diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:55:25 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:55:25 -0700 |
| commit | 3543a2dc0bfe51382bfab0899a13c90c769f59dc (patch) | |
| tree | ef7464cefa2e70c63d3e6e330324ff72f7def81d | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 19326-8.txt | 3465 | ||||
| -rw-r--r-- | 19326-8.zip | bin | 0 -> 76860 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h.zip | bin | 0 -> 2195396 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/19326-h.htm | 3207 | ||||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-337.jpg | bin | 0 -> 85688 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-340-1.jpg | bin | 0 -> 65940 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-340-2.jpg | bin | 0 -> 86081 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-341.jpg | bin | 0 -> 145676 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-344.jpg | bin | 0 -> 200902 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-345.jpg | bin | 0 -> 73895 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-349.jpg | bin | 0 -> 143308 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-352.jpg | bin | 0 -> 138210 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-353.jpg | bin | 0 -> 130258 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-357.jpg | bin | 0 -> 138882 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-360.jpg | bin | 0 -> 109354 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-385.jpg | bin | 0 -> 75255 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-388.jpg | bin | 0 -> 75964 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-389.jpg | bin | 0 -> 127671 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-392.jpg | bin | 0 -> 88029 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-393.jpg | bin | 0 -> 122738 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-396.jpg | bin | 0 -> 78236 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-397.jpg | bin | 0 -> 135887 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 19326-h/images/p1873-400.jpg | bin | 0 -> 92966 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
26 files changed, 6688 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/19326-8.txt b/19326-8.txt new file mode 100644 index 0000000..7ee3185 --- /dev/null +++ b/19326-8.txt @@ -0,0 +1,3465 @@ +The Project Gutenberg EBook of Van Orenburg naar Samarkand, by Anonymous + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Van Orenburg naar Samarkand + De Aarde en haar Volken, 1873 + +Author: Anonymous + +Release Date: September 19, 2006 [EBook #19326] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN ORENBURG NAAR SAMARKAND *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + + VAN ORENBURG NAAR SAMARKAND. + + + +Centraal-Azië trekt in onze dagen de aandacht van allen, die niet +alleen belang stellen in hetgeen in hunne onmiddellijke nabijheid +gebeurt, maar ook in wat daar geschiedt en zich voorbereidt in +gindsche verwijderde landstreken, vanwaar reeds meer dan eenmaal +eene beslissende omwenteling in de wereldhistorie is uitgegaan. De +uitbreiding der russische heerschappij in deze onmetelijke, +zoo weinig bekende landen van Midden-Azië is een feit van zeer +groote beteekenis, waarvan de gevolgen zich eerst langzamerhand, +wellicht eerst na betrekkelijk langen tijd, in hun vollen omvang +zullen openbaren. Wat hier ook van zij: in ieder geval worden deze +streken, reeds door historische herinneringen en eigenaardigheid van +volksleven en ontwikkeling veelszins merkwaardig, tengevolge harer +inlijving in het groote russische rijk, ook onzer europeesche wereld +nader gebracht. Onze lezers zullen dan ook zeker met belangstelling +kennisnemen van het boeiende reisverhaal van een Rus, Basilius +Wereschagin, met wien wij reeds vroeger kennis maakten. + + + + +I. + + +Orenburg biedt niet veel bijzonders; de stad onderscheidt zich van +andere russische steden alleen door haar half-tartaarsch voorkomen, +waardoor zij u aan Kazan denken doet. Hare torens, hare minarets, +eenige moskeeën geven haar iets eigenaardigs. Reeds zoodra ge de +straten van Orenburg betreedt, treft u het oostersche karakter der +stad, die dan ook trouwens in het Oosten ligt, op de uiterste grenzen +van Europa en Azië. Wat zonderlinge, scherpgeteekende figuren, +wat afwisseling van kostumen! Hier ziet ge een russisch soldaat, +behoorlijk naar alle regelen gedrild; daar een Kozak van den Oeral, +die tucht noch wet kent. Ginds, een man uit Bokhara, met een langen +baard, een statig en ernstig voorkomen, en met een reusachtigen +tulband op het hoofd, waarvan het doek, zoo het losgewonden werd, +zeker eene lengte van tien of twaalf el zou hebben. + +Op ongeveer vier wersten afstand van Orenburg staat een groot gebouw, +dat wel een bezoek waard is. Dit is de zoogenaamde Beurs: de algemeene +verzamelplaats der nomaden van geheel den omtrek, die hier van alle +kanten samenkomen, somwijlen vanzeer ver, te paard of op kameelen, +meestal alleen, maar soms ook met hunne gezinnen. Zij brengen koeien, +ossen, schapen, allerlei soorten van vee mede; zij hebben ook vilt, +wol en huiden bij zich, om die te verkoopen of te ruilen tegen +houten huisraad, brood, vaatwerk en meer dergelijke artikelen van +dagelijksch gebruik. + +Omstreeks den middag heerscht de grootste drukte op deze Beurs; +het gedrang en gejoel doet u hooren en zien vergaan; koopers en +verkoopers schreeuwen en roepen om het hardst, ook al staan zij vlak +naast elkander. Alles loopt en dringt en duwt en woelt en krioelt +door elkander; men biedt en looft, men kijft en klapt in de handen: +dit alles veroorzaakt een rumoer, waarvan een vreemdeling zich +bezwaarlijk een denkbeeld vormen kan. Deze Beurs of bazar is een zeer +groot vierkant gebouw, met eene ruime binnenplaats in het midden; +langs de vier zijden bevinden zich de winkels, die op de binnenplaats +uitkomen, en daartegenover andere; winkels, welke een tweede gebouw, +midden op de plaats verrijzende, innemen. Op diezelfde binnenplaats +nabij de poort, die van den weg naar Orenburg toegang tot den bazar +geeft, staat eene kleine moskee, en daarbij eene russische kapel. + +De kooplieden die dezen bazar bezoeken, behooren tot verschillende +nationaliteiten. In de eerste plaats ontmoet men onder hen Russen, +Bokharen en Kokhandsjis, dat wil zeggen, inwoners van het khanaat van +Kokhand. Voorts Tartaren, Bashkiren, Kirghisen, enz. Al deze kooplui +zitten met gekruiste beenen op den grond, naast hunne koopwaren, +die op een hoop liggen. Deze waren zijn van verschillenden aard: +vooreerst allerlei soorten van kleedingstukken, wollen en andere +stoffen, en vooral tsjapans of kamerjaponnen van allerlei grootte, +kleur en prijs. Dit kleedingstuk heeft langs de grenzen ontzaglijken +opgang gemaakt; iedere russische werkman of kleinhandelaar draagt +het geregeld; de inboorlingen, zegt men, leggen hun tsjapan nooit +af. Nevens dit artikel, dat in bijna ongeloofelijke hoeveelheid aan de +Beurs verhandeld wordt, vindt ge in de winkels eene menigte voorwerpen +van vilt; voorts snuisterijen, sieraden van glas of metaal, om de +begeerlijkheid der vrouwen op te wekken, en meer andere artikelen. + +Kirghisische vrouwen, met hooge witte tulbanden op het hoofd, voor hare +kleine wagentjes gezeten, verkoopen _koumis_ aan hare klanten. Daar ik +dien drank nog niet kende, wilde ik hem proeven. Hij was veel minder +sterk dan ik gedacht had, maar daarentegen zeer zuur. Echter moet ik +er bijvoegen dat de koumis, waarin deze dames handelden, misschien +voor de helft met schapenmelk was aangelengd. Dat is dan ook de echte +drank niet, waarvoor steeds paarden- of kameelenmelk wordt gebruikt. + +Nabij den ingang van den bazar ziet men ter wederzijde eene lange +dubbele reeks van kleine winkels, waarin handelaars in tabak, in +messen, knoopen en allerlei huiselijke gereedschappen, hunne waren +hebben uitgestald. Hier zijn gekleurde palen voor tenten te koop; +ginds grafzerken, met schreeuwende kleuren beschilderd; nog verder +verdringt zich eene kudde runderen of schapen, en om de dieren krioelen +koopers, verkoopers en toeschouwers bont dooreen. Daar, verder op, +ziet ge ontzaglijke hoopen wol:--de koopman is bezig, de natte wol +uit te zoeken en van de droge af te zonderen; dan, nogmaals schapen, +koeien, paarden; dan weer Russen en Kirghisen, die graan en meel +afwegen: de Rus biedt zijne waar te koop aan, de Kirghise voorziet +zich van den noodigen voorraad, om dien straks op zijne kameelen te +laden, en met zijne korenzakken naar zijne vilten tent of _kibitka_ +terugtekeeren, misschien meer dan honderd mijlen ver in de steppen. + +Tijdens mijn verblijf te Orenburg kwam ik in aanraking met een +gewichtig personage: een gezant van den emir van Bokhara, die +namens zijn meester over den vrede kwam onderhandelen. Zijn gevolg +was zeer gering: gelukkig trouwens, want zijne hoogheid de emir +had hem geen penning voor de reis gegeven. Hij zou dan ook van +honger zijn omgekomen, indien het russische gouvernement hem geene +tegemoetkoming van acht roebels per dag, dat is ongeveer zestien +gulden, had toegelegd. Zijne excellentie leefde nu zeer zuinigjes, +en verteerde voor zich en zijn gevolg niet meer dan twee roebels +per dag: hetgeen hem eene zuivere winst opleverde van zes roebels in +een etmaal. Ik moet echter daarbij voegen, dat het gezantschap voor +rekening van de russische regeering gehuisvest was, en dat de heeren +diplomaten zeer sober leefden van _plove_ (pilau) en thee. Na een +verblijf van twee-en-een-halve maand te Orenburg, kon de gezant van +den emir over eene tamelijk welgevulde beurs beschikken, en begon hij +zichzelf geschenken te geven: tshapans, een horloge, een speeldoos +en andere zeldzame gewrochten der westersche beschaving. + +Voor mijn vertrek schafte ik mij een tarantasse aan, een soort van +zeer eigenaardige calèche: het rijtuig heeft de gedaante van een +korf of wieg, en is ook evenzoo luchtig gevlochten. De Orenburgers +gebruiken de tarantasse voor toertjes door de stad en den omtrek; +maar waarschijnlijk was ik wel de eerste, die met dit brooze rijtuig +een tocht ging ondernemen van twee duizend wersten over meestal +onbegaanbare wegen. Nadat ik mijn mand had volgepakt met alle +voorwerpen, die een kunstminnend toerist onmisbaar zijn--papier, +portefeuilles, draagstoel, parasol, instrumenten--bemerkte ik dat +er voor mij zelf nog maar een zeer klein plaatsje in de tarantasse +overschoot. Toch, hoe bekrompen en ongemakkelijk ook gezeten, +verliet ik Orenburg in mijn licht rijtuigje, en sloeg den weg in +naar Centraal-Azië. + +De tocht van Orenburg naar Tasjkend is eene ware marteling! Toch is de +weg goed (nu en dan zandig) en tamelijk gelijk. Maar er komt geen einde +aan de haspelarijen, plagerijen en moeilijkheden van allerlei aard, +die u telkens uw geduld doen verliezen. Bij iedere halt is het eene +nieuwe ruzie met den chef van het station; onderweg ligt ge voortdurend +overhoop met de iamtshiks of postillons; aan paarden, wagen en tuig +is steeds iets defect, dat gedurig herstelling vordert. In één woord, +de geheele dienst is ellendig. + +Van Orenburg tot Orsk is de weg goed; ook zijn hier de stations goed +ingericht. De dorpen en vlekken, die ge op uw weg ontmoet, worden +half door Kozakken, half door Tartaren bewoond: goede, brave lieden, +met wie de reiziger gaarne te doen heeft, en die hem bereidwillig +dienst bewijzen. Van de Kirghisen kan ik dit niet getuigen. + +Orsk is niet eene dier steden, die reeds op het eerste gezicht +een aangenamen indruk maken. Men ziet er niets dan lage, half +ingestorte huizen. Zij ligt aan de samenvloeiing van de rivieren de +Oeral en de Or, de eerste van het noorden, de andere van het zuiden +komende. Evenals aan de andere stations, bestaat er wel eenige kans +dat gij een _samovar_, theeketel of bouilloir, en meer of minder +drinkbaar water krijgen kunt,--en dan nog! Maar wat ge in de eerste +plaats noodig hebt: paarden,--daar ontbreekt het aan. + +Gij komt aan het station: er is niemand. Gij roept: er verschijnt +niemand. Gij roept nog eens en luider: geen antwoord. Wat te +doen? Wachten. Zoo wacht ge dan. Eindelijk verschijnt, ge weet niet +vanwaar, een Kirghise. Natuurlijk vraagt hij u, wat gij verlangt? + +"Wat ik verlang? Paarden, natuurlijk! + +"Paarden? Er zijn hier geen paarden." + +Dat is het onvermijdelijke antwoord. Echter laat ge u niet zoo +afschepen. + +"Maar wanneer kan ik ze dan krijgen? + +"Morgen." + +"Morgen! Dat ziet er mooi uit!" + +Toch is dat gebrek aan paarden dikwijls maar voorgewend. Weet ge +het zoo aan te leggen, dat men u voor een officier of althans voor +een ambtenaar aanziet, dan is het best, tegen ieder uit te varen +en geen dreigementen te sparen. Herkent ieder in u den eenvoudigen +burgerman, dan schiet er niet anders over, dan in den zak te tasten. De +ontbrekende paarden komen dan ook weldra voor den dag. Meen echter +niet, dat ge nu uwe reis kunt vervolgen. Niet zoo haastig! Er ontbreekt +of hapert altijd iets, hetzij aan de teugels, hetzij aan het tuig, +hetzij aan den wagen, of wat dan ook. Toch is de uitrusting hoogst +eenvoudig. Het middelste paard heeft niets meer dan een halsband, +een zadel en een buikriem; de beide andere paarden stellen het met +een eenvoudigen vilten halsband en een paar riemen. + +Is eindelijk alles klaar, dan komt het oogenblik van vertrekken. Geene +kleinigheid! De paarden der steppen zijn niet gewend aan het gareel; +als zij voorgespannen worden, steken zij onrustig de ooren op, snuiven +en trappelen en geven alle teekenen van ongeduld. Maar aan alles +komt een einde; de zweep zal nu het sein geven. "Ga zitten!" roept +de iamtshik u toe. Gij gaat zitten, met vreezen en beven. De wilde +paarden der steppen steigeren en schudden den kop; zij springen ter +zijde; zij breken de touwen en slaan den boom tot splinters! Dan +begint alles weder van voren af aan. Ten langen laatste zijt ge toch +op weg; nu gaat het voort, in vliegenden ren; maar telkens moet ge +halt houden, zonder dat ge met mogelijkheid bevroeden kunt waarom: +dit is het geheim van den koetsier, die geheel zijne eigene luimen +volgt. Al de iamtshiks, Russen zoowel als Kirghisen, schijnen +er bovendien vermaak in te vinden, hun zweep te laten vallen; ge +moet zoo telkenmale stilstaan, om die op te rapen. En dan--nu eens +breken de touwen, dan gaan de riemen los. Wee u, zoo ge de taal der +Kirghisen niet verstaat. Uw postillon, een halve wilde, heeft geheel +en al vergeten, dat hij op een rijtuig zit; hij denkt dat hij te +paard rijdt: hij ranselt zijne dieren op de onbarmhartigste wijze; +hij zit geen oogenblik stil; hij schopt met geweld tegen den wagen; +hij schreeuwt en gilt, en stelt zich aan als een bezetene. + +Te Orsk begint de steppe, maar zij heeft nog niet dat doodsche +voorkomen, dat haar verderop eigen is. De grond is nog met hoog gras +begroeid; nu en dan ziet ge op kleine heuvels eenige winterdorpen der +Kirghisen, want deze nomaden hebben bereids hunne zomerkampementen +verlaten. Die halve wilden zijn niet allen herders; velen onder hen +houden zich in deze streek met graanbouw bezig; het brood is hier +dan ook buitengewoon goedkoop. De Kirghisen, die dit gedeelte der +steppe bewonen, staan onder de bevelen van een hoofdman, die te Orsk +woont, en op zijne beurt ondergeschikt is aan een districtshoofd, +te Orenburg gevestigd. + +Wij zijn in het midden van September: overdag is het warm, maar +des nachts en in den morgenstond vriest het, en ondanks mijn pels +van schapenvacht zit ik dan te rillen van koude. Op den middag +daarentegen druppelt mij het zweet langs het gelaat. Zoo is het +klimaat der steppen, buitensporig zoowel in warmte als in koude. + +Voort gaat de tocht; ik heb nauwelijks den tijd, eenige aandacht te +wijden aan de Kirghisen van deze woestijn, die deel uitmaken van de +Kleine-Horde, en weinig verschillen van hunne broeders der Groote-Horde +en der Middelste-Horde, van wie ik later spreken zal. Somwijlen +ontmoeten wij troepen kameelen, dikwijls bij honderden te gelijk. Op +het geklingel van de bellen onzer paarden, wenden zij hunne koppen +naar ons om, en volgen ons langen tijd als met aandachtigen ernst met +hunne nieuwsgierige blikken. Men weet hoe schuw deze voortreffelijke +dieren zijn. Het gebeurt wel eens, dat wij hen te dicht naderen: dan +vluchten zij in galop, naar alle kanten, met den staart in de lucht, +als verschrikte koeien. Niets is grappiger, dan zulk een tooneel. Met +zijne korter voor- dan achterpooten, maakt de kameel, als hij draaft +of galoppeert, een allerzotst figuur. In de vlakten van Orenburg ziet +men meer tweebultige kameelen dan dromedarissen; de reden hiervan moet +gezocht worden in de meerdere kostbaarheid der dromedarissen. Deze +laatsten zijn duurder dan de kameelen, maar kunnen ook eenige dagen +achtereen voedsel en drank ontberen, terwijl de kameel na verloop +van twee à drie dagen uitgeput is; bovendien is deze ook niet zoogoed +tegen de kou bestand; men vindt hem dan ook eerst verder zuidwaarts, +naar de zijde van Bokhara. In de karavanen, die wij ontmoetten, wees +men mij eenige dromedarissen, grooter en sterker dan de anderen: +zij behooren tot het ras, dat in Khiwa gevonden wordt. + +De kameel is zeer gevoelig voor muziek: fluiten en zingen boeit +dadelijk zijne aandacht; zelfs als hij graast houdt hij, zoodra een +of andere toon hem treft, dadelijk op, steekt zijn kop in de hoogte, +en kijkt aandachtig naar de zijde vanwaar het geluid komt. De ruwheid +van de bewoners der steppe blijkt wel het meest in de wijze, waarop zij +deze zoo nuttige, ja voor hen onmisbare dieren behandelen. Voorzeker +worden, ook in andere landen, de kameelen niet vertroeteld, maar zij +worden toch niet zoo onbarmhartig behandeld als hier. Zoodra de kameel +zijn tweede jaar is ingetreden, doorboren de Kirghisen hem den neus en +steken een stokje in de opening, waaraan het touw wordt vastgemaakt, +dat als toom dient. Dit touw wordt dan doorgaans gehecht aan den +zadel van den ruiter, die aan de spits der karavaan rijdt; het arme +dier kan dus geen misstap doen, of ook zijn tred een weinig vertragen, +zonder dat zijn neus wordt opengereten, en het bloed hem langs den bek +vloeit. Somwijlen gebeurt het, dat door het voortdurend trekken en +rukken, het koord breekt, of de neusvleugels worden afgescheurd. In +elke karavaan zag ik verscheidene kameelen, die hevig uit den neus +bloedden; bij sommigen was een gedeelte van de bovenlip afgescheurd +of hing er bloedend bij.--Een goede kameel met twee bulten is tusschen +de zestig en honderd gulden waard; een goed paard kost zestig gulden; +een minder goed, dertig tot veertig gulden. Men moet zeker niet uit +het oog verliezen, dat de paarden der steppen bijna geheel wild zijn; +vandaar de moeilijkheid om zich van paarden voor rijtuigen te voorzien, +ondanks den lagen prijs en de voortreffelijke eigenschappen der paarden +zelf. Zij zijn van kirghisisch ras, klein en niet mooi, maar sterk en +taai; zij blijven het gansche jaar in de wei; des winters verwijderen +zij de sneeuw met hunne hoeven, om het bevroren gras der steppen te +kunnen bereiken. + +Tusschen Orsk en Tasjkend liggen verscheidene russische forten, die +niet alleen de veiligheid op den weg moeten verzekeren, maar ook de +orde in het omliggende land handhaven. Het eerste fort, dat ge op uw +tocht ontmoet, is dat van Karaboutagh, schilderachtig aan den oever +eener beek gelegen; het klimaat is ondragelijk. Verderop ligt het +fort Oeral. Deze beide vestingen zijn tusschen 1840 en 1850 gebouwd, +en worden door Kozakken-familiën bewoond. Het oprichten van deze en +nog vele andere forten was een zeer verstandige maatregel, waardoor +een einde werd gemaakt aan de telkens herhaalde strooptochten der +roofbenden uit Khiwa, die ieder jaar tusschen de twee- en driehonderd +Russen als krijgsgevangenen wegvoerden. Van het fort Oeral tot aan de +rivier de Sir-Darja, vindt men slechts open dorpen; de rivier opvarende +komt men achtereenvolgens voorbij het fort Kazali, in officiëelen +stijl fort Nommer I; dan voorbij fort Nommer II; het fort Perowski; +het fort Dsjoelek; eindelijk langs de versterkte steden Turkestan, +Tsjemkend en Tasjkend. + +Als gij het fort Oeral verlaten hebt, begint de eigenlijke steppe, +de naakte vlakte zonder een spoor van plantengroei. Tevens houden de +stations op, om vervangen te worden door tenten. Voorbij Djalangatshe +moet de reiziger zijn intrek nemen in eene kibitka, zoogoed mogelijk +door een veld van biezen tegen den wind gedekt. Gelukkig heeft men +tegenwoordig althans niets meer te maken met de Khirgisen. Kozakken, +tot de bezetting der forten behoorende, zijn belast met de zorg om de +reizigers bij hunne aankomst aan de stations te ontvangen, en alles +in gereedheid te maken voor hun vertrek. Sommigen van deze Kozakken +verstaan en spreken de taal des lands, en dienen als tolken tusschen +Orenburg en Tashkend. + +Dicht bij het station van Térekti, op korten afstand van de heirbaan, +ontmoetten wij voor het eerst eene kirghisische _mazarka_, dat wil +zeggen, een graf. Eerst sedert drie jaren was dit monument opgericht, +en wel door Koun-Spaï, een rijken Kirghise. Het grafteeken bestaat uit +een plompen zwaren koepel, rustende op een vierkanten onderbouw, van +omstreeks vier el hoogte. Het geheele gebouw is uit leem opgetrokken, +zonder dat daarbij een enkele steen is gebruikt. Eene smalle en +lage deur geeft toegang tot het inwendige, dat drie graven bevat, +overvloedig met ornamenten versierd; ruwe en onbeholpen schilderijen +bedekken den wand: afbeeldingen van wapenen, paarden, karavanen, +kameelen, meer of minder duidelijk geteekend. Langs den geheelen weg +zagen wij eene menigte van zulke graven. + +Intusschen gaan wij altijd voort naar het zuiden; de steppe wordt +gaandeweg minder naakt en doodsch. Wij ontdekken eerst eenige +struiken, dan eene bochtige oeverlijn, eindelijk een breeden band van +donkerblauw water: wij hadden den oever van het meer Aral bereikt, op +vijf-en-tachtig kilometer afstand van het fort Kazali. De heirbaan +volgt slechts even den zoom van dit groote meer. Op den oever +zaten en stonden groote vogels, zwart op den rug, wit aan den buik; +meeuwen vlogen of zwommen op het water; gansche scharen van eenden +spartelden en kwaakten in de kleine baaien en inhammen langs de kust: +een levendig en toch eentonig somber landschap. + +Het station Akdjoulpace ligt vlak aan het meer Aral, op een droog en +zoutachtig terrein, dat vroeger door de wateren dezer binnenzee werd +overdekt, die steeds in omvang afneemt, en ongetwijfeld spoedig geheel +zou zijn uitgedroogd, indien niet twee zoo aanzienlijke rivieren als +de Sir-Darja en de Amoe voortdurend hare schatting aan het groote +meer brachten. + + + + +II. + + +Toen ik aan het fort Kazali of Kazalgue--of zoo ge liever wilt, het +fort Nommer I,--aankwam, mistte het zoo sterk, dat ik bijna geen hand +voor de oogen zien kon. Nader komende onderscheidde ik eerst eenige +windmolens, en daarna ettelijke kleine, lage huizen. Kazali ligt aan +den rechteroever van de Sir-Darja; de huizen van het vlek zijn uit +tichelsteenen opgetrokken, die in de zon zijn gedroogd. Zij doen +u denken aan de arme boerenwoningen in zuidelijk Rusland, met dit +onderscheid alleen, dat hier de daken plat zijn. De bazar is ruim en +goed ingericht: hier is de algemeene verzamelplaats der Kirghisen van +den omtrek, die russische artikelen komen inkoopen of hun vee te koop +aanbieden. De liefhebbers zullen zeker met belangstelling vernemen, +dat de kaviaar te Kazalgue voortreffelijk is: zij zou inderdaad +onvergelijkelijk zijn, zonder de slechte hoedanigheid van het zout, +dat bij de bereiding gebruikt wordt. + +Het fort Nommer I is het punt van uitgang der stoombooten, die +de Sir-Darja bevaren. Bevaren is eigenlijk wat veel gezegd: die +booten toch sukkelen met groote moeite op de rivier voort, zonder +dat men eigenlijk weet waarom het zoo slecht gaat. Ligt de schuld +bij den scheepsbouwmeester, of wel bij de gedurige veranderingen, +waaraan het bed en de stroom van de rivier bloot staan? Misschien +hebben beiden deel aan dien toestand: maar hoe dit zij, zeker is +het dat de stoomvaart op de Sir-Darja in een jammerlijken toestand +verkeert, en dat daarin geene verandering is te wachten, zonder eene +afdoende verbetering van het bed der rivier zelf:--een werk, dat zeer +aanzienlijke sommen vereischen zou. + +Twintig wersten van Kazali liggen de bouwvallen der stad Djanekent +aan den linkeroever van de Sir-Darja in de nabijheid van een meer. Ik +wenschte een uitstapje daarheen te maken, en vroeg en verkreeg daartoe +vergunning van den kommandant van het fort, den majoor Youry, die +mij zelf paarden verschafte en een gids medegaf, een Kozak, die de +turksche taal verstond. Zoo uitgerust toog ik dadelijk op weg naar +Djanekent. Wij volgden eenigen tijd de oevers van de Sir-Darja, tot +wij, bij eene bocht der rivier gekomen, rechts afsloegen. De weg was +zeer druk en levendig. Kirghisen trokken voortdurend heen en weder; +sommigen te paard, anderen op een kameel; enkelen, nederiger van +aard, zaten op een ezel; ik ontmoette er zelfs eenigen, die op een +os reden. Deze Kirghisen gingen naar het fort om schapen en runderen +te verkoopen, en zich in ruil daarvoor de noodige voorwerpen aan +te schaffen voor hunne kibitka. Langs den weg zag ik verscheidene +kleine kampementen van arme nomaden, die voor hun mager vee in deze +dorre streek een schraal voedsel zochten. Ik trad enkele dezer tenten +binnen: hier waren de vrouwen bezig de schapen te scheren, elders +zuiverden zij de wol, overal waren zij aan den arbeid, terwijl de +mannen niets uitvoerden. Bezochten wij eene kibitka, dan werden wij +steeds ontvangen met het traditioneele _aman tachar_ (ik groet u, +vriend). Zoo trokken wij langzaam voort in de richting van het veer +over de Sir-Darja, terwijl mijn Kozak mij eenige bijzonderheden +verhaalde omtrent den laatsten strooptocht van Sadike. + +Sadike is de zoon van Kenissara, een van de onrustigste hoofden der +Kirghisen; en hij zelf is een niet minder lastige buurman. Hij zal +ons geen rust laten, zoolang zijn hoofd nog op de schouders staat: +en het laat zich niet aanzien, dat hij het spoedig verliezen zal: +de helden van zijne soort toch maken zich uit de voeten als het +gevaar nadert, en moeten zij bij ongeluk aan het gevecht deelnemen, +dan dragen zij wel zorg, op hunne vlugge paarden te vlieden, zoodra +zij zien dat de kans zich tegen hen keert. + +Er liepen reeds sedert eenigen tijd onrustbarende geruchten. Sadike, +zoo heette het, rustte zich ten oorlog en had een aanslag op +Kazalgue in den zin. Reeds braken de meeste nomaden hunne tenten op en +verhuisden naar de overzijde van de Sir-Darja, want men wist zeergoed, +dat onze vriend alles uitplunderen zou wat onder zijn bereik kwam, +onverschillig of het vriend of vijand was. De kommandant van het fort +zond zeventig Kozakken van Orenberg op verkenning uit. Zeventig man +tegenover een duizendtal bandieten: de kans scheen hachelijk! + +Toch zouden de Kozakken, indien zij maar den vijand onverhoeds +hadden aangetast, waarschijnlijk de zege hebben behaald; zij +zouden hem althans hebben tegengehouden en van verder voortdringen +afgeschrikt. Ongelukkig was het detachement niet genoeg op zijne +hoede. Niet ver van het fort, zetten onze soldaten zich neder om hun +eenvoudig maal van gort gereed te maken, terwijl een twintigtal hunner, +ongewapend, de paarden naar de rivier leidden om te drinken. Eensklaps +vertoonde zich de vijand, meer dan duizend man sterk, meer of minder +goed gewapend; velen alleen met lansen en pieken. Sedert langen +tijd had hij op zijne prooi geloerd. De Kirghisen wierpen zich op +de twintig manschappen, die op weg waren naar de rivier: en binnen +weinige oogenblikken waren genoegzaam allen vermoord. Twee of drie +Kozakken echter wisten zich te redden. Een ander, door een tiental +wilden achtervolgd, mikte, al vluchtende, nu op den een, dan op den +ander, en daar de ruiters der steppen er vooral niet op gesteld zijn, +den dood in de kaken te loopen, zou hij stellig ontkomen zijn, indien +hij niet bij ongeluk zijn patronen had laten vallen; voor het laatst +schoot hij nog eens zijn geweer af, en werd toen neergesabeld. + +De vijftig mannen, die hunne gort kookten, waren getuigen van die +slachting, maar konden hunne makkers niet te hulp komen. Plotseling +overvallen, moesten zij in de eerste plaats op zelfverdediging bedacht +zijn. Zoodra de vijand de andere slachtoffers had geveld, sloot hij +ook hen van alle zijden in. Had hij zich aanstonds op hen geworpen, +zonder hun den tijd te laten zich op tegenweer voor te bereiden, +dan was er wel geen twijfel aan geweest of deze handvol Russen zou +spoedig bezweken zijn. Maar in plaats van aan te vallen, begonnen +de Kirghisen te overleggen wat te doen. De Kozakken grepen nu moed, +en vingen aan hunne positie te versterken. Met spaden, stokken en +hunne handen, groeven zij kuilen in den grond, waarin zij zich zoogoed +mogelijk verborgen; sommigen zetten zich daarin neder, anderen stonden +overeind, tot aan de borst of hooger gedekt. De uitgegraven aarde +vormde een soort van wal, waaraan met behulp van zadels, en allerlei +andere voorwerpen zooveel mogelijk stevigheid werd gegeven. De paarden +waren verloren: de Kirghisen hadden ze allen opgevangen. Inmiddels +viel de nacht en maakte een einde aan de vijandelijkheden. + +Den volgenden morgen hervatten de zwervende zonen der steppe, onder het +aanheffen van woeste kreten, den aanval. De Kozakken gingen spaarzaam +om met hunne ammunitie: zij hadden slechts veertig patronen per hoofd, +en moesten zoolang mogelijk volhouden. Zij lieten dus den vijand +tot op korten afstand naderen, en losten dan hunne geweren op den +saamgepakten hoop: na iedere décharge waren de rangen der Kirghisen +gedund, en bleek de drift der aanvallers merkelijk bekoeld. Telkens +weken zij in groote verwarring terug, hunne dooden medevoerende, +wanneer zij daartoe den tijd hadden; maar des avonds lagen er nog +velen hunner aan den voet van den lagen wal, waar het doodelijk lood +hen getroffen had. Den volgenden morgen echter waren geene lijken +te zien: de Kirghisen waren des nachts, stil en heimelijk, tot nabij +den wal geslopen en hadden de lichamen hunner makkers weggevoerd. + +Dit duurde alzoo drie dagen. Zonder spijs of drank, boden de Kozakken +met onbezweken moed een hardnekkigen tegenstand. Eindelijk trokken de +Kirghisen af. De Kozakken verbergden daarop hunne zadels in het zand, +en keerden, meer dood dan levend, naar het fort terug. De manschappen, +die op den weg naar de rivier waren gedood, werd het hoofd afgehouwen; +en hoogstwaarschijnlijk werden deze bloedige tropeeën, als de teekenen +eener schitterende overwinning op de russische legermacht behaald, +voor de voeten van den emir van Bokhara gelegd. + +Intusschen vervolgden wij onzen weg, en kwamen weldra aan de tent, die +de plaats aanwijst, waar zich het veer over de Sir-Darja bevindt. Hier +is ook eene wacht van Kozakken, om te beletten dat de Kirghisen steenen +uit de puinen van Djanekent wegnemen. Met een groote pont werden wij +over de Sir-Darja gezet, in gezelschap van eenige kameelen, die lang +tegenspartelden eer zij in de schuit stapten, maar zich gedurende de +overvaart zeer rustig hielden. + +Op den linkeroever gekomen, bevonden wij ons voor de vestingwerken van +Dsjan Kala, die nog vrijgoed in stand zijn gebleven. Zij bestaan in +aarden wallen, tusschen de vier en vier-en-een-half el hoog, met eene +gracht die nu gedempt is. Binnen die wallen is geen spoor van woning +te zien. Ten zuidoosten, op een afstand van ongeveer zes kilometer van +de rivier, ziet ge een grooten muur; een kilometer verder, verrijzen +eenige heuvelen, sommige met gras en struiken bedekt, andere geopend +en half afgegraven. Dat is het oude Djanekent. De Kirghisen hebben +onderscheidene heuvels omgewoeld, ten einde zich meester te maken van +de gebakken tichelsteenen, die daarin verborgen waren. Vreemd! Nu twee +of drie jaar geleden, vermoedde niemand iets van de aanwezigheid dier +steenen, bijna geheel in onbruik geraakt hier in dit land, waar alle +huizen en gebouwen uit leem en aarde worden opgetrokken. Men zag wel +hier en daar fragmenten van tichelsteen, maar niemand dacht er aan, +dat een zoo groote overvloed dier steenen in de met gras begroeide +heuvelen verborgen lag. Toch was bij de nomaden eene overlevering +bewaard gebleven, die van het bestaan eener groote stad in dezen +omtrek gewaagde; en dikwijls wezen zij den reiziger de eenzame +heuvelen, de overblijfselen van eene ongelukkige stad, die door de +slangen verwoest was. Volgens de traditie was deze stad eenmaal de +zetel van de vorsten des lands. De laatste hunner had de dochter van +een naburigen koning tot vrouw genomen; zij werd hem ontrouw, en de +beleedigde echtgenoot doodde haar. De vader van het slachtoffer was +een groot toovenaar. Om den dood zijner dochter te wreken, zond hij +slangen naar de stad, die den koning en zijn volk verslonden. Men +wees mij zelfs een heuvel, met dicht struikgewas begroeid, zeggende +dat het daar nog van slangen wemelde. Later deed ik opgravingen in +dien heuvel, maar vond geen spoor van eene enkele slang. + +Zoodra het eenmaal was gebleken, dat hier een bijna onuitputtelijke +voorraad tichelsteenen voorhanden was, begonnen de Kirghisen alles af +te breken, en de steenen, die zij konden wegnemen, naar het fort te +brengen. Particulieren, die zich eene woning bouwen wilden, kochten +al deze steenen op. Zoo voortgaande, zouden de ruïnen weldra geheel +verdwenen zijn. Maar nu kwam de regeering tusschenbeiden. Zij verbood +dien handel, maar behield zich toch het recht voor, om zelf die +materialen te gebruiken ten behoeve van de fortificatiën. Het is te +hopen, dat zoo de opgravingen op groote schaal worden voortgezet, dit +onder behoorlijke leiding en met de noodige voorzorgen zal geschieden. + +Ik liet ook eenige opgravingen doen, en vond menschenbeenderen en +beenderen van schapen, paarden en kameelen; voorts gebakken steenen, +houtskool en eenige aarden potten, waaronder enkelen van inderdaad +fraaie bewerking en met figuren versierd. Ik kon evenwel mijne +nasporingen niet voortzetten, omdat het mij daartoe aan tijd en +geld ontbrak. De Kirghisen toch voeren weinig uit, en dat weinige +doen zij nog slecht. Bovendien begonnen zij, zoodra zij zagen dat +ik belang in de zaak stelde, al zeer spoedig hunne eischen hooger te +stellen, naarmate zij dieper moesten graven. Ter voorkoming van alle +moeilijkheden, liet ik mijne opgravingen maar in den steek. + +Gedurende mijn verblijf te Djanekent, bracht ik doorgaans den nacht in +een naburig kamp door. De kibitka, waar mij deze gastvrijheid bewezen +werd, behoorde aan een Kirghisen-familie, bestaande uit vader, moeder +en twee dochters, eene van dertien en eene van negen jaren. Er was +ook nog een volwassen zoon, maar dien ontmoette ik maar eenmaal in +de vaderlijke tent. Hij woonde in het fort, en dreef ik weet niet +meer welken handel, voor rekening van zijn vader. + +De vader was een verstandig man, ruim veertig jaar oud, en in zijn +voorkomen meer gelijkende op een Nogaï dan op een Kirghise. Hij +was steeds gekleed in een wijden witten kamerjapon van kemelshaar, +en droeg op het hoofd een zoogenaamden _toppé_. Als het koud was en +hij op reis ging, dekte hij zich met een zeer hooge, smal toeloopende +muts van schapenvacht. + +De mama, gansch niet vrij van praatzucht en oud voor haar tijd, +was eene echte vertegenwoordigster van de kirghisische type, platte +neus, kleine oogen, uitstekende wangbeenderen. Zij droeg een wijden +broek, met hooge laarzen daarover heen; een lang, grof, blauw hemd, +en omwikkelde haar hoofd en hals met een stapel doeken. + +De oudste dochter, die zelden sprak, was krachtig en welgevormd. Zij +geleek veel op hare moeder, en ging ook evenzoo gekleed; alleen +droeg zij aan de armen en om den hals armbanden en kettingen van +glas en veelkleurige steentjes; hare koolzwarte in kleine vlechten +opgemaakte haren waren gewikkeld in een schitterend rooden wollen +doek.--Het jongste kind geleek op haar vader. Zij was grillig, maar +zeer innemend, en speelde onbeschroomd met mij. Haar hoofd was kaal +geschoren, met uitzondering van een krans van vlechten rondom het +hoofd en eene dergelijke vlecht op de kruin. + +Als ik, bij zonsondergang, in de kibitka trad, vond ik de familie +doorgaans neergehurkt rondom het vuur, al knipoogende in de vlam en +den rook starende. De moeder en de oudste dochter waren altijd aan den +arbeid; de vader stookte met een kleine ijzeren staaf het vuur op, en +gaf zijne bevelen. De vrouwen bereidden de soep of bakten koeken. De +soep was zeer spoedig gereed: in een grooten ketel werd eene zekere +hoeveelheid water geschonken, vervolgens gort en een weinig meel +daaronder gemengd, en dan dat alles over het vuur gehangen tot het +water kookte. Wat van den maaltijd overbleef, werd in eene houten +terrine met een lederen bodem gedaan, en gedurende twee of drie dagen +werd de soep nu koud gebruikt. Het bakken der koeken vorderde weinig +meer omslag of tijd. + +Om het koren te malen, gebruiken de Kirghisen een kleinen handmolen, +bestaande uit twee platte, ronde steenen. In den bovensten steen is +eene opening, met twee kleine dwarshoutjes voorzien, waardoor een +spil gestoken wordt, die op den ondersten steen rust. Het koren wordt +door de opening geworpen, waarna de bovenste steen door middel van een +langen stok, rechthoekig aan de spil bevestigd, wordt rondgedraaid. Het +meel dat aldus verkregen wordt, is met zemelen vermengd en tamelijk +grof. In het geheele kamp, uit zeven of acht tenten bestaande, was +geen andere molen te vinden dan die mijner gastvrouw; telkens kwam +dan ook eene of andere buurvrouw om haar meel te malen, of den molen +voor eenige oogenblikken te leenen. + +Echter vermoed ik dat niet enkel de molen onze buren en buurvrouwen +zoo telkens naar de tent lokte. Mijne tegenwoordigheid in de kibitka +was zeker de voornaamste reden van deze drukke bezoeken. Zij wisten +dat de kibitka, waar ik tijdelijk mijn intrek genomen had, groote en +begeerlijke schatten bevatte: tabak en kruit voor de mannen; zeep, +ringen, naalden, enz. voor de vrouwen. Eigenlijk golden de bezoeken +dan ook niet zoozeer mijne gastvrouw en haar molen, maar veeleer mij +zelf: het einde was dat het grootste gedeelte van mijn kleinen schat +allengs in geschenken verloren ging. + +De kibitka van mijn gastheer was versleten, maar wij hadden het er +warm: het vuur op de stookplaats werd geen oogenblik uitgedoofd. De +rook, die de gansche tent vervult, is echter voor iemand, die +daaraan niet gewoon is, eene onuitstaanbare kwelling. De Kirghisen +branden kameelenmest of struiken van de steppe, die zoo rauw, +nauwelijks aan stukken gehakt, op den haard worden geworpen, en toch +zeergoed branden. De zorg voor het vuur is doorgaans aan de kinderen +opgedragen. De Kirghisen gaan met hunne kinderen geheel anders om dan +wij: zij beknorren ze bijna nooit, en beschouwen ze eenigermate als +volwassenen. Het kleine dartele ding in onze tent kon soms haar vader +duchtig de les lezen. Was zij boos of kwaad gehumeurd, dan gaf men +haar een koek, of beloofde haar eenig geschenk, om haar weer tevreden +te stellen. + +Op zekeren dag besteeg mijn Kirghise zijn kameel en toog op weg naar +het fort, waar hij, volgens zijn zeggen, boter ging verkoopen. "Hij +gaat geen boter verkoopen, verzekerde mij zijne echtgenoote; hij gaat +zijne andere vrouw bezoeken, die te Kazale woont, en die de moeder +is van den zoon, dien gij hier eens ontmoet hebt. Van de twee meisje +is het eene, dat, zooals gij zegt, op mij gelijkt, een kind van mijn +eersten echtgenoot; het jongste meisje is uit dit huwelijk. Toen mijn +eerste echtgenoot, die de broeder was van mijn tegenwoordigen man, +was gestorven, heeft deze mij tot zich genomen, met mijne dochters en +al wat ik had; want ik was zeer rijk. Ik bezat driehonderd schapen, +zes kameelen, een aantal paarden en vele wel voorziene koffers. Hij +had niets; ik heb alles aangebracht, zelfs deze tent, die toen nieuw +was en nu versleten is. Eene mijner dochters is gehuwd te Bokhara, +eene andere te Khiwa; ik heb bij mijn eersten man zes dochters +gehad. Ongelukkig werd mij nimmer een zoon geboren. Wie zou een zoon +met een dochter kunnen vergelijken? Wat beteekent een meisje?" en +dit zeggende spuwde zij met diepe verachting op den grond. + +Zij voegde er bij, dat haar oudste dochter, dertien jaar oud, op +het punt van trouwen stond. De losprijs was sedert lang betaald; +zelfs was de bruidegom reeds verschenen om zijne bruid af te halen, +voor wie hij, als huwelijksgift, een zeker aantal schapen en paarden +had medegebracht; maar de vader van het jonge meisje had bovendien een +kameel geëischt, en de jonkman was weder vertrokken, om dien kameel +te gaan halen. "Wij zullen onze dochter op een fraaien kameel zetten, +zeide de moeder; wij zullen haar mooi aankleeden, en met een sierlijk +gewaad bedekken; ik zal zelf ook op een fraaien kameel gaan zitten, +en mijn kind naar hare nieuwe woning geleiden." + +De bruid was bij dit gesprek tegenwoordig. Zij was verstrooid van +gedachten, en luisterde ternauwernood naar hetgeen gezegd werd, als +ging het haar niet aan; achteloos vlocht zij koorden van kemelshaar +om de tent mede vast te binden. Het jongste meisje, negen jaar +oud, was verloofd aan een Kirghise van veertig jaar, die haar voor +vier-en-zestig schapen en twee paarden gekocht had, en haar, na +verloop van drie of vier jaren, tot zich zou nemen. + + + + +III. + + +Wij vervolgen onzen weg langs den oever der rivier. De breede stroom +is bezaaid met eilanden en omzoomd met dichte rietbosschen; ter +wederzijde van de steile oevers strekken zich de eindelooze steppen +uit, waarop niets, zelfs geen doornstruik, groeit. Dikwijls brokkelen +de hooge oevers af, en storten in; ook verandert de rivier telkens +hare bedding; hare troebele wateren vlieten met snellen stroom. De +Amoe-Darja vertoont, naar men mij zeide, geheel hetzelfde karakter, +dat trouwens met de gansche gesteldheid der streek samenhangt; +slechts zijn hare oevers beter bebouwd. + +Nabij het fort Perowski bereiken de biezen eene zoo aanzienlijke +hoogte, dat een kameel en een ruiter te paard daarin geheel +verdwijnen. In deze reusachtige rietbosschen leven een aantal tijgers, +die, naar men zegt, zeergroot en sterk zijn, en waarop zelden jacht +wordt gemaakt. De kozakken alleen en de russische soldaten durven +zich met deze dieren meten. Het russische gouvernement betaalt voor +den kop van iederen gedooden tijger eene premie van zestig franken; +de huid blijft het eigendom van den jager. Bijna altijd ontvlucht de +tijger den mensch; maar wee den ongelukkige, die op hem geschoten en +hem gemist heeft. Met een bliksemsnellen, geweldigen sprong werpt zich +het woedende dier op zijn aanvaller, die zijne onhandigheid doorgaans +met zijn leven boet. In deze biezen en rietbosschen huizen ook wilde +zwijnen en wolven in groote getale. + +Op zes of acht mijlen afstands van het fort Perowski, bij eene vrij +sterke vorst, staken wij in eene ijzeren boot, die door Kozakken +werd geroeid, de Sir-Darja over. Op den weg van de rivier naar het +fort wordt het oog verkwikt door een weelderigen plantengroei; na de +dorre naaktheid der steppe, is het ware weldaad, lommerrijke boomen +weder te zien.