorg voor hunne paarden dragen. <span class="smallcaps">Antoine</span> vertelde mij, dat hij eenige jaren geleden, met een Engelschman hier naar toe gereden was, die <a id="d0e12607"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12607">65n</a>]</span>in de vlaktens zijn paard sloeg en mishandelde, maar hier streelde, de vliegen van hetzelve verjaagde, en &#8217;er alle zorg voor
+droeg.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12627" href="#d0e12627src" class="noteref">34</a></span> Behalve de <i>Breche de Roland</i>, is &#8217;er een andere en bruikbaarder bergweg, die men <i>le port de Gavarnie</i> noemt. <i>Port</i> beteekent in &#8217;t algemeen een doortogt, kloof <span id="d0e12638" class="corr" title="Bron: op">of</span> opening tusschen de bergen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12644" href="#d0e12644src" class="noteref">35</a></span> <span class="smallcaps">Ramond</span> spreekt &#8217;er ook van, doch zegt dat derzelver getal sedert 40 jaren, omdat &#8217;er vele bosschen gekapt zijn, aanmerkelijk is
+verminderd.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12705" href="#d0e12705src" class="noteref">36</a></span> Te <i>Parijs</i> terug komende, vind ik bij <span class="smallcaps">Pasumot</span> <a id="d0e12713"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12713">70n</a>]</span>echter van dit reuzengeslacht vrij omstandig melding gemaakt; de naam wordt daar zelfs bij opgegeven; en de laatste van dit
+geslacht moet nog maar 25 &agrave; 30 geleden, in den ouderdom van 108 &agrave; 110 jaren gestorven, en de doopceel enz. nog te <i>Luz</i> voorhanden zijn. &#8217;Er schijnen ook bewijzen te zijn, dat &#8217;er in de begraafplaatsen van die reuzen, beenderen gevonden zijn
+van eene ongemeene grootte, onder anderen een sleutelbeen van 10 duimen, en een <i>tibia</i> van bij de twee voeten.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12742" href="#d0e12742src" class="noteref">37</a></span> Ik weet niet van ooit diergelijke zonnewijzers bij ons gezien te hebben; ondertusschen zouden zij ook van veel dienst voor
+onze landlieden kunnen wezen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12790" href="#d0e12790src" class="noteref">38</a></span> In <i>Frankrijk</i> is deze behandeling niet ongewoon.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12813" href="#d0e12813src" class="noteref">39</a></span> Dit schijnt als een teeken van vlijt tot haar marktopschik te behooren, want ik zag &#8217;er eenige, die &#8217;er weinig gebruik van
+maakten.
+
+</p>
+<p class="footnote">De schets, die ik van de kleeding der bergbewoners gemaakt had, niet voldoende zijnde, om &#8217;er een plaatje naar te graveren,
+heeft een Landgenoot en kunstschilder alhier (te <i>Parijs</i>) daar een aardige teekening naar gemaakt, waarop het vrouwtje spinnende verbeeld wordt. Gij kunt dezelve nu des goedvindende
+in het werk plaatsen. Deze schilder <span class="smallcaps">Knip</span> genaamd, en van <i>&#8217;s Bosch</i> geboortig, schildert zeer zoet landschappen in waterverf, welke wijze van schilderen de <i>Franschen</i> <i>en gouache</i> noemen. Die jongman is bijzonder achtingwaardig om zijne ouderliefde: daar hij, hoewel zeer ijverig moetende werken om den
+kost te verdienen, gedurig een groot gedeelte van het geen hij wint, aan zijn bijna blinden vader in <i>&#8217;s Bosch</i> toezendt. Zijn zuster heeft hier ook eenigen tijd van den Heer <span class="smallcaps">van Spaandonck</span> onderwijs in het bloemschilderen gehad, en is weder naar het Vaderland terug gekeerd, op hoop van daar <a id="d0e12839"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12839">75n</a>]</span>met bloemen en vruchten schilderen, waarin zij al vrij gnap is, den kost te zullen kunnen verdienen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12921" href="#d0e12921src" class="noteref">40</a></span> De Izard van de <i>Pyrene&euml;n</i> en de Chamois van de <i>Alpen</i>, schijnen tot hetzelfde geslacht te behooren.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12944" href="#d0e12944src" class="noteref">41</a></span> <i>Dat is zeer onnoodig</i>. Zoo scheen hij somtijds zeer onnoodig te vinden, dat wij aten, dronken of iets anders deden, dat in zich zelve zeer noodzakelijk
+was.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e12949" class="div1">
+<h2>Twintigste Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Bagn&egrave;res, 16 September.</i>
+
+</p>
+<p>Gisteren morgen ging ik weder zeer vroegtijdig de bergen hier rondom bestijgen, en na braaf wat <a id="d0e12958"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12958">425</a>]</span>geklauterd hebben, in een hutje, tusschen heuvelen en boschjes aangenaam gelegen, en met wier bewoners ik reeds kennis gemaakt
+had, melk tot mijn ontbijt gebruiken. Wij vonden den boer digt bij zijn woning bezig op den akker; zijn vrouw was naar de
+markt te <i>Bagn&egrave;res</i>, en de kinderen met een paar koeitjes en eenige geiten in de bergen. Wij traden binnen, en hier werd een groote aardewerksche
+kom met versche melk voorgezet. Ieder kreeg een kleiner kommetje en een hout lepeltje; de huisvader zat met ons aan, deelde
+melk en brood uit, en zoo deden wij een eenvoudig landelijk ontbijt. Onze gastheer was zeer spraakzaam, en ik kon hem vrij
+wel verstaan; doch merkte op, dat hij de B voor V en de V voor B uitsprak, zeggende <i>bache</i> voor <i>vache</i> (een koe) en <i>voire</i> voor <i>boire</i> (drinken) enz. Deze verkeerde uitspraak schijnt hier omstreeks vrij algemeen te zijn. De gemeenzame wijze, waarop hij met
+ons omging, beviel mij bijzonder; geen de minste verlegenheid, geen muts af, hij behandelde ons niet anders dan zijne medemenschen,
+en had eene soort van gulheid en rondheid in zijn wijze van doen en spreken, die mij zeer vermaakte<a id="d0e12975src" href="#d0e12975" class="noteref">1</a>. Wij spraken over zijne huishouding, over den <a id="d0e12978"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e12978">426</a>]</span>landbouw, en ik raadde hem, om niet alleen ma&iuml;s en rog, maar ook boekweit te zaaijen; en daar de grond het minst steenachtig
+is, aardappelen te zetten, omdat veeltijds door het weder of andere toevallen, het eene wel uitvalt, terwijl het andere mislukt.
+Hij nam dezen raad in dank aan, en scheen voornemens, om dien te volgen.
+
+</p>
+<p>Aan den anderen kant of oostzijde van <i>Bagn&egrave;res</i>, als men de <i>Adour</i> over een steenen brug overgegaan is, heeft men op de hoogte ook aangename wandelingen en gezigten; een aantal castanjeboomen
+op en tegen een heuvel gelegen, maken daar een lommerrijk boschje; aan de voet van den heuvel is een tuin, waarin een menigte
+appelen en perenboomen, die zoo vol vruchten hingen, dat ik het weinig zoo gezien heb; wij vroegen aan een oud moedertje verlof,
+om &#8217;er in te wandelen, het geen ons niet alleen toegestaan werd; maar wij moesten van de vruchten eten, en bovendien, wat
+wij hier ook tegen inbragten, onze zakken zoo vol laden, als wij maar konden. Ik zeide, dat deze vruchten te <i>Bagn&egrave;res</i> verkocht wordende, nog al wat op zouden brengen, en het goede vrouwtje antwoordde, dat zij het door Gods goedheid niet noodig
+had, daar bijvoegende: <i>le bon Dieu me les donne pour rien, et ce que j&#8217;en ai de trop, je le donne pour rien aussi</i>.<a id="d0e12994src" href="#d0e12994" class="noteref">2</a>
+
+</p>
+<p>Het dal van <i>l&#8217;Hi&eacute;ris</i> of <i>Lh&eacute;ris</i>, een uurtje van <a id="d0e13005"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13005">427</a>]</span>hier, is vooral in het begin van den zomer, wanneer het een menigte bloemen en welriekende kruiden oplevert, een bekoorlijken
+lusthof. Hier en daar onderweg vonden wij lieden bezig om met lijmtakjes klein gevogelte te vangen. Men vangt hier omstreeks
+ook Ortolanen, en zij moeten nog al niet zeer duur zijn, want wij hebben ze in onze herberg al een en andermaal gegeten. Ook
+hadden wij dagelijks kleine forellen op tafel; ik zag ze dikwijls in de <i>Adour</i> onder en tusschen de steenen met de hand vangen. De beekjes hier omstreeks leveren ook een menigte kreeftjes op.
+
+</p>
+<p>In het stadje terug komende, zag ik &#8217;er verscheiden lieden buitengemeen opgeschikt: zij kwamen van een bedevaart terug; de
+mans onder anderen hadden breede linten om den bol van den hoed, waarop met vergulde letters stond: <i>notre Dame de Mont Sernatte</i><a id="d0e13014src" href="#d0e13014" class="noteref">3</a>. Verscheiden dingen van wasch gemaakt, allerlei kleuren, en eenigzins de gedaante van een lepel hebbende, staken &#8217;er tusschen.
+Naar ik vernam waren zij geheiligd, en dienden als een behoedmiddel tegen de hagelvlagen, enz.
+
+</p>
+<p>Hier wordt ook een soort van grof laken gemaakt, dat veelal de natuurlijke bruinachtige kleur van de wol behoud. De bergbewoners
+bedienen &#8217;er zich veel van. Men maakt hier ook een menigte stokken met ijzeren punten voorzien, om bij het beklimmen <a id="d0e13025"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13025">428</a>]</span>der bergen te gebruiken; velen zijn van een soort van dolk, die men &#8217;er uit doet springen, voorzien.
+
+</p>
+<p>Dat de wateren van <i>Bagn&egrave;res</i> reeds bij de <i>Romeinen</i> bekend waren, blijkt uit eenige <i>Latijnsche</i> opschriften, waar van &#8217;er nog bestaan, en sommige gedenkpenningen, die &#8217;er gevonden zijn, onder anderen op de fontein, niet
+ver van de markt staande, leest men op eenen grooten zwart marmeren steen: <i>Numini Augusti sacrum secundus sembedonis-fil-nomine Vicanorum aquensium et suo posuit</i>. Deze steen zou een altaar geweest zijn, dat alhier in een tempel van <span class="smallcaps">Diana</span> gediend had, en welke tempel gestaan zou hebben ter plaatse, waar thans de <i>St. Martens</i> Kerk is. <i>Bagn&egrave;res</i> werd dan van ouds <i>Vicus Aquensis</i> genaamd, en zou volgens sommige reeds voor het jaar 695, van de grondvesting van <i>Rome</i>, bestaan hebben.
+
+</p>
+<p>Heden vernam ik met smart, dat het openbare dobbelspel door gansch <i>Frankrijk</i> voor eenige millioenen aan een befaamden speler verpacht was. Tot hier toe had de politie voor het verleenen van verlof,
+daar van eene zekere som getrokken, nu kwam dat voordeel in de kas van het Gouvernement.
+
+</p>
+<p>Behalve de openbare wandeling, waarvan ik u reeds gesproken heb, en die vooral des avonds in de koelte vrij drok bezocht wordt,
+is hier nog een andere met lindeboomen beplante en zeer lommerrijke wandelplaats, ook in het stadje, omtrent achter de Kerk
+gelegen; doch deze wordt weinig bezocht. In de Koffijhuizen vond ik doorgaans niet <a id="d0e13063"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13063">429</a>]</span>veel volk, behalve in een, wanneer &#8217;er s&#8217; avonds <i>lotto</i> gespeeld werd. De waard of waardin trok de nommers, en rondom zaten verscheidene volwassen, en zelfs bejaarde menschen, zich
+gedurende eenige uren bezig houdende met op hunne nommerkaarten te kijken; het geen mij nog te me&ecirc;r verwonderde, omdat men
+&#8217;er om zeer weinig geld speelt. Ik hield mij hier niet lang op, maar ging, daar de maan helder scheen, naar buiten tusschen
+de bergen wandelen.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Antoine</span> kwam ons heden morgen, omstreeks zes uren, afhalen, om ons naar een plaats omtrent een uurtje ver, waar men op eene zonderlinge
+wijze woudduiven ving, te geleiden. Deze plaats is aan den overkant van de <i>Adour</i> op een hoogte. Die wandeling is zeer aangenaam.&#8212;De lucht was een weinig bewolkt, zoo dat de top van de <i>Pic du Midi</i> bedekt was; doch in het verrukkelijke dal van <i>Campan</i> was het helder. Aan de plaats gekomen zijnde, waar de ongelukkige duiven moesten verschalkt worden, zagen wij daar een rij
+zeer zware eiken- en beukenboomen, op eenen genoegzamen afstand geplaatst, om &#8217;er netten tusschen te kunnen hangen; een eind
+weegs verder op de vlakte, stonden langs dezelven, op zekeren afstand, drie bij elkanderen gevoegde staken, naar het mij voorkwam
+80 &agrave; 100 voeten hoog. Van onderen stonden zij wijd van een, om daar door stevigheid te hebben, en kruisten boven aan, zoo
+dat zij daar door de drie punten een soort van mik <a id="d0e13081"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13081">430</a>]</span>maakten, hier waren rondom eenige latten tegen geslagen, en &#8217;er was een bankje in gemaakt, moetende dienen, tot een zitplaats
+voor een man. Tegen een van de staken had men klampen of sporten gemaakt, om naar boven te klimmen. Wij waren &#8217;er niet lang,
+of de vogelaars kwamen met hunne netten, en hingen dezelve tusschen de boomen op; het is eene soort als die, welke bij ons
+onder den naam van flouwen bekend zijn. Eenige lieden klommen ieder in een mik, en de anderen stelden zich beneden op hunne
+posten. De woudduiven, met scholen van het oosten naar het westen trekkende, kijken de lieden die boven zijn uit, of zij &#8217;er
+zien aankomen, en zoodra zij tusschen hen en de netten in zijn, smijten zij ze een soort van houten kruis, dat een roofvogel
+moet verbeelden na, en maken daar bij een sterk geschreeuw. De duiven hier door verschrikt, en willende den gewaanden roofvogel
+ontduiken, dalen eensklaps in haar vlucht, en vliegen verbijsterd in de netten, die de anderen, die &#8217;er bij zitten, op haar
+laten vallen; diergelijke netten hingen &#8217;er omtrent 10 &agrave; 12; en &#8217;er stonden drie mikken waarin menschen zaten. Naar men mij
+verhaalde, vangt men hier somtijds tot 200 duiven daags. Heden echter was de vangst in &#8217;t geheel niet voordeelig, doch het
+was ook nog wat vroeg in den tijd. Men begint &#8217;er omtrent half September eerst mede, en het duurt tot in het begin van November.
+Verder op hangt men dan ook meer netten, en &#8217;er staan nog verscheidene mikken. Deze plaats wordt <a id="d0e13083"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13083">431</a>]</span><i>la Foret de Gerde</i><a id="d0e13086src" href="#d0e13086" class="noteref">4</a> genaamd, en de vogelbanen noemt men <i>panti&egrave;res</i>.
+
+</p>
+<p>Heden avond zag ik in het Schouwburgje een goochelaar en koorddansers, die voor liefhebbers van die kunsten, nog al eenigzins
+der moeite waard waren, en althans vrij wat beter in hun soort, dan de zoogenaamde Tooneellisten, die ik &#8217;er voorleden week
+zag.
+
+</p>
+<p>Morgen verlaten wij dit in den zomer zoo aangenaam oord, en dat nog veel aangenamer zou zijn voor redelijke menschen, als
+men &#8217;er door het dobbelspel geen bende beurzesnijders, gaauwdieven en ligtmissen naar toe lokte. <i>Bagn&egrave;res</i> is het verblijf van een onderprefect (<i>sousprefect</i>), en het getal der inwoners komt nabij de 4500. De tijd, dat men deze plaats verlaat, begint te naderen, en &#8217;er zijn sedert
+een paar dagen al een aantal menschen vertrokken. Die van <i>Bagn&egrave;res</i> leven dan geheel afgezonderd, en grootendeels als de mieren van den voorraad, dien zij gedurende den zomer vergaderd hebben.
+De sneeuw kan hier ook zeer hoog, en eenigen tijd blijven liggen. Voorleden winter waren de hongerige wolven tot in de straten
+van <i>Bagn&egrave;res</i> gekomen; het vee en zelfs de menschen loopen in zulk een tijd gevaar.&#8212;Dat men &#8217;er dan de lieden, die hun handwerk van het
+dobbelspel maken, naar toezond, om op de wolvenjagt te gaan, en daar een kans te wagen.
+<a id="d0e13111"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13111">432</a>]</span></p>
+<p>Ik wil dezen besluiten, met een gedeelte van een aardig dichtstuk van <span class="smallcaps">le Mierre</span><a id="d0e13116src" href="#d0e13116" class="noteref">5</a>, dat ik juist voor mij heb liggen. Van <i>Bagn&egrave;res</i> sprekende, zegt hij:
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>La paroit le guerrier bless&eacute; dans les combats,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Par de longues douleurs rach&egrave;t&eacute; du tr&eacute;pas:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Il trempe un bras debile en un eau secourable.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Non comme dans le styx pour &ecirc;tre invuln&eacute;rable,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Mais pour courir encore, ou le peril l&#8217;attend.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Je vois aupres de lui Life se lamentant,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Rose decolor&eacute;e et qui vient languissante,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Refleurir dans le sein de cette eau bienfaisante.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Un hypocondre Anglais de son <i>spleen</i> consum&eacute;,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Un livide Espagnol par la bile enflamm&eacute;,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Le chanoine amaigri, scandale du chapitre,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Les vaporeux titr&eacute;s, les vaporeux sans titre.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Ne croiez pas pourtant que la source des bains
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ne prodigue ses flots qu&#8217;&agrave; d&#8217;infirmes humains;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Toujours le plus plaintif n&#8217;est pas le plus malade.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Il est des maux d&#8217;emprunt, des langueurs de parade,
+<a id="d0e13176"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13176">433</a>]</span></span></p>
+<p class="line" style=""><span>Un peuple feminin que S&eacute;nac fatigu&eacute;,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Expres pour s&#8217;en defaire, aux bains &agrave; rel&eacute;gu&eacute;.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>d&#8217;Autres vont d&#8217;habitude &agrave; cette eau salutaire,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Humecter tous les ans leur chef visionnaire.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Plus d&#8217;un oisif y vient gu&eacute;rir de son ennui,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Sans songer au secret d&#8217;en pr&eacute;server autrui.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Toutefois au milieu de ces sots aquatiques.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Sont esprits amusans, charmantes lunatiques.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Qui malades par air, faites pour le plaisir,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Se departent souvient du projet de languir. etc.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12975" href="#d0e12975src" class="noteref">1</a></span> Wij zagen &#8217;er ook maar zeer eenvoudig in de kleederen uit, en ik vinde alle zwier en tooi, meestal geschikt om eenen gewaanden
+afstand tusschen menschen en menschen te kennen te geven, vooral bij diergelijke bezoeken in &#8217;t geheel niet passende.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e12994" href="#d0e12994src" class="noteref">2</a></span> De goede God geeft ze mij om niet, en dat ik &#8217;er te veel van heb, geef ik ook om niet.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13014" href="#d0e13014src" class="noteref">3</a></span> Onder <i>Spaansch</i> gebied aan de grensen gelegen, en het <i>Kevelaar</i> van deze streek.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13086" href="#d0e13086src" class="noteref">4</a></span> Het woud van <i>Gerde</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13116" href="#d0e13116src" class="noteref">5</a></span> <span class="smallcaps">Le Mierre</span> is vooral ook door zijne Treurspelen bekend. Wij hebben van hem, zoo ik meen, in onze taal overgezet: <i>Hypermnestra</i>, <i>Willem Tell</i>, en <i>de Malabaarsche Weduwe</i>. Of zijn <i>Barneveld</i>, het treurig einde van onzen beroemden Staatsmartelaar ten onderwerp hebbende, ook in onze taal is overgebragt, weet ik niet.
+Behalve deze heeft hij nog eenige andere Treurspelen gemaakt. Hij werd te <i>Parijs</i> geboren, en stierf aldaar in 1793.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e13197" class="div1">
+<h2>Een en Twintigste Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Bordeaux, 23 September.</i>
+
+</p>
+<p>Gisteren omtrent den middag zijn wij in deze stad, vooral door den Koophandel bij ons zoo algemeen bekend, aangekomen. Geene
+gelegenheid gehad hebbende, om onder weg een brief aan u aftezenden, bekomt gij hier bij het vervolg van mijn dagverhaal.
+
+</p>
+<p>Den 17 dezer vertrokken wij &#8217;s morgens om 7 uren van <i>Bagn&egrave;res</i>, met den gewonen postwagen van <i>Tarbes</i>. Het was tijd, dat wij heen gingen, want het had den ganschen nacht aanhoudend geregend, en deed zulks nog zeer sterk, en
+als het hier daar mede in dit jaargetij begint, kan men rekenen, dat het aangename weder genoegzaam voorbij is.
+<a id="d0e13214"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13214">434</a>]</span></p>
+<p>Het was ruim tien uren, toen wij te <i>Tarbes</i> aankwamen, en hier moesten wij tot den volgenden morgen blijven, om met den postwagen van <i>Bayonne</i> naar <i>Toulouse</i>, tot <i>Auch</i> te rijden. De postmeester alhier, aan wien wij van <i>Bagn&egrave;res</i> geschreven hadden, had voor de plaatsen (ingeval zij &#8217;er waren) gezorgd, en zelfs ook de vriendelijkheid gehad, van naar
+<i>Auch</i> te schrijven, om ze van daar op <i>Agen</i> voor ons te bestellen. Deze is wel de hupschte en vriendelijkste postmeester, dien ik immer ontmoet heb<a id="d0e13238src" href="#d0e13238" class="noteref">1</a>; ik had zulks reeds in het heengaan ondervonden, en werd &#8217;er nu nog volkomener van overtuigd. Alle reizigers, die hier bekend
+waren, spraken met lof over hem; zijn naam is <span class="smallcaps">Pauillac</span>. Ik stel denzelven hier met een dankbaar gevoel ter neder, en wenschte hem aan alle redelijke reizigers, die hier heen mogten
+komen, te kunnen doen opteekenen.
+
+</p>
+<p>De aanhoudende regen maakte, dat wij hier weinig wandelen konden; gelukkig hadden wij een vrij goede herberg, dezelfde, waar
+wij in &#8217;t heen gaan geweest waren.
+<a id="d0e13258"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13258">435</a>]</span></p>
+<p>Bij ons heeft men veel de slordige gewoonte van op de glasruiten der herbergen te schrijven, in <i>Frankrijk</i> ziet men dat bijna niet; doch men vindt &#8217;er dikwijls de muren beklad; in de spijszaal alhier las ik onder anderen eenige
+laffe spotternijen tegen den nieuwen Keizer en Keizerin, en een <i>Engelsch</i> versje, dat hier toen al heel aardig te pas kwam, waarom ik het u mededeel:
+
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>&#8220;Of eartly goods the best is a good wife.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>A bad the bitterest curse of human life.&#8221;<a id="d0e13272src" href="#d0e13272" class="noteref">2</a></span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Een vrouw, die ook tot ons reisgezelschap behoorde, en in &#8217;t geheel geen gemakkelijk peuzeltje scheen te zijn, deze regels
+ziende, vroeg mij, of ik die taal verstond, en geantwoord hebbende, dat ik &#8217;er althans genoeg van wist om haar dit getrouwelijk
+te kunnen overzetten, verzocht zij mij het te doen. Ik liet mij niet bidden, en het scheen, of zij zelve de toepassing maakte;
+want spijtig glimlagchende ging zij heen, en bemoeide zich niet me&ecirc;r met het geen op den wand geschreven stond.
+
+</p>
+<p>Hoe zeer die beekjes van helder water, welke hier aanhoudend door de straten vlieten, eene frissche doorspoeling geven, moet
+het toch ook in de <a id="d0e13286"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13286">436</a>]</span>huizen, die veelal laag zijn, vrij wat vochtigheid veroorzaken.
+
+</p>
+<p>Den 18 dezer &#8217;s morgens om vier uren vertrokken wij van hier. Op de hoogten, voor dat men te <i>Meillan</i> komt, wandelende, vermaakte ik mij nog eens met het genot van dat schoone gezigt, en ze&icirc; met een soort van aandoening, de
+hooge <i>Pyrene&euml;n</i> (<i>les hautes Pyren&eacute;es</i>) welk Departement men hier omstreeks verlaat, vaarwel.
+
+</p>
+<p>Van <i>Auch</i> behoef ik u niets meer te zeggen, dan dat het zich van dezen kant Amphith&eacute;aters-gewijze liggende, zeer aardig vertoont. Bij
+<span class="smallcaps">Alexander</span> <i>den Dikken</i> vonden wij weder een zeer goed avondmaal en goed gezelschap; onder de personen die met ons van <i>Tarbes</i> gekomen waren, en naar <i>Toulouse</i> gingen, bevonden zich twee juffrouwtjes, van <i>Bagn&egrave;res</i> komende, die zich tot nu toe bijzonder zedig gedragen hadden, doch hier wat gemeenzamer wordende, vernamen wij, dat zij te
+<i>Bordeaux</i> t&#8217;huis hoorden, en konden haar bedrijf ligtelijk gissen. Ik geloof niet, dat &#8217;er een volk bestaat, dat zich onder den schijn
+van wellevendheid, door kleeding enz. beter weet te vermommen, dan de <i>Franschen</i>, vooral die van <i>Parijs</i> en de voorname steden.
+
+</p>
+<p>Den 19 dezer &#8217;s morgens om 4 uren vertrokken wij met den gewonen postwagen van hier op <i>Agen</i>. De landstreek scheen vrij vruchtbaar, de weg was goed, en door de verscheidenheid van gezigten, buitenverblijven (<i>Castels</i>)<span id="d0e13336" class="corr" title="Bron: ">,</span> groote boerenhoeven (<i>m&eacute;teries</i>) enz. gansch niet onaangenaam. De Turksche <a id="d0e13342"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13342">437</a>]</span>tarw (<i>Maioc</i>) was nu gesneden, en men was druk bezig met ploegen.
+
+</p>
+<p><i>Fleurance</i>, een stadje, waar wij doorkwamen, ziet &#8217;er ongemeen slordig uit. Ik liep eens heen en weder in de Kerk, die niet eens bevloerd
+was, wij zagen hier meer ganzen en varkens dan menschen. Wolweverij scheen een voornaam bedrijf der ingezetenen te zijn. &#8217;Er
+was ook, zoo als op de meeste plaatsen in deze landstreek, eene overdekte marktplaats. Langs een bosch van hakhout en jonge
+heesters, en vele weilanden met vee, kwamen wij te <i>Lectoure</i>, 4 posten van <i>Auch</i>, op eene aanzienelijke hoogte, langs welker voet de weg loopt, gelegen; zoo dat dit stadje van daar geene onaardige vertooning
+maakt. Even buiten hetzelve hield de wagen stil, om het middagmaal te houden, het was omtrent 10 uren, en de Conducteur zeide,
+dat wij hier tot omtrent 1 uur blijven moesten, omdat, deze wagen niet van paarden verwisselende, dezelve wat moesten rusten.
+Wij klommen dan langs een&#8217; vrij steilen weg in de stad; zij bestaat meest in een regte straat, waarin eenige gnappe huizen.
+In de Hoofdkerk, die aan het eind staat, en waar naast het voormalige Bisdom is, zag ik niets bijzonders, doch van het <i>terras</i> achter dezelve, waarop eenige boompjes staan te kwijnen, heeft men zeer een fraai en uitgebreid gezigt, tot tegen de hooge
+<i>Pyrene&euml;n</i>. Aan het andere eind van de straat staat een schoon gebouw. Het is een Gasthuis, door een achtingwaardigen Bisschop, genaamd
+<span class="smallcaps">Narbonne-Pellet</span>, <a id="d0e13366"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13366">438</a>]</span>gesticht. Niet alleen kranken en afgeleefde lieden worden daar in verzorgd, maar men verschaft &#8217;er ook werk aan behoeftigen,
+die nog in staat zijn, om te arbeiden. Een ruime plaats, met boomen beplant, en een fraai ijzerhek &#8217;er voor, geeft een vrolijk
+aanzien aan dit weldadig gesticht, dat nog niet oud schijnt te zijn. Het is gebouwd op de puinhoopen van het in de oude geschiedenissen
+zeer bekende Kasteel. Men moet van daar ook een verrukkelijk gezigt hebben. Het stadje zelve ziet &#8217;er doodsch en naar uit.
+De verteringen van den Bisschop en zijn Kapittel, gaven &#8217;er voorheen nog al eenig vertier, dat nu ook ophoudt. Voorheen was
+<i>Lectoure</i> zeer sterk, en met een dubbelen rij muren omgeven, waarvan men nog eenige vervallen overblijfsels ziet. Het getal der ingezetenen
+wordt op ruim 5500 geschat, en &#8217;er is eene Onderprefecture. Eenige opschriften van den tijd der <i>Romeinen</i>, welke hier nog bestaan, bewijzen de oudheid van deze stad. In het dal, onder dezelve, stroomt het riviertje <i>le Gers</i>, en brengt zeer veel toe tot de vruchtbaarheid van hetzelve. Om de stad zijn eenige le&ecirc;rlooierijen. Men zeide mij, dat dit
+hier een voornaam bedrijf was.
+
+</p>
+<p>In onze herberg terug komende, vond ik in de kamer, die men ons had aangewezen, eene bejaarde Dame, met welke wij van <i>Auch</i> gekomen waren, de houding van eene slapende <span class="smallcaps">Venus</span> willende nabootsen, uitgestrekt op een bed; kwanswijs wakker wordende, toen ik in kwam, bleef zij echter liggen.... <a id="d0e13385"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13385">439</a>]</span>Deze oude coquette was over <i>Noord-Amerika</i> uit <i>St. Domingo</i> gekomen, en ging naar <i>Parijs</i>, waar zij t&#8217;huis hoorde, en waar zij onder die soort van vrouwen, welke men &#8217;er in zulk een groote menigte vindt, zekerlijk
+eene eerste plaats verdient. Een kwinkslag, dien men aan <span class="smallcaps">Cicero</span> toekent, toen hij van eene vrouw van 50 jaren, die voorgaf maar 20 te zijn, sprekende, zeide: &#8220;men moet haar wel gelooven,
+terwijl zij het reeds sedert 30 jaren zegt.&#8221; Dezen kwinkslag, zeg ik, kon men hier ook zeer gevoegelijk te pas brengen. Hoe
+belagchelijk het gedrag van zulke vrouwen ook zijn moge, heeft hetzelve nogthans in het oog van den naauwkeurigen opmerker
+niets verwonderlijks. Trek om te behagen is bijna de eenigste bedoeling, en de drijfveer van genoegzaam alle de werkzaamheden,
+bij de zoogenaamde vrouwen <i>du bon ton</i>: van hare kindschheid af, houden zij zich daar mede bijna alleen bezig. Zelfs door het huwelijk wordt deze bezigheid in plaats
+van zich te bepalen, veel sterker. Eene <i>Parijsche</i>, of naar de <i>Parijsche</i> mode levende vrouw, is dan me&ecirc;r vrij en ongedwongen. Voor het huishouden (ik spreek hier nog maar van zoogenaamde voorname
+en zelfs mindere burgerlieden) heeft zij hare <i>bonne</i><a id="d0e13410src" href="#d0e13410" class="noteref">3</a>, en de kinderen worden, zoo dra zij ter wereld komen, op het land te minne gezonden. Zelfs zij, die een winkel <a id="d0e13413"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13413">440</a>]</span>hebben, ziet men daar in gekapt, geblanket, en opgeschikt zitten. Wat zullen nu deze menschen doen als zij oud worden; zij
+hebben die plooi aangenomen, genoegzaam niets anders geleerd, en zijn onbekend met wezenlijker, en hare jaren me&ecirc;r voegende
+genietingen. Deze verkeerde handelwijze komt dan ook bij allen niet voort uit eene onkuische drift, maar is bij velen het
+gevolg van een dwaze hebbelijkheid<a id="d0e13415src" href="#d0e13415" class="noteref">4</a>.
+
+</p>
+<p>Onze overige reisgenooten moet ik u toch ook leeren kennen; behalve de genoemde Dame, waren &#8217;er op den wagen, een gekwetst
+officier van <i>St. Domingo</i> met zijn knecht en papegaai; een voormalige <i>Chevalier de St. Louis</i>, en een <i>Gasconjer</i>, die als jager onder het <i>Fransche</i> leger in <i>Egypte</i> gediend had, en die zeer Republikeinschgezind scheen; en onder anderen zeide: &#8220;Hoewel de Republiek niet me&ecirc;r bestaat, &#8217;er
+bestaan toch nog <a id="d0e13456"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13456">441</a>]</span>Republikeinen.&#8221; De anderen waren het altijd niet met hem eens; en dit een en ander leverde voor mij een niet onvermakelijk
+gesprek op.
+
+</p>
+<p>Het middagmaal was naauwelijks redelijk, de <i>Gasconjer</i> bezorgde &#8217;er ons de koffij nog bij, om het wat te vergoeden. De soepen, die men in deze landstreek eet, zijn doorgaans zoo
+dik door het brood, dat men ze bijna met een vork eten kan. Van knoflook houdt men veel. Spottender wijze wordt die dan ook
+wel <i>Truffes de la Gascogne</i> genoemd.
+
+</p>
+<p>Daar &#8217;er veel te klimmen was, verkozen wij een eind weegs te voet te gaan. De landstreek is aangenaam, en schijnt zeer vruchtbaar.
+Overal hier omstreeks ziet men veel tam gevogelte, zoo als ganzen, kalkoenen, hoenderen enz. Door de menigte weilanden is
+&#8217;er het rundvee ook overvloedig. Men teelt &#8217;er zeer veel hennip. Wij ontmoetten een aantal menschen, die van de kermis van
+<i>Agen</i> kwamen. Het steedje <i>Astaffort</i><a id="d0e13473src" href="#d0e13473" class="noteref">5</a>, dat &#8217;er nog al gnap uitziet, en aangenaam gelegen is, door zijnde, komt men over een steenen brug over het riviertje <i>le Gers</i>, en omtrent een paar uren verder wordt men <i>de Garonne</i> overgezet met den postwagen: het geen zeer onhandig in zijn werk gaat. De wagen moest uitgespannen, en door menschen in de
+schuit gewerkt worden, en hoewel &#8217;er de rivier omtrent half zoo breed was, naar het mij toescheen, als de <i>Maas</i> <a id="d0e13497"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13497">442</a>]</span>voor <i>Rotterdam</i>, was men met dat overzetten bijna een uur bezig. Mij verveelde het niet, want wij hadden ons met een klein schuitje laten
+overroeijen, en zaten aan den anderen kant te wachten; het was daar zeer drok door de menigte karren, menschen te voet en
+te paard, vee, enz. die van de kermis of jaarmarkt van <i>Agen</i> kwamen. Altijd door een aangename landstreek rijdende, kwamen wij ruim 7 uren des avonds in die stad, liggende nog omtrent
+1&frac12; uur van het opgemelde veer, aan. <i>Agen</i> is van <i>Lectoure</i> 4&frac12;, en dus van <i>Auch</i> 8&frac12; post.
+
+</p>
+<p>Gelukkig hadden wij adres aan een herberg; anders zouden wij geene bedden, door de kermis drokte, hebben kunnen krijgen; nu
+bezorgde de hospes ons die in een burgerhuis, waar wij zeer zindelijk en wel waren. Om goede herbergen te hebben, en niet
+duur te zijn, moet men trachten, om aanbevelingen te hebben van reizende Kooplieden, die van tijd tot tijd zulk een togt doende,
+hunne vaste herbergen houden. Men wordt dan ook voor een reizend Koopman (<i>Voyageur de Commerce</i>) aangezien, als een vaste klant behandeld, en alzoo minder gekneveld. Althans heb ik mij daar dikwijls wel bij bevonden.
+Wij aten &#8217;s avonds in een ruime en gnappe zaal, aan eene tafel, die rondom in dezelve stond, en waar aan wel 50 menschen zaten,
+en deden een goeden maaltijd. Hoewel het kermis was, had men hier weinig openbare vermaken, &#8217;er was geen schouwspel, geen
+danspartijen, noch diergelijke; en de handel scheen me&ecirc;r het oogmerk van deze <a id="d0e13519"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13519">443</a>]</span>jaarmarkt te zijn, dan het vermaak. <i>Agen</i> is de hoofdstad van het Departement <i>du Lot et Garonne</i>, en bevat een groote 10,000 inwoners. Voorheen was het de hoofdplaats van het landschap <i>Ag&eacute;nois</i>. Van de overblijfsels, die hare oudheid plagten aan te toonen, is thans weinig of niets me&ecirc;r overig. Aan de <i>Garonne</i> gelegen, drijft zij veel handel in de voortbrengsels van deze landstreek, vooral ook in wijnen en brandewijn, die het omliggende
+land veel oplevert; de wijnen zijn veelal zwaar, en worden grootendeels naar <i>Bordeaux</i> gezonden; alwaar zij zuiver of gemengd, voor ons, of voor <i>Engeland</i>, worden ingescheept. De hennip is ook een aanzienlijke tak van handel. Men heeft hier ook eenige Fabrieken van sergies, die
+men <i>Serges d&#8217;Agen</i> noemt, van zeildoek en van eene soort van linnen, dat ook van hennip gemaakt, en veel naar <i>Spanje</i> verzonden wordt.
+
+</p>
+<p>De moord en vervolging der Protestanten is hier ook allerverschrikkelijkst geweest. De beroemde <span class="smallcaps">Josephus Julius Scaliger</span>, die hier in 1540 geboren werd, en in 1609 te <i>Leijden</i>, waar hij gedurende 16 jaren Hoogleeraar was, stierf, heeft deze bloedige gebeurtenis omstandig aangeteekend.
+
+</p>
+<p>Den 20 dezer vroeg opstaande, begon ik met de schoone gemeene wandeling of <i>Cours</i>, die digt bij ons verblijf was, te bezigtigen. Het is de schoonste, die ik tot hier toe in <i>Frankrijk</i> gezien heb, om de lommerrijke beplanting met verscheidene rijen boomen, breede lanen, en bijzonder de aangename ligging aan
+de <i>Garonne</i>, waar over men een bekoorlijk <a id="d0e13564"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13564">444</a>]</span>gezigt heeft. In de stad zag ik niets bijzonders. &#8217;Er is een groote overdekte halle, en rondom waren verscheidene winkels
+en kramen; op het ruim van de markt, werden ook velerlei soort van goederen verkocht; doch eigenlijk scheen het niet me&ecirc;r
+dan het geen men bij ons een groote boeren kermis noemt.
+
+</p>
+<p>Onze reisgezellen, de verminkte offi&ccedil;ier en de oude ridder, die verpligt waren geweest, om den nacht op stoelen door te brengen,
+hadden intusschen vernomen, dat &#8217;er een schuit gereed lag, om de rivier af te varen tot <i>Bordeaux</i>, en sloegen ons voor, om, van die gelegenheid gebruik te maken. Wij besloten hier toe geredelijk, daar hier toch niet veel
+me&ecirc;r te zien scheen, en na raad gehouden te hebben, ging men om voorraad van spijs en drank uit, en stapte omtrent den middag
+aan boord.
+
+</p>
+<p>Onze herberg aanbeveling verdienende, geef ik u het adres op, men kan niet weten waar zulks te pas kan komen; het is <i>A l&#8217;Hot&egrave;l des Ambassadeurs, sur les all&eacute;es du Gravier, chez</i> <span class="smallcaps">Taverne</span>. De vader van die <span class="smallcaps">Taverne</span> is ook als een groot man, in zijn vak beroemd; hij was de uitvinder van een beroemd soort van pasteijen, die men <i>Terrines de Nerac</i><a id="d0e13584src" href="#d0e13584" class="noteref">6</a> noemt, en die hij zelf nog, tot <i>Parijs</i> en verder verzendt.
+
+</p>
+<p>Onze eerste schuit met banken en een tent &#8217;er over, zou geschikt genoeg geweest zijn; doch wij werden <a id="d0e13600"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13600">445</a>]</span>met dezelve aan een andere, en grootere, en vol vaten en andere koopmanschappen geladen, die een half uur verder lag, gebragt;
+en hier schenen wij juist niet zeer op ons gemak te zullen zijn, doch toen ieder zich zoo goed mogelijk een zit- of legplaats
+onder het uitgespreide zeil of tent, gemaakt had, schikte zich dat nog al redelijk. Nu men betaalde ook met de <i>bagage</i> &#8217;er onder begrepen, maar &pound; 6&#8211;:&#8211;: de persoon tot <i>Bordeaux</i>. Wij waren, behalve den schipper en zijn knechts, met 8 &agrave; 9 personen. Op een soort van dijk, aan den oever, zag ik verscheiden
+menschen, door een&#8217; trommelslager en fluiter voorafgegaan: het was eene bruid en bruidegom, die naar &#8217;s Lands gebruik op deze
+wijze, door hunne dorpgenooten en vrienden werden begeleid. De vrouwen van deze streek, en bijzonder van <i>Agen</i>, zijn wegens hare schoonheid en bevalligheid beroemd; sommige Schrijvers en Dichters maken daar melding van. Ik heb dan ook
+nog al met aandacht rond gekeken, doch &#8217;er geene bijzondere schoonheden gevonden; hoewel ik moet bekennen, dat &#8217;er de menschen
+hier in &#8217;t algemeen veel beter uitzien dan in de hooge <i>Pyrene&euml;n</i>.
