summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--19326-8.txt3465
-rw-r--r--19326-8.zipbin0 -> 76860 bytes
-rw-r--r--19326-h.zipbin0 -> 2195396 bytes
-rw-r--r--19326-h/19326-h.htm3207
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-337.jpgbin0 -> 85688 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-340-1.jpgbin0 -> 65940 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-340-2.jpgbin0 -> 86081 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-341.jpgbin0 -> 145676 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-344.jpgbin0 -> 200902 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-345.jpgbin0 -> 73895 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-349.jpgbin0 -> 143308 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-352.jpgbin0 -> 138210 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-353.jpgbin0 -> 130258 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-357.jpgbin0 -> 138882 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-360.jpgbin0 -> 109354 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-385.jpgbin0 -> 75255 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-388.jpgbin0 -> 75964 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-389.jpgbin0 -> 127671 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-392.jpgbin0 -> 88029 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-393.jpgbin0 -> 122738 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-396.jpgbin0 -> 78236 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-397.jpgbin0 -> 135887 bytes
-rw-r--r--19326-h/images/p1873-400.jpgbin0 -> 92966 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
26 files changed, 6688 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/19326-8.txt b/19326-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..7ee3185
--- /dev/null
+++ b/19326-8.txt
@@ -0,0 +1,3465 @@
+The Project Gutenberg EBook of Van Orenburg naar Samarkand, by Anonymous
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Van Orenburg naar Samarkand
+ De Aarde en haar Volken, 1873
+
+Author: Anonymous
+
+Release Date: September 19, 2006 [EBook #19326]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN ORENBURG NAAR SAMARKAND ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ VAN ORENBURG NAAR SAMARKAND.
+
+
+
+Centraal-Azië trekt in onze dagen de aandacht van allen, die niet
+alleen belang stellen in hetgeen in hunne onmiddellijke nabijheid
+gebeurt, maar ook in wat daar geschiedt en zich voorbereidt in
+gindsche verwijderde landstreken, vanwaar reeds meer dan eenmaal
+eene beslissende omwenteling in de wereldhistorie is uitgegaan. De
+uitbreiding der russische heerschappij in deze onmetelijke,
+zoo weinig bekende landen van Midden-Azië is een feit van zeer
+groote beteekenis, waarvan de gevolgen zich eerst langzamerhand,
+wellicht eerst na betrekkelijk langen tijd, in hun vollen omvang
+zullen openbaren. Wat hier ook van zij: in ieder geval worden deze
+streken, reeds door historische herinneringen en eigenaardigheid van
+volksleven en ontwikkeling veelszins merkwaardig, tengevolge harer
+inlijving in het groote russische rijk, ook onzer europeesche wereld
+nader gebracht. Onze lezers zullen dan ook zeker met belangstelling
+kennisnemen van het boeiende reisverhaal van een Rus, Basilius
+Wereschagin, met wien wij reeds vroeger kennis maakten.
+
+
+
+
+I.
+
+
+Orenburg biedt niet veel bijzonders; de stad onderscheidt zich van
+andere russische steden alleen door haar half-tartaarsch voorkomen,
+waardoor zij u aan Kazan denken doet. Hare torens, hare minarets,
+eenige moskeeën geven haar iets eigenaardigs. Reeds zoodra ge de
+straten van Orenburg betreedt, treft u het oostersche karakter der
+stad, die dan ook trouwens in het Oosten ligt, op de uiterste grenzen
+van Europa en Azië. Wat zonderlinge, scherpgeteekende figuren,
+wat afwisseling van kostumen! Hier ziet ge een russisch soldaat,
+behoorlijk naar alle regelen gedrild; daar een Kozak van den Oeral,
+die tucht noch wet kent. Ginds, een man uit Bokhara, met een langen
+baard, een statig en ernstig voorkomen, en met een reusachtigen
+tulband op het hoofd, waarvan het doek, zoo het losgewonden werd,
+zeker eene lengte van tien of twaalf el zou hebben.
+
+Op ongeveer vier wersten afstand van Orenburg staat een groot gebouw,
+dat wel een bezoek waard is. Dit is de zoogenaamde Beurs: de algemeene
+verzamelplaats der nomaden van geheel den omtrek, die hier van alle
+kanten samenkomen, somwijlen vanzeer ver, te paard of op kameelen,
+meestal alleen, maar soms ook met hunne gezinnen. Zij brengen koeien,
+ossen, schapen, allerlei soorten van vee mede; zij hebben ook vilt,
+wol en huiden bij zich, om die te verkoopen of te ruilen tegen
+houten huisraad, brood, vaatwerk en meer dergelijke artikelen van
+dagelijksch gebruik.
+
+Omstreeks den middag heerscht de grootste drukte op deze Beurs;
+het gedrang en gejoel doet u hooren en zien vergaan; koopers en
+verkoopers schreeuwen en roepen om het hardst, ook al staan zij vlak
+naast elkander. Alles loopt en dringt en duwt en woelt en krioelt
+door elkander; men biedt en looft, men kijft en klapt in de handen:
+dit alles veroorzaakt een rumoer, waarvan een vreemdeling zich
+bezwaarlijk een denkbeeld vormen kan. Deze Beurs of bazar is een zeer
+groot vierkant gebouw, met eene ruime binnenplaats in het midden;
+langs de vier zijden bevinden zich de winkels, die op de binnenplaats
+uitkomen, en daartegenover andere; winkels, welke een tweede gebouw,
+midden op de plaats verrijzende, innemen. Op diezelfde binnenplaats
+nabij de poort, die van den weg naar Orenburg toegang tot den bazar
+geeft, staat eene kleine moskee, en daarbij eene russische kapel.
+
+De kooplieden die dezen bazar bezoeken, behooren tot verschillende
+nationaliteiten. In de eerste plaats ontmoet men onder hen Russen,
+Bokharen en Kokhandsjis, dat wil zeggen, inwoners van het khanaat van
+Kokhand. Voorts Tartaren, Bashkiren, Kirghisen, enz. Al deze kooplui
+zitten met gekruiste beenen op den grond, naast hunne koopwaren,
+die op een hoop liggen. Deze waren zijn van verschillenden aard:
+vooreerst allerlei soorten van kleedingstukken, wollen en andere
+stoffen, en vooral tsjapans of kamerjaponnen van allerlei grootte,
+kleur en prijs. Dit kleedingstuk heeft langs de grenzen ontzaglijken
+opgang gemaakt; iedere russische werkman of kleinhandelaar draagt
+het geregeld; de inboorlingen, zegt men, leggen hun tsjapan nooit
+af. Nevens dit artikel, dat in bijna ongeloofelijke hoeveelheid aan de
+Beurs verhandeld wordt, vindt ge in de winkels eene menigte voorwerpen
+van vilt; voorts snuisterijen, sieraden van glas of metaal, om de
+begeerlijkheid der vrouwen op te wekken, en meer andere artikelen.
+
+Kirghisische vrouwen, met hooge witte tulbanden op het hoofd, voor hare
+kleine wagentjes gezeten, verkoopen _koumis_ aan hare klanten. Daar ik
+dien drank nog niet kende, wilde ik hem proeven. Hij was veel minder
+sterk dan ik gedacht had, maar daarentegen zeer zuur. Echter moet ik
+er bijvoegen dat de koumis, waarin deze dames handelden, misschien
+voor de helft met schapenmelk was aangelengd. Dat is dan ook de echte
+drank niet, waarvoor steeds paarden- of kameelenmelk wordt gebruikt.
+
+Nabij den ingang van den bazar ziet men ter wederzijde eene lange
+dubbele reeks van kleine winkels, waarin handelaars in tabak, in
+messen, knoopen en allerlei huiselijke gereedschappen, hunne waren
+hebben uitgestald. Hier zijn gekleurde palen voor tenten te koop;
+ginds grafzerken, met schreeuwende kleuren beschilderd; nog verder
+verdringt zich eene kudde runderen of schapen, en om de dieren krioelen
+koopers, verkoopers en toeschouwers bont dooreen. Daar, verder op,
+ziet ge ontzaglijke hoopen wol:--de koopman is bezig, de natte wol
+uit te zoeken en van de droge af te zonderen; dan, nogmaals schapen,
+koeien, paarden; dan weer Russen en Kirghisen, die graan en meel
+afwegen: de Rus biedt zijne waar te koop aan, de Kirghise voorziet
+zich van den noodigen voorraad, om dien straks op zijne kameelen te
+laden, en met zijne korenzakken naar zijne vilten tent of _kibitka_
+terugtekeeren, misschien meer dan honderd mijlen ver in de steppen.
+
+Tijdens mijn verblijf te Orenburg kwam ik in aanraking met een
+gewichtig personage: een gezant van den emir van Bokhara, die
+namens zijn meester over den vrede kwam onderhandelen. Zijn gevolg
+was zeer gering: gelukkig trouwens, want zijne hoogheid de emir
+had hem geen penning voor de reis gegeven. Hij zou dan ook van
+honger zijn omgekomen, indien het russische gouvernement hem geene
+tegemoetkoming van acht roebels per dag, dat is ongeveer zestien
+gulden, had toegelegd. Zijne excellentie leefde nu zeer zuinigjes,
+en verteerde voor zich en zijn gevolg niet meer dan twee roebels
+per dag: hetgeen hem eene zuivere winst opleverde van zes roebels in
+een etmaal. Ik moet echter daarbij voegen, dat het gezantschap voor
+rekening van de russische regeering gehuisvest was, en dat de heeren
+diplomaten zeer sober leefden van _plove_ (pilau) en thee. Na een
+verblijf van twee-en-een-halve maand te Orenburg, kon de gezant van
+den emir over eene tamelijk welgevulde beurs beschikken, en begon hij
+zichzelf geschenken te geven: tshapans, een horloge, een speeldoos
+en andere zeldzame gewrochten der westersche beschaving.
+
+Voor mijn vertrek schafte ik mij een tarantasse aan, een soort van
+zeer eigenaardige calèche: het rijtuig heeft de gedaante van een
+korf of wieg, en is ook evenzoo luchtig gevlochten. De Orenburgers
+gebruiken de tarantasse voor toertjes door de stad en den omtrek;
+maar waarschijnlijk was ik wel de eerste, die met dit brooze rijtuig
+een tocht ging ondernemen van twee duizend wersten over meestal
+onbegaanbare wegen. Nadat ik mijn mand had volgepakt met alle
+voorwerpen, die een kunstminnend toerist onmisbaar zijn--papier,
+portefeuilles, draagstoel, parasol, instrumenten--bemerkte ik dat
+er voor mij zelf nog maar een zeer klein plaatsje in de tarantasse
+overschoot. Toch, hoe bekrompen en ongemakkelijk ook gezeten,
+verliet ik Orenburg in mijn licht rijtuigje, en sloeg den weg in
+naar Centraal-Azië.
+
+De tocht van Orenburg naar Tasjkend is eene ware marteling! Toch is de
+weg goed (nu en dan zandig) en tamelijk gelijk. Maar er komt geen einde
+aan de haspelarijen, plagerijen en moeilijkheden van allerlei aard,
+die u telkens uw geduld doen verliezen. Bij iedere halt is het eene
+nieuwe ruzie met den chef van het station; onderweg ligt ge voortdurend
+overhoop met de iamtshiks of postillons; aan paarden, wagen en tuig
+is steeds iets defect, dat gedurig herstelling vordert. In één woord,
+de geheele dienst is ellendig.
+
+Van Orenburg tot Orsk is de weg goed; ook zijn hier de stations goed
+ingericht. De dorpen en vlekken, die ge op uw weg ontmoet, worden
+half door Kozakken, half door Tartaren bewoond: goede, brave lieden,
+met wie de reiziger gaarne te doen heeft, en die hem bereidwillig
+dienst bewijzen. Van de Kirghisen kan ik dit niet getuigen.
+
+Orsk is niet eene dier steden, die reeds op het eerste gezicht
+een aangenamen indruk maken. Men ziet er niets dan lage, half
+ingestorte huizen. Zij ligt aan de samenvloeiing van de rivieren de
+Oeral en de Or, de eerste van het noorden, de andere van het zuiden
+komende. Evenals aan de andere stations, bestaat er wel eenige kans
+dat gij een _samovar_, theeketel of bouilloir, en meer of minder
+drinkbaar water krijgen kunt,--en dan nog! Maar wat ge in de eerste
+plaats noodig hebt: paarden,--daar ontbreekt het aan.
+
+Gij komt aan het station: er is niemand. Gij roept: er verschijnt
+niemand. Gij roept nog eens en luider: geen antwoord. Wat te
+doen? Wachten. Zoo wacht ge dan. Eindelijk verschijnt, ge weet niet
+vanwaar, een Kirghise. Natuurlijk vraagt hij u, wat gij verlangt?
+
+"Wat ik verlang? Paarden, natuurlijk!
+
+"Paarden? Er zijn hier geen paarden."
+
+Dat is het onvermijdelijke antwoord. Echter laat ge u niet zoo
+afschepen.
+
+"Maar wanneer kan ik ze dan krijgen?
+
+"Morgen."
+
+"Morgen! Dat ziet er mooi uit!"
+
+Toch is dat gebrek aan paarden dikwijls maar voorgewend. Weet ge
+het zoo aan te leggen, dat men u voor een officier of althans voor
+een ambtenaar aanziet, dan is het best, tegen ieder uit te varen
+en geen dreigementen te sparen. Herkent ieder in u den eenvoudigen
+burgerman, dan schiet er niet anders over, dan in den zak te tasten. De
+ontbrekende paarden komen dan ook weldra voor den dag. Meen echter
+niet, dat ge nu uwe reis kunt vervolgen. Niet zoo haastig! Er ontbreekt
+of hapert altijd iets, hetzij aan de teugels, hetzij aan het tuig,
+hetzij aan den wagen, of wat dan ook. Toch is de uitrusting hoogst
+eenvoudig. Het middelste paard heeft niets meer dan een halsband,
+een zadel en een buikriem; de beide andere paarden stellen het met
+een eenvoudigen vilten halsband en een paar riemen.
+
+Is eindelijk alles klaar, dan komt het oogenblik van vertrekken. Geene
+kleinigheid! De paarden der steppen zijn niet gewend aan het gareel;
+als zij voorgespannen worden, steken zij onrustig de ooren op, snuiven
+en trappelen en geven alle teekenen van ongeduld. Maar aan alles
+komt een einde; de zweep zal nu het sein geven. "Ga zitten!" roept
+de iamtshik u toe. Gij gaat zitten, met vreezen en beven. De wilde
+paarden der steppen steigeren en schudden den kop; zij springen ter
+zijde; zij breken de touwen en slaan den boom tot splinters! Dan
+begint alles weder van voren af aan. Ten langen laatste zijt ge toch
+op weg; nu gaat het voort, in vliegenden ren; maar telkens moet ge
+halt houden, zonder dat ge met mogelijkheid bevroeden kunt waarom:
+dit is het geheim van den koetsier, die geheel zijne eigene luimen
+volgt. Al de iamtshiks, Russen zoowel als Kirghisen, schijnen
+er bovendien vermaak in te vinden, hun zweep te laten vallen; ge
+moet zoo telkenmale stilstaan, om die op te rapen. En dan--nu eens
+breken de touwen, dan gaan de riemen los. Wee u, zoo ge de taal der
+Kirghisen niet verstaat. Uw postillon, een halve wilde, heeft geheel
+en al vergeten, dat hij op een rijtuig zit; hij denkt dat hij te
+paard rijdt: hij ranselt zijne dieren op de onbarmhartigste wijze;
+hij zit geen oogenblik stil; hij schopt met geweld tegen den wagen;
+hij schreeuwt en gilt, en stelt zich aan als een bezetene.
+
+Te Orsk begint de steppe, maar zij heeft nog niet dat doodsche
+voorkomen, dat haar verderop eigen is. De grond is nog met hoog gras
+begroeid; nu en dan ziet ge op kleine heuvels eenige winterdorpen der
+Kirghisen, want deze nomaden hebben bereids hunne zomerkampementen
+verlaten. Die halve wilden zijn niet allen herders; velen onder hen
+houden zich in deze streek met graanbouw bezig; het brood is hier
+dan ook buitengewoon goedkoop. De Kirghisen, die dit gedeelte der
+steppe bewonen, staan onder de bevelen van een hoofdman, die te Orsk
+woont, en op zijne beurt ondergeschikt is aan een districtshoofd,
+te Orenburg gevestigd.
+
+Wij zijn in het midden van September: overdag is het warm, maar
+des nachts en in den morgenstond vriest het, en ondanks mijn pels
+van schapenvacht zit ik dan te rillen van koude. Op den middag
+daarentegen druppelt mij het zweet langs het gelaat. Zoo is het
+klimaat der steppen, buitensporig zoowel in warmte als in koude.
+
+Voort gaat de tocht; ik heb nauwelijks den tijd, eenige aandacht te
+wijden aan de Kirghisen van deze woestijn, die deel uitmaken van de
+Kleine-Horde, en weinig verschillen van hunne broeders der Groote-Horde
+en der Middelste-Horde, van wie ik later spreken zal. Somwijlen
+ontmoeten wij troepen kameelen, dikwijls bij honderden te gelijk. Op
+het geklingel van de bellen onzer paarden, wenden zij hunne koppen
+naar ons om, en volgen ons langen tijd als met aandachtigen ernst met
+hunne nieuwsgierige blikken. Men weet hoe schuw deze voortreffelijke
+dieren zijn. Het gebeurt wel eens, dat wij hen te dicht naderen: dan
+vluchten zij in galop, naar alle kanten, met den staart in de lucht,
+als verschrikte koeien. Niets is grappiger, dan zulk een tooneel. Met
+zijne korter voor- dan achterpooten, maakt de kameel, als hij draaft
+of galoppeert, een allerzotst figuur. In de vlakten van Orenburg ziet
+men meer tweebultige kameelen dan dromedarissen; de reden hiervan moet
+gezocht worden in de meerdere kostbaarheid der dromedarissen. Deze
+laatsten zijn duurder dan de kameelen, maar kunnen ook eenige dagen
+achtereen voedsel en drank ontberen, terwijl de kameel na verloop
+van twee à drie dagen uitgeput is; bovendien is deze ook niet zoogoed
+tegen de kou bestand; men vindt hem dan ook eerst verder zuidwaarts,
+naar de zijde van Bokhara. In de karavanen, die wij ontmoetten, wees
+men mij eenige dromedarissen, grooter en sterker dan de anderen:
+zij behooren tot het ras, dat in Khiwa gevonden wordt.
+
+De kameel is zeer gevoelig voor muziek: fluiten en zingen boeit
+dadelijk zijne aandacht; zelfs als hij graast houdt hij, zoodra een
+of andere toon hem treft, dadelijk op, steekt zijn kop in de hoogte,
+en kijkt aandachtig naar de zijde vanwaar het geluid komt. De ruwheid
+van de bewoners der steppe blijkt wel het meest in de wijze, waarop zij
+deze zoo nuttige, ja voor hen onmisbare dieren behandelen. Voorzeker
+worden, ook in andere landen, de kameelen niet vertroeteld, maar zij
+worden toch niet zoo onbarmhartig behandeld als hier. Zoodra de kameel
+zijn tweede jaar is ingetreden, doorboren de Kirghisen hem den neus en
+steken een stokje in de opening, waaraan het touw wordt vastgemaakt,
+dat als toom dient. Dit touw wordt dan doorgaans gehecht aan den
+zadel van den ruiter, die aan de spits der karavaan rijdt; het arme
+dier kan dus geen misstap doen, of ook zijn tred een weinig vertragen,
+zonder dat zijn neus wordt opengereten, en het bloed hem langs den bek
+vloeit. Somwijlen gebeurt het, dat door het voortdurend trekken en
+rukken, het koord breekt, of de neusvleugels worden afgescheurd. In
+elke karavaan zag ik verscheidene kameelen, die hevig uit den neus
+bloedden; bij sommigen was een gedeelte van de bovenlip afgescheurd
+of hing er bloedend bij.--Een goede kameel met twee bulten is tusschen
+de zestig en honderd gulden waard; een goed paard kost zestig gulden;
+een minder goed, dertig tot veertig gulden. Men moet zeker niet uit
+het oog verliezen, dat de paarden der steppen bijna geheel wild zijn;
+vandaar de moeilijkheid om zich van paarden voor rijtuigen te voorzien,
+ondanks den lagen prijs en de voortreffelijke eigenschappen der paarden
+zelf. Zij zijn van kirghisisch ras, klein en niet mooi, maar sterk en
+taai; zij blijven het gansche jaar in de wei; des winters verwijderen
+zij de sneeuw met hunne hoeven, om het bevroren gras der steppen te
+kunnen bereiken.
+
+Tusschen Orsk en Tasjkend liggen verscheidene russische forten, die
+niet alleen de veiligheid op den weg moeten verzekeren, maar ook de
+orde in het omliggende land handhaven. Het eerste fort, dat ge op uw
+tocht ontmoet, is dat van Karaboutagh, schilderachtig aan den oever
+eener beek gelegen; het klimaat is ondragelijk. Verderop ligt het
+fort Oeral. Deze beide vestingen zijn tusschen 1840 en 1850 gebouwd,
+en worden door Kozakken-familiën bewoond. Het oprichten van deze en
+nog vele andere forten was een zeer verstandige maatregel, waardoor
+een einde werd gemaakt aan de telkens herhaalde strooptochten der
+roofbenden uit Khiwa, die ieder jaar tusschen de twee- en driehonderd
+Russen als krijgsgevangenen wegvoerden. Van het fort Oeral tot aan de
+rivier de Sir-Darja, vindt men slechts open dorpen; de rivier opvarende
+komt men achtereenvolgens voorbij het fort Kazali, in officiëelen
+stijl fort Nommer I; dan voorbij fort Nommer II; het fort Perowski;
+het fort Dsjoelek; eindelijk langs de versterkte steden Turkestan,
+Tsjemkend en Tasjkend.
+
+Als gij het fort Oeral verlaten hebt, begint de eigenlijke steppe,
+de naakte vlakte zonder een spoor van plantengroei. Tevens houden de
+stations op, om vervangen te worden door tenten. Voorbij Djalangatshe
+moet de reiziger zijn intrek nemen in eene kibitka, zoogoed mogelijk
+door een veld van biezen tegen den wind gedekt. Gelukkig heeft men
+tegenwoordig althans niets meer te maken met de Khirgisen. Kozakken,
+tot de bezetting der forten behoorende, zijn belast met de zorg om de
+reizigers bij hunne aankomst aan de stations te ontvangen, en alles
+in gereedheid te maken voor hun vertrek. Sommigen van deze Kozakken
+verstaan en spreken de taal des lands, en dienen als tolken tusschen
+Orenburg en Tashkend.
+
+Dicht bij het station van Térekti, op korten afstand van de heirbaan,
+ontmoetten wij voor het eerst eene kirghisische _mazarka_, dat wil
+zeggen, een graf. Eerst sedert drie jaren was dit monument opgericht,
+en wel door Koun-Spaï, een rijken Kirghise. Het grafteeken bestaat uit
+een plompen zwaren koepel, rustende op een vierkanten onderbouw, van
+omstreeks vier el hoogte. Het geheele gebouw is uit leem opgetrokken,
+zonder dat daarbij een enkele steen is gebruikt. Eene smalle en
+lage deur geeft toegang tot het inwendige, dat drie graven bevat,
+overvloedig met ornamenten versierd; ruwe en onbeholpen schilderijen
+bedekken den wand: afbeeldingen van wapenen, paarden, karavanen,
+kameelen, meer of minder duidelijk geteekend. Langs den geheelen weg
+zagen wij eene menigte van zulke graven.
+
+Intusschen gaan wij altijd voort naar het zuiden; de steppe wordt
+gaandeweg minder naakt en doodsch. Wij ontdekken eerst eenige
+struiken, dan eene bochtige oeverlijn, eindelijk een breeden band van
+donkerblauw water: wij hadden den oever van het meer Aral bereikt, op
+vijf-en-tachtig kilometer afstand van het fort Kazali. De heirbaan
+volgt slechts even den zoom van dit groote meer. Op den oever
+zaten en stonden groote vogels, zwart op den rug, wit aan den buik;
+meeuwen vlogen of zwommen op het water; gansche scharen van eenden
+spartelden en kwaakten in de kleine baaien en inhammen langs de kust:
+een levendig en toch eentonig somber landschap.
+
+Het station Akdjoulpace ligt vlak aan het meer Aral, op een droog en
+zoutachtig terrein, dat vroeger door de wateren dezer binnenzee werd
+overdekt, die steeds in omvang afneemt, en ongetwijfeld spoedig geheel
+zou zijn uitgedroogd, indien niet twee zoo aanzienlijke rivieren als
+de Sir-Darja en de Amoe voortdurend hare schatting aan het groote
+meer brachten.
+
+
+
+
+II.
+
+
+Toen ik aan het fort Kazali of Kazalgue--of zoo ge liever wilt, het
+fort Nommer I,--aankwam, mistte het zoo sterk, dat ik bijna geen hand
+voor de oogen zien kon. Nader komende onderscheidde ik eerst eenige
+windmolens, en daarna ettelijke kleine, lage huizen. Kazali ligt aan
+den rechteroever van de Sir-Darja; de huizen van het vlek zijn uit
+tichelsteenen opgetrokken, die in de zon zijn gedroogd. Zij doen
+u denken aan de arme boerenwoningen in zuidelijk Rusland, met dit
+onderscheid alleen, dat hier de daken plat zijn. De bazar is ruim en
+goed ingericht: hier is de algemeene verzamelplaats der Kirghisen van
+den omtrek, die russische artikelen komen inkoopen of hun vee te koop
+aanbieden. De liefhebbers zullen zeker met belangstelling vernemen,
+dat de kaviaar te Kazalgue voortreffelijk is: zij zou inderdaad
+onvergelijkelijk zijn, zonder de slechte hoedanigheid van het zout,
+dat bij de bereiding gebruikt wordt.
+
+Het fort Nommer I is het punt van uitgang der stoombooten, die
+de Sir-Darja bevaren. Bevaren is eigenlijk wat veel gezegd: die
+booten toch sukkelen met groote moeite op de rivier voort, zonder
+dat men eigenlijk weet waarom het zoo slecht gaat. Ligt de schuld
+bij den scheepsbouwmeester, of wel bij de gedurige veranderingen,
+waaraan het bed en de stroom van de rivier bloot staan? Misschien
+hebben beiden deel aan dien toestand: maar hoe dit zij, zeker is
+het dat de stoomvaart op de Sir-Darja in een jammerlijken toestand
+verkeert, en dat daarin geene verandering is te wachten, zonder eene
+afdoende verbetering van het bed der rivier zelf:--een werk, dat zeer
+aanzienlijke sommen vereischen zou.
+
+Twintig wersten van Kazali liggen de bouwvallen der stad Djanekent
+aan den linkeroever van de Sir-Darja in de nabijheid van een meer. Ik
+wenschte een uitstapje daarheen te maken, en vroeg en verkreeg daartoe
+vergunning van den kommandant van het fort, den majoor Youry, die
+mij zelf paarden verschafte en een gids medegaf, een Kozak, die de
+turksche taal verstond. Zoo uitgerust toog ik dadelijk op weg naar
+Djanekent. Wij volgden eenigen tijd de oevers van de Sir-Darja, tot
+wij, bij eene bocht der rivier gekomen, rechts afsloegen. De weg was
+zeer druk en levendig. Kirghisen trokken voortdurend heen en weder;
+sommigen te paard, anderen op een kameel; enkelen, nederiger van
+aard, zaten op een ezel; ik ontmoette er zelfs eenigen, die op een
+os reden. Deze Kirghisen gingen naar het fort om schapen en runderen
+te verkoopen, en zich in ruil daarvoor de noodige voorwerpen aan
+te schaffen voor hunne kibitka. Langs den weg zag ik verscheidene
+kleine kampementen van arme nomaden, die voor hun mager vee in deze
+dorre streek een schraal voedsel zochten. Ik trad enkele dezer tenten
+binnen: hier waren de vrouwen bezig de schapen te scheren, elders
+zuiverden zij de wol, overal waren zij aan den arbeid, terwijl de
+mannen niets uitvoerden. Bezochten wij eene kibitka, dan werden wij
+steeds ontvangen met het traditioneele _aman tachar_ (ik groet u,
+vriend). Zoo trokken wij langzaam voort in de richting van het veer
+over de Sir-Darja, terwijl mijn Kozak mij eenige bijzonderheden
+verhaalde omtrent den laatsten strooptocht van Sadike.
+
+Sadike is de zoon van Kenissara, een van de onrustigste hoofden der
+Kirghisen; en hij zelf is een niet minder lastige buurman. Hij zal
+ons geen rust laten, zoolang zijn hoofd nog op de schouders staat:
+en het laat zich niet aanzien, dat hij het spoedig verliezen zal:
+de helden van zijne soort toch maken zich uit de voeten als het
+gevaar nadert, en moeten zij bij ongeluk aan het gevecht deelnemen,
+dan dragen zij wel zorg, op hunne vlugge paarden te vlieden, zoodra
+zij zien dat de kans zich tegen hen keert.
+
+Er liepen reeds sedert eenigen tijd onrustbarende geruchten. Sadike,
+zoo heette het, rustte zich ten oorlog en had een aanslag op
+Kazalgue in den zin. Reeds braken de meeste nomaden hunne tenten op en
+verhuisden naar de overzijde van de Sir-Darja, want men wist zeergoed,
+dat onze vriend alles uitplunderen zou wat onder zijn bereik kwam,
+onverschillig of het vriend of vijand was. De kommandant van het fort
+zond zeventig Kozakken van Orenberg op verkenning uit. Zeventig man
+tegenover een duizendtal bandieten: de kans scheen hachelijk!
+
+Toch zouden de Kozakken, indien zij maar den vijand onverhoeds
+hadden aangetast, waarschijnlijk de zege hebben behaald; zij
+zouden hem althans hebben tegengehouden en van verder voortdringen
+afgeschrikt. Ongelukkig was het detachement niet genoeg op zijne
+hoede. Niet ver van het fort, zetten onze soldaten zich neder om hun
+eenvoudig maal van gort gereed te maken, terwijl een twintigtal hunner,
+ongewapend, de paarden naar de rivier leidden om te drinken. Eensklaps
+vertoonde zich de vijand, meer dan duizend man sterk, meer of minder
+goed gewapend; velen alleen met lansen en pieken. Sedert langen
+tijd had hij op zijne prooi geloerd. De Kirghisen wierpen zich op
+de twintig manschappen, die op weg waren naar de rivier: en binnen
+weinige oogenblikken waren genoegzaam allen vermoord. Twee of drie
+Kozakken echter wisten zich te redden. Een ander, door een tiental
+wilden achtervolgd, mikte, al vluchtende, nu op den een, dan op den
+ander, en daar de ruiters der steppen er vooral niet op gesteld zijn,
+den dood in de kaken te loopen, zou hij stellig ontkomen zijn, indien
+hij niet bij ongeluk zijn patronen had laten vallen; voor het laatst
+schoot hij nog eens zijn geweer af, en werd toen neergesabeld.
+
+De vijftig mannen, die hunne gort kookten, waren getuigen van die
+slachting, maar konden hunne makkers niet te hulp komen. Plotseling
+overvallen, moesten zij in de eerste plaats op zelfverdediging bedacht
+zijn. Zoodra de vijand de andere slachtoffers had geveld, sloot hij
+ook hen van alle zijden in. Had hij zich aanstonds op hen geworpen,
+zonder hun den tijd te laten zich op tegenweer voor te bereiden,
+dan was er wel geen twijfel aan geweest of deze handvol Russen zou
+spoedig bezweken zijn. Maar in plaats van aan te vallen, begonnen
+de Kirghisen te overleggen wat te doen. De Kozakken grepen nu moed,
+en vingen aan hunne positie te versterken. Met spaden, stokken en
+hunne handen, groeven zij kuilen in den grond, waarin zij zich zoogoed
+mogelijk verborgen; sommigen zetten zich daarin neder, anderen stonden
+overeind, tot aan de borst of hooger gedekt. De uitgegraven aarde
+vormde een soort van wal, waaraan met behulp van zadels, en allerlei
+andere voorwerpen zooveel mogelijk stevigheid werd gegeven. De paarden
+waren verloren: de Kirghisen hadden ze allen opgevangen. Inmiddels
+viel de nacht en maakte een einde aan de vijandelijkheden.
+
+Den volgenden morgen hervatten de zwervende zonen der steppe, onder het
+aanheffen van woeste kreten, den aanval. De Kozakken gingen spaarzaam
+om met hunne ammunitie: zij hadden slechts veertig patronen per hoofd,
+en moesten zoolang mogelijk volhouden. Zij lieten dus den vijand
+tot op korten afstand naderen, en losten dan hunne geweren op den
+saamgepakten hoop: na iedere décharge waren de rangen der Kirghisen
+gedund, en bleek de drift der aanvallers merkelijk bekoeld. Telkens
+weken zij in groote verwarring terug, hunne dooden medevoerende,
+wanneer zij daartoe den tijd hadden; maar des avonds lagen er nog
+velen hunner aan den voet van den lagen wal, waar het doodelijk lood
+hen getroffen had. Den volgenden morgen echter waren geene lijken
+te zien: de Kirghisen waren des nachts, stil en heimelijk, tot nabij
+den wal geslopen en hadden de lichamen hunner makkers weggevoerd.
+
+Dit duurde alzoo drie dagen. Zonder spijs of drank, boden de Kozakken
+met onbezweken moed een hardnekkigen tegenstand. Eindelijk trokken de
+Kirghisen af. De Kozakken verbergden daarop hunne zadels in het zand,
+en keerden, meer dood dan levend, naar het fort terug. De manschappen,
+die op den weg naar de rivier waren gedood, werd het hoofd afgehouwen;
+en hoogstwaarschijnlijk werden deze bloedige tropeeën, als de teekenen
+eener schitterende overwinning op de russische legermacht behaald,
+voor de voeten van den emir van Bokhara gelegd.
+
+Intusschen vervolgden wij onzen weg, en kwamen weldra aan de tent, die
+de plaats aanwijst, waar zich het veer over de Sir-Darja bevindt. Hier
+is ook eene wacht van Kozakken, om te beletten dat de Kirghisen steenen
+uit de puinen van Djanekent wegnemen. Met een groote pont werden wij
+over de Sir-Darja gezet, in gezelschap van eenige kameelen, die lang
+tegenspartelden eer zij in de schuit stapten, maar zich gedurende de
+overvaart zeer rustig hielden.
+
+Op den linkeroever gekomen, bevonden wij ons voor de vestingwerken van
+Dsjan Kala, die nog vrijgoed in stand zijn gebleven. Zij bestaan in
+aarden wallen, tusschen de vier en vier-en-een-half el hoog, met eene
+gracht die nu gedempt is. Binnen die wallen is geen spoor van woning
+te zien. Ten zuidoosten, op een afstand van ongeveer zes kilometer van
+de rivier, ziet ge een grooten muur; een kilometer verder, verrijzen
+eenige heuvelen, sommige met gras en struiken bedekt, andere geopend
+en half afgegraven. Dat is het oude Djanekent. De Kirghisen hebben
+onderscheidene heuvels omgewoeld, ten einde zich meester te maken van
+de gebakken tichelsteenen, die daarin verborgen waren. Vreemd! Nu twee
+of drie jaar geleden, vermoedde niemand iets van de aanwezigheid dier
+steenen, bijna geheel in onbruik geraakt hier in dit land, waar alle
+huizen en gebouwen uit leem en aarde worden opgetrokken. Men zag wel
+hier en daar fragmenten van tichelsteen, maar niemand dacht er aan,
+dat een zoo groote overvloed dier steenen in de met gras begroeide
+heuvelen verborgen lag. Toch was bij de nomaden eene overlevering
+bewaard gebleven, die van het bestaan eener groote stad in dezen
+omtrek gewaagde; en dikwijls wezen zij den reiziger de eenzame
+heuvelen, de overblijfselen van eene ongelukkige stad, die door de
+slangen verwoest was. Volgens de traditie was deze stad eenmaal de
+zetel van de vorsten des lands. De laatste hunner had de dochter van
+een naburigen koning tot vrouw genomen; zij werd hem ontrouw, en de
+beleedigde echtgenoot doodde haar. De vader van het slachtoffer was
+een groot toovenaar. Om den dood zijner dochter te wreken, zond hij
+slangen naar de stad, die den koning en zijn volk verslonden. Men
+wees mij zelfs een heuvel, met dicht struikgewas begroeid, zeggende
+dat het daar nog van slangen wemelde. Later deed ik opgravingen in
+dien heuvel, maar vond geen spoor van eene enkele slang.
+
+Zoodra het eenmaal was gebleken, dat hier een bijna onuitputtelijke
+voorraad tichelsteenen voorhanden was, begonnen de Kirghisen alles af
+te breken, en de steenen, die zij konden wegnemen, naar het fort te
+brengen. Particulieren, die zich eene woning bouwen wilden, kochten
+al deze steenen op. Zoo voortgaande, zouden de ruïnen weldra geheel
+verdwenen zijn. Maar nu kwam de regeering tusschenbeiden. Zij verbood
+dien handel, maar behield zich toch het recht voor, om zelf die
+materialen te gebruiken ten behoeve van de fortificatiën. Het is te
+hopen, dat zoo de opgravingen op groote schaal worden voortgezet, dit
+onder behoorlijke leiding en met de noodige voorzorgen zal geschieden.
+
+Ik liet ook eenige opgravingen doen, en vond menschenbeenderen en
+beenderen van schapen, paarden en kameelen; voorts gebakken steenen,
+houtskool en eenige aarden potten, waaronder enkelen van inderdaad
+fraaie bewerking en met figuren versierd. Ik kon evenwel mijne
+nasporingen niet voortzetten, omdat het mij daartoe aan tijd en
+geld ontbrak. De Kirghisen toch voeren weinig uit, en dat weinige
+doen zij nog slecht. Bovendien begonnen zij, zoodra zij zagen dat
+ik belang in de zaak stelde, al zeer spoedig hunne eischen hooger te
+stellen, naarmate zij dieper moesten graven. Ter voorkoming van alle
+moeilijkheden, liet ik mijne opgravingen maar in den steek.
+
+Gedurende mijn verblijf te Djanekent, bracht ik doorgaans den nacht in
+een naburig kamp door. De kibitka, waar mij deze gastvrijheid bewezen
+werd, behoorde aan een Kirghisen-familie, bestaande uit vader, moeder
+en twee dochters, eene van dertien en eene van negen jaren. Er was
+ook nog een volwassen zoon, maar dien ontmoette ik maar eenmaal in
+de vaderlijke tent. Hij woonde in het fort, en dreef ik weet niet
+meer welken handel, voor rekening van zijn vader.
+
+De vader was een verstandig man, ruim veertig jaar oud, en in zijn
+voorkomen meer gelijkende op een Nogaï dan op een Kirghise. Hij
+was steeds gekleed in een wijden witten kamerjapon van kemelshaar,
+en droeg op het hoofd een zoogenaamden _toppé_. Als het koud was en
+hij op reis ging, dekte hij zich met een zeer hooge, smal toeloopende
+muts van schapenvacht.
+
+De mama, gansch niet vrij van praatzucht en oud voor haar tijd,
+was eene echte vertegenwoordigster van de kirghisische type, platte
+neus, kleine oogen, uitstekende wangbeenderen. Zij droeg een wijden
+broek, met hooge laarzen daarover heen; een lang, grof, blauw hemd,
+en omwikkelde haar hoofd en hals met een stapel doeken.
+
+De oudste dochter, die zelden sprak, was krachtig en welgevormd. Zij
+geleek veel op hare moeder, en ging ook evenzoo gekleed; alleen
+droeg zij aan de armen en om den hals armbanden en kettingen van
+glas en veelkleurige steentjes; hare koolzwarte in kleine vlechten
+opgemaakte haren waren gewikkeld in een schitterend rooden wollen
+doek.--Het jongste kind geleek op haar vader. Zij was grillig, maar
+zeer innemend, en speelde onbeschroomd met mij. Haar hoofd was kaal
+geschoren, met uitzondering van een krans van vlechten rondom het
+hoofd en eene dergelijke vlecht op de kruin.
+
+Als ik, bij zonsondergang, in de kibitka trad, vond ik de familie
+doorgaans neergehurkt rondom het vuur, al knipoogende in de vlam en
+den rook starende. De moeder en de oudste dochter waren altijd aan den
+arbeid; de vader stookte met een kleine ijzeren staaf het vuur op, en
+gaf zijne bevelen. De vrouwen bereidden de soep of bakten koeken. De
+soep was zeer spoedig gereed: in een grooten ketel werd eene zekere
+hoeveelheid water geschonken, vervolgens gort en een weinig meel
+daaronder gemengd, en dan dat alles over het vuur gehangen tot het
+water kookte. Wat van den maaltijd overbleef, werd in eene houten
+terrine met een lederen bodem gedaan, en gedurende twee of drie dagen
+werd de soep nu koud gebruikt. Het bakken der koeken vorderde weinig
+meer omslag of tijd.
+
+Om het koren te malen, gebruiken de Kirghisen een kleinen handmolen,
+bestaande uit twee platte, ronde steenen. In den bovensten steen is
+eene opening, met twee kleine dwarshoutjes voorzien, waardoor een
+spil gestoken wordt, die op den ondersten steen rust. Het koren wordt
+door de opening geworpen, waarna de bovenste steen door middel van een
+langen stok, rechthoekig aan de spil bevestigd, wordt rondgedraaid. Het
+meel dat aldus verkregen wordt, is met zemelen vermengd en tamelijk
+grof. In het geheele kamp, uit zeven of acht tenten bestaande, was
+geen andere molen te vinden dan die mijner gastvrouw; telkens kwam
+dan ook eene of andere buurvrouw om haar meel te malen, of den molen
+voor eenige oogenblikken te leenen.
+
+Echter vermoed ik dat niet enkel de molen onze buren en buurvrouwen
+zoo telkens naar de tent lokte. Mijne tegenwoordigheid in de kibitka
+was zeker de voornaamste reden van deze drukke bezoeken. Zij wisten
+dat de kibitka, waar ik tijdelijk mijn intrek genomen had, groote en
+begeerlijke schatten bevatte: tabak en kruit voor de mannen; zeep,
+ringen, naalden, enz. voor de vrouwen. Eigenlijk golden de bezoeken
+dan ook niet zoozeer mijne gastvrouw en haar molen, maar veeleer mij
+zelf: het einde was dat het grootste gedeelte van mijn kleinen schat
+allengs in geschenken verloren ging.
+
+De kibitka van mijn gastheer was versleten, maar wij hadden het er
+warm: het vuur op de stookplaats werd geen oogenblik uitgedoofd. De
+rook, die de gansche tent vervult, is echter voor iemand, die
+daaraan niet gewoon is, eene onuitstaanbare kwelling. De Kirghisen
+branden kameelenmest of struiken van de steppe, die zoo rauw,
+nauwelijks aan stukken gehakt, op den haard worden geworpen, en toch
+zeergoed branden. De zorg voor het vuur is doorgaans aan de kinderen
+opgedragen. De Kirghisen gaan met hunne kinderen geheel anders om dan
+wij: zij beknorren ze bijna nooit, en beschouwen ze eenigermate als
+volwassenen. Het kleine dartele ding in onze tent kon soms haar vader
+duchtig de les lezen. Was zij boos of kwaad gehumeurd, dan gaf men
+haar een koek, of beloofde haar eenig geschenk, om haar weer tevreden
+te stellen.
+
+Op zekeren dag besteeg mijn Kirghise zijn kameel en toog op weg naar
+het fort, waar hij, volgens zijn zeggen, boter ging verkoopen. "Hij
+gaat geen boter verkoopen, verzekerde mij zijne echtgenoote; hij gaat
+zijne andere vrouw bezoeken, die te Kazale woont, en die de moeder
+is van den zoon, dien gij hier eens ontmoet hebt. Van de twee meisje
+is het eene, dat, zooals gij zegt, op mij gelijkt, een kind van mijn
+eersten echtgenoot; het jongste meisje is uit dit huwelijk. Toen mijn
+eerste echtgenoot, die de broeder was van mijn tegenwoordigen man,
+was gestorven, heeft deze mij tot zich genomen, met mijne dochters en
+al wat ik had; want ik was zeer rijk. Ik bezat driehonderd schapen,
+zes kameelen, een aantal paarden en vele wel voorziene koffers. Hij
+had niets; ik heb alles aangebracht, zelfs deze tent, die toen nieuw
+was en nu versleten is. Eene mijner dochters is gehuwd te Bokhara,
+eene andere te Khiwa; ik heb bij mijn eersten man zes dochters
+gehad. Ongelukkig werd mij nimmer een zoon geboren. Wie zou een zoon
+met een dochter kunnen vergelijken? Wat beteekent een meisje?" en
+dit zeggende spuwde zij met diepe verachting op den grond.
+
+Zij voegde er bij, dat haar oudste dochter, dertien jaar oud, op
+het punt van trouwen stond. De losprijs was sedert lang betaald;
+zelfs was de bruidegom reeds verschenen om zijne bruid af te halen,
+voor wie hij, als huwelijksgift, een zeker aantal schapen en paarden
+had medegebracht; maar de vader van het jonge meisje had bovendien een
+kameel geëischt, en de jonkman was weder vertrokken, om dien kameel
+te gaan halen. "Wij zullen onze dochter op een fraaien kameel zetten,
+zeide de moeder; wij zullen haar mooi aankleeden, en met een sierlijk
+gewaad bedekken; ik zal zelf ook op een fraaien kameel gaan zitten,
+en mijn kind naar hare nieuwe woning geleiden."
+
+De bruid was bij dit gesprek tegenwoordig. Zij was verstrooid van
+gedachten, en luisterde ternauwernood naar hetgeen gezegd werd, als
+ging het haar niet aan; achteloos vlocht zij koorden van kemelshaar
+om de tent mede vast te binden. Het jongste meisje, negen jaar
+oud, was verloofd aan een Kirghise van veertig jaar, die haar voor
+vier-en-zestig schapen en twee paarden gekocht had, en haar, na
+verloop van drie of vier jaren, tot zich zou nemen.
+
+
+
+
+III.
+
+
+Wij vervolgen onzen weg langs den oever der rivier. De breede stroom
+is bezaaid met eilanden en omzoomd met dichte rietbosschen; ter
+wederzijde van de steile oevers strekken zich de eindelooze steppen
+uit, waarop niets, zelfs geen doornstruik, groeit. Dikwijls brokkelen
+de hooge oevers af, en storten in; ook verandert de rivier telkens
+hare bedding; hare troebele wateren vlieten met snellen stroom. De
+Amoe-Darja vertoont, naar men mij zeide, geheel hetzelfde karakter,
+dat trouwens met de gansche gesteldheid der streek samenhangt;
+slechts zijn hare oevers beter bebouwd.
+
+Nabij het fort Perowski bereiken de biezen eene zoo aanzienlijke
+hoogte, dat een kameel en een ruiter te paard daarin geheel
+verdwijnen. In deze reusachtige rietbosschen leven een aantal tijgers,
+die, naar men zegt, zeergroot en sterk zijn, en waarop zelden jacht
+wordt gemaakt. De kozakken alleen en de russische soldaten durven
+zich met deze dieren meten. Het russische gouvernement betaalt voor
+den kop van iederen gedooden tijger eene premie van zestig franken;
+de huid blijft het eigendom van den jager. Bijna altijd ontvlucht de
+tijger den mensch; maar wee den ongelukkige, die op hem geschoten en
+hem gemist heeft. Met een bliksemsnellen, geweldigen sprong werpt zich
+het woedende dier op zijn aanvaller, die zijne onhandigheid doorgaans
+met zijn leven boet. In deze biezen en rietbosschen huizen ook wilde
+zwijnen en wolven in groote getale.
+
+Op zes of acht mijlen afstands van het fort Perowski, bij eene vrij
+sterke vorst, staken wij in eene ijzeren boot, die door Kozakken
+werd geroeid, de Sir-Darja over. Op den weg van de rivier naar het
+fort wordt het oog verkwikt door een weelderigen plantengroei; na de
+dorre naaktheid der steppe, is het ware weldaad, lommerrijke boomen
+weder te zien.--Het fort Perowski is het oude fort Ak-Metchet, in 1853
+door den generaal Perowski met storm veroverd: vandaar de naam. Het
+vorige jaar had diezelfde generaal voor dat fort Ak-Metchet het hoofd
+gestooten. Toch was deze vesting niet geduchter dan alle anderen in
+Centraal-Azië: de fortificatiën bestonden eenvoudig uit ellendige
+aarden wallen; maar het fort werd toen verdedigd door Yakoub-Beg,
+dien soldaat van fortuin, die tegenwoordig te Kashgar regeert, in
+Opper-Turkestan, en een man is van zeldzame energie.
+
+Voorbij het fort Perowski begint de weg te stijgen; tevens wordt hij
+zandig en moeilijk begaanbaar; de zware wagens hebben soms dagen lang
+werk om van het eene station naar het andere te komen. Zelfs mijn
+mandewagen, hoe licht ook, maakte het mijn vier paarden zoo lastig,
+dat zij somwijlen weigerden voort te gaan. Wat de koetsiers raasden
+en tierden en de zweepen gebruikten! De streek wordt al fraaier en
+fraaier: bloeiende eilanden verheffen zich te midden der wateren;
+langs de oevers worden de boomen steeds talrijker, zoodat zij groepen
+en boschjes gaan vormen. Overal vergezellen ons de fazanten, die
+in dit gedeelte der vallei van de Sir-Darja zeer talrijk zijn. Deze
+vogels zijn uiterst tam; als mijn rijtuig hun te nabij komt, vliegen
+zij even op, en strijken zes of zeven schreden verder weer neder.
+
+Inmiddels naderen wij langzamerhand de stad Turkestan, reeds van
+verre kenbaar aan hare door grachten omgeven tuinen: een verkwikkend
+gezicht voor wie zoo pas de doodsche steppe verlaten heeft. Weldra
+onderscheidden wij de moskee van Hazrete, het groote heiligdom der
+orthodoxe muzelmannen van Centraal-Azië; eindelijk teekenen zich de
+kanteelen van den zwaren muur der citadel tegen de lucht af. Deze muur
+draagt nog de sporen der russische kanonkogels; aan zijn voet staan
+eenige kleine huizen, die bijkans geheel wegschuilen en tegenwoordig
+tot kazerne dienen voor de Kozakken. Turkestan gaf zich, in 1864, na
+eene korte verdediging van drie dagen, aan de russische troepen over.
+
+De moskee van Hazrete werd, voor ongeveer vijfhonderd jaar,
+gesticht op het graf van een muzelmanschen heilige, Hazrete of
+Jassavy genoemd. Het is een fraai gebouw met sierlijke koepels; het
+prachtig gekleurde émailwerk, dat vroeger deze koepels en geheel den
+oostelijken muur versierde, is ongelukkig voor het grootste gedeelte
+afgevallen. Het inwendige, dat zijn licht alleen ontvangen moet door
+de smalle openingen in de koepels, is tamelijk duister. Eene hooge
+en smalle deur, met een tapijt behangen, voert naar het eigenlijke
+heiligdom, dat nog donkerder is dan de moskee. Te midden van dit
+heilige der heiligen verrijst de hooge graftombe van Hazrete, met
+rijk geborduurde tapijten behangen. De bodem der moskee is met zerken
+geplaveid: iets zeldzaams in Turkestan. In een der vertrekken van het
+gebouw ziet men nog eene groote koperen kuip, waarin, naar men zegt,
+vroeger het eten der pelgrims werd gekookt.
+
+De Russen, in de stad Turkestan gevestigd houden geen verkeer met
+de inboorlingen, die, voor zoover ze geen nomaden zijn, onder den
+algemeenen naam van Sarthen begrepen worden; zij wonen in de citadel of
+in gehuurde woningen, waar zij zeer slecht gehuisvest zijn. Officieren
+en soldaten zijn al even weinig met het land ingenomen, en beklagen
+zich om het hardst over de duurte van allerlei onontbeerlijke zaken,
+over het klimaat, over de schorpioenen en de spinnen, over wat niet al.
+
+De stad, ten zuidoosten van de citadel gelegen; gelijkt op alle andere
+inlandsche steden in deze streek; de huizen hebben geen vensters aan
+de straatzijde, zoodat het familieleven voor alle bespieding veilig
+is. Op aarden banken zitten Sarthen van allerlei leeftijd, ernstig en
+kalm met elkaar pratende. De vrouwen, die ge op straat ontmoet, zijn
+van het hoofd tot de voeten in eene soort van blauwen mantel gewikkeld,
+haar gelaat is bedekt met een zwart netje van paardehaar, zeer dicht
+gevlochten. Troepen bedelaars zwerven door de straten, of zitten op den
+grond, met klagelijke stem uw medelijden inroepende. Derwisjen spreken
+u om een aalmoes aan, en beloven u in ruil alle zegeningen des hemels;
+zij zien er zeer zonderling uit, met hun door de zon verbrand gelaat,
+hunne puntige mutsen, hun gescheurde kleederen; met hun bedelzak op
+den rug, den staf in de eene, de houten nap in de andere hand.
