summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:47:53 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:47:53 -0700
commitd69248379cef905c90b53893e57d7e7bff8f66d5 (patch)
treeb03e20e0c428fb2689d9a057016e698385abbf8e
initial commit of ebook 15974HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--15974-8.txt2394
-rw-r--r--15974-8.zipbin0 -> 48493 bytes
-rw-r--r--15974-h.zipbin0 -> 52582 bytes
-rw-r--r--15974-h/15974-h.htm2572
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
7 files changed, 4982 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/15974-8.txt b/15974-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..4145dae
--- /dev/null
+++ b/15974-8.txt
@@ -0,0 +1,2394 @@
+Project Gutenberg's De Pop van Elisabeth Gehrke, by Dina Mollinger-Hooyer
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Pop van Elisabeth Gehrke
+
+Author: Dina Mollinger-Hooyer
+
+Release Date: June 3, 2005 [EBook #15974]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE POP VAN ELISABETH GEHRKE ***
+
+
+
+
+Produced by Miranda van de Heijning, Frank van Drogen and
+the Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+Ellen
+
+
+DE POP VAN ELISABETH GEHRKE
+
+
+
+
+AMSTERDAM
+EM. QUERIDO
+1922
+
+ * * * * *
+
+Voor mijn Dochter
+
+ * * * * *
+
+
+
+
+I.
+
+
+Vanuit de voornaam-gedempte sfeer van de koele hall in Hôtel
+Danieli--een oud, Venetiaansch paleis, waar, langs de statige trappen,
+in vroeger tijden deftige Dogen in hoofsche praal afdaalden naast hun
+schoone, vorstelijk-getooide vrouwen en zich nu een internationaal
+publiek verdrong...., trad Elizabeth Gehrke, na de glazen draaideur te
+zijn doorgegaan, naar buiten en stond plotseling in het verblindend
+licht van de Riva degli Schiavoni.
+
+De breede kade aan het Canale di San Marco was feestelijk van zon en
+uitbundig morgenlicht en op dit uur reeds vol drentelende menschen,
+voornamelijk vreemdelingen, die, Baedeker onder den arm, of geopend in
+de hand, langzaam, aandachtig rondkijkend, den kant naar de Piazza del
+Marco opliepen, of bij 't kanaal het eens trachtten te worden over een
+gondeltocht.
+
+Aan den oever, op het wijde, zonnevonkende water, lagen de
+zwartgeschilderde gondels gemeerd; dichtopéén dobberden zij op de door
+het af en aanvaren der barken ontstane deining.
+
+Zoodra Elizabeth naar den wal toeliep om er te zien naar de
+bedrijvigheid van komende en gaande vaargasten, schoten van
+verschillende zijden gondeliers op haar toe; de donkere oogen in het
+gebruind gezicht gretig kijkend; in de roode monden de tanden blinkend
+bloot.
+
+"Una gondola, Signora! Una gondola!" en met rollende r's in radde praat,
+waarbij de vlugge woorden elkaar overstortten, prezen ze om 't hardst
+hun gondel aan, stelden een tocht voor en noemden een prijs.
+
+"Non oggi. Domani!" weerde zij glimlachend naar de mannen, die bij haar
+weigering niet verstugden, noch onverstaanbaar booze woorden mompelden,
+maar àl terugloopend haar bleven toelachen, blij met de belofte voor
+later.
+
+Elizabeth liep nu de kade verder af; zij wilde dezen laatsten morgen in
+dit goddelijk licht van enkele bovenal dierbare plekjes afscheid nemen
+en genieten van 't mooie volk. "Een prachtras" bewonderde ze en zag met
+genot naar twee fabrieksmeisjes en andere arbeidersvrouwen, die
+koninklijk van gang, het bovenlijf recht en roerloos, met een alleen
+even doorveeren der knieën, de treden van de brug over de Rio di Palazza
+afdaalden; blootshoofds, de zwarte sjaal met laag-neerhangende franje
+strak getrokken om borst en schouders.
+
+Voorbijkomend aan de gevangenis--somber, vierkant gebouw achter zware
+tralies, door niets dan een smal grachtje van het blanke wonder, het
+dogenpaleis, gescheiden--klonk de lach der meisjes helder op bij een
+kwinkslag van den cipier, die rinkelend met een groote sleutelbos, de
+gevangenis voor een oud vrouwtje opensloot.
+
+Deze gevangenis op de zonnige kade vol café's en hôtels, midden in 't
+gewoel van vroolijk-pratende en druk gesticuleerende menschen, die zich
+geen oogenblik de nabijheid van dit donker-dreigende bewust schenen en
+er luchthartig en schertsend aan voorbij slenterden...., Elizabeth had
+er nooit aan kunnen wennen. En toen ze nu zelf de marmeren trap was
+opgegaan, keek ze, stilstaand op 't platform, naar 't smalle, zwarte
+grachtje, waarboven blank, de beruchte brug der zuchten afstak: de Ponto
+dei Sospiri, die de gerechtszaal van het paleis met de gevangenis met de
+looden daken verbindt; moeilijken weg dien ook Casanova eenmaal is
+gegaan toen hij er zijn straf uitzat. Maar nu zij zich omkeerde, zag zij
+wèg van dit donkere het licht in, over het als satijn glanzend,
+smaragd-blauwe water met de vele, vele gondels. En opnieuw genoot zij
+bewust de weelde van 't ontbreken van alle modern vervoer-rumoer. Hier
+geen auto-signalen of knallende motorfietsen, zelfs geen kargeratel;
+alleen 't geplas der gondelriemen, waarmee de roeier, staande, het
+sierlijk vaartuig voortbeweegt.
+
+"Een wondermooi ding vond ze een gondel; nee, méér dan een ding, een
+levend wezen vol bevallige zwenkingen. En altijd weer zag ze er iets
+anders in: een omgekruld boomblad, of een donkere, drijvende bloem; dan
+weer een zwarte zwaan met gebogen nek, een zilveren, gekartelde keten om
+den ranken hals."
+
+Lang bleef Elizabeth uitstaren over het nu weer onwezenlijk violet
+gekleurd water, waaruit aan den overkant de Maria della Salute scheen op
+te rijzen, de omtrekken sterk afgeteekend tegen diepblauwe lucht; en
+heél in de verte, aan paarlmoeren horizont, blauwschemerend: Lido.
+
+"Het was om niet van weg te komen, maar er wachtte zooveel!" En toen ze
+nu langzaam de lage, breede brugtreden afdaalde, trachtte ze bijna
+onbewust iets over te nemen van de houding der even tevoren bewonderde
+Italiaansche vrouwen; al besefte ze wel dat de gratie en het koninklijk
+gebaar, hier den armste aangeboren, niet is na te apen en er veel van
+wat hier volkomen natuurlijk aandoet en aan dit volk bekoort, in Holland
+dwaas-theatraal zou schijnen.
+
+ * * * * *
+
+Op de Piazzetta gekomen, ging ze er zitten met het gezicht naar den
+voorgevel van het Dogenpaleis, blank en glanzend de portiek van korte,
+krachtige zuilen, steunend de sierlijke loggia, versierd met
+marmerkantwerk--het opene in den vorm van een klaverblad--en daarboven
+de derde verdieping met de zeven spitsboogvensters in beide façaden;
+van een zalm-rose kleur, zooals het hart van kleine zeeschelpen.
+
+Altijd weer kwam ze hier terug en zat maar stil op te zien naar dit
+wonder van gothiek; en werd er nooit van verzadigd. Dit was haar
+dierbaarder nog dan de San Marco. Hoezeer ze ook binnen in de kerk
+genoot van het koloriet, van mozaïken en marmersoorten, van de pracht
+der schilderingen en kleurenmengeling..., toch miste ze er in de
+overlading en bijeengebrachte praal, de mystiek der groote cathedralen.
+En zij herinnerde zich hoe de Franschsprekende gids die haar in Florence
+had rondgeleid in de Santa Maria Annunziata, vertelde: dat juist òm die
+overdaad en overstelpende weelde en het vele goud..., de Amerikanen de
+San Marco het mooist vonden, van heel Venetië.
+
+En toen sprak hij met bijna komische geringschatting van een ras, dat
+voor een subliem fresco van Andrea del Sarto, geen ander woord vond dan:
+"How much?!" kunstwaarde naar 't aantal dollars taxeerend. Hoe goed wist
+ze nog ieder woord van den enthousiasten kunstkenner, die, de open
+verrukte aandacht van haar en haar man bemerkend, van dienzelfden Andrea
+del Sarto vertelde, hoe deze Meester niet tot de uitverkorenen behoorde,
+door rijke patriciërs onderhouden; misschien wel omdat hij was getrouwd
+met een ordinair schepsel dat hem ruïneerde, maar zijn model was voor de
+hemelsche Madonna's, voor de zuivere Moedermaagden, die hij uitbeeldde
+met háár gezichtsovaal en teere kin, den mooien mond, het fijne neusje,
+de schoongebouwde schouders en borst en de weelde van goudblonde haren.
+Maar haar oogen bracht hij niet op het doek. Deze _dichtte_ hij in het
+gelaat zijner Madonna's. En deze oogen waren het, die van het model--de
+liederlijke, zijn leven vernielende vrouw--in zijn "Oeuvre" een Heilige
+maakten.
+
+"En doet niet iedere kunstenaar zoo met de schepselen van zijn
+verbeelding?" had haar man gezegd, zich tot haar neerbuigend met het
+liefdevol gebaar dat hem eigen was.
+
+Innige verteedering kwam om Elizabeth's smartelijken mond, nu ze zich
+die woorden en dat gebaar uit de zalige dagen van 't eerste
+huwelijksjaar herinnerde.
+
+"Ach, alleen omdat Heinz en zij niet vermoedden wat zoo vlakbij dreigde
+in een toekomst vol oorlogverschrikkingen, hadden zij zoo argeloos, zoo
+uitgelaten gelukkig kunnen zijn. O, dat zij beiden, verdiept in elkaar
+en in al het moois van Italië, het niet hadden vóórvoeld:.... het
+noodlot, de oorlog...., die al wat jong en liefelijk was vernielde!
+Oorlog...., die waanzin...., die hèl.... die ook haar liefste en haar
+geluk had vermoord!"
+
+ * * * * *
+
+O daar was het weer, het wild-opstandige, dadelijk wanneer ze 't woord
+oorlog maar dacht of hoorde, of las. Ideé-fixe dat haar niet losliet en
+alle overgebleven vreugde vergalde; dat haar in den ergsten tijd van
+dien geesel met de handen tot vuisten gebald deed loopen, zitten, in bed
+liggen; haar de tanden krampachtig deed opeenklemmen in machteloos
+verzet tegen het onverbiddelijke; een drift die haar aan de grens van
+waanzin had gebracht.
+
+En de menschen? De menschen hadden 't haar, toen ze na zijn dood in
+Holland terugkwam, nog ondragelijker gemaakt dan het al was. Hun
+erbarmen had een wrange bijsmaak; ze voelde--óver-sensitief in die
+dagen--hun meelij niet alleen met haar verlies... maar met de vrouw die
+een Duitscher, een mof had getrouwd. Ze verborgen hun haat niet tegen
+dit volk. Ook niet in haar tegenwoordigheid, al wisten de ingewijden hoe
+zij Heinz had liefgehad, hòe ze hem verloor en wat een fijn mensch hij
+was. Ze deden ongeloovig wanneer ze vertelde dat hij dien oorlog
+verafschuwd, er niets dan ellende in voorzien had voor z'n vaderland.
+Ja, hij was gegaan bij de oproeping, maar zonder hoop, zonder
+enthousiasme, met weerzin.
+
+Maar allen zagen, sinds den schandelijken oorlog, in elken Duitscher den
+Pruisischen geest, den ruwen bruut en geweldenaar. Het soort dat ook
+Heinz haatte, waarvoor hij zich schaamde in vrede en oorlogstijd. En ze
+vertelde van een geval in een Berlijnsch restaurant, waar een beroemd
+professor door den kellner midden in de bestelling in den steek gelaten
+en pas bediend werd, na een later aangekomen gast, een blancbec, een
+sabelkletterend luitenantje. Hoe hadden zij zich toen samen geêrgerd.
+"Dat is het nu wat ons in het buitenland zoo gehaat maakt! Het is
+onwaardig en daarom ben ik blij dat we niet hier, maar in Freiburg
+zullen wonen!" had Heinz gezegd.
+
+Ook haar anarchistisch-Hollandsche opvatting van de omslachtige
+betitelingen vóór persoonsnamen: uitvoerige, mal-gewichtige titels
+waarmee naar den aard der betrekking van hun man, de getrouwde vrouwen
+er werden aangesproken, kon hij begrijpen. En hoe geduldig had hij het
+verdragen wanneer ze zich in deze betitelingen telkens allergekst
+vergiste; flaters beging die later werden rondverteld; smalend door wie
+er zich in beleedigd waanden; met gullen lach door wien 't niet zoo
+zwaar opnamen en erom lachten..., zooals Heinz en de vrienden.
+
+Toen ze nu zonder hem--te kort woonde ze er om er veel vrienden te
+maken in een jong huwelijk dat vreemden meed--als weduwe uit Freiburg
+wegging en in Holland terug kwam, vond ze de oude vrienden veranderd. Of
+was zij misschien zelf anders geworden in dien korten tijd? In 't
+vreemde land had ze zich nog niet volkomen ingeleefd; van de eigen
+landgenooten scheen ze vervreemd. Het was alsof ze nergens meer thuis
+behoorde, geen eigen vaderland meer had.... Toen begon de
+duikboot-oorlog.... en voor de eerste maal, kon ze in volkomen
+zelfverzaking dankbaar zijn, dat dit aan haar fijnen man was bespaard,
+dat hij dit afschuwelijke niet meer beleefde.
+
+Langzamerhand vergaten dan de vrienden dat zij haar liefste had
+verloren.... en hoe.... en waar....
+
+Ze beheerschten zich niet meer in haar bijzijn. Geen scheldnaam scheen
+verachtelijk genoeg voor Heinz' landgenooten. Er waren er die haar
+wantrouwden omdat ze met hem was getrouwd geweest; met Heinz.... die
+niet had kùnnen volhouden...., niet kon doen wat de anderen deden....
+Zelfs kunst bleek niet meer internationaal. Duitsche composities
+probeerde men tijdelijk te verbannen. Gelukkig bleven universeeler
+geesten ongeschonden hun vereering behouden voor Bach, Beethoven en
+anderen...., die toch zeker geen schuld aan al den gruwel hadden.
+
+"O de menschen, de hatelijke, harde menschen die 't mooiste in je
+kneusden...."
+
+Stil,... nu moest ze zich tijdig beheerschen en de driftgedachten
+stuiten, anders werd dit een verloren dag; de laatste in dit heerlijk
+land, waar ze niet alleen genezing vond voor een scheurende hoest, maar
+ook voor het krampachtig-opstandige van haar machteloos verzet. De oude
+dokter kreeg toch maar gelijk toen hij volhield tegen andere meening in,
+dat juist hier, waar ze in blijder tijden met Heinz was geweest, de
+herinneringen aan die zalige dagen--geheel verdrongen door wat later
+kwam---weer zouden opwellen en haar ondragelijke zenuwspanning breken.
+
+Het was zoo gegaan. Want al miste ze hem hier in alles, toch voelde ze
+overal waar ze met hem was geweest, zijn onzichtbare nabijheid; hoorde,
+bij het terugvinden van al wat ze met hem had gezien, zijn stem... Zijn
+adem was hier over haar...
+
+ * * * * *
+
+Toen ze nu opstond en een zakje goudgele zaadkorrels kocht voor de
+duiven van San Marco, die ze iederen morgen voerde, als indertijd met
+hèm..., herinnerde ze zich zijn plagend: "Als ik een beest was..., jij
+met je liefde voor dieren..., zou je dan nòg meer van me houden?" Waarop
+zij: "Bén je dan soms niet een prachtig dier ondanks je cerebraliteit en
+zielsbewogenheid?"
+
+Hoe had hij toen het blonde hoofd, met het veroverend gebaar dat hem
+eigen was, in den nek geworpen en haar dicht tegen zich aanklemmend
+gefluisterd: "Als we hier niet midden in de menschen waren, zou 'k je in
+m'n armen grijpen, Schätzeli!" En terwijl ze nu de duiven voerde en
+genoot van het dwarrelend vleugelgefladder zóó dicht bij haar gezicht,
+dat het was als een omademing, wanneer de witte wiekjes haar wangen
+bijna raakten, sloot ze de oogen, om terug te zijn in dien zaligen tijd,
+om vast te houden het beeld van den liefste en opnieuw te ondergaan het
+onzegbaar geluk van den lang geleden Venetiaanschen morgen met hem, hier
+tusschen de duiven.
+
+ * * * * *
+
+Van de Piazza del Marco liep ze nu terug en trad door de Porta della
+Carta in den voorhof van het dogenpaleis.
+
+Aan den voet van de groote trap, met bovenaan de geweldige beelden van
+Mars en Neptunus, in wier godentegenwoordigheid eertijds de Dogen werden
+gekroond, ging ze op een bank zitten, leunend tegen den zonbegloeiden
+marmerwand van den Scala dei Giganti.
+
+Stil en verlaten lag op dit uur, nu de vreemdelingen het paleis van
+binnen bezichtigden, de zonnige hof, omsloten door een loggia van korte
+zuilen met rijk gebeeldhouwde kapiteelen. In het midden, bij een der
+groote bronzen putbekken, zat een schilder met zijn gerei. En Elizabeth
+zag hoe hij met bijna fanatieke aandacht het hem omringende in zich
+opnam; het gulzig naar zich toehaalde, verslonden in genot.
+
+Maar het werd haar te warm; de gloed van het zonbeschenen marmer brandde
+tot op haar rug door de dunne blouse heen. Ze zocht nu een zitplaats
+onder de zuilengang die in de schaduw lag. Ook hier zat ze eens met
+Heinz, moe van een rondgang in het paleis. Ze trachtte zich te
+herinneren wat hij toen gezegd, hoe hij gekeken had, haar blonde Germaan
+met den fijnen kop en de schoone gestalte van een Hermes van Praxiteles.
+
+O, dàt hadden de minachtende monden met hun plomp herhaalde "mof" moeten
+erkennen: zijn manlijke bekoring, de gratie van zijn optreden, zijn
+fijnen geest. Ze hadden hem eens moeten hooren pleiten. O, de gloed, de
+vaart van zijn woorden, die meesleepten ook wie eerst anders dacht...!
+
+ * * * * *
+
+Langen tijd zat Elizabeth te droomen in een bijna-niet-zijn, moe na den
+verganen, te korten nacht, waarin ze een gondeltocht deed door een
+onwezenlijke wereld. En op het wijde water, onder sterrelenden
+avondhemel, had ze dan gedacht hoe in zulk een nacht Heinz het niet
+langer kon harden in de lage loopgraaf, in stank van modder, bloed en
+excrementen..., en hij ondanks de waarschuwing der kameraden, naar
+buiten was gegaan, na een laatsten brief aan haar, waarin hij schreef
+hoe een verstikkende afschuw hem naar buiten dreef, al dreigde er
+doodsgevaar; hoe de lentenacht lokte, weg van de verpesting waarin hij
+ademhaalde. Hij vroeg vergeving voor zijn roekelooze daad, wanneer het
+zijn leven mocht kosten. Maar na den bajonet-aanval van dien dag was hij
+ontzenuwd van walging. Hij moest alleen zijn...., de ruimte in, en....
+hij kon, hij wilde niet meer dooden! Achterover op z'n rug strekte hij
+zich op den bedauwden grond, de armen wijd uiteengespreid, den mond
+geopend om den geurigen lentenacht met volle teugen in zich op te
+ademen.
+
+Zijn oogen zagen den hemel in.... Zoo vonden ze hem later, toen na een
+schot te hebben gehoord, ze hem de loopgraaf indroegen. En dit bleef in
+de eerste wanhoopsdagen haar troost...., dat hij niet werd verminkt,
+geen langzamen, walgelijken marteldood stierf, of werd vermist.... als
+zooveel anderen....
+
+De dood had z'n schoonheid niet geschonden. Hij had alleen een hoofdwond
+onder 't welig haar, waarvan ze zoo dikwijls de eene, wilde lok die hem
+over de oogen viel, had weggestreken met streelende vingers...; zooals
+een moeder dat wel doet bij haar zoon.
+
+En dan was er de herinnering aan wat aan 't afscheid was voorafgegaan in
+die enkele dagen eer hij naar 't front ging; waarin zij beiden een heel
+leven van liefdegeluk doorleefden en alles wat zij aan passie, liefde,
+teederheid bezaten, hadden uitgegeven aan elkaar. Het was een zich
+uitstorten in koninklijke verspilling. Want ze vóórvoelden beiden en
+spraken het uit: dit was het einde van alle geluk. Ze zouden elkaar niet
+terugzien.
+
+En was 't niet beter te sterven in 't oorlogsbegin, dan na jaren
+misschien van angst en marteling voor háár; en afschuw voor 't gruwelijk
+bedrijf dat het vaderland eischte, voor hèm?
+
+Want Heinz geloofde aan geen zegepraal voor zijn volk, hij was geen dupe
+als zoovelen en voorzag een korte waan, een lange ellende.
+
+ * * * * *
+
+O, de allerlaatste nacht!
+
+In haar armen was hij eindelijk ingeslapen. Zij lag naar hem te zien bij
+het licht van een kaarsvlammetje, om toch maar niets, niets te verliezen
+van deze laatste uren; en ze schreide stilletjes, stilletjes...., om hem
+niet te hinderen en het voor hem niet nog zwaarder te maken.
+
+Eerst had ze willen opstaan, een verdoovend middel nemen om kalm te
+blijven. Maar ze bedacht zich: "Nee, niets van haar liefde, ook de pijn
+niet, wilde ze dempen. Alles wat met haar liefde samenhing, wilde ze
+tot het uiterste: het geluk èn de vertwijfeling."
+
+ * * * * *
+
+Bij de herdenking onderging ze opnieuw alles als toen: 't langzaam
+aangrauwen van den gevreesden, vreeselijken dag....; kille, bleeke
+morgenschemering schuift al dieper de kamer in; over de meubels...., de
+stoel met zijn kleeren.... het valies in den hoek. 't Kaarsje is
+neergebrand, knettert, vlamt nog even op en dooft dan.
+
+Buiten, in de verte, kraait een haan....
+
+Ze zag hem aan, ze dronk hem in met haar oogen, haar heerlijke man. En
+toen, bij de gedachte dat hij misschien nooit meer zoo aan haar hart zou
+liggen, dat dit de laatste oogenblikken waren dat ze hem bij zich had,
+eer hij misschien dood.... of verminking tegemoet ging...., wierp ze
+zich snikkend over hem: "Heinz!" gilde ze "Heinz!"
+
+Dadelijk was hij de werkelijkheid in, zoodra hij de oogen opsloeg en
+haar gezicht boven zich zag.
+
+--Liesbeth..., Du..., mein Lieb...!--O, de laatste stamelingen, de
+radelooze innigheid van de laatste omhelzing! Als een sterven in
+elkaar....
+
+ * * * * *
+
+Een uur later staat ze op 't volle perron, in een afscheid nemende
+menigte. Uit het coupéraam van den trein buigt hij zich tot haar over en
+kust haar telkens weer. Dan ruikt ze de geur van z'n lieve haar.
+
+--Mein Herz....
+
+--Mein Lieb....
+
+Zijn gezicht is strak van verdriet. Het vel spant over de in manlijke
+beheersching opééngeklemde kaken. Haar koude vingers houdt hij in zijn
+knellenden greep. Ze kust met vertwijfelde innigheid zijn hand. Ze ziet
+zijn lippen beven. Hij vloekt.... om niet te huilen.
+
+'t Sein van vertrek wordt gegeven. Een schok gaat door al de menschen
+die afscheid nemen van vaders, mannen, zoons....
+
+De locomotief fluit...., sist.... Langzaam...., langzaam komt de trein
+in beweging.... Gejuich...., smartgegil. Gezang.... vrouwengejammer.
+
+Ze loopt mee met den langzaam wegglijdenden trein.... Nog voelt ze zijn
+handen...., zijn vingertoppen. De trein gaat àl sneller.... maar nog
+loopt ze mee, haar oogen in zijn oogen.
+
+Nu is de voorste wagen al onder de stationskap uit.... Dan: "Geh....,
+süszes Herz.... geh!" Zijn stem is rauw: zijn bede een bevel. Ze laat
+hem los....
+
+--Heinz....!"
+
+--Liebling!"
+
+Dan is zijn stem weg...., zijn gezicht weg..., ze ziet hem niet meer
+wuiven.... Er is niets dan leegte.... en in de diepte.... rails....,
+rails....
+
+Ze staat en staart naar de plek waar nog even tevoren zijn gezicht is
+geweest.
+
+--Kommen Sie, gnädige Frau! Kommen Sie!--
+
+Grete is haar Herrschaft nageloopen en troont haar nu mee terug naar
+huis...
+
+Maar daar, in 't leege huis nog vol van hem en zijn heerlijke liefde,
+valt loodzwaar de verlatenheid op haar, mèt het volle besef wat hij nu
+alléén tegemoet gaat. En in ontzinde, blinde woede, in opstandig verzet
+tegen dezen schandelijken dwang waartegen haar liefde machteloos is....,
+grijpt ze wat haar onder de handen komt. Ze moet iets vernielen....,
+vernielen! En ze gooit wat ze maar vindt tegen den grond, tegen de
+muren...., door de ruiten.... en komt pas tot bezinning door 't gerinkel
+van verbrijzeld glas. Dan barst ze uit in een huilkramp, die ontspanning
+brengt...., uitputting...., slaap.
+
+ * * * * *
+
+"Bellissimo! È bellissimo!" hoort zij een zangerige stem boven aan de
+marmertrap uitroepen.
+
+"Och ja...., ze is hier...., in Venetië!"
+
+Ze staat op en rillend treedt ze uit de schaduw van de loggia in den van
+zon overgoten hof, waar nu een zwerm vreemdelingen neerstrijkt en zich
+verspreidt.
+
+Als in droom loopt ze terug over de zonnige kade in 't lachende licht.
+Ze ziet niets van de pracht om haar heen. Tezeer is ze vervuld van haar
+verloren geluk.
+
+
+
+2.
+
+
+Dien middag, na uitgerust en tot kalmte gekomen te zijn, liet Elizabeth
+zich roeien naar een oud paleis, tevens venduhuis vol antikiteiten, maar
+waar ook moderne Italiaansche kunst werd uitgestald.
+
+Toen ze het laatste intieme zaaltje bezichtigde, waar beelden en
+bibelots prachtig uitkwamen tegen den edelen achtergrond van oude
+gobelins...., kreeg ze àl meer de gewaarwording dat hier iemand haar
+fixeerde. Voorzichtig-onderzoekend zag ze om zich heen; er was niemand.
+En toch bleef ze aldoor onder de suggestie van een blik die haar trok.
+Zóó sterk.... dat het de aandacht afleidde bij het bekijken van een
+verzameling antieke sieraden.
+
+Toen ze nu weer--wetend zich zooiets nooit te verbeelden--opkeek en
+rondzag, bemerkte ze in een hoek van het zaaltje, een glazen vitrine met
+kunstpoppen; in 't midden, als hoofdfiguur een Pierrot; en zoodra ze
+naderbij kwam en deze trieste pop bekeek, wist ze dat het deze was, die
+haar heimelijk had aangeraakt:
+
+Bevallig, het óver-slanke figuur in wijd Pierrotpak met onevenredig
+groote knoopen, leunde hij tegen een houten zuiltje in de vitrine. Om
+hem heen zaten en stonden allerlei typen, kunstig, maar onbeduidend
+naast dezen eene met het tragisch masker, waar, in 't pleisterwit, alle
+natuurlijke rimpels waren weggestreken. Een zwart-satijnen kapje verborg
+het haar en omspande strak het voorhoofd tot vlak boven de koolzwarte,
+in arcade-vorm getrokken wenkbrauwen aan beide zijden boven den neus. In
+het macaber-bleek gezicht, zag zij de oogen groot en donker met den door
+leed gebroken blik neerwaarts, terzijde turend, als om een droef geheim
+voor ontwijding te beveiligen. Onder den wit bepoeierden neus, geleek de
+smartelijke mond een bloedroode snee, gekerfd in 't doodswit der wangen:
+gemartelde mond van een innerlijk-mishandeld mensch. Onder de oogen--de
+in doodende ontgoocheling neergeslagen oogen--schaduwden violette
+kringen van snikkende slapeloosheid.
+
+Een zwart-satijnen met purperen streepen doortulpte, breede plooikraag.
+Die hoog opstond tegen de teere kin, omsloot als de kelkblâren van een
+bloem, het bleeke hoofd.
+
+De kleur van het pak was van een donkerglanzend, somber purper-paars,
+bezet met enorme zwarte pompons. De bevallige voet stak in een sierlijk
+zwart-satijnen muiltje, met tulle roosjes op de wreef. In den linkerarm
+rustte een met veelkleurige linten versierde guitaar, waarop een rood
+hart met zwart, spits dolkje was afgebeeld; de rechterhand omvatte mat,
+als vermoeid van lang en vergeefs reiken, een bont ruikertje. Volkomen
+verslagenheid drukte geheel de houding uit van den moedeloos
+neerhangenden arm..., van de droeve hand om de bloemen: versmaad
+liefde-gebaar.
+
+ * * * * *
+
+Elizabeth staarde.... en staarde naar dit fantoom van navrante smart;
+naar de gesloten lippen die tóch haar hadden geroepen; naar de
+neergeslagen oogen die, hoewel ze niets van Pierrot's aanwezigheid
+wist..., haar tóch hadden aangezien.
+
+O dit was niet de dwaze inbeelding van een overspannen vrouw! Zij vond
+dit niet bovennatuurlijk of ongerijmd; zij wist het levende wezen der
+doode dingen aan te voelen en te doorgronden en dit steeds meer,
+naarmate ze zich teleurgesteld van de menschen had afgewend.
+
+Had hier verwante smart zoo luid en overtuigend gesproken? Ze voelde een
+wonderlijke saamhoorigheid met dit hooghartige, in zwijgen gehulde leed
+en ze besefte hoe ze zich in deze korte oogenblikken al had gehecht aan
+den fascineerenden Pierrot; er niet aan kon denken hem hier achter te
+laten, alleen tusschen de vele poppen die om hem heen schenen
+gegroepeerd als bespotters van zijn eenzaam verdriet.
+
+Ze wilde hem bezitten, hem bevrijden uit zijn glazen gevangenis, uit de
+poppenkast.
+
+Zij wenkte het meisje dat bij de zaal-ingang de entree-kaarten
+verkocht.
+
+--Combien Mademoiselle?--
+
+--Cent lire, Madame!--Il est mignon n'est ce pas?
+
+--Plus que mignon. Il est sublime.--
+
+En toen het meisje, na de pop uit de vitrine te hebben genomen, het
+adres vroeg:--Mais non, je l'emporterai moi-même.--
+
+ * * * * *
+
+Voor de eerste maal duurde een gondelvaart haar te lang. Tezeer was zij
+vervuld van de wonderbare ontmoeting met de vreemde pop.
+
+Afwezig luisterde zij naar wat de gondelier praatte, die, gewend aan
+haar altijd open aandacht, haar nu met verwondering aanzag, maar
+niettemin bij 't uitstijgen aan de treden van het Hôtel, bij de
+handreiking een welluidend: "Addio, gentile donna!" voegde.