+
+</p>
+<p>Onze schuit was meest geladen met brandewijn en gedroogde pruimen. De pruimen van <i>Agen</i> hebben een zekeren roem, en worden ook veel naar ons Vaderland verzonden.
+
+</p>
+<p>De boorden van de <i>Garonne</i> leveren hier en daar vrij aangename gezigten op. Wij voeren de plaatsjes <i>Port St, Marie</i> en <i>Aiguillon</i>, beide aan den regter oever gelegen, voorbij. Het laatstgenoemde <a id="d0e13630"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13630">446</a>]</span>steedje, dat ook handel drijft in hennip, koorn, wijn en brandewijn, had voorheen een sterk kasteel, in de geschiedenissen
+bekend. Men wil, dat de eerste maal dat men zich van geschut (<i>canon</i>) bedient heeft, is geweest in de belegering van <i>Aiguillon</i>, welke belegering plaats had in de 14<sup>e</sup> eeuw. De belegerden hielden het 14 maanden uit, tegen <span class="smallcaps">Jan</span>, Hertog van <i>Normandi&euml;n</i>, daar na Koning van <i>Frankrijk</i>. Bij dit steedje, voorheen een Hertogdom, loopt de rivier de <i>Lot</i> in de <i>Garonne</i>.
+
+</p>
+<p>Wij ontmoetten een menigte schuiten, die door menschen, in het lijntje loopende, tegen den stroom werden opgetrokken. Die
+lieden maakten een aanhoudend geschreeuw. Onze schipper zeide, dat dit ter aanmoediging diende; men zou zeggen, dat het veel
+eer vermoeijende moest zijn. Onze schuit was zoo zwaar geladen, dat wij naauwelijks 1&frac12; voet boord hadden; en daar de rivier,
+hier en daar vrij ondiep is, sleepten wij somtijds over den grond, het geen men door het geraas en gestoot gewaar werd. Deze
+schuiten moeten van onderen wel voorzien zijn, om daar tegen te kunnen. Tegen den avond vloog &#8217;er zoo veel haft, dat het scheen
+als of &#8217;er een nevel over het water hing. Zij kwamen in menigte op onze hoeden, kleederen enz. De maan scheen helder, het
+was stil, en alzoo daar wij met den stroom afzakten, op het water alleraangenaamst. Op een zandplaat, daar wij voorbij kwamen,
+waren zeer veel watersneppen.
+
+</p>
+<p>Omstreeks half negen kwamen wij te <i>Tonneins</i>, een stadje mede aan den regter oever gelegen, <a id="d0e13663"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13663">447</a>]</span>waar wij zouden vernachten. Men begroot de aftand tusschen deze plaats en <i>Agen</i>, op omtrent 5 uren. Terwijl men het avondmaal gereed maakte, liepen wij in de maneschijn het steedje eens door. Het schijnt
+in de lengte vrij uitgestrekt; iets der moeite waardig om op te teekenen, zag ik &#8217;er niet. In den omtrek van <i>Tonneins</i> wordt veel tabak geteeld, die men in de stad bereidt.
+
+</p>
+<p>Het avondmaal was nog al wel, doch een van onze reisgenooten werd door de weegluizen ten bedde uitgejaagd. Naar men mij verhaalde,
+is men &#8217;er hier in de huizen, waar veel tabak behandeld of geborgen wordt, genoegzaam niet mede gekweld<a id="d0e13673src" href="#d0e13673" class="noteref">7</a>.
+
+</p>
+<p>Den 21 dezer vertrokken wij &#8217;s morgens om 3 uren van hier, latende &#8217;er onzen onvriendelijken schipper. Na een paar kleine
+plaatsjes voorbij gevaren <a id="d0e13681"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13681">448</a>]</span>te hebben, kwamen wij omstreeks zeven uren te <i>Marmande</i>, een stadje van omtrent 5800 inwoners, aan den regter oever gelegen; het is nog al handeldrijvende. Eenigen van ons stapten
+hier aan wal, om levensmiddelen te koopen. Verder op voeren wij door een enge vaart, veroorzaakt door een eiland in de rivier
+gelegen, en aangenaam met wilgen beplant. Eer men aan <i>la R&eacute;ole</i> komt, begint het Departement <i>de la Gironde</i>. Dit laatstgenoemde stadje is aan den regter oever, gelegen, en doet zich aangenaam op. In de religie-oorlogen versterkten
+de Protestanten zich in deze plaats. Aan den kant van de rivier ziet men een groot aanzienlijk gebouw, voor de omwenteling
+een <i>Benedictijner</i> Abdij, thans het verblijf van de <i>Sousprefecture</i>, Op een&#8217; kleinen afstand, ter zijde van hetzelve, staan twee oude torens; men wist &#8217;er mij den oorsprong niet van te zeggen.
+Even onder <i>la R&eacute;ole</i>, wordt de <i>Garonne</i> sterker, door twee kleine riviertjes, die &#8217;er in uitloopen. Te <i>St. Macaire</i>, een steedje, dat insgelijks aan den regter oever een paar uren verder gelegen is, ziet men ook een <i>Karmeliten</i> Klooster; en niet ver van daar de overblijfsels van een oud kasteel. Een weinig verder aan de linker oever ligt het steedje
+<i>Langon</i>, wiens witte wijn eenigen roem heeft. Hier begint de eb en vloed, en daar wij het vallend water moesten afwachten, gingen
+wij intusschen aan wal, om het avondmaal te nemen. Het was omtrent half zes uren; wij liepen dan, terwijl het dag was het
+plaatsje nog eens rond, doch zagen <a id="d0e13713"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13713">449</a>]</span>&#8217;er niets bijzonders. Op het uithangbord van onze herberg stond <i>&agrave; l&#8217;Empereur de France</i>. Een van onze reisgenooten vroeg aan de waardin, of zij ook bijzondere reden had, om dit op haar uithangbord te zetten, voegende
+daar bij, dat terwijl de staatkundige denkwijzen in <i>Frankrijk</i> nog zeer verschillende waren, zulk een opschrift somtijds nadeelig kon zijn aan de nering. De vrouw, waarschijnlijk de gegrondheid
+van deze aanmerking voelende, wist hier niet veel tegen intebrengen. Wij hadden &#8217;er een goed avondmaal, waar onder zeer smakelijke
+riviervisch. Na ons van eenige bossen stroo voorzien te hebben, gingen wij ten 9 uren &#8217;s avonds weder scheep. Wij waren nu
+omtrent nog 8 uren van <i>Bordeaux</i>. Voorbij het stadje <i>Cadillac</i>, en nog eenige kleine plaatsjes varende, terwijl wij van tijd tot tijd mooije maneschijngezigtjes hadden, bevonden wij ons
+&#8217;s morgens, den 22 dezer, toen ik wakker werd, voor een plaatsje genaamd <i>Begle</i>. Hier moesten wij het vallend water weder afwachten, en stapten intusschen aan wal, daar wij ons wat te ontbijten lieten
+geven. Ik proefde daar ook nieuwen wijn, doch het scheelt veel, dat zij den zoeten en aangenamen smaak heeft als bij ons de
+most. De <i>Franschen</i> behandelen hun&#8217; wijn op eene geheel andere wijze, en laten dien, naar men mij verhaalde, zoo dra zij geperst is, gisten,
+zonder &#8217;er zwavel op te doen; hier door krijgt zij dan al spoedig een rinsen smaak; en behalve de muscaat en dergelijke, errinner
+ik mij niet van zoete witte wijnen in <i>Frankrijk</i> <a id="d0e13736"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13736">450</a>]</span>aangetroffen te hebben. Men gaf ons, om te ontbijten, onder anderen, gestoofden karper, op eene wijze die men in <i>Frankrijk</i> <i>&agrave; la Matelotte</i> noemt, gereed gemaakt. Onze landslieden aan een boterham en een kopje thee of koffij gewoon, zou dit vreemd voorkomen; doch
+reizende gewendt men aan zoo vele vreemdigheden, en ik at met veel smaak van dit geregt. Dit plaatsje is aangenaam aan den
+linker oever van de <i>Garonne</i>, die hier al een gnappe rivier is, gelegen. Na wat heen en weder gewandeld te hebben, staken wij om 9&frac12; uren af, en hadden
+nu hoop, om tegen den middag te <i>Bordeaux</i> te zijn. Niet ver van hier voeren wij al voorbij een zeescheepje, zijnde een kotter, die daar op stroom lag. De rivier levert
+hier een schoon gezigt op, en door de beweging der vaartuigen op dezelve, en door de fraaije buitenplaatsen en lusthuizen,
+die men aan de oevers van dezelve ziet. Na omtrent een paar uurtjes gevaren te hebben, kregen wij <i>Bordeaux</i> in het gezigt. De ligging van die stad, van hier te zien, is zeer schoon en schilderachtig. Hare kaai en schoone gebouwen
+vertoonen zich als een halve cirkel; voor dezelve ligt de rivier zoo vol schepen, dat men hier en daar naauwelijks door de
+masten en touwen heen zien kan. Aan de oevers ziet men scheepstimmerwerven, waar verscheidene schepen op stapel stonden. Buitenplaatsen
+en tuinen, alles kondigt eene welvarende handelstad aan. Deze schilderij is vooral treffende voor een&#8217; <i>Hollander</i>;&#8212;men verbeeldt zich <i>Amsterdam</i>, <i>Rotterdam</i>, of <a id="d0e13762"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13762">451</a>]</span><i>Dordt</i> te naderen.&#8212;&ocirc; mijn Vaderland! wanneer zal die bloeijende staat, waarin ik u in mijne vroege jeugd gekend heb, eens wederkomen?&#8212;Of
+zijt gij voor mij, zoo wel als die jaren, voor altijd verloren.&#8212;Is die aloude deugd, die edele; standvastige en stoutmoedige
+aard, gepaard met kloek beleid en we&ecirc;rgaloze Vaderlandsliefde, waar door wij schier wonderen verrigt hebben, dan ten eenenmaal
+van onder ons geweken?&#8212;Is het vuur der vrijheid en onafhankelijkheid dan ganschelijk uitgedoofd&#8212;Helaas!...
+
+</p>
+<p>Het was omtrent half een na den middag, toen wij alhier aan wal stapten, na over verscheidene schuiten heen geklommen te zijn,
+want met de onze konden wij niet tot aan de kaai komen. De wind heden tegen hebbende, zoo dat men gedurig moest roeijen, had
+dit de reis op het laatst wat vertraagd.
+
+</p>
+<p>Hoewel de boorden van de <i>Garonne</i> over het algemeen die aangename verscheidenheid van schilderachtige gezigten niet opleveren, dan die van de <i>Saone</i> en de <i>Rhone</i>, had ik echter deze reis ook met genoegen gedaan, en voor zoo veel ik heb kunnen nagaan, moet zij over land niet aangenamer
+zijn; doch men zou een geschikter en gemakkelijker vaartuig kunnen hebben.
+
+</p>
+<p>De plaats, waar wij aankwamen, was bijna voor het Tolhuis, (<i>Hot&egrave;l de la Douane</i>) dat een schoon gebouw is. Onze koffers werden door een&#8217; Tolbediende bekeken; hij vroeg, waar wij van daan kwamen, doch <a id="d0e13784"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13784">452</a>]</span>doorzocht niets. Een drager (met welke lieden ik altijd te voren beding maak) nam dan het mijne, 130 lb wegende op zijn rug,
+en droeg het naar het <i>Hot&egrave;l des sept freres Ma&ccedil;ons, rue de l&#8217;Intendance</i>, waar ik mijn intrek nam, en bedong eene vrij goede kamer op de tweede verdieping, met twee bedden voor &pound; 3&#8211;:&#8211;: daags. Het
+middagmaal aan de gemeene tafel, kostte hier &pound; 3&#8211;10&#8211;: voor ieder persoon.
+
+</p>
+<p>Volgens gewoonte de stad eens doorgeloopen hebbende, ging ik &#8217;s avonds in een kleinen Schouwburg, nog maar onlangs in een
+zeer zoeten smaak gebouwd, ter zijde van de gemeene wandeling, die men <i>les All&eacute;es de Tourny</i> noemt. Men speelt &#8217;er kleine stukjes <i>Comedies Vaudevilles</i><a id="d0e13796src" href="#d0e13796" class="noteref">8</a> genaamd. De dekoratien waren zeer lief, en de vertooners, meestal jongelieden, speelden vrij wel; vooral eene <span class="smallcaps">Majeur</span>, die de grappige (<i>comique</i>) rollen speelde. Onder de vrouwen waren &#8217;er ook eenige, die &#8217;er niet <a id="d0e13828"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13828">453</a>]</span>onaardig uitzagen; en men betaalt hier in het <i>parterre</i> niet me&ecirc;r dan 10 <i>sols</i>. Dit Schouwburgje wordt <i>le Th&eacute;atre de la Gait&eacute;</i> genaamd. Digt bij dit Th&eacute;ater, over de laan van <i>Tourny</i>, is een zeer fraai koffijhuis met eene <i>colonnade</i>, doch men deed &#8217;er voor het ijs (<i>les glaces</i>) 18 <i>sols</i> betalen.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13238" href="#d0e13238src" class="noteref">1</a></span> In het algemeen echter heeft men daar over in <i>Frankrijk</i> geen klagen, en in de Provinci&euml;n nog minder dan te <i>Parijs</i>. Vele onzer Kommissarissen van postwagens en schuiten, of schepen, mogten daar dan wel een lesje komen nemen. Deze zijn de
+lompste en onbeschoftste <i>Nederlanders</i>, dikwerf <i>gebenificeerde Duitschers</i>. Ongelukkig zoo een vreemdeling, naar dat uitschot van volk, de Natie taxeert.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13272" href="#d0e13272src" class="noteref">2</a></span>
+<div class="body">
+<div class="div1">
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13410" href="#d0e13410src" class="noteref">3</a></span> Bejaarde vrouw, die het huishouden waarneemt, op de kinderen past, enz.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13415" href="#d0e13415src" class="noteref">4</a></span> Zie hier ten dezen opzigte een oud <i>Fransch</i> versje, dat nog al aardig is.
+
+</p>
+<p class="line" style=""><span>Cidalisse ach&eacute;te
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Les dents, les cheveux,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et si la coquette
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>N&#8217;a pas de beaux yeux,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>La taille mignone
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Et d&#8217;autres appas;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Faut-il qi&#8217;on s&#8217;&eacute;tonne?
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>C&#8217;est qu&#8217;on n&#8217;en vend pas.</span></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13473" href="#d0e13473src" class="noteref">5</a></span> Omtrent <i>Astaffort</i> is de scheiding van het Departement van de <i>Gers</i> en dat van de <i>Lot</i> en <i>Garonne</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13584" href="#d0e13584src" class="noteref">6</a></span> <i>Nerac</i> is een stadje, aan het riviertje <i>la Baise</i>, omtrent 4 uren van <i>Agen</i> gelegen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13673" href="#d0e13673src" class="noteref">7</a></span> Door gansch <i>Frankrijk</i>, en vooral in het zuidelijk gedeelte, zeer met dat ongedierte gekweld zijnde, beproeft men allerlei middelen, om dezelven
+te verdrijven, doch doorgaans vindt men &#8217;er weinig baat bij; als het beste heeft men mij opgegeven, een afkooksel van knoflook
+en spaansche peper in sterken azijn, waarin men vervolgens campher doet ontbinden, hier bestrijkt men het huisraad enz. mede,
+en men mengt het onder de pap, waarmede men het papieren behangsel in de vertrekken plakt. De reuk van appelen schijnen zij
+ook te ontvlieden; doch in den zomer, wanneer men &#8217;er het meeste mede geplaagd is, zijn de appelen niet overvloedig.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13796" href="#d0e13796src" class="noteref">8</a></span> <i>Vaudevilles</i> zijn liedjes in eenen geestigen en stekelachtigen trant, en op bekende zangwijzen. De <i>Franschen</i> maken daar veel werk van, en dit soort van gezangen, waarmede men dan kleine tooneelstukjes doormengt, of aan het eind van
+sommige groote plaatst, hoort zoo te zeggen alleen in <i>Frankrijk</i> t&#8217;huis. Eene <span class="smallcaps">Basselin Foulon</span> is er, zegt men, de uitvinder van, en behoorde te <i>Vire</i>, een stadje in <i>Normandien</i> t&#8217;huis. Deze liedjes werden daar gezongen, en men danste op de wijs, ter plaatse <i>Val-es-Vire</i> genaamd. Bij verbastering zou men hier van vervolgens <i>Vaudeville</i> gemaakt hebben.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e13857" class="div1">
+<h2>Twee en Twintigste Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Bordeaux 25 September.</i>
+
+</p>
+<p>&#8217;s Morgens van den 23 dezer wandelde ik langs de kaai van den eenen kant tot den anderen, dat een frissche kuijer is<a id="d0e13866src" href="#d0e13866" class="noteref">1</a>. Men ziet daar een menigte gnappe gebouwen; maar het geen mij inzonderheid vreemd voorkwam, waren de menigte <i>Hollandsche</i> opschriften op uithangborden enz. als: Allerhande soorten van Scheepsbehoeftens; N. N. Schoenmaker maakt en verkoopt, enz.
+Verwer en Glazemaker en dergelijke. Voorheen zag men hier dan ook een groote menigte van onze Vaderlandsche varensgasten;
+thans zijn het meestal <i>Amerikanen</i>, <i>Deenen</i>, <i>Zweden</i>, en <i>Pruisschen</i>. De schepen die &#8217;er in menigte op stroom lagen, voerden ook die vlaggen, en waren daar mede, wijl het Zondag was, bijzonder
+opgesierd. De kaai maakt, zoo als <a id="d0e13884"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13884">454</a>]</span>ik u reeds gezegd heb, genoegzaam een halven cirkel, te weten van het eene eind tot het andere, zoo ver &#8217;er huizen staan,
+en de vesting <i>le Chateau Trompette</i> genaamd, ligt omtrent in het midden van dezelve. Hier omstreeks stond een tempel door de <i>Romeinen</i> gebouwd, en aan de beschermgoden gewijd; dit gebouw moet eenige overeenkomst gehad hebben met den tempel van <span class="smallcaps">Cajus C&aelig;sar</span> te <i>Nismes</i>, waar van ik, daar zijnde, melding maakte. Ten tijde van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV. bestond &#8217;er nog een groot deel van dezen tempel, omringd van 18 kolommen, welke van de 30, zoo men meent, staande
+waren gebleven; en deze geweldenaar, waarschijnlijk ter bereiking van zijne krijgs- en eerzuchtige oogmerken, deed deze merkwaardige
+gedenkteekens der oudheid sloopen, om de voornoemde vesting te vergrooten, het geen volgens het bestek van den vermaarden
+vesting-bouwkundigen <span class="smallcaps">de Vauban</span> werd uitgevoerd.
+
+</p>
+<p>Van hier gingen wij naar de voorstad <i>le Chartron</i> genaamd, waar vele voorname kooplieden in fraaije gebouwen wonen, en vervolgens in de Protestantsche Kerk, staande aldaar
+in een straat genaamd <i>rue notre Dame au Chartron</i>. Men gaat &#8217;er door een gangetje in, want de Protestanten hadden deze Kerk reeds voor de omwenteling; op zich zelve is het
+een eenvoudig maar net gebouw, &#8217;er zijn galerijen en een orgel in, en de gemeente was vrij talrijk; ik begrootte ze op 4 &agrave;
+500 menschen; de Predikant deed een eenvoudig zedelijk vertoog; doch <a id="d0e13912"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13912">455</a>]</span>had vrij sterk de <i>Gasconsche</i> uitspraak (<i>l&#8217;accent Gas&ccedil;on</i>). Op deze Kerk zag ik ook een torentje met een klok, welk een en ander &#8217;er zekerlijk na de omwenteling eerst opgekomen is.
+De gemeene wandeling, <i>le Jardin Public</i>, voorheen <i>Jardin Royal</i>, ook <i>le Champ de Mars</i> genaamd, is niet ver van hier. Deze wandelplaats, met regte lanen beplant, waar van de boomen over het algemeen gansch niet
+weelderig staan, en daar bij hier en daar nog geschoren zijn, is vrij ruim, met muren en ijzer hekwerk omringd; beelden heb
+ik &#8217;er niet ingezien, en eenige overdekte steenen galerijen aan de zijde zijn het eenigste sieraad; althans deze zoogenaamde
+tuin beantwoordde in &#8217;t geheel niet aan het denkbeeld, dat ik &#8217;er mij naar den <i>Franschen</i> ophef van gemaakt had, en gelijkt niet naar onzen <i>Haarlemmer Hout</i>, of het <i>Haagsche Bosch</i><a id="d0e13937src" href="#d0e13937" class="noteref">2</a>. &#8217;Er is een laan, waarin vooral heden met de Zondag nog al verscheidene opgeschikte menschen, op en neder wandelden. Men
+verhuurt hier ook stoelen, en ter zijde staat eene nette houten loots, waarin men koffijhuis houdt.
+
+</p>
+<p>Na den middag onze wandeling vervolgende, bewonderde ik vooral dat gedeelte, waar de groote Schouwburg geheel op zich zelven
+staat, en van waar men verder door een breede met fraaije huizen bebouwde straat, langs de beurs op de kaai komt. Men noemt
+deze wijk, die met de bijgelegen <i>all&eacute;es <a id="d0e13944"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13944">456</a>]</span>de Tourny</i>, de schoonste is, die ik in <i>Frankrijk</i> gezien heb (althans naar mijn zin) <i>le Quartier du Chapeau Rouge</i><a id="d0e13952src" href="#d0e13952" class="noteref">3</a>. De plaats achter de beurs op de kaai, werd voorheen <i>la place Royale</i><a id="d0e13957src" href="#d0e13957" class="noteref">4</a> genaamd; omdat de stad, in het midden van dezelve, omtrent de eerste helft van de vorige eeuw, ten haren koste het beeld
+van den Koning <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XV. te paard zittende, en van metaal gegoten, deed oprigten. De fraaije vleugels van de beurs, aan den eenen, en van
+het tolhuis aan den anderen kant, maken de twee zijden van deze plaats, thans <i>la place de la Libert&eacute;</i><a id="d0e13965src" href="#d0e13965" class="noteref">5</a> genaamd, uit.
+
+</p>
+<p>Het inwendig gedeelte van de oude stad, ziet &#8217;er gansch niet bevallig uit: de straten zijn &#8217;er veelal naauw en krom, behalve
+die, welke <i>les fosses des Salini&egrave;res</i>, <i>de la Commune</i> <i>etc.</i> genaamd wordt. Deze zijn breed en met boomen beplant. Aan het Stadhuis, dat in dezelve staat, is niets bijzonders te zien.
+Daar over is de halle of groote markt. De nieuw aangelegde straten, die <i>le Cours Messidor</i> en <i>le Cours Thermidor</i> genaamd worden, zijn ook fraai, regt, breed en met boomen beplant, en het plein dat men <i>Place Nationale</i> noemt, is ruim en rondom regelmatig gebouwd. <i>Bordeaux</i> bevalt mij dan wat het plaatselijke aanbelangt, me&ecirc;r dan <i>Marseille</i>, dat de eenigste van de <i>Fransche</i> steden is, die ik gezien <a id="d0e13997"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e13997">457</a>]</span>heb, is, waarbij zij kan vergeleken worden; hoewel de laatstgenoemde over het algemeen, niet minder regelmatig bebouwd is.
+Ik zal u een nieuw plan van deze stad trachten te doen toekomen; &#8217;er zijn verscheidene nieuwe straten in hetzelve geteekend,
+die men voornemens schijnt, om te maken; als dat werk geheel voltooid is, en men in de oude stad ook wat verbeteringen heeft
+gemaakt, zal <i>Bordeaux</i> al een zeer fraaije stad zijn. Orde en netheid heerschen hier ook me&ecirc;r dan in zoo vele andere plaatsen, die ik op deze reis
+gezien heb, en het is duidelijk te bemerken, dat deze hier zoo wel als te <i>Marseille</i> een gevolg zijn van den omgang met vreemdelingen door den handel, en van de bloei en welvaart, die deze aanbrengt.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds ging ik in den sedert de omwenteling nieuw opgerigten Schouwburg, <i>le Th&eacute;atre Fran&ccedil;ais</i> genaamd, staande niet ver van de <i>place Nationale</i>. De bouworde beviel mij niet zeer, zijnde dit gebouw, tusschen twee straten staande, zoo dat de voorgevel op den hoek tusschen
+beide komt, van voren smal en van achteren breed; maar zich naar de plaats moetende schikken, heeft men dit waarschijnlijk
+niet wel anders kunnen maken. Van binnen is het met smaak gemaakt. De schermen (<i>decorations</i>) waren ook zeer voldoende. Ik zag &#8217;er een paar kluchtjes, die men te <i>Parijs</i> op het <i>Th&eacute;atre de Montansier</i> geeft, eene <span class="smallcaps">Armant</span> aapte daar in den befaamden <span class="smallcaps">Brunet</span><a id="d0e14027src" href="#d0e14027" class="noteref">6</a> na. Men eindigde met <a id="d0e14037"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14037">458</a>]</span>een <i>Pantomime &agrave; grand Spectacle</i><a id="d0e14041src" href="#d0e14041" class="noteref">7</a>. De beste vertooners op dit tooneel, waren niet me&ecirc;r dan middelmatig, Bijna schuins over dezen Schouwburg is een andere plaats
+voor het openbaar vermaak gebouwd en de <i>Vauxhall</i> genaamd; men geeft &#8217;er bals, vuurwerken, enz. Door den sterken regen was &#8217;er heden niets van belang te doen.
+
+</p>
+<p>Den 24 dezer ging ik mijne krediet- en aanbevelingsbrieven overhandigen, en was verwonderd van deftige kooplieden in naauwe
+en donkere straten, waar zij woonden, te moeten opzoeken; in een derzelven <i>la rue de la Rousselle</i> genaamd, en daar omstreeks, rook het al zeer onaangenaam, door de menigte gedroogde labberdaan en andere visch, alsmede kaas
+en olij, die daar bijna huis aan huis verkocht werd, en waarmede geheele pakhuizen waren opgevuld. De uitwaseming van deze
+waren schijnt echter niet ongezond, maar integendeel een behoedmiddel tegen aanstekende ziektens te zijn; want men heeft me&ecirc;r
+dan eens opgemerkt, dat ten tijde dat &#8217;er besmettelijke krankheden in deze stad plaats hadden, deze wijk daar van bijzonder
+bevrijd bleef. Zoo is alles, wat wij onaangenaam vinden, niet <a id="d0e14057"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14057">459</a>]</span>niet schadelijk, even zoo min als alles wat aangenaam genoemd wordt, voor ons nuttig is.
+
+</p>
+<p>Thans was het op de <i>Fosses des Salinieres</i> zeer drok; men hield &#8217;er markt van oude kleederen en andere waren. Een soort van kwakzalver en kwakzalveres, die ik daar
+zag, waren al zeer wonderlijk toegetakeld. De vrouw in eene misselijke gegalonneerde Amazone kleeding, zat op een klein paardje,
+aan beide kanten van het zadel hingen omtrent een vijf en twintig gedroogde ratten, en op de kop van het paard, zat een levendige
+sperwer. De man, die voor het paard staande, op den trommel sloeg, zag &#8217;er ook niet alleen wonderlijk in de kleederen uit,
+maar had om den bol van zijn&#8217; hoed een&#8217; krans van overeind staande gedroogde ratten; boven op dezelve eene gedroogde zeeschildpad,
+en daar op de gedroogde muil van een&#8217; grooten visch, waarin eene opgezette aap zat; en wat denkt gij dat die lieden te koop
+veilden?&#8212;Middelen om ratten, muizen en wandluizen te verdrijven. Hunne vreemde opschik trok een menigte volk, en zij bragten
+daar door van hunne waren, die denkelijk niet veel beteekenden, nog al wat aan den man. Zoo draagt de eene mensen een&#8217; krans
+van gedroogde ratten op het hoofd, en een ander weder iets anders; alles met oogmerk, om met de dwaasheid van het volk voordeel
+te doen. Nu zoo deze middelen tegen de ratten en weegluizen niet veel baten, misschien schaden zij ook niet; doch ik heb mij
+verwonderd, dat de Politie, die anders in <i>Frankrijk</i> over het algemeen <a id="d0e14067"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14067">460</a>]</span>vrij naauwkeurig en oplettend is, geen strenger maatregelen gebruikt tegen die groote menigte kwakzalvers en marktdoctoren,
+die zich met de geneeskunde bemoeijen, overal openlijk hunne gewaande algemeene geneesmiddelen uitventen, en hunne kunsten
+zelfs met gedrukte billetten bekend maken; als ook, dat men het trekken van horoskopen, waarzeggen, in de hand kijken, kaart
+leggen, enz. niet belet. Dit ziet men haast op alle plaatsen, en inzonderheid ook te <i>Parijs</i>, openlijk langs de straten; en niet alleen het zoogenaamde gemeen, maar zelfs zoogenaamde voorname of fatsoenelijke lieden,
+houden zich daarmede bezig, en hij, die met verscheidene Godsdienst-stellingen den spot drijft, slaat geloof aan de ellendige
+sprookjes van een oud wijf, of de gewaande voorspellingen van een&#8217; Astrologist, die zich beter verstaat op het beurzensnijden,
+dan op de sterrekunde.&#8212;En dit heeft plaats onder deze, zich zoo bij uitnemendheid verlicht noemende, <i>Franschen</i>, en die het ontegenzeggelijk ook wat de kunsten en wetenschappen aangaat, al zeer ver brengen.
+
+</p>
+<p>Wat verder stond een liedjeszanger, die &#8217;er onder anderen een zong, dat nog al aardig was. Over de tegenwoordige kleederdragten
+handelende, kwam &#8217;er in, dat, indien de broeken van de mans nog hooger werden, men daar wel dra mouwen aan zou moeten zetten,
+en zoo de lijfjes van de vrouwen nog korter moesten worden, zij weldra genoodzaakt zouden worden, om de rokken over de schouderen
+<a id="d0e14077"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14077">461</a>]</span>te dragen. In diergelijke aardigheden moet men bekennen, dat de <i>Franschen</i> andere volkeren aanmerkelijk overtreffen. Onder hunne volksliedjes zelfs van jaren herwaards, zijn al zeer aardige en vol
+geestige trekken; &#8217;er zijn aanmerkelijke verzamelingen van gedrukt, en sommige dier werkjes worden, wanneer zij op verkoopingen
+voorkomen, duur betaald.
+
+</p>
+<p>De <i>St. Andr&eacute;as</i> of Hoofdkerk (<i>Eglise de St. Andr&eacute;e</i>), is een groot Gothisch gebouw, en pronkt met twee vrij hooge spitse torens, waarin geen klokken hangen, aan den eenen kant.
+Aan den anderen schijnt men &#8217;er ook twee te hebben willen maken, en op een van die begonnen torens, hangen eenige klokken;
+deze kan dan eenigzins als een derde toren worden aangemerkt, het geen aanleiding geeft tot eene nog al aardige woordspeling:
+<i>l&#8217;Eglise de St. Andr&eacute;e</i>, zegt men, <i>&agrave; trois clochers, et deux cens (deux sans) cloches</i><a id="d0e14095src" href="#d0e14095" class="noteref">8</a>. Die dit pas hoort en hier onbekend is, verwondert zich niet weinig over zulk een groot aantal klokken. Ik zelve was &#8217;er
+ook mede bedrogen, en meende in het eerst, dat het een klokkespel was, waarbij een meenigte kleine klokjes waren, en dan zou
+het eene dubbele merkwaardigheid <a id="d0e14113"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14113">462</a>]</span>geweest zijn, want zoo algemeen als de klokkespelen bij ons zijn, zoo zeldzaam treft men die in <i>Frankrijk</i> aan; en ik herinner mij niet van &#8217;er op deze gansche reis van <i>Parijs</i> af<a id="d0e14121src" href="#d0e14121" class="noteref">9</a> een gehoord te hebben. Inwendig zag ik niets bijzonders in deze Kerk; men was bezig met dezelve op te maken; &#8217;er lagen hier
+en daar verscheidene grooten roode marmeren kolommen, naar ik vernam, waren zij afkomstig uit een in de omstreek afgeschaft
+Klooster of Abdij, en moesten dienen, om deze Kerk mede te versieren.
+
+</p>
+<p>Het voormalig Aartsbisschoppelijk Paleis staat digt bij deze Kerk, en is een groot <i>modern</i> gebouw, met een ruim voorhof (<i>basse cour</i>) en ijzer hekwerk. Mij kwam het niet zeer merkwaardig voor. Bij het afbreken van het oude paleis, dat een fraai Gothisch
+gebouw moet geweest zijn, heeft men veel overblijfsels van een&#8217; ouden tempel gevonden, welke deskundigen meenen, dat aan <span class="smallcaps">Jupiter</span> toegewijd was, zoo als stukken en brokken van geribde kolommen, kapiteelen volgens de Corinthische bouworde, fraai gebeeldhouwd
+lijstwerk, <i>basreliefs</i>, enz.
+<a id="d0e14150"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14150">463</a>]</span></p>
+<p>De Aartsbisschoppelijke tuin, die vrij groot was, plagt ook voorheen ten algemeene wandeling te verstrekken, en was zeer lommerrijk;
+doch dat is ook al veranderd. Thans wordt dit Paleis door den Prefect <span class="smallcaps">Charles de la Croix</span>, voorheen <i>Fransche</i> Minister in <i>den Haag</i>, bewoond. En de tegenwoordige Aartsbisschop van <i>Bordeaux</i> heeft een andere woning.
+
+</p>
+<p>De <i>St. Michiels</i> Kerk verdient, om zijn Gothische bouworde bijzonder gezien te worden. De toren staat ter zijde een eindje van de Kerk af,
+op dezelve plagt een zeer hooge en fraaije spits te staan, (men zegt dat zij hooger was dan die van <i>Straatsburg</i>) en dit ontzaggelijk gevaarte werd in 1767 door een orkaan ter nedergeploft, het geen een vreesselijken slag veroorzaakte;
+gelukkig echter is &#8217;er niemand onder verongelukt. De muren van het koor zijn zeer zigtbaar binnenwaarts gebogen; men had &#8217;er
+een dwarsbalk tusschen gezet, om ze te schragen, zoo dat dit gebouw al vrij bouwvallig wordt.
+
+</p>
+<p>Aan het bezigtigen der Kerken zijnde, ging ik verder van hier een lange straat, zuid-oostwaards, door, tot aan de Kerk van
+het heilige kruis; tot eene Abdij van dien naam behoord hebbende. Volgens de bouworde van den voorgevel te oordeelen, schijnt
+zij zeer oud te zijn. De toren was ook waarschijnlijk hooger. Inwendig was het nog al netjes opgegnapt, doch merkwaardige
+schilderijen, beeldhouwwerk, zag ik &#8217;er niet. Een levensgroot <a id="d0e14175"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14175">464</a>]</span><span class="smallcaps">Christus</span> beeld aan het kruis hangende, trok echter mijn aandacht; men had het eene soort van zijden damasten japon met groote gekleurde
+bloemen aangetrokken; ik had dat hier en hier omstreeks al me&ecirc;r gezien, doch deze door de sterke kleuren, en in &#8217;t licht geplaatst,
+viel bijzonder in het oog. Voor iemand, die daar niet aan gewoon is, maakt dit eene misselijke vertooning. Dat de Roomschgezinden
+een kruis, en sommige andere beelden in hunne Kerken plaatsen, kan ik als overeenkomstig met hunne leerstellingen, zeer wel
+toegeven. En ik heb van hunne Kerken gezien, waar de beelden zoodanig gemaakt, en op zulk eene wijze in geplaatst waren, dat
+zij daar door, en door de verdere wel ingerigte versierselen, wezenlijk een deftig aanzien hadden. Doch verstandige Geestelijken
+moesten mijns bedunkens niet dulden, dat men door het plaatsen van gedrogtelijke poppen, aanleiding gaf tot spotternij; hier
+onder behooren ook die gekroonde met allerlei stoffen behangen, en wonderlijk opgeschikte lieve vrouwenbeelden; immers deze
+beeldtenis is geheel niet overeenkomstig de geschiedenis, maar behoorde eene aanminnige en teedere moeder, in een zedig gewaad
+te verbeelden, en zulk een beeld natuurlijk gemaakt, best van wit marmer of hout, het marmer na bootsende, moet ieder een
+van welke Godsdienstige begrippen hij ook zijn moge, natuurlijker wijze met genoegen zien. Vele anderzins redelijke en achtingwaardige
+Roomsche Geestelijken, loopen diergelijke min of me&ecirc;r aanstootelijke ongerijmdheden, <a id="d0e14179"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14179">465</a>]</span>minder in het oog dan ons, omdat zij &#8217;er van hunne jeugd af aan gewoon zijn; maar ik ben verzekerd, dat, als zij &#8217;er bedaard
+en onpartijdig over denken, zij zullen moeten bekennen, dat ik gelijk heb, en dat vooral onze eeuw zulke en diergelijke verbeteringen,
+volstrekt noodzakelijk maakt. Gij ziet, Vriend! dat ik u mijne invallen onder het schrijven of beschouwen getrouwelijk mededeel.
+Komt &#8217;er zoo al eens wat in voor, dat u van geen belang is, de vrijheid om het ongelezen te laten, kan, noch wil ik u betwisten.
+Het geen de Kerken aanbetreft, ditmaal voor afgehandeld houdende, zal ik van het stuk van het ware kruis, (<i>Morceaux de la vraie croix</i>) dat in deze laatstgenoemde Kerk vertoond wordt, niet spreken.
+
+</p>
+<p>In de voorstad <i>St. Seurin</i>, ziet men nog de overblijfsels van het oude Amphith&eacute;ater van <i>Bordeaux</i>, verkeerdelijk <i>le Palais Gallien</i> genaamd, omdat het onder de regering van dien Keizer, zoo men meent, door <span class="smallcaps">Pivesuvius Tetricus</span>, toen ter tijd Prefect van <i>Aquitania</i>, waar van men meent, dat <i>Bordeaux</i> de hoofdstad was, is opgerigt, omtrent het midden van de derde eeuw der Christelijke jaartelling. Thans kan men &#8217;er de gedaante
+niet me&ecirc;r van erkennen, en al wat &#8217;er nog van bestaat, is een klein gedeelte van den muur, die het omringde, en waarin eenige
+boogsgewijze openingen (<i>portiques</i>); eenige vervallen gewelven en een poort of hoofdingang, welke laatste wel het voornaamste is van die merkwaardige <a id="d0e14207"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14207">466</a>]</span>oudheid; naar ik vernam, werd deze grond eenige jaren geleden verkocht, en een groot gedeelte van de overblijfsels van het
+Amphith&eacute;ater weggebroken; deze verwoesting is echter door de regering gestuit, en het verdere afbreken verboden. Ondertusschen
+zijn &#8217;er eenige huizen in en tegen gebouwd, en deze met de vervallen muren en puinhoopen misselijk door elkanderen staande,
+leveren niet anders dan eene onbevallige vertooning op, en ik verwonderde mij zeer, dat hier, waar men zich met het verfraaijen
+en verbeteren der stad veel schijnt te bemoeijen, en waar de goede smaak ook niet moet ontbreken, tot nog toe niet gezorgd
+is, om aan deze <i>Romeinsche</i> overblijfsels een bevalliger aanzien te geven; het geen niet moeijelijk zou zijn, wanneer men &#8217;er een&#8217; tuin van maakte, en
+naast deze oude muren eenige Italiaansche populieren, cypressen- en accacia-boomen plantte; niet langs de lijn of op eene
+stijve en regelmatige wijze, zoo als de <i>Franschen</i> gewoon zijn, maar als of zij door de natuur zelve daar waren gesteld.
+
+</p>
+<p>Dit Amphith&eacute;ater, dat ook wel <i>les Ar&eacute;nes</i> genaamd werd, diende hoogstwaarschijnlijk tot hetzelfde gebruik als dat van <i>Nismes</i>; doch het is niet als dit geheel van gehouwen steen, maar van gebakken en kleine gehouwen steenen gebouwd; deze zijn laagsgewijze
+regelmatig op elkanderen gesteld, en met een soort van kalk of cement bevestigd; de gebakken steenen hebben eene andere gedaante
+dan die welke wij gebruiken, en gelijken me&ecirc;r naar onze <a id="d0e14223"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14223">467</a>]</span>roode vloertegels<a id="d0e14225src" href="#d0e14225" class="noteref">10</a>. In eene vorige heb ik reeds van dat soort van steenen gesproken, en het schijnt, dat de inwoners van deze landstreek, te
+weten <i>le haut Languedoc</i> en <i>Gascogne</i>, nog deze wijze van de gebakken steenen te vormen van de <i>Romeinen</i> hebben behouden.
