diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:47:53 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:47:53 -0700 |
| commit | d69248379cef905c90b53893e57d7e7bff8f66d5 (patch) | |
| tree | b03e20e0c428fb2689d9a057016e698385abbf8e | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 15974-8.txt | 2394 | ||||
| -rw-r--r-- | 15974-8.zip | bin | 0 -> 48493 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 15974-h.zip | bin | 0 -> 52582 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 15974-h/15974-h.htm | 2572 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
7 files changed, 4982 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/15974-8.txt b/15974-8.txt new file mode 100644 index 0000000..4145dae --- /dev/null +++ b/15974-8.txt @@ -0,0 +1,2394 @@ +Project Gutenberg's De Pop van Elisabeth Gehrke, by Dina Mollinger-Hooyer + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Pop van Elisabeth Gehrke + +Author: Dina Mollinger-Hooyer + +Release Date: June 3, 2005 [EBook #15974] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE POP VAN ELISABETH GEHRKE *** + + + + +Produced by Miranda van de Heijning, Frank van Drogen and +the Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net + + + + + + +Ellen + + +DE POP VAN ELISABETH GEHRKE + + + + +AMSTERDAM +EM. QUERIDO +1922 + + * * * * * + +Voor mijn Dochter + + * * * * * + + + + +I. + + +Vanuit de voornaam-gedempte sfeer van de koele hall in Hôtel +Danieli--een oud, Venetiaansch paleis, waar, langs de statige trappen, +in vroeger tijden deftige Dogen in hoofsche praal afdaalden naast hun +schoone, vorstelijk-getooide vrouwen en zich nu een internationaal +publiek verdrong...., trad Elizabeth Gehrke, na de glazen draaideur te +zijn doorgegaan, naar buiten en stond plotseling in het verblindend +licht van de Riva degli Schiavoni. + +De breede kade aan het Canale di San Marco was feestelijk van zon en +uitbundig morgenlicht en op dit uur reeds vol drentelende menschen, +voornamelijk vreemdelingen, die, Baedeker onder den arm, of geopend in +de hand, langzaam, aandachtig rondkijkend, den kant naar de Piazza del +Marco opliepen, of bij 't kanaal het eens trachtten te worden over een +gondeltocht. + +Aan den oever, op het wijde, zonnevonkende water, lagen de +zwartgeschilderde gondels gemeerd; dichtopéén dobberden zij op de door +het af en aanvaren der barken ontstane deining. + +Zoodra Elizabeth naar den wal toeliep om er te zien naar de +bedrijvigheid van komende en gaande vaargasten, schoten van +verschillende zijden gondeliers op haar toe; de donkere oogen in het +gebruind gezicht gretig kijkend; in de roode monden de tanden blinkend +bloot. + +"Una gondola, Signora! Una gondola!" en met rollende r's in radde praat, +waarbij de vlugge woorden elkaar overstortten, prezen ze om 't hardst +hun gondel aan, stelden een tocht voor en noemden een prijs. + +"Non oggi. Domani!" weerde zij glimlachend naar de mannen, die bij haar +weigering niet verstugden, noch onverstaanbaar booze woorden mompelden, +maar àl terugloopend haar bleven toelachen, blij met de belofte voor +later. + +Elizabeth liep nu de kade verder af; zij wilde dezen laatsten morgen in +dit goddelijk licht van enkele bovenal dierbare plekjes afscheid nemen +en genieten van 't mooie volk. "Een prachtras" bewonderde ze en zag met +genot naar twee fabrieksmeisjes en andere arbeidersvrouwen, die +koninklijk van gang, het bovenlijf recht en roerloos, met een alleen +even doorveeren der knieën, de treden van de brug over de Rio di Palazza +afdaalden; blootshoofds, de zwarte sjaal met laag-neerhangende franje +strak getrokken om borst en schouders. + +Voorbijkomend aan de gevangenis--somber, vierkant gebouw achter zware +tralies, door niets dan een smal grachtje van het blanke wonder, het +dogenpaleis, gescheiden--klonk de lach der meisjes helder op bij een +kwinkslag van den cipier, die rinkelend met een groote sleutelbos, de +gevangenis voor een oud vrouwtje opensloot. + +Deze gevangenis op de zonnige kade vol café's en hôtels, midden in 't +gewoel van vroolijk-pratende en druk gesticuleerende menschen, die zich +geen oogenblik de nabijheid van dit donker-dreigende bewust schenen en +er luchthartig en schertsend aan voorbij slenterden...., Elizabeth had +er nooit aan kunnen wennen. En toen ze nu zelf de marmeren trap was +opgegaan, keek ze, stilstaand op 't platform, naar 't smalle, zwarte +grachtje, waarboven blank, de beruchte brug der zuchten afstak: de Ponto +dei Sospiri, die de gerechtszaal van het paleis met de gevangenis met de +looden daken verbindt; moeilijken weg dien ook Casanova eenmaal is +gegaan toen hij er zijn straf uitzat. Maar nu zij zich omkeerde, zag zij +wèg van dit donkere het licht in, over het als satijn glanzend, +smaragd-blauwe water met de vele, vele gondels. En opnieuw genoot zij +bewust de weelde van 't ontbreken van alle modern vervoer-rumoer. Hier +geen auto-signalen of knallende motorfietsen, zelfs geen kargeratel; +alleen 't geplas der gondelriemen, waarmee de roeier, staande, het +sierlijk vaartuig voortbeweegt. + +"Een wondermooi ding vond ze een gondel; nee, méér dan een ding, een +levend wezen vol bevallige zwenkingen. En altijd weer zag ze er iets +anders in: een omgekruld boomblad, of een donkere, drijvende bloem; dan +weer een zwarte zwaan met gebogen nek, een zilveren, gekartelde keten om +den ranken hals." + +Lang bleef Elizabeth uitstaren over het nu weer onwezenlijk violet +gekleurd water, waaruit aan den overkant de Maria della Salute scheen op +te rijzen, de omtrekken sterk afgeteekend tegen diepblauwe lucht; en +heél in de verte, aan paarlmoeren horizont, blauwschemerend: Lido. + +"Het was om niet van weg te komen, maar er wachtte zooveel!" En toen ze +nu langzaam de lage, breede brugtreden afdaalde, trachtte ze bijna +onbewust iets over te nemen van de houding der even tevoren bewonderde +Italiaansche vrouwen; al besefte ze wel dat de gratie en het koninklijk +gebaar, hier den armste aangeboren, niet is na te apen en er veel van +wat hier volkomen natuurlijk aandoet en aan dit volk bekoort, in Holland +dwaas-theatraal zou schijnen. + + * * * * * + +Op de Piazzetta gekomen, ging ze er zitten met het gezicht naar den +voorgevel van het Dogenpaleis, blank en glanzend de portiek van korte, +krachtige zuilen, steunend de sierlijke loggia, versierd met +marmerkantwerk--het opene in den vorm van een klaverblad--en daarboven +de derde verdieping met de zeven spitsboogvensters in beide façaden; +van een zalm-rose kleur, zooals het hart van kleine zeeschelpen. + +Altijd weer kwam ze hier terug en zat maar stil op te zien naar dit +wonder van gothiek; en werd er nooit van verzadigd. Dit was haar +dierbaarder nog dan de San Marco. Hoezeer ze ook binnen in de kerk +genoot van het koloriet, van mozaïken en marmersoorten, van de pracht +der schilderingen en kleurenmengeling..., toch miste ze er in de +overlading en bijeengebrachte praal, de mystiek der groote cathedralen. +En zij herinnerde zich hoe de Franschsprekende gids die haar in Florence +had rondgeleid in de Santa Maria Annunziata, vertelde: dat juist òm die +overdaad en overstelpende weelde en het vele goud..., de Amerikanen de +San Marco het mooist vonden, van heel Venetië. + +En toen sprak hij met bijna komische geringschatting van een ras, dat +voor een subliem fresco van Andrea del Sarto, geen ander woord vond dan: +"How much?!" kunstwaarde naar 't aantal dollars taxeerend. Hoe goed wist +ze nog ieder woord van den enthousiasten kunstkenner, die, de open +verrukte aandacht van haar en haar man bemerkend, van dienzelfden Andrea +del Sarto vertelde, hoe deze Meester niet tot de uitverkorenen behoorde, +door rijke patriciërs onderhouden; misschien wel omdat hij was getrouwd +met een ordinair schepsel dat hem ruïneerde, maar zijn model was voor de +hemelsche Madonna's, voor de zuivere Moedermaagden, die hij uitbeeldde +met háár gezichtsovaal en teere kin, den mooien mond, het fijne neusje, +de schoongebouwde schouders en borst en de weelde van goudblonde haren. +Maar haar oogen bracht hij niet op het doek. Deze _dichtte_ hij in het +gelaat zijner Madonna's. En deze oogen waren het, die van het model--de +liederlijke, zijn leven vernielende vrouw--in zijn "Oeuvre" een Heilige +maakten. + +"En doet niet iedere kunstenaar zoo met de schepselen van zijn +verbeelding?" had haar man gezegd, zich tot haar neerbuigend met het +liefdevol gebaar dat hem eigen was. + +Innige verteedering kwam om Elizabeth's smartelijken mond, nu ze zich +die woorden en dat gebaar uit de zalige dagen van 't eerste +huwelijksjaar herinnerde. + +"Ach, alleen omdat Heinz en zij niet vermoedden wat zoo vlakbij dreigde +in een toekomst vol oorlogverschrikkingen, hadden zij zoo argeloos, zoo +uitgelaten gelukkig kunnen zijn. O, dat zij beiden, verdiept in elkaar +en in al het moois van Italië, het niet hadden vóórvoeld:.... het +noodlot, de oorlog...., die al wat jong en liefelijk was vernielde! +Oorlog...., die waanzin...., die hèl.... die ook haar liefste en haar +geluk had vermoord!" + + * * * * * + +O daar was het weer, het wild-opstandige, dadelijk wanneer ze 't woord +oorlog maar dacht of hoorde, of las. Ideé-fixe dat haar niet losliet en +alle overgebleven vreugde vergalde; dat haar in den ergsten tijd van +dien geesel met de handen tot vuisten gebald deed loopen, zitten, in bed +liggen; haar de tanden krampachtig deed opeenklemmen in machteloos +verzet tegen het onverbiddelijke; een drift die haar aan de grens van +waanzin had gebracht. + +En de menschen? De menschen hadden 't haar, toen ze na zijn dood in +Holland terugkwam, nog ondragelijker gemaakt dan het al was. Hun +erbarmen had een wrange bijsmaak; ze voelde--óver-sensitief in die +dagen--hun meelij niet alleen met haar verlies... maar met de vrouw die +een Duitscher, een mof had getrouwd. Ze verborgen hun haat niet tegen +dit volk. Ook niet in haar tegenwoordigheid, al wisten de ingewijden hoe +zij Heinz had liefgehad, hòe ze hem verloor en wat een fijn mensch hij +was. Ze deden ongeloovig wanneer ze vertelde dat hij dien oorlog +verafschuwd, er niets dan ellende in voorzien had voor z'n vaderland. +Ja, hij was gegaan bij de oproeping, maar zonder hoop, zonder +enthousiasme, met weerzin. + +Maar allen zagen, sinds den schandelijken oorlog, in elken Duitscher den +Pruisischen geest, den ruwen bruut en geweldenaar. Het soort dat ook +Heinz haatte, waarvoor hij zich schaamde in vrede en oorlogstijd. En ze +vertelde van een geval in een Berlijnsch restaurant, waar een beroemd +professor door den kellner midden in de bestelling in den steek gelaten +en pas bediend werd, na een later aangekomen gast, een blancbec, een +sabelkletterend luitenantje. Hoe hadden zij zich toen samen geêrgerd. +"Dat is het nu wat ons in het buitenland zoo gehaat maakt! Het is +onwaardig en daarom ben ik blij dat we niet hier, maar in Freiburg +zullen wonen!" had Heinz gezegd. + +Ook haar anarchistisch-Hollandsche opvatting van de omslachtige +betitelingen vóór persoonsnamen: uitvoerige, mal-gewichtige titels +waarmee naar den aard der betrekking van hun man, de getrouwde vrouwen +er werden aangesproken, kon hij begrijpen. En hoe geduldig had hij het +verdragen wanneer ze zich in deze betitelingen telkens allergekst +vergiste; flaters beging die later werden rondverteld; smalend door wie +er zich in beleedigd waanden; met gullen lach door wien 't niet zoo +zwaar opnamen en erom lachten..., zooals Heinz en de vrienden. + +Toen ze nu zonder hem--te kort woonde ze er om er veel vrienden te +maken in een jong huwelijk dat vreemden meed--als weduwe uit Freiburg +wegging en in Holland terug kwam, vond ze de oude vrienden veranderd. Of +was zij misschien zelf anders geworden in dien korten tijd? In 't +vreemde land had ze zich nog niet volkomen ingeleefd; van de eigen +landgenooten scheen ze vervreemd. Het was alsof ze nergens meer thuis +behoorde, geen eigen vaderland meer had.... Toen begon de +duikboot-oorlog.... en voor de eerste maal, kon ze in volkomen +zelfverzaking dankbaar zijn, dat dit aan haar fijnen man was bespaard, +dat hij dit afschuwelijke niet meer beleefde. + +Langzamerhand vergaten dan de vrienden dat zij haar liefste had +verloren.... en hoe.... en waar.... + +Ze beheerschten zich niet meer in haar bijzijn. Geen scheldnaam scheen +verachtelijk genoeg voor Heinz' landgenooten. Er waren er die haar +wantrouwden omdat ze met hem was getrouwd geweest; met Heinz.... die +niet had kùnnen volhouden...., niet kon doen wat de anderen deden.... +Zelfs kunst bleek niet meer internationaal. Duitsche composities +probeerde men tijdelijk te verbannen. Gelukkig bleven universeeler +geesten ongeschonden hun vereering behouden voor Bach, Beethoven en +anderen...., die toch zeker geen schuld aan al den gruwel hadden. + +"O de menschen, de hatelijke, harde menschen die 't mooiste in je +kneusden...." + +Stil,... nu moest ze zich tijdig beheerschen en de driftgedachten +stuiten, anders werd dit een verloren dag; de laatste in dit heerlijk +land, waar ze niet alleen genezing vond voor een scheurende hoest, maar +ook voor het krampachtig-opstandige van haar machteloos verzet. De oude +dokter kreeg toch maar gelijk toen hij volhield tegen andere meening in, +dat juist hier, waar ze in blijder tijden met Heinz was geweest, de +herinneringen aan die zalige dagen--geheel verdrongen door wat later +kwam---weer zouden opwellen en haar ondragelijke zenuwspanning breken. + +Het was zoo gegaan. Want al miste ze hem hier in alles, toch voelde ze +overal waar ze met hem was geweest, zijn onzichtbare nabijheid; hoorde, +bij het terugvinden van al wat ze met hem had gezien, zijn stem... Zijn +adem was hier over haar... + + * * * * * + +Toen ze nu opstond en een zakje goudgele zaadkorrels kocht voor de +duiven van San Marco, die ze iederen morgen voerde, als indertijd met +hèm..., herinnerde ze zich zijn plagend: "Als ik een beest was..., jij +met je liefde voor dieren..., zou je dan nòg meer van me houden?" Waarop +zij: "Bén je dan soms niet een prachtig dier ondanks je cerebraliteit en +zielsbewogenheid?" + +Hoe had hij toen het blonde hoofd, met het veroverend gebaar dat hem +eigen was, in den nek geworpen en haar dicht tegen zich aanklemmend +gefluisterd: "Als we hier niet midden in de menschen waren, zou 'k je in +m'n armen grijpen, Schätzeli!" En terwijl ze nu de duiven voerde en +genoot van het dwarrelend vleugelgefladder zóó dicht bij haar gezicht, +dat het was als een omademing, wanneer de witte wiekjes haar wangen +bijna raakten, sloot ze de oogen, om terug te zijn in dien zaligen tijd, +om vast te houden het beeld van den liefste en opnieuw te ondergaan het +onzegbaar geluk van den lang geleden Venetiaanschen morgen met hem, hier +tusschen de duiven. + + * * * * * + +Van de Piazza del Marco liep ze nu terug en trad door de Porta della +Carta in den voorhof van het dogenpaleis. + +Aan den voet van de groote trap, met bovenaan de geweldige beelden van +Mars en Neptunus, in wier godentegenwoordigheid eertijds de Dogen werden +gekroond, ging ze op een bank zitten, leunend tegen den zonbegloeiden +marmerwand van den Scala dei Giganti. + +Stil en verlaten lag op dit uur, nu de vreemdelingen het paleis van +binnen bezichtigden, de zonnige hof, omsloten door een loggia van korte +zuilen met rijk gebeeldhouwde kapiteelen. In het midden, bij een der +groote bronzen putbekken, zat een schilder met zijn gerei. En Elizabeth +zag hoe hij met bijna fanatieke aandacht het hem omringende in zich +opnam; het gulzig naar zich toehaalde, verslonden in genot. + +Maar het werd haar te warm; de gloed van het zonbeschenen marmer brandde +tot op haar rug door de dunne blouse heen. Ze zocht nu een zitplaats +onder de zuilengang die in de schaduw lag. Ook hier zat ze eens met +Heinz, moe van een rondgang in het paleis. Ze trachtte zich te +herinneren wat hij toen gezegd, hoe hij gekeken had, haar blonde Germaan +met den fijnen kop en de schoone gestalte van een Hermes van Praxiteles. + +O, dàt hadden de minachtende monden met hun plomp herhaalde "mof" moeten +erkennen: zijn manlijke bekoring, de gratie van zijn optreden, zijn +fijnen geest. Ze hadden hem eens moeten hooren pleiten. O, de gloed, de +vaart van zijn woorden, die meesleepten ook wie eerst anders dacht...! + + * * * * * + +Langen tijd zat Elizabeth te droomen in een bijna-niet-zijn, moe na den +verganen, te korten nacht, waarin ze een gondeltocht deed door een +onwezenlijke wereld. En op het wijde water, onder sterrelenden +avondhemel, had ze dan gedacht hoe in zulk een nacht Heinz het niet +langer kon harden in de lage loopgraaf, in stank van modder, bloed en +excrementen..., en hij ondanks de waarschuwing der kameraden, naar +buiten was gegaan, na een laatsten brief aan haar, waarin hij schreef +hoe een verstikkende afschuw hem naar buiten dreef, al dreigde er +doodsgevaar; hoe de lentenacht lokte, weg van de verpesting waarin hij +ademhaalde. Hij vroeg vergeving voor zijn roekelooze daad, wanneer het +zijn leven mocht kosten. Maar na den bajonet-aanval van dien dag was hij +ontzenuwd van walging. Hij moest alleen zijn...., de ruimte in, en.... +hij kon, hij wilde niet meer dooden! Achterover op z'n rug strekte hij +zich op den bedauwden grond, de armen wijd uiteengespreid, den mond +geopend om den geurigen lentenacht met volle teugen in zich op te +ademen. + +Zijn oogen zagen den hemel in.... Zoo vonden ze hem later, toen na een +schot te hebben gehoord, ze hem de loopgraaf indroegen. En dit bleef in +de eerste wanhoopsdagen haar troost...., dat hij niet werd verminkt, +geen langzamen, walgelijken marteldood stierf, of werd vermist.... als +zooveel anderen.... + +De dood had z'n schoonheid niet geschonden. Hij had alleen een hoofdwond +onder 't welig haar, waarvan ze zoo dikwijls de eene, wilde lok die hem +over de oogen viel, had weggestreken met streelende vingers...; zooals +een moeder dat wel doet bij haar zoon. + +En dan was er de herinnering aan wat aan 't afscheid was voorafgegaan in +die enkele dagen eer hij naar 't front ging; waarin zij beiden een heel +leven van liefdegeluk doorleefden en alles wat zij aan passie, liefde, +teederheid bezaten, hadden uitgegeven aan elkaar. Het was een zich +uitstorten in koninklijke verspilling. Want ze vóórvoelden beiden en +spraken het uit: dit was het einde van alle geluk. Ze zouden elkaar niet +terugzien. + +En was 't niet beter te sterven in 't oorlogsbegin, dan na jaren +misschien van angst en marteling voor háár; en afschuw voor 't gruwelijk +bedrijf dat het vaderland eischte, voor hèm? + +Want Heinz geloofde aan geen zegepraal voor zijn volk, hij was geen dupe +als zoovelen en voorzag een korte waan, een lange ellende. + + * * * * * + +O, de allerlaatste nacht! + +In haar armen was hij eindelijk ingeslapen. Zij lag naar hem te zien bij +het licht van een kaarsvlammetje, om toch maar niets, niets te verliezen +van deze laatste uren; en ze schreide stilletjes, stilletjes...., om hem +niet te hinderen en het voor hem niet nog zwaarder te maken. + +Eerst had ze willen opstaan, een verdoovend middel nemen om kalm te +blijven. Maar ze bedacht zich: "Nee, niets van haar liefde, ook de pijn +niet, wilde ze dempen. Alles wat met haar liefde samenhing, wilde ze +tot het uiterste: het geluk èn de vertwijfeling." + + * * * * * + +Bij de herdenking onderging ze opnieuw alles als toen: 't langzaam +aangrauwen van den gevreesden, vreeselijken dag....; kille, bleeke +morgenschemering schuift al dieper de kamer in; over de meubels...., de +stoel met zijn kleeren.... het valies in den hoek. 't Kaarsje is +neergebrand, knettert, vlamt nog even op en dooft dan. + +Buiten, in de verte, kraait een haan.... + +Ze zag hem aan, ze dronk hem in met haar oogen, haar heerlijke man. En +toen, bij de gedachte dat hij misschien nooit meer zoo aan haar hart zou +liggen, dat dit de laatste oogenblikken waren dat ze hem bij zich had, +eer hij misschien dood.... of verminking tegemoet ging...., wierp ze +zich snikkend over hem: "Heinz!" gilde ze "Heinz!" + +Dadelijk was hij de werkelijkheid in, zoodra hij de oogen opsloeg en +haar gezicht boven zich zag. + +--Liesbeth..., Du..., mein Lieb...!--O, de laatste stamelingen, de +radelooze innigheid van de laatste omhelzing! Als een sterven in +elkaar.... + + * * * * * + +Een uur later staat ze op 't volle perron, in een afscheid nemende +menigte. Uit het coupéraam van den trein buigt hij zich tot haar over en +kust haar telkens weer. Dan ruikt ze de geur van z'n lieve haar. + +--Mein Herz.... + +--Mein Lieb.... + +Zijn gezicht is strak van verdriet. Het vel spant over de in manlijke +beheersching opééngeklemde kaken. Haar koude vingers houdt hij in zijn +knellenden greep. Ze kust met vertwijfelde innigheid zijn hand. Ze ziet +zijn lippen beven. Hij vloekt.... om niet te huilen. + +'t Sein van vertrek wordt gegeven. Een schok gaat door al de menschen +die afscheid nemen van vaders, mannen, zoons.... + +De locomotief fluit...., sist.... Langzaam...., langzaam komt de trein +in beweging.... Gejuich...., smartgegil. Gezang.... vrouwengejammer. + +Ze loopt mee met den langzaam wegglijdenden trein.... Nog voelt ze zijn +handen...., zijn vingertoppen. De trein gaat àl sneller.... maar nog +loopt ze mee, haar oogen in zijn oogen. + +Nu is de voorste wagen al onder de stationskap uit.... Dan: "Geh...., +süszes Herz.... geh!" Zijn stem is rauw: zijn bede een bevel. Ze laat +hem los.... + +--Heinz....!" + +--Liebling!" + +Dan is zijn stem weg...., zijn gezicht weg..., ze ziet hem niet meer +wuiven.... Er is niets dan leegte.... en in de diepte.... rails...., +rails.... + +Ze staat en staart naar de plek waar nog even tevoren zijn gezicht is +geweest. + +--Kommen Sie, gnädige Frau! Kommen Sie!-- + +Grete is haar Herrschaft nageloopen en troont haar nu mee terug naar +huis... + +Maar daar, in 't leege huis nog vol van hem en zijn heerlijke liefde, +valt loodzwaar de verlatenheid op haar, mèt het volle besef wat hij nu +alléén tegemoet gaat. En in ontzinde, blinde woede, in opstandig verzet +tegen dezen schandelijken dwang waartegen haar liefde machteloos is...., +grijpt ze wat haar onder de handen komt. Ze moet iets vernielen...., +vernielen! En ze gooit wat ze maar vindt tegen den grond, tegen de +muren...., door de ruiten.... en komt pas tot bezinning door 't gerinkel +van verbrijzeld glas. Dan barst ze uit in een huilkramp, die ontspanning +brengt...., uitputting...., slaap. + + * * * * * + +"Bellissimo! È bellissimo!" hoort zij een zangerige stem boven aan de +marmertrap uitroepen. + +"Och ja...., ze is hier...., in Venetië!" + +Ze staat op en rillend treedt ze uit de schaduw van de loggia in den van +zon overgoten hof, waar nu een zwerm vreemdelingen neerstrijkt en zich +verspreidt. + +Als in droom loopt ze terug over de zonnige kade in 't lachende licht. +Ze ziet niets van de pracht om haar heen. Tezeer is ze vervuld van haar +verloren geluk. + + + +2. + + +Dien middag, na uitgerust en tot kalmte gekomen te zijn, liet Elizabeth +zich roeien naar een oud paleis, tevens venduhuis vol antikiteiten, maar +waar ook moderne Italiaansche kunst werd uitgestald. + +Toen ze het laatste intieme zaaltje bezichtigde, waar beelden en +bibelots prachtig uitkwamen tegen den edelen achtergrond van oude +gobelins...., kreeg ze àl meer de gewaarwording dat hier iemand haar +fixeerde. Voorzichtig-onderzoekend zag ze om zich heen; er was niemand. +En toch bleef ze aldoor onder de suggestie van een blik die haar trok. +Zóó sterk.... dat het de aandacht afleidde bij het bekijken van een +verzameling antieke sieraden. + +Toen ze nu weer--wetend zich zooiets nooit te verbeelden--opkeek en +rondzag, bemerkte ze in een hoek van het zaaltje, een glazen vitrine met +kunstpoppen; in 't midden, als hoofdfiguur een Pierrot; en zoodra ze +naderbij kwam en deze trieste pop bekeek, wist ze dat het deze was, die +haar heimelijk had aangeraakt: + +Bevallig, het óver-slanke figuur in wijd Pierrotpak met onevenredig +groote knoopen, leunde hij tegen een houten zuiltje in de vitrine. Om +hem heen zaten en stonden allerlei typen, kunstig, maar onbeduidend +naast dezen eene met het tragisch masker, waar, in 't pleisterwit, alle +natuurlijke rimpels waren weggestreken. Een zwart-satijnen kapje verborg +het haar en omspande strak het voorhoofd tot vlak boven de koolzwarte, +in arcade-vorm getrokken wenkbrauwen aan beide zijden boven den neus. In +het macaber-bleek gezicht, zag zij de oogen groot en donker met den door +leed gebroken blik neerwaarts, terzijde turend, als om een droef geheim +voor ontwijding te beveiligen. Onder den wit bepoeierden neus, geleek de +smartelijke mond een bloedroode snee, gekerfd in 't doodswit der wangen: +gemartelde mond van een innerlijk-mishandeld mensch. Onder de oogen--de +in doodende ontgoocheling neergeslagen oogen--schaduwden violette +kringen van snikkende slapeloosheid. + +Een zwart-satijnen met purperen streepen doortulpte, breede plooikraag. +Die hoog opstond tegen de teere kin, omsloot als de kelkblâren van een +bloem, het bleeke hoofd. + +De kleur van het pak was van een donkerglanzend, somber purper-paars, +bezet met enorme zwarte pompons. De bevallige voet stak in een sierlijk +zwart-satijnen muiltje, met tulle roosjes op de wreef. In den linkerarm +rustte een met veelkleurige linten versierde guitaar, waarop een rood +hart met zwart, spits dolkje was afgebeeld; de rechterhand omvatte mat, +als vermoeid van lang en vergeefs reiken, een bont ruikertje. Volkomen +verslagenheid drukte geheel de houding uit van den moedeloos +neerhangenden arm..., van de droeve hand om de bloemen: versmaad +liefde-gebaar. + + * * * * * + +Elizabeth staarde.... en staarde naar dit fantoom van navrante smart; +naar de gesloten lippen die tóch haar hadden geroepen; naar de +neergeslagen oogen die, hoewel ze niets van Pierrot's aanwezigheid +wist..., haar tóch hadden aangezien. + +O dit was niet de dwaze inbeelding van een overspannen vrouw! Zij vond +dit niet bovennatuurlijk of ongerijmd; zij wist het levende wezen der +doode dingen aan te voelen en te doorgronden en dit steeds meer, +naarmate ze zich teleurgesteld van de menschen had afgewend. + +Had hier verwante smart zoo luid en overtuigend gesproken? Ze voelde een +wonderlijke saamhoorigheid met dit hooghartige, in zwijgen gehulde leed +en ze besefte hoe ze zich in deze korte oogenblikken al had gehecht aan +den fascineerenden Pierrot; er niet aan kon denken hem hier achter te +laten, alleen tusschen de vele poppen die om hem heen schenen +gegroepeerd als bespotters van zijn eenzaam verdriet. + +Ze wilde hem bezitten, hem bevrijden uit zijn glazen gevangenis, uit de +poppenkast. + +Zij wenkte het meisje dat bij de zaal-ingang de entree-kaarten +verkocht. + +--Combien Mademoiselle?-- + +--Cent lire, Madame!--Il est mignon n'est ce pas? + +--Plus que mignon. Il est sublime.-- + +En toen het meisje, na de pop uit de vitrine te hebben genomen, het +adres vroeg:--Mais non, je l'emporterai moi-même.-- + + * * * * * + +Voor de eerste maal duurde een gondelvaart haar te lang. Tezeer was zij +vervuld van de wonderbare ontmoeting met de vreemde pop. + +Afwezig luisterde zij naar wat de gondelier praatte, die, gewend aan +haar altijd open aandacht, haar nu met verwondering aanzag, maar +niettemin bij 't uitstijgen aan de treden van het Hôtel, bij de +handreiking een welluidend: "Addio, gentile donna!" voegde. + +In de koel-schemerende hall, waar zij wachtte op de lift die juist naar +boven steeg, zag ze hoe in de open vorstelijke zaal met de vele +verspreide tafels en diepe club-fauteuils werd "gestept". En zij ergerde +zich aan den wansmaak van menschen, die, wààr zij ook komen, altijd en +overal hetzelfde genot zoeken en hun geraffineerde "glissés" uitvoeren, +zonder eenige piëteit voor een omgeving van klassieke schoonheid. Ze +zouden in staat zijn te dansen bij het goddelijk beeld van een +stervenden Adonis. + +En meteen dacht Elizabeth hoe zij zelf in dit oogenblik een stervenden +Adonis in haar armen hield. + +De lift daalde; de liftboy wierp 't ijzeren hek open, de inzittenden +traden naar buiten, maakten plaats voor Elizabeth en voor een spichtige, +dorre Engelsche juffrouw met een keffend schoothondje. Langzaam steeg ze +uit boven het stemgegons en de sleepende tango-wijs, die 't strijkje nu +te spelen begon. + +Op de bovenste verdieping, in het oude gedeelte waar ook indertijd +George Sand met de Musset logeerde--al kon niemand aanwijzen wààr--liep +ze haastig de lange gang met de vele genummerde deuren af, ontsloot haar +kamer, draaide den sleutel in 't slot, wierp parasol en hoed haastig op +'t met een sprei bedekte bed en wikkelde met nerveus-vlugge vingers +Pierrot uit het vloei los. + +Ze zette hem dan voor zich neer op de smalle toilettafel; zijn ranke +rug, in 't wijde pak, leunend tegen den spiegel; het ééne been +achteloos-slapneerhangend bij de tafel; het andere met het bevallig +voetje uitgestrekt op het blad. + +Nu kon ze hem bekijken, betasten, van hem genieten; nu was ze met dit +boeiend-geheimzinnige alleen. + +Langen tijd zat ze stil verzonken in aanschouwing van dit meesterlijk in +beeld gebrachte leed, ver en waardig weggewend van alle menschen, in +ontwijking van vernederend meelij; leed.... toegesloten voor ongeroepen +nadering...., want onheelbaar en heilig. + +"Wie zou dit kunstwerk, dat uit inspiratie-door-leed moest zijn +ontstaan, hebben gemaakt? Op de glazen vitrine had ze geen naam gelezen. +Dom, onnoozel dat ze daar niet dadelijk naar had gevraagd!" + +En ze nam zich voor, vanuit Holland te informeeren. Er kon van alles +achter zitten. Een geheim omhulde dit bewogen-onbeweeglijke. + +Telkens ontdekte ze nu nieuwe details die haar eerst waren ontgaan. Zoo +bemerkte ze een tâche de beauté op de linkerwang, vlak bij 't +ontgoocheld-neerstarend oog; een klein donker moesje in 't bleek +gezicht; in schrijnend contrast met het tragisch masker. En toen ze +langer naar dat éene pikante stipje keek, dat zoo pijnlijk coquet +aandeed in het witte wanhoopsgezicht.... en dat er misschien wel +neuriënd werd aangebracht bij 't begin van 't feest...., schoten haar de +tranen in de oogen om dit ongeweten leed. + +En daar alleen in nuchtere hôtelkamer, waar door 't opengeschoven raam, +hoog boven het grachtje, af en toe de waarschuwende roep van een +gondelier en het gerinkel van vaatwerk uit de keukens beneden +opklonk...., boog Elizabeth het hoofd aan dit smartelijk wezen; en als +bang om zijn hooghartig verdriet te kwetsen, of zich te zien +afgewezen...., omvatte zij met teederen schroom de moedelooze bleeke +hand met het kleurige.... vergeefsche bloementuiltje. + +"Ach" zei ze in fluistering: "ik weet het ook; alle begin is feestelijk +en het eind van alles is verdriet. Het leven is soms een hartelooze +vertooning...., een lugubere grap,.... Pierrot!" + + + +3. + + +In dien nacht verliet Elizabeth Venetië en deze laatste gondelvaart door +de oude, slapende stad, bleef een der diepste indrukken van de +Italiaansche weken. + +Om vijf uur stond ze in de imposante, nachtelijke hall, waar schaars een +enkele schemerlamp brandde. Nog nooit had zij de vorstelijke entrée van +het paleis zoo schoon gezien van lijn, van kleur en van stemming als nu: +menschenleeg en in dit luttel licht. Verlaten lagen de statige trappen. +Hier droomde 't nu alles van vroeger. + +Een lantaarn, opgehangen boven de geopende zijdeur, verlichtte er de +stoeptreden en aanliggende gondel, waarin de huisknecht, het grasgroen +voorschoot aan, de bagage plaatste. + +Na de gebruikelijke fooi aan knecht en nachtportier, stapte zij in en +ging op de middenbank zitten, op haar knieën, den in een zijden doek +gewikkelden Pierrot. + +Vanuit het kanaal zoog een kille wind om den hoek; het was koud op het +water en rillend trok ze de bonten écharpe dichter om zich heen. + +Op 't oogenblik dat ze afvoeren, hoorde Elizabeth in de hall van 't +Hôtel de stemmen van evenals zij met den vroegen morgentrein +vertrekkende gasten en omkijkend zag ze donkere gestalten verschijnen op +de stoeptreden waar ze zooeven was ingestegen. Een naderende gondel +doemde plots donker op in 't schemer duister, werd aangeroepen en tot +haast aangezet. + +Bang voor lawaaiïge menschen vlak achter zich aan, menschen, die +misschien met luide, nuchtere opmerkingen de geheimzinnige stilte van +dit nachtelijke zouden verstoren, spoorde zij den gondelier aan vlugger +te roeien, tevens wijzend naar de alreeds met koffers volgeladen gondel. + +Dadelijk begreep hij haar bedoeling en bij de nu plotseling versnelde +vaart waarmee hij verderroeide, om aan de nabijheid van de hen volgende +gondel te ontkomen, kon Elizabeth zich voorstellen hoe spannend en +angstbeklemmend hier in vroeger tijden een vervolging bij vlucht of +schaking moest zijn geweest. En deze stemming paste wonderwel bij al het +andere: het donkere water tusschen de hooge huizen met aangevreten +melaatsche muren; de keldergaten die een vunze lucht uitademden; de +groote, bronzen deuren in de marmeren paleizen en patriciërwoningen, +waarboven 't verbrokkeld familiewapen; de getraliede vensters der +benedenverdieping en dan.... de balkons, waaraan geruischloos de gondel +voorbij glijdt; balkons die wel alle een geschiedenis hebben uit +romantischer, glorieuser tijden, toen, naar buiten gelokt door +guitaargetokkel en serenade, de geliefde er verscheen en haren +zingenden minnaar beneden in de gondel, de bloem toewierp, dien ganschen +nacht aan haar borst gedragen. Waar, aan de spijlen, het koord werd +gebonden, waartegen hij tot haar kon opklimmen....; maar waar ook.... in +'t diepst van den nacht, over de balustrade werd geworpen wat verdwijnen +moest voor altijd.... + + * * * * * + +Maar op dit oogenblik is er misdaad noch guitaargezang. Nog hangt de +wijkende nacht tusschen de hooge grauwe huizen. Er gaat geen ander +gerucht dan het geplas der riemen in het water en de roepstem van den +gondelier, wanneer zij een muur ombuigen. En toch fluistert de stilte +van vroeger vreugd en verschrikking, van liefde en sluipmoord, van +serenade en vergift; van gesmoorde kreten en guitaargetokkel. + +"Pierrot!" denkt ze opeens en kan de verleiding niet weerstaan hem hier +te zien in de omlijsting van deze omgeving. Uit zijn windselen wikkelt +ze hem los en zet hem neer op de bank. + +Zoodra de gondelier de pop bemerkt, ontstelt hij zichtbaar, staakt met +een schok het roeien en staart naar het macaber-bleek fantoom dat +schijnt opgerezen uit den nacht.... Dan, met diepen zucht: "È +bellissimo!" En even later, aldoor turend naar de pop: "il poveretto!" + +Elizabeth, die vergeefs naar woorden zoekt, wijst om zich heen en dan +naar Pierrot met zijn speeltuig. De roeier knikt, glimlacht en begrijpt. +Als ze hem dan het guitaartje toont en hij daarop het met spits dolkje +doorstoken hart ziet, zegt hij: "Dolore d'Amore, ohé Pietro?" + +Toen, als bij ingeving, schoten haar de woorden te binnen die ze ergens +--waar ook weer--gelezen en uit het hoofd geleerd had, omdat zij 't mooi +vond en 't op haar toestand paste; woorden die 't beter zeiden, dan zij +het met haar poover beetje taalkennis ooit zou kunnen zeggen: + +"Nessun maggior dolore, che ricordarsi il tempo felice nella miseria!" + +--Del tempo felice!