+
+In de koel-schemerende hall, waar zij wachtte op de lift die juist naar
+boven steeg, zag ze hoe in de open vorstelijke zaal met de vele
+verspreide tafels en diepe club-fauteuils werd "gestept". En zij ergerde
+zich aan den wansmaak van menschen, die, wààr zij ook komen, altijd en
+overal hetzelfde genot zoeken en hun geraffineerde "glissés" uitvoeren,
+zonder eenige piëteit voor een omgeving van klassieke schoonheid. Ze
+zouden in staat zijn te dansen bij het goddelijk beeld van een
+stervenden Adonis.
+
+En meteen dacht Elizabeth hoe zij zelf in dit oogenblik een stervenden
+Adonis in haar armen hield.
+
+De lift daalde; de liftboy wierp 't ijzeren hek open, de inzittenden
+traden naar buiten, maakten plaats voor Elizabeth en voor een spichtige,
+dorre Engelsche juffrouw met een keffend schoothondje. Langzaam steeg ze
+uit boven het stemgegons en de sleepende tango-wijs, die 't strijkje nu
+te spelen begon.
+
+Op de bovenste verdieping, in het oude gedeelte waar ook indertijd
+George Sand met de Musset logeerde--al kon niemand aanwijzen wààr--liep
+ze haastig de lange gang met de vele genummerde deuren af, ontsloot haar
+kamer, draaide den sleutel in 't slot, wierp parasol en hoed haastig op
+'t met een sprei bedekte bed en wikkelde met nerveus-vlugge vingers
+Pierrot uit het vloei los.
+
+Ze zette hem dan voor zich neer op de smalle toilettafel; zijn ranke
+rug, in 't wijde pak, leunend tegen den spiegel; het ééne been
+achteloos-slapneerhangend bij de tafel; het andere met het bevallig
+voetje uitgestrekt op het blad.
+
+Nu kon ze hem bekijken, betasten, van hem genieten; nu was ze met dit
+boeiend-geheimzinnige alleen.
+
+Langen tijd zat ze stil verzonken in aanschouwing van dit meesterlijk in
+beeld gebrachte leed, ver en waardig weggewend van alle menschen, in
+ontwijking van vernederend meelij; leed.... toegesloten voor ongeroepen
+nadering...., want onheelbaar en heilig.
+
+"Wie zou dit kunstwerk, dat uit inspiratie-door-leed moest zijn
+ontstaan, hebben gemaakt? Op de glazen vitrine had ze geen naam gelezen.
+Dom, onnoozel dat ze daar niet dadelijk naar had gevraagd!"
+
+En ze nam zich voor, vanuit Holland te informeeren. Er kon van alles
+achter zitten. Een geheim omhulde dit bewogen-onbeweeglijke.
+
+Telkens ontdekte ze nu nieuwe details die haar eerst waren ontgaan. Zoo
+bemerkte ze een tâche de beauté op de linkerwang, vlak bij 't
+ontgoocheld-neerstarend oog; een klein donker moesje in 't bleek
+gezicht; in schrijnend contrast met het tragisch masker. En toen ze
+langer naar dat éene pikante stipje keek, dat zoo pijnlijk coquet
+aandeed in het witte wanhoopsgezicht.... en dat er misschien wel
+neuriënd werd aangebracht bij 't begin van 't feest...., schoten haar de
+tranen in de oogen om dit ongeweten leed.
+
+En daar alleen in nuchtere hôtelkamer, waar door 't opengeschoven raam,
+hoog boven het grachtje, af en toe de waarschuwende roep van een
+gondelier en het gerinkel van vaatwerk uit de keukens beneden
+opklonk...., boog Elizabeth het hoofd aan dit smartelijk wezen; en als
+bang om zijn hooghartig verdriet te kwetsen, of zich te zien
+afgewezen...., omvatte zij met teederen schroom de moedelooze bleeke
+hand met het kleurige.... vergeefsche bloementuiltje.
+
+"Ach" zei ze in fluistering: "ik weet het ook; alle begin is feestelijk
+en het eind van alles is verdriet. Het leven is soms een hartelooze
+vertooning...., een lugubere grap,.... Pierrot!"
+
+
+
+3.
+
+
+In dien nacht verliet Elizabeth Venetië en deze laatste gondelvaart door
+de oude, slapende stad, bleef een der diepste indrukken van de
+Italiaansche weken.
+
+Om vijf uur stond ze in de imposante, nachtelijke hall, waar schaars een
+enkele schemerlamp brandde. Nog nooit had zij de vorstelijke entrée van
+het paleis zoo schoon gezien van lijn, van kleur en van stemming als nu:
+menschenleeg en in dit luttel licht. Verlaten lagen de statige trappen.
+Hier droomde 't nu alles van vroeger.
+
+Een lantaarn, opgehangen boven de geopende zijdeur, verlichtte er de
+stoeptreden en aanliggende gondel, waarin de huisknecht, het grasgroen
+voorschoot aan, de bagage plaatste.
+
+Na de gebruikelijke fooi aan knecht en nachtportier, stapte zij in en
+ging op de middenbank zitten, op haar knieën, den in een zijden doek
+gewikkelden Pierrot.
+
+Vanuit het kanaal zoog een kille wind om den hoek; het was koud op het
+water en rillend trok ze de bonten écharpe dichter om zich heen.
+
+Op 't oogenblik dat ze afvoeren, hoorde Elizabeth in de hall van 't
+Hôtel de stemmen van evenals zij met den vroegen morgentrein
+vertrekkende gasten en omkijkend zag ze donkere gestalten verschijnen op
+de stoeptreden waar ze zooeven was ingestegen. Een naderende gondel
+doemde plots donker op in 't schemer duister, werd aangeroepen en tot
+haast aangezet.
+
+Bang voor lawaaiïge menschen vlak achter zich aan, menschen, die
+misschien met luide, nuchtere opmerkingen de geheimzinnige stilte van
+dit nachtelijke zouden verstoren, spoorde zij den gondelier aan vlugger
+te roeien, tevens wijzend naar de alreeds met koffers volgeladen gondel.
+
+Dadelijk begreep hij haar bedoeling en bij de nu plotseling versnelde
+vaart waarmee hij verderroeide, om aan de nabijheid van de hen volgende
+gondel te ontkomen, kon Elizabeth zich voorstellen hoe spannend en
+angstbeklemmend hier in vroeger tijden een vervolging bij vlucht of
+schaking moest zijn geweest. En deze stemming paste wonderwel bij al het
+andere: het donkere water tusschen de hooge huizen met aangevreten
+melaatsche muren; de keldergaten die een vunze lucht uitademden; de
+groote, bronzen deuren in de marmeren paleizen en patriciërwoningen,
+waarboven 't verbrokkeld familiewapen; de getraliede vensters der
+benedenverdieping en dan.... de balkons, waaraan geruischloos de gondel
+voorbij glijdt; balkons die wel alle een geschiedenis hebben uit
+romantischer, glorieuser tijden, toen, naar buiten gelokt door
+guitaargetokkel en serenade, de geliefde er verscheen en haren
+zingenden minnaar beneden in de gondel, de bloem toewierp, dien ganschen
+nacht aan haar borst gedragen. Waar, aan de spijlen, het koord werd
+gebonden, waartegen hij tot haar kon opklimmen....; maar waar ook.... in
+'t diepst van den nacht, over de balustrade werd geworpen wat verdwijnen
+moest voor altijd....
+
+ * * * * *
+
+Maar op dit oogenblik is er misdaad noch guitaargezang. Nog hangt de
+wijkende nacht tusschen de hooge grauwe huizen. Er gaat geen ander
+gerucht dan het geplas der riemen in het water en de roepstem van den
+gondelier, wanneer zij een muur ombuigen. En toch fluistert de stilte
+van vroeger vreugd en verschrikking, van liefde en sluipmoord, van
+serenade en vergift; van gesmoorde kreten en guitaargetokkel.
+
+"Pierrot!" denkt ze opeens en kan de verleiding niet weerstaan hem hier
+te zien in de omlijsting van deze omgeving. Uit zijn windselen wikkelt
+ze hem los en zet hem neer op de bank.
+
+Zoodra de gondelier de pop bemerkt, ontstelt hij zichtbaar, staakt met
+een schok het roeien en staart naar het macaber-bleek fantoom dat
+schijnt opgerezen uit den nacht.... Dan, met diepen zucht: "È
+bellissimo!" En even later, aldoor turend naar de pop: "il poveretto!"
+
+Elizabeth, die vergeefs naar woorden zoekt, wijst om zich heen en dan
+naar Pierrot met zijn speeltuig. De roeier knikt, glimlacht en begrijpt.
+Als ze hem dan het guitaartje toont en hij daarop het met spits dolkje
+doorstoken hart ziet, zegt hij: "Dolore d'Amore, ohé Pietro?"
+
+Toen, als bij ingeving, schoten haar de woorden te binnen die ze ergens
+--waar ook weer--gelezen en uit het hoofd geleerd had, omdat zij 't mooi
+vond en 't op haar toestand paste; woorden die 't beter zeiden, dan zij
+het met haar poover beetje taalkennis ooit zou kunnen zeggen:
+
+"Nessun maggior dolore, che ricordarsi il tempo felice nella miseria!"
+
+--Del tempo felice!--herhaalt met weeke, streelende stem de gondelier,
+die hoog voor haar staat in gestaâg, bevallig roeibewegen en hij vestigt
+met prinselijk gebaar haar aandacht op een oud paleis waaraan zij
+voorbijvaren: grandioos overblijfsel van vroeger praal; aan de
+uitgesleten maar statige stoeptreden, de portiek van marmerzuilen, de
+zware gebeeldhouwd-bronzen deur, het in marmer gehouwen wapen en in den
+verweerden muur de gothische spitsboogvensters met het
+marmerkantwerk.... Een wonder van vervallen pracht.
+
+
+ * * * * *
+
+
+Op de bank van de donkere gondel, zit wit en verontrustend-geheimzinnig
+Pierrot, een aanklacht tegen zooveel vergane schoonheid en droom; in
+den arm de guitaar, het bloementuiltje in de moede hand. O, als hij eens
+levend werd en in de snaren greep en begon te zingen!.... Welk lied zou
+het zijn? Pergholese's "Tre giorni son che Nina"? of Tosti's "Ride
+Bajazzo?"
+
+ * * * * *
+
+De eerste morgenschemer doordringt den vluchtenden nacht en Elizabeth
+onderscheidt nu op korten afstand boven 't zwarte water van de hier
+uiterst smalle gracht, een rond brugje waarover een vage gestalte
+schuift, die als een schim aanglijdt en weer verdwijnt. Verdwijnt, ziet
+ze--daar de bark hier juist een hoek ombuigt--in een benauwend-nauw
+straatje met in't midden een enkele, troebele lantaarn. En wéér....
+gluipt een grauwe gedaante, als een spookverschijning, de andere na.
+
+"Is dit een donkere droom?" Het doet haar denken aan 't Amsterdamsch
+kolkje; bij avond van dezelfde lugubere pracht.
+
+De gondel komt nu in wijder water en glijdt langs Kerken en Musea,
+langs een groentenmarkt waar ze al bezig zijn de groenten en
+vruchten--opgestapeld op den grond--op houten schraagtafels te
+rangschikken, terwijl op de steenen, een grauwe zak onder 't hoofd, een
+paar mannen nog liggen te slapen.
+
+De roeier vertraagt zijn vaart en eer de volgende gondels, die hen nu
+langzamerhand inhalen, aan hen voorbijvaren, verbergt Elizabeth den
+Pierrot weer in den zijden doek.
+
+--Addio Piero! A revederci--guitigt de gondelier, met een glimlach naar
+de vrouw die hij voor de laatste maal roeit.
+
+In 't Canale Grande gaat ze voorbij aan Palazzo Vendramin, waar Wagner
+werd uitgedragen in de bebloemde gondel, die de kist zou ontvangen
+waarin de Meester rustte, het hoofd op de liefde-peluw door Cosima hem
+meegegeven in den dood: haar haren, die hij zoozeer had liefgehad. En
+daar.... het andere huis, waar hij de derde acte van Tristan
+componeerde.
+
+"Casa d'Annunzio!" waarschuwt de gondelier en dan, wijzend naar een
+poortje aan 't water, omhangen met weeldrige trossen paarsche glijcine
+en kamperfoelie: "La casa d'una poetessa!" en hij noemt een naam dien
+zij niet verstaat.
+
+"Hoe verbaasd zou ze opkijken wanneer een Hollandsch schuitenvoerder de
+woning aanwees.... van een dichter...! Een paradijs moest het hier zijn
+voor iederen kunstenaar!"
+
+En op 't zelfde oogenblik denkt ze aan Eleonore Duse, de
+teeder-hartstochtelijke, die in haar spel zoo pijnigend weergeeft, de
+noodlottige liefde van wie eens mint en dan niet meer.... Zij...., óók
+eene uit dit heerlijke, lachende zonneland...., maar toch zoo droevig;
+tragisch als Pierrot.
+
+O, nu begrijpt ze hoe, na zooeven aan de villa van d'Annunzio te zijn
+voor bij gevaren, in onbewuste gedachte-associatie, Eleonore Duse, de
+naam van deze gekwelde vrouw haar op de lippen komt.
+
+ * * * * *
+
+Zij nadert het stationsplein.
+
+Op de kade staan koffers en handbagage en er is de bedrijvigheid van met
+den eersten morgentrein vertrekkende reizigers. En wanneer nu ook haar
+gondel aanlegt--aan den wal getrokken door een ouden grijsaard met 'n
+apostelkop, en zij na te zijn uitgestegen, den gondelier, die haar met
+aristocratengebaar een "buon viaggio" toewenscht, de hand heeft
+gedrukt...., is de zon stralend opgegaan en staat Elizabeth voor 't
+laatst in het gouden licht van Venezia la Superba.
+
+
+
+
+II.
+
+
+Toen Elizabeth Gehrke, na doodende ontgoochelingen eindelijk wijs
+geworden, het geluk niet meer van de menschen verwachtte, maar schuw hen
+ontvluchtte in buitenstilte, in de veilige beslotenheid van een
+boerehuisje ver van den dorpsweg en daar leefde alleen, met enkele mooie
+dingen en dieren die haar dierbaar waren...., noemden de menschen haar
+zot; en het gebeurde meermalen, wanneer in zomertijd of vroegen herfst
+villa's en pensions vol gasten waren, er een van de wandelaars,
+afgedwaald naar 't afgelegen pad langs haar kleine erf...., haar woning
+aanwees met de woorden: "Daar woont de gekke Mevrouw Gehrke!"
+
+Dan stonden ze stil voor de opening in de hooge heg en keken
+nieuwsgierig den boomgaard in, waarvan de geduldige vruchtboomen als
+stille wachters stonden vóór een witgekalkt huisje. Eén wijd-gespreide
+tak wuifde windbewogen aan een der vensters, waar, rondom de lijsten, de
+wilde wingerd was als een rooden brand. Op het raamkozijn wrong de vurig
+ontloken kroon van een fel fonkelende geranium, zich tegen de ruiten op
+naar het licht. Bij de voordeur, die half aanstond, zaten aan
+weerskanten van een groene regenton met breede, geelgeverfde hoepels,
+een groote, zwarte hond en een kleine grijze kat. En evenals deze twee
+stille dieren scheen ook het woninkje, met het laag overhangend rieten
+dak, loom te soezen in de zon.
+
+ * * * * *
+
+Plotseling, door 't voetgeschuifel en de stemmen der spiedenden uit zijn
+morgendut opgeschrikt, sloeg luid de hond aan en stortte blaffend op de
+kijkers toe, die bang voor het dreigende dier, zich haastten om weg te
+komen.
+
+Pink-oogend tegen het licht, volkomen onbewogen door 't incident, bleef
+roerloos de kleine, grijze kat; ook toen de hond, in mopperend
+na-grommen, langzaam terugliep naar zijn plaats bij de regenton.
+
+"Daar woont de gekke Mevrouw Gehrke."
+
+De honende woorden drongen op een morgen dóór tot waar Elizabeth, bij
+een open veld met hoog opgeschoten zonnebloemen, aan de zuidzijde van 't
+huis zat te lezen. Ze hief het hoofd op van het boek in haar handen. Een
+weemoedige glimlach beefde om haar mond, maar in de donkere oogen
+tintelde tarting, in verweer tegen de scherpe, vijandige stem, die zoo
+onverwacht de zonnige morgenstilte had gebroken.
+
+Dan dacht ze hoe zulk een voorbarige uitspraak haar vroeger zou hebben
+gekwetst; hoe nu.... niets uit de verre wereld, waarmee ze had
+afgerekend, haar meer kon krenken en volkomen gerust boog ze het hoofd
+over het geopende boek en las aandachtig verder in een stilte, die, nu
+de stemmen op den weg waren verklonken, opnieuw en dieper nog om 't
+huisje zonk.
+
+
+2.
+
+Het was meer dan een jaar geleden, dat Elizabeth het bouwvallig huisje
+voor een prikje kocht en er door den timmerman van het dorp enkele
+veranderingen liet aanbrengen, eer zij alles onder versche verf zette.
+
+Wie in die dagen met haar in aanraking kwamen, bemerkten in 't begin
+niets bizonders aan de nieuwe dorpelinge. Maar 't eerst viel het den
+timmerman op, dat zij midden in het ontpakken en rangschikken der boeken
+op de planken die hij daarvoor had aangebracht, plotseling ophield, naar
+'t raam toeliep en daar dan stond uit te staren, zoo lang.... en zoo
+stil...., in een zoo beklemmend zwijgen, dat hij er onrustig van werd,
+omkeek, kuchte, en toen dat niet hielp, z'n hamer op den grond liet
+vallen, om haar op te schrikken en een eind te maken aan een benauwing,
+waarvan hijzelf de oorzaak niet begreep.
+
+Toen ze daarna, in het spokig staan en mijmeren gestoord, verder ging
+met het werk en hem enkele duidelijke aanwijzingen gaf, begon hij aan
+zijn eersten indruk te twijfelen, totdat hij--en nu sterker dan
+tevoren--tot de slotsom kwam "dat er iets niet pluis met d'r was", toen
+hij binnenkomend op zijn kousevoeten (de klompen had hij als naar
+gewoonte bij de voordeur neergezet en op zijn herhaald kloppen kreeg hij
+geen antwoord) haar zag preken met een pop, die in een hoek tegen den
+muur, boven op 't boekenrek zat: "een soort hansworst, met 'n krijtwit
+huilebalkbakkes, roetzwarte wenkbrauwen en knalrooje lippen. Een
+chagrijn van 'n vent! Ze hield d'r hand om 't zwarte kappie, dat dien
+kniezert tot diep op de oogen zat."
+
+Doordat hij tegen een stoel stootte, hield ze op met murmelen en keek
+hem aan als een kind opgenomen in den slaap. Maar dan was ze weer
+heelemaal gewoon en had hem een helder antwoord gegeven op z'n vraag
+over 't linnenkabinet, dat met de hooge gebeeldhouwde kroon, amper onder
+de balkenzoldering paste.
+
+Toen hij het meubel had geplaatst--eerst het onderstuk met de drie
+buikige laden met koperen handvatsels en daarop de kast met de gladde,
+glimmend-geboende deur vlakken, met aan weerszij de zwarte zuiltjes met
+koperen kapiteelen--gaf ze hem de Delftsche pullen aan en hield, terwijl
+hij deze neerzette--de grootste in 't midden, de twee kleinere op de
+hoeken--het wankele trapje vast waarop hij stond. Dan zegt ze: "Nu moet
+ik hier eens binnenkomen om de kast te _zien_!"
+
+"De _kast_ te zien?" dacht Gerrit verbaasd, "En zag z'em dan nou niet,
+d'r vlak op met de neus?" Dan ging ze de kamer uit; heel 't huisje liep
+ze om eer ze weer binnenkwam. Hij hoorde haar hakjes op het
+tiggelvloertje van de gang; dan deed ze, heel langzaam, de deur open en
+bleef op den drempel staan; keek de kast an of 't een splinternieuw ding
+voor d'r was. "En ik zeg jelui," beweerde Gerrit later in de
+dorpsherberg tot de kasteleines "zoo ziet ons Aagje der vrijer an, as
+t'ie op der af komt. Da's iets wonders en niet heelemaal in den haak.
+Maar kwaad is ze daarom niet. Ze het een kommetje koffie voor me gezet
+en een bakkie met me gedronke en gevraagd of 'k getrouwd was. Dan zegt
+ze eneens: "Gerrit, heb je nog een oude moeder?"
+
+"En òf!" zeg ik. En bij dat ze is, dat ouwe mins van zevetig! Maar loope
+ken ze niet meer."
+
+Toe zegt ze: "Al zou je moeder heelemaal lam zijn...., als ze er maar
+zit in 't eigen hoekje en "kind" tegen je zegt, zooals alleen zij dat
+doet. Tegen jou, al heb je zelf al groote kinderen, zegt ze zeker ook
+nog weleens "jongen"?
+
+--Ja nèt!--zeg ik en denk an 't ouwe mins met d'r breikous in d'r stoel
+voor 't raam, of bij den eerdappelpot.
+
+--'k Zou met je willen ruilen!--zegt ze toen. "Jij bent rijker dan ik,
+Gerrit! Mijn moeder is héél jong gestorven. Haar portret heb je straks
+opgehangen.
+
+--Nee, toch!? Dat knappe, jonge vrouwmensch? 'n Fijn
+schilderstukkie!--zeg ik.
+
+Toe loopt ze weer naar 't raam en staat d'r weer zoo stilletjes naar
+buiten te kijken. Ik denk: "de karwei is afgeloope; ik smeer em!"
+
+Toe zegt ze eneens, terwijl ze weer aldoor den tuin inkijkt, of d'r
+wonderwat is te zien: "Houdt je oude moeder soms van lezen?
+
+--Nou, en òf! Je most d'r de krant zien spelle!--zeg ik.
+
+--Goed--zegt ze. "Dan kan je iederen Zaterdag een boek voor d'r komen
+halen. Maar denk eraan: jij haalt het; niemand anders. Hoe minder
+vreemden hier om m'n huis sluipen, hoe liever 't me is. Ik hou niet van
+menschen!"
+
+--Nou....; daarmee kon 'k gaan. Wor d'r es wijs uit!--
+
+--Jans van den boer zegt, ze is zachies an zoo geworden. D'r man, een
+mof, het ze in den oorlog verloren en in d'r familie (d'r ouwers waren
+dood) moste ze van die moffehistorie niks hebbe. Toen het ze wel buië
+gehad dat ze dachten ze stapelgek werd. De mense zelle 't er wel na
+hebbe gemaakt. Ze is anders zacht as 'n lam; as je d'r maar met rust
+laat. En met blomme en beeste is ze kempleet gek.
+
+--Je mot d'r zien met me peerd!--zei de vrachtrijër. Hij wil d'r heggie
+niet voorbij as ze hem niet zelf een emmer water het gegeven, of een
+homp brood en em op z'n hals klopt. Toen 't gister wat lang duurde voór
+ze 't huis uitkwam, perbeerde ie met huifkar en al door de heg te rijën.
+En toen ie bleef steken.... slaat ie me daar aan 't hinneken....! 't Is
+een merakel! Ze had stalknecht motte worden!
+
+Zeg, Teunis!--riep hij, zich achterom over de stoelleuning buigend, naar
+een voerman, die bij de toonbank een borrel dronk: "vertel es van
+verleden week, toen je met de steenkarre ree voor de villa van den
+notaris!"
+
+--Dat was zòò!--zegt Teunes gewichtig, nadat hij eerst, langzaam, een
+tweede glaasje heeft genoten: "We hadden overwerk. 't Was een zware,
+heete dag geweest. We verlangden naar honk. Bij de laatste vracht, die
+wat grooter was dan de vorige, staken me goddoome op den mullen weg
+allebei de paarden. Als bij afspraak. Geen verwikken aan.
+
+M'n kameraad en ik slaan d'r op met de zweepen. D'r komt geen schot in.
+Ze blijven stokstijf staan.
+
+Me kameraad--je weet wel Kreles die zoo cremeneel driftig is, as t'ie
+een borrel op het, schreeuwt: "Over d'r oogen zel ik ze meppe, de
+krenge!" en wil 't doen ook.
+
+... Toen wordt em z'n zweep van achter z'n rug om afgerukt.
+
+Hij denkt:--Tjezes, de pelissie!--Mis jonges! De dame waar jelie 't zoo
+druk over het.
+
+--Hier me zweep! Afblijve van me spulle!--schreeuwt ie tegen d'r.
+
+Zij.... zegt niks. Ze kijkt em maar an met d'r oogen als gloeiende kole
+in d'r witte gezicht.
+
+Toe zegt ie: As je me niet bliksems gauw me zweep teruggeeft, zel je 'm
+zelf voelen, fijne medam!
+
+--Ga je gang!--zegt ze en geeft em doodlakeniek z'n zweep terug.
+
+Dat ging em boven z'n petje. Hij werd eneens koest.
+
+"Maar" zegt ze toen "als je niet dadelijk allebei de paarden voor een
+kar spant en ze zoo één voor één wegrijdt, geef ik 't aan als
+dierenmishandeling. Ze kunnen niet meer. Dat zie je toch!"
+
+--Mens, ben je bezete!? Zoo komme we d'r nooit! Wij wille óók weles
+rusten! Met beeste heb je meelij, maar met een arrebeijer die bek-af is
+van 't overwerk...., daar heb je maling aan.--
+
+--Toe zegt ze: "je hebt het overwerk zelf aangenomen en wordt er extra
+voor betaald. En dan heeft een mensch een mond om nee te zeggen en om
+hulp te roepen als ze hem mishandelen. Een paard niet. Een hond kan
+janken.... en bijten als ze hem pijn doen. Een ingespannen paard is
+weerloos. Je zou het kunnen doodslaan zonder dat ie een geluid gaf!"
+
+Precies zoo zegt ze 't, als ik 't wel heb. D'r ging een rilling over me
+rug, ken 'k je zegge. Maar me kameraad zet d'r een vloek op en wil toch,
+pertoe, met d'n éénen knol verder. Komt daar juist de veldwachter an!
+
+"Ik zal ervan zwijgen als je doet wat ik zeg," zeit ze toen en loopt
+door.
+
+En Krelis, ook niet mis, doet, om den veldwachter, of ie 't zelvers zoo
+prakkezeerde.
+
+--Wat is dat hier mannen?--vraagt de veldwachter.
+
+--Ze kenne niet meer, de stomme diere! Dat zie je toch?!--doet ie de
+dame na.
+
+"Laatste loodjes wegen 't zwaarst!" zegt de veldwachter en het nog
+meegeholpen ook.
+
+--As d'r hond d'r bij was geweest zou Krelis niet zoo'n groote bek hebbe
+opgezet. Hij zou je an de keel vliege as je d'r met een vinger
+aanraakte. 't Beest ligt 's nachts voor d'r bed, zeggen ze.
+
+--Dat is maar goed ook. Zoo'n alleenig vrouwmensch!--vond de
+kasteleines. "Jans brengt d'r 's middags een happie van d'r eigen
+etenspot. Maar verder het ze geen bediening en doet alles zelf. En
+kraakhelder, hoor!
+
+--Een mevrouw die zelf het werk doet, _is_ geen Mevrouw!--oordeelde,
+minachtend, het nichtje van de kasteleines, dat in de stad diende en ze
+vertelde bluffend van haar deftige meesteres. "Die dee niks zelf, hoor!
+Liet d'r corset anrijge door de kamenier. En altijd in 't zij; en je
+moest d'r zien met de mooie bontmantel en de "plereuse" op de hoed, as
+ze met d'r eene voet al op de treeplank van de auto, zoo losweg over d'r
+schouder den chauffeur een adres toewierp. Zij... most dan in de deur
+blijven staan, in d'r zwart japonnetje en 't witte mutsje met de lange
+slippen, tot de auto wegreed.... Dat vond ze fijn. Dâ's Mevrouw-zijn!
+Maar een die zelf voor dienstbode speelt.... Ajakkes!
+
+--Kind, je kletst as 'n kip zonder kop. Al ken 'k niet anders zeggen,
+als dat mevrouwe die zich laten bedienen.... voordeeliger zijn.
+
+Maar die pop waar Gerrit het over had, dat is niet zoo mal als het
+lijkt. Jans van den boer zegt: da's een fraaiïgheid die ze van de reis
+heeft meegebracht. Da's geen popke om mee te spelen, dat is zooveel as
+'n ornement op je kassie, of voor je mooie kamer. Enne, als je altijd in
+je alleenigheid bent, ga je in je eigen praten.
+
+--Nou maar, ik zeg: een volwassen mens die zoo raar met 'n pop
+omhaspelt, is d'r eene voor 't zothuis en daar komt ongeluk van. Sukke
+rare pertrette moste ze niet vrij laten rondloopen. Je kos nooit weten
+wat ze verzinnen in een dolle bui!--beweerde een boerenknecht.
+
+--Man hou op! Zotteklets!--riep een tuinman, die tot nu toe,
+pijppuffend, het gesprek filosofisch had aangehoord. "Ik ken d'r beter
+dan jelie allemaal, 'k Ga met d'r over de blomme. Ze is net zoo best bij
+d'r verstand as jij en ik; alleen schuw voor vreemden en je mot oppassen
+dat je met je pooten van d'r beesten afblijft. Ze is achterdochtig, bang
+voor kwaadwilligheid. Jans van den boer zegt, ze is vroeger heel anders
+geweest. Toen vertrouwde ze de menschen teveel en is d'r aldoor
+ingeloopen. En nou is ze omgekeerd as 'n blad op 'n boom. En dat ze soms
+wat vreemd is... daaraan het de oorlog schuld. Dáár mot je liever niet
+over beginnen. Maar al het andere is zotteklets! Dat je 't maar weet!--
+
+
+
+3.
+
+
+Elizabeth had het boek uitgelezen en klapte het dicht. Dan stond ze op,
+liep 't huis om en ging naar binnen. De hond Juno, volgde haar op de
+hielen. Hij had genoeg van 't zonnig plekje bij den drempel en liep loom
+achter haar aan. Binnen plofte hij neer in de koelte der kamer, moe van
+zijn zonnebad.
+
+De kat had alleen even door een spleet van zijn groene oogen gegluurd en
+sliep dan weer door.
+
+ * * * * *
+
+Binnen in de kamer, op het evenals deur en zolderbalken botergeel
+geverfde boekenrek, dat den geheelen wand innam, zat Pierrot. Achteloos
+bevallig leunde hij met hoofd en rug tegen den muur; het eene been strak
+vooruitgestrekt op de bovenste plank, waarop de groene gemberpot stond
+met Oost-Indische kers; het andere slap neerhangend langs het rek. Aan
+een lint om den linkerschouder hing de guitaar; de rechterhand met het
+bloementuiltje rustte mat op zijn knie.
+
+De schoon aangevoelde kleuren van zijn kleedij pasten zich wondermooi
+aan bij de kamertinten van zonnig geel en dieppaars. Sterk teekende het
+somber donker van zijn omhulling zich af tegen 't gele houtwerk."
+
+ * * * * *
+
+Zoodra Elizabeth de kamer binnentrad, bleef haar blik op hem rusten en
+toen ze nu neerzat op de rustbank óver hem en opnieuw het boek opensloeg
+bij de bladzijden waarin zij een vouw had gelegd, vroeg ze zich
+af--telkens het herlezene met hem vergelijkend--op wien van de hier
+beschreven Pierrots hij nu wel 't meest geleek. Heelemaal zooals hij,
+had ze er in dit boek geen ontmoet.
