summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--19327-8.txt2596
-rw-r--r--19327-8.zipbin0 -> 60296 bytes
-rw-r--r--19327-h.zipbin0 -> 1649353 bytes
-rw-r--r--19327-h/19327-h.htm2437
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-225.jpgbin0 -> 130411 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-228.jpgbin0 -> 136659 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-229.jpgbin0 -> 103842 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-232.jpgbin0 -> 126918 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-233.jpgbin0 -> 126226 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-237.jpgbin0 -> 111776 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-240.jpgbin0 -> 121262 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-321.jpgbin0 -> 76314 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-325.jpgbin0 -> 117457 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-328.jpgbin0 -> 122962 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-329.jpgbin0 -> 143788 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-332.jpgbin0 -> 68900 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-333.jpgbin0 -> 134513 bytes
-rw-r--r--19327-h/images/p1873-336.jpgbin0 -> 65244 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
21 files changed, 5049 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/19327-8.txt b/19327-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..bafb1cf
--- /dev/null
+++ b/19327-8.txt
@@ -0,0 +1,2596 @@
+The Project Gutenberg EBook of Reize in Taka (Opper-Nubië), by Anonymous
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Reize in Taka (Opper-Nubië)
+ De Aarde en haar Volken, 1873
+
+Author: Anonymous
+
+Release Date: September 19, 2006 [EBook #19327]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE IN TAKA (OPPER-NUBIË) ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ REIZE IN TAKA (OPPER-NUBIË).
+
+
+
+Onze lezers hebben reeds meermalen kennis gemaakt met den franschen
+reiziger Guillaume Lejean, en hem op verschillende reizen door
+Azië en Afrika vergezeld. De heer Lejean is een dier mannen, die hun
+gezelschap steeds op prijs weten te doen stellen, en die, ook waar hij
+ons zijne ontmoetingen en avonturen op zijne zwerftochten door vreemde
+en onbekende landen verhaalt, toch niet voortdurend over zich zelven
+spreekt, maar de kunst verstaat om, met vermijding van allen schijn
+van geleerdheid, ons niettemin een schat van bijzonderheden mede
+te deelen, die voor de kennis van landen en volken van hoog gewicht
+zijn. Daarom durven wij onze lezers met vertrouwen uitnoodigen, den
+bekenden vriend nog eenmaal tot gids te kiezen, en hem te volgen
+op zijne reize door een der binnenlanden van het altijd nog zoo
+geheimzinnige, zoo aantrekkelijke Afrika, welks sluier eerst in
+onze dagen langzamerhand wordt opgelicht. Het geldt ditmaal eene
+reis naar een deel van Opper-Nubië, naar Taka, dat de heer Lejean
+reeds vroeger vluchtig bad bezocht, maar waar hij in het jaar 1864,
+met een diplomatieke zending belast, terugkeerde, vooral ook met het
+oogmerk om dit land meer van nabij te leeren kennen. Het punt van
+uitgang was ook ditmaal Souakin, de havenstad aan Roode-zee; vandaar
+ging de tocht, in zuidwestelijke richting, dwars door de nubische
+woestijn en de landstreken, door de stammen der Hadendoa bewoond;
+naar Kassala. Wij geven nu het woord aan den heer Lejean.
+
+
+
+
+I.
+
+
+Na een vermoeienden tocht door de eentonige vlakten, die de woeste,
+maar ontzagwekkende bergstreek van Langheb hadden vervangen, bereikte
+ik eindelijk het dorp Fillik, de voornaamste hoofdplaats der Hadendoa,
+te midden van eene dorre, naakte vlakte gelegen. Ongeveer een mijl
+verder naar het westen vloeit de breede beek of stroom Herboub, met
+vruchtbare en schaduwrijke oevers; rondom het dorp strekt zich eene
+wildernis uit. Heeft de vrees voor de leeuwen en hyena's, die zich
+in menigte in de dichte bosschen ophouden, de nomaden bewogen, hunne
+woningen niet aan den bloeienden oever, maar te midden der dorre,
+boomlooze vlakte op te slaan? Fillik bestaat uit omstreeks dertig
+_toekoels_ of vaste woningen, en verder uit honderd-vijftig tenten,
+die gedurende den winter elders worden opgeslagen. Sheikh Mohammed,
+de erfelijke vorst der Hadendoa, en de feitelijke beheerscher van
+de gansche landstreek tusschen Kassala en Tokhar, was afwezig; in
+zijne plaats werd het gezag te Fillik uitgeoefend door een zijner
+bloedverwanten, die mij kwam bezoeken, en zich verzekeren, dat het
+mijner karavaan aan niets ontbrak. Hij sprak zeer weinig: deels
+omdat de aristocratie dezer nomadenstammen zich zooveel mogelijk
+stilzwijgendheid ten regel heeft gesteld; deels omdat het hem niet
+gemakkelijk viel zich in het arabisch uit te drukken; en waarschijnlijk
+ook omdat hij maar zeer weinig sympathie gevoelde voor dien blanke, dat
+wil in Nubië zeggen, voor dien Turk: welk woord ook daar gelijkluidend
+is met tiran, ruwen lomperd en dief.
+
+Toen Burckhardt, nu ruim eene halve eeuw geleden, Taka bezocht,
+vertoefde hij ook te Fillik, dat hij de marktplaats van de Hadendoa
+noemt; de bijzonderheden, die hij mededeelt, laten omtrent de
+identiteit der plaats geen twijfel over. Fillik was destijds inderdaad
+de ware hoofdstad van de geheele oasis, en had dien raag voornamelijk
+te danken aan de macht en den overwegenden invloed van de Hadendoa;
+de beroemde reiziger koos dit vlek als midden- en uitgangspunt voor
+zijne verschillende reiswegen, die over het algemeen zeer nauwkeurig
+zijn beschreven, al hebben ook sommige aardrijkskundigen, die Nubië
+niet door eigen aanschouwing kenden, zich bij de verklaring meermalen
+vergist.--Burckhardt verhaalt, dat hij grooten lust gevoelde om naar
+Massoua te gaan, en den karavanenweg te volgen, die, zooals hij naar
+waarheid opmerkt, door eene landstreek loopt, wier half-abyssinische
+bevolking eene nadere studie alleszins verdient. Hij werd van de
+uitvoering van dit voornemen teruggehouden door hetgeen hij vernam
+van de barbaarschheid dier bevolking, en door de vrees om onderweg
+uitgeplunderd en misschien wel vermoord te zullen worden; in Taka
+zelf was hij reeds niet volkomen veilig.
+
+Ongetwijfeld is de veiligheid van lijf en goed, ook voor de
+reizigers, tegenwoordig onder het egyptische bestuur veel grooter
+dan vroeger onder de zeer zwakke regeering der sultans van Sennâr,
+toen de inlandsche stammen letterlijk deden wat zij goedvonden,
+onder de nietigste voorwendsels met elkander in oorlog geraakten,
+en ongehinderd de karavanen uitplunderden of brandschatten. Toch was
+er ook destijds een middel, dat ook nu nog wordt aangewend, en dat
+Burckhardt waarschijnlijk tegen alle gevaar zou gewaarborgd hebben:
+de zoogenaamde _adhari_, een gebruik dat ook bij de Somaulis van
+Berbera in zwang is. Een _adhari_ is een borg, dien de vreemdeling
+zelf uitkiest onder de leden van den stam, op wiens grondgebied
+hij moet vertoeven of doortrekken. De _adhari_ moet den vreemdeling
+huisvesting, water en hout voor de keuken bezorgen: hij moet hem,
+in geval van nood, hetzij voor zijn persoon of voor zijne goederen,
+als zijn eigen broeder beschermen en verdedigen: ter vergoeding voor
+dit een en ander mag hij een vast bepaald recht heffen op hetgeen
+de vreemdeling, indien deze, hetgeen bijna altijd het geval is,
+handel drijft, in het land koopt of verkoopt. Is hij, bij voorbeeld,
+olifantenjager, dan heeft de _adhari_ recht op zooveel percent van de
+opbrengst der jacht: waarvoor hij dan ook moet zorgen dat een door
+den jager getroffen olifant, ook als die eerst dieper in het bosch
+sterft, toch ongeschonden blijft, en niet door de inboorlingen wordt
+gestolen of van zijne tanden beroofd. Een jonge zwitsersche jager,
+de heer Emile G., nu ruim een jaar geleden bij Kassala gestorven,
+heeft tot zijne eigene schade geleerd, dat het eene zeer misplaatste
+zuinigheid is, tegen de kosten van zulk een _adhari_ op te zien: bij
+gebreke van deze voorzorg werden de olifanten, die hij in Barka gedood
+had, hem zeker voor twee derde gedeelte door de Beni-Amer ontstolen,
+zonder dat hij daar iets tegen doen kon.
+
+Te Fillik verliet ik den gewonen weg naar Kassala, en rechts afslaande,
+richtte ik mij door een fraai bosch, dat steeds dichter en dichter
+werd, (een zeker bewijs dat wij de rivier, de Gash, naderden) naar
+eene kleine, weigebouwde stad, Miktinab of Mitkènab geheeten, bij
+de Egyptenaren bekend als de officiëele hoofdstad der Hadendoa. Zij
+heeft dan ook eene egyptische bezetting: zeker een der redenen,
+waarom de trotsche beheerscher van Opper-Nubië, Sheikh Mohammed,
+bij voorkeur te Fillik zijne residentie houdt. Tegen zonsondergang
+bereikte ik de stad: en daar het juist in den Ramadan (vasten) was,
+maakten de burgerlijke ambtenaren en officieren zich gereed om aan
+tafel te gaan; zonder in eenig onderzoek omtrent mijn persoon of
+kwaliteit te treden, noodigden zij mij zeer vriendelijk uit, met
+hen den maaltijd te gebruiken. Wij spraken over de gebeurtenissen
+van den dag, en voornamelijk over de komst te Kassala van een
+zekeren franschen graaf, die, met medewerking van het egyptische
+gouvernement, eene onderneming op touw had gezet, waarvan ik nooit
+het rechte begrepen heb. Hij had een zestigtal manschappen bij zich,
+die op militairen voet waren georganiseerd, en deels in Frankrijk,
+deels in Egypte waren aangeworven; en mijne effendis spraken openljjk
+als hun gevoelen uit, dat de geheimzinnige graaf eene vertrouwelijke
+zending van de fransche regeering vervulde en den franschen consul,
+die door den Negus van Abyssinië, Theodoros, gevangen werd gehouden,
+moest bevrijden of wreken. Sommigen beweerden zelfs stellig te weten,
+dat de consul reeds in de gevangenis overleden was. "Ik geloof het
+niet," merkte ik bescheiden op: "want ik zelf ben de consul." Gij kunt
+u lichtelijk hunne verbazing voorstellen; echter weerhield hen dit niet
+zich verder in allerlei gissingen te verdiepen omtrent de wezenlijke
+zending van den graaf. Het slot was dat men er niets van wist.
+
+Den volgenden dag bereikte ik, na een vervelenden en vermoeienden
+marsch van ruim twaalf uren, de stad Kassala, die ik, sedert mijn
+eerste bezoek, niet veel veranderd vond. De bazar alleen zag er
+eenigszins anders uit, dank zij eenige rijen fraaie boomen, waarvan
+het frissche groen scherp afstak tegen de eentonig donkergrauwe
+kleur der stad. Daarentegen waren de onschadelijke bastions van de
+omwalling nog wat erger gescheurd en afgebrokkeld; ook had ik vooral
+niet minder dan vroeger te lijden van dat fijne en verstikkende stof,
+dat eene ware plaag van Kassala is.
+
+Ali-Bey, de beminnelijke mudir (gouverneur of prefect) van 1860 was
+vervangen geworden door een zekeren Ibrahim-Bey, die een vreemdeling in
+Soudan was. Dit speet mij: want Ali-Bey was, althans in vergelijking
+met de andere mudirs van den onderkoning, die ik heb leeren kennen,
+betrekkelijk een eerlijk man, die inderdaad het welzijn van zijne
+onderhoorigen trachtte te bevorderen. De anderen volgen voor het
+meerendeel het voorbeeld van hun meester: dat wil zeggen, dat zij,
+meer of minder openlijk en onbeschaamd, de onder hun bestuur gestelde
+streken zooveel mogelijk in hun eigen voordeel exploiteeren, en stelen
+waar en wat zij kunnen.
+
+Kassala had oorspronkelijk geene andere bestemming dan om als militaire
+post en vast punt voor operatiën te dienen tegenover de verschillende
+machtige stammen langs de grenzen, die vroeger in naam aan Sennâr
+onderdanig waren, zooals de Hadendoa, de Hallenga, de Amarar, de
+Beni-Amer, de Barea en de Mahria. Al deze stammen, benevens vijf of
+zes andere, waarop ik later terugkom, worden nu gerekend te behooren
+tot de mudirie (het gouvernement) van Taka; de gezeten bevolking is
+weinig talrijk, en voornamelijk gevestigd langs de Gash en de Atbara,
+in de omstreken van Kassala en van Goz-Redjeb.
+
+Deze stammen waren vóór 1820 onderworpen aan Sennâr: een gezag in
+naam, dat zich tevredenstelde met, ten blijke zijner suzereiniteit,
+aan de deglels (inlandsche vorsten), bij hunne investituur, een zeker
+bijzonder hoofddeksel uit te reiken, dat hun dan tevens tot symbool
+hunner waardigheid strekte. Toen de Egyptenaars Sennâr veroverd en
+bij hun rijk ingelijfd hadden, maakten zij aanvankelijk geen haast
+om in deze gevaarlijke khalas (vlakten) door te dringen, en van
+de nomadenstammen eene onderwerping te eischen, die zij wisten dat
+niet dan met geweld zou zijn af te dwingen. Maar de oude fabel van
+het paard, dat zich op het hert wil wreken en daarvoor zijne vrijheid
+verliest,--eene fabel, waarvan kleine volken zoo dikwerf hebben getoond
+de wijze les niet te begrijpen;--vond ook hier hare toepassing. De
+stam der Hallenga, die van de Hadendoa te lijden had, riep de hulp
+in der Turken van Goz-Redjeb, en Admed-Pasja, gouverneur-generaal
+van Soudan, verscheen in persoon om Taka te veroveren, benevens de
+woestijn van Barka en het bergland van Langheb. De kleine stam der
+Sabterat was een der eersten, die door eene aanzienlijke overmacht
+werd overvallen; maar hoezeer in aantal krijgers en in uitrusting
+verre voor den vijand moetende onderdoen, sloegen de Sabterat toch
+de egyptische strijdmacht in eene eerste ontmoeting nabij de beek
+Aohé. De Turken vloden in volslagen wanorde, toen een officier zich
+te midden der vluchtenden wierp, en hun toeriep: "Kinderen, Kaïro ligt
+ver van hier!" De soldaten begrepen, dat eene vlucht in dit onbekende
+en vijandelijke land onvermijdelijk hun aller ondergang zou zijn;
+zij hervatten den strijd, en sloegen nu op hun beurt de Sabterat,
+die zich moesten onderwerpen. De geheele adel van den stam verloor
+het leven in de bloedige worsteling of in de niet minder bloedige
+terechtstellingen, die daarop volgden; de familie, die thans met het
+gezag over dezen kleinen stam is bekleed, is eerst sedert twee of
+drie geslachten in die streek gevestigd.
+
+In het begin van 1838 barstte onder de stammen van Taka een algemeene
+opstand uit, die zich in den beginne dreigend genoeg liet aanzien. Een
+klein egyptisch leger, in de bosschen van Hadendoa overvallen, werd
+geheel in de pan gehakt. Maar weldra keerde de kans. De egyptische
+regeering, die zich aan zeer vele noodelooze wreedheden schuldig
+maakte, was een te machtige tegenpartij voor deze nomaden, wien
+het allerminst aan persoonlijken moed ontbreekt, maar die geen
+andere wapenen kenden, dan de lans en het zware klassieke zwaard
+(djellabia); de opstandelingen werden verslagen, en wel voornamelijk
+door toedoen van twee officieren, die ik persoonlijk gekend heb,
+Elias-Bey en Mouça-Effendi, destijds eenvoudig kashef (kapitein),
+thans gouverneur-generaal van Soudan.
+
+Na de onderwerping der Hadendoa werden zeventien hunner hoofden
+naar Khartoem gevoerd, om daar ter dood te worden gebracht. Onder
+weg weigerden twee of drie dezer ongelukkigen, hetzij dan door
+uitputting, hetzij om eenige andere reden, verder te gaan; men
+zegt dat de turksche officier, met het kommando van het militair
+geleide belast, hen daarop met zijn sabel door midden hakte. Dit
+feit verwekte groot opzien in geheel Soudan: niet zoozeer als eene
+barbaarsche gruweldaad, maar veelmeer als een merkwaardige _tour de
+force_.--De andere krijgsgevangenen werden op den bazar te Khartoem,
+met uitgezochte wreedheid, doodgemarteld.
+
+Eenige dagen na mijne komst te Kassala, bracht het toeval mij in
+aanraking met den vorst der woestijn, Mohammed, sheikh der Hadendoa,
+en bijkans onbeperkt gebieder over het gansche land tusschen de Atbara
+en de Roode-zee. Sedert de verovering door Egypte was echter deze
+souvereiniteit een zware lastpost geworden. De vorst, verantwoordelijk
+voor de betaling van de schatting, door de fantastische en vindingrijke
+schraapzucht der gouverneurs van Soudan opgelegd, staat nu aan de
+eene zijde aan het gevaar bloot, om bij achterstallige betaling op de
+brutaalste manier te worden gevangen gezet; terwijl, aan den anderen
+kant, zijne populariteit bij zijne onderdanen, die hem van afpersing
+beschuldigen, zooals licht te begrijpen valt, sterk afneemt. Toen
+ik hem ontmoette, was hij somber, neerslachtig, weinig spraakzaam,
+maar overigens zeer wellevend, zooals trouwens al deze khaliefen
+der woestijn, echte geboren edellieden, en dat blijvende ondanks de
+aanraking met de ruwe, onbeschaafde egyptische officieren, gemeene
+Turken als de onderkoning zelf, die thans over hen heerschen. Ik kon
+mij trouwens zeer goed rekenschap geven van zijne gedrukte stemming. De
+belasting was nog niet aangezuiverd: en Mohammed had een voorgevoel
+van de dingen, die aanstaande waren.
+
+De machtige sheikh werd inderdaad, eenige dagen later, op turksche,
+dat wil zeggen op verraderlijke wijze, gevangen genomen. Daar men te
+Fillik zelf niets tegen hem ondernemen dorst, had men hem, ik weet
+niet meer onder welk voorwendsel, naar Kassala gelokt, waar hij,
+kort na zijne aankomst, door soldaten overvallen, geboeid en in den
+kerker geworpen werd.
+
+De Hadendoa bleven het antwoord niet schuldig. Twee dagen reeds na de
+gevangenneming van den sheikh, trok een treurige stoet de poort van
+Kassala binnen. Het waren inwoners dier plaats, die op den weg van
+Souakin door eene gewapende bende waren overvallen geworden, en nu een
+aantal dooden en gekwetsten medevoerden. Om goed te doen uitkomen,
+dat het hier eene politieke weerwraak gold, hadden de nomaden de
+kameelen en de koopwaren der reizigers ongedeerd gelaten. Toch had
+ook ditmaal, zooals steeds in het Oosten gebeurt, de straf alleen
+onschuldigen getroffen: want de arme kooplieden uit de voorstad hadden
+niets uitstaande met de zeer verheven en rechtvaardige politiek van
+den divan van Kassala.
+
+Luide kreten van verontwaardiging en smart, vervloekingen en
+jammerklachten, begeleidden den treurigen optocht. Ik was op het terras
+mijner woning geklommen om te zien wat er gaande was, toen ik van de
+zijde van Sabterat een dergelijken stoet zag naderen, door jammerende
+vrouwen en ernstig zwijgende _fogara_ (mohammedaansche priesters)
+begeleid. Later vernam ik dat dit _takarir_ (muzelmansche negers)
+waren, die, bezig met hout te zoeken, plotseling waren overvallen
+geworden door een dertigtal Barea, evenals zij zelf met lansen en
+schilden gewapend. De _takarir_, hoewel slechts zes man sterk, hadden
+zich dapper gehouden. Het gevecht had eenige uren geduurd: hetgeen
+minder vreemd zal klinken, als men bedenkt dat dergelijke ontmoetingen
+tusschen kleine benden, deels door de groote sterke schilden,
+waarvan de strijders zijn voorzien, deels door hunne merkwaardige
+behendigheid, bijna meer op gymnastische oefeningen dan op ernstige
+gevechten gelijken. Van de vijftig lanssteken brengt er misschien één
+eene eenigszins ernstige wonde toe. De negers hadden een man verloren;
+de vijf anderen waren allen meer of minder zwaar gekwetst; de Barea
+verloren een man, die ten prooi van de hyena's werd gelaten.
+
+Dergelijke tragische voorvallen zijn overigens niets zeldzaams bij
+deze nubische herders. Tijdens mijne eerste reis, toonde men mij van
+ver, achter den berg Abou-Gamel, het dorp Hafara, destijds verwoest
+en verlaten, ten gevolge van eene noodlottige gebeurtenis, ongeveer
+een jaar geleden voorgevallen.
+
+Een man van Hafara had de dochter gehuwd van een aanzienlijke uit
+den negerstam der Basen: hetgeen hem echter niet belet had, zich op
+verraderlijke wijze meester te maken van twee jongelieden uit het
+dorp van zijn schoonvader, met het openlijk erkende doel om hen als
+slaven te verkoopen. De schoonvader kwam naar Hafara en vorderde de
+uitlevering van zijne stamgenooten; de ander weigerde, maakte zich
+driftig, en verklaarde rondweg dat hij ze te Kassala zou verkoopen:
+hetgeen hij eenige dagen later ook werkelijk deed. De Basen zweeg;
+maar zijne dochter, die op zijn gelaat kon lezen wat er in zijne ziel
+omging, gaf nu haren man dezen minstens zonderlingen raad:
+
+"Mijn vader gaat vertrekken; maar ik heb op zijn gelaat gelezen dat
+hij vast besloten is, u te dooden. Gij zult dus verstandig handelen,
+indien gij hem nu aanstonds doodt, terwijl hij in uwe macht is,
+uit vreeze dat u later een ongeval overkomt."
+
+De man gaf, ouder gewoonte, ten antwoord: "Hij durft niet."
+
+De Basen vertrok, en weken verliepen zonder dat men iets van hem
+hoorde. Maar op zekeren avond kwam een man van de Basen in Hafara, en
+had een geheim onderhoud met de vrouw, waarbij hij haar waarschuwde
+zich tot vertrek gereed te houden, omdat haar vader haar binnen
+weinige dagen zou komen afhalen. De negerin nam den wenk ter harte,
+en zeide er niets van tot haren echtgenoot, waarschijnlijk denkende
+dat het misdadig zou zijn hem aan zijn noodlot te willen onttrekken. Op
+zekeren nacht overvielen driehonderd welgewapende Basen in alle stilte
+het dorp, dat uit niet meer dan honderd woningen bestond; voor de
+deur van iedere hut stelde zich een man als wachter, terwijl twee
+zijner makkers de woning ingingen, en allen, die zij daar vonden,
+den hals afsneden. In weinige oogenblikken was alles afgeloopen,
+en de vijfhonderd inwoners van Hafara waren uit den slaap in den
+dood overgegaan. De hoofdschuldige aan deze ramp verloor evenzeer
+het leven, en zijne weduwe volgde de overwinnaars, die haastig naar
+hunne bergen terugtrokken.
+
+Tot weerwraak over dezen aanslag, verbonden de mannen van Sabterat
+en Algheden, de naburen en bondgenooten van de Hafara, zich met de
+Turken van Kassala, en deden een inval in het gebied der Basen; zij
+doodden een zestigtal mannen en voerden achttien gevangenen mede,
+voor het meerendeel jonge meisjes en kinderen, die te Kassala als
+slaven werden verkocht.
+
+
+
+
+II.
+
+
+Ik had Kassala tot uitgangspunt gekozen voor de onderscheidene
+onderzoekingstochten, die ik naar verschillende zijden, voornamelijk
+naar het oosten en zuiden, ondernam. De berg Kassala-el-Louz was bijna
+altijd het einddoel van deze uitstapjes. Deze berg bestaat uit eene
+massa granietrotsen, in de prachtigste en schilderachtigste wanorde,
+door en over en boven elkander geworpen, en waaruit zes hooge toppen,
+als koepels afgerond, glad, ontoegankelijk, zich trotsch en fier
+ten hemel verheffen. De naam van den berg is aan dien eigenaardigen
+vorm ontleend: in de bidja-taal beteekent _louz_ ontoegankelijk. De
+Arabieren hebben dien naam zeer dwaselijk vertaald met Abrikozenberg,
+omdat _louz_ in het arabisch de naam dier vrucht is.--Te midden der
+granietrotsen, waarvan ik zooeven sprak, merkte ik onderscheidene
+zonderlinge steenformaties op, die in Bretagne ongetwijfeld voor
+monumenten uit den tijd der druïden zouden worden aangezien, en
+waaraan zich ook hier wel waarschijnlijk eene of andere legende van
+_djinns_, _afrid_, of dergelijke half bovennatuurlijke wezens hechten
+zal. Jammer dat mijne onbekendheid met de taal van de afstammelingen
+der Troglodyten mij de gelegenheid benam, met deze traditiën der
+woestijn nader bekend te worden.
+
+De hellingen van den berg Kassala boden eene uitnemende gelegenheid
+aan, om de topographie der streek te bestudeeren. Op eene hoogte
+van twee of driehonderd ellen, lag het gansche land als eene groote
+kaart voor mij uitgespreid, tot ver in het noorden voorbij Fillik. De
+geheele oasis bestaat uit alluviaalgronden, bij uitnemendheid geschikt
+voor bebouwing van allerlei vruchten en gewassen; maar uithoofde
+van de schaarschte der bevolking--een gevolg van de dwingelandij
+der egyptische regeering--is geen veertigste gedeelte van de vlakte
+werkelijk bebouwd. Deze vruchtbare grond, die ook de geringste
+inspanning van den landman zoo rijkelijk loonen zou, levert nu niets
+op dan een weinig katoen en wat graan.
+
+Deze laag van alluviaalgrond, waaruit bijna de geheele oasis bestaat,
+heeft men te danken aan de regelmatige overstroomingen van de rivier de
+Gash, waaromtrent ik het een en ander heb mede te deelen. De Gash of
+Gach ontspringt in het hoogland van Abyssinië, waar zij den naam van
+Mareb voert; beschrijft een wijden kring rondom de provincie Seraoué,
+en stroomt dan door eene lage en boschrijke streek, ten oosten door
+Abyssiniërs, ten westen door negers van den stam Basen bewoond. In
+Seraoué is de Gash niet veelmeer dan een breede beek, die hare zeer
+ondiepe wateren over een met blauwachtige steentjes bezaaide bedding
+voortstuwt; ik kan niet juist zeggen waar deze beek ophoudt en de
+bedding van fijn zand begint, die door het land Basen tot de Atbara
+reikt. Tien of twaalf mijlen boven Kassala treedt de Gash uit de
+bergen te voorschijn, en buigt zich in schilderachtige kromming naar
+het noordwesten en dan naar het noorden. In den regentijd voert de
+rivier eene ontzaglijke massa geel en slijkerig water mede, dat overal
+langs de oevers een vette sliblaag achterlaat. Zoo heeft ook hier
+de rivier de oasis geschapen; en op de hoogte van den berg el-Louz
+staande, overziet men met een enkelen blik de gansche topographie
+der streek. Langs de boorden der rivier strekt zich een breede zoom
+uit van palmbosschen, katoenplantages, bebouwde velden, dorpen,
+kampen der nomaden; scherp teekent zich deze bebouwde en bevolkte
+streek af tegen den geelachtig-grijzen achtergrond der woestijn,
+waar, op den lichten, steenachtigen bodem, zoo ver het oog reiken
+kan, uitgestrekte bosschen van mimosa's groeien. Nog verder nemen de
+steenen geheel de overhand, en houdt de plantengroei op; de naakte
+bodem wordt dan eene aaneenschakeling van geulen en spleten, die het
+voortgaan ontzaglijk moeilijk maken.--Naar het mij voorkomt, bereikt
+de Gash hare grootste breedte onder de muren van Kassala, waar zij
+een der bolwerken besproeit. De rivier heeft daar eene breedte van
+vijfhonderd-tien el; het is inderdaad een prachtige stroom, vooral
+in de maand Juli, wanneer de hoog gezwollen gele wateren gansche
+boomstammen medevoeren, die langs de oevers ontworteld zijn.
+
+In gewone jaren wordt de rivier in haar loop gestuit door de dijken van
+Dabab, vijf uren ten noorden van Kassala; zij verliest dan hare wateren
+in de vlakte, en komt niet verder dan dit dorp; maar is de rijzing
+belangrijk, dan baant het water zich een doortocht naar het noorden,
+naar bebouwde landstreken, door nomaden bewoond. De rivier stroomt
+dan oostwaarts nabij den berg Touèz, en eindigt, eenige uren verder
+haar loop in eene bebouwde streek, aan de Hadendoa behoorende. In
+buitengewone jaren eindelijk stort de rivier zich in de Atbara uit,
+nabij Om-Handel, op omstreeks 17° 8' noorderbreedte.
+
+Op zekeren dag vatte ik het voornemen op, de Gash ongeveer tien mijlen
+op te varen, om een bezoek te gaan brengen aan den berg Aboe-Gamel
+(de vader van den kameel)--een fraaie, geheel op zich zelf staande
+kegel, vanwaar ik de gansche vlakte kon overzien. Als gids had ik
+op dien tocht een jong inboorling, zeer vriendelijk en voorkomend
+van aard, die zich vrijwillig aanbood om mij door het gansche land
+rond te leiden, met uitzondering van Algheden, zijn geboorteland,
+waar hij, volgens zijn zeggen, om een kleinigheid, een manslag in
+eerlijke veete begaan, met de overheid overhoop lag.
+
+Wij verlieten dan te zamen Kassala, en volgden aanvankelijk den
+karavanenweg, maar sloegen weldra links af, om een klein meer
+te bezoeken, nabij het dorp Ahmed-Sherif, dat, volgens den heer
+Beurmann, door zijne schilderachtige ligging moest uitmunten. Wij
+gingen langs een tamelijk moeilijk pad; ter linkerzijde verhief
+zich de kolossale rotsmassa van den Kassala-Louz; ter rechterzijde
+een groep van schilderachtige heuvelen, die allerlei zonderlinge
+gedaanten vertoonden. Toen wij dien pas achter ons hadden, bereikten
+wij het dorp, dat tegen een dicht bosch van mimosa's aanlennt,
+waarin ik, na eenig zoeken, het bewuste meer vond. Doch, welk eene
+teleurstelling! Het was niets meer dan een vuile poel van geelachtig,
+stilstaand water, met een zwarten slijkerigen bodem. Ik had geen moed
+om van dit water te drinken, en haastte mij den fraaien weg weder op
+te zoeken, dien ik verlaten had. Een weinig verder voerde deze weg
+mij door een prachtig bosch van doumpalmen, hier en daar met frissche
+groene grasperken afgewisseld. De weelderige, krachtige plantengroei
+verkondigde de nabijheid der rivier: en het duurde ook niet lang of
+wij daalden in de bedding van fijn wit zand af, ter plaatse waar de
+stroom den voet bespoelt van een steilen, gladden berg. De weg loopt
+nu verder door de bedding voort, waar het fijne zand het voortgaan
+voor de muilezels en ook voor de kameelen zeer bezwaarlijk maakt;
+en weldra stuit ge op een of ander nomadenkamp, dat, in het droge
+jaargetijde in het bed der rivier is opgeslagen. De nomaden hebben
+daarvoor hunne goede redenen: vooreerst vinden zij hier overal water;
+ten andere leveren de doornhagen, waarmede zij hunne kampen omringen,
+eene afdoende bescherming op tegen de wilde dieren en de nachtelijke
+stroopers, wier nadering bovendien op den witten, helderen zandbodem
+kwalijk verborgen kan blijven.
+
+Ik sprak daar van water: alle reizigers, die de Sahara en de omliggende
+streken bezocht hebben, weten bij ondervinding, dat naarmate zulk eene
+uitgedroogde rivierbedding meer omvang heeft, ook de kans grooter is,
+dat men, gravende, op eene diepte van twee tot acht voet water zal
+vinden, dat na den regen in het zand is overgebleven. Echter is dit
+geen regel zonder uitzondering. Sommige dier rivieren, die op zich
+zelf een vrij aanzienlijk profiel hebben, maar ver van de bergen of de
+hooglanden verwijderd zijn, hebben alleen dan water, wanneer de was
+buitengewoon sterk is geweest: daartoe behoort ook de Gash, althans
+in het benedenste gedeelte van haar loop. Daarentegen zult ge andere,
+oogenschijnlijk onaanzienlijke spleten vinden, maar die door hare
+ligging als tot vergaarbak van de van boven komende wateren dienen,
+en die dan ook altijd een overvloed van zuiver water bevatten. De
+nomade kent al deze bijzonderheden uit langdurige ervaring, en weet
+de waterhoudende _wadis_ of _khors_ aan allerlei bijkans onmerkbare
+teekenen te herkennen; de vreemde reiziger, die het land niet kent
+en geen vertrouwde gidsen heeft, kan zich daartegen zeer dikwijls in
+noodlottige verlegenheid bevinden.
+
+Na een tocht van een paar dagen bereikte ik den Abou-Gamel, die echter
+niet, zooals ik mij had voorgesteld, een enkele berg was, maar uit
+vier geweldige granietmassa's bestond, die uit eene geheel effen,
+maar onvruchtbare en steenachtige vlakte oprezen. Het was mijn plan,
+den Aboe-Gamel te bestijgen, althans den voornaamsten berg van de
+groep; maar ik moest daarvan afzien, toen ik die wilde verzameling
+van reusachtige rotsblokken aanschouwde, in de onbegrijpelijkste
+wanorde boven elkander gestapeld. Na eene vruchtelooze poging om
+een doortocht te vinden, bepaalde ik mij tot de beklimming van een
+naburigen berg, waarvan de kruin gemakkelijker te bereiken viel,
+hoewel ook hier het opstijgen nog met vele moeilijkheden gepaard ging,
+en zelfs niet zonder gevaar was. Maar het panorama, dat ik van den top
+overzag, loonde rijkelijk de moeite: de blik reikte tot aan de Atbara,
+en omvatte eene onmetelijke boschrijke vlakte, die zich tot Koroteb,
+op den weg naar Gondar, uitstrekte; ten zuidoosten onderscheidde men
+zeer duidelijk, te midden der lage bergen en heuvelen van het land
+der Basen, den breeden en statig kronkelenden loop van de Gash.
+
+Ik noemde daar den weg van Gondar; dit herinnert mij aan eene episode
+uit de geschiedenis dezer streek, die niet van belang ontbloot is.
+
+Van Kassala voert een zijweg--eigenlijk alleen door smokkelaars
+gebruikt--in zes dagen naar Kabthia of Kafta, hoofd- en residentiestad
+van Oued-Nimr; een tocht van zeven dagen brengt u vandaar naar
+Gondar. Oued-Nimr (de zoon van den luipaard) is een zeer opmerkelijk
+personage; en vroeger heb ik meermalen het plan opgevat, hem een
+bezoek te gaan brengen. Hij is de zoon van den beruchten Melek-Nimr
+(de koning-luipaard); vorst van Shendy, die in 1822 Ismaël-Pasja
+levend liet verbranden, en toen met zijne aanhangers de wijk nam
+naar Mai-Gogoa, op de grenzen van Abyssinië, waar hij zich, ten
+koste der egyptische regeering, een soort van onafhankelijken staat
+stichtte. Zijn naam is daar zeer populair gebleven, en het volk weet
+nog allerlei van hem te verhalen. Toen Nimr oud geworden was, werd bij
+blind; maar tot aan zijn dood zette hij zijn guerilla-oorlog en zijne
+stroop- en plundertochten tegen de Egyptenaren en hunne onderdanen
+voort. De engelsche reiziger Mansfield Parkyns ging hem bezoeken, en
+werd zeergoed ontvangen. Nimr had den eed van trouw gedaan aan Oubiëh,
+den onderkoning van Tigré, van wien bij Kabthia in leen had ontvangen;
+als een getrouw leenman volgde hij zijn heer in den krijg. Op zekeren
+dag kwam een der Arabieren van Nimr zich bij Oubiëh beklagen over
+een Abyssiniër, die een zijner bloedverwanten verraderlijk verslagen
+had. Oubiëh leverde hem den man uit, om met hem te handelen naar
+zijn welgevallen. De Arabier trok zijn tweesnijdende _seïf_, hieuw
+den moordenaar met een enkelen slag in twee stukken, en vertrok,
+na Oubiëh gegroet te hebben, die zelf over deze uiterst lakonische
+wijze van rechtspleging verbaasd stond.
+
+Oued-Nimr heeft het handwerk van zijn vader voortgezet, en staat hoog
+aangeschreven bij de Soedaneezen, altijd uitgezonderd de lieden,
+die van zijne rooverijen te lijden hebben en dus uit den aard
+der zaak minder gunstig over hem denken. Tot dusver werden zijne
+krijgsbehoeften hem geleverd door de kooplieden van Kassala, hetgeen
+alleen mogelijk was door de geheime medewerking van den mudir van Taka,
+wien deze verboden handel geen onaardige winst opleverde. De egyptische
+regeering drong er bij den negus opaan, dat hij Oued-Nimr straffen zou;
+deze antwoordde op dien eisch door zijn gunsteling tot dedjaz (hertog)
+van Wolkaït te verheffen. De nieuwe dedjaz dreef de onbeschaamdheid
+zoover, dat hij in 1860, in naam van den negus, schatting eischte
+van Gouedaref en van het gansche land tot Khartoem.
+
+Dat was te veel voor den mudir Hassan-Bey, en vooral voor den
+gouverneur-generaal Mouça-Pasja; er werden troepen afgezonden tegen
+den zoon van den luipaard; hij werd geslagen; Mai-Gogoa werd verbrand,
+en Nimr moest naar Kabthia terugtrekken. Sedert heeft hij weinig van
+zich laten hooren.
+
+De landstreek, waardoor deze weg van Kassala naar Kabthia voert, is
+bekend onder den naam van de _Mazaga_ van Nubië: het is een laagland,
+geheel met ondoordringbare bosschen bedekt, zeer ongezond, bijkans
+geheel verlaten, en alleen nu en dan bezocht door stroopende benden
+van de naburige stammen, die op roof uitgaan. Bijna de eenige bewoners
+dezer streek zijn leeuwen, luipaarden, olifanten, rhinocerossen,
+buffels en antilopen. De mensch heeft hier zeer voorzichtiglijk
+het veld geruimd voor de dieren: geen wonder, dat deze geheele
+landstreek een waar paradijs voor de jagers mag worden genoemd. In de
+laatste jaren hebben zich enkele stoutmoedige jagers hier gewaagd,
+onder anderen twee Duitschers, Schmidt en Florian; deze laatste was
+tevens zwaardveger in dienst van Oued-Nimr, waarom de Egyptenaren
+zijn etablissement te Takassi hebben verwoest. Vandaar een proces,
+dat nog altijd hangende is.