--herhaalt met weeke, streelende stem de gondelier, +die hoog voor haar staat in gestaâg, bevallig roeibewegen en hij vestigt +met prinselijk gebaar haar aandacht op een oud paleis waaraan zij +voorbijvaren: grandioos overblijfsel van vroeger praal; aan de +uitgesleten maar statige stoeptreden, de portiek van marmerzuilen, de +zware gebeeldhouwd-bronzen deur, het in marmer gehouwen wapen en in den +verweerden muur de gothische spitsboogvensters met het +marmerkantwerk.... Een wonder van vervallen pracht. + + + * * * * * + + +Op de bank van de donkere gondel, zit wit en verontrustend-geheimzinnig +Pierrot, een aanklacht tegen zooveel vergane schoonheid en droom; in +den arm de guitaar, het bloementuiltje in de moede hand. O, als hij eens +levend werd en in de snaren greep en begon te zingen!.... Welk lied zou +het zijn? Pergholese's "Tre giorni son che Nina"? of Tosti's "Ride +Bajazzo?" + + * * * * * + +De eerste morgenschemer doordringt den vluchtenden nacht en Elizabeth +onderscheidt nu op korten afstand boven 't zwarte water van de hier +uiterst smalle gracht, een rond brugje waarover een vage gestalte +schuift, die als een schim aanglijdt en weer verdwijnt. Verdwijnt, ziet +ze--daar de bark hier juist een hoek ombuigt--in een benauwend-nauw +straatje met in't midden een enkele, troebele lantaarn. En wéér.... +gluipt een grauwe gedaante, als een spookverschijning, de andere na. + +"Is dit een donkere droom?" Het doet haar denken aan 't Amsterdamsch +kolkje; bij avond van dezelfde lugubere pracht. + +De gondel komt nu in wijder water en glijdt langs Kerken en Musea, +langs een groentenmarkt waar ze al bezig zijn de groenten en +vruchten--opgestapeld op den grond--op houten schraagtafels te +rangschikken, terwijl op de steenen, een grauwe zak onder 't hoofd, een +paar mannen nog liggen te slapen. + +De roeier vertraagt zijn vaart en eer de volgende gondels, die hen nu +langzamerhand inhalen, aan hen voorbijvaren, verbergt Elizabeth den +Pierrot weer in den zijden doek. + +--Addio Piero! A revederci--guitigt de gondelier, met een glimlach naar +de vrouw die hij voor de laatste maal roeit. + +In 't Canale Grande gaat ze voorbij aan Palazzo Vendramin, waar Wagner +werd uitgedragen in de bebloemde gondel, die de kist zou ontvangen +waarin de Meester rustte, het hoofd op de liefde-peluw door Cosima hem +meegegeven in den dood: haar haren, die hij zoozeer had liefgehad. En +daar.... het andere huis, waar hij de derde acte van Tristan +componeerde. + +"Casa d'Annunzio!" waarschuwt de gondelier en dan, wijzend naar een +poortje aan 't water, omhangen met weeldrige trossen paarsche glijcine +en kamperfoelie: "La casa d'una poetessa!" en hij noemt een naam dien +zij niet verstaat. + +"Hoe verbaasd zou ze opkijken wanneer een Hollandsch schuitenvoerder de +woning aanwees.... van een dichter...! Een paradijs moest het hier zijn +voor iederen kunstenaar!" + +En op 't zelfde oogenblik denkt ze aan Eleonore Duse, de +teeder-hartstochtelijke, die in haar spel zoo pijnigend weergeeft, de +noodlottige liefde van wie eens mint en dan niet meer.... Zij...., óók +eene uit dit heerlijke, lachende zonneland...., maar toch zoo droevig; +tragisch als Pierrot. + +O, nu begrijpt ze hoe, na zooeven aan de villa van d'Annunzio te zijn +voor bij gevaren, in onbewuste gedachte-associatie, Eleonore Duse, de +naam van deze gekwelde vrouw haar op de lippen komt. + + * * * * * + +Zij nadert het stationsplein. + +Op de kade staan koffers en handbagage en er is de bedrijvigheid van met +den eersten morgentrein vertrekkende reizigers. En wanneer nu ook haar +gondel aanlegt--aan den wal getrokken door een ouden grijsaard met 'n +apostelkop, en zij na te zijn uitgestegen, den gondelier, die haar met +aristocratengebaar een "buon viaggio" toewenscht, de hand heeft +gedrukt...., is de zon stralend opgegaan en staat Elizabeth voor 't +laatst in het gouden licht van Venezia la Superba. + + + + +II. + + +Toen Elizabeth Gehrke, na doodende ontgoochelingen eindelijk wijs +geworden, het geluk niet meer van de menschen verwachtte, maar schuw hen +ontvluchtte in buitenstilte, in de veilige beslotenheid van een +boerehuisje ver van den dorpsweg en daar leefde alleen, met enkele mooie +dingen en dieren die haar dierbaar waren...., noemden de menschen haar +zot; en het gebeurde meermalen, wanneer in zomertijd of vroegen herfst +villa's en pensions vol gasten waren, er een van de wandelaars, +afgedwaald naar 't afgelegen pad langs haar kleine erf...., haar woning +aanwees met de woorden: "Daar woont de gekke Mevrouw Gehrke!" + +Dan stonden ze stil voor de opening in de hooge heg en keken +nieuwsgierig den boomgaard in, waarvan de geduldige vruchtboomen als +stille wachters stonden vóór een witgekalkt huisje. Eén wijd-gespreide +tak wuifde windbewogen aan een der vensters, waar, rondom de lijsten, de +wilde wingerd was als een rooden brand. Op het raamkozijn wrong de vurig +ontloken kroon van een fel fonkelende geranium, zich tegen de ruiten op +naar het licht. Bij de voordeur, die half aanstond, zaten aan +weerskanten van een groene regenton met breede, geelgeverfde hoepels, +een groote, zwarte hond en een kleine grijze kat. En evenals deze twee +stille dieren scheen ook het woninkje, met het laag overhangend rieten +dak, loom te soezen in de zon. + + * * * * * + +Plotseling, door 't voetgeschuifel en de stemmen der spiedenden uit zijn +morgendut opgeschrikt, sloeg luid de hond aan en stortte blaffend op de +kijkers toe, die bang voor het dreigende dier, zich haastten om weg te +komen. + +Pink-oogend tegen het licht, volkomen onbewogen door 't incident, bleef +roerloos de kleine, grijze kat; ook toen de hond, in mopperend +na-grommen, langzaam terugliep naar zijn plaats bij de regenton. + +"Daar woont de gekke Mevrouw Gehrke." + +De honende woorden drongen op een morgen dóór tot waar Elizabeth, bij +een open veld met hoog opgeschoten zonnebloemen, aan de zuidzijde van 't +huis zat te lezen. Ze hief het hoofd op van het boek in haar handen. Een +weemoedige glimlach beefde om haar mond, maar in de donkere oogen +tintelde tarting, in verweer tegen de scherpe, vijandige stem, die zoo +onverwacht de zonnige morgenstilte had gebroken. + +Dan dacht ze hoe zulk een voorbarige uitspraak haar vroeger zou hebben +gekwetst; hoe nu.... niets uit de verre wereld, waarmee ze had +afgerekend, haar meer kon krenken en volkomen gerust boog ze het hoofd +over het geopende boek en las aandachtig verder in een stilte, die, nu +de stemmen op den weg waren verklonken, opnieuw en dieper nog om 't +huisje zonk. + + +2. + +Het was meer dan een jaar geleden, dat Elizabeth het bouwvallig huisje +voor een prikje kocht en er door den timmerman van het dorp enkele +veranderingen liet aanbrengen, eer zij alles onder versche verf zette. + +Wie in die dagen met haar in aanraking kwamen, bemerkten in 't begin +niets bizonders aan de nieuwe dorpelinge. Maar 't eerst viel het den +timmerman op, dat zij midden in het ontpakken en rangschikken der boeken +op de planken die hij daarvoor had aangebracht, plotseling ophield, naar +'t raam toeliep en daar dan stond uit te staren, zoo lang.... en zoo +stil...., in een zoo beklemmend zwijgen, dat hij er onrustig van werd, +omkeek, kuchte, en toen dat niet hielp, z'n hamer op den grond liet +vallen, om haar op te schrikken en een eind te maken aan een benauwing, +waarvan hijzelf de oorzaak niet begreep. + +Toen ze daarna, in het spokig staan en mijmeren gestoord, verder ging +met het werk en hem enkele duidelijke aanwijzingen gaf, begon hij aan +zijn eersten indruk te twijfelen, totdat hij--en nu sterker dan +tevoren--tot de slotsom kwam "dat er iets niet pluis met d'r was", toen +hij binnenkomend op zijn kousevoeten (de klompen had hij als naar +gewoonte bij de voordeur neergezet en op zijn herhaald kloppen kreeg hij +geen antwoord) haar zag preken met een pop, die in een hoek tegen den +muur, boven op 't boekenrek zat: "een soort hansworst, met 'n krijtwit +huilebalkbakkes, roetzwarte wenkbrauwen en knalrooje lippen. Een +chagrijn van 'n vent! Ze hield d'r hand om 't zwarte kappie, dat dien +kniezert tot diep op de oogen zat." + +Doordat hij tegen een stoel stootte, hield ze op met murmelen en keek +hem aan als een kind opgenomen in den slaap. Maar dan was ze weer +heelemaal gewoon en had hem een helder antwoord gegeven op z'n vraag +over 't linnenkabinet, dat met de hooge gebeeldhouwde kroon, amper onder +de balkenzoldering paste. + +Toen hij het meubel had geplaatst--eerst het onderstuk met de drie +buikige laden met koperen handvatsels en daarop de kast met de gladde, +glimmend-geboende deur vlakken, met aan weerszij de zwarte zuiltjes met +koperen kapiteelen--gaf ze hem de Delftsche pullen aan en hield, terwijl +hij deze neerzette--de grootste in 't midden, de twee kleinere op de +hoeken--het wankele trapje vast waarop hij stond. Dan zegt ze: "Nu moet +ik hier eens binnenkomen om de kast te _zien_!" + +"De _kast_ te zien?" dacht Gerrit verbaasd, "En zag z'em dan nou niet, +d'r vlak op met de neus?" Dan ging ze de kamer uit; heel 't huisje liep +ze om eer ze weer binnenkwam. Hij hoorde haar hakjes op het +tiggelvloertje van de gang; dan deed ze, heel langzaam, de deur open en +bleef op den drempel staan; keek de kast an of 't een splinternieuw ding +voor d'r was. "En ik zeg jelui," beweerde Gerrit later in de +dorpsherberg tot de kasteleines "zoo ziet ons Aagje der vrijer an, as +t'ie op der af komt. Da's iets wonders en niet heelemaal in den haak. +Maar kwaad is ze daarom niet. Ze het een kommetje koffie voor me gezet +en een bakkie met me gedronke en gevraagd of 'k getrouwd was. Dan zegt +ze eneens: "Gerrit, heb je nog een oude moeder?" + +"En òf!" zeg ik. En bij dat ze is, dat ouwe mins van zevetig! Maar loope +ken ze niet meer." + +Toe zegt ze: "Al zou je moeder heelemaal lam zijn...., als ze er maar +zit in 't eigen hoekje en "kind" tegen je zegt, zooals alleen zij dat +doet. Tegen jou, al heb je zelf al groote kinderen, zegt ze zeker ook +nog weleens "jongen"? + +--Ja nèt!--zeg ik en denk an 't ouwe mins met d'r breikous in d'r stoel +voor 't raam, of bij den eerdappelpot. + +--'k Zou met je willen ruilen!--zegt ze toen. "Jij bent rijker dan ik, +Gerrit! Mijn moeder is héél jong gestorven. Haar portret heb je straks +opgehangen. + +--Nee, toch!? Dat knappe, jonge vrouwmensch? 'n Fijn +schilderstukkie!--zeg ik. + +Toe loopt ze weer naar 't raam en staat d'r weer zoo stilletjes naar +buiten te kijken. Ik denk: "de karwei is afgeloope; ik smeer em!" + +Toe zegt ze eneens, terwijl ze weer aldoor den tuin inkijkt, of d'r +wonderwat is te zien: "Houdt je oude moeder soms van lezen? + +--Nou, en òf! Je most d'r de krant zien spelle!--zeg ik. + +--Goed--zegt ze. "Dan kan je iederen Zaterdag een boek voor d'r komen +halen. Maar denk eraan: jij haalt het; niemand anders. Hoe minder +vreemden hier om m'n huis sluipen, hoe liever 't me is. Ik hou niet van +menschen!" + +--Nou....; daarmee kon 'k gaan. Wor d'r es wijs uit!-- + +--Jans van den boer zegt, ze is zachies an zoo geworden. D'r man, een +mof, het ze in den oorlog verloren en in d'r familie (d'r ouwers waren +dood) moste ze van die moffehistorie niks hebbe. Toen het ze wel buië +gehad dat ze dachten ze stapelgek werd. De mense zelle 't er wel na +hebbe gemaakt. Ze is anders zacht as 'n lam; as je d'r maar met rust +laat. En met blomme en beeste is ze kempleet gek. + +--Je mot d'r zien met me peerd!--zei de vrachtrijër. Hij wil d'r heggie +niet voorbij as ze hem niet zelf een emmer water het gegeven, of een +homp brood en em op z'n hals klopt. Toen 't gister wat lang duurde voór +ze 't huis uitkwam, perbeerde ie met huifkar en al door de heg te rijën. +En toen ie bleef steken.... slaat ie me daar aan 't hinneken....! 't Is +een merakel! Ze had stalknecht motte worden! + +Zeg, Teunis!--riep hij, zich achterom over de stoelleuning buigend, naar +een voerman, die bij de toonbank een borrel dronk: "vertel es van +verleden week, toen je met de steenkarre ree voor de villa van den +notaris!" + +--Dat was zòò!--zegt Teunes gewichtig, nadat hij eerst, langzaam, een +tweede glaasje heeft genoten: "We hadden overwerk. 't Was een zware, +heete dag geweest. We verlangden naar honk. Bij de laatste vracht, die +wat grooter was dan de vorige, staken me goddoome op den mullen weg +allebei de paarden. Als bij afspraak. Geen verwikken aan. + +M'n kameraad en ik slaan d'r op met de zweepen. D'r komt geen schot in. +Ze blijven stokstijf staan. + +Me kameraad--je weet wel Kreles die zoo cremeneel driftig is, as t'ie +een borrel op het, schreeuwt: "Over d'r oogen zel ik ze meppe, de +krenge!" en wil 't doen ook. + +... Toen wordt em z'n zweep van achter z'n rug om afgerukt. + +Hij denkt:--Tjezes, de pelissie!--Mis jonges! De dame waar jelie 't zoo +druk over het. + +--Hier me zweep! Afblijve van me spulle!--schreeuwt ie tegen d'r. + +Zij.... zegt niks. Ze kijkt em maar an met d'r oogen als gloeiende kole +in d'r witte gezicht. + +Toe zegt ie: As je me niet bliksems gauw me zweep teruggeeft, zel je 'm +zelf voelen, fijne medam! + +--Ga je gang!--zegt ze en geeft em doodlakeniek z'n zweep terug. + +Dat ging em boven z'n petje. Hij werd eneens koest. + +"Maar" zegt ze toen "als je niet dadelijk allebei de paarden voor een +kar spant en ze zoo één voor één wegrijdt, geef ik 't aan als +dierenmishandeling. Ze kunnen niet meer. Dat zie je toch!" + +--Mens, ben je bezete!? Zoo komme we d'r nooit! Wij wille óók weles +rusten! Met beeste heb je meelij, maar met een arrebeijer die bek-af is +van 't overwerk...., daar heb je maling aan.-- + +--Toe zegt ze: "je hebt het overwerk zelf aangenomen en wordt er extra +voor betaald. En dan heeft een mensch een mond om nee te zeggen en om +hulp te roepen als ze hem mishandelen. Een paard niet. Een hond kan +janken.... en bijten als ze hem pijn doen. Een ingespannen paard is +weerloos. Je zou het kunnen doodslaan zonder dat ie een geluid gaf!" + +Precies zoo zegt ze 't, als ik 't wel heb. D'r ging een rilling over me +rug, ken 'k je zegge. Maar me kameraad zet d'r een vloek op en wil toch, +pertoe, met d'n éénen knol verder. Komt daar juist de veldwachter an! + +"Ik zal ervan zwijgen als je doet wat ik zeg," zeit ze toen en loopt +door. + +En Krelis, ook niet mis, doet, om den veldwachter, of ie 't zelvers zoo +prakkezeerde. + +--Wat is dat hier mannen?--vraagt de veldwachter. + +--Ze kenne niet meer, de stomme diere! Dat zie je toch?!--doet ie de +dame na. + +"Laatste loodjes wegen 't zwaarst!" zegt de veldwachter en het nog +meegeholpen ook. + +--As d'r hond d'r bij was geweest zou Krelis niet zoo'n groote bek hebbe +opgezet. Hij zou je an de keel vliege as je d'r met een vinger +aanraakte. 't Beest ligt 's nachts voor d'r bed, zeggen ze. + +--Dat is maar goed ook. Zoo'n alleenig vrouwmensch!--vond de +kasteleines. "Jans brengt d'r 's middags een happie van d'r eigen +etenspot. Maar verder het ze geen bediening en doet alles zelf. En +kraakhelder, hoor! + +--Een mevrouw die zelf het werk doet, _is_ geen Mevrouw!