diff options
Diffstat (limited to '18098-8.txt')
| -rw-r--r-- | 18098-8.txt | 3565 |
1 files changed, 3565 insertions, 0 deletions
diff --git a/18098-8.txt b/18098-8.txt new file mode 100644 index 0000000..0a8cb04 --- /dev/null +++ b/18098-8.txt @@ -0,0 +1,3565 @@ +The Project Gutenberg EBook of Schetsen uit de Indische Vorstenlanden, by +Louis Rousselet + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Schetsen uit de Indische Vorstenlanden + De Aarde en haar volken, 1873 + +Author: Louis Rousselet + +Release Date: April 1, 2006 [EBook #18098] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SCHETSEN UIT DE INDISCHE *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + +SCHETSEN UIT DE INDISCHE VORSTENLANDEN. + + +Op het eiland Java bestaan--het zal niemand onder onze lezers onbekend +zijn--nog twee zoogenoemd zelfstandige staten: het keizerrijk van Solo +of Soerakarta, de ruïne van het eenmaal zoo machtige rijk van Mataram; +en het rijk van Djokjokarta. De landstreken aan het gezag van den +Soesoehoenan of keizer van Soerakarta en den sultan van Djokjokarta +onderworpen, worden met den naam van Vorstenlanden aangeduid, ter +onderscheiding van de gewesten, die rechtstreeks onder het bestuur der +nederlandsche regeering staan. Toch is de onafhankelijkheid dezer beide +inlandsche staten inderdaad niet veel meer dan een schijnbeeld: de +keizer en de sultan zijn niet anders dan vasallen van het nederlandsche +gouvernement, dat aan hun hof door een resident vertegenwoordigd wordt, +zonder wiens goedvinden de bijkans machtelooze heerschers, hoe ook +met alle uiterlijke teekenen en huldebetooningen der souvereiniteit +omringd, niet veel vermogen. Soortgelijke toestanden bestaan ook, +en op grooter schaal en in rijker afwisseling, in het reusachtige +britsch-indische rijk, dat metterdaad geheel Hindostan met een deel +van Achter-Indië omvat. Ook dit bijkans onmetelijke gebied is niet +geheel aan de onmiddellijke heerschappij van den engelschen landvoogd +onderworpen: uitgestrekte landen, koninkrijken en vorstendommen, +hebben tot dus ver nog eene zekere mate van onafhankelijkheid en +zelfstandigheid weten te bewaren, en worden nog altijd door hunne +eigene Vorsten geregeerd; schoon al deze Vorsten, in meerdere of +mindere mate, aan de opperhoogheid der britsche kroon zijn onderworpen, +of althans door verdragen zoogenaamd tot bondgenooten, inderdaad +tot vasallen, van Engeland zijn gemaakt. Het zijn deze landen, +koninkrijken en vorstendommen, die wij met den naam van indische +Vorstenlanden wenschen aan te duiden: een naam, gewettigd door de +gelijkheid van toestand hier met dien op het eiland Java. + +Nog onlangs hebben wij den franschen reiziger L. Rousselet vergezeld +bij zijn bezoek aan het hof van een dezer inlandsche Vorsten, +den Guikowar of koning van Goezerate, die te Baroda zijn zetel +heeft. [1] Wij waren daar getuigen van de eigenaardige gebruiken +en de schitterende weelde van een indisch hof; en hadden tevens +gelegenheid, zij het ook slechts van ter zijde, een blik te werpen op +de innerlijke toestanden des lands en de regeering van den Rajah. Wij +durven vertrouwen dat het verhaal van den heer Rousselet een gunstigen +indruk heeft achtergelaten, zoodat het voorstel om hem ook op zijn +verderen tocht door de indische vorstenlanden te vergezellen, onzen +lezers niet onwelkom zal zijn. + + + +I. + + +Van Baroda begaf ik mij naar Ahmedabad, de aloude hoofdstad der +sultans, eene der prachtigste steden van het Oosten. Wij kwamen +daar den 5den December aan, en namen onzen intrek in een uitmuntend +ingerichte _bungalow_. Zulk een bungalow is eene voortreffelijke +instelling, voor de reizigers van onschatbare waarde. In alle +steden, waar het bezoek en verblijf van Europeanen van te weinig +beteekenis is, om de partikuliere ondernemingszucht tot het bouwen +van hotels uit te lokken, is namelijk van regeeringswege een nette +en eenvoudige bungalow, een soort van landhuis of villa, ingericht, +waar de reizigers op hun gemak kunnen logeeren, tegen betaling van +een roepy per dag. Daar al de vermogende inboorlingen, en ook de +meeste Anglo-Indiërs, op hunne reizen voor het minst door één bediende +vergezeld worden, is de _peon_ (kastelein) van de bungalow verplicht, +zijne keuken te hunner beschikking te stellen, en hun, tegen een matig +gestelden vasten prijs, al de levensmiddelen te bezorgen, waaraan +zij behoefte hebben. Zij, die geen kok in hun dienst hebben, kunnen +zich door een aan het logement verbonden hofmeester of _mess-man_, +overeenkomstig hun verlangen, hunne maaltijden laten bezorgen; mede +volgens een vast tarief, dat in alle kamers is opgehangen. + +Ahmedabad werd in 1426 door den Sultan Ahmed-Shâh gesticht, +op dezelfde plaats, waar vroeger eene oude indische stad had +gestaan. Hoogstwaarschijnlijk gebruikte de sultan de puinen van de door +hem verwoeste steden Khandravati en Anhilwara-Patan voor den bouw der +paleizen en moskeeën van zijne nieuwe hoofdstad, die weldra door den +rijkdom en de pracht harer monumenten door geheel het Oosten beroemd +zou worden. Want ook de opvolgers van Ahmed-Shâh waren met dezelfde +liefde voor de schoone kunsten bezield; en daar zij zelf van hindoesche +afkomst waren, behielden zij ook voor de heiligdommen hunner nieuwe +mohammedaansche eeredienst den eigenaardigen bouwstijl des lands: +een stijl, die zich door zijne oorspronkelijkheid en zuiverheid +zeer gunstig onderscheidt van den zoogenaamden sarraceenschen stijl, +die tegelijk met de Mongolen in Indië doordrong en daar bijkans de +overheerschende werd. + +Omstreeks 1570 viel de stad in de macht der Groot-mogols, en werd +zij tot hoofdplaats van eene der bloeiendste provinciën van het +machtige rijk verheven. Toen het zoogenaamde mongoolsche rijk ten +ondergang neigde, maakte Damasji Guikowar, ten jare 1737, gebruik van +de toenemende machteloosheid der keizerlijke regeering, om Ahmedabad +met de daarbij behoorende landstreek bij zijn eveneens op de puinen +van het keizerlijk gestichte koninkrijk van Baroda in te lijven. Zijne +opvolgers behielden de stad tot 1818, toen zij aan de Engelschen +overging, aan wie zij nu nog behoort. + +Een gordel van zware hooge muren, meer dan zeven kilometers in omtrek, +omringt de stad; torens en bolwerken geven haar een nog indrukwekkender +voorkomen. Naar men zegt, zijn deze werken aangelegd door den sultan +Mahmoed Begarha, omstreeks het einde der vijftiende eeuw. Achttien +monumentale poorten geven toegang tot de stad, die weleer eene +overtalrijke bevolking binnen hare wijde wallen herbergde; tegenwoordig +strekken zich tusschen de eigenlijke stad en den wal groote tuinen en +onbebouwde velden uit; zij heeft zich als het ware saamgetrokken in +haar al te ruimen steenen mantel; hare verschillende wijken zijn thans +door niet veel meer dan honderd-vijftig-duizend zielen bewoond. Maar +ook nu nog, hoezeer van haar vroegeren luister vervallen, maakt de +vroolijke, ruime, volkrijke stad een aangenamen indruk; overal vindt ge +prachtig geboomte, dat tot midden in de stad heerlijke lanen vormt; en +de statige overblijfselen van den ouden tijd zien er minder eenzaam en +verlaten uit te midden dier schilderachtige wit gepleisterde huisjes +en hutten, zoo bevallig om de ernstige bouwvallen gegroept. + +Zoo ge het indische leven te Ahmedabad in al zijne verscheidenheid +wilt bestudeeren, begeef u dan naar de prachtige breede straat +Manik-Shauk, het middelpunt van den handel en de bedrijvigheid +der stad. Daar worden de verschillende markten gehouden; daar zijn +de bazars, en daar ook kunt ge de prachtige typen dier zwervende +Radsjpoeten, Katis en Bhattis bewonderen, die uit de nabijgelegen +halfwilde landstreken naar Ahmedabad komen, en zooveel bijdragen tot +het bij uitnemendheid schilderachtig karakter harer openbare markten +en bazars. Kameelen en olifanten bewegen zich met afgemeten stap te +midden der bontgekleurde luidruchtige menigte, waaronder de engelsche +sipayers, in hunne eenvoudige uniform, zooveel mogelijk de orde +bewaren. De drukke, levendige straat, de voornaamste der stad, begint +bij den hoofdingang van het oude paleis der voormalige onder-koningen, +dat door zijne zware torens aan een middeleeuwsch kasteel doet denken, +en dat tegenwoordig tot strafgevangenis is ingericht, waar duizende +veroordeelden zich onledig houden met het vervaardigen van tapijten, +grove stoffen en papier. Men treedt dit voormalige paleis binnen +door eene prachtige moorsche poort, waaronder zich een wachthuis +bevindt. De tegenwoordige bestemming van het gebouw laat niet meer +toe, over de vroegere heerlijkheid dezer vorstelijke residentie te +oordeelen; de ruime zalen zijn, op last der engelsche inspecteurs, +zoo herhaaldelijk met witkalk overstreken geworden, dat alle sporen +van voormalige versiering geheel zijn verdwenen. + +Dit kasteel is met de Bâdre of citadel verbonden door eene lange reeks +van gebouwen, eertijds tot huisvesting bestemd voor het talrijke +garnizoen, dat de sultans in hunne hoofdstad onderhielden. Deze +citadel bevat niet veel merkwaardigs: eenige ruime binnenplaatsen, +vroeger tot tuinen aangelegd en tegenwoordig door leelijke engelsche +barakken ontsierd; eenige zuilengangen, en een reusachtig bolwerk: dat +is nagenoeg alles. Men vergeet ook nooit, den bezoeker opmerkzaam te +maken op eene oude schijf, boven eene der poorten geplaatst, en waarop +nog duidelijk de sporen van pijlpunten te herkennen zijn. Wanneer, +in den ouden tijd, de sultan eene belangrijke reis of een krijgstocht +zou gaan ondernemen, moest een ervaren schutter die schijf trachten te +treffen; trof de pijl het wit niet, dan werd de onderneming opgegeven, +of althans tot gunstiger gelegenheid uitgesteld. + +Op korten afstand van het paleis, verheft zich dwars over de straat +Manik-Shauk, een prachtige triomfboog die, naar de drie bogen van +moorschen stijl, den naam draagt van _Tin Durwazé_, de Drie poorten; +dit gebouw is een der bevalligste monumenten van de architectuur +der zestiende eeuw. Aan gene zijde van den triomfboog verrijst de +Jumah-Moesjid, de voornaamste moskee, de roem van Ahmedabad. Het +opschrift aan den hoofdingang meldt u, dat de sultan Mahmoed-Shâh +Begarha, de Stedendwinger, deze moskee heeft gebouwd met de puinen +van de tempels der ongeloovigen, in het jaar der hedsjrâh 827. Voor +het eigenlijke gebouw strekt zich een ruime, geplaveide hof uit, +aan drie zijden door zuilengangen omgeven. De voorgevel prijkt met +drie hooge poorten, die u vergunnen een blik te werpen in het ruime +heiligdom, waarvan het gewelf door eene menigte zuilen gedragen +wordt. Ter wederzijde van den middelsten ingang verheffen zich +twee slanke, uiterst sierlijk bewerkte minarets, maar waarvan de +spitsen in 1818, ten gevolge eener aardbeving, naar beneden zijn +gestort. Bij het binnentreden van het ruime bedehuis, gevoelt ge u +onwillekeurig door bewondering aangegrepen bij een blik op die lange +reeksen gebeeldhouwde pilaren; de koepels rusten op eene galerij +van kleine, massieve zuilen, waardoor een stroom van licht in den +tempel valt. Het volstrekte gemis van beelden, het groote aantal +en de eigenaardige versiering der kolommen, geven aan deze moskee, +die u aan een hindoe-tempel denken doet, een hoogst merkwaardig +karakter. In het midden van de moskee, tegenover den tabernakel, +waarin de Koran bewaard wordt, bevindt zich een groote marmeren zerk, +waaronder, volgens de overlevering, het afgodsbeeld begraven ligt, +dat vroeger in den heidenschen tempel, waarvan deze moskee de opvolger +is, werd aangebeden. Nabij de moskee staat de vorstelijke basiliek, +waar, onder marmeren troonhemels, de stoffelijke overblijfselen der +Sultans Ahmed, Mohammed en Koutub Oudin rusten; in hunne nabijheid +sluimeren hunne echtgenooten en afstammelingen. Al deze graftomben +munten uit door sierlijke bewerking; zij prijken met prachtig beeldwerk +en somwijlen met schitterende mozaïeken. + +Nog heden ten dage telt Ahmedabad meer dan vijftig moskeeën en +eene menigte grafmonumenten, die allen eene bijzondere studie waard +zijn. Geen andere stad van Indië kan op zulk een rijkdom van dergelijke +gedenkteekenen roemen. Deze moskeeën verheffen zich doorgaans, te +midden van tuinen en boomgaarden; op hooge steenen terrassen, vanwaar +zij de omringende huizen als met vorstelijke fierheid beheerschen. Die +plaatsing is bij uitnemendheid geschikt om de schoonheid der bogen, +der koepels en minarets te doen uitkomen, die zich nu, in al de +zuiverheid hunner lijnen, afteekenen tegen het diepe blauw van den +helderen indischen hemel. + +Eenige dagen na onze aankomst, was ik des morgens uitgereden, om de +frissche, geurige ochtendlucht in te ademen, toen ik eensklaps op den +weg voor mij uit een stofwolk zag oprijzen, die snel naderde. Ik had +nauwelijks den tijd ter zijde te gaan, toen vijf of zes open rijtuigen, +van antieken vorm, mij voorbijsnelden, waarin eenige inlanders zaten, +die ik aan hunne van goud schitterende tulbanden als lieden van aanzien +herkende. De rijtuigen werden gevolgd door een troep ruiters van een +wild, fantastisch voorkomen, met lange golvende baarden en lansen in de +hand, gezeten op groote, prachtig opgetuigde paarden. Dit alles schoot +mij, als een wervelwind, voorbij. Werktuigelijk groette ik, en zag nog +even hoe mijn groet door een der reizigers werd beantwoord. Ik was zeer +nieuwsgierig om te weten, wie deze vreemde gasten wel mochten zijn, en +spoedde mij naar de bungalow terug. Daar vond ik de binnenplaats geheel +ingenomen door onbekende ruiters, die er hun bivak hadden opgeslagen; +overal brandden vuren; de paarden stonden op eene rij vastgebonden; +en in een hoek zag ik de met stof overdekte gala-rijtuigen. Nu vernam +ik dat de nieuw aangekomen gast, die zooveel opschudding veroorzaakte, +geen minder personage was dan do prins Monti-Singh, zoon van den Rajah +van Marwar. De ruiters van zijn gevolg waren Radsjpoeten van den stam +of clan Rhatore, een der meest bekenden van de indische woestijn. + +Den volgenden morgen zond ik mijn _khansamah_, voor deze buitengewone +gelegenheid tot de waardigheid van _tsjoebdar_, gezant of heraut, +verheven, om den hoogen vreemdeling onzen welkomstgroet aan te +bieden. De prins beantwoordde de beleefdheid, door mij een deurwaarder +of kamerdienaar met gouden staf te zenden, die, na de gebruikelijke +begroetingen en plichtplegingen, mij mededeelde dat Zijne Hoogheid +mij nog dien zelfden dag zou ontvangen. Op het bepaalde uur begaf +ik mij met mijn reisgenoot naar den prins, die ons in eene ruime +zaal afwachtte, waarvan vier stoelen en een tapijt het gansche +ameublement uitmaakten. Monti-Singh ontving ons zeer vriendelijk +en reikte ons de hand; hij zette zich tusschen ons beiden neder, en +begon een gesprek in het engelsch, dat hem blijkbaar groote inspanning +kostte. Ik maakte aan die kwelling een einde, door hem in het hindi +te antwoorden; zeer in zijn schik, dat ik de taal zijns lands sprak, +begon hij nu met groote levendigheid te praten. Hij verzekerde mij +dat zijn vader, de Koning van Marwar, zich zeer gelukkig zou achten, +indien hij ons aan zijn hof mocht ontvangen, en dat de bekende +gastvrijheid der overige radsjpoet-vorsten ons overal eene gulle en +hartelijke ontvangst verzekerde. "Een europeesch reiziger," zeide hij, +"is bij ons bijna eene onbekende zeldzaamheid; de eenige Europeanen, +die wij nu en dan onder ons zien, zijn, behalve de gezanten van den +onderkoning, enkele officieren, die naar hun garnizoen gaan of naar +Bombay terugkeeren. Voor zoover ik weet, is er althans nog nooit +een Franschman te Jhodepoor verschenen."--Hij gaf mij daarop zeer +uitvoerige en nauwkeurige inlichtingen omtrent de beste manier, waarop +ik de reis zou kunnen doen, en de bezwaren die ik daarbij zou hebben +te overwinnen: mij tevens zeer sterk aanradende mijn weg te nemen +over Deesa, Sirohi, en Jhodepoor, in plaats van het land der Bhîls +te bezoeken en over Oodipoor te gaan. Maar ten aanzien van dit punt +stond mijn besluit vast; ik bepaalde er mij dan ook toe, hem te beloven +dat ik mijn best zou doen om over Ajmeer naar Jhodepoor te reizen. + +Prins Monti-Singh is de veertiende of vijftiende van de talrijke zonen +van den ouden Rajah van Jhodepoor, Tukt-Singh. Deze aartsvaderlijke +monarch bezit een vrij uitgestrekt rijk, maar dat meer woestijnen +dan bebouwbaar land bevat; toch is zijne hoofdstad eene der +fraaiste steden van Radsjpoetana, en zijn zijne inkomsten verre +van onaanzienlijk. Monti-Singh sprak met veel geestdrift over de +wildrijke vlakten van zijn vaderland, en gaf mij de verzekering +dat, zoo ik kwam, te mijner eer schitterende jachtpartijen zouden +worden aangelegd. Zijne fijne en sprekende trekken, zijne lichte +gelaatskleur en zijn lange baard deden hem dadelijk als een echten +Radsjpoet kennen: zijne eenigszins verwijfde houding en manieren +en zijne zeer diplomatieke wijze van spreken maakten echter op mij +geen gunstigen indruk. Ik vernam later, dat mijne vermoedens te dien +aanzien in geene deele ongegrond waren. + +Van de weinige dagen, die mij nog voor ons vertrek van Ahmedabad +overschoten, maakte ik gebruik om de omstreken te bezoeken, die +niet alleen heerlijk schoon zijn, maar ook rijk aan historische +herinneringen. Een mijner eerste uitstapjes bracht mij naar Sirkhej, +de aloude zomerresidentie van Sultan Ahmed, acht mijlen (kilometers) +van de stad verwijderd. Te vier uur in den morgen van onze bungalow +vertrokken, bereikten wij, bij het opgaan der zon, de oevers van de +Soebermoetti, het bevallige riviertje, dat de wallen van Ahmedabad +bespoelt. Onze bedienden hadden, met het weinige dat wij verder mede +namen, plaats genomen op een kleinen wagen door een os getrokken, +die de rivier zou doorwaden. Het water was laag, maar de stroom +was nog zoo sterk, dat ik inderdaad vreesde dat de wagen zou worden +medegevoerd. Toen ik met mijn paard gelukkig de overzijde bereikt +had, bleef ik een poos het prachtige landschap gadeslaan, waaraan +de indische wintermorgen, nieuwe bekoorlijkheid bijzette. De rivier +schitterde en fonkelde in het rijzende licht; gansche zwermen van +watervogels vlogen, zwevende, rijzende en dalende, over de kalme +oppervlakte; aan den anderen oever teekende zich, schemerachtig, half +in een wazigen, blauwachtigen nevel gehuld, de lange lijn der wallen +en vestingwerken. De lucht was, ondanks de zon, frisch en koel, en +verkwikte en versterkte mij. Niets bijna is met deze wintermorgen in +Indië te vergelijken: hij is even heerlijk als een lentedag in Europa; +maar de eigenaardige, grootsche pracht dezer door de natuur zoo rijk +begunstigde streken geeft aan alles eon onuitsprekelijk karakter van +schoonheid en verhevenheid. + +Nadat onze wagen veilig op den oever was geraakt, zetten wij onze +paarden in galop en sloegen den weg naar Sirkhej in. Wij volgden een +zandpad, nu en dan met gras begroeid, en ter wijderzijde omzoomd +door hooge cactussen, door dwerg-vijgeboomen, geheel behangen en +omwikkeld met convolvulussen en andere bloeiende lianen. Honderde +fraaie, zilvergrijze tortelduiven vlogen bij onze nadering weg, +en lieten dat eigenaardig geluid hooren, dat op een kort afgebroken +lach gelijkt; schitterend gekleurde papegaaien vervulden de lucht +met hunne schelle kreten, en overstemden bijna geheel het liefelijk +gekweel der oostersche nachtegalen, dat ons uit de naburige boschjes +tegenklonk. Eeuwenheugende reusachtige boomen spreidden hier en +daar hunne breede armen beschermend uit over de in hunne schaduw +wegduikende spitse koepels der witte grafmonumenten: liefelijkheid +en statige ernst waren in dit landschap op het schoonste vereenigd. + +Na een rit van een goed half uur bereikten wij eene tamelijk eentonige, +maar welbebouwde vlakte, op eenigen afstand door de heuvelen van +Sirkhej, op wier toppen zich de lijnen der monumenten tegen den +helderen achtergrond afteekenen, begrensd. Vroeger nam de Soebermoetti +haar loop langs den voet dezer heuvelen; hare uitgedroogde bedding, +met fijn los zand gevuld, was nu een rijweg, waardoor onze paarden met +moeite voortzwoegden. Aan den rand dezer bedding verheffen zich twee +hooge torens, waarvan het onderste gedeelte zeer veel door het water +geleden heeft, en die vroeger den hoofdingang vormden der vorstelijke +residentie. De weg is hier nog met groote zerken geplaveid, en boven +het hoofd van den bezoeker zweven dreigend stukken van half vernielde +gewelven. + +Wij begaven ons naar de moskee, het eenige nog bewoonbare gedeelte van +het voormalige paleis. De zware deur was gesloten; ik steeg van mijn +paard, en deed herhaalde malen den zwaren ijzeren klopper nedervallen, +die nog zijne oude plaats behouden had. Eene diepe, ongestoorde stilte +heerschte in het ronde; ettelijke duiven, door het gerucht dat wij +maakten verschrikt, vlogen in wijde kringen boven onze hoofden heen en +weder. Na verloop van eenige minuten hoorde ik grendels wegschuiven, +en spoedig daarop werd de deur geopend door een klein oud manneke, +met een langen witten baard en een wonderlijk voorkomen. Hem was de +bewaking van het heiligdom toevertrouwd; hij ontving ons met groote +vriendelijkheid. + +Wij traden op een ruim, geplaveid binnenplein, door portieken en +galerijen omgeven, en waarop zich in het midden een zwaar gebouw +verhief, met een vergulden koepel gekroond. Daar rusten, in eene +reliekkast van massief zilver, de overblijfselen van Sheik Ahmed +Gunj Boekeh, den biechtvader van Sultan Ahmed, en den hooggeëerden +beschermheilige van Sirkhej. Zijn graf is eene zeer druk bezochte +bedevaartsplaats voor al de Muzelmannen uit den omtrek; en twee malen +in het jaar is deze ruime binnenplaats opgevuld met pelgrims. Voor +dit monument staat eene kiosk, wier zestien slanke kolommen negen +koepels dragen: zeker een der fraaiste en sierlijkste gebouwen in +den eigenaardigen indo-muzelmanschen stijl. + +Aan de linkerzijde van de binnenplaats geeft eene fraaie portiek +den toegang naar de graven der Ranis of koninginnen: ruime kamers, +wier gewelven door zware pilaren worden getorscht; de wit marmeren +graftomben staan in afzonderlijke kapellen, die door sierlijk bewerkte +steenen balustraden zijn afgesloten. De aanblik dezer ruime luchtige +vertrekken is inderdaad schoon en indrukwekkend; maar evenals +bij alle mohammedaansche graven, treft u ook hier de volstrekte +afwezigheid van iedere ernstige, tot droefheid of weemoed stemmende +gedachte. Groote vensters, met balkons versierd, laten het licht +vrijelijk binnenstroomen, en gunnen u tegelijk een blik op den schoonen +vijver, die zich aan den voet der moskee uitstrekt. Een breede trap, +die naar den vijver afdaalt, scheidt deze vertrekken van eene andere +reeks nog grooter en fraaier zalen, waar zich de tomben van een aantal +sultans bevinden, onder anderen van den beroemden Mahmoed Begarha.