+
+In den bazar te Turkestan zijn zoowel inlandsche koopwaren als
+voortbrengselen der russische nijverheid te krijgen. Men vindt er
+een aantal etablissementen, zooals onze restaurants, waar vooral thee
+en gebakjes verkocht worden. In de theehuizen zag ik, nevens groote
+russische _samovars_, ook trekpotten van inlandsch fabrikaat, die zich
+door hare fraaie vormen en zorgvuldige bewerking onderscheidden. Ik
+kon de verzoeking niet weerstaan, een dier trekpotten te koopen: zij
+kostte zestien franken, en was van koper vervaardigd; de ornamenten
+waren zoo fijn gegraveerd, dat zij bijna op kantwerk geleken.
+
+Behalve de moskee van Hazrete heeft Turkestan geen enkel merkwaardig
+gebouw; de overige moskeeën onderscheiden zich van de gewone huizen
+alleen door hare grootte, hare netheid en soms ook door een kleinen
+koepel. Bij elke moskee behoort een met boomen beplanten voorhof, met
+waterbekken en eene overdekte galerij; de zoldering en de kroonlijst
+dezer galerij prijken met allerlei figuren, in sprekende kleuren en
+dikwijls niet zonder smaak geschilderd.
+
+Evenals in alle oostersche steden, zijn ook in Turkestan de straten
+smal en donker; zij zijn bovendien van het eene einde tot het andere
+overspannen met zeildoek, dat de zonnestralen afkeert, en in de
+straten eene heerlijke koelte doet heerschen, waarbij iemand, die zoo
+pas de naakte en brandend heete steppe rondom de stad verlaten heeft,
+zich voelt herleven.
+
+Tsjemkend, de eerstvolgende stad na Turkestan, ligt in een krans
+van tuinen, die haar bijna geheel voor het oog verbergen. Van verre
+ziet ge niets dan eene zee van groen, waarboven een schilderachtige
+heuvel oprijst, die op zijn kruin een half tot puin vervallen vesting
+draagt. De muren der citadel verheffen zich meer dan twintig el boven
+de omliggende straten. Toch was zij niet bestand tegen de Russen,
+die de sterkte stormenderhand veroverden, en in den roes der zegepraal
+de stad plunderden.
+
+De straten van Tsjemkend zijn--vreemd schouwspel in Centraal-Azië--met
+grachten doorsneden, die gevoed worden door het van de naburige bergen
+afstroomende water. Over deze grachten liggen bruggetjes, die naar
+de deuren der verschillende huizen geleiden. Door de voordeur komt
+ge, eenigszins zijwaarts afslaande, op eene groote binnenplaats,
+met boomen, voornamelijk met populieren beplant, waarop de kamers
+uitkomen. Deze kamers hebben geen vensters; boven de deur is een
+klein traliewerk, met geolied papier beplakt. Is de deur gesloten,
+dan is het in de kamer bijna volslagen duister; maar daar het klimaat
+te Tsjemkend vrij zacht is, staan de deuren bijna altijd open; de
+inboorlingen brengen het grootste gedeelte van den dag onder het zeil
+voor de voordeur door. Het water der gracht wordt door buizen naar
+de binnenplaats der huizen geleid; dit water dient voor allerlei
+huiselijk gebruik en ook voor de keuken; vervolgens wordt het, een
+eind verder, weder naar de gracht teruggevoerd. Ik wil wel bekennen,
+dat ik te Tsjemkend soms met angstigen blik mijn thee aanzag: want,
+alvorens in de trekpot te komen, had het water waarschijnlijk een
+tiental huizen doorwandeld.....Bah! zeggen de muzelmannen, het water
+is niet vuil meer wanneer de onreinheden den tijd hebben gehad zich
+daarin zevenmaal om te keeren!
+
+De afstand van Tsjemkend naar Tasjkend bedraagt slechts honderd-veertig
+wersten (honderd-een-en-twintig kilometers). Het eerste station ligt
+op eene hoogte, tusschen twee niet onaanzienlijke bergen; ge ziet
+hier de overblijfselen van een groot gebouw, dat, volgens sommigen,
+vroeger een school, volgens anderen, een karavanseraï, tevens vesting,
+was. Voor dit laatste gevoelen pleiten de schietgaten in den muur aan
+de wegzijde. Op dien weg is het levendig en druk genoeg. Voortdurend
+trekken karavanen heen en weer, die naar Tasjkend, Kokhand of Bokhara
+gaan, om handel te drijven; de geleiders; in den regel Kirghisen,
+laten zich achteloos heen en weder schommelen op hunne kameelen,
+terwijl zij hunne eentonige, weemoedige liederen neuriën. Verder
+ontmoet ge Sarthen, met hunne witte tulbanden en veelkeurige kaftans;
+ruiters, wagens, voetgangers, in bonte mengeling. Ter wederzijde van
+den weg zijn Kirghisen-koloniën gevestigd.
+
+Eindelijk, als ge nog twintig mijlen hebt af te leggen eer ge te
+Tasjkend zijt, vertoonen zich reeds van verre de prachtige tuinen
+en gaarden, die deze hoofdstad van russisch Turkestan met een gordel
+van groen en bloemen omringen.
+
+
+
+
+IV.
+
+
+Wij trokken Tasjkend binnen langs een weg, ter wederzijde door
+een vaart begrensd, aan wier overzijde zich de heerlijke tuinen
+uitstrekken: een waar paradijs van vruchtboomen, met populieren en
+wijngaarden vermengd. Deze lusthoven omgeven de stad aan alle zijden,
+met uitzondering van eene enkele: die vanwaar het russische leger
+naderde, dat Tasjkend met storm innam. Daar zijn de tuinen vernield,
+de boomen uitgeroeid; en in de plaats daarvan verrijzen thans, in de
+russische wijk, de woningen der nieuwe veroveraars en heeren des lands.
+
+De dag begon nauwelijks aan te lichten, de lucht was frisch en met
+welriekende geuren doortrokken, toen ik de russische wijk bereikte,
+na gedurende eenigen tijd langs den gekanteelden muur der stad te
+zijn voortgetrokken. Deze wijk, Nieuw-Tasjkend genaamd, heeft nette
+regelmatige straten; de welgebouwde huizen hebben slechts eene enkele
+verdieping en een plat dak. Ik stapte af aan het eenige hotel, dat
+destijds te Tasjkend te vinden was; en in dat hotel nam ik de eenige
+kamer, die niet was verhuurd: zij zag er zeer zindelijk uit. Het
+gebouw staat op een plein, waarvan het midden wordt ingenomen door
+de russische kerk; een der zijden door het onlangs gebouwde hotel van
+den gouverneur; en de andere zijden door de woningen der aristokratie
+van Tasjkend:--deze woningen waren toen nog in aanbouw.
+
+Mijn eerste bezoek gold den generaal G..., militairen gouverneur van
+Sir-Darja. De generaal, dien ik reeds te Orenburg had leeren kennen,
+gaf mij dadelijk een aanbevelingsbrief voor majoor C... burgerlijk
+gezaghebber van Tasjkend. Ik besteeg een kozaksch paard, en door een
+soldaat geleid, toog ik op weg om den majoor op te zoeken.
+
+De reiziger, die aan het voorkomen der steden van den Levant gewend is,
+vindt ook te Tasjkend niets bijzonders. Ook hier zijn het armelijke
+leemen woningen, met vensters van geolied papier; grauwe muren,
+nauwe en bochtige straten, waar de regen kuilen in den grond graaft,
+zoo diep, dat mijn paard er bijna tot aan de knieën inzinkt. De
+voornaamste straat der stad, die naar den bazar loopt, is ter
+wederzijde omzoomd door winkels, waar, onder uitstekende matten,
+de kooplieden in veelkleurigen rok nederzitten bij hunne waren, die
+zwart zien van de vliegen. Een levendige en luidruchtige menigte golft
+door elkander. Eindelijk zijn wij aan de woning van den majoor. Ik
+wenschte van hem een geschikten gids te bekomen, die mij de stad kon
+leeren kennen, met eenige personen in betrekking brengen, en die in
+een der inlandsche wijken eene woning voor mij kon huren.
+
+Het plan was niet kwaad bedacht, maar de uitvoering had met groote
+moeilijkheden te kampen: de inboorlingen gevoelen weinig sympathie voor
+de Russen, en zijn er volstrekt niet op gesteld, hunne huizen voor hen
+beschikbaar te stellen. Eindelijk wist de _kourbach_ (politie-agent),
+dien de majoor mij had toegevoegd, toch een geschikte woning met
+binnenplaats en stal voor mij te vinden. Mijn huisje grensde bijna
+aan een muur der citadel; het stond in de wijk Kasjgarsky, aldus
+genaamd omdat zij voornamelijk placht bewoond te worden door lieden,
+van Kasjgar afkomstig. Ik zeg _placht:_ want dit gedeelte der stad is
+thans half verwoest en bijna ontvolkt, sedert de Kasjgaren en andere
+Oosterlingen, na den intocht der russische troepen, meerendeels de
+stad hebben verlaten. Ge bespeurt hier thans nauwelijks een teeken
+van leven, uitgenomen eenige gemeene kroegen, door oude afgedankte
+russische soldaten gehouden, en gelegen langs den weg, die naar het
+europeesche kwartier voert.
+
+Mijn huisheer is niemand anders dan de aksacale der wijk. Dit
+saamgestelde turksche woord beteekent letterlijk grijsaard: _sacale_
+(baard), _ak_ (wit); in de gewone oneigenlijke beteekenis wil
+het zooveel zeggen als overheidspersoon, gezaghebber, hoofd der
+politie. Mijn aksacale, een man van hoogen leeftijd, bezit werkelijk
+den zilver witten baard, waarop hij, krachtens zijn naam, recht heeft;
+zijn regelmatig gelaat mag nog aanspraak maken op schoonheid. Hij is
+uiterst beleefd, en maakt telkenmale, als hij groet, eene zeer diepe
+buiging; nooit zag ik hem zonder rozenkrans. Blijkbaar wil hij zich
+zooveel mogelijk een deftig en eerwaardig voorkomen geven.
+
+Daar ik in mijn huis mijn eigen meester wilde zijn, liet ik de deur,
+die van mijn appartement toegang gaf naar het door den aksacale
+bewoonde gedeelte der woning, sluiten; ook liet ik den stal door een
+beschot in tweeën splitsen. Deze maatregel was dubbel noodig, omdat
+mijn huisheer, tengevolge van zijne betrekking, allerlei soort van lui
+bij zich moest ontvangen, die dikwijls rumoer genoeg maakten. Daarop
+liet ik mijne kamer zoogoed mogelijk schoonmaken, ik liet een groot
+venster in den muur aanbrengen en een kachel zetten, omdat ik niet,
+op de manier der Sarthen, mij met een bekken vol gloeiende kolen wilde
+behelpen. Door mijne binnenplaats liep eene tamelijk heldere beek,
+door een paar boomen overschaduwd; ik hield er een haan en een paar
+kippen op na; in mijn stal stond een klein kirghisisch paard, sterk
+en goed in 't vleesch, met dikken staart en zware manen. Ik was dus
+nu volkomen geïnstalleerd: het werd tijd, mijne studiën te beginnen.
+
+Evenals in alle steden van Centraal-Azië, zijn ook te Tasjkend de
+huizen van leem gebouwd, die zich echter tot eene zoo vaste massa
+samenvoegt, dat de woningen eene groote mate van stevigheid bezitten,
+en in dit droge klimaat het zeerlang kunnen uithouden. Bij sterken en
+aanhoudenden regen krijgen zij het evenwel te kwaad: hier verliest er
+een het dak; ginds bezwijkt een der hoeken; bijna overal dringt het
+water in de benedenvertrekken door;--maar houdt de regen op, dan is
+de aangerichte schade ook in weinige uren hersteld. De aardbevingen,
+die hier vrij dikwijls voorkomen, richten erger verwoestingen aan:
+somwijlen worden dan gansche straten en wijken vernield.
+
+Het hout is in dit land zoo duur, dat de inboorlingen, zelfs
+de rijksten onder hen, zich te gronde zouden richten, indien zij
+voor den bouw hunner huizen zich van steenen, in den oven gebakken,
+zouden willen bedienen. Wel heeft men steenkolenmijnen ontdekt, maar
+die steenkool is ook verre van goedkoop; en het is der moeite niet
+waard, de steenen in de zon te laten drogen, want de gekneede leem
+doet voor zulke steenen niet veel in stevigheid onder. Daarom is het
+niet waarschijnlijk dat de inboorlingen zeer spoedig het voorbeeld der
+Russen zullen volgen, die bij voorkeur gedroogde steenen gebruiken. De
+openbare gebouwen, zooals de moskeeën, de bazars, de karavanserais,
+worden doorgaans met in het vuur gebakken steenen gebouwd.
+
+Het bouwen van huizen gaat hier nog gauwer in zijn werk dan bij
+ons. Men maakt eene soort van pap van aarde en _samane_ of fijngehakt
+stroo, en laat de daarvan gekneedde kluiten in de zon drogen. Inmiddels
+wordt het houten geraamte der woning in elkaar getimmerd en opgezet;
+dan wordt de ruimte tusschen de latten met droge kluiten gevuld,
+die door middel van slijk, met stroo vermengd, tot een geheel worden
+verbonden. Het dak bestaat uit een houten zoldering, met een laag
+aarde bedekt. De woningen der aanzienlijken hebben doorgaans twee
+verdiepingen, en onderscheiden zich daardoor van de huisjes der armen:
+nare krotten, zonder licht of lucht, walgelijk onrein, met nissen in
+den muur, vilten lappen en matten op den grond, een haard van klei in
+een hoek of in het midden der kamer. Van tafel of bed geen spoor. In
+den zomer kan men, desgevorderd, nog in deze spelonken leven; maar
+des winters is het er bijna niet uit te houden: de regen dringt door
+het dak, de wind fluit door de vermolmde balken en wanden, de koude
+dringt van alle zijden naar binnen, en de brandstof is zeer duur
+in Centraal-Azië.
+
+De huizen der meer vermogenden zijn vrij wat beter ingericht. Langs
+de binnenplaats loopt eene breede, overdekte galerij, door fraaie
+houten zuilen gedragen. Gedurende drievierden van het jaar is deze
+galerij de verblijfplaats der familie, waar gegeten en gearbeid,
+gepraat en gerookt wordt. Onder de galerij komen de deuren uit van de
+verschillende kamers, die meestal zeer netjes zijn, en dikwijls met
+smaakvolle teekeningen langs de wanden en aan de zoldering versierd,
+waarvan het alleen jammer is dat de kleuren zoo schel zijn. In den muur
+zijn nissen aangebracht, die dikwerf in kleine kompartimenten zijn
+verdeeld. De houten vloer is met stukken vilt en tapijten bekleed;
+op sommige plaatsen bevinden zich diepe openingen, bestemd voor de
+dagelijksche reinigingen. Een groote vierkante opening dient om
+in het koude jaargetijde het kolenbekken daarin te plaatsen. Des
+winters plaatst men boven dien bak eene soort van tafel, die met
+kleeden wordt overdekt, welke tot op den grond afhangen, de kolen,
+dus eenigermate van de lucht afgesloten, verteeren langzamer,
+waardoor brandstof bespaard wordt. Is het koud, dan schaart zich de
+familie rondom deze tafel; ieder wikkelt zich zoo dicht mogelijk in
+de dikke gewatteerde kamerjapon, en steekt zijne handen onder het
+kleed, boven het kolenvuur.--In den laatsten tijd hebben eenige
+aanzienlijke inwoners van Tasjkend, in navolging der Russen, het
+traliewerk met geolied papier, dat bij wijze van venster diende,
+vervangen door wezenlijke vensters met glasruiten. Deze vensters zien
+echter allen op de binnenplaats uit; waarschijnlijk zullen er nog vele
+jaren moeten verloopen, eer de inboorlingen zich zoover emancipeeren,
+dat zij ook aan de straatzijde hunner woningen vensters maken.
+
+Ik zal in geene uitvoerige beschrijving treden der moskeeën van
+Tasjkend, die allen van baksteen zijn gebouwd, enkelen uitgezonderd,
+die van leem zijn. Geen enkele is van gehouwen steen of uitsluitend van
+hout. In het algemeen bestaan zij uit eene groote zaal, aan drie zijden
+door eene breede, open galerij omgeven, die op houten zuilen rust,
+deels gebeeldhouwd, deels met marmeren ornamenten belegd. De muur en
+de zoldering der galerij zijn in den regel versierd met schilderwerk in
+sterk sprekende kleuren, somwijlen ook met beeldhouwwerk. Ik heb reeds
+gezegd, dat de geloovigen hun schoeisel in deze galerij laten staan,
+alvorens zij het bedehuis binnentreden.--Terwijl zij bidden, houden
+de ware geloovigen het gelaat gewend naar eene spits toeloopende nis,
+in den naar de zijde van Mekka gekeerden muur aangebracht. Alleen in
+de aanzienlijke moskeeën vindt men een predikstoel, die eenige treden
+boven den grond is verheven. Hoewel de muren zorgvuldig gewit zijn,
+is het in deze moskeeën, met hare weinige en zeer kleine vensters,
+toch tamelijk duister. De grond is bedekt met matten, vilten kleeden
+en witte katoenen lakens.
+
+Dicht bij den bazar staat eene groote moskee met twee minarets,
+door een der laatste gouverneurs van Tasjkend gebouwd; een man, die
+zich aan schandelijke knevelarijen en afpersingen schuldig maakte,
+maar wiens naam toch in gezegend aandenken bij het volk is gebleven,
+dank zij de door hem gestichte scholen en moskeeën.
+
+Ik sprak daar van scholen. Te Tasjkend, evenals in de andere steden van
+Centraal-Azië, vindt men de lagere scholen bij de kleine moskeeën; de
+scholen van hoogeren rang zijn of aan de groote moskeeën verbonden, of
+somwijlen in afzonderlijke gebouwen gevestigd. Als ik mij wel herinner,
+bezit Tasjkend zeven zulke hoogere scholen of _médressehs_, die door
+een zeker aantal _mollahs_, meesters, gehouden worden. Waaraan het
+deze inrichtingen het meest ontbreekt, dat zijn de leerlingen; zelden
+zag ik in eene médresseh meer dan tien knapen te gelijk bijeen; de
+meeste cellen van het ruime gebouw waren doorgaans ledig en gegrendeld.
+
+De mollahs, ook de knapsten onder hen, weten bitter weinig, en dat
+weinige heeft nog niets te beduiden: het is louter conventioneele
+kennis, geheugenwerk. Als een mollah den Koran kan lezen en verklaren,
+en bekend is met de commentariën door eene menigte muzelmansche
+theologen over dit heilige boek geschreven, dan is hij voor zijn vak
+bekwaam. Hoe meer hij van den Koran van buiten kent, hoe beter hij de
+verschillende verklaringen onthouden heeft, des te grooter geleerde
+is hij. Het komt daarbij louter op geduld en geheugen aan; heeft
+men den eenen commentaar uitgelezen, dan begint men aan een ander,
+en zoo gaat het voort, tot in het oneindige, altijd in hetzelfde
+kringetje rond. Wetenschap, in den waren zin des woords, zelfs van
+de meest gewone soort, moet ge bij de onderwijzers evenmin zoeken
+als bij de leerlingen: hetgeen evenwel niet belet dat de mollahs een
+zeer hoogen dunk van zichzelven hebben, en ook door het publiek met
+eerbied worden aangestaard.
+
+Ik herinner mij nog zeer goed het kleine manneke, dat ik in de
+voornaamste moskee ontmoette. Hij was een mollah en reeds tamelijk
+bejaard.
+
+"Dat is," zoo werd mij verzekerd, de geleerdste man van de geheele
+stad; hij heeft al de mollahs van Tasjkend onderwezen.
+
+"Dat is heel knap; maar wie heeft hemzelf onderwezen?"
+
+"Zijn vader, en zijn vader heeft te Bokhara gestudeerd."
+
+Mijn geleider sprak die laatste woorden op een plechtigen toon uit,
+tevens eene beweging met de hand naar het zuidwesten makende, alsof
+hij zeggen wilde: "Daar ginds, daar ligt het groote brandpunt van
+beschaving en wetenschap."--In Bokhara gestudeerd te hebben, geldt nog,
+door geheel Centraal-Azië, voor de hoogste aanbeveling: daar vloeit de
+onvervalschte bron der wetenschap, daar worden alle geheimenissen der
+tegenwoordige en toekomende wereld ontsluierd. Treurig overblijfsel
+van een sinds lang verbeurden roem!
+
+Ik vroeg eens aan een geleerde van Tasjkend, wat hij alzoo
+onderwees.--"Alles", kreeg ik ten antwoord.--"Dat is veel. Maar zeker
+zijn er toch wel enkele vakken, waarin ge meer bepaald onderricht
+geeft?"--Zoodra ik mijn vraag gedaan had, berouwde het mij. De mollah
+begon nu op zijne vingers op te tellen, wat hij alzoo onderwees. Er
+kwam geen einde aan. Inderdaad, hij wist alles en kon alles leeren!
+
+De lagere scholen zijn niets anders dan groote vertrekken, vol kleine
+kinderen. Reeds van verre herkent gij ze aan het gejoel en gegons. Op
+den grond geknield of neergehurkt, schommelen de kleine bengels
+rusteloos heen en weder, en herhalen achter elkander, op luiden,
+half zingenden toon, eene of andere vanbuiten geleerde zinsnede uit
+den Koran. Dat woelt en kruipt door elkaar, en schreeuwt en zingt en
+snatert, dat hooren en zien vergaat. De meester zit mede op den grond,
+gewapend met een lang dun riet, waarmede hij de ondeugendsten tot
+de orde roept, en de luiaards tot ijver aanspoort. Telkens daalt die
+rietstok op de handen of den rug van een of anderen kleinen deugniet
+neder; dan is het huilen en schreeuwen, tot de meester, met forsche
+stem, het zwijgen oplegt.
+
+
+
+
+V.
+
+
+Zelden zag ik eene zoo gemengde bevolking als te Tasjkend en in de
+andere steden der russische bezittingen in Centraal-Azië. Men vindt
+in Turkestan, Sarthen, Tadsjiken, Oesbeken, Kirghisen, Koeramas,
+Turkomannen, Nogaïs, Kasjgaren, Afghanen, Perzen, Arabieren, Joden,
+Hindoes, Tsiganen of Heidens, en eindelijk Russen. Over al deze
+volksstammen een enkel woord.
+
+De Sarthen, die de groote meerderheid der gezeten bevolking van
+Tasjkend uitmaken, zijn, naar het mij voorkomt, geen afzonderlijk ras:
+ik houd ze voor eene vermenging van de Tadsjiken en de Oesbeken;
+in hun voorkomen en gelaatstrekken hebben zij iets van beide deze
+stammen. Steeds trof mij de sterke overeenkomst tusschen de Sarthen
+en de Joden. Dezelfde gelaatstype, dezelfde neigingen, hetzelfde
+karakter. Evenals de Jood, is de Sarthe schraapzuchtig en tuk op winst;
+als de Jood, houdt hij van schacheren en kleinhandel; als de Jood, kent
+hij, waar het zijn belang geldt, geen gemoeds- of gewetensbezwaren;
+als de Jood eindelijk, is hij kruipend en lafhartig.--Het woord Sarthe
+beteekent _kramer_, _schacheraar_; en getrouw aan hun naam, hebben
+de Sarthen zich meester gemaakt van den geheelen handel des lands,
+zoowel in de steden als bij de nomaden. Zij zijn het, die overal het
+hoogste woord voeren; onder voorwendsel van de wet des Profeten te
+verbreiden, laten zij de onwetende zonen der woestijn vier malen den
+prijs betalen der eerste levensbehoeften, die hij hun slijt. De eenige
+lichtzijde van het door en door vulgaire hebzuchtige karakter van den
+Sarthe, is zijne begeerte naar onderwijs, en een zekere geschiktheid om
+verbeteringen in te voeren. Maar wachten wij ons voor overdrijving: die
+meerdere leerzaamheid en vatbaarheid kan den Sarthe alleen toegekend
+worden in vergelijking met de andere muzelmannen van Centraal-Azië.
+
+De Tadsjiken zijn zeer schoon van gelaat en voorkomen; zij danken
+dit aan hunne afkomst, daar hunne voorouders uit Perzië zijn
+gekomen. Zij spreken nog een perzisch dialect. Zij vormen als het
+ware de verstandelijke aristokratie van Turkestan, en ieder, die in
+Centraal-Azië aanspraak wil maken op beschaving en goede manieren,
+tracht zooveel mogelijk, in spraak, gewoonten en toon, de Tadsjiken
+na te bootsen.
+
+De Oesbeken, in vroegere tijden waarschijnlijk door eene vermenging
+van verschillende rassen ontstaan, vormen thans eene eigene,
+gesloten nationaliteit. Zij hebben uitstekende wangbeenderen en
+eene groote physieke kracht, maar hun verstand gaat niet boven het
+middelmatige. Toch zijn zij de meesters en beheerschers van het
+land: zij zijn als het ware de krijgshaftige adel, en al de emirs en
+khans van Centraal-Azië zijn Oesbeken. Zij hebben het nomadenleven
+nog niet geheel vaarwel gezegd; velen hunner hebben zich nimmer in
+eene stad gevestigd, en zelfs onder de stadbewoners zijn er, die
+bijna het gansche jaar doorbrengen in tenten, rondom hunne woning
+opgeslagen. Geheel ongelijk hebben zij niet: ook zonder een Oesbeke te
+zijn, kan men, gedurende de ondragelijke hitte van den turkestanschen
+zomer, aan het verblijf in eene frissche tent de voorkeur geven boven
+dat in eene bedompte woning.
+
+De Kirghisen zijn in een aantal stammen gesplitst. Ge herkent ze op het
+eerste gezicht aan hun karakteristiek voorkomen: kort ineengedrongen
+lichaam, breeden platten schedel, uitstekende wangbeenderen, smalle
+oogen, vooruitstekenden mond, korten platten neus, kleinen dunnen
+baard, donkerkleurige huid van alle schakeeringen tusschen de bruine
+tint van een Zuid-Europeër tot bijna koolzwart. Met hunne _iourten_
+(tenten) zwerven zij over eene onmetelijke uitgestrektheid, in
+de Siberische steppen, in russisch Turkestan, in de khanaten van
+Khiwa en Bokhara. Hun gezamenlijk aantal bedraagt wellicht drie
+millioen zielen. Hun ware naam is niet Kirghisen, en wanneer men
+hen daarmede aanspreekt, antwoorden zij: "Wij zijn geen Kirghisen,
+wij zijn Kazaks." Zoo heeten zij dan ook inderdaad; doch daar de
+Russen hen steeds Kirghisen noemen, beginnen zij zich aan dien naam
+te gewennen, die misschien ontleend is aan een hunner stammen, de
+Kyrgz. Waarom juist deze kleine stam, verscholen in de reusachtige
+gebergte van Thian-Sjan, zijn naam heeft gegeven aan de volkerengroep,
+over het onafzienbare gebied van Siberië tot de Amoe-Darja, en van
+het Oeralgebergte tot de bergen van Thian-Sjan verspreid:--ziedaar
+eene vraag, waarop ik niet kan antwoorden.--Zooals men weet,
+splitsen de Kirghisen zich in drie hoofdgroepen of afdeelingen: de
+Groote-Horde, ten oosten, nabij de grenzen van Siberië en China;
+de Kleine-Horde (inderdaad de talrijkste) van het Oeralgebergte
+tot het meer Aral; en de Middelste Horde, tusschen de beide vorigen
+gevestigd. Eigenlijk behoort men hier nog eene vierde groep bij te
+voegen: de Binnen-Horde, die zich in 1812, in de destijds onbewoonde
+steppen van het gouvernement Astrakhan vestigde.--Alle Kirghisen zijn
+muzelmannen; maar zij nemen de wet van den Profeet alleen in zoover
+in acht, als deze strookt met hun ingewortelde vrijheidszucht en hun
+hartstocht voor roof en plundering, die hun eigenlijk levenselement
+is. Zij zijn immer op de loer, altijd speurende naar buit, voortdurend
+van de eene plaats naar de andere trekkende: alle soort van weelde of
+overdaad is hun dan ook vreemd. De tent van den Kirghise is eenvoudig
+in den hoogst mogelijken graad; hetzelfde geldt van zijne kleeding,
+en zijn voedsel is ellendig.
+
+De Koeramas, die men in de stad Tasjkend en in de omstreken
+aantreft, zijn gesproten uit eene vermenging van arme Kirghisen,
+tot verschillende stammen behoorende, met de onvermogende inwoners
+der stad. Zij gaan door voor zeer bekrompen van verstand, indien
+al niet voor idioot. Het woord Koerama, dat letterlijk _vermengd_
+beduidt, wordt te Tasjkend doorgaans in ongunstigen zin gebruikt:
+het is wel niet rechtstreeks een scheldwoord, maar geldt toch als
+een spotnaam. Eens liet ik mijn album aan een aanzienlijk ingezetene
+zien. Het portret van een Koerama, die trouwens een zeer kenbaar
+gelaat had, trof hem bovenmate: hij lachte overluid en riep, in de
+handen klappende: "Uitstekend! Dat is een echte Koerama!"--"Maar
+wat vindt gij dan toch zoo bijzonders aan de Koeramas?" vroeg ik
+hem.--"Eschaki:"--het zijn ezels--antwoordde hij droogweg.
+
+De Turkomannen zijn zeer zeldzaam te Tasjkend, waar men hen bijna niet
+dan van hooren zeggen kent. De zeer weinigen, die ik hier ontmoette,
+hadden zoozeer de eigenaardige type van hun stam verloren, dat ik
+hen gerust met stilzwijgen kan voorbijgaan.
+
+Veel talrijker zijn de Nogaïs, die tot het tartaarsche ras
+behooren. Zij zijn bijna allen uit het zuidoosten van Rusland
+of uit Siberië afkomstig: de een verliet het land om aan den
+kerker te ontkomen; een ander om zich aan de militaire dienst,
+zoo gehaat bij de muzelmannen, te onttrekken; een derde weer om
+een andere reden. Van nature met veel gezond verstand begaafd, en
+bovendien eenigszins ontwikkeld door de onvermijdelijke aanraking
+met de Europeanen in Rusland, weten de Nogaïs zich in Centraal-Azië
+uitnemend te vinden: vooral wanneer zij slim genoeg zijn om zich
+voor martelaars te doen doorgaan, ter wille van hun geloof uit
+hun vaderland verdreven. Diegenen onder hen, die de muzelmansche
+scholen van Kazan of eenige andere russisch-tartaarsche stad hebben
+bezocht, waar het onderwijs buiten kijf op hooger trap staat dan
+in Turkestan, brengen het gemakkelijk tot _moudariss_ (professor),
+en worden algemeen als geleerden geëerd. Daar de Nogaïs meestal in
+Rusland gewoond hebben, zijn zij zeer geschikt om als bemiddelaars
+en tusschenpersonen te dienen tusschen de veroveraars, wier taal zij
+spreken, en de inboorlingen, wier godsdienst zij belijden. Men moet hen
+echter niet te veel vertrouwen, want zij zijn niet bijzonder nauwgezet.
+
+De Kashgaren te Tasjkend zijn, zooals hun naam aanduidt, afkomstig
+uit Klein-Bokharije of Opper-Turkestan, en vooral uit Kasjgar, de
+voornaamste stad dezer uitgestrekte landstreek. Meest allen zijn
+afstammelingen van uitgewekenen, die, hetzij in den loop der vorige
+eeuw, hetzij in de laatste jaren, Klein-Bokharije verlieten, vandaar
+verdreven door de gedurige oorlogen, die dat land teisterden. Vroeger
+waren zij echter hier veel talrijker dan tegenwoordig. Velen hunner
+hebben een echt chineesche type.
+
+De Afghanen, gering in aantal, wonen bijna allen in een karavanserai,
+waar geen vreemden worden toegelaten. Zij zijn of kooplieden of
+smokkelaars, zeer dikwijls het een zoowel als het ander. Zij laten de
+in Centraal-Azië zoo geliefkoosde groene thee, over Hindostan uit China
+komen; en ondanks dien kolossalen omweg; leveren zij die gesmokkelde
+thee voor minder prijs dan de russische thee, die rechtstreeks over
+Kiachta wordt ingevoerd.
+
+De Perzen munten in verstandelijke ontwikkeling boven alle tot dusver
+genoemde stammen uit. In de onafhankelijke khanaten bekleeden zij
+de hoogste en moeilijkste ambten, worden de gewichtigste zendingen
+aan hen vertrouwd. Vroeger slaven, zijn zij sedert de russische
+overheersching vrije mannen geworden. Te Tasjkend maken zij een zeer
+belangrijk bestanddeel der bevolking uit; hun aantal is vrij groot, en
+blijkbaar gevoelen zij zich in hun nieuw vaderland geheel te huis. Dit
+is te opmerkelijker, daar zij allen Sjîiten zijn, en dus, in den
+grond, de natuurlijke vijanden der muzelmannen van Centraal-Azië,
+die voor verreweg het grootste gedeelte tot de secte der Sonniten
+behooren. Dit verschil in belijdenis belet de Perzen evenwel niet,
+trouw de moskeeën te bezoeken. Wie zal zeggen, in hoeverre zij hierin
+oprecht zijn? Zeker is het, dat de Sarthen hen niet veel vertrouwen,
+en nog altijd de gezworen vijanden der Sonniten in hen zien. "Die
+honden van Sjîiten, zeide mij eens een inwoner van Tasjkend, komen in
+onze moskeeën, maar dat is om ons zand in de oogen te strooien. Tehuis
+gekomen, doen zij hun gebed nog eens over."
+
+Arabieren vindt men zeer weinig te Tasjkend; in de andere steden
+van Centraal-Azië zijn er enkelen gevestigd, en in de omstreken van
+Samarkand vormen zij kleine koloniën. Voor zoover ik er over kan
+oordeelen, onderscheiden zij zich hier als elders door een sprekend
+gelaat, levendige en doordringende oogen, zware wenkbrauwen, en een
+fraaien baard.
+
+Veel talrijker zijn de joden, die in een afzonderlijke wijk wonen. Hun
+getal groeit voortdurend aan: want de Joden, die te Bokhara en in
+de onafhankelijke khanaten worden onderdrukt, komen in russisch
+Turkestan een veiliger verblijfplaafs zoeken, op het gevaar af van
+hun hoofd te verliezen, indien zij op hunne vlucht betrapt worden. De
+joden van Tasjkend en in russisch Turkestan mogen zich dan ook wel
+gelukkig roemen, als zij hun toestand vergelijken met dien hunner
+geloofsgenooten in de andere landen van Centraal-Azië. Daar zijn
+zij, in hunne kleeding en hun openbaar leven, aan allerlei strenge
+bepalingen onderworpen. In sommige steden mogen zij niet dan op een
+ezel binnenkomen; in andere mogen zij slechts te voet gaan. Het is hun
+verboden, zijden of andere kostbare kleederen te dragen: hun gewaad
+moet van eenvoudig laken en steeds donkerkleurig zijn. Zij mogen geen
+anderen gordel hebben dan een koord, en geen ander hoofddeksel dan
+de _toppeh_, een kleine ronde muts of kapje, waarover zij des noods
+eene soort van bonten muts mogen dragen. Maar geen jood zou het zonder
+levensgevaar kunnen wagen, zich te versieren met een tulband, of zelfs
+zich het hoofd met een doek te omwikkelen. In russisch Turkestan zijn
+zij natuurlijk van al deze bepalingen ontslagen: daarom zijn zij te
+Tasjkend zoo trotsch; zij berijden fraai opgetuigde paarden, tooien
+zich met veelkleurige kleederen, en als zij een _tur_ (russisch heer)
+ontmoeten, beproeven zij het, hem op militaire wijs te groeten.
+
+Voor de komst der Russen verkeerden de Hindoes te Tasjkend bijna in
+denzelfden toestand van vernedering als de kinderen Israëls. Zij zijn
+niet talrijk; maar wat zij in aantal missen, vergoeden zij door ijver
+en werkzaamheid. Deze Hindoes zijn de gruwelijkste woekeraars der
+wereld: een rente van twee- en driehonderd percent is voor hen eene
+kleinigheid. Zij zijn bijna allen zeer rijk, maar leven op een hoogst
+eenvoudigen voet, zonder vrouwen, in afzonderlijke karavanserais, waar
+zij ieder hunne eigene kamer, eene kleine donkere, maar zindelijke cel,
+hebben. Zij zijn uiterst matig, eten geen vleesch, drinken niets dan
+water, en bereiden zelven hunne spijzen, ook om verontreiniging door
+anderen dan geloofs- en standgenooten te voorkomen. Het zijn in den
+regel schoone, welgebouwde mannen, met een zielvol gelaat en eene edele
+gestalte. Wat hun karakter aangaat, zou ik hen liefst met de joden
+vergelijken. Echter met dit karakteristieke onderscheid. Zoodra er
+eenig gevaar dreigt, begraaft de Jood zijn geld en zijne kostbaarheden
+in den grond, en loopt weg, zonder zelfs een oogenblik om te zien. De
+Hindoe daarentegen gaat rustig op zijn koffer zitten, en blijft zijn
+narghileh rooken, al weet hij ook dat de dood hem wacht.
+
+De Tsiganen of Heidens, die echte wereldburgers, zwerven ook, maar in
+kleinen getale, door russisch Turkestan. Die de Gitanos in Spanje of
+de Zigeuners in Hongarije en Polen gezien heeft, kent ook de Tsiganen
+van Centraal-Azië: ook hier leven zij van bedelarij en diefstal; en
+houden zich tevens met waarzeggerij bezig. Tegen de algemeene gewoonte
+in muzelmansche landen, gaan hunne vrouwen met onbedekt gelaat.
+
+Ik mag dit overzicht der veelsoortige bevolkingen van Centraal-Azië
+niet eindigen, zonder met een enkel woord te spreken van de
+laatstaangekomenen, maar tevens de machtigsten: de Russen. Tot
+dusver is hun aantal gering; zij ontleenen hun overwicht aan den
+schrik hunner wapenen en aan de onbetwistbare meerderheid hunner
+europeesche beschaving boven de halve barbaarschheid der volksstammen
+van Centraal-Azië. Bijna alle hier gevestigde Russen zijn militairen,
+ambtenaren of kooplieden: de eigenlijke kolonisten zijn tot dusver
+in dit land niet verschenen. Toch naderen zij langzaam maar zeker,
+in de richting van de Sir-Darja, en het oogenblik is waarschijnlijk
+niet meer verre, waarop de landbouwers van zuidwestelijk Siberië ook
+de grenzen dezer nieuwe russische provincie zullen overschrijden.
+
+Ongetwijfeld heeft de russische kolonisatie van Centraal-Azië
+met gewichtige bezwaren te kampen: het komt er vóór alles op aan,
+grondeigendom te verwerven, en de landen, die thans aan de inboorlingen
+behooren, in het bezit der Russen te doen overgaan: en dit is niet
+gemakkelijk. Toch, het koste wat het wil, moet deze kwestie worden
+opgelost, en wel zoo spoedig mogelijk. Dit is noodig: niet alleen in
+het belang van Rusland, maar vooral ook in het belang der inboorlingen
+zelven, die er niet dan bij zouden verliezen, indien zij weder onder
+het juk hunner vorige tirannen werden teruggebracht, en wanneer
+op nieuw die oneindige reeks van burgeroorlogen, geweldenarijen
+en gruweldaden begon, waaruit tot dusver de geschiedenis van
+Centraal-Azië was saamgeweven. Zonder eene ernstige en op breede
+schaal aangelegde kolonisatie, zal russisch Turkestan alleen in
+naam russisch zijn. Indien de regeering zich de zaak niet aantrekt,
+en niet zorgt de noodige gronden in hare macht te krijgen, waarop
+zich eene talrijke christelijke en beschaafde bevolking, nevens de
+barbaarsche muzelmansche stammen, vestigen kan, zullen wij langs de
+boorden van de Sir-Darja in dezelfde positie blijven verkeeren als de
+Engelschen in Hindostan: dat wil zeggen, dat wij ieder oogenblik aan
+het gevaar blootstaan, door een algemeenen opstand der inboorlingen
+verdreven te worden.
+
+
+
+
+VI.
+
+
+De bedelende derwisjen wonen meest bij elkander in zoogenaamde
+_kalenterkhanen_, bestaande uit een ruimen binnenhof met boomen
+beplant en door een beek besproeid; voorts uit een kleinen terp, die
+als bidplaats wordt gebruikt, en uit een armzalig, morsig gebouw. De
+bedelaars zitten of liggen doorgaans langs de muren of op het platte
+dak van dat gebouw: zij praten, rooken, drinken thee, of dommelen
+onder den invloed van den bedwelmenden _kouknar_. De bedelarij wordt
+in Centraal-Azië op uitgebreide schaal gedreven en is er zeer goed
+georganiseerd. De zeer talrijke gemeente der bedelaars vormt eene
+broederschap, aan welker hoofd een chef staat, die, naar men zegt,
+afstamt van den heilige, door wien de orde der _douvanis_ of _divanis_
+(bedelaars) is ingesteld.
+
+Herhaaldelijk heb ik gepoogd een bezoek af te leggen bij dien _tura_
+(meester, heer) der bedelaars, die vrij wat beter is gelogeerd dan
+zijne onderdanen: maar nooit heb ik het geluk gehad hem tehuis te
+vinden: nu eens was hij te Tsjemkend, dan te Khodsjend, dan ergens
+anders. Als opperhoofd van alle douvanas van Turkestan, heeft
+de tura van Tasjkend weinig vrijen tijd: hij moet telkens zijn
+wijd uitgestrekt gebied doorreizen, om geschillen tusschen zijne
+onderhoorigen te beslechten en rekening en verantwoording te vorderen
+van hunne inkomsten en uitgaven: want iedere douvana is verplicht,
+hetgeen bij elken dag ontvangt, na aftrek van het volstrekt noodige,
+aan de kas der broederschap af te staan.
+
+Ieder die wil kan douvana worden: hij heeft daartoe slechts een
+verzoek in te dienen bij den tura, en zich aan eenige formaliteiten
+te onderwerpen; hij zet een roode muts op van bijzonder fatsoen,
+aan den rand met schapenvacht omzoomd; slaat zich een gordel met
+een zekeren symbolischen steen versierd, om de lendenen, en voorziet
+zich van een nap, uit een halve kokosnoot vervaardigd, en waarin de
+douvana alles verzamelt, wat men goedvindt hem te geven. Het hoofdstuk
+zijner kleeding is de _halate_ of pij, die, volgens het voorschrift,
+uit lappen en snippers moet bestaan, en die er dikwijls, door de
+bonte mengeling van kleuren en stoffen, allerschilderachtigst uit kan
+zien. De douvana heeft twee halaten: een voor dagelijksch gebruik, die
+niet anders dan eene smerige lappendeken is; en de staatsie-halate,
+ook wel uit vodden en lappen vervaardigd, maar uit zindelijke,
+onverkleurde lappen, die hij in de bazars bijeen zoekt.
+
+Reeds vroeg in den morgen verlaten de douvanas hunne kalenterkhane,
+verspreiden zich door de hun aangewezen wijken, en keeren eerst des
+avonds terug. Dan wordt de rekening van de ontvangst opgemaakt; men
+praat, rookt zeer sterke _nacha_, en drinkt thee of kouknar. Van dien
+laatsten drank behoeft men niet veel te gebruiken om het verstand te
+verliezen: men bedrinkt zich dus, en slaapt dan zijn roes uit, om den
+volgenden morgen weder van nieuws te beginnen. De douvanas kunnen zich
+soms bespottelijk aanstellen. Ge kunt u niet van lachen onthouden,
+wanneer ge tien of twintig groote kerels ziet, allen wonderlijk
+uitgedost, en op een eigenaardig zingenden toon, in koor, eene bede
+om een aalmoes uitgalmende. Daarbij steken zij hunne vingers in de
+ooren, buigen zich voorover en blazen zich--ik weet niet hoe--zoo op,
+dat het schijnt of zij barsten zullen.
+
+Bijna alle douvanas zijn overgegeven dronkaards en opiumeters: drie
+of viermaal per dag, en dikwijls nog meer, gebruiken zij eenige koppen
+kouknar of doses opium. Ik ontmoette eens zulk een douvana opiumeter,
+meer een geraamte dan een levend wezen. Lang en uitgeteerd, met een
+vaalbleek geel gelaat, zag en hoorde hij ternauwernood wat om hem heen
+gebeurde. Mijne woorden klonken als een onbestemd geruisch in zijne
+ooren; zijne lippen bleven stijf op elkander gesloten. Eensklaps zag
+hij een balletje opium in mijne hand; zijn strak gelaat nam dadelijk
+eene vreemde uitdrukking aan; hij sperde zijne oogen wijd open, en
+sprong als een wild dier naar mij toe. "Geef hier, geef hier!" riep
+hij. Maar ik deed een paar stappen achteruit, en borg mijn opium
+weg; toen wrong de ongelukkige zich in allerlei bochten en vertrok
+zijn gelaat op afschuwelijke wijze. "Geef mij den _beng_ (opium),
+och! geef het mij", kermde hij op half gesmoorden toon. Eindelijk
+gaf ik hem een stukje: hij greep het met beide handen, ging tegen den
+muur zitten, en verslond in stilte en met blijkbaar welgevallen het
+noodlottige balletje. Het duurde niet lang of een vreemde, akelige
+glimlach vertrok al de spieren van zijn gelaat; hij sprak binnensmonds
+eenige onverstaanbare woorden zonder samenhang, en verviel weldra in
+eene soort van verrukking, nu en dan door stuiptrekkingen afgewisseld.
+
+De kalenterkhanen zijn niet enkel bedelaarsdoelens, maar tevens eene
+soort van koffiehuizen en clubs. De opiumrooker, die tehuis aan zijn
+hartstocht niet kan of durft botvieren, gaat naar de kalenterkhane;
+de dronkaard komt er zijn kouknar drinken; anderen gaan er heen om
+er met hunne kennissen te praten, of de nieuwtjes van den dag te
+vernemen. Eens, op een vrij kouden dag, trad ik te Tasjkend zulk een
+kalenterkhane binnen. Nooit zal ik het schouwspel vergeten, dat ik daar
+zag. Al de douvanas opiumeters zaten, dicht tegen elkander gedrongen,
+op den vloer neergehurkt, tegen den muur, om zooveel mogelijk tegen de
+koude beschut te zijn. Velen hadden reeds hunne dosis vergif ingenomen:
+hun gezicht had eene uitdrukking van bestiale stompzinnigheid, hun
+mond was half geopend, en sommigen bewogen hunne lippen, alsof zij
+iets zeggen wilden. Anderen zaten met het hoofd tusschen de knieën,
+en snorkten luid, terwijl hunne spieren zich nu en dan samentrokken en
+geheel hun lichaam zich krampachtig bewoog.--De opium-eter is dadelijk
+kenbaar aan zijn slordig voorkomen, zijne onzekere, vreesachtige
+bewegingen, zijn doffen, starenden blik, zijn vervallen geel gelaat,
+zijne ziekelijke onaandoenlijkheid. De opium wordt niet alleen gegeten,
+maar ook gerookt. De rooker ligt op den grond, en zuigt door een lange
+pijp den damp in van een balletje opium, dat een ander met een tangetje
+voor den kop der pijp houdt. Naar men zegt, vervalt de rooker nog
+spoediger dan de opium-eter tot een soort van waanzinnige verdooving.
+
+Geene andere stad in den Levant, die ik gezien heb, bezit een bazar,
+die in uitgestrektheid met den bazar van Tasjkend kan wedijveren. Wel
+zijn de winkels klein, maar hun aantal is legio: het schijnt wel of
+alle inwoners van Tasjkend winkeliers zijn. De bazar bestaat uit eene
+menigte straten, ter wederzijde omzoomd door houten winkels, kramen
+zoo ge wilt; die straten zijn nauw en bochtig, maar heerlijk koel,
+dank zij de matten, die over de geheele lengte, van den eenen winkel
+tot den anderen zijn uitgespannen en de zonnestralen keeren. Alle
+winkels gelijken op elkander; zij bevatten over het algemeen zeer
+weinig voorwerpen van waarde: den ganschen inboedel zou men al
+heel gauw voor honderd gulden kunnen koopen. De koopman, doorgaans
+tamelijk gezet van postuur, is voortdurend bezig, zichzelven of zijne
+koopwaar met een waaier af te koelen; hij zit, met de beenen onder
+het lijf, te babbelen, aardigheden te verkoopen, thee te drinken,
+de vliegen te verjagen: in één woord, hij schijnt zich met alles
+bezig te houden, uitgenomen met zijn handel. De klanten zijn dan ook
+zeldzaam, uitgezonderd de drie dagen in de week, dat de bazar ook voor
+de nomaden geopend is: des zondags, des woendags en des vrijdags. Aan
+de nomaden alleen is het te danken dat de handel zich staande houdt,
+en dat sommige voorwerpen, die de Europeanen nauwelijks de moeite waard
+zouden achten om op het vuur te gooien, nog altijd koopers vinden.
+
+Op de koopdagen stroomen de landlieden uit den omtrek, de Kirghisen
+van de naburige kampementen, reeds in den vroegen morgen, naar den
+bazar. Ook de stedelingen begeven zich, bijna met het krieken van
+den dageraad, daarheen: zij komen niet om te koopen of te verkoopen,
+maar om te zien, om mede te wandelen met de menigte, om ook deel te
+nemen aan de standjes, en de nieuwtjes op te vangen. Onderweg wipt
+men even de moskee in om zijn morgengebed te doen; men blijft eenige
+oogenblikken luisteren naar een mollah, die de gaanden en komenden
+voor een poosje om zich verzamelt, hun iets uit de levens der heiligen
+voorleest, of een preek houdt, die bijna altijd tegen de _honden van
+kafirs_ (ongeloovigen), dat wil zeggen de christenen, gericht is. In
+den namiddag wordt het gedrang en gewoel, het geschreeuw en geroep en
+gejoel zoo sterk, dat in weinig europeesche steden iets dergelijks is
+te zien. Elk oogenblik loopt men gevaar, door een ezel omvergeloopen
+of door een kameel platgedrukt te worden.
+
+De meeste ruimte wordt ingenomen door handelaars in stoffen: zij
+verkoopen voornamelijk russische mousselinen, en zijden en katoenen
+stoffen, te Kokhand of Bokhara vervaardigd. Volgens oostersch gebruik,
+zijn de kooplieden van hetzelfde gilde ook allen in dezelfde straat
+gevestigd: hier ziet ge de schoen- en zadelmakers en anderen die in
+leder en huiden handelen; ginds de tapijtverkoopers en de handelaars
+in vilt, die hier in voortreffelijke hoedanigheid en bewerking gevonden
+wordt. Eene andere straat wordt door de zijdeborduurders ingenomen. Het
+borduren van zijde heeft in dit gedeelte van Centraal-Azië den
+hoogsten trap van volmaaktheid bereikt, en dit kunstwerk is zeer
+goedkoop omdat de grondstof weinig kost en het arbeidsloon zeer gering
+is. De Europeaan, die voor de eerste maal zulk een zijdeborduurder ziet
+werken, weet niet wat het meest te bewonderen: de fraaie kleuren en de
+rijke prachtige patronen, of wel den fijnen smaak en de verwonderlijke
+behendigheid der werklieden.--De handelaars in vaatwerk kondigen zich
+reeds van verre aan door het voortdurend geklop en gehamer: want--dit
+vergat ik te zeggen--de meesten dier winkels zijn tevens werkplaatsen,
+waar de uitgestalde voorwerpen ook vervaardigd worden. Als handelstad
+heeft Tasjkend in het gansche land geen mededingster. Zij vormt
+het kruispunt van de voornaamste handelswegen van Centraal-Azië;
+de karavanen, die van Bokhara en Kokhand naar Rusland trekken of
+omgekeerd; nemen altijd haar weg over Tasjkend. Dit verkeer zal nog
+toenemen zoodra er geregelde betrekkingen zullen zijn aangeknoopt
+tusschen Rusland en Opper-Turkestan of Klein-Bokharije, dat zich
+aan het gezag van China heeft onttrokken, en dus voortaan zijne
+benoodigdheden van elders moet halen.
+
+Een vroeger ook te Tasjkend bloeiende tak van handel, de slavenhandel,
+is sedert de vestiging der russische heerschappij vervallen. Die
+handel wordt echter nog steeds gedreven in de onafhankelijke khanaten
+van Turkestan, te Khiwa, te Bokhara, te Kokhand. Voor den noodigen
+voorraad van slaven zorgen de Turkomannen, door hunne herhaalde
+invallen in de perzische grensprovinciën: alle gevangenen, die tot
+de secte der Sjîiten behooren, worden door de roovers verkocht; de
+Sonniten daarentegen worden door de Turkomannen, hunne geloofsgenooten,
+ongemoeid gelaten. Is de razzia goed geslaagd, dan zijn de prijzen
+laag, en kan men een slaaf voor omstreeks vijftig gulden koopen. De
+slavinnen zijn veel zeldzamer en dus ook veel duurder dan de slaven,
+omdat de Turkomannen de eersten liefst voor zich zelf houden. Meermalen
+vernam ik van oude slaven, uit Perzië afkomstig, hoe zij als jeugdige
+knapen, door de Turkomannen werden geroofd, hetzij terwijl zij met
+hunne ouders of verwanten aan den veldarbeid waren, hetzij in het
+dorp zelf, ondanks de woede en smart der weerlooze bevolking. Dan
+werden zij, dikwijls vele dagreizen ver, onder allerlei ontberingen,
+naar de markt gevoerd, waar zij in handen vielen van een of anderen
+meester. Gelukkig nadert het einde van dezen snooden handel; zelfs
+in het nog niet aan Rusland onderworpen gedeelte van Turkestan wordt
+men angstvallig slaven te koopen, omdat men weet dat zoodra de Russen
+komen, alle slaven onmiddellijk in vrijheid worden gesteld.