+
+In 1861 bevond zich hier de bekende engelsche reiziger Baker, die
+met zijne jonge vrouw, eene Hongaarsche, een gansch jaar in de Mazaga
+heeft doorgebracht. Ook de heer Munzinger heeft deze streek bezocht,
+en daarvan in zijn reisverhaal een zeer belangwekkende beschrijving
+gegeven. In Maart van dit jaar (1864) stond mijn vriend, doctor Ori van
+Khartoem, gereed, naar dit paradijs van den naturalist te vertrekken,
+om daar ten voordeele van het museum van Turijn werkzaam te zijn.--De
+geschiedenis van den heer Ori is geen onaardige illustratie van
+de tegenwoordige egyptische zeden en gebruiken: daarom zij het mij
+vergund, haar in het kort mede te deelen.
+
+Opvolger van den zeer verdienstelijken doctor Peney, had de heer Ori,
+een italiaansch geneesheer van groote bekwaamheid, zich bij zijne
+komst in het land, vast voorgenomen zijne taak ernstig op te vatten,
+en in het belang der openbare gezondheid te Khartoem eenige hoogst
+noodige hervormingen tot stand te brengen, reeds vijf jaren vroeger
+door den mudir Arakel-Bey, een christen, ontworpen, maar ten gevolge
+van zijn vroegen dood, die voor Soedan een ware ramp mocht worden
+genoemd, onuitgevoerd gebleven. Om de overstroomingen van den Nijl
+te beteugelen, wilde Ori een stevigen dijk opwerpen, in plaats van
+de vervallen palissade, die niet verhinderen kon dat de stroom, voet
+voor voet, het terrein der oude stad verzwolg; hij drong aan op het
+plaatsen van een peilschaal, op de verbetering van de armenkwartieren
+der stad, en vooral op de demping van een zeker aantal riolen,
+die, vooral omstreeks September, brandpunten en kweekplaatsen van
+besmetting waren. Wat van hemzelf afhing, de koepok-ineuting en de
+dienst in het militaire hospitaal, werd op de meest voldoende wijze
+geregeld. Ongelukkig vaardigde Saïd-Pasja in 1860 een decreet uit,
+waarbij de geneesheeren in de provinciën onttrokken werden aan het
+rechtstreeksche toezicht van de gezondheidscommissie te Alexandrië,
+en geplaatst onder het gezag van de mudirs (prefecten), arabische of
+mameluksche ambtenaren, van zeer slecht gehalte, over het algemeen
+onwetend, verdorven, schraapzuchtig, in zekeren zin gedwongen om te
+stelen, ten einde de hoogergeplaatsten te kunnen voldoen, aan wie zij
+hunne benoeming te danken hebben; en voorts uit den aard der zaak
+vijandig gezind tegen de geneesheeren, die, welke ook overigens de
+mate hunner bekwaamheden moge zijn, toch altijd door beschaving en
+ontwikkeling verreweg hunne meerderen zijn. De nieuwe satraap van
+Khartoem, Mouça-Pasja, was een prachtexemplaar van dat soort van
+lieden, voor wie schaamte en eergevoel onbekende zaken zijn. De heer
+Ori, die maar niet scheen te willen begrijpen, dat niet de behartiging
+van den algemeenen gezondheidstoestand en de verpleging der zieken
+zijn eerste plicht was, maar dat hij bovenal zijn chef behulpzaam
+moest wezen in het bestelen van de schatkist en het publiek, werd op
+de meest onvoegzame wijze afgezet, en vervangen door een zoogenaamden
+christen uit Syrië, wiens zedelijkheidsgevoel tamelijk wel met dat van
+den mudir overeenstemde. De tiran vond in hem het gewillige werktuig,
+waaraan hij behoefte had, en Soedan zal bij de verwisseling al even
+welvaren, als de aangrenzende gewesten in zoo menig soortgelijk geval.
+
+
+
+
+III.
+
+
+Mijne taak te Kassala was afgeloopen; ik begaf mij op weg naar
+Massoua, en hield mijn eerste halt te Sabterat, zes uur ten oosten
+van Kassala. Mijne kleine karavaan was nu vermeerderd met het
+gezelschap van pater Stella, een hoogst achtenswaardig en ook in
+Europa welbekend italiaansch zendeling; van een hongaarsch officier,
+en nog een twaalftal inlandsche kooplieden, voor wie de bescherming
+van onze acht geweren zeer welkom was.
+
+Sabterat bestaat uit drie dorpen, waarvan het grootste, Karaïat
+genoemd, misschien driehonderd toekoels telt, en tegen de steile
+hellingen van den berg Horat is gebouwd. Tegenover Karaïat, op den
+linkeroever van de Aohé, staat een groep van veertig of vijftig hutten,
+Sherefa genaamd; tusschen de beide dorpen ligt een langwerpig eiland,
+geheel met dadelpalmen bedekt; ook de andere eilanden in de meestal
+droge rivierbedding zijn, evenals de rechteroever, goed bebouwd.
+
+Kort voor mijne komst in deze streek, had eene tragische gebeurtenis
+de gemoederen der bevolking in beweging gebracht. De oude sheikh
+Mohammed-Nour was gestorven; zijn oudste zoon was hem opgevolgd
+en had de investituur van de egyptische regeering ontvangen, tot
+groote ergernis van den jongsten, die, om zich te wreken, voor
+geen broedermoord was teruggedeinsd. Op zekeren dag, toen zijn
+broeder naar Kassala ging, zette hij hem na, haalde hem onderweg
+in en doodde hem. De egyptische regeering liet hem gevangen nemen,
+en tijdens mijn verblijf zat hij in den kerker te Kassala; maar naar
+alle waarschijnlijkheid zal hij daar niet langer blijven dan noodig
+is om een duizend talaris bijeen te brengen, die hij aan Mouça-Pasja
+kan aanbieden: dan zal het hem vrijstaan, in alle veiligheid de plaats
+van zijn verslagen broeder te gaan innemen. De voorloopige sheikh van
+Sabterat is een jong mensch van achttien jaren, de jongste broeder van
+den vermoorden sheikh. Volgens de overleveringen van hun stam zijn
+de Sabterat van het oosten, van de oevers van de Aïnsaba, gekomen:
+zouden zij de _Soboridae_ van Ptolomaeus zijn?
+
+Uit deze streek is mij de herinnering bijgebleven aan een avontuur, dat
+ernstige gevolgen had kunnen hebben. Men had mij vooruit gewaarschuwd,
+dat hier, evenals in alle streken van Opper-Nubië, waar water gevonden
+wordt en dus kudden zijn, eene menigte leeuwen huisvesten. Reeds in
+den eersten nacht ondervond ik de waarheid van dit bericht. Wij hadden
+ons kamp opgeslagen in een fraai palmboschje, waarvan de schaduw ons
+zeer welkom was, en ons deed vergeten dat zulke bosschages ook de
+geliefkoosde verblijfplaatsen zijn van wilde dieren. Zoodra de zon was
+ondergegaan, kwamen honderde runderen naar de waterputten; en even
+daarna verkondigde een luid gebrul ook de nabijheid des vijands. De
+runderen stoven verschrikt uiteen, en liepen al loeiende weg; naar
+het schijnt, werd er geen door de leeuwen gegrepen, maar de hyena's,
+die bijna altijd het spoor van de koningen des wouds volgen, doodden
+eene koe.
+
+Twee uren later had ik, na het avondeten te hebben gebruikt, mij te
+rusten gelegd op mijn _angareb_, waar ik weldra indommelde, in slaap
+gewiegd door het murmelend gefluister in ons klein bivouac. De meeste
+bedienden waakten nog bij de vuren, op weinige schreden afstands van
+mij tusschen de boomen aangelegd. De last- en rijdieren lagen rustig
+rondom een palmboom gegroept. Eensklaps werd ik door eene hevige
+beweging gewekt: de verschrikte muildieren waren opgesprongen, en
+trachtten zich met geweld los te rukken. Ik vroeg wat er gebeurd was,
+en vernam nu dat een prachtige leeuw, die op de muildieren loerde,
+eensklaps, bij het schijnsel der vuren, in de struiken zichtbaar
+was geworden. Een jonkman van ons gevolg had haastig een brandend
+hout gegrepen en naar den leeuw geworpen, die, aan het voorhoofd
+geraakt, zijn kop had geschud, en met een korten kreet zich had
+verwijderd. Men weet, dat de wilde dieren in het algemeen, en vooral
+ook de leeuwen, van twee zaken een geweldigen afkeer hebben: van vuur
+en van geraas. Ook dit laatste bleef onzen bezoeker niet gespaard,
+want verscheidene geweerschoten werden hem achterna gezonden. Gelukkig
+trof hem geen enkele kogel: ware hij gewond geworden, dan zou hij
+ons waarschijnlijk last genoeg hebben veroorzaakt.
+
+Weldra begonnen wij nu de steile berghellingen te beklimmen, die
+naar het vlek Algheden voeren, door eene naar het schijnt tamelijk
+welvarende, verstandige en werkzame bevolking van ongeveer vijfhonderd
+zielen bewoond. Den top des bergs bereikt hebbende, daalde ik langs
+slingerende paden af naar eene met gras begroeide vlakte; toen moest
+ik de kronkelende bedding van een uitgedroogden bergstroom volgen;
+en zoo, beurtelings rijzende en dalende, langs zeer vermoeiende en
+dikwijls gevaarlijke wegen, waar onze karavaan niet dan bezwaarlijk
+vorderde, bereikten wij eindelijk den bergpas van Feradebob, die de
+vlakte van Bisha beheerscht.
+
+Deze vlakte, evenals de meeste andere van Opper-Nubië, met
+onsamenhangende, wonderlijk gevormde, rotsige hoogten bezaaid en door
+_khors_ (uitgedroogde beddingen van bergstroomen) doorsneden, behoort
+voor het grootste gedeelte aan den stam der Barea, die hier in den
+regentijd hunne kudden heendrijven. Aan de oostzijde wordt de vlakte,
+door de laatste uitloopen van het Koufitgebergte, van de vlakten van
+Deghi en Kassa gescheiden; aan de berghelling ligt het dorp Bisha,
+dat minstens driehonderd woningen telt, en gemeenschappelijk door de
+Beni-Amer en de Barea bezeten wordt. Bisha staat onder het gezag van
+den deglel of vorst der Beni-Amer; het heeft eenige beteekenis, als
+station voor de karavanen van Massoua; er zijn sommige kooplieden
+gevestigd, en het voorkomen van het vlek teekent eene mate van
+welvaart, die hier inderdaad zeldzaam is. Toch verzekerde men mij, dat
+de geest der bevolking er niet beter op geworden was, sedert zich hier
+ook eenige Barea gevestigd hadden, en de andere inwoners hadden besmet
+met die zucht voor rooverij, die bij dezen stam onuitroeibaar schijnt.
+
+De toestand van deze stammen is dan ook inderdaad zeer treurig. Zij
+zijn als het ware ingeklemd tusschen Abyssinië, dat schatting van
+hen vordert, zonder hen te kunnen beschermen tegen de Egyptenaren,
+en de mudirs van Kassala, die evenzeer schatting eischen, maar
+niets doen om de abyssinische strooptochten te keer te gaan. Een
+enkel voorbeeld zal eenig denkbeeld van dien toestand geven. De
+abyssinische gouverneur van Addi-Abo, aan het hem van hooger hand
+gegeven bevel gehoorzamende, was met eenige honderde soldaten, of
+liever slecht gewapende vagebonden, in Barka gevallen, alles te vuur
+en te zwaard verwoestende. De mudir van Kassala, aan wien Mouça-Pasja
+de verdediging der grenzen had toevertrouwd, trok naar Barka met
+eene legermacht, alleszins voldoende om de Abyssiniërs te verslaan:
+maar hij trok met de uiterste langzaamheid voort, en toen de deglel
+er bij hem op aandrong, dat hij zijn marsch wat verhaasten zou om den
+vijand niet te laten ontsnappen, antwoordde de mudir heel kalmpjes:
+_Chouïa-chouïa_ (zachtjes aan). Natuurlijk hadden de Abyssiniërs al
+den tijd om zich met hun buit terug te trekken.
+
+Het is hier de plaats, eenige bijzonderheden mede te deelen omtrent
+den oorsprong van enkele stammen van Opper-Nubië, die bijna allen
+uit het abyssinische hoogland afkomstig zijn, en eerst in later tijd,
+door een samenloop van noodlottige omstandigheden, tot het islamisme
+zijn overgegaan.
+
+De Hallenga komen uit Hamazene; zij vlechten nog hun haar op de
+wijze der Abyssiniërs: maar dat is ook bijna alles, wat zij van
+hun voormalig vaderland hebben overgehouden. Een klein bergplateau
+nabij Ad-Namen, aan den voet van den Melezenai, draagt nog hun naam;
+hoogstwaarschijnlijk hebben zij daar een tijd lang hunne woonplaats
+gehad.
+
+De Habab zijn afkomstig van Kollo-gouzay (Tigré); zij hebben hun
+vaderland verlaten onder aanvoering van een zekeren Asgade, die
+zich vestigde op de plaats thans onder den naam van Asgade-Bakla (de
+muilezel van Asgade) bekend: een naam naar men zegt ontleend aan den
+eigenaardigen vorm van den heuvel, waarop het dorp is gebouwd. Asgade
+had drie zoons: Abil, Tekles en Tamariam. Volgens de overlevering is de
+eerste de stamvader der eigenlijke Habab; van de beide anderen stammen
+de twee minder aanzienlijke stammen van Ad-Tekles en Ad-Tamariam af.
+
+Belau, Kelau en Hafara waren drie broeders. Zij kwamen waarschijnlijk
+uit Seraoué, waar men u nog tegenwoordig de zoogenaamde graven der
+Belaus wijst. Kelau bezat de bergen en weiden, die tegenwoordig
+aan de Beit-Gabhru behooren, tot aan Chotel. Langzamerhand heeft
+zich deze stam, ik weet niet ten gevolge van welke omstandigheden,
+verstrooid en opgelost; de meesten der overgeblevenen hebben zich
+bij de Beit-Gabhru aangesloten, die uit dien hoofde van de aloude
+landstreek der Kelau bezit hebben genomen.
+
+De Belaus splitsten zich reeds vroeg in onderafdeelingen. Het gros
+des volks bleef in de streek nabij de samenvloeiing van de Barka
+en den Khor-el-Ardeb, waar men hen heden nog vindt, trotsch op hun
+afkomst, maar tot eenige weinige familiën geslonken; de anderen,
+betere weilanden voor kunne kudden zoekende, vestigden zich nabij de
+Roode-zee, in Samhar, en omhelsden het islamisme. Als muzelmannen
+trokken zij de aandacht van de turksche regeering, die zich in
+de zestiende eeuw, van Massoua meester maakte, en wier verdere
+veroveringen in het binnenland door de Belaus krachtig werden
+bevorderd. Zij zijn tegenwoordig zeer in verval.
+
+De Hafara hebben zich te Terefat gevestigd; zij werden in 1859 bijna
+geheel uitgeroeid. De weinigen, die aan de algemeene slachting zijn
+ontkomen, zijn naar hun dorp teruggekeerd, en trachten zooveel mogelijk
+hun stam van den geheelen ondergang te redden.
+
+De Ad-Sheikh houden zich gewoonlijk in de omstreken van Sulib
+op. Tijdens de verovering van Nubië door de Egyptenaars, begaf zich
+een der voornaamste opperhoofden van dien stam, Sheikh Mohammed,
+die zich aan de nieuwe orde van zaken niet wilde onderwerpen, naar
+Samhar, om de bescherming van den sultan in te roepen. Hij liet,
+ten behoeve van zijne stamgenooten die in Barka gebleven waren,
+naar Konstantinopel schrijven: op welk schrijven echter geen
+antwoord volgde. Inmiddels beviel het Sheikh Mohammed te Massoua,
+waar hij zich nedergezet en waar hij als een heilige werd vereerd;
+hij vestigde zich voor goed in de nabijheid, te Beraïmi, waar hij een
+dorp stichtte, dat weldra door een aantal uitgewekenen werd bevolkt,
+die tot heden vrijdom van alle belastingen genieten. Beraïmi is aldus
+een soort van Mekka in het klein geworden: Mohammed, thans (1864)
+een zeventigjarige grijsaard, zond zijne twee zonen naar Samhar en
+Barka, naar de Bedjouk en de Bogos, om daar het islamisme te prediken:
+welke prediking niet zonder gevolg bleef.
+
+De Beit-Bidel zijn mede uit Hamazene afkomstig, waar hunne herinnering
+nog voortleeft in den naam Bidel, die door een der aanzienlijke
+familiën van Tsazega wordt gedragen. Hunne verhuizing dagteekent
+waarschijnlijk eerst van omstreeks 1800; eerst sedert een dertigtal
+jaren zijn zij muzelmannen, en hun tegenwoordige sheikh, Ibraïm Djaoui,
+heeft nog langen tijd den _mateb_ of het koord der abyssinische
+christenen gedragen; ook spreekt hij gaarne van de dagen, toen zijn
+stam nog de christelijke godsdienst beleed. De Beit-Bidel hebben zelfs
+van hunne vroegere godsdienst nog een gebed overgehouden, waarmede
+zij in droge tijden regen afsmeeken: "_Egzio marenna Christos!_"--"de
+Heere Christus erbarme zich onzer!"--Doorgaans houden zij zich te
+Chegled op. Aanvankelijk vrij, werden zij later onderhoorig aan den
+deglel van de Beni-Amer, die beweerde dat zij in eene landstreek
+waren gevestigd, welke aan zijn gezag was onderworpen.
+
+Van al deze en de met hen verwante stammen, zijn de Hallenga de
+eenigen, bij wie eene volstrekte maatschappelijke gelijkheid heerscht:
+geheel overeenkomstig het in Abyssinië geldende beginsel, volgens
+hetwelk allen gelijk zijn en het eenige onderscheid bestaat in het al
+of niet bezitten van een leengoed _(goult);_ terwijl daarentegen, naar
+de zienswijze der Nubiërs, de adel in het bloed zit en niet afhankelijk
+is van het leen. Bij al de andere stammen, de Beni-Amer, de Habab,
+de Bogos, enz. wordt de adel gevormd door de _choumaglie_ (oudsten),
+waarvan elke familie een zeker aantal vazallen, _tigré_ genaamd, onder
+zich heeft. Deze inrichting heeft eenige gelijkenis met die van het
+romeinsche patriciaat met zijne cliënten. De naam tigré schijnt te
+danken aan de omstandigheid dat de meeste abyssinische uitgewekenen,
+die naar Nubië de wijk hebben genomen en zich tot vazallen der nubische
+stammen gemaakt, uit de provincie Tigré afkomstig waren.
+
+Intusschen is de toestand dezer vazallen alleszins dragelijk. De tigré
+is metterdaad niet veel anders dan een pachter: is hij met zijn heer
+niet tevreden, dan staat het hem vrij, zich een anderen te kiezen. Hij
+betaalt eene zeer matige schatting, waarvan het bedrag, sedert
+onheugelijke tijden, door de gewoonte is vastgesteld. Daarentegen
+heeft hij het recht te eischen, dat zijn choumaglie hem, in geval
+van schade aan lijf of goed, bescherme en zijn beleediger vervolge en
+straffe. In iederen stam vormen de tigrés het armste en werkzaamste
+gedeelte; men herkent ze gemakkelijk aan hun donkerder gelaatskleur,
+aan hunne magerheid, aan hun ruwer voorkomen en armoedige kleeding.
+
+
+
+
+IV.
+
+
+Van Bisha vertrokken, bereikten wij weldra eene reeks van dorre
+heuvelen, Dunkuas genoemd. Ik besteeg een dier heuvelen, en stond
+verrukt over het heerlijke panorama, dat zich daar voor mijne oogen
+ontvouwde. Aan mijne voeten slingerde zich de breede bedding van de
+rivier de Barka, de fraaiste rivier van geheel Nubië:--een reusachtig
+wit lint met donkergroene randen omzoomd. De rivier lag droog,
+gelijk dit in den regel het geval is, met uitzondering van de enkele
+dagen, waarin de ontzettende watermassa's, die van de hoogvlakten
+van Barea en Avla afstroomen, deze breede bedding vullen, waarin
+zij toch weldra weder verdwijnen. De rivier--om nu aan deze baan van
+driehonderd ellen breedte dien naam te blijven geven--vervolgde haar
+loop, ter wederzijde omzoomd door eene dubbele reeks van doumpalmen,
+de sierlijke getuigen harer vruchtbaarmakende kracht, en vereenigde
+zich, zeven of acht dagreizen verder, te Falkaït, met de Aïnsaba,
+die uit de landen der Bogos komt. De beide vereenigde rivieren loopen
+vervolgens in de Langheb uit, die, minder belangrijk door hare lengte
+dan wel door de massa water, die zij, altijd gedurende zekeren tijd van
+het jaar, aanvoert, zich een weg naar het oosten baant, en op zestien
+uren afstands van Souakin, de vlakte van Tokhar, vruchtbaarheid en
+leven schenkt.
+
+Ja inderdaad: de stroomen en rivieren zijn de aderen der aarde. Nooit
+gevoelt ge beter de treffende juistheid van dit beeld, dan wanneer
+ge van een of anderen berg eene uitgestrekte landstreek van het
+dorre Afrika overziet. Van het punt waar ik nu stond, zag ik de
+vereeniging van de rivier met een breeden khor, die van Bisha kwam;
+met den blik volgde ik het dubbel spoor, in de vlakte geteekend door
+een zoom van palmen en mimosa's, waartusschen de zilverige rookwolken
+zweefden van een of ander nomadenkamp. Een woud van doumpalmen,
+vooral wanneer het dicht begroeid en krachtig opgewassen is, heeft
+steeds voor mij eene eigenaardige bekoorlijkheid. Bij den dadelboom
+(deleb) vergeleken, is de doum (_crucifera thebaïca_) een welgedaan,
+eenvoudig, burgerman, nevens dien slanken, fijn gebouwden, sierlijken
+aristokraat; bovendien kleeft hem een wezenlijk gebrek aan: hij is
+inproductief. Zijne vrucht, hard als hout, is zelfs voor den Bedoeïnen
+ongenietbaar; ook deelt de arme doum in de algemeene minachting
+van inlander en vreemdeling. Misschien ben ik wel de eenige, die
+zijne partij opneemt. Ik ontmoet hem gaarne op mijn weg; zijn fraai
+geteekend blad, de sierlijkste aller waaiers, geeft mij tegen de
+heete middagzonnestralen eene vrij wat meer afdoende bescherming
+dan de dunne, lange bladeren van den deleb. De hemel beware den
+tot wanhoop gebrachten, geblakerden reiziger voor de schaduw van
+een dadelboom! Het is bijna of de koninklijke boom opzettelijk zijn
+bladerkroon wijd uiteen spreidt, opdat de verblindende stralen van den
+zonnegod ongehinderd zouden kunnen doordringen! Wat heb ik daarentegen
+menig kalm uur gesleten aan den zoom der wateren, onder het verkwikkend
+lommer van een doum, mij geheel overgevende aan don weldadigen invloed
+dier geheimzinnige, aangrijpende, afrikaansche natuur, waarvan zij,
+die haar hebben leeren kennen, niet licht kwaad kunnen spreken! In die
+uren had ik niets anders te doen dan, als aandachtig toeschouwer, een
+of ander drama gade te slaan, in zijne soort niet minder treffend dan
+de trojaansche krijg:--de verwoesting van een termitenterp door een
+leger van zwarte mieren; de noodlottige dood van een onvoorzichtige
+vloo, die, zich gewaagd hebbende op den rand van het hol van den
+mierenleeuw, vlak op de borst getroffen was geworden door het geschut
+van den behendigen eigenaar dier hinderlaag. Die kleine scherpschutter
+was een mijner lievelingen, en wekte telkens op nieuw mijne bewondering
+op: ja, meermalen gaf hij mij stof tot overpeinzingen, waarbij de
+hooge voortreffelijkheid van den mensch mij bijna twijfelachtig
+voorkwam. Had ik zelf wel, om de bronnen van den Nijl te vinden--die
+ik niet gevonden heb--de helft van de energie en volharding aangewend,
+die dit bijkans onzichtbare schepsel dagelijks ten toon spreidt om
+in zijn onderhoud te voorzien? En daarbij wat misrekeningen, wat
+teleurstellingen, wat onvoorziene rampen! Wie telt ze op, de honderde
+toevallige omstandigheden, die in een oogwenk, de vrucht van langen
+arbeid kunnen vernielen!... Voorwaar in dit kleine lichaam van twee
+strepen lang schuilt nog iets anders dan een darmkanaal: daar huist een
+wil, een wezen, dat werkt, dat lijdt, dat wellicht in zijne mate denkt.
+
+De stam, die meestal te Dunkuas verblijf houdt, heet Koufit, en is eene
+afdeeling van de Beni-Amer; tien jaren geleden woonde die stam meer
+zuidwaarts, in eene vlakte tusschen Bisha en de bergen van Barea,
+aan welke vlakte zij ook haar naam gegeven heeft. Omstreeks 1856
+verschenen de Egyptenaren in de vlakte van Koufit, om de Barea met
+geweerschoten tot den islam te bekeeren; zij hadden eenige dorpen
+verwoest, een aantal gevangenen medegevoerd, en die vervolgens weder
+in vrijheid gesteld, nadat zij beloofd hadden muzelmannen te zullen
+worden. Daarom hebben slechts twee van al de dorpen der Barea, Mogolo
+en nog een ander, beiden op de grenzen, den islam aangenomen.
+
+Deze kruistocht was volstrekt niet naar den zin der abyssinische
+regeering, die de Barea eenigermate als hare onderdanen
+beschouwde. Theodoros had, als naar gewoonte, zijne handen te vol,
+om tusschenbeiden te kunnen komen; maar gelukkig was de abyssinische
+landvoogd van Addi-Abo een kloek en doortastend man, die besloot op
+eigen verantwoordelijkheid te handelen, en met vijfhonderd ruiters de
+Barea ter hulpe kwam. Hij legerde zich op twee of drie uren afstands
+van de Egyptenaars, wien deze nabuurschap volstrekt niet beviel: want
+de Abyssiniërs hadden nog de gewoonte, hunne verslagen of gevangen
+vijanden, ten teeken der zegepraal, op bloedige wijze te verminken,
+waarvoor de Egyptenaars uitermate bevreesd waren. Nu gebeurde het
+op zekeren nacht, dat in het muzelmansche kamp een geweer omviel,
+en daardoor van zelf afging. Op het hooren van het schot greep
+een panische schrik de Turken aan, die in de uiterste verwarring
+op elkander begonnen te vuren, luid roepende: _el Makada ghia!_
+(de Abyssiniërs komen). Er vielen zeven of acht dooden; de nederlaag
+was volkomen.
+
+Acht jaren verliepen, eer de Egyptenaars zich weder in die streek
+vertoonden: naar zij zeiden, hadden zij zich teruggetrokken, uithoofde
+van de ongezondheid van het land. De door hen opgerichte gourbis
+werden, na hun vertrek, door de Barea verbrand. De Koufit, die bij
+hunne krijgshaftige naburen in ongenade waren gevallen, omdat zij
+vriendschappelijke betrekkingen met de Turken hadden aangeknoopt,
+trokken naar Barka, en het door hen verlaten grondgebied bleef een
+soort van neutraal terrein tusschen de stammen der Barea en der
+Beni-Amer.
+
+In 1860 overviel Ato-Zadig, de toenmalige landvoogd van Addi-Abo, de
+Barea, ontnam hun hunne vrouwen en kinderen, en leverde die niet weder
+uit, dan nadat de stam het gezag van den landvoogd had erkend, en zich
+verbonden hem eene schatting op te brengen. Ongeveer in denzelfden
+tijd tastte de vorst der Beni-Amer, twee- of driemalen achtereen,
+de ongelukkige Barea aan, en voerde telkens een aantal gevangenen en
+vee mede. Dergelijke gebeurtenissen herhalen zich telkens, en bewijzen
+overtuigend, in welk een onhoudbare toestand deze stammen verkeeren.
+
+Over het algemeen houdt men de Barea voor een oorspronkelijken
+negerstam, door de hooger ontwikkelde stammen die het abyssinische
+rijk hebben gesticht uit zijne oorspronkelijke woonplaatsen verdreven
+en naar het gebergte verdrongen. Toch schijnen mij de Barea, die ik
+gezien heb, geen zuivere negers te zijn; veelmeer houd ik ze voor
+een oorspronkelijk negervolk, maar sterk vermengd met de naburige
+ethiopische bevolkingen. Hun eigenlijke volksnaam is, naar men mij
+zeide, Egher of Eghir; de naam Barea is abyssinisch en beduidt zoowel
+neger als slaaf, evenals _abid_ in het arabisch. Want hoewel de
+abyssinische wetten de slavernij verbieden, maken de Abyssiniërs er
+toch geen gewetenszaak van hunne woeste naburen tot slaven te maken;
+waarover de anderen zich wreken door voortdurende strooptochten in
+de aangrenzende christelijke streken.
+
+De abyssinische soldaat, hoewel zeer moedig, is werkelijk bevreesd voor
+den Barea, waar het een gevecht van man tegen man geldt; wederkeerig
+is de Barea niet minder bang voor vuurwapenen. Hij gaat bijna geheel
+naakt ten strijde, met geene andere bescherming dan een klein rond
+schild, waarvan de kleur tamelijk wel overeenkomt met die van zijne
+schitterend zwarte huid; zijn geduchtste wapen is de _seif_, een zware
+rechte degen, die met twee handen wordt gebruikt en veel gelijkt op
+een middeleeuwsch slagzwaard.
+
+Evenals de meeste Nubiërs, gaan ook de Barea half naakt: wat hen van
+dezen onderscheidt, zijn enkele sieraden, waaraan de negers over het
+algemeen zeer gehecht zijn, zooals halskettingen, armbanden, ringen,
+enz. Men vindt in hun land eene soort van zeer fraaie groene torren,
+die zij aan een draad rijgen en als een ketting om den hals hangen.
+
+De naam Barea doet onwillekeurig denken aan de _Bari_ van den
+Witten-Nijl; en inderdaad vindt men bij de eersten eenige gebruiken,
+die zoodanige verwantschap schijnen aan te duiden. Ook de Barea hebben
+hunne toovenaars, die regen kunnen veroorzaken, en _bounit_ worden
+genoemd; en het is licht te begrijpen dat bij deze eenvoudige, nog in
+patriarchale groepen gesplitste volksstammen, het opperste gezag van
+zelf berusten moet bij den man, die de geduchte macht bezit om over
+den vruchtbaarmakenden regen te beschikken, zonder welken alles van
+gebrek zou omkomen. De toovenaars der Barea behoorden tot dusverre
+allen tot dezelfde familie; hunne macht was geheel afhankelijk van
+den uitslag hunner tusschenkomst. Kwam er regen, dan werden zij
+overladen met geschenken in geld, in granen en vee; bleef het droog,
+dan werden zij door twee _Fadab_ (sterke mannen, een soort van adel)
+aangegrepen, naar een afgezonderde plek op den berg gevoerd en daar
+vermoord. Dit lot had ook den laatsten toovenaar getroffen. Zijne zonen
+en bloedverwanten hadden daarop van hun recht en hoogen rang afstand
+gedaan, verklarende dat zij niet langer telkens nieuwe slachtoffers
+wilden leveren, en dat het goddeloos was, te beweren dat men over
+den regen kon beschikken, want de regen hing van God alleen af.
+
+Een in mijne oogen onwederlegbaar bewijs, dat de Barea hooger staan
+dan de andere negervolken, vind ik hierin, dat zij een vrij zuivere
+voorstelling van de Godheid hebben, en dat de kanker der slavernij
+bij hen onbekend is. Wanneer men hun naar de reden van dit laatste
+verschijnsel vraagt, antwoorden zij op ernstigen toon: "Wij zijn
+allen de slaven van God." De krijgsgevangenen worden niet verkocht;
+zij moeten op het land werken, en wanneer zij sterk, welgemaakt en
+dapper zijn, gebeurt het zeer dikwijls, dat zij de dochters hunner
+meesters huwen. Ook hieruit verklaart zich de sterke vermenging,
+die bij dit volk zoo duidelijk merkbaar is en zoo gunstig op hunne
+physieke en intellectueele ontwikkeling gewerkt heeft. Ik heb een
+zeer sterk vermoeden, dat de Barea in vroeger eeuwen christenen zijn
+geweest; de redenen voor dit gevoelen kan ik echter, zonder al te
+wijdloopig te worden, hier niet ontwikkelen.
+
+Wij hadden te Dunkuas geen water medegenomen, omdat wij er zeker
+op rekenden, tien kilometer verder, te Balaghinda water te zullen
+vinden. Balaghinda is de naam van twee fraaie meren, nabij den rechter
+oever van de Barka, en die alleen gedurende een zekeren tijd des jaars
+van water zijn voorzien; den overigen tijd ziet men niets dan een
+bruinachtigen bodem van alluviaalgrind, die zeker zeer vruchtbaar is,
+en geheel begroeid met eene kleine plant, waarvan de naam mij ontgaan
+is. Wij bereikten het eerste der beide meren, waarnevens zich een
+fraaie heuvel verheft, dien ik beklom om de streek te overzien. Welk
+eene teleurstelling! Geen enkele droppel water; en het was reeds
+middag: wij waren reeds zeer vermoeid, en moesten nu nog een marsch
+van drie uren afleggen eer wij de putten van Deghi konden bereiken! Ons
+restte nog een flauwe hoop: het was namelijk mogelijk, dat het tweede
+meer water bevatte. Wij zonden er iemand heen om zich daarvan te
+overtuigen, en na verloop van een kwartier kwam onze bode terug met
+eene goede tijding, die wij zelf niet hadden durven verwachten.
+
+Wij spoedden ons naar het meer, waarvan de bodem nog vochtig en zacht
+was, en overal bedekt met de zeer zichtbare sporen van olifanten,
+allen uitloopende op twee plassen, die er nu juist op het oog niet
+zeer smakelijk uitzagen. Maar wie in Afrika reist, moest zich niet
+storen aan de kleur van het water, dat hij drinkt: of dit bruin,
+groen of zwart is, maakt geen verschil. In dit water hadden tallooze
+scharen kleine schelpdieren geleefd; waar de bodem droog was geworden,
+gingen zij reeds bij hoopen tot verrotting over. Wij kampeerden in
+een kreupelboschje, tusschen de twee plassen, en met de wapenen bij
+de hand. Deze voorzorg was niet overtollig; want den volgenden morgen,
+toen wij het kamp opbraken en bezig waren met het opladen der kameelen,
+klonk ons eensklaps, uit een boschje van doornen en struiken, op geen
+vijftien pas afstands van ons, het gebrul van een leeuw te gemoet. Het
+was omstreeks zonsopgang: waarschijnlijk het gewoon uur, waarop de
+koning der wildernis aan den plas zijn dorst kwam lesschen, waarin hij
+nu door onze tegenwoordigheid verhinderd werd. Blijkbaar durfde hij
+niet doorgaan--wat hij toch gerust had kunnen doen--om zijn vijver te
+bereiken; en zijn luid gebrul, dat onze kameelen en muilezels geheel
+van hun stuk bracht en hun een huivering door merg en been joeg,
+bewees duidelijk zijn ongenoegen over onze vrijpostigheid. Ons volk
+hield zich goed, en veroorloofde zich zelfs enkele spotternijen,
+die echter niet zeer van harte gingen; ik mag niet verzwijgen, dat
+zij met het opladen bijzonder veel haast maakten.
+
+
+
+
+
+V.
+
+
+Te Tshaghié nam ik afscheid van de laatste palmen: in Afrika zou ik
+mijne geliefde cruciferen niet wederzien. De tamarisk, met zijne fijne,
+gelede twijgen, zijn wonderlijk verwrongen stam, en zijne gelijkenis
+op den treurwilg, bleef mij langer getrouw; en ondanks zijn weinig
+opwekkend voorkomen, was deze boom mij steeds welkom, omdat hij
+de nabijheid van water verkondigde. Te Karovel, waar wij drie uren
+na ons vertrek van Tshaghié aankwamen, vond ik gansche wouden van
+tamarisken, die, naar men zeide, de geliefkoosde schuilplaats waren van
+stroopende benden der Barea. De plaats stond dan ook in een zeer kwaden
+naam. Het vorige jaar was mijn britsche collega, de heer Cameron,
+hier bijna in eene hinderlaag gevallen, en deze herinnering had ons
+zeker tot voorzichtigheid moeten stemmen. Wij vertrouwden evenwel op
+ons aantal, op onze lansen en onze geweren, en trokken onbekommerd
+en in tamelijke wanorde voort. Toen de zon ter kimme was gedaald,
+maakten wij ons gereed ons nachtleger op te slaan; maar eensklaps
+werden wij verrast door drie of vier schoten, op zeer korten afstand
+van het hoofd onzer kolonne. Een verward geschreeuw volgde; ik greep
+mijn geweer en spoedde mij naar de plek, waar de geweerschoten waren
+gevallen. Daar vond ik Stella, in onderhandeling met den vijand,
+die ongeveer dertig man sterk was. Weldra bleek het, dat wij met een
+gezelschap vreedzame kooplieden van Massaoua te doen hadden, die,
+nog meer ongerust dan wij, ons voor een troep roovers hadden aangezien.
+
+Wij bereikten nu eene wijde, prachtige hoogvlakte, aan alle zijden
+door bergen ingesloten, waarvan de Takaïl de voornaamste is. Om een
+overzicht van de streek te hebben, beklom ik, niet zonder moeite,
+een geheel alleenstaanden berg, op ongeveer achthonderd el afstands
+ten westen van de putten van Adardé, de gewone pleisterplaats der
+karavanen. In het wijde landschap, dat zich van deze hoogte voor
+mijne blikken uitstrekte, trok eene bijzonderheid bovenal mijne
+aandacht: in het zuidoosten zag ik een fraai gevormd tafelland,
+in gelijke vakken verdeeld, en, naar het scheen, aan de linkerzijde
+samenhangende met de bergen van Bogos: dat was de beroemde Zadamba,
+een der twee heilige bergen van Sennaheit, waar nog sporen zijn
+overgebleven van het abyssinische christendom. Ik heb geen tijd
+kunnen vinden om den Zadamba te bezoeken; maar ik heb gepoogd,
+mij voor dit gemis schadeloos te stellen, door de inboorlingen te
+ondervragen. Ziehier wat ik te weten kwam.
+
+De eigenlijke Zadamba is eene kleine vlakte, niet grooter dan een
+paar bunders, aan het zuidwestelijke uiteinde van het tafelland,
+waarvan ik zooeven sprak, en daarmede door eene zeer smalle
+landtong verbonden. Een abyssinische negus heeft, naar ik meen
+voor omstreeks vier eeuwen, daar een klooster gebouwd, en de
+opbrengst van een dorp in Tigré aangewezen om in het onderhoud
+van dat heiligdom te voorzien. Nadat de provincie Barka, die aan
+drie zijden den Zadamba omgeeft, tot den islam was overgegaan,
+verkeerden de zes of zeven monniken, die het klooster bewoonden,
+in voortdurend gevaar van overvallen en vermoord te worden. Om zich
+daartegen te beveiligen, maakten zij zelven het smalle pad, dat naar
+het convent leidde, door afgraving ontoegankelijk; zoodat een tocht
+naar den Zadamba, voor ieder, die niet de verwonderlijke bekwaamheid
+der Abyssiniërs in het bestijgen van rotsen en klippen bezit, eene
+uiterst gevaarvolle onderneming is. Van tijd tot tijd verlaat een der
+monniken het klooster, om aalmoezen in te zamelen of de sobere rente
+_in natura_, die hun is toegewezen, te gaan ontvangen; en ondanks
+hunne bekendheid met de plek, is het toch enkele malen gebeurd, dat
+zij in de onpeilbare afgronden tuimelden, die het gevaarlijke pad
+ter wederzijde omzoomen. Toch durf ik den minnaars der ethiopische
+geschiedenis een tocht naar den Zadamba zeer aanraden: naar het
+schijnt bezit het klooster eene boekerij, waarin zich vijf of zes
+belangrijke handschriften bevinden, en misschien ook een geschreven
+kroniek van Sennaheit.
