summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/18098-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:52:32 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:52:32 -0700
commit21c3e5cb179ab347e6774ac994cf9faf61054a79 (patch)
tree7916a5d0642a00fe9daf87b383abcd4d3694e8cd /18098-8.txt
initial commit of ebook 18098HEADmain
Diffstat (limited to '18098-8.txt')
-rw-r--r--18098-8.txt3565
1 files changed, 3565 insertions, 0 deletions
diff --git a/18098-8.txt b/18098-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..0a8cb04
--- /dev/null
+++ b/18098-8.txt
@@ -0,0 +1,3565 @@
+The Project Gutenberg EBook of Schetsen uit de Indische Vorstenlanden, by
+Louis Rousselet
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Schetsen uit de Indische Vorstenlanden
+ De Aarde en haar volken, 1873
+
+Author: Louis Rousselet
+
+Release Date: April 1, 2006 [EBook #18098]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SCHETSEN UIT DE INDISCHE ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+SCHETSEN UIT DE INDISCHE VORSTENLANDEN.
+
+
+Op het eiland Java bestaan--het zal niemand onder onze lezers onbekend
+zijn--nog twee zoogenoemd zelfstandige staten: het keizerrijk van Solo
+of Soerakarta, de ruïne van het eenmaal zoo machtige rijk van Mataram;
+en het rijk van Djokjokarta. De landstreken aan het gezag van den
+Soesoehoenan of keizer van Soerakarta en den sultan van Djokjokarta
+onderworpen, worden met den naam van Vorstenlanden aangeduid, ter
+onderscheiding van de gewesten, die rechtstreeks onder het bestuur der
+nederlandsche regeering staan. Toch is de onafhankelijkheid dezer beide
+inlandsche staten inderdaad niet veel meer dan een schijnbeeld: de
+keizer en de sultan zijn niet anders dan vasallen van het nederlandsche
+gouvernement, dat aan hun hof door een resident vertegenwoordigd wordt,
+zonder wiens goedvinden de bijkans machtelooze heerschers, hoe ook
+met alle uiterlijke teekenen en huldebetooningen der souvereiniteit
+omringd, niet veel vermogen. Soortgelijke toestanden bestaan ook,
+en op grooter schaal en in rijker afwisseling, in het reusachtige
+britsch-indische rijk, dat metterdaad geheel Hindostan met een deel
+van Achter-Indië omvat. Ook dit bijkans onmetelijke gebied is niet
+geheel aan de onmiddellijke heerschappij van den engelschen landvoogd
+onderworpen: uitgestrekte landen, koninkrijken en vorstendommen,
+hebben tot dus ver nog eene zekere mate van onafhankelijkheid en
+zelfstandigheid weten te bewaren, en worden nog altijd door hunne
+eigene Vorsten geregeerd; schoon al deze Vorsten, in meerdere of
+mindere mate, aan de opperhoogheid der britsche kroon zijn onderworpen,
+of althans door verdragen zoogenaamd tot bondgenooten, inderdaad
+tot vasallen, van Engeland zijn gemaakt. Het zijn deze landen,
+koninkrijken en vorstendommen, die wij met den naam van indische
+Vorstenlanden wenschen aan te duiden: een naam, gewettigd door de
+gelijkheid van toestand hier met dien op het eiland Java.
+
+Nog onlangs hebben wij den franschen reiziger L. Rousselet vergezeld
+bij zijn bezoek aan het hof van een dezer inlandsche Vorsten,
+den Guikowar of koning van Goezerate, die te Baroda zijn zetel
+heeft. [1] Wij waren daar getuigen van de eigenaardige gebruiken
+en de schitterende weelde van een indisch hof; en hadden tevens
+gelegenheid, zij het ook slechts van ter zijde, een blik te werpen op
+de innerlijke toestanden des lands en de regeering van den Rajah. Wij
+durven vertrouwen dat het verhaal van den heer Rousselet een gunstigen
+indruk heeft achtergelaten, zoodat het voorstel om hem ook op zijn
+verderen tocht door de indische vorstenlanden te vergezellen, onzen
+lezers niet onwelkom zal zijn.
+
+
+
+I.
+
+
+Van Baroda begaf ik mij naar Ahmedabad, de aloude hoofdstad der
+sultans, eene der prachtigste steden van het Oosten. Wij kwamen
+daar den 5den December aan, en namen onzen intrek in een uitmuntend
+ingerichte _bungalow_. Zulk een bungalow is eene voortreffelijke
+instelling, voor de reizigers van onschatbare waarde. In alle
+steden, waar het bezoek en verblijf van Europeanen van te weinig
+beteekenis is, om de partikuliere ondernemingszucht tot het bouwen
+van hotels uit te lokken, is namelijk van regeeringswege een nette
+en eenvoudige bungalow, een soort van landhuis of villa, ingericht,
+waar de reizigers op hun gemak kunnen logeeren, tegen betaling van
+een roepy per dag. Daar al de vermogende inboorlingen, en ook de
+meeste Anglo-Indiërs, op hunne reizen voor het minst door één bediende
+vergezeld worden, is de _peon_ (kastelein) van de bungalow verplicht,
+zijne keuken te hunner beschikking te stellen, en hun, tegen een matig
+gestelden vasten prijs, al de levensmiddelen te bezorgen, waaraan
+zij behoefte hebben. Zij, die geen kok in hun dienst hebben, kunnen
+zich door een aan het logement verbonden hofmeester of _mess-man_,
+overeenkomstig hun verlangen, hunne maaltijden laten bezorgen; mede
+volgens een vast tarief, dat in alle kamers is opgehangen.
+
+Ahmedabad werd in 1426 door den Sultan Ahmed-Shâh gesticht,
+op dezelfde plaats, waar vroeger eene oude indische stad had
+gestaan. Hoogstwaarschijnlijk gebruikte de sultan de puinen van de door
+hem verwoeste steden Khandravati en Anhilwara-Patan voor den bouw der
+paleizen en moskeeën van zijne nieuwe hoofdstad, die weldra door den
+rijkdom en de pracht harer monumenten door geheel het Oosten beroemd
+zou worden. Want ook de opvolgers van Ahmed-Shâh waren met dezelfde
+liefde voor de schoone kunsten bezield; en daar zij zelf van hindoesche
+afkomst waren, behielden zij ook voor de heiligdommen hunner nieuwe
+mohammedaansche eeredienst den eigenaardigen bouwstijl des lands:
+een stijl, die zich door zijne oorspronkelijkheid en zuiverheid
+zeer gunstig onderscheidt van den zoogenaamden sarraceenschen stijl,
+die tegelijk met de Mongolen in Indië doordrong en daar bijkans de
+overheerschende werd.
+
+Omstreeks 1570 viel de stad in de macht der Groot-mogols, en werd
+zij tot hoofdplaats van eene der bloeiendste provinciën van het
+machtige rijk verheven. Toen het zoogenaamde mongoolsche rijk ten
+ondergang neigde, maakte Damasji Guikowar, ten jare 1737, gebruik van
+de toenemende machteloosheid der keizerlijke regeering, om Ahmedabad
+met de daarbij behoorende landstreek bij zijn eveneens op de puinen
+van het keizerlijk gestichte koninkrijk van Baroda in te lijven. Zijne
+opvolgers behielden de stad tot 1818, toen zij aan de Engelschen
+overging, aan wie zij nu nog behoort.
+
+Een gordel van zware hooge muren, meer dan zeven kilometers in omtrek,
+omringt de stad; torens en bolwerken geven haar een nog indrukwekkender
+voorkomen. Naar men zegt, zijn deze werken aangelegd door den sultan
+Mahmoed Begarha, omstreeks het einde der vijftiende eeuw. Achttien
+monumentale poorten geven toegang tot de stad, die weleer eene
+overtalrijke bevolking binnen hare wijde wallen herbergde; tegenwoordig
+strekken zich tusschen de eigenlijke stad en den wal groote tuinen en
+onbebouwde velden uit; zij heeft zich als het ware saamgetrokken in
+haar al te ruimen steenen mantel; hare verschillende wijken zijn thans
+door niet veel meer dan honderd-vijftig-duizend zielen bewoond. Maar
+ook nu nog, hoezeer van haar vroegeren luister vervallen, maakt de
+vroolijke, ruime, volkrijke stad een aangenamen indruk; overal vindt ge
+prachtig geboomte, dat tot midden in de stad heerlijke lanen vormt; en
+de statige overblijfselen van den ouden tijd zien er minder eenzaam en
+verlaten uit te midden dier schilderachtige wit gepleisterde huisjes
+en hutten, zoo bevallig om de ernstige bouwvallen gegroept.
+
+Zoo ge het indische leven te Ahmedabad in al zijne verscheidenheid
+wilt bestudeeren, begeef u dan naar de prachtige breede straat
+Manik-Shauk, het middelpunt van den handel en de bedrijvigheid
+der stad. Daar worden de verschillende markten gehouden; daar zijn
+de bazars, en daar ook kunt ge de prachtige typen dier zwervende
+Radsjpoeten, Katis en Bhattis bewonderen, die uit de nabijgelegen
+halfwilde landstreken naar Ahmedabad komen, en zooveel bijdragen tot
+het bij uitnemendheid schilderachtig karakter harer openbare markten
+en bazars. Kameelen en olifanten bewegen zich met afgemeten stap te
+midden der bontgekleurde luidruchtige menigte, waaronder de engelsche
+sipayers, in hunne eenvoudige uniform, zooveel mogelijk de orde
+bewaren. De drukke, levendige straat, de voornaamste der stad, begint
+bij den hoofdingang van het oude paleis der voormalige onder-koningen,
+dat door zijne zware torens aan een middeleeuwsch kasteel doet denken,
+en dat tegenwoordig tot strafgevangenis is ingericht, waar duizende
+veroordeelden zich onledig houden met het vervaardigen van tapijten,
+grove stoffen en papier. Men treedt dit voormalige paleis binnen
+door eene prachtige moorsche poort, waaronder zich een wachthuis
+bevindt. De tegenwoordige bestemming van het gebouw laat niet meer
+toe, over de vroegere heerlijkheid dezer vorstelijke residentie te
+oordeelen; de ruime zalen zijn, op last der engelsche inspecteurs,
+zoo herhaaldelijk met witkalk overstreken geworden, dat alle sporen
+van voormalige versiering geheel zijn verdwenen.
+
+Dit kasteel is met de Bâdre of citadel verbonden door eene lange reeks
+van gebouwen, eertijds tot huisvesting bestemd voor het talrijke
+garnizoen, dat de sultans in hunne hoofdstad onderhielden. Deze
+citadel bevat niet veel merkwaardigs: eenige ruime binnenplaatsen,
+vroeger tot tuinen aangelegd en tegenwoordig door leelijke engelsche
+barakken ontsierd; eenige zuilengangen, en een reusachtig bolwerk: dat
+is nagenoeg alles. Men vergeet ook nooit, den bezoeker opmerkzaam te
+maken op eene oude schijf, boven eene der poorten geplaatst, en waarop
+nog duidelijk de sporen van pijlpunten te herkennen zijn. Wanneer,
+in den ouden tijd, de sultan eene belangrijke reis of een krijgstocht
+zou gaan ondernemen, moest een ervaren schutter die schijf trachten te
+treffen; trof de pijl het wit niet, dan werd de onderneming opgegeven,
+of althans tot gunstiger gelegenheid uitgesteld.
+
+Op korten afstand van het paleis, verheft zich dwars over de straat
+Manik-Shauk, een prachtige triomfboog die, naar de drie bogen van
+moorschen stijl, den naam draagt van _Tin Durwazé_, de Drie poorten;
+dit gebouw is een der bevalligste monumenten van de architectuur
+der zestiende eeuw. Aan gene zijde van den triomfboog verrijst de
+Jumah-Moesjid, de voornaamste moskee, de roem van Ahmedabad. Het
+opschrift aan den hoofdingang meldt u, dat de sultan Mahmoed-Shâh
+Begarha, de Stedendwinger, deze moskee heeft gebouwd met de puinen
+van de tempels der ongeloovigen, in het jaar der hedsjrâh 827. Voor
+het eigenlijke gebouw strekt zich een ruime, geplaveide hof uit,
+aan drie zijden door zuilengangen omgeven. De voorgevel prijkt met
+drie hooge poorten, die u vergunnen een blik te werpen in het ruime
+heiligdom, waarvan het gewelf door eene menigte zuilen gedragen
+wordt. Ter wederzijde van den middelsten ingang verheffen zich
+twee slanke, uiterst sierlijk bewerkte minarets, maar waarvan de
+spitsen in 1818, ten gevolge eener aardbeving, naar beneden zijn
+gestort. Bij het binnentreden van het ruime bedehuis, gevoelt ge u
+onwillekeurig door bewondering aangegrepen bij een blik op die lange
+reeksen gebeeldhouwde pilaren; de koepels rusten op eene galerij
+van kleine, massieve zuilen, waardoor een stroom van licht in den
+tempel valt. Het volstrekte gemis van beelden, het groote aantal
+en de eigenaardige versiering der kolommen, geven aan deze moskee,
+die u aan een hindoe-tempel denken doet, een hoogst merkwaardig
+karakter. In het midden van de moskee, tegenover den tabernakel,
+waarin de Koran bewaard wordt, bevindt zich een groote marmeren zerk,
+waaronder, volgens de overlevering, het afgodsbeeld begraven ligt,
+dat vroeger in den heidenschen tempel, waarvan deze moskee de opvolger
+is, werd aangebeden. Nabij de moskee staat de vorstelijke basiliek,
+waar, onder marmeren troonhemels, de stoffelijke overblijfselen der
+Sultans Ahmed, Mohammed en Koutub Oudin rusten; in hunne nabijheid
+sluimeren hunne echtgenooten en afstammelingen. Al deze graftomben
+munten uit door sierlijke bewerking; zij prijken met prachtig beeldwerk
+en somwijlen met schitterende mozaïeken.
+
+Nog heden ten dage telt Ahmedabad meer dan vijftig moskeeën en
+eene menigte grafmonumenten, die allen eene bijzondere studie waard
+zijn. Geen andere stad van Indië kan op zulk een rijkdom van dergelijke
+gedenkteekenen roemen. Deze moskeeën verheffen zich doorgaans, te
+midden van tuinen en boomgaarden; op hooge steenen terrassen, vanwaar
+zij de omringende huizen als met vorstelijke fierheid beheerschen. Die
+plaatsing is bij uitnemendheid geschikt om de schoonheid der bogen,
+der koepels en minarets te doen uitkomen, die zich nu, in al de
+zuiverheid hunner lijnen, afteekenen tegen het diepe blauw van den
+helderen indischen hemel.
+
+Eenige dagen na onze aankomst, was ik des morgens uitgereden, om de
+frissche, geurige ochtendlucht in te ademen, toen ik eensklaps op den
+weg voor mij uit een stofwolk zag oprijzen, die snel naderde. Ik had
+nauwelijks den tijd ter zijde te gaan, toen vijf of zes open rijtuigen,
+van antieken vorm, mij voorbijsnelden, waarin eenige inlanders zaten,
+die ik aan hunne van goud schitterende tulbanden als lieden van aanzien
+herkende. De rijtuigen werden gevolgd door een troep ruiters van een
+wild, fantastisch voorkomen, met lange golvende baarden en lansen in de
+hand, gezeten op groote, prachtig opgetuigde paarden. Dit alles schoot
+mij, als een wervelwind, voorbij. Werktuigelijk groette ik, en zag nog
+even hoe mijn groet door een der reizigers werd beantwoord. Ik was zeer
+nieuwsgierig om te weten, wie deze vreemde gasten wel mochten zijn, en
+spoedde mij naar de bungalow terug. Daar vond ik de binnenplaats geheel
+ingenomen door onbekende ruiters, die er hun bivak hadden opgeslagen;
+overal brandden vuren; de paarden stonden op eene rij vastgebonden;
+en in een hoek zag ik de met stof overdekte gala-rijtuigen. Nu vernam
+ik dat de nieuw aangekomen gast, die zooveel opschudding veroorzaakte,
+geen minder personage was dan do prins Monti-Singh, zoon van den Rajah
+van Marwar. De ruiters van zijn gevolg waren Radsjpoeten van den stam
+of clan Rhatore, een der meest bekenden van de indische woestijn.
+
+Den volgenden morgen zond ik mijn _khansamah_, voor deze buitengewone
+gelegenheid tot de waardigheid van _tsjoebdar_, gezant of heraut,
+verheven, om den hoogen vreemdeling onzen welkomstgroet aan te
+bieden. De prins beantwoordde de beleefdheid, door mij een deurwaarder
+of kamerdienaar met gouden staf te zenden, die, na de gebruikelijke
+begroetingen en plichtplegingen, mij mededeelde dat Zijne Hoogheid
+mij nog dien zelfden dag zou ontvangen. Op het bepaalde uur begaf
+ik mij met mijn reisgenoot naar den prins, die ons in eene ruime
+zaal afwachtte, waarvan vier stoelen en een tapijt het gansche
+ameublement uitmaakten. Monti-Singh ontving ons zeer vriendelijk
+en reikte ons de hand; hij zette zich tusschen ons beiden neder, en
+begon een gesprek in het engelsch, dat hem blijkbaar groote inspanning
+kostte. Ik maakte aan die kwelling een einde, door hem in het hindi
+te antwoorden; zeer in zijn schik, dat ik de taal zijns lands sprak,
+begon hij nu met groote levendigheid te praten. Hij verzekerde mij
+dat zijn vader, de Koning van Marwar, zich zeer gelukkig zou achten,
+indien hij ons aan zijn hof mocht ontvangen, en dat de bekende
+gastvrijheid der overige radsjpoet-vorsten ons overal eene gulle en
+hartelijke ontvangst verzekerde. "Een europeesch reiziger," zeide hij,
+"is bij ons bijna eene onbekende zeldzaamheid; de eenige Europeanen,
+die wij nu en dan onder ons zien, zijn, behalve de gezanten van den
+onderkoning, enkele officieren, die naar hun garnizoen gaan of naar
+Bombay terugkeeren. Voor zoover ik weet, is er althans nog nooit
+een Franschman te Jhodepoor verschenen."--Hij gaf mij daarop zeer
+uitvoerige en nauwkeurige inlichtingen omtrent de beste manier, waarop
+ik de reis zou kunnen doen, en de bezwaren die ik daarbij zou hebben
+te overwinnen: mij tevens zeer sterk aanradende mijn weg te nemen
+over Deesa, Sirohi, en Jhodepoor, in plaats van het land der Bhîls
+te bezoeken en over Oodipoor te gaan. Maar ten aanzien van dit punt
+stond mijn besluit vast; ik bepaalde er mij dan ook toe, hem te beloven
+dat ik mijn best zou doen om over Ajmeer naar Jhodepoor te reizen.
+
+Prins Monti-Singh is de veertiende of vijftiende van de talrijke zonen
+van den ouden Rajah van Jhodepoor, Tukt-Singh. Deze aartsvaderlijke
+monarch bezit een vrij uitgestrekt rijk, maar dat meer woestijnen
+dan bebouwbaar land bevat; toch is zijne hoofdstad eene der
+fraaiste steden van Radsjpoetana, en zijn zijne inkomsten verre
+van onaanzienlijk. Monti-Singh sprak met veel geestdrift over de
+wildrijke vlakten van zijn vaderland, en gaf mij de verzekering
+dat, zoo ik kwam, te mijner eer schitterende jachtpartijen zouden
+worden aangelegd. Zijne fijne en sprekende trekken, zijne lichte
+gelaatskleur en zijn lange baard deden hem dadelijk als een echten
+Radsjpoet kennen: zijne eenigszins verwijfde houding en manieren
+en zijne zeer diplomatieke wijze van spreken maakten echter op mij
+geen gunstigen indruk. Ik vernam later, dat mijne vermoedens te dien
+aanzien in geene deele ongegrond waren.
+
+Van de weinige dagen, die mij nog voor ons vertrek van Ahmedabad
+overschoten, maakte ik gebruik om de omstreken te bezoeken, die
+niet alleen heerlijk schoon zijn, maar ook rijk aan historische
+herinneringen. Een mijner eerste uitstapjes bracht mij naar Sirkhej,
+de aloude zomerresidentie van Sultan Ahmed, acht mijlen (kilometers)
+van de stad verwijderd. Te vier uur in den morgen van onze bungalow
+vertrokken, bereikten wij, bij het opgaan der zon, de oevers van de
+Soebermoetti, het bevallige riviertje, dat de wallen van Ahmedabad
+bespoelt. Onze bedienden hadden, met het weinige dat wij verder mede
+namen, plaats genomen op een kleinen wagen door een os getrokken,
+die de rivier zou doorwaden. Het water was laag, maar de stroom
+was nog zoo sterk, dat ik inderdaad vreesde dat de wagen zou worden
+medegevoerd. Toen ik met mijn paard gelukkig de overzijde bereikt
+had, bleef ik een poos het prachtige landschap gadeslaan, waaraan
+de indische wintermorgen, nieuwe bekoorlijkheid bijzette. De rivier
+schitterde en fonkelde in het rijzende licht; gansche zwermen van
+watervogels vlogen, zwevende, rijzende en dalende, over de kalme
+oppervlakte; aan den anderen oever teekende zich, schemerachtig, half
+in een wazigen, blauwachtigen nevel gehuld, de lange lijn der wallen
+en vestingwerken. De lucht was, ondanks de zon, frisch en koel, en
+verkwikte en versterkte mij. Niets bijna is met deze wintermorgen in
+Indië te vergelijken: hij is even heerlijk als een lentedag in Europa;
+maar de eigenaardige, grootsche pracht dezer door de natuur zoo rijk
+begunstigde streken geeft aan alles eon onuitsprekelijk karakter van
+schoonheid en verhevenheid.
+
+Nadat onze wagen veilig op den oever was geraakt, zetten wij onze
+paarden in galop en sloegen den weg naar Sirkhej in. Wij volgden een
+zandpad, nu en dan met gras begroeid, en ter wijderzijde omzoomd
+door hooge cactussen, door dwerg-vijgeboomen, geheel behangen en
+omwikkeld met convolvulussen en andere bloeiende lianen. Honderde
+fraaie, zilvergrijze tortelduiven vlogen bij onze nadering weg,
+en lieten dat eigenaardig geluid hooren, dat op een kort afgebroken
+lach gelijkt; schitterend gekleurde papegaaien vervulden de lucht
+met hunne schelle kreten, en overstemden bijna geheel het liefelijk
+gekweel der oostersche nachtegalen, dat ons uit de naburige boschjes
+tegenklonk. Eeuwenheugende reusachtige boomen spreidden hier en
+daar hunne breede armen beschermend uit over de in hunne schaduw
+wegduikende spitse koepels der witte grafmonumenten: liefelijkheid
+en statige ernst waren in dit landschap op het schoonste vereenigd.
+
+Na een rit van een goed half uur bereikten wij eene tamelijk eentonige,
+maar welbebouwde vlakte, op eenigen afstand door de heuvelen van
+Sirkhej, op wier toppen zich de lijnen der monumenten tegen den
+helderen achtergrond afteekenen, begrensd. Vroeger nam de Soebermoetti
+haar loop langs den voet dezer heuvelen; hare uitgedroogde bedding,
+met fijn los zand gevuld, was nu een rijweg, waardoor onze paarden met
+moeite voortzwoegden. Aan den rand dezer bedding verheffen zich twee
+hooge torens, waarvan het onderste gedeelte zeer veel door het water
+geleden heeft, en die vroeger den hoofdingang vormden der vorstelijke
+residentie. De weg is hier nog met groote zerken geplaveid, en boven
+het hoofd van den bezoeker zweven dreigend stukken van half vernielde
+gewelven.
+
+Wij begaven ons naar de moskee, het eenige nog bewoonbare gedeelte van
+het voormalige paleis. De zware deur was gesloten; ik steeg van mijn
+paard, en deed herhaalde malen den zwaren ijzeren klopper nedervallen,
+die nog zijne oude plaats behouden had. Eene diepe, ongestoorde stilte
+heerschte in het ronde; ettelijke duiven, door het gerucht dat wij
+maakten verschrikt, vlogen in wijde kringen boven onze hoofden heen en
+weder. Na verloop van eenige minuten hoorde ik grendels wegschuiven,
+en spoedig daarop werd de deur geopend door een klein oud manneke,
+met een langen witten baard en een wonderlijk voorkomen. Hem was de
+bewaking van het heiligdom toevertrouwd; hij ontving ons met groote
+vriendelijkheid.
+
+Wij traden op een ruim, geplaveid binnenplein, door portieken en
+galerijen omgeven, en waarop zich in het midden een zwaar gebouw
+verhief, met een vergulden koepel gekroond. Daar rusten, in eene
+reliekkast van massief zilver, de overblijfselen van Sheik Ahmed
+Gunj Boekeh, den biechtvader van Sultan Ahmed, en den hooggeëerden
+beschermheilige van Sirkhej. Zijn graf is eene zeer druk bezochte
+bedevaartsplaats voor al de Muzelmannen uit den omtrek; en twee malen
+in het jaar is deze ruime binnenplaats opgevuld met pelgrims. Voor
+dit monument staat eene kiosk, wier zestien slanke kolommen negen
+koepels dragen: zeker een der fraaiste en sierlijkste gebouwen in
+den eigenaardigen indo-muzelmanschen stijl.
+
+Aan de linkerzijde van de binnenplaats geeft eene fraaie portiek
+den toegang naar de graven der Ranis of koninginnen: ruime kamers,
+wier gewelven door zware pilaren worden getorscht; de wit marmeren
+graftomben staan in afzonderlijke kapellen, die door sierlijk bewerkte
+steenen balustraden zijn afgesloten. De aanblik dezer ruime luchtige
+vertrekken is inderdaad schoon en indrukwekkend; maar evenals
+bij alle mohammedaansche graven, treft u ook hier de volstrekte
+afwezigheid van iedere ernstige, tot droefheid of weemoed stemmende
+gedachte. Groote vensters, met balkons versierd, laten het licht
+vrijelijk binnenstroomen, en gunnen u tegelijk een blik op den schoonen
+vijver, die zich aan den voet der moskee uitstrekt. Een breede trap,
+die naar den vijver afdaalt, scheidt deze vertrekken van eene andere
+reeks nog grooter en fraaier zalen, waar zich de tomben van een aantal
+sultans bevinden, onder anderen van den beroemden Mahmoed Begarha.--De
+andere zijde van de binnenplaats wordt geheel ingenomen door eene
+groote moskee, die, naar men zegt, getrouw naar de beroemde moskee
+van Mekka gevolgd is. Ik heb deze laatste nooit gezien, maar betwijfel
+het toch zeer of er werkelijk veel overeenkomst bestaat tusschen het
+groote arabische heiligdom en dit monument in indischen stijl.
+
+De vijver, die tegenwoordig droog ligt, beslaat eene oppervlakte van
+bijna eene mijl in het vierkant; ten tijde van Ahmed was deze vijver
+een der wonderen van Indië. De eene zijde wordt geheel ingenomen door
+de moskee en de daaraan grenzende gebouwen; aan de drie andere zijden
+rijzen reusachtige trappen omhoog, weleer door prachtige paleizen
+gekroond. Twee daarvan zijn nog in wezen: het paleis van Ahmed en
+de harem. De hooge, met zuilenrij en en beeldwerk versierde gevels
+schenken aan deze gebouwen een karakter van grootschheid, dat men in
+de latere muzelmansche bouwgewrochten in Hindostan maar al te zeer
+mist. Uit deze paleizen voerden onderaardsche tunnels naar den oever
+van den grooten vijver. Aan een der hoeken is nog eene monumentale
+sluis, waardoor het water van de Soebermoetti in het wijde bekken
+gevoerd werd.
+
+Ons tweede bezoek gold het grafmonument van Shâh Alloem, op twee
+mijlen afstands van Ahmedabad, te midden van eene menigte tomben,
+moskeeën, paleizen en tuinen. Het mausoleum zelf is met een hoogen
+koepel gekroond, en bevat verschillende zalen; in eene daarvan staat
+de porfieren graftombe van Shâh Alloem. Deze zaal is met inlegwerk van
+parelmoer versierd; kleine openingen, met fijn gebeeldhouwd steenen
+lofwerk gesloten, laten slechts een schemerachtig licht doordringen,
+dat eene fantastische uitwerking doet. De aangrenzende groote moskee,
+een langwerpig op zuilen rustend gebouw, verrijst op een hoog terras;
+vanwaar men een prachtig vergezicht heeft. De beide minarets zijn
+nog ongeschonden in wezen.