--De +andere zijde van de binnenplaats wordt geheel ingenomen door eene +groote moskee, die, naar men zegt, getrouw naar de beroemde moskee +van Mekka gevolgd is. Ik heb deze laatste nooit gezien, maar betwijfel +het toch zeer of er werkelijk veel overeenkomst bestaat tusschen het +groote arabische heiligdom en dit monument in indischen stijl. + +De vijver, die tegenwoordig droog ligt, beslaat eene oppervlakte van +bijna eene mijl in het vierkant; ten tijde van Ahmed was deze vijver +een der wonderen van Indië. De eene zijde wordt geheel ingenomen door +de moskee en de daaraan grenzende gebouwen; aan de drie andere zijden +rijzen reusachtige trappen omhoog, weleer door prachtige paleizen +gekroond. Twee daarvan zijn nog in wezen: het paleis van Ahmed en +de harem. De hooge, met zuilenrij en en beeldwerk versierde gevels +schenken aan deze gebouwen een karakter van grootschheid, dat men in +de latere muzelmansche bouwgewrochten in Hindostan maar al te zeer +mist. Uit deze paleizen voerden onderaardsche tunnels naar den oever +van den grooten vijver. Aan een der hoeken is nog eene monumentale +sluis, waardoor het water van de Soebermoetti in het wijde bekken +gevoerd werd. + +Ons tweede bezoek gold het grafmonument van Shâh Alloem, op twee +mijlen afstands van Ahmedabad, te midden van eene menigte tomben, +moskeeën, paleizen en tuinen. Het mausoleum zelf is met een hoogen +koepel gekroond, en bevat verschillende zalen; in eene daarvan staat +de porfieren graftombe van Shâh Alloem. Deze zaal is met inlegwerk van +parelmoer versierd; kleine openingen, met fijn gebeeldhouwd steenen +lofwerk gesloten, laten slechts een schemerachtig licht doordringen, +dat eene fantastische uitwerking doet. De aangrenzende groote moskee, +een langwerpig op zuilen rustend gebouw, verrijst op een hoog terras; +vanwaar men een prachtig vergezicht heeft. De beide minarets zijn +nog ongeschonden in wezen. + +De omstreken van Ahmedabad zijn zoo rijk aan merkwaardigheden van +allerlei aard, dat het wel niet anders kan, of men gaat hier bijna +achteloos monumenten voorbij, die elders onmiddellijk uwe aandacht +trekken en uwe bewondering opwekken zouden. Datzelfde is het geval +te Delhi; maar daar hebben onderscheidene machtige volksstammen +en doorluchtige vorstengeslachten de sporen hunner heerschappij +en grootheid nagelaten; hier dagteekenen al deze kunstgewrochten en +verbazende scheppingen uit de betrekkelijk korte periode der regeering +van enkele vorsten in de vijftiende eeuw. + +De engelsche stad ligt te Ahmedabad op ongeveer vier mijlen afstands +van de indische, waarmede zij door prachtige dreven en lanen van hoog +geboomte verbonden is. Zij ligt in eene ruime vlakte, en bestaat, +behalve uit de kazernen en andere militaire inrichtingen, uit een +zeker aantal bevallige villa's, te midden van sierlijke tuinen +gelegen, en door ongeveer een honderdtal Europeanen, beambten der +kroon, bewoond. In de onmiddellijke nabijheid staat het paleis van +Shahi-Baugh, in 1625 gebouwd, op last van den onderkoning Sultan +Kurrum, die er zijne residentie wilde vestigen. Hij zette evenwel +nooit een voet in het paleis, omdat de groote poort in de buitenste +omwalling niet hoog genoeg was om den olifant door te laten, waarop +de prins gewoonlijk reed. Nog vóór dit gebrek kon worden verholpen, +werd de onderkoning, door den dood van zijn vader, geroepen om den +keizerlijken troon te Delhi te bestijgen, dien hij, onder den naam +van Shâh-Jehan, gedurende vele jaren, met roem bekleeden zou. + +Eindelijk had ik, na lang bieden en loven, eene overeenkomst gesloten +met een kameeldrijver, die mij, voor honderd-tachtig roepyen, twee +dromedarissen en zeven kameelen zou bezorgen om de reis naar Oodipoor +te ondernemen. Ik voorzag mij van eene kleine, zeer lichte tent, +en verder van de noodige bedden, keukengereedschap en andere zaken, +waaraan ik behoefte zou hebben. Wij togen nu toch naar een land, waar +nog logementen noch bungalows zijn te vinden, en waar ik begreep, +dat wij minstens een jaar zouden moeten toeven. + + + +II. + + +Op den bepaalden dag, den 19den December, stonden de kameelen op de +binnenplaats van de bungalow, gereed om hunne lading te ontvangen. De +twee dromedarissen, die wij berijden zouden, waren prachtig opgetuigd +met zijden dekkleeden en kwasten in overvloed; maar al deze pracht +zou verdwijnen, zoodra wij eenmaal op weg waren. Onze karavaan +bestond verder uit onze vier bedienden, twee samwâllahs en zeven +kameeldrijvers; al deze lieden waren met sabels en geweren gewapend, +en hielden zich waarschijnlijk overtuigd, dat zij zich binnen kort +ook van die wapenen zouden moeten bedienen. Ik riep ze allen bijeen en +hield eene korte toespraak, waarbij ik hun de verzekering gaf, dat het +land, hetwelk wij gingen doortrekken, overal veilig was; en dat wij +bovendien, daar wij goed gewapend waren, niets van de Bhîls hadden +te vreezen. Ik droeg aan een hunner het bevel over de karavaan op, +en gaf hem den last, in het dorp Raypoer, op vier-en-twintig mijlen +afstands van Ahmedabad te overnachten en onze komst af te wachten. Wij +waren overeengekomen eerst den volgenden morgen te vertrekken. + +Dien morgen werd ik reeds te vier uur door den samwallah gewekt; ik +wekte op mijn beurt mijn reismakker, en binnen weinige minuten waren +wij gereed. Ik wierp nog eenige kleeden op den zadel, en nam daarop +de achterste zitplaats in; mijn geleider zette zich vóór mij, en de +dromedaris sprong eensklaps overeind. Het zadel der dromedarissen +of rijkameelen is dubbel, of liever voor twee personen ingericht, +die vlak achter elkander plaats nemen. De achterste plaats is juist +niet de beste; maar ik had die uitgekozen, omdat ik nog niet gewoon +was aan de eigenaardige beweging van den kameel, en het dus nog niet +durfde ondernemen, zelf het dier te mennen. Het duurde wel een half +uur eer ik mijn evenwicht gevonden had: ik werd zoo geweldig heen en +weder geslingerd, dat ik stellig gevallen zou zijn, indien ik mij niet +stevig aan mijn voorman vastgehouden had. Ik weet deze beweging niet +beter te vergelijken dan met die van een schip op eene woelige zee; +het gevoel dat zij, bij iemand die daaraan niet gewoon is, opwekt, +heeft dan ook inderdaad veel van zeeziekte. Gelukkig went men er +zich vrij spoedig aan: na verloop van een groot half uur, voelde +ik mij ten minste genoeg op mijn gemak om eenige aandacht over te +hebben voor den weg, waarlangs wij voorttogen. Ahmedabad lag reeds +op verren afstand achter ons; het rijzende morgenlicht vertoonde ons +eene onafzienbare vlakte, hier en daar afgebroken door boomgroepen +en bosschages, waarin de dorpen wegscholen. + +Tegen zes uur in den morgen kwamen wij te Raypoer; onze tent was +reeds opgeslagen onder een grooten boom, aan den oever eener rivier, +en op een geweerschot afstands van het dorp. Onder een anderen boom +lag onze bagage; daar was ook de keuken en het verblijf van onze +bedienden; sabels en geweren, aan de takken opgehangen, gaven aan +dat gedeelte van het kamp een zeker krijgshaftig voorkomen. Het was, +vooral op dezen prachtigen morgen, een schilderachtig tafereel, dat ik +met te meer genoegen beschouwde, omdat het voor mij een teeken was, +dat nu eerst mijne eigenlijke reis begon. Tot dusver had ik bekende, +platgetreden wegen gevolgd, landen doorkruist, waar de beschaafde +europeesche invloed zich, in meer dan één opzicht, reeds krachtig had +doen gelden, en waaromtrent ik mij van te voren volkomen had kunnen +inlichten; nu stond ik aan de grenzen van het onbekende. Wat zou ik +in de landen der Radsjpoeten vinden: eene welwillende ontvangst of +een vijandige stemming? eene wildernis of een paradijs? Ik bracht +den dag door met het bezoeken van het dorp, het schieten van eenige +hazen en pauwen, en kon mij des avonds vermeien met het belangwekkend +tooneel van de tehuiskomst der kudden: twee- of drieduizend buffels +en ossen kwamen in galop aanrennen, en spoedden zich naar de rivier +om hun dorst te lesschen. + +Twee uur na middernacht verlieten wij Raypoer, doorwaadden de rivier, +en bevonden ons nu weder op het grondgebied van den Guikowar. De +nacht is zeer donker, maar het land is volkomen vlak; onze kameelen +gaan rustig en onvermoeid voort; de dorpen liggen allen op zekeren +afstand van den weg; ter nauwernood ontmoeten wij eene enkele woning, +tot wij te vier uur het stadje Deagaum bereiken. Aan de poort dezer +stad worden wij staande gehouden door eenige _sowars_, die ons naar +de plaats onzer bestemming vragen; en, na bekomen inlichting, ons +eenige _bohimias_ verschaffen, die ons naar het naaste dorp brengen +moesten. Deze bohimias zijn lieden van geringen stand, die verplicht +zijn, tegen een zeer matige vergoeding, de reizigers van het eene +dorp naar het andere te geleiden. De overheid van het dorp beloont +hen voor die dienst, door hun het verblijf in het dorp te vergunnen +en hun eenige stukken bouwland af te staan. Daar er in dit land +geen gebaande wegen zijn, zou de reiziger groot gevaar loopen in de +onafzienbare velden te verdwalen, indien deze gidsen hem niet te recht +hielpen. Intusschen hebben deze arme lieden een tamelijk zware taak +te vervullen; te ieder uur van den dag en den nacht moeten zij gereed +staan, om eenige mijlen ver de karavanen te geleiden, waarvoor zij +ongeveer een stuiver per _kôss_--twee engelsche mijlen--ontvangen; +ook is het niet zeldzaam dat zij gedwongen worden tot een volgend +station mede te gaan, of wel zonder belooning worden weggezonden. + +Dien dag en ook nog den volgenden liep onze weg nog steeds door +de eindelooze vlakten, die wij sedert ons vertrek van Baroda niet +verlaten hebben. Wel hadden wij in de verte enkele naakte en lage +heuvelreeksen gezien, als het ware de eerste voorloopers van het +Doenghêr-gebergte, waarachter het land Bâghoer, het land der Bhîls, +ligt: eene wilde, bergachtige streek, die de hooge vlakte van Malwa +van Goezerate scheidt, en ten zuidoosten aan het uitgestrekte gebied +der Radsjpoeten grenst;--maar toch verraste ons, in den vroegen +morgen van den 23sten December, het gezicht van een dorp, waarvan +de hutten schilderachtig lagen verspreid langs de helling van een +bevalligen heuvel van witachtigen zandsteen. Het landschap nam nu +eensklaps een geheel ander karakter aan. Aan de andere zijde van het +dorp stroomde eene kleine rivier, door groote boomen overschaduwd, +en omzoomd door bloeiend heidekruid; de heldere wateren murmelden +en ruischten tusschen en over rotsen en steenblokken, en verdeelden +zich in tallooze aderen en kanalen, die de aangrenzende velden +bevochtigen en vruchtbaar maken. Dit liefelijke, bijna zwitsersche +landschap maakt dan eensklaps plaats voor een statig indrukwekkend +woud, aan welks uiteinde zich een prachtig meer voor onze blikken +uitbreidt. Wat heerlijke aanblik, die wijde watervlakte, bezaaid met +bloeiende lotusplanten, waartusschen gansche scharen van watervogels +zwemmen en dartelen; en omzoomd door een donkeren gordel van bananen +en andere reusachtige tropische boomen en gewassen. Nergens is een +enkel spoor van menschelijk verblijf of werkzaamheid te ontdekken; +in ongestoorde zekerheid genieten de bewoners van dit schilderachtige +meer den heerlijken frisschen morgen. Op een der kleine lage eilandjes +staan gansche rijen van rooskleurige flamingo's, bijna onbewegelijk, +op den uitkijk; zwermen van wilde ganzen en schitterend gekleurde +eenden doorkruisen in alle richtingen de diepe, kalme wateren; reigers, +_karkhoundj_ en vele andere vogels van hunne soort staan, in kalme +rust, op de half overstroomde wortels der boomen langs den oever; +kleinere, purper en blauw gekleurde watersnippen springen en huppelen +over de breede lotusbladen: een tafereel vol leven, vol beweging, +en toch zoo kalm, zoo vredig, zoo onuitsprekelijk rustig. Zonder veel +opschudding te maken, gaan wij langs den dichtbelommerden oever voort; +tusschen de bloemrijke hagen, die tot boven onze hoofden opschieten, +openen zich bekoorlijke wegen, welke naar den _mekkâm_ voeren. + +De mekkâm, de voor het kamp aangewezen plaats, is doorgaans een +boomrijke plek nabij het dorp, waarvan de grond zorgvuldig geëffend +is. Deze plek wordt voor de reizigers beschikbaar gehouden; men vindt +er een waterput en somwijlen een kleinen tempel, zoodat de pelgrim +daar alles aantreft, wat hij noodig heeft: water, schaduw en een +bedehuis. De mekkâm van Tintouï, waar wij ons nu bevinden, is zeer +schoon: groote mangoboomen, nims en bananen omringen een open perk, +met frisch en mollig gras bedekt, waarop ik mijne tent laat opslaan; +op korten afstand vertoont zich het dorp, schilderachtig op eene +hoogte gelegen, juist aan den ingang der steile en donkere bergpassen, +waarvan de blauwachtige toppen en rotswanden zich aan den horizon +verheffen; een fort met zware gekanteelde muren beheerscht de geheele +omliggende vlakte. + +Tintouï, dat zijn gewicht vooral dankt aan zijne ligging aan den ingang +der passen van het Dounghêr-gebergte, behoort nog aan den Guikowar, +en vormt aan deze zijde de uiterste grens van zijne staten; maar dit +aanzienlijke vlek is tevens de residentie van een radsjpoeten baron +of thakoer, die wel in naam de heerschappij van den koning van Baroda +erkent, maar inderdaad onafhankelijk en de wezenlijke beheerscher +des lands is. Deze thakoers bekleeden hier dezelfde plaats en spelen +dezelfde rol, als onze feodale heeren en baronnen in de middeleeuwen: +zij bezitten in hunne domeinen het hooge en lage rechtsgebied, en zijn +aan den landsheer doorgaans niets anders verschuldigd dan eene zekere +schatting, of de levering van een zeker aantal gewapenden. Voor het +overige zijn zij bijna geheel onafhankelijk, en bezoeken slechts nu en +dan de hoofdstad, om den souverein hunne hulde te brengen. Trotsch, +aanmatigend en twistziek, liggen zij voortdurend met hunne naburen +overhoop, en ontzien zich ook niet, de karavanen, die hun gebied +doortrekken, te plunderen. Wel heeft de britsche regeering, althans +voor het uiterlijke, aan deze rooverijen paal en perk gesteld; maar, +in het wezen der zaak, heeft de gewelddadige plundering plaats gemaakt +voor eene meer georganiseerde afzetterij. In stede van de karavanen +te overvallen en uit te schudden, beschermt de thakoer ze veeleer: +slechts laat hij zich voor deze bescherming behoorlijk betalen. Zoodra +de karavaan het gebied van een dezer heeren betreedt, moet zij eene +schatting van zooveel percent van de waarde harer koopmansgoederen +voldoen; daarvoor koopt zij zich dan den vrijen en veiligen doortocht +door de bergpassen; vertrouwt zij daarentegen op hare eigene kracht, +en weigert zij de verlangde schatting, dan kan zij er zeker van +zijn door de stammen van het gebergte te worden uitgeplunderd. De +thakoer ontvangt, in zijne hoedanigheid van magistraat en rechter, +de klachten der mishandelde kooplieden, hoort ze geduldig aan, +houdt er aanteekening van, en roept al zijne manschappen onder de +wapenen: maar alle nasporingen leiden tot niets; de soldaten keeren +terug zonder de roovers te hebben gevonden, en de thakoer brengt den +kooplieden onder het oog, hoe dwaas zij gehandeld hebben door zijne +bescherming af te wijzen. + +Bij mijne aankomst te Tintouï, werd ik door de lijfwacht van den +thakoer ontvangen, die mij zijne groeten liet overbrengen en zijn +bezoek aankondigen; maar, daar ik gaarne het kasteel wilde bezichtigen, +verzocht ik hun, mij tot hun heer te geleiden. Eene zeer steile, met +groote zerken geplaveide helling, waarop de paarden telkens uitglijden, +brengt ons naar de poort van het slot, die door kleine torens en eene +omrastering van met ijzer beslagen palen wordt verdedigd. Het inwendige +van het kasteel vertoont eene zoo treffende gelijkenis met onze feodale +burchten uit de twaalfde en dertiende eeuw, dat ieder, die een dezer +slotruïnen gezien heeft, zich ook van deze indische vesting eene +duidelijke voorstelling maken kan. Het is eene wonderlijke, schijnbaar +ordelooze samenvoeging van torens, bolwerken, gebouwen, terrassen, die +zich stout en dreigend boven het diepe dal verheft, waarin de nederige +huizen van Tintouï staan verspreid. De thakoer, een Radsjpoet, met een +echt aristokratisch voorkomen en een sneeuwwitten baard, ontvangt mij +met groote hoffelijkheid, en vraagt mij naar het doel mijner reize: +op het hooren van den naam van zijn souverein, buigt hij eerbiedig +het hoofd, en zegt dat aangezien ik de vriend ben van zijn heer, +den machtigen Guikowar, hij mijn slaaf is, en dat zijn persoon, zijne +lieden en zijn land te mijner beschikking staan. Ik bepaal er mij toe, +zijne bescherming te vragen voor mijnen tocht door de bergpassen, +met verzoek eenige ruiters, als gewapend geleide, aan mijne karavaan +toe te voegen. Daarop deelde hij mij allerlei bijzonderheden mede +omtrent de Bhîls, hunne gewoonten en levenswijze, waarbij hij zich +zeer beklaagde over de herhaalde strooptochten dier stammen, waardoor +de karavanen van het bezoeken van zijn land werden afgeschrikt. + +Eenige uren later kwam de baron mijn een officieel tegenbezoek in +mijne tent brengen; hij was door een troep ruiters vergezeld, die +er, in hunne bijkans middeleeuwsche kostumen, allerschilderachtigst +uitzien. De oude thakoer vertoont in zijne houding en manieren +al de waardigheid, die aan zijn rang past; alles wat hij spreekt, +draagt den stempel van die fijne en nauwlettende wellevendheid, die +hem doet kennen als een der heeren van het hof van Oudeypoor, dat +als een voorbeeld van goeden toon en manieren door gansch Hindostan +beroemd is. Bij het afscheid omhelsde hij mij zeer hartelijk, met de +verklaring dat hij aan niemand de eer zou afstaan, mijne karavaan +tot aan de grenzen te geleiden, indien zijn hooge leeftijd hem dit +niet belette. Zijn zoon en drie ruiters zullen zich bij ons voegen; +nog dienzelfden avond wordt hunne tent nevens de onze opgeslagen. + +Maar eer wij verder gaan, moet ik mijn lezers het een en ander +mededeelen omtrent de Bhîls, wier naam ik reeds meermalen heb genoemd, +en wier land ik thans had betreden. + +De Bhîls behooren tot een der merkwaardige stammen der oorspronkelijke +bevolking van Indië, die vroeger in de uitgestrekte gewesten, thans +onder de namen van Malwa en Radsjpoetana bekend, was gevestigd. Door +de arische volksverhuizing uit het hoogland van centraal Azië, uit +hunne woonplaats verdrongen, trokken zij zich in het gebergte terug, +en schijnen langzamerhand tot dien staat van verval en barbaarschheid +verzonken te zijn, waarin wij hen thans aantreffen. In hunne +overleveringen en legenden leven nog enkele herinneringen aan den +ver vervlogen tijd, toen zij als oppermachtige gebieders in de vlakte +heerschten; een hunner aloude volkszangen verhaalt den oorsprong van +den diepgewortelden haat, die tusschen hen en de Brahmanen bestaat. + +Op zekeren dag, zoo luidt deze sage, dwaalde de god Mahadeo, van +vermoeidheid en honger uitgeput, door het woud, toen eene jonge, +schoone vrouw zich over hem ontfermde, en hem in hare woning opnam. Hij +verhief haar tot zijne echtgenoote, en verwekte een aantal kinderen +bij haar. Een daarvan, een zwarte, zeer leelijke knaap, van zeldzame +spierkracht, doodde Nandi, den gewijden stier van den god. Tot straf +voor dit misdrijf werd hij vervloekt en naar de wouden verbannen; hij +ontving den naam van Nishada of Bhîl, dat wil zeggen, de banneling, +de vogelvrijverklaarde.--Uit deze legende schijnt te blijken, +dat dit volk zich niet, als de andere Soedras, aan de heerschappij +der Brahmanen heeft willen onderwerpen, en daarom door hen van eene +misdaad beschuldigd werd, die in het oog van iederen rechtgeloovigen +Hindoe een onvergeeflijke gruwel is, van namelijk den heiligen os te +hebben gedood: eene misdaad, waarop zij nog schijnen roem te dragen. + +Ongetwijfeld hebben zij eenmaal zekere mate van macht en invloed +bezeten; en dat deze niet gering kan geweest zijn, blijkt wel uit het +feit, dat nog heden ten dage, bij de plechtige kroning der koningen +van Mewar, een der Radsjpoeten-staten, de teekenen der koninklijke +waardigheid door een Bhîl aan den nieuwen souverein worden ter +hand gesteld. Ook leeft nog in het volk een soort van godsdienstige +vereering voor de bouwvallen van sommige steden, wier puinen blijkbaar +van eene overoude beschaving getuigen. Eeuwen lang als wilde dieren +vervolgd en geplaagd, wreekten zij zich door schrikkelijke moord- +en plundertochten; en de naam van roovers van Mahadeo, dien zij zich +zelf gaven, werd in den ganschen omtrek geducht. In hunne bijkans +ontoegankelijke gebergten verscholen, wisten zij iederen vijandelijken +aanval af te slaan, en hunne onafhankelijkheid te bewaren. Zij zijn +in stammen of clans verdeeld, die ieder hun eigen opperhoofd hebben, +wien zijne onderhoorigen onbepaald gehoorzamen, en die bij hunne +strooptochten het bevel voert. Hunne dorpen of pâls zijn, evenals onze +middeleeuwsche burgten, altijd op hoogten gebouwd; iedere woning is +op zich zelf eene kleine vesting, waarvan de zware steenen muren een +dak van pannen of riet dragen. Het dorp is omgeven door eene hooge +en stevige omrastering van doornige struiken en dooreengevlochten +cactussen; in tijd van nood, worden de kudden door de vrouwen en +kinderen in de rotskloven en spelonken gedreven, en trekken de mannen +zich achter die sterke omwallingen terug, vanwaar zij hunne vijanden +kunnen gadeslaan en hunne pijlen afschieten. De indeeling in kasten is +bij hen onbekend; de jongelingen kiezen hunne bruiden uit een anderen +stam. De huwelijksplechtigheid is zoo eenvoudig mogelijk. Op zekeren +bepaalden dag komen de huwbare jongelingen en jonge dochters te zamen; +iedere jonkman kiest zich een meisje uit, en trekt zich met haar +voor eenige dagen in het woud terug, waarna het huwelijk als wettig +gesloten wordt beschouwd. Ook hunne godsdienst is hoogst eenvoudig: +hunne vereering geldt voornamelijk de elementen en de demonen, die +ziekten verwekken; de tempel bestaat uit een hoop steenen, met oker +besmeerd, of wel uit een ruw behouwen groote zerk. Echter koesteren +zij een bijzonderen eerbied voor den reusachtigen _mhowah_, dien boom, +die hun brood, brandhout en een bedwelmende drank levert; aan zijne +takken hangen zij bij voorkeur ijzeren gereedschappen op. Zij voeden +zich bijkans met alles wat hun voor de hand komt, en eten ook onreine +dieren, zoo als ratten en slangen. + +De Bhîls zijn doorgaans van middelbare gestalte, en, hoewel minder +sierlijk, echter veel krachtiger gebouwd dan de Hindoes. Hunne +gelaatstrekken zijn grof; hun platte neus en uitstekende wangbeenderen +zijn alles behalve fraai; hunne zwarte haren hangen in wilde wanorde +langs hun gelaat, alleen door een koord om de slapen eenigszins +saamgehouden. Zij gaan bijna geheel naakt, en hebben in den regel +geen ander gewaad dan een soort van _langoeti_ of schort, van twee +of drie vingers breed, dat om de heupen gewonden wordt. De vrouwen +zijn slanker van gestalte en lichter van kleur; haar gang is niet +zonder waardigheid; zij dragen een soort van rok, die om de heupen +gebonden en met een der uiteinden over de schouders geworpen wordt, +zoodat de helft der borst bloot blijft. Aan armen en been en dragen zij +eene menigte koperen ringen. De Bhîls gaan nooit uit, zonder bogen en +pijlen mede te nemen; zij weten deze wapenen met groote behendigheid +te gebruiken, en gaan er zelfs mede op de tijgerjacht. Jacht en +vischvangst zijn hunne geliefkoosde bezigheden; zij tijgen in groote +gezelschappen ter jacht; en vergiftigen de kreken met cactussap, +om alzoo de visschen te kunnen vangen. + +Hoewel zeer moedig, zijn zij tevens zeer bedachtzaam, en zullen +nooit een vijand aantasten, indien zij niet zeker zijn van de +overwinning. Toch is het vechten hun een ware behoefte; en wanneer +zij geen vijand te bestrijden hebben, dagen zij een naburigen clan +uit, en leveren elkander onderling moorddadige gevechten. Maar +zoodra een algemeen gevaar dreigt, worden deze onderlinge twisten +vergeten, en vereenigen zich de stammen tot den strijd tegen den +gemeenschappelijken vijand. Dan weergalmt door alle dalen de _kisri_ +of snijdende oorlogskreet, die van pâl tot pâl wordt herhaald; +en binnen weinige uren zijn honderde krijgsvaardige mannen op een +enkel punt vereenigd en tot den tocht gereed. De Bhîls verstaan +ook voortreffelijk de kunst, om het geluid van hyena's, jakhalzen +en nachtvogels na te bootsen, en geven daardoor elkander teekenen, +zonder den argwaan der reizigers op te wekken. + +Met al hunne gebreken, hebben de Bhîls twee deugden, die de eigenlijke +Hindoes missen: dankbaarheid jegens hunne weldoeners, en trouw aan +het eens gegeven woord. Van de eerste loffelijke eigenschap hebben +zij, tijdens den grooten opstand van 1857, een schitterend bewijs +gegeven, door niet alleen de Engelschen te beschermen, die door de +sipayers werden bedreigd, maar ook zelf tegen de opstandelingen te +gaan vechten. Zij zijn dan ook inderdaad veel aan de Engelschen +verschuldigd, die gedaan hebben wat zij konden om hen uit hun +ellendigen toestand op te heffen, en die in ieder geval een einde +hebben gemaakt aan de jaarlijksche strooptochten der Radsjpoeten, +waarbij de dorpen werden verbrand en de oogsten vernield. + +De stammen der Bhîls bewonen tegenwoordig de landstreek Baghoer, +een gedeelte van het Aravalli-gebergte en bijna het geheele +Windhya-gebergte. Men schat hun aantal op een à twee millioen; zij +maken dus nog een der groote indische volksstammen uit. In de dalen +van Mewar vindt men de kaste der zoogenaamde Bhilâlas, afstammelingen +van Bhîls en Radsjpoeten. Zij zijn vrij talrijk, maar missen de goede +eigenschappen van hunne stamouders. Ook bij hen bevestigt zich alzoo +de algemeene ervaring, dat uit zoodanige vermenging een lager en +minder begaafd ras ontspruit. + + + +Toen wij heden morgen van Tintouï zouden opbreken, geraakte onze +geheele karavaan in opschudding, en weigerde voor zonsopgang te +vertrekken. Het gerucht had zich verspreid, dat een zoogenoemde +_admikanewallah_, dat wil zeggen een tijger, die alleen menschen +verslindt, op den weg in hinderlaag lag. De Hindoes beweren namelijk, +dat wanneer een tijger eenmaal menschenbloed heeft geproefd, hij geen +andere prooi meer aanvalt. Nu verhaalde men dat zooeven een man door +zulk een admikanewallah verscheurd was. Het kostte den jongen thakoer +en mij groote moeite, onze manschappen te bewegen den tocht voort te +zetten: het was al erg genoeg, dat wij ons aan de aanvallen der Bhîls +blootstelden; ontmoetingen met tijgers waren hun in het geheel niet +naar den zin. Toch is onze karavaan thans sterk genoeg om voor geene +vijanden bevreesd te zijn: zij bestaat uit drie-en-twintig gewapende +mannen; wij zijn dus volkomen in staat om een geregelden veldslag te +leveren tegen wilden, die geen vuurwapenen bezitten. + +Boekthawoer-Singh, de jonge thakoer, rijdt nevens mij, en verhaalt +mij allerlei anekdotes betreffende de Bhîls. Ook vertelt hij van de +verwoestingen, die de gevreesde menschenetende tijger in den ganschen +omtrek aanricht; er gaat bijna geen dag