--Het fort Perowski is het oude fort Ak-Metchet, in 1853 +door den generaal Perowski met storm veroverd: vandaar de naam. Het +vorige jaar had diezelfde generaal voor dat fort Ak-Metchet het hoofd +gestooten. Toch was deze vesting niet geduchter dan alle anderen in +Centraal-Azië: de fortificatiën bestonden eenvoudig uit ellendige +aarden wallen; maar het fort werd toen verdedigd door Yakoub-Beg, +dien soldaat van fortuin, die tegenwoordig te Kashgar regeert, in +Opper-Turkestan, en een man is van zeldzame energie. + +Voorbij het fort Perowski begint de weg te stijgen; tevens wordt hij +zandig en moeilijk begaanbaar; de zware wagens hebben soms dagen lang +werk om van het eene station naar het andere te komen. Zelfs mijn +mandewagen, hoe licht ook, maakte het mijn vier paarden zoo lastig, +dat zij somwijlen weigerden voort te gaan. Wat de koetsiers raasden +en tierden en de zweepen gebruikten! De streek wordt al fraaier en +fraaier: bloeiende eilanden verheffen zich te midden der wateren; +langs de oevers worden de boomen steeds talrijker, zoodat zij groepen +en boschjes gaan vormen. Overal vergezellen ons de fazanten, die +in dit gedeelte der vallei van de Sir-Darja zeer talrijk zijn. Deze +vogels zijn uiterst tam; als mijn rijtuig hun te nabij komt, vliegen +zij even op, en strijken zes of zeven schreden verder weer neder. + +Inmiddels naderen wij langzamerhand de stad Turkestan, reeds van +verre kenbaar aan hare door grachten omgeven tuinen: een verkwikkend +gezicht voor wie zoo pas de doodsche steppe verlaten heeft. Weldra +onderscheidden wij de moskee van Hazrete, het groote heiligdom der +orthodoxe muzelmannen van Centraal-Azië; eindelijk teekenen zich de +kanteelen van den zwaren muur der citadel tegen de lucht af. Deze muur +draagt nog de sporen der russische kanonkogels; aan zijn voet staan +eenige kleine huizen, die bijkans geheel wegschuilen en tegenwoordig +tot kazerne dienen voor de Kozakken. Turkestan gaf zich, in 1864, na +eene korte verdediging van drie dagen, aan de russische troepen over. + +De moskee van Hazrete werd, voor ongeveer vijfhonderd jaar, +gesticht op het graf van een muzelmanschen heilige, Hazrete of +Jassavy genoemd. Het is een fraai gebouw met sierlijke koepels; het +prachtig gekleurde émailwerk, dat vroeger deze koepels en geheel den +oostelijken muur versierde, is ongelukkig voor het grootste gedeelte +afgevallen. Het inwendige, dat zijn licht alleen ontvangen moet door +de smalle openingen in de koepels, is tamelijk duister. Eene hooge +en smalle deur, met een tapijt behangen, voert naar het eigenlijke +heiligdom, dat nog donkerder is dan de moskee. Te midden van dit +heilige der heiligen verrijst de hooge graftombe van Hazrete, met +rijk geborduurde tapijten behangen. De bodem der moskee is met zerken +geplaveid: iets zeldzaams in Turkestan. In een der vertrekken van het +gebouw ziet men nog eene groote koperen kuip, waarin, naar men zegt, +vroeger het eten der pelgrims werd gekookt. + +De Russen, in de stad Turkestan gevestigd houden geen verkeer met +de inboorlingen, die, voor zoover ze geen nomaden zijn, onder den +algemeenen naam van Sarthen begrepen worden; zij wonen in de citadel of +in gehuurde woningen, waar zij zeer slecht gehuisvest zijn. Officieren +en soldaten zijn al even weinig met het land ingenomen, en beklagen +zich om het hardst over de duurte van allerlei onontbeerlijke zaken, +over het klimaat, over de schorpioenen en de spinnen, over wat niet al. + +De stad, ten zuidoosten van de citadel gelegen; gelijkt op alle andere +inlandsche steden in deze streek; de huizen hebben geen vensters aan +de straatzijde, zoodat het familieleven voor alle bespieding veilig +is. Op aarden banken zitten Sarthen van allerlei leeftijd, ernstig en +kalm met elkaar pratende. De vrouwen, die ge op straat ontmoet, zijn +van het hoofd tot de voeten in eene soort van blauwen mantel gewikkeld, +haar gelaat is bedekt met een zwart netje van paardehaar, zeer dicht +gevlochten. Troepen bedelaars zwerven door de straten, of zitten op den +grond, met klagelijke stem uw medelijden inroepende. Derwisjen spreken +u om een aalmoes aan, en beloven u in ruil alle zegeningen des hemels; +zij zien er zeer zonderling uit, met hun door de zon verbrand gelaat, +hunne puntige mutsen, hun gescheurde kleederen; met hun bedelzak op +den rug, den staf in de eene, de houten nap in de andere hand. + +In den bazar te Turkestan zijn zoowel inlandsche koopwaren als +voortbrengselen der russische nijverheid te krijgen. Men vindt er +een aantal etablissementen, zooals onze restaurants, waar vooral thee +en gebakjes verkocht worden. In de theehuizen zag ik, nevens groote +russische _samovars_, ook trekpotten van inlandsch fabrikaat, die zich +door hare fraaie vormen en zorgvuldige bewerking onderscheidden. Ik +kon de verzoeking niet weerstaan, een dier trekpotten te koopen: zij +kostte zestien franken, en was van koper vervaardigd; de ornamenten +waren zoo fijn gegraveerd, dat zij bijna op kantwerk geleken. + +Behalve de moskee van Hazrete heeft Turkestan geen enkel merkwaardig +gebouw; de overige moskeeën onderscheiden zich van de gewone huizen +alleen door hare grootte, hare netheid en soms ook door een kleinen +koepel. Bij elke moskee behoort een met boomen beplanten voorhof, met +waterbekken en eene overdekte galerij; de zoldering en de kroonlijst +dezer galerij prijken met allerlei figuren, in sprekende kleuren en +dikwijls niet zonder smaak geschilderd. + +Evenals in alle oostersche steden, zijn ook in Turkestan de straten +smal en donker; zij zijn bovendien van het eene einde tot het andere +overspannen met zeildoek, dat de zonnestralen afkeert, en in de +straten eene heerlijke koelte doet heerschen, waarbij iemand, die zoo +pas de naakte en brandend heete steppe rondom de stad verlaten heeft, +zich voelt herleven. + +Tsjemkend, de eerstvolgende stad na Turkestan, ligt in een krans +van tuinen, die haar bijna geheel voor het oog verbergen. Van verre +ziet ge niets dan eene zee van groen, waarboven een schilderachtige +heuvel oprijst, die op zijn kruin een half tot puin vervallen vesting +draagt. De muren der citadel verheffen zich meer dan twintig el boven +de omliggende straten. Toch was zij niet bestand tegen de Russen, +die de sterkte stormenderhand veroverden, en in den roes der zegepraal +de stad plunderden. + +De straten van Tsjemkend zijn--vreemd schouwspel in Centraal-Azië--met +grachten doorsneden, die gevoed worden door het van de naburige bergen +afstroomende water. Over deze grachten liggen bruggetjes, die naar +de deuren der verschillende huizen geleiden. Door de voordeur komt +ge, eenigszins zijwaarts afslaande, op eene groote binnenplaats, +met boomen, voornamelijk met populieren beplant, waarop de kamers +uitkomen. Deze kamers hebben geen vensters; boven de deur is een +klein traliewerk, met geolied papier beplakt. Is de deur gesloten, +dan is het in de kamer bijna volslagen duister; maar daar het klimaat +te Tsjemkend vrij zacht is, staan de deuren bijna altijd open; de +inboorlingen brengen het grootste gedeelte van den dag onder het zeil +voor de voordeur door. Het water der gracht wordt door buizen naar +de binnenplaats der huizen geleid; dit water dient voor allerlei +huiselijk gebruik en ook voor de keuken; vervolgens wordt het, een +eind verder, weder naar de gracht teruggevoerd. Ik wil wel bekennen, +dat ik te Tsjemkend soms met angstigen blik mijn thee aanzag: want, +alvorens in de trekpot te komen, had het water waarschijnlijk een +tiental huizen doorwandeld.....Bah! zeggen de muzelmannen, het water +is niet vuil meer wanneer de onreinheden den tijd hebben gehad zich +daarin zevenmaal om te keeren! + +De afstand van Tsjemkend naar Tasjkend bedraagt slechts honderd-veertig +wersten (honderd-een-en-twintig kilometers). Het eerste station ligt +op eene hoogte, tusschen twee niet onaanzienlijke bergen; ge ziet +hier de overblijfselen van een groot gebouw, dat, volgens sommigen, +vroeger een school, volgens anderen, een karavanseraï, tevens vesting, +was. Voor dit laatste gevoelen pleiten de schietgaten in den muur aan +de wegzijde. Op dien weg is het levendig en druk genoeg. Voortdurend +trekken karavanen heen en weer, die naar Tasjkend, Kokhand of Bokhara +gaan, om handel te drijven; de geleiders; in den regel Kirghisen, +laten zich achteloos heen en weder schommelen op hunne kameelen, +terwijl zij hunne eentonige, weemoedige liederen neuriën. Verder +ontmoet ge Sarthen, met hunne witte tulbanden en veelkeurige kaftans; +ruiters, wagens, voetgangers, in bonte mengeling. Ter wederzijde van +den weg zijn Kirghisen-koloniën gevestigd. + +Eindelijk, als ge nog twintig mijlen hebt af te leggen eer ge te +Tasjkend zijt, vertoonen zich reeds van verre de prachtige tuinen +en gaarden, die deze hoofdstad van russisch Turkestan met een gordel +van groen en bloemen omringen. + + + + +IV. + + +Wij trokken Tasjkend binnen langs een weg, ter wederzijde door +een vaart begrensd, aan wier overzijde zich de heerlijke tuinen +uitstrekken: een waar paradijs van vruchtboomen, met populieren en +wijngaarden vermengd. Deze lusthoven omgeven de stad aan alle zijden, +met uitzondering van eene enkele: die vanwaar het russische leger +naderde, dat Tasjkend met storm innam. Daar zijn de tuinen vernield, +de boomen uitgeroeid; en in de plaats daarvan verrijzen thans, in de +russische wijk, de woningen der nieuwe veroveraars en heeren des lands. + +De dag begon nauwelijks aan te lichten, de lucht was frisch en met +welriekende geuren doortrokken, toen ik de russische wijk bereikte, +na gedurende eenigen tijd langs den gekanteelden muur der stad te +zijn voortgetrokken. Deze wijk, Nieuw-Tasjkend genaamd, heeft nette +regelmatige straten; de welgebouwde huizen hebben slechts eene enkele +verdieping en een plat dak. Ik stapte af aan het eenige hotel, dat +destijds te Tasjkend te vinden was; en in dat hotel nam ik de eenige +kamer, die niet was verhuurd: zij zag er zeer zindelijk uit. Het +gebouw staat op een plein, waarvan het midden wordt ingenomen door +de russische kerk; een der zijden door het onlangs gebouwde hotel van +den gouverneur; en de andere zijden door de woningen der aristokratie +van Tasjkend:--deze woningen waren toen nog in aanbouw. + +Mijn eerste bezoek gold den generaal G..., militairen gouverneur van +Sir-Darja. De generaal, dien ik reeds te Orenburg had leeren kennen, +gaf mij dadelijk een aanbevelingsbrief voor majoor C... burgerlijk +gezaghebber van Tasjkend. Ik besteeg een kozaksch paard, en door een +soldaat geleid, toog ik op weg om den majoor op te zoeken. + +De reiziger, die aan het voorkomen der steden van den Levant gewend is, +vindt ook te Tasjkend niets bijzonders. Ook hier zijn het armelijke +leemen woningen, met vensters van geolied papier; grauwe muren, +nauwe en bochtige straten, waar de regen kuilen in den grond graaft, +zoo diep, dat mijn paard er bijna tot aan de knieën inzinkt. De +voornaamste straat der stad, die naar den bazar loopt, is ter +wederzijde omzoomd door winkels, waar, onder uitstekende matten, +de kooplieden in veelkleurigen rok nederzitten bij hunne waren, die +zwart zien van de vliegen. Een levendige en luidruchtige menigte golft +door elkander. Eindelijk zijn wij aan de woning van den majoor. Ik +wenschte van hem een geschikten gids te bekomen, die mij de stad kon +leeren kennen, met eenige personen in betrekking brengen, en die in +een der inlandsche wijken eene woning voor mij kon huren. + +Het plan was niet kwaad bedacht, maar de uitvoering had met groote +moeilijkheden te kampen: de inboorlingen gevoelen weinig sympathie voor +de Russen, en zijn er volstrekt niet op gesteld, hunne huizen voor hen +beschikbaar te stellen. Eindelijk wist de _kourbach_ (politie-agent), +dien de majoor mij had toegevoegd, toch een geschikte woning met +binnenplaats en stal voor mij te vinden. Mijn huisje grensde bijna +aan een muur der citadel; het stond in de wijk Kasjgarsky, aldus +genaamd omdat zij voornamelijk placht bewoond te worden door lieden, +van Kasjgar afkomstig. Ik zeg _placht:_ want dit gedeelte der stad is +thans half verwoest en bijna ontvolkt, sedert de Kasjgaren en andere +Oosterlingen, na den intocht der russische troepen, meerendeels de +stad hebben verlaten. Ge bespeurt hier thans nauwelijks een teeken +van leven, uitgenomen eenige gemeene kroegen, door oude afgedankte +russische soldaten gehouden, en gelegen langs den weg, die naar het +europeesche kwartier voert. + +Mijn huisheer is niemand anders dan de aksacale der wijk. Dit +saamgestelde turksche woord beteekent letterlijk grijsaard: _sacale_ +(baard), _ak_ (wit); in de gewone oneigenlijke beteekenis wil +het zooveel zeggen als overheidspersoon, gezaghebber, hoofd der +politie. Mijn aksacale, een man van hoogen leeftijd, bezit werkelijk +den zilver witten baard, waarop hij, krachtens zijn naam, recht heeft; +zijn regelmatig gelaat mag nog aanspraak maken op schoonheid. Hij is +uiterst beleefd, en maakt telkenmale, als hij groet, eene zeer diepe +buiging; nooit zag ik hem zonder rozenkrans. Blijkbaar wil hij zich +zooveel mogelijk een deftig en eerwaardig voorkomen geven. + +Daar ik in mijn huis mijn eigen meester wilde zijn, liet ik de deur, +die van mijn appartement toegang gaf naar het door den aksacale +bewoonde gedeelte der woning, sluiten; ook liet ik den stal door een +beschot in tweeën splitsen. Deze maatregel was dubbel noodig, omdat +mijn huisheer, tengevolge van zijne betrekking, allerlei soort van lui +bij zich moest ontvangen, die dikwijls rumoer genoeg maakten. Daarop +liet ik mijne kamer zoogoed mogelijk schoonmaken, ik liet een groot +venster in den muur aanbrengen en een kachel zetten, omdat ik niet, +op de manier der Sarthen, mij met een bekken vol gloeiende kolen wilde +behelpen. Door mijne binnenplaats liep eene tamelijk heldere beek, +door een paar boomen overschaduwd; ik hield er een haan en een paar +kippen op na; in mijn stal stond een klein kirghisisch paard, sterk +en goed in 't vleesch, met dikken staart en zware manen. Ik was dus +nu volkomen geïnstalleerd: het werd tijd, mijne studiën te beginnen. + +Evenals in alle steden van Centraal-Azië, zijn ook te Tasjkend de +huizen van leem gebouwd, die zich echter tot eene zoo vaste massa +samenvoegt, dat de woningen eene groote mate van stevigheid bezitten, +en in dit droge klimaat het zeerlang kunnen uithouden. Bij sterken en +aanhoudenden regen krijgen zij het evenwel te kwaad: hier verliest er +een het dak; ginds bezwijkt een der hoeken; bijna overal dringt het +water in de benedenvertrekken door;--maar houdt de regen op, dan is +de aangerichte schade ook in weinige uren hersteld. De aardbevingen, +die hier vrij dikwijls voorkomen, richten erger verwoestingen aan: +somwijlen worden dan gansche straten en wijken vernield. + +Het hout is in dit land zoo duur, dat de inboorlingen, zelfs +de rijksten onder hen, zich te gronde zouden richten, indien zij +voor den bouw hunner huizen zich van steenen, in den oven gebakken, +zouden willen bedienen. Wel heeft men steenkolenmijnen ontdekt, maar +die steenkool is ook verre van goedkoop; en het is der moeite niet +waard, de steenen in de zon te laten drogen, want de gekneede leem +doet voor zulke steenen niet veel in stevigheid onder. Daarom is het +niet waarschijnlijk dat de inboorlingen zeer spoedig het voorbeeld der +Russen zullen volgen, die bij voorkeur gedroogde steenen gebruiken. De +openbare gebouwen, zooals de moskeeën, de bazars, de karavanserais, +worden doorgaans met in het vuur gebakken steenen gebouwd. + +Het bouwen van huizen gaat hier nog gauwer in zijn werk dan bij +ons. Men maakt eene soort van pap van aarde en _samane_ of fijngehakt +stroo, en laat de daarvan gekneedde kluiten in de zon drogen. Inmiddels +wordt het houten geraamte der woning in elkaar getimmerd en opgezet; +dan wordt de ruimte tusschen de latten met droge kluiten gevuld, +die door middel van slijk, met stroo vermengd, tot een geheel worden +verbonden. Het dak bestaat uit een houten zoldering, met een laag +aarde bedekt. De woningen der aanzienlijken hebben doorgaans twee +verdiepingen, en onderscheiden zich daardoor van de huisjes der armen: +nare krotten, zonder licht of lucht, walgelijk onrein, met nissen in +den muur, vilten lappen en matten op den grond, een haard van klei in +een hoek of in het midden der kamer. Van tafel of bed geen spoor. In +den zomer kan men, desgevorderd, nog in deze spelonken leven; maar +des winters is het er bijna niet uit te houden: de regen dringt door +het dak, de wind fluit door de vermolmde balken en wanden, de koude +dringt van alle zijden naar binnen, en de brandstof is zeer duur +in Centraal-Azië. + +De huizen der meer vermogenden zijn vrij wat beter ingericht. Langs +de binnenplaats loopt eene breede, overdekte galerij, door fraaie +houten zuilen gedragen. Gedurende drievierden van het jaar is deze +galerij de verblijfplaats der familie, waar gegeten en gearbeid, +gepraat en gerookt wordt. Onder de galerij komen de deuren uit van de +verschillende kamers, die meestal zeer netjes zijn, en dikwijls met +smaakvolle teekeningen langs de wanden en aan de zoldering versierd, +waarvan het alleen jammer is dat de kleuren zoo schel zijn. In den muur +zijn nissen aangebracht, die dikwerf in kleine kompartimenten zijn +verdeeld. De houten vloer is met stukken vilt en tapijten bekleed; +op sommige plaatsen bevinden zich diepe openingen, bestemd voor de +dagelijksche reinigingen. Een groote vierkante opening dient om +in het koude jaargetijde het kolenbekken daarin te plaatsen. Des +winters plaatst men boven dien bak eene soort van tafel, die met +kleeden wordt overdekt, welke tot op den grond afhangen, de kolen, +dus eenigermate van de lucht afgesloten, verteeren langzamer, +waardoor brandstof bespaard wordt. Is het koud, dan schaart zich de +familie rondom deze tafel; ieder wikkelt zich zoo dicht mogelijk in +de dikke gewatteerde kamerjapon, en steekt zijne handen onder het +kleed, boven het kolenvuur.--In den laatsten tijd hebben eenige +aanzienlijke inwoners van Tasjkend, in navolging der Russen, het +traliewerk met geolied papier, dat bij wijze van venster diende, +vervangen door wezenlijke vensters met glasruiten. Deze vensters zien +echter allen op de binnenplaats uit; waarschijnlijk zullen er nog vele +jaren moeten verloopen, eer de inboorlingen zich zoover emancipeeren, +dat zij ook aan de straatzijde hunner woningen vensters maken. + +Ik zal in geene uitvoerige beschrijving treden der moskeeën van +Tasjkend, die allen van baksteen zijn gebouwd, enkelen uitgezonderd, +die van leem zijn. Geen enkele is van gehouwen steen of uitsluitend van +hout. In het algemeen bestaan zij uit eene groote zaal, aan drie zijden +door eene breede, open galerij omgeven, die op houten zuilen rust, +deels gebeeldhouwd, deels met marmeren ornamenten belegd. De muur en +de zoldering der galerij zijn in den regel versierd met schilderwerk in +sterk sprekende kleuren, somwijlen ook met beeldhouwwerk. Ik heb reeds +gezegd, dat de geloovigen hun schoeisel in deze galerij laten staan, +alvorens zij het bedehuis binnentreden.--Terwijl zij bidden, houden +de ware geloovigen het gelaat gewend naar eene spits toeloopende nis, +in den naar de zijde van Mekka gekeerden muur aangebracht. Alleen in +de aanzienlijke moskeeën vindt men een predikstoel, die eenige treden +boven den grond is verheven. Hoewel de muren zorgvuldig gewit zijn, +is het in deze moskeeën, met hare weinige en zeer kleine vensters, +toch tamelijk duister. De grond is bedekt met matten, vilten kleeden +en witte katoenen lakens. + +Dicht bij den bazar staat eene groote moskee met twee minarets, +door een der laatste gouverneurs van Tasjkend gebouwd; een man, die +zich aan schandelijke knevelarijen en afpersingen schuldig maakte, +maar wiens naam toch in gezegend aandenken bij het volk is gebleven, +dank zij de door hem gestichte scholen en moskeeën. + +Ik sprak daar van scholen. Te Tasjkend, evenals in de andere steden van +Centraal-Azië, vindt men de lagere scholen bij de kleine moskeeën; de +scholen van hoogeren rang zijn of aan de groote moskeeën verbonden, of +somwijlen in afzonderlijke gebouwen gevestigd. Als ik mij wel herinner, +bezit Tasjkend zeven zulke hoogere scholen of _médressehs_, die door +een zeker aantal _mollahs_, meesters, gehouden worden. Waaraan het +deze inrichtingen het meest ontbreekt, dat zijn de leerlingen; zelden +zag ik in eene médresseh meer dan tien knapen te gelijk bijeen; de +meeste cellen van het ruime gebouw waren doorgaans ledig en gegrendeld. + +De mollahs, ook de knapsten onder hen, weten bitter weinig, en dat +weinige heeft nog niets te beduiden: het is louter conventioneele +kennis, geheugenwerk. Als een mollah den Koran kan lezen en verklaren, +en bekend is met de commentariën door eene menigte muzelmansche +theologen over dit heilige boek geschreven, dan is hij voor zijn vak +bekwaam. Hoe meer hij van den Koran van buiten kent, hoe beter hij de +verschillende verklaringen onthouden heeft, des te grooter geleerde +is hij. Het komt daarbij louter op geduld en geheugen aan; heeft +men den eenen commentaar uitgelezen, dan begint men aan een ander, +en zoo gaat het voort, tot in het oneindige, altijd in hetzelfde +kringetje rond. Wetenschap, in den waren zin des woords, zelfs van +de meest gewone soort, moet ge bij de onderwijzers evenmin zoeken +als bij de leerlingen: hetgeen evenwel niet belet dat de mollahs een +zeer hoogen dunk van zichzelven hebben, en ook door het publiek met +eerbied worden aangestaard. + +Ik herinner mij nog zeer goed het kleine manneke, dat ik in de +voornaamste moskee ontmoette. Hij was een mollah en reeds tamelijk +bejaard. + +"Dat is," zoo werd mij verzekerd, de geleerdste man van de geheele +stad; hij heeft al de mollahs van Tasjkend onderwezen. + +"Dat is heel knap; maar wie heeft hemzelf onderwezen?" + +"Zijn vader, en zijn vader heeft te Bokhara gestudeerd." + +Mijn geleider sprak die laatste woorden op een plechtigen toon uit, +tevens eene beweging met de hand naar het zuidwesten makende, alsof +hij zeggen wilde: "Daar ginds, daar ligt het groote brandpunt van +beschaving en wetenschap."--In Bokhara gestudeerd te hebben, geldt nog, +door geheel Centraal-Azië, voor de hoogste aanbeveling: daar vloeit de +onvervalschte bron der wetenschap, daar worden alle geheimenissen der +tegenwoordige en toekomende wereld ontsluierd. Treurig overblijfsel +van een sinds lang verbeurden roem! + +Ik vroeg eens aan een geleerde van Tasjkend, wat hij alzoo +onderwees.--"Alles", kreeg ik ten antwoord.--"Dat is veel. Maar zeker +zijn er toch wel enkele vakken, waarin ge meer bepaald onderricht +geeft?"--Zoodra ik mijn vraag gedaan had, berouwde het mij. De mollah +begon nu op zijne vingers op te tellen, wat hij alzoo onderwees. Er +kwam geen einde aan. Inderdaad, hij wist alles en kon alles leeren! + +De lagere scholen zijn niets anders dan groote vertrekken, vol kleine +kinderen. Reeds van verre herkent gij ze aan het gejoel en gegons. Op +den grond geknield of neergehurkt, schommelen de kleine bengels +rusteloos heen en weder, en herhalen achter elkander, op luiden, +half zingenden toon, eene of andere vanbuiten geleerde zinsnede uit +den Koran. Dat woelt en kruipt door elkaar, en schreeuwt en zingt en +snatert, dat hooren en zien vergaat. De meester zit mede op den grond, +gewapend met een lang dun riet, waarmede hij de ondeugendsten tot +de orde roept, en de luiaards tot ijver aanspoort. Telkens daalt die +rietstok op de handen of den rug van een of anderen kleinen deugniet +neder; dan is het huilen en schreeuwen, tot de meester, met forsche +stem, het zwijgen oplegt. + + + + +V. + + +Zelden zag ik eene zoo gemengde bevolking als te Tasjkend en in de +andere steden der russische bezittingen in Centraal-Azië. Men vindt +in Turkestan, Sarthen, Tadsjiken, Oesbeken, Kirghisen, Koeramas, +Turkomannen, Nogaïs, Kasjgaren, Afghanen, Perzen, Arabieren, Joden, +Hindoes, Tsiganen of Heidens, en eindelijk Russen. Over al deze +volksstammen een enkel woord. + +De Sarthen, die de groote meerderheid der gezeten bevolking van +Tasjkend uitmaken, zijn, naar het mij voorkomt, geen afzonderlijk ras: +ik houd ze voor eene vermenging van de Tadsjiken en de Oesbeken; +in hun voorkomen en gelaatstrekken hebben zij iets van beide deze +stammen. Steeds trof mij de sterke overeenkomst tusschen de Sarthen +en de Joden. Dezelfde gelaatstype, dezelfde neigingen, hetzelfde +karakter. Evenals de Jood, is de Sarthe schraapzuchtig en tuk op winst; +als de Jood, houdt hij van schacheren en kleinhandel; als de Jood, kent +hij, waar het zijn belang geldt, geen gemoeds- of gewetensbezwaren; +als de Jood eindelijk, is hij kruipend en lafhartig.--Het woord Sarthe +beteekent _kramer_, _schacheraar_; en getrouw aan hun naam, hebben +de Sarthen zich meester gemaakt van den geheelen handel des lands, +zoowel in de steden als bij de nomaden. Zij zijn het, die overal het +hoogste woord voeren; onder voorwendsel van de wet des Profeten te +verbreiden, laten zij de onwetende zonen der woestijn vier malen den +prijs betalen der eerste levensbehoeften, die hij hun slijt. De eenige +lichtzijde van het door en door vulgaire hebzuchtige karakter van den +Sarthe, is zijne begeerte naar onderwijs, en een zekere geschiktheid om +verbeteringen in te voeren. Maar wachten wij ons voor overdrijving: die +meerdere leerzaamheid en vatbaarheid kan den Sarthe alleen toegekend +worden in vergelijking met de andere muzelmannen van Centraal-Azië. + +De Tadsjiken zijn zeer schoon van gelaat en voorkomen; zij danken +dit aan hunne afkomst, daar hunne voorouders uit Perzië zijn +gekomen. Zij spreken nog een perzisch dialect. Zij vormen als het +ware de verstandelijke aristokratie van Turkestan, en ieder, die in +Centraal-Azië aanspraak wil maken op beschaving en goede manieren, +tracht zooveel mogelijk, in spraak, gewoonten en toon, de Tadsjiken +na te bootsen. + +De Oesbeken, in vroegere tijden waarschijnlijk door eene vermenging +van verschillende rassen ontstaan, vormen thans eene eigene, +gesloten nationaliteit. Zij hebben uitstekende wangbeenderen en +eene groote physieke kracht, maar hun verstand gaat niet boven het +middelmatige. Toch zijn zij de meesters en beheerschers van het +land: zij zijn als het ware de krijgshaftige adel, en al de emirs en +khans van Centraal-Azië zijn Oesbeken. Zij hebben het nomadenleven +nog niet geheel vaarwel gezegd; velen hunner hebben zich nimmer in +eene stad gevestigd, en zelfs onder de stadbewoners zijn er, die +bijna het gansche jaar doorbrengen in tenten, rondom hunne woning +opgeslagen. Geheel ongelijk hebben zij niet: ook zonder een Oesbeke te +zijn, kan men, gedurende de ondragelijke hitte van den turkestanschen +zomer, aan het verblijf in eene frissche tent de voorkeur geven boven +dat in eene bedompte woning. + +De Kirghisen zijn in een aantal stammen gesplitst. Ge herkent ze op het +eerste gezicht aan hun karakteristiek voorkomen: kort ineengedrongen +lichaam, breeden platten schedel, uitstekende wangbeenderen, smalle +oogen, vooruitstekenden mond, korten platten neus, kleinen dunnen +baard, donkerkleurige huid van alle schakeeringen tusschen de bruine +tint van een Zuid-Europeër tot bijna koolzwart. Met hunne _iourten_ +(tenten) zwerven zij over eene onmetelijke uitgestrektheid, in +de Siberische steppen, in russisch Turkestan, in de khanaten van +Khiwa en Bokhara. Hun gezamenlijk aantal bedraagt wellicht drie +millioen zielen. Hun ware naam is niet Kirghisen, en wanneer men +hen daarmede aanspreekt, antwoorden zij: "Wij zijn geen Kirghisen, +wij zijn Kazaks." Zoo heeten zij dan ook inderdaad; doch daar de +Russen hen steeds Kirghisen noemen, beginnen zij zich aan dien naam +te gewennen, die misschien ontleend is aan een hunner stammen, de +Kyrgz. Waarom juist deze kleine stam, verscholen in de reusachtige +gebergte van Thian-Sjan, zijn naam heeft gegeven aan de volkerengroep, +over het onafzienbare gebied van Siberië tot de Amoe-Darja, en van +het Oeralgebergte tot de bergen van Thian-Sjan verspreid:--ziedaar +eene vraag, waarop ik niet kan antwoorden.--Zooals men weet, +splitsen de Kirghisen zich in drie hoofdgroepen of afdeelingen: de +Groote-Horde, ten oosten, nabij de grenzen van Siberië en China; +de Kleine-Horde (inderdaad de talrijkste) van het Oeralgebergte +tot het meer Aral; en de Middelste Horde, tusschen de beide vorigen +gevestigd. Eigenlijk behoort men hier nog eene vierde groep bij te +voegen: de Binnen-Horde, die zich in 1812, in de destijds onbewoonde +steppen van het gouvernement Astrakhan vestigde.--Alle Kirghisen zijn +muzelmannen; maar zij nemen de wet van den Profeet alleen in zoover +in acht, als deze strookt met hun ingewortelde vrijheidszucht en hun +hartstocht voor roof en plundering, die hun eigenlijk levenselement +is. Zij zijn immer op de loer, altijd speurende naar buit, voortdurend +van de eene plaats naar de andere trekkende: alle soort van weelde of +overdaad is hun dan ook vreemd. De tent van den Kirghise is eenvoudig +in den hoogst mogelijken graad; hetzelfde geldt van zijne kleeding, +en zijn voedsel is ellendig. + +De Koeramas, die men in de stad Tasjkend en in de omstreken +aantreft, zijn gesproten uit eene vermenging van arme Kirghisen, +tot verschillende stammen behoorende, met de onvermogende inwoners +der stad. Zij gaan door voor zeer bekrompen van verstand, indien +al niet voor idioot. Het woord Koerama, dat letterlijk _vermengd_ +beduidt, wordt te Tasjkend doorgaans in ongunstigen zin gebruikt: +het is wel niet rechtstreeks een scheldwoord, maar geldt toch als +een spotnaam. Eens liet ik mijn album aan een aanzienlijk ingezetene +zien. Het portret van een Koerama, die trouwens een zeer kenbaar +gelaat had, trof hem bovenmate: hij lachte overluid en riep, in de +handen klappende: "Uitstekend! Dat is een echte Koerama!"--"Maar +wat vindt gij dan toch zoo bijzonders aan de Koeramas?" vroeg ik +hem.--"Eschaki:"--het zijn ezels--antwoordde hij droogweg. + +De Turkomannen zijn zeer zeldzaam te Tasjkend, waar men hen bijna niet +dan van hooren zeggen kent. De zeer weinigen, die ik hier ontmoette, +hadden zoozeer de eigenaardige type van hun stam verloren, dat ik +hen gerust met stilzwijgen kan voorbijgaan. + +Veel talrijker zijn de Nogaïs, die tot het tartaarsche ras +behooren. Zij zijn bijna allen uit het zuidoosten van Rusland +of uit Siberië afkomstig: de een verliet het land om aan den +kerker te ontkomen; een ander om zich aan de militaire dienst, +zoo gehaat bij de muzelmannen, te onttrekken; een derde weer om +een andere reden. Van nature met veel gezond verstand begaafd, en +bovendien eenigszins ontwikkeld door de onvermijdelijke aanraking +met de Europeanen in Rusland, weten de Nogaïs zich in Centraal-Azië +uitnemend te vinden: vooral wanneer zij slim genoeg zijn om zich +voor martelaars te doen doorgaan, ter wille van hun geloof uit +hun vaderland verdreven. Diegenen onder hen, die de muzelmansche +scholen van Kazan of eenige andere russisch-tartaarsche stad hebben +bezocht, waar het onderwijs buiten kijf op hooger trap staat dan +in Turkestan, brengen het gemakkelijk tot _moudariss_ (professor), +en worden algemeen als geleerden geëerd. Daar de Nogaïs meestal in +Rusland gewoond hebben, zijn zij zeer geschikt om als bemiddelaars +en tusschenpersonen te dienen tusschen de veroveraars, wier taal zij +spreken, en de inboorlingen, wier godsdienst zij belijden. Men moet hen +echter niet te veel vertrouwen, want zij zijn niet bijzonder nauwgezet. + +De Kashgaren te Tasjkend zijn, zooals hun naam aanduidt, afkomstig +uit Klein-Bokharije of Opper-Turkestan, en vooral uit Kasjgar, de +voornaamste stad dezer uitgestrekte landstreek. Meest allen zijn +afstammelingen van uitgewekenen, die, hetzij in den loop der vorige +eeuw, hetzij in de laatste jaren, Klein-Bokharije verlieten, vandaar +verdreven door de gedurige oorlogen, die dat land teisterden. Vroeger +waren zij echter hier veel talrijker dan tegenwoordig. Velen hunner +hebben een echt chineesche type. + +De Afghanen, gering in aantal, wonen bijna allen in een karavanserai, +waar geen vreemden worden toegelaten. Zij zijn of kooplieden of +smokkelaars, zeer dikwijls het een zoowel als het ander. Zij laten de +in Centraal-Azië zoo geliefkoosde groene thee, over Hindostan uit China +komen; en ondanks dien kolossalen omweg; leveren zij die gesmokkelde +thee voor minder prijs dan de russische thee, die rechtstreeks over +Kiachta wordt ingevoerd. + +De Perzen munten in verstandelijke ontwikkeling boven alle tot dusver +genoemde stammen uit. In de onafhankelijke khanaten bekleeden zij +de hoogste en moeilijkste ambten, worden de gewichtigste zendingen +aan hen vertrouwd. Vroeger slaven, zijn zij sedert de russische +overheersching vrije mannen geworden. Te Tasjkend maken zij een zeer +belangrijk bestanddeel der bevolking uit; hun aantal is vrij groot, en +blijkbaar gevoelen zij zich in hun nieuw vaderland geheel te huis. Dit +is te opmerkelijker, daar zij allen Sjîiten zijn, en dus, in den +grond, de natuurlijke vijanden der muzelmannen van Centraal-Azië, +die voor verreweg het grootste gedeelte tot de secte der Sonniten +behooren. Dit verschil in belijdenis belet de Perzen evenwel niet, +trouw de moskeeën te bezoeken. Wie zal zeggen, in hoeverre zij hierin +oprecht zijn? Zeker is het, dat de Sarthen hen niet veel vertrouwen, +en nog altijd de gezworen vijanden der Sonniten in hen zien. "Die +honden van Sjîiten, zeide mij eens een inwoner van Tasjkend, komen in +onze moskeeën, maar dat is om ons zand in de oogen te strooien. Tehuis +gekomen, doen zij hun gebed nog eens over." + +Arabieren vindt men zeer weinig te Tasjkend; in de andere steden +van Centraal-Azië zijn er enkelen gevestigd, en in de omstreken van +Samarkand vormen zij kleine koloniën. Voor zoover ik er over kan +oordeelen, onderscheiden zij zich hier als elders door een sprekend +gelaat, levendige en doordringende oogen, zware wenkbrauwen, en een +fraaien baard. + +Veel talrijker zijn de joden, die in een afzonderlijke wijk wonen. Hun +getal groeit voortdurend aan: want de Joden, die te Bokhara en in +de onafhankelijke khanaten worden onderdrukt, komen in russisch +Turkestan een veiliger verblijfplaafs zoeken, op het gevaar af van +hun hoofd te verliezen, indien zij op hunne vlucht betrapt worden. De +joden van Tasjkend en in russisch Turkestan mogen zich dan ook wel +gelukkig roemen, als zij hun toestand vergelijken met dien hunner +geloofsgenooten in de andere landen van Centraal-Azië. Daar zijn +zij, in hunne kleeding en hun openbaar leven, aan allerlei strenge +bepalingen onderworpen. In sommige steden mogen zij niet dan op een +ezel binnenkomen; in andere mogen zij slechts te voet gaan. Het is hun +verboden, zijden of andere kostbare kleederen te dragen: hun gewaad +moet van eenvoudig laken en steeds donkerkleurig zijn. Zij mogen geen +anderen gordel hebben dan een koord, en geen ander hoofddeksel dan +de _toppeh_, een kleine ronde muts of kapje, waarover zij des noods +eene soort van bonten muts mogen dragen. Maar geen jood zou het zonder +levensgevaar kunnen wagen, zich te versieren met een tulband, of zelfs +zich het hoofd met een doek te omwikkelen. In russisch Turkestan zijn +zij natuurlijk van al deze bepalingen ontslagen: daarom zijn zij te +Tasjkend zoo trotsch; zij berijden fraai opgetuigde paarden, tooien +zich met veelkleurige kleederen, en als zij een _tur_ (russisch heer) +ontmoeten, beproeven zij het, hem op militaire wijs te groeten. + +Voor de komst der Russen verkeerden de Hindoes te Tasjkend bijna in +denzelfden toestand van vernedering als de kinderen Israëls. Zij zijn +niet talrijk; maar wat zij in aantal missen, vergoeden zij door ijver +en werkzaamheid. Deze Hindoes zijn de gruwelijkste woekeraars der +wereld: een rente van twee- en driehonderd percent is voor hen eene +kleinigheid. Zij zijn bijna allen zeer rijk, maar leven op een hoogst +eenvoudigen voet, zonder vrouwen, in afzonderlijke karavanserais, waar +zij ieder hunne eigene kamer, eene kleine donkere, maar zindelijke cel, +hebben. Zij zijn uiterst matig, eten geen vleesch, drinken niets dan +water, en bereiden zelven hunne spijzen, ook om verontreiniging door +anderen dan geloofs- en standgenooten te voorkomen. Het zijn in den +regel schoone, welgebouwde mannen, met een zielvol gelaat en eene edele +gestalte. Wat hun karakter aangaat, zou ik hen liefst met de joden +vergelijken. Echter met dit karakteristieke onderscheid. Zoodra er +eenig gevaar dreigt, begraaft de Jood zijn geld en zijne kostbaarheden +in den grond, en loopt weg, zonder zelfs een oogenblik om te zien. De +Hindoe daarentegen gaat rustig op zijn koffer zitten, en blijft zijn +narghileh rooken, al weet hij ook dat de dood hem wacht. + +De Tsiganen of Heidens, die echte wereldburgers, zwerven ook, maar in +kleinen getale, door russisch Turkestan. Die de Gitanos in Spanje of +de Zigeuners in Hongarije en Polen gezien heeft, kent ook de Tsiganen +van Centraal-Azië: ook hier leven zij van bedelarij en diefstal; en +houden zich tevens met waarzeggerij bezig. Tegen de algemeene gewoonte +in muzelmansche landen, gaan hunne vrouwen met onbedekt gelaat. + +Ik mag dit overzicht der veelsoortige bevolkingen van Centraal-Azië +niet eindigen, zonder met een enkel woord te spreken van de +laatstaangekomenen, maar tevens de machtigsten: de Russen. Tot +dusver is hun aantal gering; zij ontleenen hun overwicht aan den +schrik hunner wapenen en aan de onbetwistbare meerderheid hunner +europeesche beschaving boven de halve barbaarschheid der volksstammen +van Centraal-Azië. Bijna alle hier gevestigde Russen zijn militairen, +ambtenaren of kooplieden: de eigenlijke kolonisten zijn tot dusver +in dit land niet verschenen. Toch naderen zij langzaam maar zeker, +in de richting van de Sir-Darja, en het oogenblik is waarschijnlijk +niet meer verre, waarop de landbouwers van zuidwestelijk Siberië ook +de grenzen dezer nieuwe russische provincie zullen overschrijden. + +Ongetwijfeld heeft de russische kolonisatie van Centraal-Azië +met gewichtige bezwaren te kampen: het komt er vóór alles op aan, +grondeigendom te verwerven, en de landen, die thans aan de inboorlingen +behooren, in het bezit der Russen te doen overgaan: en dit is niet +gemakkelijk. Toch, het koste wat het wil, moet deze kwestie worden +opgelost, en wel zoo spoedig mogelijk. Dit is noodig: niet alleen in +het belang van Rusland, maar vooral ook in het belang der inboorlingen +zelven, die er niet dan bij zouden verliezen, indien zij weder onder +het juk hunner vorige tirannen werden teruggebracht, en wanneer +op nieuw die oneindige reeks van burgeroorlogen, geweldenarijen +en gruweldaden begon, waaruit tot dusver de geschiedenis van +Centraal-Azië was saamgeweven. Zonder eene ernstige en op breede +schaal aangelegde kolonisatie, zal russisch Turkestan alleen in +naam russisch zijn. Indien de regeering zich de zaak niet aantrekt, +en niet zorgt de noodige gronden in hare macht te krijgen, waarop +zich eene talrijke christelijke en beschaafde bevolking, nevens de +barbaarsche muzelmansche stammen, vestigen kan, zullen wij langs de +boorden van de Sir-Darja in dezelfde positie blijven verkeeren als de +Engelschen in Hindostan: dat wil zeggen, dat wij ieder oogenblik aan +het gevaar blootstaan, door een algemeenen opstand der inboorlingen +verdreven te worden. + + + + +VI. + + +De bedelende derwisjen wonen meest bij elkander in zoogenaamde +_kalenterkhanen_, bestaande uit een ruimen binnenhof met boomen +beplant en door een beek besproeid; voorts uit een kleinen terp, die +als bidplaats wordt gebruikt, en uit een armzalig, morsig gebouw. De +bedelaars zitten of liggen doorgaans langs de muren of op het platte +dak van dat gebouw: zij praten, rooken, drinken thee, of dommelen +onder den invloed van den bedwelmenden _kouknar_. De bedelarij wordt +in Centraal-Azië op uitgebreide schaal gedreven en is er zeer goed +georganiseerd. De zeer talrijke gemeente der bedelaars vormt eene +broederschap, aan welker hoofd een chef staat, die, naar men zegt, +afstamt van den heilige, door wien de orde der _douvanis_ of _divanis_ +(bedelaars) is ingesteld. + +Herhaaldelijk heb ik gepoogd een bezoek af te leggen bij dien _tura_ +(meester, heer) der bedelaars, die vrij wat beter is gelogeerd dan +zijne onderdanen: maar nooit heb ik het geluk gehad hem tehuis te +vinden: nu eens was hij te Tsjemkend, dan te Khodsjend, dan ergens +anders. Als opperhoofd van alle douvanas van Turkestan, heeft +de tura van Tasjkend weinig vrijen tijd: hij moet telkens zijn +wijd uitgestrekt gebied doorreizen, om geschillen tusschen zijne +onderhoorigen te beslechten en rekening en verantwoording te vorderen +van hunne inkomsten en uitgaven: want iedere douvana is verplicht, +hetgeen bij elken dag ontvangt, na aftrek van het volstrekt noodige, +aan de kas der broederschap af te staan. + +Ieder die wil kan douvana worden: hij heeft daartoe slechts een +verzoek in te dienen bij den tura, en zich aan eenige formaliteiten +te onderwerpen; hij zet een roode muts op van bijzonder fatsoen, +aan den rand met schapenvacht omzoomd; slaat zich een gordel met +een zekeren symbolischen steen versierd, om de lendenen, en voorziet +zich van een nap, uit een halve kokosnoot vervaardigd, en waarin de +douvana alles verzamelt, wat men goedvindt hem te geven. Het hoofdstuk +zijner kleeding is de _halate_ of pij, die, volgens het voorschrift, +uit lappen en snippers moet bestaan, en die er dikwijls, door de +bonte mengeling van kleuren en stoffen, allerschilderachtigst uit kan +zien. De douvana heeft twee halaten: een voor dagelijksch gebruik, die +niet anders dan eene smerige lappendeken is; en de staatsie-halate, +ook wel uit vodden en lappen vervaardigd, maar uit zindelijke, +onverkleurde lappen, die hij in de bazars bijeen zoekt. + +Reeds vroeg in den morgen verlaten de douvanas hunne kalenterkhane, +verspreiden zich door de hun aangewezen wijken, en keeren eerst des +avonds terug. Dan wordt de rekening van de ontvangst opgemaakt; men +praat, rookt zeer sterke _nacha_, en drinkt thee of kouknar. Van dien +laatsten drank behoeft men niet veel te gebruiken om het verstand te +verliezen: men bedrinkt zich dus, en slaapt dan zijn roes uit, om den +volgenden morgen weder van nieuws te beginnen. De douvanas kunnen zich +soms bespottelijk aanstellen. Ge kunt u niet van lachen onthouden, +wanneer ge tien of twintig groote kerels ziet, allen wonderlijk +uitgedost, en op een eigenaardig zingenden toon, in koor, eene bede +om een aalmoes uitgalmende. Daarbij steken zij hunne vingers in de +ooren, buigen zich voorover en blazen zich--ik weet niet hoe--zoo op, +dat het schijnt of zij barsten zullen. + +Bijna alle douvanas zijn overgegeven dronkaards en opiumeters: drie +of viermaal per dag, en dikwijls nog meer, gebruiken zij eenige koppen +kouknar of doses opium. Ik ontmoette eens zulk een douvana opiumeter, +meer een geraamte dan een levend wezen. Lang en uitgeteerd, met een +vaalbleek geel gelaat, zag en hoorde hij ternauwernood wat om hem heen +gebeurde. Mijne woorden klonken als een onbestemd geruisch in zijne +ooren; zijne lippen bleven stijf op elkander gesloten. Eensklaps zag +hij een balletje opium in mijne hand; zijn strak gelaat nam dadelijk +eene vreemde uitdrukking aan; hij sperde zijne oogen wijd open, en +sprong als een wild dier naar mij toe. "Geef hier, geef hier!" riep +hij. Maar ik deed een paar stappen achteruit, en borg mijn opium +weg; toen wrong de ongelukkige zich in allerlei bochten en vertrok +zijn gelaat op afschuwelijke wijze. "Geef mij den _beng_ (opium), +och! geef het mij", kermde hij op half gesmoorden toon. Eindelijk +gaf ik hem een stukje: hij greep het met beide handen, ging tegen den +muur zitten, en verslond in stilte en met blijkbaar welgevallen het +noodlottige balletje. Het duurde niet lang of een vreemde, akelige +glimlach vertrok al de spieren van zijn gelaat; hij sprak binnensmonds +eenige onverstaanbare woorden zonder samenhang, en verviel weldra in +eene soort van verrukking, nu en dan door stuiptrekkingen afgewisseld. + +De kalenterkhanen zijn niet enkel bedelaarsdoelens, maar tevens eene +soort van koffiehuizen en clubs. De opiumrooker, die tehuis aan zijn +hartstocht niet kan of durft botvieren, gaat naar de kalenterkhane; +de dronkaard komt er zijn kouknar drinken; anderen gaan er heen om +er met hunne kennissen te praten, of de nieuwtjes van den dag te +vernemen. Eens, op een vrij kouden dag, trad ik te Tasjkend zulk een +kalenterkhane binnen. Nooit zal ik het schouwspel vergeten, dat ik daar +zag. Al de douvanas opiumeters zaten, dicht tegen elkander gedrongen, +op den vloer neergehurkt, tegen den muur, om zooveel mogelijk tegen de +koude beschut te zijn. Velen hadden reeds hunne dosis vergif ingenomen: +hun gezicht had eene uitdrukking van bestiale stompzinnigheid, hun +mond was half geopend, en sommigen bewogen hunne lippen, alsof zij +iets zeggen wilden. Anderen zaten met het hoofd tusschen de knieën, +en snorkten luid, terwijl hunne spieren zich nu en dan samentrokken en +geheel hun lichaam zich krampachtig bewoog.--De opium-eter is dadelijk +kenbaar aan zijn slordig voorkomen, zijne onzekere, vreesachtige +bewegingen, zijn doffen, starenden blik, zijn vervallen geel gelaat, +zijne ziekelijke onaandoenlijkheid. De opium wordt niet alleen gegeten, +maar ook gerookt. De rooker ligt op den grond, en zuigt door een lange +pijp den damp in van een balletje opium, dat een ander met een tangetje +voor den kop der pijp houdt. Naar men zegt, vervalt de rooker nog +spoediger dan de opium-eter tot een soort van waanzinnige verdooving. + +Geene andere stad in den Levant, die ik gezien heb, bezit een bazar, +die in uitgestrektheid met den bazar van Tasjkend kan wedijveren. Wel +zijn de winkels klein, maar hun aantal is legio: het schijnt wel of +alle inwoners van Tasjkend winkeliers zijn. De bazar bestaat uit eene +menigte straten, ter wederzijde omzoomd door houten winkels, kramen +zoo ge wilt; die straten zijn nauw en bochtig, maar heerlijk koel, +dank zij de matten, die over de geheele lengte, van den eenen winkel +tot den anderen zijn uitgespannen en de zonnestralen keeren. Alle +winkels gelijken op elkander; zij bevatten over het algemeen zeer +weinig voorwerpen van waarde: den ganschen inboedel zou men al +heel gauw voor honderd gulden kunnen koopen. De koopman, doorgaans +tamelijk gezet van postuur, is voortdurend bezig, zichzelven of zijne +koopwaar met een waaier af te koelen; hij zit, met de beenen onder +het lijf, te babbelen, aardigheden te verkoopen, thee te drinken, +de vliegen te verjagen: in één woord, hij schijnt zich met alles +bezig te houden, uitgenomen met zijn handel. De klanten zijn dan ook +zeldzaam, uitgezonderd de drie dagen in de week, dat de bazar ook voor +de nomaden geopend is: des zondags, des woendags en des vrijdags. Aan +de nomaden alleen is het te danken dat de handel zich staande houdt, +en dat sommige voorwerpen, die de Europeanen nauwelijks de moeite waard +zouden achten om op het vuur te gooien, nog altijd koopers vinden. + +Op de koopdagen stroomen de landlieden uit den omtrek, de Kirghisen +van de naburige kampementen, reeds in den vroegen morgen, naar den +bazar. Ook de stedelingen begeven zich, bijna met het krieken van +den dageraad, daarheen: zij komen niet om te koopen of te verkoopen, +maar om te zien, om mede te wandelen met de menigte, om ook deel te +nemen aan de standjes, en de nieuwtjes op te vangen. Onderweg wipt +men even de moskee in om zijn morgengebed te doen; men blijft eenige +oogenblikken luisteren naar een mollah, die de gaanden en komenden +voor een poosje om zich verzamelt, hun iets uit de levens der heiligen +voorleest, of een preek houdt, die bijna altijd tegen de _honden van +kafirs_ (ongeloovigen), dat wil zeggen de christenen, gericht is. In +den namiddag wordt het gedrang en gewoel, het geschreeuw en geroep en +gejoel zoo sterk, dat in weinig europeesche steden iets dergelijks is +te zien. Elk oogenblik loopt men gevaar, door een ezel omvergeloopen +of door een kameel platgedrukt te worden. + +De meeste ruimte wordt ingenomen door handelaars in stoffen: zij +verkoopen voornamelijk russische mousselinen, en zijden en katoenen +stoffen, te Kokhand of Bokhara vervaardigd. Volgens oostersch gebruik, +zijn de kooplieden van hetzelfde gilde ook allen in dezelfde straat +gevestigd: hier ziet ge de schoen- en zadelmakers en anderen die in +leder en huiden handelen; ginds de tapijtverkoopers en de handelaars +in vilt, die hier in voortreffelijke hoedanigheid en bewerking gevonden +wordt. Eene andere straat wordt door de zijdeborduurders ingenomen. Het +borduren van zijde heeft in dit gedeelte van Centraal-Azië den +hoogsten trap van volmaaktheid bereikt, en dit kunstwerk is zeer +goedkoop omdat de grondstof weinig kost en het arbeidsloon zeer gering +is. De Europeaan, die voor de eerste maal zulk een zijdeborduurder ziet +werken, weet niet wat het meest te bewonderen: de fraaie kleuren en de +rijke prachtige patronen, of wel den fijnen smaak en de verwonderlijke +behendigheid der werklieden.