+
+De omstreken van Ahmedabad zijn zoo rijk aan merkwaardigheden van
+allerlei aard, dat het wel niet anders kan, of men gaat hier bijna
+achteloos monumenten voorbij, die elders onmiddellijk uwe aandacht
+trekken en uwe bewondering opwekken zouden. Datzelfde is het geval
+te Delhi; maar daar hebben onderscheidene machtige volksstammen
+en doorluchtige vorstengeslachten de sporen hunner heerschappij
+en grootheid nagelaten; hier dagteekenen al deze kunstgewrochten en
+verbazende scheppingen uit de betrekkelijk korte periode der regeering
+van enkele vorsten in de vijftiende eeuw.
+
+De engelsche stad ligt te Ahmedabad op ongeveer vier mijlen afstands
+van de indische, waarmede zij door prachtige dreven en lanen van hoog
+geboomte verbonden is. Zij ligt in eene ruime vlakte, en bestaat,
+behalve uit de kazernen en andere militaire inrichtingen, uit een
+zeker aantal bevallige villa's, te midden van sierlijke tuinen
+gelegen, en door ongeveer een honderdtal Europeanen, beambten der
+kroon, bewoond. In de onmiddellijke nabijheid staat het paleis van
+Shahi-Baugh, in 1625 gebouwd, op last van den onderkoning Sultan
+Kurrum, die er zijne residentie wilde vestigen. Hij zette evenwel
+nooit een voet in het paleis, omdat de groote poort in de buitenste
+omwalling niet hoog genoeg was om den olifant door te laten, waarop
+de prins gewoonlijk reed. Nog vóór dit gebrek kon worden verholpen,
+werd de onderkoning, door den dood van zijn vader, geroepen om den
+keizerlijken troon te Delhi te bestijgen, dien hij, onder den naam
+van Shâh-Jehan, gedurende vele jaren, met roem bekleeden zou.
+
+Eindelijk had ik, na lang bieden en loven, eene overeenkomst gesloten
+met een kameeldrijver, die mij, voor honderd-tachtig roepyen, twee
+dromedarissen en zeven kameelen zou bezorgen om de reis naar Oodipoor
+te ondernemen. Ik voorzag mij van eene kleine, zeer lichte tent,
+en verder van de noodige bedden, keukengereedschap en andere zaken,
+waaraan ik behoefte zou hebben. Wij togen nu toch naar een land, waar
+nog logementen noch bungalows zijn te vinden, en waar ik begreep,
+dat wij minstens een jaar zouden moeten toeven.
+
+
+
+II.
+
+
+Op den bepaalden dag, den 19den December, stonden de kameelen op de
+binnenplaats van de bungalow, gereed om hunne lading te ontvangen. De
+twee dromedarissen, die wij berijden zouden, waren prachtig opgetuigd
+met zijden dekkleeden en kwasten in overvloed; maar al deze pracht
+zou verdwijnen, zoodra wij eenmaal op weg waren. Onze karavaan
+bestond verder uit onze vier bedienden, twee samwâllahs en zeven
+kameeldrijvers; al deze lieden waren met sabels en geweren gewapend,
+en hielden zich waarschijnlijk overtuigd, dat zij zich binnen kort
+ook van die wapenen zouden moeten bedienen. Ik riep ze allen bijeen en
+hield eene korte toespraak, waarbij ik hun de verzekering gaf, dat het
+land, hetwelk wij gingen doortrekken, overal veilig was; en dat wij
+bovendien, daar wij goed gewapend waren, niets van de Bhîls hadden
+te vreezen. Ik droeg aan een hunner het bevel over de karavaan op,
+en gaf hem den last, in het dorp Raypoer, op vier-en-twintig mijlen
+afstands van Ahmedabad te overnachten en onze komst af te wachten. Wij
+waren overeengekomen eerst den volgenden morgen te vertrekken.
+
+Dien morgen werd ik reeds te vier uur door den samwallah gewekt; ik
+wekte op mijn beurt mijn reismakker, en binnen weinige minuten waren
+wij gereed. Ik wierp nog eenige kleeden op den zadel, en nam daarop
+de achterste zitplaats in; mijn geleider zette zich vóór mij, en de
+dromedaris sprong eensklaps overeind. Het zadel der dromedarissen
+of rijkameelen is dubbel, of liever voor twee personen ingericht,
+die vlak achter elkander plaats nemen. De achterste plaats is juist
+niet de beste; maar ik had die uitgekozen, omdat ik nog niet gewoon
+was aan de eigenaardige beweging van den kameel, en het dus nog niet
+durfde ondernemen, zelf het dier te mennen. Het duurde wel een half
+uur eer ik mijn evenwicht gevonden had: ik werd zoo geweldig heen en
+weder geslingerd, dat ik stellig gevallen zou zijn, indien ik mij niet
+stevig aan mijn voorman vastgehouden had. Ik weet deze beweging niet
+beter te vergelijken dan met die van een schip op eene woelige zee;
+het gevoel dat zij, bij iemand die daaraan niet gewoon is, opwekt,
+heeft dan ook inderdaad veel van zeeziekte. Gelukkig went men er
+zich vrij spoedig aan: na verloop van een groot half uur, voelde
+ik mij ten minste genoeg op mijn gemak om eenige aandacht over te
+hebben voor den weg, waarlangs wij voorttogen. Ahmedabad lag reeds
+op verren afstand achter ons; het rijzende morgenlicht vertoonde ons
+eene onafzienbare vlakte, hier en daar afgebroken door boomgroepen
+en bosschages, waarin de dorpen wegscholen.
+
+Tegen zes uur in den morgen kwamen wij te Raypoer; onze tent was
+reeds opgeslagen onder een grooten boom, aan den oever eener rivier,
+en op een geweerschot afstands van het dorp. Onder een anderen boom
+lag onze bagage; daar was ook de keuken en het verblijf van onze
+bedienden; sabels en geweren, aan de takken opgehangen, gaven aan
+dat gedeelte van het kamp een zeker krijgshaftig voorkomen. Het was,
+vooral op dezen prachtigen morgen, een schilderachtig tafereel, dat ik
+met te meer genoegen beschouwde, omdat het voor mij een teeken was,
+dat nu eerst mijne eigenlijke reis begon. Tot dusver had ik bekende,
+platgetreden wegen gevolgd, landen doorkruist, waar de beschaafde
+europeesche invloed zich, in meer dan één opzicht, reeds krachtig had
+doen gelden, en waaromtrent ik mij van te voren volkomen had kunnen
+inlichten; nu stond ik aan de grenzen van het onbekende. Wat zou ik
+in de landen der Radsjpoeten vinden: eene welwillende ontvangst of
+een vijandige stemming? eene wildernis of een paradijs? Ik bracht
+den dag door met het bezoeken van het dorp, het schieten van eenige
+hazen en pauwen, en kon mij des avonds vermeien met het belangwekkend
+tooneel van de tehuiskomst der kudden: twee- of drieduizend buffels
+en ossen kwamen in galop aanrennen, en spoedden zich naar de rivier
+om hun dorst te lesschen.
+
+Twee uur na middernacht verlieten wij Raypoer, doorwaadden de rivier,
+en bevonden ons nu weder op het grondgebied van den Guikowar. De
+nacht is zeer donker, maar het land is volkomen vlak; onze kameelen
+gaan rustig en onvermoeid voort; de dorpen liggen allen op zekeren
+afstand van den weg; ter nauwernood ontmoeten wij eene enkele woning,
+tot wij te vier uur het stadje Deagaum bereiken. Aan de poort dezer
+stad worden wij staande gehouden door eenige _sowars_, die ons naar
+de plaats onzer bestemming vragen; en, na bekomen inlichting, ons
+eenige _bohimias_ verschaffen, die ons naar het naaste dorp brengen
+moesten. Deze bohimias zijn lieden van geringen stand, die verplicht
+zijn, tegen een zeer matige vergoeding, de reizigers van het eene
+dorp naar het andere te geleiden. De overheid van het dorp beloont
+hen voor die dienst, door hun het verblijf in het dorp te vergunnen
+en hun eenige stukken bouwland af te staan. Daar er in dit land
+geen gebaande wegen zijn, zou de reiziger groot gevaar loopen in de
+onafzienbare velden te verdwalen, indien deze gidsen hem niet te recht
+hielpen. Intusschen hebben deze arme lieden een tamelijk zware taak
+te vervullen; te ieder uur van den dag en den nacht moeten zij gereed
+staan, om eenige mijlen ver de karavanen te geleiden, waarvoor zij
+ongeveer een stuiver per _kôss_--twee engelsche mijlen--ontvangen;
+ook is het niet zeldzaam dat zij gedwongen worden tot een volgend
+station mede te gaan, of wel zonder belooning worden weggezonden.
+
+Dien dag en ook nog den volgenden liep onze weg nog steeds door
+de eindelooze vlakten, die wij sedert ons vertrek van Baroda niet
+verlaten hebben. Wel hadden wij in de verte enkele naakte en lage
+heuvelreeksen gezien, als het ware de eerste voorloopers van het
+Doenghêr-gebergte, waarachter het land Bâghoer, het land der Bhîls,
+ligt: eene wilde, bergachtige streek, die de hooge vlakte van Malwa
+van Goezerate scheidt, en ten zuidoosten aan het uitgestrekte gebied
+der Radsjpoeten grenst;--maar toch verraste ons, in den vroegen
+morgen van den 23sten December, het gezicht van een dorp, waarvan
+de hutten schilderachtig lagen verspreid langs de helling van een
+bevalligen heuvel van witachtigen zandsteen. Het landschap nam nu
+eensklaps een geheel ander karakter aan. Aan de andere zijde van het
+dorp stroomde eene kleine rivier, door groote boomen overschaduwd,
+en omzoomd door bloeiend heidekruid; de heldere wateren murmelden
+en ruischten tusschen en over rotsen en steenblokken, en verdeelden
+zich in tallooze aderen en kanalen, die de aangrenzende velden
+bevochtigen en vruchtbaar maken. Dit liefelijke, bijna zwitsersche
+landschap maakt dan eensklaps plaats voor een statig indrukwekkend
+woud, aan welks uiteinde zich een prachtig meer voor onze blikken
+uitbreidt. Wat heerlijke aanblik, die wijde watervlakte, bezaaid met
+bloeiende lotusplanten, waartusschen gansche scharen van watervogels
+zwemmen en dartelen; en omzoomd door een donkeren gordel van bananen
+en andere reusachtige tropische boomen en gewassen. Nergens is een
+enkel spoor van menschelijk verblijf of werkzaamheid te ontdekken;
+in ongestoorde zekerheid genieten de bewoners van dit schilderachtige
+meer den heerlijken frisschen morgen. Op een der kleine lage eilandjes
+staan gansche rijen van rooskleurige flamingo's, bijna onbewegelijk,
+op den uitkijk; zwermen van wilde ganzen en schitterend gekleurde
+eenden doorkruisen in alle richtingen de diepe, kalme wateren; reigers,
+_karkhoundj_ en vele andere vogels van hunne soort staan, in kalme
+rust, op de half overstroomde wortels der boomen langs den oever;
+kleinere, purper en blauw gekleurde watersnippen springen en huppelen
+over de breede lotusbladen: een tafereel vol leven, vol beweging,
+en toch zoo kalm, zoo vredig, zoo onuitsprekelijk rustig. Zonder veel
+opschudding te maken, gaan wij langs den dichtbelommerden oever voort;
+tusschen de bloemrijke hagen, die tot boven onze hoofden opschieten,
+openen zich bekoorlijke wegen, welke naar den _mekkâm_ voeren.
+
+De mekkâm, de voor het kamp aangewezen plaats, is doorgaans een
+boomrijke plek nabij het dorp, waarvan de grond zorgvuldig geëffend
+is. Deze plek wordt voor de reizigers beschikbaar gehouden; men vindt
+er een waterput en somwijlen een kleinen tempel, zoodat de pelgrim
+daar alles aantreft, wat hij noodig heeft: water, schaduw en een
+bedehuis. De mekkâm van Tintouï, waar wij ons nu bevinden, is zeer
+schoon: groote mangoboomen, nims en bananen omringen een open perk,
+met frisch en mollig gras bedekt, waarop ik mijne tent laat opslaan;
+op korten afstand vertoont zich het dorp, schilderachtig op eene
+hoogte gelegen, juist aan den ingang der steile en donkere bergpassen,
+waarvan de blauwachtige toppen en rotswanden zich aan den horizon
+verheffen; een fort met zware gekanteelde muren beheerscht de geheele
+omliggende vlakte.
+
+Tintouï, dat zijn gewicht vooral dankt aan zijne ligging aan den ingang
+der passen van het Dounghêr-gebergte, behoort nog aan den Guikowar,
+en vormt aan deze zijde de uiterste grens van zijne staten; maar dit
+aanzienlijke vlek is tevens de residentie van een radsjpoeten baron
+of thakoer, die wel in naam de heerschappij van den koning van Baroda
+erkent, maar inderdaad onafhankelijk en de wezenlijke beheerscher
+des lands is. Deze thakoers bekleeden hier dezelfde plaats en spelen
+dezelfde rol, als onze feodale heeren en baronnen in de middeleeuwen:
+zij bezitten in hunne domeinen het hooge en lage rechtsgebied, en zijn
+aan den landsheer doorgaans niets anders verschuldigd dan eene zekere
+schatting, of de levering van een zeker aantal gewapenden. Voor het
+overige zijn zij bijna geheel onafhankelijk, en bezoeken slechts nu en
+dan de hoofdstad, om den souverein hunne hulde te brengen. Trotsch,
+aanmatigend en twistziek, liggen zij voortdurend met hunne naburen
+overhoop, en ontzien zich ook niet, de karavanen, die hun gebied
+doortrekken, te plunderen. Wel heeft de britsche regeering, althans
+voor het uiterlijke, aan deze rooverijen paal en perk gesteld; maar,
+in het wezen der zaak, heeft de gewelddadige plundering plaats gemaakt
+voor eene meer georganiseerde afzetterij. In stede van de karavanen
+te overvallen en uit te schudden, beschermt de thakoer ze veeleer:
+slechts laat hij zich voor deze bescherming behoorlijk betalen. Zoodra
+de karavaan het gebied van een dezer heeren betreedt, moet zij eene
+schatting van zooveel percent van de waarde harer koopmansgoederen
+voldoen; daarvoor koopt zij zich dan den vrijen en veiligen doortocht
+door de bergpassen; vertrouwt zij daarentegen op hare eigene kracht,
+en weigert zij de verlangde schatting, dan kan zij er zeker van
+zijn door de stammen van het gebergte te worden uitgeplunderd. De
+thakoer ontvangt, in zijne hoedanigheid van magistraat en rechter,
+de klachten der mishandelde kooplieden, hoort ze geduldig aan,
+houdt er aanteekening van, en roept al zijne manschappen onder de
+wapenen: maar alle nasporingen leiden tot niets; de soldaten keeren
+terug zonder de roovers te hebben gevonden, en de thakoer brengt den
+kooplieden onder het oog, hoe dwaas zij gehandeld hebben door zijne
+bescherming af te wijzen.
+
+Bij mijne aankomst te Tintouï, werd ik door de lijfwacht van den
+thakoer ontvangen, die mij zijne groeten liet overbrengen en zijn
+bezoek aankondigen; maar, daar ik gaarne het kasteel wilde bezichtigen,
+verzocht ik hun, mij tot hun heer te geleiden. Eene zeer steile, met
+groote zerken geplaveide helling, waarop de paarden telkens uitglijden,
+brengt ons naar de poort van het slot, die door kleine torens en eene
+omrastering van met ijzer beslagen palen wordt verdedigd. Het inwendige
+van het kasteel vertoont eene zoo treffende gelijkenis met onze feodale
+burchten uit de twaalfde en dertiende eeuw, dat ieder, die een dezer
+slotruïnen gezien heeft, zich ook van deze indische vesting eene
+duidelijke voorstelling maken kan. Het is eene wonderlijke, schijnbaar
+ordelooze samenvoeging van torens, bolwerken, gebouwen, terrassen, die
+zich stout en dreigend boven het diepe dal verheft, waarin de nederige
+huizen van Tintouï staan verspreid. De thakoer, een Radsjpoet, met een
+echt aristokratisch voorkomen en een sneeuwwitten baard, ontvangt mij
+met groote hoffelijkheid, en vraagt mij naar het doel mijner reize:
+op het hooren van den naam van zijn souverein, buigt hij eerbiedig
+het hoofd, en zegt dat aangezien ik de vriend ben van zijn heer,
+den machtigen Guikowar, hij mijn slaaf is, en dat zijn persoon, zijne
+lieden en zijn land te mijner beschikking staan. Ik bepaal er mij toe,
+zijne bescherming te vragen voor mijnen tocht door de bergpassen,
+met verzoek eenige ruiters, als gewapend geleide, aan mijne karavaan
+toe te voegen. Daarop deelde hij mij allerlei bijzonderheden mede
+omtrent de Bhîls, hunne gewoonten en levenswijze, waarbij hij zich
+zeer beklaagde over de herhaalde strooptochten dier stammen, waardoor
+de karavanen van het bezoeken van zijn land werden afgeschrikt.
+
+Eenige uren later kwam de baron mijn een officieel tegenbezoek in
+mijne tent brengen; hij was door een troep ruiters vergezeld, die
+er, in hunne bijkans middeleeuwsche kostumen, allerschilderachtigst
+uitzien. De oude thakoer vertoont in zijne houding en manieren
+al de waardigheid, die aan zijn rang past; alles wat hij spreekt,
+draagt den stempel van die fijne en nauwlettende wellevendheid, die
+hem doet kennen als een der heeren van het hof van Oudeypoor, dat
+als een voorbeeld van goeden toon en manieren door gansch Hindostan
+beroemd is. Bij het afscheid omhelsde hij mij zeer hartelijk, met de
+verklaring dat hij aan niemand de eer zou afstaan, mijne karavaan
+tot aan de grenzen te geleiden, indien zijn hooge leeftijd hem dit
+niet belette. Zijn zoon en drie ruiters zullen zich bij ons voegen;
+nog dienzelfden avond wordt hunne tent nevens de onze opgeslagen.
+
+Maar eer wij verder gaan, moet ik mijn lezers het een en ander
+mededeelen omtrent de Bhîls, wier naam ik reeds meermalen heb genoemd,
+en wier land ik thans had betreden.
+
+De Bhîls behooren tot een der merkwaardige stammen der oorspronkelijke
+bevolking van Indië, die vroeger in de uitgestrekte gewesten, thans
+onder de namen van Malwa en Radsjpoetana bekend, was gevestigd. Door
+de arische volksverhuizing uit het hoogland van centraal Azië, uit
+hunne woonplaats verdrongen, trokken zij zich in het gebergte terug,
+en schijnen langzamerhand tot dien staat van verval en barbaarschheid
+verzonken te zijn, waarin wij hen thans aantreffen. In hunne
+overleveringen en legenden leven nog enkele herinneringen aan den
+ver vervlogen tijd, toen zij als oppermachtige gebieders in de vlakte
+heerschten; een hunner aloude volkszangen verhaalt den oorsprong van
+den diepgewortelden haat, die tusschen hen en de Brahmanen bestaat.
+
+Op zekeren dag, zoo luidt deze sage, dwaalde de god Mahadeo, van
+vermoeidheid en honger uitgeput, door het woud, toen eene jonge,
+schoone vrouw zich over hem ontfermde, en hem in hare woning opnam. Hij
+verhief haar tot zijne echtgenoote, en verwekte een aantal kinderen
+bij haar. Een daarvan, een zwarte, zeer leelijke knaap, van zeldzame
+spierkracht, doodde Nandi, den gewijden stier van den god. Tot straf
+voor dit misdrijf werd hij vervloekt en naar de wouden verbannen; hij
+ontving den naam van Nishada of Bhîl, dat wil zeggen, de banneling,
+de vogelvrijverklaarde.--Uit deze legende schijnt te blijken,
+dat dit volk zich niet, als de andere Soedras, aan de heerschappij
+der Brahmanen heeft willen onderwerpen, en daarom door hen van eene
+misdaad beschuldigd werd, die in het oog van iederen rechtgeloovigen
+Hindoe een onvergeeflijke gruwel is, van namelijk den heiligen os te
+hebben gedood: eene misdaad, waarop zij nog schijnen roem te dragen.
+
+Ongetwijfeld hebben zij eenmaal zekere mate van macht en invloed
+bezeten; en dat deze niet gering kan geweest zijn, blijkt wel uit het
+feit, dat nog heden ten dage, bij de plechtige kroning der koningen
+van Mewar, een der Radsjpoeten-staten, de teekenen der koninklijke
+waardigheid door een Bhîl aan den nieuwen souverein worden ter
+hand gesteld. Ook leeft nog in het volk een soort van godsdienstige
+vereering voor de bouwvallen van sommige steden, wier puinen blijkbaar
+van eene overoude beschaving getuigen. Eeuwen lang als wilde dieren
+vervolgd en geplaagd, wreekten zij zich door schrikkelijke moord-
+en plundertochten; en de naam van roovers van Mahadeo, dien zij zich
+zelf gaven, werd in den ganschen omtrek geducht. In hunne bijkans
+ontoegankelijke gebergten verscholen, wisten zij iederen vijandelijken
+aanval af te slaan, en hunne onafhankelijkheid te bewaren. Zij zijn
+in stammen of clans verdeeld, die ieder hun eigen opperhoofd hebben,
+wien zijne onderhoorigen onbepaald gehoorzamen, en die bij hunne
+strooptochten het bevel voert. Hunne dorpen of pâls zijn, evenals onze
+middeleeuwsche burgten, altijd op hoogten gebouwd; iedere woning is
+op zich zelf eene kleine vesting, waarvan de zware steenen muren een
+dak van pannen of riet dragen. Het dorp is omgeven door eene hooge
+en stevige omrastering van doornige struiken en dooreengevlochten
+cactussen; in tijd van nood, worden de kudden door de vrouwen en
+kinderen in de rotskloven en spelonken gedreven, en trekken de mannen
+zich achter die sterke omwallingen terug, vanwaar zij hunne vijanden
+kunnen gadeslaan en hunne pijlen afschieten. De indeeling in kasten is
+bij hen onbekend; de jongelingen kiezen hunne bruiden uit een anderen
+stam. De huwelijksplechtigheid is zoo eenvoudig mogelijk. Op zekeren
+bepaalden dag komen de huwbare jongelingen en jonge dochters te zamen;
+iedere jonkman kiest zich een meisje uit, en trekt zich met haar
+voor eenige dagen in het woud terug, waarna het huwelijk als wettig
+gesloten wordt beschouwd. Ook hunne godsdienst is hoogst eenvoudig:
+hunne vereering geldt voornamelijk de elementen en de demonen, die
+ziekten verwekken; de tempel bestaat uit een hoop steenen, met oker
+besmeerd, of wel uit een ruw behouwen groote zerk. Echter koesteren
+zij een bijzonderen eerbied voor den reusachtigen _mhowah_, dien boom,
+die hun brood, brandhout en een bedwelmende drank levert; aan zijne
+takken hangen zij bij voorkeur ijzeren gereedschappen op. Zij voeden
+zich bijkans met alles wat hun voor de hand komt, en eten ook onreine
+dieren, zoo als ratten en slangen.
+
+De Bhîls zijn doorgaans van middelbare gestalte, en, hoewel minder
+sierlijk, echter veel krachtiger gebouwd dan de Hindoes. Hunne
+gelaatstrekken zijn grof; hun platte neus en uitstekende wangbeenderen
+zijn alles behalve fraai; hunne zwarte haren hangen in wilde wanorde
+langs hun gelaat, alleen door een koord om de slapen eenigszins
+saamgehouden. Zij gaan bijna geheel naakt, en hebben in den regel
+geen ander gewaad dan een soort van _langoeti_ of schort, van twee
+of drie vingers breed, dat om de heupen gewonden wordt. De vrouwen
+zijn slanker van gestalte en lichter van kleur; haar gang is niet
+zonder waardigheid; zij dragen een soort van rok, die om de heupen
+gebonden en met een der uiteinden over de schouders geworpen wordt,
+zoodat de helft der borst bloot blijft. Aan armen en been en dragen zij
+eene menigte koperen ringen. De Bhîls gaan nooit uit, zonder bogen en
+pijlen mede te nemen; zij weten deze wapenen met groote behendigheid
+te gebruiken, en gaan er zelfs mede op de tijgerjacht. Jacht en
+vischvangst zijn hunne geliefkoosde bezigheden; zij tijgen in groote
+gezelschappen ter jacht; en vergiftigen de kreken met cactussap,
+om alzoo de visschen te kunnen vangen.
+
+Hoewel zeer moedig, zijn zij tevens zeer bedachtzaam, en zullen
+nooit een vijand aantasten, indien zij niet zeker zijn van de
+overwinning. Toch is het vechten hun een ware behoefte; en wanneer
+zij geen vijand te bestrijden hebben, dagen zij een naburigen clan
+uit, en leveren elkander onderling moorddadige gevechten. Maar
+zoodra een algemeen gevaar dreigt, worden deze onderlinge twisten
+vergeten, en vereenigen zich de stammen tot den strijd tegen den
+gemeenschappelijken vijand. Dan weergalmt door alle dalen de _kisri_
+of snijdende oorlogskreet, die van pâl tot pâl wordt herhaald;
+en binnen weinige uren zijn honderde krijgsvaardige mannen op een
+enkel punt vereenigd en tot den tocht gereed. De Bhîls verstaan
+ook voortreffelijk de kunst, om het geluid van hyena's, jakhalzen
+en nachtvogels na te bootsen, en geven daardoor elkander teekenen,
+zonder den argwaan der reizigers op te wekken.
+
+Met al hunne gebreken, hebben de Bhîls twee deugden, die de eigenlijke
+Hindoes missen: dankbaarheid jegens hunne weldoeners, en trouw aan
+het eens gegeven woord. Van de eerste loffelijke eigenschap hebben
+zij, tijdens den grooten opstand van 1857, een schitterend bewijs
+gegeven, door niet alleen de Engelschen te beschermen, die door de
+sipayers werden bedreigd, maar ook zelf tegen de opstandelingen te
+gaan vechten. Zij zijn dan ook inderdaad veel aan de Engelschen
+verschuldigd, die gedaan hebben wat zij konden om hen uit hun
+ellendigen toestand op te heffen, en die in ieder geval een einde
+hebben gemaakt aan de jaarlijksche strooptochten der Radsjpoeten,
+waarbij de dorpen werden verbrand en de oogsten vernield.
+
+De stammen der Bhîls bewonen tegenwoordig de landstreek Baghoer,
+een gedeelte van het Aravalli-gebergte en bijna het geheele
+Windhya-gebergte. Men schat hun aantal op een à twee millioen; zij
+maken dus nog een der groote indische volksstammen uit. In de dalen
+van Mewar vindt men de kaste der zoogenaamde Bhilâlas, afstammelingen
+van Bhîls en Radsjpoeten. Zij zijn vrij talrijk, maar missen de goede
+eigenschappen van hunne stamouders. Ook bij hen bevestigt zich alzoo
+de algemeene ervaring, dat uit zoodanige vermenging een lager en
+minder begaafd ras ontspruit.
+
+
+
+Toen wij heden morgen van Tintouï zouden opbreken, geraakte onze
+geheele karavaan in opschudding, en weigerde voor zonsopgang te
+vertrekken. Het gerucht had zich verspreid, dat een zoogenoemde
+_admikanewallah_, dat wil zeggen een tijger, die alleen menschen
+verslindt, op den weg in hinderlaag lag. De Hindoes beweren namelijk,
+dat wanneer een tijger eenmaal menschenbloed heeft geproefd, hij geen
+andere prooi meer aanvalt. Nu verhaalde men dat zooeven een man door
+zulk een admikanewallah verscheurd was. Het kostte den jongen thakoer
+en mij groote moeite, onze manschappen te bewegen den tocht voort te
+zetten: het was al erg genoeg, dat wij ons aan de aanvallen der Bhîls
+blootstelden; ontmoetingen met tijgers waren hun in het geheel niet
+naar den zin. Toch is onze karavaan thans sterk genoeg om voor geene
+vijanden bevreesd te zijn: zij bestaat uit drie-en-twintig gewapende
+mannen; wij zijn dus volkomen in staat om een geregelden veldslag te
+leveren tegen wilden, die geen vuurwapenen bezitten.