+
+</p>
+<p>De straat van de plaats, aan het eind van de lanen van <i>Tourny</i> tot bij het Amphith&eacute;ater, is vrij breed, en genoegzaam lijnregt, en wordt <i>rue Fondaudege</i> genaamd; aan het eind van dezelve is men digt bij de <i>Jardin public</i>.
+
+</p>
+<p>Hoewel het middagmaal in mijne herberg wel beviel, ging ik heden voor de verandering bij eenen zoogenaamden <i>restaurateur</i><a id="d0e14259src" href="#d0e14259" class="noteref">11</a>, die men hier op dezelfde wijze als te <i>Parijs</i> vindt, eten. De vertering <a id="d0e14279"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14279">468</a>]</span>kwam al op hetzelfde, als aan de gemeene tafel in mijne herberg, uit.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds ging ik in het <i>Th&eacute;atre de la Gait&eacute;</i>, waar <span class="smallcaps">Majeur</span> mij door zijn grappen nog al deed lagchen. Dat kleine Schouwburgje bevalt mij wel, vooral omdat ik hier, moede gewandeld
+zijnde, kan uitrusten; want men zit &#8217;er in het <i>parterre</i> even eens als te <i>Parijs</i>. De prijs is zeer redelijk, en de vertooningen niet onaardig zijnde, trekt dit Tooneel veel volk.
+
+</p>
+<p>Den 25 dezer. In de herberg had men mij naar mijn paspoort gevraagd, om hetzelve bij de politie te vertoonen, en het daar
+te laten teekenen. De bediendens uit de herbergen zijn met de bezorging daar van belast, men geeft hun die, en zij bezorgen
+dezelven, wanneer zij ze niet verliezen, wederom. Ik verkoos zelf mede te gaan, en zou zulks ieder reiziger aanraden; want
+me&ecirc;r dan eens ben ik getuigen geweest van de moeite en onaangenaamheden, welke men heeft, als men zijn paspoort kwijt is.
+Men betaalt hier 5 <i>sols</i> voor het teekenen, het eerste geld, dat men &#8217;er mij sedert <i>Parijs</i> voor heeft afgenomen, hoewel ik het betalen van deze kleinigheid, niet onredelijk vind, daar men toch ten dienste van de
+vreemdelingen eenige onkosten moet doen, maar dat men te <i>Parijs</i> alleen voor de handteekening van den Minister der Buitenlandsche Zaken, <span class="smallcaps">Talleyrand</span>, dienende om die van de Ambassadeurs te bewaarheden, &pound; 10&#8211;:&#8211;: moet ne&ecirc;rtellen, vindt ik niet billijk, en vooral niet <a id="d0e14309"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14309">469</a>]</span>voor eene <i>Carte de Suret&eacute;</i><a id="d0e14313src" href="#d0e14313" class="noteref">12</a> in <i>Parijs</i> zelve moetende dienen, omdat deze stad een groot deel van zijn bestaan aan de vreemdelingen verschuldigd is. Men zegt, dat
+de Ambassadeurs zich reeds me&ecirc;r dan eens hier over bezwaard hebben, doch te vergeefsch. <a id="d0e14331"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14331">470</a>]</span>Ik hoop, dat men toch bij ons wederzijds zal handelen.
+
+</p>
+<p>De Beurs schijnt inwendig pas nieuw opgemaakt. Het plein, waar de Kooplieden dagelijks verzamelen, is overdekt, en het licht
+valt &#8217;er van boven door eene zoogenaamde lantaarn; men klaagt dan ook, dat het &#8217;er in den zomer zeer benaauwd zijn kan. Rondom
+aan den muur leest men de namen van verscheidene landen, als <i>la Chine</i>, <i>l&#8217;Angleterre</i>, <i>la Hollande</i>, enz. De Kooplieden zich bij deze teekens plaatsende, vinden elkander daar door te gemakkelijker. Rondom de verzamelplaats
+voor de Kooplieden is eene gaanderij, waarin veelerlei soorten van winkels of kramen staan. Bij een prentenkoopman aldaar,
+zag ik eenige plaatjes zoo zonderling geplaatst, dat ik niet wel denken kan, dat zulks slechts bij geval was; boven eene afbeelding,
+waarop <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XVI. en zijne nabestaanden verbeeld werden, hingen de afbeeldingen van de nieuwe Keizer en Keizerin, en daar bij een ander
+prentje met een treurwilg, waar onder geschreven stond: <i>le saule pleureur</i>.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/viii004.jpg" alt="Schouwburg van Bordeaux."><p class="figureHead">Schouwburg van Bordeaux.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Boven deze gaanderij zijn eenige andere vertrekken, zoo als de regtbank voor den koophandel (<i>Tribunal de Commerce</i>) wij zagen &#8217;er een <i>Engelsche</i> prijs bij openbare veiling voor eene som van 36,000 <i>francs</i> verkoopen; deze verkooping geschiedde bij het uitbranden van de kaars<a id="d0e14365src" href="#d0e14365" class="noteref">13</a>, en werd door een <a id="d0e14371"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14371">471</a>]</span>trompetter aangekondigd. Achter de beurs op de kaai staan doorgaans een menigte sleden, ieder met twee ossen bespannen, waarmede
+hier de koopmanschappen in en uit de pakhuizen gevoerd worden. Onder deze ossen vindt men &#8217;er, die al vrij groot zijn; genoegzaam
+alle zijn zij rood, en trekken met den kop, de horens dikwijls zeer lang zijnde, worden aan den kant, waar zij met de koppen
+tegen elkanderen zijn gespannen of gebonden, afgezaagd. Het nommer van de slede hebben zij op een blikken plaatje voor den
+kop.
+
+</p>
+<p>De groote Schouwburg, zoo als ik u reeds gezegd heb, in de wijk <i>du Chapeau Rouge</i>, en niet ver van de beurs staande, is het meesterstuk van bouwkunde van den vermaarden bouwmeester <span class="smallcaps">Lou&iuml;s</span> en wordt voor een der fraaiste, grootste en prachtigste Schouwburgen van <i>Europa</i> gehouden. Dit gebouw bevat een Tooneel- en een Concertzaal. De voorgevel (<i>p&eacute;ristile</i>) bestaat uit twaalf Corinthische kolommen, op de lijst boven ieder derzelven staat een beeld, zoo als gij op de naauwkeurig
+geteekende afbeelding, die ik u zal doen toekomen, zult zien. Ter zijde zijn gaanderijen, waar onder verscheidene kooplieden
+en kramers hunne onderscheidene goederen in daartoe gemaakte kramen of winkels uitstallen. Dit schoone gebouw is van gehouwen
+steen, staat geheel op zich zelve, en maakt eene zeer fraaije vertooning. Inwendig beantwoordt het ook zeer wel aan de verwachting,
+die men &#8217;er zich door het uitwendige van gemaakt heeft. Men <a id="d0e14387"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14387">472</a>]</span>in een ruim en prachtig voorportaal, en hier bewondert men een&#8217; breeden en groots gebouwden trap, waarmede men naar de gaanderijen,
+loges enz. gaat; het licht valt hier op door een lantaarn in het dak gemaakt, en geeft aan dit alles een luisterrijk aanzien;
+hoewel mij dunkt, dat terwijl onze tooneelen tot nog toe, zoo wel zomers als &#8217;s winters door kaars- of lamplicht verlicht
+worden, men beter zou doen, van alle de toegangen tot hetzelve insgelijks door kaarsen of lampen te verlichten, om daar door
+het treffend onderscheid tusschen het dag- en kaarslicht, en de onaangenaame gewaarwording daar door bij het inkomen der Schouwburgzaal
+veroorzaakt, zoo veel mogelijk te matigen. De plaats voor de aanschouwers geschikt, heeft de gedaante van een cirkel, van
+omtrent 60 voeten middellijns (<i>diameter</i>), omtrent het vierde deel afgesneden door het Tooneel. Zij is door 12 op zich zelve staande kolommen van gemengde order (<i>l&#8217;ordre composite</i>) omringd. De tweede en derde loges als <i>balcons</i> tusschen deze kolommen gemaakt, bevielen mij niet, omdat men uit die, welke bij het tooneel zijn, niet goed moet kunnen zien,
+en omdat &#8217;er door deze inrigting veel plaats verloren gaat. Het platfond is fraai geschilderd<a id="d0e14398src" href="#d0e14398" class="noteref">14</a>, ik meen door <span class="smallcaps">Robin</span>. De <a id="d0e14407"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14407">473</a>]</span>geheele zaal is met smaak versierd en verguld; doch naar de uitwendige gedaante te oordeelen, had ik haar nog grooter verwacht;
+men verzekerde mij, dat &#8217;er niet me&ecirc;r dan 2200 aanschouwers in geplaatst kunnen worden. In het <i>parterre</i> kan men ook niet zitten; men betaalt in hetzelve en op de bovenste galerij &pound; 1&#8211;2-: en voor de plaatsen in het orchest de
+eerste galerij enz. &pound; 3&#8211;6-:&#8212;Het was &#8217;er heden zeer vol; want <span class="smallcaps">Talma</span> en zijne vrouw speelden &#8217;er in <i>Henry VIII. ou la mort d&#8217;Anne Bouleyn</i>, Treurspel van <span class="smallcaps">Chenier</span>, hoewel het beste niet, dat hij gemaakt heeft. De kleeding van Madame <span class="smallcaps">Talma</span> was ook zeer naauwkeurig, waaromtrent de <i>Fransche</i> Actrices anders dikwijls zondigen, vooral als de kleeding, zoo als zij in het stuk te pas komt, niet bevallig genoeg naar
+haar zin is. Dit Treurspel werd over het algemeen vrij goed gespeeld, en <span class="smallcaps">Talma</span> en zijne vrouw zeer sterk toegejuicht; doch het geraas, dat &#8217;er door het vreesselijk gedrang in het <i>parterre</i> plaats had, was dikwijls hinderlijk. Ik had mij daar ook geplaatst, maar was &#8217;er gansch niet op mijn gemak. Na het Treurspel
+vertoonde men &#8217;er een stukje van <span class="smallcaps">Alexander Duval</span>, genaamd <i>Shakespeare amoureux ou la pi&egrave;ce &agrave; l&#8217;etude</i>. In dit blijspel, waarin maar drie vertooners voorkomen, speelt <span class="smallcaps">Talma</span>, die anders niet dan in het Treurspel voorkomt, de hoofdrol, en verdient ook daar in wel gezien te worden<a id="d0e14442src" href="#d0e14442" class="noteref">15</a>; Madame <span class="smallcaps">Talma</span>, <a id="d0e14456"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14456">474</a>]</span>en een <i>Bordeauxsche</i> Actrice voldeden ook wel.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13866" href="#d0e13866src" class="noteref">1</a></span> Men heeft daartoe omtrent drie kwartier werk.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13937" href="#d0e13937src" class="noteref">2</a></span> Ook heb ik maar zeldzaam iets in dien smaak aangetroffen, dat daar bij verdient vergeleken te worden.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13952" href="#d0e13952src" class="noteref">3</a></span> De wijk van den rooden hoed.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13957" href="#d0e13957src" class="noteref">4</a></span> De Koninklijke plaats.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e13965" href="#d0e13965src" class="noteref">5</a></span> De plaats der Vrijheid.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14027" href="#d0e14027src" class="noteref">6</a></span> <span class="smallcaps">Brunet</span> munt vooral uit in de onderscheidene rollen <a id="d0e14031"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14031">113n</a>]</span>van <span class="smallcaps">Jocrisse</span>, en voldoet voor een&#8217; enkelen keer wel; doch men moet hem niet dikwijls zien.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14041" href="#d0e14041src" class="noteref">7</a></span> <i>A grand Spectacle</i>, dat is met veel tooneeltoestel, dansen, marschen, krijgsoefeningen, geregten, enz. In zeer vele pantomimes, zoo als in die,
+welke ik hier zag, en die <i>la laiti&egrave;re polonnaise ou les crimes de l&#8217;Amour</i> genaamd wordt, danst men niet.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14095" href="#d0e14095src" class="noteref">8</a></span> De Kerk van <i>St. Andr&eacute;as</i> heeft drie torens en twee honderd klokken, of en twee zonder klokken; want <i>deux cens</i> en <i>deux sans</i> wordt op dezelfde wijze uitgesproken, het eerste beteekent <i>twee honderd</i>, en het laatste, <i>twee zonder</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14121" href="#d0e14121src" class="noteref">9</a></span> Te <i>Parijs</i>, op een gebouw, op de <i>Pont Neuf</i> staande, en de <i>Samaritaine</i> genaamd, is een gebrekkelijk klokkespel, doch het speelt niet door het uurwerk. Men hoort het niet dan bij plegtige gelegenheden,
+en dan staan de <i>Parijsenaars</i> dat torentje met een open mond aan te gapen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14225" href="#d0e14225src" class="noteref">10</a></span> Die me&ecirc;r van dit Amphith&eacute;ater weten wil, leze daar op na <i>les Annales Politiques et Statistiques de Bordeaux etc. &agrave; Bordeaux, chez </i><span class="smallcaps">Moreau</span><i> an IX</i>. Ik meen daarin ook eene afbeelding van hetzelve gezien te hebben.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14259" href="#d0e14259src" class="noteref">11</a></span> <i>Restaurateur</i> is een kok, waarbij men gaat eten. Zoekende de geregten op een lijst, waarop zij, met den prijs &#8217;er achter staan, uit. Een
+<span class="smallcaps">Boulanger</span> te <i>Parijs,</i> was hier, zegt men, in 1765 de uitvinder van, verkoopende eerst versterkend vleeschnat, waar bij hij vervolgens gekookte
+hoenderen, eijeren, enz. voegde; terwijl voor zijn deur geschreven stond: <i>Venite ad me omnes qui stomacho laboratis, et ego restaurabo vos</i>. En het niet zeer betamelijk toepassen van dezen Bijbeltext gaf aanleiding tot den naam van <i>restaurateur</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14313" href="#d0e14313src" class="noteref">12</a></span> Een bewijsschrift, waaruit blijkt dat men bij zijn Ambassadeur en bij de Politie bekend staat; de handteekening van de Ambassadeur
+moet alweder eerst door den Minister <span class="smallcaps">Talleyrand</span> bewaarheid worden, eer men zulk een bewijs kan bekomen bij de politie, hoewel de Prefect die handteekening even zoo goed
+kent als de Minister, en ook nog maar weinig tijds geleden, die bewijzen, welke NB. van tijd tot tijd moeten vernieuwd worden,
+alleen op de handteekening van de Ambassadeurs, en zonder eenige betaling daar van te nemen, uitgaf. Ik zeg, dat zij van tijd
+tot tijd moeten vernieuwd, omdat dit het bezwaar nog grooter maakt, alzoo de handteekening van den Ambassadeur gedurig moet
+bewaarheid, en alzoo ook gedurig de &pound; 10&#8211;:&#8211;: betaald worden. Voor Ambachtslieden, leergezellen, of andere weinig vermogende
+lieden, welke zich echter niet onder de behoeftigen willen rangschikken, is deze betaling een drukkende last. Bij onze legatie
+te <i>Parijs</i> behoeven wij geen duit te betalen, men is daar zeer vriendelijk en geschikt, en hoewel ik met den Heer <span class="smallcaps">Schimmelpenninck</span> niet bijzonder bekend ben, heb ik echter gelegenheid gehad, om op te merken, dat hij in <i>Frankrijk</i> als een achtingwaardig Staatsman wordt beschouwd. Van zijne echtgenoote hoorde ik ook met veel lof spreken, bijzonder wegens
+hare milddadigheid omtrent de noodlijdenden.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14365" href="#d0e14365src" class="noteref">13</a></span> Deze wijze van verkoopen heeft ook nog in <i>Bataafsch Braband</i> plaats.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14398" href="#d0e14398src" class="noteref">14</a></span> Al weder een <span class="smallcaps">Apollo</span>, de drie bevalligheden en de negen zanggodinnen. Wanneer zal men toch van dat eenzelvige, dat &#8217;er bij al wat tot de tooneelkunst
+behoort, nog aanhoudend plaats heeft, eens afstappen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14442" href="#d0e14442src" class="noteref">15</a></span> De eerste vertooning van dit stuk, die den 2 Januarij <a id="d0e14444"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14444">130n</a>]</span>dezes jaars <i>au Th&eacute;atre Fran&ccedil;ais</i> te <i>Parijs</i> plaats had, was niet gelukkig, naderhand echter is het beter geslaagd.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e14461" class="div1">
+<h2>Drie en Twintigste Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Bordeaux, 1 October.</i>
+
+</p>
+<p>Daar ik hier in een der voornaamstte wijnlanden van <i>Frankrijk</i> ben, en het omstreeks deze stad thans juist in het hartje van den wijnoogst (<i>vendeange</i>) is, wilde ik dien zien, en ging ten dien einde den 26<sup>en</sup> dezer naar het kasteel <i>Hautbrion</i>, 3/4 uurs van de stad, of van de <i>St. Juliaans</i> poort, (<i>porte St. Julien</i>) welke men uitgaat, gelegen. Die poort is een modern en niet onaanzienelijk gebouw. Door de voorstad, die &#8217;er gnap uitziet,
+en een aangenamen weg, langs tuinen en wijngaarden loopende, komt men te <i>Hautbrion</i>. Men was &#8217;er in het drukste van den oogst. De wijngaarden hier omstreeks doorloopende, vonden wij &#8217;er eene menigte mannen
+en vrouwen, jongens en meisjes bezig, met de druiven te snijden, en &#8217;er uit te dragen; zij zongen tusschen beide half <i>Fransch</i> en half <i>Patois Gascon</i>, en schenen zeer vrolijk. Een man met een stokje in de hand, was gesteld, om de <a id="d0e14497"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14497">475</a>]</span>kinderen in order te houden. Buiten den wijngaard werden de druiven in kuipen of tonnen op een kar, met twee ossen bespannen,
+geladen, en zoo naar het pershuis gebragt; bij dit pershuis was eene niet onaardige wooning. De rentmeester van het landgoed,
+waar van de eigenaar, naar hij ons verhaalde, te <i>Parijs</i> woonde, ontving ons, hoewel wij hem niet kenden, of geene de minste aanbeveling aan hem hadden, zeer vriendelijk, en liet
+ons de wijze, op welke de wijn gemaakt werd, zien. Als vele onzer landslieden zagen, hoe daar mede gemorst wordt, zij zouden
+ligt huiverig zijn, om &#8217;er van te drinken<a id="d0e14502src" href="#d0e14502" class="noteref">1</a>. In het pershuis waren twee vierkante houten bakken, hebbende naar gissing omtrent 10 &agrave; 12 voet lengte, even zoo veel breedte,
+en ongeveer 2 voet diepte; zij stonden eenige voeten van den grond verheven; in deze bakken werden de druiven geworpen, en
+vijf &agrave; zes menschen vertreden die dan met hunne bloote voeten, dit noemt men <i>Fouler le Vin</i>; het sap liep door een gat, aan de voorzijde gemaakt, in kuipen, en twee andere mannen droegen het van daar in eene andere
+groote en hooge kuip, daar zij met eenen trap naar toe moesten klimmen. Deze kuip was nog nieuw van eikenhout gemaakt, en
+met ijzeren hoepels omringd; de rentmeester verhaalde mij, dat dezelve &pound; 1500&#8212;gekost had; men verkiest voor diergelijke kuipen
+het <a id="d0e14508"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14508">476</a>]</span>eikenhout, hier omstreeks groeijende, boven het vreemde, omdat het minder hard is. In deze kuip liet men het sap en de verpletterde
+druiven 10 &agrave; 12 dagen staan, eer men ze verder uitperste en op vaten deed. De witte wijn, dien men hier minder teelt dan de
+roode, was reeds in de vaten, en gistte aanhoudend, zoodat de schuim door het bomgat, dat openstond, uitliep; deze wijn, hoewel
+pas 14 dagen oud, was reeds zuurachtig. Men liet ons ook den wijn van voorleden jaar, en van dien, welke eenige jaren oud
+was proeven; deze laatste vooral was zeer lekker. De wijn van <i>Hautbrion</i> behoort tot de beste en fijnste wijnen, die in deze gansche landstreek geteeld worden, doch om goed te zijn, moet men ze
+ouder laten worden dan doorgaans de <i>Medoc</i>, en ze niet eerder drinken, voor dat zij 5 &agrave; 6 jaren oud is. De druif is hier klein, donker van kleur, hard van schil, en
+niet zeer aangenaam van smaak. De wijnoogst was ook hier over het algemeen goed, echter hadden de wijngaarden door de voorjaarsvorst
+nog wat geleden.
+
+</p>
+<p>Ik heb opgemerkt, dat de behandeling van den wijngaard in de onderscheidene streken van <i>Frankrijk</i> verschillende is. In <i>Bourgogne</i> wordt de stam al vrij kort gehouden, en de ranken tegen een regt overeind staand stokje opgebonden. In <i>Provence</i> en <i>Languedoc</i> laat men de stammen langer, en men bindt de ranken niet op, maar doet ze over den grond kruipen, omdat dezelve daar door
+beschaduwd zijnde, minder zouden uitdroogen. Naar de kanten <a id="d0e14530"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14530">477</a>]</span>van de <i>Pyrene&euml;n</i> worden de stammen nog hooger, en sommigen zijn vrij dik. In het Departement der hooge <i>Pyrene&euml;n</i> zelfs groeijen de wijngaarden, die somtijds vrij zwaar zijn, zoo als ik u gezegd heb, tegen kersen of andere boomtjes op,
+en in deze streek worden zij weder kort gehouden en tegen stokjes opgebonden.
+
+</p>
+<p>Al wat men ons in <i>Holland</i> voor <i>Bordeauxsche</i> en <i>Medoc</i> wijnen verkoopt, moet men niet gelooven, dat in die landstreek groeit; een groot gedeelte <i>Languedocsche</i> wijnen loopt daar onder. Al die wijnen verbeteren veel door de reis over zee, en wij hebben daar bij beter slag, om ze te
+bereiden dan de <i>Franschen</i> zelve, en welligt is &#8217;er onze luchtstreek ook beter toegeschikt. De <i>Bourgogne</i>-wijnen worden in <i>Frankrijk</i> vrij algemeen voor gezonder gehouden dan de <i>Bordeauxsche</i>, vooral voor lieden, die met jicht, graveel of diergelijke kwalen gekweld zijn.
+
+</p>
+<p>In de stad terug gekeerd, ging ik het <i>Panorama</i> van <i>Lyon</i> bezigtigen, omdat ik die stad en omstreken juist van dezelfde plaats gezien had, van waar het <i>Panorama</i> geteekend is. Ik vond het zeer wel gelijkende, en deze vertooning was voor mij des te aangenamer, daar het mij duidelijk,
+al het geene ik te <i>Lyon</i> gezien had, herinnerde. Jammer was het, dat de begoocheling hier en daar benomen werd door eenige plooijen, die in het doek
+waren. Het zelve opgerold van <i>Toulouse</i> op hier in een lekke schuit ingescheept geweest zijnde, was vochtig geworden, <a id="d0e14581"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14581">478</a>]</span>en aan de kanten wat verstikt; hier door kon men het op sommige plaatsen niet goed spannen, dit gebrek was echter wel te verhelpen.
+Op de plaats, achter deze vertoonplaats, zag men <i>le Bellier Hydraulique</i> van <span class="smallcaps">Montgolfier</span>; dit werktuig, dat gij ongetwijfeld kennen zult, bragt hier het water 42 voeten hoog. Nog zag men hier een werktuig, dat
+men <i>la Pendule merveilleuse</i><a id="d0e14591src" href="#d0e14591" class="noteref">2</a> noemt. Deze wijst een woord, dat men geschreven heeft aan, op deze wijze: het briefje waar op een of twee woorden geschreven
+zijn, gaf ik het aan de vrouw die het werktuig laat zien; deze zag het in, en wees met een wijzer op den muur over de pendule,
+alwaar al de letters van het Alphabet stonden, een voor een dezelfde aan die ik geschreven had; daarna wond zij de pendule,
+die naar gissing 10 of 12 voeten van daar stond, op, en deed de slinger bewegen, en nu werden op de wijzerplaat, waarop insgelijks
+de letters van het A. B. C. stonden, dezelfde letters die ik geschreeven had aangewezen. Deze pendule is afgezonderd (<i>geisoleerd</i>), staande op een glazen of kristallen kolom, waar men door heen zien kan, en rondom vrij. De werking kan echter, dunkt mij,
+niet anders dan door een <i>comp&egrave;re</i><a id="d0e14599src" href="#d0e14599" class="noteref">3</a>, en door den magneet geschieden: waartoe anders ook de aanwijzing van de letters op den muur. De uitvinder van dit werktuig,
+die zich <a id="d0e14604"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14604">479</a>]</span><span class="smallcaps">Alexandre</span> noemt, en ook <i>directeur</i> is van het <i>panorama</i>, zegt, dat het op eene andere wijze werkt.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds ging ik het Tooneel <i>de la Gait&eacute;</i> weder bezoeken, <span class="smallcaps">Majeur</span> speelde zeer aardig de <i>Ricco</i>. <i>Le foyer</i> (de koffijkamer zou men bij ons zeggen) van dit Schouwburgje is eene nette en fraaije zaal; &#8217;er is ook een tuintje achter,
+daar men in kan gaan wandelen, om tusschen beiden eens lucht te scheppen. Alles ziet &#8217;er nog nieuw en frisch uit; want het
+is nog geen jaar geleden, dat het gebouw voltooid is.
+
+</p>
+<p>Den 27 dezer zag ik bij den Heer <span class="smallcaps">Lacour</span>, voornaam schilder alhier, en correspondent van het Instituut te <i>Parijs</i>, eenige fraaije schilderijen en teekeningen. Onze landgenoot de Heer <span class="smallcaps">van Spaendonck</span>, Professor in de schilderkunst, (zijnde een der voornaamste bloemschilders thans bekend) en lid van het Instituut te <i>Parijs</i>, had mij een aanbevelingsbrief aan dezen Heer medegegeven<a id="d0e14642src" href="#d0e14642" class="noteref">4</a>. Onder <a id="d0e14661"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14661">480</a>]</span>de schilderijen die ik hier zag, waren eenige goede stukken van <i>Nederlandsche</i> meesters, zoo als <span class="smallcaps">Ruisdaal</span>, <span class="smallcaps">Wouwerman</span>, <span class="smallcaps">Teniers</span>, <span class="smallcaps">Adriaan Brouwer</span>, <span class="smallcaps">Poelenburg</span> enz. Onder de teekeningen munten uit twee groote en uitvoerige met de pen op perkament, door <span class="smallcaps">Willem de Heer</span>, in den smaak van <span class="smallcaps">Ostade</span>; ook bezit de Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> eene zeer schoone schilderij, behoorende tot de <i>Venetiaansche</i> school, en zijnde waarschijnlijk van <span class="smallcaps">Sebastien del Piombo</span>, ook <span class="smallcaps">Sebastiano Veneziano</span> genaamd; het verbeeldt <span class="smallcaps">Judith</span> in de tent van <span class="smallcaps">Holofernes</span>, dien zij het hoofd heeft afgeslagen, het welk zij in een zak werpt, die door eene andere vrouw opgehouden wordt. Dit stuk
+is zekerlijk lang verloren geweest, zijnde zoo vuil en zwart, dat men niet kon erkennen, wat &#8217;er op stond, toen de Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> het alleen om het paneel kocht. Gevallig ontdekte hij naderhand, dat het der moeite waardig zou kunnen zijn, om schoon te
+maken; het geen dan ook ondernomen werd, en men beklaagde zich zulks in &#8217;t geheel niet. Daar de stukken van dien beroemden
+meester, en om de kunst, en omdat zij vrij zeldzaam zijn, veel geacht worden, zou deze schilderij, hoe schoon ook buitendien
+op zich zelve, nog van veel meerder waarde zijn, als men bewijzen kon, dat het van den voornoemden meester is. In eenige werken
+over de schilderkunst <a id="d0e14708"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14708">481</a>]</span>wordt gesproken van een gegraveerde plaat, verbeeldende de geschiedenis van <span class="smallcaps">Judith</span>, naar eene schilderij van <span class="smallcaps">Sebastien del Piombo</span>. De Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> en zijne vrienden te <i>Parijs</i> en elders, hebben zich al veel moeite gegeven, om deze plaat op te sporen; doch zijn daarin tot nog toe niet geslaagd. Zoo
+gij somwijlen gelegenheid mogt hebben, Vriend! om dien aangaande iets te ontdekken, laat dezelve dan niet voorbijgaan, zonder
+&#8217;er het meest mogelijke gebruik van te maken. Den achtingwaardigen eigenaar van het stuk daar door dienst doende, zult gij
+mij tevens veel vriendschap bewijzen. In eene geschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament, (<i>Histoire de l&#8217;Ancien et Nouveau Testament</i>) langwerpig 4to<a id="d0e14725src" href="#d0e14725" class="noteref">5</a>, staat ook een plaatje, waar van de teekening, hoewel op zich zelve niet veel beduidende, naar deze schilderij schijnt gevolgd.
+De zoon van bovengemelden Heer <span class="smallcaps">Lacour</span>, een bekwaam plaatsnijder, heeft dit stuk verkleind (want de figuren zijn weinig minder dan levensgrootte) geteekend, en
+is voornemens, om deze fraaije teekening eerstdaags in het koper te brengen. De Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> de vader is thans bezig aan een groot stuk, verbeeldende een gedeelte van de kaai en haven van <i>Bordeaux</i>; het gezigt van den kant <i>des Chartrons</i> genomen. Het wordt zeer fraai en naauwkeurig geschilderd, en de huizen enz. op de plaats zelve uitvoerig geteekend; <a id="d0e14740"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14740">482</a>]</span>het laat zich reeds aanzien, dat deze schilderij wel beantwoorden zal aan den roem van den meester.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds ging ik weder in den groote Schouwburg, doch niet me&ecirc;r in het <i>parterre</i>; om door <span class="smallcaps">Talma</span> <i>de Othello</i> van <span class="smallcaps">Shakespear</span> te zien spelen. Het is een van de rollen, waarin hij uitmunt,&#8212;nimmer zag ik hem beter;&#8212;welk eene woeste en afgrijsselijke
+houding,&#8212;en zoo ziet &#8217;er toch een mensch, door woedende driften vervoerd, uit.&#8212;Hij deed mij somtijds ijzen, en eene koude
+rilling gevoelen<a id="d0e14756src" href="#d0e14756" class="noteref">6</a>. Deze verdienstelijke schouwspeler brengt het in dit vak vooral al ongemeen ver. Zijne vrouw speelde ook goed voor de minnares,
+en een <span class="smallcaps">van Hove</span>, tot dit Tooneel behoorende, voldeed wel in de rol van den Vader, en schijnt een goed schouwspeler te zijn; echter was hij
+niet zeer vast in zijn rol. In het begin was &#8217;er door het gedrang in het <i>parterre</i>, zoo een sterk geraas, dat de vertooning daar door tusschen beide werd verhinderd, zoo dat de vertooners een en andermaal
+moesten stilzwijgen, en dit is aan niets anders toe te kennen dan aan de verkeerde inrigting, die aan dat gedeelte der aanschouwers
+geen zitplaatsen vergunt. Naderhand werd het evenwel stilder. <span class="smallcaps">Talma</span> en zijn vrouw werden ongemeen sterk toegejuicht; een lauwerkrans, als het hoogste blijk van genoegen, <a id="d0e14771"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14771">483</a>]</span>werd op het tooneel geworpen, en deze beide vertooners met algemeene stemmen gevraagd<a id="d0e14773src" href="#d0e14773" class="noteref">7</a>. <i>Les trois Fr&egrave;res Rivaux</i><a id="d0e14790src" href="#d0e14790" class="noteref">8</a> van <span class="smallcaps">la Font</span>, werd door de <i>Bordeauxsche</i> schouwspelers ook vrij wel vertoond. Om me&ecirc;r plaatsen te winnen, had men die van de muzijkanten voor de aanschouwers ingeruimd,
+en nog was het overal stikkend vol.
+
+</p>
+<p>Den 28 dezer, na bij den Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> nog eenige kunststukken en oude medailles, waarvan een gedeelte alhier omtrent de voorstad <i>St. Seurin</i> gevonden werd, gezien te hebben, ging ik met hem het Museum van Natuurlijke Historie, Schilderijen, Oudheden; enz, bezigtigen.
+Het behoort aan bijzondere personen, die het voor geld laten zien; doch daar de Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> met hun bekend was, kostte het ons niets. In eene ruime en fraaije zaal, waarin het licht van boven invalt, ziet men verscheidene
+schilderijen, waar onder eenige fraaije: op de lijsten van de meesten leest men den naam van den een of anderen voornamen
+meester. In dezelfde <a id="d0e14813"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14813">484</a>]</span>zaal ziet men eenige wapenen en andere werktuigen van zoogenaamde Wilden, eenige opgezette en in wijngeest bewaarde dieren,
+mineralen, enz. doch de opgezette dieren waren zeer door de mot beschadigd; twee mummien of gedroogde lijken van <i>Teneriffe</i>, een groote oude lijkbus van gebakken steen, die te <i>Toulouse</i> gevonden was, eenige aardevaten der ouden, fraai gemaakt, en glad en blinkende, of zij verglaasd waren, enz. In een andere
+pot of lijkbus met een deksel, toonde men nog eenige half verbrande beenderen, die men zeide dat &#8217;er in gevonden waren. Men
+liet &#8217;er ook eenige traanflesjes (<i>lacrimatoires</i>) die hier omstreeks gevonden waren, zien; doch het geen ik bijzonder merkwaardig vond, was een genoegzaam vierkante steen,
+naar gissing omtrent 3 voeten hoog, en wat minder breed; op drie zijde was beeldhouwwerk <i>en basrelief</i> van eene goede teekening, verbeeldende de middelste en breedste zijde <span class="smallcaps">Jupiter</span> en <span class="smallcaps">Ganimedes</span>, en de twee anderen <span class="smallcaps">Juno</span> en <span class="smallcaps">Leda</span>. De zoon van den Heer <span class="smallcaps">Lacour</span> heeft deze beeldtenissen geteekend en gegraveerd. Ik zend &#8217;er u hier nevens een afdruk van. De trekken die gestipt zijn,
+heeft hij, als genoegzaam verwoest, bijgeteekend. Deze steen is pas omtrent drie weken geleden gevonden, bij het graven van
+een&#8217; kelder voor een nieuw huis dat gebouwd wordt, ter zijde van het Hot&egrave;l van de voormalige <i>Intendance</i>, en de straat genaamd <i>rue des Fosses</i><a id="d0e14847src" href="#d0e14847" class="noteref">9</a> <a id="d0e14855"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14855">485</a>]</span><i>de l&#8217;intendance</i>. Men veronderstelt dat deze steen gediend heeft tot een piedestal van het beeld van <span class="smallcaps">Jupiter</span>; hebbende de ruwe of onbewerkte zijde tegen den muur gestaan, misschien in den tempel van <span class="smallcaps">Jupiter</span>, waar van ik hier voor gesproken heb. In vroegere tijden is hier, zoo als de naam van de straat nog aanduidt, een gracht
+geweest, en deze steen is daar welligt met andere afbraak in geworpen om dezelve te dempen. Het gemelde huis en kelder nog
+niet voltooid zijnde, zag ik daar nog verscheidene bewerkte steenen, half in den grond liggen; op sommigen was loof- en lijstwerk
+van een&#8217; goeden smaak, doch ik zag &#8217;er ook een, waarop eenige beeldtenissen waren, die &#8217;er vrij Gothisch uitzagen. Alle deze
+steenen, geelachtig van kleur, behooren tot de soort, die men hier omstreeks en in de meeste steengroeven van <i>Frankrijk</i> vindt, en doorgaans gebruikt wordt, om te bouwen. Oudheidkundigen zullen hunne gevoelens over den opgemelden steen denkelijk
+wel bekend maken.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/viii005.jpg" alt="Oude steen te Bordeaux gevonden."><p class="figureHead">Oude steen te Bordeaux gevonden.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Verder gingen wij het kabinet van schilderijen van den Heer <span class="smallcaps">Journu-Aubert</span> lid van de <i>Senat Conservateur</i> bezigtigen, in een huis niet ver van den grooten Schouwburg, <i>Rue des Fosses du Chapeau Rouge</i>. Vier stukken van <span class="smallcaps">Joseph Vernet</span><a id="d0e14885src" href="#d0e14885" class="noteref">10</a>, <a id="d0e14907"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14907">486</a>]</span>schilder van verscheidene Zeehavens enz. verdienen daar in bijzonder opgemerkt te worden; die meester heeft ze voor dit Kabinet,
+dat niet groot is, doch waar in men behalve deze nog verscheidene fraaije stukken ziet, geschilderd. De namen van vele voortreffelijke
+meesters zijn ook op de fraai vergulde lijsten te lezen.
+
+</p>
+<p>In dit zelfde gebouw, dat vrij groot is, ziet men ook eene danszaal, en eenige anderen daar bij behoorende vertrekken, op
+de wijze van een grot, aardig geschilderd en versierd. Deze plaats, waar van men vooral met den vasten-avondtijd (<i>Carnaval</i>) gebruik maakt, moet bij avond verlicht zijnde, geene onaardige vertooning maken. Men noemt dezelve <i>Frascati</i>.
+
+</p>
+<p>Na het middagmaal zag ik in de voorstad, achter de <i>Jardin Public</i> wandelende, aan het eind van dezelve een fraai lusthuis en tuin; een gedeelte daar van was afgezonderd, en diende thans om
+danspartijen en zoogenaamde landelijke feesten (<i>F&egrave;tes Champ&ecirc;tres</i>) te geven. Men noemde het <i>Tivoli</i>, alles om <i>Parijs</i> na te apen, waar men ook zulk een <i>Frascati</i> en <i>Tivoli</i> heeft.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds ging ik <i>au Th&eacute;atre Fran&ccedil;ais</i>; men gaf &#8217;er een nieuw stuk, dat niet veel beteekende, en een <a id="d0e14942"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14942">487</a>]</span>ander dat ik te <i>Parijs</i> reeds gezien had. Hier betaalt men 15 <i>sols</i> in het <i>parterre</i>, dat ook slechts eene staanplaats is. Ondertusschen, daar de avonden lang beginnen te worden, zijn diergelijke plaatsen voor
+de vreemdelingen goed, om &#8217;er een uurtje in door te brengen. Die van <i>Bordeaux</i> schijnen nog al liefhebbers van het Tooneel te zijn; doch naar ik vernam, bestaat hun uitspanning en pracht bijzonder in
+de goede sier, en het houden van maaltijden, als een blijk hier van onder anderen, vindt men in hun voornaamste Almanak (<i>Calendrier de la Gironde</i>) van het laatst afgeloopen <i>Fransche</i> jaar, achter een lijst van de Departementale en Stedelijke Besturen, Regtbanken, Bankiers, Makelaars, Kooplieden enz. eene
+onderrigting, om eene tafel voor twaalf personen aanteregten (<i>Instruction pour regler le service d&#8217;une table de douze couverts</i>.) Nu het is hier ook in der daad een soort van luilekkerland, goed vleesch, vooral rund en schapen, haperen &#8217;er niet, daar
+<i>Gascogne</i> nog al wat weiland oplevert, zoo min als versche zee- en riviervisch; de omstreken leveren ook onderscheidene soorten van
+wildbraad en tam gevogelte in menigte op, waarbij men veeltijds de beroemde truffels, die het naburig land van <i>P&eacute;rigord</i> oplevert, voegt; <i>Perigueux</i> de hoofdstad van dat land is beroemd om de patrijzen-pastijen; en de wijn begrijpt gij dat bij dit alles niet hapert, hoewel
+de fijne en lekkere soort &#8217;er gansch niet algemeen en bijna zoo duur is als bij ons. De wijn, dien men in de herbergen, zelfs
+in de voorname, gewoonlijk <a id="d0e14974"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14974">488</a>]</span>drinkt, is maar redelijk; en als men een flesje extra wil hebben, moet men &#8217;er al 4 of 5 <i>livres</i> voor ne&ecirc;rtellen, en dan heeft men nog van den allerbesten niet. Over het geheel zijn de levensmiddelen hier duur, zelfs houdt
+men <i>Bordeaux</i> voor de duurste plaats van <i>Frankrijk</i>; het geen ik voornamelijk aan den overvloed van geld, die &#8217;er althans in vredestijd plaats heeft, toeschrijf. Menschen, die
+rijk zijn, en het voornamelijk om lekker eten en drinken te doen is, zou men deze stad wel tot eene woonplaats kunnen aanraden.
