summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--16725-8.txt3156
-rw-r--r--16725-8.zipbin0 -> 57972 bytes
-rw-r--r--16725-h.zipbin0 -> 2283111 bytes
-rw-r--r--16725-h/16725-h.htm4083
-rw-r--r--16725-h/images/cover-illustration.jpgbin0 -> 44676 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/cover.jpgbin0 -> 80422 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p004.jpgbin0 -> 120030 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p005.jpgbin0 -> 22266 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p007-1.jpgbin0 -> 19451 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p007-2.jpgbin0 -> 18757 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p009.jpgbin0 -> 41360 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p011.jpgbin0 -> 43446 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p013.jpgbin0 -> 31665 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p015.jpgbin0 -> 13935 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p017.jpgbin0 -> 36748 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p019.jpgbin0 -> 39205 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p020.jpgbin0 -> 22375 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p022-1.jpgbin0 -> 15572 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p022-2.jpgbin0 -> 2475 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p025.jpgbin0 -> 27252 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p028.jpgbin0 -> 34310 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p029.jpgbin0 -> 25389 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p030.jpgbin0 -> 35876 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p032.jpgbin0 -> 12109 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p033.jpgbin0 -> 26687 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p034.jpgbin0 -> 75222 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p036.jpgbin0 -> 18018 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p038-1.jpgbin0 -> 10202 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p038-2.jpgbin0 -> 8278 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p039.jpgbin0 -> 31040 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p042.jpgbin0 -> 20278 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p043.jpgbin0 -> 12855 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p044.jpgbin0 -> 30625 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p045.jpgbin0 -> 15113 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p047.jpgbin0 -> 11478 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p049.jpgbin0 -> 34443 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p050.jpgbin0 -> 17310 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p051.jpgbin0 -> 30301 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p052.jpgbin0 -> 27582 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p053.jpgbin0 -> 46584 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p054.jpgbin0 -> 12619 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p056.jpgbin0 -> 19758 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p057.jpgbin0 -> 17825 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p058.jpgbin0 -> 16553 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p059.jpgbin0 -> 16920 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p060.jpgbin0 -> 14622 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p062.jpgbin0 -> 71132 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p063.jpgbin0 -> 12259 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p064.jpgbin0 -> 15029 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p065.jpgbin0 -> 12398 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p067.jpgbin0 -> 11355 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p068.jpgbin0 -> 14320 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p070.jpgbin0 -> 24756 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p072.jpgbin0 -> 78735 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p073-1.jpgbin0 -> 4537 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p073-2.jpgbin0 -> 4424 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p076.jpgbin0 -> 49282 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p078.jpgbin0 -> 40955 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p080.jpgbin0 -> 51325 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p082.jpgbin0 -> 24463 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p084.jpgbin0 -> 20111 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p087.jpgbin0 -> 6713 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p089.jpgbin0 -> 20907 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p090.jpgbin0 -> 27343 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p091.jpgbin0 -> 29141 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p095.jpgbin0 -> 19834 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p097.jpgbin0 -> 20823 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p098.jpgbin0 -> 39687 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p099.jpgbin0 -> 14842 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p101.jpgbin0 -> 53937 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p103.jpgbin0 -> 30574 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p105.jpgbin0 -> 15545 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p107.jpgbin0 -> 24440 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p108.jpgbin0 -> 26248 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p109.jpgbin0 -> 18746 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p110.jpgbin0 -> 12977 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p111.jpgbin0 -> 11704 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p113.jpgbin0 -> 11785 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p115.jpgbin0 -> 19683 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p117.jpgbin0 -> 23107 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p119.jpgbin0 -> 69318 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p120.jpgbin0 -> 3434 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p122.jpgbin0 -> 22289 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p123.jpgbin0 -> 10616 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p124.jpgbin0 -> 30119 bytes
-rw-r--r--16725-h/images/p125.jpgbin0 -> 24171 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
89 files changed, 7255 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/16725-8.txt b/16725-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..e3c90f0
--- /dev/null
+++ b/16725-8.txt
@@ -0,0 +1,3156 @@
+The Project Gutenberg EBook of Sprookjes van Jean Macé, by Jean Macé
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Sprookjes van Jean Macé
+
+Author: Jean Macé
+
+Illustrator: Jan Wiegman
+
+Translator: Hermanna
+
+Release Date: September 19, 2005 [EBook #16725]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROOKJES VAN JEAN MACÉ ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ SPROOKJES
+
+ VAN
+
+ JEAN MACÉ.
+
+
+ VERTAALD DOOR HERMANNA.
+
+ GEÏLLUSTREERD DOOR JAN WIEGMAN.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+I.
+
+DE KLEINE DEUGNIET.
+
+
+Er was eens een kleine jongen, die zoo stout was, dat ieder er schande
+over sprak. Hij sloeg de kindermeid, gooide moedwillig glazen en borden
+stuk, stak zijn tong tegen zijn vader uit en durfde zijn arme moeder,
+die hem, ondanks al zijn gebreken, hartelijk liefhad, boos van zich
+af te duwen, als zij hem, midden in een driftbui, in haar armen wilde
+nemen, om hem tot bedaren te brengen.
+
+Behalve zijn ouders, noemde niemand hem meer bij zijn eigenlijken
+naam; men zei eenvoudig _Deugniet_ tegen hem, of wel _Verniel-al,_
+maar dat was zoo'n mondvol om uit te spreken. Als de kleine jongen
+maar een spikkeltje eergevoel had gehad, zou hij er zich stellig erg
+over hebben geschaamd, want zóó heette de hond bij hem thuis ook,
+een echte woesteling, die alles kapot maakte.
+
+Deugniet schaamde zich echter nooit.
+
+Je denkt nu misschien, dat hij ook een nare jongen was om te zien.
+
+Integendeel, hij had wàt een aardig gezichtje en mooi, blond krulhaar,
+waar zijn moeder niet weinig trotsch op was. Als hij in een goede bui
+was--zoo'n bevlieging duurde helaas maar kort--kon hij er wezenlijk
+uitzien om te stelen.
+
+Je kunt begrijpen hoeveel verdriet zijn ouders er van hadden, dat
+hun jongetje in werkelijkheid zoo heel anders was, dan je, op zijn
+uiterlijk afgaande, zoudt meenen. Niet alleen al de buren, neen, de
+geheele stad sprak er over, hoe 'n groot leed het voor zulke brave,
+algemeen geächte menschen moest wezen, zoo'n verschrikkelijk stout
+kind te hebben.
+
+Iedereen wist er uit eigen ondervinding over mee te praten. De een
+vertelde, dat Deugniet hem met een steen had gegooid, toen hij op
+zekeren dag voor zijn deur een luchtje stond te scheppen,--de ander,
+dat de bengel, na die hevige regenbui van laatst, met opzet in een
+grooten plas had staan dansen, om de voorbijgangers met modder
+te bespatten;--de melkvrouw zei tegen ieder, die 't hooren wou,
+dat ze er voortaan wel voor zou oppassen, hem in de buurt van haar
+blankgeschuurde emmers te laten komen--verbeeld je, onlangs had hij
+er uit baldadigheid nog handenvol fijn zand ingegooid---en eindelijk
+dreigde de politieagent, die zijn standplaats op den hoek der straat
+had, zelfs, hem mee naar 't bureau te zullen nemen, als hij 't niet
+wou laten, de kleine meisjes te knijpen, die, op weg naar school,
+langs zijn huis moesten.
+
+Om kort te gaan, er werd zooveel over zijn ondeugendheid gesproken, dat
+het ook een oude fee ter oore kwam, die zich, na jarenlang omzwerven,
+op een stil plekje, niet ver van deze stad, had teruggetrokken.
+
+Fee Goed-Hart, zoo heette zij, was zóó goed, dat je je er eenvoudig
+geen voorstelling van kunt maken, maar juist door haar buitengewone
+goedheid, kon zij ook geen kwaad in haar omgeving dulden. Iets slechts
+te _zien,_ maakte haar ziek en er zelfs maar over te _hooren praten,_
+benam haar wel een weeklang den eetlust. In den loop der jaren had
+zij, in haar hoedanigheid van fee, reeds heel wat groote en kleine
+kwaaddoeners gestraft, en hoewel zij nu eigenlijk van haar arbeid
+rustte, besloot zij zich toch, terwille van Deugniet, nog eens op te
+maken, om hem een les te geven, die tot zijn verbetering zou kunnen
+strekken. Zij liet zijn ouders dus weten, dat zij hen op dien en dien
+dag zou komen bezoeken.
+
+Fee Goed-Hart had een groote vermaardheid in 't gansche land. Ieder
+rekende het zich tot een eer en vond 't een zeldzame onderscheiding,
+haar in zijn huis te mogen ontvangen, want zij was niet kwistig met
+haar bezoeken en leefde zoo stil en teruggetrokken, dat 't zelfs al
+een bijzonderheid mocht heeten, als zij zich eens in de stad vertoonde.
+
+Deugniets ouders waren dan ook zeer ingenomen met het vooruitzicht
+fee Goed-Hart bij zich te zullen zien en spaarden moeite noch kosten,
+om de hooggeeerde gast waardig te ontvangen.
+
+Op den vroegen morgen van den gewichtigen dag ging de keukenmeid naar
+de markt en deed daar een ruimen inslag van 't beste en 't fijnste, dat
+er maar te koop was. Toen zij eindelijk weer thuis kwam, kon zij haar
+groote boodschappenmand haast niet meer torsen, zoo'n massa was er in.
+
+Nu kwam 't heele huishouden in rep en roer. Het mooiste servies,
+het fijnste kristal, werd voor den dag gehaald. Ook de ouderwetsche,
+zilveren schotels, die anders veilig in groote kasten opgeborgen waren,
+zouden bij deze bijzondere gelegenheid dienst moeten doen.
+
+Wat hadden allen 't druk! Het personeel was onvermoeid in de weer en
+had de handen vol werk. Hier kwam er een met manden vol flesschen uit
+den kelder; daar zag je een ander met uitgezochte vruchten beladen de
+dessertkamer binnengaan. In de keuken was 't een heen-en-weer-gevlieg
+en gedraaf, dat 't hoofd er je van om zou loopen--er was zooveel,
+waaraan nog gedacht, waarvoor nog gezorgd moest worden. Maar niemand
+klaagde over deze buitengewone drukte. Fee Goed-Hart was zóó bemind,
+dat de menschen voor haar door 't vuur zouden zijn gegaan.
+
+"Wat zullen we vandaag met den jongen beginnen?" vroeg Deugniets vader
+aan zijn vrouw. "Je weet, hoe onhebbelijk hij zich altijd in gezelschap
+gedraagt. 't Kind zal ons voor de heele stad te schande maken, als
+hij zich, ook in 't bijzijn der fee, niet verkiest in te binden. Zoo
+iets wordt dan natuurlijk overal bekend, met dàt gevolg, dat wij ons,
+als ouders van dien bengel, nergens meer zullen kunnen vertoonen."
+
+"Maak je niet bezorgd," sprak de goede moeder; "laat 't ventje maar
+eens aan mij over. Om te beginnen zal ik er voor zorgen, dat hij er
+keurig uitziet, 'k Zal zijn blonde krullen, die hem zoo goed staan,
+met mijn gouden kam netjes in orde brengen, dan trek ik hem zijn mooie,
+nieuwe pakje en zijn schoenen met gespen aan, en voorts zal ik hem zóó
+op 't hart drukken toch vooral lief en gehoorzaam te zijn, dat je je
+over zijn gedrag heel niet meer ongerust zult behoeven te maken. Je
+zult zien, dat wij zelfs nog eer met hem zullen inleggen."
+
+Deugniets lieve moeder geloofde zoo graag het goede van haar kind. Ook
+gunde zij hem zoo echt, straks mee aan te zitten aan den kostelijken
+disch. Wat haarzelf betrof, zonder 't bijzijn van haar kleinen jongen
+zou deze feestdag voor haar al 't feestelijke verloren hebben.
+
+Doch toen zij hem riep, omdat het tijd werd met 't opknappen te
+beginnen, bleek 't, dat hij nergens te vinden was. De stoute jongen
+had over fee Goed-Hart hooren spreken, en wist nu van angst niet waar
+hij zich bergen zou. Waarom hij eigenlijk zoo bang voor haar was,
+zou hij zelf niet hebben kunnen zeggen.
+
+Het kwaad brengt zijn eigen straf met zich mee. Daarom hebben zij,
+die verkeerd doen, altijd een grooten, door niets anders te verklaren
+angst voor alles, wat goed is.
+
+Toen Deugniet hoorde, dat hij geroepen werd, veranderde hij weer van
+schuilplaats; zijn geweten liet hem geen rust, zie je!
+
+Allen waren nu in de weer om hem te zoeken. De tijd drong. Verbeeld
+je eens, dat de fee kwam, voordat zijn moeder nog met hem klaar was!
+
+Eindelijk werd hij in het kamertje naast de keuken gevonden,
+dat gebruikt werd om 't een en ander uit de hand te zetten. Maar
+hoe? Dàt was het 'm juist! De stoute jongen zat met zijn vingers in
+de vanille-vla, die er stond af te koelen!
+
+De keukenmeid slaakte luide jammerkreten, toen ze haar vla terugzag,
+die heerlijke vla, waaraan zij zooveel zorg had besteed. Totaal
+bedorven was ze. Er kon geen sprake van zijn _die_ nog op de tafel
+te zetten en tijd om nieuwe te maken was er ook niet---och, och,
+wat een ramp!
+
+Maar hoe ze ook klaagde en jammerde en tegen Deugniet uitvoer, er was
+niets aan te doen, zij zou zich in 't onvermijdelijke moeten schikken
+en vla zou vandaag van 't menu geschrapt moeten worden.
+
+Nog was zij niet tot bedaren gekomen, toen er een ongewoon tumult
+op straat ontstond. Men hoorde paardengetrappel, hoera-geroep. In
+vliegenden galop kwam fee Goed-Hart aanrijden. Allen spoedden zich
+naar de voordeur.
+
+Deugniet werd voor 't oogenblik vergeten. Hij wist toen niets beters
+te doen, dan zich weer zoo gauw mogelijk uit de voeten te maken en
+holde naar den zolder, waar hij zich achter 't brandhout, dat hier
+voor den winter opgestapeld lag, verstopte.
+
+Zijn arme moeder vond 't vreeselijk naar, hem op een dag als dezen
+niet bij zich te hebben, maar 't was nu niet de tijd hierbij stil
+te staan. Moedig drong zij haar tranen terug en trad zoo opgewekt
+mogelijk naar voren, om de goede fee, die juist uit haar koets stapte,
+te verwelkomen.
+
+Onder tallooze eerbetooningen werd zij naar de eetzaal geleid, waar
+de overige gasten reeds aanwezig waren.
+
+Weldra nam 't gezelschap aan de groote, feestelijk gedekte tafel
+plaats.
+
+Tegen 't einde van den maaltijd liet fee Goed-Hart haar blik door de
+zaal gaan.
+
+"Waar is uw kleine jongen?" vroeg zij aan Deugniets moeder, die deze
+vraag al onder vreezen en beven verwacht had.
+
+"Och mevrouw," gaf zij ten antwoord, "we hebben 't den heelen morgen
+zoo volhandig gehad, dat er geen tijd is overgeschoten om hem netjes
+aan te kleeden en in zijn huispakje durfde ik hem toch niet in uw
+tegenwoordigheid te brengen."
+
+"Gij verheelt de waarheid," sprak de fee op strengen toon, "en daar
+hebt gij ongelijk aan. Men bewijst kinderen een slechten dienst door te
+trachten hun fouten te verbloemen. Stuur iemand om hem hier te halen,
+zooals hij is; ik wensch hem op staanden voet te zien."
+
+De bedienden, die uitgezonden werden om Deugniet op te sporen, keerden
+echter na eenigen tijd terug met de boodschap, dat hij nergens te
+vinden was.
+
+Deugniets vader haalde zijn schouders op, maar zijn moeder kon 't niet
+helpen, dat zij er eigenlijk, in haar hart, blij om was. Deugniet
+stond niets goeds te wachten--dat begreep zij maar al te best. Fee
+Goed-Hart liet niet met zich spotten, als er stoutheid in 't spel was;
+stellig zou zij een strenge berisping, ja, mogelijk wel een flinke
+straf voor hem klaar hebben.
+
+Maar de oude fee was niet van plan de zaak hiermee als afgedaan te
+beschouwen. Zij had zich nu eenmaal de moeite getroost, terwille van
+Deugniet, naar de stad te komen en wilde haar werk nu ook niet ten
+halve doen. Eén wenk aan haar gunsteling, een dwerg, die gedurende
+den maaltijd achter haar stoel had gestaan, was voldoende, om hem de
+zaal uit te doen snellen.
+
+Deze dwerg--Grauwbaard werd hij genoemd naar zijn langen, grijzen
+baard--bezat reuzenkrachten. Hij had zich meer in de breedte, dan in
+de lengte ontwikkeld en zijn geweldig lange, knoestige armen zagen
+er uit, als in elkaar gestrengelde, oude wingerdranken.
+
+'t Eigenaardigste aan hem was echter, dat hij ondeugende, kleine
+jongens kon ruiken. Zooals een jachthond het spoor van een haas volgt,
+zoo kon hij, op den reuk afgaande, in een ommezien zoo'n stouten,
+kleinen bengel opsporen.
+
+Allereerst liep hij naar de keuken, vandaar ging hij naar boven,
+de trap op naar de eerste verdieping, naar de tweede verdieping, nog
+hooger en hooger, totdat hij op den zolder kwam en recht toe, recht
+aan, op den houtstapel af schoot, waar je 't gescheurde broekje van
+den vluchteling al tusschen de takkenbossen door zag schemeren. Zonder
+een woord te zeggen, tilde hij hem met één hand aan zijn ceintuur op
+en droeg hem zoo, met uitgestrekten arm naar de eetzaal, waar zijn
+komst een hartelijk gelach veroorzaakte. Geen wonder! De arme Deugniet
+zag er nu allesbehalve op zijn voordeeligst uit. Zijn verkreukelde
+blouse was aan den eenen kant zwart van 't kolenhok, waar hij zich
+vanochtend ook al verstopt had, en aan den anderen kant wit van 't
+stukadoorsel der verschillende muren, waarmee hij in aanraking was
+gekomen. In zijn verwarde krullen hingen takjes en droge blaadjes
+van de takkenbossen, zonder nog te spreken van een groot spinneweb,
+waar Grauwbaard hem doorheen had gesleept en dat nu aan flarden achter
+hem aan wapperde. Zijn gezicht was vuurrood van boosheid en zat, van
+'t puntje van zijn neus tot onder aan zijn kin, vol vla. Hij wrong
+zich in allerlei bochten en spartelde geducht, om los te komen,
+maar tevergeefs; de dwerg hield hem stevig vast.
+
+'t Was een potsierlijk schouwspel!
+
+Drie personen van 't gezelschap hadden echter hun ernst bewaard: in
+de eerste plaats Deugniets vader, wiens gelaat groote ontevredenheid
+uitdrukte, zijn moeder, wier oogen zich met tranen hadden gevuld,
+en de oude fee, die den stouten jongen een dreigenden blik toewierp.
+
+"Waar kom jij vandaan, jongeheer en waarom heb ik je niet eerder hier
+gezien?" zoo sprak zij hem aan.
+
+Deugniet antwoordde niet, maar vloog, zoo gauw de dwerg hem op den
+grond zette, naar zijn moeder, om zijn gezicht, stampvoetend, in den
+schoot van haar japon te verbergen.
+
+"Dat kind doet graag zijn eigen zin," zei de fee. "Welaan, ik zal hem
+bij mijn vertrek een gave schenken, waarmee hij wel zeer ingenomen
+zal wezen:
+
+_Ik ontsla hem voor immer, van wat hem zal mishagen._
+
+Vaarwel, mevrouw," zoo vervolgde zij, zich tot Deugniets moeder
+wendend, wier blanke hand onwillekeurig den ragebol van den kleinen
+bengel streelde. "Vaarwel, mevrouw, ik beklaag u, dat ge zoo'n
+kind hebt.--Ik zou u raden, hem nu allereerst maar eens een ferme
+schoonmaakbeurt te geven; hij ziet er uit, om met geen tang aan
+te raken."
+
+Vol majesteit verhief zij zich van haar zetel en begaf zich weer naar
+haar koets, gevolgd door den trouwen Grauwbaard, die den sleep van
+haar gewaad droeg.
+
+Haar gastheer en gastvrouw bleven als verslagen in de feestzaal achter
+en ook den overigen aanwezigen, die nu geen lust meer tot lachen
+hadden, was het onbehagelijk te moede. Zij dropen zoo stil mogelijk,
+één voor één, af en verlieten het huis, van welks vernedering zij
+getuige waren geweest. 't Was te voorzien, dat zij niet zouden nalaten
+straks aan de heele stad verslag van 't gebeurde te geven.
+
+Nu, het kon ook waarlijk geen kleinigheid heeten, dat fee Goed-Hart,
+wier bezoek ieder zich tot zoo'n hooge eer rekende, ontevreden van
+hier vertrokken was, niettegenstaande men alles in 't werk gesteld had,
+om haar een schitterende ontvangst te bereiden!
+
+Deugniets vader zette zijn hoed op en liep wrevelig de deur uit,
+met de woorden: "die bengel heeft ons voor allen tot schande gemaakt."
+
+Zijn moeder schreide zonder iets te zeggen en streelde nog altijd
+werktuigelijk de verwarde krullen van den kleinen rustverstoorder,
+terwijl ze over de eigenaardige gave nadacht, die de fee hem tot
+afscheid geschonken had.
+
+Eindelijk stond zij op en nam Deugniet bij de hand.
+
+"Kom, mijn kind," sprak ze, "we zullen doen wat de fee heeft gezegd."
+
+Zij nam hem mee naar de slaapkamer en maakte aanstalten zijn gezicht
+en zijn handen eens heerlijk met een groote, in helder, frisch water
+gedoopte spons te wasschen.
+
+Deugniet, die nog onder den invloed verkeerde van wat er zooeven
+was voorgevallen, liet haar eerst zonder tegenstribbelen begaan,
+maar zoo gauw voelde hij 't koude water niet in neus en ooren komen,
+of hij werd weerspannig en ontsnapte onder luid geschreeuw naar
+'t andere eind van de kamer.
+
+"Neen, neen," riep hij uit alle macht; "het water is veel te koud en
+te nat. Ik wil niet natgemaakt worden!"
+
+Zijn moeder had hem echter gauw weer opgevangen en ging, ondanks zijn
+stampvoeten en gillen, weer met de groote spons over zijn gezicht.
+
+De noodlottige gave der fee trad evenwel reeds in werking. Het water
+gehoorzaamde aan Deugniets bevel; ten einde het natmaken van zijn
+gezicht te vermijden, golfde het ter rechter- en ter linkerzijde de
+waschkom uit en wist de spons zoo goed te ontwijken, dat zij er geen
+druppeltje van in zich kon opnemen en telkens weer kurkdroog uit de
+kom te voorschijn kwam.
+
+Er was niets aan te doen. De kamer dreef van 't water, maar het
+halfgewasschen gezicht van den kleinen jongen had er geen spatje van
+mee gekregen, sedert hij zich zoo onvoorzichtig had uitgelaten.
+
+Deugniets arme moeder sloeg haar doornatte japon uit en wierp zich,
+den strijd met 't onwillige water moede, mistroostig op een stoel.
+
+"Kom," zoo sprak zij na een poosje tot zichzelf, "laat ik hem tenminste
+maar kammen, dan zal hij er toch niet meer zoo slordig uitzien."
+
+Zij nam 't kind op haar schoot en begon zijn krullen met haar mooien,
+gouden kam te bewerken. Weldra stiet deze echter op een der droge
+takjes, waar zich eenige fijne haartjes om verwikkeld hadden. Hoe
+voorzichtig de goede moeder ze ook uit de war probeerde te halen,
+Deugniet schreeuwde huizenhoog en wilde zich niet geduldig laten
+helpen.
+
+"O, o, u doet me pijn!" riep hij uit; "ik wil niet meer gekamd worden!"
+
+Dadelijk bogen de tanden van den kam zich naar achteren en weigerden
+verder door de blonde krullen te gaan.
+
+Deugniets moeder schrikte geducht. Gauw haalde ze een anderen kam,
+maar deze deed helaas 't zelfde.
+
+Het dienstpersoneel kwam op haar wanhoopskreten aanloopen; ieder van
+hen bracht zijn eigen kapgerei mee, maar tevergeefs, geen enkele kam
+werd bereid gevonden Deugniets krullen uit de war te halen. Eindelijk
+kwam de roskam van 't paard er zelfs bij te pas. Helaas, nauwelijks
+had ook deze 't blonde haar aangeraakt, of hij legde zijn ijzeren
+tanden plat en ging over Deugniets hoofd, zonder een enkel haartje
+van zijn plaats te brengen.
+
+Deugniet zette groote oogen op en begon berouw te krijgen over
+zijn ondoordachte woorden. Om je de waarheid te zeggen, was de
+kleine bengel nogal ijdel en vond 't een allesbehalve plezierig
+vooruitzicht, voortaan ongewasschen en ongekamd te moeten blijven
+rondloopen. Hij begon dus uit alle macht te schreien, 't gewone
+redmiddel van ondeugende, kleine jongens, die niet meer weten wat
+zij zullen zeggen of doen.
+
+"Moeder moet me wasschen en kammen," riep hij snikkend uit, maar
+nu was het daarvoor te laat. Wèl had de fee hem ontslagen van alles
+wat hij vervelend vond, maar dit sloot niet in, dat nu ook al zijn
+wenschen ingewilligd zouden worden.
+
+Om hem te troosten, wou zijn moeder hem zijn mooie, nieuwe pakje en
+zijn schoenen met gespen aantrekken. Er was echter op dit oogenblik
+geen land met hem te bezeilen. Buiten zichzelf van drift en boosheid,
+gooide hij 't een, zoowel als 't ander, zoover mogelijk van zich af.
+
+"Ik wil mijn mooie, nieuwe pakje niet hebben," riep hij uit, "en
+'k wil ook mijn schoenen met gespen niet aandoen. Ik wil een spons,
+waar 't water uitdruipt en een kam, die door mijn haar gaat."--
+
+Maar daar er geen spons te vinden was, die nat wou worden, noch een
+kam, die door zijn krullen wou gaan, begon hij, na een tijdje misbaar
+te hebben gemaakt, toch terug te krabbelen en vroeg uit zichzelf om
+zijn mooie pakje en zijn schoenen met gespen.
+
+Weer wat nieuws! Het pakje en de schoenen hadden zijn woorden gehoord
+en weigerden nu op hun beurt te komen, waar men niet op hen gesteld
+was geweest. Het pakje vloog gewoon weg, toen hij 't wou grijpen;
+hoe verder Deugniet de armen uitstrekte, des te hooger ging het en
+eindelijk bleef het aan de zoldering hangen, vanwaar 't spotachtig
+op hem scheen neer te zien. De schoenen deden al even mal op hun
+manier. De eene werd plotseling zoo klein, dat zelfs een kat er zijn
+pootje niet in zou hebben kunnen krijgen en de andere werd zoo groot,
+dat Deugniet er wel twee voeten tegelijk in kon steken.
+
+Zijn moeder stuurde eerst het personeel weg, dat verbluft over 't
+geen hier vandaag te zien was, als vastgeworteld in de kamer was
+blijven staan; zij vond het al te naar voor haar kleinen jongen zoo
+aangegaapt te worden in zijn vernedering.
+
+Toen zij alleen waren, trok zij hem aan haar borst.
+
+"Wat zal er nog van ons moeten worden, kind," zoo riep zij uit,
+"als je je niet vast wilt voornemen, in 't vervolg dadelijk en zonder
+tegen te stribbelen te gehoorzamen! Dit heeft de goede fee je willen
+leeren, door de rampzalige gave, die zij je bij haar vertrek heeft
+geschonken. Mijn jongen, luister goed en onthoud het voor je leven:
+_als men kinderen iets gelast, dient het tot hun bestwil; geen grooter
+ongeluk zou hun kunnen overkomen, dan zelf de vrije beschikking over
+'t al of niet gehoorzamen te verkrijgen._
+
+De fee heeft jou die vrije beschikking geschonken en nu bemerk je reeds
+wat er de treurige gevolgen van zijn. Waak toch in 's Hemels naam over
+jezelf, als je mij niet van verdriet wilt laten sterven, want ik voel,
+dat 't mij onmogelijk zal zijn je ongelukkig te zien. En toch zal je
+dit weldra worden, kind, ongelukkig, diep rampzalig, als je er mee
+voortgaat jouw wil tegen dien van vader of moeder in te laten gaan."
+
+Deugniet was zoo dom niet, of hij begreep heel goed hoe waar deze
+woorden waren. Ook hield hij veel van zijn moeder--welk kind, hoe
+ondeugend ook, zou _dit_ kunnen laten?--Haar diepe smart en teedere
+liefde deden zijn steenen hartje eindelijk smelten. Hij sloeg zijn
+armen om haar hals, drukte zijn vuil snoetje tegen haar reine, blanke
+wangen en veegde zoo de twee groote tranen weg, die stil naar beneden
+gleden. Zij alleen hadden de macht de betoovering te verbreken, die
+in werking was getreden, na zijn verklaring, niet meer nat gemaakt
+te willen worden.--
+
+Zoo waren moeder en zoon dus weer verzoend. Samen gingen ze nu naar
+de huiskamer, waar op een aardig tafeltje van gepolijst notenhout de
+boeken en schriften van den kleinen jongen gereed lagen.
+
+"Wees nu eens ijverig," sprak zijn moeder, terwijl zij hem op
+'t voorhoofd kuste, "en leer als een lieve jongen het lesje, dat
+je vanavond voor vader moet opzeggen. Wanneer de goede fee hoort,
+dat je je best hebt gedaan, wordt zij misschien zachter jegens je
+gestemd en zal ze er mogelijk toe te bewegen zijn, die noodlottige
+gave weer terug te nemen."
+
+Als Deugniet het voor 't kiezen had gehad, zou hij den tuin in zijn
+gevlogen. Nu hij echter pas, slag op slag, zulke harde lessen had
+gehad, durfde hij niet tegen te spartelen en ging dus gehoorzaam aan
+de tafel zitten. Met moed begon hij te leeren, maar ongelukkigerwijze
+stiet hij al in den vierden regel op zoo'n moeielijk, lang woord,
+dat de oude tegenzin plotseling weer de overhand kreeg. Dat lastige
+woord bracht alles in de war. 't Was als een groote steen midden op
+je pad, die je den doorgang verspert. Na vruchteloos getracht te
+hebben er overheen te komen, gooide de ongeduldige, kleine jongen
+'t boek spijtig op den grond.
+
+"Ik heb een hekel aan leeren; 'k wil van geen enkel boek meer iets
+weten," riep hij driftig uit.
+
+"Wat is dàt nu?" vroeg zijn moeder en zag hem aan met een blik,
+die hem aanstonds tot zichzelf bracht. "Is dàt wat je mij zooeven
+beloofd hebt?"
+
+"Neen moeder," antwoordde hij beschaamd; "och, wees maar niet
+boos!" Meteen raapte hij het boek op en wou weer aan zijn lesje
+beginnen, maar, stel je voor, met geen mogelijkheid kon hij het open
+krijgen. Zijn hevig ontstelde moeder spande eveneens al haar krachten
+in----tevergeefs.
+
+Nu riep zij den koetsier en den huisknecht, beiden sterke mannen; ze
+hielden 't boek ieder aan een kant van den band vast en trokken er uit
+alle macht aan. Verloren moeite! Het wist van wikken noch verwegen. De
+smid kwam er zelfs met beitel en hamer en de schrijnwerker met zijn
+verschillende werktuigen aan te pas. Zij braken er hun gereedschappen
+op stuk, maar 't boek bleef dicht.
+
+"Ik zal een ander nemen," zei Deugniet en stak zijn hand naar een
+vertelselboek uit, dat hij heel mooi vond. Dit zat echter zoo stevig
+aan de tafel vastgekleefd, dat er geen denken aan was het los te
+krijgen. Een derde verdween, wanneer de kleine jongen 't wou grijpen
+en verscheen zoo brutaal mogelijk weer, zoo gauw hij zijn hand had
+teruggetrokken. Om kort te gaan, Deugniet had van geen enkel boek
+meer iets willen weten,--nu wilden de boeken ook niets meer van
+Deugniet weten.
+
+"Och, ongelukkig kind, wat heb je gedaan!" riep zijn moeder onder
+tranen uit. "Nu bestaan er voortaan geen boeken voor je. Hoe zal je
+dan nog iets kunnen leeren? Je zult je levenlang dom moeten blijven!"
+
+Haar tranen vloeiden zoo rijkelijk op het weerspannige boek, den
+bewerker van al dit onheil, neer, dat 't geheel werd doorweekt en zich
+zelfs onder den invloed van dezen veelvermogenden regen al begon te
+openen. Maar nog bijtijds herinnerde het zich, wat 't aan zijn eer
+verschuldigd was, schudde de tranen van zich af en sloot zich weer
+met een knappend, droog geluid.
+
+Deugniet vond 't wel jammer, dat 't boek, waar die mooie verhalen in
+stonden, voortaan voor hem gesloten zou blijven--de andere boeken
+konden hem minder schelen; hij was nog niet verstandig genoeg om
+er 't nut van in te zien--maar weet je wat hem 't ergst van alles
+hinderde?--Dat zijn moeder zoo bedroefd was!
+
+Daardoor werd hij ook verdrietig en schreide met haar mee, terwijl
+hij haar beloofde nooit meer ongehoorzaam te zullen zijn.
+
+Ondertusschen was zijn vader thuisgekomen, 't Werd tijd voor 't
+avondeten. Van 's middags af had hij met groote stappen buiten de
+stad gewandeld, ieder bekend gezicht vermijdend, omdat hij niet over
+'t bezoek der fee, waarvan men natuurlijk reeds overal op de hoogte
+zou zijn, aangesproken wou worden.
+
+Hij was moe van de lange wandeling en ontstemd door de herinnering
+aan het tooneel van dien middag. Geen wonder, dat hij den kwâjongen,
+die dit op zijn geweten had, niet al te vriendelijk gezind was. Maar
+toen hij hem zóó aan tafel zag verschijnen, ontredderd, slordig en
+vuil als hij was met zijn gescheurde kleeren, verwarde krullen en
+nog grootendeels met vla besmeerd gezicht, steeg zijn toorn ten top.
+
+"Wat beteekent dat?" zoo wendde hij zich op barschen toon tot zijn
+vrouw. "Zijn wij nog niet genoeg aan de kaak gesteld? Moeten we
+nog dieper vernederd worden, dat je het klaarblijkelijk aan vreemde
+menschen wilt overlaten dien kleinen schelm te komen wasschen?"
+
+Deugniets moeder hoorde dit onverdiende verwijt geduldig aan. Zij
+durfde hem niet te vertellen, hoe de vork in den steel zat, bevreesd
+als zij was, dat zijn toorn zich dan op 't kind zou ontladen. Hoe graag
+wilde zij zelf onrecht lijden, wanneer zij er den kleinen jongen maar
+straf door zou kunnen besparen!
+
+En hieraan had zij nog eens weer ongelijk, want nu kwam 't kind,
+dat haar onrechtvaardig bejegend zag, in opstand tegen zijn goeden
+vader, wiens ontevredenheid immers onder deze omstandigheden zoo
+vanzelfsprekend was. Hoe toch kon hij zuiver oordeelen, zoo lang
+hem de ware toedracht der zaak niet opgehelderd was?--Had Deugniet
+maar bedacht, dat zijn eigen stoutheid de oorzaak van alles was en
+hij zijn liefde voor zijn moeder niet beter zou kunnen bewijzen, dan
+door eerlijk op te biechten, hoe alles zich had toegedragen! Nu deze
+opstandige geest echter eenmaal, met een schijn van recht, in hem was
+gevaren, verzette hij zich uit alle macht tegen zijn vader, zoodat hij,
+brutaal-kortaf, 't bord soep afwees, dat deze voor hem had opgeschept.
+
+"Neen," riep Deugniet, "'k wil geen soep."
+
+Je moet weten, dat hij juist niet veel van deze soep hield; des te
+gemakkelijker kon hij er dus voor bedanken.
+
+Nauwelijks had hij echter weer dat noodlottige "'k wil niet" gezegd,
+of de soep vloog van 't bord en viel met zoo'n plons in de terrine
+terug, dat ieder vol spatten kwam.
+
+'t Vest van Deugniets vader werd 't ergst bespat. Deze dacht, dat
+de jongen hem de soep in 't gezicht had willen gooien--van zoo'n
+stout kind kon men immers alles verwachten--en stond driftig op,
+om hem een flinke kastijding te geven.
+
+Zijn vrouw hield hem echter nog bijtijds tegen.
+
+"Straf hem niet!" riep zij uit. "'t Arme ventje kan het niet
+helpen. Hij is er toch al ongelukkig genoeg aan toe. Nu zal hij ook
+nooit meer soep kunnen eten!"
+
+Door dit voorval kwam de geheele waarheid aan 't licht; zij kon nu
+niet langer voor Deugniets vader verborgen blijven.
+
+Je kunt begrijpen, dat dit hem niet kalmer stemde.
+
+"'t Is wat moois," zei hij, "wat moeten we nu met dien bengel
+beginnen? Ik wil zoo'n vuilpoes niet langer onder mijn oogen hebben,
+dat is zeker. De aschman moet hem maar meenemen, of, als die niet
+van hem gediend is, kan hij als scheepsjongen gaan varen. Aan boord
+weten ze met zulke schelmen wel raad. Morgen zal ik er dadelijk werk
+van maken. Nu moet hij naar bed; als hij slaapt, kan hij tenminste
+geen streken uithalen."
+
+Deugniets moeder nam den jongen al bij de hand, om hem, uit vrees
+voor een nieuwe ramp, zelf naar boven te brengen, maar dáár wou haar
+man niets van hooren.
+
+"Volstrekt niet," zei hij, "dat zou maar verwennen wezen. Op zoo'n
+manier zou hij zich nog gaan verbeelden een arm, beklagenswaardig
+slachtoffer te zijn. Jij blijft hier; Marianne moet hem naar bed
+brengen."
+
+Marianne was een stevige boerendeerne met een gezond, blozend
+uiterlijk. Zij had al heel wat trappen en schoppen van Deugniet gehad,
+maar wist hem toch nog altijd de baas te blijven. Ook nu pakte zij
+hem met haar sterke armen eenvoudig op en droeg hem weg, alsof hij
+een veertje was.
+
+Zoo gauw Deugniets moeder met haar man alleen was, deed zij al wat
+in haar vermogen stond om hem, ten opzichte van zijn plannen met
+den kleinen jongen, te vermurwen. Eindelijk slaagde zij er in hem
+er af te brengen. 't Kind behoefde dan voorloopig nog niet naar 't
+schip. Maar--'t was de laatste keer, dat hij genade voor recht liet
+gelden, zoo sprak Deugniets vader met nadruk. Wanneer er weer iets
+met den bengel voorviel, zou hij onverbiddelijk zijn.
+
+Onderwijl verliep de tijd. Een half uur was voorbij gegaan, sedert
+Marianne den jongen had meegenomen--een uur zelfs was 't nu reeds
+geleden, en nòg kwam zij niet terug!
+
+De arme moeder kon 't van ongerustheid niet langer uithouden. Zij liep
+naar boven, naar de kamer van den kleinen jongen. Ik geef je te raden,
+wat voor schouwspel zij daar zag!
+
+De dikke Marianne had zich aan 't ledikant vastgeklemd en probeerde
+nu tevergeefs het tegen te houden, terwijl het haar, onder 't maken
+van allerlei bokkesprongen, door de heele kamer meetrok.
+
+Natuurlijk had Deugniet dit weer op zijn geweten!
+
+Hij was zoo boos geweest, omdat hij zonder avondeten naar boven
+was gezonden--'s middags had hij ook al niets gehad, zooals je je
+zult herinneren--dat hij eerst ook niet naar bed had willen gaan,
+en----nu hield het bed hem aan zijn woord.
+
+Al wou hij nù ook nog zoo graag gaan slapen, hij kwam er niet in,
+hoor, geen denken aan! Zoo gauw hij maar naar het ledikant toeliep,
+begon het te steigeren als een vurig paard. De matrassen golfden
+op en neer als de baren van een onstuimige zee en de dekens dansten
+dwarrelend door elkaar, waarbij ze den kleinen, ongehoorzamen bengel
+telkens lustig om de ooren sloegen.
+
+Er was klaarblijkelijk niets aan te doen--hij zou den nacht op een
+stoel moeten doorbrengen.
+
+Deze opeenhooping van ongelukken werd Deugniet te veel. Als hagel
+waren de tegenspoeden sedert vanochtend op hem neergekomen.
+
+Hij verviel in een van zijn hevige driftbuien en rolde, woest om zich
+heen slaande, over den grond.
+
+Zijn moeder, die erg veel medelijden met hem had, stak haar armen naar
+hem uit. "Kom hier, kind," sprak ze met haar zachte, vriendelijke stem,
+"dan zal ik je dicht tegen mij aandrukken en in mijn japon wikkelen,
+om je vannacht warm te houden."
+
+Maar Deugniet wilde niet naar haar luisteren. Hij was buiten zichzelf
+van drift en stiet zeker wel meer dan twintigmaal de beschermende
+armen terug, die naar hem werden uitgestrekt.
+
+Eindelijk kwam hij wat tot bedaren. Doodmoe van al zijn schreien en
+misbaar-maken, voelde hij nù groote behoefte aan rust. Zijn moeder
+hield nog altijd haar armen open en zag hem met een weemoedigen
+glimlach aan. Wat was er natuurlijker, dan dat Deugniet nu, in zijn
+kalmere stemming, niet langer aan haar stille uitnoodiging weerstand
+bood. Hij maakte reeds aanstalten om naar haar toe te vliegen, maar
+werd door een onzichtbare hand teruggehouden, zoodat het hem onmogelijk
+was ook maar één stap in de richting van zijn moeder te doen.
+
+Dit was de genadeslag! Zijn laatste ongehoorzaamheid beroofde hem
+voor altijd van 't voorrecht zijn moeder te omhelzen.
+
+Moeder en kind brachten den nacht op zes voet afstands van elkaar door,
+en waren onmachtig dichter tot elkaar te naderen.
+
+Hoe droevig keken zij elkaar aan!
+
+Deugniet deed zich de bitterste verwijten en was zóó terneergeslagen,
+als hij nooit eerder na een ondeugende bui was geweest. Geen wonder;
+de toestand was nu ook veel en veel ernstiger: voor altijd uit moeders
+armen buitengesloten te zijn, is dat niet het vreeselijkste, wat een
+kind overkomen kan?
+
+Maar wie zal de wanhoop van zijn moeder beschrijven?
+
+Zij schreide niet en sprak geen woord--ze kon enkel het uit haar
+armen verbannen kind met een verwilderden, ontzetten blik aanstaren,
+vreezend, dat haar verstand deze groote smart niet zou kunnen
+verwerken.
+
+
+
+II.
+
+
+Toen de morgen eindelijk was aangebroken, stond zij op en zei met
+vermoeide, treurige stem: "kom kind, wij zullen fee Goed-Hart gaan
+opzoeken; ik zal je voorspraak bij haar zijn."
+
+Onwillekeurig stak zij den arm uit, om hem bij de hand te nemen,
+doch deze werd door iets onzichtbaars teruggeduwd; zoo verliet zij
+dus het huis, op eenigen afstand gevolgd door den kleinen jongen,
+die niet meer het recht had naast zijn moeder te loopen.
+
+Fee Goed-Hart woonde op een mijl afstands van de stad in een groot,
+door een prachtig park omgeven kasteel. Ieder had vrijen toegang tot
+haar. Slechts een gewone, op manshoogte afgeschoren heg scheidde het
+park van den weg en het hek was enkel met een klink gesloten. Moeder
+en zoon ondervonden dus niet de minste verhindering op hun tocht naar
+'t kasteel.
+
+Weldra stonden zij aan den voet van het bordes, waar Grauwbaard een
+luchtje schepte. Het was vroeg in den ochtend. De oude fee was nog
+niet bij de hand. Zij hield er van 's morgens haar gemak te nemen,
+een zwakje, dat de goede dame zich te eerder veroorloofde, daar
+niemand er immers schade door had.