+
+Boekthawoer-Singh, de jonge thakoer, rijdt nevens mij, en verhaalt
+mij allerlei anekdotes betreffende de Bhîls. Ook vertelt hij van de
+verwoestingen, die de gevreesde menschenetende tijger in den ganschen
+omtrek aanricht; er gaat bijna geen dag voorbij, dat hij geen nieuw
+slachtoffer velt; en hij is daarbij zoo slim, dat de jagers hem nog
+nooit hebben kunnen bereiken. De Hindoes koesteren voor deze tijgers
+eene bijna kinderachtige vrees, de europeesche jagers daarentegen,
+die zulk een admikanewallah geschoten hebben, beweren dat het dier
+bijna altijd krank en schurftig is: zij schrijven dit toe aan het eten
+van menschenvleesch. Dat de admikanewallah zich hoofdzakelijk met
+menschenvleesch voedt, wordt alzoo door beide partijen toegestemd;
+maar terwijl de Hindoes daaraan eene buitengewone mate van wildheid
+en bloeddorstigheid bij den tijger toeschrijven, houden de Europeanen
+staande, dat dit voedsel het dier verzwakt en ziek maakt. Ik stel mij
+de zaak aldus voor. Wanneer de tijger oud wordt, verliest hij veel
+van zijne kracht en nog meer van zijne vlugheid; hij durft dan geen
+buffel of afgedwaalden os aanvallen, omdat hij daarbij stellig het
+onderspit zou delven; en herten of antilopen met een fikschen sprong
+te bereiken, is hem onmogelijk geworden. Zoo is hij dan wel verplicht,
+zich langs de wegen in hinderlaag te leggen, en uit te zien of een
+zorgelooze wandelaar zich binnen zijn bereik waagt: geschiedt dit,
+dan doet de honger hem de vrees overwinnen, die hij instinktmatig
+voor den mensch gevoelt, en deze wordt maar al te licht zijn prooi.
+
+Even voorbij Tintouï versmallen zich de bergpassen, en weldra bevinden
+wij ons in eene nauwe kloof, ter wederzijde door hooge zwartachtige
+rotswanden ingesloten; de hellingen en de toppen der bergen zijn
+met dicht bosch bedekt. Het is een grootsch, romantisch landschap,
+vol wilde, aangrijpende schoonheid: reusachtige marmerblokken, hier en
+daar over den grond verspreid, schitteren in het zonnelicht; schuimende
+bergstroomen storten zich met klaterend geweld in de diepe kloven,
+of zweven, als pluimen van stuivend zilver, van de steile hoogten
+neder. De dorpen der Bhîls, als vestingen boven op de steilten
+gebouwd, met een smallen zoom van bebouwd land aan hun voet, zien
+er, met hunne stekelige muren van struiken en doornen, van verre als
+reusachtige arendsnesten uit. Van tijd tot tijd wordt de gedaante van
+een Bhîl op den top eener rots zichtbaar: dat zijn de schildwachten,
+die moeten toezien wat er op den weg gebeurt; maar ons aantal en de
+bescherming van den thakoer waarborgen ons tegen alle vijandelijkheden.
+
+De zon stond reeds hoog aan den hemel, toen wij den mekkâm van Sameyra
+bereikten. Dit dorp behoort aan een thakoer, die vasal is van den
+rajah van Dounghêrpoer; het ligt aan den ingang van eene kleine,
+maar uiterst vruchtbare vallei. Ook hier beheerscht de burcht van
+den thakoer den ganschen omtrek. Wij slaan hier ons leger op, om
+den nacht door te brengen; voor wij ons ter rust begeven, worden de
+vuren rondom het kamp aangestoken en de wachten verdubbeld: het is
+goed dat de Bhîls weten, dat wij op onze hoede zijn. Den volgenden
+morgen togen wij reeds vroeg op weg. Het landschap wordt al woester
+en woester; groote, wild dooreengeworpen rotsblokken vullen de enge
+dalen en laten slechts weinige smalle paden voor den doortocht over;
+het is inderdaad opmerkelijk te zien, met hoeveel tact en geduld onze
+zwaar beladen kameelen zich door deze wildernis een weg banen. De
+gewapende ruiters en voetknechten vormen met mij de voorhoede; onze
+kameelen, door hunne drijvers geleid, en een dertigtal reizigers,
+die zich gaandeweg bij ons hebben aangesloten, maken den middentocht
+uit; eenige ruiters, door mijn reismakker aangevuurd, sluiten als
+achterhoede den trein. Wij hebben al deze voorzorgen genomen, omdat wij
+nu de gevaarlijkste en slechtst befaamde streken moeten doortrekken;
+de ruwe, geheel onafhankelijke inlanders ontzien geen enkele karavaan,
+onder wiens bescherming zij ook moge staan. Na onderscheidene enge
+bergpassen te zijn doorgetrokken, komen wij in eene vruchtbare vallei,
+door prachtige bergen ingesloten, wier hellingen met ondoordringbare
+bosschen zijn bedekt. Aan beide zijde vertoonen zich op de hoogten,
+talrijke dorpen of pâls van de Bhîls.
+
+Nauwelijks hadden wij deze vallei betreden, of een onvoorzien toeval
+dreigde onzen verderen tocht eensklaps te stuiten. Reeds sedert den
+morgen van dezen dag hadden wij onderscheidene Bhîls ontmoet, die
+kalm en zwijgend hun weg vervolgden, zonder den broederlijken groet
+te beantwoorden, dien onze sowars hun toeriepen. Een dezer laatsten,
+over deze onwellevendheid verontwaardigd, maakte nu van de gelegenheid
+gebruik om een Bhîl, die geheel onverzeld was, aan te vallen, te
+slaan en van zijn boog en pijlen te berooven. Deze aanranding, die
+zoo ernstige gevolgen voor ons kon hebben, was geheel buiten mijne
+voorkennis geschiedt; ook had ik, in gesprek met Boekthawoer verdiept,
+er niets van gemerkt, tot dat de soldaat, die gehoord had dat ik gaarne
+zulk wapentuig wilde bezitten, mij de veroverde boog en pijlen kwam
+aanbieden. Ik begreep aanstonds welk gevaar ons bedreigde: nauwelijks
+had ik den tijd gehad, eenige bevelen te geven, of daar weergalmde
+reeds de wilde krijgskreet door de vallei, voortgedragen van heuvel
+tot heuvel; uit alle pâls kwamen gewapende mannen te voorschijn, die
+in snellen loop naar ons toekwamen. Eene onbeschrijfelijke verwarring
+maakte zich toen van het gros onzer kleine karavaan meester: de vrouwen
+begonnen te schreeuwen en te jammeren; de kooplieden stelden zich aan
+als razenden; zelfs de kameelen droegen het hunne bij, om het gewoel
+en getier te vergrooten. Onze soldaten hielden zich gelukkig beter:
+bedaard laadden zij hunne geweren, staken de lonten aan en wachtten
+mijne bevelen af.
+
+Toen de Bhîls zagen dat wij gereed waren hen te ontvangen, ontstond
+er eenige aarzeling in hunne rangen, en gingen zij minder vastberaden
+voort: onze karabijnen boezemden hun blijkbaar ontzag in; intusschen
+was hun getal reeds merkelijk aangegroeid, en begonnen zij hunne pijlen
+op ons af te schieten, maar op een te verren afstand om ons te kunnen
+treffen. Enkelen slaagden er in, achter de struiken voortsluipende,
+ons te naderen; zij schoten hunne pijlen af, en troffen een kameel,
+die begon te steigeren en achteruit te slaan, hetgeen de verwarring
+nog grooter maakte. Ik stond op het punt, bevel tot vuren te geven,
+toen ik eensklaps een ouden radsjpoet ruiter van ons geleide van
+Sameyra, in vollen galop naar een bosschage van hoog struikgewas,
+in de nabijheid onzer kameelen, zag rennen. Weldra wendde hij zich
+plotseling om, en wierp zich, met uitgetogen sabel, op een ouden Bhîl,
+die in de struiken verscholen zat; in een oogwenk had hij hem gevangen
+genomen, en de handen op den rug gebonden. Deze onverwachte daad had
+eene verrassende uitwerking; woeste, woedende kreten weergalmden van
+alle kanten; een hagelbui van pijlen daalde op ons neder, waarop de
+karavaan met geweerschoten antwoordde. Wij vingen den terugtocht
+aan, onzen gevangene medevoerende, die, zooals de oude sowar mij
+verzekerde, het opperhoofd was van een der dorpen. Ik liet daarop
+de Bhîls waarschuwen, dat zoo zij voortgingen ons aan te vallen, hun
+opperhoofd onverwijld zou worden ter dood gebracht. De waarschuwing
+werd met luid geschreeuw beantwoord: maar zij trokken zich niet terug.
+
+Ik liet den ouden Bhîl ontboeien, die mij daarop, in slecht
+hindoestani, verhaalde, hoezeer de lieden van zijn stam verbaasd en
+geërgerd waren over de beleediging, die wij hun hadden aangedaan;
+zij meenden, dat zij door de Europeanen beschermd werden, en waren er
+niet aan gewoon door hen mishandeld te worden. "Het is voor het eerst,
+zeide hij, dat iemand de vermetelheid heeft, de Bhîls in hunne eigen
+valleien te tergen en uit te dagen."--Hij verzocht, dat de geroofde
+boog en pijlen zouden worden teruggegeven, en dat de schuldige soldaat
+zou worden uitgeleverd: dan zouden wij ongehinderd onze reis kunnen
+vervolgen. Ik gaf hem de verzekering dat het voorgevallene mij leed
+deed, en bood hem aan den boog en de pijlen terug te geven, en den
+sowar vergeving voor zijne aanranding te doen vragen. Blijkbaar
+verlangde de oude wilde, dien man in zijne macht te hebben; maar
+toen hij zag, dat ik dit standvastig weigerde, nam hij mijn voorstel
+aan. Door twee soldaten begeleid, trad hij naar zijne stamgenooten
+en maakte hen met de getroffen schikking bekend. De boog en de pijlen
+werden teruggegeven; den gevangene echter hielden wij bij ons tot wij
+de vallei verlaten hadden. Eer wij hem zijne vrijheid terug gaven, liet
+ik hem een groot glas brandewijn inschenken, dat hij in een enkelen
+teug ledigde. Met haastigen tred keerde hij naar zijne stamgenooten
+terug, die ons zwijgend gevolgd waren, en begon nu onze lieden uit te
+schelden, hun toevoegende dat zij hun behoud alleen te danken hadden
+aan de tegenwoordigheid der sahibs (heeren); en dat zoo hij ooit
+een hunner in de vallei mocht ontmoeten, de verdiende straf niet zou
+uitblijven. Deze laatste bedreiging echter schenen de sowars, die toch
+langs denzelfden weg moesten terugkeeren, zich niet erg aan te trekken.
+
+Wij sloegen dien avond ons kamp op nabij het vlek Bitsjoewara, in het
+midden eener ruime vallei gelegen. De thakoer van Bitsjoewara komt
+ons een bezoek brengen; waarschijnlijk heeft hij het noodig geacht,
+vooraf de flesch aan te spreken: althans hij is erg dronken. Naar
+het schijnt, is hij een harde meester voor zijne onderhoorigen, die
+zich in zijne tegenwoordigheid bitter over hem beklagen; hij tracht
+zich met den grootsten ernst en echte dronkemansgemoedelijkheid, te
+verdedigen, en de beschuldigingen, die tegen hem ingebracht worden,
+te wederleggen. Waarschijnlijk ziet hij ons voor agenten van het
+engelsche gouvernement aan, die hem rekenschap komen vragen van zijn
+gedrag. Daar ik het een en ander noodig heb, dat in het dorp niet te
+krijgen is, kom ik met den thakoer overeen, dat hij mij acht kippen en
+vier dozijn eieren zal bezorgen, voor een flesch engelsche rum. Een
+uur later verschijnt hij, waggelende en zwaaiende, op den top des
+heuvels gevolgd door zijne bedienden: hij draagt zelf de kippen,
+die hij met veel beweging en allerlei buigingen en gebaren, voor
+mij op den grond legt; daarop vertrekt hij, zoogoed als het gaat,
+met zijne flesch in de hand. Een beklagelijk schouwspel, dat hier
+echter gelukkig zeer zeldzaam voorkomt. Gedurende den ganschen tijd van
+mijn verblijf in Hindostan heb ik nimmer een man van deftigen stand,
+vooral nooit een Radsjpoet, in zulk een ellendigen toestand gezien,
+als waarin deze thakoet van Bitsjoewara verkeerde.
+
+Na een dag oponthoud in eene nette bungalow van het engelsche station
+Kheirwara, zetten wij onzen tocht naar Oudeypoor voort. De sowars van
+Sameyra en Tintouï hebben ons hier verlaten, en zijn vervangen geworden
+door vijf ruiters van het contingent ven Oudeypoor, die de kommandant
+van het garnizoen van Kheirwara ter onzer beschikking had gesteld. Een
+paar mijlen voorbij het station voert onze weg weder midden door de
+bergpassen; de bergen dragen hier echter een gansch ander karakter:
+de naakte, ruwe, verscheurde rotswanden stijgen tot eene aanmerkelijke
+hoogte, en tusschen de verschillende bergreeksen strekken zich breede
+valleien uit, door frissche waterstroomen besproeid. Wij hebben het
+Vindhya-gebergte verlaten en bevinden ons nu in de Aravallis, die zich
+dwars door Radsjpoetana tot aan Delhi uitstrekken. Deze bergketen is
+nog zeer weinig bekend; zij bevat niet alleen een onuitputtelijken
+rijkdom van kostbare marmersoorten, maar ook goud, zilver, koper, lood,
+blik, rotskristal, granaat en andere edele steenen. Al deze schatten
+liggen ongebruikt; de inlanders kunnen ze zelven niet exploiteeren,
+en houden de toegangen tot hunne bergen zooveel mogelijk voor de
+Europeanen gesloten. De hoogste toppen der Aravallis reiken tot ruim
+drie duizend voet boven de zee.
+
+In den morgen van den 30sten December, na een vermoeiende nachtelijke
+reis door het gebergte en door dichte wouden, bereikten wij de plaats
+onzer bestemming: Oudeypoor, de hoofdstad van Mewar.
+
+
+
+III.
+
+
+Wij hadden den laatsten heuvel bestegen; mijne bedienden sprongen van
+vreugde; luide jubelkreten stegen uit de karavaan op: wij waren aan
+het einde van den bezwaarlijken tocht. Ik hield stil, en beschouwde
+in stomme bewondering het prachtige panorama, dat zich daar voor
+mijne blikken ontrolde. Ik had mij bijna nooit zoo iets schoons
+voorgesteld: eene tooververschijning uit de Duizend-en-een-Nacht scheen
+plotseling voor mij te verrijzen. Op den voorgrond eene lange reeks van
+vestingwerken, pagodes en paleizen, zich krachtig afteekenende tegen
+een breeden gordel van bloeiende tuinen en donkergroene bosschages;
+en daarachter en daarboven de stad, met haar fantastische weelde van
+torens, naalden, spitsen, kiosken, rustende tegen de helling van een
+hoogen heuvel, welks top gekroond wordt door een groot paleis van wit
+marmer, schitterend uitkomend tegen den blauwachtigen achtergrond der
+bergen. Geen pen, geen teekenstift of penseel, kan, naar waarheid,
+het wonderschoone beeld wedergeven dezer stad, zoo te recht Oudeypoor,
+de stad der rijzende zon, genaamd.
+
+Na eenige oogenblikken van bewonderende beschouwing, daalden
+wij van den heuvel af en trokken naar de stad. Daar vroeg ik aan
+eenige voorbijgangers den weg naar de woning van den resident,
+die mij aanstonds gewezen werd. De residentie is een groot paleis
+met koepels en ruime terrassen: het ligt op den top van een heuvel,
+een à twee mijlen van de wallen verwijderd. Van een in scharlaken
+roode liverei uitgedosten bediende vernam ik, tot mijn grooten spijt,
+dat de engelsche resident nog niet van zijne officiëele rondreis was
+teruggekeerd, en dat wij, gedurende zijne afwezigheid, nergens in
+de stad een onderkomen zouden vinden. Ik wierp een wanhopigen blik
+op den omtrek, maar zag niets dan steenachtige heuvelen, zonder een
+enkelen boom, waaronder wij onze tent konden opslaan om beschutting
+te vinden tegen de felle hitte des daags en de scherpe koude des
+nachts. Juist kwam een _djemadar_, een chef van het dienstdoend
+personeel, aansnellen, en bood mij een verblijf in een der gebouwen
+van het paleis aan. Hoezeer tegen mijn zin, nam ik dit aanbod aan: mij
+vast voornemende te vertrekken, zoodra ik eene geschikte gelegenheid
+tot het opslaan van mijn kamp zou hebben gevonden.
+
+Den volgenden morgen was ons eerste werk, te paard een bezoek te
+gaan afleggen bij Lutsjmun Rao, dewan of eerste minister van den
+koning van Mewar, voor wien de engelsche kommandant van Kheirwara mij
+een aanbevelingsbrief had medegegeven. Onze sowars hadden zich, als
+gewapend geleide, bij ons aangesloten, en zoo trok onze kleine stoet
+naar de naaste poort der stad. De hooge, zware, gekanteelde muren zijn
+omgeven door een diepe, met stroomend water gevulde gracht; maar er
+zijn geen aarden werken, en eenige kanonschoten zouden voldoende zijn
+om in dien muur een geweldige bres te schieten. Van afstand tot afstand
+verheffen zich zware vierkante bolwerken, waarop kanonnen zijn geplant.
+
+De kommandant der wacht aan de zware, goed versterkte poort, treedt
+naar buiten, en vraagt waarheen wij gaan. Op het hooren van den naam
+des ministers, laat hij ons door, en geeft ons zelfs een soldaat mede
+om ons naar de woning van den dewan te geleiden. Wij bevinden ons nu
+in eene nauwe, drukke, volkrijke straat, waar onze sowars ons met
+groote vrijpostigheid een weg banen; de voorbijgangers staren ons
+met verbaasde en nieuwsgierige blikken aan; naar het schijnt, zijn
+zij niet gewoon andere Europeanen te zien, dan die tot het engelsche
+gezantschap behooren. Alles is hier nieuw voor mij: de bouworde der
+huizen, het voorkomen der inwoners, de gansche omgeving; aan alle
+zijden verheffen zich tempels en prachtgebouwen te midden van krotten
+en half in puin gestorte hutten: het geheel is niet alleen verrassend
+en nieuw, maar ook in de hoogste mate schilderachtig.
+
+Wij stijgen af op de binnenplaats der woning van Lutsjmun Rao. De
+minister ontvangt ons zeer wellevend; hij is echter een Brahmaan en
+geen Radsjpoet; hij vraagt naar het doel onzer reis, en paait ons, met
+onberispelijke beleefdheid, met die indische beloften en toezeggingen,
+die tot niets verbinden. "Wij wenschen bij den Maha-Rana te worden
+toegelaten"--"Zeker, zeker; het zal hem een groot genoegen zijn,
+u te kunnen ontvangen";--maar ik kan onmogelijk te weten komen, hoe
+en wanneer dit geschieden zal. Ik verzoek hem dringend, ons eenig
+onderkomen in de stad te bezorgen; maar hij durft dit niet te doen,
+zonder vooraf met den Rana gesproken te hebben. Inmiddels biedt hij
+ons de gebouwen van den Hawalla, den circus, aan, buiten de stad in
+de nabijheid der residentie gelegen. Deze Hawalla, waar vroeger de
+gevechten van olifanten en de voorstellingen der worstelaars gegeven
+werden, bestaat uit een ruim langwerpig perk, de eigenlijke arena,
+omgeven door een acht à tien voet hoogen muur, waarop zich van
+afstand tot afstand sierlijke paviljoenen verheffen, wier platte
+daken door zuilenrijen gedragen worden. Het paviljoen, waarin wij
+onzen intrek namen, telde niet minder dan acht-en-veertig pilaren,
+in vier rijen geplaatst. Wij hadden van hier een prachtig uitzicht;
+en in den zomer zou deze sierlijke open zuilenhal voorzeker eene
+alleszins begeerlijke woning zijn geweest; in dezen, tijd des jaars
+was het er evenwel wat al te frisch.
+
+Kort nadat wij ons hier gevestigd hadden, ontvingen wij een
+aantal bezoeken, onder anderen van den inspecteur der koninklijke
+gevangenissen en van een kapitein der lijfwacht; deze beide heeren
+waren uiterst beleefd, maar overstelpten ons evenzoo met telkens
+herhaalde vragen; ik bemerkte weldra dat men ons eigenlijk voor
+spionnen hield. Hoe vele malen ik ook verzekerde dat wij alleen gekomen
+waren om het land te zien, met zijne inwoners en monumenten kennis te
+maken, altijd kwam weder dezelfde vraag terug: "Wie zendt u?"--en wat
+ik ook deed, het was mij onmogelijk hun aan het verstand te brengen,
+dat wij enkel uit liefde voor de wetenschap zulk een gevaarlijke reis
+hadden ondernomen. De eerste minister kwam zelf, met een groot gevolg,
+ons bezoeken; hij was zoo beleefd mogelijk, bewonderde onze paarden
+en alles wat wij bij ons hadden, prees de hoogst vernuftige wijze,
+waarop wij onze woning hadden ingericht, sprak op den gulsten en
+vriendelijksten toon met ons:--en vroeg mij toen eensklaps, met het
+onnoozelste gezicht van de wereld, welke politieke zending mij was
+opgedragen: hij zou dit geheim aan niemand anders dan aan den Rana
+in persoon mededeelen. Ziende dat ik elk officieel karakter bleef
+ontkennen, beloofde hij, dat hij ons den volgenden dag aan den koning
+zou voorstellen.
+
+Den volgenden dag herhaalde zich dezelfde komedie nog eens. Toen ik mij
+naar het paleis begaf, kwam ons een van de secretarissen des konings,
+Bulwant Rao, te gemoet rijden, en verzocht mij terug te keeren. Met
+een zeer ernstig gelaat deelde hij mij mede, dat ik niet bij den
+Rana kon worden toegelaten, indien ik hem niet vooraf in kennis
+stelde met hetgeen ik dezen te zeggen had. Ik gevoelde grooten lust
+hem te antwoorden, dat ik den Rana niet verlangde te spreken; maar ik
+bedwong mij, en herhaalde nog eens mijne verzekeringen en verklaringen,
+waarop het gewone antwoord volgde. Ditmaal had de secretaris al wat
+ik zeide woordelijk opgeschreven; toen hij mij verliet, gaf hij mij
+de verzekering, dat ik binnen weinige dagen ten gehoore zou worden
+ontvangen. Vraagt misschien een mijner lezers, waarom ik er dan
+toch zoo hoogen prijs op stelde bij den Rana te worden toegelaten,
+dan moge hij weten dat ik, eenmaal door dezen monarch ontvangen, met
+zekerheid rekenen kon op een goed onthaal bij al de andere vorsten
+der Radsjpoeten, die hem als het hoofd van hunne familie en van de
+gansche natie beschouwen.
+
+Samboe-Singh, Maha-Rana van Mewar, was toen (1866) een jonkman van
+ruim achttien jaar. Uit den stam der Sesoedias gesproten, is hij het
+erkende hoofd en de vertegenwoordiger van de doorluchtige familie der
+Soeryavansis, het beroemde Zonnegeslacht van Indië. Zijn persoon is
+voor alle Hindoes een voorwerp van eerbiedige vereering; hij voert
+den weidschen titel van _Hindoe-Soeradje_, Zon der Hindoes. Deze
+hooge onderscheiding dankt hij niet aan zijne macht, want hij behoort
+slechts tot de vorsten van den tweeden rang; maar zijne familie heeft
+zich dien roem verworven door den heldhaftigen tegenstand, dien zij
+langen tijd aan de vreemde muzelmansche veroveraars bood. In het eind
+overwonnen, versmaadde zij toch de zoo verleidelijke en voordeelige
+verbintenissen met het keizerlijke geslacht der Groot-mogols van Delhi,
+en bewaarde, ook ten koste van zware offers, de zuiverheid van haar
+bloed on de onbevlekte reinheid harer kaste: een voorbeeld, slechts
+door weinige vorstelijke familiën van Hindostan gevolgd. Daaraan
+dankt dit aloude geslacht niet alleen zijne eereplaats aan het
+hoofd der indische aristokratie, maar ook vele andere voorrechten en
+onderscheidingen. In eene vergadering van inlandsche vorsten bekleedt
+de Rana altijd het gestoelte der eere, en heeft het recht te allen
+tijde het woord te voeren; in de geschillen, die wegens kwestiën
+van kaste of godsdienst tusschen de Radsjpoeten onderling ontstaan,
+is hij de hoogste scheidsrechter en zijne uitspraak beslissend.
+
+Het gebied van den Maha-Rana omvat niet veel meer dan 550 vierkante
+mijlen, en telt eene bevolking van ruim een millioen zielen; deze
+staat schijnt nog ongeveer dezelfde grenzen te hebben als toen, ten
+jare 781, de Gheloot Bappa de Mori-koningen van Tsjittore verdreef,
+en de dynastie der Rana's grondvestte. Het koninkrijk Mewar wordt
+ten zuiden begrensd door het Vindhya-gebergte, ten westen door de
+Aravallis, ten oosten door Malwa, en ten noorden door de engelsche
+provincie Adsjmir. De inkomsten van den staat worden geschat op veertig
+lakh roepyen, gelijkstaande met ongeveer twee millioen gulden. Er is
+geen twijfel aan, of bij voortgaande ontwikkeling, kan deze opbrengst
+meer dan vertienvoudigd worden.
+
+De Rana's zijn, zooals men ziet, van overouden stam. Het is
+opmerkelijk dat zij, volgens de traditiën hunner familie, verwant
+zouden zijn met de koningen van Perzië uit het huis der Sassaniden,
+en ook met de keizers van het oostersch-romeinsche rijk. Naar men
+verhaalt zou een Rana eene dochter van den grooten koning, den
+beroemden Shâh Koshroe-Anoeshirvan, hebben gehuwd; een ander zou
+de hand hebben verworven van de dochter van een der byzantijnsche
+keizers. Er is misschien geene tweede familie, die haar stamboom
+zoo hoog kan opvoeren als het geslacht der Rana's van Tsjittore en
+Oodipoor: hunne zorgvuldig bijgehouden genealogie verliest zich in
+den fabelachtigen voortijd. Zeker is het, dat de Radsjpoeten zich
+bij voorkeur te Oodipoor vrij hebben gehouden van alle vermenging
+met vreemd bloed; de hoofden der aloude stammen of clans Sesoedia,
+Rhattore, Tsjolan, hebben daar hun verblijf. Hier bovenal hebben
+de Radsjpoeten nog die schitterende eigenschappen weten te bewaren,
+die fierheid, die loyauteit, die wellevendheid, die eenmaal zoozeer de
+bewondering opwekten van den engelschen majoor Todd, hun lofredenaar en
+geschiedschrijver; minder dan elders is in Mewar hun nationaal karakter
+gewijzigd door de aanraking met en den invloed van vreemde veroveraars,
+hetzij Muzelmannen, hetzij Engelschen. De naam Radsjpoeten beteekent
+zonen der koningen; en iedere familie voert haar stamboom op tot een
+der aloude vorsten des lands. Iedere stam splitst zich in clans, die
+elk een bijzonderen naam dragen; niemand mag in zijn eigen clan huwen:
+de mannen moeten hunne echtgenooten uit een anderen clan kiezen:
+eene bepaling, die niet alleen de stammen onderling door steeds
+nieuwe banden verbindt, maar die ook bij uitnemendheid geschikt is,
+om de zuiverheid van het bloed en de kracht des volks te bewaren.