+
+De bergachtige streek, welker grenzen ik nu weldra overschreden had,
+wordt door de inboorlingen met zekeren ophef _Sennaheit_ genoemd, dat
+wil zeggen het _schoone land_ bij uitnemendheid. Er is iets treffends
+in deze vooringenomenheid: zij getuigt van de warme liefde voor een
+vaderland, dat niet altijd even weldadig is voor zijne eenvoudige,
+weinig eischende zonen. Maar, indien Sennaheit al de vergelijking niet
+kan doorstaan met het prachtige bergland van Abyssinië, verdient het
+toch, in alle opzichten, de voorkeur zelfs boven de merkwaardigste
+streken van Nubië; en ik kan mij dan ook de ingenomenheid, niet alleen
+der inboorlingen, maar ook van vreemde bezoekers, wel begrijpen. Onder
+deze bezoekers behoorde ook hertog Ernst van Saksen-Koburg, die zich,
+in 1862, met zijne gemalin en een klein gevolg, voor eenigen tijd
+te Keren vestigde, om aan de oevers van de Aïnsaba op de leeuwen- en
+tijgerjacht te gaan. Eer hij Sennaheit weder verliet, achtte hertog
+Ernst zich verplicht, als dank voor de ondervonden gastvrijheid, het
+grootkruis van zijne ridderorde aan Theodoros te zenden. Natuurlijk
+wachtte de geduchtte "zoon van David" zich wel, deze onderscheiding te
+dragen. Naar de zienswijze toch der Abyssiniërs, wordt hij, die eene
+vreemde ridderorde aanneemt, daardoor de vazal van den souverein, die
+hem de orde geschonken heeft. In de middeleeuwen, toen eene ridderorde
+nog iets anders dan een speelgoed en een middel tot bevrediging der
+kinderachtigste ijdelheid was, toen zij nog inderdaad eene hooge
+en edele beteekenis had, dacht men er bij ons even zoo over. Maar
+onze nuchtere, praktische eeuw begrijpt niets meer van de idealen en
+symbolen der riddertijden!
+
+Het dorp Keren, dat ik daar noemde, is de hoofdplaats der Bogos,
+die sedert vier eeuwen in Sennaheit gevestigd zijn. Het ligt
+schilderachtig, aan den voet van een prachtigen berg, in eene fraaie
+hooge vlakte; pater Stella is hier gevestigd. Toen wij het dorp,
+dat uit ongeveer tweehonderd rieten hutten bestaat, naderden, kwamen
+ons eenige schoone knapen tegemoet, die ons zwijgend de hand kusten,
+en daarna haastig naar het dorp terugliepen om onze komst aan te
+kondigen. Tien minuten later werden wij door de gansche mannelijke
+bevolking, met de grootste hartelijkheid verwelkomd; zelfs werden ter
+onzer eere de weinige geweren afgevuurd, die in het vlek te vinden
+waren. Wij zouden hier een poos vertoeven.
+
+De Bogos of Mogos zijn afkomstig uit Lasta, eene bergachtige landstreek
+in het hart van Abyssinië; zij behooren tot den krijgshaftigen stam der
+Agau, die de oorspronkelijke bewoners des lands zijn. Hun stamvader,
+Guevra Terké, had het ongeluk zijn broeder of een zijner naaste
+bloedverwanten te dooden; om zich aan de bloedwraak te onttrekken, week
+hij met zijne beide zonen, Seguina en Korsokor, ten lande uit. Omtrent
+deze vlucht bestaat nog eene andere legende, die een sterk sprekend
+bijbelsch karakter draagt, en blijkbaar is ontleend aan de geschiedenis
+van de aartsvaders Jacob en Josef. Volgens deze legende dan, vatte eene
+der begunstigde slavinnen van den ouden vader van Guevra Terké eene
+vurige liefde op voor den schoonen, edelen jongeling, die echter koel
+bleef voor hare verleidingen en haar daardoor tot zijne onverzoenlijke
+vijandin maakte. De vader van Terké nu was blind, hij zelf zeer harig,
+als Esau; de slavin maakte daarvan gebruik om hem op dezelfde wijze
+van den vaderlijken zegen te berooven, als Rebecca weleer ten aanzien
+van Esau deed. Terké, ten behoeve van zijn jongeren broeder onterfd,
+kwam daartegen niet in verzet, maar ging het land uit.--Dit verhaal
+verdient niet het minste geloof: reeds daarom niet omdat het blijkbaar
+eene navolging is. Bovendien zijn er in Abyssinië geen harige mannen:
+althans, ik heb ze nooit gezien.
+
+De Bogos, die zich zelven Bilèn noemen, tellen tegenwoordig
+omstreeks achttienduizend zielen, verspreid in zeventien dorpen
+langs de beide oevers van de Aïnsaba. Zij zijn in twee takken
+verdeeld, wier namen zijn ontleend aan de beide zonen van Terké:
+de Ad-Seguina ten noordoosten, de Ad-Korsokor ten zuiden en ten
+westen. Het is een volk van landbouwers en herders; maar de landbouw
+is van niet veel beteekenis en maar nauwelijks voldoende om in de
+behoeften te voorzien. De wezenlijke rijkdom en de trots der Bogos,
+is hun veestapel. Men schat iemands rijkdom naar het getal _moktas_
+die hij bezit: een _mokta_ is eene kudde van vijftig runderen. Twee
+moktas staan ongeveer gelijk met wat men in Frankrijk een burgerlijk
+vermogen zou noemen; die vier moktas bezit, is een rijk man.
+
+Ook bij de Bogos bestaat de adellijke instelling der _choumaglié_,
+waarvan ik reeds vroeger sprak; daarmede gaat natuurlijk het
+recht van eerstgeboorte gepaard. Als een choumaglié sterft, erft
+zijn oudste zoon de roerende goederen, de voorvaderlijke degen,
+de witte koeien der kudde, de tigrés, en, in sommige gevallen,
+ook de weduwe. Dit laatste gebruik, dat voor een christelijk volk
+vrij zonderling is, vereischt eenige toelichting. Komt een gehuwd
+man te overlijden, dan hebben zijne bloedverwanten, of zelfs zijne
+kinderen uit een ander huwelijk, het recht, de weduwe te trouwen;
+in sommige gevallen, zijn zij daartoe zelfs verplicht. Niemand vindt
+daarin iets onbetamelijks; integendeel, zoowel de christelijke Bogos
+als de muzelmansche Beni-Amer, zien daarin eene ridderlijke daad tot
+bescherming der vrouw en eene zekere hulde aan de nagedachtenis van
+den overledene. De overige zonen ontvangen van hun oudsten broeder
+zooveel als zij noodig hebben, om zich elders te gaan vestigen. De
+jongste zoon erft het ouderlijk huis: eene zeer opmerkelijke bepaling,
+die van fijn gevoelige teederheid getuigt. Hij toch wordt geacht de
+herinnering aan zijn vader en de liefde voor de woning, waar hij is
+opgevoed, dieper in het harte te dragen dan de anderen, die het leven
+reeds meer van het ouderlijk dak heeft vervreemd.
+
+De dochters kunnen op niets aanspraak maken; doorgaans echter
+trouwen zij zeer vroeg. Bijna allen zijn fijngevormd en zeer schoon,
+met een lichte zweem van zekere wildheid in haar voorkomen; niets
+evenaart het vuur van haar zwarte oogen, zoo uitnemend getemperd
+door de lichte bronskleur van haar huid. Maar, hoewel de vrouwen
+geene maatschappelijke rechten bezitten, rust toch op haar dikwijls
+eene zeer zware verantwoordelijkheid. Te Keren zag ik eene zeer
+achtenswaardige familie, waarvan het hoofd, bij zijn overlijden,
+schulden had nagelaten. De schuldeischers lieten nu zijne twee
+dochters, beiden nog kinderen, als slavinnen verkoopen, om zoodoende
+de schulden van den vader te vereffenen. De oudste trok de aandacht
+van een aanzienlijk man uit die streek, die haar voor vier-en-twintig
+talaris (126 francs) vrijkocht, om haar te huwen.
+
+Ook in Sennaheit heerscht de beruchte gewoonte van den _bloedprijs:_
+eene gewoonte trouwens, die bij elk volk gevonden wordt, waar het idee
+van den staat nog niet tot ontwikkeling gekomen is, en de overheid
+nog niet als de waarborg en handhaver der algemeene veiligheid wordt
+beschouwd. Dit recht van bloedwraak, dat de solidariteit der familie
+of van den stam bij de aanrading van lijf of goed vertegenwoordigt,
+draagt bij de Bogos den naam van _dem_. Zij maken onderscheid tusschen
+den heelen en den halven bloedprijs. De eerste is verschuldigd bij
+moedwilligen doodslag, onverschillig of het slachtoffer een man,
+eene vrouw, een kind, een choumaglié of een trigé is. Verleiding
+staat gelijk met manslag, en, in vele gevallen, ook het verbreken
+der huwelijksgelofte.
+
+De halve bloedprijs wordt gevorderd voor elke verwonding, die
+bloedstorting ten gevolge heeft gehad, of eene ernstige verminking
+veroorzaakt; voorts voor elken onwillekeurigen manslag door een wapen
+of eenig ander snijdend werktuig, zonder opzet van den eigenaar. Als
+een man zijne vrouw doodt, is hij daarvan aan niemand rekenschap
+schuldig; maar hij moet aan zijn schoonvader den halven bloedprijs
+betalen. Het _bloed_ van een choumaglié wordt op honderd-twee-en-dertig
+koeien geschat, benevens een muilezel en een mat; dat van een trigé,
+op drie-en-negentig koeien, waarvan een derde aan zijn heer toekomt.
+
+De Bogos noemen zich bij erfelijke overlevering, Christenen; maar zij
+bezaten noch kerken, noch priesters, toen, omstreeks 1854, een toeval,
+zoo men wil, hen in aanraking bracht met een jongen piëmonteeschen
+missionaris, Pater Giovanni Stella, die, weinig opgewektheid
+gevoelende voor de missie in het binnenland van Abyssinië, zich
+te Keren vestigde; waar hij eene uitnemende gelegenheid meende te
+vinden om met vrucht werkzaam te zijn. Even ijverig als verstandig en
+bedachtzaam, begreep Pater Stella, dat het onderwijs in de dogmatiek
+gevoeglijk tot later kon worden uitgesteld, en beijverde hij zich
+in de eerste plaats, om de Bogos in zedelijken zin op te heffen,
+en hen daardoor vatbaarder te maken om de verheven waarheden van het
+Christendom te begrijpen. Hij trachtte eerst de twisten en veeten,
+die dorp tegen dorp en stam tegen stam de wapens deden voeren en zoo
+schromelijke verwoestingen aanrichtten, bij te leggen; langzamerhand
+wist hij de Bogos te bewegen om de rooverijen en strooptochten,
+die maar al te zeer bij hen in zwang waren, vaarwel te zeggen;
+hij bezocht de huisgezinnen, en vermaande de fiere, onafhankelijke
+bergbewoners meer eerbied te betoonen voor de banden des huwelijks,
+voor het leven en de bezittingen van hun medemenschen, en niet zoo
+spoedig toe te geven aan de inblazingen van een eergevoel, dat in
+beginsel lofwaardig mocht zijn, maar zich op zoo noodlottige en
+verderfelijke wijze openbaarde. Een paar jaren lang was zijne stem
+als die eens roependen in de woestijn; maar nadat hij den Bogos een
+zeer wezenlijke dienst bewezen had, had hij hun vertrouwen gewonnen,
+en nu werd hij in weinige jaren, alleen door zijn zedelijken invloed,
+de oppermachtige gebieder en scheidsrechter van de zeventien dorpen
+der Bogos en van een tiental naburige vlekken of stammen. Hij maakte
+vooral zijn werk van de uitroeiing der openbare rooverij: een zware
+taak, want in het gebergte werd het ambt van roover als eene eervolle
+betrekking beschouwd, een man van moed ten volle waardig. Hij had
+eindelijk persoonlijke betrekkingen aangeknoopt met al de voorname
+roovers van Samhar, Sennaheit en Barka; en wanneer hier of daar
+gewelddadigheid was gepleegd, wist hij doorgaans den schuldige te
+ontdekken en vergoeding te verkrijgen.
+
+Deze dictatuur, de vrucht van onvermoeide toewijding en
+zelfverloochening, wekte den argwaan op van den negus, die zich
+heer van Sennaheit noemt. Hij wenschte _Abounu Johannès_ (Vader Jan,
+de gemeenzame naam van Pater Stella) te zien, en noodigde hem; in de
+vriendelijkste bewoordingen, tot een bezoek uit in zijne residentie te
+Debra-Tabor; de negus noemde hem zijn zoon, en beloofde hem de meest
+hartelijke ontvangst. De heer Stella antwoordde de gezanten van den
+negus met groote wellevendheid, wist voorloopig tijd te winnen, en toen
+geen langer uitstel mogelijk was, vertrok hij haastig naar Massaoua,
+het minder raadzaam achtende, zich in het hol van den leeuw te wagen.
+
+De eerste keer dat ik hem ontmoette, was te Massaoua, twee maanden
+voor ik de reis aanvaardde, waartoe dit verhaal betrekking heeft. Naar
+hetgeen ik omtrent hem gelezen had, stelde ik mij Pater Stella voor
+als een soort van Sint-Franciscus Xaverius met grijze haren. Groot was
+dan ook mijne verwondering, toen ik een welgedanen jongen man zag,
+met een blozend, open gelaat, waaruit een paar levendige, geestige
+oogen mij aanstaarden, en met een zeer weelderigen haardos. Een
+_bouri_, groote inlandsche pijp, die hij nooit uit den mond legde en
+die een deel van zijn persoon scheen uit te maken, voltooide deze
+geheel eigenaardige, maar zeer innemende figuur. Reeds dadelijk
+voelde ik mij tot hem getrokken, en bij nadere kennismaking leerde
+ik den beminnelijken, beschaafden, klassiek ontwikkelden man te
+meer waardeeren en bewonderen. De diensten, die hij, in deze bijkans
+onbekende streken, aan de zaak der beschaving en van het Christendom
+heeft bewezen, geven hem volle recht op aller hulde en erkentelijkheid.
+
+
+
+
+
+VI.
+
+
+Sennaheit, dat juist op den weg van Khartoem naar Massaoua ligt, moest,
+uit den aard der zaak, de begeerlijkheid prikkelen der egyptische
+beys van de grenzen, met name van dien van Taka. In 1850 deed een
+dezer heeren, Elias-Bey, een overigens bekwaam en energiek man, maar
+berucht wegens zijn fanatieken haat tegen alle christenen, onverwacht
+een inval in het land der Bogos; dezen, nog tijdig gewaarschuwd,
+konden zich met hunne kudden aan de overzijde van de Aïnsaba in
+veiligheid brengen. Elias drong door tot Ouasentet, een dorp van
+den stam Bedjouk, op vier mijlen afstands van Keren; hij vond daar
+slechts eenige oude vrouwen, die hij laaghartig liet vermoorden. Hij
+wilde toen de Mensa aanvallen, wier eerste kampementen niet meer dan
+vier of vijf uren verwijderd waren; maar een gids, die misschien de
+bergbewoners wilde redden, maakte den bey, in de aardrijkskunde al
+even weinig ervaren als al zijne confraters, wijs, dat het kamp der
+Mensa wel acht dagreizen ver was; Elias keerde daarop naar Kassala
+terug. De Bedjouk hadden hun behoud te danken aan eene omstandigheid,
+die den egyptischen officier karakteriseert. Aan de oevers van de
+Aïnsaba gekomen, had de bey de kanonnen laten afschieten, om den
+herders, die hij overvallen wilde, en die hij anders ongetwijfeld in
+hun kamp zou hebben verrast, den moed te doen ontzinken!
+
+In 1855 had een tweede inval plaats, die bij de Bogos zoo treurige
+herinneringen heeft achtergelaten. In vollen vrede vereenigde
+Khosrew-Bey, een woeste Turk, die te Kassala bevel voerde, al de
+roovers en bandieten van Barka met zijne geregelde soldaten, en
+trok met dit legertje naar Sennaheit. De beide passen, die naar het
+bergplateau voeren, werden bezet, zoodat de Bogos, wier hoofdplaats
+destijds Mogareh, op een uur afstands van Keren, was, nergens een
+uitweg hadden. Vijftig hunner manschappen sneuvelden in het gevecht;
+Mogareh werd in de asch gelegd, en driehonderd-tachtig gevangenen,
+meest vrouwen en kinderen, medegevoerd, benevens ongeveer zestig
+_moktas_; daarna keerden de roovers haastig terug. Pater Stella was
+afwezig; hij kwam den volgenden dag te Keren, vernam daar van de
+beroofde bergbewoners wat er geschied was, spoedde zich naar Kassala,
+en eischte van Khosrew volledige vergoeding. Deze weigerde, op de
+meest onbeschofte wijze, den geestelijke als officiëel persoon te
+erkennen; bovendien voerde hij hem te gemoet dat al de christenen van
+Sennaheit rebellen waren, die de egyptische regeering het recht en
+het vaste voornemen had, tot onderwerping te dwingen. De heer Stella
+wendde zich daarop tot de consuls van Frankrijk en Engeland. Deze
+laatste, de heer Plowden, een man van een doortastend karakter, een
+helderen blik en groote diplomatieke talenten, begreep aanstonds,
+welke partij van het voorval te trekken was, om het prestige van
+Engeland in de oogen der Christenen en muzelmannen van oostelijk
+Afrika te verhoogen. Hij ging in persoon naar Kassala, nam een
+dreigenden toon aan, maar kon niets verkrijgen; daarop begaf hij
+zich naar Alexandrië, met een adres van de Bogos aan de koningin van
+Engeland; hier vond hij krachtige ondersteuning en medewerking bij den
+franschen consul-generaal, den heer Sabatier, en verkreeg eindelijk
+eene schitterende voldoening. Khosrew werd afgezet, en tevens bevel
+gegeven, de gevangenen los te laten. Dit geschiedde dan ook onverwijld;
+maar inmiddels had men er reeds een tiental naar Djeddah gezonden, de
+groote stapelplaats van den slavenhandel aan de Roode-zee, eene stad,
+befaamd wegens twee zaken, die, voor zoover mijne persoonlijke ervaring
+reikt, steeds onafscheidelijk samengaan: een opgewonden muzelmansch
+fanatisme en eene grenzenlooze zedeloosheid. Tien of twaalf andere
+gevangenen waren in de harems van Kassala of de omstreken verstrooid
+geraakt.
+
+Daarop begon een onderzoek, dat, nu reeds acht jaren lang, de brave
+huisvaders van Kassala rust noch duur laat. De heer Stella trekt
+elk jaar derwaarts; hij luistert, ondervraagt, bespiedt, en bij
+elk bezoek vindt hij het spoor van eene of andere achtergebleven
+gevangene, die hij dan terugvordert, en die de divan hem niet durft
+weigeren. Somwijlen geeft dit aanleiding tot komische tooneelen. Een
+zekere Kopt, Mallem Todros genaamd, een gauwdief van het eerste water,
+had twee meisjes in zijn harem verborgen; zijn buurman Kotzika,
+schoonzoon van den Mallem Ghirghis, verklapte hem. De meisjes werden
+teruggegeven; om zich te wreken, liet nu Todros bij Ghirghis de glazen
+ingooien. Daarop nieuwe twist, en eindelooze processen tusschen deze
+beide deftige heeren, die pater Stella eindelijk wist te verzoenen.
+
+Op aandrang der consuls gaf de egyptische regeering, na lang talmen,
+eene schadevergoeding van 17.000 francs, ongeveer een derde der
+waarde van het gestolen vee. Mij werd opgedragen voor de verdeeling
+dezer gelden te zorgen; ik liet mitsdien de voornaamste choumaglié
+van Keren, Ona, Tantarwa, Achala, Djoufa en Deghi, die allen van
+den rooftocht te lijden hadden gehad, naar Keren ontbieden, waar de
+gelden onder de belanghebbenden werden verdeeld. Bij die gelegenheid
+ontbrak het natuurlijk niet aan feesten en luidruchtig vreugdebetoon,
+en menig lied werd ter mijner eere gezongen. Zeventienduizend franken
+was voor deze arme lieden een meer dan vorstelijke schat!
+
+Ik bleef eenige dagen te Keren, geene gelegenheid verzuimende om
+de omstreken te doorkruisen, en bergen te beklimmen. Somwijlen had
+ik zonderlinge ontmoetingen. Op zekeren dag had ik den Lala mba,
+een fraaien, pyramidaalvormigen berg nabij Mogareh, bestegen en
+daar geteekend, zonder mij te laten storen door het gekras van
+een vervelenden raaf, die mij eerst een poos onbeschaamd had zitten
+aankijken en toen luidkeels was gaan schreeuwen, als om te protesteeren
+tegen deze inbreuk op zijn gebied. Vermoeid en verstrooid van gedachten
+daalde ik den berg af, en wilde juist mijn voet zetten op een soort
+van dooden tak, die in het hooge, dorre gras lag, toen mijne aandacht
+eensklaps getrokken werd door de gladheid en den regelmatigen vorm van
+dien stam; en werktuigelijk nader toekijkende, zag ik dat die gewaande
+tak, eenige voeten verder, uitliep in een platten kop met twee zwarte
+vurige oogen. Het was een groote slang, die waarschijnlijk even verrast
+was door deze zonderlinge ontmoeting als ik zelf. Wij hadden trouwens
+niet veel tijd elkander te bewonderen: want op eene beweging die ik
+maakte, verdween het dier in de struiken, en ik tusschen de rotsen.
+
+Een andermaal had ik den Aïtaber bestegen om van daar een blik te
+werpen op de prachtige bergkloven, waaruit de Aïnsaba te voorschijn
+treedt, en op de boschrijke hellingen der _rora_ (bergvlakte), waar de
+stam der Beit-Andou in fiere onafhankelijkheid, eenzaam en afgezonderd,
+leeft. Langs een steil rotspad afdalende, stootte ik eensklaps op
+een fraaien, jongen luipaard, die zich in de zon lag te koesteren;
+en hoewel ik geene andere wapenen bij mij had dan mijn kompas en mijn
+teekenpen, werd hij toch bang, en vluchtte in twee of drie sprongen
+naar eene opening tusschen de rotsen, waarin hij geheel verdween;
+in zijn schrik vergetende, dat een gedeelte van zijn staart buiten
+het gat uitstak. Ik van mijne zijde gevoelde evenwel niet den minsten
+lust, hem verder te verontrusten; en daar het pad vlak langs zijne
+schuilplaats heenliep, maakte ik eerbiedig een omweg van meer dan
+een el in doorsnede.
+
+Mijne bedienden dachten over deze uitstapjes, wat de veiligheid
+betreft, geheel anders dan ik. Toen de kawas Ahmed, als naar gewoonte,
+de abyssinische dienstmaagden wilde uitzenden om hout en water te
+halen, weigerden zij, uit vreeze van opgelicht te worden, wanneer zij
+zich op eenigen afstand buiten Keren waagden. Trouwens deze vrees was
+niet zoo ongegrond. De meeste muzelmansche kooplieden langs de grenzen,
+niet tevreden met de winsten van hun gewonen handel op Abyssinië,
+leggen zich ook toe op kinderroof. Het stelen van christenkinderen is,
+in de oogen der muzelmannen, een verdienstelijk werk; de ongelukkige
+slachtoffers worden dan als slaven verkocht. De regeering doet niets
+om dezen gruwelijken handel te beletten.
+
+
+
+
+
+VII.
+
+
+Na een verblijf van vijf dagen te Keren, werd het tijd aan de terugreis
+naar Massaoua te denken. Pater Stella deed mij uitgeleide tot aan de
+boorden van de, Aïnsaba, waar wij gezamenlijk ons bivouac opsloegen,
+en vanwaar hij den volgenden morgen naar Keren terugkeerde.--Wij
+staken nu de fraaie vlakte over, waarin de kleine stam der Bedjouk
+gevestigd is; bestegen den vrij steilen bergpas van Massalit, en
+daalden in het bassin van de Lebqa af, dat wij eerst te Aïn, op twee
+dagreizen afstands, weder verlieten. De uitgedroogde bedding van de
+rivier diende ons tot weg, die terwederzijde door tamelijk hooge en
+boschrijke bergen was omzoomd.
+
+Aïn vormt de grens tusschen twee machtige stammen, de Mensa ten
+zuiden, en de Habab ten noorden. Deze laatsten splitsen zich in
+drie afdeelingen, die te zamen den naam voeren van de drie _Meflez_
+(wilde zwijnen). Die titel van Meflez is zeer in aanzien in Sennaheit:
+hij komt voor in de geslachtslijsten van de voornaamste familiën: een
+bewijs te meer, bij zoovele anderen, dat deze stammen oorspronkelijk
+geen Mohammedanen waren. De Habab zijn nomaden: en er bestaat eene
+zekere verwantschap tusschen het nomadenleven en de islamitische
+barbaarschheid; gaandeweg vielen zij dus van hun voorvaderlijk
+christengeloof af, en hadden nu ook geen enkele reden meer om zich te
+onttrekken aan het oppergezag van de grootere of kleinere muzelmansche
+staten, die hen van alle zijden omgaven. Reeds in 1846 vorderde
+Emin-Bey van de Habab schatting, in naam van den onderkoning van
+Egypte. De _kantiba_ (opperhoofd) der Habab antwoordde op hoogen toon,
+dat hij de souvereiniteit van Egypte niet erkende; maar, bevreesd voor
+de soldaten van den bey, zond hij hem toch, echter voor dien enkelen
+keer, een geschenk van vijftig koeien. Tegenwoordig tracht de porte
+zelf aanspraken op de souvereiniteit over deze stammen te doen gelden.
+
+De Mensa beweren van den zeeoever gekomen te zijn, en beroemen zich
+op hun europeeschen oorsprong. Indien dit geen fabel is, dan hebben
+zij tot zelfs hunne taal vergeten, want zij spreken thans tigré;
+overigens is hun zuivere, bijkans klassieke type eene zijdelingsche
+bevestiging van hunne beweerde afkomst. Zij splitsen zich in twee
+clans: Beit-Ibrahé, wier dorp Gheled (schild) heet, en Beit-Echakan,
+die te Hamham zijn gevestigd. Het eerste dorp werd in 1850 door
+Hassan, naïb van Arkiko, overvallen; de kantiba Theodoros werd als
+gevangene naar Massaoua gevoerd, waar hij verscheidene maanden bleef,
+en waar men vergeefs alle pogingen aanwendde om hem tot den islam te
+bekeeren. Hij werd niet ontslagen, dan nadat hij een zekeren losprijs
+had betaald, en zijn kleinzoon als gijzelaar had achtergelaten.
+
+Sommige reizigers hebben zich zeer ongunstig over de Mensa
+uitgelaten; maar, op den keper beschouwd, komen die klachten toch
+hoofdzakelijk hierop neer, dat de nieuwsgierigheid dezer onontwikkelde
+bergbewoners den reizigers last veroorzaakte. Nu, laat ons rechtvaardig
+zijn. Stellen wij eens dat een Mensa, in zijne fraaie witte shama,
+die hij alleen op feestdagen draagt, gehuld, met zijne lange lans
+in de hand, en de groote houten naald (waarop hij even trotsch is,
+mevrouw, als gij op uwe kolossale oorbellen) door zijn gevlochten
+haren gestoken;--stellen wij, dat zulk een Afrikaan zich op een goeden
+dag in de straten van Parijs vertoont: zou hij niet het voorwerp der
+algemeene nieuwsgierigheid, en erger, der spotternij, zijn? Wat mij
+betreft, ik heb mij altijd zeer wel kunnen schikken in deze soort
+van nieuwsgierige belangstelling, die mijne zwarte of koperkleurige
+medemenschen mij betoonden: zoolang althans die belangstelling haar
+karakter van kinderlijke naïveteit niet verloor, en geen dekmantel
+werd voor kwaadwilligheid of hebzucht. Doorgaans vond ik er een waar
+vermaak in, naar de gesprekken te luisteren, die om mij heen werden
+gevoerd, en die op mijn persoon betrekking hadden.
+
+"Hoe heet uw meester?" vroeg men aan mijn kawas Ahmed.
+
+"Zijn naam doet niets ter zake. Hij is mijnheer de consul."
+
+"Consul? Wat is dat? Is dat zooveel als een _choum_ (klein
+districtshoofd)?"
+
+"De duivel hale uw choums! Een consul, dat is zooveel als een dedjaz
+(hertog of landvoogd). De negus heeft, hij zijne ontvangst te
+Debra-Tabor, de kanonnen laten afvuren."
+
+Dan nam men mijn persoon en mijne kleeding nauwkeurig op: alles leverde
+stof tot vragen en opmerkingen. Somwijlen droeg ik, des morgens, als
+de wind koel was, een vest van blauwe gebreide wol: dit kleedingstuk
+vooral prikkelde de nieuwsgierigheid der inboorlingen. Een hunner,
+die zich voor bijzonder knap hield vroeg mij: "of dat zijde was?"
+
+"Neen, het is schapenwol."
+
+"Heel vreemd!"--En de man verwijderde zich, brommende: "Nu, die Frank
+denkt mij beet te kunnen nemen! Wie heeft ooit van zijn leven blauwe
+schapen gezien?"
+
+Een andermaal trok een bos kleine sleutels de aandacht mijner
+bezoekers; na zich in allerlei gissingen verdiept te hebben, merkte
+een hunner op, dat zij inwendig hol waren; hij gaf ze mij nu terug
+zeggende:
+
+"Ik ken dat: het zijn zakpistooltjes! Zijn ze geladen? De Franken
+vinden toch wonderlijke dingen uit. Hoe jammer dat ze _turksch_
+(mohammedaansch) zijn!"
+
+"Wat praat ge van turksch? Evenmin turksch als gij."
+
+"Zijt gij dan een christen?"
+
+"Zeer zeker."
+
+"Laat mij dan uw _mateb_ zien. (Een blauw zijden koord, dat alle
+abyssinische christenen, bijwijze van herkenningsteeken, dragen.) Hebt
+gij geen _mateb_? Ziet gij wel, dat ge dan ook geen christen zijt."
+
+Ik keer tot mijn verhaal terug. De vlakke en bijna geheel naakte
+streek, hier en daar door alleenstaande bergen afgewisseld, die ik van
+Aïn tot Massaoua in schuine lijn moest doortrekken, heet Samhar. Deze
+landstreek is, althans in de hoofdtrekken, vrijwel bekend, want
+deze woestijn is de weg van de kust naar het schoone en vruchtbare
+Abyssinië. Reeds in de oudheid, met name tijdens de Ptolomeërs,
+die zoo ijverig den handel van de Roode-zee bevorderden, was Samhar
+evengoed bij de reizigers bekend als heden ten dage. Ten bewijze zij
+het mij vergund, de beschrijving aan te halen, die Artemidorus van deze
+streek geeft; die beschrijving past nog tegenwoordig bijna volkomen,
+zoowel wat de natuur als wat de menschen betreft.
+
+Volgens onzen griekschen schrijver, jagen de nomaden dezer landstreek
+de olifanten op deze wijze: "in hinderlaag op de boomen gezeten, en
+eene kudde olifanten bemerkende, die het bosch doortrekt, laten zij
+die ongemoeid voorbijgaan; maar zij trachten met behoedzaamheid de
+achterblijvers te naderen, die hier en daar dwalen, en snijden hun
+de pezen der pooten door. Somwijlen ook dooden zij hem met pijlen,
+in de gal eener slang gedoopt; de pijl wordt door drie mannen tegelijk
+afgeschoten: twee hunner, de beenen vooruitgestrekt, houden met alle
+kracht den boog vast, de derde spant het koord. Nog anderen geven
+acht op de boomen, waartegen de olifanten komen leunen om te slapen;
+zij naderen nu van de tegenovergestelde zijde, en snijden den stam
+dicht bij de aarde door; wanneer de olifant tegen den boom aanleunt,
+valt deze om, en het dier stort mede ter aarde; dan springen de
+jagers van de boomen op den grond, dooden den olifant en houwen hem
+in stukken. De nomaden noemen deze jagers onrein.
+
+"Boven deze elephantophagen (olifanteters) woont een niet zeer
+talrijk volk van strouthophagen (vogeleters), in wier land men
+vogels vindt zoo groot als herten, die, zoo zij niet vliegen kunnen,
+ten minste zeer snel kunnen loopen, evenals de struisen; sommigen
+dooden ze met pijlen; anderen nemen hunne toevlucht tot de volgende
+list. Zij bedekken zich het lichaam met de huid van een dezer dieren;
+zij steken hun rechterarm in den hals, en bewegen dien op zoodanige
+wijze, dat zij de bewegingen van den vogel zelven nabootsen; met
+hunne linkerhand nemen zij graankorrels uit een broodkorf, die aan
+hunne zijde hangt, en strooien die vóór zich heen; de vogels worden
+daardoor naar kuilen gelokt, waar jagers zijn gesteld, die hen met
+stokken doodslaan. Deze strouthophagen bedienen, zich van de huiden
+dezer vogels om zich te kleeden en ook als bed; zij leven in oorlog
+met de Ethiöpiërs, die Siles worden genaamd, en als aanvalswapenen
+hertehoornen gebruiken. Zij wonen in de nabuurschap van menschen,
+zwarter van kleur en kleiner van gestalte, die ook minder lang leven
+dan de anderen, want zij worden zelden ouder dan veertig jaar, omdat de
+wormen zich in hun vleesch voortteelen. Deze menschen voeden zich met
+de sprinkhanen, die door de zuid-westen- en westenwinden, welke in de
+lente met groote hevigheid heerschen, naar hun land worden gevoerd. Om
+deze sprinkhanen te vangen, werpen zij, in kuilen en droge grachten,
+hout, dat, als het brandt, veel rook veroorzaakt; zij leggen daar
+een weinig vuur boven op: de sprinkhanen, die daarover heen vliegen,
+worden door den rook verblind en vallen ter aarde. Zij maken ze fijn,
+vermengen ze met pekel, en bakken er koeken van, die zij eten."
+
+Aldus Artemidorus. Vooral wat hij het laatst verhaalt, is geheel
+overeenkomstig de waarheid, zooals mij nog op deze reis bleek. De
+sprinkhanen daalden in dichte zwermen van Hamazene af, waar zij
+waarschijnlijk den oogst van den armen abyssinischen landman
+bijna geheel hadden vernield. Zij vlogen, naar ik meen, van het
+west-zuidwesten, naar het noord-noordoosten. De boomen, de _khors_,
+de hellingen der heuvelen, alles was overdekt met millioenen gele of
+violette stippen: een waar festijn voor de roofvogels van allerlei
+soort, wier aantal in deze streken zoo buitengemeen groot is. Maar
+zij waren de eenigen niet, die op dien buit afkwamen: de lieden van
+Aïlat, met _ghirbas_ (lederen zakken) beladen, kwamen ook in massa
+opzetten, om mede hun aandeel te erlangen. Deze sprinkhaneneters,
+hoewel inderdaad donkerder van kleur dan hunne buren, kwamen mij
+voor krachtig en welgemaakt te zijn. Wat onze Griek vertelt van die
+afschuwelijke ziekte en van hun korten levensduur, is een fabeltje,
+en zal ook wel in zijn tijd niet waar zijn geweest.
+
+Een paar dagen na ons vertrek van Aïn, kwamen wij te Desset, een
+zeer boomrijk eiland, door een breeden, nu uitgedroogden stroom
+gevormd, waar zich eenige grafheuvelen bevinden, en twee steenen
+grafteekenen, onder den naam van _graven der Koningen_ bekend. Volgens
+de overlevering der nomaden, zouden deze graven de overblijfselen
+bevatten van de _Rôm_, een volk dat, tot straf voor zijne immer
+toenemende goddeloosheid, door God onder een regen van steenen
+bedolven werd.
+
+Te Desset was ik te zeer in de nabijheid van Aïlat en zijne warme
+bronnen, dan dat ik zou hebben mogen verzuimen, derwaarts een uitstapje
+te maken. Een kleine marsch bracht mij naar dit groote dorp, waar ik
+twee aangename dagen sleet, uitnemend goed ontvangen door een soort
+van sheik, die, in naam van den toen afwezigen naïb, het bestuur over
+deze herders voerde.
+
+Ik had geene behoefte aan een badkuur, en was ook om die reden niet
+naar Aïlat gekomen, maar ik zou mij geschaamd hebben, den omtrek
+te verlaten, zonder die beroemde warme bronnen te hebben gezien,
+waarvan alle reizigers gewag maken, en die bovendien gelegen zijn
+in eene dier schilderachtig schoone valleien, die mij steeds zoo
+verkwikten. Ik verliet dus het dorp, in gezelschap van Ahmed en een
+inlandsch opperhoofd en bereikte, na eene wandeling van anderhalf uur,
+den oever van eene beek, Maï Ooï (warm water) genaamd. Nog zeshonderd
+el verder, en ik was bij de bronnen. Het water was zeer vuil; de reden
+daarvan bleek mij spoedig, toen ik eene menigte schapen tegenkwam,
+die, volgens de dagelijksche gewoonte, door hunne herders in de bron
+waren gewasschen: eene operatie, die tijd en geduld vordert. Gelukkig
+ontbreekt het deze bergbewoners noch aan het een noch aan het ander.
+
+De eigenlijke bron ontspringt aan den voet van een tamelijk steilen
+berg, Akowar geheeten, midden in een klein moerassig weiland, waaruit
+eenige zwakke sprengen opwellen, van welke slechts eene enkele eene
+hooge temperatuur heeft; al deze straaltjes vereenigen zich, eenige
+schreden verder, in een reeks kleine vijvers of bassins; slechts
+in een dezer vijvers, die de meeste diepte heeft, kan een volwassen
+mensch, als hij namelijk op zijn hurken gaat zitten, een eenigszins
+behoorlijk bad nemen. Toen ik nader kwam, zag ik vier of vijf mannen
+en vrouwen in het bad gezeten; nadat er wat ruimte gekomen was, wilde
+ik ook een bad in de Maï Ooï nemen, maar de temperatuur was mij te
+hoog; half verbrand trok ik mij haastig terug en bepaalde mij tot een
+voetbad. Na den naburigen heuvel beklommen, en het panorama genoten te
+hebben der donkere, zonderling gevormde en boschrijke bergen, die ten
+westen de vlakte van Aïlat begrenzen, keerde ik naar het dorp terug,
+om vandaar onzen tocht voort te zetten.
+
+Door eene zandige, dorre vlakte, bereikten wij eindelijk, zeer vermoeid
+en bijna bezwijkende van dorst, het vrij aanzienlijke dorp M'Kullu, op
+zes kilometers van Massaoua, te midden vau eene zand- en steenwoestijn
+gelegen, maar toch in het bezit van een onwaardeerbaren schat: vijf of
+zes putten met voortreffelijk water. Daar Massaoua geen bronnen heeft,
+en alleen regenwaterbakken, die acht of negen maanden van het jaar
+droog zijn, is het water van M'Kullu tot een handelsartikel geworden,
+waarvan de gansche arbeidzame bevolking van het dorp leeft. Elken
+morgen vroeg nemen de jonge meisjes van tien tot vijftien jaar, een met
+water gevulden zak op hare schouders, wandelen daarmede naar de stad,
+en keeren omstreeks negen uur in haar dorp terug; zij doen alzoo een
+tocht van twaalf kilometers, waarmede zij niet meer dan een piaster
+(ongeveer tien cent) verdienen. Dit harde leven benadeelt noch hare
+gezondheid, noch haar schoonheid, noch haar goed humeur. Honderde malen
+heb ik ze ontmoet; bij troepjes naar de stad trekkende, lachende,
+pratende: aardige figuurtjes, met hare in wanorde over het hoofd
+hangende krullen van glimmend zwart haar.