+
+Toch had de lectuur haar veel geleerd; allereerst over masker en
+pantomime, waarvan, zooals het heette: "la Grèce nous ayant donné le
+vocable..., Rome nous a donné la chose." En ook over den eersten "Piero"
+uit den troep der Italiaansche Zanni, die onder Ganassa in de 16e eeuw
+voor 't eerst naar Frankrijk kwamen en zich Gelosi noemden, "jaloux de
+plaire",--hetgeen ze dadelijk den Parijzenaar deden--had ze veel
+belangwekkends gelezen. Zóó werd Molière getroffen door de verschijning
+van Pierrot, dat hij in zijn Donjuan, dezen naam gaf aan den minnaar van
+Charlotte.
+
+Veel vond ze ook over het algemeen type, in dit boek dat een verzameling
+was van fragmenten, losse, onuitgegeven bladzijden en persoonlijke
+herinneringen en indrukken van.... "des délicats enfiévrés de rêve" en
+dus door Pierrot bekoord. Maar het geheim van de Venetiaansche pop werd
+hierdoor niet geopenbaard.
+
+Op een schrijven naar het oude paleis waar ze hem kocht, antwoordde men,
+dat er een tusschenpersoon bestond, die de bestellingen aannam en
+afleverde, daar de maker of ontwerper blijkbaar onbekend wilde blijven.
+De leegte in de vitrine, ontstaan door de verkochte pop, was met de
+copie aangevuld; maar kwam het door andere kleurcombinatie..., hoe
+trouw ook nagevolgd, 't werd niet meer wat het origineel was geweest. Er
+ontbrak iets.
+
+--Geen wonder. Copie van bezieling! Zooiets moois maak je maar
+éénmaal--begreep Elizabeth.
+
+Maar des te gretiger zocht ze nu naar al wat met de Pierrot-figuur
+samenhing. En dit bleek niet gering; want bijna elk artiest, schilder,
+dichter of musicus, onderging de bekoring van dit bleek, geheimzinnig
+gezicht, waarin alleen de oogen leefden, de gevoelige mimiek en het
+levende vibreerende gebaar, alles uitdrukken zonder woorden; het
+sprakeloos-welsprekende, dat deed ontroeren, schaterlachen of huiveren.
+
+De beschrijvingen van zijn verschijning liepen ver uitéén. Iedereen zag
+in deze "vlinder van de verbeelding" weer iets anders. Alleen voor
+Rivière's Pierrot-opvatting kon Liesbeth niets gevoelen. Hij zag in hem
+de incarnatie van den duivel in de wereld. Niet de Pierrot in het
+traditioneel costuum, maar een bleeke man met donkere oogen; groot,
+welgebouwd, met een hart van brons en stalen spieren; een die, levend in
+de maatschappij, waar hij over een enorme macht beschikt, "ferait
+toujours le mal, impassible et souriant."
+
+Nee, dan voelde ze meer voor de geestige typeering van den aan Pierrot
+gepaarden harlekijn: "un vieux beau, qui passe sa soiree au cercle, sa
+journée a la bourse; qui a l'oeil encore vif, la jambe encore leste et
+qui dissimule ses rhumatismes et non ses vices...."
+
+"Je moest een Franschman zijn om 't zóó te kunnen zeggen!" dacht
+Liesbeth bekoord en het boek doorbladerend, liet ze de vele Pierrots
+waarvan het verhaalde, aan haar verbeelding voorbijgaan:
+
+Pierrot blanc--in wien zij zag een tot wezen geworden manestraal.
+Pierrot noir; voor haar het niet te ontwijken noodlot; Pierrot gaie,
+triste ou tragique; rusé, dupe ou victime.... mais avéc quelquefois des
+revanches....
+
+Maar 't langst bleef ze nadroomen over dien eenen, droeven nar, die toen
+hij jong en vroolijk was, met zijn grappige mimiek Parijs veroverde, dat
+hem omtroetelde en toejuichte, maar hem aan zijn lot overlaat, wanneer
+hij ontgoocheld en doodelijk gewond, niet meer lachen kan. Onder 't
+kille licht van een lantaarn--zijn "cierge d'agonie"--ligt hij te
+zieltogen, terwijl door de straten de processie voorbijgaat van het
+gouden kalf, eenige godheid van dezen tijd, rondgedragen op het satijn
+van courtisanen-schouders. Maar Pierrot sterft als alles waarin hij
+heeft geloofd, als alles wat hij heeft lief gehad."
+
+"Was dit soms de geschiedenis van háár pathetische pop? Voor wie zou dit
+smartelijk masker, de bevrijding van een niet langer te dragen obsessie
+zijn geweest?" peinsde Elizabeth.
+
+Altijd weer spon haar verbeelding een nieuw weefsel om dit bleeke,
+fascineerende hoofd. Trouwens...., hoe vélen werden getroffen door dit
+geheimzinnig wezen, met de éene uitdrukking als een verheven
+verstarring, zoo sterk erin vastgelegd? En hoe leende zich zijn
+suggestieve figuur, voor verdichtsel en anecdote!"
+
+Zoo herinnerde ze zich een geestig verhaal over Gustave Debureau--een
+der beroemde Pierrot-figuren, lieveling van de Parijzenaars,--die
+overdag nooit lachte, zelfs niet glimlachte, om toch maar niets uit te
+geven van zijn vroolijkheid voor 's avonds, wanneer zijn grappen met
+goud werden betaald. Die, een dag nadat de "ville de lumière" hem een
+frénétieke ovatie bracht.... stierf, zonder dat hem iets anders kon
+worden verweten dan een onverklaarbare afkeer voor den nachtegaal.
+
+En niet alleen het groote publiek en de artiest, ook bekende
+persoonlijkheden onder filosofen en vorsten, hadden zijn gratie en
+geestige, soms lugubere grappen, zijn tragisch masker en subtiel
+gebarenspel lief.
+
+Toen Rome, door hongersnood bedreigd, alle vreemdelingen buiten zijn
+muren dreef...., werd voor de pantomimen een uitzondering gemaakt; en de
+Romeinsche, cynische filosoof Demetrius, riep na een voorstelling van
+maskers en mimieker uit: "O bewonderingswaardige menschen, die met de
+handen schijnt te spreken! Het is geen tooneelspel, dat ik heb
+aanschouwd, het is het ding zelf!"
+
+Eeuwen later, toen Napoleon op den langen weg van Parijs naar St. Cloud
+den beroemden Pierrot zich zag haasten naar zijn troep, die hem naar het
+kermisterrein was voorgegaan,... liet de keizer zijn rijtuig stilhouden,
+opende het portier en deed den moeden wandelaar naast zich neerzitten.
+Zooals Bonaparte ook eens een kanten écharpe nam van het corsage eener
+prinses van geboorte, om met eigen handen de kanten doek om de schouders
+te werpen van Mad^m Sagui, bezweet van vermoeienis en inspanning na een
+harer gevaarlijkste toeren.
+
+Zoo had Pierrot overal de harten gegrepen. Ook door de kunst van zijn
+zwijgen. Hoe had zij zelf dikwijls ademloos van spanning zijn stilten
+beluisterd, plotseling gebroken en opgelost door een simpel of
+pathétisch gebaar. Want ook van de schoonheid van het gebaar, bezat hij
+als geen ander het geheim. "Le geste, le grand geste éloquent et
+splendide."
+
+Hier werd Elizabeth in het memoriseeren gestoord door den hond, die
+recht vóór haar ging zitten, eerst de eene, dan de andere voorpoot op
+haar knie duwde en haar daarbij aldoor smeekend aanzag, een dringende
+vraag in de oogen.
+
+--Ja Juun, ook jouw gebaar heeft geen woorden noodig--lachte zij.
+
+"Je akkertje òm, hè? 't Is je tijd, beest! Kom dan maar!"
+
+Zoodra Liesbeth het boek neerlei, sprong de hond onstuimig tegen haar
+op, plofte met beide voorpooten tegen haar schouders en trachtte,
+uitzinnig van blijdschap, haar gezicht te likken.
+
+--Koest Juun, koest!--weerde ze streng. Nadat ze dan het raam en de
+voordeur had gesloten en buiten trad, werd het tusschen hen een stoeien
+in aanval en afweren over 't grasveld tot aan de heg, waar, eenmaal op
+den weg bij de open velden gekomen, hij uitbundig-blaffend vooruitstoof,
+in zijn vreugdevaart een zwerm vogels verschrikkend, die klapwiekend
+opvlogen uit de versche voren van een voor 't winterkoren omgeploegden
+akker.
+
+Maar even later, uitgeloopen, kwam hij hijgend terug, de roode natte
+tong uit den bek. Dan wreef hij zijn kop tegen haar aan of duwde zijn
+vochtige snoet in de palm van haar hand.
+
+"O, de liefde en gehechtheid van een lief dier...! 't Is iets kostbaars
+en 't kwetst je nooit in je teederheid.... zooals de menschen 't zoo
+dikwijls doen die je zuiverst bedoelen bezoedelen. Als je eenmaal door
+den leugenachtigen omgang van de menschen-onder-elkaar had
+heengekeken.... en een te rechten rug had om al maar weer te bukken, te
+buigen.... en vooràl.... als je je niet van binnen verharden kon voor
+hun grofheid...., dan hield je 't op den duur in de samenleving niet
+uit. Je trok je terug en vluchtte de stilte in, zooals zij had gedaan,
+wèg van laster en intrige die, als je eigen leven er al vrij van bleef,
+dat van je vrienden vergalde of havende. Hier was ze veilig met haar
+liefste bezittingen. Hier, aan 't gulle hart van de natuur, was ze
+genezen van veel wat vroeger onheelbaar scheen. Ze werd weer gelukkig,
+voor zoover dat zonder Heinz mogelijk was. En hoeveel dragelijker was
+ook het gemis van hem..., hier, in zelfgekozen eenzaamheid, dan vroeger
+onder de menschen, die ze elkaar zulke lage, wreede dingen zag aandoen,
+dat ze eindigde met bijna niemand meer te durven vertrouwen. Hoe werd in
+de vijandige wereld die ze had verlaten, het fijne vertreden, het
+spontane hartsgebaar gehoond. Het sluwe en hardvochtige alleen
+zegevierde. Of zag ze niet ver genoeg?
+
+Maar zóó leed ze onder den geest die de menschen in en na den oorlog
+beheerschte, dat het haar de afzondering had ingedreven, waar geen nijd
+en hebzucht loerde...., en geen afgunst....
+
+Stil...., ze mocht nooit vergeten hoe zij zelf, die tot haar dertigste
+jaar dit gevoel alleen bij naam kende en nooit een ander iets had
+misgund wat ze zelf niet bezat, toch óók onverwacht door dit
+minderwaardige werd overvallen. Ze woonde 't eens bij, hoe tactloos
+wreed een vrouw haar moeder-weelde uitstalde voor een eenzame,
+kinderlooze. Het oude verwelkte meisje, had ze zien krimpen van pijn.
+Met verknepen lippen had ze zich van deze pralende Niobe afgewend.
+
+Datzelfde voelde zìj..., toen die éene vrouw met tartend vertoon haar
+huwelijksgeluk uitstalde in het eerste jaar na Heinz' dood.
+
+O, niemand behoefde ooit zijn geluk voor haar te verbergen. Dat was het
+niet wat bezeerde! Maar deze vrouw, van wie ze wist dat ze Heinz tot in
+hun verloving aanhaalde indertijd, deed het uitdagend, met duidelijke
+bedoeling te kwetsen. Hiertegen was ze in die ontredderde dagen niet
+bestand geweest. Ze was jaloers, afgunstig geworden. Wel zonder
+wraakgedachten, maar toch.... een vergift werd het in haar bloed, een
+kanker, die alles wat van nature zacht in haar was, verhardde. Toen
+hadden niet ànderen haar in haar verwachting teleurgesteld, maar
+zichzelve was ze een ontgoocheling geweest. Treurig dacht ze, hoe Heinz,
+als hij haar ooit zoo had gekend, niet van haar zou hebben gehouden
+misschien. En dit, meer dan iets anders, deed haar de wrange
+verbittering bevechten en overwinnen.
+
+Maar dit wist ze nu, na de beschamende maanden: nijd...., nijd is een
+vuil, een zielsverzwammend gevoel, dat alle goedheid aanvreet en van je
+vriend een vijand maakt.
+
+ * * * * *
+
+Juun rook wild. Huiljuichend stortte hij zich in 't kreupelhout. Nu was
+ze hem vooreerst kwijt, totdat hij hijgend, achter adem, met trillende,
+ingevallen flanken thuis zou komen en voor haar voeten neervallen. Soms
+had hij den verboden buit in den bek.
+
+Elizabeth liep nu verder alleen door de roode najaarspraal. Ze genoot
+van den helderen herfstdag; van den geur van het loof en van de
+tintelende atmosfeer. De paden in de diepe najaarslanen, waren bevloerd
+met een tapijt van bloedroode beukenblâren en verder op, aan beide
+zijden van den zandweg, stonden de Amerikaansche eiken in herfstgloed,
+als ontstoken toortsen.
+
+Toch, ondanks het genot dat de wandeling gaf, was ze blij dicht bij huis
+te zijn. Na het incident met den halfdronken paardenbeul, durfde ze zich
+niet ver van huis wagen zonder den hond. En ze dacht hoe, wanneer die
+ruwe kerel z'n driftige bedreiging eens zou hebben volvoerd, het
+tenminste de moeite waard zou zijn geweest, een slag op te vangen voor
+zoo'n edel dier.
+
+Ingeboren adeldom bij de menschen? Ze lachte schamper.--"Nee, dat vond
+ze meer bij de beesten; en vooral bij het paard. Eigenlijk was ze
+altijd, van kind-af, geschokt geweest door 't paardenleed. Misschien
+omdat het zoo geduldig en geluidloos was.
+
+Terwijl ze nu verderliep kwam een herinnering in haar op uit den tijd in
+Freiburg: Achter hun huis een drassig bouwterrein en daarop in
+druipenden regen, voor een half-uitgeladen kar, een heel oud, triest
+paard; den kop laag naar den grond, de oogen in zoo duldeloos rampzalig
+staren...., dat het haar de keel toekneep van ontroering.
+
+Haastig greep ze een homp brood uit den trommel en holde de waranda-trap
+af, den tuin in, het poortje door. Dan stond ze op 't veld. Het lag
+leeg. De arbeiders schoftten. Er was alleen, voor de kar, het verlaten
+paard, onbedekt in noodweer. De regen gudste over hem neer.
+
+Ze was op hem toegeloopen, mompelde troetelwoordjes, terwijl ze hem
+brood voerde; liefkoosde met streelende handen z'n ouden, pezigen hals,
+zijn knobbelig voorhoofd. Er was gelukkig niemand die haar kon begluren
+en uitlachen. En zooals dat paard haar toen had aangezien...,
+nàgekeken....
+
+... Het was daarna een dagelijksche vreugd gebleven naar hem toe te
+sluipen, zoodra de werklui weg waren. En dikwijls wanneer ze 's middags
+de stad in moest en voorbijging aan het veld waarbij het stond, zag ze
+hoe het dier haar nadering voelde. Dan hief het den kop, bewoog de
+ooren, in luistering naar haar stem,... die ze dan dempte tot een
+fluistering; om de steensjouwers die er bezig waren. Dan prevelde ze in
+'t voorbijgaan gauw iets liefs, dat z'n eenzaamheid omstreelde.
+
+O, het verstond wat ze zei; het was een geheime samenspraak tusschen hen
+beiden. En als ze dan dacht hoe het uitsterven van't paard wordt
+voorspeld! Nu óók weer in Carel Scharten's "Bloedkoralen Doekspeld." Ze
+hoopte dat het nooit zoover zou komen. Moest de wereld dan àl maar
+nuchterder en leelijker worden? Al het mooie eruit weg, omdat het met de
+machine vlugger gaat? Zou, in de lawaaiende wereld, op den duur de motor
+met zijn benzine-stank en rumoer alles overheerschen, er nergens meer
+stilte, schoonheid zijn en geur? De dagen van de trekschuit schenen haar
+een paradijs, vergeleken bij dezen tijd van vaart-razernij."
+
+ * * * * *
+
+Elizabeth sloeg nu den hoek om en liep het mulle zandpad op naar haar
+woning. Hoe dichter ze deze naderde, hoe sneller ze begon te loopen, als
+voortgedreven door onbekenden dwang.
+
+Ze lachte er zelf om. "Waarom zich haasten? Niemand wachtte. Vond Jans
+haar uit, dan zette zij de pan met eten wel bij de voordeur neer."
+
+Bij de heg zat het katje naar haar terugkeer uit te zien. Zoodra 't
+haar zag aankomen, liep het miauwend op haar toe; den staart rechtop als
+een vreugdevaan.
+
+Ze bukte zich, nam 't poesje op dat spinnend het kopje tegen haar kin
+opstootte en wilde het juist aanhalen met luider woord..., toen ze
+inhield, bruusk 't katje neerzette en verbaasd naar haar huisje staarde,
+waar ze een vreemde vrouw zag. Naderbij komend herkende ze aan den
+Schwarzwälder dracht van het gebloemde japonnetje, een der oudere,
+ondervoede Duitsche meisjes, kortgeleden bij een rijken boer
+ingekwartierd. De pan met eten, in blauw-geruiten boeredoek geknoopt,
+had ze bij de gesloten deur neergezet. Nu liep ze op het raam toe, ging
+er op de teenen staan en terwijl ze, om het licht af te weren, beide
+handen drukte ter weerszij van het met blonde vlechten omwonden hoofd,
+duwde ze het gezicht tot vlak op de ruiten en tuurde de kamer in.
+
+Maar plotseling, als had ze daarbinnen iets ontzettends ontdekt, wierp
+ze zich met een ruk achterover, en gillend: "der tote Beppo!" nam ze,
+een hand voor de oogen geslagen, de vlucht, in haar vaart tegen
+Elizabeth opbotsend, die onhoorbaar over 't gras genaderd was.
+
+--Aber Mädel...., Mädel, was ist denn?--
+
+--Da drinnen! Der tote Beppo mit 'm Sträuszlein!--herhaalde 't meisje
+ontdaan.
+
+In het van ondervoeding grauwe gezicht, stonden de met diepe wallen
+blauw-omkringde oogen, opengesperd van ontzetting.
+
+Elizabeth, die uit den angstigen uitroep begreep, dat ze moest zijn
+geschrokken van Pierrot's macaber-wit gezicht, zeker in verband gebracht
+met iets noodlottigs uit het eigen leven, stelde gerust: "het was niets;
+niets dan een pop waarvan ze waarschijnlijk zoo geschrokken was."
+
+-Het was of hij leefde...!
+
+-Een Italiaansche pop--vervolgde Liesbeth met sussende stem, terwijl
+zij, een arm om den schouder van 't bevende meisje geslagen, haar
+meevoerde naar 't zonnig hoekje bij 't veld van zonnebloemen en haar
+daar met zachten dwang deed neerzitten in een rieten leunstoel.
+
+--Italiaansch?--
+
+Dadelijk reageerde ze op dit woord: "Beppo was óók Italiaan, al had hij
+een Duitsche moeder. En precies als die ---- daarbinnen,"--schichtig
+wees ze achter zich naar het raam om den hoek--had hij eruit gezien toen
+hij dood op de steenen lag van hun hof. Alleen niet zoo vreemd gekleed.
+Ach, God nee! Bloot waren z'n voeten .... en z'n borst.... Hij had niets
+aan dan "sein Hösele," en in zijn hand hield hij de bloemen!" stamelde
+'t meisje en barstte in tranen uit.
+
+Aan de hevigheid van 't huilen begreep Liesbeth, dat dit de uiting was
+van een te lang opgekropte wanhoop; van een lang gesloten bron de
+eindelijke openstorting.
+
+Achter haar stoel staande, liet ze 't meisje stil uitschreien. Zacht
+streelde haar hand over 't volle, glanzend blonde haar.
+
+"Entschüldigen Sie, gnädige Frau,... dasz ich so.... Aber das macht der
+Schrecken,"
+
+Telkens, tusschen 't snikken door, viel een woord ter opheldering.
+
+Als ze dan langzamerhand bedaarde, moedigde Liesbeth aan:
+
+"Zou ze nu in staat zijn zich eens heelemaal uit te spreken? 't Zou haar
+zeker goed doen. Zij.... kende haar volk heel goed. Haar man, die in den
+vreeselijken oorlog sneuvelde, was ook uit het Schwarzwald, net als zij.
+
+O--wist ze dat al van Jans?"
+
+"Ja, die had haar met het eten gestuurd en gezegd dat, als de deur
+gesloten was, ze gerust door 't raam naar binnen mocht kijken; naar de
+Schwarzwalder klok en naar de pop, waarvan ze in het dorp had hooren
+spreken; en naar de Duitsche boeken, waarvan Jans zei dat ze er
+misschien wel eens een zou mogen leenen...?"
+
+En Liesbeth beloofde: "natuurlijk mocht dat. Straks moest ze er zelf
+maar een uitzoeken binnen."
+
+Maar dadelijk kwam de nerveuse angst terug: "nee, bitte, niet daarbinnen
+bij de griezelige pop," weerde ze met bange oogen.
+
+"Pierrot werd dan eerst in de kast opgesloten," stelde Liesbeth gerust,
+maar drong dan aan: "nu moest ze eerst eens vertellen aan wat, aan wie
+de pop haar herinnerde, dat ze er zóó van was geschrokken.
+
+--Ja, ze schrok wel erg gauw sinds dien vreeselijken nacht!--bekende
+zij. Dan stamelend, kwam in brokstukken de trieste geschiedenis:
+
+"'t Gebeurde jaren geleden. Ze was pas zeventien; Beppo twintig. Ze was
+z'n meisje. Z'n vader was een Italiaan, z'n moeder een Zuid-Duitsche. Ze
+woonden sinds eenige jaren in het kleine stadje. Beppo was anders dan de
+andere jongens. Fijner. Hij zong bij de guitaar. Hij had een mooie stem
+en zong wel liedjes waarbij hij zelf de woorden maakte.
+
+Een professor, die eens 'n zomer bij z'n ouders in pension was, las
+verzen van hem. "Nicht übel, nicht übel!" had hij gezegd en hij beloofde
+te probeeren een studiebeurs voor hem te krijgen.
+
+Toen brak de oorlog uit....
+
+Ze gingen allemaal, de jongens. Aan de bajonet een bosje bloemen. Haar
+tuin had ze voor hen geplunderd. Ze sméékten om een ruikertje, wanneer
+ze aan haar tuintje voorbij gingen.
+
+Toen, na een tijd, kwam bij al de vijanden ook nog Italië. Toen begon de
+ellende!"
+
+Het meisje zweeg en haalde diep adem, als om den moed tot verdergaan te
+vinden. Dan vervolgde ze:
+
+"Tusschen Beppo's vader en moeder was altijd alles goed geweest, maar nu
+speelden zich hevige tooneelen af tusschen deze twee. Ieder koos partij
+voor z'n eigen land. Beppo's vader werd opgeroepen en ging dadelijk
+terug naar Italië. De moeder bleef achter met den zoon. Maar dit kon zoo
+niet blijven. Wanneer hij zich niet liet inlijven bij 't Duitsche leger,
+werd hij om zijn Italiaanschen vader 't land uitgezet of gevangen
+genomen.
+
+Ook bij háár thuis, waar 't altijd vrede was, waren nu telkens ruzies.
+Zij scholden de Italianen uit voor schurken en verraders. Beppo noemden
+ze nu een jongen van niks met z'n mooie praatjes; een vijand van 't
+Vaderland. Zij moest de verloving onmiddellijk afbreken!
+
+Wat ze ook aanvoerde ter verdediging van dit moeilijk, ingewikkeld
+geval..., het hielp alles niets en ze dwongen haar hem ronduit te
+zeggen, dat hij bij haar thuis niet meer zou worden geduld.
+
+Toen ze hem 's avonds sprak, waar ze elkaar altijd vonden, had ze hem
+alles oververteld. Hij stoof op: "Wat? Hij een vijand van haar volk? Was
+z'n eigen moeder dan geen Duitsche? Vechten tegen 't land van z'n moeder
+en z'n liefste? Nooit!"
+
+En toen ze hem dan zei hoe hij wel zou worden gedwongen partij te
+kiezen, hij hier alleen zou worden geduld als hij zich liet
+naturaliseeren en meevocht, riep hij driftig: "Niemand zou hem ooit
+dwingen partij te kiezen tusschen de twee landen. Hij had ze allebei
+lief; als z'n vader en moeder. Trouwens, thuis hadden die twee 't hem
+ook al moeilijk gemaakt met hun getwist en hun eisch: te kiezen tusschen
+hem en haar. Hij kon zich toch niet in tweeën hakken!
+
+Z'n ouders waren niet meer te herkennen. Als furiën stonden de twee
+vroeger zoo zachtzinnige menschen tegenover elkaar.
+
+Maar ook zij zouden hem niet dwingen de eene of de andere richting uit.
+Hij vocht niet mee. Niet tegen Duitschland, niet tegen Italië.
+Schwindel, Schwindel, der ganze Krieg! En hij kon, hij wilde niet
+dooden!"
+
+ * * * * *
+
+Elizabeth gaf het een schok. "Dit waren dezelfde woorden als in den
+laatsten brief van Heinz!"
+
+Er viel een zwijgen.... In de verte loeide een koe.... Dan was er in de
+stilte niets dan het gezoem van late hommels en bijën om de
+zonnebloemen.
+
+Liesbeth, die al den tijd achter den stoel van het meisje was blijven
+staan, ging nu over haar zitten. Zij nam de nerveuse vingers, die
+rusteloos aan een losgeraakt rietje van den stoel plukten, in haar beide
+handen, boog zich tot haar óver en vroeg: "En toen?"
+
+Het klonk als van een kind dat het eind van het onderbroken verhaal niet
+langer kan afwachten.
+
+--Ik vertelde het thuis, 't Was om niet uit te komen..., zoo hopeloos
+verward alles.... Ze zagen er alleen gebrek aan moed in; vonden het
+karakterloos; en toen hij zich tòch bij ons waagde, ondanks het verbod,
+hebben ze hem de deur uitgegooid, hem 't woord lafaard toegeworpen en
+dan naar hem gespógen!
+
+.... Nooit zou ze z'n gezicht daar voor de open deur vergeten. Hij stond
+als verdwaasd. Hij werd doodsbleek zooals die pop binnen. En zoo had hij
+ook gekeken..., zoo triest, met de oogen neer. Precies als die pop.
+
+Ze had hem willen naloopen, de beleediging goed maken van de woede en
+verachting der huisgenooten. Maar ze hielden haar vast: "Halt stille!"
+dreigde grootvader. Ze bewaakten haar dien avond. Ze kon niet wegkomen
+op het gewone uur. Toen heeft Beppo zeker geloofd, dat ook zij hem
+verloochend had en niets meer van hem wilde weten.
+
+ * * * * *
+
+Dien nacht, het zal één uur zijn geweest, schrikt ze wakker van een
+schot. Ze denkt eerst dat ze droomt. Dan.... wéér een.... vlak onder het
+raam van haar kamertje.
+
+Ze vliegt het bed uit. 't Eerste wat ze ziet, bij heldre maan, is
+tusschen de bloempotten op 't kozijn, zijn guitaar en zijn schrift met
+verzen, met haar naam: Käthe.
+
+Dan buigt ze zich voorover en ziet naar beneden. En daar, op de steenen,
+ligt Beppo, plat op den rug; z'n gezicht in 't maanlicht.
+
+Hij lag er met bloote borst en bloote voeten.... Nur in seinem Hösele,
+wie 'n Bettelbub. Naast hem, op de steenen, de pistool. In z'n hand
+hield hij een tuiltje van haar bloemen.
+
+Ze was de trap afgevlogen, zóóals ze was. Ze knielde bij hem neer,
+fluisterde 't hem toe--misschien hoorde hij 't nog--dat ze niet had
+kunnen komen, dat ze hem "dennoch lieb hatte." Ze kuste hem op den mond.
+Bloed en schuim was op z'n lippen. En opeens stond het vol buren om hen
+heen. Na 't eerste schot--dat miste--hadden ze het tweede gehoord en
+kwamen allen aangeloopen. Plotseling greep een harde hand haar bij den
+arm; slingerde haar van Beppo weg....; als 'n vod.... Het was zijn
+moeder.
+
+"Ga jij weg! jij bent de schuld van alles", had ze gezegd; ijzig-kalm.
+Maar dan was ze over haar zoon neergestort; haar arm schoof ze onder
+zijn hoofd en met haar gezicht tegen 't zijne, riep ze maar niets dan:
+"m'n lieve jongen...., Beppo..., m'n lieve jongen!"
+
+O dat zacht gekerm, àlmaar door...., het was niet om te harden, 't
+Vervolgde haar nog...., nòg.
+
+In een donkeren hoek van den hof, waar de maan niet in scheen, verborg
+ze zich en drukte de handen tegen de ooren om 't niet langer aan te
+hooren. En dan zag ze, hoe ze den dooden Beppo optilden en hoe toen zijn
+moeder, die toch een tengere vrouw was, haar dooden zoon, alleen,--und
+war doch ein hübscher kräftiger Mensch!--het huis indroeg in haar
+armen. Bij 't opbeuren vielen een paar bloemen uit het ruikertje, dat
+hij klemde in z'n doode vingers. Ze raapte de bloemen op. Het laatste
+wat hij had gestreeld.
+
+ * * * * *
+
+--En hoe is het toen met zijn moeder gegaan?--
+
+Elizabeth vroeg het in spanning. Ze wilde 't meisje niet verontrusten,
+maar ze dacht aan de pop.
+
+--Z'n moeder is nog 't zelfde jaar aan de griep gestorven. Maar haar
+bedreiging is uitgekomen. Zijn dood vervolgt me. 'k Heb nergens meer
+rust. En 't allerergste is, dat ze thuis--en ook anderen--nog altijd
+een lafaard in hem blijven zien!--klaagde Käthe met bevenden mond.
+
+Toen, met een schok, stond Elizabeth recht; ze hief het betraande
+gezicht van 't meisje tot aan haar blik en zei vast en streng:
+
+--Nee, Mädel! Wie, om anderen niet te vermoorden, zichzelf doodt.... is
+geen lafaard, maar een held. Dàt verdriet kan 'k tenminste van je
+afnemen!
+
+--Ich ahnte es ja...., habe es aber nicht gewagt....
+
+--Ach natuurlijk!--dacht Liesbeth bitter.
+
+"Diep-in had dit kind het geweten, maar het nauwelijks durven denken. Ze
+had immers van kind-af, 't zoo anders geleerd..., thuis, op school."
+
+Toen, als hadden de woorden al die jaren liggen wachten tot op dit
+oogenblik, stortten zij haar over de lippen:
+
+"O, de meisjes, de vrouwen, die dol op oorlogspoëzie, de kanonnen
+omkransen, de bajonetten versieren met bloemen uit hun tuintje....,
+dachten ze dan niet nà bij wat ze deden? Beseften ze niet dat ze de arme
+drommels, gespannen voor de zegekar van diplomaten en generalen staf,
+optooiden voor den dood? En de bajonetten, waaraan ze haar bloemen
+bonden..., straks.... op het slagveld.... ....Stil..., o stil...!"
+Elizabeth rilde.
+
+"Na den eersten bajonet-aanval had Heinz.... den dood gezocht!"
+
+Ze slikte haar tranen in. Dan zei ze: "Zoolang jelui allemaal dit
+heldendom verheerlijken en alleen een held zien in wie met een
+eereteeken op de borst van 't slagveld komt en allemaal zoo'n held
+willen in je verloofden, je mannen en je zoons..., blijft het vechten
+tegen wapengeweld een verloren strijd en zal er altijd weer oorlog
+komen.
+
+Jouw vriendje--ze legde beide handen op de tengere schouders van het
+meisje--was geen politieke schreeuwer; niet een, die een bom legt voor
+de deur van een andersdenkende, die zich dan óók weer wreekt op de wraak
+en zoo tot in 't oneindige...; maar een stille held, die de eene daad
+deed, zonder waarschuwing of woordenpraal.