+
+</p>
+<p>Den 29 dezer; daar men mij de Kerk der voormalige <i>Carthuizers</i>, in een der voorsteden, als bezienswaardig had opgegeven, ging ik die heden bezigtigen. In het voorbijgaan zag ik die van
+<i>St. Seurin</i>, waarin steenhouwers, metselaars, en andere werklieden, drok bezig waren met dezelve op te gnappen; merkwaardigheden vond
+ik &#8217;er niet. Het koor van de <i>Carthuizer</i> Kerk is rondom van marmer; maar vooral verdient het schilderwerk van het gewelf in deze Kerk, om de aardige uitwerking die
+het maakt, bewonderd te worden; het bestaat slechts in eenig loofwerk enz. en boven het koor ziet men een koepel, rondom met
+glasramen; deze inzonderheid is zoo natuurlijk geschilderd, dat men zou meenen dat hij wezenlijk bestond.
+
+</p>
+<p>In het terug keeren las ik op den hoek van een straat <i>rue plus de Rois</i>, en op die van een anderen <i>rue haine aux Tyrans</i>. Gij begrijpt dat &#8217;er deze opschriften van daag of gisteren niet gezet <a id="d0e15004"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15004">489</a>]</span>zijn. Thans is &#8217;er ook een straat, die men <i>rue Bonaparte</i> noemt.
+
+</p>
+<p>Heden was het weder vrij zacht, anders hebben wij hier, hoewel op 44 graden, 50 minuten noorderbreedte, en pas in het begin
+van den herfst, al eenige dagen gehad, dat het &#8217;s morgens en &#8217;s avonds een weinig koud was.
+
+</p>
+<p>Onze landgenoot de Heer <span class="smallcaps">van Erichem</span>, Doctor in de medicijnen alhier, onthaalde ons op een lekker middagmaal naar den <i>Hollandschen</i> trant, waarbij zelfs watertongetjes, die zeer goed waren; die hupsche en vriendelijke man, welke hier reeds verscheiden jaren
+woont, en als een kundig Geneesheer bekend is, heeft echter nog veel van de <i>Hollandsche</i> gebruiken behouden, onder anderen is hij nog een groot liefhebber van de pijp, en zijne echtgenoote, hoewel eene <i>Fransche</i>, is redelijk genoeg, om zich hier na te schikken. De <i>Fransche</i> vrouwen zijn anders over het algemeen zeer tegen het tabak roken, en een pijp is genoeg, om haar een gezelschap te doen schuwen.
+
+</p>
+<p>Na den maaltijd gingen wij met den Heer <span class="smallcaps">van Erichem</span> en zijne huisvrouw, den tuin achter het huis van den Heer <span class="smallcaps">Gramont</span>, een der voornaamste Kooplieden van deze stad, bezigtigen; dit huis is aangenaam gelegen aan het eind van de kaai, naar den
+kant van de scheepstimmerwerven. De tuin is niet onaardig, en gedeeltelijk in den <i>Engelschen</i> smaak aangelegd; een gemetseld grachtje met stil staand water, waarin eenige zwanen en eenden, loopt &#8217;er <a id="d0e15039"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15039">490</a>]</span>door. Doch hij, die <i>Hollandsche</i> tuinen en buitenplaatsen gezien heeft, vindt hier in &#8217;t geheel niets bijzonders. In een klein park had men ook een paar ree&euml;n,
+en het geen vreemd was, een van de twee scheen zeer boosaardig, zoo dat, als &#8217;er iemand in het park kwam, zij terstond naar
+hem toe liep; zij zette zich voor hem op de achterste pooten, en krabde met de voorste. De tuinman was &#8217;er zelfs bang voor,
+doch wij wapenden ons ieder met een tak van een boom, na een paar slagen, stelde zij zich niet me&ecirc;r te we&ecirc;r, maar liet zich
+zelfs streelen.
+
+</p>
+<p>In het terug keeren, niet ver van daar op de kaai, toonde men mij het Vondelinghuis, ook <i>l&#8217;H&ocirc;pital de la Manufacture</i> genaamd, het is een groot en aanzienlijk gebouw; &#8217;s jaarlijks werden &#8217;er doorgaans 400 &agrave; 500 vondelingen in gebragt; zij
+worden in een draaipoortje (<i>tour</i>) gelegd, en men waarschuwt door een bel die daar naast hangt<a id="d0e15052src" href="#d0e15052" class="noteref">11</a>. Hoe zeer deze gestichten strekken ter voorkoming van afgrijsselijke misdaden, moet men toch bekennen, dat zij aanleiding
+geven, en een ruime deur <a id="d0e15070"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15070">491</a>]</span>openzetten voor ongeregeldheden en liefdeloosheid; vooral bij <i>Fransche</i> moeders in voorname steden, welke zoo algemeen de afgrijsselijke gewoonte hebben, van hare zuigelingen, zoodra zij geboren
+zijn, van zich aftestooten, en aan vreemden buiten de stad, en dikwijls eenige uren van daar overtegeven, en dus de ongevoeligheid
+omtrent haar kroost al zeer ver hebben gebragt. Zulke moeders zien dikwijls eene henne met hare kiekens, en zij blozen niet.&#8212;Welke
+gevolgen moet dit voor het vervolg op de opvoeding, en dus ook op de Maatschappij, niet hebben? Diergelijke gebreken vindt
+men in menigte in die maatschappelijke inrigting, die men ons als zoo goed en zoo verkieslijk aanpreekt; en hij die zich durft
+vermeten, om &#8217;er iets tegen te zeggen, wordt voor een Jacobijn of Filozoof, twee nieuwe scheldnamen, uitgedacht, om redelijke
+menschen hatelijk te maken, uitgekreten<a id="d0e15075src" href="#d0e15075" class="noteref">12</a>.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds ziet men hier in de Koffijhuizen (waar onder &#8217;er verscheiden, die zeer fraai en net zijn) veel bier drinken<a id="d0e15092src" href="#d0e15092" class="noteref">13</a>. Het Hollandsen bier is hier ook bijzonder geacht; hier en daar leest men nog <a id="d0e15103"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15103">492</a>]</span>op de uithangborden <i>Bierre de Hollande</i>; en wij zelve maken &#8217;er zoo weinig werk van, dat deze trafiek geheel in verval geraakt. Men maakt hier ook anijsdrank onder
+den naam van <i>Anisette de Bordeaux</i> bekend; doch hij is op zijn best half zoo goed als onze <i>Amsterdamsche Anisette</i> uit het <i>Loosje</i>, of van <span class="smallcaps">Fokke</span>; dit bekennen de <i>Franschen</i> zelve, en maken van de <i>Anisette</i>, zoo wel als van de <i>Curassau de Hollande</i><a id="d0e15128src" href="#d0e15128" class="noteref">14</a> ongemeen veel werk, en wij laten die soort van goed uit <i>Frankrijk</i> komen, en betalen het duur.
+
+</p>
+<p>Den 30 dezer, zijnde zondag, ging ik de groote misse in de <i>St. Andr&eacute;as</i> Kerk hooren; &#8217;er werd vrij goed gezongen, en het orgelmuzijk was zeer aangenaam; deze en eenige andere Kerken, die ik bezocht,
+waren tamelijk vol volk. Die van <i>Bordeaux</i> worden voor zeer gehecht aan den regeringsvorm, zoo als die voor de omwenteling bestond, gehouden, en zijn dus ook ijverige
+Roomschgezinden. Deze plaats zeer veel handel met <i>Engeland</i>, zoo wel als met <i>Holland</i> drijvende, welke handel thans genoegzaam geheel gestremd is, kunt gij begrijpen hoe de Kooplieden gezind zijn; want de handel
+is hier even als in onze kooplieden de spil, <a id="d0e15154"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15154">493</a>]</span>waarop alles draait, en de handelgeest de voorname drijfveer van de bemoeijingen der meeste ingezetenen.
+
+</p>
+<p>Hier is ook eene school van Koophandel, (<i>Ecole de Commerce</i>) waar de gronden van den beoefenenden Koophandel onderwezen worden, benevens de Aardrijkskunde tot den koophandel betrekking
+hebbende, deszelfs regten en wetten, en de zedekunde van den Koopman. De lessen worden in het openbaar, en om niet (<i>gratis</i>) dagelijks, behalve op Zon- en Feestdagen, gegeven; en de onderwijzers zijn <span class="smallcaps">H. C. Guille</span> Professor, en <span class="smallcaps">Chalret</span> toegevoegde (<i>suppl&eacute;ant</i>).&#8212;Was dit voor ons geen voorbeeld ter navolging?
+
+</p>
+<p>De wallen van het <i>Chateau du Haa</i>, dat niet ver van deze Kerk gelegen is, zijn gesloopt, en sommige muren afgebroken; het ziet &#8217;er dan hier door de puinhoopen
+enz. woest en onoogelijk uit. Het Kasteel zelf dient thans voor een gevangenis. Deze sterkte werd, benevens <i>le Chateau Trompette</i>, in 1451 of 1452 onder <span class="smallcaps">Karel</span> de VII. gebouwd, en beide zijn in de geschiedbladeren van <i>Frankrijk</i>, vooral met opzigt tot de burgeroorlogen, zeer bekend.
+
+</p>
+<p>Behalve de <i>all&eacute;es de Tourny</i>, is &#8217;er nog een lange regte en vrij breede straat, loopende van de <i>Place Nationale</i>, tot voorbij de <i>Jardin Public</i>, zij is aan beide zijde met boomen beplant, en dient ook voor eene wandelplaats; men noemt dezelve <i>le Cours de Tourny</i>. De <i>All&eacute;es de Tourny</i>, hebben wel iets van de <i>Boulevard du Temple</i> te <i>Parijs</i> in het klein; &#8217;er <a id="d0e15210"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15210">494</a>]</span>is een kleine Schouwburg, Marionnetten, koorddansers of springers en andere spellen, waar men zeldzaamheden enz. laat kijken;
+de twee <i>Engelschen</i> welke een soort van geschubde huid hadden, en die ik reeds te <i>Parijs</i> gezien had, waren thans ook hier. Ook zag ik &#8217;er eene vrouw, van, naar het mij voorkwam, ruim 30 jaren, hebbende een&#8217; zwaren
+baard van zes duim lengte, ongemeen sterke wenkbraauwen, en bijzonder op hare beenen zeer veel haar. Deze vrouw was nog maar
+vijf dagen geleden in de kraam bevallen, en het kind was ook op verscheiden deelen van het ligchaam met haar bewassen, had
+reeds bakkebaarden, en zeer zware wenkbraauwen; het was bruinachtig van vel, doch zag &#8217;er anders zeer gezond uit. De moeder
+liet het zuigen, en ik verwonderde mij over de blanke borsten van die vrouw, waarop die rosachtige en grijze baard eene afzigtelijke
+vertooning maakte; over het geheel scheen deze vrouw niet kwalijk gemaakt, doch was zeer zwak van gezigt, en had behalve den
+baard, zeer onbevallige wezenstrekken. Ondertusschen heeft zij toch nog een minnaar in een oppasser of knecht gevonden; zoo
+vreemd en misselijk is somtijds de smaak der menschen. Volgens de bekendmaking, zou haar een <i>Hollandsch</i> Koopvaarder uit <i>Noorwegen</i> mede gebragt hebben; ondertusschen sprak zij tamelijk <i>Fransch</i>, en hare stem, zelfs in het zingen, was juist niet onaangenaam. Naast den kleinen Schouwburg is ook een huis, waar openlijk
+verscheidene soorten van dobbelspelen dagelijks <a id="d0e15227"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15227">495</a>]</span>gespeeld worden; men ziet &#8217;er niet anders dan ambagtslieden, varensgasten, en diergelijke, tot den zoogenaamden lagen burgerstand
+behoorende; ook zag ik &#8217;er verscheidene aankomende jongelieden; &#8217;er was doorgaans veel volk. Ik herhaal het, hoe is het mogelijk,
+dat men zoo iets in eene geregelde maatschappij duldt?
+
+</p>
+<p>Na den middag ging ik naar eene soort van tuin, even buiten de stad, naar den kant van de voorstad <i>St. Seurin</i>, men noemt dezelve <i>Plaisance</i>; &#8217;er werd gedanst, en eenige spellen, zoo als in een molen draaijen, op een plank wippen, schommelen enz. gespeeld; doch
+door het gure en onaangename weder, was &#8217;er niet veel volk.
+
+</p>
+<p>Voorleden Zondag had ik al hooren aankondigen, en aangeplakt gezien, dat men &#8217;s avonds in het Marionnettenspel de Geboorte
+van <span class="smallcaps">J. Christus</span> zou vertoonen, zoo als zulks toen ook geschied was, en heden avond moest hetzelfde weder plaats hebben; zulk eene zonderlinge
+vertooning willende zien, ging ik &#8217;er heen. Men begon met den Engel, die <span class="smallcaps">Maria</span> de boodschap bragt, vervolgens zag men de aankomst van <span class="smallcaps">Maria</span> en <span class="smallcaps">Joseph</span> aan de herberg, de Geboorte, de Wijzen uit het Oosten, den Kindermoord, de vlugt naar <i>Egypten</i>, enz. De toestel was voor zulk eene soort van vertooning nog al zoo heel slecht niet, maar de waard van de herberg, als een
+<i>Fransche</i> kok gekleed, en een Pastoor met een zwarte tabbaard aan en een vierkante muts (<i>bonnet carr&eacute;</i>) op, kwamen &#8217;er misselijk in.&#8212;In <a id="d0e15260"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15260">496</a>]</span>eene plaats, waar men nog al werk van den kerkelijken eerendienst schijnt te maken, zulk eene onteerende vertooning&#8212;welke
+ongerijmdheid! Met dat al was &#8217;er veel volk, en de meesten zaten met de grootste aandacht te kijken.&#8212;Wat zegt gij hier van,
+Vriend! zoudt gij zoo iets in deze tijden, en in een der voornaamste steden van <i>Frankrijk</i> wel gezocht hebben?
+
+</p>
+<p>Den 1en October, voornemens zijnde om morgen niet den postwagen van hier op <i>Tours</i> te vertrekken, had ik reeds voor eenige dagen plaatsen besproken; want men moet het thans op het laatst niet laten aankomen,
+omdat &#8217;er al eenige nieuwsgierigen, om het aanstaande krooningsfeest te zien, op reis gaan.
+
+</p>
+<p>Niets willende overslaan, ging ik de vesting <i>le Chateau Trompette</i> genaamd, ook van binnen bezigtigen, doch vond &#8217;er niets merkwaardigs. Naar men mij verzekerde, bestaat &#8217;er reeds sedert eenige
+jaren een ontwerp, om deze vesting geheel te slopen, den grond te doen bebouwen, en dit schoone gedeelte van de stad, alzoo
+aanmerkelijk uit te leggen.
+
+</p>
+<p>Daar het heden markt was op de plaats, bij de poort <i>St. Julien</i>, ging ik daar henen, om de boeren van <i>de Landes</i> (heigronden)<a id="d0e15283src" href="#d0e15283" class="noteref">15</a> welke op stelten loopen, te zien; digt bij de markt ontmoette ik <a id="d0e15292"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15292">497</a>]</span>&#8217;er een, zijne stelten waren zoo hoog, dat hij wel drie voeten van den grond verheven was<a id="d0e15294src" href="#d0e15294" class="noteref">16</a>; en door de wijde schreden, die hij daar mede deed, vorderde hij zoo sterk, dat men hem op een drafje loopende niet bijgehouden
+zou hebben; hij had een&#8217; langen stok in de hand, om zich te ondersteunen; sommigen, naar ik vernam, gebruiken die ook, om
+zittende op te rusten, doch dan is hij korter en met eenen platten knop &#8217;er op. De kleeding van dezen man bestond in een kort
+kamizool van rooden stof, met mouwen tot op de hand, en een ander wat langer en wijder met mouwen tot aan de elleboogen, van
+bruinachtig grof laken of pij &#8217;er over; hij had een plat gebreid mutsje op van bruine wol (<i>berette</i>) zoo als de boeren van het landschap <i>Bearn</i>, waarvan ik reeds gesproken heb. Op de stelten stond hij blootvoets, en had om de beenen stukken schapenvel met de wol naar
+buiten, als een soort van slopkousen; in den winter of bij slecht weder, heeft hij ook een soort van overrok zonder mouwen
+van schapenvellen, met de wol naar buiten, aan. Onder aan hun stok en stelten is, in plaats van ijzer of koper beslag, een
+stuk van een ossenbeen gemaakt. Hunne haren kammen zij genoegzaam nooit uit, maar ontwarren die slechts met de vingeren, <a id="d0e15303"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15303">498</a>]</span>zij staan dan ook steil en als borstels van het hoofd af. De reden, waarom deze lieden op stelten loopen, is, om beter door
+de hoog en digt begroeide of zandige heiden, als mede over de sloten en groeven, die zich in hun weg opdoen, te kunnen komen,
+misschien ook om spoediger te vorderen; de herders<a id="d0e15305src" href="#d0e15305" class="noteref">17</a> op deze stelten staande, kunnen ook hunne kudde beter overzien. Om de stelten aan te binden, gaan zij doorgaans in hunne
+hutten op een hooge kas of op den schoorsteenmantel, die vrij hoog is, zitten; en in het veld zijn zij dikwijls verpligt,
+wanneer &#8217;er zich geen heuveltjes of diergelijken opdoen, om op een boom of struik te klimmen. Hunne vrouwen maken zich eene
+soort van hoog opstaande kap, van twee of drie doeken als servetten; twee punten daar van zijn van achteren bij elkander gespeld;
+zij hebben een kort jakje aan, van de een of andere grove stof; overigens zag ik aan hunne kleeding niets bijzonders<a id="d0e15308src" href="#d0e15308" class="noteref">18</a>. Deze menschen, naar ik vernam, zijn even als de bewoners van de hooge <i>Pijrene&euml;n</i>, het geen men ruw en onbeschaafd noemt, daar bij ook zeer bijgeloovig, zoodat men ze door een vertelling van weerwolven of
+spoken, ligter dan door geweld, zou kunnen verjagen; <a id="d0e15314"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15314">499</a>]</span>zij hebben ook hunne bijzondere zeden en gebruiken, doch zijn door de gemeenschap met de naburige steden, alwaar zij schapen,
+houtskolen, oesters<a id="d0e15316src" href="#d0e15316" class="noteref">19</a>, wild, enz. ter markt brengen, veel verbasterd en bedorven. Zij staan in dit opzigt alzoo met de goede eenvoudige bergbewoners
+niet gelijk.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/viii006.jpg" alt="Boeren van Landes."><p class="figureHead">Boeren van Landes.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Terwijl wij over de kleederdragt handelen, moet ik ook een paar woorden zeggen van die vrouwen en dochters alhier, welke tot
+de klasse der ambachtslieden, dienstmaagden, enz. behooren: zij onderscheiden zich, vooral wanneer zij uitgedoscht zijn, door
+zeer hooge mutsen, en dragen, even als onze <i>Noord-Hollandsche</i>, eene menigte rokken over elkanderen. In het algemeen zien &#8217;er de vrouwen hier vrij wel uit. Men ontmoet &#8217;er ook op de wandel-
+en andere plaatsen, voor het openbaar vermaak geschikt, zeer vele gerijfelijke juffertjes, waar onder men &#8217;er vindt, die &#8217;er
+zeer bevallig uitzien, en de houding en kleeding van de zoogenaamde voorname vrouwen vrij wel weten na te volgen.
+<a id="d0e15349"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15349">500</a>]</span></p>
+<p>Het getal der schoensmeerders, meestal aankomende jongens, was hier zoo groot, dat de Politie &#8217;er voor de zeevaart, nog maar
+kort geleden, eenige honderden heeft doen oppakken.
+
+</p>
+<p>Daar de <i>Bordeauxsche</i> wijnen bij ons genoeg bekend zijn, zal ik mij niet ophouden, met u de soorten daar van optenoemen, maar alleen zeggen, dat
+die, welke men <i>Vin de Grave</i> noemt, en welke onder de meest geachtste soort behoort, dus genaamd wordt, omdat zij op eenen keizelachtigen zandgrond, die
+de <i>Franschen Gravier</i> noemen, geteeld wordt: de witte is het algemeenste, en wordt, benevens die van <i>Sauterne</i>, hoog geschat. Van de roode <i>Medoc</i>-<a id="d0e15369src" href="#d0e15369" class="noteref">20</a>wijnen, maakt men zoo wel hier als bij ons zeer veel werk, doch dat land zou al vrij wat grooter moeten zijn, om al de wijnen,
+die naar hetzelve genoemd worden, te kunnen voortbrengen; maar, zoo als ik reeds gezegd heb, de wijnen komen dikwijls met
+valsche doopceelen ter markt, en om dagelijks een flesje echte <i>la Fitte</i>, <i>Chateau Margot</i> of diergelijke, op zijn tafel te hebben, is een burgerstuivertje maar in &#8217;t geheel niet toereikende. Gelukkig dat men buiten
+dien zeer wel gezond en vergenoegd kan zijn, en missen velen dat kostbare roode sap, zij kunnen daar door ook beter de roode
+<a id="d0e15387"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15387">501</a>]</span>jichtbaai (dat toch gansch geen aangename opschik is) missen. De wijnkoopers alhier schijnen vrij algemeen te gelooven, dat
+de adem van ziekelijke of ongestelde personen, schadelijk is voor den wijn, en laten daarom niet gaarne menschen, die &#8217;er
+ongezond uitzien, en vooral geene vrouwen, in hunne pakhuizen, die men <i>Chais</i> noemt.
+
+</p>
+<p>Van de openbare gebouwen sprekende, heb ik nog vergeten, om van de Kerk van <i>St. Dominicus</i> melding te maken. Zij verdient inzonderheid om het fraaije beeldhouwwerk op den voorgevel (<i>facade</i>) wel gezien te worden; thans wordt zij, zoo ik meen, <i>la Paroisse Notre Dame</i> genaamd, en staat tegen over een straat, uitkomende aan de <i>All&eacute;es de Tourny</i>; van deze wandeling moet ik ook nog zeggen, dat zij genaamd is naar den Rentmeester (<i>intendant</i>) <span class="smallcaps">Tourny</span> den vader, aan wien die van <i>Bordeaux</i> deze wandelingen, en me&ecirc;r andere aanzienelijke verbeteringen in hunne stad, verschuldigd zijn, en wiens nagedachtenis daar
+dan ook met reden in zeer veel achting is.
+
+</p>
+<p><i>Bordeaux</i>, een der oudste en aanzienlijkste steden van <i>Frankrijk</i>, was voorheen de Hoofdstad van de Provincie, <i>la Guienne</i> genaamd, thans is zij het van het Departement <i>de la Gironde</i>, de naam van de rivier, welke voortgebragt wordt door de vereeniging van de <i>Dordogne</i> en de <i>Garonne</i>. De bevolking van deze stad wordt op ruim 104,600 begroot; zij is aan den linker oever van de <i>Garonne</i>, omtrent 15 uren van de plaats, waar de <i>Gironde</i> in zee valt, <a id="d0e15440"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15440">502</a>]</span>gelegen. Haar grondgebied is zeer uitgestrekt, doch naar evenredigheid niet bevolkt, door de moerassen, die &#8217;er van het Noorden
+naar het Zuid-Oosten langs liggen. Sommigen willen den naam van die stad afgeleid hebben van <i>bord de l&#8217;eau</i>, of <i>bord des eaux</i>, (kant van het water) omdat zij aan den waterkant gelegen is. In oude tijden werd zij <i>Aquita</i>, en daar na <i>Burde Galla</i> genaamd.
+
+</p>
+<p>Deze stad heeft verscheidene beroemde mannen opgeleverd, waaronder de waarlijk groote <span class="smallcaps">Michel Montaigne</span>, hoewel niet in <i>Bordeaux</i> zelve, maar op het Kasteel <i>Esquem</i> in het naburig Landschap <i>Perigord</i> geboren, vooral niet moet vergeten worden. Die kloeke wijsgeer was Maire van deze stad omtrent 1581, en stierf in 1592, in
+den ouderdom van ruim 59 jaren. Het kostelijke werk, dat hij onder den nederigen titel van <i>Essais</i> heeft geschreven, is u ongetwijfeld bekend<a id="d0e15471src" href="#d0e15471" class="noteref">21</a>. Zulke mannen telt men toch maar weinig in de Geschiedbladeren.
+
+</p>
+<p>Over mijn herberg <i>l&#8217;Hot&egrave;l des sept Fr&egrave;res</i>, bij <span class="smallcaps">Langueron</span>, <i>petite rue de l&#8217;Intendance</i>, was ik wel te vreden; het is &#8217;er vrij zindelijk en gnap, en voor <i>Bordeaux</i> gansch niet duur<a id="d0e15500src" href="#d0e15500" class="noteref">22</a>.
+<a id="d0e15519"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15519">503</a>]</span></p>
+<p>Gij bekomt nu niet eerder tijding van mij, Voor dat ik te <i>Parijs</i> ben<span id="d0e15525" class="corr" title="Bron: ">.</span>&#8212;Vaarwel!
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14502" href="#d0e14502src" class="noteref">1</a></span> En zekerlijk ging het hier nog op de zindelijkste wijze toe.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14591" href="#d0e14591src" class="noteref">2</a></span> Het wonderbare staande horlogie.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14599" href="#d0e14599src" class="noteref">3</a></span> <i>Comp&egrave;re</i> is een medehelper van een goochelaar.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14642" href="#d0e14642src" class="noteref">4</a></span> De Heer <span class="smallcaps">van Spaendonck</span>, van <i>Tilborg</i> geboortig, verdient niet alleen de hoogachting der <i>Hollanders</i>, omdat hij een van de weinigen is, die den oude roem en luister der <i>Nederlandsche</i> school nog op eene schitterende wijze staande houdt; maar ook om zijne hupsche en vriendelijke geaardheid en genegenheid
+voor zijne landslieden, zoodat men geene andere aanbeveling behoeft dan die van landgenoot, om door hem met vriendschapsbewijzen
+overladen te worden. Vaderlandsche jongelieden, zich in de schilderkunst willende oefenen, kunnen dan, wanneer zij te <a id="d0e14656"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14656">136n</a>]</span><i>Parijs</i> komen, ook staat maken, dat zij door hem voortgeholpen zullen worden.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14725" href="#d0e14725src" class="noteref">5</a></span> Daar ik slechts eenige bladen uit dit werk gezien heb, kan ik het niet beter aanduiden.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14756" href="#d0e14756src" class="noteref">6</a></span> De kleeding van <span class="smallcaps">Talma</span> was als naar gewoonte weder zeer naauwkeurig; zijn aangezigt was hoog bruin gemaakt, en hij had eenen veelverwigen tulband
+op.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14773" href="#d0e14773src" class="noteref">7</a></span> Dit is een eerbewijs, dat men den schouwspelers in <i>Frankrijk</i>, als men wel over hen te vreden is, betoont. Het stuk ge&euml;indigd zijnde, schreeuwt het <i>parterre</i>, bij voorbeeld: <span class="smallcaps">Talma! Talma!</span> Het gordijn wordt dan weder opgehaald, de gevraagde persoon komt op, maakt eene buiging, en wordt door een sterk handgeklap
+en geroep van <i>bravo</i> toegejuicht.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14790" href="#d0e14790src" class="noteref">8</a></span> Zoo ik meen in onze taal overgezet, onder den naam van <i>de drie Gebroeders Medeminnaars</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14847" href="#d0e14847src" class="noteref">9</a></span> De straten die in deze stad <i>Fosses</i> genaamd worden, <a id="d0e14852"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14852">142n</a>]</span>zijn voorheen de stadsgrachten geweest, die bij het uitleggen van dezelven zijn gedempt geworden.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e14885" href="#d0e14885src" class="noteref">10</a></span> <span class="smallcaps">Joseph Vernet</span> werd te <i>Avignon</i> in 1712 geboren, en stierf te <i>Parijs</i> in 1785. Hij heeft veel geschilderd, en <a id="d0e14895"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e14895">143n</a>]</span>de platen van zijne <i>Fransche Zeehavens</i>, en andere gezigten, zijn zoo algemeen bekend, dat het onnoodig zal zijn, om eene afteekening van die, van deze stad of van
+<i>Marseille</i> en <i>Toulon</i> hier bij te voegen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15052" href="#d0e15052src" class="noteref">11</a></span> Een menschenvriend en achtingwaardig Roomsch Priester, <span class="smallcaps">Vincent de Paul</span> genaamd, was de stichter van deze en diergelijke huizen in <i>Frankrijk</i>, omtrent het midden van de 17de eeuw. Voor dien tijd verkocht men te <i>Parijs</i> de vondelingen in de straat van <i>St. Landry</i>, voor twintig <i>sols</i> het stuk, of men gaf ze, let wel, uit barmhartigheid, aan zieke vrouwen, om haar de melk aftezuigen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15075" href="#d0e15075src" class="noteref">12</a></span> De <i>Engelschen</i> noemen immers, in sommige van hunne dagbladen, den <i>Fransche</i> Keizer <span class="smallcaps">Napoleon</span> <i>un Empereur Jacobin</i>,&#8212;welke onregtvaardigheid!
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15092" href="#d0e15092src" class="noteref">13</a></span> De meeste Koffijhuizen zijn in de wijk <i>du Chapeau Rouge</i>, bij de alle&euml;n de <i>Tourny</i>, den Schouwburg, enz. Een is &#8217;er ook op de kaai over de beurs, dat van achteren aan het water uitkomt, zoo dat men &#8217;er een
+alleraangenaamst <a id="d0e15100"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15100">149n</a>]</span>gezigt heeft; ik ging &#8217;er daarom dikwijls een kop koffij naar het middageten gebruiken.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15128" href="#d0e15128src" class="noteref">14</a></span> Te <i>Parijs</i> zelfs leest men op sommige uithangborden en aankondiging-celen&#8212;<i>Curassau et Anisette de Hollande</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15283" href="#d0e15283src" class="noteref">15</a></span> Het Departement, het welke aan dat van <i>de Gironde</i> grenst, wordt ook <i>Departement des Landes</i> genaamd.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15294" href="#d0e15294src" class="noteref">16</a></span> De herders met hun vee in de heide zijnde, hebben dezelve, naar men mij verzekerde, somtijds tot vijf voeten toe; te weten
+de klampen daar zij op staan, zijn zoo hoog van den grond af.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15305" href="#d0e15305src" class="noteref">17</a></span> De schapen- en veehoederij is het voorname bedrijf van deze lieden.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15308" href="#d0e15308src" class="noteref">18</a></span> Daar de kleeding van die lieden, en bijzonder die der mannen, zeer ongemeen is, zend ik u daar van eene naauwkeurige afteekening.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15316" href="#d0e15316src" class="noteref">19</a></span> De oesters, die omstreeks deze stad gevonden worden, zijn zeer beroemd, vooral die, welke men groene noemt; de <i>Franschen</i>, om eens ter deeg te smullen, nemen dezelve voor hun ontbijt, en drinken &#8217;er dan witten wijn, <i>de Grave</i> of <i>Sauterne</i> bij, en zulk een ontbijt vind ik ook zeer wel, om te gebruiken. De oesters van <i>Medoc</i> waren zelfs ten tijde van de <i>Romeinen</i> al beroemd, en werden, volgens <span class="smallcaps">Ausonius</span>, zelfs te <i>Rome</i> op de Keizerlijke tafels voorgezet.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15369" href="#d0e15369src" class="noteref">20</a></span> Die landstreek een uurtje beneden <i>Bordeaux</i> beginnende, strekt zich verder langs den linkeroever van de <i>Garonne</i> en <i>Gironde</i> uit, en het is naar den kant van die rivieren, dat zij het vruchtbaarste is.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15471" href="#d0e15471src" class="noteref">21</a></span> Thans bestaat &#8217;er eene <i>Stereotype</i> uitgave van hetzelve in 4 Deelen in 12mo, welke men bij <span class="smallcaps">Didot</span> te <i>Parijs</i>, voor den ongemeen matigen prijs van 8 <i>francs</i> koopt.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15500" href="#d0e15500src" class="noteref">22</a></span> <i>Le grand Hot&egrave;l des Ambassadeurs</i> en <i>de Franklin</i>, beide in de laan <i>Cours du Jardin Public</i> genaamd, zijn van de voornaamste en aanzienlijkste; naar ik vernam is <a id="d0e15510"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15510">161n</a>]</span>men &#8217;er ook zeer goed, doch het is &#8217;er duur. Als een van de tweede klasse, genoegzaam in den smaak van dat der <i>sept Fr&egrave;res</i>, meen ik ook <i>l&#8217;Hot&egrave;l des Asturies Fosse de l&#8217;Intendance</i> te mogen aanprijzen.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e15528" class="div1">
+<h2>Vier en Twintigste Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Parijs, 11 October.</i>
+
+</p>
+<p>Dingsdags den 2 dezer, &#8217;s morgens om 6 uren vertrok ik van <i>Bordeaux</i>, en gisteren ben ik hier weder aangekomen, na mij een paar dagen te <i>Tours</i> te hebben opgehouden; zie hier mijne aanteekeningen aangaande die reis.
+
+</p>
+<p>De reizigers van <i>Bordeaux</i> naar <i>Parijs</i>, stappen doorgaans aan den overkant van de <i>Garonne</i>, ter plaatse <i>la Bastide</i> genaamd, op den postwagen. Ik was tijdig genoeg aan het veer, doch moest &#8217;er wel een groot kwartier wachten, omdat &#8217;er geen
+schuitjes waren, zoodat ik vreesde van te laat te zullen komen; het bestuur van dit veer schijnt niet zeer naauwkeurig te
+zijn, want, naar ik vernam, had diergelijk verzuim wel eens me&ecirc;r plaats. De bagagie wordt daags te voren in de stad op den
+wagen geladen. Men betaalt daar voor tot <i>Tours</i> &pound; 25- <a id="d0e15560"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15560">504</a>]</span>per quintaal en &pound; 60- de persoon voor een plaats binnen in. Buiten ons, was &#8217;er alleen eene vrouw met een ziek kind op den
+wagen, zoo dat het gezelschap niet zeer mede viel. Langs een&#8217; vrij goeden weg met kleine steentjes opgeworpen, en hier en
+daar wat stijgende, komt men omtrent 3 uren van <i>Bordeaux</i>, aan den oever van de <i>Dordogne</i>. Men ziet langs dien weg eenige buitenplaatsjes en landhuizen, en veel wijngaarden, waarin men drok bezig was. Deze landstreek
+schijnt wel bewoond. De <i>Dordogne</i> is hier eene aanzienlijke rivier, en daar &#8217;er eb en vloed gaat, zeer bevaarbaar. Ondertusschen moest de wagen hier ontladen
+worden, om aan dezen kant te blijven staan: aan den overkant vindt men een&#8217; anderen; dit lossen en laden houdt zeer lang op.
+De <i>Franschen</i> mogten hier en daar wel eenige van onze doorgaans zoo gnappe veerlieden overlaten komen, om met ponten en diergelijke schuiten
+te leeren omgaan. Aan den anderen kant een klein eind weegs landwaards in, ligt het dorpje <i>St. Andr&eacute; de Cubsac</i>; dit rekent men 3 posten van <i>Bordeaux</i>. Hoewel het pas 10 uren was, werd &#8217;er het middagmaal gehouden; het was maar redelijk, doch de prijs ook gering. Te <i>Cavignac</i> 2&frac12; post verder kregen wij, uithoofde van den slechten weg, waarvan wij reeds een gedeelte gehad hadden, en nog een erger
+hebben moesten, acht paarden. De landstreek scheen hier niet zeer vruchtbaar; men ziet niet anders dan eenige wijngaarden,
+en hier en daar wat hout. De weg wordt hoe langer hoe <a id="d0e15583"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15583">505</a>]</span>slechter; de grond is tamelijk effen, maar meest onbebouwd; veel heide, waarop men niet anders dan hier en daar wat denneboomen,
+en eenige andere struiken ziet; de gezigten gelijken nu en dan wat naar die, welke men op sommige plaatsen in de <i>Meijerij van den Bosch</i> aantreft. Het steedje <i>Montlieu</i>, waar wij door kwamen, ziet &#8217;er niet voordeelig uit, &#8217;er was echter nog al eene overdekte halle. Nu waren wij in het Departement
+<i>de la Charente Inferieure</i>. <i>Montlieu</i> is 8&frac12; post van <i>Bordeaux</i>. Het begon al duister te worden; en een half uur verder op een plaatsje <i>Chevenceau</i> genaamd, namen wij het avondmaal en nachtverblijf, dat nog al redelijk was.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen, om 5 uren, stapten wij weder op den wagen. De weg werd wat beter, doch de landstreek is meest heide;
+verder op echter wordt zij aangenamer, hier en daar boschjes, veel notenboomen, akkerland, en tusschen beide eenige kleine
+heuvels.
+
+</p>
+<p>Omtrent <i>Barbezieux</i> begint het Departement <i>de la Charente</i>. Wij hielden &#8217;er op, om het middagmaal te nemen, ondertusschen ging ik het plaatsje, dat zich nog al aangenaam opdoet, doorwandelen,
+doende mijn ontbijt met brood en druiven, dat ik onder weg kocht. De herberg ziet &#8217;er hier anders zeer wel uit, doch, daar
+het pas negen uren &#8217;s morgens was, en ik den vorigen avond wel gegeten had, had ik niet veel honger<a id="d0e15613src" href="#d0e15613" class="noteref">1</a>. De wandelingen <a id="d0e15624"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15624">506</a>]</span>bij dit stadje zijn aangenaam met lindeboomen beplant; in hetzelve ziet het &#8217;er nog al redelijk welvarende uit. Ik zag &#8217;er
+verscheidene linnenwevers, men scheen &#8217;er ook veel druiven te droogen, en, naar ik vernam, waren de kapoenen van <i>Barbezieux</i> beroemd. Van een oud kasteel, dat in het steedje staat, en thans tot eene gevangenis dient, wist men mij niets bijzonders
+te vertellen. De Onderprefect houdt hier zijn verblijf, en het getal der inwoners wordt op ruim 2700 begroot. De weg wordt
+goed, en de gezigten hier en daar nog al aangenaam, vooral op een hoogte omtrent 1&frac12; uur van <i>Barbezieux</i>; men komt vervolgens door een eikenbosch, waarin echter weinig of geen zware boomen. Ik verwonderde mij gedurende de gansche
+reis, dat men in <i>Frankrijk</i> niet beter zorgt voor de beplanting, vooral, daar dit land zoo aanmerkelijk veel brandhout noodig heeft. Men ziet weinig
+bosschen, en de wegen zijn slechts hier en daar beplant. De prijs van het brandhout stijgt, bijzonder ook te <i>Parijs</i>, van jaar tot jaar: sinds jaren schijnt men het gebrek daar aan te voorzien, en nog vindt men &#8217;er onbebouwde gronden, en
+weinig boomen langs de wegen<a id="d0e15638src" href="#d0e15638" class="noteref">2</a>. Het steedje <i>Roulet</i>, waar wij door kwamen, <a id="d0e15649"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15649">507</a>]</span>ziet &#8217;er vrij wel uit. De weg blijft aangenaam,&#8212;hier en daar buitenplaatsen en papierfabrieken met watermolens, die op beken
+staan.&#8212;Eenige rotsen maken geene onaardige vertooning. Men zeide mij, dat dezelve goede steengroeven opleverden. Hier omstreeks
+is de weg beplant, en de stad <i>Angoul&ecirc;me</i>, op eene hoogte gelegen, vertoont zich aan het einde van dezelve op eene bevallige wijze. Om 3&frac12; uur na den middag stapten
+wij af aan de herberg <i>la Croix d&#8217;Or</i>, in de voorstad <i>du Homo</i>, even buiten de genoemde stad, en na het avondmaal besteld te hebben, klom ik naar dezelve; &#8217;er is een groote halle bij de
+plaats <i>de la Commune</i>. De straten zijn &#8217;er doorgaans naauw. Anders ziet het &#8217;er nog al vrij welvarende uit. Men heeft hier ook een&#8217; Schouwburg,
+die van buiten nog al een fraai gebouw is, hij staat op een plein, dat men <i>Place de la Comedie</i> noemt. Naast den Schouwburg is een zeer fraai Koffijhuis, met een tuin en ruime zaal, waarin drie billarten; ik nam daar
+eenige <span id="d0e15666" class="corr" title="Bron: verververschingen">ververschingen</span>. Uit een der kamers heeft men een zeer fraai gezigt. Van de <i>Place de la Comedie</i> gaat men op de gemeene wandeling, van waar men ook <a id="d0e15672"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15672">508</a>]</span>een schoon gezigt heeft, vervolgens van daar den wal rond. Het gezigt blijft altijd fraai. De hoofdkerk, die ik in het voorbijgaan
+zag, ziet &#8217;er inwendig zeer eenvoudig uit, en levert niets bijzonders op. Den wal volgende, komt men op <i>de Place Beaulieu</i>, zijnde een fraaije wandeling op een&#8217; terras, van waar men, alzoo de stad op een vrij hoogen heuvel ligt, een verrukkelijk
+en zeer uitgestrekt gezigt heeft. Door het dal ziet men de rivier <i>la Charente</i> kronkelen. Over dezelve ligt een fraaije steenen brug, en zij maakt door haren slingerenden loop verscheiden eilandjes. Verder
+ziet men de haven, waarin eenige schuiten lagen, en de voorstad <i>du Homo</i>, die zeer uitgestrekt is. Aan de andere zijde ziet men den fraaijen grooten weg, en eenige bergen in het verschiet; op dit
+terras, dat vrij groot is, zijn eenige lanen van lindeboomen, doch zij waren hun blad meestal kwijt; het fraaije gebouw dat
+men op hetzelve ziet, was voorheen een Nonnenklooster. Thans dient een gedeelte van hetzelve voor de Stadsboekerij. Omstreeks
+deze stad zijn verscheidene papierfabrieken, en het papier van <i>Angoul&ecirc;me</i> is door geheel <i>Frankrijk</i> beroemd, en wordt tot het drukken van werken van belang gebruikt<a id="d0e15689src" href="#d0e15689" class="noteref">3</a>. <a id="d0e15704"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15704">509</a>]</span>Ik zag hier ook in het voorbij gaan een fabriek van speelkaarten. De Ingezetenen drijven veel handel in wijn en brandewijn.