+
+Ook voor de vrouwen van Turkestan, die nu metterdaad evenzeer slavinnen
+zijn, al dragen zij niet dien naam, is, naar wij vertrouwen, een
+betere toekomst aanstaande. Haar tegenwoordige toestand is ellendig,
+nog beneden die harer zusters in Turkije en Perzië. Zij worden
+nog strenger bewaakt, nog angstvalliger van aller verkeer met de
+buitenwereld afgesloten, nog meer in haar werkkring beperkt. Reeds in
+de wieg worden zij aan een man verkocht, die haar tot vrouw neemt, als
+hare ontwikkeling, noch uit een moreel, noch uit een physiek oogpunt,
+voltooid mag heeten. Zoo komen zij nooit tot een eigen zelfstandig
+leven: want als zij den leeftijd hebben bereikt, waarop het verstand
+tot rijpheid komt, zijn zij reeds verouderd door de moederzorgen, en
+gebroken en verwelkt door harden arbeid. Is het wel te verwonderen,
+dat zij zich met niets anders weten bezig te houden dan met praatjes
+en intriges? Moge de russische invloed vooral hierin ten goede werken!
+
+Toen ik Tasjkend verliet, was het feest van den _beïram_ in vollen
+gang. De straten wemelden van Sarthen, voor het meerendeel beschonken,
+hetzij door het onmatig gebruik van kouknar, hetzij omdat zij zich te
+buiten waren gegaan aan brandewijn, waarvan de ware geloovigen groote
+liefhebbers zijn. De menigte richtte hare schreden naar een boschje,
+op ongeveer een mijl afstands van de stad; de mannen hadden hunne
+fraaiste veelkleurige tsjapans aangetogen, de vrouwen hare mooiste
+mousselinen van russisch fabrikaat. Ons gezelschap bestond nu uit
+vier personen: als tolk had ik een gerussificeerden Tartaar van
+Kassimow, een edelman, misschien wel een prins: althans hij maakte
+aanspraak op den titel. Een ander Tartaar vervulde de rol van bediende;
+eindelijk had de gouverneur van Tasjkend mij nog een Kozak van Orenburg
+toegevoegd, die mij gedurende de geheele reis moest vergezellen. Wij
+waren behoorlijk van geweren en revolvers voorzien.
+
+Wij slaan den weg in naar Tsjinaze, ten einde den overtocht over
+de rivier Tsjirdsjik te vermijden, die in dezen tijd des jaars,
+vanwege den hoogen stand des waters, niet zonder gevaar is. Het is
+heerlijk weder; een verrukkelijke lenteavond overstroomt het geheele
+landschap met een onbeschrijfelijke bekoorlijkheid. Wij brengen den
+nacht door in het dorp Nogaï-Kourgane, waar wij onze tent, onder
+den blooten hemel, in de schaduw van prachtige boomen, opslaan. Den
+volgenden morgen zetten wij onze reis voort. Ik zal mijne lezers niet
+vermoeien met eene opsomming van alle bijzonderheden van dien tocht,
+en eene beschrijving van al de plaatsen waar wij halt hielden. De
+geheele landstreek vertoont overal hetzelfde karakter, en ook de
+dorpen gelijken allen op elkander. Wij brachten een kort bezoek
+aan de weinig beteekenende ruïnen van Iski-Tasjkend (Oud-Tasjkend)
+de voormalige hoofdstad des lands, en bereikten eenige dagen na ons
+vertrek van Tasjkend, de stad Tsjinaze, die eigenlijk niet veelmeer
+dan een dorp is.
+
+Voor de komst der Russen was Tsjinaze eene plaats van zekere
+beteekenis; maar sedert de verovering hebben een aantal inwoners,
+met name kooplieden, de stad verlaten, om zich in het nieuwe
+Tsjinaze te gaan vestigen, op eenigen afstand, nabij de plaats waar
+de Tsjirdsjik in de Sir-Darja vloeit, gesticht. Oud-Tsjinaze heeft
+weinig aanlokkelijks voor den vreemdeling; maar een hevige orkaan,
+door geweldige stortregens gevolgd, dwong ons, er te blijven en
+te overnachten. Den volgenden morgen geleek de weg een modderpoel,
+waardoor met groote kracht sterke waterbeeken stroomden, die zich in
+de Tsjirdsjik gingen storten. Gelukkig is de afstand tusschen Oud- en
+Nieuw-Tsjinaze niet groot anders hadden wij waarschijnlijk onderweg
+onze paarden verloren. Op onzen weg daarheen zagen wij Kirghisen,
+met veldarbeid bezig, zich daarbij bedienende van werktuigen, die
+door hunne eenvoudige samenstelling nog aan de aartsvaderlijke tijden
+herinneren.
+
+Nieuw-Tsjinaze ziet er niet veel bekoorlijker uit dan het oude: de
+citadel is klein, de huizen zijn laag, de boomen zeldzaam, hetgeen
+vreemd schijnt in de nabijheid van twee rivieren. De stad ligt echter
+te hoog, om het water, door middel van irrigatiekanalen, over het land
+te kunnen verspreiden; maar indien daardoor het bezit van tuinen en
+boomgaarden onmogelijk wordt, zoo tiert hier toch de wilg in grooten
+overvloed: en in Turkestan is geen enkele boom te versmaden.
+
+Den volgenden morgen staken wij, in een ijzeren boot, de Tsjirdsjik
+over. Langs de steile oevers dezer smalle rivier zag ik verscheidene
+diepe gaten, die, zooals ik vernam, des winters den Kozakken tot
+verblijf dienen. "Maar, zeide ik tot den armen Kozak, die mij dit
+mededeelde, dat moet wel hard zijn, des winters in zulke holen
+te wonen!"
+
+"Het is hard."
+
+"En waar woont gij des zomers? In tenten?"
+
+"Neen. In de open lucht."
+
+"In de open lucht! En hoe maakt ge het dan bij regen en wind?"
+
+"De regen maakt ons nat, maar de zon droogt ons weer."
+
+Ter wederzijde van de rivier ziet men moerassige velden, dicht met
+riet bewassen, alsmede uitmuntende klaverweiden. Deze laatste plant
+levert hier drie en meer oogsten per jaar op. Ook tarwe, gerst, rogge,
+erwten en vlas groeien hier uitnemend. De rijst zou hier evenzoo
+slagen: maar zij heeft overvloedige besproeiing noodig; daarom vindt
+men alleen in de streken, waar veel water is, bij voorbeeld in het
+dal van de Angrene, te Ilaou en te Khodsjend, belangrijke rijstvelden.
+
+Hodjaguend, waar wij halt houden, is een groot dorp, door Sarthen
+bewoond. Toen wij onzen intocht hielden, waren de mannen bijna allen
+in het veld; de vrouwen stonden in de deur harer woning, tegelijk
+nieuwsgierig en schuw, want de verschijning van een _Ourousse_
+(Rus) is geene alledaagsche zaak. Terwijl naar eene woning voor ons
+werd rondgezien, nam ik voorloopig mijn intrek in een tuin, waar het
+dorpshoofd mij kwam bezoeken. Hij beschouwde mij blijkbaar met groot
+wantrouwen, daar hij meende dat ik door de russische regeering gezonden
+was, om rekenschap te vragen van zekere verkeerde handelingen. Toen hij
+begreep dat dit niet het geval was, maakte zijn wantrouwen plaats voor
+verbazing, met zekere minachting gemengd. De Oosterlingen kunnen zich
+maar niet voorstellen, dat iemand louter voor zijn pleizier, om zich
+te onderrichten, gaat reizen; is de reiziger geen officiëel persoon,
+geen handelaar, kan hij geen bepaalde reden opgeven waarom hij reist,
+dan kunnen zij den indruk niet van zich weren dat eene andere min
+loffelijke oorzaak, die hij niet durft noemen, hem beweegt, zijn
+vaderland en familie te verlaten. Ook ik kon mijn aksacale niet aan
+het verstand brengen, dat ik geen ander doel had dan vreemde landen
+te leeren kennen: ik ben er zeker van, dat hij mij als een halven
+dwaas beschouwde.
+
+De broeder van den aksacale verschafte mij eene goede woning met
+een stal, en eene ruime, met boomen beplantte binnenplaats. Deze
+woning lag aan een breed, maar niet diep kanaal, dat voornamelijk
+diende tot besproeiing der velden en om eenige molens in beweging
+te brengen; ter wederzijde is een rij huizen gebouwd, die door
+fraaie boomen worden overschaduwd. In deze straat bevindt zich de
+voornaamste der twee winkels, die in het dorp te vinden zijn; voor
+dien winkel verzamelen zich iederen avond de nieuwsgierigen van het
+vlek, om te praten, de nieuwtjes te vernemen en te spelen. Vooral
+op de dagen, als de bazar te Tsjinaze geopend is, heerscht hier
+des avonds eene bijzondere drukte. Niet ver van mijne woning staat
+een moskee, die niets bijzonder merkwaardigs heeft. Des morgens en
+des avonds is zij meest met landlieden gevuld, die er hunne gebeden
+komen opzeggen; de stedelingen zijn minder ijverig in het waarnemen
+hunner godsdienstplichten; de meer bejaarden onder hen bezoeken nog
+het trouwst het bedehuis.
+
+
+
+
+VII.
+
+
+Hodjaguend verlatende, volgden wij de oevers van de Sir, ter
+wederzijde omzoomd door uitgestrekte rietbosschen, de geliefkoosde
+verblijfplaatsen van fazanten en wilde ganzen. Het land is vrijgoed
+bebouwd: fraaie graanvelden, weelderig groene weilanden, en akkers
+met wilde slaapbollen beplant, trekken overal de blikken tot zich.
+
+Weldra ontdekken wij zeer duidelijk de hooge oevers van de Angrene,
+eene kleine rivier, die zich hier in de Sir-Darja uitstort. Evenals
+alle andere rivieren in dit gedeelte van Centraal-Azië, is ook de
+Angrene, in den zomer en in het algemeen wanneer het niet of bijna
+niet regent, verdwenen: in die mate zelfs, dat, zooals het spreekwoord
+zegt, bij het begin van den herfst de kippen droogvoets door de rivier
+kunnen gaan. Maar in het voorjaar, als het hevig en lang achtereen
+regent, als de sneeuw op de bergen smelt, dan verandert het tooneel:
+de rivieren zwellen dan zoo, dat het dikwijls onmogelijk en altijd
+gevaarlijk is, ze over te steken. Nu moesten wij juist den volgenden
+dag de hoog opgezette Angrene overvaren.
+
+Op de aanwijzing van onzen gids Bakisj verlieten wij den oever der
+rivier, en sloegen links af, bijkans onbegaanbare en onkenbare paden
+door het kreupelhout en de biezen volgende, en door onze verschijning
+gansche zwermen van eenden opjagende. De biezen werden eindelijk zoo
+hoog, dat zij tot boven den buik onzer paarden reikten; wij trokken
+maar altijd door deze wildernis voort; het werd donker, en ik bemerkte
+aan alles, dat onze gids zelf den weg niet meer wist. Bakisj begon
+te zingen, hield weder op, en zag rondom zich, voor zoover dat in
+de duisternis mogelijk was; hij moest nu eindelijk zelf erkennen dat
+wij verdwaald waren. Eensklaps kwamen wij aan eene kleine rivier, die
+echter niet de Angrene was. Ondanks de duisternis, stuurden wij onze
+paarden in het water, om eene waadbare plek te vinden: maar zij werden
+weldra door het water opgetild en moesten gaan zwemmen; wij vonden
+geen voorde. Het was onmogelijk de rivier over te steken; wij besloten
+dus den oever te volgen; maar eensklaps stuitten wij op een nieuwen
+hinderpaal: een gracht, zoo diep, dat ik huiverde bij de gedachte,
+in den donkeren nacht in dezen afgrond te moeten afdalen. Er schoot
+echter niets anders over. Onze paarden waren bang; sommigen gleden
+en struikelden; maar toch bereikten wij zonder ongeval de overzijde.
+
+Wij sukkelden nu nog een poosje in de duisternis voort, toen wij
+gelukkig in de verte een licht zagen schemeren. Dit licht kwam
+uit de eenzame tent van een Kirghise, die ons den weg wees, welken
+wij te volgen hadden om een groot dorp aan den oever der Angrene
+te bereiken. Daar aangekomen, vonden wij onze reisgenooten, die
+van ons af waren geraakt, en nu reeds ons avondmaal hadden gereed
+gemaakt. Dit dorp was eene kolonie van Tamintzis, een volksstam,
+die zich voornamelijk in de omstreken van Tasjkend, Tsjinaze en
+Khodsjend heeft nedergezet, en zich op den landbouw toelegt. Onze
+komst bracht het gansche dorp in opschudding, en, evenals overal,
+zagen wij ons ook hier door een drom van nieuwsgierigen omringd. De
+verbazing kende geen grenzen toen mijne valiezen werden opengemaakt,
+en daaruit allerlei voorwerpen van dagelijksch gebruik te voorschijn
+kwamen, maar die deze eenvoudige lieden nimmer gezien hadden. Zij
+vroegen naar alles; kreten, uitroepen van bewondering, wonderlijke
+gebaren en sprongen--dit alles scheen nog maar half toereikende om
+hunne innige verbazing uit te drukken.
+
+De zoolang gezochte Angrene vloeit vlak langs het dorp. Den volgenden
+morgen zullen wij haar in eene _sala_ oversteken. Een sala is een klein
+vlot van biezen vervaardigd.--"Wees niet bang," zeide men mij telkens;
+"onze sala is in goeden staat, en wij zullen u levend aan den anderen
+oever brengen."
+
+Toen ik, den anderen morgen, die zoo hoog geprezen sala zag, liep mij
+eene rilling door de leden: het ding bestond uit eenige bossen riet,
+zoo slecht mogelijk saamgebonden. Ik liet nog eenige stevige halmen
+en rottingen aanbrengen; men bevestigde de sala met alle touwen,
+die ik beschikbaar kon stellen; eindelijk werd het meer dan broze
+vaartuig zooveel mogelijk vergroot, verzwaard en sterker gemaakt. De
+stroom was zeer sterk, de overtocht bepaald gevaarlijk; het gansche
+dorp was uitgeloopen, om te zien hoe het met den Ourousse en zijn
+gevolg zou gaan.
+
+Eerst gingen twee Kirghisen, ieder met een paard, in den stroom; de
+paarden konden zich niet staande houden en werden met duizelingwekkende
+snelheid door den stroom medegevoerd; maar de Kirghisen, alleen
+met een korten broek gekleed, konden goed zwemmen en behielden
+hunne tegenwoordigheid van geest. Met de eene hand de manen, met
+de andere den teugel vasthoudende, stuurden zij hunne verschrikte
+rossen, met veel behendigheid, naar den linkeroever van de Angrene,
+en bereikten den vasten wal op ongeveer zestig el beneden het punt
+van uitgang. De proef was dus geleverd: de paarden konden de rivier
+oversteken. Nauwelijks hadden zij den oever bereikt, of de paarden,
+nog bevende van angst, moesten andermaal te water gaan; zij snoven,
+hinnikten, sidderden over al hun leden, en wierpen angstige blikken
+op de rivier; maar men liet hun geen tijd om tot zichzelven te komen;
+zij werden met den staart aan het vlot vastgebonden, en nu ging het
+voorwaarts! Twee mannen zwommen voor de paarden, vijf anderen rondom
+het vlot; de beesten zwoegden en snoven te midden van den stroom; de
+toeschouwers op den oever hielden den adem in. Ik volgde met angstige
+blikken mijne bagage, aan het broze vaartuig toevertrouwd. De sala
+vloog over het water, door den geweldigen stroom medegesleept; zij
+naderde den anderen oever, en de personen, die er op waren, klampten
+zich gelukkig aan dien oever vast, toen ik vreesde dat alles reddeloos
+verloren was. Het vlot keerde ledig terug; en nu werd ik, met het
+overige van mijn bagage, met behulp van minder vermoeide paarden,
+naar den overkant gebracht. De arme Kirghisen waren half dood van
+koude; zij verlangden naar wat brandewijn: het hinderde mij, dat ik
+hun slechts thee kon aanbieden.
+
+Wij vervolgden nu onzen weg naar Boeka, dat wij vóór den nacht
+hoopten te bereiken. Het land is vlak en tamelijk wel bebouwd: aan
+den horizon verheffen zich eenige heuvelen, waarvan de hoogste den
+naam van Hanka draagt. Deze heuvel had een indrukwekkend voorkomen;
+ik wilde hem bezoeken. Rondom den heuvel lagen een aantal lagere
+hoogten verspreid, met gras begroeid, en zonder eenig spoor van
+gebouwen, behalve de eenzame graftombe van een _aouliëh_ (heilige),
+die op een dezer hoogten verrees en van verre de aandacht tot zich
+trok door een veelkleurigen lap, aan een langen stok bevestigd. Ik
+vermoed, dat hier eenmaal eene groote stad heeft gestaan, waarvan de
+citadel ongetwijfeld den hoogsten heuvel bekroonde; de top van dien
+heuvel vertoont nog een eigenaardigen vorm: hij is bijna vierkant en
+heeft steile, regelmatig afloopende randen. Ik vond niets dan eenige
+scherven en gebakken steenen.
+
+Het begon reeds donker te worden, toen wij Boeka bereikten; wij gaan
+eenige smerige en nauwe straten door, tot wij voor een kleinen winkel
+komen, waar nog licht brandt. Daar de zoon van den aksacale ons
+had gezegd, dat zijn vader voor eenige dagen afwezig was, begaven
+wij ons naar de woning van den _biï_, voor wien ik een brief van
+aanbeveling had. Deze biï, letterlijk notabelen, vindt men in alle
+Kirghisen-dorpen; zij zijn belast met de handhaving der openbare
+orde en zijn tevens zooveel als vrederechters. Deze biï, een man van
+rijpen leeftijd, had een zeer eerwaardig voorkomen; hij was langen
+tijd aksacale van Boeka geweest, en was nu tot de waardigheid van
+biï opgeklommen.
+
+Boeka is een aanzienlijk dorp, waarvan de aarden woningen tegen de
+helling van een vrij steilen berg zijn gebouwd. De inwoners zijn
+Kirghisen, die in voorkomen en levenswijze veel overeenkomst met de
+Sarthen hebben. Rondom het dorp strekken zich, tot op wijden afstand,
+rijstvelden uit, door kanalen doorsneden, en op dat oogenblik geheel
+onder water staande, zooals in de lente steeds het geval is. De
+landlieden, tot aan den gordel in het water staande, arbeiden daarom
+niet minder ijverig. De velden zijn in vierkante vakken verdeeld, die
+door kleine aarden wallen van elkander worden gescheiden. Elk dezer
+vakken staat, door eene kleine opening in den dijk, met een kanaal
+in gemeenschap. Is de bodem genoeg van water doortrokken, dan wordt
+dit gat weder met een paar kluiten aarde dichtgestopt. De kanalen,
+die hun water uit de Angrene ontvangen, zijn zeer vischrijk.
+
+Op marktdag is het te Boeka zeer druk en levendig. De markt is aan
+alle kanten omringd door kleine winkels of kramen, die gedurende zes
+dagen gesloten zijn, maar des Maandags worden geopend. Dan stroomen de
+koopers en nog meer de bezoekers van alle zijden samen, om elkander te
+ontmoeten, de nieuwtjes te vernemen, hunne bekenden te spreken en ook
+zaken te doen. Zulk een marktdag levert inderdaad een zeer aardig en
+schilderachtig tooneel op, dat vooral voor een vreemdeling zeerveel
+aantrekkelijks heeft; ge vindt hier allerlei zaken bij elkander, die
+ge niet verwachten zoudt. Buiten den bazar of de eigenlijke markt,
+wordt de veemarkt gehouden, waar paarden, schapen, runderen, kameelen
+enz. worden verkocht. Deze markt is vooral merkwaardig, omdat hier
+koopers en verkoopers, mannen en vrouwen, allen zonder uitzondering
+te paard zitten.
+
+Te Boeka vernam ik eene geheel onverwachte en gewichtige tijding:
+men zeide mij, dat de Emir van Bokhara te Samarkand was, en zich
+gereed maakte om tegen Rusland te oorlogen. Ik geloofde er niets van,
+en liet mij daarom bewegen om nog eenigen tijd te Boeka te blijven,
+en bij mijn vriend den aksacale, die van zijne reis was teruggekeerd,
+mijn intrek te nemen. Ik moest mij daar vergenoegen met een ellendig
+krot, bestaande uit twee armzalige kamers, waar de regen door het
+dak stroomde, en waar het wemelde van vleermuizen, duiven, zwaluwen
+en musschen. Mijn ongeloof werd weldra beschaamd. Toen ik eenigen
+tijd te Boeka vertoefd had, ontving ik een brief, waarin mij werd
+medegedeeld dat een veldtocht der Russen naar Bokhara op handen was. De
+oorlog alzoo, en wel in mijne onmiddellijke nabijheid, in het hart van
+Centraal-Azië! Ik kon aan de verzoeking om mede van den strijd getuige
+te zijn, geen weerstand bieden, en haastig verliet ik het dorp, waar
+ik mij voorgesteld had veel langer te zullen blijven. Na de gewone
+afscheidsgroeten, gaf ik mijn gastheer de gebruikelijke geschenken
+van spiegeltjes en andere soortgelijke voorwerpen. Het gerucht van
+den aanstaanden oorlog was reeds onder het volk doorgedrongen; en
+toen ik mijne woning te Boeka verliet, bespeurde ik duidelijk aan
+de houding en de gelaatstrekken der inwoners, dat zij mij als vijand
+beschouwden, en dat de ingewortelde haat jegens den christen en den
+overwinnaar weder, in al zijne kracht, bij hen wakker was geworden.
+
+
+
+
+VIII.
+
+
+Ik ben op weg om de russische voorposten op te zoeken. Voor reismakkers
+heb ik twee gewichtige personages: de _raïs_ en de biï van Toy-Tioubeh,
+de voornaamste stad van het district van Koeraminsk, ten zuiden van
+Tasjkend, op den weg naar Khodsjend. Wat een biï is, weet ge; de raïs
+is een soort van geestelijk ambtenaar. Beiden zijn mij aanbevolen
+door het districtshoofd van Koeraminsk, en zijn volkomen bereid
+mij te vergezellen, in de hoop van daarvoor eene ruime belooning te
+ontvangen. Bovendien zit de voorliefde voor een zwervend leven dezen
+lieden in het bloed. De raïs is lang en mager; hij draagt een grijzen
+baard, en geeft zich een zeker _air_ van vroomheid; de biï is klein
+en zeer gezet van postuur; zijn breed en plat gezicht wordt door zijne
+uitstekende wangbeenderen juist niet verfraaid. Moessa-Ben--zoo heet de
+biï--houdt er twee bedienden op na. Ik vraag hem, hoeveel hij aan die
+lieden betaalt; uit zijn antwoord bleek mij, dat de betrekking tusschen
+meester en dienaar, hier in dit land, nog aartsvaderlijk eenvoudig is.
+
+"Gij ziet," zeide de biï, "dien ouden man, op dat magere paard,
+met mijn bagage; hij dient mij sedert vijf jaren; ik heb hem iets
+gegeven bij zijn huwelijk, en van tijd tot tijd help ik hem, naar
+mij dit gelegen komt."
+
+Weldra vergisten wij ons in den weg, en het kostte ons niet geringe
+moeite, om de noodige inlichtingen te bekomen. In het eerste dorp,
+waar wij naar den rechten weg vroegen, wilde men ons eerst niet
+te woord staan; maar toen de raïs en Moessa-Ben ten ernstigste
+verzekerden, dat ik een groot heer was, veranderde de stemming,
+en had men eindelijk zelfs de beleefdheid mij een kop _gatijsh_
+(gestremde melk) en een koek aan te bieden. Het geldstuk, dat ik in
+ruil gaf, ging van hand tot hand, den ganschen kring rond.
+
+Het smalle pad, dat wij nu volgden, loopt door prachtige weilanden,
+waar nimmer de maaiers de zeissen doen gaan, want het vee is schaars
+in dit land. Bloemen, van allerlei kleur en geur, versieren het
+onmetelijke groene tapeet, dat zich naar alle zijden, zoover wij zien
+kunnen, uitstrekt, en dat slechts hier en daar door enkele helder
+gekleurde woningen wordt afgebroken.--Wij waren ver van de steppen;
+en toch deden enkele tooneelen ons aan de steppen denken: nu eens
+uitgedroogde rivierbeddingen, hoewel de Aprilmaand nog niet verstreken
+was; dan weder kameelen of schapen, door de velden rondzwervende,
+en letterlijk bedekt met raven, die, met groote behendigheid, de
+insecten vangen, welke zich in het dichte en kroesige haar van den
+kameel en in de wol van het schaap verschuilen.
+
+Weldra bereiken wij een plek, waar de grond, met steile helling,
+afloopt naar eene oude bedding van de Sir-Darja, die tegenwoordig
+op korten afstand vloeit. Beneden gekomen, vinden wij een met kalk
+vermengden bodem, met zout en salpeter, in den vorm van zeer kleine
+kristallen, bezaaid; hier en daar verheffen zich in deze uitgedroogde
+bedding van de groote rivier boschjes van doornstruiken, die ook
+zoo veelvuldig langs hare oevers voorkomen. Wij trekken maar altijd
+voort, door het verlaten bed van de Sir-Darja. Hoe verder wij komen,
+hoe dichter de rietbosschen worden; elk oogenblik vliegen gansche
+zwermen eenden uit deze biezen op; maar mijne reismakkers beweren
+dat ook gevaarlijker gasten, tijgers en panthers, in deze jungles
+schuilen. Onze paarden kunnen niet dan met moeite voortkomen op dien
+weeken, salpeterachtigen grond, die onder hunne hoeven scheurt en
+splijt. Van tijd tot tijd jagen wij kleine wilde katten op, die dan
+met snelle en sierlijke beweging naar hun hol vlieden, waar zij een
+oogenblik aan den ingang stilhouden om ons aan te zien en dan ijlings
+te verdwijnen.
+
+Wij gaan dicht langs de schilderachtige ruïnen van Kasj-Teguermen
+(de Twee-Molens), eene oude vesting, waarvan de wal vrijwel bewaard
+is gebleven, maar het inwendige geheel in puin ligt. De zon goot hare
+stralen met verblindenden glans uit over deze leemen vestingwerken,
+en kleurde van verre aan den horizon, aan gene zijde der breede rivier
+en der wijde vlakte, een schilderachtig gebergte, dat zich fier en
+stout in de lucht verhief.--De weg wordt steeds minder eenzaam. Ter
+wederzijde staan eene menigte torentjes en wachthuizen, zoowel om
+de vogels als om de dieven op een afstand te houden. Raïs verzekert
+mij dat deze torens en deze wachthuizen zijn gebouwd op de graven der
+gevallenen in den krijg; volgens hem, is het in Turkestan de gewoonte
+om de soldaten, die in den slag sneuvelen, langs den openbaren weg
+te begraven; dit geschiedt opdat de voorbijgangers voor hunne zielen
+zouden bidden.
+
+Wij naderen Khodsjend; de weg is ter wederzijde omzoomd door tuinen,
+waar prachtige oude moerbezieboomen hunne schaduw spreiden; overal
+vertoonen zich de teekenen van zorgvuldige bebouwing. Khodsjend wordt
+door eene gracht en door een dubbelen gordel van goed onderhouden
+muren verdedigd; de binnenste muur is zeer hoog. De stad telt eene
+bevolking van ongeveer dertig duizend zielen, en is bekend door hare
+zijde, hare wijngaarden en hare tuinen. Over het algemeen maakt
+zij op den vreemdeling geen onaangenamen indruk. Van hare huizen,
+hare moskeeën en de graftomben der heiligen valt niets bijzonders te
+zeggen. De bazar kan de vergelijking met dien van Tasjkend in geen
+enkel opzicht doorstaan.
+
+Het paleis van den voormaligen bey is tegenwoordig de woning van
+mijn vriend, den kolonel Kouchakewitch, den gouverneur van het
+district. Ongelukkig was hij juist afwezig; hij was op zijn rondreis,
+waar hij zich niet alleen van zijne administratieve plichten kwijt,
+maar die hij ook dienstbaar maakt aan de wetenschap: want de kolonel
+is een groot liefhebber der natuurlijke historie, die eene merkwaardige
+verzameling van vogels, insecten, slangen en meer andere dieren bezit;
+zijn tuin is eene ware menagerie in het klein.
+
+Ik ontmoette te Khodsjend een mijner vroegere kennissen, die hier eene
+betrekking bekleedde. Hij zeide mij dat de tijding van den oorlog
+der Russen tegen Bokhara ook hier de gemoederen zeer in beweging
+had gebracht. De inwoners van Khodsjend, dweepzieke muzelmannen,
+en nog in geenen deele met de christelijke overheersching verzoend,
+hopen vurig, dat de dertig- of veertig duizend krijgers van den
+Emir van Bokhara korte metten zullen maken met die handvol vreemde
+indringers, die zich in het land genesteld hebben.--Mijn vriend deelt
+mij ook mede, wat aanleiding gegeven heeft tot den thans uitgebroken
+oorlog. De gouverneur-generaal van Centraal-Azië stond op het punt naar
+Petersburg te vertrekken, toen hij vernam dat een bende roovers uit
+Bokhara langs onze grenzen stroopte en alle gemeenschap belemmerde. De
+gouverneur stelde zijn vertrek uit, begaf zich naar de voorposten,
+nabij de stad Dsjisak, en gaf last, eene aanvallende beweging uit te
+voeren. Inmiddels hadden driehonderd Afghanen, die de keurbende van
+het leger van den Emir uitmaakten, zijne dienst verlaten, en waren,
+met hun opperhoofd en twee kanonnen, tot de Russen overgeloopen. Onder
+de leiding van dien aanvoerder, den prins Iskender-Khan, hadden zij
+de tot hunne vervolging afgezonden troepen verslagen, en waren in
+het kamp van Dsjisak gekomen, waar zij verklaarden dat zij voortaan
+niemand anders dan den Ak-Padisjâ, den witten tsaar, wilden dienen.--Ik
+zou dus ook in de gelegenheid zijn, kennis te maken met de Afghanen,
+dat merkwaardig en hooghartig volk, dat zoo schitterende bewijzen van
+zijn onbedwingbaren heldenmoed en zijne vrijheidsliefde gegeven heeft,
+in den bloedigen worstelstrijd tegen het machtige Engeland. Een reden
+te meer, om zoo spoedig mogelijk onze troepen te bereiken en met hen
+naar Bokhara te trekken! Men zeide mij dat ik geen oogenblik meer
+te verliezen had; ik nam dus haastig afscheid van mijne vrienden
+te Khodsjend, na hun mede een aandeel te hebben beloofd van de
+merkwaardigheden, die wij in het paleis van den Emir zouden vinden,
+indien wij overwinnaars waren. Maar geen enkele Rus twijfelde aan de
+zegepraal onzer wapenen.
+
+Bij mijn overhaast vertrek van Khodsjend, waar ik gaarne langer had
+willen blijven, gaf ik mijn raïs zijn afscheid. De kolonel noopte mij,
+mijns ondanks, het geleide aan te nemen van drie Kozakken.
+
+De drie Kozakken gingen niet verder mede dan tot Naou, een klein
+versterkt dorp, schilderachtig op een heuvel gelegen, en waar een
+klein detachement in bezetting lag. Ik beval hun naar Khodsjend terug
+te keeren, en vervolgde mijn weg tot aan het groote dorp Kazym, waar
+de aksacale ons een nachtverblijf aanwees in de moskee. Wij sloegen
+eerst ons kamp op in den voorhof en niet in het bedehuis zelf; maar de
+regen dwong ons, daarbinnen eene schuilplaats te zoeken. Het gebouw
+zag er armoedig en vervallen uit, en de bouwstijl was niet van dien
+aard, dat de bewondering daarvan ons lang uit den slaap behoefde te
+houden. De vensters waren met geolied papier beplakt; het dak werd
+gedragen door ruw behouwen balken; de platgetreden aarden vloer was
+met een vilten kleed bedekt; langs de wanden waren, ter manshoogte,
+een soort van kapstokken geslagen, waaraan de geloovigen, eer zij
+hun gebed verrichten, hunne schoenen ophangen.
+
+Ik was ten hoogste verwonderd, dat het heiligdom aldus als herberg
+werd gebruikt. "Hoe," vroeg ik aan den aksacale, "hebt gij mij, een
+ongeloovige, zoo zonder bedenken, een verblijf kunnen aanwijzen in
+uwe moskee?"
+
+"De huizen van Kazym zijn te onzindelijk voor u," antwoordde hij. "De
+moskee zal door uwe tegenwoordigheid niet meer ontwijd worden dan door
+die der doortrekkende kooplieden, die men er nu en dan herbergt. Bij
+het weggaan geven de gasten van het bedehuis een klein geschenk voor
+het heiligdom, en de moskee van Kazym vaart er wel bij."
+
+Die taal, in den mond van een geloovigen muzelman van Centraal-Azië,
+tegenover een ongeloovige, een Ourousse, verbaasde mij nog meer dan
+ons logies in de moskee. Ik had echter ook de bedoeling der laatste
+woorden van den ouden man begrepen, en gaf hem bij mijn vertrek een
+klein geschenk in geld, dat hij eerst scheen te willen weigeren,
+maar dat hij toch aannam, toen ik hem zeide dat het slechts _saliaou_
+voor _saliaou_ (gave voor gave) was. Hij had mij dan ook als een
+vorst ontvangen, die brave aksacale. Hij had mij langs een tiental
+mannen geleid, die, met waskaarsen in de hand, onbewegelijk stonden,
+en allen iets aanboden, dat mijne excellentie van dienst kon zijn:
+de een een schotel met brood, een ander gestremde melk, een derde een
+kop met room, enz.; en mijne excellentie had zich deze buitengewone
+eerbewijzen zonder tegenspraak laten aanleunen.
+
+Het dorp Oratepeh, waarheen wij ons nu begaven, ligt op omstreeks
+twintig kilometers van Kazym. Het was heldere maneschijn; men had mij
+gezegd dat deze landstreek, vooral in de nabijheid van het riviertje
+Ak-Soe, niet veilig was. Toen wij, langs eene zeer steile helling,
+naar den oever van dat riviertje waren afgedaald, bevonden wij
+ons in eene zeer diepe kloof: althans voor zooveel wij dit, bij
+de twijfelachtige verlichting door het fantastische schijnsel der
+maan, konden beoordeelen. Als naar gewoonte, had ik mij van mijne
+reisgezellen afgezonderd, om mij ongestoord aan mijne indrukken te
+kunnen overgeven.
+
+"Wees voorzichtig, _tura_ (meester)," voegde mij een hunner toe, mij
+op zijde komende; "er zijn altijd _Karaka_ (roovers) in de kloven en
+dalen van de Ak-Soe."
+
+"Wees gerust, vriend," antwoordde ik; "met hetgeen gij hier ziet--ik
+toonde hem mijn revolver--zal ik vijf Karaka neerschieten, eer de
+zesde mij iets kan doen."
+
+Het bleek dan ook dat er niet veel reden tot ongerustheid bestond,
+want wij bespeurden hoegenaamd niets van de Karaka.
+
+Wij gingen door verscheidene uitgedroogde beddingen van beken, die
+de inwoners hadden afgeleid voor de bevloeiing hunner landen, en
+kregen eindelijk het vlek Oratepeh in het gezicht, aan den voet van
+eene majestueuze rotsmassa, waarop eene moskee staat, tegenwoordig
+in eene kerk veranderd, en eene citadel, die de Russen in October
+1866 stormenderhand vermeesterd hebben. Het voormalige paleis van
+den bey is thans eene herberg, waar ik een russisch hoofdofficier
+aantrof, met wien ik kennis aanknoopte. Natuurlijk was mijne
+eerste vraag naar zekere tijdingen van onze voorposten, waarnaar
+ik zoo verlangend uitzag: maar niemand kon mijne nieuwsgierigheid
+bevredigen. Van de karavanen, die het verkeer tusschen Khodsjend en
+Bokharije onderhouden, verneem ik in hoofdzaak het volgende. De Emir,
+eene nederlaag voorziende, had een volslagen breuk met Rusland willen
+vermijden, en de verstandige en bedaarde lieden in zijn land zijn het
+met hem eens; maar de massa des volks, door de mollahs opgehitst,
+eischt met groote onstuimigheid den verdelgingsoorlog tegen de
+ongeloovigen. Zij dringt aan op de afkondiging van den _gavazate_
+(den heiligen krijg), en de vernietiging van alle Russen.
+
+Oratepeh staat bekend als eene vroolijke en aangename plaats; het
+geniet ongeveer dezelfde reputatie als Sjiraz in Perzië en Karsji
+in Bokharije. Dans en muziek zijn hier zeer geliefd, zooals mij,
+tijdens mijn kort verblijf, overvloedig bleek; als ik door de straten
+wandelde, klonk mij van alle zijden muziek en regelmatig handgeklap
+in de ooren. Van de citadel heeft men een verrassend gezicht op de
+stad, hare bazars, hare fraaie tuinen, en de groene velden, die zich,
+in een wijden halven boog, tot aan den voet der bergen uitstrekken.
+
+Zamine, waar wij nu aankwamen, ligt op een hoogen heuvel, van
+welks top men ten noorden en ten westen een onmetelijken horizon
+overziet. Zamine is een versterkt punt, maar als zoodanig van weinig
+belang; de bezetting bestaat uit dertig Kozakken. In het vlek bevindt
+zich eene kleine kolonie van Oesbeken.
+
+Weinig dacht ik, toen ik te Zamine kwam, wat mij daar te wachten
+stond. De plaatskommandant, majoor L., deelde mij mede, dat ik,
+krachtens bevel van hooger hand, het vlek niet verlaten mocht.
+
+"Het is mij uitdrukkelijk verboden," zeide hij, "iemand, wie dan ook,
+zonder behoorlijk geleide, door te laten gaan. Nu heb ik maar over
+dertig Kozakken te beschikken, en gij zult mij daar niet van willen
+berooven, niet waar? Ik zou dan geheel alleen mijne vesting moeten
+verdedigen."
+
+Daar viel niets tegen te zeggen. Bovendien was ik niet de eenige,
+die aldus in zijn voornemen gedwarsboomd werd; er waren nog meer
+lotgenooten, evenals ik, tegen hun wil te Zamine opgehouden. De majoor
+troostte mij zoogoed mogelijk: ik zou niet lang hoeven te wachten;
+ik zou weldra kunnen vertrekken met een detachement, dat buskruit
+moest overbrengen en binnen kort te Zamine moest aankomen, aangezien
+het gelijk met mij van Oratepeh vertrokken was.
+
+Mijn hospes is zeer voor mijne veiligheid beducht. Hij verzoekt mij
+ernstig, zeer voorzichtig te zijn, en mij vooral niet te ver buiten
+de stad te wagen: in den omtrek houden zich roovers op, die zelfs
+russische soldaten, op weinige schreden afstands van de citadel,
+hebben vermoord; het is dus zaak, zoo waakzaam mogelijk te zijn. Hij
+dringt er zelfs op aan, dat des nachts eene schildwacht voor de deur
+zal worden geplaatst, en hij bezorgt mij er twee, beiden Oesbeken. Op
+die wijze is althans zijne verantwoordelijkheid gedekt.
+
+Een dezer schildwachten verhaalt mij de geschiedenis van de inneming
+der citadel van Zamine door de Russen.
+
+"De soldaten van den blanken tsaar hebben zich des morgens, op het
+uur des gebeds, van de vesting meester gemaakt," zoo zegt hij.
+
+"Gij hebt u zeker hardnekkig verdedigd, niet waar, zooals dat dapperen
+mannen past?"
+
+"Neen zeker niet! Wij sliepen; wij werden eensklaps wakker geroepen;
+een plotselinge schrik maakte zich van allen meester; wij wisten niet
+recht wat wij deden, en de verwarring was algemeen."
+
+"Maar verwachttet gij dan geen aanval van den vijand? De Russen gaan
+doorgaans recht op hun doel af."
+
+"Jawel; maar hoewel de Russen reeds vele van onze vestingen genomen
+hadden, dachten wij toch niet dat zij ook de onze zouden kunnen
+vermeesteren: zij ligt op den top van een hoogen en steilen heuvel,
+en de bezetting was zoo talrijk! Zelfs had onze bevelhebber verklaard,
+dat ieder, die maar van overgave zou durven reppen, onmiddellijk het
+hoofd voor de voeten zou worden gelegd.
+
+"Zoo? Ja, uw chef schijnt iemand met wien niet valt te gekscheren. Hij
+heeft zeker zijn leven duur verkocht?"
+
+"Wat blieft? Hij was de eerste om te vluchten!"
+
+Eindelijk, na verloop van eenige dagen, daagde het zoo lang en vurig
+verwachte konvooi op. Na een kort oponthoud te Zamine, vervolgde het
+detachement zijn marsch, waarbij wij ons nu aansloten. Het konvooi
+bestond uit een gewapend escorte, dat de kameelen beschermen moest,
+die met kruit en beschuit voor het leger beladen waren; verder eenige
+paarden en eene menigte handelaars en kooplui, voornamelijk Joden,
+die zien naar het leger begaven, om aan de soldaten brandewijn en
+allerlei andere zaken te verkoopen. De officier, met het kommando
+over dit detachement belast, beval mij dringend aan, mij niet van het
+escorte te verwijderen; naar men zeide was het land zeer onveilig door
+stroopende rooverbenden, die door sommigen wel op duizend man werden
+geschat. Ik hield mij overtuigd, dat die geruchten, zoo niet geheel
+valsch, dan toch minstens zeer overdreven waren, maar was verplicht
+mij aan het consigne te onderwerpen.
+
+Wij gaan uiterst langzaam vooruit. Ik had den afstand tusschen Zamine
+en Dsjisak niet nauwkeurig berekend, en had de onvoorzichtigheid
+gehad eenigszins roekeloos met mijn voorraad levensmiddelen om
+te gaan. Weldra was die dan ook verteerd. Daar ik geen lust had
+honger te lijden, begaf ik mij, met mijn bediende Mohammed, naar
+een kamp van nomaden, waar onze verschijning, nog meer dan anders,
+eene algemeene ontsteltenis teweegbracht; de vrouwen en kinderen
+maakten zich haastig uit de voeten; men zag ons aan voor _sarbaz_,
+dat wil zeggen voor soldaten uit Bokhara, die wegens hunne ruwheid en
+woestheid in een zeer slechten reuk staan, en vreesde dus dat wij een
+bloedbad zouden aanrichten, of minstens het kamp plunderen. Gelukkig
+vonden wij een Oesbeke, een vriend der Russen, die ons van melk en
+uitmuntende koeken voorzag.
+
+De uiterst langzame voortgang van ons konvooi begon mij te vervelen;
+ik vroeg een escorte van twee Kozakken; en de kolonne, die halt hield
+om te rusten, achterlatende, begaf ik mij op weg naar Dsjisak. Ter
+linkerhand verheffen zich de bergen van Djoelam, die zich aan de
+hoogten van Oratepeh en Zamine aansluiten. Naarmate wij Dsjisak
+naderen, vermenigvuldigen zich de aouls (dorpen) langs den weg,
+en wordt het op den weg steeds drukker en levendiger van lieden,
+die naar en van de stad gaan en komen.
+
+Voor de poort der stad ontmoeten wij een grijsaard, met lange
+zilverwitte haren. Daar hier iedereen het hoofd kaal scheert, ben ik
+zeer nieuwsgierig om van dezen patriarch de reden te vernemen van deze
+zoo in het oog vallende afwijking van het algemeen gebruik. Hij deelde
+mij mede dat hij onderscheidene vrouwen heeft getrouwd, en ook veel
+dochters, maar geen enkelen zoon heeft; in zijne smart over dit gemis,
+had hij sinds lang de gelofte afgelegd, zijn hoofd niet te zullen
+scheren voor hem een zoon geboren was. Hij getroost zich, dusdoende,
+eene groote vernedering: want in dit land geldt het voor eene schande,
+geen zonen te hebben, en daar zijne lange haren natuurlijk de algemeene
+aandacht trekken, worden hem telkens vragen gedaan, die hem noodzaken
+zijne schande te openbaren.
+
+Dsjisak is omgeven door een drievoudigen gordel van hooge en stevige
+muren, die niet van steen, maar van aarde zijn opgetrokken; bij de
+bestorming en inneming door de Russen, werd veel bloed vergoten. De
+verdedigers, soldaten van Bokhara, werden bijna allen tusschen de muren
+om het leven gebracht; naar het zeggen van ooggetuigen, lagen de lijken
+en de stervenden bij geheele hoopen op en over elkander. Dsjisak is
+geen groote stad; het water is er zeldzaam en slecht; en evenals te
+Bokhara, richt de afschuwelijke ziekte, _richta_ genoemd, ook hier
+groote verwoestingen aan. Deze ziekte ontstaat door een worm, die zich
+onder de huid verbergt, en niet dan met groote moeite verwijderd kan
+worden; die worm heeft dikwerf eene lengte van vijf-en-zeventig duim
+en meer.
+
+Uit een hygiënisch oogpunt laat Dsjisak dus veel te wenschen over. Dat
+is dan ook de reden, waarom de Russen de citadel afbreken, en de
+steenen en verdere bouwmaterialen vervoeren naar de kolonie, die zij,
+op vier of vijf mijlen afstands van de stad, te Kloetsji, vestigen,
+in eene fraaie en gezonde streek, waar niet zooveel schorpioenen zijn
+als te Dsjisak, en waar het water overvloediger en beter is.
+
+
+
+
+IX.
+
+
+De weg van Dsjisak naar Jane-Koergane was niet veilig, en wij hadden
+geen geleide: maar toch werd het ons vergund, onze reis te vervolgen,
+op het gevaar af in vijandelijke handen te vallen.
+
+Weldra bereikten wij de beroemde _Poorten van Tamerlan:_ een
+pas tusschen twee reusachtige rotsmassa's, ter wederzijde van
+een bochtigen, kronkelenden bergstroom, dien wij meer dan twintig
+malen moesten oversteken. Op een der rotswanden zagen wij een zeer
+regelmatig gebeiteld opschrift, in zeer fraaie en duidelijke letters:
+maar niemand onzer was bij machte dit opschrift te ontcijferen. Men
+verhaalde mij, dat deze inscriptie de plaats aanwees, waar de Oesbeken
+aan de Kiptsjaks slag leverden, waarbij het zoo heftig toeging,
+dat de beek rood werd van bloed.
+
+Toen wij te Jane-Koergane kwamen, was het russische detachement,
+dat wij gehoopt hadden te zullen aantreffen, reeds vertrokken om naar
+Samarkand te marcheeren. Jane-Koergane is een open vlek, dat zijn naam,
+die een vesting aanduidt (_koergane_ beteekent in het turksch eene
+versterkte plaats) te danken heeft aan de vroegere muren, waarvan
+nu geen spoor is overgebleven. Het vlek ligt aan den uitgang van
+den pas der Poorten van Tamerlan. Wij zagen er een aantal ledige
+tenten; andere tenten waren opgevuld met koortslijders en andere
+zieke soldaten, die hier waren achtergebleven.
+
+Ik brandde van verlangen om mij bij den troep te voegen, die zeker
+nog niet ver weg kon zijn. Maar wat zou ik doen? Ik kon alleen op
+mijn Kozak rekenen; was het geen onverantwoordelijke roekeloosheid,
+mij aldus, zonder behoorlijk geleide, midden in het vijandelijke
+land te wagen? Zou het niet beter zijn, althans vier of vijf moedige
+reismakkers op te zoeken, om gezamenlijk de kans te beproeven?
+
+Deze gedachten vervulden mij, terwijl ik te paard de eenzame straten
+van Jane-Koergane doorreed. Eensklaps staat een bekende voor mij:
+de bediende van den koopman Gloudoff, een flink jonkman, die, evenals
+ik, naar eene gelegenheid zocht om het russische leger te bereiken,
+half uit liefhebberij half om zaken: drie zijner reizigers waren te
+Samarkand gevangen genomen en in den kerker geworpen; er was alle kans
+dat zij er het leven bij zouden inschieten. Gloudoff vreesde bovendien,
+dat, tegelijk met zijne bedienden, ook de niet onaanzienlijke sommen,
+die zij bij zich hadden, verloren zouden zijn.
+
+"Wel, dat treft uitnemend," riep ik den bediende toe, zoodra ik hem
+gewaar werd. "Uw meester is zeker ook hier?"
+
+"Ja, hij is in den bazar, waar hij mij wacht. Hij wil niet te
+Jane-Koergane blijven."
+
+"Uitnemend, mijn vriend!" riep ik, en spoedde mij naar den bazar,
+waar ik Gloudoff vond.
+
+"Ik hoor daar van uw bediende," zeide ik tot hem, "dat gij in dit
+vervelende nest van een Jane-Koergane niet langer wilt blijven. Gij
+wilt zeker, evenals ik, naar Samarkand gaan?"
+
+"Ongetwijfeld."
+
+"Zeergoed! Maar hoe zullen wij daar komen?"
+
+"O, dat is zeer gemakkelijk. Wij zullen het konvooi volgen, dat kruit
+naar het leger brengt."
+
+"Wat ik u bidden mag, reken niet op het konvooi, dat voor Jane-Koergane
+bestemd is en niet verder zal gaan. Zijt gij alleen?"
+
+"Alleen? Ik heb een geheel leger bij mij: vier man, om u te dienen!"
+
+"Ik heb drie man, dat maakt alzoo zeven: wij met ons beiden daarbij,
+dat is negen. Die macht is voldoende om een ganschen troep Bokhareezen
+in bedwang te houden! Laat ons dadelijk vertrekken!"
+
+Wij spraken af dat wij over een uur vertrekken zouden. Ik deed
+haastig eenige inkoopen, en was prompt op mijn tijd ter plaatse,
+waar wij elkander zouden ontmoeten.
+
+Zal ik het maar zeggen? Mijn voortreffelijke vriend Gloudoff had zijn
+tijd niet met heen en weer loopen verbeuzeld. Ik vond hem voor eenige
+ledige flesschen, meer dan half beschonken en haast niet meer in staat
+om naast zijn bediende in het rijtuig te blijven zitten. Inderdaad
+mijn vriend Gloudoff was een echte Rus!
+
+Eindelijk zijn wij op weg. De officier, die mij tot Jane-Koergane
+begeleid heeft, beveelt mij de uiterste behoedzaamheid aan. De weg,
+zegt hij, is zeer onveilig door allerlei snood gespuis, dat zich
+hier in menigte ophoudt en tegen geen sluipmoord opziet. Overigens
+vernemen wij niet dan goede tijdingen; het detachement der voorhoede
+is de steenen brug, op ongeveer zeven-en-dertig kilometers afstand
+van Jane-Koergane, overgetrokken, en vervolgt zijn marsch naar
+Samarkand. Alles gaat naar wensch: de beslissing nadert; de ontmoeting
+der vijandelijke legers is aanstaande, en alles voorspelt ons de
+overwinning.
+
+"Als dat zoo is, moeten wij ons haasten! Spoedig voorwaarts!" Wij
+zetten onze paarden in draf; niemand twijfelt er aan, of wij zullen
+nog vóór den nacht het detachement hebben ingehaald.
+
+"Weet gij den weg?" vraag ik aan Gloudoff, die nog gansch niet op
+zijn dreef is.
+
+"Den weg? Wel, dit is de weg."
+
+"Ja wel. Maar ik bedoel de zijpaden, de hinderpalen van allerlei
+aard, die ons in de war kunnen brengen, de bochten, de duisternis;
+hebt ge daarop wel gedacht? Zullen wij het spoor der soldaten niet
+verliezen? Daar moeten wij op bedacht zijn. Wij hebben niet voortdurend
+de zon tot onze dienst."
+
+"Wat praat ge toch van de zon en de duisternis? Het zal wel terecht
+komen."
+
+"Maar als wij ons nu eens in den weg vergissen?"
+
+"Wij zullen ons niet vergissen; en al gebeurde dat, wat dan nog? Wij
+zullen altijd ergens terecht komen, al was het maar te Samarkand. Ge
+hebt immers gezegd, dat wij met ons negenen zijn? Wij zullen de stad
+bestormen, en daarmede is het uit. Zoo zie ik de zaak in."
+
+"Ja, gij begrijpt dat zeer goed. _Audaces fortuna juvat_, zegt het
+spreekwoord; en als dat waar is, zullen wij ongetwijfeld Samarkand
+veroveren; of liever gij zult dat doen, gij alleen, dappere Gloudoff!"
+
+Onze kleine karavaan was nog niet ver buiten Jane-Koergane, en Gloudoff
+had nog altijd den mond vol van de aanstaande verovering van Samarkand,
+toen een Kozak ons in vollen galop achterop kwam.
+
+"Uwe Edelheid, zeide hij tot mij, de kommandant der vesting gelast u,
+onmiddellijk terugtekeeren. De gouverneur-generaal heeft ten stelligste
+verboden, iemand, wie ook, door te laten."