+
+En voor jou is er, geloof ik, maar één middel, kind, om te maken dat je
+rust krijgt over zijn dood: Weiger je eerbied voor wat hij verachtte;
+haat wat hij heeft gehaat.... En waarom zou je dan bang zijn dat hij je
+vervolgen zal? Hij hield toch van je? Heeft hij niet, eer hij stierf,
+zijn liefste schatten op de vensterbank voor je kamertje neergelegd...;
+die lieve jongen?!"
+
+Toen richtte het meisje zich op uit haar gebogenheid; een glans lag over
+het teeder gezicht en stamelend:
+
+"Nooit, nooit zou ze dit vergeten...; dezen morgen..., nooit....!" viel
+ze met niet meer te weerhouden gebaar Elizabeth om den hals.
+
+--Kijk! Hier heb je nu iets uit je eigen land!--
+
+Liesbeth bracht haar voor de oude Schwarzwalder hangklok, met de bonten
+wijzerplaat, de groote wijzers, de zware koperen gewichten aan lange
+kettingen en den slanken slinger met onderaan de breede, koperen schijf.
+
+Ze luisterden samen naar zijn regelmatigen, langzamen slag.
+
+--Is 't niet net de bevende stem van een lieve, oude vrouw?
+
+--Es ist wie daheim.
+
+--Toch geen heimwee?
+
+--Een beetje!--bekende Käthe, aarzelend. "O, ze was niet ondankbaar voor
+al de goedheid van de gulle menschen bij wie ze was! Maar 't bleef nog
+wat vreemd. En dan.... haar lichaam werd door de goede kost wel gezonder
+en sterker, maar, niet waar, een bezeerde ziel geneest niet zoo gauw!"
+
+"Hoe goed zegt ze 't! En in den mond van dit meisje was het geen frase.
+Ze gaf het als een simpel feit en bedoelde 't ook zoo!" dacht Liesbeth.
+
+Toen sloeg de klok twaalf. En nauwelijks was de laatste slag verstild,
+of van 't gevelkamertje boven, door de balkenzoldering, kwamen de twaalf
+slagen van een tweede, donkerder gekleurde klokkestem.
+
+Het meisje hoorde het en glimlachte. Zij zwegen beiden. Dan vertelde
+Liesbeth, hoe zij deze twee klokken in een winkeltje in Schönau kocht.
+Sinds jaren hadden ze er samen in het winkeltje gehangen. De ééne nam ze
+toen dadelijk mee naar hun huis in Freiburg; de andere zou haar worden
+nagestuurd. Er moest eerst iets aan 't binnenwerk gemaakt.
+
+Op een dag komt eindelijk de tweede klok en wordt opgehangen, net als
+hier, een kamer hooger.
+
+Juist slaat ze drie uur. En nauwelijks is de laatste slag gevallen, of
+van boven antwoordt de andere klokkestem, met drie plechtige slagen.
+
+Het was alsof deze klok toen opeens een gezicht had, dat verrast
+luisterde naar de bekende stem van vroeger uit het winkeltje. Als het
+weerzien van twee gescheiden menschen was het.
+
+--Houdt de gnädige Frau ook zooveel van dingen die een geschiedenis
+hebben? Hoort en ziet ze daar óók zooveel in? Thuis werd ze altijd om
+zulke gevoelens uitgelachen.
+
+--Och, lachen om wat je niet begrijpt is gemakkelijk.... "Die oude
+kast?".... Een familiestuk. Was 't laatst van m'n moeder, 'k Heb altijd
+het gevoel alsof er wel iets van haar aanraking in moet zijn nagebleven.
+Na haar dood, ik was toen vijf jaar, gaf Jans, die pas was getrouwd en
+in die dagen veel bij ons aanliep, me eens uit een van de laden een
+grooten, rooden appel. Ze knielde bij me neer, draaide den appel om en
+om, boende hem met een tip van haar boezel tot hij glom. Dan kneep ze
+me in de wangen en zei: "Nou mot je zelf ook zukke mooie rooie koontjes
+op je bleeke snoetje zien te krijgen, kleuterke....! Eet je wel genog?
+Dàn pas weet je dat je genòg het gegeten, as je d'r van hikt of d'r ferm
+van boert!"
+
+Toen, voor de eerste maal, hoorde Liesbeth van dit vroeg-droeve kind een
+heldren, jongen lach.
+
+ * * * * *
+
+Wat had dit meisje niet al meegemaakt! Ze stond erbij toen de bronzen
+klokken uit de kerktorens van het stadje werden gehaald. Ze zei het
+nooit te kunnen vergeten. De schoolkinderen hadden dien dag vrij en
+zongen hun klokken een afscheidslied toe. Kinderen hadden guirlanden van
+madeliefjes gevlochten, waarmee ze de klokken versierden, toen ze op den
+wagen waren geladen, die hen zou wegrijden naar den smeltoven. Dominee
+had gesproken, als aan een graf.
+
+Van den eersten dag toen de torenstemmen niet meer zongen, den morgen
+die dood geboren werd, vertelde zij. En van 't laatste, wreedste
+oorlogsjaar, toen de allerjongsten werden opgeroepen. Eén was er die z'n
+angst durfde uiten en gilde: "Ich will nicht sterben! Ich bin jùng. Ich
+will leben! Hilf, Vater! Hilf, Mutter!"
+
+En vader zei: "Sei ein Mann!"
+
+En moeder: "Sei ein Held!"
+
+Maar er waren ook andere moeders, die gek werden van angst om d'r
+jongens. Eene had zes zoons verloren. Toen de zevende ging,--bijna een
+kind nog--weigerde ze hem af te staan. Met geweld moesten ze hem uit
+haar armen losscheuren.
+
+Dien nacht sprong ze uit het raam van de bovenste verdieping....
+
+En dan de stakkert, die waanzinnig werd, omdat haar zoon werd vermist;
+die iederen morgen, huis aan huis, aanbelde en vroeg: "Is m'n jongen
+hier soms? Heb je hem nergens gezien?" En weer een andere, die gek werd
+toen ze 't doodsbericht kreeg van haar laatsten zoon, een broodmes
+greep, de straat opholde en een agent, dien ze voor een generaal aanzag,
+te lijf wilde, gillend: "Kinderbeul, moordenaar....!"--
+
+Wat een brok jeugd hadden die jaren, met dagelijksch meegemaakte
+verschrikkingen, aan dit kind ontstolen!
+
+Alleen lezen, àl maar weer lezen in nieuwe boeken, had er haar
+doorheengeholpen; deed een oogenblik de ellende vergeten.
+
+Toen bracht Liesbeth haar bij de boeken.
+
+--Las ze alleen Duitsch? Zou ze niet graag ook de andere talen kennen?
+Zouden ze 't samen eens probeeren? Dan mocht ze iederen dag een uur
+komen. Met de Hollanders werd begonnen. Want die zijn niet alleen een
+volk van kaasverkoopers, maar ook van kunstenaars!" leerde zij.
+
+Boven 't boekenrek hing het geschilderd portret van twee kleine
+kinderen: een broertje en zusje, dicht tegen elkaar aan. Het was door
+geen beroemd schilder gedaan; toch hing om die kinderen een atmosfeer
+van verlatenheid, die dadelijk trof: Twee moederloozen, die tegen elkaar
+aankruipen als vogeltjes in 't leege nest. Het meisje bekeek het
+aandachtig en zag dan naar Liesbeth.
+
+--Dat bent u zeker? En leeft uw broer nog?
+
+--Nee. Ook dood.--
+
+Ze zei 't met een wonderlijk vlakke stem, in gekunstelde
+onverschilligheid, als sprak ze van een vreemde.
+
+"Zoek nu maar rustig uit!" zei ze dan en trok het gordijn open, dat voor
+een muurkast vol boeken hing.
+
+ * * * * *
+
+Het meisje was al een tijdlang verdiept in 't nazien van de boeken,
+toen ze werd overvallen door een onverklaarbare, stijgende onrust. Alsof
+er iets beangstigends gebeurde achter haar rug.
+
+Ze keek om.
+
+Voor 't raam zag ze Elizabeth staan. Ze stond er uit te staren, zoo
+lang, zoo stil..., in een zoo beklemmend zwijgen, dat het Käthe huiveren
+deed. 't Was of hier alleen nog haar zielloos lichaam was.
+
+Dan, opeens, herkende ze in deze wezenloos-stille gestalte voor 't
+venster, een der vele vrouwegedaanten uit den oorlog. Zoo stond haar
+moeder...., wanneer ze wachtte op tijding van de jongens. Zoo spokig
+stond ook haar zuster, wanneer zij uitkeek naar den brief van haar man,
+die later kwam dan anders. Zoo stonden de meisjes en vrouwen allemaal,
+allemaal...., in de ondragelijke spanning van het passieve
+afwachten...., en staarden maar.... staarden maar uit..., door het raam.
+
+En Käthe begreep: dit was het lidteeken, dat de angstdagen van den
+oorlog in Frau Elizabeth achterlieten. Ze wist het misschien zelf niet
+eens. Ze deed als een die slaapwandelt.
+
+--Frau Gehrke!--zei ze voorzichtig en lei haar hand zacht op den arm der
+droomende. Mag ik dit boek van Clara Viebig meenemen?--
+
+Het kostte Elizabeth zichtbaar moeite zich te bezinnen. Maar wonderlijk
+snel was de overgang van droom naar ontwaken.
+
+Zoodra ze 't meisje zag, met het boek in de hand, was zij de
+werkelijkheid in en sprak een vast uur af voor Hollandsch lezen. "Morgen
+wordt ermee begonnen. En wacht, ik zal nog even wat zonnebloemen voor je
+afsnijden. Ook een paar voor Jans! Die wil je wel even aanreiken?"
+
+ * * * * *
+
+Toen het meisje over het grasveld door den boomgaard wegging, zag
+Liesbeth haar na.
+
+"Hoe anders ging ze heen dan ze was gekomen! Zou ze dit kind, dat zich
+aan den oorlog had gewond als zij, trachten te genezen? Nog éénmaal
+liefdevol tot een medemensch gaan, zonder angst zich te kneuzen?
+
+O, dankbaarheid begeerde ze niet. Dáárom ging 't nooit. Als haar
+vertrouwen maar niet werd gekrenkt!
+
+Als ze zich nu eens op niets dan teleurstelling voorbereidde....
+misschien kwam 't dan dit keer juist andersom. Als Käthe's tijd bij den
+boer om was, zou ze haar bij zich nemen. Ze moest niet te gauw terug
+onder den druk van dat zieltogend land.
+
+Zie..., nu staat ze stil.... Kan 't niet laten even in 't boek te
+gluren, het leesgretig kind!
+
+En dáár is Juun! Hij stuift, verschrikt door 't onbeweeglijk-lezend
+figuurtje, blaffend op zij, besnuffelt Käthe, laat zich, gerustgesteld,
+door haar streelen en holt dan verder, op 't huis toe; de ooren flappend
+aan den kop. Midden in zijn vaart staat hij stil voor z'n drinkbak bij
+de regenton en slurpt het water met gulzige slokken. Dan komt hij binnen
+en als hij Elizabeth ziet, kijkt hij schichtig, kwispelt aarzelend, den
+kop omlaag, voorbereid op een bestraffing.
+
+Zij doet haar best een streng gezicht te zetten, dwingt zich te doen
+alsof ze hem niet bemerkt. Daarmee straft ze hem het meest voor zijn
+lang wegblijven.
+
+Hij valt neer voor de rustbank, legt den kop op de voorpooten, en kijkt
+telkens met verlegen knippende oogen naar haar op; snakkend naar een
+woord of gebaar van verzoening.
+
+En Liesbeth houdt het niet langer uit bij 't kijken van die trouwhartige
+honden-oogen, die om liefde vragen. Ze bukt zich, neemt z'n donkeren kop
+tusschen beide handen:
+
+"O Juun.... Juun..., wat kan er niet alles gebeuren terwijl jij weg
+bent!"
+
+4.
+
+
+Dien avond--daar 't in de herfstdagen, zoodra de zon onderging, al kil
+werd in huis--stak Elizabeth inplaats van de lamp, het
+petroleumkacheltje aan, waarin van onderen het vierkante venstertje rood
+gloeide.
+
+Het deksel deed ze er niet op, liet het vanboven open: dan valt het
+schijnsel zóó dat aan de donkere muren, de kamerdingen als opdoemen uit
+de duisternis. Ze voelt hen aan als liefdevolle wezens om haar
+eenzaamheid gezet. En nooit spreken deze doode dingen zoo innig en
+vertrouwd, als wanneer de avond gaat komen.
+
+Het is heel stil. Aan haar voeten ligt Juun, moe van de jacht. Ze hoort
+zijn slapend ademhalen en er is ook het spinnen van poes in de
+vensterbank, tusschen de bloempotten, waar ze het duisterend-buitene
+inkijkt. Ze doet als een weduwe op leeftijd, die goed in d'r duitjes
+zit, lekker gegeten en d'r middagdutje gedaan heeft en nu voor 't raam,
+in de schemering, naar de passage kijkt.
+
+De oude klok tikt in de stilte. Ook om het huis hangt avondlijke rust.
+
+"O de heerlijkheid van een uur als dit, met dingen die je lief zijn en
+die niet bezeeren....
+
+De vrienden in de stad vonden haar wel te jong voor zulk een leven van
+afzondering, maar zij genoot ervan. Ook de winter had mooie dagen
+gebracht, toen bij strenge, plotseling ingevallen vorst, de regenstralen
+bevroren en als kristallen franje om den dakrand hingen. Later, toen de
+zon doorkwam, waren de ijspegels als flonkerende krissen....
+
+In die winterdagen was 't den heelen dag vol vogels om het huis. Alle
+soorten hadden hun eigen etensuur. De brutale musschen waren er altijd
+'t eerst bij. De lijsters, vinken en roodborstjes kwamen later en in 't
+middaguur, een zwerm van bonte kraaien, in hun deftige zwarte frak met
+het onberispelijk strakke, grijs veeren vest. Een carré van vogels was
+het soms om het huisje geweest. Konijnen, muizen, een egel.... allen
+dreef de honger naar haar toe. Nee, zij voelde zich hier niet eenzaam;
+minder dan vroeger, alleen midden in de menschen. En af en toe spoorde
+ze naar de stad, en dook er onder in de beweging; bezocht
+schilderijententoonstellingen, tooneel, lezingen en concerten. Maar al
+gauw vluchtte ze terug.... om de menschen....
+
+En dan was er de post, die de stemmen aandroeg van verre vrienden; de
+weinigen die na haar genadelooze schifting van betrouwbaar en
+onbetrouwbaar waren overgebleven. Eén schreef van "hertrouwen, opbouwen
+van een nieuw geluk...!" Nee, dat was voorbij. Het liefdegeluk had ze in
+volkomen schoonheid bezeten bij Heinz.... Zij behoorde nu eenmaal tot
+de vrouwen die eens liefhebben en dan niet meer...."
+
+ * * * * *
+
+Peinzensstil, de handen roerloos in den schoot, dwaalde haar blik door
+de kamer, met de mooie dingen die ze er bijeen bracht en bleef rusten op
+een door het kachelschijnsel warm belichte reproductie van Fra Philippo
+Lippi's Madonna: Een droeve moedermaagd. Beschermend is haar arm om het
+schoudertje van 't heilige kind. Haar hand om zijn hoofdje gevouwen,
+staart zij visionair zijn toekomst in, van hoon en marteldood, waarvan
+haar liefde hem niet kan redden. En Liesbeth herinnerde zich hoe een
+vrouw, die veel leed had gekend, eens tot haar zei: "ik dacht te weten
+wat verdriet was. Ik wist het niet, eer ik de zielesmart zag van m'n
+kind en machteloos was het van haar af te nemen."
+
+Zij zelf had lang betreurd geen kind van Heinz te bezitten. Maar dit was
+haar bespaard: het ongeluk van zijn kind aan te zien.... Toen dacht zij
+aan de moeder van Beppo en keek naar Pierrot. Het scheen haar een
+symbool, dat de kachellamp in haar schijnsel op de balkenzoldering en
+over den hoek van 't boekenrek, waar hij bleek te zwijgen zat, alleen
+zijn hoofd en de witte hand met de bloemen in zijn lichtcirkel ving en
+de figuur in 't duister liet.
+
+Sinds 't gebeurde van dien morgen, zag ze hem nu anders dan vroeger; zag
+ze voor de eerste maal meer in hem dan een tot wezen geworden
+manestraal, voor wien in de werkelijkheid alle droom wordt onttooverd;
+meer dan "un pauvre petit gars qui aimait celle qui ne l'aimait pas", of
+dan een heilig-onnoozele, die liefdevol, argeloos als een kind tot de
+menschen gaat, beleedigd wordt in zijn teederst gebaren en zich dan
+afsluit voor iedereen. Meer..., dan wie uit hooghartig idealisme van de
+"mooie rol" dupe wordt en door de menschen om zijn onbegrepen "beau
+geste" belachen...., op zijn beurt alle menschen en ook zichzelf bespot,
+in een tot sarcasme verworden smart....
+
+Meer...., meer zag haar dezen avond uit Pierrot's tragisch masker aan:
+Niet van één mensch de gebrokenheid, het fiasco, het verbrijzeld
+vertrouwen en het gewonde hart..., maar de smaad van een ontgoochelde
+menschheid, die eerst den schandelijken oorlog en nu het even
+schandelijk naspel beleefde.
+
+Maar in dit uur was er in Elizabeth geen aanklacht tegen de menschen.
+Tegen niemand. Alleen een wijd meelij, met deemoed, in het besef hoe
+moeilijk het is in 't klein nooit een kwaad te bedrijven, dat in 't
+groot, verduizendvoudigd, oorlog maakt. En ieder mensch moest ten slotte
+beginnen met zichzelf te zuiveren.
+
+Ze wist: tot de menschen teruggaan met het oude argelooze vertrouwen...,
+dit ging boven haar gebroken kracht. Maar toch kon ze van uit haar
+stille hoekje een lichtgevende zijn. Dàt dit kon...., dien morgen had
+het haar bewezen. Trachten zou ze, den tijd te helpen voorbereiden,
+waarin met edeler wapens werd gestreden.
+
+En woorden zijn als zaad....
+
+"Daar lag hij dood op de steenen van onzen hof. Hij had een bosje
+bloemen in de hand "und schaute gen Himmel auf."
+
+Toen ze nu in de stilte Käthe's woorden in zich herhaalde, schenen ze
+haar van een bizondere bedoeling; doorschouwde ze 't geheim verband
+tusschen 't vinden van Pierrot in Venetië en de ontmoeting van dien
+morgen. Dit was meer dan toeval..., het was een wonder geweest.
+
+En al zou ze misschien nooit weten wie de maker was van de geheimzinnige
+pop, ze wist nu waarvoor hij haar werd gegeven.
+
+Als hìj.... had ze zich blindgestaard op de eigen, ééne smart en in dat
+staren aldoor in zichzelf neergezien... Maar de twee die moedig den
+eenzamen dood ingingen, zagen den hemel in.
+
+Ook Heinz vonden ze met zijn doode oogen naar de sterren....
+
+ * * * * *
+
+Toen stond Elizabeth op. Ze strekte haar arm naar Pierrot in zijn
+zwijgende vertwijfeling en haar handen vouwend over zijn radelooze
+oogen, sprak ze in fluistering:
+
+"Ook voor ons ontgoochelden, die 't liefste verloren, komt van de
+sterren nog altijd het wonder..., het Wonder..., Pierrot!"
+
+
+ * * * * *
+
+
+IN DEZELFDE REEKS VERSCHEEN
+
+
+JOHAN DE MEESTER Goethe's Liefdeleven (2e druk)
+IS. QUERIDO De Jeugd van Beethoven
+CAREL SCHARTEN De bloedkoralen Doekspeld
+M.J. BRUSSE In 't verbouwereerde oude stadje
+JOHAN DE MEESTER Gezin
+LOUIS COUPERUS Lucrezia
+KAREL WASCH Dialogen
+TOP NAEFF Vriendin (2e druk)
+TOP NAEFF Charlotte von Stein
+JO VAN AMMERS-KÜLLER De Zaligmaker
+CARRY VAN BRUGGEN Een Indisch Huwelijk
+GERARD VAN ECKEREN De Late Dorst
+KEES VAN BRUGGEN De Freule
+EMMY VAN LOKHORST Phil's laatste Wil
+JACOB ISRAËL DE HAAN Jeruzalem
+ANTON THIRY Pauwke's Vagevuur
+MARIE SCHMITZ Weifeling
+HERMAN ROBBERS Het ontstaan van een Roman
+P. H. RITTER Jr De Legende van het Juweel
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Pop van Elisabeth Gehrke
+by Dina Mollinger-Hooyer
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE POP VAN ELISABETH GEHRKE ***
+
+***** This file should be named 15974-8.txt or 15974-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/5/9/7/15974/
+
+Produced by Miranda van de Heijning, Frank van Drogen and
+the Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/15974-8.zip b/15974-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..a50f7ac
--- /dev/null
+++ b/15974-8.zip
Binary files differ
diff --git a/15974-h.zip b/15974-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..fa4c97d
--- /dev/null
+++ b/15974-h.zip
Binary files differ
diff --git a/15974-h/15974-h.htm b/15974-h/15974-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..0345cb5
--- /dev/null
+++ b/15974-h/15974-h.htm
@@ -0,0 +1,2572 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of De Pop Van Elisabeth Gehrke, by Ellen.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+/*<![CDATA[ XML blockout */
+<!--
+ p { margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+ }
+ h1,h2,h3,h4,h5,h6 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+ }
+ hr { width: 33%;
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+ }
+
+ table {margin-left: auto; margin-right: auto;}
+
+ body{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ }
+
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */
+ .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;}
+ .pagenum {position: absolute; left: 92%; font-size: smaller; text-align: right;} /* page numbers */
+ .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em;
+ padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em;
+ float: right; clear: right; margin-top: 1em;
+ font-size: smaller; background: #eeeeee; border: dashed 1px;}
+
+ .bb {border-bottom: solid 2px;}
+ .bl {border-left: solid 2px;}
+ .bt {border-top: solid 2px;}
+ .br {border-right: solid 2px;}
+ .bbox {border: solid 2px;}
+
+ .center {text-align: center;}
+ .smcap {font-variant: small-caps;}
+ .u {text-decoration: underline;}
+
+ .caption {font-weight: bold;}
+
+ .figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+
+ .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top:
+ 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em;
+ margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .footnotes {border: dashed 1px;}
+ .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;}
+ .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;}
+ .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;}
+
+ .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;}
+ .poem br {display: none;}
+ .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+ .poem span {display: block; margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em;}
+ .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em;}
+ // -->
+ /* XML end ]]>*/
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's De Pop van Elisabeth Gehrke, by Dina Mollinger-Hooyer
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Pop van Elisabeth Gehrke
+
+Author: Dina Mollinger-Hooyer
+
+Release Date: June 3, 2005 [EBook #15974]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE POP VAN ELISABETH GEHRKE ***
+
+
+
+
+Produced by Miranda van de Heijning, Frank van Drogen and
+the Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+
+
+<div>
+<!-- Page 1 --><a name="Page_1" id="Page_1"></a>
+</div>
+
+<div>
+<hr style="width: 65%;" />
+<br />
+</div>
+<h2>Ellen</h2>
+<div>
+<br />
+</div>
+<h1>DE POP VAN ELISABETH GEHRKE</h1>
+
+<div>
+<br />
+</div>
+<h5>Amsterdam<br />
+Em. Querido<br />
+1922</h5>
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<div>
+<!-- Page 2 --><a name="Page_2" id="Page_2"></a>
+<br /><br />
+</div>
+<h4>Voor mijn Dochter<!-- Page 3 --><a name="Page_3" id="Page_3"></a></h4>
+<div>
+<br />
+</div>
+<hr style='width: 65%;' />
+<div>
+<br />
+<!-- Page 4 --><a name="Page_4" id="Page_4"></a>
+</div>
+
+<h2>I.<!-- Page 5 --><a name="Page_5" id="Page_5"></a></h2>
+
+
+<p>Vanuit de voornaam-gedempte sfeer van de koele hall in H&ocirc;tel
+Danieli&mdash;een oud, Venetiaansch paleis, waar, langs de statige trappen,
+in vroeger tijden deftige Dogen in hoofsche praal afdaalden naast hun
+schoone, vorstelijk-getooide vrouwen en zich nu een internationaal
+publiek verdrong...., trad Elizabeth Gehrke, na de glazen draaideur te
+zijn doorgegaan, naar buiten en stond plotseling in het verblindend
+licht van de Riva degli Schiavoni.</p>
+
+<p>De breede kade aan het Canale di San Marco was feestelijk van zon en
+uitbundig morgenlicht en op dit uur reeds vol drentelende menschen,
+voornamelijk vreemdelingen, die, Baedeker onder den arm, of geopend in
+de hand, langzaam, aandachtig rondkijkend, den kant naar de Piazza del
+Marco opliepen, of bij 't kanaal het eens trachtten te worden over een<!-- Page 6 --><a name="Page_6" id="Page_6"></a>
+gondeltocht.</p>
+
+<p>Aan den oever, op het wijde, zonnevonkende water, lagen de
+zwartgeschilderde gondels gemeerd; dichtop&eacute;&eacute;n dobberden zij op de door
+het af en aanvaren der barken ontstane deining.</p>
+
+<p>Zoodra Elizabeth naar den wal toeliep om er te zien naar de
+bedrijvigheid van komende en gaande vaargasten, schoten van
+verschillende zijden gondeliers op haar toe; de donkere oogen in het
+gebruind gezicht gretig kijkend; in de roode monden de tanden blinkend
+bloot.</p>
+
+<p>&quot;Una gondola, Signora! Una gondola!&quot; en met rollende r's in radde praat,
+waarbij de vlugge woorden elkaar overstortten, prezen ze om 't hardst
+hun gondel aan, stelden een tocht voor en noemden een prijs.</p>
+
+<p>&quot;Non oggi. Domani!&quot; weerde zij glimlachend naar de mannen, die bij haar
+weigering niet verstugden, noch onverstaanbaar booze woorden mompelden,<!-- Page 7 --><a name="Page_7" id="Page_7"></a>
+maar &agrave;l terugloopend haar bleven toelachen, blij met de belofte voor
+later.</p>
+
+<p>Elizabeth liep nu de kade verder af; zij wilde dezen laatsten morgen in
+dit goddelijk licht van enkele bovenal dierbare plekjes afscheid nemen
+en genieten van 't mooie volk. &quot;Een prachtras&quot; bewonderde ze en zag met
+genot naar twee fabrieksmeisjes en andere arbeidersvrouwen, die
+koninklijk van gang, het bovenlijf recht en roerloos, met een alleen
+even doorveeren der knie&euml;n, de treden van de brug over de Rio di Palazza
+afdaalden; blootshoofds, de zwarte sjaal met laag-neerhangende franje
+strak getrokken om borst en schouders.</p>
+
+<p>Voorbijkomend aan de gevangenis&mdash;somber, vierkant gebouw achter zware
+tralies, door niets dan een smal grachtje van het blanke wonder, het
+dogenpaleis, gescheiden&mdash;klonk de lach der meisjes helder op bij een<!-- Page 8 --><a name="Page_8" id="Page_8"></a>
+kwinkslag van den cipier, die rinkelend met een groote sleutelbos, de
+gevangenis voor een oud vrouwtje opensloot.</p>
+
+<p>Deze gevangenis op de zonnige kade vol caf&eacute;'s en h&ocirc;tels, midden in 't
+gewoel van vroolijk-pratende en druk gesticuleerende menschen, die zich
+geen oogenblik de nabijheid van dit donker-dreigende bewust schenen en
+er luchthartig en schertsend aan voorbij slenterden...., Elizabeth had
+er nooit aan kunnen wennen. En toen ze nu zelf de marmeren trap was
+opgegaan, keek ze, stilstaand op 't platform, naar 't smalle, zwarte
+grachtje, waarboven blank, de beruchte brug der zuchten afstak: de Ponto
+dei Sospiri, die de gerechtszaal van het paleis met de gevangenis met de
+looden daken verbindt; moeilijken weg dien ook Casanova eenmaal is
+gegaan toen hij er zijn straf uitzat. Maar nu zij zich omkeerde, zag zij
+w&egrave;g van dit donkere het licht in, over het als satijn glanzend,<!-- Page 9 --><a name="Page_9" id="Page_9"></a>
+smaragd-blauwe water met de vele, vele gondels. En opnieuw genoot zij
+bewust de weelde van 't ontbreken van alle modern vervoer-rumoer. Hier
+geen auto-signalen of knallende motorfietsen, zelfs geen kargeratel;
+alleen 't geplas der gondelriemen, waarmee de roeier, staande, het
+sierlijk vaartuig voortbeweegt.</p>
+
+<p>&quot;Een wondermooi ding vond ze een gondel; nee, m&eacute;&eacute;r dan een ding, een
+levend wezen vol bevallige zwenkingen. En altijd weer zag ze er iets
+anders in: een omgekruld boomblad, of een donkere, drijvende bloem; dan
+weer een zwarte zwaan met gebogen nek, een zilveren, gekartelde keten om
+den ranken hals.&quot;</p>
+
+<p>Lang bleef Elizabeth uitstaren over het nu weer onwezenlijk violet
+gekleurd water, waaruit aan den overkant de Maria della Salute scheen op
+te rijzen, de omtrekken sterk afgeteekend tegen diepblauwe lucht; en<!-- Page 10 --><a name="Page_10" id="Page_10"></a>
+he&eacute;l in de verte, aan paarlmoeren horizont, blauwschemerend: Lido.</p>
+
+<p>&quot;Het was om niet van weg te komen, maar er wachtte zooveel!&quot; En toen ze
+nu langzaam de lage, breede brugtreden afdaalde, trachtte ze bijna
+onbewust iets over te nemen van de houding der even tevoren bewonderde
+Italiaansche vrouwen; al besefte ze wel dat de gratie en het koninklijk
+gebaar, hier den armste aangeboren, niet is na te apen en er veel van
+wat hier volkomen natuurlijk aandoet en aan dit volk bekoort, in Holland
+dwaas-theatraal zou schijnen.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Op de Piazzetta gekomen, ging ze er zitten met het gezicht naar den
+voorgevel van het Dogenpaleis, blank en glanzend de portiek van korte,
+krachtige zuilen, steunend de sierlijke loggia, versierd met
+marmerkantwerk&mdash;het opene in den vorm van een klaverblad&mdash;en daarboven
+<!-- Page 11 --><a name="Page_11" id="Page_11"></a>de derde verdieping met de zeven spitsboogvensters in beide fa&ccedil;aden;
+van een zalm-rose kleur, zooals het hart van kleine zeeschelpen.</p>
+
+<p>Altijd weer kwam ze hier terug en zat maar stil op te zien naar dit
+wonder van gothiek; en werd er nooit van verzadigd. Dit was haar
+dierbaarder nog dan de San Marco. Hoezeer ze ook binnen in de kerk
+genoot van het koloriet, van moza&iuml;ken en marmersoorten, van de pracht
+der schilderingen en kleurenmengeling..., toch miste ze er in de
+overlading en bijeengebrachte praal, de mystiek der groote cathedralen.