+Het stadje <i>Cognac</i>, van welker beroemde brandewijnen wij zeer veel trekken, behoort ook tot het landschap <i>Angoumois</i>, waar van <i>Angoul&ecirc;me</i> de hoofdstad plagt te zijn. Thans is zij de hoofdplaats van het Departement <i>de la Charente</i>. Het getal harer ingezetenen wordt op 11,500 begroot, doch, naar men mij verzekerde, zijn de voorsteden te zamen genomen
+grooter, dan de stad zelve. Men zegt, dat de ingezetenen over het algemeen vrij los en ongedwongen van levenswijze zijn. De
+levensmiddelen, en zelfs de huishuren zijn &#8217;er, naar ik vernam, niet goedkoop. Hier omstreeks wordt ook veel saffraan geteeld.&#8212;Dit
+stadje is vooral om de schoone gezigten wel der moeite waardig om te zien.
+
+</p>
+<p>Tot onze groote verwondering, vonden wij in onze herberg, die &#8217;er gansch niet oogelijk uitzag, een zeer goed avondmaal; de
+postwagen naar <i>Bordeaux</i>, ook aangekomen zijnde, aten wij met 12 &agrave; 15 menschen, waar onder een paar niet onaardige vrouwen waren. Onder andere spijzen
+zettede men ons een soort van kleine vogeltjes voor, die men in de wijngaarden vangt, en <i>becsigues</i> noemt; ik had ze onder weg reeds me&ecirc;r gegeten, en vond ze smakelijk, wij hadden ook, voor <i>Frankrijk</i>, zeer lekkeren sausbaars, en overvloed van uitmuntende rivierkreeftjes, de wijn was tamelijk goed, en men had alzoo geen
+reden, om over den prijs (zijnde slechts &pound; 3&#8211;:&#8211;:) te klagen.
+<a id="d0e15729"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15729">510</a>]</span></p>
+<p>Deze stad heeft door de religieoorlogen veel geleden. <span class="smallcaps">Johannes Calvinus</span> verpligt zijnde, om <i>Parijs</i> te verlaten (in 1533), nam eerst de wijk naar deze stad, en vervolgens naar <i>Poitiers</i>. In 1568 werd dezelve door den Admiraal <span class="smallcaps">de Coligny</span>, aan het hoofd van het leger der Hugenoten genomen.
+
+</p>
+<p>Na het avondmaal, in plaats van naar bed te gaan, stapten wij weder op den wagen, om den nacht door te rijden. Het was helder
+sterrelicht, en de weg zeer goed. Ik sliep tusschen beiden nog al wat, want men heeft in <i>Frankrijk</i> bij den nacht minder reden, om ongerust te zijn voor ongelukken dan bij ons; omdat de persoon, die de paarden leidt, op een
+van dezelven zit, en dus beter zien kan, dan een koetsier, op den bok zittende.
+
+</p>
+<p>Den 4 dezer. &#8217;s Morgens bij het opgaan van de zon, was het mistig en zeer koel, de grond tamelijk effen en de weg goed. Men
+ziet hier geen wijngaarden. Omtrent het dorp <i>Chaunay</i>, 8&frac12; post van <i>Angoul&ecirc;me</i>, en waar wij van paarden verwisselden, begint het Departement <i>la Vienne</i>; hier omstreeks zag ik veel schapen, die de akkers afweiden; de boomen, die men &#8217;er het meeste ziet, zijn noten en castagnes,
+hier en daar een&#8217; <span id="d0e15760" class="corr" title="Bron: enkelde">enkele</span> eik. Wij ontbeten te <i>Couh&eacute;</i>, 1&frac14; post verder, bij het riviertje <i>la Dive</i> gelegen; &#8217;er is een groote hal, anders schijnt het niet veel te beteekenen; hier, en in deze landstreek, wordt veel noten-olij
+gemaakt.&#8212;Altijd zagen wij veel noten- en castagne-boomen, die op dezen grond, die niet van de beste schijnt te zijn, <a id="d0e15769"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15769">511</a>]</span>nog al redelijk tierig staan. Tusschen beide ziet men ook veel onbebouwde gronden, en de landbouw schijnt hier niet zeer ter
+harte genomen te worden, doch de streek kwam mij ook weinig bevolkt voor. <i>Vivonne</i>, 2&frac12; post van <i>Couh&eacute;</i>, was voorheen een stadje; thans is het een armoedig vlek; men kan zich naauwelijks een slordiger en onoogelijker plaats voorstellen.
+De inwoners zagen &#8217;er vuil en afzigtig uit, en de ellende was bijna op alle gezigten te lezen. Ondertusschen levert dit plaatsje
+bij het inkomen een niet onaardig en zelfs schilderachtig gezigt op. Men ziet &#8217;er, hier en daar ruwe en naakte rotsen, de
+vervallen muren van een oud Klooster op eene hoogte, tegen dezelve eenige slordige woningen, lager groene beemden, door een
+kronkelend beekje bespoeld; welk beekje, dat men de <i>Vonne</i> noemt, zich een weinig verder met het riviertje <i>le Clain</i> vereenigt, en waar over hier eene houten brug ligt; wij verwisselden daar van paarden; ik had dus den tijd, om het op mijn
+gemak te beschouwen, en mij dunkt dat dit alles door de hand van een&#8217; bekwamen meester uitgevoerd, een fraaije teekening of
+schoone schilderij zou zijn. De landstreek blijft, verder voortreizende, woest en onbebouwd, het weinige hout, dat men hier
+en daar ziet, bewijst, dat de natuur slechts behoeft geholpen te worden, omdat in eene grootere hoeveelheid voort te brengen.
+Naar mate dat men <i>Poitiers</i> nadert, wordt de landstreek aangenamer, en de weg is aan beide zijden beplant. Deze stad is wederom op eene hoogte gelegen.
+Wij <a id="d0e15786"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15786">512</a>]</span>kwamen daar omstreeks vier uren aan, en stapten af aan de herberg <i>les Trois Pilliers</i> genaamd. In een tuin, niet ver van deze herberg, ziet men nog eenige geringe overblijfsels van een <i>Romeinsch</i> gebouw, alhier onder den naam van <i>Palais Galli&euml;n</i>, of <i>l&#8217;Amphith&eacute;atre</i> bekend; het scheen van gebakken steen enz. op dezelfde wijze als dat van <i>Bordeaux</i> gemetseld te zijn geweest<a id="d0e15803src" href="#d0e15803" class="noteref">4</a>. Van daar ging ik naar de wandelplaats, die men <i>le Parc</i> noemt. Het is een fraai boschje, aan een&#8217; hoek van de stad op de hoogte gelegen, en waarin verscheidene lanen zijn; deze
+wandeling is bijzonder aangenaam, omdat men van de voormalige stadswallen, die dezelve omringen, een heerlijk gezigt heeft.
+Door een lagchend en aangenaam geschakeerd landschap, kronkelt het riviertje <i>le Clain</i>; ook ziet men van hier omtrent een kwartier uurs ver, eenige poorten of bogen; het zijn de overblijfsels van een <i>Romeinsche Aquaduc</i>. Vervolgens langs de stadswallen of muren, naar den kant van <i>le Clain</i> voortwandelende, heeft men het gezigt op aangename moestuinen, groene weilanden, een&#8217; watermolen, schilderachtig gelegen,
+een brug, <i>le pont Joubert</i> genaamd, de overblijfsels van een <i>Benedictijner</i> Klooster, dat een fraai gebouw schijnt geweest te zijn, en een fraaije steenen brug, die &#8217;er nog nieuw uitziet, en welke
+men <i>le Pont Neuf</i> noemt. Vervolgens komt men in een laan met Italiaansche <a id="d0e15830"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15830">513</a>]</span>populieren, die al eene tamelijke hoogte bereikt hebben, beplant. Van hier ziet men aan den overkant van de <i>Clain</i>, de rotsen, die men hier en daar voor zware vervallen muren of overblijfsels van oude gebouwen zou aanzien; tegen en in deze
+rotsen zijn ook eenige woningen gemaakt. Een fraai en nog nieuw gebouw met een <i>colonnade</i> &#8217;er voor, langs dezen weg staande, dient, om de baden te gebruiken. Aan den eenen kant zijn de vertrekjes voor de vrouwen,
+en aan den anderen die der mannen. Een weinig verder heeft men de allerliefste en zeer romaneske wandeling, die hier <i>la Promenade du pont Guillon</i> genoemd wordt; ik wil trachten om &#8217;er u, zoo goed mij doenlijk is, een denkbeeld van te geven; verbeeld u eene plaats van
+eene onregelmatige gedaante, door zware en digte boomen beschaduwd; het riviertje <i>le Clain</i>, welkers boorden hier en daar met struiken begroeid zijn, stroomt &#8217;er langs; aan dien kant, en zelfs in het water ziet men
+eenige torens en overblijfsels van een oud Kasteel voor verscheidene eeuwen, door de Graven van <i>Poitiers</i>, en thans door de uilen en vledermuizen bewoond. In een der torens scheenen echter nog menschen te huizen, en eenige doeken,
+die uit de venstergaten te droogen hingen, maakten hier geene onaardige vertooning. Verder op ziet men de rotsen aan den overkant
+van de <i>Clain</i>, en aan de andere zijde, naar den kant van de stad, is een rijweg, onder water staande, en door hooge boomen, somber beschaduwd;
+juist kwam daar een driftje beesten en een vrouw op een ezel gezeten door, en nu was <a id="d0e15850"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15850">514</a>]</span>het volmaakt een schilderij in den smaak van uw beroemden stadgenoot <span class="smallcaps">Nicolaas van Berchem</span>. De zon bijna ondergaande begunstigde het schilderachtige nog van dit schoone landschap. Niet ver van deze wandeling gaat
+men door de poort, <i>la porte de Paris</i> genaamd, in de stad; in de rotsen over dezelve zijn ook eenige woningen gemaakt. De stad van dezen kant ingaande, loopen
+de straten zeer steil; inwendig is zij meestal zoo lelijk en onaangenaam als de omstreken fraai en bevallig zijn<a id="d0e15858src" href="#d0e15858" class="noteref">5</a>; naauwe, kromme en misselijk bebouwde straten; een menigte thans veelal vervallen of half verwoeste Kerken en Kloosters,
+en andere gothische gebouwen. De Hoofdkerk is zeer groot, en heeft misschien voor liefhebbers van diergelijke gebouwen hare
+schoonheden. Voorbij een straat gaande, die men <i>la rue Neuve</i> noemt, zag ik een pyramide met een basrelief in den muur, op den hoek van dezelve. Eenige vrouwen die daar omtrent aan haar
+deur zaten, verhaalden mij met een soort van eerbied, dat het een gedenkteeken was van een groot wonderwerk door den Heiligen
+<span class="smallcaps">Hilarius</span>, Bisschop alhier, gedaan. In het begin van de omwenteling was het, hier digt bij staande, om ver geworpen, en nu had men
+het sedert eenigen tijd weder opgerigt, en in den muur gemetseld. Hoewel <span class="smallcaps">Calvinus</span> in deze stad nog al wat aanhangers gemaakt heeft, thans is &#8217;er het getal der Protestanten niet groot, en de Roomschgezinden
+<span id="d0e15870" class="corr" title="Bron: zijn zijn">zijn</span> &#8217;er meestendeels bijgeloovig en onverdraagzaam<a id="d0e15873src" href="#d0e15873" class="noteref">6</a>. <a id="d0e15876"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15876">515</a>]</span>Voor de omwenteling waren hier omtrent 50 Kerken en Kloosters. Deze Stad heeft, ten tijde van de religieoorlogen, bloedige
+tooneelen opgeleverd; de Maarschalk <span class="smallcaps">St. Andr&eacute;</span>, dezelve ingenomen hebbende, gaf ze, om zich op de Protestanten te wreken, aan de plundering en baldadigheid zijner soldaten
+over; de gruwelen, die aldaar toen gepleegd werden, zijn allerafgrijsselijkst. De getergde en vervolgde Protestanten moorden
+en martelden wel niet, maar begingen vele buitensporigheden in het plunderen der Kerken, en het verwoesten van verscheidene
+merkwaardige gedenkteekenen en kunststukken.
+
+</p>
+<p>De markt is eene ruime plaats; doch dat is ook al wat men &#8217;er van zeggen kan. Na den Schouwburg, die deze avond speelde, vragende,
+wees men mij naar een achterstraatje. De ingang van het huis waar in de zaal was, was zoo laag, dat de schildwacht, die &#8217;er
+naast stond, boven de deurstijlen uitkwam. Inwendig was het nog al redelijk; men vertoonde &#8217;er de <i>Tartuffe</i> van <span class="smallcaps">Moli&egrave;re</span>; waarlijk dit stuk kwam hier niet te onpas! Over het geheel werd het nog al redelijk wel gespeeld, en &#8217;er waren tamelijk
+veel aanschouwers, waar onder echter veel militairen. <i>Poitiers</i> is een groote stad, doch naar <a id="d0e15892"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15892">516</a>]</span>evenredigheid slecht bevolkt; zij bevat nog geen 18,300 inwoners. De hoofdplaats van het Departement de <i>la Vienne</i> zijnde, is zij de zetel van de Prefecture; ook is &#8217;er een Bisdom. Voorheen was zij de hoofdstad van de Provincie <i>Poitou</i>, en is over <i>Angoul&ecirc;me,</i> enz. 33&frac34; post van <i>Bordeaux</i>. De handel is &#8217;er niet aanmerkelijk. &#8217;Er zijn eenige fabrieken van kousen, sommige wollestoffen, krep, enz. Bij het avondmaal,
+dat vrij goed was, werden wij lastig gevallen door verscheidene koopvrouwen in messen, scharen en dergelijken. Nu, die in
+<i>Frankrijk</i> reist, mag zich wel van een mes voorzien, want men komt in verscheidene herbergen, waar men wel eten en drinken, lepels en
+vorken, maar voor ieder geen mes vindt, en men is daar gewoon, dat de reizigers die mede brengen. De levensmiddelen zijn hier
+vrij overvloedig en niet duur. Wij betaalden dan ook voor het avondmaal en slapen maar &pound; 3&#8211;:&#8211;: Den 5 dezer, &#8217;s morgens om
+5&frac12; uur vervolgden wij onze reis. De weg is goed en vrij aangenaam. Aan de linkerhand heeft men rotsen, en aan de regter een
+fraai gezigt over de beemden langs de <i>Clain</i>, heuvels, wijngaarden, enz. In en omtrent het dorp <i>Jaulnais</i>, waar wij door kwamen, zag ik eenige vrouwlieden met een soort van kappen, bijna als die der Nonnen op; naar ik vernam, is
+het de dragt van die streek. Niet ver van den weg aan de linkerhand, zag ik op eene hoogte de overblijfsels van een Kasteel,
+dat aanmerkelijk moet geweest zijn, zijnde nog heden een groot en hoog gebouw; men zei mij, <a id="d0e15915"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15915">517</a>]</span>dat het <i>la Tour de Beaumont</i> genaamd was, en dat men hetzelve op een&#8217; afstand van 22 uren zien kon. Ons gezelschap was vermeerderd door twee Gedeputeerdens
+van <i>Poitiers</i>, om bij de aanstaande krooning van Keizer <span class="smallcaps">Napol&eacute;on</span> tegenwoordig te zijn; een van die Heeren had eene lieve vrouw, en in &#8217;t geheel scheenen het hupsche en geschikte menschen,
+dit maakte het onderhoud nog al levendig en aangenaam. Een dorp, waar wij doorkwamen, gaf door zijn&#8217; zonderlingen naam geen
+gunstig denkbeeld van deszelfs inwoners; het heet <i>la Tricherie</i> (de bedriegerij); verscheidene vrouwen kwamen &#8217;er ons vruchten te koop aanbieden. De landstreek is bij aanhoudenheid vrij
+aangenaam.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/viii007.jpg" alt="Poitiers."><p class="figureHead">Poitiers.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Te <i>Chatellerault</i>, 5 posten van <i>Poitiers</i>, kwamen wij omtrent 11 uren voormiddag aan, en vertoefden &#8217;er om het middagmaal te houden. De rivier <i>la Vienne</i>, waarmede zich de <i>Clain</i>, een eindje boven deze stad vereenigt, is hier bevaarbaar, en &#8217;er ligt een fraaije steenen brug, welke men van dezen kant
+in de stad komende, overgaat; dezelve is door den Hertog <span class="smallcaps">de Sully</span>, vriend van <span class="smallcaps">Hendrik</span> den IV., en een der voorname steunen van de Protestanten, gesticht. Deze rivier is, naar ik vernam, tamelijk vischrijk; wij
+hadden een snoek op tafel van wel 12 &agrave; 15 ponden, en deze zijn in <i>Frankrijk</i> zoo algemeen niet, als bij ons; even zoo min als de goede boter, die hier echter ook zeer lekker was. Gedurende den maaltijd
+werden wij weder bestormd door eene menigte koopvrouwen in messen, <a id="d0e15956"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15956">518</a>]</span>scharen, pennenmessen, enz. Zij hielden op eene bedelachtige wijze aan, om wat te verkoopen, en werden het somtijds oneens
+onder elkander. De messenmakerij is het voorname bedrijf van de ingezetenen, en zij hebben &#8217;er nog al wat in te doen, leverende
+daar van aan <i>Parijs</i>, en me&ecirc;r andere plaatsen, behalve het geene zij den reizigers verkoopen of opdringen. Hun werk is fraai op &#8217;t oog, doch de
+hoedanigheid van het staal is, zegt men, niet best, en dat van <i>Moulins</i> wordt voor beter gehouden. Deze landstreek levert ook het ijzer, dat hier verwerkt wordt, op. De omstreek van deze plaats
+scheen aangenaam en vruchtbaar. Door den zwaren regen werd ik veel belet, om hier te wandelen, echter zag ik &#8217;er eenige gnappe
+huizen, en het ziet &#8217;er over het algemeen vrij wel uit. Het getal der ingezetenen wordt op ruim 7700 begroot. In de rivier
+voor de stad lagen verscheidene schuiten.
+
+</p>
+<p>De weg loopt vervolgens door een aangenaam landschap, latende de rivier aan de linkerhand. Aan beide zijden op een&#8217; zekeren
+afstand van den weg, ziet men groene heuvelen, en hier en daar buitenverblijven. Vooruit ziet men in de verte een soort van
+vrij hoogen toren. Welhaast naderden wij denzelven: het is een steenen kolom, waar een wenteltrap omslingert, staande op het
+<i>moderne</i> Kasteel <i>les Ormes</i> genaamd, en behoorende aan den Heer <span class="smallcaps">Voyer d&#8217;Argenson</span>. Het is een groot en prachtig gebouw, met uitgestrekte tuinen en boschjes; terwijl men van paarden verwisselde, hadden wij
+den tijd, <a id="d0e15975"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15975">519</a>]</span>om hier eens rond te loopen. Aan den anderen kant van den weg zijn de stallen, en dit alles gelijkt naar een Vorstelijk verblijf.
+Het ligt 2&frac12; post van <i>Chatellerault</i>. Wij reden nog een goed eind weegs langs de muren, die de aangelegen erven van dit landgoed omringden;&#8212;deze landstreek schijnt
+zeer bewoond, en wij kwamen door eenige dorpen over eene brug, over de kleine rivier <i>la Creuse</i> liggende<a id="d0e15983src" href="#d0e15983" class="noteref">7</a> en langs eenen beplanten weg, omtrent 7&frac12; uren te <i>St. Maure</i>, een steedje, waar wij ons avondmaal en nachtverblijf moesten houden; hebbende heden 9&frac12; post afgelegd. Voor den gewonen prijs
+van &pound; 3&#8211;10-: hadden wij een vrij goed avondmaal en ligging, doch konden van de laatste niet lang gebruik maken: alzoo wij
+den 6 dezer, &#8217;s morgens om 3 uren, weder voort reisden. Het had wat gevrozen, en deed zulks nog, toen wij afreden. De zon
+ging helder op, en het was een schoone herfstmorgen. Langs den weg stonden eenige ijpenboomen; men was bezig met de bladeren
+van dezelve aftestroopen; zij dienen tot voeder voor het vee, niet omdat het gras of ander <a id="d0e16010"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16010">520</a>]</span>voedsel thans buitengewoon schaars is, maar omdat men meent dat deze bladeren goed en gezond zijn, inzonderheid voor de koeijen,
+welke dezelve ook gaarne lusten. Ik geloof toch, dat indien men hier even zoo als in <i>Bataafsch</i> en <i>Fransch Braband</i>, rapen en spurrie zaaide op de zoogenaamde korenstoppelen, zulks veel voordeeliger en beter zou zijn; doch zoo als ik reeds
+gezegd heb, over het algemeen is &#8217;er aan den landbouw in <i>Frankrijk</i> nog veel te verbeteren. Hier en daar zijn wel Landbouwkundige Genootschappen, welke bespiegelingen maken, prijsvragen uitgeven,
+en boeken schrijven; doch de landman kan dikwijls niet lezen<a id="d0e16021src" href="#d0e16021" class="noteref">8</a>, of zoo hij het al kan, heeft hij &#8217;er den tijd en den lust niet toe, en blijft ook liever zoo maar op den ouden voet voortslenteren,
+daar eene nieuwe behandeling doorgaans in het begin meerder moeite, althans meerder oplettenheid, en somtijds ook eenige onkosten
+veroorzaakt. Landbouwkundige Genootschappen zijn dan wel goed, en zelfs zeer goed, doch zij moesten, mijns bedunkens, de <i>practijk</i> bij de <i>theorie</i> voegen, en ieder genootschap moest ook tevens eenige morgens akkerland onder den ploeg hebben, tot bosch aanleggen, en van
+tijd tot tijd die streken gaan bezoeken, welke het meeste verbetering behoeven, aldaar eenigen tijd verblijven, en met de
+landlieden en hunne gebruiken kennis maken. In <i>Duitschland</i> <a id="d0e16036"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16036">521</a>]</span>reizende, zag ik daar op sommige plaatsen Predikanten die in der daad boeren waren; doch zij hebben met dat al doorgaans eene
+beschaafde opvoeding en opleiding tot me&ecirc;r andere wetenschappen dan de Godgeleerdheid alleen, gehad. Men vindt daar zeer hupsche
+en achtingwaardige Patriarchen onder; en welke zich niet door hunne opgeblazenheid, maar alleen door meerdere deugd en eenvoudige
+kunde van hunne gemeente trachten te onderscheiden, en alzoo bij dezelven zeer bemind zijn. Zou men niet weldoen, van dit
+voorbeeld aangaande onze Predikanten, Pastoren en Dorpschoolmeesters te volgen; was het niet nuttiger dat de eerstgenoemden
+zich op de Hooge Schole, op de studie van den landbouw, dan op die der Hebreeuwsche en Chaldeeuwsche talen toeleiden, en zou
+men bij het doen der examens, geene bewijzen van hunne kundigheid hier omtrent kunnen vorderen, gelijk ook van de Dorpschoolmeesters?
+Ik deel u deze aanmerking mede, omdat mij dunkt, dat gij dienaangaande wel eens een voorstel bij de Maatschappij <i>tot Nut van &#8217;t Algemeen</i> zoudt kunnen doen. Doch keeren wij tot mijne reisbeschrijving weder terug. Langs een&#8217; goeden weg, en door een aangename landstreek,
+kwamen wij, om de koude meestal wandelende, te <i>Montbazon</i>, een niet onaardig stadje, en dat een welvarend voorkomen heeft. Bij hetzelve ziet men de overblijfsels van eene oud Kasteel,
+en een fraaije steenen brug over de kleine rivier <i>l&#8217;Indre</i>. En nu komt men aan de bekoorlijke toegangen van <i>Tours</i>; <a id="d0e16050"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16050">522</a>]</span>van de hoogte heeft men een verrukkelijk gezigt op dezelve, en de aangename landouw, waarin zij gelegen is. Daar de wagen
+om eene brug, welke men herstelde, verpligt was een&#8217; kleinen omweg te maken, verkozen wij, om langs den gewonen weg, zijnde
+een fraaije laan, een groot kwartier uurs lang, naar de stad te wandelen; aan het eind van deze laan komt men door een mooi
+ijzer hek in dezelve en die hier nooit geweest is, staat verwonderd over het fraaije, nette en regelmatige van dit gedeelte
+van de stad: zijnde een vrij lange en breede straat, aan beide zijden met verheven en wel gestraatte voetpaden, en zeer fraaije
+huizen van gehouwene steen, in eene geregelde en sierlijke order gebouwd. Wij kwamen hier om 9&frac12; uur &#8217;s morgens aan. <i>Tours</i> is, langs den weg dien wij gekomen waren, 48&frac34; post van <i>Bordeaux</i>. De postwagen vertoeft &#8217;er, om het middagmaal te houden, en ik voornemens zijnde, om hier een paar dagen te blijven, nam
+mijn intrek in het <i>Hot&egrave;l d&#8217;Espagne</i>, hetzelfde, waar de passagiers van den postwagen spijzigen.
+
+</p>
+<p>De fraaije straat, waarin verscheidene mooije winkels en Koffijhuizen zijn, doorgaande, komt men regt over dezelve aan een
+der schoonste steenen bruggen van <i>Frankrijk</i> over de <i>Loire</i>, die hier vrij breed is, gelegen; zij is niet boogsgewijze maar plat (<i>horisontal</i>) gebouwd, en rust op 15 bogen, waar van &#8217;er door den ijsgang in de winter van 1790, vier verwoest zijn; dit gedeelte is in
+hout weder hersteld, doch thans is men bezig om hetzelve weder <a id="d0e16072"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16072">523</a>]</span>in zijnen vorigen staat te brengen. Eer dat men van den kant van de stad op de brug gaat, heeft men eene fraaije plaats, waarop
+aan den eenen kant het Stadhuis, en aan den anderen de voorgevel (<i>facade</i>) voor een gebouw, in denzelfden smaak, om eene regelmatige gedaante aan deze plaats te geven; dit laatstgenoemde gebouw staat
+al sedert verscheidene jaren onvoltooid. Wat verder, aan beide zijden, zijn <i>terrassen</i>, die men met eenige trappen beklimt; zij zijn met eenige rijen jonge boomen beplant, en langs dezelven zijn op eene regelmatige
+wijze een groot aantal kleine winkels gemaakt, om, ten tijde van de kermis, tot kramen voor de Kooplieden te dienen. Aan het
+eind van deze terrassen zijn fraaije getimmertens, dienende voor Koffijhuizen; van deze terrassen langs de plaats tot aan
+de brug, zijn steenen leuningen (<i>balustrades</i>), waarop eenige groote bloempotten (<i>vases</i>) van wit marmer staan. Op de brug zelve, heeft men een allerschoonst gezigt, op een gedeelte van de stad, en een lange dreef
+met populieren beplant, aan het eind van de kaai, de met boomen beplante eilanden in de <i>Loire</i>, en de heuvels, wijnbergen, buitenplaatsen en dorpen aan den overkant.
+
+</p>
+<p>Na den middag ging ik eene wandeling buiten de stad aan den overkant der rivier doen; de landstreek is hier allerliefst, en
+het is niet zonder reden, dat men het voormalig <i>Touraine</i>, waar van <i>Tours</i> de Hoofdstad was, den tuin van <i>Frankrijk</i> (<i>le Jardin de la France</i>) noemde. In de heuvels langs de rivier, <a id="d0e16103"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16103">524</a>]</span>heeft men hier en daar kelders gemaakt, dienende tot bergplaatsen voor den wijn, en verder op hebben zelfs de menschen woningen
+in de <span id="d0e16105" class="corr" title="Bron: rot sen">rotsen</span>. Op de hoogtens klimmende, heeft men hier en daar zeer fraaije en schilderachtige gezigten, vooral ook bij de voormalige
+Abdij <i>Marmoutier</i>, in de voorstad <i>St. Symphorien</i>, aan den regteroever van de <i>Loire</i> gelegen, en welke Abdij voor de oudste van het westen gehouden wordt; als zijnde door <span class="smallcaps">St. Martin</span> <i>de Tours</i> in 371 gesticht<a id="d0e16123src" href="#d0e16123" class="noteref">9</a>; zij is echter nog niet vele jaren geleden op eene prachtige wijze bijgebouwd. De rotsen, oude muren, enz. maken hier eene
+zeer romaneske vertooning. Verder landwaards inwandelende, zag ik veel wijngaarden, en men was hier en daar nog drok met den
+wijnoogst bezig. De wijnen hier omstreeks, vooral die van <i>Vouvrai</i>, hebben nog al eenigen roem, en worden over <i>Nantes</i> ook wel naar ons Vaderland gezonden, waar zij onder den naam van <i>Tours</i>-wijnen <a id="d0e16141"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16141">525</a>]</span>bekend zijn. Deze landstreek levert ook vele vruchten en vooral pruimen op; de laatstgenoemde worden in eene groote hoeveelheid
+gedroogd, en maken een&#8217; voornamen tak van koophandel uit<a id="d0e16143src" href="#d0e16143" class="noteref">10</a>. In de <i>Meijerij van &#8217;s Bosch</i> wonende, heb ik ook me&ecirc;r dan eens van die vruchten, die dikwijls zeer overvloedig zijn, laten droogen; en bevonden, dat,
+indien &#8217;er behoorlijke zorg voor gedragen wordt, men die bij ons ook al zeer goed kan hebben. In <i>Gelderland</i> is dit ook nog al gebruikelijk, doch over het algemeen maakt men anders van het aankweeken en droogen van deze gezonde vrucht
+bij ons niet veel werk, en wij moeten die ook al weder veel van vreemden krijgen<a id="d0e16155src" href="#d0e16155" class="noteref">11</a>.
+
+</p>
+<p>Den 7 dezer, &#8217;s morgens vroegtijdig uitgaande, vond ik het koud; het had dezen nacht weder een weinig gevrozen. Buiten het
+ijzeren hek, waar wij in gekomen waren, heeft men aan beide zijden ook beplante wandelingen; doch de boomen zijn nog zeer
+<a id="d0e16160"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16160">526</a>]</span>jong. Den wal omgaande, zag ik verscheidene moestuinen, waarin de groentens zoo goed stonden, dat ik ze maar zeldzaam zoo
+in <i>Frankrijk</i> gezien heb. De wandeling door de Italiaansche populieren laan<a id="d0e16165src" href="#d0e16165" class="noteref">12</a> langs de rivier, welke me&ecirc;r dan een kwartier uurs lang is, is zeer aangenaam. Van daar te rug komende, zag ik op de kaai,
+<i>le Quai du vieux pont</i><a id="d0e16170src" href="#d0e16170" class="noteref">13</a> genaamd, een oude sterkte met torens, en meende de overblijfsels van muren, daar hetzelve opgebouwd was, voor Romeinsch werk
+te moeten erkennen; zijnde op dezelfde wijze gemetseld als het zoogenaamde <i>Palais Galli&euml;n</i> te <i>Bordeaux</i>, en te <i>Poitiers</i>. Deze overblijfsels van muren strekken zich een eindje langs deze kaai uit, en vervolgens in de stad tot aan het Aartsbisdom.
+Dit Aartsbisdom schijnt een fraai gebouw; boven de poort van hetzelve las ik <i>Mus&eacute;e</i>; doch vernam tevens, dat men thans bezig was met hetzelve naar een ander gebouw te verplaatsen, alzoo zijne Hoogwaardigheid
+de nieuw <a id="d0e16185"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16185">527</a>]</span>aangestelde Aartsbisschop, zich hier had neder gezet. De Hoofdkerk, die hier bijstaat, is een trotsch Gothisch gebouw, pronkende
+met twee torens; het is ook, zoo men wil, door den reeds genoemden <span class="smallcaps">St. Martin</span><a id="d0e16189src" href="#d0e16189" class="noteref">14</a> in de 4de eeuw gesticht; &#8217;er plagt een <a id="d0e16209"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16209">528</a>]</span>boekerij bij dezelve te zijn, waarin zeer oude en merkwaardige handschriften, op een soort van lessenaars, aan ketenen vastgeklonken
+lagen. Merkwaardige beelden of schilderijen zag ik in deze Kerk niet, maar het geen ik zonderling vond, was dat de vloer voor
+en achter verheven gemaakt was: zoo dat men &#8217;er met eenige trappen opklom, en naar het midden, waar het groot altaar stond,
+afhelde; even eens als een staanplaats of <i>parterre</i> in een&#8217; Schouwburg. Men ziet duidelijk, dat dit niet aanvankelijk, maar eerst in latere tijden gemaakt is.
+
+</p>
+<p>Ik herinnerde mij, van kort voor mijn vertrek van <i>Parijs</i>, aldaar in de vergadering van een Genootschap van Geletterden en Kunstenaars, genaamd <i>Soci&eacute;t&eacute; Philotecnique</i> te hebben hooren spreken van een overblijfsel der oudheid, dat omstreeks deze stad nog moest bestaan, en dat naar het gevoelen
+van oudheidkundigen, een tempel der <i>Dru&iuml;den</i> zou geweest zijn<a id="d0e16225src" href="#d0e16225" class="noteref">15</a>; om dien aangaande nader onderrigting te bekomen, vervoegde ik mij bij den opzigter (<i>conservateur</i>) van het Museum alhier, die de vriendelijkheid <a id="d0e16236"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16236">529</a>]</span>had van mij de plaats, alwaar het bestond, naauwkeurig te beduiden. Het Museum kon ik niet zien, omdat, men bezig met verhuizen
+zijnde, alles nog overhoop lag; doch ik vernam van gemelden Heer, dat deze verzameling meestal bestond uit eenige schilderijen,
+beelden, enz. die men in de Kerken en Kloosters had gevonden, benevens eenige weinige oudheden. Ik meende dan te moeten besluiten,
+dat, indien &#8217;er vooral onder de schilderijen stukken van den eersten rang geweest waren, men dezelve denkelijk naar de galerij
+van <i>Parijs</i> zou hebben overgevoerd, en ik begreep wel, dat ik door dit Museum niet te kunnen bezigtigen, weinig verloor<a id="d0e16241src" href="#d0e16241" class="noteref">16</a>.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/viii008.gif" alt=""><p></p>
+<div class="table">
+<table width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top">A Inwendig gedeelte.
+<br>B Voorportaal.
+
+</td>
+<td valign="top">A Achterste Deksteen.
+<br>B Middelste Deksteen.
+<br>C Deksteen aan den kant van den Ingang.
+</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Vroegtijdig gegeten hebbende, haastte ik mij, om den tempel der <i>Dru&iuml;den</i> te gaan opzoeken, daar dezelve omtrent twee uren van de stad afgelegen is. De hoogte aan den anderen kant van de <i>Loire</i>, tegen over de brug <i>la Tranch&eacute;e</i> genaamd, opklimmende, wandelde ik langs een&#8217; vrij aangenamen weg, tot het Dorp <i>la Membrolle</i>, en nam, hetzelve door zijnde, links den weg naar het Kasteel <i>le Plessis les Tours</i><a id="d0e16278src" href="#d0e16278" class="noteref">17</a>; het geen nog een goed eindje is; eer men <a id="d0e16290"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16290">530</a>]</span>aan dat Kasteel komt, staat de vermeende Dru&iuml;dentempel (bij de landlieden in deze streek onder den naam van <i>Grotte</i>, of <i>Maisson des F&eacute;es</i> bekend) aan het eind van een akker, aan de regter hand; een landmeisje, dat ik daar omtrent ontmoette, wees mij denzelven
+aan. Het is een langwerpig vierkant van onmatig groote ruwe steenen gemaakt; acht van dezelven over eind staande, maken de
+zijmuren rondom uit; zij zijn, hoewel zeer ongelijk, naar gissing 2 &agrave; 3 voeten dik, 5&frac12; &agrave; 6 hoog boven den grond, waar zij
+een weinig in stonden, en van onderscheidene breedte; de negende steen aan den ingang staande, en die met een andere die dwars
+in de zijwanden geplaatst is een soort van voorportaal maakt, is kleiner: dit soort van gebouw is gedekt door drie steenen,
+die nog grooter en dikker zijn dan de anderen<a id="d0e16298src" href="#d0e16298" class="noteref">18</a>. Ik klom &#8217;er boven op, om denzelven aftredende te meten; die aan den kant van den ingang, is ruim 5 treden in de breedte
+van het gebouw en 4 lang; de middelste heeft genoegzaam dezelfde breedte, doch is maar 3 treden lang, en de achterste is 4
+treden breed en 3 lang; de dikte van den middelsten steen is aan den eenen kant (naar gissing) 3&frac12; voet, en aan den anderen
+omtrent 5; de twee anderen zijn minder dik, hier en daar staken de deksteenen over de <a id="d0e16303"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16303">531</a>]</span>zijwanden uit. Inwendig was het omtrent 11 treden lang, te weten het voorportaal omtrent 3, en <a id="d0e16305"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16305">532</a>]</span>het overige gedeelte 8, de breedte was 3 treden; bij den ingang waren eenige boomen geplant, boven op en ter zijde groeide
+hier en daar een weinig mos en gras. De steenen van eene grijsachtige kleur zijn van de soort, die in de steengroeven hieromstreeks
+gevonden wordt; zij schijnen in &#8217;t geheel niet bewerkt, maar, zoo als zij uit die groeven gekomen zijn, hier geplaatst. Ondertusschen
+moet het geen geringen arbeid gekost hebben, om zulke verbazende zware brokken hier na toe en op elkanderen te krijgen; en
+zij, die dat gedaan hebben, moeten toch, dunkt mij, eenig denkbeeld van de werktuigkunde gehad hebben; hoe zeer het schijnt
+dat zij geen Steenhouwers of Bouwmeesters geweest zijn. Mijne kundigheden niet toereikende zijnde, om te beslissen in hoe
+verre het denkbeeld, dat dit gebouw een tempel of offerplaats der Dru&iuml;den zou geweest zijn<a id="d0e16307src" href="#d0e16307" class="noteref">19</a> al dan niet gegrond is, zal ik hier alleenlijk bijvoegen, dat &#8217;er in <i>Frankrijk</i> me&ecirc;rder gelijke opgerigte steenen gevonden worden, onder anderen in het Departement <i>l&#8217;Aveiron</i>; doch zij zijn veel kleiner en bestaan doorgaans slechts uit vier steenen, namelijk drie rondom en een boven op. Volgens
+<span class="smallcaps">Monteil</span>, Hoogleeraar <a id="d0e16325"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16325">533</a>]</span>in de Geschiedkunde, die een beschrijving van dat Departement in het licht heeft gegeven<a id="d0e16327src" href="#d0e16327" class="noteref">20</a>, zouden &#8217;er na bij herhaling te hebben gegraven, lijkbussen, wapenen en gedenkpenningen in gevonden zijn, waarom hij waarschijnlijker
+vindt, dat het gedenkteekens van grafsteden zijn. Ik vroeg &#8217;er een landman, hier omstreeks wonende, na, doch hij zeide &#8217;er
+niets anders van te weten, dan dat hij wel van zijn&#8217; grootvader had hooren zeggen, dat het sedert eeuwen bestond; ondertusschen
+kon ik wel merken, dat hij &#8217;er een bovennatuurlijk denkbeeld aan hechte zoo als dit ook uit de benaming van <i>Grotte de F&eacute;es</i> blijkt; en ik houde mij verzekerd, dat &#8217;er de boer niet gaarne een nacht alleen in doorgebragt zou hebben. Ongetwijfeld,
+indien het niet zoo stevig was, zou het lang verwoest geweest zijn; doch dat zou niet gemakkelijk genoeg gaan, om ter sluips
+te kunnen geschieden.
+
+</p>
+<p>Langs een&#8217; anderen vrij aangenamen weg, voorbij akkers en wijngaarden, keerde ik weder naar <i>Tours</i> terug. Het gezigt dat men boven aan den weg <i>la Tranch&eacute;e</i>, staande over de brug, door de fraaije straat van <i>Tours</i>, en vervolgens door de regte laan, tot tegen de andere hoogte, heeft, is schoon.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds in een Koffijhuis gaande, vond ik daar wel 30 menschen bezig met lotto-spelen; ieder tuurde aanhoudend op de kaarten,
+die hij voor zich had <a id="d0e16366"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16366">534</a>]</span>liggen, terwijl de hospes de nommers oplas;&#8212;welk een ellendig tijdverdrijf! ook was het hier voor iemand, die niet mede speelde,
+niet om uit te houden.