--oordeelde, +minachtend, het nichtje van de kasteleines, dat in de stad diende en ze +vertelde bluffend van haar deftige meesteres. "Die dee niks zelf, hoor! +Liet d'r corset anrijge door de kamenier. En altijd in 't zij; en je +moest d'r zien met de mooie bontmantel en de "plereuse" op de hoed, as +ze met d'r eene voet al op de treeplank van de auto, zoo losweg over d'r +schouder den chauffeur een adres toewierp. Zij... most dan in de deur +blijven staan, in d'r zwart japonnetje en 't witte mutsje met de lange +slippen, tot de auto wegreed.... Dat vond ze fijn. Dâ's Mevrouw-zijn! +Maar een die zelf voor dienstbode speelt.... Ajakkes! + +--Kind, je kletst as 'n kip zonder kop. Al ken 'k niet anders zeggen, +als dat mevrouwe die zich laten bedienen.... voordeeliger zijn. + +Maar die pop waar Gerrit het over had, dat is niet zoo mal als het +lijkt. Jans van den boer zegt: da's een fraaiïgheid die ze van de reis +heeft meegebracht. Da's geen popke om mee te spelen, dat is zooveel as +'n ornement op je kassie, of voor je mooie kamer. Enne, als je altijd in +je alleenigheid bent, ga je in je eigen praten. + +--Nou maar, ik zeg: een volwassen mens die zoo raar met 'n pop +omhaspelt, is d'r eene voor 't zothuis en daar komt ongeluk van. Sukke +rare pertrette moste ze niet vrij laten rondloopen. Je kos nooit weten +wat ze verzinnen in een dolle bui!--beweerde een boerenknecht. + +--Man hou op! Zotteklets!--riep een tuinman, die tot nu toe, +pijppuffend, het gesprek filosofisch had aangehoord. "Ik ken d'r beter +dan jelie allemaal, 'k Ga met d'r over de blomme. Ze is net zoo best bij +d'r verstand as jij en ik; alleen schuw voor vreemden en je mot oppassen +dat je met je pooten van d'r beesten afblijft. Ze is achterdochtig, bang +voor kwaadwilligheid. Jans van den boer zegt, ze is vroeger heel anders +geweest. Toen vertrouwde ze de menschen teveel en is d'r aldoor +ingeloopen. En nou is ze omgekeerd as 'n blad op 'n boom. En dat ze soms +wat vreemd is... daaraan het de oorlog schuld. Dáár mot je liever niet +over beginnen. Maar al het andere is zotteklets! Dat je 't maar weet!-- + + + +3. + + +Elizabeth had het boek uitgelezen en klapte het dicht. Dan stond ze op, +liep 't huis om en ging naar binnen. De hond Juno, volgde haar op de +hielen. Hij had genoeg van 't zonnig plekje bij den drempel en liep loom +achter haar aan. Binnen plofte hij neer in de koelte der kamer, moe van +zijn zonnebad. + +De kat had alleen even door een spleet van zijn groene oogen gegluurd en +sliep dan weer door. + + * * * * * + +Binnen in de kamer, op het evenals deur en zolderbalken botergeel +geverfde boekenrek, dat den geheelen wand innam, zat Pierrot. Achteloos +bevallig leunde hij met hoofd en rug tegen den muur; het eene been strak +vooruitgestrekt op de bovenste plank, waarop de groene gemberpot stond +met Oost-Indische kers; het andere slap neerhangend langs het rek. Aan +een lint om den linkerschouder hing de guitaar; de rechterhand met het +bloementuiltje rustte mat op zijn knie. + +De schoon aangevoelde kleuren van zijn kleedij pasten zich wondermooi +aan bij de kamertinten van zonnig geel en dieppaars. Sterk teekende het +somber donker van zijn omhulling zich af tegen 't gele houtwerk." + + * * * * * + +Zoodra Elizabeth de kamer binnentrad, bleef haar blik op hem rusten en +toen ze nu neerzat op de rustbank óver hem en opnieuw het boek opensloeg +bij de bladzijden waarin zij een vouw had gelegd, vroeg ze zich +af--telkens het herlezene met hem vergelijkend--op wien van de hier +beschreven Pierrots hij nu wel 't meest geleek. Heelemaal zooals hij, +had ze er in dit boek geen ontmoet. + +Toch had de lectuur haar veel geleerd; allereerst over masker en +pantomime, waarvan, zooals het heette: "la Grèce nous ayant donné le +vocable..., Rome nous a donné la chose." En ook over den eersten "Piero" +uit den troep der Italiaansche Zanni, die onder Ganassa in de 16e eeuw +voor 't eerst naar Frankrijk kwamen en zich Gelosi noemden, "jaloux de +plaire",--hetgeen ze dadelijk den Parijzenaar deden--had ze veel +belangwekkends gelezen. Zóó werd Molière getroffen door de verschijning +van Pierrot, dat hij in zijn Donjuan, dezen naam gaf aan den minnaar van +Charlotte. + +Veel vond ze ook over het algemeen type, in dit boek dat een verzameling +was van fragmenten, losse, onuitgegeven bladzijden en persoonlijke +herinneringen en indrukken van.... "des délicats enfiévrés de rêve" en +dus door Pierrot bekoord. Maar het geheim van de Venetiaansche pop werd +hierdoor niet geopenbaard. + +Op een schrijven naar het oude paleis waar ze hem kocht, antwoordde men, +dat er een tusschenpersoon bestond, die de bestellingen aannam en +afleverde, daar de maker of ontwerper blijkbaar onbekend wilde blijven. +De leegte in de vitrine, ontstaan door de verkochte pop, was met de +copie aangevuld; maar kwam het door andere kleurcombinatie..., hoe +trouw ook nagevolgd, 't werd niet meer wat het origineel was geweest. Er +ontbrak iets. + +--Geen wonder. Copie van bezieling! Zooiets moois maak je maar +éénmaal--begreep Elizabeth. + +Maar des te gretiger zocht ze nu naar al wat met de Pierrot-figuur +samenhing. En dit bleek niet gering; want bijna elk artiest, schilder, +dichter of musicus, onderging de bekoring van dit bleek, geheimzinnig +gezicht, waarin alleen de oogen leefden, de gevoelige mimiek en het +levende vibreerende gebaar, alles uitdrukken zonder woorden; het +sprakeloos-welsprekende, dat deed ontroeren, schaterlachen of huiveren. + +De beschrijvingen van zijn verschijning liepen ver uitéén. Iedereen zag +in deze "vlinder van de verbeelding" weer iets anders. Alleen voor +Rivière's Pierrot-opvatting kon Liesbeth niets gevoelen. Hij zag in hem +de incarnatie van den duivel in de wereld. Niet de Pierrot in het +traditioneel costuum, maar een bleeke man met donkere oogen; groot, +welgebouwd, met een hart van brons en stalen spieren; een die, levend in +de maatschappij, waar hij over een enorme macht beschikt, "ferait +toujours le mal, impassible et souriant." + +Nee, dan voelde ze meer voor de geestige typeering van den aan Pierrot +gepaarden harlekijn: "un vieux beau, qui passe sa soiree au cercle, sa +journée a la bourse; qui a l'oeil encore vif, la jambe encore leste et +qui dissimule ses rhumatismes et non ses vices...." + +"Je moest een Franschman zijn om 't zóó te kunnen zeggen!" dacht +Liesbeth bekoord en het boek doorbladerend, liet ze de vele Pierrots +waarvan het verhaalde, aan haar verbeelding voorbijgaan: + +Pierrot blanc--in wien zij zag een tot wezen geworden manestraal. +Pierrot noir; voor haar het niet te ontwijken noodlot; Pierrot gaie, +triste ou tragique; rusé, dupe ou victime.... mais avéc quelquefois des +revanches.... + +Maar 't langst bleef ze nadroomen over dien eenen, droeven nar, die toen +hij jong en vroolijk was, met zijn grappige mimiek Parijs veroverde, dat +hem omtroetelde en toejuichte, maar hem aan zijn lot overlaat, wanneer +hij ontgoocheld en doodelijk gewond, niet meer lachen kan. Onder 't +kille licht van een lantaarn--zijn "cierge d'agonie"--ligt hij te +zieltogen, terwijl door de straten de processie voorbijgaat van het +gouden kalf, eenige godheid van dezen tijd, rondgedragen op het satijn +van courtisanen-schouders. Maar Pierrot sterft als alles waarin hij +heeft geloofd, als alles wat hij heeft lief gehad." + +"Was dit soms de geschiedenis van háár pathetische pop? Voor wie zou dit +smartelijk masker, de bevrijding van een niet langer te dragen obsessie +zijn geweest?" peinsde Elizabeth. + +Altijd weer spon haar verbeelding een nieuw weefsel om dit bleeke, +fascineerende hoofd. Trouwens...., hoe vélen werden getroffen door dit +geheimzinnig wezen, met de éene uitdrukking als een verheven +verstarring, zoo sterk erin vastgelegd? En hoe leende zich zijn +suggestieve figuur, voor verdichtsel en anecdote!" + +Zoo herinnerde ze zich een geestig verhaal over Gustave Debureau--een +der beroemde Pierrot-figuren, lieveling van de Parijzenaars,--die +overdag nooit lachte, zelfs niet glimlachte, om toch maar niets uit te +geven van zijn vroolijkheid voor 's avonds, wanneer zijn grappen met +goud werden betaald. Die, een dag nadat de "ville de lumière" hem een +frénétieke ovatie bracht.... stierf, zonder dat hem iets anders kon +worden verweten dan een onverklaarbare afkeer voor den nachtegaal. + +En niet alleen het groote publiek en de artiest, ook bekende +persoonlijkheden onder filosofen en vorsten, hadden zijn gratie en +geestige, soms lugubere grappen, zijn tragisch masker en subtiel +gebarenspel lief. + +Toen Rome, door hongersnood bedreigd, alle vreemdelingen buiten zijn +muren dreef...., werd voor de pantomimen een uitzondering gemaakt; en de +Romeinsche, cynische filosoof Demetrius, riep na een voorstelling van +maskers en mimieker uit: "O bewonderingswaardige menschen, die met de +handen schijnt te spreken! Het is geen tooneelspel, dat ik heb +aanschouwd, het is het ding zelf!" + +Eeuwen later, toen Napoleon op den langen weg van Parijs naar St. Cloud +den beroemden Pierrot zich zag haasten naar zijn troep, die hem naar het +kermisterrein was voorgegaan,... liet de keizer zijn rijtuig stilhouden, +opende het portier en deed den moeden wandelaar naast zich neerzitten. +Zooals Bonaparte ook eens een kanten écharpe nam van het corsage eener +prinses van geboorte, om met eigen handen de kanten doek om de schouders +te werpen van Mad^m Sagui, bezweet van vermoeienis en inspanning na een +harer gevaarlijkste toeren. + +Zoo had Pierrot overal de harten gegrepen. Ook door de kunst van zijn +zwijgen. Hoe had zij zelf dikwijls ademloos van spanning zijn stilten +beluisterd, plotseling gebroken en opgelost door een simpel of +pathétisch gebaar. Want ook van de schoonheid van het gebaar, bezat hij +als geen ander het geheim. "Le geste, le grand geste éloquent et +splendide." + +Hier werd Elizabeth in het memoriseeren gestoord door den hond, die +recht vóór haar ging zitten, eerst de eene, dan de andere voorpoot op +haar knie duwde en haar daarbij aldoor smeekend aanzag, een dringende +vraag in de oogen. + +--Ja Juun, ook jouw gebaar heeft geen woorden noodig--lachte zij. + +"Je akkertje òm, hè? 't Is je tijd, beest! Kom dan maar!" + +Zoodra Liesbeth het boek neerlei, sprong de hond onstuimig tegen haar +op, plofte met beide voorpooten tegen haar schouders en trachtte, +uitzinnig van blijdschap, haar gezicht te likken. + +--Koest Juun, koest!--weerde ze streng. Nadat ze dan het raam en de +voordeur had gesloten en buiten trad, werd het tusschen hen een stoeien +in aanval en afweren over 't grasveld tot aan de heg, waar, eenmaal op +den weg bij de open velden gekomen, hij uitbundig-blaffend vooruitstoof, +in zijn vreugdevaart een zwerm vogels verschrikkend, die klapwiekend +opvlogen uit de versche voren van een voor 't winterkoren omgeploegden +akker. + +Maar even later, uitgeloopen, kwam hij hijgend terug, de roode natte +tong uit den bek. Dan wreef hij zijn kop tegen haar aan of duwde zijn +vochtige snoet in de palm van haar hand. + +"O, de liefde en gehechtheid van een lief dier...! 't Is iets kostbaars +en 't kwetst je nooit in je teederheid.... zooals de menschen 't zoo +dikwijls doen die je zuiverst bedoelen bezoedelen. Als je eenmaal door +den leugenachtigen omgang van de menschen-onder-elkaar had +heengekeken.... en een te rechten rug had om al maar weer te bukken, te +buigen.... en vooràl.... als je je niet van binnen verharden kon voor +hun grofheid...., dan hield je 't op den duur in de samenleving niet +uit. Je trok je terug en vluchtte de stilte in, zooals zij had gedaan, +wèg van laster en intrige die, als je eigen leven er al vrij van bleef, +dat van je vrienden vergalde of havende. Hier was ze veilig met haar +liefste bezittingen. Hier, aan 't gulle hart van de natuur, was ze +genezen van veel wat vroeger onheelbaar scheen. Ze werd weer gelukkig, +voor zoover dat zonder Heinz mogelijk was. En hoeveel dragelijker was +ook het gemis van hem..., hier, in zelfgekozen eenzaamheid, dan vroeger +onder de menschen, die ze elkaar zulke lage, wreede dingen zag aandoen, +dat ze eindigde met bijna niemand meer te durven vertrouwen. Hoe werd in +de vijandige wereld die ze had verlaten, het fijne vertreden, het +spontane hartsgebaar gehoond. Het sluwe en hardvochtige alleen +zegevierde. Of zag ze niet ver genoeg? + +Maar zóó leed ze onder den geest die de menschen in en na den oorlog +beheerschte, dat het haar de afzondering had ingedreven, waar geen nijd +en hebzucht loerde...., en geen afgunst.... + +Stil...., ze mocht nooit vergeten hoe zij zelf, die tot haar dertigste +jaar dit gevoel alleen bij naam kende en nooit een ander iets had +misgund wat ze zelf niet bezat, toch óók onverwacht door dit +minderwaardige werd overvallen. Ze woonde 't eens bij, hoe tactloos +wreed een vrouw haar moeder-weelde uitstalde voor een eenzame, +kinderlooze. Het oude verwelkte meisje, had ze zien krimpen van pijn. +Met verknepen lippen had ze zich van deze pralende Niobe afgewend. + +Datzelfde voelde zìj..., toen die éene vrouw met tartend vertoon haar +huwelijksgeluk uitstalde in het eerste jaar na Heinz' dood. + +O, niemand behoefde ooit zijn geluk voor haar te verbergen. Dat was het +niet wat bezeerde! Maar deze vrouw, van wie ze wist dat ze Heinz tot in +hun verloving aanhaalde indertijd, deed het uitdagend, met duidelijke +bedoeling te kwetsen. Hiertegen was ze in die ontredderde dagen niet +bestand geweest. Ze was jaloers, afgunstig geworden. Wel zonder +wraakgedachten, maar toch.... een vergift werd het in haar bloed, een +kanker, die alles wat van nature zacht in haar was, verhardde. Toen +hadden niet ànderen haar in haar verwachting teleurgesteld, maar +zichzelve was ze een ontgoocheling geweest. Treurig dacht ze, hoe Heinz, +als hij haar ooit zoo had gekend, niet van haar zou hebben gehouden +misschien. En dit, meer dan iets anders, deed haar de wrange +verbittering bevechten en overwinnen. + +Maar dit wist ze nu, na de beschamende maanden: nijd...., nijd is een +vuil, een zielsverzwammend gevoel, dat alle goedheid aanvreet en van je +vriend een vijand maakt. + + * * * * * + +Juun rook wild. Huiljuichend stortte hij zich in 't kreupelhout. Nu was +ze hem vooreerst kwijt, totdat hij hijgend, achter adem, met trillende, +ingevallen flanken thuis zou komen en voor haar voeten neervallen. Soms +had hij den verboden buit in den bek. + +Elizabeth liep nu verder alleen door de roode najaarspraal. Ze genoot +van den helderen herfstdag; van den geur van het loof en van de +tintelende atmosfeer. De paden in de diepe najaarslanen, waren bevloerd +met een tapijt van bloedroode beukenblâren en verder op, aan beide +zijden van den zandweg, stonden de Amerikaansche eiken in herfstgloed, +als ontstoken toortsen. + +Toch, ondanks het genot dat de wandeling gaf, was ze blij dicht bij huis +te zijn. Na het incident met den halfdronken paardenbeul, durfde ze zich +niet ver van huis wagen zonder den hond. En ze dacht hoe, wanneer die +ruwe kerel z'n driftige bedreiging eens zou hebben volvoerd, het +tenminste de moeite waard zou zijn geweest, een slag op te vangen voor +zoo'n edel dier. + +Ingeboren adeldom bij de menschen? Ze lachte schamper.--"Nee, dat vond +ze meer bij de beesten; en vooral bij het paard. Eigenlijk was ze +altijd, van kind-af, geschokt geweest door 't paardenleed. Misschien +omdat het zoo geduldig en geluidloos was. + +Terwijl ze nu verderliep kwam een herinnering in haar op uit den tijd in +Freiburg: Achter hun huis een drassig bouwterrein en daarop in +druipenden regen, voor een half-uitgeladen kar, een heel oud, triest +paard; den kop laag naar den grond, de oogen in zoo duldeloos rampzalig +staren...., dat het haar de keel toekneep van ontroering. + +Haastig greep ze een homp brood uit den trommel en holde de waranda-trap +af, den tuin in, het poortje door. Dan stond ze op 't veld. Het lag +leeg. De arbeiders schoftten. Er was alleen, voor de kar, het verlaten +paard, onbedekt in noodweer. De regen gudste over hem neer. + +Ze was op hem toegeloopen, mompelde troetelwoordjes, terwijl ze hem +brood voerde; liefkoosde met streelende handen z'n ouden, pezigen hals, +zijn knobbelig voorhoofd. Er was gelukkig niemand die haar kon begluren +en uitlachen. En zooals dat paard haar toen had aangezien..., +nàgekeken.... + +... Het was daarna een dagelijksche vreugd gebleven naar hem toe te +sluipen, zoodra de werklui weg waren. En dikwijls wanneer ze 's middags +de stad in moest en voorbijging aan het veld waarbij het stond, zag ze +hoe het dier haar nadering voelde. Dan hief het den kop, bewoog de +ooren, in luistering naar haar stem,... die ze dan dempte tot een +fluistering; om de steensjouwers die er bezig waren. Dan prevelde ze in +'t voorbijgaan gauw iets liefs, dat z'n eenzaamheid omstreelde. + +O, het verstond wat ze zei; het was een geheime samenspraak tusschen hen +beiden. En als ze dan dacht hoe het uitsterven van't paard wordt +voorspeld! Nu óók weer in Carel Scharten's "Bloedkoralen Doekspeld." Ze +hoopte dat het nooit zoover zou komen. Moest de wereld dan àl maar +nuchterder en leelijker worden? Al het mooie eruit weg, omdat het met de +machine vlugger gaat? Zou, in de lawaaiende wereld, op den duur de motor +met zijn benzine-stank en rumoer alles overheerschen, er nergens meer +stilte, schoonheid zijn en geur? De dagen van de trekschuit schenen haar +een paradijs, vergeleken bij dezen tijd van vaart-razernij." + + * * * * * + +Elizabeth sloeg nu den hoek om en liep het mulle zandpad op naar haar +woning. Hoe dichter ze deze naderde, hoe sneller ze begon te loopen, als +voortgedreven door onbekenden dwang. + +Ze lachte er zelf om. "Waarom zich haasten? Niemand wachtte. Vond Jans +haar uit, dan zette zij de pan met eten wel bij de voordeur neer." + +Bij de heg zat het katje naar haar terugkeer uit te zien. Zoodra 't +haar zag aankomen, liep het miauwend op haar toe; den staart rechtop als +een vreugdevaan. + +Ze bukte zich, nam 't poesje op dat spinnend het kopje tegen haar kin +opstootte en wilde het juist aanhalen met luider woord..., toen ze +inhield, bruusk 't katje neerzette en verbaasd naar haar huisje staarde, +waar ze een vreemde vrouw zag. Naderbij komend herkende ze aan den +Schwarzwälder dracht van het gebloemde japonnetje, een der oudere, +ondervoede Duitsche meisjes, kortgeleden bij een rijken boer +ingekwartierd. De pan met eten, in blauw-geruiten boeredoek geknoopt, +had ze bij de gesloten deur neergezet. Nu liep ze op het raam toe, ging +er op de teenen staan en terwijl ze, om het licht af te weren, beide +handen drukte ter weerszij van het met blonde vlechten omwonden hoofd, +duwde ze het gezicht tot vlak op de ruiten en tuurde de kamer in. + +Maar plotseling, als had ze daarbinnen iets ontzettends ontdekt, wierp +ze zich met een ruk achterover, en gillend: "der tote Beppo!" nam ze, +een hand voor de oogen geslagen, de vlucht, in haar vaart tegen +Elizabeth opbotsend, die onhoorbaar over 't gras genaderd was. + +--Aber Mädel...., Mädel, was ist denn?