diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 19327-8.txt | 2596 | ||||
| -rw-r--r-- | 19327-8.zip | bin | 0 -> 60296 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h.zip | bin | 0 -> 1649353 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/19327-h.htm | 2437 | ||||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-225.jpg | bin | 0 -> 130411 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-228.jpg | bin | 0 -> 136659 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-229.jpg | bin | 0 -> 103842 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-232.jpg | bin | 0 -> 126918 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-233.jpg | bin | 0 -> 126226 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-237.jpg | bin | 0 -> 111776 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-240.jpg | bin | 0 -> 121262 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-321.jpg | bin | 0 -> 76314 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-325.jpg | bin | 0 -> 117457 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-328.jpg | bin | 0 -> 122962 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-329.jpg | bin | 0 -> 143788 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-332.jpg | bin | 0 -> 68900 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-333.jpg | bin | 0 -> 134513 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19327-h/images/p1873-336.jpg | bin | 0 -> 65244 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
21 files changed, 5049 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/19327-8.txt b/19327-8.txt new file mode 100644 index 0000000..bafb1cf --- /dev/null +++ b/19327-8.txt @@ -0,0 +1,2596 @@ +The Project Gutenberg EBook of Reize in Taka (Opper-Nubië), by Anonymous + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Reize in Taka (Opper-Nubië) + De Aarde en haar Volken, 1873 + +Author: Anonymous + +Release Date: September 19, 2006 [EBook #19327] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE IN TAKA (OPPER-NUBIË) *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + REIZE IN TAKA (OPPER-NUBIË). + + + +Onze lezers hebben reeds meermalen kennis gemaakt met den franschen +reiziger Guillaume Lejean, en hem op verschillende reizen door +Azië en Afrika vergezeld. De heer Lejean is een dier mannen, die hun +gezelschap steeds op prijs weten te doen stellen, en die, ook waar hij +ons zijne ontmoetingen en avonturen op zijne zwerftochten door vreemde +en onbekende landen verhaalt, toch niet voortdurend over zich zelven +spreekt, maar de kunst verstaat om, met vermijding van allen schijn +van geleerdheid, ons niettemin een schat van bijzonderheden mede +te deelen, die voor de kennis van landen en volken van hoog gewicht +zijn. Daarom durven wij onze lezers met vertrouwen uitnoodigen, den +bekenden vriend nog eenmaal tot gids te kiezen, en hem te volgen +op zijne reize door een der binnenlanden van het altijd nog zoo +geheimzinnige, zoo aantrekkelijke Afrika, welks sluier eerst in +onze dagen langzamerhand wordt opgelicht. Het geldt ditmaal eene +reis naar een deel van Opper-Nubië, naar Taka, dat de heer Lejean +reeds vroeger vluchtig bad bezocht, maar waar hij in het jaar 1864, +met een diplomatieke zending belast, terugkeerde, vooral ook met het +oogmerk om dit land meer van nabij te leeren kennen. Het punt van +uitgang was ook ditmaal Souakin, de havenstad aan Roode-zee; vandaar +ging de tocht, in zuidwestelijke richting, dwars door de nubische +woestijn en de landstreken, door de stammen der Hadendoa bewoond; +naar Kassala. Wij geven nu het woord aan den heer Lejean. + + + + +I. + + +Na een vermoeienden tocht door de eentonige vlakten, die de woeste, +maar ontzagwekkende bergstreek van Langheb hadden vervangen, bereikte +ik eindelijk het dorp Fillik, de voornaamste hoofdplaats der Hadendoa, +te midden van eene dorre, naakte vlakte gelegen. Ongeveer een mijl +verder naar het westen vloeit de breede beek of stroom Herboub, met +vruchtbare en schaduwrijke oevers; rondom het dorp strekt zich eene +wildernis uit. Heeft de vrees voor de leeuwen en hyena's, die zich +in menigte in de dichte bosschen ophouden, de nomaden bewogen, hunne +woningen niet aan den bloeienden oever, maar te midden der dorre, +boomlooze vlakte op te slaan? Fillik bestaat uit omstreeks dertig +_toekoels_ of vaste woningen, en verder uit honderd-vijftig tenten, +die gedurende den winter elders worden opgeslagen. Sheikh Mohammed, +de erfelijke vorst der Hadendoa, en de feitelijke beheerscher van +de gansche landstreek tusschen Kassala en Tokhar, was afwezig; in +zijne plaats werd het gezag te Fillik uitgeoefend door een zijner +bloedverwanten, die mij kwam bezoeken, en zich verzekeren, dat het +mijner karavaan aan niets ontbrak. Hij sprak zeer weinig: deels +omdat de aristocratie dezer nomadenstammen zich zooveel mogelijk +stilzwijgendheid ten regel heeft gesteld; deels omdat het hem niet +gemakkelijk viel zich in het arabisch uit te drukken; en waarschijnlijk +ook omdat hij maar zeer weinig sympathie gevoelde voor dien blanke, dat +wil in Nubië zeggen, voor dien Turk: welk woord ook daar gelijkluidend +is met tiran, ruwen lomperd en dief. + +Toen Burckhardt, nu ruim eene halve eeuw geleden, Taka bezocht, +vertoefde hij ook te Fillik, dat hij de marktplaats van de Hadendoa +noemt; de bijzonderheden, die hij mededeelt, laten omtrent de +identiteit der plaats geen twijfel over. Fillik was destijds inderdaad +de ware hoofdstad van de geheele oasis, en had dien raag voornamelijk +te danken aan de macht en den overwegenden invloed van de Hadendoa; +de beroemde reiziger koos dit vlek als midden- en uitgangspunt voor +zijne verschillende reiswegen, die over het algemeen zeer nauwkeurig +zijn beschreven, al hebben ook sommige aardrijkskundigen, die Nubië +niet door eigen aanschouwing kenden, zich bij de verklaring meermalen +vergist.--Burckhardt verhaalt, dat hij grooten lust gevoelde om naar +Massoua te gaan, en den karavanenweg te volgen, die, zooals hij naar +waarheid opmerkt, door eene landstreek loopt, wier half-abyssinische +bevolking eene nadere studie alleszins verdient. Hij werd van de +uitvoering van dit voornemen teruggehouden door hetgeen hij vernam +van de barbaarschheid dier bevolking, en door de vrees om onderweg +uitgeplunderd en misschien wel vermoord te zullen worden; in Taka +zelf was hij reeds niet volkomen veilig. + +Ongetwijfeld is de veiligheid van lijf en goed, ook voor de +reizigers, tegenwoordig onder het egyptische bestuur veel grooter +dan vroeger onder de zeer zwakke regeering der sultans van Sennâr, +toen de inlandsche stammen letterlijk deden wat zij goedvonden, +onder de nietigste voorwendsels met elkander in oorlog geraakten, +en ongehinderd de karavanen uitplunderden of brandschatten. Toch was +er ook destijds een middel, dat ook nu nog wordt aangewend, en dat +Burckhardt waarschijnlijk tegen alle gevaar zou gewaarborgd hebben: +de zoogenaamde _adhari_, een gebruik dat ook bij de Somaulis van +Berbera in zwang is. Een _adhari_ is een borg, dien de vreemdeling +zelf uitkiest onder de leden van den stam, op wiens grondgebied +hij moet vertoeven of doortrekken. De _adhari_ moet den vreemdeling +huisvesting, water en hout voor de keuken bezorgen: hij moet hem, +in geval van nood, hetzij voor zijn persoon of voor zijne goederen, +als zijn eigen broeder beschermen en verdedigen: ter vergoeding voor +dit een en ander mag hij een vast bepaald recht heffen op hetgeen +de vreemdeling, indien deze, hetgeen bijna altijd het geval is, +handel drijft, in het land koopt of verkoopt. Is hij, bij voorbeeld, +olifantenjager, dan heeft de _adhari_ recht op zooveel percent van de +opbrengst der jacht: waarvoor hij dan ook moet zorgen dat een door +den jager getroffen olifant, ook als die eerst dieper in het bosch +sterft, toch ongeschonden blijft, en niet door de inboorlingen wordt +gestolen of van zijne tanden beroofd. Een jonge zwitsersche jager, +de heer Emile G., nu ruim een jaar geleden bij Kassala gestorven, +heeft tot zijne eigene schade geleerd, dat het eene zeer misplaatste +zuinigheid is, tegen de kosten van zulk een _adhari_ op te zien: bij +gebreke van deze voorzorg werden de olifanten, die hij in Barka gedood +had, hem zeker voor twee derde gedeelte door de Beni-Amer ontstolen, +zonder dat hij daar iets tegen doen kon. + +Te Fillik verliet ik den gewonen weg naar Kassala, en rechts afslaande, +richtte ik mij door een fraai bosch, dat steeds dichter en dichter +werd, (een zeker bewijs dat wij de rivier, de Gash, naderden) naar +eene kleine, weigebouwde stad, Miktinab of Mitkènab geheeten, bij +de Egyptenaren bekend als de officiëele hoofdstad der Hadendoa. Zij +heeft dan ook eene egyptische bezetting: zeker een der redenen, +waarom de trotsche beheerscher van Opper-Nubië, Sheikh Mohammed, +bij voorkeur te Fillik zijne residentie houdt. Tegen zonsondergang +bereikte ik de stad: en daar het juist in den Ramadan (vasten) was, +maakten de burgerlijke ambtenaren en officieren zich gereed om aan +tafel te gaan; zonder in eenig onderzoek omtrent mijn persoon of +kwaliteit te treden, noodigden zij mij zeer vriendelijk uit, met +hen den maaltijd te gebruiken. Wij spraken over de gebeurtenissen +van den dag, en voornamelijk over de komst te Kassala van een +zekeren franschen graaf, die, met medewerking van het egyptische +gouvernement, eene onderneming op touw had gezet, waarvan ik nooit +het rechte begrepen heb. Hij had een zestigtal manschappen bij zich, +die op militairen voet waren georganiseerd, en deels in Frankrijk, +deels in Egypte waren aangeworven; en mijne effendis spraken openljjk +als hun gevoelen uit, dat de geheimzinnige graaf eene vertrouwelijke +zending van de fransche regeering vervulde en den franschen consul, +die door den Negus van Abyssinië, Theodoros, gevangen werd gehouden, +moest bevrijden of wreken. Sommigen beweerden zelfs stellig te weten, +dat de consul reeds in de gevangenis overleden was. "Ik geloof het +niet," merkte ik bescheiden op: "want ik zelf ben de consul." Gij kunt +u lichtelijk hunne verbazing voorstellen; echter weerhield hen dit niet +zich verder in allerlei gissingen te verdiepen omtrent de wezenlijke +zending van den graaf. Het slot was dat men er niets van wist. + +Den volgenden dag bereikte ik, na een vervelenden en vermoeienden +marsch van ruim twaalf uren, de stad Kassala, die ik, sedert mijn +eerste bezoek, niet veel veranderd vond. De bazar alleen zag er +eenigszins anders uit, dank zij eenige rijen fraaie boomen, waarvan +het frissche groen scherp afstak tegen de eentonig donkergrauwe +kleur der stad. Daarentegen waren de onschadelijke bastions van de +omwalling nog wat erger gescheurd en afgebrokkeld; ook had ik vooral +niet minder dan vroeger te lijden van dat fijne en verstikkende stof, +dat eene ware plaag van Kassala is. + +Ali-Bey, de beminnelijke mudir (gouverneur of prefect) van 1860 was +vervangen geworden door een zekeren Ibrahim-Bey, die een vreemdeling in +Soudan was. Dit speet mij: want Ali-Bey was, althans in vergelijking +met de andere mudirs van den onderkoning, die ik heb leeren kennen, +betrekkelijk een eerlijk man, die inderdaad het welzijn van zijne +onderhoorigen trachtte te bevorderen. De anderen volgen voor het +meerendeel het voorbeeld van hun meester: dat wil zeggen, dat zij, +meer of minder openlijk en onbeschaamd, de onder hun bestuur gestelde +streken zooveel mogelijk in hun eigen voordeel exploiteeren, en stelen +waar en wat zij kunnen. + +Kassala had oorspronkelijk geene andere bestemming dan om als militaire +post en vast punt voor operatiën te dienen tegenover de verschillende +machtige stammen langs de grenzen, die vroeger in naam aan Sennâr +onderdanig waren, zooals de Hadendoa, de Hallenga, de Amarar, de +Beni-Amer, de Barea en de Mahria. Al deze stammen, benevens vijf of +zes andere, waarop ik later terugkom, worden nu gerekend te behooren +tot de mudirie (het gouvernement) van Taka; de gezeten bevolking is +weinig talrijk, en voornamelijk gevestigd langs de Gash en de Atbara, +in de omstreken van Kassala en van Goz-Redjeb. + +Deze stammen waren vóór 1820 onderworpen aan Sennâr: een gezag in +naam, dat zich tevredenstelde met, ten blijke zijner suzereiniteit, +aan de deglels (inlandsche vorsten), bij hunne investituur, een zeker +bijzonder hoofddeksel uit te reiken, dat hun dan tevens tot symbool +hunner waardigheid strekte. Toen de Egyptenaars Sennâr veroverd en +bij hun rijk ingelijfd hadden, maakten zij aanvankelijk geen haast +om in deze gevaarlijke khalas (vlakten) door te dringen, en van +de nomadenstammen eene onderwerping te eischen, die zij wisten dat +niet dan met geweld zou zijn af te dwingen. Maar de oude fabel van +het paard, dat zich op het hert wil wreken en daarvoor zijne vrijheid +verliest,--eene fabel, waarvan kleine volken zoo dikwerf hebben getoond +de wijze les niet te begrijpen;--vond ook hier hare toepassing. De +stam der Hallenga, die van de Hadendoa te lijden had, riep de hulp +in der Turken van Goz-Redjeb, en Admed-Pasja, gouverneur-generaal +van Soudan, verscheen in persoon om Taka te veroveren, benevens de +woestijn van Barka en het bergland van Langheb. De kleine stam der +Sabterat was een der eersten, die door eene aanzienlijke overmacht +werd overvallen; maar hoezeer in aantal krijgers en in uitrusting +verre voor den vijand moetende onderdoen, sloegen de Sabterat toch +de egyptische strijdmacht in eene eerste ontmoeting nabij de beek +Aohé. De Turken vloden in volslagen wanorde, toen een officier zich +te midden der vluchtenden wierp, en hun toeriep: "Kinderen, Kaïro ligt +ver van hier!" De soldaten begrepen, dat eene vlucht in dit onbekende +en vijandelijke land onvermijdelijk hun aller ondergang zou zijn; +zij hervatten den strijd, en sloegen nu op hun beurt de Sabterat, +die zich moesten onderwerpen. De geheele adel van den stam verloor +het leven in de bloedige worsteling of in de niet minder bloedige +terechtstellingen, die daarop volgden; de familie, die thans met het +gezag over dezen kleinen stam is bekleed, is eerst sedert twee of +drie geslachten in die streek gevestigd. + +In het begin van 1838 barstte onder de stammen van Taka een algemeene +opstand uit, die zich in den beginne dreigend genoeg liet aanzien. Een +klein egyptisch leger, in de bosschen van Hadendoa overvallen, werd +geheel in de pan gehakt. Maar weldra keerde de kans. De egyptische +regeering, die zich aan zeer vele noodelooze wreedheden schuldig +maakte, was een te machtige tegenpartij voor deze nomaden, wien +het allerminst aan persoonlijken moed ontbreekt, maar die geen +andere wapenen kenden, dan de lans en het zware klassieke zwaard +(djellabia); de opstandelingen werden verslagen, en wel voornamelijk +door toedoen van twee officieren, die ik persoonlijk gekend heb, +Elias-Bey en Mouça-Effendi, destijds eenvoudig kashef (kapitein), +thans gouverneur-generaal van Soudan. + +Na de onderwerping der Hadendoa werden zeventien hunner hoofden +naar Khartoem gevoerd, om daar ter dood te worden gebracht. Onder +weg weigerden twee of drie dezer ongelukkigen, hetzij dan door +uitputting, hetzij om eenige andere reden, verder te gaan; men +zegt dat de turksche officier, met het kommando van het militair +geleide belast, hen daarop met zijn sabel door midden hakte. Dit +feit verwekte groot opzien in geheel Soudan: niet zoozeer als eene +barbaarsche gruweldaad, maar veelmeer als een merkwaardige _tour de +force_.--De andere krijgsgevangenen werden op den bazar te Khartoem, +met uitgezochte wreedheid, doodgemarteld. + +Eenige dagen na mijne komst te Kassala, bracht het toeval mij in +aanraking met den vorst der woestijn, Mohammed, sheikh der Hadendoa, +en bijkans onbeperkt gebieder over het gansche land tusschen de Atbara +en de Roode-zee. Sedert de verovering door Egypte was echter deze +souvereiniteit een zware lastpost geworden. De vorst, verantwoordelijk +voor de betaling van de schatting, door de fantastische en vindingrijke +schraapzucht der gouverneurs van Soudan opgelegd, staat nu aan de +eene zijde aan het gevaar bloot, om bij achterstallige betaling op de +brutaalste manier te worden gevangen gezet; terwijl, aan den anderen +kant, zijne populariteit bij zijne onderdanen, die hem van afpersing +beschuldigen, zooals licht te begrijpen valt, sterk afneemt. Toen +ik hem ontmoette, was hij somber, neerslachtig, weinig spraakzaam, +maar overigens zeer wellevend, zooals trouwens al deze khaliefen +der woestijn, echte geboren edellieden, en dat blijvende ondanks de +aanraking met de ruwe, onbeschaafde egyptische officieren, gemeene +Turken als de onderkoning zelf, die thans over hen heerschen. Ik kon +mij trouwens zeer goed rekenschap geven van zijne gedrukte stemming. De +belasting was nog niet aangezuiverd: en Mohammed had een voorgevoel +van de dingen, die aanstaande waren. + +De machtige sheikh werd inderdaad, eenige dagen later, op turksche, +dat wil zeggen op verraderlijke wijze, gevangen genomen. Daar men te +Fillik zelf niets tegen hem ondernemen dorst, had men hem, ik weet +niet meer onder welk voorwendsel, naar Kassala gelokt, waar hij, +kort na zijne aankomst, door soldaten overvallen, geboeid en in den +kerker geworpen werd. + +De Hadendoa bleven het antwoord niet schuldig. Twee dagen reeds na de +gevangenneming van den sheikh, trok een treurige stoet de poort van +Kassala binnen. Het waren inwoners dier plaats, die op den weg van +Souakin door eene gewapende bende waren overvallen geworden, en nu een +aantal dooden en gekwetsten medevoerden. Om goed te doen uitkomen, +dat het hier eene politieke weerwraak gold, hadden de nomaden de +kameelen en de koopwaren der reizigers ongedeerd gelaten. Toch had +ook ditmaal, zooals steeds in het Oosten gebeurt, de straf alleen +onschuldigen getroffen: want de arme kooplieden uit de voorstad hadden +niets uitstaande met de zeer verheven en rechtvaardige politiek van +den divan van Kassala. + +Luide kreten van verontwaardiging en smart, vervloekingen en +jammerklachten, begeleidden den treurigen optocht. Ik was op het terras +mijner woning geklommen om te zien wat er gaande was, toen ik van de +zijde van Sabterat een dergelijken stoet zag naderen, door jammerende +vrouwen en ernstig zwijgende _fogara_ (mohammedaansche priesters) +begeleid. Later vernam ik dat dit _takarir_ (muzelmansche negers) +waren, die, bezig met hout te zoeken, plotseling waren overvallen +geworden door een dertigtal Barea, evenals zij zelf met lansen en +schilden gewapend. De _takarir_, hoewel slechts zes man sterk, hadden +zich dapper gehouden. Het gevecht had eenige uren geduurd: hetgeen +minder vreemd zal klinken, als men bedenkt dat dergelijke ontmoetingen +tusschen kleine benden, deels door de groote sterke schilden, +waarvan de strijders zijn voorzien, deels door hunne merkwaardige +behendigheid, bijna meer op gymnastische oefeningen dan op ernstige +gevechten gelijken. Van de vijftig lanssteken brengt er misschien één +eene eenigszins ernstige wonde toe. De negers hadden een man verloren; +de vijf anderen waren allen meer of minder zwaar gekwetst; de Barea +verloren een man, die ten prooi van de hyena's werd gelaten. + +Dergelijke tragische voorvallen zijn overigens niets zeldzaams bij +deze nubische herders. Tijdens mijne eerste reis, toonde men mij van +ver, achter den berg Abou-Gamel, het dorp Hafara, destijds verwoest +en verlaten, ten gevolge van eene noodlottige gebeurtenis, ongeveer +een jaar geleden voorgevallen. + +Een man van Hafara had de dochter gehuwd van een aanzienlijke uit +den negerstam der Basen: hetgeen hem echter niet belet had, zich op +verraderlijke wijze meester te maken van twee jongelieden uit het +dorp van zijn schoonvader, met het openlijk erkende doel om hen als +slaven te verkoopen. De schoonvader kwam naar Hafara en vorderde de +uitlevering van zijne stamgenooten; de ander weigerde, maakte zich +driftig, en verklaarde rondweg dat hij ze te Kassala zou verkoopen: +hetgeen hij eenige dagen later ook werkelijk deed. De Basen zweeg; +maar zijne dochter, die op zijn gelaat kon lezen wat er in zijne ziel +omging, gaf nu haren man dezen minstens zonderlingen raad: + +"Mijn vader gaat vertrekken; maar ik heb op zijn gelaat gelezen dat +hij vast besloten is, u te dooden. Gij zult dus verstandig handelen, +indien gij hem nu aanstonds doodt, terwijl hij in uwe macht is, +uit vreeze dat u later een ongeval overkomt." + +De man gaf, ouder gewoonte, ten antwoord: "Hij durft niet." + +De Basen vertrok, en weken verliepen zonder dat men iets van hem +hoorde. Maar op zekeren avond kwam een man van de Basen in Hafara, en +had een geheim onderhoud met de vrouw, waarbij hij haar waarschuwde +zich tot vertrek gereed te houden, omdat haar vader haar binnen +weinige dagen zou komen afhalen. De negerin nam den wenk ter harte, +en zeide er niets van tot haren echtgenoot, waarschijnlijk denkende +dat het misdadig zou zijn hem aan zijn noodlot te willen onttrekken. Op +zekeren nacht overvielen driehonderd welgewapende Basen in alle stilte +het dorp, dat uit niet meer dan honderd woningen bestond; voor de +deur van iedere hut stelde zich een man als wachter, terwijl twee +zijner makkers de woning ingingen, en allen, die zij daar vonden, +den hals afsneden. In weinige oogenblikken was alles afgeloopen, +en de vijfhonderd inwoners van Hafara waren uit den slaap in den +dood overgegaan. De hoofdschuldige aan deze ramp verloor evenzeer +het leven, en zijne weduwe volgde de overwinnaars, die haastig naar +hunne bergen terugtrokken. + +Tot weerwraak over dezen aanslag, verbonden de mannen van Sabterat +en Algheden, de naburen en bondgenooten van de Hafara, zich met de +Turken van Kassala, en deden een inval in het gebied der Basen; zij +doodden een zestigtal mannen en voerden achttien gevangenen mede, +voor het meerendeel jonge meisjes en kinderen, die te Kassala als +slaven werden verkocht. + + + + +II. + + +Ik had Kassala tot uitgangspunt gekozen voor de onderscheidene +onderzoekingstochten, die ik naar verschillende zijden, voornamelijk +naar het oosten en zuiden, ondernam. De berg Kassala-el-Louz was bijna +altijd het einddoel van deze uitstapjes. Deze berg bestaat uit eene +massa granietrotsen, in de prachtigste en schilderachtigste wanorde, +door en over en boven elkander geworpen, en waaruit zes hooge toppen, +als koepels afgerond, glad, ontoegankelijk, zich trotsch en fier +ten hemel verheffen. De naam van den berg is aan dien eigenaardigen +vorm ontleend: in de bidja-taal beteekent _louz_ ontoegankelijk. De +Arabieren hebben dien naam zeer dwaselijk vertaald met Abrikozenberg, +omdat _louz_ in het arabisch de naam dier vrucht is.--Te midden der +granietrotsen, waarvan ik zooeven sprak, merkte ik onderscheidene +zonderlinge steenformaties op, die in Bretagne ongetwijfeld voor +monumenten uit den tijd der druïden zouden worden aangezien, en +waaraan zich ook hier wel waarschijnlijk eene of andere legende van +_djinns_, _afrid_, of dergelijke half bovennatuurlijke wezens hechten +zal. Jammer dat mijne onbekendheid met de taal van de afstammelingen +der Troglodyten mij de gelegenheid benam, met deze traditiën der +woestijn nader bekend te worden. + +De hellingen van den berg Kassala boden eene uitnemende gelegenheid +aan, om de topographie der streek te bestudeeren. Op eene hoogte +van twee of driehonderd ellen, lag het gansche land als eene groote +kaart voor mij uitgespreid, tot ver in het noorden voorbij Fillik. De +geheele oasis bestaat uit alluviaalgronden, bij uitnemendheid geschikt +voor bebouwing van allerlei vruchten en gewassen; maar uithoofde +van de schaarschte der bevolking--een gevolg van de dwingelandij +der egyptische regeering--is geen veertigste gedeelte van de vlakte +werkelijk bebouwd. Deze vruchtbare grond, die ook de geringste +inspanning van den landman zoo rijkelijk loonen zou, levert nu niets +op dan een weinig katoen en wat graan. + +Deze laag van alluviaalgrond, waaruit bijna de geheele oasis bestaat, +heeft men te danken aan de regelmatige overstroomingen van de rivier de +Gash, waaromtrent ik het een en ander heb mede te deelen. De Gash of +Gach ontspringt in het hoogland van Abyssinië, waar zij den naam van +Mareb voert; beschrijft een wijden kring rondom de provincie Seraoué, +en stroomt dan door eene lage en boschrijke streek, ten oosten door +Abyssiniërs, ten westen door negers van den stam Basen bewoond. In +Seraoué is de Gash niet veelmeer dan een breede beek, die hare zeer +ondiepe wateren over een met blauwachtige steentjes bezaaide bedding +voortstuwt; ik kan niet juist zeggen waar deze beek ophoudt en de +bedding van fijn zand begint, die door het land Basen tot de Atbara +reikt. Tien of twaalf mijlen boven Kassala treedt de Gash uit de +bergen te voorschijn, en buigt zich in schilderachtige kromming naar +het noordwesten en dan naar het noorden. In den regentijd voert de +rivier eene ontzaglijke massa geel en slijkerig water mede, dat overal +langs de oevers een vette sliblaag achterlaat. Zoo heeft ook hier +de rivier de oasis geschapen; en op de hoogte van den berg el-Louz +staande, overziet men met een enkelen blik de gansche topographie +der streek. Langs de boorden der rivier strekt zich een breede zoom +uit van palmbosschen, katoenplantages, bebouwde velden, dorpen, +kampen der nomaden; scherp teekent zich deze bebouwde en bevolkte +streek af tegen den geelachtig-grijzen achtergrond der woestijn, +waar, op den lichten, steenachtigen bodem, zoo ver het oog reiken +kan, uitgestrekte bosschen van mimosa's groeien. Nog verder nemen de +steenen geheel de overhand, en houdt de plantengroei op; de naakte +bodem wordt dan eene aaneenschakeling van geulen en spleten, die het +voortgaan ontzaglijk moeilijk maken.--Naar het mij voorkomt, bereikt +de Gash hare grootste breedte onder de muren van Kassala, waar zij +een der bolwerken besproeit. De rivier heeft daar eene breedte van +vijfhonderd-tien el; het is inderdaad een prachtige stroom, vooral +in de maand Juli, wanneer de hoog gezwollen gele wateren gansche +boomstammen medevoeren, die langs de oevers ontworteld zijn. + +In gewone jaren wordt de rivier in haar loop gestuit door de dijken van +Dabab, vijf uren ten noorden van Kassala; zij verliest dan hare wateren +in de vlakte, en komt niet verder dan dit dorp; maar is de rijzing +belangrijk, dan baant het water zich een doortocht naar het noorden, +naar bebouwde landstreken, door nomaden bewoond. De rivier stroomt +dan oostwaarts nabij den berg Touèz, en eindigt, eenige uren verder +haar loop in eene bebouwde streek, aan de Hadendoa behoorende. In +buitengewone jaren eindelijk stort de rivier zich in de Atbara uit, +nabij Om-Handel, op omstreeks 17° 8' noorderbreedte. + +Op zekeren dag vatte ik het voornemen op, de Gash ongeveer tien mijlen +op te varen, om een bezoek te gaan brengen aan den berg Aboe-Gamel +(de vader van den kameel)--een fraaie, geheel op zich zelf staande +kegel, vanwaar ik de gansche vlakte kon overzien. Als gids had ik +op dien tocht een jong inboorling, zeer vriendelijk en voorkomend +van aard, die zich vrijwillig aanbood om mij door het gansche land +rond te leiden, met uitzondering van Algheden, zijn geboorteland, +waar hij, volgens zijn zeggen, om een kleinigheid, een manslag in +eerlijke veete begaan, met de overheid overhoop lag. + +Wij verlieten dan te zamen Kassala, en volgden aanvankelijk den +karavanenweg, maar sloegen weldra links af, om een klein meer +te bezoeken, nabij het dorp Ahmed-Sherif, dat, volgens den heer +Beurmann, door zijne schilderachtige ligging moest uitmunten. Wij +gingen langs een tamelijk moeilijk pad; ter linkerzijde verhief +zich de kolossale rotsmassa van den Kassala-Louz; ter rechterzijde +een groep van schilderachtige heuvelen, die allerlei zonderlinge +gedaanten vertoonden. Toen wij dien pas achter ons hadden, bereikten +wij het dorp, dat tegen een dicht bosch van mimosa's aanlennt, +waarin ik, na eenig zoeken, het bewuste meer vond. Doch, welk eene +teleurstelling! Het was niets meer dan een vuile poel van geelachtig, +stilstaand water, met een zwarten slijkerigen bodem. Ik had geen moed +om van dit water te drinken, en haastte mij den fraaien weg weder op +te zoeken, dien ik verlaten had. Een weinig verder voerde deze weg +mij door een prachtig bosch van doumpalmen, hier en daar met frissche +groene grasperken afgewisseld. De weelderige, krachtige plantengroei +verkondigde de nabijheid der rivier: en het duurde ook niet lang of +wij daalden in de bedding van fijn wit zand af, ter plaatse waar de +stroom den voet bespoelt van een steilen, gladden berg. De weg loopt +nu verder door de bedding voort, waar het fijne zand het voortgaan +voor de muilezels en ook voor de kameelen zeer bezwaarlijk maakt; +en weldra stuit ge op een of ander nomadenkamp, dat, in het droge +jaargetijde in het bed der rivier is opgeslagen. De nomaden hebben +daarvoor hunne goede redenen: vooreerst vinden zij hier overal water; +ten andere leveren de doornhagen, waarmede zij hunne kampen omringen, +eene afdoende bescherming op tegen de wilde dieren en de nachtelijke +stroopers, wier nadering bovendien op den witten, helderen zandbodem +kwalijk verborgen kan blijven. + +Ik sprak daar van water: alle reizigers, die de Sahara en de omliggende +streken bezocht hebben, weten bij ondervinding, dat naarmate zulk eene +uitgedroogde rivierbedding meer omvang heeft, ook de kans grooter is, +dat men, gravende, op eene diepte van twee tot acht voet water zal +vinden, dat na den regen in het zand is overgebleven. Echter is dit +geen regel zonder uitzondering. Sommige dier rivieren, die op zich +zelf een vrij aanzienlijk profiel hebben, maar ver van de bergen of de +hooglanden verwijderd zijn, hebben alleen dan water, wanneer de was +buitengewoon sterk is geweest: daartoe behoort ook de Gash, althans +in het benedenste gedeelte van haar loop. Daarentegen zult ge andere, +oogenschijnlijk onaanzienlijke spleten vinden, maar die door hare +ligging als tot vergaarbak van de van boven komende wateren dienen, +en die dan ook altijd een overvloed van zuiver water bevatten. De +nomade kent al deze bijzonderheden uit langdurige ervaring, en weet +de waterhoudende _wadis_ of _khors_ aan allerlei bijkans onmerkbare +teekenen te herkennen; de vreemde reiziger, die het land niet kent +en geen vertrouwde gidsen heeft, kan zich daartegen zeer dikwijls in +noodlottige verlegenheid bevinden. + +Na een tocht van een paar dagen bereikte ik den Abou-Gamel, die echter +niet, zooals ik mij had voorgesteld, een enkele berg was, maar uit +vier geweldige granietmassa's bestond, die uit eene geheel effen, +maar onvruchtbare en steenachtige vlakte oprezen. Het was mijn plan, +den Aboe-Gamel te bestijgen, althans den voornaamsten berg van de +groep; maar ik moest daarvan afzien, toen ik die wilde verzameling +van reusachtige rotsblokken aanschouwde, in de onbegrijpelijkste +wanorde boven elkander gestapeld. Na eene vruchtelooze poging om +een doortocht te vinden, bepaalde ik mij tot de beklimming van een +naburigen berg, waarvan de kruin gemakkelijker te bereiken viel, +hoewel ook hier het opstijgen nog met vele moeilijkheden gepaard ging, +en zelfs niet zonder gevaar was. Maar het panorama, dat ik van den top +overzag, loonde rijkelijk de moeite: de blik reikte tot aan de Atbara, +en omvatte eene onmetelijke boschrijke vlakte, die zich tot Koroteb, +op den weg naar Gondar, uitstrekte; ten zuidoosten onderscheidde men +zeer duidelijk, te midden der lage bergen en heuvelen van het land +der Basen, den breeden en statig kronkelenden loop van de Gash. + +Ik noemde daar den weg van Gondar; dit herinnert mij aan eene episode +uit de geschiedenis dezer streek, die niet van belang ontbloot is. + +Van Kassala voert een zijweg--eigenlijk alleen door smokkelaars +gebruikt--in zes dagen naar Kabthia of Kafta, hoofd- en residentiestad +van Oued-Nimr; een tocht van zeven dagen brengt u vandaar naar +Gondar. Oued-Nimr (de zoon van den luipaard) is een zeer opmerkelijk +personage; en vroeger heb ik meermalen het plan opgevat, hem een +bezoek te gaan brengen. Hij is de zoon van den beruchten Melek-Nimr +(de koning-luipaard); vorst van Shendy, die in 1822 Ismaël-Pasja +levend liet verbranden, en toen met zijne aanhangers de wijk nam +naar Mai-Gogoa, op de grenzen van Abyssinië, waar hij zich, ten +koste der egyptische regeering, een soort van onafhankelijken staat +stichtte. Zijn naam is daar zeer populair gebleven, en het volk weet +nog allerlei van hem te verhalen. Toen Nimr oud geworden was, werd bij +blind; maar tot aan zijn dood zette hij zijn guerilla-oorlog en zijne +stroop- en plundertochten tegen de Egyptenaren en hunne onderdanen +voort. De engelsche reiziger Mansfield Parkyns ging hem bezoeken, en +werd zeergoed ontvangen. Nimr had den eed van trouw gedaan aan Oubiëh, +den onderkoning van Tigré, van wien bij Kabthia in leen had ontvangen; +als een getrouw leenman volgde hij zijn heer in den krijg. Op zekeren +dag kwam een der Arabieren van Nimr zich bij Oubiëh beklagen over +een Abyssiniër, die een zijner bloedverwanten verraderlijk verslagen +had. Oubiëh leverde hem den man uit, om met hem te handelen naar +zijn welgevallen. De Arabier trok zijn tweesnijdende _seïf_, hieuw +den moordenaar met een enkelen slag in twee stukken, en vertrok, +na Oubiëh gegroet te hebben, die zelf over deze uiterst lakonische +wijze van rechtspleging verbaasd stond. + +Oued-Nimr heeft het handwerk van zijn vader voortgezet, en staat hoog +aangeschreven bij de Soedaneezen, altijd uitgezonderd de lieden, +die van zijne rooverijen te lijden hebben en dus uit den aard +der zaak minder gunstig over hem denken. Tot dusver werden zijne +krijgsbehoeften hem geleverd door de kooplieden van Kassala, hetgeen +alleen mogelijk was door de geheime medewerking van den mudir van Taka, +wien deze verboden handel geen onaardige winst opleverde. De egyptische +regeering drong er bij den negus opaan, dat hij Oued-Nimr straffen zou; +deze antwoordde op dien eisch door zijn gunsteling tot dedjaz (hertog) +van Wolkaït te verheffen. De nieuwe dedjaz dreef de onbeschaamdheid +zoover, dat hij in 1860, in naam van den negus, schatting eischte +van Gouedaref en van het gansche land tot Khartoem. + +Dat was te veel voor den mudir Hassan-Bey, en vooral voor den +gouverneur-generaal Mouça-Pasja; er werden troepen afgezonden tegen +den zoon van den luipaard; hij werd geslagen; Mai-Gogoa werd verbrand, +en Nimr moest naar Kabthia terugtrekken. Sedert heeft hij weinig van +zich laten hooren. + +De landstreek, waardoor deze weg van Kassala naar Kabthia voert, is +bekend onder den naam van de _Mazaga_ van Nubië: het is een laagland, +geheel met ondoordringbare bosschen bedekt, zeer ongezond, bijkans +geheel verlaten, en alleen nu en dan bezocht door stroopende benden +van de naburige stammen, die op roof uitgaan. Bijna de eenige bewoners +dezer streek zijn leeuwen, luipaarden, olifanten, rhinocerossen, +buffels en antilopen. De mensch heeft hier zeer voorzichtiglijk +het veld geruimd voor de dieren: geen wonder, dat deze geheele +landstreek een waar paradijs voor de jagers mag worden genoemd. In de +laatste jaren hebben zich enkele stoutmoedige jagers hier gewaagd, +onder anderen twee Duitschers, Schmidt en Florian; deze laatste was +tevens zwaardveger in dienst van Oued-Nimr, waarom de Egyptenaren +zijn etablissement te Takassi hebben verwoest. Vandaar een proces, +dat nog altijd hangende is. + +In 1861 bevond zich hier de bekende engelsche reiziger Baker, die +met zijne jonge vrouw, eene Hongaarsche, een gansch jaar in de Mazaga +heeft doorgebracht. Ook de heer Munzinger heeft deze streek bezocht, +en daarvan in zijn reisverhaal een zeer belangwekkende beschrijving +gegeven. In Maart van dit jaar (1864) stond mijn vriend, doctor Ori van +Khartoem, gereed, naar dit paradijs van den naturalist te vertrekken, +om daar ten voordeele van het museum van Turijn werkzaam te zijn.