+
+Zoo gauw vernam zij echter niet, dat er iemand was om haar te spreken,
+of zij stond schielijk op en was in een oogwenk klaar, om de smeekbede
+der bedroefde moeder aan te hooren.
+
+"Och mevrouw," sprak deze, haast zonder zich den tijd te gunnen haar
+te begroeten, "och mevrouw, red ons, erbarm u over ons en neem de
+vreeselijke gave toch terug, die ge mijn kind gisteren geschonken
+hebt."
+
+"Ik zie 't al," zei de fee, met een zijdelingschen blik op Deugniets
+ontredderd voorkomen, "hier hebben we een kleinen jongen, die zich niet
+heeft willen laten opknappen. Nu, hij heeft zijn straf al beet. Des
+te erger voor hem. Wat ik gezegd heb, blijft gezegd."
+
+"Och," hernam Deugniets moeder, "och mevrouw, is er dan geen enkel
+middel om hem van dezen ban te ontheffen?"
+
+"Er is er wel een, maar dat is hard. Iemand zal zich voor hem moeten
+opofferen, door gewillig en uit eigen beweging, de straf, voor wat
+hij misdreven heeft, op zich te nemen."
+
+"O, is 't anders niet? Dàt is een kleinigheid. Ik ben er dadelijk toe
+bereid, mevrouw. Wat moet er met mij gebeuren, opdat hij gewasschen zal
+kunnen worden en weer een lief, schoon gezichtje zal kunnen krijgen?"
+
+"Om zijn gezichtje weer schoon en lief te maken, heb ik uw mooie
+gelaatskleur noodig."
+
+"Neem mijn gelaatskleur, mevrouw, neem haar gerust! Wat zal ik met
+schoonheid doen, als mijn dierbaar kind altijd vuil en onooglijk zal
+moeten blijven!"
+
+Nog had zij niet uitgesproken, toen Grauwbaard naar voren kwam. In
+de eene hand hield hij een schaal van bergkristal en in de andere
+een Levantijnsche spons, die zoo zacht was als het fijnste batist.
+
+Met één handbeweging had de fee Deugniet gereinigd. Glimlachend
+keek hij nu in den spiegel, dien Grauwbaard hem voorhield. Hij vond
+'t zoo prettig er weer frisch en blozend uit te zien.
+
+Doch de lach bestierf hem op de lippen, toen hij zijn moeder wilde
+aanzien, om haar op zijn beurt toe te lachen.
+
+Haar schoone koonen waren eensklaps verwelkt en haar eertijds zoo
+blanke, zachte huid was nu taankleurig en gerimpeld, als die van een
+stokoude vrouw.
+
+Zijzelf scheen er echter geen verdriet van te hebben; integendeel,
+haar oogen straalden van blijdschap, terwijl zij naar haar kleinen
+jongen keek, die er nu weer zoo frisch en aardig uitzag.
+
+"Wat hebt ge van 't mijne noodig," zoo vervolgde zij, "opdat zijn
+mooie krullen gekamd en netjes in orde gebracht zullen kunnen worden?"
+
+"Om zijn krullebol netjes in orde te kunnen brengen, heb ik uw zware
+haartressen noodig."
+
+"Neem ze mevrouw, o, neem ze gerust. Wat zal ik met een mooi kapsel
+doen, als mijn lief kind altijd met wanordelijk haar zal moeten
+blijven rondloopen."
+
+Nu kwam Grauwbaard met een diamanten kam aanzetten, waarmee de fee
+Deugniets krullen in een oogwenk uit de war had gehaald, 't Kind liet
+zich helpen, zonder zijn moeder te durven aanzien. Toen hij evenwel
+klaar was en zich vermande de oogen naar haar op te heffen, kromp
+zijn hartje ineen. Haar mooie, gitzwarte vlechten waren verdwenen en
+een paar grijze pieken, die haar wanordelijk om 't hoofd fladderden,
+hadden hun plaats ingenomen. Maar zij bemerkte 't niet eens.
+
+"Wat kan ik u geven, opdat hij weer mooie kleeren zal kunnen
+dragen?" vroeg zij.
+
+"Om hem mooie kleeren te kunnen geven, heb ik de uwe noodig."
+
+"O mevrouw, neem ze, neem ze gerust! Wat behoef ik nog fraaie kleeren
+te hebben, als mijn dierbaar kind er altijd slordig zal moeten
+blijven uitzien!"
+
+Oogenblikkelijk bracht Grauwbaard de fee een met goud geborduurd,
+miniatuur heerenrokje van fijn laken, een wit zijden broekje,
+een fluweelen, met zilver afgezette muts en schoenen, die rijk met
+edelgesteenten waren versierd. In twee tellen hadden die prachtige
+kleeren Deugniets verkreukeld en gescheurd huispakje vervangen. Nog
+nooit was de kleine jongen zoo mooi geweest.
+
+Hij kon een kreet van blijdschap niet weerhouden. Helaas veranderde
+deze heel spoedig in een kreet van smart, toen hij bemerkte, dat zijn
+moeder in lompen gehuld was, als een bedelares.
+
+Zij had evenwel voor niets anders oog, dan voor 't rijke kostuum van
+haar zoon en lachte hem toe, waarbij haar witte tanden, 't eenige
+overblijfsel van haar vroegere schoonheid, als parels blonken.
+
+"Wat vraagt ge van mij," zoo sprak zij nu tot de fee, "opdat hij
+voortaan weer soep zal kunnen eten? De dokter heeft verklaard, dat
+zijn gezondheid er van afhangt."
+
+"Opdat hij soep zal kunnen eten, heb ik uw tanden noodig."
+
+"Neem mijn tanden, ik sta ze graag af, mevrouw. Wat zal ik nog met
+tanden doen, als mijn dierbaar kind niet het voedsel zal kunnen
+gebruiken, dat goed voor hem is!"
+
+Zij had nog niet uitgesproken, toen Grauwbaard reeds met een blad
+van koralijn kwam aandragen, waar een sierlijke schaal van Japansch
+porselein op stond. Deze schaal, waarin de meest smakelijke soep
+geurde, die ooit onder den neus van een kleinen jongen gedampt heeft,
+bood hij Deugniet aan.
+
+'t Kind, dat in vier-en-twintig uur niets gegeten had, liet zich den
+lepel niet tweemaal in de hand geven. Zijn verrukking was echter van
+korten duur. Bij elken lepelvol, dien hij nam, hoorde men een tand
+op den grond vallen. Niettegenstaande zijn ergen honger zou hij wel
+dadelijk met eten hebben willen ophouden, maar hiervan wilde zijn
+moeder, die er van genoot, dat haar kleine jongen, na alles wat hij
+had doorgemaakt, zulk verkwikkend voedsel kreeg, volstrekt niets weten.
+
+Wat haarzelf betrof, zij hield 't dapper vol tot aan haar laatsten
+tand.
+
+"En hiermee is 't toch, hoop ik, uit?" vroeg de fee. "Meer hebt ge
+toch zeker niet te vragen?"
+
+"Niet meer?----O, mevrouw----!"
+
+"Maar ongelukkige vrouw, welke opofferingen wilt ge u dan nog meer
+voor dat ondeugende kind getroosten?"
+
+"Het zijn geen opofferingen. Het maakt mij innig gelukkig hem
+aan 't treurige lot, waarin hij zich verwikkeld had, te kunnen
+ontrukken. Laat eens zien----Wat zult ge van mij moeten hebben,
+opdat hij in 't vervolg weer in een bed zal kunnen slapen?"
+
+"Opdat hij in een bed zal kunnen slapen, moet gij afstand doen van
+het uwe."
+
+"O, mevrouw, neem mijn bed toch! Waartoe zal ik een bed hebben,
+als mijn dierbaar kind zijn nachten op den harden grond zal moeten
+doorbrengen?"
+
+"Is er nog iets, dat ge mij wilt vragen?"
+
+"Ja mevrouw. Wat moet ik doen, opdat zijn boeken niet langer voor
+hem gesloten zullen blijven en hij er uit zal kunnen leeren?"
+
+"Opdat zijn boeken niet langer voor hem gesloten zullen blijven,
+moet gijzelf alles geven wat gij weet."
+
+"Ontneem mij gerust 't geen ik weet, mevrouw! Wat toch zal ik er mee
+doen, als mijn dierbaar kind dom zal moeten blijven?"
+
+"Laat dit nu tenminste uw laatste verzoek zijn geweest!"
+
+"O, mevrouw, sta mij in 's Hemels naam nog één vraag toe! Dezen keer is
+'t een bede voor mijzelf.-- Wat wilt gij van mij hebben, opdat ik weer
+'t geluk zal mogen smaken, hem in mijn armen te drukken?"
+
+"Opdat gij 't geluk zult mogen smaken hem in uw armen te drukken,
+moet gij afstand doen van al uw andere geluk."
+
+"Neem al 't andere, dat mij gelukkig maakt, mevrouw! Welk geluk kan er
+nog voor mij bestaan, als ik mijn lief kind niet zal kunnen omhelzen?"
+
+Op een wenk van de fee wierp de kleine jongen zich nu, bevend, in de
+armen zijner moeder. Hij huiverde, ondanks zichzelf, toen hij met haar
+schamel kleed en geel, rimpelig vel in aanraking kwam en had moeite
+niet terug te deinzen voor de kussen van haar tandeloozen mond. Maar
+zóóvele bewijzen van liefde waren niet verloren geweest. Juist dit
+alles wat zijn afkeer opwekte, vervulde hem terzelfder tijd met
+onuitsprekelijke dankbaarheid en groote bewondering voor de goede
+moeder, die zich zóó voor hem had opgeofferd. En toch besefte hij er
+nog niet eens ten volle den omvang van.--
+
+Wat haarzelf betrof, zij gaf zich geheel over aan 't haar
+teruggeschonken geluk den kleinen jongen in haar armen te hebben en
+drukte hem onstuimig aan haar hart, terwijl zij niet moede werd het
+uit te roepen, hoe goed hij er nu weer uitzag.
+
+Zoo geheel ging zij op in wat hij herwonnen had, dat ze er volkomen
+door vergat, wat zij er allemaal voor had moeten verliezen.
+
+Eindelijk namen zij afscheid. De gelukkige moeder wist maar niet hoe
+zij de fee, die ze haar weldoenster noemde, genoeg zou kunnen bedanken.
+
+Grauwbaard, die niet voor niet in dienst bij fee Goed-Hart was,
+schreide van ontroering.
+
+De fee zelf was ook zeer getroffen. Zij kon zich niet langer inhouden
+en liep naar haar toe, op 't oogenblik dat zij de laatste trede van
+'t bordes afdaalde, om haar op 't voorhoofd te kussen.
+
+"Schep moed, edele vrouw, en reken op mij,"--zoo sprak zij.
+
+Moed?--De verheugde moeder achtte zich te gelukkig om dien nog
+noodig te hebben. Met lichten tred liep zij voort. Eindelijk kon
+zij haar schat immers weer welverzadigd, gereinigd, ja, zelfs als
+een prinsje gekleed, bij de hand houden----naar hartelust kon zij
+hem liefkoozen----wat bekommerde zij zich dan over 't overige? Met
+innige blijdschap dacht zij er aan, dat hij vanavond weer in zijn
+lekker bedje zou kunnen slapen en genoot al bij voorbaat, wanneer zij
+zich voorstelde, hoe knap en beroemd hij mettertijd zou worden. Zij
+zag 't mooie boek, dat hij schrijven zou, als 't ware al voor zich
+en verlustigde zich in allerlei droomen, waarin hij, als beroemde
+schrijver of geleerde, de hoofdrol speelde.----De eerste firma van
+'t land had zijn boek op extra zwaar papier gedrukt--'t sprak vanzelf,
+dat zijn naam met groote letters op den band prijkte.--Zóó lag 't bij
+alle boekhandelaren voor de ramen en trok ieders aandacht. De koning
+liet hem zelfs bij zich ontbieden, om hem er mee geluk te wenschen en
+de heeren van de Academie der Letterkunde beijverden zich hun kaartjes
+bij den beroemden schrijver af te geven, als bewijs, hoezeer zij 't
+op prijs zouden stellen, hem als lid in hun kring op te nemen.----Zóó
+droomde de arme moeder, die, helaas, zelf niets meer wist.
+
+Dit werd zij gewaar, zoo gauw zij buiten 't park der fee waren
+gekomen. Zij was den weg vergeten, ja, herinnerde zich zelfs niet meer
+welken kant de stad uit lag----nog sterker, zij had de herinnering
+aan haar huis totaal verloren.
+
+Deugniet besefte nu, beter dan zooeven, hoe groot 't offer was, dat
+haar liefde hem had gebracht. Tevergeefs trachtte hij haar tot geleider
+te strekken. Hij wist zelf den weg niet. Toen zij hierheen kwamen,
+had hij er, als naar gewoonte, volstrekt geen acht op geslagen. Als
+een onnadenkend, zorgeloos kind, dat gewend is in alles op anderen
+te steunen, was hij meegeloopen.----
+
+Zoo dwaalden zij nu den heelen dag buiten rond, zonder kans te zien
+de stad weer te bereiken.
+
+Hoe meer de zon daalde, des te angstiger werd de kleine jongen; zijn
+moeder voelde echter niets anders dan geluk over de bevrijding van
+haar kind uit al zijn ellende.
+
+Tegen den avond werden zij eindelijk, nog ronddolend, door de bedienden
+van het huis aangetroffen, die door Deugniets doodelijk ongerusten
+vader waren uitgezonden, om zijn op zoo raadselachtige wijze verdwenen
+vrouw en kind te zoeken.
+
+Eerst herkenden zij hen echter niet, zóó waren ze allebei
+veranderd. Misschien zouden ze 't tweetal niet eens hebben opgemerkt,
+als Deugniet, die naar alle kanten uitkeek, den koetsier niet in
+'t oog gekregen en hem bij zijn naam geroepen had. Op zijn zeggen
+wie hij was, betoonde de man zich heel verheugd hem terug te zien,
+maar vroeg tevens, op een toon van verbazing, wie dan toch wel de
+oude bedelares was, die hem zoo ver van huis had meegetroond.
+
+"Wel, 't is moeder!" riep hij uit.
+
+De koetsier en ook de andere bedienden begonnen ongeloovig te lachen,
+maar de politie-agent, die de leiding van de expeditie had, gaf het
+kind een ernstige berisping over zijn ongepaste aardigheid. Hoe kon hij
+zulken zottepraat uitslaan, sprak de man; was 't al niet erg genoeg,
+dat hij zoo maar met een wildvreemde vrouw van 't minste allooi was
+weggeloopen? Moest hij haar nu ook nog voor zijn moeder uitgeven? Hoe
+kon hij zóó den naam der brave, edele vrouw, die werkelijk zijn moeder
+was, door het slijk sleuren.--
+
+--Ieders toorn en verontwaardiging keerde zich nu tot de vreemde
+bedelares, die den kleinen jongen zeker had willen ontvoeren. Er
+was zelfs sprake van haar als kinderdievegge naar de gevangenis te
+zullen brengen.
+
+Zij wist niets tot haar verdediging te zeggen, daar zij immers alles,
+wat haarzelf betrof, vergeten was. Ze vergenoegde zich er mee, 't kind
+in haar armen te drukken onder herhaalde betuigingen, dat hij haar
+zoon was, haar dierbaar kind, dat zij aan zijn ongeluk ontrukt had en
+dat door niets ter wereld meer van haar zou kunnen worden gescheiden.
+
+'t Was een geluk, dat men haar ten slotte voor iemand met gekrenkte
+geestvermogens begon te houden. Dit stemde allen zachter jegens haar
+en zoo werd 't nu ook oogluikend toegelaten, dat zij Deugniet, die
+naar zijn vader terug werd gebracht, bleef vergezellen.
+
+Het was bijna nacht, toen zij in de stad kwamen.
+
+Marianne stond in de deur.
+
+"Zoo, ben je daar weer," riep zij uit, toen ze den kleinen jongen
+gewaar werd. "Waar heb je toch gezeten, Deugniet? Je vader is
+zóó ongerust. Juist is hij weer weggereden om de omstreken van den
+grooten vijver af te zoeken; 't is al het derde paard, dat hij sedert
+vanochtend berijdt. Als 't niet om je lieve moeder was geweest, van
+wie we allen zooveel houden, zou ik hem misschien wel geraden hebben
+nu maar rustig thuis te blijven en den Hemel te danken, dat hij van
+je af was.----Maar vertel me eerst eens gauw, waar je je moeder toch
+wel gelaten hebt!"
+
+"Moeder is hier," riep Deugniet, geheel van streek, uit, ontsteld
+als hij was over den keer, dien de zaken nu schenen te nemen. "Hier
+is zij; ik ben aldoor bij haar gebleven."
+
+"Foei, kind, houd dadelijk op met die flauwe grappen! Schaam je je
+niet, je moeder, op een oogenblik als dit, nu we allen buiten onszelf
+van ongerustheid over haar zijn, nog zoo te bespotten?----Ga maar
+gauw naar bed. Je zult wel aan rust toe zijn."
+
+Toen Deugniets goede moeder over zijn bed hoorde spreken, herinnerde
+zij zich weer, wat zij met de fee overeengekomen was, en maakte
+een eind aan de woordenwisseling, door tot haar zoon te zeggen:
+"ja, ga naar bed, mijn jongen; je weet, dat de fee je dat nu heeft
+toegestaan. Je zult zoo moe wezen! Slaap zacht. Ik zal hier op je
+blijven wachten."
+
+Hij wilde er wat tegen inbrengen, maar waarschuwend hief zij den
+vinger op en sprak met haar mooie, klankvol en welluidend gebleven
+stem niets anders dan dit ééne woord: "gehoorzaam!"
+
+Bij 't vernemen van dit ernstige: "gehoorzaam!" doken tal van
+schrikwekkende herinneringen voor hem op. Gedwee boog hij 't hoofd
+en ging met Marianne mee, die hem wel wat hardhandiger aanpakte,
+dan noodig was.
+
+Toen Deugniet behagelijk warm in zijn lekker bedje lag, moest
+hij voortdurend aan zijn moeder denken, die buiten op hem wachtte
+en die om zijnentwil zóó droevig veranderd was, dat niemand haar
+herkende. Hoe vreeselijk boette zijn lieve moeder toch voor alles,
+wat hij misdreven had. Met een beklemd hart lag hij te luisteren
+naar het gekletter van den regen en het gehuil van den storm, die
+vannacht met buitengewone heftigheid opstak. In het rammelen der
+ramen, het gieren van den wind en het klepperen van luiken en deuren,
+meende hij tallooze, verwijtende stemmen te hooren, die hem toeriepen,
+dat hij een slechte zoon voor zoo'n lieve moeder was.
+
+Tegen den morgen viel hij eindelijk, uitgeput van de doorstane
+vermoeienis en aandoeningen, in een zwaren, onrustigen slaap en
+droomde toen van een in lompen gehulde vrouw met grijze haren, die
+door de politie opgebracht werd, en telkens nog 't hoofd omkeerde,
+alsof zij iemand zocht.
+
+Onderwijl was Deugniets vader, verslagen van smart door zijn
+vruchteloos zoeken, thuisgekomen.
+
+Op 't vernemen van de blijde tijding, dat 't kind terecht was, had
+hij weliswaar een kreet van vreugde geslaakt, doch hoe spoedig had
+de wanhoop, helaas, weer de overhand over zijn blijdschap gekregen,
+toen hij moest hooren, dat zijn lieve vrouw er niet bij was. Hij
+wierp zich, aan de hevigste droefheid ten prooi, gekleed op een
+canapé en bleef daar, met 't hoofd in de handen verborgen, liggen,
+totdat de dag aanbrak.
+
+Toen het licht werd, vermande hij zich en ging naar boven, naar de
+kamer van den kleinen jongen. Op 't gezicht van het slapende kind,
+dat hij reeds voor altijd verloren had gewaand, begon de sterke man
+te schreien en als een riet te beven. Hij kon zich niet meer inhouden
+en knielde bij 't bed neer, terwijl hij den kleinen krullebol met
+liefkoozingen overlaadde.
+
+Deugniet schrikte er van wakker. Eerst keek hij een oogenblik angstig
+naar het ontroerde, met tranen overstroomde gelaat, dat zich zoo
+dicht bij 't zijne bevond, maar weldra herkende hij zijn vader
+en sloeg de armen om zijn hals, met de woorden: "vader, o, vader,
+moeder is beneden, zij staat aldoor buiten. Ga toch gauw mee! Zij zal
+'t zoo koud hebben!"
+
+Zijn vader keek hem, ten hoogste verwonderd, aan.
+
+"Ja," hernam het kind, "heusch waar, moeder is beneden. Niemand wou
+'t gisteravond gelooven dat zij 't was, maar u zult haar toch stellig
+wel herkennen."
+
+Hij kleedde zich schielijk aan en trok zijn vader toen mee. Buiten
+voor de deur vonden zij werkelijk de arme vrouw, verkleumd en druipnat
+terug. Haar gezicht helderde op, toen zij haar kleinen jongen zag. Zij
+nam hem in haar armen en bewoog zich daarbij met zoo'n gemakkelijkheid,
+alsof zij zich in haar salon, te midden van haar gasten, bevond.
+
+"Wat beteekent dat?" vroeg Deugniets vader, zich tot den jongen
+wendend. "Wie is dat vriendelijke, oude vrouwtje?"
+
+"'t Is moeder," riep het kind uit, "mijn lieve, lieve moeder, die er
+om mijnentwil zoo uitziet."
+
+"Kan 't mogelijk wezen?" sprak hij nu tot de vrouw,--"zoudt gij
+werkelijk het bekoorlijke wezen zijn, dat ik sedert gisteren zoo
+diep betreur?"
+
+Zij keek hem aan, zonder hem te herkennen. Toen omhelsde zij haar
+kind weer en zei: "dit is mijn zoon; wat wilt ge van mij?"
+
+"Maar dan--" zoo hernam Deugniets vader in de grootste verbazing,--"dan
+ben ik uw man!"
+
+"Gij?----ik weet het niet."
+
+"Wat moet ik hiervan denken!" riep de ongelukkige man geheel verslagen
+uit. "Het is wèl de stèm van mijn vrouw, maar ik herken haar niet en
+zij herkent mij evenmin."
+
+Daar kwam Marianne aan. Zij had haar mijnheer door het huis hooren
+loopen en was nu ook vroeg opgestaan.
+
+De stevige meid nam de arme vrouw bij den arm en schudde haar ruw heen
+en weer. "Ben je daar nog?" zei ze; "pak je gauw weg, kinderdievegge
+en waag 't niet ooit weer terug te komen."
+
+Zij wilde haar de straat op sleepen, toen Deugniet zich, buiten
+zichzelf van smart en angst, op haar wierp. Zijn hart zwol op in zijn
+borst. Op dit oogenblik zou hij het tegen een bataljon soldaten hebben
+kunnen opnemen.
+
+"Neen," riep hij uit, "neen, moeder _mag_ niet weggestuurd worden. Ik
+wil niets meer houden van wat zij voor mij verkregen heeft. _Ik_
+moet vuil zijn, _ik_ moet buiten slapen,--dat heb _ik_ verdiend. Ik
+wil naar de fee, om haar alles terug te brengen en zij moet 't weer
+aan moeder geven!"
+
+Nog had hij niet uitgesproken, toen Marianne door een groote hand bij
+'t middel gegrepen en met een sierlijken zwaai op de stoep neergezet
+werd.--'t Was het werk van Grauwbaard, die plotseling in hun midden
+verschenen was. Beleefd wendde hij zich nu tot het meisje met de
+woorden: "een weinig plaats, alsjeblieft, voor mijn meesteres."
+
+Op 't zelfde oogenblik rees fee Goed-Hart voor hen uit den grond
+op. Zij legde haar hand op den schouder der moeder en sprak: "uw
+proeftijd is geëindigd; zij, die u dit heeft aangedaan, komt alles
+weer herstellen."
+
+Toen kuste ze Deugniet op beide wangen en verdween met Grauwbaard,
+een heerlijken geur achterlatend, die nog acht dagen lang duurde.
+
+Nadat Deugniets vader eenigszins bekomen was van zijn verbazing over
+deze onverwachte verschijning, richtte hij den blik op zijn vrouw
+en--zag haar weer terug in haar vroegere schoonheid. Haar hoofd was
+weer gekroond met mooie, zwarte vlechten, haar gelaatskleur was rein
+en blank en het prachtige kleed van Oostersche zijde, dat hij haar
+zelf voor den feestdag van gisteren gegeven had, golfde in sierlijke
+plooien om haar ranke gestalte.
+
+Zij zag hem aan.----Toen vielen zij elkaar, onuitsprekelijk gelukkig,
+in de armen.--
+
+
+
+Sedert dien werd de edele vrouw als een heilige door de heele
+stad vereerd. Ieder ontblootte eerbiedig 't hoofd voor haar, doch
+'t was algemeen bekend, dat men in haar tegenwoordigheid niet over
+haar opofferingen moest spreken; zij bracht 't dan dadelijk op een
+ander onderwerp.
+
+Wat Deugniet betreft, van dien dag af aan werd hij de liefste,
+kleine jongen, dien je ooit hebt gezien. Hij gehoorzaamde zonder
+tegenstribbelen en liet onmiddellijk zijn wenschen varen als hij wist,
+dat hij er vader of moeder verdriet mee deed.
+
+Nooit meer hoorde je er hem over klagen, dat het water te koud was, of
+de kam hem pijn deed. Evenmin dacht hij er over voor soep te bedanken,
+als er iets anders op de tafel stond, waarvan hij meer hield. Hoe vroeg
+hij soms ook naar bed moest, hij paste er wel voor op niet tegen te
+spartelen, daar hij veel te bang was, weer aan zijn woord gehouden
+te zullen worden. Hij minachtte voortaan zijn boeken ook niet meer,
+want hij kon nooit vergeten tot hoe hoogen prijs ze hem teruggegeven
+waren en eindelijk zou hij 't als een misdaad hebben beschouwd, zijn
+moeder nog slechts één enkel keertje terug te stooten, wanneer zij
+haar armen naar hem uitstak.
+
+Hij heette dan ook niet langer _Deugniet_; die leelijke naam had
+voorgoed afgedaan. Iedereen noemde hem nu bij den naam, waarmee hij
+gedoopt was, en zoo stond hij dus, in 't vervolg, allerwegen bekend
+als: _de brave, kleine Jan_!
+
+
+
+
+II.
+
+BLONDKOPJE
+
+
+Er was eens een lief kind, dat wel iedereen gelukkig zou willen
+maken. Hij had groote, blauwe oogen en zulk mooi, blond haar, dat
+men hem in 't heele land niet anders dan _Blondkopje_ noemde.
+
+Dikwijls was hij er verdrietig over, dat hij nog niet groot en sterk
+genoeg was, om nuttig te zijn en wanneer hij er naar verlangde een
+man te worden, was 't alleen, om de macht te hebben veel goeds te
+doen. Hij zou de wereld bewogen hebben, als hij 't gekund had.
+
+Zulke kleine kinderen zijn er niet veel, dat is waar! Tòch ontmoet
+men ze wel eens; als een bewijs hiervan kan ons Blondkopje gelden.
+
+In die dagen leefde er een groot toovenaar, met wien de goede feeën
+zeer bevriend waren. Zij schreven hem brieven uit alle oorden der
+aarde. Deze briefwisseling ging al heel gemakkelijk in z'n werk. Je
+moet weten, dat de feeën ieder in 't bezit waren van een tooverdoos
+met een gaatje er in; zij schreven nu op een stukje papier, wat zij
+den toovenaar te zeggen hadden, lieten het door 't gaatje in de doos
+glijden en--hiermee was de zaak afgeloopen. Het stukje papier kwam
+vanzelf op zijn bestemming aan; niemand had er verder iets voor te
+doen. Je kunt denken, hoe geriefelijk dit voor de feeën was en hoe
+gemakkelijk ook voor den toovenaar, om op de hoogte te blijven van
+wat er in alle landen voorviel.
+
+Hij vernam op deze manier ook wat Blondkopje hinderde en werd er zóó
+door getroffen, dat hij zich beter voelde worden--dat wil zeggen:
+_machtiger_, want hij behoorde tot de toovenaars, wier macht wies
+met hun goedheid.
+
+"O, o," zei hij, "daar hebben we nu een kind, dat machteloos meent te
+zijn en mij toch al veel sterker heeft gemaakt dan ik was. Ik moest
+hem maar eens een beetje te hulp komen."
+
+Hij bracht zijn kijker, waarmee hij op tweehonderd mijl afstands kon
+zien, in de juiste richting en begon met een blik in 't huis van den
+kleinen jongen te slaan.
+
+'t Was maar een gewoon huis, dat zich door niets van de andere huizen
+der lange straat onderscheidde en dus geheel in de massa opging. De
+straat zelf verdween in de uitgestrektheid der groote stad, die toch
+niet eens de belangrijkste van het land kon genoemd worden en het
+land, aanmerkelijk groot als 't was, scheen op zijn beurt toch maar
+een stipje op den aardbol te zijn. Je kunt je dus zoo eenigszins
+voorstellen, wat voor een plaatsje ons arm, klein ventje daar op innam.
+
+Hij zat op dit oogenblik geheel alleen in de kinderkamer voor een boek,
+dat hem niet erg scheen te boeien. Je zag 't hem aan, dat zijn aandacht
+telkens afdwaalde en hij zich veel liever bij zijn zusjes zou hebben
+gevoegd, die bezig waren een groote schaal aardbeien van de steeltjes
+te ontdoen. Moeder zou gelei maken: een gebeurtenis van belang voor
+'t heele gezin en niet 't minst voor de kinderen.
+
+Om je de waarheid te zeggen, was Blondkopje wel wat lui. De toovenaar
+bemerkte dit dadelijk aan de manier, waarop hij zijn boek heen
+en weer draaide, zoodat 't meest ondersteboven vóór hem kwam te
+liggen. Zijn gedachten waren klaarblijkelijk meer bij de gelei,
+dan bij zijn les. Daarbij kwam nog, dat 't kind vlugge beentjes had,
+die 't geen minuutje in rust konden uithouden. Op een keer hadden de
+groote-menschen het er in zijn bijzijn over gehad, dat men vogeltjes
+en kleine kinderen maar vrij moest laten rondspringen, daar dit een
+wet van den goeden God is. Nu, dit was bij hem aan geen doovemans oor
+gezegd. Hij paste het op de ruimst mogelijke wijze toe en zag er dan
+ook hoegenaamd geen bezwaar in, ieder oogenblik even weg te wippen
+van dat vervelende lessenboek, om een bezoek aan twee vroolijke
+sijsjes te brengen, die even lustig door hun groote kooi sprongen,
+als hij door de kamer.
+
+Of wel, hij liet zijn boek in den steek, om eens naar zijn "tuin"
+te gaan kijken, een pot vol aarde, waarin hij op een winter, met zijn
+zusjes, sinaasappelpitten had geplant. 't Waren nu al heele "boomen"
+geworden van drie duim lengte, die duizendmaal meer gekoesterd werden,
+dan die der vorsten in hun orangerieën.
+
+Dit alles zou echter niet veel tot den loop der wereld kunnen toe-
+of afdoen.----
+
+"Ik zal dat lieve ventje de meest belangrijke persoonlijkheid op aarde
+maken," sprak de groote toovenaar. "Telkens als hij een overwinning
+op zichzelf zal behalen, zullen alle menschen desgelijks doen."
+
+Hij bracht zijn kijker nu weer in een andere richting en ging eens
+zien, wat er in zeker koninklijk paleis voorviel. Daar was een groote
+menigte staatslieden met pruiken op, vergaderd, om er plechtig en
+breedvoerig over te beraadslagen, van welke kleur de japon zou zijn,
+die de vorstin op den kroningsdag zou dragen.
+
+Ons Blondkopje hield dus, van nu af aan, zonder het te weten, het
+lot van 't gansche menschelijke geslacht in zijn handjes.
+
+Hij leerde er zijn les echter niet beter om.
+
+Toen hij bemerkte, dat zijn dierbare sinaasappel-"boomen" min of meer
+droog stonden, gaf hij hun, druppelsgewijs, een glas water te drinken,
+'t Was een toer dit zonder morsen te doen en zoo heel vlug kon hij
+'t ook niet klaarspelen. Dit vond hij evenwel niet erg; zijn boek
+liep immers niet weg?
+
+Nog was hij met zijn tuin bezig, toen een lieve, kleine fee, die
+'t op zich had genomen een man van hem te maken, zonder kloppen de
+kamer binnentrad.
+
+"Wel jongeheer," zei ze, wat ontevreden, "leeren we zóó onze les?"
+
+"O, maar ik kon mijn sinaasappelboomen toch niet laten verdrogen. Ze
+hadden zoo'n ergen dorst.----Ik heb al een heel eind van mijn les
+geleerd."
+
+"Zeg dat dan eens op!"
+
+Blondkopje probeerde 't, maar stond weldra met zijn mond vol tanden.
+
+"Kind, je doet mij verdriet," sprak de kleine fee en ging heen,
+terwijl ze een traan wegwischte.
+
+Blondkopje keerde beschaamd naar zijn boek terug en begon nu met ernst
+te leeren. Hij deed zijn best niet meer aan andere dingen te denken en
+zijn beentjes in rust te houden. De sijsjes sprongen nog lustig heen
+en weer, maar zij waren er ook niet voor geschapen om wat te leeren,
+die arme, kleine diertjes!
+
+Een kwartier later kende Blondkopje zijn les en prompt ook. Hij was
+dolblij en liep de goede fee achterna om 'm voor haar op te zeggen.
+
+Onderwijl had er een groote ommekeer op de heele aarde plaatsgehad. Al
+de kleine straatjongens, die langs de wegen zwierven, hadden daar
+hun knikkers en steenhoopen laten liggen, om, zoo hard ze konden,
+schoolwaarts te loopen. Al de menschen, die in hun jeugd weinig
+of niets hadden geleerd, waren met schaamte tot inzicht van hun
+onwetendheid gekomen, zoodat de boekverkoopers, op 't onverwachtst
+overvallen door een ongeduldige, weetgierige menigte, er mee verlegen
+waren welke boeken ze te voorschijn zouden halen, om aan zoovele
+verschillende aanvragen tegelijk te kunnen voldoen.
+
+Zij, die niets wisten, voelden zich door een onweerstaanbaren leerlust
+aangegrepen en zij, die iets wisten, door den drang tot meer studie. De
+grootste sterrekundigen zag je b.v. haastig naar de boekwinkels loopen,
+om er naar allerlei handboeken over aardrijkskunde te vragen.
+
+Het was een algemeene omwenteling, en een gelukkige, in het rijk des
+geestes en dit alles had Blondkopje alleen bewerkt door zijn les goed
+te leeren.
+
+Als persoonlijke belooning kreeg hij een flinken kus op iedere wang
+en mocht, toen 't uurtje voor 't vesperbrood was gekomen, aan een
+feestelijk onthaal deelnemen, dat uit een grooten stapel boterhammen
+met de aardbeien, die aan de vruchtenpan waren ontsnapt, bestond. Een
+dame, die veel belang in de kinderen van dit gezin stelde, had er hun,
+tot opluistering, een heelen pot room bij gestuurd.
+
+Er ging een gejuich op, toen zij deze traktatie zagen.
+
+Niets geeft je meer trek, dan flink te hebben gewerkt.
+
+Blondkopje, die niet precies een gulzigaard was, koos met zorg een
+lekkere boterham uit--een met knappende korstjes, waarvan hij zooveel
+hield. Hij was toch zoo blij, dat hij zijn les goed had gekend en
+babbelde vroolijk, tusschen de hapjes door, terwijl hij zijn mooiste
+aardbeien bedachtzaam op zij legde, om ze met den room voor het laatst
+te bewaren.
+
+Zijn jongste broertje, wiens eetlust geen grenzen kende, had reeds
+alles op, toen hij ternauwernood halverwege met zijn portie was
+gekomen. Het ventje keek eerst met een begeerigen blik naar de rest
+van de lekkere boterham, de dikke aardbeien en het schoteltje room
+en wou er toen volstrekt wat van hebben. Daar hij er vreeselijken
+trek in had, zou er stellig een huil- en schreeuwbui op gevolgd zijn,
+als de oudste geen medelijden met het hongerige kereltje had gekregen
+en hem goedhartig had laten meedeelen.
+
+'t Zou Blondkopje anders niets geen moeite gekost hebben alles alleen
+op te eten. Hij had 't zoo met zorg en overleg klaargemaakt en 't
+smaakte hem zoo heerlijk.
+
+De moeder der kinderen was onderwijl binnengekomen; zij verblijdde
+zich over 't geen zij zag en glimlachte tegen haar jongen, die daardoor
+ruimschoots voor zijn opoffering beloond was.--
+
+Maar hij kreeg daarenboven nog een heel andere
+belooning. Terzelfdertijd maakten de menschen, in alle landen van de
+wereld, zich eensklaps ongerust over hen, die honger zouden kunnen
+hebben. Iedereen liep naar zijn provisiekamer of kelder en begaf zich
+dan, met levensmiddelen beladen, op weg, om overal naar hongerigen
+en nooddruftigen te zoeken.
+
+Je zag niets anders op straat dan groote brooden, schotels vleesch,
+zakken aardappelen en manden fruit, die men naar de woningen van
+behoeftige gezinnen wilde brengen. Wie er een ontdekt had, haastte
+zich er den overvloed binnen te laten treden en werd door de anderen
+om zijn vondst benijd.
+
+De arme menschen konden hun oogen niet gelooven. Kinderen, die nog niet
+wisten wat een koekje was, maakten nu kennis met dit merkwaardige
+product van menschelijk vernuft en, wat nog nooit gebeurd was,
+niemand ging dien dag zonder eten naar bed.
+
+Wat een triomf voor Blondkopje! Maar hij wist er niets van.
+
+Een groot vraagstuk nam hem op dit oogenblik geheel-en-al in
+beslag. Blondkopje was een knap kereltje; dit had hij de kindermeid,
+die hem verafgoodde en dolgraag met hem pronkte, tenminste vaak genoeg
+hooren zeggen.
+
+Na de feestelijke boterham zouden de kinderen, om de pret te volmaken,
+naar een speeltuin gaan, die druk door de jeugd van deze stad bezocht
+werd. Zoo gauw de bordjes dus leeg waren geweest, waren zij naar
+boven geloopen om zich klaar te maken voor den tocht.
+
+Ons Blondkopje bezat een zwart fluweelen pakje, waarin hij er, volgens
+'t oordeel van de kindermeid, uitzag om te stelen. Zij kreeg 't dan
+ook bij elke gelegenheid uit de kast om het hem aan te trekken, hoewel
+'t feitelijk alleen voor bijzondere feestdagen bestemd was. De kleine
+jongen liet er zich maar al te graag voor vinden, zoo'n ijdeltuit! Zijn
+moeder knorde er over, maar het kwaad was geschied--zoo trotsch als
+een pauw liep hij rond, als hij zijn mooie pakje aan had.
+
+Vandaag haalde de kindermeid 't ook voor den dag, tot groot plezier
+van Blondkopje.
+
+Hij had er al één arm in, toen zijn groote zus binnenkwam.
+
+"Blondkopje," zei ze, "dàt pakje moet je niet aandoen; je daagsche
+blouse is goed genoeg om er mee in 't zand te spelen."
+
+"Daar zit ik haast met mijn ellebogen door," pruttelde 't kind;
+"'k zie er mee uit als straatjongen."
+
+"Kom, wees nu eens lief! Je weet wel, dat moeder 't niet graag heeft."
+
+Toen drong Blondkopje er niet verder op aan. Voor de vrees zijn
+moeder verdriet te doen, moesten al de bedenkingen van hoogmoed en
+ijdelheid zwichten. Hij trok dus zijn arm terug en deed gehoorzaam
+zijn daagsche blouse aan, waarin hij zich straks kostelijk in den
+speeltuin zou vermaken.
+
+Nauwelijks had hij zijn zuster gehoorzaamd, of onmiddellijk vloog de
+hoogmoed de wereld uit.
+
+De aanzienlijkste, deftigste dames begonnen, zonder te weten waarom,
+de eenvoudigste burgervrouwen te groeten. De heeren van het hof voelden
+zich genoopt in 't voorbijgaan de boeren, die van de markt terugkwamen,
+goedendag te zeggen. De menschen zochten in hun hoofd naar de redenen,
+die zij tot nu toe hadden gehad om op elkaar neer te zien en elkaar
+te verachten, en.. konden ze niet meer vinden. Je kunt er je geen
+denkbeeld van maken hoe 'n algemeene verteedering er plaats had.--
+
+Ook voelden de kleine jongens, die nummer één van de klas waren
+geworden, zich bevrijd van de dwaze waanwijsheid, die hen zoo
+belachelijk maakte.
+
+Wat deed ons Blondkopje onderwijl?
+
+Na dien prettigen middag was hij aan 't kibbelen geraakt met het
+zusje, dat een jaar ouder was dan hijzelf. In zijn hart hield hij veel
+van haar, maar weet je wat zoo vervelend was? Ze had een gebrekje,
+waaraan zulke kleine juffertjes wel eens meer lijden... zij was een
+echt spotvogeltje, dat niets liever deed dan plagen.
+
+Sedert haar broertje een paar maal in haar bijzijn verkondigd had,
+dat hij dokter wou worden, noemde ze hem niet anders meer en had hem
+nu ook, gedurende de heele wandeling naar huis, met dit groote woord
+vervolgd, dat zij uitsprak met haar mond zoo wijd opengesperd als
+zij maar kon.
+
+"Neen, ik heb er nu geen zin meer in dokter te worden," zei de arme
+jongen eindelijk; "ik wil bisschop worden."
+
+Maar dit maakte de zaak nog maar erger... "mijnheer de bisschop" was
+immers nog een veel mooiere benaming! Zij maakte er dan ook zoo'n ruim
+gebruik van als maar mogelijk was en liet 't "mijnheer de bisschop"
+regenen op den kleinen jongen.
+
+"Wanneer zal ik "mijnheer den bisschop" om zijn zegen kunnen
+vragen?" vroeg zij ten laatste en maakte een heel diepe buiging
+voor hem.
+
+"Dien kan je dadelijk krijgen," riep Blondkopje, bij wien het nu de
+spuigaten uitliep, haar driftig toe, terwijl hij een liniaal greep,
+die juist binnen zijn bereik lag, en er allerlei dreigende bewegingen
+voor de oogen van zijn plaaggeest mee ging maken.
+
+Deze, die even rap met de hand als met de tong was, had weldra
+een andere liniaal gepakt. Daar stonden ze nu tegenover elkaar. Als
+kemphaantjes zetten zij zich in postuur en sloegen er ijverig op los,
+waarbij zij echter zorg droegen niet de tegenpartij zelf, maar alleen
+z'n wapen te raken.
+
+Op zeker oogenblik liet Blondkopje de zijne evenwel door een onhandigen
+slag op de vingers van zijn zusje neerkomen, wat haar een kreet van
+pijn deed slaken.
+
+Dadelijk was zijn drift bedaard. Hij gooide de leelijke liniaal,
+die haar bezeerd had, ver van zich af, sloeg zijn armen om haar hals
+en zei, met tranen in de oogen: "'t spijt me zoo erg, zus; ik zal
+'t niet meer doen en hoor eens, je mag me net zoo vaak "mijnheer de
+bisschop" noemen als je maar wilt."--
+
+Hun vader, die de beste vader van de wereld was, kwam op 't geluid
+van den strijd aanloopen en meende al heel boos te moeten worden.--Hoe
+groot was echter zijn blijdschap, toen hij, bij 't binnenkomen, deze
+hartelijke omhelzing van broer en zus aanschouwde. Hij drukte het
+tweetal aan zijn hart en prees zich gelukkig, zulke lieve kinderen
+te hebben.--
+
+Er werden toentertijde groote oorlogen op de aarde gevoerd. De
+menschen overtroffen elkaar in 't uitdenken van de vreeselijkste
+moordtuigen, die allerwegen dood en vernieling moesten brengen. Dezen
+hadden de samenstelling van ijzeren torens uitgevonden, die zich nog
+sneller verplaatsen konden dan een galoppeerend paard. Als je daar in
+zat, was je volkomen tegen elken aanval beveiligd, terwijl je zelf
+ongehinderd den vijand kon dooden. Genen hadden machines verzonnen,
+waarmee je brokken steen, zoo groot als halve bergen, mijlen ver weg
+kon slingeren om er de soldaten van de tegenpartij bij duizenden,
+als vliegen, onder te verpletteren. Iedere nieuwe uitvinding werd met
+groote uitbarstingen van geestdrift door de strijders begroet, 't Was
+te voorzien, dat er weldra niemand anders meer in 't leven zou zijn,
+dan de uitvinders van die moordtuigen,--totdat 't gezegende oogenblik
+aanbrak, waarop Blondkopjes liniaal de vingers van zijn zusje trof.