+
+</p>
+<p>Het vervolg en slot van mijn reisverhaal, zend ik u bij eene volgende gelegenheid.&#8212;Vaarwel!
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15613" href="#d0e15613src" class="noteref">1</a></span> Te <i>Parijs</i> en in de voorname steden heeft men thans <a id="d0e15618"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15618">164n</a>]</span>de gewoonte, om maar twee maaltijden daags te houden, te weten het ontbijt om 10, 11 of 12, en het middagmaal om 4, 5 of 6
+uren. Te <i>Bourdeaux</i> was het doorgaans 4&frac12; uren eer wij aan tafel gingen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15638" href="#d0e15638src" class="noteref">2</a></span> En onze Turfveenen zullen die eeuwig duren?&#8212;<a id="d0e15640"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e15640">507</a>]</span>Ondertusschen wordt ook bij ons het aanleggen van bosschen verwaarloosd, en het is als of men meent, dat men heden planten
+en morgen kappen kan. In <i>Frankrijk</i> is de turf genoegzaam niet bekend; men maakt &#8217;er toch eene soort van turven van de run, die de looijers gebruikt hebben.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15689" href="#d0e15689src" class="noteref">3</a></span> Ook maakt men bijzonder veel werk van ons fraai papier (<i>papier de Hollande</i>) en de boeken daar op gedrukt, moet men duur betalen. Ons postpapier is <i>te Parijs</i>, en elders in <i>Frankrijk</i> zeer veel in gebruik; en wij zelve laten, &ocirc; schande! nog <i>Engelsch</i> papier inkomen!
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15803" href="#d0e15803src" class="noteref">4</a></span> Men leest hier voor een Koffijhuis: <i>Caff&eacute; des Antiquit&eacute;s Romaines</i> of iets diergelijks.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15858" href="#d0e15858src" class="noteref">5</a></span> Zie het bijgevoegd gezigtje.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15873" href="#d0e15873src" class="noteref">6</a></span> Een aanzienlijk burger dezer stad, zijnde een redelijke Roomschgezinde, bevestigde mij zulks, en bragt dien aangaande eenige
+voorbeelden bij, terwijl ik met dien man een paar dagen op reis was.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e15983" href="#d0e15983src" class="noteref">7</a></span> Deze rivier scheidt hier het Departement <i>de la Vienne</i> van dat van <i>l&#8217;Indre et Loire</i>. Aan dezelve, omtrent anderhalf uur van de brug, ter regterzijde als men van <i>Poitiers</i> komt, ligt een steedje dat <i>la Haye</i>, even eens als ons <i>&#8217;s Gravenhage</i>, in het <i>Fransch</i> genaamd wordt. De beroemde <span class="smallcaps">Ren&eacute; Descartes</span>, die ook lang in ons Vaderland gewoond heeft, werd aldaar den 31 Maart 1596 geboren.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16021" href="#d0e16021src" class="noteref">8</a></span> In <i>Frankrijk</i>, zoo wel als bij ons, treft men vele landlieden aan, die niet lezen of schrijven kunnen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16123" href="#d0e16123src" class="noteref">9</a></span> Het ware te wenschen, dat zoo vele Pausen, Bisschoppen en andere Geestelijken der Roomsche Kerk, altijd den geest van verdraagzaamheid
+van dien Heilige hadden nagevolgd en nog navolgden; want men vindt van hem aangeteekend, dat hij, in de 4de eeuw levende,
+weigerde, om gemeenschap te hebben met de Bisschoppen, die den van ketterij beschuldigden <span class="smallcaps">Priscilianus</span> ter dood wilden veroordeeld hebben.&#8212;Zulk een Heilige behoorde niet gelijk gesteld te worden met een&#8217; <span class="smallcaps">Dominicus</span> en diergelijke afschuwelijke vervolgers.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16143" href="#d0e16143src" class="noteref">10</a></span> Zij worden veel in kleine nette mandjes en ook in kistjes verzonden, en <i>Pruneaux de Tours</i> genaamd.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16155" href="#d0e16155src" class="noteref">11</a></span> Ieder klaagt thans bij ons over den slechten tijd, en waarlijk niet zonder reden;&#8212;de Patriotten krijgen van velen de schuld,
+doch daar zit de knoop niet&#8212;geen land is &#8217;er misschien afhankelijker van de omstandigheden dan het onze, dit moeten wij trachten
+te verhelpen, zoo veel mogelijk onze behoeften tot het geen onder ons bereik is bepalen, en maken, dat wij geen honger behoeven
+te lijden, als men ons de zee betwist.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16165" href="#d0e16165src" class="noteref">12</a></span> Zoude deze fraaije en vooral op lage gronden weelderig groeijende boomen, langs onze weilanden geplant, geen dubbel nut doen;
+vooreerst door het voordeel, dat zij de eigenaars zouden aanbrengen, zonder voor het gras hinderlijk te zijn, en ten tweede
+door de schaduw, die zij het vee zouden bezorgen?
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16170" href="#d0e16170src" class="noteref">13</a></span> Kaai van de oude brug, van welke brug men nog eenige overblijfsels in de rivier ziet. De ingang van de stad door een poort
+was, toen over dezelve en bij deze sterkte.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16189" href="#d0e16189src" class="noteref">14</a></span> Van <span class="smallcaps">St. Martin</span> sprekende, moet ik u het volgende nog vertellen: die Heilige bij de eerste Christenen onder de <i>Gaulen</i>, in een groot aanzien zijnde, wijdde <span class="smallcaps">Clovis</span>, grondlegger van de <i>Fransche</i> Monarchie, hem, na dat hij reeds verscheidene jaren overleden was, een paard, waarop die gelukkige geweldenaar reeds verscheidene
+veldslagen gewonnen had, gevende hetzelve aan den opvolger en verdere discipelen van den opgemelden heilige; doch wilde het
+naderhand, misschien om nog meerdere overwinningen te behalen, weder terug hebben, en bood &#8217;er 100 stukken gouds voor; men
+scheen hier niet tegen te hebben, doch ziet het paard wilde geen&#8217; voet verzetten; en was, in we&ecirc;r wil van de zweep, sporen
+en zelfs de haver, die men het aanbood, maar van de plaats niet aftebrengen. <span class="smallcaps">Clovis</span> meenende, dat de verstorven heilige met de geboden som, voor de Kerk, geen genoegen nemende, hem die poets speelde, bood
+me&ecirc;r en me&ecirc;r, tot vijfmalen toe, eindelijk neemt het paard een&#8217; sprong en galoppeert met zijn Majesteit de Kerk (want daar
+gebeurde het geval) uit; en nu riep de menigte, die dit had aangezien: &ocirc; Wonderwerk!&#8212;En hoe denkt gij dat zich dit had toegedragen?&#8212;zeer
+eenvoudig: men had het paard gezet op een houten vloer, die in deze Kerk gemaakt was, en hetzelve door middel van vier schroeven,
+die in de ijzers kwamen, daarop vastgemaakt; zoodra &#8217;er geld genoeg geboden was, draaiden eenige Geestelijken, (want aan anderen
+<a id="d0e16206"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16206">187n</a>]</span>hebben zij zekerlijk hun geheim niet vertrouwd) onder die vloer verborgen, de schroeven los,&#8212;en zie daar een wonderwerk.&#8212;Zouden
+de meesten van die soort niet op diergelijke wijze geschieden?
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16225" href="#d0e16225src" class="noteref">15</a></span> <span class="smallcaps">Vaux de Launay</span> heeft in de zitting van dat Genootschap van den 19 <i>Messidor an XII.</i> (8 Julij 1804) daar over een Vertoog gedaan; doch het is tot nog toe, voor zoo verre mij bekend is, niet gedrukt.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16241" href="#d0e16241src" class="noteref">16</a></span> Door dezen Heer werd ik ook in mijn gevoelen aangaande de overblijfsels van <i>Romeinsche</i> muren alhier, waarvan ik hier voor gesproken heb, bevestigd.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16278" href="#d0e16278src" class="noteref">17</a></span> <span class="smallcaps">Lodewijk</span> de XI, die veel smaak vond in dit oord, bouwde hetzelve, bragt &#8217;er een gedeelte van zijn leven op door, en overleed &#8217;er in
+1483, in den ouderdom van 60 <a id="d0e16282"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16282">189n</a>]</span>jaren. Hij was de eerste die den tijtel voerde van allerchristelijksten Koning (<i>Roi tres chretien</i>)<span id="d0e16287" class="corr" title="Bron: ">.</span></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16298" href="#d0e16298src" class="noteref">18</a></span> Ik schets de gedaante hier met de pen, zoo goed mij doenlijk is af, om &#8217;er u een denkbeeld van te geven, <a id="d0e16300"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16300">190n</a>]</span>te me&ecirc;r, omdat ik niet weet dat &#8217;er eene afteekening of naauwkeurige beschrijving van bestaat.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16307" href="#d0e16307src" class="noteref">19</a></span> De Dru&iuml;den waren Priesters en Regters onder de oude <i>Gaulers</i>; tot hunne Godsdienstige plegtigheden behoorden de afgrijsselijke menschenoffers; ook hadden zij eene soort van eerbied voor
+een bijgewas op de eikenboomen (<i>Fiscum</i>), en sneden het op eene plegtige wijze met een gouden sikkel af.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16327" href="#d0e16327src" class="noteref">20</a></span> <i>Description du Departement de l&#8217;Aveiron, par</i> <span class="smallcaps">A. A. Monteil</span> <i>etc. Paris</i> <span class="smallcaps">Fuchs</span> <i>et</i> <span class="smallcaps">Desenne</span> <i>an X</i>.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e16370" class="div1">
+<h2>Vijf en Twintigste Brief.</h2>
+<p class="alignright"><i>Parijs, 16 October.</i>
+
+</p>
+<p>Den 8<sup>en</sup> dezer verliet ik <i>Tours</i>, na alvorens nog eens rond gewandeld te hebben. Over het geheel is deze stad niet onaangenaam bebouwd, doch de overige straten
+zijn op verre na zoo fraai niet als die, waarvan ik u reeds gesproken heb. Men is nog bezig met &#8217;er nieuwe aanteleggen, ter
+plaatse waar voorheen een groot gebouw, dat een Kerk of Klooster was, stond; en dit gedeelte van de stad zal daar door aanmerkelijk
+verfraaid worden. Voor de omwenteling was hier ook eene menigte Kerken en Kloosters; geen wonder, het is een goede en vruchtbare
+landstreek<a id="d0e16385src" href="#d0e16385" class="noteref">1</a>. De zijdenstoffen fabrieken zijn vooral sedert de herroeping van het Edict van <a id="d0e16391"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16391">535</a>]</span><i>Nantes</i> aanmerkelijk in deze stad verminderd, zoo wel als het getal der ingezetenen, dat thans maar op 21,000 begroot wordt, voorheen
+waren &#8217;er bijna eens zoo veel.&#8212;Zie daar de gevolgen van de onverdraagzaamheid en vervolgzucht!&#8212;Behalve onderscheidene soorten
+van Damasten, voorheen zeer veel in gebruik, is de stof bij ons bekend onder den naam van <i>gros de Tours</i>, van hier afkomstig. &#8217;Er zijn ook eenige le&ecirc;rlooijerijen.
+
+</p>
+<p>Thans is <i>Tours</i> de hoofdstad van het Departement <i>l&#8217;Indre et Loire</i>, en is zekerlijk, wat de gelegenheid aanbelangt, een der fraaiste en aangenaamste steden van <i>Frankrijk</i>.
+
+</p>
+<p>De onder anderen door de verzen van <span class="smallcaps">Voltaire</span> beruchte <span class="smallcaps">Agnes Sorel</span> is in dit Departement geboren; ondertusschen verwondert het mij, dat men nog heden te <i>Tours</i> een straat naar die bijzit van <span class="smallcaps">Karel</span> den VII. noemt, en dien naam op den hoek van dezelve geschreven ziet, zonder dat men die na de omwenteling schijnt uitgewischt
+te hebben. Zoo onregtvaardig zijn de menschen, een vrouw die met een zoogenaamd gemeen man buiten het huwelijk leeft, overlaadt
+men met smaad en verachting, terwijl men de bijzitten van Vorsten of Grooten eer bewijst; de eene wordt in het spinhuis, en
+de andere naast den troon geplaatst. Op dezelfde wijze gaat het in zoo vele andere gevallen, de eene, bij voorbeeld, eene
+verandering in de regering of het staatsgestel van zijn land willende bewerken, sterft als een oproermaker op het schavot,
+en de andere <a id="d0e16423"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16423">536</a>]</span>die hetzelfde doet, maar gelukkiger is, leeft omringd van magt en gezag.&#8212;Hier ligt het grijze hoofd van <span class="smallcaps">Oldenbarneveld</span> aan de voeten van den scherpregter, en daar doet <span class="smallcaps">Maurits</span> in Vorstelijken tooi zijn trots en heerschzucht gelden.
+
+</p>
+<p>Met me&ecirc;r regt mag dit Departement dan roem dragen (behalve op <span class="smallcaps">Descartes</span>) op den vermaarden hekelachtigen schrijver en wijsgeer <span class="smallcaps">Rabelais</span>, van wien ik reeds, over <i>Montpellier</i> handelende, sprak; en die te <i>Chinon</i>, een stadje niet ver van <i>Tours</i>, geboren werd. Men verhaalt van <span class="smallcaps">Rabelais</span>, dat hij den Kanselier <span class="smallcaps">Duprat</span>, die onder de regering van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XII. en <span class="smallcaps">Franciscus</span> den I. geleefd heeft, willende spreken, en wel wetende dat het niet gemakkelijk was, om de groote Heeren te naderen, den
+portier in het <i>Latijn</i> aansprak; deze hem niet begrijpende riep den kamerdienaar, en <span class="smallcaps">Rabelais</span> sprak <i>Grieksch</i>; vervolgens kwam de eerste klerk van het secretarij en hij sprak <i>Hebreeuwsch</i>; de Secretaris voorkomende, liet hij zich in het <i>Syrisch</i> hooren; eindelijk kwam de Kanselier zelve, en <span class="smallcaps">Rabelais</span> deed zijne boodschap in het <i>Fransch</i>, met bijvoeging van de reden, waarom hij met zooveel taalgeleerdheid voor den dag was gekomen, waar over de Minister dan
+ook hartelijk lagchte.
+
+</p>
+<p>Daar de plaatsen op de gewone postwagens reeds besproken waren, zelfs voor den volgenden dag, (want de aanstaande krooningsplegtigheden
+te <i>Parijs</i>, trekken daar nog al nieuwsgierigen naar toe) bleef mij niets overig, dan met een fourgon van de <i>Velocif&egrave;res</i><a id="d0e16488src" href="#d0e16488" class="noteref">2</a> <a id="d0e16499"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16499">537</a>]</span>te vertrekken. Hoe ongaarne ik dit ook deed, om dat dit rijtuig niet over <i>Orleans</i> maar over <i>Chartres</i> rijdt, besloot ik &#8217;er echter nog te me&ecirc;r toe, omdat het weder zeer regenachtig was, en het zich niet liet aanzien, dat ik
+veel in de omstreken van <i>Tours</i> zou kunnen wandelen, indien ik daar nog al een paar dagen was gebleven. Ook wilde ik toch wel eens met die nieuwe rijtuigen
+reizen, hoe weinig verwachting ik &#8217;er ook, zoo dra ik dezelve maar gezien heb, van had, en in dat denkbeeld nog dagelijks
+bevestigd werd. Ik betaalde in de <i>cabriolet</i> van de <i>fourgon</i><a id="d0e16515src" href="#d0e16515" class="noteref">3</a>, die even zoo gemakkelijk is als die van de <i>Velocif&egrave;res</i> zelve, van <i>Tours</i> tot <i>Parijs</i> voor iedere plaats &pound; 39&#8211;:&#8211;:. Wij vertrokken tegen den middag, omdat &#8217;er den <a id="d0e16536"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16536">538</a>]</span>vorigen dag reeds iets aan het rijtuig gebroken was, dat hier hersteld moest worden, anders had het &#8217;s morgens zeer vroegtijdig
+al moeten vertrekken.
+
+</p>
+<p>De landstreek een eindje buiten <i>Tours</i>, over de hoogte en door het dorp <i>Monneye</i>, is zeer eenzelvig, zijnde meest korenakkers, en dus het gezigt niet aangenaam.&#8212;Zij schijnt ook niet zeer bevolkt, althans
+ik zag &#8217;er zeer weinig woningen; de weg is met opgeworpen keitjes gemaakt; op sommige plaatsen was men daar mede bezig; hij
+werd omtrent 1&frac12; voet uitgegraven, in deze groef een bedding van keijen gelegd en vervolgens met kleine keitjes gevuld. De
+toegangen van <i>Chateau Regnault</i>, zijn nog al aangenaam; langs den weg heeft men Italiaansche populieren en weilanden. Dit steedje ligt aan het riviertje
+<i>le Brenne</i>, 4 posten van <i>Tours</i>; inwendig ziet het &#8217;er slordig en onaangenaam uit, behalve de overblijfsels van een oud Kasteel op eene hoogte gelegen, is
+&#8217;er nog een ander, dat in veel later tijden schijnt gebouwd te zijn.&#8212;De weg wordt slecht, en de landstreek levert niets merkwaardigs
+op; ondertusschen begon het donker te worden, en wij kwamen omtrent ten 9 uren te <i>Vendome</i>, waar de Postillon bij het inrijden van de poort ons bijna omver wierp; nu het was &#8217;er ook zeer donker, want lantaarns schijnen
+hier in geen gebruik. In de herberg, daar wij afstapten, om het avondmaal te neemen, wachtte men de <i>Velocif&egrave;re</i> die van <i>Parijs</i> moest komen, nog met het middagmaal; na dat wij gegeten hadden kwam zij eerst <a id="d0e16564"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16564">539</a>]</span>aan. Vele menschen waren hier dronken van den nieuwen wijn, dien men voor twee <i>sols</i> de fles verkocht. <i>Vendome</i> is 7&frac12; post van <i>Tours</i>. Daar wij &#8217;er dien zelfden avond om 11 uren weder van daan reden, zag ik &#8217;er genoegzaam niets van, doch was &#8217;er ook, naar
+ik vernam, niet veel bijzonders op te merken. Het is de tweede stad in rang van het Departement <i>Loir</i><a id="d0e16577src" href="#d0e16577" class="noteref">4</a> <i>et Cher</i>, en aan de eerstgenoemde kleine rivier gelegen. Zij bevat ruim 6200 inwoners. Men maakt &#8217;er veel handschoenen voor <i>Parijs</i>, en eenige wollen stoffen; het omliggende landschap <i>Vendomois</i> genaamd is vrij vruchtbaar in granen en eenig ooft; de wijnen die &#8217;er geteeld worden dienen genoegzaam alleen voor het gebruik
+van de bewoners. Gelukkig was het nog al sterrelicht en de weg werd beter. Daar het rijtuig zoo lang over zijn tijd uitbleef,
+sliepen de postillons overal, en de Conducteur, die voor de eerstemaal deze reis deed, had veel moeite, om ze op te zoeken,
+het geen onze reis ook nog vertraagde. De dageraad begon aantebreken, toen wij den 9<sup>den</sup> dezer te <i>Chateaudun</i>, 5 posten van <i>Vendome</i>, aankwamen; men verwisselde daar weder van paarden, en toen wij wegreden was het volkomen licht, dat mij vermaak deed, om
+dat &#8217;er dit stadje gnap uitziet. De markt, waarop het Raadhuis staat, is een fraaije plaats, en zoo wel als eenige straten
+vrij regelmatig aangelegd; <a id="d0e16606"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16606">540</a>]</span>ook vernam ik, dat &#8217;er 60 &agrave; 70 jaren geleden een groot gedeelte van <i>Chateaudun</i> afgebrand zijnde, hetzelve sedert nieuw is opgebouwd. Daar deze landstreek vruchtbaar is in koren, drijft dit stadje daar
+in veel handel. Het is op een rotsachtige hoogte gelegen; van die hoogte, even buiten hetzelve, heeft men een schoon gezigt
+op de omliggende vlakte, waar de <i>Loir</i> slingerende doorloopt. (Dit stadje is het eerste aan dezen kant in het Departement <i>l&#8217;Eure et Loir</i>.) Wat verder kwamen wij over een fraaije steenen brug over die rivier de Loir; de gelegenheid is hier schilderachtig, vooral
+wanneer de eerste stralen der zon zich over hetzelve verspreiden; eene schoone en uitgestrekte vlakte doet zich vervolgens
+op, en na een eind door dezelve gereden te hebben, eene fraaije beplanting, een Kasteel en eenige buitenplaatsen. Ongeveer
+om 8 uren kwamen wij aan het steedje <i>Bonneval</i>, mede aan de <i>Loir</i> aangenaam gelegen; doch het ziet &#8217;er naar en bouwvallig uit. De weg, die vrij goed is, loopt aanhoudend door eene uitgestrekte
+vlakte met korenakkers, hier en daar is hij beplant, en men ziet aan beide kanten verscheidene dorpen, vervolgens na eenige
+uren voortgereden te zijn, vertoonde zich van verre de Hoofdkerk van <i>Chartres</i>, met twee spitse torens pralende, en digter genaderd zijnde, leverde die, met de verdere huizen en gebouwen van die stad,
+geen onaardig gezichtje op, zoo als gij uit de bijgaande afteekening zien zult. Wij kwamen &#8217;er omtrent 11 uren voor den middag
+aan, want <a id="d0e16626"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16626">541</a>]</span>onze postillons hadden nog al vrij wel gereden, (<i>Chartres</i> is 6 posten van <i>Chateaudun</i>) en stapten af aan het <i>Hot&egrave;l du grand Monarque</i>, over een van de stads poorten; hier moesten wij het middagmaal houden. Dit Hot&egrave;l ziet &#8217;er van buiten zeer wel uit, doch
+het eten beantwoordde &#8217;er niet aan. Naauwelijks had ik den tijd, om even in de stad te gaan. Nu &#8217;er is ook weinig bijzonders
+te zien. Het koor van de <i>St. Andr&eacute;as</i> Kerk staat op een gewelf daar het riviertje <i>l&#8217;Eure</i> onder doorspoelt, en wordt door Bouwkundigen als iets merkwaardigs beschouwd. Deze stad is oud en ziet &#8217;er ook wel ouderwets
+uit. Men meent te moeten veronderstellen, dat zij haren oorsprong aan de <i>Dru&iuml;den</i>, naar welke ook het naburig stadje <i>Dreux</i> genoemd werd, verschuldigd is. Thans is zij de Hoofdplaats van het Departement <i>l&#8217;Eure et Loir</i>, en bevat omtrent 15,000 inwoners. Zij drijven veel handel in graan; men maakt &#8217;er ook eene soort van serges, en de pasteijen
+van <i>Chartres</i> zijn zeer beroemd; vooral te <i>Parijs</i> wordt daar veel werk van gemaakt. Buiten de poort bij het Hot&egrave;l, waar ik gegeten had, was op een terras eene gemeene wandeling,
+maar zij scheen nog niet lang geleden beplant; behalve dat <span id="d0e16658" class="corr" title="Bron: Hot&eacute;l">Hot&egrave;l</span> staat hier digt bij nog een ander, dat &#8217;er niet minder goed uitziet; de voorname herbergen en uitspanningen zijn aan dezen
+kant, want de groote weg loopt niet door de stad, maar hier voorbij.&#8212;<span class="smallcaps">Hendrik</span> de IV. werd hier in 1594 gekroond.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/viii009.jpg" alt="Chartres."><p class="figureHead">Chartres.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Om &eacute;&eacute;n uur reden wij verder door een landstreek, <a id="d0e16670"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16670">542</a>]</span>meestal met korenakkers, en langs een&#8217; weg over hoogtens en laagtens, die hier en daar nog al aangename gezigten opleveren,
+tot het steedje <i>Maintenon</i>, 2&frac14; post van <i>Chartres</i>, waar wij van paarden verwisselden. Dit plaatsje is aangenaam gelegen, &#8217;er is een aanzienlijk Kasteel, voorheen het verblijf
+van de beruchte bijzit van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XIV., welke denzelfden naam voerde<a id="d0e16681src" href="#d0e16681" class="noteref">5</a>. Die verkwistende Vorst liet hier ook een <i>Aquaduc</i> bouwen, om het water van het riviertje <i>l&#8217;Eure</i> naar de vijvers en fonteinen van <i>Versailles</i> te geleiden; men ziet &#8217;er nog de aanzienlijke overblijfsels van achter en ter zijde van het Kasteel. In 1686 werd &#8217;er een
+kampement van krijgsvolk bij <i>Maintenon</i> gelegd, om aan deze <i>Aquaduc</i> te helpen maken<a id="d0e16708src" href="#d0e16708" class="noteref">6</a>. Dit Kasteel is met breede grachten vol water omringd, de omstreken aangenaam beplant en lommerijk. Een eindje weegs buiten
+dit plaatsje, komt men op den grooten straatweg over <i>Versailles</i> naar <i>Parijs</i>, en nu wordt <a id="d0e16717"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16717">543</a>]</span>men, behalve den goeden weg, zeer wel gewaar, dat men de voormalige Hofplaats van <i>Frankrijk</i> nadert. De breede weg is aan beide zijden aangenaam en regelmatig beplant, en in een schoon landschap ziet men hier en daar
+fraaije buitenplaatsen. Eer wij te <i>Epernon</i> kwamen, en gelukkig niet ver van daar, ontdekten wij, dat de onderriemen, waarop het rijtuig hing, bijna geheel gebroken
+waren; voorzigtig rijdende, bragten wij het echter nog tot dat plaatsje; doch hier zeide ons de Conducteur, dat wij verpligt
+zouden zijn, om den nacht over te blijven, terwijl het rijtuig hersteld werd, in plaats van door te rijden, om nog denzelfden
+nacht te <i>Parijs</i> te komen, zoo als het oogmerk was. Daar ik geen haast had, was mij dit ongeval gansch niet onaangenaam, want nu had ik tijd,
+om dit plaatsje en de aangename omstreken te zien, zijnde het pas 4&frac12; uur na den middag; daarenboven kon ik hier eene behoorlijke
+nachtrust genieten, en den volgenden dag de aangename landstreek, die wij nog door te reizen hadden, beschouwen. De omstreken
+van <i>Epernon</i>, het laatste steedje van het Departement <i>l&#8217;Eure et Loir</i> aan dezen kant, en juist op de grenzen van hetzelve gelegen, zijn allerliefst; het is 3&frac14; post van <i>Chartres</i> gelegen, en nu waren wij nog 7&frac12; post van <i>Parijs</i>. Inwendig ziet het &#8217;er ook nog al welvarende uit. Men was &#8217;er drok bezig met wijn te persen, in een groot gebouw, voor een
+soort van wijnpakhuis gemaakt; en daar men &#8217;er niet gierig was op een dronk, deden eenige lieden, en zelfs aankomende <a id="d0e16740"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16740">544</a>]</span>jongens, &#8217;er zich ter deeg aan tegoed<a id="d0e16742src" href="#d0e16742" class="noteref">7</a>, en begonnen regt lustig te worden. Een jongen op een ton gezeten, een vrij dik man, die de hoogte al begon te krijgen, tegen
+dezelve leunende, en anderen die nog bezig waren met buizen, dit alles zou aan den <i>Antwerpschen</i> schilder <span class="smallcaps">Jordaens</span>, een goed model voor een Bacchusfeest opgeleverd hebben: hij had &#8217;er slechts eenige half naakte vrouwlieden bijtevoegen.
+
+</p>
+<p>Bij dit steedje, aan den kant waar het kleine riviertje, <i>l&#8217;Ouille</i> genaamd, stroomt, ziet men groene beemden, die met eenige woeste rotsen daar bij liggende, een aardige tegenstrijdigheid
+opleveren. Van andere hoogtens hieromstreeks heeft men ook aangename en schilderachtige gezigten, waartoe het boschachtige
+van de landstreek, hier en daar, niet weinig bijdraagt.
+
+</p>
+<p>Het avondmaal en de ligging was vrij goed, vooral voor den matigen prijs van &pound; 2&#8211;10-: de persoon, en hier voor had ik &#8217;s avonds
+nog vuur op mijn kamer gehad.
+
+</p>
+<p>Den 10 dezer, met het opgaan van de zon, en <a id="d0e16763"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16763">545</a>]</span>het aanbreken van een&#8217; heerlijken herfstmorgen, vertrokken wij van <i>Epernon</i>. De Conducteur, een <i>Elzasser</i>, was een van de geschiktsten, dien ik op reis ontmoet heb. Deze zeer ongerust zijnde dat hij ongenoegen over het lang uitblijven
+zou hebben, (want zonder verdere ongelukken zou het wel 24 uren over den gewonen tijd zijn) beloofde ik hem, om benevens mijn
+bediende, verklaringen dienaangaande te zullen geven<a id="d0e16771src" href="#d0e16771" class="noteref">8</a>, het geen ik des te gereder deed, omdat deze rijtuigen, hoewel gemakkelijker en gezwinder gaande dan de gewone postwagens,
+veel te ligt en digt zijn, en alzoo bloot staan om gedurig te breken; vooral, wanneer de wegen niet allerbest zijn; de reizigers
+worden &#8217;er dus maar aan gewaagd. Dagelijks gebeuren &#8217;er ongelukken met die <i>Velocif&egrave;res</i>, zoo als ik daar van onderweg verscheidene voorvallen gehoord heb, en nog schijnt men dienaangaande geen genoegzame maatregelen
+te gebruiken<a id="d0e16783src" href="#d0e16783" class="noteref">9</a>. Wat baat het toch, of men al gemakkelijk zit, als men naderhand door een val verminkt wordt, of een ander ongemak krijgt,
+en wat helpt <a id="d0e16795"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16795">546</a>]</span>het, of men op weg zijnde al gezwind rijdt, als men daarna verpligt is om zich eenige uren optehouden, terwijl het rijtuig
+gemaakt wordt. Ondertusschen is deze nieuwe uitvinding zeer wel voor verbetering vatbaar, zij behoeven slechts steviger gemaakt
+te worden; doch dan worden zij zwaarder en hebben dus een paard me&ecirc;r noodig, en hier bij vindt de baatzucht haar rekening
+niet. Ik voor mij, reizende, om optemerken en te beschouwen, verkies dan, behalve om de opgenoemde redenen, de gewone postwagen,
+juist omdat zij minder gezwind gaan, en men den tijd heeft om zich hier en daar optehouden; zelfs verkies ik ze, vooral in
+<i>Frankrijk</i>, boven een eigen rijtuig, zoo als ik u in een mijner eerste brieven gezegd heb, en in welk gevoelen ik me&ecirc;r en me&ecirc;r ben bevestigd
+geworden.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/viii010.jpg" alt="Rambouillet."><p class="figureHead">Rambouillet.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De weg van <i>Epernon</i> naar <i>Rambouillet</i> is allerverrukkelijkst; hij loopt over eenige nog al steile hoogtens, door een schilderachtig landschap. Eer men aan het
+laatstgenoemde plaatsje komt, ziet men aan de linkerhand een digt bosch, waarin eenige vrij zware opgaande elzen; onder de
+sombere schaduw was een waterplas; hier en daar hingen de takken tot op het water; de stijve kunst had hier de natuur niet
+ontsierd, alles stond zoo regt onregelmatig en bevallig door elkanderen, het was juist in den smaak van de teekeningen van
+<span class="smallcaps">Waterlo</span>. Vervolgens heeft men een fraai gezigt op het Kasteel van <i>Rambouillet</i>, den grooten vijver en schoone bosschen van hetzelve. Men komt voorbij verscheidene <a id="d0e16818"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16818">547</a>]</span>goede en aangenaam gelegen buitenverblijven tot aan het Posthuis, dat ook een fraai gebouw is, en hier bevonden wij, dat &#8217;er
+wederom wat aan het rijtuig moest hersteld worden. Voor mij kon dat niet gelukkiger uitvallen; ik hield mij dan niet lang
+op, om te ontbijten, maar ging met een stuk in de hand wandelen.&#8212;&ocirc;! welk een verrukkelijk oord!<a id="d0e16820src" href="#d0e16820" class="noteref">10</a> Omtrent achter het Posthuis is eene wandeling onder acacia-boomen, en langs de boorden van een&#8217; grooten vijver. Van daar
+heeft men een schoon gezigt op het kasteel en de bosschen bij hetzelve. Eenige stukken rots, die boven het water uitsteken,
+hoewel zeer natuurlijk, zijn daar dunkt mij door de kunst geplaatst. Aan een&#8217; anderen kant zag ik de overblijfsels, naar het
+scheen, van het een of ander gedenkteeken, denkelijk in het begin van de omwenteling afgebroken. Bijna over het Posthuis is
+een heuvel met denneboomen beplant. Het stadje zelve ziet &#8217;er ook welvarende uit. Daar het raadhuis, dat van buiten een fraai
+aanzien heeft, openstond, ging ik &#8217;er in, en vond den muur of het behangsel van de Raadzaal nog beschilderd met de beeldtenissen
+van <span class="smallcaps">Brutus, Porsenna, Mucius Scevola</span> en eenige anderen&#8212;men ziet anders het borstbeeld <a id="d0e16826"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16826">548</a>]</span>van Keizer <span class="smallcaps">Napol&eacute;on</span>, op vele diergelijke plaatsen. Van <span class="smallcaps">Brutus</span> sprekende, teweten van <span class="smallcaps">Lucius Junius Brutus</span>, en niet van het hoofd eener zamenzwering onder de <i>Romeinen</i>, die den dolk durfde stooten in de borst van <span class="smallcaps">C&aelig;sar</span>, herinner ik mij de schoone versen, waarin <span class="smallcaps">Voltaire</span> ook dit stuk geschreven heeft, en onder anderen de eerste regels<a id="d0e16846src" href="#d0e16846" class="noteref">11</a>. En diergelijke stukken werden lang voor de omwenteling gespeeld en gelezen. Van binnen zag &#8217;er dit Raadhuis ook vrij wel
+uit. Op de plaats voor hetzelve werd eene verkooping van hout aangekondigd, <i>in de Bosschen van den Keizer</i>, zoo als ik ook op de verkoopingscelen las;&#8212;eenige lieden merkten aan, dat die bosschen nog niet lang geleden <i>Nationale Bosschen</i> genaamd werden, en schenen over die verandering niet zeer gesticht.&#8212;Denkelijk waren het Jakobijnen of zulk soort van volk,
+want wie zou anders aan een held, aan wien men de oppermagt over het geheele land in handen heeft gegeven, eenige bosschen
+willen onthouden.
+
+</p>
+<p>Op het Kasteel schenen militairen te leggen, zij moeten daar een aangenaam verblijf hebben. Dit Kasteel behoorde voorheen
+aan den Hertog <span class="smallcaps">De Penthi&egrave;vre</span>, die Heer was van <i>Rambouillet</i>; het is een ouderwetsch maar aanzienlijk gebouw, bij hetzelve staan nog eenige andere fraaije gebouwen.
+<a id="d0e16864"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16864">549</a>]</span></p>
+<p>Den Conducteur gewaarschuwd hebbende, wandelde ik verder den grooten weg op, zij is aan beide zijden met zware boomen, die
+dezelve beschaduwen, beplant, en maakt daar door een schoone laan, die vrij lang is. Aan de regterhand heeft men akkerland,
+en aan de linker niet dan schoone bosschen<a id="d0e16867src" href="#d0e16867" class="noteref">12</a>. Het hout staat hier zoo tierig, dat het een lust is, om te zien, en ik kan wel zeggen, dat ik op mijn geheele reis, naar
+mijn zin, geen aangenamer oord aangetroffen heb dan dit, en begrijp niet, hoe menschen, die nog al smaak schijnen te hebben,
+en die het aan geen geldmiddelen hapert; dit verblijf althans voor &#8217;s zomers niet boven de veelal bedompte straten van <i>Parijs</i> verkiezen.
+
+</p>
+<p>Na omtrent 1&frac12; uur met zeer veel genoegen gewandeld te hebben, werd ik eerst het rijtuig gewaar, men had het weder zoo wat
+gelapt; ik stapte &#8217;er op, en wij sukkelden voort. De landstreek is aanhoudend zeer aangenaam, en vrij wel bevolkt. De weg
+is op veel plaatsen met appelen- en peren-boomen beplant. Welhaast naderden wij de schoone toegangen van <i>Versailles</i>, welke plaats met de omstreken van dien, ik reeds naauwkeurig gezien had, en waarvan ik u in &#8217;t vervolg misschien het een
+en ander zal mededelen; gelijk ook over <i>Parijs</i> en verdere omliggende plaatsen: Mijne gehouden aanteekeningen gedurende een verblijf van ruim twee jaren in deze <a id="d0e16884"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16884">550</a>]</span>stad, zullen mij daar nog al eenige stof toe kunnen opleveren.
+
+</p>
+<p>Bij het inkomen van <i>Versailles</i> doorsnuffelden de Commisen aan de <i>barri&egrave;re</i> het rijtuig, doch ik behoefde mijne koffer niet te openen. Deze stad is 3&frac34; post van <i>Rambouillet</i>, en 2&frac14; post van <i>Parijs</i>.
+
+</p>
+<p>Tot bij <i>Sevres</i>, waar de bekende porcelein-fabriek is, bleef ik nog op het rijtuig, doch daar de voornaamste riemen gebroken waren, en het
+genoegzaam alleen op de burrie rustte, verkoos ik van daar naar <i>Parijs</i> te wandelen, stellig voornemende, om zoo lang de <i>Velocif&egrave;res</i><a id="d0e16910src" href="#d0e16910" class="noteref">13</a> niet verbeterd worden, niet me&ecirc;r met dezelven te reizen. Omstreeks vijf uren kwam ik hier aan, na eene afwezigheid van 3
+maanden min weinige dagen; hebbende in dien tijd de schoonste reis gedaan, die &#8217;er in <i>Frankrijk</i> te doen is<a id="d0e16919src" href="#d0e16919" class="noteref">14</a>, en zoo ik meen op de geschikste en min kostbaarste wijze. Op de nieuwste kaart der postwegen (<i>routes de postes</i>) die ik hier bijvoeg, zult gij naauwkeurig de weg kunnen zien die ik gereden <a id="d0e16934"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16934">551</a>]</span>heb, behalve in de <i>Cevennes</i> en een gedeelte van de <i>Pyrene&euml;n</i><a id="d0e16941src" href="#d0e16941" class="noteref">15</a>.
+
+</p>
+<p>Van hier weet ik u niets bijzonders te zeggen dan dat men vele en kostbare toebereidselen voor het aanstaande krooningsfeest
+maakt.&#8212;Omtrent 1000 jaren na den zoogenaamden <span class="smallcaps">Carolus Magnus</span>, krijgt <i>Frankrijk</i> dan weder een Keizer; en dat na een dan me&ecirc;r dan min Republikeinsch bestuur van omtrent 12 jaren. De <i>Parijsenaars</i> die, zoo als ik U reeds gezegd heb, veel van kwinkslagen houden, zeggen daaromtrent hunne aardigheden. Velen hebben zich
+over deze verandering van zaken verwonderd, ondertusschen is dezelve lang te voorzien geweest, en ik herinner mij zeer wel
+van reeds omtrent 2&frac12; jaar geleden daar van <a id="d0e16967"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16967">552</a>]</span>hier te hebben hooren spreken, en eenige uwer stadgenooten, die zich toen hier bevonden, zullen zich zulks ook wel herinneren.
+
+</p>
+<p>Welk een geluk echter voor het menschdom, indien de nieuwe Keizer ons spoedig eenen bestendigen Vrede kon bezorgen; ons Vaderland
+moet dien hoog noodig hebben.&#8212;Hier wordt men niet gewaar, dat het oorlog is. Vaarwel!
+
+
+
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16385" href="#d0e16385src" class="noteref">1</a></span> Ik zag te <i>Tours</i> een soort van uitroeper, aankondigende, dat &#8217;er bij N.N. nieuwe wijn te koop was; hij had een fles van dien wijn in de hand,
+en liet ieder der voorbijgangers, die het begeerde, daar van proeven.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16488" href="#d0e16488src" class="noteref">2</a></span> <i>Velocif&egrave;res</i> zijn nieuw uitgevonden rijtuigen, veel ligter, en dus gezwinder gaande, dan die welke men gewoonlijk gebruikt; de naam komt
+dan ook van het <i>Fransche</i> woord <i>Velocite</i>, gezwindheid, snelheid; jammer is het, dat &#8217;er de stevigheid aan ontbreekt.&#8212;Nu dat ziet men wel eens me&ecirc;r van Fransch werk.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16515" href="#d0e16515src" class="noteref">3</a></span> De <i>Fourgon</i> is het rijtuig waarin de koffers enz. van de reizigers geladen worden, want men kan die niet met zich op de <i>Velocif&egrave;re</i> nemen; deze <i>Fourgon</i> rijdt dan vooruit of komt achter aan, zoo als heden het geval is. Dit rijtuig hangt of staat ook op veeren, en voor en achter
+zijn afzonderlijke plaatsen voor reizigers, doch de achterste zijn naar ik vernam niet zeer gemakkelijk; voor aan zit men
+zeer goed.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16577" href="#d0e16577src" class="noteref">4</a></span> <i>Le Loir</i> is weder een andere en kleinere rivier dan <i>le Loire</i>, die voorbij <i>Tours</i> enz. stroomt.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16681" href="#d0e16681src" class="noteref">5</a></span> Deze bijzit werd opperste van de Abdij <i>St. Cyr</i>, die in 1686 in de nabijheid van <i>Versailles</i> gesticht werd. Als men opmerkt, hoe men ook in <i>Frankrijk</i> met de Roomsche Religie heeft omgesprongen, verwondert men zich niet dat velen &#8217;er in dat Land zoo weinig waarde aan hechten.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16708" href="#d0e16708src" class="noteref">6</a></span> De soldaten werden dan aan een werk ten dienste van het Hof gebruikt. Zou men ze bij ons in vredestijd niet op eene betere,
+en voor het algemeen nuttige wijze kunnen te werk stellen, in het doen bewerken van onze heiden en woeste gronden?