+En zij herinnerde zich hoe de Franschsprekende gids die haar in Florence
+had rondgeleid in de Santa Maria Annunziata, vertelde: dat juist &ograve;m die
+overdaad en overstelpende weelde en het vele goud..., de Amerikanen de
+San Marco het mooist vonden, van heel Veneti&euml;.</p>
+
+<p>En toen sprak hij met bijna komische <!-- Page 12 --><a name="Page_12" id="Page_12"></a>geringschatting van een ras, dat
+voor een subliem fresco van Andrea del Sarto, geen ander woord vond dan:
+&quot;How much?!&quot; kunstwaarde naar 't aantal dollars taxeerend. Hoe goed wist
+ze nog ieder woord van den enthousiasten kunstkenner, die, de open
+verrukte aandacht van haar en haar man bemerkend, van dienzelfden Andrea
+del Sarto vertelde, hoe deze Meester niet tot de uitverkorenen behoorde,
+door rijke patrici&euml;rs onderhouden; misschien wel omdat hij was getrouwd
+met een ordinair schepsel dat hem ru&iuml;neerde, maar zijn model was voor de
+hemelsche Madonna's, voor de zuivere Moedermaagden, die hij uitbeeldde
+met h&aacute;&aacute;r gezichtsovaal en teere kin, den mooien mond, het fijne neusje,
+de schoongebouwde schouders en borst en de weelde van goudblonde haren.
+Maar haar oogen bracht hij niet op het doek. Deze <i>dichtte</i> hij in het
+gelaat zijner Madonna's. En deze oogen <!-- Page 13 --><a name="Page_13" id="Page_13"></a>waren het, die van het model&mdash;de
+liederlijke, zijn leven vernielende vrouw&mdash;in zijn &quot;Oeuvre&quot; een Heilige
+maakten.</p>
+
+<p>&quot;En doet niet iedere kunstenaar zoo met de schepselen van zijn
+verbeelding?&quot; had haar man gezegd, zich tot haar neerbuigend met het
+liefdevol gebaar dat hem eigen was.</p>
+
+<p>Innige verteedering kwam om Elizabeth's smartelijken mond, nu ze zich
+die woorden en dat gebaar uit de zalige dagen van 't eerste
+huwelijksjaar herinnerde.</p>
+
+<p>&quot;Ach, alleen omdat Heinz en zij niet vermoedden wat zoo vlakbij dreigde
+in een toekomst vol oorlogverschrikkingen, hadden zij zoo argeloos, zoo
+uitgelaten gelukkig kunnen zijn. O, dat zij beiden, verdiept in elkaar
+en in al het moois van Itali&euml;, het niet hadden v&oacute;&oacute;rvoeld:.... het
+noodlot, de oorlog...., die al wat jong en liefelijk was vernielde!
+Oorlog...., die waanzin...., die h&egrave;l.... die ook <!-- Page 14 --><a name="Page_14" id="Page_14"></a>haar liefste en haar
+geluk had vermoord!&quot;</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>O daar was het weer, het wild-opstandige, dadelijk wanneer ze 't woord
+oorlog maar dacht of hoorde, of las. Ide&eacute;-fixe dat haar niet losliet en
+alle overgebleven vreugde vergalde; dat haar in den ergsten tijd van
+dien geesel met de handen tot vuisten gebald deed loopen, zitten, in bed
+liggen; haar de tanden krampachtig deed opeenklemmen in machteloos
+verzet tegen het onverbiddelijke; een drift die haar aan de grens van
+waanzin had gebracht.</p>
+
+<p>En de menschen? De menschen hadden 't haar, toen ze na zijn dood in
+Holland terugkwam, nog ondragelijker gemaakt dan het al was. Hun
+erbarmen had een wrange bijsmaak; ze voelde&mdash;&oacute;ver-sensitief in die
+dagen&mdash;hun meelij niet alleen met haar verlies... maar met de vrouw die
+een Duitscher, een mof had getrouwd. <!-- Page 15 --><a name="Page_15" id="Page_15"></a>Ze verborgen hun haat niet tegen
+dit volk. Ook niet in haar tegenwoordigheid, al wisten de ingewijden hoe
+zij Heinz had liefgehad, h&ograve;e ze hem verloor en wat een fijn mensch hij
+was. Ze deden ongeloovig wanneer ze vertelde dat hij dien oorlog
+verafschuwd, er niets dan ellende in voorzien had voor z'n vaderland.
+Ja, hij was gegaan bij de oproeping, maar zonder hoop, zonder
+enthousiasme, met weerzin.</p>
+
+<p>Maar allen zagen, sinds den schandelijken oorlog, in elken Duitscher den
+Pruisischen geest, den ruwen bruut en geweldenaar. Het soort dat ook
+Heinz haatte, waarvoor hij zich schaamde in vrede en oorlogstijd. En ze
+vertelde van een geval in een Berlijnsch restaurant, waar een beroemd
+professor door den kellner midden in de bestelling in den steek gelaten
+en pas bediend werd, na een later aangekomen gast, een blancbec, een
+sabelkletterend luitenantje. <!-- Page 16 --><a name="Page_16" id="Page_16"></a>Hoe hadden zij zich toen samen ge&ecirc;rgerd.
+&quot;Dat is het nu wat ons in het buitenland zoo gehaat maakt! Het is
+onwaardig en daarom ben ik blij dat we niet hier, maar in Freiburg
+zullen wonen!&quot; had Heinz gezegd.</p>
+
+<p>Ook haar anarchistisch-Hollandsche opvatting van de omslachtige
+betitelingen v&oacute;&oacute;r persoonsnamen: uitvoerige, mal-gewichtige titels
+waarmee naar den aard der betrekking van hun man, de getrouwde vrouwen
+er werden aangesproken, kon hij begrijpen. En hoe geduldig had hij het
+verdragen wanneer ze zich in deze betitelingen telkens allergekst
+vergiste; flaters beging die later werden rondverteld; smalend door wie
+er zich in beleedigd waanden; met gullen lach door wien 't niet zoo
+zwaar opnamen en erom lachten..., zooals Heinz en de vrienden.</p>
+
+<p>Toen ze nu zonder hem&mdash;te kort woonde ze er om er veel vrienden <!-- Page 17 --><a name="Page_17" id="Page_17"></a>te
+maken in een jong huwelijk dat vreemden meed&mdash;als weduwe uit Freiburg
+wegging en in Holland terug kwam, vond ze de oude vrienden veranderd. Of
+was zij misschien zelf anders geworden in dien korten tijd? In 't
+vreemde land had ze zich nog niet volkomen ingeleefd; van de eigen
+landgenooten scheen ze vervreemd. Het was alsof ze nergens meer thuis
+behoorde, geen eigen vaderland meer had.... Toen begon de
+duikboot-oorlog.... en voor de eerste maal, kon ze in volkomen
+zelfverzaking dankbaar zijn, dat dit aan haar fijnen man was bespaard,
+dat hij dit afschuwelijke niet meer beleefde.</p>
+
+<p>Langzamerhand vergaten dan de vrienden dat zij haar liefste had
+verloren.... en hoe.... en waar....</p>
+
+<p>Ze beheerschten zich niet meer in haar bijzijn. Geen scheldnaam scheen
+verachtelijk genoeg voor Heinz' landgenooten. Er waren er die haar
+wantrouwden <!-- Page 18 --><a name="Page_18" id="Page_18"></a>omdat ze met hem was getrouwd geweest; met Heinz.... die
+niet had k&ugrave;nnen volhouden...., niet kon doen wat de anderen deden....
+Zelfs kunst bleek niet meer internationaal. Duitsche composities
+probeerde men tijdelijk te verbannen. Gelukkig bleven universeeler
+geesten ongeschonden hun vereering behouden voor Bach, Beethoven en
+anderen...., die toch zeker geen schuld aan al den gruwel hadden.</p>
+
+<p>&quot;O de menschen, de hatelijke, harde menschen die 't mooiste in je
+kneusden....&quot;</p>
+
+<p>Stil,... nu moest ze zich tijdig beheerschen en de driftgedachten
+stuiten, anders werd dit een verloren dag; de laatste in dit heerlijk
+land, waar ze niet alleen genezing vond voor een scheurende hoest, maar
+ook voor het krampachtig-opstandige van haar machteloos verzet. De oude
+dokter kreeg toch maar gelijk toen hij volhield tegen andere meening in,
+dat <!-- Page 19 --><a name="Page_19" id="Page_19"></a>juist hier, waar ze in blijder tijden met Heinz was geweest, de
+herinneringen aan die zalige dagen&mdash;geheel verdrongen door wat later
+kwam&mdash;-weer zouden opwellen en haar ondragelijke zenuwspanning breken.</p>
+
+<p>Het was zoo gegaan. Want al miste ze hem hier in alles, toch voelde ze
+overal waar ze met hem was geweest, zijn onzichtbare nabijheid; hoorde,
+bij het terugvinden van al wat ze met hem had gezien, zijn stem... Zijn
+adem was hier over haar...</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Toen ze nu opstond en een zakje goudgele zaadkorrels kocht voor de
+duiven van San Marco, die ze iederen morgen voerde, als indertijd met
+h&egrave;m..., herinnerde ze zich zijn plagend: &quot;Als ik een beest was..., jij
+met je liefde voor dieren..., zou je dan n&ograve;g meer van me houden?&quot; Waarop
+zij: &quot;B&eacute;n je dan soms niet een prachtig dier ondanks je cerebraliteit en
+zielsbewogenheid?&quot;</p>
+
+<p><!-- Page 20 --><a name="Page_20" id="Page_20"></a>Hoe had hij toen het blonde hoofd, met het veroverend gebaar dat hem
+eigen was, in den nek geworpen en haar dicht tegen zich aanklemmend
+gefluisterd: &quot;Als we hier niet midden in de menschen waren, zou 'k je in
+m'n armen grijpen, Sch&auml;tzeli!&quot; En terwijl ze nu de duiven voerde en
+genoot van het dwarrelend vleugelgefladder z&oacute;&oacute; dicht bij haar gezicht,
+dat het was als een omademing, wanneer de witte wiekjes haar wangen
+bijna raakten, sloot ze de oogen, om terug te zijn in dien zaligen tijd,
+om vast te houden het beeld van den liefste en opnieuw te ondergaan het
+onzegbaar geluk van den lang geleden Venetiaanschen morgen met hem, hier
+tusschen de duiven.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Van de Piazza del Marco liep ze nu terug en trad door de Porta della
+Carta in den voorhof van het dogenpaleis.</p>
+
+<p><!-- Page 21 --><a name="Page_21" id="Page_21"></a>Aan den voet van de groote trap, met bovenaan de geweldige beelden van
+Mars en Neptunus, in wier godentegenwoordigheid eertijds de Dogen werden
+gekroond, ging ze op een bank zitten, leunend tegen den zonbegloeiden
+marmerwand van den Scala dei Giganti.</p>
+
+<p>Stil en verlaten lag op dit uur, nu de vreemdelingen het paleis van
+binnen bezichtigden, de zonnige hof, omsloten door een loggia van korte
+zuilen met rijk gebeeldhouwde kapiteelen. In het midden, bij een der
+groote bronzen putbekken, zat een schilder met zijn gerei. En Elizabeth
+zag hoe hij met bijna fanatieke aandacht het hem omringende in zich
+opnam; het gulzig naar zich toehaalde, verslonden in genot.</p>
+
+<p>Maar het werd haar te warm; de gloed van het zonbeschenen marmer brandde
+tot op haar rug door de dunne blouse heen. Ze zocht nu een zitplaats
+onder de zuilengang die in <!-- Page 22 --><a name="Page_22" id="Page_22"></a>de schaduw lag. Ook hier zat ze eens met
+Heinz, moe van een rondgang in het paleis. Ze trachtte zich te
+herinneren wat hij toen gezegd, hoe hij gekeken had, haar blonde Germaan
+met den fijnen kop en de schoone gestalte van een Hermes van Praxiteles.</p>
+
+<p>O, d&agrave;t hadden de minachtende monden met hun plomp herhaalde &quot;mof&quot; moeten
+erkennen: zijn manlijke bekoring, de gratie van zijn optreden, zijn
+fijnen geest. Ze hadden hem eens moeten hooren pleiten. O, de gloed, de
+vaart van zijn woorden, die meesleepten ook wie eerst anders dacht...!</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Langen tijd zat Elizabeth te droomen in een bijna-niet-zijn, moe na den
+verganen, te korten nacht, waarin ze een gondeltocht deed door een
+onwezenlijke wereld. En op het wijde water, onder sterrelenden
+avondhemel, had ze dan gedacht hoe in zulk een nacht Heinz het niet
+langer kon harden in de lage loopgraaf, <!-- Page 23 --><a name="Page_23" id="Page_23"></a>in stank van modder, bloed en
+excrementen..., en hij ondanks de waarschuwing der kameraden, naar
+buiten was gegaan, na een laatsten brief aan haar, waarin hij schreef
+hoe een verstikkende afschuw hem naar buiten dreef, al dreigde er
+doodsgevaar; hoe de lentenacht lokte, weg van de verpesting waarin hij
+ademhaalde. Hij vroeg vergeving voor zijn roekelooze daad, wanneer het
+zijn leven mocht kosten. Maar na den bajonet-aanval van dien dag was hij
+ontzenuwd van walging. Hij moest alleen zijn...., de ruimte in, en....
+hij kon, hij wilde niet meer dooden! Achterover op z'n rug strekte hij
+zich op den bedauwden grond, de armen wijd uiteengespreid, den mond
+geopend om den geurigen lentenacht met volle teugen in zich op te
+ademen.</p>
+
+<p>Zijn oogen zagen den hemel in.... Zoo vonden ze hem later, toen na een
+schot te hebben gehoord, ze hem de loopgraaf indroegen. En dit bleef <!-- Page 24 --><a name="Page_24" id="Page_24"></a>in
+de eerste wanhoopsdagen haar troost...., dat hij niet werd verminkt,
+geen langzamen, walgelijken marteldood stierf, of werd vermist.... als
+zooveel anderen....</p>
+
+<p>De dood had z'n schoonheid niet geschonden. Hij had alleen een hoofdwond
+onder 't welig haar, waarvan ze zoo dikwijls de eene, wilde lok die hem
+over de oogen viel, had weggestreken met streelende vingers...; zooals
+een moeder dat wel doet bij haar zoon.</p>
+
+<p>En dan was er de herinnering aan wat aan 't afscheid was voorafgegaan in
+die enkele dagen eer hij naar 't front ging; waarin zij beiden een heel
+leven van liefdegeluk doorleefden en alles wat zij aan passie, liefde,
+teederheid bezaten, hadden uitgegeven aan elkaar. Het was een zich
+uitstorten in koninklijke verspilling. Want ze v&oacute;&oacute;rvoelden beiden en
+spraken het uit: dit was het einde van alle geluk. Ze zouden elkaar niet
+terugzien.</p>
+
+<p><!-- Page 25 --><a name="Page_25" id="Page_25"></a>En was 't niet beter te sterven in 't oorlogsbegin, dan na jaren
+misschien van angst en marteling voor h&aacute;&aacute;r; en afschuw voor 't gruwelijk
+bedrijf dat het vaderland eischte, voor h&egrave;m?</p>
+
+<p>Want Heinz geloofde aan geen zegepraal voor zijn volk, hij was geen dupe
+als zoovelen en voorzag een korte waan, een lange ellende.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>O, de allerlaatste nacht!</p>
+
+<p>In haar armen was hij eindelijk ingeslapen. Zij lag naar hem te zien bij
+het licht van een kaarsvlammetje, om toch maar niets, niets te verliezen
+van deze laatste uren; en ze schreide stilletjes, stilletjes...., om hem
+niet te hinderen en het voor hem niet nog zwaarder te maken.</p>
+
+<p>Eerst had ze willen opstaan, een verdoovend middel nemen om kalm te
+blijven. Maar ze bedacht zich: &quot;Nee, niets van haar liefde, ook de pijn
+niet, wilde ze dempen. Alles wat met haar <!-- Page 26 --><a name="Page_26" id="Page_26"></a>liefde samenhing, wilde ze
+tot het uiterste: het geluk &egrave;n de vertwijfeling.&quot;</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Bij de herdenking onderging ze opnieuw alles als toen: 't langzaam
+aangrauwen van den gevreesden, vreeselijken dag....; kille, bleeke
+morgenschemering schuift al dieper de kamer in; over de meubels...., de
+stoel met zijn kleeren.... het valies in den hoek. 't Kaarsje is
+neergebrand, knettert, vlamt nog even op en dooft dan.</p>
+
+<p>Buiten, in de verte, kraait een haan....</p>
+
+<p>Ze zag hem aan, ze dronk hem in met haar oogen, haar heerlijke man. En
+toen, bij de gedachte dat hij misschien nooit meer zoo aan haar hart zou
+liggen, dat dit de laatste oogenblikken waren dat ze hem bij zich had,
+eer hij misschien dood.... of verminking tegemoet ging...., wierp ze
+zich snikkend over hem: &quot;Heinz!&quot; gilde ze &quot;Heinz!&quot;</p>
+
+<p>Dadelijk was hij de werkelijkheid in, <!-- Page 27 --><a name="Page_27" id="Page_27"></a>zoodra hij de oogen opsloeg en
+haar gezicht boven zich zag.</p>
+
+<p>&mdash;Liesbeth..., Du..., mein Lieb...!&mdash;O, de laatste stamelingen, de
+radelooze innigheid van de laatste omhelzing! Als een sterven in
+elkaar....</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Een uur later staat ze op 't volle perron, in een afscheid nemende
+menigte. Uit het coup&eacute;raam van den trein buigt hij zich tot haar over en
+kust haar telkens weer. Dan ruikt ze de geur van z'n lieve haar.</p>
+
+<p>&mdash;Mein Herz....</p>
+
+<p>&mdash;Mein Lieb....</p>
+
+<p>Zijn gezicht is strak van verdriet. Het vel spant over de in manlijke
+beheersching op&eacute;&eacute;ngeklemde kaken. Haar koude vingers houdt hij in zijn
+knellenden greep. Ze kust met vertwijfelde innigheid zijn hand. Ze ziet
+zijn lippen beven. Hij vloekt.... om niet te huilen.</p>
+
+<p>'t Sein van vertrek wordt gegeven. Een schok gaat door al de menschen
+<!-- Page 28 --><a name="Page_28" id="Page_28"></a>die afscheid nemen van vaders, mannen, zoons....</p>
+
+<p>De locomotief fluit...., sist.... Langzaam...., langzaam komt de trein
+in beweging.... Gejuich...., smartgegil. Gezang.... vrouwengejammer.</p>
+
+<p>Ze loopt mee met den langzaam wegglijdenden trein.... Nog voelt ze zijn
+handen...., zijn vingertoppen. De trein gaat &agrave;l sneller.... maar nog
+loopt ze mee, haar oogen in zijn oogen.</p>
+
+<p>Nu is de voorste wagen al onder de stationskap uit.... Dan: &quot;Geh....,
+s&uuml;szes Herz.... geh!&quot; Zijn stem is rauw: zijn bede een bevel. Ze laat
+hem los....</p>
+
+<p>&mdash;Heinz....!&quot;</p>
+
+<p>&mdash;Liebling!&quot;</p>
+
+<p>Dan is zijn stem weg...., zijn gezicht weg..., ze ziet hem niet meer
+wuiven.... Er is niets dan leegte.... en in de diepte.... rails....,
+rails....</p>
+
+<p>Ze staat en staart naar de plek waar nog even tevoren zijn gezicht is
+geweest.</p>
+
+<p>&mdash;<!-- Page 29 --><a name="Page_29" id="Page_29"></a>Kommen Sie, gn&auml;dige Frau! Kommen Sie!&mdash;</p>
+
+<p>Grete is haar Herrschaft nageloopen en troont haar nu mee terug naar
+huis...</p>
+
+<p>Maar daar, in 't leege huis nog vol van hem en zijn heerlijke liefde,
+valt loodzwaar de verlatenheid op haar, m&egrave;t het volle besef wat hij nu
+all&eacute;&eacute;n tegemoet gaat. En in ontzinde, blinde woede, in opstandig verzet
+tegen dezen schandelijken dwang waartegen haar liefde machteloos is....,
+grijpt ze wat haar onder de handen komt. Ze moet iets vernielen....,
+vernielen! En ze gooit wat ze maar vindt tegen den grond, tegen de
+muren...., door de ruiten.... en komt pas tot bezinning door 't gerinkel
+van verbrijzeld glas. Dan barst ze uit in een huilkramp, die ontspanning
+brengt...., uitputting...., slaap.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>&quot;Bellissimo! &Egrave; bellissimo!&quot; hoort zij een zangerige stem boven aan de
+marmertrap uitroepen.</p>
+
+<p>&quot;<!-- Page 30 --><a name="Page_30" id="Page_30"></a>Och ja...., ze is hier...., in Veneti&euml;!&quot;</p>
+
+<p>Ze staat op en rillend treedt ze uit de schaduw van de loggia in den van
+zon overgoten hof, waar nu een zwerm vreemdelingen neerstrijkt en zich
+verspreidt.</p>
+
+<p>Als in droom loopt ze terug over de zonnige kade in 't lachende licht.
+Ze ziet niets van de pracht om haar heen. Tezeer is ze vervuld van haar
+verloren geluk.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+<div>
+<br />
+</div>
+<h3>2.</h3>
+
+
+<p>Dien middag, na uitgerust en tot kalmte gekomen te zijn, liet Elizabeth
+zich roeien naar een oud paleis, tevens venduhuis vol antikiteiten, maar
+waar ook moderne Italiaansche kunst werd uitgestald.</p>
+
+<p>Toen ze het laatste intieme zaaltje bezichtigde, waar beelden en
+bibelots prachtig uitkwamen tegen den edelen achtergrond van oude
+gobelins...., kreeg ze &agrave;l meer de gewaarwording <!-- Page 31 --><a name="Page_31" id="Page_31"></a>dat hier iemand haar
+fixeerde. Voorzichtig-onderzoekend zag ze om zich heen; er was niemand.
+En toch bleef ze aldoor onder de suggestie van een blik die haar trok.
+Z&oacute;&oacute; sterk.... dat het de aandacht afleidde bij het bekijken van een
+verzameling antieke sieraden.</p>
+
+<p>Toen ze nu weer&mdash;wetend zich zooiets nooit te verbeelden&mdash;opkeek en
+rondzag, bemerkte ze in een hoek van het zaaltje, een glazen vitrine met
+kunstpoppen; in 't midden, als hoofdfiguur een Pierrot; en zoodra ze
+naderbij kwam en deze trieste pop bekeek, wist ze dat het deze was, die
+haar heimelijk had aangeraakt:</p>
+
+<p>Bevallig, het &oacute;ver-slanke figuur in wijd Pierrotpak met onevenredig
+groote knoopen, leunde hij tegen een houten zuiltje in de vitrine. Om
+hem heen zaten en stonden allerlei typen, kunstig, maar onbeduidend
+naast dezen eene met het tragisch <!-- Page 32 --><a name="Page_32" id="Page_32"></a>masker, waar, in 't pleisterwit, alle
+natuurlijke rimpels waren weggestreken. Een zwart-satijnen kapje verborg
+het haar en omspande strak het voorhoofd tot vlak boven de koolzwarte,
+in arcade-vorm getrokken wenkbrauwen aan beide zijden boven den neus. In
+het macaber-bleek gezicht, zag zij de oogen groot en donker met den door
+leed gebroken blik neerwaarts, terzijde turend, als om een droef geheim
+voor ontwijding te beveiligen. Onder den wit bepoeierden neus, geleek de
+smartelijke mond een bloedroode snee, gekerfd in 't doodswit der wangen:
+gemartelde mond van een innerlijk-mishandeld mensch. Onder de oogen&mdash;de
+in doodende ontgoocheling neergeslagen oogen&mdash;schaduwden violette
+kringen van snikkende slapeloosheid.</p>
+
+<p>Een zwart-satijnen met purperen streepen doortulpte, breede plooikraag.
+Die hoog opstond tegen de teere kin, omsloot <!-- Page 33 --><a name="Page_33" id="Page_33"></a>als de kelkbl&acirc;ren van een
+bloem, het bleeke hoofd.</p>
+
+<p>De kleur van het pak was van een donkerglanzend, somber purper-paars,
+bezet met enorme zwarte pompons. De bevallige voet stak in een sierlijk
+zwart-satijnen muiltje, met tulle roosjes op de wreef. In den linkerarm
+rustte een met veelkleurige linten versierde guitaar, waarop een rood
+hart met zwart, spits dolkje was afgebeeld; de rechterhand omvatte mat,
+als vermoeid van lang en vergeefs reiken, een bont ruikertje. Volkomen
+verslagenheid drukte geheel de houding uit van den moedeloos
+neerhangenden arm..., van de droeve hand om de bloemen: versmaad
+liefde-gebaar.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Elizabeth staarde.... en staarde naar dit fantoom van navrante smart;
+naar de gesloten lippen die t&oacute;ch haar hadden geroepen; naar de
+neergeslagen oogen die, hoewel ze niets <!-- Page 34 --><a name="Page_34" id="Page_34"></a>van Pierrot's aanwezigheid
+wist..., haar t&oacute;ch hadden aangezien.</p>
+
+<p>O dit was niet de dwaze inbeelding van een overspannen vrouw! Zij vond
+dit niet bovennatuurlijk of ongerijmd; zij wist het levende wezen der
+doode dingen aan te voelen en te doorgronden en dit steeds meer,
+naarmate ze zich teleurgesteld van de menschen had afgewend.</p>
+
+<p>Had hier verwante smart zoo luid en overtuigend gesproken? Ze voelde een
+wonderlijke saamhoorigheid met dit hooghartige, in zwijgen gehulde leed
+en ze besefte hoe ze zich in deze korte oogenblikken al had gehecht aan
+den fascineerenden Pierrot; er niet aan kon denken hem hier achter te
+laten, alleen tusschen de vele poppen die om hem heen schenen
+gegroepeerd als bespotters van zijn eenzaam verdriet.</p>
+
+<p>Ze wilde hem bezitten, hem bevrijden uit zijn glazen gevangenis, uit de
+poppenkast.</p>
+
+<p><!-- Page 35 --><a name="Page_35" id="Page_35"></a>Zij wenkte het meisje dat bij de zaal-ingang de entree-kaarten
+verkocht.</p>
+
+<p>&mdash;Combien Mademoiselle?&mdash;</p>
+
+<p>&mdash;Cent lire, Madame!&mdash;Il est mignon n'est ce pas?</p>
+
+<p>&mdash;Plus que mignon. Il est sublime.&mdash;</p>
+
+<p>En toen het meisje, na de pop uit de vitrine te hebben genomen, het
+adres vroeg:&mdash;Mais non, je l'emporterai moi-m&ecirc;me.&mdash;</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Voor de eerste maal duurde een gondelvaart haar te lang. Tezeer was zij
+vervuld van de wonderbare ontmoeting met de vreemde pop.</p>
+
+<p>Afwezig luisterde zij naar wat de gondelier praatte, die, gewend aan
+haar altijd open aandacht, haar nu met verwondering aanzag, maar
+niettemin bij 't uitstijgen aan de treden van het H&ocirc;tel, bij de
+handreiking een welluidend: &quot;Addio, gentile donna!&quot; voegde.</p>
+
+<p>In de koel-schemerende hall, waar zij wachtte op de lift die juist naar
+<!-- Page 36 --><a name="Page_36" id="Page_36"></a>boven steeg, zag ze hoe in de open vorstelijke zaal met de vele
+verspreide tafels en diepe club-fauteuils werd &quot;gestept&quot;. En zij ergerde
+zich aan den wansmaak van menschen, die, w&agrave;&agrave;r zij ook komen, altijd en
+overal hetzelfde genot zoeken en hun geraffineerde &quot;gliss&eacute;s&quot; uitvoeren,
+zonder eenige pi&euml;teit voor een omgeving van klassieke schoonheid. Ze
+zouden in staat zijn te dansen bij het goddelijk beeld van een
+stervenden Adonis.</p>
+
+<p>En meteen dacht Elizabeth hoe zij zelf in dit oogenblik een stervenden
+Adonis in haar armen hield.</p>
+
+<p>De lift daalde; de liftboy wierp 't ijzeren hek open, de inzittenden
+traden naar buiten, maakten plaats voor Elizabeth en voor een spichtige,
+dorre Engelsche juffrouw met een keffend schoothondje. Langzaam steeg ze
+uit boven het stemgegons en de sleepende tango-wijs, die 't strijkje nu
+te spelen begon.</p>
+
+<p><!-- Page 37 --><a name="Page_37" id="Page_37"></a>Op de bovenste verdieping, in het oude gedeelte waar ook indertijd
+George Sand met de Musset logeerde&mdash;al kon niemand aanwijzen w&agrave;&agrave;r&mdash;liep
+ze haastig de lange gang met de vele genummerde deuren af, ontsloot haar
+kamer, draaide den sleutel in 't slot, wierp parasol en hoed haastig op
+'t met een sprei bedekte bed en wikkelde met nerveus-vlugge vingers
+Pierrot uit het vloei los.</p>
+
+<p>Ze zette hem dan voor zich neer op de smalle toilettafel; zijn ranke
+rug, in 't wijde pak, leunend tegen den spiegel; het &eacute;&eacute;ne been
+achteloos-slapneerhangend bij de tafel; het andere met het bevallig
+voetje uitgestrekt op het blad.</p>
+
+<p>Nu kon ze hem bekijken, betasten, van hem genieten; nu was ze met dit
+boeiend-geheimzinnige alleen.</p>
+
+<p>Langen tijd zat ze stil verzonken in aanschouwing van dit meesterlijk in
+beeld gebrachte leed, ver en waardig <!-- Page 38 --><a name="Page_38" id="Page_38"></a>weggewend van alle menschen, in
+ontwijking van vernederend meelij; leed.... toegesloten voor ongeroepen
+nadering...., want onheelbaar en heilig.</p>
+
+<p>&quot;Wie zou dit kunstwerk, dat uit inspiratie-door-leed moest zijn
+ontstaan, hebben gemaakt? Op de glazen vitrine had ze geen naam gelezen.
+Dom, onnoozel dat ze daar niet dadelijk naar had gevraagd!&quot;</p>
+
+<p>En ze nam zich voor, vanuit Holland te informeeren. Er kon van alles
+achter zitten. Een geheim omhulde dit bewogen-onbeweeglijke.</p>
+
+<p>Telkens ontdekte ze nu nieuwe details die haar eerst waren ontgaan. Zoo
+bemerkte ze een t&acirc;che de beaut&eacute; op de linkerwang, vlak bij 't
+ontgoocheld-neerstarend oog; een klein donker moesje in 't bleek
+gezicht; in schrijnend contrast met het tragisch masker. En toen ze
+langer naar dat &eacute;ene pikante stipje keek, dat zoo pijnlijk coquet
+aandeed in het witte <!-- Page 39 --><a name="Page_39" id="Page_39"></a>wanhoopsgezicht.... en dat er misschien wel
+neuri&euml;nd werd aangebracht bij 't begin van 't feest...., schoten haar de
+tranen in de oogen om dit ongeweten leed.</p>
+
+<p>En daar alleen in nuchtere h&ocirc;telkamer, waar door 't opengeschoven raam,
+hoog boven het grachtje, af en toe de waarschuwende roep van een
+gondelier en het gerinkel van vaatwerk uit de keukens beneden
+opklonk...., boog Elizabeth het hoofd aan dit smartelijk wezen; en als
+bang om zijn hooghartig verdriet te kwetsen, of zich te zien
+afgewezen...., omvatte zij met teederen schroom de moedelooze bleeke
+hand met het kleurige.... vergeefsche bloementuiltje.</p>
+
+<p>&quot;Ach&quot; zei ze in fluistering: &quot;ik weet het ook; alle begin is feestelijk
+en het eind van alles is verdriet. Het leven is soms een hartelooze
+vertooning...., een lugubere grap,.... Pierrot!&quot;</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+<div>
+<br />
+<h3><!-- Page 40 --><a name="Page_40" id="Page_40"></a>3.</h3>
+</div>
+
+<p>In dien nacht verliet Elizabeth Veneti&euml; en deze laatste gondelvaart door
+de oude, slapende stad, bleef een der diepste indrukken van de
+Italiaansche weken.</p>
+
+<p>Om vijf uur stond ze in de imposante, nachtelijke hall, waar schaars een
+enkele schemerlamp brandde. Nog nooit had zij de vorstelijke entr&eacute;e van
+het paleis zoo schoon gezien van lijn, van kleur en van stemming als nu:
+menschenleeg en in dit luttel licht. Verlaten lagen de statige trappen.