--De +geschiedenis van den heer Ori is geen onaardige illustratie van +de tegenwoordige egyptische zeden en gebruiken: daarom zij het mij +vergund, haar in het kort mede te deelen. + +Opvolger van den zeer verdienstelijken doctor Peney, had de heer Ori, +een italiaansch geneesheer van groote bekwaamheid, zich bij zijne +komst in het land, vast voorgenomen zijne taak ernstig op te vatten, +en in het belang der openbare gezondheid te Khartoem eenige hoogst +noodige hervormingen tot stand te brengen, reeds vijf jaren vroeger +door den mudir Arakel-Bey, een christen, ontworpen, maar ten gevolge +van zijn vroegen dood, die voor Soedan een ware ramp mocht worden +genoemd, onuitgevoerd gebleven. Om de overstroomingen van den Nijl +te beteugelen, wilde Ori een stevigen dijk opwerpen, in plaats van +de vervallen palissade, die niet verhinderen kon dat de stroom, voet +voor voet, het terrein der oude stad verzwolg; hij drong aan op het +plaatsen van een peilschaal, op de verbetering van de armenkwartieren +der stad, en vooral op de demping van een zeker aantal riolen, +die, vooral omstreeks September, brandpunten en kweekplaatsen van +besmetting waren. Wat van hemzelf afhing, de koepok-ineuting en de +dienst in het militaire hospitaal, werd op de meest voldoende wijze +geregeld. Ongelukkig vaardigde Saïd-Pasja in 1860 een decreet uit, +waarbij de geneesheeren in de provinciën onttrokken werden aan het +rechtstreeksche toezicht van de gezondheidscommissie te Alexandrië, +en geplaatst onder het gezag van de mudirs (prefecten), arabische of +mameluksche ambtenaren, van zeer slecht gehalte, over het algemeen +onwetend, verdorven, schraapzuchtig, in zekeren zin gedwongen om te +stelen, ten einde de hoogergeplaatsten te kunnen voldoen, aan wie zij +hunne benoeming te danken hebben; en voorts uit den aard der zaak +vijandig gezind tegen de geneesheeren, die, welke ook overigens de +mate hunner bekwaamheden moge zijn, toch altijd door beschaving en +ontwikkeling verreweg hunne meerderen zijn. De nieuwe satraap van +Khartoem, Mouça-Pasja, was een prachtexemplaar van dat soort van +lieden, voor wie schaamte en eergevoel onbekende zaken zijn. De heer +Ori, die maar niet scheen te willen begrijpen, dat niet de behartiging +van den algemeenen gezondheidstoestand en de verpleging der zieken +zijn eerste plicht was, maar dat hij bovenal zijn chef behulpzaam +moest wezen in het bestelen van de schatkist en het publiek, werd op +de meest onvoegzame wijze afgezet, en vervangen door een zoogenaamden +christen uit Syrië, wiens zedelijkheidsgevoel tamelijk wel met dat van +den mudir overeenstemde. De tiran vond in hem het gewillige werktuig, +waaraan hij behoefte had, en Soedan zal bij de verwisseling al even +welvaren, als de aangrenzende gewesten in zoo menig soortgelijk geval. + + + + +III. + + +Mijne taak te Kassala was afgeloopen; ik begaf mij op weg naar +Massoua, en hield mijn eerste halt te Sabterat, zes uur ten oosten +van Kassala. Mijne kleine karavaan was nu vermeerderd met het +gezelschap van pater Stella, een hoogst achtenswaardig en ook in +Europa welbekend italiaansch zendeling; van een hongaarsch officier, +en nog een twaalftal inlandsche kooplieden, voor wie de bescherming +van onze acht geweren zeer welkom was. + +Sabterat bestaat uit drie dorpen, waarvan het grootste, Karaïat +genoemd, misschien driehonderd toekoels telt, en tegen de steile +hellingen van den berg Horat is gebouwd. Tegenover Karaïat, op den +linkeroever van de Aohé, staat een groep van veertig of vijftig hutten, +Sherefa genaamd; tusschen de beide dorpen ligt een langwerpig eiland, +geheel met dadelpalmen bedekt; ook de andere eilanden in de meestal +droge rivierbedding zijn, evenals de rechteroever, goed bebouwd. + +Kort voor mijne komst in deze streek, had eene tragische gebeurtenis +de gemoederen der bevolking in beweging gebracht. De oude sheikh +Mohammed-Nour was gestorven; zijn oudste zoon was hem opgevolgd +en had de investituur van de egyptische regeering ontvangen, tot +groote ergernis van den jongsten, die, om zich te wreken, voor +geen broedermoord was teruggedeinsd. Op zekeren dag, toen zijn +broeder naar Kassala ging, zette hij hem na, haalde hem onderweg +in en doodde hem. De egyptische regeering liet hem gevangen nemen, +en tijdens mijn verblijf zat hij in den kerker te Kassala; maar naar +alle waarschijnlijkheid zal hij daar niet langer blijven dan noodig +is om een duizend talaris bijeen te brengen, die hij aan Mouça-Pasja +kan aanbieden: dan zal het hem vrijstaan, in alle veiligheid de plaats +van zijn verslagen broeder te gaan innemen. De voorloopige sheikh van +Sabterat is een jong mensch van achttien jaren, de jongste broeder van +den vermoorden sheikh. Volgens de overleveringen van hun stam zijn +de Sabterat van het oosten, van de oevers van de Aïnsaba, gekomen: +zouden zij de _Soboridae_ van Ptolomaeus zijn? + +Uit deze streek is mij de herinnering bijgebleven aan een avontuur, dat +ernstige gevolgen had kunnen hebben. Men had mij vooruit gewaarschuwd, +dat hier, evenals in alle streken van Opper-Nubië, waar water gevonden +wordt en dus kudden zijn, eene menigte leeuwen huisvesten. Reeds in +den eersten nacht ondervond ik de waarheid van dit bericht. Wij hadden +ons kamp opgeslagen in een fraai palmboschje, waarvan de schaduw ons +zeer welkom was, en ons deed vergeten dat zulke bosschages ook de +geliefkoosde verblijfplaatsen zijn van wilde dieren. Zoodra de zon was +ondergegaan, kwamen honderde runderen naar de waterputten; en even +daarna verkondigde een luid gebrul ook de nabijheid des vijands. De +runderen stoven verschrikt uiteen, en liepen al loeiende weg; naar +het schijnt, werd er geen door de leeuwen gegrepen, maar de hyena's, +die bijna altijd het spoor van de koningen des wouds volgen, doodden +eene koe. + +Twee uren later had ik, na het avondeten te hebben gebruikt, mij te +rusten gelegd op mijn _angareb_, waar ik weldra indommelde, in slaap +gewiegd door het murmelend gefluister in ons klein bivouac. De meeste +bedienden waakten nog bij de vuren, op weinige schreden afstands van +mij tusschen de boomen aangelegd. De last- en rijdieren lagen rustig +rondom een palmboom gegroept. Eensklaps werd ik door eene hevige +beweging gewekt: de verschrikte muildieren waren opgesprongen, en +trachtten zich met geweld los te rukken. Ik vroeg wat er gebeurd was, +en vernam nu dat een prachtige leeuw, die op de muildieren loerde, +eensklaps, bij het schijnsel der vuren, in de struiken zichtbaar +was geworden. Een jonkman van ons gevolg had haastig een brandend +hout gegrepen en naar den leeuw geworpen, die, aan het voorhoofd +geraakt, zijn kop had geschud, en met een korten kreet zich had +verwijderd. Men weet, dat de wilde dieren in het algemeen, en vooral +ook de leeuwen, van twee zaken een geweldigen afkeer hebben: van vuur +en van geraas. Ook dit laatste bleef onzen bezoeker niet gespaard, +want verscheidene geweerschoten werden hem achterna gezonden. Gelukkig +trof hem geen enkele kogel: ware hij gewond geworden, dan zou hij +ons waarschijnlijk last genoeg hebben veroorzaakt. + +Weldra begonnen wij nu de steile berghellingen te beklimmen, die +naar het vlek Algheden voeren, door eene naar het schijnt tamelijk +welvarende, verstandige en werkzame bevolking van ongeveer vijfhonderd +zielen bewoond. Den top des bergs bereikt hebbende, daalde ik langs +slingerende paden af naar eene met gras begroeide vlakte; toen moest +ik de kronkelende bedding van een uitgedroogden bergstroom volgen; +en zoo, beurtelings rijzende en dalende, langs zeer vermoeiende en +dikwijls gevaarlijke wegen, waar onze karavaan niet dan bezwaarlijk +vorderde, bereikten wij eindelijk den bergpas van Feradebob, die de +vlakte van Bisha beheerscht. + +Deze vlakte, evenals de meeste andere van Opper-Nubië, met +onsamenhangende, wonderlijk gevormde, rotsige hoogten bezaaid en door +_khors_ (uitgedroogde beddingen van bergstroomen) doorsneden, behoort +voor het grootste gedeelte aan den stam der Barea, die hier in den +regentijd hunne kudden heendrijven. Aan de oostzijde wordt de vlakte, +door de laatste uitloopen van het Koufitgebergte, van de vlakten van +Deghi en Kassa gescheiden; aan de berghelling ligt het dorp Bisha, +dat minstens driehonderd woningen telt, en gemeenschappelijk door de +Beni-Amer en de Barea bezeten wordt. Bisha staat onder het gezag van +den deglel of vorst der Beni-Amer; het heeft eenige beteekenis, als +station voor de karavanen van Massoua; er zijn sommige kooplieden +gevestigd, en het voorkomen van het vlek teekent eene mate van +welvaart, die hier inderdaad zeldzaam is. Toch verzekerde men mij, dat +de geest der bevolking er niet beter op geworden was, sedert zich hier +ook eenige Barea gevestigd hadden, en de andere inwoners hadden besmet +met die zucht voor rooverij, die bij dezen stam onuitroeibaar schijnt. + +De toestand van deze stammen is dan ook inderdaad zeer treurig. Zij +zijn als het ware ingeklemd tusschen Abyssinië, dat schatting van +hen vordert, zonder hen te kunnen beschermen tegen de Egyptenaren, +en de mudirs van Kassala, die evenzeer schatting eischen, maar +niets doen om de abyssinische strooptochten te keer te gaan. Een +enkel voorbeeld zal eenig denkbeeld van dien toestand geven. De +abyssinische gouverneur van Addi-Abo, aan het hem van hooger hand +gegeven bevel gehoorzamende, was met eenige honderde soldaten, of +liever slecht gewapende vagebonden, in Barka gevallen, alles te vuur +en te zwaard verwoestende. De mudir van Kassala, aan wien Mouça-Pasja +de verdediging der grenzen had toevertrouwd, trok naar Barka met +eene legermacht, alleszins voldoende om de Abyssiniërs te verslaan: +maar hij trok met de uiterste langzaamheid voort, en toen de deglel +er bij hem op aandrong, dat hij zijn marsch wat verhaasten zou om den +vijand niet te laten ontsnappen, antwoordde de mudir heel kalmpjes: +_Chouïa-chouïa_ (zachtjes aan). Natuurlijk hadden de Abyssiniërs al +den tijd om zich met hun buit terug te trekken. + +Het is hier de plaats, eenige bijzonderheden mede te deelen omtrent +den oorsprong van enkele stammen van Opper-Nubië, die bijna allen +uit het abyssinische hoogland afkomstig zijn, en eerst in later tijd, +door een samenloop van noodlottige omstandigheden, tot het islamisme +zijn overgegaan. + +De Hallenga komen uit Hamazene; zij vlechten nog hun haar op de +wijze der Abyssiniërs: maar dat is ook bijna alles, wat zij van +hun voormalig vaderland hebben overgehouden. Een klein bergplateau +nabij Ad-Namen, aan den voet van den Melezenai, draagt nog hun naam; +hoogstwaarschijnlijk hebben zij daar een tijd lang hunne woonplaats +gehad. + +De Habab zijn afkomstig van Kollo-gouzay (Tigré); zij hebben hun +vaderland verlaten onder aanvoering van een zekeren Asgade, die +zich vestigde op de plaats thans onder den naam van Asgade-Bakla (de +muilezel van Asgade) bekend: een naam naar men zegt ontleend aan den +eigenaardigen vorm van den heuvel, waarop het dorp is gebouwd. Asgade +had drie zoons: Abil, Tekles en Tamariam. Volgens de overlevering is de +eerste de stamvader der eigenlijke Habab; van de beide anderen stammen +de twee minder aanzienlijke stammen van Ad-Tekles en Ad-Tamariam af. + +Belau, Kelau en Hafara waren drie broeders. Zij kwamen waarschijnlijk +uit Seraoué, waar men u nog tegenwoordig de zoogenaamde graven der +Belaus wijst. Kelau bezat de bergen en weiden, die tegenwoordig +aan de Beit-Gabhru behooren, tot aan Chotel. Langzamerhand heeft +zich deze stam, ik weet niet ten gevolge van welke omstandigheden, +verstrooid en opgelost; de meesten der overgeblevenen hebben zich +bij de Beit-Gabhru aangesloten, die uit dien hoofde van de aloude +landstreek der Kelau bezit hebben genomen. + +De Belaus splitsten zich reeds vroeg in onderafdeelingen. Het gros +des volks bleef in de streek nabij de samenvloeiing van de Barka +en den Khor-el-Ardeb, waar men hen heden nog vindt, trotsch op hun +afkomst, maar tot eenige weinige familiën geslonken; de anderen, +betere weilanden voor kunne kudden zoekende, vestigden zich nabij de +Roode-zee, in Samhar, en omhelsden het islamisme. Als muzelmannen +trokken zij de aandacht van de turksche regeering, die zich in +de zestiende eeuw, van Massoua meester maakte, en wier verdere +veroveringen in het binnenland door de Belaus krachtig werden +bevorderd. Zij zijn tegenwoordig zeer in verval. + +De Hafara hebben zich te Terefat gevestigd; zij werden in 1859 bijna +geheel uitgeroeid. De weinigen, die aan de algemeene slachting zijn +ontkomen, zijn naar hun dorp teruggekeerd, en trachten zooveel mogelijk +hun stam van den geheelen ondergang te redden. + +De Ad-Sheikh houden zich gewoonlijk in de omstreken van Sulib +op. Tijdens de verovering van Nubië door de Egyptenaars, begaf zich +een der voornaamste opperhoofden van dien stam, Sheikh Mohammed, +die zich aan de nieuwe orde van zaken niet wilde onderwerpen, naar +Samhar, om de bescherming van den sultan in te roepen. Hij liet, +ten behoeve van zijne stamgenooten die in Barka gebleven waren, +naar Konstantinopel schrijven: op welk schrijven echter geen +antwoord volgde. Inmiddels beviel het Sheikh Mohammed te Massoua, +waar hij zich nedergezet en waar hij als een heilige werd vereerd; +hij vestigde zich voor goed in de nabijheid, te Beraïmi, waar hij een +dorp stichtte, dat weldra door een aantal uitgewekenen werd bevolkt, +die tot heden vrijdom van alle belastingen genieten. Beraïmi is aldus +een soort van Mekka in het klein geworden: Mohammed, thans (1864) +een zeventigjarige grijsaard, zond zijne twee zonen naar Samhar en +Barka, naar de Bedjouk en de Bogos, om daar het islamisme te prediken: +welke prediking niet zonder gevolg bleef. + +De Beit-Bidel zijn mede uit Hamazene afkomstig, waar hunne herinnering +nog voortleeft in den naam Bidel, die door een der aanzienlijke +familiën van Tsazega wordt gedragen. Hunne verhuizing dagteekent +waarschijnlijk eerst van omstreeks 1800; eerst sedert een dertigtal +jaren zijn zij muzelmannen, en hun tegenwoordige sheikh, Ibraïm Djaoui, +heeft nog langen tijd den _mateb_ of het koord der abyssinische +christenen gedragen; ook spreekt hij gaarne van de dagen, toen zijn +stam nog de christelijke godsdienst beleed. De Beit-Bidel hebben zelfs +van hunne vroegere godsdienst nog een gebed overgehouden, waarmede +zij in droge tijden regen afsmeeken: "_Egzio marenna Christos!_"--"de +Heere Christus erbarme zich onzer!"--Doorgaans houden zij zich te +Chegled op. Aanvankelijk vrij, werden zij later onderhoorig aan den +deglel van de Beni-Amer, die beweerde dat zij in eene landstreek +waren gevestigd, welke aan zijn gezag was onderworpen. + +Van al deze en de met hen verwante stammen, zijn de Hallenga de +eenigen, bij wie eene volstrekte maatschappelijke gelijkheid heerscht: +geheel overeenkomstig het in Abyssinië geldende beginsel, volgens +hetwelk allen gelijk zijn en het eenige onderscheid bestaat in het al +of niet bezitten van een leengoed _(goult);_ terwijl daarentegen, naar +de zienswijze der Nubiërs, de adel in het bloed zit en niet afhankelijk +is van het leen. Bij al de andere stammen, de Beni-Amer, de Habab, +de Bogos, enz. wordt de adel gevormd door de _choumaglie_ (oudsten), +waarvan elke familie een zeker aantal vazallen, _tigré_ genaamd, onder +zich heeft. Deze inrichting heeft eenige gelijkenis met die van het +romeinsche patriciaat met zijne cliënten. De naam tigré schijnt te +danken aan de omstandigheid dat de meeste abyssinische uitgewekenen, +die naar Nubië de wijk hebben genomen en zich tot vazallen der nubische +stammen gemaakt, uit de provincie Tigré afkomstig waren. + +Intusschen is de toestand dezer vazallen alleszins dragelijk. De tigré +is metterdaad niet veel anders dan een pachter: is hij met zijn heer +niet tevreden, dan staat het hem vrij, zich een anderen te kiezen. Hij +betaalt eene zeer matige schatting, waarvan het bedrag, sedert +onheugelijke tijden, door de gewoonte is vastgesteld. Daarentegen +heeft hij het recht te eischen, dat zijn choumaglie hem, in geval +van schade aan lijf of goed, bescherme en zijn beleediger vervolge en +straffe. In iederen stam vormen de tigrés het armste en werkzaamste +gedeelte; men herkent ze gemakkelijk aan hun donkerder gelaatskleur, +aan hunne magerheid, aan hun ruwer voorkomen en armoedige kleeding. + + + + +IV. + + +Van Bisha vertrokken, bereikten wij weldra eene reeks van dorre +heuvelen, Dunkuas genoemd. Ik besteeg een dier heuvelen, en stond +verrukt over het heerlijke panorama, dat zich daar voor mijne oogen +ontvouwde. Aan mijne voeten slingerde zich de breede bedding van de +rivier de Barka, de fraaiste rivier van geheel Nubië:--een reusachtig +wit lint met donkergroene randen omzoomd. De rivier lag droog, +gelijk dit in den regel het geval is, met uitzondering van de enkele +dagen, waarin de ontzettende watermassa's, die van de hoogvlakten +van Barea en Avla afstroomen, deze breede bedding vullen, waarin +zij toch weldra weder verdwijnen. De rivier--om nu aan deze baan van +driehonderd ellen breedte dien naam te blijven geven--vervolgde haar +loop, ter wederzijde omzoomd door eene dubbele reeks van doumpalmen, +de sierlijke getuigen harer vruchtbaarmakende kracht, en vereenigde +zich, zeven of acht dagreizen verder, te Falkaït, met de Aïnsaba, +die uit de landen der Bogos komt. De beide vereenigde rivieren loopen +vervolgens in de Langheb uit, die, minder belangrijk door hare lengte +dan wel door de massa water, die zij, altijd gedurende zekeren tijd van +het jaar, aanvoert, zich een weg naar het oosten baant, en op zestien +uren afstands van Souakin, de vlakte van Tokhar, vruchtbaarheid en +leven schenkt. + +Ja inderdaad: de stroomen en rivieren zijn de aderen der aarde. Nooit +gevoelt ge beter de treffende juistheid van dit beeld, dan wanneer +ge van een of anderen berg eene uitgestrekte landstreek van het +dorre Afrika overziet. Van het punt waar ik nu stond, zag ik de +vereeniging van de rivier met een breeden khor, die van Bisha kwam; +met den blik volgde ik het dubbel spoor, in de vlakte geteekend door +een zoom van palmen en mimosa's, waartusschen de zilverige rookwolken +zweefden van een of ander nomadenkamp. Een woud van doumpalmen, +vooral wanneer het dicht begroeid en krachtig opgewassen is, heeft +steeds voor mij eene eigenaardige bekoorlijkheid. Bij den dadelboom +(deleb) vergeleken, is de doum (_crucifera thebaïca_) een welgedaan, +eenvoudig, burgerman, nevens dien slanken, fijn gebouwden, sierlijken +aristokraat; bovendien kleeft hem een wezenlijk gebrek aan: hij is +inproductief. Zijne vrucht, hard als hout, is zelfs voor den Bedoeïnen +ongenietbaar; ook deelt de arme doum in de algemeene minachting +van inlander en vreemdeling. Misschien ben ik wel de eenige, die +zijne partij opneemt. Ik ontmoet hem gaarne op mijn weg; zijn fraai +geteekend blad, de sierlijkste aller waaiers, geeft mij tegen de +heete middagzonnestralen eene vrij wat meer afdoende bescherming +dan de dunne, lange bladeren van den deleb. De hemel beware den +tot wanhoop gebrachten, geblakerden reiziger voor de schaduw van +een dadelboom! Het is bijna of de koninklijke boom opzettelijk zijn +bladerkroon wijd uiteen spreidt, opdat de verblindende stralen van den +zonnegod ongehinderd zouden kunnen doordringen! Wat heb ik daarentegen +menig kalm uur gesleten aan den zoom der wateren, onder het verkwikkend +lommer van een doum, mij geheel overgevende aan don weldadigen invloed +dier geheimzinnige, aangrijpende, afrikaansche natuur, waarvan zij, +die haar hebben leeren kennen, niet licht kwaad kunnen spreken! In die +uren had ik niets anders te doen dan, als aandachtig toeschouwer, een +of ander drama gade te slaan, in zijne soort niet minder treffend dan +de trojaansche krijg:--de verwoesting van een termitenterp door een +leger van zwarte mieren; de noodlottige dood van een onvoorzichtige +vloo, die, zich gewaagd hebbende op den rand van het hol van den +mierenleeuw, vlak op de borst getroffen was geworden door het geschut +van den behendigen eigenaar dier hinderlaag. Die kleine scherpschutter +was een mijner lievelingen, en wekte telkens op nieuw mijne bewondering +op: ja, meermalen gaf hij mij stof tot overpeinzingen, waarbij de +hooge voortreffelijkheid van den mensch mij bijna twijfelachtig +voorkwam. Had ik zelf wel, om de bronnen van den Nijl te vinden--die +ik niet gevonden heb--de helft van de energie en volharding aangewend, +die dit bijkans onzichtbare schepsel dagelijks ten toon spreidt om +in zijn onderhoud te voorzien? En daarbij wat misrekeningen, wat +teleurstellingen, wat onvoorziene rampen! Wie telt ze op, de honderde +toevallige omstandigheden, die in een oogwenk, de vrucht van langen +arbeid kunnen vernielen!... Voorwaar in dit kleine lichaam van twee +strepen lang schuilt nog iets anders dan een darmkanaal: daar huist een +wil, een wezen, dat werkt, dat lijdt, dat wellicht in zijne mate denkt. + +De stam, die meestal te Dunkuas verblijf houdt, heet Koufit, en is eene +afdeeling van de Beni-Amer; tien jaren geleden woonde die stam meer +zuidwaarts, in eene vlakte tusschen Bisha en de bergen van Barea, +aan welke vlakte zij ook haar naam gegeven heeft. Omstreeks 1856 +verschenen de Egyptenaren in de vlakte van Koufit, om de Barea met +geweerschoten tot den islam te bekeeren; zij hadden eenige dorpen +verwoest, een aantal gevangenen medegevoerd, en die vervolgens weder +in vrijheid gesteld, nadat zij beloofd hadden muzelmannen te zullen +worden. Daarom hebben slechts twee van al de dorpen der Barea, Mogolo +en nog een ander, beiden op de grenzen, den islam aangenomen. + +Deze kruistocht was volstrekt niet naar den zin der abyssinische +regeering, die de Barea eenigermate als hare onderdanen +beschouwde. Theodoros had, als naar gewoonte, zijne handen te vol, +om tusschenbeiden te kunnen komen; maar gelukkig was de abyssinische +landvoogd van Addi-Abo een kloek en doortastend man, die besloot op +eigen verantwoordelijkheid te handelen, en met vijfhonderd ruiters de +Barea ter hulpe kwam. Hij legerde zich op twee of drie uren afstands +van de Egyptenaars, wien deze nabuurschap volstrekt niet beviel: want +de Abyssiniërs hadden nog de gewoonte, hunne verslagen of gevangen +vijanden, ten teeken der zegepraal, op bloedige wijze te verminken, +waarvoor de Egyptenaars uitermate bevreesd waren. Nu gebeurde het +op zekeren nacht, dat in het muzelmansche kamp een geweer omviel, +en daardoor van zelf afging. Op het hooren van het schot greep +een panische schrik de Turken aan, die in de uiterste verwarring +op elkander begonnen te vuren, luid roepende: _el Makada ghia!_ +(de Abyssiniërs komen). Er vielen zeven of acht dooden; de nederlaag +was volkomen. + +Acht jaren verliepen, eer de Egyptenaars zich weder in die streek +vertoonden: naar zij zeiden, hadden zij zich teruggetrokken, uithoofde +van de ongezondheid van het land. De door hen opgerichte gourbis +werden, na hun vertrek, door de Barea verbrand. De Koufit, die bij +hunne krijgshaftige naburen in ongenade waren gevallen, omdat zij +vriendschappelijke betrekkingen met de Turken hadden aangeknoopt, +trokken naar Barka, en het door hen verlaten grondgebied bleef een +soort van neutraal terrein tusschen de stammen der Barea en der +Beni-Amer. + +In 1860 overviel Ato-Zadig, de toenmalige landvoogd van Addi-Abo, de +Barea, ontnam hun hunne vrouwen en kinderen, en leverde die niet weder +uit, dan nadat de stam het gezag van den landvoogd had erkend, en zich +verbonden hem eene schatting op te brengen. Ongeveer in denzelfden +tijd tastte de vorst der Beni-Amer, twee- of driemalen achtereen, +de ongelukkige Barea aan, en voerde telkens een aantal gevangenen en +vee mede. Dergelijke gebeurtenissen herhalen zich telkens, en bewijzen +overtuigend, in welk een onhoudbare toestand deze stammen verkeeren. + +Over het algemeen houdt men de Barea voor een oorspronkelijken +negerstam, door de hooger ontwikkelde stammen die het abyssinische +rijk hebben gesticht uit zijne oorspronkelijke woonplaatsen verdreven +en naar het gebergte verdrongen. Toch schijnen mij de Barea, die ik +gezien heb, geen zuivere negers te zijn; veelmeer houd ik ze voor +een oorspronkelijk negervolk, maar sterk vermengd met de naburige +ethiopische bevolkingen. Hun eigenlijke volksnaam is, naar men mij +zeide, Egher of Eghir; de naam Barea is abyssinisch en beduidt zoowel +neger als slaaf, evenals _abid_ in het arabisch. Want hoewel de +abyssinische wetten de slavernij verbieden, maken de Abyssiniërs er +toch geen gewetenszaak van hunne woeste naburen tot slaven te maken; +waarover de anderen zich wreken door voortdurende strooptochten in +de aangrenzende christelijke streken. + +De abyssinische soldaat, hoewel zeer moedig, is werkelijk bevreesd voor +den Barea, waar het een gevecht van man tegen man geldt; wederkeerig +is de Barea niet minder bang voor vuurwapenen. Hij gaat bijna geheel +naakt ten strijde, met geene andere bescherming dan een klein rond +schild, waarvan de kleur tamelijk wel overeenkomt met die van zijne +schitterend zwarte huid; zijn geduchtste wapen is de _seif_, een zware +rechte degen, die met twee handen wordt gebruikt en veel gelijkt op +een middeleeuwsch slagzwaard. + +Evenals de meeste Nubiërs, gaan ook de Barea half naakt: wat hen van +dezen onderscheidt, zijn enkele sieraden, waaraan de negers over het +algemeen zeer gehecht zijn, zooals halskettingen, armbanden, ringen, +enz. Men vindt in hun land eene soort van zeer fraaie groene torren, +die zij aan een draad rijgen en als een ketting om den hals hangen. + +De naam Barea doet onwillekeurig denken aan de _Bari_ van den +Witten-Nijl; en inderdaad vindt men bij de eersten eenige gebruiken, +die zoodanige verwantschap schijnen aan te duiden. Ook de Barea hebben +hunne toovenaars, die regen kunnen veroorzaken, en _bounit_ worden +genoemd; en het is licht te begrijpen dat bij deze eenvoudige, nog in +patriarchale groepen gesplitste volksstammen, het opperste gezag van +zelf berusten moet bij den man, die de geduchte macht bezit om over +den vruchtbaarmakenden regen te beschikken, zonder welken alles van +gebrek zou omkomen. De toovenaars der Barea behoorden tot dusverre +allen tot dezelfde familie; hunne macht was geheel afhankelijk van +den uitslag hunner tusschenkomst. Kwam er regen, dan werden zij +overladen met geschenken in geld, in granen en vee; bleef het droog, +dan werden zij door twee _Fadab_ (sterke mannen, een soort van adel) +aangegrepen, naar een afgezonderde plek op den berg gevoerd en daar +vermoord. Dit lot had ook den laatsten toovenaar getroffen. Zijne zonen +en bloedverwanten hadden daarop van hun recht en hoogen rang afstand +gedaan, verklarende dat zij niet langer telkens nieuwe slachtoffers +wilden leveren, en dat het goddeloos was, te beweren dat men over +den regen kon beschikken, want de regen hing van God alleen af. + +Een in mijne oogen onwederlegbaar bewijs, dat de Barea hooger staan +dan de andere negervolken, vind ik hierin, dat zij een vrij zuivere +voorstelling van de Godheid hebben, en dat de kanker der slavernij +bij hen onbekend is. Wanneer men hun naar de reden van dit laatste +verschijnsel vraagt, antwoorden zij op ernstigen toon: "Wij zijn +allen de slaven van God." De krijgsgevangenen worden niet verkocht; +zij moeten op het land werken, en wanneer zij sterk, welgemaakt en +dapper zijn, gebeurt het zeer dikwijls, dat zij de dochters hunner +meesters huwen. Ook hieruit verklaart zich de sterke vermenging, +die bij dit volk zoo duidelijk merkbaar is en zoo gunstig op hunne +physieke en intellectueele ontwikkeling gewerkt heeft. Ik heb een +zeer sterk vermoeden, dat de Barea in vroeger eeuwen christenen zijn +geweest; de redenen voor dit gevoelen kan ik echter, zonder al te +wijdloopig te worden, hier niet ontwikkelen. + +Wij hadden te Dunkuas geen water medegenomen, omdat wij er zeker +op rekenden, tien kilometer verder, te Balaghinda water te zullen +vinden. Balaghinda is de naam van twee fraaie meren, nabij den rechter +oever van de Barka, en die alleen gedurende een zekeren tijd des jaars +van water zijn voorzien; den overigen tijd ziet men niets dan een +bruinachtigen bodem van alluviaalgrind, die zeker zeer vruchtbaar is, +en geheel begroeid met eene kleine plant, waarvan de naam mij ontgaan +is. Wij bereikten het eerste der beide meren, waarnevens zich een +fraaie heuvel verheft, dien ik beklom om de streek te overzien. Welk +eene teleurstelling! Geen enkele droppel water; en het was reeds +middag: wij waren reeds zeer vermoeid, en moesten nu nog een marsch +van drie uren afleggen eer wij de putten van Deghi konden bereiken! Ons +restte nog een flauwe hoop: het was namelijk mogelijk, dat het tweede +meer water bevatte. Wij zonden er iemand heen om zich daarvan te +overtuigen, en na verloop van een kwartier kwam onze bode terug met +eene goede tijding, die wij zelf niet hadden durven verwachten. + +Wij spoedden ons naar het meer, waarvan de bodem nog vochtig en zacht +was, en overal bedekt met de zeer zichtbare sporen van olifanten, +allen uitloopende op twee plassen, die er nu juist op het oog niet +zeer smakelijk uitzagen. Maar wie in Afrika reist, moest zich niet +storen aan de kleur van het water, dat hij drinkt: of dit bruin, +groen of zwart is, maakt geen verschil. In dit water hadden tallooze +scharen kleine schelpdieren geleefd; waar de bodem droog was geworden, +gingen zij reeds bij hoopen tot verrotting over. Wij kampeerden in +een kreupelboschje, tusschen de twee plassen, en met de wapenen bij +de hand. Deze voorzorg was niet overtollig; want den volgenden morgen, +toen wij het kamp opbraken en bezig waren met het opladen der kameelen, +klonk ons eensklaps, uit een boschje van doornen en struiken, op geen +vijftien pas afstands van ons, het gebrul van een leeuw te gemoet. Het +was omstreeks zonsopgang: waarschijnlijk het gewoon uur, waarop de +koning der wildernis aan den plas zijn dorst kwam lesschen, waarin hij +nu door onze tegenwoordigheid verhinderd werd. Blijkbaar durfde hij +niet doorgaan--wat hij toch gerust had kunnen doen--om zijn vijver te +bereiken; en zijn luid gebrul, dat onze kameelen en muilezels geheel +van hun stuk bracht en hun een huivering door merg en been joeg, +bewees duidelijk zijn ongenoegen over onze vrijpostigheid. Ons volk +hield zich goed, en veroorloofde zich zelfs enkele spotternijen, +die echter niet zeer van harte gingen; ik mag niet verzwijgen, dat +zij met het opladen bijzonder veel haast maakten. + + + + + +V. + + +Te Tshaghié nam ik afscheid van de laatste palmen: in Afrika zou ik +mijne geliefde cruciferen niet wederzien. De tamarisk, met zijne fijne, +gelede twijgen, zijn wonderlijk verwrongen stam, en zijne gelijkenis +op den treurwilg, bleef mij langer getrouw; en ondanks zijn weinig +opwekkend voorkomen, was deze boom mij steeds welkom, omdat hij +de nabijheid van water verkondigde. Te Karovel, waar wij drie uren +na ons vertrek van Tshaghié aankwamen, vond ik gansche wouden van +tamarisken, die, naar men zeide, de geliefkoosde schuilplaats waren van +stroopende benden der Barea. De plaats stond dan ook in een zeer kwaden +naam. Het vorige jaar was mijn britsche collega, de heer Cameron, +hier bijna in eene hinderlaag gevallen, en deze herinnering had ons +zeker tot voorzichtigheid moeten stemmen. Wij vertrouwden evenwel op +ons aantal, op onze lansen en onze geweren, en trokken onbekommerd +en in tamelijke wanorde voort. Toen de zon ter kimme was gedaald, +maakten wij ons gereed ons nachtleger op te slaan; maar eensklaps +werden wij verrast door drie of vier schoten, op zeer korten afstand +van het hoofd onzer kolonne. Een verward geschreeuw volgde; ik greep +mijn geweer en spoedde mij naar de plek, waar de geweerschoten waren +gevallen. Daar vond ik Stella, in onderhandeling met den vijand, +die ongeveer dertig man sterk was. Weldra bleek het, dat wij met een +gezelschap vreedzame kooplieden van Massaoua te doen hadden, die, +nog meer ongerust dan wij, ons voor een troep roovers hadden aangezien. + +Wij bereikten nu eene wijde, prachtige hoogvlakte, aan alle zijden +door bergen ingesloten, waarvan de Takaïl de voornaamste is. Om een +overzicht van de streek te hebben, beklom ik, niet zonder moeite, +een geheel alleenstaanden berg, op ongeveer achthonderd el afstands +ten westen van de putten van Adardé, de gewone pleisterplaats der +karavanen. In het wijde landschap, dat zich van deze hoogte voor +mijne blikken uitstrekte, trok eene bijzonderheid bovenal mijne +aandacht: in het zuidoosten zag ik een fraai gevormd tafelland, +in gelijke vakken verdeeld, en, naar het scheen, aan de linkerzijde +samenhangende met de bergen van Bogos: dat was de beroemde Zadamba, +een der twee heilige bergen van Sennaheit, waar nog sporen zijn +overgebleven van het abyssinische christendom. Ik heb geen tijd +kunnen vinden om den Zadamba te bezoeken; maar ik heb gepoogd, +mij voor dit gemis schadeloos te stellen, door de inboorlingen te +ondervragen. Ziehier wat ik te weten kwam. + +De eigenlijke Zadamba is eene kleine vlakte, niet grooter dan een +paar bunders, aan het zuidwestelijke uiteinde van het tafelland, +waarvan ik zooeven sprak, en daarmede door eene zeer smalle +landtong verbonden. Een abyssinische negus heeft, naar ik meen +voor omstreeks vier eeuwen, daar een klooster gebouwd, en de +opbrengst van een dorp in Tigré aangewezen om in het onderhoud +van dat heiligdom te voorzien. Nadat de provincie Barka, die aan +drie zijden den Zadamba omgeeft, tot den islam was overgegaan, +verkeerden de zes of zeven monniken, die het klooster bewoonden, +in voortdurend gevaar van overvallen en vermoord te worden. Om zich +daartegen te beveiligen, maakten zij zelven het smalle pad, dat naar +het convent leidde, door afgraving ontoegankelijk; zoodat een tocht +naar den Zadamba, voor ieder, die niet de verwonderlijke bekwaamheid +der Abyssiniërs in het bestijgen van rotsen en klippen bezit, eene +uiterst gevaarvolle onderneming is. Van tijd tot tijd verlaat een der +monniken het klooster, om aalmoezen in te zamelen of de sobere rente +_in natura_, die hun is toegewezen, te gaan ontvangen; en ondanks +hunne bekendheid met de plek, is het toch enkele malen gebeurd, dat +zij in de onpeilbare afgronden tuimelden, die het gevaarlijke pad +ter wederzijde omzoomen. Toch durf ik den minnaars der ethiopische +geschiedenis een tocht naar den Zadamba zeer aanraden: naar het +schijnt bezit het klooster eene boekerij, waarin zich vijf of zes +belangrijke handschriften bevinden, en misschien ook een geschreven +kroniek van Sennaheit. + +De bergachtige streek, welker grenzen ik nu weldra overschreden had, +wordt door de inboorlingen met zekeren ophef _Sennaheit_ genoemd, dat +wil zeggen het _schoone land_ bij uitnemendheid. Er is iets treffends +in deze vooringenomenheid: zij getuigt van de warme liefde voor een +vaderland, dat niet altijd even weldadig is voor zijne eenvoudige, +weinig eischende zonen. Maar, indien Sennaheit al de vergelijking niet +kan doorstaan met het prachtige bergland van Abyssinië, verdient het +toch, in alle opzichten, de voorkeur zelfs boven de merkwaardigste +streken van Nubië; en ik kan mij dan ook de ingenomenheid, niet alleen +der inboorlingen, maar ook van vreemde bezoekers, wel begrijpen. Onder +deze bezoekers behoorde ook hertog Ernst van Saksen-Koburg, die zich, +in 1862, met zijne gemalin en een klein gevolg, voor eenigen tijd +te Keren vestigde, om aan de oevers van de Aïnsaba op de leeuwen- en +tijgerjacht te gaan. Eer hij Sennaheit weder verliet, achtte hertog +Ernst zich verplicht, als dank voor de ondervonden gastvrijheid, het +grootkruis van zijne ridderorde aan Theodoros te zenden. Natuurlijk +wachtte de geduchtte "zoon van David" zich wel, deze onderscheiding te +dragen. Naar de zienswijze toch der Abyssiniërs, wordt hij, die eene +vreemde ridderorde aanneemt, daardoor de vazal van den souverein, die +hem de orde geschonken heeft. In de middeleeuwen, toen eene ridderorde +nog iets anders dan een speelgoed en een middel tot bevrediging der +kinderachtigste ijdelheid was, toen zij nog inderdaad eene hooge +en edele beteekenis had, dacht men er bij ons even zoo over. Maar +onze nuchtere, praktische eeuw begrijpt niets meer van de idealen en +symbolen der riddertijden! + +Het dorp Keren, dat ik daar noemde, is de hoofdplaats der Bogos, +die sedert vier eeuwen in Sennaheit gevestigd zijn. Het ligt +schilderachtig, aan den voet van een prachtigen berg, in eene fraaie +hooge vlakte; pater Stella is hier gevestigd. Toen wij het dorp, +dat uit ongeveer tweehonderd rieten hutten bestaat, naderden, kwamen +ons eenige schoone knapen tegemoet, die ons zwijgend de hand kusten, +en daarna haastig naar het dorp terugliepen om onze komst aan te +kondigen. Tien minuten later werden wij door de gansche mannelijke +bevolking, met de grootste hartelijkheid verwelkomd; zelfs werden ter +onzer eere de weinige geweren afgevuurd, die in het vlek te vinden +waren. Wij zouden hier een poos vertoeven. + +De Bogos of Mogos zijn afkomstig uit Lasta, eene bergachtige landstreek +in het hart van Abyssinië; zij behooren tot den krijgshaftigen stam der +Agau, die de oorspronkelijke bewoners des lands zijn. Hun stamvader, +Guevra Terké, had het ongeluk zijn broeder of een zijner naaste +bloedverwanten te dooden; om zich aan de bloedwraak te onttrekken, week +hij met zijne beide zonen, Seguina en Korsokor, ten lande uit. Omtrent +deze vlucht bestaat nog eene andere legende, die een sterk sprekend +bijbelsch karakter draagt, en blijkbaar is ontleend aan de geschiedenis +van de aartsvaders Jacob en Josef. Volgens deze legende dan, vatte eene +der begunstigde slavinnen van den ouden vader van Guevra Terké eene +vurige liefde op voor den schoonen, edelen jongeling, die echter koel +bleef voor hare verleidingen en haar daardoor tot zijne onverzoenlijke +vijandin maakte. De vader van Terké nu was blind, hij zelf zeer harig, +als Esau; de slavin maakte daarvan gebruik om hem op dezelfde wijze +van den vaderlijken zegen te berooven, als Rebecca weleer ten aanzien +van Esau deed. Terké, ten behoeve van zijn jongeren broeder onterfd, +kwam daartegen niet in verzet, maar ging het land uit.