+
+Tegenpruttelen hielp niet: wij moesten gehoorzamen. Gloudoff begreep
+niets van hetgeen er gebeurde; hij zweert dat honderd duizend man hem
+niet zullen tegenhouden, legt de zweep op zijne paarden, en rent in
+vliegende vaart door, achtervolgd door tien Kozakken. Weldra hadden
+zij hem ingehaald; zij grepen zijn paarden bij de teugels, en voerden
+hem naar de vesting terug.
+
+"Alweer een oponthoud!" sprak ik bij mijzelf: "men zal Samarkand
+zonder u innemen. Gij zult geen veldslag zien, hoezeer ge er naar
+moogt verlangen!" Wij putten al onze welsprekendheid uit, om den
+kommandant te bewegen op zijn besluit terug te komen: maar er was
+geen vermurwen aan.
+
+Wij wachtten een ganschen dag, zonder dat het konvooi, waarmede
+wij zouden mogen vertrekken, kwam opdagen; dat konvooi, hetwelk
+ammunitie moest overbrengen voor de troepen, die tegen Samarkand
+moesten ageeren, was, onder escorte van een bataillon infanterie,
+sinds lang van Tasjkend vertrokken.
+
+Het konvooi verscheen niet; maar gaandeweg werd Jane-Koergane
+opgevuld met lieden, die, evenals wij, van ongeduld brandden om
+het russische leger te bereiken. Dit waren voornamelijk Joden, die
+brandewijn verkochten, en kirghisische en tartaarsche dsjiguiten;
+al te gader lieden van meer dan verdachte reputatie, vlammende op
+winst en voordeel, echte jakhalzen en hyena's, aangetrokken door
+de lijklucht. Zij wisten zeergoed, dat in oorlogstijd de niet al te
+onvoorzichtige schelmen gemakkelijk fortuin maken.
+
+Wij hadden onze wagens en paarden vlak aan den weg naar Dsjisak
+geplaatst, zoodat allen, die van die zijde naar Jane-Koergane kwamen,
+ons kamp voorbij moesten. Ik hield alle voorbijgangers aan, en
+onderwierp hen aan een zoo scherp mogelijk verhoor.
+
+Zoo werd mijne aandacht getrokken door een troep van vijf-en-twintig
+dsjiguiten, onder aanvoering van een zekeren Gassane, dien ik van
+vroeger kende. Dadelijk viel het mij in, dat deze ontmoeting ons
+gunstig zijn kon. Zoo wij ons bij deze vijf-en-twintig manschappen
+aansloten, zouden wij sterk genoeg zijn om, zonder groot gevaar, den
+tocht te kunnen ondernemen. Het gelukte mij, ook den kommandant hiervan
+te overtuigen, die ons bovendien nog een geleide van vijf-en-twintig
+soldaten medegaf.
+
+Onze dsjiguiten waren slecht gewapend; de een had een half onbruikbaren
+sabel, een ander een pistool, een derde een geweer, dat voor den drager
+of voor zijn nevenman wel zoo gevaarlijk was als voor den vijand; maar
+daarentegen bezaten wij eenige uitnemende geweren en revolvers. Met
+inbegrip van eenige officieren, die naar hun regiment gingen, waren
+wij te zamen zestig man sterk: toch geen al te talrijke macht om zich
+te verdedigen tegen de tweeduizend en zooveel honderd bandieten, die,
+volgens de laatste berichten, door den omtrek zwierven.
+
+Wij kwamen overeen, dat wij des nachts ten drie uur zouden vertrekken,
+en dat wij geen enkelen Sarthe zouden medenemen, omdat zij, als
+het er op aan mocht komen, niet te vertrouwen waren. Wij vertrokken
+inderdaad, zeer vroeg in den morgen, na een zeer onrustigen nacht,
+want nauwelijks waren wij ingeslapen of een geweerschot deed ons
+allen wakker schrikken. Vlak bij ons stonden eenige schildwachten op
+post: een daarvan had, naar hij zeide, geschoten op een man, die zich
+in de struiken wilde verbergen. Een Kozak kwam in galop aanrennen:
+hij kwam uit naam van den kommandant, om te vernemen wat er gaande
+was; daarop werden door een patrouille de aangewezen struiken en
+de gansche omtrek van het kamp zorgvuldig onderzocht; maar het was
+onmogelijk, den man te ontdekken, dien de schildwacht beweerde gezien
+te hebben. Al deze beweging maakte dat ik den slaap niet vatten kon;
+ik werd telkens wakker, en zag dan steeds mijn trouwen Mohammed, die,
+met het geweer in de hand, de wacht bij ons hield.
+
+Gloudoff, aan onze afspraak indachtig, wilde geen Sarthen in ons
+gezelschap dulden; hij ontdekte er verscheidenen, die zich achter bij
+onze kolonne hadden aangesloten, en zond ze onbarmhartig weg. Maar
+zoodra hij, wel voldaan over zijn heldenstuk, weer in zijn rijtuig
+had plaats genomen om te gaan slapen, kwamen al de verdreven Sarthen
+weer zoetjes aan terug, en vervolgden kalmpjes hun weg achter onze
+karavaan. Zij waren niet de eenigen; langzamerhand zagen wij, als
+kwamen ze uit den grond, allerlei soort van lieden opdagen, op ezels
+gezeten, en koeien en schapen voor zich uit drijvende. Die nieuwe
+reismakkers, die zich geheel uit eigen beweging en zonder vergunning
+te vragen bij ons aansloten, vormden een langen trein, vertraagden
+onzen marsch en vervulden de lucht met wolken stof.
+
+De weg was breed en effen. Ter linkerhand zag men lage bergen,
+waar zich geheele benden struikroovers ophielden, en daarachter een
+hooge bergketen, hier en daar met sneeuw bedekt. Van tijd tot tijd
+doet onze nadering arenden opvliegen, die zich met langzame, statige
+vlucht verwijderen.
+
+De aouls (dorpen), waarlangs wij trekken, zijn ledig; de inwoners
+hebben de vlucht genomen: gewoon door hunne eigene soldaten
+uitgeplunderd en mishandeld te worden, meenen zij dat ook de russische
+troepen alles wegnemen, wat zij machtig kunnen worden. De eenzaamheid,
+die ons aan alle kanten omgeeft, boezemt ons van tijd tot tijd eenige
+ongerustheid in: zoo ontdekken wij, bij voorbeeld, plotseling, in de
+verte een troep ruiters. Is dat eene vijandelijke voorhoede? Zijn het
+spionnen? Onze lieden, blijkbaar niet op hun gemak, wijzen elkander
+die vreemde ruiters aan, en trachten ze te tellen.
+
+Eindelijk bereikte onze karavaan de steenen brug, waarvan ik reeds
+gesproken heb, en die zeven-en-dertig mijlen van Jane-Koergane
+verwijderd is. Men had mij met zekeren ophef van die brug gesproken,
+als van een opmerkelijk kunstwerk, door een zeer goede fortificatie
+verdedigd. Het bleek eene ellendige brug te zijn, met geen andere
+verdedigingswerken dan een paar lage, gekanteelde aarden muren.
+
+Aan den tegenoverliggenden oever, bespeurden wij, op eenigen afstand,
+wederom een tiental ruiters, die nu eens naderbij kwamen, en dan weer
+plotseling verdwenen. Waren zij vreedzame nomaden of dorpelingen,
+wier aandacht gewekt was door de stofwolken, die onze karavaan deed
+opgaan? Of behoorden zij tot eene bende bandieten?
+
+In ieder geval was het wenschelijk, op onze hoede te zijn; wij zenden
+dus een onzer dsjiguiten op verkenning uit, terwijl wij bij de brug
+halt houden, op dezelfde plek, waar waarschijnlijk voor ons het
+russische detachement heeft vertoefd, want het gras is in het ronde
+geheel platgetreden.
+
+Intusschen was onze dsjiguite in een boom geklommen, om van die
+hoogte te beter de bewegingen der verdachte ruiters te kunnen
+gadeslaan. Weldra begon hij te roepen, en ons met de hand twee zwarte
+stippen te wijzen; wij zagen toen twee mannen te paard, slecht gekleed
+en van een alles behalve gunstig voorkomen, die naar ons toekwamen. Zij
+gaven zich uit voor eenvoudige boeren uit het naburige dorp; maar er
+was niet veel scherpzinnigheid toe noodig om te begrijpen dat wij te
+doen hadden met twee makkers der onbekende ruiters, die wij reeds
+vroeger bespeurd hadden. Terwijl de een op onze vragen antwoordde,
+nam de ander ons zorgvuldig op: hij telde de soldaten van ons escorte,
+en onderzocht met scherpen blik onze wapenen en uitrusting.
+
+Wij ondervroegen hen omtrent het russische detachement, omtrent de
+troepen van den Emir, omtrent Samarkand; maar wij kregen geen ander
+antwoord, dan: "De russische troepen zijn over de steenen brug
+getrokken; verder weten wij niets."--Wij besloten, gedurende het
+overige van onze reis, deze lieden bij ons te houden, ten einde zeker
+te zijn dat zij ons niet konden verraden, en hun metgezellen inlichten
+omtrent de zwakheid onzer karavaan. De voorzichtigheid gebood ons,
+hen niet los te laten, voor wij het detachement zouden hebben bereikt,
+of althans zeker zouden weten, waar het zich bevond, en in hoever wij,
+in geval van nood, op hulp konden rekenen.
+
+Wij waren inderdaad in een moeilijken toestand. Wat moesten wij
+doen? Wat zou er van ons worden, indien de russische troepen Samarkand
+waren omgetrokken om naar Bokhara te marcheeren; of indien zij, bij
+den aanval op Samarkand, zich aan de andere zijde der stad gelegerd
+hadden? Hoe zouden wij, in beide gevallen, onze landgenooten kunnen
+bereiken? En indien, bij geval, de troepen van den Emir niet voorgoed
+verslagen zijn, loopen wij dan geen gevaar, omsingeld en neergeschoten
+te worden, nog eer wij een hand kunnen uitsteken tot tegenweer?
+
+Wij hielden een soort van krijgsraad. Ik was bijna de eenige, die
+voor het voortzetten der reis stemde; ik beweerde dat de drieduizend
+soldaten van den generaal Kaufmann--denzelfden die Samarkand veroverd
+heeft--het geheele land met den schrik voor den russischen naam
+hadden vervuld; dat niemand ons zou durven aanvallen, uit vrees
+voor eene spoedige en geduchte wraak; dat wij eindelijk, indien wij
+aangevallen werden, talrijk genoeg waren om weerstand te bieden aan
+de nomadische ruiters, en wagens en paarden genoeg bij ons hadden
+om voor de gekwetsten te kunnen zorgen.--Daarentegen scheen ons
+escorte niet gerust te zijn; een der officieren had hooren zeggen:
+"Dat gaat niet goed. Wij zullen er allen aan moeten gelooven!"
+
+En terwijl wij zoo, treurig en in groote onzekerheid,
+beraadslaagden wat ons te doen stond, bedekte zich de hemel met
+zwarte wolken; donderslagen knalden, en bliksemstralen schoten door
+de lucht. Eindelijk behield mijn raad de overhand, en wij richtten
+ons weder naar Samarkand. Mijne reismakkers hadden begrepen, dat de
+Russen halt hadden gehouden, of naar Samarkand waren doorgetrokken:
+in het eerste geval zouden wij hen vóór den volgenden morgen moeten
+inhalen; in het tweede, zouden wij een dsjiguite afzenden, die zou
+trachten uit te vinden waar onze landgenooten zich ophielden, en hen,
+zoo noodig, van onzen toestand zou onderrichten.
+
+Voor die gevaarlijke zending, die evenveel moed als behendigheid
+vereischte, was de aangewezen man de Tartaar Gassane, dien ik reeds
+genoemd heb als aanvoerder der vijf-en-twintig dsjiguiten, met wien
+wij van Jane-Koergane vertrokken waren. Gassane was onverschrokken: met
+een Kirghise, was hij de eenige geweest, die een zending naar den Emir
+van Bokhara had durven aannemen, toen het gezantschap van den generaal
+Tchernaïef in de stad gevangen werd gehouden, na het mislukken der
+expeditie tegen Dsjisak. Die twee moedige mannen leverden den brief in
+handen van Zijne Hoogheid. Ongelukkig kwam Gassane op een dwazen inval,
+om tot den Emir eenige woorden te richten, die als onvoegzaam konden
+worden beschouwd; het gevolg daarvan was, dat terwijl de Kirghise,
+zijn medegezant, een prachtig kleed ten geschenke kreeg, en daarna
+vrijelijk naar zijne steppen mocht terugkeeren, onze vriend Gassane,
+zooals de Emir zeide, naar de raven ging: dat wil zeggen, dat hij in
+een kuil geworpen werd, om daar te gaan nadenken over de onaangename
+gevolgen van een onbedacht woord.
+
+Gassane luisterde naar mijn voorstel, en nam het ook aan; toch
+bemerkte ik dat hij een bedenkelijk gezicht zette. Gloudoff gaf hem
+een prachtig amerikaansch geweer ten geschenke, en sprak hem moed in
+met de vertroostende woorden: "Wees niet bang, vriend; gij hebt toch
+maar één hoofd te verliezen."
+
+Helaas! wij hadden geen spion en geen boodschapper meer noodig. Twee
+ruiters, door onze dsjiguiten ingehaald en tot ons geleid, brachten
+ons eene tegelijk zeer goede en zeer noodlottige tijding: Samarkand
+was door de Russen bezet. Ons leger was er dienzelfden dag binnen
+getrokken, zonder eenigen tegenstand te ontmoeten, en vooraf de
+troepen van den Emir verslagen te hebben. Zoo had een oponthoud van
+eenige uren ons de gelegenheid ontnomen, om eene van de beroemdste
+steden der wereld in handen van de Europeanen te zien vallen!
+
+Uit voorzorg hielden wij ook deze twee gevangenen, evenals de vorigen,
+bij ons. Wij gaven hun de verzekering dat hun hoegenaamd geen leed
+zou geschieden; maar blijkbaar hechtten zij niet veel aan onze
+vriendelijke verzekeringen, en hielden zij zich overtuigd dat hun
+weldra het hoofd voor de voeten zou worden gelegd, zooals het oude
+en eerwaardige gebruik in het land van Bokhara dat medebrengt.--Wij
+hadden moeite, de waarheid van het bericht aan te nemen: eene zoo
+aanzienlijke en beroemde stad, zonder slag of stoot genomen door een
+legertje van hoogstens drieduizend man!--Wij vervolgden onzen weg,
+verdiept in gesprekken over den oorlog met Bokhara.
+
+
+
+Toen wij Samarkand naderden, bevonden wij ons in eene heerlijke
+streek, overvloedig van water voorzien, uitnemend bebouwd en
+bezaaid met welvarende dorpen; ter wederzijde van den weg was het
+eene opeenvolging van prachtige tuinen; wij hadden de rijke, schoone
+vallei bereikt van de rivier Zerafsjane of Zariavsjane.
+
+In het eerste dorp, dat wij doortrokken, stonden de bewoners voor
+de deur hunner woning; zij heetten ons hartelijk en vriendelijk
+welkom. Meenden zij dat inderdaad? Ik weet het niet. Misschien wel,
+want men weet ook in Centraal-Azië dat het bestuur der ongeloovigen,
+door vastheid en rechtvaardigheid, verre uitmunt boven de regeering
+der inlandsche vorsten. Ook valt het niet te betwijfelen, of onder
+de muzelmansche bevolking bevinden zich vele aanhangers van Rusland.
+
+De tijdingen, die wij in dit dorp vernamen, bevestigden ten volle wat
+onze ruiters ons hadden medegedeeld. Men vertelde ons de bijzonderheden
+der groote gebeurtenis. De strijd had kort geduurd, en de overwinning,
+door een handvol Russen, op het leger van Bokhara behaald, was volledig
+geweest. De soldaten, die ons vergezelden, hadden op dien dag meer
+dan vijftig mijlen afgelegd; doch de goede tijding der overwinning en
+de nadering van het einddoel van den tocht, bezielden hen met nieuwe
+krachten, en al zingende hervatten zij den marsch. Hoe uitgeput zij
+ook waren, hieven zij een lied aan, en zongen het ten einde; toen werd
+een tweede aangeheven, en ook ten einde gebracht; maar bij het derde,
+bleven zij steken: hunne stem bezweek van uitputting en vermoeienis.
+
+Na mijne komst te Samarkand heb ik deze brave lieden uit het oog
+verloren; maar het zou mij niet verwonderen, indien velen hunner de
+doorgestane vermoeienissen met het leven, of althans met het verlies
+hunner gezondheid hadden moeten boeten.--Zoolang de marsch duurt,
+wint men zich op; hoe bezwaarlijker de tocht is, hoe meer inspanning
+de oorlog vordert, hoe meer het gevaar dreigt, des te meer gewent
+men daaraan en verhardt er zich tegen; maar op die overspanning volgt
+noodzakelijk ontspanning; dan herneemt de natuur hare, een oogenblik
+miskende rechten, en de reactie begint. Het is genoeg bekend, dat in
+den oorlog niet het kanonvuur de grootste verwoestingen in het leger
+aanricht, maar uitputting en ziekte.
+
+Het had geregend; de weg was in een modderpoel herschapen; de
+manschappen waadden door het slijk; de paarden hadden de grootste
+moeite om voort te komen. Het onweder, dat wij hadden zien opkomen,
+toen wij aan de steenen brug halt hielden, was hier in volle kracht
+losgebroken. Telkens moesten wij beken oversteken, waarvan de bruggen
+door de troepen op hun tocht naar Samarkand waren afgebroken;
+onze wagens en rijtuigen bleven steken of vielen om: het was een
+eindeloos tobben.
+
+"Zijn wij nog ver van de Ser-afschan?" vroegen wij ongeduldig, nu
+eens aan Gassane, die er zich op beroemde dat hij de gansche streek
+nauwkeurig kende; dan aan een Jood, die in het edele Samarkand
+geboren was, of aan anderen, van wie wij vermoedden dat zij ons
+konden inlichten.
+
+"Nog twee mijlen," zeide de een; "nog drie mijlen," beweerde de ander;
+"nog vijf of zes mijlen," riep ons een derde toe.
+
+Ik was zoo vermoeid, dat ik nauwelijks in den zadel kon blijven zitten:
+ondanks alle pogingen om wakker te blijven, gevoelde ik dat de slaap
+mij overmeesterde; niet in staat om mij recht overeind te houden, zakte
+ik nu eens rechts, dan weder links ter zijde, terwijl de teugels mij
+telkens ontsnapten. Van tijd tot tijd zette ik mijn paard in galop,
+en wanneer ik mijn makkers een eind vooruit was, stapte ik van mijn
+paard, en sliep staande, met mijn hoofd rustende op den zadel. Mijn
+paard, minder slaperig dan ik, maar daarentegen meer door den honger
+gekweld, ging naar den rand des wegs, nu rechts dan links, om het
+weinige gras op te zoeken, terwijl ik, altijd tegen den zadel geleund,
+slaapdronken en onbewust, al zijne bewegingen mede maakte.
+
+Hoe gelukkig waren wij, toen wij, eindelijk de tuinen achter ons
+latende, aan een tak van de Ser-afschan kwamen en, na dien doorwaad
+te hebben, halt hielden om te slapen! Wij plaatsten onze wagens in
+een kring, wij zetten schildwachten uit, en vielen daarop allen,
+met inbegrip van de schildwachten, in een diepen slaap. Men had ons
+gemakkelijk tot den laatsten man kunnen vermoorden.
+
+Toen wij den volgenden morgen ontwaakten bevonden wij ons aan den voet
+van den heuvel Tsjopane, waarachter, naar men ons zeide, Samarkand
+ligt. Op den top des heuvels zagen wij schildwachten: ter rechterzijde
+zagen wij hooge ruïnen, die van verre op de bogen eener verwoeste
+brug geleken, en ons toeschenen zeer oud te zijn. De heuvel was vol
+gaanden en komenden, allen ongewapend.--Wij waren in vijandelijk
+land, en moesten voorzichtig zijn; wij trokken dus langzaam voort, en
+hielden ons dicht bij elkander, om voor alle verrassingen gewaarborgd
+te zijn. De vlakte was hier en daar zeer moerassig; meer dan eens
+bleven onze paarden en wagens in den modder steken, en evenals den
+vorigen dag, moesten wij geduld oefenen. De Ser-afschan verdeelt zich
+hier in zes of zeven armen; maar, in dit vroege morgenuur, waren die
+riviertjes niet diep, zoodat wij ze konden doorwaden. Later op den
+dag wordt dat anders: het smelten der sneeuw op de naburige bergen
+doet dan de wateren zwellen.
+
+Toen wij den laatsten arm van de Ser-afschan waren overgestoken, zagen
+wij twee ruiters van den berg af en naar ons toekomen: de een was een
+grijsaard, de ander een jonkman. Zij heetten ons hartelijk welkom, en
+verhaalden ons, dat het russische leger inderdaad Samarkand had bezet;
+dat de opperbevelhebber zijn intrek had genomen in de citadel, en het
+gros der troepen achter de stad was gelegerd. Zij voegden daarbij,
+dat het gevecht, hetwelk Samarkand in onze handen had doen vallen,
+den vorigen dag juist was geleverd op dezelfde plek, waar wij ons
+nu bevonden.
+
+Inderdaad zagen wij, op eenigen afstand, enkele doode paarden,
+waarop wij tot dusver geen acht hadden geslagen. Verder op vonden
+wij eenige lijken van Bokhareezen, die in den slag gesneuveld waren;
+zij waren allen bijna naakt: ongetwijfeld geplunderd en uitgeschud
+door hunne eigene landgenooten. Sommigen waren in den rug gewond:
+dat waren vluchtelingen, plotseling door een kogel achterhaald;
+een ander was het hoofd verbrijzeld door een granaat. Er lagen niet
+veelmeer dan tien dooden op dit slagveld; ik vermoed echter dat vele
+gevallenen reeds den vorigen dag waren begraven.
+
+Boven op den heuvel van Tsjopane zag ik een soort van aarden
+wallen, waarop, naar ik vermoedde, de vijandelijke batterijen hadden
+gestaan. Ik wilde ze wat meer van nabij bezien. Op den top gekomen,
+bleef ik eensklaps staan, zoozeer trof mij het panorama, dat zich
+voor mijne blikken ontrolde.
+
+Daar lag Samarkand voor mij, in een krans van tuinen en gaarden. Boven
+hare lusthoven en huizen verhieven zich oude, statige moskeeën. Ik,
+de vreemdeling uit het noorden, zou de poorten betreden van de eenmaal
+zoo beroemde stad, de hoofdstad van Timoer den Kreupele!
+
+
+
+
+X.
+
+
+Zoo was het onzen reiziger, ondanks al zijne moeite, niet gelukt,
+tegenwoordig te zijn bij den intocht der Russen in Samarkand. Zekerlijk
+zullen wij onzen lezers geen ondienst doen, indien wij hier het verhaal
+dezer groote gebeurtenis laten volgen, zooals dit voorkomt in een
+der laatste werken van den heer Arminius Vambéry, de _Geschiedenis
+van Transoxanië_.
+
+Arminius Vambéry, tegenwoordig vice-president van de Aardrijkskundige
+Maatschappij te Pesth, is niet alleen een der beroemdste reizigers,
+maar ook een van de uitnemendste taalgeleerden van onzen tijd. Ook
+voor de lezers der Aarde is hij geen onbekende.
+
+Hetgeen wij hier laten volgen, is bijna letterlijk vertaald uit het
+werk van den onverschrokken onderzoeker van Centraal-Azië, getiteld:
+_Geschichte Bochara's oder Transoxaniens, von den frühesten Zeiten
+bis auf die Gegenwart_.
+
+
+
+Den 13den Mei 1868 ontving het russische leger bevel, naar Samarkand
+op te rukken, en stelde het zich aanstonds in beweging. De kolonel
+Petruschewsky, die de voorhoede kommandeerde, stond op den rechteroever
+van een der armen van de Ser-afschan, toen zich Nedchm-eddin bij hem
+aanmeldde, om, uit naam van den Emir van Bokhara, over den vrede te
+onderhandelen, en zoodoende het voortrukken der russische troepen
+te stuiten....
+
+De generaal Kaufmann, de bedoelingen des vijands wantrouwende, zette
+echter zijne beweging voort. Hij had onder zijne bevelen een-en-twintig
+en eene halve kompagnie infanterie, en vierhonderd-vijftig Kozakken:
+te zamen ongeveer achtduizend man, met zestien kanonnen.
+
+Een groot deel van het leger van den Emir, dat veertig-duizend man
+sterk was, hield de steile oevers aan de overzijde van de Zerafsjane
+bezet. De Russen lieten zich door deze overmacht niet afschrikken;
+hun rechtervleugel, onder aanvoering van den generaal-Majoor
+Golowatscheff, daalde zonder aarzelen in de rivier af; en gedurende
+een groot kwartier zochten de soldaten, wien het water tot aan de
+borst kwam, eene waadbare plek, terwijl de vijandelijke artillerie
+een hevig vuur op hen richtte. Het muzelmansche leger, vijf of zes
+maal sterker dan de soldaten van den majoor Golowatscheff, poogde
+hun den overtocht over de rivier te betwisten; maar zoodra de Russen
+den vasten wal hadden bereikt, verlieten de Muzelmannen in allerijl
+de voordeelige stellingen, die zij op de hoogten hadden ingenomen,
+in hun overhaaste vlucht zelfs de kanonnen achterlatende.
+
+Deze zoo spoedig en zoo gelukkig afgeloopen ontmoeting had plaats
+op korten afstand van Samarkand. Toen de inwoners dier stad hunne
+geloofsgenooten in allerijl zagen vluchten, sloten zij haastig de
+poorten, want zij vreesden hunne eigene soldaten meer dan het leger
+der christenen.
+
+Zij zonden daarop eene deputatie naar den overwinnaar, bestaande
+uit de voornaamste burgers der stad, waaronder eenige mollahs of
+priesters, aksacalen of regeeringsleden, en anderen: en daags na den
+slag, trok eene afdeeling van het russische leger, met den generaal
+Kaufmann aan de spits, zonder slag of stoot Samarkand binnen. Onder den
+schitterenden staf die den generaal volgde, merkte men ook den prins
+Iskender-Khan op, zoon van den afghaanschen Sultan van Herat. Deze
+prins had, naar men zeide, uit ijver voor de zaak van den Islam, zijne
+diensten aan den Emir aangeboden; maar daar de Emir had verzuimd de
+beloofde soldij te betalen, had Iskender een gebed opgezegd voor het
+heil zijner ziel, en daarop dienst genomen bij de christenen!
+
+Zoo viel, op den 14 Mei 1868, de weleer zoo roemrijke hoofdstad van
+Timoer, de geboorteplaats en de laatste rustplaats van zoovele beroemde
+heiligen van den Islam, sinds overoude tijden de stralende fakkel der
+muzelmansche geleerdheid! In een oogwenk was zij christelijk geworden,
+en uit de handen van de Oesbeken-dynastie der Mangiten overgegaan
+in die van het huis Romanoff. Een Alexander (de groote Macedoniër)
+was haar eerste veroveraar; wederom onder een Alexander kwam daar
+een beslissende omkeer in haar lot. Voor meer dan tweeduizend jaren
+schatplichtig aan een kleinen staat in het zuiden van Europa, is zij nu
+onderworpen aan den schepter van den machtigen keizer van het Noorden.
+
+De Grieken, de Arabieren, de Mongolen, de Turken, de Oesbeken.... wat
+al oorlogen, wat al zegepralen, wat al dynastiën, wat heerlijkheid,
+welke herinneringen! En welke andere stad van Azië heeft een verleden
+achter zich, zoo schitterend als dat van Samarkand? Terwijl de landen
+van het uiterste Oosten ons sedert de vorige eeuw meer of minder
+goed bekend zijn, en Kathay en Zipangou bijna al het geheimzinnige,
+dat hen eertijds omgaf, verloren hebben, had tot op onze dagen nog
+niemand den sluier van Samarkand opgelicht. Dat is, tot verbazing
+van Europa, nu geschied.
+
+Een nieuw tijdperk is voor Midden-Azië aangebroken. Landen en steden,
+die tot dusver voor den Westerling volstrekt ontoegankelijk waren,
+zijn thans voor hem geopend. Daar waar een Europeaan, zelfs onder
+de zorgvuldigste vermomming, geen stap kon doen, zonder zijn leven
+op het spel te zetten, beweegt hij zich nu vrijelijk, naar het hem
+goeddunkt, want een christenleger houdt het land bezet. Te Tadsjkend,
+te Khodsjend, te Samarkand, vindt men sociëteiten, koffiehuizen en
+kerken. Tadsjkend heeft een eigen russisch dagblad, de _Turkestanskia
+Wjedomostie_ (het Nieuws van Turkestan); en aan het weemoedig geroep
+van den moeëzzin paart zich het klokgelui der grieksche kerken,
+onverdragelijker voor de ooren van den waren geloovige dan de donder
+van het geschut. In de straten van datzelfde Bokhara, waar de schrijver
+dezer regelen, voor eenige jaren, slechts muzelmansche lofliederen
+hoorde, wandelen nu russische popen, kooplieden en soldaten, met al
+de fiere gerustheid van den overwinnaar. Een lazaret en magazijnen
+van levensmiddelen hebben de plaats ingenomen van dat weleer zoo
+prachtige paleis van Tamerlan, waar alle vorsten van Azië hem hunne
+hulde kwamen betuigen, waar zelfs de trotsche monarch van Spanje,
+door zijn gezant, om de vriendschap liet verzoeken van den grooten
+veroveraar; dat paleis, waar de Toeraniërs met eerbiedige geestdrift
+zich kwamen nederbuigen om met hunne voorhoofden den "Groenen Steen"
+aan te raken, het heilige voetstuk van den troon van Timoer!
+
+Deze zegepraal der russische wapenen in Centraal-Azië heeft, naar ik
+meen, aan den Islam een zoo zwaren slag toegebracht, als hem, in zijn
+duizendjarige worsteling met het Kruis, wellicht nog nimmer getroffen
+heeft. In onzen tijd doet zich de machtige invloed der westersche
+beschaving in geheel het mohammedaansche Azië, van Konstantinopel
+tot den Indus, gevoelen: Mekka en Medina zelfs konden zich daaraan
+niet geheel onttrekken. Alleen Centraal-Azië was daarvan bevrijd
+gebleven, het heiligdom van het islamismus; daar had het ware geloof
+niet geleden door de goddelooze "nieuwigheden"; en in de schatting
+der echte Muzelmannen was niet Mekka, maar Bokhara de geestelijke
+hoofdstad van het islamisme. De asceet, de leden der godsdienstige
+orden, de godgeleerden, zij hielden allen hunne blikken op deze
+heilige stad gevestigd, en in hare scholen en moskeeën kwamen de
+ijverigste Muzelmannen van Turkije, Egypte, Fez en Marokko, nieuw
+voedsel zoeken voor hun geloof en hunne geestdrift. Het feit, dat
+deze zoo bij uitnemendheid heilige grond thans door de _kafirs_, de
+ongeloovigen, als heeren en meesters betreden wordt, heeft, in geheel
+de mohammedaansche wereld, de gemoederen ten diepste geschokt. De
+val van de "voornaamste zuil des geloofs"--zooals Bokhara genoemd
+werd--heeft een stofwolk doen opgaan, die voor langen tijd den hemel
+van den Islam verduisteren zal.
+
+Met de inneming van Samarkand was evenwel de oorlog nog niet ten
+einde. Na de nederlaag van zijn leger, vlood de Emir in aller ijl naar
+Kermine. Zijn zoon, de vermoedelijke troonopvolger, Abd-Melik-Mirza,
+had zich reeds gedurende den slag uit de voeten gemaakt, en was in
+vliegenden ren naar Bokhara geijld; de schrik en ontzetting waren
+zoo groot en algemeen, dat de vreedzame inwoners van het district
+Mijankal hunne dorpen en gehuchten verlieten en naar de zijde van
+Andsjoï en Meimene de wijk namen.
+
+De Russen van hun kant haastten zich, de op een heuvel gelegen citadel
+van Samarkand in weerbaren toestand te brengen; terwijl een deel van
+het leger den Emir achtervolgde, en eene andere afdeeling de steden
+op den weg van Samarkand naar Bokkara onderwierp.
+
+Het korps van den generaal-majoor Golowatscheff, bestaande uit veertig
+kompagnieën infanterie, drie sotnias Kozakken, met acht kanonnen,
+verscheen eerst voor de versterkte stad Ketto-Koergane. Deze stad,
+waarvan de naam _groote vesting_ beteekent, ligt aan den oever van de
+Ser-afschan; tijdens mijne reis had men mij van die stad als van eene
+onneembare vesting gesproken; en inderdaad waren de buitenwerken niet
+te verachten. Dat belette evenwel niet, dat de sterke bezetting de
+poorten voor het russische leger opende, zonder ook maar eene poging
+tot tegenstand te hebben beproefd.
+
+Bij het vernemen dezer tijding scheen de Emir zijne laatste krachten
+te willen verzamelen; hij vestigde zijn hoofdkwartier te Mir,
+halverwege tusschen Kette-Koergane en Kermine, en liet door zijne
+ruiterij de russische voorposten tot onder de muren van Kette-Koergane
+verontrusten. Getergd door die speldeprikken, besloot de generaal
+Kaufmann eindelijk rechtstreeks naar Bokhara te marcheeren, en het
+oesbeeksche leger met éénen slag te vernietigen. Het schijnt dat de
+Emir en zijne raadslieden zich nog altijd illusiën maakten omtrent
+hunne wezenlijke macht, en nog altijd meenden, den ouden hoogen toon te
+kunnen voeren; tenzij de opgewonden geestdrift der fanatieke bevolking
+hen zelven noodzaakte te doen, wat zij liever hadden nagelaten. Hoe
+dit zij: zij waagden nog eens den strijd in het open veld.
+
+De beide legers ontmoetten elkander te Serpoel, op hetzelfde slagveld,
+waar driehonderd-negen-en-zeventig jaren vroeger het lot van twee
+inlandsche dynastiën was beslist geworden. Ditmaal moest, zooals
+zich licht begrijpen laat, het huis der Mangiten onderdoen voor
+het huis van Romanoff; reeds dadelijk bij den aanvang van den slag,
+bestormden de Russen, met hunne gewone onverschrokkenheid, de hoogten
+ter wederzijde van den weg van Samarkand naar Bokhara, waarop het
+leger der Oesbeken zijne stellingen had ingenomen. De soldaten van
+den Emir hielden niet lang stand; hun terugtocht ging weldra over
+in eene wilde vlucht; eenige uren later was de weg van Kermine met
+hunne weggeworpen wapenen bezaaid.
+
+Inmiddels had het kleine garnizoen, te Samarkand achtergelaten, een
+geduchten aanval te doorstaan gehad. Terwijl de generaal Kaufmann
+bezig was met het achtervolgen der troepen van den Emir, vielen de
+inwoners van Samarkand, die het europeesche leger zoo welwillend
+ontvangen hadden, met de Oesbeken van Khehri-Sebz, ten getale van
+omstreeks vijf-en-twintigduizend man, onverhoeds de citadel aan.
+
+Het garnizoen van Samarkand werd gekommandeerd door den baron von
+Stempel; het was slechts zeshonderd vijf-en-tachtig man sterk, de
+zieken daaronder begrepen. Wie maar een voet verzetten kon, verliet
+het ziekbed; en deze handvol dapperen zwoer liever te zullen sterven
+dan zich over te geven.
+
+Het beleg duurde zes volle dagen, van den 12den tot den 18den Juni; de
+Russen verloren negen-en-veertig dooden en honderd-twee-en-zeventig
+gewonden. De belegeraars staken eene poort in brand, en maakten
+een bres: maar toch was het hun niet mogelijk, de citadel binnen te
+dringen. Dag en nacht bestormden zij, in dicht opeengedrongen massa's,
+de muren der vesting, onder woeste kreten telkens en telkens den aanval
+hernieuwende; de Russen spoedden zich van het eene bedreigde punt naar
+het andere, hielden overal den vijand tegen en wierpen hem telkens
+met groot verlies terug. Toch was de heldhaftige bezetting uitgeput,
+toen de generaal Kaufmann, onderricht van hetgeen er voorviel, met
+geforceerde marchen naderde om de citadel te ontzetten.
+
+Zoo liep den ongelukkigen Mozaffar-ed-Din--zoo heette de Emir--alles
+tegen. Wat zou hij doen? Naar Bokhara terugkeeren? Daar viel niet aan
+te denken; zijn zoon, die zich nooit zeer gehoorzaam en onderdanig
+getoond had, zou hem de poort voor den neus gesloten hebben. Hij
+had zich aan het hoofd gesteld van de partij der ontevredenen
+en fanatieken, en maakte zich gereed om, des noods met geweld
+zijn vader den troon te betwisten. Naar Samarkand gaan? Dat was
+onmogelijk; het zegevierende russische leger sneed hem dien weg af;
+en vijf-en-twintigduizend zijner onderdanen waren daar met schande
+teruggedreven door een garnizoen van eenige honderde soldaten!
+
+Er bleef hem slechts ééne keus over, en hij schikte zich daarin:
+hij trad in onderhandeling met de Russen, betaalde hun eene
+oorlogsschatting van honderd-vijf-en-twintigduizend tilla, ruim een
+millioen gulden, stond den russischen handel alle verlangde voorrechten
+toe, en verklaarde zich verantwoordelijk voor de veiligheid der
+onderdanen van den tsaar in zijn land. Feitelijk werd hij een vazal
+van Rusland.
+
+
+
+Transoxanië, zegt de beroemde hongaarsche reiziger op eene andere
+plaats: Transoxanië of het khanaat van Bokhara, is, over het geheel
+genomen, een laag land, dat ten oosten tegen de laatste hellingen
+van het gebergte Thian-Sjan leunt. Met uitzondering van eenige hooge
+vlakten en eenige harde, kleiachtige streken, _takir_, dat wil zeggen
+droge en onvruchtbare aarde, genoemd, bestaat de bodem hoofdzakelijk
+uit zwart of geel zand; bouwland, in den eigenlijken zin van het woord,
+vindt men alleen op de hellingen der bergen, en langs de rivieren
+en bevloeiingskanalen, die van de rivieren uitgaan. Overal elders
+levert de natuur, evenals in geheel Centraal-Azië, waar zij aan
+zichzelf wordt overgelaten, niets of bijna niets op; en tien jaren
+van oorlog zijn voldoende om de vruchtbare vlakten te ontvolken en
+in een zandwoestijn te herscheppen.
+
+Op vele plaatsen schiet ook de volhardende vlijt en onvermoeide
+inspanning des menschen te kort, om aan de dunne zandlaag een
+eenigszins dragelijken oogst te ontwoekeren. Zelfs midden door de
+bebouwde streken, en tot in de onmiddellijke nabijheid van Bokhara
+en Samarkand, loopen breede strooken van volstrekt onvruchtbaar en
+onbebouwbaar zand; en tusschen de beide genoemde steden voert de weg
+door eene steppe van eenige mijlen lengte, de woestijn van Melik
+geheeten, in wier laagste gedeelte nog voor driehonderd jaar een
+zoutmeer werd aangetroffen.
+
+Toch is, dank zij de bevloeiingen, de vruchtbaarheid van Bokhara en
+van de twee andere khanaten, bijna tot een spreekwoord geworden; de
+aarde brengt er rijkelijk vruchten voort, en wat zij voortbrengt is
+van uitmuntende hoedanigheid. Het graan van Bokhara, hare vruchten,
+haar zijde, haar katoen, haar geneeskrachtige kruiden en planten,
+behoeven de vergelijking met geene andere te schromen. Het vee is wijd
+en zijd beroemd; de paarden zijn door geheel Azië met lof bekend;
+de kameelen van Bokhara vinden nergens huns gelijken; de schapen
+munten uit door den zeer fijnen smaak van hun vleesch.
+
+De minerale rijkdommen, nog zeer weinig bekend en erg verwaarloosd,
+zijn zeer belangrijk, vooral in de bergachtige streek ten westen en
+ten zuiden van Samarkand. Reeds de geschiedschrijver Belchi spreekt
+van ijzer, ammoniak, kwikzilver, koper, lood, goud, naftha, vitriool
+en van een zekeren steen, dien men aansteekt en verbrandt, dat wil
+zeggen steenkool, waarvan de Russen ook eenige lagen ontdekt hebben.
+
+De van nature zoo dorre bodem van Bokhara dankt zijne vruchtbaarheid
+in de eerste plaats aan de weldadige rivier, bij de ouden onder den
+naam van de Sogd bekend, sedert Kohik genoemd, en die tegenwoordig
+met volle recht den naam draagt van Ser-afschan (uitdeelster der
+rijkdommen). Ten noordoosten van Samarkand verdeelt de voornaamste tak
+van de Ser-afschan zich in eene menigte armen, die naar de steppen
+vloeien. De aanzienlijkste dezer armen loopt ten noordwesten der
+stad, voorbij Pendsj-Shembeh en Sjatirdsja, en stort zich in het
+meer Karakoel. Een andere tak vloeit ten zuidwesten van Samarkand, en
+neemt langs Kette-Koergane en Bokhara, zijne richting naar de woestijn.
+
+Als men nagaat, welk een groot aantal zijkanalen hun water aan de
+voornaamste takken van de Ser-afschan ontleenen, dan staat men
+verbaasd, hoe eene rivier van zoo weinig uitgestrektheid in de
+behoeften van al deze kanalen kan voorzien: de massa water, die zij
+afvoert, moet zeer aanzienlijk zijn. Behalve de Ser-afschan, heeft
+men nog de beek van Khehri-Sebz, die geschikt is voor bevloeiing;
+hare wateren komen somwijlen tot aan Karsji, en met behoorlijke zorg
+geleid en verdeeld, konden zij het gansche land van dienst zijn.
+
+Men heeft opgemerkt dat eene voortdurende bevloeiing gedurende eene
+reeks van jaren, op den bodem eene laag van alluviaal-aarde van
+genoegzame dikte doet ontstaan. Vooral het water van den Oxus heeft
+deze vruchtbaarmakende eigenschap; maar ongelukkig genoeg trekt het
+land bijna geen voordeel van dezen stroom: van Termez tot Tsjehardsjoe
+is de rechter oever van den Oxus bijkans onbewoond; en het zou ook
+zeerveel bezwaar in hebben, hier volksplantingen aan te leggen,
+omdat de oevers zeer hoog zijn, zoodat de besproeiing zeer moeilijk,
+om niet te zeggen onmogelijk is.
+
+Het klimaat van Transoxanië is niet ruw en over het algemeen niet
+nadeelig voor den landbouw. In de bergachtige streken tamelijk koud,
+is de temperatuur in de hoogere vlakten aan den voet der bergen
+gematigd; maar in de lage streken, nabij de steppen, bij voorbeeld
+te Bokhara, te Karsji, te Karakoel, is het klimaat zeer afwisselend,
+nu eens ondragelijk heet, dan vinnig koud. Ongezond is het echter
+alleen te Bokhara; de ziekten, die in Transoxanië heerschen, moeten
+meer geweten worden aan de ongezonde levenswijze der inwoners en aan
+hunne verkeerde manier van zich te kleeden, dan aan de schadelijke
+invloeden van de temperatuur.
+
+Het gezegde omtrent de vruchtbaarheid en het klimaat van Bokhara is
+evenzeer van toepassing op de landen, die ten oosten en ten westen aan
+dat khanaat grenzen. Het is dan ook niet te verwonderen, dat de wonden,
+door den oorlog geslagen, hier in betrekkelijk korten tijd weder
+geheeld worden, mits slechts de oorlog niet te lang aanhoude. Reeds
+Belchi verzekert ons, dat een geslagen leger zich nergens zoo spoedig
+van zijne nederlaag herstelt, als in Transoxanië. Diezelfde schrijver
+schat het aantal steden in die landstreek op driehonderd-duizend:
+blijkbaar eene schromelijke overdrijving. Toch was Transoxanië en met
+name de stad Bokhara, vroeger veel meer bevolkt dan tegenwoordig. Onder
+de Samaniden waren de omstreken dezer stad zeer dicht bevolkt; ten
+noordoosten, ten zuidwesten strekten zich, buiten de eigenlijke
+stad, groote voorsteden uit; en de driehonderd-zestig moskeeën,
+waarvan de inwoner van Bokhara nog met trots spreekt, bestonden
+toen werkelijk. Tegenwoordig telt Bokhara hoogstens vijf-en-dertig
+duizend zielen.
+
+Dat zelfde geldt voor het gansche land. Transoxanië kan eene vijf- à
+zesmaal sterkere bevolking onderhouden, dan het tegenwoordig bezit. De
+ontzaglijke legerscharen, die, sedert de stichting van het khalifaat,
+voortdurend krijgs- en veroveringstochten ondernamen naar westelijk
+Azië en tot aan de oevers van den Nijl, waren voor het grootste deel
+saamgesteld uit zonen der steppen, maar daarnevens ook uit de bewoners
+der oevers van den Oxus en den Jaxartes.
+
+De meerderheid der inwoners van het oude Transoxanië bestond uit
+Iraniërs, en het perzisch was de nationale taal te Bokhara, te Fergana,
+te Khahrezm. Dit bleef zoo onder de heerschappij der Arabieren, der
+Samaniden, der Seldsjoeken en der vorsten van Khahrezm, ja zelfs nog
+langen tijd na de invallen der Mongolen; toen maakte het perzisch
+allengs plaats voor het turksch, dat tegenwoordig de heerschende
+taal is.
+
+Evenals de taal, heeft ook het karakter der Transoxaniërs eene groote
+verandering ondergaan. De oude arabische schrijvers kunnen geen
+woorden genoeg vinden om den adel des gemoeds, de oprechtheid, de
+rechtvaardigheid en gastvrijheid van dit volk te roemen. Tegenwoordig
+is van al deze deugden geen spoor meer over: met uitzondering van
+de gastvrijheid, die wel niet in de steden, maar dan toch op het
+platteland nog altijd beoefend wordt. Eeuwen lang is Transoxanië ten
+prooi geweest aan de telkens hernieuwde invallen der Toeraniërs, en
+daarbij is het land maatschappelijk en zedelijk te gronde gericht. De
+veroveraars hebben niet alleen de steden verwoest en de oogsten
+vernield, maar zij hebben ook in het hart der menschen alle hooge en
+edele gevoelens en aandoeningen weggewischt.
+
+Samarkand, ongetwijfeld het Maracanda der Grieken, de hoofdstad van
+het oude Sogdiana, is reeds sedert overoude tijden de mededingster
+van Bokhara. Vóór de regeering der Samaniden was zij de koningin der
+steden in het stroomgebied van den Oxus; zij begon van haar hoogen rang
+te dalen, toen Ismaël zijne residentie naar Bokhara verlegde. Onder
+de kharezmitische vorsten hernam zij, naar men zegt, haar vroeger
+overwicht; en later, onder de regeering van Timoer den Kreupele,
+bereikte Samarkand het toppunt van haar bloei en heerlijkheid. Maar
+na den val der dynastie van Timoer, begon ook voor haar een tijdperk
+van achteruitgang en verval. Bokhara werd nu allengs de officieele
+residentie; Samarkand moest zich vergenoegen met de nederiger rol
+van zomerverblijf der vorsten, die door de schoonheid der waterrijke
+streek en de frischheid van het klimaat werden aangetrokken.
+
+Samarkand is minstens tweemaal verwoest geworden; eerst door de
+Mongolen, en later door de wilde horden der Oesbeken. Van hare vroegere
+heerlijkheid is dan ook geen spoor meer over. De stad telt tegenwoordig
+eene bevolking van dertig duizend inwoners; zij bezit tachtig moskeeën,
+drie-en-twintig scholen of collegiën en zeven-en-twintig karavanseraïs.
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Van Orenburg naar Samarkand, by Anonymous
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN ORENBURG NAAR SAMARKAND ***
+
+***** This file should be named 19326-8.txt or 19326-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/9/3/2/19326/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/19326-8.zip b/19326-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..0f86fa1
--- /dev/null
+++ b/19326-8.zip
Binary files differ
diff --git a/19326-h.zip b/19326-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..274427b
--- /dev/null
+++ b/19326-h.zip
Binary files differ
diff --git a/19326-h/19326-h.htm b/19326-h/19326-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..5136fa2
--- /dev/null
+++ b/19326-h/19326-h.htm
@@ -0,0 +1,3207 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>Van Orenburg naar Samarkand</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Anoniem">
+<meta name="DC.Creator" content="Anoniem">
+<meta name="DC.Title" content="Van Orenburg naar Samarkand">
+<meta name="DC.Date" content="# 2006">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16% 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+/****** Title Page ******/
+
+h1.docTitle
+{
+font-size: 1.6em;
+line-height: 2em;
+}
+
+h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline, h2.docTitle
+{
+text-align: center;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size: 1.1em;
+line-height: 1.44em;
+font-weight: normal;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: normal;
+}
+
+/******* Headers ******/
+
+.div0
+{
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-bottom: 1.44em;
+}
+
+.div2
+{
+padding-bottom: 1.2em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-bottom: 1.0em;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+clear: both;
+}
+
+h1
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h1.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h2
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h2.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h3
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h4
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left: 10%;
+margin-right: 10%;
+}
+
+h5
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+h6
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+/****** Paragraphs ******/
+
+p
+{
+text-indent: 0;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align: left;
+}
+
+.aligncenter
+{
+text-align: center;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align: right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align: justify;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin: 0em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.line
+{
+margin: 0 10% 0 10%;
+}
+
+p.beforeline, p.afterline
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+p.initial
+{
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument, p.note
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument
+{
+margin: 1.58em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.quote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.blockquote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.argument
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.epigraph
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 20% 1.58em 0%;
+}
+
+/****** Figures ******/
+
+div.divFigure
+{
+text-align: center;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+text-align: center;
+}
+
+p.figure, p.legend
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+
+p.smallprint, li.smallprint
+{
+font-size: 80%;
+color: #666666;
+}
+
+/* Special cases for Filipino Riddles */
+
+p.question
+{
+text-align: left;
+margin-bottom: 0em;
+}
+
+p.answer
+{
+text-align: right;
+margin-top: 0em;
+}
+
+p.explanation
+{
+margin-left: 0.9em;
+margin-right: 0.9em;
+font-size: smaller;
+}
+
+
+/****** Sidenotes ******/
+
+.leftnote
+{
+position:absolute;
+left:1%;
+height:0em;
+width:14%;
+font-size: 0.8em;
+text-indent: 0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+/****** Page Numbers ******/
+
+.pagenum
+{
+display: inline;
+font-size: 70%;
+font-style: normal;
+text-align: right;
+position: absolute; right: 1%;
+padding: 0 0 0 0;
+margin: 0 0 0 0;
+}
+
+.pagenum a
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+
+/****** Footnotes ******/
+
+a.noteref:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+vertical-align: 0.25em;
+text-decoration: none;
+}
+
+div.footnotes
+{
+padding: 0 0 0 0;
+margin-top: 1em;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+width: 25%;
+text-align: left;
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 0.5em;
+margin-bottom: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align: left;
+width: 2em;
+}
+
+/****** Poetry ******/
+
+div.poem
+{
+text-align: left;
+margin-left: 5%;
+width: 90%;
+position: relative;
+}
+
+.poem h4
+{
+margin-left: 5em;
+font-weight: normal;
+text-decoration: underline;
+}
+
+.poem .stanza
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+position: absolute;
+top: auto;
+left: -2.5em;
+margin: 0;
+text-indent: 0;
+font-size: 90%;
+text-align: center;
+width: 1.75em;
+color: #777;
+}
+
+.versenum
+{
+font-weight: bold;
+}
+
+.footnotes .line
+{
+font-size: 80%;
+margin: 0 5% 0 5%;
+}
+
+.poem .i0 { display: block; margin-left: 2em; }
+.poem .i1 { display: block; margin-left: 3em; }
+.poem .i2 { display: block; margin-left: 4em; }
+.poem .i3 { display: block; margin-left: 5em; }
+.poem .i4 { display: block; margin-left: 6em; }
+.poem .i5 { display: block; margin-left: 7em; }
+.poem .i6 { display: block; margin-left: 8em; }
+.poem .i7 { display: block; margin-left: 9em; }
+.poem .i8 { display: block; margin-left: 10em; }
+.poem .i9 { display: block; margin-left: 11em; }
+
+
+
+/****** Annotations ******/
+
+span.corr
+{
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+
+
+/****** Anchors ******/
+
+a.hidden:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.hidden
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+hr
+{
+width: 45%;
+margin-top: 1em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+clear: both;
+text-align: center;
+height: 1px;
+}
+
+
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Van Orenburg naar Samarkand, by Anonymous
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Van Orenburg naar Samarkand
+ De Aarde en haar Volken, 1873
+
+Author: Anonymous
+
+Release Date: September 19, 2006 [EBook #19326]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN ORENBURG NAAR SAMARKAND ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="bodytext"><a id="d0e67"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e67">337</a>]</span><p class="div1"></p>
+<h2>Van Orenburg naar Samarkand.</h2>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-337.jpg" alt="Eene tarantasse."></p>
+<p class="figureHead">Eene tarantasse.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Centraal-Azi&euml; trekt in onze dagen de aandacht van allen, die niet alleen belang stellen in hetgeen in hunne onmiddellijke
+nabijheid gebeurt, maar ook in wat daar geschiedt en zich voorbereidt in gindsche verwijderde landstreken, vanwaar reeds meer
+dan eenmaal eene beslissende omwenteling in de wereldhistorie is uitgegaan. De uitbreiding der russische heerschappij in deze
+onmetelijke, zoo weinig bekende landen van Midden-Azi&euml; is een feit van zeer groote beteekenis, waarvan de gevolgen zich eerst
+langzamerhand, wellicht eerst na betrekkelijk langen tijd, in hun vollen omvang zullen openbaren. Wat hier ook van zij: in
+ieder geval worden deze streken, reeds door historische herinneringen en eigenaardigheid van volksleven en ontwikkeling veelszins
+merkwaardig, tengevolge harer inlijving in het groote russische rijk, ook onzer europeesche wereld nader gebracht. Onze lezers
+zullen dan ook zeker met belangstelling kennisnemen van het boeiende reisverhaal van een Rus, Basilius Wereschagin, met wien
+wij reeds vroeger kennis maakten.