+Hier droomde 't nu alles van vroeger.</p>
+
+<p>Een lantaarn, opgehangen boven de geopende zijdeur, verlichtte er de
+stoeptreden en aanliggende gondel, waarin de huisknecht, het grasgroen
+voorschoot aan, de bagage plaatste.</p>
+
+<p>Na de gebruikelijke fooi aan knecht en nachtportier, stapte zij in en
+ging op de middenbank zitten, op haar <!-- Page 41 --><a name="Page_41" id="Page_41"></a>knie&euml;n, den in een zijden doek
+gewikkelden Pierrot.</p>
+
+<p>Vanuit het kanaal zoog een kille wind om den hoek; het was koud op het
+water en rillend trok ze de bonten &eacute;charpe dichter om zich heen.</p>
+
+<p>Op 't oogenblik dat ze afvoeren, hoorde Elizabeth in de hall van 't
+H&ocirc;tel de stemmen van evenals zij met den vroegen morgentrein
+vertrekkende gasten en omkijkend zag ze donkere gestalten verschijnen op
+de stoeptreden waar ze zooeven was ingestegen. Een naderende gondel
+doemde plots donker op in 't schemer duister, werd aangeroepen en tot
+haast aangezet.</p>
+
+<p>Bang voor lawaai&iuml;ge menschen vlak achter zich aan, menschen, die
+misschien met luide, nuchtere opmerkingen de geheimzinnige stilte van
+dit nachtelijke zouden verstoren, spoorde zij den gondelier aan vlugger
+te roeien, tevens wijzend naar de alreeds met koffers volgeladen gondel.</p>
+
+<p><!-- Page 42 --><a name="Page_42" id="Page_42"></a>Dadelijk begreep hij haar bedoeling en bij de nu plotseling versnelde
+vaart waarmee hij verderroeide, om aan de nabijheid van de hen volgende
+gondel te ontkomen, kon Elizabeth zich voorstellen hoe spannend en
+angstbeklemmend hier in vroeger tijden een vervolging bij vlucht of
+schaking moest zijn geweest. En deze stemming paste wonderwel bij al het
+andere: het donkere water tusschen de hooge huizen met aangevreten
+melaatsche muren; de keldergaten die een vunze lucht uitademden; de
+groote, bronzen deuren in de marmeren paleizen en patrici&euml;rwoningen,
+waarboven 't verbrokkeld familiewapen; de getraliede vensters der
+benedenverdieping en dan.... de balkons, waaraan geruischloos de gondel
+voorbij glijdt; balkons die wel alle een geschiedenis hebben uit
+romantischer, glorieuser tijden, toen, naar buiten gelokt door
+guitaargetokkel en serenade, de geliefde er verscheen <!-- Page 43 --><a name="Page_43" id="Page_43"></a>en haren
+zingenden minnaar beneden in de gondel, de bloem toewierp, dien ganschen
+nacht aan haar borst gedragen. Waar, aan de spijlen, het koord werd
+gebonden, waartegen hij tot haar kon opklimmen....; maar waar ook.... in
+'t diepst van den nacht, over de balustrade werd geworpen wat verdwijnen
+moest voor altijd....</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Maar op dit oogenblik is er misdaad noch guitaargezang. Nog hangt de
+wijkende nacht tusschen de hooge grauwe huizen. Er gaat geen ander
+gerucht dan het geplas der riemen in het water en de roepstem van den
+gondelier, wanneer zij een muur ombuigen. En toch fluistert de stilte
+van vroeger vreugd en verschrikking, van liefde en sluipmoord, van
+serenade en vergift; van gesmoorde kreten en guitaargetokkel.</p>
+
+<p>&quot;Pierrot!&quot; denkt ze opeens en kan de verleiding niet weerstaan hem hier
+<!-- Page 44 --><a name="Page_44" id="Page_44"></a>te zien in de omlijsting van deze omgeving. Uit zijn windselen wikkelt
+ze hem los en zet hem neer op de bank.</p>
+
+<p>Zoodra de gondelier de pop bemerkt, ontstelt hij zichtbaar, staakt met
+een schok het roeien en staart naar het macaber-bleek fantoom dat
+schijnt opgerezen uit den nacht.... Dan, met diepen zucht: &quot;&Egrave;
+bellissimo!&quot; En even later, aldoor turend naar de pop: &quot;il poveretto!&quot;</p>
+
+<p>Elizabeth, die vergeefs naar woorden zoekt, wijst om zich heen en dan
+naar Pierrot met zijn speeltuig. De roeier knikt, glimlacht en begrijpt.
+Als ze hem dan het guitaartje toont en hij daarop het met spits dolkje
+doorstoken hart ziet, zegt hij: &quot;Dolore d'Amore, oh&eacute; Pietro?&quot;</p>
+
+<p>Toen, als bij ingeving, schoten haar de woorden te binnen die ze ergens
+&mdash;waar ook weer&mdash;gelezen en uit het hoofd geleerd had, omdat zij 't mooi
+vond en 't op haar toestand <!-- Page 45 --><a name="Page_45" id="Page_45"></a>paste; woorden die 't beter zeiden, dan zij
+het met haar poover beetje taalkennis ooit zou kunnen zeggen:</p>
+
+<p>&quot;Nessun maggior dolore, che ricordarsi il tempo felice nella miseria!&quot;</p>
+
+<p>&mdash;Del tempo felice!&mdash;herhaalt met weeke, streelende stem de gondelier,
+die hoog voor haar staat in gesta&acirc;g, bevallig roeibewegen en hij vestigt
+met prinselijk gebaar haar aandacht op een oud paleis waaraan zij
+voorbijvaren: grandioos overblijfsel van vroeger praal; aan de
+uitgesleten maar statige stoeptreden, de portiek van marmerzuilen, de
+zware gebeeldhouwd-bronzen deur, het in marmer gehouwen wapen en in den
+verweerden muur de gothische spitsboogvensters met het
+marmerkantwerk.... Een wonder van vervallen pracht.</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+
+<p>Op de bank van de donkere gondel, zit wit en verontrustend-geheimzinnig
+Pierrot, een aanklacht tegen zooveel vergane schoonheid en droom; <!-- Page 46 --><a name="Page_46" id="Page_46"></a>in
+den arm de guitaar, het bloementuiltje in de moede hand. O, als hij eens
+levend werd en in de snaren greep en begon te zingen!.... Welk lied zou
+het zijn? Pergholese's &quot;Tre giorni son che Nina&quot;? of Tosti's &quot;Ride
+Bajazzo?&quot;</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>De eerste morgenschemer doordringt den vluchtenden nacht en Elizabeth
+onderscheidt nu op korten afstand boven 't zwarte water van de hier
+uiterst smalle gracht, een rond brugje waarover een vage gestalte
+schuift, die als een schim aanglijdt en weer verdwijnt. Verdwijnt, ziet
+ze&mdash;daar de bark hier juist een hoek ombuigt&mdash;in een benauwend-nauw
+straatje met in't midden een enkele, troebele lantaarn. En w&eacute;&eacute;r....
+gluipt een grauwe gedaante, als een spookverschijning, de andere na.</p>
+
+<p>&quot;Is dit een donkere droom?&quot; Het doet haar denken aan 't Amsterdamsch
+kolkje; bij avond van dezelfde lugubere pracht.</p>
+
+<p><!-- Page 47 --><a name="Page_47" id="Page_47"></a>De gondel komt nu in wijder water en glijdt langs Kerken en Musea,
+langs een groentenmarkt waar ze al bezig zijn de groenten en
+vruchten&mdash;opgestapeld op den grond&mdash;op houten schraagtafels te
+rangschikken, terwijl op de steenen, een grauwe zak onder 't hoofd, een
+paar mannen nog liggen te slapen.</p>
+
+<p>De roeier vertraagt zijn vaart en eer de volgende gondels, die hen nu
+langzamerhand inhalen, aan hen voorbijvaren, verbergt Elizabeth den
+Pierrot weer in den zijden doek.</p>
+
+<p>&mdash;Addio Piero! A revederci&mdash;guitigt de gondelier, met een glimlach naar
+de vrouw die hij voor de laatste maal roeit.</p>
+
+<p>In 't Canale Grande gaat ze voorbij aan Palazzo Vendramin, waar Wagner
+werd uitgedragen in de bebloemde gondel, die de kist zou ontvangen
+waarin de Meester rustte, het hoofd op de liefde-peluw door Cosima hem
+meegegeven in den dood: <!-- Page 48 --><a name="Page_48" id="Page_48"></a>haar haren, die hij zoozeer had liefgehad. En
+daar.... het andere huis, waar hij de derde acte van Tristan
+componeerde.</p>
+
+<p>&quot;Casa d'Annunzio!&quot; waarschuwt de gondelier en dan, wijzend naar een
+poortje aan 't water, omhangen met weeldrige trossen paarsche glijcine
+en kamperfoelie: &quot;La casa d'una poetessa!&quot; en hij noemt een naam dien
+zij niet verstaat.</p>
+
+<p>&quot;Hoe verbaasd zou ze opkijken wanneer een Hollandsch schuitenvoerder de
+woning aanwees.... van een dichter...! Een paradijs moest het hier zijn
+voor iederen kunstenaar!&quot;</p>
+
+<p>En op 't zelfde oogenblik denkt ze aan Eleonore Duse, de
+teeder-hartstochtelijke, die in haar spel zoo pijnigend weergeeft, de
+noodlottige liefde van wie eens mint en dan niet meer.... Zij...., &oacute;&oacute;k
+eene uit dit heerlijke, lachende zonneland...., maar toch zoo droevig;
+tragisch als Pierrot.</p>
+
+<p>O, nu begrijpt ze hoe, na zooeven <!-- Page 49 --><a name="Page_49" id="Page_49"></a>aan de villa van d'Annunzio te zijn
+voor bij gevaren, in onbewuste gedachte-associatie, Eleonore Duse, de
+naam van deze gekwelde vrouw haar op de lippen komt.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Zij nadert het stationsplein.</p>
+
+<p>Op de kade staan koffers en handbagage en er is de bedrijvigheid van met
+den eersten morgentrein vertrekkende reizigers. En wanneer nu ook haar
+gondel aanlegt&mdash;aan den wal getrokken door een ouden grijsaard met 'n
+apostelkop, en zij na te zijn uitgestegen, den gondelier, die haar met
+aristocratengebaar een &quot;buon viaggio&quot; toewenscht, de hand heeft
+gedrukt...., is de zon stralend opgegaan en staat Elizabeth voor 't
+laatst in het gouden licht van Venezia la Superba.</p>
+
+<div>
+<!-- Page 50 --><a name="Page_50" id="Page_50"></a>
+</div>
+<hr style="width: 65%;" />
+<div>
+<br />
+</div>
+<h2><a name="II" id="II" /><!-- Page 51 --><a name="Page_51" id="Page_51"></a>II.</h2>
+
+
+<p>Toen Elizabeth Gehrke, na doodende ontgoochelingen eindelijk wijs
+geworden, het geluk niet meer van de menschen verwachtte, maar schuw hen
+ontvluchtte in buitenstilte, in de veilige beslotenheid van een
+boerehuisje ver van den dorpsweg en daar leefde alleen, met enkele mooie
+dingen en dieren die haar dierbaar waren...., noemden de menschen haar
+zot; en het gebeurde meermalen, wanneer in zomertijd of vroegen herfst
+villa's en pensions vol gasten waren, er een van de wandelaars,
+afgedwaald naar 't afgelegen pad langs haar kleine erf...., haar woning
+aanwees met de woorden: &quot;Daar woont de gekke Mevrouw Gehrke!&quot;</p>
+
+<p>Dan stonden ze stil voor de opening in de hooge heg en keken
+nieuwsgierig den boomgaard in, waarvan de geduldige vruchtboomen als
+stille wachters stonden v&oacute;&oacute;r een witgekalkt <!-- Page 52 --><a name="Page_52" id="Page_52"></a>huisje. E&eacute;n wijd-gespreide
+tak wuifde windbewogen aan een der vensters, waar, rondom de lijsten, de
+wilde wingerd was als een rooden brand. Op het raamkozijn wrong de vurig
+ontloken kroon van een fel fonkelende geranium, zich tegen de ruiten op
+naar het licht. Bij de voordeur, die half aanstond, zaten aan
+weerskanten van een groene regenton met breede, geelgeverfde hoepels,
+een groote, zwarte hond en een kleine grijze kat. En evenals deze twee
+stille dieren scheen ook het woninkje, met het laag overhangend rieten
+dak, loom te soezen in de zon.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Plotseling, door 't voetgeschuifel en de stemmen der spiedenden uit zijn
+morgendut opgeschrikt, sloeg luid de hond aan en stortte blaffend op de
+kijkers toe, die bang voor het dreigende dier, zich haastten om weg te
+komen.</p>
+
+<p>Pink-oogend tegen het licht, volkomen <!-- Page 53 --><a name="Page_53" id="Page_53"></a>onbewogen door 't incident, bleef
+roerloos de kleine, grijze kat; ook toen de hond, in mopperend
+na-grommen, langzaam terugliep naar zijn plaats bij de regenton.</p>
+
+<p>&quot;Daar woont de gekke Mevrouw Gehrke.&quot;</p>
+
+<p>De honende woorden drongen op een morgen d&oacute;&oacute;r tot waar Elizabeth, bij
+een open veld met hoog opgeschoten zonnebloemen, aan de zuidzijde van 't
+huis zat te lezen. Ze hief het hoofd op van het boek in haar handen. Een
+weemoedige glimlach beefde om haar mond, maar in de donkere oogen
+tintelde tarting, in verweer tegen de scherpe, vijandige stem, die zoo
+onverwacht de zonnige morgenstilte had gebroken.</p>
+
+<p>Dan dacht ze hoe zulk een voorbarige uitspraak haar vroeger zou hebben
+gekwetst; hoe nu.... niets uit de verre wereld, waarmee ze had
+afgerekend, haar meer kon krenken en volkomen gerust boog ze het hoofd
+<!-- Page 54 --><a name="Page_54" id="Page_54"></a>over het geopende boek en las aandachtig verder in een stilte, die, nu
+de stemmen op den weg waren verklonken, opnieuw en dieper nog om 't
+huisje zonk.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+<div>
+<br />
+</div>
+<h3>2.</h3>
+
+<p>Het was meer dan een jaar geleden, dat Elizabeth het bouwvallig huisje
+voor een prikje kocht en er door den timmerman van het dorp enkele
+veranderingen liet aanbrengen, eer zij alles onder versche verf zette.</p>
+
+<p>Wie in die dagen met haar in aanraking kwamen, bemerkten in 't begin
+niets bizonders aan de nieuwe dorpelinge. Maar 't eerst viel het den
+timmerman op, dat zij midden in het ontpakken en rangschikken der boeken
+op de planken die hij daarvoor had aangebracht, plotseling ophield, naar
+'t raam toeliep en daar dan stond uit te staren, zoo lang.... en zoo
+stil...., in een zoo beklemmend zwijgen, dat <!-- Page 55 --><a name="Page_55" id="Page_55"></a>hij er onrustig van werd,
+omkeek, kuchte, en toen dat niet hielp, z'n hamer op den grond liet
+vallen, om haar op te schrikken en een eind te maken aan een benauwing,
+waarvan hijzelf de oorzaak niet begreep.</p>
+
+<p>Toen ze daarna, in het spokig staan en mijmeren gestoord, verder ging
+met het werk en hem enkele duidelijke aanwijzingen gaf, begon hij aan
+zijn eersten indruk te twijfelen, totdat hij&mdash;en nu sterker dan
+tevoren&mdash;tot de slotsom kwam &quot;dat er iets niet pluis met d'r was&quot;, toen
+hij binnenkomend op zijn kousevoeten (de klompen had hij als naar
+gewoonte bij de voordeur neergezet en op zijn herhaald kloppen kreeg hij
+geen antwoord) haar zag preken met een pop, die in een hoek tegen den
+muur, boven op 't boekenrek zat: &quot;een soort hansworst, met 'n krijtwit
+huilebalkbakkes, roetzwarte wenkbrauwen en knalrooje lippen. Een
+chagrijn van 'n vent! Ze hield d'r hand om 't zwarte <!-- Page 56 --><a name="Page_56" id="Page_56"></a>kappie, dat dien
+kniezert tot diep op de oogen zat.&quot;</p>
+
+<p>Doordat hij tegen een stoel stootte, hield ze op met murmelen en keek
+hem aan als een kind opgenomen in den slaap. Maar dan was ze weer
+heelemaal gewoon en had hem een helder antwoord gegeven op z'n vraag
+over 't linnenkabinet, dat met de hooge gebeeldhouwde kroon, amper onder
+de balkenzoldering paste.</p>
+
+<p>Toen hij het meubel had geplaatst&mdash;eerst het onderstuk met de drie
+buikige laden met koperen handvatsels en daarop de kast met de gladde,
+glimmend-geboende deur vlakken, met aan weerszij de zwarte zuiltjes met
+koperen kapiteelen&mdash;gaf ze hem de Delftsche pullen aan en hield, terwijl
+hij deze neerzette&mdash;de grootste in 't midden, de twee kleinere op de
+hoeken&mdash;het wankele trapje vast waarop hij stond. Dan zegt ze: &quot;Nu moet
+ik hier eens binnenkomen om de kast te <i>zien</i>!&quot;</p>
+
+<p>&quot;<!-- Page 57 --><a name="Page_57" id="Page_57"></a>De <i>kast</i> te zien?&quot; dacht Gerrit verbaasd, &quot;En zag z'em dan nou niet,
+d'r vlak op met de neus?&quot; Dan ging ze de kamer uit; heel 't huisje liep
+ze om eer ze weer binnenkwam. Hij hoorde haar hakjes op het
+tiggelvloertje van de gang; dan deed ze, heel langzaam, de deur open en
+bleef op den drempel staan; keek de kast an of 't een splinternieuw ding
+voor d'r was. &quot;En ik zeg jelui,&quot; beweerde Gerrit later in de
+dorpsherberg tot de kasteleines &quot;zoo ziet ons Aagje der vrijer an, as
+t'ie op der af komt. Da's iets wonders en niet heelemaal in den haak.
+Maar kwaad is ze daarom niet. Ze het een kommetje koffie voor me gezet
+en een bakkie met me gedronke en gevraagd of 'k getrouwd was. Dan zegt
+ze eneens: &quot;Gerrit, heb je nog een oude moeder?&quot;</p>
+
+<p>&quot;En &ograve;f!&quot; zeg ik. En bij dat ze is, dat ouwe mins van zevetig! Maar loope
+ken ze niet meer.&quot;</p>
+
+<p><!-- Page 58 --><a name="Page_58" id="Page_58"></a>Toe zegt ze: &quot;Al zou je moeder heelemaal lam zijn...., als ze er maar
+zit in 't eigen hoekje en &quot;kind&quot; tegen je zegt, zooals alleen zij dat
+doet. Tegen jou, al heb je zelf al groote kinderen, zegt ze zeker ook
+nog weleens &quot;jongen&quot;?</p>
+
+<p>&mdash;Ja n&egrave;t!&mdash;zeg ik en denk an 't ouwe mins met d'r breikous in d'r stoel
+voor 't raam, of bij den eerdappelpot.</p>
+
+<p>&mdash;'k Zou met je willen ruilen!&mdash;zegt ze toen. &quot;Jij bent rijker dan ik,
+Gerrit! Mijn moeder is h&eacute;&eacute;l jong gestorven. Haar portret heb je straks
+opgehangen.</p>
+
+<p>&mdash;Nee, toch!? Dat knappe, jonge vrouwmensch? 'n Fijn
+schilderstukkie!&mdash;zeg ik.</p>
+
+<p>Toe loopt ze weer naar 't raam en staat d'r weer zoo stilletjes naar
+buiten te kijken. Ik denk: &quot;de karwei is afgeloope; ik smeer em!&quot;</p>
+
+<p>Toe zegt ze eneens, terwijl ze weer aldoor den tuin inkijkt, of d'r
+wonderwat <!-- Page 59 --><a name="Page_59" id="Page_59"></a>is te zien: &quot;Houdt je oude moeder soms van lezen?</p>
+
+<p>&mdash;Nou, en &ograve;f! Je most d'r de krant zien spelle!&mdash;zeg ik.</p>
+
+<p>&mdash;Goed&mdash;zegt ze. &quot;Dan kan je iederen Zaterdag een boek voor d'r komen
+halen. Maar denk eraan: jij haalt het; niemand anders. Hoe minder
+vreemden hier om m'n huis sluipen, hoe liever 't me is. Ik hou niet van
+menschen!&quot;</p>
+
+<p>&mdash;Nou....; daarmee kon 'k gaan. Wor d'r es wijs uit!&mdash;</p>
+
+<p>&mdash;Jans van den boer zegt, ze is zachies an zoo geworden. D'r man, een
+mof, het ze in den oorlog verloren en in d'r familie (d'r ouwers waren
+dood) moste ze van die moffehistorie niks hebbe. Toen het ze wel bui&euml;
+gehad dat ze dachten ze stapelgek werd. De mense zelle 't er wel na
+hebbe gemaakt. Ze is anders zacht as 'n lam; as je d'r maar met rust
+laat. En met blomme en beeste is ze kempleet gek.</p>
+
+<p>&mdash;<!-- Page 60 --><a name="Page_60" id="Page_60"></a>Je mot d'r zien met me peerd!&mdash;zei de vrachtrij&euml;r. Hij wil d'r heggie
+niet voorbij as ze hem niet zelf een emmer water het gegeven, of een
+homp brood en em op z'n hals klopt. Toen 't gister wat lang duurde vo&oacute;r
+ze 't huis uitkwam, perbeerde ie met huifkar en al door de heg te rij&euml;n.
+En toen ie bleef steken.... slaat ie me daar aan 't hinneken....! 't Is
+een merakel! Ze had stalknecht motte worden!</p>
+
+<p>Zeg, Teunis!&mdash;riep hij, zich achterom over de stoelleuning buigend, naar
+een voerman, die bij de toonbank een borrel dronk: &quot;vertel es van
+verleden week, toen je met de steenkarre ree voor de villa van den
+notaris!&quot;</p>
+
+<p>&mdash;Dat was z&ograve;&ograve;!&mdash;zegt Teunes gewichtig, nadat hij eerst, langzaam, een
+tweede glaasje heeft genoten: &quot;We hadden overwerk. 't Was een zware,
+heete dag geweest. We verlangden naar honk. Bij de laatste <!-- Page 61 --><a name="Page_61" id="Page_61"></a>vracht, die
+wat grooter was dan de vorige, staken me goddoome op den mullen weg
+allebei de paarden. Als bij afspraak. Geen verwikken aan.</p>
+
+<p>M'n kameraad en ik slaan d'r op met de zweepen. D'r komt geen schot in.
+Ze blijven stokstijf staan.</p>
+
+<p>Me kameraad&mdash;je weet wel Kreles die zoo cremeneel driftig is, as t'ie
+een borrel op het, schreeuwt: &quot;Over d'r oogen zel ik ze meppe, de
+krenge!&quot; en wil 't doen ook.</p>
+
+<p>... Toen wordt em z'n zweep van achter z'n rug om afgerukt.</p>
+
+<p>Hij denkt:&mdash;Tjezes, de pelissie!&mdash;Mis jonges! De dame waar jelie 't zoo
+druk over het.</p>
+
+<p>&mdash;Hier me zweep! Afblijve van me spulle!&mdash;schreeuwt ie tegen d'r.</p>
+
+<p>Zij.... zegt niks. Ze kijkt em maar an met d'r oogen als gloeiende kole
+in d'r witte gezicht.</p>
+
+<p>Toe zegt ie: As je me niet bliksems gauw me zweep teruggeeft, zel je 'm
+zelf voelen, fijne medam!</p>
+
+<p>&mdash;<!-- Page 62 --><a name="Page_62" id="Page_62"></a>Ga je gang!&mdash;zegt ze en geeft em doodlakeniek z'n zweep terug.</p>
+
+<p>Dat ging em boven z'n petje. Hij werd eneens koest.</p>
+
+<p>&quot;Maar&quot; zegt ze toen &quot;als je niet dadelijk allebei de paarden voor een
+kar spant en ze zoo &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n wegrijdt, geef ik 't aan als
+dierenmishandeling. Ze kunnen niet meer. Dat zie je toch!&quot;</p>
+
+<p>&mdash;Mens, ben je bezete!? Zoo komme we d'r nooit! Wij wille &oacute;&oacute;k weles
+rusten! Met beeste heb je meelij, maar met een arrebeijer die bek-af is
+van 't overwerk...., daar heb je maling aan.&mdash;</p>
+
+<p>&mdash;Toe zegt ze: &quot;je hebt het overwerk zelf aangenomen en wordt er extra
+voor betaald. En dan heeft een mensch een mond om nee te zeggen en om
+hulp te roepen als ze hem mishandelen. Een paard niet. Een hond kan
+janken.... en bijten als ze hem pijn doen. Een ingespannen paard is
+weerloos. Je zou het kunnen doodslaan zonder dat ie een geluid gaf!&quot;</p>
+
+<p><!-- Page 63 --><a name="Page_63" id="Page_63"></a>Precies zoo zegt ze 't, als ik 't wel heb. D'r ging een rilling over me
+rug, ken 'k je zegge. Maar me kameraad zet d'r een vloek op en wil toch,
+pertoe, met d'n &eacute;&eacute;nen knol verder. Komt daar juist de veldwachter an!</p>
+
+<p>&quot;Ik zal ervan zwijgen als je doet wat ik zeg,&quot; zeit ze toen en loopt
+door.</p>
+
+<p>En Krelis, ook niet mis, doet, om den veldwachter, of ie 't zelvers zoo
+prakkezeerde.</p>
+
+<p>&mdash;Wat is dat hier mannen?&mdash;vraagt de veldwachter.</p>
+
+<p>&mdash;Ze kenne niet meer, de stomme diere! Dat zie je toch?!&mdash;doet ie de
+dame na.</p>
+
+<p>&quot;Laatste loodjes wegen 't zwaarst!&quot; zegt de veldwachter en het nog
+meegeholpen ook.</p>
+
+<p>&mdash;As d'r hond d'r bij was geweest zou Krelis niet zoo'n groote bek hebbe
+opgezet. Hij zou je an de keel vliege as je d'r met een vinger
+aanraakte. 't Beest ligt 's nachts voor d'r bed, zeggen ze.</p>
+
+<p>&mdash;<!-- Page 64 --><a name="Page_64" id="Page_64"></a>Dat is maar goed ook. Zoo'n alleenig vrouwmensch!&mdash;vond de
+kasteleines. &quot;Jans brengt d'r 's middags een happie van d'r eigen
+etenspot. Maar verder het ze geen bediening en doet alles zelf. En
+kraakhelder, hoor!</p>
+
+<p>&mdash;Een mevrouw die zelf het werk doet, <i>is</i> geen Mevrouw!&mdash;oordeelde,
+minachtend, het nichtje van de kasteleines, dat in de stad diende en ze
+vertelde bluffend van haar deftige meesteres. &quot;Die dee niks zelf, hoor!
+Liet d'r corset anrijge door de kamenier. En altijd in 't zij; en je
+moest d'r zien met de mooie bontmantel en de &quot;plereuse&quot; op de hoed, as
+ze met d'r eene voet al op de treeplank van de auto, zoo losweg over d'r
+schouder den chauffeur een adres toewierp. Zij... most dan in de deur
+blijven staan, in d'r zwart japonnetje en 't witte mutsje met de lange
+slippen, tot de auto wegreed.... Dat vond ze fijn. D&acirc;'s Mevrouw-zijn!
+<!-- Page 65 --><a name="Page_65" id="Page_65"></a>Maar een die zelf voor dienstbode speelt.... Ajakkes!</p>
+
+<p>&mdash;Kind, je kletst as 'n kip zonder kop. Al ken 'k niet anders zeggen,
+als dat mevrouwe die zich laten bedienen.... voordeeliger zijn.</p>
+
+<p>Maar die pop waar Gerrit het over had, dat is niet zoo mal als het
+lijkt. Jans van den boer zegt: da's een fraai&iuml;gheid die ze van de reis
+heeft meegebracht. Da's geen popke om mee te spelen, dat is zooveel as
+'n ornement op je kassie, of voor je mooie kamer. Enne, als je altijd in
+je alleenigheid bent, ga je in je eigen praten.</p>
+
+<p>&mdash;Nou maar, ik zeg: een volwassen mens die zoo raar met 'n pop
+omhaspelt, is d'r eene voor 't zothuis en daar komt ongeluk van. Sukke
+rare pertrette moste ze niet vrij laten rondloopen. Je kos nooit weten
+wat ze verzinnen in een dolle bui!&mdash;beweerde een boerenknecht.</p>
+
+<p>&mdash;Man hou op! Zotteklets!&mdash;riep een <!-- Page 66 --><a name="Page_66" id="Page_66"></a>tuinman, die tot nu toe,
+pijppuffend, het gesprek filosofisch had aangehoord. &quot;Ik ken d'r beter
+dan jelie allemaal, 'k Ga met d'r over de blomme. Ze is net zoo best bij
+d'r verstand as jij en ik; alleen schuw voor vreemden en je mot oppassen
+dat je met je pooten van d'r beesten afblijft. Ze is achterdochtig, bang
+voor kwaadwilligheid. Jans van den boer zegt, ze is vroeger heel anders
+geweest. Toen vertrouwde ze de menschen teveel en is d'r aldoor
+ingeloopen. En nou is ze omgekeerd as 'n blad op 'n boom. En dat ze soms
+wat vreemd is... daaraan het de oorlog schuld. D&aacute;&aacute;r mot je liever niet
+over beginnen. Maar al het andere is zotteklets! Dat je 't maar weet!&mdash;</p>
+
+
+<hr style='width: 45%;' />
+<div>
+<br />
+</div>
+<h3>3.</h3>
+
+
+<p>Elizabeth had het boek uitgelezen en klapte het dicht. Dan stond ze op,
+liep 't huis om en ging naar binnen. De <!-- Page 67 --><a name="Page_67" id="Page_67"></a>hond Juno, volgde haar op de
+hielen. Hij had genoeg van 't zonnig plekje bij den drempel en liep loom
+achter haar aan. Binnen plofte hij neer in de koelte der kamer, moe van
+zijn zonnebad.</p>
+
+<p>De kat had alleen even door een spleet van zijn groene oogen gegluurd en
+sliep dan weer door.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Binnen in de kamer, op het evenals deur en zolderbalken botergeel
+geverfde boekenrek, dat den geheelen wand innam, zat Pierrot. Achteloos
+bevallig leunde hij met hoofd en rug tegen den muur; het eene been strak
+vooruitgestrekt op de bovenste plank, waarop de groene gemberpot stond
+met Oost-Indische kers; het andere slap neerhangend langs het rek. Aan
+een lint om den linkerschouder hing de guitaar; de rechterhand met het
+bloementuiltje rustte mat op zijn knie.</p>
+
+<p>De schoon aangevoelde kleuren van zijn kleedij pasten zich wondermooi
+<!-- Page 68 --><a name="Page_68" id="Page_68"></a>aan bij de kamertinten van zonnig geel en dieppaars. Sterk teekende het
+somber donker van zijn omhulling zich af tegen 't gele houtwerk.&quot;</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Zoodra Elizabeth de kamer binnentrad, bleef haar blik op hem rusten en
+toen ze nu neerzat op de rustbank &oacute;ver hem en opnieuw het boek opensloeg
+bij de bladzijden waarin zij een vouw had gelegd, vroeg ze zich
+af&mdash;telkens het herlezene met hem vergelijkend&mdash;op wien van de hier
+beschreven Pierrots hij nu wel 't meest geleek. Heelemaal zooals hij,
+had ze er in dit boek geen ontmoet.</p>
+
+<p>Toch had de lectuur haar veel geleerd; allereerst over masker en
+pantomime, waarvan, zooals het heette: &quot;la Gr&egrave;ce nous ayant donn&eacute; le
+vocable..., Rome nous a donn&eacute; la chose.&quot; En ook over den eersten &quot;Piero&quot;
+uit den troep der Italiaansche Zanni, die onder Ganassa in de 16e eeuw
+voor 't eerst naar Frankrijk <!-- Page 69 --><a name="Page_69" id="Page_69"></a>kwamen en zich Gelosi noemden, &quot;jaloux de
+plaire&quot;,&mdash;hetgeen ze dadelijk den Parijzenaar deden&mdash;had ze veel
+belangwekkends gelezen. Z&oacute;&oacute; werd Moli&egrave;re getroffen door de verschijning
+van Pierrot, dat hij in zijn Donjuan, dezen naam gaf aan den minnaar van
+Charlotte.</p>
+
+<p>Veel vond ze ook over het algemeen type, in dit boek dat een verzameling
+was van fragmenten, losse, onuitgegeven bladzijden en persoonlijke
+herinneringen en indrukken van.... &quot;des d&eacute;licats enfi&eacute;vr&eacute;s de r&ecirc;ve&quot; en
+dus door Pierrot bekoord. Maar het geheim van de Venetiaansche pop werd
+hierdoor niet geopenbaard.</p>
+
+<p>Op een schrijven naar het oude paleis waar ze hem kocht, antwoordde men,
+dat er een tusschenpersoon bestond, die de bestellingen aannam en
+afleverde, daar de maker of ontwerper blijkbaar onbekend wilde blijven.