--Dit verhaal +verdient niet het minste geloof: reeds daarom niet omdat het blijkbaar +eene navolging is. Bovendien zijn er in Abyssinië geen harige mannen: +althans, ik heb ze nooit gezien. + +De Bogos, die zich zelven Bilèn noemen, tellen tegenwoordig +omstreeks achttienduizend zielen, verspreid in zeventien dorpen +langs de beide oevers van de Aïnsaba. Zij zijn in twee takken +verdeeld, wier namen zijn ontleend aan de beide zonen van Terké: +de Ad-Seguina ten noordoosten, de Ad-Korsokor ten zuiden en ten +westen. Het is een volk van landbouwers en herders; maar de landbouw +is van niet veel beteekenis en maar nauwelijks voldoende om in de +behoeften te voorzien. De wezenlijke rijkdom en de trots der Bogos, +is hun veestapel. Men schat iemands rijkdom naar het getal _moktas_ +die hij bezit: een _mokta_ is eene kudde van vijftig runderen. Twee +moktas staan ongeveer gelijk met wat men in Frankrijk een burgerlijk +vermogen zou noemen; die vier moktas bezit, is een rijk man. + +Ook bij de Bogos bestaat de adellijke instelling der _choumaglié_, +waarvan ik reeds vroeger sprak; daarmede gaat natuurlijk het +recht van eerstgeboorte gepaard. Als een choumaglié sterft, erft +zijn oudste zoon de roerende goederen, de voorvaderlijke degen, +de witte koeien der kudde, de tigrés, en, in sommige gevallen, +ook de weduwe. Dit laatste gebruik, dat voor een christelijk volk +vrij zonderling is, vereischt eenige toelichting. Komt een gehuwd +man te overlijden, dan hebben zijne bloedverwanten, of zelfs zijne +kinderen uit een ander huwelijk, het recht, de weduwe te trouwen; +in sommige gevallen, zijn zij daartoe zelfs verplicht. Niemand vindt +daarin iets onbetamelijks; integendeel, zoowel de christelijke Bogos +als de muzelmansche Beni-Amer, zien daarin eene ridderlijke daad tot +bescherming der vrouw en eene zekere hulde aan de nagedachtenis van +den overledene. De overige zonen ontvangen van hun oudsten broeder +zooveel als zij noodig hebben, om zich elders te gaan vestigen. De +jongste zoon erft het ouderlijk huis: eene zeer opmerkelijke bepaling, +die van fijn gevoelige teederheid getuigt. Hij toch wordt geacht de +herinnering aan zijn vader en de liefde voor de woning, waar hij is +opgevoed, dieper in het harte te dragen dan de anderen, die het leven +reeds meer van het ouderlijk dak heeft vervreemd. + +De dochters kunnen op niets aanspraak maken; doorgaans echter +trouwen zij zeer vroeg. Bijna allen zijn fijngevormd en zeer schoon, +met een lichte zweem van zekere wildheid in haar voorkomen; niets +evenaart het vuur van haar zwarte oogen, zoo uitnemend getemperd +door de lichte bronskleur van haar huid. Maar, hoewel de vrouwen +geene maatschappelijke rechten bezitten, rust toch op haar dikwijls +eene zeer zware verantwoordelijkheid. Te Keren zag ik eene zeer +achtenswaardige familie, waarvan het hoofd, bij zijn overlijden, +schulden had nagelaten. De schuldeischers lieten nu zijne twee +dochters, beiden nog kinderen, als slavinnen verkoopen, om zoodoende +de schulden van den vader te vereffenen. De oudste trok de aandacht +van een aanzienlijk man uit die streek, die haar voor vier-en-twintig +talaris (126 francs) vrijkocht, om haar te huwen. + +Ook in Sennaheit heerscht de beruchte gewoonte van den _bloedprijs:_ +eene gewoonte trouwens, die bij elk volk gevonden wordt, waar het idee +van den staat nog niet tot ontwikkeling gekomen is, en de overheid +nog niet als de waarborg en handhaver der algemeene veiligheid wordt +beschouwd. Dit recht van bloedwraak, dat de solidariteit der familie +of van den stam bij de aanrading van lijf of goed vertegenwoordigt, +draagt bij de Bogos den naam van _dem_. Zij maken onderscheid tusschen +den heelen en den halven bloedprijs. De eerste is verschuldigd bij +moedwilligen doodslag, onverschillig of het slachtoffer een man, +eene vrouw, een kind, een choumaglié of een trigé is. Verleiding +staat gelijk met manslag, en, in vele gevallen, ook het verbreken +der huwelijksgelofte. + +De halve bloedprijs wordt gevorderd voor elke verwonding, die +bloedstorting ten gevolge heeft gehad, of eene ernstige verminking +veroorzaakt; voorts voor elken onwillekeurigen manslag door een wapen +of eenig ander snijdend werktuig, zonder opzet van den eigenaar. Als +een man zijne vrouw doodt, is hij daarvan aan niemand rekenschap +schuldig; maar hij moet aan zijn schoonvader den halven bloedprijs +betalen. Het _bloed_ van een choumaglié wordt op honderd-twee-en-dertig +koeien geschat, benevens een muilezel en een mat; dat van een trigé, +op drie-en-negentig koeien, waarvan een derde aan zijn heer toekomt. + +De Bogos noemen zich bij erfelijke overlevering, Christenen; maar zij +bezaten noch kerken, noch priesters, toen, omstreeks 1854, een toeval, +zoo men wil, hen in aanraking bracht met een jongen piëmonteeschen +missionaris, Pater Giovanni Stella, die, weinig opgewektheid +gevoelende voor de missie in het binnenland van Abyssinië, zich +te Keren vestigde; waar hij eene uitnemende gelegenheid meende te +vinden om met vrucht werkzaam te zijn. Even ijverig als verstandig en +bedachtzaam, begreep Pater Stella, dat het onderwijs in de dogmatiek +gevoeglijk tot later kon worden uitgesteld, en beijverde hij zich +in de eerste plaats, om de Bogos in zedelijken zin op te heffen, +en hen daardoor vatbaarder te maken om de verheven waarheden van het +Christendom te begrijpen. Hij trachtte eerst de twisten en veeten, +die dorp tegen dorp en stam tegen stam de wapens deden voeren en zoo +schromelijke verwoestingen aanrichtten, bij te leggen; langzamerhand +wist hij de Bogos te bewegen om de rooverijen en strooptochten, +die maar al te zeer bij hen in zwang waren, vaarwel te zeggen; +hij bezocht de huisgezinnen, en vermaande de fiere, onafhankelijke +bergbewoners meer eerbied te betoonen voor de banden des huwelijks, +voor het leven en de bezittingen van hun medemenschen, en niet zoo +spoedig toe te geven aan de inblazingen van een eergevoel, dat in +beginsel lofwaardig mocht zijn, maar zich op zoo noodlottige en +verderfelijke wijze openbaarde. Een paar jaren lang was zijne stem +als die eens roependen in de woestijn; maar nadat hij den Bogos een +zeer wezenlijke dienst bewezen had, had hij hun vertrouwen gewonnen, +en nu werd hij in weinige jaren, alleen door zijn zedelijken invloed, +de oppermachtige gebieder en scheidsrechter van de zeventien dorpen +der Bogos en van een tiental naburige vlekken of stammen. Hij maakte +vooral zijn werk van de uitroeiing der openbare rooverij: een zware +taak, want in het gebergte werd het ambt van roover als eene eervolle +betrekking beschouwd, een man van moed ten volle waardig. Hij had +eindelijk persoonlijke betrekkingen aangeknoopt met al de voorname +roovers van Samhar, Sennaheit en Barka; en wanneer hier of daar +gewelddadigheid was gepleegd, wist hij doorgaans den schuldige te +ontdekken en vergoeding te verkrijgen. + +Deze dictatuur, de vrucht van onvermoeide toewijding en +zelfverloochening, wekte den argwaan op van den negus, die zich +heer van Sennaheit noemt. Hij wenschte _Abounu Johannès_ (Vader Jan, +de gemeenzame naam van Pater Stella) te zien, en noodigde hem; in de +vriendelijkste bewoordingen, tot een bezoek uit in zijne residentie te +Debra-Tabor; de negus noemde hem zijn zoon, en beloofde hem de meest +hartelijke ontvangst. De heer Stella antwoordde de gezanten van den +negus met groote wellevendheid, wist voorloopig tijd te winnen, en toen +geen langer uitstel mogelijk was, vertrok hij haastig naar Massaoua, +het minder raadzaam achtende, zich in het hol van den leeuw te wagen. + +De eerste keer dat ik hem ontmoette, was te Massaoua, twee maanden +voor ik de reis aanvaardde, waartoe dit verhaal betrekking heeft. Naar +hetgeen ik omtrent hem gelezen had, stelde ik mij Pater Stella voor +als een soort van Sint-Franciscus Xaverius met grijze haren. Groot was +dan ook mijne verwondering, toen ik een welgedanen jongen man zag, +met een blozend, open gelaat, waaruit een paar levendige, geestige +oogen mij aanstaarden, en met een zeer weelderigen haardos. Een +_bouri_, groote inlandsche pijp, die hij nooit uit den mond legde en +die een deel van zijn persoon scheen uit te maken, voltooide deze +geheel eigenaardige, maar zeer innemende figuur. Reeds dadelijk +voelde ik mij tot hem getrokken, en bij nadere kennismaking leerde +ik den beminnelijken, beschaafden, klassiek ontwikkelden man te +meer waardeeren en bewonderen. De diensten, die hij, in deze bijkans +onbekende streken, aan de zaak der beschaving en van het Christendom +heeft bewezen, geven hem volle recht op aller hulde en erkentelijkheid. + + + + + +VI. + + +Sennaheit, dat juist op den weg van Khartoem naar Massaoua ligt, moest, +uit den aard der zaak, de begeerlijkheid prikkelen der egyptische +beys van de grenzen, met name van dien van Taka. In 1850 deed een +dezer heeren, Elias-Bey, een overigens bekwaam en energiek man, maar +berucht wegens zijn fanatieken haat tegen alle christenen, onverwacht +een inval in het land der Bogos; dezen, nog tijdig gewaarschuwd, +konden zich met hunne kudden aan de overzijde van de Aïnsaba in +veiligheid brengen. Elias drong door tot Ouasentet, een dorp van +den stam Bedjouk, op vier mijlen afstands van Keren; hij vond daar +slechts eenige oude vrouwen, die hij laaghartig liet vermoorden. Hij +wilde toen de Mensa aanvallen, wier eerste kampementen niet meer dan +vier of vijf uren verwijderd waren; maar een gids, die misschien de +bergbewoners wilde redden, maakte den bey, in de aardrijkskunde al +even weinig ervaren als al zijne confraters, wijs, dat het kamp der +Mensa wel acht dagreizen ver was; Elias keerde daarop naar Kassala +terug. De Bedjouk hadden hun behoud te danken aan eene omstandigheid, +die den egyptischen officier karakteriseert. Aan de oevers van de +Aïnsaba gekomen, had de bey de kanonnen laten afschieten, om den +herders, die hij overvallen wilde, en die hij anders ongetwijfeld in +hun kamp zou hebben verrast, den moed te doen ontzinken! + +In 1855 had een tweede inval plaats, die bij de Bogos zoo treurige +herinneringen heeft achtergelaten. In vollen vrede vereenigde +Khosrew-Bey, een woeste Turk, die te Kassala bevel voerde, al de +roovers en bandieten van Barka met zijne geregelde soldaten, en +trok met dit legertje naar Sennaheit. De beide passen, die naar het +bergplateau voeren, werden bezet, zoodat de Bogos, wier hoofdplaats +destijds Mogareh, op een uur afstands van Keren, was, nergens een +uitweg hadden. Vijftig hunner manschappen sneuvelden in het gevecht; +Mogareh werd in de asch gelegd, en driehonderd-tachtig gevangenen, +meest vrouwen en kinderen, medegevoerd, benevens ongeveer zestig +_moktas_; daarna keerden de roovers haastig terug. Pater Stella was +afwezig; hij kwam den volgenden dag te Keren, vernam daar van de +beroofde bergbewoners wat er geschied was, spoedde zich naar Kassala, +en eischte van Khosrew volledige vergoeding. Deze weigerde, op de +meest onbeschofte wijze, den geestelijke als officiëel persoon te +erkennen; bovendien voerde hij hem te gemoet dat al de christenen van +Sennaheit rebellen waren, die de egyptische regeering het recht en +het vaste voornemen had, tot onderwerping te dwingen. De heer Stella +wendde zich daarop tot de consuls van Frankrijk en Engeland. Deze +laatste, de heer Plowden, een man van een doortastend karakter, een +helderen blik en groote diplomatieke talenten, begreep aanstonds, +welke partij van het voorval te trekken was, om het prestige van +Engeland in de oogen der Christenen en muzelmannen van oostelijk +Afrika te verhoogen. Hij ging in persoon naar Kassala, nam een +dreigenden toon aan, maar kon niets verkrijgen; daarop begaf hij +zich naar Alexandrië, met een adres van de Bogos aan de koningin van +Engeland; hier vond hij krachtige ondersteuning en medewerking bij den +franschen consul-generaal, den heer Sabatier, en verkreeg eindelijk +eene schitterende voldoening. Khosrew werd afgezet, en tevens bevel +gegeven, de gevangenen los te laten. Dit geschiedde dan ook onverwijld; +maar inmiddels had men er reeds een tiental naar Djeddah gezonden, de +groote stapelplaats van den slavenhandel aan de Roode-zee, eene stad, +befaamd wegens twee zaken, die, voor zoover mijne persoonlijke ervaring +reikt, steeds onafscheidelijk samengaan: een opgewonden muzelmansch +fanatisme en eene grenzenlooze zedeloosheid. Tien of twaalf andere +gevangenen waren in de harems van Kassala of de omstreken verstrooid +geraakt. + +Daarop begon een onderzoek, dat, nu reeds acht jaren lang, de brave +huisvaders van Kassala rust noch duur laat. De heer Stella trekt +elk jaar derwaarts; hij luistert, ondervraagt, bespiedt, en bij +elk bezoek vindt hij het spoor van eene of andere achtergebleven +gevangene, die hij dan terugvordert, en die de divan hem niet durft +weigeren. Somwijlen geeft dit aanleiding tot komische tooneelen. Een +zekere Kopt, Mallem Todros genaamd, een gauwdief van het eerste water, +had twee meisjes in zijn harem verborgen; zijn buurman Kotzika, +schoonzoon van den Mallem Ghirghis, verklapte hem. De meisjes werden +teruggegeven; om zich te wreken, liet nu Todros bij Ghirghis de glazen +ingooien. Daarop nieuwe twist, en eindelooze processen tusschen deze +beide deftige heeren, die pater Stella eindelijk wist te verzoenen. + +Op aandrang der consuls gaf de egyptische regeering, na lang talmen, +eene schadevergoeding van 17.000 francs, ongeveer een derde der +waarde van het gestolen vee. Mij werd opgedragen voor de verdeeling +dezer gelden te zorgen; ik liet mitsdien de voornaamste choumaglié +van Keren, Ona, Tantarwa, Achala, Djoufa en Deghi, die allen van +den rooftocht te lijden hadden gehad, naar Keren ontbieden, waar de +gelden onder de belanghebbenden werden verdeeld. Bij die gelegenheid +ontbrak het natuurlijk niet aan feesten en luidruchtig vreugdebetoon, +en menig lied werd ter mijner eere gezongen. Zeventienduizend franken +was voor deze arme lieden een meer dan vorstelijke schat! + +Ik bleef eenige dagen te Keren, geene gelegenheid verzuimende om +de omstreken te doorkruisen, en bergen te beklimmen. Somwijlen had +ik zonderlinge ontmoetingen. Op zekeren dag had ik den Lala mba, +een fraaien, pyramidaalvormigen berg nabij Mogareh, bestegen en +daar geteekend, zonder mij te laten storen door het gekras van +een vervelenden raaf, die mij eerst een poos onbeschaamd had zitten +aankijken en toen luidkeels was gaan schreeuwen, als om te protesteeren +tegen deze inbreuk op zijn gebied. Vermoeid en verstrooid van gedachten +daalde ik den berg af, en wilde juist mijn voet zetten op een soort +van dooden tak, die in het hooge, dorre gras lag, toen mijne aandacht +eensklaps getrokken werd door de gladheid en den regelmatigen vorm van +dien stam; en werktuigelijk nader toekijkende, zag ik dat die gewaande +tak, eenige voeten verder, uitliep in een platten kop met twee zwarte +vurige oogen. Het was een groote slang, die waarschijnlijk even verrast +was door deze zonderlinge ontmoeting als ik zelf. Wij hadden trouwens +niet veel tijd elkander te bewonderen: want op eene beweging die ik +maakte, verdween het dier in de struiken, en ik tusschen de rotsen. + +Een andermaal had ik den Aïtaber bestegen om van daar een blik te +werpen op de prachtige bergkloven, waaruit de Aïnsaba te voorschijn +treedt, en op de boschrijke hellingen der _rora_ (bergvlakte), waar de +stam der Beit-Andou in fiere onafhankelijkheid, eenzaam en afgezonderd, +leeft. Langs een steil rotspad afdalende, stootte ik eensklaps op +een fraaien, jongen luipaard, die zich in de zon lag te koesteren; +en hoewel ik geene andere wapenen bij mij had dan mijn kompas en mijn +teekenpen, werd hij toch bang, en vluchtte in twee of drie sprongen +naar eene opening tusschen de rotsen, waarin hij geheel verdween; +in zijn schrik vergetende, dat een gedeelte van zijn staart buiten +het gat uitstak. Ik van mijne zijde gevoelde evenwel niet den minsten +lust, hem verder te verontrusten; en daar het pad vlak langs zijne +schuilplaats heenliep, maakte ik eerbiedig een omweg van meer dan +een el in doorsnede. + +Mijne bedienden dachten over deze uitstapjes, wat de veiligheid +betreft, geheel anders dan ik. Toen de kawas Ahmed, als naar gewoonte, +de abyssinische dienstmaagden wilde uitzenden om hout en water te +halen, weigerden zij, uit vreeze van opgelicht te worden, wanneer zij +zich op eenigen afstand buiten Keren waagden. Trouwens deze vrees was +niet zoo ongegrond. De meeste muzelmansche kooplieden langs de grenzen, +niet tevreden met de winsten van hun gewonen handel op Abyssinië, +leggen zich ook toe op kinderroof. Het stelen van christenkinderen is, +in de oogen der muzelmannen, een verdienstelijk werk; de ongelukkige +slachtoffers worden dan als slaven verkocht. De regeering doet niets +om dezen gruwelijken handel te beletten. + + + + + +VII. + + +Na een verblijf van vijf dagen te Keren, werd het tijd aan de terugreis +naar Massaoua te denken. Pater Stella deed mij uitgeleide tot aan de +boorden van de, Aïnsaba, waar wij gezamenlijk ons bivouac opsloegen, +en vanwaar hij den volgenden morgen naar Keren terugkeerde.--Wij +staken nu de fraaie vlakte over, waarin de kleine stam der Bedjouk +gevestigd is; bestegen den vrij steilen bergpas van Massalit, en +daalden in het bassin van de Lebqa af, dat wij eerst te Aïn, op twee +dagreizen afstands, weder verlieten. De uitgedroogde bedding van de +rivier diende ons tot weg, die terwederzijde door tamelijk hooge en +boschrijke bergen was omzoomd. + +Aïn vormt de grens tusschen twee machtige stammen, de Mensa ten +zuiden, en de Habab ten noorden. Deze laatsten splitsen zich in +drie afdeelingen, die te zamen den naam voeren van de drie _Meflez_ +(wilde zwijnen). Die titel van Meflez is zeer in aanzien in Sennaheit: +hij komt voor in de geslachtslijsten van de voornaamste familiën: een +bewijs te meer, bij zoovele anderen, dat deze stammen oorspronkelijk +geen Mohammedanen waren. De Habab zijn nomaden: en er bestaat eene +zekere verwantschap tusschen het nomadenleven en de islamitische +barbaarschheid; gaandeweg vielen zij dus van hun voorvaderlijk +christengeloof af, en hadden nu ook geen enkele reden meer om zich te +onttrekken aan het oppergezag van de grootere of kleinere muzelmansche +staten, die hen van alle zijden omgaven. Reeds in 1846 vorderde +Emin-Bey van de Habab schatting, in naam van den onderkoning van +Egypte. De _kantiba_ (opperhoofd) der Habab antwoordde op hoogen toon, +dat hij de souvereiniteit van Egypte niet erkende; maar, bevreesd voor +de soldaten van den bey, zond hij hem toch, echter voor dien enkelen +keer, een geschenk van vijftig koeien. Tegenwoordig tracht de porte +zelf aanspraken op de souvereiniteit over deze stammen te doen gelden. + +De Mensa beweren van den zeeoever gekomen te zijn, en beroemen zich +op hun europeeschen oorsprong. Indien dit geen fabel is, dan hebben +zij tot zelfs hunne taal vergeten, want zij spreken thans tigré; +overigens is hun zuivere, bijkans klassieke type eene zijdelingsche +bevestiging van hunne beweerde afkomst. Zij splitsen zich in twee +clans: Beit-Ibrahé, wier dorp Gheled (schild) heet, en Beit-Echakan, +die te Hamham zijn gevestigd. Het eerste dorp werd in 1850 door +Hassan, naïb van Arkiko, overvallen; de kantiba Theodoros werd als +gevangene naar Massaoua gevoerd, waar hij verscheidene maanden bleef, +en waar men vergeefs alle pogingen aanwendde om hem tot den islam te +bekeeren. Hij werd niet ontslagen, dan nadat hij een zekeren losprijs +had betaald, en zijn kleinzoon als gijzelaar had achtergelaten. + +Sommige reizigers hebben zich zeer ongunstig over de Mensa +uitgelaten; maar, op den keper beschouwd, komen die klachten toch +hoofdzakelijk hierop neer, dat de nieuwsgierigheid dezer onontwikkelde +bergbewoners den reizigers last veroorzaakte. Nu, laat ons rechtvaardig +zijn. Stellen wij eens dat een Mensa, in zijne fraaie witte shama, +die hij alleen op feestdagen draagt, gehuld, met zijne lange lans +in de hand, en de groote houten naald (waarop hij even trotsch is, +mevrouw, als gij op uwe kolossale oorbellen) door zijn gevlochten +haren gestoken;--stellen wij, dat zulk een Afrikaan zich op een goeden +dag in de straten van Parijs vertoont: zou hij niet het voorwerp der +algemeene nieuwsgierigheid, en erger, der spotternij, zijn? Wat mij +betreft, ik heb mij altijd zeer wel kunnen schikken in deze soort +van nieuwsgierige belangstelling, die mijne zwarte of koperkleurige +medemenschen mij betoonden: zoolang althans die belangstelling haar +karakter van kinderlijke naïveteit niet verloor, en geen dekmantel +werd voor kwaadwilligheid of hebzucht. Doorgaans vond ik er een waar +vermaak in, naar de gesprekken te luisteren, die om mij heen werden +gevoerd, en die op mijn persoon betrekking hadden. + +"Hoe heet uw meester?" vroeg men aan mijn kawas Ahmed. + +"Zijn naam doet niets ter zake. Hij is mijnheer de consul." + +"Consul? Wat is dat? Is dat zooveel als een _choum_ (klein +districtshoofd)?" + +"De duivel hale uw choums! Een consul, dat is zooveel als een dedjaz +(hertog of landvoogd). De negus heeft, hij zijne ontvangst te +Debra-Tabor, de kanonnen laten afvuren." + +Dan nam men mijn persoon en mijne kleeding nauwkeurig op: alles leverde +stof tot vragen en opmerkingen. Somwijlen droeg ik, des morgens, als +de wind koel was, een vest van blauwe gebreide wol: dit kleedingstuk +vooral prikkelde de nieuwsgierigheid der inboorlingen. Een hunner, +die zich voor bijzonder knap hield vroeg mij: "of dat zijde was?" + +"Neen, het is schapenwol." + +"Heel vreemd!"--En de man verwijderde zich, brommende: "Nu, die Frank +denkt mij beet te kunnen nemen! Wie heeft ooit van zijn leven blauwe +schapen gezien?" + +Een andermaal trok een bos kleine sleutels de aandacht mijner +bezoekers; na zich in allerlei gissingen verdiept te hebben, merkte +een hunner op, dat zij inwendig hol waren; hij gaf ze mij nu terug +zeggende: + +"Ik ken dat: het zijn zakpistooltjes! Zijn ze geladen? De Franken +vinden toch wonderlijke dingen uit. Hoe jammer dat ze _turksch_ +(mohammedaansch) zijn!" + +"Wat praat ge van turksch? Evenmin turksch als gij." + +"Zijt gij dan een christen?" + +"Zeer zeker." + +"Laat mij dan uw _mateb_ zien. (Een blauw zijden koord, dat alle +abyssinische christenen, bijwijze van herkenningsteeken, dragen.) Hebt +gij geen _mateb_? Ziet gij wel, dat ge dan ook geen christen zijt." + +Ik keer tot mijn verhaal terug. De vlakke en bijna geheel naakte +streek, hier en daar door alleenstaande bergen afgewisseld, die ik van +Aïn tot Massaoua in schuine lijn moest doortrekken, heet Samhar. Deze +landstreek is, althans in de hoofdtrekken, vrijwel bekend, want +deze woestijn is de weg van de kust naar het schoone en vruchtbare +Abyssinië. Reeds in de oudheid, met name tijdens de Ptolomeërs, +die zoo ijverig den handel van de Roode-zee bevorderden, was Samhar +evengoed bij de reizigers bekend als heden ten dage. Ten bewijze zij +het mij vergund, de beschrijving aan te halen, die Artemidorus van deze +streek geeft; die beschrijving past nog tegenwoordig bijna volkomen, +zoowel wat de natuur als wat de menschen betreft. + +Volgens onzen griekschen schrijver, jagen de nomaden dezer landstreek +de olifanten op deze wijze: "in hinderlaag op de boomen gezeten, en +eene kudde olifanten bemerkende, die het bosch doortrekt, laten zij +die ongemoeid voorbijgaan; maar zij trachten met behoedzaamheid de +achterblijvers te naderen, die hier en daar dwalen, en snijden hun +de pezen der pooten door. Somwijlen ook dooden zij hem met pijlen, +in de gal eener slang gedoopt; de pijl wordt door drie mannen tegelijk +afgeschoten: twee hunner, de beenen vooruitgestrekt, houden met alle +kracht den boog vast, de derde spant het koord. Nog anderen geven +acht op de boomen, waartegen de olifanten komen leunen om te slapen; +zij naderen nu van de tegenovergestelde zijde, en snijden den stam +dicht bij de aarde door; wanneer de olifant tegen den boom aanleunt, +valt deze om, en het dier stort mede ter aarde; dan springen de +jagers van de boomen op den grond, dooden den olifant en houwen hem +in stukken. De nomaden noemen deze jagers onrein. + +"Boven deze elephantophagen (olifanteters) woont een niet zeer +talrijk volk van strouthophagen (vogeleters), in wier land men +vogels vindt zoo groot als herten, die, zoo zij niet vliegen kunnen, +ten minste zeer snel kunnen loopen, evenals de struisen; sommigen +dooden ze met pijlen; anderen nemen hunne toevlucht tot de volgende +list. Zij bedekken zich het lichaam met de huid van een dezer dieren; +zij steken hun rechterarm in den hals, en bewegen dien op zoodanige +wijze, dat zij de bewegingen van den vogel zelven nabootsen; met +hunne linkerhand nemen zij graankorrels uit een broodkorf, die aan +hunne zijde hangt, en strooien die vóór zich heen; de vogels worden +daardoor naar kuilen gelokt, waar jagers zijn gesteld, die hen met +stokken doodslaan. Deze strouthophagen bedienen, zich van de huiden +dezer vogels om zich te kleeden en ook als bed; zij leven in oorlog +met de Ethiöpiërs, die Siles worden genaamd, en als aanvalswapenen +hertehoornen gebruiken. Zij wonen in de nabuurschap van menschen, +zwarter van kleur en kleiner van gestalte, die ook minder lang leven +dan de anderen, want zij worden zelden ouder dan veertig jaar, omdat de +wormen zich in hun vleesch voortteelen. Deze menschen voeden zich met +de sprinkhanen, die door de zuid-westen- en westenwinden, welke in de +lente met groote hevigheid heerschen, naar hun land worden gevoerd. Om +deze sprinkhanen te vangen, werpen zij, in kuilen en droge grachten, +hout, dat, als het brandt, veel rook veroorzaakt; zij leggen daar +een weinig vuur boven op: de sprinkhanen, die daarover heen vliegen, +worden door den rook verblind en vallen ter aarde. Zij maken ze fijn, +vermengen ze met pekel, en bakken er koeken van, die zij eten." + +Aldus Artemidorus. Vooral wat hij het laatst verhaalt, is geheel +overeenkomstig de waarheid, zooals mij nog op deze reis bleek. De +sprinkhanen daalden in dichte zwermen van Hamazene af, waar zij +waarschijnlijk den oogst van den armen abyssinischen landman +bijna geheel hadden vernield. Zij vlogen, naar ik meen, van het +west-zuidwesten, naar het noord-noordoosten. De boomen, de _khors_, +de hellingen der heuvelen, alles was overdekt met millioenen gele of +violette stippen: een waar festijn voor de roofvogels van allerlei +soort, wier aantal in deze streken zoo buitengemeen groot is. Maar +zij waren de eenigen niet, die op dien buit afkwamen: de lieden van +Aïlat, met _ghirbas_ (lederen zakken) beladen, kwamen ook in massa +opzetten, om mede hun aandeel te erlangen. Deze sprinkhaneneters, +hoewel inderdaad donkerder van kleur dan hunne buren, kwamen mij +voor krachtig en welgemaakt te zijn. Wat onze Griek vertelt van die +afschuwelijke ziekte en van hun korten levensduur, is een fabeltje, +en zal ook wel in zijn tijd niet waar zijn geweest. + +Een paar dagen na ons vertrek van Aïn, kwamen wij te Desset, een +zeer boomrijk eiland, door een breeden, nu uitgedroogden stroom +gevormd, waar zich eenige grafheuvelen bevinden, en twee steenen +grafteekenen, onder den naam van _graven der Koningen_ bekend. Volgens +de overlevering der nomaden, zouden deze graven de overblijfselen +bevatten van de _Rôm_, een volk dat, tot straf voor zijne immer +toenemende goddeloosheid, door God onder een regen van steenen +bedolven werd. + +Te Desset was ik te zeer in de nabijheid van Aïlat en zijne warme +bronnen, dan dat ik zou hebben mogen verzuimen, derwaarts een uitstapje +te maken. Een kleine marsch bracht mij naar dit groote dorp, waar ik +twee aangename dagen sleet, uitnemend goed ontvangen door een soort +van sheik, die, in naam van den toen afwezigen naïb, het bestuur over +deze herders voerde. + +Ik had geene behoefte aan een badkuur, en was ook om die reden niet +naar Aïlat gekomen, maar ik zou mij geschaamd hebben, den omtrek +te verlaten, zonder die beroemde warme bronnen te hebben gezien, +waarvan alle reizigers gewag maken, en die bovendien gelegen zijn +in eene dier schilderachtig schoone valleien, die mij steeds zoo +verkwikten. Ik verliet dus het dorp, in gezelschap van Ahmed en een +inlandsch opperhoofd en bereikte, na eene wandeling van anderhalf uur, +den oever van eene beek, Maï Ooï (warm water) genaamd. Nog zeshonderd +el verder, en ik was bij de bronnen. Het water was zeer vuil; de reden +daarvan bleek mij spoedig, toen ik eene menigte schapen tegenkwam, +die, volgens de dagelijksche gewoonte, door hunne herders in de bron +waren gewasschen: eene operatie, die tijd en geduld vordert. Gelukkig +ontbreekt het deze bergbewoners noch aan het een noch aan het ander. + +De eigenlijke bron ontspringt aan den voet van een tamelijk steilen +berg, Akowar geheeten, midden in een klein moerassig weiland, waaruit +eenige zwakke sprengen opwellen, van welke slechts eene enkele eene +hooge temperatuur heeft; al deze straaltjes vereenigen zich, eenige +schreden verder, in een reeks kleine vijvers of bassins; slechts +in een dezer vijvers, die de meeste diepte heeft, kan een volwassen +mensch, als hij namelijk op zijn hurken gaat zitten, een eenigszins +behoorlijk bad nemen. Toen ik nader kwam, zag ik vier of vijf mannen +en vrouwen in het bad gezeten; nadat er wat ruimte gekomen was, wilde +ik ook een bad in de Maï Ooï nemen, maar de temperatuur was mij te +hoog; half verbrand trok ik mij haastig terug en bepaalde mij tot een +voetbad. Na den naburigen heuvel beklommen, en het panorama genoten te +hebben der donkere, zonderling gevormde en boschrijke bergen, die ten +westen de vlakte van Aïlat begrenzen, keerde ik naar het dorp terug, +om vandaar onzen tocht voort te zetten. + +Door eene zandige, dorre vlakte, bereikten wij eindelijk, zeer vermoeid +en bijna bezwijkende van dorst, het vrij aanzienlijke dorp M'Kullu, op +zes kilometers van Massaoua, te midden vau eene zand- en steenwoestijn +gelegen, maar toch in het bezit van een onwaardeerbaren schat: vijf of +zes putten met voortreffelijk water. Daar Massaoua geen bronnen heeft, +en alleen regenwaterbakken, die acht of negen maanden van het jaar +droog zijn, is het water van M'Kullu tot een handelsartikel geworden, +waarvan de gansche arbeidzame bevolking van het dorp leeft. Elken +morgen vroeg nemen de jonge meisjes van tien tot vijftien jaar, een met +water gevulden zak op hare schouders, wandelen daarmede naar de stad, +en keeren omstreeks negen uur in haar dorp terug; zij doen alzoo een +tocht van twaalf kilometers, waarmede zij niet meer dan een piaster +(ongeveer tien cent) verdienen. Dit harde leven benadeelt noch hare +gezondheid, noch haar schoonheid, noch haar goed humeur. Honderde malen +heb ik ze ontmoet; bij troepjes naar de stad trekkende, lachende, +pratende: aardige figuurtjes, met hare in wanorde over het hoofd +hangende krullen van glimmend zwart haar. + +M'Kullu is het geliefkoosde verblijf van de kooplui van Massaoua, +die den geheelen dag in den bazar der stad doorbrengen, maar iederen +avond naar M'Kullu terugkeeren, om zich des morgens, een uur voor +zonsopgang, weder naar Massaoua te begeven. Zoo vaak ik dien kant uit +wandelde, kon ik er zeker van zijn, troepen Massaouanis tegen te komen, +met hun geel en beenig gelaat, hunne lange helderwitte kaftans, hun +tulbanden, om een met veelkleurig borduursel versierd kapje gewonden, +en hun bonten zakdoek op den schouder. Deze vervelende dagelijksche +wandeling getroosten zij zich uit zuinigheid, want het leven op het +eiland is zeer duur; en de eenige uitgaaf die deze verplaatsing hun +oplegt, is het veergeld, dat niet meer dan drie paras (anderhalve cent) +per hoofd bedraagt. + + + + + +VIII. + + +Vroeg in den morgen braken wij van M'Kullu op en trokken naar de +vlakte van Gherar, vanwaar een kano mij in drie minuten naar het +eiland Massaoua overvoerde. Op dien weg vond ik geene andere planten +dan mimosa's, dwergachtige struiken en wortelvijgeboomen (_chora_), +die het strand bedekken. Die bosschen van _chora_ van verre gezien +maken een zeer eigenaardigen indruk: dicht begroeid, van eene zacht +groene kleur, hunne fijne takken en twijgen in de zee dompelende, en +hunne fraaie bladeren, aan die van den laurier niet ongelijk, in het +water weerspiegelende, lokken die wonderlijke boomen den vermoeiden +reiziger, om een weinig adem te scheppen van de brandende zonnehitte, +en in hun lommer zijne oogen te verkwikken, die vermoeid zijn van het +staren op het harde geel der verweerde en verscheurde rotsen langs +de kust. Eenmaal heb ik mij laten verlokken, en ben het dichte bosch +ingegaan: maar nimmer heb ik de proef herhaald. De bodem, deels door +de wateren der zee overdekt, is niets anders dan eene groote poel, +vol slijk en zandbanken, waaruit de boomen, dicht opeengedrongen, zich +in grillige vormen verheffen; en onder dit bijkans ondoordringbaar +loofdak heerscht eene zoo benauwende, verstikkende hitte, in zoo +hooge mate met vochtige, ongezonde dampen bezwangerd, dat, bij