+
+M'Kullu is het geliefkoosde verblijf van de kooplui van Massaoua,
+die den geheelen dag in den bazar der stad doorbrengen, maar iederen
+avond naar M'Kullu terugkeeren, om zich des morgens, een uur voor
+zonsopgang, weder naar Massaoua te begeven. Zoo vaak ik dien kant uit
+wandelde, kon ik er zeker van zijn, troepen Massaouanis tegen te komen,
+met hun geel en beenig gelaat, hunne lange helderwitte kaftans, hun
+tulbanden, om een met veelkleurig borduursel versierd kapje gewonden,
+en hun bonten zakdoek op den schouder. Deze vervelende dagelijksche
+wandeling getroosten zij zich uit zuinigheid, want het leven op het
+eiland is zeer duur; en de eenige uitgaaf die deze verplaatsing hun
+oplegt, is het veergeld, dat niet meer dan drie paras (anderhalve cent)
+per hoofd bedraagt.
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+
+Vroeg in den morgen braken wij van M'Kullu op en trokken naar de
+vlakte van Gherar, vanwaar een kano mij in drie minuten naar het
+eiland Massaoua overvoerde. Op dien weg vond ik geene andere planten
+dan mimosa's, dwergachtige struiken en wortelvijgeboomen (_chora_),
+die het strand bedekken. Die bosschen van _chora_ van verre gezien
+maken een zeer eigenaardigen indruk: dicht begroeid, van eene zacht
+groene kleur, hunne fijne takken en twijgen in de zee dompelende, en
+hunne fraaie bladeren, aan die van den laurier niet ongelijk, in het
+water weerspiegelende, lokken die wonderlijke boomen den vermoeiden
+reiziger, om een weinig adem te scheppen van de brandende zonnehitte,
+en in hun lommer zijne oogen te verkwikken, die vermoeid zijn van het
+staren op het harde geel der verweerde en verscheurde rotsen langs
+de kust. Eenmaal heb ik mij laten verlokken, en ben het dichte bosch
+ingegaan: maar nimmer heb ik de proef herhaald. De bodem, deels door
+de wateren der zee overdekt, is niets anders dan eene groote poel,
+vol slijk en zandbanken, waaruit de boomen, dicht opeengedrongen, zich
+in grillige vormen verheffen; en onder dit bijkans ondoordringbaar
+loofdak heerscht eene zoo benauwende, verstikkende hitte, in zoo
+hooge mate met vochtige, ongezonde dampen bezwangerd, dat, bij deze
+atmospheer vergeleken, het verblijf buiten op de brandende zandvlakte
+u eene verkwikking schijnt.
+
+De bodem van het eiland Massaoua bestaat uit koralen en eene
+verzameling van alle mogelijke soorten van versteende vegetatie, die
+aan de Roode-zee een zoo bijzonder karakter geven. Ik heb reeds met een
+enkel woord van de waterbakken gesproken: deze bakken beslaan ongeveer
+een derde van de oppervlakte van het eiland. Volgens de overlevering
+zouden zij door de _Parsis_ (de Perzen) zijn aangelegd: waarin
+niets onwaarschijnlijks is, want ten tijde van Khosroës waren deze
+kustlanden van de Roode-zee, naar wij mogen aannemen, aan de perzische
+heerschappij onderworpen. Alles wat in deze streken niet ontwijfelbaar
+van muzelmanschen of misschien abyssinischen oorsprong is, wordt aan
+de _Parsis_ toegeschreven; natuurlijk maakt zich de overlevering,
+ook in dit opzicht, aan hare gewone fout van overdrijving schuldig.
+
+Maar wie dan ook de waterbakken van Massaoua moge hebben aangelegd,
+hij heeft eer van zijn werk: zij verdienen wel alleszins de aandacht,
+niet alleen om hunne afmetingen, om de moeilijkheden die bij den
+aanleg te overwinnen waren, maar vooral om de schoone bewerking,
+waarvan men zich eenig denkbeeld kan vormen, als men de drie of vier,
+die nog bijna ongeschonden zijn, wat meer van nabij beziet. De bakken
+zijn gedekt door een soort van klein gewelf, uit koraalfragmenten
+gemetseld; de binnenwanden zijn glad, en de randen zoo gemaakt, dat bij
+den minsten regen, het water in de bakken moet afloopen. Deze fraaie
+en nuttige werken hadden het wel verdiend, dat de turksche regeering,
+steeds zoo haastig bij de hand als er eene of andere nieuwe methode van
+knevelarij valt in te voeren, zich wat meer om hun behoud bekommerd
+had: maar aangezien de gouverneur en zijne lieden alle morgens hun
+versch water van M'Kullu ontvangen, is het hun natuurlijk volkomen
+onverschillig, of het arme volk van dorst vergaat. Do waterbakken
+in het binnenste van het eiland vallen in puin, zonder dat iemand
+eene hand uitsteekt om ze te herstellen; de bakken nabij het strand
+bezwijken voor den aandrang der zee, die de wanden doet barsten en
+bij iederen vloed de ledige ruimte vult.
+
+Omtrent den oorsprong van Massaoua verkeert men in het
+onzekere. Sommige geleerden zijn van meening, dat het tegenwoordig
+Massaoua ongeveer zou overeenkomen met eene zekere stad Saba, waarvan
+de oude geografen melding maken: in hoever die meening gegrond is,
+durf ik niet beslissen. Het eiland is zeer arm aan gedenkteekenen: men
+vindt er slechts een twaalftal gewijde gebouwen, waaronder eene moskee,
+die wel de opmerkzaamheid verdient, en waarschijnlijk dezelfde is,
+waarin de Portugeezen, omstreeks 1520, de mis lieten bedienen, nadat
+zij de muzelmannen uit Massaoua verdreven hadden. Dit was trouwens
+slechts eene wedervergelding, want de muzelmannen hadden op hun beurt
+dit heiligdom aan de abyssinische christenen ontweldigd.
+
+De bevolking van Massaoua is zeer gemengd. De merkwaardigste, en uit
+een commerciëel oogpunt wel de gewichtigste kolonie, is ongetwijfeld
+die der Banians, die welbekende indische kooplieden, in wier handen
+sedert eeuwen reeds de handel op de Roode-zee berust. De wijk der
+Banians is zeer stil; er zijn zeer weinig winkels, en te ieder uur
+van den dag ziet ge er weinig anders dan _angarebs_, rustbanken,
+tegen de muren geplaatst, en waarop groote, welgevormde, half-naakte
+mannen rustig liggen uitgestrekt. Hunne geschoren kruinen, hunne dunne
+knevels, hunne prachtige zwarte oogen, hunne eenigszins vrouwelijke
+trekken, geheel hun voorkomen doet u denken aan eene straat van Delhi
+of Bombay. Als de Banian uitgaat, draagt hij een prachtigen tulband
+van roode of gele zijde, met goud geborduurd, en een zware zilveren
+keten om de lendenen.
+
+De europeesche bevolking te Massaoua is nooit zeer talrijk geweest;
+zij bestaat doorgaans uit een consulairen agent (zelden zijn er twee),
+uit een paar kooplui en eenige zendelingen. Over deze laatsten een
+enkel woord.
+
+De eerste missionarissen, die zich hier vestigden, waren
+Kapucijner-monniken; zij woonden te M'Kullu in een nederig huis, waar
+men hun niet dan na veel moeite het verblijf vergunde. De turksche
+regeering, die hier het nauwlettend oog der europeesche diplomatie
+niet had te duchten, toonde zich, aan deze uiterste grens van haar
+gebied, in al hare brutale onbeschaamdheid. De generaal der orde, die
+wist met wie hij te doen had, stuurde op deze onbeschofte en steeds
+half beschonken turksche gouverneurs een piemonteeschen monnik af,
+door geheel den omtrek wel bekend, pater Giuseppe S...; iemand, die
+veeleer geboren scheen om voor komiek op te treden dan als apostel
+in Nubië werkzaam te zijn; een grappenmaker, wiens onuitputtelijke en
+gansch niet altijd fijne vroolijkheid echter eene zeer degelijke kennis
+en een onbedwingbaren moed verborg. Telkens lag hij met den turkschen
+gouverneur overhoop; maar eindelijk wist hij hem te temmen: op zekeren
+dag daagde hij den Turk uit tot een duel met den sabel; een andermaal
+dreigde hij den landvoogd uit het raam te gooien, en zichzelf, in zijne
+plaats, tot kaïmakan te doen uitroepen. Dergelijke praktijken waren
+zeker niet bij uitnemendheid apostolisch: maar tegenover de lieden,
+met wie hij te doen had, troffen ze toch doel. Ongelukkig kwam pater
+Giuseppe in het eind op de noodlottige gedachte om "zaken" te gaan
+doen: hij hing zijn pij aan den kapstok, en zette te Massaoua een
+handelshuis op, dat al vrij spoedig failliet ging. Pater Giuseppe
+begaf zich daarop naar Florence, waar hij, naar men mij zeide,
+tegenwoordig als redacteur van een liberaal dagblad werkzaam is.
+
+Na de Kapucijners verschenen de Lazaristen, toen zij, in 1855 uit
+Abyssinië verdreven, zich te Massaoua kwamen vestigen, onder de leiding
+van den voortreffelijken prelaat monsgr. de Jacobis. Onder het bestuur
+van zijn opvolger, monsgr. Biancheri (overleden 17 September 1864),
+werd ten behoeve der missie aan de oostpunt van het eiland, tegenover
+de stad, een ruim gebouw opgericht met eene kerk en eene drukkerij
+voor de abyssinische boeken. Tegenwoordig wordt de missie bestuurd door
+pater Delmonte, een Genuees van geboorte, en een zeer bekwaam man, die
+waarschijnlijk als opvolger van monsignor Biancheri zal worden benoemd.
+
+Een anglo-indisch spreekwoord zegt: "Pondichery is een warm bad, Aden
+een fornuis, Massaoua een hel." Dit is tamelijk overdreven. Massaoua
+is niet ongezonder dan eenig ander punt langs het beneden gedeelte der
+Roode-zee, en is zeker veel minder vervelend, dank zij de nabijheid
+van het bergland en de uitmuntende gelegenheid tot jagen. Dit neemt
+niet weg dat de hitte het iemand benauwd genoeg maken kan. Ik had
+mij daartegen zooveel mogelijk gewaarborgd. Mijne woning werd aan
+drie zijden door de zee omspoeld; en heerlijke uren heb ik, ook bij
+de grootste hitte, doorgebracht in mijn vierkant vertrek, dat met
+drie groote vensters aan zee uitkwam. Het uitzicht, het is waar,
+was tamelijk eentonig. Voor mij zag ik de gele en naakte rotsen
+van kaap Gherar, de reede, en nu en dan eene of andere boot van
+Dahlak, met hare zware matten zeilen en haar lading van steenen,
+langzaam voortzwoegende. Aan mijne linkerhand verhieven zich de drio
+verdiepingen of terrassen der bergen van Abyssinië en Samhar: namelijk,
+vooreerst de roodachtige lage heuvels van Arkiko en M'Kullu; dan
+daarachter de bergen van Waï-Negus, en eindelijk aan den horizon, hoog
+boven alles uitstekende, de rotsmuur van de abyssinische hoogvlakte,
+waarboven zich, in trotsche majesteit, de koepel van Devra-Bizan,
+in schemerende omtrekken, welfde.
+
+Massaoua heeft voor den toerist al zeer weinig aantrekkelijks; maar
+hij kan zich daarvoor schadeloos stellen door eenige uitstapjes in de
+omstreken te gaan doen. Reeds meermalen was mijne aandacht getrokken
+door een fraai gevormden berg, die Massaona beheerscht en den schipper
+in zee tot baken strekt: den Ghedem, ongeveer 1200 meters hoog,
+een ontzagwekkende, vulkanische kegel. Met de mededeeling van mijn
+uitstapje derwaarts, wil ik ditmaal mijn reisverhaal besluiten.
+
+Op zekeren dag huurde ik eene boot met twee man, en liet mij naar een
+kleinen inham aan de kust roeien, vanwaar ik nog ruim een uur door
+de stekelige mimosa's moest wandelen, eer ik de rotsachtige hoogten
+bereikte, die ik langzaam begon te bestijgen. Na drie kwartier
+klimmens, had ik een piek bereikt, die ongeveer tweederde van de
+totale hoogte des bergs mat; maar de eigenlijke top was stellig nog zes
+kilometers verwijderd, en ik begreep dadelijk, dat, zoo ik niet boven
+wilde overnachten--waar ik, met het oog op een zeer mogelijk bezoek
+van leeuwen, luipaarden of hyena's, volstrekt niet op gesteld was;--het
+beter was, maar niet verder te gaan. Ik had geen reden om mij over dit
+besluit te beklagen, want een prachtig panorama breidde zich voor mij
+uit. Aan mijne voeten, de vlakte, die ik zooeven was doorgetrokken,
+met eene reeks lage heuvelen, die van den berg tot aan de zee liepen;
+verder, de fraaie open reede van Massaoua, rustig, blauw, in hare
+kalme wateren de witte huizen der stad weerspiegelende, en de dichte
+_choras_ der beide eilanden van Tau-el-hud en Shekh-Saïd. Aan het
+uiteinde der baai lag de kleine stad Arkiko, vroeger de hoofdstad
+van het gansche omliggende land, de patrimoniale residentie der
+naïbs, die sedert naar Aïlat zijn verhuisd. Wat daartoe aanleiding
+gaf, verdient wel eene korte vermelding, ook omdat daardoor een
+eigenaardig licht valt op de toestanden in deze streken. In 1846 had
+de turksche gouverneur van Massaoua, eene schuldvordering van een
+honderd talaris ten laste van den naïb van Arkiko; en zag geen kans
+dat geld te krijgen. Dit ware nu nog te vergeven geweest; maar niet te
+lijden was de beleedigende hoogmoed, waarmede die inlandsche vorsten
+de gezaghebbenden te Massaoua behandelden. Op zekeren dag voegde
+de driftige naïb Hassan, in den vollen raad, den gouverneur toe:
+"Hassan heeft hier te bevelen, zoogoed als de sultan te Stamboel, of
+de onderkoning te Masr (Kaïro)!"--Bij de minste oneenigheid verbood de
+naïb zijn onderdanen, de stad van water of levensmiddelen te voorzien,
+waardoor de inwoners aanstonds aan het gevaar waren blootgesteld, van
+honger en dorst om te komen. De gouverneur, wiens geduld eindelijk
+uitgeput raakte, zond toen zijne Arnauten naar de stad, die Arkiko
+verbrandden, en de turksche kanonnen mede namen, die het voornaamste
+sieraad van den divan der naïbs uitmaakten.
+
+De stad bleef eenige maanden verlaten liggen; toen werd zij
+langzamerhand herbouwd, en tevens van een slecht fort voorzien,
+waarin de turksche gouverneur bezetting legde. De naïb, die een
+vazal van den negus van Abyssinië was, riep nu de tusschenkomst
+in van Oubiëh, den onderkoning van Tigreh, die bij den kaïmakan
+op vergoeding en herstelling van den naïb in zijne vroegere positie
+aandrong. De kaïmakan schold en dreigde en weigerde iedere voldoening,
+tot eindelijk op zekeren dag de gansche bevolking der omliggende
+dorpen, door schrik bevangen, naar de stad vlood, en daar algemeene
+ontsteltenis verwekte door de mare: _El Kostan ghia!_ de christenen
+komen!--Het was het abyssinische leger, aangevoerd door Belatta
+Kokobiëh, een der krijgsoversten van Oubiëh, tusschen de vijftien en
+twintigduizend man sterk, en overal de schrikkelijkste verwoestingen
+aanrichtende. M'Kullu werd geplunderd en verwoest; het garnizoen
+van Arkiko verslagen en onder de muren van het armzalige fort in de
+pan gehakt; Massaoua, dat het getal zijner inwoners eensklaps van
+zes tot vijftien duizend zag klimmen, die aan alles gebrek hadden,
+moest onfeilbaar in handen van den vijand vallen. Maar de onbesuisde
+vernielzucht der Abyssiniërs droeg voor hen zelf de noodlottigste
+vruchten: het gansche omliggende land was tot een woestijn geworden,
+en Kokobiëh zag zich welhaast verplicht, zijne stroopende ruiterbenden
+weder bijeen te roepen en naar het noorden, naar het land der Bogos,
+terug te trekken. Zoo bleef alles bij het oude: Arkiko hield zijne
+turksche bezetting, en de morrende naïbs brachten hunne residentie
+over naar Aïlat.
+
+
+
+
+
+
+ AMERIKAANSCHE GETUIGENISSEN OMTRENT AMERIKAANSCHE TOESTANDEN.
+
+
+
+De man, die door de meerderheid der kiezers in de Vereenigde Staten
+van Noord-Amerika,--met inbegrip van 800,000 zoogenaamd vrije
+negers--voor de tweede maal op den presidialen zetel is geplaatst,
+heeft onlangs, in eene officiëele boodschap, de transatlantische
+"Republiek" als voorbeeld voor het oude Europa aangeprezen, als de
+type en het model voor den gewenschten staat der toekomst. Men zou
+deze eenzijdige grootspraak kunnen laten voor hetgeen zij is, indien
+niet in Europa zelf nog altijd zoovelen gevonden werden, die, met
+opzet of uit onnoozelheid, inderdaad gelooven of althans voorgeven
+te gelooven, dat de amerikaansche republiek hooger staat dan de
+monarchiën der oude wereld, en zich op het voorbeeld van Amerika
+beroepen tot aanprijzing van den republikeinschen regeeringsvorm,
+als het algemeene redmiddel tegen alle kwalen. Dat men, zelfs in
+Amerika, dit gevoelen niet zoo algemeen deelt, kan blijken uit de
+volgende staaltjes uit de dagbladpers, die tegelijk ten blijk kunnen
+strekken van de vrijheid waarmede de oppositie-bladen de toestanden
+durven beoordeelen. Wij hebben niet te zeggen, dat ook deze schetsen
+zeerwel niet van overdrijving vrij te pleiten zijn.
+
+Hooren wij in de eerste plaats een der te New-York verschijnende
+dagbladen, de _Sun_.
+
+"Het geheele staatkundige en maatschappelijke leven en streven te
+Washington, zoo zegt zij, is door en door verdorven. Rechtschapenheid
+geldt voor niets, zedelijkheid wordt openlijk bespot. Deugd en
+betamelijkheid, die vroeger geacht en geëerd waren, zijn sinds lang
+geheel uit de mode; de weinigen, die daaraan nog waarde hechten,
+worden aangezien als zonderlinge antiquiteiten uit een lang vervlogen
+tijd. Zoowel in de regeeringskringen als daarbuiten voert _Shoddy_,
+met al de hem eigene gemeenheid, het hoogste woord. Shoddy kent geen
+hooger levensdoel dan de luie liederlijkheid na te apen, die onder
+de regeering van Napoleon III in sommige fransche kringen zoozeer
+den boventoon voerde, en allen eerlijken lieden zooveel aanstoot
+gaf. Maar ondanks alle innerlijke verdorvenheid wist men te Parijs
+althans nog voor het uiterlijk den schijn van welvoegelijkheid en
+decorum te bewaren. Maar hier, te Washington, treden ondeugd en
+verdorvenheid openlijk op, in de ruwste, gemeenste, onhebbelijkste
+vormen: men draagt roem op zijne vulgaire gemeenheid en neemt niet
+eenmaal de moeite, ze met een zeker vernis te bedekken. Deze lieden
+zijn trotsch op hunne schande, en bekommeren zich niet meer om
+welvoegelijkheid of betamelijkheid.
+
+"Geld is alles in allen; de waarde van den man hangt uitsluitend af van
+zijn rijkdom, van het ambt dat bij bekleedt, of van den invloed, dien
+hij op de regeeringsmannen kan uitoefenen. Eene vrouw wordt ontzien
+en gevierd, naarmate zij beter de kunst verstaat over de mannen
+te heerschen, den toon weet aan te geven in hetgeen men den goeden
+smaak noemt, en in het gezellig verkeer alle vrouwelijke schaamte
+en ingetogenheid heeft afgelegd. In het openbare leven wordt alles
+naar dollars berekend: ware verdienste en degelijkheid komen niet in
+aanmerking. Het voorbeeld der hoogstgeplaatste staatslieden heeft ook
+in lagere kringen ijverige navolging gevonden, en zoo is het gansche
+samenstel verdorven en rot geworden.
+
+"Ministers, senatoren, volksvertegenwoordigers, ambtenaren baden
+zich in schaamtelooze weelde en overdaad, terwijl het van openbare
+bekendheid is dat zij nog voor weinige jaren doodarm waren. Nu zijn zij
+het, die den toon aangeven. Het is niet meer dan natuurlijk dat hunne
+onderhoorigen, die van hunne gunst en bescherming afhankelijk zijn,
+dienzelfden weg opgaan, en door dezelfde ongeoorloofde middelen en
+praktijken zich eene positie trachten te verwerven. Slagen tot iederen
+prijs, dat is het algemeene beginsel: het zeer onheilige doel heiligt
+de verachtelijke middelen. Alles wat van het Witte-Huis (het hotel van
+den president) uitgaat of daarmede in betrekking staat, is praal- en
+pronkziek en wil zooveel mogelijk vertooning maken. Kan dat niet langs
+eerlijke wegen, welnu dan geschiedt het ten koste van eer en plicht.
+
+"Hieruit verklaart zich vooral de kanker der corruptie, die _alle_
+takken van de staatsdienst, zonder eenig onderscheid, heeft aangetast
+en doordrongen. Dit bederf is bij ons veel erger dan in eenig ander
+beschaafd land, want de demoralisatie strekt zich zoowel tot de
+hoogste als de laagste ambten uit; zelfzucht, oneerlijkheid, ontrouw
+zijn overal de heerschende motieven der handelingen. Tegen dezen
+invretenden kanker baat geen ander geneesmiddel dan eene radikale
+omwenteling. Zelfs indien de zoogenaamde hervorming der civiele dienst
+inderdaad de vruchten zou dragen, die kwakzalvers en bedriegers het
+lichtgeloovige volk diets maken, dan nog zou zij niets vermogen. De
+kwaal is chronisch; om haar te overwinnen, zou men de toevlucht moeten
+nemen tot wat de geneesheeren eene heroïeke behandeling noemen.
+
+"Diefstal der voor onvoorziene uitgaven bestemde gelden in alle takken
+van het staatsbestuur, is nog maar een zeer klein onderdeel van het
+roofstelsel, dat, te beginnen met het congres, in alle afdeelingen
+en kringen der regeering is doorgedrongen en aangenomen. Senatoren
+en volksvertegenwoordigers maken zich door zulke _contingencies_ van
+zeer aanzienlijke sommen meester: en dit den volke ontstolen geld
+wordt dan in brasserijen verspild, waarvan men vroeger zelfs geen
+denkbeeld had. Honderdduizende dollars worden ieder jaar op zulke wijze
+weggeworpen. Dit misbruik heeft, zooals, in den aard der zaak ligt,
+vele andere misbruiken en liederlijke praktijken in het leven geroepen:
+zoo is de gansche wetgevende macht veil en omkoopbaar, de _jobbery_
+(schacherij, oneerlijkheid) tot een erkend handwerk geworden. Wie
+in dezen wedstrijd van gemeen-vulgaire pralerij wil mededoen, moet
+noodwendig over geld, veel geld, kunnen beschikken; en heden ten dage
+doet het er volstrekt niets toe, _hoe_ men aan geld komt.
+
+"Dit voortwoekerend bederf heeft nog andere noodlottige resultaten
+opgeleverd, die niet minder verontrustend zijn. Gedurende den (zeer
+ten onrechte dus genaamden) opstand, werd de proef genomen, om in
+sommige takken van de staatsdienst ook vrouwen aan te stellen. Men
+deed dit, eensdeels om voor daartoe bekwame personen een geschikt
+veld van werkzaamheid te openen; anderdeels om de vrouwen en dochters
+van in den krijg gesneuvelde militairen een middel van bestaan te
+verzekeren. Zoowel het een als het ander was loffelijk en goed, en de
+proef slaagde volkomen. Maar tegenwoordig is ook hierin een schandelijk
+en ergerlijk misbruik welhaast regel geworden. Zoodra het congres
+omtrent dit punt bepalingen begon te maken en nieuwe betrekkingen voor
+vrouwen in het leven te roepen, viel het niet moeilijk te voorzien
+wat er geschieden zou--en dan ook werkelijk gebeurd is.
+
+"Vele verstandige, ontwikkelde vrouwen, die iederen fatsoenlijken
+kring tot sieraad zouden strekken, verdienen aldus op eerlijke
+wijze haar brood in de verschillende regeeringsbureaux. Voor sommige
+betrekkingen zijn zij beter geschikt dan mannen, maar worden toch niet
+zoogoed betaald als dezen. Doch nevens deze brave en achtenswaardige
+vrouwen en meisjes heeft zich nu een ander element ingedrongen, welks
+tegenwoordigheid voor haar eene beleediging, voor de staatsdienst
+een smaad en schande, en voor het openbaar geweten een ergerlijk
+schandaal is. Het is toch van algemeene bekendheid, dat senatoren,
+volksvertegenwoordigers en ambtenaren deze voor brave en eerlijke
+vrouwen bestemde betrekkingen wegschenken aan liederlijke schepsels,
+die bovendien geheel ongeschikt zijn voor het werk, waartoe zij
+geroepen worden. Het is eene schande, zulke personen eene plaats
+naast de anderen aan te wijzen. Hier baat niet de armzalige uitvlucht,
+dat de aanstelling aan eene vergissing, een misverstand moet worden
+toegeschreven. Leden van het congres hebben, in grooten getale,
+hunne bijzitten gepensioneerd: dat wil zeggen, de schatkist moet
+deze personen betalen, ofschoon zij geheel ongeschikt zijn, de
+haar toevertrouwde betrekkingen behoorlijk waar te nemen. Hoogere en
+lagere ambtenaren, die posten te vergeven hebben, volgen dit voorbeeld
+ijverig na.
+
+"Betrof het hier nu slechts uitzonderingen, dan zou men, hoe
+afkeurenswaardig dergelijke handelwijze ook steeds moge zijn, toch
+des noods veel door de vingers kunnen zien. Maar de bewijzen zijn
+voorhanden, dat het kwaad ontzaglijke proportiën heeft verkregen, en
+dat elk departement der bondsregeering daardoor is aangetast. Wanneer
+alle bijzonderheden aan het licht werden gebracht, en de volle
+waarheid bekend gemaakt, dan zou het land zich ontzetten over
+deze ergerlijke misbruiken, over den omvang, dien het kwaad reeds
+bereikt heeft; en vooral ook daarover, dat zoovele lieden, die zich
+bij voorkeur voor _christelijke_ staatslieden uitgeven, met dit
+euvel in zoo ruime mate zijn besmet. In vele afdeelingen, waarvan de
+chefs voor mannen van strenge zeden doorgaan en zeer getrouw de kerk
+bezoeken, worden gewichtige posten toevertrouwd aan vrouwspersonen,
+wier onzedelijk gedrag van algemeene bekendheid is; anderen, wier
+reputatie niet beter is, danken hare plaatsing in de bureaux aan den
+veelvermogenden invloed harer _vrienden_ in het congres of de hoogere
+regeeringskringen. Dit openbaar schandaal komt niet uitsluitend ten
+laste van eene enkele partij, de radikaal-republikeinsche: ook de
+zoogenaamde Grant-demokraten--zooals de omkoopbare medeleden der
+demokratische partij worden genoemd--hebben hunne bijzitten in de
+staatsdienst eene plaats bezorgd.
+
+"Alles wordt tot koopwaar en handelsartikel verlaagd. De bondsregeering
+moet zich de noodige gelden verschaffen ter bestrijding zoowel van
+de loopende gewone uitgaven, als ook voor onvoorziene gevallen
+(_contingent approbations_). Zij beijvert zich mitsdien om door
+weldaden de gunst te winnen van de invloedrijke leden van het congres,
+en vergeet natuurlijk ook hare demokratische partijgenooten niet. Het
+gevraagde geld wordt toegestaan; daaronder zijn dan ook traktementen
+voor klerken begrepen en eene zekere som voor buitengewone beambten,
+die door den staatssecretaris tijdelijk kunnen worden aangesteld:
+welke aanstelling echter in de praktijk met eene definitieve benoeming
+gelijk staat. Dan laat een of ander achtenswaardig congreslid eene,
+of soms ook wel twee of drie, zijner concubines, in de bureaux der
+verschillende departementen benoemen. Weduwen en weezen van in den
+krijg gesneuvelde militairen worden barsch afgewezen; winstgevende
+betrekkingen sinds lang alleen aan geschandvlekte vrouwspersonen
+weggeschonken, die in overdadige weelde zwelgen en op de openbare
+wandelingen en andere publieke plaatsen pronken met hare schitterende
+pracht, die door liederlijkheid is verworven, en die door het volk
+moet worden betaald."
+
+Zoover de washingtonsche correspondent van het te New-York
+verschijnende dagblad de _Sun_. Maar hij is op verre na de
+eenige niet, en niets zou gemakkelijker vallen dan dergelijke
+getuigenissen te vermenigvuldigen. In den vorigen winter werd, in
+eene vergadering te Boston, de vraag behandeld, of met het oog op de
+algemeene verbastering van het openbare leven, op de omkoopbaarheid,
+die zoowel het congres als bijna alle wetgevende vergaderingen
+der afzonderlijke staten kenmerkt; op de niet minder ergerlijke
+omkoopbaarheid van een groot aantal rechters en leden der jury; op
+de bedriegerijen en vervalsching bij de stemmingen, en op de bijna
+algemeene verwildering der zeden;--of, met het oog op dit alles,
+de republikeinsche regeeringsvorm in de Vereenigde-Staten geacht kon
+worden, nog eene toekomst te hebben? Reeds nu was de republiek, in
+zekere mate, tot een centraliseerend despotisme geworden, en waren de
+partijen jammerlijk ontaard en verbasterd; van de goede traditiën uit
+de dagen van Washington en Jefferson was zelfs geen spoor meer over.
+
+In verband hiermede, verdient zeker de verklaring van het te New-York
+verschijnende _Daybook_ (van 28 Juni 1873) de aandacht. "Is het
+volk over het algemeen niet reeds te diep gezonken, om nog door
+eenige regeering gered te kunnen worden, tenzij dan door de absolute
+monarchie? Eene constitutioneele monarchie zou niet baten. Men mag
+wel zeggen dat de rol der republiek is uitgespeeld, nu het bederf
+zoo algemeen is en zoo schrikbarende hoogte heeft bereikt, en door de
+monarchalen van Europa met alle recht op ons, als op een afschrikkend
+voorbeeld, gewezen wordt."
+
+De voorzitter van Yale-College,--een der aanzienlijkste hoogescholen
+in de Vereenigde-Staten te New-Haven, in den staat Connecticut;--de
+heer Woolsey, richtte in Juni l.l. eene toespraak tot zijne studenten,
+en zeide daarin, onder anderen, het volgende: "Sedert het einde van
+den oorlog zijn tweemaal zooveel jaren verloopen als de oorlog geduurd
+heeft, en tegenwoordig heerscht allerwege eene corruptie, waarvan in
+de geschiedenis onzes volks geen voorbeeld te vinden is:--corruptie der
+openbare beambten, corruptie in de partij, die zich gedurende den krijg
+door 'loyauteit' kenmerkte; wij zien bondgenootschappen aangeknoopt met
+beginsellooze mannen, ter bereiking van zelfzuchtige partij-oogmerken;
+eene koortsachtige speculatiewoede, eene immer toenemende reeks van
+misdaden. Familiezin en reinheid van het familieleven zijn hand over
+hand afgenomen, en in de plaats daarvan woekert eene demoralisatie
+voort, die voor het allerergste vreezen doet."
+
+Eindelijk willen wij eenige zinsneden aanhalen uit een artikel van
+eene duitsch-amerikaansche courant, de _California-Staatszeitung_,
+bij gelegenheid van de viering der onafhankelijkheidsverklaring,
+op den 4den Juli 1873. Aan het hoofd harer beschouwingen plaatst zij
+dezen tekst: "Het huis mijns Vaders zal een huis des gebeds genaamd
+worden, maar gij hebt het tot een moordenaarskuil gemaakt"; en zegt
+dan, onder andere, het volgende:
+
+"De schoone dag der vrijheid, waarop eene groote natie geboren werd,
+is tot een dag van rouw en droefenis geworden, waarop wij onze
+hoofden met asch bestrooien moeten, en in bedevaart optrekken naar
+de graven dergenen, die ons een roemrijk en kostbaar erfdeel hebben
+achtergelaten, dat nu in onze regeeringskringen voor een schotel
+linzen wordt verkocht.
+
+"Wat zien wij toch heden ten dage? Wij zien het algemeene stemrecht
+des volks tot eene komedie gemaakt of rechtstreeks geschonden door
+bedriegerij, omkooping en geweld. Wij zien het dusgenoemde souvereine
+volk veel minder in het bezit zijner rechten, dan onder de monarchale
+constitutiën. Wij zien de wilde jacht naar rijkdom en genot, overal
+de plaats innemende van eerlijkheid en burgerdeugd. Wij zien de
+regeering in handen van zelfzuchtige intriganten en diep verdorven
+coteriën. Wij zien het volk geplunderd, en zijne vrijheid vertrapt
+door fanatieke kwakzalvers. Wij zien de hoogste staatsdienaars aan
+de spits der dieven en plunderaars. Wij zien, hoe in de wetgevende
+vergaderingen de wildste hartstochten, de meest schaamtelooze corruptie
+het onhebbelijkste egoïsme openlijk haar gruwelijk spel spelen, en
+onderdrukking der vrijheid het voornaamste streven is. De hoofdplaats
+des lands is tot een tweede Babel geworden, waar men moedwillig de
+oogen sluit voor het _Mene Tekel_, dat de genius der geschiedenis
+reeds bezig is te griffelen aan de marmeren wanden van de paleizen des
+overdaads, waar lichtekooien en gewetenlooze zwendelaars de schatten
+des volks verspillen, en alles wordt medegesleept in den wilden roes
+der liederlijkheid."
+
+Mogen bovenstaande aanhalingen wat sterk gekleurd zijn, zij bewijzen
+nogtans dat de Nieuwe Wereld, ook binnen haar eigen gebied, niet als
+een modelstaat wordt geoordeeld.
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Reize in Taka (Opper-Nubië), by Anonymous
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE IN TAKA (OPPER-NUBIË) ***
+
+***** This file should be named 19327-8.txt or 19327-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/9/3/2/19327/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/19327-8.zip b/19327-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..17e21a3
--- /dev/null
+++ b/19327-8.zip
Binary files differ
diff --git a/19327-h.zip b/19327-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..6e04109
--- /dev/null
+++ b/19327-h.zip
Binary files differ
diff --git a/19327-h/19327-h.htm b/19327-h/19327-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..48a723d
--- /dev/null
+++ b/19327-h/19327-h.htm
@@ -0,0 +1,2437 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>Reize in Taka (Opper-Nubi&euml;)</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Guillaume Marie Lejean (1824&#8211;1871)">
+<meta name="DC.Creator" content="Guillaume Marie Lejean (1824&#8211;1871)">
+<meta name="DC.Title" content="Reize in Taka (Opper-Nubi&euml;)">
+<meta name="DC.Date" content="14 Mei 2006">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16% 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+/****** Title Page ******/
+
+h1.docTitle
+{
+font-size: 1.6em;
+line-height: 2em;
+}
+
+h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline, h2.docTitle
+{
+text-align: center;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size: 1.1em;
+line-height: 1.44em;
+font-weight: normal;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: normal;
+}
+
+/******* Headers ******/
+
+.div0
+{
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-bottom: 1.44em;
+}
+
+.div2
+{
+padding-bottom: 1.2em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-bottom: 1.0em;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+clear: both;
+}
+
+h1
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h1.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h2
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h2.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h3
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h4
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left: 10%;
+margin-right: 10%;
+}
+
+h5
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+h6
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+/****** Paragraphs ******/
+
+p
+{
+text-indent: 0;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align: left;
+}
+
+.aligncenter
+{
+text-align: center;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align: right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align: justify;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin: 0em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.line
+{
+margin: 0 10% 0 10%;
+}
+
+p.beforeline, p.afterline
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+p.initial
+{
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument, p.note
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument
+{
+margin: 1.58em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.quote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.blockquote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.argument
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.epigraph
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 20% 1.58em 0%;
+}
+
+/****** Figures ******/
+
+div.divFigure
+{
+text-align: center;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+text-align: center;
+}
+
+p.figure, p.legend
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+
+p.smallprint, li.smallprint
+{
+font-size: 80%;
+color: #666666;
+}
+
+/* Special cases for Filipino Riddles */
+
+p.question
+{
+text-align: left;
+margin-bottom: 0em;
+}
+
+p.answer
+{
+text-align: right;
+margin-top: 0em;
+}
+
+p.explanation
+{
+margin-left: 0.9em;
+margin-right: 0.9em;
+font-size: smaller;
+}
+
+
+/****** Sidenotes ******/
+
+.leftnote
+{
+position:absolute;
+left:1%;
+height:0em;
+width:14%;
+font-size: 0.8em;
+text-indent: 0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+/****** Page Numbers ******/
+
+.pagenum
+{
+display: inline;
+font-size: 70%;
+font-style: normal;
+text-align: right;
+position: absolute; right: 1%;
+padding: 0 0 0 0;
+margin: 0 0 0 0;
+}
+
+.pagenum a
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+
+/****** Footnotes ******/
+
+a.noteref:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+vertical-align: 0.25em;
+text-decoration: none;
+}
+
+div.footnotes
+{
+padding: 0 0 0 0;
+margin-top: 1em;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+width: 25%;
+text-align: left;
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 0.5em;
+margin-bottom: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align: left;
+width: 2em;
+}
+
+/****** Poetry ******/
+
+div.poem
+{
+text-align: left;
+margin-left: 5%;
+width: 90%;
+position: relative;
+}
+
+.poem h4
+{
+margin-left: 5em;
+font-weight: normal;
+text-decoration: underline;
+}
+
+.poem .stanza
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+position: absolute;
+top: auto;
+left: -2.5em;
+margin: 0;
+text-indent: 0;
+font-size: 90%;
+text-align: center;
+width: 1.75em;
+color: #777;
+}
+
+.versenum
+{
+font-weight: bold;
+}
+
+.footnotes .line
+{
+font-size: 80%;
+margin: 0 5% 0 5%;
+}
+
+.poem .i0 { display: block; margin-left: 2em; }
+.poem .i1 { display: block; margin-left: 3em; }
+.poem .i2 { display: block; margin-left: 4em; }
+.poem .i3 { display: block; margin-left: 5em; }
+.poem .i4 { display: block; margin-left: 6em; }
+.poem .i5 { display: block; margin-left: 7em; }
+.poem .i6 { display: block; margin-left: 8em; }
+.poem .i7 { display: block; margin-left: 9em; }
+.poem .i8 { display: block; margin-left: 10em; }
+.poem .i9 { display: block; margin-left: 11em; }
+
+
+
+/****** Annotations ******/
+
+span.corr
+{
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+
+
+/****** Anchors ******/
+
+a.hidden:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.hidden
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+hr
+{
+width: 45%;
+margin-top: 1em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+clear: both;
+text-align: center;
+height: 1px;
+}
+
+
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Reize in Taka (Opper-Nubië), by Anonymous
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Reize in Taka (Opper-Nubië)
+ De Aarde en haar Volken, 1873
+
+Author: Anonymous
+
+Release Date: September 19, 2006 [EBook #19327]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE IN TAKA (OPPER-NUBIË) ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="bodytext"><a id="d0e77"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e77">225</a>]</span><p class="div1"></p>
+<h2>Reize in Taka (Opper-Nubi&euml;).</h2>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-225.jpg" alt="Jonge meisjes van Taka."></p>
+<p class="figureHead">Jonge meisjes van Taka.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Onze lezers hebben reeds meermalen kennis gemaakt met den franschen reiziger Guillaume Lejean, en hem op verschillende reizen
+door Azi&euml; en Afrika vergezeld. De heer Lejean is een dier mannen, die hun gezelschap steeds op prijs weten te doen stellen,
+en die, ook waar hij ons zijne ontmoetingen en avonturen op zijne zwerftochten door vreemde en onbekende landen verhaalt,
+toch niet voortdurend over zich zelven spreekt, maar de kunst verstaat om, met vermijding van allen schijn van geleerdheid,
+ons niettemin een schat van bijzonderheden mede te deelen, die voor de kennis van landen en volken van hoog gewicht zijn.