-- + +--Da drinnen! Der tote Beppo mit 'm Sträuszlein!--herhaalde 't meisje +ontdaan. + +In het van ondervoeding grauwe gezicht, stonden de met diepe wallen +blauw-omkringde oogen, opengesperd van ontzetting. + +Elizabeth, die uit den angstigen uitroep begreep, dat ze moest zijn +geschrokken van Pierrot's macaber-wit gezicht, zeker in verband gebracht +met iets noodlottigs uit het eigen leven, stelde gerust: "het was niets; +niets dan een pop waarvan ze waarschijnlijk zoo geschrokken was." + +-Het was of hij leefde...! + +-Een Italiaansche pop--vervolgde Liesbeth met sussende stem, terwijl +zij, een arm om den schouder van 't bevende meisje geslagen, haar +meevoerde naar 't zonnig hoekje bij 't veld van zonnebloemen en haar +daar met zachten dwang deed neerzitten in een rieten leunstoel. + +--Italiaansch?-- + +Dadelijk reageerde ze op dit woord: "Beppo was óók Italiaan, al had hij +een Duitsche moeder. En precies als die ---- daarbinnen,"--schichtig +wees ze achter zich naar het raam om den hoek--had hij eruit gezien toen +hij dood op de steenen lag van hun hof. Alleen niet zoo vreemd gekleed. +Ach, God nee! Bloot waren z'n voeten .... en z'n borst.... Hij had niets +aan dan "sein Hösele," en in zijn hand hield hij de bloemen!" stamelde +'t meisje en barstte in tranen uit. + +Aan de hevigheid van 't huilen begreep Liesbeth, dat dit de uiting was +van een te lang opgekropte wanhoop; van een lang gesloten bron de +eindelijke openstorting. + +Achter haar stoel staande, liet ze 't meisje stil uitschreien. Zacht +streelde haar hand over 't volle, glanzend blonde haar. + +"Entschüldigen Sie, gnädige Frau,... dasz ich so.... Aber das macht der +Schrecken," + +Telkens, tusschen 't snikken door, viel een woord ter opheldering. + +Als ze dan langzamerhand bedaarde, moedigde Liesbeth aan: + +"Zou ze nu in staat zijn zich eens heelemaal uit te spreken? 't Zou haar +zeker goed doen. Zij.... kende haar volk heel goed. Haar man, die in den +vreeselijken oorlog sneuvelde, was ook uit het Schwarzwald, net als zij. + +O--wist ze dat al van Jans?" + +"Ja, die had haar met het eten gestuurd en gezegd dat, als de deur +gesloten was, ze gerust door 't raam naar binnen mocht kijken; naar de +Schwarzwalder klok en naar de pop, waarvan ze in het dorp had hooren +spreken; en naar de Duitsche boeken, waarvan Jans zei dat ze er +misschien wel eens een zou mogen leenen...?" + +En Liesbeth beloofde: "natuurlijk mocht dat. Straks moest ze er zelf +maar een uitzoeken binnen." + +Maar dadelijk kwam de nerveuse angst terug: "nee, bitte, niet daarbinnen +bij de griezelige pop," weerde ze met bange oogen. + +"Pierrot werd dan eerst in de kast opgesloten," stelde Liesbeth gerust, +maar drong dan aan: "nu moest ze eerst eens vertellen aan wat, aan wie +de pop haar herinnerde, dat ze er zóó van was geschrokken. + +--Ja, ze schrok wel erg gauw sinds dien vreeselijken nacht!--bekende +zij. Dan stamelend, kwam in brokstukken de trieste geschiedenis: + +"'t Gebeurde jaren geleden. Ze was pas zeventien; Beppo twintig. Ze was +z'n meisje. Z'n vader was een Italiaan, z'n moeder een Zuid-Duitsche. Ze +woonden sinds eenige jaren in het kleine stadje. Beppo was anders dan de +andere jongens. Fijner. Hij zong bij de guitaar. Hij had een mooie stem +en zong wel liedjes waarbij hij zelf de woorden maakte. + +Een professor, die eens 'n zomer bij z'n ouders in pension was, las +verzen van hem. "Nicht übel, nicht übel!" had hij gezegd en hij beloofde +te probeeren een studiebeurs voor hem te krijgen. + +Toen brak de oorlog uit.... + +Ze gingen allemaal, de jongens. Aan de bajonet een bosje bloemen. Haar +tuin had ze voor hen geplunderd. Ze sméékten om een ruikertje, wanneer +ze aan haar tuintje voorbij gingen. + +Toen, na een tijd, kwam bij al de vijanden ook nog Italië. Toen begon de +ellende!" + +Het meisje zweeg en haalde diep adem, als om den moed tot verdergaan te +vinden. Dan vervolgde ze: + +"Tusschen Beppo's vader en moeder was altijd alles goed geweest, maar nu +speelden zich hevige tooneelen af tusschen deze twee. Ieder koos partij +voor z'n eigen land. Beppo's vader werd opgeroepen en ging dadelijk +terug naar Italië. De moeder bleef achter met den zoon. Maar dit kon zoo +niet blijven. Wanneer hij zich niet liet inlijven bij 't Duitsche leger, +werd hij om zijn Italiaanschen vader 't land uitgezet of gevangen +genomen. + +Ook bij háár thuis, waar 't altijd vrede was, waren nu telkens ruzies. +Zij scholden de Italianen uit voor schurken en verraders. Beppo noemden +ze nu een jongen van niks met z'n mooie praatjes; een vijand van 't +Vaderland. Zij moest de verloving onmiddellijk afbreken! + +Wat ze ook aanvoerde ter verdediging van dit moeilijk, ingewikkeld +geval..., het hielp alles niets en ze dwongen haar hem ronduit te +zeggen, dat hij bij haar thuis niet meer zou worden geduld. + +Toen ze hem 's avonds sprak, waar ze elkaar altijd vonden, had ze hem +alles oververteld. Hij stoof op: "Wat? Hij een vijand van haar volk? Was +z'n eigen moeder dan geen Duitsche? Vechten tegen 't land van z'n moeder +en z'n liefste? Nooit!" + +En toen ze hem dan zei hoe hij wel zou worden gedwongen partij te +kiezen, hij hier alleen zou worden geduld als hij zich liet +naturaliseeren en meevocht, riep hij driftig: "Niemand zou hem ooit +dwingen partij te kiezen tusschen de twee landen. Hij had ze allebei +lief; als z'n vader en moeder. Trouwens, thuis hadden die twee 't hem +ook al moeilijk gemaakt met hun getwist en hun eisch: te kiezen tusschen +hem en haar. Hij kon zich toch niet in tweeën hakken! + +Z'n ouders waren niet meer te herkennen. Als furiën stonden de twee +vroeger zoo zachtzinnige menschen tegenover elkaar. + +Maar ook zij zouden hem niet dwingen de eene of de andere richting uit. +Hij vocht niet mee. Niet tegen Duitschland, niet tegen Italië. +Schwindel, Schwindel, der ganze Krieg! En hij kon, hij wilde niet +dooden!" + + * * * * * + +Elizabeth gaf het een schok. "Dit waren dezelfde woorden als in den +laatsten brief van Heinz!" + +Er viel een zwijgen.... In de verte loeide een koe.... Dan was er in de +stilte niets dan het gezoem van late hommels en bijën om de +zonnebloemen. + +Liesbeth, die al den tijd achter den stoel van het meisje was blijven +staan, ging nu over haar zitten. Zij nam de nerveuse vingers, die +rusteloos aan een losgeraakt rietje van den stoel plukten, in haar beide +handen, boog zich tot haar óver en vroeg: "En toen?" + +Het klonk als van een kind dat het eind van het onderbroken verhaal niet +langer kan afwachten. + +--Ik vertelde het thuis, 't Was om niet uit te komen..., zoo hopeloos +verward alles.... Ze zagen er alleen gebrek aan moed in; vonden het +karakterloos; en toen hij zich tòch bij ons waagde, ondanks het verbod, +hebben ze hem de deur uitgegooid, hem 't woord lafaard toegeworpen en +dan naar hem gespógen! + +.... Nooit zou ze z'n gezicht daar voor de open deur vergeten. Hij stond +als verdwaasd. Hij werd doodsbleek zooals die pop binnen. En zoo had hij +ook gekeken..., zoo triest, met de oogen neer. Precies als die pop. + +Ze had hem willen naloopen, de beleediging goed maken van de woede en +verachting der huisgenooten. Maar ze hielden haar vast: "Halt stille!" +dreigde grootvader. Ze bewaakten haar dien avond. Ze kon niet wegkomen +op het gewone uur. Toen heeft Beppo zeker geloofd, dat ook zij hem +verloochend had en niets meer van hem wilde weten. + + * * * * * + +Dien nacht, het zal één uur zijn geweest, schrikt ze wakker van een +schot. Ze denkt eerst dat ze droomt. Dan.... wéér een.... vlak onder het +raam van haar kamertje. + +Ze vliegt het bed uit. 't Eerste wat ze ziet, bij heldre maan, is +tusschen de bloempotten op 't kozijn, zijn guitaar en zijn schrift met +verzen, met haar naam: Käthe. + +Dan buigt ze zich voorover en ziet naar beneden. En daar, op de steenen, +ligt Beppo, plat op den rug; z'n gezicht in 't maanlicht. + +Hij lag er met bloote borst en bloote voeten.... Nur in seinem Hösele, +wie 'n Bettelbub. Naast hem, op de steenen, de pistool. In z'n hand +hield hij een tuiltje van haar bloemen. + +Ze was de trap afgevlogen, zóóals ze was. Ze knielde bij hem neer, +fluisterde 't hem toe--misschien hoorde hij 't nog--dat ze niet had +kunnen komen, dat ze hem "dennoch lieb hatte." Ze kuste hem op den mond. +Bloed en schuim was op z'n lippen. En opeens stond het vol buren om hen +heen. Na 't eerste schot--dat miste--hadden ze het tweede gehoord en +kwamen allen aangeloopen. Plotseling greep een harde hand haar bij den +arm; slingerde haar van Beppo weg....; als 'n vod.... Het was zijn +moeder. + +"Ga jij weg! jij bent de schuld van alles", had ze gezegd; ijzig-kalm. +Maar dan was ze over haar zoon neergestort; haar arm schoof ze onder +zijn hoofd en met haar gezicht tegen 't zijne, riep ze maar niets dan: +"m'n lieve jongen...., Beppo..., m'n lieve jongen!" + +O dat zacht gekerm, àlmaar door...., het was niet om te harden, 't +Vervolgde haar nog...., nòg. + +In een donkeren hoek van den hof, waar de maan niet in scheen, verborg +ze zich en drukte de handen tegen de ooren om 't niet langer aan te +hooren. En dan zag ze, hoe ze den dooden Beppo optilden en hoe toen zijn +moeder, die toch een tengere vrouw was, haar dooden zoon, alleen,--und +war doch ein hübscher kräftiger Mensch!--het huis indroeg in haar +armen. Bij 't opbeuren vielen een paar bloemen uit het ruikertje, dat +hij klemde in z'n doode vingers. Ze raapte de bloemen op. Het laatste +wat hij had gestreeld. + + * * * * * + +--En hoe is het toen met zijn moeder gegaan?-- + +Elizabeth vroeg het in spanning. Ze wilde 't meisje niet verontrusten, +maar ze dacht aan de pop. + +--Z'n moeder is nog 't zelfde jaar aan de griep gestorven. Maar haar +bedreiging is uitgekomen. Zijn dood vervolgt me. 'k Heb nergens meer +rust. En 't allerergste is, dat ze thuis--en ook anderen--nog altijd +een lafaard in hem blijven zien!--klaagde Käthe met bevenden mond. + +Toen, met een schok, stond Elizabeth recht; ze hief het betraande +gezicht van 't meisje tot aan haar blik en zei vast en streng: + +--Nee, Mädel! Wie, om anderen niet te vermoorden, zichzelf doodt.... is +geen lafaard, maar een held. Dàt verdriet kan 'k tenminste van je +afnemen! + +--Ich ahnte es ja...., habe es aber nicht gewagt.... + +--Ach natuurlijk!--dacht Liesbeth bitter. + +"Diep-in had dit kind het geweten, maar het nauwelijks durven denken. Ze +had immers van kind-af, 't zoo anders geleerd..., thuis, op school." + +Toen, als hadden de woorden al die jaren liggen wachten tot op dit +oogenblik, stortten zij haar over de lippen: + +"O, de meisjes, de vrouwen, die dol op oorlogspoëzie, de kanonnen +omkransen, de bajonetten versieren met bloemen uit hun tuintje...., +dachten ze dan niet nà bij wat ze deden? Beseften ze niet dat ze de arme +drommels, gespannen voor de zegekar van diplomaten en generalen staf, +optooiden voor den dood? En de bajonetten, waaraan ze haar bloemen +bonden..., straks.... op het slagveld.... ....Stil..., o stil...!" +Elizabeth rilde. + +"Na den eersten bajonet-aanval had Heinz.... den dood gezocht!" + +Ze slikte haar tranen in. Dan zei ze: "Zoolang jelui allemaal dit +heldendom verheerlijken en alleen een held zien in wie met een +eereteeken op de borst van 't slagveld komt en allemaal zoo'n held +willen in je verloofden, je mannen en je zoons..., blijft het vechten +tegen wapengeweld een verloren strijd en zal er altijd weer oorlog +komen. + +Jouw vriendje--ze legde beide handen op de tengere schouders van het +meisje--was geen politieke schreeuwer; niet een, die een bom legt voor +de deur van een andersdenkende, die zich dan óók weer wreekt op de wraak +en zoo tot in 't oneindige...; maar een stille held, die de eene daad +deed, zonder waarschuwing of woordenpraal. + +En voor jou is er, geloof ik, maar één middel, kind, om te maken dat je +rust krijgt over zijn dood: Weiger je eerbied voor wat hij verachtte; +haat wat hij heeft gehaat.... En waarom zou je dan bang zijn dat hij je +vervolgen zal? Hij hield toch van je? Heeft hij niet, eer hij stierf, +zijn liefste schatten op de vensterbank voor je kamertje neergelegd...; +die lieve jongen?!" + +Toen richtte het meisje zich op uit haar gebogenheid; een glans lag over +het teeder gezicht en stamelend: + +"Nooit, nooit zou ze dit vergeten...; dezen morgen..., nooit....!" viel +ze met niet meer te weerhouden gebaar Elizabeth om den hals. + +--Kijk! Hier heb je nu iets uit je eigen land!-- + +Liesbeth bracht haar voor de oude Schwarzwalder hangklok, met de bonten +wijzerplaat, de groote wijzers, de zware koperen gewichten aan lange +kettingen en den slanken slinger met onderaan de breede, koperen schijf. + +Ze luisterden samen naar zijn regelmatigen, langzamen slag. + +--Is 't niet net de bevende stem van een lieve, oude vrouw? + +--Es ist wie daheim. + +--Toch geen heimwee? + +--Een beetje!--bekende Käthe, aarzelend. "O, ze was niet ondankbaar voor +al de goedheid van de gulle menschen bij wie ze was! Maar 't bleef nog +wat vreemd. En dan.... haar lichaam werd door de goede kost wel gezonder +en sterker, maar, niet waar, een bezeerde ziel geneest niet zoo gauw!" + +"Hoe goed zegt ze 't! En in den mond van dit meisje was het geen frase. +Ze gaf het als een simpel feit en bedoelde 't ook zoo!" dacht Liesbeth. + +Toen sloeg de klok twaalf. En nauwelijks was de laatste slag verstild, +of van 't gevelkamertje boven, door de balkenzoldering, kwamen de twaalf +slagen van een tweede, donkerder gekleurde klokkestem. + +Het meisje hoorde het en glimlachte. Zij zwegen beiden. Dan vertelde +Liesbeth, hoe zij deze twee klokken in een winkeltje in Schönau kocht. +Sinds jaren hadden ze er samen in het winkeltje gehangen. De ééne nam ze +toen dadelijk mee naar hun huis in Freiburg; de andere zou haar worden +nagestuurd. Er moest eerst iets aan 't binnenwerk gemaakt. + +Op een dag komt eindelijk de tweede klok en wordt opgehangen, net als +hier, een kamer hooger. + +Juist slaat ze drie uur. En nauwelijks is de laatste slag gevallen, of +van boven antwoordt de andere klokkestem, met drie plechtige slagen. + +Het was alsof deze klok toen opeens een gezicht had, dat verrast +luisterde naar de bekende stem van vroeger uit het winkeltje. Als het +weerzien van twee gescheiden menschen was het. + +--Houdt de gnädige Frau ook zooveel van dingen die een geschiedenis +hebben? Hoort en ziet ze daar óók zooveel in? Thuis werd ze altijd om +zulke gevoelens uitgelachen. + +--Och, lachen om wat je niet begrijpt is gemakkelijk.... "Die oude +kast?".... Een familiestuk. Was 't laatst van m'n moeder, 'k Heb altijd +het gevoel alsof er wel iets van haar aanraking in moet zijn nagebleven. +Na haar dood, ik was toen vijf jaar, gaf Jans, die pas was getrouwd en +in die dagen veel bij ons aanliep, me eens uit een van de laden een +grooten, rooden appel. Ze knielde bij me neer, draaide den appel om en +om, boende hem met een tip van haar boezel tot hij glom. Dan kneep ze +me in de wangen en zei: "Nou mot je zelf ook zukke mooie rooie koontjes +op je bleeke snoetje zien te krijgen, kleuterke....! Eet je wel genog? +Dàn pas weet je dat je genòg het gegeten, as je d'r van hikt of d'r ferm +van boert!" + +Toen, voor de eerste maal, hoorde Liesbeth van dit vroeg-droeve kind een +heldren, jongen lach. + + * * * * * + +Wat had dit meisje niet al meegemaakt! Ze stond erbij toen de bronzen +klokken uit de kerktorens van het stadje werden gehaald. Ze zei het +nooit te kunnen vergeten. De schoolkinderen hadden dien dag vrij en +zongen hun klokken een afscheidslied toe. Kinderen hadden guirlanden van +madeliefjes gevlochten, waarmee ze de klokken versierden, toen ze op den +wagen waren geladen, die hen zou wegrijden naar den smeltoven. Dominee +had gesproken, als aan een graf. + +Van den eersten dag toen de torenstemmen niet meer zongen, den morgen +die dood geboren werd, vertelde zij. En van 't laatste, wreedste +oorlogsjaar, toen de allerjongsten werden opgeroepen. Eén was er die z'n +angst durfde uiten en gilde: "Ich will nicht sterben! Ich bin jùng. Ich +will leben! Hilf, Vater! Hilf, Mutter!" + +En vader zei: "Sei ein Mann!" + +En moeder: "Sei ein Held!" + +Maar er waren ook andere moeders, die gek werden van angst om d'r +jongens. Eene had zes zoons verloren. Toen de zevende ging,--bijna een +kind nog--weigerde ze hem af te staan. Met geweld moesten ze hem uit +haar armen losscheuren. + +Dien nacht sprong ze uit het raam van de bovenste verdieping.... + +En dan de stakkert, die waanzinnig werd, omdat haar zoon werd vermist; +die iederen morgen, huis aan huis, aanbelde en vroeg: "Is m'n jongen +hier soms? Heb je hem nergens gezien?" En weer een andere, die gek werd +toen ze 't doodsbericht kreeg van haar laatsten zoon, een broodmes +greep, de straat opholde en een agent, dien ze voor een generaal aanzag, +te lijf wilde, gillend: "Kinderbeul, moordenaar....!"