+De leegte in de vitrine, ontstaan door de verkochte pop, was met de
+copie <!-- Page 70 --><a name="Page_70" id="Page_70"></a>aangevuld; maar kwam het door andere kleurcombinatie..., hoe
+trouw ook nagevolgd, 't werd niet meer wat het origineel was geweest. Er
+ontbrak iets.</p>
+
+<p>&mdash;Geen wonder. Copie van bezieling! Zooiets moois maak je maar
+&eacute;&eacute;nmaal&mdash;begreep Elizabeth.</p>
+
+<p>Maar des te gretiger zocht ze nu naar al wat met de Pierrot-figuur
+samenhing. En dit bleek niet gering; want bijna elk artiest, schilder,
+dichter of musicus, onderging de bekoring van dit bleek, geheimzinnig
+gezicht, waarin alleen de oogen leefden, de gevoelige mimiek en het
+levende vibreerende gebaar, alles uitdrukken zonder woorden; het
+sprakeloos-welsprekende, dat deed ontroeren, schaterlachen of huiveren.</p>
+
+<p>De beschrijvingen van zijn verschijning liepen ver uit&eacute;&eacute;n. Iedereen zag
+in deze &quot;vlinder van de verbeelding&quot; weer iets anders. Alleen voor
+Rivi&egrave;re's Pierrot-opvatting kon Liesbeth niets <!-- Page 71 --><a name="Page_71" id="Page_71"></a>gevoelen. Hij zag in hem
+de incarnatie van den duivel in de wereld. Niet de Pierrot in het
+traditioneel costuum, maar een bleeke man met donkere oogen; groot,
+welgebouwd, met een hart van brons en stalen spieren; een die, levend in
+de maatschappij, waar hij over een enorme macht beschikt, &quot;ferait
+toujours le mal, impassible et souriant.&quot;</p>
+
+<p>Nee, dan voelde ze meer voor de geestige typeering van den aan Pierrot
+gepaarden harlekijn: &quot;un vieux beau, qui passe sa soiree au cercle, sa
+journ&eacute;e a la bourse; qui a l'oeil encore vif, la jambe encore leste et
+qui dissimule ses rhumatismes et non ses vices....&quot;</p>
+
+<p>&quot;Je moest een Franschman zijn om 't z&oacute;&oacute; te kunnen zeggen!&quot; dacht
+Liesbeth bekoord en het boek doorbladerend, liet ze de vele Pierrots
+waarvan het verhaalde, aan haar verbeelding voorbijgaan:</p>
+
+<p>Pierrot blanc&mdash;in wien zij zag een <!-- Page 72 --><a name="Page_72" id="Page_72"></a>tot wezen geworden manestraal.
+Pierrot noir; voor haar het niet te ontwijken noodlot; Pierrot gaie,
+triste ou tragique; rus&eacute;, dupe ou victime.... mais av&eacute;c quelquefois des
+revanches....</p>
+
+<p>Maar 't langst bleef ze nadroomen over dien eenen, droeven nar, die toen
+hij jong en vroolijk was, met zijn grappige mimiek Parijs veroverde, dat
+hem omtroetelde en toejuichte, maar hem aan zijn lot overlaat, wanneer
+hij ontgoocheld en doodelijk gewond, niet meer lachen kan. Onder 't
+kille licht van een lantaarn&mdash;zijn &quot;cierge d'agonie&quot;&mdash;ligt hij te
+zieltogen, terwijl door de straten de processie voorbijgaat van het
+gouden kalf, eenige godheid van dezen tijd, rondgedragen op het satijn
+van courtisanen-schouders. Maar Pierrot sterft als alles waarin hij
+heeft geloofd, als alles wat hij heeft lief gehad.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Was dit soms de geschiedenis van h&aacute;&aacute;r pathetische pop? Voor wie zou dit
+smartelijk masker, de bevrijding <!-- Page 73 --><a name="Page_73" id="Page_73"></a>van een niet langer te dragen obsessie
+zijn geweest?&quot; peinsde Elizabeth.</p>
+
+<p>Altijd weer spon haar verbeelding een nieuw weefsel om dit bleeke,
+fascineerende hoofd. Trouwens...., hoe v&eacute;len werden getroffen door dit
+geheimzinnig wezen, met de &eacute;ene uitdrukking als een verheven
+verstarring, zoo sterk erin vastgelegd? En hoe leende zich zijn
+suggestieve figuur, voor verdichtsel en anecdote!&quot;</p>
+
+<p>Zoo herinnerde ze zich een geestig verhaal over Gustave Debureau&mdash;een
+der beroemde Pierrot-figuren, lieveling van de Parijzenaars,&mdash;die
+overdag nooit lachte, zelfs niet glimlachte, om toch maar niets uit te
+geven van zijn vroolijkheid voor 's avonds, wanneer zijn grappen met
+goud werden betaald. Die, een dag nadat de &quot;ville de lumi&egrave;re&quot; hem een
+fr&eacute;n&eacute;tieke ovatie bracht.... stierf, zonder dat hem iets anders kon
+worden verweten dan een onverklaarbare afkeer voor den nachtegaal.</p>
+
+<p><!-- Page 74 --><a name="Page_74" id="Page_74"></a>En niet alleen het groote publiek en de artiest, ook bekende
+persoonlijkheden onder filosofen en vorsten, hadden zijn gratie en
+geestige, soms lugubere grappen, zijn tragisch masker en subtiel
+gebarenspel lief.</p>
+
+<p>Toen Rome, door hongersnood bedreigd, alle vreemdelingen buiten zijn
+muren dreef...., werd voor de pantomimen een uitzondering gemaakt; en de
+Romeinsche, cynische filosoof Demetrius, riep na een voorstelling van
+maskers en mimieker uit: &quot;O bewonderingswaardige menschen, die met de
+handen schijnt te spreken! Het is geen tooneelspel, dat ik heb
+aanschouwd, het is het ding zelf!&quot;</p>
+
+<p>Eeuwen later, toen Napoleon op den langen weg van Parijs naar St. Cloud
+den beroemden Pierrot zich zag haasten naar zijn troep, die hem naar het
+kermisterrein was voorgegaan,... liet de keizer zijn rijtuig stilhouden,
+opende het portier en deed den moeden wandelaar naast zich neerzitten.
+Zooals <!-- Page 75 --><a name="Page_75" id="Page_75"></a>Bonaparte ook eens een kanten &eacute;charpe nam van het corsage eener
+prinses van geboorte, om met eigen handen de kanten doek om de schouders
+te werpen van Mad^m Sagui, bezweet van vermoeienis en inspanning na een
+harer gevaarlijkste toeren.</p>
+
+<p>Zoo had Pierrot overal de harten gegrepen. Ook door de kunst van zijn
+zwijgen. Hoe had zij zelf dikwijls ademloos van spanning zijn stilten
+beluisterd, plotseling gebroken en opgelost door een simpel of
+path&eacute;tisch gebaar. Want ook van de schoonheid van het gebaar, bezat hij
+als geen ander het geheim. &quot;Le geste, le grand geste &eacute;loquent et
+splendide.&quot;</p>
+
+<p>Hier werd Elizabeth in het memoriseeren gestoord door den hond, die
+recht v&oacute;&oacute;r haar ging zitten, eerst de eene, dan de andere voorpoot op
+haar knie duwde en haar daarbij aldoor smeekend aanzag, een dringende
+vraag in de oogen.</p>
+
+<p>&mdash;<!-- Page 76 --><a name="Page_76" id="Page_76"></a>Ja Juun, ook jouw gebaar heeft geen woorden noodig&mdash;lachte zij.</p>
+
+<p>&quot;Je akkertje &ograve;m, h&egrave;? 't Is je tijd, beest! Kom dan maar!&quot;</p>
+
+<p>Zoodra Liesbeth het boek neerlei, sprong de hond onstuimig tegen haar
+op, plofte met beide voorpooten tegen haar schouders en trachtte,
+uitzinnig van blijdschap, haar gezicht te likken.</p>
+
+<p>&mdash;Koest Juun, koest!&mdash;weerde ze streng. Nadat ze dan het raam en de
+voordeur had gesloten en buiten trad, werd het tusschen hen een stoeien
+in aanval en afweren over 't grasveld tot aan de heg, waar, eenmaal op
+den weg bij de open velden gekomen, hij uitbundig-blaffend vooruitstoof,
+in zijn vreugdevaart een zwerm vogels verschrikkend, die klapwiekend
+opvlogen uit de versche voren van een voor 't winterkoren omgeploegden
+akker.</p>
+
+<p>Maar even later, uitgeloopen, kwam hij hijgend terug, de roode natte
+tong uit den bek. Dan wreef hij zijn <!-- Page 77 --><a name="Page_77" id="Page_77"></a>kop tegen haar aan of duwde zijn
+vochtige snoet in de palm van haar hand.</p>
+
+<p>&quot;O, de liefde en gehechtheid van een lief dier...! 't Is iets kostbaars
+en 't kwetst je nooit in je teederheid.... zooals de menschen 't zoo
+dikwijls doen die je zuiverst bedoelen bezoedelen. Als je eenmaal door
+den leugenachtigen omgang van de menschen-onder-elkaar had
+heengekeken.... en een te rechten rug had om al maar weer te bukken, te
+buigen.... en voor&agrave;l.... als je je niet van binnen verharden kon voor
+hun grofheid...., dan hield je 't op den duur in de samenleving niet
+uit. Je trok je terug en vluchtte de stilte in, zooals zij had gedaan,
+w&egrave;g van laster en intrige die, als je eigen leven er al vrij van bleef,
+dat van je vrienden vergalde of havende. Hier was ze veilig met haar
+liefste bezittingen. Hier, aan 't gulle hart van de natuur, was ze
+genezen van veel wat vroeger <!-- Page 78 --><a name="Page_78" id="Page_78"></a>onheelbaar scheen. Ze werd weer gelukkig,
+voor zoover dat zonder Heinz mogelijk was. En hoeveel dragelijker was
+ook het gemis van hem..., hier, in zelfgekozen eenzaamheid, dan vroeger
+onder de menschen, die ze elkaar zulke lage, wreede dingen zag aandoen,
+dat ze eindigde met bijna niemand meer te durven vertrouwen. Hoe werd in
+de vijandige wereld die ze had verlaten, het fijne vertreden, het
+spontane hartsgebaar gehoond. Het sluwe en hardvochtige alleen
+zegevierde. Of zag ze niet ver genoeg?</p>
+
+<p>Maar z&oacute;&oacute; leed ze onder den geest die de menschen in en na den oorlog
+beheerschte, dat het haar de afzondering had ingedreven, waar geen nijd
+en hebzucht loerde...., en geen afgunst....</p>
+
+<p>Stil...., ze mocht nooit vergeten hoe zij zelf, die tot haar dertigste
+jaar dit gevoel alleen bij naam kende en nooit een ander iets had
+misgund wat ze <!-- Page 79 --><a name="Page_79" id="Page_79"></a>zelf niet bezat, toch &oacute;&oacute;k onverwacht door dit
+minderwaardige werd overvallen. Ze woonde 't eens bij, hoe tactloos
+wreed een vrouw haar moeder-weelde uitstalde voor een eenzame,
+kinderlooze. Het oude verwelkte meisje, had ze zien krimpen van pijn.
+Met verknepen lippen had ze zich van deze pralende Niobe afgewend.</p>
+
+<p>Datzelfde voelde z&igrave;j..., toen die &eacute;ene vrouw met tartend vertoon haar
+huwelijksgeluk uitstalde in het eerste jaar na Heinz' dood.</p>
+
+<p>O, niemand behoefde ooit zijn geluk voor haar te verbergen. Dat was het
+niet wat bezeerde! Maar deze vrouw, van wie ze wist dat ze Heinz tot in
+hun verloving aanhaalde indertijd, deed het uitdagend, met duidelijke
+bedoeling te kwetsen. Hiertegen was ze in die ontredderde dagen niet
+bestand geweest. Ze was jaloers, afgunstig geworden. Wel zonder
+wraakgedachten, maar toch.... een vergift <!-- Page 80 --><a name="Page_80" id="Page_80"></a>werd het in haar bloed, een
+kanker, die alles wat van nature zacht in haar was, verhardde. Toen
+hadden niet &agrave;nderen haar in haar verwachting teleurgesteld, maar
+zichzelve was ze een ontgoocheling geweest. Treurig dacht ze, hoe Heinz,
+als hij haar ooit zoo had gekend, niet van haar zou hebben gehouden
+misschien. En dit, meer dan iets anders, deed haar de wrange
+verbittering bevechten en overwinnen.</p>
+
+<p>Maar dit wist ze nu, na de beschamende maanden: nijd...., nijd is een
+vuil, een zielsverzwammend gevoel, dat alle goedheid aanvreet en van je
+vriend een vijand maakt.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Juun rook wild. Huiljuichend stortte hij zich in 't kreupelhout. Nu was
+ze hem vooreerst kwijt, totdat hij hijgend, achter adem, met trillende,
+ingevallen flanken thuis zou komen en voor haar voeten neervallen. Soms
+had hij den verboden buit in den bek.</p>
+
+<p><!-- Page 81 --><a name="Page_81" id="Page_81"></a>Elizabeth liep nu verder alleen door de roode najaarspraal. Ze genoot
+van den helderen herfstdag; van den geur van het loof en van de
+tintelende atmosfeer. De paden in de diepe najaarslanen, waren bevloerd
+met een tapijt van bloedroode beukenbl&acirc;ren en verder op, aan beide
+zijden van den zandweg, stonden de Amerikaansche eiken in herfstgloed,
+als ontstoken toortsen.</p>
+
+<p>Toch, ondanks het genot dat de wandeling gaf, was ze blij dicht bij huis
+te zijn. Na het incident met den halfdronken paardenbeul, durfde ze zich
+niet ver van huis wagen zonder den hond. En ze dacht hoe, wanneer die
+ruwe kerel z'n driftige bedreiging eens zou hebben volvoerd, het
+tenminste de moeite waard zou zijn geweest, een slag op te vangen voor
+zoo'n edel dier.</p>
+
+<p>Ingeboren adeldom bij de menschen? Ze lachte schamper.&mdash;&quot;Nee, dat vond
+ze meer bij de beesten; en vooral <!-- Page 82 --><a name="Page_82" id="Page_82"></a>bij het paard. Eigenlijk was ze
+altijd, van kind-af, geschokt geweest door 't paardenleed. Misschien
+omdat het zoo geduldig en geluidloos was.</p>
+
+<p>Terwijl ze nu verderliep kwam een herinnering in haar op uit den tijd in
+Freiburg: Achter hun huis een drassig bouwterrein en daarop in
+druipenden regen, voor een half-uitgeladen kar, een heel oud, triest
+paard; den kop laag naar den grond, de oogen in zoo duldeloos rampzalig
+staren...., dat het haar de keel toekneep van ontroering.</p>
+
+<p>Haastig greep ze een homp brood uit den trommel en holde de waranda-trap
+af, den tuin in, het poortje door. Dan stond ze op 't veld. Het lag
+leeg. De arbeiders schoftten. Er was alleen, voor de kar, het verlaten
+paard, onbedekt in noodweer. De regen gudste over hem neer.</p>
+
+<p>Ze was op hem toegeloopen, mompelde troetelwoordjes, terwijl ze hem
+brood voerde; liefkoosde met streelende <!-- Page 83 --><a name="Page_83" id="Page_83"></a>handen z'n ouden, pezigen hals,
+zijn knobbelig voorhoofd. Er was gelukkig niemand die haar kon begluren
+en uitlachen. En zooals dat paard haar toen had aangezien...,
+n&agrave;gekeken....</p>
+
+<p>... Het was daarna een dagelijksche vreugd gebleven naar hem toe te
+sluipen, zoodra de werklui weg waren. En dikwijls wanneer ze 's middags
+de stad in moest en voorbijging aan het veld waarbij het stond, zag ze
+hoe het dier haar nadering voelde. Dan hief het den kop, bewoog de
+ooren, in luistering naar haar stem,... die ze dan dempte tot een
+fluistering; om de steensjouwers die er bezig waren. Dan prevelde ze in
+'t voorbijgaan gauw iets liefs, dat z'n eenzaamheid omstreelde.</p>
+
+<p>O, het verstond wat ze zei; het was een geheime samenspraak tusschen hen
+beiden. En als ze dan dacht hoe het uitsterven van't paard wordt
+voorspeld! Nu &oacute;&oacute;k weer in Carel Scharten's &quot;<!-- Page 84 --><a name="Page_84" id="Page_84"></a>Bloedkoralen Doekspeld.&quot; Ze
+hoopte dat het nooit zoover zou komen. Moest de wereld dan &agrave;l maar
+nuchterder en leelijker worden? Al het mooie eruit weg, omdat het met de
+machine vlugger gaat? Zou, in de lawaaiende wereld, op den duur de motor
+met zijn benzine-stank en rumoer alles overheerschen, er nergens meer
+stilte, schoonheid zijn en geur? De dagen van de trekschuit schenen haar
+een paradijs, vergeleken bij dezen tijd van vaart-razernij.&quot;</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Elizabeth sloeg nu den hoek om en liep het mulle zandpad op naar haar
+woning. Hoe dichter ze deze naderde, hoe sneller ze begon te loopen, als
+voortgedreven door onbekenden dwang.</p>
+
+<p>Ze lachte er zelf om. &quot;Waarom zich haasten? Niemand wachtte. Vond Jans
+haar uit, dan zette zij de pan met eten wel bij de voordeur neer.&quot;</p>
+
+<p><!-- Page 85 --><a name="Page_85" id="Page_85"></a>Bij de heg zat het katje naar haar terugkeer uit te zien. Zoodra 't
+haar zag aankomen, liep het miauwend op haar toe; den staart rechtop als
+een vreugdevaan.</p>
+
+<p>Ze bukte zich, nam 't poesje op dat spinnend het kopje tegen haar kin
+opstootte en wilde het juist aanhalen met luider woord..., toen ze
+inhield, bruusk 't katje neerzette en verbaasd naar haar huisje staarde,
+waar ze een vreemde vrouw zag. Naderbij komend herkende ze aan den
+Schwarzw&auml;lder dracht van het gebloemde japonnetje, een der oudere,
+ondervoede Duitsche meisjes, kortgeleden bij een rijken boer
+ingekwartierd. De pan met eten, in blauw-geruiten boeredoek geknoopt,
+had ze bij de gesloten deur neergezet. Nu liep ze op het raam toe, ging
+er op de teenen staan en terwijl ze, om het licht af te weren, beide
+handen drukte ter weerszij van het met blonde vlechten omwonden hoofd,
+duwde ze het <!-- Page 86 --><a name="Page_86" id="Page_86"></a>gezicht tot vlak op de ruiten en tuurde de kamer in.</p>
+
+<p>Maar plotseling, als had ze daarbinnen iets ontzettends ontdekt, wierp
+ze zich met een ruk achterover, en gillend: &quot;der tote Beppo!&quot; nam ze,
+een hand voor de oogen geslagen, de vlucht, in haar vaart tegen
+Elizabeth opbotsend, die onhoorbaar over 't gras genaderd was.</p>
+
+<p>&mdash;Aber M&auml;del...., M&auml;del, was ist denn?&mdash;</p>
+
+<p>&mdash;Da drinnen! Der tote Beppo mit 'm Str&auml;uszlein!&mdash;herhaalde 't meisje
+ontdaan.</p>
+
+<p>In het van ondervoeding grauwe gezicht, stonden de met diepe wallen
+blauw-omkringde oogen, opengesperd van ontzetting.</p>
+
+<p>Elizabeth, die uit den angstigen uitroep begreep, dat ze moest zijn
+geschrokken van Pierrot's macaber-wit gezicht, zeker in verband gebracht
+met iets noodlottigs uit het eigen leven, stelde gerust: &quot;het was niets;
+<!-- Page 87 --><a name="Page_87" id="Page_87"></a>niets dan een pop waarvan ze waarschijnlijk zoo geschrokken was.&quot;</p>
+
+<p>-Het was of hij leefde...!</p>
+
+<p>-Een Italiaansche pop&mdash;vervolgde Liesbeth met sussende stem, terwijl
+zij, een arm om den schouder van 't bevende meisje geslagen, haar
+meevoerde naar 't zonnig hoekje bij 't veld van zonnebloemen en haar
+daar met zachten dwang deed neerzitten in een rieten leunstoel.</p>
+
+<p>&mdash;Italiaansch?&mdash;</p>
+
+<p>Dadelijk reageerde ze op dit woord: &quot;Beppo was &oacute;&oacute;k Italiaan, al had hij
+een Duitsche moeder. En precies als die &mdash;&mdash; daarbinnen,&quot;&mdash;schichtig
+wees ze achter zich naar het raam om den hoek&mdash;had hij eruit gezien toen
+hij dood op de steenen lag van hun hof. Alleen niet zoo vreemd gekleed.
+Ach, God nee! Bloot waren z'n voeten .... en z'n borst.... Hij had niets
+aan dan &quot;sein H&ouml;sele,&quot; en in zijn hand hield hij de bloemen!&quot; stamelde
+'t meisje en barstte in tranen uit.</p>
+
+<p><!-- Page 88 --><a name="Page_88" id="Page_88"></a>Aan de hevigheid van 't huilen begreep Liesbeth, dat dit de uiting was
+van een te lang opgekropte wanhoop; van een lang gesloten bron de
+eindelijke openstorting.</p>
+
+<p>Achter haar stoel staande, liet ze 't meisje stil uitschreien. Zacht
+streelde haar hand over 't volle, glanzend blonde haar.</p>
+
+<p>&quot;Entsch&uuml;ldigen Sie, gn&auml;dige Frau,... dasz ich so.... Aber das macht der
+Schrecken,&quot;</p>
+
+<p>Telkens, tusschen 't snikken door, viel een woord ter opheldering.</p>
+
+<p>Als ze dan langzamerhand bedaarde, moedigde Liesbeth aan:</p>
+
+<p>&quot;Zou ze nu in staat zijn zich eens heelemaal uit te spreken? 't Zou haar
+zeker goed doen. Zij.... kende haar volk heel goed. Haar man, die in den
+vreeselijken oorlog sneuvelde, was ook uit het Schwarzwald, net als zij.</p>
+
+<p>O&mdash;wist ze dat al van Jans?&quot;</p>
+
+<p>&quot;Ja, die had haar met het eten gestuurd en gezegd dat, als de deur
+<!-- Page 89 --><a name="Page_89" id="Page_89"></a>gesloten was, ze gerust door 't raam naar binnen mocht kijken; naar de
+Schwarzwalder klok en naar de pop, waarvan ze in het dorp had hooren
+spreken; en naar de Duitsche boeken, waarvan Jans zei dat ze er
+misschien wel eens een zou mogen leenen...?&quot;</p>
+
+<p>En Liesbeth beloofde: &quot;natuurlijk mocht dat. Straks moest ze er zelf
+maar een uitzoeken binnen.&quot;</p>
+
+<p>Maar dadelijk kwam de nerveuse angst terug: &quot;nee, bitte, niet daarbinnen
+bij de griezelige pop,&quot; weerde ze met bange oogen.</p>
+
+<p>&quot;Pierrot werd dan eerst in de kast opgesloten,&quot; stelde Liesbeth gerust,
+maar drong dan aan: &quot;nu moest ze eerst eens vertellen aan wat, aan wie
+de pop haar herinnerde, dat ze er z&oacute;&oacute; van was geschrokken.</p>
+
+<p>&mdash;Ja, ze schrok wel erg gauw sinds dien vreeselijken nacht!&mdash;bekende
+zij. Dan stamelend, kwam in brokstukken de trieste geschiedenis:</p>
+
+<p>&quot;<!-- Page 90 --><a name="Page_90" id="Page_90"></a>'t Gebeurde jaren geleden. Ze was pas zeventien; Beppo twintig. Ze was
+z'n meisje. Z'n vader was een Italiaan, z'n moeder een Zuid-Duitsche. Ze
+woonden sinds eenige jaren in het kleine stadje. Beppo was anders dan de
+andere jongens. Fijner. Hij zong bij de guitaar. Hij had een mooie stem
+en zong wel liedjes waarbij hij zelf de woorden maakte.</p>
+
+<p>Een professor, die eens 'n zomer bij z'n ouders in pension was, las
+verzen van hem. &quot;Nicht &uuml;bel, nicht &uuml;bel!&quot; had hij gezegd en hij beloofde
+te probeeren een studiebeurs voor hem te krijgen.</p>
+
+<p>Toen brak de oorlog uit....</p>
+
+<p>Ze gingen allemaal, de jongens. Aan de bajonet een bosje bloemen. Haar
+tuin had ze voor hen geplunderd. Ze sm&eacute;&eacute;kten om een ruikertje, wanneer
+ze aan haar tuintje voorbij gingen.</p>
+
+<p>Toen, na een tijd, kwam bij al de vijanden ook nog Itali&euml;. Toen begon de
+ellende!&quot;</p>
+
+<p><!-- Page 91 --><a name="Page_91" id="Page_91"></a>Het meisje zweeg en haalde diep adem, als om den moed tot verdergaan te
+vinden. Dan vervolgde ze:</p>
+
+<p>&quot;Tusschen Beppo's vader en moeder was altijd alles goed geweest, maar nu
+speelden zich hevige tooneelen af tusschen deze twee. Ieder koos partij
+voor z'n eigen land. Beppo's vader werd opgeroepen en ging dadelijk
+terug naar Itali&euml;. De moeder bleef achter met den zoon. Maar dit kon zoo
+niet blijven. Wanneer hij zich niet liet inlijven bij 't Duitsche leger,
+werd hij om zijn Italiaanschen vader 't land uitgezet of gevangen
+genomen.</p>
+
+<p>Ook bij h&aacute;&aacute;r thuis, waar 't altijd vrede was, waren nu telkens ruzies.
+Zij scholden de Italianen uit voor schurken en verraders. Beppo noemden
+ze nu een jongen van niks met z'n mooie praatjes; een vijand van 't
+Vaderland. Zij moest de verloving onmiddellijk afbreken!</p>
+
+<p>Wat ze ook aanvoerde ter verdediging <!-- Page 92 --><a name="Page_92" id="Page_92"></a>van dit moeilijk, ingewikkeld
+geval..., het hielp alles niets en ze dwongen haar hem ronduit te
+zeggen, dat hij bij haar thuis niet meer zou worden geduld.</p>
+
+<p>Toen ze hem 's avonds sprak, waar ze elkaar altijd vonden, had ze hem
+alles oververteld. Hij stoof op: &quot;Wat? Hij een vijand van haar volk? Was
+z'n eigen moeder dan geen Duitsche? Vechten tegen 't land van z'n moeder
+en z'n liefste? Nooit!&quot;</p>
+
+<p>En toen ze hem dan zei hoe hij wel zou worden gedwongen partij te
+kiezen, hij hier alleen zou worden geduld als hij zich liet
+naturaliseeren en meevocht, riep hij driftig: &quot;Niemand zou hem ooit
+dwingen partij te kiezen tusschen de twee landen. Hij had ze allebei
+lief; als z'n vader en moeder. Trouwens, thuis hadden die twee 't hem
+ook al moeilijk gemaakt met hun getwist en hun eisch: te kiezen tusschen
+hem en haar. Hij kon zich toch niet in twee&euml;n hakken!</p>
+
+<p><!-- Page 93 --><a name="Page_93" id="Page_93"></a>Z'n ouders waren niet meer te herkennen. Als furi&euml;n stonden de twee
+vroeger zoo zachtzinnige menschen tegenover elkaar.</p>
+
+<p>Maar ook zij zouden hem niet dwingen de eene of de andere richting uit.
+Hij vocht niet mee. Niet tegen Duitschland, niet tegen Itali&euml;.