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">I.</h3>
+<p>Orenburg biedt niet veel bijzonders; de stad onderscheidt zich van andere russische steden alleen door haar half-tartaarsch
+voorkomen, waardoor zij u aan Kazan denken doet. Hare torens, hare minarets, eenige moskee&euml;n geven haar iets eigenaardigs.
+Reeds zoodra ge de straten van Orenburg betreedt, treft u het oostersche karakter der stad, die dan ook trouwens in het Oosten
+ligt, op de uiterste grenzen van Europa en Azi&euml;. Wat zonderlinge, scherpgeteekende figuren, wat afwisseling van kostumen!
+Hier ziet ge een russisch soldaat, behoorlijk naar alle regelen gedrild; daar een Kozak van den Oeral, die tucht noch wet
+kent. Ginds, een man uit Bokhara, met een langen baard, een statig en ernstig voorkomen, en met een reusachtigen tulband op
+het hoofd, waarvan het doek, zoo het losgewonden werd, zeker eene lengte van tien of twaalf el zou hebben.
+
+</p>
+<p>Op ongeveer vier wersten afstand van Orenburg staat een groot gebouw, dat wel een bezoek waard is. Dit is de zoogenaamde Beurs:
+de algemeene verzamelplaats der nomaden van geheel den omtrek, die hier van alle kanten samenkomen, somwijlen vanzeer ver,
+te paard of op kameelen, meestal alleen, maar soms ook met hunne gezinnen. Zij brengen koeien, ossen, schapen, allerlei soorten
+van vee mede; zij hebben ook vilt, wol en huiden bij zich, om die te verkoopen of te ruilen tegen houten huisraad, brood,
+vaatwerk en meer dergelijke artikelen van dagelijksch gebruik.
+
+</p>
+<p>Omstreeks den middag heerscht de grootste drukte op deze Beurs; het gedrang en gejoel doet u hooren en zien vergaan; koopers
+en verkoopers schreeuwen en roepen om het hardst, ook al staan zij vlak naast elkander. Alles loopt en dringt en duwt en woelt
+en krioelt door elkander; men biedt en looft, men kijft en klapt in de handen: dit alles veroorzaakt een rumoer, waarvan een
+vreemdeling zich bezwaarlijk een denkbeeld vormen kan. Deze Beurs of bazar is een zeer groot vierkant gebouw, met eene ruime
+binnenplaats in het midden; langs de vier zijden bevinden zich de winkels, die op de binnenplaats uitkomen, en daartegenover
+andere; <a id="d0e87"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e87">338</a>]</span>winkels, welke een tweede gebouw, midden op de plaats verrijzende, innemen. Op diezelfde binnenplaats nabij de poort, die
+van den weg naar Orenburg toegang tot den bazar geeft, staat eene kleine moskee, en daarbij eene russische kapel.
+
+</p>
+<p>De kooplieden die dezen bazar bezoeken, behooren tot verschillende nationaliteiten. In de eerste plaats ontmoet men onder
+hen Russen, Bokharen en Kokhandsjis, dat wil zeggen, inwoners van het khanaat van Kokhand. Voorts Tartaren, Bashkiren, Kirghisen,
+enz. Al deze kooplui zitten met gekruiste beenen op den grond, naast hunne koopwaren, die op een hoop liggen. Deze waren zijn
+van verschillenden aard: vooreerst allerlei soorten van kleedingstukken, wollen en andere stoffen, en vooral tsjapans of kamerjaponnen
+van allerlei grootte, kleur en prijs. Dit kleedingstuk heeft langs de grenzen ontzaglijken opgang gemaakt; iedere russische
+werkman of kleinhandelaar draagt het geregeld; de inboorlingen, zegt men, leggen hun tsjapan nooit af. Nevens dit artikel,
+dat in bijna ongeloofelijke hoeveelheid aan de Beurs verhandeld wordt, vindt ge in de winkels eene menigte voorwerpen van
+vilt; voorts snuisterijen, sieraden van glas of metaal, om de begeerlijkheid der vrouwen op te wekken, en meer andere artikelen.
+
+</p>
+<p>Kirghisische vrouwen, met hooge witte tulbanden op het hoofd, voor hare kleine wagentjes gezeten, verkoopen <i>koumis</i> aan hare klanten. Daar ik dien drank nog niet kende, wilde ik hem proeven. Hij was veel minder sterk dan ik gedacht had,
+maar daarentegen zeer zuur. Echter moet ik er bijvoegen dat de koumis, waarin deze dames handelden, misschien voor de helft
+met schapenmelk was aangelengd. Dat is dan ook de echte drank niet, waarvoor steeds paarden- of kameelenmelk wordt gebruikt.
+
+</p>
+<p>Nabij den ingang van den bazar ziet men ter wederzijde eene lange dubbele reeks van kleine winkels, waarin handelaars in tabak,
+in messen, knoopen en allerlei huiselijke gereedschappen, hunne waren hebben uitgestald. Hier zijn gekleurde palen voor tenten
+te koop; ginds grafzerken, met schreeuwende kleuren beschilderd; nog verder verdringt zich eene kudde runderen of schapen,
+en om de dieren krioelen koopers, verkoopers en toeschouwers bont dooreen. Daar, verder op, ziet ge ontzaglijke hoopen wol:&#8212;de
+koopman is bezig, de natte wol uit te zoeken en van de droge af te zonderen; dan, nogmaals schapen, koeien, paarden; dan weer
+Russen en Kirghisen, die graan en meel afwegen: de Rus biedt zijne waar te koop aan, de Kirghise voorziet zich van den noodigen
+voorraad, om dien straks op zijne kameelen te laden, en met zijne korenzakken naar zijne vilten tent of <i>kibitka</i> terugtekeeren, misschien meer dan honderd mijlen ver in de steppen.
+
+</p>
+<p>Tijdens mijn verblijf te Orenburg kwam ik in aanraking met een gewichtig personage: een gezant van den emir van Bokhara, die
+namens zijn meester over den vrede kwam onderhandelen. Zijn gevolg was zeer gering: gelukkig trouwens, want zijne hoogheid
+de emir had hem geen penning voor de reis gegeven. Hij zou dan ook van honger zijn omgekomen, indien het russische gouvernement
+hem geene tegemoetkoming van acht roebels per dag, dat is ongeveer zestien gulden, had toegelegd. Zijne excellentie leefde
+nu zeer zuinigjes, en verteerde voor zich en zijn gevolg niet meer dan twee roebels per dag: hetgeen hem eene zuivere winst
+opleverde van zes roebels in een etmaal. Ik moet echter daarbij voegen, dat het gezantschap voor rekening van de russische
+regeering gehuisvest was, en dat de heeren diplomaten zeer sober leefden van <i>plove</i> (pilau) en thee. Na een verblijf van twee-en-een-halve maand te Orenburg, kon de gezant van den emir over eene tamelijk welgevulde
+beurs beschikken, en begon hij zichzelf geschenken te geven: tshapans, een horloge, een speeldoos en andere zeldzame gewrochten
+der westersche beschaving.
+
+</p>
+<p>Voor mijn vertrek schafte ik mij een tarantasse aan, een soort van zeer eigenaardige cal&egrave;che: het rijtuig heeft de gedaante
+van een korf of wieg, en is ook evenzoo luchtig gevlochten. De Orenburgers gebruiken de tarantasse voor toertjes door de stad
+en den omtrek; maar waarschijnlijk was ik wel de eerste, die met dit brooze rijtuig een tocht ging ondernemen van twee duizend
+wersten over meestal onbegaanbare wegen. Nadat ik mijn mand had volgepakt met alle voorwerpen, die een kunstminnend toerist
+onmisbaar zijn&#8212;papier, portefeuilles, draagstoel, parasol, instrumenten&#8212;bemerkte ik dat er voor mij zelf nog maar een zeer
+klein plaatsje in de tarantasse overschoot. Toch, hoe bekrompen en ongemakkelijk ook gezeten, verliet ik Orenburg in mijn
+licht rijtuigje, en sloeg den weg in naar Centraal-Azi&euml;.
+
+</p>
+<p>De tocht van Orenburg naar Tasjkend is eene ware marteling! Toch is de weg goed (nu en dan zandig) en tamelijk gelijk. Maar
+er komt geen einde aan de haspelarijen, plagerijen en <span class="corr" title="Bron: moeielijkheden">moeilijkheden</span> van allerlei aard, die u telkens uw geduld doen verliezen. Bij iedere halt is het eene nieuwe ruzie met den chef van het
+station; onderweg ligt ge voortdurend overhoop met de iamtshiks of postillons; aan paarden, wagen en tuig is steeds iets defect,
+dat gedurig herstelling vordert. In &eacute;&eacute;n woord, de geheele dienst is ellendig.
+
+</p>
+<p>Van Orenburg tot Orsk is de weg goed; ook zijn hier de stations goed ingericht. De dorpen en vlekken, die ge op uw weg ontmoet,
+worden half door Kozakken, half door Tartaren bewoond: goede, brave lieden, met wie de reiziger gaarne te doen heeft, en die
+hem bereidwillig dienst bewijzen. Van de Kirghisen kan ik dit niet getuigen.
+
+</p>
+<p>Orsk is niet eene dier steden, die reeds op het eerste gezicht een aangenamen indruk maken. Men ziet er niets dan lage, half
+ingestorte huizen. Zij ligt aan de samenvloeiing van de rivieren de Oeral en de Or, de eerste van het noorden, de andere van
+het zuiden komende. Evenals aan de andere stations, bestaat er wel eenige kans dat gij een <i>samovar</i>, theeketel of bouilloir, en meer of minder drinkbaar water krijgen kunt,&#8212;en dan nog! Maar wat ge in de eerste plaats noodig
+hebt: paarden,&#8212;daar ontbreekt het aan.
+
+</p>
+<p>Gij komt aan het station: er is niemand. Gij roept: er verschijnt niemand. Gij roept nog eens en luider: geen antwoord. Wat
+te doen? Wachten. Zoo wacht ge dan. Eindelijk verschijnt, ge weet niet vanwaar, <a id="d0e122"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e122">339</a>]</span>een Kirghise. Natuurlijk vraagt hij u, wat gij verlangt?
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat ik verlang? Paarden, natuurlijk!
+
+</p>
+<p>&#8220;Paarden? Er zijn hier geen paarden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dat is het onvermijdelijke antwoord. Echter laat ge u niet zoo afschepen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar wanneer kan ik ze dan krijgen?
+
+</p>
+<p>&#8220;Morgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Morgen! Dat ziet er mooi uit!&#8221;
+
+</p>
+<p>Toch is dat gebrek aan paarden dikwijls maar voorgewend. Weet ge het zoo aan te leggen, dat men u voor een officier of althans
+voor een ambtenaar aanziet, dan is het best, tegen ieder uit te varen en geen dreigementen te sparen. Herkent ieder in u den
+eenvoudigen burgerman, dan schiet er niet anders over, dan in den zak te tasten. De ontbrekende paarden komen dan ook weldra
+voor den dag. Meen echter niet, dat ge nu uwe reis kunt vervolgen. Niet zoo haastig! Er ontbreekt of hapert altijd iets, hetzij
+aan de teugels, hetzij aan het tuig, hetzij aan den wagen, of wat dan ook. Toch is de uitrusting hoogst eenvoudig. Het middelste
+paard heeft niets meer dan een halsband, een zadel en een buikriem; de beide andere paarden stellen het met een eenvoudigen
+vilten halsband en een paar riemen.
+
+</p>
+<p>Is eindelijk alles klaar, dan komt het oogenblik van vertrekken. Geene kleinigheid! De paarden der steppen zijn niet gewend
+aan het gareel; als zij voorgespannen worden, steken zij onrustig de ooren op, snuiven en trappelen en geven alle teekenen
+van ongeduld. Maar aan alles komt een einde; de zweep zal nu het sein geven. &#8220;Ga zitten!&#8221; roept de iamtshik u toe. Gij gaat
+zitten, met vreezen en beven. De wilde paarden der steppen steigeren en schudden den kop; zij springen ter zijde; zij breken
+de touwen en slaan den boom tot splinters! Dan begint alles weder van voren af aan. Ten langen laatste zijt ge toch op weg;
+nu gaat het voort, in vliegenden ren; maar telkens moet ge halt houden, zonder dat ge met mogelijkheid bevroeden kunt waarom:
+dit is het geheim van den koetsier, die geheel zijne eigene luimen volgt. Al de iamtshiks, Russen zoowel als Kirghisen, schijnen
+er bovendien vermaak in te vinden, hun zweep te laten vallen; ge moet zoo telkenmale stilstaan, om die op te rapen. En dan&#8212;nu
+eens breken de touwen, dan gaan de riemen los. Wee u, zoo ge de taal der Kirghisen niet verstaat. Uw postillon, een halve
+wilde, heeft geheel en al vergeten, dat hij op een rijtuig zit; hij denkt dat hij te paard rijdt: hij ranselt zijne dieren
+op de onbarmhartigste wijze; hij zit geen oogenblik stil; hij schopt met geweld tegen den wagen; hij schreeuwt en gilt, en
+stelt zich aan als een bezetene.
+
+</p>
+<p>Te Orsk begint de steppe, maar zij heeft nog niet dat doodsche voorkomen, dat haar verderop eigen is. De grond is nog met
+hoog gras begroeid; nu en dan ziet ge op kleine heuvels eenige winterdorpen der Kirghisen, want deze nomaden hebben bereids
+hunne zomerkampementen verlaten. Die halve wilden zijn niet allen herders; velen onder hen houden zich in deze streek met
+graanbouw bezig; het brood is hier dan ook buitengewoon goedkoop. De Kirghisen, die dit gedeelte der steppe bewonen, staan
+onder de bevelen van een hoofdman, die te Orsk woont, en op zijne beurt ondergeschikt is aan een <span class="corr" title="Bron: distriktshoofd">districtshoofd</span>, te Orenburg gevestigd.
+
+</p>
+<p>Wij zijn in het midden van September: overdag is het warm, maar des nachts en in den morgenstond vriest het, en ondanks mijn
+pels van schapenvacht zit ik dan te rillen van koude. Op den middag daarentegen druppelt mij het zweet langs het gelaat. Zoo
+is het klimaat der steppen, buitensporig zoowel in warmte als in koude.
+
+</p>
+<p>Voort gaat de tocht; ik heb nauwelijks den tijd, eenige aandacht te wijden aan de Kirghisen van deze woestijn, die deel uitmaken
+van de Kleine-Horde, en weinig verschillen van hunne broeders der Groote-Horde en der Middelste-Horde, van wie ik later spreken
+zal. Somwijlen ontmoeten wij troepen kameelen, dikwijls bij honderden te gelijk. Op het geklingel van de bellen onzer paarden,
+wenden zij hunne koppen naar ons om, en volgen ons langen tijd als met aandachtigen ernst met hunne nieuwsgierige blikken.
+Men weet hoe schuw deze voortreffelijke dieren zijn. Het gebeurt wel eens, dat wij hen te dicht naderen: dan vluchten zij
+in galop, naar alle kanten, met den staart in de lucht, als verschrikte koeien. Niets is grappiger, dan zulk een tooneel.
+Met zijne korter voor- dan achterpooten, maakt de kameel, als hij draaft of galoppeert, een allerzotst figuur. In de vlakten
+van Orenburg ziet men meer tweebultige kameelen dan dromedarissen; de reden hiervan moet gezocht worden in de meerdere kostbaarheid
+der dromedarissen. Deze laatsten zijn duurder dan de kameelen, maar kunnen ook eenige dagen achtereen voedsel en drank ontberen,
+terwijl de kameel na verloop van twee &agrave; drie dagen uitgeput is; bovendien is deze ook niet zoogoed tegen de kou bestand; men
+vindt hem dan ook eerst verder zuidwaarts, naar de zijde van Bokhara. In de karavanen, die wij ontmoetten, wees men mij eenige
+dromedarissen, grooter en sterker dan de anderen: zij behooren tot het ras, dat in Khiwa gevonden wordt.
+
+</p>
+<p>De kameel is zeer gevoelig voor muziek: fluiten en zingen boeit dadelijk zijne aandacht; zelfs als hij graast houdt hij, zoodra
+een of andere toon hem treft, dadelijk op, steekt zijn kop in de hoogte, en kijkt aandachtig naar de zijde vanwaar het geluid
+komt. De ruwheid van de bewoners der steppe blijkt wel het meest in de wijze, waarop zij deze zoo nuttige, ja voor hen onmisbare
+dieren behandelen. Voorzeker worden, ook in andere landen, de kameelen niet vertroeteld, maar zij worden toch niet zoo onbarmhartig
+behandeld als hier. Zoodra de kameel zijn tweede jaar is ingetreden, doorboren de Kirghisen hem den neus en steken een stokje
+in de opening, waaraan het touw wordt vastgemaakt, dat als toom dient. Dit touw wordt dan doorgaans gehecht aan den zadel
+van den ruiter, die aan de spits der karavaan rijdt; het arme dier kan dus geen misstap doen, of ook zijn tred een weinig
+vertragen, zonder dat zijn neus wordt opengereten, en het bloed hem langs den bek vloeit. Somwijlen gebeurt het, dat door
+het voortdurend trekken en rukken, het koord breekt, of de neusvleugels worden afgescheurd. In elke karavaan zag ik verscheidene
+<a id="d0e151"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e151">340</a>]</span>kameelen, die hevig uit den neus bloedden; bij sommigen was een gedeelte van de bovenlip afgescheurd of hing er bloedend bij.&#8212;Een
+goede kameel met twee bulten is tusschen de zestig en honderd gulden waard; een goed paard kost zestig gulden; een minder
+goed, dertig tot veertig gulden. Men moet zeker niet uit het oog verliezen, dat de paarden der steppen bijna geheel wild zijn;
+vandaar de moeilijkheid om zich van paarden voor rijtuigen te voorzien, ondanks den lagen prijs en de voortreffelijke eigenschappen
+der paarden zelf. Zij zijn van kirghisisch ras, klein en niet mooi, maar sterk en taai; zij blijven het gansche jaar in de
+wei; des winters verwijderen zij de sneeuw met hunne hoeven, om het bevroren gras der steppen te kunnen bereiken.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-340-1.jpg" alt="De groote moskee te Turkestan."></p>
+<p class="figureHead">De groote moskee te Turkestan.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Tusschen Orsk en Tasjkend liggen verscheidene russische forten, die niet alleen de veiligheid op den weg moeten verzekeren,
+maar ook de orde in het omliggende land handhaven. Het eerste fort, dat ge op uw tocht ontmoet, is dat van Karaboutagh, schilderachtig
+aan den oever eener beek gelegen; het klimaat is ondragelijk. Verderop ligt het fort Oeral. Deze beide vestingen zijn tusschen
+1840 en 1850 gebouwd, en worden door Kozakken-famili&euml;n bewoond. Het oprichten van deze en nog vele andere forten was een zeer
+verstandige maatregel, waardoor een einde werd gemaakt aan de telkens herhaalde strooptochten der roofbenden uit Khiwa, die
+ieder jaar tusschen de twee- en driehonderd Russen als krijgsgevangenen wegvoerden. Van het fort Oeral tot aan de rivier de
+Sir-Darja, vindt men slechts open dorpen; de rivier opvarende komt men achtereenvolgens voorbij het fort Kazali, in offici&euml;elen
+stijl fort Nommer I; dan voorbij fort Nommer II; het fort Perowski; het fort Dsjoelek; eindelijk langs de versterkte steden
+Turkestan, Tsjemkend en Tasjkend.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-340-2.jpg" alt="De groote moskee te Turkestan (van de andere zijde gezien)."></p>
+<p class="figureHead">De groote moskee te Turkestan (van de andere zijde gezien).</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Als gij het fort Oeral verlaten hebt, begint de <a id="d0e167"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e167">342</a>]</span>eigenlijke steppe, de naakte vlakte zonder een spoor van plantengroei. Tevens houden de stations op, om vervangen te worden
+door tenten. Voorbij Djalangatshe moet de reiziger zijn intrek nemen in eene kibitka, zoogoed mogelijk door een veld van biezen
+tegen den wind gedekt. Gelukkig heeft men tegenwoordig althans niets meer te maken met de Khirgisen. Kozakken, tot de bezetting
+der forten behoorende, zijn belast met de zorg om de reizigers bij hunne aankomst aan de stations te ontvangen, en alles in
+gereedheid te maken voor hun vertrek. Sommigen van deze Kozakken verstaan en spreken de taal des lands, en dienen als tolken
+tusschen Orenburg en Tashkend.
+
+</p>
+<p>Dicht bij het station van T&eacute;rekti, op korten afstand van de heirbaan, ontmoetten wij voor het eerst eene kirghisische <i>mazarka</i>, dat wil zeggen, een graf. Eerst sedert drie jaren was dit monument opgericht, en wel door Koun-Spa&iuml;, een rijken Kirghise.
+Het grafteeken bestaat uit een plompen zwaren koepel, rustende op een vierkanten onderbouw, van omstreeks vier el hoogte.
+Het geheele gebouw is uit leem opgetrokken, zonder dat daarbij een enkele steen is gebruikt. Eene smalle en lage deur geeft
+toegang tot het inwendige, dat drie <span class="corr" title="Bron: gaven">graven</span> bevat, overvloedig met ornamenten versierd; ruwe en onbeholpen schilderijen bedekken den wand: afbeeldingen van wapenen,
+paarden, karavanen, kameelen, meer of minder duidelijk geteekend. Langs den geheelen weg zagen wij eene menigte van zulke
+graven.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-341.jpg" alt="Bedelende derwisjen."></p>
+<p class="figureHead">Bedelende derwisjen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Intusschen gaan wij altijd voort naar het zuiden; de steppe wordt gaandeweg minder naakt en doodsch. Wij ontdekken eerst eenige
+struiken, dan eene bochtige oeverlijn, eindelijk een breeden band van donkerblauw water: wij hadden den oever van het meer
+Aral bereikt, op vijf-en-tachtig kilometer afstand van het fort Kazali. De heirbaan volgt slechts even den zoom van dit groote
+meer. Op den oever zaten en stonden groote vogels, zwart op den rug, wit aan den buik; meeuwen vlogen of zwommen op het water;
+gansche scharen van eenden spartelden en kwaakten in de kleine baaien en inhammen langs de kust: een levendig en toch eentonig
+somber landschap.
+
+</p>
+<p>Het station Akdjoulpace ligt vlak aan het meer Aral, op een droog en zoutachtig terrein, dat vroeger door de wateren dezer
+binnenzee werd overdekt, die steeds in omvang afneemt, en ongetwijfeld spoedig geheel zou zijn uitgedroogd, indien niet twee
+zoo aanzienlijke rivieren als de Sir-Darja en de Amoe voortdurend hare schatting aan het groote meer brachten.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">II.</h3>
+<p>Toen ik aan het fort Kazali of Kazalgue&#8212;of zoo ge liever wilt, het fort Nommer I,&#8212;aankwam, mistte het zoo sterk, dat ik bijna
+geen hand voor de oogen zien kon. Nader komende onderscheidde ik eerst eenige windmolens, en daarna ettelijke kleine, lage
+huizen. Kazali ligt aan den rechteroever van de Sir-Darja; de huizen van het vlek zijn uit tichelsteenen opgetrokken, die
+in de zon zijn gedroogd. Zij doen u denken aan de arme boerenwoningen in zuidelijk Rusland, met dit onderscheid alleen, dat
+hier de daken plat zijn. De bazar is ruim en goed ingericht: hier is de algemeene verzamelplaats der Kirghisen van den omtrek,
+die russische artikelen komen inkoopen of hun vee te koop aanbieden. De liefhebbers zullen zeker met belangstelling vernemen,
+dat de kaviaar te Kazalgue voortreffelijk is: zij zou inderdaad onvergelijkelijk zijn, zonder de slechte hoedanigheid van
+het zout, dat bij de bereiding gebruikt wordt.
+
+</p>
+<p>Het fort Nommer I is het punt van uitgang der stoombooten, die de Sir-Darja bevaren. Bevaren is eigenlijk wat veel gezegd:
+die booten toch sukkelen met groote moeite op de rivier voort, zonder dat men eigenlijk weet waarom het zoo slecht gaat. Ligt
+de schuld bij den scheepsbouwmeester, of wel bij de gedurige veranderingen, waaraan het bed en de stroom van de rivier bloot
+staan? Misschien hebben beiden deel aan dien toestand: maar hoe dit zij, zeker is het dat de stoomvaart op de Sir-Darja in
+een jammerlijken toestand verkeert, en dat daarin geene verandering is te wachten, zonder eene afdoende verbetering van het
+bed der rivier zelf:&#8212;een werk, dat zeer aanzienlijke sommen vereischen zou.
+
+</p>
+<p>Twintig wersten van Kazali liggen de bouwvallen der stad Djanekent aan den linkeroever van de Sir-Darja in de nabijheid van
+een meer. Ik wenschte een uitstapje daarheen te maken, en vroeg en verkreeg daartoe vergunning van den kommandant van het
+fort, den majoor Youry, die mij zelf paarden verschafte en een gids medegaf, een Kozak, die de turksche taal verstond. Zoo
+uitgerust toog ik dadelijk op weg naar Djanekent. Wij volgden eenigen tijd de oevers van de Sir-Darja, tot wij, bij eene bocht
+der rivier gekomen, rechts afsloegen. De weg was zeer druk en levendig. Kirghisen trokken voortdurend heen en weder; sommigen
+te paard, anderen op een kameel; enkelen, nederiger van aard, zaten op een ezel; ik ontmoette er zelfs eenigen, die op een
+os reden. Deze Kirghisen gingen naar het fort om schapen en runderen te verkoopen, en zich in ruil daarvoor de noodige voorwerpen
+aan te schaffen voor hunne kibitka. Langs den weg zag ik verscheidene kleine kampementen van arme nomaden, die voor hun mager
+vee in deze dorre streek een schraal voedsel zochten. Ik trad enkele dezer tenten binnen: hier waren de vrouwen bezig de schapen
+te scheren, elders zuiverden zij de wol, overal waren zij aan den arbeid, terwijl de mannen niets uitvoerden. Bezochten wij
+eene kibitka, dan werden wij steeds ontvangen met het traditioneele <i>aman tachar</i> (ik groet u, vriend). Zoo trokken wij langzaam voort in de richting van het veer over de Sir-Darja, terwijl mijn Kozak mij
+eenige bijzonderheden verhaalde omtrent den laatsten strooptocht van Sadike.
+
+</p>
+<p>Sadike is de zoon van Kenissara, een van de onrustigste hoofden der Kirghisen; en hij zelf is een niet minder lastige buurman.
+Hij zal ons geen rust laten, zoolang zijn hoofd nog op de schouders staat: en het laat zich niet aanzien, dat hij het spoedig
+verliezen zal: de helden van zijne soort toch maken zich uit de voeten als het gevaar nadert, en moeten zij bij ongeluk aan
+het gevecht deelnemen, dan dragen <a id="d0e200"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e200">343</a>]</span>zij wel zorg, op hunne vlugge paarden te vlieden, zoodra zij zien dat de kans zich tegen hen keert.
+
+</p>
+<p>Er liepen reeds sedert eenigen tijd onrustbarende geruchten. Sadike, zoo heette het, rustte zich ten oorlog en had een aanslag
+op Kazalgue in den zin. Reeds braken de meeste nomaden hunne tenten op en verhuisden naar de overzijde van de Sir-Darja, want
+men wist zeergoed, dat onze vriend alles uitplunderen zou wat onder zijn bereik kwam, onverschillig of het vriend of vijand
+was. De kommandant van het fort zond zeventig Kozakken van Orenberg op verkenning uit. Zeventig man tegenover een duizendtal
+bandieten: de kans scheen hachelijk!
+
+</p>
+<p>Toch zouden de Kozakken, indien zij maar den vijand onverhoeds hadden aangetast, waarschijnlijk de zege hebben behaald; zij
+zouden hem althans hebben tegengehouden en van verder voortdringen afgeschrikt. Ongelukkig was het detachement niet genoeg
+op zijne hoede. Niet ver van het fort, zetten onze soldaten zich neder om hun eenvoudig maal van gort gereed te maken, terwijl
+een twintigtal hunner, ongewapend, de paarden naar de rivier leidden om te drinken. Eensklaps vertoonde zich de vijand, meer
+dan duizend man sterk, meer of minder goed gewapend; velen alleen met lansen en pieken. Sedert langen tijd had hij op zijne
+prooi geloerd. De Kirghisen wierpen zich op de twintig manschappen, die op weg waren naar de rivier: en binnen weinige oogenblikken
+waren genoegzaam allen vermoord. Twee of drie Kozakken echter wisten zich te redden. Een ander, door een tiental wilden achtervolgd,
+mikte, al vluchtende, nu op den een, dan op den ander, en daar de ruiters der steppen er vooral niet op gesteld zijn, den
+dood in de kaken te loopen, zou hij stellig ontkomen zijn, indien hij niet bij ongeluk zijn patronen had laten vallen; voor
+het laatst schoot hij nog eens zijn geweer af, en werd toen neergesabeld.
+
+</p>
+<p>De vijftig mannen, die hunne gort kookten, waren getuigen van die slachting, maar konden hunne makkers niet te hulp komen.
+Plotseling overvallen, moesten zij in de eerste plaats op zelfverdediging bedacht zijn. Zoodra de vijand de andere slachtoffers
+had geveld, sloot hij ook hen van alle zijden in. Had hij zich aanstonds op hen geworpen, zonder hun den tijd te laten zich
+op tegenweer voor te bereiden, dan was er wel geen twijfel aan geweest of deze handvol Russen zou spoedig bezweken zijn. Maar
+in plaats van aan te vallen, begonnen de Kirghisen te overleggen wat te doen. De Kozakken grepen nu moed, en vingen aan hunne
+positie te versterken. Met spaden, stokken en hunne handen, groeven zij kuilen in den grond, waarin zij zich zoogoed mogelijk
+verborgen; sommigen zetten zich daarin neder, anderen stonden overeind, tot aan de borst of hooger gedekt. De uitgegraven
+aarde vormde een soort van wal, waaraan met behulp van zadels, en allerlei andere voorwerpen zooveel mogelijk stevigheid werd
+gegeven. De paarden waren verloren: de Kirghisen hadden ze allen opgevangen. Inmiddels viel de nacht en maakte een einde aan
+de vijandelijkheden.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen hervatten de zwervende zonen der steppe, onder het aanheffen van woeste kreten, den aanval. De Kozakken
+gingen spaarzaam om met hunne ammunitie: zij hadden slechts veertig patronen per hoofd, en moesten zoolang mogelijk volhouden.
+Zij lieten dus den vijand tot op korten afstand naderen, en losten dan hunne geweren op den saamgepakten hoop: na iedere d&eacute;charge
+waren de rangen der Kirghisen gedund, en bleek de drift der aanvallers merkelijk bekoeld. Telkens weken zij in groote verwarring
+terug, hunne dooden medevoerende, wanneer zij daartoe den tijd hadden; maar des avonds lagen er nog velen hunner aan den voet
+van den lagen wal, waar het doodelijk lood hen getroffen had. Den volgenden morgen echter waren geene lijken te zien: de Kirghisen
+waren des nachts, stil en heimelijk, tot nabij den wal geslopen en hadden de lichamen hunner makkers weggevoerd.
+
+</p>
+<p>Dit duurde alzoo drie dagen. Zonder spijs of drank, boden de Kozakken met onbezweken moed een hardnekkigen tegenstand. Eindelijk
+trokken de Kirghisen af. De Kozakken verbergden daarop hunne zadels in het zand, en keerden, meer dood dan levend, naar het
+fort terug. De manschappen, die op den weg naar de rivier waren gedood, werd het hoofd afgehouwen; en hoogstwaarschijnlijk
+werden deze bloedige tropee&euml;n, als de teekenen eener schitterende overwinning op de russische legermacht behaald, voor de
+voeten van den emir van Bokhara gelegd.
+
+</p>
+<p>Intusschen vervolgden wij onzen weg, en kwamen weldra aan de tent, die de plaats aanwijst, waar zich het veer over de Sir-Darja
+bevindt. Hier is ook eene wacht van Kozakken, om te beletten dat de Kirghisen steenen uit de puinen van Djanekent wegnemen.
+Met een groote pont werden wij over de Sir-Darja gezet, in gezelschap van eenige kameelen, die lang tegenspartelden eer zij
+in de schuit stapten, maar zich gedurende de overvaart zeer rustig hielden.
+
+</p>
+<p>Op den linkeroever gekomen, bevonden wij ons voor de vestingwerken van Dsjan Kala, die nog vrijgoed in stand zijn gebleven.
+Zij bestaan in aarden wallen, tusschen de vier en vier-en-een-half el hoog, met eene gracht die nu gedempt is. Binnen die
+wallen is geen spoor van woning te zien. Ten zuidoosten, op een afstand van ongeveer zes kilometer van de rivier, ziet ge
+een grooten muur; een kilometer verder, verrijzen eenige heuvelen, sommige met gras en struiken bedekt, andere geopend en
+half afgegraven. Dat is het oude Djanekent. De Kirghisen hebben onderscheidene heuvels omgewoeld, ten einde zich meester te
+maken van de gebakken tichelsteenen, die daarin verborgen waren. Vreemd! Nu twee of drie jaar geleden, vermoedde niemand iets
+van de aanwezigheid dier steenen, bijna geheel in onbruik geraakt hier in dit land, waar alle huizen en gebouwen uit leem
+en aarde worden opgetrokken. Men zag wel hier en daar fragmenten van tichelsteen, maar niemand dacht er aan, dat een zoo groote
+overvloed dier steenen in de met gras begroeide heuvelen verborgen lag. Toch was bij de nomaden eene overlevering bewaard
+gebleven, die van het bestaan eener groote stad in dezen omtrek gewaagde; en dikwijls wezen zij den reiziger de eenzame <a id="d0e216"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e216">344</a>]</span>heuvelen, de overblijfselen van eene ongelukkige stad, die door de slangen verwoest was. Volgens de traditie was deze stad
+eenmaal de zetel van de vorsten des lands. De laatste hunner had de dochter van een naburigen koning tot vrouw genomen; zij
+werd hem ontrouw, en de beleedigde echtgenoot doodde haar. De vader van het slachtoffer was een groot toovenaar. Om den dood
+zijner dochter te wreken, zond hij slangen naar de stad, die den koning en zijn volk verslonden. Men wees mij zelfs een heuvel,
+met dicht struikgewas begroeid, zeggende dat het daar nog van slangen wemelde. Later deed ik opgravingen in dien heuvel, maar
+vond geen spoor van eene enkele slang.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-344.jpg" alt="Een biddende mollah."></p>
+<p class="figureHead">Een biddende mollah.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Zoodra het eenmaal was gebleken, dat hier een bijna onuitputtelijke voorraad tichelsteenen voorhanden was, begonnen de Kirghisen
+alles af te breken, en de steenen, die zij konden wegnemen, naar het fort te brengen. Particulieren, die zich eene woning
+bouwen wilden, kochten al deze steenen op. Zoo voortgaande, zouden de ru&iuml;nen weldra geheel verdwenen zijn. Maar nu kwam de
+regeering tusschenbeiden. Zij verbood dien handel, maar behield zich toch het recht voor, om zelf die materialen te gebruiken
+ten behoeve van de fortificati&euml;n. Het is te hopen, dat zoo de opgravingen op groote schaal worden voortgezet, dit onder behoorlijke
+leiding en met de noodige voorzorgen zal geschieden.
+<a id="d0e225"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e225">345</a>]</span></p>
+<p>Ik liet ook eenige opgravingen doen, en vond menschenbeenderen en beenderen van schapen, paarden en kameelen; voorts gebakken
+steenen, houtskool en eenige aarden potten, waaronder enkelen van inderdaad fraaie bewerking en met figuren versierd. Ik kon
+evenwel mijne nasporingen niet voortzetten, omdat het mij daartoe aan tijd en geld ontbrak. De Kirghisen toch voeren weinig
+uit, en dat weinige doen zij nog slecht. Bovendien begonnen zij, zoodra zij zagen dat ik belang in de zaak stelde, al zeer
+spoedig hunne eischen hooger te stellen, naarmate zij dieper moesten graven. Ter voorkoming van alle moeilijkheden, liet ik
+mijne opgravingen maar in den steek.
+
+</p>
+<p>Gedurende mijn verblijf te Djanekent, bracht ik doorgaans den nacht in een naburig kamp door. De kibitka, waar mij deze gastvrijheid
+bewezen werd, behoorde aan een Kirghisen-familie, bestaande uit vader, moeder en twee dochters, eene van dertien en eene van
+negen jaren. Er was ook nog een volwassen zoon, maar dien ontmoette ik maar eenmaal in de vaderlijke tent. Hij woonde in het
+fort, en dreef ik weet niet meer welken handel, voor rekening van zijn vader.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-345.jpg" alt="Eene woning in Oud-Tasjkend."></p>
+<p class="figureHead">Eene woning in Oud-Tasjkend.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De vader was een verstandig man, ruim veertig jaar oud, en in zijn voorkomen meer gelijkende op een Noga&iuml; dan op een Kirghise.
+Hij was steeds gekleed in een wijden witten kamerjapon van kemelshaar, en droeg op het hoofd een zoogenaamden <i>topp&eacute;</i>. Als het koud was en hij op reis ging, dekte hij zich met een zeer hooge, smal toeloopende muts van schapenvacht.
+
+</p>
+<p>De mama, gansch niet vrij van praatzucht en oud voor haar tijd, was eene echte vertegenwoordigster van de kirghisische type,
+platte neus, kleine oogen, uitstekende wangbeenderen. Zij droeg een wijden broek, met hooge laarzen daarover heen; een lang,
+grof, blauw hemd, en omwikkelde haar hoofd en hals met een stapel doeken.
+
+</p>
+<p>De oudste dochter, die zelden sprak, was krachtig en welgevormd. Zij geleek veel op hare moeder, en ging ook evenzoo gekleed;
+alleen droeg zij aan de armen en om den hals armbanden en kettingen van glas en veelkleurige steentjes; hare koolzwarte in
+kleine vlechten opgemaakte haren waren gewikkeld in een schitterend rooden wollen doek.&#8212;Het jongste kind geleek op haar vader.
+Zij was grillig, maar zeer innemend, en speelde onbeschroomd met mij. Haar hoofd was kaal geschoren, met uitzondering van
+een krans van vlechten rondom het hoofd en eene dergelijke vlecht op de kruin.
+
+</p>
+<p>Als ik, bij zonsondergang, in de kibitka trad, vond ik de familie doorgaans neergehurkt rondom het vuur, al knipoogende in
+de vlam en den rook starende. De moeder en de oudste dochter waren altijd aan den arbeid; de vader stookte met een kleine
+ijzeren staaf het vuur op, en gaf zijne bevelen. De vrouwen bereidden de soep of bakten koeken. De soep was zeer spoedig gereed:
+in een grooten ketel werd eene zekere hoeveelheid water geschonken, vervolgens gort en een weinig meel daaronder gemengd,
+en dan dat alles over het vuur gehangen tot het water kookte. Wat van den maaltijd overbleef, werd in eene houten terrine
+met een lederen bodem gedaan, en gedurende twee of drie dagen werd de soep nu koud gebruikt. Het bakken der koeken vorderde
+weinig meer omslag of tijd.
+
+</p>
+<p>Om het koren te malen, gebruiken de Kirghisen een kleinen handmolen, bestaande uit twee platte, ronde steenen. In den bovensten
+steen is eene opening, met twee kleine dwarshoutjes voorzien, waardoor een spil gestoken wordt, die op den ondersten steen
+rust. Het koren wordt door de opening geworpen, waarna de bovenste steen door middel van een langen stok, rechthoekig aan
+de spil bevestigd, wordt rondgedraaid. Het meel dat aldus verkregen wordt, is met zemelen vermengd en tamelijk grof. In het
+geheele kamp, uit <a id="d0e248"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e248">346</a>]</span>zeven of acht tenten bestaande, was geen andere molen te vinden dan die mijner gastvrouw; telkens kwam dan ook eene of andere
+buurvrouw om haar meel te malen, of den molen voor eenige oogenblikken te leenen.
+
+</p>
+<p>Echter vermoed ik dat niet enkel de molen onze buren en buurvrouwen zoo telkens naar de tent lokte. Mijne tegenwoordigheid
+in de kibitka was zeker de voornaamste reden van deze drukke bezoeken. Zij wisten dat de kibitka, waar ik tijdelijk mijn intrek
+genomen had, groote en begeerlijke schatten bevatte: tabak en kruit voor de mannen; zeep, ringen, naalden, enz. voor de vrouwen.
+Eigenlijk golden de bezoeken dan ook niet zoozeer mijne gastvrouw en haar molen, maar veeleer mij zelf: het einde was dat
+het grootste gedeelte van mijn kleinen schat allengs in geschenken verloren ging.
+
+</p>
+<p>De kibitka van mijn gastheer was versleten, maar wij hadden het er warm: het vuur op de stookplaats werd geen oogenblik uitgedoofd.
+De rook, die de gansche tent vervult, is echter voor iemand, die daaraan niet gewoon is, eene onuitstaanbare kwelling. De
+Kirghisen branden kameelenmest of struiken van de steppe, die zoo rauw, nauwelijks aan stukken gehakt, op den haard worden
+geworpen, en toch zeergoed branden. De zorg voor het vuur is doorgaans aan de kinderen opgedragen. De Kirghisen gaan met hunne
+kinderen geheel anders om dan wij: zij beknorren ze bijna nooit, en beschouwen ze eenigermate als volwassenen. Het kleine
+dartele ding in onze tent kon soms haar vader duchtig de les lezen. Was zij boos of kwaad gehumeurd, dan gaf men haar een
+koek, of beloofde haar eenig geschenk, om haar weer tevreden te stellen.
+
+</p>
+<p>Op zekeren dag besteeg mijn Kirghise zijn kameel en toog op weg naar het fort, waar hij, volgens zijn zeggen, boter ging verkoopen.
+&#8220;Hij gaat geen boter verkoopen, verzekerde mij zijne echtgenoote; hij gaat zijne andere vrouw bezoeken, die te Kazale woont,
+en die de moeder is van den zoon, dien gij hier eens ontmoet hebt. Van de twee meisje is het eene, dat, zooals gij zegt, op
+mij gelijkt, een kind van mijn eersten echtgenoot; het jongste meisje is uit dit huwelijk. Toen mijn eerste echtgenoot, die
+de broeder was van mijn tegenwoordigen man, was gestorven, heeft deze mij tot zich genomen, met mijne dochters en al wat ik
+had; want ik was zeer rijk. Ik bezat driehonderd schapen, zes kameelen, een aantal paarden en vele wel voorziene koffers.
+Hij had niets; ik heb alles aangebracht, zelfs deze tent, die toen nieuw was en nu versleten is. Eene mijner dochters is gehuwd
+te Bokhara, eene andere te Khiwa; ik heb bij mijn eersten man zes dochters gehad. Ongelukkig werd mij nimmer een zoon geboren.
+Wie zou een zoon met een dochter kunnen vergelijken? Wat beteekent een meisje?&#8221; en dit zeggende spuwde zij met diepe verachting
+op den grond.
+
+</p>
+<p>Zij voegde er bij, dat haar oudste dochter, dertien jaar oud, op het punt van trouwen stond. De losprijs was sedert lang betaald;
+zelfs was de bruidegom reeds verschenen om zijne bruid af te halen, voor wie hij, als huwelijksgift, een zeker aantal schapen
+en paarden had medegebracht; maar de vader van het jonge meisje had bovendien een kameel ge&euml;ischt, en de jonkman was weder
+vertrokken, om dien kameel te gaan halen. &#8220;Wij zullen onze dochter op een fraaien kameel zetten, zeide de moeder; wij zullen
+haar mooi aankleeden, en met een sierlijk gewaad bedekken; ik zal zelf ook op een fraaien kameel gaan zitten, en mijn kind
+naar hare nieuwe woning geleiden.&#8221;
+
+</p>
+<p>De bruid was bij dit gesprek tegenwoordig. Zij was verstrooid van gedachten, en luisterde ternauwernood naar hetgeen gezegd
+werd, als ging het haar niet aan; achteloos vlocht zij koorden van kemelshaar om de tent mede vast te binden. Het jongste
+meisje, negen jaar oud, was verloofd aan een Kirghise van veertig jaar, die haar voor vier-en-zestig schapen en twee paarden
+gekocht had, en haar, na verloop van drie of vier jaren, tot zich zou nemen.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">III.</h3>
+<p>Wij vervolgen onzen weg langs den oever der rivier. De breede stroom is bezaaid met eilanden en omzoomd met dichte rietbosschen;
+ter wederzijde van de steile oevers strekken zich de eindelooze steppen uit, waarop niets, zelfs geen doornstruik, groeit.
+Dikwijls brokkelen de hooge oevers af, en storten in; ook verandert de rivier telkens hare bedding; hare troebele wateren
+vlieten met snellen stroom. De Amoe-Darja vertoont, naar men mij zeide, geheel hetzelfde karakter, dat trouwens met de gansche
+gesteldheid der streek samenhangt; slechts zijn hare oevers beter bebouwd.
+
+</p>
+<p>Nabij het fort Perowski bereiken de biezen eene zoo aanzienlijke hoogte, dat een kameel en een ruiter te paard daarin geheel
+verdwijnen. In deze reusachtige rietbosschen leven een aantal tijgers, die, naar men zegt, zeergroot en sterk zijn, en waarop
+zelden jacht wordt gemaakt. De kozakken alleen en de russische soldaten durven zich met deze dieren meten. Het russische gouvernement
+betaalt voor den kop van iederen gedooden tijger eene premie van zestig franken; de huid blijft het eigendom van den jager.
+Bijna altijd ontvlucht de tijger den mensch; maar wee den ongelukkige, die op hem geschoten en hem gemist heeft. Met een bliksemsnellen,
+geweldigen sprong werpt zich het woedende dier op zijn aanvaller, die zijne onhandigheid doorgaans met zijn leven boet. In
+deze biezen en rietbosschen huizen ook wilde zwijnen en wolven in groote getale.
+
+</p>
+<p>Op zes of acht mijlen afstands van het fort Perowski, bij eene vrij sterke vorst, staken wij in eene ijzeren boot, die door
+Kozakken werd geroeid, de Sir-Darja over. Op den weg van de rivier naar het fort wordt het oog verkwikt door een weelderigen
+plantengroei; na de dorre naaktheid der steppe, is het ware weldaad, lommerrijke boomen weder te zien.&#8212;Het fort Perowski is
+het oude fort Ak-Metchet, in 1853 door den generaal Perowski met storm veroverd: vandaar de naam. Het vorige jaar had diezelfde
+generaal voor dat fort Ak-Metchet het hoofd gestooten. Toch was deze vesting niet geduchter dan alle anderen in Centraal-Azi&euml;:
+de fortificati&euml;n bestonden eenvoudig uit ellendige aarden wallen; maar het fort werd toen verdedigd door Yakoub-Beg, dien
+soldaat van fortuin, <a id="d0e269"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e269">347</a>]</span>die tegenwoordig te Kashgar regeert, in Opper-Turkestan, en een man is van zeldzame energie.
+
+</p>
+<p>Voorbij het fort Perowski begint de weg te stijgen; tevens wordt hij zandig en moeilijk begaanbaar; de zware wagens hebben
+soms dagen lang werk om van het eene station naar het andere te komen. Zelfs mijn mandewagen, hoe licht ook, maakte het mijn
+vier paarden zoo lastig, dat zij somwijlen weigerden voort te gaan. Wat de koetsiers raasden en tierden en de zweepen gebruikten!
+De streek wordt al fraaier en fraaier: bloeiende eilanden verheffen zich te midden der wateren; langs de oevers worden de
+boomen steeds talrijker, zoodat zij groepen en boschjes gaan vormen. Overal vergezellen ons de fazanten, die in dit gedeelte
+der vallei van de Sir-Darja zeer talrijk zijn. Deze vogels zijn uiterst tam; als mijn rijtuig hun te nabij komt, vliegen zij
+even op, en strijken zes of zeven schreden verder weer neder.
+
+</p>
+<p>Inmiddels naderen wij langzamerhand de stad Turkestan, reeds van verre kenbaar aan hare door grachten omgeven tuinen: een
+verkwikkend gezicht voor wie zoo pas de doodsche steppe verlaten heeft. Weldra onderscheidden wij de moskee van Hazrete, het
+groote heiligdom der orthodoxe muzelmannen van Centraal-Azi&euml;; eindelijk teekenen zich de kanteelen van den zwaren muur der
+citadel tegen de lucht af. Deze muur draagt nog de sporen der russische kanonkogels; aan zijn voet staan eenige kleine huizen,
+die bijkans geheel wegschuilen en tegenwoordig tot kazerne dienen voor de Kozakken. Turkestan gaf zich, in 1864, na eene korte
+verdediging van drie dagen, aan de russische troepen over.
+
+</p>
+<p>De moskee van Hazrete werd, voor ongeveer vijfhonderd jaar, gesticht op het graf van een muzelmanschen heilige, Hazrete of
+Jassavy genoemd. Het is een fraai gebouw met sierlijke koepels; het prachtig gekleurde &eacute;mailwerk, dat vroeger deze koepels
+en geheel den oostelijken muur versierde, is ongelukkig voor het grootste gedeelte afgevallen. Het inwendige, dat zijn licht
+alleen ontvangen moet door de smalle openingen in de koepels, is tamelijk duister. Eene hooge en smalle deur, met een tapijt
+behangen, voert naar het eigenlijke heiligdom, dat nog donkerder is dan de moskee. Te midden van dit heilige der heiligen
+verrijst de hooge graftombe van Hazrete, met rijk geborduurde tapijten behangen. De bodem der moskee is met zerken geplaveid:
+iets zeldzaams in Turkestan. In een der vertrekken van het gebouw ziet men nog eene groote koperen kuip, waarin, naar men
+zegt, vroeger het eten der pelgrims werd gekookt.
+
+</p>
+<p>De Russen, in de stad Turkestan gevestigd houden geen verkeer met de inboorlingen, die, voor zoover ze geen nomaden zijn,
+onder den algemeenen naam van Sarthen begrepen worden; zij wonen in de citadel of in gehuurde woningen, waar zij zeer slecht
+gehuisvest zijn. Officieren en soldaten zijn al even weinig met het land ingenomen, en beklagen zich om het hardst over de
+duurte van allerlei onontbeerlijke zaken, over het klimaat, over de schorpioenen en de spinnen, over wat niet al.
+
+</p>
+<p>De stad, ten zuidoosten van de citadel gelegen; gelijkt op alle andere inlandsche steden in deze streek; de huizen hebben
+geen vensters aan de straatzijde, zoodat het familieleven voor alle bespieding veilig is. Op aarden banken zitten Sarthen
+van allerlei leeftijd, ernstig en kalm met elkaar pratende. De vrouwen, die ge op straat ontmoet, zijn van het hoofd tot de
+voeten in eene soort van blauwen mantel gewikkeld, haar gelaat is bedekt met een zwart netje van paardehaar, zeer dicht gevlochten.
+Troepen bedelaars zwerven door de straten, of zitten op den grond, met klagelijke stem uw medelijden inroepende. Derwisjen
+spreken u om een aalmoes aan, en beloven u in ruil alle zegeningen des hemels; zij zien er zeer zonderling uit, met hun door
+de zon verbrand gelaat, hunne puntige mutsen, hun gescheurde kleederen; met hun bedelzak op den rug, den staf in de eene,
+de houten nap in de andere hand.
+
+</p>
+<p>In den bazar te Turkestan zijn zoowel inlandsche koopwaren als voortbrengselen der russische nijverheid te krijgen. Men vindt
+er een aantal etablissementen, zooals onze restaurants, waar vooral thee en gebakjes verkocht worden. In de theehuizen zag
+ik, nevens groote russische <i>samovars</i>, ook trekpotten van inlandsch fabrikaat, die zich door hare fraaie vormen en zorgvuldige bewerking onderscheidden. Ik kon
+de verzoeking niet weerstaan, een dier trekpotten te koopen: zij kostte zestien franken, en was van koper vervaardigd; de
+ornamenten waren zoo fijn gegraveerd, dat zij bijna op kantwerk geleken.
+
+</p>
+<p>Behalve de moskee van Hazrete heeft Turkestan geen enkel merkwaardig gebouw; de overige moskee&euml;n onderscheiden zich van de
+gewone huizen alleen door hare grootte, hare netheid en soms ook door een kleinen koepel. Bij elke moskee behoort een met
+boomen beplanten voorhof, met waterbekken en eene overdekte galerij; de zoldering en de kroonlijst dezer galerij prijken met
+allerlei figuren, in sprekende kleuren en dikwijls niet zonder smaak geschilderd.