+
+De verschillende clans ontleenen hunne namen aan een of ander
+merkwaardig feit uit het leven van hun stamvader. Omtrent den
+oorsprong van den naam, dien het koninklijk geslacht van Oodipoor,
+de Sesoedias, voert, meldt de legende het volgende. Eens dat een der
+voorvaderen van den Rana met zijne edellieden, in de vlakten van Mewar
+op de jacht was, gebeurde het bij ongeluk, dat hij eene groote vlieg
+inslikte. Het insect drong tot in zijne maag door, en veroorzaakte hem
+zoo ondragelijke smarten, dat bij het voornemen opvatte, zich van het
+leven te berooven. Gelukkig verscheen er een fakir, die op zich nam om
+den Rana te genezen. Ongemerkt sneed hij een stukje van het oor eener
+koe af, wikkelde dat in een linnen doekje, bond daaraan een draad vast,
+en liet het den Rana inslikken. Zoodra dit stukje oor in de maag van
+den vorst kwam, zette de vlieg, door haar instinkt gedreven, zich
+daarop, en werd zoo gemakkelijk te voorschijn gehaald. De monarch
+was genezen, en wilde nu ook weten, door welk middel dit bewerkt
+was. De fakir zocht allerlei uitvluchten, maar moest eindelijk de
+ontzettende waarheid bekennen. Wie beschrijft de ontsteltenis van den
+Rana, toen hij vernam dat een stuk van het heilige dier over zijne
+lippen gekomen was! Na zulk een misdaad, zij het dan ook onbewust,
+te hebben bedreven, achtte hij zich niet waardig, langer te leven;
+hij besloot vrijwillig te sterven, en zijne lippen te reinigen, door
+gesmolten lood in te slikken. Zijne bloedverwanten en hovelingen om
+zich vereenigd hebbende, nam de Rana met vaste hand den kelk met
+het gesmolten metaal, en ledigde dien met een enkelen teug. Maar,
+o wonder! het vloeiende lood ging over zijne lippen zonder ze te
+verbranden, en werd in zijn mond tot frisch, heerlijk water. Dat
+was de hand der hooge goden: en de Rana, dankbaar voor de hem zoo
+zichtbaar bewezen gunst en bescherming, nam voor zijn geslacht den
+naam aan van Sesoedia, van het zelfstandig naamwoord _siça_ (lood).
+
+De Sesoedias vooral mogen zich met volle recht koningskinderen noemen;
+groot en welgemaakt van gestalte, schoon van gelaat, dragen hunne
+edele sprekende trekken den onmiskenbaren stempel van het zuivere
+arische bloed. Zij kennen geen ander bedrijf dan den wapenhandel;
+in Mewar vormen zij de aristokratie en bekleeden alle militaire
+rangen; moedig, tot vermetelheid toe, zijn zij uitstekende ruiters en
+onverschrokken jagers. De jacht is voor hen meer dan een vermaak of
+een tijdverdrijf, zij is hun eene ware hartstocht, hunne godsdienst
+zelve legt hun de verplichting op, gedurende zekere tijden des jaars
+ter jacht te tijgen; en zelden gaan er eenige weken voorbij, zonder
+dat zij tegen het wild gedierte te velde trekken. De jonge Radsjpoet
+wordt niet eer in den kring der volwassen mannen opgenomen, dan nadat
+hij met eigen hand een dier reusachtige wilde zwijnen heeft gedood,
+die zich in het Aravalli-gebergte ophouden. Alleen, slechts met zijn
+schild en zijn zwaren _catâr_ (een soort van slagzwaard) gewapend,
+begeeft zich de jonkman op weg, en wacht op een plek in het woud,
+waar de wilde zwijnen gewoonlijk langs komen, zijn geduchten vijand
+af. Ziet hij het woeste dier naderen, dan buigt hij eene knie ter
+aarde, en houdt zijn catâr gereed, om hem te treffen met doodelijken
+slag. Is hij overwinnaar in dien gevaarlijken strijd, dan keert hij
+naar zijne woning, en noodigt zijne verwanten tot een feestmaal,
+waarvan het gedoode zwijn den hoofdschotel vormt.
+
+De kleeding der Radsjpoeten is zeer sierlijk en smaakvol. Zij bestaat
+uit eene lange, nauwsluitende tuniek en nauwsluitenden pantalon,
+beiden van rijk geborduurde en met goud doorwerkte stof; aan de voeten
+en de armen dragen ook de mannen zware ringen van massief goud: eene
+gewoonte, die bij geene andere kaste van Indië wordt aangetroffen. De
+vorm van den tulband is zeer verschillend, doch steeds sierlijk; ook
+weten zij dit bevallig hoofddeksel met zekere gratie en coquetterie te
+dragen, die hun iets zeer gedistingeerds geeft. In hun gordel dragen
+zij een volslagen tuighuis van dolken, degens, zwaarden; over den
+schouder hangt het ronde schild van rhinocerosvel, met gouden knoppen
+versierd. Hunne paarden zijn met smaak en pracht opgetuigd, en worden
+met groote zorg onderhouden en gekweekt.--De vrouwen der Radsjpoeten
+zijn groot, welgemaakt en dikwijls zeer schoon; de echtgenooten der
+edelen leven in den harem of de zenanah; de vrouwen van minderen stand
+zijn vrij en verschijnen met ongedekt gelaat op straat, maar zoodra
+zij meenen dat een Europeaan haar gadeslaat, omsluieren zij zich. Zij
+dragen een wijden geplooiden rok, die tot over de knieën reikt; een
+klein keurslijf, dat alleen de schouders en de borst bedekt en den
+rug bloot laat; en een breeden sjerp van gaas of zijde, waarmede zij
+zich het bovenlijf omwikkelen, en waarvan een der punten over haar
+hoofd geworpen wordt. Evenals alle vrouwen door geheel Hindostan,
+overladen zij zich met eene ongeloofelijke menigte van gouden en
+zilveren sieraden.
+
+Ieder vermogend Radsjpoet heeft ten minste drie vrouwen, die niet
+alleen in het huiselijke, maar ook in het openbare leven eene zeer
+gewichtige rol spelen: niets geschiedt zonder dat vooraf haar raad is
+ingewonnen. Zelden zal een man, op eene belangrijke vraag, dadelijk
+antwoord geven: hij moet eerst zijne vrouw raadplegen, en meestal is
+het hare beslissing, die hij u later mededeelt. De Radsjpoeten betoonen
+der vrouw dien kieschen eerbied, wijden haar die dweepende vereering,
+die een eigenaardig kenmerk van alle ridderlijke volken is; hunne
+gedichten vloeien over van allerlei verhalen, waarin de verlossing
+van eene of andere gevangen schoone, of de wraak eener beleedigde dame
+het hoofdthema uitmaakt. In hunne groote oorlogen speelt bijna altijd
+eene vrouw de hoofdrol; en nog heden ten dage zendt eene dame, die eene
+beleediging te wreken heeft, een armband aan een of anderen krijgsman,
+dien zij tot haar ridder heeft uitverkoren. De aldus aangewezene is nu,
+op straffe van oneer, verplicht, als wreker der dame op te treden. De
+kronieken van Radsjpoetana zijn trouwens niet minder rijk aan trekken
+van heldenmoed en zelfopoffering ook der vrouwen.
+
+Sinds overoude tijden en nog in deze dagen, is de stand der barden of
+heldendichters bij de Radsjpoeten hoog in eere. Iedere stam, iedere
+aanzienlijke familie, elke vorst of baron heeft zijn eigen bard of
+_bhât_, wiens roeping het is de herinnering te bewaren aan de aloude
+overleveringen en legenden van de familie of den stam. Hij houdt de
+geslachtregisters, en draagt bij plechtige gelegenheden zijne liederen
+voor, waarin de groote daden der voorvaderen worden geprezen. Ook de
+huiselijke en familiefeesten luistert hij op door zijne zangen; en des
+avonds zet hij zich in den kring en doet allen luisteren naar zijne
+verhalen en improvisaties. De persoon van den bard is in zekeren zin
+gewijd; hij is de overbrenger van de oorlogsverklaringen; hij is de
+voornaamste onderhandelaar in alle gewichtige zaken en vereffent de
+meeste geschillen. Hij houdt zich ook onledig met sterrenwichelarij;
+en bij de stammen der woestijn staat hij wellicht hooger in aanzien
+dan de priester van Brahma zelf. Hoe dit alles herinnert aan onze
+eigene middeleeuwsche toestanden; en hoe zonderling voelt zich de
+europeesche reiziger te moede, als hij hier eensklaps, in het hart
+van Azië, eene wereld om zich heen ziet herleven, die hij tot dusver
+alleen uit de oude kronieken en romancen kende, en die hij voor altijd
+ondergegaan waande.
+
+De Radsjpoeten geven zich zelf tegenwoordig den titel van Kshatriyas:
+met welken naam, zooals men weet, vroeger de kaste der krijgslieden,
+de eerste in rang na die der Brahmanen, werd aangeduid, of liever
+de militaire adel van arischen stam, die de landen aan den voet
+van den Himalaya veroverde en daar een nieuw rijk grondvestte. Zij
+beweren dan ook af te stammen van den beroemden koning Rama, den
+overwinnaar van Lanka, den held van het oud-indische epos: hunne
+vestiging in het land zou dus tot omstreeks tweeduizend jaren voor
+Christus opklimmen. Intusschen is het thans zoogoed als uitgemaakt,
+dat de verschijning der Radsjpoeten in Hindostan tot een zeerveel
+later tijdperk behoort. Volgens het verhaal der Brahmanen, zouden
+de Kshatriyas allen gedood zijn bij een opstand der lagere kasten,
+aan wier hoofd zich Pasoerama, een der incarnatiën van Vishnoe, had
+gesteld; dit zou eenige eeuwen vóór onze jaartelling hebben plaats
+gehad. Wat hiervan zij: zeker is het, dat de aloude adel der Kshatriyas
+in den loop des tijds zijn overwicht en de alleenheerschappij
+verloor: want zelfs op den keizerlijken troon van Magadha ontmoeten
+wij verschillende familiën, die oorspronkelijk tot de lage kaste der
+Soedras behoorden.--De Radsjpoeten beginnen eerst omstreeks de zesde
+of zevende eeuw onzer jaartelling eene staatkundige rol in Indië
+te spelen; langen tijd schijnen zij zich aan de grenzen des lands,
+aan gene zijde van den Indus, te hebben opgehouden; Todd meende
+hen te moeten rekenen tot de skytische stammen, die langzamerhand
+de westelijke grenzen van Hindostan hadden overschreden. Tusschen
+de zesde en de zevende eeuw zien wij deze Radsjpoeten-stammen zich
+snel tot macht en aanzien verheffen; de Tsjandelas veroveren Malwa,
+de Tsjohans en Rhatores maken zich meester van Kanoedsj en Delhi: de
+Gheloten en Baghelas vestigen zich in Mewar en Goezerate. In dien tijd
+hielden de Radsjpoeten zich nog afgezonderd van de eigenlijke Hindoes,
+waarvan zij zich ook door hunne godsdienst onderscheidden. Zij waren
+destijds Djaïnen, doch omhelsden reeds vrij spoedig het Brahmanisme,
+met name de eeredienst van Çiva. Na hunne bekeering deden zij ook
+hunne aanspraken gelden op den titel van Kshatriyas: aanspraken,
+wier geldigheid echter door de Brahmanen, tot op dezen dag, nooit
+uitdrukkelijk is erkend. En inderdaad, zoowel door hun gelaatsvorm,
+zoozeer van dien der andere Hindoes afwijkende, als door hunne zeden
+en gewoonten, schijnen de Radsjpoeten veelmeer aan de oude Parthen,
+dan aan de oorspronkelijke vedische Kshatriyas verwant. Waarschijnlijk
+zijn zij de laatste emigranten van arischen stam, die uit het hoogland
+van Midden-Azië in Indië doordrongen.
+
+Inmiddels was het mij nog niet mogen gelukken tot den Rana door te
+dringen, en reeds dacht ik er aan, mijne vruchtelooze pogingen op
+te geven en Oodipoor te verlaten, toen er eensklaps een onverwacht
+bondgenoot kwam opdagen, die mij zijne veelvermogende hulp aanbood. De
+Rao van Baidlah, de eerste baron des rijks, had nauwelijks de tijding
+van onze komst vernomen, of hij haastte zich ons te komen begroeten en
+zijne diensten aan te bieden. Hij kwam, vergezeld van een schitterend
+gevolg, in een prachtigen draagstoel gezeten; ik ging hem te gemoet,
+reikte hem de hand, hielp hem bij het uitstijgen, en geleidde hem,
+met de verschuldigde eerbewijzen, naar zijn zetel.
+
+"Waar hebt gij de indische etiquette geleerd, waarvan de sahibs
+doorgaans niets weten?" vroeg mij de Rao. Ik verhaalde hem nu van mijn
+langdurig verblijf te Baroda, van mijn vertrouwelijken omgang met
+den Guikowar, en van het doel mijner komst in Mewar. Hij luisterde
+aandachtig naar mij, betuigde zijn spijt, dat ik mij niet dadelijk
+tot hem gewend had, en gaf mij de verzekering, dat de Rana zich
+stellig zou beijveren mijn eersten ongunstigen indruk weg te nemen,
+en mij niet minder goed zou ontvangen dan de Guikowar Khanderao.
+
+De Rao van Baidlah is een schoon grijsaard, de volmaakte type van een
+Radsjpoet; zijne manieren zijn waardig en bevallig; in zijn spreken
+paart hij aan de onberispelijkste etiquette eene vrijmoedigheid en
+ongedwongenheid, die bij de Hindoes verre van algemeen is. Hij is
+het hoofd van den oppersten raad der zestien Raos of hertogen van
+het koninkrijk Mewar: die machtige leenmannen, die, voor dat de
+Engelschen zich met de regeering des lands bemoeiden, de macht van
+den souverein bijna geheel aan zich getrokken, en hem zelf tot een
+schijnbeeld gemaakt hadden.
+
+Bijkans het gansche land is tusschen deze groote Raos, bijna allen
+aan de koninklijke familie verwant, verdeeld; in hunne gewesten of
+heerlijkheden oefenen zij een schier onbeperkt gezag uit; slechts
+zelden verschijnen zij aan het hof te Oodipoor, en zijn soms
+in openbaren opstand tegen den Rana. De britsche regeering heeft
+gedaan wat zij kon om de macht dezer Raos te breken, en den Rana het
+verloren gezag weder te geven; maar tot dusverre is zij daarin maar
+zeer ten deele geslaagd. De bezittingen van den Rao van Baidlah zijn
+zeer uitgestrekt, en leveren hem een inkomen van omstreeks zes ton
+per jaar op, zijne hoofdstad is slechts eenige mijlen van Oodipoor
+verwijderd, zoodat hij, zonder zijne residentie te verlaten, aan het
+hof verschijnen kan. Hij behoort tot den stam der Tsjohans, en aan
+zijn rang zijn enkele, echt middeleeuwsche privilegiën verbonden. Zoo
+worden, bijvoorbeeld, den derden dag der maand Samvatsiri, de teekenen
+der koninklijke waardigheid naar Baidlah gebracht en aan den Rao ter
+hand gesteld, die daarop, met groote staatsie, een bezoek gaat afleggen
+bij den Rana, welke hem in persoon aan den ingang van het paleis
+ontvangt. Scherpzinnig en met een fijn, doordringend verstand begaafd,
+heeft hij het volle vertrouwen van den jongen vorst weten te winnen,
+en tevens de vriendschap van het britsche gouvernement. Hij stelt
+hoogen prijs op de handhaving van den alouden luister der vorstelijke
+dynastie van Oodipoor en van de rechten en privilegiën van den adel;
+maar tegelijk is hij niet afkeerig van de nieuwe denkbeelden en
+instellingen, die met de Europeanen naar Hindostan zijn gekomen;
+en wel gaarne zou hij de ontwikkeling van europeeschen handel en
+nijverheid in zijn vaderland bevorderen, voor zooverre dit bestaanbaar
+is met de oude rechten en inzettingen. Aan zijn invloed vooral was
+de bescherming te danken, die de europeesche vluchtelingen, tijdens
+den grooten opstand van 1857, in Mewar vonden; zij werden niet alleen
+in veiligheid gebracht, maar zelfs gedurende vele maanden kosteloos
+gehuisvest en gevoed. De koningin van Engeland zond, uit dankbaarheid,
+den ouden Rao een prachtigen eeresabel, dien hij ons met blijkbare
+zelfvoldoening toonde.
+
+Zijn eerste bezoek duurde langer dan een uur; hij onderzocht al onze
+bagages, tot zelfs ons toiletgereedschap, en had vooral grooten schik
+in een stereoscoop met gekleurde platen van de Tuileriën en Versailles;
+hij kon zich van de beschouwing dezer platen niet verzadigen, zoodat
+ik hem den stereoscoop ten geschenke gaf. Om te bewijzen dat hij met
+de gewoonten der beschaafde wereld bekend was, nam hij zonder aarzelen
+een glas sherry van mij aan, en vroeg mij een sigaar. Dit verwonderde
+mij ten hoogste: want nog nimmer had ik een Hindoe, vooral van zoo
+aanzienlijke kaste, ontmoet, die dus openlijk de europeesche gewoonten
+volgde; later vond ik overvloedige gelegenheid om mij te overtuigen,
+dat, althans wat het gebruik van wijn en sigaren betreft, de
+Radsjpoeten zich niet streng aan de voorschriften hunner kaste houden.
+
+Het bezoek van den Rao droeg al spoedig vruchten. Reeds den volgenden
+morgen stond een door hem gezonden olifant voor onze deur gereed,
+vergezeld van een djemadar met vier sowars. De secretaris des
+konings, Bulwant Rao, die ons als cicerone zal dienen, voert ons
+door eene voorstad, waar de rijke inwoners van Oodipoor hunne villas
+of landhuizen hebben; aan alle kanten verheffen zich sierlijke
+heuvelen, met heerlijke lommerrijke tuinen bedekt, waar, tusschen
+het dichte groen, sierlijke kiosken, smaakvolle paviljoenen en wit
+marmeren tempeltjes, die zich in heldere waterkommen spiegelen,
+den voorbijganger tegenlachen. Wij trekken de stad binnen door
+eene met bolwerken verdedigde poort, en bevinden ons nu in een
+prachtigen bazar- of winkelstraat; de huizen zijn allen van steen
+gebouwd en van platte daken voorzien; de winkels bevinden zich onder
+booggangen, die de straat ter wederzijde begrenzen, en zien er netjes
+en zindelijk uit. Het geheele voorkomen der stad is bij uitnemendheid
+schilderachtig; elk huis heeft zijn eigenaardige bouworde, en prijkt
+met balkons, pilaren, beeldwerken en fresko's, die aan iedere woning
+een bijzonderen artistieken stempel geven.
+
+Sommige straten hebben eene aanmerkelijke lengte en zijn geheel
+rechtlijnig; er heerscht hier over het algemeen eene groote drukte. Ook
+hier, evenals in de meeste oostersche en ook vroeger in de europeesche
+steden, zijn de verschillende beroepen en bedrijven allen bij elkander
+in dezelfde straat of wijk gevestigd. Zoo heeft men de straat der
+schoenmakers, der vervaardigers van tulbanden; der wapensmeden, der
+goudsmeden en juweliers, der handelaars in zijde en andere kostbare,
+stoffen. In de adellijke wijk vindt ge eene menigte trotsche woningen,
+echte kasteelen met gekanteelde muren, torens en bolwerken; jammer
+slechts, dat deze vorstelijke residentiën dikwijls door ruïnen en
+bouwvallige gebouwen worden ontsierd. De aanwezigheid dezer ruïnen
+midden in de stad verbaast u: zij is het gevolg van den kwalijk
+begrepen eerbied, dien de Radsjpoeten voor het werk der voorgeslachten
+koesteren; zij willen deze gebouwen noch herstellen noch afbreken,
+maar laten ze geheel in den toestand, waarin zij door den tijd
+gebracht zijn.
+
+Langs steile straten beklimmen wij den heuvel, waarop het koninklijk
+paleis troont: die straten zijn zoo steil, dat zij voor rijtuigen
+bijna onbruikbaar zijn. In de voornaamste straat, die naar het paleis
+voert, en dicht bij den hoofdingang, verheft zich de groote koninklijke
+pagode, aan Djaggernauth gewijd, en in het laatst der zestiende eeuw
+door Pertap-Singh gebouwd. Zij staat op een hoog, wit marmeren terras,
+waarheen een breede trap, door twee marmeren olifanten met opgeheven
+snuit bewaakt, voert. De gansche tempel is uit wit marmer opgetrokken
+en geheel met beeldhouwwerk bedekt; de fraaie, bevallige groote toren
+verheft zich tot eene hoogte van ongeveer vijf-en-twintig ellen. Voor
+het heiligdom staat een sierlijk paviljoen, op zuilen rustende en
+met een pyramidaal dak gekroond; langs de wanden zijn bas-reliefs
+aangebracht, tafreelen uit het leven van Krishna voorstellend.
+
+Wij dalen aan de andere zijde den heuvel weder af, en staan weldra aan
+den oever van een schilderachtig meer, dat ik reeds eenmaal uit de
+verte gezien had. Aan den zoom van het meer verrijst een prachtige,
+witmarmeren triomfboog, met drie doorgangen; door deze poort trekken
+de veelvuldige processiën, die bij gelegenheid der groote feesten
+zich naar het meer begeven. Wij stappen in eene gereedliggende boot,
+die ons naar de eilanden roeien moet; en weldra drijven wij op de
+kalme wateren van het meer Petsjola, waarin de huizen en paleizen der
+stad zich weerspiegelen. Eerst niet veelmeer dan eene smalle rivier,
+ter wederzijde door heuvelen, met paleizen gekroond, ingesloten,
+breidt het meer zich weldra tot eene wijde watervlakte uit, waaruit
+de eilanden Jug-Navas en Jug-Munder oprijzen.
+
+Wij landen aan het eerste eiland, dat geheel wordt ingenomen door eene
+reeks van paleizen, door den Rana Juggut-Singh gesticht. Deze paleizen
+bevatten receptiezalen, staatsievertrekken, baden, kiosken: alles
+even rijk van stijl en schitterend van versiering. Al deze gebouwen,
+groote en kleine, zijn zonder uitzondering van wit of zwart marmer
+opgetrokken; de wanden zijn met veelkleurige mozaïeken versierd, en
+de voornaamste vertrekken bezitten historische fresko-schilderijen
+van groote waarde. Elk gebouw heeft zijn bijzonderen tuin, door
+zuilengangen omgeven; daar verspreiden heerlijke bloemperken,
+bosschages van citroen- en oranjeboomen hunne welriekende geuren, en
+slingeren zich murmelende, kristalheldere beken door den rijken hof,
+waar reusachtige mango- en tamarindeboomen met hunne verkwikkende
+schaduw de zuilengangen omhullen. Boven de koepels der paleizen
+verheffen dadel- en kokospalmen hunne sierlijke bladerkroonen, zacht
+wiegelende op den adem der koelte. Alle onderdeelen en bijzonderheden
+zijn hier in volkomen overeenstemming met de heerlijke schoonheid
+van het geheel; niets verbaast of treft u door groote afmetingen of
+stoute vormen; de paleizen zijn klein, bevallig, gemakkelijk ingericht;
+het zijn inderdaad lusthoven, waar de Rana nu en dan verpoozing zoekt
+van de statelijke pracht en strenge etiquette, die aan het hof van
+de Zon der Hindoes heerschen.
+
+Ik zou hier uren hebben willen vertoeven, maar Bulwant-Rao noodigde
+mij uit naar het andere eiland te gaan, waar een ontbijt voor
+ons gereed stond. Reeds van verre doet zich Jug-Munder als eene
+verschijning uit het feeënland voor, met zijne koepels en palmen,
+zich weerkaatsende in de kalme wateren van het meer. Wij leggen aan
+bij een marmeren trap, en beginnen nu onze wandeling door eene nieuwe
+reeks van paleizen en tuinen, niet minder schoon dan die op het eiland
+Jug-Navas. Mijn gids wees mij een groot gebouw, met een mongoolschen
+koepel gekroond en door hem het paleis van Shâh Jehan genoemd. Deze
+vorst was in opstand gekomen tegen zijn vader, den keizer Djehanghir,
+en had eene schuilplaats gezocht aan het hof van den Rana Koeroen,
+den zoon van Oemra. De Rana ontving den voortvluchtigen prins met echt
+oostersche gastvrijheid; hij liet voor hem op het eiland Jug-Munder
+een prachtig paleis bouwen, waarop hij de halve maan liet plaatsen;
+het inwendige prijkte met mozaïeken van jaspis, agaat, onyx, en
+met rijke veelkleurige tapijten en draperieën; in een der zalen
+stond een troon, uit een enkel blok groenachtigen serpentijnsteen
+gehouwen, en door vier karyatiden gedragen. Al deze heerlijkheid
+is nog ongeschonden in wezen. Op dit tooverachtig schoone eiland,
+een waar paradijs, werden in 1857 de Engelschen geherbergd, die aan
+den moord der garnizoenen van Neemuch en Idore waren ontkomen.
+
+Na een eenvoudig ontbijt, dat wij in een der kiosken nuttigden,
+namen wij den terugtocht aan. Van hier omvat men, met een enkelen
+blik, de geheele reeks der paleizen van Oodipoor. Vooreerst, aan het
+uiteinde van den heuvel, het paleis van Oemra, dat tegenwoordig niet
+meer bewoond wordt; dan het paleis van den regeerenden Rana, met de
+Rosana, het vrouwenverblijf, waarvan de kolossale muur tot aan den
+oever van het meer reikt, en zijne lommerrijke tuinen, bezaaid met
+kiosken; en eindelijk de stad, half wegschuilende achter een woud van
+groote boomen. Dat gezicht is zeker een der fraaiste van geheel Indië.
+
+Bij het uitstappen aan de kaai, wijst men ons de staatsiebooten
+van den Rana: groote, zeer sierlijke gondels, waarin ongeveer een
+honderdtal personen plaats kunnen vinden. De achtersteven stijgt,
+terrasgewijze, tot eene aanmerkelijke hoogte: op het hoogste terras
+staat de troonzetel van den Rana. De voorsteven is versierd met de
+beelden van paarden of pauwen, die uit het water schijnen op te rijzen.
+
+Onze nieuwe vriend, de Rao van Baidlah, wist ons zoo, gedurende
+eenige dagen, telkens nieuwe uitspanningen te bezorgen; maar van onze
+audiëntie kwam nog niets. Eindelijk werd ik, op zekeren morgen, gewekt
+door kanonschoten, die de lang verwachte terugkomst verkondigden van
+majoor Nixon, den engelschen resident bij het hof van den Maha-Rana. Ik
+schreef hem dadelijk, en zond hem mijne aanbevelingsbrieven; een
+half uur later zaten wij te zamen aan het ontbijt. De koele wijze,
+waarop men ons tot dusver behandeld had, scheen hem volstrekt niet te
+verwonderen; volgens hem, had men ons waarschijnlijk voor russische
+spionnen aangezien. Hij drong er evenwel op aan, dat wij ons verblijf
+zouden verlengen, en gaf de stellige verzekering, dat hij ons aan den
+Rana zou voorstellen, aan wiens hof wij zeker niet minder te zien en
+op te merken zouden vinden dan aan dat van Baroda. De majoor liet niet
+af, voor wij andermaal onzen intrek in de residentie hadden genomen,
+en stelde ons nog dien avond voor aan twee engelsche officieren,
+den ingenieur en den dokter, die met hem het geheele europeesche
+personeel der ambassade uitmaakten. Ik bracht in gezelschap van die
+heeren een genotvollen avond door.
+
+
+
+IV.
+
+
+Zooals ik vermoed had, bracht de komst van den engelschen resident
+eene groote verandering in onze positie te Oodipoor. De rana,
+officiëel van onze komst onderricht, kon ons nu niet langer voor
+russische spionnen aanzien, die gekomen waren om hem in eene of andere
+gevaarlijke samenzwering te wikkelen, maar toonde zich bereid ons
+als gewone fransche reizigers te ontvangen. De majoor Nixon wilde
+ons zelf aan den vorst voorstellen, en stond er op, dat de eerste
+audiëntie zoo statig mogelijk zou zijn. In een hofrijtuig gezeten,
+door eene eerewacht begeleid, reden wij van de britsche residentie naar
+het paleis. Voor de hoofdpoort stonden de soldaten der koninklijke
+lijfwacht en presenteerden het geweer; wij stapten af op het ruime
+voorplein; de rao van Baidlah, die ons in naam van den maha-rana
+ontvangen moest, wachtte ons op het bordes op.
+
+Eer ik de tsjoebdars met gouden staven volg, die ons naar de troonzaal
+moeten geleiden, sta ik een oogenblik stil, om deze wonderschoone
+vorstenwoning te beschouwen, waarvan de toegang mij zoolang verboden
+bleef: hooge muren, van vensters met steenen traliewerk voorzien;
+torens, met sierlijke koepels gekroond; galerijen, tot bijkans
+duizelingwekkende hoogte boven elkander oprijzende:--en dat alles van
+wit marmer, overdekt met het weelderigste beeldhouwwerk. De aanblik
+had iets tooverachtigs; het was een fantastisch geheel, schijnbaar
+zonder orde en harmonie, maar toch zoo schoon, dat de herinnering
+daaraan niet licht wijken zal.