voorbij, dat hij geen nieuw +slachtoffer velt; en hij is daarbij zoo slim, dat de jagers hem nog +nooit hebben kunnen bereiken. De Hindoes koesteren voor deze tijgers +eene bijna kinderachtige vrees, de europeesche jagers daarentegen, +die zulk een admikanewallah geschoten hebben, beweren dat het dier +bijna altijd krank en schurftig is: zij schrijven dit toe aan het eten +van menschenvleesch. Dat de admikanewallah zich hoofdzakelijk met +menschenvleesch voedt, wordt alzoo door beide partijen toegestemd; +maar terwijl de Hindoes daaraan eene buitengewone mate van wildheid +en bloeddorstigheid bij den tijger toeschrijven, houden de Europeanen +staande, dat dit voedsel het dier verzwakt en ziek maakt. Ik stel mij +de zaak aldus voor. Wanneer de tijger oud wordt, verliest hij veel +van zijne kracht en nog meer van zijne vlugheid; hij durft dan geen +buffel of afgedwaalden os aanvallen, omdat hij daarbij stellig het +onderspit zou delven; en herten of antilopen met een fikschen sprong +te bereiken, is hem onmogelijk geworden. Zoo is hij dan wel verplicht, +zich langs de wegen in hinderlaag te leggen, en uit te zien of een +zorgelooze wandelaar zich binnen zijn bereik waagt: geschiedt dit, +dan doet de honger hem de vrees overwinnen, die hij instinktmatig +voor den mensch gevoelt, en deze wordt maar al te licht zijn prooi. + +Even voorbij Tintouï versmallen zich de bergpassen, en weldra bevinden +wij ons in eene nauwe kloof, ter wederzijde door hooge zwartachtige +rotswanden ingesloten; de hellingen en de toppen der bergen zijn +met dicht bosch bedekt. Het is een grootsch, romantisch landschap, +vol wilde, aangrijpende schoonheid: reusachtige marmerblokken, hier en +daar over den grond verspreid, schitteren in het zonnelicht; schuimende +bergstroomen storten zich met klaterend geweld in de diepe kloven, +of zweven, als pluimen van stuivend zilver, van de steile hoogten +neder. De dorpen der Bhîls, als vestingen boven op de steilten +gebouwd, met een smallen zoom van bebouwd land aan hun voet, zien +er, met hunne stekelige muren van struiken en doornen, van verre als +reusachtige arendsnesten uit. Van tijd tot tijd wordt de gedaante van +een Bhîl op den top eener rots zichtbaar: dat zijn de schildwachten, +die moeten toezien wat er op den weg gebeurt; maar ons aantal en de +bescherming van den thakoer waarborgen ons tegen alle vijandelijkheden. + +De zon stond reeds hoog aan den hemel, toen wij den mekkâm van Sameyra +bereikten. Dit dorp behoort aan een thakoer, die vasal is van den +rajah van Dounghêrpoer; het ligt aan den ingang van eene kleine, +maar uiterst vruchtbare vallei. Ook hier beheerscht de burcht van +den thakoer den ganschen omtrek. Wij slaan hier ons leger op, om +den nacht door te brengen; voor wij ons ter rust begeven, worden de +vuren rondom het kamp aangestoken en de wachten verdubbeld: het is +goed dat de Bhîls weten, dat wij op onze hoede zijn. Den volgenden +morgen togen wij reeds vroeg op weg. Het landschap wordt al woester +en woester; groote, wild dooreengeworpen rotsblokken vullen de enge +dalen en laten slechts weinige smalle paden voor den doortocht over; +het is inderdaad opmerkelijk te zien, met hoeveel tact en geduld onze +zwaar beladen kameelen zich door deze wildernis een weg banen. De +gewapende ruiters en voetknechten vormen met mij de voorhoede; onze +kameelen, door hunne drijvers geleid, en een dertigtal reizigers, +die zich gaandeweg bij ons hebben aangesloten, maken den middentocht +uit; eenige ruiters, door mijn reismakker aangevuurd, sluiten als +achterhoede den trein. Wij hebben al deze voorzorgen genomen, omdat wij +nu de gevaarlijkste en slechtst befaamde streken moeten doortrekken; +de ruwe, geheel onafhankelijke inlanders ontzien geen enkele karavaan, +onder wiens bescherming zij ook moge staan. Na onderscheidene enge +bergpassen te zijn doorgetrokken, komen wij in eene vruchtbare vallei, +door prachtige bergen ingesloten, wier hellingen met ondoordringbare +bosschen zijn bedekt. Aan beide zijde vertoonen zich op de hoogten, +talrijke dorpen of pâls van de Bhîls. + +Nauwelijks hadden wij deze vallei betreden, of een onvoorzien toeval +dreigde onzen verderen tocht eensklaps te stuiten. Reeds sedert den +morgen van dezen dag hadden wij onderscheidene Bhîls ontmoet, die +kalm en zwijgend hun weg vervolgden, zonder den broederlijken groet +te beantwoorden, dien onze sowars hun toeriepen. Een dezer laatsten, +over deze onwellevendheid verontwaardigd, maakte nu van de gelegenheid +gebruik om een Bhîl, die geheel onverzeld was, aan te vallen, te +slaan en van zijn boog en pijlen te berooven. Deze aanranding, die +zoo ernstige gevolgen voor ons kon hebben, was geheel buiten mijne +voorkennis geschiedt; ook had ik, in gesprek met Boekthawoer verdiept, +er niets van gemerkt, tot dat de soldaat, die gehoord had dat ik gaarne +zulk wapentuig wilde bezitten, mij de veroverde boog en pijlen kwam +aanbieden. Ik begreep aanstonds welk gevaar ons bedreigde: nauwelijks +had ik den tijd gehad, eenige bevelen te geven, of daar weergalmde +reeds de wilde krijgskreet door de vallei, voortgedragen van heuvel +tot heuvel; uit alle pâls kwamen gewapende mannen te voorschijn, die +in snellen loop naar ons toekwamen. Eene onbeschrijfelijke verwarring +maakte zich toen van het gros onzer kleine karavaan meester: de vrouwen +begonnen te schreeuwen en te jammeren; de kooplieden stelden zich aan +als razenden; zelfs de kameelen droegen het hunne bij, om het gewoel +en getier te vergrooten. Onze soldaten hielden zich gelukkig beter: +bedaard laadden zij hunne geweren, staken de lonten aan en wachtten +mijne bevelen af. + +Toen de Bhîls zagen dat wij gereed waren hen te ontvangen, ontstond +er eenige aarzeling in hunne rangen, en gingen zij minder vastberaden +voort: onze karabijnen boezemden hun blijkbaar ontzag in; intusschen +was hun getal reeds merkelijk aangegroeid, en begonnen zij hunne pijlen +op ons af te schieten, maar op een te verren afstand om ons te kunnen +treffen. Enkelen slaagden er in, achter de struiken voortsluipende, +ons te naderen; zij schoten hunne pijlen af, en troffen een kameel, +die begon te steigeren en achteruit te slaan, hetgeen de verwarring +nog grooter maakte. Ik stond op het punt, bevel tot vuren te geven, +toen ik eensklaps een ouden radsjpoet ruiter van ons geleide van +Sameyra, in vollen galop naar een bosschage van hoog struikgewas, +in de nabijheid onzer kameelen, zag rennen. Weldra wendde hij zich +plotseling om, en wierp zich, met uitgetogen sabel, op een ouden Bhîl, +die in de struiken verscholen zat; in een oogwenk had hij hem gevangen +genomen, en de handen op den rug gebonden. Deze onverwachte daad had +eene verrassende uitwerking; woeste, woedende kreten weergalmden van +alle kanten; een hagelbui van pijlen daalde op ons neder, waarop de +karavaan met geweerschoten antwoordde. Wij vingen den terugtocht +aan, onzen gevangene medevoerende, die, zooals de oude sowar mij +verzekerde, het opperhoofd was van een der dorpen. Ik liet daarop +de Bhîls waarschuwen, dat zoo zij voortgingen ons aan te vallen, hun +opperhoofd onverwijld zou worden ter dood gebracht. De waarschuwing +werd met luid geschreeuw beantwoord: maar zij trokken zich niet terug. + +Ik liet den ouden Bhîl ontboeien, die mij daarop, in slecht +hindoestani, verhaalde, hoezeer de lieden van zijn stam verbaasd en +geërgerd waren over de beleediging, die wij hun hadden aangedaan; +zij meenden, dat zij door de Europeanen beschermd werden, en waren er +niet aan gewoon door hen mishandeld te worden. "Het is voor het eerst, +zeide hij, dat iemand de vermetelheid heeft, de Bhîls in hunne eigen +valleien te tergen en uit te dagen."--Hij verzocht, dat de geroofde +boog en pijlen zouden worden teruggegeven, en dat de schuldige soldaat +zou worden uitgeleverd: dan zouden wij ongehinderd onze reis kunnen +vervolgen. Ik gaf hem de verzekering dat het voorgevallene mij leed +deed, en bood hem aan den boog en de pijlen terug te geven, en den +sowar vergeving voor zijne aanranding te doen vragen. Blijkbaar +verlangde de oude wilde, dien man in zijne macht te hebben; maar +toen hij zag, dat ik dit standvastig weigerde, nam hij mijn voorstel +aan. Door twee soldaten begeleid, trad hij naar zijne stamgenooten +en maakte hen met de getroffen schikking bekend. De boog en de pijlen +werden teruggegeven; den gevangene echter hielden wij bij ons tot wij +de vallei verlaten hadden. Eer wij hem zijne vrijheid terug gaven, liet +ik hem een groot glas brandewijn inschenken, dat hij in een enkelen +teug ledigde. Met haastigen tred keerde hij naar zijne stamgenooten +terug, die ons zwijgend gevolgd waren, en begon nu onze lieden uit te +schelden, hun toevoegende dat zij hun behoud alleen te danken hadden +aan de tegenwoordigheid der sahibs (heeren); en dat zoo hij ooit +een hunner in de vallei mocht ontmoeten, de verdiende straf niet zou +uitblijven. Deze laatste bedreiging echter schenen de sowars, die toch +langs denzelfden weg moesten terugkeeren, zich niet erg aan te trekken. + +Wij sloegen dien avond ons kamp op nabij het vlek Bitsjoewara, in het +midden eener ruime vallei gelegen. De thakoer van Bitsjoewara komt +ons een bezoek brengen; waarschijnlijk heeft hij het noodig geacht, +vooraf de flesch aan te spreken: althans hij is erg dronken. Naar +het schijnt, is hij een harde meester voor zijne onderhoorigen, die +zich in zijne tegenwoordigheid bitter over hem beklagen; hij tracht +zich met den grootsten ernst en echte dronkemansgemoedelijkheid, te +verdedigen, en de beschuldigingen, die tegen hem ingebracht worden, +te wederleggen. Waarschijnlijk ziet hij ons voor agenten van het +engelsche gouvernement aan, die hem rekenschap komen vragen van zijn +gedrag. Daar ik het een en ander noodig heb, dat in het dorp niet te +krijgen is, kom ik met den thakoer overeen, dat hij mij acht kippen en +vier dozijn eieren zal bezorgen, voor een flesch engelsche rum. Een +uur later verschijnt hij, waggelende en zwaaiende, op den top des +heuvels gevolgd door zijne bedienden: hij draagt zelf de kippen, +die hij met veel beweging en allerlei buigingen en gebaren, voor +mij op den grond legt; daarop vertrekt hij, zoogoed als het gaat, +met zijne flesch in de hand. Een beklagelijk schouwspel, dat hier +echter gelukkig zeer zeldzaam voorkomt. Gedurende den ganschen tijd van +mijn verblijf in Hindostan heb ik nimmer een man van deftigen stand, +vooral nooit een Radsjpoet, in zulk een ellendigen toestand gezien, +als waarin deze thakoet van Bitsjoewara verkeerde. + +Na een dag oponthoud in eene nette bungalow van het engelsche station +Kheirwara, zetten wij onzen tocht naar Oudeypoor voort. De sowars van +Sameyra en Tintouï hebben ons hier verlaten, en zijn vervangen geworden +door vijf ruiters van het contingent ven Oudeypoor, die de kommandant +van het garnizoen van Kheirwara ter onzer beschikking had gesteld. Een +paar mijlen voorbij het station voert onze weg weder midden door de +bergpassen; de bergen dragen hier echter een gansch ander karakter: +de naakte, ruwe, verscheurde rotswanden stijgen tot eene aanmerkelijke +hoogte, en tusschen de verschillende bergreeksen strekken zich breede +valleien uit, door frissche waterstroomen besproeid. Wij hebben het +Vindhya-gebergte verlaten en bevinden ons nu in de Aravallis, die zich +dwars door Radsjpoetana tot aan Delhi uitstrekken. Deze bergketen is +nog zeer weinig bekend; zij bevat niet alleen een onuitputtelijken +rijkdom van kostbare marmersoorten, maar ook goud, zilver, koper, lood, +blik, rotskristal, granaat en andere edele steenen. Al deze schatten +liggen ongebruikt; de inlanders kunnen ze zelven niet exploiteeren, +en houden de toegangen tot hunne bergen zooveel mogelijk voor de +Europeanen gesloten. De hoogste toppen der Aravallis reiken tot ruim +drie duizend voet boven de zee. + +In den morgen van den 30sten December, na een vermoeiende nachtelijke +reis door het gebergte en door dichte wouden, bereikten wij de plaats +onzer bestemming: Oudeypoor, de hoofdstad van Mewar. + + + +III. + + +Wij hadden den laatsten heuvel bestegen; mijne bedienden sprongen van +vreugde; luide jubelkreten stegen uit de karavaan op: wij waren aan +het einde van den bezwaarlijken tocht. Ik hield stil, en beschouwde +in stomme bewondering het prachtige panorama, dat zich daar voor +mijne blikken ontrolde. Ik had mij bijna nooit zoo iets schoons +voorgesteld: eene tooververschijning uit de Duizend-en-een-Nacht scheen +plotseling voor mij te verrijzen. Op den voorgrond eene lange reeks van +vestingwerken, pagodes en paleizen, zich krachtig afteekenende tegen +een breeden gordel van bloeiende tuinen en donkergroene bosschages; +en daarachter en daarboven de stad, met haar fantastische weelde van +torens, naalden, spitsen, kiosken, rustende tegen de helling van een +hoogen heuvel, welks top gekroond wordt door een groot paleis van wit +marmer, schitterend uitkomend tegen den blauwachtigen achtergrond der +bergen. Geen pen, geen teekenstift of penseel, kan, naar waarheid, +het wonderschoone beeld wedergeven dezer stad, zoo te recht Oudeypoor, +de stad der rijzende zon, genaamd. + +Na eenige oogenblikken van bewonderende beschouwing, daalden +wij van den heuvel af en trokken naar de stad. Daar vroeg ik aan +eenige voorbijgangers den weg naar de woning van den resident, +die mij aanstonds gewezen werd. De residentie is een groot paleis +met koepels en ruime terrassen: het ligt op den top van een heuvel, +een à twee mijlen van de wallen verwijderd. Van een in scharlaken +roode liverei uitgedosten bediende vernam ik, tot mijn grooten spijt, +dat de engelsche resident nog niet van zijne officiëele rondreis was +teruggekeerd, en dat wij, gedurende zijne afwezigheid, nergens in +de stad een onderkomen zouden vinden. Ik wierp een wanhopigen blik +op den omtrek, maar zag niets dan steenachtige heuvelen, zonder een +enkelen boom, waaronder wij onze tent konden opslaan om beschutting +te vinden tegen de felle hitte des daags en de scherpe koude des +nachts. Juist kwam een _djemadar_, een chef van het dienstdoend +personeel, aansnellen, en bood mij een verblijf in een der gebouwen +van het paleis aan. Hoezeer tegen mijn zin, nam ik dit aanbod aan: mij +vast voornemende te vertrekken, zoodra ik eene geschikte gelegenheid +tot het opslaan van mijn kamp zou hebben gevonden. + +Den volgenden morgen was ons eerste werk, te paard een bezoek te +gaan afleggen bij Lutsjmun Rao, dewan of eerste minister van den +koning van Mewar, voor wien de engelsche kommandant van Kheirwara mij +een aanbevelingsbrief had medegegeven. Onze sowars hadden zich, als +gewapend geleide, bij ons aangesloten, en zoo trok onze kleine stoet +naar de naaste poort der stad. De hooge, zware, gekanteelde muren zijn +omgeven door een diepe, met stroomend water gevulde gracht; maar er +zijn geen aarden werken, en eenige kanonschoten zouden voldoende zijn +om in dien muur een geweldige bres te schieten. Van afstand tot afstand +verheffen zich zware vierkante bolwerken, waarop kanonnen zijn geplant. + +De kommandant der wacht aan de zware, goed versterkte poort, treedt +naar buiten, en vraagt waarheen wij gaan. Op het hooren van den naam +des ministers, laat hij ons door, en geeft ons zelfs een soldaat mede +om ons naar de woning van den dewan te geleiden. Wij bevinden ons nu +in eene nauwe, drukke, volkrijke straat, waar onze sowars ons met +groote vrijpostigheid een weg banen; de voorbijgangers staren ons +met verbaasde en nieuwsgierige blikken aan; naar het schijnt, zijn +zij niet gewoon andere Europeanen te zien, dan die tot het engelsche +gezantschap behooren. Alles is hier nieuw voor mij: de bouworde der +huizen, het voorkomen der inwoners, de gansche omgeving; aan alle +zijden verheffen zich tempels en prachtgebouwen te midden van krotten +en half in puin gestorte hutten: het geheel is niet alleen verrassend +en nieuw, maar ook in de hoogste mate schilderachtig. + +Wij stijgen af op de binnenplaats der woning van Lutsjmun Rao. De +minister ontvangt ons zeer wellevend; hij is echter een Brahmaan en +geen Radsjpoet; hij vraagt naar het doel onzer reis, en paait ons, met +onberispelijke beleefdheid, met die indische beloften en toezeggingen, +die tot niets verbinden. "Wij wenschen bij den Maha-Rana te worden +toegelaten"--"Zeker, zeker; het zal hem een groot genoegen zijn, +u te kunnen ontvangen";--maar ik kan onmogelijk te weten komen, hoe +en wanneer dit geschieden zal. Ik verzoek hem dringend, ons eenig +onderkomen in de stad te bezorgen; maar hij durft dit niet te doen, +zonder vooraf met den Rana gesproken te hebben. Inmiddels biedt hij +ons de gebouwen van den Hawalla, den circus, aan, buiten de stad in +de nabijheid der residentie gelegen. Deze Hawalla, waar vroeger de +gevechten van olifanten en de voorstellingen der worstelaars gegeven +werden, bestaat uit een ruim langwerpig perk, de eigenlijke arena, +omgeven door een acht à tien voet hoogen muur, waarop zich van +afstand tot afstand sierlijke paviljoenen verheffen, wier platte +daken door zuilenrijen gedragen worden. Het paviljoen, waarin wij +onzen intrek namen, telde niet minder dan acht-en-veertig pilaren, +in vier rijen geplaatst. Wij hadden van hier een prachtig uitzicht; +en in den zomer zou deze sierlijke open zuilenhal voorzeker eene +alleszins begeerlijke woning zijn geweest; in dezen, tijd des jaars +was het er evenwel wat al te frisch. + +Kort nadat wij ons hier gevestigd hadden, ontvingen wij een +aantal bezoeken, onder anderen van den inspecteur der koninklijke +gevangenissen en van een kapitein der lijfwacht; deze beide heeren +waren uiterst beleefd, maar overstelpten ons evenzoo met telkens +herhaalde vragen; ik bemerkte weldra dat men ons eigenlijk voor +spionnen hield. Hoe vele malen ik ook verzekerde dat wij alleen gekomen +waren om het land te zien, met zijne inwoners en monumenten kennis te +maken, altijd kwam weder dezelfde vraag terug: "Wie zendt u?"--en wat +ik ook deed, het was mij onmogelijk hun aan het verstand te brengen, +dat wij enkel uit liefde voor de wetenschap zulk een gevaarlijke reis +hadden ondernomen. De eerste minister kwam zelf, met een groot gevolg, +ons bezoeken; hij was zoo beleefd mogelijk, bewonderde onze paarden +en alles wat wij bij ons hadden, prees de hoogst vernuftige wijze, +waarop wij onze woning hadden ingericht, sprak op den gulsten en +vriendelijksten toon met ons:--en vroeg mij toen eensklaps, met het +onnoozelste gezicht van de wereld, welke politieke zending mij was +opgedragen: hij zou dit geheim aan niemand anders dan aan den Rana +in persoon mededeelen. Ziende dat ik elk officieel karakter bleef +ontkennen, beloofde hij, dat hij ons den volgenden dag aan den koning +zou voorstellen. + +Den volgenden dag herhaalde zich dezelfde komedie nog eens. Toen ik mij +naar het paleis begaf, kwam ons een van de secretarissen des konings, +Bulwant Rao, te gemoet rijden, en verzocht mij terug te keeren. Met +een zeer ernstig gelaat deelde hij mij mede, dat ik niet bij den +Rana kon worden toegelaten, indien ik hem niet vooraf in kennis +stelde met hetgeen ik dezen te zeggen had. Ik gevoelde grooten lust +hem te antwoorden, dat ik den Rana niet verlangde te spreken; maar ik +bedwong mij, en herhaalde nog eens mijne verzekeringen en verklaringen, +waarop het gewone antwoord volgde. Ditmaal had de secretaris al wat +ik zeide woordelijk opgeschreven; toen hij mij verliet, gaf hij mij +de verzekering, dat ik binnen weinige dagen ten gehoore zou worden +ontvangen. Vraagt misschien een mijner lezers, waarom ik er dan +toch zoo hoogen prijs op stelde bij den Rana te worden toegelaten, +dan moge hij weten dat ik, eenmaal door dezen monarch ontvangen, met +zekerheid rekenen kon op een goed onthaal bij al de andere vorsten +der Radsjpoeten, die hem als het hoofd van hunne familie en van de +gansche natie beschouwen. + +Samboe-Singh, Maha-Rana van Mewar, was toen (1866) een jonkman van +ruim achttien jaar. Uit den stam der Sesoedias gesproten, is hij het +erkende hoofd en de vertegenwoordiger van de doorluchtige familie der +Soeryavansis, het beroemde Zonnegeslacht van Indië. Zijn persoon is +voor alle Hindoes een voorwerp van eerbiedige vereering; hij voert +den weidschen titel van _Hindoe-Soeradje_, Zon der Hindoes. Deze +hooge onderscheiding dankt hij niet aan zijne macht, want hij behoort +slechts tot de vorsten van den tweeden rang; maar zijne familie heeft +zich dien roem verworven door den heldhaftigen tegenstand, dien zij +langen tijd aan de vreemde muzelmansche veroveraars bood. In het eind +overwonnen, versmaadde zij toch de zoo verleidelijke en voordeelige +verbintenissen met het keizerlijke geslacht der Groot-mogols van Delhi, +en bewaarde, ook ten koste van zware offers, de zuiverheid van haar +bloed on de onbevlekte reinheid harer kaste: een voorbeeld, slechts +door weinige vorstelijke familiën van Hindostan gevolgd. Daaraan +dankt dit aloude geslacht niet alleen zijne eereplaats aan het +hoofd der indische aristokratie, maar ook vele andere voorrechten en +onderscheidingen. In eene vergadering van inlandsche vorsten bekleedt +de Rana altijd het gestoelte der eere, en heeft het recht te allen +tijde het woord te voeren; in de geschillen, die wegens kwestiën +van kaste of godsdienst tusschen de Radsjpoeten onderling ontstaan, +is hij de hoogste scheidsrechter en zijne uitspraak beslissend. + +Het gebied van den Maha-Rana omvat niet veel meer dan 550 vierkante +mijlen, en telt eene bevolking van ruim een millioen zielen; deze +staat schijnt nog ongeveer dezelfde grenzen te hebben als toen, ten +jare 781, de Gheloot Bappa de Mori-koningen van Tsjittore verdreef, +en de dynastie der Rana's grondvestte. Het koninkrijk Mewar wordt +ten zuiden begrensd door het Vindhya-gebergte, ten westen door de +Aravallis, ten oosten door Malwa, en ten noorden door de engelsche +provincie Adsjmir. De inkomsten van den staat worden geschat op veertig +lakh roepyen, gelijkstaande met ongeveer twee millioen gulden. Er is +geen twijfel aan, of bij voortgaande ontwikkeling, kan deze opbrengst +meer dan vertienvoudigd worden. + +De Rana's zijn, zooals men ziet, van overouden stam. Het is +opmerkelijk dat zij, volgens de traditiën hunner familie, verwant +zouden zijn met de koningen van Perzië uit het huis der Sassaniden, +en ook met de keizers van het oostersch-romeinsche rijk. Naar men +verhaalt zou een Rana eene dochter van den grooten koning, den +beroemden Shâh Koshroe-Anoeshirvan, hebben gehuwd; een ander zou +de hand hebben verworven van de dochter van een der byzantijnsche +keizers. Er is misschien geene tweede familie, die haar stamboom +zoo hoog kan opvoeren als het geslacht der Rana's van Tsjittore en +Oodipoor: hunne zorgvuldig bijgehouden genealogie verliest zich in +den fabelachtigen voortijd. Zeker is het, dat de Radsjpoeten zich +bij voorkeur te Oodipoor vrij hebben gehouden van alle vermenging +met vreemd bloed; de hoofden der aloude stammen of clans Sesoedia, +Rhattore, Tsjolan, hebben daar hun verblijf. Hier bovenal hebben +de Radsjpoeten nog die schitterende eigenschappen weten te bewaren, +die fierheid, die loyauteit, die wellevendheid, die eenmaal zoozeer de +bewondering opwekten van den engelschen majoor Todd, hun lofredenaar en +geschiedschrijver; minder dan elders is in Mewar hun nationaal karakter +gewijzigd door de aanraking met en den invloed van vreemde veroveraars, +hetzij Muzelmannen, hetzij Engelschen. De naam Radsjpoeten beteekent +zonen der koningen; en iedere familie voert haar stamboom op tot een +der aloude vorsten des lands. Iedere stam splitst zich in clans, die +elk een bijzonderen naam dragen; niemand mag in zijn eigen clan huwen: +de mannen moeten hunne echtgenooten uit een anderen clan kiezen: +eene bepaling, die niet alleen de stammen onderling door steeds +nieuwe banden verbindt, maar die ook bij uitnemendheid geschikt is, +om de zuiverheid van het bloed en de kracht des volks te bewaren. + +De verschillende clans ontleenen hunne namen aan een of ander +merkwaardig feit uit het leven van hun stamvader. Omtrent den +oorsprong van den naam, dien het koninklijk geslacht van Oodipoor, +de Sesoedias, voert, meldt de legende het volgende. Eens dat een der +voorvaderen van den Rana met zijne edellieden, in de vlakten van Mewar +op de jacht was, gebeurde het bij ongeluk, dat hij eene groote vlieg +inslikte. Het insect drong tot in zijne maag door, en veroorzaakte hem +zoo ondragelijke smarten, dat bij het voornemen opvatte, zich van het +leven te berooven. Gelukkig verscheen er een fakir, die op zich nam om +den Rana te genezen. Ongemerkt sneed hij een stukje van het oor eener +koe af, wikkelde dat in een linnen doekje, bond daaraan een draad vast, +en liet het den Rana inslikken. Zoodra dit stukje oor in de maag van +den vorst kwam, zette de vlieg, door haar instinkt gedreven, zich +daarop, en werd zoo gemakkelijk te voorschijn gehaald. De monarch +was genezen, en wilde nu ook weten, door welk middel dit bewerkt +was. De fakir zocht allerlei uitvluchten, maar moest eindelijk de +ontzettende waarheid bekennen. Wie beschrijft de ontsteltenis van den +Rana, toen hij vernam dat een stuk van het heilige dier over zijne +lippen gekomen was! Na zulk een misdaad, zij het dan ook onbewust, +te hebben bedreven, achtte hij zich niet waardig, langer te leven; +hij besloot vrijwillig te sterven, en zijne lippen te reinigen, door +gesmolten lood in te slikken. Zijne bloedverwanten en hovelingen om +zich vereenigd hebbende, nam de Rana met vaste hand den kelk met +het gesmolten metaal, en ledigde dien met een enkelen teug. Maar, +o wonder! het vloeiende lood ging over zijne lippen zonder ze te +verbranden, en werd in zijn mond tot frisch, heerlijk water. Dat +was de hand der hooge goden: en de Rana, dankbaar voor de hem zoo +zichtbaar bewezen gunst en bescherming, nam voor zijn geslacht den +naam aan van Sesoedia, van het zelfstandig naamwoord _siça_ (lood). + +De Sesoedias vooral mogen zich met volle recht koningskinderen noemen; +groot en welgemaakt van gestalte, schoon van gelaat, dragen hunne +edele sprekende trekken den onmiskenbaren stempel van het zuivere +arische bloed. Zij kennen geen ander bedrijf dan den wapenhandel; +in Mewar vormen zij de aristokratie en bekleeden alle militaire +rangen; moedig, tot vermetelheid toe, zijn zij uitstekende ruiters en +onverschrokken jagers. De jacht is voor hen meer dan een vermaak of +een tijdverdrijf, zij is hun eene ware hartstocht, hunne godsdienst +zelve legt hun de verplichting op, gedurende zekere tijden des jaars +ter jacht te tijgen; en zelden gaan er eenige weken voorbij, zonder +dat zij tegen het wild gedierte te velde trekken. De jonge Radsjpoet +wordt niet eer in den kring der volwassen mannen opgenomen, dan nadat +hij met eigen hand een dier reusachtige wilde zwijnen heeft gedood, +die zich in het Aravalli-gebergte ophouden. Alleen, slechts met zijn +schild en zijn zwaren _catâr_ (een soort van slagzwaard) gewapend, +begeeft zich de jonkman op weg, en wacht op een plek in het woud, +waar de wilde zwijnen gewoonlijk langs komen, zijn geduchten vijand +af. Ziet hij het woeste dier naderen, dan buigt hij eene knie ter +aarde, en houdt zijn catâr gereed, om hem te treffen met doodelijken +slag. Is hij overwinnaar in dien gevaarlijken strijd, dan keert hij +naar zijne woning, en noodigt zijne verwanten tot een feestmaal, +waarvan het gedoode zwijn den hoofdschotel vormt. + +De kleeding der Radsjpoeten is zeer sierlijk en smaakvol. Zij bestaat +uit eene lange, nauwsluitende tuniek en nauwsluitenden pantalon, +beiden van rijk geborduurde en met goud doorwerkte stof; aan de voeten +en de armen dragen ook de mannen zware ringen van massief goud: eene +gewoonte, die bij geene andere kaste van Indië wordt aangetroffen. De +vorm van den tulband is zeer verschillend, doch steeds sierlijk; ook +weten zij dit bevallig hoofddeksel met zekere gratie en coquetterie te +dragen, die hun iets zeer gedistingeerds geeft. In hun gordel dragen +zij een volslagen tuighuis van dolken, degens, zwaarden; over den +schouder hangt het ronde schild van rhinocerosvel, met gouden knoppen +versierd. Hunne paarden zijn met smaak en pracht opgetuigd, en worden +met groote zorg onderhouden en gekweekt.