+
+</p>
+<p>Evenals in alle oostersche steden, zijn ook in Turkestan de straten smal en donker; zij zijn bovendien van het eene einde
+tot het andere overspannen met zeildoek, dat de zonnestralen afkeert, en in de straten eene heerlijke koelte doet heerschen,
+waarbij iemand, die zoo pas de naakte en brandend heete steppe rondom de stad verlaten heeft, zich voelt herleven.
+
+</p>
+<p>Tsjemkend, de eerstvolgende stad na Turkestan, ligt in een krans van tuinen, die haar bijna geheel voor het oog verbergen.
+Van verre ziet ge niets dan eene zee van groen, waarboven een schilderachtige heuvel oprijst, die op zijn kruin een half tot
+puin vervallen vesting draagt. De muren der citadel verheffen zich meer dan twintig el boven de omliggende straten. Toch was
+zij niet bestand tegen de Russen, die de sterkte stormenderhand veroverden, en in den roes der zegepraal de stad plunderden.
+
+</p>
+<p>De straten van Tsjemkend zijn&#8212;vreemd schouwspel in Centraal-Azi&euml;&#8212;met grachten doorsneden, die gevoed worden door het van de
+naburige bergen afstroomende water. Over deze grachten liggen bruggetjes, die naar de deuren der verschillende huizen geleiden.
+Door de voordeur komt ge, eenigszins zijwaarts afslaande, op eene groote binnenplaats, met <a id="d0e294"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e294">348</a>]</span>boomen, voornamelijk met populieren beplant, waarop de kamers uitkomen. Deze kamers hebben geen vensters; boven de deur is
+een klein traliewerk, met geolied papier beplakt. Is de deur gesloten, dan is het in de kamer bijna volslagen duister; maar
+daar het klimaat te Tsjemkend vrij zacht is, staan de deuren bijna altijd open; de inboorlingen brengen het grootste gedeelte
+van den dag onder het zeil voor de voordeur door. Het water der gracht wordt door buizen naar de binnenplaats der huizen geleid;
+dit water dient voor allerlei huiselijk gebruik en ook voor de keuken; vervolgens wordt het, een eind verder, weder naar de
+gracht teruggevoerd. Ik wil wel bekennen, dat ik te Tsjemkend soms met angstigen blik mijn thee aanzag: want, alvorens in
+de trekpot te komen, had het water waarschijnlijk een tiental huizen doorwandeld.....Bah! zeggen de muzelmannen, het water
+is niet vuil meer wanneer de onreinheden den tijd hebben gehad zich daarin zevenmaal om te keeren!
+
+</p>
+<p>De afstand van Tsjemkend naar Tasjkend bedraagt slechts honderd-veertig wersten (honderd-een-en-twintig kilometers). Het eerste
+station ligt op eene hoogte, tusschen twee niet onaanzienlijke bergen; ge ziet hier de overblijfselen van een groot gebouw,
+dat, volgens sommigen, vroeger een school, volgens anderen, een karavansera&iuml;, tevens vesting, was. Voor dit laatste gevoelen
+pleiten de schietgaten in den muur aan de wegzijde. Op dien weg is het levendig en druk genoeg. Voortdurend trekken karavanen
+heen en weer, die naar Tasjkend, Kokhand of Bokhara gaan, om handel te drijven; de geleiders; in den regel <span class="corr" title="Bron: Kirghizen">Kirghisen</span>, laten zich achteloos heen en weder schommelen op hunne kameelen, terwijl zij hunne eentonige, weemoedige liederen neuri&euml;n.
+Verder ontmoet ge Sarthen, met hunne witte tulbanden en veelkeurige kaftans; ruiters, wagens, voetgangers, in bonte mengeling.
+Ter wederzijde van den weg zijn Kirghisen-koloni&euml;n gevestigd.
+
+</p>
+<p>Eindelijk, als ge nog twintig mijlen hebt af te leggen eer ge te Tasjkend zijt, vertoonen zich reeds van verre de prachtige
+tuinen en gaarden, die deze hoofdstad van russisch Turkestan met een gordel van groen en bloemen omringen.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">IV.</h3>
+<p>Wij trokken Tasjkend binnen langs een weg, ter wederzijde door een vaart begrensd, aan wier overzijde zich de heerlijke tuinen
+uitstrekken: een waar paradijs van vruchtboomen, met populieren en wijngaarden vermengd. Deze lusthoven omgeven de stad aan
+alle zijden, met uitzondering van eene enkele: die vanwaar het russische leger naderde, dat Tasjkend met storm innam. Daar
+zijn de tuinen vernield, de boomen uitgeroeid; en in de plaats daarvan verrijzen thans, in de russische wijk, de woningen
+der nieuwe veroveraars en heeren des lands.
+
+</p>
+<p>De dag begon nauwelijks aan te lichten, de lucht was frisch en met welriekende geuren doortrokken, toen ik de russische wijk
+bereikte, na gedurende eenigen tijd langs den gekanteelden muur der stad te zijn voortgetrokken. Deze wijk, Nieuw-Tasjkend
+genaamd, heeft nette regelmatige straten; de welgebouwde huizen hebben slechts eene enkele verdieping en een plat dak. Ik
+stapte af aan het eenige hotel, dat destijds te Tasjkend te vinden was; en in dat hotel nam ik de eenige kamer, die niet was
+verhuurd: zij zag er zeer zindelijk uit. Het gebouw staat op een plein, waarvan het midden wordt ingenomen door de russische
+kerk; een der zijden door het onlangs gebouwde hotel van den gouverneur; en de andere zijden door de woningen der aristokratie
+van Tasjkend:&#8212;deze woningen waren toen nog in aanbouw.
+
+</p>
+<p>Mijn eerste bezoek gold den generaal G..., militairen gouverneur van Sir-Darja. De generaal, dien ik reeds te Orenburg had
+leeren kennen, gaf mij dadelijk een aanbevelingsbrief voor majoor C... burgerlijk gezaghebber van Tasjkend. Ik besteeg een
+kozaksch paard, en door een soldaat geleid, toog ik op weg om den majoor op te zoeken.
+
+</p>
+<p>De reiziger, die aan het voorkomen der steden van den Levant gewend is, vindt ook te Tasjkend niets bijzonders. Ook hier zijn
+het armelijke leemen woningen, met vensters van geolied papier; grauwe muren, nauwe en bochtige straten, waar de regen kuilen
+in den grond graaft, zoo diep, dat mijn paard er bijna tot aan de knie&euml;n inzinkt. De voornaamste straat der stad, die naar
+den bazar loopt, is ter wederzijde omzoomd door winkels, waar, onder uitstekende matten, de kooplieden in veelkleurigen rok
+nederzitten bij hunne waren, die zwart zien van de vliegen. Een levendige en luidruchtige menigte golft door elkander. Eindelijk
+zijn wij aan de woning van den majoor. Ik wenschte van hem een geschikten gids te bekomen, die mij de stad kon leeren kennen,
+met eenige personen in betrekking brengen, en die in een der inlandsche wijken eene woning voor mij kon huren.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-349.jpg" alt="Opium-eters."></p>
+<p class="figureHead">Opium-eters.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het plan was niet kwaad bedacht, maar de uitvoering had met groote moeilijkheden te kampen: de inboorlingen gevoelen weinig
+sympathie voor de Russen, en zijn er volstrekt niet op gesteld, hunne huizen voor hen beschikbaar te stellen. Eindelijk wist
+de <i>kourbach</i> (politie-agent), dien de majoor mij had toegevoegd, toch een geschikte woning met binnenplaats en stal voor mij te vinden.
+Mijn huisje grensde bijna aan een muur der citadel; het stond in de wijk Kasjgarsky, aldus genaamd omdat zij voornamelijk
+placht bewoond te worden door lieden, van Kasjgar afkomstig. Ik zeg <i>placht:</i> want dit gedeelte der stad is thans half verwoest en bijna ontvolkt, sedert de Kasjgaren en andere Oosterlingen, na den intocht
+der russische troepen, meerendeels de stad hebben verlaten. Ge bespeurt hier thans nauwelijks een teeken van leven, uitgenomen
+eenige gemeene kroegen, door oude afgedankte russische soldaten gehouden, en gelegen langs den weg, die naar het europeesche
+kwartier voert.
+
+</p>
+<p>Mijn huisheer is niemand anders dan de aksacale der wijk. Dit saamgestelde turksche woord beteekent letterlijk grijsaard:
+<i>sacale</i> (baard), <i>ak</i> (wit); in de gewone oneigenlijke beteekenis wil het zooveel zeggen als overheidspersoon, gezaghebber, hoofd der politie.
+Mijn aksacale, een man van hoogen leeftijd, bezit werkelijk den zilver witten baard, waarop hij, krachtens <a id="d0e335"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e335">350</a>]</span>zijn naam, recht heeft; zijn regelmatig gelaat mag nog aanspraak maken op schoonheid. Hij is uiterst beleefd, en maakt telkenmale,
+als hij groet, eene zeer diepe buiging; nooit zag ik hem zonder rozenkrans. Blijkbaar wil hij zich zooveel mogelijk een deftig
+en eerwaardig voorkomen geven.
+
+</p>
+<p>Daar ik in mijn huis mijn eigen meester wilde zijn, liet ik de deur, die van mijn appartement toegang gaf naar het door den
+aksacale bewoonde gedeelte der woning, sluiten; ook liet ik den stal door een beschot in twee&euml;n splitsen. Deze maatregel was
+dubbel noodig, omdat mijn huisheer, tengevolge van zijne betrekking, allerlei soort van lui bij zich moest ontvangen, die
+dikwijls rumoer genoeg maakten. Daarop liet ik mijne kamer zoogoed mogelijk schoonmaken, ik liet een groot venster in den
+muur aanbrengen en een kachel zetten, omdat ik niet, op de manier der Sarthen, mij met een bekken vol gloeiende kolen wilde
+behelpen. Door mijne binnenplaats liep eene tamelijk heldere beek, door een paar boomen overschaduwd; ik hield er een haan
+en een paar kippen op na; in mijn stal stond een klein kirghisisch paard, sterk en goed in &#8217;t vleesch, met dikken staart en
+zware manen. Ik was dus nu volkomen ge&iuml;nstalleerd: het werd tijd, mijne studi&euml;n te beginnen.
+
+</p>
+<p>Evenals in alle steden van Centraal-Azi&euml;, zijn ook te Tasjkend de huizen van leem gebouwd, die zich echter tot eene zoo vaste
+massa samenvoegt, dat de woningen eene groote mate van stevigheid bezitten, en in dit droge klimaat het zeerlang kunnen uithouden.
+Bij sterken en aanhoudenden regen krijgen zij het evenwel te kwaad: hier verliest er een het dak; ginds bezwijkt een der hoeken;
+bijna overal dringt het water in de benedenvertrekken door;&#8212;maar houdt de regen op, dan is de aangerichte schade ook in weinige
+uren hersteld. De aardbevingen, die hier vrij dikwijls voorkomen, richten erger verwoestingen aan: somwijlen worden dan gansche
+straten en wijken vernield.
+
+</p>
+<p>Het hout is in dit land zoo duur, dat de inboorlingen, zelfs de rijksten onder hen, zich te gronde zouden richten, indien
+zij voor den bouw hunner huizen zich van steenen, in den oven gebakken, zouden willen bedienen. Wel heeft men steenkolenmijnen
+ontdekt, maar die steenkool is ook verre van goedkoop; en het is der moeite niet waard, de steenen in de zon te laten drogen,
+want de gekneede leem doet voor zulke steenen niet veel in stevigheid onder. Daarom is het niet waarschijnlijk dat de inboorlingen
+zeer spoedig het voorbeeld der Russen zullen volgen, die bij voorkeur gedroogde steenen gebruiken. De openbare gebouwen, zooals
+de moskee&euml;n, de bazars, de karavanserais, worden doorgaans met in het vuur gebakken steenen gebouwd.
+
+</p>
+<p>Het bouwen van huizen gaat hier nog gauwer in zijn werk dan bij ons. Men maakt eene soort van pap van aarde en <i>samane</i> of fijngehakt stroo, en laat de daarvan gekneedde kluiten in de zon drogen. Inmiddels wordt het houten geraamte der woning
+in elkaar getimmerd en opgezet; dan wordt de ruimte tusschen de latten met droge kluiten gevuld, die door middel van slijk,
+met stroo vermengd, tot een geheel worden verbonden. Het dak bestaat uit een houten zoldering, met een laag aarde bedekt.
+De woningen der aanzienlijken hebben doorgaans twee verdiepingen, en onderscheiden zich daardoor van de huisjes der armen:
+nare krotten, zonder licht of lucht, walgelijk onrein, met nissen in den muur, vilten lappen en matten op den grond, een haard
+van klei in een hoek of in het midden der kamer. Van tafel of bed geen spoor. In den zomer kan men, desgevorderd, nog in deze
+spelonken leven; maar des winters is het er bijna niet uit te houden: de regen dringt door het dak, de wind fluit door de
+vermolmde balken en wanden, de koude dringt van alle zijden naar binnen, en de brandstof is zeer duur in Centraal-Azi&euml;.
+
+</p>
+<p>De huizen der meer vermogenden zijn vrij wat beter ingericht. Langs de binnenplaats loopt eene breede, overdekte galerij,
+door fraaie houten zuilen gedragen. Gedurende drievierden van het jaar is deze galerij de verblijfplaats der familie, waar
+gegeten en gearbeid, gepraat en gerookt wordt. Onder de galerij komen de deuren uit van de verschillende kamers, die meestal
+zeer netjes zijn, en dikwijls met smaakvolle teekeningen langs de wanden en aan de zoldering versierd, waarvan het alleen
+jammer is dat de kleuren zoo schel zijn. In den muur zijn nissen aangebracht, die dikwerf in kleine kompartimenten zijn verdeeld.
+De houten vloer is met stukken vilt en tapijten bekleed; op sommige plaatsen bevinden zich diepe openingen, bestemd voor de
+dagelijksche reinigingen. Een groote vierkante opening dient om in het koude jaargetijde het kolenbekken daarin te plaatsen.
+Des winters plaatst men boven dien bak eene soort van tafel, die met kleeden wordt overdekt, welke tot op den grond afhangen,
+de kolen, dus eenigermate van de lucht afgesloten, verteeren langzamer, waardoor brandstof bespaard wordt. Is het koud, dan
+schaart zich de familie rondom deze tafel; ieder wikkelt zich zoo dicht mogelijk in de dikke gewatteerde kamerjapon, en steekt
+zijne handen onder het kleed, boven het kolenvuur.&#8212;In den laatsten tijd hebben eenige aanzienlijke inwoners van Tasjkend,
+in navolging der Russen, het traliewerk met geolied papier, dat bij wijze van venster diende, vervangen door wezenlijke vensters
+met glasruiten. Deze vensters zien echter allen op de binnenplaats uit; waarschijnlijk zullen er nog vele jaren moeten verloopen,
+eer de inboorlingen zich zoover emancipeeren, dat zij ook aan de straatzijde hunner woningen vensters maken.
+
+</p>
+<p>Ik zal in geene uitvoerige beschrijving treden der moskee&euml;n van Tasjkend, die allen van baksteen zijn gebouwd, enkelen uitgezonderd,
+die van leem zijn. Geen enkele is van gehouwen steen of uitsluitend van hout. In het algemeen bestaan zij uit eene groote
+zaal, aan drie zijden door eene breede, open galerij omgeven, die op houten zuilen rust, deels gebeeldhouwd, deels met marmeren
+ornamenten belegd. De muur en de zoldering der galerij zijn in den regel versierd met schilderwerk in sterk sprekende kleuren,
+somwijlen ook met beeldhouwwerk. Ik heb reeds gezegd, dat de geloovigen hun schoeisel in deze galerij laten staan, alvorens
+zij het bedehuis binnentreden.&#8212;Terwijl zij bidden, houden de ware geloovigen het <a id="d0e352"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e352">351</a>]</span>gelaat gewend naar eene spits toeloopende nis, in den naar de zijde van Mekka gekeerden muur aangebracht. Alleen in de aanzienlijke
+moskee&euml;n vindt men een predikstoel, die eenige treden boven den grond is verheven. Hoewel de muren zorgvuldig gewit zijn,
+is het in deze moskee&euml;n, met hare weinige en zeer kleine vensters, toch tamelijk duister. De grond is bedekt met matten, vilten
+kleeden en witte katoenen lakens.
+
+</p>
+<p>Dicht bij den bazar staat eene groote moskee met twee minarets, door een der laatste gouverneurs van Tasjkend gebouwd; een
+man, die zich aan schandelijke knevelarijen en afpersingen schuldig maakte, maar wiens naam toch in gezegend aandenken bij
+het volk is gebleven, dank zij de door hem gestichte scholen en moskee&euml;n.
+
+</p>
+<p>Ik sprak daar van scholen. Te Tasjkend, evenals in de andere steden van Centraal-Azi&euml;, vindt men de lagere scholen bij de
+kleine moskee&euml;n; de scholen van hoogeren rang zijn of aan de groote moskee&euml;n verbonden, of somwijlen in afzonderlijke gebouwen
+gevestigd. Als ik mij wel herinner, bezit Tasjkend zeven zulke hoogere scholen of <i>m&eacute;dressehs</i>, die door een zeker aantal <i>mollahs</i>, meesters, gehouden worden. Waaraan het deze inrichtingen het meest ontbreekt, dat zijn de leerlingen; zelden zag ik in eene
+m&eacute;dresseh meer dan tien knapen te gelijk bijeen; de meeste cellen van het ruime gebouw waren doorgaans ledig en gegrendeld.
+
+</p>
+<p>De mollahs, ook de knapsten onder hen, weten bitter weinig, en dat weinige heeft nog niets te beduiden: het is louter conventioneele
+kennis, geheugenwerk. Als een mollah den Koran kan lezen en verklaren, en bekend is met de commentari&euml;n door eene menigte
+muzelmansche theologen over dit heilige boek geschreven, dan is hij voor zijn vak bekwaam. Hoe meer hij van den Koran van
+buiten kent, hoe beter hij de verschillende verklaringen onthouden heeft, des te grooter geleerde is hij. Het komt daarbij
+louter op geduld en geheugen aan; heeft men den eenen commentaar uitgelezen, dan begint men aan een ander, en zoo gaat het
+voort, tot in het oneindige, altijd in hetzelfde kringetje rond. Wetenschap, in den waren zin des woords, zelfs van de meest
+gewone soort, moet ge bij de onderwijzers evenmin zoeken als bij de leerlingen: hetgeen evenwel niet belet dat de mollahs
+een zeer hoogen dunk van zichzelven hebben, en ook door het publiek met eerbied worden aangestaard.
+
+</p>
+<p>Ik herinner mij nog zeer goed het kleine manneke, dat ik in de voornaamste moskee ontmoette. Hij was een mollah en reeds tamelijk
+bejaard.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is,&#8221; zoo werd mij verzekerd, de geleerdste man van de geheele stad; hij heeft al de mollahs van Tasjkend onderwezen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is heel knap; maar wie heeft hemzelf onderwezen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn vader, en zijn vader heeft te Bokhara gestudeerd.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mijn geleider sprak die laatste woorden op een plechtigen toon uit, tevens eene beweging met de hand naar het zuidwesten makende,
+alsof hij zeggen wilde: &#8220;Daar ginds, daar ligt het groote brandpunt van beschaving en wetenschap.&#8221;&#8212;In Bokhara gestudeerd te
+hebben, geldt nog, door geheel Centraal-Azi&euml;, voor de hoogste aanbeveling: daar vloeit de onvervalschte bron der wetenschap,
+daar worden alle geheimenissen der tegenwoordige en toekomende wereld ontsluierd. Treurig overblijfsel van een sinds lang
+verbeurden roem!
+
+</p>
+<p>Ik vroeg eens aan een geleerde van Tasjkend, wat hij alzoo onderwees.&#8212;&#8220;Alles&#8221;, kreeg ik ten antwoord.&#8212;&#8220;Dat is veel. Maar zeker
+zijn er toch wel enkele vakken, waarin ge meer bepaald onderricht geeft?&#8221;&#8212;Zoodra ik mijn vraag gedaan had, berouwde het mij.
+De mollah begon nu op zijne vingers op te tellen, wat hij alzoo onderwees. Er kwam geen einde aan. Inderdaad, hij wist alles
+en kon alles leeren!
+
+</p>
+<p>De lagere scholen zijn niets anders dan groote vertrekken, vol kleine kinderen. Reeds van verre herkent gij ze aan het gejoel
+en gegons. Op den grond geknield of neergehurkt, schommelen de kleine bengels rusteloos heen en weder, en herhalen achter
+elkander, op luiden, half zingenden toon, eene of andere vanbuiten geleerde zinsnede uit den Koran. Dat woelt en kruipt door
+elkaar, en schreeuwt en zingt en snatert, dat hooren en zien vergaat. De meester zit mede op den grond, gewapend met een lang
+dun riet, waarmede hij de ondeugendsten tot de orde roept, en de luiaards tot ijver aanspoort. Telkens daalt die rietstok
+op de handen of den rug van een of anderen kleinen deugniet neder; dan is het huilen en schreeuwen, tot de meester, met forsche
+stem, het zwijgen oplegt.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">V.</h3>
+<p>Zelden zag ik eene zoo gemengde bevolking als te Tasjkend en in de andere steden der russische bezittingen in Centraal-Azi&euml;.
+Men vindt in Turkestan, Sarthen, Tadsjiken, Oesbeken, Kirghisen, Koeramas, Turkomannen, Noga&iuml;s, Kasjgaren, Afghanen, Perzen,
+Arabieren, Joden, Hindoes, Tsiganen of Heidens, en eindelijk Russen. Over al deze volksstammen een enkel woord.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-352.jpg" alt="Joden te Tasjkend."></p>
+<p class="figureHead">Joden te Tasjkend.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De Sarthen, die de groote meerderheid der gezeten bevolking van Tasjkend uitmaken, zijn, naar het mij voorkomt, geen afzonderlijk
+ras: ik houd ze voor eene vermenging van de Tadsjiken en de Oesbeken; in hun voorkomen en gelaatstrekken hebben zij iets van
+beide deze stammen. Steeds trof mij de sterke overeenkomst tusschen de Sarthen en de Joden. Dezelfde gelaatstype, dezelfde
+neigingen, hetzelfde karakter. Evenals de Jood, is de Sarthe schraapzuchtig en tuk op winst; als de Jood, houdt hij van schacheren
+en kleinhandel; als de Jood, kent hij, waar het zijn belang geldt, geen gemoeds- of gewetensbezwaren; als de Jood eindelijk,
+is hij kruipend en lafhartig.&#8212;Het woord Sarthe beteekent <i>kramer</i>, <i>schacheraar</i>; en getrouw aan hun naam, hebben de Sarthen zich meester gemaakt van den geheelen handel des lands, zoowel in de steden als
+bij de nomaden. Zij zijn het, die overal het hoogste woord voeren; onder voorwendsel van de wet des Profeten te verbreiden,
+laten zij de onwetende zonen der woestijn vier malen den prijs betalen der <a id="d0e398"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e398">353</a>]</span>eerste levensbehoeften, die hij hun slijt. De eenige lichtzijde van het door en door vulgaire hebzuchtige karakter van den
+Sarthe, is zijne begeerte naar onderwijs, en een zekere geschiktheid om verbeteringen in te voeren. Maar wachten wij ons voor
+overdrijving: die meerdere leerzaamheid en vatbaarheid kan den Sarthe alleen toegekend worden in vergelijking met de andere
+muzelmannen van Centraal-Azi&euml;.
+
+</p>
+<p>De Tadsjiken zijn zeer schoon van gelaat en voorkomen; zij danken dit aan hunne afkomst, daar hunne voorouders uit Perzi&euml;
+zijn gekomen. Zij spreken nog een perzisch dialect. Zij vormen als het ware de verstandelijke aristokratie van Turkestan,
+en ieder, die in Centraal-Azi&euml; aanspraak wil maken op beschaving en goede manieren, tracht zooveel mogelijk, in spraak, gewoonten
+en toon, de Tadsjiken na te bootsen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-353.jpg" alt="Kirghisen-vrouwen."></p>
+<p class="figureHead">Kirghisen-vrouwen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De Oesbeken, in vroegere tijden waarschijnlijk door eene vermenging van verschillende rassen ontstaan, vormen thans eene eigene,
+gesloten nationaliteit. Zij hebben uitstekende wangbeenderen en eene groote physieke kracht, maar hun verstand gaat niet boven
+het middelmatige. Toch zijn zij de meesters en beheerschers van het land: zij zijn als het ware de krijgshaftige adel, en
+al de emirs en khans van Centraal-Azi&euml; zijn Oesbeken. Zij hebben het nomadenleven nog niet geheel vaarwel gezegd; velen hunner
+hebben zich nimmer in eene stad gevestigd, en zelfs onder de stadbewoners zijn er, die bijna het gansche jaar doorbrengen
+in tenten, rondom hunne woning opgeslagen. Geheel ongelijk hebben zij niet: ook zonder een Oesbeke te zijn, kan men, gedurende
+de ondragelijke hitte van den turkestanschen zomer, aan het verblijf in eene frissche tent de voorkeur geven boven dat in
+eene bedompte woning.
+
+</p>
+<p>De Kirghisen zijn in een aantal stammen gesplitst. Ge herkent ze op het eerste gezicht aan hun karakteristiek voorkomen: kort
+ineengedrongen lichaam, breeden platten schedel, uitstekende wangbeenderen, smalle oogen, vooruitstekenden mond, korten platten
+neus, kleinen dunnen baard, donkerkleurige huid van alle schakeeringen tusschen de bruine tint van een Zuid-Europe&euml;r tot bijna
+koolzwart. Met hunne <i>iourten</i> (tenten) zwerven zij over eene onmetelijke uitgestrektheid, in de Siberische steppen, in russisch Turkestan, in de khanaten
+van Khiwa en Bokhara. Hun gezamenlijk aantal bedraagt wellicht drie millioen zielen. Hun ware naam is niet Kirghisen, en wanneer
+men hen daarmede aanspreekt, antwoorden zij: &#8220;Wij zijn geen Kirghisen, wij zijn Kazaks.&#8221; Zoo heeten zij dan ook inderdaad;
+doch daar de Russen hen steeds Kirghisen noemen, beginnen zij zich aan dien naam te gewennen, die misschien ontleend is aan
+een hunner stammen, de Kyrgz. Waarom juist deze kleine stam, verscholen in de reusachtige gebergte van Thian-Sjan, <a id="d0e414"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e414">354</a>]</span>zijn naam heeft gegeven aan de volkerengroep, over het onafzienbare gebied van Siberi&euml; tot de Amoe-Darja, en van het Oeralgebergte
+tot de bergen van Thian-Sjan verspreid:&#8212;ziedaar eene vraag, waarop ik niet kan antwoorden.&#8212;Zooals men weet, splitsen de Kirghisen
+zich in drie hoofdgroepen of afdeelingen: de Groote-Horde, ten oosten, nabij de grenzen van Siberi&euml; en China; de Kleine-Horde
+(inderdaad de talrijkste) van het Oeralgebergte tot het meer Aral; en de Middelste Horde, tusschen de beide vorigen gevestigd.
+Eigenlijk behoort men hier nog eene vierde groep bij te voegen: de Binnen-Horde, die zich in 1812, in de destijds onbewoonde
+steppen van het gouvernement Astrakhan vestigde.&#8212;Alle Kirghisen zijn muzelmannen; maar zij nemen de wet van den Profeet alleen
+in zoover in acht, als deze strookt met hun ingewortelde vrijheidszucht en hun hartstocht voor roof en plundering, die hun
+eigenlijk levenselement is. Zij zijn immer op de loer, altijd speurende naar buit, voortdurend van de eene plaats naar de
+andere trekkende: alle soort van weelde of overdaad is hun dan ook vreemd. De tent van den Kirghise is eenvoudig in den hoogst
+mogelijken graad; <span class="corr" title="Bron: hezelfde">hetzelfde</span> geldt van zijne kleeding, en zijn voedsel is ellendig.
+
+</p>
+<p>De Koeramas, die men in de stad Tasjkend en in de omstreken aantreft, zijn gesproten uit eene vermenging van arme Kirghisen,
+tot verschillende stammen behoorende, met de onvermogende inwoners der stad. Zij gaan door voor zeer bekrompen van verstand,
+indien al niet voor idioot. Het woord Koerama, dat letterlijk <i>vermengd</i> beduidt, wordt te Tasjkend doorgaans in ongunstigen zin gebruikt: het is wel niet rechtstreeks een scheldwoord, maar geldt
+toch als een spotnaam. Eens liet ik mijn album aan een aanzienlijk ingezetene zien. Het portret van een Koerama, die trouwens
+een zeer kenbaar gelaat had, trof hem bovenmate: hij lachte overluid en riep, in de handen klappende: &#8220;Uitstekend! Dat is
+een echte Koerama!&#8221;&#8212;<span class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>Maar wat vindt gij dan toch zoo bijzonders aan de Koeramas?&#8221; vroeg ik hem.&#8212;&#8220;Eschaki:&#8221;&#8212;het zijn ezels&#8212;antwoordde hij droogweg.
+
+</p>
+<p>De Turkomannen zijn zeer zeldzaam te Tasjkend, waar men hen bijna niet dan van hooren zeggen kent. De zeer weinigen, die ik
+hier ontmoette, hadden zoozeer de eigenaardige type van hun stam verloren, dat ik hen gerust met stilzwijgen kan voorbijgaan.
+
+</p>
+<p>Veel talrijker zijn de Noga&iuml;s, die tot het tartaarsche ras behooren. Zij zijn bijna allen uit het zuidoosten van Rusland of
+uit Siberi&euml; afkomstig: de een verliet het land om aan den kerker te ontkomen; een ander om zich aan de militaire dienst, zoo
+gehaat bij de muzelmannen, te onttrekken; een derde weer om een andere reden. Van nature met veel gezond verstand begaafd,
+en bovendien eenigszins ontwikkeld door de onvermijdelijke aanraking met de Europeanen in Rusland, weten de Noga&iuml;s zich in
+Centraal-Azi&euml; uitnemend te vinden: vooral wanneer zij slim genoeg zijn om zich voor martelaars te doen doorgaan, ter wille
+van hun geloof uit hun vaderland verdreven. Diegenen onder hen, die de muzelmansche scholen van Kazan of eenige andere russisch-tartaarsche
+stad hebben bezocht, waar het onderwijs buiten kijf op hooger trap staat dan in Turkestan, brengen het gemakkelijk tot <i>moudariss</i> (professor), en worden algemeen als geleerden ge&euml;erd. Daar de Noga&iuml;s meestal in Rusland gewoond hebben, zijn zij zeer geschikt
+om als bemiddelaars en tusschenpersonen te dienen tusschen de veroveraars, wier taal zij spreken, en de inboorlingen, wier
+godsdienst zij belijden. Men moet hen echter niet te veel vertrouwen, want zij zijn niet bijzonder nauwgezet.
+
+</p>
+<p>De Kashgaren te Tasjkend zijn, zooals hun naam aanduidt, afkomstig uit Klein-Bokharije of Opper-Turkestan, en vooral uit Kasjgar,
+de voornaamste stad dezer uitgestrekte landstreek. Meest allen zijn afstammelingen van uitgewekenen, die, hetzij in den loop
+der vorige eeuw, hetzij in de laatste jaren, Klein-Bokharije verlieten, vandaar verdreven door de gedurige oorlogen, die dat
+land teisterden. Vroeger waren zij echter hier veel talrijker dan tegenwoordig. Velen hunner hebben een echt chineesche type.
+
+</p>
+<p>De Afghanen, gering in aantal, wonen bijna allen in een karavanserai, waar geen vreemden worden toegelaten. Zij zijn of kooplieden
+of smokkelaars, zeer dikwijls het een zoowel als het ander. Zij laten de in Centraal-Azi&euml; zoo geliefkoosde groene thee, over
+Hindostan uit China komen; en ondanks dien kolossalen omweg; leveren zij die gesmokkelde thee voor minder prijs dan de russische
+thee, die rechtstreeks over Kiachta wordt ingevoerd.
+
+</p>
+<p>De Perzen munten in verstandelijke ontwikkeling boven alle tot dusver genoemde stammen uit. In de onafhankelijke khanaten
+bekleeden zij de hoogste en <span class="corr" title="Bron: moeielijkste">moeilijkste</span> ambten, worden de gewichtigste zendingen aan hen vertrouwd. Vroeger slaven, zijn zij sedert de russische overheersching vrije
+mannen geworden. Te Tasjkend maken zij een zeer belangrijk bestanddeel der bevolking uit; hun aantal is vrij groot, en blijkbaar
+gevoelen zij zich in hun nieuw vaderland geheel te huis. Dit is te opmerkelijker, daar zij allen Sj&icirc;iten zijn, en dus, in
+den grond, de natuurlijke vijanden der muzelmannen van Centraal-Azi&euml;, die voor verreweg het grootste gedeelte tot de secte
+der Sonniten behooren. Dit verschil in belijdenis belet de Perzen evenwel niet, trouw de moskee&euml;n te bezoeken. Wie zal zeggen,
+in hoeverre zij hierin oprecht zijn? Zeker is het, dat de Sarthen hen niet veel vertrouwen, en nog altijd de gezworen vijanden
+der Sonniten in hen zien. &#8220;Die honden van Sj&icirc;iten, zeide mij eens een inwoner van Tasjkend, komen in onze moskee&euml;n, maar dat
+is om ons zand in de oogen te strooien. Tehuis gekomen, doen zij hun gebed nog eens over.&#8221;
+
+</p>
+<p>Arabieren vindt men zeer weinig te Tasjkend; in de andere steden van Centraal-Azi&euml; zijn er enkelen gevestigd, en in de omstreken
+van Samarkand vormen zij kleine koloni&euml;n. Voor zoover ik er over kan oordeelen, onderscheiden zij zich hier als elders door
+een sprekend gelaat, levendige en doordringende oogen, zware wenkbrauwen, en een fraaien baard.
+
+</p>
+<p>Veel talrijker zijn de joden, die in een afzonderlijke wijk wonen. Hun getal groeit voortdurend aan: want de Joden, die te
+Bokhara en in de onafhankelijke khanaten worden <span class="corr" title="Bron: ouderdrukt">onderdrukt</span>, komen in russisch Turkestan <a id="d0e450"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e450">355</a>]</span>een veiliger verblijfplaafs zoeken, op het gevaar af van hun hoofd te verliezen, indien zij op hunne vlucht betrapt worden.
+De joden van Tasjkend en in russisch Turkestan mogen zich dan ook wel gelukkig roemen, als zij hun toestand vergelijken met
+dien hunner geloofsgenooten in de andere landen van Centraal-Azi&euml;. Daar zijn zij, in hunne kleeding en hun openbaar leven,
+aan allerlei strenge bepalingen onderworpen. In sommige steden mogen zij niet dan op een ezel binnenkomen; in andere mogen
+zij slechts te voet gaan. Het is hun verboden, zijden of andere kostbare kleederen te dragen: hun gewaad moet van eenvoudig
+laken en steeds donkerkleurig zijn. Zij mogen geen anderen gordel hebben dan een koord, en geen ander hoofddeksel dan de <i>toppeh</i>, een kleine ronde muts of kapje, waarover zij des noods eene soort van bonten muts mogen dragen. Maar geen jood zou het zonder
+levensgevaar kunnen wagen, zich te versieren met een tulband, of zelfs zich het hoofd met een doek te omwikkelen. In russisch
+Turkestan zijn zij natuurlijk van al deze bepalingen ontslagen: daarom zijn zij te Tasjkend zoo trotsch; zij berijden fraai
+opgetuigde paarden, tooien zich met veelkleurige kleederen, en als zij een <i>tur</i> (russisch heer) ontmoeten, beproeven zij het, hem op militaire wijs te groeten.
+
+</p>
+<p>Voor de komst der Russen verkeerden de Hindoes te Tasjkend bijna in denzelfden toestand van vernedering als de kinderen Isra&euml;ls.
+Zij zijn niet talrijk; maar wat zij in aantal missen, vergoeden zij door ijver en werkzaamheid. Deze Hindoes zijn de gruwelijkste
+woekeraars der wereld: een rente van twee- en driehonderd percent is voor hen eene kleinigheid. Zij zijn bijna allen zeer
+rijk, maar leven op een hoogst eenvoudigen voet, zonder vrouwen, in afzonderlijke karavanserais, waar zij ieder hunne eigene
+kamer, eene kleine donkere, maar zindelijke cel, hebben. Zij zijn uiterst matig, eten geen vleesch, drinken niets dan water,
+en bereiden zelven hunne spijzen, ook om verontreiniging door anderen dan geloofs- en standgenooten te voorkomen. Het zijn
+in den regel schoone, welgebouwde mannen, met een zielvol gelaat en eene edele gestalte. Wat hun karakter aangaat, zou ik
+hen liefst met de joden vergelijken. Echter met dit karakteristieke onderscheid. Zoodra er eenig gevaar dreigt, begraaft de
+Jood zijn geld en zijne kostbaarheden in den grond, en loopt weg, zonder zelfs een oogenblik om te zien. De Hindoe daarentegen
+gaat rustig op zijn koffer zitten, en blijft zijn narghileh rooken, al weet hij ook dat de dood hem wacht.
+
+</p>
+<p>De Tsiganen of Heidens, die echte wereldburgers, zwerven ook, maar in kleinen getale, door russisch Turkestan. Die de Gitanos
+in Spanje of de Zigeuners in Hongarije en Polen gezien heeft, kent ook de Tsiganen van Centraal-Azi&euml;: ook hier leven zij van
+bedelarij en diefstal; en houden zich tevens met waarzeggerij bezig. Tegen de algemeene gewoonte in muzelmansche landen, gaan
+hunne vrouwen met onbedekt gelaat.
+
+</p>
+<p>Ik mag dit overzicht der veelsoortige bevolkingen van Centraal-Azi&euml; niet eindigen, zonder met een enkel woord te spreken van
+de laatstaangekomenen, maar tevens de machtigsten: de Russen. Tot dusver is hun aantal gering; zij ontleenen hun overwicht
+aan den schrik hunner wapenen en aan de onbetwistbare meerderheid hunner europeesche beschaving boven de halve barbaarschheid
+der volksstammen van Centraal-Azi&euml;. Bijna alle hier gevestigde Russen zijn militairen, ambtenaren of kooplieden: de eigenlijke
+kolonisten zijn tot dusver in dit land niet verschenen. Toch naderen zij langzaam maar zeker, in de richting van de Sir-Darja,
+en het oogenblik is waarschijnlijk niet meer verre, waarop de landbouwers van zuidwestelijk Siberi&euml; ook de grenzen dezer nieuwe
+russische provincie zullen overschrijden.
+
+</p>
+<p>Ongetwijfeld heeft de russische kolonisatie van Centraal-Azi&euml; met gewichtige bezwaren te kampen: het komt er v&oacute;&oacute;r alles op
+aan, grondeigendom te verwerven, en de landen, die thans aan de inboorlingen behooren, in het bezit der Russen te doen overgaan:
+en dit is niet gemakkelijk. Toch, het koste wat het wil, moet deze kwestie worden opgelost, en wel zoo spoedig mogelijk. Dit
+is noodig: niet alleen in het belang van Rusland, maar vooral ook in het belang der inboorlingen zelven, die er niet dan bij
+zouden verliezen, indien zij weder onder het juk hunner vorige tirannen werden teruggebracht, en wanneer op nieuw die oneindige
+reeks van burgeroorlogen, geweldenarijen en gruweldaden begon, waaruit tot dusver de geschiedenis van Centraal-Azi&euml; was saamgeweven.
+Zonder eene ernstige en op breede schaal aangelegde kolonisatie, zal russisch Turkestan alleen in naam russisch zijn. Indien
+de regeering zich de zaak niet aantrekt, en niet zorgt de noodige gronden in hare macht te krijgen, waarop zich eene talrijke
+christelijke en beschaafde bevolking, nevens de barbaarsche muzelmansche stammen, vestigen kan, zullen wij langs de boorden
+van de Sir-Darja in dezelfde positie blijven verkeeren als de Engelschen in Hindostan: dat wil zeggen, dat wij ieder oogenblik
+aan het gevaar blootstaan, door een algemeenen opstand der inboorlingen verdreven te worden.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">VI.</h3>
+<p>De bedelende derwisjen wonen meest bij elkander in zoogenaamde <i>kalenterkhanen</i>, bestaande uit een ruimen binnenhof met boomen beplant en door een beek besproeid; voorts uit een kleinen terp, die als bidplaats
+wordt gebruikt, en uit een armzalig, morsig gebouw. De bedelaars zitten of liggen doorgaans langs de muren of op het platte
+dak van dat gebouw: zij praten, rooken, drinken thee, of dommelen onder den invloed van den bedwelmenden <i>kouknar</i>. De bedelarij wordt in Centraal-Azi&euml; op uitgebreide schaal gedreven en is er zeer goed georganiseerd. De zeer talrijke gemeente
+der bedelaars vormt eene broederschap, aan welker hoofd een chef staat, die, naar men zegt, afstamt van den heilige, door
+wien de orde der <i>douvanis</i> of <i>divanis</i> (bedelaars) is ingesteld.
+
+</p>
+<p>Herhaaldelijk heb ik gepoogd een bezoek af te leggen bij dien <i>tura</i> (meester, heer) der bedelaars, die vrij wat beter is gelogeerd dan zijne onderdanen: maar nooit heb ik het geluk gehad hem
+tehuis te vinden: nu eens was hij te Tsjemkend, dan te Khodsjend, <a id="d0e488"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e488">356</a>]</span>dan ergens anders. Als opperhoofd van alle douvanas van Turkestan, heeft de tura van Tasjkend weinig vrijen tijd: hij moet
+telkens zijn wijd uitgestrekt gebied doorreizen, om geschillen tusschen zijne onderhoorigen te beslechten en rekening en verantwoording
+te vorderen van hunne inkomsten en uitgaven: want iedere douvana is verplicht, hetgeen bij elken dag ontvangt, na aftrek van
+het volstrekt noodige, aan de kas der broederschap af te staan.
+
+</p>
+<p>Ieder die wil kan douvana worden: hij heeft daartoe slechts een verzoek in te dienen bij den tura, en zich aan eenige formaliteiten
+te onderwerpen; hij zet een roode muts op van bijzonder fatsoen, aan den rand met schapenvacht omzoomd; slaat zich een gordel
+met een zekeren symbolischen steen versierd, om de lendenen, en voorziet zich van een nap, uit een halve kokosnoot vervaardigd,
+en waarin de douvana alles verzamelt, wat men goedvindt hem te geven. Het hoofdstuk zijner kleeding is de <i>halate</i> of pij, die, volgens het voorschrift, uit lappen en snippers moet bestaan, en die er dikwijls, door de bonte mengeling van
+kleuren en stoffen, allerschilderachtigst uit kan zien. De douvana heeft twee halaten: een voor dagelijksch gebruik, die niet
+anders dan eene smerige lappendeken is; en de staatsie-halate, ook wel uit vodden en lappen vervaardigd, maar uit zindelijke,
+onverkleurde lappen, die hij in de bazars bijeen zoekt.
+
+</p>
+<p>Reeds vroeg in den morgen verlaten de douvanas hunne kalenterkhane, verspreiden zich door de hun aangewezen wijken, en keeren
+eerst des avonds terug. Dan wordt de rekening van de ontvangst opgemaakt; men praat, rookt zeer sterke <i>nacha</i>, en drinkt thee of kouknar. Van dien laatsten drank behoeft men niet veel te gebruiken om het verstand te verliezen: men
+bedrinkt zich dus, en slaapt dan zijn roes uit, om den volgenden morgen weder van nieuws te beginnen. De douvanas kunnen zich
+soms bespottelijk aanstellen. Ge kunt u niet van lachen onthouden, wanneer ge tien of twintig groote kerels ziet, allen wonderlijk
+uitgedost, en op een eigenaardig zingenden toon, in koor, eene bede om een aalmoes uitgalmende. Daarbij steken zij hunne vingers
+in de ooren, buigen zich voorover en blazen zich&#8212;ik weet niet hoe&#8212;zoo op, dat het schijnt of zij barsten zullen.
+
+</p>
+<p>Bijna alle douvanas zijn overgegeven dronkaards en opiumeters: drie of viermaal per dag, en dikwijls nog meer, gebruiken zij
+eenige koppen kouknar of doses opium. Ik ontmoette eens zulk een douvana opiumeter, meer een geraamte dan een levend wezen.
+Lang en uitgeteerd, met een vaalbleek geel gelaat, zag en hoorde hij ternauwernood wat om hem heen gebeurde. Mijne woorden
+klonken als een onbestemd geruisch in zijne ooren; zijne lippen bleven stijf op elkander gesloten. Eensklaps zag hij een balletje
+opium in mijne hand; zijn strak gelaat nam dadelijk eene vreemde uitdrukking aan; hij sperde zijne oogen wijd open, en sprong
+als een wild dier naar mij toe. &#8220;Geef hier, geef hier!&#8221; riep hij. Maar ik deed een paar stappen achteruit, en borg mijn opium
+weg; toen wrong de ongelukkige zich in allerlei bochten en vertrok zijn gelaat op afschuwelijke wijze. &#8220;Geef mij den <i>beng</i> (opium), och! geef het mij&#8221;, kermde hij op half gesmoorden toon. Eindelijk gaf ik hem een stukje: hij greep het met beide
+handen, ging tegen den muur zitten, en verslond in stilte en met blijkbaar welgevallen het noodlottige balletje. Het duurde
+niet lang of een vreemde, akelige glimlach vertrok al de spieren van zijn gelaat; hij sprak binnensmonds eenige onverstaanbare
+woorden zonder samenhang, en verviel weldra in eene soort van verrukking, nu en dan door stuiptrekkingen afgewisseld.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-357.jpg" alt="De vereerders van een Batch&agrave; of danser."></p>
+<p class="figureHead">De vereerders van een <i>Batch&agrave;</i> of danser.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De kalenterkhanen zijn niet enkel bedelaarsdoelens, maar tevens eene soort van koffiehuizen en clubs. De opiumrooker, die
+tehuis aan zijn hartstocht niet kan of durft botvieren, gaat naar de kalenterkhane; de dronkaard komt er zijn kouknar drinken;
+anderen gaan er heen om er met hunne kennissen te praten, of de nieuwtjes van den dag te vernemen. Eens, op een vrij kouden
+dag, trad ik te Tasjkend zulk een kalenterkhane binnen. Nooit zal ik het schouwspel vergeten, dat ik daar zag. Al de douvanas
+opiumeters zaten, dicht tegen elkander gedrongen, op den vloer neergehurkt, tegen den muur, om zooveel mogelijk tegen de koude
+beschut te zijn. Velen hadden reeds hunne dosis vergif ingenomen: hun gezicht had eene uitdrukking van bestiale stompzinnigheid,
+hun mond was half geopend, en sommigen bewogen hunne lippen, alsof zij iets zeggen wilden. Anderen zaten met het hoofd tusschen
+de knie&euml;n, en snorkten luid, terwijl hunne spieren zich nu en dan samentrokken en geheel hun lichaam zich krampachtig bewoog.&#8212;De
+opium-eter is dadelijk kenbaar aan zijn slordig voorkomen, zijne onzekere, vreesachtige bewegingen, zijn doffen, starenden
+blik, zijn vervallen geel gelaat, zijne ziekelijke onaandoenlijkheid. De opium wordt niet alleen gegeten, maar ook gerookt.
+De rooker ligt op den grond, en zuigt door een lange pijp den damp in van een balletje opium, dat een ander met een tangetje
+voor den kop der pijp houdt. Naar men zegt, vervalt de rooker nog spoediger dan de opium-eter tot een soort van waanzinnige
+verdooving.
+
+</p>
+<p>Geene andere stad in den Levant, die ik gezien heb, bezit een bazar, die in uitgestrektheid met den bazar van Tasjkend kan
+wedijveren. Wel zijn de winkels klein, maar hun aantal is legio: het schijnt wel of alle inwoners van Tasjkend winkeliers
+zijn. De bazar bestaat uit eene menigte straten, ter wederzijde omzoomd door houten winkels, kramen zoo ge wilt; die straten
+zijn nauw en bochtig, maar heerlijk koel, dank zij de matten, die over de geheele lengte, van den eenen winkel tot den anderen
+zijn uitgespannen en de zonnestralen keeren. Alle winkels gelijken op elkander; zij bevatten over het algemeen zeer weinig
+voorwerpen van waarde: den ganschen inboedel zou men al heel gauw voor honderd gulden kunnen koopen. De koopman, doorgaans
+tamelijk gezet van postuur, is voortdurend bezig, zichzelven of zijne koopwaar met een waaier af te koelen; hij zit, met de
+beenen onder het lijf, te babbelen, aardigheden te verkoopen, thee te drinken, de vliegen te verjagen: in &eacute;&eacute;n woord, hij schijnt
+zich met alles bezig te houden, uitgenomen met zijn handel. De klanten zijn dan ook zeldzaam, uitgezonderd <a id="d0e517"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e517">358</a>]</span>de drie dagen in de week, dat de bazar ook voor de nomaden geopend is: des zondags, des woendags en des vrijdags. Aan de nomaden
+alleen is het te danken dat de handel zich staande houdt, en dat sommige voorwerpen, die de Europeanen nauwelijks de moeite
+waard zouden achten om op het vuur te gooien, nog altijd koopers vinden.
+
+</p>
+<p>Op de koopdagen stroomen de landlieden uit den omtrek, de Kirghisen van de naburige kampementen, reeds in den vroegen morgen,
+naar den bazar. Ook de stedelingen begeven zich, bijna met het krieken van den dageraad, daarheen: zij komen niet om te koopen
+of te verkoopen, maar om te zien, om mede te wandelen met de menigte, om ook deel te nemen aan de standjes, en de nieuwtjes
+op te vangen. Onderweg wipt men even de moskee in om zijn morgengebed te doen; men blijft eenige oogenblikken luisteren naar
+een mollah, die de gaanden en komenden voor een poosje om zich verzamelt, hun iets uit de levens der heiligen voorleest, of
+een preek houdt, die bijna altijd tegen de <i>honden van kafirs</i> (ongeloovigen), dat wil zeggen de christenen, gericht is. In den namiddag wordt het gedrang en gewoel, het geschreeuw en
+geroep en gejoel zoo sterk, dat in weinig europeesche steden iets dergelijks is te zien. Elk oogenblik loopt men gevaar, door
+een ezel omvergeloopen of door een kameel platgedrukt te worden.
+
+</p>
+<p>De meeste ruimte wordt ingenomen door handelaars in stoffen: zij verkoopen voornamelijk russische mousselinen, en zijden en
+katoenen stoffen, te Kokhand of Bokhara vervaardigd. Volgens oostersch gebruik, zijn de kooplieden van hetzelfde gilde ook
+allen in dezelfde straat gevestigd: hier ziet ge de schoen- en zadelmakers en anderen die in leder en huiden handelen; ginds
+de tapijtverkoopers en de handelaars in vilt, die hier in voortreffelijke hoedanigheid en bewerking gevonden wordt. Eene andere
+straat wordt door de zijdeborduurders ingenomen. Het borduren van zijde heeft in dit gedeelte van Centraal-Azi&euml; den hoogsten
+trap van volmaaktheid bereikt, en dit kunstwerk is zeer goedkoop omdat de grondstof weinig kost en het arbeidsloon zeer gering
+is. De Europeaan, die voor de eerste maal zulk een zijdeborduurder ziet werken, weet niet wat het meest te bewonderen: de
+fraaie kleuren en de rijke prachtige patronen, of wel den fijnen smaak en de verwonderlijke behendigheid der werklieden.&#8212;De
+handelaars in vaatwerk kondigen zich reeds van verre aan door het voortdurend geklop en gehamer: want&#8212;dit vergat ik te zeggen&#8212;de
+meesten dier winkels zijn tevens werkplaatsen, waar de uitgestalde voorwerpen ook vervaardigd worden. Als handelstad heeft
+Tasjkend in het gansche land geen mededingster. Zij vormt het kruispunt van de voornaamste handelswegen van Centraal-Azi&euml;;
+de karavanen, die van Bokhara en Kokhand naar Rusland trekken of omgekeerd; nemen altijd haar weg over Tasjkend. Dit verkeer
+zal nog toenemen zoodra er geregelde betrekkingen zullen zijn aangeknoopt tusschen Rusland en Opper-Turkestan of Klein-Bokharije,
+dat zich aan het gezag van China heeft onttrokken, en dus voortaan zijne benoodigdheden van elders moet halen.
+
+</p>
+<p>Een vroeger ook te Tasjkend bloeiende tak van handel, de slavenhandel, is sedert de vestiging der russische heerschappij vervallen.
+Die handel wordt echter nog steeds gedreven in de onafhankelijke khanaten van Turkestan, te Khiwa, te Bokhara, te Kokhand.