+
+Zoo gauw had het kind niet zijn wapen neergelegd, of deze hoog
+oplaaiende oorlogswoede zakte als door tooverslag ineen. De menschen
+ontdekten eensklaps, dat zij wel mal waren geweest, elkaar te dooden,
+om te weten te komen wie gelijk had en besloten zich op 't oordeel
+van hen, die den strijd gadesloegen, te beroepen. Zoo had er alom
+een algemeene verbroedering plaats, van de generaals af, tot aan
+de soldatenkinderen toe, die elkaar nu niet meer bij 't uitgaan der
+scholen van leer gaven, zooals ze het vóór dezen hadden gedaan.
+
+Ons Blondkopje ging dien avond met een tevreden hartje naar bed, na
+wel duizend liefkoozingen van de gansche familie te hebben ontvangen,
+en vroeg zich bij 't inslapen nòg af, wanneer hij toch wel zoo groot
+en sterk als een man zou wezen.
+
+Op 't zelfde uur gaf de aarde, nu van Onwetendheid, Ellende, Hoogmoed
+en Oorlog bevrijd, zich aan de meest geestdriftige uitingen van
+algemeenen jubel en blijdschap over en op al de bergen, van Noorwegen
+tot in 't land der Patagoniërs, werden zulke groote vreugdevuren
+ontstoken, dat men ze van de maan af zien kon.
+
+De groote toovenaar is er niet meer, kinderen, om zooveel gewicht te
+geven aan de overwinningen, die jullie op jezelf kunt behalen. Toch
+is er nog iets van overgebleven: ook tegenwoordig nog--gelooft het
+maar vrij--zijn de kinderen sterker dan de menschen om het goede te
+doen. Terwijl je ouders soms verplicht zijn zich geheel op te offeren,
+om te verhinderen, dat je ongelukkig wordt, kan jullie hen reeds met
+de kleinste opofferingen volkomen gelukkig maken. Al wordt de wereld er
+niet eensklaps door veranderd, zooals in Blondkopjes tijd, deze kleine
+daden van zelfverloochening--weest daarvan maar overtuigd--zullen toch
+nooit voor haar verloren zijn. Alle druppels water, die er vallen,
+vinden elkaar in de zee terug.--
+
+
+
+
+III.
+
+BIBI, BABA EN BOBO.
+
+
+Bibi was een kleine spotvogel,
+
+Baba een kleine smulgraag,
+
+En Bobo een kleine luiwammes.
+
+Op zekeren dag gingen ze in een naburig bosch wandelen,
+maar.... hielden zich niet aan de van huis meegekregen vermaning:
+volstrekt niet verder te gaan dan tot een zeker punt. Zij waren op
+den koop toe alle drie kleine, _ongehoorzame_ dingen, weet je!
+
+Om de waarheid gestand te doen, moet ik er evenwel bij zeggen, dat
+dìt toch grootendeels Bibi's schuld was.
+
+Toen zij aan 't bewuste punt waren gekomen, was Bobo al moe en
+had dus wel graag willen omkeeren, terwijl Baba, die zich bedacht,
+dat de boterhammen over een half uurtje thuis zouden klaar staan,
+er ook niet veel zin in had nog verder te gaan.
+
+Maar Bibi, die zich boven dit alles verheven voelde, lachte wat om
+zulke bedenkingen. Zij sliepte de twee anderen uit en vierde haar
+spotlust zoodanig bot, dat zij zich niet tegen haar durfden te
+verzetten. Bobo schaamde zich over haar luiheid, Baba over haar
+gulzigheid en zoo volgden ze allebei--hoewel schoorvoetend--'t
+spotachtige, kleine nest.--
+
+Hieruit zie je, hoe zwak je in je schoenen staat, als je gehoorzamen
+wilt uit een andere beweegreden dan gehoorzaamheid, want als onze
+beide kleine meisjes slechts aan 't verbod van vader en moeder hadden
+gedacht, zouden zij in haar hartjes hebben gevoeld, dat zij 't bij
+het rechte eind hadden en dus niet zoo bang voor spot zijn geweest.
+
+Om kort te gaan, zij waren alle drie ongehoorzaam en liepen verder
+'t bosch in, dat doorsneden was door prachtige lanen; zóó lang waren
+die, dat je er haast niet 't eind van kon zien.
+
+Wat was 't er mooi en prettig! De meisjes plukten bloemen, rolden
+met elkaar over 't mos en luisterden naar de vroolijk kwinkeleerende
+vogeltjes. Van tijd tot tijd zagen ze een muisje zijn spitse snuitje
+uit een holletje steken, maar 't gauw terugtrekken als ze er een
+van allen te dicht bij kwamen; of wel een groote hagedis maakte de
+kinderen aan 't schrikken door plotseling uit 't gras te schieten en
+een goed heenkomen op den weg te zoeken, waar 't vroolijke troepje
+haar dan achtervolgde. Alles ging goed en plezierig, zoolang zij in
+de laan bleven, die zoo recht was als een liniaal en dus heelemaal
+geen gevaar voor verdwalen opleverde. Maar na een poosje stonden ze
+eensklaps voor een klein, dichtbegroeid paadje, dat zich kronkelend
+in 't kreupelhout verloor; Bibi vond het zóó aanlokkelijk, dat zij
+'t vastbesloten insloeg.
+
+"Hè neen, laten we daar niet heengaan, we zullen nog verdwalen,"
+zei Bobo.
+
+"We moeten naar huis, 't is al zoo laat," riep Baba. "Toe, laten we
+nu maar omkeeren."
+
+"Ik wil enkel tot aan die eerste kromming loopen," antwoordde
+Bibi. "Gaan jullie mee! We moeten toch eens zien wat er dan volgt."
+
+De andere twee hielden zich doof. Toen ging 't geslepen, kleine nest
+op den grond liggen.
+
+"O," riep ze, "wat een heerlijk plaatsje om uit te rusten en wat
+staan hier overal 'n aardbeien!"
+
+Toen zij dit hoorden, kwamen ze allebei aanloopen: Baba, de smulgraag,
+om er aardbeien te eten, Bobo, de luiwammes, om er languit op den
+grond te liggen. Maar 't "heerlijke" plaatsje was vol steenen en
+dorre takken en van aardbeien was niets te bespeuren.
+
+Bibi schaterde 't uit, toen zij de teleurgestelde gezichten van haar
+vriendinnetjes zag. Ze nam Baba aan de hand. "We zullen verderop nog
+wel aardbeien vinden," zei ze en trok haar uit alle macht mee. Bobo
+moest toen wel volgen, maar 't ging voetje voor voetje, en ze was op
+'t punt van te gaan schreien.
+
+Na de eerste kromming kwam een tweede, toen een derde.... Daarop
+splitste het paadje zich in tweeën. Een reuzeneik, die zich ginds,
+dicht aan den wegkant, in 't kreupelhout verhief, trok de aandacht
+van juffertje Bibi. Zonder zich te bedenken liep ze er heen. Steeds
+verder en verder troonde ze haar vriendinnetjes mee, iederen inval van
+'t oogenblik volgend, zoodat, toen er eindelijk sprake van was langs
+denzelfden weg naar huis terug te keeren, niemand meer wist welken
+kant uit te moeten gaan.
+
+Groote ontsteltenis was er op de gezichtjes van Baba en Bobo te lezen,
+maar Bibi hield zich groot. Zij stampvoette ongeduldig, kneep haar
+dunne lippen op elkaar en keek met een geringschattenden blik naar
+haar angstige kameraadjes, terwijl er een onvriendelijk licht in
+haar zwarte oogen schitterde. "Loopen jullie mij maar na, bange,
+kleine kippetjes," riep ze uit; "ik zal er wel voor zorgen, dat we
+weer goed en wel thuiskomen."
+
+Maar met flink-zijn alleen, ben je niet geholpen, als je anderen tot
+gids wilt strekken; je moet ook den weg weten!
+
+Na langen tijd geloopen te hebben, waren ze nog net even ver. Ze
+hadden alle paadjes geprobeerd, waren dikwijls langs dezelfde punten
+gekomen en hadden eigenlijk in een kringetje rondgedwaald.
+
+Bobo liet zich op den grond vallen en verklaarde schreiend, dat
+zij geen voet meer kon verzetten. De groote, blauwe oogen van 't
+lieve blondje smeekten welsprekender dan haar mondje 't zou hebben
+kunnen doen, om ontferming. Een steenen hart zou er zelfs door
+zijn getroffen. Maar Bibi, dat vinnige, kleine ding, liet zich niet
+verteederen. Ze schudde haar door elkaar, om haar levensgeesten weer
+wat op te wekken en poogde haar overeind te trekken. De arme Bobo
+stribbelde niet tegen, maar liet zich gedurig weer als een zoutzak
+op den grond neerploffen.
+
+"Jij bent een wandelaarster van 't jaar nul," zei Bibi. "We zullen
+je hier nog alleen moeten laten liggen, als je niet flinker wilt zijn."
+
+Maar Baba kwam haar vriendinnetje te hulp.
+
+"Maak je niet ongerust, lieve Bobo," riep zij uit. "Ik laat je niet
+aan je lot over, hoor! Rust eerst maar uit, dan zullen we samen naar
+huis gaan."
+
+Zij boog haar vriendelijk vollemaansgezichtje naar haar toe en omhelsde
+haar, om haar als 't ware moed in te spreken.
+
+"Als 'k hier enkel maar een klein stukje brood had," zei ze toen
+zachtjes en zuchtte even, "dan zou 'k met alle genoegen zoo lang op
+je wachten als je maar wilt."
+
+Bobo keek medelijdend naar haar. Toen viel haar blik op een mooie,
+roode aardbei, die een paar voetstappen verder groeide. 't Was de
+eerste aardbei, die ze op de wandeling ontdekten. Zij vergat haar
+moeheid, kwam dadelijk overeind en liep op de aardbei af, die ze toen
+triomfantelijk aan de arme, hongerige Baba bracht.
+
+"O, wat heerlijk!" zei deze, terwijl ze de vrucht in haar mond
+stak. "Dank je wel, Bobo; wat ben je toch lief!"
+
+Onderwijl had Bibi, in 't volle besef van haar meerderheid, parmantig
+met groote stappen op en neer geloopen. Baba's opgetogenheid stemde
+haar knorrig.
+
+"Een mooie maaltijd voor iemand, die altijd honger heeft," riep ze
+smalend uit. "Daar zal je niet ver mee komen!"
+
+Ongelukkigerwijze was dit maar al te waar. Door Bibi's ongevoelige
+woorden werd Baba onzacht tot de werkelijkheid teruggebracht en
+bespeurde weldra, dat haar eetlust eerder toe- dan afgenomen was na
+'t gebruik van 't frissche, maar weinig voedzame hapje. Haar stemming
+sloeg eensklaps om en zij smolt weg in tranen.
+
+Bobo hield haar gezelschap en begon ook te snikken. Maar Bibi, dat
+stoute, kleine ding, deed niets dan lachen.
+
+De koningin der feeën, die juist door 't bosch kwam, hoorde dit. De
+andere feeën hadden haar tot koningin verkozen, omdat zij de liefste
+van haar allen was. Haar goedhartigheid was zoo groot, dat elk
+verdriet, ook zelfs dat der booze menschen en ondeugende kinderen,
+haar medelijden opwekte.
+
+Zij vertoonde zich eensklaps aan ons drietal in de gedaante van een
+vriendelijk, oud vrouwtje, dat een takkenbos droeg, en richtte 't
+woord tot de beide schreiende, kleine meisjes.
+
+"Wat scheelt er aan, kindertjes?" vroeg zij. "Is er soms iets, dat
+ik voor jullie kan doen?"
+
+"Och," zei Bobo, "die arme Baba heeft zoo'n trek!"
+
+"Ja, maar dat is 't niet alleen," voegde Baba er aan toe; "die arme
+Bobo is ook zoo moe. We zijn verdwaald en kunnen den weg naar huis
+maar niet weer terugvinden."
+
+De goede fee keek de kinderen oplettend aan en bemerkte toen wel waar
+de schoen wrong.
+
+"Stil maar," sprak ze; "ik zal jullie hulp zenden!" Meteen brak zij
+twee takjes van haar sprokkelhout af en wierp die in de struiken.
+
+Een groot, sneeuwwit schaap kwam blatend aanloopen en wreef zijn
+kop tegen Baba's roode wangen aan. 't Was van een aardig eekhoorntje
+vergezeld, dat zonder complimenten op Bobo's schouders sprong.
+
+"En jij, klein ding?" zei de oude vrouw toen tegen Bibi; "heb jij
+niets noodig?"
+
+"Neen, moedertje," antwoordde juffertje Bibi uit de hoogte; "honger
+heb ik niet en 'k ben ook niet moe. Ik heb die twee zeurpieten zelfs
+hartelijk uitgelachen, omdat ze zoo flauw zijn."
+
+"O, ben je van die kracht!" zei de fee, ontevreden over den toon,
+dien 't meisje aansloeg. "Nu, voor een spotvogeltje, dat graag eens
+lachen wil, heb ik ook nog wel iets."
+
+Onmiddellijk na 't uitspreken van deze woorden was ze verdwenen en
+zagen de kinderen een aapje, dat potsierlijke sprongen om Bibi heen
+maakte en grijnzend allerlei malle gezichten tegen haar trok.
+
+Bibi was er verrukt over, dat dit grappige diertje _haar_ toebedeeld
+was. Zij nam 't in haar armen en overlaadde 't met liefkoozingen. Maar
+'t aapje scheen er niets op gesteld te zijn; 't liet een nijdig
+gebrom hooren, dat Bibi echter deed schateren van het lachen. Alles
+vond ze even komiek van 't diertje; ze zou 't hebben kunnen opeten,
+van louter opgetogenheid.
+
+Maar ondertusschen waren de verdwaalde kinderen toch nog geen stapje
+dichter bij huis gekomen. Baba stak haar hand in de wollige vacht van
+haar schaap en droomde met open oogen van een boterham, die zij voor
+zich uit zag dansen, terwijl Bobo haar eekhoorntje in gedachten over
+zijn snorbaardje streek.
+
+Baba, die de meeste haast had, verbrak 't eerst het stilzwijgen. "Hoe
+komen we nu thuis?" vroeg ze.
+
+"Maak je niet bezorgd," sprak 't schaap; "ik weet den weg."
+
+En het goede dier zette zich in beweging en liep op een sukkeldrafje
+den juisten kant uit, gevolgd door zijn meesteresje, dat Bobo aan
+den arm nam, met de vermaning maar goed op haar te leunen.
+
+Bibi stak den draak met 't tweetal. 't Was wat moois, zei ze, om je
+door een schaap te laten leiden! Zij wou daarom de tegenovergestelde
+richting nemen, maar daar haar aapje uit haar armen ontsnapte, moest
+zij 't wel naloopen. Het diertje bleef de anderen hardnekkig volgen en
+zoo ging zij tegen wil en dank ook mee met den stoet.--Ze bleef echter
+in de achterhoede en vermaakte er zich mee haar kameraadjes allerlei
+mallepraat na te roepen; zij waren "averechtsche" herderinnetjes,
+zei ze, want zij lieten zich door 't schaap den weg wijzen in plaats
+van hetzelf te leiden----zóó dom waren ze, dat zij de dieren moesten
+volgen.----Bibi was er onuitputtelijk in, allerlei geestigheden over
+ditzelfde onderwerp te berde te brengen.--
+
+Baba, de smulgraag, die geheel en al door haar verlangen naar een
+boterham beheerscht werd, deed niets dan klagen en schreien. Ze had
+toch zoo'n honger, verklaarde ze gedurig. Eindelijk wendde zij zich
+rechtstreeks tot haar schaap. "Och," zei ze, "je weet hier zoo goed
+den weg, kan jij me nu niet ergens wat aanwijzen, dat ik zou kunnen
+opeten?"
+
+Colas, zoo heette het schaap, antwoordde: "ik kan er je op wijzen,
+lieve kind, niet zoo gulzig te zijn en je maag 't zwijgen op te
+leggen als de maaltijd--zooals vandaag--vertraagd wordt. Wat zou ik
+wel moeten beginnen als ik niet op m'n tijd honger wist te lijden,
+ik, dien men langs den rand der wegen leidt om de grassprietjes af
+te knabbelen, die er tusschen de steenen groeien!"
+
+"Maar je hebt dan toch tenminste iets te eten," hernam Baba.
+
+"Ja, maar nooit iets naar mijn zin. Doch ik klaag er niet over, omdat
+het nu eenmaal zoo is. Doe zooals ik en maak het je tot een gewoonte je
+moedig en flink naar alle omstandigheden te schikken. Als iets _moet_,
+dan _kan_ het ook; onthoud dàt, meisjelief!--Je avondeten zal er je
+des te lekkerder om smaken, nu je tusschen den middag geen boterham
+hebt gehad."
+
+Baba was nog wel niet overtuigd, maar zij durfde nu toch niet meer te
+klagen in de tegenwoordigheid van zoo'n verstandig dier. Zij begon
+daarom over andere dingen met haar schaap te praten en weldra waren
+ze samen zoo genoegelijk aan 't babbelen, dat zij er de verleidelijke
+boterham, die haar aldoor voor den geest gezweefd en zoo ongelukkig
+gemaakt had, doordat ze niet te bereiken was geweest, geheel door
+vergat.
+
+Bobo was ook aan 't praten geraakt met haar diertje, haar eekhoorntje,
+dat Cascaret heette, zooals hij haar aanstonds had verteld.--Zij
+klaagde erg over pijn in de beenen en zei, dat zij groote blaren aan
+de voeten had en stellig nog ziek van moeheid zou worden.
+
+"Lief meesteresje," sprak Cascaret, terwijl hij zijn staart als een
+vederbos boven zijn kopje uitspreidde, "ik geloof, dat je je moeheid
+minder zoudt voelen, als je er niet zooveel aan dacht. Kijk eens, hoe
+fijn ik gebouwd ben en wat voor teere pootjes ik gekregen heb; die zien
+er nog anders uit dan jouw beenen. Toch spring ik behendig en vroolijk
+van tak tot tak in de hoogste boomen, 't geen veel vermoeiender is dan
+kalm over den beganen grond te wandelen. Laten we eens doen wie het
+eerst bij dien beuk is; je zult zien, dat je moeheid dan over gaat."
+
+"O neen, neen," zei Bobo op klagenden toon, "daar geloof ik niets van!"
+
+"Kijk eens wat een mooie noten ginds groeien, en daar staat ook een
+groote, wilde appelboom. Wat zou hij gauw geplunderd zijn, als hier
+kleine jongens langskwamen!"
+
+"O, dat is heerlijk!" riep Bobo blij uit. "Och Cascaret, wees eens lief
+en haal wat appels en noten voor die arme Baba; ze heeft zoo'n honger!"
+
+Cascaret was er dadelijk toe bereid. Met vlugge sprongetjes begaf
+hij zich op weg en deed daarna nog zooveel reisjes naar den appelboom
+en zooveel onderzoekingstochten in den noteboom, dat Baba eindelijk
+verklaarde verzadigd te zijn.
+
+Bobo genoot er zóó van haar te zien smullen, dat zij er bijna haar
+heele moeheid door vergat en voortwandelde, zonder meer één klacht
+te slaken.
+
+Toen kreeg Baba op haar beurt een goeden inval.
+
+"Colas," zei ze tegen haar schaap, "wil je mij een grooten dienst
+doen?"
+
+"Wel, laat 's hooren!"
+
+"Je hebt zoo'n breeden rug; toe, laat mijn lieve Bobo daar wat op
+zitten. Ze zal zoo heerlijk in je dichte, zachte wol kunnen rusten
+en is zóó licht, dat je er niet moe van zult worden."
+
+Het schaap was te goedhartig om haar dit te weigeren. Het liet zich op
+zijn knieën neer, zoodat Bobo gemakkelijk op zijn rug kon komen. Zij
+hield zich vast aan zijn vacht en zat daar als een koninginnetje. De
+brave Colas draafde voort, alsof hij niets te dragen had.
+
+Zoo hadden de goedhartige vriendinnetjes elkaar dus geholpen. Nu hadden
+zij niets meer dat haar hinderde, want vrees voor verdwalen hoefden ze
+ook niet te hebben, daar Colas immers den weg wel wist. Geen wonder,
+dat ze den tocht in de vroolijkste stemming voortzetten.
+
+Frisch en blij klonken haar stemmetjes, terwijl ze een aardig liedje
+aanhieven, dat zóó begon: "Er was eens een herderinnetje."--
+
+Bibi volgde steeds in de achterhoede. Haar aapje en zij zaten elkaar
+voortdurend in letterlijken en figuurlijken zin in 't haar. Hoewel
+'t diertje haar soms gevoelig kneep en beet, moest Bibi er toch om
+schaterlachen; 't had zulke koddige manieren en maakte zulke malle
+grimassen.--
+
+Eindelijk kreeg ze er echter genoeg van. 't Was dan ook wel een ietwat
+twijfelachtig vermaak, vindt je niet? Zij legde er een stapje op en
+haalde de vroolijke zangstertjes van lieverlede in.
+
+De mooie, groote noten en gave appels, waarvan zij Baba en ook Bobo
+had zien genieten, hadden haar in herinnering gebracht, dat ze in
+lang niets genuttigd had. Hoe graag zou zij nu ook wat te knabbelen
+willen hebben! Ten laatste besloot zij de hulp in te roepen van haar,
+die ze daarnet zoo hardvochtig behandeld had.
+
+"Och Bobo," zei ze, "zou je eekhoorntje voor mij ook niet wat kunnen
+halen?"
+
+Bobo, wier hartje niet den minsten wrok koesterde, fluisterde Cascaret
+even een paar woorden in. Toen schoot 't gewillige diertje als een
+pijl uit den boog den grooten noteboom in, die op de een of andere
+manier hier in 't bosch verzeild was geraakt, en kwam dadelijk daarop
+met een mooie noot terug. Handig ontdeed hij deze van den groenen
+bolster, kraakte haar tusschen zijn lange voortanden en bood Bibi de
+pit toen zoo bevallig mogelijk met zijn rechtervoorpootje aan.
+
+Doch op 't oogenblik, dat deze de hand uitstak om haar aan te nemen,
+gritste 't ondeugende aapje 't begeerlijke hapje voor haar oogen weg,
+liep er gauw een eindje mee door en ging toen op zijn achterpootjes
+zitten om de noot lekker op te knabbelen, terwijl hij schuin met
+een uittartenden blik naar zijn meesteresje keek. Als 't maar niet
+haarzelf gegolden had, zou Bibi zeker in lachen zijn uitgebarsten,
+zoo potsierlijk liet 't diertje zijn oogjes rollen; maar nu was zij
+er niet voor in de stemming.
+
+Een tweede noot onderging 't zelfde lot en toen 't kleine meisje er
+ten laatste in geslaagd was een derde te grijpen, rukte de aap haar
+die uit de handen, voordat zij er nog een stukje van had geproefd.
+
+Zij moest 't dus opgeven, 't Scheen, dat zij niet van Bobo's
+goedhartigheid mocht profiteeren.
+
+De flinke Bibi was nu toch wel wat in haar wiek geschoten. Daardoor
+kwam 't zeker, dat zij nu ook op eens bemerkte moe te zijn. Ze vroeg
+of ze ook eens op 't schaap zou mogen zitten.
+
+Colas leende er zich gewillig toe. Hij liet zich nog eens weer
+op zijn knieën neer en wachtte geduldig, totdat hij een andere
+berijdster zou hebben gekregen. Maar zij hadden geen rekening met
+'t boosaardige aapje gehouden, dat nu eensklaps op 't vreedzame dier
+toeschoot en het zoo hard aan de ooren trok, dat 't geweldige sprongen
+ging maken. Juffertje Bibi viel zoo lang als ze was op den grond;
+ze belandde in de dorens en kreeg zulke leelijke schrammen op gezicht
+en handen, dat ze er volkomen genoeg van had en er niet om vroeg nog
+eens weer op 't schaap te mogen zitten. Zij sleepte zich verdrietig
+voort en was meer geneigd tot schreien dan tot spotten.
+
+Gelukkig hadden ze nu het einde van 't bosch bereikt. Colas had een
+dwarspad genomen en zoo zagen onze kleine meisjes op een oogenblik
+dat zij het 't minst verwachtten, eensklaps, dat zij vlak bij huis
+waren. Baba en Bobo zetten 't juichend op een loopen en Colas dartelde
+met Cascaret om haar beidjes heen, om te toonen, dat zij in haar
+blijdschap deelden.
+
+'t Aapje was aan den boschrand blijven zitten en keek Bibi onafgewend
+na, die te moe en te verdrietig was om als de anderen te doen en
+hinkend voortsukkelde. Toen zij 't diertje niet meer naast zich zag,
+keerde zij zich om en wou 't roepen. Daar ontdekte ze 't aan den zoom
+van 't bosch. 't Zat er doodkalm zijn kopje te krabben en rimpels in
+zijn neusje te trekken, alsof het Bibi uitlachte.
+
+Boos liep zij op 't aapje af.
+
+"Je houdt me voor den mal;--je bent een ondeugend ding, dat nergens
+anders toe deugt dan om kwaad te doen", riep ze driftig uit; "pas op,
+ik zal je wel krijgen."
+
+Bibi zou 't diertje hebben geslagen, als zij 't had kunnen pakken,
+maar 't sprong op zij, werd grooter en grooter en veranderde in
+een schoone, prachtig gekleede vrouw, die een gouden ring droeg,
+'t Was de feëenkoningin zelf. Zij had deze vermomming aangenomen om
+'t spotvogeltje eens aan den lijve te laten voelen en ondervinden
+hoe leelijk haar gebrek was.
+
+"En nu, juffertje", sprak de fee, "begrijp je, hoop ik, hoezeer men
+in de schatting van anderen daalt, door hen te bespotten en uit te
+lachen. Je vriendinnetjes hebben óók fouten, die zij moeten verbeteren,
+maar zij zijn goedhartig en met goedheid is alles te herstellen. Je
+ziet hoe _zij_ zich uit de moeilijkheden hebben weten te redden,
+terwijl _jij_, die je zoozeer boven haar verheven voelde, omdat je
+flinker en sterker bent, als een stumperd achteraan komt, hongerig
+en te moe haast, om nog een voet te verzetten. Laat het aapje van
+zooeven je in de gedachten komen, als je weer eens lust mocht krijgen
+je meerderheid ten koste van anderen te toonen en denk er dan aan,
+kind, dat men jou zal verfoeien zooals jij dit boosaardige diertje
+nu hebt verfoeid, hoewel je er eerst om lachen moest."
+
+'t Kind was uit 't veld geslagen, maar nog niet overtuigd. Haar
+hartje verzette zich uit alle macht tegen het gehoorde en werd hard
+en onbuigzaam als een klomp ijs. Op dit oogenblik kon zij nog niets
+anders zien dan de vernedering, die voor haar uit dit avontuur was
+voortgekomen.--
+
+"Zij hebben elk een mooi geschenk gekregen", riep ze schreiend uit,
+"en ik heb niets."
+
+"Neen, mijn kind," hernam de goede fee, "maar ik wil je iets geven dat
+'t hare duizendmaal te boven gaat".
+
+Zij nam Bibi in haar armen en drukte haar aan haar hart, dat
+overvloeide van goedheid. 't Kleine meisje voelde 't hare eensklaps
+smelten als een ijsschots, die men op 't vuur legt.
+
+Zoo kwam Bibi dus met een geheel veranderd hartje thuis. Moedig en
+ferm als zij al was, gebruikte ze voortaan haar flinkheid om zwakken
+bij te staan en te versterken, in plaats van zich, zooals vroeger,
+op haar kracht te beroemen en den spot met de zwakheden van anderen te
+drijven. En veel later, toen zij zelf kleine meisjes en jongens had,
+zei zij meermalen tegen haar kinderen: "ieder heeft zijn eigenaardig
+gebrek, maar vergeet 't niet, lieve kinderen, dat van den spotter is
+misschien nog wel het ergste, daar 't immers van hardvochtigheid en
+liefdeloosheid getuigt."--
+
+
+
+
+
+
+CHAPTER IV
+
+IV.
+DE GROOTE GELEERDE.
+
+
+Er was eens een jongetje, dat altijd nummer één op school was. Alle
+prijzen waren voor hem: die voor taal, voor rekenen, voor geschiedenis,
+voor aardrijkskunde----komt, noemen jullie nog maar eens een paar
+vakken op!
+
+Na de prijsuitdeeling toog hij dus met een heelen stapel boeken onder
+den arm naar huis en had zooveel kransen veroverd, dat hij er heelemaal
+onder bedolven was. De menschen bleven zelfs op straat staan, om naar
+hem te kijken en den volgenden dag vertelde zijn kindermeid met ophef
+aan ieder, die 't hooren wou op de markt, hoe knap haar jongeheer was;
+ja, hij was al een groot geleerde, beweerde ze.
+
+Dit een en ander maakte ons kereltje wel wat hoogmoedig; dat moet
+gezegd worden! Zoo kwam hij er dus geleidelijk toe, een hoogen dunk
+van zichzelf te krijgen.
+
+Er woonde een klein meisje naast hem, dat dikwijls met hem speelde. Zij
+kon niet zoo gemakkelijk leeren, maar had een heel lief karakter. Tegen
+iedereen was ze zacht en aardig en nooit zou ze 's avonds, voordat
+zij slapen ging, vergeten den goeden God met haar gansche hartje te
+bidden haar braaf en vriendelijk te maken.
+
+Onze groote geleerde begon weldra op dit eenvoudige vriendinnetje
+neer te zien. Op zekeren dag bedacht hij bij zichzelf, dat zoo'n
+klein, dom ding toch eigenlijk volstrekt geen gezelschap voor hem
+was en 't niet kwaad zou zijn zich eens op de hoogte te stellen van
+'t geen zij eigenlijk wist. Dáárvan zou 't dan afhangen, of hij haar
+ook voortaan nog met zijn vriendschap zou kunnen vereeren.
+
+Toen 't kind hem op een keer kwam vragen met haar mee naar huis te
+gaan, om 't mooie prentenboek te zien, dat zij van haar petemoei
+gekregen had, deed hij erg koel en uit de hoogte. 't Kleine meisje
+wist niet hoe zij 't had; zóó had zij haar kameraadje nog nooit gezien!
+
+"Ik weet niet, of ik wel met je kan blijven omgaan," zei hij; "in
+ieder geval zou ik eerst wel eens willen hooren, of je in staat bent
+een gewone breuk in een tiendeelige over te brengen."
+
+Zij begon te lachen. "O, daar heb ik nog niets van gehad. Ik begin
+pas aan de deeling."
+
+"'t Is niet om te lachen. Ik spreek in vollen ernst. Dan moet je mij
+tenminste het verschil tusschen een volstrekten en een betrekkelijken
+hoofdzin zeggen."
+
+"Gisteren hebben we 't er op school nog over gehad, maar ik weet er
+niets meer van."
+
+"Zoo, 't is wat moois! Dan zal ik je ook wel niet behoeven te vragen
+in welk jaar Rome gesticht is?"
+
+"Wat een malle vraag; je weet toch wel, dat we daar nog lang niet
+aan toe zijn."
+
+"'t Wordt hoe langer hoe fraaier. 'k Zou er haast wat op durven te
+verwedden, dat je me de Loire-departementen zelfs niet zult kunnen
+opnoemen."
+
+Zij hield zich stil. Haar aardrijkskundige kennis strekte zich nog
+niet tot de omgeving van de Loire uit.
+
+"Och, och," zei ze eindelijk tegen haar gestrengen examinator,
+"wat heb jij vandaag toch! Laten we nu alsjeblieft maar uitscheiden;
+we zijn immers niet op school! Ga maar mee, dan zal ik je mijn boek
+laten kijken. Er staan verhalen in, die je wel mooi zult vinden."
+
+"Klein ding," sprak hij op beschermenden toon, "om zulke verhaaltjes
+geef ik niets; 'k vind er geen steek aan. Je begrijpt toch wel, dat
+ik er veel te knap voor ben. Neen, we kunnen niet meer met elkaar
+omgaan. Dat zou heel niet passen."
+
+'t Arme, kleine meisje kon geen ander antwoord vinden dan tranen,
+want zij hield veel van haar geleerd buurtje en vond 't hard hem,
+ter wille van de Loire-departementen en den volstrekten hoofdzin,
+als vriendje te moeten verliezen. Zij kon er maar niet toe besluiten
+zonder hem naar huis terug te keeren.
+
+Terwijl zij hem nog met een smeekenden blik aan stond te kijken,
+kwam haar petemoei eensklaps binnen.
+
+Zij was een eerwaardige, oude dame, die tal van deugden in 't
+verborgen bezat; ze trad weinig op den voorgrond en dit zal je niet
+verwonderen, als je haar naam hoort: zij heette fee Nederigheid. Op
+prijsuitdeelingen, waar kleine kinderen met lauwerkransen op 't hoofd
+trotsch en fier, als zegepralende generaals, vandaan komen, had zij
+'t niet erg begrepen.
+
+Toch wilde zij er niets tegen zeggen, want, al is nederigheid een
+schoone zaak, in den levensstrijd heeft men ook nog andere wapens
+noodig en 't kan zijn nut hebben de kiem van ijver en eerzucht
+in 't hart der kinderen te leggen, als men er menschen van wil
+maken. Zij liet hen dus maar met hun lauweren gaan, wel wetend,
+dat de nederigheid mettertijd vanzelf zou komen tot hen, die eens
+waarlijk groot zouden zijn.
+
+Wat den anderen betrof, vond zij 't wel wat hard hun dit kleine
+beetje ijdelen roem te ontnemen, dat immers alles was, waarmee zij
+'t zouden moeten doen.
+
+'t Verdriet van haar lief petekind ging haar echter na aan 't hart
+en daarom kwam zij den onverdragelijken wijsneus, die haar tranen
+had doen vloeien, eens gauw bestraffen.
+
+"Je weet dus niets, mijn kind?" zoo sprak zij 't kleine meisje
+vriendelijk aan. "Laat ik je ook eens een vraag voorleggen: zou je
+mij ook kunnen vertellen wat men moet doen om braaf te leven?"
+
+"O, petemoei, dat is niet moeielijk! Men moet den goeden God
+gehoorzamen en alle menschen liefhebben, zooals Hij."
+
+"Dat is al iets. Maar ik heb zoo'n idee, dat dit toch niet voldoende
+zal wezen om 't kameraadje van zoo'n geleerden bol te zijn."
+
+"Ga eens mee, vriendje," vervolgde zij, zich tot den jongen
+wendend. "Je bent te knap om bij kleine meisjes op visite te gaan;
+'t gezelschap van geleerden en letterkundigen zal je nu beter voegen."
+
+Zij nam hem bij de hand.
+
+Plotseling bevond hij zich in een der zalen van het observatorium,
+waar iemand met een eerbiedwaardig voorkomen, aan een lange tafel,
+voor een massa papieren vol cijfers, gezeten was.
+
+Deze was voorzeker een groot geleerde.
+
+Hij had aan aardmetingen gewerkt, een arbeid, die nog heel wat meerdere
+en andere moeielijkheden met zich brengt, dan al de regels van drie
+te zamen. Hij had het licht, dat 72000 mijl per seconde aflegt, in
+zijn loop gevolgd en berekend hoeveel jaren 't noodig heeft om van de
+sterren, die onze naaste buren zijn, tot ons te komen. Hij woog de
+zon en de maan met de pen in de hand, als op een weegschaal en kon
+door zijn berekeningen van te voren de baan, die de hemellichamen
+door de ons omringende, oneindige ruimten af zullen leggen, bepalen.
+
+Toen fee Nederigheid hem goedendag gewenscht had, glimlachte hij
+vriendschappelijk en begroette haar als een oude bekende.
+
+"Professor," zei ze, "hier breng ik u een geleerde, die gaarne een
+wetenschappelijk gesprek met u wil voeren."
+
+De professor kende geen grooter genoegen dan zijn kennis mee te deelen
+aan hen, die dit wenschten. Hij stak den kleinen jongen zijn hand toe.
+
+"Ik maak u mijn compliment," sprak hij, "een geleerde en dat op uw
+leeftijd, dat is al heel mooi! Wilt ge mij een komeet helpen zoeken,
+die wij reeds sinds een maand verwachten? Ik tracht juist op dit
+oogenblik na te speuren, wat haar onderweg heeft kunnen ophouden. Wij
+zullen onze nasporingen nu te zamen vervolgen."
+
+Kometen zoeken! Dit was wel wat te kras voor onzen scholier, die
+ternauwernood in de juiste termen zou hebben kunnen omschrijven wat
+een komeet eigenlijk is.
+
+Blozend wees hij 't voorstel af.
+
+"Wel, dan zullen we eens een vraagstuk op 't gebied van gezichtkunde,
+of op dat der klankwetenschap of dat der waterweegkunde behandelen,
+naar uw keus."
+
+'t Kind wist zich van verlegenheid en schaamte niet meer te bergen. 't
+Werd hem groen en geel voor de oogen.
+
+"Ge kent de logarithmen tenminste?"
+
+Half schreiend antwoordde onze knappe bol, dat hij die beesten niet
+kende, maar wel een gewone breuk in een tiendeelige kon overbrengen.
+
+De echte geleerde keek fee Nederigheid verwonderd aan en wilde
+haar vragen wat voor soort van geleerde zij toch wel bij hem had
+gebracht. Doch zij liet er hem niet den tijd toe.
+
+"Professor," sprak ze, "een klein meisje van mijn kennis zegt, dat
+men om braaf te leven den goeden God gehoorzamen en alle menschen
+liefhebben moet zooals Hij. Gaat uw wetenschap de hare nu _ver_
+te boven?"
+
+"God beware mij er voor, dat ik mij daarop zou durven te beroemen. 't
+Lieve kind heeft alles gezegd, wat er te zeggen valt."
+
+"Laten we verder gaan," sprak de fee tot haar metgezel. "Je ziet wel,
+dat 't hier niets voor je is."
+
+Weldra traden zij een ruim huis binnen, dat door een groot
+geschiedkundige werd bewoond. 't Was niets dan boeken, wat je
+er zag. Van beneden tot boven waren op alle mogelijke plaatsen
+langs de muren planken aangebracht, waar ze in lange rijen, als in
+slagorde, gerangschikt stonden. Er waren boeken van zulke kolossale
+afmetingen, dat een volwassen man er nog een heele vracht aan zou
+hebben; ook waren er exemplaren bij, die zoo klein waren, dat hij ze
+in zijn vestzakje zou kunnen steken. Je zag er staaltjes van al de
+boekbanden, die de boekbinders, sedert er boeken ingebonden worden,
+hebben uitgevonden: gele, roode, witte, zwarte, in alle kleuren waren
+ze vertegenwoordigd. Je hadt er banden van perkament, van kalfsleer,
+kunstig uitgesneden hout, bewerkt leer, waar figuren ingedrukt
+zijn, banden met zilveren sloten, banden van met goud doorstikt
+marokijn----kortom, een rijken overvloed.
+
+Ook waren er zelfs oude boeken uit den tijd der Romeinen bij. Deze
+zijn van een lang stuk boomschors gemaakt, dat echter een bijzondere
+bewerking heeft ondergaan, zoodat het aan beide einden over twee
+groote, houten rollen kan worden opgerold. Naarmate men met zijn
+lectuur vordert, laat men de rollen in omgekeerde richting loopen.
+
+Nu, zij, die in deze boeken hebben gelezen, kunnen er zich op beroemen
+geleerden te zijn; dàt kan je maar gerust gelooven!
+
+Zij gingen eerst naar een groote zaal, die aan de geschiedenis der
+Egyptenaren, Pheniciërs, Babyloniërs en Perzen gewijd was.
+
+Om de boeken te lezen, die hier te vinden waren, had de eigenaar
+dezer bibliotheek Hebreeuwsch, Arabisch, Oud- en Nieuw-Perzisch
+en nog een heeleboel meer talen, waarvan ik den naam vergeten ben,
+moeten leeren. Hij kon ook de hieroglyphen ontcijferen, die men op
+de Egyptische obelisken vindt, dat spreekt vanzelf, maar dit alles
+was hem nog niet voldoende; hij kon er maar niet overheen komen,
+dat hij geen Chineesch geleerd had,----verbeeldt je!
+
+Dan volgde de zaal der Grieksche geschiedenis; natuurlijk kende de
+geschiedkundige Grieksch.--Dan de zaal der Romeinsche geschiedenis;
+ik behoef je niet te zeggen, dat hij Latijn kende, en niet enkel het
+Latijn, dat men op 't gymnasium leert, maar ook het oude Latijn der
+vroegste tijden.
+
+Van hieruit zag men nog een heele reeks andere zalen, die alle
+afzonderlijk aan de geschiedenis van een volk gewijd waren, en op de
+andere verdiepingen waren er nog veel meer.
+
+Zij gingen echter niet verder.
+
+De geschiedkundige zat in de zaal der Romeinsche geschiedenis in een
+dik, Duitsch boek verdiept, dat een ander misschien vervelend zou
+vinden, maar hem zeer scheen te boeien, daar hij de tegenwoordigheid
+zijner bezoekers niet gewaar werd, voordat zij vlak bij hem stonden.
+
+Geheel en al in de war gebracht door 't gezicht van zooveel boeken,
+had de kleine jongen de fee gesmeekt hem niet als geleerde voor
+te stellen;----hij had immers hoogstens nog maar den inhoud van
+schoolboekjes in zijn bolletje.
+
+Toen de groote geschiedkundige 't hoofd opheffend fee Nederigheid
+zag, schoof hij zijn boek weg en stak haar haastig beide handen toe,
+alsof hij een oude vriendin begroette.
+
+"Welkom, welkom," riep hij uit; "ik weet maar al te goed, hoezeer ik
+u noodig heb!"
+
+"Professor," sprak zij, "hier is een jongen, die nog wel geen geleerde
+is, maar toch weet in welk jaar Rome gesticht is."
+
+Hij glimlachte even.
+
+"Ben je heel zeker van het jaartal, vriendje?"
+
+"O ja, heel zeker. Gisteren heb ik die heele bladzijde nog opgezegd,
+zonder een enkele fout te maken."
+
+"Zoo, dan ben je knapper dan ik, want _ik_ voel er me niet volkomen
+zeker van. Er zijn zelfs menschen, die er door hun studie toe gekomen
+zijn te beweren, dat Romulus nooit heeft bestaan. Ik geloof echter,
+dat _zij_ te ver gaan."
+
+Daar 't gezichtje van het kind de grootste verbazing uitdrukte,
+wees hij naar de boeken in 't rond, die zich als bergruggen tot aan
+de zoldering der zaal verhieven. "Als je slechts het vierde deel
+der dwalingen en leugens kende, die daarin staan, zou je je minder
+over mijn woorden verwonderen, mijn jongen. Zij, die niets weten,
+zijn de eenigen, die nergens aan twijfelen."
+
+"Professor," sprak de fee toen, "ik ken een klein meisje en zij zegt,
+dat men om braaf te leven den goeden God gehoorzamen en alle menschen
+liefhebben moet zooals Hij.--Twijfelt gij ook _hieraan_?"
+
+"De Hemel beware mij er voor! Er valt niet te twijfelen aan 't geen
+dat lieve kind gezegd heeft."
+
+Onze jeugdige geleerde begon zich o, zoo klein te voelen.
+
+"Ik zie 't wel, vriendje," zei de fee met een schalksch glimlachje,
+"dat je in 't gezelschap van professoren toch niet erg op je plaats
+bent. Nu zal ik je bij de grootste auteur van den tegenwoordigen tijd
+brengen; die zal je stellig minder vrees inboezemen. Je kunt je hart
+dan eens aan een gesprek over taalregels ophalen."
+
+De grootste auteur van dien tijd was een vrouw. Zij ontving fee
+Nederigheid zoo hartelijk mogelijk in een salon, dat op alle andere
+salons in de wereld geleek.
+
+Onze kleine baas voelde zich aanmerkelijk verlicht in de
+tegenwoordigheid van zoo'n eenvoudige dame, die geen enkel bijzonder
+kenmerk had, of 't zouden haar groote, zwarte oogen moeten zijn,
+waarin vonken schitterden. Zijn beide vorige nederlagen hadden hem
+evenwel beschroomd gemaakt; hij durfde niet 't eerst te spreken.