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16742" href="#d0e16742src" class="noteref">7</a></span> De nieuwe wijn gold hier ook niet me&ecirc;r dan 2 <i>sols</i> de fles. Op sommige plaatsen, waar wij doorgekomen waren, te afgelegen zijnde voor den handel, bood de eigenaar van wijngaarden
+aan, om, indien men hem eenige nieuwe wijnvaten wilde geven, men daarvoor de helft met wijn gevuld weder terug kon krijgen;
+zoodat de vaten daar meerder waard waren dan de wijn.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16771" href="#d0e16771src" class="noteref">8</a></span> Ondertusschen wachtten de reizigers te <i>Parijs</i> naar hun <i>bagage</i>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16783" href="#d0e16783src" class="noteref">9</a></span> Een reisgenoot te <i>Bordeaux</i> gebleven zijnde, en van daar 14 dagen na mij te <i>Parijs</i> per <i>Velocif&egrave;re</i> terug gekomen, is &#8217;er onder weg ook al wat aan gebroken, zoodat zij verpligt geweest zijn om zich eenigen tijd op te houden,
+nacht en dag vervolgens door te rijden, en nog kwamen zij lang over hun tijd aan.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16820" href="#d0e16820src" class="noteref">10</a></span> Zie hier eene juiste afteekening van een gedeelte van hetzelve, gaarne wilde ik &#8217;er u me&ecirc;r van laten zien; doch om al de schoone
+gezigten, die men hier aantreft, afteteekenen, zou een bekwaam schilder of teekenaar nog al eenigen tijd werk hebben.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16846" href="#d0e16846src" class="noteref">11</a></span> <i>Destructeurs de Tirans, vous qui n&#8217;avez pour Rois Que les Dieux de Numa, vos vertus, et nos loix, etc.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16867" href="#d0e16867src" class="noteref">12</a></span> De bosschen van <i>Rambouillet</i> zijn ruim 7000 morgen groot.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16910" href="#d0e16910src" class="noteref">13</a></span> De boeren en andere lieden, op vele plaatsen daar wij doorkwamen, noemden ze <i>les Lucifers</i>, en waarlijk zij verdienen dikwijls dien naam, om het ongemak dat zij den reizenden veroorzaken.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16919" href="#d0e16919src" class="noteref">14</a></span> Wanneer het niet zoo laat in het jaar geweest was, had ik echter de <i>Loire</i> tot <i>Nantes</i> nog afgevaren, hoewel de boorden van die rivier aan dien kant juist het fraaiste niet zijn, en vervolgens langs een gedeelte
+der kusten en over <i>Rouen</i> terug gekomen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e16941" href="#d0e16941src" class="noteref">15</a></span> Op reis heb ik, zoo als gij gezien heb, juist geen bijzondere gevallen gehad, doch hier, van het bureau van de <i>Velocif&egrave;res</i> naar huis gaande, en op de <i>Pont Neuf</i> komende, greep mij een man bij den kraag, en gelaste mij om met hem naar het eerste wachthuis (<i>Corps de Garde</i>) te gaan, een tweede kwam terstond aan mijn andere zijde; ik verzocht dat men mij los zou laten, daar ik gewillig mede wilde
+gaan; dit geschiedde dan ook, en ik werd tusschen die twee lieden naar het wachthuis op de <i>Pont Neuf</i> geleid; een Politie-Commissaris vroeg mij, daar naar mijn paspoort of dergelijke; van de reis komende, had ik dit bij mij,
+zoodra de Commissaris het ingezien, en mij van het hoofd tot de voeten bekeken had, ze&icirc; hij, dat het goed was en ik heen kon
+gaan, zonder echter eenige verontschuldigingen wegens dien verkeerden aanslag te maken; want naar ik merkte, had men mij voor
+een ander, van wien men denkelijk het signalement had, genomen.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="back">
+<div class="div1">
+<h2>Iets voor Reizigers bijzonder in Frankrijk.</h2>
+<p>Die reizen wil, moet zich aan geene vaste gewoontens binden, op dat hij &#8217;er van moetende afgaan, daar door niet lijde. Hij
+moet zich niet aan het gemak gewennen, om het ongemak minder te gevoelen. Vooral moet hij zich door zijn&#8217; smaak in het gebruik
+van spijzen niet laten regeren, om aanhoudend met smaak te kunnen eten, en denken, dat een geregt, hoewel vreemd en ongewoon,
+echter goed en gezond kan zijn, en dit laatste is wel het voornaamste. Matigheid is altijd, doch vooral op reis aanteprijzen,
+omdat ongesteldheid op dezelve vooral lastig is.
+<a id="d0e16978"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e16978">554</a>]</span></p>
+<p>Als men niet duur betalen wil, moet men, al is men zelfs rijk, den grooten Heer niet spelen.
+
+</p>
+<p>Men moet van niets gebruik maken, zonder vooraf omtrent den prijs een beding te hebben gemaakt, en laten het niet op de bescheidenheid
+van een voerman, schipper, waard of waardin aankomen, om niet onbescheiden behandeld te worden. Ik betaalde in <i>Frankrijk</i> in mijn herberg zelden iets anders dan een kamer, het middag- en somwijlen het avondmaal, waarvan ik den prijs te voren wist;
+mijn ontbijt, en dat ik verder tusschen beide wilde gebruiken, nam ik in een Koffijhuis, zoo dat ik altijd mijn eigen rekening
+kon maken.
+
+</p>
+<p>Lieden, die men ontmoet, en niet genoegzaam kent, moet men niet ligt zijn vertrouwen schenken, of zeggen wie men is, wat men
+doet, waar men van daan komt, waar men naar toegaat, enz. om niet bedrogen te worden. De <i>Franschen</i> vooral zijn doorgaans zeer vriendelijk en voorkomende, doch de goede trouw hapert &#8217;er dikwijls aan, bijzonder te <i>Parijs</i>; zoogenaamde pligtplegingen met bloote pligtplegingen te beantwoorden, zonder verder te gaan, tot dat men de menschen door
+en door kent, (en dat gaat met vele <i>Franschen</i> niet gemakkelijk) is dan wel het voorzigtigste.
+
+</p>
+<p>Die in <i>Frankrijk</i> reizen wil, moet vooral maken, dat hij ter deeg met de taal te regt kan. In <i>Duitschland</i>, <i>Holland</i> en elders, spreekt men, vooral in de steden, nog andere talen dan de landtaal; maar in <a id="d0e17008"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17008">555</a>]</span><i>Frankrijk</i>, behalve in het <i>Duitsch</i> en <i>Vlaamsch</i> gedeelte, verstaat men doorgaans niet anders dan <i>Fransch</i> of hier en daar <i>Patois</i>, waar aan de vreemdeling althans niets heeft.
+
+</p>
+<p>De afstanden der plaatsen worden gewoonlijk bij posten en bij gemeene <i>Fransche</i> mijlen van 25 in een graad gerekend; een post is ten naastenbij twee mijlen, en een mijl nagenoeg drie kwartier gaans; het
+volks gebruik moet men echter hier omtrent ook in acht nemen, en zich niet verbeelden, dat indien men in <i>Provence</i>, <i>Languedoc</i>, enz. naar de weg vraagt, en men van mijlen (<i>lieues</i>) spreekt, men daar door afstanden van 3/4 uurs verstaat, het zijn daar wel groote uren; men onderscheid daarom in <i>Frankrijk</i> de mijlen in <i>lieues de poste</i> en <i>lieues du pa&iuml;s</i><a id="d0e17046src" href="#d0e17046" class="noteref">1</a>.
+
+</p>
+<p>De postwagens, die ik in <i>Frankrijk</i> heb aangetroffen, hingen allen op riemen, en zijn vrij gemakkelijk; in het binnenste gedeelte (als een koets) is plaats voor
+6 menschen, 3 voor uit en 3 achter uit rijdende; in de <i>cabriolet</i> of voorste gedeelte (als een kap-chais) plaatsen zich 2 personen, benevens den Conducteur, en boven op het gehemelte van
+de koets, (<i>l&#8217;imperiale</i> genaamd) daar een vierkante mand op staat, kunnen nog eenige menschen liggen; in deze mand wordt ook <i>bagage</i> geladen, zoo wel als in de groote mand achter op. De plaatsen, binnen in zijn het duurste, die van de <i>cabriolet</i> (die echter in den zomer en om het gezigt en om de luchtigheid verkieslijk <a id="d0e17066"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17066">556</a>]</span>zijn) wat minder, en op de <i>Imperiale</i> het goedkoopste. De vracht binnen in komt ten naasten bij tegen 30 <i>Fransche</i> stuivers per post uit, somtijds iets me&ecirc;r. De wegen zijn over het algemeen vrij goed in <i>Frankrijk</i>.
+
+</p>
+<p>De geldspecie in <i>Frankrijk</i> bestaat, de oude munt in dubbelde <i>Louis d&#8217;Ors</i> van 48, en enkelde van 24 <i>Livres</i>, stukken van 6 <i>Livres</i>, (<i>&eacute;cus de 6 Francs</i>) en van 3 <i>Livres</i>, <i>petits &eacute;cus</i> genaamd, voorts zilveren stukjes van 24, 12 en 6 stuivers, (een <i>Livre</i> doet 20 <i>Fransche</i> stuivers) de oude koperen munten zijn 1&frac12;, 1, &frac12; en &frac14; stuiver; de halve stuiverstukjes noemt men <i>pi&egrave;ces de deux liards</i>, en de vierde deelen <i>un liard</i>; de nieuwe munten met den stempel van de Republiek, van den I. Consul <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, of van den Keizer <span class="smallcaps">Napol&eacute;on</span>, zijn gouden stukken van 40 en van 20 <i>francs</i>, zilveren van 5, 2, 1, &frac12; en &frac14; <i>franc</i>, als ook van 6 <i>Livres</i>, 30 en 15, en in &#8217;t koper van 2 en 1 stuiver, ten tijde van <span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XVI., constitutioneele Koning zijnde, geslagen. Van koper heeft men stukken van 10, 5, en 1 <i>centime</i>; een <i>franc</i> doet 100 <i>centimes</i>, en 5 <i>centimes</i> worden voor een stuiver gerekend. De <i>francs</i> hebben 1&frac14; ten honderd me&ecirc;r waarde dan de <i>livres</i>, te weten voor 100 <i>francs</i> krijgt men 101 <i>livres</i> en 5 stuivers, en dus voor iedere <i>franc</i> 20 stuivers, en een oordje (<i>liard</i>); ook zijn &#8217;er te <i>Parijs</i> bankbriefjes van 500, 1000, 2000 en me&ecirc;r <i>francs</i> in omloop. De &#8217;s Lands kassen betalen en ontvangen niet anders dan volgens de berekening van <i>francs</i>, anders telt men nog meest <a id="d0e17169"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17169">557</a>]</span>bij <i>livres</i>. Men moet in <i>Frankrijk</i>, aangaande het geld zeer omzigtig zijn, omdat &#8217;er veel valsch of besnoeid onderloopt; de dubbelde en enkelde <i>Louis d&#8217;Ors</i> moet men niet anders dan toegewogen ontfangen; en bij lieden die men niet kent, ze zelf en met zijn eigen goudschaaltje wegen.
+De stukken van 6 <i>Livres</i> zijn ook dikwijls te ligt, en die van 3 <i>Livres</i> 24, 12 en 6, veel afgesleten zijnde, moet men niet ontfangen als &#8217;er de stempels niet zigtbaar op zijn.
+
+</p>
+<p>Als men in de voorname steden van <i>Frankrijk</i>, bijzonder te <i>Parijs</i>, wat koopen wil, moet men niet verlegen zijn, om de helft, en somtijds twee derde van het geen gevraagd wordt, aftedingen;
+vooral wanneer iemand de taal niet volkomen magtig zijnde, men ligtelijk aan hem kan bespeuren, dat hij een vreemdeling is;
+zij zullen u op hun eer en geweten verzekeren, dat het hun me&ecirc;r kost, enz. doch eindelijk zult gij het voor het geen gij geboden
+hebt toch krijgen. Ik vind dit al heel verachtelijk, ondertusschen is men &#8217;er bij ons ook niet geheel vrij van. Terwijl de
+nieuwe maten en gewichten nog niet zeer algemeen worden gebruikt, zal ik daar van niet spreken.
+
+</p>
+<p>Behalve eene naauwkeurige landkaart, raad ik ook ieder reiziger, om alvorens hij op reis gaat zich van een goede <i>Itineraire</i> te voorzien, en zoo die niet te bekomen is, &#8217;er zelfs een zamen te stellen, door het maken van uittreksels uit de beste schrijvers.
+Een opmerkzaam reiziger moet ook altijd papier <a id="d0e17199"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17199">558</a>]</span>en potlood bij zich hebben, om kortelijk, al wat hem maar eenigzins merkwaardig voorkomt, op te teekenen; &#8217;s avonds ziet hij
+dat na, en schrijft het, zoo hij tijd heeft, over.
+
+</p>
+<p>Veel geld mede te nemen is lastig; men staat aan toevallen bloot, waardoor men het kwijt, en alzoo in de uiterste verlegenheid
+kan raken, &#8217;t is daarom veel verkieslijker, dat men zich van kredietbrieven op goede huizen van Koophandel of diergelijken,
+in de onderscheiden plaatsen, daar men zich eenigen tijd denkt op te houden, voorziet.
+
+</p>
+<p>Vooral in de Provincien<a id="d0e17205src" href="#d0e17205" class="noteref">2</a> treft men onder de <i>Franschen</i> ook zeer hupsche en gedienstige menschen aan, en die &#8217;er zich een genoegen van maken, om een vreemdeling te regt te helpen
+en van dienst te zijn.
+
+</p>
+<p>De herbergen in <i>Frankrijk</i>, als men &#8217;er wat aan gewoon is, zijn in het algemeen vrij goed. De luchtgesteldheid is &#8217;er over het geheel genomen gezond,
+en de Politie in het verhinderen van grove ongeregeldheden zeer naauwkeurig; men hoort &#8217;er dan slechts zeldzaam van onveiligheid
+der wegen, en deze drie opgenoemde artikels zijn voor een reiziger ook al van zeer belang.
+
+</p>
+<p>Hoewel de wijn een voornaam voortbrengsel van dit land is, zal dezelve den meesten onzer landslieden <a id="d0e17230"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17230">559</a>]</span>in hetzelve reizende, niet zeer bevallen, doch daar het de voorname, en op vele plaatsen genoegzaam de eenigste drank is behalve
+het water, mengt men ze daar gewoonlijk mede.
+
+</p>
+<p>De roos was van ouds het zinnebeeld der schoonheid, jonge reizigers zullen echter weldoen, van zich, in <i>Frankrijk</i> bijzonder, gedurig te herinneren, dat &#8217;er de rozen met scherpe doornen verzeld zijn.
+
+</p>
+<p>Om zich met lieden, die men niet zeer van nabij kent, in staatkundige gesprekken in te laten, is in dit land ook zeer onvoorzigtig,
+daar de Politie, zoo als ik reeds gezegd heb, zeer naauwkeurig is, heeft zij natuurlijkerwijze ook zeer veel verspieders,
+en deze bevinden zich schier op alle plaatsen en in alle gezelschappen, in bedelaars gewaad, in een livereirok, zoo wel als
+in een geborduurd of gegalonneerd kleed. Mannen en Vrouwen, Heeren en Dames, kortom, menschen uit alle standen laten zich
+daar toe gebruiken.&#8212;Een ieder wachte zich dan voor schade.
+
+
+
+
+<a id="d0e17239"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17239">560</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e17046" href="#d0e17046src" class="noteref">1</a></span> Postmijlen, en mijlen van de landstreek.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e17205" href="#d0e17205src" class="noteref">2</a></span> Buiten <i>Parijs</i> noemt men in <i>Frankrijk</i> het overige land <i>Province</i>, en als men van de hoofdstad naar de een of andere plaats gaat, zegt men <i>je vais en Province</i>.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 index">
+<h2>Bladwijzer der Voornaamste Plaatsen en Zaken.</h2>
+<div class="transcribernote">
+<div style="text-align: center"><a href="#d0e17245">A</a> | <a href="#d0e17428">B</a> | <a href="#d0e17732">C</a> | <a href="#d0e18013">D</a> | <a href="#d0e18073">E</a> | <a href="#d0e18133">F</a> | <a href="#d0e18170">G</a> | <a href="#d0e18258">H</a> | <a href="#d0e18322">I</a> | <a href="#d0e18377">J</a> | <a href="#d0e18405">K</a> | <a href="#d0e18432">L</a> | <a href="#d0e18674">M</a> | <a href="#d0e19162">N</a> | <a href="#d0e19273">O</a> | <a href="#d0e19357">P</a> | <a href="#d0e19519">R</a> | <a href="#d0e19598">S</a> | <a href="#d0e19707">T</a> | <a href="#d0e19960">V</a> | <a href="#d0e20114">W</a> | <a href="#d0e20141">Y</a></div>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e17245">A.</h3>
+<p><span class="smallcaps">Abate</span> (<span class="smallcaps">Nocolo del</span>), schilder van het Kasteel te <i>Ancy le Franc</i>, bl. <a href="#d0e619">14</a>.
+
+</p>
+<p><i>Aiguillon</i> (het steedje), bl. <a href="#d0e13681">448</a>.
+
+</p>
+<p><i>Aisy-sur-Amrancon</i>. IJzersmelterijen van <span class="smallcaps">Buffon</span> aldaar, bl. <a href="#d0e660">15</a>.
+
+</p>
+<p><i>Aix</i> (De stad) derzelver ouderdom, bl. <a href="#d0e4666">147</a>. Hoofdkerk aldaar, bl. <a href="#d0e7319">237</a>. Olij daar omstreeks vallende, bl. <a href="#d0e7346">238</a>. Wandelplaats en warme fontein, bl. <a href="#d0e7371">239</a>. Het groot spel der Duivelen aldaar, bl. <a href="#d0e7394">240</a>. <span class="smallcaps">Tournefort</span> aldaar geboren, ib.
+
+</p>
+<p><i>Agen</i> (De stad) bl. <a href="#d0e13519">443</a>. Wijen en sergies van dat plaatsje, ib. Geboorteplaats van <span class="smallcaps">J.J. Scaliger</span>, bl. <a href="#d0e13519">443</a>.
+
+</p>
+<p><i>Albigensen</i> (Moord der) te <i>Bezier</i>, bl. <a href="#d0e9988">325</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Amyot (Jacques)</span> zie <i>Melun</i>.
+
+</p>
+<p><i>Ancone</i> (Omstreek van het Dorpje) bl. <a href="#d0e3536">112</a>.
+
+</p>
+<p><i>Ancy le Franc</i> (het stadje) bl. <a href="#d0e600">13</a>.
+
+</p>
+<p><i>Angoul&ecirc;me</i> (De stad) hoe gelegen, bl. <a href="#d0e15640">507</a>. <i>Place de la Comedie</i>, ib. Fraaije wandelingen, bl. <a href="#d0e15672">508</a>. Volkrijkheid, bl. <a href="#d0e15704">509</a>.
+
+</p>
+<p><i>Astafford</i> (Het steedje) bl. <a href="#d0e13456">441</a>.
+
+</p>
+<p><i>Aubagne</i> (Het stadje) bl. <a href="#d0e6172">196</a>. Geboorteplaats van <span class="smallcaps">Barthelemy</span>, bl. <a href="#d0e6221">197</a>.
+
+</p>
+<p><i>Auch</i> (Hoofdkerk te) bl. <a href="#d0e11122">357</a>. Geschilderde glazen aldaar <a id="d0e17386"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17386">561</a>]</span>ib. Stadhuis, Fabrieken enz. bl. <a href="#d0e11159">358</a>.
+
+</p>
+<p><i>Avignon</i> (Omstreken van) bl. <a href="#d0e3779">122</a>. Kloosters, Boekdrukkerijen, bl. <a href="#d0e4035">132</a>. &#8217;t Slot <i>de Dons</i>, bl. <a href="#d0e4355">138</a>. Gelegenheid, ib. Voormaals bloeijende Fabrieken aldaar, bl. <a href="#d0e4479">140</a>. Schouwburg aldaar, bl. <a href="#d0e4502">141</a>.
+
+</p>
+<p><i>Avignonet</i> (Het Dorpje) bl. <a href="#d0e10331">334</a>.
+
+</p>
+<p><i>Aviolles</i> (Het afgebrande Dorpje) bl. <a href="#d0e532">11</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e17428">B.</h3>
+<p>Baggerwerktuig te <i>Marseille</i>, bl. <a href="#d0e5463">169</a>.
+
+</p>
+<p><i>Bagn&egrave;res</i> (Gelegenheid van) bl. <a href="#d0e11419">366</a>. Baden en Frascati, bl. <a href="#d0e11626">376</a>. Oudheden aldaar, bl. <a href="#d0e13025">428</a>.
+
+</p>
+<p><i>Bagnerolles</i> (Bron van) bl. <a href="#d0e11509">369</a>.
+
+</p>
+<p><i>Barb&eacute;</i>, (Het eilandje) in de nabijheid van <i>Lyon</i>, bl. <a href="#d0e2092">60</a>.
+
+</p>
+<p><i>Barbezieux</i>, (Het Steedje) bl. <a href="#d0e15583">505</a>.
+
+</p>
+<p><i>Bar&egrave;ges</i>, (Baden van) bl. <a href="#d0e11944">389</a>.
+
+</p>
+<p><i>Baussille</i>, (Het Steedje <i>St</i>) bl. <a href="#d0e9393">301</a>.
+
+</p>
+<p><i>Beaucaire</i>, (Kermis van de Stad) zeer oud, bl. <a href="#d0e7545">244</a>. Oude <i>Romeinsche</i> weg in de nabijheid dier Stad, bl. <a href="#d0e7629">246</a>.
+
+</p>
+<p><i>Beaume</i>, of Grot van <span class="smallcaps">Rolland</span>; zie <i>Marseille</i>.
+
+</p>
+<p><i>Beaune</i>, (Het Stadje) bl. <a href="#d0e1580">44</a>. Inwoners als dom bekend; kwinkslag van <span class="smallcaps">Piron</span> tegen hen, ib. Gasthuis door <span class="smallcaps">N. Rollin</span>, bl. <a href="#d0e1620">45</a>. deszelfs wijn, ib.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">St. Bernardus</span>, stichter van zeer vele Kloosters, bl. <a href="#d0e1425">40</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Bernis</span>, (Weldadigheid van <span class="smallcaps">F. J. de Pierre de</span>) bl. <a href="#d0e8081">262</a>.
+
+</p>
+<p><i>Bezier</i>, (Het Stadje) bl. <a href="#d0e9925">323</a>. Fraaije ligging, bl. <a href="#d0e9965">324</a>. Hoofdkerk, ib.
+
+</p>
+<p><i>Bordeaux</i>, (De Schouwburg <i>le Th&eacute;atre de la Gait&eacute;</i> te) bl. <a href="#d0e13828">453</a>. <i>Hollandsche</i> opschriften op uithangborden, ib. Melding van een&#8217; <i>Romeinschen</i> Tempel, die bij <i>le Chateau Trompette</i> gestaan heeft, bl. <a href="#d0e13884">454</a>. Protestantsche Kerk, ib. Gemeene wandelplaats, bl. <a href="#d0e13912">455</a>. <i>La place de Libert&eacute;</i> aldaar, bl. <a href="#d0e13944">456</a>. De nieuwe Schouwburg, <i>le Th&eacute;atre Fran&ccedil;ais</i>, bl 457. Kwakzalver en zijne vrouw aldaar, bl. <a href="#d0e14067">460</a>. Liedjeszanger, ib. <i>St. Andreas</i> Kerk, bl. <a href="#d0e14077">461</a>. Aartsbisschoppelijk Paleis, bl. <a href="#d0e14113">462</a>. Aartsbisschoppelijke Tuin, bl. <a href="#d0e14150">463</a>. bewoond door <span class="smallcaps">Charles de la Croix</span>, ib. <i>St. Michiels</i> Kerk. ib. Abdij van het Heilige Kruis, ib. Oud Amphith&eacute;ater aldaar, bl. <a href="#d0e14179">465</a>. de Beurs, bl. <a href="#d0e14331">470</a>. Nadere beschrijving van den grooten Schouwburg, bl. <a href="#d0e14387">472</a>. <i>St. Juliaans</i> Poort, bl. <a href="#d0e14456">474</a>. Museum, bl. <a href="#d0e14771">483</a>. Merkwaardige Oudheid aldaar gevonden, <a id="d0e17631"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17631">562</a>]</span> bl. <a href="#d0e14813">484</a>. Kabinet van den Heer <span class="smallcaps">Journu-Aubert</span>, bl. <a href="#d0e14855">485</a>. Tivoli bl. <a href="#d0e14907">486</a>. Kerk van <i>St. Seurin</i>, bl. <a href="#d0e14974">488</a>. Vondelinghuis, bl. <a href="#d0e15039">490</a>. <i>&Eacute;cole de Commerce</i>, bl. <a href="#d0e15154">493</a>. <i>Chateau du Haa</i>, ib. Marionettenspellen aldaar, bl. <a href="#d0e15227">495</a>. <i>Le Chateau Trompette</i>, bl. <a href="#d0e15260">496</a>. Aangaande wijnen, in die omstreken vallende, bl. <a href="#d0e15314">499</a>. Kerk van <i>St. Dominicus</i>, bl. <a href="#d0e15387">501</a>. Naamsoorsprong van die Stad, ib. In deszelfs nabijheid werd <span class="smallcaps">Michel de Montaigne</span> geboren, bl. <a href="#d0e15440">502</a>.
+
+</p>
+<p><i>Borelly</i> (<i>Chateau</i>) bl. <a href="#d0e7086">231</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Bossuet</span> geboortig van Dyon, bl. <a href="#d0e1128">34</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Bourdon (Sebastiaan)</span> schilder van <i>Montpellier</i>, bl. <a href="#d0e9090">290</a>.
+
+</p>
+<p><i>Bourgondi&euml;n</i>, (Begin gemaakt aan het graven van het Kanaal van) bl. <a href="#d0e564">12</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Buffon</span> geboren en begraven te <i>Montbar</i>, bl. <a href="#d0e687">16</a>.
+Eenige bijzonderheden van zijn huisselijk leven, ib.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e17732">C.</h3>
+<p><i>Cadillac</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e13713">449</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Cailhava</span> te <i>Toulouse</i> geboren, bl. <a href="#d0e10889">349</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Cagnon (de)</span> om het geloof te <i>Lyon</i> verbrand, bl. <a href="#d0e2787">86</a>.
+Haar karakter, ib.
+
+</p>
+<p><i>Cagots</i> (Huisgezinnen in de <i>Pyrene&euml;n</i>) genoemd, bl. <a href="#d0e12295">401</a>.
+
+</p>
+<p><i>Calembours</i> zeer in gebruik in <i>Frankrijk</i>; voorbeelden derzelve, bl. <a href="#d0e203">3</a>.
+
+</p>
+<p><i>Campan</i>, (Vallei van) bl. <a href="#d0e11681">378</a>.
+
+</p>
+<p><i>Cannat</i>, (Het Dorpje <i>St.</i>) bl. <a href="#d0e4605">145</a>. Oude Mijlpaal der <i>Romeinen</i> daar gevonden, ib.
+
+</p>
+<p><i>Carcassone</i>, (De stad) bl. <a href="#d0e10210">331</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Caseneuve</span>, (Edelmoedig en Menschlievend gedrag van P.H.) staande de pest te <i>Marseille</i>, bl. <a href="#d0e5580">175</a>.
+
+</p>
+<p><i>Castanet</i>, (Het Dorpje) bl. <a href="#d0e10412">337</a>
+
+</p>
+<p><i>Castelnaudary</i> daarbij de kom der Vaart van <i>Languedoc</i>, bl. <a href="#d0e10256">332</a>. beroemd door den slag tusschen <span class="smallcaps">Gaston</span> enz. bl. <a href="#d0e10331">334</a>.
+
+</p>
+<p><i>Citeaux</i>, (Rijkdom der Abdij) bl. <a href="#d0e1324">38</a>. en verdere bijzonderheden dienaangaande, bl. <a href="#d0e1371">39</a>. de verkwisting der Monnikken dier Abdij<span id="d0e17851" class="corr" title="Bron: .">,</span> ib.
+
+</p>
+<p><i>Chalons sur Saone</i> (Eenige bijzonderheden wegens) bl. <a href="#d0e1662">46</a>. Kloosters en Kerken, bl. <a href="#d0e1698">47</a>. bevolking, bl. <a href="#d0e1749">48</a>.
+
+</p>
+<p><i>Chartres</i> (De stad) bl. <a href="#d0e16606">540</a>. Het koor der Kerk, bl. <a href="#d0e16626">541</a>.
+
+</p>
+<p><i>Chateau Regnault</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e16536">538</a>.
+
+</p>
+<p><i>Chateaudun</i> (Het steedje) bl. <a href="#d0e16606">540</a>.
+
+</p>
+<p><i>Chatellerault</i>, (De stad) bl. <a href="#d0e15915">517</a>. fraaije brug aldaar, ib. Messenmakerijen aldaar bl. <a href="#d0e15956">518</a>.
+
+</p>
+<p><i>Clos de Vougeot</i>, Aldaar <a id="d0e17905"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e17905">563</a>]</span>wordt wijn van dien naam geteeld, bl. <a href="#d0e1324">38</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Coll&eacute;</span> <i>la partie de Chasse de</i> <span class="smallcaps">Henri</span> IV. is ontleend uit eene gebeurtenis te <i>Lieursaint</i> voorgevallen, bl. <a href="#d0e151">2</a>.
+
+</p>
+<p><i>Condrieu</i>, (Ligging van het stadje) en bijzonderheden wegens hetzelve, bl. <a href="#d0e3328">104</a>. Maarschalk <span class="smallcaps">de Villars</span> aldaar geboren, bl. <a href="#d0e3355">105</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Cousin (Jean)</span> schilder, geboortig van <i>Soucy</i>, bl. <a href="#d0e443">9</a>.
+Zijn beroemd stuk het laatst Oordeel, Noot ib.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Coustou</span> Beeldhouder der Tombe van <span class="smallcaps">Lodewijk Dauphin</span> van <i>Frankrijk</i> te <i>Sens</i>, bl. <a href="#d0e415">8</a>.
+
+</p>
+<p><i>C&ocirc;te d&#8217;Or</i>, (Vruchtbaarheid in wijn van het <span id="d0e17969" class="corr" title="Bron: Departetement">Departement</span>) bl. <a href="#d0e1501">42</a>.
+
+</p>
+<p><i>C&ocirc;te Roti</i>, (De Heuvel) bl. <a href="#d0e3328">104</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Crebillon</span> geboortig van <i>Dyon</i>, bl. <a href="#d0e1982">54</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Cromwell</span> (Ontmoeting van <span class="smallcaps">Richard</span>) bij den Prins van <span class="smallcaps">Conti</span>, bl. <a href="#d0e9891">322</a>.
+
+</p>
+<p><i>Cuges</i>, (Gelegenheid enz. van) bl. <a href="#d0e6221">197</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e18013">D.</h3>
+<p><i>Destugue</i> (<i>la Grotte de</i>) bl. <a href="#d0e11577">373</a>.
+
+</p>
+<p><i>Dru&iuml;den</i>, (Tempels der) bl. <a href="#d0e16236">529</a>. Naauwkeurige beschrijving derzelven, bl. <a href="#d0e16290">530</a>.
+
+</p>
+<p><i>Dyon</i>, (De stad) bl. <a href="#d0e847">22</a>. Beschrijving van de poort der Vrijheid aldaar, bl. <a href="#d0e889">23</a>. Populierboom en de <i>Jardin d&#8217;Arquebuse</i>, ib. de Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e921">24</a>. Heilige Kapel in die Kerk. ib. Kloosters, bl. <a href="#d0e991">26</a>. Paleis van <span class="smallcaps">Cond&eacute;</span> ib. Koffijhuizen, bl. <a href="#d0e1029">28</a>. het Museum, bl. <a href="#d0e1041">29</a>. Gasthuis, bl. <a href="#d0e1093">32</a>. Voorname Mannen, bl 34. &#8217;t Oude slot&#8212;de Bastille van die stad, bl. <a href="#d0e1271">36</a>. Voorkomen der Inwoners en bevolking bl. <a href="#d0e1290">37</a>. Bedrijven en handel, ib.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e18073">E.</h3>
+<p><i>Echelle (le Passage de l&#8217;</i>) bl. <a href="#d0e12209">398</a>.
+
+</p>
+<p><i>Eguille</i> (Eene Pyramide te <i>Vienne</i> en <i>Dauphin&eacute;</i> onder den naam van) bl. <a href="#d0e3328">104</a>.
+
+</p>
+<p><i>Epernon</i> (Omstreken van) bl. <a href="#d0e16717">543</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Erichem</span> (Dr. van) te <i>Bordeaux</i>, bl. <a href="#d0e15004">489</a>.
+
+</p>
+<p><i>Escalette</i>, (De berg) bl. <a href="#d0e11746">381</a>.
+
+</p>
+<p><i>Esprit</i> (Het stadje <i>St.</i>) en vermaarde brug bij hetzelve bl. <a href="#d0e3683">117</a>. Stichting en beschrijving dier Brug, bl. <a href="#d0e3700">118</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e18133">F.</h3>
+<p><span class="smallcaps">Ferrier</span> (<span class="smallcaps">du</span>) te <i>Toulouse</i> geboren, bl. <a href="#d0e10889">349</a>.
+
+</p>
+<p><i>Flourance</i>, (Het stadje) bl. <a href="#d0e13286">436</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Florentin</span> (<span class="smallcaps">St.</span>) een der slechtste Hovelingen van <a id="d0e18162"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e18162">564</a>]</span><span class="smallcaps">Lodewijk</span> den XV. bl. <a href="#d0e564">12</a>. zijn grafschrift, ib.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e18170">G.</h3>
+<p>Galeislaven te <i>Toulon</i>, bl. <a href="#d0e6596">210</a>.
+
+</p>
+<p>Galeistraf, wanneer in <i>Frankrijk</i> ingevoerd, bl. <a href="#d0e6604">211</a>.
+
+</p>
+<p><i>Ganges</i> (Vele Protestanten in het steedje) bl. <a href="#d0e9416">302</a>.
+
+</p>
+<p><i>Gard</i>, (<i>Port du</i>) bl. <a href="#d0e8253">266</a>. Waterleiding bij dezelve, ib.
+
+</p>
+<p><i>Gavarnie</i>, (Waterval en Dorp) bl. <a href="#d0e12479">406</a>.
+
+</p>
+<p><i>Gedro</i>, (Het Dorp) bl. <a href="#d0e12321">402</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Geoffredi</span> (De Priester) verbrand, bl. <a href="#d0e7041">229</a>.
+
+</p>
+<p><i>Gimont</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e11105">356</a>.
+
+</p>
+<p><i>Gilles</i>, (Het steedje <i>St.</i>) bl. <a href="#d0e9369">299</a>.
+
+</p>
+<p><i>Givors</i>, (Bijzonderheden van het steedje) bl. <a href="#d0e3285">103</a>.
+
+</p>
+<p><i>Grippe</i> (het Dorp) bl. <a href="#d0e11730">380</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e18258">H.</h3>
+<p>Hagedissen overvloedig bij <i>Montpellier</i>, bl. <a href="#d0e8961">285</a>.
+
+</p>
+<p><i>Hautbrion</i> (Wijn van) bl. <a href="#d0e14508">476</a>.
+
+</p>
+<p><i>Haye</i>, (Het steedje <i>la</i>) geboorteplaats van <span class="smallcaps">Ren&eacute; Descartes</span>, bl. <a href="#d0e15975">519</a>.
+
+</p>
+<p><i>Hi&egrave;res</i>, Tuinen van Orange en Citroenboomen aldaar, bl. <a href="#d0e6723">215</a>. slechte staat dier stad, bl. <a href="#d0e6781">217</a>. Kasteel aldaar, ib. Eilanden bl. <a href="#d0e6806">219</a>.
+
+</p>
+<p><i>l&#8217;Hieris</i>, (Het dal van) of <i>Lheris</i>, bl. <a href="#d0e12978">426</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Hippocrates</span> (Borstbeeld van) te <i>Montpellier</i>, bl. <a href="#d0e9231">295</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e18322">I.</h3>
+<p><i>If</i>, (&#8217;t Kasteel <i>d&#8217;</i>) bl. <a href="#d0e5938">188</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Innocentius</span> de IV. (Paus) bouwt de brug te <i>Lyon</i>, bl. <a href="#d0e2212">65</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Isaure</span> (<span class="smallcaps">Clemence</span>) stichteres der Akademie <i>des Jeux Floraux</i>, bl. <a href="#d0e10810">348</a>.
+
+</p>
+<p><i>Isle</i>, (Het stadje) bl. <a href="#d0e3804">123</a>.
+
+</p>
+<p><i>Isle de Jourdain</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e11082">355</a>.
+
+</p>
+<p>Izard (Beschrijving van een) bl. <a href="#d0e12919">423</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e18377">J.</h3>
+<p>Joden (Mishandeling der) te <i>Bezier</i>, bl. <a href="#d0e9965">324</a>.
+
+</p>
+<p><i>Joigny</i>, (De ligging der stad) bl. <a href="#d0e532">11</a>. waarin deszelfs Koophandel bestaat, bl. <a href="#d0e564">12</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Journu Aubert</span>, (Kabinet van schilderijen van den Heer) bl. <a href="#d0e14855">485</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e18405">K.</h3>
+<p>Klokkespelen zijn zeer zeldzaam in <i>Frankrijk</i>, bl. <a href="#d0e14113">462</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Knip</span> (Melding van den schilder) en zijne Zuster, bl. <a href="#d0e12802">420</a>.
+
+</p>
+<p>Kwakkels menigvuldig omtrent <i>Marseille</i>, bl. <a href="#d0e7075">230</a>.
+
+
+<a id="d0e18430"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e18430">565</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e18432">L.</h3>
+<p><i>Lambesc</i>, (Gelegenheid van het steedje) bl. <a href="#d0e4605">145</a>.
+
+</p>
+<p><i>Landes</i> (de Inwoners van) loopen op stelten, bl. <a href="#d0e15292">497</a>. en verdere bijzonderheden dienaangaande, bl. <a href="#d0e15303">498</a>.
+
+</p>
+<p><i>Languedoc</i>. (<i>Canal de</i>) bl. <a href="#d0e9925">323</a>. Nader berigt deswegens, Noot bl. <a href="#d0e10591">342</a>.
+
+</p>
+<p><i>Lectoure</i>, (Het stadje) bl. <a href="#d0e13342">437</a>.
+
+</p>
+<p><i>Lieursaint</i>, zie <span class="smallcaps">Coll&eacute;</span>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Longpierre</span> geboortig van <i>Dyon</i>, bl. <a href="#d0e1190">35</a>.
+
+</p>
+<p><i>Lourde</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e12657">413</a>. Kasteel in deszelfs nabijheid, bl. <a href="#d0e12842">421</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Louvois</span> (Streek van zekeren) om aan geld te komen, bl. <a href="#d0e619">14</a>.
+
+</p>
+<p><i>Lucretum</i>, (Plaats van het oude) bl. <a href="#d0e6172">196</a>.
+
+</p>
+<p><i>Lunel</i> (&#8217;t Steedje) beroemd om deszelfs wijn, bl. <a href="#d0e8777">279</a>.
+
+</p>
+<p><i>Luz</i> (Het dal) bl. <a href="#d0e12106">395</a>.