+
+Doch ik kan deze wonderen slechts met een vluchtigen blik overzien:
+wij volgen den majoor door lange, overwelfde, koele galerijen, die,
+zachtkens stijgende, ons naar de bovenverdiepingen voeren. De rana zal
+ons in den vollen durbar ontvangen: eene hooge eere! durbar noemt men
+in geheel Hindostan eene plechtige audiëntie bij den rajah, waarbij
+ook de voornaamste edellieden, de groot-dignitarissen van het hof en
+staatsdienaars tegenwoordig zijn; bij uitbreiding wordt het woord
+soms wel van den souverein zelf gebruikt, als hij groote publieke
+ceremoniën met zijne tegenwoordigheid vereert.--Een der binnenplaatsen
+op de bovenverdieping is tot troonzaal ingericht; een groot zeildoek
+keert de felle zonnestralen. De deurwaarders kondigen onze komst aan;
+de koning zit op een zilveren troon, door gouden leeuwen gedragen;
+zijne hovelingen en edelen zijn ter wederzijde in een halven kring
+geschaard. Zoodra wij de zaal binnentreden, rijst de koning van zijn
+troon op, en gaat ons enkele schreden te gemoet; hij reikt ons de hand,
+en wij zetten ons nevens hem op zilveren leuningstoelen neder.
+
+Samboe-Singh was toen, zoo als ik reeds zeide, achttien of negentien
+jaar oud; hij ziet er vriendelijk en goed uit, maar zijne trekken
+missen die fijnheid, dat scherp geteekende, dat anders den leden van
+zijn geslacht doorgaans eigen is; zijne manieren zijn vriendelijk,
+voorkomend en toch vol waardigheid; hij schijnt een echt gentleman. Met
+groote hoffelijkheid verontschuldigt hij zich over de teleurstelling,
+die hij ons door het lange uitstel dezer audiëntie heeft veroorzaakt:
+redenen van zuiver staatkundigen aard hebben hem belet vroeger aan
+ons verzoek gevolg te geven. Hij luistert met groote belangstelling
+naar hetgeen ik hem omtrent het doel mijner reis verhaal, doet
+mij allerlei vragen aangaande Frankrijk, en drukt eindelijk zijne
+verwachting uit, dat ik mijn verblijf te Oodipoor nog eenigen tijd
+rekken zal. Wanneer wij opstaan om de zaal te verlaten, ontvangen
+wij--de resident, mijn reismakker en ik--uit handen van den rana
+zelf, het bosje betelbladeren, _bîra_ genaamd, en besprenkelt hij
+zelf onze zakdoeken met eenige druppelen rozenolie. Deze ceremonie,
+die aan alle indische hoven bij het afscheid nemen gebruikelijk is,
+heeft hier eene dubbele beteekenis: alleen vorsten van hoogen stam,
+beroemde veldoversten of zeer aanzienlijke vreemdelingen plegen de
+bîra uit handen van den maha-rana van Oodipoor te ontvangen. Zulk
+een eerbewijs geldt bijna als een adelbrief. Ik steek de beroemde
+bîra eerbiedig in mijn zak, en wij keeren naar het rijtuig terug,
+gevolgd door de edelen, die ons tot aan de voorplaats uitgeleide doen.
+
+Het paleis van Oodipoor, misschien het grootste en prachtigste van
+geheel Hindostan, beslaat den top van een tamelijk hoogen heuvel, die
+evenwijdig aan het meer, van het oosten naar het westen loopt. Daar
+de kruin des heuvels zeer smal is, hebben de indische architecten
+aan de eene zijde een groot terras of platform uitgebouwd, dat door
+drie rijen bogen en gewelven boven elkander gedragen wordt: een ware
+reuzenarbeid. Gedeeltelijk is het paleis op dit terras opgetrokken;
+het overige vormt eene groote ruime binnenplaats, waarop de kazernen
+en de stallen der olifanten zijn geplaatst.
+
+De gezamenlijke paleizen, sedert de dagen van Oemra-Singh tot op
+die van Sirdar-Singh gebouwd, en wier lengte te zamen meer dan drie
+kilometers bedraagt, zijn in een dubbelen muur gevat. De hoofdingang
+is aan de zijde der stad: eene prachtige marmeren poort, met drie
+rijk gebeeldhouwde doorgangen, en met eene rijke attika gekroond; de
+paneelen, de balkons, de koepels zijn met smaak versierd. Deze poort
+voert naar de groote binnenplaats, aan twee zijden door de koninklijke
+vertrekken ingesloten; de muren zijn op de verschillende verdiepingen
+met gebeeldhouwde galerijen versierd; in de hoeken verrijzen bevallige
+achtkantige torens, met koepels gekroond. De hoogte van het gebouw
+bedraagt zeven-en-dertig el, maar de glans van het schitterend witte
+marmer, waarvan het geheel is opgetrokken, en de eenvoudig-grootsche
+stijl der architectuur maken zulk een overweldigenden indruk, dat ge
+aanvankelijk het paleis voor veel hooger aanziet.
+
+Aan het uiteinde van dezen hof bevindt zich eene groote deur, die
+zorgvuldig gesloten en door soldaten van de lijfwacht bewaard wordt:
+dat is de ingang van de zenanah of het vrouwenverblijf; niemand
+dan rana of de leden zijner familie mag dit gedeelte van het paleis
+bezoeken. Boven de poort prijkt het meer dan levensgroote standbeeld
+van Ganesa, den god der wijsheid.
+
+Het inwendige van het paleis beantwoordt volkomen aan de grootste
+pracht van het uiterlijke, en tevens aan de eigenaardige behoeften van
+het tropische klimaat; lange, schemerachtige, zacht-hellende gangen en
+galerijen vervangen onze trappen, en voeren van de eene verdieping naar
+de andere: de ruime, luchtige, goed verlichte zalen zijn geheel met
+gepolijst marmer van verschillende kleur bekleed, hetgeen niet alleen
+zeer fraai staat, maar ook tot de frischheid der vertrekken bijdraagt;
+overal binnenplaatsen, hoven, fonteinen, bloemen. De groote vertrekken
+zijn met draperiën behangen; zachte kussens, wollige tapijten bedekten
+den vloer; de wanden, schitteren van mozaïek en van ivoor, parelmoer
+en kostbare steenen; spiegels en veelkleurige fresko's verhoogen
+die pracht. Een der zalen is op zeer eigenaardige wijze versierd,
+en perst den europeeschen bezoeker onwillekeurig een glimlach af: de
+wanden zijn geheel bedekt met europeesche borden, schoteltjes, glazen,
+bobèches, enz.;--het gemeenste glas- of aardewerk prijkt hier naast het
+kostbaarste saksische porselein of het fraaiste boheemsche kristal:
+de indische kunstenaar heeft niet gelet op de innerlijke waarde van
+al dit huisraad, maar enkel op de kleur: en met den hem aangeboren
+takt is hij er in geslaagd van deze wonderlijke, zoozeer heterogene
+elementen een niet onbevallig geheel samen te stellen, dat althans
+door het ongewone treft. De fresko's op de muren en zolderingen
+van sommige vertrekken zijn van groote, voor 't minst historische
+waarde. Men vindt hier de portretten van al de ranas, te beginnen
+met Oedey-Singh, den stichter van Oodipoor, tot op onzen tijdgenoot
+Samboe-Singh; bij deze portretten bevinden zich voorstellingen van de
+merkwaardigste gebeurtenissen uit de regeering dezer verschillende
+vorsten. Met groote zorg en eene opmerkelijke fijnheid van koloriet
+geschilderd, zijn deze fresko's uitnemende bijdragen voor de studie
+van de geschiedenis en de zeden der Sesoedias.
+
+Een der grootste merkwaardigheden van het paleis van Oodipoor is
+ongetwijfeld de tuin, die boven op het platte dak is aangelegd. Ge
+kunt u moeielijk voorstellen, welken zonderlingen indruk het maakt,
+wanneer ge daar eensklaps, hoog in de lucht, eeuwenheugende boomen
+en prachtige bloemperken ziet. In het midden van den tuin bevindt
+zich een waterbekken, vanwaar straalsgewijze de met marmer geplaveide
+paden uitgaan; het water vloeit door sierlijk met mozaïeken ingelegde
+kanalen, en verliest zich in de schaduw van geurige granaat- en
+oranjeboschjes. Eene opene marmeren galerij omgeeft deze bekoorlijke
+plek; in het rond zijn fluweelen sofa's geplaatst, waarop de heeren
+van het hof hunne siësta komen houden. Van deze hoogte overzien zij
+de gansche schoone vallei, waar bijna iedere plek getuigd van den
+wapenroem en de heldendaden hunner voorvaderen, die eeuwen lang,
+met onbezweken volharding, deze toenmaals woeste en vergeten plek
+gronds, die zij in een paradijs herschiepen, tegen den aandrang der
+Muzelmannen hebben verdedigd.
+
+Na dit alles bezichtigd te hebben, begeven wij ons naar het
+Koesh-Mahal, het paleis des vermaaks, door den laatsten rana, Sirdar
+Singh, opzettelijk gebouwd voor de ontvangst zijner europeesche
+gasten. In de groote, met vorstelijke pracht versierde zalen van dit
+paleis worden de diners en feesten gegeven, wanneer aanzienlijke
+vreemdelingen uit het westen den koning bezoeken. De tsjoebdar,
+die ons tot cicerone dient, toont ons de toebereidselen van zulk een
+feest, dat tot eere van onze komst zal worden aangericht. Boven de
+zalen verheffen zich marmeren kiosken, vanwaar de blik het schoonste
+panorama van de stad, het meer en de omringende bergen overziet. De
+bergketen, die de vallei van Oodipoor omringt, draagt den naam
+van _Guirwô_ of cirkel; eigenlijk vormt zij een onregelmatigen
+ellips van twee en twintig mijlen van het noorden tot het zuiden,
+en van zeventien mijlen van het westen tot het oosten. De stad zelf
+ligt aan het uiteinde van dien boog, en wordt alleen door het meer
+Petsjola van de bergen gescheiden. De middelbare hoogte van den Guirwô
+bedraagt zeshonderd el boven den beganen grond der vallei; aan den
+oever van het meer bereiken de bergen eene hoogte van duizend el;
+zij vertoonen in hunne lijnen de vreemdste en meest afwisselende
+vormen. Dit ingesloten dal is als strategische positie van groot
+gewicht: het heeft slechts drie naar het oosten gekeerde uitgangen,
+bij Dobarri, bij Dailwara en bij Naen; en deze openingen zijn niets
+meer dan enge en zeer lange bergpassen, die met het uiterste gemak
+tegen een overmachtigen vijand kunnen verdedigd worden.
+
+Op de helling, aan de zijde van het meer, verheft zich de Rosanah,
+een uitgestrekt paleis, met den voorgevel naar het water gekeerd, en
+de vertrekken bevattende van de hovelingen, de heeren en officieren
+van het hof. Schilderachtige tuinen, terrasgewijze afdalende, voeren
+u naar den oever van het meer; deze tuinen prijken met paviljoenen
+en kiosken, half wegduikende in den lommer der boomen, waaronder
+fonteinen ruischen. Een dezer tooverpaleizen staat vlak aan den oever:
+duizend slanke zuilen dragen de met mozaïek ingelegde zoldering,
+en eene gansche reeks van springende fonteinen hult het geheele
+gebouw als in een sluier van water. Hier komt de rana met zijn hof,
+in de heete zomerdagen, de brandende middaguren doorbrengen.
+
+Toen ik in de residentie terugkeerde, deelde de majoor mij mede,
+dat de Maha-Rana, den volgenden dag, ter onzer eere, een feest op
+het eiland Jug-Navas zou geven, gevolgd door een jacht op het water.
+
+Den volgenden morgen begeven wij ons al vroeg op het pad; wij rijden de
+stad door, en schepen ons in aan de kaai; eenige minuten later stappen
+wij op het eiland Jug-Navas aan wal. Deze anders zoo stille plek is nu
+vol leven en beweging: de lakeien en bedienden van den rana loopen heen
+en weder, levensmiddelen aandragende en alles gereedmakende voor onze
+ontvangst. De kamers worden in der haast gemeubeld; de open vensters
+en galerijbogen worden met draperiën of stores behangen; de marmeren
+vloeren met kussens en tapijten belegd. Aan het uiteinde van het eiland
+is een geheel gebouw ter onzer beschikking gesteld; wij vinden daar
+bedden, stoelen, toilettafels, en, wat ons niet minder welkom is, een
+ontbijt. In eene naburige keuken is men bezig een tweede, steviger
+dejeuner klaar te maken, waarbij het althans aan fijne wijnen niet
+ontbreken zal. Van alle kanten schitteren de zilveren stralen der
+fonteinen tusschen het donkere loof, en honderde beekjes slingeren
+zich murmelend tusschen de bloembedden. Men heeft niets vergeten: in
+een kiosk aan den oever word ik eene groep vroolijke jonge meisjes
+gewaar, rijk uitgedost met gouden sieraden, en schitterende van
+edelgesteenten: dat zijn de nautsjnis of hofdanseressen, die de rana
+hier heeft gezonden om ons door hare dansen en gezangen te vermaken. Ik
+onderhoud mij eenige oogenblikken met deze bayaderen, en sta verbaasd
+over haar zuiver accent en haar sierlijke gekuischte taal, waaruit
+duidelijk blijkt dat zij eene beschaafde opvoeding moeten genoten
+hebben. Een jonge Radsjpoet, wien ik mijne verwondering mededeelde,
+zeide mij dat deze nautsjnis niet, als de gewone danseressen, arme
+schepsels zijn, die niets weten dan wat het toeval haar heeft geleerd,
+maar integendeel van hare eerste jeugd zeer zorgvuldig worden opgevoed
+en onderwezen in alles wat tot veraangenaming van het leven strekken
+kan, in poëzie, muziek, beschaafde innemende manieren.
+
+Samboe-Singh zelf verschijnt eerst tegen twee uur; hij is gezeten in
+een prachtig versierde gondel, die aan de groote trap aanlegt, waar
+wij gereed staan om hem te ontvangen; de Rao van Baidlah en de Rao
+van Pursaoli vergezellen den Vorst. Terwijl wij met elkander praten,
+worden de toebereidselen voor de jacht voltooid; daarop scharen zich
+de tsjoebdars en de soldaten der lijfwacht ter wederzijde van den weg,
+en wij trekken in optocht, voorafgegaan door de zingende bayaderen,
+naar den oever, waar wij ons inschepen in de booten. Deze platboomde
+schuiten kunnen niet meer dan drie of vier personen bevatten, en
+zijn uitnemend geschikt voor de jacht in deze meren en moerassen,
+waar het water doorgaans maar weinig diepte heeft.
+
+Wij steken het meer over, en verliezen ons weldra in een doolhof van
+smalle kanalen, die in alle richtingen het groote moeras aan den voet
+der bergen doorkruisen; reusachtige biezen en dichte rietbosschen
+omsluiten ons van alle kanten; en naarmate wij verder komen, vliegen
+gansche zwermen van eenden, ganzen en flamingo's uit deze bosschen
+op. Nu werden de geweren ter hand genomen; en na verloop van een uur
+hadden wij eenige honderde eenden en andere vogels geschoten. Te vier
+uur verlieten wij het moeras, en keerden naar het meer terug, waar wij
+de staatsiegondels vinden; hier neemt de rana, op de meest hoffelijke
+wijze, afscheid van ieder onzer, en keert naar zijn paleis weder; wij
+blijven nog in onze booten om de jacht op krokodillen voort te zetten.
+
+De krokodil van de indische binnenmeren is een geducht roofdier;
+hij bereikt eene vrij aanmerkelijke lengte, en schroomt niet de
+menschen aan te vallen. Sedert de engelsche resident te Oodipoor is
+gevestigd, en de rana, in strijd met de godsdienstige vooroordeelen,
+die de krokodillen onschendbaar maakten, aan de Europeanen vergunning
+heeft gegeven hen te dooden, hebben deze monsters de onmiddellijke
+omstreken der stad verlaten, en zich op den tegenover liggenden oever
+teruggetrokken. Onverbiddelijk in hunne schuilhoeken vervolgd, zijn
+zij zeer bedachtzaam en voorzichtig geworden; zoodra zich eene boot
+op het meer vertoont, duiken zij allen onder en laten, ook wanneer zij
+weder boven komen, niets dan het uiteinde van hun snuit zien. Maar dit
+is voor den jager voldoende; de kogels van onze getrokken karabijnen
+treffen de krokodillen ook onder water; een heftige beweging in het
+meer en een roode plek op het water zijn echter de eenige zichtbare
+resultaten van deze jacht, want de gedoode alligator zinkt onmiddellijk
+naar den grond.
+
+Wij keeren naar ons toover-eiland terug, waar wij door het gezang
+der bayaderen worden verwelkomd; na het middagmaal begeven wij ons
+andermaal in onze booten en laten ons gedurende eenige uren door
+het meer roeien; de maan rijst boven de bergen en giet haar zilveren
+licht uit over de wit marmeren koepels van het paleis; de kabbelende
+wateren schijnen met diamanten bezaaid; de zwoele avondwind voert
+ons de welluidende tonen toe van het gezang der nautsjnis, die ons
+op eenigen afstand volgen.
+
+Eindelijk is het tijd om huiswaarts te keeren; onze olifanten wachten
+ons aan de kaai, en wij begeven ons op weg naar de residentie, vervuld
+met de aangenaamste herinneringen aan dezen heerlijken dag. De rana
+heeft woord gehouden: hij heeft ons bijna de schitterende gastvrijheid
+van onzen vriend den Guikowar doen vergeten.
+
+
+
+V.
+
+
+Toch was deze dag slechts de inleiding tot eene lange reeks van
+feesten, die onafgebroken tot den 17den Januari voortduurden. In dien
+roes begonnen wij bijna te vergeten, dat wij nog eene lange reis hadden
+te doen, eer wij Jhodipoor, de eerstvolgende plaats onzer bestemming,
+bereiken zouden; toch besloot ik aan dit werkelooze leven een einde
+te maken, en deelde aan den majoor mijn voornemen mede, om den 20sten
+te vertrekken.
+
+Intusschen had men weldra iets gevonden, om onze afreis te vertragen:
+de groote jacht, die de rana jaarlijks in het Aravalli-gebergte
+houdt, zou weldra plaats grijpen; en de majoor gaf mij zulk eene
+schitterende beschrijving van die monster-jacht, dat ik mijn vertrek
+dadelijk uitstelde. Waarom ook zou ik mij haasten: ik had mij wel
+vast voorgenomen niet het voorbeeld te volgen onzer hedendaagsche
+touristen, die land aan land pijlsnel doorvliegen, als joeg hen een
+demon voort; altijd gejaagd en gehaast en voortgedreven, zien zij
+eigenlijk niets, en eenmaal aan de plaats hunner bestemming gekomen,
+vragen zij zich zelf twijfelend af, waarom zij zich toch zoo gehaast
+hebben. Waren drie jaren niet voldoende om Indië te bezoeken, welnu,
+dan zou ik er vier of zoo noodig vijf jaren voor besteden, maar ik
+zou dan ook inderdaad iets gezien hebben.
+
+In den morgen van den 18den Januari heerschte er in den omtrek van de
+residentie die eigenaardige drukte en beweging, die onafscheidelijk
+is van het vertrek van een hooggeplaatst persoon in Indië. Daar de
+majoor door al zijne bedienden en huisgenooten gevolgd werd, waren er
+verscheidene olifanten en een aantal kameelen noodig, om de tenten,
+de bagage en de mondbehoeften te vervoeren. Zulk een pleiziertochtje is
+hier in dit land geene kleinigheid: weelde en prachtvertoon is overal
+onontbeerlijk; en voor eene jachtexpeditie, die hoogstens veertien
+dagen zou duren, moest de majoor een volledig ameublement medenemen:
+tafels, stoelen, bedden, sofa's, buffetten en zilverwerk. Het zou
+zijner hooge waardigheid en zijn aanzien afbreuk hebben gedaan, indien
+zijne slaapkamer in het kamp minder weelderig ware gemeubeld geweest,
+dan in zijn paleis te Oodipoor.
+
+Het hof zal eerst den volgenden dag op reis gaan; de majoor, dokter
+Cunningham, mijn reisgezel en ik zullen den nacht doorbrengen in een
+huis buiten den Guirwô, en den volgenden morgen naar de bergen van
+Nahrmoegra, de algemeene verzamelplaats, trekken. Tegen twee uur,
+worden wij in twee open calèches, ieder met zes paarden bespannen
+afgehaald; de zweepen klappen, en wij vertrekken in vliegenden
+draf, gevolgd door een eskadron lanciers van den rana. Voor wij
+de bergengte bereiken, die naar de vlakte van Mewar voert, geleidt
+de majoor ons naar het meer Oedey-Sâgur, aan het uiteinde van den
+Guirwô, tegenover Oodipoor, gelegen: een schilderachtige waterkom,
+door donkere wouden omzoomd, en aan drie zijden beheerscht door de
+toppen van de Aravallis, die aan geheel het landschap een verheven
+ernstig voorkomen geven. Evenals het meer Petsjola is ook dit meer
+kunstmatig gevormd, door afdamming van de rivier Bunas, een op zich
+zelf zeer onbeduidend stroompje, dat op die wijze twee der fraaiste
+meren van Indië, op eenige mijlen afstands van elkander gelegen,
+voedt. De dijken van de meren Oedey-Sâgur en Petsjola verdienen met
+eere genoemd te worden onder de groote werken, door de Radsjpoeten
+tot stand gebracht. De dijk van Petsjola heeft een omtrek van twee
+kilometers; het door den dijk omsloten meer ligt tien of twaalf el
+boven den bodem der vallei, en bevat eene watermassa, die gerust op
+meer dan twee milliards kubiek el kan worden geschat; de dijk is zoo
+stevig aangelegd, dat hij eene gansche stadswijk dragen kan. De _bánd_
+van Oedey-Sâgur is zeshonderd el lang en gemiddeld twintig el hoog;
+de watervlakte heeft eene lengte van vier en eene breedte van drie
+kilometers: de gemiddelde diepte bedraagt tien el. De dijk is van
+steen gebouwd, met trappen en kiosken voorzien; op de kruin verheft
+zich een fraai zomerpaleis. Deze kunstmatige meren hebben evenwel
+nog eene andere bestemming, dan om louter tot verfraaiing van het
+landschap te dienen. Men vindt ze overal door geheel Radsjpoetana,
+dat voornamelijk aan hen zijne buitengewone vruchtbaarheid dankt;
+het water, aldus opgesloten in een bekken, dat eenige ellen boven den
+beganen grond ligt, onderhoudt, vooral in het droge jaargetijde, eene
+weldadige frischheid en vochtigheid, en voedt de putten en bronnen
+der naburige dorpen. Verbreek de dijken dezer meren, en de rivieren,
+die ze vormen, zullen weder worden wat zij vroeger waren: woedende,
+vernielende bergstroomen in den regentijd, in het overige van het
+jaar droge, dorre ravijnen; en deze nu zoo vruchtbare vlakten zullen,
+binnen weinige jaren, weder terugkeeren tot de woestijn, waaraan zij
+zijn ontwoekerd. De volken, die elkander in het bezit dezer landen,
+en over het algemeen van Centraal-Indië zijn opgevolgd, hebben,
+van de vroegste tijden, het nut dezer kunstmatige meren erkend;
+overal hebben zij het water door reusachtige afdammingen opgehouden,
+om het vervolgens naar hun wil en keus te geleiden. Sommigen van deze
+waterwerken zijn duizende jaren oud, en wekken nog, door hun grootschen
+aanleg, de bewondering der reizigers op; velen zijn echter sedert
+vervallen, en alom waar dit, door de zorgeloosheid der regeeringen,
+is geschied, is het land tot een wildernis geworden.
+
+Na ons bezoek aan het meer, keeren wij naar den grooten weg terug,
+en bereiken, tegen steile hellingen opklauterende, den ingang
+van den bergpas van Dobarri. Ter wederzijde verheffen zich hooge
+rotswanden, die slechts een weg van weinige ellen breed vrijlaten;
+de plek draagt den stempel van eene wilde grootschheid, wel geschikt
+om een diepen indruk te maken. In deze kronkelende bergengten heerscht
+eene ongestoorde stilte: de steile rotswanden, die loodrecht uit de
+omringende afgronden oprijzen, maken zelfs voor dieren den toegang
+bijna onmogelijk. Op het smalste punt van den pas bevindt zich eene
+versterkte poort, van bolwerken voorzien en gedekt door wallen,
+die langs de hellingen naar boven loopen; in een paviljoen nevens de
+poort is een militaire wacht geplaatst, die niemand doorlaat dan na
+voorafgaand onderzoek; op korten afstand ziet men een tempel en een
+waterbron, waar de pelgrims komen uitrusten.
+
+Wij gaan de poort door, en overzien de rijke en vruchtbare vlakten
+van Mewar: aan den horizon verheffen zich de bergen van Tsjittore,
+de oude stad der Ranas. Op de plek, waar wij ons nu bevinden, stond,
+volgens de overlevering, ook eenmaal Pertap-Singh, en wierp een blik
+op zijn voorvaderlijk koninkrijk, door de vreemdelingen overweldigd,
+aan wie hij hier een eeuwigen haat zwoer. Door de mohammedaansche
+keizers van Delhi verdreven en van zijne bezittingen beroofd, bleef
+Pertap niets meer over dan het enge gebied, binnen den kring van den
+Guirwô ingesloten; toch bleef hij onverzettelijk de vredesvoorstellen
+der Mongolen afslaan, die hem, tegen den vrijwilligen afstand zijner
+souvereiniteitsrechten, eer en schatten aanboden; hij verklaarde
+hun een onverzoenlijken krijg. Met een handvol edelen, die hem
+getrouw waren gebleven, en de hulp der wilde Bhîls, weerstond
+hij, aan de bergengte van Dobarri, de herhaalde aanvallen der
+keizerlijke legers, en wist het, door onbezweken heldenmoed en schier
+bovenmenschelijke inspanning, zoover te brengen dat hij langzamerhand
+geheel Mewar herwon. Weinig natiën kunnen op eene geschiedenis bogen,
+zoo rijk aan heldendaden, zoo luide getuigende van zelfopofferende
+vaderlandsliefde, als die der Radspoeten van Mewar; van alle indische
+stammen waren zij de eenigen, die volstandig weigerden, de knie te
+buigen voor de Muzelmannen, en te midden van gruwelijke vervolgingen
+en verdelgingsoorlogen hunne fiere onafhankelijkheid wisten te bewaren.
+
+Het landschap, dat ons omringt, verhoogt de belangstelling, waarmede
+wij naar het verhaal van majoor Nixon luisteren; de radsjpoet ruiters,
+die ons vergezellen, verheffen zich trotscher in den zadel, nu zij
+den grond betreden, zoo menigmalen door het bloed hunner heldhaftige
+voorvaderen gedrenkt, en ik zelf kan zekere aandoening, bij de
+herinnering aan dit verleden, niet onderdrukken.
+
+Wij worden weldra uit onze mijmering gewekt door het gezicht van de
+bungalow van Dubock, waar onze bedienden reeds zijn aangekomen en
+waar ons een goed middagmaal wacht. Dubock is een klein dorp, aan
+den zuidelijken uitloop van de Nahrmoegraketen (Tijgergebergte),
+en slechts eenige mijlen van onze verzamelplaats verwijderd. Wij
+brengen hier den nacht door.