+
+"Mevrouw," zoo begon de fee, "hier is een kind, dat zijn taalregels
+goed geleerd heeft en er wel eens met u over zou willen praten."
+
+De dame, die de welwillendheid zelve tegenover kinderen was, begon
+te lachen.
+
+"Dat wordt dan een gesprek, waarin ik niet erg zal uitblinken,"
+antwoordde zij. "Ik schrijf maar, zooals 't mij voor den geest komt en
+houd mij niet precies aan de regels. Doch als je er plezier in hebt,
+beste jongen, ga dan je gang maar. Waarover wou je praten?"
+
+"Over 't verschil dat er bestaat tusschen een volstrekten en een
+betrekkelijken hoofdzin."
+
+Zij lachte nog meer.
+
+"Toen ik klein was, hoorde je nooit van deze termen. Ik weet niet
+eens goed wat zij willen zeggen en kan er trouwens ook best buiten."
+
+De jongen wist niet meer hoe hij kijken moest. De fee, die zijn
+verlegenheid wel zag, kwam tusschenbeide en sprak: "mevrouw, ik ken
+een klein meisje, dat zegt: om braaf te leven, moet men den goeden
+God gehoorzamen en alle menschen liefhebben zooals Hij.--Denkt u,
+dat men hier ook buiten kan?"
+
+"Er zijn ongelukkig genoeg veel menschen, die dit meenen, maar zij
+worden er op de een of andere manier toch altijd voor gestraft. Als zij
+hier was, zou ik dat lieve, kleine ding eens hartelijk omhelzen. Wat
+zij gezegd heeft, is iets, waar wij 't geen van allen buiten kunnen
+stellen."
+
+"We hebben vooralsnog wel weinig succes," hernam de fee, terwijl
+zij zich tot den verbijsterden taalkundige wendde, "maar wij willen
+daarom den moed toch niet verliezen. We zullen 't heele rijtje van
+je vakken volgen.
+
+Laat eens zien----nu is dus de aardrijkskunde aan de beurt."
+
+Dadelijk voelde hij zich als door een hevigen warrelwind opgeheven
+en meegevoerd.
+
+Toen hij weer tot zichzelf kwam, bevond hij zich in een groote, fraai
+gebouwde zaal, waar overal kaarten aan den wand hingen. Ons vriendje
+herkende wel in 't algemeen den omtrek en vorm der landen, maar vond
+er geen der geographische verdeelingen, waaraan zijn oog gewend was,
+op terug.
+
+"Waar zijn wij?" vroeg hij aan de fee.
+
+"In 't hartje van Afrika, kind, in het meest beschaafde land, dat
+er op dit oogenblik op de aarde te vinden is. Deze zaal is een der
+schoollokalen van dat land. Je ziet mij verbaasd aan! Ja, mijn jongen,
+we hebben een heel tijdperk overgesprongen, tweeduizend jaren liggen
+er tusschen nu en 't oogenblik, waarop je zooeven leefde."
+
+Terwijl zij nog sprak, gingen de deuren open en traden de scholieren
+binnen; de kleine jongens kwamen van dezen, de kleine meisjes van
+genen kant 't lokaal in. Er waren blondjes en bruintjes, blozende
+en bleeke, kleine en lange, bedaarde en drukke kinderen bij, precies
+zooals tegenwoordig,--en allen hadden een blanke huid.
+
+"Ik dacht, dat hier enkel maar zwartjes woonden," zei 't kind tegen
+de fee.
+
+"'t Is al heel, heel lang geleden sinds het blanke ras zich van de
+heele aarde meester heeft gemaakt. Wat je in je aardrijkskundeboek
+over de verschillende menschenrassen hebt gelezen, is dus nu van
+geenerlei beteekenis meer."
+
+De meester verscheen op zijn beurt.
+
+'t Was een lange, deftig gekleede mijnheer, die twee ridderordes op de
+borst droeg; het ambt van onderwijzer was n.l. een der meest eervolle,
+die men in dit land kende en mannen van de grootste verdienste en
+beteekenis stroomden in menigte te zamen, als er een plaats vacant
+was. Zij, die er voor in aanmerking wenschten te komen, hielden
+dan beurt om beurt school en werden door de kinderen gekozen of
+wel verworpen.--
+
+De les begon. Onze kleine vent had er zich al op voorbereid er niets
+van te zullen begrijpen en keek daarom heel verwonderd op, toen hij
+den meester Fransch hoorde spreken. Weliswaar hielp hem dit nog niet
+veel, daar al de aardrijkskundige namen veranderd waren en er groote
+steden, beroemde rivieren en bloeiende gewesten werden opgenoemd,
+waarvan hij nog nooit had hooren spreken.
+
+De fee, die wel bemerkte hoe verbluft hij keek, nam nu 't woord.
+
+"Meester," zei ze, "leert ge den kinderen de departementen van 't
+Loire-gebied niet?"
+
+De onderwijzer, die een man van groote verdienste was, boog voor fee
+Nederigheid, want dat is de gewoonte van verdienstelijke mannen door
+alle tijden heen.
+
+"Loire, zegt u? Ik heb dien naam wel eens in een heel oud
+aardrijkskundeboek vol dwaalbegrippen gelezen, waarin zich trouwens
+ook al de onkunde van dien tijd verraadt, want er staat volstrekt
+niets in over het groote land, dat wij bewonen, maar de departementen,
+waarover u spreekt, bestaan al lang niet meer. 't Heele land is tijdens
+de aardbeving van 't jaar 2500 in den schoot der aarde verzonken en
+er zwemmen nu visschen over de hoofdsteden dier oude departementen."
+
+De fee wendde zich hierop tot een klein meisje, dat de les zoo
+aandachtig mogelijk volgde. "Mijn kind," sprak ze, "zou jij me wel
+kunnen zeggen wat men doen moet om braaf te leven?"
+
+"Men moet," zoo gaf het kind ten antwoord, "den goeden God gehoorzamen
+en alle menschen liefhebben zooals Hij."
+
+
+
+Ternauwernood had zij deze woorden gesproken, of onze geleerde vriend
+bevond zich weer thuis, in gezelschap van de fee en zijn verstooten
+buurtje, dat hem smeekend aankeek.--
+
+"Vindt je nu niet, beste jongen, dat _haar_ kennis die van jou ver
+te boven gaat?" vroeg de fee. "Je hebt nu zelf de waarde kunnen
+peilen van wat _jij_ weet en deze menschen van groote beteekenis,
+tegenover wie _jouw_ kennis in 't niet zonk, bogen zich eerbiedig
+voor de _hare_. Niemand weet iets, dat hierboven gaat, niemand
+twijfelt er aan, niemand kan 't er buiten stellen----en dit zal zoo
+blijven--onwrikbaar vast--duizenden bij duizenden jaren nà ons."
+
+"Zoo," sprak de kleine jongen wat gemelijk, "als dat alles toch niets
+beteekent, behoef ik me dus op school ook niet zoo in te spannen."
+
+"Hoor me zoo'n schelm eens aan," riep de fee lachend uit. "Ik wist
+'t wel, dat je die gevolgtrekking zoudt maken! Neen, mijn kind,
+zoo moet je niet redeneeren. De professoren, wier wetenschap je
+overweldigde en verschrikte, wisten niets meer dan jij nu, toen ze op
+jouw leeftijd waren. Als zij toen ook niet zoo flink hadden gewerkt
+als jij nu doet, zouden zij nooit zoover zijn gekomen. De eenige weg
+tot geleerdheid is studie, volhardende studie.--En de dame, wie de
+taalkundige termen, die jij hebt geleerd, onbekend waren, heeft in
+haar schooltijd weer andere geleerd, die 't zelfde beteekenden! De
+namen zijn veranderd, maar de zaken zelf niet. 't Zal nog te bezien
+staan welke wijze van uitdrukking feitelijk de beste is.--Voorts is
+'t ook niet een reden om niets meer aan aardrijkskunde te doen,
+dat de aarde, die je bewoont, na jouw tijd zal veranderen. Al je
+vrienden veranderen, jijzelf ook----vindt je dit een beletsel om nu
+als kameraden met elkaar om te gaan?----Neen, neen, ik heb je alleen
+willen doen inzien, hoe dom en verkeerd 't van je was hoogmoedig
+op je kleine beetje kennis te zijn en dit nog wel hooger te stellen
+dan de kennis, die men niet in 't hoofd, maar in 't hart bewaart, de
+eenige, waarbuiten men niet kan, de eenige zekere, de eenige noodige,
+de eenige, die nooit verandert.--Geef mijn lief petekind nu een kus
+en ga dan haar prentenboek bekijken; dat heb je wel verdiend."
+
+De kleine jongen omhelsde het kleine meisje, dat hem beide armpjes om
+den hals sloeg. Daarop ging hij de mooie platen bekijken en las ook de
+verhalen, die hem nog allerlei soort van dingen leerden, waarvan hij
+nooit gedroomd had, en later, toen zijn kindermeid weer in zijn bijzijn
+herhaalde, dat hij een groot geleerde was, zei hij tot zichzelf, dat er
+slechts één enkele wetenschap is, zoowel voor kleinen als voor grooten:
+
+_Den goeden God gehoorzamen en alle menschen liefhebben zooals Hij.--_
+
+
+
+
+V.
+
+DE WAARHEIDSKETTING
+
+
+Er was eens een klein meisje, dat jokte alsof het gedrukt stond.
+
+Sommige kinderen jokken zonder blikken of blozen. Een leugentje,
+desnoods een groote leugen, schijnt hun de meest gewone zaak van de
+wereld toe en de meest gëoorloofde ook, als zij er maar door geholpen
+worden; ontheffing van een lastigen plicht of straf, 't verkrijgen van
+een pleziertje, streeling van hun eigenliefde,----dat zijn allemaal
+dingen, waarvoor ze dadelijk zoo'n jokken bij de hand hebben.
+
+Ons kleine meisje was daar ook heel sterk in. De waarheid bestond
+eenvoudig niet voor haar; alle uitvluchten waren wettig, mits zij ze
+ingang kon doen vinden. Langen tijd namen haar ouders alles voor goede
+munt aan, wat zij hun verkoos te vertellen, doch toen hun oogen er
+eindelijk voor gëopend werden, dat zij hun maar wat op de mouw speldde,
+hadden zij niet meer 't geringste vertrouwen in haar. 't Is wel treurig
+als ouders geen geloof meer aan de woorden van hun kinderen kunnen
+hechten. Wat een verdriet moet dit voor hen zijn en wat een zorg ook
+voor de toekomst! Want hoe gaat 't met leugenaars? Zij vervallen van
+kwaad tot erger. Een klein, oogenschijnlijk onschuldig jokkentje is
+misschien 't begin, maar wie zal zeggen tot welke grove ondeugden
+'t mettertijd voert? Hoe vreeselijk voor ouders zich dan voor hun
+kinderen te moeten schamen!--Hoe ontzettend toch, als kinderen schande
+over hun ouders brengen.----
+
+Vruchteloos trachtten de vader en de moeder van deze kleine jokkebrok
+haar van haar gebrek te genezen. Na allerlei--helaas zonder gevolg--te
+hebben aangewend, besloten zij met haar naar den alom beroemden
+toovenaar Merlin te gaan, wiens waarheidsliefde spreekwoordelijk was.
+
+Van alle kanten werden er kleine leugenaars en leugenaarsters naar
+hem toegebracht, om door hem van hun ondeugd afgeholpen te worden.
+
+Toovenaar Merlin woonde in een glazen paleis, waarvan al de muren
+doorschijnend waren. Nooit kwam 't hem in den zin een enkele zijner
+daden te verbloemen of, 't zij door spreken, 't zij door zwijgen,
+een titteltje van de waarheid af te wijken.
+
+Je weet immers wel, dat je ook kunt jokken door te _zwijgen_, als je
+zoudt hebben moeten spreken?
+
+Hij kon leugenaars al op een mijl afstands ruiken; denkt eens aan--en
+toen 't kleine meisje zijn paleis naderde, werd hij zoo onpasselijk,
+dat hij azijn moest branden, om de lucht te zuiveren.
+
+De moeder van onze kleine jokkebrok begon met een hevig kloppend
+hart, blozend van schaamte, een vrij verward verhaal. Zij wilde hem
+uitleggen door welke treurige kwaal haar dochtertje aangetast was,
+doch geraakte zoo onder den indruk van de schande, die daarin lag,
+dat zij haar gedachten haast niet onder woorden kon brengen.
+
+Toovenaar Merlin viel haar echter al aanstonds in de rede.
+
+"Ik weet er reeds alles van," sprak hij. "Een uur geleden rook ik
+haar al; 'k heb het er door te kwaad gehad----dat is een eerste
+leugenaarster!"
+
+De ouders van 't kleine meisje bemerkten, dat de faam zijn kundigheden
+niet overdreven had. 't Kind zelf wist zich van verlegenheid niet
+te bergen en trachtte zich in de plooien van den rok harer moeder
+te verschuilen. Deze wilde haar maar al te graag een schuilplaats
+geven, verschrikt als zij was door de wending, die 't onderhoud nam,
+en haar vader ging vóór haar staan om haar, zoo noodig, te kunnen
+verdedigen, want het gelaat van den toovenaar scheen niets goeds te
+voorspellen. Zij wilden allebei wel graag, dat hij hun kind van haar
+gebrek afhielp, maar 't moest op een zachte manier gebeuren en kwaad
+mocht hij haar niet doen.
+
+"Stelt u gerust," zei Merlin, die hun angst zag, "ik gebruik geen
+geweld voor dit soort gebreken. Staat mij slechts toe 't juffertje
+een geschenk aan te bieden, dat haar wel naar den zin zal wezen."
+
+Hij opende een kast en haalde er een prachtig halssnoer van
+onvergelijkelijk schoon gezette amethisten uit, dat door een agrave
+van diamanten van 't zuiverste water, welker schittering verblindend
+was, gesloten werd.
+
+Toovenaar Merlin deed het kleine meisje dit sieraad om den hals,
+terwijl hij haar ouders met een welwillend gebaar hun afscheid gaf.
+
+"Weest verder niet bezorgd," zei hij, "uw dochtertje neemt een zekeren
+waarheidswachter mee."
+
+Met een kleur van plezier wilde 't kind hen volgen, verrukt als ze
+was er zoo goed afgekomen te zijn, doch Merlin riep haar terug.
+
+"Over een jaar kom ik naar mijn ketting kijken," sprak hij en zag
+haar aan met oogen, die geen gekheid verstonden. "Tot zoo lang moet
+je hem onafgebroken dragen. Wee over je, als je 't waagt hem ook maar
+voor een enkele minuut af te doen; 't ongeluk is dan niet te overzien."
+
+"O, ik wil hem veel te graag altijd om houden; hij is zoo mooi!"
+
+Je moet weten, dat dit halssnoer niets meer of minder dan de beroemde
+waarheidsketting was--in oude boeken wordt hij meermalen genoemd--die
+'t vermogen heeft alle soorten leugens te ontmaskeren.
+
+Toen onze leugenaarster thuis was gekomen, moest ze den volgenden dag
+weer naar school en daar ze lang afwezig was geweest, kwamen al de
+andere kleine meisjes schielijk op haar af en overstelpten haar met
+vragen, zooals 't bij jullie op school in zoo'n geval zeker ook gaat.
+
+Er was maar één roep over dien prachtigen ketting, dat kan je
+begrijpen!
+
+"Wat ben je mooi! Hoe kom je daaraan? Waar ben je toch zoo'n tijd
+geweest?" weerklonk 't van alle kanten.
+
+Jokkebrok paste er wel voor op haar kameraadjes te vertellen bij
+wien ze geweest was. Als je in dien tijd zei, dat je een bezoek aan
+toovenaar Merlin had gebracht, wist ieder dadelijk hoe laat het sloeg,
+want zijn vermaardheid als geneesheer der leugenaars was wijd en
+zijd verbreid.
+
+"Ik ben lang ziek geweest," gaf ze daarom brutaalweg ten antwoord,
+"en toen ik beter was, heb ik dezen mooien ketting gekregen."
+
+Er ging één kreet uit alle monden tegelijk op.
+
+De diamanten van de agrave, die zooeven nog zoo prachtig fonkelden
+en schitterden, waren eensklaps glansloos geworden, en veranderden
+nu in stukjes waardeloos glas.
+
+"Jazeker, ik ben ziek geweest. Vinden jullie dit zoo vreemd, dat je
+zoo'n misbaar maakt?"
+
+Op deze herhaling van haar leugen veranderden de amethisten op hun
+beurt in leelijke, geelachtige keisteentjes.
+
+Een nieuwe kreet weerklonk er. Aller blikken waren op het halssnoer
+gericht.
+
+Nu keek zij er zelf ook naar en beefde van schrik.
+
+"Ik ben bij toovenaar Merlin geweest," zei ze, in haar schulp gekropen,
+want zij begreep hoe de vork in den steel zat en durfde haar leugen
+dus niet langer vol te houden.
+
+Nauwelijks had zij de waarheid bekend, of de ketting vertoonde zich
+weer in zijn vorige pracht, maar 't gelach, dat rondom haar opsteeg,
+prikkelde haar zoo, dat ze er behoefte aan voelde dien vernederenden
+indruk zooveel mogelijk uit te wisschen en zich weer in haar eer
+te herstellen.
+
+"Jullie behoeven niet zoo te lachen!" riep zij uit; "wat denk je toch
+wel? Hij heeft ons vorstelijk ontvangen, dàt zeg ik je; hij had ons
+zijn rijtuig reeds naar de naburige stad tegemoet gezonden om ons
+af te halen en wàt een mooi rijtuig was 't, dat kan je maar gerust
+gelooven! Zes witte paarden, en kussens van roze satijn met gouden
+eikels er aan,--zonder nog van den koetsier--een bepoederden neger--en
+de drie deftige lakeien, die achterop stonden, te spreken. Toen wij aan
+zijn paleis kwamen, dat geheel van jaspis en porphyr opgetrokken is,
+zagen wij, dat hij al in de vestibule op ons stond te wachten. Hij
+liep ons tegemoet en geleidde ons naar de eetzaal, waar ons een
+keur van gerechten werd voorgezet, waarvan ik je de namen maar niet
+eens zal opnoemen, omdat je er stellig toch nooit van hebt hooren
+spreken. Eerst was er----"
+
+De lachbuien, die de kinderen, sedert 't begin van dit mooie verhaal,
+al met moeite onderdrukt hadden, barstten op dit oogenblik met zoo
+groote luidruchtigheid los, dat zij plotseling midden in haar zin bleef
+steken. Onwillekeurig richtte zij den blik op den ongeluksketting en
+beefde weer van schrik en ontsteltenis. Bij iedere bijzonderheid,
+die zij verzonnen had, was hij, zonder dat zij 't bemerkt had, al
+langer en langer geworden, zoodat hij nu reeds tot haar voeten kwam.
+
+"Je maakt er een heeleboel bij!" riepen de kleine meisjes, gierend
+van pret, uit.
+
+"Nu ja, stil maar; we zijn te voet gekomen en er maar vijf minuten
+gebleven."
+
+Het halssnoer nam onmiddellijk weer zijn gewone afmeting aan.
+
+"En de ketting, de ketting, hoe kom je daaraan?"
+
+"Toovenaar Merlin heeft hem mij, zonder iets te zeggen, present gedaan;
+waarschijn----"
+
+Zij had geen tijd er meer bij te voegen. Het noodlottige halssnoer
+kromp in, werd nauwer en nauwer, zoodat haar keel er door toegeknepen
+werd en zij 't erg benauwd kreeg.
+
+Zij haastte zich daarom, er, terwijl ze 't nog kon, deze woorden uit
+te stooten: "hij heeft gezegd, dat ik een eerste leugenaarster ben."
+
+Aanstonds bevrijd van den druk, die haar bijna had doen stikken,
+vervolgde zij, schreiend van schaamte en verdriet: "Daarom heeft hij
+mij dezen ketting gegeven; 't is een waarheidswachter, zei hij.--Ik
+was er nog wel zoo blij mee! 't Is me wat moois!"
+
+Haar kameraadjes hadden nu toch medelijden met haar. Lieve meisjes
+als ze waren, verplaatsten zij zich in haar toestand, en vonden de
+gedachte nooit meer een titteltje van de waarheid af te kunnen wijken,
+toch wel iets benauwends hebben.
+
+Kunnen jullie daar ook voor voelen, of sta je zoo vast in je schoenen,
+dat je nooit, nooit een jokkentje gebruikt? "Je bent wel mal," zei
+de slimste van het troepje.
+
+"Als ik je was, hield ik den ketting niet om, hoor! Hij is wel mooi,
+maar ook vreeselijk hinderlijk. Wie belet je hem af te doen en weg
+te stoppen, dan heb je er geen last meer van."
+
+'t Arme jokkebrokje hield zich stil.
+
+Dadelijk begon 't halssnoer te dansen, zóó te dansen, dat de amethisten
+en diamanten tegen elkaar aansloegen en een leven van belang maakten.
+
+"O, je verzwijgt stellig iets!" riepen de kinderen, die weer opnieuw
+begonnen te lachen, 't Was ook zoo'n koddig gezicht, die dansende
+ketting!
+
+"Och, ik heb er nu eenmaal geen zin in hem af te doen."
+
+Al woester en woester werd de dans der edelsteenen.
+
+"Neen, neen, dat is de ware reden niet! Biecht 't eens eerlijk op!"
+
+"Nu, vooruit dan maar; 't geeft toch niets of ik 't al probeer iets
+voor jullie verborgen te houden. Hij heeft me streng verboden hem af
+te doen. Als ik 't toch waag, zal er een groot ongeluk gebeuren."
+
+Oogenblikkelijk hing de ketting weer zoo stil als te voren.
+
+Je begrijpt nu wel, dat 't, met zoo'n metgezel, die veranderde,
+als men de waarheid verdraaide, langer werd, als men er wat bij
+maakte, inkromp, als men er wat afliet en begon te dansen, als men
+wat verzweeg, een metgezel bovendien, van wien men zich niet kon
+ontdoen, zelfs voor de ergste leugenaarster niet meer mogelijk was,
+niet recht in den weg der waarheid te wandelen.
+
+En toen zij er eenmaal maar goed van doordrongen was, dat elke leugen
+nutteloos zou zijn en op 't oogenblik zelf reeds ontdekt zou worden,
+kostte het haar niet al te veel moeite geheel met haar slechte gewoonte
+te breken.
+
+Wat was er 't gevolg van? Na eenigen tijd geregeld de waarheid te
+hebben gesproken, omdat ze er toe gedwongen werd, ging zij weldra
+de leugen ook om haarzelfs wil verfoeien. Zij bevond er zich zoo
+goed bij, niet meer te jokken, haar geweten was zóó verlicht en haar
+hart zóó rustig, dat zij ook uit zichzelf graag op dezen weg wilde
+voortgaan. Het werk van den ketting was hiermee dus afgedaan.--
+
+Toovenaar Merlin wist dit, anders zou hij geen toovenaar geweest zijn,
+nietwaar? Hoewel 't jaar nog niet verstreken was, kwam hij 't halssnoer
+dus halen, om 't voor een ander leugenachtig kind te gebruiken.----
+
+Wat er van dezen merkwaardigen ketting der waarheid geworden is,
+heeft niemand mij kunnen zeggen. Na den dood van den grooten Merlin
+is hij verdwenen; men meent, dat de erfgenamen van den toovenaar,
+bang voor de verwoestingen, die hij op aarde zou kunnen aanrichten,
+hier de hand in gehad hebben, 't Is mogelijk! Voor vele menschen
+en kinderen zou 't stellig een ramp zijn, als men hun dit halssnoer
+eens ging om doen.--'t Praatje loopt, dat Afrika-reizigers, het om
+den hals van een negerkoning, die niet kon liegen, gezien hebben,
+maar zij hebben dit nooit kunnen bewijzen. Wat er van aan is? Ik weet
+'t niet--men is er nog altijd op uit den waarheidsketting te zoeken
+en als ik een kleine jokkebrok was, zou ik geen gerust oogenblik meer
+hebben, want, verbeeldt je, dat men hem eens weer terugvond!
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+
+ Blz.
+ I. De kleine Deugniet 5
+ II. Blondkopje 56
+ III. Bibi, Baba en Bobo 75
+ IV. De groote geleerde 94
+ V. De waarheidsketting 115
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+GEHEEL IN DEZELFDE UITVOERING VERSCHEEN IN:
+
+"ONS SCHEMERUURTJE"
+
+BIBLIOTHEEK VOOR HET KIND:
+
+
+1. _Ida Heijermans_, VERTELLINGEN.
+
+2. _Gebrs. Grimm_, SPROOKJES.
+
+3. _H.C. Andersen_, SPROOKJES.
+
+4. ONZE OUDE VERSJES.
+
+5. _Ida Heijermans_, UIT TANTE'S JEUGD.
+
+6. TIJL UILENSPIEGEL.
+
+7. _Ida Heijermans_, ZOO MOOI ALS ZONNESCHIJN.
+
+8. _Jean Macé_, SPROOKJES.
+
+
+No. 1-4 à 60 cts. ing., 75 cts. geb.
+
+No. 5-8 à 70 cts. ing., 85 cts. geb.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Sprookjes van Jean Macé, by Jean Macé
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROOKJES VAN JEAN MACÉ ***
+
+***** This file should be named 16725-8.txt or 16725-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/6/7/2/16725/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/16725-8.zip b/16725-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..0866510
--- /dev/null
+++ b/16725-8.zip
Binary files differ
diff --git a/16725-h.zip b/16725-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..b6f3a49
--- /dev/null
+++ b/16725-h.zip
Binary files differ
diff --git a/16725-h/16725-h.htm b/16725-h/16725-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..8bfd9a8
--- /dev/null
+++ b/16725-h/16725-h.htm
@@ -0,0 +1,4083 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=UTF-8">
+
+<title>Sprookjes van Jean Mac&eacute;</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Jean Mac&eacute;">
+<meta name="DC.Creator" content="Jean Mac&eacute;">
+<meta name="DC.Title" content="Sprookjes van Jean Mac&eacute;">
+<meta name="DC.Date" content="#######">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+
+
+body
+{
+font-size: 190%/1.2em;
+margin: 1.58em 16% 1.58em 16%;
+}
+
+/* title page headers */
+
+h1.docTitle
+{
+font-size: 1.6em;
+line-height: 2em;
+}
+
+h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline, h2.docTitle
+{
+text-align: center;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size: 1.1em;
+line-height: 1.44em;
+font-weight: normal;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: normal;
+}
+
+/*
+
+h1..h5 headers
+
+class
+sub subtitle
+label label (e.g. chapter twelve)
+
+*/
+
+.div0 { padding-bottom: 1.6em; }
+.div1 { padding-bottom: 1.44em; }
+.div2 { padding-bottom: 1.2em; }
+.div3, .div4, .div5 { padding-bottom: 1.0em; }
+
+h1, h2, h3, h4, h5
+{
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+
+
+h1
+{
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5em;
+}
+
+h1.label
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h2
+{
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h2.label
+{
+font-size: 1.0em;
+margin-bottom: 0;
+}
+
+h3
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+h4
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+}
+
+h5
+{
+font-size: 1.0em;
+line-height: 1.0em;
+font-style: italic;
+}
+
+
+/*
+p -- paragraph
+
+class
+initial initial paragraph of chapter, i.e. no indentation
+argument argument, the list of topics at the head of a chapter
+note footnote
+quote quoted material, like blockquote
+stb small thematic break
+mtb medium thematic break
+ltb large thematic break
+figure figure, plate, illustration
+legend legend with figure, plate, or other type of illustration
+*/
+
+p
+{
+text-indent: 0em;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align: left;
+}
+
+.aligncenter
+{
+text-align: center;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align: right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align: justify;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin: 0em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.line
+{
+margin: 0 10% 0 10%;
+}
+
+p.beforeline, p.afterline
+{
+margin-top: 1em;
+}
+
+p.initial
+{
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument, p.note
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument
+{
+margin: 1.58em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.quote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.blockquote
+{
+font-size: 0.9em;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.notetext
+{
+font-size: 0.8em;
+line-height: 1.1em;
+}
+
+div.divFigure
+{
+text-align: center;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float: left;
+margin: 10px;
+margin-left: 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float: right;
+margin: 10px;
+margin-right: 0;
+}
+
+p.figureHead
+{
+text-align: center;
+}
+
+p.figure, p.legend
+{
+font-size: 0.9em;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+
+p.smallprint, li.smallprint
+{
+font-size: 0.8em;
+line-height: 1.1em;
+color: #666666;
+}
+
+/* Special cases for Filipino Riddles */
+
+p.question
+{
+text-align: left;
+margin-bottom: 0em;
+}
+
+p.answer
+{
+text-align: right;
+margin-top: 0em;
+}
+
+p.explanation
+{
+margin-left: 0.9em;
+margin-right: 0.9em;
+font-size: smaller;
+}
+
+
+/*
+// span -- used for special effects in formatting.
+//
+// class
+// leftnote note in the left margin
+// rightnote note in the right margin
+// pageno page number, inserted at location of original page break.
+//
+// Note that the positioning only works properly in IE 5/6
+*/
+
+span.leftnote
+{
+position:absolute;
+left:1%;
+height:0em;
+width:14%;
+font-size: 0.8em;
+text-indent: 0em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+span.rightnote, span.pageno
+{
+position:absolute;
+left:86%;
+height:0em;
+width:14%;
+text-align:right;
+text-indent: 0em;
+font-size: 0.8em;
+line-height: 1.2em;
+}
+
+span.lineno
+{
+position: absolute;
+left: 12%;
+height: 0em;
+width: 12%;
+text-align: right;
+text-indent: 0em;
+font-size: 0.6em;
+line-height: 1em;
+font-style: normal;
+}
+
+.Greek
+{
+font-family: Gentium, Arial Unicode MS, serif; /* font that supports classical Greek */
+}
+
+.Arabic
+{
+font-family: Arial Unicode MS, sans-serif; /* font that supports Arabic */
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+
+span.smallcaps
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+
+/*
+a -- anchor
+
+class
+offsite
+gloss glossary entry; should be less visible
+noteref (foot) note reference.
+hidden
+
+*/
+
+a.hidden:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.noteref:hover
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 0.7em;
+vertical-align: super;
+text-decoration: none;
+}
+
+a.hidden
+{
+text-decoration: none;
+}
+
+hr
+{
+width: 100%;
+height: 1px;
+color: black;
+}
+
+hr.tb
+{
+margin-top: 10px;
+margin-bottom: 10px;
+width: 25%;
+height: 1px;
+text-align: center;
+}
+
+hr.noteseparator
+{
+width: 25%;
+height: 1px;
+text-align: left;
+}
+
+
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: Times New Roman, Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+span.rightnote, span.pageno, span.lineno
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Sprookjes van Jean Mac&eacute;, by Jean Mac&eacute;
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Sprookjes van Jean Mac&eacute;
+
+Author: Jean Mac&eacute;
+
+Illustrator: Jan Wiegman
+
+Translator: Hermanna
+
+Release Date: September 19, 2005 [EBook #16725]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROOKJES VAN JEAN MAC&Eacute; ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<p class="div1"></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/cover.jpg" alt=""></p>
+</div><p>
+<span class="pageno"></span></p>
+<h1 class="docTitle">ONS SCHEMERUURTJE.</h1><br><h1 class="docTitle">VIII.</h1>
+<h2 class="docImprint">H.MEULENHOFF
+<br>
+H. MEULENHOFF&#8212;AMSTERDAM&#8212;1916.
+</h2><span class="pageno"></span><h1 class="docTitle">SPROOKJES
+<br>
+VAN
+<br>
+JEAN MAC&Eacute;.
+</h1>
+<h2 class="byline">VERTAALD DOOR HERMANNA.
+<br>
+GE&Iuml;LLUSTREERD DOOR JAN WIEGMAN.
+</h2>
+<h2 class="docImprint">H.MEULENHOFF
+<br>
+H. MEULENHOFF&#8212;AMSTERDAM&#8212;1916.
+</h2><span class="pageno">
+[4]
+</span><p class="div1"></p>
+<p></p>
+<div id="d0e103" class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p004.jpg" alt="O, mevrouw, sta mij in &#8217;s Hemelsnaam nog &eacute;&eacute;n vraag toe!"></p>
+<p class="figureHead">O, mevrouw, sta mij in &#8217;s Hemelsnaam nog &eacute;&eacute;n vraag toe!</p>
+</div><p>
+
+<span class="pageno">
+[5]
+</span></p>
+<p class="div1"><a id="d0e109"></a></p>
+<h1 class="label">I.</h1>
+<h1>DE KLEINE DEUGNIET.</h1>
+<p>Er was eens een kleine jongen, die zoo stout was, dat ieder er schande over sprak. Hij sloeg de kindermeid, gooide moedwillig
+glazen en borden stuk, stak zijn tong tegen zijn vader uit en durfde zijn arme moeder, die hem, ondanks al zijn gebreken,
+hartelijk liefhad, boos van zich af te duwen, als zij hem, midden in een driftbui, in haar armen wilde nemen, om hem tot bedaren
+te brengen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p005.jpg" alt="Hij sloeg de kindermeid."></p>
+<p class="figureHead">Hij sloeg de kindermeid.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Behalve zijn ouders, noemde niemand hem meer bij zijn eigenlijken naam; men zei eenvoudig <i>Deugniet</i> tegen hem, of wel <i>Verniel-al,</i> maar dat was zoo&#8217;n mondvol om uit te spreken. Als de kleine jongen maar een spikkeltje eergevoel had gehad, zou hij er zich
+stellig erg over hebben geschaamd, want z&oacute;&oacute; heette de hond bij hem thuis ook, een echte woesteling, die alles kapot maakte.
+<span class="pageno">
+[6]
+</span></p>
+<p>Deugniet schaamde zich echter nooit.
+
+</p>
+<p>Je denkt nu misschien, dat hij ook een nare jongen was om te zien.
+
+</p>
+<p>Integendeel, hij had w&agrave;t een aardig gezichtje en mooi, blond krulhaar, waar zijn moeder niet weinig trotsch op was. Als hij
+in een goede bui was&#8212;zoo&#8217;n bevlieging duurde helaas maar kort&#8212;kon hij er wezenlijk uitzien om te stelen.
+
+</p>
+<p>Je kunt begrijpen hoeveel verdriet zijn ouders er van hadden, dat hun jongetje in werkelijkheid zoo heel anders was, dan je,
+op zijn uiterlijk afgaande, zoudt meenen. Niet alleen al de buren, neen, de geheele stad sprak er over, hoe &#8217;n groot leed
+het voor zulke brave, algemeen ge&auml;chte menschen moest wezen, zoo&#8217;n verschrikkelijk stout kind te hebben.
+
+</p>
+<p>Iedereen wist er uit eigen ondervinding over mee te praten. De een vertelde, dat Deugniet hem met een steen had gegooid, toen
+hij op zekeren dag voor zijn deur een luchtje stond te scheppen,&#8212;de ander, dat de bengel, na die hevige regenbui van laatst,
+met opzet in een grooten plas had staan dansen, om de voorbijgangers met modder te bespatten;&#8212;de melkvrouw zei tegen ieder,
+die &#8217;t hooren wou, dat ze er voortaan wel voor zou oppassen, hem in de buurt van haar blankgeschuurde emmers te laten komen&#8212;verbeeld
+je, onlangs had hij er uit baldadigheid nog handenvol fijn zand ingegooid&#8212;-en eindelijk dreigde de politieagent, die zijn
+standplaats op den hoek der straat had, zelfs, hem mee naar &#8217;t bureau te zullen nemen, als hij &#8217;t niet wou laten, de kleine
+meisjes te knijpen, die, <span class="pageno">
+[7]
+</span>op weg naar school, langs zijn huis moesten.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p007-1.jpg" alt="In een grooten plas had staan dansen."></p>
+<p class="figureHead">In een grooten plas had staan dansen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Om kort te gaan, er werd zooveel over zijn ondeugendheid gesproken, dat het ook een oude fee ter oore kwam, die zich, na jarenlang
+omzwerven, op een stil plekje, niet ver van deze stad, had teruggetrokken.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p007-2.jpg" alt="Dreigde de politieagent."></p>
+<p class="figureHead">Dreigde de politieagent.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Fee Goed-Hart, zoo heette zij, was z&oacute;&oacute; goed, dat je je er eenvoudig geen voorstelling van kunt maken, maar juist door haar
+buitengewone goedheid, kon zij ook geen kwaad in haar omgeving dulden. Iets slechts te <i>zien,</i> maakte haar ziek en er zelfs maar over te <i>hooren praten,</i> benam haar wel een weeklang den eetlust. In den loop der jaren had zij, in haar <span class="pageno">
+[8]
+</span>hoedanigheid van fee, reeds heel wat groote en kleine kwaaddoeners gestraft, en hoewel zij nu eigenlijk van haar arbeid rustte,
+besloot zij zich toch, terwille van Deugniet, nog eens op te maken, om hem een les te geven, die tot zijn verbetering zou
+kunnen strekken. Zij liet zijn ouders dus weten, dat zij hen op dien en dien dag zou komen bezoeken.
+
+</p>
+<p>Fee Goed-Hart had een groote vermaardheid in &#8217;t gansche land. Ieder rekende het zich tot een eer en vond &#8217;t een zeldzame onderscheiding,
+haar in zijn huis te mogen ontvangen, want zij was niet kwistig met haar bezoeken en leefde zoo stil en teruggetrokken, dat
+&#8217;t zelfs al een bijzonderheid mocht heeten, als zij zich eens in de stad vertoonde.
+
+</p>
+<p>Deugniets ouders waren dan ook zeer ingenomen met het vooruitzicht fee Goed-Hart bij zich te zullen zien en spaarden moeite
+noch kosten, om de hooggeeerde gast waardig te ontvangen.
+
+</p>
+<p>Op den vroegen morgen van den gewichtigen dag ging de keukenmeid naar de markt en deed daar een ruimen inslag van &#8217;t beste
+en &#8217;t fijnste, dat er maar te koop was. Toen zij eindelijk weer thuis kwam, kon zij haar groote boodschappenmand haast niet
+meer torsen, zoo&#8217;n massa was er in.
+
+</p>
+<p>Nu kwam &#8217;t heele huishouden in rep en roer. Het mooiste servies, het fijnste kristal, werd voor den dag gehaald. Ook de ouderwetsche,
+zilveren schotels, die anders veilig in groote kasten opgeborgen waren, zouden bij deze bijzondere gelegenheid dienst moeten
+doen.
+
+</p>
+<p>Wat hadden allen &#8217;t druk! Het personeel was onvermoeid <span class="pageno">
+[9]
+</span>in de weer en had de handen vol werk. Hier kwam er een met manden vol flesschen uit den kelder; daar zag je een ander met
+uitgezochte vruchten beladen de dessertkamer binnengaan. In de keuken was &#8217;t een heen-en-weer-gevlieg en gedraaf, dat &#8217;t hoofd
+er je van om zou loopen&#8212;er was zooveel, waaraan nog gedacht, waarvoor nog gezorgd moest worden. Maar niemand klaagde over
+deze buitengewone drukte. Fee Goed-Hart was z&oacute;&oacute; bemind, dat de menschen voor haar door &#8217;t vuur zouden zijn gegaan.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p009.jpg" alt="Zoo&#8217;n massa was er in."></p>
+<p class="figureHead">Zoo&#8217;n massa was er in.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zullen we vandaag met den jongen beginnen?&#8221; vroeg Deugniets vader aan zijn vrouw. &#8220;Je weet, hoe onhebbelijk hij zich
+altijd in gezelschap gedraagt. &#8217;t Kind zal ons voor de heele stad te schande maken, als hij zich, ook in &#8217;t bijzijn der fee,
+niet verkiest in te binden. Zoo iets wordt dan natuurlijk overal bekend, met d&agrave;t gevolg, dat wij ons, als ouders van dien
+bengel, nergens meer zullen kunnen vertoonen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maak je niet bezorgd,&#8221; sprak de goede moeder; <span class="pageno">
+[10]
+</span>&#8220;laat &#8217;t ventje maar eens aan mij over. Om te beginnen zal ik er voor zorgen, dat hij er keurig uitziet, &#8217;k Zal zijn blonde
+krullen, die hem zoo goed staan, met mijn gouden kam netjes in orde brengen, dan trek ik hem zijn mooie, nieuwe pakje en zijn
+schoenen met gespen aan, en voorts zal ik hem z&oacute;&oacute; op &#8217;t hart drukken toch vooral lief en gehoorzaam te zijn, dat je je over
+zijn gedrag heel niet meer ongerust zult behoeven te maken. Je zult zien, dat wij zelfs nog eer met hem zullen inleggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Deugniets lieve moeder geloofde zoo graag het goede van haar kind. Ook gunde zij hem zoo echt, straks mee aan te zitten aan
+den kostelijken disch. Wat haarzelf betrof, zonder &#8217;t bijzijn van haar kleinen jongen zou deze feestdag voor haar al &#8217;t feestelijke
+verloren hebben.
+
+</p>
+<p>Doch toen zij hem riep, omdat het tijd werd met &#8217;t opknappen te beginnen, bleek &#8217;t, dat hij nergens te vinden was. De stoute
+jongen had over fee Goed-Hart hooren spreken, en wist nu van angst niet waar hij zich bergen zou. Waarom hij eigenlijk zoo
+bang voor haar was, zou hij zelf niet hebben kunnen zeggen.
+
+</p>
+<p>Het kwaad brengt zijn eigen straf met zich mee. Daarom hebben zij, die verkeerd doen, altijd een grooten, door niets anders
+te verklaren angst voor alles, wat goed is.
+
+</p>
+<p>Toen Deugniet hoorde, dat hij geroepen werd, veranderde hij weer van schuilplaats; zijn geweten liet hem geen rust, zie je!
+
+</p>
+<p>Allen waren nu in de weer om hem te zoeken. De tijd drong. Verbeeld je eens, dat de fee kwam, voordat zijn moeder nog met
+hem klaar was!
+<span class="pageno">
+[11]
+</span></p>
+<p>Eindelijk werd hij in het kamertje naast de keuken gevonden, dat gebruikt werd om &#8217;t een en ander uit de hand te zetten. Maar
+hoe? D&agrave;t was het &#8217;m juist! De stoute jongen zat met zijn vingers in de vanille-vla, die er stond af te koelen!
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p011.jpg" alt="Slaakte luide jammerkreten."></p>
+<p class="figureHead">Slaakte luide jammerkreten.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>De keukenmeid slaakte luide jammerkreten, toen ze haar vla terugzag, die heerlijke vla, waaraan zij zooveel zorg had besteed.
+Totaal bedorven was ze. Er kon geen sprake van zijn <i>die</i> nog op de tafel te zetten en tijd om nieuwe te maken was er ook niet&#8212;-och, och, wat een ramp!
+
+</p>
+<p>Maar hoe ze ook klaagde en jammerde en tegen Deugniet uitvoer, er was niets aan te doen, zij zou zich in &#8217;t onvermijdelijke
+moeten schikken en vla zou vandaag van &#8217;t menu geschrapt moeten worden.
+
+</p>
+<p>Nog was zij niet tot bedaren gekomen, toen er een <span class="pageno">
+[12]
+</span>ongewoon tumult op straat ontstond. Men hoorde paardengetrappel, hoera-geroep. In vliegenden galop kwam fee Goed-Hart aanrijden.
+Allen spoedden zich naar de voordeur.
+
+</p>
+<p>Deugniet werd voor &#8217;t oogenblik vergeten. Hij wist toen niets beters te doen, dan zich weer zoo gauw mogelijk uit de voeten
+te maken en holde naar den zolder, waar hij zich achter &#8217;t brandhout, dat hier voor den winter opgestapeld lag, verstopte.
+
+</p>
+<p>Zijn arme moeder vond &#8217;t vreeselijk naar, hem op een dag als dezen niet bij zich te hebben, maar &#8217;t was nu niet de tijd hierbij
+stil te staan. Moedig drong zij haar tranen terug en trad zoo opgewekt mogelijk naar voren, om de goede fee, die juist uit
+haar koets stapte, te verwelkomen.
+
+</p>
+<p>Onder tallooze eerbetooningen werd zij naar de eetzaal geleid, waar de overige gasten reeds aanwezig waren.