+Voor den noodigen voorraad van slaven zorgen de Turkomannen, door hunne herhaalde invallen in de perzische grensprovinci&euml;n:
+alle gevangenen<span class="corr" title="Bron: ;">,</span> die tot de secte der Sj&icirc;iten behooren, worden door de roovers verkocht; de Sonniten daarentegen worden door de Turkomannen,
+hunne geloofsgenooten, ongemoeid gelaten. Is de razzia goed geslaagd, dan zijn de prijzen laag, en kan men een slaaf voor
+omstreeks vijftig gulden koopen. De slavinnen zijn veel zeldzamer en dus ook veel duurder dan de slaven, omdat de Turkomannen
+de eersten liefst voor zich zelf houden. Meermalen vernam ik van oude slaven, uit Perzi&euml; afkomstig, hoe zij als jeugdige knapen,
+door de Turkomannen werden geroofd, hetzij terwijl zij met hunne ouders of verwanten aan den veldarbeid waren, hetzij in het
+dorp zelf, ondanks de woede en smart der weerlooze bevolking. Dan werden zij, dikwijls vele dagreizen ver, onder allerlei
+ontberingen, naar de markt gevoerd, waar zij in handen vielen van een of anderen meester. Gelukkig nadert het einde van dezen
+snooden handel; zelfs in het nog niet aan Rusland onderworpen gedeelte van Turkestan wordt men angstvallig slaven te koopen,
+omdat men weet dat zoodra de Russen komen, alle slaven onmiddellijk in vrijheid worden gesteld.
+
+</p>
+<p>Ook voor de vrouwen van Turkestan, die nu metterdaad evenzeer slavinnen zijn, al dragen zij niet dien naam, is, naar wij vertrouwen,
+een betere toekomst aanstaande. Haar tegenwoordige toestand is ellendig, nog beneden die harer zusters in Turkije en Perzi&euml;.
+Zij worden nog strenger bewaakt, nog angstvalliger van aller verkeer met de buitenwereld afgesloten, nog meer in haar werkkring
+beperkt. Reeds in de wieg worden zij aan een man verkocht, die haar tot vrouw neemt, als hare ontwikkeling, noch uit een moreel,
+noch uit een physiek oogpunt, voltooid mag heeten. Zoo komen zij nooit tot een eigen zelfstandig leven: want als zij den leeftijd
+hebben bereikt, waarop het verstand tot rijpheid komt, zijn zij reeds verouderd door de moederzorgen, en gebroken en verwelkt
+door harden arbeid. Is het wel te verwonderen, dat zij zich met niets anders weten bezig te houden dan met praatjes en intriges?
+Moge de russische invloed vooral hierin ten goede werken!
+
+</p>
+<p>Toen ik Tasjkend verliet, was het feest van den <i>be&iuml;ram</i> in vollen gang. De straten wemelden van Sarthen, voor het meerendeel beschonken, hetzij door het onmatig gebruik van kouknar,
+hetzij omdat zij zich te buiten waren gegaan aan brandewijn, waarvan de ware geloovigen groote liefhebbers zijn. De menigte
+richtte hare schreden naar een boschje, op ongeveer een mijl afstands van de stad; de mannen hadden hunne fraaiste veelkleurige
+tsjapans aangetogen, de vrouwen hare mooiste mousselinen van russisch <span class="corr" title="Bron: fabriekaat">fabrikaat</span>. Ons gezelschap bestond nu uit vier personen: als tolk had ik een gerussificeerden Tartaar van Kassimow, een edelman, <a id="d0e541"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e541">359</a>]</span>misschien wel een prins: althans hij maakte aanspraak op den titel. Een ander Tartaar vervulde de rol van bediende; eindelijk
+had de gouverneur van Tasjkend mij nog een Kozak van Orenburg toegevoegd, die mij gedurende de geheele reis moest vergezellen.
+Wij waren behoorlijk van geweren en revolvers voorzien.
+
+</p>
+<p>Wij slaan den weg in naar Tsjinaze, ten einde den overtocht over de rivier Tsjirdsjik te vermijden, die in dezen tijd des
+jaars, vanwege den hoogen stand des waters, niet zonder gevaar is. Het is heerlijk weder; een verrukkelijke lenteavond overstroomt
+het geheele landschap met een onbeschrijfelijke bekoorlijkheid. Wij brengen den nacht door in het dorp Noga&iuml;-Kourgane, waar
+wij onze tent, onder den blooten hemel, in de schaduw van prachtige boomen, opslaan. Den volgenden morgen zetten wij onze
+reis voort. Ik zal mijne lezers niet vermoeien met eene opsomming van alle bijzonderheden van dien tocht, en eene beschrijving
+van al de plaatsen waar wij halt hielden. De geheele landstreek vertoont overal hetzelfde karakter, en ook de dorpen gelijken
+allen op elkander. Wij brachten een kort bezoek aan de weinig beteekenende ru&iuml;nen van Iski-Tasjkend (Oud-Tasjkend) de voormalige
+hoofdstad des lands, en bereikten eenige dagen na ons vertrek van Tasjkend, de stad Tsjinaze, die eigenlijk niet veelmeer
+dan een dorp is.
+
+</p>
+<p>Voor de komst der Russen was Tsjinaze eene plaats van zekere beteekenis; maar sedert de verovering hebben een aantal inwoners,
+met name kooplieden, de stad verlaten, om zich in het nieuwe Tsjinaze te gaan vestigen, op eenigen afstand, nabij de plaats
+waar de Tsjirdsjik in de Sir-Darja vloeit, gesticht. Oud-Tsjinaze heeft weinig aanlokkelijks voor den vreemdeling; maar een
+hevige orkaan, door geweldige stortregens gevolgd, dwong ons, er te blijven en te overnachten. Den volgenden morgen geleek
+de weg een modderpoel, waardoor met groote kracht sterke waterbeeken stroomden, die zich in de Tsjirdsjik gingen storten.
+Gelukkig is de afstand tusschen Oud- en Nieuw-Tsjinaze niet groot anders hadden wij waarschijnlijk onderweg onze paarden verloren.
+Op onzen weg daarheen zagen wij Kirghisen, met veldarbeid bezig, zich daarbij bedienende van werktuigen, die door hunne eenvoudige
+samenstelling nog aan de aartsvaderlijke tijden herinneren.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-360.jpg" alt="Een Afghaan in russischen dienst."></p>
+<p class="figureHead">Een Afghaan in russischen dienst.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Nieuw-Tsjinaze ziet er niet veel bekoorlijker uit dan het oude: de citadel is klein, de huizen zijn laag, de boomen zeldzaam,
+hetgeen vreemd schijnt in de nabijheid van twee rivieren. De stad ligt echter te hoog, om het water, door middel van irrigatiekanalen,
+over het land te kunnen verspreiden; maar indien daardoor het bezit van tuinen en boomgaarden onmogelijk wordt, zoo tiert
+hier toch de wilg in grooten overvloed: en in Turkestan is geen enkele boom te versmaden.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen staken wij, in een ijzeren boot, de Tsjirdsjik over. Langs de steile oevers dezer smalle rivier zag ik
+verscheidene diepe gaten, die, zooals ik vernam, des winters den Kozakken tot verblijf dienen. &#8220;Maar, zeide ik tot den armen
+Kozak, die mij dit mededeelde, dat moet wel hard zijn, des winters in zulke holen te wonen!<span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is hard.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En waar woont gij des zomers? In tenten?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen. In de open lucht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In de open lucht! En hoe maakt ge het dan bij regen en wind?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De regen maakt ons nat, maar de zon droogt ons weer.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ter wederzijde van de rivier ziet men moerassige velden, dicht met riet bewassen, alsmede uitmuntende klaverweiden. Deze laatste
+plant levert hier drie en meer oogsten per jaar op. Ook tarwe, gerst, rogge, erwten en vlas groeien hier uitnemend. De rijst
+zou hier evenzoo slagen: maar zij heeft overvloedige besproeiing noodig; daarom vindt men alleen in de streken, waar veel
+water is, bij voorbeeld in het dal van de Angrene, te Ilaou en te Khodsjend, belangrijke rijstvelden.
+
+</p>
+<p>Hodjaguend, waar wij halt houden, is een groot dorp, door Sarthen bewoond. Toen wij onzen intocht hielden, waren de <span class="corr" title="Bron: mannnn">mannen</span> bijna allen in het veld; de vrouwen stonden in de deur harer woning, tegelijk nieuwsgierig en schuw, want de verschijning
+van een <i>Ourousse</i> (Rus) is geene alledaagsche zaak. Terwijl naar eene woning voor ons werd rondgezien, nam ik voorloopig mijn intrek in een
+tuin, waar het dorpshoofd mij kwam bezoeken. Hij beschouwde mij blijkbaar met groot wantrouwen, daar hij meende dat ik door
+de russische regeering gezonden was, om rekenschap te vragen van zekere verkeerde handelingen. Toen hij begreep dat dit niet
+het geval was, maakte zijn wantrouwen plaats voor verbazing, met zekere minachting gemengd. De Oosterlingen kunnen zich maar
+niet voorstellen, dat iemand louter voor zijn pleizier, om zich te onderrichten, gaat reizen; is de reiziger geen offici&euml;el
+persoon, geen handelaar, kan hij geen bepaalde reden opgeven waarom hij reist, dan kunnen zij den indruk niet van zich weren
+dat eene andere min loffelijke oorzaak, die hij niet durft noemen, hem beweegt, zijn vaderland en familie te verlaten. Ook
+ik kon mijn <span class="corr" title="Bron: aksakale">aksacale</span> niet aan het verstand brengen, dat ik geen ander doel had dan vreemde landen te leeren kennen: ik ben er zeker van, dat hij
+mij als een halven dwaas beschouwde.
+
+</p>
+<p>De broeder van den <span class="corr" title="Bron: aksakale">aksacale</span> verschafte mij eene goede woning met een stal, en eene ruime, met boomen beplantte binnenplaats. Deze woning lag aan een
+breed, maar niet diep kanaal, dat voornamelijk diende tot besproeiing der velden en om eenige molens in beweging te brengen;
+ter wederzijde is een rij huizen gebouwd, die door fraaie boomen worden overschaduwd. In deze straat bevindt zich de voornaamste
+der twee winkels, die in het dorp te vinden zijn; voor dien winkel verzamelen zich iederen avond de nieuwsgierigen van het
+vlek, om te praten, de nieuwtjes te vernemen en te spelen. Vooral op de dagen, als de bazar te Tsjinaze geopend is, heerscht
+hier des avonds eene bijzondere drukte. Niet ver van mijne woning staat een moskee, die niets bijzonder merkwaardigs heeft.
+Des morgens en des avonds is zij meest met landlieden gevuld, die er hunne gebeden komen opzeggen; de stedelingen zijn minder
+ijverig in het waarnemen hunner godsdienstplichten; de meer bejaarden onder hen bezoeken nog het trouwst het bedehuis.
+
+<a id="d0e587"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e587">385</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-385.jpg" alt="Overtocht over de Angrene."></p>
+<p class="figureHead">Overtocht over de Angrene.</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">VII.</h3>
+<p>Hodjaguend verlatende, volgden wij de oevers van de Sir, ter wederzijde omzoomd door uitgestrekte rietbosschen, de geliefkoosde
+verblijfplaatsen van fazanten en wilde ganzen. Het land is vrijgoed bebouwd: fraaie graanvelden, weelderig groene weilanden,
+en akkers met wilde slaapbollen beplant, trekken overal de blikken tot zich.
+
+</p>
+<p>Weldra ontdekken wij zeer duidelijk de hooge oevers van de Angrene, eene kleine rivier, die zich hier in de Sir-Darja uitstort.
+Evenals alle andere rivieren in dit gedeelte van Centraal-Azi&euml;, is ook de Angrene, in den zomer en in het algemeen wanneer
+het niet of bijna niet regent, verdwenen: in die mate zelfs, dat, zooals het spreekwoord zegt, bij het begin van den herfst
+de kippen droogvoets door de rivier kunnen gaan. Maar in het voorjaar, als het hevig en lang achtereen regent, als de sneeuw
+op de bergen smelt, dan verandert het tooneel: de rivieren zwellen dan zoo, dat het dikwijls onmogelijk en altijd gevaarlijk
+is, ze over te steken. Nu moesten wij juist den volgenden dag de hoog opgezette Angrene overvaren.
+
+</p>
+<p>Op de aanwijzing van onzen gids Bakisj verlieten wij den oever der rivier, en sloegen links af, bijkans onbegaanbare en onkenbare
+paden door het kreupelhout en de biezen volgende, en door onze verschijning gansche zwermen van eenden opjagende. De biezen
+werden eindelijk zoo hoog, dat zij tot boven den buik onzer paarden reikten; wij trokken maar altijd door deze wildernis voort;
+het werd donker, en ik bemerkte aan alles, dat onze gids zelf den weg niet meer wist. Bakisj begon te zingen, hield weder
+op, en zag rondom zich, voor zoover dat in de duisternis mogelijk was; hij moest nu eindelijk zelf erkennen dat wij verdwaald
+waren. Eensklaps kwamen wij aan eene kleine rivier, die echter niet de Angrene was. Ondanks de duisternis, stuurden wij onze
+paarden in het water, om eene waadbare plek te vinden: maar zij werden weldra door het water opgetild en moesten gaan zwemmen;
+wij vonden geen voorde. Het was onmogelijk de rivier over te steken; wij besloten dus den oever te volgen; maar eensklaps
+stuitten wij op een nieuwen hinderpaal: een gracht, zoo diep, dat ik huiverde bij de gedachte, in den donkeren nacht in dezen
+afgrond te moeten afdalen. Er schoot echter niets anders over. Onze paarden waren bang; sommigen gleden en struikelden; maar
+toch bereikten wij zonder ongeval de overzijde.
+
+</p>
+<p>Wij sukkelden nu nog een poosje in de duisternis voort, toen wij gelukkig in de verte een licht zagen schemeren. Dit licht
+kwam uit de eenzame tent van een Kirghise, die ons den weg wees, welken wij te volgen hadden om een groot dorp aan den oever
+der Angrene te bereiken. Daar aangekomen, vonden wij onze reisgenooten, die van ons af waren geraakt, en nu reeds ons avondmaal
+hadden gereed gemaakt. Dit dorp was eene kolonie van Tamintzis, een volksstam, die zich voornamelijk in de omstreken van Tasjkend,
+Tsjinaze en Khodsjend heeft nedergezet, en zich op den landbouw toelegt. Onze komst bracht het gansche <a id="d0e604"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e604">386</a>]</span>dorp in opschudding, en, evenals overal, zagen wij ons ook hier door een drom van nieuwsgierigen omringd. De verbazing kende
+geen grenzen toen mijne valiezen werden opengemaakt, en daaruit allerlei voorwerpen van dagelijksch gebruik te voorschijn
+kwamen, maar die deze eenvoudige lieden nimmer gezien hadden. Zij vroegen naar alles; kreten, uitroepen van bewondering, wonderlijke
+gebaren en sprongen&#8212;dit alles scheen nog maar half toereikende om hunne innige verbazing uit te drukken.
+
+</p>
+<p>De zoolang gezochte Angrene vloeit vlak langs het dorp. Den volgenden morgen zullen wij haar in eene <i>sala</i> oversteken. Een sala is een klein vlot van biezen vervaardigd.&#8212;&#8220;Wees niet bang,&#8221; zeide men mij telkens; &#8220;onze sala is in
+goeden staat, en wij zullen u levend aan den anderen oever brengen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen ik, den anderen morgen, die zoo hoog geprezen sala zag, liep mij eene rilling door de leden: het ding bestond uit eenige
+bossen riet, zoo slecht mogelijk saamgebonden. Ik liet nog eenige stevige halmen en rottingen aanbrengen; men bevestigde de
+sala met alle touwen, die ik beschikbaar kon stellen; eindelijk werd het meer dan broze vaartuig zooveel mogelijk vergroot,
+verzwaard en sterker gemaakt. De stroom was zeer sterk, de overtocht bepaald gevaarlijk; het gansche dorp was uitgeloopen,
+om te zien hoe het met den Ourousse en zijn gevolg zou gaan.
+
+</p>
+<p>Eerst gingen twee Kirghisen, ieder met een paard, in den stroom; de paarden konden zich niet staande houden en werden met
+duizelingwekkende snelheid door den stroom medegevoerd; maar de Kirghisen, alleen met een korten broek gekleed, konden goed
+zwemmen en behielden hunne tegenwoordigheid van geest. Met de eene hand de manen, met de andere den teugel vasthoudende, stuurden
+zij hunne verschrikte rossen, met veel behendigheid, naar den linkeroever van de Angrene, en bereikten den vasten wal op ongeveer
+zestig el beneden het punt van uitgang. De proef was dus geleverd: de paarden konden de rivier oversteken. Nauwelijks hadden
+zij den oever bereikt, of de paarden, nog bevende van angst, moesten andermaal te water gaan; zij snoven, hinnikten, sidderden
+over al hun leden, en wierpen angstige blikken op de rivier; maar men liet hun geen tijd om tot zichzelven te komen; zij werden
+met den staart aan het vlot vastgebonden, en nu ging het voorwaarts! Twee mannen zwommen voor de paarden, vijf anderen rondom
+het vlot; de beesten zwoegden en snoven te midden van den stroom; de toeschouwers op den oever hielden den adem in. Ik volgde
+met angstige blikken mijne bagage, aan het broze vaartuig toevertrouwd. De sala vloog over het water, door den geweldigen
+stroom medegesleept; zij naderde den anderen oever, en de personen, die er op waren, klampten zich gelukkig aan dien oever
+vast, toen ik vreesde dat alles reddeloos verloren was. Het vlot keerde ledig terug; en nu werd ik, met het overige van mijn
+bagage, met behulp van minder vermoeide paarden, naar den overkant gebracht. De arme Kirghisen waren half dood van koude;
+zij verlangden naar wat brandewijn: het hinderde mij, dat ik hun slechts thee kon aanbieden.
+
+</p>
+<p>Wij vervolgden nu onzen weg naar Boeka, dat wij v&oacute;&oacute;r den nacht hoopten te bereiken. Het land is vlak en tamelijk wel bebouwd:
+aan den horizon verheffen zich eenige heuvelen, waarvan de hoogste den naam van Hanka draagt. Deze heuvel had een indrukwekkend
+voorkomen; ik wilde hem bezoeken. Rondom den heuvel lagen een aantal lagere hoogten verspreid, met gras begroeid, en zonder
+eenig spoor van gebouwen, behalve de eenzame graftombe van een <i>aouli&euml;h</i> (heilige), die op een dezer hoogten verrees en van verre de aandacht tot zich trok door een veelkleurigen lap, aan een langen
+stok bevestigd. Ik vermoed, dat hier eenmaal eene groote stad heeft gestaan, waarvan de citadel ongetwijfeld den hoogsten
+heuvel bekroonde; de top van dien heuvel vertoont nog een eigenaardigen vorm: hij is bijna vierkant en heeft steile, regelmatig
+afloopende randen. Ik vond niets dan eenige scherven en gebakken steenen.
+
+</p>
+<p>Het begon reeds donker te worden, toen wij Boeka bereikten; wij gaan eenige smerige en nauwe straten door, tot wij voor een
+kleinen winkel komen, waar nog licht brandt. Daar de zoon van den aksacale ons had gezegd, dat zijn vader voor eenige dagen
+afwezig was, begaven wij ons naar de woning van den <i>bi&iuml;</i>, voor wien ik een brief van aanbeveling had. Deze bi&iuml;, letterlijk notabelen, vindt men in alle Kirghisen-dorpen; zij zijn
+belast met de handhaving der openbare orde en zijn tevens zooveel als vrederechters. Deze bi&iuml;, een man van rijpen leeftijd,
+had een zeer eerwaardig voorkomen; hij was langen tijd <span class="corr" title="Bron: aksakale">aksacale</span> van Boeka geweest, en was nu tot de waardigheid van bi&iuml; opgeklommen.
+
+</p>
+<p>Boeka is een aanzienlijk dorp, waarvan de aarden woningen tegen de helling van een vrij steilen berg zijn gebouwd. De inwoners
+zijn Kirghisen, die in voorkomen en levenswijze veel overeenkomst met de Sarthen hebben. Rondom het dorp strekken zich, tot
+op wijden afstand, rijstvelden uit, door kanalen doorsneden, en op dat oogenblik geheel onder water staande, zooals in de
+lente steeds het geval is. De landlieden, tot aan den gordel in het water staande, arbeiden daarom niet minder ijverig. De
+velden zijn in vierkante vakken verdeeld, die door kleine aarden wallen van elkander worden gescheiden. Elk dezer vakken staat,
+door eene kleine opening in den dijk, met een kanaal in gemeenschap. Is de bodem genoeg van water doortrokken, dan wordt dit
+gat weder met een paar kluiten aarde dichtgestopt. De kanalen, die hun water uit de Angrene ontvangen, zijn zeer vischrijk.
+
+</p>
+<p>Op marktdag is het te Boeka zeer druk en levendig. De markt is aan alle kanten omringd door kleine winkels of kramen, die
+gedurende zes dagen gesloten zijn, maar des Maandags worden geopend. Dan stroomen de koopers en nog meer de bezoekers van
+alle zijden samen, om elkander te ontmoeten, de nieuwtjes te vernemen, hunne bekenden te spreken en ook zaken te doen. Zulk
+een marktdag levert inderdaad een zeer aardig en schilderachtig tooneel op, dat vooral voor een vreemdeling zeerveel aantrekkelijks
+heeft; ge vindt hier allerlei zaken bij elkander, die ge niet verwachten zoudt. Buiten den bazar of de eigenlijke markt, <a id="d0e632"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e632">387</a>]</span>wordt de veemarkt gehouden, waar paarden, schapen, runderen, kameelen enz. worden verkocht. Deze markt is vooral merkwaardig,
+omdat hier koopers en verkoopers, mannen en vrouwen, allen zonder uitzondering te paard zitten.
+
+</p>
+<p>Te Boeka vernam ik eene geheel onverwachte en gewichtige tijding: men zeide mij, dat de Emir van Bokhara te Samarkand was,
+en zich gereed maakte om tegen Rusland te oorlogen. Ik geloofde er niets van, en liet mij daarom bewegen om nog eenigen tijd
+te Boeka te blijven, en bij mijn vriend den aksacale, die van zijne reis was teruggekeerd, mijn intrek te nemen. Ik moest
+mij daar vergenoegen met een ellendig krot, bestaande uit twee armzalige kamers, waar de regen door het dak stroomde, en waar
+het wemelde van vleermuizen, duiven, zwaluwen en musschen. Mijn ongeloof werd weldra beschaamd. Toen ik eenigen tijd te Boeka
+vertoefd had, ontving ik een brief, waarin mij werd medegedeeld dat een veldtocht der Russen naar Bokhara op handen was. De
+oorlog alzoo, en wel in mijne onmiddellijke nabijheid, in het hart van Centraal-Azi&euml;! Ik kon aan de verzoeking om mede van
+den strijd getuige te zijn, geen weerstand bieden, en haastig verliet ik het dorp, waar ik mij voorgesteld had veel langer
+te zullen blijven. Na de gewone afscheidsgroeten, gaf ik mijn gastheer de gebruikelijke geschenken van spiegeltjes en andere
+soortgelijke voorwerpen. Het gerucht van den aanstaanden oorlog was reeds onder het volk doorgedrongen; en toen ik mijne woning
+te Boeka verliet, bespeurde ik duidelijk aan de houding en de gelaatstrekken der inwoners, dat zij mij als vijand beschouwden,
+en dat de ingewortelde haat jegens den christen en den overwinnaar weder, in al zijne kracht, bij hen wakker was geworden.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3>VIII.</h3>
+<p>Ik ben op weg om de russische voorposten op te zoeken. Voor reismakkers heb ik twee gewichtige personages: de <i>ra&iuml;s</i> en de bi&iuml; van Toy-Tioubeh, de voornaamste stad van het district van Koeraminsk, ten zuiden van Tasjkend, op den weg naar
+Khodsjend. Wat een bi&iuml; is, weet ge; de ra&iuml;s is een soort van geestelijk ambtenaar. Beiden zijn mij aanbevolen door het districtshoofd
+van Koeraminsk, en zijn volkomen bereid mij te vergezellen, in de hoop van daarvoor eene ruime belooning te ontvangen. Bovendien
+zit de voorliefde voor een zwervend leven dezen lieden in het bloed. De ra&iuml;s is lang en mager; hij draagt een grijzen baard,
+en geeft zich een zeker <i>air</i> van vroomheid; de bi&iuml; is klein en zeer gezet van postuur; zijn breed en plat gezicht wordt door zijne uitstekende wangbeenderen
+juist niet verfraaid. Moessa-Ben&#8212;zoo heet de bi&iuml;&#8212;houdt er twee bedienden op na. Ik vraag hem, hoeveel hij aan die lieden betaalt;
+uit zijn antwoord bleek mij, dat de betrekking tusschen meester en dienaar, hier in dit land, nog aartsvaderlijk eenvoudig
+is.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij ziet,&#8221; zeide de bi&iuml;, &#8220;dien ouden man, op dat magere paard, met mijn bagage; hij dient mij sedert vijf jaren; ik heb hem
+iets gegeven bij zijn huwelijk, en van tijd tot tijd help ik hem, naar mij dit gelegen komt.&#8221;
+
+</p>
+<p>Weldra vergisten wij ons in den weg, en het kostte ons niet geringe moeite, om de noodige inlichtingen te bekomen. In het
+eerste dorp, waar wij naar den rechten weg vroegen, wilde men ons eerst niet te woord staan; maar toen de ra&iuml;s en Moessa-Ben
+ten ernstigste verzekerden, dat ik een groot heer was, veranderde de stemming, en had men eindelijk zelfs de beleefdheid mij
+een kop <i>gatijsh</i> (gestremde melk) en een koek aan te bieden. Het geldstuk, dat ik in ruil gaf, ging van hand tot hand, den ganschen kring
+rond.
+
+</p>
+<p>Het smalle pad, dat wij nu volgden, loopt door prachtige weilanden, waar nimmer de maaiers de zeissen doen gaan, want het
+vee is schaars in dit land. Bloemen, van allerlei kleur en geur, versieren het onmetelijke groene tapeet, dat zich naar alle
+zijden, zoover wij zien kunnen, uitstrekt, en dat slechts hier en daar door enkele helder gekleurde woningen wordt afgebroken.&#8212;Wij
+waren ver van de steppen; en toch deden enkele tooneelen ons aan de steppen denken: nu eens uitgedroogde rivierbeddingen,
+hoewel de Aprilmaand nog niet verstreken was; dan weder kameelen of schapen, door de velden rondzwervende, en letterlijk bedekt
+met raven, die, met groote behendigheid, de insecten vangen, welke zich in het dichte en kroesige haar van den kameel en in
+de wol van het schaap verschuilen.
+
+</p>
+<p>Weldra bereiken wij een plek, waar de grond, met steile helling, afloopt naar eene oude bedding van de Sir-Darja, die tegenwoordig
+op korten afstand vloeit. Beneden gekomen, vinden wij een met kalk vermengden bodem, met zout en salpeter, in den vorm van
+zeer kleine kristallen, bezaaid; hier en daar verheffen zich in deze uitgedroogde bedding van de groote rivier boschjes van
+doornstruiken, die ook zoo veelvuldig langs hare oevers voorkomen. Wij trekken maar altijd voort, door het verlaten bed van
+de Sir-Darja. Hoe verder wij komen, hoe dichter de rietbosschen worden; elk oogenblik vliegen gansche zwermen eenden uit deze
+biezen op; maar mijne reismakkers beweren dat ook gevaarlijker gasten, tijgers en panthers, in deze jungles schuilen. Onze
+paarden kunnen niet dan met moeite voortkomen op dien weeken, salpeterachtigen grond, die onder hunne hoeven scheurt en splijt.
+Van tijd tot tijd jagen wij kleine wilde katten op, die dan met snelle en sierlijke beweging naar hun hol vlieden, waar zij
+een oogenblik aan den ingang stilhouden om ons aan te zien en dan ijlings te verdwijnen.
+
+</p>
+<p>Wij gaan dicht langs de schilderachtige ru&iuml;nen van Kasj-Teguermen (de Twee-Molens), eene oude vesting, waarvan de wal vrijwel
+bewaard is gebleven, maar het inwendige geheel in puin ligt. De zon goot hare stralen met verblindenden glans uit over deze
+leemen vestingwerken, en kleurde van verre aan den horizon, aan gene zijde der breede rivier en der wijde vlakte, een schilderachtig
+gebergte, dat zich fier en stout in de lucht verhief.&#8212;De weg wordt steeds <a id="d0e660"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e660">388</a>]</span>minder eenzaam. Ter wederzijde staan eene menigte torentjes en wachthuizen, zoowel om de vogels als om de dieven op een afstand
+te houden. Ra&iuml;s verzekert mij dat deze torens en deze wachthuizen zijn gebouwd op de graven der gevallenen in den krijg; volgens
+hem, is het in Turkestan de gewoonte om de soldaten, die in den slag sneuvelen, langs den openbaren weg te begraven; dit geschiedt
+opdat de voorbijgangers voor hunne zielen zouden bidden.
+
+</p>
+<p>Wij naderen Khodsjend; de weg is ter wederzijde omzoomd door tuinen, waar prachtige oude moerbezieboomen hunne schaduw spreiden;
+overal vertoonen zich de teekenen van zorgvuldige bebouwing. Khodsjend wordt door eene gracht en door een dubbelen gordel
+van goed onderhouden muren verdedigd; de binnenste muur is zeer hoog. De stad telt eene bevolking van ongeveer dertig duizend
+zielen, en is bekend door hare zijde, hare wijngaarden en hare tuinen. Over het algemeen maakt zij op den vreemdeling geen
+onaangenamen indruk. Van hare huizen, hare moskee&euml;n en de graftomben der heiligen valt niets bijzonders te zeggen. De bazar
+kan de vergelijking met dien van Tasjkend in geen enkel opzicht doorstaan.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatRight">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-388.jpg" alt="Bala, de zoon van den aksacale van Boeka."></p>
+<p class="figureHead">Bala, de zoon van den <span class="corr" title="Bron: ak sacale">aksacale</span> van Boeka.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het paleis van den voormaligen bey is tegenwoordig de woning van mijn vriend, den kolonel Kouchakewitch, den gouverneur van
+het district. Ongelukkig was hij juist afwezig; hij was op zijn rondreis, waar hij zich niet alleen van zijne administratieve
+plichten kwijt, maar die hij ook dienstbaar maakt aan de wetenschap: want de kolonel is een groot liefhebber der natuurlijke
+historie, die eene merkwaardige verzameling van vogels, insecten, slangen en meer andere dieren bezit; zijn tuin is eene ware
+menagerie in het klein.
+
+</p>
+<p>Ik ontmoette te Khodsjend een mijner vroegere kennissen, die hier eene betrekking bekleedde. Hij zeide mij dat de tijding
+van den oorlog der Russen tegen Bokhara ook hier de gemoederen zeer in beweging had gebracht. De inwoners van Khodsjend, dweepzieke
+muzelmannen, en nog in geenen deele met de christelijke overheersching verzoend, hopen vurig, dat de dertig- of veertig duizend
+krijgers van den Emir van Bokhara korte metten zullen maken met die handvol vreemde indringers, die zich in het land genesteld
+hebben.&#8212;Mijn vriend deelt mij ook mede, wat aanleiding gegeven heeft tot den thans uitgebroken oorlog. De gouverneur-generaal
+van Centraal-Azi&euml; stond op het punt naar Petersburg te vertrekken, toen hij vernam dat een bende roovers uit Bokhara langs
+onze grenzen stroopte en alle gemeenschap belemmerde. De gouverneur stelde zijn vertrek uit, begaf zich naar de voorposten,
+nabij de stad Dsjisak, en gaf last, eene aanvallende beweging uit te voeren. Inmiddels hadden driehonderd Afghanen, die de
+keurbende van het leger van den Emir uitmaakten, zijne dienst verlaten, en waren, met hun opperhoofd en twee kanonnen, tot
+de Russen overgeloopen. Onder de leiding van dien aanvoerder, den prins Iskender-Khan, hadden zij de tot hunne vervolging
+afgezonden troepen verslagen, en waren in het kamp van Dsjisak gekomen, waar zij verklaarden dat zij voortaan niemand anders
+dan den Ak-Padisj&acirc;, den witten tsaar, wilden dienen.&#8212;Ik zou dus ook in de gelegenheid zijn, kennis te maken met de Afghanen,
+dat merkwaardig en hooghartig volk, dat zoo schitterende bewijzen van zijn onbedwingbaren heldenmoed en zijne vrijheidsliefde
+gegeven heeft, in den bloedigen worstelstrijd tegen het machtige Engeland. Een reden te meer, om zoo spoedig mogelijk onze
+troepen te bereiken en met hen naar Bokhara te trekken! Men zeide mij dat ik geen oogenblik meer te verliezen had; ik nam
+dus haastig afscheid van mijne vrienden te Khodsjend, na hun mede een aandeel te hebben beloofd van de merkwaardigheden, die
+wij in het paleis van den Emir zouden vinden, indien wij overwinnaars waren. Maar geen enkele Rus twijfelde aan de zegepraal
+onzer wapenen.
+
+</p>
+<p>Bij mijn overhaast vertrek van Khodsjend, waar ik <a id="d0e678"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e678">390</a>]</span>gaarne langer had willen blijven, gaf ik mijn ra&iuml;s zijn afscheid. De kolonel noopte mij, mijns ondanks, het geleide aan te
+nemen van drie Kozakken.
+
+</p>
+<p>De drie Kozakken gingen niet verder mede dan tot Naou, een klein versterkt dorp, schilderachtig op een heuvel gelegen, en
+waar een klein detachement in bezetting lag. Ik beval hun naar Khodsjend terug te keeren, en vervolgde mijn weg tot aan het
+groote dorp Kazym, waar de aksacale ons een nachtverblijf aanwees in de moskee. Wij sloegen eerst ons kamp op in den voorhof
+en niet in het bedehuis zelf; maar de regen dwong ons, daarbinnen eene schuilplaats te zoeken. Het gebouw zag er armoedig
+en vervallen uit, en de bouwstijl was niet van dien aard, dat de bewondering daarvan ons lang uit den slaap behoefde te houden.
+De vensters waren met geolied papier beplakt; het dak werd gedragen door ruw behouwen balken; de platgetreden aarden vloer
+was met een vilten kleed bedekt; langs de wanden waren, ter manshoogte, een soort van kapstokken geslagen, waaraan de geloovigen,
+eer zij hun gebed verrichten, hunne schoenen ophangen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-389.jpg" alt="Een douvana (Bedelende derwisj)."></p>
+<p class="figureHead">Een <i>douvana</i> (Bedelende derwisj).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Ik was ten hoogste verwonderd, dat het heiligdom aldus als herberg werd gebruikt. &#8220;Hoe,&#8221; vroeg ik aan den aksacale, &#8220;hebt
+gij mij, een ongeloovige, zoo zonder bedenken, een verblijf kunnen aanwijzen in uwe moskee?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De huizen van Kazym zijn te onzindelijk voor u,&#8221; antwoordde hij. &#8220;De moskee zal door uwe tegenwoordigheid niet meer ontwijd
+worden dan door die der doortrekkende kooplieden, die men er nu en dan herbergt. Bij het weggaan geven de gasten van het bedehuis
+een klein geschenk voor het heiligdom, en de moskee van Kazym vaart er wel bij.&#8221;
+
+</p>
+<p>Die taal, in den mond van een geloovigen muzelman van Centraal-Azi&euml;, tegenover een ongeloovige, een Ourousse, verbaasde mij
+nog meer dan ons logies in de moskee. Ik had echter ook de bedoeling der laatste woorden van den ouden man begrepen, en gaf
+hem bij mijn vertrek een klein geschenk in geld, dat hij eerst scheen te willen weigeren, maar dat hij toch aannam, toen ik
+hem zeide dat het slechts <i>saliaou</i> voor <i>saliaou</i> (gave voor gave) was. Hij had mij dan ook als een vorst ontvangen, die brave aksacale. Hij had mij langs een tiental mannen
+geleid, die, met waskaarsen in de hand, onbewegelijk stonden, en allen iets aanboden, dat mijne excellentie van dienst kon
+zijn: de een een schotel met brood, een ander gestremde melk, een derde een kop met room, enz.; en mijne excellentie had zich
+deze buitengewone eerbewijzen zonder tegenspraak laten aanleunen.
+
+</p>
+<p>Het dorp Oratepeh, waarheen wij ons nu begaven, ligt op omstreeks twintig kilometers van Kazym. Het was heldere maneschijn;
+men had mij gezegd dat deze landstreek, vooral in de nabijheid van het riviertje Ak-Soe, niet veilig was. Toen wij, langs
+eene zeer steile helling, naar den oever van dat riviertje waren afgedaald, bevonden wij ons in eene zeer diepe kloof: althans
+voor zooveel wij dit, bij de twijfelachtige verlichting door het fantastische schijnsel der maan, konden beoordeelen. Als
+naar gewoonte, had ik mij van mijne reisgezellen afgezonderd, om mij ongestoord aan mijne indrukken te kunnen overgeven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees voorzichtig, <i>tura</i> (meester),&#8221; voegde mij een hunner toe, mij op zijde komende; &#8220;er zijn altijd <i>Karaka</i> (roovers) in de kloven en dalen van de Ak-Soe.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees gerust, vriend,&#8221; antwoordde ik; &#8220;met hetgeen gij hier ziet&#8212;ik toonde hem mijn revolver&#8212;zal ik vijf Karaka neerschieten,
+eer de zesde mij iets kan doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het bleek dan ook dat er niet veel reden tot ongerustheid bestond, want wij bespeurden hoegenaamd niets van de Karaka.
+
+</p>
+<p>Wij gingen door verscheidene uitgedroogde beddingen van beken, die de inwoners hadden afgeleid voor de bevloeiing hunner landen,
+en kregen eindelijk het vlek Oratepeh in het gezicht, aan den voet van eene majestueuze rotsmassa, waarop eene moskee staat,
+tegenwoordig in eene kerk veranderd, en eene citadel, die de Russen in October 1866 stormenderhand vermeesterd hebben. Het
+voormalige paleis van den bey is thans eene herberg, waar ik een russisch hoofdofficier aantrof, met wien ik kennis aanknoopte.
+Natuurlijk was mijne eerste vraag naar zekere tijdingen van onze voorposten, waarnaar ik zoo verlangend uitzag: maar niemand
+kon mijne nieuwsgierigheid bevredigen. Van de karavanen, die het verkeer tusschen Khodsjend en Bokharije onderhouden, verneem
+ik in hoofdzaak het volgende. De Emir, eene nederlaag voorziende, had een volslagen breuk met Rusland willen vermijden, en
+de verstandige en bedaarde lieden in zijn land zijn het met hem eens; maar de massa des volks, door de mollahs opgehitst,
+eischt met groote onstuimigheid den verdelgingsoorlog tegen de ongeloovigen. Zij dringt aan op de afkondiging van den <i>gavazate</i> (den heiligen krijg), en de vernietiging van alle Russen.
+
+</p>
+<p>Oratepeh staat bekend als eene vroolijke en aangename plaats; het geniet ongeveer dezelfde reputatie als Sjiraz in Perzi&euml;
+en Karsji in Bokharije. Dans en muziek zijn hier zeer geliefd, zooals mij, tijdens mijn kort verblijf, overvloedig bleek;
+als ik door de straten wandelde, klonk mij van alle zijden muziek en regelmatig handgeklap in de ooren. Van de citadel heeft
+men een verrassend gezicht op de stad, hare bazars, hare fraaie tuinen, en de groene velden, die zich, in een wijden halven
+boog, tot aan den voet der bergen uitstrekken.
+
+</p>
+<p>Zamine, waar wij nu aankwamen, ligt op een hoogen heuvel, van welks top men ten noorden en ten westen een onmetelijken horizon
+overziet. Zamine is een versterkt punt, maar als zoodanig van weinig belang; de bezetting bestaat uit dertig Kozakken. In
+het vlek bevindt zich eene kleine kolonie van Oesbeken.
+
+</p>
+<p>Weinig dacht ik, toen ik te Zamine kwam, wat mij daar te wachten stond. De plaatskommandant, majoor L., deelde mij mede, dat
+ik, krachtens bevel van hooger hand, het vlek niet verlaten mocht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is mij uitdrukkelijk verboden,&#8221; zeide hij, &#8220;iemand, wie dan ook, zonder behoorlijk geleide, door te laten gaan. Nu heb
+ik maar over dertig Kozakken te beschikken, en gij zult mij daar niet van willen berooven, <a id="d0e729"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e729">391</a>]</span>niet waar? Ik zou dan geheel alleen mijne vesting moeten verdedigen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Daar viel niets tegen te zeggen. Bovendien was ik niet de eenige, die aldus in zijn voornemen gedwarsboomd werd; er waren
+nog meer lotgenooten, evenals ik, tegen hun wil te Zamine opgehouden. De majoor troostte mij zoogoed mogelijk: ik zou niet
+lang hoeven te wachten; ik zou weldra kunnen vertrekken met een detachement, dat buskruit moest overbrengen en binnen kort
+te Zamine moest aankomen, aangezien het gelijk met mij van Oratepeh vertrokken was.
+
+</p>
+<p>Mijn hospes is zeer voor mijne veiligheid beducht. Hij verzoekt mij ernstig, zeer voorzichtig te zijn, en mij vooral niet
+te ver buiten de stad te wagen: in den omtrek houden zich roovers op, die zelfs russische soldaten, op weinige schreden afstands
+van de citadel, hebben vermoord; het is dus zaak, zoo waakzaam mogelijk te zijn. Hij dringt er zelfs op aan, dat des nachts
+eene schildwacht voor de deur zal worden geplaatst, en hij bezorgt mij er twee, beiden Oesbeken. Op die wijze is althans zijne
+verantwoordelijkheid gedekt.
+
+</p>
+<p>Een dezer schildwachten verhaalt mij de geschiedenis van de inneming der citadel van Zamine door de Russen.
+
+</p>
+<p>&#8220;De soldaten van den blanken tsaar hebben zich des morgens, op het uur des gebeds, van de vesting meester gemaakt,&#8221; zoo zegt
+hij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt u zeker hardnekkig verdedigd, niet waar, zooals dat dapperen mannen past?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen zeker niet! Wij sliepen; wij werden eensklaps wakker geroepen; een plotselinge schrik maakte zich van allen meester;
+wij wisten niet recht wat wij deden, en de verwarring was algemeen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar verwachttet gij dan geen aanval van den vijand? De Russen gaan doorgaans recht op hun doel af.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Jawel; maar hoewel de Russen reeds vele van onze vestingen genomen hadden, dachten wij toch niet dat zij ook de onze zouden
+kunnen vermeesteren: zij ligt op den top van een hoogen en steilen heuvel, en de bezetting was zoo talrijk! Zelfs had onze
+bevelhebber verklaard, dat ieder, die maar van overgave zou durven reppen, <span class="corr" title="Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> het hoofd voor de voeten zou worden gelegd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo? Ja, uw chef schijnt iemand met wien niet valt te gekscheren. Hij heeft zeker zijn leven duur verkocht?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat blieft? Hij was de eerste om te vluchten!&#8221;
+
+</p>
+<p>Eindelijk, na verloop van eenige dagen, daagde het zoo lang en vurig verwachte konvooi op. Na een kort oponthoud te Zamine,
+vervolgde het detachement zijn marsch, waarbij wij ons nu aansloten. Het konvooi bestond uit een gewapend escorte, dat de
+kameelen beschermen moest, die met kruit en beschuit voor het leger beladen waren; verder eenige paarden en eene menigte handelaars
+en kooplui, voornamelijk Joden, die zien naar het leger begaven, om aan de soldaten brandewijn en allerlei andere zaken te
+verkoopen. De officier, met het kommando over dit detachement belast, beval mij dringend aan, mij niet van het escorte te
+verwijderen; naar men zeide was het land zeer onveilig door stroopende rooverbenden, die door sommigen wel op duizend man
+werden geschat. Ik hield mij overtuigd, dat die geruchten, zoo niet geheel valsch, dan toch minstens zeer overdreven waren,
+maar was verplicht mij aan het consigne te onderwerpen.
+
+</p>
+<p>Wij gaan uiterst langzaam vooruit. Ik had den afstand tusschen Zamine en Dsjisak niet nauwkeurig berekend, en had de onvoorzichtigheid
+gehad eenigszins roekeloos met mijn voorraad levensmiddelen om te gaan. Weldra was die dan ook verteerd. Daar ik geen lust
+had honger te lijden, begaf ik mij, met mijn bediende Mohammed, naar een kamp van nomaden, waar onze verschijning, nog meer
+dan anders, eene algemeene ontsteltenis teweegbracht; de vrouwen en kinderen maakten zich haastig uit de voeten; men zag ons
+aan voor <i>sarbaz</i>, dat wil zeggen voor soldaten uit Bokhara, die wegens hunne ruwheid en woestheid in een zeer slechten reuk staan, en vreesde
+dus dat wij een bloedbad zouden aanrichten, of minstens het kamp plunderen. Gelukkig vonden wij een Oesbeke, een vriend der
+Russen, die ons van melk en uitmuntende koeken voorzag.
+
+</p>
+<p>De uiterst langzame voortgang van ons konvooi begon mij te vervelen; ik vroeg een escorte van twee Kozakken; en de kolonne,
+die halt hield om te rusten, achterlatende, begaf ik mij op weg naar Dsjisak. Ter linkerhand verheffen zich de bergen van
+Djoelam, die zich aan de hoogten van Oratepeh en Zamine aansluiten. Naarmate wij Dsjisak naderen, vermenigvuldigen zich de
+aouls (dorpen) langs den weg, en wordt het op den weg steeds drukker en levendiger van lieden, die naar en van de stad gaan
+en komen.
+
+</p>
+<p>Voor de poort der stad ontmoeten wij een grijsaard, met lange zilverwitte haren. Daar hier iedereen het hoofd kaal scheert,
+ben ik zeer nieuwsgierig om van dezen patriarch de reden te vernemen van deze zoo in het oog vallende afwijking van het algemeen
+gebruik. Hij deelde mij mede dat hij onderscheidene vrouwen heeft getrouwd, en ook veel dochters, maar geen enkelen zoon heeft;
+in zijne smart over dit gemis, had hij sinds lang de gelofte afgelegd, zijn hoofd niet te zullen scheren voor hem een zoon
+geboren was. Hij getroost zich, dusdoende, eene groote vernedering: want in dit land geldt het voor eene schande, geen zonen
+te hebben, en daar zijne lange haren natuurlijk de algemeene aandacht trekken, worden hem telkens vragen gedaan, die hem noodzaken
+zijne schande te openbaren.
+
+</p>
+<p>Dsjisak is omgeven door een drievoudigen gordel van hooge en stevige muren, die niet van steen, maar van aarde zijn opgetrokken;
+bij de bestorming en inneming door de Russen, werd veel bloed vergoten. De verdedigers, soldaten van Bokhara, werden bijna
+allen tusschen de muren om het leven gebracht; naar het zeggen van ooggetuigen, lagen de lijken en de stervenden bij geheele
+hoopen op en over elkander. Dsjisak is geen groote stad; het water is er zeldzaam en slecht; en evenals te Bokhara, richt
+de afschuwelijke ziekte, <i>richta</i> genoemd, ook hier groote verwoestingen aan. Deze ziekte ontstaat door een worm, <a id="d0e770"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e770">392</a>]</span>die zich onder de huid verbergt, en niet dan met groote moeite verwijderd kan worden; die worm heeft dikwerf eene lengte van
+vijf-en-zeventig duim en meer.
+
+</p>
+<p>Uit een hygi&euml;nisch oogpunt laat Dsjisak dus veel te wenschen over. Dat is dan ook de reden, waarom de Russen de citadel afbreken,
+en de steenen en verdere bouwmaterialen vervoeren naar de kolonie, die zij, op vier of vijf mijlen afstands van de stad, te
+Kloetsji, vestigen, in eene fraaie en gezonde streek, waar niet zooveel schorpioenen zijn als te Dsjisak, en waar het water
+overvloediger en beter is.
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">IX.</h3>
+<p>De weg van Dsjisak naar Jane-Koergane was niet veilig, en wij hadden geen geleide: maar toch werd het ons vergund, onze reis
+te vervolgen, op het gevaar af in vijandelijke handen te vallen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-392.jpg" alt="Mijne woning te Hodjaguend."></p>
+<p class="figureHead">Mijne woning te Hodjaguend.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Weldra bereikten wij de beroemde <i>Poorten van Tamerlan:</i> een pas tusschen twee reusachtige rotsmassa&#8217;s, ter wederzijde van een bochtigen, kronkelenden bergstroom, dien wij meer dan
+twintig malen moesten oversteken. Op een der rotswanden zagen wij een zeer regelmatig gebeiteld opschrift, in zeer fraaie
+en duidelijke letters: maar niemand onzer was bij machte dit opschrift te ontcijferen. Men verhaalde mij, dat deze inscriptie
+de plaats aanwees, waar de Oesbeken aan de Kiptsjaks slag leverden, waarbij het zoo heftig toeging, dat de beek rood werd
+van bloed.
+
+</p>
+<p>Toen wij te Jane-Koergane kwamen, was het russische detachement, dat wij gehoopt hadden te zullen aantreffen, reeds vertrokken
+om naar Samarkand te marcheeren. Jane-Koergane is een open vlek, dat zijn naam, die een vesting aanduidt (<i>koergane</i> beteekent in het turksch eene versterkte plaats) te danken heeft aan de vroegere muren, waarvan nu geen spoor is overgebleven.
+Het vlek ligt aan den uitgang van den pas der Poorten van Tamerlan. Wij zagen er een aantal ledige tenten; andere tenten waren
+opgevuld met koortslijders en andere zieke soldaten, die hier waren achtergebleven.
+
+</p>
+<p>Ik brandde van verlangen om mij bij den troep te voegen, die zeker nog niet ver weg kon zijn. Maar wat zou ik doen? Ik kon
+alleen op mijn Kozak rekenen; was het geen onverantwoordelijke roekeloosheid, mij aldus, zonder behoorlijk geleide, midden
+in het vijandelijke land te wagen? Zou het niet beter zijn, althans vier of vijf moedige reismakkers op te zoeken, om gezamenlijk
+de kans te beproeven?
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-393.jpg" alt="Na de overwinning."></p>
+<p class="figureHead">Na de overwinning.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Deze gedachten vervulden mij, terwijl ik te paard de eenzame straten van Jane-Koergane doorreed. Eensklaps staat een bekende
+voor mij: de bediende van den koopman Gloudoff, een flink jonkman, die, evenals ik, naar eene gelegenheid zocht om het russische
+leger te bereiken, half uit liefhebberij half om zaken: drie zijner reizigers waren te Samarkand gevangen genomen en in den
+kerker geworpen; er was alle kans dat zij er het leven bij zouden inschieten. Gloudoff vreesde bovendien, dat, tegelijk met
+zijne bedienden, ook de niet onaanzienlijke sommen, die zij bij zich hadden, verloren zouden zijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, dat treft uitnemend,<span class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span> riep ik den bediende toe, zoodra ik hem gewaar werd. <span class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>Uw meester is zeker ook hier?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, hij is in den bazar, waar hij mij wacht. Hij wil niet te Jane-Koergane blijven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Uitnemend, mijn vriend!&#8221; riep ik, en spoedde mij naar den bazar, waar ik Gloudoff vond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hoor daar van uw bediende,&#8221; zeide ik tot hem, &#8220;dat gij in dit vervelende nest van een Jane-Koergane niet langer wilt blijven.
+Gij wilt zeker, evenals ik, naar Samarkand gaan?&#8221;
+<a id="d0e817"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e817">394</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ongetwijfeld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeergoed! Maar hoe zullen wij daar komen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, dat is zeer gemakkelijk. Wij zullen het konvooi volgen, dat kruit naar het leger brengt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat ik u bidden mag, reken niet op het konvooi, dat voor Jane-Koergane bestemd is en niet verder zal gaan. Zijt gij alleen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Alleen? Ik heb een geheel leger bij mij: vier man, om u te dienen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb drie man, dat maakt alzoo zeven: wij met ons beiden daarbij, dat is negen. Die macht is voldoende om een ganschen
+troep Bokhareezen in bedwang te houden! Laat ons dadelijk vertrekken!&#8221;
+
+</p>
+<p>Wij spraken af dat wij over een uur vertrekken zouden. Ik deed haastig eenige inkoopen, en was prompt op mijn tijd ter plaatse,
+waar wij elkander zouden ontmoeten.
+
+</p>
+<p>Zal ik het maar zeggen? Mijn voortreffelijke vriend Gloudoff had zijn tijd niet met heen en weer loopen verbeuzeld. Ik vond
+hem voor eenige ledige flesschen, meer dan half beschonken en haast niet meer in staat om naast zijn bediende in het rijtuig
+te blijven zitten. Inderdaad mijn vriend Gloudoff was een echte Rus!
+
+</p>
+<p>Eindelijk zijn wij op weg. De officier, die mij tot Jane-Koergane begeleid heeft, beveelt mij de uiterste behoedzaamheid aan.
+De weg, zegt hij, is zeer onveilig door allerlei snood gespuis, dat zich hier in menigte ophoudt en tegen geen sluipmoord
+opziet. Overigens vernemen wij niet dan goede tijdingen; het detachement der voorhoede is de steenen brug, op ongeveer zeven-en-dertig
+kilometers afstand van Jane-Koergane, overgetrokken, en vervolgt zijn marsch naar Samarkand. Alles gaat naar wensch: de beslissing
+nadert; de ontmoeting der vijandelijke legers is aanstaande, en alles voorspelt ons de overwinning.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als dat zoo is, moeten wij ons haasten! Spoedig voorwaarts!&#8221; Wij zetten onze paarden in draf; niemand twijfelt er aan, of
+wij zullen nog v&oacute;&oacute;r den nacht het detachement hebben ingehaald.