+
+Den volgenden morgen breken onze lieden reeds vroegtijdig het kamp op,
+en trekken naar het dorp Nahrmoegra; in plaats van den gewonen weg
+te volgen, gaven wij de voorkeur aan den tocht over de bergvlakten,
+om nauwkeurig bekend te worden met de gesteldheid der streek, waar wij
+de volgende dagen ter jacht zullen gaan. De Nahrmoegrabergen vormen
+eene kleine keten, die over eene uitgestrektheid van vijf of zes mijlen
+evenwijdig aan de oostelijke bergketen van den Guirwô loopt; zij zijn
+van deze laatste gescheiden door eene tamelijk breede vallei, met op
+zich zelf staande hoogten bezaaid. De hellingen van het gebergte loopen
+in eene menigte voorsprongen uit, die op wonderlijke wijze als door
+elkander zijn geworpen en een bijkans ondoordringbaar net van kloven
+en diepten en ravijnen vormen. De zijden der bergen zijn geheel bedekt
+met dicht kreupelhout, bestaande uit een soort van kleinen, doornige
+acacia, _Acacia detinens_, die zelden hooger wordt dan drie el, en
+eene groote menigte gele bessen voortbrengt, die eene lekkernij zijn
+voor de wilde zwijnen. Gansche kudden van deze dieren houden zich in
+die bosschen op, veilig onder de bijzondere bescherming des konings:
+zonder uitdrukkelijke vergunning van den rana mag niemand hier in
+den omtrek een geweer afschieten, veel minder jagen. Terwijl wij
+door het dichte hout voorttrekken, zien wij dan ook overal troepen
+wilde zwijnen, die bij onze nadering op de vlucht gaan. Het dorp
+Nahrmoegra ligt aan het noordelijk uiteinde van de bergketen; een
+sierlijk paleis, waarvan de koepels en torens zich boven het geboomte
+verheffen, dient den Rajah tot verblijf gedurende den jachttijd.
+
+Bij onze aankomst vinden wij het kamp der jagers reeds geheel kompleet;
+nabij het paleis zijn onze tenten geplaatst, die eene aanzienlijke
+oppervlakte beslaan. Aan de overzijde van een klein ravijn staan de
+gekleurde tenten van het gevolg van den rana, de stallen der olifanten,
+en de barakken der kavalerie en van de twee regimenten infanterie,
+die als drijvers dienst zullen doen. Meer dan tienduizend menschen
+zijn nu bijeen in dit doorgaans zoo stille en rustige oord; uit
+het kamp gaat een oorverdoovend gerucht op: toch schijnt er de meest
+volmaakte orde te heerschen. De etiquette wordt hier niet minder streng
+in acht genomen dan aan het hof zelf; eene deputatie van edellieden
+komt ons, met groote staatsie, uit naam van den rana begroeten en ons
+het programma der feesten ter hand stellen, die gedurende de veertien
+dagen, dat de jachtpartij duurt, zullen plaats hebben. De bayaderen
+hebben den last ontvangen, hare tenten in de nabijheid van die der
+vreemde heeren op te slaan. In den loop van den avond verschijnt de
+Rana, dien wij in het paleis afwachten; hij voert ons zelf door zijne
+woning rond, die inderdaad door eenvoud en smaak uitmunt.
+
+Den 20sten, des middags, heeft de plechtige opening der jaarlijksche
+jacht plaats. De rana, op zijn olifant gezeten, verlaat zijn paleis,
+omstuwd door een koor van barden, die toepasselijke liederen
+aanheffen en groote palmtakken, met rozen versierd, zwaaien. De
+opperjagermeester, Maharaj Singjee, op een rijk opgetuigde kameel
+gezeten, volgt te midden der schaar van bedienden; achter hen komen de
+edelen en de genoodigden, ieder op een olifant; een talrijke schaar van
+Radsjpoeten te paard sluit den trein. De stoet trekt langzaam voort,
+te midden van eene menigte van dorpelingen en landlieden, van alle
+kanten saamgestroomd, om getuige te zijn van deze plechtigheid. Op
+een mijl afstands van het dorp gekomen, wijst de rana de personen
+aan, die de hooge eer zullen hebben met hem zelf te mogen jagen:
+die bevoorrechten zijn de resident, de dokter, mijn reismakker en ik,
+benevens de beide raos van Baidlah en Pursaoli; al de anderen zullen
+zich eenvoudig tot de rol van toeschouwer bepalen. Dit aldus geregeld
+en de jacht nu geopend zijnde, verspreiden de drijvers zich in de
+vlakte en jagen een troep wilde zwijnen op, die langs de olifanten
+heenloopen; vier liggen weldra ter aarde; deze buit wordt voor den
+eersten dag voldoende gerekend; de stoet schaart zich weder in orde
+en keert naar het kamp terug. Aan den ingang van het paleis komen de
+bayaderen, in hare fraaiste kleederen uitgedost, ons geluk wenschen
+met den behaalden buit.
+
+De vier volgende dagen waren hoofdzakelijk gewijd aan eene soort van
+drijfjacht in de vlakte, om het wild naar het gebergte te drijven. Geen
+schilderachtiger aanblik, dan de lange lijn van olifanten, te midden
+der ruiters, zich in de vlakte ontplooiende; de reusachtige dieren,
+behangen met fraaie dekkleeden, uit de huiden hunner voorgangers
+vervaardigd, verheffen zich boven het kreupelhout als wandelende
+torens, en schrijden rustig en met vasten tred voort, dwars door
+de doornige struiken. Nooit komt de gevatheid en het merkwaardige
+instinkt van den olifant treffender uit, dan bij het nazetten der
+gewonde dieren. De wilde zwijnen hollen bij troepen langs de jagers
+heen; zoodra er een gewond is, verwijdert hij zich van de troep, en
+verschuilt zich in het dichte kreupelhout. Daar ieder gewond dier van
+rechtswege toebehoort aan den jager, die het 't eerst getroffen heeft,
+moet deze zich van de groep zijner makkers afzonderen en zijn wild
+gaan opsporen. Daarbij dient de olifant, dien hij berijdt, hem als
+speurhond; onvermoeid volgt het dier het spoor, van tijd tot tijd
+snuffelende, waar het wilde zwijn geloopen heeft; de gang van den
+olifant is zoo zacht, dat hij dikwijls langs de schuwste dieren heen
+gaat, zonder dat deze hem gewaar worden. Het is mij meermalen gebeurd,
+dat ik, op een olifant gezeten, het spoor van een of ander wild
+volgende, op weinige schreden afstands een troep damherten zag, die
+rustig bleven doorgrazen. In de nabijheid van het gewonde dier gekomen,
+staat de olifant eensklaps stil; en dikwijls kunt ge eerst na scherp
+rondzien het arme opgejaagde wilde zwijn ontdekken, gewond tusschen
+de struiken neergezonken; een kogel maakt een einde aan zijn lijden,
+en de olifant verkondigt de zegepraal door een luiden vreugdekreet.
+
+Den 24sten kwamen de shikaris ons verwittigen, dat de _hankh_ of
+de jachten in het gebergte een aanvang konden nemen; volgens hunne
+verzekeringen hadden de dieren, verschrikt door onze drijfjachten,
+zich in grooten getale in de boschrijke kloven en ravijnen
+verscholen. Dadelijk werd het plan voor den veldtocht vastgesteld;
+wij zouden aan de zuidelijke punt van de bergketen beginnen, en aldus
+voortgaan tot den bergpas achter ons kamp, waar de laatste groote
+jacht zou plaats hebben.
+
+Den volgenden morgen trok de jachtstoet naar Dubock, en vandaar
+naar de _houdi_, waarin wij de jacht zouden bijwonen. Deze houdis
+zijn een soort van kleine bolwerken, doorgaans aan den ingang van
+een dal of ravijn opgeworpen, zoodat het vuur der jagers de vallei
+geheel bestrijkt. Alles is hier voor ons gemak ingericht: sierlijke
+leuningstoelen staan gereed voor den rana en de genoodigden; bier,
+champagne, limonade met ijs en andere ververschingen zijn in overvloed
+voorhanden. Deze manier van jagen is zeker wel de minst vermoeiende,
+die men zich denken kan. Achter iederen jager staan twee shikaris,
+met eene geheele batterij van geweren; een hunner is belast met het
+laden der geweren, terwijl de andere ze aan den jager ter hand stelt,
+naarmate hij ze noodig heeft.
+
+De houdi van Dubock is allerfraaist gelegen, beschaduwd door een groep
+hoog geboomte, aan den rand van een diep dal; de vlakte en het gebergte
+der Aravallis liggen in een wijd panorama voor ons. De drijvers,
+die vooruit zijn vertrokken, hebben zich ten getale van drieduizend
+man in het gebergte verspreid en alle hoogten bezet; het opgejaagde
+wild blijft geen andere uitweg over, dan het smalle dal aan onzen
+voet. Weldra klinkt ons uit de verte een luid gerucht tegen; uit het
+kreupelhout schettert en dreunt het oorverdoovend geraas van gongs,
+trompetten en tamtams. Eenige oogenblikken later ruischt en kraakt het
+in de struiken, en een troep wilde zwijnen stormt in het dal: zij zijn
+ongeveer ten getale van twintig en blijkbaar zeer verschrikt. Binnen
+het bereik onzer geweren gekomen, worden zij door onze kogels begroet;
+enkelen storten neder; anderen keeren naar het gebergte terug; sommigen
+zijn verstandig genoeg om hun weg te vervolgen en bereiken ongedeerd de
+vlakte. Na verloop van een half uur is de verwarring onbeschrijfelijk;
+de wilde zwijnen verdringen zich bij honderden in de smalle kloof,
+en het vuur van de houdi zwijgt geen oogenblik. Jakhalzen, hyenas
+vluchten in wilde warreling met de evers; al deze arme dieren zijn
+door een panischen schrik bevangen en loopen blindelings in hun
+verderf. Langzaam en voorzichtig treedt een panter te voorschijn;
+hij poogt de rotsen te beklimmen, en zoo achter de noodlottige houdi
+heen te komen: maar weldra tuimelt hij, door onderscheidene kogels
+getroffen, in de diepte, onder het luide gejuich der Radsjpoeten.
+
+Eindelijk komen de drijvers terug; de jacht is afgeloopen. Wij
+dalen in de vallei af om het wild te onderzoeken. Het schouwspel is
+inderdaad afschuwelijk: de gedoode dieren liggen in schrikkelijke
+wanorde op en over elkander; breede bloedplassen bedekken den rotsigen
+bodem. Meer dan veertig wilde zwijnen, een vijftiental jakhalzen,
+hyenas en wilde honden, en een panter: ziedaar de buit, in anderhalf
+uur behaald. Mijne belangstelling wordt vooral opgewekt door de
+wilde honden, waarvan ik dikwijls had hooren spreken, maar die ik
+nog nooit had gezien. Zij zijn ongeveer zoo groot als een jakhals,
+op wien zij veel gelijken, ook door den vorm van hun kop; maar hun
+haar is korter, vaalbruin van kleur, en hun staart kaal. Het geblaf
+van den wilden hond komt overeen met dat van den gewonen huishond,
+maar is ruwer en heeft een onaangenamen, klagenden toon. In talrijke
+groepen vereenigd, maken deze dieren jacht op de herten en antilopen,
+die zij zonder veel moeite weten machtig te worden; den mensch vallen
+zij nooit aan. Zelfs zeer jong gevangen, worden zij nooit recht tam.
+
+Ons leven in het kamp van Nahrmoegra is eene opeenvolging van feesten;
+om daarvan een denkbeeld te geven, zal ik beschrijven hoe wij in den
+regel den dag doorbrengen.
+
+Onze tenten, die tot slaapkamers dienen, zijn in een wijden kring
+geschaard om twee groote tenten of liever gebouwen van tentdoek,
+van verandahs omgeven en met de grootste weelderigheid gemeubeld;
+een daarvan is de eetzaal, de andere is de algemeene salon, waar alle
+leden van het gezelschap elkander ontmoeten. Ten zes uur in den morgen
+komen de bedienden ons wekken met een glas sherry; opgestaan zijnde,
+trek ik mijne kleederen uit, en ga, met een eenvoudigen _janghir_,
+een korten nauwsluitenden broek, gekleed, naar buiten. Daar zet ik mij
+neder op een bos stroo, en breng mijn eersten groet aan mijne makkers,
+die, in hetzelfde kostuum uitgedost, in dezelfde houding, voor hunne
+tenten zitten; de _Bhistis_ naderen met hunne zakken ijswater en dienen
+ons een stortbad toe. Eenige minuten later zijn wij, in een deftiger
+kostuum, vergaderd rondom de tafel in de _Mess-Tent_, de eetzaal,
+waar een stevig eerste ontbijt staat aangericht. Vroolijk pratende en
+keuvelende, heerlijke _tsjeroets_ van Manilla rookende, gaat de tijd
+al ras voorbij; vervolgens stijgen wij te paard en gaan een toertje in
+den omtrek maken, onderwijl eenige ganzen en flamingo's schietende. Ten
+elf uur wordt op nieuw toilet gemaakt, en het tweede ontbijt gebruikt:
+de bedienden van den rana brengen ons daarbij dagelijks een deel
+van den koninklijken maaltijd. Twee deurwaarders met gouden staven
+wandelen aan de spits van dezen langen stoet van bedienden, die
+schotels aandragen met de meest verschillende spijzen beladen. Naar
+dit proefje van het dejeuner van den rana te oordeelen, moet die vorst
+met eene merkwaardigen eetlust begaafd zijn; waarschijnlijk zal echter
+zijn persoonlijk aandeel wel geringer zijn dan de voor ons bestemde
+porties. De gerechten van dit ontbijt bestaan in gebraden vleesch,
+wilde-zwijnen pooten, reeënbouten, sterkgekruide ragouts en zoogenaamde
+_curries_; enkele van deze schotels zouden eener aanzienlijke tafel
+in Europa geen oneer aandoen. De _pickles_ van allerlei soort,
+suikergoed en gebak vullen zoowat een dozijn schotels. Natuurlijk
+raken wij slechts even, voor den vorm, aan dit monster-dejeuner,
+dat verder aan onze bedienden wordt overgelaten. Het midden van
+den dag is aan de jacht gewijd. Ten vier uur, na ons nogmaals door
+een stortbad verkwikt en opgefrischt te hebben, ontvangen wij het
+bezoek van de indische edellieden, die over allerlei zaken met ons
+komen spreken. Het middagmaal duurt, naar de algemeene gewoonte in
+Hindostan, zeer lang, omdat ook hier het engelsche gebruik gevolgd
+wordt om na afloop der tafel nog te blijven drinken; de bayaderen,
+de goochelaars en het vuurwerk houden ons daarna tot middernacht bezig.
+
+Den 30sten tijgen wij voor het laatst ter jacht; des avonds is er
+groot feest in het paleis, ten besluite der jachten van Nahrmoegra. Den
+volgenden morgen keerden wij naar Oodipoor.
+
+
+
+VI.
+
+
+De maand Februari ging voorbij met de verschillende feesten van
+den Holi, het lentefeest en tevens het indische carnaval, waarbij
+de uitgelatenste vroolijkheid en ook de ergerlijkste zedeloosheid
+en dartelheid allerwege den boventoon voeren. De rana had ons
+overgehaald tot na den afloop dezer feesten en die van de godin Goeri,
+te Oodipoor te blijven; nu echter stond mijn besluit om te vertrekken
+onwrikbaar vast. Wij hadden ons afscheidsbezoek bij den rana gebracht,
+en alle toebereidselen voor de reis waren voltooid. De rana had de
+beleefdheid gehad zijne kameelen te onzer beschikking te stellen:
+maar de vakil, de stalmeester, had--ik weet zelf niet waarom--ons
+allerlei moeilijkheden in den weg gelegd. Hij zond ons kreupele,
+onhandelbare of zwakke dieren, die wij niet konden gebruiken. Eindelijk
+gaf ik hem te kennen dat ik mij tot den resident of des noods tot den
+rana zelf zou wenden; dit hielp: en weldra had ik nu vijftien sterke
+kameelen tot mijnen dienst, die onze bagage, onze bedienden en onze
+tenten moesten vervoeren; twee uitnemende dromedarissen zullen ons
+dienen om daarop te rijden. Ons geleide bestaat uit twaalf sowars;
+onze bedienden en de kameeldrijvers daarbij geteld, is onze karavaan
+meer dan veertig personen sterk.
+
+In den vroegen morgen van den 5den Maart, zond ik al mijn volkje
+vooruit naar Dubock; bij het vertrek heerscht de meest volslagen
+wanorde, zooals trouwens hier doorgaans het geval is. Wij ontbijten
+voor het laatst bij den resident; al onze goede vrienden zitten
+nog eens met ons aan tafel. Eindelijk--een laatste handdruk, en dan
+vaarwel! Wij springen in het zadel en rijden in galop weg; na een
+rit van een uur bereiken wij de bergpassen van Dobarri. Nog eenmaal
+wierpen wij een blik op het landschap achter ons: daar lag de rijke,
+heerlijke vallei met hare bosschen, hare vruchtbare velden, hare
+lachende dorpen; het riviertje de Bairis baande zich kronkelend een
+weg tusschen de rotsen. In de verte Oodipoor, de stad van de rijzende
+zon, met haar diadeem van paleizen, rustende tegen de Aravallis,
+wier prachtige grootsche lijnen zich krachtig in de blauwe lucht
+afteekenden. Wij trekken de bergengte door, en hebben de grenzen
+van den Guirwô overschreden; voor ons ontvouwt zich het panorama der
+vlakten van Mewar, ten oosten begrensd door eene schemerende blauwe
+lijn, de bergen van Tsjittore.
+
+Wij bereiken de bungalow van Dubock, waarbij ons kamp is
+opgeslagen. Nauwelijks zijn wij daar aangekomen, of twee _harkaras_
+of boden van den rana komen ons de _purwanas_ of firmans ter hand
+stellen, die de koning ons had beloofd. Deze purwanas zijn gericht aan
+de thakoers of baronnen, aan de kotwals of bevelhebbers der steden,
+aan de patels of dorpshoofden, en houden den last in, vooreerst,
+dat wij behandeld moeten worden met al den eerbied, dien men aan
+vrienden van den maha-rana verschuldigd is; voorts, dat ons dadelijk,
+zonder eenige vergoeding, de _rassâd_ voor ons en onze lieden moet
+worden verschaft. Onder dezen _rassâd_ verstaat men zoowel de noodige
+levensmiddelen als de koelies. Op mijn bevel moet dit alles, op de
+verschillende plaatsen waar wij ons ophouden, worden geleverd; het
+dorpshoofd maakt dan eene lijst op der geleverde goederen, die door
+mij wordt geteekend en vervolgens aan den minister van den rana ter
+hand gesteld, die voor de betaling zorgt. De purwana voegt daarbij,
+dat, aangezien de sahibs reizen om het land te leeren kennen, elk
+gehouden is hun alle merkwaardigheden aan te wijzen, en hun alle
+verlangde inlichtingen te geven omtrent de zeden, de overleveringen
+en legenden der streek. Deze laatste bijvoeging is van groot gewicht:
+want daar de inlanders altijd bevreesd zijn op eene of andere manier
+in onaangenaamheid te geraken, antwoorden zij zonder zulk een bevel
+steeds ontwijkend op al uwe vragen en houden zich als wisten zij van
+niets. De beide harkaras, die ons zullen vergezellen, moeten voor de
+goede naleving der firmans zorgen.
+
+Het kamp is in de volmaakste orde; de kameelen en paarden zijn aan
+palen vastgebonden; de tenten regelmatig geplaatst; ieder man is op
+zijn post, en heeft zijn bed, een strooien mat, gereed gemaakt. Van de
+verwarring en wanorde, die te Oodipoor heerschten, is geen spoor meer
+over. Zoo lang de reis nog niet begonnen is, kunt ge niets van uw volk
+gedaan krijgen: de beesten worden slecht geladen; de touwen breken;
+elk oogenblik hebt ge met allerlei moeielijkheden te kampen. Maar
+nauwelijks zijn zij een paar mijlen buiten de stad, of uwe lieden
+begrijpen dat alle verder tegenspartelen nutteloos is, en van nu gaat
+alles naar wensch. De Hindoes hebben allen een ingeschapen lust voor
+reizen; het eenige waar zij tegen opzien, is het vertrek; maar eenmaal
+op weg, zult ge moeielijk lieden vinden, die zich gewilliger en met
+meer blijmoedigheid de vermoeienissen en ontberingen van een langen
+marsch getroosten; zij zijn op reis bereid te doen, wat zij u in de
+stad zeer stellig weigeren zouden, en niemand aarzelt een oogenblik,
+de handen aan het werk te slaan.
+
+Nog voor het aanbreken van den dag, werd ik den volgenden morgen door
+mijn getrouwen bediende gewekt. Al ons volk is reeds op de been, en
+druk bezig, bij het schijnsel der wachtvuren, de kameelen te laden,
+die gansch niet in hun schik zijn, dat zij zoo vroeg gewekt worden,
+en hun ongenoegen door een luid gebulk openbaren. Het tooneel is
+schilderachtig genoeg: dit geraas en rumoer, dat rosachtig schijnsel
+der vuren, die zonderlinge dieren, onwillig tegenstribbelende tegen die
+door elkander woelende menschen, die groote donkere boomgroepen:--en
+dan dat stille rustige, in schemering gehulde landschap daar om
+heen. Het is vier uur in den morgen, tusschen de keerkringen het
+stille uur; het roofgedierte, dat des nachts rondsluipt, is reeds naar
+zijn holen terug gekeerd; de andere woud- en veld- en luchtbewoners
+wachten op de komst van den dageraad; de lucht is frisch, koel zelfs:
+het doet u goed, bij het wachtvuur te staan. De maan is ondergegaan;
+geen ander licht dan het schijnsel der sterren en de heldere glans
+van het zodiacaal licht, dat aan den oostelijken horizon als een
+langwerpige aureool straalt.
+
+Het land, waar wij ons thans bevinden, behoort zeker tot de door de
+natuur meest gezegende streken; de bodem bestaat uit die zwarte, zware
+tuinaarde, in het hindoesch _mâl_ genaamd, waaraan de uitgestrekte
+landstreek, door de Tsjumboel bespoeld, den naam van Malwa dankt. Maar
+de bebouwing staat hier niet in evenredigheid tot de vruchtbaarheid; de
+onophoudelijke oorlogen der vorige eeuw hebben het land grootendeels
+tot een wildernis gemaakt; het oog van den reiziger dwaalt langs
+onafzienbare vlakten, overal bedekt met dat grijsachtige struikgewas,
+dat alle indische jungles vormt. Van afstand tot afstand ontmoet
+ge een enkel dorp, met zijne woningen en tuinen tegen de hellingen
+van een heuvel gebouwd; daar om heen smaragdgroene rijstvelden,
+veelkleurige opiumplantages, prachtige akkers met graan. Deze dorpen
+zien er allen welvarend uit; bij onze nadering loopen de inwoners
+toe om ons te groeten.
+
+Na een tocht van een-en-twintig kilometers door deze fraaie,
+hoewel eenigszins eentonige landstreek, komen wij te Mynar, een
+schilderachtig dorp, tegen een heuvel gelegen, waarvan de top door
+een sierlijken tempel wordt gekroond. Wij slaan ons kamp op in de
+schaduw van eeuwenheugende boomen, aan den oever van een fraai meer,
+tegenover een grooten plas, waar, tusschen de breede lotusbladen,
+gansche zwermen van eenden dartelen. Ik begaf mij daarheen, en schoot
+mijn geweer onder den hoop af. Duizende eenden verduisterden de lucht,
+en lieten zich dooden met eene gemakkelijkheid, die mij al spoedig
+de lust deed vergaan.
+
+De sowars rapen den buit op, en volgen mij, bij zich zelven mompelende
+en lachende, tot aan mijne tent; maar nauwelijks heb ik mijn ontbijt
+gebruikt, of een zwaarlijvige brahmaan komt mij vertellen dat het
+niet geoorloofd is op het meer te gaan jagen, omdat het dorp gewijde
+grond is. Ik tracht hem onder het oog te brengen dat ik, indien ik
+al kwaad heb gepleegd, dit dan toch onwetend heb gedaan, en dat de
+rana mij bovendien heeft vergund om overal in zijne staten zonder
+eenige beperking te jagen. Deze uitlegging schijnt den brahmaan niet
+te voldoen, die blijft razen en tieren, tot ik hem buiten het kamp
+laat zetten.
+
+Mynar is inderdaad een _sahsun_, dat wil zeggen eene kerkelijk
+domein; de priesters beweren dat hun dit goed geschonken werd door
+den mythischen rajah Mandhata, die vóór Vicramaditya te Dhar regeerde
+en wiens rijk zich uitstrekte tot de Aravallis. Deze koning, eens te
+Doendia, eene naburige stad, zijnde, bracht daar den goden de aswamedha
+of het offer van een paard; na afloop der plechtigheid, wilde hij de
+beide ritsjis of heilige kluizenaars, die geofferd hadden een geschenk
+vereeren, maar deze weigerden iedere gave. Toen nam de koning zijne
+toevlucht tot list: hij verborg in de bîra, het bosje betelbladen,
+dat hij hun aanbood, een brief, waarbij hun het dorp Mynar met de
+daarbij behoorende gronden in eigendom werd geschonken. De ritsjis,
+de bîra aangenomen hebbende verloren hun vermogen om wonderen te doen;
+zij vestigden zich toen op hun nieuw domein en werden landbouwers.
+
+In geheel Radsjpoetana is er geen enkele staat, waarin althans niet
+een vijfde gedeelte van den grond het eigendom is der brahmanen; in
+den loop der eeuwen heeft de brahmaansche kerk onberekenbare schatten
+opgestapeld, wier bezit zij met alle kracht verdedigt. Worden de
+vorsten niet in de oude gewijde boeken van Manoe zelf vermaand,
+om vóór hun dood al hunne persoonlijke bezittingen aan de priesters
+te vermaken? En worden zij, die de hand zouden durven slaan aan de
+gewijde goederen, niet bedreigd met een verblijf van zestigduizend jaar
+in het lichaam van een onreinen worm? Het moet toch wel hard zijn,
+na al de weelden van den troon genoten te hebben, zoo ontzettend
+diep te vallen; en aan den anderen kant is het recht aangenaam uit
+dit leven te scheiden met het bewustzijn dat, zoo uwe erfgenamen al
+teleur zijn gesteld, dan toch uwe ziel van alle smet is gereinigd
+en der zaligheid deelachtig wordt;--daarom geven de koningen, en
+de kerk behoudt wat zij eens ontving. In het koninkrijk Mewar gaat
+een vijfde van de staatsinkomsten in de handen der brahmanen over;
+en ter nauwernood durft de koning het wagen om gronden, die reeds
+voor eeuwen aan de priesters werden geschonken en nu geheel verlaten
+liggen, weder bij het kroondomein te voegen. Tot het dorp Mynar
+behooren vijfduizend _bigahs_, ongeveer zesduizend-vierhonderd bunders
+bouwland, waarvan meer dan drie vierde gedeelte onbebouwd en woest
+ligt, door de afwezigheid of het uitsterven der oude bezitters. Niet
+alleen laten de koningen dus een groot deel van hun land ongebruikt
+en braak liggen, maar nog voortdurend maken zij nieuwe schenkingen,
+die het land nog meer verarmen; doch deze staat van zaken kan niet
+eindeloos voortduren, en waarschijnlijk is de tijd niet meer verre dat
+de vorsten op aansporing der engelsche agenten, hunne bijgeloovige
+vrees zullen overwinnen en maatregelen nemen om althans de woeste
+gronden weder aan den landbouw terug te geven.
+
+Twee dagreizen brengen ons naar Tsjittore, de aloude hoofdstad
+van Mewar, en gedurende eenige eeuwen het laatste bolwerk der
+hindoesche nationaliteit tegen de mohammedaansche overweldiging. De
+stad ligt op den top van een alleenstaanden berg; het plateau heeft
+eene lengte van vijf kilometers, bij eene breedte van gemiddeld
+vierhonderd el. De wanden van den berg, die tusschen de negentig en
+honderdtwintig ellen hoog is, rijzen bijna loodrecht uit de vlakte op;
+een hooge gekanteelde muur, met zware torens voorzien, loopt langs
+den rand van den afgrond. Deze natuurlijke gesteldheid, gevoegd bij
+uitnemend aangelegde verdedigingswerken, maakte Tsjittore tot eene
+bijkans onneembare vesting; rijkelijk van waterputten voorzien, en met
+welgevulde reusachtige magazijnen, kon zij ook moeielijk door honger
+bedwongen worden:--en toch zijn weinige steden in Indië zoo dikwijls
+genomen geworden als juist deze. Haar kwetsbaar punt is eene kleine
+bergvlakte, ten zuiden van den berg, die, hoewel lager liggende dan de
+muur der vesting, toch voor de aanvallers een geschikt punt oplevert
+om de stad aan te tasten. Volgens de overlevering, zou dit plateau,
+onder den naam van Tsjittore bekend, zijn ontstaan te danken hebben aan
+den tartaarschen sultan Ala-Oedin; inderdaad was het van dit punt, dat
+hij den storm waagde, die hem, ten jare 1303, Tsjittore in handen deed
+vallen; en daar het beleg niet minder dan twaalf jaren geduurd had,
+is het zeerwel mogelijk, dat de belegeringswerken van den sultan de
+kruin van dezen vooruitspringenden heuvel aanmerkelijk hebben verhoogd;
+naar men wil, had hij op deze hoogte zijne munjanikas of werptuigen
+geplaatst. Madhaji Scindia plantte, in 1792, mede op de hoogte van
+Tsjittore zijne batterijen, waarmede hij de stad bombardeerde.