+
+</p>
+<p>Weldra nam &#8217;t gezelschap aan de groote, feestelijk gedekte tafel plaats.
+
+</p>
+<p>Tegen &#8217;t einde van den maaltijd liet fee Goed-Hart haar blik door de zaal gaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar is uw kleine jongen?&#8221; vroeg zij aan Deugniets moeder, die deze vraag al onder vreezen en beven verwacht had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och mevrouw,&#8221; gaf zij ten antwoord, &#8220;we hebben &#8217;t den heelen morgen zoo volhandig gehad, dat er geen tijd is overgeschoten
+om hem netjes aan te kleeden en in zijn huispakje durfde ik hem toch niet in uw tegenwoordigheid te brengen.&#8221;
+<span class="pageno">
+[13]
+</span></p>
+<p>&#8220;Gij verheelt de waarheid,&#8221; sprak de fee op strengen toon, &#8220;en daar hebt gij ongelijk aan. Men bewijst kinderen een slechten
+dienst door te trachten hun fouten te verbloemen. Stuur iemand om hem hier te halen, zooals hij is; ik wensch hem op staanden
+voet te zien.&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p013.jpg" alt="&#8220;Gij verheelt de waarheid,&#8221; sprak de fee."></p>
+<p class="figureHead">&#8220;Gij verheelt de waarheid,&#8221; sprak de fee.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>De bedienden, die uitgezonden werden om Deugniet op te sporen, keerden echter na eenigen tijd terug met de boodschap, dat
+hij nergens te vinden was.
+
+</p>
+<p>Deugniets vader haalde zijn schouders op, maar zijn moeder kon &#8217;t niet helpen, dat zij er eigenlijk, in haar hart, blij om
+was. Deugniet stond niets goeds te wachten&#8212;dat begreep zij maar al te best. Fee Goed-Hart liet niet met zich spotten, als
+er stoutheid in &#8217;t spel was; stellig zou zij een strenge berisping, ja, mogelijk wel een flinke straf voor hem klaar hebben.
+
+</p>
+<p>Maar de oude fee was niet van plan de zaak hiermee <span class="pageno">
+[14]
+</span>als afgedaan te beschouwen. Zij had zich nu eenmaal de moeite getroost, terwille van Deugniet, naar de stad te komen en wilde
+haar werk nu ook niet ten halve doen. E&eacute;n wenk aan haar gunsteling, een dwerg, die gedurende den maaltijd achter haar stoel
+had gestaan, was voldoende, om hem de zaal uit te doen snellen.
+
+</p>
+<p>Deze dwerg&#8212;Grauwbaard werd hij genoemd naar zijn langen, grijzen baard&#8212;bezat reuzenkrachten. Hij had zich meer in de breedte,
+dan in de lengte ontwikkeld en zijn geweldig lange, knoestige armen zagen er uit, als in elkaar gestrengelde, oude wingerdranken.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Eigenaardigste aan hem was echter, dat hij ondeugende, kleine jongens kon ruiken. Zooals een jachthond het spoor van een
+haas volgt, zoo kon hij, op den reuk afgaande, in een ommezien zoo&#8217;n stouten, kleinen bengel opsporen.
+
+</p>
+<p>Allereerst liep hij naar de keuken, vandaar ging hij naar boven, de trap op naar de eerste verdieping, naar de tweede verdieping,
+nog hooger en hooger, totdat hij op den zolder kwam en recht toe, recht aan, op den houtstapel af schoot, waar je &#8217;t gescheurde
+broekje van den vluchteling al tusschen de takkenbossen door zag schemeren. Zonder een woord te zeggen, tilde hij hem met
+&eacute;&eacute;n hand aan zijn ceintuur op en droeg hem zoo, met uitgestrekten arm naar de eetzaal, waar zijn komst een hartelijk gelach
+veroorzaakte. Geen wonder! De arme Deugniet zag er nu allesbehalve op zijn voordeeligst uit. Zijn verkreukelde blouse was
+aan den eenen kant zwart van &#8217;t kolenhok, waar hij zich vanochtend ook al verstopt had, en aan den anderen kant <span class="pageno">
+[15]
+</span>wit van &#8217;t stukadoorsel der verschillende muren, waarmee hij in aanraking was gekomen. In zijn verwarde krullen hingen takjes
+en droge blaadjes van de takkenbossen, zonder nog te spreken van een groot spinneweb, waar Grauwbaard hem doorheen had gesleept
+en dat nu aan flarden achter hem aan wapperde. Zijn gezicht was vuurrood van boosheid en zat, van &#8217;t puntje van zijn neus
+tot onder aan zijn kin, vol vla. Hij wrong zich in allerlei bochten en spartelde geducht, om los te komen, maar tevergeefs;
+de dwerg hield hem stevig vast.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p015.jpg" alt="En droeg hem."></p>
+<p class="figureHead">En droeg hem.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8217;t Was een potsierlijk schouwspel!
+
+</p>
+<p>Drie personen van &#8217;t gezelschap hadden echter hun ernst bewaard: in de eerste plaats Deugniets vader, wiens gelaat groote
+ontevredenheid uitdrukte, zijn moeder, wier oogen zich met tranen hadden gevuld, en de oude fee, die den stouten jongen een
+dreigenden blik toewierp.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar kom jij vandaan, jongeheer en waarom heb ik je niet eerder hier gezien?&#8221; zoo sprak zij hem aan.
+
+</p>
+<p>Deugniet antwoordde niet, maar vloog, zoo gauw de dwerg hem op den grond zette, naar zijn moeder, om zijn gezicht, stampvoetend,
+in den schoot van haar japon te verbergen.
+<span class="pageno">
+[16]
+</span></p>
+<p>&#8220;Dat kind doet graag zijn eigen zin,&#8221; zei de fee. &#8220;Welaan, ik zal hem bij mijn vertrek een gave schenken, waarmee hij wel
+zeer ingenomen zal wezen:
+
+</p>
+<p><i>Ik ontsla hem voor immer, van wat hem zal mishagen.</i>
+
+</p>
+<p>Vaarwel, mevrouw,&#8221; zoo vervolgde zij, zich tot Deugniets moeder wendend, wier blanke hand onwillekeurig den ragebol van den
+kleinen bengel streelde. &#8220;Vaarwel, mevrouw, ik beklaag u, dat ge zoo&#8217;n kind hebt.&#8212;Ik zou u raden, hem nu allereerst maar eens
+een ferme schoonmaakbeurt te geven; hij ziet er uit, om met geen tang aan te raken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Vol majesteit verhief zij zich van haar zetel en begaf zich weer naar haar koets, gevolgd door den trouwen Grauwbaard, die
+den sleep van haar gewaad droeg.
+
+</p>
+<p>Haar gastheer en gastvrouw bleven als verslagen in de feestzaal achter en ook den overigen aanwezigen, die nu geen lust meer
+tot lachen hadden, was het onbehagelijk te moede. Zij dropen zoo stil mogelijk, &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n, af en verlieten het huis, van
+welks vernedering zij getuige waren geweest. &#8217;t Was te voorzien, dat zij niet zouden nalaten straks aan de heele stad verslag
+van &#8217;t gebeurde te geven.
+
+</p>
+<p>Nu, het kon ook waarlijk geen kleinigheid heeten, dat fee Goed-Hart, wier bezoek ieder zich tot zoo&#8217;n hooge eer rekende, ontevreden
+van hier vertrokken was, niettegenstaande men alles in &#8217;t werk gesteld had, om haar een schitterende ontvangst te bereiden!
+
+</p>
+<p>Deugniets vader zette zijn hoed op en liep wrevelig de deur uit, met de woorden: &#8220;die bengel heeft ons voor allen tot schande
+gemaakt.&#8221;
+<span class="pageno">
+[17]
+</span></p>
+<p>Zijn moeder schreide zonder iets te zeggen en streelde nog altijd werktuigelijk de verwarde krullen van den kleinen rustverstoorder,
+terwijl ze over de eigenaardige gave nadacht, die de fee hem tot afscheid geschonken had.
+
+</p>
+<p>Eindelijk stond zij op en nam Deugniet bij de hand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, mijn kind,&#8221; sprak ze, &#8220;we zullen doen wat de fee heeft gezegd.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij nam hem mee naar de slaapkamer en maakte aanstalten zijn gezicht en zijn handen eens heerlijk met een groote, in helder,
+frisch water gedoopte spons te wasschen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p017.jpg" alt="Gevolgd door den trouwen Grauwbaard."></p>
+<p class="figureHead">Gevolgd door den trouwen Grauwbaard.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Deugniet, die nog onder den invloed verkeerde van wat er zooeven was voorgevallen, liet haar eerst zonder tegenstribbelen
+begaan, maar zoo gauw voelde hij &#8217;t koude water niet in neus en ooren komen, of hij werd weerspannig <span class="pageno">
+[18]
+</span>en ontsnapte onder luid geschreeuw naar &#8217;t andere eind van de kamer.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, neen,&#8221; riep hij uit alle macht; &#8220;het water is veel te koud en te nat. Ik wil niet natgemaakt worden!&#8221;
+
+</p>
+<p>Zijn moeder had hem echter gauw weer opgevangen en ging, ondanks zijn stampvoeten en gillen, weer met de groote spons over
+zijn gezicht.
+
+</p>
+<p>De noodlottige gave der fee trad evenwel reeds in werking. Het water gehoorzaamde aan Deugniets bevel; ten einde het natmaken
+van zijn gezicht te vermijden, golfde het ter rechter- en ter linkerzijde de waschkom uit en wist de spons zoo goed te ontwijken,
+dat zij er geen druppeltje van in zich kon opnemen en telkens weer kurkdroog uit de kom te voorschijn kwam.
+
+</p>
+<p>Er was niets aan te doen. De kamer dreef van &#8217;t water, maar het halfgewasschen gezicht van den kleinen jongen had er geen
+spatje van mee gekregen, sedert hij zich zoo onvoorzichtig had uitgelaten.
+
+</p>
+<p>Deugniets arme moeder sloeg haar doornatte japon uit en wierp zich, den strijd met &#8217;t onwillige water moede, mistroostig op
+een stoel.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom,&#8221; zoo sprak zij na een poosje tot zichzelf, &#8220;laat ik hem tenminste maar kammen, dan zal hij er toch niet meer zoo slordig
+uitzien.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij nam &#8217;t kind op haar schoot en begon zijn krullen met haar mooien, gouden kam te bewerken. Weldra stiet deze echter op
+een der droge takjes, waar zich eenige fijne haartjes om verwikkeld hadden. Hoe voorzichtig de goede moeder ze ook uit de
+war probeerde te halen, Deugniet schreeuwde huizenhoog en wilde <span class="pageno">
+[19]
+</span>zich niet geduldig laten helpen.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, o, u doet me pijn!&#8221; riep hij uit; &#8220;ik wil niet meer gekamd worden!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dadelijk bogen de tanden van den kam zich naar achteren en weigerden verder door de blonde krullen te gaan.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatRight">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p019.jpg" alt="En wist de spons zoo goed te ontwijken."></p>
+<p class="figureHead">En wist de spons zoo goed te ontwijken.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Deugniets moeder schrikte geducht. Gauw haalde ze een anderen kam, maar deze deed helaas &#8217;t zelfde.
+
+</p>
+<p>Het dienstpersoneel kwam op haar wanhoopskreten aanloopen; ieder van hen bracht zijn eigen kapgerei mee, maar tevergeefs,
+geen enkele kam werd bereid gevonden Deugniets krullen uit de war te halen. Eindelijk kwam de roskam van &#8217;t paard er zelfs
+bij te pas. Helaas, nauwelijks had ook deze &#8217;t blonde haar aangeraakt, of hij legde zijn ijzeren tanden plat en ging over
+Deugniets hoofd, zonder een enkel haartje van zijn plaats te brengen.
+
+</p>
+<p>Deugniet zette groote oogen op en begon berouw te krijgen over zijn ondoordachte woorden. Om je de waarheid te zeggen, was
+de kleine bengel nogal ijdel <span class="pageno">
+[20]
+</span>en vond &#8217;t een allesbehalve plezierig vooruitzicht, voortaan ongewasschen en ongekamd te moeten blijven rondloopen. Hij begon
+dus uit alle macht te schreien, &#8217;t gewone redmiddel van ondeugende, kleine jongens, die niet meer weten wat zij zullen zeggen
+of doen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder moet me wasschen en kammen,&#8221; riep hij snikkend uit, maar nu was het daarvoor te laat. W&egrave;l had de fee hem ontslagen
+van alles wat hij vervelend vond, maar dit sloot niet in, dat nu ook al zijn wenschen ingewilligd zouden worden.
+
+</p>
+<p>Om hem te troosten, wou zijn moeder hem zijn mooie, nieuwe pakje en zijn schoenen met gespen aantrekken. Er was echter op
+dit oogenblik geen land met hem te bezeilen. Buiten zichzelf van drift en boosheid, gooide hij &#8217;t een, zoowel als &#8217;t ander,
+zoover mogelijk van zich af.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p020.jpg" alt="Kwam de roskam van &#8217;t paard."></p>
+<p class="figureHead">Kwam de roskam van &#8217;t paard.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil mijn mooie, nieuwe pakje niet hebben,&#8221; riep hij uit, &#8220;en &#8217;k wil ook mijn schoenen met gespen niet aandoen. Ik wil
+een spons, waar &#8217;t water uitdruipt en een kam, die door mijn haar gaat.&#8221;&#8212;
+<span class="pageno">
+[21]
+</span></p>
+<p>Maar daar er geen spons te vinden was, die nat wou worden, noch een kam, die door zijn krullen wou gaan, begon hij, na een
+tijdje misbaar te hebben gemaakt, toch terug te krabbelen en vroeg uit zichzelf om zijn mooie pakje en zijn schoenen met gespen.
+
+</p>
+<p>Weer wat nieuws! Het pakje en de schoenen hadden zijn woorden gehoord en weigerden nu op hun beurt te komen, waar men niet
+op hen gesteld was geweest. Het pakje vloog gewoon weg, toen hij &#8217;t wou grijpen; hoe verder Deugniet de armen uitstrekte,
+des te hooger ging het en eindelijk bleef het aan de zoldering hangen, vanwaar &#8217;t spotachtig op hem scheen neer te zien. De
+schoenen deden al even mal op hun manier. De eene werd plotseling zoo klein, dat zelfs een kat er zijn pootje niet in zou
+hebben kunnen krijgen en de andere werd zoo groot, dat Deugniet er wel twee voeten tegelijk in kon steken.
+
+</p>
+<p>Zijn moeder stuurde eerst het personeel weg, dat verbluft over &#8217;t geen hier vandaag te zien was, als vastgeworteld in de kamer
+was blijven staan; zij vond het al te naar voor haar kleinen jongen zoo aangegaapt te worden in zijn vernedering.
+
+</p>
+<p>Toen zij alleen waren, trok zij hem aan haar borst.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal er nog van ons moeten worden, kind,&#8221; zoo riep zij uit, &#8220;als je je niet vast wilt voornemen, in &#8217;t vervolg dadelijk
+en zonder tegen te stribbelen te gehoorzamen! Dit heeft de goede fee je willen leeren, door de rampzalige gave, die zij je
+bij haar vertrek heeft geschonken. Mijn jongen, luister goed en onthoud het voor je leven: <i>als men kinderen iets gelast, dient <span class="pageno">
+[22]
+</span>het tot hun bestwil; geen grooter ongeluk zou hun kunnen overkomen, dan zelf de vrije beschikking over &#8217;t al of niet gehoorzamen
+te verkrijgen.</i>
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p022-1.jpg" alt="Het pakje vloog gewoon weg."></p>
+<p class="figureHead">Het pakje vloog gewoon weg.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>De fee heeft jou die vrije beschikking geschonken en nu bemerk je reeds wat er de treurige gevolgen van zijn. Waak toch in
+&#8217;s Hemels naam over jezelf, als je mij niet van verdriet wilt laten sterven, want ik voel, dat &#8217;t mij onmogelijk zal zijn
+je ongelukkig te zien. En toch zal je dit weldra worden, kind, ongelukkig, diep rampzalig, als je er mee voortgaat jouw wil
+tegen dien van vader of moeder in te laten gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatRight">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p022-2.jpg" alt="De andere werd zoo groot."></p>
+<p class="figureHead">De andere werd zoo groot.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Deugniet was zoo dom niet, of hij begreep heel goed hoe waar deze woorden waren. Ook hield hij veel van zijn moeder&#8212;welk kind,
+hoe ondeugend ook, zou <i>dit</i> kunnen laten?&#8212;Haar diepe smart en teedere liefde deden zijn steenen hartje eindelijk smelten. Hij sloeg zijn armen om haar
+hals, drukte zijn vuil snoetje tegen haar reine, blanke wangen en veegde zoo de twee groote tranen weg, die stil naar beneden
+gleden. Zij alleen hadden de macht de betoovering te verbreken, die in werking was <span class="pageno">
+[23]
+</span>getreden, na zijn verklaring, niet meer nat gemaakt te willen worden.&#8212;
+
+</p>
+<p>Zoo waren moeder en zoon dus weer verzoend. Samen gingen ze nu naar de huiskamer, waar op een aardig tafeltje van gepolijst
+notenhout de boeken en schriften van den kleinen jongen gereed lagen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees nu eens ijverig,&#8221; sprak zijn moeder, terwijl zij hem op &#8217;t voorhoofd kuste, &#8220;en leer als een lieve jongen het lesje,
+dat je vanavond voor vader moet opzeggen. Wanneer de goede fee hoort, dat je je best hebt gedaan, wordt zij misschien zachter
+jegens je gestemd en zal ze er mogelijk toe te bewegen zijn, die noodlottige gave weer terug te nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Als Deugniet het voor &#8217;t kiezen had gehad, zou hij den tuin in zijn gevlogen. Nu hij echter pas, slag op slag, zulke harde
+lessen had gehad, durfde hij niet tegen te spartelen en ging dus gehoorzaam aan de tafel zitten. Met moed begon hij te leeren,
+maar ongelukkigerwijze stiet hij al in den vierden regel op zoo&#8217;n moeielijk, lang woord, dat de oude tegenzin plotseling weer
+de overhand kreeg. Dat lastige woord bracht alles in de war. &#8217;t Was als een groote steen midden op je pad, die je den doorgang
+verspert. Na vruchteloos getracht te hebben er overheen te komen, gooide de ongeduldige, kleine jongen &#8217;t boek spijtig op
+den grond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb een hekel aan leeren; &#8217;k wil van geen enkel boek meer iets weten,&#8221; riep hij driftig uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat is d&agrave;t nu?&#8221; vroeg zijn moeder en zag hem aan met een blik, die hem aanstonds tot zichzelf bracht. &#8220;Is d&agrave;t wat je mij
+zooeven beloofd hebt?&#8221;
+<span class="pageno">
+[24]
+</span></p>
+<p>&#8220;Neen moeder,&#8221; antwoordde hij beschaamd; &#8220;och, wees maar niet boos!&#8221; Meteen raapte hij het boek op en wou weer aan zijn lesje
+beginnen, maar, stel je voor, met geen mogelijkheid kon hij het open krijgen. Zijn hevig ontstelde moeder spande eveneens
+al haar krachten in&#8212;&#8212;tevergeefs.
+
+</p>
+<p>Nu riep zij den koetsier en den huisknecht, beiden sterke mannen; ze hielden &#8217;t boek ieder aan een kant van den band vast
+en trokken er uit alle macht aan. Verloren moeite! Het wist van wikken noch verwegen. De smid kwam er zelfs met beitel en
+hamer en de schrijnwerker met zijn verschillende werktuigen aan te pas. Zij braken er hun gereedschappen op stuk, maar &#8217;t
+boek bleef dicht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal een ander nemen,&#8221; zei Deugniet en stak zijn hand naar een vertelselboek uit, dat hij heel mooi vond. Dit zat echter
+zoo stevig aan de tafel vastgekleefd, dat er geen denken aan was het los te krijgen. Een derde verdween, wanneer de kleine
+jongen &#8217;t wou grijpen en verscheen zoo brutaal mogelijk weer, zoo gauw hij zijn hand had teruggetrokken. Om kort te gaan,
+Deugniet had van geen enkel boek meer iets willen weten,&#8212;nu wilden de boeken ook niets meer van Deugniet weten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, ongelukkig kind, wat heb je gedaan!&#8221; riep zijn moeder onder tranen uit. &#8220;Nu bestaan er voortaan geen boeken voor je.
+Hoe zal je dan nog iets kunnen leeren? Je zult je levenlang dom moeten blijven!&#8221;
+
+</p>
+<p>Haar tranen vloeiden zoo rijkelijk op het weerspannige boek, den bewerker van al dit onheil, neer, dat &#8217;t geheel <span class="pageno">
+[25]
+</span>werd doorweekt en zich zelfs onder den invloed van dezen veelvermogenden regen al begon te openen. Maar nog bijtijds herinnerde
+het zich, wat &#8217;t aan zijn eer verschuldigd was, schudde de tranen van zich af en sloot zich weer met een knappend, droog geluid.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatRight">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p025.jpg" alt="Trokken er uit alle macht aan."></p>
+<p class="figureHead">Trokken er uit alle macht aan.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Deugniet vond &#8217;t wel jammer, dat &#8217;t boek, waar die mooie verhalen in stonden, voortaan voor hem gesloten zou blijven&#8212;de andere
+boeken konden hem minder schelen; hij was nog niet verstandig genoeg om er &#8217;t nut van in te zien&#8212;maar weet je wat hem &#8217;t ergst
+van alles hinderde?&#8212;Dat zijn moeder zoo bedroefd was!
+
+</p>
+<p>Daardoor werd hij ook verdrietig en schreide met haar mee, terwijl hij haar beloofde nooit meer ongehoorzaam te zullen zijn.
+
+</p>
+<p>Ondertusschen was zijn vader thuisgekomen, &#8217;t Werd tijd voor &#8217;t avondeten. Van &#8217;s middags af had hij met groote stappen buiten
+de stad gewandeld, ieder bekend <span class="pageno">
+[26]
+</span>gezicht vermijdend, omdat hij niet over &#8217;t bezoek der fee, waarvan men natuurlijk reeds overal op de hoogte zou zijn, aangesproken
+wou worden.
+
+</p>
+<p>Hij was moe van de lange wandeling en ontstemd door de herinnering aan het tooneel van dien middag. Geen wonder, dat hij den
+kw&acirc;jongen, die dit op zijn geweten had, niet al te vriendelijk gezind was. Maar toen hij hem z&oacute;&oacute; aan tafel zag verschijnen,
+ontredderd, slordig en vuil als hij was met zijn gescheurde kleeren, verwarde krullen en nog grootendeels met vla besmeerd
+gezicht, steeg zijn toorn ten top.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat beteekent dat?&#8221; zoo wendde hij zich op barschen toon tot zijn vrouw. &#8220;Zijn wij nog niet genoeg aan de kaak gesteld? Moeten
+we nog dieper vernederd worden, dat je het klaarblijkelijk aan vreemde menschen wilt overlaten dien kleinen schelm te komen
+wasschen?&#8221;
+
+</p>
+<p>Deugniets moeder hoorde dit onverdiende verwijt geduldig aan. Zij durfde hem niet te vertellen, hoe de vork in den steel zat,
+bevreesd als zij was, dat zijn toorn zich dan op &#8217;t kind zou ontladen. Hoe graag wilde zij zelf onrecht lijden, wanneer zij
+er den kleinen jongen maar straf door zou kunnen besparen!
+
+</p>
+<p>En hieraan had zij nog eens weer ongelijk, want nu kwam &#8217;t kind, dat haar onrechtvaardig bejegend zag, in opstand tegen zijn
+goeden vader, wiens ontevredenheid immers onder deze omstandigheden zoo vanzelfsprekend was. Hoe toch kon hij zuiver oordeelen,
+zoo lang hem de ware toedracht der zaak niet opgehelderd was?&#8212;Had Deugniet maar bedacht, dat zijn eigen stoutheid de oorzaak
+van alles was en hij zijn liefde <span class="pageno">
+[27]
+</span>voor zijn moeder niet beter zou kunnen bewijzen, dan door eerlijk op te biechten, hoe alles zich had toegedragen! Nu deze
+opstandige geest echter eenmaal, met een schijn van recht, in hem was gevaren, verzette hij zich uit alle macht tegen zijn
+vader, zoodat hij, brutaal-kortaf, &#8217;t bord soep afwees, dat deze voor hem had opgeschept.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen,&#8221; riep Deugniet, &#8220;&#8217;k wil geen soep.&#8221;
+
+</p>
+<p>Je moet weten, dat hij juist niet veel van deze soep hield; des te gemakkelijker kon hij er dus voor bedanken.
+
+</p>
+<p>Nauwelijks had hij echter weer dat noodlottige &#8220;&#8217;k wil niet&#8221; gezegd, of de soep vloog van &#8217;t bord en viel met zoo&#8217;n plons
+in de terrine terug, dat ieder vol spatten kwam.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Vest van Deugniets vader werd &#8217;t ergst bespat. Deze dacht, dat de jongen hem de soep in &#8217;t gezicht had willen gooien&#8212;van
+zoo&#8217;n stout kind kon men immers alles verwachten&#8212;en stond driftig op, om hem een flinke kastijding te geven.
+
+</p>
+<p>Zijn vrouw hield hem echter nog bijtijds tegen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Straf hem niet!&#8221; riep zij uit. &#8220;&#8217;t Arme ventje kan het niet helpen. Hij is er toch al ongelukkig genoeg aan toe. Nu zal hij
+ook nooit meer soep kunnen eten!&#8221;
+
+</p>
+<p>Door dit voorval kwam de geheele waarheid aan &#8217;t licht; zij kon nu niet langer voor Deugniets vader verborgen blijven.
+
+</p>
+<p>Je kunt begrijpen, dat dit hem niet kalmer stemde.
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is wat moois,&#8221; zei hij, &#8220;wat moeten we nu met dien bengel beginnen? Ik wil zoo&#8217;n vuilpoes niet langer onder mijn oogen
+hebben, dat is zeker. De aschman <span class="pageno">
+[28]
+</span>moet hem maar meenemen, of, als die niet van hem gediend is, kan hij als scheepsjongen gaan varen. Aan boord weten ze met
+zulke schelmen wel raad. Morgen zal ik er dadelijk werk van maken. Nu moet hij naar bed; als hij slaapt, kan hij tenminste
+geen streken uithalen.&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p028.jpg" alt="&#8217;t Vest van Deugniets vader werd &#8217;t ergst bespat."></p>
+<p class="figureHead">&#8217;t Vest van Deugniets vader werd &#8217;t ergst bespat.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Deugniets moeder nam den jongen al bij de hand, om hem, uit vrees voor een nieuwe ramp, zelf naar boven te brengen, maar d&aacute;&aacute;r
+wou haar man niets van hooren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Volstrekt niet,&#8221; zei hij, &#8220;dat zou maar verwennen wezen. Op zoo&#8217;n manier zou hij zich nog gaan verbeelden een arm, beklagenswaardig
+slachtoffer te zijn. Jij blijft hier; Marianne moet hem naar bed brengen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Marianne was een stevige boerendeerne met een gezond, blozend uiterlijk. Zij had al heel wat trappen <span class="pageno">
+[29]
+</span>en schoppen van Deugniet gehad, maar wist hem toch nog altijd de baas te blijven. Ook nu pakte zij hem met haar sterke armen
+eenvoudig op en droeg hem weg, alsof hij een veertje was.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p029.jpg" alt="Alsof hij een veertje was."></p>
+<p class="figureHead">Alsof hij een veertje was.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Zoo gauw Deugniets moeder met haar man alleen was, deed zij al wat in haar vermogen stond om hem, ten opzichte van zijn plannen
+met den kleinen jongen, te vermurwen. Eindelijk slaagde zij er in hem er af te brengen. &#8217;t Kind behoefde dan voorloopig nog
+niet naar &#8217;t schip. Maar&#8212;&#8217;t was de laatste keer, dat hij genade voor recht liet gelden, zoo sprak Deugniets vader met nadruk.
+Wanneer er weer iets met den bengel voorviel, zou hij onverbiddelijk zijn.
+
+</p>
+<p>Onderwijl verliep de tijd. Een half uur was voorbij gegaan, sedert Marianne den jongen had meegenomen&#8212;een uur zelfs was &#8217;t
+nu reeds geleden, en n&ograve;g kwam zij niet terug!
+
+</p>
+<p>De arme moeder kon &#8217;t van ongerustheid niet langer uithouden. Zij liep naar boven, naar de kamer van den kleinen jongen. Ik
+geef je te raden, wat voor schouwspel zij daar zag!
+<span class="pageno">
+[30]
+</span></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p030.jpg" alt="Onder het maken van allerlei bokkesprongen."></p>
+<p class="figureHead">Onder het maken van allerlei bokkesprongen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>De dikke Marianne had zich aan &#8217;t ledikant vastgeklemd en probeerde nu tevergeefs het tegen te houden, terwijl het haar, onder
+&#8217;t maken van allerlei bokkesprongen, door de heele kamer meetrok.
+
+</p>
+<p>Natuurlijk had Deugniet dit weer op zijn geweten!
+
+</p>
+<p>Hij was zoo boos geweest, omdat hij zonder avondeten naar boven was gezonden&#8212;&#8217;s middags had hij ook al niets gehad, zooals
+je je zult herinneren&#8212;dat hij eerst ook niet naar bed had willen gaan, en&#8212;&#8212;nu hield het bed hem aan zijn woord.
+
+</p>
+<p>Al wou hij n&ugrave; ook nog zoo graag gaan slapen, hij kwam er niet in, hoor, geen denken aan! Zoo gauw hij maar naar het ledikant
+toeliep, begon het te steigeren als een vurig paard. De matrassen golfden op en neer als de baren van een onstuimige zee en
+de dekens dansten <span class="pageno">
+[31]
+</span>dwarrelend door elkaar, waarbij ze den kleinen, ongehoorzamen bengel telkens lustig om de ooren sloegen.
+
+</p>
+<p>Er was klaarblijkelijk niets aan te doen&#8212;hij zou den nacht op een stoel moeten doorbrengen.
+
+</p>
+<p>Deze opeenhooping van ongelukken werd Deugniet te veel. Als hagel waren de tegenspoeden sedert vanochtend op hem neergekomen.
+
+</p>
+<p>Hij verviel in een van zijn hevige driftbuien en rolde, woest om zich heen slaande, over den grond.
+
+</p>
+<p>Zijn moeder, die erg veel medelijden met hem had, stak haar armen naar hem uit. &#8220;Kom hier, kind,&#8221; sprak ze met haar zachte,
+vriendelijke stem, &#8220;dan zal ik je dicht tegen mij aandrukken en in mijn japon wikkelen, om je vannacht warm te houden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar Deugniet wilde niet naar haar luisteren. Hij was buiten zichzelf van drift en stiet zeker wel meer dan twintigmaal de
+beschermende armen terug, die naar hem werden uitgestrekt.
+
+</p>
+<p>Eindelijk kwam hij wat tot bedaren. Doodmoe van al zijn schreien en misbaar-maken, voelde hij n&ugrave; groote behoefte aan rust.
+Zijn moeder hield nog altijd haar armen open en zag hem met een weemoedigen glimlach aan. Wat was er natuurlijker, dan dat
+Deugniet nu, in zijn kalmere stemming, niet langer aan haar stille uitnoodiging weerstand bood. Hij maakte reeds aanstalten
+om naar haar toe te vliegen, maar werd door een onzichtbare hand teruggehouden, zoodat het hem onmogelijk was ook maar &eacute;&eacute;n
+stap in de richting van zijn moeder te doen.
+
+</p>
+<p>Dit was de genadeslag! Zijn laatste ongehoorzaamheid <span class="pageno">
+[32]
+</span>beroofde hem voor altijd van &#8217;t voorrecht zijn moeder te omhelzen.
+
+</p>
+<p>Moeder en kind brachten den nacht op zes voet afstands van elkaar door, en waren onmachtig dichter tot elkaar te naderen.
+
+</p>
+<p>Hoe droevig keken zij elkaar aan!
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p032.jpg" alt="Dit was de genadeslag."></p>
+<p class="figureHead">Dit was de genadeslag.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Deugniet deed zich de bitterste verwijten en was z&oacute;&oacute; terneergeslagen, als hij nooit eerder na een ondeugende bui was geweest.
+Geen wonder; de toestand was nu ook veel en veel ernstiger: voor altijd uit moeders armen buitengesloten te zijn, is dat niet
+het vreeselijkste, wat een kind overkomen kan?
+
+</p>
+<p>Maar wie zal de wanhoop van zijn moeder beschrijven?
+
+</p>
+<p>Zij schreide niet en sprak geen woord&#8212;ze kon enkel het uit haar armen verbannen kind met een verwilderden, ontzetten blik
+aanstaren, vreezend, dat haar verstand deze groote smart niet zou kunnen verwerken.
+
+<span class="pageno">
+[33]
+</span></p>
+<p class="div2"></p>
+<h2 class="label">II.</h2>
+<p>Toen de morgen eindelijk was aangebroken, stond zij op en zei met vermoeide, treurige stem: &#8220;kom kind, wij zullen fee Goed-Hart
+gaan opzoeken; ik zal je voorspraak bij haar zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Onwillekeurig stak zij den arm uit, om hem bij de hand te nemen, doch deze werd door iets onzichtbaars teruggeduwd; zoo verliet
+zij dus het huis, op eenigen afstand gevolgd door den kleinen jongen, die niet meer het recht had naast zijn moeder te loopen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p033.jpg" alt="Gevolgd door den kleinen jongen."></p>
+<p class="figureHead">Gevolgd door den kleinen jongen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Fee Goed-Hart woonde op een mijl afstands van de stad in een groot, door een prachtig park omgeven kasteel. Ieder had vrijen
+toegang tot haar. Slechts een gewone, op manshoogte afgeschoren heg scheidde het park van den weg en het hek was enkel met
+een klink gesloten. Moeder en zoon ondervonden dus niet de minste verhindering op hun tocht naar &#8217;t kasteel.
+
+</p>
+<p>Weldra stonden zij aan den voet van het bordes, waar Grauwbaard een luchtje schepte. Het was vroeg <span class="pageno">
+[35]
+</span>in den ochtend. De oude fee was nog niet bij de hand. Zij hield er van &#8217;s morgens haar gemak te nemen, een zwakje, dat de
+goede dame zich te eerder veroorloofde, daar niemand er immers schade door had.
+
+</p>
+<p>Zoo gauw vernam zij echter niet, dat er iemand was om haar te spreken, of zij stond schielijk op en was in een oogwenk klaar,
+om de smeekbede der bedroefde moeder aan te hooren.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p034.jpg" alt="Waar Grauwbaard een luchtje schepte."></p>
+<p class="figureHead">Waar Grauwbaard een luchtje schepte.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Och mevrouw,&#8221; sprak deze, haast zonder zich den tijd te gunnen haar te begroeten, &#8220;och mevrouw, red ons, erbarm u over ons
+en neem de vreeselijke gave toch terug, die ge mijn kind gisteren geschonken hebt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zie &#8217;t al,&#8221; zei de fee, met een zijdelingschen blik op Deugniets ontredderd voorkomen, &#8220;hier hebben we een kleinen jongen,
+die zich niet heeft willen laten opknappen. Nu, hij heeft zijn straf al beet. Des te erger voor hem. Wat ik gezegd heb, blijft
+gezegd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och,&#8221; hernam Deugniets moeder, &#8220;och mevrouw, is er dan geen enkel middel om hem van dezen ban te ontheffen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Er is er wel een, maar dat is hard. Iemand zal zich voor hem moeten opofferen, door gewillig en uit eigen beweging, de straf,
+voor wat hij misdreven heeft, op zich te nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, is &#8217;t anders niet? D&agrave;t is een kleinigheid. Ik ben er dadelijk toe bereid, mevrouw. Wat moet er met mij gebeuren, opdat
+hij gewasschen zal kunnen worden en weer een lief, schoon gezichtje zal kunnen krijgen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Om zijn gezichtje weer schoon en lief te maken, heb ik uw mooie gelaatskleur noodig.&#8221;
+<span class="pageno">
+[36]
+</span></p>
+<p>&#8220;Neem mijn gelaatskleur, mevrouw, neem haar gerust! Wat zal ik met schoonheid doen, als mijn dierbaar kind altijd vuil en
+onooglijk zal moeten blijven!&#8221;
+
+</p>
+<p>Nog had zij niet uitgesproken, toen Grauwbaard naar voren kwam. In de eene hand hield hij een schaal van bergkristal en in
+de andere een Levantijnsche spons, die zoo zacht was als het fijnste batist.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p036.jpg" alt="Och, Mevrouw, red ons."></p>
+<p class="figureHead">Och, Mevrouw, red ons.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Met &eacute;&eacute;n handbeweging had de fee Deugniet gereinigd. Glimlachend keek hij nu in den spiegel, dien Grauwbaard hem voorhield.
+Hij vond &#8217;t zoo prettig er weer frisch en blozend uit te zien.
+
+</p>
+<p>Doch de lach bestierf hem op de lippen, toen hij zijn moeder wilde aanzien, om haar op zijn beurt toe te lachen.
+
+</p>
+<p>Haar schoone koonen waren eensklaps verwelkt en <span class="pageno">
+[37]
+</span>haar eertijds zoo blanke, zachte huid was nu taankleurig en gerimpeld, als die van een stokoude vrouw.
+
+</p>
+<p>Zijzelf scheen er echter geen verdriet van te hebben; integendeel, haar oogen straalden van blijdschap, terwijl zij naar haar
+kleinen jongen keek, die er nu weer zoo frisch en aardig uitzag.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat hebt ge van &#8217;t mijne noodig,&#8221; zoo vervolgde zij, &#8220;opdat zijn mooie krullen gekamd en netjes in orde gebracht zullen kunnen
+worden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Om zijn krullebol netjes in orde te kunnen brengen, heb ik uw zware haartressen noodig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neem ze mevrouw, o, neem ze gerust. Wat zal ik met een mooi kapsel doen, als mijn lief kind altijd met wanordelijk haar zal
+moeten blijven rondloopen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Nu kwam Grauwbaard met een diamanten kam aanzetten, waarmee de fee Deugniets krullen in een oogwenk uit de war had gehaald,
+&#8217;t Kind liet zich helpen, zonder zijn moeder te durven aanzien. Toen hij evenwel klaar was en zich vermande de oogen naar
+haar op te heffen, kromp zijn hartje ineen. Haar mooie, gitzwarte vlechten waren verdwenen en een paar grijze pieken, die
+haar wanordelijk om &#8217;t hoofd fladderden, hadden hun plaats ingenomen. Maar zij bemerkte &#8217;t niet eens.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat kan ik u geven, opdat hij weer mooie kleeren zal kunnen dragen?&#8221; vroeg zij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Om hem mooie kleeren te kunnen geven, heb ik de uwe noodig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O mevrouw, neem ze, neem ze gerust! Wat behoef ik nog fraaie kleeren te hebben, als mijn dierbaar kind <span class="pageno">
+[38]
+</span>er altijd slordig zal moeten blijven uitzien!&#8221;
+
+</p>
+<p>Oogenblikkelijk bracht Grauwbaard de fee een met goud geborduurd, miniatuur heerenrokje van fijn laken, een wit zijden broekje,
+een fluweelen, met zilver afgezette muts en schoenen, die rijk met edelgesteenten waren versierd. In twee tellen hadden die
+prachtige kleeren Deugniets verkreukeld en gescheurd huispakje vervangen. Nog nooit was de kleine jongen zoo mooi geweest.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p038-1.jpg" alt="Met een diamanten kam."></p>
+<p class="figureHead">Met een diamanten kam.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Hij kon een kreet van blijdschap niet weerhouden. Helaas veranderde deze heel spoedig in een kreet van smart, toen hij bemerkte,
+dat zijn moeder in lompen gehuld was, als een bedelares.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatRight">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p038-2.jpg" alt="In lompen gehuld was."></p>
+<p class="figureHead">In lompen gehuld was.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Zij had evenwel voor niets anders oog, dan voor &#8217;t rijke kostuum van haar zoon en lachte hem toe, waarbij haar witte tanden,
+&#8217;t eenige overblijfsel van haar vroegere schoonheid, als parels blonken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat vraagt ge van mij,&#8221; zoo sprak zij nu tot de fee, &#8220;opdat hij voortaan weer soep zal kunnen eten? De dokter heeft verklaard,
+dat zijn gezondheid er van afhangt.&#8221;
+<span class="pageno">
+[39]
+</span></p>
+<p>&#8220;Opdat hij soep zal kunnen eten, heb ik uw tanden noodig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neem mijn tanden, ik sta ze graag af, mevrouw. Wat zal ik nog met tanden doen, als mijn dierbaar kind niet het voedsel zal
+kunnen gebruiken, dat goed voor hem is!&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p039.jpg" alt="Waarin de meest smakelijke soep geurde."></p>
+<p class="figureHead">Waarin de meest smakelijke soep geurde.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Zij had nog niet uitgesproken, toen Grauwbaard reeds met een blad van koralijn kwam aandragen, waar een sierlijke schaal van
+Japansch porselein op stond. Deze schaal, waarin de meest smakelijke soep geurde, die ooit onder den neus van een kleinen
+jongen gedampt heeft, bood hij Deugniet aan.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Kind, dat in vier-en-twintig uur niets gegeten had, liet zich den lepel niet tweemaal in de hand geven. Zijn verrukking
+was echter van korten duur. Bij elken lepelvol, dien hij nam, hoorde men een tand op den <span class="pageno">
+[40]
+</span>grond vallen. Niettegenstaande zijn ergen honger zou hij wel dadelijk met eten hebben willen ophouden, maar hiervan wilde
+zijn moeder, die er van genoot, dat haar kleine jongen, na alles wat hij had doorgemaakt, zulk verkwikkend voedsel kreeg,
+volstrekt niets weten.
+
+</p>
+<p>Wat haarzelf betrof, zij hield &#8217;t dapper vol tot aan haar laatsten tand.
+
+</p>
+<p>&#8220;En hiermee is &#8217;t toch, hoop ik, uit?&#8221; vroeg de fee. &#8220;Meer hebt ge toch zeker niet te vragen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet meer?&#8212;&#8212;O, mevrouw&#8212;&#8212;!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar ongelukkige vrouw, welke opofferingen wilt ge u dan nog meer voor dat ondeugende kind getroosten?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zijn geen opofferingen. Het maakt mij innig gelukkig hem aan &#8217;t treurige lot, waarin hij zich verwikkeld had, te kunnen
+ontrukken. Laat eens zien&#8212;&#8212;Wat zult ge van mij moeten hebben, opdat hij in &#8217;t vervolg weer in een bed zal kunnen slapen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Opdat hij in een bed zal kunnen slapen, moet gij afstand doen van het uwe.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, mevrouw, neem mijn bed toch! Waartoe zal ik een bed hebben, als mijn dierbaar kind zijn nachten op den harden grond zal
+moeten doorbrengen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is er nog iets, dat ge mij wilt vragen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja mevrouw. Wat moet ik doen, opdat zijn boeken niet langer voor hem gesloten zullen blijven en hij er uit zal kunnen leeren?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Opdat zijn boeken niet langer voor hem gesloten zullen blijven, moet gijzelf alles geven wat gij weet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ontneem mij gerust &#8217;t geen ik weet, mevrouw! <span class="pageno">
+[41]
+</span>Wat toch zal ik er mee doen, als mijn dierbaar kind dom zal moeten blijven?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Laat dit nu tenminste uw laatste verzoek zijn geweest!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, mevrouw, sta mij in &#8217;s Hemels naam nog &eacute;&eacute;n vraag toe! Dezen keer is &#8217;t een bede voor mijzelf.&#8212; Wat wilt gij van mij hebben,
+opdat ik weer &#8217;t geluk zal mogen smaken, hem in mijn armen te drukken?&#8221;<a id="d0e654src" href="#d0e654" class="noteref">1</a>
+
+</p>
+<p>&#8220;Opdat gij &#8217;t geluk zult mogen smaken hem in uw armen te drukken, moet gij afstand doen van al uw andere geluk.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neem al &#8217;t andere, dat mij gelukkig maakt, mevrouw! Welk geluk kan er nog voor mij bestaan, als ik mijn lief kind niet zal
+kunnen omhelzen?&#8221;
+
+</p>
+<p>Op een wenk van de fee wierp de kleine jongen zich nu, bevend, in de armen zijner moeder. Hij huiverde, ondanks zichzelf,
+toen hij met haar schamel kleed en geel, rimpelig vel in aanraking kwam en had moeite niet terug te deinzen voor de kussen
+van haar tandeloozen mond. Maar z&oacute;&oacute;vele bewijzen van liefde waren niet verloren geweest. Juist dit alles wat zijn afkeer opwekte,
+vervulde hem terzelfder tijd met onuitsprekelijke dankbaarheid en groote bewondering voor de goede moeder, die zich z&oacute;&oacute; voor
+hem had opgeofferd. En toch besefte hij er nog niet eens ten volle den omvang van.&#8212;
+
+</p>
+<p>Wat haarzelf betrof, zij gaf zich geheel over aan &#8217;t haar teruggeschonken geluk den kleinen jongen in haar armen te hebben
+en drukte hem onstuimig aan <span class="pageno">
+[42]
+</span>haar hart, terwijl zij niet moede werd het uit te roepen, hoe goed hij er nu weer uitzag.