+
+</p>
+<p>&#8220;Weet gij den weg?&#8221; vraag ik aan Gloudoff, die nog gansch niet op zijn dreef is.
+
+</p>
+<p>&#8220;Den weg? Wel, dit is de weg.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja wel. Maar ik bedoel de zijpaden, de hinderpalen van allerlei aard, die ons in de war kunnen brengen, de bochten, de duisternis;
+hebt ge daarop wel gedacht? Zullen wij het spoor der soldaten niet verliezen? Daar moeten wij op bedacht zijn. Wij hebben
+niet voortdurend de zon tot onze dienst.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat praat ge toch van de zon en de duisternis? Het zal wel terecht komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar als wij ons nu eens in den weg vergissen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zullen ons niet vergissen; en al gebeurde dat, wat dan nog? Wij zullen altijd ergens terecht komen, al was het maar te
+Samarkand. Ge hebt immers gezegd, dat wij met ons negenen zijn? Wij zullen de stad bestormen, en daarmede is het uit. Zoo
+zie ik de zaak in.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, gij begrijpt dat zeer goed. <i>Audaces fortuna juvat</i>, zegt het spreekwoord; en als dat waar is, zullen wij ongetwijfeld Samarkand veroveren; of liever gij zult dat doen, gij
+alleen, dappere Gloudoff!&#8221;
+
+</p>
+<p>Onze kleine karavaan was nog niet ver buiten Jane-Koergane, en Gloudoff had nog altijd den mond vol van de aanstaande verovering
+van Samarkand, toen een Kozak ons in vollen galop achterop kwam.
+
+</p>
+<p>&#8220;Uwe Edelheid, zeide hij tot mij, de kommandant der vesting gelast u, onmiddellijk terugtekeeren. De gouverneur-generaal heeft
+ten stelligste verboden, iemand, wie ook, door te laten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Tegenpruttelen hielp niet: wij moesten gehoorzamen. Gloudoff begreep niets van hetgeen er gebeurde; hij zweert dat honderd
+duizend man hem niet zullen tegenhouden, legt de zweep op zijne paarden, en rent in vliegende vaart door, achtervolgd door
+tien Kozakken. Weldra hadden zij hem ingehaald; zij grepen zijn paarden bij de teugels, en voerden hem naar de vesting terug.
+
+</p>
+<p>&#8220;Alweer een oponthoud!&#8221; sprak ik bij mijzelf: <span class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>men zal Samarkand zonder u innemen. Gij zult geen veldslag zien, hoezeer ge er naar moogt verlangen!&#8221; Wij putten al onze welsprekendheid
+uit, om den kommandant te bewegen op zijn besluit terug te komen: maar er was geen vermurwen aan.
+
+</p>
+<p>Wij wachtten een ganschen dag, zonder dat het konvooi, waarmede wij zouden mogen vertrekken, kwam opdagen; dat konvooi, hetwelk
+ammunitie moest overbrengen voor de troepen, die tegen Samarkand moesten ageeren, was, onder escorte van een bataillon infanterie,
+sinds lang van Tasjkend vertrokken.
+
+</p>
+<p>Het konvooi verscheen niet; maar gaandeweg werd Jane-Koergane opgevuld met lieden, die, evenals wij, van ongeduld brandden
+om het russische leger te bereiken. Dit waren voornamelijk Joden, die brandewijn verkochten, en kirghisische en tartaarsche
+dsjiguiten; al te gader lieden van meer dan verdachte reputatie, vlammende op winst en voordeel, echte jakhalzen en hyena&#8217;s,
+aangetrokken door de lijklucht. Zij wisten zeergoed, dat in oorlogstijd de niet al te onvoorzichtige schelmen gemakkelijk
+fortuin maken.
+
+</p>
+<p>Wij hadden onze wagens en paarden vlak aan den weg naar Dsjisak geplaatst, zoodat allen, die van die zijde naar Jane-Koergane
+kwamen, ons kamp voorbij moesten. Ik hield alle voorbijgangers aan, en onderwierp hen aan een zoo scherp mogelijk verhoor.
+
+</p>
+<p>Zoo werd mijne aandacht getrokken door een troep van vijf-en-twintig dsjiguiten, onder aanvoering van een zekeren Gassane,
+dien ik van vroeger kende. Dadelijk viel het mij in, dat deze ontmoeting ons gunstig zijn kon. Zoo wij ons bij deze vijf-en-twintig
+manschappen aansloten, zouden wij sterk genoeg zijn om, zonder groot gevaar, den tocht te kunnen ondernemen. Het gelukte mij,
+ook den kommandant hiervan te overtuigen, die ons bovendien nog een geleide van vijf-en-twintig soldaten medegaf.
+
+</p>
+<p>Onze dsjiguiten waren slecht gewapend; de een had een half onbruikbaren sabel, een ander een pistool, een derde een geweer,
+dat voor den drager of voor zijn nevenman wel zoo gevaarlijk was als voor den vijand; maar daarentegen bezaten wij eenige
+uitnemende geweren en revolvers. Met inbegrip van eenige officieren, die naar hun regiment gingen, waren <a id="d0e876"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e876">395</a>]</span>wij te zamen zestig man sterk: toch geen al te talrijke macht om zich te verdedigen tegen de tweeduizend en zooveel honderd
+bandieten, die, volgens de laatste berichten, door den omtrek zwierven.
+
+</p>
+<p>Wij kwamen overeen, dat wij des nachts ten drie uur zouden vertrekken, en dat wij geen enkelen Sarthe zouden medenemen, omdat
+zij, als het er op aan mocht komen, niet te vertrouwen waren. Wij vertrokken inderdaad, zeer vroeg in den morgen, na een zeer
+onrustigen nacht, want nauwelijks waren wij ingeslapen of een geweerschot deed ons allen wakker schrikken. Vlak bij ons stonden
+eenige schildwachten op post: een daarvan had, naar hij zeide, geschoten op een man, die zich in de struiken wilde verbergen.
+Een Kozak kwam in galop aanrennen: hij kwam uit naam van den kommandant, om te vernemen wat er gaande was; daarop werden door
+een patrouille de aangewezen struiken en de gansche omtrek van het kamp zorgvuldig onderzocht; maar het was onmogelijk, den
+man te ontdekken, dien de schildwacht beweerde gezien te hebben. Al deze beweging maakte dat ik den slaap niet vatten kon;
+ik werd telkens wakker, en zag dan steeds mijn trouwen Mohammed, die, met het geweer in de hand, de wacht bij ons hield.
+
+</p>
+<p>Gloudoff, aan onze afspraak indachtig, wilde geen Sarthen in ons gezelschap dulden; hij ontdekte er verscheidenen, die zich
+achter bij onze kolonne hadden aangesloten, en zond ze onbarmhartig weg. Maar zoodra hij, wel voldaan over zijn heldenstuk,
+weer in zijn rijtuig had plaats genomen om te gaan slapen, kwamen al de verdreven Sarthen weer zoetjes aan terug, en vervolgden
+kalmpjes hun weg achter onze karavaan. Zij waren niet de eenigen; langzamerhand zagen wij, als kwamen ze uit den grond, allerlei
+soort van lieden opdagen, op ezels gezeten, en koeien en schapen voor zich uit drijvende. Die nieuwe reismakkers, die zich
+geheel uit eigen beweging en zonder vergunning te vragen bij ons aansloten, vormden een langen trein, vertraagden onzen marsch
+en vervulden de lucht met wolken stof.
+
+</p>
+<p>De weg was breed en effen. Ter linkerhand zag men lage bergen, waar zich geheele benden struikroovers ophielden, en daarachter
+een hooge bergketen, hier en daar met sneeuw bedekt. Van tijd tot tijd doet onze nadering arenden opvliegen, die zich met
+langzame, statige vlucht verwijderen.
+
+</p>
+<p>De aouls (dorpen), waarlangs wij trekken, zijn ledig; de inwoners hebben de vlucht genomen: gewoon door hunne eigene soldaten
+uitgeplunderd en mishandeld te worden, meenen zij dat ook de russische troepen alles wegnemen, wat zij machtig kunnen worden.
+De eenzaamheid, die ons aan alle kanten omgeeft, boezemt ons van tijd tot tijd eenige ongerustheid in: zoo ontdekken wij,
+bij voorbeeld, plotseling, in de verte een troep ruiters. Is dat eene vijandelijke voorhoede? Zijn het spionnen? Onze lieden,
+blijkbaar niet op hun gemak, wijzen elkander die vreemde ruiters aan, en trachten ze te tellen.
+
+</p>
+<p>Eindelijk bereikte onze karavaan de steenen brug, waarvan ik reeds gesproken heb, en die zeven-en-dertig mijlen van Jane-Koergane
+verwijderd is. Men had mij met zekeren ophef van die brug gesproken, als van een opmerkelijk kunstwerk, door een zeer goede
+fortificatie verdedigd. Het bleek eene ellendige brug te zijn, met geen andere verdedigingswerken dan een paar lage, gekanteelde
+aarden muren.
+
+</p>
+<p>Aan den tegenoverliggenden oever, bespeurden wij, op eenigen afstand, wederom een tiental ruiters, die nu eens naderbij kwamen,
+en dan weer plotseling verdwenen. Waren zij vreedzame nomaden of dorpelingen, wier aandacht gewekt was door de stofwolken,
+die onze karavaan deed opgaan? Of behoorden zij tot eene bende bandieten?
+
+</p>
+<p>In ieder geval was het wenschelijk, op onze hoede te zijn; wij zenden dus een onzer dsjiguiten op verkenning uit, terwijl
+wij bij de brug halt houden, op dezelfde plek, waar waarschijnlijk voor ons het russische detachement heeft vertoefd, want
+het gras is in het ronde geheel platgetreden.
+
+</p>
+<p>Intusschen was onze dsjiguite in een boom geklommen, om van die hoogte te beter de bewegingen der verdachte ruiters te kunnen
+gadeslaan. Weldra begon hij te roepen, en ons met de hand twee zwarte stippen te wijzen; wij zagen toen twee mannen te paard,
+slecht gekleed en van een alles behalve gunstig voorkomen, die naar ons toekwamen. Zij gaven zich uit voor eenvoudige boeren
+uit het naburige dorp; maar er was niet veel scherpzinnigheid toe noodig om te begrijpen dat wij te doen hadden met twee makkers
+der onbekende ruiters, die wij reeds vroeger bespeurd hadden. Terwijl de een op onze vragen antwoordde, nam de ander ons zorgvuldig
+op: hij telde de soldaten van ons escorte, en onderzocht met scherpen blik onze wapenen en uitrusting.
+
+</p>
+<p>Wij ondervroegen hen omtrent het russische detachement, omtrent de troepen van den Emir, omtrent Samarkand; maar wij kregen
+geen ander antwoord, dan: &#8220;De russische troepen zijn over de steenen brug getrokken; verder weten wij niets.&#8221;&#8212;Wij besloten,
+gedurende het overige van onze reis, deze lieden bij ons te houden, ten einde zeker te zijn dat zij ons niet konden verraden,
+en hun metgezellen inlichten omtrent de zwakheid onzer karavaan. De voorzichtigheid gebood ons, hen niet los te laten, voor
+wij het detachement zouden hebben bereikt, of althans zeker zouden weten, waar het zich bevond, en in hoever wij, in geval
+van nood, op hulp konden rekenen.
+
+</p>
+<p>Wij waren inderdaad in een moeilijken toestand. Wat moesten wij doen? Wat zou er van ons worden, indien de russische troepen
+Samarkand waren omgetrokken om naar Bokhara te marcheeren; of indien zij, bij den aanval op Samarkand, zich aan de andere
+zijde der stad gelegerd hadden? Hoe zouden wij, in beide gevallen, onze landgenooten kunnen bereiken? En indien, bij geval,
+de troepen van den Emir niet voorgoed verslagen zijn, loopen wij dan geen gevaar, omsingeld en neergeschoten te worden, nog
+eer wij een hand kunnen uitsteken tot tegenweer?
+
+</p>
+<p>Wij hielden een soort van krijgsraad. Ik was bijna de eenige, die voor het voortzetten der reis stemde; ik beweerde dat de
+drieduizend soldaten van den generaal <a id="d0e900"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e900">396</a>]</span>Kaufmann&#8212;denzelfden die Samarkand veroverd heeft&#8212;het geheele land met den schrik voor den russischen naam hadden vervuld;
+dat niemand ons zou durven aanvallen, uit vrees voor eene spoedige en geduchte wraak; dat wij eindelijk, indien wij aangevallen
+werden, talrijk genoeg waren om weerstand te bieden aan de nomadische ruiters, en wagens en paarden genoeg bij ons hadden
+om voor de gekwetsten te kunnen zorgen.&#8212;Daarentegen scheen ons escorte niet gerust te zijn; een der officieren had hooren
+zeggen: &#8220;Dat gaat niet goed. Wij zullen er allen aan moeten gelooven!&#8221;
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatRight">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-396.jpg" alt="Een indische fakir."></p>
+<p class="figureHead">Een indische fakir.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>En terwijl wij zoo, treurig en in groote onzekerheid, beraadslaagden wat ons te doen stond, bedekte zich de hemel met zwarte
+wolken; donderslagen knalden, en bliksemstralen schoten door de lucht. Eindelijk behield mijn raad de overhand, en wij richtten
+ons weder naar Samarkand. Mijne reismakkers hadden begrepen, dat de Russen halt hadden gehouden, of naar Samarkand waren doorgetrokken:
+in het eerste geval zouden wij hen v&oacute;&oacute;r den volgenden morgen moeten inhalen; in het tweede, zouden wij een dsjiguite afzenden,
+die zou trachten uit te vinden waar onze landgenooten zich ophielden, en hen, zoo noodig, van onzen toestand zou onderrichten.
+
+</p>
+<p>Voor die gevaarlijke zending, die evenveel moed als behendigheid vereischte, was de aangewezen man de Tartaar Gassane, dien
+ik reeds genoemd heb als aanvoerder der vijf-en-twintig dsjiguiten, met wien wij van Jane-Koergane vertrokken waren. Gassane
+was onverschrokken: met een Kirghise, was hij de eenige geweest, die een zending naar den Emir van Bokhara had durven aannemen,
+toen het gezantschap van den generaal Tcherna&iuml;ef in de stad gevangen werd gehouden, na het mislukken der expeditie tegen Dsjisak.
+Die twee moedige mannen leverden den brief in handen van Zijne Hoogheid. Ongelukkig kwam Gassane op een dwazen inval, om tot
+den Emir eenige woorden te richten, die als onvoegzaam konden worden beschouwd; het gevolg daarvan was, dat terwijl de Kirghise,
+zijn medegezant, een prachtig kleed ten geschenke kreeg, en daarna vrijelijk naar zijne steppen mocht terugkeeren, onze vriend
+Gassane, zooals de Emir zeide, naar de raven ging: dat wil zeggen, dat hij in een kuil geworpen werd, om daar te gaan nadenken
+over de onaangename gevolgen van een onbedacht woord.
+
+</p>
+<p>Gassane luisterde naar mijn voorstel, en nam het ook aan; toch bemerkte ik dat hij een bedenkelijk gezicht zette. Gloudoff
+gaf hem een prachtig amerikaansch geweer ten geschenke, en sprak hem moed in met de vertroostende woorden: &#8220;Wees niet bang,
+vriend; gij hebt toch maar &eacute;&eacute;n hoofd te verliezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Helaas! wij hadden geen spion en geen boodschapper meer noodig. Twee ruiters, door onze dsjiguiten ingehaald en tot ons geleid,
+brachten ons eene tegelijk zeer goede en zeer noodlottige tijding: Samarkand was door de Russen bezet. Ons leger was er dienzelfden
+dag binnen getrokken, zonder eenigen tegenstand te ontmoeten, en vooraf de troepen van den Emir verslagen te hebben. Zoo had
+een oponthoud van eenige uren ons de gelegenheid ontnomen, om eene van de beroemdste steden der wereld in handen van de Europeanen
+te zien vallen!
+
+</p>
+<p>Uit voorzorg hielden wij ook deze twee gevangenen, evenals de vorigen, bij ons. Wij gaven hun de verzekering dat hun hoegenaamd
+geen leed zou geschieden; maar blijkbaar hechtten zij niet veel aan onze vriendelijke verzekeringen, en hielden zij zich overtuigd
+dat hun weldra het hoofd voor de voeten zou worden gelegd, zooals het oude en eerwaardige gebruik in het land van Bokhara
+dat medebrengt.&#8212;Wij hadden moeite, de waarheid van het bericht aan te nemen: eene zoo aanzienlijke en beroemde stad, zonder
+slag of stoot genomen door een legertje van hoogstens drieduizend man!&#8212;Wij vervolgden onzen weg, verdiept in gesprekken over
+den oorlog met Bokhara.
+</p>
+<hr><p>
+
+</p>
+<p>Toen wij Samarkand naderden, bevonden wij ons in eene heerlijke streek, overvloedig van water voorzien, uitnemend bebouwd
+en bezaaid met welvarende dorpen; ter wederzijde van den weg was het eene opeenvolging van prachtige tuinen; wij hadden de
+rijke, schoone vallei bereikt van de rivier Zerafsjane of Zariavsjane.
+
+</p>
+<p>In het eerste dorp, dat wij doortrokken, stonden de bewoners voor de deur hunner woning; zij heetten <a id="d0e923"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e923">398</a>]</span>ons hartelijk en vriendelijk welkom. Meenden zij dat inderdaad? Ik weet het niet. Misschien wel, want men weet ook in Centraal-Azi&euml;
+dat het bestuur der ongeloovigen, door vastheid en rechtvaardigheid, verre uitmunt boven de regeering der inlandsche vorsten.
+Ook valt het niet te betwijfelen, of onder de muzelmansche bevolking bevinden zich vele aanhangers van Rusland.
+
+</p>
+<p>De tijdingen, die wij in dit dorp vernamen, bevestigden ten volle wat onze ruiters ons hadden medegedeeld. Men vertelde ons
+de bijzonderheden der groote gebeurtenis. De strijd had kort geduurd, en de overwinning, door een handvol Russen, op het leger
+van Bokhara behaald, was volledig geweest. De soldaten, die ons vergezelden, hadden op dien dag meer dan vijftig mijlen afgelegd;
+doch de goede tijding der overwinning en de nadering van het einddoel van den tocht, bezielden hen met nieuwe krachten, en
+al zingende hervatten zij den marsch. Hoe uitgeput zij ook waren, hieven zij een lied aan, en zongen het ten einde; toen werd
+een tweede aangeheven, en ook ten einde gebracht; maar bij het derde, bleven zij steken: hunne stem bezweek van uitputting
+en vermoeienis.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-397.jpg" alt="Na de nederlaag."></p>
+<p class="figureHead">Na de nederlaag.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Na mijne komst te Samarkand heb ik deze brave lieden uit het oog verloren; maar het zou mij niet verwonderen, indien velen
+hunner de doorgestane vermoeienissen met het leven, of althans met het verlies hunner gezondheid hadden moeten boeten.&#8212;Zoolang
+de marsch duurt, wint men zich op; hoe bezwaarlijker de tocht is, hoe meer inspanning de oorlog vordert, hoe meer het gevaar
+dreigt, des te meer gewent men daaraan en verhardt er zich tegen; maar op die overspanning volgt noodzakelijk ontspanning;
+dan herneemt de natuur hare, een oogenblik miskende rechten, en de reactie begint. Het is genoeg bekend, dat in den oorlog
+niet het kanonvuur de grootste verwoestingen in het leger aanricht, maar uitputting en ziekte.
+
+</p>
+<p>Het had geregend; de weg was in een modderpoel herschapen; de manschappen waadden door het slijk; de paarden hadden de grootste
+moeite om voort te komen. Het onweder, dat wij hadden zien opkomen, toen wij aan de steenen brug halt hielden, was hier in
+volle kracht losgebroken. Telkens moesten wij beken oversteken, waarvan de bruggen door de troepen op hun tocht naar Samarkand
+waren afgebroken; onze wagens en rijtuigen bleven steken of vielen om: het was een eindeloos tobben.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn wij nog ver van de Ser-afschan?&#8221; vroegen wij ongeduldig, nu eens aan Gassane, die er zich op beroemde dat hij de gansche
+streek nauwkeurig kende; dan aan een Jood, die in het edele Samarkand geboren was, of aan anderen, van wie wij vermoedden
+dat zij ons konden inlichten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nog twee mijlen,&#8221; zeide de een; &#8220;nog drie mijlen,&#8221; beweerde de ander; &#8220;nog vijf of zes mijlen,&#8221; riep ons een derde toe.
+
+</p>
+<p>Ik was zoo vermoeid, dat ik nauwelijks in den zadel kon blijven zitten: ondanks alle pogingen om wakker te blijven, gevoelde
+ik dat de slaap mij overmeesterde; niet in staat om mij recht overeind te houden, zakte ik nu eens rechts, dan weder links
+ter zijde, terwijl de teugels mij telkens ontsnapten. Van tijd tot tijd zette ik mijn paard in galop, en wanneer ik mijn makkers
+een eind vooruit was, stapte ik van mijn paard, en sliep staande, met mijn hoofd rustende op den zadel. Mijn paard, minder
+slaperig dan ik, maar daarentegen meer door den honger gekweld, ging naar den rand des wegs, nu rechts dan links, om het weinige
+gras op te zoeken, terwijl ik, altijd tegen den zadel geleund, slaapdronken en onbewust, al zijne bewegingen mede maakte.
+
+</p>
+<p>Hoe gelukkig waren wij, toen wij, eindelijk de tuinen achter ons latende, aan een tak van de Ser-afschan kwamen en, na dien
+doorwaad te hebben, halt hielden om te slapen! Wij plaatsten onze wagens in een kring, wij zetten schildwachten uit, en vielen
+daarop allen, met inbegrip van de schildwachten, in een diepen slaap. Men had ons gemakkelijk tot den laatsten man kunnen
+vermoorden.
+
+</p>
+<p>Toen wij den volgenden morgen ontwaakten bevonden wij ons aan den voet van den heuvel Tsjopane, waarachter, naar men ons zeide,
+Samarkand ligt. Op den top des heuvels zagen wij schildwachten: ter rechterzijde zagen wij hooge ru&iuml;nen, die van verre op
+de bogen eener verwoeste brug geleken, en ons toeschenen zeer oud te zijn. De heuvel was vol gaanden en komenden, allen ongewapend.&#8212;Wij
+waren in vijandelijk land, en moesten voorzichtig zijn; wij trokken dus langzaam voort, en hielden ons dicht bij elkander,
+om voor alle verrassingen gewaarborgd te zijn. De vlakte was hier en daar zeer moerassig; meer dan eens bleven onze paarden
+en wagens in den modder steken, en evenals den vorigen dag, moesten wij geduld oefenen. De Ser-afschan verdeelt zich hier
+in zes of zeven armen; maar, in dit vroege morgenuur, waren die riviertjes niet diep, zoodat wij ze konden doorwaden. Later
+op den dag wordt dat anders: het smelten der sneeuw op de naburige bergen doet dan de wateren zwellen.
+
+</p>
+<p>Toen wij den laatsten arm van de Ser-afschan waren overgestoken, zagen wij twee ruiters van den berg af en naar ons toekomen:
+de een was een grijsaard, de ander een jonkman. Zij heetten ons hartelijk welkom, en verhaalden ons, dat het russische leger
+inderdaad Samarkand had bezet; dat de opperbevelhebber zijn intrek had genomen in de citadel, en het gros der troepen achter
+de stad was gelegerd. Zij voegden daarbij, dat het gevecht, hetwelk Samarkand in onze handen had doen vallen, den vorigen
+dag juist was geleverd op dezelfde plek, waar wij ons nu bevonden.
+
+</p>
+<p>Inderdaad zagen wij, op eenigen afstand, enkele doode paarden, waarop wij tot dusver geen acht hadden geslagen. Verder op
+vonden wij eenige lijken van Bokhareezen, die in den slag gesneuveld waren; zij waren allen bijna naakt: ongetwijfeld geplunderd
+en uitgeschud door hunne eigene landgenooten. Sommigen waren in den rug gewond: dat waren vluchtelingen, plotseling door een
+kogel achterhaald; een ander was het hoofd verbrijzeld door een granaat. Er lagen niet veelmeer dan tien dooden op dit slagveld;
+<a id="d0e950"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e950">399</a>]</span>ik vermoed echter dat vele gevallenen reeds den vorigen dag waren begraven.
+
+</p>
+<p>Boven op den heuvel van Tsjopane zag ik een soort van aarden wallen, waarop, naar ik vermoedde, de vijandelijke batterijen
+hadden gestaan. Ik wilde ze wat meer van nabij bezien. Op den top gekomen, bleef ik eensklaps staan, zoozeer trof mij het
+panorama, dat zich voor mijne blikken ontrolde.
+
+</p>
+<p>Daar lag Samarkand voor mij, in een krans van tuinen en gaarden. Boven hare lusthoven en huizen verhieven zich oude, statige
+moskee&euml;n. Ik, de vreemdeling uit het noorden, zou de poorten betreden van de eenmaal zoo beroemde stad, de hoofdstad van Timoer
+den Kreupele!
+
+
+
+</p>
+<p class="div2"></p>
+<h3 class="label">X.</h3>
+<p>Zoo was het onzen reiziger, ondanks al zijne moeite, niet gelukt, tegenwoordig te zijn bij den intocht der Russen in Samarkand.
+Zekerlijk zullen wij onzen lezers geen ondienst doen, indien wij hier het verhaal dezer groote gebeurtenis laten volgen, zooals
+dit voorkomt in een der laatste werken van den heer Arminius Vamb&eacute;ry, de <i>Geschiedenis van <span class="corr" title="Bron: Transoxanie">Transoxani&euml;</span></i>.
+
+</p>
+<p>Arminius Vamb&eacute;ry, tegenwoordig vice-president van de Aardrijkskundige Maatschappij te Pesth, is niet alleen een der beroemdste
+reizigers, maar ook een van de uitnemendste taalgeleerden van onzen tijd. Ook voor de lezers der Aarde is hij geen onbekende.
+
+</p>
+<p>Hetgeen wij hier laten volgen, is bijna letterlijk vertaald uit het werk van den onverschrokken onderzoeker van Centraal-Azi&euml;,
+getiteld: <i>Geschichte Bochara&#8217;s oder Transoxaniens, von den fr&uuml;hesten Zeiten bis auf die Gegenwart</i>.
+</p>
+<hr><p>
+
+</p>
+<p>Den 13<sup>den</sup> Mei 1868 ontving het russische leger bevel, naar Samarkand op te rukken, en stelde het zich aanstonds in beweging. De kolonel
+Petruschewsky, die de voorhoede kommandeerde, stond op den rechteroever van een der armen van de Ser-afschan, toen zich Nedchm-eddin
+bij hem aanmeldde, om, uit naam van den Emir van Bokhara, over den vrede te onderhandelen, en zoodoende het voortrukken der
+russische troepen te stuiten....
+
+</p>
+<p>De generaal Kaufmann, de bedoelingen des vijands wantrouwende, zette echter zijne beweging voort. Hij had onder zijne bevelen
+een-en-twintig en eene halve kompagnie infanterie, en vierhonderd-vijftig Kozakken: te zamen ongeveer achtduizend man, met
+zestien kanonnen.
+
+</p>
+<p>Een groot deel van het leger van den Emir, dat veertig-duizend man sterk was, hield de steile oevers aan de overzijde van
+de Zerafsjane bezet. De Russen lieten zich door deze overmacht niet afschrikken; hun rechtervleugel, onder aanvoering van
+den generaal-Majoor Golowatscheff, daalde zonder aarzelen in de rivier af; en gedurende een groot kwartier zochten de soldaten,
+wien het water tot aan de borst kwam, eene waadbare plek, terwijl de vijandelijke artillerie een hevig vuur op hen richtte.
+Het muzelmansche leger, vijf of zes maal sterker dan de soldaten van den majoor Golowatscheff, poogde hun den overtocht over
+de rivier te betwisten; maar zoodra de Russen den vasten wal hadden bereikt, verlieten de Muzelmannen in allerijl de voordeelige
+stellingen, die zij op de hoogten hadden ingenomen, in hun overhaaste vlucht zelfs de kanonnen achterlatende.
+
+</p>
+<p>Deze zoo spoedig en zoo gelukkig afgeloopen ontmoeting had plaats op korten afstand van Samarkand. Toen de inwoners dier stad
+hunne geloofsgenooten in allerijl zagen vluchten, sloten zij haastig de poorten, want zij vreesden hunne eigene soldaten meer
+dan het leger der christenen.
+
+</p>
+<p>Zij zonden daarop eene deputatie naar den overwinnaar, bestaande uit de voornaamste burgers der stad, waaronder eenige mollahs
+of priesters, aksacalen of regeeringsleden, en anderen: en daags na den slag, trok eene afdeeling van het russische leger,
+met den generaal Kaufmann aan de spits, zonder slag of stoot Samarkand binnen. Onder den schitterenden staf die den generaal
+volgde, merkte men ook den prins Iskender-Khan op, zoon van den afghaanschen Sultan van Herat. Deze prins had, naar men zeide,
+uit ijver voor de zaak van den Islam, zijne diensten aan den Emir aangeboden; maar daar de Emir had verzuimd de beloofde soldij
+te betalen, had Iskender een gebed opgezegd voor het heil zijner ziel, en daarop dienst genomen bij de christenen!
+
+</p>
+<p>Zoo viel, op den 14 Mei 1868, de weleer zoo roemrijke hoofdstad van Timoer, de geboorteplaats en de laatste rustplaats van
+zoovele beroemde heiligen van den Islam, sinds overoude tijden de stralende fakkel der muzelmansche geleerdheid! In een oogwenk
+was zij christelijk geworden, en uit de handen van de Oesbeken-dynastie der Mangiten overgegaan in die van het huis Romanoff.
+Een Alexander (de groote Macedoni&euml;r) was haar eerste veroveraar; wederom onder een Alexander kwam daar een beslissende omkeer
+in haar lot. Voor meer dan tweeduizend jaren schatplichtig aan een kleinen staat in het zuiden van Europa, is zij nu onderworpen
+aan den schepter van den machtigen keizer van het Noorden.
+
+</p>
+<p>De Grieken, de Arabieren, de Mongolen, de Turken, de Oesbeken.... wat al oorlogen, wat al zegepralen, wat al dynasti&euml;n, wat
+heerlijkheid, welke herinneringen! En welke andere stad van Azi&euml; heeft een verleden achter zich, zoo schitterend als dat van
+Samarkand? Terwijl de landen van het uiterste Oosten ons sedert de vorige eeuw meer of minder goed bekend zijn, en Kathay
+en Zipangou bijna al het geheimzinnige, dat hen eertijds omgaf, verloren hebben, had tot op onze dagen nog niemand den sluier
+van Samarkand opgelicht. Dat is, tot verbazing van Europa, nu geschied.
+
+</p>
+<p>Een nieuw tijdperk is voor Midden-Azi&euml; aangebroken. Landen en steden, die tot dusver voor den Westerling volstrekt ontoegankelijk
+waren, zijn thans voor hem geopend. Daar waar een Europeaan, zelfs onder de zorgvuldigste vermomming, geen stap kon doen,
+zonder zijn leven op het spel te zetten, beweegt hij zich nu vrijelijk, naar het hem goeddunkt, want een <a id="d0e994"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e994">400</a>]</span>christenleger houdt het land bezet. Te Tadsjkend, te Khodsjend, te Samarkand, vindt men soci&euml;teiten, koffiehuizen en kerken.
+Tadsjkend heeft een eigen russisch dagblad, de <i>Turkestanskia Wjedomostie</i> (het Nieuws van Turkestan); en aan het weemoedig geroep van den moe&euml;zzin paart zich het klokgelui der grieksche kerken, onverdragelijker
+voor de ooren van den waren geloovige dan de donder van het geschut. In de straten van datzelfde Bokhara, waar de schrijver
+dezer regelen, voor eenige jaren, slechts muzelmansche lofliederen hoorde, wandelen nu russische popen, kooplieden en soldaten,
+met al de fiere gerustheid van den overwinnaar. Een lazaret en magazijnen van levensmiddelen hebben de plaats ingenomen van
+dat weleer zoo prachtige paleis van Tamerlan, waar alle vorsten van Azi&euml; hem hunne hulde kwamen betuigen, waar zelfs de trotsche
+monarch van Spanje, door zijn gezant, om de vriendschap liet verzoeken van den grooten veroveraar; dat paleis, waar de Toerani&euml;rs
+met eerbiedige geestdrift zich kwamen nederbuigen om met hunne voorhoofden den &#8220;Groenen Steen&#8221; aan te raken, het heilige voetstuk
+van den troon van Timoer!
+
+</p>
+<p>Deze zegepraal der russische wapenen in Centraal-Azi&euml; heeft, naar ik meen, aan den Islam een zoo zwaren slag toegebracht,
+als hem, in zijn duizendjarige worsteling met het Kruis, wellicht nog nimmer getroffen heeft. In onzen tijd doet zich de machtige
+invloed der westersche beschaving in geheel het mohammedaansche Azi&euml;, van Konstantinopel tot den Indus, gevoelen: Mekka en
+Medina zelfs konden zich daaraan niet geheel onttrekken. Alleen Centraal-Azi&euml; was daarvan bevrijd gebleven, het heiligdom
+van het islamismus; daar had het ware geloof niet geleden door de goddelooze &#8220;nieuwigheden&#8221;; en in de schatting der echte
+Muzelmannen was niet Mekka, maar Bokhara de geestelijke hoofdstad van het islamisme. De asceet, de leden der godsdienstige
+orden, de godgeleerden, zij hielden allen hunne blikken op deze heilige stad gevestigd, en in hare scholen en moskee&euml;n kwamen
+de ijverigste Muzelmannen van Turkije, Egypte, Fez en Marokko, nieuw voedsel zoeken voor hun geloof en hunne geestdrift. Het
+feit, dat deze zoo bij uitnemendheid heilige grond thans door de <i>kafirs</i>, de ongeloovigen, als heeren en meesters betreden wordt, heeft, in geheel de mohammedaansche wereld, de gemoederen ten diepste
+geschokt. De val van de &#8220;voornaamste zuil des geloofs&#8221;&#8212;zooals Bokhara genoemd werd&#8212;heeft een stofwolk doen opgaan, die voor
+langen tijd den hemel van den Islam verduisteren zal.
+
+</p>
+<p>Met de inneming van Samarkand was evenwel de oorlog nog niet ten einde. Na de nederlaag van zijn leger, vlood de Emir in aller
+ijl naar Kermine. Zijn zoon, de vermoedelijke troonopvolger, Abd-Melik-Mirza, had zich reeds gedurende den slag uit de voeten
+gemaakt, en was in vliegenden ren naar Bokhara geijld; de schrik en ontzetting waren zoo groot en algemeen, dat de vreedzame
+inwoners van het district Mijankal hunne dorpen en gehuchten verlieten en naar de zijde van Andsjo&iuml; en Meimene de wijk namen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-400.jpg" alt="Een Kirghise"></p>
+<p class="figureHead">Een Kirghise</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De Russen van hun kant haastten zich, de op een heuvel gelegen citadel van Samarkand in weerbaren toestand te brengen; terwijl
+een deel van het leger den Emir achtervolgde, en eene andere afdeeling de steden op den weg van Samarkand naar Bokkara onderwierp.
+
+</p>
+<p>Het korps van den generaal-majoor Golowatscheff, bestaande uit veertig kompagnie&euml;n infanterie, drie sotnias Kozakken, met
+acht kanonnen, verscheen eerst voor de versterkte stad Ketto-Koergane. Deze stad, waarvan de naam <i>groote vesting</i> beteekent, ligt aan den oever van de Ser-afschan; tijdens mijne reis had men mij van die stad als van eene onneembare vesting
+gesproken; en inderdaad waren de buitenwerken niet te verachten. Dat belette evenwel niet, dat de sterke bezetting de poorten
+voor het russische leger opende, zonder ook maar eene poging tot tegenstand te hebben beproefd.
+
+</p>
+<p>Bij het vernemen dezer tijding scheen de Emir zijne laatste krachten te willen verzamelen; hij vestigde zijn hoofdkwartier
+te Mir, halverwege tusschen Kette-Koergane en Kermine, en liet door zijne ruiterij de russische voorposten tot onder de muren
+van Kette-Koergane verontrusten. Getergd door die speldeprikken, besloot de generaal Kaufmann eindelijk rechtstreeks naar
+Bokhara te marcheeren, en het oesbeeksche leger met &eacute;&eacute;nen slag te vernietigen. Het schijnt dat de Emir en zijne raadslieden
+zich nog altijd illusi&euml;n maakten omtrent hunne wezenlijke macht, en nog altijd meenden, den ouden hoogen toon te kunnen voeren;
+tenzij de opgewonden geestdrift der fanatieke bevolking hen zelven noodzaakte te doen, wat zij liever <a id="d0e1020"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1020">401</a>]</span>hadden nagelaten. Hoe dit zij: zij waagden nog eens den strijd in het open veld.
+
+</p>
+<p>De beide legers ontmoetten elkander te Serpoel, op hetzelfde slagveld, waar driehonderd-negen-en-zeventig jaren vroeger het
+lot van twee inlandsche dynasti&euml;n was beslist geworden. Ditmaal moest, zooals zich licht begrijpen laat, het huis der Mangiten
+onderdoen voor het huis van Romanoff; reeds dadelijk bij den aanvang van den slag, bestormden de Russen, met hunne gewone
+onverschrokkenheid, de hoogten ter wederzijde van den weg van Samarkand naar Bokhara, waarop het leger der Oesbeken zijne
+stellingen had ingenomen. De soldaten van den Emir hielden niet lang stand; hun terugtocht ging weldra over in eene wilde
+vlucht; eenige uren later was de weg van Kermine met hunne weggeworpen wapenen bezaaid.
+
+</p>
+<p>Inmiddels had het kleine garnizoen, te Samarkand achtergelaten, een geduchten aanval te doorstaan gehad. Terwijl de generaal
+Kaufmann bezig was met het achtervolgen der troepen van den Emir, vielen de inwoners van Samarkand, die het europeesche leger
+zoo welwillend ontvangen hadden, met de Oesbeken van Khehri-Sebz, ten getale van omstreeks vijf-en-twintigduizend man, onverhoeds
+de citadel aan.
+
+</p>
+<p>Het garnizoen van Samarkand werd gekommandeerd door den baron von Stempel; het was slechts zeshonderd vijf-en-tachtig man
+sterk, de zieken daaronder begrepen. Wie maar een voet verzetten kon, verliet het ziekbed; en deze handvol dapperen zwoer
+liever te zullen sterven dan zich over te geven.
+
+</p>
+<p>Het beleg duurde zes volle dagen, van den 12<sup>den</sup> tot den 18<sup>den</sup> Juni; de Russen verloren negen-en-veertig dooden en honderd-twee-en-zeventig gewonden. De belegeraars staken eene poort in
+brand, en maakten een bres: maar toch was het hun niet mogelijk, de citadel binnen te dringen. Dag en nacht bestormden zij,
+in dicht opeengedrongen massa&#8217;s, de muren der vesting, onder woeste kreten telkens en telkens den aanval hernieuwende; de
+Russen spoedden zich van het eene bedreigde punt naar het andere, hielden overal den vijand tegen en wierpen hem telkens met
+groot verlies terug. Toch was de heldhaftige bezetting uitgeput, toen de generaal Kaufmann, onderricht van hetgeen er voorviel,
+met geforceerde marchen naderde om de citadel te ontzetten.
+
+</p>
+<p>Zoo liep den ongelukkigen Mozaffar-ed-Din&#8212;zoo heette de Emir&#8212;alles tegen. Wat zou hij doen? Naar Bokhara terugkeeren? Daar
+viel niet aan te denken; zijn zoon, die zich nooit zeer gehoorzaam en onderdanig getoond had, zou hem de poort voor den neus
+gesloten hebben. Hij had zich aan het hoofd gesteld van de partij der ontevredenen en fanatieken, en maakte zich gereed om,
+des noods met geweld zijn vader den troon te betwisten. Naar Samarkand gaan? Dat was onmogelijk; het zegevierende russische
+leger sneed hem dien weg af; en vijf-en-twintigduizend zijner onderdanen waren daar met schande teruggedreven door een garnizoen
+van eenige honderde soldaten!
+
+</p>
+<p>Er bleef hem slechts &eacute;&eacute;ne keus over, en hij schikte zich daarin: hij trad in onderhandeling met de Russen, betaalde hun eene
+oorlogsschatting van honderd-vijf-en-twintigduizend tilla, ruim een millioen gulden, stond den russischen handel alle verlangde
+voorrechten toe, en verklaarde zich verantwoordelijk voor de veiligheid der onderdanen van den tsaar in zijn land. Feitelijk
+werd hij een vazal van Rusland.
+</p>
+<hr><p>
+
+</p>
+<p>Transoxani&euml;, zegt de beroemde hongaarsche reiziger op eene andere plaats: Transoxani&euml; of het khanaat van Bokhara, is, over
+het geheel genomen, een laag land, dat ten oosten tegen de laatste hellingen van het gebergte Thian-Sjan leunt. Met uitzondering
+van eenige hooge vlakten en eenige harde, kleiachtige streken, <i>takir</i>, dat wil zeggen droge en onvruchtbare aarde, genoemd, bestaat de bodem hoofdzakelijk uit zwart of geel zand; bouwland, in
+den eigenlijken zin van het woord, vindt men alleen op de hellingen der bergen, en langs de rivieren en bevloeiingskanalen,
+die van de rivieren uitgaan. Overal elders levert de natuur, evenals in geheel Centraal-Azi&euml;, waar zij aan zichzelf wordt
+overgelaten, niets of bijna niets op; en tien jaren van oorlog zijn voldoende om de vruchtbare vlakten te ontvolken en in
+een zandwoestijn te herscheppen.
+
+</p>
+<p>Op vele plaatsen schiet ook de volhardende vlijt en onvermoeide inspanning des menschen te kort, om aan de dunne zandlaag
+een eenigszins dragelijken oogst te ontwoekeren. Zelfs midden door de bebouwde streken, en tot in de <span class="corr" title="Bron: onmiddelijke">onmiddellijke</span> nabijheid van Bokhara en Samarkand, loopen breede strooken van volstrekt onvruchtbaar en onbebouwbaar zand; en tusschen de
+beide genoemde steden voert de weg door eene steppe van eenige mijlen lengte, de woestijn van Melik geheeten, in wier laagste
+gedeelte nog voor driehonderd jaar een zoutmeer werd aangetroffen.
+
+</p>
+<p>Toch is, dank zij de bevloeiingen, de vruchtbaarheid van Bokhara en van de twee andere khanaten, bijna tot een spreekwoord
+geworden; de aarde brengt er rijkelijk vruchten voort, en wat zij voortbrengt is van uitmuntende hoedanigheid. Het graan van
+Bokhara, hare vruchten, haar zijde, haar katoen, haar geneeskrachtige kruiden en planten, behoeven de vergelijking met geene
+andere te schromen. Het vee is wijd en zijd beroemd; de paarden zijn door geheel Azi&euml; met lof bekend; de kameelen van Bokhara
+vinden nergens huns gelijken; de schapen munten uit door den zeer fijnen smaak van hun vleesch.
+
+</p>
+<p>De minerale rijkdommen, nog zeer weinig bekend en erg verwaarloosd, zijn zeer belangrijk, vooral in de bergachtige streek
+ten westen en ten zuiden van Samarkand. Reeds de geschiedschrijver Belchi spreekt van ijzer, ammoniak, kwikzilver, koper,
+lood, goud, naftha, vitriool en van een zekeren steen, dien men aansteekt en verbrandt, dat wil zeggen steenkool, waarvan
+de Russen ook eenige lagen ontdekt hebben.
+
+</p>
+<p>De van nature zoo dorre bodem van Bokhara dankt zijne vruchtbaarheid in de eerste plaats aan de weldadige rivier, bij de ouden
+onder den naam van de Sogd bekend, sedert Kohik genoemd, en die tegenwoordig met volle recht den naam draagt van Ser-afschan
+(uitdeelster der rijkdommen). Ten noordoosten van Samarkand verdeelt de voornaamste tak van de <a id="d0e1058"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1058">402</a>]</span>Ser-afschan zich in eene menigte armen, die naar de steppen vloeien. De aanzienlijkste dezer armen loopt ten noordwesten der
+stad, voorbij Pendsj-Shembeh en Sjatirdsja, en stort zich in het meer Karakoel. Een andere tak vloeit ten zuidwesten van Samarkand,
+en neemt langs Kette-Koergane en Bokhara, zijne richting naar de woestijn.
+
+</p>
+<p>Als men nagaat, welk een groot aantal zijkanalen hun water aan de voornaamste takken van de Ser-afschan ontleenen, dan staat
+men verbaasd, hoe eene rivier van zoo weinig uitgestrektheid in de behoeften van al deze kanalen kan voorzien: de massa water,
+die zij afvoert, moet zeer aanzienlijk zijn. Behalve de Ser-afschan, heeft men nog de beek van Khehri-Sebz, die geschikt is
+voor bevloeiing; hare wateren komen somwijlen tot aan Karsji, en met behoorlijke zorg geleid en verdeeld, konden zij het gansche
+land van dienst zijn.
+
+</p>
+<p>Men heeft opgemerkt dat eene voortdurende bevloeiing gedurende eene reeks van jaren, op den bodem eene laag van alluviaal-aarde
+van genoegzame dikte doet ontstaan. Vooral het water van den Oxus heeft deze vruchtbaarmakende eigenschap; maar ongelukkig
+genoeg trekt het land bijna geen voordeel van dezen stroom: van Termez tot Tsjehardsjoe is de rechter oever van den Oxus bijkans
+onbewoond; en het zou ook zeerveel bezwaar in hebben, hier volksplantingen aan te leggen, omdat de oevers zeer hoog zijn,
+zoodat de besproeiing zeer moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk is.
+
+</p>
+<p>Het klimaat van Transoxani&euml; is niet ruw en over het algemeen niet nadeelig voor den landbouw. In de bergachtige streken tamelijk
+koud, is de temperatuur in de hoogere vlakten aan den voet der bergen gematigd; maar in de lage streken, nabij de steppen,
+bij voorbeeld te Bokhara, te Karsji, te Karakoel, is het klimaat zeer afwisselend, nu eens ondragelijk heet, dan vinnig koud.
+Ongezond is het echter alleen te Bokhara; de ziekten, die in Transoxani&euml; heerschen, moeten meer geweten worden aan de ongezonde
+levenswijze der inwoners en aan hunne verkeerde manier van zich te kleeden, dan aan de schadelijke invloeden van de temperatuur.
+
+</p>
+<p>Het gezegde omtrent de vruchtbaarheid en het klimaat van Bokhara is evenzeer van toepassing op de landen, die ten oosten en
+ten westen aan dat khanaat grenzen. Het is dan ook niet te verwonderen, dat de wonden, door den oorlog geslagen, hier in betrekkelijk
+korten tijd weder geheeld worden, mits slechts de oorlog niet te lang aanhoude. Reeds Belchi verzekert ons, dat een geslagen
+leger zich nergens zoo spoedig van zijne nederlaag herstelt, als in Transoxani&euml;. Diezelfde schrijver schat het aantal steden
+in die landstreek op driehonderd-duizend: blijkbaar eene schromelijke overdrijving. Toch was Transoxani&euml; en met name de stad
+Bokhara, vroeger veel meer bevolkt dan tegenwoordig. Onder de Samaniden waren de omstreken dezer stad zeer dicht bevolkt;
+ten noordoosten, ten zuidwesten strekten zich, buiten de eigenlijke stad, groote voorsteden uit; en de driehonderd-zestig
+moskee&euml;n, waarvan de inwoner van Bokhara nog met trots spreekt, bestonden toen werkelijk. Tegenwoordig telt Bokhara hoogstens
+vijf-en-dertig duizend zielen.
+
+</p>
+<p>Dat zelfde geldt voor het gansche land. Transoxani&euml; kan eene vijf- &agrave; zesmaal sterkere bevolking onderhouden, dan het tegenwoordig
+bezit. De ontzaglijke legerscharen, die, sedert de stichting van het khalifaat, voortdurend krijgs- en veroveringstochten
+ondernamen naar westelijk Azi&euml; en tot aan de oevers van den Nijl, waren voor het grootste deel saamgesteld uit zonen der steppen,
+maar daarnevens ook uit de bewoners der oevers van den Oxus en den Jaxartes.
+
+</p>
+<p>De meerderheid der inwoners van het oude Transoxani&euml; bestond uit Irani&euml;rs, en het perzisch was de nationale taal te Bokhara,
+te Fergana, te Khahrezm. Dit bleef zoo onder de heerschappij der Arabieren, der <span class="corr" title="Bron: Sanamiden">Samaniden</span>, der Seldsjoeken en der vorsten van Khahrezm, ja zelfs nog langen tijd na de invallen der Mongolen; toen maakte het perzisch
+allengs plaats voor het turksch, dat tegenwoordig de heerschende taal is.
+
+</p>
+<p>Evenals de taal, heeft ook het karakter der Transoxani&euml;rs eene groote verandering ondergaan. De oude arabische schrijvers
+kunnen geen woorden genoeg vinden om den adel des gemoeds, de oprechtheid, de rechtvaardigheid en gastvrijheid van dit volk
+te roemen. Tegenwoordig is van al deze deugden geen spoor meer over: met uitzondering van de gastvrijheid, die wel niet in
+de steden, maar dan toch op het platteland nog altijd beoefend wordt. Eeuwen lang is Transoxani&euml; ten prooi geweest aan de
+telkens hernieuwde invallen der Toerani&euml;rs, en daarbij is het land maatschappelijk en zedelijk te gronde gericht. De veroveraars
+hebben niet alleen de steden verwoest en de oogsten vernield, maar zij hebben ook in het hart der menschen alle hooge en edele
+gevoelens en aandoeningen weggewischt.
+
+</p>
+<p>Samarkand, ongetwijfeld het Maracanda der Grieken, de hoofdstad van het oude Sogdiana, is reeds sedert overoude tijden de
+mededingster van Bokhara. V&oacute;&oacute;r de regeering der Samaniden was zij de koningin der steden in het stroomgebied van den Oxus;
+zij begon van haar hoogen rang te dalen, toen Isma&euml;l zijne residentie naar Bokhara verlegde. Onder de kharezmitische vorsten
+hernam zij, naar men zegt, haar vroeger overwicht; en later, onder de regeering van Timoer den Kreupele, bereikte Samarkand
+het toppunt van haar bloei en heerlijkheid. Maar na den val der dynastie van Timoer, begon ook voor haar een tijdperk van
+achteruitgang en verval. Bokhara werd nu allengs de officieele residentie; Samarkand moest zich vergenoegen met de nederiger
+rol van zomerverblijf der vorsten, die door de schoonheid der waterrijke streek en de frischheid van het klimaat werden aangetrokken.
+
+</p>
+<p>Samarkand is minstens tweemaal verwoest geworden; eerst door de Mongolen, en later door de wilde horden der Oesbeken. Van
+hare vroegere heerlijkheid is dan ook geen spoor meer over. De stad telt tegenwoordig eene bevolking van dertig duizend inwoners;
+zij bezit tachtig moskee&euml;n, drie-en-twintig scholen of collegi&euml;n en zeven-en-twintig karavansera&iuml;s.
+
+</p>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Van Orenburg naar Samarkand, by Anonymous
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN ORENBURG NAAR SAMARKAND ***
+
+***** This file should be named 19326-h.htm or 19326-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/9/3/2/19326/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/19326-h/images/p1873-337.jpg b/19326-h/images/p1873-337.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bc4bffa
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-337.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-340-1.jpg b/19326-h/images/p1873-340-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..48ea7b3
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-340-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-340-2.jpg b/19326-h/images/p1873-340-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..94f6c56
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-340-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-341.jpg b/19326-h/images/p1873-341.jpg
new file mode 100644
index 0000000..266bf4d
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-341.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-344.jpg b/19326-h/images/p1873-344.jpg
new file mode 100644
index 0000000..964060b
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-344.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-345.jpg b/19326-h/images/p1873-345.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7123f18
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-345.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-349.jpg b/19326-h/images/p1873-349.jpg
new file mode 100644
index 0000000..41ab9ef
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-349.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-352.jpg b/19326-h/images/p1873-352.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1210790
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-352.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-353.jpg b/19326-h/images/p1873-353.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d29ba2b
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-353.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-357.jpg b/19326-h/images/p1873-357.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bd7049c
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-357.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-360.jpg b/19326-h/images/p1873-360.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6ec1920
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-360.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-385.jpg b/19326-h/images/p1873-385.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ec37c2a
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-385.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-388.jpg b/19326-h/images/p1873-388.jpg
new file mode 100644
index 0000000..13fdd54
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-388.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-389.jpg b/19326-h/images/p1873-389.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d6ee91e
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-389.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-392.jpg b/19326-h/images/p1873-392.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e39cb6a
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-392.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-393.jpg b/19326-h/images/p1873-393.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3f42c82
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-393.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-396.jpg b/19326-h/images/p1873-396.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e93804e
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-396.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-397.jpg b/19326-h/images/p1873-397.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6113cf4
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-397.jpg
Binary files differ
diff --git a/19326-h/images/p1873-400.jpg b/19326-h/images/p1873-400.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bb914bf
--- /dev/null
+++ b/19326-h/images/p1873-400.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..5bde1c6
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #19326 (https://www.gutenberg.org/ebooks/19326)