+
+</p>
+<p><i>Lyon</i> begravenis aldaar, bl. <a href="#d0e2170">63</a>. de plaats <i>Bellecour</i>, bl. <a href="#d0e2212">65</a>. Brug over de <i>Rhone</i> ib<span id="d0e18542" class="corr" title="Bron: ">.</span> Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e2258">67</a><span id="d0e18547" class="corr" title="Bron: ,">.</span> <i>Palais de Justice</i>, bl. <a href="#d0e2281">68</a>. <i>Quai du Rhone</i>, ib. De brug van <span class="smallcaps">Morand</span>, bl. <a href="#d0e2303">69</a>. de Schouwburg, bl. <a href="#d0e2332">70</a>. Gasthuis, bl. <a href="#d0e2418">73</a>. &#8217;t Gebouw <i>la Charit&ecirc;</i>, bl. <a href="#d0e2436">76</a>. <i>Th&eacute;atre des Variet&eacute;s</i>, bl. <a href="#d0e2449">77</a>. <i>l&#8217;Hospice d&#8217;Antiquaille</i>, ib. wie de stichter van die stad is, ib. <i>La Place des Martyrs</i>, bl. <a href="#d0e2563">79</a>. overblijfsels van een <i>Romeinschen</i> Schouwburg, ib. kelder onder den naam van <i>Bains des Empereurs</i>, bl. <a href="#d0e2598">80</a>. Kapel van Onze Lieve Vrouw van <i>Fourvi&egrave;res</i>, bl. <a href="#d0e2618">81</a>. <i>la Place de Terreaux</i>, bl. <a href="#d0e2692">84</a>. Stadhuis, ib. de metalen Tafel, waarop de aanspraak van Keizer <span class="smallcaps">Claudius</span> verloren is, bl. <a href="#d0e2745">85</a>. Abdij van <i>St. Pieter</i>, ib. Kerk der <i>Jesuiten</i>, bl. <a href="#d0e2810">87</a>. de Abdij <i>d&#8217;Ainai</i> en pilaren in dezelve, bl. <a href="#d0e2817">88</a>. &#8217;t voormalig <i>Karthuizer</i> Klooster, bl. <a href="#d0e2921">93</a>. Fabrieken, bl. <a href="#d0e2952">94</a>. Oudtijds <i>Lugdunum</i> geheeten, bl. <a href="#d0e3048">98</a>. Volkrijkheid, ib. aanzienlijkheid der Geestelijkheid daar ter plaatse, bl. <a href="#d0e3119">99</a>. <span class="smallcaps">Pierre Perrin</span> stichter der <i>Fransche</i> Opera daar geboren, bl. <a href="#d0e3165">100</a>. ook <span class="smallcaps">Coysevox</span> en <span class="smallcaps">de Coustou&#8217;s</span> Beeldhouwers en <span class="smallcaps">Joseph Vivien</span>, bl. <a href="#d0e3228">101</a>. Kerkvergaderingen aldaar gehouden, ib.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e18674">M.</h3>
+<p><i>Ma&ccedil;on</i>, (Ligging der Stad) bl. <a href="#d0e1873">51</a>, 52. wijn in dien omstreek, bl. <a href="#d0e1947">53</a>. de Bibliotheek der <i>Benedictijner Cluny</i> aldaar, ib.
+
+</p>
+<p><i>Maintenon</i> (Het steedje) bl. <a href="#d0e16626">541</a>. <i>Aquaduc</i> daar aangelegd, bl. <a href="#d0e16670">542</a>.
+
+</p>
+<p><i>Marie</i> (Het dorp <i>St.</i>) bl. <a href="#d0e11730">380</a>.
+
+</p>
+<p><i>Marmande</i> (Het stadje) bl. <a href="#d0e13681">448</a>.
+<a id="d0e18719"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e18719">566</a>]</span></p>
+<p><i>Marmoutier</i>, (De Abdij) de oudste uit het geheele Westen, bl. <a href="#d0e16103">524</a>.
+
+</p>
+<p><i>Marseille</i>, (De weg van <i>Aix</i> naar) bl. <a href="#d0e4712">148</a>. de Haven, bl. <a href="#d0e4930">150</a>. de Groenmarkt, bl. <a href="#d0e4994">152</a>. <i>le Pavillon Chinois</i>, ib. de Nieuwe Stad<span id="d0e18746" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e5039">153</a>. de Wandelplaats<span id="d0e18752" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e5089">156</a>. Fontein met een beeld van <span class="smallcaps">Homerus</span> en <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, bl. <a href="#d0e5229">162</a>. Handel te <i>Marseille</i>, bl. <a href="#d0e5276">163</a>. Schouwburg, bl. <a href="#d0e5357">166</a> Koffijhuizen, ib. de Berg <span class="smallcaps">Bonaparte</span>, bl. <a href="#d0e5429">168</a>. Stadhuis en Beurs<span id="d0e18782" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. Spijs en vruchten aldaar, bl. <a href="#d0e5658">178</a>. Vrouwen<span id="d0e18791" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e5778">182</a>, Fort <i>St. Jean</i><span id="d0e18799" class="corr" title="Bron: ">,</span> ib. Tempel van <span class="smallcaps">Diana</span> aldaar, bl. <a href="#d0e5800">183</a>. &#8217;t zoo genaamd Paleis der Roomsche Keizers, bl. <a href="#d0e5829">184</a>. Vischmarkt, ib. Lees-Societeit<span id="d0e18811" class="corr" title="Bron: ">,</span> ib. Kaatsbaan, bl. <a href="#d0e5852">185</a>. Schouwburg, bl. <a href="#d0e5884">186</a>. Abdij van <i>St. Victor</i>, bl. <a href="#d0e5967">189</a>. Protestantsche Kerk, bl. <a href="#d0e6016">191</a>. Baden, bl. <a href="#d0e6049">193</a>. Museum<span id="d0e18832" class="corr" title="Bron: ">,</span> ib. <i>Lyceum</i>, bl. <a href="#d0e6080">194</a>. <i>Beaume</i> of <i>Grot de Rolland</i>, bl. <a href="#d0e6983">225</a>. <i>Chateau Borelly</i>, bl. <a href="#d0e7086">231</a>. Oorsprong dezer stad, bl. <a href="#d0e7134">233</a>. en eenige oudheidkundige bijzonderheden, bl. <a href="#d0e7168">234</a>. gezondheid van klimaat, bl. <a href="#d0e7230">235</a>.
+
+</p>
+<p><i>Marseillaansche</i> Marsch vervaardigd door <span class="smallcaps">Rouget de l&#8217;Isle</span>, bl. <a href="#d0e7230">235</a>.
+
+</p>
+<p><i>Martin</i> (Het steedje <i>St.</i>) <i>de Londres</i>, bl. <a href="#d0e9388">300</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Martin</span> (Wonderwerk van het paard aan <span class="smallcaps">St.</span>) geschonken, bl. <a href="#d0e16160">526</a>.
+
+</p>
+<p>Meekrap, zie <i>Mori&egrave;res</i>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Mejan</span>, (Buitenplaats van den Heer)<span id="d0e18907" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e9449">304</a>&#8211;309.
+zijn kantoor te <i>Ganges</i>, bl. <a href="#d0e9616">315</a>.
+
+</p>
+<p>Melk (Bijzondere wijze van) te koop veilen te <i>Marseille</i>, bl. <a href="#d0e5133">159</a>.
+
+</p>
+<p><i>Melun</i>, (Ligging enz. der stad)<span id="d0e18931" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e281">5</a>. Geboorteplaats van <span class="smallcaps">Amyot</span>, ib.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Menestrier</span>, (Zonderling grafschrift op)<span id="d0e18944" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e1190">35</a>.
+
+</p>
+<p><i>Meursault</i> (&#8217;t Dorp) beroemd om deszelfs wijn, bl. <a href="#d0e1662">46</a>.
+
+</p>
+<p><i>Meze</i> (Het Stadje)<span id="d0e18961" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e9786">320</a>.
+
+</p>
+<p><i>Mirande</i>, (Kousenfabriek te)<span id="d0e18971" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e11207">359</a>.
+
+</p>
+<p>Moerbezienboom in <i>Frankrijk</i> ingevoerd, bl. <a href="#d0e3553">113</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Monnoye</span> (<span class="smallcaps">la</span>) geboortig van <i>Dyon</i>, bl. <a href="#d0e1128">34</a>.
+
+</p>
+<p><i>Montagnac</i>, (Het stadje)<span id="d0e19002" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e9786">320</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Montaigne</span> (<span class="smallcaps">Michel de</span>) te <i>Bordeaux</i> geboren, bl. <a href="#d0e15440">502</a>.
+
+</p>
+<p><i>Monthar</i> (Stadje en Kasteel)<span id="d0e19025" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e687">16</a>. Verdere gelegenheid van hetzelve, bl. <a href="#d0e747">18</a>.
+
+</p>
+<p><i>Montbazon</i> (Het steedje)<span id="d0e19038" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e16036">521</a>.
+
+</p>
+<p><i>Montelimar</i>, (Gelegenheid der Stad)<span id="d0e19048" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e3553">113</a>. daar omstreeks de eerste Moerbezi&euml;nboom geplant, ib.
+
+</p>
+<p><i>Montereau</i>, (Ligging van het stadje) deszelfs Brug enz.<span id="d0e19058" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e338">6</a>.
+
+</p>
+<p><i>Montlieu</i>, (Het steedje)<span id="d0e19068" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e15583">505</a>.
+
+</p>
+<p><i>Montpellier</i>, <i>Esplanade</i> aldaar, <a id="d0e19081"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e19081">567</a>]</span>bl. <a href="#d0e8804">280</a>. Waterkasteel<span id="d0e19086" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e8833">281</a>. <i>La Place du Peyrou</i>, bl. <a href="#d0e8833">281</a>. Aquaduc, bl. <a href="#d0e8899">283</a>. Werktuig ter bevochtiging van den grond in de nabijheid van <i>Montpellier</i>, bl. <a href="#d0e8961">285</a>. Protestantsche Kerk aldaar, bl. <a href="#d0e8997">287</a>. de Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e9024">289</a>. Schilderstuk van <span class="smallcaps">Simon</span> <i>den Toovenaar</i> door <span class="smallcaps">Bourdon</span>, ib. Schouwburg, bl. <a href="#d0e9112">291</a>. wolle en waschbleekerijen, ib. Parfumeurs, bl. <a href="#d0e9145">292</a>. Fakulteit der Geneeskunde aldaar, bl. <a href="#d0e9162">293</a>. Fontein ter eere van den Maarschalk <span class="smallcaps">de Castries</span>, bl. <a href="#d0e9655">317</a>. Beurs aldaar, ib. koperrood en <i>Cremor Tartari</i> worden aldaar gemaakt, bl. <a href="#d0e9685">318</a>. voorname en beroemde mannen, bl. <a href="#d0e9732">319</a>.
+
+</p>
+<p><i>Mori&egrave;res</i> (In de omstreken van) groeit Meekrap, bl. <a href="#d0e4004">131</a>.
+
+</p>
+<p>Muzijk (Over de) in <i>Frankrijk</i> en het zingen van het gemeen, bl. <a href="#d0e4542">142</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e19162">N.</h3>
+<p><i>Narbonne</i> (De stad) oudtijds <i>Narbo Martius</i>, bl. <a href="#d0e10061">327</a>. Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e10116">328</a>.
+
+</p>
+<p><i>Nismes</i>, (Amphith&eacute;ater te) bl. <a href="#d0e7709">248</a>&#8211;252. Tempel van <span class="smallcaps">Cajus C&aelig;sar</span> <i>Maison Carr&eacute;e</i> geheeten, bl. <a href="#d0e7832">253</a>. <i>Temple de Diane</i>, bl. <a href="#d0e7879">254</a>. Vloeren en <i>Mosa&iuml;que</i>, bl. <a href="#d0e7927">256</a>. Luchtgesteldheid aldaar, bl. <a href="#d0e7979">258</a>. Arenden van wit marmer, bl. <a href="#d0e8000">260</a>. Stadhuis, bl. <a href="#d0e8017">261</a>. Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e8210">264</a>. <i>Esplanade</i> aldaar, bl. <a href="#d0e8374">270</a>. Bibliotheek en Kabinet, bl. <a href="#d0e8398">271</a>. Oudheden<span id="d0e19226" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e8414">272</a>. de schilder <span class="smallcaps">Renaud</span> daar geboren, ib. Protestantsche Kerk aldaar<span id="d0e19235" class="corr" title="Bron: ">,</span> ib. <i>Porte de France</i> en <i>Porte de Rome</i>, bl. <a href="#d0e8457">273</a>. Oudheid en Geschiedenis dier stad, bl. <a href="#d0e8503">275</a>. <span class="smallcaps">Jean Nicot</span> aldaar geboren, bl. <a href="#d0e8723">278</a>.
+
+</p>
+<p><i>Nuijs</i> of <i>Nuits</i> (Het stadje) om deszelfs wijn beroemd<span id="d0e19263" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e1425">40</a>, versje op die stad, bl. <a href="#d0e1477">41</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e19273">O.</h3>
+<p><i>Office</i> (<i>l&#8217;</i>) <i>des Foux</i>, Kerkdienst der Gekken, een boek voorheen te <i>Sens</i> bewaard, bl. <a href="#d0e443">9</a>.
+
+</p>
+<p><i>Ollioules</i> (<i>Les Gorges des</i>)<span id="d0e19298" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e6342">201</a>.
+
+</p>
+<p><i>Orange</i>, (Stad en Prinsdom)<span id="d0e19308" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e3722">120</a>.
+
+</p>
+<p><i>Orgon</i>, (Het stadje)<span id="d0e19318" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e4585">144</a>. daarbij <i>le Canal de Boiselin</i>, bl. <a href="#d0e7432">241</a>.
+
+</p>
+<p><i>Ormes</i>, (Het Kasteel <i>les</i>)<span id="d0e19337" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e15956">518</a>.
+
+</p>
+<p><i>Ossone</i>, (<i>le Val d&#8217;</i>)<span id="d0e19350" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e12417">405</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e19357">P.</h3>
+<p><span class="smallcaps">Paul</span>, een <i>Fransche</i> Zeeheld, zijne nedrigheid, bl. <a href="#d0e6925">222</a>.
+
+</p>
+<p><i>Pesenas</i> (Het stadje)<span id="d0e19373" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e9840">321</a>.
+<a id="d0e19379"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e19379">568</a>]</span></p>
+<p><span class="smallcaps">Petrarcha</span> en <span class="smallcaps">Laura</span> (Eenige bijzonderheden wegens)<span id="d0e19387" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e3884">127</a>. Noot.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Photin</span> (<span class="smallcaps">St.</span>) eerste Bisschop van <i>Lyon</i>, bl. <a href="#d0e2513">78</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Picard</span> vervaardiger van een Tooneelstuk <i>le Collateralou la Diligence &agrave; Joigny</i>, bl. <a href="#d0e532">11</a>.
+
+</p>
+<p><i>Pierre Cise</i> Staatsgevangenis van <span class="smallcaps">Cincq-Mars</span> en <span class="smallcaps">de Thou</span>, bl. <a href="#d0e2112">61</a>.
+
+</p>
+<p><i>Pierrefitte</i>, (Het Dorp)<span id="d0e19433" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e12753">418</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Piron</span> geboortig van <i>Dyon</i>, bl. <a href="#d0e1128">34</a>.
+
+</p>
+<p><i>Poitiers</i>, (De stad) bl. <a href="#d0e15769">511</a>. Oudheden aldaar, bl. <a href="#d0e15786">512</a>. Wandeling aldaar, bl. <a href="#d0e15830">513</a>, de Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e15850">514</a>. Schouwburg, bl. <a href="#d0e15876">515</a>.
+
+</p>
+<p><i>Pomare</i> (Het Dorp) beroemd om den wijn, bl. <a href="#d0e1662">46</a>.
+
+</p>
+<p><i>Pont sur Yonne</i>, (Gelegenheid van het stadje)<span id="d0e19479" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e382">7</a>.
+
+</p>
+<p><i>Pragn&egrave;res</i> (het dorpje)<span id="d0e19489" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e12258">400</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Puget</span> (Borstbeeld ter eere van) te <i>Marseille</i> opgerigt, bl. <a href="#d0e5133">159</a>.
+eenige bijzonderheden hem betreffende, bl. <a href="#d0e5192">161</a>.
+
+</p>
+<p><i>Pyrene&euml;n</i>, (Eerste gezigt der)<span id="d0e19512" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e11207">359</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e19519">R.</h3>
+<p><span class="smallcaps">Rabelais</span>, (Tabbaard van)<span id="d0e19525" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e9231">295</a>.
+op welk een wijze hij een Minister te spreken krijgt, bl. <a href="#d0e16423">536</a>.
+
+</p>
+<p><i>Rambouillet</i> (De stad) en deszelfs fraaije gelegenheid<span id="d0e19538" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e16818">547</a>. Stadhuis aldaar, ib.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Rameau</span> geboortig van <i>Dyon</i>, bl. <a href="#d0e1190">35</a>.
+
+</p>
+<p><i>Remy</i>, (Gelegenheid van <i>St.</i>)<span id="d0e19561" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e7478">242</a>.
+
+</p>
+<p><i>Riotti</i>, (Ligging van het Dorp)<span id="d0e19571" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e2042">58</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Rivals</span>, (Schilderij van <span class="smallcaps">Antoine</span>) zie <i>Toulouse</i>.
+
+</p>
+<p><i>Roulet</i>, (Het steedje)<span id="d0e19591" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e15624">506</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e19598">S.</h3>
+<p><i>Saussa</i> (<i>Cascade</i>)<span id="d0e19607" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e12388">404</a>.
+
+</p>
+<p><i>Sauveur</i> (Ligging van <i>Sint</i>)<span id="d0e19620" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e12169">396</a>.
+
+</p>
+<p>Schorpioen (Beet van den) te <i>Marseille</i> niet vergiftig, bl. <a href="#d0e7274">236</a>.
+
+</p>
+<p><i>Semur</i>, (Ligging van het stadje)<span id="d0e19638" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e747">18</a>.
+
+</p>
+<p><i>Sens</i>, (Ligging der stad) Hoofdkerk; begraafplaats van <span class="smallcaps">Lodewijk Dauphin</span> van <i>Frankrijk</i>, bl. <a href="#d0e415">8</a>. Oudheden, bl. <a href="#d0e443">9</a>. Geschiedk. bijzonderheden, ib.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Serre le Peintre</span> schilder van <i>Marseille</i>, bl. <a href="#d0e5580">175</a>.
+zijn gedrag ten tijde der pest, ib.
+
+</p>
+<p><i>Sambernon</i> (Het Kasteel) en bijzondere aflooping van het water op hetzelve, bl. <a href="#d0e761">19</a>.
+
+</p>
+<p><i>Sor&egrave;se</i>, (Het <i>Pensionat</i> te)<span id="d0e19684" class="corr" title="Bron: ">,</span> bl. <a href="#d0e10331">334</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Spaendonck</span> (<span class="smallcaps">van</span>) een <i>Nederlandsch</i> Bloemschilder te <i>Parijs</i>, bl. <a href="#d0e14604">479</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e19707">T.</h3>
+<p><span class="smallcaps">Talma</span> (De Acteur) en zijne vrouw, bl. <a href="#d0e14407">473</a>.
+
+</p>
+<p><i>Tarasco</i>, (De stad) zoo genoemd <a id="d0e19720"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e19720">569</a>]</span>naar een <i>Grieksch</i> woord, bl. <a href="#d0e7478">242</a>. Processie met een draak op <i>St. Martha&#8217;s</i> dag, bl. <a href="#d0e7516">243</a>.
+
+</p>
+<p><i>Tarbes</i>, (De stad) bl. <a href="#d0e11333">363</a>. derzelver gelegenheid en oudheid, bl. <a href="#d0e11366">364</a>.
+
+</p>
+<p><i>Terrines</i> (De uitvinders van de) <i>de Nerac</i>, bl. <a href="#d0e13600">445</a>.
+
+</p>
+<p><i>Thain</i> (Omstreeks) groeit de Hermitage-wijn, bl. <a href="#d0e3394">108</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Thomas</span> sterft in de armen van den Bisschop <span class="smallcaps">Montaset</span>, bl. <a href="#d0e3165">100</a>.
+
+</p>
+<p><i>Tolosa</i>, (Oude stad) bl. <a href="#d0e10766">347</a>.
+
+</p>
+<p><i>Tonnerre</i>, (Ligging van het stadje), bl. <a href="#d0e564">12</a>.
+
+</p>
+<p><i>Tonneins</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e13630">446</a>.
+
+</p>
+<p><i>Toulon</i>, Stadhuis en Vrijheidsbeeld aldaar, bl. <a href="#d0e6429">204</a>. Fort <i>de la Malgue</i> in de nabijheid dier stad, bl. <a href="#d0e6469">205</a>. <span class="smallcaps">Joubert</span> aldaar begraven, bl. <a href="#d0e6509">206</a>. Kerk <i>St. Louis</i>, bl. <a href="#d0e6544">207</a>. het Arsenaal, bl. <a href="#d0e6580">208</a>. <i>Jardin des Plantes</i>, bl. <a href="#d0e6687">214</a>. getal van Inwoners, bl. <a href="#d0e6884">221</a>.
+
+</p>
+<p><i>Toulouse</i>, (Straten van) bl. <a href="#d0e10487">339</a>. Hoofdkerk aldaar, ib. Aartsbisschoppelijk Paleis, ib. Kapitool, bl. <a href="#d0e10520">340</a>. de staat der schilderijen van <span class="smallcaps">Antoine Rivals</span> op het Kapitool, bl. <a href="#d0e10520">340</a>. Schouwburg, bl. <a href="#d0e10624">343</a>. fraaije brug over de <i>Garonne</i>, ib. Het Hospitaal <i>St. Jakob</i>, bl. <a href="#d0e10667">344</a>. Korenmolen van buitengewone grootte, ib. Kerk van <i>St. Sernin</i>, bl. <a href="#d0e10692">345</a>. Kerk der <i>Karthuizers</i> ib. &#8217;t Stads Museum, bl. <a href="#d0e10723">346</a>. Schilderij van <span class="smallcaps">A. Rivals</span> in &#8217;t Museum, ib. wandelingen, bl. <a href="#d0e10766">347</a>. &#8217;t Parlement, bl. <a href="#d0e10810">348</a>. <i>Academie des jeux Floraux</i>, bl. <a href="#d0e10810">348</a>. mannen van geleerdheid daar geboren, bl. <a href="#d0e10889">349</a>. handel van die stad, ib. grafkelder aldaar van een bijzondere eigenschap, bl. <a href="#d0e10956">350</a>.
+
+</p>
+<p><i>Tournon</i> (Het steedje) bl. <a href="#d0e3394">108</a>.
+
+</p>
+<p><i>Tournus</i> (Fraaije brug te) bl. <a href="#d0e1825">50</a>.
+
+</p>
+<p><i>Tours</i>, (Ligging der stad) bl. <a href="#d0e16050">522</a>. fraaije brug aldaar, ib. de landstreken leveren vele pruimen op, bl. <a href="#d0e16103">524</a>. waarschijnlijk <i>Romeinsche</i> overblijfsels aldaar, bl. <a href="#d0e16160">526</a>. Aartsbisdom, ib. Hoofdkerk, bl. <a href="#d0e16185">527</a>. Tempel der Dru&iuml;den, bl. <a href="#d0e16209">528</a>. hoedanig bebouwd, en aanleg van nieuwe straten, bl. <a href="#d0e16366">534</a>. een straat aldaar naar <span class="smallcaps">Agnes Sorel</span> genaamd, bl. <a href="#d0e16391">535</a>.
+
+</p>
+<p><i>Tram&eacute;saigues</i>, (Waterval van) bl. <a href="#d0e11758">382</a>.
+
+</p>
+<p><i>Trevoux</i>, (Ligging van) bl. <a href="#d0e2063">59</a>. <i>Journal et Dictionaire</i> aldaar door de Jesuiten geschreven, ib.
+
+</p>
+<p><i>Tricherie</i>, (Het Dorp) bl. <a href="#d0e15915">517</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e19960">V.</h3>
+<p><i>Valence</i>, (Ligging der stad) bl. <a href="#d0e3438">109</a>. het hart van Paus <span class="smallcaps">Pius</span> den VI. wordt aldaar <a id="d0e19972"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e19972">570</a>]</span>in een looden kistje bewaard bl. <a href="#d0e3493">110</a>.
+
+</p>
+<p><i>Vaudevilles</i>, (Oorsprong der) bl. <a href="#d0e13784">452</a>.
+
+</p>
+<p><i>Vaucluse</i>, (Het dorpje) bl. <a href="#d0e3847">125</a>. bron van <i>Vaucluse</i>, bl. <a href="#d0e3956">128</a>. <i>Romance du Rivage de Vaucluse</i>, bl. <a href="#d0e4081">133</a>.
+
+</p>
+<p><i>Velocif&egrave;res</i>, een nieuwe soort van rijtuigen, bl. <a href="#d0e16499">537</a>. gebreken aan dezelve, bl. <a href="#d0e16795">546</a>.
+
+</p>
+<p><i>Velours d&#8217;Utrecht</i> wordt te <i>Sens</i> gefabriceerd, bl. <a href="#d0e494">10</a>.
+
+</p>
+<p><i>Vendome</i>, aldaar worden vele handschoenen gemaakt, bl. <a href="#d0e16564">539</a>.
+
+</p>
+<p><i>Vergi</i>, (Het Kasteel) bl. <a href="#d0e1501">42</a>.
+
+</p>
+<p><i>Vienne</i> en <i>Dauphin&eacute;</i>, (Ligging en bijzonderheden van) bl. <a href="#d0e3285">103</a>.
+
+</p>
+<p><i>Vigan</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e9416">302</a>.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Villars</span> (Edelmoedig en menschlievend gedrag van) bij gelegenheid van den <i>St. Barthels</i>-moord, bl. <a href="#d0e7947">257</a>.
+
+</p>
+<p><i>Villefranche</i>, (Gelegenheid van) bl. <a href="#d0e10373">335</a>.
+
+</p>
+<p><i>Villeneuve-la Guyard</i>, (Het stadje) bl. <a href="#d0e382">7</a>.
+
+</p>
+<p><i>Villeneuve sur Yonne</i>, (Het stadje) bl. <a href="#d0e494">10</a>.
+
+</p>
+<p><i>Vitteaux</i>, (Het steedje) bl. <a href="#d0e761">19</a>.
+
+</p>
+<p><i>Viviers</i>, (Fraaije ligging van) bl. <a href="#d0e3629">115</a>.
+
+</p>
+<p><i>Vivonne</i> (Het steedje) bl. <a href="#d0e15769">511</a>.
+
+</p>
+<p><i>Vollenai</i> (&#8217;t Dorpje) deszelfs wijnen beroemd, bl. <a href="#d0e1620">45</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e20114">W.</h3>
+<p>Waterhorologien te <i>Sens</i> vervaardigd, bl. <a href="#d0e494">10</a>.
+
+</p>
+<p>Wijnoogst, (Beschrijving van den) bl. <a href="#d0e14456">474</a>.
+
+</p>
+<p>Woudduiven (Wijze van) vangen bij <i>Bagn&egrave;res</i>, in <i>la Foret de Gerde</i>, bl. <a href="#d0e13063">429</a>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 id="d0e20141">Y.</h3>
+<p><span class="smallcaps">Young</span> (Het graf van de Dochter van) te <i>Montpellier</i>, bl. <a href="#d0e9262">296</a>. ontwerp van een gedenkteeken nog onuitgevoerd, bl. <a href="#d0e9301">297</a>.
+
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<p>De Platen in dit Stuk te plaatsen, als volgt:
+
+
+</p>
+<div class="table">
+<table width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Bar&egrave;ges </td>
+<td valign="top">tegen over bl. </td>
+<td valign="top" class="alignright">398</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Waterval van Gavarnie </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">406</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Kleeding der Bergbewoners </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">420</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Schouwburg van Bordeaux </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">471</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oude steen te Bordeaux gevonden </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">484</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">De Boeren van Landes </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">498</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Poitiers </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">516</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Chartres </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">540</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Rambouillet </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">546</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div1">
+<p>De volgende Drukfeilen aldus te verbeteren:
+
+
+</p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Bl. 1 </td>
+<td valign="top">Reg. </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 7 </td>
+<td valign="top"><i>staat</i> 14 <i>lees</i> 16
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 3 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 6 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; plaats &#8212;&#8212; plaats had,</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 8 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 4 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; klokkespel &#8212;&#8212; klokkegelui</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 11 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">10 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; de brug &#8212;&#8212; deze brug</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 25 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 2 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; met &#8212;&#8212; men</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 53 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">24 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; Benedictijner &#8212;&#8212; Benedictijners</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 54 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">16 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; uitgegaan &#8212;&#8212; gisteren uit de schuit gegaan</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">16 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; niet &#8212;&#8212; niets</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 58 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">24 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; besloten &#8212;&#8212; besloot</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 63 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">23 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; wat &#8212;&#8212; was</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 71 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top"> 1 der Noot </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; de &#8212;&#8212;die</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 87 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">24 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; die welke &#8212;&#8212; dat hetwelk</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 89 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 7 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; het een &#8212;&#8212; na het een</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 111 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 7 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212;. Het &#8212;&#8212; het</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 9 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; is zeer oud &#8212;&#8212; Zij is zeer oud</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">13 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; als op &#8212;&#8212; als of</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 135 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top">19 der Noot </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; <i>croira</i> &#8212;&#8212; <i>croirois</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 138 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">24 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; verlegde &#8212;&#8212; vestigde</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 143 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">17 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; vermakelijk &#8212;&#8212; gemakkelijk</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 192 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 1 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; beromed &#8212;&#8212; beroemd</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 208 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">14 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212;; tegen &#8212;&#8212;. Tegen</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 220 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">30 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; men was nog &#8212;&#8212; men was hier aan dat nieuwe eerteeken nog</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 236 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 5 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; en lang &#8212;&#8212; lang</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 5 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; schorpioen &#8212;&#8212; schorpioenolij</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 244 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">14 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; <i>sous</i> &#8212;&#8212; <i>sou</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 251 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">29 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; &#8217;er &#8212;&#8212; en</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 257 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">11 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; <i>Gange Lion</i> &#8212;&#8212; <i>Gange, Lion</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 261 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top">13 der Noot </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; <span class="smallcaps">saillir</span> &#8212;&#8212; <span class="smallcaps">jaillir</span></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 262 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">19 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; hetzelve &#8212;&#8212; dezelve</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 274 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">14 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; gelokt, door &#8212;&#8212; gelokt door</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 276 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 1 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; <span class="smallcaps">Bres</span> &#8212;&#8212; <span class="smallcaps">Bref</span></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top"> 1 der Noot </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; <span class="smallcaps">Bres</span> &#8212;&#8212; <span class="smallcaps">Bref</span></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 278 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">22 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; <span class="smallcaps">Freville</span> &#8212;&#8212; <span class="smallcaps">Treville</span></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 279 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">31 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; hoewel &#8212;&#8212; en hoewel</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 280 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 1 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; zijn; want &#8212;&#8212; zijn, want</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 290 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">11 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; <i>Maquelone</i> &#8212;&#8212; <i>Maguelone</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 317 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">25 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212;, en tusschen &#8212;&#8212; &#8217;er tusschen</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 318 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">14 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; <i>Maquelone</i> &#8212;&#8212; <i>Maguelone</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 326 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 1 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; hebben &#8212;&#8212; heeft</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 6 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; wortel-, van &#8212;&#8212; wortels van</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 333 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 5 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; <i>St. Terriol</i> &#8212;&#8212; <i>St. Ferriol</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 346 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">26 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; met zeer &#8212;&#8212; met zeer veel</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 347 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">17 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; dat men &#8212;&#8212; die men</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 351 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">21 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; &#8217;er &#8212;&#8212; en</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 358 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">18 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; stad &#8212;&#8212; hooge stad</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 364 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 2 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; des luchtiger &#8212;&#8212; des te luchtiger</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 394 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">19 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; zeer belang &#8212;&#8212; zeer veel belang</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 399 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">20 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; regterhand &#8212;&#8212; linkerhand</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 401 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">10 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; meer &#8212;&#8212; we&ecirc;r</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 416 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 4 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; Met &#8212;&#8212; Men</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 422 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 1 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; met zes muilezels en met &#8212;&#8212; met zes muilezels met</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">10 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; maar zeer redelijk &#8212;&#8212; maar redelijk</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 425 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 1 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; geklauterd hebben &#8212;&#8212; geklauterd te hebben</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 445 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 1 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; andere grootere &#8212;&#8212; andere en grootere</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 458 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top"> 4 der Noot </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; geregten &#8212;&#8212; gevegten</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 470 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 5 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; valt &#8217;er van &#8212;&#8212; valt van</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 537 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top"> 4 der Noot </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; <i>velocite</i> &#8212;&#8212; <i>velocit&eacute;</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 542 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">14 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; om aan deze &#8212;&#8212; om deze</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 548 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top"> 1 der Noot </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; <i>de Tirans</i> &#8212;&#8212; <i>des Tirans</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 558 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">24 </td>
+<td valign="top">&#8212;&#8212; zeer belang &#8212;&#8212; zeer veel belang</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+
+
+
+
+
+</p>
+<div class="figure"><a href="images/viii011h.gif"><img border="0" src="images/viii011.gif" alt="Kaart van Frankrijk verdeeld in Departementen ter opheldering der Reis."></a><p class="figureHead">Kaart van Frankrijk verdeeld in Departementen ter opheldering der Reis.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopieeren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op www.gutenberg.org
+
+</p>
+<p>This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give
+it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+</p>
+<h3>Codering</h3>
+<p>Dit bestand is in de oude spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te
+moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn hersteld.
+</p>
+<p>Hoewel in dit werk laag liggende aanhalingstekens openen worden gebruikt, zijn deze gecodeerd met &#8220;.</p>
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>14-JAN-2007 begonnen.</li>
+</ul>
+<h3>Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%">
+<tr>
+<th>Plaats</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e707">Bladzijde 17</a></td>
+<td width="40%">In</td>
+<td width="40%">in</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1639">Bladzijde 45</a></td>
+<td width="40%">ws</td>
+<td width="40%">was</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1746">Bladzijde 47</a></td>
+<td width="40%">daar</td>
+<td width="40%">waar</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1757">Bladzijde 48</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2109">Bladzijde 60</a></td>
+<td width="40%">daar</td>
+<td width="40%">waar</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2189">Bladzijde 63</a></td>
+<td width="40%">wat</td>
+<td width="40%">was</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2246">Bladzijde 66</a></td>
+<td width="40%"> het</td>
+<td width="40%">. Het</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2364">Bladzijde 71</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3104">Bladzijde 98</a></td>
+<td width="40%">Avinon</td>
+<td width="40%">Avignon</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3527">Bladzijde 111</a></td>
+<td width="40%">op</td>
+<td width="40%">of</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3992">Bladzijde 130</a></td>
+<td width="40%">Naar</td>
+<td width="40%">Na</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5036">Bladzijde 152</a></td>
+<td width="40%">in in</td>
+<td width="40%">in</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5660">Bladzijde 178</a></td>
+<td width="40%">word</td>
+<td width="40%">wordt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5727">Bladzijde 180</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e6026">Bladzijde 192</a></td>
+<td width="40%">beromed</td>
+<td width="40%">beroemd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e6092">Bladzijde 194</a></td>
+<td width="40%">Rubbens</td>
+<td width="40%">Rubens</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e6488">Bladzijde 205</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e6598">Bladzijde 210</a></td>
+<td width="40%">kleedederen</td>
+<td width="40%">kleederen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e7418">Bladzijde 240</a></td>
+<td width="40%">een</td>
+<td width="40%">en</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e7459">Bladzijde 241</a></td>
+<td width="40%">;</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e7521">Bladzijde 243</a></td>
+<td width="40%">euangelie</td>
+<td width="40%">evangelie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e7639">Bladzijde 246</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e9413">Bladzijde 301</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e11164">Bladzijde 358</a></td>
+<td width="40%">Gottische</td>
+<td width="40%">Gothische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e11421">Bladzijde 366</a></td>
+<td width="40%">handende</td>
+<td width="40%">handen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e11727">Bladzijde 379</a></td>
+<td width="40%">kalk-, aardig</td>
+<td width="40%">kalkaardig</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e12145">Bladzijde 395</a></td>
+<td width="40%">onderderscheiden</td>
+<td width="40%">onderscheiden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e12598">Bladzijde 410</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">in </td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e12638">Bladzijde 411</a></td>
+<td width="40%">op</td>
+<td width="40%">of</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e12699">Bladzijde 415</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e12724">Bladzijde 416</a></td>
+<td width="40%">Met</td>
+<td width="40%">Het</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e12888">Bladzijde 422</a></td>
+<td width="40%">vrouwwen</td>
+<td width="40%">vrouwen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e13336">Bladzijde 436</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e15525">Bladzijde 503</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e15666">Bladzijde 507</a></td>
+<td width="40%">verververschingen</td>
+<td width="40%">ververschingen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e15760">Bladzijde 510</a></td>
+<td width="40%">enkelde</td>
+<td width="40%">enkele</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e15870">Bladzijde 514</a></td>
+<td width="40%">zijn zijn</td>
+<td width="40%">zijn</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e16105">Bladzijde 524</a></td>
+<td width="40%">rot sen</td>
+<td width="40%">rotsen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e16287">Bladzijde 189n</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e16658">Bladzijde 541</a></td>
+<td width="40%">Hot&eacute;l</td>
+<td width="40%">Hot&egrave;l</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e17851">Bladzijde 562</a></td>
+<td width="40%">.</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e17969">Bladzijde 563</a></td>
+<td width="40%">Departetement</td>
+<td width="40%">Departement</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18542">Bladzijde 565</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18547">Bladzijde 565</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18746">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18752">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18782">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18791">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18799">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18811">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18832">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18907">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18931">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18944">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18961">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e18971">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19002">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19025">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19038">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19048">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19058">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19068">Bladzijde 566</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19086">Bladzijde 567</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19226">Bladzijde 567</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19235">Bladzijde 567</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19263">Bladzijde 567</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19298">Bladzijde 567</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19308">Bladzijde 567</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19318">Bladzijde 567</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19337">Bladzijde 567</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19350">Bladzijde 567</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19373">Bladzijde 567</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19387">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19433">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19479">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19489">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19512">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19525">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19538">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19561">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19571">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19591">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19607">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19620">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19638">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e19684">Bladzijde 568</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Reize door Frankrijk, by Adriaan van der Willigen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE DOOR FRANKRIJK ***
+
+***** This file should be named 20465-h.htm or 20465-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/0/4/6/20465/
+
+Produced by Frank van Drogen, Jeroen Hellingman, and the
+Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+(This file was produced from images generously made
+available by the Bibliothèque nationale de France
+(BnF/Gallica) at http://gallica.bnf.fr)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/20465-h/images/vi001.jpg b/20465-h/images/vi001.jpg
new file mode 100644
index 0000000..57adedc
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vi001.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vi002.jpg b/20465-h/images/vi002.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e25c0ff
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vi002.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vi003.jpg b/20465-h/images/vi003.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1b25e34
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vi003.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vi004.jpg b/20465-h/images/vi004.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0dc99cc
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vi004.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vi005.jpg b/20465-h/images/vi005.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6783ea3
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vi005.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vi006.jpg b/20465-h/images/vi006.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3cee573
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vi006.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vi007.jpg b/20465-h/images/vi007.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b3d46a1
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vi007.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vi008.jpg b/20465-h/images/vi008.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6d4fa25
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vi008.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vi009.gif b/20465-h/images/vi009.gif
new file mode 100644
index 0000000..5d23775
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vi009.gif
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vi010.jpg b/20465-h/images/vi010.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f40294a
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vi010.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vii001.jpg b/20465-h/images/vii001.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7c89f50
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vii001.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vii002.jpg b/20465-h/images/vii002.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4ab2e8e
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vii002.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vii003.jpg b/20465-h/images/vii003.jpg
new file mode 100644
index 0000000..298d4c7
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vii003.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vii004.jpg b/20465-h/images/vii004.jpg
new file mode 100644
index 0000000..71d8026
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vii004.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/vii005.jpg b/20465-h/images/vii005.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4458c86
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/vii005.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/viii001.jpg b/20465-h/images/viii001.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0f9dadf
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/viii001.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/viii002.jpg b/20465-h/images/viii002.jpg
new file mode 100644
index 0000000..efc3204
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/viii002.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/viii003.jpg b/20465-h/images/viii003.jpg
new file mode 100644
index 0000000..59067a9
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/viii003.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/viii004.jpg b/20465-h/images/viii004.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b9a8c7b
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/viii004.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/viii005.jpg b/20465-h/images/viii005.jpg
new file mode 100644
index 0000000..af36a9e
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/viii005.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/viii006.jpg b/20465-h/images/viii006.jpg
new file mode 100644
index 0000000..367728b
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/viii006.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/viii007.jpg b/20465-h/images/viii007.jpg
new file mode 100644
index 0000000..41ced45
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/viii007.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/viii008.gif b/20465-h/images/viii008.gif
new file mode 100644
index 0000000..eb30d39
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/viii008.gif
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/viii009.jpg b/20465-h/images/viii009.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b03cdcf
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/viii009.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/viii010.jpg b/20465-h/images/viii010.jpg
new file mode 100644
index 0000000..fec514c
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/viii010.jpg
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/viii011.gif b/20465-h/images/viii011.gif
new file mode 100644
index 0000000..ca89499
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/viii011.gif
Binary files differ
diff --git a/20465-h/images/viii011h.gif b/20465-h/images/viii011h.gif
new file mode 100644
index 0000000..26600f8
--- /dev/null
+++ b/20465-h/images/viii011h.gif
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..42f5cb5
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #20465 (https://www.gutenberg.org/ebooks/20465)