--De handelaars in vaatwerk kondigen zich +reeds van verre aan door het voortdurend geklop en gehamer: want--dit +vergat ik te zeggen--de meesten dier winkels zijn tevens werkplaatsen, +waar de uitgestalde voorwerpen ook vervaardigd worden. Als handelstad +heeft Tasjkend in het gansche land geen mededingster. Zij vormt +het kruispunt van de voornaamste handelswegen van Centraal-Azië; +de karavanen, die van Bokhara en Kokhand naar Rusland trekken of +omgekeerd; nemen altijd haar weg over Tasjkend. Dit verkeer zal nog +toenemen zoodra er geregelde betrekkingen zullen zijn aangeknoopt +tusschen Rusland en Opper-Turkestan of Klein-Bokharije, dat zich +aan het gezag van China heeft onttrokken, en dus voortaan zijne +benoodigdheden van elders moet halen. + +Een vroeger ook te Tasjkend bloeiende tak van handel, de slavenhandel, +is sedert de vestiging der russische heerschappij vervallen. Die +handel wordt echter nog steeds gedreven in de onafhankelijke khanaten +van Turkestan, te Khiwa, te Bokhara, te Kokhand. Voor den noodigen +voorraad van slaven zorgen de Turkomannen, door hunne herhaalde +invallen in de perzische grensprovinciën: alle gevangenen, die tot +de secte der Sjîiten behooren, worden door de roovers verkocht; de +Sonniten daarentegen worden door de Turkomannen, hunne geloofsgenooten, +ongemoeid gelaten. Is de razzia goed geslaagd, dan zijn de prijzen +laag, en kan men een slaaf voor omstreeks vijftig gulden koopen. De +slavinnen zijn veel zeldzamer en dus ook veel duurder dan de slaven, +omdat de Turkomannen de eersten liefst voor zich zelf houden. Meermalen +vernam ik van oude slaven, uit Perzië afkomstig, hoe zij als jeugdige +knapen, door de Turkomannen werden geroofd, hetzij terwijl zij met +hunne ouders of verwanten aan den veldarbeid waren, hetzij in het +dorp zelf, ondanks de woede en smart der weerlooze bevolking. Dan +werden zij, dikwijls vele dagreizen ver, onder allerlei ontberingen, +naar de markt gevoerd, waar zij in handen vielen van een of anderen +meester. Gelukkig nadert het einde van dezen snooden handel; zelfs +in het nog niet aan Rusland onderworpen gedeelte van Turkestan wordt +men angstvallig slaven te koopen, omdat men weet dat zoodra de Russen +komen, alle slaven onmiddellijk in vrijheid worden gesteld. + +Ook voor de vrouwen van Turkestan, die nu metterdaad evenzeer slavinnen +zijn, al dragen zij niet dien naam, is, naar wij vertrouwen, een +betere toekomst aanstaande. Haar tegenwoordige toestand is ellendig, +nog beneden die harer zusters in Turkije en Perzië. Zij worden +nog strenger bewaakt, nog angstvalliger van aller verkeer met de +buitenwereld afgesloten, nog meer in haar werkkring beperkt. Reeds in +de wieg worden zij aan een man verkocht, die haar tot vrouw neemt, als +hare ontwikkeling, noch uit een moreel, noch uit een physiek oogpunt, +voltooid mag heeten. Zoo komen zij nooit tot een eigen zelfstandig +leven: want als zij den leeftijd hebben bereikt, waarop het verstand +tot rijpheid komt, zijn zij reeds verouderd door de moederzorgen, en +gebroken en verwelkt door harden arbeid. Is het wel te verwonderen, +dat zij zich met niets anders weten bezig te houden dan met praatjes +en intriges? Moge de russische invloed vooral hierin ten goede werken! + +Toen ik Tasjkend verliet, was het feest van den _beïram_ in vollen +gang. De straten wemelden van Sarthen, voor het meerendeel beschonken, +hetzij door het onmatig gebruik van kouknar, hetzij omdat zij zich te +buiten waren gegaan aan brandewijn, waarvan de ware geloovigen groote +liefhebbers zijn. De menigte richtte hare schreden naar een boschje, +op ongeveer een mijl afstands van de stad; de mannen hadden hunne +fraaiste veelkleurige tsjapans aangetogen, de vrouwen hare mooiste +mousselinen van russisch fabrikaat. Ons gezelschap bestond nu uit +vier personen: als tolk had ik een gerussificeerden Tartaar van +Kassimow, een edelman, misschien wel een prins: althans hij maakte +aanspraak op den titel. Een ander Tartaar vervulde de rol van bediende; +eindelijk had de gouverneur van Tasjkend mij nog een Kozak van Orenburg +toegevoegd, die mij gedurende de geheele reis moest vergezellen. Wij +waren behoorlijk van geweren en revolvers voorzien. + +Wij slaan den weg in naar Tsjinaze, ten einde den overtocht over +de rivier Tsjirdsjik te vermijden, die in dezen tijd des jaars, +vanwege den hoogen stand des waters, niet zonder gevaar is. Het is +heerlijk weder; een verrukkelijke lenteavond overstroomt het geheele +landschap met een onbeschrijfelijke bekoorlijkheid. Wij brengen den +nacht door in het dorp Nogaï-Kourgane, waar wij onze tent, onder +den blooten hemel, in de schaduw van prachtige boomen, opslaan. Den +volgenden morgen zetten wij onze reis voort. Ik zal mijne lezers niet +vermoeien met eene opsomming van alle bijzonderheden van dien tocht, +en eene beschrijving van al de plaatsen waar wij halt hielden. De +geheele landstreek vertoont overal hetzelfde karakter, en ook de +dorpen gelijken allen op elkander. Wij brachten een kort bezoek +aan de weinig beteekenende ruïnen van Iski-Tasjkend (Oud-Tasjkend) +de voormalige hoofdstad des lands, en bereikten eenige dagen na ons +vertrek van Tasjkend, de stad Tsjinaze, die eigenlijk niet veelmeer +dan een dorp is. + +Voor de komst der Russen was Tsjinaze eene plaats van zekere +beteekenis; maar sedert de verovering hebben een aantal inwoners, +met name kooplieden, de stad verlaten, om zich in het nieuwe +Tsjinaze te gaan vestigen, op eenigen afstand, nabij de plaats waar +de Tsjirdsjik in de Sir-Darja vloeit, gesticht. Oud-Tsjinaze heeft +weinig aanlokkelijks voor den vreemdeling; maar een hevige orkaan, +door geweldige stortregens gevolgd, dwong ons, er te blijven en +te overnachten. Den volgenden morgen geleek de weg een modderpoel, +waardoor met groote kracht sterke waterbeeken stroomden, die zich in +de Tsjirdsjik gingen storten. Gelukkig is de afstand tusschen Oud- en +Nieuw-Tsjinaze niet groot anders hadden wij waarschijnlijk onderweg +onze paarden verloren. Op onzen weg daarheen zagen wij Kirghisen, +met veldarbeid bezig, zich daarbij bedienende van werktuigen, die +door hunne eenvoudige samenstelling nog aan de aartsvaderlijke tijden +herinneren. + +Nieuw-Tsjinaze ziet er niet veel bekoorlijker uit dan het oude: de +citadel is klein, de huizen zijn laag, de boomen zeldzaam, hetgeen +vreemd schijnt in de nabijheid van twee rivieren. De stad ligt echter +te hoog, om het water, door middel van irrigatiekanalen, over het land +te kunnen verspreiden; maar indien daardoor het bezit van tuinen en +boomgaarden onmogelijk wordt, zoo tiert hier toch de wilg in grooten +overvloed: en in Turkestan is geen enkele boom te versmaden. + +Den volgenden morgen staken wij, in een ijzeren boot, de Tsjirdsjik +over. Langs de steile oevers dezer smalle rivier zag ik verscheidene +diepe gaten, die, zooals ik vernam, des winters den Kozakken tot +verblijf dienen. "Maar, zeide ik tot den armen Kozak, die mij dit +mededeelde, dat moet wel hard zijn, des winters in zulke holen +te wonen!" + +"Het is hard." + +"En waar woont gij des zomers? In tenten?" + +"Neen. In de open lucht." + +"In de open lucht! En hoe maakt ge het dan bij regen en wind?" + +"De regen maakt ons nat, maar de zon droogt ons weer." + +Ter wederzijde van de rivier ziet men moerassige velden, dicht met +riet bewassen, alsmede uitmuntende klaverweiden. Deze laatste plant +levert hier drie en meer oogsten per jaar op. Ook tarwe, gerst, rogge, +erwten en vlas groeien hier uitnemend. De rijst zou hier evenzoo +slagen: maar zij heeft overvloedige besproeiing noodig; daarom vindt +men alleen in de streken, waar veel water is, bij voorbeeld in het +dal van de Angrene, te Ilaou en te Khodsjend, belangrijke rijstvelden. + +Hodjaguend, waar wij halt houden, is een groot dorp, door Sarthen +bewoond. Toen wij onzen intocht hielden, waren de mannen bijna allen +in het veld; de vrouwen stonden in de deur harer woning, tegelijk +nieuwsgierig en schuw, want de verschijning van een _Ourousse_ +(Rus) is geene alledaagsche zaak. Terwijl naar eene woning voor ons +werd rondgezien, nam ik voorloopig mijn intrek in een tuin, waar het +dorpshoofd mij kwam bezoeken. Hij beschouwde mij blijkbaar met groot +wantrouwen, daar hij meende dat ik door de russische regeering gezonden +was, om rekenschap te vragen van zekere verkeerde handelingen. Toen hij +begreep dat dit niet het geval was, maakte zijn wantrouwen plaats voor +verbazing, met zekere minachting gemengd. De Oosterlingen kunnen zich +maar niet voorstellen, dat iemand louter voor zijn pleizier, om zich +te onderrichten, gaat reizen; is de reiziger geen officiëel persoon, +geen handelaar, kan hij geen bepaalde reden opgeven waarom hij reist, +dan kunnen zij den indruk niet van zich weren dat eene andere min +loffelijke oorzaak, die hij niet durft noemen, hem beweegt, zijn +vaderland en familie te verlaten. Ook ik kon mijn aksacale niet aan +het verstand brengen, dat ik geen ander doel had dan vreemde landen +te leeren kennen: ik ben er zeker van, dat hij mij als een halven +dwaas beschouwde. + +De broeder van den aksacale verschafte mij eene goede woning met +een stal, en eene ruime, met boomen beplantte binnenplaats. Deze +woning lag aan een breed, maar niet diep kanaal, dat voornamelijk +diende tot besproeiing der velden en om eenige molens in beweging +te brengen; ter wederzijde is een rij huizen gebouwd, die door +fraaie boomen worden overschaduwd. In deze straat bevindt zich de +voornaamste der twee winkels, die in het dorp te vinden zijn; voor +dien winkel verzamelen zich iederen avond de nieuwsgierigen van het +vlek, om te praten, de nieuwtjes te vernemen en te spelen. Vooral +op de dagen, als de bazar te Tsjinaze geopend is, heerscht hier +des avonds eene bijzondere drukte. Niet ver van mijne woning staat +een moskee, die niets bijzonder merkwaardigs heeft. Des morgens en +des avonds is zij meest met landlieden gevuld, die er hunne gebeden +komen opzeggen; de stedelingen zijn minder ijverig in het waarnemen +hunner godsdienstplichten; de meer bejaarden onder hen bezoeken nog +het trouwst het bedehuis. + + + + +VII. + + +Hodjaguend verlatende, volgden wij de oevers van de Sir, ter +wederzijde omzoomd door uitgestrekte rietbosschen, de geliefkoosde +verblijfplaatsen van fazanten en wilde ganzen. Het land is vrijgoed +bebouwd: fraaie graanvelden, weelderig groene weilanden, en akkers +met wilde slaapbollen beplant, trekken overal de blikken tot zich. + +Weldra ontdekken wij zeer duidelijk de hooge oevers van de Angrene, +eene kleine rivier, die zich hier in de Sir-Darja uitstort. Evenals +alle andere rivieren in dit gedeelte van Centraal-Azië, is ook de +Angrene, in den zomer en in het algemeen wanneer het niet of bijna +niet regent, verdwenen: in die mate zelfs, dat, zooals het spreekwoord +zegt, bij het begin van den herfst de kippen droogvoets door de rivier +kunnen gaan. Maar in het voorjaar, als het hevig en lang achtereen +regent, als de sneeuw op de bergen smelt, dan verandert het tooneel: +de rivieren zwellen dan zoo, dat het dikwijls onmogelijk en altijd +gevaarlijk is, ze over te steken. Nu moesten wij juist den volgenden +dag de hoog opgezette Angrene overvaren. + +Op de aanwijzing van onzen gids Bakisj verlieten wij den oever der +rivier, en sloegen links af, bijkans onbegaanbare en onkenbare paden +door het kreupelhout en de biezen volgende, en door onze verschijning +gansche zwermen van eenden opjagende. De biezen werden eindelijk zoo +hoog, dat zij tot boven den buik onzer paarden reikten; wij trokken +maar altijd door deze wildernis voort; het werd donker, en ik bemerkte +aan alles, dat onze gids zelf den weg niet meer wist. Bakisj begon +te zingen, hield weder op, en zag rondom zich, voor zoover dat in +de duisternis mogelijk was; hij moest nu eindelijk zelf erkennen dat +wij verdwaald waren. Eensklaps kwamen wij aan eene kleine rivier, die +echter niet de Angrene was. Ondanks de duisternis, stuurden wij onze +paarden in het water, om eene waadbare plek te vinden: maar zij werden +weldra door het water opgetild en moesten gaan zwemmen; wij vonden +geen voorde. Het was onmogelijk de rivier over te steken; wij besloten +dus den oever te volgen; maar eensklaps stuitten wij op een nieuwen +hinderpaal: een gracht, zoo diep, dat ik huiverde bij de gedachte, +in den donkeren nacht in dezen afgrond te moeten afdalen. Er schoot +echter niets anders over. Onze paarden waren bang; sommigen gleden +en struikelden; maar toch bereikten wij zonder ongeval de overzijde. + +Wij sukkelden nu nog een poosje in de duisternis voort, toen wij +gelukkig in de verte een licht zagen schemeren. Dit licht kwam +uit de eenzame tent van een Kirghise, die ons den weg wees, welken +wij te volgen hadden om een groot dorp aan den oever der Angrene +te bereiken. Daar aangekomen, vonden wij onze reisgenooten, die +van ons af waren geraakt, en nu reeds ons avondmaal hadden gereed +gemaakt. Dit dorp was eene kolonie van Tamintzis, een volksstam, +die zich voornamelijk in de omstreken van Tasjkend, Tsjinaze en +Khodsjend heeft nedergezet, en zich op den landbouw toelegt. Onze +komst bracht het gansche dorp in opschudding, en, evenals overal, +zagen wij ons ook hier door een drom van nieuwsgierigen omringd. De +verbazing kende geen grenzen toen mijne valiezen werden opengemaakt, +en daaruit allerlei voorwerpen van dagelijksch gebruik te voorschijn +kwamen, maar die deze eenvoudige lieden nimmer gezien hadden. Zij +vroegen naar alles; kreten, uitroepen van bewondering, wonderlijke +gebaren en sprongen--dit alles scheen nog maar half toereikende om +hunne innige verbazing uit te drukken. + +De zoolang gezochte Angrene vloeit vlak langs het dorp. Den volgenden +morgen zullen wij haar in eene _sala_ oversteken. Een sala is een klein +vlot van biezen vervaardigd.--"Wees niet bang," zeide men mij telkens; +"onze sala is in goeden staat, en wij zullen u levend aan den anderen +oever brengen." + +Toen ik, den anderen morgen, die zoo hoog geprezen sala zag, liep mij +eene rilling door de leden: het ding bestond uit eenige bossen riet, +zoo slecht mogelijk saamgebonden. Ik liet nog eenige stevige halmen +en rottingen aanbrengen; men bevestigde de sala met alle touwen, +die ik beschikbaar kon stellen; eindelijk werd het meer dan broze +vaartuig zooveel mogelijk vergroot, verzwaard en sterker gemaakt. De +stroom was zeer sterk, de overtocht bepaald gevaarlijk; het gansche +dorp was uitgeloopen, om te zien hoe het met den Ourousse en zijn +gevolg zou gaan. + +Eerst gingen twee Kirghisen, ieder met een paard, in den stroom; de +paarden konden zich niet staande houden en werden met duizelingwekkende +snelheid door den stroom medegevoerd; maar de Kirghisen, alleen +met een korten broek gekleed, konden goed zwemmen en behielden +hunne tegenwoordigheid van geest. Met de eene hand de manen, met +de andere den teugel vasthoudende, stuurden zij hunne verschrikte +rossen, met veel behendigheid, naar den linkeroever van de Angrene, +en bereikten den vasten wal op ongeveer zestig el beneden het punt +van uitgang. De proef was dus geleverd: de paarden konden de rivier +oversteken. Nauwelijks hadden zij den oever bereikt, of de paarden, +nog bevende van angst, moesten andermaal te water gaan; zij snoven, +hinnikten, sidderden over al hun leden, en wierpen angstige blikken +op de rivier; maar men liet hun geen tijd om tot zichzelven te komen; +zij werden met den staart aan het vlot vastgebonden, en nu ging het +voorwaarts! Twee mannen zwommen voor de paarden, vijf anderen rondom +het vlot; de beesten zwoegden en snoven te midden van den stroom; de +toeschouwers op den oever hielden den adem in. Ik volgde met angstige +blikken mijne bagage, aan het broze vaartuig toevertrouwd. De sala +vloog over het water, door den geweldigen stroom medegesleept; zij +naderde den anderen oever, en de personen, die er op waren, klampten +zich gelukkig aan dien oever vast, toen ik vreesde dat alles reddeloos +verloren was. Het vlot keerde ledig terug; en nu werd ik, met het +overige van mijn bagage, met behulp van minder vermoeide paarden, +naar den overkant gebracht. De arme Kirghisen waren half dood van +koude; zij verlangden naar wat brandewijn: het hinderde mij, dat ik +hun slechts thee kon aanbieden. + +Wij vervolgden nu onzen weg naar Boeka, dat wij vóór den nacht +hoopten te bereiken. Het land is vlak en tamelijk wel bebouwd: aan +den horizon verheffen zich eenige heuvelen, waarvan de hoogste den +naam van Hanka draagt. Deze heuvel had een indrukwekkend voorkomen; +ik wilde hem bezoeken. Rondom den heuvel lagen een aantal lagere +hoogten verspreid, met gras begroeid, en zonder eenig spoor van +gebouwen, behalve de eenzame graftombe van een _aouliëh_ (heilige), +die op een dezer hoogten verrees en van verre de aandacht tot zich +trok door een veelkleurigen lap, aan een langen stok bevestigd. Ik +vermoed, dat hier eenmaal eene groote stad heeft gestaan, waarvan de +citadel ongetwijfeld den hoogsten heuvel bekroonde; de top van dien +heuvel vertoont nog een eigenaardigen vorm: hij is bijna vierkant en +heeft steile, regelmatig afloopende randen. Ik vond niets dan eenige +scherven en gebakken steenen. + +Het begon reeds donker te worden, toen wij Boeka bereikten; wij gaan +eenige smerige en nauwe straten door, tot wij voor een kleinen winkel +komen, waar nog licht brandt. Daar de zoon van den aksacale ons +had gezegd, dat zijn vader voor eenige dagen afwezig was, begaven +wij ons naar de woning van den _biï_, voor wien ik een brief van +aanbeveling had. Deze biï, letterlijk notabelen, vindt men in alle +Kirghisen-dorpen; zij zijn belast met de handhaving der openbare +orde en zijn tevens zooveel als vrederechters. Deze biï, een man van +rijpen leeftijd, had een zeer eerwaardig voorkomen; hij was langen +tijd aksacale van Boeka geweest, en was nu tot de waardigheid van +biï opgeklommen. + +Boeka is een aanzienlijk dorp, waarvan de aarden woningen tegen de +helling van een vrij steilen berg zijn gebouwd. De inwoners zijn +Kirghisen, die in voorkomen en levenswijze veel overeenkomst met de +Sarthen hebben. Rondom het dorp strekken zich, tot op wijden afstand, +rijstvelden uit, door kanalen doorsneden, en op dat oogenblik geheel +onder water staande, zooals in de lente steeds het geval is. De +landlieden, tot aan den gordel in het water staande, arbeiden daarom +niet minder ijverig. De velden zijn in vierkante vakken verdeeld, die +door kleine aarden wallen van elkander worden gescheiden. Elk dezer +vakken staat, door eene kleine opening in den dijk, met een kanaal +in gemeenschap. Is de bodem genoeg van water doortrokken, dan wordt +dit gat weder met een paar kluiten aarde dichtgestopt. De kanalen, +die hun water uit de Angrene ontvangen, zijn zeer vischrijk. + +Op marktdag is het te Boeka zeer druk en levendig. De markt is aan +alle kanten omringd door kleine winkels of kramen, die gedurende zes +dagen gesloten zijn, maar des Maandags worden geopend. Dan stroomen de +koopers en nog meer de bezoekers van alle zijden samen, om elkander te +ontmoeten, de nieuwtjes te vernemen, hunne bekenden te spreken en ook +zaken te doen. Zulk een marktdag levert inderdaad een zeer aardig en +schilderachtig tooneel op, dat vooral voor een vreemdeling zeerveel +aantrekkelijks heeft; ge vindt hier allerlei zaken bij elkander, die +ge niet verwachten zoudt. Buiten den bazar of de eigenlijke markt, +wordt de veemarkt gehouden, waar paarden, schapen, runderen, kameelen +enz. worden verkocht. Deze markt is vooral merkwaardig, omdat hier +koopers en verkoopers, mannen en vrouwen, allen zonder uitzondering +te paard zitten. + +Te Boeka vernam ik eene geheel onverwachte en gewichtige tijding: +men zeide mij, dat de Emir van Bokhara te Samarkand was, en zich +gereed maakte om tegen Rusland te oorlogen. Ik geloofde er niets van, +en liet mij daarom bewegen om nog eenigen tijd te Boeka te blijven, +en bij mijn vriend den aksacale, die van zijne reis was teruggekeerd, +mijn intrek te nemen. Ik moest mij daar vergenoegen met een ellendig +krot, bestaande uit twee armzalige kamers, waar de regen door het +dak stroomde, en waar het wemelde van vleermuizen, duiven, zwaluwen +en musschen. Mijn ongeloof werd weldra beschaamd. Toen ik eenigen +tijd te Boeka vertoefd had, ontving ik een brief, waarin mij werd +medegedeeld dat een veldtocht der Russen naar Bokhara op handen was. De +oorlog alzoo, en wel in mijne onmiddellijke nabijheid, in het hart van +Centraal-Azië! Ik kon aan de verzoeking om mede van den strijd getuige +te zijn, geen weerstand bieden, en haastig verliet ik het dorp, waar +ik mij voorgesteld had veel langer te zullen blijven. Na de gewone +afscheidsgroeten, gaf ik mijn gastheer de gebruikelijke geschenken +van spiegeltjes en andere soortgelijke voorwerpen. Het gerucht van +den aanstaanden oorlog was reeds onder het volk doorgedrongen; en +toen ik mijne woning te Boeka verliet, bespeurde ik duidelijk aan +de houding en de gelaatstrekken der inwoners, dat zij mij als vijand +beschouwden, en dat de ingewortelde haat jegens den christen en den +overwinnaar weder, in al zijne kracht, bij hen wakker was geworden. + + + + +VIII. + + +Ik ben op weg om de russische voorposten op te zoeken. Voor reismakkers +heb ik twee gewichtige personages: de _raïs_ en de biï van Toy-Tioubeh, +de voornaamste stad van het district van Koeraminsk, ten zuiden van +Tasjkend, op den weg naar Khodsjend. Wat een biï is, weet ge; de raïs +is een soort van geestelijk ambtenaar. Beiden zijn mij aanbevolen +door het districtshoofd van Koeraminsk, en zijn volkomen bereid +mij te vergezellen, in de hoop van daarvoor eene ruime belooning te +ontvangen. Bovendien zit de voorliefde voor een zwervend leven dezen +lieden in het bloed. De raïs is lang en mager; hij draagt een grijzen +baard, en geeft zich een zeker _air_ van vroomheid; de biï is klein +en zeer gezet van postuur; zijn breed en plat gezicht wordt door zijne +uitstekende wangbeenderen juist niet verfraaid. Moessa-Ben--zoo heet de +biï--houdt er twee bedienden op na. Ik vraag hem, hoeveel hij aan die +lieden betaalt; uit zijn antwoord bleek mij, dat de betrekking tusschen +meester en dienaar, hier in dit land, nog aartsvaderlijk eenvoudig is. + +"Gij ziet," zeide de biï, "dien ouden man, op dat magere paard, +met mijn bagage; hij dient mij sedert vijf jaren; ik heb hem iets +gegeven bij zijn huwelijk, en van tijd tot tijd help ik hem, naar +mij dit gelegen komt." + +Weldra vergisten wij ons in den weg, en het kostte ons niet geringe +moeite, om de noodige inlichtingen te bekomen. In het eerste dorp, +waar wij naar den rechten weg vroegen, wilde men ons eerst niet +te woord staan; maar toen de raïs en Moessa-Ben ten ernstigste +verzekerden, dat ik een groot heer was, veranderde de stemming, +en had men eindelijk zelfs de beleefdheid mij een kop _gatijsh_ +(gestremde melk) en een koek aan te bieden. Het geldstuk, dat ik in +ruil gaf, ging van hand tot hand, den ganschen kring rond. + +Het smalle pad, dat wij nu volgden, loopt door prachtige weilanden, +waar nimmer de maaiers de zeissen doen gaan, want het vee is schaars +in dit land. Bloemen, van allerlei kleur en geur, versieren het +onmetelijke groene tapeet, dat zich naar alle zijden, zoover wij zien +kunnen, uitstrekt, en dat slechts hier en daar door enkele helder +gekleurde woningen wordt afgebroken.--Wij waren ver van de steppen; +en toch deden enkele tooneelen ons aan de steppen denken: nu eens +uitgedroogde rivierbeddingen, hoewel de Aprilmaand nog niet verstreken +was; dan weder kameelen of schapen, door de velden rondzwervende, +en letterlijk bedekt met raven, die, met groote behendigheid, de +insecten vangen, welke zich in het dichte en kroesige haar van den +kameel en in de wol van het schaap verschuilen. + +Weldra bereiken wij een plek, waar de grond, met steile helling, +afloopt naar eene oude bedding van de Sir-Darja, die tegenwoordig +op korten afstand vloeit. Beneden gekomen, vinden wij een met kalk +vermengden bodem, met zout en salpeter, in den vorm van zeer kleine +kristallen, bezaaid; hier en daar verheffen zich in deze uitgedroogde +bedding van de groote rivier boschjes van doornstruiken, die ook +zoo veelvuldig langs hare oevers voorkomen. Wij trekken maar altijd +voort, door het verlaten bed van de Sir-Darja. Hoe verder wij komen, +hoe dichter de rietbosschen worden; elk oogenblik vliegen gansche +zwermen eenden uit deze biezen op; maar mijne reismakkers beweren +dat ook gevaarlijker gasten, tijgers en panthers, in deze jungles +schuilen. Onze paarden kunnen niet dan met moeite voortkomen op dien +weeken, salpeterachtigen grond, die onder hunne hoeven scheurt en +splijt. Van tijd tot tijd jagen wij kleine wilde katten op, die dan +met snelle en sierlijke beweging naar hun hol vlieden, waar zij een +oogenblik aan den ingang stilhouden om ons aan te zien en dan ijlings +te verdwijnen. + +Wij gaan dicht langs de schilderachtige ruïnen van Kasj-Teguermen +(de Twee-Molens), eene oude vesting, waarvan de wal vrijwel bewaard +is gebleven, maar het inwendige geheel in puin ligt. De zon goot hare +stralen met verblindenden glans uit over deze leemen vestingwerken, +en kleurde van verre aan den horizon, aan gene zijde der breede rivier +en der wijde vlakte, een schilderachtig gebergte, dat zich fier en +stout in de lucht verhief.--De weg wordt steeds minder eenzaam. Ter +wederzijde staan eene menigte torentjes en wachthuizen, zoowel om +de vogels als om de dieven op een afstand te houden. Raïs verzekert +mij dat deze torens en deze wachthuizen zijn gebouwd op de graven der +gevallenen in den krijg; volgens hem, is het in Turkestan de gewoonte +om de soldaten, die in den slag sneuvelen, langs den openbaren weg +te begraven; dit geschiedt opdat de voorbijgangers voor hunne zielen +zouden bidden. + +Wij naderen Khodsjend; de weg is ter wederzijde omzoomd door tuinen, +waar prachtige oude moerbezieboomen hunne schaduw spreiden; overal +vertoonen zich de teekenen van zorgvuldige bebouwing. Khodsjend wordt +door eene gracht en door een dubbelen gordel van goed onderhouden +muren verdedigd; de binnenste muur is zeer hoog. De stad telt eene +bevolking van ongeveer dertig duizend zielen, en is bekend door hare +zijde, hare wijngaarden en hare tuinen. Over het algemeen maakt +zij op den vreemdeling geen onaangenamen indruk. Van hare huizen, +hare moskeeën en de graftomben der heiligen valt niets bijzonders te +zeggen. De bazar kan de vergelijking met dien van Tasjkend in geen +enkel opzicht doorstaan. + +Het paleis van den voormaligen bey is tegenwoordig de woning van +mijn vriend, den kolonel Kouchakewitch, den gouverneur van het +district. Ongelukkig was hij juist afwezig; hij was op zijn rondreis, +waar hij zich niet alleen van zijne administratieve plichten kwijt, +maar die hij ook dienstbaar maakt aan de wetenschap: want de kolonel +is een groot liefhebber der natuurlijke historie, die eene merkwaardige +verzameling van vogels, insecten, slangen en meer andere dieren bezit; +zijn tuin is eene ware menagerie in het klein. + +Ik ontmoette te Khodsjend een mijner vroegere kennissen, die hier eene +betrekking bekleedde. Hij zeide mij dat de tijding van den oorlog +der Russen tegen Bokhara ook hier de gemoederen zeer in beweging +had gebracht. De inwoners van Khodsjend, dweepzieke muzelmannen, +en nog in geenen deele met de christelijke overheersching verzoend, +hopen vurig, dat de dertig- of veertig duizend krijgers van den +Emir van Bokhara korte metten zullen maken met die handvol vreemde +indringers, die zich in het land genesteld hebben.--Mijn vriend deelt +mij ook mede, wat aanleiding gegeven heeft tot den thans uitgebroken +oorlog. De gouverneur-generaal van Centraal-Azië stond op het punt naar +Petersburg te vertrekken, toen hij vernam dat een bende roovers uit +Bokhara langs onze grenzen stroopte en alle gemeenschap belemmerde. De +gouverneur stelde zijn vertrek uit, begaf zich naar de voorposten, +nabij de stad Dsjisak, en gaf last, eene aanvallende beweging uit te +voeren. Inmiddels hadden driehonderd Afghanen, die de keurbende van +het leger van den Emir uitmaakten, zijne dienst verlaten, en waren, +met hun opperhoofd en twee kanonnen, tot de Russen overgeloopen. Onder +de leiding van dien aanvoerder, den prins Iskender-Khan, hadden zij +de tot hunne vervolging afgezonden troepen verslagen, en waren in +het kamp van Dsjisak gekomen, waar zij verklaarden dat zij voortaan +niemand anders dan den Ak-Padisjâ, den witten tsaar, wilden dienen.--Ik +zou dus ook in de gelegenheid zijn, kennis te maken met de Afghanen, +dat merkwaardig en hooghartig volk, dat zoo schitterende bewijzen van +zijn onbedwingbaren heldenmoed en zijne vrijheidsliefde gegeven heeft, +in den bloedigen worstelstrijd tegen het machtige Engeland. Een reden +te meer, om zoo spoedig mogelijk onze troepen te bereiken en met hen +naar Bokhara te trekken! Men zeide mij dat ik geen oogenblik meer +te verliezen had; ik nam dus haastig afscheid van mijne vrienden +te Khodsjend, na hun mede een aandeel te hebben beloofd van de +merkwaardigheden, die wij in het paleis van den Emir zouden vinden, +indien wij overwinnaars waren. Maar geen enkele Rus twijfelde aan de +zegepraal onzer wapenen. + +Bij mijn overhaast vertrek van Khodsjend, waar ik gaarne langer had +willen blijven, gaf ik mijn raïs zijn afscheid. De kolonel noopte mij, +mijns ondanks, het geleide aan te nemen van drie Kozakken. + +De drie Kozakken gingen niet verder mede dan tot Naou, een klein +versterkt dorp, schilderachtig op een heuvel gelegen, en waar een +klein detachement in bezetting lag. Ik beval hun naar Khodsjend terug +te keeren, en vervolgde mijn weg tot aan het groote dorp Kazym, waar +de aksacale ons een nachtverblijf aanwees in de moskee. Wij sloegen +eerst ons kamp op in den voorhof en niet in het bedehuis zelf; maar de +regen dwong ons, daarbinnen eene schuilplaats te zoeken. Het gebouw +zag er armoedig en vervallen uit, en de bouwstijl was niet van dien +aard, dat de bewondering daarvan ons lang uit den slaap behoefde te +houden. De vensters waren met geolied papier beplakt; het dak werd +gedragen door ruw behouwen balken; de platgetreden aarden vloer was +met een vilten kleed bedekt; langs de wanden waren, ter manshoogte, +een soort van kapstokken geslagen, waaraan de geloovigen, eer zij +hun gebed verrichten, hunne schoenen ophangen. + +Ik was ten hoogste verwonderd, dat het heiligdom aldus als herberg +werd gebruikt. "Hoe," vroeg ik aan den aksacale, "hebt gij mij, een +ongeloovige, zoo zonder bedenken, een verblijf kunnen aanwijzen in +uwe moskee?" + +"De huizen van Kazym zijn te onzindelijk voor u," antwoordde hij. "De +moskee zal door uwe tegenwoordigheid niet meer ontwijd worden dan door +die der doortrekkende kooplieden, die men er nu en dan herbergt. Bij +het weggaan geven de gasten van het bedehuis een klein geschenk voor +het heiligdom, en de moskee van Kazym vaart er wel bij." + +Die taal, in den mond van een geloovigen muzelman van Centraal-Azië, +tegenover een ongeloovige, een Ourousse, verbaasde mij nog meer dan +ons logies in de moskee. Ik had echter ook de bedoeling der laatste +woorden van den ouden man begrepen, en gaf hem bij mijn vertrek een +klein geschenk in geld, dat hij eerst scheen te willen weigeren, +maar dat hij toch aannam, toen ik hem zeide dat het slechts _saliaou_ +voor _saliaou_ (gave voor gave) was. Hij had mij dan ook als een +vorst ontvangen, die brave aksacale. Hij had mij langs een tiental +mannen geleid, die, met waskaarsen in de hand, onbewegelijk stonden, +en allen iets aanboden, dat mijne excellentie van dienst kon zijn: +de een een schotel met brood, een ander gestremde melk, een derde een +kop met room, enz.; en mijne excellentie had zich deze buitengewone +eerbewijzen zonder tegenspraak laten aanleunen. + +Het dorp Oratepeh, waarheen wij ons nu begaven, ligt op omstreeks +twintig kilometers van Kazym. Het was heldere maneschijn; men had mij +gezegd dat deze landstreek, vooral in de nabijheid van het riviertje +Ak-Soe, niet veilig was. Toen wij, langs eene zeer steile helling, +naar den oever van dat riviertje waren afgedaald, bevonden wij +ons in eene zeer diepe kloof: althans voor zooveel wij dit, bij +de twijfelachtige verlichting door het fantastische schijnsel der +maan, konden beoordeelen. Als naar gewoonte, had ik mij van mijne +reisgezellen afgezonderd, om mij ongestoord aan mijne indrukken te +kunnen overgeven. + +"Wees voorzichtig, _tura_ (meester)," voegde mij een hunner toe, mij +op zijde komende; "er zijn altijd _Karaka_ (roovers) in de kloven en +dalen van de Ak-Soe." + +"Wees gerust, vriend," antwoordde ik; "met hetgeen gij hier ziet--ik +toonde hem mijn revolver--zal ik vijf Karaka neerschieten, eer de +zesde mij iets kan doen." + +Het bleek dan ook dat er niet veel reden tot ongerustheid bestond, +want wij bespeurden hoegenaamd niets van de Karaka. + +Wij gingen door verscheidene uitgedroogde beddingen van beken, die +de inwoners hadden afgeleid voor de bevloeiing hunner landen, en +kregen eindelijk het vlek Oratepeh in het gezicht, aan den voet van +eene majestueuze rotsmassa, waarop eene moskee staat, tegenwoordig +in eene kerk veranderd, en eene citadel, die de Russen in October +1866 stormenderhand vermeesterd hebben. Het voormalige paleis van +den bey is thans eene herberg, waar ik een russisch hoofdofficier +aantrof, met wien ik kennis aanknoopte. Natuurlijk was mijne +eerste vraag naar zekere tijdingen van onze voorposten, waarnaar +ik zoo verlangend uitzag: maar niemand kon mijne nieuwsgierigheid +bevredigen. Van de karavanen, die het verkeer tusschen Khodsjend en +Bokharije onderhouden, verneem ik in hoofdzaak het volgende. De Emir, +eene nederlaag voorziende, had een volslagen breuk met Rusland willen +vermijden, en de verstandige en bedaarde lieden in zijn land zijn het +met hem eens; maar de massa des volks, door de mollahs opgehitst, +eischt met groote onstuimigheid den verdelgingsoorlog tegen de +ongeloovigen. Zij dringt aan op de afkondiging van den _gavazate_ +(den heiligen krijg), en de vernietiging van alle Russen. + +Oratepeh staat bekend als eene vroolijke en aangename plaats; het +geniet ongeveer dezelfde reputatie als Sjiraz in Perzië en Karsji +in Bokharije. Dans en muziek zijn hier zeer geliefd, zooals mij, +tijdens mijn kort verblijf, overvloedig bleek; als ik door de straten +wandelde, klonk mij van alle zijden muziek en regelmatig handgeklap +in de ooren. Van de citadel heeft men een verrassend gezicht op de +stad, hare bazars, hare fraaie tuinen, en de groene velden, die zich, +in een wijden halven boog, tot aan den voet der bergen uitstrekken. + +Zamine, waar wij nu aankwamen, ligt op een hoogen heuvel, van +welks top men ten noorden en ten westen een onmetelijken horizon +overziet. Zamine is een versterkt punt, maar als zoodanig van weinig +belang; de bezetting bestaat uit dertig Kozakken. In het vlek bevindt +zich eene kleine kolonie van Oesbeken. + +Weinig dacht ik, toen ik te Zamine kwam, wat mij daar te wachten +stond. De plaatskommandant, majoor L., deelde mij mede, dat ik, +krachtens bevel van hooger hand, het vlek niet verlaten mocht. + +"Het is mij uitdrukkelijk verboden," zeide hij, "iemand, wie dan ook, +zonder behoorlijk geleide, door te laten gaan. Nu heb ik maar over +dertig Kozakken te beschikken, en gij zult mij daar niet van willen +berooven, niet waar? Ik zou dan geheel alleen mijne vesting moeten +verdedigen." + +Daar viel niets tegen te zeggen. Bovendien was ik niet de eenige, +die aldus in zijn voornemen gedwarsboomd werd; er waren nog meer +lotgenooten, evenals ik, tegen hun wil te Zamine opgehouden. De majoor +troostte mij zoogoed mogelijk: ik zou niet lang hoeven te wachten; +ik zou weldra kunnen vertrekken met een detachement, dat buskruit +moest overbrengen en binnen kort te Zamine moest aankomen, aangezien +het gelijk met mij van Oratepeh vertrokken was. + +Mijn hospes is zeer voor mijne veiligheid beducht. Hij verzoekt mij +ernstig, zeer voorzichtig te zijn, en mij vooral niet te ver buiten +de stad te wagen: in den omtrek houden zich roovers op, die zelfs +russische soldaten, op weinige schreden afstands van de citadel, +hebben vermoord; het is dus zaak, zoo waakzaam mogelijk te zijn. Hij +dringt er zelfs op aan, dat des nachts eene schildwacht voor de deur +zal worden geplaatst, en hij bezorgt mij er twee, beiden Oesbeken. Op +die wijze is althans zijne verantwoordelijkheid gedekt. + +Een dezer schildwachten verhaalt mij de geschiedenis van de inneming +der citadel van Zamine door de Russen. + +"De soldaten van den blanken tsaar hebben zich des morgens, op het +uur des gebeds, van de vesting meester gemaakt," zoo zegt hij. + +"Gij hebt u zeker hardnekkig verdedigd, niet waar, zooals dat dapperen +mannen past?" + +"Neen zeker niet! Wij sliepen; wij werden eensklaps wakker geroepen; +een plotselinge schrik maakte zich van allen meester; wij wisten niet +recht wat wij deden, en de verwarring was algemeen." + +"Maar verwachttet gij dan geen aanval van den vijand? De Russen gaan +doorgaans recht op hun doel af." + +"Jawel; maar hoewel de Russen reeds vele van onze vestingen genomen +hadden, dachten wij toch niet dat zij ook de onze zouden kunnen +vermeesteren: zij ligt op den top van een hoogen en steilen heuvel, +en de bezetting was zoo talrijk! Zelfs had onze bevelhebber verklaard, +dat ieder, die maar van overgave zou durven reppen, onmiddellijk het +hoofd voor de voeten zou worden gelegd. + +"Zoo? Ja, uw chef schijnt iemand met wien niet valt te gekscheren. Hij +heeft zeker zijn leven duur verkocht?" + +"Wat blieft? Hij was de eerste om te vluchten!" + +Eindelijk, na verloop van eenige dagen, daagde het zoo lang en vurig +verwachte konvooi op. Na een kort oponthoud te Zamine, vervolgde het +detachement zijn marsch, waarbij wij ons nu aansloten. Het konvooi +bestond uit een gewapend escorte, dat de kameelen beschermen moest, +die met kruit en beschuit voor het leger beladen waren; verder eenige +paarden en eene menigte handelaars en kooplui, voornamelijk Joden, +die zien naar het leger begaven, om aan de soldaten brandewijn en +allerlei andere zaken te verkoopen. De officier, met het kommando +over dit detachement belast, beval mij dringend aan, mij niet van het +escorte te verwijderen; naar men zeide was het land zeer onveilig door +stroopende rooverbenden, die door sommigen wel op duizend man werden +geschat. Ik hield mij overtuigd, dat die geruchten, zoo niet geheel +valsch, dan toch minstens zeer overdreven waren, maar was verplicht +mij aan het consigne te onderwerpen. + +Wij gaan uiterst langzaam vooruit. Ik had den afstand tusschen Zamine +en Dsjisak niet nauwkeurig berekend, en had de onvoorzichtigheid +gehad eenigszins roekeloos met mijn voorraad levensmiddelen om +te gaan. Weldra was die dan ook verteerd. Daar ik geen lust had +honger te lijden, begaf ik mij, met mijn bediende Mohammed, naar +een kamp van nomaden, waar onze verschijning, nog meer dan anders, +eene algemeene ontsteltenis teweegbracht; de vrouwen en kinderen +maakten zich haastig uit de voeten; men zag ons aan voor _sarbaz_, +dat wil zeggen voor soldaten uit Bokhara, die wegens hunne ruwheid en +woestheid in een zeer slechten reuk staan, en vreesde dus dat wij een +bloedbad zouden aanrichten, of minstens het kamp plunderen. Gelukkig +vonden wij een Oesbeke, een vriend der Russen, die ons van melk en +uitmuntende koeken voorzag. + +De uiterst langzame voortgang van ons konvooi begon mij te vervelen; +ik vroeg een escorte van twee Kozakken; en de kolonne, die halt hield +om te rusten, achterlatende, begaf ik mij op weg naar Dsjisak. Ter +linkerhand verheffen zich de bergen van Djoelam, die zich aan de +hoogten van Oratepeh en Zamine aansluiten. Naarmate wij Dsjisak +naderen, vermenigvuldigen zich de aouls (dorpen) langs den weg, +en wordt het op den weg steeds drukker en levendiger van lieden, +die naar en van de stad gaan en komen. + +Voor de poort der stad ontmoeten wij een grijsaard, met lange +zilverwitte haren. Daar hier iedereen het hoofd kaal scheert, ben ik +zeer nieuwsgierig om van dezen patriarch de reden te vernemen van deze +zoo in het oog vallende afwijking van het algemeen gebruik. Hij deelde +mij mede dat hij onderscheidene vrouwen heeft getrouwd, en ook veel +dochters, maar geen enkelen zoon heeft; in zijne smart over dit gemis, +had hij sinds lang de gelofte afgelegd, zijn hoofd niet te zullen +scheren voor hem een zoon geboren was. Hij getroost zich, dusdoende, +eene groote vernedering: want in dit land geldt het voor eene schande, +geen zonen te hebben, en daar zijne lange haren natuurlijk de algemeene +aandacht trekken, worden hem telkens vragen gedaan, die hem noodzaken +zijne schande te openbaren. + +Dsjisak is omgeven door een drievoudigen gordel van hooge en stevige +muren, die niet van steen, maar van aarde zijn opgetrokken; bij de +bestorming en inneming door de Russen, werd veel bloed vergoten. De +verdedigers, soldaten van Bokhara, werden bijna allen tusschen de muren +om het leven gebracht; naar het zeggen van ooggetuigen, lagen de lijken +en de stervenden bij geheele hoopen op en over elkander. Dsjisak is +geen groote stad; het water is er zeldzaam en slecht; en evenals te +Bokhara, richt de afschuwelijke ziekte, _richta_ genoemd, ook hier +groote verwoestingen aan. Deze ziekte ontstaat door een worm, die zich +onder de huid verbergt, en niet dan met groote moeite verwijderd kan +worden; die worm heeft dikwerf eene lengte van vijf-en-zeventig duim +en meer. + +Uit een hygiënisch oogpunt laat Dsjisak dus veel te wenschen over. Dat +is dan ook de reden, waarom de Russen de citadel afbreken, en de +steenen en verdere bouwmaterialen vervoeren naar de kolonie, die zij, +op vier of vijf mijlen afstands van de stad, te Kloetsji, vestigen, +in eene fraaie en gezonde streek, waar niet zooveel schorpioenen zijn +als te Dsjisak, en waar het water overvloediger en beter is. + + + + +IX. + + +De weg van Dsjisak naar Jane-Koergane was niet veilig, en wij hadden +geen geleide: maar toch werd het ons vergund, onze reis te vervolgen, +op het gevaar af in vijandelijke handen te vallen. + +Weldra bereikten wij de beroemde _Poorten van Tamerlan:_ een +pas tusschen twee reusachtige rotsmassa's, ter wederzijde van +een bochtigen, kronkelenden bergstroom, dien wij meer dan twintig +malen moesten oversteken. Op een der rotswanden zagen wij een zeer +regelmatig gebeiteld opschrift, in zeer fraaie en duidelijke letters: +maar niemand onzer was bij machte dit opschrift te ontcijferen. Men +verhaalde mij, dat deze inscriptie de plaats aanwees, waar de Oesbeken +aan de Kiptsjaks slag leverden, waarbij het zoo heftig toeging, +dat de beek rood werd van bloed. + +Toen wij te Jane-Koergane kwamen, was het russische detachement, +dat wij gehoopt hadden te zullen aantreffen, reeds vertrokken om naar +Samarkand te marcheeren. Jane-Koergane is een open vlek, dat zijn naam, +die een vesting aanduidt (_koergane_ beteekent in het turksch eene +versterkte plaats) te danken heeft aan de vroegere muren, waarvan +nu geen spoor is overgebleven. Het vlek ligt aan den uitgang van +den pas der Poorten van Tamerlan. Wij zagen er een aantal ledige +tenten; andere tenten waren opgevuld met koortslijders en andere +zieke soldaten, die hier waren achtergebleven. + +Ik brandde van verlangen om mij bij den troep te voegen, die zeker +nog niet ver weg kon zijn. Maar wat zou ik doen? Ik kon alleen op +mijn Kozak rekenen; was het geen onverantwoordelijke roekeloosheid, +mij aldus, zonder behoorlijk geleide, midden in het vijandelijke +land te wagen? Zou het niet beter zijn, althans vier of vijf moedige +reismakkers op te zoeken, om gezamenlijk de kans te beproeven? + +Deze gedachten vervulden mij, terwijl ik te paard de eenzame straten +van Jane-Koergane doorreed. Eensklaps staat een bekende voor mij: +de bediende van den koopman Gloudoff, een flink jonkman, die, evenals +ik, naar eene gelegenheid zocht om het russische leger te bereiken, +half uit liefhebberij half om zaken: drie zijner reizigers waren te +Samarkand gevangen genomen en in den kerker geworpen; er was alle kans +dat zij er het leven bij zouden inschieten. Gloudoff vreesde bovendien, +dat, tegelijk met zijne bedienden, ook de niet onaanzienlijke sommen, +die zij bij zich hadden, verloren zouden zijn. + +"Wel, dat treft uitnemend," riep ik den bediende toe, zoodra ik hem +gewaar werd. "Uw meester is zeker ook hier?" + +"Ja, hij is in den bazar, waar hij mij wacht. Hij wil niet te +Jane-Koergane blijven." + +"Uitnemend, mijn vriend!" riep ik, en spoedde mij naar den bazar, +waar ik Gloudoff vond. + +"Ik hoor daar van uw bediende," zeide ik tot hem, "dat gij in dit +vervelende nest van een Jane-Koergane niet langer wilt blijven. Gij +wilt zeker, evenals ik, naar Samarkand gaan?" + +"Ongetwijfeld." + +"Zeergoed! Maar hoe zullen wij daar komen?" + +"O, dat is zeer gemakkelijk. Wij zullen het konvooi volgen, dat kruit +naar het leger brengt." + +"Wat ik u bidden mag, reken niet op het konvooi, dat voor Jane-Koergane +bestemd is en niet verder zal gaan. Zijt gij alleen?" + +"Alleen? Ik heb een geheel leger bij mij: vier man, om u te dienen!" + +"Ik heb drie man, dat maakt alzoo zeven: wij met ons beiden daarbij, +dat is negen. Die macht is voldoende om een ganschen troep Bokhareezen +in bedwang te houden! Laat ons dadelijk vertrekken!" + +Wij spraken af dat wij over een uur vertrekken zouden. Ik deed +haastig eenige inkoopen, en was prompt op mijn tijd ter plaatse, +waar wij elkander zouden ontmoeten. + +Zal ik het maar zeggen? Mijn voortreffelijke vriend Gloudoff had zijn +tijd niet met heen en weer loopen verbeuzeld. Ik vond hem voor eenige +ledige flesschen, meer dan half beschonken en haast niet meer in staat +om naast zijn bediende in het rijtuig te blijven zitten. Inderdaad +mijn vriend Gloudoff was een echte Rus! + +Eindelijk zijn wij op weg. De officier, die mij tot Jane-Koergane +begeleid heeft, beveelt mij de uiterste behoedzaamheid aan. De weg, +zegt hij, is zeer onveilig door allerlei snood gespuis, dat zich +hier in menigte ophoudt en tegen geen sluipmoord opziet. Overigens +vernemen wij niet dan goede tijdingen; het detachement der voorhoede +is de steenen brug, op ongeveer zeven-en-dertig kilometers afstand +van Jane-Koergane, overgetrokken, en vervolgt zijn marsch naar +Samarkand. Alles gaat naar wensch: de beslissing nadert; de ontmoeting +der vijandelijke legers is aanstaande, en alles voorspelt ons de +overwinning. + +"Als dat zoo is, moeten wij ons haasten! Spoedig voorwaarts!" Wij +zetten onze paarden in draf; niemand twijfelt er aan, of wij zullen +nog vóór den nacht het detachement hebben ingehaald. + +"Weet gij den weg?" vraag ik aan Gloudoff, die nog gansch niet op +zijn dreef is. + +"Den weg? Wel, dit is de weg." + +"Ja wel. Maar ik bedoel de zijpaden, de hinderpalen van allerlei +aard, die ons in de war kunnen brengen, de bochten, de duisternis; +hebt ge daarop wel gedacht? Zullen wij het spoor der soldaten niet +verliezen? Daar moeten wij op bedacht zijn. Wij hebben niet voortdurend +de zon tot onze dienst." + +"Wat praat ge toch van de zon en de duisternis? Het zal wel terecht +komen." + +"Maar als wij ons nu eens in den weg vergissen?" + +"Wij zullen ons niet vergissen; en al gebeurde dat, wat dan nog? Wij +zullen altijd ergens terecht komen, al was het maar te Samarkand. Ge +hebt immers gezegd, dat wij met ons negenen zijn? Wij zullen de stad +bestormen, en daarmede is het uit. Zoo zie ik de zaak in." + +"Ja, gij begrijpt dat zeer goed. _Audaces fortuna juvat_, zegt het +spreekwoord; en als dat waar is, zullen wij ongetwijfeld Samarkand +veroveren; of liever gij zult dat doen, gij alleen, dappere Gloudoff!" + +Onze kleine karavaan was nog niet ver buiten Jane-Koergane, en Gloudoff +had nog altijd den mond vol van de aanstaande verovering van Samarkand, +toen een Kozak ons in vollen galop achterop kwam. + +"Uwe Edelheid, zeide hij tot mij, de kommandant der vesting gelast u, +onmiddellijk terugtekeeren. De gouverneur-generaal heeft ten stelligste +verboden, iemand, wie ook, door te laten." + +Tegenpruttelen hielp niet: wij moesten gehoorzamen. Gloudoff begreep +niets van hetgeen er gebeurde; hij zweert dat honderd duizend man hem +niet zullen tegenhouden, legt de zweep op zijne paarden, en rent in +vliegende vaart door, achtervolgd door tien Kozakken. Weldra hadden +zij hem ingehaald; zij grepen zijn paarden bij de teugels, en voerden +hem naar de vesting terug. + +"Alweer een oponthoud!" sprak ik bij mijzelf: "men zal Samarkand +zonder u innemen. Gij zult geen veldslag zien, hoezeer ge er naar +moogt verlangen!" Wij putten al onze welsprekendheid uit, om den +kommandant te bewegen op zijn besluit terug te komen: maar er was +geen vermurwen aan. + +Wij wachtten een ganschen dag, zonder dat het konvooi, waarmede +wij zouden mogen vertrekken, kwam opdagen; dat konvooi, hetwelk +ammunitie moest overbrengen voor de troepen, die tegen Samarkand +moesten ageeren, was, onder escorte van een bataillon infanterie, +sinds lang van Tasjkend vertrokken. + +Het konvooi verscheen niet; maar gaandeweg werd Jane-Koergane +opgevuld met lieden, die, evenals wij, van ongeduld brandden om +het russische leger te bereiken. Dit waren voornamelijk Joden, die +brandewijn verkochten, en kirghisische en tartaarsche dsjiguiten; +al te gader lieden van meer dan verdachte reputatie, vlammende op +winst en voordeel, echte jakhalzen en hyena's, aangetrokken door +de lijklucht. Zij wisten zeergoed, dat in oorlogstijd de niet al te +onvoorzichtige schelmen gemakkelijk fortuin maken. + +Wij hadden onze wagens en paarden vlak aan den weg naar Dsjisak +geplaatst, zoodat allen, die van die zijde naar Jane-Koergane kwamen, +ons kamp voorbij moesten. Ik hield alle voorbijgangers aan, en +onderwierp hen aan een zoo scherp mogelijk verhoor. + +Zoo werd mijne aandacht getrokken door een troep van vijf-en-twintig +dsjiguiten, onder aanvoering van een zekeren Gassane, dien ik van +vroeger kende. Dadelijk viel het mij in, dat deze ontmoeting ons +gunstig zijn kon. Zoo wij ons bij deze vijf-en-twintig manschappen +aansloten, zouden wij sterk genoeg zijn om, zonder groot gevaar, den +tocht te kunnen ondernemen. Het gelukte mij, ook den kommandant hiervan +te overtuigen, die ons bovendien nog een geleide van vijf-en-twintig +soldaten medegaf. + +Onze dsjiguiten waren slecht gewapend; de een had een half onbruikbaren +sabel, een ander een pistool, een derde een geweer, dat voor den drager +of voor zijn nevenman wel zoo gevaarlijk was als voor den vijand; maar +daarentegen bezaten wij eenige uitnemende geweren en revolvers. Met +inbegrip van eenige officieren, die naar hun regiment gingen, waren +wij te zamen zestig man sterk: toch geen al te talrijke macht om zich +te verdedigen tegen de tweeduizend en zooveel honderd bandieten, die, +volgens de laatste berichten, door den omtrek zwierven. + +Wij kwamen overeen, dat wij des nachts ten drie uur zouden vertrekken, +en dat wij geen enkelen Sarthe zouden medenemen, omdat zij, als +het er op aan mocht komen, niet te vertrouwen waren. Wij vertrokken +inderdaad, zeer vroeg in den morgen, na een zeer onrustigen nacht, +want nauwelijks waren wij ingeslapen of een geweerschot deed ons +allen wakker schrikken. Vlak bij ons stonden eenige schildwachten op +post: een daarvan had, naar hij zeide, geschoten op een man, die zich +in de struiken wilde verbergen. Een Kozak kwam in galop aanrennen: +hij kwam uit naam van den kommandant, om te vernemen wat er gaande +was; daarop werden door een patrouille de aangewezen struiken en +de gansche omtrek van het kamp zorgvuldig onderzocht; maar het was +onmogelijk, den man te ontdekken, dien de schildwacht beweerde gezien +te hebben. Al deze beweging maakte dat ik den slaap niet vatten kon; +ik werd telkens wakker, en zag dan steeds mijn trouwen Mohammed, die, +met het geweer in de hand, de wacht bij ons hield. + +Gloudoff, aan onze afspraak indachtig, wilde geen Sarthen in ons +gezelschap dulden; hij ontdekte er verscheidenen, die zich achter bij +onze kolonne hadden aangesloten, en zond ze onbarmhartig weg. Maar +zoodra hij, wel voldaan over zijn heldenstuk, weer in zijn rijtuig +had plaats genomen om te gaan slapen, kwamen al de verdreven Sarthen +weer zoetjes aan terug, en vervolgden kalmpjes hun weg achter onze +karavaan. Zij waren niet de eenigen; langzamerhand zagen wij, als +kwamen ze uit den grond, allerlei soort van lieden opdagen, op ezels +gezeten, en koeien en schapen voor zich uit drijvende. Die nieuwe +reismakkers, die zich geheel uit eigen beweging en zonder vergunning +te vragen bij ons aansloten, vormden een langen trein, vertraagden +onzen marsch en vervulden de lucht met wolken stof. + +De weg was breed en effen. Ter linkerhand zag men lage bergen, +waar zich geheele benden struikroovers ophielden, en daarachter een +hooge bergketen, hier en daar met sneeuw bedekt. Van tijd tot tijd +doet onze nadering arenden opvliegen, die zich met langzame, statige +vlucht verwijderen. + +De aouls (dorpen), waarlangs wij trekken, zijn ledig; de inwoners +hebben de vlucht genomen: gewoon door hunne eigene soldaten +uitgeplunderd en mishandeld te worden, meenen zij dat ook de russische +troepen alles wegnemen, wat zij machtig kunnen worden. De eenzaamheid, +die ons aan alle kanten omgeeft, boezemt ons van tijd tot tijd eenige +ongerustheid in: zoo ontdekken wij, bij voorbeeld, plotseling, in de +verte een troep ruiters. Is dat eene vijandelijke voorhoede? Zijn het +spionnen? Onze lieden, blijkbaar niet op hun gemak, wijzen elkander +die vreemde ruiters aan, en trachten ze te tellen. + +Eindelijk bereikte onze karavaan de steenen brug, waarvan ik reeds +gesproken heb, en die zeven-en-dertig mijlen van Jane-Koergane +verwijderd is. Men had mij met zekeren ophef van die brug gesproken, +als van een opmerkelijk kunstwerk, door een zeer goede fortificatie +verdedigd. Het bleek eene ellendige brug te zijn, met geen andere +verdedigingswerken dan een paar lage, gekanteelde aarden muren. + +Aan den tegenoverliggenden oever, bespeurden wij, op eenigen afstand, +wederom een tiental ruiters, die nu eens naderbij kwamen, en dan weer +plotseling verdwenen. Waren zij vreedzame nomaden of dorpelingen, +wier aandacht gewekt was door de stofwolken, die onze karavaan deed +opgaan? Of behoorden zij tot eene bende bandieten? + +In ieder geval was het wenschelijk, op onze hoede te zijn; wij zenden +dus een onzer dsjiguiten op verkenning uit, terwijl wij bij de brug +halt houden, op dezelfde plek, waar waarschijnlijk voor ons het +russische detachement heeft vertoefd, want het gras is in het ronde +geheel platgetreden. + +Intusschen was onze dsjiguite in een boom geklommen, om van die +hoogte te beter de bewegingen der verdachte ruiters te kunnen +gadeslaan. Weldra begon hij te roepen, en ons met de hand twee zwarte +stippen te wijzen; wij zagen toen twee mannen te paard, slecht gekleed +en van een alles behalve gunstig voorkomen, die naar ons toekwamen. Zij +gaven zich uit voor eenvoudige boeren uit het naburige dorp; maar er +was niet veel scherpzinnigheid toe noodig om te begrijpen dat wij te +doen hadden met twee makkers der onbekende ruiters, die wij reeds +vroeger bespeurd hadden. Terwijl de een op onze vragen antwoordde, +nam de ander ons zorgvuldig op: hij telde de soldaten van ons escorte, +en onderzocht met scherpen blik onze wapenen en uitrusting. + +Wij ondervroegen hen omtrent het russische detachement, omtrent de +troepen van den Emir, omtrent Samarkand; maar wij kregen geen ander +antwoord, dan: "De russische troepen zijn over de steenen brug +getrokken; verder weten wij niets."