+Daarom durven wij onze lezers met vertrouwen uitnoodigen, den bekenden vriend nog eenmaal tot gids te kiezen, en hem te volgen
+op zijne reize door een der binnenlanden van het altijd nog zoo geheimzinnige, zoo aantrekkelijke Afrika, welks sluier eerst
+in onze dagen langzamerhand wordt opgelicht. Het geldt ditmaal eene reis naar een deel van Opper-Nubi&euml;, naar Taka, dat de
+heer Lejean reeds vroeger vluchtig bad bezocht, maar waar hij in het jaar 1864, met een diplomatieke zending belast, terugkeerde,
+vooral ook met het oogmerk om dit land meer van nabij te leeren kennen. Het punt van uitgang was ook ditmaal Souakin, de havenstad
+aan Roode-zee; vandaar ging de tocht, in zuidwestelijke richting, dwars door de nubische woestijn en de landstreken, door
+de stammen der Hadendoa bewoond; naar Kassala. Wij geven nu het woord aan den heer Lejean.
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">I.</h3>
+<p>Na een vermoeienden tocht door de eentonige vlakten, die de woeste, maar ontzagwekkende bergstreek van Langheb hadden vervangen,
+bereikte ik eindelijk het dorp Fillik, de voornaamste hoofdplaats der Hadendoa, te midden van eene dorre, naakte vlakte gelegen.
+Ongeveer een mijl verder naar het westen vloeit de breede beek of stroom Herboub, met vruchtbare en schaduwrijke oevers; rondom
+het dorp strekt zich eene wildernis uit. Heeft de vrees voor de leeuwen en hyena&#8217;s, die zich in menigte in de dichte bosschen
+<a id="d0e93"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e93">226</a>]</span>ophouden, de nomaden bewogen, hunne woningen niet aan den bloeienden oever, maar te midden der dorre, boomlooze vlakte op
+te slaan? Fillik bestaat uit omstreeks dertig <i>toekoels</i> of vaste woningen, en verder uit honderd-vijftig tenten, die gedurende den winter elders worden opgeslagen. Sheikh Mohammed,
+de erfelijke vorst der Hadendoa, en de feitelijke beheerscher van de gansche landstreek tusschen Kassala en Tokhar, was afwezig;
+in zijne plaats werd het gezag te Fillik uitgeoefend door een zijner bloedverwanten, die mij kwam bezoeken, en zich verzekeren,
+dat het mijner karavaan aan niets ontbrak. Hij sprak zeer weinig: deels omdat de aristocratie dezer nomadenstammen zich zooveel
+mogelijk stilzwijgendheid ten regel heeft gesteld; deels omdat het hem niet gemakkelijk viel zich in het arabisch uit te drukken;
+en waarschijnlijk ook omdat hij maar zeer weinig sympathie gevoelde voor dien blanke, dat wil in Nubi&euml; zeggen, voor dien Turk:
+welk woord ook daar gelijkluidend is met tiran, ruwen lomperd en dief.
+
+</p>
+<p>Toen Burckhardt, nu ruim eene halve eeuw geleden, Taka bezocht, vertoefde hij ook te Fillik, dat hij de marktplaats van de
+Hadendoa noemt; de bijzonderheden, die hij mededeelt, laten omtrent de identiteit der plaats geen twijfel over. Fillik was
+destijds inderdaad de ware hoofdstad van de geheele oasis, en had dien raag voornamelijk te danken aan de macht en den overwegenden
+invloed van de Hadendoa; de beroemde reiziger koos dit vlek als midden- en uitgangspunt voor zijne verschillende reiswegen,
+die over het algemeen zeer nauwkeurig zijn beschreven, al hebben ook sommige aardrijkskundigen, die Nubi&euml; niet door eigen
+aanschouwing kenden, zich bij de verklaring meermalen vergist.&#8212;Burckhardt verhaalt, dat hij grooten lust gevoelde om naar
+Massoua te gaan, en den karavanenweg te volgen, die, zooals hij naar waarheid opmerkt, door eene landstreek loopt, wier half-abyssinische
+bevolking eene nadere studie alleszins verdient. Hij werd van de uitvoering van dit voornemen teruggehouden door hetgeen hij
+vernam van de barbaarschheid dier bevolking, en door de vrees om onderweg uitgeplunderd en misschien wel vermoord te zullen
+worden; in Taka zelf was hij reeds niet volkomen veilig.
+
+</p>
+<p>Ongetwijfeld is de veiligheid van lijf en goed, ook voor de reizigers, tegenwoordig onder het egyptische bestuur veel grooter
+dan vroeger onder de zeer zwakke regeering der sultans van Senn&acirc;r, toen de inlandsche stammen letterlijk deden wat zij goedvonden,
+onder de nietigste voorwendsels met elkander in oorlog geraakten, en ongehinderd de karavanen uitplunderden of brandschatten.
+Toch was er ook destijds een middel, dat ook nu nog wordt aangewend, en dat Burckhardt waarschijnlijk tegen alle gevaar zou
+gewaarborgd hebben: de zoogenaamde <i>adhari</i>, een gebruik dat ook bij de Somaulis van Berbera in zwang is<span class="corr" title="Bron: ">.</span> Een <i>adhari</i> is een borg, dien de vreemdeling zelf uitkiest onder de leden van den stam, op wiens grondgebied hij moet vertoeven of doortrekken.
+De <i>adhari</i> moet den vreemdeling huisvesting, water en hout voor de keuken bezorgen: hij moet hem, in geval van nood, hetzij voor zijn
+persoon of voor zijne goederen, als zijn eigen broeder beschermen en verdedigen: ter vergoeding voor dit een en ander mag
+hij een vast bepaald recht heffen op hetgeen de vreemdeling, indien deze, hetgeen bijna altijd het geval is, handel drijft,
+in het land koopt of verkoopt. Is hij, bij voorbeeld, olifantenjager, dan heeft de <i>adhari</i> recht op zooveel percent van de opbrengst der jacht: waarvoor hij dan ook moet zorgen dat een door den jager getroffen olifant,
+ook als die eerst dieper in het bosch sterft, toch ongeschonden blijft, en niet door de inboorlingen wordt gestolen of van
+zijne tanden beroofd. Een jonge zwitsersche jager, de heer Emile G., nu ruim een jaar geleden bij Kassala gestorven, heeft
+tot zijne eigene schade geleerd, dat het eene zeer misplaatste zuinigheid is, tegen de kosten van zulk een <i>adhari</i> op te zien: bij gebreke van deze voorzorg werden de olifanten, die hij in Barka gedood had, hem zeker voor twee derde gedeelte
+door de Beni-Amer ontstolen, zonder dat hij daar iets tegen doen kon.
+
+</p>
+<p>Te Fillik verliet ik den gewonen weg naar Kassala, en rechts afslaande, richtte ik mij door een fraai bosch, dat steeds dichter
+en dichter werd, (een zeker bewijs dat wij de rivier, de Gash, naderden) naar eene kleine, weigebouwde stad, Miktinab of Mitk&egrave;nab
+geheeten, bij de Egyptenaren bekend als de offici&euml;ele hoofdstad der Hadendoa. Zij heeft dan ook eene egyptische bezetting:
+zeker een der redenen, waarom de trotsche beheerscher van Opper-Nubi&euml;, Sheikh Mohammed, bij voorkeur te Fillik zijne residentie
+houdt. Tegen zonsondergang bereikte ik de stad: en daar het juist in den Ramadan (vasten) was, maakten de burgerlijke ambtenaren
+en officieren zich gereed om aan tafel te gaan; zonder in eenig onderzoek omtrent mijn persoon of kwaliteit te treden, noodigden
+zij mij zeer vriendelijk uit, met hen den maaltijd te gebruiken. Wij spraken over de gebeurtenissen van den dag, en voornamelijk
+over de komst te Kassala van een zekeren franschen graaf, die, met medewerking van het egyptische gouvernement, eene onderneming
+op touw had gezet, waarvan ik nooit het rechte begrepen heb. Hij had een zestigtal manschappen bij zich, die op militairen
+voet waren georganiseerd, en deels in Frankrijk, deels in Egypte waren aangeworven; en mijne effendis spraken openljjk als
+hun gevoelen uit, dat de geheimzinnige graaf eene vertrouwelijke zending van de fransche regeering vervulde en den franschen
+consul, die door den Negus van Abyssini&euml;, Theodoros, gevangen werd gehouden, moest bevrijden of wreken. Sommigen beweerden
+zelfs stellig te weten, dat de consul reeds in de gevangenis overleden was. &#8220;Ik geloof het niet,<span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span> merkte ik bescheiden op: <span class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>want ik zelf ben de consul.&#8221; Gij kunt u lichtelijk hunne verbazing voorstellen; echter weerhield hen dit niet zich verder
+in allerlei gissingen te verdiepen omtrent de wezenlijke zending van den graaf. Het slot was dat men er niets van wist.
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag bereikte ik, na een vervelenden en vermoeienden marsch van ruim twaalf uren, de stad Kassala, die ik, sedert
+mijn eerste bezoek, niet veel veranderd vond. De bazar alleen zag er eenigszins anders uit, dank zij eenige rijen fraaie boomen,
+waarvan het frissche groen scherp afstak tegen de eentonig donkergrauwe kleur der <a id="d0e130"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e130">227</a>]</span>stad. Daarentegen waren de onschadelijke bastions van de omwalling nog wat erger gescheurd en afgebrokkeld; ook had ik vooral
+niet minder dan vroeger te lijden van dat fijne en verstikkende stof, dat eene ware plaag van Kassala is.
+
+</p>
+<p>Ali-Bey, de beminnelijke mudir (gouverneur of prefect) van 1860 was vervangen geworden door een zekeren Ibrahim-Bey, die een
+vreemdeling in Soudan was. Dit speet mij: want Ali-Bey was, althans in vergelijking met de andere mudirs van den onderkoning,
+die ik heb leeren kennen, betrekkelijk een eerlijk man, die inderdaad het welzijn van zijne onderhoorigen trachtte te bevorderen.
+De anderen volgen voor het meerendeel het voorbeeld van hun meester: dat wil zeggen, dat zij, meer of minder openlijk en onbeschaamd,
+de onder hun bestuur gestelde streken zooveel mogelijk in hun eigen voordeel exploiteeren, en stelen waar en wat zij kunnen.
+
+</p>
+<p>Kassala had oorspronkelijk geene andere bestemming dan om als militaire post en vast punt voor operati&euml;n te dienen tegenover
+de verschillende machtige stammen langs de grenzen, die vroeger in naam aan Senn&acirc;r onderdanig waren, zooals de Hadendoa, de
+Hallenga, de Amarar, de Beni-Amer, de Barea en de Mahria. Al deze stammen, benevens vijf of zes andere, waarop ik later terugkom,
+worden nu gerekend te behooren tot de mudirie (het gouvernement) van Taka; de gezeten bevolking is weinig talrijk, en voornamelijk
+gevestigd langs de Gash en de Atbara, in de omstreken van Kassala en van Goz-Redjeb.
+
+</p>
+<p>Deze stammen waren v&oacute;&oacute;r 1820 onderworpen aan Senn&acirc;r: een gezag in naam, dat zich tevredenstelde met, ten blijke zijner suzereiniteit,
+aan de deglels (inlandsche vorsten), bij hunne investituur, een zeker bijzonder hoofddeksel uit te reiken, dat hun dan tevens
+tot symbool hunner waardigheid strekte. Toen de Egyptenaars Senn&acirc;r veroverd en bij hun rijk ingelijfd hadden, maakten zij
+aanvankelijk geen haast om in deze gevaarlijke khalas (vlakten) door te dringen, en van de nomadenstammen eene onderwerping
+te eischen, die zij wisten dat niet dan met geweld zou zijn af te dwingen. Maar de oude fabel van het paard, dat zich op het
+hert wil wreken en daarvoor zijne vrijheid verliest,&#8212;eene fabel, waarvan kleine volken zoo dikwerf hebben getoond de wijze
+les niet te begrijpen;&#8212;vond ook hier hare toepassing. De stam der Hallenga, die van de Hadendoa te lijden had, riep de hulp
+in der Turken van Goz-Redjeb, en Admed-Pasja, gouverneur-generaal van Soudan, verscheen in persoon om Taka te veroveren, benevens
+de woestijn van Barka en het bergland van Langheb. De kleine stam der Sabterat was een der eersten, die door eene aanzienlijke
+overmacht werd overvallen; maar hoezeer in aantal krijgers en in uitrusting verre voor den vijand moetende onderdoen, sloegen
+de Sabterat toch de egyptische strijdmacht in eene eerste ontmoeting nabij de beek Aoh&eacute;. De Turken vloden in volslagen wanorde,
+toen een officier zich te midden der vluchtenden wierp, en hun toeriep: &#8220;Kinderen, Ka&iuml;ro ligt ver van hier!&#8221; De soldaten begrepen,
+dat eene vlucht in dit onbekende en vijandelijke land onvermijdelijk hun aller ondergang zou zijn; zij hervatten den strijd,
+en sloegen nu op hun beurt de Sabterat, die zich moesten onderwerpen. De geheele adel van den stam verloor het leven in de
+bloedige worsteling of in de niet minder bloedige terechtstellingen, die daarop volgden; de familie, die thans met het gezag
+over dezen kleinen stam is bekleed, is eerst sedert twee of drie geslachten in die streek gevestigd.
+
+</p>
+<p>In het begin van 1838 barstte onder de stammen van Taka een algemeene opstand uit, die zich in den beginne dreigend genoeg
+liet aanzien. Een klein egyptisch leger, in de bosschen van Hadendoa overvallen, werd geheel in de pan gehakt. Maar weldra
+keerde de kans. De egyptische regeering, die zich aan zeer vele noodelooze wreedheden schuldig maakte, was een te machtige
+tegenpartij voor deze nomaden, wien het allerminst aan persoonlijken moed ontbreekt, maar die geen andere wapenen kenden,
+dan de lans en het zware klassieke zwaard (djellabia); de opstandelingen werden verslagen, en wel voornamelijk door toedoen
+van twee officieren, die ik persoonlijk gekend heb, Elias-Bey en Mou&ccedil;a-Effendi, destijds eenvoudig kashef (kapitein), thans
+gouverneur-generaal van Soudan.
+
+</p>
+<p>Na de onderwerping der Hadendoa werden zeventien hunner hoofden naar Khartoem gevoerd, om daar ter dood te worden gebracht.
+Onder weg weigerden twee of drie dezer ongelukkigen, hetzij dan door uitputting, hetzij om eenige andere reden, verder te
+gaan; men zegt dat de turksche officier, met het kommando van het militair geleide belast, hen daarop met zijn sabel door
+midden hakte. Dit feit verwekte groot opzien in geheel Soudan: niet zoozeer als eene barbaarsche gruweldaad, maar veelmeer
+als een merkwaardige <i>tour de force</i>.&#8212;De andere krijgsgevangenen werden op den bazar te Khartoem, met uitgezochte wreedheid, doodgemarteld.
+
+</p>
+<p>Eenige dagen na mijne komst te Kassala, bracht het toeval mij in aanraking met den vorst der woestijn, Mohammed, sheikh der
+Hadendoa, en bijkans onbeperkt gebieder over het gansche land tusschen de Atbara en de Roode-zee. Sedert de verovering door
+Egypte was echter deze souvereiniteit een zware lastpost geworden. De vorst, verantwoordelijk voor de betaling van de schatting,
+door de fantastische en vindingrijke schraapzucht der gouverneurs van Soudan opgelegd, staat nu aan de eene zijde aan het
+gevaar bloot, om bij achterstallige betaling op de brutaalste manier te worden gevangen gezet; terwijl, aan den anderen kant,
+zijne populariteit bij zijne onderdanen, die hem van afpersing beschuldigen, zooals licht te begrijpen valt, sterk afneemt.
+Toen ik hem ontmoette, was hij somber, neerslachtig, weinig spraakzaam, maar overigens zeer wellevend, zooals trouwens al
+deze khaliefen der woestijn, echte geboren edellieden, en dat blijvende ondanks de aanraking met de ruwe, onbeschaafde egyptische
+officieren, gemeene Turken als de onderkoning zelf, die thans over hen heerschen. Ik kon mij trouwens zeer goed rekenschap
+geven van zijne gedrukte stemming. De belasting was nog niet aangezuiverd: en Mohammed had een voorgevoel van de dingen, die
+aanstaande waren.
+
+</p>
+<p>De machtige sheikh werd inderdaad, eenige dagen later, op turksche, dat wil zeggen op verraderlijke <a id="d0e149"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e149">228</a>]</span>wijze, gevangen genomen. Daar men te Fillik zelf niets tegen hem ondernemen dorst, had men hem, ik weet niet meer onder welk
+voorwendsel, naar Kassala gelokt, waar hij, kort na zijne aankomst, door soldaten overvallen, geboeid en in den kerker geworpen
+werd.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-228.jpg" alt="Eene vrouw uit de volksklasse en een derwisj."></p>
+<p class="figureHead">Eene vrouw uit de volksklasse en een derwisj.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De Hadendoa bleven het antwoord niet schuldig. Twee dagen reeds na de gevangenneming van den sheikh, trok een treurige stoet
+de poort van Kassala binnen. Het waren inwoners dier plaats, die op den weg van Souakin door eene gewapende bende waren overvallen
+geworden, en nu een aantal dooden en gekwetsten medevoerden. Om goed te doen uitkomen, dat het hier eene politieke weerwraak
+gold, hadden de nomaden de kameelen en de koopwaren der reizigers ongedeerd gelaten. Toch had ook ditmaal, zooals steeds in
+het Oosten gebeurt, de straf alleen onschuldigen getroffen: want de arme kooplieden uit de voorstad hadden niets uitstaande
+met de zeer verheven en rechtvaardige politiek van den divan van Kassala.
+
+</p>
+<p>Luide kreten van verontwaardiging en smart, vervloekingen en jammerklachten, begeleidden den treurigen optocht. Ik was op
+het terras mijner woning geklommen om te zien wat er gaande was, toen ik van de zijde van Sabterat een dergelijken stoet zag
+naderen, door jammerende vrouwen en ernstig zwijgende <i>fogara</i> (mohammedaansche priesters) begeleid. Later vernam ik dat dit <i>takarir</i> (muzelmansche negers) waren, die, bezig met hout te zoeken, plotseling waren overvallen geworden door een dertigtal Barea,
+evenals zij zelf met lansen en schilden gewapend. De <i>takarir</i>, hoewel slechts zes man sterk, hadden zich dapper gehouden. Het gevecht had eenige uren geduurd: hetgeen minder vreemd zal
+klinken, als men bedenkt dat dergelijke ontmoetingen tusschen kleine benden, deels door de groote sterke schilden, waarvan
+de strijders zijn voorzien, deels door hunne merkwaardige <a id="d0e169"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e169">230</a>]</span>behendigheid, bijna meer op gymnastische oefeningen dan op ernstige gevechten gelijken. Van de vijftig lanssteken brengt er
+misschien &eacute;&eacute;n eene eenigszins ernstige wonde toe. De negers hadden een man verloren; de vijf anderen waren allen meer of minder
+zwaar gekwetst; de Barea verloren een man, die ten prooi van de hyena&#8217;s werd gelaten.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-229.jpg" alt="Kassala."></p>
+<p class="figureHead">Kassala.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Dergelijke tragische voorvallen zijn overigens niets zeldzaams bij deze nubische herders. Tijdens mijne eerste reis, toonde
+men mij van ver, achter den berg Abou-Gamel, het dorp Hafara, destijds verwoest en verlaten, ten gevolge van eene noodlottige
+gebeurtenis, ongeveer een jaar geleden voorgevallen.
+
+</p>
+<p>Een man van Hafara had de dochter gehuwd van een aanzienlijke uit den negerstam der Basen: hetgeen hem echter niet belet had,
+zich op verraderlijke wijze meester te maken van twee jongelieden uit het dorp van zijn schoonvader, met het openlijk erkende
+doel om hen als slaven te verkoopen. De schoonvader kwam naar Hafara en vorderde de uitlevering van zijne stamgenooten; de
+ander weigerde, maakte zich driftig, en verklaarde rondweg dat hij ze te Kassala zou verkoopen: hetgeen hij eenige dagen later
+ook werkelijk deed. De Basen zweeg; maar zijne dochter, die op zijn gelaat kon lezen wat er in zijne ziel omging, gaf nu haren
+man dezen minstens zonderlingen raad:
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn vader gaat vertrekken; maar ik heb op zijn gelaat gelezen dat hij vast besloten is, u te dooden. Gij zult dus verstandig
+handelen, indien gij hem nu aanstonds doodt, terwijl hij in uwe macht is, uit vreeze dat u later een ongeval overkomt.&#8221;
+
+</p>
+<p>De man gaf, ouder gewoonte, ten antwoord: &#8220;Hij durft niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>De Basen vertrok, en weken verliepen zonder dat men iets van hem hoorde. Maar op zekeren avond kwam een man van de Basen in
+Hafara, en had een geheim onderhoud met de vrouw, waarbij hij haar waarschuwde zich tot vertrek gereed te houden, omdat haar
+vader haar binnen weinige dagen zou komen afhalen. De negerin nam den wenk ter harte, en zeide er niets van tot haren echtgenoot,
+waarschijnlijk denkende dat het misdadig zou zijn hem aan zijn noodlot te willen onttrekken. Op zekeren nacht overvielen driehonderd
+welgewapende Basen in alle stilte het dorp, dat uit niet meer dan honderd woningen bestond; voor de deur van iedere hut stelde
+zich een man als wachter, terwijl twee zijner makkers de woning ingingen, en allen, die zij daar vonden, den hals afsneden.
+In weinige oogenblikken was alles afgeloopen, en de vijfhonderd inwoners van Hafara waren uit den slaap in den dood overgegaan.
+De hoofdschuldige aan deze ramp verloor evenzeer het leven, en zijne weduwe volgde de overwinnaars, die haastig naar hunne
+bergen terugtrokken.
+
+</p>
+<p>Tot weerwraak over dezen aanslag, verbonden de mannen van Sabterat en Algheden, de naburen en bondgenooten van de Hafara,
+zich met de Turken van Kassala, en deden een inval in het gebied der Basen; zij doodden een zestigtal mannen en voerden achttien
+gevangenen mede, voor het meerendeel jonge meisjes en kinderen, die te Kassala als slaven werden verkocht.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">II.</h3>
+<p>Ik had Kassala tot uitgangspunt gekozen voor de onderscheidene onderzoekingstochten, die ik naar verschillende zijden, voornamelijk
+naar het oosten en zuiden, ondernam. De berg Kassala-el-Louz was bijna altijd het einddoel van deze uitstapjes. Deze berg
+bestaat uit eene massa granietrotsen, in de prachtigste en schilderachtigste wanorde, door en over en boven elkander geworpen,
+en waaruit zes hooge toppen, als koepels afgerond, glad, ontoegankelijk, zich trotsch en fier ten hemel verheffen. De naam
+van den berg is aan dien eigenaardigen vorm ontleend: in de bidja-taal beteekent <i>louz</i> ontoegankelijk. De Arabieren hebben dien naam zeer dwaselijk vertaald met Abrikozenberg, omdat <i>louz</i> in het arabisch de naam dier vrucht is.&#8212;Te midden der granietrotsen, waarvan ik zooeven sprak, merkte ik onderscheidene zonderlinge
+steenformaties op, die in Bretagne ongetwijfeld voor monumenten uit den tijd der dru&iuml;den zouden worden aangezien, en waaraan
+zich ook hier wel waarschijnlijk eene of andere legende van <i>djinns</i>, <i>afrid</i>, of dergelijke half bovennatuurlijke wezens hechten zal. Jammer dat mijne onbekendheid met de taal van de afstammelingen
+der Troglodyten mij de gelegenheid benam, met deze traditi&euml;n der woestijn nader bekend te worden.
+
+</p>
+<p>De hellingen van den berg Kassala boden eene uitnemende gelegenheid aan, om de topographie der streek te bestudeeren. Op eene
+hoogte van twee of driehonderd ellen, lag het gansche land als eene groote kaart voor mij uitgespreid, tot ver in het noorden
+voorbij Fillik. De geheele oasis bestaat uit alluviaalgronden, bij uitnemendheid geschikt voor bebouwing van allerlei vruchten
+en gewassen; maar uithoofde van de schaarschte der bevolking&#8212;een gevolg van de dwingelandij der egyptische regeering&#8212;is geen
+veertigste gedeelte van de vlakte werkelijk bebouwd. Deze vruchtbare grond, die ook de geringste inspanning van den landman
+zoo rijkelijk loonen zou, levert nu niets op dan een weinig katoen en wat graan.
+
+</p>
+<p>Deze laag van alluviaalgrond, waaruit bijna de geheele oasis bestaat, heeft men te danken aan de regelmatige overstroomingen
+van de rivier de Gash, waaromtrent ik het een en ander heb mede te deelen. De Gash of Gach ontspringt in het hoogland van
+Abyssini&euml;, waar zij den naam van Mareb voert; beschrijft een wijden kring rondom de provincie Seraou&eacute;, en stroomt dan door
+eene lage en boschrijke streek, ten oosten door Abyssini&euml;rs, ten westen door negers van den stam Basen bewoond. In Seraou&eacute;
+is de Gash niet veelmeer dan een breede beek, die hare zeer ondiepe wateren over een met blauwachtige steentjes bezaaide bedding
+voortstuwt; ik kan niet juist zeggen waar deze beek ophoudt en de bedding van fijn zand begint, die door het land Basen tot
+de Atbara reikt. Tien of twaalf mijlen boven Kassala treedt de Gash uit de bergen te voorschijn, en buigt zich in schilderachtige
+kromming naar het noordwesten en dan naar het noorden. In den regentijd voert de rivier <a id="d0e209"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e209">231</a>]</span>eene ontzaglijke massa geel en slijkerig water mede, dat overal langs de oevers een vette sliblaag achterlaat. Zoo heeft ook
+hier de rivier de oasis geschapen; en op de hoogte van den berg el-Louz staande, overziet men met een enkelen blik de gansche
+topographie der streek. Langs de boorden der rivier strekt zich een breede zoom uit van palmbosschen, katoenplantages, bebouwde
+velden, dorpen, kampen der nomaden; scherp teekent zich deze bebouwde en bevolkte streek af tegen den geelachtig-grijzen achtergrond
+der woestijn, waar, op den lichten, steenachtigen bodem, zoo ver het oog reiken kan, uitgestrekte bosschen van mimosa&#8217;s groeien.
+Nog verder nemen de steenen geheel de overhand, en houdt de plantengroei op; de naakte bodem wordt dan eene aaneenschakeling
+van geulen en spleten, die het voortgaan ontzaglijk moeilijk maken.&#8212;Naar het mij voorkomt, bereikt de Gash hare grootste breedte
+onder de muren van Kassala, waar zij een der bolwerken besproeit. De rivier heeft daar eene breedte van vijfhonderd-tien el;
+het is inderdaad een prachtige stroom, vooral in de maand Juli, wanneer de hoog gezwollen gele wateren gansche boomstammen
+medevoeren, die langs de oevers ontworteld zijn.
+
+</p>
+<p>In gewone jaren wordt de rivier in haar loop gestuit door de dijken van Dabab, vijf uren ten noorden van Kassala; zij verliest
+dan hare wateren in de vlakte, en komt niet verder dan dit dorp; maar is de rijzing belangrijk, dan baant het water zich een
+doortocht naar het noorden, naar bebouwde landstreken, door nomaden bewoond. De rivier stroomt dan oostwaarts nabij den berg
+Tou&egrave;z, en eindigt, eenige uren verder haar loop in eene bebouwde streek, aan de Hadendoa behoorende. In buitengewone jaren
+eindelijk stort de rivier zich in de Atbara uit, nabij Om-Handel, op omstreeks 17&deg; 8&#8242; noorderbreedte.
+
+</p>
+<p>Op zekeren dag vatte ik het voornemen op, de Gash ongeveer tien mijlen op te varen, om een bezoek te gaan brengen aan den
+berg Aboe-Gamel (de vader van den kameel)&#8212;een fraaie, geheel op zich zelf staande kegel, vanwaar ik de gansche vlakte kon
+overzien. Als gids had ik op dien tocht een jong inboorling, zeer vriendelijk en voorkomend van aard, die zich vrijwillig
+aanbood om mij door het gansche land rond te leiden, met uitzondering van Algheden, zijn geboorteland, waar hij, volgens zijn
+zeggen, om een <span class="corr" title="Bron: kleinigheden">kleinigheid</span>, een manslag in eerlijke veete begaan, met de overheid overhoop lag.
+
+</p>
+<p>Wij verlieten dan te zamen Kassala, en volgden aanvankelijk den karavanenweg, maar sloegen weldra links af, om een klein meer
+te bezoeken, nabij het dorp Ahmed-Sherif, dat, volgens den heer Beurmann, door zijne schilderachtige ligging moest uitmunten.
+Wij gingen langs een tamelijk moeilijk pad; ter linkerzijde verhief zich de kolossale rotsmassa van den Kassala-Louz; ter
+rechterzijde een groep van schilderachtige heuvelen, die allerlei zonderlinge gedaanten vertoonden. Toen wij dien pas achter
+ons hadden, bereikten wij het dorp, dat tegen een dicht bosch van mimosa&#8217;s aanlennt, waarin ik, na eenig zoeken, het bewuste
+meer vond. Doch, welk eene teleurstelling! Het was niets meer dan een vuile poel van geelachtig, stilstaand water, met een
+zwarten slijkerigen bodem. Ik had geen moed om van dit water te drinken, en haastte mij den fraaien weg weder op te zoeken,
+dien ik verlaten had. Een weinig verder voerde deze weg mij door een prachtig bosch van doumpalmen, hier en daar met frissche
+groene grasperken afgewisseld. De weelderige, krachtige plantengroei verkondigde de nabijheid der rivier: en het duurde ook
+niet lang of wij daalden in de bedding van fijn wit zand af, ter plaatse waar de stroom den voet bespoelt van een steilen,
+gladden berg<span class="corr" title="Bron: ,">.</span> De weg loopt nu verder door de bedding voort, waar het fijne zand het voortgaan voor de muilezels en ook voor de kameelen
+zeer bezwaarlijk maakt; en weldra stuit ge op een of ander nomadenkamp, dat, in het droge jaargetijde in het bed der rivier
+is opgeslagen. De nomaden hebben daarvoor hunne goede redenen: vooreerst vinden zij hier overal water; ten andere leveren
+de doornhagen, waarmede zij hunne kampen omringen, eene afdoende bescherming op tegen de wilde dieren en de nachtelijke stroopers,
+wier nadering bovendien op den witten, helderen zandbodem kwalijk verborgen kan blijven.
+
+</p>
+<p>Ik sprak daar van water: alle reizigers, die de Sahara en de omliggende streken bezocht hebben, weten bij ondervinding, dat
+naarmate zulk eene uitgedroogde rivierbedding meer omvang heeft, ook de kans grooter is, dat men, gravende, op eene diepte
+van twee tot acht voet water zal vinden, dat na den regen in het zand is overgebleven. Echter is dit geen regel zonder uitzondering.
+Sommige dier rivieren, die op zich zelf een vrij aanzienlijk profiel hebben, maar ver van de bergen of de hooglanden verwijderd
+zijn, hebben alleen dan water, wanneer de was buitengewoon sterk is geweest: daartoe behoort ook de Gash, althans in het benedenste
+gedeelte van haar loop. Daarentegen zult ge andere, oogenschijnlijk <span class="corr" title="Bron: onaanzienlijk">onaanzienlijke</span> spleten vinden, maar die door hare ligging als tot vergaarbak van de van boven komende wateren dienen, en die dan ook altijd
+een overvloed van zuiver water bevatten. De nomade kent al deze bijzonderheden uit langdurige ervaring, en weet de waterhoudende
+<i>wadis</i> of <i>khors</i> aan allerlei bijkans onmerkbare teekenen te herkennen; de vreemde reiziger, die het land niet kent en geen vertrouwde gidsen
+heeft, kan zich daartegen zeer dikwijls in noodlottige verlegenheid bevinden.
+
+</p>
+<p>Na een tocht van een paar dagen bereikte ik den Abou-Gamel, die echter niet, zooals ik mij had voorgesteld, een enkele berg
+was, maar uit vier geweldige granietmassa&#8217;s bestond, die uit eene geheel effen, maar onvruchtbare en steenachtige vlakte oprezen.
+Het was mijn plan, den Aboe-Gamel te bestijgen, althans den voornaamsten berg van de groep; maar ik moest daarvan afzien,
+toen ik die wilde verzameling van reusachtige rotsblokken aanschouwde, in de onbegrijpelijkste wanorde boven elkander gestapeld.
+Na eene vruchtelooze poging om een doortocht te vinden, bepaalde ik mij tot de beklimming van een naburigen berg, waarvan
+de kruin gemakkelijker te bereiken viel, hoewel ook hier het opstijgen nog met vele moeilijkheden gepaard ging, en zelfs niet
+zonder gevaar was. Maar het panorama, dat <a id="d0e236"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e236">232</a>]</span>ik van den top overzag, loonde rijkelijk de moeite: de blik reikte tot aan de Atbara, en omvatte eene onmetelijke boschrijke
+vlakte, die zich tot Koroteb, op den weg naar Gondar, uitstrekte; ten zuidoosten onderscheidde men zeer duidelijk, te midden
+der lage bergen en heuvelen van het land der Basen, den breeden en statig kronkelenden loop van de Gash.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-232.jpg" alt="Bogos."></p>
+<p class="figureHead">Bogos.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Ik noemde daar den weg van Gondar; dit herinnert mij aan eene episode uit de geschiedenis dezer streek, die niet van belang
+ontbloot is.
+
+</p>
+<p>Van Kassala voert een zijweg&#8212;eigenlijk alleen door smokkelaars gebruikt&#8212;in zes dagen naar Kabthia of Kafta, hoofd- en residentiestad
+van Oued-Nimr; een tocht van zeven dagen brengt u vandaar naar Gondar. Oued-Nimr (de zoon van den luipaard) is een zeer opmerkelijk
+personage; en vroeger heb ik meermalen het plan opgevat, hem een bezoek te gaan brengen. Hij is de zoon van den beruchten
+Melek-Nimr (de koning-luipaard); vorst van Shendy, die in 1822 Isma&euml;l-Pasja levend liet verbranden, en toen met zijne aanhangers
+de wijk nam naar Mai-Gogoa, op de grenzen van Abyssini&euml;, waar hij zich, ten koste der egyptische regeering, een soort van
+onafhankelijken staat stichtte. Zijn naam is daar zeer populair gebleven, en het volk weet nog allerlei van hem te verhalen.
+Toen Nimr oud geworden was, werd bij blind; maar tot aan zijn dood zette hij zijn guerilla-oorlog en zijne stroop- en plundertochten
+tegen de Egyptenaren en hunne onderdanen voort. De engelsche reiziger Mansfield Parkyns ging hem bezoeken, en werd zeergoed
+ontvangen. Nimr had den eed van trouw gedaan aan Oubi&euml;h, den onderkoning van Tigr&eacute;, van wien bij <a id="d0e247"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e247">233</a>]</span>Kabthia in leen had ontvangen; als een getrouw leenman volgde hij zijn heer in den krijg. Op zekeren dag kwam een der Arabieren
+van Nimr zich bij Oubi&euml;h beklagen over een Abyssini&euml;r, die een zijner bloedverwanten verraderlijk verslagen had. Oubi&euml;h leverde
+hem den man uit, om met hem te handelen naar zijn welgevallen. De Arabier trok zijn tweesnijdende <i>se&iuml;f</i>, hieuw den moordenaar met een enkelen slag in twee stukken, en vertrok, na Oubi&euml;h gegroet te hebben, die zelf over deze uiterst
+lakonische wijze van rechtspleging verbaasd stond.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-233.jpg" alt="Khor van Desset."></p>
+<p class="figureHead">Khor van Desset.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Oued-Nimr heeft het handwerk van zijn vader voortgezet, en staat hoog aangeschreven bij de Soedaneezen, altijd uitgezonderd
+de lieden, die van zijne rooverijen te lijden hebben en dus uit den aard der zaak minder gunstig over hem denken. Tot dusver
+werden zijne krijgsbehoeften hem geleverd door de kooplieden van Kassala, hetgeen alleen mogelijk was door de geheime medewerking
+van den mudir van Taka, wien deze verboden handel geen onaardige winst opleverde. De egyptische regeering drong er bij den
+negus opaan, dat hij Oued-Nimr straffen zou; deze antwoordde op dien eisch door zijn gunsteling tot dedjaz (hertog) van Wolka&iuml;t
+te verheffen. De nieuwe dedjaz dreef de onbeschaamdheid zoover, dat hij in 1860, in naam van den negus, schatting eischte
+van Gouedaref en van het gansche land tot Khartoem.
+
+</p>
+<p>Dat was te veel voor den mudir Hassan-Bey, en vooral voor den gouverneur-generaal Mou&ccedil;a-Pasja; er werden troepen afgezonden
+tegen den zoon van den luipaard; hij werd geslagen; Mai-Gogoa werd verbrand, en Nimr moest naar Kabthia terugtrekken. Sedert
+heeft hij weinig van zich laten hooren.
+
+</p>
+<p>De landstreek, waardoor deze weg van Kassala naar Kabthia voert, is bekend onder den naam van de <i>Mazaga</i> van Nubi&euml;: het is een laagland, geheel met ondoordringbare bosschen bedekt, zeer ongezond, bijkans geheel verlaten, en alleen
+nu en dan bezocht door stroopende benden van de naburige stammen, die op roof uitgaan. Bijna de eenige bewoners dezer streek
+zijn leeuwen, luipaarden, olifanten, rhinocerossen, buffels en antilopen. De mensch heeft hier zeer voorzichtiglijk het veld
+geruimd voor de dieren: geen wonder, dat deze geheele landstreek een waar paradijs voor de jagers mag worden genoemd. In de
+laatste jaren hebben zich enkele stoutmoedige jagers hier gewaagd, onder anderen twee Duitschers, Schmidt en Florian; deze
+laatste was tevens zwaardveger in dienst van Oued-Nimr, waarom de Egyptenaren zijn etablissement te Takassi hebben verwoest.
+Vandaar een proces, dat nog altijd hangende is.