+
+</p>
+<p>Zoo geheel ging zij op in wat hij herwonnen had, dat ze er volkomen door vergat, wat zij er allemaal voor had moeten verliezen.
+
+</p>
+<p>Eindelijk namen zij afscheid. De gelukkige moeder wist maar niet hoe zij de fee, die ze haar weldoenster noemde, genoeg zou
+kunnen bedanken.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p042.jpg" alt="In de armen zijner moeder."></p>
+<p class="figureHead">In de armen zijner moeder.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Grauwbaard, die niet voor niet in dienst bij fee Goed-Hart was, schreide van ontroering.
+
+</p>
+<p>De fee zelf was ook zeer getroffen. Zij kon zich niet langer inhouden en liep naar haar toe, op &#8217;t oogenblik dat zij de laatste
+trede van &#8217;t bordes afdaalde, om haar op &#8217;t voorhoofd te kussen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Schep moed, edele vrouw, en reken op mij,&#8221;&#8212;zoo sprak zij.
+
+</p>
+<p>Moed?&#8212;De verheugde moeder achtte zich te gelukkig om dien nog noodig te hebben. Met lichten tred liep zij voort. Eindelijk
+kon zij haar schat immers weer welverzadigd, gereinigd, ja, zelfs als een prinsje gekleed, bij de hand houden&#8212;&#8212;naar hartelust
+kon zij hem liefkoozen&#8212;&#8212;wat bekommerde zij zich dan over <span class="pageno">
+[43]
+</span>&#8217;t overige? Met innige blijdschap dacht zij er aan, dat hij vanavond weer in zijn lekker bedje zou kunnen slapen en genoot
+al bij voorbaat, wanneer zij zich voorstelde, hoe knap en beroemd hij mettertijd zou worden. Zij zag &#8217;t mooie boek, dat hij
+schrijven zou, als &#8217;t ware al voor zich en verlustigde zich in allerlei droomen, waarin hij, als beroemde schrijver of geleerde,
+de hoofdrol speelde.&#8212;&#8212;De eerste firma van &#8217;t land had zijn boek op extra zwaar papier gedrukt&#8212;&#8217;t sprak vanzelf, dat zijn naam
+met groote letters op den band prijkte.&#8212;Z&oacute;&oacute; lag &#8217;t bij alle boekhandelaren voor de ramen en trok ieders aandacht. De koning
+liet hem zelfs bij zich ontbieden, om hem er mee geluk te wenschen en de heeren van de Academie der Letterkunde beijverden
+zich hun kaartjes bij den beroemden schrijver af te geven, als bewijs, hoezeer zij &#8217;t op prijs zouden stellen, hem als lid
+in hun kring op te nemen.&#8212;&#8212;Z&oacute;&oacute; droomde de arme moeder, die, helaas, zelf niets meer wist.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatRight">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p043.jpg" alt="Schreide van ontroering."></p>
+<p class="figureHead">Schreide van ontroering.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Dit werd zij gewaar, zoo gauw zij buiten &#8217;t park der fee waren gekomen. Zij was den weg vergeten, ja, herinnerde zich zelfs
+niet meer welken kant de stad uit lag&#8212;&#8212;nog sterker, zij had de herinnering aan haar huis totaal verloren.
+
+</p>
+<p>Deugniet besefte nu, beter dan zooeven, hoe groot &#8217;t offer was, dat haar liefde hem had gebracht. Tevergeefs <span class="pageno">
+[44]
+</span>trachtte hij haar tot geleider te strekken. Hij wist zelf den weg niet. Toen zij hierheen kwamen, had hij er, als naar gewoonte,
+volstrekt geen acht op geslagen. Als een onnadenkend, zorgeloos kind, dat gewend is in alles op anderen te steunen, was hij
+meegeloopen.&#8212;&#8212;
+
+</p>
+<p>Zoo dwaalden zij nu den heelen dag buiten rond, zonder kans te zien de stad weer te bereiken.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p044.jpg" alt="Zoo dwaalden zij nu."></p>
+<p class="figureHead">Zoo dwaalden zij nu.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Hoe meer de zon daalde, des te angstiger werd de kleine jongen; zijn moeder voelde echter niets anders dan geluk over de bevrijding
+van haar kind uit al zijn ellende.
+
+</p>
+<p>Tegen den avond werden zij eindelijk, nog ronddolend, door de bedienden van het huis aangetroffen, die door Deugniets doodelijk
+ongerusten vader waren uitgezonden, om zijn op zoo raadselachtige wijze verdwenen vrouw en kind te zoeken.
+
+</p>
+<p>Eerst herkenden zij hen echter niet, z&oacute;&oacute; waren ze allebei veranderd. Misschien zouden ze &#8217;t tweetal niet <span class="pageno">
+[45]
+</span>eens hebben opgemerkt, als Deugniet, die naar alle kanten uitkeek, den koetsier niet in &#8217;t oog gekregen en hem bij zijn naam
+geroepen had. Op zijn zeggen wie hij was, betoonde de man zich heel verheugd hem terug te zien, maar vroeg tevens, op een
+toon van verbazing, wie dan toch wel de oude bedelares was, die hem zoo ver van huis had meegetroond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, &#8217;t is moeder!&#8221; riep hij uit.
+
+</p>
+<p>De koetsier en ook de andere bedienden begonnen ongeloovig te lachen, maar de politie-agent, die de leiding van de expeditie
+had, gaf het kind een ernstige berisping over zijn ongepaste aardigheid. Hoe kon hij zulken zottepraat uitslaan, sprak de
+man; was &#8217;t al niet erg genoeg, dat hij zoo maar met een wildvreemde vrouw van &#8217;t minste allooi was weggeloopen? Moest hij
+haar nu ook nog voor zijn moeder uitgeven? Hoe kon hij z&oacute;&oacute; den naam der brave, edele vrouw, die werkelijk zijn moeder was,
+door het slijk sleuren.&#8212;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p045.jpg" alt="Gaf het kind een ernstige berisping."></p>
+<p class="figureHead">Gaf het kind een ernstige berisping.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8212;Ieders toorn en verontwaardiging keerde zich nu tot de vreemde bedelares, die den kleinen jongen zeker <span class="pageno">
+[46]
+</span>had willen ontvoeren. Er was zelfs sprake van haar als kinderdievegge naar de gevangenis te zullen brengen.
+
+</p>
+<p>Zij wist niets tot haar verdediging te zeggen, daar zij immers alles, wat haarzelf betrof, vergeten was. Ze vergenoegde zich
+er mee, &#8217;t kind in haar armen te drukken onder herhaalde betuigingen, dat hij haar zoon was, haar dierbaar kind, dat zij aan
+zijn ongeluk ontrukt had en dat door niets ter wereld meer van haar zou kunnen worden gescheiden.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Was een geluk, dat men haar ten slotte voor iemand met gekrenkte geestvermogens begon te houden. Dit stemde allen zachter
+jegens haar en zoo werd &#8217;t nu ook oogluikend toegelaten, dat zij Deugniet, die naar zijn vader terug werd gebracht, bleef
+vergezellen.
+
+</p>
+<p>Het was bijna nacht, toen zij in de stad kwamen.
+
+</p>
+<p>Marianne stond in de deur.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo, ben je daar weer,&#8221; riep zij uit, toen ze den kleinen jongen gewaar werd. &#8220;Waar heb je toch gezeten, Deugniet? Je vader
+is z&oacute;&oacute; ongerust. Juist is hij weer weggereden om de omstreken van den grooten vijver af te zoeken; &#8217;t is al het derde paard,
+dat hij sedert vanochtend berijdt. Als &#8217;t niet om je lieve moeder was geweest, van wie we allen zooveel houden, zou ik hem
+misschien wel geraden hebben nu maar rustig thuis te blijven en den Hemel te danken, dat hij van je af was.&#8212;&#8212;Maar vertel me
+eerst eens gauw, waar je je moeder toch wel gelaten hebt!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeder is hier,&#8221; riep Deugniet, geheel van streek, uit, ontsteld als hij was over den keer, dien de zaken nu schenen te nemen.
+&#8220;Hier is zij; ik ben aldoor bij haar gebleven.&#8221;
+<span class="pageno">
+[47]
+</span></p>
+<p>&#8220;Foei, kind, houd dadelijk op met die flauwe grappen! Schaam je je niet, je moeder, op een oogenblik als dit, nu we allen
+buiten onszelf van ongerustheid over haar zijn, nog zoo te bespotten?&#8212;&#8212;Ga maar gauw naar bed. Je zult wel aan rust toe zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen Deugniets goede moeder over zijn bed hoorde spreken, herinnerde zij zich weer, wat zij met de fee overeengekomen was,
+en maakte een eind aan de woordenwisseling, door tot haar zoon te zeggen: &#8220;ja, ga naar bed, mijn jongen; je weet, dat de fee
+je dat nu heeft toegestaan. Je zult zoo moe wezen! Slaap zacht. Ik zal hier op je blijven wachten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij wilde er wat tegen inbrengen, maar waarschuwend hief zij den vinger op en sprak met haar mooie, klankvol en welluidend
+gebleven stem niets anders dan dit &eacute;&eacute;ne woord: &#8220;gehoorzaam!&#8221;
+
+</p>
+<p>Bij &#8217;t vernemen van dit ernstige: &#8220;gehoorzaam!&#8221; doken tal van schrikwekkende herinneringen voor hem op. Gedwee boog hij &#8217;t
+hoofd en ging met Marianne mee, die hem wel wat hardhandiger aanpakte, dan noodig was.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p047.jpg" alt="Zoo, ben je daar weer?"></p>
+<p class="figureHead">Zoo, ben je daar weer?</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Toen Deugniet behagelijk warm in zijn lekker bedje lag, moest hij voortdurend aan zijn moeder denken, die buiten op hem wachtte
+en die om zijnentwil z&oacute;&oacute; droevig <span class="pageno">
+[48]
+</span>veranderd was, dat niemand haar herkende. Hoe vreeselijk boette zijn lieve moeder toch voor alles, wat hij misdreven had.
+Met een beklemd hart lag hij te luisteren naar het gekletter van den regen en het gehuil van den storm, die vannacht met buitengewone
+heftigheid opstak. In het rammelen der ramen, het gieren van den wind en het klepperen van luiken en deuren, meende hij tallooze,
+verwijtende stemmen te hooren, die hem toeriepen, dat hij een slechte zoon voor zoo&#8217;n lieve moeder was.
+
+</p>
+<p>Tegen den morgen viel hij eindelijk, uitgeput van de doorstane vermoeienis en aandoeningen, in een zwaren, onrustigen slaap
+en droomde toen van een in lompen gehulde vrouw met grijze haren, die door de politie opgebracht werd, en telkens nog &#8217;t hoofd
+omkeerde, alsof zij iemand zocht.
+
+</p>
+<p>Onderwijl was Deugniets vader, verslagen van smart door zijn vruchteloos zoeken, thuisgekomen.
+
+</p>
+<p>Op &#8217;t vernemen van de blijde tijding, dat &#8217;t kind terecht was, had hij weliswaar een kreet van vreugde geslaakt, doch hoe
+spoedig had de wanhoop, helaas, weer de overhand over zijn blijdschap gekregen, toen hij moest hooren, dat zijn lieve vrouw
+er niet bij was. Hij wierp zich, aan de hevigste droefheid ten prooi, gekleed op een canap&eacute; en bleef daar, met &#8217;t hoofd in
+de handen verborgen, liggen, totdat de dag aanbrak.
+
+</p>
+<p>Toen het licht werd, vermande hij zich en ging naar boven, naar de kamer van den kleinen jongen. Op &#8217;t gezicht van het slapende
+kind, dat hij reeds voor altijd verloren had gewaand, begon de sterke man <span class="pageno">
+[49]
+</span>te schreien en als een riet te beven. Hij kon zich niet meer inhouden en knielde bij &#8217;t bed neer, terwijl hij den kleinen
+krullebol met liefkoozingen overlaadde.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p049.jpg" alt="Met het hoofd in de handen verborgen."></p>
+<p class="figureHead">Met het hoofd in de handen verborgen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Deugniet schrikte er van wakker. Eerst keek hij een oogenblik angstig naar het ontroerde, met tranen overstroomde gelaat,
+dat zich zoo dicht bij &#8217;t zijne bevond, maar weldra herkende hij zijn vader en sloeg de armen om zijn hals, met de woorden:
+&#8220;vader, o, vader, moeder is beneden, zij staat aldoor buiten. Ga toch gauw mee! Zij zal &#8217;t zoo koud hebben!&#8221;
+
+</p>
+<p>Zijn vader keek hem, ten hoogste verwonderd, aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja,&#8221; hernam het kind, &#8220;heusch waar, moeder is beneden. Niemand wou &#8217;t gisteravond gelooven dat zij &#8217;t was, maar u zult haar
+toch stellig wel herkennen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij kleedde zich schielijk aan en trok zijn vader toen mee. Buiten voor de deur vonden zij werkelijk de arme <span class="pageno">
+[50]
+</span>vrouw, verkleumd en druipnat terug. Haar gezicht helderde op, toen zij haar kleinen jongen zag. Zij nam hem in haar armen
+en bewoog zich daarbij met zoo&#8217;n gemakkelijkheid, alsof zij zich in haar salon, te midden van haar gasten, bevond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat beteekent dat?&#8221; vroeg Deugniets vader, zich tot den jongen wendend. &#8220;Wie is dat vriendelijke, oude vrouwtje?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is moeder,&#8221; riep het kind uit, &#8220;mijn lieve, lieve moeder, die er om mijnentwil zoo uitziet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kan &#8217;t mogelijk wezen?&#8221; sprak hij nu tot de vrouw,&#8212;&#8220;zoudt gij werkelijk het bekoorlijke wezen zijn, dat ik sedert gisteren
+zoo diep betreur?&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p050.jpg" alt="Maar weldra herkende hij zijn vader."></p>
+<p class="figureHead">Maar weldra herkende hij zijn vader.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Zij keek hem aan, zonder hem te herkennen. Toen omhelsde zij haar kind weer en zei: &#8220;dit is mijn zoon; wat wilt ge van mij?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar dan&#8212;&#8221; zoo hernam Deugniets vader in de grootste verbazing,&#8212;&#8220;dan ben ik uw man!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij?&#8212;&#8212;ik weet het niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat moet ik hiervan denken!&#8221; riep de ongelukkige man geheel verslagen uit. &#8220;Het is w&egrave;l de st&egrave;m van mijn <span class="pageno">
+[51]
+</span>vrouw, maar ik herken haar niet en zij herkent mij evenmin.&#8221;
+
+</p>
+<p>Daar kwam Marianne aan. Zij had haar mijnheer door het huis hooren loopen en was nu ook vroeg opgestaan.
+
+</p>
+<p>De stevige meid nam de arme vrouw bij den arm en schudde haar ruw heen en weer. &#8220;Ben je daar nog?&#8221; zei ze; &#8220;pak je gauw weg,
+kinderdievegge en waag &#8217;t niet ooit weer terug te komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij wilde haar de straat op sleepen, toen Deugniet zich, buiten zichzelf van smart en angst, op haar wierp. Zijn hart zwol
+op in zijn borst. Op dit oogenblik zou hij het tegen een bataljon soldaten hebben kunnen opnemen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p051.jpg" alt="Zij nam hem in haar armen."></p>
+<p class="figureHead">Zij nam hem in haar armen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen,&#8221; riep hij uit, &#8220;neen, moeder <i>mag</i> niet weggestuurd worden. Ik wil niets meer houden van wat zij <span class="pageno">
+[52]
+</span>voor mij verkregen heeft. <i>Ik</i> moet vuil zijn, <i>ik</i> moet buiten slapen,&#8212;dat heb <i>ik</i> verdiend. Ik wil naar de fee, om haar alles terug te brengen en zij moet &#8217;t weer aan moeder geven!&#8221;
+
+</p>
+<p>Nog had hij niet uitgesproken, toen Marianne door een groote hand bij &#8217;t middel gegrepen en met een sierlijken zwaai op de
+stoep neergezet werd.&#8212;&#8217;t Was het werk van Grauwbaard, die plotseling in hun midden verschenen was. Beleefd wendde hij zich
+nu tot het meisje met de woorden: &#8220;een weinig plaats, alsjeblieft, voor mijn meesteres.&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p052.jpg" alt="Pak je gauw weg."></p>
+<p class="figureHead">Pak je gauw weg.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Op &#8217;t zelfde oogenblik rees fee Goed-Hart voor hen uit den grond op. Zij legde haar hand op den schouder der moeder en sprak:
+&#8220;uw proeftijd is ge&euml;indigd; zij, die u dit heeft aangedaan, komt alles weer herstellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen kuste ze Deugniet op beide wangen en verdween met Grauwbaard, een heerlijken geur achterlatend, die nog acht dagen lang
+duurde.
+
+</p>
+<p>Nadat Deugniets vader eenigszins bekomen was van <span class="pageno">
+[53]
+</span>zijn verbazing over deze onverwachte verschijning, richtte hij den blik op zijn vrouw en&#8212;zag haar weer terug in haar vroegere
+schoonheid. Haar hoofd was weer gekroond met mooie, zwarte vlechten, haar gelaatskleur was rein en blank en het prachtige
+kleed van Oostersche zijde, dat hij haar zelf voor den feestdag van gisteren gegeven had, golfde in sierlijke plooien om haar
+ranke gestalte.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p053.jpg" alt="En het prachtige kleed van Oostersche zijde."></p>
+<p class="figureHead">En het prachtige kleed van Oostersche zijde.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Zij zag hem aan.&#8212;&#8212;Toen vielen zij elkaar, onuitsprekelijk gelukkig, in de armen.&#8212;
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+<span class="pageno">
+[54]
+</span></p>
+<p>Sedert dien werd de edele vrouw als een heilige door de heele stad vereerd. Ieder ontblootte eerbiedig &#8217;t hoofd voor haar,
+doch &#8217;t was algemeen bekend, dat men in haar tegenwoordigheid niet over haar opofferingen moest spreken; zij bracht &#8217;t dan
+dadelijk op een ander onderwerp.
+
+</p>
+<p>Wat Deugniet betreft, van dien dag af aan werd hij de liefste, kleine jongen, dien je ooit hebt gezien. Hij gehoorzaamde zonder
+tegenstribbelen en liet onmiddellijk zijn wenschen varen als hij wist, dat hij er vader of moeder verdriet mee deed.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p054.jpg" alt="Ieder ontblootte eerbiedig het hoofd voor haar."></p>
+<p class="figureHead">Ieder ontblootte eerbiedig het hoofd voor haar.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Nooit meer hoorde je er hem over klagen, dat het water te koud was, of de kam hem pijn deed. Evenmin dacht hij er over voor
+soep te bedanken, als er iets anders op de tafel stond, waarvan hij meer hield. Hoe vroeg hij soms ook naar bed moest, hij
+paste er wel voor op niet tegen te spartelen, daar hij veel te bang was, weer aan zijn woord gehouden te zullen worden. Hij
+minachtte voortaan zijn boeken ook niet meer, want hij kon nooit vergeten tot hoe hoogen prijs ze hem teruggegeven waren en
+eindelijk zou hij &#8217;t als een <span class="pageno">
+[55]
+</span>misdaad hebben beschouwd, zijn moeder nog slechts &eacute;&eacute;n enkel keertje terug te stooten, wanneer zij haar armen naar hem uitstak.
+
+</p>
+<p>Hij heette dan ook niet langer <i>Deugniet</i>; die leelijke naam had voorgoed afgedaan. Iedereen noemde hem nu bij den naam, waarmee hij gedoopt was, en zoo stond hij
+dus, in &#8217;t vervolg, allerwegen bekend als: <i>de brave, kleine Jan</i>!
+<span class="pageno">
+[56]
+</span></p>
+<p></p>
+<hr class="noteseparator">
+<div class="notetext">
+<p class="notetext"><a id="d0e654" href="#d0e654src" class="noteref">1</a> Zie <a href="#d0e103">titelplaat</a>.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e878"></a></p>
+<h1 class="label">II.</h1>
+<h1>BLONDKOPJE</h1>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p056.jpg" alt=""></p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Er was eens een lief kind, dat wel iedereen gelukkig zou willen maken. Hij had groote, blauwe oogen en zulk mooi, blond haar,
+dat men hem in &#8217;t heele land niet anders dan <i>Blondkopje</i> noemde.
+
+</p>
+<p>Dikwijls was hij er verdrietig over, dat hij nog niet groot en sterk genoeg was, om nuttig te zijn en wanneer hij er naar
+verlangde een man te worden, was &#8217;t alleen, om de macht te hebben veel goeds te doen. Hij zou de wereld bewogen hebben, als
+hij &#8217;t gekund had.
+
+</p>
+<p>Zulke kleine kinderen zijn er niet veel, dat is waar! T&ograve;ch ontmoet men ze wel eens; als een bewijs hiervan kan ons Blondkopje
+gelden.
+
+</p>
+<p>In die dagen leefde er een groot toovenaar, met wien de goede fee&euml;n zeer bevriend waren. Zij schreven <span class="pageno">
+[57]
+</span>hem brieven uit alle oorden der aarde. Deze briefwisseling ging al heel gemakkelijk in z&#8217;n werk. Je moet weten, dat de fee&euml;n
+ieder in &#8217;t bezit waren van een tooverdoos met een gaatje er in; zij schreven nu op een stukje papier, wat zij den toovenaar
+te zeggen hadden, lieten het door &#8217;t gaatje in de doos glijden en&#8212;hiermee was de zaak afgeloopen. Het stukje papier kwam vanzelf
+op zijn bestemming aan; niemand had er verder iets voor te doen. Je kunt denken, hoe geriefelijk dit voor de fee&euml;n was en
+hoe gemakkelijk ook voor den toovenaar, om op de hoogte te blijven van wat er in alle landen voorviel.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p057.jpg" alt="Het stukje papier kwam vanzelf op zijn bestemming aan."></p>
+<p class="figureHead">Het stukje papier kwam vanzelf op zijn bestemming aan.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Hij vernam op deze manier ook wat Blondkopje hinderde en werd er z&oacute;&oacute; door getroffen, dat hij zich beter voelde worden&#8212;dat
+wil zeggen: <i>machtiger</i>, want hij behoorde tot de toovenaars, wier macht wies met hun goedheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, o,&#8221; zei hij, &#8220;daar hebben we nu een kind, dat machteloos meent te zijn en mij toch al veel sterker heeft gemaakt dan ik
+was. Ik moest hem maar eens <span class="pageno">
+[58]
+</span>een beetje te hulp komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij bracht zijn kijker, waarmee hij op tweehonderd mijl afstands kon zien, in de juiste richting en begon met een blik in
+&#8217;t huis van den kleinen jongen te slaan.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Was maar een gewoon huis, dat zich door niets van de andere huizen der lange straat onderscheidde en dus geheel in de massa
+opging. De straat zelf verdween in de uitgestrektheid der groote stad, die toch niet eens de belangrijkste van het land kon
+genoemd worden en het land, aanmerkelijk groot als &#8217;t was, scheen op zijn beurt toch maar een stipje op den aardbol te zijn.
+Je kunt je dus zoo eenigszins voorstellen, wat voor een plaatsje ons arm, klein ventje daar op innam.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p058.jpg" alt="Begon met een blik in &#8217;t huis van den kleinen jongen te slaan."></p>
+<p class="figureHead">Begon met een blik in &#8217;t huis van den kleinen jongen te slaan.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Hij zat op dit oogenblik geheel alleen in de kinderkamer voor een boek, dat hem niet erg scheen te boeien. Je zag &#8217;t hem aan,
+dat zijn aandacht telkens afdwaalde en hij zich veel liever bij zijn zusjes zou hebben gevoegd, die bezig waren een groote
+schaal aardbeien van de steeltjes te ontdoen. <span class="pageno">
+[59]
+</span>Moeder zou gelei maken: een gebeurtenis van belang voor &#8217;t heele gezin en niet &#8217;t minst voor de kinderen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p059.jpg" alt="Aardbeien van de steeltjes te ontdoen."></p>
+<p class="figureHead">Aardbeien van de steeltjes te ontdoen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Om je de waarheid te zeggen, was Blondkopje wel wat lui. De toovenaar bemerkte dit dadelijk aan de manier, waarop hij zijn
+boek heen en weer draaide, zoodat &#8217;t meest ondersteboven v&oacute;&oacute;r hem kwam te liggen. Zijn gedachten waren klaarblijkelijk meer
+bij de gelei, dan bij zijn les. Daarbij kwam nog, dat &#8217;t kind vlugge beentjes had, die &#8217;t geen minuutje in rust konden uithouden.
+Op een keer hadden de groote-menschen het er in zijn bijzijn over gehad, dat men vogeltjes en kleine kinderen maar vrij moest
+laten rondspringen, daar dit een wet van den goeden God is. Nu, dit was bij hem aan geen doovemans oor gezegd. Hij paste het
+op de ruimst mogelijke wijze toe en zag er dan ook hoegenaamd geen bezwaar in, ieder oogenblik even weg te wippen van dat
+vervelende lessenboek, om een bezoek aan twee vroolijke sijsjes te brengen, die even lustig door hun groote kooi sprongen,
+als hij door de kamer.
+<span class="pageno">
+[60]
+</span></p>
+<p>Of wel, hij liet zijn boek in den steek, om eens naar zijn &#8220;tuin&#8221; te gaan kijken, een pot vol aarde, waarin hij op een winter,
+met zijn zusjes, sinaasappelpitten had geplant. &#8217;t Waren nu al heele &#8220;boomen&#8221; geworden van drie duim lengte, die duizendmaal
+meer gekoesterd werden, dan die der vorsten in hun orangerie&euml;n.
+
+</p>
+<p>Dit alles zou echter niet veel tot den loop der wereld kunnen toe- of afdoen.&#8212;&#8212;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal dat lieve ventje de meest belangrijke persoonlijkheid op aarde maken,&#8221; sprak de groote toovenaar. &#8220;Telkens als hij
+een overwinning op zichzelf zal behalen, zullen alle menschen desgelijks doen.&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p060.jpg" alt="Met pruiken op, vergaderd."></p>
+<p class="figureHead">Met pruiken op, vergaderd.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Hij bracht zijn kijker nu weer in een andere richting en ging eens zien, wat er in zeker koninklijk paleis voorviel. Daar
+was een groote menigte staatslieden met pruiken op, vergaderd, om er plechtig en breedvoerig over te beraadslagen, van welke
+kleur de japon zou zijn, die de vorstin op den kroningsdag zou dragen.
+
+</p>
+<p>Ons Blondkopje hield dus, van nu af aan, zonder het te weten, het lot van &#8217;t gansche menschelijke geslacht in zijn handjes.
+
+</p>
+<p>Hij leerde er zijn les echter niet beter om.
+<span class="pageno">
+[61]
+</span></p>
+<p>Toen hij bemerkte, dat zijn dierbare sinaasappel-&#8220;boomen&#8221; min of meer droog stonden, gaf hij hun, druppelsgewijs, een glas
+water te drinken, &#8217;t Was een toer dit zonder morsen te doen en zoo heel vlug kon hij &#8217;t ook niet klaarspelen. Dit vond hij
+evenwel niet erg; zijn boek liep immers niet weg?
+
+</p>
+<p>Nog was hij met zijn tuin bezig, toen een lieve, kleine fee, die &#8217;t op zich had genomen een man van hem te maken, zonder kloppen
+de kamer binnentrad.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel jongeheer,&#8221; zei ze, wat ontevreden, &#8220;leeren we z&oacute;&oacute; onze les?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, maar ik kon mijn sinaasappelboomen toch niet laten verdrogen. Ze hadden zoo&#8217;n ergen dorst.&#8212;&#8212;Ik heb al een heel eind van
+mijn les geleerd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg dat dan eens op!&#8221;
+
+</p>
+<p>Blondkopje probeerde &#8217;t, maar stond weldra met zijn mond vol tanden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kind, je doet mij verdriet,&#8221; sprak de kleine fee en ging heen, terwijl ze een traan wegwischte.
+
+</p>
+<p>Blondkopje keerde beschaamd naar zijn boek terug en begon nu met ernst te leeren. Hij deed zijn best niet meer aan andere
+dingen te denken en zijn beentjes in rust te houden. De sijsjes sprongen nog lustig heen en weer, maar zij waren er ook niet
+voor geschapen om wat te leeren, die arme, kleine diertjes!
+
+</p>
+<p>Een kwartier later kende Blondkopje zijn les en prompt ook. Hij was dolblij en liep de goede fee achterna om &#8217;m voor haar
+op te zeggen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p062.jpg" alt="&#8220;Leeren we z&oacute;&oacute; onze les?&#8221;"></p>
+<p class="figureHead">&#8220;Leeren we z&oacute;&oacute; onze les?&#8221;</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Onderwijl had er een groote ommekeer op de heele aarde plaatsgehad. Al de kleine straatjongens, die <span class="pageno">
+[63]
+</span>langs de wegen zwierven, hadden daar hun knikkers en steenhoopen laten liggen, om, zoo hard ze konden, schoolwaarts te loopen.
+Al de menschen, die in hun jeugd weinig of niets hadden geleerd, waren met schaamte tot inzicht van hun onwetendheid gekomen,
+zoodat de boekverkoopers, op &#8217;t onverwachtst overvallen door een ongeduldige, weetgierige menigte, er mee verlegen waren welke
+boeken ze te voorschijn zouden halen, om aan zoovele verschillende aanvragen tegelijk te kunnen voldoen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p063.jpg" alt="Zoo hard ze konden, schoolwaarts te loopen."></p>
+<p class="figureHead">Zoo hard ze konden, schoolwaarts te loopen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Zij, die niets wisten, voelden zich door een onweerstaanbaren leerlust aangegrepen en zij, die iets wisten, door den drang
+tot meer studie. De grootste sterrekundigen zag je b.v. haastig naar de boekwinkels loopen, om er naar allerlei handboeken
+over aardrijkskunde te vragen.
+
+</p>
+<p>Het was een algemeene omwenteling, en een gelukkige, in het rijk des geestes en dit alles had Blondkopje alleen bewerkt door
+zijn les goed te leeren.
+
+</p>
+<p>Als persoonlijke belooning kreeg hij een flinken kus op iedere wang en mocht, toen &#8217;t uurtje voor &#8217;t vesperbrood <span class="pageno">
+[64]
+</span>was gekomen, aan een feestelijk onthaal deelnemen, dat uit een grooten stapel boterhammen met de aardbeien, die aan de vruchtenpan
+waren ontsnapt, bestond. Een dame, die veel belang in de kinderen van dit gezin stelde, had er hun, tot opluistering, een
+heelen pot room bij gestuurd.
+
+</p>
+<p>Er ging een gejuich op, toen zij deze traktatie zagen.
+
+</p>
+<p>Niets geeft je meer trek, dan flink te hebben gewerkt.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p064.jpg" alt="Had laten meedeelen."></p>
+<p class="figureHead">Had laten meedeelen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Blondkopje, die niet precies een gulzigaard was, koos met zorg een lekkere boterham uit&#8212;een met knappende korstjes, waarvan
+hij zooveel hield. Hij was toch zoo blij, dat hij zijn les goed had gekend en babbelde vroolijk, tusschen de hapjes door,
+terwijl hij zijn mooiste aardbeien bedachtzaam op zij legde, om ze met den room voor het laatst te bewaren.
+
+</p>
+<p>Zijn jongste broertje, wiens eetlust geen grenzen kende, had reeds alles op, toen hij ternauwernood halverwege met zijn portie
+was gekomen. Het ventje keek eerst met een begeerigen blik naar de rest van de lekkere boterham, de dikke aardbeien en het
+schoteltje room en wou er toen volstrekt wat van <span class="pageno">
+[65]
+</span>hebben. Daar hij er vreeselijken trek in had, zou er stellig een huil- en schreeuwbui op gevolgd zijn, als de oudste geen
+medelijden met het hongerige kereltje had gekregen en hem goedhartig had laten meedeelen.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Zou Blondkopje anders niets geen moeite gekost hebben alles alleen op te eten. Hij had &#8217;t zoo met zorg en overleg klaargemaakt
+en &#8217;t smaakte hem zoo heerlijk.
+
+</p>
+<p>De moeder der kinderen was onderwijl binnengekomen; zij verblijdde zich over &#8217;t geen zij zag en glimlachte tegen haar jongen,
+die daardoor ruimschoots voor zijn opoffering beloond was.&#8212;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p065.jpg" alt="Met levensmiddelen beladen."></p>
+<p class="figureHead">Met levensmiddelen beladen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Maar hij kreeg daarenboven nog een heel andere belooning. Terzelfdertijd maakten de menschen, in alle landen van de wereld,
+zich eensklaps ongerust over hen, die honger zouden kunnen hebben. Iedereen liep naar zijn provisiekamer of kelder en begaf
+zich dan, met levensmiddelen beladen, op weg, om overal naar hongerigen en nooddruftigen te zoeken.
+
+</p>
+<p>Je zag niets anders op straat dan groote brooden, <span class="pageno">
+[66]
+</span>schotels vleesch, zakken aardappelen en manden fruit, die men naar de woningen van behoeftige gezinnen wilde brengen. Wie
+er een ontdekt had, haastte zich er den overvloed binnen te laten treden en werd door de anderen om zijn vondst benijd.
+
+</p>
+<p>De arme menschen konden hun oogen niet gelooven. Kinderen, die nog niet wisten wat een koekje was, maakten nu kennis met dit
+merkwaardige product van menschelijk vernuft en, wat nog nooit gebeurd was, niemand ging dien dag zonder eten naar bed.
+
+</p>
+<p>Wat een triomf voor Blondkopje! Maar hij wist er niets van.
+
+</p>
+<p>Een groot vraagstuk nam hem op dit oogenblik geheel-en-al in beslag. Blondkopje was een knap kereltje; dit had hij de kindermeid,
+die hem verafgoodde en dolgraag met hem pronkte, tenminste vaak genoeg hooren zeggen.
+
+</p>
+<p>Na de feestelijke boterham zouden de kinderen, om de pret te volmaken, naar een speeltuin gaan, die druk door de jeugd van
+deze stad bezocht werd. Zoo gauw de bordjes dus leeg waren geweest, waren zij naar boven geloopen om zich klaar te maken voor
+den tocht.
+
+</p>
+<p>Ons Blondkopje bezat een zwart fluweelen pakje, waarin hij er, volgens &#8217;t oordeel van de kindermeid, uitzag om te stelen.
+Zij kreeg &#8217;t dan ook bij elke gelegenheid uit de kast om het hem aan te trekken, hoewel &#8217;t feitelijk alleen voor bijzondere
+feestdagen bestemd was. De kleine jongen liet er zich maar al te graag voor vinden, zoo&#8217;n ijdeltuit! Zijn moeder <span class="pageno">
+[67]
+</span>knorde er over, maar het kwaad was geschied&#8212;zoo trotsch als een pauw liep hij rond, als hij zijn mooie pakje aan had.
+
+</p>
+<p>Vandaag haalde de kindermeid &#8217;t ook voor den dag, tot groot plezier van Blondkopje.
+
+</p>
+<p>Hij had er al &eacute;&eacute;n arm in, toen zijn groote zus binnenkwam.
+
+</p>
+<p>&#8220;Blondkopje,&#8221; zei ze, &#8220;d&agrave;t pakje moet je niet aandoen; je daagsche blouse is goed genoeg om er mee in &#8217;t zand te spelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar zit ik haast met mijn ellebogen door,&#8221; pruttelde &#8217;t kind; &#8220;&#8217;k zie er mee uit als straatjongen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, wees nu eens lief! Je weet wel, dat moeder &#8217;t niet graag heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p067.jpg" alt="Hij had er al &eacute;&eacute;n arm in."></p>
+<p class="figureHead">Hij had er al &eacute;&eacute;n arm in.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Toen drong Blondkopje er niet verder op aan. Voor de vrees zijn moeder verdriet te doen, moesten al de bedenkingen van hoogmoed
+en ijdelheid zwichten. Hij trok dus zijn arm terug en deed gehoorzaam zijn daagsche blouse aan, waarin hij zich straks kostelijk
+in den speeltuin zou vermaken.
+
+</p>
+<p>Nauwelijks had hij zijn zuster gehoorzaamd, of onmiddellijk vloog de hoogmoed de wereld uit.
+
+</p>
+<p>De aanzienlijkste, deftigste dames begonnen, zonder <span class="pageno">
+[68]
+</span>te weten waarom, de eenvoudigste burgervrouwen te groeten. De heeren van het hof voelden zich genoopt in &#8217;t voorbijgaan de
+boeren, die van de markt terugkwamen, goedendag te zeggen. De menschen zochten in hun hoofd naar de redenen, die zij tot nu
+toe hadden gehad om op elkaar neer te zien en elkaar te verachten, en.. konden ze niet meer vinden. Je kunt er je geen denkbeeld
+van maken hoe &#8217;n algemeene verteedering er plaats had.&#8212;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p068.jpg" alt="De eenvoudigste burgervrouwen te groeten."></p>
+<p class="figureHead">De eenvoudigste burgervrouwen te groeten.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Ook voelden de kleine jongens, die nummer &eacute;&eacute;n van de klas waren geworden, zich bevrijd van de dwaze waanwijsheid, die hen
+zoo belachelijk maakte.
+
+</p>
+<p>Wat deed ons Blondkopje onderwijl?
+
+</p>
+<p>Na dien prettigen middag was hij aan &#8217;t kibbelen geraakt met het zusje, dat een jaar ouder was dan hijzelf. In zijn hart hield
+hij veel van haar, maar weet je wat zoo vervelend was? Ze had een gebrekje, waaraan zulke kleine juffertjes wel eens meer
+lijden... <span class="pageno">
+[69]
+</span>zij was een echt spotvogeltje, dat niets liever deed dan plagen.
+
+</p>
+<p>Sedert haar broertje een paar maal in haar bijzijn verkondigd had, dat hij dokter wou worden, noemde ze hem niet anders meer
+en had hem nu ook, gedurende de heele wandeling naar huis, met dit groote woord vervolgd, dat zij uitsprak met haar mond zoo
+wijd opengesperd als zij maar kon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, ik heb er nu geen zin meer in dokter te worden,&#8221; zei de arme jongen eindelijk; &#8220;ik wil bisschop worden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar dit maakte de zaak nog maar erger... &#8220;mijnheer de bisschop&#8221; was immers nog een veel mooiere benaming! Zij maakte er dan
+ook zoo&#8217;n ruim gebruik van als maar mogelijk was en liet &#8217;t &#8220;mijnheer de bisschop&#8221; regenen op den kleinen jongen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wanneer zal ik &#8220;mijnheer den bisschop&#8221; om zijn zegen kunnen vragen?&#8221; vroeg zij ten laatste en maakte een heel diepe buiging
+voor hem.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dien kan je dadelijk krijgen,&#8221; riep Blondkopje, bij wien het nu de spuigaten uitliep, haar driftig toe, terwijl hij een liniaal
+greep, die juist binnen zijn bereik lag, en er allerlei dreigende bewegingen voor de oogen van zijn plaaggeest mee ging maken.
+
+</p>
+<p>Deze, die even rap met de hand als met de tong was, had weldra een andere liniaal gepakt. Daar stonden ze nu tegenover elkaar.
+Als kemphaantjes zetten zij zich in postuur en sloegen er ijverig op los, waarbij zij echter zorg droegen niet de tegenpartij
+zelf, maar alleen z&#8217;n wapen te raken.
+<span class="pageno">
+[70]
+</span></p>
+<p>Op zeker oogenblik liet Blondkopje de zijne evenwel door een onhandigen slag op de vingers van zijn zusje neerkomen, wat haar
+een kreet van pijn deed slaken.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p070.jpg" alt="Alleen z&#8217;n wapen te raken."></p>
+<p class="figureHead">Alleen z&#8217;n wapen te raken.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Dadelijk was zijn drift bedaard. Hij gooide de leelijke liniaal, die haar bezeerd had, ver van zich af, sloeg zijn armen om
+haar hals en zei, met tranen in de oogen: &#8220;&#8217;t spijt me zoo erg, zus; ik zal &#8217;t niet meer doen en hoor eens, je mag me net
+zoo vaak &#8220;mijnheer de bisschop&#8221; noemen als je maar wilt.&#8221;&#8212;
+
+</p>
+<p>Hun vader, die de beste vader van de wereld was, kwam op &#8217;t geluid van den strijd aanloopen en meende al heel boos te moeten
+worden.&#8212;Hoe groot was echter zijn blijdschap, toen hij, bij &#8217;t binnenkomen, deze hartelijke omhelzing van broer en zus aanschouwde.
+<span class="pageno">
+[71]
+</span>Hij drukte het tweetal aan zijn hart en prees zich gelukkig, zulke lieve kinderen te hebben.&#8212;
+
+</p>
+<p>Er werden toentertijde groote oorlogen op de aarde gevoerd. De menschen overtroffen elkaar in &#8217;t uitdenken van de vreeselijkste
+moordtuigen, die allerwegen dood en vernieling moesten brengen. Dezen hadden de samenstelling van ijzeren torens uitgevonden,
+die zich nog sneller verplaatsen konden dan een galoppeerend paard. Als je daar in zat, was je volkomen tegen elken aanval
+beveiligd, terwijl je zelf ongehinderd den vijand kon dooden. Genen hadden machines verzonnen, waarmee je brokken steen, zoo
+groot als halve bergen, mijlen ver weg kon slingeren om er de soldaten van de tegenpartij bij duizenden, als vliegen, onder
+te verpletteren. Iedere nieuwe uitvinding werd met groote uitbarstingen van geestdrift door de strijders begroet, &#8217;t Was te
+voorzien, dat er weldra niemand anders meer in &#8217;t leven zou zijn, dan de uitvinders van die moordtuigen,&#8212;totdat &#8217;t gezegende
+oogenblik aanbrak, waarop Blondkopjes liniaal de vingers van zijn zusje trof.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p072.jpg" alt="Zoo had er alom een algemeene verbroedering plaats."></p>
+<p class="figureHead">Zoo had er alom een algemeene verbroedering plaats.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Zoo gauw had het kind niet zijn wapen neergelegd, of deze hoog oplaaiende oorlogswoede zakte als door tooverslag ineen. De
+menschen ontdekten eensklaps, dat zij wel mal waren geweest, elkaar te dooden, om te weten te komen wie gelijk had en besloten
+zich op &#8217;t oordeel van hen, die den strijd gadesloegen, te beroepen. Zoo had er alom een algemeene verbroedering plaats, van
+de generaals af, tot aan de soldatenkinderen toe, die elkaar nu niet meer bij &#8217;t uitgaan <span class="pageno">
+[73]
+</span>der scholen van leer gaven, zooals ze het v&oacute;&oacute;r dezen hadden gedaan.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p073-1.jpg" alt=""></p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Ons Blondkopje ging dien avond met een tevreden hartje naar bed, na wel duizend liefkoozingen van de gansche familie te hebben
+ontvangen, en vroeg zich bij &#8217;t inslapen n&ograve;g af, wanneer hij toch wel zoo groot en sterk als een man zou wezen.