--Wij besloten, gedurende het +overige van onze reis, deze lieden bij ons te houden, ten einde zeker +te zijn dat zij ons niet konden verraden, en hun metgezellen inlichten +omtrent de zwakheid onzer karavaan. De voorzichtigheid gebood ons, +hen niet los te laten, voor wij het detachement zouden hebben bereikt, +of althans zeker zouden weten, waar het zich bevond, en in hoever wij, +in geval van nood, op hulp konden rekenen. + +Wij waren inderdaad in een moeilijken toestand. Wat moesten wij +doen? Wat zou er van ons worden, indien de russische troepen Samarkand +waren omgetrokken om naar Bokhara te marcheeren; of indien zij, bij +den aanval op Samarkand, zich aan de andere zijde der stad gelegerd +hadden? Hoe zouden wij, in beide gevallen, onze landgenooten kunnen +bereiken? En indien, bij geval, de troepen van den Emir niet voorgoed +verslagen zijn, loopen wij dan geen gevaar, omsingeld en neergeschoten +te worden, nog eer wij een hand kunnen uitsteken tot tegenweer? + +Wij hielden een soort van krijgsraad. Ik was bijna de eenige, die +voor het voortzetten der reis stemde; ik beweerde dat de drieduizend +soldaten van den generaal Kaufmann--denzelfden die Samarkand veroverd +heeft--het geheele land met den schrik voor den russischen naam +hadden vervuld; dat niemand ons zou durven aanvallen, uit vrees +voor eene spoedige en geduchte wraak; dat wij eindelijk, indien wij +aangevallen werden, talrijk genoeg waren om weerstand te bieden aan +de nomadische ruiters, en wagens en paarden genoeg bij ons hadden +om voor de gekwetsten te kunnen zorgen.--Daarentegen scheen ons +escorte niet gerust te zijn; een der officieren had hooren zeggen: +"Dat gaat niet goed. Wij zullen er allen aan moeten gelooven!" + +En terwijl wij zoo, treurig en in groote onzekerheid, +beraadslaagden wat ons te doen stond, bedekte zich de hemel met +zwarte wolken; donderslagen knalden, en bliksemstralen schoten door +de lucht. Eindelijk behield mijn raad de overhand, en wij richtten +ons weder naar Samarkand. Mijne reismakkers hadden begrepen, dat de +Russen halt hadden gehouden, of naar Samarkand waren doorgetrokken: +in het eerste geval zouden wij hen vóór den volgenden morgen moeten +inhalen; in het tweede, zouden wij een dsjiguite afzenden, die zou +trachten uit te vinden waar onze landgenooten zich ophielden, en hen, +zoo noodig, van onzen toestand zou onderrichten. + +Voor die gevaarlijke zending, die evenveel moed als behendigheid +vereischte, was de aangewezen man de Tartaar Gassane, dien ik reeds +genoemd heb als aanvoerder der vijf-en-twintig dsjiguiten, met wien +wij van Jane-Koergane vertrokken waren. Gassane was onverschrokken: met +een Kirghise, was hij de eenige geweest, die een zending naar den Emir +van Bokhara had durven aannemen, toen het gezantschap van den generaal +Tchernaïef in de stad gevangen werd gehouden, na het mislukken der +expeditie tegen Dsjisak. Die twee moedige mannen leverden den brief in +handen van Zijne Hoogheid. Ongelukkig kwam Gassane op een dwazen inval, +om tot den Emir eenige woorden te richten, die als onvoegzaam konden +worden beschouwd; het gevolg daarvan was, dat terwijl de Kirghise, +zijn medegezant, een prachtig kleed ten geschenke kreeg, en daarna +vrijelijk naar zijne steppen mocht terugkeeren, onze vriend Gassane, +zooals de Emir zeide, naar de raven ging: dat wil zeggen, dat hij in +een kuil geworpen werd, om daar te gaan nadenken over de onaangename +gevolgen van een onbedacht woord. + +Gassane luisterde naar mijn voorstel, en nam het ook aan; toch +bemerkte ik dat hij een bedenkelijk gezicht zette. Gloudoff gaf hem +een prachtig amerikaansch geweer ten geschenke, en sprak hem moed in +met de vertroostende woorden: "Wees niet bang, vriend; gij hebt toch +maar één hoofd te verliezen." + +Helaas! wij hadden geen spion en geen boodschapper meer noodig. Twee +ruiters, door onze dsjiguiten ingehaald en tot ons geleid, brachten +ons eene tegelijk zeer goede en zeer noodlottige tijding: Samarkand +was door de Russen bezet. Ons leger was er dienzelfden dag binnen +getrokken, zonder eenigen tegenstand te ontmoeten, en vooraf de +troepen van den Emir verslagen te hebben. Zoo had een oponthoud van +eenige uren ons de gelegenheid ontnomen, om eene van de beroemdste +steden der wereld in handen van de Europeanen te zien vallen! + +Uit voorzorg hielden wij ook deze twee gevangenen, evenals de vorigen, +bij ons. Wij gaven hun de verzekering dat hun hoegenaamd geen leed +zou geschieden; maar blijkbaar hechtten zij niet veel aan onze +vriendelijke verzekeringen, en hielden zij zich overtuigd dat hun +weldra het hoofd voor de voeten zou worden gelegd, zooals het oude +en eerwaardige gebruik in het land van Bokhara dat medebrengt.--Wij +hadden moeite, de waarheid van het bericht aan te nemen: eene zoo +aanzienlijke en beroemde stad, zonder slag of stoot genomen door een +legertje van hoogstens drieduizend man!--Wij vervolgden onzen weg, +verdiept in gesprekken over den oorlog met Bokhara. + + + +Toen wij Samarkand naderden, bevonden wij ons in eene heerlijke +streek, overvloedig van water voorzien, uitnemend bebouwd en +bezaaid met welvarende dorpen; ter wederzijde van den weg was het +eene opeenvolging van prachtige tuinen; wij hadden de rijke, schoone +vallei bereikt van de rivier Zerafsjane of Zariavsjane. + +In het eerste dorp, dat wij doortrokken, stonden de bewoners voor +de deur hunner woning; zij heetten ons hartelijk en vriendelijk +welkom. Meenden zij dat inderdaad? Ik weet het niet. Misschien wel, +want men weet ook in Centraal-Azië dat het bestuur der ongeloovigen, +door vastheid en rechtvaardigheid, verre uitmunt boven de regeering +der inlandsche vorsten. Ook valt het niet te betwijfelen, of onder +de muzelmansche bevolking bevinden zich vele aanhangers van Rusland. + +De tijdingen, die wij in dit dorp vernamen, bevestigden ten volle wat +onze ruiters ons hadden medegedeeld. Men vertelde ons de bijzonderheden +der groote gebeurtenis. De strijd had kort geduurd, en de overwinning, +door een handvol Russen, op het leger van Bokhara behaald, was volledig +geweest. De soldaten, die ons vergezelden, hadden op dien dag meer +dan vijftig mijlen afgelegd; doch de goede tijding der overwinning en +de nadering van het einddoel van den tocht, bezielden hen met nieuwe +krachten, en al zingende hervatten zij den marsch. Hoe uitgeput zij +ook waren, hieven zij een lied aan, en zongen het ten einde; toen werd +een tweede aangeheven, en ook ten einde gebracht; maar bij het derde, +bleven zij steken: hunne stem bezweek van uitputting en vermoeienis. + +Na mijne komst te Samarkand heb ik deze brave lieden uit het oog +verloren; maar het zou mij niet verwonderen, indien velen hunner de +doorgestane vermoeienissen met het leven, of althans met het verlies +hunner gezondheid hadden moeten boeten.--Zoolang de marsch duurt, +wint men zich op; hoe bezwaarlijker de tocht is, hoe meer inspanning +de oorlog vordert, hoe meer het gevaar dreigt, des te meer gewent +men daaraan en verhardt er zich tegen; maar op die overspanning volgt +noodzakelijk ontspanning; dan herneemt de natuur hare, een oogenblik +miskende rechten, en de reactie begint. Het is genoeg bekend, dat in +den oorlog niet het kanonvuur de grootste verwoestingen in het leger +aanricht, maar uitputting en ziekte. + +Het had geregend; de weg was in een modderpoel herschapen; de +manschappen waadden door het slijk; de paarden hadden de grootste +moeite om voort te komen. Het onweder, dat wij hadden zien opkomen, +toen wij aan de steenen brug halt hielden, was hier in volle kracht +losgebroken. Telkens moesten wij beken oversteken, waarvan de bruggen +door de troepen op hun tocht naar Samarkand waren afgebroken; +onze wagens en rijtuigen bleven steken of vielen om: het was een +eindeloos tobben. + +"Zijn wij nog ver van de Ser-afschan?" vroegen wij ongeduldig, nu +eens aan Gassane, die er zich op beroemde dat hij de gansche streek +nauwkeurig kende; dan aan een Jood, die in het edele Samarkand +geboren was, of aan anderen, van wie wij vermoedden dat zij ons +konden inlichten. + +"Nog twee mijlen," zeide de een; "nog drie mijlen," beweerde de ander; +"nog vijf of zes mijlen," riep ons een derde toe. + +Ik was zoo vermoeid, dat ik nauwelijks in den zadel kon blijven zitten: +ondanks alle pogingen om wakker te blijven, gevoelde ik dat de slaap +mij overmeesterde; niet in staat om mij recht overeind te houden, zakte +ik nu eens rechts, dan weder links ter zijde, terwijl de teugels mij +telkens ontsnapten. Van tijd tot tijd zette ik mijn paard in galop, +en wanneer ik mijn makkers een eind vooruit was, stapte ik van mijn +paard, en sliep staande, met mijn hoofd rustende op den zadel. Mijn +paard, minder slaperig dan ik, maar daarentegen meer door den honger +gekweld, ging naar den rand des wegs, nu rechts dan links, om het +weinige gras op te zoeken, terwijl ik, altijd tegen den zadel geleund, +slaapdronken en onbewust, al zijne bewegingen mede maakte. + +Hoe gelukkig waren wij, toen wij, eindelijk de tuinen achter ons +latende, aan een tak van de Ser-afschan kwamen en, na dien doorwaad +te hebben, halt hielden om te slapen! Wij plaatsten onze wagens in +een kring, wij zetten schildwachten uit, en vielen daarop allen, +met inbegrip van de schildwachten, in een diepen slaap. Men had ons +gemakkelijk tot den laatsten man kunnen vermoorden. + +Toen wij den volgenden morgen ontwaakten bevonden wij ons aan den voet +van den heuvel Tsjopane, waarachter, naar men ons zeide, Samarkand +ligt. Op den top des heuvels zagen wij schildwachten: ter rechterzijde +zagen wij hooge ruïnen, die van verre op de bogen eener verwoeste +brug geleken, en ons toeschenen zeer oud te zijn. De heuvel was vol +gaanden en komenden, allen ongewapend.--Wij waren in vijandelijk +land, en moesten voorzichtig zijn; wij trokken dus langzaam voort, en +hielden ons dicht bij elkander, om voor alle verrassingen gewaarborgd +te zijn. De vlakte was hier en daar zeer moerassig; meer dan eens +bleven onze paarden en wagens in den modder steken, en evenals den +vorigen dag, moesten wij geduld oefenen. De Ser-afschan verdeelt zich +hier in zes of zeven armen; maar, in dit vroege morgenuur, waren die +riviertjes niet diep, zoodat wij ze konden doorwaden. Later op den +dag wordt dat anders: het smelten der sneeuw op de naburige bergen +doet dan de wateren zwellen. + +Toen wij den laatsten arm van de Ser-afschan waren overgestoken, zagen +wij twee ruiters van den berg af en naar ons toekomen: de een was een +grijsaard, de ander een jonkman. Zij heetten ons hartelijk welkom, en +verhaalden ons, dat het russische leger inderdaad Samarkand had bezet; +dat de opperbevelhebber zijn intrek had genomen in de citadel, en het +gros der troepen achter de stad was gelegerd. Zij voegden daarbij, +dat het gevecht, hetwelk Samarkand in onze handen had doen vallen, +den vorigen dag juist was geleverd op dezelfde plek, waar wij ons +nu bevonden. + +Inderdaad zagen wij, op eenigen afstand, enkele doode paarden, +waarop wij tot dusver geen acht hadden geslagen. Verder op vonden +wij eenige lijken van Bokhareezen, die in den slag gesneuveld waren; +zij waren allen bijna naakt: ongetwijfeld geplunderd en uitgeschud +door hunne eigene landgenooten. Sommigen waren in den rug gewond: +dat waren vluchtelingen, plotseling door een kogel achterhaald; +een ander was het hoofd verbrijzeld door een granaat. Er lagen niet +veelmeer dan tien dooden op dit slagveld; ik vermoed echter dat vele +gevallenen reeds den vorigen dag waren begraven. + +Boven op den heuvel van Tsjopane zag ik een soort van aarden +wallen, waarop, naar ik vermoedde, de vijandelijke batterijen hadden +gestaan. Ik wilde ze wat meer van nabij bezien. Op den top gekomen, +bleef ik eensklaps staan, zoozeer trof mij het panorama, dat zich +voor mijne blikken ontrolde. + +Daar lag Samarkand voor mij, in een krans van tuinen en gaarden. Boven +hare lusthoven en huizen verhieven zich oude, statige moskeeën. Ik, +de vreemdeling uit het noorden, zou de poorten betreden van de eenmaal +zoo beroemde stad, de hoofdstad van Timoer den Kreupele! + + + + +X. + + +Zoo was het onzen reiziger, ondanks al zijne moeite, niet gelukt, +tegenwoordig te zijn bij den intocht der Russen in Samarkand. Zekerlijk +zullen wij onzen lezers geen ondienst doen, indien wij hier het verhaal +dezer groote gebeurtenis laten volgen, zooals dit voorkomt in een +der laatste werken van den heer Arminius Vambéry, de _Geschiedenis +van Transoxanië_. + +Arminius Vambéry, tegenwoordig vice-president van de Aardrijkskundige +Maatschappij te Pesth, is niet alleen een der beroemdste reizigers, +maar ook een van de uitnemendste taalgeleerden van onzen tijd. Ook +voor de lezers der Aarde is hij geen onbekende. + +Hetgeen wij hier laten volgen, is bijna letterlijk vertaald uit het +werk van den onverschrokken onderzoeker van Centraal-Azië, getiteld: +_Geschichte Bochara's oder Transoxaniens, von den frühesten Zeiten +bis auf die Gegenwart_. + + + +Den 13den Mei 1868 ontving het russische leger bevel, naar Samarkand +op te rukken, en stelde het zich aanstonds in beweging. De kolonel +Petruschewsky, die de voorhoede kommandeerde, stond op den rechteroever +van een der armen van de Ser-afschan, toen zich Nedchm-eddin bij hem +aanmeldde, om, uit naam van den Emir van Bokhara, over den vrede te +onderhandelen, en zoodoende het voortrukken der russische troepen +te stuiten.... + +De generaal Kaufmann, de bedoelingen des vijands wantrouwende, zette +echter zijne beweging voort. Hij had onder zijne bevelen een-en-twintig +en eene halve kompagnie infanterie, en vierhonderd-vijftig Kozakken: +te zamen ongeveer achtduizend man, met zestien kanonnen. + +Een groot deel van het leger van den Emir, dat veertig-duizend man +sterk was, hield de steile oevers aan de overzijde van de Zerafsjane +bezet. De Russen lieten zich door deze overmacht niet afschrikken; +hun rechtervleugel, onder aanvoering van den generaal-Majoor +Golowatscheff, daalde zonder aarzelen in de rivier af; en gedurende +een groot kwartier zochten de soldaten, wien het water tot aan de +borst kwam, eene waadbare plek, terwijl de vijandelijke artillerie +een hevig vuur op hen richtte. Het muzelmansche leger, vijf of zes +maal sterker dan de soldaten van den majoor Golowatscheff, poogde +hun den overtocht over de rivier te betwisten; maar zoodra de Russen +den vasten wal hadden bereikt, verlieten de Muzelmannen in allerijl +de voordeelige stellingen, die zij op de hoogten hadden ingenomen, +in hun overhaaste vlucht zelfs de kanonnen achterlatende. + +Deze zoo spoedig en zoo gelukkig afgeloopen ontmoeting had plaats +op korten afstand van Samarkand. Toen de inwoners dier stad hunne +geloofsgenooten in allerijl zagen vluchten, sloten zij haastig de +poorten, want zij vreesden hunne eigene soldaten meer dan het leger +der christenen. + +Zij zonden daarop eene deputatie naar den overwinnaar, bestaande +uit de voornaamste burgers der stad, waaronder eenige mollahs of +priesters, aksacalen of regeeringsleden, en anderen: en daags na den +slag, trok eene afdeeling van het russische leger, met den generaal +Kaufmann aan de spits, zonder slag of stoot Samarkand binnen. Onder den +schitterenden staf die den generaal volgde, merkte men ook den prins +Iskender-Khan op, zoon van den afghaanschen Sultan van Herat. Deze +prins had, naar men zeide, uit ijver voor de zaak van den Islam, zijne +diensten aan den Emir aangeboden; maar daar de Emir had verzuimd de +beloofde soldij te betalen, had Iskender een gebed opgezegd voor het +heil zijner ziel, en daarop dienst genomen bij de christenen! + +Zoo viel, op den 14 Mei 1868, de weleer zoo roemrijke hoofdstad van +Timoer, de geboorteplaats en de laatste rustplaats van zoovele beroemde +heiligen van den Islam, sinds overoude tijden de stralende fakkel der +muzelmansche geleerdheid! In een oogwenk was zij christelijk geworden, +en uit de handen van de Oesbeken-dynastie der Mangiten overgegaan +in die van het huis Romanoff. Een Alexander (de groote Macedoniër) +was haar eerste veroveraar; wederom onder een Alexander kwam daar +een beslissende omkeer in haar lot. Voor meer dan tweeduizend jaren +schatplichtig aan een kleinen staat in het zuiden van Europa, is zij nu +onderworpen aan den schepter van den machtigen keizer van het Noorden. + +De Grieken, de Arabieren, de Mongolen, de Turken, de Oesbeken.... wat +al oorlogen, wat al zegepralen, wat al dynastiën, wat heerlijkheid, +welke herinneringen! En welke andere stad van Azië heeft een verleden +achter zich, zoo schitterend als dat van Samarkand? Terwijl de landen +van het uiterste Oosten ons sedert de vorige eeuw meer of minder +goed bekend zijn, en Kathay en Zipangou bijna al het geheimzinnige, +dat hen eertijds omgaf, verloren hebben, had tot op onze dagen nog +niemand den sluier van Samarkand opgelicht. Dat is, tot verbazing +van Europa, nu geschied. + +Een nieuw tijdperk is voor Midden-Azië aangebroken. Landen en steden, +die tot dusver voor den Westerling volstrekt ontoegankelijk waren, +zijn thans voor hem geopend. Daar waar een Europeaan, zelfs onder +de zorgvuldigste vermomming, geen stap kon doen, zonder zijn leven +op het spel te zetten, beweegt hij zich nu vrijelijk, naar het hem +goeddunkt, want een christenleger houdt het land bezet. Te Tadsjkend, +te Khodsjend, te Samarkand, vindt men sociëteiten, koffiehuizen en +kerken. Tadsjkend heeft een eigen russisch dagblad, de _Turkestanskia +Wjedomostie_ (het Nieuws van Turkestan); en aan het weemoedig geroep +van den moeëzzin paart zich het klokgelui der grieksche kerken, +onverdragelijker voor de ooren van den waren geloovige dan de donder +van het geschut. In de straten van datzelfde Bokhara, waar de schrijver +dezer regelen, voor eenige jaren, slechts muzelmansche lofliederen +hoorde, wandelen nu russische popen, kooplieden en soldaten, met al +de fiere gerustheid van den overwinnaar. Een lazaret en magazijnen +van levensmiddelen hebben de plaats ingenomen van dat weleer zoo +prachtige paleis van Tamerlan, waar alle vorsten van Azië hem hunne +hulde kwamen betuigen, waar zelfs de trotsche monarch van Spanje, +door zijn gezant, om de vriendschap liet verzoeken van den grooten +veroveraar; dat paleis, waar de Toeraniërs met eerbiedige geestdrift +zich kwamen nederbuigen om met hunne voorhoofden den "Groenen Steen" +aan te raken, het heilige voetstuk van den troon van Timoer! + +Deze zegepraal der russische wapenen in Centraal-Azië heeft, naar ik +meen, aan den Islam een zoo zwaren slag toegebracht, als hem, in zijn +duizendjarige worsteling met het Kruis, wellicht nog nimmer getroffen +heeft. In onzen tijd doet zich de machtige invloed der westersche +beschaving in geheel het mohammedaansche Azië, van Konstantinopel +tot den Indus, gevoelen: Mekka en Medina zelfs konden zich daaraan +niet geheel onttrekken. Alleen Centraal-Azië was daarvan bevrijd +gebleven, het heiligdom van het islamismus; daar had het ware geloof +niet geleden door de goddelooze "nieuwigheden"; en in de schatting +der echte Muzelmannen was niet Mekka, maar Bokhara de geestelijke +hoofdstad van het islamisme. De asceet, de leden der godsdienstige +orden, de godgeleerden, zij hielden allen hunne blikken op deze +heilige stad gevestigd, en in hare scholen en moskeeën kwamen de +ijverigste Muzelmannen van Turkije, Egypte, Fez en Marokko, nieuw +voedsel zoeken voor hun geloof en hunne geestdrift. Het feit, dat +deze zoo bij uitnemendheid heilige grond thans door de _kafirs_, de +ongeloovigen, als heeren en meesters betreden wordt, heeft, in geheel +de mohammedaansche wereld, de gemoederen ten diepste geschokt. De +val van de "voornaamste zuil des geloofs"--zooals Bokhara genoemd +werd--heeft een stofwolk doen opgaan, die voor langen tijd den hemel +van den Islam verduisteren zal. + +Met de inneming van Samarkand was evenwel de oorlog nog niet ten +einde. Na de nederlaag van zijn leger, vlood de Emir in aller ijl naar +Kermine. Zijn zoon, de vermoedelijke troonopvolger, Abd-Melik-Mirza, +had zich reeds gedurende den slag uit de voeten gemaakt, en was in +vliegenden ren naar Bokhara geijld; de schrik en ontzetting waren +zoo groot en algemeen, dat de vreedzame inwoners van het district +Mijankal hunne dorpen en gehuchten verlieten en naar de zijde van +Andsjoï en Meimene de wijk namen. + +De Russen van hun kant haastten zich, de op een heuvel gelegen citadel +van Samarkand in weerbaren toestand te brengen; terwijl een deel van +het leger den Emir achtervolgde, en eene andere afdeeling de steden +op den weg van Samarkand naar Bokkara onderwierp. + +Het korps van den generaal-majoor Golowatscheff, bestaande uit veertig +kompagnieën infanterie, drie sotnias Kozakken, met acht kanonnen, +verscheen eerst voor de versterkte stad Ketto-Koergane. Deze stad, +waarvan de naam _groote vesting_ beteekent, ligt aan den oever van de +Ser-afschan; tijdens mijne reis had men mij van die stad als van eene +onneembare vesting gesproken; en inderdaad waren de buitenwerken niet +te verachten. Dat belette evenwel niet, dat de sterke bezetting de +poorten voor het russische leger opende, zonder ook maar eene poging +tot tegenstand te hebben beproefd. + +Bij het vernemen dezer tijding scheen de Emir zijne laatste krachten +te willen verzamelen; hij vestigde zijn hoofdkwartier te Mir, +halverwege tusschen Kette-Koergane en Kermine, en liet door zijne +ruiterij de russische voorposten tot onder de muren van Kette-Koergane +verontrusten. Getergd door die speldeprikken, besloot de generaal +Kaufmann eindelijk rechtstreeks naar Bokhara te marcheeren, en het +oesbeeksche leger met éénen slag te vernietigen. Het schijnt dat de +Emir en zijne raadslieden zich nog altijd illusiën maakten omtrent +hunne wezenlijke macht, en nog altijd meenden, den ouden hoogen toon te +kunnen voeren; tenzij de opgewonden geestdrift der fanatieke bevolking +hen zelven noodzaakte te doen, wat zij liever hadden nagelaten. Hoe +dit zij: zij waagden nog eens den strijd in het open veld. + +De beide legers ontmoetten elkander te Serpoel, op hetzelfde slagveld, +waar driehonderd-negen-en-zeventig jaren vroeger het lot van twee +inlandsche dynastiën was beslist geworden. Ditmaal moest, zooals +zich licht begrijpen laat, het huis der Mangiten onderdoen voor +het huis van Romanoff; reeds dadelijk bij den aanvang van den slag, +bestormden de Russen, met hunne gewone onverschrokkenheid, de hoogten +ter wederzijde van den weg van Samarkand naar Bokhara, waarop het +leger der Oesbeken zijne stellingen had ingenomen. De soldaten van +den Emir hielden niet lang stand; hun terugtocht ging weldra over +in eene wilde vlucht; eenige uren later was de weg van Kermine met +hunne weggeworpen wapenen bezaaid. + +Inmiddels had het kleine garnizoen, te Samarkand achtergelaten, een +geduchten aanval te doorstaan gehad. Terwijl de generaal Kaufmann +bezig was met het achtervolgen der troepen van den Emir, vielen de +inwoners van Samarkand, die het europeesche leger zoo welwillend +ontvangen hadden, met de Oesbeken van Khehri-Sebz, ten getale van +omstreeks vijf-en-twintigduizend man, onverhoeds de citadel aan. + +Het garnizoen van Samarkand werd gekommandeerd door den baron von +Stempel; het was slechts zeshonderd vijf-en-tachtig man sterk, de +zieken daaronder begrepen. Wie maar een voet verzetten kon, verliet +het ziekbed; en deze handvol dapperen zwoer liever te zullen sterven +dan zich over te geven. + +Het beleg duurde zes volle dagen, van den 12den tot den 18den Juni; de +Russen verloren negen-en-veertig dooden en honderd-twee-en-zeventig +gewonden. De belegeraars staken eene poort in brand, en maakten +een bres: maar toch was het hun niet mogelijk, de citadel binnen te +dringen. Dag en nacht bestormden zij, in dicht opeengedrongen massa's, +de muren der vesting, onder woeste kreten telkens en telkens den aanval +hernieuwende; de Russen spoedden zich van het eene bedreigde punt naar +het andere, hielden overal den vijand tegen en wierpen hem telkens +met groot verlies terug. Toch was de heldhaftige bezetting uitgeput, +toen de generaal Kaufmann, onderricht van hetgeen er voorviel, met +geforceerde marchen naderde om de citadel te ontzetten. + +Zoo liep den ongelukkigen Mozaffar-ed-Din--zoo heette de Emir--alles +tegen. Wat zou hij doen? Naar Bokhara terugkeeren? Daar viel niet aan +te denken; zijn zoon, die zich nooit zeer gehoorzaam en onderdanig +getoond had, zou hem de poort voor den neus gesloten hebben. Hij +had zich aan het hoofd gesteld van de partij der ontevredenen +en fanatieken, en maakte zich gereed om, des noods met geweld +zijn vader den troon te betwisten. Naar Samarkand gaan? Dat was +onmogelijk; het zegevierende russische leger sneed hem dien weg af; +en vijf-en-twintigduizend zijner onderdanen waren daar met schande +teruggedreven door een garnizoen van eenige honderde soldaten! + +Er bleef hem slechts ééne keus over, en hij schikte zich daarin: +hij trad in onderhandeling met de Russen, betaalde hun eene +oorlogsschatting van honderd-vijf-en-twintigduizend tilla, ruim een +millioen gulden, stond den russischen handel alle verlangde voorrechten +toe, en verklaarde zich verantwoordelijk voor de veiligheid der +onderdanen van den tsaar in zijn land. Feitelijk werd hij een vazal +van Rusland. + + + +Transoxanië, zegt de beroemde hongaarsche reiziger op eene andere +plaats: Transoxanië of het khanaat van Bokhara, is, over het geheel +genomen, een laag land, dat ten oosten tegen de laatste hellingen +van het gebergte Thian-Sjan leunt. Met uitzondering van eenige hooge +vlakten en eenige harde, kleiachtige streken, _takir_, dat wil zeggen +droge en onvruchtbare aarde, genoemd, bestaat de bodem hoofdzakelijk +uit zwart of geel zand; bouwland, in den eigenlijken zin van het woord, +vindt men alleen op de hellingen der bergen, en langs de rivieren +en bevloeiingskanalen, die van de rivieren uitgaan. Overal elders +levert de natuur, evenals in geheel Centraal-Azië, waar zij aan +zichzelf wordt overgelaten, niets of bijna niets op; en tien jaren +van oorlog zijn voldoende om de vruchtbare vlakten te ontvolken en +in een zandwoestijn te herscheppen. + +Op vele plaatsen schiet ook de volhardende vlijt en onvermoeide +inspanning des menschen te kort, om aan de dunne zandlaag een +eenigszins dragelijken oogst te ontwoekeren. Zelfs midden door de +bebouwde streken, en tot in de onmiddellijke nabijheid van Bokhara +en Samarkand, loopen breede strooken van volstrekt onvruchtbaar en +onbebouwbaar zand; en tusschen de beide genoemde steden voert de weg +door eene steppe van eenige mijlen lengte, de woestijn van Melik +geheeten, in wier laagste gedeelte nog voor driehonderd jaar een +zoutmeer werd aangetroffen. + +Toch is, dank zij de bevloeiingen, de vruchtbaarheid van Bokhara en +van de twee andere khanaten, bijna tot een spreekwoord geworden; de +aarde brengt er rijkelijk vruchten voort, en wat zij voortbrengt is +van uitmuntende hoedanigheid. Het graan van Bokhara, hare vruchten, +haar zijde, haar katoen, haar geneeskrachtige kruiden en planten, +behoeven de vergelijking met geene andere te schromen. Het vee is wijd +en zijd beroemd; de paarden zijn door geheel Azië met lof bekend; +de kameelen van Bokhara vinden nergens huns gelijken; de schapen +munten uit door den zeer fijnen smaak van hun vleesch. + +De minerale rijkdommen, nog zeer weinig bekend en erg verwaarloosd, +zijn zeer belangrijk, vooral in de bergachtige streek ten westen en +ten zuiden van Samarkand. Reeds de geschiedschrijver Belchi spreekt +van ijzer, ammoniak, kwikzilver, koper, lood, goud, naftha, vitriool +en van een zekeren steen, dien men aansteekt en verbrandt, dat wil +zeggen steenkool, waarvan de Russen ook eenige lagen ontdekt hebben. + +De van nature zoo dorre bodem van Bokhara dankt zijne vruchtbaarheid +in de eerste plaats aan de weldadige rivier, bij de ouden onder den +naam van de Sogd bekend, sedert Kohik genoemd, en die tegenwoordig +met volle recht den naam draagt van Ser-afschan (uitdeelster der +rijkdommen). Ten noordoosten van Samarkand verdeelt de voornaamste tak +van de Ser-afschan zich in eene menigte armen, die naar de steppen +vloeien. De aanzienlijkste dezer armen loopt ten noordwesten der +stad, voorbij Pendsj-Shembeh en Sjatirdsja, en stort zich in het +meer Karakoel. Een andere tak vloeit ten zuidwesten van Samarkand, en +neemt langs Kette-Koergane en Bokhara, zijne richting naar de woestijn. + +Als men nagaat, welk een groot aantal zijkanalen hun water aan de +voornaamste takken van de Ser-afschan ontleenen, dan staat men +verbaasd, hoe eene rivier van zoo weinig uitgestrektheid in de +behoeften van al deze kanalen kan voorzien: de massa water, die zij +afvoert, moet zeer aanzienlijk zijn. Behalve de Ser-afschan, heeft +men nog de beek van Khehri-Sebz, die geschikt is voor bevloeiing; +hare wateren komen somwijlen tot aan Karsji, en met behoorlijke zorg +geleid en verdeeld, konden zij het gansche land van dienst zijn. + +Men heeft opgemerkt dat eene voortdurende bevloeiing gedurende eene +reeks van jaren, op den bodem eene laag van alluviaal-aarde van +genoegzame dikte doet ontstaan. Vooral het water van den Oxus heeft +deze vruchtbaarmakende eigenschap; maar ongelukkig genoeg trekt het +land bijna geen voordeel van dezen stroom: van Termez tot Tsjehardsjoe +is de rechter oever van den Oxus bijkans onbewoond; en het zou ook +zeerveel bezwaar in hebben, hier volksplantingen aan te leggen, +omdat de oevers zeer hoog zijn, zoodat de besproeiing zeer moeilijk, +om niet te zeggen onmogelijk is. + +Het klimaat van Transoxanië is niet ruw en over het algemeen niet +nadeelig voor den landbouw. In de bergachtige streken tamelijk koud, +is de temperatuur in de hoogere vlakten aan den voet der bergen +gematigd; maar in de lage streken, nabij de steppen, bij voorbeeld +te Bokhara, te Karsji, te Karakoel, is het klimaat zeer afwisselend, +nu eens ondragelijk heet, dan vinnig koud. Ongezond is het echter +alleen te Bokhara; de ziekten, die in Transoxanië heerschen, moeten +meer geweten worden aan de ongezonde levenswijze der inwoners en aan +hunne verkeerde manier van zich te kleeden, dan aan de schadelijke +invloeden van de temperatuur. + +Het gezegde omtrent de vruchtbaarheid en het klimaat van Bokhara is +evenzeer van toepassing op de landen, die ten oosten en ten westen aan +dat khanaat grenzen. Het is dan ook niet te verwonderen, dat de wonden, +door den oorlog geslagen, hier in betrekkelijk korten tijd weder +geheeld worden, mits slechts de oorlog niet te lang aanhoude. Reeds +Belchi verzekert ons, dat een geslagen leger zich nergens zoo spoedig +van zijne nederlaag herstelt, als in Transoxanië. Diezelfde schrijver +schat het aantal steden in die landstreek op driehonderd-duizend: +blijkbaar eene schromelijke overdrijving. Toch was Transoxanië en met +name de stad Bokhara, vroeger veel meer bevolkt dan tegenwoordig. Onder +de Samaniden waren de omstreken dezer stad zeer dicht bevolkt; ten +noordoosten, ten zuidwesten strekten zich, buiten de eigenlijke +stad, groote voorsteden uit; en de driehonderd-zestig moskeeën, +waarvan de inwoner van Bokhara nog met trots spreekt, bestonden +toen werkelijk. Tegenwoordig telt Bokhara hoogstens vijf-en-dertig +duizend zielen. + +Dat zelfde geldt voor het gansche land. Transoxanië kan eene vijf- à +zesmaal sterkere bevolking onderhouden, dan het tegenwoordig bezit. De +ontzaglijke legerscharen, die, sedert de stichting van het khalifaat, +voortdurend krijgs- en veroveringstochten ondernamen naar westelijk +Azië en tot aan de oevers van den Nijl, waren voor het grootste deel +saamgesteld uit zonen der steppen, maar daarnevens ook uit de bewoners +der oevers van den Oxus en den Jaxartes. + +De meerderheid der inwoners van het oude Transoxanië bestond uit +Iraniërs, en het perzisch was de nationale taal te Bokhara, te Fergana, +te Khahrezm. Dit bleef zoo onder de heerschappij der Arabieren, der +Samaniden, der Seldsjoeken en der vorsten van Khahrezm, ja zelfs nog +langen tijd na de invallen der Mongolen; toen maakte het perzisch +allengs plaats voor het turksch, dat tegenwoordig de heerschende +taal is. + +Evenals de taal, heeft ook het karakter der Transoxaniërs eene groote +verandering ondergaan. De oude arabische schrijvers kunnen geen +woorden genoeg vinden om den adel des gemoeds, de oprechtheid, de +rechtvaardigheid en gastvrijheid van dit volk te roemen. Tegenwoordig +is van al deze deugden geen spoor meer over: met uitzondering van +de gastvrijheid, die wel niet in de steden, maar dan toch op het +platteland nog altijd beoefend wordt. Eeuwen lang is Transoxanië ten +prooi geweest aan de telkens hernieuwde invallen der Toeraniërs, en +daarbij is het land maatschappelijk en zedelijk te gronde gericht. De +veroveraars hebben niet alleen de steden verwoest en de oogsten +vernield, maar zij hebben ook in het hart der menschen alle hooge en +edele gevoelens en aandoeningen weggewischt. + +Samarkand, ongetwijfeld het Maracanda der Grieken, de hoofdstad van +het oude Sogdiana, is reeds sedert overoude tijden de mededingster +van Bokhara. Vóór de regeering der Samaniden was zij de koningin der +steden in het stroomgebied van den Oxus; zij begon van haar hoogen rang +te dalen, toen Ismaël zijne residentie naar Bokhara verlegde. Onder +de kharezmitische vorsten hernam zij, naar men zegt, haar vroeger +overwicht; en later, onder de regeering van Timoer den Kreupele, +bereikte Samarkand het toppunt van haar bloei en heerlijkheid. Maar +na den val der dynastie van Timoer, begon ook voor haar een tijdperk +van achteruitgang en verval. Bokhara werd nu allengs de officieele +residentie; Samarkand moest zich vergenoegen met de nederiger rol +van zomerverblijf der vorsten, die door de schoonheid der waterrijke +streek en de frischheid van het klimaat werden aangetrokken. + +Samarkand is minstens tweemaal verwoest geworden; eerst door de +Mongolen, en later door de wilde horden der Oesbeken. Van hare vroegere +heerlijkheid is dan ook geen spoor meer over. De stad telt tegenwoordig +eene bevolking van dertig duizend inwoners; zij bezit tachtig moskeeën, +drie-en-twintig scholen of collegiën en zeven-en-twintig karavanseraïs. + + + + + + + +End of Project Gutenberg's Van Orenburg naar Samarkand, by Anonymous + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN ORENBURG NAAR SAMARKAND *** + +***** This file should be named 19326-8.txt or 19326-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/9/3/2/19326/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/19326-8.zip b/19326-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0f86fa1 --- /dev/null +++ b/19326-8.zip diff --git a/19326-h.zip b/19326-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..274427b --- /dev/null +++ b/19326-h.zip diff --git a/19326-h/19326-h.htm b/19326-h/19326-h.htm new file mode 100644 index 0000000..5136fa2 --- /dev/null +++ b/19326-h/19326-h.htm @@ -0,0 +1,3207 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>Van Orenburg naar Samarkand</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="Anoniem"> +<meta name="DC.Creator" content="Anoniem"> +<meta name="DC.Title" content="Van Orenburg naar Samarkand"> +<meta name="DC.Date" content="# 2006"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16% 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +/****** Title Page ******/ + +h1.docTitle +{ +font-size: 1.6em; +line-height: 2em; +} + +h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline, h2.docTitle +{ +text-align: center; +} + +h2.byline +{ +font-size: 1.1em; +line-height: 1.44em; +font-weight: normal; +} + +span.docAuthor +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: normal; +} + +/******* Headers ******/ + +.div0 +{ +padding-bottom: 1.6em; +} + +.div1 +{ +padding-bottom: 1.44em; +} + +.div2 +{ +padding-bottom: 1.2em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-bottom: 1.0em; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +font-style: normal; +text-transform: none; +clear: both; +} + +h1 +{ +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5em; +} + +h1.label +{ +font-size: 1.2em; +line-height: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} + +h2 +{ +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5em; +} + +h2.label +{ +font-size: 1.2em; +line-height: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} + +h3 +{ +font-size: 1.2em; +line-height: 1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} + +h4 +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left: 10%; +margin-right: 10%; +} + +h5 +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.0em; +font-style: italic; +} + +h6 +{ +font-size: 1.0em; +line-height: 1.0em; +font-style: italic; +} + +/****** Paragraphs ******/ + +p +{ +text-indent: 0; +} + +.alignleft +{ +text-align: left; +} + +.aligncenter +{ +text-align: center; +} + +.alignright +{ +text-align: right; +} + +.alignblock +{ +text-align: justify; +} + +p.poetry +{ +margin: 0em 10% 1.58em 10%; +} + +p.line +{ +margin: 0 10% 0 10%; +} + +p.beforeline, p.afterline +{ +margin-top: 1em; +} + +p.initial +{ +text-indent: 0em; +} + +p.argument, p.note +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +text-indent: 0em; +} + +p.argument +{ +margin: 1.58em 10% 1.58em 10%; +} + +p.quote +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 5% 1.58em 5%; +} + +div.blockquote +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 5% 1.58em 5%; +} + +div.argument +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 5% 1.58em 5%; +} + +div.epigraph +{ +font-size: 0.9em; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 20% 1.58em 0%; +} + +/****** Figures ******/ + +div.divFigure +{ +text-align: center; +} + +.floatLeft +{ +float: left; +margin: 10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float: right; +margin: 10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +text-align: center; +} + +p.figure, p.legend +{ +font-size: 80%; +margin-top: 0; +text-align: center; +} + +p.smallprint, li.smallprint +{ +font-size: 80%; +color: #666666; +} + +/* Special cases for Filipino Riddles */ + +p.question +{ +text-align: left; +margin-bottom: 0em; +} + +p.answer +{ +text-align: right; +margin-top: 0em; +} + +p.explanation +{ +margin-left: 0.9em; +margin-right: 0.9em; +font-size: smaller; +} + + +/****** Sidenotes ******/ + +.leftnote +{ +position:absolute; +left:1%; +height:0em; +width:14%; +font-size: 0.8em; +text-indent: 0em; +line-height: 1.2em; +} + +/****** Page Numbers ******/ + +.pagenum +{ +display: inline; +font-size: 70%; +font-style: normal; +text-align: right; +position: absolute; right: 1%; +padding: 0 0 0 0; +margin: 0 0 0 0; +} + +.pagenum a +{ +text-decoration: none; +} + + +/****** Footnotes ******/ + +a.noteref:hover +{ +text-decoration: none; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +vertical-align: 0.25em; +text-decoration: none; +} + +div.footnotes +{ +padding: 0 0 0 0; +margin-top: 1em; +} + +hr.fnsep +{ +width: 25%; +text-align: left; +margin-left: 0; +margin-right: 0; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-top: 0.5em; +margin-bottom: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align: left; +width: 2em; +} + +/****** Poetry ******/ + +div.poem +{ +text-align: left; +margin-left: 5%; +width: 90%; +position: relative; +} + +.poem h4 +{ +margin-left: 5em; +font-weight: normal; +text-decoration: underline; +} + +.poem .stanza +{ +margin-top: 1em; +} + +.poem .linenum +{ +position: absolute; +top: auto; +left: -2.5em; +margin: 0; +text-indent: 0; +font-size: 90%; +text-align: center; +width: 1.75em; +color: #777; +} + +.versenum +{ +font-weight: bold; +} + +.footnotes .line +{ +font-size: 80%; +margin: 0 5% 0 5%; +} + +.poem .i0 { display: block; margin-left: 2em; } +.poem .i1 { display: block; margin-left: 3em; } +.poem .i2 { display: block; margin-left: 4em; } +.poem .i3 { display: block; margin-left: 5em; } +.poem .i4 { display: block; margin-left: 6em; } +.poem .i5 { display: block; margin-left: 7em; } +.poem .i6 { display: block; margin-left: 8em; } +.poem .i7 { display: block; margin-left: 9em; } +.poem .i8 { display: block; margin-left: 10em; } +.poem .i9 { display: block; margin-left: 11em; } + + + +/****** Annotations ******/ + +span.corr +{ +border-bottom: 1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom: 1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom: 1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing: 0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant: small-caps; +} + + +/****** Anchors ******/ + +a.hidden:hover +{ +text-decoration: none; +} + +a.hidden +{ +text-decoration: none; +} + +hr +{ +width: 45%; +margin-top: 1em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +clear: both; +text-align: center; +height: 1px; +} + + + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Van Orenburg naar Samarkand, by Anonymous + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Van Orenburg naar Samarkand + De Aarde en haar Volken, 1873 + +Author: Anonymous + +Release Date: September 19, 2006 [EBook #19326] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN ORENBURG NAAR SAMARKAND *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="bodytext"><a id="d0e67"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e67">337</a>]</span><p class="div1"></p> +<h2>Van Orenburg naar Samarkand.</h2> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-337.jpg" alt="Eene tarantasse."></p> +<p class="figureHead">Eene tarantasse.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Centraal-Azië trekt in onze dagen de aandacht van allen, die niet alleen belang stellen in hetgeen in hunne onmiddellijke +nabijheid gebeurt, maar ook in wat daar geschiedt en zich voorbereidt in gindsche verwijderde landstreken, vanwaar reeds meer +dan eenmaal eene beslissende omwenteling in de wereldhistorie is uitgegaan. De uitbreiding der russische heerschappij in deze +onmetelijke, zoo weinig bekende landen van Midden-Azië is een feit van zeer groote beteekenis, waarvan de gevolgen zich eerst +langzamerhand, wellicht eerst na betrekkelijk langen tijd, in hun vollen omvang zullen openbaren. Wat hier ook van zij: in +ieder geval worden deze streken, reeds door historische herinneringen en eigenaardigheid van volksleven en ontwikkeling veelszins +merkwaardig, tengevolge harer inlijving in het groote russische rijk, ook onzer europeesche wereld nader gebracht. Onze lezers +zullen dan ook zeker met belangstelling kennisnemen van het boeiende reisverhaal van een Rus, Basilius Wereschagin, met wien +wij reeds vroeger kennis maakten. + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">I.