--De vrouwen der Radsjpoeten +zijn groot, welgemaakt en dikwijls zeer schoon; de echtgenooten der +edelen leven in den harem of de zenanah; de vrouwen van minderen stand +zijn vrij en verschijnen met ongedekt gelaat op straat, maar zoodra +zij meenen dat een Europeaan haar gadeslaat, omsluieren zij zich. Zij +dragen een wijden geplooiden rok, die tot over de knieën reikt; een +klein keurslijf, dat alleen de schouders en de borst bedekt en den +rug bloot laat; en een breeden sjerp van gaas of zijde, waarmede zij +zich het bovenlijf omwikkelen, en waarvan een der punten over haar +hoofd geworpen wordt. Evenals alle vrouwen door geheel Hindostan, +overladen zij zich met eene ongeloofelijke menigte van gouden en +zilveren sieraden. + +Ieder vermogend Radsjpoet heeft ten minste drie vrouwen, die niet +alleen in het huiselijke, maar ook in het openbare leven eene zeer +gewichtige rol spelen: niets geschiedt zonder dat vooraf haar raad is +ingewonnen. Zelden zal een man, op eene belangrijke vraag, dadelijk +antwoord geven: hij moet eerst zijne vrouw raadplegen, en meestal is +het hare beslissing, die hij u later mededeelt. De Radsjpoeten betoonen +der vrouw dien kieschen eerbied, wijden haar die dweepende vereering, +die een eigenaardig kenmerk van alle ridderlijke volken is; hunne +gedichten vloeien over van allerlei verhalen, waarin de verlossing +van eene of andere gevangen schoone, of de wraak eener beleedigde dame +het hoofdthema uitmaakt. In hunne groote oorlogen speelt bijna altijd +eene vrouw de hoofdrol; en nog heden ten dage zendt eene dame, die eene +beleediging te wreken heeft, een armband aan een of anderen krijgsman, +dien zij tot haar ridder heeft uitverkoren. De aldus aangewezene is nu, +op straffe van oneer, verplicht, als wreker der dame op te treden. De +kronieken van Radsjpoetana zijn trouwens niet minder rijk aan trekken +van heldenmoed en zelfopoffering ook der vrouwen. + +Sinds overoude tijden en nog in deze dagen, is de stand der barden of +heldendichters bij de Radsjpoeten hoog in eere. Iedere stam, iedere +aanzienlijke familie, elke vorst of baron heeft zijn eigen bard of +_bhât_, wiens roeping het is de herinnering te bewaren aan de aloude +overleveringen en legenden van de familie of den stam. Hij houdt de +geslachtregisters, en draagt bij plechtige gelegenheden zijne liederen +voor, waarin de groote daden der voorvaderen worden geprezen. Ook de +huiselijke en familiefeesten luistert hij op door zijne zangen; en des +avonds zet hij zich in den kring en doet allen luisteren naar zijne +verhalen en improvisaties. De persoon van den bard is in zekeren zin +gewijd; hij is de overbrenger van de oorlogsverklaringen; hij is de +voornaamste onderhandelaar in alle gewichtige zaken en vereffent de +meeste geschillen. Hij houdt zich ook onledig met sterrenwichelarij; +en bij de stammen der woestijn staat hij wellicht hooger in aanzien +dan de priester van Brahma zelf. Hoe dit alles herinnert aan onze +eigene middeleeuwsche toestanden; en hoe zonderling voelt zich de +europeesche reiziger te moede, als hij hier eensklaps, in het hart +van Azië, eene wereld om zich heen ziet herleven, die hij tot dusver +alleen uit de oude kronieken en romancen kende, en die hij voor altijd +ondergegaan waande. + +De Radsjpoeten geven zich zelf tegenwoordig den titel van Kshatriyas: +met welken naam, zooals men weet, vroeger de kaste der krijgslieden, +de eerste in rang na die der Brahmanen, werd aangeduid, of liever +de militaire adel van arischen stam, die de landen aan den voet +van den Himalaya veroverde en daar een nieuw rijk grondvestte. Zij +beweren dan ook af te stammen van den beroemden koning Rama, den +overwinnaar van Lanka, den held van het oud-indische epos: hunne +vestiging in het land zou dus tot omstreeks tweeduizend jaren voor +Christus opklimmen. Intusschen is het thans zoogoed als uitgemaakt, +dat de verschijning der Radsjpoeten in Hindostan tot een zeerveel +later tijdperk behoort. Volgens het verhaal der Brahmanen, zouden +de Kshatriyas allen gedood zijn bij een opstand der lagere kasten, +aan wier hoofd zich Pasoerama, een der incarnatiën van Vishnoe, had +gesteld; dit zou eenige eeuwen vóór onze jaartelling hebben plaats +gehad. Wat hiervan zij: zeker is het, dat de aloude adel der Kshatriyas +in den loop des tijds zijn overwicht en de alleenheerschappij +verloor: want zelfs op den keizerlijken troon van Magadha ontmoeten +wij verschillende familiën, die oorspronkelijk tot de lage kaste der +Soedras behoorden.--De Radsjpoeten beginnen eerst omstreeks de zesde +of zevende eeuw onzer jaartelling eene staatkundige rol in Indië +te spelen; langen tijd schijnen zij zich aan de grenzen des lands, +aan gene zijde van den Indus, te hebben opgehouden; Todd meende +hen te moeten rekenen tot de skytische stammen, die langzamerhand +de westelijke grenzen van Hindostan hadden overschreden. Tusschen +de zesde en de zevende eeuw zien wij deze Radsjpoeten-stammen zich +snel tot macht en aanzien verheffen; de Tsjandelas veroveren Malwa, +de Tsjohans en Rhatores maken zich meester van Kanoedsj en Delhi: de +Gheloten en Baghelas vestigen zich in Mewar en Goezerate. In dien tijd +hielden de Radsjpoeten zich nog afgezonderd van de eigenlijke Hindoes, +waarvan zij zich ook door hunne godsdienst onderscheidden. Zij waren +destijds Djaïnen, doch omhelsden reeds vrij spoedig het Brahmanisme, +met name de eeredienst van Çiva. Na hunne bekeering deden zij ook +hunne aanspraken gelden op den titel van Kshatriyas: aanspraken, +wier geldigheid echter door de Brahmanen, tot op dezen dag, nooit +uitdrukkelijk is erkend. En inderdaad, zoowel door hun gelaatsvorm, +zoozeer van dien der andere Hindoes afwijkende, als door hunne zeden +en gewoonten, schijnen de Radsjpoeten veelmeer aan de oude Parthen, +dan aan de oorspronkelijke vedische Kshatriyas verwant. Waarschijnlijk +zijn zij de laatste emigranten van arischen stam, die uit het hoogland +van Midden-Azië in Indië doordrongen. + +Inmiddels was het mij nog niet mogen gelukken tot den Rana door te +dringen, en reeds dacht ik er aan, mijne vruchtelooze pogingen op +te geven en Oodipoor te verlaten, toen er eensklaps een onverwacht +bondgenoot kwam opdagen, die mij zijne veelvermogende hulp aanbood. De +Rao van Baidlah, de eerste baron des rijks, had nauwelijks de tijding +van onze komst vernomen, of hij haastte zich ons te komen begroeten en +zijne diensten aan te bieden. Hij kwam, vergezeld van een schitterend +gevolg, in een prachtigen draagstoel gezeten; ik ging hem te gemoet, +reikte hem de hand, hielp hem bij het uitstijgen, en geleidde hem, +met de verschuldigde eerbewijzen, naar zijn zetel. + +"Waar hebt gij de indische etiquette geleerd, waarvan de sahibs +doorgaans niets weten?" vroeg mij de Rao. Ik verhaalde hem nu van mijn +langdurig verblijf te Baroda, van mijn vertrouwelijken omgang met +den Guikowar, en van het doel mijner komst in Mewar. Hij luisterde +aandachtig naar mij, betuigde zijn spijt, dat ik mij niet dadelijk +tot hem gewend had, en gaf mij de verzekering, dat de Rana zich +stellig zou beijveren mijn eersten ongunstigen indruk weg te nemen, +en mij niet minder goed zou ontvangen dan de Guikowar Khanderao. + +De Rao van Baidlah is een schoon grijsaard, de volmaakte type van een +Radsjpoet; zijne manieren zijn waardig en bevallig; in zijn spreken +paart hij aan de onberispelijkste etiquette eene vrijmoedigheid en +ongedwongenheid, die bij de Hindoes verre van algemeen is. Hij is +het hoofd van den oppersten raad der zestien Raos of hertogen van +het koninkrijk Mewar: die machtige leenmannen, die, voor dat de +Engelschen zich met de regeering des lands bemoeiden, de macht van +den souverein bijna geheel aan zich getrokken, en hem zelf tot een +schijnbeeld gemaakt hadden. + +Bijkans het gansche land is tusschen deze groote Raos, bijna allen +aan de koninklijke familie verwant, verdeeld; in hunne gewesten of +heerlijkheden oefenen zij een schier onbeperkt gezag uit; slechts +zelden verschijnen zij aan het hof te Oodipoor, en zijn soms +in openbaren opstand tegen den Rana. De britsche regeering heeft +gedaan wat zij kon om de macht dezer Raos te breken, en den Rana het +verloren gezag weder te geven; maar tot dusverre is zij daarin maar +zeer ten deele geslaagd. De bezittingen van den Rao van Baidlah zijn +zeer uitgestrekt, en leveren hem een inkomen van omstreeks zes ton +per jaar op, zijne hoofdstad is slechts eenige mijlen van Oodipoor +verwijderd, zoodat hij, zonder zijne residentie te verlaten, aan het +hof verschijnen kan. Hij behoort tot den stam der Tsjohans, en aan +zijn rang zijn enkele, echt middeleeuwsche privilegiën verbonden. Zoo +worden, bijvoorbeeld, den derden dag der maand Samvatsiri, de teekenen +der koninklijke waardigheid naar Baidlah gebracht en aan den Rao ter +hand gesteld, die daarop, met groote staatsie, een bezoek gaat afleggen +bij den Rana, welke hem in persoon aan den ingang van het paleis +ontvangt. Scherpzinnig en met een fijn, doordringend verstand begaafd, +heeft hij het volle vertrouwen van den jongen vorst weten te winnen, +en tevens de vriendschap van het britsche gouvernement. Hij stelt +hoogen prijs op de handhaving van den alouden luister der vorstelijke +dynastie van Oodipoor en van de rechten en privilegiën van den adel; +maar tegelijk is hij niet afkeerig van de nieuwe denkbeelden en +instellingen, die met de Europeanen naar Hindostan zijn gekomen; +en wel gaarne zou hij de ontwikkeling van europeeschen handel en +nijverheid in zijn vaderland bevorderen, voor zooverre dit bestaanbaar +is met de oude rechten en inzettingen. Aan zijn invloed vooral was +de bescherming te danken, die de europeesche vluchtelingen, tijdens +den grooten opstand van 1857, in Mewar vonden; zij werden niet alleen +in veiligheid gebracht, maar zelfs gedurende vele maanden kosteloos +gehuisvest en gevoed. De koningin van Engeland zond, uit dankbaarheid, +den ouden Rao een prachtigen eeresabel, dien hij ons met blijkbare +zelfvoldoening toonde. + +Zijn eerste bezoek duurde langer dan een uur; hij onderzocht al onze +bagages, tot zelfs ons toiletgereedschap, en had vooral grooten schik +in een stereoscoop met gekleurde platen van de Tuileriën en Versailles; +hij kon zich van de beschouwing dezer platen niet verzadigen, zoodat +ik hem den stereoscoop ten geschenke gaf. Om te bewijzen dat hij met +de gewoonten der beschaafde wereld bekend was, nam hij zonder aarzelen +een glas sherry van mij aan, en vroeg mij een sigaar. Dit verwonderde +mij ten hoogste: want nog nimmer had ik een Hindoe, vooral van zoo +aanzienlijke kaste, ontmoet, die dus openlijk de europeesche gewoonten +volgde; later vond ik overvloedige gelegenheid om mij te overtuigen, +dat, althans wat het gebruik van wijn en sigaren betreft, de +Radsjpoeten zich niet streng aan de voorschriften hunner kaste houden. + +Het bezoek van den Rao droeg al spoedig vruchten. Reeds den volgenden +morgen stond een door hem gezonden olifant voor onze deur gereed, +vergezeld van een djemadar met vier sowars. De secretaris des +konings, Bulwant Rao, die ons als cicerone zal dienen, voert ons +door eene voorstad, waar de rijke inwoners van Oodipoor hunne villas +of landhuizen hebben; aan alle kanten verheffen zich sierlijke +heuvelen, met heerlijke lommerrijke tuinen bedekt, waar, tusschen +het dichte groen, sierlijke kiosken, smaakvolle paviljoenen en wit +marmeren tempeltjes, die zich in heldere waterkommen spiegelen, +den voorbijganger tegenlachen. Wij trekken de stad binnen door +eene met bolwerken verdedigde poort, en bevinden ons nu in een +prachtigen bazar- of winkelstraat; de huizen zijn allen van steen +gebouwd en van platte daken voorzien; de winkels bevinden zich onder +booggangen, die de straat ter wederzijde begrenzen, en zien er netjes +en zindelijk uit. Het geheele voorkomen der stad is bij uitnemendheid +schilderachtig; elk huis heeft zijn eigenaardige bouworde, en prijkt +met balkons, pilaren, beeldwerken en fresko's, die aan iedere woning +een bijzonderen artistieken stempel geven. + +Sommige straten hebben eene aanmerkelijke lengte en zijn geheel +rechtlijnig; er heerscht hier over het algemeen eene groote drukte. Ook +hier, evenals in de meeste oostersche en ook vroeger in de europeesche +steden, zijn de verschillende beroepen en bedrijven allen bij elkander +in dezelfde straat of wijk gevestigd. Zoo heeft men de straat der +schoenmakers, der vervaardigers van tulbanden; der wapensmeden, der +goudsmeden en juweliers, der handelaars in zijde en andere kostbare, +stoffen. In de adellijke wijk vindt ge eene menigte trotsche woningen, +echte kasteelen met gekanteelde muren, torens en bolwerken; jammer +slechts, dat deze vorstelijke residentiën dikwijls door ruïnen en +bouwvallige gebouwen worden ontsierd. De aanwezigheid dezer ruïnen +midden in de stad verbaast u: zij is het gevolg van den kwalijk +begrepen eerbied, dien de Radsjpoeten voor het werk der voorgeslachten +koesteren; zij willen deze gebouwen noch herstellen noch afbreken, +maar laten ze geheel in den toestand, waarin zij door den tijd +gebracht zijn. + +Langs steile straten beklimmen wij den heuvel, waarop het koninklijk +paleis troont: die straten zijn zoo steil, dat zij voor rijtuigen +bijna onbruikbaar zijn. In de voornaamste straat, die naar het paleis +voert, en dicht bij den hoofdingang, verheft zich de groote koninklijke +pagode, aan Djaggernauth gewijd, en in het laatst der zestiende eeuw +door Pertap-Singh gebouwd. Zij staat op een hoog, wit marmeren terras, +waarheen een breede trap, door twee marmeren olifanten met opgeheven +snuit bewaakt, voert. De gansche tempel is uit wit marmer opgetrokken +en geheel met beeldhouwwerk bedekt; de fraaie, bevallige groote toren +verheft zich tot eene hoogte van ongeveer vijf-en-twintig ellen. Voor +het heiligdom staat een sierlijk paviljoen, op zuilen rustende en +met een pyramidaal dak gekroond; langs de wanden zijn bas-reliefs +aangebracht, tafreelen uit het leven van Krishna voorstellend. + +Wij dalen aan de andere zijde den heuvel weder af, en staan weldra aan +den oever van een schilderachtig meer, dat ik reeds eenmaal uit de +verte gezien had. Aan den zoom van het meer verrijst een prachtige, +witmarmeren triomfboog, met drie doorgangen; door deze poort trekken +de veelvuldige processiën, die bij gelegenheid der groote feesten +zich naar het meer begeven. Wij stappen in eene gereedliggende boot, +die ons naar de eilanden roeien moet; en weldra drijven wij op de +kalme wateren van het meer Petsjola, waarin de huizen en paleizen der +stad zich weerspiegelen. Eerst niet veelmeer dan eene smalle rivier, +ter wederzijde door heuvelen, met paleizen gekroond, ingesloten, +breidt het meer zich weldra tot eene wijde watervlakte uit, waaruit +de eilanden Jug-Navas en Jug-Munder oprijzen. + +Wij landen aan het eerste eiland, dat geheel wordt ingenomen door eene +reeks van paleizen, door den Rana Juggut-Singh gesticht. Deze paleizen +bevatten receptiezalen, staatsievertrekken, baden, kiosken: alles +even rijk van stijl en schitterend van versiering. Al deze gebouwen, +groote en kleine, zijn zonder uitzondering van wit of zwart marmer +opgetrokken; de wanden zijn met veelkleurige mozaïeken versierd, en +de voornaamste vertrekken bezitten historische fresko-schilderijen +van groote waarde. Elk gebouw heeft zijn bijzonderen tuin, door +zuilengangen omgeven; daar verspreiden heerlijke bloemperken, +bosschages van citroen- en oranjeboomen hunne welriekende geuren, en +slingeren zich murmelende, kristalheldere beken door den rijken hof, +waar reusachtige mango- en tamarindeboomen met hunne verkwikkende +schaduw de zuilengangen omhullen. Boven de koepels der paleizen +verheffen dadel- en kokospalmen hunne sierlijke bladerkroonen, zacht +wiegelende op den adem der koelte. Alle onderdeelen en bijzonderheden +zijn hier in volkomen overeenstemming met de heerlijke schoonheid +van het geheel; niets verbaast of treft u door groote afmetingen of +stoute vormen; de paleizen zijn klein, bevallig, gemakkelijk ingericht; +het zijn inderdaad lusthoven, waar de Rana nu en dan verpoozing zoekt +van de statelijke pracht en strenge etiquette, die aan het hof van +de Zon der Hindoes heerschen. + +Ik zou hier uren hebben willen vertoeven, maar Bulwant-Rao noodigde +mij uit naar het andere eiland te gaan, waar een ontbijt voor +ons gereed stond. Reeds van verre doet zich Jug-Munder als eene +verschijning uit het feeënland voor, met zijne koepels en palmen, +zich weerkaatsende in de kalme wateren van het meer. Wij leggen aan +bij een marmeren trap, en beginnen nu onze wandeling door eene nieuwe +reeks van paleizen en tuinen, niet minder schoon dan die op het eiland +Jug-Navas. Mijn gids wees mij een groot gebouw, met een mongoolschen +koepel gekroond en door hem het paleis van Shâh Jehan genoemd. Deze +vorst was in opstand gekomen tegen zijn vader, den keizer Djehanghir, +en had eene schuilplaats gezocht aan het hof van den Rana Koeroen, +den zoon van Oemra. De Rana ontving den voortvluchtigen prins met echt +oostersche gastvrijheid; hij liet voor hem op het eiland Jug-Munder +een prachtig paleis bouwen, waarop hij de halve maan liet plaatsen; +het inwendige prijkte met mozaïeken van jaspis, agaat, onyx, en +met rijke veelkleurige tapijten en draperieën; in een der zalen +stond een troon, uit een enkel blok groenachtigen serpentijnsteen +gehouwen, en door vier karyatiden gedragen. Al deze heerlijkheid +is nog ongeschonden in wezen. Op dit tooverachtig schoone eiland, +een waar paradijs, werden in 1857 de Engelschen geherbergd, die aan +den moord der garnizoenen van Neemuch en Idore waren ontkomen. + +Na een eenvoudig ontbijt, dat wij in een der kiosken nuttigden, +namen wij den terugtocht aan. Van hier omvat men, met een enkelen +blik, de geheele reeks der paleizen van Oodipoor. Vooreerst, aan het +uiteinde van den heuvel, het paleis van Oemra, dat tegenwoordig niet +meer bewoond wordt; dan het paleis van den regeerenden Rana, met de +Rosana, het vrouwenverblijf, waarvan de kolossale muur tot aan den +oever van het meer reikt, en zijne lommerrijke tuinen, bezaaid met +kiosken; en eindelijk de stad, half wegschuilende achter een woud van +groote boomen. Dat gezicht is zeker een der fraaiste van geheel Indië. + +Bij het uitstappen aan de kaai, wijst men ons de staatsiebooten +van den Rana: groote, zeer sierlijke gondels, waarin ongeveer een +honderdtal personen plaats kunnen vinden. De achtersteven stijgt, +terrasgewijze, tot eene aanmerkelijke hoogte: op het hoogste terras +staat de troonzetel van den Rana. De voorsteven is versierd met de +beelden van paarden of pauwen, die uit het water schijnen op te rijzen. + +Onze nieuwe vriend, de Rao van Baidlah, wist ons zoo, gedurende +eenige dagen, telkens nieuwe uitspanningen te bezorgen; maar van onze +audiëntie kwam nog niets. Eindelijk werd ik, op zekeren morgen, gewekt +door kanonschoten, die de lang verwachte terugkomst verkondigden van +majoor Nixon, den engelschen resident bij het hof van den Maha-Rana. Ik +schreef hem dadelijk, en zond hem mijne aanbevelingsbrieven; een +half uur later zaten wij te zamen aan het ontbijt. De koele wijze, +waarop men ons tot dusver behandeld had, scheen hem volstrekt niet te +verwonderen; volgens hem, had men ons waarschijnlijk voor russische +spionnen aangezien. Hij drong er evenwel op aan, dat wij ons verblijf +zouden verlengen, en gaf de stellige verzekering, dat hij ons aan den +Rana zou voorstellen, aan wiens hof wij zeker niet minder te zien en +op te merken zouden vinden dan aan dat van Baroda. De majoor liet niet +af, voor wij andermaal onzen intrek in de residentie hadden genomen, +en stelde ons nog dien avond voor aan twee engelsche officieren, +den ingenieur en den dokter, die met hem het geheele europeesche +personeel der ambassade uitmaakten. Ik bracht in gezelschap van die +heeren een genotvollen avond door. + + + +IV. + + +Zooals ik vermoed had, bracht de komst van den engelschen resident +eene groote verandering in onze positie te Oodipoor. De rana, +officiëel van onze komst onderricht, kon ons nu niet langer voor +russische spionnen aanzien, die gekomen waren om hem in eene of andere +gevaarlijke samenzwering te wikkelen, maar toonde zich bereid ons +als gewone fransche reizigers te ontvangen. De majoor Nixon wilde +ons zelf aan den vorst voorstellen, en stond er op, dat de eerste +audiëntie zoo statig mogelijk zou zijn. In een hofrijtuig gezeten, +door eene eerewacht begeleid, reden wij van de britsche residentie naar +het paleis. Voor de hoofdpoort stonden de soldaten der koninklijke +lijfwacht en presenteerden het geweer; wij stapten af op het ruime +voorplein; de rao van Baidlah, die ons in naam van den maha-rana +ontvangen moest, wachtte ons op het bordes op. + +Eer ik de tsjoebdars met gouden staven volg, die ons naar de troonzaal +moeten geleiden, sta ik een oogenblik stil, om deze wonderschoone +vorstenwoning te beschouwen, waarvan de toegang mij zoolang verboden +bleef: hooge muren, van vensters met steenen traliewerk voorzien; +torens, met sierlijke koepels gekroond; galerijen, tot bijkans +duizelingwekkende hoogte boven elkander oprijzende:--en dat alles van +wit marmer, overdekt met het weelderigste beeldhouwwerk. De aanblik +had iets tooverachtigs; het was een fantastisch geheel, schijnbaar +zonder orde en harmonie, maar toch zoo schoon, dat de herinnering +daaraan niet licht wijken zal. + +Doch ik kan deze wonderen slechts met een vluchtigen blik overzien: +wij volgen den majoor door lange, overwelfde, koele galerijen, die, +zachtkens stijgende, ons naar de bovenverdiepingen voeren. De rana zal +ons in den vollen durbar ontvangen: eene hooge eere! durbar noemt men +in geheel Hindostan eene plechtige audiëntie bij den rajah, waarbij +ook de voornaamste edellieden, de groot-dignitarissen van het hof en +staatsdienaars tegenwoordig zijn; bij uitbreiding wordt het woord +soms wel van den souverein zelf gebruikt, als hij groote publieke +ceremoniën met zijne tegenwoordigheid vereert.