deze +atmospheer vergeleken, het verblijf buiten op de brandende zandvlakte +u eene verkwikking schijnt. + +De bodem van het eiland Massaoua bestaat uit koralen en eene +verzameling van alle mogelijke soorten van versteende vegetatie, die +aan de Roode-zee een zoo bijzonder karakter geven. Ik heb reeds met een +enkel woord van de waterbakken gesproken: deze bakken beslaan ongeveer +een derde van de oppervlakte van het eiland. Volgens de overlevering +zouden zij door de _Parsis_ (de Perzen) zijn aangelegd: waarin +niets onwaarschijnlijks is, want ten tijde van Khosroës waren deze +kustlanden van de Roode-zee, naar wij mogen aannemen, aan de perzische +heerschappij onderworpen. Alles wat in deze streken niet ontwijfelbaar +van muzelmanschen of misschien abyssinischen oorsprong is, wordt aan +de _Parsis_ toegeschreven; natuurlijk maakt zich de overlevering, +ook in dit opzicht, aan hare gewone fout van overdrijving schuldig. + +Maar wie dan ook de waterbakken van Massaoua moge hebben aangelegd, +hij heeft eer van zijn werk: zij verdienen wel alleszins de aandacht, +niet alleen om hunne afmetingen, om de moeilijkheden die bij den +aanleg te overwinnen waren, maar vooral om de schoone bewerking, +waarvan men zich eenig denkbeeld kan vormen, als men de drie of vier, +die nog bijna ongeschonden zijn, wat meer van nabij beziet. De bakken +zijn gedekt door een soort van klein gewelf, uit koraalfragmenten +gemetseld; de binnenwanden zijn glad, en de randen zoo gemaakt, dat bij +den minsten regen, het water in de bakken moet afloopen. Deze fraaie +en nuttige werken hadden het wel verdiend, dat de turksche regeering, +steeds zoo haastig bij de hand als er eene of andere nieuwe methode van +knevelarij valt in te voeren, zich wat meer om hun behoud bekommerd +had: maar aangezien de gouverneur en zijne lieden alle morgens hun +versch water van M'Kullu ontvangen, is het hun natuurlijk volkomen +onverschillig, of het arme volk van dorst vergaat. Do waterbakken +in het binnenste van het eiland vallen in puin, zonder dat iemand +eene hand uitsteekt om ze te herstellen; de bakken nabij het strand +bezwijken voor den aandrang der zee, die de wanden doet barsten en +bij iederen vloed de ledige ruimte vult. + +Omtrent den oorsprong van Massaoua verkeert men in het +onzekere. Sommige geleerden zijn van meening, dat het tegenwoordig +Massaoua ongeveer zou overeenkomen met eene zekere stad Saba, waarvan +de oude geografen melding maken: in hoever die meening gegrond is, +durf ik niet beslissen. Het eiland is zeer arm aan gedenkteekenen: men +vindt er slechts een twaalftal gewijde gebouwen, waaronder eene moskee, +die wel de opmerkzaamheid verdient, en waarschijnlijk dezelfde is, +waarin de Portugeezen, omstreeks 1520, de mis lieten bedienen, nadat +zij de muzelmannen uit Massaoua verdreven hadden. Dit was trouwens +slechts eene wedervergelding, want de muzelmannen hadden op hun beurt +dit heiligdom aan de abyssinische christenen ontweldigd. + +De bevolking van Massaoua is zeer gemengd. De merkwaardigste, en uit +een commerciëel oogpunt wel de gewichtigste kolonie, is ongetwijfeld +die der Banians, die welbekende indische kooplieden, in wier handen +sedert eeuwen reeds de handel op de Roode-zee berust. De wijk der +Banians is zeer stil; er zijn zeer weinig winkels, en te ieder uur +van den dag ziet ge er weinig anders dan _angarebs_, rustbanken, +tegen de muren geplaatst, en waarop groote, welgevormde, half-naakte +mannen rustig liggen uitgestrekt. Hunne geschoren kruinen, hunne dunne +knevels, hunne prachtige zwarte oogen, hunne eenigszins vrouwelijke +trekken, geheel hun voorkomen doet u denken aan eene straat van Delhi +of Bombay. Als de Banian uitgaat, draagt hij een prachtigen tulband +van roode of gele zijde, met goud geborduurd, en een zware zilveren +keten om de lendenen. + +De europeesche bevolking te Massaoua is nooit zeer talrijk geweest; +zij bestaat doorgaans uit een consulairen agent (zelden zijn er twee), +uit een paar kooplui en eenige zendelingen. Over deze laatsten een +enkel woord. + +De eerste missionarissen, die zich hier vestigden, waren +Kapucijner-monniken; zij woonden te M'Kullu in een nederig huis, waar +men hun niet dan na veel moeite het verblijf vergunde. De turksche +regeering, die hier het nauwlettend oog der europeesche diplomatie +niet had te duchten, toonde zich, aan deze uiterste grens van haar +gebied, in al hare brutale onbeschaamdheid. De generaal der orde, die +wist met wie hij te doen had, stuurde op deze onbeschofte en steeds +half beschonken turksche gouverneurs een piemonteeschen monnik af, +door geheel den omtrek wel bekend, pater Giuseppe S...; iemand, die +veeleer geboren scheen om voor komiek op te treden dan als apostel +in Nubië werkzaam te zijn; een grappenmaker, wiens onuitputtelijke en +gansch niet altijd fijne vroolijkheid echter eene zeer degelijke kennis +en een onbedwingbaren moed verborg. Telkens lag hij met den turkschen +gouverneur overhoop; maar eindelijk wist hij hem te temmen: op zekeren +dag daagde hij den Turk uit tot een duel met den sabel; een andermaal +dreigde hij den landvoogd uit het raam te gooien, en zichzelf, in zijne +plaats, tot kaïmakan te doen uitroepen. Dergelijke praktijken waren +zeker niet bij uitnemendheid apostolisch: maar tegenover de lieden, +met wie hij te doen had, troffen ze toch doel. Ongelukkig kwam pater +Giuseppe in het eind op de noodlottige gedachte om "zaken" te gaan +doen: hij hing zijn pij aan den kapstok, en zette te Massaoua een +handelshuis op, dat al vrij spoedig failliet ging. Pater Giuseppe +begaf zich daarop naar Florence, waar hij, naar men mij zeide, +tegenwoordig als redacteur van een liberaal dagblad werkzaam is. + +Na de Kapucijners verschenen de Lazaristen, toen zij, in 1855 uit +Abyssinië verdreven, zich te Massaoua kwamen vestigen, onder de leiding +van den voortreffelijken prelaat monsgr. de Jacobis. Onder het bestuur +van zijn opvolger, monsgr. Biancheri (overleden 17 September 1864), +werd ten behoeve der missie aan de oostpunt van het eiland, tegenover +de stad, een ruim gebouw opgericht met eene kerk en eene drukkerij +voor de abyssinische boeken. Tegenwoordig wordt de missie bestuurd door +pater Delmonte, een Genuees van geboorte, en een zeer bekwaam man, die +waarschijnlijk als opvolger van monsignor Biancheri zal worden benoemd. + +Een anglo-indisch spreekwoord zegt: "Pondichery is een warm bad, Aden +een fornuis, Massaoua een hel." Dit is tamelijk overdreven. Massaoua +is niet ongezonder dan eenig ander punt langs het beneden gedeelte der +Roode-zee, en is zeker veel minder vervelend, dank zij de nabijheid +van het bergland en de uitmuntende gelegenheid tot jagen. Dit neemt +niet weg dat de hitte het iemand benauwd genoeg maken kan. Ik had +mij daartegen zooveel mogelijk gewaarborgd. Mijne woning werd aan +drie zijden door de zee omspoeld; en heerlijke uren heb ik, ook bij +de grootste hitte, doorgebracht in mijn vierkant vertrek, dat met +drie groote vensters aan zee uitkwam. Het uitzicht, het is waar, +was tamelijk eentonig. Voor mij zag ik de gele en naakte rotsen +van kaap Gherar, de reede, en nu en dan eene of andere boot van +Dahlak, met hare zware matten zeilen en haar lading van steenen, +langzaam voortzwoegende. Aan mijne linkerhand verhieven zich de drio +verdiepingen of terrassen der bergen van Abyssinië en Samhar: namelijk, +vooreerst de roodachtige lage heuvels van Arkiko en M'Kullu; dan +daarachter de bergen van Waï-Negus, en eindelijk aan den horizon, hoog +boven alles uitstekende, de rotsmuur van de abyssinische hoogvlakte, +waarboven zich, in trotsche majesteit, de koepel van Devra-Bizan, +in schemerende omtrekken, welfde. + +Massaoua heeft voor den toerist al zeer weinig aantrekkelijks; maar +hij kan zich daarvoor schadeloos stellen door eenige uitstapjes in de +omstreken te gaan doen. Reeds meermalen was mijne aandacht getrokken +door een fraai gevormden berg, die Massaona beheerscht en den schipper +in zee tot baken strekt: den Ghedem, ongeveer 1200 meters hoog, +een ontzagwekkende, vulkanische kegel. Met de mededeeling van mijn +uitstapje derwaarts, wil ik ditmaal mijn reisverhaal besluiten. + +Op zekeren dag huurde ik eene boot met twee man, en liet mij naar een +kleinen inham aan de kust roeien, vanwaar ik nog ruim een uur door +de stekelige mimosa's moest wandelen, eer ik de rotsachtige hoogten +bereikte, die ik langzaam begon te bestijgen. Na drie kwartier +klimmens, had ik een piek bereikt, die ongeveer tweederde van de +totale hoogte des bergs mat; maar de eigenlijke top was stellig nog zes +kilometers verwijderd, en ik begreep dadelijk, dat, zoo ik niet boven +wilde overnachten--waar ik, met het oog op een zeer mogelijk bezoek +van leeuwen, luipaarden of hyena's, volstrekt niet op gesteld was;--het +beter was, maar niet verder te gaan. Ik had geen reden om mij over dit +besluit te beklagen, want een prachtig panorama breidde zich voor mij +uit. Aan mijne voeten, de vlakte, die ik zooeven was doorgetrokken, +met eene reeks lage heuvelen, die van den berg tot aan de zee liepen; +verder, de fraaie open reede van Massaoua, rustig, blauw, in hare +kalme wateren de witte huizen der stad weerspiegelende, en de dichte +_choras_ der beide eilanden van Tau-el-hud en Shekh-Saïd. Aan het +uiteinde der baai lag de kleine stad Arkiko, vroeger de hoofdstad +van het gansche omliggende land, de patrimoniale residentie der +naïbs, die sedert naar Aïlat zijn verhuisd. Wat daartoe aanleiding +gaf, verdient wel eene korte vermelding, ook omdat daardoor een +eigenaardig licht valt op de toestanden in deze streken. In 1846 had +de turksche gouverneur van Massaoua, eene schuldvordering van een +honderd talaris ten laste van den naïb van Arkiko; en zag geen kans +dat geld te krijgen. Dit ware nu nog te vergeven geweest; maar niet te +lijden was de beleedigende hoogmoed, waarmede die inlandsche vorsten +de gezaghebbenden te Massaoua behandelden. Op zekeren dag voegde +de driftige naïb Hassan, in den vollen raad, den gouverneur toe: +"Hassan heeft hier te bevelen, zoogoed als de sultan te Stamboel, of +de onderkoning te Masr (Kaïro)!"--Bij de minste oneenigheid verbood de +naïb zijn onderdanen, de stad van water of levensmiddelen te voorzien, +waardoor de inwoners aanstonds aan het gevaar waren blootgesteld, van +honger en dorst om te komen. De gouverneur, wiens geduld eindelijk +uitgeput raakte, zond toen zijne Arnauten naar de stad, die Arkiko +verbrandden, en de turksche kanonnen mede namen, die het voornaamste +sieraad van den divan der naïbs uitmaakten. + +De stad bleef eenige maanden verlaten liggen; toen werd zij +langzamerhand herbouwd, en tevens van een slecht fort voorzien, +waarin de turksche gouverneur bezetting legde. De naïb, die een +vazal van den negus van Abyssinië was, riep nu de tusschenkomst +in van Oubiëh, den onderkoning van Tigreh, die bij den kaïmakan +op vergoeding en herstelling van den naïb in zijne vroegere positie +aandrong. De kaïmakan schold en dreigde en weigerde iedere voldoening, +tot eindelijk op zekeren dag de gansche bevolking der omliggende +dorpen, door schrik bevangen, naar de stad vlood, en daar algemeene +ontsteltenis verwekte door de mare: _El Kostan ghia!_ de christenen +komen!--Het was het abyssinische leger, aangevoerd door Belatta +Kokobiëh, een der krijgsoversten van Oubiëh, tusschen de vijftien en +twintigduizend man sterk, en overal de schrikkelijkste verwoestingen +aanrichtende. M'Kullu werd geplunderd en verwoest; het garnizoen +van Arkiko verslagen en onder de muren van het armzalige fort in de +pan gehakt; Massaoua, dat het getal zijner inwoners eensklaps van +zes tot vijftien duizend zag klimmen, die aan alles gebrek hadden, +moest onfeilbaar in handen van den vijand vallen. Maar de onbesuisde +vernielzucht der Abyssiniërs droeg voor hen zelf de noodlottigste +vruchten: het gansche omliggende land was tot een woestijn geworden, +en Kokobiëh zag zich welhaast verplicht, zijne stroopende ruiterbenden +weder bijeen te roepen en naar het noorden, naar het land der Bogos, +terug te trekken. Zoo bleef alles bij het oude: Arkiko hield zijne +turksche bezetting, en de morrende naïbs brachten hunne residentie +over naar Aïlat. + + + + + + + AMERIKAANSCHE GETUIGENISSEN OMTRENT AMERIKAANSCHE TOESTANDEN. + + + +De man, die door de meerderheid der kiezers in de Vereenigde Staten +van Noord-Amerika,--met inbegrip van 800,000 zoogenaamd vrije +negers--voor de tweede maal op den presidialen zetel is geplaatst, +heeft onlangs, in eene officiëele boodschap, de transatlantische +"Republiek" als voorbeeld voor het oude Europa aangeprezen, als de +type en het model voor den gewenschten staat der toekomst. Men zou +deze eenzijdige grootspraak kunnen laten voor hetgeen zij is, indien +niet in Europa zelf nog altijd zoovelen gevonden werden, die, met +opzet of uit onnoozelheid, inderdaad gelooven of althans voorgeven +te gelooven, dat de amerikaansche republiek hooger staat dan de +monarchiën der oude wereld, en zich op het voorbeeld van Amerika +beroepen tot aanprijzing van den republikeinschen regeeringsvorm, +als het algemeene redmiddel tegen alle kwalen. Dat men, zelfs in +Amerika, dit gevoelen niet zoo algemeen deelt, kan blijken uit de +volgende staaltjes uit de dagbladpers, die tegelijk ten blijk kunnen +strekken van de vrijheid waarmede de oppositie-bladen de toestanden +durven beoordeelen. Wij hebben niet te zeggen, dat ook deze schetsen +zeerwel niet van overdrijving vrij te pleiten zijn. + +Hooren wij in de eerste plaats een der te New-York verschijnende +dagbladen, de _Sun_. + +"Het geheele staatkundige en maatschappelijke leven en streven te +Washington, zoo zegt zij, is door en door verdorven. Rechtschapenheid +geldt voor niets, zedelijkheid wordt openlijk bespot. Deugd en +betamelijkheid, die vroeger geacht en geëerd waren, zijn sinds lang +geheel uit de mode; de weinigen, die daaraan nog waarde hechten, +worden aangezien als zonderlinge antiquiteiten uit een lang vervlogen +tijd. Zoowel in de regeeringskringen als daarbuiten voert _Shoddy_, +met al de hem eigene gemeenheid, het hoogste woord. Shoddy kent geen +hooger levensdoel dan de luie liederlijkheid na te apen, die onder +de regeering van Napoleon III in sommige fransche kringen zoozeer +den boventoon voerde, en allen eerlijken lieden zooveel aanstoot +gaf. Maar ondanks alle innerlijke verdorvenheid wist men te Parijs +althans nog voor het uiterlijk den schijn van welvoegelijkheid en +decorum te bewaren. Maar hier, te Washington, treden ondeugd en +verdorvenheid openlijk op, in de ruwste, gemeenste, onhebbelijkste +vormen: men draagt roem op zijne vulgaire gemeenheid en neemt niet +eenmaal de moeite, ze met een zeker vernis te bedekken. Deze lieden +zijn trotsch op hunne schande, en bekommeren zich niet meer om +welvoegelijkheid of betamelijkheid. + +"Geld is alles in allen; de waarde van den man hangt uitsluitend af van +zijn rijkdom, van het ambt dat bij bekleedt, of van den invloed, dien +hij op de regeeringsmannen kan uitoefenen. Eene vrouw wordt ontzien +en gevierd, naarmate zij beter de kunst verstaat over de mannen +te heerschen, den toon weet aan te geven in hetgeen men den goeden +smaak noemt, en in het gezellig verkeer alle vrouwelijke schaamte +en ingetogenheid heeft afgelegd. In het openbare leven wordt alles +naar dollars berekend: ware verdienste en degelijkheid komen niet in +aanmerking. Het voorbeeld der hoogstgeplaatste staatslieden heeft ook +in lagere kringen ijverige navolging gevonden, en zoo is het gansche +samenstel verdorven en rot geworden. + +"Ministers, senatoren, volksvertegenwoordigers, ambtenaren baden +zich in schaamtelooze weelde en overdaad, terwijl het van openbare +bekendheid is dat zij nog voor weinige jaren doodarm waren. Nu zijn zij +het, die den toon aangeven. Het is niet meer dan natuurlijk dat hunne +onderhoorigen, die van hunne gunst en bescherming afhankelijk zijn, +dienzelfden weg opgaan, en door dezelfde ongeoorloofde middelen en +praktijken zich eene positie trachten te verwerven. Slagen tot iederen +prijs, dat is het algemeene beginsel: het zeer onheilige doel heiligt +de verachtelijke middelen. Alles wat van het Witte-Huis (het hotel van +den president) uitgaat of daarmede in betrekking staat, is praal- en +pronkziek en wil zooveel mogelijk vertooning maken. Kan dat niet langs +eerlijke wegen, welnu dan geschiedt het ten koste van eer en plicht. + +"Hieruit verklaart zich vooral de kanker der corruptie, die _alle_ +takken van de staatsdienst, zonder eenig onderscheid, heeft aangetast +en doordrongen. Dit bederf is bij ons veel erger dan in eenig ander +beschaafd land, want de demoralisatie strekt zich zoowel tot de +hoogste als de laagste ambten uit; zelfzucht, oneerlijkheid, ontrouw +zijn overal de heerschende motieven der handelingen. Tegen dezen +invretenden kanker baat geen ander geneesmiddel dan eene radikale +omwenteling. Zelfs indien de zoogenaamde hervorming der civiele dienst +inderdaad de vruchten zou dragen, die kwakzalvers en bedriegers het +lichtgeloovige volk diets maken, dan nog zou zij niets vermogen. De +kwaal is chronisch; om haar te overwinnen, zou men de toevlucht moeten +nemen tot wat de geneesheeren eene heroïeke behandeling noemen. + +"Diefstal der voor onvoorziene uitgaven bestemde gelden in alle takken +van het staatsbestuur, is nog maar een zeer klein onderdeel van het +roofstelsel, dat, te beginnen met het congres, in alle afdeelingen +en kringen der regeering is doorgedrongen en aangenomen. Senatoren +en volksvertegenwoordigers maken zich door zulke _contingencies_ van +zeer aanzienlijke sommen meester: en dit den volke ontstolen geld +wordt dan in brasserijen verspild, waarvan men vroeger zelfs geen +denkbeeld had. Honderdduizende dollars worden ieder jaar op zulke wijze +weggeworpen. Dit misbruik heeft, zooals, in den aard der zaak ligt, +vele andere misbruiken en liederlijke praktijken in het leven geroepen: +zoo is de gansche wetgevende macht veil en omkoopbaar, de _jobbery_ +(schacherij, oneerlijkheid) tot een erkend handwerk geworden. Wie +in dezen wedstrijd van gemeen-vulgaire pralerij wil mededoen, moet +noodwendig over geld, veel geld, kunnen beschikken; en heden ten dage +doet het er volstrekt niets toe, _hoe_ men aan geld komt. + +"Dit voortwoekerend bederf heeft nog andere noodlottige resultaten +opgeleverd, die niet minder verontrustend zijn. Gedurende den (zeer +ten onrechte dus genaamden) opstand, werd de proef genomen, om in +sommige takken van de staatsdienst ook vrouwen aan te stellen. Men +deed dit, eensdeels om voor daartoe bekwame personen een geschikt +veld van werkzaamheid te openen; anderdeels om de vrouwen en dochters +van in den krijg gesneuvelde militairen een middel van bestaan te +verzekeren. Zoowel het een als het ander was loffelijk en goed, en de +proef slaagde volkomen. Maar tegenwoordig is ook hierin een schandelijk +en ergerlijk misbruik welhaast regel geworden. Zoodra het congres +omtrent dit punt bepalingen begon te maken en nieuwe betrekkingen voor +vrouwen in het leven te roepen, viel het niet moeilijk te voorzien +wat er geschieden zou--en dan ook werkelijk gebeurd is. + +"Vele verstandige, ontwikkelde vrouwen, die iederen fatsoenlijken +kring tot sieraad zouden strekken, verdienen aldus op eerlijke +wijze haar brood in de verschillende regeeringsbureaux. Voor sommige +betrekkingen zijn zij beter geschikt dan mannen, maar worden toch niet +zoogoed betaald als dezen. Doch nevens deze brave en achtenswaardige +vrouwen en meisjes heeft zich nu een ander element ingedrongen, welks +tegenwoordigheid voor haar eene beleediging, voor de staatsdienst +een smaad en schande, en voor het openbaar geweten een ergerlijk +schandaal is. Het is toch van algemeene bekendheid, dat senatoren, +volksvertegenwoordigers en ambtenaren deze voor brave en eerlijke +vrouwen bestemde betrekkingen wegschenken aan liederlijke schepsels, +die bovendien geheel ongeschikt zijn voor het werk, waartoe zij +geroepen worden. Het is eene schande, zulke personen eene plaats +naast de anderen aan te wijzen. Hier baat niet de armzalige uitvlucht, +dat de aanstelling aan eene vergissing, een misverstand moet worden +toegeschreven. Leden van het congres hebben, in grooten getale, +hunne bijzitten gepensioneerd: dat wil zeggen, de schatkist moet +deze personen betalen, ofschoon zij geheel ongeschikt zijn, de +haar toevertrouwde betrekkingen behoorlijk waar te nemen. Hoogere en +lagere ambtenaren, die posten te vergeven hebben, volgen dit voorbeeld +ijverig na. + +"Betrof het hier nu slechts uitzonderingen, dan zou men, hoe +afkeurenswaardig dergelijke handelwijze ook steeds moge zijn, toch +des noods veel door de vingers kunnen zien. Maar de bewijzen zijn +voorhanden, dat het kwaad ontzaglijke proportiën heeft verkregen, en +dat elk departement der bondsregeering daardoor is aangetast. Wanneer +alle bijzonderheden aan het licht werden gebracht, en de volle +waarheid bekend gemaakt, dan zou het land zich ontzetten over +deze ergerlijke misbruiken, over den omvang, dien het kwaad reeds +bereikt heeft; en vooral ook daarover, dat zoovele lieden, die zich +bij voorkeur voor _christelijke_ staatslieden uitgeven, met dit +euvel in zoo ruime mate zijn besmet. In vele afdeelingen, waarvan de +chefs voor mannen van strenge zeden doorgaan en zeer getrouw de kerk +bezoeken, worden gewichtige posten toevertrouwd aan vrouwspersonen, +wier onzedelijk gedrag van algemeene bekendheid is; anderen, wier +reputatie niet beter is, danken hare plaatsing in de bureaux aan den +veelvermogenden invloed harer _vrienden_ in het congres of de hoogere +regeeringskringen. Dit openbaar schandaal komt niet uitsluitend ten +laste van eene enkele partij, de radikaal-republikeinsche: ook de +zoogenaamde Grant-demokraten--zooals de omkoopbare medeleden der +demokratische partij worden genoemd--hebben hunne bijzitten in de +staatsdienst eene plaats bezorgd. + +"Alles wordt tot koopwaar en handelsartikel verlaagd. De bondsregeering +moet zich de noodige gelden verschaffen ter bestrijding zoowel van +de loopende gewone uitgaven, als ook voor onvoorziene gevallen +(_contingent approbations_). Zij beijvert zich mitsdien om door +weldaden de gunst te winnen van de invloedrijke leden van het congres, +en vergeet natuurlijk ook hare demokratische partijgenooten niet. Het +gevraagde geld wordt toegestaan; daaronder zijn dan ook traktementen +voor klerken begrepen en eene zekere som voor buitengewone beambten, +die door den staatssecretaris tijdelijk kunnen worden aangesteld: +welke aanstelling echter in de praktijk met eene definitieve benoeming +gelijk staat. Dan laat een of ander achtenswaardig congreslid eene, +of soms ook wel twee of drie, zijner concubines, in de bureaux der +verschillende departementen benoemen. Weduwen en weezen van in den +krijg gesneuvelde militairen worden barsch afgewezen; winstgevende +betrekkingen sinds lang alleen aan geschandvlekte vrouwspersonen +weggeschonken, die in overdadige weelde zwelgen en op de openbare +wandelingen en andere publieke plaatsen pronken met hare schitterende +pracht, die door liederlijkheid is verworven, en die door het volk +moet worden betaald." + +Zoover de washingtonsche correspondent van het te New-York +verschijnende dagblad de _Sun_. Maar hij is op verre na de +eenige niet, en niets zou gemakkelijker vallen dan dergelijke +getuigenissen te vermenigvuldigen. In den vorigen winter werd, in +eene vergadering te Boston, de vraag behandeld, of met het oog op de +algemeene verbastering van het openbare leven, op de omkoopbaarheid, +die zoowel het congres als bijna alle wetgevende vergaderingen +der afzonderlijke staten kenmerkt; op de niet minder ergerlijke +omkoopbaarheid van een groot aantal rechters en leden der jury; op +de bedriegerijen en vervalsching bij de stemmingen, en op de bijna +algemeene verwildering der zeden;--of, met het oog op dit alles, +de republikeinsche regeeringsvorm in de Vereenigde-Staten geacht kon +worden, nog eene toekomst te hebben? Reeds nu was de republiek, in +zekere mate, tot een centraliseerend despotisme geworden, en waren de +partijen jammerlijk ontaard en verbasterd; van de goede traditiën uit +de dagen van Washington en Jefferson was zelfs geen spoor meer over. + +In verband hiermede, verdient zeker de verklaring van het te New-York +verschijnende _Daybook_ (van 28 Juni 1873) de aandacht. "Is het +volk over het algemeen niet reeds te diep gezonken, om nog door +eenige regeering gered te kunnen worden, tenzij dan door de absolute +monarchie? Eene constitutioneele monarchie zou niet baten. Men mag +wel zeggen dat de rol der republiek is uitgespeeld, nu het bederf +zoo algemeen is en zoo schrikbarende hoogte heeft bereikt, en door de +monarchalen van Europa met alle recht op ons, als op een afschrikkend +voorbeeld, gewezen wordt." + +De voorzitter van Yale-College,--een der aanzienlijkste hoogescholen +in de Vereenigde-Staten te New-Haven, in den staat Connecticut;--de +heer Woolsey, richtte in Juni l.l. eene toespraak tot zijne studenten, +en zeide daarin, onder anderen, het volgende: "Sedert het einde van +den oorlog zijn tweemaal zooveel jaren verloopen als de oorlog geduurd +heeft, en tegenwoordig heerscht allerwege eene corruptie, waarvan in +de geschiedenis onzes volks geen voorbeeld te vinden is:--corruptie der +openbare beambten, corruptie in de partij, die zich gedurende den krijg +door 'loyauteit' kenmerkte; wij zien bondgenootschappen aangeknoopt met +beginsellooze mannen, ter bereiking van zelfzuchtige partij-oogmerken; +eene koortsachtige speculatiewoede, eene immer toenemende reeks van +misdaden. Familiezin en reinheid van het familieleven zijn hand over +hand afgenomen, en in de plaats daarvan woekert eene demoralisatie +voort, die voor het allerergste vreezen doet." + +Eindelijk willen wij eenige zinsneden aanhalen uit een artikel van +eene duitsch-amerikaansche courant, de _California-Staatszeitung_, +bij gelegenheid van de viering der onafhankelijkheidsverklaring, +op den 4den Juli 1873. Aan het hoofd harer beschouwingen plaatst zij +dezen tekst: "Het huis mijns Vaders zal een huis des gebeds genaamd +worden, maar gij hebt het tot een moordenaarskuil gemaakt"; en zegt +dan, onder andere, het volgende: + +"De schoone dag der vrijheid, waarop eene groote natie geboren werd, +is tot een dag van rouw en droefenis geworden, waarop wij onze +hoofden met asch bestrooien moeten, en in bedevaart optrekken naar +de graven dergenen, die ons een roemrijk en kostbaar erfdeel hebben +achtergelaten, dat nu in onze regeeringskringen voor een schotel +linzen wordt verkocht. + +"Wat zien wij toch heden ten dage? Wij zien het algemeene stemrecht +des volks tot eene komedie gemaakt of rechtstreeks geschonden door +bedriegerij, omkooping en geweld. Wij zien het dusgenoemde souvereine +volk veel minder in het bezit zijner rechten, dan onder de monarchale +constitutiën. Wij zien de wilde jacht naar rijkdom en genot, overal +de plaats innemende van eerlijkheid en burgerdeugd. Wij zien de +regeering in handen van zelfzuchtige intriganten en diep verdorven +coteriën. Wij zien het volk geplunderd, en zijne vrijheid vertrapt +door fanatieke kwakzalvers. Wij zien de hoogste staatsdienaars aan +de spits der dieven en plunderaars. Wij zien, hoe in de wetgevende +vergaderingen de wildste hartstochten, de meest schaamtelooze corruptie +het onhebbelijkste egoïsme openlijk haar gruwelijk spel spelen, en +onderdrukking der vrijheid het voornaamste streven is. De hoofdplaats +des lands is tot een tweede Babel geworden, waar men moedwillig de +oogen sluit voor het _Mene Tekel_, dat de genius der geschiedenis +reeds bezig is te griffelen aan de marmeren wanden van de paleizen des +overdaads, waar lichtekooien en gewetenlooze zwendelaars de schatten +des volks verspillen, en alles wordt medegesleept in den wilden roes +der liederlijkheid." + +Mogen bovenstaande aanhalingen wat sterk gekleurd zijn, zij bewijzen +nogtans dat de Nieuwe Wereld, ook binnen haar eigen gebied, niet als +een modelstaat wordt geoordeeld. + + + + + + + + +End of Project Gutenberg's Reize in Taka (Opper-Nubië), by Anonymous + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE IN TAKA (OPPER-NUBIË) *** + +***** This file should be named 19327-8.txt or 19327-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/9/3/2/19327/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/19327-8.zip b/19327-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..17e21a3 --- /dev/null +++ b/19327-8.zip diff --git a/19327-h.zip b/19327-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6e04109 --- /dev/null +++ b/19327-h.zip diff --git a/19327-h/19327-h.htm b/19327-h/19327-h.htm new file mode 100644 index 0000000..48a723d --- /dev/null +++ b/19327-h/19327-h.htm @@ -0,0 +1,2437 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>Reize in Taka (Opper-Nubië)</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="Guillaume Marie Lejean (1824–1871)"> +<meta name="DC.Creator" content="Guillaume Marie Lejean (1824–1871)"> +<meta name="DC.Title" content="Reize in Taka (Opper-Nubië)"> +<meta name="DC.Date" content="14 Mei 2006"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16% 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +/****** Title Page ******/ + +h1.docTitle +{ +font-size: 1.6em; +line-height: 2em; +} + +h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline, h2.docTitle +{ +text-align: center; +} + +h2.byline +{ +font-size: 1.1em; +line-height: 1.44em; +font-weight: normal; +} + +span.docAuthor +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: normal; +} + +/******* Headers ******/ + +.div0 +{ +padding-bottom: 1.6em; +} + +.div1 +{ +padding-bottom: 1.44em; +} + +.div2 +{ +padding-bottom: 1.2em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-bottom: 1.0em; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +font-style: normal; +text-transform: none; +clear: both; +} + +h1 +{ +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5em; +} + +h1.label +{ +font-size: 1.2em; +line-height: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} + +h2 +{ +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5em; +} + +h2.label +{ +font-size: 1.2em; +line-height: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} + +h3 +{ +font-size: 1.2em; +line-height: 1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} + +h4 +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left: 10%; +margin-right: 10%; +} + +h5 +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.0em; +font-style: italic; +} + +h6 +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.0em; +font-style: italic; +} + +/****** Paragraphs ******/ + +p +{ +text-indent: 0; +} + +.alignleft +{ +text-align: left; +} + +.aligncenter +{ +text-align: center; +} + +.alignright +{ +text-align: right; +} + +.alignblock +{ +text-align: justify; +} + +p.poetry +{ +margin: 0em 10% 1.58em 10%; +} + +p.line +{ +margin: 0 10% 0 10%; +} + +p.beforeline, p.afterline +{ +margin-top: 1em; +} + +p.initial +{ +text-indent: 0em; +} + +p.argument, p.note +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +text-indent: 0em; +} + +p.argument +{ +margin: 1.58em 10% 1.58em 10%; +} + +p.quote +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 5% 1.58em 5%; +} + +div.blockquote +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 5% 1.58em 5%; +} + +div.argument +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 5% 1.58em 5%; +} + +div.epigraph +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 20% 1.58em 0%; +} + +/****** Figures ******/ + +div.divFigure +{ +text-align: center; +} + +.floatLeft +{ +float: left; +margin: 10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float: right; +margin: 10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +text-align: center; +} + +p.figure, p.legend +{ +font-size: 80%; +margin-top: 0; +text-align: center; +} + +p.smallprint, li.smallprint +{ +font-size: 80%; +color: #666666; +} + +/* Special cases for Filipino Riddles */ + +p.question +{ +text-align: left; +margin-bottom: 0em; +} + +p.answer +{ +text-align: right; +margin-top: 0em; +} + +p.explanation +{ +margin-left: 0.9em; +margin-right: 0.9em; +font-size: smaller; +} + + +/****** Sidenotes ******/ + +.leftnote +{ +position:absolute; +left:1%; +height:0em; +width:14%; +font-size: 0.8em; +text-indent: 0em; +line-height: 1.2em; +} + +/****** Page Numbers ******/ + +.pagenum +{ +display: inline; +font-size: 70%; +font-style: normal; +text-align: right; +position: absolute; right: 1%; +padding: 0 0 0 0; +margin: 0 0 0 0; +} + +.pagenum a +{ +text-decoration: none; +} + + +/****** Footnotes ******/ + +a.noteref:hover +{ +text-decoration: none; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +vertical-align: 0.25em; +text-decoration: none; +} + +div.footnotes +{ +padding: 0 0 0 0; +margin-top: 1em; +} + +hr.fnsep +{ +width: 25%; +text-align: left; +margin-left: 0; +margin-right: 0; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-top: 0.5em; +margin-bottom: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align: left; +width: 2em; +} + +/****** Poetry ******/ + +div.poem +{ +text-align: left; +margin-left: 5%; +width: 90%; +position: relative; +} + +.poem h4 +{ +margin-left: 5em; +font-weight: normal; +text-decoration: underline; +} + +.poem .stanza +{ +margin-top: 1em; +} + +.poem .linenum +{ +position: absolute; +top: auto; +left: -2.5em; +margin: 0; +text-indent: 0; +font-size: 90%; +text-align: center; +width: 1.75em; +color: #777; +} + +.versenum +{ +font-weight: bold; +} + +.footnotes .line +{ +font-size: 80%; +margin: 0 5% 0 5%; +} + +.poem .i0 { display: block; margin-left: 2em; } +.poem .i1 { display: block; margin-left: 3em; } +.poem .i2 { display: block; margin-left: 4em; } +.poem .i3 { display: block; margin-left: 5em; } +.poem .i4 { display: block; margin-left: 6em; } +.poem .i5 { display: block; margin-left: 7em; } +.poem .i6 { display: block; margin-left: 8em; } +.poem .i7 { display: block; margin-left: 9em; } +.poem .i8 { display: block; margin-left: 10em; } +.poem .i9 { display: block; margin-left: 11em; } + + + +/****** Annotations ******/ + +span.corr +{ +border-bottom: 1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom: 1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom: 1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing: 0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant: small-caps; +} + + +/****** Anchors ******/ + +a.hidden:hover +{ +text-decoration: none; +} + +a.hidden +{ +text-decoration: none; +} + +hr +{ +width: 45%; +margin-top: 1em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +clear: both; +text-align: center; +height: 1px; +} + + + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Reize in Taka (Opper-Nubië), by Anonymous + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Reize in Taka (Opper-Nubië) + De Aarde en haar Volken, 1873 + +Author: Anonymous + +Release Date: September 19, 2006 [EBook #19327] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE IN TAKA (OPPER-NUBIË) *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="bodytext"><a id="d0e77"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e77">225</a>]</span><p class="div1"></p> +<h2>Reize in Taka (Opper-Nubië).</h2> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-225.jpg" alt="Jonge meisjes van Taka."></p> +<p class="figureHead">Jonge meisjes van Taka.