-- + +Wat een brok jeugd hadden die jaren, met dagelijksch meegemaakte +verschrikkingen, aan dit kind ontstolen! + +Alleen lezen, àl maar weer lezen in nieuwe boeken, had er haar +doorheengeholpen; deed een oogenblik de ellende vergeten. + +Toen bracht Liesbeth haar bij de boeken. + +--Las ze alleen Duitsch? Zou ze niet graag ook de andere talen kennen? +Zouden ze 't samen eens probeeren? Dan mocht ze iederen dag een uur +komen. Met de Hollanders werd begonnen. Want die zijn niet alleen een +volk van kaasverkoopers, maar ook van kunstenaars!" leerde zij. + +Boven 't boekenrek hing het geschilderd portret van twee kleine +kinderen: een broertje en zusje, dicht tegen elkaar aan. Het was door +geen beroemd schilder gedaan; toch hing om die kinderen een atmosfeer +van verlatenheid, die dadelijk trof: Twee moederloozen, die tegen elkaar +aankruipen als vogeltjes in 't leege nest. Het meisje bekeek het +aandachtig en zag dan naar Liesbeth. + +--Dat bent u zeker? En leeft uw broer nog? + +--Nee. Ook dood.-- + +Ze zei 't met een wonderlijk vlakke stem, in gekunstelde +onverschilligheid, als sprak ze van een vreemde. + +"Zoek nu maar rustig uit!" zei ze dan en trok het gordijn open, dat voor +een muurkast vol boeken hing. + + * * * * * + +Het meisje was al een tijdlang verdiept in 't nazien van de boeken, +toen ze werd overvallen door een onverklaarbare, stijgende onrust. Alsof +er iets beangstigends gebeurde achter haar rug. + +Ze keek om. + +Voor 't raam zag ze Elizabeth staan. Ze stond er uit te staren, zoo +lang, zoo stil..., in een zoo beklemmend zwijgen, dat het Käthe huiveren +deed. 't Was of hier alleen nog haar zielloos lichaam was. + +Dan, opeens, herkende ze in deze wezenloos-stille gestalte voor 't +venster, een der vele vrouwegedaanten uit den oorlog. Zoo stond haar +moeder...., wanneer ze wachtte op tijding van de jongens. Zoo spokig +stond ook haar zuster, wanneer zij uitkeek naar den brief van haar man, +die later kwam dan anders. Zoo stonden de meisjes en vrouwen allemaal, +allemaal...., in de ondragelijke spanning van het passieve +afwachten...., en staarden maar.... staarden maar uit..., door het raam. + +En Käthe begreep: dit was het lidteeken, dat de angstdagen van den +oorlog in Frau Elizabeth achterlieten. Ze wist het misschien zelf niet +eens. Ze deed als een die slaapwandelt. + +--Frau Gehrke!--zei ze voorzichtig en lei haar hand zacht op den arm der +droomende. Mag ik dit boek van Clara Viebig meenemen?-- + +Het kostte Elizabeth zichtbaar moeite zich te bezinnen. Maar wonderlijk +snel was de overgang van droom naar ontwaken. + +Zoodra ze 't meisje zag, met het boek in de hand, was zij de +werkelijkheid in en sprak een vast uur af voor Hollandsch lezen. "Morgen +wordt ermee begonnen. En wacht, ik zal nog even wat zonnebloemen voor je +afsnijden. Ook een paar voor Jans! Die wil je wel even aanreiken?" + + * * * * * + +Toen het meisje over het grasveld door den boomgaard wegging, zag +Liesbeth haar na. + +"Hoe anders ging ze heen dan ze was gekomen! Zou ze dit kind, dat zich +aan den oorlog had gewond als zij, trachten te genezen? Nog éénmaal +liefdevol tot een medemensch gaan, zonder angst zich te kneuzen? + +O, dankbaarheid begeerde ze niet. Dáárom ging 't nooit. Als haar +vertrouwen maar niet werd gekrenkt! + +Als ze zich nu eens op niets dan teleurstelling voorbereidde.... +misschien kwam 't dan dit keer juist andersom. Als Käthe's tijd bij den +boer om was, zou ze haar bij zich nemen. Ze moest niet te gauw terug +onder den druk van dat zieltogend land. + +Zie..., nu staat ze stil.... Kan 't niet laten even in 't boek te +gluren, het leesgretig kind! + +En dáár is Juun! Hij stuift, verschrikt door 't onbeweeglijk-lezend +figuurtje, blaffend op zij, besnuffelt Käthe, laat zich, gerustgesteld, +door haar streelen en holt dan verder, op 't huis toe; de ooren flappend +aan den kop. Midden in zijn vaart staat hij stil voor z'n drinkbak bij +de regenton en slurpt het water met gulzige slokken. Dan komt hij binnen +en als hij Elizabeth ziet, kijkt hij schichtig, kwispelt aarzelend, den +kop omlaag, voorbereid op een bestraffing. + +Zij doet haar best een streng gezicht te zetten, dwingt zich te doen +alsof ze hem niet bemerkt. Daarmee straft ze hem het meest voor zijn +lang wegblijven. + +Hij valt neer voor de rustbank, legt den kop op de voorpooten, en kijkt +telkens met verlegen knippende oogen naar haar op; snakkend naar een +woord of gebaar van verzoening. + +En Liesbeth houdt het niet langer uit bij 't kijken van die trouwhartige +honden-oogen, die om liefde vragen. Ze bukt zich, neemt z'n donkeren kop +tusschen beide handen: + +"O Juun.... Juun..., wat kan er niet alles gebeuren terwijl jij weg +bent!" + +4. + + +Dien avond--daar 't in de herfstdagen, zoodra de zon onderging, al kil +werd in huis--stak Elizabeth inplaats van de lamp, het +petroleumkacheltje aan, waarin van onderen het vierkante venstertje rood +gloeide. + +Het deksel deed ze er niet op, liet het vanboven open: dan valt het +schijnsel zóó dat aan de donkere muren, de kamerdingen als opdoemen uit +de duisternis. Ze voelt hen aan als liefdevolle wezens om haar +eenzaamheid gezet. En nooit spreken deze doode dingen zoo innig en +vertrouwd, als wanneer de avond gaat komen. + +Het is heel stil. Aan haar voeten ligt Juun, moe van de jacht. Ze hoort +zijn slapend ademhalen en er is ook het spinnen van poes in de +vensterbank, tusschen de bloempotten, waar ze het duisterend-buitene +inkijkt. Ze doet als een weduwe op leeftijd, die goed in d'r duitjes +zit, lekker gegeten en d'r middagdutje gedaan heeft en nu voor 't raam, +in de schemering, naar de passage kijkt. + +De oude klok tikt in de stilte. Ook om het huis hangt avondlijke rust. + +"O de heerlijkheid van een uur als dit, met dingen die je lief zijn en +die niet bezeeren.... + +De vrienden in de stad vonden haar wel te jong voor zulk een leven van +afzondering, maar zij genoot ervan. Ook de winter had mooie dagen +gebracht, toen bij strenge, plotseling ingevallen vorst, de regenstralen +bevroren en als kristallen franje om den dakrand hingen. Later, toen de +zon doorkwam, waren de ijspegels als flonkerende krissen.... + +In die winterdagen was 't den heelen dag vol vogels om het huis. Alle +soorten hadden hun eigen etensuur. De brutale musschen waren er altijd +'t eerst bij. De lijsters, vinken en roodborstjes kwamen later en in 't +middaguur, een zwerm van bonte kraaien, in hun deftige zwarte frak met +het onberispelijk strakke, grijs veeren vest. Een carré van vogels was +het soms om het huisje geweest. Konijnen, muizen, een egel.... allen +dreef de honger naar haar toe. Nee, zij voelde zich hier niet eenzaam; +minder dan vroeger, alleen midden in de menschen. En af en toe spoorde +ze naar de stad, en dook er onder in de beweging; bezocht +schilderijententoonstellingen, tooneel, lezingen en concerten. Maar al +gauw vluchtte ze terug.... om de menschen.... + +En dan was er de post, die de stemmen aandroeg van verre vrienden; de +weinigen die na haar genadelooze schifting van betrouwbaar en +onbetrouwbaar waren overgebleven. Eén schreef van "hertrouwen, opbouwen +van een nieuw geluk...!" Nee, dat was voorbij. Het liefdegeluk had ze in +volkomen schoonheid bezeten bij Heinz.... Zij behoorde nu eenmaal tot +de vrouwen die eens liefhebben en dan niet meer...." + + * * * * * + +Peinzensstil, de handen roerloos in den schoot, dwaalde haar blik door +de kamer, met de mooie dingen die ze er bijeen bracht en bleef rusten op +een door het kachelschijnsel warm belichte reproductie van Fra Philippo +Lippi's Madonna: Een droeve moedermaagd. Beschermend is haar arm om het +schoudertje van 't heilige kind. Haar hand om zijn hoofdje gevouwen, +staart zij visionair zijn toekomst in, van hoon en marteldood, waarvan +haar liefde hem niet kan redden. En Liesbeth herinnerde zich hoe een +vrouw, die veel leed had gekend, eens tot haar zei: "ik dacht te weten +wat verdriet was. Ik wist het niet, eer ik de zielesmart zag van m'n +kind en machteloos was het van haar af te nemen." + +Zij zelf had lang betreurd geen kind van Heinz te bezitten. Maar dit was +haar bespaard: het ongeluk van zijn kind aan te zien.... Toen dacht zij +aan de moeder van Beppo en keek naar Pierrot. Het scheen haar een +symbool, dat de kachellamp in haar schijnsel op de balkenzoldering en +over den hoek van 't boekenrek, waar hij bleek te zwijgen zat, alleen +zijn hoofd en de witte hand met de bloemen in zijn lichtcirkel ving en +de figuur in 't duister liet. + +Sinds 't gebeurde van dien morgen, zag ze hem nu anders dan vroeger; zag +ze voor de eerste maal meer in hem dan een tot wezen geworden +manestraal, voor wien in de werkelijkheid alle droom wordt onttooverd; +meer dan "un pauvre petit gars qui aimait celle qui ne l'aimait pas", of +dan een heilig-onnoozele, die liefdevol, argeloos als een kind tot de +menschen gaat, beleedigd wordt in zijn teederst gebaren en zich dan +afsluit voor iedereen. Meer..., dan wie uit hooghartig idealisme van de +"mooie rol" dupe wordt en door de menschen om zijn onbegrepen "beau +geste" belachen...., op zijn beurt alle menschen en ook zichzelf bespot, +in een tot sarcasme verworden smart.... + +Meer...., meer zag haar dezen avond uit Pierrot's tragisch masker aan: +Niet van één mensch de gebrokenheid, het fiasco, het verbrijzeld +vertrouwen en het gewonde hart..., maar de smaad van een ontgoochelde +menschheid, die eerst den schandelijken oorlog en nu het even +schandelijk naspel beleefde. + +Maar in dit uur was er in Elizabeth geen aanklacht tegen de menschen. +Tegen niemand. Alleen een wijd meelij, met deemoed, in het besef hoe +moeilijk het is in 't klein nooit een kwaad te bedrijven, dat in 't +groot, verduizendvoudigd, oorlog maakt. En ieder mensch moest ten slotte +beginnen met zichzelf te zuiveren. + +Ze wist: tot de menschen teruggaan met het oude argelooze vertrouwen..., +dit ging boven haar gebroken kracht. Maar toch kon ze van uit haar +stille hoekje een lichtgevende zijn. Dàt dit kon...., dien morgen had +het haar bewezen. Trachten zou ze, den tijd te helpen voorbereiden, +waarin met edeler wapens werd gestreden. + +En woorden zijn als zaad.... + +"Daar lag hij dood op de steenen van onzen hof. Hij had een bosje +bloemen in de hand "und schaute gen Himmel auf." + +Toen ze nu in de stilte Käthe's woorden in zich herhaalde, schenen ze +haar van een bizondere bedoeling; doorschouwde ze 't geheim verband +tusschen 't vinden van Pierrot in Venetië en de ontmoeting van dien +morgen. Dit was meer dan toeval..., het was een wonder geweest. + +En al zou ze misschien nooit weten wie de maker was van de geheimzinnige +pop, ze wist nu waarvoor hij haar werd gegeven. + +Als hìj.... had ze zich blindgestaard op de eigen, ééne smart en in dat +staren aldoor in zichzelf neergezien... Maar de twee die moedig den +eenzamen dood ingingen, zagen den hemel in. + +Ook Heinz vonden ze met zijn doode oogen naar de sterren.... + + * * * * * + +Toen stond Elizabeth op. Ze strekte haar arm naar Pierrot in zijn +zwijgende vertwijfeling en haar handen vouwend over zijn radelooze +oogen, sprak ze in fluistering: + +"Ook voor ons ontgoochelden, die 't liefste verloren, komt van de +sterren nog altijd het wonder..., het Wonder..., Pierrot!" + + + * * * * * + + +IN DEZELFDE REEKS VERSCHEEN + + +JOHAN DE MEESTER Goethe's Liefdeleven (2e druk) +IS. QUERIDO De Jeugd van Beethoven +CAREL SCHARTEN De bloedkoralen Doekspeld +M.J. BRUSSE In 't verbouwereerde oude stadje +JOHAN DE MEESTER Gezin +LOUIS COUPERUS Lucrezia +KAREL WASCH Dialogen +TOP NAEFF Vriendin (2e druk) +TOP NAEFF Charlotte von Stein +JO VAN AMMERS-KÜLLER De Zaligmaker +CARRY VAN BRUGGEN Een Indisch Huwelijk +GERARD VAN ECKEREN De Late Dorst +KEES VAN BRUGGEN De Freule +EMMY VAN LOKHORST Phil's laatste Wil +JACOB ISRAËL DE HAAN Jeruzalem +ANTON THIRY Pauwke's Vagevuur +MARIE SCHMITZ Weifeling +HERMAN ROBBERS Het ontstaan van een Roman +P. H. RITTER Jr De Legende van het Juweel + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Pop van Elisabeth Gehrke +by Dina Mollinger-Hooyer + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE POP VAN ELISABETH GEHRKE *** + +***** This file should be named 15974-8.txt or 15974-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/5/9/7/15974/ + +Produced by Miranda van de Heijning, Frank van Drogen and +the Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/15974-8.zip b/15974-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a50f7ac --- /dev/null +++ b/15974-8.zip diff --git a/15974-h.zip b/15974-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..fa4c97d --- /dev/null +++ b/15974-h.zip diff --git a/15974-h/15974-h.htm b/15974-h/15974-h.htm new file mode 100644 index 0000000..0345cb5 --- /dev/null +++ b/15974-h/15974-h.htm @@ -0,0 +1,2572 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" /> + <title> + The Project Gutenberg eBook of De Pop Van Elisabeth Gehrke, by Ellen. + </title> + <style type="text/css"> +/*<![CDATA[ XML blockout */ +<!-- + p { margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; + } + h1,h2,h3,h4,h5,h6 { + text-align: center; /* all headings centered */ + clear: both; + } + hr { width: 33%; + margin-top: 2em; + margin-bottom: 2em; + margin-left: auto; + margin-right: auto; + clear: both; + } + + table {margin-left: auto; margin-right: auto;} + + body{margin-left: 10%; + margin-right: 10%; + } + + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;} + .pagenum {position: absolute; left: 92%; font-size: smaller; text-align: right;} /* page numbers */ + .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em; + padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em; + float: right; clear: right; margin-top: 1em; + font-size: smaller; background: #eeeeee; border: dashed 1px;} + + .bb {border-bottom: solid 2px;} + .bl {border-left: solid 2px;} + .bt {border-top: solid 2px;} + .br {border-right: solid 2px;} + .bbox {border: solid 2px;} + + .center {text-align: center;} + .smcap {font-variant: small-caps;} + .u {text-decoration: underline;} + + .caption {font-weight: bold;} + + .figcenter {margin: auto; text-align: center;} + + .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top: + 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;} + + .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em; + margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;} + + .footnotes {border: dashed 1px;} + .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;} + .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;} + .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;} + + .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;} + .poem br {display: none;} + .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;} + .poem span {display: block; margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em;} + .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em;} + // --> + /* XML end ]]>*/ + </style> + </head> +<body> + + +<pre> + +Project Gutenberg's De Pop van Elisabeth Gehrke, by Dina Mollinger-Hooyer + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Pop van Elisabeth Gehrke + +Author: Dina Mollinger-Hooyer + +Release Date: June 3, 2005 [EBook #15974] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE POP VAN ELISABETH GEHRKE *** + + + + +Produced by Miranda van de Heijning, Frank van Drogen and +the Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net + + + + + + +</pre> + + + + +<div> +<!