--Een der binnenplaatsen +op de bovenverdieping is tot troonzaal ingericht; een groot zeildoek +keert de felle zonnestralen. De deurwaarders kondigen onze komst aan; +de koning zit op een zilveren troon, door gouden leeuwen gedragen; +zijne hovelingen en edelen zijn ter wederzijde in een halven kring +geschaard. Zoodra wij de zaal binnentreden, rijst de koning van zijn +troon op, en gaat ons enkele schreden te gemoet; hij reikt ons de hand, +en wij zetten ons nevens hem op zilveren leuningstoelen neder. + +Samboe-Singh was toen, zoo als ik reeds zeide, achttien of negentien +jaar oud; hij ziet er vriendelijk en goed uit, maar zijne trekken +missen die fijnheid, dat scherp geteekende, dat anders den leden van +zijn geslacht doorgaans eigen is; zijne manieren zijn vriendelijk, +voorkomend en toch vol waardigheid; hij schijnt een echt gentleman. Met +groote hoffelijkheid verontschuldigt hij zich over de teleurstelling, +die hij ons door het lange uitstel dezer audiëntie heeft veroorzaakt: +redenen van zuiver staatkundigen aard hebben hem belet vroeger aan +ons verzoek gevolg te geven. Hij luistert met groote belangstelling +naar hetgeen ik hem omtrent het doel mijner reis verhaal, doet +mij allerlei vragen aangaande Frankrijk, en drukt eindelijk zijne +verwachting uit, dat ik mijn verblijf te Oodipoor nog eenigen tijd +rekken zal. Wanneer wij opstaan om de zaal te verlaten, ontvangen +wij--de resident, mijn reismakker en ik--uit handen van den rana +zelf, het bosje betelbladeren, _bîra_ genaamd, en besprenkelt hij +zelf onze zakdoeken met eenige druppelen rozenolie. Deze ceremonie, +die aan alle indische hoven bij het afscheid nemen gebruikelijk is, +heeft hier eene dubbele beteekenis: alleen vorsten van hoogen stam, +beroemde veldoversten of zeer aanzienlijke vreemdelingen plegen de +bîra uit handen van den maha-rana van Oodipoor te ontvangen. Zulk +een eerbewijs geldt bijna als een adelbrief. Ik steek de beroemde +bîra eerbiedig in mijn zak, en wij keeren naar het rijtuig terug, +gevolgd door de edelen, die ons tot aan de voorplaats uitgeleide doen. + +Het paleis van Oodipoor, misschien het grootste en prachtigste van +geheel Hindostan, beslaat den top van een tamelijk hoogen heuvel, die +evenwijdig aan het meer, van het oosten naar het westen loopt. Daar +de kruin des heuvels zeer smal is, hebben de indische architecten +aan de eene zijde een groot terras of platform uitgebouwd, dat door +drie rijen bogen en gewelven boven elkander gedragen wordt: een ware +reuzenarbeid. Gedeeltelijk is het paleis op dit terras opgetrokken; +het overige vormt eene groote ruime binnenplaats, waarop de kazernen +en de stallen der olifanten zijn geplaatst. + +De gezamenlijke paleizen, sedert de dagen van Oemra-Singh tot op +die van Sirdar-Singh gebouwd, en wier lengte te zamen meer dan drie +kilometers bedraagt, zijn in een dubbelen muur gevat. De hoofdingang +is aan de zijde der stad: eene prachtige marmeren poort, met drie +rijk gebeeldhouwde doorgangen, en met eene rijke attika gekroond; de +paneelen, de balkons, de koepels zijn met smaak versierd. Deze poort +voert naar de groote binnenplaats, aan twee zijden door de koninklijke +vertrekken ingesloten; de muren zijn op de verschillende verdiepingen +met gebeeldhouwde galerijen versierd; in de hoeken verrijzen bevallige +achtkantige torens, met koepels gekroond. De hoogte van het gebouw +bedraagt zeven-en-dertig el, maar de glans van het schitterend witte +marmer, waarvan het geheel is opgetrokken, en de eenvoudig-grootsche +stijl der architectuur maken zulk een overweldigenden indruk, dat ge +aanvankelijk het paleis voor veel hooger aanziet. + +Aan het uiteinde van dezen hof bevindt zich eene groote deur, die +zorgvuldig gesloten en door soldaten van de lijfwacht bewaard wordt: +dat is de ingang van de zenanah of het vrouwenverblijf; niemand +dan rana of de leden zijner familie mag dit gedeelte van het paleis +bezoeken. Boven de poort prijkt het meer dan levensgroote standbeeld +van Ganesa, den god der wijsheid. + +Het inwendige van het paleis beantwoordt volkomen aan de grootste +pracht van het uiterlijke, en tevens aan de eigenaardige behoeften van +het tropische klimaat; lange, schemerachtige, zacht-hellende gangen en +galerijen vervangen onze trappen, en voeren van de eene verdieping naar +de andere: de ruime, luchtige, goed verlichte zalen zijn geheel met +gepolijst marmer van verschillende kleur bekleed, hetgeen niet alleen +zeer fraai staat, maar ook tot de frischheid der vertrekken bijdraagt; +overal binnenplaatsen, hoven, fonteinen, bloemen. De groote vertrekken +zijn met draperiën behangen; zachte kussens, wollige tapijten bedekten +den vloer; de wanden, schitteren van mozaïek en van ivoor, parelmoer +en kostbare steenen; spiegels en veelkleurige fresko's verhoogen +die pracht. Een der zalen is op zeer eigenaardige wijze versierd, +en perst den europeeschen bezoeker onwillekeurig een glimlach af: de +wanden zijn geheel bedekt met europeesche borden, schoteltjes, glazen, +bobèches, enz.;--het gemeenste glas- of aardewerk prijkt hier naast het +kostbaarste saksische porselein of het fraaiste boheemsche kristal: +de indische kunstenaar heeft niet gelet op de innerlijke waarde van +al dit huisraad, maar enkel op de kleur: en met den hem aangeboren +takt is hij er in geslaagd van deze wonderlijke, zoozeer heterogene +elementen een niet onbevallig geheel samen te stellen, dat althans +door het ongewone treft. De fresko's op de muren en zolderingen +van sommige vertrekken zijn van groote, voor 't minst historische +waarde. Men vindt hier de portretten van al de ranas, te beginnen +met Oedey-Singh, den stichter van Oodipoor, tot op onzen tijdgenoot +Samboe-Singh; bij deze portretten bevinden zich voorstellingen van de +merkwaardigste gebeurtenissen uit de regeering dezer verschillende +vorsten. Met groote zorg en eene opmerkelijke fijnheid van koloriet +geschilderd, zijn deze fresko's uitnemende bijdragen voor de studie +van de geschiedenis en de zeden der Sesoedias. + +Een der grootste merkwaardigheden van het paleis van Oodipoor is +ongetwijfeld de tuin, die boven op het platte dak is aangelegd. Ge +kunt u moeielijk voorstellen, welken zonderlingen indruk het maakt, +wanneer ge daar eensklaps, hoog in de lucht, eeuwenheugende boomen +en prachtige bloemperken ziet. In het midden van den tuin bevindt +zich een waterbekken, vanwaar straalsgewijze de met marmer geplaveide +paden uitgaan; het water vloeit door sierlijk met mozaïeken ingelegde +kanalen, en verliest zich in de schaduw van geurige granaat- en +oranjeboschjes. Eene opene marmeren galerij omgeeft deze bekoorlijke +plek; in het rond zijn fluweelen sofa's geplaatst, waarop de heeren +van het hof hunne siësta komen houden. Van deze hoogte overzien zij +de gansche schoone vallei, waar bijna iedere plek getuigd van den +wapenroem en de heldendaden hunner voorvaderen, die eeuwen lang, +met onbezweken volharding, deze toenmaals woeste en vergeten plek +gronds, die zij in een paradijs herschiepen, tegen den aandrang der +Muzelmannen hebben verdedigd. + +Na dit alles bezichtigd te hebben, begeven wij ons naar het +Koesh-Mahal, het paleis des vermaaks, door den laatsten rana, Sirdar +Singh, opzettelijk gebouwd voor de ontvangst zijner europeesche +gasten. In de groote, met vorstelijke pracht versierde zalen van dit +paleis worden de diners en feesten gegeven, wanneer aanzienlijke +vreemdelingen uit het westen den koning bezoeken. De tsjoebdar, +die ons tot cicerone dient, toont ons de toebereidselen van zulk een +feest, dat tot eere van onze komst zal worden aangericht. Boven de +zalen verheffen zich marmeren kiosken, vanwaar de blik het schoonste +panorama van de stad, het meer en de omringende bergen overziet. De +bergketen, die de vallei van Oodipoor omringt, draagt den naam +van _Guirwô_ of cirkel; eigenlijk vormt zij een onregelmatigen +ellips van twee en twintig mijlen van het noorden tot het zuiden, +en van zeventien mijlen van het westen tot het oosten. De stad zelf +ligt aan het uiteinde van dien boog, en wordt alleen door het meer +Petsjola van de bergen gescheiden. De middelbare hoogte van den Guirwô +bedraagt zeshonderd el boven den beganen grond der vallei; aan den +oever van het meer bereiken de bergen eene hoogte van duizend el; +zij vertoonen in hunne lijnen de vreemdste en meest afwisselende +vormen. Dit ingesloten dal is als strategische positie van groot +gewicht: het heeft slechts drie naar het oosten gekeerde uitgangen, +bij Dobarri, bij Dailwara en bij Naen; en deze openingen zijn niets +meer dan enge en zeer lange bergpassen, die met het uiterste gemak +tegen een overmachtigen vijand kunnen verdedigd worden. + +Op de helling, aan de zijde van het meer, verheft zich de Rosanah, +een uitgestrekt paleis, met den voorgevel naar het water gekeerd, en +de vertrekken bevattende van de hovelingen, de heeren en officieren +van het hof. Schilderachtige tuinen, terrasgewijze afdalende, voeren +u naar den oever van het meer; deze tuinen prijken met paviljoenen +en kiosken, half wegduikende in den lommer der boomen, waaronder +fonteinen ruischen. Een dezer tooverpaleizen staat vlak aan den oever: +duizend slanke zuilen dragen de met mozaïek ingelegde zoldering, +en eene gansche reeks van springende fonteinen hult het geheele +gebouw als in een sluier van water. Hier komt de rana met zijn hof, +in de heete zomerdagen, de brandende middaguren doorbrengen. + +Toen ik in de residentie terugkeerde, deelde de majoor mij mede, +dat de Maha-Rana, den volgenden dag, ter onzer eere, een feest op +het eiland Jug-Navas zou geven, gevolgd door een jacht op het water. + +Den volgenden morgen begeven wij ons al vroeg op het pad; wij rijden de +stad door, en schepen ons in aan de kaai; eenige minuten later stappen +wij op het eiland Jug-Navas aan wal. Deze anders zoo stille plek is nu +vol leven en beweging: de lakeien en bedienden van den rana loopen heen +en weder, levensmiddelen aandragende en alles gereedmakende voor onze +ontvangst. De kamers worden in der haast gemeubeld; de open vensters +en galerijbogen worden met draperiën of stores behangen; de marmeren +vloeren met kussens en tapijten belegd. Aan het uiteinde van het eiland +is een geheel gebouw ter onzer beschikking gesteld; wij vinden daar +bedden, stoelen, toilettafels, en, wat ons niet minder welkom is, een +ontbijt. In eene naburige keuken is men bezig een tweede, steviger +dejeuner klaar te maken, waarbij het althans aan fijne wijnen niet +ontbreken zal. Van alle kanten schitteren de zilveren stralen der +fonteinen tusschen het donkere loof, en honderde beekjes slingeren +zich murmelend tusschen de bloembedden. Men heeft niets vergeten: in +een kiosk aan den oever word ik eene groep vroolijke jonge meisjes +gewaar, rijk uitgedost met gouden sieraden, en schitterende van +edelgesteenten: dat zijn de nautsjnis of hofdanseressen, die de rana +hier heeft gezonden om ons door hare dansen en gezangen te vermaken. Ik +onderhoud mij eenige oogenblikken met deze bayaderen, en sta verbaasd +over haar zuiver accent en haar sierlijke gekuischte taal, waaruit +duidelijk blijkt dat zij eene beschaafde opvoeding moeten genoten +hebben. Een jonge Radsjpoet, wien ik mijne verwondering mededeelde, +zeide mij dat deze nautsjnis niet, als de gewone danseressen, arme +schepsels zijn, die niets weten dan wat het toeval haar heeft geleerd, +maar integendeel van hare eerste jeugd zeer zorgvuldig worden opgevoed +en onderwezen in alles wat tot veraangenaming van het leven strekken +kan, in poëzie, muziek, beschaafde innemende manieren. + +Samboe-Singh zelf verschijnt eerst tegen twee uur; hij is gezeten in +een prachtig versierde gondel, die aan de groote trap aanlegt, waar +wij gereed staan om hem te ontvangen; de Rao van Baidlah en de Rao +van Pursaoli vergezellen den Vorst. Terwijl wij met elkander praten, +worden de toebereidselen voor de jacht voltooid; daarop scharen zich +de tsjoebdars en de soldaten der lijfwacht ter wederzijde van den weg, +en wij trekken in optocht, voorafgegaan door de zingende bayaderen, +naar den oever, waar wij ons inschepen in de booten. Deze platboomde +schuiten kunnen niet meer dan drie of vier personen bevatten, en +zijn uitnemend geschikt voor de jacht in deze meren en moerassen, +waar het water doorgaans maar weinig diepte heeft. + +Wij steken het meer over, en verliezen ons weldra in een doolhof van +smalle kanalen, die in alle richtingen het groote moeras aan den voet +der bergen doorkruisen; reusachtige biezen en dichte rietbosschen +omsluiten ons van alle kanten; en naarmate wij verder komen, vliegen +gansche zwermen van eenden, ganzen en flamingo's uit deze bosschen +op. Nu werden de geweren ter hand genomen; en na verloop van een uur +hadden wij eenige honderde eenden en andere vogels geschoten. Te vier +uur verlieten wij het moeras, en keerden naar het meer terug, waar wij +de staatsiegondels vinden; hier neemt de rana, op de meest hoffelijke +wijze, afscheid van ieder onzer, en keert naar zijn paleis weder; wij +blijven nog in onze booten om de jacht op krokodillen voort te zetten. + +De krokodil van de indische binnenmeren is een geducht roofdier; +hij bereikt eene vrij aanmerkelijke lengte, en schroomt niet de +menschen aan te vallen. Sedert de engelsche resident te Oodipoor is +gevestigd, en de rana, in strijd met de godsdienstige vooroordeelen, +die de krokodillen onschendbaar maakten, aan de Europeanen vergunning +heeft gegeven hen te dooden, hebben deze monsters de onmiddellijke +omstreken der stad verlaten, en zich op den tegenover liggenden oever +teruggetrokken. Onverbiddelijk in hunne schuilhoeken vervolgd, zijn +zij zeer bedachtzaam en voorzichtig geworden; zoodra zich eene boot +op het meer vertoont, duiken zij allen onder en laten, ook wanneer zij +weder boven komen, niets dan het uiteinde van hun snuit zien. Maar dit +is voor den jager voldoende; de kogels van onze getrokken karabijnen +treffen de krokodillen ook onder water; een heftige beweging in het +meer en een roode plek op het water zijn echter de eenige zichtbare +resultaten van deze jacht, want de gedoode alligator zinkt onmiddellijk +naar den grond. + +Wij keeren naar ons toover-eiland terug, waar wij door het gezang +der bayaderen worden verwelkomd; na het middagmaal begeven wij ons +andermaal in onze booten en laten ons gedurende eenige uren door +het meer roeien; de maan rijst boven de bergen en giet haar zilveren +licht uit over de wit marmeren koepels van het paleis; de kabbelende +wateren schijnen met diamanten bezaaid; de zwoele avondwind voert +ons de welluidende tonen toe van het gezang der nautsjnis, die ons +op eenigen afstand volgen. + +Eindelijk is het tijd om huiswaarts te keeren; onze olifanten wachten +ons aan de kaai, en wij begeven ons op weg naar de residentie, vervuld +met de aangenaamste herinneringen aan dezen heerlijken dag. De rana +heeft woord gehouden: hij heeft ons bijna de schitterende gastvrijheid +van onzen vriend den Guikowar doen vergeten. + + + +V. + + +Toch was deze dag slechts de inleiding tot eene lange reeks van +feesten, die onafgebroken tot den 17den Januari voortduurden. In dien +roes begonnen wij bijna te vergeten, dat wij nog eene lange reis hadden +te doen, eer wij Jhodipoor, de eerstvolgende plaats onzer bestemming, +bereiken zouden; toch besloot ik aan dit werkelooze leven een einde +te maken, en deelde aan den majoor mijn voornemen mede, om den 20sten +te vertrekken. + +Intusschen had men weldra iets gevonden, om onze afreis te vertragen: +de groote jacht, die de rana jaarlijks in het Aravalli-gebergte +houdt, zou weldra plaats grijpen; en de majoor gaf mij zulk eene +schitterende beschrijving van die monster-jacht, dat ik mijn vertrek +dadelijk uitstelde. Waarom ook zou ik mij haasten: ik had mij wel +vast voorgenomen niet het voorbeeld te volgen onzer hedendaagsche +touristen, die land aan land pijlsnel doorvliegen, als joeg hen een +demon voort; altijd gejaagd en gehaast en voortgedreven, zien zij +eigenlijk niets, en eenmaal aan de plaats hunner bestemming gekomen, +vragen zij zich zelf twijfelend af, waarom zij zich toch zoo gehaast +hebben. Waren drie jaren niet voldoende om Indië te bezoeken, welnu, +dan zou ik er vier of zoo noodig vijf jaren voor besteden, maar ik +zou dan ook inderdaad iets gezien hebben. + +In den morgen van den 18den Januari heerschte er in den omtrek van de +residentie die eigenaardige drukte en beweging, die onafscheidelijk +is van het vertrek van een hooggeplaatst persoon in Indië. Daar de +majoor door al zijne bedienden en huisgenooten gevolgd werd, waren er +verscheidene olifanten en een aantal kameelen noodig, om de tenten, +de bagage en de mondbehoeften te vervoeren. Zulk een pleiziertochtje is +hier in dit land geene kleinigheid: weelde en prachtvertoon is overal +onontbeerlijk; en voor eene jachtexpeditie, die hoogstens veertien +dagen zou duren, moest de majoor een volledig ameublement medenemen: +tafels, stoelen, bedden, sofa's, buffetten en zilverwerk. Het zou +zijner hooge waardigheid en zijn aanzien afbreuk hebben gedaan, indien +zijne slaapkamer in het kamp minder weelderig ware gemeubeld geweest, +dan in zijn paleis te Oodipoor. + +Het hof zal eerst den volgenden dag op reis gaan; de majoor, dokter +Cunningham, mijn reisgezel en ik zullen den nacht doorbrengen in een +huis buiten den Guirwô, en den volgenden morgen naar de bergen van +Nahrmoegra, de algemeene verzamelplaats, trekken. Tegen twee uur, +worden wij in twee open calèches, ieder met zes paarden bespannen +afgehaald; de zweepen klappen, en wij vertrekken in vliegenden +draf, gevolgd door een eskadron lanciers van den rana. Voor wij +de bergengte bereiken, die naar de vlakte van Mewar voert, geleidt +de majoor ons naar het meer Oedey-Sâgur, aan het uiteinde van den +Guirwô, tegenover Oodipoor, gelegen: een schilderachtige waterkom, +door donkere wouden omzoomd, en aan drie zijden beheerscht door de +toppen van de Aravallis, die aan geheel het landschap een verheven +ernstig voorkomen geven. Evenals het meer Petsjola is ook dit meer +kunstmatig gevormd, door afdamming van de rivier Bunas, een op zich +zelf zeer onbeduidend stroompje, dat op die wijze twee der fraaiste +meren van Indië, op eenige mijlen afstands van elkander gelegen, +voedt. De dijken van de meren Oedey-Sâgur en Petsjola verdienen met +eere genoemd te worden onder de groote werken, door de Radsjpoeten +tot stand gebracht. De dijk van Petsjola heeft een omtrek van twee +kilometers; het door den dijk omsloten meer ligt tien of twaalf el +boven den bodem der vallei, en bevat eene watermassa, die gerust op +meer dan twee milliards kubiek el kan worden geschat; de dijk is zoo +stevig aangelegd, dat hij eene gansche stadswijk dragen kan. De _bánd_ +van Oedey-Sâgur is zeshonderd el lang en gemiddeld twintig el hoog; +de watervlakte heeft eene lengte van vier en eene breedte van drie +kilometers: de gemiddelde diepte bedraagt tien el. De dijk is van +steen gebouwd, met trappen en kiosken voorzien; op de kruin verheft +zich een fraai zomerpaleis. Deze kunstmatige meren hebben evenwel +nog eene andere bestemming, dan om louter tot verfraaiing van het +landschap te dienen. Men vindt ze overal door geheel Radsjpoetana, +dat voornamelijk aan hen zijne buitengewone vruchtbaarheid dankt; +het water, aldus opgesloten in een bekken, dat eenige ellen boven den +beganen grond ligt, onderhoudt, vooral in het droge jaargetijde, eene +weldadige frischheid en vochtigheid, en voedt de putten en bronnen +der naburige dorpen. Verbreek de dijken dezer meren, en de rivieren, +die ze vormen, zullen weder worden wat zij vroeger waren: woedende, +vernielende bergstroomen in den regentijd, in het overige van het +jaar droge, dorre ravijnen; en deze nu zoo vruchtbare vlakten zullen, +binnen weinige jaren, weder terugkeeren tot de woestijn, waaraan zij +zijn ontwoekerd. De volken, die elkander in het bezit dezer landen, +en over het algemeen van Centraal-Indië zijn opgevolgd, hebben, +van de vroegste tijden, het nut dezer kunstmatige meren erkend; +overal hebben zij het water door reusachtige afdammingen opgehouden, +om het vervolgens naar hun wil en keus te geleiden. Sommigen van deze +waterwerken zijn duizende jaren oud, en wekken nog, door hun grootschen +aanleg, de bewondering der reizigers op; velen zijn echter sedert +vervallen, en alom waar dit, door de zorgeloosheid der regeeringen, +is geschied, is het land tot een wildernis geworden. + +Na ons bezoek aan het meer, keeren wij naar den grooten weg terug, +en bereiken, tegen steile hellingen opklauterende, den ingang +van den bergpas van Dobarri. Ter wederzijde verheffen zich hooge +rotswanden, die slechts een weg van weinige ellen breed vrijlaten; +de plek draagt den stempel van eene wilde grootschheid, wel geschikt +om een diepen indruk te maken. In deze kronkelende bergengten heerscht +eene ongestoorde stilte: de steile rotswanden, die loodrecht uit de +omringende afgronden oprijzen, maken zelfs voor dieren den toegang +bijna onmogelijk. Op het smalste punt van den pas bevindt zich eene +versterkte poort, van bolwerken voorzien en gedekt door wallen, +die langs de hellingen naar boven loopen; in een paviljoen nevens de +poort is een militaire wacht geplaatst, die niemand doorlaat dan na +voorafgaand onderzoek; op korten afstand ziet men een tempel en een +waterbron, waar de pelgrims komen uitrusten. + +Wij gaan de poort door, en overzien de rijke en vruchtbare vlakten +van Mewar: aan den horizon verheffen zich de bergen van Tsjittore, +de oude stad der Ranas. Op de plek, waar wij ons nu bevinden, stond, +volgens de overlevering, ook eenmaal Pertap-Singh, en wierp een blik +op zijn voorvaderlijk koninkrijk, door de vreemdelingen overweldigd, +aan wie hij hier een eeuwigen haat zwoer. Door de mohammedaansche +keizers van Delhi verdreven en van zijne bezittingen beroofd, bleef +Pertap niets meer over dan het enge gebied, binnen den kring van den +Guirwô ingesloten; toch bleef hij onverzettelijk de vredesvoorstellen +der Mongolen afslaan, die hem, tegen den vrijwilligen afstand zijner +souvereiniteitsrechten, eer en schatten aanboden; hij verklaarde +hun een onverzoenlijken krijg. Met een handvol edelen, die hem +getrouw waren gebleven, en de hulp der wilde Bhîls, weerstond +hij, aan de bergengte van Dobarri, de herhaalde aanvallen der +keizerlijke legers, en wist het, door onbezweken heldenmoed en schier +bovenmenschelijke inspanning, zoover te brengen dat hij langzamerhand +geheel Mewar herwon. Weinig natiën kunnen op eene geschiedenis bogen, +zoo rijk aan heldendaden, zoo luide getuigende van zelfopofferende +vaderlandsliefde, als die der Radspoeten van Mewar; van alle indische +stammen waren zij de eenigen, die volstandig weigerden, de knie te +buigen voor de Muzelmannen, en te midden van gruwelijke vervolgingen +en verdelgingsoorlogen hunne fiere onafhankelijkheid wisten te bewaren. + +Het landschap, dat ons omringt, verhoogt de belangstelling, waarmede +wij naar het verhaal van majoor Nixon luisteren; de radsjpoet ruiters, +die ons vergezellen, verheffen zich trotscher in den zadel, nu zij +den grond betreden, zoo menigmalen door het bloed hunner heldhaftige +voorvaderen gedrenkt, en ik zelf kan zekere aandoening, bij de +herinnering aan dit verleden, niet onderdrukken. + +Wij worden weldra uit onze mijmering gewekt door het gezicht van de +bungalow van Dubock, waar onze bedienden reeds zijn aangekomen en +waar ons een goed middagmaal wacht. Dubock is een klein dorp, aan +den zuidelijken uitloop van de Nahrmoegraketen (Tijgergebergte), +en slechts eenige mijlen van onze verzamelplaats verwijderd. Wij +brengen hier den nacht door. + +Den volgenden morgen breken onze lieden reeds vroegtijdig het kamp op, +en trekken naar het dorp Nahrmoegra; in plaats van den gewonen weg +te volgen, gaven wij de voorkeur aan den tocht over de bergvlakten, +om nauwkeurig bekend te worden met de gesteldheid der streek, waar wij +de volgende dagen ter jacht zullen gaan. De Nahrmoegrabergen vormen +eene kleine keten, die over eene uitgestrektheid van vijf of zes mijlen +evenwijdig aan de oostelijke bergketen van den Guirwô loopt; zij zijn +van deze laatste gescheiden door eene tamelijk breede vallei, met op +zich zelf staande hoogten bezaaid. De hellingen van het gebergte loopen +in eene menigte voorsprongen uit, die op wonderlijke wijze als door +elkander zijn geworpen en een bijkans ondoordringbaar net van kloven +en diepten en ravijnen vormen. De zijden der bergen zijn geheel bedekt +met dicht kreupelhout, bestaande uit een soort van kleinen, doornige +acacia, _Acacia detinens_, die zelden hooger wordt dan drie el, en +eene groote menigte gele bessen voortbrengt, die eene lekkernij zijn +voor de wilde zwijnen. Gansche kudden van deze dieren houden zich in +die bosschen op, veilig onder de bijzondere bescherming des konings: +zonder uitdrukkelijke vergunning van den rana mag niemand hier in +den omtrek een geweer afschieten, veel minder jagen. Terwijl wij +door het dichte hout voorttrekken, zien wij dan ook overal troepen +wilde zwijnen, die bij onze nadering op de vlucht gaan. Het dorp +Nahrmoegra ligt aan het noordelijk uiteinde van de bergketen; een +sierlijk paleis, waarvan de koepels en torens zich boven het geboomte +verheffen, dient den Rajah tot verblijf gedurende den jachttijd. + +Bij onze aankomst vinden wij het kamp der jagers reeds geheel kompleet; +nabij het paleis zijn onze tenten geplaatst, die eene aanzienlijke +oppervlakte beslaan. Aan de overzijde van een klein ravijn staan de +gekleurde tenten van het gevolg van den rana, de stallen der olifanten, +en de barakken der kavalerie en van de twee regimenten infanterie, +die als drijvers dienst zullen doen. Meer dan tienduizend menschen +zijn nu bijeen in dit doorgaans zoo stille en rustige oord; uit +het kamp gaat een oorverdoovend gerucht op: toch schijnt er de meest +volmaakte orde te heerschen. De etiquette wordt hier niet minder streng +in acht genomen dan aan het hof zelf; eene deputatie van edellieden +komt ons, met groote staatsie, uit naam van den rana begroeten en ons +het programma der feesten ter hand stellen, die gedurende de veertien +dagen, dat de jachtpartij duurt, zullen plaats hebben. De bayaderen +hebben den last ontvangen, hare tenten in de nabijheid van die der +vreemde heeren op te slaan. In den loop van den avond verschijnt de +Rana, dien wij in het paleis afwachten; hij voert ons zelf door zijne +woning rond, die inderdaad door eenvoud en smaak uitmunt. + +Den 20sten, des middags, heeft de plechtige opening der jaarlijksche +jacht plaats. De rana, op zijn olifant gezeten, verlaat zijn paleis, +omstuwd door een koor van barden, die toepasselijke liederen +aanheffen en groote palmtakken, met rozen versierd, zwaaien. De +opperjagermeester, Maharaj Singjee, op een rijk opgetuigde kameel +gezeten, volgt te midden der schaar van bedienden; achter hen komen de +edelen en de genoodigden, ieder op een olifant; een talrijke schaar van +Radsjpoeten te paard sluit den trein. De stoet trekt langzaam voort, +te midden van eene menigte van dorpelingen en landlieden, van alle +kanten saamgestroomd, om getuige te zijn van deze plechtigheid. Op +een mijl afstands van het dorp gekomen, wijst de rana de personen +aan, die de hooge eer zullen hebben met hem zelf te mogen jagen: +die bevoorrechten zijn de resident, de dokter, mijn reismakker en ik, +benevens de beide raos van Baidlah en Pursaoli; al de anderen zullen +zich eenvoudig tot de rol van toeschouwer bepalen. Dit aldus geregeld +en de jacht nu geopend zijnde, verspreiden de drijvers zich in de +vlakte en jagen een troep wilde zwijnen op, die langs de olifanten +heenloopen; vier liggen weldra ter aarde; deze buit wordt voor den +eersten dag voldoende gerekend; de stoet schaart zich weder in orde +en keert naar het kamp terug. Aan den ingang van het paleis komen de +bayaderen, in hare fraaiste kleederen uitgedost, ons geluk wenschen +met den behaalden buit. + +De vier volgende dagen waren hoofdzakelijk gewijd aan eene soort van +drijfjacht in de vlakte, om het wild naar het gebergte te drijven. Geen +schilderachtiger aanblik, dan de lange lijn van olifanten, te midden +der ruiters, zich in de vlakte ontplooiende; de reusachtige dieren, +behangen met fraaie dekkleeden, uit de huiden hunner voorgangers +vervaardigd, verheffen zich boven het kreupelhout als wandelende +torens, en schrijden rustig en met vasten tred voort, dwars door +de doornige struiken. Nooit komt de gevatheid en het merkwaardige +instinkt van den olifant treffender uit, dan bij het nazetten der +gewonde dieren. De wilde zwijnen hollen bij troepen langs de jagers +heen; zoodra er een gewond is, verwijdert hij zich van de troep, en +verschuilt zich in het dichte kreupelhout. Daar ieder gewond dier van +rechtswege toebehoort aan den jager, die het 't eerst getroffen heeft, +moet deze zich van de groep zijner makkers afzonderen en zijn wild +gaan opsporen. Daarbij dient de olifant, dien hij berijdt, hem als +speurhond; onvermoeid volgt het dier het spoor, van tijd tot tijd +snuffelende, waar het wilde zwijn geloopen heeft; de gang van den +olifant is zoo zacht, dat hij dikwijls langs de schuwste dieren heen +gaat, zonder dat deze hem gewaar worden. Het is mij meermalen gebeurd, +dat ik, op een olifant gezeten, het spoor van een of ander wild +volgende, op weinige schreden afstands een troep damherten zag, die +rustig bleven doorgrazen. In de nabijheid van het gewonde dier gekomen, +staat de olifant eensklaps stil; en dikwijls kunt ge eerst na scherp +rondzien het arme opgejaagde wilde zwijn ontdekken, gewond tusschen +de struiken neergezonken; een kogel maakt een einde aan zijn lijden, +en de olifant verkondigt de zegepraal door een luiden vreugdekreet. + +Den 24sten kwamen de shikaris ons verwittigen, dat de _hankh_ of +de jachten in het gebergte een aanvang konden nemen; volgens hunne +verzekeringen hadden de dieren, verschrikt door onze drijfjachten, +zich in grooten getale in de boschrijke kloven en ravijnen +verscholen. Dadelijk werd het plan voor den veldtocht vastgesteld; +wij zouden aan de zuidelijke punt van de bergketen beginnen, en aldus +voortgaan tot den bergpas achter ons kamp, waar de laatste groote +jacht zou plaats hebben. + +Den volgenden morgen trok de jachtstoet naar Dubock, en vandaar +naar de _houdi_, waarin wij de jacht zouden bijwonen. Deze houdis +zijn een soort van kleine bolwerken, doorgaans aan den ingang van +een dal of ravijn opgeworpen, zoodat het vuur der jagers de vallei +geheel bestrijkt. Alles is hier voor ons gemak ingericht: sierlijke +leuningstoelen staan gereed voor den rana en de genoodigden; bier, +champagne, limonade met ijs en andere ververschingen zijn in overvloed +voorhanden. Deze manier van jagen is zeker wel de minst vermoeiende, +die men zich denken kan. Achter iederen jager staan twee shikaris, +met eene geheele batterij van geweren; een hunner is belast met het +laden der geweren, terwijl de andere ze aan den jager ter hand stelt, +naarmate hij ze noodig heeft. + +De houdi van Dubock is allerfraaist gelegen, beschaduwd door een groep +hoog geboomte, aan den rand van een diep dal; de vlakte en het gebergte +der Aravallis liggen in een wijd panorama voor ons. De drijvers, +die vooruit zijn vertrokken, hebben zich ten getale van drieduizend +man in het gebergte verspreid en alle hoogten bezet; het opgejaagde +wild blijft geen andere uitweg over, dan het smalle dal aan onzen +voet. Weldra klinkt ons uit de verte een luid gerucht tegen; uit het +kreupelhout schettert en dreunt het oorverdoovend geraas van gongs, +trompetten en tamtams. Eenige oogenblikken later ruischt en kraakt het +in de struiken, en een troep wilde zwijnen stormt in het dal: zij zijn +ongeveer ten getale van twintig en blijkbaar zeer verschrikt. Binnen +het bereik onzer geweren gekomen, worden zij door onze kogels begroet; +enkelen storten neder; anderen keeren naar het gebergte terug; sommigen +zijn verstandig genoeg om hun weg te vervolgen en bereiken ongedeerd de +vlakte. Na verloop van een half uur is de verwarring onbeschrijfelijk; +de wilde zwijnen verdringen zich bij honderden in de smalle kloof, +en het vuur van de houdi zwijgt geen oogenblik. Jakhalzen, hyenas +vluchten in wilde warreling met de evers; al deze arme dieren zijn +door een panischen schrik bevangen en loopen blindelings in hun +verderf. Langzaam en voorzichtig treedt een panter te voorschijn; +hij poogt de rotsen te beklimmen, en zoo achter de noodlottige houdi +heen te komen: maar weldra tuimelt hij, door onderscheidene kogels +getroffen, in de diepte, onder het luide gejuich der Radsjpoeten. + +Eindelijk komen de drijvers terug; de jacht is afgeloopen. Wij +dalen in de vallei af om het wild te onderzoeken. Het schouwspel is +inderdaad afschuwelijk: de gedoode dieren liggen in schrikkelijke +wanorde op en over elkander; breede bloedplassen bedekken den rotsigen +bodem. Meer dan veertig wilde zwijnen, een vijftiental jakhalzen, +hyenas en wilde honden, en een panter: ziedaar de buit, in anderhalf +uur behaald. Mijne belangstelling wordt vooral opgewekt door de +wilde honden, waarvan ik dikwijls had hooren spreken, maar die ik +nog nooit had gezien. Zij zijn ongeveer zoo groot als een jakhals, +op wien zij veel gelijken, ook door den vorm van hun kop; maar hun +haar is korter, vaalbruin van kleur, en hun staart kaal. Het geblaf +van den wilden hond komt overeen met dat van den gewonen huishond, +maar is ruwer en heeft een onaangenamen, klagenden toon. In talrijke +groepen vereenigd, maken deze dieren jacht op de herten en antilopen, +die zij zonder veel moeite weten machtig te worden; den mensch vallen +zij nooit aan. Zelfs zeer jong gevangen, worden zij nooit recht tam. + +Ons leven in het kamp van Nahrmoegra is eene opeenvolging van feesten; +om daarvan een denkbeeld te geven, zal ik beschrijven hoe wij in den +regel den dag doorbrengen. + +Onze tenten, die tot slaapkamers dienen, zijn in een wijden kring +geschaard om twee groote tenten of liever gebouwen van tentdoek, +van verandahs omgeven en met de grootste weelderigheid gemeubeld; +een daarvan is de eetzaal, de andere is de algemeene salon, waar alle +leden van het gezelschap elkander ontmoeten. Ten zes uur in den morgen +komen de bedienden ons wekken met een glas sherry; opgestaan zijnde, +trek ik mijne kleederen uit, en ga, met een eenvoudigen _janghir_, +een korten nauwsluitenden broek, gekleed, naar buiten. Daar zet ik mij +neder op een bos stroo, en breng mijn eersten groet aan mijne makkers, +die, in hetzelfde kostuum uitgedost, in dezelfde houding, voor hunne +tenten zitten; de _Bhistis_ naderen met hunne zakken ijswater en dienen +ons een stortbad toe. Eenige minuten later zijn wij, in een deftiger +kostuum, vergaderd rondom de tafel in de _Mess-Tent_, de eetzaal, +waar een stevig eerste ontbijt staat aangericht. Vroolijk pratende en +keuvelende, heerlijke _tsjeroets_ van Manilla rookende, gaat de tijd +al ras voorbij; vervolgens stijgen wij te paard en gaan een toertje in +den omtrek maken, onderwijl eenige ganzen en flamingo's schietende. Ten +elf uur wordt op nieuw toilet gemaakt, en het tweede ontbijt gebruikt: +de bedienden van den rana brengen ons daarbij dagelijks een deel +van den koninklijken maaltijd. Twee deurwaarders met gouden staven +wandelen aan de spits van dezen langen stoet van bedienden, die +schotels aandragen met de meest verschillende spijzen beladen. Naar +dit proefje van het dejeuner van den rana te oordeelen, moet die vorst +met eene merkwaardigen eetlust begaafd zijn; waarschijnlijk zal echter +zijn persoonlijk aandeel wel geringer zijn dan de voor ons bestemde +porties. De gerechten van dit ontbijt bestaan in gebraden vleesch, +wilde-zwijnen pooten, reeënbouten, sterkgekruide ragouts en zoogenaamde +_curries_; enkele van deze schotels zouden eener aanzienlijke tafel +in Europa geen oneer aandoen. De _pickles_ van allerlei soort, +suikergoed en gebak vullen zoowat een dozijn schotels. Natuurlijk +raken wij slechts even, voor den vorm, aan dit monster-dejeuner, +dat verder aan onze bedienden wordt overgelaten. Het midden van +den dag is aan de jacht gewijd. Ten vier uur, na ons nogmaals door +een stortbad verkwikt en opgefrischt te hebben, ontvangen wij het +bezoek van de indische edellieden, die over allerlei zaken met ons +komen spreken. Het middagmaal duurt, naar de algemeene gewoonte in +Hindostan, zeer lang, omdat ook hier het engelsche gebruik gevolgd +wordt om na afloop der tafel nog te blijven drinken; de bayaderen, +de goochelaars en het vuurwerk houden ons daarna tot middernacht bezig. + +Den 30sten tijgen wij voor het laatst ter jacht; des avonds is er +groot feest in het paleis, ten besluite der jachten van Nahrmoegra. Den +volgenden morgen keerden wij naar Oodipoor. + + + +VI. + + +De maand Februari ging voorbij met de verschillende feesten van +den Holi, het lentefeest en tevens het indische carnaval, waarbij +de uitgelatenste vroolijkheid en ook de ergerlijkste zedeloosheid +en dartelheid allerwege den boventoon voeren. De rana had ons +overgehaald tot na den afloop dezer feesten en die van de godin Goeri, +te Oodipoor te blijven; nu echter stond mijn besluit om te vertrekken +onwrikbaar vast. Wij hadden ons afscheidsbezoek bij den rana gebracht, +en alle toebereidselen voor de reis waren voltooid. De rana had de +beleefdheid gehad zijne kameelen te onzer beschikking te stellen: +maar de vakil, de stalmeester, had--ik weet zelf niet waarom--ons +allerlei moeilijkheden in den weg gelegd. Hij zond ons kreupele, +onhandelbare of zwakke dieren, die wij niet konden gebruiken. Eindelijk +gaf ik hem te kennen dat ik mij tot den resident of des noods tot den +rana zelf zou wenden; dit hielp: en weldra had ik nu vijftien sterke +kameelen tot mijnen dienst, die onze bagage, onze bedienden en onze +tenten moesten vervoeren; twee uitnemende dromedarissen zullen ons +dienen om daarop te rijden. Ons geleide bestaat uit twaalf sowars; +onze bedienden en de kameeldrijvers daarbij geteld, is onze karavaan +meer dan veertig personen sterk. + +In den vroegen morgen van den 5den Maart, zond ik al mijn volkje +vooruit naar Dubock; bij het vertrek heerscht de meest volslagen +wanorde, zooals trouwens hier doorgaans het geval is. Wij ontbijten +voor het laatst bij den resident; al onze goede vrienden zitten +nog eens met ons aan tafel. Eindelijk--een laatste handdruk, en dan +vaarwel! Wij springen in het zadel en rijden in galop weg; na een +rit van een uur bereiken wij de bergpassen van Dobarri. Nog eenmaal +wierpen wij een blik op het landschap achter ons: daar lag de rijke, +heerlijke vallei met hare bosschen, hare vruchtbare velden, hare +lachende dorpen; het riviertje de Bairis baande zich kronkelend een +weg tusschen de rotsen. In de verte Oodipoor, de stad van de rijzende +zon, met haar diadeem van paleizen, rustende tegen de Aravallis, +wier prachtige grootsche lijnen zich krachtig in de blauwe lucht +afteekenden. Wij trekken de bergengte door, en hebben de grenzen +van den Guirwô overschreden; voor ons ontvouwt zich het panorama der +vlakten van Mewar, ten oosten begrensd door eene schemerende blauwe +lijn, de bergen van Tsjittore. + +Wij bereiken de bungalow van Dubock, waarbij ons kamp is +opgeslagen. Nauwelijks zijn wij daar aangekomen, of twee _harkaras_ +of boden van den rana komen ons de _purwanas_ of firmans ter hand +stellen, die de koning ons had beloofd. Deze purwanas zijn gericht aan +de thakoers of baronnen, aan de kotwals of bevelhebbers der steden, +aan de patels of dorpshoofden, en houden den last in, vooreerst, +dat wij behandeld moeten worden met al den eerbied, dien men aan +vrienden van den maha-rana verschuldigd is; voorts, dat ons dadelijk, +zonder eenige vergoeding, de _rassâd_ voor ons en onze lieden moet +worden verschaft. Onder dezen _rassâd_ verstaat men zoowel de noodige +levensmiddelen als de koelies. Op mijn bevel moet dit alles, op de +verschillende plaatsen waar wij ons ophouden, worden geleverd; het +dorpshoofd maakt dan eene lijst op der geleverde goederen, die door +mij wordt geteekend en vervolgens aan den minister van den rana ter +hand gesteld, die voor de betaling zorgt. De purwana voegt daarbij, +dat, aangezien de sahibs reizen om het land te leeren kennen, elk +gehouden is hun alle merkwaardigheden aan te wijzen, en hun alle +verlangde inlichtingen te geven omtrent de zeden, de overleveringen +en legenden der streek. Deze laatste bijvoeging is van groot gewicht: +want daar de inlanders altijd bevreesd zijn op eene of andere manier +in onaangenaamheid te geraken, antwoorden zij zonder zulk een bevel +steeds ontwijkend op al uwe vragen en houden zich als wisten zij van +niets. De beide harkaras, die ons zullen vergezellen, moeten voor de +goede naleving der firmans zorgen. + +Het kamp is in de volmaakste orde; de kameelen en paarden zijn aan +palen vastgebonden; de tenten regelmatig geplaatst; ieder man is op +zijn post, en heeft zijn bed, een strooien mat, gereed gemaakt. Van de +verwarring en wanorde, die te Oodipoor heerschten, is geen spoor meer +over. Zoo lang de reis nog niet begonnen is, kunt ge niets van uw volk +gedaan krijgen: de beesten worden slecht geladen; de touwen breken; +elk oogenblik hebt ge met allerlei moeielijkheden te kampen. Maar +nauwelijks zijn zij een paar mijlen buiten de stad, of uwe lieden +begrijpen dat alle verder tegenspartelen nutteloos is, en van nu gaat +alles naar wensch. De Hindoes hebben allen een ingeschapen lust voor +reizen; het eenige waar zij tegen opzien, is het vertrek; maar eenmaal +op weg, zult ge moeielijk lieden vinden, die zich gewilliger en met +meer blijmoedigheid de vermoeienissen en ontberingen van een langen +marsch getroosten; zij zijn op reis bereid te doen, wat zij u in de +stad zeer stellig weigeren zouden, en niemand aarzelt een oogenblik, +de handen aan het werk te slaan. + +Nog voor het aanbreken van den dag, werd ik den volgenden morgen door +mijn getrouwen bediende gewekt. Al ons volk is reeds op de been, en +druk bezig, bij het schijnsel der wachtvuren, de kameelen te laden, +die gansch niet in hun schik zijn, dat zij zoo vroeg gewekt worden, +en hun ongenoegen door een luid gebulk openbaren. Het tooneel is +schilderachtig genoeg: dit geraas en rumoer, dat rosachtig schijnsel +der vuren, die zonderlinge dieren, onwillig tegenstribbelende tegen die +door elkander woelende menschen, die groote donkere boomgroepen:--en +dan dat stille rustige, in schemering gehulde landschap daar om +heen. Het is vier uur in den morgen, tusschen de keerkringen het +stille uur; het roofgedierte, dat des nachts rondsluipt, is reeds naar +zijn holen terug gekeerd; de andere woud- en veld- en luchtbewoners +wachten op de komst van den dageraad; de lucht is frisch, koel zelfs: +het doet u goed, bij het wachtvuur te staan. De maan is ondergegaan; +geen ander licht dan het schijnsel der sterren en de heldere glans +van het zodiacaal licht, dat aan den oostelijken horizon als een +langwerpige aureool straalt. + +Het land, waar wij ons thans bevinden, behoort zeker tot de door de +natuur meest gezegende streken; de bodem bestaat uit die zwarte, zware +tuinaarde, in het hindoesch _mâl_ genaamd, waaraan de uitgestrekte +landstreek, door de Tsjumboel bespoeld, den naam van Malwa dankt. Maar +de bebouwing staat hier niet in evenredigheid tot de vruchtbaarheid; de +onophoudelijke oorlogen der vorige eeuw hebben het land grootendeels +tot een wildernis gemaakt; het oog van den reiziger dwaalt langs +onafzienbare vlakten, overal bedekt met dat grijsachtige struikgewas, +dat alle indische jungles vormt. Van afstand tot afstand ontmoet +ge een enkel dorp, met zijne woningen en tuinen tegen de hellingen +van een heuvel gebouwd; daar om heen smaragdgroene rijstvelden, +veelkleurige opiumplantages, prachtige akkers met graan. Deze dorpen +zien er allen welvarend uit; bij onze nadering loopen de inwoners +toe om ons te groeten. + +Na een tocht van een-en-twintig kilometers door deze fraaie, +hoewel eenigszins eentonige landstreek, komen wij te Mynar, een +schilderachtig dorp, tegen een heuvel gelegen, waarvan de top door +een sierlijken tempel wordt gekroond. Wij slaan ons kamp op in de +schaduw van eeuwenheugende boomen, aan den oever van een fraai meer, +tegenover een grooten plas, waar, tusschen de breede lotusbladen, +gansche zwermen van eenden dartelen. Ik begaf mij daarheen, en schoot +mijn geweer onder den hoop af. Duizende eenden verduisterden de lucht, +en lieten zich dooden met eene gemakkelijkheid, die mij al spoedig +de lust deed vergaan. + +De sowars rapen den buit op, en volgen mij, bij zich zelven mompelende +en lachende, tot aan mijne tent; maar nauwelijks heb ik mijn ontbijt +gebruikt, of een zwaarlijvige brahmaan komt mij vertellen dat het +niet geoorloofd is op het meer te gaan jagen, omdat het dorp gewijde +grond is. Ik tracht hem onder het oog te brengen dat ik, indien ik +al kwaad heb gepleegd, dit dan toch onwetend heb gedaan, en dat de +rana mij bovendien heeft vergund om overal in zijne staten zonder +eenige beperking te jagen. Deze uitlegging schijnt den brahmaan niet +te voldoen, die blijft razen en tieren, tot ik hem buiten het kamp +laat zetten. + +Mynar is inderdaad een _sahsun_, dat wil zeggen eene kerkelijk +domein; de priesters beweren dat hun dit goed geschonken werd door +den mythischen rajah Mandhata, die vóór Vicramaditya te Dhar regeerde +en wiens rijk zich uitstrekte tot de Aravallis. Deze koning, eens te +Doendia, eene naburige stad, zijnde, bracht daar den goden de aswamedha +of het offer van een paard; na afloop der plechtigheid, wilde hij de +beide ritsjis of heilige kluizenaars, die geofferd hadden een geschenk +vereeren, maar deze weigerden iedere gave. Toen nam de koning zijne +toevlucht tot list: hij verborg in de bîra, het bosje betelbladen, +dat hij hun aanbood, een brief, waarbij hun het dorp Mynar met de +daarbij behoorende gronden in eigendom werd geschonken. De ritsjis, +de bîra aangenomen hebbende verloren hun vermogen om wonderen te doen; +zij vestigden zich toen op hun nieuw domein en werden landbouwers. + +In geheel Radsjpoetana is er geen enkele staat, waarin althans niet +een vijfde gedeelte van den grond het eigendom is der brahmanen; in +den loop der eeuwen heeft de brahmaansche kerk onberekenbare schatten +opgestapeld, wier bezit zij met alle kracht verdedigt. Worden de +vorsten niet in de oude gewijde boeken van Manoe zelf vermaand, +om vóór hun dood al hunne persoonlijke bezittingen aan de priesters +te vermaken? En worden zij, die de hand zouden durven slaan aan de +gewijde goederen, niet bedreigd met een verblijf van zestigduizend jaar +in het lichaam van een onreinen worm? Het moet toch wel hard zijn, +na al de weelden van den troon genoten te hebben, zoo ontzettend +diep te vallen; en aan den anderen kant is het recht aangenaam uit +dit leven te scheiden met het bewustzijn dat, zoo uwe erfgenamen al +teleur zijn gesteld, dan toch uwe ziel van alle smet is gereinigd +en der zaligheid deelachtig wordt;--daarom geven de koningen, en +de kerk behoudt wat zij eens ontving. In het koninkrijk Mewar gaat +een vijfde van de staatsinkomsten in de handen der brahmanen over; +en ter nauwernood durft de koning het wagen om gronden, die reeds +voor eeuwen aan de priesters werden geschonken en nu geheel verlaten +liggen, weder bij het kroondomein te voegen. Tot het dorp Mynar +behooren vijfduizend _bigahs_, ongeveer zesduizend-vierhonderd bunders +bouwland, waarvan meer dan drie vierde gedeelte onbebouwd en woest +ligt, door de afwezigheid of het uitsterven der oude bezitters. Niet +alleen laten de koningen dus een groot deel van hun land ongebruikt +en braak liggen, maar nog voortdurend maken zij nieuwe schenkingen, +die het land nog meer verarmen; doch deze staat van zaken kan niet +eindeloos voortduren, en waarschijnlijk is de tijd niet meer verre dat +de vorsten op aansporing der engelsche agenten, hunne bijgeloovige +vrees zullen overwinnen en maatregelen nemen om althans de woeste +gronden weder aan den landbouw terug te geven. + +Twee dagreizen brengen ons naar Tsjittore, de aloude hoofdstad +van Mewar, en gedurende eenige eeuwen het laatste bolwerk der +hindoesche nationaliteit tegen de mohammedaansche overweldiging. De +stad ligt op den top van een alleenstaanden berg; het plateau heeft +eene lengte van vijf kilometers, bij eene breedte van gemiddeld +vierhonderd el. De wanden van den berg, die tusschen de negentig en +honderdtwintig ellen hoog is, rijzen bijna loodrecht uit de vlakte op; +een hooge gekanteelde muur, met zware torens voorzien, loopt langs +den rand van den afgrond. Deze natuurlijke gesteldheid, gevoegd bij +uitnemend aangelegde verdedigingswerken, maakte Tsjittore tot eene +bijkans onneembare vesting; rijkelijk van waterputten voorzien, en met +welgevulde reusachtige magazijnen, kon zij ook moeielijk door honger +bedwongen worden:--en toch zijn weinige steden in Indië zoo dikwijls +genomen geworden als juist deze. Haar kwetsbaar punt is eene kleine +bergvlakte, ten zuiden van den berg, die, hoewel lager liggende dan de +muur der vesting, toch voor de aanvallers een geschikt punt oplevert +om de stad aan te tasten. Volgens de overlevering, zou dit plateau, +onder den naam van Tsjittore bekend, zijn ontstaan te danken hebben aan +den tartaarschen sultan Ala-Oedin; inderdaad was het van dit punt, dat +hij den storm waagde, die hem, ten jare 1303, Tsjittore in handen deed +vallen; en daar het beleg niet minder dan twaalf jaren geduurd had, +is het zeerwel mogelijk, dat de belegeringswerken van den sultan