</h3> +<p>Orenburg biedt niet veel bijzonders; de stad onderscheidt zich van andere russische steden alleen door haar half-tartaarsch +voorkomen, waardoor zij u aan Kazan denken doet. Hare torens, hare minarets, eenige moskeeën geven haar iets eigenaardigs. +Reeds zoodra ge de straten van Orenburg betreedt, treft u het oostersche karakter der stad, die dan ook trouwens in het Oosten +ligt, op de uiterste grenzen van Europa en Azië. Wat zonderlinge, scherpgeteekende figuren, wat afwisseling van kostumen! +Hier ziet ge een russisch soldaat, behoorlijk naar alle regelen gedrild; daar een Kozak van den Oeral, die tucht noch wet +kent. Ginds, een man uit Bokhara, met een langen baard, een statig en ernstig voorkomen, en met een reusachtigen tulband op +het hoofd, waarvan het doek, zoo het losgewonden werd, zeker eene lengte van tien of twaalf el zou hebben. + +</p> +<p>Op ongeveer vier wersten afstand van Orenburg staat een groot gebouw, dat wel een bezoek waard is. Dit is de zoogenaamde Beurs: +de algemeene verzamelplaats der nomaden van geheel den omtrek, die hier van alle kanten samenkomen, somwijlen vanzeer ver, +te paard of op kameelen, meestal alleen, maar soms ook met hunne gezinnen. Zij brengen koeien, ossen, schapen, allerlei soorten +van vee mede; zij hebben ook vilt, wol en huiden bij zich, om die te verkoopen of te ruilen tegen houten huisraad, brood, +vaatwerk en meer dergelijke artikelen van dagelijksch gebruik. + +</p> +<p>Omstreeks den middag heerscht de grootste drukte op deze Beurs; het gedrang en gejoel doet u hooren en zien vergaan; koopers +en verkoopers schreeuwen en roepen om het hardst, ook al staan zij vlak naast elkander. Alles loopt en dringt en duwt en woelt +en krioelt door elkander; men biedt en looft, men kijft en klapt in de handen: dit alles veroorzaakt een rumoer, waarvan een +vreemdeling zich bezwaarlijk een denkbeeld vormen kan. Deze Beurs of bazar is een zeer groot vierkant gebouw, met eene ruime +binnenplaats in het midden; langs de vier zijden bevinden zich de winkels, die op de binnenplaats uitkomen, en daartegenover +andere; <a id="d0e87"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e87">338</a>]</span>winkels, welke een tweede gebouw, midden op de plaats verrijzende, innemen. Op diezelfde binnenplaats nabij de poort, die +van den weg naar Orenburg toegang tot den bazar geeft, staat eene kleine moskee, en daarbij eene russische kapel. + +</p> +<p>De kooplieden die dezen bazar bezoeken, behooren tot verschillende nationaliteiten. In de eerste plaats ontmoet men onder +hen Russen, Bokharen en Kokhandsjis, dat wil zeggen, inwoners van het khanaat van Kokhand. Voorts Tartaren, Bashkiren, Kirghisen, +enz. Al deze kooplui zitten met gekruiste beenen op den grond, naast hunne koopwaren, die op een hoop liggen. Deze waren zijn +van verschillenden aard: vooreerst allerlei soorten van kleedingstukken, wollen en andere stoffen, en vooral tsjapans of kamerjaponnen +van allerlei grootte, kleur en prijs. Dit kleedingstuk heeft langs de grenzen ontzaglijken opgang gemaakt; iedere russische +werkman of kleinhandelaar draagt het geregeld; de inboorlingen, zegt men, leggen hun tsjapan nooit af. Nevens dit artikel, +dat in bijna ongeloofelijke hoeveelheid aan de Beurs verhandeld wordt, vindt ge in de winkels eene menigte voorwerpen van +vilt; voorts snuisterijen, sieraden van glas of metaal, om de begeerlijkheid der vrouwen op te wekken, en meer andere artikelen. + +</p> +<p>Kirghisische vrouwen, met hooge witte tulbanden op het hoofd, voor hare kleine wagentjes gezeten, verkoopen <i>koumis</i> aan hare klanten. Daar ik dien drank nog niet kende, wilde ik hem proeven. Hij was veel minder sterk dan ik gedacht had, +maar daarentegen zeer zuur. Echter moet ik er bijvoegen dat de koumis, waarin deze dames handelden, misschien voor de helft +met schapenmelk was aangelengd. Dat is dan ook de echte drank niet, waarvoor steeds paarden- of kameelenmelk wordt gebruikt. + +</p> +<p>Nabij den ingang van den bazar ziet men ter wederzijde eene lange dubbele reeks van kleine winkels, waarin handelaars in tabak, +in messen, knoopen en allerlei huiselijke gereedschappen, hunne waren hebben uitgestald. Hier zijn gekleurde palen voor tenten +te koop; ginds grafzerken, met schreeuwende kleuren beschilderd; nog verder verdringt zich eene kudde runderen of schapen, +en om de dieren krioelen koopers, verkoopers en toeschouwers bont dooreen. Daar, verder op, ziet ge ontzaglijke hoopen wol:—de +koopman is bezig, de natte wol uit te zoeken en van de droge af te zonderen; dan, nogmaals schapen, koeien, paarden; dan weer +Russen en Kirghisen, die graan en meel afwegen: de Rus biedt zijne waar te koop aan, de Kirghise voorziet zich van den noodigen +voorraad, om dien straks op zijne kameelen te laden, en met zijne korenzakken naar zijne vilten tent of <i>kibitka</i> terugtekeeren, misschien meer dan honderd mijlen ver in de steppen. + +</p> +<p>Tijdens mijn verblijf te Orenburg kwam ik in aanraking met een gewichtig personage: een gezant van den emir van Bokhara, die +namens zijn meester over den vrede kwam onderhandelen. Zijn gevolg was zeer gering: gelukkig trouwens, want zijne hoogheid +de emir had hem geen penning voor de reis gegeven. Hij zou dan ook van honger zijn omgekomen, indien het russische gouvernement +hem geene tegemoetkoming van acht roebels per dag, dat is ongeveer zestien gulden, had toegelegd. Zijne excellentie leefde +nu zeer zuinigjes, en verteerde voor zich en zijn gevolg niet meer dan twee roebels per dag: hetgeen hem eene zuivere winst +opleverde van zes roebels in een etmaal. Ik moet echter daarbij voegen, dat het gezantschap voor rekening van de russische +regeering gehuisvest was, en dat de heeren diplomaten zeer sober leefden van <i>plove</i> (pilau) en thee. Na een verblijf van twee-en-een-halve maand te Orenburg, kon de gezant van den emir over eene tamelijk welgevulde +beurs beschikken, en begon hij zichzelf geschenken te geven: tshapans, een horloge, een speeldoos en andere zeldzame gewrochten +der westersche beschaving. + +</p> +<p>Voor mijn vertrek schafte ik mij een tarantasse aan, een soort van zeer eigenaardige calèche: het rijtuig heeft de gedaante +van een korf of wieg, en is ook evenzoo luchtig gevlochten. De Orenburgers gebruiken de tarantasse voor toertjes door de stad +en den omtrek; maar waarschijnlijk was ik wel de eerste, die met dit brooze rijtuig een tocht ging ondernemen van twee duizend +wersten over meestal onbegaanbare wegen. Nadat ik mijn mand had volgepakt met alle voorwerpen, die een kunstminnend toerist +onmisbaar zijn—papier, portefeuilles, draagstoel, parasol, instrumenten—bemerkte ik dat er voor mij zelf nog maar een zeer +klein plaatsje in de tarantasse overschoot. Toch, hoe bekrompen en ongemakkelijk ook gezeten, verliet ik Orenburg in mijn +licht rijtuigje, en sloeg den weg in naar Centraal-Azië. + +</p> +<p>De tocht van Orenburg naar Tasjkend is eene ware marteling! Toch is de weg goed (nu en dan zandig) en tamelijk gelijk. Maar +er komt geen einde aan de haspelarijen, plagerijen en <span class="corr" title="Bron: moeielijkheden">moeilijkheden</span> van allerlei aard, die u telkens uw geduld doen verliezen. Bij iedere halt is het eene nieuwe ruzie met den chef van het +station; onderweg ligt ge voortdurend overhoop met de iamtshiks of postillons; aan paarden, wagen en tuig is steeds iets defect, +dat gedurig herstelling vordert. In één woord, de geheele dienst is ellendig. + +</p> +<p>Van Orenburg tot Orsk is de weg goed; ook zijn hier de stations goed ingericht. De dorpen en vlekken, die ge op uw weg ontmoet, +worden half door Kozakken, half door Tartaren bewoond: goede, brave lieden, met wie de reiziger gaarne te doen heeft, en die +hem bereidwillig dienst bewijzen. Van de Kirghisen kan ik dit niet getuigen. + +</p> +<p>Orsk is niet eene dier steden, die reeds op het eerste gezicht een aangenamen indruk maken. Men ziet er niets dan lage, half +ingestorte huizen. Zij ligt aan de samenvloeiing van de rivieren de Oeral en de Or, de eerste van het noorden, de andere van +het zuiden komende. Evenals aan de andere stations, bestaat er wel eenige kans dat gij een <i>samovar</i>, theeketel of bouilloir, en meer of minder drinkbaar water krijgen kunt,—en dan nog! Maar wat ge in de eerste plaats noodig +hebt: paarden,—daar ontbreekt het aan. + +</p> +<p>Gij komt aan het station: er is niemand. Gij roept: er verschijnt niemand. Gij roept nog eens en luider: geen antwoord. Wat +te doen? Wachten. Zoo wacht ge dan. Eindelijk verschijnt, ge weet niet vanwaar, <a id="d0e122"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e122">339</a>]</span>een Kirghise. Natuurlijk vraagt hij u, wat gij verlangt? + +</p> +<p>“Wat ik verlang? Paarden, natuurlijk! + +</p> +<p>“Paarden? Er zijn hier geen paarden.” + +</p> +<p>Dat is het onvermijdelijke antwoord. Echter laat ge u niet zoo afschepen. + +</p> +<p>“Maar wanneer kan ik ze dan krijgen? + +</p> +<p>“Morgen.” + +</p> +<p>“Morgen! Dat ziet er mooi uit!” + +</p> +<p>Toch is dat gebrek aan paarden dikwijls maar voorgewend. Weet ge het zoo aan te leggen, dat men u voor een officier of althans +voor een ambtenaar aanziet, dan is het best, tegen ieder uit te varen en geen dreigementen te sparen. Herkent ieder in u den +eenvoudigen burgerman, dan schiet er niet anders over, dan in den zak te tasten. De ontbrekende paarden komen dan ook weldra +voor den dag. Meen echter niet, dat ge nu uwe reis kunt vervolgen. Niet zoo haastig! Er ontbreekt of hapert altijd iets, hetzij +aan de teugels, hetzij aan het tuig, hetzij aan den wagen, of wat dan ook. Toch is de uitrusting hoogst eenvoudig. Het middelste +paard heeft niets meer dan een halsband, een zadel en een buikriem; de beide andere paarden stellen het met een eenvoudigen +vilten halsband en een paar riemen. + +</p> +<p>Is eindelijk alles klaar, dan komt het oogenblik van vertrekken. Geene kleinigheid! De paarden der steppen zijn niet gewend +aan het gareel; als zij voorgespannen worden, steken zij onrustig de ooren op, snuiven en trappelen en geven alle teekenen +van ongeduld. Maar aan alles komt een einde; de zweep zal nu het sein geven. “Ga zitten!” roept de iamtshik u toe. Gij gaat +zitten, met vreezen en beven. De wilde paarden der steppen steigeren en schudden den kop; zij springen ter zijde; zij breken +de touwen en slaan den boom tot splinters! Dan begint alles weder van voren af aan. Ten langen laatste zijt ge toch op weg; +nu gaat het voort, in vliegenden ren; maar telkens moet ge halt houden, zonder dat ge met mogelijkheid bevroeden kunt waarom: +dit is het geheim van den koetsier, die geheel zijne eigene luimen volgt. Al de iamtshiks, Russen zoowel als Kirghisen, schijnen +er bovendien vermaak in te vinden, hun zweep te laten vallen; ge moet zoo telkenmale stilstaan, om die op te rapen. En dan—nu +eens breken de touwen, dan gaan de riemen los. Wee u, zoo ge de taal der Kirghisen niet verstaat. Uw postillon, een halve +wilde, heeft geheel en al vergeten, dat hij op een rijtuig zit; hij denkt dat hij te paard rijdt: hij ranselt zijne dieren +op de onbarmhartigste wijze; hij zit geen oogenblik stil; hij schopt met geweld tegen den wagen; hij schreeuwt en gilt, en +stelt zich aan als een bezetene. + +</p> +<p>Te Orsk begint de steppe, maar zij heeft nog niet dat doodsche voorkomen, dat haar verderop eigen is. De grond is nog met +hoog gras begroeid; nu en dan ziet ge op kleine heuvels eenige winterdorpen der Kirghisen, want deze nomaden hebben bereids +hunne zomerkampementen verlaten. Die halve wilden zijn niet allen herders; velen onder hen houden zich in deze streek met +graanbouw bezig; het brood is hier dan ook buitengewoon goedkoop. De Kirghisen, die dit gedeelte der steppe bewonen, staan +onder de bevelen van een hoofdman, die te Orsk woont, en op zijne beurt ondergeschikt is aan een <span class="corr" title="Bron: distriktshoofd">districtshoofd</span>, te Orenburg gevestigd. + +</p> +<p>Wij zijn in het midden van September: overdag is het warm, maar des nachts en in den morgenstond vriest het, en ondanks mijn +pels van schapenvacht zit ik dan te rillen van koude. Op den middag daarentegen druppelt mij het zweet langs het gelaat. Zoo +is het klimaat der steppen, buitensporig zoowel in warmte als in koude. + +</p> +<p>Voort gaat de tocht; ik heb nauwelijks den tijd, eenige aandacht te wijden aan de Kirghisen van deze woestijn, die deel uitmaken +van de Kleine-Horde, en weinig verschillen van hunne broeders der Groote-Horde en der Middelste-Horde, van wie ik later spreken +zal. Somwijlen ontmoeten wij troepen kameelen, dikwijls bij honderden te gelijk. Op het geklingel van de bellen onzer paarden, +wenden zij hunne koppen naar ons om, en volgen ons langen tijd als met aandachtigen ernst met hunne nieuwsgierige blikken. +Men weet hoe schuw deze voortreffelijke dieren zijn. Het gebeurt wel eens, dat wij hen te dicht naderen: dan vluchten zij +in galop, naar alle kanten, met den staart in de lucht, als verschrikte koeien. Niets is grappiger, dan zulk een tooneel. +Met zijne korter voor- dan achterpooten, maakt de kameel, als hij draaft of galoppeert, een allerzotst figuur. In de vlakten +van Orenburg ziet men meer tweebultige kameelen dan dromedarissen; de reden hiervan moet gezocht worden in de meerdere kostbaarheid +der dromedarissen. Deze laatsten zijn duurder dan de kameelen, maar kunnen ook eenige dagen achtereen voedsel en drank ontberen, +terwijl de kameel na verloop van twee à drie dagen uitgeput is; bovendien is deze ook niet zoogoed tegen de kou bestand; men +vindt hem dan ook eerst verder zuidwaarts, naar de zijde van Bokhara. In de karavanen, die wij ontmoetten, wees men mij eenige +dromedarissen, grooter en sterker dan de anderen: zij behooren tot het ras, dat in Khiwa gevonden wordt. + +</p> +<p>De kameel is zeer gevoelig voor muziek: fluiten en zingen boeit dadelijk zijne aandacht; zelfs als hij graast houdt hij, zoodra +een of andere toon hem treft, dadelijk op, steekt zijn kop in de hoogte, en kijkt aandachtig naar de zijde vanwaar het geluid +komt. De ruwheid van de bewoners der steppe blijkt wel het meest in de wijze, waarop zij deze zoo nuttige, ja voor hen onmisbare +dieren behandelen. Voorzeker worden, ook in andere landen, de kameelen niet vertroeteld, maar zij worden toch niet zoo onbarmhartig +behandeld als hier. Zoodra de kameel zijn tweede jaar is ingetreden, doorboren de Kirghisen hem den neus en steken een stokje +in de opening, waaraan het touw wordt vastgemaakt, dat als toom dient. Dit touw wordt dan doorgaans gehecht aan den zadel +van den ruiter, die aan de spits der karavaan rijdt; het arme dier kan dus geen misstap doen, of ook zijn tred een weinig +vertragen, zonder dat zijn neus wordt opengereten, en het bloed hem langs den bek vloeit. Somwijlen gebeurt het, dat door +het voortdurend trekken en rukken, het koord breekt, of de neusvleugels worden afgescheurd. In elke karavaan zag ik verscheidene +<a id="d0e151"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e151">340</a>]</span>kameelen, die hevig uit den neus bloedden; bij sommigen was een gedeelte van de bovenlip afgescheurd of hing er bloedend bij.—Een +goede kameel met twee bulten is tusschen de zestig en honderd gulden waard; een goed paard kost zestig gulden; een minder +goed, dertig tot veertig gulden. Men moet zeker niet uit het oog verliezen, dat de paarden der steppen bijna geheel wild zijn; +vandaar de moeilijkheid om zich van paarden voor rijtuigen te voorzien, ondanks den lagen prijs en de voortreffelijke eigenschappen +der paarden zelf. Zij zijn van kirghisisch ras, klein en niet mooi, maar sterk en taai; zij blijven het gansche jaar in de +wei; des winters verwijderen zij de sneeuw met hunne hoeven, om het bevroren gras der steppen te kunnen bereiken. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-340-1.jpg" alt="De groote moskee te Turkestan."></p> +<p class="figureHead">De groote moskee te Turkestan.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Tusschen Orsk en Tasjkend liggen verscheidene russische forten, die niet alleen de veiligheid op den weg moeten verzekeren, +maar ook de orde in het omliggende land handhaven. Het eerste fort, dat ge op uw tocht ontmoet, is dat van Karaboutagh, schilderachtig +aan den oever eener beek gelegen; het klimaat is ondragelijk. Verderop ligt het fort Oeral. Deze beide vestingen zijn tusschen +1840 en 1850 gebouwd, en worden door Kozakken-familiën bewoond. Het oprichten van deze en nog vele andere forten was een zeer +verstandige maatregel, waardoor een einde werd gemaakt aan de telkens herhaalde strooptochten der roofbenden uit Khiwa, die +ieder jaar tusschen de twee- en driehonderd Russen als krijgsgevangenen wegvoerden. Van het fort Oeral tot aan de rivier de +Sir-Darja, vindt men slechts open dorpen; de rivier opvarende komt men achtereenvolgens voorbij het fort Kazali, in officiëelen +stijl fort Nommer I; dan voorbij fort Nommer II; het fort Perowski; het fort Dsjoelek; eindelijk langs de versterkte steden +Turkestan, Tsjemkend en Tasjkend. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-340-2.jpg" alt="De groote moskee te Turkestan (van de andere zijde gezien)."></p> +<p class="figureHead">De groote moskee te Turkestan (van de andere zijde gezien).</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Als gij het fort Oeral verlaten hebt, begint de <a id="d0e167"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e167">342</a>]</span>eigenlijke steppe, de naakte vlakte zonder een spoor van plantengroei. Tevens houden de stations op, om vervangen te worden +door tenten. Voorbij Djalangatshe moet de reiziger zijn intrek nemen in eene kibitka, zoogoed mogelijk door een veld van biezen +tegen den wind gedekt. Gelukkig heeft men tegenwoordig althans niets meer te maken met de Khirgisen. Kozakken, tot de bezetting +der forten behoorende, zijn belast met de zorg om de reizigers bij hunne aankomst aan de stations te ontvangen, en alles in +gereedheid te maken voor hun vertrek. Sommigen van deze Kozakken verstaan en spreken de taal des lands, en dienen als tolken +tusschen Orenburg en Tashkend. + +</p> +<p>Dicht bij het station van Térekti, op korten afstand van de heirbaan, ontmoetten wij voor het eerst eene kirghisische <i>mazarka</i>, dat wil zeggen, een graf. Eerst sedert drie jaren was dit monument opgericht, en wel door Koun-Spaï, een rijken Kirghise. +Het grafteeken bestaat uit een plompen zwaren koepel, rustende op een vierkanten onderbouw, van omstreeks vier el hoogte. +Het geheele gebouw is uit leem opgetrokken, zonder dat daarbij een enkele steen is gebruikt. Eene smalle en lage deur geeft +toegang tot het inwendige, dat drie <span class="corr" title="Bron: gaven">graven</span> bevat, overvloedig met ornamenten versierd; ruwe en onbeholpen schilderijen bedekken den wand: afbeeldingen van wapenen, +paarden, karavanen, kameelen, meer of minder duidelijk geteekend. Langs den geheelen weg zagen wij eene menigte van zulke +graven. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-341.jpg" alt="Bedelende derwisjen."></p> +<p class="figureHead">Bedelende derwisjen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Intusschen gaan wij altijd voort naar het zuiden; de steppe wordt gaandeweg minder naakt en doodsch. Wij ontdekken eerst eenige +struiken, dan eene bochtige oeverlijn, eindelijk een breeden band van donkerblauw water: wij hadden den oever van het meer +Aral bereikt, op vijf-en-tachtig kilometer afstand van het fort Kazali. De heirbaan volgt slechts even den zoom van dit groote +meer. Op den oever zaten en stonden groote vogels, zwart op den rug, wit aan den buik; meeuwen vlogen of zwommen op het water; +gansche scharen van eenden spartelden en kwaakten in de kleine baaien en inhammen langs de kust: een levendig en toch eentonig +somber landschap. + +</p> +<p>Het station Akdjoulpace ligt vlak aan het meer Aral, op een droog en zoutachtig terrein, dat vroeger door de wateren dezer +binnenzee werd overdekt, die steeds in omvang afneemt, en ongetwijfeld spoedig geheel zou zijn uitgedroogd, indien niet twee +zoo aanzienlijke rivieren als de Sir-Darja en de Amoe voortdurend hare schatting aan het groote meer brachten. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">II.</h3> +<p>Toen ik aan het fort Kazali of Kazalgue—of zoo ge liever wilt, het fort Nommer I,—aankwam, mistte het zoo sterk, dat ik bijna +geen hand voor de oogen zien kon. Nader komende onderscheidde ik eerst eenige windmolens, en daarna ettelijke kleine, lage +huizen. Kazali ligt aan den rechteroever van de Sir-Darja; de huizen van het vlek zijn uit tichelsteenen opgetrokken, die +in de zon zijn gedroogd. Zij doen u denken aan de arme boerenwoningen in zuidelijk Rusland, met dit onderscheid alleen, dat +hier de daken plat zijn. De bazar is ruim en goed ingericht: hier is de algemeene verzamelplaats der Kirghisen van den omtrek, +die russische artikelen komen inkoopen of hun vee te koop aanbieden. De liefhebbers zullen zeker met belangstelling vernemen, +dat de kaviaar te Kazalgue voortreffelijk is: zij zou inderdaad onvergelijkelijk zijn, zonder de slechte hoedanigheid van +het zout, dat bij de bereiding gebruikt wordt. + +</p> +<p>Het fort Nommer I is het punt van uitgang der stoombooten, die de Sir-Darja bevaren. Bevaren is eigenlijk wat veel gezegd: +die booten toch sukkelen met groote moeite op de rivier voort, zonder dat men eigenlijk weet waarom het zoo slecht gaat. Ligt +de schuld bij den scheepsbouwmeester, of wel bij de gedurige veranderingen, waaraan het bed en de stroom van de rivier bloot +staan? Misschien hebben beiden deel aan dien toestand: maar hoe dit zij, zeker is het dat de stoomvaart op de Sir-Darja in +een jammerlijken toestand verkeert, en dat daarin geene verandering is te wachten, zonder eene afdoende verbetering van het +bed der rivier zelf:—een werk, dat zeer aanzienlijke sommen vereischen zou. + +</p> +<p>Twintig wersten van Kazali liggen de bouwvallen der stad Djanekent aan den linkeroever van de Sir-Darja in de nabijheid van +een meer. Ik wenschte een uitstapje daarheen te maken, en vroeg en verkreeg daartoe vergunning van den kommandant van het +fort, den majoor Youry, die mij zelf paarden verschafte en een gids medegaf, een Kozak, die de turksche taal verstond. Zoo +uitgerust toog ik dadelijk op weg naar Djanekent. Wij volgden eenigen tijd de oevers van de Sir-Darja, tot wij, bij eene bocht +der rivier gekomen, rechts afsloegen. De weg was zeer druk en levendig. Kirghisen trokken voortdurend heen en weder; sommigen +te paard, anderen op een kameel; enkelen, nederiger van aard, zaten op een ezel; ik ontmoette er zelfs eenigen, die op een +os reden. Deze Kirghisen gingen naar het fort om schapen en runderen te verkoopen, en zich in ruil daarvoor de noodige voorwerpen +aan te schaffen voor hunne kibitka. Langs den weg zag ik verscheidene kleine kampementen van arme nomaden, die voor hun mager +vee in deze dorre streek een schraal voedsel zochten. Ik trad enkele dezer tenten binnen: hier waren de vrouwen bezig de schapen +te scheren, elders zuiverden zij de wol, overal waren zij aan den arbeid, terwijl de mannen niets uitvoerden. Bezochten wij +eene kibitka, dan werden wij steeds ontvangen met het traditioneele <i>aman tachar</i> (ik groet u, vriend). Zoo trokken wij langzaam voort in de richting van het veer over de Sir-Darja, terwijl mijn Kozak mij +eenige bijzonderheden verhaalde omtrent den laatsten strooptocht van Sadike. + +</p> +<p>Sadike is de zoon van Kenissara, een van de onrustigste hoofden der Kirghisen; en hij zelf is een niet minder lastige buurman. +Hij zal ons geen rust laten, zoolang zijn hoofd nog op de schouders staat: en het laat zich niet aanzien, dat hij het spoedig +verliezen zal: de helden van zijne soort toch maken zich uit de voeten als het gevaar nadert, en moeten zij bij ongeluk aan +het gevecht deelnemen, dan dragen <a id="d0e200"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e200">343</a>]</span>zij wel zorg, op hunne vlugge paarden te vlieden, zoodra zij zien dat de kans zich tegen hen keert. + +</p> +<p>Er liepen reeds sedert eenigen tijd onrustbarende geruchten. Sadike, zoo heette het, rustte zich ten oorlog en had een aanslag +op Kazalgue in den zin. Reeds braken de meeste nomaden hunne tenten op en verhuisden naar de overzijde van de Sir-Darja, want +men wist zeergoed, dat onze vriend alles uitplunderen zou wat onder zijn bereik kwam, onverschillig of het vriend of vijand +was. De kommandant van het fort zond zeventig Kozakken van Orenberg op verkenning uit. Zeventig man tegenover een duizendtal +bandieten: de kans scheen hachelijk! + +</p> +<p>Toch zouden de Kozakken, indien zij maar den vijand onverhoeds hadden aangetast, waarschijnlijk de zege hebben behaald; zij +zouden hem althans hebben tegengehouden en van verder voortdringen afgeschrikt. Ongelukkig was het detachement niet genoeg +op zijne hoede. Niet ver van het fort, zetten onze soldaten zich neder om hun eenvoudig maal van gort gereed te maken, terwijl +een twintigtal hunner, ongewapend, de paarden naar de rivier leidden om te drinken. Eensklaps vertoonde zich de vijand, meer +dan duizend man sterk, meer of minder goed gewapend; velen alleen met lansen en pieken. Sedert langen tijd had hij op zijne +prooi geloerd. De Kirghisen wierpen zich op de twintig manschappen, die op weg waren naar de rivier: en binnen weinige oogenblikken +waren genoegzaam allen vermoord. Twee of drie Kozakken echter wisten zich te redden. Een ander, door een tiental wilden achtervolgd, +mikte, al vluchtende, nu op den een, dan op den ander, en daar de ruiters der steppen er vooral niet op gesteld zijn, den +dood in de kaken te loopen, zou hij stellig ontkomen zijn, indien hij niet bij ongeluk zijn patronen had laten vallen; voor +het laatst schoot hij nog eens zijn geweer af, en werd toen neergesabeld. + +</p> +<p>De vijftig mannen, die hunne gort kookten, waren getuigen van die slachting, maar konden hunne makkers niet te hulp komen. +Plotseling overvallen, moesten zij in de eerste plaats op zelfverdediging bedacht zijn. Zoodra de vijand de andere slachtoffers +had geveld, sloot hij ook hen van alle zijden in. Had hij zich aanstonds op hen geworpen, zonder hun den tijd te laten zich +op tegenweer voor te bereiden, dan was er wel geen twijfel aan geweest of deze handvol Russen zou spoedig bezweken zijn. Maar +in plaats van aan te vallen, begonnen de Kirghisen te overleggen wat te doen. De Kozakken grepen nu moed, en vingen aan hunne +positie te versterken. Met spaden, stokken en hunne handen, groeven zij kuilen in den grond, waarin zij zich zoogoed mogelijk +verborgen; sommigen zetten zich daarin neder, anderen stonden overeind, tot aan de borst of hooger gedekt. De uitgegraven +aarde vormde een soort van wal, waaraan met behulp van zadels, en allerlei andere voorwerpen zooveel mogelijk stevigheid werd +gegeven. De paarden waren verloren: de Kirghisen hadden ze allen opgevangen. Inmiddels viel de nacht en maakte een einde aan +de vijandelijkheden. + +</p> +<p>Den volgenden morgen hervatten de zwervende zonen der steppe, onder het aanheffen van woeste kreten, den aanval. De Kozakken +gingen spaarzaam om met hunne ammunitie: zij hadden slechts veertig patronen per hoofd, en moesten zoolang mogelijk volhouden. +Zij lieten dus den vijand tot op korten afstand naderen, en losten dan hunne geweren op den saamgepakten hoop: na iedere décharge +waren de rangen der Kirghisen gedund, en bleek de drift der aanvallers merkelijk bekoeld. Telkens weken zij in groote verwarring +terug, hunne dooden medevoerende, wanneer zij daartoe den tijd hadden; maar des avonds lagen er nog velen hunner aan den voet +van den lagen wal, waar het doodelijk lood hen getroffen had. Den volgenden morgen echter waren geene lijken te zien: de Kirghisen +waren des nachts, stil en heimelijk, tot nabij den wal geslopen en hadden de lichamen hunner makkers weggevoerd. + +</p> +<p>Dit duurde alzoo drie dagen. Zonder spijs of drank, boden de Kozakken met onbezweken moed een hardnekkigen tegenstand. Eindelijk +trokken de Kirghisen af. De Kozakken verbergden daarop hunne zadels in het zand, en keerden, meer dood dan levend, naar het +fort terug. De manschappen, die op den weg naar de rivier waren gedood, werd het hoofd afgehouwen; en hoogstwaarschijnlijk +werden deze bloedige tropeeën, als de teekenen eener schitterende overwinning op de russische legermacht behaald, voor de +voeten van den emir van Bokhara gelegd. + +</p> +<p>Intusschen vervolgden wij onzen weg, en kwamen weldra aan de tent, die de plaats aanwijst, waar zich het veer over de Sir-Darja +bevindt. Hier is ook eene wacht van Kozakken, om te beletten dat de Kirghisen steenen uit de puinen van Djanekent wegnemen. +Met een groote pont werden wij over de Sir-Darja gezet, in gezelschap van eenige kameelen, die lang tegenspartelden eer zij +in de schuit stapten, maar zich gedurende de overvaart zeer rustig hielden. + +</p> +<p>Op den linkeroever gekomen, bevonden wij ons voor de vestingwerken van Dsjan Kala, die nog vrijgoed in stand zijn gebleven. +Zij bestaan in aarden wallen, tusschen de vier en vier-en-een-half el hoog, met eene gracht die nu gedempt is. Binnen die +wallen is geen spoor van woning te zien. Ten zuidoosten, op een afstand van ongeveer zes kilometer van de rivier, ziet ge +een grooten muur; een kilometer verder, verrijzen eenige heuvelen, sommige met gras en struiken bedekt, andere geopend en +half afgegraven. Dat is het oude Djanekent. De Kirghisen hebben onderscheidene heuvels omgewoeld, ten einde zich meester te +maken van de gebakken tichelsteenen, die daarin verborgen waren. Vreemd! Nu twee of drie jaar geleden, vermoedde niemand iets +van de aanwezigheid dier steenen, bijna geheel in onbruik geraakt hier in dit land, waar alle huizen en gebouwen uit leem +en aarde worden opgetrokken. Men zag wel hier en daar fragmenten van tichelsteen, maar niemand dacht er aan, dat een zoo groote +overvloed dier steenen in de met gras begroeide heuvelen verborgen lag. Toch was bij de nomaden eene overlevering bewaard +gebleven, die van het bestaan eener groote stad in dezen omtrek gewaagde; en dikwijls wezen zij den reiziger de eenzame <a id="d0e216"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e216">344</a>]</span>heuvelen, de overblijfselen van eene ongelukkige stad, die door de slangen verwoest was. Volgens de traditie was deze stad +eenmaal de zetel van de vorsten des lands. De laatste hunner had de dochter van een naburigen koning tot vrouw genomen; zij +werd hem ontrouw, en de beleedigde echtgenoot doodde haar. De vader van het slachtoffer was een groot toovenaar. Om den dood +zijner dochter te wreken, zond hij slangen naar de stad, die den koning en zijn volk verslonden. Men wees mij zelfs een heuvel, +met dicht struikgewas begroeid, zeggende dat het daar nog van slangen wemelde. Later deed ik opgravingen in dien heuvel, maar +vond geen spoor van eene enkele slang. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-344.jpg" alt="Een biddende mollah."></p> +<p class="figureHead">Een biddende mollah.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Zoodra het eenmaal was gebleken, dat hier een bijna onuitputtelijke voorraad tichelsteenen voorhanden was, begonnen de Kirghisen +alles af te breken, en de steenen, die zij konden wegnemen, naar het fort te brengen. Particulieren, die zich eene woning +bouwen wilden, kochten al deze steenen op. Zoo voortgaande, zouden de ruïnen weldra geheel verdwenen zijn. Maar nu kwam de +regeering tusschenbeiden. Zij verbood dien handel, maar behield zich toch het recht voor, om zelf die materialen te gebruiken +ten behoeve van de fortificatiën. Het is te hopen, dat zoo de opgravingen op groote schaal worden voortgezet, dit onder behoorlijke +leiding en met de noodige voorzorgen zal geschieden. +<a id="d0e225"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e225">345</a>]</span></p> +<p>Ik liet ook eenige opgravingen doen, en vond menschenbeenderen en beenderen van schapen, paarden en kameelen; voorts gebakken +steenen, houtskool en eenige aarden potten, waaronder enkelen van inderdaad fraaie bewerking en met figuren versierd. Ik kon +evenwel mijne nasporingen niet voortzetten, omdat het mij daartoe aan tijd en geld ontbrak. De Kirghisen toch voeren weinig +uit, en dat weinige doen zij nog slecht. Bovendien begonnen zij, zoodra zij zagen dat ik belang in de zaak stelde, al zeer +spoedig hunne eischen hooger te stellen, naarmate zij dieper moesten graven. Ter voorkoming van alle moeilijkheden, liet ik +mijne opgravingen maar in den steek. + +</p> +<p>Gedurende mijn verblijf te Djanekent, bracht ik doorgaans den nacht in een naburig kamp door. De kibitka, waar mij deze gastvrijheid +bewezen werd, behoorde aan een Kirghisen-familie, bestaande uit vader, moeder en twee dochters, eene van dertien en eene van +negen jaren. Er was ook nog een volwassen zoon, maar dien ontmoette ik maar eenmaal in de vaderlijke tent. Hij woonde in het +fort, en dreef ik weet niet meer welken handel, voor rekening van zijn vader. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-345.jpg" alt="Eene woning in Oud-Tasjkend."></p> +<p class="figureHead">Eene woning in Oud-Tasjkend.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De vader was een verstandig man, ruim veertig jaar oud, en in zijn voorkomen meer gelijkende op een Nogaï dan op een Kirghise. +Hij was steeds gekleed in een wijden witten kamerjapon van kemelshaar, en droeg op het hoofd een zoogenaamden <i>toppé</i>. Als het koud was en hij op reis ging, dekte hij zich met een zeer hooge, smal toeloopende muts van schapenvacht. + +</p> +<p>De mama, gansch niet vrij van praatzucht en oud voor haar tijd, was eene echte vertegenwoordigster van de kirghisische type, +platte neus, kleine oogen, uitstekende wangbeenderen. Zij droeg een wijden broek, met hooge laarzen daarover heen; een lang, +grof, blauw hemd, en omwikkelde haar hoofd en hals met een stapel doeken. + +</p> +<p>De oudste dochter, die zelden sprak, was krachtig en welgevormd. Zij geleek veel op hare moeder, en ging ook evenzoo gekleed; +alleen droeg zij aan de armen en om den hals armbanden en kettingen van glas en veelkleurige steentjes; hare koolzwarte in +kleine vlechten opgemaakte haren waren gewikkeld in een schitterend rooden wollen doek.—Het jongste kind geleek op haar vader. +Zij was grillig, maar zeer innemend, en speelde onbeschroomd met mij. Haar hoofd was kaal geschoren, met uitzondering van +een krans van vlechten rondom het hoofd en eene dergelijke vlecht op de kruin. + +</p> +<p>Als ik, bij zonsondergang, in de kibitka trad, vond ik de familie doorgaans neergehurkt rondom het vuur, al knipoogende in +de vlam en den rook starende. De moeder en de oudste dochter waren altijd aan den arbeid; de vader stookte met een kleine +ijzeren staaf het vuur op, en gaf zijne bevelen. De vrouwen bereidden de soep of bakten koeken. De soep was zeer spoedig gereed: +in een grooten ketel werd eene zekere hoeveelheid water geschonken, vervolgens gort en een weinig meel daaronder gemengd, +en dan dat alles over het vuur gehangen tot het water kookte. Wat van den maaltijd overbleef, werd in eene houten terrine +met een lederen bodem gedaan, en gedurende twee of drie dagen werd de soep nu koud gebruikt. Het bakken der koeken vorderde +weinig meer omslag of tijd. + +</p> +<p>Om het koren te malen, gebruiken de Kirghisen een kleinen handmolen, bestaande uit twee platte, ronde steenen. In den bovensten +steen is eene opening, met twee kleine dwarshoutjes voorzien, waardoor een spil gestoken wordt, die op den ondersten steen +rust. Het koren wordt door de opening geworpen, waarna de bovenste steen door middel van een langen stok, rechthoekig aan +de spil bevestigd, wordt rondgedraaid. Het meel dat aldus verkregen wordt, is met zemelen vermengd en tamelijk grof. In het +geheele kamp, uit <a id="d0e248"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e248">346</a>]</span>zeven of acht tenten bestaande, was geen andere molen te vinden dan die mijner gastvrouw; telkens kwam dan ook eene of andere +buurvrouw om haar meel te malen, of den molen voor eenige oogenblikken te leenen. + +</p> +<p>Echter vermoed ik dat niet enkel de molen onze buren en buurvrouwen zoo telkens naar de tent lokte. Mijne tegenwoordigheid +in de kibitka was zeker de voornaamste reden van deze drukke bezoeken. Zij wisten dat de kibitka, waar ik tijdelijk mijn intrek +genomen had, groote en begeerlijke schatten bevatte: tabak en kruit voor de mannen; zeep, ringen, naalden, enz. voor de vrouwen. +Eigenlijk golden de bezoeken dan ook niet zoozeer mijne gastvrouw en haar molen, maar veeleer mij zelf: het einde was dat +het grootste gedeelte van mijn kleinen schat allengs in geschenken verloren ging. + +</p> +<p>De kibitka van mijn gastheer was versleten, maar wij hadden het er warm: het vuur op de stookplaats werd geen oogenblik uitgedoofd. +De rook, die de gansche tent vervult, is echter voor iemand, die daaraan niet gewoon is, eene onuitstaanbare kwelling. De +Kirghisen branden kameelenmest of struiken van de steppe, die zoo rauw, nauwelijks aan stukken gehakt, op den haard worden +geworpen, en toch zeergoed branden. De zorg voor het vuur is doorgaans aan de kinderen opgedragen. De Kirghisen gaan met hunne +kinderen geheel anders om dan wij: zij beknorren ze bijna nooit, en beschouwen ze eenigermate als volwassenen. Het kleine +dartele ding in onze tent kon soms haar vader duchtig de les lezen. Was zij boos of kwaad gehumeurd, dan gaf men haar een +koek, of beloofde haar eenig geschenk, om haar weer tevreden te stellen. + +</p> +<p>Op zekeren dag besteeg mijn Kirghise zijn kameel en toog op weg naar het fort, waar hij, volgens zijn zeggen, boter ging verkoopen. +“Hij gaat geen boter verkoopen, verzekerde mij zijne echtgenoote; hij gaat zijne andere vrouw bezoeken, die te Kazale woont, +en die de moeder is van den zoon, dien gij hier eens ontmoet hebt. Van de twee meisje is het eene, dat, zooals gij zegt, op +mij gelijkt, een kind van mijn eersten echtgenoot; het jongste meisje is uit dit huwelijk. Toen mijn eerste echtgenoot, die +de broeder was van mijn tegenwoordigen man, was gestorven, heeft deze mij tot zich genomen, met mijne dochters en al wat ik +had; want ik was zeer rijk. Ik bezat driehonderd schapen, zes kameelen, een aantal paarden en vele wel voorziene koffers. +Hij had niets; ik heb alles aangebracht, zelfs deze tent, die toen nieuw was en nu versleten is. Eene mijner dochters is gehuwd +te Bokhara, eene andere te Khiwa; ik heb bij mijn eersten man zes dochters gehad. Ongelukkig werd mij nimmer een zoon geboren. +Wie zou een zoon met een dochter kunnen vergelijken? Wat beteekent een meisje?” en dit zeggende spuwde zij met diepe verachting +op den grond. + +</p> +<p>Zij voegde er bij, dat haar oudste dochter, dertien jaar oud, op het punt van trouwen stond. De losprijs was sedert lang betaald; +zelfs was de bruidegom reeds verschenen om zijne bruid af te halen, voor wie hij, als huwelijksgift, een zeker aantal schapen +en paarden had medegebracht; maar de vader van het jonge meisje had bovendien een kameel geëischt, en de jonkman was weder +vertrokken, om dien kameel te gaan halen. “Wij zullen onze dochter op een fraaien kameel zetten, zeide de moeder; wij zullen +haar mooi aankleeden, en met een sierlijk gewaad bedekken; ik zal zelf ook op een fraaien kameel gaan zitten, en mijn kind +naar hare nieuwe woning geleiden.” + +</p> +<p>De bruid was bij dit gesprek tegenwoordig. Zij was verstrooid van gedachten, en luisterde ternauwernood naar hetgeen gezegd +werd, als ging het haar niet aan; achteloos vlocht zij koorden van kemelshaar om de tent mede vast te binden. Het jongste +meisje, negen jaar oud, was verloofd aan een Kirghise van veertig jaar, die haar voor vier-en-zestig schapen en twee paarden +gekocht had, en haar, na verloop van drie of vier jaren, tot zich zou nemen. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">III.</h3> +<p>Wij vervolgen onzen weg langs den oever der rivier. De breede stroom is bezaaid met eilanden en omzoomd met dichte rietbosschen; +ter wederzijde van de steile oevers strekken zich de eindelooze steppen uit, waarop niets, zelfs geen doornstruik, groeit. +Dikwijls brokkelen de hooge oevers af, en storten in; ook verandert de rivier telkens hare bedding; hare troebele wateren +vlieten met snellen stroom. De Amoe-Darja vertoont, naar men mij zeide, geheel hetzelfde karakter, dat trouwens met de gansche +gesteldheid der streek samenhangt; slechts zijn hare oevers beter bebouwd. + +</p> +<p>Nabij het fort Perowski bereiken de biezen eene zoo aanzienlijke hoogte, dat een kameel en een ruiter te paard daarin geheel +verdwijnen. In deze reusachtige rietbosschen leven een aantal tijgers, die, naar men zegt, zeergroot en sterk zijn, en waarop +zelden jacht wordt gemaakt. De kozakken alleen en de russische soldaten durven zich met deze dieren meten. Het russische gouvernement +betaalt voor den kop van iederen gedooden tijger eene premie van zestig franken; de huid blijft het eigendom van den jager. +Bijna altijd ontvlucht de tijger den mensch; maar wee den ongelukkige, die op hem geschoten en hem gemist heeft. Met een bliksemsnellen, +geweldigen sprong werpt zich het woedende dier op zijn aanvaller, die zijne onhandigheid doorgaans met zijn leven boet. In +deze biezen en rietbosschen huizen ook wilde zwijnen en wolven in groote getale. + +</p> +<p>Op zes of acht mijlen afstands van het fort Perowski, bij eene vrij sterke vorst, staken wij in eene ijzeren boot, die door +Kozakken werd geroeid, de Sir-Darja over. Op den weg van de rivier naar het fort wordt het oog verkwikt door een weelderigen +plantengroei; na de dorre naaktheid der steppe, is het ware weldaad, lommerrijke boomen weder te zien.—Het fort Perowski is +het oude fort Ak-Metchet, in 1853 door den generaal Perowski met storm veroverd: vandaar de naam. Het vorige jaar had diezelfde +generaal voor dat fort Ak-Metchet het hoofd gestooten. Toch was deze vesting niet geduchter dan alle anderen in Centraal-Azië: +de fortificatiën bestonden eenvoudig uit ellendige aarden wallen; maar het fort werd toen verdedigd door Yakoub-Beg, dien +soldaat van fortuin, <a id="d0e269"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e269">347</a>]</span>die tegenwoordig te Kashgar regeert, in Opper-Turkestan, en een man is van zeldzame energie. + +</p> +<p>Voorbij het fort Perowski begint de weg te stijgen; tevens wordt hij zandig en moeilijk begaanbaar; de zware wagens hebben +soms dagen lang werk om van het eene station naar het andere te komen. Zelfs mijn mandewagen, hoe licht ook, maakte het mijn +vier paarden zoo lastig, dat zij somwijlen weigerden voort te gaan. Wat de koetsiers raasden en tierden en de zweepen gebruikten! +De streek wordt al fraaier en fraaier: bloeiende eilanden verheffen zich te midden der wateren; langs de oevers worden de +boomen steeds talrijker, zoodat zij groepen en boschjes gaan vormen. Overal vergezellen ons de fazanten, die in dit gedeelte +der vallei van de Sir-Darja zeer talrijk zijn. Deze vogels zijn uiterst tam; als mijn rijtuig hun te nabij komt, vliegen zij +even op, en strijken zes of zeven schreden verder weer neder. + +</p> +<p>Inmiddels naderen wij langzamerhand de stad Turkestan, reeds van verre kenbaar aan hare door grachten omgeven tuinen: een +verkwikkend gezicht voor wie zoo pas de doodsche steppe verlaten heeft. Weldra onderscheidden wij de moskee van Hazrete, het +groote heiligdom der orthodoxe muzelmannen van Centraal-Azië; eindelijk teekenen zich de kanteelen van den zwaren muur der +citadel tegen de lucht af. Deze muur draagt nog de sporen der russische kanonkogels; aan zijn voet staan eenige kleine huizen, +die bijkans geheel wegschuilen en tegenwoordig tot kazerne dienen voor de Kozakken. Turkestan gaf zich, in 1864, na eene korte +verdediging van drie dagen, aan de russische troepen over. + +</p> +<p>De moskee van Hazrete werd, voor ongeveer vijfhonderd jaar, gesticht op het graf van een muzelmanschen heilige, Hazrete of +Jassavy genoemd. Het is een fraai gebouw met sierlijke koepels; het prachtig gekleurde émailwerk, dat vroeger deze koepels +en geheel den oostelijken muur versierde, is ongelukkig voor het grootste gedeelte afgevallen. Het inwendige, dat zijn licht +alleen ontvangen moet door de smalle openingen in de koepels, is tamelijk duister. Eene hooge en smalle deur, met een tapijt +behangen, voert naar het eigenlijke heiligdom, dat nog donkerder is dan de moskee. Te midden van dit heilige der heiligen +verrijst de hooge graftombe van Hazrete, met rijk geborduurde tapijten behangen. De bodem der moskee is met zerken geplaveid: +iets zeldzaams in Turkestan. In een der vertrekken van het gebouw ziet men nog eene groote koperen kuip, waarin, naar men +zegt, vroeger het eten der pelgrims werd gekookt. + +</p> +<p>De Russen, in de stad Turkestan gevestigd houden geen verkeer met de inboorlingen, die, voor zoover ze geen nomaden zijn, +onder den algemeenen naam van Sarthen begrepen worden; zij wonen in de citadel of in gehuurde woningen, waar zij zeer slecht +gehuisvest zijn. Officieren en soldaten zijn al even weinig met het land ingenomen, en beklagen zich om het hardst over de +duurte van allerlei onontbeerlijke zaken, over het klimaat, over de schorpioenen en de spinnen, over wat niet al. + +</p> +<p>De stad, ten zuidoosten van de citadel gelegen; gelijkt op alle andere inlandsche steden in deze streek; de huizen hebben +geen vensters aan de straatzijde, zoodat het familieleven voor alle bespieding veilig is. Op aarden banken zitten Sarthen +van allerlei leeftijd, ernstig en kalm met elkaar pratende. De vrouwen, die ge op straat ontmoet, zijn van het hoofd tot de +voeten in eene soort van blauwen mantel gewikkeld, haar gelaat is bedekt met een zwart netje van paardehaar, zeer dicht gevlochten. +Troepen bedelaars zwerven door de straten, of zitten op den grond, met klagelijke stem uw medelijden inroepende. Derwisjen +spreken u om een aalmoes aan, en beloven u in ruil alle zegeningen des hemels; zij zien er zeer zonderling uit, met hun door +de zon verbrand gelaat, hunne puntige mutsen, hun gescheurde kleederen; met hun bedelzak op den rug, den staf in de eene, +de houten nap in de andere hand. + +</p> +<p>In den bazar te Turkestan zijn zoowel inlandsche koopwaren als voortbrengselen der russische nijverheid te krijgen. Men vindt +er een aantal etablissementen, zooals onze restaurants, waar vooral thee en gebakjes verkocht worden. In de theehuizen zag +ik, nevens groote russische <i>samovars</i>, ook trekpotten van inlandsch fabrikaat, die zich door hare fraaie vormen en zorgvuldige bewerking onderscheidden. Ik kon +de verzoeking niet weerstaan, een dier trekpotten te koopen: zij kostte zestien franken, en was van koper vervaardigd; de +ornamenten waren zoo fijn gegraveerd, dat zij bijna op kantwerk geleken. + +</p> +<p>Behalve de moskee van Hazrete heeft Turkestan geen enkel merkwaardig gebouw; de overige moskeeën onderscheiden zich van de +gewone huizen alleen door hare grootte, hare netheid en soms ook door een kleinen koepel. Bij elke moskee behoort een met +boomen beplanten voorhof, met waterbekken en eene overdekte galerij; de zoldering en de kroonlijst dezer galerij prijken met +allerlei figuren, in sprekende kleuren en dikwijls niet zonder smaak geschilderd. + +</p> +<p>Evenals in alle oostersche steden, zijn ook in Turkestan de straten smal en donker; zij zijn bovendien van het eene einde +tot het andere overspannen met zeildoek, dat de zonnestralen afkeert, en in de straten eene heerlijke koelte doet heerschen, +waarbij iemand, die zoo pas de naakte en brandend heete steppe rondom de stad verlaten heeft, zich voelt herleven. + +</p> +<p>Tsjemkend, de eerstvolgende stad na Turkestan, ligt in een krans van tuinen, die haar bijna geheel voor het oog verbergen. +Van verre ziet ge niets dan eene zee van groen, waarboven een schilderachtige heuvel oprijst, die op zijn kruin een half tot +puin vervallen vesting draagt. De muren der citadel verheffen zich meer dan twintig el boven de omliggende straten. Toch was +zij niet bestand tegen de Russen, die de sterkte stormenderhand veroverden, en in den roes der zegepraal de stad plunderden. + +</p> +<p>De straten van Tsjemkend zijn—vreemd schouwspel in Centraal-Azië—met grachten doorsneden, die gevoed worden door het van de +naburige bergen afstroomende water. Over deze grachten liggen bruggetjes, die naar de deuren der verschillende huizen geleiden. +Door de voordeur komt ge, eenigszins zijwaarts afslaande, op eene groote binnenplaats, met <a id="d0e294"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e294">348</a>]</span>boomen, voornamelijk met populieren beplant, waarop de kamers uitkomen. Deze kamers hebben geen vensters; boven de deur is +een klein traliewerk, met geolied papier beplakt. Is de deur gesloten, dan is het in de kamer bijna volslagen duister; maar +daar het klimaat te Tsjemkend vrij zacht is, staan de deuren bijna altijd open; de inboorlingen brengen het grootste gedeelte +van den dag onder het zeil voor de voordeur door. Het water der gracht wordt door buizen naar de binnenplaats der huizen geleid; +dit water dient voor allerlei huiselijk gebruik en ook voor de keuken; vervolgens wordt het, een eind verder, weder naar de +gracht teruggevoerd. Ik wil wel bekennen, dat ik te Tsjemkend soms met angstigen blik mijn thee aanzag: want, alvorens in +de trekpot te komen, had het water waarschijnlijk een tiental huizen doorwandeld.....Bah! zeggen de muzelmannen, het water +is niet vuil meer wanneer de onreinheden den tijd hebben gehad zich daarin zevenmaal om te keeren! + +</p> +<p>De afstand van Tsjemkend naar Tasjkend bedraagt slechts honderd-veertig wersten (honderd-een-en-twintig kilometers). Het eerste +station ligt op eene hoogte, tusschen twee niet onaanzienlijke bergen; ge ziet hier de overblijfselen van een groot gebouw, +dat, volgens sommigen, vroeger een school, volgens anderen, een karavanseraï, tevens vesting, was. Voor dit laatste gevoelen +pleiten de schietgaten in den muur aan de wegzijde. Op dien weg is het levendig en druk genoeg. Voortdurend trekken karavanen +heen en weer, die naar Tasjkend, Kokhand of Bokhara gaan, om handel te drijven; de geleiders; in den regel <span class="corr" title="Bron: Kirghizen">Kirghisen</span>, laten zich achteloos heen en weder schommelen op hunne kameelen, terwijl zij hunne eentonige, weemoedige liederen neuriën. +Verder ontmoet ge Sarthen, met hunne witte tulbanden en veelkeurige kaftans; ruiters, wagens, voetgangers, in bonte mengeling. +Ter wederzijde van den weg zijn Kirghisen-koloniën gevestigd. + +</p> +<p>Eindelijk, als ge nog twintig mijlen hebt af te leggen eer ge te Tasjkend zijt, vertoonen zich reeds van verre de prachtige +tuinen en gaarden, die deze hoofdstad van russisch Turkestan met een gordel van groen en bloemen omringen. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">IV.</h3> +<p>Wij trokken Tasjkend binnen langs een weg, ter wederzijde door een vaart begrensd, aan wier overzijde zich de heerlijke tuinen +uitstrekken: een waar paradijs van vruchtboomen, met populieren en wijngaarden vermengd. Deze lusthoven omgeven de stad aan +alle zijden, met uitzondering van eene enkele: die vanwaar het russische leger naderde, dat Tasjkend met storm innam. Daar +zijn de tuinen vernield, de boomen uitgeroeid; en in de plaats daarvan verrijzen thans, in de russische wijk, de woningen +der nieuwe veroveraars en heeren des lands. + +</p> +<p>De dag begon nauwelijks aan te lichten, de lucht was frisch en met welriekende geuren doortrokken, toen ik de russische wijk +bereikte, na gedurende eenigen tijd langs den gekanteelden muur der stad te zijn voortgetrokken. Deze wijk, Nieuw-Tasjkend +genaamd, heeft nette regelmatige straten; de welgebouwde huizen hebben slechts eene enkele verdieping en een plat dak. Ik +stapte af aan het eenige hotel, dat destijds te Tasjkend te vinden was; en in dat hotel nam ik de eenige kamer, die niet was +verhuurd: zij zag er zeer zindelijk uit. Het gebouw staat op een plein, waarvan het midden wordt ingenomen door de russische +kerk; een der zijden door het onlangs gebouwde hotel van den gouverneur; en de andere zijden door de woningen der aristokratie +van Tasjkend:—deze woningen waren toen nog in aanbouw. + +</p> +<p>Mijn eerste bezoek gold den generaal G..., militairen gouverneur van Sir-Darja. De generaal, dien ik reeds te Orenburg had +leeren kennen, gaf mij dadelijk een aanbevelingsbrief voor majoor C... burgerlijk gezaghebber van Tasjkend. Ik besteeg een +kozaksch paard, en door een soldaat geleid, toog ik op weg om den majoor op te zoeken. + +</p> +<p>De reiziger, die aan het voorkomen der steden van den Levant gewend is, vindt ook te Tasjkend niets bijzonders. Ook hier zijn +het armelijke leemen woningen, met vensters van geolied papier; grauwe muren, nauwe en bochtige straten, waar de regen kuilen +in den grond graaft, zoo diep, dat mijn paard er bijna tot aan de knieën inzinkt. De voornaamste straat der stad, die naar +den bazar loopt, is ter wederzijde omzoomd door winkels, waar, onder uitstekende matten, de kooplieden in veelkleurigen rok +nederzitten bij hunne waren, die zwart zien van de vliegen. Een levendige en luidruchtige menigte golft door elkander. Eindelijk +zijn wij aan de woning van den majoor. Ik wenschte van hem een geschikten gids te bekomen, die mij de stad kon leeren kennen, +met eenige personen in betrekking brengen, en die in een der inlandsche wijken eene woning voor mij kon huren. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-349.jpg" alt="Opium-eters."></p> +<p class="figureHead">Opium-eters.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het plan was niet kwaad bedacht, maar de uitvoering had met groote moeilijkheden te kampen: de inboorlingen gevoelen weinig +sympathie voor de Russen, en zijn er volstrekt niet op gesteld, hunne huizen voor hen beschikbaar te stellen. Eindelijk wist +de <i>kourbach</i> (politie-agent), dien de majoor mij had toegevoegd, toch een geschikte woning met binnenplaats en stal voor mij te vinden. +Mijn huisje grensde bijna aan een muur der citadel; het stond in de wijk Kasjgarsky, aldus genaamd omdat zij voornamelijk +placht bewoond te worden door lieden, van Kasjgar afkomstig. Ik zeg <i>placht:</i> want dit gedeelte der stad is thans half verwoest en bijna ontvolkt, sedert de Kasjgaren en andere Oosterlingen, na den intocht +der russische troepen, meerendeels de stad hebben verlaten. Ge bespeurt hier thans nauwelijks een teeken van leven, uitgenomen +eenige gemeene kroegen, door oude afgedankte russische soldaten gehouden, en gelegen langs den weg, die naar het europeesche +kwartier voert. + +</p> +<p>Mijn huisheer is niemand anders dan de aksacale der wijk. Dit saamgestelde turksche woord beteekent letterlijk grijsaard: +<i>sacale</i> (baard), <i>ak</i> (wit); in de gewone oneigenlijke beteekenis wil het zooveel zeggen als overheidspersoon, gezaghebber, hoofd der politie. +Mijn aksacale, een man van hoogen leeftijd, bezit werkelijk den zilver witten baard, waarop hij, krachtens <a id="d0e335"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e335">350</a>]</span>zijn naam, recht heeft; zijn regelmatig gelaat mag nog aanspraak maken op schoonheid. Hij is uiterst beleefd, en maakt telkenmale, +als hij groet, eene zeer diepe buiging; nooit zag ik hem zonder rozenkrans. Blijkbaar wil hij zich zooveel mogelijk een deftig +en eerwaardig voorkomen geven. + +</p> +<p>Daar ik in mijn huis mijn eigen meester wilde zijn, liet ik de deur, die van mijn appartement toegang gaf naar het door den +aksacale bewoonde gedeelte der woning, sluiten; ook liet ik den stal door een beschot in tweeën splitsen. Deze maatregel was +dubbel noodig, omdat mijn huisheer, tengevolge van zijne betrekking, allerlei soort van lui bij zich moest ontvangen, die +dikwijls rumoer genoeg maakten. Daarop liet ik mijne kamer zoogoed mogelijk schoonmaken, ik liet een groot venster in den +muur aanbrengen en een kachel zetten, omdat ik niet, op de manier der Sarthen, mij met een bekken vol gloeiende kolen wilde +behelpen. Door mijne binnenplaats liep eene tamelijk heldere beek, door een paar boomen overschaduwd; ik hield er een haan +en een paar kippen op na; in mijn stal stond een klein kirghisisch paard, sterk en goed in ’t vleesch, met dikken staart en +zware manen. Ik was dus nu volkomen geïnstalleerd: het werd tijd, mijne studiën te beginnen. + +</p> +<p>Evenals in alle steden van Centraal-Azië, zijn ook te Tasjkend de huizen van leem gebouwd, die zich echter tot eene zoo vaste +massa samenvoegt, dat de woningen eene groote mate van stevigheid bezitten, en in dit droge klimaat het zeerlang kunnen uithouden. +Bij sterken en aanhoudenden regen krijgen zij het evenwel te kwaad: hier verliest er een het dak; ginds bezwijkt een der hoeken; +bijna overal dringt het water in de benedenvertrekken door;—maar houdt de regen op, dan is de aangerichte schade ook in weinige +uren hersteld. De aardbevingen, die hier vrij dikwijls voorkomen, richten erger verwoestingen aan: somwijlen worden dan gansche +straten en wijken vernield. + +</p> +<p>Het hout is in dit land zoo duur, dat de inboorlingen, zelfs de rijksten onder hen, zich te gronde zouden richten, indien +zij voor den bouw hunner huizen zich van steenen, in den oven gebakken, zouden willen bedienen. Wel heeft men steenkolenmijnen +ontdekt, maar die steenkool is ook verre van goedkoop; en het is der moeite niet waard, de steenen in de zon te laten drogen, +want de gekneede leem doet voor zulke steenen niet veel in stevigheid onder. Daarom is het niet waarschijnlijk dat de inboorlingen +zeer spoedig het voorbeeld der Russen zullen volgen, die bij voorkeur gedroogde steenen gebruiken. De openbare gebouwen, zooals +de moskeeën, de bazars, de karavanserais, worden doorgaans met in het vuur gebakken steenen gebouwd. + +</p> +<p>Het bouwen van huizen gaat hier nog gauwer in zijn werk dan bij ons. Men maakt eene soort van pap van aarde en <i>samane</i> of fijngehakt stroo, en laat de daarvan gekneedde kluiten in de zon drogen. Inmiddels wordt het houten geraamte der woning +in elkaar getimmerd en opgezet; dan wordt de ruimte tusschen de latten met droge kluiten gevuld, die door middel van slijk, +met stroo vermengd, tot een geheel worden verbonden. Het dak bestaat uit een houten zoldering, met een laag aarde bedekt. +De woningen der aanzienlijken hebben doorgaans twee verdiepingen, en onderscheiden zich daardoor van de huisjes der armen: +nare krotten, zonder licht of lucht, walgelijk onrein, met nissen in den muur, vilten lappen en matten op den grond, een haard +van klei in een hoek of in het midden der kamer. Van tafel of bed geen spoor. In den zomer kan men, desgevorderd, nog in deze +spelonken leven; maar des winters is het er bijna niet uit te houden: de regen dringt door het dak, de wind fluit door de +vermolmde balken en wanden, de koude dringt van alle zijden naar binnen, en de brandstof is zeer duur in Centraal-Azië. + +</p> +<p>De huizen der meer vermogenden zijn vrij wat beter ingericht. Langs de binnenplaats loopt eene breede, overdekte galerij, +door fraaie houten zuilen gedragen. Gedurende drievierden van het jaar is deze galerij de verblijfplaats der familie, waar +gegeten en gearbeid, gepraat en gerookt wordt. Onder de galerij komen de deuren uit van de verschillende kamers, die meestal +zeer netjes zijn, en dikwijls met smaakvolle teekeningen langs de wanden en aan de zoldering versierd, waarvan het alleen +jammer is dat de kleuren zoo schel zijn. In den muur zijn nissen aangebracht, die dikwerf in kleine kompartimenten zijn verdeeld. +De houten vloer is met stukken vilt en tapijten bekleed; op sommige plaatsen bevinden zich diepe openingen, bestemd voor de +dagelijksche reinigingen. Een groote vierkante opening dient om in het koude jaargetijde het kolenbekken daarin te plaatsen. +Des winters plaatst men boven dien bak eene soort van tafel, die met kleeden wordt overdekt, welke tot op den grond afhangen, +de kolen, dus eenigermate van de lucht afgesloten, verteeren langzamer, waardoor brandstof bespaard wordt. Is het koud, dan +schaart zich de familie rondom deze tafel; ieder wikkelt zich zoo dicht mogelijk in de dikke gewatteerde kamerjapon, en steekt +zijne handen onder het kleed, boven het kolenvuur.—In den laatsten tijd hebben eenige aanzienlijke inwoners van Tasjkend, +in navolging der Russen, het traliewerk met geolied papier, dat bij wijze van venster diende, vervangen door wezenlijke vensters +met glasruiten. Deze vensters zien echter allen op de binnenplaats uit; waarschijnlijk zullen er nog vele jaren moeten verloopen, +eer de inboorlingen zich zoover emancipeeren, dat zij ook aan de straatzijde hunner woningen vensters maken. + +</p> +<p>Ik zal in geene uitvoerige beschrijving treden der moskeeën van Tasjkend, die allen van baksteen zijn gebouwd, enkelen uitgezonderd, +die van leem zijn. Geen enkele is van gehouwen steen of uitsluitend van hout. In het algemeen bestaan zij uit eene groote +zaal, aan drie zijden door eene breede, open galerij omgeven, die op houten zuilen rust, deels gebeeldhouwd, deels met marmeren +ornamenten belegd. De muur en de zoldering der galerij zijn in den regel versierd met schilderwerk in sterk sprekende kleuren, +somwijlen ook met beeldhouwwerk. Ik heb reeds gezegd, dat de geloovigen hun schoeisel in deze galerij laten staan, alvorens +zij het bedehuis binnentreden.—Terwijl zij bidden, houden de ware geloovigen het <a id="d0e352"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e352">351</a>]</span>gelaat gewend naar eene spits toeloopende nis, in den naar de zijde van Mekka gekeerden muur aangebracht. Alleen in de aanzienlijke +moskeeën vindt men een predikstoel, die eenige treden boven den grond is verheven. Hoewel de muren zorgvuldig gewit zijn, +is het in deze moskeeën, met hare weinige en zeer kleine vensters, toch tamelijk duister. De grond is bedekt met matten, vilten +kleeden en witte katoenen lakens. + +</p> +<p>Dicht bij den bazar staat eene groote moskee met twee minarets, door een der laatste gouverneurs van Tasjkend gebouwd; een +man, die zich aan schandelijke knevelarijen en afpersingen schuldig maakte, maar wiens naam toch in gezegend aandenken bij +het volk is gebleven, dank zij de door hem gestichte scholen en moskeeën. + +</p> +<p>Ik sprak daar van scholen. Te Tasjkend, evenals in de andere steden van Centraal-Azië, vindt men de lagere scholen bij de +kleine moskeeën; de scholen van hoogeren rang zijn of aan de groote moskeeën verbonden, of somwijlen in afzonderlijke gebouwen +gevestigd. Als ik mij wel herinner, bezit Tasjkend zeven zulke hoogere scholen of <i>médressehs</i>, die door een zeker aantal <i>mollahs</i>, meesters, gehouden worden. Waaraan het deze inrichtingen het meest ontbreekt, dat zijn de leerlingen; zelden zag ik in eene +médresseh meer dan tien knapen te gelijk bijeen; de meeste cellen van het ruime gebouw waren doorgaans ledig en gegrendeld. + +</p> +<p>De mollahs, ook de knapsten onder hen, weten bitter weinig, en dat weinige heeft nog niets te beduiden: het is louter conventioneele +kennis, geheugenwerk. Als een mollah den Koran kan lezen en verklaren, en bekend is met de commentariën door eene menigte +muzelmansche theologen over dit heilige boek geschreven, dan is hij voor zijn vak bekwaam. Hoe meer hij van den Koran van +buiten kent, hoe beter hij de verschillende verklaringen onthouden heeft, des te grooter geleerde is hij. Het komt daarbij +louter op geduld en geheugen aan; heeft men den eenen commentaar uitgelezen, dan begint men aan een ander, en zoo gaat het +voort, tot in het oneindige, altijd in hetzelfde kringetje rond. Wetenschap, in den waren zin des woords, zelfs van de meest +gewone soort, moet ge bij de onderwijzers evenmin zoeken als bij de leerlingen: hetgeen evenwel niet belet dat de mollahs +een zeer hoogen dunk van zichzelven hebben, en ook door het publiek met eerbied worden aangestaard. + +</p> +<p>Ik herinner mij nog zeer goed het kleine manneke, dat ik in de voornaamste moskee ontmoette. Hij was een mollah en reeds tamelijk +bejaard. + +</p> +<p>“Dat is,” zoo werd mij verzekerd, de geleerdste man van de geheele stad; hij heeft al de mollahs van Tasjkend onderwezen. + +</p> +<p>“Dat is heel knap; maar wie heeft hemzelf onderwezen?” + +</p> +<p>“Zijn vader, en zijn vader heeft te Bokhara gestudeerd.” + +</p> +<p>Mijn geleider sprak die laatste woorden op een plechtigen toon uit, tevens eene beweging met de hand naar het zuidwesten makende, +alsof hij zeggen wilde: “Daar ginds, daar ligt het groote brandpunt van beschaving en wetenschap.”—In Bokhara gestudeerd te +hebben, geldt nog, door geheel Centraal-Azië, voor de hoogste aanbeveling: daar vloeit de onvervalschte bron der wetenschap, +daar worden alle geheimenissen der tegenwoordige en toekomende wereld ontsluierd. Treurig overblijfsel van een sinds lang +verbeurden roem! + +</p> +<p>Ik vroeg eens aan een geleerde van Tasjkend, wat hij alzoo onderwees.—“Alles”, kreeg ik ten antwoord.—“Dat is veel. Maar zeker +zijn er toch wel enkele vakken, waarin ge meer bepaald onderricht geeft?”—Zoodra ik mijn vraag gedaan had, berouwde het mij. +De mollah begon nu op zijne vingers op te tellen, wat hij alzoo onderwees. Er kwam geen einde aan. Inderdaad, hij wist alles +en kon alles leeren! + +</p> +<p>De lagere scholen zijn niets anders dan groote vertrekken, vol kleine kinderen. Reeds van verre herkent gij ze aan het gejoel +en gegons. Op den grond geknield of neergehurkt, schommelen de kleine bengels rusteloos heen en weder, en herhalen achter +elkander, op luiden, half zingenden toon, eene of andere vanbuiten geleerde zinsnede uit den Koran. Dat woelt en kruipt door +elkaar, en schreeuwt en zingt en snatert, dat hooren en zien vergaat. De meester zit mede op den grond, gewapend met een lang +dun riet, waarmede hij de ondeugendsten tot de orde roept, en de luiaards tot ijver aanspoort. Telkens daalt die rietstok +op de handen of den rug van een of anderen kleinen deugniet neder; dan is het huilen en schreeuwen, tot de meester, met forsche +stem, het zwijgen oplegt. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">V.</h3> +<p>Zelden zag ik eene zoo gemengde bevolking als te Tasjkend en in de andere steden der russische bezittingen in Centraal-Azië. +Men vindt in Turkestan, Sarthen, Tadsjiken, Oesbeken, Kirghisen, Koeramas, Turkomannen, Nogaïs, Kasjgaren, Afghanen, Perzen, +Arabieren, Joden, Hindoes, Tsiganen of Heidens, en eindelijk Russen. Over al deze volksstammen een enkel woord. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-352.jpg" alt="Joden te Tasjkend."></p> +<p class="figureHead">Joden te Tasjkend.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De Sarthen, die de groote meerderheid der gezeten bevolking van Tasjkend uitmaken, zijn, naar het mij voorkomt, geen afzonderlijk +ras: ik houd ze voor eene vermenging van de Tadsjiken en de Oesbeken; in hun voorkomen en gelaatstrekken hebben zij iets van +beide deze stammen. Steeds trof mij de sterke overeenkomst tusschen de Sarthen en de Joden. Dezelfde gelaatstype, dezelfde +neigingen, hetzelfde karakter. Evenals de Jood, is de Sarthe schraapzuchtig en tuk op winst; als de Jood, houdt hij van schacheren +en kleinhandel; als de Jood, kent hij, waar het zijn belang geldt, geen gemoeds- of gewetensbezwaren; als de Jood eindelijk, +is hij kruipend en lafhartig.—Het woord Sarthe beteekent <i>kramer</i>, <i>schacheraar</i>; en getrouw aan hun naam, hebben de Sarthen zich meester gemaakt van den geheelen handel des lands, zoowel in de steden als +bij de nomaden. Zij zijn het, die overal het hoogste woord voeren; onder voorwendsel van de wet des Profeten te verbreiden, +laten zij de onwetende zonen der woestijn vier malen den prijs betalen der <a id="d0e398"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e398">353</a>]</span>eerste levensbehoeften, die hij hun slijt. De eenige lichtzijde van het door en door vulgaire hebzuchtige karakter van den +Sarthe, is zijne begeerte naar onderwijs, en een zekere geschiktheid om verbeteringen in te voeren. Maar wachten wij ons voor +overdrijving: die meerdere leerzaamheid en vatbaarheid kan den Sarthe alleen toegekend worden in vergelijking met de andere +muzelmannen van Centraal-Azië. + +</p> +<p>De Tadsjiken zijn zeer schoon van gelaat en voorkomen; zij danken dit aan hunne afkomst, daar hunne voorouders uit Perzië +zijn gekomen. Zij spreken nog een perzisch dialect. Zij vormen als het ware de verstandelijke aristokratie van Turkestan, +en ieder, die in Centraal-Azië aanspraak wil maken op beschaving en goede manieren, tracht zooveel mogelijk, in spraak, gewoonten +en toon, de Tadsjiken na te bootsen. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-353.jpg" alt="Kirghisen-vrouwen."></p> +<p class="figureHead">Kirghisen-vrouwen.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De Oesbeken, in vroegere tijden waarschijnlijk door eene vermenging van verschillende rassen ontstaan, vormen thans eene eigene, +gesloten nationaliteit. Zij hebben uitstekende wangbeenderen en eene groote physieke kracht, maar hun verstand gaat niet boven +het middelmatige. Toch zijn zij de meesters en beheerschers van het land: zij zijn als het ware de krijgshaftige adel, en +al de emirs en khans van Centraal-Azië zijn Oesbeken. Zij hebben het nomadenleven nog niet geheel vaarwel gezegd; velen hunner +hebben zich nimmer in eene stad gevestigd, en zelfs onder de stadbewoners zijn er, die bijna het gansche jaar doorbrengen +in tenten, rondom hunne woning opgeslagen. Geheel ongelijk hebben zij niet: ook zonder een Oesbeke te zijn, kan men, gedurende +de ondragelijke hitte van den turkestanschen zomer, aan het verblijf in eene frissche tent de voorkeur geven boven dat in +eene bedompte woning. + +</p> +<p>De Kirghisen zijn in een aantal stammen gesplitst. Ge herkent ze op het eerste gezicht aan hun karakteristiek voorkomen: kort +ineengedrongen lichaam, breeden platten schedel, uitstekende wangbeenderen, smalle oogen, vooruitstekenden mond, korten platten +neus, kleinen dunnen baard, donkerkleurige huid van alle schakeeringen tusschen de bruine tint van een Zuid-Europeër tot bijna +koolzwart. Met hunne <i>iourten</i> (tenten) zwerven zij over eene onmetelijke uitgestrektheid, in de Siberische steppen, in russisch Turkestan, in de khanaten +van Khiwa en Bokhara. Hun gezamenlijk aantal bedraagt wellicht drie millioen zielen. Hun ware naam is niet Kirghisen, en wanneer +men hen daarmede aanspreekt, antwoorden zij: “Wij zijn geen Kirghisen, wij zijn Kazaks.” Zoo heeten zij dan ook inderdaad; +doch daar de Russen hen steeds Kirghisen noemen, beginnen zij zich aan dien naam te gewennen, die misschien ontleend is aan +een hunner stammen, de Kyrgz. Waarom juist deze kleine stam, verscholen in de reusachtige gebergte van Thian-Sjan, <a id="d0e414"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e414">354</a>]</span>zijn naam heeft gegeven aan de volkerengroep, over het onafzienbare gebied van Siberië tot de Amoe-Darja, en van het Oeralgebergte +tot de bergen van Thian-Sjan verspreid:—ziedaar eene vraag, waarop ik niet kan antwoorden.—Zooals men weet, splitsen de Kirghisen +zich in drie hoofdgroepen of afdeelingen: de Groote-Horde, ten oosten, nabij de grenzen van Siberië en China; de Kleine-Horde +(inderdaad de talrijkste) van het Oeralgebergte tot het meer Aral; en de Middelste Horde, tusschen de beide vorigen gevestigd. +Eigenlijk behoort men hier nog eene vierde groep bij te voegen: de Binnen-Horde, die zich in 1812, in de destijds onbewoonde +steppen van het gouvernement Astrakhan vestigde.—Alle Kirghisen zijn muzelmannen; maar zij nemen de wet van den Profeet alleen +in zoover in acht, als deze strookt met hun ingewortelde vrijheidszucht en hun hartstocht voor roof en plundering, die hun +eigenlijk levenselement is. Zij zijn immer op de loer, altijd speurende naar buit, voortdurend van de eene plaats naar de +andere trekkende: alle soort van weelde of overdaad is hun dan ook vreemd. De tent van den Kirghise is eenvoudig in den hoogst +mogelijken graad; <span class="corr" title="Bron: hezelfde">hetzelfde</span> geldt van zijne kleeding, en zijn voedsel is ellendig. + +</p> +<p>De Koeramas, die men in de stad Tasjkend en in de omstreken aantreft, zijn gesproten uit eene vermenging van arme Kirghisen, +tot verschillende stammen behoorende, met de onvermogende inwoners der stad. Zij gaan door voor zeer bekrompen van verstand, +indien al niet voor idioot. Het woord Koerama, dat letterlijk <i>vermengd</i> beduidt, wordt te Tasjkend doorgaans in ongunstigen zin gebruikt: het is wel niet rechtstreeks een scheldwoord, maar geldt +toch als een spotnaam. Eens liet ik mijn album aan een aanzienlijk ingezetene zien. Het portret van een Koerama, die trouwens +een zeer kenbaar gelaat had, trof hem bovenmate: hij lachte overluid en riep, in de handen klappende: “Uitstekend! Dat is +een echte Koerama!”—<span class="corr" title="Bron: ">“</span>Maar wat vindt gij dan toch zoo bijzonders aan de Koeramas?” vroeg ik hem.—“Eschaki:”—het zijn ezels—antwoordde hij droogweg. + +</p> +<p>De Turkomannen zijn zeer zeldzaam te Tasjkend, waar men hen bijna niet dan van hooren zeggen kent. De zeer weinigen, die ik +hier ontmoette, hadden zoozeer de eigenaardige type van hun stam verloren, dat ik hen gerust met stilzwijgen kan voorbijgaan. + +</p> +<p>Veel talrijker zijn de Nogaïs, die tot het tartaarsche ras behooren. Zij zijn bijna allen uit het zuidoosten van Rusland of +uit Siberië afkomstig: de een verliet het land om aan den kerker te ontkomen; een ander om zich aan de militaire dienst, zoo +gehaat bij de muzelmannen, te onttrekken; een derde weer om een andere reden. Van nature met veel gezond verstand begaafd, +en bovendien eenigszins ontwikkeld door de onvermijdelijke aanraking met de Europeanen in Rusland, weten de Nogaïs zich in +Centraal-Azië uitnemend te vinden: vooral wanneer zij slim genoeg zijn om zich voor martelaars te doen doorgaan, ter wille +van hun geloof uit hun vaderland verdreven. Diegenen onder hen, die de muzelmansche scholen van Kazan of eenige andere russisch-tartaarsche +stad hebben bezocht, waar het onderwijs buiten kijf op hooger trap staat dan in Turkestan, brengen het gemakkelijk tot <i>moudariss</i> (professor), en worden algemeen als geleerden geëerd. Daar de Nogaïs meestal in Rusland gewoond hebben, zijn zij zeer geschikt +om als bemiddelaars en tusschenpersonen te dienen tusschen de veroveraars, wier taal zij spreken, en de inboorlingen, wier +godsdienst zij belijden. Men moet hen echter niet te veel vertrouwen, want zij zijn niet bijzonder nauwgezet. + +</p> +<p>De Kashgaren te Tasjkend zijn, zooals hun naam aanduidt, afkomstig uit Klein-Bokharije of Opper-Turkestan, en vooral uit Kasjgar, +de voornaamste stad dezer uitgestrekte landstreek. Meest allen zijn afstammelingen van uitgewekenen, die, hetzij in den loop +der vorige eeuw, hetzij in de laatste jaren, Klein-Bokharije verlieten, vandaar verdreven door de gedurige oorlogen, die dat +land teisterden. Vroeger waren zij echter hier veel talrijker dan tegenwoordig. Velen hunner hebben een echt chineesche type. + +</p> +<p>De Afghanen, gering in aantal, wonen bijna allen in een karavanserai, waar geen vreemden worden toegelaten. Zij zijn of kooplieden +of smokkelaars, zeer dikwijls het een zoowel als het ander. Zij laten de in Centraal-Azië zoo geliefkoosde groene thee, over +Hindostan uit China komen; en ondanks dien kolossalen omweg; leveren zij die gesmokkelde thee voor minder prijs dan de russische +thee, die rechtstreeks over Kiachta wordt ingevoerd. + +</p> +<p>De Perzen munten in verstandelijke ontwikkeling boven alle tot dusver genoemde stammen uit. In de onafhankelijke khanaten +bekleeden zij de hoogste en <span class="corr" title="Bron: moeielijkste">moeilijkste</span> ambten, worden de gewichtigste zendingen aan hen vertrouwd. Vroeger slaven, zijn zij sedert de russische overheersching vrije +mannen geworden. Te Tasjkend maken zij een zeer belangrijk bestanddeel der bevolking uit; hun aantal is vrij groot, en blijkbaar +gevoelen zij zich in hun nieuw vaderland geheel te huis. Dit is te opmerkelijker, daar zij allen Sjîiten zijn, en dus, in +den grond, de natuurlijke vijanden der muzelmannen van Centraal-Azië, die voor verreweg het grootste gedeelte tot de secte +der Sonniten behooren. Dit verschil in belijdenis belet de Perzen evenwel niet, trouw de moskeeën te bezoeken. Wie zal zeggen, +in hoeverre zij hierin oprecht zijn? Zeker is het, dat de Sarthen hen niet veel vertrouwen, en nog altijd de gezworen vijanden +der Sonniten in hen zien. “Die honden van Sjîiten, zeide mij eens een inwoner van Tasjkend, komen in onze moskeeën, maar dat +is om ons zand in de oogen te strooien. Tehuis gekomen, doen zij hun gebed nog eens over.” + +</p> +<p>Arabieren vindt men zeer weinig te Tasjkend; in de andere steden van Centraal-Azië zijn er enkelen gevestigd, en in de omstreken +van Samarkand vormen zij kleine koloniën. Voor zoover ik er over kan oordeelen, onderscheiden zij zich hier als elders door +een sprekend gelaat, levendige en doordringende oogen, zware wenkbrauwen, en een fraaien baard. + +</p> +<p>Veel talrijker zijn de joden, die in een afzonderlijke wijk wonen. Hun getal groeit voortdurend aan: want de Joden, die te +Bokhara en in de onafhankelijke khanaten worden <span class="corr" title="Bron: ouderdrukt">onderdrukt</span>, komen in russisch Turkestan <a id="d0e450"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e450">355</a>]</span>een veiliger verblijfplaafs zoeken, op het gevaar af van hun hoofd te verliezen, indien zij op hunne vlucht betrapt worden. +De joden van Tasjkend en in russisch Turkestan mogen zich dan ook wel gelukkig roemen, als zij hun toestand vergelijken met +dien hunner geloofsgenooten in de andere landen van Centraal-Azië. Daar zijn zij, in hunne kleeding en hun openbaar leven, +aan allerlei strenge bepalingen onderworpen. In sommige steden mogen zij niet dan op een ezel binnenkomen; in andere mogen +zij slechts te voet gaan. Het is hun verboden, zijden of andere kostbare kleederen te dragen: hun gewaad moet van eenvoudig +laken en steeds donkerkleurig zijn. Zij mogen geen anderen gordel hebben dan een koord, en geen ander hoofddeksel dan de <i>toppeh</i>, een kleine ronde muts of kapje, waarover zij des noods eene soort van bonten muts mogen dragen. Maar geen jood zou het zonder +levensgevaar kunnen wagen, zich te versieren met een tulband, of zelfs zich het hoofd met een doek te omwikkelen. In russisch +Turkestan zijn zij natuurlijk van al deze bepalingen ontslagen: daarom zijn zij te Tasjkend zoo trotsch; zij berijden fraai +opgetuigde paarden, tooien zich met veelkleurige kleederen, en als zij een <i>tur</i> (russisch heer) ontmoeten, beproeven zij het, hem op militaire wijs te groeten. + +</p> +<p>Voor de komst der Russen verkeerden de Hindoes te Tasjkend bijna in denzelfden toestand van vernedering als de kinderen Israëls. +Zij zijn niet talrijk; maar wat zij in aantal missen, vergoeden zij door ijver en werkzaamheid. Deze Hindoes zijn de gruwelijkste +woekeraars der wereld: een rente van twee- en driehonderd percent is voor hen eene kleinigheid. Zij zijn bijna allen zeer +rijk, maar leven op een hoogst eenvoudigen voet, zonder vrouwen, in afzonderlijke karavanserais, waar zij ieder hunne eigene +kamer, eene kleine donkere, maar zindelijke cel, hebben. Zij zijn uiterst matig, eten geen vleesch, drinken niets dan water, +en bereiden zelven hunne spijzen, ook om verontreiniging door anderen dan geloofs- en standgenooten te voorkomen. Het zijn +in den regel schoone, welgebouwde mannen, met een zielvol gelaat en eene edele gestalte. Wat hun karakter aangaat, zou ik +hen liefst met de joden vergelijken. Echter met dit karakteristieke onderscheid. Zoodra er eenig gevaar dreigt, begraaft de +Jood zijn geld en zijne kostbaarheden in den grond, en loopt weg, zonder zelfs een oogenblik om te zien. De Hindoe daarentegen +gaat rustig op zijn koffer zitten, en blijft zijn narghileh rooken, al weet hij ook dat de dood hem wacht. + +</p> +<p>De Tsiganen of Heidens, die echte wereldburgers, zwerven ook, maar in kleinen getale, door russisch Turkestan. Die de Gitanos +in Spanje of de Zigeuners in Hongarije en Polen gezien heeft, kent ook de Tsiganen van Centraal-Azië: ook hier leven zij van +bedelarij en diefstal; en houden zich tevens met waarzeggerij bezig. Tegen de algemeene gewoonte in muzelmansche landen, gaan +hunne vrouwen met onbedekt gelaat. + +</p> +<p>Ik mag dit overzicht der veelsoortige bevolkingen van Centraal-Azië niet eindigen, zonder met een enkel woord te spreken van +de laatstaangekomenen, maar tevens de machtigsten: de Russen. Tot dusver is hun aantal gering; zij ontleenen hun overwicht +aan den schrik hunner wapenen en aan de onbetwistbare meerderheid hunner europeesche beschaving boven de halve barbaarschheid +der volksstammen van Centraal-Azië. Bijna alle hier gevestigde Russen zijn militairen, ambtenaren of kooplieden: de eigenlijke +kolonisten zijn tot dusver in dit land niet verschenen. Toch naderen zij langzaam maar zeker, in de richting van de Sir-Darja, +en het oogenblik is waarschijnlijk niet meer verre, waarop de landbouwers van zuidwestelijk Siberië ook de grenzen dezer nieuwe +russische provincie zullen overschrijden. + +</p> +<p>Ongetwijfeld heeft de russische kolonisatie van Centraal-Azië met gewichtige bezwaren te kampen: het komt er vóór alles op +aan, grondeigendom te verwerven, en de landen, die thans aan de inboorlingen behooren, in het bezit der Russen te doen overgaan: +en dit is niet gemakkelijk. Toch, het koste wat het wil, moet deze kwestie worden opgelost, en wel zoo spoedig mogelijk. Dit +is noodig: niet alleen in het belang van Rusland, maar vooral ook in het belang der inboorlingen zelven, die er niet dan bij +zouden verliezen, indien zij weder onder het juk hunner vorige tirannen werden teruggebracht, en wanneer op nieuw die oneindige +reeks van burgeroorlogen, geweldenarijen en gruweldaden begon, waaruit tot dusver de geschiedenis van Centraal-Azië was saamgeweven. +Zonder eene ernstige en op breede schaal aangelegde kolonisatie, zal russisch Turkestan alleen in naam russisch zijn. Indien +de regeering zich de zaak niet aantrekt, en niet zorgt de noodige gronden in hare macht te krijgen, waarop zich eene talrijke +christelijke en beschaafde bevolking, nevens de barbaarsche muzelmansche stammen, vestigen kan, zullen wij langs de boorden +van de Sir-Darja in dezelfde positie blijven verkeeren als de Engelschen in Hindostan: dat wil zeggen, dat wij ieder oogenblik +aan het gevaar blootstaan, door een algemeenen opstand der inboorlingen verdreven te worden. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">VI.</h3> +<p>De bedelende derwisjen wonen meest bij elkander in zoogenaamde <i>kalenterkhanen</i>, bestaande uit een ruimen binnenhof met boomen beplant en door een beek besproeid; voorts uit een kleinen terp, die als bidplaats +wordt gebruikt, en uit een armzalig, morsig gebouw. De bedelaars zitten of liggen doorgaans langs de muren of op het platte +dak van dat gebouw: zij praten, rooken, drinken thee, of dommelen onder den invloed van den bedwelmenden <i>kouknar</i>. De bedelarij wordt in Centraal-Azië op uitgebreide schaal gedreven en is er zeer goed georganiseerd. De zeer talrijke gemeente +der bedelaars vormt eene broederschap, aan welker hoofd een chef staat, die, naar men zegt, afstamt van den heilige, door +wien de orde der <i>douvanis</i> of <i>divanis</i> (bedelaars) is ingesteld. + +</p> +<p>Herhaaldelijk heb ik gepoogd een bezoek af te leggen bij dien <i>tura</i> (meester, heer) der bedelaars, die vrij wat beter is gelogeerd dan zijne onderdanen: maar nooit heb ik het geluk gehad hem +tehuis te vinden: nu eens was hij te Tsjemkend, dan te Khodsjend, <a id="d0e488"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e488">356</a>]</span>dan ergens anders. Als opperhoofd van alle douvanas van Turkestan, heeft de tura van Tasjkend weinig vrijen tijd: hij moet +telkens zijn wijd uitgestrekt gebied doorreizen, om geschillen tusschen zijne onderhoorigen te beslechten en rekening en verantwoording +te vorderen van hunne inkomsten en uitgaven: want iedere douvana is verplicht, hetgeen bij elken dag ontvangt, na aftrek van +het volstrekt noodige, aan de kas der broederschap af te staan. + +</p> +<p>Ieder die wil kan douvana worden: hij heeft daartoe slechts een verzoek in te dienen bij den tura, en zich aan eenige formaliteiten +te onderwerpen; hij zet een roode muts op van bijzonder fatsoen, aan den rand met schapenvacht omzoomd; slaat zich een gordel +met een zekeren symbolischen steen versierd, om de lendenen, en voorziet zich van een nap, uit een halve kokosnoot vervaardigd, +en waarin de douvana alles verzamelt, wat men goedvindt hem te geven. Het hoofdstuk zijner kleeding is de <i>halate</i> of pij, die, volgens het voorschrift, uit lappen en snippers moet bestaan, en die er dikwijls, door de bonte mengeling van +kleuren en stoffen, allerschilderachtigst uit kan zien. De douvana heeft twee halaten: een voor dagelijksch gebruik, die niet +anders dan eene smerige lappendeken is; en de staatsie-halate, ook wel uit vodden en lappen vervaardigd, maar uit zindelijke, +onverkleurde lappen, die hij in de bazars bijeen zoekt. + +</p> +<p>Reeds vroeg in den morgen verlaten de douvanas hunne kalenterkhane, verspreiden zich door de hun aangewezen wijken, en keeren +eerst des avonds terug. Dan wordt de rekening van de ontvangst opgemaakt; men praat, rookt zeer sterke <i>nacha</i>, en drinkt thee of kouknar. Van dien laatsten drank behoeft men niet veel te gebruiken om het verstand te verliezen: men +bedrinkt zich dus, en slaapt dan zijn roes uit, om den volgenden morgen weder van nieuws te beginnen. De douvanas kunnen zich +soms bespottelijk aanstellen. Ge kunt u niet van lachen onthouden, wanneer ge tien of twintig groote kerels ziet, allen wonderlijk +uitgedost, en op een eigenaardig zingenden toon, in koor, eene bede om een aalmoes uitgalmende. Daarbij steken zij hunne vingers +in de ooren, buigen zich voorover en blazen zich—ik weet niet hoe—zoo op, dat het schijnt of zij barsten zullen. + +</p> +<p>Bijna alle douvanas zijn overgegeven dronkaards en opiumeters: drie of viermaal per dag, en dikwijls nog meer, gebruiken zij +eenige koppen kouknar of doses opium. Ik ontmoette eens zulk een douvana opiumeter, meer een geraamte dan een levend wezen. +Lang en uitgeteerd, met een vaalbleek geel gelaat, zag en hoorde hij ternauwernood wat om hem heen gebeurde. Mijne woorden +klonken als een onbestemd geruisch in zijne ooren; zijne lippen bleven stijf op elkander gesloten. Eensklaps zag hij een balletje +opium in mijne hand; zijn strak gelaat nam dadelijk eene vreemde uitdrukking aan; hij sperde zijne oogen wijd open, en sprong +als een wild dier naar mij toe. “Geef hier, geef hier!” riep hij. Maar ik deed een paar stappen achteruit, en borg mijn opium +weg; toen wrong de ongelukkige zich in allerlei bochten en vertrok zijn gelaat op afschuwelijke wijze. “Geef mij den <i>beng</i> (opium), och! geef het mij”, kermde hij op half gesmoorden toon. Eindelijk gaf ik hem een stukje: hij greep het met beide +handen, ging tegen den muur zitten, en verslond in stilte en met blijkbaar welgevallen het noodlottige balletje. Het duurde +niet lang of een vreemde, akelige glimlach vertrok al de spieren van zijn gelaat; hij sprak binnensmonds eenige onverstaanbare +woorden zonder samenhang, en verviel weldra in eene soort van verrukking, nu en dan door stuiptrekkingen afgewisseld. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-357.jpg" alt="De vereerders van een Batchà of danser."></p> +<p class="figureHead">De vereerders van een <i>Batchà</i> of danser. +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De kalenterkhanen zijn niet enkel bedelaarsdoelens, maar tevens eene soort van koffiehuizen en clubs. De opiumrooker, die +tehuis aan zijn hartstocht niet kan of durft botvieren, gaat naar de kalenterkhane; de dronkaard komt er zijn kouknar drinken; +anderen gaan er heen om er met hunne kennissen te praten, of de nieuwtjes van den dag te vernemen. Eens, op een vrij kouden +dag, trad ik te Tasjkend zulk een kalenterkhane binnen. Nooit zal ik het schouwspel vergeten, dat ik daar zag. Al de douvanas +opiumeters zaten, dicht tegen elkander gedrongen, op den vloer neergehurkt, tegen den muur, om zooveel mogelijk tegen de koude +beschut te zijn. Velen hadden reeds hunne dosis vergif ingenomen: hun gezicht had eene uitdrukking van bestiale stompzinnigheid, +hun mond was half geopend, en sommigen bewogen hunne lippen, alsof zij iets zeggen wilden. Anderen zaten met het hoofd tusschen +de knieën, en snorkten luid, terwijl hunne spieren zich nu en dan samentrokken en geheel hun lichaam zich krampachtig bewoog.—De +opium-eter is dadelijk kenbaar aan zijn slordig voorkomen, zijne onzekere, vreesachtige bewegingen, zijn doffen, starenden +blik, zijn vervallen geel gelaat, zijne ziekelijke onaandoenlijkheid. De opium wordt niet alleen gegeten, maar ook gerookt. +De rooker ligt op den grond, en zuigt door een lange pijp den damp in van een balletje opium, dat een ander met een tangetje +voor den kop der pijp houdt. Naar men zegt, vervalt de rooker nog spoediger dan de opium-eter tot een soort van waanzinnige +verdooving. + +</p> +<p>Geene andere stad in den Levant, die ik gezien heb, bezit een bazar, die in uitgestrektheid met den bazar van Tasjkend kan +wedijveren. Wel zijn de winkels klein, maar hun aantal is legio: het schijnt wel of alle inwoners van Tasjkend winkeliers +zijn. De bazar bestaat uit eene menigte straten, ter wederzijde omzoomd door houten winkels, kramen zoo ge wilt; die straten +zijn nauw en bochtig, maar heerlijk koel, dank zij de matten, die over de geheele lengte, van den eenen winkel tot den anderen +zijn uitgespannen en de zonnestralen keeren. Alle winkels gelijken op elkander; zij bevatten over het algemeen zeer weinig +voorwerpen van waarde: den ganschen inboedel zou men al heel gauw voor honderd gulden kunnen koopen. De koopman, doorgaans +tamelijk gezet van postuur, is voortdurend bezig, zichzelven of zijne koopwaar met een waaier af te koelen; hij zit, met de +beenen onder het lijf, te babbelen, aardigheden te verkoopen, thee te drinken, de vliegen te verjagen: in één woord, hij schijnt +zich met alles bezig te houden, uitgenomen met zijn handel. De klanten zijn dan ook zeldzaam, uitgezonderd <a id="d0e517"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e517">358</a>]</span>de drie dagen in de week, dat de bazar ook voor de nomaden geopend is: des zondags, des woendags en des vrijdags. Aan de nomaden +alleen is het te danken dat de handel zich staande houdt, en dat sommige voorwerpen, die de Europeanen nauwelijks de moeite +waard zouden achten om op het vuur te gooien, nog altijd koopers vinden. + +</p> +<p>Op de koopdagen stroomen de landlieden uit den omtrek, de Kirghisen van de naburige kampementen, reeds in den vroegen morgen, +naar den bazar. Ook de stedelingen begeven zich, bijna met het krieken van den dageraad, daarheen: zij komen niet om te koopen +of te verkoopen, maar om te zien, om mede te wandelen met de menigte, om ook deel te nemen aan de standjes, en de nieuwtjes +op te vangen. Onderweg wipt men even de moskee in om zijn morgengebed te doen; men blijft eenige oogenblikken luisteren naar +een mollah, die de gaanden en komenden voor een poosje om zich verzamelt, hun iets uit de levens der heiligen voorleest, of +een preek houdt, die bijna altijd tegen de <i>honden van kafirs</i> (ongeloovigen), dat wil zeggen de christenen, gericht is. In den namiddag wordt het gedrang en gewoel, het geschreeuw en +geroep en gejoel zoo sterk, dat in weinig europeesche steden iets dergelijks is te zien. Elk oogenblik loopt men gevaar, door +een ezel omvergeloopen of door een kameel platgedrukt te worden. + +</p> +<p>De meeste ruimte wordt ingenomen door handelaars in stoffen: zij verkoopen voornamelijk russische mousselinen, en zijden en +katoenen stoffen, te Kokhand of Bokhara vervaardigd. Volgens oostersch gebruik, zijn de kooplieden van hetzelfde gilde ook +allen in dezelfde straat gevestigd: hier ziet ge de schoen- en zadelmakers en anderen die in leder en huiden handelen; ginds +de tapijtverkoopers en de handelaars in vilt, die hier in voortreffelijke hoedanigheid en bewerking gevonden wordt. Eene andere +straat wordt door de zijdeborduurders ingenomen. Het borduren van zijde heeft in dit gedeelte van Centraal-Azië den hoogsten +trap van volmaaktheid bereikt, en dit kunstwerk is zeer goedkoop omdat de grondstof weinig kost en het arbeidsloon zeer gering +is. De Europeaan, die voor de eerste maal zulk een zijdeborduurder ziet werken, weet niet wat het meest te bewonderen: de +fraaie kleuren en de rijke prachtige patronen, of wel den fijnen smaak en de verwonderlijke behendigheid der werklieden.—De +handelaars in vaatwerk kondigen zich reeds van verre aan door het voortdurend geklop en gehamer: want—dit vergat ik te zeggen—de +meesten dier winkels zijn tevens werkplaatsen, waar de uitgestalde voorwerpen ook vervaardigd worden. Als handelstad heeft +Tasjkend in het gansche land geen mededingster. Zij vormt het kruispunt van de voornaamste handelswegen van Centraal-Azië; +de karavanen, die van Bokhara en Kokhand naar Rusland trekken of omgekeerd; nemen altijd haar weg over Tasjkend. Dit verkeer +zal nog toenemen zoodra er geregelde betrekkingen zullen zijn aangeknoopt tusschen Rusland en Opper-Turkestan of Klein-Bokharije, +dat zich aan het gezag van China heeft onttrokken, en dus voortaan zijne benoodigdheden van elders moet halen. + +</p> +<p>Een vroeger ook te Tasjkend bloeiende tak van handel, de slavenhandel, is sedert de vestiging der russische heerschappij vervallen. +Die handel wordt echter nog steeds gedreven in de onafhankelijke khanaten van Turkestan, te Khiwa, te Bokhara, te Kokhand. +Voor den noodigen voorraad van slaven zorgen de Turkomannen, door hunne herhaalde invallen in de perzische grensprovinciën: +alle gevangenen<span class="corr" title="Bron: ;">,</span> die tot de secte der Sjîiten behooren, worden door de roovers verkocht; de Sonniten daarentegen worden door de Turkomannen, +hunne geloofsgenooten, ongemoeid gelaten. Is de razzia goed geslaagd, dan zijn de prijzen laag, en kan men een slaaf voor +omstreeks vijftig gulden koopen. De slavinnen zijn veel zeldzamer en dus ook veel duurder dan de slaven, omdat de Turkomannen +de eersten liefst voor zich zelf houden. Meermalen vernam ik van oude slaven, uit Perzië afkomstig, hoe zij als jeugdige knapen, +door de Turkomannen werden geroofd, hetzij terwijl zij met hunne ouders of verwanten aan den veldarbeid waren, hetzij in het +dorp zelf, ondanks de woede en smart der weerlooze bevolking. Dan werden zij, dikwijls vele dagreizen ver, onder allerlei +ontberingen, naar de markt gevoerd, waar zij in handen vielen van een of anderen meester. Gelukkig nadert het einde van dezen +snooden handel; zelfs in het nog niet aan Rusland onderworpen gedeelte van Turkestan wordt men angstvallig slaven te koopen, +omdat men weet dat zoodra de Russen komen, alle slaven onmiddellijk in vrijheid worden gesteld. + +</p> +<p>Ook voor de vrouwen van Turkestan, die nu metterdaad evenzeer slavinnen zijn, al dragen zij niet dien naam, is, naar wij vertrouwen, +een betere toekomst aanstaande. Haar tegenwoordige toestand is ellendig, nog beneden die harer zusters in Turkije en Perzië. +Zij worden nog strenger bewaakt, nog angstvalliger van aller verkeer met de buitenwereld afgesloten, nog meer in haar werkkring +beperkt. Reeds in de wieg worden zij aan een man verkocht, die haar tot vrouw neemt, als hare ontwikkeling, noch uit een moreel, +noch uit een physiek oogpunt, voltooid mag heeten. Zoo komen zij nooit tot een eigen zelfstandig leven: want als zij den leeftijd +hebben bereikt, waarop het verstand tot rijpheid komt, zijn zij reeds verouderd door de moederzorgen, en gebroken en verwelkt +door harden arbeid. Is het wel te verwonderen, dat zij zich met niets anders weten bezig te houden dan met praatjes en intriges? +Moge de russische invloed vooral hierin ten goede werken! + +</p> +<p>Toen ik Tasjkend verliet, was het feest van den <i>beïram</i> in vollen gang. De straten wemelden van Sarthen, voor het meerendeel beschonken, hetzij door het onmatig gebruik van kouknar, +hetzij omdat zij zich te buiten waren gegaan aan brandewijn, waarvan de ware geloovigen groote liefhebbers zijn. De menigte +richtte hare schreden naar een boschje, op ongeveer een mijl afstands van de stad; de mannen hadden hunne fraaiste veelkleurige +tsjapans aangetogen, de vrouwen hare mooiste mousselinen van russisch <span class="corr" title="Bron: fabriekaat">fabrikaat</span>. Ons gezelschap bestond nu uit vier personen: als tolk had ik een gerussificeerden Tartaar van Kassimow, een edelman, <a id="d0e541"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e541">359</a>]</span>misschien wel een prins: althans hij maakte aanspraak op den titel. Een ander Tartaar vervulde de rol van bediende; eindelijk +had de gouverneur van Tasjkend mij nog een Kozak van Orenburg toegevoegd, die mij gedurende de geheele reis moest vergezellen. +Wij waren behoorlijk van geweren en revolvers voorzien. + +</p> +<p>Wij slaan den weg in naar Tsjinaze, ten einde den overtocht over de rivier Tsjirdsjik te vermijden, die in dezen tijd des +jaars, vanwege den hoogen stand des waters, niet zonder gevaar is. Het is heerlijk weder; een verrukkelijke lenteavond overstroomt +het geheele landschap met een onbeschrijfelijke bekoorlijkheid. Wij brengen den nacht door in het dorp Nogaï-Kourgane, waar +wij onze tent, onder den blooten hemel, in de schaduw van prachtige boomen, opslaan. Den volgenden morgen zetten wij onze +reis voort. Ik zal mijne lezers niet vermoeien met eene opsomming van alle bijzonderheden van dien tocht, en eene beschrijving +van al de plaatsen waar wij halt hielden. De geheele landstreek vertoont overal hetzelfde karakter, en ook de dorpen gelijken +allen op elkander. Wij brachten een kort bezoek aan de weinig beteekenende ruïnen van Iski-Tasjkend (Oud-Tasjkend) de voormalige +hoofdstad des lands, en bereikten eenige dagen na ons vertrek van Tasjkend, de stad Tsjinaze, die eigenlijk niet veelmeer +dan een dorp is. + +</p> +<p>Voor de komst der Russen was Tsjinaze eene plaats van zekere beteekenis; maar sedert de verovering hebben een aantal inwoners, +met name kooplieden, de stad verlaten, om zich in het nieuwe Tsjinaze te gaan vestigen, op eenigen afstand, nabij de plaats +waar de Tsjirdsjik in de Sir-Darja vloeit, gesticht. Oud-Tsjinaze heeft weinig aanlokkelijks voor den vreemdeling; maar een +hevige orkaan, door geweldige stortregens gevolgd, dwong ons, er te blijven en te overnachten. Den volgenden morgen geleek +de weg een modderpoel, waardoor met groote kracht sterke waterbeeken stroomden, die zich in de Tsjirdsjik gingen storten. +Gelukkig is de afstand tusschen Oud- en Nieuw-Tsjinaze niet groot anders hadden wij waarschijnlijk onderweg onze paarden verloren. +Op onzen weg daarheen zagen wij Kirghisen, met veldarbeid bezig, zich daarbij bedienende van werktuigen, die door hunne eenvoudige +samenstelling nog aan de aartsvaderlijke tijden herinneren. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure floatLeft"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-360.jpg" alt="Een Afghaan in russischen dienst."></p> +<p class="figureHead">Een Afghaan in russischen dienst.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Nieuw-Tsjinaze ziet er niet veel bekoorlijker uit dan het oude: de citadel is klein, de huizen zijn laag, de boomen zeldzaam, +hetgeen vreemd schijnt in de nabijheid van twee rivieren. De stad ligt echter te hoog, om het water, door middel van irrigatiekanalen, +over het land te kunnen verspreiden; maar indien daardoor het bezit van tuinen en boomgaarden onmogelijk wordt, zoo tiert +hier toch de wilg in grooten overvloed: en in Turkestan is geen enkele boom te versmaden. + +</p> +<p>Den volgenden morgen staken wij, in een ijzeren boot, de Tsjirdsjik over. Langs de steile oevers dezer smalle rivier zag ik +verscheidene diepe gaten, die, zooals ik vernam, des winters den Kozakken tot verblijf dienen. “Maar, zeide ik tot den armen +Kozak, die mij dit mededeelde, dat moet wel hard zijn, des winters in zulke holen te wonen!<span class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>“Het is hard.” + +</p> +<p>“En waar woont gij des zomers? In tenten?” + +</p> +<p>“Neen. In de open lucht.” + +</p> +<p>“In de open lucht! En hoe maakt ge het dan bij regen en wind?” + +</p> +<p>“De regen maakt ons nat, maar de zon droogt ons weer.” + +</p> +<p>Ter wederzijde van de rivier ziet men moerassige velden, dicht met riet bewassen, alsmede uitmuntende klaverweiden. Deze laatste +plant levert hier drie en meer oogsten per jaar op. Ook tarwe, gerst, rogge, erwten en vlas groeien hier uitnemend. De rijst +zou hier evenzoo slagen: maar zij heeft overvloedige besproeiing noodig; daarom vindt men alleen in de streken, waar veel +water is, bij voorbeeld in het dal van de Angrene, te Ilaou en te Khodsjend, belangrijke rijstvelden. + +</p> +<p>Hodjaguend, waar wij halt houden, is een groot dorp, door Sarthen bewoond. Toen wij onzen intocht hielden, waren de <span class="corr" title="Bron: mannnn">mannen</span> bijna allen in het veld; de vrouwen stonden in de deur harer woning, tegelijk nieuwsgierig en schuw, want de verschijning +van een <i>Ourousse</i> (Rus) is geene alledaagsche zaak. Terwijl naar eene woning voor ons werd rondgezien, nam ik voorloopig mijn intrek in een +tuin, waar het dorpshoofd mij kwam bezoeken. Hij beschouwde mij blijkbaar met groot wantrouwen, daar hij meende dat ik door +de russische regeering gezonden was, om rekenschap te vragen van zekere verkeerde handelingen. Toen hij begreep dat dit niet +het geval was, maakte zijn wantrouwen plaats voor verbazing, met zekere minachting gemengd. De Oosterlingen kunnen zich maar +niet voorstellen, dat iemand louter voor zijn pleizier, om zich te onderrichten, gaat reizen; is de reiziger geen officiëel +persoon, geen handelaar, kan hij geen bepaalde reden opgeven waarom hij reist, dan kunnen zij den indruk niet van zich weren +dat eene andere min loffelijke oorzaak, die hij niet durft noemen, hem beweegt, zijn vaderland en familie te verlaten. Ook +ik kon mijn <span class="corr" title="Bron: aksakale">aksacale</span> niet aan het verstand brengen, dat ik geen ander doel had dan vreemde landen te leeren kennen: ik ben er zeker van, dat hij +mij als een halven dwaas beschouwde. + +</p> +<p>De broeder van den <span class="corr" title="Bron: aksakale">aksacale</span> verschafte mij eene goede woning met een stal, en eene ruime, met boomen beplantte binnenplaats. Deze woning lag aan een +breed, maar niet diep kanaal, dat voornamelijk diende tot besproeiing der velden en om eenige molens in beweging te brengen; +ter wederzijde is een rij huizen gebouwd, die door fraaie boomen worden overschaduwd. In deze straat bevindt zich de voornaamste +der twee winkels, die in het dorp te vinden zijn; voor dien winkel verzamelen zich iederen avond de nieuwsgierigen van het +vlek, om te praten, de nieuwtjes te vernemen en te spelen. Vooral op de dagen, als de bazar te Tsjinaze geopend is, heerscht +hier des avonds eene bijzondere drukte. Niet ver van mijne woning staat een moskee, die niets bijzonder merkwaardigs heeft. +Des morgens en des avonds is zij meest met landlieden gevuld, die er hunne gebeden komen opzeggen; de stedelingen zijn minder +ijverig in het waarnemen hunner godsdienstplichten; de meer bejaarden onder hen bezoeken nog het trouwst het bedehuis. + +<a id="d0e587"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e587">385</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-385.jpg" alt="Overtocht over de Angrene."></p> +<p class="figureHead">Overtocht over de Angrene.</p> +</div><p> + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">VII.</h3> +<p>Hodjaguend verlatende, volgden wij de oevers van de Sir, ter wederzijde omzoomd door uitgestrekte rietbosschen, de geliefkoosde +verblijfplaatsen van fazanten en wilde ganzen. Het land is vrijgoed bebouwd: fraaie graanvelden, weelderig groene weilanden, +en akkers met wilde slaapbollen beplant, trekken overal de blikken tot zich. + +</p> +<p>Weldra ontdekken wij zeer duidelijk de hooge oevers van de Angrene, eene kleine rivier, die zich hier in de Sir-Darja uitstort. +Evenals alle andere rivieren in dit gedeelte van Centraal-Azië, is ook de Angrene, in den zomer en in het algemeen wanneer +het niet of bijna niet regent, verdwenen: in die mate zelfs, dat, zooals het spreekwoord zegt, bij het begin van den herfst +de kippen droogvoets door de rivier kunnen gaan. Maar in het voorjaar, als het hevig en lang achtereen regent, als de sneeuw +op de bergen smelt, dan verandert het tooneel: de rivieren zwellen dan zoo, dat het dikwijls onmogelijk en altijd gevaarlijk +is, ze over te steken. Nu moesten wij juist den volgenden dag de hoog opgezette Angrene overvaren. + +</p> +<p>Op de aanwijzing van onzen gids Bakisj verlieten wij den oever der rivier, en sloegen links af, bijkans onbegaanbare en onkenbare +paden door het kreupelhout en de biezen volgende, en door onze verschijning gansche zwermen van eenden opjagende. De biezen +werden eindelijk zoo hoog, dat zij tot boven den buik onzer paarden reikten; wij trokken maar altijd door deze wildernis voort; +het werd donker, en ik bemerkte aan alles, dat onze gids zelf den weg niet meer wist. Bakisj begon te zingen, hield weder +op, en zag rondom zich, voor zoover dat in de duisternis mogelijk was; hij moest nu eindelijk zelf erkennen dat wij verdwaald +waren. Eensklaps kwamen wij aan eene kleine rivier, die echter niet de Angrene was. Ondanks de duisternis, stuurden wij onze +paarden in het water, om eene waadbare plek te vinden: maar zij werden weldra door het water opgetild en moesten gaan zwemmen; +wij vonden geen voorde. Het was onmogelijk de rivier over te steken; wij besloten dus den oever te volgen; maar eensklaps +stuitten wij op een nieuwen hinderpaal: een gracht, zoo diep, dat ik huiverde bij de gedachte, in den donkeren nacht in dezen +afgrond te moeten afdalen. Er schoot echter niets anders over. Onze paarden waren bang; sommigen gleden en struikelden; maar +toch bereikten wij zonder ongeval de overzijde. + +</p> +<p>Wij sukkelden nu nog een poosje in de duisternis voort, toen wij gelukkig in de verte een licht zagen schemeren. Dit licht +kwam uit de eenzame tent van een Kirghise, die ons den weg wees, welken wij te volgen hadden om een groot dorp aan den oever +der Angrene te bereiken. Daar aangekomen, vonden wij onze reisgenooten, die van ons af waren geraakt, en nu reeds ons avondmaal +hadden gereed gemaakt. Dit dorp was eene kolonie van Tamintzis, een volksstam, die zich voornamelijk in de omstreken van Tasjkend, +Tsjinaze en Khodsjend heeft nedergezet, en zich op den landbouw toelegt. Onze komst bracht het gansche <a id="d0e604"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e604">386</a>]</span>dorp in opschudding, en, evenals overal, zagen wij ons ook hier door een drom van nieuwsgierigen omringd. De verbazing kende +geen grenzen toen mijne valiezen werden opengemaakt, en daaruit allerlei voorwerpen van dagelijksch gebruik te voorschijn +kwamen, maar die deze eenvoudige lieden nimmer gezien hadden. Zij vroegen naar alles; kreten, uitroepen van bewondering, wonderlijke +gebaren en sprongen—dit alles scheen nog maar half toereikende om hunne innige verbazing uit te drukken. + +</p> +<p>De zoolang gezochte Angrene vloeit vlak langs het dorp. Den volgenden morgen zullen wij haar in eene <i>sala</i> oversteken. Een sala is een klein vlot van biezen vervaardigd.—“Wees niet bang,” zeide men mij telkens; “onze sala is in +goeden staat, en wij zullen u levend aan den anderen oever brengen.” + +</p> +<p>Toen ik, den anderen morgen, die zoo hoog geprezen sala zag, liep mij eene rilling door de leden: het ding bestond uit eenige +bossen riet, zoo slecht mogelijk saamgebonden. Ik liet nog eenige stevige halmen en rottingen aanbrengen; men bevestigde de +sala met alle touwen, die ik beschikbaar kon stellen; eindelijk werd het meer dan broze vaartuig zooveel mogelijk vergroot, +verzwaard en sterker gemaakt. De stroom was zeer sterk, de overtocht bepaald gevaarlijk; het gansche dorp was uitgeloopen, +om te zien hoe het met den Ourousse en zijn gevolg zou gaan. + +</p> +<p>Eerst gingen twee Kirghisen, ieder met een paard, in den stroom; de paarden konden zich niet staande houden en werden met +duizelingwekkende snelheid door den stroom medegevoerd; maar de Kirghisen, alleen met een korten broek gekleed, konden goed +zwemmen en behielden hunne tegenwoordigheid van geest. Met de eene hand de manen, met de andere den teugel vasthoudende, stuurden +zij hunne verschrikte rossen, met veel behendigheid, naar den linkeroever van de Angrene, en bereikten den vasten wal op ongeveer +zestig el beneden het punt van uitgang. De proef was dus geleverd: de paarden konden de rivier oversteken. Nauwelijks hadden +zij den oever bereikt, of de paarden, nog bevende van angst, moesten andermaal te water gaan; zij snoven, hinnikten, sidderden +over al hun leden, en wierpen angstige blikken op de rivier; maar men liet hun geen tijd om tot zichzelven te komen; zij werden +met den staart aan het vlot vastgebonden, en nu ging het voorwaarts! Twee mannen zwommen voor de paarden, vijf anderen rondom +het vlot; de beesten zwoegden en snoven te midden van den stroom; de toeschouwers op den oever hielden den adem in. Ik volgde +met angstige blikken mijne bagage, aan het broze vaartuig toevertrouwd. De sala vloog over het water, door den geweldigen +stroom medegesleept; zij naderde den anderen oever, en de personen, die er op waren, klampten zich gelukkig aan dien oever +vast, toen ik vreesde dat alles reddeloos verloren was. Het vlot keerde ledig terug; en nu werd ik, met het overige van mijn +bagage, met behulp van minder vermoeide paarden, naar den overkant gebracht. De arme Kirghisen waren half dood van koude; +zij verlangden naar wat brandewijn: het hinderde mij, dat ik hun slechts thee kon aanbieden. + +</p> +<p>Wij vervolgden nu onzen weg naar Boeka, dat wij vóór den nacht hoopten te bereiken. Het land is vlak en tamelijk wel bebouwd: +aan den horizon verheffen zich eenige heuvelen, waarvan de hoogste den naam van Hanka draagt. Deze heuvel had een indrukwekkend +voorkomen; ik wilde hem bezoeken. Rondom den heuvel lagen een aantal lagere hoogten verspreid, met gras begroeid, en zonder +eenig spoor van gebouwen, behalve de eenzame graftombe van een <i>aouliëh</i> (heilige), die op een dezer hoogten verrees en van verre de aandacht tot zich trok door een veelkleurigen lap, aan een langen +stok bevestigd. Ik vermoed, dat hier eenmaal eene groote stad heeft gestaan, waarvan de citadel ongetwijfeld den hoogsten +heuvel bekroonde; de top van dien heuvel vertoont nog een eigenaardigen vorm: hij is bijna vierkant en heeft steile, regelmatig +afloopende randen. Ik vond niets dan eenige scherven en gebakken steenen. + +</p> +<p>Het begon reeds donker te worden, toen wij Boeka bereikten; wij gaan eenige smerige en nauwe straten door, tot wij voor een +kleinen winkel komen, waar nog licht brandt. Daar de zoon van den aksacale ons had gezegd, dat zijn vader voor eenige dagen +afwezig was, begaven wij ons naar de woning van den <i>biï</i>, voor wien ik een brief van aanbeveling had. Deze biï, letterlijk notabelen, vindt men in alle Kirghisen-dorpen; zij zijn +belast met de handhaving der openbare orde en zijn tevens zooveel als vrederechters. Deze biï, een man van rijpen leeftijd, +had een zeer eerwaardig voorkomen; hij was langen tijd <span class="corr" title="Bron: aksakale">aksacale</span> van Boeka geweest, en was nu tot de waardigheid van biï opgeklommen. + +</p> +<p>Boeka is een aanzienlijk dorp, waarvan de aarden woningen tegen de helling van een vrij steilen berg zijn gebouwd. De inwoners +zijn Kirghisen, die in voorkomen en levenswijze veel overeenkomst met de Sarthen hebben. Rondom het dorp strekken zich, tot +op wijden afstand, rijstvelden uit, door kanalen doorsneden, en op dat oogenblik geheel onder water staande, zooals in de +lente steeds het geval is. De landlieden, tot aan den gordel in het water staande, arbeiden daarom niet minder ijverig. De +velden zijn in vierkante vakken verdeeld, die door kleine aarden wallen van elkander worden gescheiden. Elk dezer vakken staat, +door eene kleine opening in den dijk, met een kanaal in gemeenschap. Is de bodem genoeg van water doortrokken, dan wordt dit +gat weder met een paar kluiten aarde dichtgestopt. De kanalen, die hun water uit de Angrene ontvangen, zijn zeer vischrijk. + +</p> +<p>Op marktdag is het te Boeka zeer druk en levendig. De markt is aan alle kanten omringd door kleine winkels of kramen, die +gedurende zes dagen gesloten zijn, maar des Maandags worden geopend. Dan stroomen de koopers en nog meer de bezoekers van +alle zijden samen, om elkander te ontmoeten, de nieuwtjes te vernemen, hunne bekenden te spreken en ook zaken te doen. Zulk +een marktdag levert inderdaad een zeer aardig en schilderachtig tooneel op, dat vooral voor een vreemdeling zeerveel aantrekkelijks +heeft; ge vindt hier allerlei zaken bij elkander, die ge niet verwachten zoudt. Buiten den bazar of de eigenlijke markt, <a id="d0e632"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e632">387</a>]</span>wordt de veemarkt gehouden, waar paarden, schapen, runderen, kameelen enz. worden verkocht. Deze markt is vooral merkwaardig, +omdat hier koopers en verkoopers, mannen en vrouwen, allen zonder uitzondering te paard zitten. + +</p> +<p>Te Boeka vernam ik eene geheel onverwachte en gewichtige tijding: men zeide mij, dat de Emir van Bokhara te Samarkand was, +en zich gereed maakte om tegen Rusland te oorlogen. Ik geloofde er niets van, en liet mij daarom bewegen om nog eenigen tijd +te Boeka te blijven, en bij mijn vriend den aksacale, die van zijne reis was teruggekeerd, mijn intrek te nemen. Ik moest +mij daar vergenoegen met een ellendig krot, bestaande uit twee armzalige kamers, waar de regen door het dak stroomde, en waar +het wemelde van vleermuizen, duiven, zwaluwen en musschen. Mijn ongeloof werd weldra beschaamd. Toen ik eenigen tijd te Boeka +vertoefd had, ontving ik een brief, waarin mij werd medegedeeld dat een veldtocht der Russen naar Bokhara op handen was. De +oorlog alzoo, en wel in mijne onmiddellijke nabijheid, in het hart van Centraal-Azië! Ik kon aan de verzoeking om mede van +den strijd getuige te zijn, geen weerstand bieden, en haastig verliet ik het dorp, waar ik mij voorgesteld had veel langer +te zullen blijven. Na de gewone afscheidsgroeten, gaf ik mijn gastheer de gebruikelijke geschenken van spiegeltjes en andere +soortgelijke voorwerpen. Het gerucht van den aanstaanden oorlog was reeds onder het volk doorgedrongen; en toen ik mijne woning +te Boeka verliet, bespeurde ik duidelijk aan de houding en de gelaatstrekken der inwoners, dat zij mij als vijand beschouwden, +en dat de ingewortelde haat jegens den christen en den overwinnaar weder, in al zijne kracht, bij hen wakker was geworden. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3>VIII.</h3> +<p>Ik ben op weg om de russische voorposten op te zoeken. Voor reismakkers heb ik twee gewichtige personages: de <i>raïs</i> en de biï van Toy-Tioubeh, de voornaamste stad van het district van Koeraminsk, ten zuiden van Tasjkend, op den weg naar +Khodsjend. Wat een biï is, weet ge; de raïs is een soort van geestelijk ambtenaar. Beiden zijn mij aanbevolen door het districtshoofd +van Koeraminsk, en zijn volkomen bereid mij te vergezellen, in de hoop van daarvoor eene ruime belooning te ontvangen. Bovendien +zit de voorliefde voor een zwervend leven dezen lieden in het bloed. De raïs is lang en mager; hij draagt een grijzen baard, +en geeft zich een zeker <i>air</i> van vroomheid; de biï is klein en zeer gezet van postuur; zijn breed en plat gezicht wordt door zijne uitstekende wangbeenderen +juist niet verfraaid. Moessa-Ben—zoo heet de biï—houdt er twee bedienden op na. Ik vraag hem, hoeveel hij aan die lieden betaalt; +uit zijn antwoord bleek mij, dat de betrekking tusschen meester en dienaar, hier in dit land, nog aartsvaderlijk eenvoudig +is. + +</p> +<p>“Gij ziet,” zeide de biï, “dien ouden man, op dat magere paard, met mijn bagage; hij dient mij sedert vijf jaren; ik heb hem +iets gegeven bij zijn huwelijk, en van tijd tot tijd help ik hem, naar mij dit gelegen komt.” + +</p> +<p>Weldra vergisten wij ons in den weg, en het kostte ons niet geringe moeite, om de noodige inlichtingen te bekomen. In het +eerste dorp, waar wij naar den rechten weg vroegen, wilde men ons eerst niet te woord staan; maar toen de raïs en Moessa-Ben +ten ernstigste verzekerden, dat ik een groot heer was, veranderde de stemming, en had men eindelijk zelfs de beleefdheid mij +een kop <i>gatijsh</i> (gestremde melk) en een koek aan te bieden. Het geldstuk, dat ik in ruil gaf, ging van hand tot hand, den ganschen kring +rond. + +</p> +<p>Het smalle pad, dat wij nu volgden, loopt door prachtige weilanden, waar nimmer de maaiers de zeissen doen gaan, want het +vee is schaars in dit land. Bloemen, van allerlei kleur en geur, versieren het onmetelijke groene tapeet, dat zich naar alle +zijden, zoover wij zien kunnen, uitstrekt, en dat slechts hier en daar door enkele helder gekleurde woningen wordt afgebroken.—Wij +waren ver van de steppen; en toch deden enkele tooneelen ons aan de steppen denken: nu eens uitgedroogde rivierbeddingen, +hoewel de Aprilmaand nog niet verstreken was; dan weder kameelen of schapen, door de velden rondzwervende, en letterlijk bedekt +met raven, die, met groote behendigheid, de insecten vangen, welke zich in het dichte en kroesige haar van den kameel en in +de wol van het schaap verschuilen. + +</p> +<p>Weldra bereiken wij een plek, waar de grond, met steile helling, afloopt naar eene oude bedding van de Sir-Darja, die tegenwoordig +op korten afstand vloeit. Beneden gekomen, vinden wij een met kalk vermengden bodem, met zout en salpeter, in den vorm van +zeer kleine kristallen, bezaaid; hier en daar verheffen zich in deze uitgedroogde bedding van de groote rivier boschjes van +doornstruiken, die ook zoo veelvuldig langs hare oevers voorkomen. Wij trekken maar altijd voort, door het verlaten bed van +de Sir-Darja. Hoe verder wij komen, hoe dichter de rietbosschen worden; elk oogenblik vliegen gansche zwermen eenden uit deze +biezen op; maar mijne reismakkers beweren dat ook gevaarlijker gasten, tijgers en panthers, in deze jungles schuilen. Onze +paarden kunnen niet dan met moeite voortkomen op dien weeken, salpeterachtigen grond, die onder hunne hoeven scheurt en splijt. +Van tijd tot tijd jagen wij kleine wilde katten op, die dan met snelle en sierlijke beweging naar hun hol vlieden, waar zij +een oogenblik aan den ingang stilhouden om ons aan te zien en dan ijlings te verdwijnen. + +</p> +<p>Wij gaan dicht langs de schilderachtige ruïnen van Kasj-Teguermen (de Twee-Molens), eene oude vesting, waarvan de wal vrijwel +bewaard is gebleven, maar het inwendige geheel in puin ligt. De zon goot hare stralen met verblindenden glans uit over deze +leemen vestingwerken, en kleurde van verre aan den horizon, aan gene zijde der breede rivier en der wijde vlakte, een schilderachtig +gebergte, dat zich fier en stout in de lucht verhief.—De weg wordt steeds <a id="d0e660"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e660">388</a>]</span>minder eenzaam. Ter wederzijde staan eene menigte torentjes en wachthuizen, zoowel om de vogels als om de dieven op een afstand +te houden. Raïs verzekert mij dat deze torens en deze wachthuizen zijn gebouwd op de graven der gevallenen in den krijg; volgens +hem, is het in Turkestan de gewoonte om de soldaten, die in den slag sneuvelen, langs den openbaren weg te begraven; dit geschiedt +opdat de voorbijgangers voor hunne zielen zouden bidden. + +</p> +<p>Wij naderen Khodsjend; de weg is ter wederzijde omzoomd door tuinen, waar prachtige oude moerbezieboomen hunne schaduw spreiden; +overal vertoonen zich de teekenen van zorgvuldige bebouwing. Khodsjend wordt door eene gracht en door een dubbelen gordel +van goed onderhouden muren verdedigd; de binnenste muur is zeer hoog. De stad telt eene bevolking van ongeveer dertig duizend +zielen, en is bekend door hare zijde, hare wijngaarden en hare tuinen. Over het algemeen maakt zij op den vreemdeling geen +onaangenamen indruk. Van hare huizen, hare moskeeën en de graftomben der heiligen valt niets bijzonders te zeggen. De bazar +kan de vergelijking met dien van Tasjkend in geen enkel opzicht doorstaan. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure floatRight"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-388.jpg" alt="Bala, de zoon van den aksacale van Boeka."></p> +<p class="figureHead">Bala, de zoon van den <span class="corr" title="Bron: ak sacale">aksacale</span> van Boeka. +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het paleis van den voormaligen bey is tegenwoordig de woning van mijn vriend, den kolonel Kouchakewitch, den gouverneur van +het district. Ongelukkig was hij juist afwezig; hij was op zijn rondreis, waar hij zich niet alleen van zijne administratieve +plichten kwijt, maar die hij ook dienstbaar maakt aan de wetenschap: want de kolonel is een groot liefhebber der natuurlijke +historie, die eene merkwaardige verzameling van vogels, insecten, slangen en meer andere dieren bezit; zijn tuin is eene ware +menagerie in het klein. + +</p> +<p>Ik ontmoette te Khodsjend een mijner vroegere kennissen, die hier eene betrekking bekleedde. Hij zeide mij dat de tijding +van den oorlog der Russen tegen Bokhara ook hier de gemoederen zeer in beweging had gebracht. De inwoners van Khodsjend, dweepzieke +muzelmannen, en nog in geenen deele met de christelijke overheersching verzoend, hopen vurig, dat de dertig- of veertig duizend +krijgers van den Emir van Bokhara korte metten zullen maken met die handvol vreemde indringers, die zich in het land genesteld +hebben.—Mijn vriend deelt mij ook mede, wat aanleiding gegeven heeft tot den thans uitgebroken oorlog. De gouverneur-generaal +van Centraal-Azië stond op het punt naar Petersburg te vertrekken, toen hij vernam dat een bende roovers uit Bokhara langs +onze grenzen stroopte en alle gemeenschap belemmerde. De gouverneur stelde zijn vertrek uit, begaf zich naar de voorposten, +nabij de stad Dsjisak, en gaf last, eene aanvallende beweging uit te voeren. Inmiddels hadden driehonderd Afghanen, die de +keurbende van het leger van den Emir uitmaakten, zijne dienst verlaten, en waren, met hun opperhoofd en twee kanonnen, tot +de Russen overgeloopen. Onder de leiding van dien aanvoerder, den prins Iskender-Khan, hadden zij de tot hunne vervolging +afgezonden troepen verslagen, en waren in het kamp van Dsjisak gekomen, waar zij verklaarden dat zij voortaan niemand anders +dan den Ak-Padisjâ, den witten tsaar, wilden dienen.—Ik zou dus ook in de gelegenheid zijn, kennis te maken met de Afghanen, +dat merkwaardig en hooghartig volk, dat zoo schitterende bewijzen van zijn onbedwingbaren heldenmoed en zijne vrijheidsliefde +gegeven heeft, in den bloedigen worstelstrijd tegen het machtige Engeland. Een reden te meer, om zoo spoedig mogelijk onze +troepen te bereiken en met hen naar Bokhara te trekken! Men zeide mij dat ik geen oogenblik meer te verliezen had; ik nam +dus haastig afscheid van mijne vrienden te Khodsjend, na hun mede een aandeel te hebben beloofd van de merkwaardigheden, die +wij in het paleis van den Emir zouden vinden, indien wij overwinnaars waren. Maar geen enkele Rus twijfelde aan de zegepraal +onzer wapenen. + +</p> +<p>Bij mijn overhaast vertrek van Khodsjend, waar ik <a id="d0e678"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e678">390</a>]</span>gaarne langer had willen blijven, gaf ik mijn raïs zijn afscheid. De kolonel noopte mij, mijns ondanks, het geleide aan te +nemen van drie Kozakken. + +</p> +<p>De drie Kozakken gingen niet verder mede dan tot Naou, een klein versterkt dorp, schilderachtig op een heuvel gelegen, en +waar een klein detachement in bezetting lag. Ik beval hun naar Khodsjend terug te keeren, en vervolgde mijn weg tot aan het +groote dorp Kazym, waar de aksacale ons een nachtverblijf aanwees in de moskee. Wij sloegen eerst ons kamp op in den voorhof +en niet in het bedehuis zelf; maar de regen dwong ons, daarbinnen eene schuilplaats te zoeken. Het gebouw zag er armoedig +en vervallen uit, en de bouwstijl was niet van dien aard, dat de bewondering daarvan ons lang uit den slaap behoefde te houden. +De vensters waren met geolied papier beplakt; het dak werd gedragen door ruw behouwen balken; de platgetreden aarden vloer +was met een vilten kleed bedekt; langs de wanden waren, ter manshoogte, een soort van kapstokken geslagen, waaraan de geloovigen, +eer zij hun gebed verrichten, hunne schoenen ophangen. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-389.jpg" alt="Een douvana (Bedelende derwisj)."></p> +<p class="figureHead">Een <i>douvana</i> (Bedelende derwisj). +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Ik was ten hoogste verwonderd, dat het heiligdom aldus als herberg werd gebruikt. “Hoe,” vroeg ik aan den aksacale, “hebt +gij mij, een ongeloovige, zoo zonder bedenken, een verblijf kunnen aanwijzen in uwe moskee?” + +</p> +<p>“De huizen van Kazym zijn te onzindelijk voor u,” antwoordde hij. “De moskee zal door uwe tegenwoordigheid niet meer ontwijd +worden dan door die der doortrekkende kooplieden, die men er nu en dan herbergt. Bij het weggaan geven de gasten van het bedehuis +een klein geschenk voor het heiligdom, en de moskee van Kazym vaart er wel bij.” + +</p> +<p>Die taal, in den mond van een geloovigen muzelman van Centraal-Azië, tegenover een ongeloovige, een Ourousse, verbaasde mij +nog meer dan ons logies in de moskee. Ik had echter ook de bedoeling der laatste woorden van den ouden man begrepen, en gaf +hem bij mijn vertrek een klein geschenk in geld, dat hij eerst scheen te willen weigeren, maar dat hij toch aannam, toen ik +hem zeide dat het slechts <i>saliaou</i> voor <i>saliaou</i> (gave voor gave) was. Hij had mij dan ook als een vorst ontvangen, die brave aksacale. Hij had mij langs een tiental mannen +geleid, die, met waskaarsen in de hand, onbewegelijk stonden, en allen iets aanboden, dat mijne excellentie van dienst kon +zijn: de een een schotel met brood, een ander gestremde melk, een derde een kop met room, enz.; en mijne excellentie had zich +deze buitengewone eerbewijzen zonder tegenspraak laten aanleunen. + +</p> +<p>Het dorp Oratepeh, waarheen wij ons nu begaven, ligt op omstreeks twintig kilometers van Kazym. Het was heldere maneschijn; +men had mij gezegd dat deze landstreek, vooral in de nabijheid van het riviertje Ak-Soe, niet veilig was. Toen wij, langs +eene zeer steile helling, naar den oever van dat riviertje waren afgedaald, bevonden wij ons in eene zeer diepe kloof: althans +voor zooveel wij dit, bij de twijfelachtige verlichting door het fantastische schijnsel der maan, konden beoordeelen. Als +naar gewoonte, had ik mij van mijne reisgezellen afgezonderd, om mij ongestoord aan mijne indrukken te kunnen overgeven. + +</p> +<p>“Wees voorzichtig, <i>tura</i> (meester),” voegde mij een hunner toe, mij op zijde komende; “er zijn altijd <i>Karaka</i> (roovers) in de kloven en dalen van de Ak-Soe.” + +</p> +<p>“Wees gerust, vriend,” antwoordde ik; “met hetgeen gij hier ziet—ik toonde hem mijn revolver—zal ik vijf Karaka neerschieten, +eer de zesde mij iets kan doen.” + +</p> +<p>Het bleek dan ook dat er niet veel reden tot ongerustheid bestond, want wij bespeurden hoegenaamd niets van de Karaka. + +</p> +<p>Wij gingen door verscheidene uitgedroogde beddingen van beken, die de inwoners hadden afgeleid voor de bevloeiing hunner landen, +en kregen eindelijk het vlek Oratepeh in het gezicht, aan den voet van eene majestueuze rotsmassa, waarop eene moskee staat, +tegenwoordig in eene kerk veranderd, en eene citadel, die de Russen in October 1866 stormenderhand vermeesterd hebben. Het +voormalige paleis van den bey is thans eene herberg, waar ik een russisch hoofdofficier aantrof, met wien ik kennis aanknoopte. +Natuurlijk was mijne eerste vraag naar zekere tijdingen van onze voorposten, waarnaar ik zoo verlangend uitzag: maar niemand +kon mijne nieuwsgierigheid bevredigen. Van de karavanen, die het verkeer tusschen Khodsjend en Bokharije onderhouden, verneem +ik in hoofdzaak het volgende. De Emir, eene nederlaag voorziende, had een volslagen breuk met Rusland willen vermijden, en +de verstandige en bedaarde lieden in zijn land zijn het met hem eens; maar de massa des volks, door de mollahs opgehitst, +eischt met groote onstuimigheid den verdelgingsoorlog tegen de ongeloovigen. Zij dringt aan op de afkondiging van den <i>gavazate</i> (den heiligen krijg), en de vernietiging van alle Russen. + +</p> +<p>Oratepeh staat bekend als eene vroolijke en aangename plaats; het geniet ongeveer dezelfde reputatie als Sjiraz in Perzië +en Karsji in Bokharije. Dans en muziek zijn hier zeer geliefd, zooals mij, tijdens mijn kort verblijf, overvloedig bleek; +als ik door de straten wandelde, klonk mij van alle zijden muziek en regelmatig handgeklap in de ooren. Van de citadel heeft +men een verrassend gezicht op de stad, hare bazars, hare fraaie tuinen, en de groene velden, die zich, in een wijden halven +boog, tot aan den voet der bergen uitstrekken. + +</p> +<p>Zamine, waar wij nu aankwamen, ligt op een hoogen heuvel, van welks top men ten noorden en ten westen een onmetelijken horizon +overziet. Zamine is een versterkt punt, maar als zoodanig van weinig belang; de bezetting bestaat uit dertig Kozakken. In +het vlek bevindt zich eene kleine kolonie van Oesbeken. + +</p> +<p>Weinig dacht ik, toen ik te Zamine kwam, wat mij daar te wachten stond. De plaatskommandant, majoor L., deelde mij mede, dat +ik, krachtens bevel van hooger hand, het vlek niet verlaten mocht. + +</p> +<p>“Het is mij uitdrukkelijk verboden,” zeide hij, “iemand, wie dan ook, zonder behoorlijk geleide, door te laten gaan. Nu heb +ik maar over dertig Kozakken te beschikken, en gij zult mij daar niet van willen berooven, <a id="d0e729"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e729">391</a>]</span>niet waar? Ik zou dan geheel alleen mijne vesting moeten verdedigen.” + +</p> +<p>Daar viel niets tegen te zeggen. Bovendien was ik niet de eenige, die aldus in zijn voornemen gedwarsboomd werd; er waren +nog meer lotgenooten, evenals ik, tegen hun wil te Zamine opgehouden. De majoor troostte mij zoogoed mogelijk: ik zou niet +lang hoeven te wachten; ik zou weldra kunnen vertrekken met een detachement, dat buskruit moest overbrengen en binnen kort +te Zamine moest aankomen, aangezien het gelijk met mij van Oratepeh vertrokken was. + +</p> +<p>Mijn hospes is zeer voor mijne veiligheid beducht. Hij verzoekt mij ernstig, zeer voorzichtig te zijn, en mij vooral niet +te ver buiten de stad te wagen: in den omtrek houden zich roovers op, die zelfs russische soldaten, op weinige schreden afstands +van de citadel, hebben vermoord; het is dus zaak, zoo waakzaam mogelijk te zijn. Hij dringt er zelfs op aan, dat des nachts +eene schildwacht voor de deur zal worden geplaatst, en hij bezorgt mij er twee, beiden Oesbeken. Op die wijze is althans zijne +verantwoordelijkheid gedekt. + +</p> +<p>Een dezer schildwachten verhaalt mij de geschiedenis van de inneming der citadel van Zamine door de Russen. + +</p> +<p>“De soldaten van den blanken tsaar hebben zich des morgens, op het uur des gebeds, van de vesting meester gemaakt,” zoo zegt +hij. + +</p> +<p>“Gij hebt u zeker hardnekkig verdedigd, niet waar, zooals dat dapperen mannen past?” + +</p> +<p>“Neen zeker niet! Wij sliepen; wij werden eensklaps wakker geroepen; een plotselinge schrik maakte zich van allen meester; +wij wisten niet recht wat wij deden, en de verwarring was algemeen.” + +</p> +<p>“Maar verwachttet gij dan geen aanval van den vijand? De Russen gaan doorgaans recht op hun doel af.” + +</p> +<p>“Jawel; maar hoewel de Russen reeds vele van onze vestingen genomen hadden, dachten wij toch niet dat zij ook de onze zouden +kunnen vermeesteren: zij ligt op den top van een hoogen en steilen heuvel, en de bezetting was zoo talrijk! Zelfs had onze +bevelhebber verklaard, dat ieder, die maar van overgave zou durven reppen, <span class="corr" title="Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> het hoofd voor de voeten zou worden gelegd. + +</p> +<p>“Zoo? Ja, uw chef schijnt iemand met wien niet valt te gekscheren. Hij heeft zeker zijn leven duur verkocht?” + +</p> +<p>“Wat blieft? Hij was de eerste om te vluchten!” + +</p> +<p>Eindelijk, na verloop van eenige dagen, daagde het zoo lang en vurig verwachte konvooi op. Na een kort oponthoud te Zamine, +vervolgde het detachement zijn marsch, waarbij wij ons nu aansloten. Het konvooi bestond uit een gewapend escorte, dat de +kameelen beschermen moest, die met kruit en beschuit voor het leger beladen waren; verder eenige paarden en eene menigte handelaars +en kooplui, voornamelijk Joden, die zien naar het leger begaven, om aan de soldaten brandewijn en allerlei andere zaken te +verkoopen. De officier, met het kommando over dit detachement belast, beval mij dringend aan, mij niet van het escorte te +verwijderen; naar men zeide was het land zeer onveilig door stroopende rooverbenden, die door sommigen wel op duizend man +werden geschat. Ik hield mij overtuigd, dat die geruchten, zoo niet geheel valsch, dan toch minstens zeer overdreven waren, +maar was verplicht mij aan het consigne te onderwerpen. + +</p> +<p>Wij gaan uiterst langzaam vooruit. Ik had den afstand tusschen Zamine en Dsjisak niet nauwkeurig berekend, en had de onvoorzichtigheid +gehad eenigszins roekeloos met mijn voorraad levensmiddelen om te gaan. Weldra was die dan ook verteerd. Daar ik geen lust +had honger te lijden, begaf ik mij, met mijn bediende Mohammed, naar een kamp van nomaden, waar onze verschijning, nog meer +dan anders, eene algemeene ontsteltenis teweegbracht; de vrouwen en kinderen maakten zich haastig uit de voeten; men zag ons +aan voor <i>sarbaz</i>, dat wil zeggen voor soldaten uit Bokhara, die wegens hunne ruwheid en woestheid in een zeer slechten reuk staan, en vreesde +dus dat wij een bloedbad zouden aanrichten, of minstens het kamp plunderen. Gelukkig vonden wij een Oesbeke, een vriend der +Russen, die ons van melk en uitmuntende koeken voorzag. + +</p> +<p>De uiterst langzame voortgang van ons konvooi begon mij te vervelen; ik vroeg een escorte van twee Kozakken; en de kolonne, +die halt hield om te rusten, achterlatende, begaf ik mij op weg naar Dsjisak. Ter linkerhand verheffen zich de bergen van +Djoelam, die zich aan de hoogten van Oratepeh en Zamine aansluiten. Naarmate wij Dsjisak naderen, vermenigvuldigen zich de +aouls (dorpen) langs den weg, en wordt het op den weg steeds drukker en levendiger van lieden, die naar en van de stad gaan +en komen. + +</p> +<p>Voor de poort der stad ontmoeten wij een grijsaard, met lange zilverwitte haren. Daar hier iedereen het hoofd kaal scheert, +ben ik zeer nieuwsgierig om van dezen patriarch de reden te vernemen van deze zoo in het oog vallende afwijking van het algemeen +gebruik. Hij deelde mij mede dat hij onderscheidene vrouwen heeft getrouwd, en ook veel dochters, maar geen enkelen zoon heeft; +in zijne smart over dit gemis, had hij sinds lang de gelofte afgelegd, zijn hoofd niet te zullen scheren voor hem een zoon +geboren was. Hij getroost zich, dusdoende, eene groote vernedering: want in dit land geldt het voor eene schande, geen zonen +te hebben, en daar zijne lange haren natuurlijk de algemeene aandacht trekken, worden hem telkens vragen gedaan, die hem noodzaken +zijne schande te openbaren. + +</p> +<p>Dsjisak is omgeven door een drievoudigen gordel van hooge en stevige muren, die niet van steen, maar van aarde zijn opgetrokken; +bij de bestorming en inneming door de Russen, werd veel bloed vergoten. De verdedigers, soldaten van Bokhara, werden bijna +allen tusschen de muren om het leven gebracht; naar het zeggen van ooggetuigen, lagen de lijken en de stervenden bij geheele +hoopen op en over elkander. Dsjisak is geen groote stad; het water is er zeldzaam en slecht; en evenals te Bokhara, richt +de afschuwelijke ziekte, <i>richta</i> genoemd, ook hier groote verwoestingen aan. Deze ziekte ontstaat door een worm, <a id="d0e770"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e770">392</a>]</span>die zich onder de huid verbergt, en niet dan met groote moeite verwijderd kan worden; die worm heeft dikwerf eene lengte van +vijf-en-zeventig duim en meer. + +</p> +<p>Uit een hygiënisch oogpunt laat Dsjisak dus veel te wenschen over. Dat is dan ook de reden, waarom de Russen de citadel afbreken, +en de steenen en verdere bouwmaterialen vervoeren naar de kolonie, die zij, op vier of vijf mijlen afstands van de stad, te +Kloetsji, vestigen, in eene fraaie en gezonde streek, waar niet zooveel schorpioenen zijn als te Dsjisak, en waar het water +overvloediger en beter is. + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">IX.</h3> +<p>De weg van Dsjisak naar Jane-Koergane was niet veilig, en wij hadden geen geleide: maar toch werd het ons vergund, onze reis +te vervolgen, op het gevaar af in vijandelijke handen te vallen. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-392.jpg" alt="Mijne woning te Hodjaguend."></p> +<p class="figureHead">Mijne woning te Hodjaguend.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Weldra bereikten wij de beroemde <i>Poorten van Tamerlan:</i> een pas tusschen twee reusachtige rotsmassa’s, ter wederzijde van een bochtigen, kronkelenden bergstroom, dien wij meer dan +twintig malen moesten oversteken. Op een der rotswanden zagen wij een zeer regelmatig gebeiteld opschrift, in zeer fraaie +en duidelijke letters: maar niemand onzer was bij machte dit opschrift te ontcijferen. Men verhaalde mij, dat deze inscriptie +de plaats aanwees, waar de Oesbeken aan de Kiptsjaks slag leverden, waarbij het zoo heftig toeging, dat de beek rood werd +van bloed. + +</p> +<p>Toen wij te Jane-Koergane kwamen, was het russische detachement, dat wij gehoopt hadden te zullen aantreffen, reeds vertrokken +om naar Samarkand te marcheeren. Jane-Koergane is een open vlek, dat zijn naam, die een vesting aanduidt (<i>koergane</i> beteekent in het turksch eene versterkte plaats) te danken heeft aan de vroegere muren, waarvan nu geen spoor is overgebleven. +Het vlek ligt aan den uitgang van den pas der Poorten van Tamerlan. Wij zagen er een aantal ledige tenten; andere tenten waren +opgevuld met koortslijders en andere zieke soldaten, die hier waren achtergebleven. + +</p> +<p>Ik brandde van verlangen om mij bij den troep te voegen, die zeker nog niet ver weg kon zijn. Maar wat zou ik doen? Ik kon +alleen op mijn Kozak rekenen; was het geen onverantwoordelijke roekeloosheid, mij aldus, zonder behoorlijk geleide, midden +in het vijandelijke land te wagen? Zou het niet beter zijn, althans vier of vijf moedige reismakkers op te zoeken, om gezamenlijk +de kans te beproeven? + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-393.jpg" alt="Na de overwinning."></p> +<p class="figureHead">Na de overwinning.