-- Page 1 --><a name="Page_1" id="Page_1"></a> +</div> + +<div> +<hr style="width: 65%;" /> +<br /> +</div> +<h2>Ellen</h2> +<div> +<br /> +</div> +<h1>DE POP VAN ELISABETH GEHRKE</h1> + +<div> +<br /> +</div> +<h5>Amsterdam<br /> +Em. Querido<br /> +1922</h5> + +<hr style="width: 65%;" /> +<div> +<!-- Page 2 --><a name="Page_2" id="Page_2"></a> +<br /><br /> +</div> +<h4>Voor mijn Dochter<!-- Page 3 --><a name="Page_3" id="Page_3"></a></h4> +<div> +<br /> +</div> +<hr style='width: 65%;' /> +<div> +<br /> +<!-- Page 4 --><a name="Page_4" id="Page_4"></a> +</div> + +<h2>I.<!-- Page 5 --><a name="Page_5" id="Page_5"></a></h2> + + +<p>Vanuit de voornaam-gedempte sfeer van de koele hall in Hôtel +Danieli—een oud, Venetiaansch paleis, waar, langs de statige trappen, +in vroeger tijden deftige Dogen in hoofsche praal afdaalden naast hun +schoone, vorstelijk-getooide vrouwen en zich nu een internationaal +publiek verdrong...., trad Elizabeth Gehrke, na de glazen draaideur te +zijn doorgegaan, naar buiten en stond plotseling in het verblindend +licht van de Riva degli Schiavoni.</p> + +<p>De breede kade aan het Canale di San Marco was feestelijk van zon en +uitbundig morgenlicht en op dit uur reeds vol drentelende menschen, +voornamelijk vreemdelingen, die, Baedeker onder den arm, of geopend in +de hand, langzaam, aandachtig rondkijkend, den kant naar de Piazza del +Marco opliepen, of bij 't kanaal het eens trachtten te worden over een<!-- Page 6 --><a name="Page_6" id="Page_6"></a> +gondeltocht.</p> + +<p>Aan den oever, op het wijde, zonnevonkende water, lagen de +zwartgeschilderde gondels gemeerd; dichtopéén dobberden zij op de door +het af en aanvaren der barken ontstane deining.</p> + +<p>Zoodra Elizabeth naar den wal toeliep om er te zien naar de +bedrijvigheid van komende en gaande vaargasten, schoten van +verschillende zijden gondeliers op haar toe; de donkere oogen in het +gebruind gezicht gretig kijkend; in de roode monden de tanden blinkend +bloot.</p> + +<p>"Una gondola, Signora! Una gondola!" en met rollende r's in radde praat, +waarbij de vlugge woorden elkaar overstortten, prezen ze om 't hardst +hun gondel aan, stelden een tocht voor en noemden een prijs.</p> + +<p>"Non oggi. Domani!" weerde zij glimlachend naar de mannen, die bij haar +weigering niet verstugden, noch onverstaanbaar booze woorden mompelden,<!-- Page 7 --><a name="Page_7" id="Page_7"></a> +maar àl terugloopend haar bleven toelachen, blij met de belofte voor +later.</p> + +<p>Elizabeth liep nu de kade verder af; zij wilde dezen laatsten morgen in +dit goddelijk licht van enkele bovenal dierbare plekjes afscheid nemen +en genieten van 't mooie volk. "Een prachtras" bewonderde ze en zag met +genot naar twee fabrieksmeisjes en andere arbeidersvrouwen, die +koninklijk van gang, het bovenlijf recht en roerloos, met een alleen +even doorveeren der knieën, de treden van de brug over de Rio di Palazza +afdaalden; blootshoofds, de zwarte sjaal met laag-neerhangende franje +strak getrokken om borst en schouders.</p> + +<p>Voorbijkomend aan de gevangenis—somber, vierkant gebouw achter zware +tralies, door niets dan een smal grachtje van het blanke wonder, het +dogenpaleis, gescheiden—klonk de lach der meisjes helder op bij een<!-- Page 8 --><a name="Page_8" id="Page_8"></a> +kwinkslag van den cipier, die rinkelend met een groote sleutelbos, de +gevangenis voor een oud vrouwtje opensloot.</p> + +<p>Deze gevangenis op de zonnige kade vol café's en hôtels, midden in 't +gewoel van vroolijk-pratende en druk gesticuleerende menschen, die zich +geen oogenblik de nabijheid van dit donker-dreigende bewust schenen en +er luchthartig en schertsend aan voorbij slenterden...., Elizabeth had +er nooit aan kunnen wennen. En toen ze nu zelf de marmeren trap was +opgegaan, keek ze, stilstaand op 't platform, naar 't smalle, zwarte +grachtje, waarboven blank, de beruchte brug der zuchten afstak: de Ponto +dei Sospiri, die de gerechtszaal van het paleis met de gevangenis met de +looden daken verbindt; moeilijken weg dien ook Casanova eenmaal is +gegaan toen hij er zijn straf uitzat. Maar nu zij zich omkeerde, zag zij +wèg van dit donkere het licht in, over het als satijn glanzend,<!-- Page 9 --><a name="Page_9" id="Page_9"></a> +smaragd-blauwe water met de vele, vele gondels. En opnieuw genoot zij +bewust de weelde van 't ontbreken van alle modern vervoer-rumoer. Hier +geen auto-signalen of knallende motorfietsen, zelfs geen kargeratel; +alleen 't geplas der gondelriemen, waarmee de roeier, staande, het +sierlijk vaartuig voortbeweegt.</p> + +<p>"Een wondermooi ding vond ze een gondel; nee, méér dan een ding, een +levend wezen vol bevallige zwenkingen. En altijd weer zag ze er iets +anders in: een omgekruld boomblad, of een donkere, drijvende bloem; dan +weer een zwarte zwaan met gebogen nek, een zilveren, gekartelde keten om +den ranken hals."</p> + +<p>Lang bleef Elizabeth uitstaren over het nu weer onwezenlijk violet +gekleurd water, waaruit aan den overkant de Maria della Salute scheen op +te rijzen, de omtrekken sterk afgeteekend tegen diepblauwe lucht; en<!-- Page 10 --><a name="Page_10" id="Page_10"></a> +heél in de verte, aan paarlmoeren horizont, blauwschemerend: Lido.</p> + +<p>"Het was om niet van weg te komen, maar er wachtte zooveel!" En toen ze +nu langzaam de lage, breede brugtreden afdaalde, trachtte ze bijna +onbewust iets over te nemen van de houding der even tevoren bewonderde +Italiaansche vrouwen; al besefte ze wel dat de gratie en het koninklijk +gebaar, hier den armste aangeboren, niet is na te apen en er veel van +wat hier volkomen natuurlijk aandoet en aan dit volk bekoort, in Holland +dwaas-theatraal zou schijnen.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Op de Piazzetta gekomen, ging ze er zitten met het gezicht naar den +voorgevel van het Dogenpaleis, blank en glanzend de portiek van korte, +krachtige zuilen, steunend de sierlijke loggia, versierd met +marmerkantwerk—het opene in den vorm van een klaverblad—en daarboven +<!-- Page 11 --><a name="Page_11" id="Page_11"></a>de derde verdieping met de zeven spitsboogvensters in beide façaden; +van een zalm-rose kleur, zooals het hart van kleine zeeschelpen.</p> + +<p>Altijd weer kwam ze hier terug en zat maar stil op te zien naar dit +wonder van gothiek; en werd er nooit van verzadigd. Dit was haar +dierbaarder nog dan de San Marco. Hoezeer ze ook binnen in de kerk +genoot van het koloriet, van mozaïken en marmersoorten, van de pracht +der schilderingen en kleurenmengeling..., toch miste ze er in de +overlading en bijeengebrachte praal, de mystiek der groote cathedralen. +En zij herinnerde zich hoe de Franschsprekende gids die haar in Florence +had rondgeleid in de Santa Maria Annunziata, vertelde: dat juist òm die +overdaad en overstelpende weelde en het vele goud..., de Amerikanen de +San Marco het mooist vonden, van heel Venetië.</p> + +<p>En toen sprak hij met bijna komische <!-- Page 12 --><a name="Page_12" id="Page_12"></a>geringschatting van een ras, dat +voor een subliem fresco van Andrea del Sarto, geen ander woord vond dan: +"How much?!" kunstwaarde naar 't aantal dollars taxeerend. Hoe goed wist +ze nog ieder woord van den enthousiasten kunstkenner, die, de open +verrukte aandacht van haar en haar man bemerkend, van dienzelfden Andrea +del Sarto vertelde, hoe deze Meester niet tot de uitverkorenen behoorde, +door rijke patriciërs onderhouden; misschien wel omdat hij was getrouwd +met een ordinair schepsel dat hem ruïneerde, maar zijn model was voor de +hemelsche Madonna's, voor de zuivere Moedermaagden, die hij uitbeeldde +met háár gezichtsovaal en teere kin, den mooien mond, het fijne neusje, +de schoongebouwde schouders en borst en de weelde van goudblonde haren. +Maar haar oogen bracht hij niet op het doek. Deze <i>dichtte</i> hij in het +gelaat zijner Madonna's. En deze oogen <!-- Page 13 --><a name="Page_13" id="Page_13"></a>waren het, die van het model—de +liederlijke, zijn leven vernielende vrouw—in zijn "Oeuvre" een Heilige +maakten.</p> + +<p>"En doet niet iedere kunstenaar zoo met de schepselen van zijn +verbeelding?" had haar man gezegd, zich tot haar neerbuigend met het +liefdevol gebaar dat hem eigen was.</p> + +<p>Innige verteedering kwam om Elizabeth's smartelijken mond, nu ze zich +die woorden en dat gebaar uit de zalige dagen van 't eerste +huwelijksjaar herinnerde.</p> + +<p>"Ach, alleen omdat Heinz en zij niet vermoedden wat zoo vlakbij dreigde +in een toekomst vol oorlogverschrikkingen, hadden zij zoo argeloos, zoo +uitgelaten gelukkig kunnen zijn. O, dat zij beiden, verdiept in elkaar +en in al het moois van Italië, het niet hadden vóórvoeld:.... het +noodlot, de oorlog...., die al wat jong en liefelijk was vernielde! +Oorlog...., die waanzin...., die hèl.... die ook <!-- Page 14 --><a name="Page_14" id="Page_14"></a>haar liefste en haar +geluk had vermoord!"</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>O daar was het weer, het wild-opstandige, dadelijk wanneer ze 't woord +oorlog maar dacht of hoorde, of las. Ideé-fixe dat haar niet losliet en +alle overgebleven vreugde vergalde; dat haar in den ergsten tijd van +dien geesel met de handen tot vuisten gebald deed loopen, zitten, in bed +liggen; haar de tanden krampachtig deed opeenklemmen in machteloos +verzet tegen het onverbiddelijke; een drift die haar aan de grens van +waanzin had gebracht.</p> + +<p>En de menschen? De menschen hadden 't haar, toen ze na zijn dood in +Holland terugkwam, nog ondragelijker gemaakt dan het al was. Hun +erbarmen had een wrange bijsmaak; ze voelde—óver-sensitief in die +dagen—hun meelij niet alleen met haar verlies... maar met de vrouw die +een Duitscher, een mof had getrouwd. <!-- Page 15 --><a name="Page_15" id="Page_15"></a>Ze verborgen hun haat niet tegen +dit volk. Ook niet in haar tegenwoordigheid, al wisten de ingewijden hoe +zij Heinz had liefgehad, hòe ze hem verloor en wat een fijn mensch hij +was. Ze deden ongeloovig wanneer ze vertelde dat hij dien oorlog +verafschuwd, er niets dan ellende in voorzien had voor z'n vaderland. +Ja, hij was gegaan bij de oproeping, maar zonder hoop, zonder +enthousiasme, met weerzin.</p> + +<p>Maar allen zagen, sinds den schandelijken oorlog, in elken Duitscher den +Pruisischen geest, den ruwen bruut en geweldenaar. Het soort dat ook +Heinz haatte, waarvoor hij zich schaamde in vrede en oorlogstijd. En ze +vertelde van een geval in een Berlijnsch restaurant, waar een beroemd +professor door den kellner midden in de bestelling in den steek gelaten +en pas bediend werd, na een later aangekomen gast, een blancbec, een +sabelkletterend luitenantje. <!-- Page 16 --><a name="Page_16" id="Page_16"></a>Hoe hadden zij zich toen samen geêrgerd. +"Dat is het nu wat ons in het buitenland zoo gehaat maakt! Het is +onwaardig en daarom ben ik blij dat we niet hier, maar in Freiburg +zullen wonen!" had Heinz gezegd.</p> + +<p>Ook haar anarchistisch-Hollandsche opvatting van de omslachtige +betitelingen vóór persoonsnamen: uitvoerige, mal-gewichtige titels +waarmee naar den aard der betrekking van hun man, de getrouwde vrouwen +er werden aangesproken, kon hij begrijpen. En hoe geduldig had hij het +verdragen wanneer ze zich in deze betitelingen telkens allergekst +vergiste; flaters beging die later werden rondverteld; smalend door wie +er zich in beleedigd waanden; met gullen lach door wien 't niet zoo +zwaar opnamen en erom lachten..., zooals Heinz en de vrienden.</p> + +<p>Toen ze nu zonder hem—te kort woonde ze er om er veel vrienden <!-- Page 17 --><a name="Page_17" id="Page_17"></a>te +maken in een jong huwelijk dat vreemden meed—als weduwe uit Freiburg +wegging en in Holland terug kwam, vond ze de oude vrienden veranderd. Of +was zij misschien zelf anders geworden in dien korten tijd? In 't +vreemde land had ze zich nog niet volkomen ingeleefd; van de eigen +landgenooten scheen ze vervreemd. Het was alsof ze nergens meer thuis +behoorde, geen eigen vaderland meer had.... Toen begon de +duikboot-oorlog.... en voor de eerste maal, kon ze in volkomen +zelfverzaking dankbaar zijn, dat dit aan haar fijnen man was bespaard, +dat hij dit afschuwelijke niet meer beleefde.</p> + +<p>Langzamerhand vergaten dan de vrienden dat zij haar liefste had +verloren.... en hoe.... en waar....</p> + +<p>Ze beheerschten zich niet meer in haar bijzijn. Geen scheldnaam scheen +verachtelijk genoeg voor Heinz' landgenooten. Er waren er die haar +wantrouwden <!-- Page 18 --><a name="Page_18" id="Page_18"></a>omdat ze met hem was getrouwd geweest; met Heinz.... die +niet had kùnnen volhouden...., niet kon doen wat de anderen deden.... +Zelfs kunst bleek niet meer internationaal. Duitsche composities +probeerde men tijdelijk te verbannen. Gelukkig bleven universeeler +geesten ongeschonden hun vereering behouden voor Bach, Beethoven en +anderen...., die toch zeker geen schuld aan al den gruwel hadden.</p> + +<p>"O de menschen, de hatelijke, harde menschen die 't mooiste in je +kneusden...."</p> + +<p>Stil,... nu moest ze zich tijdig beheerschen en de driftgedachten +stuiten, anders werd dit een verloren dag; de laatste in dit heerlijk +land, waar ze niet alleen genezing vond voor een scheurende hoest, maar +ook voor het krampachtig-opstandige van haar machteloos verzet. De oude +dokter kreeg toch maar gelijk toen hij volhield tegen andere meening in, +dat <!-- Page 19 --><a name="Page_19" id="Page_19"></a>juist hier, waar ze in blijder tijden met Heinz was geweest, de +herinneringen aan die zalige dagen—geheel verdrongen door wat later +kwam—-weer zouden opwellen en haar ondragelijke zenuwspanning breken.</p> + +<p>Het was zoo gegaan. Want al miste ze hem hier in alles, toch voelde ze +overal waar ze met hem was geweest, zijn onzichtbare nabijheid; hoorde, +bij het terugvinden van al wat ze met hem had gezien, zijn stem... Zijn +adem was hier over haar...</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Toen ze nu opstond en een zakje goudgele zaadkorrels kocht voor de +duiven van San Marco, die ze iederen morgen voerde, als indertijd met +hèm..., herinnerde ze zich zijn plagend: "Als ik een beest was..., jij +met je liefde voor dieren..., zou je dan nòg meer van me houden?" Waarop +zij: "Bén je dan soms niet een prachtig dier ondanks je cerebraliteit en +zielsbewogenheid?"</p> + +<p><!-- Page 20 --><a name="Page_20" id="Page_20"></a>Hoe had hij toen het blonde hoofd, met het veroverend gebaar dat hem +eigen was, in den nek geworpen en haar dicht tegen zich aanklemmend +gefluisterd: "Als we hier niet midden in de menschen waren, zou 'k je in +m'n armen grijpen, Schätzeli!" En terwijl ze nu de duiven voerde en +genoot van het dwarrelend vleugelgefladder zóó dicht bij haar gezicht, +dat het was als een omademing, wanneer de witte wiekjes haar wangen +bijna raakten, sloot ze de oogen, om terug te zijn in dien zaligen tijd, +om vast te houden het beeld van den liefste en opnieuw te ondergaan het +onzegbaar geluk van den lang geleden Venetiaanschen morgen met hem, hier +tusschen de duiven.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Van de Piazza del Marco liep ze nu terug en trad door de Porta della +Carta in den voorhof van het dogenpaleis.</p> + +<p><!-- Page 21 --><a name="Page_21" id="Page_21"></a>Aan den voet van de groote trap, met bovenaan de geweldige beelden van +Mars en Neptunus, in wier godentegenwoordigheid eertijds de Dogen werden +gekroond, ging ze op een bank zitten, leunend tegen den zonbegloeiden +marmerwand van den Scala dei Giganti.</p> + +<p>Stil en verlaten lag op dit uur, nu de vreemdelingen het paleis van +binnen bezichtigden, de zonnige hof, omsloten door een loggia van korte +zuilen met rijk gebeeldhouwde kapiteelen. In het midden, bij een der +groote bronzen putbekken, zat een schilder met zijn gerei. En Elizabeth +zag hoe hij met bijna fanatieke aandacht het hem omringende in zich +opnam; het gulzig naar zich toehaalde, verslonden in genot.</p> + +<p>Maar het werd haar te warm; de gloed van het zonbeschenen marmer brandde +tot op haar rug door de dunne blouse heen. Ze zocht nu een zitplaats +onder de zuilengang die in <!-- Page 22 --><a name="Page_22" id="Page_22"></a>de schaduw lag. Ook hier zat ze eens met +Heinz, moe van een rondgang in het paleis. Ze trachtte zich te +herinneren wat hij toen gezegd, hoe hij gekeken had, haar blonde Germaan +met den fijnen kop en de schoone gestalte van een Hermes van Praxiteles.</p> + +<p>O, dàt hadden de minachtende monden met hun plomp herhaalde "mof" moeten +erkennen: zijn manlijke bekoring, de gratie van zijn optreden, zijn +fijnen geest. Ze hadden hem eens moeten hooren pleiten. O, de gloed, de +vaart van zijn woorden, die meesleepten ook wie eerst anders dacht...!