de +kruin van dezen vooruitspringenden heuvel aanmerkelijk hebben verhoogd; +naar men wil, had hij op deze hoogte zijne munjanikas of werptuigen +geplaatst. Madhaji Scindia plantte, in 1792, mede op de hoogte van +Tsjittore zijne batterijen, waarmede hij de stad bombardeerde. + +Het lagere gedeelte van de berghelling is met ondoordringbaar bosch +begroeid, waarin allerlei gedierte huist; ten oosten aan den voet +des bergs, ligt de Toelaïti of benedenstad; aan deze zijde bevinden +zich ook al de merkwaardige monumenten van Tsjittore. Een enkele +weg voert van de Toelaïti naar boven, naar Tsjittore; deze toegang +was door zeven poorten verdedigd, die tegenwoordig zeer vervallen +zijn. Deze poorten, op verschillende hoogte geplaatst, dragen allen +een monumentaal karakter, en zijn zeer fraai van stijl; zij bevatten +niet slechts wachtkamers, maar zelfs groote zalen. Tusschen de +derde en de vierde poort verrijst een klein marmeren grafmonument, +dat de immer gedenkwaardige plek aanwijst, waar de beide helden +Jeimul en Puttoe, tijdens het beleg der stad door keizer Akbar, +sneuvelden. In de nabijheid is het graf van een anderen martelaar van +de onafhankelijkheid der Radsjpoeten, Ragondeh, tegenwoordig als een +heilige vereerd. De laatste poort is een statig, indrukwekkend gebouw: +een wijde boog geeft toegang tot de stad; ter wederzijde zijn fraaie +wachthuizen, door zuilen gedragen; en boven de poort is de Durri Kana +of groote staatsiezaal der Radsjpoeten vorsten. Het was in deze zaal, +dat de machtige Kangra Rani, de beschermgodin van Tsjittore, aan +den rana Ursi verscheen, en hem de vernedering van zijn doorluchtig +geslacht voorspelde. Maar hier is geen enkel brok muur, geen steen +bijna, waaraan zich niet eene of andere legende uit den heldentijd +hecht, en die niet de herinnering van een schitterend wapenfeit of +van eene edele zelfopoffering voor het geheugen terugroept. Deze poort +leidde vroeger naar eene groote schitterende stad, de roem van Indië, +waarvan nu niets meer over is dan enkele leemen hutten, verloren te +midden der bouwvallen van paleizen en praalgebouwen. + +Van al deze overblijfselen van vervlogen grootheid, paleizen en +tempels, is verreweg het merkwaardigste de Kheerut-Khoemb of Toren +der Overwinning van Khoembhoe. Hij werd door den rana van dien +naam gebouwd, ter herinnering aan de groote overwinning, die hij +op de verbonden legers des sultans van Malwa en Goezerate behaald +had. Het eenige monument in geheel Hindostan, dat met dezen toren kan +vergeleken worden, is de toren der Overwinning van Koetub te Delhi, +die de Kheerut in hoogte, maar niet in schoonheid overtreft. De +Kheerut van Tsjittore is een vierkante toren van zeven-en-dertig +ellen hoogte; de breedte van iedere zijde is beneden tien el, en +boven onder den koepel vijf el; de toren rust op een grondslag of +voetstuk van dertien el aan iedere zijde. De vorm van het gebouw is +verre van regelmatig; het is verdeeld in negen verdiepingen, waarvan +de met zuilen versierde vensters, de balkons en uitspringende lijsten +de eenvormigheid der lijnen bevallig breken en eene hoogst gelukkige +uitwerking doen. Zoowel het uit- als het inwendige prijkt met duizende +standbeelden, bas-reliefs en ornamenten; alle goden van den indischen +Olympus zijn hier vertegenwoordigd. De negende verdieping is een +lantaarn, waarboven zich een moderne koepel verheft, daar de oude +door den bliksem is vernield. In deze verhevene zaal bevonden zich +de marmerplaten, waarop de stamboom der Ranas en hunne voornaamste +daden waren gebeiteld; het mohammedaansche vandalisme heeft er +slechts enkelen van gespaard. Van den top des torens geniet men een +overheerlijk uitzicht over de gansche omliggende streek. + +Aan den voet van dezen toren bevindt zich een tempel aan Brâma, +den onzichtbaren god, gewijd, en mede door Khoembhoe, ter eere van +zijn vader Mokul, gesticht. In de nabijheid ligt de Shâr Bâgh of +de koninklijke begraafplaats, met de graftomben van al de Ranas, te +beginnen met Bappa, den stichter der dynastie (782) tot Oedey-Singh, +den laatsten vorst van Tsjittore (1597). Onder deze graftomben zijn er +vele, die eene nauwkeurige studie alleszins waardig zijn. Maar waar +zou ik eindigen, indien ik al de merkwaardigheden wilde beschrijven +van deze aloude hoofdstad, waar nog meer dan driehonderd monumenten, +uit een tijdvak van misschien zeven of acht eeuwen afkomstig, verhalen +van de vroegere heerlijkheid, thans voor immer ondergegaan? + +Men zal zich, na het gezegde, eenigermate een denkbeeld kunnen +maken van den geweldigen indruk, dien de rampen van deze stad +op de Hindoes moesten maken: eene stad, die gedurende de lange +onafhankelijkheidsoorlogen het voornaamste brand- en middelpunt der +hindoesche nationaliteit was, en daarbij de trots en de laatste hoop +der ridderlijke Radsjpoeten. Nog is deze herinnering levendig in +aller gemoed, en de naam van Tsjittore, de ongelukkige stad, zweeft +nog steeds op de lippen des volks. + +De Hindoes verhalen van drie-en-een-halve _sacas_ (plundering) van +Tsjittore, tijdens het bestuur der Radsjpoeten: en wel, een onder +Lakumsi, en de twee anderen onder Bikramajit en Oedey-Singh. Luisteren +wij een oogenblik naar het verhaal dezer schitterende episoden uit +de laatste heldhaftige worsteling voor de onafhankelijkheid van het +oude Indië. + +De rana Lakumsi besteeg den troon zijner vaderen in het jaar 1275; +zijne hoofdstad, tot op dat oogenblik nog door geen vijand vermeesterd, +bevatte bijna alles wat er in Hindostan groots en heiligs was +overgebleven: Delhi was toen reeds gevallen. Bhimsi, oom des konings +en regent gedurende diens minderjarigheid, had de dochter van een +edelman van Ceilon gehuwd, eene vrouw van zeldzame schoonheid en zeer +uitnemende gaven van geest en hart. De sultan Ala-Oedin-Ghilsy, van de +bekoorlijkheden dezer vorstin gehoord hebbende, sloeg het beleg voor +Tsjittore, met geen ander doel dan om deze beroemde vrouw, van wier +voortreffelijkheid het gansche land gewaagde, voor zich te winnen. De +Radsjpoeten verdedigden zich met heldenmoed; en de sultan, wien het +lange, hopelooze beleg begon te verdrieten, verklaarde eindelijk +te zullen aftrekken, indien het hem slechts eenmaal vergund mocht +zijn, het gelaat der schoone Pudmani te aanschouwen. Zijn wensch +werd ingewilligd: en Ala, zich verlatende op het eerewoord en de +ridderlijke trouw der Radsjpoeten, kwam binnen Tsjittore, werd bij +de vorstin toegelaten, en verliet ongedeerd de stad. Bhimsi, zich +niet minder edelmoedig willende toonen dan de tartaarsche sultan, +begeleidde dezen tot buiten de vestingwerken. Juist daarop had Ala +gerekend: de onvoorzichtige Radsjpoet zag zich plotseling overvallen +en als gevangene naar het muzelmansche kamp gevoerd. Groot was de +verslagenheid in Tsjittore, toen men den volgende morgen vernam, dat +Ala zijn gevangene niet wilde loslaten, tenzij hem de prinses werd +uitgeleverd. Pudmani aarzelde niet, en maakte aan allen haar besluit +kenbaar, zich in handen van den sultan te stellen; maar tegelijk +riep zij hare bloedverwanten bijeen en deelde hun het plan mede, +dat zij ontworpen had om haar gemaal te redden. Ala werd mitsdien +geboodschapt dat de vorstin zijne gevangene zou worden in plaats van +Bhimsi: onder voorwaarde evenwel, dat het haar vergund zou zijn, zich +tot aan het vijandelijk kamp te doen vergezellen door hare vrouwen +en dienstmaagden en door de leden harer familie; en voorts onder de +uitdrukkelijke bepaling dat de wetten van de zenanah stipt zouden +worden geëerbiedigd. Deze voorwaarden aangenomen zijnde, daalden den +volgenden dag zevenhonderd draagstoelen van de rotsige hoogte af; +in iederen draagstoel zat, verborgen door de dichte gordijnen, een +uitgelezen strijder van de ridderschap van Tsjittore; de vier dragers +waren vermomde soldaten. Bij het tartaarsche kamp gekomen, werd aan +de gewaande vrouwen, een half uur toegestaan om afscheid te nemen van +Pudmani; de in vrijheid gestelde Bhimsi voegde zich bij zijne helden, +en beraadslaagde met hen, aan aller oog onttrokken door de gordijnen +der draagstoelen. Op een gegeven teeken springen nu de mannen eensklaps +te voorschijn; de soldaten van Ala willen hen gevangen nemen. Van de +verwarring gebruik makende, werpt Bhimsi zich op een paard en ijlt naar +Tsjittore, terwijl zijn makkers zijn terugtocht dekken. De strijd was +bloedig; van de heldenschaar der Radsjpoeten keerden maar weinigen in +de vesting terug; maar het verlies van Ala-Oedin was zoo groot, dat hij +den moed verloor en het beleg opbrak. De indische geschiedschrijvers +noemen dit de halve _saca_ van Tsjittore; want hoewel de stad niet +genomen werd, had zij toch de bloem van haar ridderschap verloren. + +In 1290 keerde Ala-Oedin terug en sloeg nogmaals het beleg +voor Tsjittore; ditmaal met het vaste voornemen om deze laatste +wijkplaats der afgodendienaars te vernietigen. Meer dan twaalf +jaren lang bood de onneembare vesting een heldhaftigen tegenstand; +maar eindelijk slaagden de Muzelmannen er in, zich van de hoogte van +Tsjittore meester te maken: en nu begrepen de Radsjpoeten dat hun val +onvermijdelijk was. De legende verhaalt dat, op dit uiterste oogenblik, +de beschermgodin van Tsjittore, de vreeselijke Kangra-Rani, aan den +koning Lakumsi verscheen, en tot hem de ontzettende woorden sprak: +"Ik begeer koninklijke offers! Dat twaalf gekroonde vorsten hun +bloed voor mij vergieten, en uwe nakomelingen zullen over Mewar +regeeren!" Den volgenden dag riep de rana Lakumsi, die allen in +den strijd was voorgegaan, zijne edelen en de voornaamsten der stad +bijeen, en deelde hun de woorden der godin mede; maar de grijsaards +trachtten den vorst te overreden, dat zijne overspannen verbeelding +hem had misleid. Doch nu verschijnt Kangra-Rani ook voor hunne oogen, +en roept hun toe: "Wat baten mij de duizende barbaren, die gij mij +ten offer hebt gebracht? ik dorst naar koningsbloed! Laat iederen +dag een andere vorst worden gekroond; laat hem getooid worden met de +koninklijke insigniën, met de _kirma_ (zonnescherm), met de _sjatta_ +(kleine parasol) en de _sjamra_ (waaier); dat hij gedurende drie +dagen zijne bevelen uitvaardige, en den vierden dag ten strijde ga +en sneuvele. Op deze voorwaarden alleen zal ik met u blijven."--De +twaalf zonen van den rana waren aanstonds bereid zich ten offer te +wijden, en betwistten elkander de eer wie het eerst ten doode zou +gaan. Ursi werd het eerst als koning uitgeroepen: en na eene regeering +van vier dagen, sneuvelde hij, strijdende voor Tsjittore. Elf zijner +zonen waren aldus voor het vaderland gevallen, toen de rana zelf +zijn krijgers verkondigde, dat nu de beurt om te sterven aan hem +gekomen was. De laatste zijner zonen, die op uitdrukkelijk bevel van +zijn vader, met een zwak geleide, de vesting verlaten had, bereikte +gelukkig het Aravalli-gebergte. De Radsjpoeten bereidden zich nu +tot den dood: de verschrikkelijke offerande van den johur zou worden +voltrokken. De onderaardsche vertrekken van den Rani Bindar werden +met brandbare stoffen opgevuld, en daarboven de schatten opgestapeld, +die de muzelmansche hebzucht het meest konden prikkelen: de juweelen, +de gouden en zilveren vaten en de vrouwen; deze laatsten gingen, ten +getale van eenige duizenden, dit levend graf binnen, op het voetspoor +van hare vorstin, de onvergelijkelijke Pudmani. Toen liet de rana de +poorten der vesting openen, en omstuwd door het overblijfsel zijner +helden, wierp hij zich op het leger van Ala; allen werden tot den +laatsten man gedood, na onder hunne vijanden eene verschrikkelijke +slachting te hebben aangericht. Toen de tartaarsche sultan eindelijk +Tsjittore binnentrok, vond hij eene zwijgende, uitgestorven stad, +waarboven een akelige zware rookwolk hing, die opsteeg uit de +onderaardsche vertrekken, waarin alles, dat zijne begeerlijkheid had +opgewekt, door de smeulende vlammen werd verteerd! In zijne woede, +vernielde hij alle gebouwen binnen de vesting, met uitzondering van +het paleis van Pudmani, de vrouw, die de onschuldige oorzaak was +geworden van den val van Tsjittore. + +Aldus de legende, die zekerlijk de historische werkelijkheid heeft +opgesierd. De tweede verovering der uit hare puinen herrezen hoofdstad +had plaats onder de regeering van Bikramajit, omstreeks 1537. De +vroegere rampen waren sinds lang vergeten, en onder de glansrijke +regeering van den rana Khoembhoe had Tsjittore het toppunt van macht en +heerlijkheid bereikt, toen de sultan Bahadoer-Bajazet, de beheerscher +van Goezerate, een inval in Mewar deed, om de nederlaag van zijn +voorganger Mozuffar te wreken. De rana, een man van een heftig +en wantrouwend karakter, door zijne edelen verlaten, die zich in +Tsjittore hadden opgesloten, trok moedig den sultan tegen, maar werd +verslagen. Onmiddellijk werd nu de hoofdstad belegerd, en Bajazet +maakte daarbij gebruik van geschut: een wapen, dat de Radsjpoeten +tot dusverre hadden versmaad. Volgens de verhalen van dien tijd, +werd de muzelmansche artillerie gekommandeerd door een Europeaan: +Labri Khan van Frenghân, waarschijnlijk een deserteur van de vloot +van Vasco De Gama. Hij liet mijnen rondom de vesting aanleggen; +en eene daarvan had eene zoo geweldige uitwerking, dat de wal over +eene lengte van veertig ellebogen instortte, benevens een bolwerk, +waarvan al de verdedigers omkwamen. De radsjpoeten edellieden boden een +hardnekkigen tegenstand, en riepen, bij afwezigheid van den rana, een +der prinsen van het koninklijk geslacht tot koning uit; deze, met de +teekenen der souvereine waardigheid bekleed, begaf zich naar den muur +en liet zich dooden, ten einde door dit offer de vertoornde godheid +te verzoenen. Onder de vele bewijzen van schitterenden heldenmoed, +waarvan ook dit beleg wederom getuige was, roemen de nationale +barden bovenal het gedrag van de koningin-moeder, Jowahir-Baï, die, +van top tot teen gewapend, zelf aan het hoofd eener gewapende bende, +een uitval deed en sneuvelde, na met eigen hand eene menigte vijanden +te hebben omgebracht. Eindelijk was langer tegenstand onmogelijk +geworden; de vijand heeft bijna den wal vermeesterd; de vreeselijke +plechtigheid van den johur zal wederom worden gevierd; maar de tijd +ontbreekt om een brandstapel op te richten; de koningin Kurnavati +en dertienduizend vrouwen vereenigen zich op eene ondermijnde rots: +de lont wordt aan het kruid gelegd; en, na aldus hunne eer en hunne +dierbaarste panden gered te hebben, ijlen de mannen naar de laatste +worsteling, waaruit geen hunner keert. Bajazet werd, bij het gezicht +dezer brandende, met dooden en stervenden opgevulde stad, van afschuw +bevangen, en verliet haar zoo spoedig mogelijk. + +Ruim dertig jaren later was Tsjittore nogmaals uit zijne asch herrezen, +toen keizer Akbar het beleg voor de stad kwam slaan. De eerste maal +werd hij, dank zij den heldenmoed van den rana Oedey-Singh, terug +geslagen; maar kort daarop kwam hij terug. Ditmaal beging Oedey de +laagheid van te vluchten, en de verdediging zijner hoofdstad over +te laten aan zijne onverschrokken vasallen; zij deden wonderen van +dapperheid, maar niets kon de arme stad redden, dus alleen gelaten in +hare worsteling met het ontzachelijke rijk van den Groot-mogol. De +vertegenwoordigers der schitterendste geslachten van den adel van +Mewar vielen in den ongelijken strijd; de weduwe van Saloembra, een +der Omras of pairs des rijks, geleidde zelf haar zestienjarigen zoon +en hare schoondochter naar het gevecht, en alle drie vonden den dood +op de wallen der heilige stad. Twee clanhoofden, Jeimul en Puttoe, +hadden het bevel over de vesting op zich genomen; zij deden al wat +menschelijkerwijze mogelijk was om de stad te redden, en hun onbezweken +heldenmoed wekte zoozeer de bewondering zelfs der aanvallers op, dat +tot op den huidigen dag hunne namen bijna evenzeer door de muzelmannen +als door de Radsjpoeten in hooge eere worden gehouden. Jeimul, door +de hand van Akbar zelf doodelijk gewond, gaf eindelijk, het teeken tot +den Johur. Negen koninginnen, vijf prinsessen en meer dan tienduizend +vrouwen bestegen den brandstapel, terwijl de laatste verdedigers zich +te midden der vijandelijke gelederen wierpen. De groote Akbar toonde +zich onverzoenlijk, en liet allen, die nog in het leven waren gebleven, +ombrengen; hij overtrof in vernielingswoede Ala-Oedin en Bajazet, +en verwoestte of schond al de monumenten van Tsjittore. + +De godin Kangra-Rani had beloofd, deze rotsvesting nooit te zullen +verlaten, zoolang nog een der afstammelingen van Bappa zich voor haar +ten doode zou wijden. Getrouw aan deze belofte, hadden de zonen van +Lakumsi, had de koning zelf, en hadden na hem vele andere vorsten, hun +leven vrijwillig ten offer gebracht; maar bij deze laatste worsteling +had geen enkel koninklijk slachtoffer den toorn der vreeselijke +godin bezworen: de betoovering was geweken en de band, die haar aan +de Sesoedias verbond, voor immer verbroken. Zij verliet de rotsburgt, +die door haar koning verlaten was; en met haar verdween het prestige, +dat Tsjittore omgeven had, en het steeds als het laatste en hoogste +palladium van den stam der Radsjpoeten had doen beschouwen. De stad, +die niet zonder recht den naam van de Onverwinlijke droeg, kon geene +verdedigers meer vinden; en zooals de bard zegt, "deze koninklijke +woning, die duizend jaren lang haar hoofd had opgeheven boven alle +steden van Hindostan, is geworden tot een verblijf voor het wild +gedierte, hare tempels zijn onreine holen geworden." Weleer de heilige +stad bij uitnemendheid, wordt zij heden nog wel als een gewijde +plaats beschouwd, maar die nu ten prooi is gelaten aan demonen en +onreine geesten; en het is den rana's uitdrukkelijk verboden, haar te +betreden. Geen hunner heeft, na Pertap-Singh, den voet op deze rots +gezet, en zij, die het hebben gewaagd deze bouwvallen te bezoeken, +werden als door eene onzichtbare macht terug gedreven. + +Zulke herinneringen omzweven de eenzame, met ruïnen gekroonde rots, +waarop de aloude hoofdstad der rana's in doodslaap gedompeld ligt, +verlaten en vergeten. Aan haren voet, in de vlakte, ligt de Toelaïti, +de benedenstad, met hare fraaie, drukke bazars, vol leven en beweging, +met hare sierlijke huizen en welvarende bevolking, de tweede stad +des rijks. Maar meer dan al deze welvaart en vooruitgang trokken +mij de bleeke ruïnen der oude koningsstad aan, getuigen van een zoo +schitterend verleden, dat voor immer is voorbijgegaan. + + + +VII. + + +Den 17den Maart verlaten wij Tsjittore en slaan den weg noordwaarts in +naar Ajmeer of Adsmir, de voornaamste stad der Aravallis. Dien dag en +de volgende dagen voert onze tocht ons nog altijd door de staten van +den maha-rana, door de vruchtbare, maar niet overal evengoed bebouwde +vlakten van Mewar. Onderweg maakten wij kennis met den rajah van +Bunera, een van de aanzienlijkste vasallen van den maha-rana, die mede +uit den koninklijken stam der Sesoedias is gesproten en een prachtig +kasteel, geheel van wit marmer opgetrokken; bewoont. De titel van +rajah (koning) werd aan een der voorouders van dezen hoogen edelman, +als belooning voor bewezen diensten, door de mongoolsche keizers +geschonken. De rajah ontving ons met die uitgezochte hoffelijkheid +en waardige voorkomendheid, die eene der goede eigenschappen van den +radsjpoeten adel mag worden genoemd. Wij brachten op zijn kasteel +een paar allergenoegelijkste dagen door. + +In den morgen van den 23sten trokken wij de Kuhri-Nadi over, die de +staten van den rana van de provincie Ajmeer scheidt. Deze provincie +is het eenige gedeelte van Radsjpoetana, dat rechtstreeks onder +britsch gezag staat. Zij behoort aan de Engelschen sedert 1818; +in de vijftiende eeuw kwam zij in handen der mongoolsche keizers, +en later, toen het groote rijk uit elkander viel, in de macht der +mahratten-koningen van Gwalior; toen de Engelschen optraden als de +erfgenamen van den Padishâh, eischten zij ook deze provincie, als deel +uitmakende van de keizerlijke goederen, en sedert is zij ook aan hen +verbleven. Dit belangrijk gewest ligt aan alle zijden ingesloten door +de staten der vorsten van Mewar, Marwar, Jhodepoor en Kishengurh. + +Den volgenden dag bereikten wij Nusserabad, een van de gewichtigste +engelsche militaire stations in Radsjpoetana. Het kamp maakt een +allertreurigsten, somberen indruk; in 1857 maakten de opstandelingen +zich van dezen post meester, verbrandden al de woningen, hakten +al de boomen om en vernielden de plantages: de gansche streek werd +een wildernis. Ook de indische stad onderging hetzelfde lot als het +engelsche kamp en werd bijna geheel verwoest; tegenwoordig is zij +niet veel meer dan een grooten bazar, die echter eene bevolking telt +van twintigduizend zielen. Men heeft zooveel mogelijk getracht de +aangerichte schade te herstellen: maar de boomen langs de wegen hebben +al het voorkomen van bezemstelen; en alle pogingen om nieuwe tuinen +en plantages aan te leggen, hebben tot dusver schipbreuk geleden: +de grond, door de brandende zonnehitte geblakerd, en beroofd van de +hier vooral zoo onontbeerlijke schaduw, is uitgedroogd en zoo hard als +metaal geworden. Maar zoo het uiterlijk voorkomen van Nusserabad weinig +opwekkend is, wijkt die indruk toch spoedig bij nadere kennismaking: +de talrijke bezetting maakt zich hier het leven zoo aangenaam mogelijk, +waartoe zeker de nabijheid van Ajmeer en de tegenwoordigheid van een +aantal Europeanen zeerveel bijdragen. + +Hier kon ik op nieuw de ervaring opdoen, dat er weinig landen zijn, +waar de vreemdelingen een guller en hartelijker onthaal vinden, +dan in de engelsche stations van Hindostan. Om aan de verschillende +uitnoodigingen te kunnen beantwoorden, zagen wij ons verplicht, vijf +dagen te Nusserabad te vertoeven. Trouwens, die dagen werden op de +aangenaamste wijze doorgebracht: onder anderen ook door een uitstapje +naar de Aravallis, waar wij, met eenige officieren, gingen jagen. De +vlakten om het kamp zijn overrijk aan allerlei soorten van wild; en +in de dalen en kloven der groote bergketen huizen eene menigte wilde +dieren. De jacht is dan ook een van de voornaamste uitspanningen der +officieren, die zeer weinig te doen hebben; ieder jaar organiseeren +zij groote expeditiën, die aan eene menigte tijgers, panthers, beren +en dergelijken het leven kosten, en stof opleveren voor gesprekken en +verhalen gedurende het gansche jaar. Het ontbreekt op die jachten dan +ook dikwijls niet aan dramatische incidenten en treffende ontmoetingen; +doorgaans zelfs loopt het niet zonder ongelukken af. Want de tijger, +schoon in gewone omstandigheden eer lafhartig dan moedig en zoolang +mogelijk de voorkeur gevende aan de vlucht, wordt toch, als hij eenmaal +gewond en in de engte gedreven is, een allergevaarlijkste tegenpartij, +die niets meer ontziet en geen gevaar kent. + +Den 30sten Maart begeven wij ons op weg naar Ajmeer, waarvan wij nog +slechts vijftien mijlen verwijderd zijn. Even voorbij Nusserabad begint +het bergland, en weldra bevonden wij ons midden in de Aravallis. Juist +toen wij de eerste bergengte doortrokken, verhief de zon zich boven de +kimmen, en zette het prachtige landschap eene nieuwe bekoorlijkheid +bij; aan alle zijden verrijzen getande, afgebrokkelde, wonderlijk +gevormde naalden en spitsen en toppen, waartusschen zich diepe +afgronden openen, in ondoordringbaar duister gehuld. De zonnestralen, +door de rotspunten gebroken en weerkaatst, vlechten rooskleurige +lichtkransen om de hoogere toppen; reusachtige cactussen, de +eenige plant die op deze hoogte tiert, vormen schilderachtige +groepen en fantastische bosschages; op de bergvlakten verheffen +zich enkele breedgebladerde acacias met vuurroode bloementrossen; +duizende patrijzen, in het kreupelhout verscholen, begroeten met hun +doordringend geschreeuw de opkomende zon, terwijl van tijd tot tijd, +bij onze nadering, een pauw opvliegt, en als een krans van stralende +smaragden voor onze oogen schittert. De frischheid van den morgen, +het gezang der vogels, de schoonheid van het landschap, doen ons +alle vermoeienissen vergeten; eene vroolijke opgewektheid bezielt +ons allen; wij zijn weldra aan het doel. Wij slaan een hoek om, +en daar ligt Ajmeer voor ons, met zijne beroemde citadel Teraghur; +een prachtige, verrassende aanblik: de witte huizen der stad zijn +in een breeden krans van groen gevat, waardoor zij eene bloeiende +oase schijnt te midden dezer wildernis van rotsen en klippen. Eene +breede vallei scheidt ons nog van haar, en wij hebben niet minder +dan twee uren noodig, om die vallei door te trekken; nabij de stad is +het veld overal bezaaid met bloemen, die reusachtige perken vormen, +en waaruit de zoo beroemde oliën en reukwaters vervaardigd worden. + +Ten negen uur trekken wij, door eene der oude poorten Ajmeer binnen, +en verliest zich onze karavaan in smalle en schilderachtige bazars, +die op het eerste gezicht aan die van Kaïro herinneren. Onze +voornaamste