+
+</p>
+<p>In 1861 bevond zich hier de bekende engelsche reiziger Baker, die met zijne jonge vrouw, eene Hongaarsche, een gansch jaar
+in de Mazaga heeft doorgebracht. <a id="d0e268"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e268">234</a>]</span>Ook de heer Munzinger heeft deze streek bezocht, en daarvan in zijn reisverhaal een zeer belangwekkende beschrijving gegeven.
+In Maart van dit jaar (1864) stond mijn vriend, doctor Ori van Khartoem, gereed, naar dit paradijs van den naturalist te vertrekken,
+om daar ten voordeele van het museum van Turijn werkzaam te zijn.&#8212;De geschiedenis van den heer Ori is geen onaardige illustratie
+van de tegenwoordige egyptische zeden en gebruiken: daarom zij het mij vergund, haar in het kort mede te deelen.
+
+</p>
+<p>Opvolger van den zeer verdienstelijken doctor Peney, had de heer Ori, een italiaansch geneesheer van groote bekwaamheid, zich
+bij zijne komst in het land, vast voorgenomen zijne taak ernstig op te vatten, en in het belang der openbare gezondheid te
+Khartoem eenige hoogst noodige hervormingen tot stand te brengen, reeds vijf jaren vroeger door den mudir Arakel-Bey, een
+christen, ontworpen, maar ten gevolge van zijn vroegen dood, die voor Soedan een ware ramp mocht worden genoemd, onuitgevoerd
+gebleven. Om de overstroomingen van den Nijl te beteugelen, wilde Ori een stevigen dijk opwerpen, in plaats van de vervallen
+palissade, die niet verhinderen kon dat de stroom, voet voor voet, het terrein der oude stad verzwolg; hij drong aan op het
+plaatsen van een peilschaal, op de verbetering van de armenkwartieren der stad, en vooral op de demping van een zeker aantal
+riolen, die, vooral omstreeks September, brandpunten en kweekplaatsen van besmetting waren. Wat van hemzelf afhing, de koepok-ineuting
+en de dienst in het militaire hospitaal, werd op de meest voldoende wijze geregeld. Ongelukkig vaardigde Sa&iuml;d-Pasja in 1860
+een decreet uit, waarbij de geneesheeren in de provinci&euml;n onttrokken werden aan het rechtstreeksche toezicht van de gezondheidscommissie
+te Alexandri&euml;, en geplaatst onder het gezag van de mudirs (prefecten), arabische of mameluksche ambtenaren, van zeer slecht
+gehalte, over het algemeen onwetend, verdorven, schraapzuchtig, in zekeren zin gedwongen om te stelen, ten einde de hoogergeplaatsten
+te kunnen voldoen, aan wie zij hunne benoeming te danken hebben; en voorts uit den aard der zaak vijandig gezind tegen de
+geneesheeren, die, welke ook overigens de mate hunner bekwaamheden moge zijn, toch altijd door beschaving en ontwikkeling
+verreweg hunne meerderen zijn. De nieuwe satraap van Khartoem, Mou&ccedil;a-Pasja, was een prachtexemplaar van dat soort van lieden,
+voor wie schaamte en eergevoel onbekende zaken zijn. De heer Ori, die maar niet scheen te willen begrijpen, dat niet de behartiging
+van den algemeenen gezondheidstoestand en de verpleging der zieken zijn eerste plicht was, maar dat hij bovenal zijn chef
+behulpzaam moest wezen in het bestelen van de schatkist en het publiek, werd op de meest onvoegzame wijze afgezet, en vervangen
+door een zoogenaamden christen uit Syri&euml;, wiens zedelijkheidsgevoel tamelijk wel met dat van den mudir overeenstemde. De tiran
+vond in hem het gewillige werktuig, waaraan hij behoefte had, en Soedan zal bij de verwisseling al even welvaren, als de aangrenzende
+gewesten in zoo menig soortgelijk geval.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">III.</h3>
+<p>Mijne taak te Kassala was afgeloopen; ik begaf mij op weg naar Massoua, en hield mijn eerste halt te Sabterat, zes uur ten
+oosten van Kassala. Mijne kleine karavaan was nu vermeerderd met het gezelschap van pater Stella, een hoogst achtenswaardig
+en ook in Europa welbekend italiaansch zendeling; van een hongaarsch officier, en nog een twaalftal inlandsche kooplieden,
+voor wie de bescherming van onze acht geweren zeer welkom was.
+
+</p>
+<p>Sabterat bestaat uit drie dorpen, waarvan het grootste, Kara&iuml;at genoemd, misschien driehonderd toekoels telt, en tegen de
+steile hellingen van den berg Horat is gebouwd. Tegenover Kara&iuml;at, op den linkeroever van de Aoh&eacute;, staat een groep van veertig
+of vijftig hutten, Sherefa genaamd; tusschen de beide dorpen ligt een langwerpig eiland, geheel met dadelpalmen bedekt; ook
+de andere eilanden in de meestal droge rivierbedding zijn, evenals de rechteroever, goed bebouwd.
+
+</p>
+<p>Kort voor mijne komst in deze streek, had eene tragische gebeurtenis de gemoederen der bevolking in beweging gebracht. De
+oude sheikh Mohammed-Nour was gestorven; zijn oudste zoon was hem opgevolgd en had de investituur van de egyptische regeering
+ontvangen, tot groote ergernis van den jongsten, die, om zich te wreken, voor geen broedermoord was teruggedeinsd. Op zekeren
+dag, toen zijn broeder naar Kassala ging, zette hij hem na, haalde hem onderweg in en doodde hem. De egyptische regeering
+liet hem gevangen nemen, en tijdens mijn verblijf zat hij in den kerker te Kassala; maar naar alle waarschijnlijkheid zal
+hij daar niet langer blijven dan noodig is om een duizend talaris bijeen te brengen, die hij aan Mou&ccedil;a-Pasja kan aanbieden:
+dan zal het hem vrijstaan, in alle veiligheid de plaats van zijn verslagen broeder te gaan innemen. De voorloopige sheikh
+van Sabterat is een jong mensch van achttien jaren, de jongste broeder van den vermoorden sheikh. Volgens de overleveringen
+van hun stam zijn de Sabterat van het oosten, van de oevers van de A&iuml;nsaba, gekomen: zouden zij de <i>Soboridae</i> van Ptolomaeus zijn?
+
+</p>
+<p>Uit deze streek is mij de herinnering bijgebleven aan een avontuur, dat ernstige gevolgen had kunnen hebben. Men had mij vooruit
+gewaarschuwd, dat hier, evenals in alle streken van Opper-Nubi&euml;, waar water gevonden wordt en dus kudden zijn, eene menigte
+leeuwen huisvesten. Reeds in den eersten nacht ondervond ik de waarheid van dit bericht. Wij hadden ons kamp opgeslagen in
+een fraai palmboschje, waarvan de schaduw ons zeer welkom was, en ons deed vergeten dat zulke bosschages ook de geliefkoosde
+verblijfplaatsen zijn van wilde dieren. Zoodra de zon was ondergegaan, kwamen honderde runderen naar de waterputten; en even
+daarna verkondigde een luid gebrul ook de nabijheid des vijands. De runderen stoven verschrikt uiteen, en liepen al loeiende
+weg; naar het schijnt, werd er geen door de leeuwen gegrepen, maar de hyena&#8217;s, die bijna altijd het spoor van de koningen
+des wouds volgen, doodden eene koe.
+<a id="d0e286"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e286">235</a>]</span></p>
+<p>Twee uren later had ik, na het avondeten te hebben gebruikt, mij te rusten gelegd op mijn <i>angareb</i>, waar ik weldra indommelde, in slaap gewiegd door het murmelend gefluister in ons klein bivouac. De meeste bedienden waakten
+nog bij de vuren, op weinige schreden afstands van mij tusschen de boomen aangelegd. De last- en rijdieren lagen rustig rondom
+een palmboom gegroept. Eensklaps werd ik door eene hevige beweging gewekt: de verschrikte muildieren waren opgesprongen, en
+trachtten zich met geweld los te rukken. Ik vroeg wat er gebeurd was, en vernam nu dat een prachtige leeuw, die op de muildieren
+loerde, eensklaps, bij het schijnsel der vuren, in de struiken zichtbaar was geworden. Een jonkman van ons gevolg had haastig
+een brandend hout gegrepen en naar den leeuw geworpen, die, aan het voorhoofd geraakt, zijn kop had geschud, en met een korten
+kreet zich had verwijderd. Men weet, dat de wilde dieren in het algemeen, en vooral ook de leeuwen, van twee zaken een geweldigen
+afkeer hebben: van vuur en van geraas. Ook dit laatste bleef onzen bezoeker niet gespaard, want verscheidene geweerschoten
+werden hem achterna gezonden. Gelukkig trof hem geen enkele kogel: ware hij gewond geworden, dan zou hij ons waarschijnlijk
+last genoeg hebben veroorzaakt.
+
+</p>
+<p>Weldra begonnen wij nu de steile berghellingen te beklimmen, die naar het vlek Algheden voeren, door eene naar het schijnt
+tamelijk welvarende, verstandige en werkzame bevolking van ongeveer vijfhonderd zielen bewoond. Den top des bergs bereikt
+hebbende, daalde ik langs slingerende paden af naar eene met gras begroeide vlakte; toen moest ik de kronkelende bedding van
+een uitgedroogden bergstroom volgen; en zoo, beurtelings rijzende en dalende, langs zeer vermoeiende en dikwijls gevaarlijke
+wegen, waar onze karavaan niet dan bezwaarlijk vorderde, bereikten wij eindelijk den bergpas van Feradebob, die de vlakte
+van Bisha beheerscht.
+
+</p>
+<p>Deze vlakte, evenals de meeste andere van Opper-Nubi&euml;, met onsamenhangende, wonderlijk gevormde, rotsige hoogten bezaaid en
+door <i>khors</i> (uitgedroogde beddingen van bergstroomen) doorsneden, behoort voor het grootste gedeelte aan den stam der Barea, die hier
+in den regentijd hunne kudden heendrijven. Aan de oostzijde wordt de vlakte, door de laatste uitloopen van het Koufitgebergte,
+van de vlakten van Deghi en Kassa gescheiden; aan de berghelling ligt het dorp Bisha, dat minstens driehonderd woningen telt,
+en gemeenschappelijk door de Beni-Amer en de Barea bezeten wordt. Bisha staat onder het gezag van den deglel of vorst der
+Beni-Amer; het heeft eenige beteekenis, als station voor de karavanen van Massoua; er zijn sommige kooplieden gevestigd, en
+het voorkomen van het vlek teekent eene mate van welvaart, die hier inderdaad zeldzaam is. Toch verzekerde men mij, dat de
+geest der bevolking er niet beter op geworden was, sedert zich hier ook eenige Barea gevestigd hadden, en de andere inwoners
+hadden besmet met die zucht voor rooverij, die bij dezen stam onuitroeibaar schijnt.
+
+</p>
+<p>De toestand van deze stammen is dan ook inderdaad zeer treurig. Zij zijn als het ware ingeklemd tusschen Abyssini&euml;, dat schatting
+van hen vordert, zonder hen te kunnen beschermen tegen de Egyptenaren, en de mudirs van Kassala, die evenzeer schatting eischen,
+maar niets doen om de abyssinische strooptochten te keer te gaan. Een enkel voorbeeld zal eenig denkbeeld van dien toestand
+geven. De abyssinische gouverneur van Addi-Abo, aan het hem van hooger hand gegeven bevel gehoorzamende, was met eenige honderde
+soldaten, of liever slecht gewapende vagebonden, in Barka gevallen, alles te vuur en te zwaard verwoestende. De mudir van
+Kassala, aan wien Mou&ccedil;a-Pasja de verdediging der grenzen had toevertrouwd, trok naar Barka met eene legermacht, alleszins
+voldoende om de Abyssini&euml;rs te verslaan: maar hij trok met de uiterste langzaamheid voort, en toen de deglel er bij hem op
+aandrong, dat hij zijn marsch wat verhaasten zou om den vijand niet te laten ontsnappen, antwoordde de mudir heel kalmpjes:
+<i>Chou&iuml;a-chou&iuml;a</i> (zachtjes aan). Natuurlijk hadden de <span class="corr" title="Bron: Abysini&euml;rs">Abyssini&euml;rs</span> al den tijd om zich met hun buit terug te trekken.
+
+</p>
+<p>Het is hier de plaats, eenige bijzonderheden mede te deelen omtrent den oorsprong van enkele stammen van Opper-Nubi&euml;, die
+bijna allen uit het abyssinische hoogland afkomstig zijn, en eerst in later tijd, door een samenloop van noodlottige omstandigheden,
+tot het islamisme zijn overgegaan.
+
+</p>
+<p>De Hallenga komen uit Hamazene; zij vlechten nog hun haar op de wijze der Abyssini&euml;rs: maar dat is ook bijna alles, wat zij
+van hun voormalig vaderland hebben overgehouden. Een klein bergplateau nabij Ad-Namen, aan den voet van den Melezenai, draagt
+nog hun naam; hoogstwaarschijnlijk hebben zij daar een tijd lang hunne woonplaats gehad.
+
+</p>
+<p>De Habab zijn afkomstig van Kollo-gouzay (Tigr&eacute;); zij hebben hun vaderland verlaten onder aanvoering van een zekeren Asgade,
+die zich vestigde op de plaats thans onder den naam van Asgade-Bakla (de muilezel van Asgade) bekend: een naam naar men zegt
+ontleend aan den eigenaardigen vorm van den heuvel, waarop het dorp is gebouwd. Asgade had drie zoons: Abil, Tekles en Tamariam.
+Volgens de overlevering is de eerste de stamvader der eigenlijke Habab; van de beide anderen stammen de twee minder aanzienlijke
+stammen van Ad-Tekles en Ad-Tamariam af.
+
+</p>
+<p>Belau, Kelau en Hafara waren drie broeders. Zij kwamen waarschijnlijk uit Seraou&eacute;, waar men u nog tegenwoordig de zoogenaamde
+graven der Belaus wijst. Kelau bezat de bergen en weiden, die tegenwoordig aan de Beit-Gabhru behooren, tot aan Chotel. Langzamerhand
+heeft zich deze stam, ik weet niet ten gevolge van welke omstandigheden, verstrooid en opgelost; de meesten der overgeblevenen
+hebben zich bij de Beit-Gabhru aangesloten, die uit dien hoofde van de aloude landstreek der Kelau bezit hebben genomen.
+
+</p>
+<p>De Belaus splitsten zich reeds vroeg in onderafdeelingen. Het gros des volks bleef in de streek nabij de samenvloeiing van
+de Barka en den Khor-el-Ardeb, waar men hen heden nog vindt, trotsch op hun afkomst, maar tot eenige weinige famili&euml;n geslonken;
+de anderen, betere weilanden voor kunne kudden zoekende, vestigden <a id="d0e317"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e317">236</a>]</span>zich nabij de Roode-zee, in Samhar, en omhelsden het islamisme. Als muzelmannen trokken zij de aandacht van de turksche regeering,
+die zich in de zestiende eeuw, van Massoua meester maakte, en wier verdere veroveringen in het binnenland door de Belaus krachtig
+werden bevorderd. Zij zijn tegenwoordig zeer in verval.
+
+</p>
+<p>De Hafara hebben zich te Terefat gevestigd; zij werden in 1859 bijna geheel uitgeroeid. De weinigen, die aan de algemeene
+slachting zijn ontkomen, zijn naar hun dorp teruggekeerd, en trachten zooveel mogelijk hun stam van den geheelen ondergang
+te redden.
+
+</p>
+<p>De Ad-Sheikh houden zich gewoonlijk in de omstreken van Sulib op. Tijdens de verovering van Nubi&euml; door de Egyptenaars, begaf
+zich een der voornaamste opperhoofden van dien stam, Sheikh Mohammed, die zich aan de nieuwe orde van zaken niet wilde onderwerpen,
+naar Samhar, om de bescherming van den sultan in te roepen. Hij liet, ten behoeve van zijne stamgenooten die in Barka gebleven
+waren, naar Konstantinopel schrijven: op welk schrijven echter geen antwoord volgde. Inmiddels beviel het Sheikh Mohammed
+te Massoua, waar hij zich nedergezet en waar hij als een heilige werd vereerd; hij vestigde zich voor goed in de nabijheid,
+te Bera&iuml;mi, waar hij een dorp stichtte, dat weldra door een aantal uitgewekenen werd bevolkt, die tot heden vrijdom van alle
+belastingen genieten. Bera&iuml;mi is aldus een soort van Mekka in het klein geworden: Mohammed, thans (1864) een zeventigjarige
+grijsaard, zond zijne twee zonen naar Samhar en Barka, naar de Bedjouk en de Bogos, om daar het islamisme te prediken: welke
+prediking niet zonder gevolg bleef.
+
+</p>
+<p>De Beit-Bidel zijn mede uit Hamazene afkomstig, waar hunne herinnering nog voortleeft in den naam Bidel, die door een der
+aanzienlijke famili&euml;n van Tsazega wordt gedragen. Hunne verhuizing dagteekent waarschijnlijk eerst van omstreeks 1800; eerst
+sedert een dertigtal jaren zijn zij muzelmannen, en hun tegenwoordige sheikh, Ibra&iuml;m Djaoui, heeft nog langen tijd den <i>mateb</i> of het koord der abyssinische christenen gedragen; ook spreekt hij gaarne van de dagen, toen zijn stam nog de christelijke
+godsdienst beleed. De Beit-Bidel hebben zelfs van hunne vroegere godsdienst nog een gebed overgehouden, waarmede zij in droge
+tijden regen afsmeeken: &#8220;<i>Egzio marenna Christos!</i>&#8221;&#8212;<span class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>de Heere Christus erbarme zich onzer!&#8221;&#8212;Doorgaans houden zij zich te Chegled op. Aanvankelijk vrij, werden zij later onderhoorig
+aan den deglel van de <span class="corr" title="Bron: Beni-Amir">Beni-Amer</span>, die beweerde dat zij in eene landstreek waren gevestigd, welke aan zijn gezag was onderworpen.
+
+</p>
+<p>Van al deze en de met hen verwante stammen, zijn de Hallenga de eenigen, bij wie eene volstrekte maatschappelijke gelijkheid
+heerscht: geheel overeenkomstig het in Abyssini&euml; geldende beginsel, volgens hetwelk allen gelijk zijn en het eenige onderscheid
+bestaat in het al of niet bezitten van een leengoed <i>(goult);</i> terwijl daarentegen, naar de zienswijze der Nubi&euml;rs, de adel in het bloed zit en niet afhankelijk is van het leen. Bij al
+de andere stammen, de Beni-Amer, de Habab, de Bogos, <span class="abbr" title="enzovoort"><abbr title="enzovoort">enz.</abbr></span> wordt de adel gevormd door de <i>choumaglie</i> (oudsten), waarvan elke familie een zeker aantal vazallen, <i>tigr&eacute;</i> genaamd, onder zich heeft. Deze inrichting heeft eenige gelijkenis met die van het romeinsche patriciaat met zijne cli&euml;nten.
+De naam tigr&eacute; schijnt te danken aan de omstandigheid dat de meeste abyssinische uitgewekenen, die naar Nubi&euml; de wijk hebben
+genomen en zich tot vazallen der nubische stammen gemaakt, uit de provincie Tigr&eacute; afkomstig waren.
+
+</p>
+<p>Intusschen is de toestand dezer vazallen alleszins dragelijk. De tigr&eacute; is metterdaad niet veel anders dan een pachter: is
+hij met zijn heer niet tevreden, dan staat het hem vrij, zich een anderen te kiezen. Hij betaalt eene zeer matige schatting,
+waarvan het bedrag, sedert onheugelijke tijden, door de gewoonte is vastgesteld. Daarentegen heeft hij het recht te eischen,
+dat zijn choumaglie hem, in geval van schade aan lijf of goed, bescherme en zijn beleediger vervolge en straffe. In iederen
+stam vormen de tigr&eacute;s het armste en werkzaamste gedeelte; men herkent ze gemakkelijk aan hun donkerder gelaatskleur, aan hunne
+magerheid, aan hun ruwer voorkomen en armoedige kleeding.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">IV.</h3>
+<p>Van Bisha vertrokken, bereikten wij weldra eene reeks van dorre heuvelen, Dunkuas genoemd. Ik besteeg een dier heuvelen, en
+stond verrukt over het heerlijke panorama, dat zich daar voor mijne oogen ontvouwde. Aan mijne voeten slingerde zich de breede
+bedding van de rivier de Barka, de fraaiste rivier van geheel Nubi&euml;:&#8212;een reusachtig wit lint met donkergroene randen omzoomd.
+De rivier lag droog, gelijk dit in den regel het geval is, met uitzondering van de enkele dagen, waarin de ontzettende watermassa&#8217;s,
+die van de hoogvlakten van Barea en Avla afstroomen, deze breede bedding vullen, waarin zij toch weldra weder verdwijnen.
+De rivier&#8212;om nu aan deze baan van driehonderd ellen breedte dien naam te blijven geven&#8212;vervolgde haar loop, ter wederzijde
+omzoomd door eene dubbele reeks van doumpalmen, de sierlijke getuigen harer vruchtbaarmakende kracht, en vereenigde zich,
+zeven of acht dagreizen verder, te Falka&iuml;t, met de A&iuml;nsaba, die uit de landen der Bogos komt. De beide vereenigde rivieren
+loopen vervolgens in de Langheb uit, die, minder belangrijk door hare lengte dan wel door de massa water, die zij, altijd
+gedurende zekeren tijd van het jaar, aanvoert, zich een weg naar het oosten baant, en op zestien uren afstands van Souakin,
+de vlakte van Tokhar, vruchtbaarheid en leven schenkt.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-237.jpg" alt="Terugkeer uit den slag."></p>
+<p class="figureHead">Terugkeer uit den slag.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Ja inderdaad: de stroomen en rivieren zijn de aderen der aarde. Nooit gevoelt ge beter de treffende juistheid van dit beeld,
+dan wanneer ge van een of anderen berg eene uitgestrekte landstreek van het dorre Afrika overziet. Van het punt waar ik nu
+stond, zag ik de vereeniging van de rivier met een breeden khor, die van Bisha kwam; met den blik volgde ik het dubbel spoor,
+in de vlakte geteekend door een zoom van palmen en mimosa&#8217;s, waartusschen de zilverige rookwolken zweefden van een of ander
+nomadenkamp. <a id="d0e365"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e365">238</a>]</span>Een woud van doumpalmen, vooral wanneer het dicht begroeid en krachtig opgewassen is, heeft steeds voor mij eene eigenaardige
+bekoorlijkheid. Bij den dadelboom (deleb) vergeleken, is de doum (<i>crucifera theba&iuml;ca</i>) een welgedaan, eenvoudig, burgerman, nevens dien slanken, fijn gebouwden, sierlijken aristokraat; bovendien kleeft hem een
+wezenlijk gebrek aan: hij is inproductief. Zijne vrucht, hard als hout, is zelfs voor den Bedoe&iuml;nen ongenietbaar; ook deelt
+de arme doum in de algemeene minachting van inlander en vreemdeling. Misschien ben ik wel de eenige, die zijne partij opneemt.
+Ik ontmoet hem gaarne op mijn weg; zijn fraai geteekend blad, de sierlijkste aller waaiers, geeft mij tegen de heete middagzonnestralen
+eene vrij wat meer afdoende bescherming dan de dunne, lange bladeren van den deleb. De hemel beware den tot wanhoop gebrachten,
+geblakerden reiziger voor de schaduw van een dadelboom! Het is bijna of de koninklijke boom opzettelijk zijn bladerkroon wijd
+uiteen spreidt, opdat de verblindende stralen van den zonnegod ongehinderd zouden kunnen doordringen! Wat heb ik daarentegen
+menig kalm uur gesleten aan den zoom der wateren, onder het verkwikkend lommer van een doum, mij geheel overgevende aan don
+weldadigen invloed dier geheimzinnige, aangrijpende, afrikaansche natuur, waarvan zij, die haar hebben leeren kennen, niet
+licht kwaad kunnen spreken! In die uren had ik niets anders te doen dan, als aandachtig toeschouwer, een of ander drama gade
+te slaan, in zijne soort niet minder treffend dan de trojaansche krijg:&#8212;de verwoesting van een termitenterp door een leger
+van zwarte mieren; de noodlottige dood van een onvoorzichtige vloo, die, zich gewaagd hebbende op den rand van het hol van
+den mierenleeuw, vlak op de borst getroffen was geworden door het geschut van den behendigen eigenaar dier hinderlaag. Die
+kleine scherpschutter was een mijner lievelingen, en wekte telkens op nieuw mijne bewondering op: ja, meermalen gaf hij mij
+stof tot overpeinzingen, waarbij de hooge voortreffelijkheid van den mensch mij bijna twijfelachtig voorkwam. Had ik zelf
+wel, om de bronnen van den Nijl te vinden&#8212;die ik niet gevonden heb&#8212;de helft van de energie en volharding aangewend, die dit
+bijkans onzichtbare schepsel dagelijks ten toon spreidt om in zijn onderhoud te voorzien? En daarbij wat misrekeningen, wat
+teleurstellingen, wat onvoorziene rampen! Wie telt ze op, de honderde toevallige omstandigheden, die in een oogwenk, de vrucht
+van langen arbeid kunnen vernielen!... Voorwaar in dit kleine lichaam van twee strepen lang schuilt nog iets anders dan een
+darmkanaal: daar huist een wil, een wezen, dat werkt, dat lijdt, dat wellicht in zijne mate denkt.
+
+</p>
+<p>De stam, die meestal te Dunkuas verblijf houdt, heet Koufit, en is eene afdeeling van de Beni-Amer; tien jaren geleden woonde
+die stam meer zuidwaarts, in eene vlakte tusschen Bisha en de bergen van Barea, aan welke vlakte zij ook haar naam gegeven
+heeft. Omstreeks 1856 verschenen de Egyptenaren in de vlakte van Koufit, om de Barea met geweerschoten tot den islam te bekeeren;
+zij hadden eenige dorpen verwoest, een aantal gevangenen medegevoerd, en die vervolgens weder in vrijheid gesteld, nadat zij
+beloofd hadden muzelmannen te zullen worden. Daarom hebben slechts twee van al de dorpen der Barea, Mogolo en nog een ander,
+beiden op de grenzen, den islam aangenomen.
+
+</p>
+<p>Deze kruistocht was volstrekt niet naar den zin der abyssinische regeering, die de Barea eenigermate als hare onderdanen beschouwde.
+Theodoros had, als naar gewoonte, zijne handen te vol, om tusschenbeiden te kunnen komen; maar gelukkig was de abyssinische
+landvoogd van Addi-Abo een kloek en doortastend man, die besloot op eigen verantwoordelijkheid te handelen, en met vijfhonderd
+ruiters de Barea ter hulpe kwam. Hij legerde zich op twee of drie uren afstands van de Egyptenaars, wien deze nabuurschap
+volstrekt niet beviel: want de Abyssini&euml;rs hadden nog de gewoonte, hunne verslagen of gevangen vijanden, ten teeken der zegepraal,
+op bloedige wijze te verminken, waarvoor de Egyptenaars uitermate bevreesd waren. Nu gebeurde het op zekeren nacht, dat in
+het muzelmansche kamp een geweer omviel, en daardoor van zelf afging. Op het hooren van het schot greep een panische schrik
+de Turken aan, die in de uiterste verwarring op elkander begonnen te vuren, luid roepende: <i>el Makada ghia!</i> (de Abyssini&euml;rs komen). Er vielen zeven of acht dooden; de nederlaag was volkomen.
+
+</p>
+<p>Acht jaren verliepen, eer de Egyptenaars zich weder in die streek vertoonden: naar zij zeiden, hadden zij zich teruggetrokken,
+uithoofde van de ongezondheid van het land. De door hen opgerichte gourbis werden, na hun vertrek, door de Barea verbrand.
+De Koufit, die bij hunne krijgshaftige naburen in ongenade waren gevallen, omdat zij vriendschappelijke betrekkingen met de
+Turken hadden aangeknoopt, trokken naar Barka, en het door hen verlaten grondgebied bleef een soort van neutraal terrein tusschen
+de stammen der Barea en der Beni-Amer.
+
+</p>
+<p>In 1860 overviel Ato-Zadig, de toenmalige landvoogd van Addi-Abo, de Barea, ontnam hun hunne vrouwen en kinderen, en leverde
+die niet weder uit, dan nadat de stam het gezag van den landvoogd had erkend, en zich verbonden hem eene schatting op te brengen.
+Ongeveer in denzelfden tijd tastte de vorst der <span class="corr" title="Bron: Berni-Amer">Beni-Amer</span>, twee- of driemalen achtereen, de ongelukkige Barea aan, en voerde telkens een aantal gevangenen en vee mede. Dergelijke
+gebeurtenissen herhalen zich telkens, en bewijzen overtuigend, in welk een onhoudbare toestand deze stammen verkeeren.
+
+</p>
+<p>Over het algemeen houdt men de Barea voor een oorspronkelijken negerstam, door de hooger ontwikkelde stammen die het abyssinische
+rijk hebben gesticht uit zijne oorspronkelijke woonplaatsen verdreven en naar het gebergte verdrongen. Toch schijnen mij de
+Barea, die ik gezien heb, geen zuivere negers te zijn; veelmeer houd ik ze voor een oorspronkelijk negervolk, maar sterk vermengd
+met de naburige ethiopische bevolkingen. Hun eigenlijke volksnaam is, naar men mij zeide, Egher of Eghir; de naam Barea is
+abyssinisch en beduidt zoowel neger als slaaf, evenals <i>abid</i> in het arabisch. Want hoewel de abyssinische <a id="d0e389"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e389">239</a>]</span>wetten de slavernij verbieden, maken de Abyssini&euml;rs er toch geen gewetenszaak van hunne woeste naburen tot slaven te maken;
+waarover de anderen zich wreken door voortdurende strooptochten in de aangrenzende christelijke streken.
+
+</p>
+<p>De abyssinische soldaat, hoewel zeer moedig, is werkelijk bevreesd voor den Barea, waar het een gevecht van man tegen man
+geldt; wederkeerig is de Barea niet minder bang voor vuurwapenen. Hij gaat bijna geheel naakt ten strijde, met geene andere
+bescherming dan een klein rond schild, waarvan de kleur tamelijk wel overeenkomt met die van zijne schitterend zwarte huid;
+zijn geduchtste wapen is de <i>seif</i>, een zware rechte degen, die met twee handen wordt gebruikt en veel gelijkt op een middeleeuwsch slagzwaard.
+
+</p>
+<p>Evenals de meeste Nubi&euml;rs, gaan ook de Barea half naakt: wat hen van dezen onderscheidt, zijn enkele sieraden, waaraan de
+negers over het algemeen zeer gehecht zijn, zooals halskettingen, armbanden, ringen, enz. Men vindt in hun land eene soort
+van zeer fraaie groene torren, die zij aan een draad rijgen en als een ketting om den hals hangen.
+
+</p>
+<p>De naam Barea doet onwillekeurig denken aan de <i>Bari</i> van den Witten-Nijl; en inderdaad vindt men bij de eersten eenige gebruiken, die zoodanige verwantschap schijnen aan te duiden.
+Ook de Barea hebben hunne toovenaars, die regen kunnen veroorzaken, en <i>bounit</i> worden genoemd; en het is licht te begrijpen dat bij deze eenvoudige, nog in patriarchale groepen gesplitste volksstammen,
+het opperste gezag van zelf berusten moet bij den man, die de geduchte macht bezit om over den vruchtbaarmakenden regen te
+beschikken, zonder welken alles van gebrek zou omkomen. De toovenaars der Barea behoorden tot dusverre allen tot dezelfde
+familie; hunne macht was geheel afhankelijk van den uitslag hunner tusschenkomst. Kwam er regen, dan werden zij overladen
+met geschenken in geld, in granen en vee; bleef het droog, dan werden zij door twee <i>Fadab</i> (sterke mannen, een soort van adel) aangegrepen, naar een afgezonderde plek op den berg gevoerd en daar vermoord. Dit lot
+had ook den laatsten toovenaar getroffen. Zijne zonen en bloedverwanten hadden daarop van hun recht en hoogen rang afstand
+gedaan, verklarende dat zij niet langer telkens nieuwe slachtoffers wilden leveren, en dat het goddeloos was, te beweren dat
+men over den regen kon beschikken, want de regen hing van God alleen af.
+
+</p>
+<p>Een in mijne oogen onwederlegbaar bewijs, dat de Barea hooger staan dan de andere negervolken, vind ik hierin, dat zij een
+vrij zuivere voorstelling van de Godheid hebben, en dat de kanker der slavernij bij hen onbekend is. Wanneer men hun naar
+de reden van dit laatste verschijnsel vraagt, antwoorden zij op ernstigen toon: &#8220;Wij zijn allen de slaven van God.&#8221; De krijgsgevangenen
+worden niet verkocht; zij moeten op het land werken, en wanneer zij sterk, welgemaakt en dapper zijn, gebeurt het zeer dikwijls,
+dat zij de dochters hunner meesters huwen. Ook hieruit verklaart zich de sterke vermenging, die bij dit volk zoo duidelijk
+merkbaar is en zoo gunstig op hunne physieke en intellectueele ontwikkeling gewerkt heeft. Ik heb een zeer sterk vermoeden,
+dat de Barea in vroeger eeuwen christenen zijn geweest; de redenen voor dit gevoelen kan ik echter, zonder al te wijdloopig
+te worden, hier niet ontwikkelen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-240.jpg" alt="Doumpalm (Crucifera theba&iuml;ca)."></p>
+<p class="figureHead">Doumpalm (<i>Crucifera theba&iuml;ca</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij hadden te Dunkuas geen water medegenomen, omdat wij er zeker op rekenden, tien kilometer verder, te Balaghinda water te
+zullen vinden. Balaghinda is de naam van twee fraaie meren, nabij den rechter oever van de Barka, en die alleen gedurende
+een zekeren tijd des jaars van water zijn voorzien; den overigen tijd ziet men niets dan een bruinachtigen bodem van alluviaalgrind,
+die zeker zeer vruchtbaar is, en geheel begroeid met eene kleine plant, waarvan de naam mij ontgaan is. Wij bereikten het
+eerste der beide meren, waarnevens zich een fraaie heuvel verheft, dien ik beklom om de streek te overzien. Welk eene teleurstelling!
+Geen enkele droppel water; en het was reeds middag: wij waren reeds zeer vermoeid, en moesten nu nog een marsch van drie uren
+afleggen eer wij de putten van Deghi konden bereiken! Ons restte nog een flauwe hoop: het was namelijk mogelijk, dat het tweede
+meer water bevatte. Wij zonden er iemand heen om zich daarvan te overtuigen, en na verloop van een kwartier kwam onze bode
+terug met eene goede tijding, die wij zelf niet hadden durven verwachten.
+
+</p>
+<p>Wij spoedden ons naar het meer, waarvan de bodem nog vochtig en zacht was, en overal bedekt met de zeer zichtbare sporen van
+olifanten, allen uitloopende op twee plassen, die er nu juist op het oog niet zeer smakelijk uitzagen. Maar wie in Afrika
+reist, moest zich niet storen aan de kleur van het water, dat hij drinkt: of dit bruin, groen of zwart is, maakt geen verschil.
+In dit water hadden tallooze scharen kleine schelpdieren geleefd; waar de bodem droog was geworden, gingen zij reeds bij hoopen
+tot verrotting over. Wij kampeerden in een kreupelboschje, tusschen de twee plassen, en met de wapenen bij de hand. Deze voorzorg
+was niet overtollig; want den volgenden morgen, toen wij het kamp opbraken en bezig waren met het opladen der kameelen, klonk
+ons eensklaps, uit een boschje van doornen en struiken, op geen vijftien pas afstands van ons, het gebrul van een leeuw te
+gemoet. Het was omstreeks zonsopgang: waarschijnlijk het gewoon uur, waarop de koning der wildernis aan den plas zijn dorst
+kwam lesschen, waarin hij nu door onze tegenwoordigheid verhinderd werd. Blijkbaar durfde hij niet doorgaan&#8212;wat hij toch gerust
+had kunnen doen&#8212;om zijn vijver te bereiken; en zijn luid gebrul, dat onze kameelen en muilezels geheel van hun stuk bracht
+en hun een huivering door merg en been joeg, bewees duidelijk zijn ongenoegen over onze vrijpostigheid. Ons volk hield zich
+goed, en veroorloofde zich zelfs enkele spotternijen, die echter niet zeer van harte gingen; ik mag niet verzwijgen, dat zij
+met het opladen bijzonder veel haast maakten.
+
+<a id="d0e423"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e423">321</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-321.jpg" alt="Opperhoofden der Kelau of Kelaou."></p>
+<p class="figureHead">Opperhoofden der Kelau of Kelaou.</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">V.</h3>
+<p>Te Tshaghi&eacute; nam ik afscheid van de laatste palmen: in Afrika zou ik mijne geliefde cruciferen niet wederzien. De tamarisk,
+met zijne fijne, gelede twijgen, zijn wonderlijk verwrongen stam, en zijne gelijkenis op den treurwilg, bleef mij langer getrouw;
+en ondanks zijn weinig opwekkend voorkomen, was deze boom mij steeds welkom, omdat hij de nabijheid van water verkondigde.
+Te Karovel, waar wij drie uren na ons vertrek van Tshaghi&eacute; aankwamen, vond ik gansche wouden van tamarisken, die, naar men
+zeide, de geliefkoosde schuilplaats waren van stroopende benden der Barea. De plaats stond dan ook in een zeer kwaden naam.
+Het vorige jaar was mijn britsche collega, de heer Cameron, hier bijna in eene hinderlaag gevallen, en deze herinnering had
+ons zeker tot voorzichtigheid moeten stemmen. Wij vertrouwden evenwel op ons aantal, op onze lansen en onze geweren, en trokken
+onbekommerd en in tamelijke wanorde voort. Toen de zon ter kimme was gedaald, maakten wij ons gereed ons nachtleger op te
+slaan; maar eensklaps werden wij verrast door drie of vier schoten, op zeer korten afstand van het hoofd onzer kolonne. Een
+verward geschreeuw volgde; ik greep mijn geweer en spoedde mij naar de plek, waar de geweerschoten waren gevallen. Daar vond
+ik Stella, in onderhandeling met den vijand, die ongeveer dertig man sterk was. Weldra bleek het, dat wij met een gezelschap
+vreedzame kooplieden van Massaoua te doen hadden, die, nog meer ongerust dan wij, ons voor een troep roovers hadden aangezien.
+
+</p>
+<p>Wij bereikten nu eene wijde, prachtige hoogvlakte, aan alle zijden door bergen ingesloten, waarvan de Taka&iuml;l de voornaamste
+is. Om een overzicht van de streek te hebben, beklom ik, niet zonder moeite, een geheel alleenstaanden berg, op ongeveer achthonderd
+el afstands ten westen van de putten van Adard&eacute;, de gewone pleisterplaats der karavanen. In het wijde landschap, dat zich
+van deze hoogte voor mijne blikken uitstrekte, trok eene bijzonderheid bovenal mijne aandacht: in het zuidoosten zag ik een
+fraai gevormd tafelland, in gelijke vakken verdeeld, en, naar het scheen, aan de linkerzijde samenhangende met de bergen van
+Bogos: dat was de beroemde Zadamba, een der twee heilige bergen van Sennaheit, waar nog sporen zijn overgebleven van het abyssinische
+christendom. Ik heb geen tijd kunnen vinden om den Zadamba te bezoeken; maar ik heb gepoogd, mij voor dit gemis schadeloos
+te stellen, door de inboorlingen te ondervragen. Ziehier wat ik te weten kwam.