+
+Het lagere gedeelte van de berghelling is met ondoordringbaar bosch
+begroeid, waarin allerlei gedierte huist; ten oosten aan den voet
+des bergs, ligt de Toelaïti of benedenstad; aan deze zijde bevinden
+zich ook al de merkwaardige monumenten van Tsjittore. Een enkele
+weg voert van de Toelaïti naar boven, naar Tsjittore; deze toegang
+was door zeven poorten verdedigd, die tegenwoordig zeer vervallen
+zijn. Deze poorten, op verschillende hoogte geplaatst, dragen allen
+een monumentaal karakter, en zijn zeer fraai van stijl; zij bevatten
+niet slechts wachtkamers, maar zelfs groote zalen. Tusschen de
+derde en de vierde poort verrijst een klein marmeren grafmonument,
+dat de immer gedenkwaardige plek aanwijst, waar de beide helden
+Jeimul en Puttoe, tijdens het beleg der stad door keizer Akbar,
+sneuvelden. In de nabijheid is het graf van een anderen martelaar van
+de onafhankelijkheid der Radsjpoeten, Ragondeh, tegenwoordig als een
+heilige vereerd. De laatste poort is een statig, indrukwekkend gebouw:
+een wijde boog geeft toegang tot de stad; ter wederzijde zijn fraaie
+wachthuizen, door zuilen gedragen; en boven de poort is de Durri Kana
+of groote staatsiezaal der Radsjpoeten vorsten. Het was in deze zaal,
+dat de machtige Kangra Rani, de beschermgodin van Tsjittore, aan
+den rana Ursi verscheen, en hem de vernedering van zijn doorluchtig
+geslacht voorspelde. Maar hier is geen enkel brok muur, geen steen
+bijna, waaraan zich niet eene of andere legende uit den heldentijd
+hecht, en die niet de herinnering van een schitterend wapenfeit of
+van eene edele zelfopoffering voor het geheugen terugroept. Deze poort
+leidde vroeger naar eene groote schitterende stad, de roem van Indië,
+waarvan nu niets meer over is dan enkele leemen hutten, verloren te
+midden der bouwvallen van paleizen en praalgebouwen.
+
+Van al deze overblijfselen van vervlogen grootheid, paleizen en
+tempels, is verreweg het merkwaardigste de Kheerut-Khoemb of Toren
+der Overwinning van Khoembhoe. Hij werd door den rana van dien
+naam gebouwd, ter herinnering aan de groote overwinning, die hij
+op de verbonden legers des sultans van Malwa en Goezerate behaald
+had. Het eenige monument in geheel Hindostan, dat met dezen toren kan
+vergeleken worden, is de toren der Overwinning van Koetub te Delhi,
+die de Kheerut in hoogte, maar niet in schoonheid overtreft. De
+Kheerut van Tsjittore is een vierkante toren van zeven-en-dertig
+ellen hoogte; de breedte van iedere zijde is beneden tien el, en
+boven onder den koepel vijf el; de toren rust op een grondslag of
+voetstuk van dertien el aan iedere zijde. De vorm van het gebouw is
+verre van regelmatig; het is verdeeld in negen verdiepingen, waarvan
+de met zuilen versierde vensters, de balkons en uitspringende lijsten
+de eenvormigheid der lijnen bevallig breken en eene hoogst gelukkige
+uitwerking doen. Zoowel het uit- als het inwendige prijkt met duizende
+standbeelden, bas-reliefs en ornamenten; alle goden van den indischen
+Olympus zijn hier vertegenwoordigd. De negende verdieping is een
+lantaarn, waarboven zich een moderne koepel verheft, daar de oude
+door den bliksem is vernield. In deze verhevene zaal bevonden zich
+de marmerplaten, waarop de stamboom der Ranas en hunne voornaamste
+daden waren gebeiteld; het mohammedaansche vandalisme heeft er
+slechts enkelen van gespaard. Van den top des torens geniet men een
+overheerlijk uitzicht over de gansche omliggende streek.
+
+Aan den voet van dezen toren bevindt zich een tempel aan Brâma,
+den onzichtbaren god, gewijd, en mede door Khoembhoe, ter eere van
+zijn vader Mokul, gesticht. In de nabijheid ligt de Shâr Bâgh of
+de koninklijke begraafplaats, met de graftomben van al de Ranas, te
+beginnen met Bappa, den stichter der dynastie (782) tot Oedey-Singh,
+den laatsten vorst van Tsjittore (1597). Onder deze graftomben zijn er
+vele, die eene nauwkeurige studie alleszins waardig zijn. Maar waar
+zou ik eindigen, indien ik al de merkwaardigheden wilde beschrijven
+van deze aloude hoofdstad, waar nog meer dan driehonderd monumenten,
+uit een tijdvak van misschien zeven of acht eeuwen afkomstig, verhalen
+van de vroegere heerlijkheid, thans voor immer ondergegaan?
+
+Men zal zich, na het gezegde, eenigermate een denkbeeld kunnen
+maken van den geweldigen indruk, dien de rampen van deze stad
+op de Hindoes moesten maken: eene stad, die gedurende de lange
+onafhankelijkheidsoorlogen het voornaamste brand- en middelpunt der
+hindoesche nationaliteit was, en daarbij de trots en de laatste hoop
+der ridderlijke Radsjpoeten. Nog is deze herinnering levendig in
+aller gemoed, en de naam van Tsjittore, de ongelukkige stad, zweeft
+nog steeds op de lippen des volks.
+
+De Hindoes verhalen van drie-en-een-halve _sacas_ (plundering) van
+Tsjittore, tijdens het bestuur der Radsjpoeten: en wel, een onder
+Lakumsi, en de twee anderen onder Bikramajit en Oedey-Singh. Luisteren
+wij een oogenblik naar het verhaal dezer schitterende episoden uit
+de laatste heldhaftige worsteling voor de onafhankelijkheid van het
+oude Indië.
+
+De rana Lakumsi besteeg den troon zijner vaderen in het jaar 1275;
+zijne hoofdstad, tot op dat oogenblik nog door geen vijand vermeesterd,
+bevatte bijna alles wat er in Hindostan groots en heiligs was
+overgebleven: Delhi was toen reeds gevallen. Bhimsi, oom des konings
+en regent gedurende diens minderjarigheid, had de dochter van een
+edelman van Ceilon gehuwd, eene vrouw van zeldzame schoonheid en zeer
+uitnemende gaven van geest en hart. De sultan Ala-Oedin-Ghilsy, van de
+bekoorlijkheden dezer vorstin gehoord hebbende, sloeg het beleg voor
+Tsjittore, met geen ander doel dan om deze beroemde vrouw, van wier
+voortreffelijkheid het gansche land gewaagde, voor zich te winnen. De
+Radsjpoeten verdedigden zich met heldenmoed; en de sultan, wien het
+lange, hopelooze beleg begon te verdrieten, verklaarde eindelijk
+te zullen aftrekken, indien het hem slechts eenmaal vergund mocht
+zijn, het gelaat der schoone Pudmani te aanschouwen. Zijn wensch
+werd ingewilligd: en Ala, zich verlatende op het eerewoord en de
+ridderlijke trouw der Radsjpoeten, kwam binnen Tsjittore, werd bij
+de vorstin toegelaten, en verliet ongedeerd de stad. Bhimsi, zich
+niet minder edelmoedig willende toonen dan de tartaarsche sultan,
+begeleidde dezen tot buiten de vestingwerken. Juist daarop had Ala
+gerekend: de onvoorzichtige Radsjpoet zag zich plotseling overvallen
+en als gevangene naar het muzelmansche kamp gevoerd. Groot was de
+verslagenheid in Tsjittore, toen men den volgende morgen vernam, dat
+Ala zijn gevangene niet wilde loslaten, tenzij hem de prinses werd
+uitgeleverd. Pudmani aarzelde niet, en maakte aan allen haar besluit
+kenbaar, zich in handen van den sultan te stellen; maar tegelijk
+riep zij hare bloedverwanten bijeen en deelde hun het plan mede,
+dat zij ontworpen had om haar gemaal te redden. Ala werd mitsdien
+geboodschapt dat de vorstin zijne gevangene zou worden in plaats van
+Bhimsi: onder voorwaarde evenwel, dat het haar vergund zou zijn, zich
+tot aan het vijandelijk kamp te doen vergezellen door hare vrouwen
+en dienstmaagden en door de leden harer familie; en voorts onder de
+uitdrukkelijke bepaling dat de wetten van de zenanah stipt zouden
+worden geëerbiedigd. Deze voorwaarden aangenomen zijnde, daalden den
+volgenden dag zevenhonderd draagstoelen van de rotsige hoogte af;
+in iederen draagstoel zat, verborgen door de dichte gordijnen, een
+uitgelezen strijder van de ridderschap van Tsjittore; de vier dragers
+waren vermomde soldaten. Bij het tartaarsche kamp gekomen, werd aan
+de gewaande vrouwen, een half uur toegestaan om afscheid te nemen van
+Pudmani; de in vrijheid gestelde Bhimsi voegde zich bij zijne helden,
+en beraadslaagde met hen, aan aller oog onttrokken door de gordijnen
+der draagstoelen. Op een gegeven teeken springen nu de mannen eensklaps
+te voorschijn; de soldaten van Ala willen hen gevangen nemen. Van de
+verwarring gebruik makende, werpt Bhimsi zich op een paard en ijlt naar
+Tsjittore, terwijl zijn makkers zijn terugtocht dekken. De strijd was
+bloedig; van de heldenschaar der Radsjpoeten keerden maar weinigen in
+de vesting terug; maar het verlies van Ala-Oedin was zoo groot, dat hij
+den moed verloor en het beleg opbrak. De indische geschiedschrijvers
+noemen dit de halve _saca_ van Tsjittore; want hoewel de stad niet
+genomen werd, had zij toch de bloem van haar ridderschap verloren.
+
+In 1290 keerde Ala-Oedin terug en sloeg nogmaals het beleg
+voor Tsjittore; ditmaal met het vaste voornemen om deze laatste
+wijkplaats der afgodendienaars te vernietigen. Meer dan twaalf
+jaren lang bood de onneembare vesting een heldhaftigen tegenstand;
+maar eindelijk slaagden de Muzelmannen er in, zich van de hoogte van
+Tsjittore meester te maken: en nu begrepen de Radsjpoeten dat hun val
+onvermijdelijk was. De legende verhaalt dat, op dit uiterste oogenblik,
+de beschermgodin van Tsjittore, de vreeselijke Kangra-Rani, aan den
+koning Lakumsi verscheen, en tot hem de ontzettende woorden sprak:
+"Ik begeer koninklijke offers! Dat twaalf gekroonde vorsten hun
+bloed voor mij vergieten, en uwe nakomelingen zullen over Mewar
+regeeren!" Den volgenden dag riep de rana Lakumsi, die allen in
+den strijd was voorgegaan, zijne edelen en de voornaamsten der stad
+bijeen, en deelde hun de woorden der godin mede; maar de grijsaards
+trachtten den vorst te overreden, dat zijne overspannen verbeelding
+hem had misleid. Doch nu verschijnt Kangra-Rani ook voor hunne oogen,
+en roept hun toe: "Wat baten mij de duizende barbaren, die gij mij
+ten offer hebt gebracht? ik dorst naar koningsbloed! Laat iederen
+dag een andere vorst worden gekroond; laat hem getooid worden met de
+koninklijke insigniën, met de _kirma_ (zonnescherm), met de _sjatta_
+(kleine parasol) en de _sjamra_ (waaier); dat hij gedurende drie
+dagen zijne bevelen uitvaardige, en den vierden dag ten strijde ga
+en sneuvele. Op deze voorwaarden alleen zal ik met u blijven."--De
+twaalf zonen van den rana waren aanstonds bereid zich ten offer te
+wijden, en betwistten elkander de eer wie het eerst ten doode zou
+gaan. Ursi werd het eerst als koning uitgeroepen: en na eene regeering
+van vier dagen, sneuvelde hij, strijdende voor Tsjittore. Elf zijner
+zonen waren aldus voor het vaderland gevallen, toen de rana zelf
+zijn krijgers verkondigde, dat nu de beurt om te sterven aan hem
+gekomen was. De laatste zijner zonen, die op uitdrukkelijk bevel van
+zijn vader, met een zwak geleide, de vesting verlaten had, bereikte
+gelukkig het Aravalli-gebergte. De Radsjpoeten bereidden zich nu
+tot den dood: de verschrikkelijke offerande van den johur zou worden
+voltrokken. De onderaardsche vertrekken van den Rani Bindar werden
+met brandbare stoffen opgevuld, en daarboven de schatten opgestapeld,
+die de muzelmansche hebzucht het meest konden prikkelen: de juweelen,
+de gouden en zilveren vaten en de vrouwen; deze laatsten gingen, ten
+getale van eenige duizenden, dit levend graf binnen, op het voetspoor
+van hare vorstin, de onvergelijkelijke Pudmani. Toen liet de rana de
+poorten der vesting openen, en omstuwd door het overblijfsel zijner
+helden, wierp hij zich op het leger van Ala; allen werden tot den
+laatsten man gedood, na onder hunne vijanden eene verschrikkelijke
+slachting te hebben aangericht. Toen de tartaarsche sultan eindelijk
+Tsjittore binnentrok, vond hij eene zwijgende, uitgestorven stad,
+waarboven een akelige zware rookwolk hing, die opsteeg uit de
+onderaardsche vertrekken, waarin alles, dat zijne begeerlijkheid had
+opgewekt, door de smeulende vlammen werd verteerd! In zijne woede,
+vernielde hij alle gebouwen binnen de vesting, met uitzondering van
+het paleis van Pudmani, de vrouw, die de onschuldige oorzaak was
+geworden van den val van Tsjittore.
+
+Aldus de legende, die zekerlijk de historische werkelijkheid heeft
+opgesierd. De tweede verovering der uit hare puinen herrezen hoofdstad
+had plaats onder de regeering van Bikramajit, omstreeks 1537. De
+vroegere rampen waren sinds lang vergeten, en onder de glansrijke
+regeering van den rana Khoembhoe had Tsjittore het toppunt van macht en
+heerlijkheid bereikt, toen de sultan Bahadoer-Bajazet, de beheerscher
+van Goezerate, een inval in Mewar deed, om de nederlaag van zijn
+voorganger Mozuffar te wreken. De rana, een man van een heftig
+en wantrouwend karakter, door zijne edelen verlaten, die zich in
+Tsjittore hadden opgesloten, trok moedig den sultan tegen, maar werd
+verslagen. Onmiddellijk werd nu de hoofdstad belegerd, en Bajazet
+maakte daarbij gebruik van geschut: een wapen, dat de Radsjpoeten
+tot dusverre hadden versmaad. Volgens de verhalen van dien tijd,
+werd de muzelmansche artillerie gekommandeerd door een Europeaan:
+Labri Khan van Frenghân, waarschijnlijk een deserteur van de vloot
+van Vasco De Gama. Hij liet mijnen rondom de vesting aanleggen;
+en eene daarvan had eene zoo geweldige uitwerking, dat de wal over
+eene lengte van veertig ellebogen instortte, benevens een bolwerk,
+waarvan al de verdedigers omkwamen. De radsjpoeten edellieden boden een
+hardnekkigen tegenstand, en riepen, bij afwezigheid van den rana, een
+der prinsen van het koninklijk geslacht tot koning uit; deze, met de
+teekenen der souvereine waardigheid bekleed, begaf zich naar den muur
+en liet zich dooden, ten einde door dit offer de vertoornde godheid
+te verzoenen. Onder de vele bewijzen van schitterenden heldenmoed,
+waarvan ook dit beleg wederom getuige was, roemen de nationale
+barden bovenal het gedrag van de koningin-moeder, Jowahir-Baï, die,
+van top tot teen gewapend, zelf aan het hoofd eener gewapende bende,
+een uitval deed en sneuvelde, na met eigen hand eene menigte vijanden
+te hebben omgebracht. Eindelijk was langer tegenstand onmogelijk
+geworden; de vijand heeft bijna den wal vermeesterd; de vreeselijke
+plechtigheid van den johur zal wederom worden gevierd; maar de tijd
+ontbreekt om een brandstapel op te richten; de koningin Kurnavati
+en dertienduizend vrouwen vereenigen zich op eene ondermijnde rots:
+de lont wordt aan het kruid gelegd; en, na aldus hunne eer en hunne
+dierbaarste panden gered te hebben, ijlen de mannen naar de laatste
+worsteling, waaruit geen hunner keert. Bajazet werd, bij het gezicht
+dezer brandende, met dooden en stervenden opgevulde stad, van afschuw
+bevangen, en verliet haar zoo spoedig mogelijk.
+
+Ruim dertig jaren later was Tsjittore nogmaals uit zijne asch herrezen,
+toen keizer Akbar het beleg voor de stad kwam slaan. De eerste maal
+werd hij, dank zij den heldenmoed van den rana Oedey-Singh, terug
+geslagen; maar kort daarop kwam hij terug. Ditmaal beging Oedey de
+laagheid van te vluchten, en de verdediging zijner hoofdstad over
+te laten aan zijne onverschrokken vasallen; zij deden wonderen van
+dapperheid, maar niets kon de arme stad redden, dus alleen gelaten in
+hare worsteling met het ontzachelijke rijk van den Groot-mogol. De
+vertegenwoordigers der schitterendste geslachten van den adel van
+Mewar vielen in den ongelijken strijd; de weduwe van Saloembra, een
+der Omras of pairs des rijks, geleidde zelf haar zestienjarigen zoon
+en hare schoondochter naar het gevecht, en alle drie vonden den dood
+op de wallen der heilige stad. Twee clanhoofden, Jeimul en Puttoe,
+hadden het bevel over de vesting op zich genomen; zij deden al wat
+menschelijkerwijze mogelijk was om de stad te redden, en hun onbezweken
+heldenmoed wekte zoozeer de bewondering zelfs der aanvallers op, dat
+tot op den huidigen dag hunne namen bijna evenzeer door de muzelmannen
+als door de Radsjpoeten in hooge eere worden gehouden. Jeimul, door
+de hand van Akbar zelf doodelijk gewond, gaf eindelijk, het teeken tot
+den Johur. Negen koninginnen, vijf prinsessen en meer dan tienduizend
+vrouwen bestegen den brandstapel, terwijl de laatste verdedigers zich
+te midden der vijandelijke gelederen wierpen. De groote Akbar toonde
+zich onverzoenlijk, en liet allen, die nog in het leven waren gebleven,
+ombrengen; hij overtrof in vernielingswoede Ala-Oedin en Bajazet,
+en verwoestte of schond al de monumenten van Tsjittore.
+
+De godin Kangra-Rani had beloofd, deze rotsvesting nooit te zullen
+verlaten, zoolang nog een der afstammelingen van Bappa zich voor haar
+ten doode zou wijden. Getrouw aan deze belofte, hadden de zonen van
+Lakumsi, had de koning zelf, en hadden na hem vele andere vorsten, hun
+leven vrijwillig ten offer gebracht; maar bij deze laatste worsteling
+had geen enkel koninklijk slachtoffer den toorn der vreeselijke
+godin bezworen: de betoovering was geweken en de band, die haar aan
+de Sesoedias verbond, voor immer verbroken. Zij verliet de rotsburgt,
+die door haar koning verlaten was; en met haar verdween het prestige,
+dat Tsjittore omgeven had, en het steeds als het laatste en hoogste
+palladium van den stam der Radsjpoeten had doen beschouwen. De stad,
+die niet zonder recht den naam van de Onverwinlijke droeg, kon geene
+verdedigers meer vinden; en zooals de bard zegt, "deze koninklijke
+woning, die duizend jaren lang haar hoofd had opgeheven boven alle
+steden van Hindostan, is geworden tot een verblijf voor het wild
+gedierte, hare tempels zijn onreine holen geworden." Weleer de heilige
+stad bij uitnemendheid, wordt zij heden nog wel als een gewijde
+plaats beschouwd, maar die nu ten prooi is gelaten aan demonen en
+onreine geesten; en het is den rana's uitdrukkelijk verboden, haar te
+betreden. Geen hunner heeft, na Pertap-Singh, den voet op deze rots
+gezet, en zij, die het hebben gewaagd deze bouwvallen te bezoeken,
+werden als door eene onzichtbare macht terug gedreven.
+
+Zulke herinneringen omzweven de eenzame, met ruïnen gekroonde rots,
+waarop de aloude hoofdstad der rana's in doodslaap gedompeld ligt,
+verlaten en vergeten. Aan haren voet, in de vlakte, ligt de Toelaïti,
+de benedenstad, met hare fraaie, drukke bazars, vol leven en beweging,
+met hare sierlijke huizen en welvarende bevolking, de tweede stad
+des rijks. Maar meer dan al deze welvaart en vooruitgang trokken
+mij de bleeke ruïnen der oude koningsstad aan, getuigen van een zoo
+schitterend verleden, dat voor immer is voorbijgegaan.
+
+
+
+VII.
+
+
+Den 17den Maart verlaten wij Tsjittore en slaan den weg noordwaarts in
+naar Ajmeer of Adsmir, de voornaamste stad der Aravallis. Dien dag en
+de volgende dagen voert onze tocht ons nog altijd door de staten van
+den maha-rana, door de vruchtbare, maar niet overal evengoed bebouwde
+vlakten van Mewar. Onderweg maakten wij kennis met den rajah van
+Bunera, een van de aanzienlijkste vasallen van den maha-rana, die mede
+uit den koninklijken stam der Sesoedias is gesproten en een prachtig
+kasteel, geheel van wit marmer opgetrokken; bewoont. De titel van
+rajah (koning) werd aan een der voorouders van dezen hoogen edelman,
+als belooning voor bewezen diensten, door de mongoolsche keizers
+geschonken. De rajah ontving ons met die uitgezochte hoffelijkheid
+en waardige voorkomendheid, die eene der goede eigenschappen van den
+radsjpoeten adel mag worden genoemd. Wij brachten op zijn kasteel
+een paar allergenoegelijkste dagen door.
+
+In den morgen van den 23sten trokken wij de Kuhri-Nadi over, die de
+staten van den rana van de provincie Ajmeer scheidt. Deze provincie
+is het eenige gedeelte van Radsjpoetana, dat rechtstreeks onder
+britsch gezag staat. Zij behoort aan de Engelschen sedert 1818;
+in de vijftiende eeuw kwam zij in handen der mongoolsche keizers,
+en later, toen het groote rijk uit elkander viel, in de macht der
+mahratten-koningen van Gwalior; toen de Engelschen optraden als de
+erfgenamen van den Padishâh, eischten zij ook deze provincie, als deel
+uitmakende van de keizerlijke goederen, en sedert is zij ook aan hen
+verbleven. Dit belangrijk gewest ligt aan alle zijden ingesloten door
+de staten der vorsten van Mewar, Marwar, Jhodepoor en Kishengurh.
+
+Den volgenden dag bereikten wij Nusserabad, een van de gewichtigste
+engelsche militaire stations in Radsjpoetana. Het kamp maakt een
+allertreurigsten, somberen indruk; in 1857 maakten de opstandelingen
+zich van dezen post meester, verbrandden al de woningen, hakten
+al de boomen om en vernielden de plantages: de gansche streek werd
+een wildernis. Ook de indische stad onderging hetzelfde lot als het
+engelsche kamp en werd bijna geheel verwoest; tegenwoordig is zij
+niet veel meer dan een grooten bazar, die echter eene bevolking telt
+van twintigduizend zielen. Men heeft zooveel mogelijk getracht de
+aangerichte schade te herstellen: maar de boomen langs de wegen hebben
+al het voorkomen van bezemstelen; en alle pogingen om nieuwe tuinen
+en plantages aan te leggen, hebben tot dusver schipbreuk geleden:
+de grond, door de brandende zonnehitte geblakerd, en beroofd van de
+hier vooral zoo onontbeerlijke schaduw, is uitgedroogd en zoo hard als
+metaal geworden. Maar zoo het uiterlijk voorkomen van Nusserabad weinig
+opwekkend is, wijkt die indruk toch spoedig bij nadere kennismaking:
+de talrijke bezetting maakt zich hier het leven zoo aangenaam mogelijk,
+waartoe zeker de nabijheid van Ajmeer en de tegenwoordigheid van een
+aantal Europeanen zeerveel bijdragen.
+
+Hier kon ik op nieuw de ervaring opdoen, dat er weinig landen zijn,
+waar de vreemdelingen een guller en hartelijker onthaal vinden,
+dan in de engelsche stations van Hindostan. Om aan de verschillende
+uitnoodigingen te kunnen beantwoorden, zagen wij ons verplicht, vijf
+dagen te Nusserabad te vertoeven. Trouwens, die dagen werden op de
+aangenaamste wijze doorgebracht: onder anderen ook door een uitstapje
+naar de Aravallis, waar wij, met eenige officieren, gingen jagen. De
+vlakten om het kamp zijn overrijk aan allerlei soorten van wild; en
+in de dalen en kloven der groote bergketen huizen eene menigte wilde
+dieren. De jacht is dan ook een van de voornaamste uitspanningen der
+officieren, die zeer weinig te doen hebben; ieder jaar organiseeren
+zij groote expeditiën, die aan eene menigte tijgers, panthers, beren
+en dergelijken het leven kosten, en stof opleveren voor gesprekken en
+verhalen gedurende het gansche jaar. Het ontbreekt op die jachten dan
+ook dikwijls niet aan dramatische incidenten en treffende ontmoetingen;
+doorgaans zelfs loopt het niet zonder ongelukken af. Want de tijger,
+schoon in gewone omstandigheden eer lafhartig dan moedig en zoolang
+mogelijk de voorkeur gevende aan de vlucht, wordt toch, als hij eenmaal
+gewond en in de engte gedreven is, een allergevaarlijkste tegenpartij,
+die niets meer ontziet en geen gevaar kent.
+
+Den 30sten Maart begeven wij ons op weg naar Ajmeer, waarvan wij nog
+slechts vijftien mijlen verwijderd zijn. Even voorbij Nusserabad begint
+het bergland, en weldra bevonden wij ons midden in de Aravallis. Juist
+toen wij de eerste bergengte doortrokken, verhief de zon zich boven de
+kimmen, en zette het prachtige landschap eene nieuwe bekoorlijkheid
+bij; aan alle zijden verrijzen getande, afgebrokkelde, wonderlijk
+gevormde naalden en spitsen en toppen, waartusschen zich diepe
+afgronden openen, in ondoordringbaar duister gehuld. De zonnestralen,
+door de rotspunten gebroken en weerkaatst, vlechten rooskleurige
+lichtkransen om de hoogere toppen; reusachtige cactussen, de
+eenige plant die op deze hoogte tiert, vormen schilderachtige
+groepen en fantastische bosschages; op de bergvlakten verheffen
+zich enkele breedgebladerde acacias met vuurroode bloementrossen;
+duizende patrijzen, in het kreupelhout verscholen, begroeten met hun
+doordringend geschreeuw de opkomende zon, terwijl van tijd tot tijd,
+bij onze nadering, een pauw opvliegt, en als een krans van stralende
+smaragden voor onze oogen schittert. De frischheid van den morgen,
+het gezang der vogels, de schoonheid van het landschap, doen ons
+alle vermoeienissen vergeten; eene vroolijke opgewektheid bezielt
+ons allen; wij zijn weldra aan het doel. Wij slaan een hoek om,
+en daar ligt Ajmeer voor ons, met zijne beroemde citadel Teraghur;
+een prachtige, verrassende aanblik: de witte huizen der stad zijn
+in een breeden krans van groen gevat, waardoor zij eene bloeiende
+oase schijnt te midden dezer wildernis van rotsen en klippen. Eene
+breede vallei scheidt ons nog van haar, en wij hebben niet minder
+dan twee uren noodig, om die vallei door te trekken; nabij de stad is
+het veld overal bezaaid met bloemen, die reusachtige perken vormen,
+en waaruit de zoo beroemde oliën en reukwaters vervaardigd worden.