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Onze lezers hebben reeds meermalen kennis gemaakt met den franschen reiziger Guillaume Lejean, en hem op verschillende reizen +door Azië en Afrika vergezeld. De heer Lejean is een dier mannen, die hun gezelschap steeds op prijs weten te doen stellen, +en die, ook waar hij ons zijne ontmoetingen en avonturen op zijne zwerftochten door vreemde en onbekende landen verhaalt, +toch niet voortdurend over zich zelven spreekt, maar de kunst verstaat om, met vermijding van allen schijn van geleerdheid, +ons niettemin een schat van bijzonderheden mede te deelen, die voor de kennis van landen en volken van hoog gewicht zijn. +Daarom durven wij onze lezers met vertrouwen uitnoodigen, den bekenden vriend nog eenmaal tot gids te kiezen, en hem te volgen +op zijne reize door een der binnenlanden van het altijd nog zoo geheimzinnige, zoo aantrekkelijke Afrika, welks sluier eerst +in onze dagen langzamerhand wordt opgelicht. Het geldt ditmaal eene reis naar een deel van Opper-Nubië, naar Taka, dat de +heer Lejean reeds vroeger vluchtig bad bezocht, maar waar hij in het jaar 1864, met een diplomatieke zending belast, terugkeerde, +vooral ook met het oogmerk om dit land meer van nabij te leeren kennen. Het punt van uitgang was ook ditmaal Souakin, de havenstad +aan Roode-zee; vandaar ging de tocht, in zuidwestelijke richting, dwars door de nubische woestijn en de landstreken, door +de stammen der Hadendoa bewoond; naar Kassala. Wij geven nu het woord aan den heer Lejean. + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">I.</h3> +<p>Na een vermoeienden tocht door de eentonige vlakten, die de woeste, maar ontzagwekkende bergstreek van Langheb hadden vervangen, +bereikte ik eindelijk het dorp Fillik, de voornaamste hoofdplaats der Hadendoa, te midden van eene dorre, naakte vlakte gelegen. +Ongeveer een mijl verder naar het westen vloeit de breede beek of stroom Herboub, met vruchtbare en schaduwrijke oevers; rondom +het dorp strekt zich eene wildernis uit. Heeft de vrees voor de leeuwen en hyena’s, die zich in menigte in de dichte bosschen +<a id="d0e93"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e93">226</a>]</span>ophouden, de nomaden bewogen, hunne woningen niet aan den bloeienden oever, maar te midden der dorre, boomlooze vlakte op +te slaan? Fillik bestaat uit omstreeks dertig <i>toekoels</i> of vaste woningen, en verder uit honderd-vijftig tenten, die gedurende den winter elders worden opgeslagen. Sheikh Mohammed, +de erfelijke vorst der Hadendoa, en de feitelijke beheerscher van de gansche landstreek tusschen Kassala en Tokhar, was afwezig; +in zijne plaats werd het gezag te Fillik uitgeoefend door een zijner bloedverwanten, die mij kwam bezoeken, en zich verzekeren, +dat het mijner karavaan aan niets ontbrak. Hij sprak zeer weinig: deels omdat de aristocratie dezer nomadenstammen zich zooveel +mogelijk stilzwijgendheid ten regel heeft gesteld; deels omdat het hem niet gemakkelijk viel zich in het arabisch uit te drukken; +en waarschijnlijk ook omdat hij maar zeer weinig sympathie gevoelde voor dien blanke, dat wil in Nubië zeggen, voor dien Turk: +welk woord ook daar gelijkluidend is met tiran, ruwen lomperd en dief. + +</p> +<p>Toen Burckhardt, nu ruim eene halve eeuw geleden, Taka bezocht, vertoefde hij ook te Fillik, dat hij de marktplaats van de +Hadendoa noemt; de bijzonderheden, die hij mededeelt, laten omtrent de identiteit der plaats geen twijfel over. Fillik was +destijds inderdaad de ware hoofdstad van de geheele oasis, en had dien raag voornamelijk te danken aan de macht en den overwegenden +invloed van de Hadendoa; de beroemde reiziger koos dit vlek als midden- en uitgangspunt voor zijne verschillende reiswegen, +die over het algemeen zeer nauwkeurig zijn beschreven, al hebben ook sommige aardrijkskundigen, die Nubië niet door eigen +aanschouwing kenden, zich bij de verklaring meermalen vergist.—Burckhardt verhaalt, dat hij grooten lust gevoelde om naar +Massoua te gaan, en den karavanenweg te volgen, die, zooals hij naar waarheid opmerkt, door eene landstreek loopt, wier half-abyssinische +bevolking eene nadere studie alleszins verdient. Hij werd van de uitvoering van dit voornemen teruggehouden door hetgeen hij +vernam van de barbaarschheid dier bevolking, en door de vrees om onderweg uitgeplunderd en misschien wel vermoord te zullen +worden; in Taka zelf was hij reeds niet volkomen veilig. + +</p> +<p>Ongetwijfeld is de veiligheid van lijf en goed, ook voor de reizigers, tegenwoordig onder het egyptische bestuur veel grooter +dan vroeger onder de zeer zwakke regeering der sultans van Sennâr, toen de inlandsche stammen letterlijk deden wat zij goedvonden, +onder de nietigste voorwendsels met elkander in oorlog geraakten, en ongehinderd de karavanen uitplunderden of brandschatten. +Toch was er ook destijds een middel, dat ook nu nog wordt aangewend, en dat Burckhardt waarschijnlijk tegen alle gevaar zou +gewaarborgd hebben: de zoogenaamde <i>adhari</i>, een gebruik dat ook bij de Somaulis van Berbera in zwang is<span class="corr" title="Bron: ">.</span> Een <i>adhari</i> is een borg, dien de vreemdeling zelf uitkiest onder de leden van den stam, op wiens grondgebied hij moet vertoeven of doortrekken. +De <i>adhari</i> moet den vreemdeling huisvesting, water en hout voor de keuken bezorgen: hij moet hem, in geval van nood, hetzij voor zijn +persoon of voor zijne goederen, als zijn eigen broeder beschermen en verdedigen: ter vergoeding voor dit een en ander mag +hij een vast bepaald recht heffen op hetgeen de vreemdeling, indien deze, hetgeen bijna altijd het geval is, handel drijft, +in het land koopt of verkoopt. Is hij, bij voorbeeld, olifantenjager, dan heeft de <i>adhari</i> recht op zooveel percent van de opbrengst der jacht: waarvoor hij dan ook moet zorgen dat een door den jager getroffen olifant, +ook als die eerst dieper in het bosch sterft, toch ongeschonden blijft, en niet door de inboorlingen wordt gestolen of van +zijne tanden beroofd. Een jonge zwitsersche jager, de heer Emile G., nu ruim een jaar geleden bij Kassala gestorven, heeft +tot zijne eigene schade geleerd, dat het eene zeer misplaatste zuinigheid is, tegen de kosten van zulk een <i>adhari</i> op te zien: bij gebreke van deze voorzorg werden de olifanten, die hij in Barka gedood had, hem zeker voor twee derde gedeelte +door de Beni-Amer ontstolen, zonder dat hij daar iets tegen doen kon. + +</p> +<p>Te Fillik verliet ik den gewonen weg naar Kassala, en rechts afslaande, richtte ik mij door een fraai bosch, dat steeds dichter +en dichter werd, (een zeker bewijs dat wij de rivier, de Gash, naderden) naar eene kleine, weigebouwde stad, Miktinab of Mitkènab +geheeten, bij de Egyptenaren bekend als de officiëele hoofdstad der Hadendoa. Zij heeft dan ook eene egyptische bezetting: +zeker een der redenen, waarom de trotsche beheerscher van Opper-Nubië, Sheikh Mohammed, bij voorkeur te Fillik zijne residentie +houdt. Tegen zonsondergang bereikte ik de stad: en daar het juist in den Ramadan (vasten) was, maakten de burgerlijke ambtenaren +en officieren zich gereed om aan tafel te gaan; zonder in eenig onderzoek omtrent mijn persoon of kwaliteit te treden, noodigden +zij mij zeer vriendelijk uit, met hen den maaltijd te gebruiken. Wij spraken over de gebeurtenissen van den dag, en voornamelijk +over de komst te Kassala van een zekeren franschen graaf, die, met medewerking van het egyptische gouvernement, eene onderneming +op touw had gezet, waarvan ik nooit het rechte begrepen heb. Hij had een zestigtal manschappen bij zich, die op militairen +voet waren georganiseerd, en deels in Frankrijk, deels in Egypte waren aangeworven; en mijne effendis spraken openljjk als +hun gevoelen uit, dat de geheimzinnige graaf eene vertrouwelijke zending van de fransche regeering vervulde en den franschen +consul, die door den Negus van Abyssinië, Theodoros, gevangen werd gehouden, moest bevrijden of wreken. Sommigen beweerden +zelfs stellig te weten, dat de consul reeds in de gevangenis overleden was. “Ik geloof het niet,<span class="corr" title="Bron: ">”</span> merkte ik bescheiden op: <span class="corr" title="Bron: ">“</span>want ik zelf ben de consul.” Gij kunt u lichtelijk hunne verbazing voorstellen; echter weerhield hen dit niet zich verder +in allerlei gissingen te verdiepen omtrent de wezenlijke zending van den graaf. Het slot was dat men er niets van wist. + +</p> +<p>Den volgenden dag bereikte ik, na een vervelenden en vermoeienden marsch van ruim twaalf uren, de stad Kassala, die ik, sedert +mijn eerste bezoek, niet veel veranderd vond. De bazar alleen zag er eenigszins anders uit, dank zij eenige rijen fraaie boomen, +waarvan het frissche groen scherp afstak tegen de eentonig donkergrauwe kleur der <a id="d0e130"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e130">227</a>]</span>stad. Daarentegen waren de onschadelijke bastions van de omwalling nog wat erger gescheurd en afgebrokkeld; ook had ik vooral +niet minder dan vroeger te lijden van dat fijne en verstikkende stof, dat eene ware plaag van Kassala is. + +</p> +<p>Ali-Bey, de beminnelijke mudir (gouverneur of prefect) van 1860 was vervangen geworden door een zekeren Ibrahim-Bey, die een +vreemdeling in Soudan was. Dit speet mij: want Ali-Bey was, althans in vergelijking met de andere mudirs van den onderkoning, +die ik heb leeren kennen, betrekkelijk een eerlijk man, die inderdaad het welzijn van zijne onderhoorigen trachtte te bevorderen. +De anderen volgen voor het meerendeel het voorbeeld van hun meester: dat wil zeggen, dat zij, meer of minder openlijk en onbeschaamd, +de onder hun bestuur gestelde streken zooveel mogelijk in hun eigen voordeel exploiteeren, en stelen waar en wat zij kunnen. + +</p> +<p>Kassala had oorspronkelijk geene andere bestemming dan om als militaire post en vast punt voor operatiën te dienen tegenover +de verschillende machtige stammen langs de grenzen, die vroeger in naam aan Sennâr onderdanig waren, zooals de Hadendoa, de +Hallenga, de Amarar, de Beni-Amer, de Barea en de Mahria. Al deze stammen, benevens vijf of zes andere, waarop ik later terugkom, +worden nu gerekend te behooren tot de mudirie (het gouvernement) van Taka; de gezeten bevolking is weinig talrijk, en voornamelijk +gevestigd langs de Gash en de Atbara, in de omstreken van Kassala en van Goz-Redjeb. + +</p> +<p>Deze stammen waren vóór 1820 onderworpen aan Sennâr: een gezag in naam, dat zich tevredenstelde met, ten blijke zijner suzereiniteit, +aan de deglels (inlandsche vorsten), bij hunne investituur, een zeker bijzonder hoofddeksel uit te reiken, dat hun dan tevens +tot symbool hunner waardigheid strekte. Toen de Egyptenaars Sennâr veroverd en bij hun rijk ingelijfd hadden, maakten zij +aanvankelijk geen haast om in deze gevaarlijke khalas (vlakten) door te dringen, en van de nomadenstammen eene onderwerping +te eischen, die zij wisten dat niet dan met geweld zou zijn af te dwingen. Maar de oude fabel van het paard, dat zich op het +hert wil wreken en daarvoor zijne vrijheid verliest,—eene fabel, waarvan kleine volken zoo dikwerf hebben getoond de wijze +les niet te begrijpen;—vond ook hier hare toepassing. De stam der Hallenga, die van de Hadendoa te lijden had, riep de hulp +in der Turken van Goz-Redjeb, en Admed-Pasja, gouverneur-generaal van Soudan, verscheen in persoon om Taka te veroveren, benevens +de woestijn van Barka en het bergland van Langheb. De kleine stam der Sabterat was een der eersten, die door eene aanzienlijke +overmacht werd overvallen; maar hoezeer in aantal krijgers en in uitrusting verre voor den vijand moetende onderdoen, sloegen +de Sabterat toch de egyptische strijdmacht in eene eerste ontmoeting nabij de beek Aohé. De Turken vloden in volslagen wanorde, +toen een officier zich te midden der vluchtenden wierp, en hun toeriep: “Kinderen, Kaïro ligt ver van hier!” De soldaten begrepen, +dat eene vlucht in dit onbekende en vijandelijke land onvermijdelijk hun aller ondergang zou zijn; zij hervatten den strijd, +en sloegen nu op hun beurt de Sabterat, die zich moesten onderwerpen. De geheele adel van den stam verloor het leven in de +bloedige worsteling of in de niet minder bloedige terechtstellingen, die daarop volgden; de familie, die thans met het gezag +over dezen kleinen stam is bekleed, is eerst sedert twee of drie geslachten in die streek gevestigd. + +</p> +<p>In het begin van 1838 barstte onder de stammen van Taka een algemeene opstand uit, die zich in den beginne dreigend genoeg +liet aanzien. Een klein egyptisch leger, in de bosschen van Hadendoa overvallen, werd geheel in de pan gehakt. Maar weldra +keerde de kans. De egyptische regeering, die zich aan zeer vele noodelooze wreedheden schuldig maakte, was een te machtige +tegenpartij voor deze nomaden, wien het allerminst aan persoonlijken moed ontbreekt, maar die geen andere wapenen kenden, +dan de lans en het zware klassieke zwaard (djellabia); de opstandelingen werden verslagen, en wel voornamelijk door toedoen +van twee officieren, die ik persoonlijk gekend heb, Elias-Bey en Mouça-Effendi, destijds eenvoudig kashef (kapitein), thans +gouverneur-generaal van Soudan. + +</p> +<p>Na de onderwerping der Hadendoa werden zeventien hunner hoofden naar Khartoem gevoerd, om daar ter dood te worden gebracht. +Onder weg weigerden twee of drie dezer ongelukkigen, hetzij dan door uitputting, hetzij om eenige andere reden, verder te +gaan; men zegt dat de turksche officier, met het kommando van het militair geleide belast, hen daarop met zijn sabel door +midden hakte. Dit feit verwekte groot opzien in geheel Soudan: niet zoozeer als eene barbaarsche gruweldaad, maar veelmeer +als een merkwaardige <i>tour de force</i>.—De andere krijgsgevangenen werden op den bazar te Khartoem, met uitgezochte wreedheid, doodgemarteld. + +</p> +<p>Eenige dagen na mijne komst te Kassala, bracht het toeval mij in aanraking met den vorst der woestijn, Mohammed, sheikh der +Hadendoa, en bijkans onbeperkt gebieder over het gansche land tusschen de Atbara en de Roode-zee. Sedert de verovering door +Egypte was echter deze souvereiniteit een zware lastpost geworden. De vorst, verantwoordelijk voor de betaling van de schatting, +door de fantastische en vindingrijke schraapzucht der gouverneurs van Soudan opgelegd, staat nu aan de eene zijde aan het +gevaar bloot, om bij achterstallige betaling op de brutaalste manier te worden gevangen gezet; terwijl, aan den anderen kant, +zijne populariteit bij zijne onderdanen, die hem van afpersing beschuldigen, zooals licht te begrijpen valt, sterk afneemt. +Toen ik hem ontmoette, was hij somber, neerslachtig, weinig spraakzaam, maar overigens zeer wellevend, zooals trouwens al +deze khaliefen der woestijn, echte geboren edellieden, en dat blijvende ondanks de aanraking met de ruwe, onbeschaafde egyptische +officieren, gemeene Turken als de onderkoning zelf, die thans over hen heerschen. Ik kon mij trouwens zeer goed rekenschap +geven van zijne gedrukte stemming. De belasting was nog niet aangezuiverd: en Mohammed had een voorgevoel van de dingen, die +aanstaande waren. + +</p> +<p>De machtige sheikh werd inderdaad, eenige dagen later, op turksche, dat wil zeggen op verraderlijke <a id="d0e149"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e149">228</a>]</span>wijze, gevangen genomen. Daar men te Fillik zelf niets tegen hem ondernemen dorst, had men hem, ik weet niet meer onder welk +voorwendsel, naar Kassala gelokt, waar hij, kort na zijne aankomst, door soldaten overvallen, geboeid en in den kerker geworpen +werd. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-228.jpg" alt="Eene vrouw uit de volksklasse en een derwisj."></p> +<p class="figureHead">Eene vrouw uit de volksklasse en een derwisj.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De Hadendoa bleven het antwoord niet schuldig. Twee dagen reeds na de gevangenneming van den sheikh, trok een treurige stoet +de poort van Kassala binnen. Het waren inwoners dier plaats, die op den weg van Souakin door eene gewapende bende waren overvallen +geworden, en nu een aantal dooden en gekwetsten medevoerden. Om goed te doen uitkomen, dat het hier eene politieke weerwraak +gold, hadden de nomaden de kameelen en de koopwaren der reizigers ongedeerd gelaten. Toch had ook ditmaal, zooals steeds in +het Oosten gebeurt, de straf alleen onschuldigen getroffen: want de arme kooplieden uit de voorstad hadden niets uitstaande +met de zeer verheven en rechtvaardige politiek van den divan van Kassala. + +</p> +<p>Luide kreten van verontwaardiging en smart, vervloekingen en jammerklachten, begeleidden den treurigen optocht. Ik was op +het terras mijner woning geklommen om te zien wat er gaande was, toen ik van de zijde van Sabterat een dergelijken stoet zag +naderen, door jammerende vrouwen en ernstig zwijgende <i>fogara</i> (mohammedaansche priesters) begeleid. Later vernam ik dat dit <i>takarir</i> (muzelmansche negers) waren, die, bezig met hout te zoeken, plotseling waren overvallen geworden door een dertigtal Barea, +evenals zij zelf met lansen en schilden gewapend. De <i>takarir</i>, hoewel slechts zes man sterk, hadden zich dapper gehouden. Het gevecht had eenige uren geduurd: hetgeen minder vreemd zal +klinken, als men bedenkt dat dergelijke ontmoetingen tusschen kleine benden, deels door de groote sterke schilden, waarvan +de strijders zijn voorzien, deels door hunne merkwaardige <a id="d0e169"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e169">230</a>]</span>behendigheid, bijna meer op gymnastische oefeningen dan op ernstige gevechten gelijken. Van de vijftig lanssteken brengt er +misschien één eene eenigszins ernstige wonde toe. De negers hadden een man verloren; de vijf anderen waren allen meer of minder +zwaar gekwetst; de Barea verloren een man, die ten prooi van de hyena’s werd gelaten. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-229.jpg" alt="Kassala."></p> +<p class="figureHead">Kassala.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Dergelijke tragische voorvallen zijn overigens niets zeldzaams bij deze nubische herders. Tijdens mijne eerste reis, toonde +men mij van ver, achter den berg Abou-Gamel, het dorp Hafara, destijds verwoest en verlaten, ten gevolge van eene noodlottige +gebeurtenis, ongeveer een jaar geleden voorgevallen. + +</p> +<p>Een man van Hafara had de dochter gehuwd van een aanzienlijke uit den negerstam der Basen: hetgeen hem echter niet belet had, +zich op verraderlijke wijze meester te maken van twee jongelieden uit het dorp van zijn schoonvader, met het openlijk erkende +doel om hen als slaven te verkoopen. De schoonvader kwam naar Hafara en vorderde de uitlevering van zijne stamgenooten; de +ander weigerde, maakte zich driftig, en verklaarde rondweg dat hij ze te Kassala zou verkoopen: hetgeen hij eenige dagen later +ook werkelijk deed. De Basen zweeg; maar zijne dochter, die op zijn gelaat kon lezen wat er in zijne ziel omging, gaf nu haren +man dezen minstens zonderlingen raad: + +</p> +<p>“Mijn vader gaat vertrekken; maar ik heb op zijn gelaat gelezen dat hij vast besloten is, u te dooden. Gij zult dus verstandig +handelen, indien gij hem nu aanstonds doodt, terwijl hij in uwe macht is, uit vreeze dat u later een ongeval overkomt.” + +</p> +<p>De man gaf, ouder gewoonte, ten antwoord: “Hij durft niet.” + +</p> +<p>De Basen vertrok, en weken verliepen zonder dat men iets van hem hoorde. Maar op zekeren avond kwam een man van de Basen in +Hafara, en had een geheim onderhoud met de vrouw, waarbij hij haar waarschuwde zich tot vertrek gereed te houden, omdat haar +vader haar binnen weinige dagen zou komen afhalen. De negerin nam den wenk ter harte, en zeide er niets van tot haren echtgenoot, +waarschijnlijk denkende dat het misdadig zou zijn hem aan zijn noodlot te willen onttrekken. Op zekeren nacht overvielen driehonderd +welgewapende Basen in alle stilte het dorp, dat uit niet meer dan honderd woningen bestond; voor de deur van iedere hut stelde +zich een man als wachter, terwijl twee zijner makkers de woning ingingen, en allen, die zij daar vonden, den hals afsneden. +In weinige oogenblikken was alles afgeloopen, en de vijfhonderd inwoners van Hafara waren uit den slaap in den dood overgegaan. +De hoofdschuldige aan deze ramp verloor evenzeer het leven, en zijne weduwe volgde de overwinnaars, die haastig naar hunne +bergen terugtrokken. + +</p> +<p>Tot weerwraak over dezen aanslag, verbonden de mannen van Sabterat en Algheden, de naburen en bondgenooten van de Hafara, +zich met de Turken van Kassala, en deden een inval in het gebied der Basen; zij doodden een zestigtal mannen en voerden achttien +gevangenen mede, voor het meerendeel jonge meisjes en kinderen, die te Kassala als slaven werden verkocht. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">II.</h3> +<p>Ik had Kassala tot uitgangspunt gekozen voor de onderscheidene onderzoekingstochten, die ik naar verschillende zijden, voornamelijk +naar het oosten en zuiden, ondernam. De berg Kassala-el-Louz was bijna altijd het einddoel van deze uitstapjes. Deze berg +bestaat uit eene massa granietrotsen, in de prachtigste en schilderachtigste wanorde, door en over en boven elkander geworpen, +en waaruit zes hooge toppen, als koepels afgerond, glad, ontoegankelijk, zich trotsch en fier ten hemel verheffen. De naam +van den berg is aan dien eigenaardigen vorm ontleend: in de bidja-taal beteekent <i>louz</i> ontoegankelijk. De Arabieren hebben dien naam zeer dwaselijk vertaald met Abrikozenberg, omdat <i>louz</i> in het arabisch de naam dier vrucht is.—Te midden der granietrotsen, waarvan ik zooeven sprak, merkte ik onderscheidene zonderlinge +steenformaties op, die in Bretagne ongetwijfeld voor monumenten uit den tijd der druïden zouden worden aangezien, en waaraan +zich ook hier wel waarschijnlijk eene of andere legende van <i>djinns</i>, <i>afrid</i>, of dergelijke half bovennatuurlijke wezens hechten zal. Jammer dat mijne onbekendheid met de taal van de afstammelingen +der Troglodyten mij de gelegenheid benam, met deze traditiën der woestijn nader bekend te worden. + +</p> +<p>De hellingen van den berg Kassala boden eene uitnemende gelegenheid aan, om de topographie der streek te bestudeeren. Op eene +hoogte van twee of driehonderd ellen, lag het gansche land als eene groote kaart voor mij uitgespreid, tot ver in het noorden +voorbij Fillik. De geheele oasis bestaat uit alluviaalgronden, bij uitnemendheid geschikt voor bebouwing van allerlei vruchten +en gewassen; maar uithoofde van de schaarschte der bevolking—een gevolg van de dwingelandij der egyptische regeering—is geen +veertigste gedeelte van de vlakte werkelijk bebouwd. Deze vruchtbare grond, die ook de geringste inspanning van den landman +zoo rijkelijk loonen zou, levert nu niets op dan een weinig katoen en wat graan. + +</p> +<p>Deze laag van alluviaalgrond, waaruit bijna de geheele oasis bestaat, heeft men te danken aan de regelmatige overstroomingen +van de rivier de Gash, waaromtrent ik het een en ander heb mede te deelen. De Gash of Gach ontspringt in het hoogland van +Abyssinië, waar zij den naam van Mareb voert; beschrijft een wijden kring rondom de provincie Seraoué, en stroomt dan door +eene lage en boschrijke streek, ten oosten door Abyssiniërs, ten westen door negers van den stam Basen bewoond. In Seraoué +is de Gash niet veelmeer dan een breede beek, die hare zeer ondiepe wateren over een met blauwachtige steentjes bezaaide bedding +voortstuwt; ik kan niet juist zeggen waar deze beek ophoudt en de bedding van fijn zand begint, die door het land Basen tot +de Atbara reikt. Tien of twaalf mijlen boven Kassala treedt de Gash uit de bergen te voorschijn, en buigt zich in schilderachtige +kromming naar het noordwesten en dan naar het noorden. In den regentijd voert de rivier <a id="d0e209"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e209">231</a>]</span>eene ontzaglijke massa geel en slijkerig water mede, dat overal langs de oevers een vette sliblaag achterlaat. Zoo heeft ook +hier de rivier de oasis geschapen; en op de hoogte van den berg el-Louz staande, overziet men met een enkelen blik de gansche +topographie der streek. Langs de boorden der rivier strekt zich een breede zoom uit van palmbosschen, katoenplantages, bebouwde +velden, dorpen, kampen der nomaden; scherp teekent zich deze bebouwde en bevolkte streek af tegen den geelachtig-grijzen achtergrond +der woestijn, waar, op den lichten, steenachtigen bodem, zoo ver het oog reiken kan, uitgestrekte bosschen van mimosa’s groeien. +Nog verder nemen de steenen geheel de overhand, en houdt de plantengroei op; de naakte bodem wordt dan eene aaneenschakeling +van geulen en spleten, die het voortgaan ontzaglijk moeilijk maken.—Naar het mij voorkomt, bereikt de Gash hare grootste breedte +onder de muren van Kassala, waar zij een der bolwerken besproeit. De rivier heeft daar eene breedte van vijfhonderd-tien el; +het is inderdaad een prachtige stroom, vooral in de maand Juli, wanneer de hoog gezwollen gele wateren gansche boomstammen +medevoeren, die langs de oevers ontworteld zijn. + +</p> +<p>In gewone jaren wordt de rivier in haar loop gestuit door de dijken van Dabab, vijf uren ten noorden van Kassala; zij verliest +dan hare wateren in de vlakte, en komt niet verder dan dit dorp; maar is de rijzing belangrijk, dan baant het water zich een +doortocht naar het noorden, naar bebouwde landstreken, door nomaden bewoond. De rivier stroomt dan oostwaarts nabij den berg +Touèz, en eindigt, eenige uren verder haar loop in eene bebouwde streek, aan de Hadendoa behoorende. In buitengewone jaren +eindelijk stort de rivier zich in de Atbara uit, nabij Om-Handel, op omstreeks 17° 8′ noorderbreedte. + +</p> +<p>Op zekeren dag vatte ik het voornemen op, de Gash ongeveer tien mijlen op te varen, om een bezoek te gaan brengen aan den +berg Aboe-Gamel (de vader van den kameel)—een fraaie, geheel op zich zelf staande kegel, vanwaar ik de gansche vlakte kon +overzien. Als gids had ik op dien tocht een jong inboorling, zeer vriendelijk en voorkomend van aard, die zich vrijwillig +aanbood om mij door het gansche land rond te leiden, met uitzondering van Algheden, zijn geboorteland, waar hij, volgens zijn +zeggen, om een <span class="corr" title="Bron: kleinigheden">kleinigheid</span>, een manslag in eerlijke veete begaan, met de overheid overhoop lag. + +</p> +<p>Wij verlieten dan te zamen Kassala, en volgden aanvankelijk den karavanenweg, maar sloegen weldra links af, om een klein meer +te bezoeken, nabij het dorp Ahmed-Sherif, dat, volgens den heer Beurmann, door zijne schilderachtige ligging moest uitmunten. +Wij gingen langs een tamelijk moeilijk pad; ter linkerzijde verhief zich de kolossale rotsmassa van den Kassala-Louz; ter +rechterzijde een groep van schilderachtige heuvelen, die allerlei zonderlinge gedaanten vertoonden. Toen wij dien pas achter +ons hadden, bereikten wij het dorp, dat tegen een dicht bosch van mimosa’s aanlennt, waarin ik, na eenig zoeken, het bewuste +meer vond. Doch, welk eene teleurstelling! Het was niets meer dan een vuile poel van geelachtig, stilstaand water, met een +zwarten slijkerigen bodem. Ik had geen moed om van dit water te drinken, en haastte mij den fraaien weg weder op te zoeken, +dien ik verlaten had. Een weinig verder voerde deze weg mij door een prachtig bosch van doumpalmen, hier en daar met frissche +groene grasperken afgewisseld. De weelderige, krachtige plantengroei verkondigde de nabijheid der rivier: en het duurde ook +niet lang of wij daalden in de bedding van fijn wit zand af, ter plaatse waar de stroom den voet bespoelt van een steilen, +gladden berg<span class="corr" title="Bron: ,">.</span> De weg loopt nu verder door de bedding voort, waar het fijne zand het voortgaan voor de muilezels en ook voor de kameelen +zeer bezwaarlijk maakt; en weldra stuit ge op een of ander nomadenkamp, dat, in het droge jaargetijde in het bed der rivier +is opgeslagen. De nomaden hebben daarvoor hunne goede redenen: vooreerst vinden zij hier overal water; ten andere leveren +de doornhagen, waarmede zij hunne kampen omringen, eene afdoende bescherming op tegen de wilde dieren en de nachtelijke stroopers, +wier nadering bovendien op den witten, helderen zandbodem kwalijk verborgen kan blijven. + +</p> +<p>Ik sprak daar van water: alle reizigers, die de Sahara en de omliggende streken bezocht hebben, weten bij ondervinding, dat +naarmate zulk eene uitgedroogde rivierbedding meer omvang heeft, ook de kans grooter is, dat men, gravende, op eene diepte +van twee tot acht voet water zal vinden, dat na den regen in het zand is overgebleven. Echter is dit geen regel zonder uitzondering. +Sommige dier rivieren, die op zich zelf een vrij aanzienlijk profiel hebben, maar ver van de bergen of de hooglanden verwijderd +zijn, hebben alleen dan water, wanneer de was buitengewoon sterk is geweest: daartoe behoort ook de Gash, althans in het benedenste +gedeelte van haar loop. Daarentegen zult ge andere, oogenschijnlijk <span class="corr" title="Bron: onaanzienlijk">onaanzienlijke</span> spleten vinden, maar die door hare ligging als tot vergaarbak van de van boven komende wateren dienen, en die dan ook altijd +een overvloed van zuiver water bevatten. De nomade kent al deze bijzonderheden uit langdurige ervaring, en weet de waterhoudende +<i>wadis</i> of <i>khors</i> aan allerlei bijkans onmerkbare teekenen te herkennen; de vreemde reiziger, die het land niet kent en geen vertrouwde gidsen +heeft, kan zich daartegen zeer dikwijls in noodlottige verlegenheid bevinden. + +</p> +<p>Na een tocht van een paar dagen bereikte ik den Abou-Gamel, die echter niet, zooals ik mij had voorgesteld, een enkele berg +was, maar uit vier geweldige granietmassa’s bestond, die uit eene geheel effen, maar onvruchtbare en steenachtige vlakte oprezen. +Het was mijn plan, den Aboe-Gamel te bestijgen, althans den voornaamsten berg van de groep; maar ik moest daarvan afzien, +toen ik die wilde verzameling van reusachtige rotsblokken aanschouwde, in de onbegrijpelijkste wanorde boven elkander gestapeld. +Na eene vruchtelooze poging om een doortocht te vinden, bepaalde ik mij tot de beklimming van een naburigen berg, waarvan +de kruin gemakkelijker te bereiken viel, hoewel ook hier het opstijgen nog met vele moeilijkheden gepaard ging, en zelfs niet +zonder gevaar was. Maar het panorama, dat <a id="d0e236"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e236">232</a>]</span>ik van den top overzag, loonde rijkelijk de moeite: de blik reikte tot aan de Atbara, en omvatte eene onmetelijke boschrijke +vlakte, die zich tot Koroteb, op den weg naar Gondar, uitstrekte; ten zuidoosten onderscheidde men zeer duidelijk, te midden +der lage bergen en heuvelen van het land der Basen, den breeden en statig kronkelenden loop van de Gash. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-232.jpg" alt="Bogos."></p> +<p class="figureHead">Bogos.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Ik noemde daar den weg van Gondar; dit herinnert mij aan eene episode uit de geschiedenis dezer streek, die niet van belang +ontbloot is. + +</p> +<p>Van Kassala voert een zijweg—eigenlijk alleen door smokkelaars gebruikt—in zes dagen naar Kabthia of Kafta, hoofd- en residentiestad +van Oued-Nimr; een tocht van zeven dagen brengt u vandaar naar Gondar. Oued-Nimr (de zoon van den luipaard) is een zeer opmerkelijk +personage; en vroeger heb ik meermalen het plan opgevat, hem een bezoek te gaan brengen. Hij is de zoon van den beruchten +Melek-Nimr (de koning-luipaard); vorst van Shendy, die in 1822 Ismaël-Pasja levend liet verbranden, en toen met zijne aanhangers +de wijk nam naar Mai-Gogoa, op de grenzen van Abyssinië, waar hij zich, ten koste der egyptische regeering, een soort van +onafhankelijken staat stichtte. Zijn naam is daar zeer populair gebleven, en het volk weet nog allerlei van hem te verhalen. +Toen Nimr oud geworden was, werd bij blind; maar tot aan zijn dood zette hij zijn guerilla-oorlog en zijne stroop- en plundertochten +tegen de Egyptenaren en hunne onderdanen voort. De engelsche reiziger Mansfield Parkyns ging hem bezoeken, en werd zeergoed +ontvangen. Nimr had den eed van trouw gedaan aan Oubiëh, den onderkoning van Tigré, van wien bij <a id="d0e247"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e247">233</a>]</span>Kabthia in leen had ontvangen; als een getrouw leenman volgde hij zijn heer in den krijg. Op zekeren dag kwam een der Arabieren +van Nimr zich bij Oubiëh beklagen over een Abyssiniër, die een zijner bloedverwanten verraderlijk verslagen had. Oubiëh leverde +hem den man uit, om met hem te handelen naar zijn welgevallen. De Arabier trok zijn tweesnijdende <i>seïf</i>, hieuw den moordenaar met een enkelen slag in twee stukken, en vertrok, na Oubiëh gegroet te hebben, die zelf over deze uiterst +lakonische wijze van rechtspleging verbaasd stond. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-233.jpg" alt="Khor van Desset."></p> +<p class="figureHead">Khor van Desset.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Oued-Nimr heeft het handwerk van zijn vader voortgezet, en staat hoog aangeschreven bij de Soedaneezen, altijd uitgezonderd +de lieden, die van zijne rooverijen te lijden hebben en dus uit den aard der zaak minder gunstig over hem denken. Tot dusver +werden zijne krijgsbehoeften hem geleverd door de kooplieden van Kassala, hetgeen alleen mogelijk was door de geheime medewerking +van den mudir van Taka, wien deze verboden handel geen onaardige winst opleverde. De egyptische regeering drong er bij den +negus opaan, dat hij Oued-Nimr straffen zou; deze antwoordde op dien eisch door zijn gunsteling tot dedjaz (hertog) van Wolkaït +te verheffen. De nieuwe dedjaz dreef de onbeschaamdheid zoover, dat hij in 1860, in naam van den negus, schatting eischte +van Gouedaref en van het gansche land tot Khartoem. + +</p> +<p>Dat was te veel voor den mudir Hassan-Bey, en vooral voor den gouverneur-generaal Mouça-Pasja; er werden troepen afgezonden +tegen den zoon van den luipaard; hij werd geslagen; Mai-Gogoa werd verbrand, en Nimr moest naar Kabthia terugtrekken. Sedert +heeft hij weinig van zich laten hooren. + +</p> +<p>De landstreek, waardoor deze weg van Kassala naar Kabthia voert, is bekend onder den naam van de <i>Mazaga</i> van Nubië: het is een laagland, geheel met ondoordringbare bosschen bedekt, zeer ongezond, bijkans geheel verlaten, en alleen +nu en dan bezocht door stroopende benden van de naburige stammen, die op roof uitgaan. Bijna de eenige bewoners dezer streek +zijn leeuwen, luipaarden, olifanten, rhinocerossen, buffels en antilopen. De mensch heeft hier zeer voorzichtiglijk het veld +geruimd voor de dieren: geen wonder, dat deze geheele landstreek een waar paradijs voor de jagers mag worden genoemd. In de +laatste jaren hebben zich enkele stoutmoedige jagers hier gewaagd, onder anderen twee Duitschers, Schmidt en Florian; deze +laatste was tevens zwaardveger in dienst van Oued-Nimr, waarom de Egyptenaren zijn etablissement te Takassi hebben verwoest. +Vandaar een proces, dat nog altijd hangende is. + +</p> +<p>In 1861 bevond zich hier de bekende engelsche reiziger Baker, die met zijne jonge vrouw, eene Hongaarsche, een gansch jaar +in de Mazaga heeft doorgebracht. <a id="d0e268"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e268">234</a>]</span>Ook de heer Munzinger heeft deze streek bezocht, en daarvan in zijn reisverhaal een zeer belangwekkende beschrijving gegeven. +In Maart van dit jaar (1864) stond mijn vriend, doctor Ori van Khartoem, gereed, naar dit paradijs van den naturalist te vertrekken, +om daar ten voordeele van het museum van Turijn werkzaam te zijn.