+
+</p>
+<p>De eigenlijke Zadamba is eene kleine vlakte, niet grooter dan een paar bunders, aan het zuidwestelijke uiteinde van het tafelland,
+waarvan ik zooeven sprak, en daarmede door eene zeer smalle landtong verbonden. Een abyssinische negus heeft, naar ik meen
+voor omstreeks vier eeuwen, daar een klooster gebouwd, en de opbrengst van een dorp in Tigr&eacute; aangewezen om in het onderhoud
+van dat heiligdom te voorzien. Nadat de provincie Barka, die aan drie zijden den Zadamba omgeeft, tot den islam was overgegaan,
+verkeerden de <a id="d0e438"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e438">322</a>]</span>zes of zeven monniken, die het klooster bewoonden, in voortdurend gevaar van overvallen en vermoord te worden. Om zich daartegen
+te beveiligen, maakten zij zelven het smalle pad, dat naar het convent leidde, door afgraving ontoegankelijk; zoodat een tocht
+naar den Zadamba, voor ieder, die niet de verwonderlijke bekwaamheid der Abyssini&euml;rs in het bestijgen van rotsen en klippen
+bezit, eene uiterst gevaarvolle onderneming is. Van tijd tot tijd verlaat een der monniken het klooster, om aalmoezen in te
+zamelen of de sobere rente <i>in natura</i>, die hun is toegewezen, te gaan ontvangen; en ondanks hunne bekendheid met de plek, is het toch enkele malen gebeurd, dat
+zij in de onpeilbare afgronden tuimelden, die het gevaarlijke pad ter wederzijde omzoomen. Toch durf ik den minnaars der ethiopische
+geschiedenis een tocht naar den Zadamba zeer aanraden: naar het schijnt bezit het klooster eene boekerij, waarin zich vijf
+of zes belangrijke handschriften bevinden, en misschien ook een geschreven kroniek van Sennaheit.
+
+</p>
+<p>De bergachtige streek, welker grenzen ik nu weldra overschreden had, wordt door de inboorlingen met zekeren ophef <i>Sennaheit</i> genoemd, dat wil zeggen het <i>schoone land</i> bij uitnemendheid. Er is iets treffends in deze vooringenomenheid: zij getuigt van de warme liefde voor een vaderland, dat
+niet altijd even weldadig is voor zijne eenvoudige, weinig eischende zonen. Maar, indien Sennaheit al de vergelijking niet
+kan doorstaan met het prachtige bergland van Abyssini&euml;, verdient het toch, in alle opzichten, de voorkeur zelfs boven de merkwaardigste
+streken van Nubi&euml;; en ik kan mij dan ook de ingenomenheid, niet alleen der inboorlingen, maar ook van vreemde bezoekers, wel
+begrijpen. Onder deze bezoekers behoorde ook hertog Ernst van Saksen-Koburg, die zich, in 1862, met zijne gemalin en een klein
+gevolg, voor eenigen tijd te Keren vestigde, om aan de oevers van de A&iuml;nsaba op de leeuwen- en tijgerjacht te gaan. Eer hij
+Sennaheit weder verliet, achtte hertog Ernst zich verplicht, als dank voor de ondervonden gastvrijheid, het grootkruis van
+zijne ridderorde aan Theodoros te zenden. Natuurlijk wachtte de geduchtte &#8220;zoon van David&#8221; zich wel, deze onderscheiding te
+dragen. Naar de zienswijze toch der Abyssini&euml;rs, wordt hij, die eene vreemde ridderorde aanneemt, daardoor de vazal van den
+souverein, die hem de orde geschonken heeft. In de middeleeuwen, toen eene ridderorde nog iets anders dan een speelgoed en
+een middel tot bevrediging der kinderachtigste ijdelheid was, toen zij nog inderdaad eene hooge en edele beteekenis had, dacht
+men er bij ons even zoo over. Maar onze nuchtere, praktische eeuw begrijpt niets meer van de idealen en symbolen der riddertijden!
+
+</p>
+<p>Het dorp Keren, dat ik daar noemde, is de hoofdplaats der Bogos, die sedert vier eeuwen in Sennaheit gevestigd zijn. Het ligt
+schilderachtig, aan den voet van een prachtigen berg, in eene fraaie hooge vlakte; pater Stella is hier gevestigd. Toen wij
+het dorp, dat uit ongeveer tweehonderd rieten hutten bestaat, naderden, kwamen ons eenige schoone knapen tegemoet, die ons
+zwijgend de hand kusten, en daarna haastig naar het dorp terugliepen om onze komst aan te kondigen. Tien minuten later werden
+wij door de gansche mannelijke bevolking, met de grootste hartelijkheid verwelkomd; zelfs werden ter onzer eere de weinige
+geweren afgevuurd, die in het vlek te vinden waren. Wij zouden hier een poos vertoeven.
+
+</p>
+<p>De Bogos of Mogos zijn afkomstig uit Lasta, eene bergachtige landstreek in het hart van Abyssini&euml;; zij behooren tot den krijgshaftigen
+stam der Agau, die de oorspronkelijke bewoners des lands zijn. Hun stamvader, Guevra Terk&eacute;, had het ongeluk zijn broeder of
+een zijner naaste bloedverwanten te dooden; om zich aan de bloedwraak te onttrekken, week hij met zijne beide zonen, Seguina
+en Korsokor, ten lande uit. Omtrent deze vlucht bestaat nog eene andere legende, die een sterk sprekend bijbelsch karakter
+draagt, en blijkbaar is ontleend aan de geschiedenis van de aartsvaders Jacob en Josef. Volgens deze legende dan, vatte eene
+der begunstigde slavinnen van den ouden vader van Guevra Terk&eacute; eene vurige liefde op voor den schoonen, edelen jongeling,
+die echter koel bleef voor hare verleidingen en haar daardoor tot zijne onverzoenlijke vijandin maakte. De vader van Terk&eacute;
+nu was blind, hij zelf zeer harig, als Esau; de slavin maakte daarvan gebruik om hem op dezelfde wijze van den vaderlijken
+zegen te berooven, als Rebecca weleer ten aanzien van Esau deed. Terk&eacute;, ten behoeve van zijn jongeren broeder onterfd, kwam
+daartegen niet in verzet, maar ging het land uit.&#8212;Dit verhaal verdient niet het minste geloof: reeds daarom niet omdat het
+blijkbaar eene navolging is. Bovendien zijn er in Abyssini&euml; geen harige mannen: althans, ik heb ze nooit gezien.
+
+</p>
+<p>De Bogos, die zich zelven Bil&egrave;n noemen, tellen tegenwoordig omstreeks achttienduizend zielen, verspreid in zeventien dorpen
+langs de beide oevers van de A&iuml;nsaba. Zij zijn in twee takken verdeeld, wier namen zijn ontleend aan de beide zonen van Terk&eacute;:
+de Ad-Seguina ten noordoosten, de Ad-Korsokor ten zuiden en ten westen. Het is een volk van landbouwers en herders; maar de
+landbouw is van niet veel beteekenis en maar nauwelijks voldoende om in de behoeften te voorzien. De wezenlijke rijkdom en
+de trots der Bogos, is hun veestapel. Men schat iemands rijkdom naar het getal <i>moktas</i> die hij bezit: een <i>mokta</i> is eene kudde van vijftig runderen. Twee moktas staan ongeveer gelijk met wat men in Frankrijk een burgerlijk vermogen zou
+noemen; die vier moktas bezit, is een rijk man.
+
+</p>
+<p>Ook bij de Bogos bestaat de adellijke instelling der <i>choumagli&eacute;</i>, waarvan ik reeds vroeger sprak; daarmede gaat natuurlijk het recht van eerstgeboorte gepaard. Als een choumagli&eacute; sterft,
+erft zijn oudste zoon de roerende goederen, de voorvaderlijke degen, de witte koeien der kudde, de tigr&eacute;s, en, in sommige
+gevallen, ook de weduwe. Dit laatste gebruik, dat voor een christelijk volk vrij zonderling is, vereischt eenige toelichting.
+Komt een gehuwd man te overlijden, dan hebben zijne bloedverwanten, of zelfs zijne kinderen uit een ander huwelijk, het recht,
+de weduwe te trouwen; in sommige gevallen, zijn zij daartoe zelfs verplicht. Niemand vindt daarin iets onbetamelijks; integendeel,
+zoowel de christelijke Bogos als de muzelmansche <a id="d0e468"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e468">323</a>]</span>Beni-Amer, zien daarin eene ridderlijke daad tot bescherming der vrouw en eene zekere hulde aan de nagedachtenis van den overledene.
+De overige zonen ontvangen van hun oudsten broeder zooveel als zij noodig hebben, om zich elders te gaan vestigen. De jongste
+zoon erft het ouderlijk huis: eene zeer opmerkelijke bepaling, die van fijn gevoelige teederheid getuigt. Hij toch wordt geacht
+de herinnering aan zijn vader en de liefde voor de woning, waar hij is opgevoed, dieper in het harte te dragen dan de anderen,
+die het leven reeds meer van het ouderlijk dak heeft vervreemd.
+
+</p>
+<p>De dochters kunnen op niets aanspraak maken; doorgaans echter trouwen zij zeer vroeg. Bijna allen zijn fijngevormd en zeer
+schoon, met een lichte zweem van zekere wildheid in haar voorkomen; niets evenaart het vuur van haar zwarte oogen, zoo uitnemend
+getemperd door de lichte bronskleur van haar huid. Maar, hoewel de vrouwen geene maatschappelijke rechten bezitten, rust toch
+op haar dikwijls eene zeer zware verantwoordelijkheid. Te Keren zag ik eene zeer achtenswaardige familie, waarvan het hoofd,
+bij zijn overlijden, schulden had nagelaten. De schuldeischers lieten nu zijne twee dochters, beiden nog kinderen, als slavinnen
+verkoopen, om zoodoende de schulden van den vader te vereffenen. De oudste trok de aandacht van een aanzienlijk man uit die
+streek, die haar voor vier-en-twintig talaris (126 francs) vrijkocht, om haar te huwen.
+
+</p>
+<p>Ook in Sennaheit heerscht de beruchte gewoonte van den <i>bloedprijs:</i> eene gewoonte trouwens, die bij elk volk gevonden wordt, waar het idee van den staat nog niet tot ontwikkeling gekomen is,
+en de overheid nog niet als de waarborg en handhaver der algemeene veiligheid wordt beschouwd. Dit recht van bloedwraak, dat
+de solidariteit der familie of van den stam bij de aanrading van lijf of goed vertegenwoordigt, draagt bij de Bogos den naam
+van <i>dem</i>. Zij maken onderscheid tusschen den heelen en den halven bloedprijs. De eerste is verschuldigd bij moedwilligen doodslag,
+onverschillig of het slachtoffer een man, eene vrouw, een kind, een choumagli&eacute; of een trig&eacute; is. Verleiding staat gelijk met
+manslag, en, in vele gevallen, ook het verbreken der huwelijksgelofte.
+
+</p>
+<p>De halve bloedprijs wordt gevorderd voor elke verwonding, die bloedstorting ten gevolge heeft gehad, of eene ernstige verminking
+veroorzaakt; voorts voor elken onwillekeurigen manslag door een wapen of eenig ander snijdend werktuig, zonder opzet van den
+eigenaar. Als een man zijne vrouw doodt, is hij daarvan aan niemand rekenschap schuldig; maar hij moet aan zijn schoonvader
+den halven bloedprijs betalen. Het <i>bloed</i> van een choumagli&eacute; wordt op honderd-twee-en-dertig koeien geschat, benevens een muilezel en een mat; dat van een trig&eacute;, op
+drie-en-negentig koeien, waarvan een derde aan zijn heer toekomt.
+
+</p>
+<p>De Bogos noemen zich bij erfelijke overlevering, Christenen; maar zij bezaten noch kerken, noch priesters, toen, omstreeks
+1854, een toeval, zoo men wil, hen in aanraking bracht met een jongen pi&euml;monteeschen missionaris, Pater Giovanni Stella, die,
+weinig opgewektheid gevoelende voor de missie in het binnenland van Abyssini&euml;, zich te Keren vestigde; waar hij eene uitnemende
+gelegenheid meende te vinden om met vrucht werkzaam te zijn. Even ijverig als verstandig en bedachtzaam, begreep Pater Stella,
+dat het onderwijs in de dogmatiek gevoeglijk tot later kon worden uitgesteld, en beijverde hij zich in de eerste plaats, om
+de Bogos in zedelijken zin op te heffen, en hen daardoor vatbaarder te maken om de verheven waarheden van het Christendom
+te begrijpen. Hij trachtte eerst de twisten en veeten, die dorp tegen dorp en stam tegen stam de wapens deden voeren en zoo
+schromelijke verwoestingen aanrichtten, bij te leggen; langzamerhand wist hij de Bogos te bewegen om de rooverijen en strooptochten,
+die maar al te zeer bij hen in zwang waren, vaarwel te zeggen; hij bezocht de huisgezinnen, en vermaande de fiere, onafhankelijke
+bergbewoners meer eerbied te betoonen voor de banden des huwelijks, voor het leven en de bezittingen van hun medemenschen,
+en niet zoo spoedig toe te geven aan de inblazingen van een eergevoel, dat in beginsel lofwaardig mocht zijn, maar zich op
+zoo noodlottige en verderfelijke wijze openbaarde. Een paar jaren lang was zijne stem als die eens roependen in de woestijn;
+maar nadat hij den Bogos een zeer wezenlijke dienst bewezen had, had hij hun vertrouwen gewonnen, en nu werd hij in weinige
+jaren, alleen door zijn zedelijken invloed, de oppermachtige gebieder en scheidsrechter van de zeventien dorpen der Bogos
+en van een tiental naburige vlekken of stammen. Hij maakte vooral zijn werk van de uitroeiing der openbare rooverij: een zware
+taak, want in het gebergte werd het ambt van roover als eene eervolle betrekking beschouwd, een man van moed ten volle waardig.
+Hij had eindelijk persoonlijke betrekkingen aangeknoopt met al de voorname roovers van Samhar, Sennaheit en Barka; en wanneer
+hier of daar gewelddadigheid was gepleegd, wist hij doorgaans den schuldige te ontdekken en vergoeding te verkrijgen.
+
+</p>
+<p>Deze dictatuur, de vrucht van onvermoeide toewijding en zelfverloochening, wekte den argwaan op van den negus, die zich heer
+van Sennaheit noemt. Hij wenschte <i>Abounu Johann&egrave;s</i> (Vader Jan, de gemeenzame naam van Pater Stella) te zien, en noodigde hem; in de vriendelijkste bewoordingen, tot een bezoek
+uit in zijne residentie te Debra-Tabor; de negus noemde hem zijn zoon, en beloofde hem de meest hartelijke ontvangst. De heer
+Stella antwoordde de gezanten van den negus met groote wellevendheid, wist voorloopig tijd te winnen, en toen geen langer
+uitstel mogelijk was, vertrok hij haastig naar Massaoua, het minder raadzaam achtende, zich in het hol van den leeuw te wagen.
+
+</p>
+<p>De eerste keer dat ik hem ontmoette, was te Massaoua, twee maanden voor ik de reis aanvaardde, waartoe dit verhaal betrekking
+heeft. Naar hetgeen ik omtrent hem gelezen had, stelde ik mij Pater Stella voor als een soort van Sint-Franciscus Xaverius
+met grijze haren. Groot was dan ook mijne verwondering, toen ik een welgedanen jongen man zag, met een blozend, open gelaat,
+waaruit een paar levendige, geestige oogen <a id="d0e494"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e494">324</a>]</span>mij aanstaarden, en met een zeer weelderigen haardos. Een <i>bouri</i>, groote inlandsche pijp, die hij nooit uit den mond legde en die een deel van zijn persoon scheen uit te maken, voltooide
+deze geheel eigenaardige, maar zeer innemende figuur. Reeds dadelijk voelde ik mij tot hem getrokken, en bij nadere kennismaking
+leerde ik den beminnelijken, beschaafden, klassiek ontwikkelden man te meer waardeeren en bewonderen. De diensten, die hij,
+in deze bijkans onbekende streken, aan de zaak der beschaving en van het Christendom heeft bewezen, geven hem volle recht
+op aller hulde en erkentelijkheid.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">VI.</h3>
+<p>Sennaheit, dat juist op den weg van Khartoem naar Massaoua ligt, moest, uit den aard der zaak, de begeerlijkheid prikkelen
+der egyptische beys van de grenzen, met name van dien van Taka. In 1850 deed een dezer heeren, Elias-Bey, een overigens bekwaam
+en energiek man, maar berucht wegens zijn fanatieken haat tegen alle christenen, onverwacht een inval in het land der Bogos;
+dezen, nog tijdig gewaarschuwd, konden zich met hunne kudden aan de overzijde van de A&iuml;nsaba in veiligheid brengen. Elias
+drong door tot Ouasentet, een dorp van den stam Bedjouk, op vier mijlen afstands van Keren; hij vond daar slechts eenige oude
+vrouwen, die hij laaghartig liet vermoorden. Hij wilde toen de Mensa aanvallen, wier eerste kampementen niet meer dan vier
+of vijf uren verwijderd waren; maar een gids, die misschien de bergbewoners wilde redden, maakte den bey, in de aardrijkskunde
+al even weinig ervaren als al zijne confraters, wijs, dat het kamp der Mensa wel acht dagreizen ver was; Elias keerde daarop
+naar Kassala terug. De Bedjouk hadden hun behoud te danken aan eene omstandigheid, die den egyptischen officier karakteriseert.
+Aan de oevers van de A&iuml;nsaba gekomen, had de bey de kanonnen laten afschieten, om den herders, die hij overvallen wilde, en
+die hij anders ongetwijfeld in hun kamp zou hebben verrast, den moed te doen ontzinken!
+
+</p>
+<p>In 1855 had een tweede inval plaats, die bij de Bogos zoo treurige herinneringen heeft achtergelaten. In vollen vrede vereenigde
+Khosrew-Bey, een woeste Turk, die te Kassala bevel voerde, al de roovers en bandieten van Barka met zijne geregelde soldaten,
+en trok met dit legertje naar Sennaheit. De beide passen, die naar het bergplateau voeren, werden bezet, zoodat de Bogos,
+wier hoofdplaats destijds Mogareh, op een uur afstands van Keren, was, nergens een uitweg hadden. Vijftig hunner manschappen
+sneuvelden in het gevecht; Mogareh werd in de asch gelegd, en driehonderd-tachtig gevangenen, meest vrouwen en kinderen, medegevoerd,
+benevens ongeveer zestig <i>moktas</i>; daarna keerden de roovers haastig terug. Pater Stella was afwezig; hij kwam den volgenden dag te Keren, vernam daar van
+de beroofde bergbewoners wat er geschied was, spoedde zich naar Kassala, en eischte van Khosrew volledige vergoeding. Deze
+weigerde, op de meest onbeschofte wijze, den geestelijke als offici&euml;el persoon te erkennen; bovendien voerde hij hem te gemoet
+dat al de christenen van Sennaheit rebellen waren, die de egyptische regeering het recht en het vaste voornemen had, tot onderwerping
+te dwingen. De heer Stella wendde zich daarop tot de consuls van Frankrijk en Engeland. Deze laatste, de heer Plowden, een
+man van een doortastend karakter, een helderen blik en groote diplomatieke talenten, begreep aanstonds, welke partij van het
+voorval te trekken was, om het prestige van Engeland in de oogen der Christenen en muzelmannen van oostelijk Afrika te verhoogen.
+Hij ging in persoon naar Kassala, nam een dreigenden toon aan, maar kon niets verkrijgen; daarop begaf hij zich naar Alexandri&euml;,
+met een adres van de Bogos aan de koningin van Engeland; hier vond hij krachtige ondersteuning en medewerking bij den franschen
+consul-generaal, den heer Sabatier, en verkreeg eindelijk eene schitterende voldoening. Khosrew werd afgezet, en tevens bevel
+gegeven, de gevangenen los te laten. Dit geschiedde dan ook onverwijld; maar inmiddels had men er reeds een tiental naar Djeddah
+gezonden, de groote stapelplaats van den slavenhandel aan de Roode-zee, eene stad, befaamd wegens twee zaken, die, voor zoover
+mijne persoonlijke ervaring reikt, steeds onafscheidelijk samengaan: een opgewonden muzelmansch fanatisme en eene grenzenlooze
+zedeloosheid. Tien of twaalf andere gevangenen waren in de harems van Kassala of de omstreken verstrooid geraakt.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-325.jpg" alt="Gezicht op de rivier de Gash, nabij Kassala."></p>
+<p class="figureHead">Gezicht op de rivier de Gash, nabij Kassala.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Daarop begon een onderzoek, dat, nu reeds acht jaren lang, de brave huisvaders van Kassala rust noch duur laat. De heer Stella
+trekt elk jaar derwaarts; hij luistert, ondervraagt, bespiedt, en bij elk bezoek vindt hij het spoor van eene of andere achtergebleven
+gevangene, die hij dan terugvordert, en die de divan hem niet durft weigeren. Somwijlen geeft dit aanleiding tot komische
+tooneelen. Een zekere Kopt, Mallem Todros genaamd, een gauwdief van het eerste water, had twee meisjes in zijn harem verborgen;
+zijn buurman Kotzika, schoonzoon van den Mallem Ghirghis, verklapte hem. De meisjes werden teruggegeven; om zich te wreken,
+liet nu Todros bij Ghirghis de glazen ingooien. Daarop nieuwe twist, en eindelooze processen tusschen deze beide deftige heeren,
+die pater Stella eindelijk wist te verzoenen.
+
+</p>
+<p>Op aandrang der consuls gaf de egyptische regeering, na lang talmen, eene schadevergoeding van 17.000 francs, ongeveer een
+derde der waarde van het gestolen vee. Mij werd opgedragen voor de verdeeling dezer gelden te zorgen; ik liet mitsdien de
+voornaamste choumagli&eacute; van Keren, Ona, Tantarwa, Achala, Djoufa en Deghi, die allen van den rooftocht te lijden hadden gehad,
+naar Keren ontbieden, waar de gelden onder de belanghebbenden werden verdeeld. Bij die gelegenheid ontbrak het natuurlijk
+niet aan feesten en luidruchtig vreugdebetoon, en menig lied werd ter mijner eere gezongen. Zeventienduizend franken was voor
+deze arme lieden een meer dan vorstelijke schat!
+
+</p>
+<p>Ik bleef eenige dagen te Keren, geene gelegenheid verzuimende om de omstreken te doorkruisen, en bergen te beklimmen. Somwijlen
+had ik zonderlinge ontmoetingen. <a id="d0e520"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e520">326</a>]</span>Op zekeren dag had ik den Lala mba, een fraaien, pyramidaalvormigen berg nabij Mogareh, bestegen en daar geteekend, zonder
+mij te laten storen door het gekras van een vervelenden raaf, die mij eerst een poos onbeschaamd had zitten aankijken en toen
+luidkeels was gaan schreeuwen, als om te protesteeren tegen deze inbreuk op zijn gebied. Vermoeid en verstrooid van gedachten
+daalde ik den berg af, en wilde juist mijn voet zetten op een soort van dooden tak, die in het hooge, dorre gras lag, toen
+mijne aandacht eensklaps getrokken werd door de gladheid en den regelmatigen vorm van dien stam; en werktuigelijk nader toekijkende,
+zag ik dat die gewaande tak, eenige voeten verder, uitliep in een platten kop met twee zwarte vurige oogen. Het was een groote
+slang, die waarschijnlijk even verrast was door deze zonderlinge ontmoeting als ik zelf. Wij hadden trouwens niet veel tijd
+elkander te bewonderen: want op eene beweging die ik maakte, verdween het dier in de struiken, en ik tusschen de rotsen.
+
+</p>
+<p>Een andermaal had ik den A&iuml;taber bestegen om van daar een blik te werpen op de prachtige bergkloven, waaruit de A&iuml;nsaba te
+voorschijn treedt, en op de boschrijke hellingen der <i>rora</i> (bergvlakte), waar de stam der Beit-Andou in fiere onafhankelijkheid, eenzaam en afgezonderd, leeft. Langs een steil rotspad
+afdalende, stootte ik eensklaps op een fraaien, jongen luipaard, die zich in de zon lag te koesteren; en hoewel ik geene andere
+wapenen bij mij had dan mijn kompas en mijn teekenpen, werd hij toch bang, en vluchtte in twee of drie sprongen naar eene
+opening tusschen de rotsen, waarin hij geheel verdween; in zijn schrik vergetende, dat een gedeelte van zijn staart buiten
+het gat uitstak. Ik van mijne zijde gevoelde evenwel niet den minsten lust, hem verder te verontrusten; en daar het pad vlak
+langs zijne schuilplaats heenliep, maakte ik eerbiedig een omweg van meer dan een el in doorsnede.
+
+</p>
+<p>Mijne bedienden dachten over deze uitstapjes, wat de veiligheid betreft, geheel anders dan ik. Toen de kawas Ahmed, als naar
+gewoonte, de abyssinische dienstmaagden wilde uitzenden om hout en water te halen, weigerden zij, uit vreeze van opgelicht
+te worden, wanneer zij zich op eenigen afstand buiten Keren waagden. Trouwens deze vrees was niet zoo ongegrond. De meeste
+muzelmansche kooplieden langs de grenzen, niet tevreden met de winsten van hun gewonen handel op Abyssini&euml;, leggen zich ook
+toe op kinderroof. Het stelen van christenkinderen is, in de oogen der muzelmannen, een verdienstelijk werk; de ongelukkige
+slachtoffers worden dan als slaven verkocht. De regeering doet niets om dezen gruwelijken handel te beletten.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">VII.</h3>
+<p>Na een verblijf van vijf dagen te Keren, werd het tijd aan de terugreis naar Massaoua te denken. Pater Stella deed mij uitgeleide
+tot aan de boorden van de, A&iuml;nsaba, waar wij gezamenlijk ons bivouac opsloegen, en vanwaar hij den volgenden morgen naar Keren
+terugkeerde.&#8212;Wij staken nu de fraaie vlakte over, waarin de kleine stam der Bedjouk gevestigd is; bestegen den vrij steilen
+bergpas van Massalit, en daalden in het bassin van de Lebqa af, dat wij eerst te A&iuml;n, op twee dagreizen afstands, weder verlieten.
+De uitgedroogde bedding van de rivier diende ons tot weg, die terwederzijde door tamelijk hooge en boschrijke bergen was omzoomd.
+
+</p>
+<p>A&iuml;n vormt de grens tusschen twee machtige stammen, de Mensa ten zuiden, en de Habab ten noorden. Deze laatsten splitsen zich
+in drie afdeelingen, die te zamen den naam voeren van de drie <i>Meflez</i> (wilde zwijnen). Die titel van Meflez is zeer in aanzien in Sennaheit: hij komt voor in de geslachtslijsten van de voornaamste
+famili&euml;n: een bewijs te meer, bij zoovele anderen, dat deze stammen oorspronkelijk geen Mohammedanen waren. De Habab zijn
+nomaden: en er bestaat eene zekere verwantschap tusschen het nomadenleven en de islamitische barbaarschheid; gaandeweg vielen
+zij dus van hun voorvaderlijk christengeloof af, en hadden nu ook geen enkele reden meer om zich te onttrekken aan het oppergezag
+van de grootere of kleinere muzelmansche staten, die hen van alle zijden omgaven. Reeds in 1846 vorderde Emin-Bey van de Habab
+schatting, in naam van den onderkoning van Egypte. De <i>kantiba</i> (opperhoofd) der Habab antwoordde op hoogen toon, dat hij de souvereiniteit van Egypte niet erkende; maar, bevreesd voor
+de soldaten van den bey, zond hij hem toch, echter voor dien enkelen keer, een geschenk van vijftig koeien. Tegenwoordig tracht
+de porte zelf aanspraken op de souvereiniteit over deze stammen te doen gelden.
+
+</p>
+<p>De Mensa beweren van den zeeoever gekomen te zijn, en beroemen zich op hun europeeschen oorsprong. Indien dit geen fabel is,
+dan hebben zij tot zelfs hunne taal vergeten, want zij spreken thans tigr&eacute;; overigens is hun zuivere, bijkans klassieke type
+eene zijdelingsche bevestiging van hunne beweerde afkomst. Zij splitsen zich in twee clans: Beit-Ibrah&eacute;, wier dorp Gheled
+(schild) heet, en Beit-Echakan, die te Hamham zijn gevestigd. Het eerste dorp werd in 1850 door Hassan, na&iuml;b van Arkiko, overvallen;
+de kantiba Theodoros werd als gevangene naar Massaoua gevoerd, waar hij verscheidene maanden bleef, en waar men vergeefs alle
+pogingen aanwendde om hem tot den islam te bekeeren. Hij werd niet ontslagen, dan nadat hij een zekeren losprijs had betaald,
+en zijn kleinzoon als gijzelaar had achtergelaten.
+
+</p>
+<p>Sommige reizigers hebben zich zeer ongunstig over de Mensa uitgelaten; maar, op den keper beschouwd, komen die klachten toch
+hoofdzakelijk hierop neer, dat de nieuwsgierigheid dezer onontwikkelde bergbewoners den reizigers last veroorzaakte. Nu, laat
+ons rechtvaardig zijn. Stellen wij eens dat een Mensa, in zijne fraaie witte shama, die hij alleen op feestdagen draagt, gehuld,
+met zijne lange lans in de hand, en de groote houten naald (waarop hij even trotsch is, mevrouw, als gij op uwe kolossale
+oorbellen) door zijn gevlochten haren gestoken;&#8212;stellen wij, dat zulk een Afrikaan zich op een goeden dag in de straten van
+Parijs vertoont: zou hij niet het voorwerp <a id="d0e546"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e546">327</a>]</span>der algemeene nieuwsgierigheid, en erger, der spotternij, zijn? Wat mij betreft, ik heb mij altijd zeer wel kunnen schikken
+in deze soort van nieuwsgierige belangstelling, die mijne zwarte of koperkleurige medemenschen mij betoonden: zoolang althans
+die belangstelling haar karakter van kinderlijke na&iuml;veteit niet verloor, en geen dekmantel werd voor kwaadwilligheid of hebzucht.
+Doorgaans vond ik er een waar vermaak in, naar de gesprekken te luisteren, die om mij heen werden gevoerd, en die op mijn
+persoon betrekking hadden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe heet uw meester?&#8221; vroeg men aan mijn kawas Ahmed.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn naam doet niets ter zake. Hij is mijnheer de consul.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Consul? Wat is dat? Is dat zooveel als een <i>choum</i> (klein districtshoofd)?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De duivel hale uw choums! Een consul, dat is zooveel als een dedjaz (hertog of landvoogd). De negus heeft, hij zijne ontvangst
+te Debra-Tabor, de kanonnen laten afvuren.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dan nam men mijn persoon en mijne kleeding nauwkeurig op: alles leverde stof tot vragen en opmerkingen. Somwijlen droeg ik,
+des morgens, als de wind koel was, een vest van blauwe gebreide wol: dit kleedingstuk vooral prikkelde de nieuwsgierigheid
+der inboorlingen. Een hunner, die zich voor bijzonder knap hield vroeg mij: &#8220;of dat zijde was?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, het is schapenwol.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel vreemd!&#8221;&#8212;En de man verwijderde zich, brommende: &#8220;Nu, die Frank denkt mij beet te kunnen nemen! Wie heeft ooit van zijn
+leven blauwe schapen gezien?&#8221;
+
+</p>
+<p>Een andermaal trok een bos kleine sleutels de aandacht mijner bezoekers; na zich in allerlei gissingen verdiept te hebben,
+merkte een hunner op, dat zij inwendig hol waren; hij gaf ze mij nu terug zeggende:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ken dat: het zijn zakpistooltjes! Zijn ze geladen? De Franken vinden toch wonderlijke dingen uit. Hoe jammer dat ze <i>turksch</i> (mohammedaansch) zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat praat ge van turksch? Evenmin turksch als gij.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijt gij dan een christen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeer zeker.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Laat mij dan uw <i>mateb</i> zien. (Een blauw zijden koord, dat alle abyssinische christenen, bijwijze van herkenningsteeken, dragen.) Hebt gij geen <i>mateb</i>? Ziet gij wel, dat ge dan ook geen christen zijt.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik keer tot mijn verhaal terug. De vlakke en bijna geheel naakte streek, hier en daar door alleenstaande bergen afgewisseld,
+die ik van A&iuml;n tot Massaoua in schuine lijn moest doortrekken, heet Samhar. Deze landstreek is, althans in de hoofdtrekken,
+vrijwel bekend, want deze woestijn is de weg van de kust naar het schoone en vruchtbare Abyssini&euml;. Reeds in de oudheid, met
+name tijdens de Ptolome&euml;rs, die zoo ijverig den handel van de Roode-zee bevorderden, was Samhar evengoed bij de reizigers
+bekend als heden ten dage. Ten bewijze zij het mij vergund, de beschrijving aan te halen, die Artemidorus van deze streek
+geeft; die beschrijving past nog tegenwoordig bijna volkomen, zoowel wat de natuur als wat de menschen betreft.
+
+</p>
+<p>Volgens onzen griekschen schrijver, jagen de nomaden dezer landstreek de <span class="corr" title="Bron: oliafanten">olifanten</span> op deze wijze: &#8220;in hinderlaag op de boomen gezeten, en eene kudde olifanten bemerkende, die het bosch doortrekt, laten zij
+die ongemoeid voorbijgaan; maar zij trachten met behoedzaamheid de achterblijvers te naderen, die hier en daar dwalen, en
+snijden hun de pezen der pooten door. Somwijlen ook dooden zij hem met pijlen, in de gal eener slang gedoopt; de pijl wordt
+door drie mannen tegelijk afgeschoten: twee hunner, de beenen vooruitgestrekt, houden met alle kracht den boog vast, de derde
+spant het koord. Nog anderen geven acht op de boomen, waartegen de olifanten komen leunen om te slapen; zij naderen nu van
+de tegenovergestelde zijde, en snijden den stam dicht bij de aarde door; wanneer de olifant tegen den boom aanleunt, valt
+deze om, en het dier stort mede ter aarde; dan springen de jagers van de boomen op den grond, dooden den olifant en houwen
+hem in stukken. De nomaden noemen deze jagers onrein.
+
+</p>
+<p>&#8220;Boven deze elephantophagen (olifanteters) woont een niet zeer talrijk volk van strouthophagen (vogeleters), in wier land
+men vogels vindt zoo groot als herten, die, zoo zij niet vliegen kunnen, ten minste zeer snel kunnen loopen, evenals de struisen;
+sommigen dooden ze met pijlen; anderen nemen hunne toevlucht tot de volgende list. Zij bedekken zich het lichaam met de huid
+van een dezer dieren; zij steken hun rechterarm in den hals, en bewegen dien op zoodanige wijze, dat zij de bewegingen van
+den vogel zelven nabootsen; met hunne linkerhand nemen zij graankorrels uit een broodkorf, die aan hunne zijde hangt, en strooien
+die v&oacute;&oacute;r zich heen; de vogels worden daardoor naar kuilen gelokt, waar jagers zijn gesteld, die hen met stokken doodslaan.
+Deze strouthophagen bedienen, zich van de huiden dezer vogels om zich te kleeden en ook als bed; zij leven in oorlog met de
+Ethi&ouml;pi&euml;rs, die Siles worden genaamd, en als aanvalswapenen hertehoornen gebruiken. Zij wonen in de nabuurschap van menschen,
+zwarter van kleur en kleiner van gestalte, die ook minder lang leven dan de anderen, want zij worden zelden ouder dan veertig
+jaar, omdat de wormen zich in hun vleesch voortteelen. Deze menschen voeden zich met de sprinkhanen, die door de zuid-westen-
+en westenwinden, welke in de lente met groote hevigheid heerschen, naar hun land worden gevoerd. Om deze sprinkhanen te vangen,
+werpen zij, in kuilen en droge grachten, hout, dat, als het brandt, veel rook veroorzaakt; zij leggen daar een weinig vuur
+boven op: de sprinkhanen, die daarover heen vliegen, worden door den rook verblind en vallen ter aarde. Zij maken ze fijn,
+vermengen ze met pekel, en bakken er koeken van, die zij eten.&#8221;
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-328.jpg" alt="Eene Schermutseling."></p>
+<p class="figureHead">Eene Schermutseling.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Aldus Artemidorus. Vooral wat hij het laatst verhaalt, is geheel overeenkomstig de waarheid, zooals mij nog op deze reis bleek.
+De sprinkhanen daalden in dichte zwermen van Hamazene af, waar zij waarschijnlijk den oogst van den armen abyssinischen landman
+<a id="d0e602"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e602">329</a>]</span>bijna geheel hadden vernield. Zij vlogen, naar ik meen, van het west-zuidwesten, naar het noord-noordoosten. De boomen, de
+<i>khors</i>, de hellingen der heuvelen, alles was overdekt met millioenen gele of violette stippen: een waar festijn voor de roofvogels
+van allerlei soort, wier aantal in deze streken zoo buitengemeen groot is. Maar zij waren de eenigen niet, die op dien buit
+afkwamen: de lieden van A&iuml;lat, met <i>ghirbas</i> (lederen zakken) beladen, kwamen ook in massa opzetten, om mede hun aandeel te erlangen. Deze sprinkhaneneters, hoewel inderdaad
+donkerder van kleur dan hunne buren, kwamen mij voor krachtig en welgemaakt te zijn. Wat onze Griek vertelt van die afschuwelijke
+ziekte en van hun korten levensduur, is een fabeltje, en zal ook wel in zijn tijd niet waar zijn geweest.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-329.jpg" alt="Amba."></p>
+<p class="figureHead">Amba.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Een paar dagen na ons vertrek van A&iuml;n, kwamen wij te Desset, een zeer boomrijk eiland, door een breeden, nu uitgedroogden
+stroom gevormd, waar zich eenige grafheuvelen bevinden, en twee steenen grafteekenen, onder den naam van <i>graven der Koningen</i> bekend. Volgens de overlevering der nomaden, zouden deze graven de overblijfselen bevatten van de <i>R&ocirc;m</i>, een volk dat, tot straf voor zijne immer toenemende goddeloosheid, door God onder een regen van steenen bedolven werd.
+
+</p>
+<p>Te Desset was ik te zeer in de nabijheid van A&iuml;lat en zijne warme bronnen, dan dat ik zou hebben mogen verzuimen, derwaarts
+een uitstapje te maken. Een kleine marsch bracht mij naar dit groote dorp, waar ik twee aangename dagen sleet, uitnemend goed
+ontvangen door een soort van sheik, die, in naam van den toen afwezigen na&iuml;b, het bestuur over deze herders voerde.
+
+</p>
+<p>Ik had geene behoefte aan een badkuur, en was ook om die reden niet naar A&iuml;lat gekomen, maar ik zou mij geschaamd hebben,
+den omtrek te verlaten, zonder die beroemde warme bronnen te hebben gezien, waarvan alle reizigers gewag maken, en die bovendien
+gelegen zijn in eene dier schilderachtig schoone valleien, die mij steeds zoo verkwikten. Ik verliet dus het dorp, in gezelschap
+van Ahmed en een inlandsch opperhoofd en bereikte, na eene wandeling van anderhalf uur, den oever van eene beek, Ma&iuml; Oo&iuml; (warm
+water) genaamd. Nog zeshonderd el verder, en ik was bij de bronnen. Het water was zeer vuil; de reden daarvan bleek mij spoedig,
+toen ik eene menigte schapen tegenkwam, die, volgens de dagelijksche gewoonte, door hunne herders in de bron waren gewasschen:
+eene operatie, die tijd en geduld vordert. Gelukkig ontbreekt het deze bergbewoners noch aan het een noch aan het ander.