zorg is het vinden van een geschikt logement; hier is +geen rana, die een paleis ter onzer beschikking kan stellen; hier +is zelfs geen bungalow, want er komen hier zoo weinig reizigers, +dat de stad geene inrichting van dien aard bezit. Wel hebben wij +brieven voor den gouverneur der provincie, den majoor Davidson, +en zouden wij dus een beroep kunnen doen op zijne gastvrijheid; +maar het valt licht te begrijpen, dat ongevraagde gasten niet altijd +welkom zijn, vooral niet, als zij met een gevolg van een vijftig +personen komen. Ik herinnerde mij evenwel dat de majoor Nixon ons +den raad gegeven had, om, wanneer wij in verlegenheid mochten zijn, +ons in zijn naam te wenden tot een bankier van de sekte der Djaïnen, +den Seth Partah-Mull. Ik vraag een der voorbijgangers mij de woning +van den Seth te wijzen; en na verschillende groote straten, met fraaie +huizen omzoomd te zijn doorgegaan, komen wij bij den bankier. Zijne +bedienden ontvangen ons met groote beleefdheid; en weldra sta ik +tegenover den Seth, een man van omstreeks veertig jaar, met een zeer +innemend voorkomen. Nauwelijks heb ik hem de reden van ons bezoek +medegedeeld, of zonder verdere ophelderingen of verontschuldigingen +af te wachten, geeft hij onmiddellijk last dat een zijner huizen tot +onze beschikking zal worden gesteld. Met innemende vriendelijkheid +weigert hij zelfs onze dankbetuigingen aan te hooren, verklarende dat +hij ons dank verschuldigd is voor de bewezen eer, ons tevens dringende +om van de lange reis te gaan uitrusten. Een half uur later bevonden +wij ons in een keurig, indisch huisje ver van de bazars in eene der +voorsteden; de bedienden van den Seth brengen haastig alles in orde +voor ons verblijf: rondom onze woning strekt zich een groote boomgaard +uit, met granaat- en citroenboomen beplant; een kanaal met stroomend +water loopt door deze bosschage, overal frischheid verspreidende. Dit +alles heeft Purtab-Mull, met vorstelijke gastvrijheid, geheel tot onze +beschikking gesteld voor al den tijd dien wij hier zullen vertoeven. + +Te Ajmeer aangekomen, haast ik mij, het geleide, dat de rana ons +gegeven had, terug te zenden, en den koning tevens kennis te geven +van de wijze, waarop wij onderweg zijn ontvangen geworden; vervolgens +geef ik den majoor Davidson bericht van onze aankomst. De majoor +zond ons aanstonds een zijner rijtuigen, en stelde zich geheel te +onzer beschikking voor het bezoeken der stad en hare omstreken. Het +is bijna onnoodig hierbij te voegen, dat ik ook bij hem hetzelfde +vriendelijke onthaal en dezelfde voorkomende hulpvaardigheid vond, +waaraan de hooge engelsche ambtenaren in Indië mij reeds gewend hadden. + +Ajmeer is eene zeer oude stad; in de eerste eeuwen onzer jaartelling +werd zij gesticht door den Sjohan Aja-Pal, die, volgens de legende, +aanvankelijk een herder was, maar later een machtig vorst werd. Hij +bouwde de beroemde citadel, die de stad beheerscht, en maakte zich van +geheel de omliggende landstreek meester. Vandaar de naam der stad, die +sommigen Aja-Mer, de berg van den herder, of Aji-Mer, de onverwinlijke +berg, noemen. In 1191 maakte de Sultan Shahab-Oedin zich meester +van Ajmeer, in 1559 voegde Akbar ook dit gewest bij het rijk van den +Groot-mogol. De latere lotgevallen van de stad vermeldde ik reeds. + +Ajmeer ligt in eene bekoorlijke vallei; aan de eene zijde breidt +de stad zich uit langs den oever van eene schilderachtig meer, +de Ana-Sagur; aan de andere zijde leunt zij tegen de hellingen van +een prachtigen berg, op welks top zich het fort Teraghur verheft. De +schoone ligging en het heerlijke klimaat lokten al vroeg de mongoolsche +keizers, die de vallei met hunne paleizen en parken vulden. Een der +fraaiste dezer paleizen is dat van Daôlat-Baugh, dat in de zestiende +eeuw door keizer Jehanghir werd gebouwd, en tegenwoordig de residentie +is van den engelschen gouverneur. Sierlijke marmeren paviljoenen +verrijzen aan den oever van het meer, en bieden het heerlijkst +panorama over de stad en de omliggende bergen. De groote tuin is vol +eeuwenheugende boomen: daar ontving der trotsche Jehanghir eens den +gezant van koning Jacobus I van Engeland, die hem de hulde van zijn +meester kwam brengen. + +Het meer is, evenals alle meren in dat gedeelte van Indië, gevormd +door het kunstmatig afsluiten eener rivier; de reusachtige dijk +werd in de elfde eeuw, onder de regeering van koning Ana-Dévâ, +aangelegd. De stad is omsloten door een gordel van zware muren, op +bevel van keizer Jehanghir opgetrokken, die aan de eene zijde langs de +toppen der aangrenzende bergen loopen en zich aan de citadel Teraghur +aansluiten. Acht groote, fraaie poorten geven toegang tot de stad. Aan +de zijde der vlakte wordt Ajmeer verdedigd door een versterkt kasteel, +dat een groot paleis en kazernen voor de bezetting bevat, maar alleen +in tijd van nood wordt gebruikt. Geene andere stad van Radsjpoetana, +Jeypoor uitgezonderd, bezit zulke fraaie bazars als Ajmeer; het is die +gedeeltelijk aan de Engelschen verschuldigd. Deze bazars zijn fraaie, +breede, wel aangelegde straten, ter wederzijde van trottoirs voorzien; +de benedenverdiepingen der huizen zijn tot sierlijke winkels ingericht; +de gevels prijken met balkons en verandahs. De woningen der rijken +zijn van wit marmer, en daaronder zijn er verscheidene, die met +volle recht op den naam van paleizen aanspraak mogen maken. Ik wijs +slechts op het paleis der Seths, het eigendom van eenige bankiers van +de sekte der Djaïnen, een wonderschoon gebouw, eerst in den laatsten +tijd verrezen, maar dat gerust de vergelijking kan doorstaan met de +uitnemendste gewrochten van de kunst der Radsjpoeten. + +Nevens deze groote ruime bazars, de schepping der Engelschen, breidt +zich een net uit van nauwe, kronkelende, schilderachtig verwarde +straten en stegen, altijd opgevuld met eene luidruchtige menigte. De +kunstenaar vindt daar eerst het ware, echte Ajmeer en weinige steden +van het Oosten, Kaïro daaronder begrepen, kunnen een verrassender, +bekoorlijker aanblik opleveren. Alle stammen en rassen van Indië +ontmoeten elkander in deze nauwe straten, niet meer dan twee el breed, +waar de voornaamste markt gehouden wordt van een land, ongeveer zoo +groot als Frankrijk; in deze duistere winkels vindt ge genoegzaam alle +takken van nijverheid en bedrijf vertegenwoordigd. Niets belangrijker +dan eene wandeling door deze bazars: gedurende mijn verblijf in de +stad besteedde ik geregeld mijne morgenuren, om alleen te midden dezer +schare heen en weder te kuieren; en iederen dag vond ik wat nieuws, +dat mijn aandacht trok. Daar zit op zijn hooge bank, waarheen hij +langs een trap opstijgt, de juwelier, een brahmaan, kenbaar aan +het gewijde koord om het naakte bovenlijf, bezig met het snijden +van keurige edelgesteenten: hij heeft eene groote bril op den neus, +het onmisbaar teeken zijner waardigheid als meester in het vak; zijne +leerlingen, ongetwijfeld zijne zonen, zijn bezig met het smeden of +bewerken van kostbare metalen. Zoodra ik het woord tot hem richt, +neemt hij zijn bril af, groet mij met de uiterste wellevendheid, en +haalt dadelijk uit een ijzeren kistje zijne kostbaarheden voor den +dag; hij laat mij alles zien, en verklaart mij de wijze van bewerking; +hij is volkomen tevreden indien ik eene of andere kleinigheid koop, +zonder mij iets hoegenaamd op te dringen.--Daarnaast is de fabriekant +van armbanden en ringen; voor het vuur neergehurkt, smelt hij zijn fijn +rood- of groenkleurig lak, dat hij vervolgens over een ronden vorm, +in de gedaante van een suikerbrood, uitspreidt; dan verdeelt hij de +massa, met een scherp werktuig, in smalle ringen, en haar plotseling +afkoelende, stelt hij mij in een oogenblik twintig braceletten +ter hand, even licht als sierlijk. Deze kunstenaar is doorgaans +een banian van Marwar of een muzelman; zijne vrouw is hem bij zijn +bedrijf behulpzaam, of wel zij past de braceletten aan de klanten, +die nooit ontbreken, want alle vrouwen en meisjes, van welke kaste +ook, dragen eene menigte van deze armbanden, zoo zelfs dat soms de +geheele voorarm er mede bedekt is; en daar deze sieraden uiterst +broos en tevens zeer goedkoop zijn, is er steeds drukke navraag. + +De rij der winkels volgende, komen wij langs de vervaardigers +van muziekinstrumenten, waar ge groote violen, guitaren, gongs +en tam-tams ziet uitgestald; langs de kopergieters, op den grond +neergezeten te midden van stapels van koper vaatwerk van allerlei +vorm en grootte. Somwijlen is eene gansche straat uitsluitend bewoond +door lieden, die hetzelfde ambacht drijven: schoenmakers, zijdewevers, +pottenbakkers, die, zonder iets van de concurrentie te vreezen, hunne +waren nevens elkander uitstallen. De bazars waar laken en zijde en +andere stoffen verkocht worden, zijn de voornaamste; hier zijn de +winkels goed verlicht en netjes; de koopman, op sneeuwwitte kussens +neergezeten, wacht rustig zijne klanten af, terwijl zijn boekhouder, +van den morgen tot den avond op eene eindelooze rol papier zit te +cijferen. Te midden der vroolijke, luidruchtige menigte bewegen zich +voortdurend een aantal straatventers, die u op luiden toon hunne +waren aanprijzen: balletjes van suiker en meel, gebakjes, groenten, +vruchten, betel, messen en vele andere zaken. + +Sedert eeuwen reeds in de macht der muzelmannen, bevat Ajmeer geen +enkel monument meer, dat aan zijne vroegere beheerschers herinnert, +die, naar de overlevering verhaalt, de stad met de uitnemendste +kunstgewrochten hadden getooid; van deze heerlijkheid is evenwel +niets overgebleven dan de Araï-Dinka-Jhopra, aan den voet van den +Teraghur, waarop ik straks terugkom. Binnen de stad zelf is het eenige +oude monument de doergah van Kowjah-Sayed: een der meest gevierde +heiligdommen van het mohammedaansche Hindostan. De doergah bevat het +graf van den hoogvereerden Kowjah-Sayed, den eersten prediker van den +islam aan de ongeloovige bewoners van Ajmeer. In het jaar 527 van de +hedsjra in Sijistan geboren, kwam hij te Ajmeer met den veroveraar +Koetub en bleef daar tot aan zijn dood. Hij had, toen hij stierf, +den eerwaardigen ouderdom van honderd-acht jaren bereikt. Zijn leven +was eene opeenvolging van vrome daden en van wonderen, die de stof +hebben geleverd voor tallooze legenden. Na zijn dood vereerden alle +vorsten van Indië zijn graf met geschenken; en keizer Jehanghir liet +hem, in 1610, een prachtig mausoleum oprichten. + +Ik begaf mij naar den doergah met een aanbevelingsbrief van den +gouverneur; maar deze had mij toch gewaarschuwd dat ik waarschijnlijk +niet zeer vriendelijk zou worden ontvangen: want in den regel worden +de Europeanen niet tot het inwendige van het gebouw toegelaten. Bij +de eerste poort werd ik terug gehouden door een groep mannen met +een somber en dreigend voorkomen, die mij op ruwen toon toevoegden, +dat ik niet verder mocht gaan, zonder mij eerst van mijne schoenen +te ontdoen. Daar ik mij vast voorgenomen had, alles te zien, +gehoorzaamde ik dadelijk aan dit bevel, en volgde op mijne kousen +een der mollahs, die aanbood mij als gids te dienen. Wij betraden +eene ruime binnenplaats, met wit marmer geplaveid, en aan alle zijden +omgeven door moskeeën en graftomben, allen verblindend wit en stralende +in het zonnelicht; in het midden, door prachtige boomen overschaduwd, +verhief zich het wit marmeren mausoleum. Die weinige boomen, te midden +dezer omgeving van gepolijst marmer, verspreidden eene zachte, als +van licht doortrokken schaduw, en maakten van dezen hof, waar anders +de veelheid der monumenten lichtelijk zou hebben vermoeid en gedrukt, +een waar paradijs. Eene diepe stilte heerschte in het rond; geen enkel +geluid, dan alleen het zacht gemompel van enkele oude mollahs, die, op +de steenen neêrgebogen, gebeden en litanieën prevelden. Ik zette mij +onder een boom neder, en mijn gids liet mij aan mijne overpeinzingen +over. Het was mij niet vergund, het graf zelf van den heilige te +naderen, maar van verre zag ik een massief zilveren kist onder +een troonhemel van goudlaken: daar rustten de kostbare relikwieën, +waaraan telken jare vele duizende pelgrims hunne hulde komen bewijzen. + +Van den doergah van Kowjah-Sayed begaf ik mij naar de moskee van +Araï-Din-ka-Jhopra, waarvan de bouwvallen zich schilderachtig +verheffen in een klein bosch, op korten afstand van de wallen van +den Teraghur. Deze beroemde moskee is zeker een der merkwaardigste +monumenten van geheel Hindostan, niet alleen door hare zeldzame pracht, +maar vooral door hare archeologische beteekenis. Zij is tegelijkertijd +een der eerste gebouwen, door de muzelmannen in Indië opgericht, +en ook een der fraaiste exemplaren van de eigenaardige architectuur +der Djaïnen, uit de eerste eeuwen onzer jaartelling. Dit schijnbaar +zonderling verschijnsel is evenwel niet moeilijk te verklaren. Toen +de Mohammedanen de indische rijken overweldigden, waren hunne woeste +horden op niets anders dan op plundering en vernieling bedacht, +zonder er zich in het minst om te bekommeren wat de plaats zou moeten +innemen der kunstgewrochten, die zij verwoestten. Eenmaal meester van +het land geworden zijnde, en zich daar voorgoed willende vestigen, +haastten de eerste sultans zich, tempels op te richten ter eere van +den waren God; en daar zij zelf geen bouwmeester hadden, moesten zij +daarvoor de hulp der Hindoes inroepen. De prachtige paleizen der oude +inlandsche koningen en de wonderschoone tempels der afgoden leverden +hun bouwstoffen in onuitputtelijken overvloed. Zij lieten slechts de +afgodsbeelden wegnemen, eenige eigenaardige ornamenten aanbrengen, +en gaven aan het aldus gemetamorphoseerde gebouw den stempel eener +moskee door het bijbouwen van een gevel of portiek met puntbogen. Aldus +ontwikkelde zich die grootsche, indrukwekkende stijl, waaraan sommigen +den naam van indo-sarraceenschen hebben gegeven, en waaraan Indië, +voor een goed deel, zijne uitnemendste kunstgewrochten dankt. + +De Araï-Din-ka-Jhopra--dat wil zeggen, het werk van twee-en-een-halven +dag--staat op een hoog terras, waarheen vroeger breede steenen trappen +voerden, die tegenwoordig verdwenen en door een eenvoudiger stoep +vervangen zijn. De aanblik van deze ruïnen is zeer schilderachtig: +dicht geboomte omhult den voet van het terras, en laat niets +doorschemeren dan alleen de gebeeldhouwde kroonlijst der moskee. Eene +sierlijke poort voert naar eene groote geplaveide binnenplaats, waarvan +de zerken meerendeels verbroken zijn. Tegenover deze poort verrijst +de moskee; maar de gevel is bijna geheel verborgen door eene rij +groote boomen en een modernen muur, hetgeen het effect bederft. Aan de +drie andere zijden is de hof omgeven door zuilengalerijen, die groote +paviljoenen, in een ernstigen stijl gebouwd, dragen. Eerst als ge door +het poortje in den muur zijt gegaan, kunt ge de moskee in haar geheel +overzien. In het midden van den voorgevel verheft zich eene hooge +majestueuse poort, ter wederzijde omgeven door drie lagere booggangen: +deze zeven poorten dragen de namen van de zeven dagen der week. De +gansche voorgevel is als met een net van beeldhouwwerk bedekt, zoo +fijn en zoo smaakvol, dat het alleen met kant te vergelijken is. Het +inwendige der moskee is dezen prachtigen voorgevel volkomen waardig: +moeilijk kunt ge u iets schooners denken dan deze ruime hal, waarvan +het heerlijk gebeeldhouwde gewelf door vier rijen sierlijke zuilen +gedragen wordt. + +Het middenschip is gedekt door eene reeks koepels in den eigenaardigen +djaïna-stijl; de zijschepen hebben platte zolderingen, in vakken +verdeeld en evenals de koepels, met de grootste weelderigheid en +rijkste verscheidenheid van beeldhouwwerk bedekt. De zuilen zijn +evenzeer uitnemende modellen van den djaïna-stijl; door hun slanken +vorm en hunne schikking geven zij aan den tempel een karakter van +grootschheid en majesteit, meer dan anders aan de heiligdommen dezer +secte eigen pleegt te zijn. + +Geen enkel opschrift geeft den tijd der stichting van dezen tempel +aan; in den muur bevindt zich wel een zwart marmeren plaat, waarop +eenige regelen in het sanskriet zijn gebeiteld, maar dit opschrift +is volstrekt onleesbaar. Todd meent dat de tempel gesticht werd door +koning Swamprithi, twee eeuwen vóór Christus; en tot staving van +dat gevoelen beroept hij zich op de gelijkenis van dit monument +met de ruïnen van een ander heiligdom te Komulmair, waarvan de +stichting aan dien vorst wordt toegeschreven. Het komt mij juister +voor, de stichting van dezen tempel te plaatsen omstreeks de vierde +eeuw van onze jaartelling, toen de zoogenaamde djaïna-stijl, zich +van den boeddhistischen stijl losmakende, zich zelfstandig begon +te ontwikkelen. Ware de Araï-Din-ka-Jhopra inderdaad door koning +Swamprithi gebouwd, dan zou zij een boeddhistische tempel zijn +geweest. Wat hier ook van zij, de oude tempel van Ajmeer, later in +eene moskee herschapen, is een hoogst merkwaardig kunstgewrocht; +en het is treurig te zien, hoe dit monument gaandeweg in een bouwval +verandert: over weinige jaren zal er zoogoed als niets meer van over +zijn; en den Engelschen zal met recht het verwijt treffen dat zij +een gedenkteeken hebben laten vervallen, zelfs door de wilde horden +van Turkestan ontzien en met eerbied behandeld. + +Ik richtte nu mijne schreden naar den ouden burcht der Sjohan-koningen, +waarvan de zware muren en torens, volgens de overlevering door Aja-Pal +gebouwd, zich op den top des bergs, ongeveer duizend voet boven mijn +hoofd, verhieven. Dit was geen gemakkelijk werk, want de helling +van den berg is zeer steil; maar de moeite wordt rijkelijk beloond +door het prachtige panorama, dat zich, naarmate men hooger komt, +voor den blik ontvouwt. Van de wallen van den Teraghur overziet ge, +met een enkelen blik, geheel deze breede, wonderschoone vallei, eene +ware oase, verloren te midden van eene wildernis van naakte rotsen en +dorre zandvlakten; naar het westen ontwaart ge eene breede, lange gele +streep: dat is de woestijn van Thoerr, Maroestan, het koninkrijk van +den Dood. Het uitzicht treft bovenal door de rijke afwisseling en de +scherpe contrasten, vlak nevens elkaar; het loont, zooals ik zeide, +volkomen de moeite der beklimming; maar iets anders moet ge hier +dan ook niet zoeken. Geen enkel spoor is meer te vinden van de oude +koninklijke paleizen: niets dan eene kleine, armzalige, witgepleisterde +moskee, en de ruime barakken van het engelsche sanitarium. De lucht is, +op deze hoogte, zeer zuiver, en de temperatuur, bijna het gansche jaar +door, gematigd. De Engelschen hebben daarvan gebruik gemaakt, en de +oude koningsveste ingericht tot een sanitarium of gezondheids-station, +waar de soldaten, die te Nusserabad en te Ajmeer in bezetting liggen, +zich van tijd tot tijd komen verfrisschen en hunne uitgeputte krachten +herstellen. + +De omstreken der stad zijn uitnemend schoon en rijk aan bekoorlijke +wandelingen. Een van de voornaamste sieraden der omliggende dorpen zijn +de reusachtige baolis of waterputten. De uitdrukking put is echter +min juist gekozen: het is een soort van vijver, door onderaardsche +bronnen gevoed, en waarvan de waterspiegel altijd verscheidene ellen +beneden den beganen grond ligt. De wanden van dezen reusachtigen put +zijn tot boven den grond met sierlijke galerijen, eenige verdiepingen +hoog, voorzien; ik weet het geheel niet beter te vergelijken dan +bij een huis, waar men door het dak zou inkomen, en ver beneden +op de binnenplaats neerzien. Een koepel kroont het geheele gebouw, +dat in den regel eene stichting is van particuliere liefdadigheid en +den reiziger een vrij verblijf aanbiedt. De galerijen zijn dan ook +meestal met eene bonte menigte gevuld; en beneden, aan den rand van +den vijver, ziet ge altijd mannen en vrouwen, die zich baden of de +door hunne godsdienst voorgeschreven wasschingen volbrengen. Water +en koelte zijn de kostbaarste geschenken, die men in Indië den armen +reiziger, op zijne eindelooze tochten, bieden kan; en waar hij die +vindt, zal hij nooit vergeten voor zijn edelen weldoener te bidden. + +Wij vertoefden omstreeks tien dagen te Ajmeer, en brachten dien tijd, +in gezelschap van majoor Davidson en een kleinen kring Europeanen, +zoo aangenaam mogelijk door. Eindelijk moesten wij zorgen voor eene +nieuwe karavaan, om onze reis naar Jeypoor te vervolgen: en daar wij +hier geen inlandsch vorst vonden, die ons dadelijk verschafte wat wij +noodig hadden, had dit vrij wat moeite in. Evenwel, met behulp der +engelsche overheden, slaagde ik er in, de noodige lastdieren bijeen +te krijgen, benevens twee slechte dromedarissen. Daar de wegen veilig +waren, hadden wij geen gewapend geleide noodig. + +(_Wordt vervolgd._) + + + + + +DE KINABOOM IN INDIË. + + +De britsch-indische regeering is op de gelukkige gedachte gekomen, +om den kostbaren kinaboom, wiens vaderland, zooals men weet, +Zuid-Amerika is, naar Hindostan over te brengen, en daar, zoo mogelijk, +te acclimatiseeren. De door haar genomen proeve mag nu reeds worden +gerekend volkomen te zijn geslaagd. In de plantages op den Nilagiris +bevinden zich tegenwoordig ruim twee millioen zesmaalhonderd duizend +kinaplanten, die eene uitgestrektheid van meer dan negenhonderd-vijftig +acres (bunders) land beslaan. De grootste boomen zijn dertig voet +hoog, en hebben een omvang van ruim drie voet. In het afgeloopen +jaar werden bijna zevenduizend-driehonderd pond voortreffelijke +kinabast uit deze plantages te Londen ter markt gebracht, terwijl +bovendien meer dan vijf-en-dertig duizend pond in Indië zelf +werden afgeleverd. De totale opbrengst bedroeg zestienhonderd pond +sterling. De aanzienlijke uitgaven, die de regeering zich voor de +aankweeking dezer kostbare plant in Indië getroost heeft, zullen haar +binnen kort met winst worden terugbetaald; en, wat van meer belang is, +reeds nu worden jaarlijks honderde inboorlingen, door het gebruik der +kinine, genezen. Het hoofddoel van dezen menschlievenden, weldadigen +maatregel, het kostbaar geneesmiddel tegen de koorts ook voor de +armsten verkrijgbaar te stellen, is reeds bereikt geworden. Ook in +dit opzicht heeft de britsche regeering bewezen een zegen voor hare +aziatische onderdanen te zijn. + + + + + +HET INDO-ENGELSCHE GEZANTSCHAP AAN DEN ATALIK-GAZI VAN OOST-TURKESTAN. + + +Sedert nu ruim een jaar geleden, de russische generaal Kaulbars naar +Kashgar ging en met den Atalik-Gazi een handelsverdrag sloot, heeft men +zich ook in Engeland meer rekenschap gegeven van het gewicht, dat deze +vorst in het hart van Centraal-Azië, door de ligging van zijn land, bij +den min of meer vreedzamen wedstrijd tusschen Rusland en Engeland in +de schaal kan leggen. Door het boek van Shaw, dat zoovele belangrijke +mededeelingen omtrent de handelsbetrekkingen dezer streken bevat, +en door de herhaalde waarschuwingen van Vámbery, zijn de Engelschen +tot de overtuiging gekomen, dat hier niet enkel commerciëele, maar ook +zeer ernstige politieke belangen op het spel staan. Hayward en Forsyth +waren, evenals Shaw, nu drie jaren geleden naar Yarkhand gegaan, om +met den Atalik-Gazi betrekkingen aan te knoopen; maar hunne pogingen +waren met geen gunstig gevolg bekroond geworden. Sedert dien tijd is +bij dien vorst, voornamelijk door het naderen der Russen tot dicht +bij de grenzen van zijn rijk, de overtuiging levendig geworden, +dat het in zijn eigen belang wenschelijk is, met den onder-koning +van Hindostan op vriendschappelijken voet te staan. + +In het begin dezes jaars verscheen te Calcutta een gezant van den +Atalik-Gazi, om de wederzijdsche betrekkingen tusschen de beide +mogendheden te bespreken, en de verzekering te geven, dat een +engelsch gezantschap in Kashgar op eene vriendelijke ontvangst kon +rekenen. De onder-koning, lord Northbrooke, heeft onmiddellijk aan +dien wenk gevolg gegeven; en voor eenigen tijd is uit Calcutta het +bericht ontvangen dat dit gezantschap, in de maand Juli aanstaande, +van Simlah uit de reis zou aanvaarden. Vandaar zal het gezantschap +den weg volgen door Kashmîr en Ladakh, en vandaar over Shadoela en +Yarkhand naar Kashgar, waar men nog voor het einde van het jaar hoopt +aan te komen. Aan het hoofd dezer zeer belangrijke zending staat de +bekwame, ervaren Forsyth, wien verder eenige uitstekende mannen op +verschillend gebied zijn toegevoegd. + +Met het oog op de groote gebeurtenissen, die zich, in eene meer of min +verwijderde toekomst, in Centraal-Azië voorbereiden, kan de uitslag +van deze zending van zeer groot gewicht zijn. + + + + + + +AANTEEKENING + + +[1] Zie _Aarde_, 1872, bladz. 281 en volgende. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Schetsen uit de Indische Vorstenlanden, by +Louis Rousselet + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SCHETSEN UIT DE INDISCHE *** + +***** This file should be named 18098-8.txt or 18098-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/8/0/9/18098/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +*** END: FULL LICENSE *** + |