—De geschiedenis van den heer Ori is geen onaardige illustratie +van de tegenwoordige egyptische zeden en gebruiken: daarom zij het mij vergund, haar in het kort mede te deelen. + +</p> +<p>Opvolger van den zeer verdienstelijken doctor Peney, had de heer Ori, een italiaansch geneesheer van groote bekwaamheid, zich +bij zijne komst in het land, vast voorgenomen zijne taak ernstig op te vatten, en in het belang der openbare gezondheid te +Khartoem eenige hoogst noodige hervormingen tot stand te brengen, reeds vijf jaren vroeger door den mudir Arakel-Bey, een +christen, ontworpen, maar ten gevolge van zijn vroegen dood, die voor Soedan een ware ramp mocht worden genoemd, onuitgevoerd +gebleven. Om de overstroomingen van den Nijl te beteugelen, wilde Ori een stevigen dijk opwerpen, in plaats van de vervallen +palissade, die niet verhinderen kon dat de stroom, voet voor voet, het terrein der oude stad verzwolg; hij drong aan op het +plaatsen van een peilschaal, op de verbetering van de armenkwartieren der stad, en vooral op de demping van een zeker aantal +riolen, die, vooral omstreeks September, brandpunten en kweekplaatsen van besmetting waren. Wat van hemzelf afhing, de koepok-ineuting +en de dienst in het militaire hospitaal, werd op de meest voldoende wijze geregeld. Ongelukkig vaardigde Saïd-Pasja in 1860 +een decreet uit, waarbij de geneesheeren in de provinciën onttrokken werden aan het rechtstreeksche toezicht van de gezondheidscommissie +te Alexandrië, en geplaatst onder het gezag van de mudirs (prefecten), arabische of mameluksche ambtenaren, van zeer slecht +gehalte, over het algemeen onwetend, verdorven, schraapzuchtig, in zekeren zin gedwongen om te stelen, ten einde de hoogergeplaatsten +te kunnen voldoen, aan wie zij hunne benoeming te danken hebben; en voorts uit den aard der zaak vijandig gezind tegen de +geneesheeren, die, welke ook overigens de mate hunner bekwaamheden moge zijn, toch altijd door beschaving en ontwikkeling +verreweg hunne meerderen zijn. De nieuwe satraap van Khartoem, Mouça-Pasja, was een prachtexemplaar van dat soort van lieden, +voor wie schaamte en eergevoel onbekende zaken zijn. De heer Ori, die maar niet scheen te willen begrijpen, dat niet de behartiging +van den algemeenen gezondheidstoestand en de verpleging der zieken zijn eerste plicht was, maar dat hij bovenal zijn chef +behulpzaam moest wezen in het bestelen van de schatkist en het publiek, werd op de meest onvoegzame wijze afgezet, en vervangen +door een zoogenaamden christen uit Syrië, wiens zedelijkheidsgevoel tamelijk wel met dat van den mudir overeenstemde. De tiran +vond in hem het gewillige werktuig, waaraan hij behoefte had, en Soedan zal bij de verwisseling al even welvaren, als de aangrenzende +gewesten in zoo menig soortgelijk geval. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">III.</h3> +<p>Mijne taak te Kassala was afgeloopen; ik begaf mij op weg naar Massoua, en hield mijn eerste halt te Sabterat, zes uur ten +oosten van Kassala. Mijne kleine karavaan was nu vermeerderd met het gezelschap van pater Stella, een hoogst achtenswaardig +en ook in Europa welbekend italiaansch zendeling; van een hongaarsch officier, en nog een twaalftal inlandsche kooplieden, +voor wie de bescherming van onze acht geweren zeer welkom was. + +</p> +<p>Sabterat bestaat uit drie dorpen, waarvan het grootste, Karaïat genoemd, misschien driehonderd toekoels telt, en tegen de +steile hellingen van den berg Horat is gebouwd. Tegenover Karaïat, op den linkeroever van de Aohé, staat een groep van veertig +of vijftig hutten, Sherefa genaamd; tusschen de beide dorpen ligt een langwerpig eiland, geheel met dadelpalmen bedekt; ook +de andere eilanden in de meestal droge rivierbedding zijn, evenals de rechteroever, goed bebouwd. + +</p> +<p>Kort voor mijne komst in deze streek, had eene tragische gebeurtenis de gemoederen der bevolking in beweging gebracht. De +oude sheikh Mohammed-Nour was gestorven; zijn oudste zoon was hem opgevolgd en had de investituur van de egyptische regeering +ontvangen, tot groote ergernis van den jongsten, die, om zich te wreken, voor geen broedermoord was teruggedeinsd. Op zekeren +dag, toen zijn broeder naar Kassala ging, zette hij hem na, haalde hem onderweg in en doodde hem. De egyptische regeering +liet hem gevangen nemen, en tijdens mijn verblijf zat hij in den kerker te Kassala; maar naar alle waarschijnlijkheid zal +hij daar niet langer blijven dan noodig is om een duizend talaris bijeen te brengen, die hij aan Mouça-Pasja kan aanbieden: +dan zal het hem vrijstaan, in alle veiligheid de plaats van zijn verslagen broeder te gaan innemen. De voorloopige sheikh +van Sabterat is een jong mensch van achttien jaren, de jongste broeder van den vermoorden sheikh. Volgens de overleveringen +van hun stam zijn de Sabterat van het oosten, van de oevers van de Aïnsaba, gekomen: zouden zij de <i>Soboridae</i> van Ptolomaeus zijn? + +</p> +<p>Uit deze streek is mij de herinnering bijgebleven aan een avontuur, dat ernstige gevolgen had kunnen hebben. Men had mij vooruit +gewaarschuwd, dat hier, evenals in alle streken van Opper-Nubië, waar water gevonden wordt en dus kudden zijn, eene menigte +leeuwen huisvesten. Reeds in den eersten nacht ondervond ik de waarheid van dit bericht. Wij hadden ons kamp opgeslagen in +een fraai palmboschje, waarvan de schaduw ons zeer welkom was, en ons deed vergeten dat zulke bosschages ook de geliefkoosde +verblijfplaatsen zijn van wilde dieren. Zoodra de zon was ondergegaan, kwamen honderde runderen naar de waterputten; en even +daarna verkondigde een luid gebrul ook de nabijheid des vijands. De runderen stoven verschrikt uiteen, en liepen al loeiende +weg; naar het schijnt, werd er geen door de leeuwen gegrepen, maar de hyena’s, die bijna altijd het spoor van de koningen +des wouds volgen, doodden eene koe. +<a id="d0e286"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e286">235</a>]</span></p> +<p>Twee uren later had ik, na het avondeten te hebben gebruikt, mij te rusten gelegd op mijn <i>angareb</i>, waar ik weldra indommelde, in slaap gewiegd door het murmelend gefluister in ons klein bivouac. De meeste bedienden waakten +nog bij de vuren, op weinige schreden afstands van mij tusschen de boomen aangelegd. De last- en rijdieren lagen rustig rondom +een palmboom gegroept. Eensklaps werd ik door eene hevige beweging gewekt: de verschrikte muildieren waren opgesprongen, en +trachtten zich met geweld los te rukken. Ik vroeg wat er gebeurd was, en vernam nu dat een prachtige leeuw, die op de muildieren +loerde, eensklaps, bij het schijnsel der vuren, in de struiken zichtbaar was geworden. Een jonkman van ons gevolg had haastig +een brandend hout gegrepen en naar den leeuw geworpen, die, aan het voorhoofd geraakt, zijn kop had geschud, en met een korten +kreet zich had verwijderd. Men weet, dat de wilde dieren in het algemeen, en vooral ook de leeuwen, van twee zaken een geweldigen +afkeer hebben: van vuur en van geraas. Ook dit laatste bleef onzen bezoeker niet gespaard, want verscheidene geweerschoten +werden hem achterna gezonden. Gelukkig trof hem geen enkele kogel: ware hij gewond geworden, dan zou hij ons waarschijnlijk +last genoeg hebben veroorzaakt. + +</p> +<p>Weldra begonnen wij nu de steile berghellingen te beklimmen, die naar het vlek Algheden voeren, door eene naar het schijnt +tamelijk welvarende, verstandige en werkzame bevolking van ongeveer vijfhonderd zielen bewoond. Den top des bergs bereikt +hebbende, daalde ik langs slingerende paden af naar eene met gras begroeide vlakte; toen moest ik de kronkelende bedding van +een uitgedroogden bergstroom volgen; en zoo, beurtelings rijzende en dalende, langs zeer vermoeiende en dikwijls gevaarlijke +wegen, waar onze karavaan niet dan bezwaarlijk vorderde, bereikten wij eindelijk den bergpas van Feradebob, die de vlakte +van Bisha beheerscht. + +</p> +<p>Deze vlakte, evenals de meeste andere van Opper-Nubië, met onsamenhangende, wonderlijk gevormde, rotsige hoogten bezaaid en +door <i>khors</i> (uitgedroogde beddingen van bergstroomen) doorsneden, behoort voor het grootste gedeelte aan den stam der Barea, die hier +in den regentijd hunne kudden heendrijven. Aan de oostzijde wordt de vlakte, door de laatste uitloopen van het Koufitgebergte, +van de vlakten van Deghi en Kassa gescheiden; aan de berghelling ligt het dorp Bisha, dat minstens driehonderd woningen telt, +en gemeenschappelijk door de Beni-Amer en de Barea bezeten wordt. Bisha staat onder het gezag van den deglel of vorst der +Beni-Amer; het heeft eenige beteekenis, als station voor de karavanen van Massoua; er zijn sommige kooplieden gevestigd, en +het voorkomen van het vlek teekent eene mate van welvaart, die hier inderdaad zeldzaam is. Toch verzekerde men mij, dat de +geest der bevolking er niet beter op geworden was, sedert zich hier ook eenige Barea gevestigd hadden, en de andere inwoners +hadden besmet met die zucht voor rooverij, die bij dezen stam onuitroeibaar schijnt. + +</p> +<p>De toestand van deze stammen is dan ook inderdaad zeer treurig. Zij zijn als het ware ingeklemd tusschen Abyssinië, dat schatting +van hen vordert, zonder hen te kunnen beschermen tegen de Egyptenaren, en de mudirs van Kassala, die evenzeer schatting eischen, +maar niets doen om de abyssinische strooptochten te keer te gaan. Een enkel voorbeeld zal eenig denkbeeld van dien toestand +geven. De abyssinische gouverneur van Addi-Abo, aan het hem van hooger hand gegeven bevel gehoorzamende, was met eenige honderde +soldaten, of liever slecht gewapende vagebonden, in Barka gevallen, alles te vuur en te zwaard verwoestende. De mudir van +Kassala, aan wien Mouça-Pasja de verdediging der grenzen had toevertrouwd, trok naar Barka met eene legermacht, alleszins +voldoende om de Abyssiniërs te verslaan: maar hij trok met de uiterste langzaamheid voort, en toen de deglel er bij hem op +aandrong, dat hij zijn marsch wat verhaasten zou om den vijand niet te laten ontsnappen, antwoordde de mudir heel kalmpjes: +<i>Chouïa-chouïa</i> (zachtjes aan). Natuurlijk hadden de <span class="corr" title="Bron: Abysiniërs">Abyssiniërs</span> al den tijd om zich met hun buit terug te trekken. + +</p> +<p>Het is hier de plaats, eenige bijzonderheden mede te deelen omtrent den oorsprong van enkele stammen van Opper-Nubië, die +bijna allen uit het abyssinische hoogland afkomstig zijn, en eerst in later tijd, door een samenloop van noodlottige omstandigheden, +tot het islamisme zijn overgegaan. + +</p> +<p>De Hallenga komen uit Hamazene; zij vlechten nog hun haar op de wijze der Abyssiniërs: maar dat is ook bijna alles, wat zij +van hun voormalig vaderland hebben overgehouden. Een klein bergplateau nabij Ad-Namen, aan den voet van den Melezenai, draagt +nog hun naam; hoogstwaarschijnlijk hebben zij daar een tijd lang hunne woonplaats gehad. + +</p> +<p>De Habab zijn afkomstig van Kollo-gouzay (Tigré); zij hebben hun vaderland verlaten onder aanvoering van een zekeren Asgade, +die zich vestigde op de plaats thans onder den naam van Asgade-Bakla (de muilezel van Asgade) bekend: een naam naar men zegt +ontleend aan den eigenaardigen vorm van den heuvel, waarop het dorp is gebouwd. Asgade had drie zoons: Abil, Tekles en Tamariam. +Volgens de overlevering is de eerste de stamvader der eigenlijke Habab; van de beide anderen stammen de twee minder aanzienlijke +stammen van Ad-Tekles en Ad-Tamariam af. + +</p> +<p>Belau, Kelau en Hafara waren drie broeders. Zij kwamen waarschijnlijk uit Seraoué, waar men u nog tegenwoordig de zoogenaamde +graven der Belaus wijst. Kelau bezat de bergen en weiden, die tegenwoordig aan de Beit-Gabhru behooren, tot aan Chotel. Langzamerhand +heeft zich deze stam, ik weet niet ten gevolge van welke omstandigheden, verstrooid en opgelost; de meesten der overgeblevenen +hebben zich bij de Beit-Gabhru aangesloten, die uit dien hoofde van de aloude landstreek der Kelau bezit hebben genomen. + +</p> +<p>De Belaus splitsten zich reeds vroeg in onderafdeelingen. Het gros des volks bleef in de streek nabij de samenvloeiing van +de Barka en den Khor-el-Ardeb, waar men hen heden nog vindt, trotsch op hun afkomst, maar tot eenige weinige familiën geslonken; +de anderen, betere weilanden voor kunne kudden zoekende, vestigden <a id="d0e317"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e317">236</a>]</span>zich nabij de Roode-zee, in Samhar, en omhelsden het islamisme. Als muzelmannen trokken zij de aandacht van de turksche regeering, +die zich in de zestiende eeuw, van Massoua meester maakte, en wier verdere veroveringen in het binnenland door de Belaus krachtig +werden bevorderd. Zij zijn tegenwoordig zeer in verval. + +</p> +<p>De Hafara hebben zich te Terefat gevestigd; zij werden in 1859 bijna geheel uitgeroeid. De weinigen, die aan de algemeene +slachting zijn ontkomen, zijn naar hun dorp teruggekeerd, en trachten zooveel mogelijk hun stam van den geheelen ondergang +te redden. + +</p> +<p>De Ad-Sheikh houden zich gewoonlijk in de omstreken van Sulib op. Tijdens de verovering van Nubië door de Egyptenaars, begaf +zich een der voornaamste opperhoofden van dien stam, Sheikh Mohammed, die zich aan de nieuwe orde van zaken niet wilde onderwerpen, +naar Samhar, om de bescherming van den sultan in te roepen. Hij liet, ten behoeve van zijne stamgenooten die in Barka gebleven +waren, naar Konstantinopel schrijven: op welk schrijven echter geen antwoord volgde. Inmiddels beviel het Sheikh Mohammed +te Massoua, waar hij zich nedergezet en waar hij als een heilige werd vereerd; hij vestigde zich voor goed in de nabijheid, +te Beraïmi, waar hij een dorp stichtte, dat weldra door een aantal uitgewekenen werd bevolkt, die tot heden vrijdom van alle +belastingen genieten. Beraïmi is aldus een soort van Mekka in het klein geworden: Mohammed, thans (1864) een zeventigjarige +grijsaard, zond zijne twee zonen naar Samhar en Barka, naar de Bedjouk en de Bogos, om daar het islamisme te prediken: welke +prediking niet zonder gevolg bleef. + +</p> +<p>De Beit-Bidel zijn mede uit Hamazene afkomstig, waar hunne herinnering nog voortleeft in den naam Bidel, die door een der +aanzienlijke familiën van Tsazega wordt gedragen. Hunne verhuizing dagteekent waarschijnlijk eerst van omstreeks 1800; eerst +sedert een dertigtal jaren zijn zij muzelmannen, en hun tegenwoordige sheikh, Ibraïm Djaoui, heeft nog langen tijd den <i>mateb</i> of het koord der abyssinische christenen gedragen; ook spreekt hij gaarne van de dagen, toen zijn stam nog de christelijke +godsdienst beleed. De Beit-Bidel hebben zelfs van hunne vroegere godsdienst nog een gebed overgehouden, waarmede zij in droge +tijden regen afsmeeken: “<i>Egzio marenna Christos!</i>”—<span class="corr" title="Bron: ">“</span>de Heere Christus erbarme zich onzer!”—Doorgaans houden zij zich te Chegled op. Aanvankelijk vrij, werden zij later onderhoorig +aan den deglel van de <span class="corr" title="Bron: Beni-Amir">Beni-Amer</span>, die beweerde dat zij in eene landstreek waren gevestigd, welke aan zijn gezag was onderworpen. + +</p> +<p>Van al deze en de met hen verwante stammen, zijn de Hallenga de eenigen, bij wie eene volstrekte maatschappelijke gelijkheid +heerscht: geheel overeenkomstig het in Abyssinië geldende beginsel, volgens hetwelk allen gelijk zijn en het eenige onderscheid +bestaat in het al of niet bezitten van een leengoed <i>(goult);</i> terwijl daarentegen, naar de zienswijze der Nubiërs, de adel in het bloed zit en niet afhankelijk is van het leen. Bij al +de andere stammen, de Beni-Amer, de Habab, de Bogos, <span class="abbr" title="enzovoort"><abbr title="enzovoort">enz.</abbr></span> wordt de adel gevormd door de <i>choumaglie</i> (oudsten), waarvan elke familie een zeker aantal vazallen, <i>tigré</i> genaamd, onder zich heeft. Deze inrichting heeft eenige gelijkenis met die van het romeinsche patriciaat met zijne cliënten. +De naam tigré schijnt te danken aan de omstandigheid dat de meeste abyssinische uitgewekenen, die naar Nubië de wijk hebben +genomen en zich tot vazallen der nubische stammen gemaakt, uit de provincie Tigré afkomstig waren. + +</p> +<p>Intusschen is de toestand dezer vazallen alleszins dragelijk. De tigré is metterdaad niet veel anders dan een pachter: is +hij met zijn heer niet tevreden, dan staat het hem vrij, zich een anderen te kiezen. Hij betaalt eene zeer matige schatting, +waarvan het bedrag, sedert onheugelijke tijden, door de gewoonte is vastgesteld. Daarentegen heeft hij het recht te eischen, +dat zijn choumaglie hem, in geval van schade aan lijf of goed, bescherme en zijn beleediger vervolge en straffe. In iederen +stam vormen de tigrés het armste en werkzaamste gedeelte; men herkent ze gemakkelijk aan hun donkerder gelaatskleur, aan hunne +magerheid, aan hun ruwer voorkomen en armoedige kleeding. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">IV.</h3> +<p>Van Bisha vertrokken, bereikten wij weldra eene reeks van dorre heuvelen, Dunkuas genoemd. Ik besteeg een dier heuvelen, en +stond verrukt over het heerlijke panorama, dat zich daar voor mijne oogen ontvouwde. Aan mijne voeten slingerde zich de breede +bedding van de rivier de Barka, de fraaiste rivier van geheel Nubië:—een reusachtig wit lint met donkergroene randen omzoomd. +De rivier lag droog, gelijk dit in den regel het geval is, met uitzondering van de enkele dagen, waarin de ontzettende watermassa’s, +die van de hoogvlakten van Barea en Avla afstroomen, deze breede bedding vullen, waarin zij toch weldra weder verdwijnen. +De rivier—om nu aan deze baan van driehonderd ellen breedte dien naam te blijven geven—vervolgde haar loop, ter wederzijde +omzoomd door eene dubbele reeks van doumpalmen, de sierlijke getuigen harer vruchtbaarmakende kracht, en vereenigde zich, +zeven of acht dagreizen verder, te Falkaït, met de Aïnsaba, die uit de landen der Bogos komt. De beide vereenigde rivieren +loopen vervolgens in de Langheb uit, die, minder belangrijk door hare lengte dan wel door de massa water, die zij, altijd +gedurende zekeren tijd van het jaar, aanvoert, zich een weg naar het oosten baant, en op zestien uren afstands van Souakin, +de vlakte van Tokhar, vruchtbaarheid en leven schenkt. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-237.jpg" alt="Terugkeer uit den slag."></p> +<p class="figureHead">Terugkeer uit den slag.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Ja inderdaad: de stroomen en rivieren zijn de aderen der aarde. Nooit gevoelt ge beter de treffende juistheid van dit beeld, +dan wanneer ge van een of anderen berg eene uitgestrekte landstreek van het dorre Afrika overziet. Van het punt waar ik nu +stond, zag ik de vereeniging van de rivier met een breeden khor, die van Bisha kwam; met den blik volgde ik het dubbel spoor, +in de vlakte geteekend door een zoom van palmen en mimosa’s, waartusschen de zilverige rookwolken zweefden van een of ander +nomadenkamp. <a id="d0e365"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e365">238</a>]</span>Een woud van doumpalmen, vooral wanneer het dicht begroeid en krachtig opgewassen is, heeft steeds voor mij eene eigenaardige +bekoorlijkheid. Bij den dadelboom (deleb) vergeleken, is de doum (<i>crucifera thebaïca</i>) een welgedaan, eenvoudig, burgerman, nevens dien slanken, fijn gebouwden, sierlijken aristokraat; bovendien kleeft hem een +wezenlijk gebrek aan: hij is inproductief. Zijne vrucht, hard als hout, is zelfs voor den Bedoeïnen ongenietbaar; ook deelt +de arme doum in de algemeene minachting van inlander en vreemdeling. Misschien ben ik wel de eenige, die zijne partij opneemt. +Ik ontmoet hem gaarne op mijn weg; zijn fraai geteekend blad, de sierlijkste aller waaiers, geeft mij tegen de heete middagzonnestralen +eene vrij wat meer afdoende bescherming dan de dunne, lange bladeren van den deleb. De hemel beware den tot wanhoop gebrachten, +geblakerden reiziger voor de schaduw van een dadelboom! Het is bijna of de koninklijke boom opzettelijk zijn bladerkroon wijd +uiteen spreidt, opdat de verblindende stralen van den zonnegod ongehinderd zouden kunnen doordringen! Wat heb ik daarentegen +menig kalm uur gesleten aan den zoom der wateren, onder het verkwikkend lommer van een doum, mij geheel overgevende aan don +weldadigen invloed dier geheimzinnige, aangrijpende, afrikaansche natuur, waarvan zij, die haar hebben leeren kennen, niet +licht kwaad kunnen spreken! In die uren had ik niets anders te doen dan, als aandachtig toeschouwer, een of ander drama gade +te slaan, in zijne soort niet minder treffend dan de trojaansche krijg:—de verwoesting van een termitenterp door een leger +van zwarte mieren; de noodlottige dood van een onvoorzichtige vloo, die, zich gewaagd hebbende op den rand van het hol van +den mierenleeuw, vlak op de borst getroffen was geworden door het geschut van den behendigen eigenaar dier hinderlaag. Die +kleine scherpschutter was een mijner lievelingen, en wekte telkens op nieuw mijne bewondering op: ja, meermalen gaf hij mij +stof tot overpeinzingen, waarbij de hooge voortreffelijkheid van den mensch mij bijna twijfelachtig voorkwam. Had ik zelf +wel, om de bronnen van den Nijl te vinden—die ik niet gevonden heb—de helft van de energie en volharding aangewend, die dit +bijkans onzichtbare schepsel dagelijks ten toon spreidt om in zijn onderhoud te voorzien? En daarbij wat misrekeningen, wat +teleurstellingen, wat onvoorziene rampen! Wie telt ze op, de honderde toevallige omstandigheden, die in een oogwenk, de vrucht +van langen arbeid kunnen vernielen!... Voorwaar in dit kleine lichaam van twee strepen lang schuilt nog iets anders dan een +darmkanaal: daar huist een wil, een wezen, dat werkt, dat lijdt, dat wellicht in zijne mate denkt. + +</p> +<p>De stam, die meestal te Dunkuas verblijf houdt, heet Koufit, en is eene afdeeling van de Beni-Amer; tien jaren geleden woonde +die stam meer zuidwaarts, in eene vlakte tusschen Bisha en de bergen van Barea, aan welke vlakte zij ook haar naam gegeven +heeft. Omstreeks 1856 verschenen de Egyptenaren in de vlakte van Koufit, om de Barea met geweerschoten tot den islam te bekeeren; +zij hadden eenige dorpen verwoest, een aantal gevangenen medegevoerd, en die vervolgens weder in vrijheid gesteld, nadat zij +beloofd hadden muzelmannen te zullen worden. Daarom hebben slechts twee van al de dorpen der Barea, Mogolo en nog een ander, +beiden op de grenzen, den islam aangenomen. + +</p> +<p>Deze kruistocht was volstrekt niet naar den zin der abyssinische regeering, die de Barea eenigermate als hare onderdanen beschouwde. +Theodoros had, als naar gewoonte, zijne handen te vol, om tusschenbeiden te kunnen komen; maar gelukkig was de abyssinische +landvoogd van Addi-Abo een kloek en doortastend man, die besloot op eigen verantwoordelijkheid te handelen, en met vijfhonderd +ruiters de Barea ter hulpe kwam. Hij legerde zich op twee of drie uren afstands van de Egyptenaars, wien deze nabuurschap +volstrekt niet beviel: want de Abyssiniërs hadden nog de gewoonte, hunne verslagen of gevangen vijanden, ten teeken der zegepraal, +op bloedige wijze te verminken, waarvoor de Egyptenaars uitermate bevreesd waren. Nu gebeurde het op zekeren nacht, dat in +het muzelmansche kamp een geweer omviel, en daardoor van zelf afging. Op het hooren van het schot greep een panische schrik +de Turken aan, die in de uiterste verwarring op elkander begonnen te vuren, luid roepende: <i>el Makada ghia!</i> (de Abyssiniërs komen). Er vielen zeven of acht dooden; de nederlaag was volkomen. + +</p> +<p>Acht jaren verliepen, eer de Egyptenaars zich weder in die streek vertoonden: naar zij zeiden, hadden zij zich teruggetrokken, +uithoofde van de ongezondheid van het land. De door hen opgerichte gourbis werden, na hun vertrek, door de Barea verbrand. +De Koufit, die bij hunne krijgshaftige naburen in ongenade waren gevallen, omdat zij vriendschappelijke betrekkingen met de +Turken hadden aangeknoopt, trokken naar Barka, en het door hen verlaten grondgebied bleef een soort van neutraal terrein tusschen +de stammen der Barea en der Beni-Amer. + +</p> +<p>In 1860 overviel Ato-Zadig, de toenmalige landvoogd van Addi-Abo, de Barea, ontnam hun hunne vrouwen en kinderen, en leverde +die niet weder uit, dan nadat de stam het gezag van den landvoogd had erkend, en zich verbonden hem eene schatting op te brengen. +Ongeveer in denzelfden tijd tastte de vorst der <span class="corr" title="Bron: Berni-Amer">Beni-Amer</span>, twee- of driemalen achtereen, de ongelukkige Barea aan, en voerde telkens een aantal gevangenen en vee mede. Dergelijke +gebeurtenissen herhalen zich telkens, en bewijzen overtuigend, in welk een onhoudbare toestand deze stammen verkeeren. + +</p> +<p>Over het algemeen houdt men de Barea voor een oorspronkelijken negerstam, door de hooger ontwikkelde stammen die het abyssinische +rijk hebben gesticht uit zijne oorspronkelijke woonplaatsen verdreven en naar het gebergte verdrongen. Toch schijnen mij de +Barea, die ik gezien heb, geen zuivere negers te zijn; veelmeer houd ik ze voor een oorspronkelijk negervolk, maar sterk vermengd +met de naburige ethiopische bevolkingen. Hun eigenlijke volksnaam is, naar men mij zeide, Egher of Eghir; de naam Barea is +abyssinisch en beduidt zoowel neger als slaaf, evenals <i>abid</i> in het arabisch. Want hoewel de abyssinische <a id="d0e389"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e389">239</a>]</span>wetten de slavernij verbieden, maken de Abyssiniërs er toch geen gewetenszaak van hunne woeste naburen tot slaven te maken; +waarover de anderen zich wreken door voortdurende strooptochten in de aangrenzende christelijke streken. + +</p> +<p>De abyssinische soldaat, hoewel zeer moedig, is werkelijk bevreesd voor den Barea, waar het een gevecht van man tegen man +geldt; wederkeerig is de Barea niet minder bang voor vuurwapenen. Hij gaat bijna geheel naakt ten strijde, met geene andere +bescherming dan een klein rond schild, waarvan de kleur tamelijk wel overeenkomt met die van zijne schitterend zwarte huid; +zijn geduchtste wapen is de <i>seif</i>, een zware rechte degen, die met twee handen wordt gebruikt en veel gelijkt op een middeleeuwsch slagzwaard. + +</p> +<p>Evenals de meeste Nubiërs, gaan ook de Barea half naakt: wat hen van dezen onderscheidt, zijn enkele sieraden, waaraan de +negers over het algemeen zeer gehecht zijn, zooals halskettingen, armbanden, ringen, enz. Men vindt in hun land eene soort +van zeer fraaie groene torren, die zij aan een draad rijgen en als een ketting om den hals hangen. + +</p> +<p>De naam Barea doet onwillekeurig denken aan de <i>Bari</i> van den Witten-Nijl; en inderdaad vindt men bij de eersten eenige gebruiken, die zoodanige verwantschap schijnen aan te duiden. +Ook de Barea hebben hunne toovenaars, die regen kunnen veroorzaken, en <i>bounit</i> worden genoemd; en het is licht te begrijpen dat bij deze eenvoudige, nog in patriarchale groepen gesplitste volksstammen, +het opperste gezag van zelf berusten moet bij den man, die de geduchte macht bezit om over den vruchtbaarmakenden regen te +beschikken, zonder welken alles van gebrek zou omkomen. De toovenaars der Barea behoorden tot dusverre allen tot dezelfde +familie; hunne macht was geheel afhankelijk van den uitslag hunner tusschenkomst. Kwam er regen, dan werden zij overladen +met geschenken in geld, in granen en vee; bleef het droog, dan werden zij door twee <i>Fadab</i> (sterke mannen, een soort van adel) aangegrepen, naar een afgezonderde plek op den berg gevoerd en daar vermoord. Dit lot +had ook den laatsten toovenaar getroffen. Zijne zonen en bloedverwanten hadden daarop van hun recht en hoogen rang afstand +gedaan, verklarende dat zij niet langer telkens nieuwe slachtoffers wilden leveren, en dat het goddeloos was, te beweren dat +men over den regen kon beschikken, want de regen hing van God alleen af. + +</p> +<p>Een in mijne oogen onwederlegbaar bewijs, dat de Barea hooger staan dan de andere negervolken, vind ik hierin, dat zij een +vrij zuivere voorstelling van de Godheid hebben, en dat de kanker der slavernij bij hen onbekend is. Wanneer men hun naar +de reden van dit laatste verschijnsel vraagt, antwoorden zij op ernstigen toon: “Wij zijn allen de slaven van God.” De krijgsgevangenen +worden niet verkocht; zij moeten op het land werken, en wanneer zij sterk, welgemaakt en dapper zijn, gebeurt het zeer dikwijls, +dat zij de dochters hunner meesters huwen. Ook hieruit verklaart zich de sterke vermenging, die bij dit volk zoo duidelijk +merkbaar is en zoo gunstig op hunne physieke en intellectueele ontwikkeling gewerkt heeft. Ik heb een zeer sterk vermoeden, +dat de Barea in vroeger eeuwen christenen zijn geweest; de redenen voor dit gevoelen kan ik echter, zonder al te wijdloopig +te worden, hier niet ontwikkelen. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-240.jpg" alt="Doumpalm (Crucifera thebaïca)."></p> +<p class="figureHead">Doumpalm (<i>Crucifera thebaïca</i>). +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Wij hadden te Dunkuas geen water medegenomen, omdat wij er zeker op rekenden, tien kilometer verder, te Balaghinda water te +zullen vinden. Balaghinda is de naam van twee fraaie meren, nabij den rechter oever van de Barka, en die alleen gedurende +een zekeren tijd des jaars van water zijn voorzien; den overigen tijd ziet men niets dan een bruinachtigen bodem van alluviaalgrind, +die zeker zeer vruchtbaar is, en geheel begroeid met eene kleine plant, waarvan de naam mij ontgaan is. Wij bereikten het +eerste der beide meren, waarnevens zich een fraaie heuvel verheft, dien ik beklom om de streek te overzien. Welk eene teleurstelling! +Geen enkele droppel water; en het was reeds middag: wij waren reeds zeer vermoeid, en moesten nu nog een marsch van drie uren +afleggen eer wij de putten van Deghi konden bereiken! Ons restte nog een flauwe hoop: het was namelijk mogelijk, dat het tweede +meer water bevatte. Wij zonden er iemand heen om zich daarvan te overtuigen, en na verloop van een kwartier kwam onze bode +terug met eene goede tijding, die wij zelf niet hadden durven verwachten. + +</p> +<p>Wij spoedden ons naar het meer, waarvan de bodem nog vochtig en zacht was, en overal bedekt met de zeer zichtbare sporen van +olifanten, allen uitloopende op twee plassen, die er nu juist op het oog niet zeer smakelijk uitzagen. Maar wie in Afrika +reist, moest zich niet storen aan de kleur van het water, dat hij drinkt: of dit bruin, groen of zwart is, maakt geen verschil. +In dit water hadden tallooze scharen kleine schelpdieren geleefd; waar de bodem droog was geworden, gingen zij reeds bij hoopen +tot verrotting over. Wij kampeerden in een kreupelboschje, tusschen de twee plassen, en met de wapenen bij de hand. Deze voorzorg +was niet overtollig; want den volgenden morgen, toen wij het kamp opbraken en bezig waren met het opladen der kameelen, klonk +ons eensklaps, uit een boschje van doornen en struiken, op geen vijftien pas afstands van ons, het gebrul van een leeuw te +gemoet. Het was omstreeks zonsopgang: waarschijnlijk het gewoon uur, waarop de koning der wildernis aan den plas zijn dorst +kwam lesschen, waarin hij nu door onze tegenwoordigheid verhinderd werd. Blijkbaar durfde hij niet doorgaan—wat hij toch gerust +had kunnen doen—om zijn vijver te bereiken; en zijn luid gebrul, dat onze kameelen en muilezels geheel van hun stuk bracht +en hun een huivering door merg en been joeg, bewees duidelijk zijn ongenoegen over onze vrijpostigheid. Ons volk hield zich +goed, en veroorloofde zich zelfs enkele spotternijen, die echter niet zeer van harte gingen; ik mag niet verzwijgen, dat zij +met het opladen bijzonder veel haast maakten. + +<a id="d0e423"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e423">321</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-321.jpg" alt="Opperhoofden der Kelau of Kelaou."></p> +<p class="figureHead">Opperhoofden der Kelau of Kelaou.</p> +</div><p> + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">V.