+
+Ten negen uur trekken wij, door eene der oude poorten Ajmeer binnen,
+en verliest zich onze karavaan in smalle en schilderachtige bazars,
+die op het eerste gezicht aan die van Kaïro herinneren. Onze
+voornaamste zorg is het vinden van een geschikt logement; hier is
+geen rana, die een paleis ter onzer beschikking kan stellen; hier
+is zelfs geen bungalow, want er komen hier zoo weinig reizigers,
+dat de stad geene inrichting van dien aard bezit. Wel hebben wij
+brieven voor den gouverneur der provincie, den majoor Davidson,
+en zouden wij dus een beroep kunnen doen op zijne gastvrijheid;
+maar het valt licht te begrijpen, dat ongevraagde gasten niet altijd
+welkom zijn, vooral niet, als zij met een gevolg van een vijftig
+personen komen. Ik herinnerde mij evenwel dat de majoor Nixon ons
+den raad gegeven had, om, wanneer wij in verlegenheid mochten zijn,
+ons in zijn naam te wenden tot een bankier van de sekte der Djaïnen,
+den Seth Partah-Mull. Ik vraag een der voorbijgangers mij de woning
+van den Seth te wijzen; en na verschillende groote straten, met fraaie
+huizen omzoomd te zijn doorgegaan, komen wij bij den bankier. Zijne
+bedienden ontvangen ons met groote beleefdheid; en weldra sta ik
+tegenover den Seth, een man van omstreeks veertig jaar, met een zeer
+innemend voorkomen. Nauwelijks heb ik hem de reden van ons bezoek
+medegedeeld, of zonder verdere ophelderingen of verontschuldigingen
+af te wachten, geeft hij onmiddellijk last dat een zijner huizen tot
+onze beschikking zal worden gesteld. Met innemende vriendelijkheid
+weigert hij zelfs onze dankbetuigingen aan te hooren, verklarende dat
+hij ons dank verschuldigd is voor de bewezen eer, ons tevens dringende
+om van de lange reis te gaan uitrusten. Een half uur later bevonden
+wij ons in een keurig, indisch huisje ver van de bazars in eene der
+voorsteden; de bedienden van den Seth brengen haastig alles in orde
+voor ons verblijf: rondom onze woning strekt zich een groote boomgaard
+uit, met granaat- en citroenboomen beplant; een kanaal met stroomend
+water loopt door deze bosschage, overal frischheid verspreidende. Dit
+alles heeft Purtab-Mull, met vorstelijke gastvrijheid, geheel tot onze
+beschikking gesteld voor al den tijd dien wij hier zullen vertoeven.
+
+Te Ajmeer aangekomen, haast ik mij, het geleide, dat de rana ons
+gegeven had, terug te zenden, en den koning tevens kennis te geven
+van de wijze, waarop wij onderweg zijn ontvangen geworden; vervolgens
+geef ik den majoor Davidson bericht van onze aankomst. De majoor
+zond ons aanstonds een zijner rijtuigen, en stelde zich geheel te
+onzer beschikking voor het bezoeken der stad en hare omstreken. Het
+is bijna onnoodig hierbij te voegen, dat ik ook bij hem hetzelfde
+vriendelijke onthaal en dezelfde voorkomende hulpvaardigheid vond,
+waaraan de hooge engelsche ambtenaren in Indië mij reeds gewend hadden.
+
+Ajmeer is eene zeer oude stad; in de eerste eeuwen onzer jaartelling
+werd zij gesticht door den Sjohan Aja-Pal, die, volgens de legende,
+aanvankelijk een herder was, maar later een machtig vorst werd. Hij
+bouwde de beroemde citadel, die de stad beheerscht, en maakte zich van
+geheel de omliggende landstreek meester. Vandaar de naam der stad, die
+sommigen Aja-Mer, de berg van den herder, of Aji-Mer, de onverwinlijke
+berg, noemen. In 1191 maakte de Sultan Shahab-Oedin zich meester
+van Ajmeer, in 1559 voegde Akbar ook dit gewest bij het rijk van den
+Groot-mogol. De latere lotgevallen van de stad vermeldde ik reeds.
+
+Ajmeer ligt in eene bekoorlijke vallei; aan de eene zijde breidt
+de stad zich uit langs den oever van eene schilderachtig meer,
+de Ana-Sagur; aan de andere zijde leunt zij tegen de hellingen van
+een prachtigen berg, op welks top zich het fort Teraghur verheft. De
+schoone ligging en het heerlijke klimaat lokten al vroeg de mongoolsche
+keizers, die de vallei met hunne paleizen en parken vulden. Een der
+fraaiste dezer paleizen is dat van Daôlat-Baugh, dat in de zestiende
+eeuw door keizer Jehanghir werd gebouwd, en tegenwoordig de residentie
+is van den engelschen gouverneur. Sierlijke marmeren paviljoenen
+verrijzen aan den oever van het meer, en bieden het heerlijkst
+panorama over de stad en de omliggende bergen. De groote tuin is vol
+eeuwenheugende boomen: daar ontving der trotsche Jehanghir eens den
+gezant van koning Jacobus I van Engeland, die hem de hulde van zijn
+meester kwam brengen.
+
+Het meer is, evenals alle meren in dat gedeelte van Indië, gevormd
+door het kunstmatig afsluiten eener rivier; de reusachtige dijk
+werd in de elfde eeuw, onder de regeering van koning Ana-Dévâ,
+aangelegd. De stad is omsloten door een gordel van zware muren, op
+bevel van keizer Jehanghir opgetrokken, die aan de eene zijde langs de
+toppen der aangrenzende bergen loopen en zich aan de citadel Teraghur
+aansluiten. Acht groote, fraaie poorten geven toegang tot de stad. Aan
+de zijde der vlakte wordt Ajmeer verdedigd door een versterkt kasteel,
+dat een groot paleis en kazernen voor de bezetting bevat, maar alleen
+in tijd van nood wordt gebruikt. Geene andere stad van Radsjpoetana,
+Jeypoor uitgezonderd, bezit zulke fraaie bazars als Ajmeer; het is die
+gedeeltelijk aan de Engelschen verschuldigd. Deze bazars zijn fraaie,
+breede, wel aangelegde straten, ter wederzijde van trottoirs voorzien;
+de benedenverdiepingen der huizen zijn tot sierlijke winkels ingericht;
+de gevels prijken met balkons en verandahs. De woningen der rijken
+zijn van wit marmer, en daaronder zijn er verscheidene, die met
+volle recht op den naam van paleizen aanspraak mogen maken. Ik wijs
+slechts op het paleis der Seths, het eigendom van eenige bankiers van
+de sekte der Djaïnen, een wonderschoon gebouw, eerst in den laatsten
+tijd verrezen, maar dat gerust de vergelijking kan doorstaan met de
+uitnemendste gewrochten van de kunst der Radsjpoeten.
+
+Nevens deze groote ruime bazars, de schepping der Engelschen, breidt
+zich een net uit van nauwe, kronkelende, schilderachtig verwarde
+straten en stegen, altijd opgevuld met eene luidruchtige menigte. De
+kunstenaar vindt daar eerst het ware, echte Ajmeer en weinige steden
+van het Oosten, Kaïro daaronder begrepen, kunnen een verrassender,
+bekoorlijker aanblik opleveren. Alle stammen en rassen van Indië
+ontmoeten elkander in deze nauwe straten, niet meer dan twee el breed,
+waar de voornaamste markt gehouden wordt van een land, ongeveer zoo
+groot als Frankrijk; in deze duistere winkels vindt ge genoegzaam alle
+takken van nijverheid en bedrijf vertegenwoordigd. Niets belangrijker
+dan eene wandeling door deze bazars: gedurende mijn verblijf in de
+stad besteedde ik geregeld mijne morgenuren, om alleen te midden dezer
+schare heen en weder te kuieren; en iederen dag vond ik wat nieuws,
+dat mijn aandacht trok. Daar zit op zijn hooge bank, waarheen hij
+langs een trap opstijgt, de juwelier, een brahmaan, kenbaar aan
+het gewijde koord om het naakte bovenlijf, bezig met het snijden
+van keurige edelgesteenten: hij heeft eene groote bril op den neus,
+het onmisbaar teeken zijner waardigheid als meester in het vak; zijne
+leerlingen, ongetwijfeld zijne zonen, zijn bezig met het smeden of
+bewerken van kostbare metalen. Zoodra ik het woord tot hem richt,
+neemt hij zijn bril af, groet mij met de uiterste wellevendheid, en
+haalt dadelijk uit een ijzeren kistje zijne kostbaarheden voor den
+dag; hij laat mij alles zien, en verklaart mij de wijze van bewerking;
+hij is volkomen tevreden indien ik eene of andere kleinigheid koop,
+zonder mij iets hoegenaamd op te dringen.--Daarnaast is de fabriekant
+van armbanden en ringen; voor het vuur neergehurkt, smelt hij zijn fijn
+rood- of groenkleurig lak, dat hij vervolgens over een ronden vorm,
+in de gedaante van een suikerbrood, uitspreidt; dan verdeelt hij de
+massa, met een scherp werktuig, in smalle ringen, en haar plotseling
+afkoelende, stelt hij mij in een oogenblik twintig braceletten
+ter hand, even licht als sierlijk. Deze kunstenaar is doorgaans
+een banian van Marwar of een muzelman; zijne vrouw is hem bij zijn
+bedrijf behulpzaam, of wel zij past de braceletten aan de klanten,
+die nooit ontbreken, want alle vrouwen en meisjes, van welke kaste
+ook, dragen eene menigte van deze armbanden, zoo zelfs dat soms de
+geheele voorarm er mede bedekt is; en daar deze sieraden uiterst
+broos en tevens zeer goedkoop zijn, is er steeds drukke navraag.
+
+De rij der winkels volgende, komen wij langs de vervaardigers
+van muziekinstrumenten, waar ge groote violen, guitaren, gongs
+en tam-tams ziet uitgestald; langs de kopergieters, op den grond
+neergezeten te midden van stapels van koper vaatwerk van allerlei
+vorm en grootte. Somwijlen is eene gansche straat uitsluitend bewoond
+door lieden, die hetzelfde ambacht drijven: schoenmakers, zijdewevers,
+pottenbakkers, die, zonder iets van de concurrentie te vreezen, hunne
+waren nevens elkander uitstallen. De bazars waar laken en zijde en
+andere stoffen verkocht worden, zijn de voornaamste; hier zijn de
+winkels goed verlicht en netjes; de koopman, op sneeuwwitte kussens
+neergezeten, wacht rustig zijne klanten af, terwijl zijn boekhouder,
+van den morgen tot den avond op eene eindelooze rol papier zit te
+cijferen. Te midden der vroolijke, luidruchtige menigte bewegen zich
+voortdurend een aantal straatventers, die u op luiden toon hunne
+waren aanprijzen: balletjes van suiker en meel, gebakjes, groenten,
+vruchten, betel, messen en vele andere zaken.
+
+Sedert eeuwen reeds in de macht der muzelmannen, bevat Ajmeer geen
+enkel monument meer, dat aan zijne vroegere beheerschers herinnert,
+die, naar de overlevering verhaalt, de stad met de uitnemendste
+kunstgewrochten hadden getooid; van deze heerlijkheid is evenwel
+niets overgebleven dan de Araï-Dinka-Jhopra, aan den voet van den
+Teraghur, waarop ik straks terugkom. Binnen de stad zelf is het eenige
+oude monument de doergah van Kowjah-Sayed: een der meest gevierde
+heiligdommen van het mohammedaansche Hindostan. De doergah bevat het
+graf van den hoogvereerden Kowjah-Sayed, den eersten prediker van den
+islam aan de ongeloovige bewoners van Ajmeer. In het jaar 527 van de
+hedsjra in Sijistan geboren, kwam hij te Ajmeer met den veroveraar
+Koetub en bleef daar tot aan zijn dood. Hij had, toen hij stierf,
+den eerwaardigen ouderdom van honderd-acht jaren bereikt. Zijn leven
+was eene opeenvolging van vrome daden en van wonderen, die de stof
+hebben geleverd voor tallooze legenden. Na zijn dood vereerden alle
+vorsten van Indië zijn graf met geschenken; en keizer Jehanghir liet
+hem, in 1610, een prachtig mausoleum oprichten.
+
+Ik begaf mij naar den doergah met een aanbevelingsbrief van den
+gouverneur; maar deze had mij toch gewaarschuwd dat ik waarschijnlijk
+niet zeer vriendelijk zou worden ontvangen: want in den regel worden
+de Europeanen niet tot het inwendige van het gebouw toegelaten. Bij
+de eerste poort werd ik terug gehouden door een groep mannen met
+een somber en dreigend voorkomen, die mij op ruwen toon toevoegden,
+dat ik niet verder mocht gaan, zonder mij eerst van mijne schoenen
+te ontdoen. Daar ik mij vast voorgenomen had, alles te zien,
+gehoorzaamde ik dadelijk aan dit bevel, en volgde op mijne kousen
+een der mollahs, die aanbood mij als gids te dienen. Wij betraden
+eene ruime binnenplaats, met wit marmer geplaveid, en aan alle zijden
+omgeven door moskeeën en graftomben, allen verblindend wit en stralende
+in het zonnelicht; in het midden, door prachtige boomen overschaduwd,
+verhief zich het wit marmeren mausoleum. Die weinige boomen, te midden
+dezer omgeving van gepolijst marmer, verspreidden eene zachte, als
+van licht doortrokken schaduw, en maakten van dezen hof, waar anders
+de veelheid der monumenten lichtelijk zou hebben vermoeid en gedrukt,
+een waar paradijs. Eene diepe stilte heerschte in het rond; geen enkel
+geluid, dan alleen het zacht gemompel van enkele oude mollahs, die, op
+de steenen neêrgebogen, gebeden en litanieën prevelden. Ik zette mij
+onder een boom neder, en mijn gids liet mij aan mijne overpeinzingen
+over. Het was mij niet vergund, het graf zelf van den heilige te
+naderen, maar van verre zag ik een massief zilveren kist onder
+een troonhemel van goudlaken: daar rustten de kostbare relikwieën,
+waaraan telken jare vele duizende pelgrims hunne hulde komen bewijzen.
+
+Van den doergah van Kowjah-Sayed begaf ik mij naar de moskee van
+Araï-Din-ka-Jhopra, waarvan de bouwvallen zich schilderachtig
+verheffen in een klein bosch, op korten afstand van de wallen van
+den Teraghur. Deze beroemde moskee is zeker een der merkwaardigste
+monumenten van geheel Hindostan, niet alleen door hare zeldzame pracht,
+maar vooral door hare archeologische beteekenis. Zij is tegelijkertijd
+een der eerste gebouwen, door de muzelmannen in Indië opgericht,
+en ook een der fraaiste exemplaren van de eigenaardige architectuur
+der Djaïnen, uit de eerste eeuwen onzer jaartelling. Dit schijnbaar
+zonderling verschijnsel is evenwel niet moeilijk te verklaren. Toen
+de Mohammedanen de indische rijken overweldigden, waren hunne woeste
+horden op niets anders dan op plundering en vernieling bedacht,
+zonder er zich in het minst om te bekommeren wat de plaats zou moeten
+innemen der kunstgewrochten, die zij verwoestten. Eenmaal meester van
+het land geworden zijnde, en zich daar voorgoed willende vestigen,
+haastten de eerste sultans zich, tempels op te richten ter eere van
+den waren God; en daar zij zelf geen bouwmeester hadden, moesten zij
+daarvoor de hulp der Hindoes inroepen. De prachtige paleizen der oude
+inlandsche koningen en de wonderschoone tempels der afgoden leverden
+hun bouwstoffen in onuitputtelijken overvloed. Zij lieten slechts de
+afgodsbeelden wegnemen, eenige eigenaardige ornamenten aanbrengen,
+en gaven aan het aldus gemetamorphoseerde gebouw den stempel eener
+moskee door het bijbouwen van een gevel of portiek met puntbogen. Aldus
+ontwikkelde zich die grootsche, indrukwekkende stijl, waaraan sommigen
+den naam van indo-sarraceenschen hebben gegeven, en waaraan Indië,
+voor een goed deel, zijne uitnemendste kunstgewrochten dankt.
+
+De Araï-Din-ka-Jhopra--dat wil zeggen, het werk van twee-en-een-halven
+dag--staat op een hoog terras, waarheen vroeger breede steenen trappen
+voerden, die tegenwoordig verdwenen en door een eenvoudiger stoep
+vervangen zijn. De aanblik van deze ruïnen is zeer schilderachtig:
+dicht geboomte omhult den voet van het terras, en laat niets
+doorschemeren dan alleen de gebeeldhouwde kroonlijst der moskee. Eene
+sierlijke poort voert naar eene groote geplaveide binnenplaats, waarvan
+de zerken meerendeels verbroken zijn. Tegenover deze poort verrijst
+de moskee; maar de gevel is bijna geheel verborgen door eene rij
+groote boomen en een modernen muur, hetgeen het effect bederft. Aan de
+drie andere zijden is de hof omgeven door zuilengalerijen, die groote
+paviljoenen, in een ernstigen stijl gebouwd, dragen. Eerst als ge door
+het poortje in den muur zijt gegaan, kunt ge de moskee in haar geheel
+overzien. In het midden van den voorgevel verheft zich eene hooge
+majestueuse poort, ter wederzijde omgeven door drie lagere booggangen:
+deze zeven poorten dragen de namen van de zeven dagen der week. De
+gansche voorgevel is als met een net van beeldhouwwerk bedekt, zoo
+fijn en zoo smaakvol, dat het alleen met kant te vergelijken is. Het
+inwendige der moskee is dezen prachtigen voorgevel volkomen waardig:
+moeilijk kunt ge u iets schooners denken dan deze ruime hal, waarvan
+het heerlijk gebeeldhouwde gewelf door vier rijen sierlijke zuilen
+gedragen wordt.
+
+Het middenschip is gedekt door eene reeks koepels in den eigenaardigen
+djaïna-stijl; de zijschepen hebben platte zolderingen, in vakken
+verdeeld en evenals de koepels, met de grootste weelderigheid en
+rijkste verscheidenheid van beeldhouwwerk bedekt. De zuilen zijn
+evenzeer uitnemende modellen van den djaïna-stijl; door hun slanken
+vorm en hunne schikking geven zij aan den tempel een karakter van
+grootschheid en majesteit, meer dan anders aan de heiligdommen dezer
+secte eigen pleegt te zijn.
+
+Geen enkel opschrift geeft den tijd der stichting van dezen tempel
+aan; in den muur bevindt zich wel een zwart marmeren plaat, waarop
+eenige regelen in het sanskriet zijn gebeiteld, maar dit opschrift
+is volstrekt onleesbaar. Todd meent dat de tempel gesticht werd door
+koning Swamprithi, twee eeuwen vóór Christus; en tot staving van
+dat gevoelen beroept hij zich op de gelijkenis van dit monument
+met de ruïnen van een ander heiligdom te Komulmair, waarvan de
+stichting aan dien vorst wordt toegeschreven. Het komt mij juister
+voor, de stichting van dezen tempel te plaatsen omstreeks de vierde
+eeuw van onze jaartelling, toen de zoogenaamde djaïna-stijl, zich
+van den boeddhistischen stijl losmakende, zich zelfstandig begon
+te ontwikkelen. Ware de Araï-Din-ka-Jhopra inderdaad door koning
+Swamprithi gebouwd, dan zou zij een boeddhistische tempel zijn
+geweest. Wat hier ook van zij, de oude tempel van Ajmeer, later in
+eene moskee herschapen, is een hoogst merkwaardig kunstgewrocht;
+en het is treurig te zien, hoe dit monument gaandeweg in een bouwval
+verandert: over weinige jaren zal er zoogoed als niets meer van over
+zijn; en den Engelschen zal met recht het verwijt treffen dat zij
+een gedenkteeken hebben laten vervallen, zelfs door de wilde horden
+van Turkestan ontzien en met eerbied behandeld.
+
+Ik richtte nu mijne schreden naar den ouden burcht der Sjohan-koningen,
+waarvan de zware muren en torens, volgens de overlevering door Aja-Pal
+gebouwd, zich op den top des bergs, ongeveer duizend voet boven mijn
+hoofd, verhieven. Dit was geen gemakkelijk werk, want de helling
+van den berg is zeer steil; maar de moeite wordt rijkelijk beloond
+door het prachtige panorama, dat zich, naarmate men hooger komt,
+voor den blik ontvouwt. Van de wallen van den Teraghur overziet ge,
+met een enkelen blik, geheel deze breede, wonderschoone vallei, eene
+ware oase, verloren te midden van eene wildernis van naakte rotsen en
+dorre zandvlakten; naar het westen ontwaart ge eene breede, lange gele
+streep: dat is de woestijn van Thoerr, Maroestan, het koninkrijk van
+den Dood. Het uitzicht treft bovenal door de rijke afwisseling en de
+scherpe contrasten, vlak nevens elkaar; het loont, zooals ik zeide,
+volkomen de moeite der beklimming; maar iets anders moet ge hier
+dan ook niet zoeken. Geen enkel spoor is meer te vinden van de oude
+koninklijke paleizen: niets dan eene kleine, armzalige, witgepleisterde
+moskee, en de ruime barakken van het engelsche sanitarium. De lucht is,
+op deze hoogte, zeer zuiver, en de temperatuur, bijna het gansche jaar
+door, gematigd. De Engelschen hebben daarvan gebruik gemaakt, en de
+oude koningsveste ingericht tot een sanitarium of gezondheids-station,
+waar de soldaten, die te Nusserabad en te Ajmeer in bezetting liggen,
+zich van tijd tot tijd komen verfrisschen en hunne uitgeputte krachten
+herstellen.
+
+De omstreken der stad zijn uitnemend schoon en rijk aan bekoorlijke
+wandelingen. Een van de voornaamste sieraden der omliggende dorpen zijn
+de reusachtige baolis of waterputten. De uitdrukking put is echter
+min juist gekozen: het is een soort van vijver, door onderaardsche
+bronnen gevoed, en waarvan de waterspiegel altijd verscheidene ellen
+beneden den beganen grond ligt. De wanden van dezen reusachtigen put
+zijn tot boven den grond met sierlijke galerijen, eenige verdiepingen
+hoog, voorzien; ik weet het geheel niet beter te vergelijken dan
+bij een huis, waar men door het dak zou inkomen, en ver beneden
+op de binnenplaats neerzien. Een koepel kroont het geheele gebouw,
+dat in den regel eene stichting is van particuliere liefdadigheid en
+den reiziger een vrij verblijf aanbiedt. De galerijen zijn dan ook
+meestal met eene bonte menigte gevuld; en beneden, aan den rand van
+den vijver, ziet ge altijd mannen en vrouwen, die zich baden of de
+door hunne godsdienst voorgeschreven wasschingen volbrengen. Water
+en koelte zijn de kostbaarste geschenken, die men in Indië den armen
+reiziger, op zijne eindelooze tochten, bieden kan; en waar hij die
+vindt, zal hij nooit vergeten voor zijn edelen weldoener te bidden.
+
+Wij vertoefden omstreeks tien dagen te Ajmeer, en brachten dien tijd,
+in gezelschap van majoor Davidson en een kleinen kring Europeanen,
+zoo aangenaam mogelijk door. Eindelijk moesten wij zorgen voor eene
+nieuwe karavaan, om onze reis naar Jeypoor te vervolgen: en daar wij
+hier geen inlandsch vorst vonden, die ons dadelijk verschafte wat wij
+noodig hadden, had dit vrij wat moeite in. Evenwel, met behulp der
+engelsche overheden, slaagde ik er in, de noodige lastdieren bijeen
+te krijgen, benevens twee slechte dromedarissen. Daar de wegen veilig
+waren, hadden wij geen gewapend geleide noodig.
+
+(_Wordt vervolgd._)
+
+
+
+
+
+DE KINABOOM IN INDIË.
+
+
+De britsch-indische regeering is op de gelukkige gedachte gekomen,
+om den kostbaren kinaboom, wiens vaderland, zooals men weet,
+Zuid-Amerika is, naar Hindostan over te brengen, en daar, zoo mogelijk,
+te acclimatiseeren. De door haar genomen proeve mag nu reeds worden
+gerekend volkomen te zijn geslaagd. In de plantages op den Nilagiris
+bevinden zich tegenwoordig ruim twee millioen zesmaalhonderd duizend
+kinaplanten, die eene uitgestrektheid van meer dan negenhonderd-vijftig
+acres (bunders) land beslaan. De grootste boomen zijn dertig voet
+hoog, en hebben een omvang van ruim drie voet. In het afgeloopen
+jaar werden bijna zevenduizend-driehonderd pond voortreffelijke
+kinabast uit deze plantages te Londen ter markt gebracht, terwijl
+bovendien meer dan vijf-en-dertig duizend pond in Indië zelf
+werden afgeleverd. De totale opbrengst bedroeg zestienhonderd pond
+sterling. De aanzienlijke uitgaven, die de regeering zich voor de
+aankweeking dezer kostbare plant in Indië getroost heeft, zullen haar
+binnen kort met winst worden terugbetaald; en, wat van meer belang is,
+reeds nu worden jaarlijks honderde inboorlingen, door het gebruik der
+kinine, genezen. Het hoofddoel van dezen menschlievenden, weldadigen
+maatregel, het kostbaar geneesmiddel tegen de koorts ook voor de
+armsten verkrijgbaar te stellen, is reeds bereikt geworden. Ook in
+dit opzicht heeft de britsche regeering bewezen een zegen voor hare
+aziatische onderdanen te zijn.
+
+
+
+
+
+HET INDO-ENGELSCHE GEZANTSCHAP AAN DEN ATALIK-GAZI VAN OOST-TURKESTAN.
+
+
+Sedert nu ruim een jaar geleden, de russische generaal Kaulbars naar
+Kashgar ging en met den Atalik-Gazi een handelsverdrag sloot, heeft men
+zich ook in Engeland meer rekenschap gegeven van het gewicht, dat deze
+vorst in het hart van Centraal-Azië, door de ligging van zijn land, bij
+den min of meer vreedzamen wedstrijd tusschen Rusland en Engeland in
+de schaal kan leggen. Door het boek van Shaw, dat zoovele belangrijke
+mededeelingen omtrent de handelsbetrekkingen dezer streken bevat,
+en door de herhaalde waarschuwingen van Vámbery, zijn de Engelschen
+tot de overtuiging gekomen, dat hier niet enkel commerciëele, maar ook
+zeer ernstige politieke belangen op het spel staan. Hayward en Forsyth
+waren, evenals Shaw, nu drie jaren geleden naar Yarkhand gegaan, om
+met den Atalik-Gazi betrekkingen aan te knoopen; maar hunne pogingen
+waren met geen gunstig gevolg bekroond geworden. Sedert dien tijd is
+bij dien vorst, voornamelijk door het naderen der Russen tot dicht
+bij de grenzen van zijn rijk, de overtuiging levendig geworden,
+dat het in zijn eigen belang wenschelijk is, met den onder-koning
+van Hindostan op vriendschappelijken voet te staan.
+
+In het begin dezes jaars verscheen te Calcutta een gezant van den
+Atalik-Gazi, om de wederzijdsche betrekkingen tusschen de beide
+mogendheden te bespreken, en de verzekering te geven, dat een
+engelsch gezantschap in Kashgar op eene vriendelijke ontvangst kon
+rekenen. De onder-koning, lord Northbrooke, heeft onmiddellijk aan
+dien wenk gevolg gegeven; en voor eenigen tijd is uit Calcutta het
+bericht ontvangen dat dit gezantschap, in de maand Juli aanstaande,
+van Simlah uit de reis zou aanvaarden. Vandaar zal het gezantschap
+den weg volgen door Kashmîr en Ladakh, en vandaar over Shadoela en
+Yarkhand naar Kashgar, waar men nog voor het einde van het jaar hoopt
+aan te komen. Aan het hoofd dezer zeer belangrijke zending staat de
+bekwame, ervaren Forsyth, wien verder eenige uitstekende mannen op
+verschillend gebied zijn toegevoegd.
+
+Met het oog op de groote gebeurtenissen, die zich, in eene meer of min
+verwijderde toekomst, in Centraal-Azië voorbereiden, kan de uitslag
+van deze zending van zeer groot gewicht zijn.
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENING
+
+
+[1] Zie _Aarde_, 1872, bladz. 281 en volgende.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Schetsen uit de Indische Vorstenlanden, by
+Louis Rousselet
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SCHETSEN UIT DE INDISCHE ***
+
+***** This file should be named 18098-8.txt or 18098-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/8/0/9/18098/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+*** END: FULL LICENSE ***
+