+
+</p>
+<p>Op &#8217;t zelfde uur gaf de aarde, nu van Onwetendheid, Ellende, Hoogmoed en Oorlog bevrijd, zich aan de meest geestdriftige uitingen
+van algemeenen jubel en blijdschap over en op al de bergen, van Noorwegen tot in &#8217;t land der Patagoni&euml;rs, werden zulke groote
+vreugdevuren ontstoken, dat men ze van de maan af zien kon.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatRight">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p073-2.jpg" alt="Jubel en blijdschap."></p>
+<p class="figureHead">Jubel en blijdschap.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>De groote toovenaar is er niet meer, kinderen, om zooveel gewicht te geven aan de overwinningen, die jullie op jezelf kunt
+behalen. Toch is er nog iets van overgebleven: ook tegenwoordig nog&#8212;gelooft het maar vrij&#8212;zijn de kinderen sterker dan de
+menschen om het goede te doen. Terwijl je ouders soms verplicht zijn zich geheel op te offeren, om te verhinderen, dat <span class="pageno">
+[74]
+</span>je ongelukkig wordt, kan jullie hen reeds met de kleinste opofferingen volkomen gelukkig maken. Al wordt de wereld er niet
+eensklaps door veranderd, zooals in Blondkopjes tijd, deze kleine daden van zelfverloochening&#8212;weest daarvan maar overtuigd&#8212;zullen
+toch nooit voor haar verloren zijn. Alle druppels water, die er vallen, vinden elkaar in de zee terug.&#8212;
+
+
+
+<span class="pageno">
+[75]
+</span></p>
+<p class="div1"><a id="d0e1126"></a></p>
+<h1 class="label">III.</h1>
+<h1>BIBI, BABA EN BOBO.</h1>
+<p>Bibi was een kleine spotvogel,
+
+</p>
+<p>Baba een kleine smulgraag,
+
+</p>
+<p>En Bobo een kleine luiwammes.
+
+</p>
+<p>Op zekeren dag gingen ze in een naburig bosch wandelen, maar.... hielden zich niet aan de van huis meegekregen vermaning:
+volstrekt niet verder te gaan dan tot een zeker punt. Zij waren op den koop toe alle drie kleine, <i>ongehoorzame</i> dingen, weet je!
+
+</p>
+<p>Om de waarheid gestand te doen, moet ik er evenwel bij zeggen, dat d&igrave;t toch grootendeels Bibi&#8217;s schuld was.
+
+</p>
+<p>Toen zij aan &#8217;t bewuste punt waren gekomen, was Bobo al moe en had dus wel graag willen omkeeren, terwijl Baba, die zich bedacht,
+dat de boterhammen over een half uurtje thuis zouden klaar staan, er ook niet veel zin in had nog verder te gaan.
+
+</p>
+<p>Maar Bibi, die zich boven dit alles verheven voelde, lachte wat om zulke bedenkingen. Zij sliepte de twee anderen uit en vierde
+haar spotlust zoodanig bot, dat zij zich niet tegen haar durfden te verzetten. Bobo schaamde zich over haar luiheid, Baba
+over haar gulzigheid en zoo volgden ze allebei&#8212;hoewel schoorvoetend&#8212;&#8217;t spotachtige, kleine nest.&#8212;
+
+</p>
+<p>Hieruit zie je, hoe zwak je in je schoenen staat, als je gehoorzamen wilt uit een andere beweegreden <span class="pageno">
+[76]
+</span>dan gehoorzaamheid, want als onze beide kleine meisjes slechts aan &#8217;t verbod van vader en moeder hadden gedacht, zouden zij
+in haar hartjes hebben gevoeld, dat zij &#8217;t bij het rechte eind hadden en dus niet zoo bang voor spot zijn geweest.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p076.jpg" alt="De meisjes plukten bloemen."></p>
+<p class="figureHead">De meisjes plukten bloemen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Om kort te gaan, zij waren alle drie ongehoorzaam en liepen verder &#8217;t bosch in, dat doorsneden was door prachtige lanen; z&oacute;&oacute;
+lang waren die, dat je er haast niet &#8217;t eind van kon zien.
+
+</p>
+<p>Wat was &#8217;t er mooi en prettig! De meisjes plukten bloemen, rolden met elkaar over &#8217;t mos en luisterden <span class="pageno">
+[77]
+</span>naar de vroolijk kwinkeleerende vogeltjes. Van tijd tot tijd zagen ze een muisje zijn spitse snuitje uit een holletje steken,
+maar &#8217;t gauw terugtrekken als ze er een van allen te dicht bij kwamen; of wel een groote hagedis maakte de kinderen aan &#8217;t
+schrikken door plotseling uit &#8217;t gras te schieten en een goed heenkomen op den weg te zoeken, waar &#8217;t vroolijke troepje haar
+dan achtervolgde. Alles ging goed en plezierig, zoolang zij in de laan bleven, die zoo recht was als een liniaal en dus heelemaal
+geen gevaar voor verdwalen opleverde. Maar na een poosje stonden ze eensklaps voor een klein, dichtbegroeid paadje, dat zich
+kronkelend in &#8217;t kreupelhout verloor; Bibi vond het z&oacute;&oacute; aanlokkelijk, dat zij &#8217;t vastbesloten insloeg.
+
+</p>
+<p>&#8220;H&egrave; neen, laten we daar niet heengaan, we zullen nog verdwalen,&#8221; zei Bobo.
+
+</p>
+<p>&#8220;We moeten naar huis, &#8217;t is al zoo laat,&#8221; riep Baba. &#8220;Toe, laten we nu maar omkeeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil enkel tot aan die eerste kromming loopen,&#8221; antwoordde Bibi. &#8220;Gaan jullie mee! We moeten toch eens zien wat er dan
+volgt.&#8221;
+
+</p>
+<p>De andere twee hielden zich doof. Toen ging &#8217;t geslepen, kleine nest op den grond liggen.
+
+</p>
+<p>&#8220;O,&#8221; riep ze, &#8220;wat een heerlijk plaatsje om uit te rusten en wat staan hier overal &#8217;n aardbeien!&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen zij dit hoorden, kwamen ze allebei aanloopen: Baba, de smulgraag, om er aardbeien te eten, Bobo, de luiwammes, om er
+languit op den grond te liggen. Maar &#8217;t &#8220;heerlijke&#8221; plaatsje was vol steenen en dorre takken en van aardbeien was niets te
+bespeuren.
+<span class="pageno">
+[78]
+</span></p>
+<p>Bibi schaterde &#8217;t uit, toen zij de teleurgestelde gezichten van haar vriendinnetjes zag. Ze nam Baba aan de hand. &#8220;We zullen
+verderop nog wel aardbeien vinden,&#8221; zei ze en trok haar uit alle macht mee. Bobo moest toen wel volgen, maar &#8217;t ging voetje
+voor voetje, en ze was op &#8217;t punt van te gaan schreien.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p078.jpg" alt="Toen ging ze op den grond liggen."></p>
+<p class="figureHead">Toen ging ze op den grond liggen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Na de eerste kromming kwam een tweede, toen een derde.... Daarop splitste het paadje zich in twee&euml;n. Een reuzeneik, die zich
+ginds, dicht aan den wegkant, in &#8217;t kreupelhout verhief, trok de aandacht van juffertje Bibi. Zonder zich te bedenken liep
+ze er heen. Steeds verder en verder troonde ze haar vriendinnetjes mee, iederen inval van &#8217;t oogenblik volgend, zoodat, toen
+<span class="pageno">
+[79]
+</span>er eindelijk sprake van was langs denzelfden weg naar huis terug te keeren, niemand meer wist welken kant uit te moeten gaan.
+
+</p>
+<p>Groote ontsteltenis was er op de gezichtjes van Baba en Bobo te lezen, maar Bibi hield zich groot. Zij stampvoette ongeduldig,
+kneep haar dunne lippen op elkaar en keek met een geringschattenden blik naar haar angstige kameraadjes, terwijl er een onvriendelijk
+licht in haar zwarte oogen schitterde. &#8220;Loopen jullie mij maar na, bange, kleine kippetjes,&#8221; riep ze uit; &#8220;ik zal er wel voor
+zorgen, dat we weer goed en wel thuiskomen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar met flink-zijn alleen, ben je niet geholpen, als je anderen tot gids wilt strekken; je moet ook den weg weten!
+
+</p>
+<p>Na langen tijd geloopen te hebben, waren ze nog net even ver. Ze hadden alle paadjes geprobeerd, waren dikwijls langs dezelfde
+punten gekomen en hadden eigenlijk in een kringetje rondgedwaald.
+
+</p>
+<p>Bobo liet zich op den grond vallen en verklaarde schreiend, dat zij geen voet meer kon verzetten. De groote, blauwe oogen
+van &#8217;t lieve blondje smeekten welsprekender dan haar mondje &#8217;t zou hebben kunnen doen, om ontferming. Een steenen hart zou
+er zelfs door zijn getroffen. Maar Bibi, dat vinnige, kleine ding, liet zich niet verteederen. Ze schudde haar door elkaar,
+om haar levensgeesten weer wat op te wekken en poogde haar overeind te trekken. De arme Bobo stribbelde niet tegen, maar liet
+zich gedurig weer als een zoutzak op den grond neerploffen.
+<span class="pageno">
+[80]
+</span></p>
+<p>&#8220;Jij bent een wandelaarster van &#8217;t jaar nul,&#8221; zei Bibi. &#8220;We zullen je hier nog alleen moeten laten liggen, als je niet flinker
+wilt zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar Baba kwam haar vriendinnetje te hulp.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p080.jpg" alt="Baba kwam haar vriendinnetje te hulp."></p>
+<p class="figureHead">Baba kwam haar vriendinnetje te hulp.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Maak je niet ongerust, lieve Bobo,&#8221; riep zij uit. &#8220;Ik laat je niet aan je lot over, hoor! Rust eerst maar uit, dan zullen
+we samen naar huis gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij boog haar vriendelijk vollemaansgezichtje naar haar toe en omhelsde haar, om haar als &#8217;t ware moed in te spreken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als &#8217;k hier enkel maar een klein stukje brood had,&#8221; zei ze toen zachtjes en zuchtte even, &#8220;dan zou &#8217;k met alle genoegen zoo
+lang op je wachten als je maar wilt.&#8221;
+
+</p>
+<p>Bobo keek medelijdend naar haar. Toen viel haar blik op een mooie, roode aardbei, die een paar voetstappen verder groeide.
+&#8217;t Was de eerste aardbei, die <span class="pageno">
+[81]
+</span>ze op de wandeling ontdekten. Zij vergat haar moeheid, kwam dadelijk overeind en liep op de aardbei af, die ze toen triomfantelijk
+aan de arme, hongerige Baba bracht.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, wat heerlijk!&#8221; zei deze, terwijl ze de vrucht in haar mond stak. &#8220;Dank je wel, Bobo; wat ben je toch lief!&#8221;
+
+</p>
+<p>Onderwijl had Bibi, in &#8217;t volle besef van haar meerderheid, parmantig met groote stappen op en neer geloopen. Baba&#8217;s opgetogenheid
+stemde haar knorrig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een mooie maaltijd voor iemand, die altijd honger heeft,&#8221; riep ze smalend uit. &#8220;Daar zal je niet ver mee komen!&#8221;
+
+</p>
+<p>Ongelukkigerwijze was dit maar al te waar. Door Bibi&#8217;s ongevoelige woorden werd Baba onzacht tot de werkelijkheid teruggebracht
+en bespeurde weldra, dat haar eetlust eerder toe- dan afgenomen was na &#8217;t gebruik van &#8217;t frissche, maar weinig voedzame hapje.
+Haar stemming sloeg eensklaps om en zij smolt weg in tranen.
+
+</p>
+<p>Bobo hield haar gezelschap en begon ook te snikken. Maar Bibi, dat stoute, kleine ding, deed niets dan lachen.
+
+</p>
+<p>De koningin der fee&euml;n, die juist door &#8217;t bosch kwam, hoorde dit. De andere fee&euml;n hadden haar tot koningin verkozen, omdat
+zij de liefste van haar allen was. Haar goedhartigheid was zoo groot, dat elk verdriet, ook zelfs dat der booze menschen en
+ondeugende kinderen, haar medelijden opwekte.
+
+</p>
+<p>Zij vertoonde zich eensklaps aan ons drietal in de <span class="pageno">
+[82]
+</span>gedaante van een vriendelijk, oud vrouwtje,<a id="d0e1231src" href="#d0e1231" class="noteref">1</a> dat een takkenbos droeg, en richtte &#8217;t woord tot de beide schreiende, kleine meisjes.
+
+</p>
+<p></p>
+<div id="d0e1238" class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/cover-illustration.jpg" alt=""></p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat scheelt er aan, kindertjes?&#8221; vroeg zij. &#8220;Is er soms iets, dat ik voor jullie kan doen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och,&#8221; zei Bobo, &#8220;die arme Baba heeft zoo&#8217;n trek!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, maar dat is &#8217;t niet alleen,&#8221; voegde Baba er aan toe; &#8220;die arme Bobo is ook zoo moe. We zijn verdwaald en kunnen den weg
+naar huis maar niet weer terugvinden.&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p082.jpg" alt="Kwam blatend aanloopen."></p>
+<p class="figureHead">Kwam blatend aanloopen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>De goede fee keek de kinderen oplettend aan en bemerkte toen wel waar de schoen wrong.
+
+</p>
+<p>&#8220;Stil maar,&#8221; sprak ze; &#8220;ik zal jullie hulp zenden!&#8221; Meteen brak zij twee takjes van haar sprokkelhout af en wierp die in de
+struiken.
+
+</p>
+<p>Een groot, sneeuwwit schaap kwam blatend aanloopen en wreef zijn kop tegen Baba&#8217;s roode wangen aan. &#8217;t Was van een aardig
+eekhoorntje vergezeld, dat <span class="pageno">
+[83]
+</span>zonder complimenten op Bobo&#8217;s schouders sprong.
+
+</p>
+<p>&#8220;En jij, klein ding?&#8221; zei de oude vrouw toen tegen Bibi; &#8220;heb jij niets noodig?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, moedertje,&#8221; antwoordde juffertje Bibi uit de hoogte; &#8220;honger heb ik niet en &#8217;k ben ook niet moe. Ik heb die twee zeurpieten
+zelfs hartelijk uitgelachen, omdat ze zoo flauw zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, ben je van die kracht!&#8221; zei de fee, ontevreden over den toon, dien &#8217;t meisje aansloeg. &#8220;Nu, voor een spotvogeltje, dat
+graag eens lachen wil, heb ik ook nog wel iets.&#8221;
+
+</p>
+<p>Onmiddellijk na &#8217;t uitspreken van deze woorden was ze verdwenen en zagen de kinderen een aapje, dat potsierlijke sprongen
+om Bibi heen maakte en grijnzend allerlei malle gezichten tegen haar trok.
+
+</p>
+<p>Bibi was er verrukt over, dat dit grappige diertje <i>haar</i> toebedeeld was. Zij nam &#8217;t in haar armen en overlaadde &#8217;t met liefkoozingen. Maar &#8217;t aapje scheen er niets op gesteld te
+zijn; &#8217;t liet een nijdig gebrom hooren, dat Bibi echter deed schateren van het lachen. Alles vond ze even komiek van &#8217;t diertje;
+ze zou &#8217;t hebben kunnen opeten, van louter opgetogenheid.
+
+</p>
+<p>Maar ondertusschen waren de verdwaalde kinderen toch nog geen stapje dichter bij huis gekomen. Baba stak haar hand in de wollige
+vacht van haar schaap en droomde met open oogen van een boterham, die zij voor zich uit zag dansen, terwijl Bobo haar eekhoorntje
+in gedachten over zijn snorbaardje streek.
+
+</p>
+<p>Baba, die de meeste haast had, verbrak &#8217;t eerst het stilzwijgen. &#8220;Hoe komen we nu thuis?&#8221; vroeg ze.
+<span class="pageno">
+[84]
+</span></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p084.jpg" alt="Dat Bobo aan den arm nam."></p>
+<p class="figureHead">Dat Bobo aan den arm nam.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Maak je niet bezorgd,&#8221; sprak &#8217;t schaap; &#8220;ik weet den weg.&#8221;
+
+</p>
+<p>En het goede dier zette zich in beweging en liep op een sukkeldrafje den juisten kant uit, gevolgd door zijn meesteresje,
+dat Bobo aan den arm nam, met de vermaning maar goed op haar te leunen.
+
+</p>
+<p>Bibi stak den draak met &#8217;t tweetal. &#8217;t Was wat moois, zei ze, om je door een schaap te laten leiden! Zij wou daarom de tegenovergestelde
+richting nemen, maar daar haar aapje uit haar armen ontsnapte, moest zij &#8217;t wel naloopen. Het diertje bleef de anderen hardnekkig
+volgen en zoo ging zij tegen wil en dank ook mee met den stoet.&#8212;Ze bleef echter in de achterhoede en vermaakte er zich mee
+haar kameraadjes allerlei mallepraat na te roepen; zij waren &#8220;averechtsche&#8221; herderinnetjes, zei ze, want zij lieten zich door
+&#8217;t schaap den weg wijzen in plaats van hetzelf te leiden&#8212;&#8212;z&oacute;&oacute; dom waren ze, dat zij de dieren moesten volgen.&#8212;&#8212;Bibi was er
+onuitputtelijk in, allerlei geestigheden over ditzelfde onderwerp te berde te brengen.&#8212;
+<span class="pageno">
+[85]
+</span></p>
+<p>Baba, de smulgraag, die geheel en al door haar verlangen naar een boterham beheerscht werd, deed niets dan klagen en schreien.
+Ze had toch zoo&#8217;n honger, verklaarde ze gedurig. Eindelijk wendde zij zich rechtstreeks tot haar schaap. &#8220;Och,&#8221; zei ze, &#8220;je
+weet hier zoo goed den weg, kan jij me nu niet ergens wat aanwijzen, dat ik zou kunnen opeten?&#8221;
+
+</p>
+<p>Colas, zoo heette het schaap, antwoordde: &#8220;ik kan er je op wijzen, lieve kind, niet zoo gulzig te zijn en je maag &#8217;t zwijgen
+op te leggen als de maaltijd&#8212;zooals vandaag&#8212;vertraagd wordt. Wat zou ik wel moeten beginnen als ik niet op m&#8217;n tijd honger
+wist te lijden, ik, dien men langs den rand der wegen leidt om de grassprietjes af te knabbelen, die er tusschen de steenen
+groeien!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar je hebt dan toch tenminste iets te eten,&#8221; hernam Baba.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, maar nooit iets naar mijn zin. Doch ik klaag er niet over, omdat het nu eenmaal zoo is. Doe zooals ik en maak het je
+tot een gewoonte je moedig en flink naar alle omstandigheden te schikken. Als iets <i>moet</i>, dan <i>kan</i> het ook; onthoud d&agrave;t, meisjelief!&#8212;Je avondeten zal er je des te lekkerder om smaken, nu je tusschen den middag geen boterham
+hebt gehad.&#8221;
+
+</p>
+<p>Baba was nog wel niet overtuigd, maar zij durfde nu toch niet meer te klagen in de tegenwoordigheid van zoo&#8217;n verstandig dier.
+Zij begon daarom over andere dingen met haar schaap te praten en weldra waren ze samen zoo genoegelijk aan &#8217;t babbelen, dat
+zij er de verleidelijke boterham, die haar aldoor voor den geest gezweefd en zoo ongelukkig gemaakt had, doordat ze <span class="pageno">
+[86]
+</span>niet te bereiken was geweest, geheel door vergat.
+
+</p>
+<p>Bobo was ook aan &#8217;t praten geraakt met haar diertje, haar eekhoorntje, dat Cascaret heette, zooals hij haar aanstonds had
+verteld.&#8212;Zij klaagde erg over pijn in de beenen en zei, dat zij groote blaren aan de voeten had en stellig nog ziek van moeheid
+zou worden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lief meesteresje,&#8221; sprak Cascaret, terwijl hij zijn staart als een vederbos boven zijn kopje uitspreidde, &#8220;ik geloof, dat
+je je moeheid minder zoudt voelen, als je er niet zooveel aan dacht. Kijk eens, hoe fijn ik gebouwd ben en wat voor teere
+pootjes ik gekregen heb; die zien er nog anders uit dan jouw beenen. Toch spring ik behendig en vroolijk van tak tot tak in
+de hoogste boomen, &#8217;t geen veel vermoeiender is dan kalm over den beganen grond te wandelen. Laten we eens doen wie het eerst
+bij dien beuk is; je zult zien, dat je moeheid dan over gaat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O neen, neen,&#8221; zei Bobo op klagenden toon, &#8220;daar geloof ik niets van!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kijk eens wat een mooie noten ginds groeien, en daar staat ook een groote, wilde appelboom. Wat zou hij gauw geplunderd zijn,
+als hier kleine jongens langskwamen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, dat is heerlijk!&#8221; riep Bobo blij uit. &#8220;Och Cascaret, wees eens lief en haal wat appels en noten voor die arme Baba; ze
+heeft zoo&#8217;n honger!&#8221;
+
+</p>
+<p>Cascaret was er dadelijk toe bereid. Met vlugge sprongetjes begaf hij zich op weg en deed daarna nog zooveel reisjes naar
+den appelboom en zooveel onderzoekingstochten in den noteboom, dat Baba eindelijk verklaarde verzadigd te zijn.
+<span class="pageno">
+[87]
+</span></p>
+<p>Bobo genoot er z&oacute;&oacute; van haar te zien smullen, dat zij er bijna haar heele moeheid door vergat en voortwandelde, zonder meer
+&eacute;&eacute;n klacht te slaken.
+
+</p>
+<p>Toen kreeg Baba op haar beurt een goeden inval.
+
+</p>
+<p>&#8220;Colas,&#8221; zei ze tegen haar schaap, &#8220;wil je mij een grooten dienst doen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, laat &#8217;s hooren!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Je hebt zoo&#8217;n breeden rug; toe, laat mijn lieve Bobo daar wat op zitten. Ze zal zoo heerlijk in je dichte, zachte wol kunnen
+rusten en is z&oacute;&oacute; licht, dat je er niet moe van zult worden.&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p087.jpg" alt="Zat daar als een koninginnetje."></p>
+<p class="figureHead">Zat daar als een koninginnetje.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Het schaap was te goedhartig om haar dit te weigeren. Het liet zich op zijn knie&euml;n neer, zoodat Bobo gemakkelijk op zijn rug
+kon komen. Zij hield zich vast aan zijn vacht en zat daar als een koninginnetje. De brave Colas draafde voort, alsof hij niets
+te dragen had.
+
+</p>
+<p>Zoo hadden de goedhartige vriendinnetjes elkaar dus geholpen. Nu hadden zij niets meer dat haar hinderde, want vrees voor
+verdwalen hoefden ze ook niet te hebben, daar Colas immers den weg wel wist. Geen wonder, dat ze den tocht in de vroolijkste
+stemming voortzetten.
+
+</p>
+<p>Frisch en blij klonken haar stemmetjes, terwijl ze een aardig liedje aanhieven, dat z&oacute;&oacute; begon: &#8220;Er was eens een herderinnetje.&#8221;&#8212;
+<span class="pageno">
+[88]
+</span></p>
+<p>Bibi volgde steeds in de achterhoede. Haar aapje en zij zaten elkaar voortdurend in letterlijken en figuurlijken zin in &#8217;t
+haar. Hoewel &#8217;t diertje haar soms gevoelig kneep en beet, moest Bibi er toch om schaterlachen; &#8217;t had zulke koddige manieren
+en maakte zulke malle grimassen.&#8212;
+
+</p>
+<p>Eindelijk kreeg ze er echter genoeg van. &#8217;t Was dan ook wel een ietwat twijfelachtig vermaak, vindt je niet? Zij legde er
+een stapje op en haalde de vroolijke zangstertjes van lieverlede in.
+
+</p>
+<p>De mooie, groote noten en gave appels, waarvan zij Baba en ook Bobo had zien genieten, hadden haar in herinnering gebracht,
+dat ze in lang niets genuttigd had. Hoe graag zou zij nu ook wat te knabbelen willen hebben! Ten laatste besloot zij de hulp
+in te roepen van haar, die ze daarnet zoo hardvochtig behandeld had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och Bobo,&#8221; zei ze, &#8220;zou je eekhoorntje voor mij ook niet wat kunnen halen?&#8221;
+
+</p>
+<p>Bobo, wier hartje niet den minsten wrok koesterde, fluisterde Cascaret even een paar woorden in. Toen schoot &#8217;t gewillige
+diertje als een pijl uit den boog den grooten noteboom in, die op de een of andere manier hier in &#8217;t bosch verzeild was geraakt,
+en kwam dadelijk daarop met een mooie noot terug. Handig ontdeed hij deze van den groenen bolster, kraakte haar tusschen zijn
+lange voortanden en bood Bibi de pit toen zoo bevallig mogelijk met zijn rechtervoorpootje aan.
+
+</p>
+<p>Doch op &#8217;t oogenblik, dat deze de hand uitstak om haar aan te nemen, gritste &#8217;t ondeugende aapje &#8217;t begeerlijke hapje voor
+haar oogen weg, liep er gauw een <span class="pageno">
+[89]
+</span>eindje mee door en ging toen op zijn achterpootjes zitten om de noot lekker op te knabbelen, terwijl hij schuin met een uittartenden
+blik naar zijn meesteresje keek. Als &#8217;t maar niet haarzelf gegolden had, zou Bibi zeker in lachen zijn uitgebarsten, zoo potsierlijk
+liet &#8217;t diertje zijn oogjes rollen; maar nu was zij er niet voor in de stemming.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p089.jpg" alt="&#8217;t Begeerlijke hapje voor haar oogen weg."></p>
+<p class="figureHead">&#8217;t Begeerlijke hapje voor haar oogen weg.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Een tweede noot onderging &#8217;t zelfde lot en toen &#8217;t kleine meisje er ten laatste in geslaagd was een derde te grijpen, rukte
+de aap haar die uit de handen, voordat zij er nog een stukje van had geproefd.
+
+</p>
+<p>Zij moest &#8217;t dus opgeven, &#8217;t Scheen, dat zij niet van Bobo&#8217;s goedhartigheid mocht profiteeren.
+
+</p>
+<p>De flinke Bibi was nu toch wel wat in haar wiek geschoten. Daardoor kwam &#8217;t zeker, dat zij nu ook op eens bemerkte moe te
+zijn. Ze vroeg of ze ook eens op &#8217;t schaap zou mogen zitten.
+
+</p>
+<p>Colas leende er zich gewillig toe. Hij liet zich nog eens weer op zijn knie&euml;n neer en wachtte geduldig, <span class="pageno">
+[90]
+</span>totdat hij een andere berijdster zou hebben gekregen. Maar zij hadden geen rekening met &#8217;t boosaardige aapje gehouden, dat
+nu eensklaps op &#8217;t vreedzame dier toeschoot en het zoo hard aan de ooren trok, dat &#8217;t geweldige sprongen ging maken. Juffertje
+Bibi viel zoo lang als ze was op den grond; ze belandde in de dorens en kreeg zulke leelijke schrammen op gezicht en handen,
+dat ze er volkomen genoeg van had en er niet om vroeg nog eens weer op &#8217;t schaap te mogen zitten. Zij sleepte zich verdrietig
+voort en was meer geneigd tot schreien dan tot spotten.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p090.jpg" alt="Ze belandde in de dorens."></p>
+<p class="figureHead">Ze belandde in de dorens.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Gelukkig hadden ze nu het einde van &#8217;t bosch bereikt. Colas had een dwarspad genomen en zoo zagen onze kleine meisjes op een
+oogenblik dat zij het &#8217;t minst verwachtten, eensklaps, dat zij vlak bij huis waren. Baba en Bobo zetten &#8217;t juichend op een
+loopen en Colas dartelde met Cascaret om haar beidjes heen, om te toonen, dat zij in haar blijdschap deelden.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Aapje was aan den boschrand blijven zitten en keek Bibi onafgewend na, die te moe en te verdrietig was om als de anderen
+te doen en hinkend voortsukkelde. <span class="pageno">
+[91]
+</span>Toen zij &#8217;t diertje niet meer naast zich zag, keerde zij zich om en wou &#8217;t roepen. Daar ontdekte ze &#8217;t aan den zoom van &#8217;t
+bosch. &#8217;t Zat er doodkalm zijn kopje te krabben en rimpels in zijn neusje te trekken, alsof het Bibi uitlachte.
+
+</p>
+<p>Boos liep zij op &#8217;t aapje af.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p091.jpg" alt="&#8220;En nu, juffertje,&#8221; sprak de fee."></p>
+<p class="figureHead">&#8220;En nu, juffertje,&#8221; sprak de fee.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Je houdt me voor den mal;&#8212;je bent een ondeugend ding, dat nergens anders toe deugt dan om kwaad te doen&#8221;, riep ze driftig
+uit; &#8220;pas op, ik zal je wel krijgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Bibi zou &#8217;t diertje hebben geslagen, als zij &#8217;t had kunnen pakken, maar &#8217;t sprong op zij, werd grooter en grooter en veranderde
+in een schoone, prachtig gekleede vrouw, die een gouden ring droeg, &#8217;t Was de fe&euml;enkoningin zelf. Zij had deze vermomming
+aangenomen om &#8217;t spotvogeltje eens aan den lijve te laten <span class="pageno">
+[92]
+</span>voelen en ondervinden hoe leelijk haar gebrek was.
+
+</p>
+<p>&#8220;En nu, juffertje&#8221;, sprak de fee, &#8220;begrijp je, hoop ik, hoezeer men in de schatting van anderen daalt, door hen te bespotten
+en uit te lachen. Je vriendinnetjes hebben &oacute;&oacute;k fouten, die zij moeten verbeteren, maar zij zijn goedhartig en met goedheid
+is alles te herstellen. Je ziet hoe <i>zij</i> zich uit de moeilijkheden hebben weten te redden, terwijl <i>jij</i>, die je zoozeer boven haar verheven voelde, omdat je flinker en sterker bent, als een stumperd achteraan komt, hongerig en
+te moe haast, om nog een voet te verzetten. Laat het aapje van zooeven je in de gedachten komen, als je weer eens lust mocht
+krijgen je meerderheid ten koste van anderen te toonen en denk er dan aan, kind, dat men jou zal verfoeien zooals jij dit
+boosaardige diertje nu hebt verfoeid, hoewel je er eerst om lachen moest.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8217;t Kind was uit &#8217;t veld geslagen, maar nog niet overtuigd. Haar hartje verzette zich uit alle macht tegen het gehoorde en
+werd hard en onbuigzaam als een klomp ijs. Op dit oogenblik kon zij nog niets anders zien dan de vernedering, die voor haar
+uit dit avontuur was voortgekomen.&#8212;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij hebben elk een mooi geschenk gekregen&#8221;, riep ze schreiend uit, &#8220;en ik heb niets.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, mijn kind,&#8221; hernam de goede fee, &#8220;maar ik wil je iets geven dat &#8217;t hare duizendmaal te boven gaat&#8221;.
+
+</p>
+<p>Zij nam Bibi in haar armen en drukte haar aan haar hart, dat overvloeide van goedheid. &#8217;t Kleine meisje voelde &#8217;t hare eensklaps
+smelten als een ijsschots, die men op &#8217;t vuur legt.
+<span class="pageno">
+[93]
+</span></p>
+<p>Zoo kwam Bibi dus met een geheel veranderd hartje thuis. Moedig en ferm als zij al was, gebruikte ze voortaan haar flinkheid
+om zwakken bij te staan en te versterken, in plaats van zich, zooals vroeger, op haar kracht te beroemen en den spot met de
+zwakheden van anderen te drijven. En veel later, toen zij zelf kleine meisjes en jongens had, zei zij meermalen tegen haar
+kinderen: &#8220;ieder heeft zijn eigenaardig gebrek, maar vergeet &#8217;t niet, lieve kinderen, dat van den spotter is misschien nog
+wel het ergste, daar &#8217;t immers van hardvochtigheid en liefdeloosheid getuigt.&#8221;&#8212;
+
+
+
+<span class="pageno">
+[94]
+</span></p>
+<p></p>
+<hr class="noteseparator">
+<div class="notetext">
+<p class="notetext"><a id="d0e1231" href="#d0e1231src" class="noteref">1</a> Zie <a href="#d0e1238">plaatje omslag</a>.
+</p>
+</div>
+<p class="div1"><a id="d0e1415"></a></p>
+<h1 class="label">IV.</h1>
+<h1>DE GROOTE GELEERDE.</h1>
+<p>Er was eens een jongetje, dat altijd nummer &eacute;&eacute;n op school was. Alle prijzen waren voor hem: die voor taal, voor rekenen, voor
+geschiedenis, voor aardrijkskunde&#8212;&#8212;komt, noemen jullie nog maar eens een paar vakken op!
+
+</p>
+<p>Na de prijsuitdeeling toog hij dus met een heelen stapel boeken onder den arm naar huis en had zooveel kransen veroverd, dat
+hij er heelemaal onder bedolven was. De menschen bleven zelfs op straat staan, om naar hem te kijken en den volgenden dag
+vertelde zijn kindermeid met ophef aan ieder, die &#8217;t hooren wou op de markt, hoe knap haar jongeheer was; ja, hij was al een
+groot geleerde, beweerde ze.
+
+</p>
+<p>Dit een en ander maakte ons kereltje wel wat hoogmoedig; dat moet gezegd worden! Zoo kwam hij er dus geleidelijk toe, een
+hoogen dunk van zichzelf te krijgen.
+
+</p>
+<p>Er woonde een klein meisje naast hem, dat dikwijls met hem speelde. Zij kon niet zoo gemakkelijk leeren, maar had een heel
+lief karakter. Tegen iedereen was ze zacht en aardig en nooit zou ze &#8217;s avonds, voordat zij slapen ging, vergeten den goeden
+God met haar gansche hartje te bidden haar braaf en vriendelijk te maken.
+
+</p>
+<p>Onze groote geleerde begon weldra op dit eenvoudige <span class="pageno">
+[95]
+</span>vriendinnetje neer te zien. Op zekeren dag bedacht hij bij zichzelf, dat zoo&#8217;n klein, dom ding toch eigenlijk volstrekt geen
+gezelschap voor hem was en &#8217;t niet kwaad zou zijn zich eens op de hoogte te stellen van &#8217;t geen zij eigenlijk wist. D&aacute;&aacute;rvan
+zou &#8217;t dan afhangen, of hij haar ook voortaan nog met zijn vriendschap zou kunnen vereeren.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p095.jpg" alt="&#8220;Ik weet niet, of ik met je kan omgaan.&#8221;"></p>
+<p class="figureHead">&#8220;Ik weet niet, of ik met je kan omgaan.&#8221;</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Toen &#8217;t kind hem op een keer kwam vragen met haar mee naar huis te gaan, om &#8217;t mooie prentenboek te zien, dat zij van haar
+petemoei gekregen had, deed hij erg koel en uit de hoogte. &#8217;t Kleine meisje wist niet hoe zij &#8217;t had; z&oacute;&oacute; had zij haar kameraadje
+nog nooit gezien!
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet niet, of ik wel met je kan blijven omgaan,&#8221; zei hij; &#8220;in ieder geval zou ik eerst wel eens willen hooren, of je in
+staat bent een gewone breuk in een tiendeelige over te brengen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij begon te lachen. &#8220;O, daar heb ik nog niets van gehad. Ik begin pas aan de deeling.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is niet om te lachen. Ik spreek in vollen ernst. Dan moet je mij tenminste het verschil tusschen een <span class="pageno">
+[96]
+</span>volstrekten en een betrekkelijken hoofdzin zeggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gisteren hebben we &#8217;t er op school nog over gehad, maar ik weet er niets meer van.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo, &#8217;t is wat moois! Dan zal ik je ook wel niet behoeven te vragen in welk jaar Rome gesticht is?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat een malle vraag; je weet toch wel, dat we daar nog lang niet aan toe zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Wordt hoe langer hoe fraaier. &#8217;k Zou er haast wat op durven te verwedden, dat je me de Loire-departementen zelfs niet
+zult kunnen opnoemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij hield zich stil. Haar aardrijkskundige kennis strekte zich nog niet tot de omgeving van de Loire uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, och,&#8221; zei ze eindelijk tegen haar gestrengen examinator, &#8220;wat heb jij vandaag toch! Laten we nu alsjeblieft maar uitscheiden;
+we zijn immers niet op school! Ga maar mee, dan zal ik je mijn boek laten kijken. Er staan verhalen in, die je wel mooi zult
+vinden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Klein ding,&#8221; sprak hij op beschermenden toon, &#8220;om zulke verhaaltjes geef ik niets; &#8217;k vind er geen steek aan. Je begrijpt
+toch wel, dat ik er veel te knap voor ben. Neen, we kunnen niet meer met elkaar omgaan. Dat zou heel niet passen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8217;t Arme, kleine meisje kon geen ander antwoord vinden dan tranen, want zij hield veel van haar geleerd buurtje en vond &#8217;t
+hard hem, ter wille van de Loire-departementen en den volstrekten hoofdzin, als vriendje te moeten verliezen. Zij kon er maar
+niet toe besluiten zonder hem naar huis terug te keeren.
+
+</p>
+<p>Terwijl zij hem nog met een smeekenden blik aan stond te kijken, kwam haar petemoei eensklaps binnen.
+<span class="pageno">
+[97]
+</span></p>
+<p>Zij was een eerwaardige, oude dame, die tal van deugden in &#8217;t verborgen bezat; ze trad weinig op den voorgrond en dit zal
+je niet verwonderen, als je haar naam hoort: zij heette fee Nederigheid. Op prijsuitdeelingen, waar kleine kinderen met lauwerkransen
+op &#8217;t hoofd trotsch en fier, als zegepralende generaals, vandaan komen, had zij &#8217;t niet erg begrepen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p097.jpg" alt="Kwam haar petemoei eensklaps binnen."></p>
+<p class="figureHead">Kwam haar petemoei eensklaps binnen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Toch wilde zij er niets tegen zeggen, want, al is nederigheid een schoone zaak, in den levensstrijd heeft men ook nog andere
+wapens noodig en &#8217;t kan zijn nut hebben de kiem van ijver en eerzucht in &#8217;t hart der kinderen te leggen, als men er menschen
+van wil maken. Zij liet hen dus maar met hun lauweren gaan, wel wetend, dat de nederigheid mettertijd vanzelf zou komen tot
+hen, die eens waarlijk groot zouden zijn.
+
+</p>
+<p>Wat den anderen betrof, vond zij &#8217;t wel wat hard hun dit kleine beetje ijdelen roem te ontnemen, dat immers alles was, waarmee
+zij &#8217;t zouden moeten doen.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Verdriet van haar lief petekind ging haar echter <span class="pageno">
+[98]
+</span>na aan &#8217;t hart en daarom kwam zij den onverdragelijken wijsneus, die haar tranen had doen vloeien, eens gauw bestraffen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p098.jpg" alt="&#8220;Wat men moet doen om braaf te leven?&#8221;"></p>
+<p class="figureHead">&#8220;Wat men moet doen om braaf te leven?&#8221;</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Je weet dus niets, mijn kind?&#8221; zoo sprak zij &#8217;t kleine meisje vriendelijk aan. &#8220;Laat ik je ook eens een vraag voorleggen:
+zou je mij ook kunnen vertellen wat men moet doen om braaf te leven?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, petemoei, dat is niet moeielijk! Men moet den goeden God gehoorzamen en alle menschen liefhebben, zooals Hij.&#8221;
+<span class="pageno">
+[99]
+</span></p>
+<p>&#8220;Dat is al iets. Maar ik heb zoo&#8217;n idee, dat dit toch niet voldoende zal wezen om &#8217;t kameraadje van zoo&#8217;n geleerden bol te
+zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p099.jpg" alt="Ze nam hem bij de hand."></p>
+<p class="figureHead">Ze nam hem bij de hand.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga eens mee, vriendje,&#8221; vervolgde zij, zich tot den jongen wendend. &#8220;Je bent te knap om bij kleine meisjes op visite te gaan;
+&#8217;t gezelschap van geleerden en letterkundigen zal je nu beter voegen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij nam hem bij de hand.
+
+</p>
+<p>Plotseling bevond hij zich in een der zalen van het observatorium, waar iemand met een eerbiedwaardig voorkomen, aan een lange
+tafel, voor een massa papieren vol cijfers, gezeten was.
+
+</p>
+<p>Deze was voorzeker een groot geleerde.
+
+</p>
+<p>Hij had aan aardmetingen gewerkt, een arbeid, die nog heel wat meerdere en andere moeielijkheden met zich brengt, dan al de
+regels van drie te zamen. Hij had het licht, dat 72000 mijl per seconde aflegt, in zijn loop gevolgd en berekend hoeveel jaren
+&#8217;t noodig heeft om <span class="pageno">
+[100]
+</span>van de sterren, die onze naaste buren zijn, tot ons te komen. Hij woog de zon en de maan met de pen in de hand, als op een
+weegschaal en kon door zijn berekeningen van te voren de baan, die de hemellichamen door de ons omringende, oneindige ruimten
+af zullen leggen, bepalen.
+
+</p>
+<p>Toen fee Nederigheid hem goedendag gewenscht had, glimlachte hij vriendschappelijk en begroette haar als een oude bekende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Professor,&#8221; zei ze, &#8220;hier breng ik u een geleerde, die gaarne een wetenschappelijk gesprek met u wil voeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>De professor kende geen grooter genoegen dan zijn kennis mee te deelen aan hen, die dit wenschten. Hij stak den kleinen jongen
+zijn hand toe.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik maak u mijn compliment,&#8221; sprak hij, &#8220;een geleerde en dat op uw leeftijd, dat is al heel mooi! Wilt ge mij een komeet helpen
+zoeken, die wij reeds sinds een maand verwachten? Ik tracht juist op dit oogenblik na te speuren, wat haar onderweg heeft
+kunnen ophouden. Wij zullen onze nasporingen nu te zamen vervolgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Kometen zoeken! Dit was wel wat te kras voor onzen scholier, die ternauwernood in de juiste termen zou hebben kunnen omschrijven
+wat een komeet eigenlijk is.
+
+</p>
+<p>Blozend wees hij &#8217;t voorstel af.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, dan zullen we eens een vraagstuk op &#8217;t gebied van gezichtkunde, of op dat der klankwetenschap of dat der waterweegkunde
+behandelen, naar uw keus.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8217;t Kind wist zich van verlegenheid en schaamte niet meer te bergen. &#8217;t Werd hem groen en geel voor de oogen.
+<span class="pageno">
+[101]
+</span></p>
+<p>&#8220;Ge kent de logarithmen tenminste?&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p101.jpg" alt="&#8220;Ge kent de logarithmen tenminste?&#8221;"></p>
+<p class="figureHead">&#8220;Ge kent de logarithmen tenminste?&#8221;</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Half schreiend antwoordde onze knappe bol, dat hij die beesten niet kende, maar wel een gewone breuk in een tiendeelige kon
+overbrengen.
+
+</p>
+<p>De echte geleerde keek fee Nederigheid verwonderd <span class="pageno">
+[102]
+</span>aan en wilde haar vragen wat voor soort van geleerde zij toch wel bij hem had gebracht. Doch zij liet er hem niet den tijd
+toe.
+
+</p>
+<p>&#8220;Professor,&#8221; sprak ze, &#8220;een klein meisje van mijn kennis zegt, dat men om braaf te leven den goeden God gehoorzamen en alle
+menschen liefhebben moet zooals Hij. Gaat uw wetenschap de hare nu <i>ver</i> te boven?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;God beware mij er voor, dat ik mij daarop zou durven te beroemen. &#8217;t Lieve kind heeft alles gezegd, wat er te zeggen valt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Laten we verder gaan,&#8221; sprak de fee tot haar metgezel. &#8220;Je ziet wel, dat &#8217;t hier niets voor je is.&#8221;
+
+</p>
+<p>Weldra traden zij een ruim huis binnen, dat door een groot geschiedkundige werd bewoond. &#8217;t Was niets dan boeken, wat je er
+zag. Van beneden tot boven waren op alle mogelijke plaatsen langs de muren planken aangebracht, waar ze in lange rijen, als
+in slagorde, gerangschikt stonden. Er waren boeken van zulke kolossale afmetingen, dat een volwassen man er nog een heele
+vracht aan zou hebben; ook waren er exemplaren bij, die zoo klein waren, dat hij ze in zijn vestzakje zou kunnen steken. Je
+zag er staaltjes van al de boekbanden, die de boekbinders, sedert er boeken ingebonden worden, hebben uitgevonden: gele, roode,
+witte, zwarte, in alle kleuren waren ze vertegenwoordigd. Je hadt er banden van perkament, van kalfsleer, kunstig uitgesneden
+hout, bewerkt leer, waar figuren ingedrukt zijn, banden met zilveren sloten, banden van met goud doorstikt marokijn&#8212;&#8212;kortom,
+een rijken overvloed.