</h3> +<p>Te Tshaghié nam ik afscheid van de laatste palmen: in Afrika zou ik mijne geliefde cruciferen niet wederzien. De tamarisk, +met zijne fijne, gelede twijgen, zijn wonderlijk verwrongen stam, en zijne gelijkenis op den treurwilg, bleef mij langer getrouw; +en ondanks zijn weinig opwekkend voorkomen, was deze boom mij steeds welkom, omdat hij de nabijheid van water verkondigde. +Te Karovel, waar wij drie uren na ons vertrek van Tshaghié aankwamen, vond ik gansche wouden van tamarisken, die, naar men +zeide, de geliefkoosde schuilplaats waren van stroopende benden der Barea. De plaats stond dan ook in een zeer kwaden naam. +Het vorige jaar was mijn britsche collega, de heer Cameron, hier bijna in eene hinderlaag gevallen, en deze herinnering had +ons zeker tot voorzichtigheid moeten stemmen. Wij vertrouwden evenwel op ons aantal, op onze lansen en onze geweren, en trokken +onbekommerd en in tamelijke wanorde voort. Toen de zon ter kimme was gedaald, maakten wij ons gereed ons nachtleger op te +slaan; maar eensklaps werden wij verrast door drie of vier schoten, op zeer korten afstand van het hoofd onzer kolonne. Een +verward geschreeuw volgde; ik greep mijn geweer en spoedde mij naar de plek, waar de geweerschoten waren gevallen. Daar vond +ik Stella, in onderhandeling met den vijand, die ongeveer dertig man sterk was. Weldra bleek het, dat wij met een gezelschap +vreedzame kooplieden van Massaoua te doen hadden, die, nog meer ongerust dan wij, ons voor een troep roovers hadden aangezien. + +</p> +<p>Wij bereikten nu eene wijde, prachtige hoogvlakte, aan alle zijden door bergen ingesloten, waarvan de Takaïl de voornaamste +is. Om een overzicht van de streek te hebben, beklom ik, niet zonder moeite, een geheel alleenstaanden berg, op ongeveer achthonderd +el afstands ten westen van de putten van Adardé, de gewone pleisterplaats der karavanen. In het wijde landschap, dat zich +van deze hoogte voor mijne blikken uitstrekte, trok eene bijzonderheid bovenal mijne aandacht: in het zuidoosten zag ik een +fraai gevormd tafelland, in gelijke vakken verdeeld, en, naar het scheen, aan de linkerzijde samenhangende met de bergen van +Bogos: dat was de beroemde Zadamba, een der twee heilige bergen van Sennaheit, waar nog sporen zijn overgebleven van het abyssinische +christendom. Ik heb geen tijd kunnen vinden om den Zadamba te bezoeken; maar ik heb gepoogd, mij voor dit gemis schadeloos +te stellen, door de inboorlingen te ondervragen. Ziehier wat ik te weten kwam. + +</p> +<p>De eigenlijke Zadamba is eene kleine vlakte, niet grooter dan een paar bunders, aan het zuidwestelijke uiteinde van het tafelland, +waarvan ik zooeven sprak, en daarmede door eene zeer smalle landtong verbonden. Een abyssinische negus heeft, naar ik meen +voor omstreeks vier eeuwen, daar een klooster gebouwd, en de opbrengst van een dorp in Tigré aangewezen om in het onderhoud +van dat heiligdom te voorzien. Nadat de provincie Barka, die aan drie zijden den Zadamba omgeeft, tot den islam was overgegaan, +verkeerden de <a id="d0e438"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e438">322</a>]</span>zes of zeven monniken, die het klooster bewoonden, in voortdurend gevaar van overvallen en vermoord te worden. Om zich daartegen +te beveiligen, maakten zij zelven het smalle pad, dat naar het convent leidde, door afgraving ontoegankelijk; zoodat een tocht +naar den Zadamba, voor ieder, die niet de verwonderlijke bekwaamheid der Abyssiniërs in het bestijgen van rotsen en klippen +bezit, eene uiterst gevaarvolle onderneming is. Van tijd tot tijd verlaat een der monniken het klooster, om aalmoezen in te +zamelen of de sobere rente <i>in natura</i>, die hun is toegewezen, te gaan ontvangen; en ondanks hunne bekendheid met de plek, is het toch enkele malen gebeurd, dat +zij in de onpeilbare afgronden tuimelden, die het gevaarlijke pad ter wederzijde omzoomen. Toch durf ik den minnaars der ethiopische +geschiedenis een tocht naar den Zadamba zeer aanraden: naar het schijnt bezit het klooster eene boekerij, waarin zich vijf +of zes belangrijke handschriften bevinden, en misschien ook een geschreven kroniek van Sennaheit. + +</p> +<p>De bergachtige streek, welker grenzen ik nu weldra overschreden had, wordt door de inboorlingen met zekeren ophef <i>Sennaheit</i> genoemd, dat wil zeggen het <i>schoone land</i> bij uitnemendheid. Er is iets treffends in deze vooringenomenheid: zij getuigt van de warme liefde voor een vaderland, dat +niet altijd even weldadig is voor zijne eenvoudige, weinig eischende zonen. Maar, indien Sennaheit al de vergelijking niet +kan doorstaan met het prachtige bergland van Abyssinië, verdient het toch, in alle opzichten, de voorkeur zelfs boven de merkwaardigste +streken van Nubië; en ik kan mij dan ook de ingenomenheid, niet alleen der inboorlingen, maar ook van vreemde bezoekers, wel +begrijpen. Onder deze bezoekers behoorde ook hertog Ernst van Saksen-Koburg, die zich, in 1862, met zijne gemalin en een klein +gevolg, voor eenigen tijd te Keren vestigde, om aan de oevers van de Aïnsaba op de leeuwen- en tijgerjacht te gaan. Eer hij +Sennaheit weder verliet, achtte hertog Ernst zich verplicht, als dank voor de ondervonden gastvrijheid, het grootkruis van +zijne ridderorde aan Theodoros te zenden. Natuurlijk wachtte de geduchtte “zoon van David” zich wel, deze onderscheiding te +dragen. Naar de zienswijze toch der Abyssiniërs, wordt hij, die eene vreemde ridderorde aanneemt, daardoor de vazal van den +souverein, die hem de orde geschonken heeft. In de middeleeuwen, toen eene ridderorde nog iets anders dan een speelgoed en +een middel tot bevrediging der kinderachtigste ijdelheid was, toen zij nog inderdaad eene hooge en edele beteekenis had, dacht +men er bij ons even zoo over. Maar onze nuchtere, praktische eeuw begrijpt niets meer van de idealen en symbolen der riddertijden! + +</p> +<p>Het dorp Keren, dat ik daar noemde, is de hoofdplaats der Bogos, die sedert vier eeuwen in Sennaheit gevestigd zijn. Het ligt +schilderachtig, aan den voet van een prachtigen berg, in eene fraaie hooge vlakte; pater Stella is hier gevestigd. Toen wij +het dorp, dat uit ongeveer tweehonderd rieten hutten bestaat, naderden, kwamen ons eenige schoone knapen tegemoet, die ons +zwijgend de hand kusten, en daarna haastig naar het dorp terugliepen om onze komst aan te kondigen. Tien minuten later werden +wij door de gansche mannelijke bevolking, met de grootste hartelijkheid verwelkomd; zelfs werden ter onzer eere de weinige +geweren afgevuurd, die in het vlek te vinden waren. Wij zouden hier een poos vertoeven. + +</p> +<p>De Bogos of Mogos zijn afkomstig uit Lasta, eene bergachtige landstreek in het hart van Abyssinië; zij behooren tot den krijgshaftigen +stam der Agau, die de oorspronkelijke bewoners des lands zijn. Hun stamvader, Guevra Terké, had het ongeluk zijn broeder of +een zijner naaste bloedverwanten te dooden; om zich aan de bloedwraak te onttrekken, week hij met zijne beide zonen, Seguina +en Korsokor, ten lande uit. Omtrent deze vlucht bestaat nog eene andere legende, die een sterk sprekend bijbelsch karakter +draagt, en blijkbaar is ontleend aan de geschiedenis van de aartsvaders Jacob en Josef. Volgens deze legende dan, vatte eene +der begunstigde slavinnen van den ouden vader van Guevra Terké eene vurige liefde op voor den schoonen, edelen jongeling, +die echter koel bleef voor hare verleidingen en haar daardoor tot zijne onverzoenlijke vijandin maakte. De vader van Terké +nu was blind, hij zelf zeer harig, als Esau; de slavin maakte daarvan gebruik om hem op dezelfde wijze van den vaderlijken +zegen te berooven, als Rebecca weleer ten aanzien van Esau deed. Terké, ten behoeve van zijn jongeren broeder onterfd, kwam +daartegen niet in verzet, maar ging het land uit.—Dit verhaal verdient niet het minste geloof: reeds daarom niet omdat het +blijkbaar eene navolging is. Bovendien zijn er in Abyssinië geen harige mannen: althans, ik heb ze nooit gezien. + +</p> +<p>De Bogos, die zich zelven Bilèn noemen, tellen tegenwoordig omstreeks achttienduizend zielen, verspreid in zeventien dorpen +langs de beide oevers van de Aïnsaba. Zij zijn in twee takken verdeeld, wier namen zijn ontleend aan de beide zonen van Terké: +de Ad-Seguina ten noordoosten, de Ad-Korsokor ten zuiden en ten westen. Het is een volk van landbouwers en herders; maar de +landbouw is van niet veel beteekenis en maar nauwelijks voldoende om in de behoeften te voorzien. De wezenlijke rijkdom en +de trots der Bogos, is hun veestapel. Men schat iemands rijkdom naar het getal <i>moktas</i> die hij bezit: een <i>mokta</i> is eene kudde van vijftig runderen. Twee moktas staan ongeveer gelijk met wat men in Frankrijk een burgerlijk vermogen zou +noemen; die vier moktas bezit, is een rijk man. + +</p> +<p>Ook bij de Bogos bestaat de adellijke instelling der <i>choumaglié</i>, waarvan ik reeds vroeger sprak; daarmede gaat natuurlijk het recht van eerstgeboorte gepaard. Als een choumaglié sterft, +erft zijn oudste zoon de roerende goederen, de voorvaderlijke degen, de witte koeien der kudde, de tigrés, en, in sommige +gevallen, ook de weduwe. Dit laatste gebruik, dat voor een christelijk volk vrij zonderling is, vereischt eenige toelichting. +Komt een gehuwd man te overlijden, dan hebben zijne bloedverwanten, of zelfs zijne kinderen uit een ander huwelijk, het recht, +de weduwe te trouwen; in sommige gevallen, zijn zij daartoe zelfs verplicht. Niemand vindt daarin iets onbetamelijks; integendeel, +zoowel de christelijke Bogos als de muzelmansche <a id="d0e468"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e468">323</a>]</span>Beni-Amer, zien daarin eene ridderlijke daad tot bescherming der vrouw en eene zekere hulde aan de nagedachtenis van den overledene. +De overige zonen ontvangen van hun oudsten broeder zooveel als zij noodig hebben, om zich elders te gaan vestigen. De jongste +zoon erft het ouderlijk huis: eene zeer opmerkelijke bepaling, die van fijn gevoelige teederheid getuigt. Hij toch wordt geacht +de herinnering aan zijn vader en de liefde voor de woning, waar hij is opgevoed, dieper in het harte te dragen dan de anderen, +die het leven reeds meer van het ouderlijk dak heeft vervreemd. + +</p> +<p>De dochters kunnen op niets aanspraak maken; doorgaans echter trouwen zij zeer vroeg. Bijna allen zijn fijngevormd en zeer +schoon, met een lichte zweem van zekere wildheid in haar voorkomen; niets evenaart het vuur van haar zwarte oogen, zoo uitnemend +getemperd door de lichte bronskleur van haar huid. Maar, hoewel de vrouwen geene maatschappelijke rechten bezitten, rust toch +op haar dikwijls eene zeer zware verantwoordelijkheid. Te Keren zag ik eene zeer achtenswaardige familie, waarvan het hoofd, +bij zijn overlijden, schulden had nagelaten. De schuldeischers lieten nu zijne twee dochters, beiden nog kinderen, als slavinnen +verkoopen, om zoodoende de schulden van den vader te vereffenen. De oudste trok de aandacht van een aanzienlijk man uit die +streek, die haar voor vier-en-twintig talaris (126 francs) vrijkocht, om haar te huwen. + +</p> +<p>Ook in Sennaheit heerscht de beruchte gewoonte van den <i>bloedprijs:</i> eene gewoonte trouwens, die bij elk volk gevonden wordt, waar het idee van den staat nog niet tot ontwikkeling gekomen is, +en de overheid nog niet als de waarborg en handhaver der algemeene veiligheid wordt beschouwd. Dit recht van bloedwraak, dat +de solidariteit der familie of van den stam bij de aanrading van lijf of goed vertegenwoordigt, draagt bij de Bogos den naam +van <i>dem</i>. Zij maken onderscheid tusschen den heelen en den halven bloedprijs. De eerste is verschuldigd bij moedwilligen doodslag, +onverschillig of het slachtoffer een man, eene vrouw, een kind, een choumaglié of een trigé is. Verleiding staat gelijk met +manslag, en, in vele gevallen, ook het verbreken der huwelijksgelofte. + +</p> +<p>De halve bloedprijs wordt gevorderd voor elke verwonding, die bloedstorting ten gevolge heeft gehad, of eene ernstige verminking +veroorzaakt; voorts voor elken onwillekeurigen manslag door een wapen of eenig ander snijdend werktuig, zonder opzet van den +eigenaar. Als een man zijne vrouw doodt, is hij daarvan aan niemand rekenschap schuldig; maar hij moet aan zijn schoonvader +den halven bloedprijs betalen. Het <i>bloed</i> van een choumaglié wordt op honderd-twee-en-dertig koeien geschat, benevens een muilezel en een mat; dat van een trigé, op +drie-en-negentig koeien, waarvan een derde aan zijn heer toekomt. + +</p> +<p>De Bogos noemen zich bij erfelijke overlevering, Christenen; maar zij bezaten noch kerken, noch priesters, toen, omstreeks +1854, een toeval, zoo men wil, hen in aanraking bracht met een jongen piëmonteeschen missionaris, Pater Giovanni Stella, die, +weinig opgewektheid gevoelende voor de missie in het binnenland van Abyssinië, zich te Keren vestigde; waar hij eene uitnemende +gelegenheid meende te vinden om met vrucht werkzaam te zijn. Even ijverig als verstandig en bedachtzaam, begreep Pater Stella, +dat het onderwijs in de dogmatiek gevoeglijk tot later kon worden uitgesteld, en beijverde hij zich in de eerste plaats, om +de Bogos in zedelijken zin op te heffen, en hen daardoor vatbaarder te maken om de verheven waarheden van het Christendom +te begrijpen. Hij trachtte eerst de twisten en veeten, die dorp tegen dorp en stam tegen stam de wapens deden voeren en zoo +schromelijke verwoestingen aanrichtten, bij te leggen; langzamerhand wist hij de Bogos te bewegen om de rooverijen en strooptochten, +die maar al te zeer bij hen in zwang waren, vaarwel te zeggen; hij bezocht de huisgezinnen, en vermaande de fiere, onafhankelijke +bergbewoners meer eerbied te betoonen voor de banden des huwelijks, voor het leven en de bezittingen van hun medemenschen, +en niet zoo spoedig toe te geven aan de inblazingen van een eergevoel, dat in beginsel lofwaardig mocht zijn, maar zich op +zoo noodlottige en verderfelijke wijze openbaarde. Een paar jaren lang was zijne stem als die eens roependen in de woestijn; +maar nadat hij den Bogos een zeer wezenlijke dienst bewezen had, had hij hun vertrouwen gewonnen, en nu werd hij in weinige +jaren, alleen door zijn zedelijken invloed, de oppermachtige gebieder en scheidsrechter van de zeventien dorpen der Bogos +en van een tiental naburige vlekken of stammen. Hij maakte vooral zijn werk van de uitroeiing der openbare rooverij: een zware +taak, want in het gebergte werd het ambt van roover als eene eervolle betrekking beschouwd, een man van moed ten volle waardig. +Hij had eindelijk persoonlijke betrekkingen aangeknoopt met al de voorname roovers van Samhar, Sennaheit en Barka; en wanneer +hier of daar gewelddadigheid was gepleegd, wist hij doorgaans den schuldige te ontdekken en vergoeding te verkrijgen. + +</p> +<p>Deze dictatuur, de vrucht van onvermoeide toewijding en zelfverloochening, wekte den argwaan op van den negus, die zich heer +van Sennaheit noemt. Hij wenschte <i>Abounu Johannès</i> (Vader Jan, de gemeenzame naam van Pater Stella) te zien, en noodigde hem; in de vriendelijkste bewoordingen, tot een bezoek +uit in zijne residentie te Debra-Tabor; de negus noemde hem zijn zoon, en beloofde hem de meest hartelijke ontvangst. De heer +Stella antwoordde de gezanten van den negus met groote wellevendheid, wist voorloopig tijd te winnen, en toen geen langer +uitstel mogelijk was, vertrok hij haastig naar Massaoua, het minder raadzaam achtende, zich in het hol van den leeuw te wagen. + +</p> +<p>De eerste keer dat ik hem ontmoette, was te Massaoua, twee maanden voor ik de reis aanvaardde, waartoe dit verhaal betrekking +heeft. Naar hetgeen ik omtrent hem gelezen had, stelde ik mij Pater Stella voor als een soort van Sint-Franciscus Xaverius +met grijze haren. Groot was dan ook mijne verwondering, toen ik een welgedanen jongen man zag, met een blozend, open gelaat, +waaruit een paar levendige, geestige oogen <a id="d0e494"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e494">324</a>]</span>mij aanstaarden, en met een zeer weelderigen haardos. Een <i>bouri</i>, groote inlandsche pijp, die hij nooit uit den mond legde en die een deel van zijn persoon scheen uit te maken, voltooide +deze geheel eigenaardige, maar zeer innemende figuur. Reeds dadelijk voelde ik mij tot hem getrokken, en bij nadere kennismaking +leerde ik den beminnelijken, beschaafden, klassiek ontwikkelden man te meer waardeeren en bewonderen. De diensten, die hij, +in deze bijkans onbekende streken, aan de zaak der beschaving en van het Christendom heeft bewezen, geven hem volle recht +op aller hulde en erkentelijkheid. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">VI.</h3> +<p>Sennaheit, dat juist op den weg van Khartoem naar Massaoua ligt, moest, uit den aard der zaak, de begeerlijkheid prikkelen +der egyptische beys van de grenzen, met name van dien van Taka. In 1850 deed een dezer heeren, Elias-Bey, een overigens bekwaam +en energiek man, maar berucht wegens zijn fanatieken haat tegen alle christenen, onverwacht een inval in het land der Bogos; +dezen, nog tijdig gewaarschuwd, konden zich met hunne kudden aan de overzijde van de Aïnsaba in veiligheid brengen. Elias +drong door tot Ouasentet, een dorp van den stam Bedjouk, op vier mijlen afstands van Keren; hij vond daar slechts eenige oude +vrouwen, die hij laaghartig liet vermoorden. Hij wilde toen de Mensa aanvallen, wier eerste kampementen niet meer dan vier +of vijf uren verwijderd waren; maar een gids, die misschien de bergbewoners wilde redden, maakte den bey, in de aardrijkskunde +al even weinig ervaren als al zijne confraters, wijs, dat het kamp der Mensa wel acht dagreizen ver was; Elias keerde daarop +naar Kassala terug. De Bedjouk hadden hun behoud te danken aan eene omstandigheid, die den egyptischen officier karakteriseert. +Aan de oevers van de Aïnsaba gekomen, had de bey de kanonnen laten afschieten, om den herders, die hij overvallen wilde, en +die hij anders ongetwijfeld in hun kamp zou hebben verrast, den moed te doen ontzinken! + +</p> +<p>In 1855 had een tweede inval plaats, die bij de Bogos zoo treurige herinneringen heeft achtergelaten. In vollen vrede vereenigde +Khosrew-Bey, een woeste Turk, die te Kassala bevel voerde, al de roovers en bandieten van Barka met zijne geregelde soldaten, +en trok met dit legertje naar Sennaheit. De beide passen, die naar het bergplateau voeren, werden bezet, zoodat de Bogos, +wier hoofdplaats destijds Mogareh, op een uur afstands van Keren, was, nergens een uitweg hadden. Vijftig hunner manschappen +sneuvelden in het gevecht; Mogareh werd in de asch gelegd, en driehonderd-tachtig gevangenen, meest vrouwen en kinderen, medegevoerd, +benevens ongeveer zestig <i>moktas</i>; daarna keerden de roovers haastig terug. Pater Stella was afwezig; hij kwam den volgenden dag te Keren, vernam daar van +de beroofde bergbewoners wat er geschied was, spoedde zich naar Kassala, en eischte van Khosrew volledige vergoeding. Deze +weigerde, op de meest onbeschofte wijze, den geestelijke als officiëel persoon te erkennen; bovendien voerde hij hem te gemoet +dat al de christenen van Sennaheit rebellen waren, die de egyptische regeering het recht en het vaste voornemen had, tot onderwerping +te dwingen. De heer Stella wendde zich daarop tot de consuls van Frankrijk en Engeland. Deze laatste, de heer Plowden, een +man van een doortastend karakter, een helderen blik en groote diplomatieke talenten, begreep aanstonds, welke partij van het +voorval te trekken was, om het prestige van Engeland in de oogen der Christenen en muzelmannen van oostelijk Afrika te verhoogen. +Hij ging in persoon naar Kassala, nam een dreigenden toon aan, maar kon niets verkrijgen; daarop begaf hij zich naar Alexandrië, +met een adres van de Bogos aan de koningin van Engeland; hier vond hij krachtige ondersteuning en medewerking bij den franschen +consul-generaal, den heer Sabatier, en verkreeg eindelijk eene schitterende voldoening. Khosrew werd afgezet, en tevens bevel +gegeven, de gevangenen los te laten. Dit geschiedde dan ook onverwijld; maar inmiddels had men er reeds een tiental naar Djeddah +gezonden, de groote stapelplaats van den slavenhandel aan de Roode-zee, eene stad, befaamd wegens twee zaken, die, voor zoover +mijne persoonlijke ervaring reikt, steeds onafscheidelijk samengaan: een opgewonden muzelmansch fanatisme en eene grenzenlooze +zedeloosheid. Tien of twaalf andere gevangenen waren in de harems van Kassala of de omstreken verstrooid geraakt. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-325.jpg" alt="Gezicht op de rivier de Gash, nabij Kassala."></p> +<p class="figureHead">Gezicht op de rivier de Gash, nabij Kassala.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Daarop begon een onderzoek, dat, nu reeds acht jaren lang, de brave huisvaders van Kassala rust noch duur laat. De heer Stella +trekt elk jaar derwaarts; hij luistert, ondervraagt, bespiedt, en bij elk bezoek vindt hij het spoor van eene of andere achtergebleven +gevangene, die hij dan terugvordert, en die de divan hem niet durft weigeren. Somwijlen geeft dit aanleiding tot komische +tooneelen. Een zekere Kopt, Mallem Todros genaamd, een gauwdief van het eerste water, had twee meisjes in zijn harem verborgen; +zijn buurman Kotzika, schoonzoon van den Mallem Ghirghis, verklapte hem. De meisjes werden teruggegeven; om zich te wreken, +liet nu Todros bij Ghirghis de glazen ingooien. Daarop nieuwe twist, en eindelooze processen tusschen deze beide deftige heeren, +die pater Stella eindelijk wist te verzoenen. + +</p> +<p>Op aandrang der consuls gaf de egyptische regeering, na lang talmen, eene schadevergoeding van 17.000 francs, ongeveer een +derde der waarde van het gestolen vee. Mij werd opgedragen voor de verdeeling dezer gelden te zorgen; ik liet mitsdien de +voornaamste choumaglié van Keren, Ona, Tantarwa, Achala, Djoufa en Deghi, die allen van den rooftocht te lijden hadden gehad, +naar Keren ontbieden, waar de gelden onder de belanghebbenden werden verdeeld. Bij die gelegenheid ontbrak het natuurlijk +niet aan feesten en luidruchtig vreugdebetoon, en menig lied werd ter mijner eere gezongen. Zeventienduizend franken was voor +deze arme lieden een meer dan vorstelijke schat! + +</p> +<p>Ik bleef eenige dagen te Keren, geene gelegenheid verzuimende om de omstreken te doorkruisen, en bergen te beklimmen. Somwijlen +had ik zonderlinge ontmoetingen. <a id="d0e520"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e520">326</a>]</span>Op zekeren dag had ik den Lala mba, een fraaien, pyramidaalvormigen berg nabij Mogareh, bestegen en daar geteekend, zonder +mij te laten storen door het gekras van een vervelenden raaf, die mij eerst een poos onbeschaamd had zitten aankijken en toen +luidkeels was gaan schreeuwen, als om te protesteeren tegen deze inbreuk op zijn gebied. Vermoeid en verstrooid van gedachten +daalde ik den berg af, en wilde juist mijn voet zetten op een soort van dooden tak, die in het hooge, dorre gras lag, toen +mijne aandacht eensklaps getrokken werd door de gladheid en den regelmatigen vorm van dien stam; en werktuigelijk nader toekijkende, +zag ik dat die gewaande tak, eenige voeten verder, uitliep in een platten kop met twee zwarte vurige oogen. Het was een groote +slang, die waarschijnlijk even verrast was door deze zonderlinge ontmoeting als ik zelf. Wij hadden trouwens niet veel tijd +elkander te bewonderen: want op eene beweging die ik maakte, verdween het dier in de struiken, en ik tusschen de rotsen. + +</p> +<p>Een andermaal had ik den Aïtaber bestegen om van daar een blik te werpen op de prachtige bergkloven, waaruit de Aïnsaba te +voorschijn treedt, en op de boschrijke hellingen der <i>rora</i> (bergvlakte), waar de stam der Beit-Andou in fiere onafhankelijkheid, eenzaam en afgezonderd, leeft. Langs een steil rotspad +afdalende, stootte ik eensklaps op een fraaien, jongen luipaard, die zich in de zon lag te koesteren; en hoewel ik geene andere +wapenen bij mij had dan mijn kompas en mijn teekenpen, werd hij toch bang, en vluchtte in twee of drie sprongen naar eene +opening tusschen de rotsen, waarin hij geheel verdween; in zijn schrik vergetende, dat een gedeelte van zijn staart buiten +het gat uitstak. Ik van mijne zijde gevoelde evenwel niet den minsten lust, hem verder te verontrusten; en daar het pad vlak +langs zijne schuilplaats heenliep, maakte ik eerbiedig een omweg van meer dan een el in doorsnede. + +</p> +<p>Mijne bedienden dachten over deze uitstapjes, wat de veiligheid betreft, geheel anders dan ik. Toen de kawas Ahmed, als naar +gewoonte, de abyssinische dienstmaagden wilde uitzenden om hout en water te halen, weigerden zij, uit vreeze van opgelicht +te worden, wanneer zij zich op eenigen afstand buiten Keren waagden. Trouwens deze vrees was niet zoo ongegrond. De meeste +muzelmansche kooplieden langs de grenzen, niet tevreden met de winsten van hun gewonen handel op Abyssinië, leggen zich ook +toe op kinderroof. Het stelen van christenkinderen is, in de oogen der muzelmannen, een verdienstelijk werk; de ongelukkige +slachtoffers worden dan als slaven verkocht. De regeering doet niets om dezen gruwelijken handel te beletten. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">VII.</h3> +<p>Na een verblijf van vijf dagen te Keren, werd het tijd aan de terugreis naar Massaoua te denken. Pater Stella deed mij uitgeleide +tot aan de boorden van de, Aïnsaba, waar wij gezamenlijk ons bivouac opsloegen, en vanwaar hij den volgenden morgen naar Keren +terugkeerde.—Wij staken nu de fraaie vlakte over, waarin de kleine stam der Bedjouk gevestigd is; bestegen den vrij steilen +bergpas van Massalit, en daalden in het bassin van de Lebqa af, dat wij eerst te Aïn, op twee dagreizen afstands, weder verlieten. +De uitgedroogde bedding van de rivier diende ons tot weg, die terwederzijde door tamelijk hooge en boschrijke bergen was omzoomd. + +</p> +<p>Aïn vormt de grens tusschen twee machtige stammen, de Mensa ten zuiden, en de Habab ten noorden. Deze laatsten splitsen zich +in drie afdeelingen, die te zamen den naam voeren van de drie <i>Meflez</i> (wilde zwijnen). Die titel van Meflez is zeer in aanzien in Sennaheit: hij komt voor in de geslachtslijsten van de voornaamste +familiën: een bewijs te meer, bij zoovele anderen, dat deze stammen oorspronkelijk geen Mohammedanen waren. De Habab zijn +nomaden: en er bestaat eene zekere verwantschap tusschen het nomadenleven en de islamitische barbaarschheid; gaandeweg vielen +zij dus van hun voorvaderlijk christengeloof af, en hadden nu ook geen enkele reden meer om zich te onttrekken aan het oppergezag +van de grootere of kleinere muzelmansche staten, die hen van alle zijden omgaven. Reeds in 1846 vorderde Emin-Bey van de Habab +schatting, in naam van den onderkoning van Egypte. De <i>kantiba</i> (opperhoofd) der Habab antwoordde op hoogen toon, dat hij de souvereiniteit van Egypte niet erkende; maar, bevreesd voor +de soldaten van den bey, zond hij hem toch, echter voor dien enkelen keer, een geschenk van vijftig koeien. Tegenwoordig tracht +de porte zelf aanspraken op de souvereiniteit over deze stammen te doen gelden. + +</p> +<p>De Mensa beweren van den zeeoever gekomen te zijn, en beroemen zich op hun europeeschen oorsprong. Indien dit geen fabel is, +dan hebben zij tot zelfs hunne taal vergeten, want zij spreken thans tigré; overigens is hun zuivere, bijkans klassieke type +eene zijdelingsche bevestiging van hunne beweerde afkomst. Zij splitsen zich in twee clans: Beit-Ibrahé, wier dorp Gheled +(schild) heet, en Beit-Echakan, die te Hamham zijn gevestigd. Het eerste dorp werd in 1850 door Hassan, naïb van Arkiko, overvallen; +de kantiba Theodoros werd als gevangene naar Massaoua gevoerd, waar hij verscheidene maanden bleef, en waar men vergeefs alle +pogingen aanwendde om hem tot den islam te bekeeren. Hij werd niet ontslagen, dan nadat hij een zekeren losprijs had betaald, +en zijn kleinzoon als gijzelaar had achtergelaten. + +</p> +<p>Sommige reizigers hebben zich zeer ongunstig over de Mensa uitgelaten; maar, op den keper beschouwd, komen die klachten toch +hoofdzakelijk hierop neer, dat de nieuwsgierigheid dezer onontwikkelde bergbewoners den reizigers last veroorzaakte. Nu, laat +ons rechtvaardig zijn. Stellen wij eens dat een Mensa, in zijne fraaie witte shama, die hij alleen op feestdagen draagt, gehuld, +met zijne lange lans in de hand, en de groote houten naald (waarop hij even trotsch is, mevrouw, als gij op uwe kolossale +oorbellen) door zijn gevlochten haren gestoken;—stellen wij, dat zulk een Afrikaan zich op een goeden dag in de straten van +Parijs vertoont: zou hij niet het voorwerp <a id="d0e546"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e546">327</a>]</span>der algemeene nieuwsgierigheid, en erger, der spotternij, zijn? Wat mij betreft, ik heb mij altijd zeer wel kunnen schikken +in deze soort van nieuwsgierige belangstelling, die mijne zwarte of koperkleurige medemenschen mij betoonden: zoolang althans +die belangstelling haar karakter van kinderlijke naïveteit niet verloor, en geen dekmantel werd voor kwaadwilligheid of hebzucht. +Doorgaans vond ik er een waar vermaak in, naar de gesprekken te luisteren, die om mij heen werden gevoerd, en die op mijn +persoon betrekking hadden. + +</p> +<p>“Hoe heet uw meester?” vroeg men aan mijn kawas Ahmed. + +</p> +<p>“Zijn naam doet niets ter zake. Hij is mijnheer de consul.” + +</p> +<p>“Consul? Wat is dat? Is dat zooveel als een <i>choum</i> (klein districtshoofd)?” + +</p> +<p>“De duivel hale uw choums! Een consul, dat is zooveel als een dedjaz (hertog of landvoogd). De negus heeft, hij zijne ontvangst +te Debra-Tabor, de kanonnen laten afvuren.” + +</p> +<p>Dan nam men mijn persoon en mijne kleeding nauwkeurig op: alles leverde stof tot vragen en opmerkingen. Somwijlen droeg ik, +des morgens, als de wind koel was, een vest van blauwe gebreide wol: dit kleedingstuk vooral prikkelde de nieuwsgierigheid +der inboorlingen. Een hunner, die zich voor bijzonder knap hield vroeg mij: “of dat zijde was?” + +</p> +<p>“Neen, het is schapenwol.” + +</p> +<p>“Heel vreemd!”—En de man verwijderde zich, brommende: “Nu, die Frank denkt mij beet te kunnen nemen! Wie heeft ooit van zijn +leven blauwe schapen gezien?” + +</p> +<p>Een andermaal trok een bos kleine sleutels de aandacht mijner bezoekers; na zich in allerlei gissingen verdiept te hebben, +merkte een hunner op, dat zij inwendig hol waren; hij gaf ze mij nu terug zeggende: + +</p> +<p>“Ik ken dat: het zijn zakpistooltjes! Zijn ze geladen? De Franken vinden toch wonderlijke dingen uit. Hoe jammer dat ze <i>turksch</i> (mohammedaansch) zijn!” + +</p> +<p>“Wat praat ge van turksch? Evenmin turksch als gij.” + +</p> +<p>“Zijt gij dan een christen?” + +</p> +<p>“Zeer zeker.” + +</p> +<p>“Laat mij dan uw <i>mateb</i> zien. (Een blauw zijden koord, dat alle abyssinische christenen, bijwijze van herkenningsteeken, dragen.) Hebt gij geen <i>mateb</i>? Ziet gij wel, dat ge dan ook geen christen zijt.” + +</p> +<p>Ik keer tot mijn verhaal terug. De vlakke en bijna geheel naakte streek, hier en daar door alleenstaande bergen afgewisseld, +die ik van Aïn tot Massaoua in schuine lijn moest doortrekken, heet Samhar. Deze landstreek is, althans in de hoofdtrekken, +vrijwel bekend, want deze woestijn is de weg van de kust naar het schoone en vruchtbare Abyssinië. Reeds in de oudheid, met +name tijdens de Ptolomeërs, die zoo ijverig den handel van de Roode-zee bevorderden, was Samhar evengoed bij de reizigers +bekend als heden ten dage. Ten bewijze zij het mij vergund, de beschrijving aan te halen, die Artemidorus van deze streek +geeft; die beschrijving past nog tegenwoordig bijna volkomen, zoowel wat de natuur als wat de menschen betreft. + +</p> +<p>Volgens onzen griekschen schrijver, jagen de nomaden dezer landstreek de <span class="corr" title="Bron: oliafanten">olifanten</span> op deze wijze: “in hinderlaag op de boomen gezeten, en eene kudde olifanten bemerkende, die het bosch doortrekt, laten zij +die ongemoeid voorbijgaan; maar zij trachten met behoedzaamheid de achterblijvers te naderen, die hier en daar dwalen, en +snijden hun de pezen der pooten door. Somwijlen ook dooden zij hem met pijlen, in de gal eener slang gedoopt; de pijl wordt +door drie mannen tegelijk afgeschoten: twee hunner, de beenen vooruitgestrekt, houden met alle kracht den boog vast, de derde +spant het koord. Nog anderen geven acht op de boomen, waartegen de olifanten komen leunen om te slapen; zij naderen nu van +de tegenovergestelde zijde, en snijden den stam dicht bij de aarde door; wanneer de olifant tegen den boom aanleunt, valt +deze om, en het dier stort mede ter aarde; dan springen de jagers van de boomen op den grond, dooden den olifant en houwen +hem in stukken. De nomaden noemen deze jagers onrein. + +</p> +<p>“Boven deze elephantophagen (olifanteters) woont een niet zeer talrijk volk van strouthophagen (vogeleters), in wier land +men vogels vindt zoo groot als herten, die, zoo zij niet vliegen kunnen, ten minste zeer snel kunnen loopen, evenals de struisen; +sommigen dooden ze met pijlen; anderen nemen hunne toevlucht tot de volgende list. Zij bedekken zich het lichaam met de huid +van een dezer dieren; zij steken hun rechterarm in den hals, en bewegen dien op zoodanige wijze, dat zij de bewegingen van +den vogel zelven nabootsen; met hunne linkerhand nemen zij graankorrels uit een broodkorf, die aan hunne zijde hangt, en strooien +die vóór zich heen; de vogels worden daardoor naar kuilen gelokt, waar jagers zijn gesteld, die hen met stokken doodslaan. +Deze strouthophagen bedienen, zich van de huiden dezer vogels om zich te kleeden en ook als bed; zij leven in oorlog met de +Ethiöpiërs, die Siles worden genaamd, en als aanvalswapenen hertehoornen gebruiken. Zij wonen in de nabuurschap van menschen, +zwarter van kleur en kleiner van gestalte, die ook minder lang leven dan de anderen, want zij worden zelden ouder dan veertig +jaar, omdat de wormen zich in hun vleesch voortteelen. Deze menschen voeden zich met de sprinkhanen, die door de zuid-westen- +en westenwinden, welke in de lente met groote hevigheid heerschen, naar hun land worden gevoerd. Om deze sprinkhanen te vangen, +werpen zij, in kuilen en droge grachten, hout, dat, als het brandt, veel rook veroorzaakt; zij leggen daar een weinig vuur +boven op: de sprinkhanen, die daarover heen vliegen, worden door den rook verblind en vallen ter aarde. Zij maken ze fijn, +vermengen ze met pekel, en bakken er koeken van, die zij eten.” + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-328.jpg" alt="Eene Schermutseling."></p> +<p class="figureHead">Eene Schermutseling.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Aldus Artemidorus. Vooral wat hij het laatst verhaalt, is geheel overeenkomstig de waarheid, zooals mij nog op deze reis bleek. +De sprinkhanen daalden in dichte zwermen van Hamazene af, waar zij waarschijnlijk den oogst van den armen abyssinischen landman +<a id="d0e602"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e602">329</a>]</span>bijna geheel hadden vernield. Zij vlogen, naar ik meen, van het west-zuidwesten, naar het noord-noordoosten. De boomen, de +<i>khors</i>, de hellingen der heuvelen, alles was overdekt met millioenen gele of violette stippen: een waar festijn voor de roofvogels +van allerlei soort, wier aantal in deze streken zoo buitengemeen groot is. Maar zij waren de eenigen niet, die op dien buit +afkwamen: de lieden van Aïlat, met <i>ghirbas</i> (lederen zakken) beladen, kwamen ook in massa opzetten, om mede hun aandeel te erlangen. Deze sprinkhaneneters, hoewel inderdaad +donkerder van kleur dan hunne buren, kwamen mij voor krachtig en welgemaakt te zijn. Wat onze Griek vertelt van die afschuwelijke +ziekte en van hun korten levensduur, is een fabeltje, en zal ook wel in zijn tijd niet waar zijn geweest. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-329.jpg" alt="Amba."></p> +<p class="figureHead">Amba.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Een paar dagen na ons vertrek van Aïn, kwamen wij te Desset, een zeer boomrijk eiland, door een breeden, nu uitgedroogden +stroom gevormd, waar zich eenige grafheuvelen bevinden, en twee steenen grafteekenen, onder den naam van <i>graven der Koningen</i> bekend. Volgens de overlevering der nomaden, zouden deze graven de overblijfselen bevatten van de <i>Rôm</i>, een volk dat, tot straf voor zijne immer toenemende goddeloosheid, door God onder een regen van steenen bedolven werd. + +</p> +<p>Te Desset was ik te zeer in de nabijheid van Aïlat en zijne warme bronnen, dan dat ik zou hebben mogen verzuimen, derwaarts +een uitstapje te maken. Een kleine marsch bracht mij naar dit groote dorp, waar ik twee aangename dagen sleet, uitnemend goed +ontvangen door een soort van sheik, die, in naam van den toen afwezigen naïb, het bestuur over deze herders voerde. + +</p> +<p>Ik had geene behoefte aan een badkuur, en was ook om die reden niet naar Aïlat gekomen, maar ik zou mij geschaamd hebben, +den omtrek te verlaten, zonder die beroemde warme bronnen te hebben gezien, waarvan alle reizigers gewag maken, en die bovendien +gelegen zijn in eene dier schilderachtig schoone valleien, die mij steeds zoo verkwikten. Ik verliet dus het dorp, in gezelschap +van Ahmed en een inlandsch opperhoofd en bereikte, na eene wandeling van anderhalf uur, den oever van eene beek, Maï Ooï (warm +water) genaamd. Nog zeshonderd el verder, en ik was bij de bronnen. Het water was zeer vuil; de reden daarvan bleek mij spoedig, +toen ik eene menigte schapen tegenkwam, die, volgens de dagelijksche gewoonte, door hunne herders in de bron waren gewasschen: +eene operatie, die tijd en geduld vordert. Gelukkig ontbreekt het deze bergbewoners noch aan het een noch aan het ander. + +</p> +<p>De eigenlijke bron ontspringt aan den voet van een tamelijk steilen berg, Akowar geheeten, midden in een klein moerassig weiland, +waaruit eenige zwakke sprengen opwellen, van welke slechts eene enkele eene <a id="d0e629"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e629">330</a>]</span>hooge temperatuur heeft; al deze straaltjes vereenigen zich, eenige schreden verder, in een reeks kleine vijvers of bassins; +slechts in een dezer vijvers, die de meeste diepte heeft, kan een volwassen mensch, als hij namelijk op zijn hurken gaat zitten, +een eenigszins behoorlijk bad nemen. Toen ik nader kwam, zag ik vier of vijf mannen en vrouwen in het bad gezeten; nadat er +wat ruimte gekomen was, wilde ik ook een bad in de Maï Ooï nemen, maar de temperatuur was mij te hoog; half verbrand trok +ik mij haastig terug en bepaalde mij tot een voetbad. Na den naburigen heuvel beklommen, en het panorama genoten te hebben +der donkere, zonderling gevormde en boschrijke bergen, die ten westen de vlakte van Aïlat begrenzen, keerde ik naar het dorp +terug, om vandaar onzen tocht voort te zetten. + +</p> +<p>Door eene zandige, dorre vlakte, bereikten wij eindelijk, zeer vermoeid en bijna bezwijkende van dorst, het vrij aanzienlijke +dorp M’Kullu, op zes kilometers van Massaoua, te midden vau eene zand- en steenwoestijn gelegen, maar toch in het bezit van +een onwaardeerbaren schat: vijf of zes putten met voortreffelijk water. Daar Massaoua geen bronnen heeft, en alleen regenwaterbakken, +die acht of negen maanden van het jaar droog zijn, is het water van M’Kullu tot een handelsartikel geworden, waarvan de gansche +arbeidzame bevolking van het dorp leeft. Elken morgen vroeg nemen de jonge meisjes van tien tot vijftien jaar, een met water +gevulden zak op hare schouders, wandelen daarmede naar de stad, en keeren omstreeks negen uur in haar dorp terug; zij doen +alzoo een tocht van twaalf kilometers, waarmede zij niet meer dan een piaster (ongeveer tien cent) verdienen. Dit harde leven +benadeelt noch hare gezondheid, noch haar schoonheid, noch haar goed humeur. Honderde malen heb ik ze ontmoet; bij troepjes +naar de stad trekkende, lachende, pratende: aardige figuurtjes, met hare in wanorde over het hoofd hangende krullen van glimmend +zwart haar. + +</p> +<p>M’Kullu is het geliefkoosde verblijf van de kooplui van Massaoua, die den geheelen dag in den bazar der stad doorbrengen, +maar iederen avond naar M’Kullu terugkeeren, om zich des morgens, een uur voor zonsopgang, weder naar Massaoua te begeven. +Zoo vaak ik dien kant uit wandelde, kon ik er zeker van zijn, troepen Massaouanis tegen te komen, met hun geel en beenig gelaat, +hunne lange helderwitte kaftans, hun tulbanden, om een met veelkleurig borduursel versierd kapje gewonden, en hun bonten zakdoek +op den schouder. Deze vervelende dagelijksche wandeling getroosten zij zich uit zuinigheid, want het leven op het eiland is +zeer duur; en de eenige uitgaaf die deze verplaatsing hun oplegt, is het veergeld, dat niet meer dan drie paras (anderhalve +cent) per hoofd bedraagt. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label"><span class="corr" title="Bron: IV">VIII</span>. +</h3> +<p>Vroeg in den morgen braken wij van M’Kullu op en trokken naar de vlakte van Gherar, vanwaar een kano mij in drie minuten naar +het eiland Massaoua overvoerde. Op dien weg vond ik geene andere planten dan mimosa’s, dwergachtige struiken en wortelvijgeboomen +(<i>chora</i>), die het strand bedekken. Die bosschen van <i>chora</i> van verre gezien maken een zeer eigenaardigen indruk: dicht begroeid, van eene zacht groene kleur, hunne fijne takken en +twijgen in de zee dompelende, en hunne fraaie bladeren, aan die van den laurier niet ongelijk, in het water weerspiegelende, +lokken die wonderlijke boomen den vermoeiden reiziger, om een weinig adem te scheppen van de brandende zonnehitte, en in hun +lommer zijne oogen te verkwikken, die vermoeid zijn van het staren op het harde geel der verweerde en verscheurde rotsen langs +de kust. Eenmaal heb ik mij laten verlokken, en ben het dichte bosch ingegaan: maar nimmer heb ik de proef herhaald. De bodem, +deels door de wateren der zee overdekt, is niets anders dan eene groote poel, vol slijk en zandbanken, waaruit de boomen, +dicht opeengedrongen, zich in grillige vormen verheffen; en onder dit bijkans ondoordringbaar loofdak heerscht eene zoo benauwende, +verstikkende hitte, in zoo hooge mate met vochtige, ongezonde dampen bezwangerd, dat, bij deze atmospheer vergeleken, het +verblijf buiten op de brandende zandvlakte u eene verkwikking schijnt. + +</p> +<p>De bodem van het eiland Massaoua bestaat uit koralen en eene verzameling van alle mogelijke soorten van versteende vegetatie, +die aan de Roode-zee een zoo bijzonder karakter geven. Ik heb reeds met een enkel woord van de waterbakken gesproken: deze +bakken beslaan ongeveer een derde van de oppervlakte van het eiland. Volgens de overlevering zouden zij door de <i>Parsis</i> (de Perzen) zijn aangelegd: waarin niets onwaarschijnlijks is, want ten tijde van Khosroës waren deze kustlanden van de Roode-zee, +naar wij mogen aannemen, aan de perzische heerschappij onderworpen. Alles wat in deze streken niet ontwijfelbaar van muzelmanschen +of misschien abyssinischen oorsprong is, wordt aan de <i>Parsis</i> toegeschreven; natuurlijk maakt zich de overlevering, ook in dit opzicht, aan hare gewone fout van overdrijving schuldig. + +</p> +<p>Maar wie dan ook de waterbakken van Massaoua moge hebben aangelegd, hij heeft eer van zijn werk: zij verdienen wel alleszins +de aandacht, niet alleen om hunne afmetingen, om de moeilijkheden die bij den aanleg te overwinnen waren, maar vooral om de +schoone bewerking, waarvan men zich eenig denkbeeld kan vormen, als men de drie of vier, die nog bijna ongeschonden zijn, +wat meer van nabij beziet. De bakken zijn gedekt door een soort van klein gewelf, uit koraalfragmenten gemetseld; de binnenwanden +zijn glad, en de randen zoo gemaakt, dat bij den minsten regen, het water in de bakken moet afloopen. Deze fraaie en nuttige +werken hadden het wel verdiend, dat de turksche regeering, steeds zoo haastig bij de hand als er eene of andere nieuwe methode +van knevelarij valt in te voeren, zich wat meer om hun behoud bekommerd had: maar aangezien de gouverneur en zijne lieden +alle morgens hun versch water van M’Kullu ontvangen, is het hun natuurlijk volkomen onverschillig, of het arme volk van dorst +vergaat. Do waterbakken in het binnenste van het eiland vallen in puin, zonder dat <a id="d0e658"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e658">331</a>]</span>iemand eene hand uitsteekt om ze te herstellen; de bakken nabij het strand bezwijken voor den aandrang der zee, die de wanden +doet barsten en bij iederen vloed de ledige ruimte vult. + +</p> +<p>Omtrent den oorsprong van Massaoua verkeert men in het onzekere. Sommige geleerden zijn van meening, dat het tegenwoordig +Massaoua ongeveer zou overeenkomen met eene zekere stad Saba, waarvan de oude geografen melding maken: in hoever die meening +gegrond is, durf ik niet beslissen. Het eiland is zeer arm aan gedenkteekenen: men vindt er slechts een twaalftal gewijde +gebouwen, waaronder eene moskee, die wel de opmerkzaamheid verdient, en waarschijnlijk dezelfde is, waarin de Portugeezen, +omstreeks 1520, de mis lieten bedienen, nadat zij de muzelmannen uit Massaoua verdreven hadden. Dit was trouwens slechts eene +wedervergelding, want de muzelmannen hadden op hun beurt dit heiligdom aan de abyssinische christenen ontweldigd. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure floatLeft"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-332.jpg" alt="Waterdraagster van M’Kullu."></p> +<p class="figureHead">Waterdraagster van M’Kullu.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De bevolking van Massaoua is zeer gemengd. De merkwaardigste, en uit een commerciëel oogpunt wel de gewichtigste kolonie, +is ongetwijfeld die der Banians, die welbekende indische kooplieden, in wier handen sedert eeuwen reeds de handel op de Roode-zee +berust. De wijk der Banians is zeer stil; er zijn zeer weinig winkels, en te ieder uur van den dag ziet ge er weinig anders +dan <i>angarebs</i>, rustbanken, tegen de muren geplaatst, en waarop groote, welgevormde, half-naakte mannen rustig liggen uitgestrekt. Hunne +geschoren kruinen, hunne dunne knevels, hunne prachtige zwarte oogen, hunne eenigszins vrouwelijke trekken, geheel hun voorkomen +doet u denken aan eene straat van Delhi of Bombay. Als de Banian uitgaat, draagt hij een prachtigen tulband van roode of gele +zijde, met goud geborduurd, en een zware zilveren keten om de lendenen. + +</p> +<p>De europeesche bevolking te Massaoua is nooit zeer talrijk geweest; zij bestaat doorgaans uit een consulairen agent (zelden +zijn er twee), uit een paar kooplui en eenige zendelingen. Over deze laatsten een enkel woord. + +</p> +<p>De eerste missionarissen, die zich hier vestigden, waren Kapucijner-monniken; zij woonden te M’Kullu in een nederig huis, +waar men hun niet dan na veel moeite het verblijf vergunde. De turksche regeering, die hier het nauwlettend oog der europeesche +diplomatie niet had te duchten, toonde zich, aan deze uiterste grens van haar gebied, in al hare brutale onbeschaamdheid. +De generaal der orde, die wist met wie hij te doen had, stuurde op deze onbeschofte en steeds half beschonken turksche gouverneurs +een piemonteeschen monnik af, door geheel den omtrek wel bekend, pater Giuseppe S...; iemand, die veeleer geboren scheen om +voor komiek op te treden dan als apostel in Nubië werkzaam te zijn; een grappenmaker, wiens onuitputtelijke en gansch niet +altijd fijne vroolijkheid echter eene zeer degelijke kennis en een onbedwingbaren moed verborg. Telkens lag hij met den turkschen +gouverneur overhoop; maar eindelijk wist hij hem te temmen: op zekeren dag daagde hij den Turk uit tot een duel met den sabel; +een andermaal dreigde hij den landvoogd uit het raam te gooien, en zichzelf, in zijne plaats, tot kaïmakan te doen uitroepen. +Dergelijke praktijken waren zeker niet bij uitnemendheid apostolisch: maar tegenover de lieden, met wie hij te doen had, troffen +ze toch doel. Ongelukkig kwam pater Giuseppe in het eind op de noodlottige gedachte om “zaken” te gaan doen: hij hing zijn +pij aan den kapstok, en zette te Massaoua een handelshuis op, dat al vrij spoedig failliet ging. Pater Giuseppe begaf zich +daarop naar Florence, waar hij, naar men mij zeide, tegenwoordig als redacteur van een liberaal dagblad werkzaam is. + +</p> +<p>Na de Kapucijners verschenen de Lazaristen, toen zij, in 1855 uit Abyssinië verdreven, zich te Massaoua kwamen vestigen, onder +de leiding van den voortreffelijken prelaat <span class="abbr" title="monsignor"><abbr title="monsignor">monsgr.</abbr></span> de Jacobis. Onder het bestuur van zijn opvolger, monsgr. Biancheri (overleden 17 September 1864), werd ten behoeve der missie +aan de oostpunt van het eiland, tegenover de stad, een ruim gebouw opgericht met eene kerk en eene drukkerij voor de abyssinische +boeken. Tegenwoordig wordt de missie bestuurd door pater Delmonte, een Genuees van geboorte, en een zeer bekwaam man, die +waarschijnlijk als opvolger van monsignor Biancheri zal worden benoemd. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-333.jpg" alt="Wortelvijgboomen (chora), nabij Gherar."></p> +<p class="figureHead">Wortelvijgboomen (<i>chora</i>), nabij Gherar. +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Een anglo-indisch spreekwoord zegt: “Pondichery is een warm bad, Aden een fornuis, Massaoua een hel.” Dit is tamelijk overdreven. +Massaoua is niet ongezonder dan eenig ander punt langs het beneden gedeelte der Roode-zee, en is zeker veel minder vervelend, +dank zij de nabijheid van het bergland en de uitmuntende gelegenheid tot jagen. Dit neemt niet weg dat de hitte het iemand +benauwd genoeg maken kan. Ik had mij daartegen zooveel mogelijk gewaarborgd. Mijne woning werd aan drie zijden door de zee +omspoeld; en heerlijke uren heb ik, ook bij de grootste hitte, doorgebracht in mijn vierkant vertrek, dat met drie groote +vensters aan zee uitkwam. Het uitzicht, het is waar, was tamelijk eentonig. Voor mij zag ik de gele en naakte rotsen van kaap +Gherar, de reede, en nu en dan eene of andere boot van Dahlak, met hare zware matten zeilen en haar lading van steenen, langzaam +voortzwoegende. Aan mijne linkerhand verhieven zich de drio verdiepingen of terrassen der bergen van Abyssinië en Samhar: +namelijk, vooreerst de roodachtige lage heuvels van Arkiko en M’Kullu; dan daarachter de bergen van Waï-Negus, en eindelijk +aan den horizon, hoog boven alles uitstekende, de rotsmuur van de abyssinische hoogvlakte, waarboven zich, in trotsche majesteit, +de koepel van Devra-Bizan, in schemerende omtrekken, welfde. + +</p> +<p>Massaoua heeft voor den toerist al zeer weinig aantrekkelijks; maar hij kan zich daarvoor schadeloos stellen door eenige uitstapjes +in de omstreken te gaan doen. Reeds meermalen was mijne aandacht getrokken door een fraai gevormden berg, die Massaona beheerscht +en den schipper in zee tot baken strekt: den Ghedem, ongeveer 1200 meters hoog, een ontzagwekkende, vulkanische kegel. Met +de mededeeling van mijn uitstapje derwaarts, wil ik ditmaal mijn reisverhaal besluiten. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure floatRight"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-336.jpg" alt="Een Faki."></p> +<p class="figureHead">Een Faki.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Op zekeren dag huurde ik eene boot met twee man, <a id="d0e701"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e701">332</a>]</span>en liet mij naar een kleinen inham aan de kust roeien, vanwaar ik nog ruim een uur door de stekelige mimosa’s moest wandelen, +eer ik de rotsachtige hoogten bereikte, die ik langzaam begon te bestijgen. Na drie kwartier klimmens, had ik een piek bereikt, +die ongeveer tweederde van de totale hoogte des bergs mat; maar de eigenlijke top was stellig nog zes kilometers verwijderd, +en ik begreep dadelijk, dat, zoo ik niet boven wilde overnachten—waar ik, met het oog op een zeer mogelijk bezoek van leeuwen, +luipaarden of hyena’s, volstrekt niet op gesteld was;—het beter was, maar niet verder te gaan. Ik had geen reden om mij over +dit besluit te beklagen, want een prachtig panorama breidde zich voor mij uit. Aan mijne voeten, de vlakte, die ik zooeven +was doorgetrokken, met eene reeks lage heuvelen, die van den berg tot aan de zee liepen; verder, de fraaie open reede van +Massaoua, rustig, blauw, in hare kalme wateren de witte huizen der stad weerspiegelende, en de dichte <i>choras</i> der beide eilanden van Tau-el-hud en Shekh-Saïd. Aan het uiteinde der baai lag de kleine stad Arkiko, vroeger de hoofdstad +van het gansche omliggende land, de patrimoniale residentie der naïbs, die sedert naar Aïlat zijn verhuisd. Wat daartoe aanleiding +gaf, verdient wel eene korte vermelding, ook omdat daardoor een eigenaardig licht valt op de toestanden in deze streken. In +1846 had de turksche gouverneur van Massaoua, eene schuldvordering van een honderd talaris ten laste van den naïb van Arkiko; +en zag geen kans dat geld te krijgen. Dit ware nu nog te vergeven geweest; maar niet te lijden was de beleedigende hoogmoed, +waarmede die inlandsche vorsten de gezaghebbenden te Massaoua behandelden. Op zekeren dag voegde de driftige naïb Hassan, +in den vollen raad, den gouverneur toe: “Hassan heeft hier te bevelen, zoogoed als de sultan te Stamboel, of de onderkoning +te Masr (Kaïro)!”—Bij de minste oneenigheid verbood de naïb zijn onderdanen, de stad van water of levensmiddelen te voorzien, +waardoor de inwoners aanstonds aan het gevaar waren blootgesteld, van honger en dorst om te komen. De gouverneur, wiens geduld +eindelijk uitgeput raakte, zond toen zijne Arnauten naar de stad, die Arkiko verbrandden, en de turksche kanonnen mede namen, +die het voornaamste sieraad van den divan der naïbs uitmaakten. + +</p> +<p>De stad bleef eenige maanden verlaten liggen; toen werd zij langzamerhand herbouwd, en tevens van een slecht fort voorzien, +waarin de turksche gouverneur bezetting legde. De naïb, die een vazal van den negus van Abyssinië was, riep nu de tusschenkomst +in van Oubiëh, den onderkoning van Tigreh, die bij den kaïmakan op vergoeding en herstelling van den naïb in zijne vroegere +positie aandrong. De kaïmakan schold en dreigde en weigerde iedere voldoening, tot eindelijk op zekeren dag de gansche bevolking +der omliggende dorpen, door schrik bevangen, naar de stad vlood, en daar algemeene ontsteltenis verwekte door de mare: <i>El Kostan ghia!</i> de christenen komen!—Het was het abyssinische leger, aangevoerd door Belatta Kokobiëh, een der krijgsoversten van Oubiëh, +tusschen de vijftien en twintigduizend man sterk, en overal de schrikkelijkste verwoestingen aanrichtende. M’Kullu werd geplunderd +en verwoest; het garnizoen van Arkiko verslagen en onder de muren van het armzalige fort in de pan gehakt; Massaoua, dat het +getal zijner inwoners eensklaps van zes tot vijftien duizend zag klimmen, die aan alles gebrek hadden, moest onfeilbaar in +handen van den vijand vallen. Maar de onbesuisde vernielzucht der Abyssiniërs droeg voor hen zelf de noodlottigste vruchten: +het gansche omliggende land was tot een woestijn geworden, en Kokobiëh zag zich welhaast verplicht, zijne stroopende ruiterbenden +weder bijeen te roepen en naar het noorden, naar het land der Bogos, terug te trekken. Zoo bleef alles bij het oude: Arkiko +hield zijne turksche bezetting, en de morrende naïbs brachten hunne residentie over naar Aïlat. + + +<a id="d0e711"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e711">334</a>]</span></p> +<p class="div1"></p> +<h2>Amerikaansche getuigenissen omtrent amerikaansche toestanden.</h2> +<p>De man, die door de meerderheid der kiezers in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika,—met inbegrip van 800,000 zoogenaamd +vrije negers—voor de tweede maal op den presidialen zetel is geplaatst, heeft onlangs, in eene officiëele boodschap, de transatlantische +“Republiek” als voorbeeld voor het oude Europa aangeprezen, als de type en het model voor den gewenschten staat der toekomst. +Men zou deze eenzijdige grootspraak kunnen laten voor hetgeen zij is, indien niet in Europa zelf nog altijd zoovelen gevonden +werden, die, met opzet of uit onnoozelheid, inderdaad gelooven of althans voorgeven te gelooven, dat de amerikaansche republiek +hooger staat dan de monarchiën der oude wereld, en zich op het voorbeeld van Amerika beroepen tot aanprijzing van den republikeinschen +regeeringsvorm, als het algemeene redmiddel tegen alle kwalen. Dat men, zelfs in Amerika, dit gevoelen niet zoo algemeen deelt, +kan blijken uit de volgende staaltjes uit de dagbladpers, die tegelijk ten blijk kunnen strekken van de vrijheid waarmede +de <span class="corr" title="Bron: opposite-bladen">oppositie-bladen</span> de toestanden durven beoordeelen. Wij hebben niet te zeggen, dat ook deze schetsen zeerwel niet van overdrijving vrij te +pleiten zijn. + +</p> +<p>Hooren wij in de eerste plaats een der te New-York verschijnende dagbladen, de <i>Sun</i>. + +</p> +<p>“Het geheele staatkundige en maatschappelijke leven en streven te Washington, zoo zegt zij, is door en door verdorven. Rechtschapenheid +geldt voor niets, zedelijkheid wordt openlijk bespot. Deugd en betamelijkheid, die vroeger geacht en geëerd waren, zijn sinds +lang geheel uit de mode; de weinigen, die daaraan nog waarde hechten, worden aangezien als zonderlinge antiquiteiten uit een +lang vervlogen tijd. Zoowel in de regeeringskringen als daarbuiten voert <i>Shoddy</i>, met al de hem eigene gemeenheid, het hoogste woord. Shoddy kent geen hooger levensdoel dan de luie liederlijkheid na te +apen, die onder de regeering van Napoleon III in sommige fransche kringen zoozeer den boventoon voerde, en allen eerlijken +lieden zooveel aanstoot gaf. Maar ondanks alle innerlijke verdorvenheid wist men te Parijs althans nog voor het uiterlijk +den schijn van welvoegelijkheid en decorum te bewaren. Maar hier, te Washington, treden ondeugd en verdorvenheid openlijk +op, in de ruwste, gemeenste, onhebbelijkste vormen: men draagt roem op zijne vulgaire gemeenheid en neemt niet eenmaal de +moeite, ze met een zeker vernis te bedekken. Deze lieden zijn trotsch op hunne schande, en bekommeren zich niet meer om welvoegelijkheid +of betamelijkheid. + +</p> +<p>“Geld is alles in allen; de waarde van den man hangt uitsluitend af van zijn rijkdom, van het ambt dat bij bekleedt, of van +den invloed, dien hij op de regeeringsmannen kan uitoefenen. Eene vrouw wordt ontzien en gevierd, naarmate zij beter de kunst +verstaat over de mannen te heerschen, den toon weet aan te geven in hetgeen men den goeden smaak noemt, en in het gezellig +verkeer alle vrouwelijke schaamte en ingetogenheid heeft afgelegd. In het openbare leven wordt alles naar dollars berekend: +ware verdienste en degelijkheid komen niet in aanmerking. Het voorbeeld der hoogstgeplaatste staatslieden heeft ook in lagere +kringen ijverige navolging gevonden, en zoo is het gansche samenstel verdorven en rot geworden. + +</p> +<p>“Ministers, senatoren, volksvertegenwoordigers, ambtenaren baden zich in schaamtelooze weelde en overdaad, terwijl het van +openbare bekendheid is dat zij nog voor weinige jaren doodarm waren. Nu zijn zij het, die den toon aangeven. Het is niet meer +dan natuurlijk dat hunne onderhoorigen, die van hunne gunst en bescherming afhankelijk zijn, dienzelfden weg opgaan, en door +dezelfde ongeoorloofde middelen en praktijken zich eene positie trachten te verwerven. Slagen tot iederen prijs, dat is het +algemeene beginsel: het zeer onheilige doel heiligt de verachtelijke middelen. Alles wat van het Witte-Huis (het hotel van +den president) uitgaat of daarmede in betrekking staat, is praal- en pronkziek en wil zooveel mogelijk vertooning maken. Kan +dat niet langs eerlijke wegen, welnu dan geschiedt het ten koste van eer en plicht. + +</p> +<p>“Hieruit verklaart zich vooral de kanker der corruptie, die <i>alle</i> takken van de staatsdienst, zonder eenig onderscheid, heeft aangetast en doordrongen. Dit bederf is bij ons veel erger dan +in eenig ander beschaafd land, want de demoralisatie strekt zich zoowel tot de hoogste als de laagste ambten uit; zelfzucht, +oneerlijkheid, ontrouw zijn overal de heerschende motieven der handelingen. Tegen dezen invretenden kanker baat geen ander +geneesmiddel dan eene radikale omwenteling. Zelfs indien de zoogenaamde hervorming der civiele dienst inderdaad de vruchten +zou dragen, die kwakzalvers en bedriegers het lichtgeloovige volk diets maken, dan nog zou zij niets vermogen. De kwaal is +chronisch; om haar te overwinnen, zou men de toevlucht moeten nemen tot wat de geneesheeren eene heroïeke behandeling noemen. + +</p> +<p>“Diefstal der voor onvoorziene uitgaven bestemde gelden in alle takken van het staatsbestuur, is nog maar een zeer klein onderdeel +van het roofstelsel, dat, te beginnen met het congres, in alle afdeelingen en kringen der regeering is doorgedrongen en aangenomen. +Senatoren en volksvertegenwoordigers maken zich door zulke <i>contingencies</i> van zeer aanzienlijke sommen meester: en dit den volke ontstolen geld wordt dan in brasserijen verspild, waarvan men vroeger +zelfs geen denkbeeld had. Honderdduizende dollars worden ieder jaar op zulke wijze weggeworpen. Dit misbruik heeft, zooals, +in den aard der zaak ligt, vele andere misbruiken en liederlijke praktijken in het leven geroepen: zoo is de gansche wetgevende +macht veil en omkoopbaar, de <i>jobbery</i> (schacherij, oneerlijkheid) tot een erkend handwerk geworden. Wie in dezen wedstrijd van gemeen-vulgaire pralerij wil mededoen, +moet noodwendig over geld, veel geld, kunnen beschikken; en heden ten dage doet het er volstrekt niets toe, <i>hoe</i> men aan geld komt. + +</p> +<p>“Dit voortwoekerend bederf heeft nog andere noodlottige resultaten opgeleverd, die niet minder verontrustend <a id="d0e752"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e752">335</a>]</span>zijn. Gedurende den (zeer ten onrechte dus genaamden) opstand, werd de proef genomen, om in sommige takken van de staatsdienst +ook vrouwen aan te stellen. Men deed dit, eensdeels om voor daartoe bekwame personen een geschikt veld van werkzaamheid te +openen; anderdeels om de vrouwen en dochters van in den krijg gesneuvelde militairen een middel van bestaan te verzekeren. +Zoowel het een als het ander was loffelijk en goed, en de proef slaagde volkomen. Maar tegenwoordig is ook hierin een schandelijk +en ergerlijk misbruik welhaast regel geworden. Zoodra het congres omtrent dit punt bepalingen begon te maken en nieuwe betrekkingen +voor vrouwen in het leven te roepen, viel het niet moeilijk te voorzien wat er geschieden zou—en dan ook werkelijk gebeurd +is. + +</p> +<p>“Vele verstandige, ontwikkelde vrouwen, die iederen fatsoenlijken kring tot sieraad zouden strekken, verdienen aldus op eerlijke +wijze haar brood in de verschillende regeeringsbureaux. Voor sommige betrekkingen zijn zij beter geschikt dan mannen, maar +worden toch niet zoogoed betaald als dezen. Doch nevens deze brave en achtenswaardige vrouwen en meisjes heeft zich nu een +ander element ingedrongen, welks tegenwoordigheid voor haar eene beleediging, voor de staatsdienst een smaad en schande, en +voor het openbaar geweten een ergerlijk schandaal is. Het is toch van algemeene bekendheid, dat senatoren, volksvertegenwoordigers +en ambtenaren deze voor brave en eerlijke vrouwen bestemde betrekkingen wegschenken aan liederlijke schepsels, die bovendien +geheel ongeschikt zijn voor het werk, waartoe zij geroepen worden. Het is eene schande, zulke personen eene plaats naast de +anderen aan te wijzen. Hier baat niet de armzalige uitvlucht, dat de aanstelling aan eene vergissing, een misverstand moet +worden toegeschreven. Leden van het congres hebben, in grooten getale, hunne bijzitten gepensioneerd: dat wil zeggen, de schatkist +moet deze personen betalen, ofschoon zij geheel ongeschikt zijn, de haar toevertrouwde betrekkingen behoorlijk waar te nemen. +Hoogere en lagere ambtenaren, die posten te vergeven hebben, volgen dit voorbeeld ijverig na. + +</p> +<p>“Betrof het hier nu slechts uitzonderingen, dan zou men, hoe afkeurenswaardig dergelijke handelwijze ook steeds moge zijn, +toch des noods veel door de vingers kunnen zien. Maar de bewijzen zijn voorhanden, dat het kwaad ontzaglijke proportiën heeft +verkregen, en dat elk departement der bondsregeering daardoor is aangetast. Wanneer alle bijzonderheden aan het licht werden +gebracht, en de volle waarheid bekend gemaakt, dan zou het land zich ontzetten over deze ergerlijke misbruiken, over den omvang, +dien het kwaad reeds bereikt heeft; en vooral ook daarover, dat zoovele lieden, die zich bij voorkeur voor <i>christelijke</i> staatslieden uitgeven, met dit euvel in zoo ruime mate zijn besmet. In vele afdeelingen, waarvan de chefs voor mannen van +strenge zeden doorgaan en zeer getrouw de kerk bezoeken, worden gewichtige posten toevertrouwd aan vrouwspersonen, wier onzedelijk +gedrag van algemeene bekendheid is; anderen, wier reputatie niet beter is, danken hare plaatsing in de bureaux aan den veelvermogenden +invloed harer <i>vrienden</i> in het congres of de hoogere regeeringskringen. Dit openbaar schandaal komt niet uitsluitend ten laste van eene enkele partij, +de radikaal-republikeinsche: ook de zoogenaamde Grant-demokraten—zooals de omkoopbare medeleden der demokratische partij worden +genoemd—hebben hunne bijzitten in de staatsdienst eene plaats bezorgd. + +</p> +<p>“Alles wordt tot koopwaar en handelsartikel verlaagd. De bondsregeering moet zich de noodige gelden verschaffen ter bestrijding +zoowel van de loopende gewone uitgaven, als ook voor onvoorziene gevallen (<i>contingent approbations</i>). Zij beijvert zich mitsdien om door weldaden de gunst te winnen van de invloedrijke leden van het congres, en vergeet natuurlijk +ook hare demokratische partijgenooten niet. Het gevraagde geld wordt toegestaan; daaronder zijn dan ook traktementen voor +klerken begrepen en eene zekere som voor buitengewone beambten, die door den staatssecretaris tijdelijk kunnen worden aangesteld: +welke aanstelling echter in de praktijk met eene definitieve benoeming gelijk staat. Dan laat een of ander achtenswaardig +congreslid eene, of soms ook wel twee of drie, zijner concubines, in de bureaux der verschillende departementen benoemen. +Weduwen en weezen van in den krijg gesneuvelde militairen worden barsch afgewezen; winstgevende betrekkingen sinds lang alleen +aan geschandvlekte vrouwspersonen weggeschonken, die in overdadige weelde zwelgen en op de openbare wandelingen en andere +publieke plaatsen pronken met hare schitterende pracht, die door liederlijkheid is verworven, en die door het volk moet worden +betaald.” + +</p> +<p>Zoover de washingtonsche correspondent van het te New-York verschijnende dagblad de <i>Sun</i>. Maar hij is op verre na de eenige niet, en niets zou gemakkelijker vallen dan dergelijke getuigenissen te vermenigvuldigen. +In den vorigen winter werd, in eene vergadering te Boston, de vraag behandeld, of met het oog op de algemeene verbastering +van het openbare leven, op de omkoopbaarheid, die zoowel het congres als bijna alle wetgevende vergaderingen der afzonderlijke +staten kenmerkt; op de niet minder ergerlijke omkoopbaarheid van een groot aantal rechters en leden der jury; op de bedriegerijen +en vervalsching bij de stemmingen, en op de bijna algemeene verwildering der zeden;—of, met het oog op dit alles, de republikeinsche +regeeringsvorm in de Vereenigde-Staten geacht kon worden, nog eene toekomst te hebben? Reeds nu was de republiek, in zekere +mate, tot een centraliseerend despotisme geworden, en waren de partijen jammerlijk ontaard en verbasterd; van de goede traditiën +uit de dagen van Washington en Jefferson was zelfs geen spoor meer over. + +</p> +<p>In verband hiermede, verdient zeker de verklaring van het te New-York verschijnende <i>Daybook</i> (van 28 Juni 1873) de aandacht. “Is het volk over het algemeen niet reeds te diep gezonken, om nog door eenige regeering +gered te kunnen worden, tenzij dan door de absolute monarchie? Eene constitutioneele monarchie zou niet baten. Men mag wel +zeggen dat de rol der republiek is uitgespeeld, nu het bederf zoo algemeen <a id="d0e779"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e779">336</a>]</span>is en zoo schrikbarende hoogte heeft bereikt, en door de monarchalen van Europa met alle recht op ons, als op een afschrikkend +voorbeeld, gewezen wordt.” + +</p> +<p>De voorzitter van Yale-College,—een der aanzienlijkste hoogescholen in de Vereenigde-Staten te New-Haven, in den staat Connecticut;—de +heer Woolsey, richtte in Juni l.l. eene toespraak tot zijne studenten, en zeide daarin, onder anderen, het volgende: “Sedert +het einde van den oorlog zijn tweemaal zooveel jaren verloopen als de oorlog geduurd heeft, en tegenwoordig heerscht allerwege +eene corruptie, waarvan in de geschiedenis onzes volks geen voorbeeld te vinden is:—corruptie der openbare beambten, corruptie +in de partij, die zich gedurende den krijg door ‘loyauteit’ kenmerkte; wij zien bondgenootschappen aangeknoopt met beginsellooze +mannen, ter bereiking van zelfzuchtige partij-oogmerken; eene koortsachtige speculatiewoede, eene immer toenemende reeks van +misdaden. Familiezin en reinheid van het familieleven zijn hand over hand afgenomen, en in de plaats daarvan woekert eene +demoralisatie voort, die voor het allerergste vreezen doet.” + +</p> +<p>Eindelijk willen wij eenige zinsneden aanhalen uit een artikel van eene duitsch-amerikaansche courant, de <i>California-Staatszeitung</i>, bij gelegenheid van de viering der onafhankelijkheidsverklaring, op den 4<sup>den</sup> Juli 1873. Aan het hoofd harer beschouwingen plaatst zij dezen tekst: “Het huis mijns Vaders zal een huis des gebeds genaamd +worden, maar gij hebt het tot een moordenaarskuil gemaakt”; en zegt dan, onder andere, het volgende: + +</p> +<p>“De schoone dag der vrijheid, waarop eene groote natie geboren werd, is tot een dag van rouw en droefenis geworden, waarop +wij onze hoofden met asch bestrooien moeten, en in bedevaart optrekken naar de graven dergenen, die ons een roemrijk en kostbaar +erfdeel hebben achtergelaten, dat nu in onze regeeringskringen voor een schotel linzen wordt verkocht. + +</p> +<p>“Wat zien wij toch heden ten dage? Wij zien het algemeene stemrecht des volks tot eene komedie gemaakt of rechtstreeks geschonden +door bedriegerij, omkooping en geweld. Wij zien het dusgenoemde souvereine volk veel minder in het bezit zijner rechten, dan +onder de monarchale constitutiën. Wij zien de wilde jacht naar rijkdom en genot, overal de plaats innemende van eerlijkheid +en burgerdeugd. Wij zien de regeering in handen van zelfzuchtige intriganten en diep verdorven coteriën. Wij zien het volk +geplunderd, en zijne vrijheid vertrapt door fanatieke kwakzalvers. Wij zien de hoogste staatsdienaars aan de spits der dieven +en plunderaars. Wij zien, hoe in de wetgevende vergaderingen de wildste hartstochten, de meest schaamtelooze corruptie het +onhebbelijkste egoïsme openlijk haar gruwelijk spel spelen, en onderdrukking der vrijheid het voornaamste streven is. De hoofdplaats +des lands is tot een tweede Babel geworden, waar men moedwillig de oogen sluit voor het <i>Mene Tekel</i>, dat de genius der geschiedenis reeds bezig is te griffelen aan de marmeren wanden van de paleizen des overdaads, waar lichtekooien +en gewetenlooze zwendelaars de schatten des volks verspillen, en alles wordt medegesleept in den wilden roes der liederlijkheid.” + +</p> +<p>Mogen bovenstaande aanhalingen wat sterk gekleurd zijn, zij bewijzen nogtans dat de Nieuwe Wereld, ook binnen haar eigen gebied, +niet als een modelstaat wordt geoordeeld. + +</p> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Reize in Taka (Opper-Nubië), by Anonymous + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE IN TAKA (OPPER-NUBIË) *** + +***** This file should be named 19327-h.htm or 19327-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/9/3/2/19327/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/19327-h/images/p1873-225.jpg b/19327-h/images/p1873-225.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2c6d95d --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-225.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-228.jpg b/19327-h/images/p1873-228.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ad41781 --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-228.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-229.jpg b/19327-h/images/p1873-229.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..237ebb9 --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-229.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-232.jpg b/19327-h/images/p1873-232.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..87ccfe5 --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-232.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-233.jpg b/19327-h/images/p1873-233.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..318d1b9 --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-233.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-237.jpg b/19327-h/images/p1873-237.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e8c63d8 --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-237.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-240.jpg b/19327-h/images/p1873-240.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9ce5cef --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-240.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-321.jpg b/19327-h/images/p1873-321.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..14f6415 --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-321.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-325.jpg b/19327-h/images/p1873-325.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ec764bf --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-325.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-328.jpg b/19327-h/images/p1873-328.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5cbcd80 --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-328.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-329.jpg b/19327-h/images/p1873-329.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..da09154 --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-329.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-332.jpg b/19327-h/images/p1873-332.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7ca21e1 --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-332.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-333.jpg b/19327-h/images/p1873-333.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d023c69 --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-333.jpg diff --git a/19327-h/images/p1873-336.jpg b/19327-h/images/p1873-336.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9489ac2 --- /dev/null +++ b/19327-h/images/p1873-336.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..edf7c61 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #19327 (https://www.gutenberg.org/ebooks/19327) |