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Deze gedachten vervulden mij, terwijl ik te paard de eenzame straten van Jane-Koergane doorreed. Eensklaps staat een bekende +voor mij: de bediende van den koopman Gloudoff, een flink jonkman, die, evenals ik, naar eene gelegenheid zocht om het russische +leger te bereiken, half uit liefhebberij half om zaken: drie zijner reizigers waren te Samarkand gevangen genomen en in den +kerker geworpen; er was alle kans dat zij er het leven bij zouden inschieten. Gloudoff vreesde bovendien, dat, tegelijk met +zijne bedienden, ook de niet onaanzienlijke sommen, die zij bij zich hadden, verloren zouden zijn. + +</p> +<p>“Wel, dat treft uitnemend,<span class="corr" title="Bron: ">”</span> riep ik den bediende toe, zoodra ik hem gewaar werd. <span class="corr" title="Bron: ">“</span>Uw meester is zeker ook hier?” + +</p> +<p>“Ja, hij is in den bazar, waar hij mij wacht. Hij wil niet te Jane-Koergane blijven.” + +</p> +<p>“Uitnemend, mijn vriend!” riep ik, en spoedde mij naar den bazar, waar ik Gloudoff vond. + +</p> +<p>“Ik hoor daar van uw bediende,” zeide ik tot hem, “dat gij in dit vervelende nest van een Jane-Koergane niet langer wilt blijven. +Gij wilt zeker, evenals ik, naar Samarkand gaan?” +<a id="d0e817"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e817">394</a>]</span></p> +<p>“Ongetwijfeld.” + +</p> +<p>“Zeergoed! Maar hoe zullen wij daar komen?” + +</p> +<p>“O, dat is zeer gemakkelijk. Wij zullen het konvooi volgen, dat kruit naar het leger brengt.” + +</p> +<p>“Wat ik u bidden mag, reken niet op het konvooi, dat voor Jane-Koergane bestemd is en niet verder zal gaan. Zijt gij alleen?” + +</p> +<p>“Alleen? Ik heb een geheel leger bij mij: vier man, om u te dienen!” + +</p> +<p>“Ik heb drie man, dat maakt alzoo zeven: wij met ons beiden daarbij, dat is negen. Die macht is voldoende om een ganschen +troep Bokhareezen in bedwang te houden! Laat ons dadelijk vertrekken!” + +</p> +<p>Wij spraken af dat wij over een uur vertrekken zouden. Ik deed haastig eenige inkoopen, en was prompt op mijn tijd ter plaatse, +waar wij elkander zouden ontmoeten. + +</p> +<p>Zal ik het maar zeggen? Mijn voortreffelijke vriend Gloudoff had zijn tijd niet met heen en weer loopen verbeuzeld. Ik vond +hem voor eenige ledige flesschen, meer dan half beschonken en haast niet meer in staat om naast zijn bediende in het rijtuig +te blijven zitten. Inderdaad mijn vriend Gloudoff was een echte Rus! + +</p> +<p>Eindelijk zijn wij op weg. De officier, die mij tot Jane-Koergane begeleid heeft, beveelt mij de uiterste behoedzaamheid aan. +De weg, zegt hij, is zeer onveilig door allerlei snood gespuis, dat zich hier in menigte ophoudt en tegen geen sluipmoord +opziet. Overigens vernemen wij niet dan goede tijdingen; het detachement der voorhoede is de steenen brug, op ongeveer zeven-en-dertig +kilometers afstand van Jane-Koergane, overgetrokken, en vervolgt zijn marsch naar Samarkand. Alles gaat naar wensch: de beslissing +nadert; de ontmoeting der vijandelijke legers is aanstaande, en alles voorspelt ons de overwinning. + +</p> +<p>“Als dat zoo is, moeten wij ons haasten! Spoedig voorwaarts!” Wij zetten onze paarden in draf; niemand twijfelt er aan, of +wij zullen nog vóór den nacht het detachement hebben ingehaald. + +</p> +<p>“Weet gij den weg?” vraag ik aan Gloudoff, die nog gansch niet op zijn dreef is. + +</p> +<p>“Den weg? Wel, dit is de weg.” + +</p> +<p>“Ja wel. Maar ik bedoel de zijpaden, de hinderpalen van allerlei aard, die ons in de war kunnen brengen, de bochten, de duisternis; +hebt ge daarop wel gedacht? Zullen wij het spoor der soldaten niet verliezen? Daar moeten wij op bedacht zijn. Wij hebben +niet voortdurend de zon tot onze dienst.” + +</p> +<p>“Wat praat ge toch van de zon en de duisternis? Het zal wel terecht komen.” + +</p> +<p>“Maar als wij ons nu eens in den weg vergissen?” + +</p> +<p>“Wij zullen ons niet vergissen; en al gebeurde dat, wat dan nog? Wij zullen altijd ergens terecht komen, al was het maar te +Samarkand. Ge hebt immers gezegd, dat wij met ons negenen zijn? Wij zullen de stad bestormen, en daarmede is het uit. Zoo +zie ik de zaak in.” + +</p> +<p>“Ja, gij begrijpt dat zeer goed. <i>Audaces fortuna juvat</i>, zegt het spreekwoord; en als dat waar is, zullen wij ongetwijfeld Samarkand veroveren; of liever gij zult dat doen, gij +alleen, dappere Gloudoff!” + +</p> +<p>Onze kleine karavaan was nog niet ver buiten Jane-Koergane, en Gloudoff had nog altijd den mond vol van de aanstaande verovering +van Samarkand, toen een Kozak ons in vollen galop achterop kwam. + +</p> +<p>“Uwe Edelheid, zeide hij tot mij, de kommandant der vesting gelast u, onmiddellijk terugtekeeren. De gouverneur-generaal heeft +ten stelligste verboden, iemand, wie ook, door te laten.” + +</p> +<p>Tegenpruttelen hielp niet: wij moesten gehoorzamen. Gloudoff begreep niets van hetgeen er gebeurde; hij zweert dat honderd +duizend man hem niet zullen tegenhouden, legt de zweep op zijne paarden, en rent in vliegende vaart door, achtervolgd door +tien Kozakken. Weldra hadden zij hem ingehaald; zij grepen zijn paarden bij de teugels, en voerden hem naar de vesting terug. + +</p> +<p>“Alweer een oponthoud!” sprak ik bij mijzelf: <span class="corr" title="Bron: ">“</span>men zal Samarkand zonder u innemen. Gij zult geen veldslag zien, hoezeer ge er naar moogt verlangen!” Wij putten al onze welsprekendheid +uit, om den kommandant te bewegen op zijn besluit terug te komen: maar er was geen vermurwen aan. + +</p> +<p>Wij wachtten een ganschen dag, zonder dat het konvooi, waarmede wij zouden mogen vertrekken, kwam opdagen; dat konvooi, hetwelk +ammunitie moest overbrengen voor de troepen, die tegen Samarkand moesten ageeren, was, onder escorte van een bataillon infanterie, +sinds lang van Tasjkend vertrokken. + +</p> +<p>Het konvooi verscheen niet; maar gaandeweg werd Jane-Koergane opgevuld met lieden, die, evenals wij, van ongeduld brandden +om het russische leger te bereiken. Dit waren voornamelijk Joden, die brandewijn verkochten, en kirghisische en tartaarsche +dsjiguiten; al te gader lieden van meer dan verdachte reputatie, vlammende op winst en voordeel, echte jakhalzen en hyena’s, +aangetrokken door de lijklucht. Zij wisten zeergoed, dat in oorlogstijd de niet al te onvoorzichtige schelmen gemakkelijk +fortuin maken. + +</p> +<p>Wij hadden onze wagens en paarden vlak aan den weg naar Dsjisak geplaatst, zoodat allen, die van die zijde naar Jane-Koergane +kwamen, ons kamp voorbij moesten. Ik hield alle voorbijgangers aan, en onderwierp hen aan een zoo scherp mogelijk verhoor. + +</p> +<p>Zoo werd mijne aandacht getrokken door een troep van vijf-en-twintig dsjiguiten, onder aanvoering van een zekeren Gassane, +dien ik van vroeger kende. Dadelijk viel het mij in, dat deze ontmoeting ons gunstig zijn kon. Zoo wij ons bij deze vijf-en-twintig +manschappen aansloten, zouden wij sterk genoeg zijn om, zonder groot gevaar, den tocht te kunnen ondernemen. Het gelukte mij, +ook den kommandant hiervan te overtuigen, die ons bovendien nog een geleide van vijf-en-twintig soldaten medegaf. + +</p> +<p>Onze dsjiguiten waren slecht gewapend; de een had een half onbruikbaren sabel, een ander een pistool, een derde een geweer, +dat voor den drager of voor zijn nevenman wel zoo gevaarlijk was als voor den vijand; maar daarentegen bezaten wij eenige +uitnemende geweren en revolvers. Met inbegrip van eenige officieren, die naar hun regiment gingen, waren <a id="d0e876"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e876">395</a>]</span>wij te zamen zestig man sterk: toch geen al te talrijke macht om zich te verdedigen tegen de tweeduizend en zooveel honderd +bandieten, die, volgens de laatste berichten, door den omtrek zwierven. + +</p> +<p>Wij kwamen overeen, dat wij des nachts ten drie uur zouden vertrekken, en dat wij geen enkelen Sarthe zouden medenemen, omdat +zij, als het er op aan mocht komen, niet te vertrouwen waren. Wij vertrokken inderdaad, zeer vroeg in den morgen, na een zeer +onrustigen nacht, want nauwelijks waren wij ingeslapen of een geweerschot deed ons allen wakker schrikken. Vlak bij ons stonden +eenige schildwachten op post: een daarvan had, naar hij zeide, geschoten op een man, die zich in de struiken wilde verbergen. +Een Kozak kwam in galop aanrennen: hij kwam uit naam van den kommandant, om te vernemen wat er gaande was; daarop werden door +een patrouille de aangewezen struiken en de gansche omtrek van het kamp zorgvuldig onderzocht; maar het was onmogelijk, den +man te ontdekken, dien de schildwacht beweerde gezien te hebben. Al deze beweging maakte dat ik den slaap niet vatten kon; +ik werd telkens wakker, en zag dan steeds mijn trouwen Mohammed, die, met het geweer in de hand, de wacht bij ons hield. + +</p> +<p>Gloudoff, aan onze afspraak indachtig, wilde geen Sarthen in ons gezelschap dulden; hij ontdekte er verscheidenen, die zich +achter bij onze kolonne hadden aangesloten, en zond ze onbarmhartig weg. Maar zoodra hij, wel voldaan over zijn heldenstuk, +weer in zijn rijtuig had plaats genomen om te gaan slapen, kwamen al de verdreven Sarthen weer zoetjes aan terug, en vervolgden +kalmpjes hun weg achter onze karavaan. Zij waren niet de eenigen; langzamerhand zagen wij, als kwamen ze uit den grond, allerlei +soort van lieden opdagen, op ezels gezeten, en koeien en schapen voor zich uit drijvende. Die nieuwe reismakkers, die zich +geheel uit eigen beweging en zonder vergunning te vragen bij ons aansloten, vormden een langen trein, vertraagden onzen marsch +en vervulden de lucht met wolken stof. + +</p> +<p>De weg was breed en effen. Ter linkerhand zag men lage bergen, waar zich geheele benden struikroovers ophielden, en daarachter +een hooge bergketen, hier en daar met sneeuw bedekt. Van tijd tot tijd doet onze nadering arenden opvliegen, die zich met +langzame, statige vlucht verwijderen. + +</p> +<p>De aouls (dorpen), waarlangs wij trekken, zijn ledig; de inwoners hebben de vlucht genomen: gewoon door hunne eigene soldaten +uitgeplunderd en mishandeld te worden, meenen zij dat ook de russische troepen alles wegnemen, wat zij machtig kunnen worden. +De eenzaamheid, die ons aan alle kanten omgeeft, boezemt ons van tijd tot tijd eenige ongerustheid in: zoo ontdekken wij, +bij voorbeeld, plotseling, in de verte een troep ruiters. Is dat eene vijandelijke voorhoede? Zijn het spionnen? Onze lieden, +blijkbaar niet op hun gemak, wijzen elkander die vreemde ruiters aan, en trachten ze te tellen. + +</p> +<p>Eindelijk bereikte onze karavaan de steenen brug, waarvan ik reeds gesproken heb, en die zeven-en-dertig mijlen van Jane-Koergane +verwijderd is. Men had mij met zekeren ophef van die brug gesproken, als van een opmerkelijk kunstwerk, door een zeer goede +fortificatie verdedigd. Het bleek eene ellendige brug te zijn, met geen andere verdedigingswerken dan een paar lage, gekanteelde +aarden muren. + +</p> +<p>Aan den tegenoverliggenden oever, bespeurden wij, op eenigen afstand, wederom een tiental ruiters, die nu eens naderbij kwamen, +en dan weer plotseling verdwenen. Waren zij vreedzame nomaden of dorpelingen, wier aandacht gewekt was door de stofwolken, +die onze karavaan deed opgaan? Of behoorden zij tot eene bende bandieten? + +</p> +<p>In ieder geval was het wenschelijk, op onze hoede te zijn; wij zenden dus een onzer dsjiguiten op verkenning uit, terwijl +wij bij de brug halt houden, op dezelfde plek, waar waarschijnlijk voor ons het russische detachement heeft vertoefd, want +het gras is in het ronde geheel platgetreden. + +</p> +<p>Intusschen was onze dsjiguite in een boom geklommen, om van die hoogte te beter de bewegingen der verdachte ruiters te kunnen +gadeslaan. Weldra begon hij te roepen, en ons met de hand twee zwarte stippen te wijzen; wij zagen toen twee mannen te paard, +slecht gekleed en van een alles behalve gunstig voorkomen, die naar ons toekwamen. Zij gaven zich uit voor eenvoudige boeren +uit het naburige dorp; maar er was niet veel scherpzinnigheid toe noodig om te begrijpen dat wij te doen hadden met twee makkers +der onbekende ruiters, die wij reeds vroeger bespeurd hadden. Terwijl de een op onze vragen antwoordde, nam de ander ons zorgvuldig +op: hij telde de soldaten van ons escorte, en onderzocht met scherpen blik onze wapenen en uitrusting. + +</p> +<p>Wij ondervroegen hen omtrent het russische detachement, omtrent de troepen van den Emir, omtrent Samarkand; maar wij kregen +geen ander antwoord, dan: “De russische troepen zijn over de steenen brug getrokken; verder weten wij niets.”—Wij besloten, +gedurende het overige van onze reis, deze lieden bij ons te houden, ten einde zeker te zijn dat zij ons niet konden verraden, +en hun metgezellen inlichten omtrent de zwakheid onzer karavaan. De voorzichtigheid gebood ons, hen niet los te laten, voor +wij het detachement zouden hebben bereikt, of althans zeker zouden weten, waar het zich bevond, en in hoever wij, in geval +van nood, op hulp konden rekenen. + +</p> +<p>Wij waren inderdaad in een moeilijken toestand. Wat moesten wij doen? Wat zou er van ons worden, indien de russische troepen +Samarkand waren omgetrokken om naar Bokhara te marcheeren; of indien zij, bij den aanval op Samarkand, zich aan de andere +zijde der stad gelegerd hadden? Hoe zouden wij, in beide gevallen, onze landgenooten kunnen bereiken? En indien, bij geval, +de troepen van den Emir niet voorgoed verslagen zijn, loopen wij dan geen gevaar, omsingeld en neergeschoten te worden, nog +eer wij een hand kunnen uitsteken tot tegenweer? + +</p> +<p>Wij hielden een soort van krijgsraad. Ik was bijna de eenige, die voor het voortzetten der reis stemde; ik beweerde dat de +drieduizend soldaten van den generaal <a id="d0e900"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e900">396</a>]</span>Kaufmann—denzelfden die Samarkand veroverd heeft—het geheele land met den schrik voor den russischen naam hadden vervuld; +dat niemand ons zou durven aanvallen, uit vrees voor eene spoedige en geduchte wraak; dat wij eindelijk, indien wij aangevallen +werden, talrijk genoeg waren om weerstand te bieden aan de nomadische ruiters, en wagens en paarden genoeg bij ons hadden +om voor de gekwetsten te kunnen zorgen.—Daarentegen scheen ons escorte niet gerust te zijn; een der officieren had hooren +zeggen: “Dat gaat niet goed. Wij zullen er allen aan moeten gelooven!” + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure floatRight"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-396.jpg" alt="Een indische fakir."></p> +<p class="figureHead">Een indische fakir.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>En terwijl wij zoo, treurig en in groote onzekerheid, beraadslaagden wat ons te doen stond, bedekte zich de hemel met zwarte +wolken; donderslagen knalden, en bliksemstralen schoten door de lucht. Eindelijk behield mijn raad de overhand, en wij richtten +ons weder naar Samarkand. Mijne reismakkers hadden begrepen, dat de Russen halt hadden gehouden, of naar Samarkand waren doorgetrokken: +in het eerste geval zouden wij hen vóór den volgenden morgen moeten inhalen; in het tweede, zouden wij een dsjiguite afzenden, +die zou trachten uit te vinden waar onze landgenooten zich ophielden, en hen, zoo noodig, van onzen toestand zou onderrichten. + +</p> +<p>Voor die gevaarlijke zending, die evenveel moed als behendigheid vereischte, was de aangewezen man de Tartaar Gassane, dien +ik reeds genoemd heb als aanvoerder der vijf-en-twintig dsjiguiten, met wien wij van Jane-Koergane vertrokken waren. Gassane +was onverschrokken: met een Kirghise, was hij de eenige geweest, die een zending naar den Emir van Bokhara had durven aannemen, +toen het gezantschap van den generaal Tchernaïef in de stad gevangen werd gehouden, na het mislukken der expeditie tegen Dsjisak. +Die twee moedige mannen leverden den brief in handen van Zijne Hoogheid. Ongelukkig kwam Gassane op een dwazen inval, om tot +den Emir eenige woorden te richten, die als onvoegzaam konden worden beschouwd; het gevolg daarvan was, dat terwijl de Kirghise, +zijn medegezant, een prachtig kleed ten geschenke kreeg, en daarna vrijelijk naar zijne steppen mocht terugkeeren, onze vriend +Gassane, zooals de Emir zeide, naar de raven ging: dat wil zeggen, dat hij in een kuil geworpen werd, om daar te gaan nadenken +over de onaangename gevolgen van een onbedacht woord. + +</p> +<p>Gassane luisterde naar mijn voorstel, en nam het ook aan; toch bemerkte ik dat hij een bedenkelijk gezicht zette. Gloudoff +gaf hem een prachtig amerikaansch geweer ten geschenke, en sprak hem moed in met de vertroostende woorden: “Wees niet bang, +vriend; gij hebt toch maar één hoofd te verliezen.” + +</p> +<p>Helaas! wij hadden geen spion en geen boodschapper meer noodig. Twee ruiters, door onze dsjiguiten ingehaald en tot ons geleid, +brachten ons eene tegelijk zeer goede en zeer noodlottige tijding: Samarkand was door de Russen bezet. Ons leger was er dienzelfden +dag binnen getrokken, zonder eenigen tegenstand te ontmoeten, en vooraf de troepen van den Emir verslagen te hebben. Zoo had +een oponthoud van eenige uren ons de gelegenheid ontnomen, om eene van de beroemdste steden der wereld in handen van de Europeanen +te zien vallen! + +</p> +<p>Uit voorzorg hielden wij ook deze twee gevangenen, evenals de vorigen, bij ons. Wij gaven hun de verzekering dat hun hoegenaamd +geen leed zou geschieden; maar blijkbaar hechtten zij niet veel aan onze vriendelijke verzekeringen, en hielden zij zich overtuigd +dat hun weldra het hoofd voor de voeten zou worden gelegd, zooals het oude en eerwaardige gebruik in het land van Bokhara +dat medebrengt.—Wij hadden moeite, de waarheid van het bericht aan te nemen: eene zoo aanzienlijke en beroemde stad, zonder +slag of stoot genomen door een legertje van hoogstens drieduizend man!—Wij vervolgden onzen weg, verdiept in gesprekken over +den oorlog met Bokhara. +</p> +<hr><p> + +</p> +<p>Toen wij Samarkand naderden, bevonden wij ons in eene heerlijke streek, overvloedig van water voorzien, uitnemend bebouwd +en bezaaid met welvarende dorpen; ter wederzijde van den weg was het eene opeenvolging van prachtige tuinen; wij hadden de +rijke, schoone vallei bereikt van de rivier Zerafsjane of Zariavsjane. + +</p> +<p>In het eerste dorp, dat wij doortrokken, stonden de bewoners voor de deur hunner woning; zij heetten <a id="d0e923"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e923">398</a>]</span>ons hartelijk en vriendelijk welkom. Meenden zij dat inderdaad? Ik weet het niet. Misschien wel, want men weet ook in Centraal-Azië +dat het bestuur der ongeloovigen, door vastheid en rechtvaardigheid, verre uitmunt boven de regeering der inlandsche vorsten. +Ook valt het niet te betwijfelen, of onder de muzelmansche bevolking bevinden zich vele aanhangers van Rusland. + +</p> +<p>De tijdingen, die wij in dit dorp vernamen, bevestigden ten volle wat onze ruiters ons hadden medegedeeld. Men vertelde ons +de bijzonderheden der groote gebeurtenis. De strijd had kort geduurd, en de overwinning, door een handvol Russen, op het leger +van Bokhara behaald, was volledig geweest. De soldaten, die ons vergezelden, hadden op dien dag meer dan vijftig mijlen afgelegd; +doch de goede tijding der overwinning en de nadering van het einddoel van den tocht, bezielden hen met nieuwe krachten, en +al zingende hervatten zij den marsch. Hoe uitgeput zij ook waren, hieven zij een lied aan, en zongen het ten einde; toen werd +een tweede aangeheven, en ook ten einde gebracht; maar bij het derde, bleven zij steken: hunne stem bezweek van uitputting +en vermoeienis. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-397.jpg" alt="Na de nederlaag."></p> +<p class="figureHead">Na de nederlaag.</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Na mijne komst te Samarkand heb ik deze brave lieden uit het oog verloren; maar het zou mij niet verwonderen, indien velen +hunner de doorgestane vermoeienissen met het leven, of althans met het verlies hunner gezondheid hadden moeten boeten.—Zoolang +de marsch duurt, wint men zich op; hoe bezwaarlijker de tocht is, hoe meer inspanning de oorlog vordert, hoe meer het gevaar +dreigt, des te meer gewent men daaraan en verhardt er zich tegen; maar op die overspanning volgt noodzakelijk ontspanning; +dan herneemt de natuur hare, een oogenblik miskende rechten, en de reactie begint. Het is genoeg bekend, dat in den oorlog +niet het kanonvuur de grootste verwoestingen in het leger aanricht, maar uitputting en ziekte. + +</p> +<p>Het had geregend; de weg was in een modderpoel herschapen; de manschappen waadden door het slijk; de paarden hadden de grootste +moeite om voort te komen. Het onweder, dat wij hadden zien opkomen, toen wij aan de steenen brug halt hielden, was hier in +volle kracht losgebroken. Telkens moesten wij beken oversteken, waarvan de bruggen door de troepen op hun tocht naar Samarkand +waren afgebroken; onze wagens en rijtuigen bleven steken of vielen om: het was een eindeloos tobben. + +</p> +<p>“Zijn wij nog ver van de Ser-afschan?” vroegen wij ongeduldig, nu eens aan Gassane, die er zich op beroemde dat hij de gansche +streek nauwkeurig kende; dan aan een Jood, die in het edele Samarkand geboren was, of aan anderen, van wie wij vermoedden +dat zij ons konden inlichten. + +</p> +<p>“Nog twee mijlen,” zeide de een; “nog drie mijlen,” beweerde de ander; “nog vijf of zes mijlen,” riep ons een derde toe. + +</p> +<p>Ik was zoo vermoeid, dat ik nauwelijks in den zadel kon blijven zitten: ondanks alle pogingen om wakker te blijven, gevoelde +ik dat de slaap mij overmeesterde; niet in staat om mij recht overeind te houden, zakte ik nu eens rechts, dan weder links +ter zijde, terwijl de teugels mij telkens ontsnapten. Van tijd tot tijd zette ik mijn paard in galop, en wanneer ik mijn makkers +een eind vooruit was, stapte ik van mijn paard, en sliep staande, met mijn hoofd rustende op den zadel. Mijn paard, minder +slaperig dan ik, maar daarentegen meer door den honger gekweld, ging naar den rand des wegs, nu rechts dan links, om het weinige +gras op te zoeken, terwijl ik, altijd tegen den zadel geleund, slaapdronken en onbewust, al zijne bewegingen mede maakte. + +</p> +<p>Hoe gelukkig waren wij, toen wij, eindelijk de tuinen achter ons latende, aan een tak van de Ser-afschan kwamen en, na dien +doorwaad te hebben, halt hielden om te slapen! Wij plaatsten onze wagens in een kring, wij zetten schildwachten uit, en vielen +daarop allen, met inbegrip van de schildwachten, in een diepen slaap. Men had ons gemakkelijk tot den laatsten man kunnen +vermoorden. + +</p> +<p>Toen wij den volgenden morgen ontwaakten bevonden wij ons aan den voet van den heuvel Tsjopane, waarachter, naar men ons zeide, +Samarkand ligt. Op den top des heuvels zagen wij schildwachten: ter rechterzijde zagen wij hooge ruïnen, die van verre op +de bogen eener verwoeste brug geleken, en ons toeschenen zeer oud te zijn. De heuvel was vol gaanden en komenden, allen ongewapend.—Wij +waren in vijandelijk land, en moesten voorzichtig zijn; wij trokken dus langzaam voort, en hielden ons dicht bij elkander, +om voor alle verrassingen gewaarborgd te zijn. De vlakte was hier en daar zeer moerassig; meer dan eens bleven onze paarden +en wagens in den modder steken, en evenals den vorigen dag, moesten wij geduld oefenen. De Ser-afschan verdeelt zich hier +in zes of zeven armen; maar, in dit vroege morgenuur, waren die riviertjes niet diep, zoodat wij ze konden doorwaden. Later +op den dag wordt dat anders: het smelten der sneeuw op de naburige bergen doet dan de wateren zwellen. + +</p> +<p>Toen wij den laatsten arm van de Ser-afschan waren overgestoken, zagen wij twee ruiters van den berg af en naar ons toekomen: +de een was een grijsaard, de ander een jonkman. Zij heetten ons hartelijk welkom, en verhaalden ons, dat het russische leger +inderdaad Samarkand had bezet; dat de opperbevelhebber zijn intrek had genomen in de citadel, en het gros der troepen achter +de stad was gelegerd. Zij voegden daarbij, dat het gevecht, hetwelk Samarkand in onze handen had doen vallen, den vorigen +dag juist was geleverd op dezelfde plek, waar wij ons nu bevonden. + +</p> +<p>Inderdaad zagen wij, op eenigen afstand, enkele doode paarden, waarop wij tot dusver geen acht hadden geslagen. Verder op +vonden wij eenige lijken van Bokhareezen, die in den slag gesneuveld waren; zij waren allen bijna naakt: ongetwijfeld geplunderd +en uitgeschud door hunne eigene landgenooten. Sommigen waren in den rug gewond: dat waren vluchtelingen, plotseling door een +kogel achterhaald; een ander was het hoofd verbrijzeld door een granaat. Er lagen niet veelmeer dan tien dooden op dit slagveld; +<a id="d0e950"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e950">399</a>]</span>ik vermoed echter dat vele gevallenen reeds den vorigen dag waren begraven. + +</p> +<p>Boven op den heuvel van Tsjopane zag ik een soort van aarden wallen, waarop, naar ik vermoedde, de vijandelijke batterijen +hadden gestaan. Ik wilde ze wat meer van nabij bezien. Op den top gekomen, bleef ik eensklaps staan, zoozeer trof mij het +panorama, dat zich voor mijne blikken ontrolde. + +</p> +<p>Daar lag Samarkand voor mij, in een krans van tuinen en gaarden. Boven hare lusthoven en huizen verhieven zich oude, statige +moskeeën. Ik, de vreemdeling uit het noorden, zou de poorten betreden van de eenmaal zoo beroemde stad, de hoofdstad van Timoer +den Kreupele! + + + +</p> +<p class="div2"></p> +<h3 class="label">X.</h3> +<p>Zoo was het onzen reiziger, ondanks al zijne moeite, niet gelukt, tegenwoordig te zijn bij den intocht der Russen in Samarkand. +Zekerlijk zullen wij onzen lezers geen ondienst doen, indien wij hier het verhaal dezer groote gebeurtenis laten volgen, zooals +dit voorkomt in een der laatste werken van den heer Arminius Vambéry, de <i>Geschiedenis van <span class="corr" title="Bron: Transoxanie">Transoxanië</span></i>. + +</p> +<p>Arminius Vambéry, tegenwoordig vice-president van de Aardrijkskundige Maatschappij te Pesth, is niet alleen een der beroemdste +reizigers, maar ook een van de uitnemendste taalgeleerden van onzen tijd. Ook voor de lezers der Aarde is hij geen onbekende. + +</p> +<p>Hetgeen wij hier laten volgen, is bijna letterlijk vertaald uit het werk van den onverschrokken onderzoeker van Centraal-Azië, +getiteld: <i>Geschichte Bochara’s oder Transoxaniens, von den frühesten Zeiten bis auf die Gegenwart</i>. +</p> +<hr><p> + +</p> +<p>Den 13<sup>den</sup> Mei 1868 ontving het russische leger bevel, naar Samarkand op te rukken, en stelde het zich aanstonds in beweging. De kolonel +Petruschewsky, die de voorhoede kommandeerde, stond op den rechteroever van een der armen van de Ser-afschan, toen zich Nedchm-eddin +bij hem aanmeldde, om, uit naam van den Emir van Bokhara, over den vrede te onderhandelen, en zoodoende het voortrukken der +russische troepen te stuiten.... + +</p> +<p>De generaal Kaufmann, de bedoelingen des vijands wantrouwende, zette echter zijne beweging voort. Hij had onder zijne bevelen +een-en-twintig en eene halve kompagnie infanterie, en vierhonderd-vijftig Kozakken: te zamen ongeveer achtduizend man, met +zestien kanonnen. + +</p> +<p>Een groot deel van het leger van den Emir, dat veertig-duizend man sterk was, hield de steile oevers aan de overzijde van +de Zerafsjane bezet. De Russen lieten zich door deze overmacht niet afschrikken; hun rechtervleugel, onder aanvoering van +den generaal-Majoor Golowatscheff, daalde zonder aarzelen in de rivier af; en gedurende een groot kwartier zochten de soldaten, +wien het water tot aan de borst kwam, eene waadbare plek, terwijl de vijandelijke artillerie een hevig vuur op hen richtte. +Het muzelmansche leger, vijf of zes maal sterker dan de soldaten van den majoor Golowatscheff, poogde hun den overtocht over +de rivier te betwisten; maar zoodra de Russen den vasten wal hadden bereikt, verlieten de Muzelmannen in allerijl de voordeelige +stellingen, die zij op de hoogten hadden ingenomen, in hun overhaaste vlucht zelfs de kanonnen achterlatende. + +</p> +<p>Deze zoo spoedig en zoo gelukkig afgeloopen ontmoeting had plaats op korten afstand van Samarkand. Toen de inwoners dier stad +hunne geloofsgenooten in allerijl zagen vluchten, sloten zij haastig de poorten, want zij vreesden hunne eigene soldaten meer +dan het leger der christenen. + +</p> +<p>Zij zonden daarop eene deputatie naar den overwinnaar, bestaande uit de voornaamste burgers der stad, waaronder eenige mollahs +of priesters, aksacalen of regeeringsleden, en anderen: en daags na den slag, trok eene afdeeling van het russische leger, +met den generaal Kaufmann aan de spits, zonder slag of stoot Samarkand binnen. Onder den schitterenden staf die den generaal +volgde, merkte men ook den prins Iskender-Khan op, zoon van den afghaanschen Sultan van Herat. Deze prins had, naar men zeide, +uit ijver voor de zaak van den Islam, zijne diensten aan den Emir aangeboden; maar daar de Emir had verzuimd de beloofde soldij +te betalen, had Iskender een gebed opgezegd voor het heil zijner ziel, en daarop dienst genomen bij de christenen! + +</p> +<p>Zoo viel, op den 14 Mei 1868, de weleer zoo roemrijke hoofdstad van Timoer, de geboorteplaats en de laatste rustplaats van +zoovele beroemde heiligen van den Islam, sinds overoude tijden de stralende fakkel der muzelmansche geleerdheid! In een oogwenk +was zij christelijk geworden, en uit de handen van de Oesbeken-dynastie der Mangiten overgegaan in die van het huis Romanoff. +Een Alexander (de groote Macedoniër) was haar eerste veroveraar; wederom onder een Alexander kwam daar een beslissende omkeer +in haar lot. Voor meer dan tweeduizend jaren schatplichtig aan een kleinen staat in het zuiden van Europa, is zij nu onderworpen +aan den schepter van den machtigen keizer van het Noorden. + +</p> +<p>De Grieken, de Arabieren, de Mongolen, de Turken, de Oesbeken.... wat al oorlogen, wat al zegepralen, wat al dynastiën, wat +heerlijkheid, welke herinneringen! En welke andere stad van Azië heeft een verleden achter zich, zoo schitterend als dat van +Samarkand? Terwijl de landen van het uiterste Oosten ons sedert de vorige eeuw meer of minder goed bekend zijn, en Kathay +en Zipangou bijna al het geheimzinnige, dat hen eertijds omgaf, verloren hebben, had tot op onze dagen nog niemand den sluier +van Samarkand opgelicht. Dat is, tot verbazing van Europa, nu geschied. + +</p> +<p>Een nieuw tijdperk is voor Midden-Azië aangebroken. Landen en steden, die tot dusver voor den Westerling volstrekt ontoegankelijk +waren, zijn thans voor hem geopend. Daar waar een Europeaan, zelfs onder de zorgvuldigste vermomming, geen stap kon doen, +zonder zijn leven op het spel te zetten, beweegt hij zich nu vrijelijk, naar het hem goeddunkt, want een <a id="d0e994"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e994">400</a>]</span>christenleger houdt het land bezet. Te Tadsjkend, te Khodsjend, te Samarkand, vindt men sociëteiten, koffiehuizen en kerken. +Tadsjkend heeft een eigen russisch dagblad, de <i>Turkestanskia Wjedomostie</i> (het Nieuws van Turkestan); en aan het weemoedig geroep van den moeëzzin paart zich het klokgelui der grieksche kerken, onverdragelijker +voor de ooren van den waren geloovige dan de donder van het geschut. In de straten van datzelfde Bokhara, waar de schrijver +dezer regelen, voor eenige jaren, slechts muzelmansche lofliederen hoorde, wandelen nu russische popen, kooplieden en soldaten, +met al de fiere gerustheid van den overwinnaar. Een lazaret en magazijnen van levensmiddelen hebben de plaats ingenomen van +dat weleer zoo prachtige paleis van Tamerlan, waar alle vorsten van Azië hem hunne hulde kwamen betuigen, waar zelfs de trotsche +monarch van Spanje, door zijn gezant, om de vriendschap liet verzoeken van den grooten veroveraar; dat paleis, waar de Toeraniërs +met eerbiedige geestdrift zich kwamen nederbuigen om met hunne voorhoofden den “Groenen Steen” aan te raken, het heilige voetstuk +van den troon van Timoer! + +</p> +<p>Deze zegepraal der russische wapenen in Centraal-Azië heeft, naar ik meen, aan den Islam een zoo zwaren slag toegebracht, +als hem, in zijn duizendjarige worsteling met het Kruis, wellicht nog nimmer getroffen heeft. In onzen tijd doet zich de machtige +invloed der westersche beschaving in geheel het mohammedaansche Azië, van Konstantinopel tot den Indus, gevoelen: Mekka en +Medina zelfs konden zich daaraan niet geheel onttrekken. Alleen Centraal-Azië was daarvan bevrijd gebleven, het heiligdom +van het islamismus; daar had het ware geloof niet geleden door de goddelooze “nieuwigheden”; en in de schatting der echte +Muzelmannen was niet Mekka, maar Bokhara de geestelijke hoofdstad van het islamisme. De asceet, de leden der godsdienstige +orden, de godgeleerden, zij hielden allen hunne blikken op deze heilige stad gevestigd, en in hare scholen en moskeeën kwamen +de ijverigste Muzelmannen van Turkije, Egypte, Fez en Marokko, nieuw voedsel zoeken voor hun geloof en hunne geestdrift. Het +feit, dat deze zoo bij uitnemendheid heilige grond thans door de <i>kafirs</i>, de ongeloovigen, als heeren en meesters betreden wordt, heeft, in geheel de mohammedaansche wereld, de gemoederen ten diepste +geschokt. De val van de “voornaamste zuil des geloofs”—zooals Bokhara genoemd werd—heeft een stofwolk doen opgaan, die voor +langen tijd den hemel van den Islam verduisteren zal. + +</p> +<p>Met de inneming van Samarkand was evenwel de oorlog nog niet ten einde. Na de nederlaag van zijn leger, vlood de Emir in aller +ijl naar Kermine. Zijn zoon, de vermoedelijke troonopvolger, Abd-Melik-Mirza, had zich reeds gedurende den slag uit de voeten +gemaakt, en was in vliegenden ren naar Bokhara geijld; de schrik en ontzetting waren zoo groot en algemeen, dat de vreedzame +inwoners van het district Mijankal hunne dorpen en gehuchten verlieten en naar de zijde van Andsjoï en Meimene de wijk namen. + + +</p> +<p></p> +<div class="divFigure floatLeft"> +<p class="legend"><img border="0" src="images/p1873-400.jpg" alt="Een Kirghise"></p> +<p class="figureHead">Een Kirghise</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De Russen van hun kant haastten zich, de op een heuvel gelegen citadel van Samarkand in weerbaren toestand te brengen; terwijl +een deel van het leger den Emir achtervolgde, en eene andere afdeeling de steden op den weg van Samarkand naar Bokkara onderwierp. + +</p> +<p>Het korps van den generaal-majoor Golowatscheff, bestaande uit veertig kompagnieën infanterie, drie sotnias Kozakken, met +acht kanonnen, verscheen eerst voor de versterkte stad Ketto-Koergane. Deze stad, waarvan de naam <i>groote vesting</i> beteekent, ligt aan den oever van de Ser-afschan; tijdens mijne reis had men mij van die stad als van eene onneembare vesting +gesproken; en inderdaad waren de buitenwerken niet te verachten. Dat belette evenwel niet, dat de sterke bezetting de poorten +voor het russische leger opende, zonder ook maar eene poging tot tegenstand te hebben beproefd. + +</p> +<p>Bij het vernemen dezer tijding scheen de Emir zijne laatste krachten te willen verzamelen; hij vestigde zijn hoofdkwartier +te Mir, halverwege tusschen Kette-Koergane en Kermine, en liet door zijne ruiterij de russische voorposten tot onder de muren +van Kette-Koergane verontrusten. Getergd door die speldeprikken, besloot de generaal Kaufmann eindelijk rechtstreeks naar +Bokhara te marcheeren, en het oesbeeksche leger met éénen slag te vernietigen. Het schijnt dat de Emir en zijne raadslieden +zich nog altijd illusiën maakten omtrent hunne wezenlijke macht, en nog altijd meenden, den ouden hoogen toon te kunnen voeren; +tenzij de opgewonden geestdrift der fanatieke bevolking hen zelven noodzaakte te doen, wat zij liever <a id="d0e1020"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1020">401</a>]</span>hadden nagelaten. Hoe dit zij: zij waagden nog eens den strijd in het open veld. + +</p> +<p>De beide legers ontmoetten elkander te Serpoel, op hetzelfde slagveld, waar driehonderd-negen-en-zeventig jaren vroeger het +lot van twee inlandsche dynastiën was beslist geworden. Ditmaal moest, zooals zich licht begrijpen laat, het huis der Mangiten +onderdoen voor het huis van Romanoff; reeds dadelijk bij den aanvang van den slag, bestormden de Russen, met hunne gewone +onverschrokkenheid, de hoogten ter wederzijde van den weg van Samarkand naar Bokhara, waarop het leger der Oesbeken zijne +stellingen had ingenomen. De soldaten van den Emir hielden niet lang stand; hun terugtocht ging weldra over in eene wilde +vlucht; eenige uren later was de weg van Kermine met hunne weggeworpen wapenen bezaaid. + +</p> +<p>Inmiddels had het kleine garnizoen, te Samarkand achtergelaten, een geduchten aanval te doorstaan gehad. Terwijl de generaal +Kaufmann bezig was met het achtervolgen der troepen van den Emir, vielen de inwoners van Samarkand, die het europeesche leger +zoo welwillend ontvangen hadden, met de Oesbeken van Khehri-Sebz, ten getale van omstreeks vijf-en-twintigduizend man, onverhoeds +de citadel aan. + +</p> +<p>Het garnizoen van Samarkand werd gekommandeerd door den baron von Stempel; het was slechts zeshonderd vijf-en-tachtig man +sterk, de zieken daaronder begrepen. Wie maar een voet verzetten kon, verliet het ziekbed; en deze handvol dapperen zwoer +liever te zullen sterven dan zich over te geven. + +</p> +<p>Het beleg duurde zes volle dagen, van den 12<sup>den</sup> tot den 18<sup>den</sup> Juni; de Russen verloren negen-en-veertig dooden en honderd-twee-en-zeventig gewonden. De belegeraars staken eene poort in +brand, en maakten een bres: maar toch was het hun niet mogelijk, de citadel binnen te dringen. Dag en nacht bestormden zij, +in dicht opeengedrongen massa’s, de muren der vesting, onder woeste kreten telkens en telkens den aanval hernieuwende; de +Russen spoedden zich van het eene bedreigde punt naar het andere, hielden overal den vijand tegen en wierpen hem telkens met +groot verlies terug. Toch was de heldhaftige bezetting uitgeput, toen de generaal Kaufmann, onderricht van hetgeen er voorviel, +met geforceerde marchen naderde om de citadel te ontzetten. + +</p> +<p>Zoo liep den ongelukkigen Mozaffar-ed-Din—zoo heette de Emir—alles tegen. Wat zou hij doen? Naar Bokhara terugkeeren? Daar +viel niet aan te denken; zijn zoon, die zich nooit zeer gehoorzaam en onderdanig getoond had, zou hem de poort voor den neus +gesloten hebben. Hij had zich aan het hoofd gesteld van de partij der ontevredenen en fanatieken, en maakte zich gereed om, +des noods met geweld zijn vader den troon te betwisten. Naar Samarkand gaan? Dat was onmogelijk; het zegevierende russische +leger sneed hem dien weg af; en vijf-en-twintigduizend zijner onderdanen waren daar met schande teruggedreven door een garnizoen +van eenige honderde soldaten! + +</p> +<p>Er bleef hem slechts ééne keus over, en hij schikte zich daarin: hij trad in onderhandeling met de Russen, betaalde hun eene +oorlogsschatting van honderd-vijf-en-twintigduizend tilla, ruim een millioen gulden, stond den russischen handel alle verlangde +voorrechten toe, en verklaarde zich verantwoordelijk voor de veiligheid der onderdanen van den tsaar in zijn land. Feitelijk +werd hij een vazal van Rusland. +</p> +<hr><p> + +</p> +<p>Transoxanië, zegt de beroemde hongaarsche reiziger op eene andere plaats: Transoxanië of het khanaat van Bokhara, is, over +het geheel genomen, een laag land, dat ten oosten tegen de laatste hellingen van het gebergte Thian-Sjan leunt. Met uitzondering +van eenige hooge vlakten en eenige harde, kleiachtige streken, <i>takir</i>, dat wil zeggen droge en onvruchtbare aarde, genoemd, bestaat de bodem hoofdzakelijk uit zwart of geel zand; bouwland, in +den eigenlijken zin van het woord, vindt men alleen op de hellingen der bergen, en langs de rivieren en bevloeiingskanalen, +die van de rivieren uitgaan. Overal elders levert de natuur, evenals in geheel Centraal-Azië, waar zij aan zichzelf wordt +overgelaten, niets of bijna niets op; en tien jaren van oorlog zijn voldoende om de vruchtbare vlakten te ontvolken en in +een zandwoestijn te herscheppen. + +</p> +<p>Op vele plaatsen schiet ook de volhardende vlijt en onvermoeide inspanning des menschen te kort, om aan de dunne zandlaag +een eenigszins dragelijken oogst te ontwoekeren. Zelfs midden door de bebouwde streken, en tot in de <span class="corr" title="Bron: onmiddelijke">onmiddellijke</span> nabijheid van Bokhara en Samarkand, loopen breede strooken van volstrekt onvruchtbaar en onbebouwbaar zand; en tusschen de +beide genoemde steden voert de weg door eene steppe van eenige mijlen lengte, de woestijn van Melik geheeten, in wier laagste +gedeelte nog voor driehonderd jaar een zoutmeer werd aangetroffen. + +</p> +<p>Toch is, dank zij de bevloeiingen, de vruchtbaarheid van Bokhara en van de twee andere khanaten, bijna tot een spreekwoord +geworden; de aarde brengt er rijkelijk vruchten voort, en wat zij voortbrengt is van uitmuntende hoedanigheid. Het graan van +Bokhara, hare vruchten, haar zijde, haar katoen, haar geneeskrachtige kruiden en planten, behoeven de vergelijking met geene +andere te schromen. Het vee is wijd en zijd beroemd; de paarden zijn door geheel Azië met lof bekend; de kameelen van Bokhara +vinden nergens huns gelijken; de schapen munten uit door den zeer fijnen smaak van hun vleesch. + +</p> +<p>De minerale rijkdommen, nog zeer weinig bekend en erg verwaarloosd, zijn zeer belangrijk, vooral in de bergachtige streek +ten westen en ten zuiden van Samarkand. Reeds de geschiedschrijver Belchi spreekt van ijzer, ammoniak, kwikzilver, koper, +lood, goud, naftha, vitriool en van een zekeren steen, dien men aansteekt en verbrandt, dat wil zeggen steenkool, waarvan +de Russen ook eenige lagen ontdekt hebben. + +</p> +<p>De van nature zoo dorre bodem van Bokhara dankt zijne vruchtbaarheid in de eerste plaats aan de weldadige rivier, bij de ouden +onder den naam van de Sogd bekend, sedert Kohik genoemd, en die tegenwoordig met volle recht den naam draagt van Ser-afschan +(uitdeelster der rijkdommen). Ten noordoosten van Samarkand verdeelt de voornaamste tak van de <a id="d0e1058"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1058">402</a>]</span>Ser-afschan zich in eene menigte armen, die naar de steppen vloeien. De aanzienlijkste dezer armen loopt ten noordwesten der +stad, voorbij Pendsj-Shembeh en Sjatirdsja, en stort zich in het meer Karakoel. Een andere tak vloeit ten zuidwesten van Samarkand, +en neemt langs Kette-Koergane en Bokhara, zijne richting naar de woestijn. + +</p> +<p>Als men nagaat, welk een groot aantal zijkanalen hun water aan de voornaamste takken van de Ser-afschan ontleenen, dan staat +men verbaasd, hoe eene rivier van zoo weinig uitgestrektheid in de behoeften van al deze kanalen kan voorzien: de massa water, +die zij afvoert, moet zeer aanzienlijk zijn. Behalve de Ser-afschan, heeft men nog de beek van Khehri-Sebz, die geschikt is +voor bevloeiing; hare wateren komen somwijlen tot aan Karsji, en met behoorlijke zorg geleid en verdeeld, konden zij het gansche +land van dienst zijn. + +</p> +<p>Men heeft opgemerkt dat eene voortdurende bevloeiing gedurende eene reeks van jaren, op den bodem eene laag van alluviaal-aarde +van genoegzame dikte doet ontstaan. Vooral het water van den Oxus heeft deze vruchtbaarmakende eigenschap; maar ongelukkig +genoeg trekt het land bijna geen voordeel van dezen stroom: van Termez tot Tsjehardsjoe is de rechter oever van den Oxus bijkans +onbewoond; en het zou ook zeerveel bezwaar in hebben, hier volksplantingen aan te leggen, omdat de oevers zeer hoog zijn, +zoodat de besproeiing zeer moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk is. + +</p> +<p>Het klimaat van Transoxanië is niet ruw en over het algemeen niet nadeelig voor den landbouw. In de bergachtige streken tamelijk +koud, is de temperatuur in de hoogere vlakten aan den voet der bergen gematigd; maar in de lage streken, nabij de steppen, +bij voorbeeld te Bokhara, te Karsji, te Karakoel, is het klimaat zeer afwisselend, nu eens ondragelijk heet, dan vinnig koud. +Ongezond is het echter alleen te Bokhara; de ziekten, die in Transoxanië heerschen, moeten meer geweten worden aan de ongezonde +levenswijze der inwoners en aan hunne verkeerde manier van zich te kleeden, dan aan de schadelijke invloeden van de temperatuur. + +</p> +<p>Het gezegde omtrent de vruchtbaarheid en het klimaat van Bokhara is evenzeer van toepassing op de landen, die ten oosten en +ten westen aan dat khanaat grenzen. Het is dan ook niet te verwonderen, dat de wonden, door den oorlog geslagen, hier in betrekkelijk +korten tijd weder geheeld worden, mits slechts de oorlog niet te lang aanhoude. Reeds Belchi verzekert ons, dat een geslagen +leger zich nergens zoo spoedig van zijne nederlaag herstelt, als in Transoxanië. Diezelfde schrijver schat het aantal steden +in die landstreek op driehonderd-duizend: blijkbaar eene schromelijke overdrijving. Toch was Transoxanië en met name de stad +Bokhara, vroeger veel meer bevolkt dan tegenwoordig. Onder de Samaniden waren de omstreken dezer stad zeer dicht bevolkt; +ten noordoosten, ten zuidwesten strekten zich, buiten de eigenlijke stad, groote voorsteden uit; en de driehonderd-zestig +moskeeën, waarvan de inwoner van Bokhara nog met trots spreekt, bestonden toen werkelijk. Tegenwoordig telt Bokhara hoogstens +vijf-en-dertig duizend zielen. + +</p> +<p>Dat zelfde geldt voor het gansche land. Transoxanië kan eene vijf- à zesmaal sterkere bevolking onderhouden, dan het tegenwoordig +bezit. De ontzaglijke legerscharen, die, sedert de stichting van het khalifaat, voortdurend krijgs- en veroveringstochten +ondernamen naar westelijk Azië en tot aan de oevers van den Nijl, waren voor het grootste deel saamgesteld uit zonen der steppen, +maar daarnevens ook uit de bewoners der oevers van den Oxus en den Jaxartes. + +</p> +<p>De meerderheid der inwoners van het oude Transoxanië bestond uit Iraniërs, en het perzisch was de nationale taal te Bokhara, +te Fergana, te Khahrezm. Dit bleef zoo onder de heerschappij der Arabieren, der <span class="corr" title="Bron: Sanamiden">Samaniden</span>, der Seldsjoeken en der vorsten van Khahrezm, ja zelfs nog langen tijd na de invallen der Mongolen; toen maakte het perzisch +allengs plaats voor het turksch, dat tegenwoordig de heerschende taal is. + +</p> +<p>Evenals de taal, heeft ook het karakter der Transoxaniërs eene groote verandering ondergaan. De oude arabische schrijvers +kunnen geen woorden genoeg vinden om den adel des gemoeds, de oprechtheid, de rechtvaardigheid en gastvrijheid van dit volk +te roemen. Tegenwoordig is van al deze deugden geen spoor meer over: met uitzondering van de gastvrijheid, die wel niet in +de steden, maar dan toch op het platteland nog altijd beoefend wordt. Eeuwen lang is Transoxanië ten prooi geweest aan de +telkens hernieuwde invallen der Toeraniërs, en daarbij is het land maatschappelijk en zedelijk te gronde gericht. De veroveraars +hebben niet alleen de steden verwoest en de oogsten vernield, maar zij hebben ook in het hart der menschen alle hooge en edele +gevoelens en aandoeningen weggewischt. + +</p> +<p>Samarkand, ongetwijfeld het Maracanda der Grieken, de hoofdstad van het oude Sogdiana, is reeds sedert overoude tijden de +mededingster van Bokhara. Vóór de regeering der Samaniden was zij de koningin der steden in het stroomgebied van den Oxus; +zij begon van haar hoogen rang te dalen, toen Ismaël zijne residentie naar Bokhara verlegde. Onder de kharezmitische vorsten +hernam zij, naar men zegt, haar vroeger overwicht; en later, onder de regeering van Timoer den Kreupele, bereikte Samarkand +het toppunt van haar bloei en heerlijkheid. Maar na den val der dynastie van Timoer, begon ook voor haar een tijdperk van +achteruitgang en verval. Bokhara werd nu allengs de officieele residentie; Samarkand moest zich vergenoegen met de nederiger +rol van zomerverblijf der vorsten, die door de schoonheid der waterrijke streek en de frischheid van het klimaat werden aangetrokken. + +</p> +<p>Samarkand is minstens tweemaal verwoest geworden; eerst door de Mongolen, en later door de wilde horden der Oesbeken. Van +hare vroegere heerlijkheid is dan ook geen spoor meer over. De stad telt tegenwoordig eene bevolking van dertig duizend inwoners; +zij bezit tachtig moskeeën, drie-en-twintig scholen of collegiën en zeven-en-twintig karavanseraïs. + +</p> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Van Orenburg naar Samarkand, by Anonymous + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN ORENBURG NAAR SAMARKAND *** + +***** This file should be named 19326-h.htm or 19326-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/9/3/2/19326/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/19326-h/images/p1873-337.jpg b/19326-h/images/p1873-337.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..bc4bffa --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-337.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-340-1.jpg b/19326-h/images/p1873-340-1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..48ea7b3 --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-340-1.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-340-2.jpg b/19326-h/images/p1873-340-2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..94f6c56 --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-340-2.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-341.jpg b/19326-h/images/p1873-341.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..266bf4d --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-341.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-344.jpg b/19326-h/images/p1873-344.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..964060b --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-344.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-345.jpg b/19326-h/images/p1873-345.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7123f18 --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-345.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-349.jpg b/19326-h/images/p1873-349.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..41ab9ef --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-349.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-352.jpg b/19326-h/images/p1873-352.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1210790 --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-352.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-353.jpg b/19326-h/images/p1873-353.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d29ba2b --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-353.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-357.jpg b/19326-h/images/p1873-357.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..bd7049c --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-357.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-360.jpg b/19326-h/images/p1873-360.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6ec1920 --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-360.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-385.jpg b/19326-h/images/p1873-385.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ec37c2a --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-385.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-388.jpg b/19326-h/images/p1873-388.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..13fdd54 --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-388.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-389.jpg b/19326-h/images/p1873-389.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d6ee91e --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-389.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-392.jpg b/19326-h/images/p1873-392.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e39cb6a --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-392.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-393.jpg b/19326-h/images/p1873-393.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3f42c82 --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-393.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-396.jpg b/19326-h/images/p1873-396.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e93804e --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-396.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-397.jpg b/19326-h/images/p1873-397.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6113cf4 --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-397.jpg diff --git a/19326-h/images/p1873-400.jpg b/19326-h/images/p1873-400.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..bb914bf --- /dev/null +++ b/19326-h/images/p1873-400.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..5bde1c6 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #19326 (https://www.gutenberg.org/ebooks/19326) |