+
+</p>
+<p>Ook waren er zelfs oude boeken uit den tijd der Romeinen <span class="pageno">
+[103]
+</span>bij. Deze zijn van een lang stuk boomschors gemaakt, dat echter een bijzondere bewerking heeft ondergaan, zoodat het aan beide
+einden over twee groote, houten rollen kan worden opgerold. Naarmate men met zijn lectuur vordert, laat men de rollen in omgekeerde
+richting loopen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p103.jpg" alt="Zij gingen eerst naar een groote zaal."></p>
+<p class="figureHead">Zij gingen eerst naar een groote zaal.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Nu, zij, die in deze boeken hebben gelezen, kunnen er zich op beroemen geleerden te zijn; d&agrave;t kan je maar gerust gelooven!
+
+</p>
+<p>Zij gingen eerst naar een groote zaal, die aan de geschiedenis der Egyptenaren, Phenici&euml;rs, Babyloni&euml;rs en Perzen gewijd was.
+
+</p>
+<p>Om de boeken te lezen, die hier te vinden waren, had de eigenaar dezer bibliotheek Hebreeuwsch, Arabisch, Oud- en Nieuw-Perzisch
+en nog een heeleboel meer talen, waarvan ik den naam vergeten ben, moeten leeren. Hij kon ook de hieroglyphen ontcijferen,
+die men op de <span class="pageno">
+[104]
+</span>Egyptische obelisken vindt, dat spreekt vanzelf, maar dit alles was hem nog niet voldoende; hij kon er maar niet overheen
+komen, dat hij geen Chineesch geleerd had,&#8212;&#8212;verbeeldt je!
+
+</p>
+<p>Dan volgde de zaal der Grieksche geschiedenis; natuurlijk kende de geschiedkundige Grieksch.&#8212;Dan de zaal der Romeinsche geschiedenis;
+ik behoef je niet te zeggen, dat hij Latijn kende, en niet enkel het Latijn, dat men op &#8217;t gymnasium leert, maar ook het oude
+Latijn der vroegste tijden.
+
+</p>
+<p>Van hieruit zag men nog een heele reeks andere zalen, die alle afzonderlijk aan de geschiedenis van een volk gewijd waren,
+en op de andere verdiepingen waren er nog veel meer.
+
+</p>
+<p>Zij gingen echter niet verder.
+
+</p>
+<p>De geschiedkundige zat in de zaal der Romeinsche geschiedenis in een dik, Duitsch boek verdiept, dat een ander misschien vervelend
+zou vinden, maar hem zeer scheen te boeien, daar hij de tegenwoordigheid zijner bezoekers niet gewaar werd, voordat zij vlak
+bij hem stonden.
+
+</p>
+<p>Geheel en al in de war gebracht door &#8217;t gezicht van zooveel boeken, had de kleine jongen de fee gesmeekt hem niet als geleerde
+voor te stellen;&#8212;&#8212;hij had immers hoogstens nog maar den inhoud van schoolboekjes in zijn bolletje.
+
+</p>
+<p>Toen de groote geschiedkundige &#8217;t hoofd opheffend fee Nederigheid zag, schoof hij zijn boek weg en stak haar haastig beide
+handen toe, alsof hij een oude vriendin begroette.
+<span class="pageno">
+[105]
+</span></p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p105.jpg" alt="Alsof hij een oude vriendin begroette."></p>
+<p class="figureHead">Alsof hij een oude vriendin begroette.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Welkom, welkom,&#8221; riep hij uit; &#8220;ik weet maar al te goed, hoezeer ik u noodig heb!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Professor,&#8221; sprak zij, &#8220;hier is een jongen, die nog wel geen geleerde is, maar toch weet in welk jaar Rome gesticht is.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij glimlachte even.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ben je heel zeker van het jaartal, vriendje?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O ja, heel zeker. Gisteren heb ik die heele bladzijde nog opgezegd, zonder een enkele fout te maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo, dan ben je knapper dan ik, want <i>ik</i> voel er me niet volkomen zeker van. Er zijn zelfs menschen, die er door hun studie toe gekomen zijn te beweren, dat Romulus
+nooit heeft bestaan. Ik geloof echter, dat <i>zij</i> te ver gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Daar &#8217;t gezichtje van het kind de grootste verbazing <span class="pageno">
+[106]
+</span>uitdrukte, wees hij naar de boeken in &#8217;t rond, die zich als bergruggen tot aan de zoldering der zaal verhieven. &#8220;Als je slechts
+het vierde deel der dwalingen en leugens kende, die daarin staan, zou je je minder over mijn woorden verwonderen, mijn jongen.
+Zij, die niets weten, zijn de eenigen, die nergens aan twijfelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Professor,&#8221; sprak de fee toen, &#8220;ik ken een klein meisje en zij zegt, dat men om braaf te leven den goeden God gehoorzamen
+en alle menschen liefhebben moet zooals Hij.&#8212;Twijfelt gij ook <i>hieraan</i>?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De Hemel beware mij er voor! Er valt niet te twijfelen aan &#8217;t geen dat lieve kind gezegd heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>Onze jeugdige geleerde begon zich o, zoo klein te voelen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zie &#8217;t wel, vriendje,&#8221; zei de fee met een schalksch glimlachje, &#8220;dat je in &#8217;t gezelschap van professoren toch niet erg
+op je plaats bent. Nu zal ik je bij de grootste auteur van den tegenwoordigen tijd brengen; die zal je stellig minder vrees
+inboezemen. Je kunt je hart dan eens aan een gesprek over taalregels ophalen.&#8221;
+
+</p>
+<p>De grootste auteur van dien tijd was een vrouw. Zij ontving fee Nederigheid zoo hartelijk mogelijk in een salon, dat op alle
+andere salons in de wereld geleek.
+
+</p>
+<p>Onze kleine baas voelde zich aanmerkelijk verlicht in de tegenwoordigheid van zoo&#8217;n eenvoudige dame, die geen enkel bijzonder
+kenmerk had, of &#8217;t zouden haar groote, zwarte oogen moeten zijn, waarin vonken schitterden. Zijn beide vorige nederlagen hadden
+hem evenwel beschroomd gemaakt; hij durfde niet &#8217;t eerst te spreken.
+<span class="pageno">
+[107]
+</span></p>
+<p>&#8220;Mevrouw,&#8221; zoo begon de fee, &#8220;hier is een kind, dat zijn taalregels goed geleerd heeft en er wel eens met u over zou willen
+praten.&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p107.jpg" alt="&#8220;Ik zie &#8217;t wel, vriendje.&#8221;"></p>
+<p class="figureHead">&#8220;Ik zie &#8217;t wel, vriendje.&#8221;</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>De dame, die de welwillendheid zelve tegenover kinderen was, begon te lachen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat wordt dan een gesprek, waarin ik niet erg zal uitblinken,&#8221; antwoordde zij. &#8220;Ik schrijf maar, zooals &#8217;t mij voor den geest
+komt en houd mij niet precies aan de regels. Doch als je er plezier in hebt, beste jongen, ga dan je gang maar. Waarover wou
+je praten?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Over &#8217;t verschil dat er bestaat tusschen een volstrekten en een betrekkelijken hoofdzin.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij lachte nog meer.
+
+</p>
+<p>&#8220;Toen ik klein was, hoorde je nooit van deze termen. Ik weet niet eens goed wat zij willen zeggen en kan er trouwens ook best
+buiten.&#8221;
+
+</p>
+<p>De jongen wist niet meer hoe hij kijken moest. De <span class="pageno">
+[108]
+</span>fee, die zijn verlegenheid wel zag, kwam tusschenbeide en sprak: &#8220;mevrouw, ik ken een klein meisje, dat zegt: om braaf te
+leven, moet men den goeden God gehoorzamen en alle menschen liefhebben zooals Hij.&#8212;Denkt u, dat men hier ook buiten kan?&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p108.jpg" alt="&#8220;Waarover wou je praten?&#8221;"></p>
+<p class="figureHead">&#8220;Waarover wou je praten?&#8221;</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Er zijn ongelukkig genoeg veel menschen, die dit meenen, maar zij worden er op de een of andere manier toch altijd voor gestraft.
+Als zij hier was, zou ik dat lieve, kleine ding eens hartelijk omhelzen. Wat zij gezegd heeft, is iets, waar wij &#8217;t geen van
+allen buiten kunnen stellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We hebben vooralsnog wel weinig succes,&#8221; hernam de fee, terwijl zij zich tot den verbijsterden taalkundige wendde, &#8220;maar
+wij willen daarom den moed toch niet verliezen. We zullen &#8217;t heele rijtje van je vakken volgen.
+
+</p>
+<p>Laat eens zien&#8212;&#8212;nu is dus de aardrijkskunde aan de beurt.&#8221;
+<span class="pageno">
+[109]
+</span></p>
+<p>Dadelijk voelde hij zich als door een hevigen warrelwind opgeheven en meegevoerd.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p109.jpg" alt="Door een hevigen warrelwind opgeheven."></p>
+<p class="figureHead">Door een hevigen warrelwind opgeheven.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Toen hij weer tot zichzelf kwam, bevond hij zich in een groote, fraai gebouwde zaal, waar overal kaarten aan den wand hingen.
+Ons vriendje herkende wel in &#8217;t algemeen den omtrek en vorm der landen, maar vond er geen der geographische verdeelingen,
+waaraan zijn oog gewend was, op terug.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar zijn wij?&#8221; vroeg hij aan de fee.
+
+</p>
+<p>&#8220;In &#8217;t hartje van Afrika, kind, in het meest beschaafde land, dat er op dit oogenblik op de aarde te vinden is. Deze zaal
+is een der schoollokalen van dat land. Je ziet mij verbaasd aan! Ja, mijn jongen, we hebben een heel tijdperk overgesprongen,
+tweeduizend jaren liggen er tusschen nu en &#8217;t oogenblik, waarop je zooeven leefde.&#8221;
+
+</p>
+<p>Terwijl zij nog sprak, gingen de deuren open en traden de scholieren binnen; de kleine jongens kwamen van dezen, de kleine
+meisjes van genen kant &#8217;t lokaal in. Er waren blondjes en bruintjes, blozende en bleeke, kleine en lange, bedaarde en drukke
+kinderen bij, precies <span class="pageno">
+[110]
+</span>zooals tegenwoordig,&#8212;en allen hadden een blanke huid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik dacht, dat hier enkel maar zwartjes woonden,&#8221; zei &#8217;t kind tegen de fee.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p110.jpg" alt="Een lange, deftig gekleede mijnheer."></p>
+<p class="figureHead">Een lange, deftig gekleede mijnheer.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8221;&#8217;t Is al heel, heel lang geleden sinds het blanke ras zich van de heele aarde meester heeft gemaakt. Wat je in je aardrijkskundeboek
+over de verschillende menschenrassen hebt gelezen, is dus nu van geenerlei beteekenis meer.&#8221;
+
+</p>
+<p>De meester verscheen op zijn beurt.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Was een lange, deftig gekleede mijnheer, die twee ridderordes op de borst droeg; het ambt van onderwijzer was n.l. een
+der meest eervolle, die men in dit land kende en mannen van de grootste verdienste en beteekenis stroomden in menigte te zamen,
+als er een plaats vacant was. Zij, die er voor in aanmerking wenschten te komen, hielden dan beurt om beurt school en werden
+door de kinderen gekozen of wel verworpen.&#8212;
+
+</p>
+<p>De les begon. Onze kleine vent had er zich al op voorbereid er niets van te zullen begrijpen en keek daarom heel verwonderd
+op, toen hij den meester Fransch hoorde spreken. Weliswaar hielp hem dit nog niet veel, daar al de aardrijkskundige namen
+veranderd waren en er groote steden, beroemde rivieren en bloeiende gewesten werden opgenoemd, waarvan hij nog nooit had hooren
+spreken.
+<span class="pageno">
+[111]
+</span></p>
+<p>De fee, die wel bemerkte hoe verbluft hij keek, nam nu &#8217;t woord.
+
+</p>
+<p>&#8220;Meester,&#8221; zei ze, &#8220;leert ge den kinderen de departementen van &#8217;t Loire-gebied niet?&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p111.jpg" alt="De fee wendde zich tot een klein meisje."></p>
+<p class="figureHead">De fee wendde zich tot een klein meisje.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>De onderwijzer, die een man van groote verdienste was, boog voor fee Nederigheid, want dat is de gewoonte van verdienstelijke
+mannen door alle tijden heen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Loire, zegt u? Ik heb dien naam wel eens in een heel oud aardrijkskundeboek vol dwaalbegrippen gelezen, waarin zich trouwens
+ook al de onkunde van dien tijd verraadt, want er staat volstrekt niets in over het groote land, dat wij bewonen, maar de
+departementen, waarover u spreekt, bestaan al lang niet meer. &#8217;t Heele land is tijdens de aardbeving van &#8217;t jaar 2500 in den
+schoot der aarde verzonken en er zwemmen nu visschen over de hoofdsteden dier oude departementen.&#8221;
+
+</p>
+<p>De fee wendde zich hierop tot een klein meisje, dat de les zoo aandachtig mogelijk volgde. &#8220;Mijn kind,&#8221; sprak ze, &#8220;zou jij
+me wel kunnen zeggen wat men doen moet om braaf te leven?&#8221;
+<span class="pageno">
+[112]
+</span></p>
+<p>&#8220;Men moet,&#8221; zoo gaf het kind ten antwoord, &#8220;den goeden God gehoorzamen en alle menschen liefhebben zooals Hij.&#8221;
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Ternauwernood had zij deze woorden gesproken, of onze geleerde vriend bevond zich weer thuis, in gezelschap van de fee en
+zijn verstooten buurtje, dat hem smeekend aankeek.&#8212;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vindt je nu niet, beste jongen, dat <i>haar</i> kennis die van jou ver te boven gaat?&#8221; vroeg de fee. &#8220;Je hebt nu zelf de waarde kunnen peilen van wat <i>jij</i> weet en deze menschen van groote beteekenis, tegenover wie <i>jouw</i> kennis in &#8217;t niet zonk, bogen zich eerbiedig voor de <i>hare</i>. Niemand weet iets, dat hierboven gaat, niemand twijfelt er aan, niemand kan &#8217;t er buiten stellen&#8212;&#8212;en dit zal zoo blijven&#8212;onwrikbaar
+vast&#8212;duizenden bij duizenden jaren n&agrave; ons.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo,&#8221; sprak de kleine jongen wat gemelijk, &#8220;als dat alles toch niets beteekent, behoef ik me dus op school ook niet zoo in
+te spannen.&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p113.jpg" alt="De kleine jongen omhelsde het kleine meisje."></p>
+<p class="figureHead">De kleine jongen omhelsde het kleine meisje.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoor me zoo&#8217;n schelm eens aan,&#8221; riep de fee lachend uit. &#8220;Ik wist &#8217;t wel, dat je die gevolgtrekking zoudt maken! Neen, mijn
+kind, zoo moet je niet redeneeren. De professoren, wier wetenschap je overweldigde en verschrikte, wisten niets meer dan jij
+nu, toen ze op jouw leeftijd waren. Als zij toen ook niet zoo flink hadden gewerkt als jij nu doet, zouden zij nooit zoover
+zijn gekomen. De eenige weg tot geleerdheid is studie, volhardende <span class="pageno">
+[113]
+</span>studie.&#8212;En de dame, wie de taalkundige termen, die jij hebt geleerd, onbekend waren, heeft in haar schooltijd weer andere
+geleerd, die &#8217;t zelfde beteekenden! De namen zijn veranderd, maar de zaken zelf niet. &#8217;t Zal nog te bezien staan welke wijze
+van uitdrukking feitelijk de beste is.&#8212;Voorts is &#8217;t ook niet een reden om niets meer aan aardrijkskunde te doen, dat de aarde,
+die je bewoont, na jouw tijd zal veranderen. Al je vrienden veranderen, jijzelf ook&#8212;&#8212;vindt je dit een beletsel om nu als kameraden
+met elkaar om te gaan?&#8212;&#8212;Neen, neen, ik heb je alleen willen doen inzien, hoe dom en verkeerd &#8217;t van je was hoogmoedig op je
+kleine beetje kennis te zijn en dit nog wel hooger te stellen dan de kennis, die men niet in &#8217;t hoofd, maar in &#8217;t hart bewaart,
+de eenige, waarbuiten men niet kan, de eenige zekere, de eenige noodige, de eenige, die nooit verandert.&#8212;Geef mijn lief petekind
+nu een kus en ga dan haar prentenboek bekijken; dat heb je wel verdiend.&#8221;
+
+</p>
+<p>De kleine jongen omhelsde het kleine meisje, dat hem beide armpjes om den hals sloeg. Daarop ging hij de mooie platen bekijken
+en las ook de verhalen, die hem nog allerlei soort van dingen leerden, waarvan hij nooit gedroomd had, en later, toen zijn
+kindermeid weer in zijn bijzijn herhaalde, dat hij een groot geleerde was, zei hij tot zichzelf, dat er slechts <span class="pageno">
+[114]
+</span>&eacute;&eacute;n enkele wetenschap is, zoowel voor kleinen als voor grooten:
+
+</p>
+<p><i>Den goeden God gehoorzamen en alle menschen liefhebben zooals Hij.&#8212;</i>
+
+
+<span class="pageno">
+[115]
+</span></p>
+<p class="div1"><a id="d0e1746"></a></p>
+<h1 class="label">V.</h1>
+<h1>DE WAARHEIDSKETTING</h1>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p115.jpg" alt=""></p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Er was eens een klein meisje, dat jokte alsof het gedrukt stond.
+
+</p>
+<p>Sommige kinderen jokken zonder blikken of blozen. Een leugentje, desnoods een groote leugen, schijnt hun de meest gewone zaak
+van de wereld toe en de meest g&euml;oorloofde ook, als zij er maar door geholpen worden; ontheffing van een lastigen plicht of
+straf, &#8217;t verkrijgen van een pleziertje, streeling van hun eigenliefde,&#8212;&#8212;dat zijn allemaal dingen, waarvoor ze dadelijk zoo&#8217;n
+jokken bij de hand hebben.
+
+</p>
+<p>Ons kleine meisje was daar ook heel sterk in. De waarheid bestond eenvoudig niet voor haar; alle uitvluchten waren wettig,
+mits zij ze ingang kon doen vinden. Langen tijd namen haar ouders alles voor goede munt aan, wat zij hun verkoos te vertellen,
+doch toen hun oogen er eindelijk voor g&euml;opend werden, dat zij hun maar wat op de mouw speldde, hadden zij niet meer &#8217;t geringste
+vertrouwen in haar. &#8217;t Is wel treurig <span class="pageno">
+[116]
+</span>als ouders geen geloof meer aan de woorden van hun kinderen kunnen hechten. Wat een verdriet moet dit voor hen zijn en wat
+een zorg ook voor de toekomst! Want hoe gaat &#8217;t met leugenaars? Zij vervallen van kwaad tot erger. Een klein, oogenschijnlijk
+onschuldig jokkentje is misschien &#8217;t begin, maar wie zal zeggen tot welke grove ondeugden &#8217;t mettertijd voert? Hoe vreeselijk
+voor ouders zich dan voor hun kinderen te moeten schamen!&#8212;Hoe ontzettend toch, als kinderen schande over hun ouders brengen.&#8212;&#8212;
+
+</p>
+<p>Vruchteloos trachtten de vader en de moeder van deze kleine jokkebrok haar van haar gebrek te genezen. Na allerlei&#8212;helaas
+zonder gevolg&#8212;te hebben aangewend, besloten zij met haar naar den alom beroemden toovenaar Merlin te gaan, wiens waarheidsliefde
+spreekwoordelijk was.
+
+</p>
+<p>Van alle kanten werden er kleine leugenaars en leugenaarsters naar hem toegebracht, om door hem van hun ondeugd afgeholpen
+te worden.
+
+</p>
+<p>Toovenaar Merlin woonde in een glazen paleis, waarvan al de muren doorschijnend waren. Nooit kwam &#8217;t hem in den zin een enkele
+zijner daden te verbloemen of, &#8217;t zij door spreken, &#8217;t zij door zwijgen, een titteltje van de waarheid af te wijken.
+
+</p>
+<p>Je weet immers wel, dat je ook kunt jokken door te <i>zwijgen</i>, als je zoudt hebben moeten spreken?
+
+</p>
+<p>Hij kon leugenaars al op een mijl afstands ruiken; denkt eens aan&#8212;en toen &#8217;t kleine meisje zijn paleis naderde, werd hij zoo
+onpasselijk, dat hij azijn moest branden, om de lucht te zuiveren.
+<span class="pageno">
+[117]
+</span></p>
+<p>De moeder van onze kleine jokkebrok begon met een hevig kloppend hart, blozend van schaamte, een vrij verward verhaal. Zij
+wilde hem uitleggen door welke treurige kwaal haar dochtertje aangetast was, doch geraakte zoo onder den indruk van de schande,
+die daarin lag, dat zij haar gedachten haast niet onder woorden kon brengen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p117.jpg" alt="Azijn moest branden om de lucht te zuiveren."></p>
+<p class="figureHead">Azijn moest branden om de lucht te zuiveren.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Toovenaar Merlin viel haar echter al aanstonds in de rede.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet er reeds alles van,&#8221; sprak hij. &#8220;Een uur geleden rook ik haar al; &#8217;k heb het er door te kwaad gehad&#8212;&#8212;dat is een eerste
+leugenaarster!&#8221;
+
+</p>
+<p>De ouders van &#8217;t kleine meisje bemerkten, dat de faam zijn kundigheden niet overdreven had. &#8217;t Kind zelf wist zich van verlegenheid
+niet te bergen en trachtte zich in de plooien van den rok harer moeder te verschuilen. Deze wilde haar maar al te graag een
+schuilplaats geven, verschrikt als zij was door de wending, die &#8217;t onderhoud nam, en haar vader ging v&oacute;&oacute;r haar staan om haar,
+zoo noodig, te kunnen verdedigen, want het gelaat van den toovenaar scheen niets goeds te voorspellen. <span class="pageno">
+[118]
+</span>Zij wilden allebei wel graag, dat hij hun kind van haar gebrek afhielp, maar &#8217;t moest op een zachte manier gebeuren en kwaad
+mocht hij haar niet doen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Stelt u gerust,&#8221; zei Merlin, die hun angst zag, &#8220;ik gebruik geen geweld voor dit soort gebreken. Staat mij slechts toe &#8217;t juffertje een geschenk aan te bieden, dat haar wel naar den zin zal wezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij opende een kast en haalde er een prachtig halssnoer van onvergelijkelijk schoon gezette amethisten uit, dat door een agrave
+van diamanten van &#8217;t zuiverste water, welker schittering verblindend was, gesloten werd.
+
+</p>
+<p>Toovenaar Merlin deed het kleine meisje dit sieraad om den hals, terwijl hij haar ouders met een welwillend gebaar hun afscheid
+gaf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Weest verder niet bezorgd,&#8221; zei hij, &#8220;uw dochtertje neemt een zekeren waarheidswachter mee.&#8221;
+
+</p>
+<p>Met een kleur van plezier wilde &#8217;t kind hen volgen, verrukt als ze was er zoo goed afgekomen te zijn, doch Merlin riep haar
+terug.
+
+</p>
+<p>&#8220;Over een jaar kom ik naar mijn ketting kijken,&#8221; sprak hij en zag haar aan met oogen, die geen gekheid verstonden. &#8220;Tot zoo
+lang moet je hem onafgebroken dragen. Wee over je, als je &#8217;t waagt hem ook maar voor een enkele minuut af te doen; &#8217;t ongeluk
+is dan niet te overzien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, ik wil hem veel te graag altijd om houden; hij is zoo mooi!&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p119.jpg" alt="Deed het kleine meisje dit sieraad om den hals."></p>
+<p class="figureHead">Deed het kleine meisje dit sieraad om den hals.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Je moet weten, dat dit halssnoer niets meer of minder dan de beroemde waarheidsketting was&#8212;in oude boeken wordt hij meermalen
+genoemd&#8212;die &#8217;t vermogen <span class="pageno">
+[120]
+</span>heeft alle soorten leugens te ontmaskeren.
+
+</p>
+<p>Toen onze leugenaarster thuis was gekomen, moest ze den volgenden dag weer naar school en daar ze lang afwezig was geweest,
+kwamen al de andere kleine meisjes schielijk op haar af en overstelpten haar met vragen, zooals &#8217;t bij jullie op school in
+zoo&#8217;n geval zeker ook gaat.
+
+</p>
+<p>Er was maar &eacute;&eacute;n roep over dien prachtigen ketting, dat kan je begrijpen!
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat ben je mooi! Hoe kom je daaraan? Waar ben je toch zoo&#8217;n tijd geweest?&#8221; weerklonk &#8217;t van alle kanten.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p120.jpg" alt="Moest ze den volgenden dag weer naar school."></p>
+<p class="figureHead">Moest ze den volgenden dag weer naar school.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Jokkebrok paste er wel voor op haar kameraadjes te vertellen bij wien ze geweest was. Als je in dien tijd zei, dat je een
+bezoek aan toovenaar Merlin had gebracht, wist ieder dadelijk hoe laat het sloeg, want zijn vermaardheid als geneesheer der
+leugenaars was wijd en zijd verbreid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben lang ziek geweest,&#8221; gaf ze daarom brutaalweg ten antwoord, &#8220;en toen ik beter was, heb ik dezen mooien ketting gekregen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Er ging &eacute;&eacute;n kreet uit alle monden tegelijk op.
+
+</p>
+<p>De diamanten van de agrave, die zooeven nog zoo prachtig fonkelden en schitterden, waren eensklaps glansloos geworden, en
+veranderden nu in stukjes waardeloos glas.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jazeker, ik ben ziek geweest. Vinden jullie dit zoo vreemd, dat je zoo&#8217;n misbaar maakt?&#8221;
+
+</p>
+<p>Op deze herhaling van haar leugen veranderden de <span class="pageno">
+[121]
+</span>amethisten op hun beurt in leelijke, geelachtige keisteentjes.
+
+</p>
+<p>Een nieuwe kreet weerklonk er. Aller blikken waren op het halssnoer gericht.
+
+</p>
+<p>Nu keek zij er zelf ook naar en beefde van schrik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben bij toovenaar Merlin geweest,&#8221; zei ze, in haar schulp gekropen, want zij begreep hoe de vork in den steel zat en durfde
+haar leugen dus niet langer vol te houden.
+
+</p>
+<p>Nauwelijks had zij de waarheid bekend, of de ketting vertoonde zich weer in zijn vorige pracht, maar &#8217;t gelach, dat rondom
+haar opsteeg, prikkelde haar zoo, dat ze er behoefte aan voelde dien vernederenden indruk zooveel mogelijk uit te wisschen
+en zich weer in haar eer te herstellen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Jullie behoeven niet zoo te lachen!&#8221; riep zij uit; &#8220;wat denk je toch wel? Hij heeft ons vorstelijk ontvangen, d&agrave;t zeg ik
+je; hij had ons zijn rijtuig reeds naar de naburige stad tegemoet gezonden om ons af te halen en w&agrave;t een mooi rijtuig was
+&#8217;t, dat kan je maar gerust gelooven! Zes witte paarden, en kussens van roze satijn met gouden eikels er aan,&#8212;zonder nog van
+den koetsier&#8212;een bepoederden neger&#8212;en de drie deftige lakeien, die achterop stonden, te spreken. Toen wij aan zijn paleis
+kwamen, dat geheel van jaspis en porphyr opgetrokken is, zagen wij, dat hij al in de vestibule op ons stond te wachten. Hij
+liep ons tegemoet en geleidde ons naar de eetzaal, waar ons een keur van gerechten werd voorgezet, waarvan ik je de namen
+maar niet eens zal opnoemen, omdat je er stellig toch nooit van <span class="pageno">
+[122]
+</span>hebt hooren spreken. Eerst was er&#8212;&#8212;&#8221;
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p122.jpg" alt="Al langer en langer geworden."></p>
+<p class="figureHead">Al langer en langer geworden.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>De lachbuien, die de kinderen, sedert &#8217;t begin van dit mooie verhaal, al met moeite onderdrukt hadden, barstten op dit oogenblik
+met zoo groote luidruchtigheid los, dat zij plotseling midden in haar zin bleef steken. Onwillekeurig richtte zij den blik
+op den ongeluksketting en beefde weer van schrik en ontsteltenis. Bij iedere bijzonderheid, die zij verzonnen had, was hij,
+zonder dat zij &#8217;t bemerkt had, al langer en langer geworden, zoodat hij nu reeds tot haar voeten kwam.
+
+</p>
+<p>&#8220;Je maakt er een heeleboel bij!&#8221; riepen de kleine meisjes, gierend van pret, uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu ja, stil maar; we zijn te voet gekomen en er maar vijf minuten gebleven.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het halssnoer nam onmiddellijk weer zijn gewone afmeting aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;En de ketting, de ketting, hoe kom je daaraan?&#8221;
+<span class="pageno">
+[123]
+</span></p>
+<p>&#8220;Toovenaar Merlin heeft hem mij, zonder iets te zeggen, present gedaan; waarschijn&#8212;&#8212;&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij had geen tijd er meer bij te voegen. Het noodlottige halssnoer kromp in, werd nauwer en nauwer, zoodat haar keel er door
+toegeknepen werd en zij &#8217;t erg benauwd kreeg.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p123.jpg" alt="En zij &#8217;t erg benauwd kreeg."></p>
+<p class="figureHead">En zij &#8217;t erg benauwd kreeg.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Zij haastte zich daarom, er, terwijl ze &#8217;t nog kon, deze woorden uit te stooten: &#8220;hij heeft gezegd, dat ik een eerste leugenaarster
+ben.&#8221;
+
+</p>
+<p>Aanstonds bevrijd van den druk, die haar bijna had doen stikken, vervolgde zij, schreiend van schaamte en verdriet: &#8220;Daarom
+heeft hij mij dezen ketting gegeven; &#8217;t is een waarheidswachter, zei hij.&#8212;Ik was er nog wel zoo blij mee! &#8217;t Is me wat moois!&#8221;
+
+</p>
+<p>Haar kameraadjes hadden nu toch medelijden met haar. Lieve meisjes als ze waren, verplaatsten zij zich in haar toestand, en
+vonden de gedachte nooit meer een titteltje van de waarheid af te kunnen wijken, toch wel iets benauwends hebben.
+
+</p>
+<p>Kunnen jullie daar ook voor voelen, of sta je zoo vast in je schoenen, dat je nooit, nooit een jokkentje gebruikt? &#8220;Je bent
+wel mal,&#8221; zei de slimste van het troepje.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als ik je was, hield ik den ketting niet om, hoor! Hij is wel mooi, maar ook vreeselijk hinderlijk. Wie belet je hem af te
+doen en weg te stoppen, dan heb je er geen last meer van.&#8221;
+<span class="pageno">
+[124]
+</span></p>
+<p>&#8217;t Arme jokkebrokje hield zich stil.
+
+</p>
+<p>Dadelijk begon &#8217;t halssnoer te dansen, z&oacute;&oacute; te dansen, dat de amethisten en diamanten tegen elkaar aansloegen en een leven
+van belang maakten.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, je verzwijgt stellig iets!&#8221; riepen de kinderen, die weer opnieuw begonnen te lachen, &#8217;t Was ook zoo&#8217;n koddig gezicht,
+die dansende ketting!
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p124.jpg" alt="Al woester en woester werd de dans der edelsteenen."></p>
+<p class="figureHead">Al woester en woester werd de dans der edelsteenen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, ik heb er nu eenmaal geen zin in hem af te doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Al woester en woester werd de dans der edelsteenen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, neen, dat is de ware reden niet! Biecht &#8217;t eens eerlijk op!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, vooruit dan maar; &#8217;t geeft toch niets of ik &#8217;t al probeer iets voor jullie verborgen te houden. Hij heeft me streng verboden
+hem af te doen. Als ik &#8217;t toch waag, zal er een groot ongeluk gebeuren.&#8221;
+<span class="pageno">
+[125]
+</span></p>
+<p>Oogenblikkelijk hing de ketting weer zoo stil als te voren.
+
+</p>
+<p>Je begrijpt nu wel, dat &#8217;t, met zoo&#8217;n metgezel, die veranderde, als men de waarheid verdraaide, langer werd, als men er wat
+bij maakte, inkromp, als men er wat afliet en begon te dansen, als men wat verzweeg, een metgezel bovendien, van wien men
+zich niet kon ontdoen, zelfs voor de ergste leugenaarster niet meer mogelijk was, niet recht in den weg der waarheid te wandelen.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="divFigure floatLeft">
+<p class="legend"><img border="0" src="images/p125.jpg" alt="Kwam hij &#8217;t halssnoer dus halen."></p>
+<p class="figureHead">Kwam hij &#8217;t halssnoer dus halen.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>En toen zij er eenmaal maar goed van doordrongen was, dat elke leugen nutteloos zou zijn en op &#8217;t oogenblik zelf reeds ontdekt
+zou worden, kostte het haar niet al te veel moeite geheel met haar slechte gewoonte te breken.
+
+</p>
+<p>Wat was er &#8217;t gevolg van? Na eenigen tijd geregeld de waarheid te hebben gesproken, omdat ze er toe gedwongen werd, ging zij
+weldra de leugen ook om haarzelfs wil verfoeien. Zij bevond er zich zoo goed bij, niet meer te jokken, haar geweten was z&oacute;&oacute;
+verlicht en haar hart z&oacute;&oacute; rustig, dat zij ook uit zichzelf <span class="pageno">
+[126]
+</span>graag op dezen weg wilde voortgaan. Het werk van den ketting was hiermee dus afgedaan.&#8212;
+
+</p>
+<p>Toovenaar Merlin wist dit, anders zou hij geen toovenaar geweest zijn, nietwaar? Hoewel &#8217;t jaar nog niet verstreken was, kwam
+hij &#8217;t halssnoer dus halen, om &#8217;t voor een ander leugenachtig kind te gebruiken.&#8212;&#8212;
+
+</p>
+<p>Wat er van dezen merkwaardigen ketting der waarheid geworden is, heeft niemand mij kunnen zeggen. Na den dood van den grooten
+Merlin is hij verdwenen; men meent, dat de erfgenamen van den toovenaar, bang voor de verwoestingen, die hij op aarde zou
+kunnen aanrichten, hier de hand in gehad hebben, &#8217;t Is mogelijk! Voor vele menschen en kinderen zou &#8217;t stellig een ramp zijn,
+als men hun dit halssnoer eens ging om doen.&#8212;&#8217;t Praatje loopt, dat Afrika-reizigers, het om den hals van een negerkoning,
+die niet kon liegen, gezien hebben, maar zij hebben dit nooit kunnen bewijzen. Wat er van aan is? Ik weet &#8217;t niet&#8212;men is er
+nog altijd op uit den waarheidsketting te zoeken en als ik een kleine jokkebrok was, zou ik geen gerust oogenblik meer hebben,
+want, verbeeldt je, dat men hem eens weer terugvond!
+
+</p><span class="pageno">
+[127]
+</span><p class="div1"></p>
+<h1>INHOUD.</h1>
+<p></p>
+<table width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">Blz.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">I. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e109">De kleine Deugniet</a>
+</td>
+<td valign="top"> 5</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">II. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e878">Blondkopje</a>
+</td>
+<td valign="top"> 56</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">III. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e1126">Bibi, Baba en Bobo</a>
+</td>
+<td valign="top"> 75</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">IV. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e1415">De groote geleerde</a>
+</td>
+<td valign="top"> 94</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">V. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e1746">De waarheidsketting</a>
+</td>
+<td valign="top">115</td>
+</tr>
+</table><p>
+
+<span class="pageno">
+[128]
+</span></p>
+<p class="div1"></p>
+<p class="aligncenter">GEHEEL IN DEZELFDE UITVOERING VERSCHEEN IN:
+
+</p>
+<p class="aligncenter">&#8220;ONS SCHEMERUURTJE&#8221;
+
+</p>
+<p class="aligncenter">BIBLIOTHEEK VOOR HET KIND:
+
+
+</p>
+<p>1. <span class="smallcaps">Ida Heijermans</span>, VERTELLINGEN.
+
+</p>
+<p>2. <span class="smallcaps">Gebrs. Grimm</span>, SPROOKJES.
+
+</p>
+<p>3. <span class="smallcaps">H.C. Andersen</span>, SPROOKJES.
+
+</p>
+<p>4. ONZE OUDE VERSJES.
+
+</p>
+<p>5. <span class="smallcaps">Ida Heijermans</span>, UIT TANTE&#8217;S JEUGD.
+
+</p>
+<p>6. TIJL UILENSPIEGEL.
+
+</p>
+<p>7. <span class="smallcaps">Ida Heijermans</span>, ZOO MOOI ALS ZONNESCHIJN.
+
+</p>
+<p>8. <span class="smallcaps">Jean Mac&eacute;</span>, SPROOKJES.
+
+
+</p>
+<p>No. 1&#8211;4 &agrave; 60 cts. ing., 75 cts. geb.
+
+</p>
+<p>No. 5&#8211;8 &agrave; 70 cts. ing., 85 cts. geb.
+
+
+</p>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Sprookjes van Jean Mac&eacute;, by Jean Mac&eacute;
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROOKJES VAN JEAN MAC&Eacute; ***
+
+***** This file should be named 16725-h.htm or 16725-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/6/7/2/16725/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/16725-h/images/cover-illustration.jpg b/16725-h/images/cover-illustration.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0c05ce1
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/cover-illustration.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/cover.jpg b/16725-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2468c08
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p004.jpg b/16725-h/images/p004.jpg
new file mode 100644
index 0000000..334cfa7
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p004.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p005.jpg b/16725-h/images/p005.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ff11fe8
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p005.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p007-1.jpg b/16725-h/images/p007-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3b8d4fc
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p007-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p007-2.jpg b/16725-h/images/p007-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bf9e412
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p007-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p009.jpg b/16725-h/images/p009.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b0ff1d3
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p009.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p011.jpg b/16725-h/images/p011.jpg
new file mode 100644
index 0000000..369bb24
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p011.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p013.jpg b/16725-h/images/p013.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4c08cc0
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p013.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p015.jpg b/16725-h/images/p015.jpg
new file mode 100644
index 0000000..696e65a
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p015.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p017.jpg b/16725-h/images/p017.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f743a49
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p017.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p019.jpg b/16725-h/images/p019.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c536e90
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p019.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p020.jpg b/16725-h/images/p020.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c228101
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p020.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p022-1.jpg b/16725-h/images/p022-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d730919
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p022-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p022-2.jpg b/16725-h/images/p022-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..90a2678
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p022-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p025.jpg b/16725-h/images/p025.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a557808
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p025.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p028.jpg b/16725-h/images/p028.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cd62ef0
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p028.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p029.jpg b/16725-h/images/p029.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7505568
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p029.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p030.jpg b/16725-h/images/p030.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9b66729
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p030.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p032.jpg b/16725-h/images/p032.jpg
new file mode 100644
index 0000000..962eaac
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p032.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p033.jpg b/16725-h/images/p033.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5b8a95b
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p033.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p034.jpg b/16725-h/images/p034.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ec68ba5
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p034.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p036.jpg b/16725-h/images/p036.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a46e4ad
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p036.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p038-1.jpg b/16725-h/images/p038-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..661847c
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p038-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p038-2.jpg b/16725-h/images/p038-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f055f20
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p038-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p039.jpg b/16725-h/images/p039.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e5cabce
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p039.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p042.jpg b/16725-h/images/p042.jpg
new file mode 100644
index 0000000..da15b20
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p042.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p043.jpg b/16725-h/images/p043.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7a4fccc
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p043.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p044.jpg b/16725-h/images/p044.jpg
new file mode 100644
index 0000000..428f9e6
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p044.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p045.jpg b/16725-h/images/p045.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1dfa343
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p045.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p047.jpg b/16725-h/images/p047.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9fb4787
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p047.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p049.jpg b/16725-h/images/p049.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3282e61
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p049.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p050.jpg b/16725-h/images/p050.jpg
new file mode 100644
index 0000000..148c65f
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p050.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p051.jpg b/16725-h/images/p051.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d642808
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p051.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p052.jpg b/16725-h/images/p052.jpg
new file mode 100644
index 0000000..35050b2
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p052.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p053.jpg b/16725-h/images/p053.jpg
new file mode 100644
index 0000000..32782c3
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p053.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p054.jpg b/16725-h/images/p054.jpg
new file mode 100644
index 0000000..566ff24
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p054.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p056.jpg b/16725-h/images/p056.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7c7270d
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p056.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p057.jpg b/16725-h/images/p057.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b4b7730
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p057.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p058.jpg b/16725-h/images/p058.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d38c5aa
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p058.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p059.jpg b/16725-h/images/p059.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c4a3d35
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p059.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p060.jpg b/16725-h/images/p060.jpg
new file mode 100644
index 0000000..08eb9ca
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p060.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p062.jpg b/16725-h/images/p062.jpg
new file mode 100644
index 0000000..54c5003
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p062.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p063.jpg b/16725-h/images/p063.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1d9f380
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p063.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p064.jpg b/16725-h/images/p064.jpg
new file mode 100644
index 0000000..197d2fe
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p064.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p065.jpg b/16725-h/images/p065.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6287f9d
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p065.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p067.jpg b/16725-h/images/p067.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6863aca
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p067.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p068.jpg b/16725-h/images/p068.jpg
new file mode 100644
index 0000000..567cb0c
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p068.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p070.jpg b/16725-h/images/p070.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c5d888e
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p070.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p072.jpg b/16725-h/images/p072.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8fe5074
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p072.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p073-1.jpg b/16725-h/images/p073-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a1adeee
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p073-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p073-2.jpg b/16725-h/images/p073-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4c03075
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p073-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p076.jpg b/16725-h/images/p076.jpg
new file mode 100644
index 0000000..78b3df8
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p076.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p078.jpg b/16725-h/images/p078.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e7003a7
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p078.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p080.jpg b/16725-h/images/p080.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9503147
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p080.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p082.jpg b/16725-h/images/p082.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8af6dec
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p082.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p084.jpg b/16725-h/images/p084.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bb5fc5a
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p084.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p087.jpg b/16725-h/images/p087.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cf5ec64
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p087.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p089.jpg b/16725-h/images/p089.jpg
new file mode 100644
index 0000000..698d83d
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p089.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p090.jpg b/16725-h/images/p090.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f7c3817
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p090.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p091.jpg b/16725-h/images/p091.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5136def
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p091.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p095.jpg b/16725-h/images/p095.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c38f8fb
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p095.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p097.jpg b/16725-h/images/p097.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b59e0c4
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p097.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p098.jpg b/16725-h/images/p098.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a8853f3
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p098.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p099.jpg b/16725-h/images/p099.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e729eac
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p099.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p101.jpg b/16725-h/images/p101.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ac7240d
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p101.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p103.jpg b/16725-h/images/p103.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a89c2bd
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p103.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p105.jpg b/16725-h/images/p105.jpg
new file mode 100644
index 0000000..64a0870
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p105.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p107.jpg b/16725-h/images/p107.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c4a90a0
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p107.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p108.jpg b/16725-h/images/p108.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cf0c6f0
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p108.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p109.jpg b/16725-h/images/p109.jpg
new file mode 100644
index 0000000..14fee1a
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p109.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p110.jpg b/16725-h/images/p110.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b0e05ac
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p110.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p111.jpg b/16725-h/images/p111.jpg
new file mode 100644
index 0000000..32947c3
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p111.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p113.jpg b/16725-h/images/p113.jpg
new file mode 100644
index 0000000..401ba6e
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p113.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p115.jpg b/16725-h/images/p115.jpg
new file mode 100644
index 0000000..620396e
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p115.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p117.jpg b/16725-h/images/p117.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1b04088
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p117.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p119.jpg b/16725-h/images/p119.jpg
new file mode 100644
index 0000000..25b0b24
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p119.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p120.jpg b/16725-h/images/p120.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8a7be74
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p120.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p122.jpg b/16725-h/images/p122.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1f1b977
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p122.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p123.jpg b/16725-h/images/p123.jpg
new file mode 100644
index 0000000..081754a
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p123.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p124.jpg b/16725-h/images/p124.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2be8415
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p124.jpg
Binary files differ
diff --git a/16725-h/images/p125.jpg b/16725-h/images/p125.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4a3dc8c
--- /dev/null
+++ b/16725-h/images/p125.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..7909470
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #16725 (https://www.gutenberg.org/ebooks/16725)