+Schwindel, Schwindel, der ganze Krieg! En hij kon, hij wilde niet
+dooden!&quot;</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Elizabeth gaf het een schok. &quot;Dit waren dezelfde woorden als in den
+laatsten brief van Heinz!&quot;</p>
+
+<p>Er viel een zwijgen.... In de verte loeide een koe.... Dan was er in de
+stilte niets dan het gezoem van late hommels en bij&euml;n om de
+zonnebloemen.</p>
+
+<p>Liesbeth, die al den tijd achter den stoel van het meisje was blijven
+staan, ging nu over haar zitten. Zij nam de nerveuse vingers, die
+rusteloos aan een losgeraakt rietje van den stoel plukten, in haar beide
+handen, boog <!-- Page 94 --><a name="Page_94" id="Page_94"></a>zich tot haar &oacute;ver en vroeg: &quot;En toen?&quot;</p>
+
+<p>Het klonk als van een kind dat het eind van het onderbroken verhaal niet
+langer kan afwachten.</p>
+
+<p>&mdash;Ik vertelde het thuis, 't Was om niet uit te komen..., zoo hopeloos
+verward alles.... Ze zagen er alleen gebrek aan moed in; vonden het
+karakterloos; en toen hij zich t&ograve;ch bij ons waagde, ondanks het verbod,
+hebben ze hem de deur uitgegooid, hem 't woord lafaard toegeworpen en
+dan naar hem gesp&oacute;gen!</p>
+
+<p>.... Nooit zou ze z'n gezicht daar voor de open deur vergeten. Hij stond
+als verdwaasd. Hij werd doodsbleek zooals die pop binnen. En zoo had hij
+ook gekeken..., zoo triest, met de oogen neer. Precies als die pop.</p>
+
+<p>Ze had hem willen naloopen, de beleediging goed maken van de woede en
+verachting der huisgenooten. Maar ze hielden haar vast: &quot;Halt stille!&quot;
+dreigde grootvader. Ze bewaakten <!-- Page 95 --><a name="Page_95" id="Page_95"></a>haar dien avond. Ze kon niet wegkomen
+op het gewone uur. Toen heeft Beppo zeker geloofd, dat ook zij hem
+verloochend had en niets meer van hem wilde weten.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Dien nacht, het zal &eacute;&eacute;n uur zijn geweest, schrikt ze wakker van een
+schot. Ze denkt eerst dat ze droomt. Dan.... w&eacute;&eacute;r een.... vlak onder het
+raam van haar kamertje.</p>
+
+<p>Ze vliegt het bed uit. 't Eerste wat ze ziet, bij heldre maan, is
+tusschen de bloempotten op 't kozijn, zijn guitaar en zijn schrift met
+verzen, met haar naam: K&auml;the.</p>
+
+<p>Dan buigt ze zich voorover en ziet naar beneden. En daar, op de steenen,
+ligt Beppo, plat op den rug; z'n gezicht in 't maanlicht.</p>
+
+<p>Hij lag er met bloote borst en bloote voeten.... Nur in seinem H&ouml;sele,
+wie 'n Bettelbub. Naast hem, op de steenen, de pistool. In z'n hand
+hield hij een tuiltje van haar bloemen.</p>
+
+<p><!-- Page 96 --><a name="Page_96" id="Page_96"></a>Ze was de trap afgevlogen, z&oacute;&oacute;als ze was. Ze knielde bij hem neer,
+fluisterde 't hem toe&mdash;misschien hoorde hij 't nog&mdash;dat ze niet had
+kunnen komen, dat ze hem &quot;dennoch lieb hatte.&quot; Ze kuste hem op den mond.
+Bloed en schuim was op z'n lippen. En opeens stond het vol buren om hen
+heen. Na 't eerste schot&mdash;dat miste&mdash;hadden ze het tweede gehoord en
+kwamen allen aangeloopen. Plotseling greep een harde hand haar bij den
+arm; slingerde haar van Beppo weg....; als 'n vod.... Het was zijn
+moeder.</p>
+
+<p>&quot;Ga jij weg! jij bent de schuld van alles&quot;, had ze gezegd; ijzig-kalm.
+Maar dan was ze over haar zoon neergestort; haar arm schoof ze onder
+zijn hoofd en met haar gezicht tegen 't zijne, riep ze maar niets dan:
+&quot;m'n lieve jongen...., Beppo..., m'n lieve jongen!&quot;</p>
+
+<p>O dat zacht gekerm, &agrave;lmaar door...., het was niet om te harden, 't
+Vervolgde haar nog...., n&ograve;g.</p>
+
+<p><!-- Page 97 --><a name="Page_97" id="Page_97"></a>In een donkeren hoek van den hof, waar de maan niet in scheen, verborg
+ze zich en drukte de handen tegen de ooren om 't niet langer aan te
+hooren. En dan zag ze, hoe ze den dooden Beppo optilden en hoe toen zijn
+moeder, die toch een tengere vrouw was, haar dooden zoon, alleen,&mdash;und
+war doch ein h&uuml;bscher kr&auml;ftiger Mensch!&mdash;het huis indroeg in haar
+armen. Bij 't opbeuren vielen een paar bloemen uit het ruikertje, dat
+hij klemde in z'n doode vingers. Ze raapte de bloemen op. Het laatste
+wat hij had gestreeld.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>&mdash;En hoe is het toen met zijn moeder gegaan?&mdash;</p>
+
+<p>Elizabeth vroeg het in spanning. Ze wilde 't meisje niet verontrusten,
+maar ze dacht aan de pop.</p>
+
+<p>&mdash;Z'n moeder is nog 't zelfde jaar aan de griep gestorven. Maar haar
+bedreiging is uitgekomen. Zijn dood vervolgt me. 'k Heb nergens meer
+<!-- Page 98 --><a name="Page_98" id="Page_98"></a>rust. En 't allerergste is, dat ze thuis&mdash;en ook anderen&mdash;nog altijd
+een lafaard in hem blijven zien!&mdash;klaagde K&auml;the met bevenden mond.</p>
+
+<p>Toen, met een schok, stond Elizabeth recht; ze hief het betraande
+gezicht van 't meisje tot aan haar blik en zei vast en streng:</p>
+
+<p>&mdash;Nee, M&auml;del! Wie, om anderen niet te vermoorden, zichzelf doodt.... is
+geen lafaard, maar een held. D&agrave;t verdriet kan 'k tenminste van je
+afnemen!</p>
+
+<p>&mdash;Ich ahnte es ja...., habe es aber nicht gewagt....</p>
+
+<p>&mdash;Ach natuurlijk!&mdash;dacht Liesbeth bitter.</p>
+
+<p>&quot;Diep-in had dit kind het geweten, maar het nauwelijks durven denken. Ze
+had immers van kind-af, 't zoo anders geleerd..., thuis, op school.&quot;</p>
+
+<p>Toen, als hadden de woorden al die jaren liggen wachten tot op dit
+oogenblik, stortten zij haar over de lippen:</p>
+
+<p>&quot;O, de meisjes, de vrouwen, die dol <!-- Page 99 --><a name="Page_99" id="Page_99"></a>op oorlogspo&euml;zie, de kanonnen
+omkransen, de bajonetten versieren met bloemen uit hun tuintje....,
+dachten ze dan niet n&agrave; bij wat ze deden? Beseften ze niet dat ze de arme
+drommels, gespannen voor de zegekar van diplomaten en generalen staf,
+optooiden voor den dood? En de bajonetten, waaraan ze haar bloemen
+bonden..., straks.... op het slagveld.... ....Stil..., o stil...!&quot;
+Elizabeth rilde.</p>
+
+<p>&quot;Na den eersten bajonet-aanval had Heinz.... den dood gezocht!&quot;</p>
+
+<p>Ze slikte haar tranen in. Dan zei ze: &quot;Zoolang jelui allemaal dit
+heldendom verheerlijken en alleen een held zien in wie met een
+eereteeken op de borst van 't slagveld komt en allemaal zoo'n held
+willen in je verloofden, je mannen en je zoons..., blijft het vechten
+tegen wapengeweld een verloren strijd en zal er altijd weer oorlog
+komen.</p>
+
+<p>Jouw vriendje&mdash;ze legde beide handen op de tengere schouders van het
+<!-- Page 100 --><a name="Page_100" id="Page_100"></a>meisje&mdash;was geen politieke schreeuwer; niet een, die een bom legt voor
+de deur van een andersdenkende, die zich dan &oacute;&oacute;k weer wreekt op de wraak
+en zoo tot in 't oneindige...; maar een stille held, die de eene daad
+deed, zonder waarschuwing of woordenpraal.</p>
+
+<p>En voor jou is er, geloof ik, maar &eacute;&eacute;n middel, kind, om te maken dat je
+rust krijgt over zijn dood: Weiger je eerbied voor wat hij verachtte;
+haat wat hij heeft gehaat.... En waarom zou je dan bang zijn dat hij je
+vervolgen zal? Hij hield toch van je? Heeft hij niet, eer hij stierf,
+zijn liefste schatten op de vensterbank voor je kamertje neergelegd...;
+die lieve jongen?!&quot;</p>
+
+<p>Toen richtte het meisje zich op uit haar gebogenheid; een glans lag over
+het teeder gezicht en stamelend:</p>
+
+<p>&quot;Nooit, nooit zou ze dit vergeten...; dezen morgen..., nooit....!&quot; viel
+ze met niet meer te weerhouden gebaar Elizabeth om den hals.</p>
+
+<p>&mdash;<!-- Page 101 --><a name="Page_101" id="Page_101"></a>Kijk! Hier heb je nu iets uit je eigen land!&mdash;</p>
+
+<p>Liesbeth bracht haar voor de oude Schwarzwalder hangklok, met de bonten
+wijzerplaat, de groote wijzers, de zware koperen gewichten aan lange
+kettingen en den slanken slinger met onderaan de breede, koperen schijf.</p>
+
+<p>Ze luisterden samen naar zijn regelmatigen, langzamen slag.</p>
+
+<p>&mdash;Is 't niet net de bevende stem van een lieve, oude vrouw?</p>
+
+<p>&mdash;Es ist wie daheim.</p>
+
+<p>&mdash;Toch geen heimwee?</p>
+
+<p>&mdash;Een beetje!&mdash;bekende K&auml;the, aarzelend. &quot;O, ze was niet ondankbaar voor
+al de goedheid van de gulle menschen bij wie ze was! Maar 't bleef nog
+wat vreemd. En dan.... haar lichaam werd door de goede kost wel gezonder
+en sterker, maar, niet waar, een bezeerde ziel geneest niet zoo gauw!&quot;</p>
+
+<p>&quot;<!-- Page 102 --><a name="Page_102" id="Page_102"></a>Hoe goed zegt ze 't! En in den mond van dit meisje was het geen frase.
+Ze gaf het als een simpel feit en bedoelde 't ook zoo!&quot; dacht Liesbeth.</p>
+
+<p>Toen sloeg de klok twaalf. En nauwelijks was de laatste slag verstild,
+of van 't gevelkamertje boven, door de balkenzoldering, kwamen de twaalf
+slagen van een tweede, donkerder gekleurde klokkestem.</p>
+
+<p>Het meisje hoorde het en glimlachte. Zij zwegen beiden. Dan vertelde
+Liesbeth, hoe zij deze twee klokken in een winkeltje in Sch&ouml;nau kocht.
+Sinds jaren hadden ze er samen in het winkeltje gehangen. De &eacute;&eacute;ne nam ze
+toen dadelijk mee naar hun huis in Freiburg; de andere zou haar worden
+nagestuurd. Er moest eerst iets aan 't binnenwerk gemaakt.</p>
+
+<p>Op een dag komt eindelijk de tweede klok en wordt opgehangen, net als
+hier, een kamer hooger.</p>
+
+<p>Juist slaat ze drie uur. En nauwelijks <!-- Page 103 --><a name="Page_103" id="Page_103"></a>is de laatste slag gevallen, of
+van boven antwoordt de andere klokkestem, met drie plechtige slagen.</p>
+
+<p>Het was alsof deze klok toen opeens een gezicht had, dat verrast
+luisterde naar de bekende stem van vroeger uit het winkeltje. Als het
+weerzien van twee gescheiden menschen was het.</p>
+
+<p>&mdash;Houdt de gn&auml;dige Frau ook zooveel van dingen die een geschiedenis
+hebben? Hoort en ziet ze daar &oacute;&oacute;k zooveel in? Thuis werd ze altijd om
+zulke gevoelens uitgelachen.</p>
+
+<p>&mdash;Och, lachen om wat je niet begrijpt is gemakkelijk.... &quot;Die oude
+kast?&quot;.... Een familiestuk. Was 't laatst van m'n moeder, 'k Heb altijd
+het gevoel alsof er wel iets van haar aanraking in moet zijn nagebleven.
+Na haar dood, ik was toen vijf jaar, gaf Jans, die pas was getrouwd en
+in die dagen veel bij ons aanliep, me eens uit een van de laden een
+grooten, rooden appel. Ze knielde bij me neer, draaide den appel om en
+om, <!-- Page 104 --><a name="Page_104" id="Page_104"></a>boende hem met een tip van haar boezel tot hij glom. Dan kneep ze
+me in de wangen en zei: &quot;Nou mot je zelf ook zukke mooie rooie koontjes
+op je bleeke snoetje zien te krijgen, kleuterke....! Eet je wel genog?
+D&agrave;n pas weet je dat je gen&ograve;g het gegeten, as je d'r van hikt of d'r ferm
+van boert!&quot;</p>
+
+<p>Toen, voor de eerste maal, hoorde Liesbeth van dit vroeg-droeve kind een
+heldren, jongen lach.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Wat had dit meisje niet al meegemaakt! Ze stond erbij toen de bronzen
+klokken uit de kerktorens van het stadje werden gehaald. Ze zei het
+nooit te kunnen vergeten. De schoolkinderen hadden dien dag vrij en
+zongen hun klokken een afscheidslied toe. Kinderen hadden guirlanden van
+madeliefjes gevlochten, waarmee ze de klokken versierden, toen ze op den
+wagen waren geladen, die hen zou wegrijden naar den smeltoven. <!-- Page 105 --><a name="Page_105" id="Page_105"></a>Dominee
+had gesproken, als aan een graf.</p>
+
+<p>Van den eersten dag toen de torenstemmen niet meer zongen, den morgen
+die dood geboren werd, vertelde zij. En van 't laatste, wreedste
+oorlogsjaar, toen de allerjongsten werden opgeroepen. E&eacute;n was er die z'n
+angst durfde uiten en gilde: &quot;Ich will nicht sterben! Ich bin j&ugrave;ng. Ich
+will leben! Hilf, Vater! Hilf, Mutter!&quot;</p>
+
+<p>En vader zei: &quot;Sei ein Mann!&quot;</p>
+
+<p>En moeder: &quot;Sei ein Held!&quot;</p>
+
+<p>Maar er waren ook andere moeders, die gek werden van angst om d'r
+jongens. Eene had zes zoons verloren. Toen de zevende ging,&mdash;bijna een
+kind nog&mdash;weigerde ze hem af te staan. Met geweld moesten ze hem uit
+haar armen losscheuren.</p>
+
+<p>Dien nacht sprong ze uit het raam van de bovenste verdieping....</p>
+
+<p>En dan de stakkert, die waanzinnig werd, omdat haar zoon werd vermist;
+die iederen morgen, huis aan huis, <!-- Page 106 --><a name="Page_106" id="Page_106"></a>aanbelde en vroeg: &quot;Is m'n jongen
+hier soms? Heb je hem nergens gezien?&quot; En weer een andere, die gek werd
+toen ze 't doodsbericht kreeg van haar laatsten zoon, een broodmes
+greep, de straat opholde en een agent, dien ze voor een generaal aanzag,
+te lijf wilde, gillend: &quot;Kinderbeul, moordenaar....!&quot;&mdash;</p>
+
+<p>Wat een brok jeugd hadden die jaren, met dagelijksch meegemaakte
+verschrikkingen, aan dit kind ontstolen!</p>
+
+<p>Alleen lezen, &agrave;l maar weer lezen in nieuwe boeken, had er haar
+doorheengeholpen; deed een oogenblik de ellende vergeten.</p>
+
+<p>Toen bracht Liesbeth haar bij de boeken.</p>
+
+<p>&mdash;Las ze alleen Duitsch? Zou ze niet graag ook de andere talen kennen?
+Zouden ze 't samen eens probeeren? Dan mocht ze iederen dag een uur
+komen. Met de Hollanders werd begonnen. Want die zijn niet alleen <!-- Page 107 --><a name="Page_107" id="Page_107"></a>een
+volk van kaasverkoopers, maar ook van kunstenaars!&quot; leerde zij.</p>
+
+<p>Boven 't boekenrek hing het geschilderd portret van twee kleine
+kinderen: een broertje en zusje, dicht tegen elkaar aan. Het was door
+geen beroemd schilder gedaan; toch hing om die kinderen een atmosfeer
+van verlatenheid, die dadelijk trof: Twee moederloozen, die tegen elkaar
+aankruipen als vogeltjes in 't leege nest. Het meisje bekeek het
+aandachtig en zag dan naar Liesbeth.</p>
+
+<p>&mdash;Dat bent u zeker? En leeft uw broer nog?</p>
+
+<p>&mdash;Nee. Ook dood.&mdash;</p>
+
+<p>Ze zei 't met een wonderlijk vlakke stem, in gekunstelde
+onverschilligheid, als sprak ze van een vreemde.</p>
+
+<p>&quot;Zoek nu maar rustig uit!&quot; zei ze dan en trok het gordijn open, dat voor
+een muurkast vol boeken hing.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Het meisje was al een tijdlang verdiept <!-- Page 108 --><a name="Page_108" id="Page_108"></a>in 't nazien van de boeken,
+toen ze werd overvallen door een onverklaarbare, stijgende onrust. Alsof
+er iets beangstigends gebeurde achter haar rug.</p>
+
+<p>Ze keek om.</p>
+
+<p>Voor 't raam zag ze Elizabeth staan. Ze stond er uit te staren, zoo
+lang, zoo stil..., in een zoo beklemmend zwijgen, dat het K&auml;the huiveren
+deed. 't Was of hier alleen nog haar zielloos lichaam was.</p>
+
+<p>Dan, opeens, herkende ze in deze wezenloos-stille gestalte voor 't
+venster, een der vele vrouwegedaanten uit den oorlog. Zoo stond haar
+moeder...., wanneer ze wachtte op tijding van de jongens. Zoo spokig
+stond ook haar zuster, wanneer zij uitkeek naar den brief van haar man,
+die later kwam dan anders. Zoo stonden de meisjes en vrouwen allemaal,
+allemaal...., in de ondragelijke spanning van het passieve
+afwachten...., en staarden maar.... staarden maar uit..., door het raam.</p>
+
+<p><!-- Page 109 --><a name="Page_109" id="Page_109"></a>En K&auml;the begreep: dit was het lidteeken, dat de angstdagen van den
+oorlog in Frau Elizabeth achterlieten. Ze wist het misschien zelf niet
+eens. Ze deed als een die slaapwandelt.</p>
+
+<p>&mdash;Frau Gehrke!&mdash;zei ze voorzichtig en lei haar hand zacht op den arm der
+droomende. Mag ik dit boek van Clara Viebig meenemen?&mdash;</p>
+
+<p>Het kostte Elizabeth zichtbaar moeite zich te bezinnen. Maar wonderlijk
+snel was de overgang van droom naar ontwaken.</p>
+
+<p>Zoodra ze 't meisje zag, met het boek in de hand, was zij de
+werkelijkheid in en sprak een vast uur af voor Hollandsch lezen. &quot;Morgen
+wordt ermee begonnen. En wacht, ik zal nog even wat zonnebloemen voor je
+afsnijden. Ook een paar voor Jans! Die wil je wel even aanreiken?&quot;</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Toen het meisje over het grasveld door den boomgaard wegging, zag
+Liesbeth haar na.</p>
+
+<p>&quot;<!-- Page 110 --><a name="Page_110" id="Page_110"></a>Hoe anders ging ze heen dan ze was gekomen! Zou ze dit kind, dat zich
+aan den oorlog had gewond als zij, trachten te genezen? Nog &eacute;&eacute;nmaal
+liefdevol tot een medemensch gaan, zonder angst zich te kneuzen?</p>
+
+<p>O, dankbaarheid begeerde ze niet. D&aacute;&aacute;rom ging 't nooit. Als haar
+vertrouwen maar niet werd gekrenkt!</p>
+
+<p>Als ze zich nu eens op niets dan teleurstelling voorbereidde....
+misschien kwam 't dan dit keer juist andersom. Als K&auml;the's tijd bij den
+boer om was, zou ze haar bij zich nemen. Ze moest niet te gauw terug
+onder den druk van dat zieltogend land.</p>
+
+<p>Zie..., nu staat ze stil.... Kan 't niet laten even in 't boek te
+gluren, het leesgretig kind!</p>
+
+<p>En d&aacute;&aacute;r is Juun! Hij stuift, verschrikt door 't onbeweeglijk-lezend
+figuurtje, blaffend op zij, besnuffelt K&auml;the, laat zich, gerustgesteld,
+door haar streelen en holt dan verder, op 't huis toe; de ooren flappend
+aan den <!-- Page 111 --><a name="Page_111" id="Page_111"></a>kop. Midden in zijn vaart staat hij stil voor z'n drinkbak bij
+de regenton en slurpt het water met gulzige slokken. Dan komt hij binnen
+en als hij Elizabeth ziet, kijkt hij schichtig, kwispelt aarzelend, den
+kop omlaag, voorbereid op een bestraffing.</p>
+
+<p>Zij doet haar best een streng gezicht te zetten, dwingt zich te doen
+alsof ze hem niet bemerkt. Daarmee straft ze hem het meest voor zijn
+lang wegblijven.</p>
+
+<p>Hij valt neer voor de rustbank, legt den kop op de voorpooten, en kijkt
+telkens met verlegen knippende oogen naar haar op; snakkend naar een
+woord of gebaar van verzoening.</p>
+
+<p>En Liesbeth houdt het niet langer uit bij 't kijken van die trouwhartige
+honden-oogen, die om liefde vragen. Ze bukt zich, neemt z'n donkeren kop
+tusschen beide handen:</p>
+
+<p>&quot;O Juun.... Juun..., wat kan er niet alles gebeuren terwijl jij weg
+bent!&quot;</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+<div>
+<br />
+</div>
+<h3><!-- Page 112 --><a name="Page_112" id="Page_112"></a>4.</h3>
+
+
+<p>Dien avond&mdash;daar 't in de herfstdagen, zoodra de zon onderging, al kil
+werd in huis&mdash;stak Elizabeth inplaats van de lamp, het
+petroleumkacheltje aan, waarin van onderen het vierkante venstertje rood
+gloeide.</p>
+
+<p>Het deksel deed ze er niet op, liet het vanboven open: dan valt het
+schijnsel z&oacute;&oacute; dat aan de donkere muren, de kamerdingen als opdoemen uit
+de duisternis. Ze voelt hen aan als liefdevolle wezens om haar
+eenzaamheid gezet. En nooit spreken deze doode dingen zoo innig en
+vertrouwd, als wanneer de avond gaat komen.</p>
+
+<p>Het is heel stil. Aan haar voeten ligt Juun, moe van de jacht. Ze hoort
+zijn slapend ademhalen en er is ook het spinnen van poes in de
+vensterbank, tusschen de bloempotten, waar ze het duisterend-buitene
+inkijkt. Ze doet als een weduwe op leeftijd, die goed <!-- Page 113 --><a name="Page_113" id="Page_113"></a>in d'r duitjes
+zit, lekker gegeten en d'r middagdutje gedaan heeft en nu voor 't raam,
+in de schemering, naar de passage kijkt.</p>
+
+<p>De oude klok tikt in de stilte. Ook om het huis hangt avondlijke rust.</p>
+
+<p>&quot;O de heerlijkheid van een uur als dit, met dingen die je lief zijn en
+die niet bezeeren....</p>
+
+<p>De vrienden in de stad vonden haar wel te jong voor zulk een leven van
+afzondering, maar zij genoot ervan. Ook de winter had mooie dagen
+gebracht, toen bij strenge, plotseling ingevallen vorst, de regenstralen
+bevroren en als kristallen franje om den dakrand hingen. Later, toen de
+zon doorkwam, waren de ijspegels als flonkerende krissen....</p>
+
+<p>In die winterdagen was 't den heelen dag vol vogels om het huis. Alle
+soorten hadden hun eigen etensuur. De brutale musschen waren er altijd
+'t eerst bij. De lijsters, vinken en roodborstjes kwamen later en in 't
+<!-- Page 114 --><a name="Page_114" id="Page_114"></a>middaguur, een zwerm van bonte kraaien, in hun deftige zwarte frak met
+het onberispelijk strakke, grijs veeren vest. Een carr&eacute; van vogels was
+het soms om het huisje geweest. Konijnen, muizen, een egel.... allen
+dreef de honger naar haar toe. Nee, zij voelde zich hier niet eenzaam;
+minder dan vroeger, alleen midden in de menschen. En af en toe spoorde
+ze naar de stad, en dook er onder in de beweging; bezocht
+schilderijententoonstellingen, tooneel, lezingen en concerten. Maar al
+gauw vluchtte ze terug.... om de menschen....</p>
+
+<p>En dan was er de post, die de stemmen aandroeg van verre vrienden; de
+weinigen die na haar genadelooze schifting van betrouwbaar en
+onbetrouwbaar waren overgebleven. E&eacute;n schreef van &quot;hertrouwen, opbouwen
+van een nieuw geluk...!&quot; Nee, dat was voorbij. Het liefdegeluk had ze in
+volkomen schoonheid bezeten bij Heinz.... Zij behoorde nu eenmaal <!-- Page 115 --><a name="Page_115" id="Page_115"></a>tot
+de vrouwen die eens liefhebben en dan niet meer....&quot;</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Peinzensstil, de handen roerloos in den schoot, dwaalde haar blik door
+de kamer, met de mooie dingen die ze er bijeen bracht en bleef rusten op
+een door het kachelschijnsel warm belichte reproductie van Fra Philippo
+Lippi's Madonna: Een droeve moedermaagd. Beschermend is haar arm om het
+schoudertje van 't heilige kind. Haar hand om zijn hoofdje gevouwen,
+staart zij visionair zijn toekomst in, van hoon en marteldood, waarvan
+haar liefde hem niet kan redden. En Liesbeth herinnerde zich hoe een
+vrouw, die veel leed had gekend, eens tot haar zei: &quot;ik dacht te weten
+wat verdriet was. Ik wist het niet, eer ik de zielesmart zag van m'n
+kind en machteloos was het van haar af te nemen.&quot;</p>
+
+<p>Zij zelf had lang betreurd geen kind van Heinz te bezitten. Maar dit was
+<!-- Page 116 --><a name="Page_116" id="Page_116"></a>haar bespaard: het ongeluk van zijn kind aan te zien.... Toen dacht zij
+aan de moeder van Beppo en keek naar Pierrot. Het scheen haar een
+symbool, dat de kachellamp in haar schijnsel op de balkenzoldering en
+over den hoek van 't boekenrek, waar hij bleek te zwijgen zat, alleen
+zijn hoofd en de witte hand met de bloemen in zijn lichtcirkel ving en
+de figuur in 't duister liet.</p>
+
+<p>Sinds 't gebeurde van dien morgen, zag ze hem nu anders dan vroeger; zag
+ze voor de eerste maal meer in hem dan een tot wezen geworden
+manestraal, voor wien in de werkelijkheid alle droom wordt onttooverd;
+meer dan &quot;un pauvre petit gars qui aimait celle qui ne l'aimait pas&quot;, of
+dan een heilig-onnoozele, die liefdevol, argeloos als een kind tot de
+menschen gaat, beleedigd wordt in zijn teederst gebaren en zich dan
+afsluit voor iedereen. Meer..., dan wie uit hooghartig idealisme van de
+&quot;<!-- Page 117 --><a name="Page_117" id="Page_117"></a>mooie rol&quot; dupe wordt en door de menschen om zijn onbegrepen &quot;beau
+geste&quot; belachen...., op zijn beurt alle menschen en ook zichzelf bespot,
+in een tot sarcasme verworden smart....</p>
+
+<p>Meer...., meer zag haar dezen avond uit Pierrot's tragisch masker aan:
+Niet van &eacute;&eacute;n mensch de gebrokenheid, het fiasco, het verbrijzeld
+vertrouwen en het gewonde hart..., maar de smaad van een ontgoochelde
+menschheid, die eerst den schandelijken oorlog en nu het even
+schandelijk naspel beleefde.</p>
+
+<p>Maar in dit uur was er in Elizabeth geen aanklacht tegen de menschen.
+Tegen niemand. Alleen een wijd meelij, met deemoed, in het besef hoe
+moeilijk het is in 't klein nooit een kwaad te bedrijven, dat in 't
+groot, verduizendvoudigd, oorlog maakt. En ieder mensch moest ten slotte
+beginnen met zichzelf te zuiveren.</p>
+
+<p>Ze wist: tot de menschen teruggaan met het oude argelooze vertrouwen...,
+<!-- Page 118 --><a name="Page_118" id="Page_118"></a>dit ging boven haar gebroken kracht. Maar toch kon ze van uit haar
+stille hoekje een lichtgevende zijn. D&agrave;t dit kon...., dien morgen had
+het haar bewezen. Trachten zou ze, den tijd te helpen voorbereiden,
+waarin met edeler wapens werd gestreden.</p>
+
+<p>En woorden zijn als zaad....</p>
+
+<p>&quot;Daar lag hij dood op de steenen van onzen hof. Hij had een bosje
+bloemen in de hand &quot;und schaute gen Himmel auf.&quot;</p>
+
+<p>Toen ze nu in de stilte K&auml;the's woorden in zich herhaalde, schenen ze
+haar van een bizondere bedoeling; doorschouwde ze 't geheim verband
+tusschen 't vinden van Pierrot in Veneti&euml; en de ontmoeting van dien
+morgen. Dit was meer dan toeval..., het was een wonder geweest.</p>
+
+<p>En al zou ze misschien nooit weten wie de maker was van de geheimzinnige
+pop, ze wist nu waarvoor hij haar werd gegeven.</p>
+
+<p><!-- Page 119 --><a name="Page_119" id="Page_119"></a>Als h&igrave;j.... had ze zich blindgestaard op de eigen, &eacute;&eacute;ne smart en in dat
+staren aldoor in zichzelf neergezien... Maar de twee die moedig den
+eenzamen dood ingingen, zagen den hemel in.</p>
+
+<p>Ook Heinz vonden ze met zijn doode oogen naar de sterren....</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Toen stond Elizabeth op. Ze strekte haar arm naar Pierrot in zijn
+zwijgende vertwijfeling en haar handen vouwend over zijn radelooze
+oogen, sprak ze in fluistering:</p>
+
+<p>&quot;Ook voor ons ontgoochelden, die 't liefste verloren, komt van de
+sterren nog altijd het wonder..., het Wonder..., Pierrot!&quot;</p>
+<div>
+<!-- Page 120 --><a name="Page_120" id="Page_120"></a>
+
+<br />
+</div>
+<hr style='width: 65%;' />
+<div>
+<br />
+</div>
+<h3><!-- Page 121 --><a name="Page_121" id="Page_121"></a>IN DEZELFDE REEKS VERSCHEEN</h3>
+
+<table>
+<tbody>
+<tr>
+<td>JOHAN DE MEESTER</td> <td>Goethe's Liefdeleven (2e druk)</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>IS. QUERIDO</td> <td>De Jeugd van Beethoven</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>CAREL SCHARTEN</td> <td>De bloedkoralen Doekspeld</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>M.J. BRUSSE</td> <td>In 't verbouwereerde oude stadje</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>JOHAN DE MEESTER</td> <td>Gezin</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>LOUIS COUPERUS</td> <td>Lucrezia</td>
+</tr>
+<tr><td>KAREL WASCH</td> <td>Dialogen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>TOP NAEFF</td> <td>Vriendin (2e druk)</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>TOP NAEFF</td> <td>Charlotte von Stein</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>JO VAN AMMERS-K&Uuml;LLER</td> <td>De Zaligmaker</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>CARRY VAN BRUGGEN</td> <td>Een Indisch Huwelijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>GERARD VAN ECKEREN</td> <td>De Late Dorst</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>KEES VAN BRUGGEN</td> <td>De Freule</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>EMMY VAN LOKHORST</td> <td>Phil's laatste Wil</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>JACOB ISRA&Euml;L DE HAAN</td> <td>Jeruzalem</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>ANTON THIRY</td> <td>Pauwke's Vagevuur</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>MARIE SCHMITZ</td> <td>Weifeling</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>HERMAN ROBBERS</td> <td>Het ontstaan van een Roman</td>
+</tr>
+<tr>
+<td>P. H. RITTER Jr</td> <td>De Legende van het Juweel</td>
+</tr>
+</tbody>
+</table>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Pop van Elisabeth Gehrke
+by Dina Mollinger-Hooyer
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE POP VAN ELISABETH GEHRKE ***
+
+***** This file should be named 15974-h.htm or 15974-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/5/9/7/15974/
+
+Produced by Miranda van de Heijning, Frank van Drogen and
+the Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..2e01902
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #15974 (https://www.gutenberg.org/ebooks/15974)