+
+</p>
+<p>De eigenlijke bron ontspringt aan den voet van een tamelijk steilen berg, Akowar geheeten, midden in een klein moerassig weiland,
+waaruit eenige zwakke sprengen opwellen, van welke slechts eene enkele eene <a id="d0e629"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e629">330</a>]</span>hooge temperatuur heeft; al deze straaltjes vereenigen zich, eenige schreden verder, in een reeks kleine vijvers of bassins;
+slechts in een dezer vijvers, die de meeste diepte heeft, kan een volwassen mensch, als hij namelijk op zijn hurken gaat zitten,
+een eenigszins behoorlijk bad nemen. Toen ik nader kwam, zag ik vier of vijf mannen en vrouwen in het bad gezeten; nadat er
+wat ruimte gekomen was, wilde ik ook een bad in de Ma&iuml; Oo&iuml; nemen, maar de temperatuur was mij te hoog; half verbrand trok
+ik mij haastig terug en bepaalde mij tot een voetbad. Na den naburigen heuvel beklommen, en het panorama genoten te hebben
+der donkere, zonderling gevormde en boschrijke bergen, die ten westen de vlakte van A&iuml;lat begrenzen, keerde ik naar het dorp
+terug, om vandaar onzen tocht voort te zetten.
+
+</p>
+<p>Door eene zandige, dorre vlakte, bereikten wij eindelijk, zeer vermoeid en bijna bezwijkende van dorst, het vrij aanzienlijke
+dorp M&#8217;Kullu, op zes kilometers van Massaoua, te midden vau eene zand- en steenwoestijn gelegen, maar toch in het bezit van
+een onwaardeerbaren schat: vijf of zes putten met voortreffelijk water. Daar Massaoua geen bronnen heeft, en alleen regenwaterbakken,
+die acht of negen maanden van het jaar droog zijn, is het water van M&#8217;Kullu tot een handelsartikel geworden, waarvan de gansche
+arbeidzame bevolking van het dorp leeft. Elken morgen vroeg nemen de jonge meisjes van tien tot vijftien jaar, een met water
+gevulden zak op hare schouders, wandelen daarmede naar de stad, en keeren omstreeks negen uur in haar dorp terug; zij doen
+alzoo een tocht van twaalf kilometers, waarmede zij niet meer dan een piaster (ongeveer tien cent) verdienen. Dit harde leven
+benadeelt noch hare gezondheid, noch haar schoonheid, noch haar goed humeur. Honderde malen heb ik ze ontmoet; bij troepjes
+naar de stad trekkende, lachende, pratende: aardige figuurtjes, met hare in wanorde over het hoofd hangende krullen van glimmend
+zwart haar.
+
+</p>
+<p>M&#8217;Kullu is het geliefkoosde verblijf van de kooplui van Massaoua, die den geheelen dag in den bazar der stad doorbrengen,
+maar iederen avond naar M&#8217;Kullu terugkeeren, om zich des morgens, een uur voor zonsopgang, weder naar Massaoua te begeven.
+Zoo vaak ik dien kant uit wandelde, kon ik er zeker van zijn, troepen Massaouanis tegen te komen, met hun geel en beenig gelaat,
+hunne lange helderwitte kaftans, hun tulbanden, om een met veelkleurig borduursel versierd kapje gewonden, en hun bonten zakdoek
+op den schouder. Deze vervelende dagelijksche wandeling getroosten zij zich uit zuinigheid, want het leven op het eiland is
+zeer duur; en de eenige uitgaaf die deze verplaatsing hun oplegt, is het veergeld, dat niet meer dan drie paras (anderhalve
+cent) per hoofd bedraagt.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label"><span class="corr" title="Bron: IV">VIII</span>.
+</h3>
+<p>Vroeg in den morgen braken wij van M&#8217;Kullu op en trokken naar de vlakte van Gherar, vanwaar een kano mij in drie minuten naar
+het eiland Massaoua overvoerde. Op dien weg vond ik geene andere planten dan mimosa&#8217;s, dwergachtige struiken en wortelvijgeboomen
+(<i>chora</i>), die het strand bedekken. Die bosschen van <i>chora</i> van verre gezien maken een zeer eigenaardigen indruk: dicht begroeid, van eene zacht groene kleur, hunne fijne takken en
+twijgen in de zee dompelende, en hunne fraaie bladeren, aan die van den laurier niet ongelijk, in het water weerspiegelende,
+lokken die wonderlijke boomen den vermoeiden reiziger, om een weinig adem te scheppen van de brandende zonnehitte, en in hun
+lommer zijne oogen te verkwikken, die vermoeid zijn van het staren op het harde geel der verweerde en verscheurde rotsen langs
+de kust. Eenmaal heb ik mij laten verlokken, en ben het dichte bosch ingegaan: maar nimmer heb ik de proef herhaald. De bodem,
+deels door de wateren der zee overdekt, is niets anders dan eene groote poel, vol slijk en zandbanken, waaruit de boomen,
+dicht opeengedrongen, zich in grillige vormen verheffen; en onder dit bijkans ondoordringbaar loofdak heerscht eene zoo benauwende,
+verstikkende hitte, in zoo hooge mate met vochtige, ongezonde dampen bezwangerd, dat, bij deze atmospheer vergeleken, het
+verblijf buiten op de brandende zandvlakte u eene verkwikking schijnt.
+
+</p>
+<p>De bodem van het eiland Massaoua bestaat uit koralen en eene verzameling van alle mogelijke soorten van versteende vegetatie,
+die aan de Roode-zee een zoo bijzonder karakter geven. Ik heb reeds met een enkel woord van de waterbakken gesproken: deze
+bakken beslaan ongeveer een derde van de oppervlakte van het eiland. Volgens de overlevering zouden zij door de <i>Parsis</i> (de Perzen) zijn aangelegd: waarin niets onwaarschijnlijks is, want ten tijde van Khosro&euml;s waren deze kustlanden van de Roode-zee,
+naar wij mogen aannemen, aan de perzische heerschappij onderworpen. Alles wat in deze streken niet ontwijfelbaar van muzelmanschen
+of misschien abyssinischen oorsprong is, wordt aan de <i>Parsis</i> toegeschreven; natuurlijk maakt zich de overlevering, ook in dit opzicht, aan hare gewone fout van overdrijving schuldig.
+
+</p>
+<p>Maar wie dan ook de waterbakken van Massaoua moge hebben aangelegd, hij heeft eer van zijn werk: zij verdienen wel alleszins
+de aandacht, niet alleen om hunne afmetingen, om de moeilijkheden die bij den aanleg te overwinnen waren, maar vooral om de
+schoone bewerking, waarvan men zich eenig denkbeeld kan vormen, als men de drie of vier, die nog bijna ongeschonden zijn,
+wat meer van nabij beziet. De bakken zijn gedekt door een soort van klein gewelf, uit koraalfragmenten gemetseld; de binnenwanden
+zijn glad, en de randen zoo gemaakt, dat bij den minsten regen, het water in de bakken moet afloopen. Deze fraaie en nuttige
+werken hadden het wel verdiend, dat de turksche regeering, steeds zoo haastig bij de hand als er eene of andere nieuwe methode
+van knevelarij valt in te voeren, zich wat meer om hun behoud bekommerd had: maar aangezien de gouverneur en zijne lieden
+alle morgens hun versch water van M&#8217;Kullu ontvangen, is het hun natuurlijk volkomen onverschillig, of het arme volk van dorst
+vergaat. Do waterbakken in het binnenste van het eiland vallen in puin, zonder dat <a id="d0e658"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e658">331</a>]</span>iemand eene hand uitsteekt om ze te herstellen; de bakken nabij het strand bezwijken voor den aandrang der zee, die de wanden
+doet barsten en bij iederen vloed de ledige ruimte vult.
+
+</p>
+<p>Omtrent den oorsprong van Massaoua verkeert men in het onzekere. Sommige geleerden zijn van meening, dat het tegenwoordig
+Massaoua ongeveer zou overeenkomen met eene zekere stad Saba, waarvan de oude geografen melding maken: in hoever die meening
+gegrond is, durf ik niet beslissen. Het eiland is zeer arm aan gedenkteekenen: men vindt er slechts een twaalftal gewijde
+gebouwen, waaronder eene moskee, die wel de opmerkzaamheid verdient, en waarschijnlijk dezelfde is, waarin de Portugeezen,
+omstreeks 1520, de mis lieten bedienen, nadat zij de muzelmannen uit Massaoua verdreven hadden. Dit was trouwens slechts eene
+wedervergelding, want de muzelmannen hadden op hun beurt dit heiligdom aan de abyssinische christenen ontweldigd.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-332.jpg" alt="Waterdraagster van M&#8217;Kullu."></p>
+<p class="figureHead">Waterdraagster van M&#8217;Kullu.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De bevolking van Massaoua is zeer gemengd. De merkwaardigste, en uit een commerci&euml;el oogpunt wel de gewichtigste kolonie,
+is ongetwijfeld die der Banians, die welbekende indische kooplieden, in wier handen sedert eeuwen reeds de handel op de Roode-zee
+berust. De wijk der Banians is zeer stil; er zijn zeer weinig winkels, en te ieder uur van den dag ziet ge er weinig anders
+dan <i>angarebs</i>, rustbanken, tegen de muren geplaatst, en waarop groote, welgevormde, half-naakte mannen rustig liggen uitgestrekt. Hunne
+geschoren kruinen, hunne dunne knevels, hunne prachtige zwarte oogen, hunne eenigszins vrouwelijke trekken, geheel hun voorkomen
+doet u denken aan eene straat van Delhi of Bombay. Als de Banian uitgaat, draagt hij een prachtigen tulband van roode of gele
+zijde, met goud geborduurd, en een zware zilveren keten om de lendenen.
+
+</p>
+<p>De europeesche bevolking te Massaoua is nooit zeer talrijk geweest; zij bestaat doorgaans uit een consulairen agent (zelden
+zijn er twee), uit een paar kooplui en eenige zendelingen. Over deze laatsten een enkel woord.
+
+</p>
+<p>De eerste missionarissen, die zich hier vestigden, waren Kapucijner-monniken; zij woonden te M&#8217;Kullu in een nederig huis,
+waar men hun niet dan na veel moeite het verblijf vergunde. De turksche regeering, die hier het nauwlettend oog der europeesche
+diplomatie niet had te duchten, toonde zich, aan deze uiterste grens van haar gebied, in al hare brutale onbeschaamdheid.
+De generaal der orde, die wist met wie hij te doen had, stuurde op deze onbeschofte en steeds half beschonken turksche gouverneurs
+een piemonteeschen monnik af, door geheel den omtrek wel bekend, pater Giuseppe S...; iemand, die veeleer geboren scheen om
+voor komiek op te treden dan als apostel in Nubi&euml; werkzaam te zijn; een grappenmaker, wiens onuitputtelijke en gansch niet
+altijd fijne vroolijkheid echter eene zeer degelijke kennis en een onbedwingbaren moed verborg. Telkens lag hij met den turkschen
+gouverneur overhoop; maar eindelijk wist hij hem te temmen: op zekeren dag daagde hij den Turk uit tot een duel met den sabel;
+een andermaal dreigde hij den landvoogd uit het raam te gooien, en zichzelf, in zijne plaats, tot ka&iuml;makan te doen uitroepen.
+Dergelijke praktijken waren zeker niet bij uitnemendheid apostolisch: maar tegenover de lieden, met wie hij te doen had, troffen
+ze toch doel. Ongelukkig kwam pater Giuseppe in het eind op de noodlottige gedachte om &#8220;zaken&#8221; te gaan doen: hij hing zijn
+pij aan den kapstok, en zette te Massaoua een handelshuis op, dat al vrij spoedig failliet ging. Pater Giuseppe begaf zich
+daarop naar Florence, waar hij, naar men mij zeide, tegenwoordig als redacteur van een liberaal dagblad werkzaam is.
+
+</p>
+<p>Na de Kapucijners verschenen de Lazaristen, toen zij, in 1855 uit Abyssini&euml; verdreven, zich te Massaoua kwamen vestigen, onder
+de leiding van den voortreffelijken prelaat <span class="abbr" title="monsignor"><abbr title="monsignor">monsgr.</abbr></span> de Jacobis. Onder het bestuur van zijn opvolger, monsgr. Biancheri (overleden 17 September 1864), werd ten behoeve der missie
+aan de oostpunt van het eiland, tegenover de stad, een ruim gebouw opgericht met eene kerk en eene drukkerij voor de abyssinische
+boeken. Tegenwoordig wordt de missie bestuurd door pater Delmonte, een Genuees van geboorte, en een zeer bekwaam man, die
+waarschijnlijk als opvolger van monsignor Biancheri zal worden benoemd.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-333.jpg" alt="Wortelvijgboomen (chora), nabij Gherar."></p>
+<p class="figureHead">Wortelvijgboomen (<i>chora</i>), nabij Gherar.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Een anglo-indisch spreekwoord zegt: &#8220;Pondichery is een warm bad, Aden een fornuis, Massaoua een hel.&#8221; Dit is tamelijk overdreven.
+Massaoua is niet ongezonder dan eenig ander punt langs het beneden gedeelte der Roode-zee, en is zeker veel minder vervelend,
+dank zij de nabijheid van het bergland en de uitmuntende gelegenheid tot jagen. Dit neemt niet weg dat de hitte het iemand
+benauwd genoeg maken kan. Ik had mij daartegen zooveel mogelijk gewaarborgd. Mijne woning werd aan drie zijden door de zee
+omspoeld; en heerlijke uren heb ik, ook bij de grootste hitte, doorgebracht in mijn vierkant vertrek, dat met drie groote
+vensters aan zee uitkwam. Het uitzicht, het is waar, was tamelijk eentonig. Voor mij zag ik de gele en naakte rotsen van kaap
+Gherar, de reede, en nu en dan eene of andere boot van Dahlak, met hare zware matten zeilen en haar lading van steenen, langzaam
+voortzwoegende. Aan mijne linkerhand verhieven zich de drio verdiepingen of terrassen der bergen van Abyssini&euml; en Samhar:
+namelijk, vooreerst de roodachtige lage heuvels van Arkiko en M&#8217;Kullu; dan daarachter de bergen van Wa&iuml;-Negus, en eindelijk
+aan den horizon, hoog boven alles uitstekende, de rotsmuur van de abyssinische hoogvlakte, waarboven zich, in trotsche majesteit,
+de koepel van Devra-Bizan, in schemerende omtrekken, welfde.
+
+</p>
+<p>Massaoua heeft voor den toerist al zeer weinig aantrekkelijks; maar hij kan zich daarvoor schadeloos stellen door eenige uitstapjes
+in de omstreken te gaan doen. Reeds meermalen was mijne aandacht getrokken door een fraai gevormden berg, die Massaona beheerscht
+en den schipper in zee tot baken strekt: den Ghedem, ongeveer 1200 meters hoog, een ontzagwekkende, vulkanische kegel. Met
+de mededeeling van mijn uitstapje derwaarts, wil ik ditmaal mijn reisverhaal besluiten.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatRight">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-336.jpg" alt="Een Faki."></p>
+<p class="figureHead">Een Faki.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Op zekeren dag huurde ik eene boot met twee man, <a id="d0e701"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e701">332</a>]</span>en liet mij naar een kleinen inham aan de kust roeien, vanwaar ik nog ruim een uur door de stekelige mimosa&#8217;s moest wandelen,
+eer ik de rotsachtige hoogten bereikte, die ik langzaam begon te bestijgen. Na drie kwartier klimmens, had ik een piek bereikt,
+die ongeveer tweederde van de totale hoogte des bergs mat; maar de eigenlijke top was stellig nog zes kilometers verwijderd,
+en ik begreep dadelijk, dat, zoo ik niet boven wilde overnachten&#8212;waar ik, met het oog op een zeer mogelijk bezoek van leeuwen,
+luipaarden of hyena&#8217;s, volstrekt niet op gesteld was;&#8212;het beter was, maar niet verder te gaan. Ik had geen reden om mij over
+dit besluit te beklagen, want een prachtig panorama breidde zich voor mij uit. Aan mijne voeten, de vlakte, die ik zooeven
+was doorgetrokken, met eene reeks lage heuvelen, die van den berg tot aan de zee liepen; verder, de fraaie open reede van
+Massaoua, rustig, blauw, in hare kalme wateren de witte huizen der stad weerspiegelende, en de dichte <i>choras</i> der beide eilanden van Tau-el-hud en Shekh-Sa&iuml;d. Aan het uiteinde der baai lag de kleine stad Arkiko, vroeger de hoofdstad
+van het gansche omliggende land, de patrimoniale residentie der na&iuml;bs, die sedert naar A&iuml;lat zijn verhuisd. Wat daartoe aanleiding
+gaf, verdient wel eene korte vermelding, ook omdat daardoor een eigenaardig licht valt op de toestanden in deze streken. In
+1846 had de turksche gouverneur van Massaoua, eene schuldvordering van een honderd talaris ten laste van den na&iuml;b van Arkiko;
+en zag geen kans dat geld te krijgen. Dit ware nu nog te vergeven geweest; maar niet te lijden was de beleedigende hoogmoed,
+waarmede die inlandsche vorsten de gezaghebbenden te Massaoua behandelden. Op zekeren dag voegde de driftige na&iuml;b Hassan,
+in den vollen raad, den gouverneur toe: &#8220;Hassan heeft hier te bevelen, zoogoed als de sultan te Stamboel, of de onderkoning
+te Masr (Ka&iuml;ro)!&#8221;&#8212;Bij de minste oneenigheid verbood de na&iuml;b zijn onderdanen, de stad van water of levensmiddelen te voorzien,
+waardoor de inwoners aanstonds aan het gevaar waren blootgesteld, van honger en dorst om te komen. De gouverneur, wiens geduld
+eindelijk uitgeput raakte, zond toen zijne Arnauten naar de stad, die Arkiko verbrandden, en de turksche kanonnen mede namen,
+die het voornaamste sieraad van den divan der na&iuml;bs uitmaakten.
+
+</p>
+<p>De stad bleef eenige maanden verlaten liggen; toen werd zij langzamerhand herbouwd, en tevens van een slecht fort voorzien,
+waarin de turksche gouverneur bezetting legde. De na&iuml;b, die een vazal van den negus van Abyssini&euml; was, riep nu de tusschenkomst
+in van Oubi&euml;h, den onderkoning van Tigreh, die bij den ka&iuml;makan op vergoeding en herstelling van den na&iuml;b in zijne vroegere
+positie aandrong. De ka&iuml;makan schold en dreigde en weigerde iedere voldoening, tot eindelijk op zekeren dag de gansche bevolking
+der omliggende dorpen, door schrik bevangen, naar de stad vlood, en daar algemeene ontsteltenis verwekte door de mare: <i>El Kostan ghia!</i> de christenen komen!&#8212;Het was het abyssinische leger, aangevoerd door Belatta Kokobi&euml;h, een der krijgsoversten van Oubi&euml;h,
+tusschen de vijftien en twintigduizend man sterk, en overal de schrikkelijkste verwoestingen aanrichtende. M&#8217;Kullu werd geplunderd
+en verwoest; het garnizoen van Arkiko verslagen en onder de muren van het armzalige fort in de pan gehakt; Massaoua, dat het
+getal zijner inwoners eensklaps van zes tot vijftien duizend zag klimmen, die aan alles gebrek hadden, moest onfeilbaar in
+handen van den vijand vallen. Maar de onbesuisde vernielzucht der Abyssini&euml;rs droeg voor hen zelf de noodlottigste vruchten:
+het gansche omliggende land was tot een woestijn geworden, en Kokobi&euml;h zag zich welhaast verplicht, zijne stroopende ruiterbenden
+weder bijeen te roepen en naar het noorden, naar het land der Bogos, terug te trekken. Zoo bleef alles bij het oude: Arkiko
+hield zijne turksche bezetting, en de morrende na&iuml;bs brachten hunne residentie over naar A&iuml;lat.
+
+
+<a id="d0e711"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e711">334</a>]</span></p>
+<p class="div1"></p>
+<h2>Amerikaansche getuigenissen omtrent amerikaansche toestanden.</h2>
+<p>De man, die door de meerderheid der kiezers in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika,&#8212;met inbegrip van 800,000 zoogenaamd
+vrije negers&#8212;voor de tweede maal op den presidialen zetel is geplaatst, heeft onlangs, in eene offici&euml;ele boodschap, de transatlantische
+&#8220;Republiek&#8221; als voorbeeld voor het oude Europa aangeprezen, als de type en het model voor den gewenschten staat der toekomst.
+Men zou deze eenzijdige grootspraak kunnen laten voor hetgeen zij is, indien niet in Europa zelf nog altijd zoovelen gevonden
+werden, die, met opzet of uit onnoozelheid, inderdaad gelooven of althans voorgeven te gelooven, dat de amerikaansche republiek
+hooger staat dan de monarchi&euml;n der oude wereld, en zich op het voorbeeld van Amerika beroepen tot aanprijzing van den republikeinschen
+regeeringsvorm, als het algemeene redmiddel tegen alle kwalen. Dat men, zelfs in Amerika, dit gevoelen niet zoo algemeen deelt,
+kan blijken uit de volgende staaltjes uit de dagbladpers, die tegelijk ten blijk kunnen strekken van de vrijheid waarmede
+de <span class="corr" title="Bron: opposite-bladen">oppositie-bladen</span> de toestanden durven beoordeelen. Wij hebben niet te zeggen, dat ook deze schetsen zeerwel niet van overdrijving vrij te
+pleiten zijn.
+
+</p>
+<p>Hooren wij in de eerste plaats een der te New-York verschijnende dagbladen, de <i>Sun</i>.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het geheele staatkundige en maatschappelijke leven en streven te Washington, zoo zegt zij, is door en door verdorven. Rechtschapenheid
+geldt voor niets, zedelijkheid wordt openlijk bespot. Deugd en betamelijkheid, die vroeger geacht en ge&euml;erd waren, zijn sinds
+lang geheel uit de mode; de weinigen, die daaraan nog waarde hechten, worden aangezien als zonderlinge antiquiteiten uit een
+lang vervlogen tijd. Zoowel in de regeeringskringen als daarbuiten voert <i>Shoddy</i>, met al de hem eigene gemeenheid, het hoogste woord. Shoddy kent geen hooger levensdoel dan de luie liederlijkheid na te
+apen, die onder de regeering van Napoleon&nbsp;III in sommige fransche kringen zoozeer den boventoon voerde, en allen eerlijken
+lieden zooveel aanstoot gaf. Maar ondanks alle innerlijke verdorvenheid wist men te Parijs althans nog voor het uiterlijk
+den schijn van welvoegelijkheid en decorum te bewaren. Maar hier, te Washington, treden ondeugd en verdorvenheid openlijk
+op, in de ruwste, gemeenste, onhebbelijkste vormen: men draagt roem op zijne vulgaire gemeenheid en neemt niet eenmaal de
+moeite, ze met een zeker vernis te bedekken. Deze lieden zijn trotsch op hunne schande, en bekommeren zich niet meer om welvoegelijkheid
+of betamelijkheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Geld is alles in allen; de waarde van den man hangt uitsluitend af van zijn rijkdom, van het ambt dat bij bekleedt, of van
+den invloed, dien hij op de regeeringsmannen kan uitoefenen. Eene vrouw wordt ontzien en gevierd, naarmate zij beter de kunst
+verstaat over de mannen te heerschen, den toon weet aan te geven in hetgeen men den goeden smaak noemt, en in het gezellig
+verkeer alle vrouwelijke schaamte en ingetogenheid heeft afgelegd. In het openbare leven wordt alles naar dollars berekend:
+ware verdienste en degelijkheid komen niet in aanmerking. Het voorbeeld der hoogstgeplaatste staatslieden heeft ook in lagere
+kringen ijverige navolging gevonden, en zoo is het gansche samenstel verdorven en rot geworden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ministers, senatoren, volksvertegenwoordigers, ambtenaren baden zich in schaamtelooze weelde en overdaad, terwijl het van
+openbare bekendheid is dat zij nog voor weinige jaren doodarm waren. Nu zijn zij het, die den toon aangeven. Het is niet meer
+dan natuurlijk dat hunne onderhoorigen, die van hunne gunst en bescherming afhankelijk zijn, dienzelfden weg opgaan, en door
+dezelfde ongeoorloofde middelen en praktijken zich eene positie trachten te verwerven. Slagen tot iederen prijs, dat is het
+algemeene beginsel: het zeer onheilige doel heiligt de verachtelijke middelen. Alles wat van het Witte-Huis (het hotel van
+den president) uitgaat of daarmede in betrekking staat, is praal- en pronkziek en wil zooveel mogelijk vertooning maken. Kan
+dat niet langs eerlijke wegen, welnu dan geschiedt het ten koste van eer en plicht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hieruit verklaart zich vooral de kanker der corruptie, die <i>alle</i> takken van de staatsdienst, zonder eenig onderscheid, heeft aangetast en doordrongen. Dit bederf is bij ons veel erger dan
+in eenig ander beschaafd land, want de demoralisatie strekt zich zoowel tot de hoogste als de laagste ambten uit; zelfzucht,
+oneerlijkheid, ontrouw zijn overal de heerschende motieven der handelingen. Tegen dezen invretenden kanker baat geen ander
+geneesmiddel dan eene radikale omwenteling. Zelfs indien de zoogenaamde hervorming der civiele dienst inderdaad de vruchten
+zou dragen, die kwakzalvers en bedriegers het lichtgeloovige volk diets maken, dan nog zou zij niets vermogen. De kwaal is
+chronisch; om haar te overwinnen, zou men de toevlucht moeten nemen tot wat de geneesheeren eene hero&iuml;eke behandeling noemen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Diefstal der voor onvoorziene uitgaven bestemde gelden in alle takken van het staatsbestuur, is nog maar een zeer klein onderdeel
+van het roofstelsel, dat, te beginnen met het congres, in alle afdeelingen en kringen der regeering is doorgedrongen en aangenomen.
+Senatoren en volksvertegenwoordigers maken zich door zulke <i>contingencies</i> van zeer aanzienlijke sommen meester: en dit den volke ontstolen geld wordt dan in brasserijen verspild, waarvan men vroeger
+zelfs geen denkbeeld had. Honderdduizende dollars worden ieder jaar op zulke wijze weggeworpen. Dit misbruik heeft, zooals,
+in den aard der zaak ligt, vele andere misbruiken en liederlijke praktijken in het leven geroepen: zoo is de gansche wetgevende
+macht veil en omkoopbaar, de <i>jobbery</i> (schacherij, oneerlijkheid) tot een erkend handwerk geworden. Wie in dezen wedstrijd van gemeen-vulgaire pralerij wil mededoen,
+moet noodwendig over geld, veel geld, kunnen beschikken; en heden ten dage doet het er volstrekt niets toe, <i>hoe</i> men aan geld komt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dit voortwoekerend bederf heeft nog andere noodlottige resultaten opgeleverd, die niet minder verontrustend <a id="d0e752"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e752">335</a>]</span>zijn. Gedurende den (zeer ten onrechte dus genaamden) opstand, werd de proef genomen, om in sommige takken van de staatsdienst
+ook vrouwen aan te stellen. Men deed dit, eensdeels om voor daartoe bekwame personen een geschikt veld van werkzaamheid te
+openen; anderdeels om de vrouwen en dochters van in den krijg gesneuvelde militairen een middel van bestaan te verzekeren.
+Zoowel het een als het ander was loffelijk en goed, en de proef slaagde volkomen. Maar tegenwoordig is ook hierin een schandelijk
+en ergerlijk misbruik welhaast regel geworden. Zoodra het congres omtrent dit punt bepalingen begon te maken en nieuwe betrekkingen
+voor vrouwen in het leven te roepen, viel het niet moeilijk te voorzien wat er geschieden zou&#8212;en dan ook werkelijk gebeurd
+is.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vele verstandige, ontwikkelde vrouwen, die iederen fatsoenlijken kring tot sieraad zouden strekken, verdienen aldus op eerlijke
+wijze haar brood in de verschillende regeeringsbureaux. Voor sommige betrekkingen zijn zij beter geschikt dan mannen, maar
+worden toch niet zoogoed betaald als dezen. Doch nevens deze brave en achtenswaardige vrouwen en meisjes heeft zich nu een
+ander element ingedrongen, welks tegenwoordigheid voor haar eene beleediging, voor de staatsdienst een smaad en schande, en
+voor het openbaar geweten een ergerlijk schandaal is. Het is toch van algemeene bekendheid, dat senatoren, volksvertegenwoordigers
+en ambtenaren deze voor brave en eerlijke vrouwen bestemde betrekkingen wegschenken aan liederlijke schepsels, die bovendien
+geheel ongeschikt zijn voor het werk, waartoe zij geroepen worden. Het is eene schande, zulke personen eene plaats naast de
+anderen aan te wijzen. Hier baat niet de armzalige uitvlucht, dat de aanstelling aan eene vergissing, een misverstand moet
+worden toegeschreven. Leden van het congres hebben, in grooten getale, hunne bijzitten gepensioneerd: dat wil zeggen, de schatkist
+moet deze personen betalen, ofschoon zij geheel ongeschikt zijn, de haar toevertrouwde betrekkingen behoorlijk waar te nemen.
+Hoogere en lagere ambtenaren, die posten te vergeven hebben, volgen dit voorbeeld ijverig na.
+
+</p>
+<p>&#8220;Betrof het hier nu slechts uitzonderingen, dan zou men, hoe afkeurenswaardig dergelijke handelwijze ook steeds moge zijn,
+toch des noods veel door de vingers kunnen zien. Maar de bewijzen zijn voorhanden, dat het kwaad ontzaglijke proporti&euml;n heeft
+verkregen, en dat elk departement der bondsregeering daardoor is aangetast. Wanneer alle bijzonderheden aan het licht werden
+gebracht, en de volle waarheid bekend gemaakt, dan zou het land zich ontzetten over deze ergerlijke misbruiken, over den omvang,
+dien het kwaad reeds bereikt heeft; en vooral ook daarover, dat zoovele lieden, die zich bij voorkeur voor <i>christelijke</i> staatslieden uitgeven, met dit euvel in zoo ruime mate zijn besmet. In vele afdeelingen, waarvan de chefs voor mannen van
+strenge zeden doorgaan en zeer getrouw de kerk bezoeken, worden gewichtige posten toevertrouwd aan vrouwspersonen, wier onzedelijk
+gedrag van algemeene bekendheid is; anderen, wier reputatie niet beter is, danken hare plaatsing in de bureaux aan den veelvermogenden
+invloed harer <i>vrienden</i> in het congres of de hoogere regeeringskringen. Dit openbaar schandaal komt niet uitsluitend ten laste van eene enkele partij,
+de radikaal-republikeinsche: ook de zoogenaamde Grant-demokraten&#8212;zooals de omkoopbare medeleden der demokratische partij worden
+genoemd&#8212;hebben hunne bijzitten in de staatsdienst eene plaats bezorgd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Alles wordt tot koopwaar en handelsartikel verlaagd. De bondsregeering moet zich de noodige gelden verschaffen ter bestrijding
+zoowel van de loopende gewone uitgaven, als ook voor onvoorziene gevallen (<i>contingent approbations</i>). Zij beijvert zich mitsdien om door weldaden de gunst te winnen van de invloedrijke leden van het congres, en vergeet natuurlijk
+ook hare demokratische partijgenooten niet. Het gevraagde geld wordt toegestaan; daaronder zijn dan ook traktementen voor
+klerken begrepen en eene zekere som voor buitengewone beambten, die door den staatssecretaris tijdelijk kunnen worden aangesteld:
+welke aanstelling echter in de praktijk met eene definitieve benoeming gelijk staat. Dan laat een of ander achtenswaardig
+congreslid eene, of soms ook wel twee of drie, zijner concubines, in de bureaux der verschillende departementen benoemen.
+Weduwen en weezen van in den krijg gesneuvelde militairen worden barsch afgewezen; winstgevende betrekkingen sinds lang alleen
+aan geschandvlekte vrouwspersonen weggeschonken, die in overdadige weelde zwelgen en op de openbare wandelingen en andere
+publieke plaatsen pronken met hare schitterende pracht, die door liederlijkheid is verworven, en die door het volk moet worden
+betaald.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zoover de washingtonsche correspondent van het te New-York verschijnende dagblad de <i>Sun</i>. Maar hij is op verre na de eenige niet, en niets zou gemakkelijker vallen dan dergelijke getuigenissen te vermenigvuldigen.
+In den vorigen winter werd, in eene vergadering te Boston, de vraag behandeld, of met het oog op de algemeene verbastering
+van het openbare leven, op de omkoopbaarheid, die zoowel het congres als bijna alle wetgevende vergaderingen der afzonderlijke
+staten kenmerkt; op de niet minder ergerlijke omkoopbaarheid van een groot aantal rechters en leden der jury; op de bedriegerijen
+en vervalsching bij de stemmingen, en op de bijna algemeene verwildering der zeden;&#8212;of, met het oog op dit alles, de republikeinsche
+regeeringsvorm in de Vereenigde-Staten geacht kon worden, nog eene toekomst te hebben? Reeds nu was de republiek, in zekere
+mate, tot een centraliseerend despotisme geworden, en waren de partijen jammerlijk ontaard en verbasterd; van de goede traditi&euml;n
+uit de dagen van Washington en Jefferson was zelfs geen spoor meer over.
+
+</p>
+<p>In verband hiermede, verdient zeker de verklaring van het te New-York verschijnende <i>Daybook</i> (van 28 Juni 1873) de aandacht. &#8220;Is het volk over het algemeen niet reeds te diep gezonken, om nog door eenige regeering
+gered te kunnen worden, tenzij dan door de absolute monarchie? Eene constitutioneele monarchie zou niet baten. Men mag wel
+zeggen dat de rol der republiek is uitgespeeld, nu het bederf zoo algemeen <a id="d0e779"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e779">336</a>]</span>is en zoo schrikbarende hoogte heeft bereikt, en door de monarchalen van Europa met alle recht op ons, als op een afschrikkend
+voorbeeld, gewezen wordt.&#8221;
+
+</p>
+<p>De voorzitter van Yale-College,&#8212;een der aanzienlijkste hoogescholen in de Vereenigde-Staten te New-Haven, in den staat Connecticut;&#8212;de
+heer Woolsey, richtte in Juni l.l. eene toespraak tot zijne studenten, en zeide daarin, onder anderen, het volgende: &#8220;Sedert
+het einde van den oorlog zijn tweemaal zooveel jaren verloopen als de oorlog geduurd heeft, en tegenwoordig heerscht allerwege
+eene corruptie, waarvan in de geschiedenis onzes volks geen voorbeeld te vinden is:&#8212;corruptie der openbare beambten, corruptie
+in de partij, die zich gedurende den krijg door &#8216;loyauteit&#8217; kenmerkte; wij zien bondgenootschappen aangeknoopt met beginsellooze
+mannen, ter bereiking van zelfzuchtige partij-oogmerken; eene koortsachtige speculatiewoede, eene immer toenemende reeks van
+misdaden. Familiezin en reinheid van het familieleven zijn hand over hand afgenomen, en in de plaats daarvan woekert eene
+demoralisatie voort, die voor het allerergste vreezen doet.&#8221;
+
+</p>
+<p>Eindelijk willen wij eenige zinsneden aanhalen uit een artikel van eene duitsch-amerikaansche courant, de <i>California-Staatszeitung</i>, bij gelegenheid van de viering der onafhankelijkheidsverklaring, op den 4<sup>den</sup> Juli 1873. Aan het hoofd harer beschouwingen plaatst zij dezen tekst: &#8220;Het huis mijns Vaders zal een huis des gebeds genaamd
+worden, maar gij hebt het tot een moordenaarskuil gemaakt&#8221;; en zegt dan, onder andere, het volgende:
+
+</p>
+<p>&#8220;De schoone dag der vrijheid, waarop eene groote natie geboren werd, is tot een dag van rouw en droefenis geworden, waarop
+wij onze hoofden met asch bestrooien moeten, en in bedevaart optrekken naar de graven dergenen, die ons een roemrijk en kostbaar
+erfdeel hebben achtergelaten, dat nu in onze regeeringskringen voor een schotel linzen wordt verkocht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zien wij toch heden ten dage? Wij zien het algemeene stemrecht des volks tot eene komedie gemaakt of rechtstreeks geschonden
+door bedriegerij, omkooping en geweld. Wij zien het dusgenoemde souvereine volk veel minder in het bezit zijner rechten, dan
+onder de monarchale constituti&euml;n. Wij zien de wilde jacht naar rijkdom en genot, overal de plaats innemende van eerlijkheid
+en burgerdeugd. Wij zien de regeering in handen van zelfzuchtige intriganten en diep verdorven coteri&euml;n. Wij zien het volk
+geplunderd, en zijne vrijheid vertrapt door fanatieke kwakzalvers. Wij zien de hoogste staatsdienaars aan de spits der dieven
+en plunderaars. Wij zien, hoe in de wetgevende vergaderingen de wildste hartstochten, de meest schaamtelooze corruptie het
+onhebbelijkste ego&iuml;sme openlijk haar gruwelijk spel spelen, en onderdrukking der vrijheid het voornaamste streven is. De hoofdplaats
+des lands is tot een tweede Babel geworden, waar men moedwillig de oogen sluit voor het <i>Mene Tekel</i>, dat de genius der geschiedenis reeds bezig is te griffelen aan de marmeren wanden van de paleizen des overdaads, waar lichtekooien
+en gewetenlooze zwendelaars de schatten des volks verspillen, en alles wordt medegesleept in den wilden roes der liederlijkheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mogen bovenstaande aanhalingen wat sterk gekleurd zijn, zij bewijzen nogtans dat de Nieuwe Wereld, ook binnen haar eigen gebied,
+niet als een modelstaat wordt geoordeeld.
+
+</p>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Reize in Taka (Opper-Nubië), by Anonymous
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIZE IN TAKA (OPPER-NUBIË) ***
+
+***** This file should be named 19327-h.htm or 19327-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/9/3/2/19327/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/19327-h/images/p1873-225.jpg b/19327-h/images/p1873-225.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2c6d95d
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-225.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-228.jpg b/19327-h/images/p1873-228.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ad41781
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-228.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-229.jpg b/19327-h/images/p1873-229.jpg
new file mode 100644
index 0000000..237ebb9
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-229.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-232.jpg b/19327-h/images/p1873-232.jpg
new file mode 100644
index 0000000..87ccfe5
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-232.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-233.jpg b/19327-h/images/p1873-233.jpg
new file mode 100644
index 0000000..318d1b9
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-233.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-237.jpg b/19327-h/images/p1873-237.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e8c63d8
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-237.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-240.jpg b/19327-h/images/p1873-240.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9ce5cef
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-240.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-321.jpg b/19327-h/images/p1873-321.jpg
new file mode 100644
index 0000000..14f6415
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-321.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-325.jpg b/19327-h/images/p1873-325.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ec764bf
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-325.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-328.jpg b/19327-h/images/p1873-328.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5cbcd80
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-328.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-329.jpg b/19327-h/images/p1873-329.jpg
new file mode 100644
index 0000000..da09154
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-329.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-332.jpg b/19327-h/images/p1873-332.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7ca21e1
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-332.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-333.jpg b/19327-h/images/p1873-333.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d023c69
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-333.jpg
Binary files differ
diff --git a/19327-h/images/p1873-336.jpg b/19327-h/images/p1873-336.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9489ac2
--- /dev/null
+++ b/19327-h/images/p1873-336.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..edf7c61
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #19327 (https://www.gutenberg.org/ebooks/19327)