</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Langen tijd zat Elizabeth te droomen in een bijna-niet-zijn, moe na den +verganen, te korten nacht, waarin ze een gondeltocht deed door een +onwezenlijke wereld. En op het wijde water, onder sterrelenden +avondhemel, had ze dan gedacht hoe in zulk een nacht Heinz het niet +langer kon harden in de lage loopgraaf, <!-- Page 23 --><a name="Page_23" id="Page_23"></a>in stank van modder, bloed en +excrementen..., en hij ondanks de waarschuwing der kameraden, naar +buiten was gegaan, na een laatsten brief aan haar, waarin hij schreef +hoe een verstikkende afschuw hem naar buiten dreef, al dreigde er +doodsgevaar; hoe de lentenacht lokte, weg van de verpesting waarin hij +ademhaalde. Hij vroeg vergeving voor zijn roekelooze daad, wanneer het +zijn leven mocht kosten. Maar na den bajonet-aanval van dien dag was hij +ontzenuwd van walging. Hij moest alleen zijn...., de ruimte in, en.... +hij kon, hij wilde niet meer dooden! Achterover op z'n rug strekte hij +zich op den bedauwden grond, de armen wijd uiteengespreid, den mond +geopend om den geurigen lentenacht met volle teugen in zich op te +ademen.</p> + +<p>Zijn oogen zagen den hemel in.... Zoo vonden ze hem later, toen na een +schot te hebben gehoord, ze hem de loopgraaf indroegen. En dit bleef <!-- Page 24 --><a name="Page_24" id="Page_24"></a>in +de eerste wanhoopsdagen haar troost...., dat hij niet werd verminkt, +geen langzamen, walgelijken marteldood stierf, of werd vermist.... als +zooveel anderen....</p> + +<p>De dood had z'n schoonheid niet geschonden. Hij had alleen een hoofdwond +onder 't welig haar, waarvan ze zoo dikwijls de eene, wilde lok die hem +over de oogen viel, had weggestreken met streelende vingers...; zooals +een moeder dat wel doet bij haar zoon.</p> + +<p>En dan was er de herinnering aan wat aan 't afscheid was voorafgegaan in +die enkele dagen eer hij naar 't front ging; waarin zij beiden een heel +leven van liefdegeluk doorleefden en alles wat zij aan passie, liefde, +teederheid bezaten, hadden uitgegeven aan elkaar. Het was een zich +uitstorten in koninklijke verspilling. Want ze vóórvoelden beiden en +spraken het uit: dit was het einde van alle geluk. Ze zouden elkaar niet +terugzien.</p> + +<p><!-- Page 25 --><a name="Page_25" id="Page_25"></a>En was 't niet beter te sterven in 't oorlogsbegin, dan na jaren +misschien van angst en marteling voor háár; en afschuw voor 't gruwelijk +bedrijf dat het vaderland eischte, voor hèm?</p> + +<p>Want Heinz geloofde aan geen zegepraal voor zijn volk, hij was geen dupe +als zoovelen en voorzag een korte waan, een lange ellende.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>O, de allerlaatste nacht!</p> + +<p>In haar armen was hij eindelijk ingeslapen. Zij lag naar hem te zien bij +het licht van een kaarsvlammetje, om toch maar niets, niets te verliezen +van deze laatste uren; en ze schreide stilletjes, stilletjes...., om hem +niet te hinderen en het voor hem niet nog zwaarder te maken.</p> + +<p>Eerst had ze willen opstaan, een verdoovend middel nemen om kalm te +blijven. Maar ze bedacht zich: "Nee, niets van haar liefde, ook de pijn +niet, wilde ze dempen. Alles wat met haar <!-- Page 26 --><a name="Page_26" id="Page_26"></a>liefde samenhing, wilde ze +tot het uiterste: het geluk èn de vertwijfeling."</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Bij de herdenking onderging ze opnieuw alles als toen: 't langzaam +aangrauwen van den gevreesden, vreeselijken dag....; kille, bleeke +morgenschemering schuift al dieper de kamer in; over de meubels...., de +stoel met zijn kleeren.... het valies in den hoek. 't Kaarsje is +neergebrand, knettert, vlamt nog even op en dooft dan.</p> + +<p>Buiten, in de verte, kraait een haan....</p> + +<p>Ze zag hem aan, ze dronk hem in met haar oogen, haar heerlijke man. En +toen, bij de gedachte dat hij misschien nooit meer zoo aan haar hart zou +liggen, dat dit de laatste oogenblikken waren dat ze hem bij zich had, +eer hij misschien dood.... of verminking tegemoet ging...., wierp ze +zich snikkend over hem: "Heinz!" gilde ze "Heinz!"</p> + +<p>Dadelijk was hij de werkelijkheid in, <!-- Page 27 --><a name="Page_27" id="Page_27"></a>zoodra hij de oogen opsloeg en +haar gezicht boven zich zag.</p> + +<p>—Liesbeth..., Du..., mein Lieb...!—O, de laatste stamelingen, de +radelooze innigheid van de laatste omhelzing! Als een sterven in +elkaar....</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Een uur later staat ze op 't volle perron, in een afscheid nemende +menigte. Uit het coupéraam van den trein buigt hij zich tot haar over en +kust haar telkens weer. Dan ruikt ze de geur van z'n lieve haar.</p> + +<p>—Mein Herz....</p> + +<p>—Mein Lieb....</p> + +<p>Zijn gezicht is strak van verdriet. Het vel spant over de in manlijke +beheersching opééngeklemde kaken. Haar koude vingers houdt hij in zijn +knellenden greep. Ze kust met vertwijfelde innigheid zijn hand. Ze ziet +zijn lippen beven. Hij vloekt.... om niet te huilen.</p> + +<p>'t Sein van vertrek wordt gegeven. Een schok gaat door al de menschen +<!-- Page 28 --><a name="Page_28" id="Page_28"></a>die afscheid nemen van vaders, mannen, zoons....</p> + +<p>De locomotief fluit...., sist.... Langzaam...., langzaam komt de trein +in beweging.... Gejuich...., smartgegil. Gezang.... vrouwengejammer.</p> + +<p>Ze loopt mee met den langzaam wegglijdenden trein.... Nog voelt ze zijn +handen...., zijn vingertoppen. De trein gaat àl sneller.... maar nog +loopt ze mee, haar oogen in zijn oogen.</p> + +<p>Nu is de voorste wagen al onder de stationskap uit.... Dan: "Geh...., +süszes Herz.... geh!" Zijn stem is rauw: zijn bede een bevel. Ze laat +hem los....</p> + +<p>—Heinz....!"</p> + +<p>—Liebling!"</p> + +<p>Dan is zijn stem weg...., zijn gezicht weg..., ze ziet hem niet meer +wuiven.... Er is niets dan leegte.... en in de diepte.... rails...., +rails....</p> + +<p>Ze staat en staart naar de plek waar nog even tevoren zijn gezicht is +geweest.</p> + +<p>—<!-- Page 29 --><a name="Page_29" id="Page_29"></a>Kommen Sie, gnädige Frau! Kommen Sie!—</p> + +<p>Grete is haar Herrschaft nageloopen en troont haar nu mee terug naar +huis...</p> + +<p>Maar daar, in 't leege huis nog vol van hem en zijn heerlijke liefde, +valt loodzwaar de verlatenheid op haar, mèt het volle besef wat hij nu +alléén tegemoet gaat. En in ontzinde, blinde woede, in opstandig verzet +tegen dezen schandelijken dwang waartegen haar liefde machteloos is...., +grijpt ze wat haar onder de handen komt. Ze moet iets vernielen...., +vernielen! En ze gooit wat ze maar vindt tegen den grond, tegen de +muren...., door de ruiten.... en komt pas tot bezinning door 't gerinkel +van verbrijzeld glas. Dan barst ze uit in een huilkramp, die ontspanning +brengt...., uitputting...., slaap.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>"Bellissimo! È bellissimo!" hoort zij een zangerige stem boven aan de +marmertrap uitroepen.</p> + +<p>"<!-- Page 30 --><a name="Page_30" id="Page_30"></a>Och ja...., ze is hier...., in Venetië!"</p> + +<p>Ze staat op en rillend treedt ze uit de schaduw van de loggia in den van +zon overgoten hof, waar nu een zwerm vreemdelingen neerstrijkt en zich +verspreidt.</p> + +<p>Als in droom loopt ze terug over de zonnige kade in 't lachende licht. +Ze ziet niets van de pracht om haar heen. Tezeer is ze vervuld van haar +verloren geluk.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> +<div> +<br /> +</div> +<h3>2.</h3> + + +<p>Dien middag, na uitgerust en tot kalmte gekomen te zijn, liet Elizabeth +zich roeien naar een oud paleis, tevens venduhuis vol antikiteiten, maar +waar ook moderne Italiaansche kunst werd uitgestald.</p> + +<p>Toen ze het laatste intieme zaaltje bezichtigde, waar beelden en +bibelots prachtig uitkwamen tegen den edelen achtergrond van oude +gobelins...., kreeg ze àl meer de gewaarwording <!-- Page 31 --><a name="Page_31" id="Page_31"></a>dat hier iemand haar +fixeerde. Voorzichtig-onderzoekend zag ze om zich heen; er was niemand. +En toch bleef ze aldoor onder de suggestie van een blik die haar trok. +Zóó sterk.... dat het de aandacht afleidde bij het bekijken van een +verzameling antieke sieraden.</p> + +<p>Toen ze nu weer—wetend zich zooiets nooit te verbeelden—opkeek en +rondzag, bemerkte ze in een hoek van het zaaltje, een glazen vitrine met +kunstpoppen; in 't midden, als hoofdfiguur een Pierrot; en zoodra ze +naderbij kwam en deze trieste pop bekeek, wist ze dat het deze was, die +haar heimelijk had aangeraakt:</p> + +<p>Bevallig, het óver-slanke figuur in wijd Pierrotpak met onevenredig +groote knoopen, leunde hij tegen een houten zuiltje in de vitrine. Om +hem heen zaten en stonden allerlei typen, kunstig, maar onbeduidend +naast dezen eene met het tragisch <!-- Page 32 --><a name="Page_32" id="Page_32"></a>masker, waar, in 't pleisterwit, alle +natuurlijke rimpels waren weggestreken. Een zwart-satijnen kapje verborg +het haar en omspande strak het voorhoofd tot vlak boven de koolzwarte, +in arcade-vorm getrokken wenkbrauwen aan beide zijden boven den neus. In +het macaber-bleek gezicht, zag zij de oogen groot en donker met den door +leed gebroken blik neerwaarts, terzijde turend, als om een droef geheim +voor ontwijding te beveiligen. Onder den wit bepoeierden neus, geleek de +smartelijke mond een bloedroode snee, gekerfd in 't doodswit der wangen: +gemartelde mond van een innerlijk-mishandeld mensch. Onder de oogen—de +in doodende ontgoocheling neergeslagen oogen—schaduwden violette +kringen van snikkende slapeloosheid.</p> + +<p>Een zwart-satijnen met purperen streepen doortulpte, breede plooikraag. +Die hoog opstond tegen de teere kin, omsloot <!-- Page 33 --><a name="Page_33" id="Page_33"></a>als de kelkblâren van een +bloem, het bleeke hoofd.</p> + +<p>De kleur van het pak was van een donkerglanzend, somber purper-paars, +bezet met enorme zwarte pompons. De bevallige voet stak in een sierlijk +zwart-satijnen muiltje, met tulle roosjes op de wreef. In den linkerarm +rustte een met veelkleurige linten versierde guitaar, waarop een rood +hart met zwart, spits dolkje was afgebeeld; de rechterhand omvatte mat, +als vermoeid van lang en vergeefs reiken, een bont ruikertje. Volkomen +verslagenheid drukte geheel de houding uit van den moedeloos +neerhangenden arm..., van de droeve hand om de bloemen: versmaad +liefde-gebaar.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Elizabeth staarde.... en staarde naar dit fantoom van navrante smart; +naar de gesloten lippen die tóch haar hadden geroepen; naar de +neergeslagen oogen die, hoewel ze niets <!-- Page 34 --><a name="Page_34" id="Page_34"></a>van Pierrot's aanwezigheid +wist..., haar tóch hadden aangezien.</p> + +<p>O dit was niet de dwaze inbeelding van een overspannen vrouw! Zij vond +dit niet bovennatuurlijk of ongerijmd; zij wist het levende wezen der +doode dingen aan te voelen en te doorgronden en dit steeds meer, +naarmate ze zich teleurgesteld van de menschen had afgewend.</p> + +<p>Had hier verwante smart zoo luid en overtuigend gesproken? Ze voelde een +wonderlijke saamhoorigheid met dit hooghartige, in zwijgen gehulde leed +en ze besefte hoe ze zich in deze korte oogenblikken al had gehecht aan +den fascineerenden Pierrot; er niet aan kon denken hem hier achter te +laten, alleen tusschen de vele poppen die om hem heen schenen +gegroepeerd als bespotters van zijn eenzaam verdriet.</p> + +<p>Ze wilde hem bezitten, hem bevrijden uit zijn glazen gevangenis, uit de +poppenkast.</p> + +<p><!-- Page 35 --><a name="Page_35" id="Page_35"></a>Zij wenkte het meisje dat bij de zaal-ingang de entree-kaarten +verkocht.</p> + +<p>—Combien Mademoiselle?—</p> + +<p>—Cent lire, Madame!—Il est mignon n'est ce pas?</p> + +<p>—Plus que mignon. Il est sublime.—</p> + +<p>En toen het meisje, na de pop uit de vitrine te hebben genomen, het +adres vroeg:—Mais non, je l'emporterai moi-même.—</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Voor de eerste maal duurde een gondelvaart haar te lang. Tezeer was zij +vervuld van de wonderbare ontmoeting met de vreemde pop.</p> + +<p>Afwezig luisterde zij naar wat de gondelier praatte, die, gewend aan +haar altijd open aandacht, haar nu met verwondering aanzag, maar +niettemin bij 't uitstijgen aan de treden van het Hôtel, bij de +handreiking een welluidend: "Addio, gentile donna!" voegde.</p> + +<p>In de koel-schemerende hall, waar zij wachtte op de lift die juist naar +<!-- Page 36 --><a name="Page_36" id="Page_36"></a>boven steeg, zag ze hoe in de open vorstelijke zaal met de vele +verspreide tafels en diepe club-fauteuils werd "gestept". En zij ergerde +zich aan den wansmaak van menschen, die, wààr zij ook komen, altijd en +overal hetzelfde genot zoeken en hun geraffineerde "glissés" uitvoeren, +zonder eenige piëteit voor een omgeving van klassieke schoonheid. Ze +zouden in staat zijn te dansen bij het goddelijk beeld van een +stervenden Adonis.</p> + +<p>En meteen dacht Elizabeth hoe zij zelf in dit oogenblik een stervenden +Adonis in haar armen hield.</p> + +<p>De lift daalde; de liftboy wierp 't ijzeren hek open, de inzittenden +traden naar buiten, maakten plaats voor Elizabeth en voor een spichtige, +dorre Engelsche juffrouw met een keffend schoothondje. Langzaam steeg ze +uit boven het stemgegons en de sleepende tango-wijs, die 't strijkje nu +te spelen begon.</p> + +<p><!-- Page 37 --><a name="Page_37" id="Page_37"></a>Op de bovenste verdieping, in het oude gedeelte waar ook indertijd +George Sand met de Musset logeerde—al kon niemand aanwijzen wààr—liep +ze haastig de lange gang met de vele genummerde deuren af, ontsloot haar +kamer, draaide den sleutel in 't slot, wierp parasol en hoed haastig op +'t met een sprei bedekte bed en wikkelde met nerveus-vlugge vingers +Pierrot uit het vloei los.</p> + +<p>Ze zette hem dan voor zich neer op de smalle toilettafel; zijn ranke +rug, in 't wijde pak, leunend tegen den spiegel; het ééne been +achteloos-slapneerhangend bij de tafel; het andere met het bevallig +voetje uitgestrekt op het blad.</p> + +<p>Nu kon ze hem bekijken, betasten, van hem genieten; nu was ze met dit +boeiend-geheimzinnige alleen.</p> + +<p>Langen tijd zat ze stil verzonken in aanschouwing van dit meesterlijk in +beeld gebrachte leed, ver en waardig <!-- Page 38 --><a name="Page_38" id="Page_38"></a>weggewend van alle menschen, in +ontwijking van vernederend meelij; leed.... toegesloten voor ongeroepen +nadering...., want onheelbaar en heilig.</p> + +<p>"Wie zou dit kunstwerk, dat uit inspiratie-door-leed moest zijn +ontstaan, hebben gemaakt? Op de glazen vitrine had ze geen naam gelezen. +Dom, onnoozel dat ze daar niet dadelijk naar had gevraagd!"</p> + +<p>En ze nam zich voor, vanuit Holland te informeeren. Er kon van alles +achter zitten. Een geheim omhulde dit bewogen-onbeweeglijke.</p> + +<p>Telkens ontdekte ze nu nieuwe details die haar eerst waren ontgaan. Zoo +bemerkte ze een tâche de beauté op de linkerwang, vlak bij 't +ontgoocheld-neerstarend oog; een klein donker moesje in 't bleek +gezicht; in schrijnend contrast met het tragisch masker. En toen ze +langer naar dat éene pikante stipje keek, dat zoo pijnlijk coquet +aandeed in het witte <!-- Page 39 --><a name="Page_39" id="Page_39"></a>wanhoopsgezicht.... en dat er misschien wel +neuriënd werd aangebracht bij 't begin van 't feest...., schoten haar de +tranen in de oogen om dit ongeweten leed.</p> + +<p>En daar alleen in nuchtere hôtelkamer, waar door 't opengeschoven raam, +hoog boven het grachtje, af en toe de waarschuwende roep van een +gondelier en het gerinkel van vaatwerk uit de keukens beneden +opklonk...., boog Elizabeth het hoofd aan dit smartelijk wezen; en als +bang om zijn hooghartig verdriet te kwetsen, of zich te zien +afgewezen...., omvatte zij met teederen schroom de moedelooze bleeke +hand met het kleurige.... vergeefsche bloementuiltje.</p> + +<p>"Ach" zei ze in fluistering: "ik weet het ook; alle begin is feestelijk +en het eind van alles is verdriet. Het leven is soms een hartelooze +vertooning...., een lugubere grap,.... Pierrot!"</p> + + +<hr style='width: 45%;' /> +<div> +<br /> +<h3><!-- Page 40 --><a name="Page_40" id="Page_40"></a>3.</h3> +</div> + +<p>In dien nacht verliet Elizabeth Venetië en deze laatste gondelvaart door +de oude, slapende stad, bleef een der diepste indrukken van de +Italiaansche weken.</p> + +<p>Om vijf uur stond ze in de imposante, nachtelijke hall, waar schaars een +enkele schemerlamp brandde. Nog nooit had zij de vorstelijke entrée van +het paleis zoo schoon gezien van lijn, van kleur en van stemming als nu: +menschenleeg en in dit luttel licht. Verlaten lagen de statige trappen. +Hier droomde 't nu alles van vroeger.</p> + +<p>Een lantaarn, opgehangen boven de geopende zijdeur, verlichtte er de +stoeptreden en aanliggende gondel, waarin de huisknecht, het grasgroen +voorschoot aan, de bagage plaatste.</p> + +<p>Na de gebruikelijke fooi aan knecht en nachtportier, stapte zij in en +ging op de middenbank zitten, op haar <!-- Page 41 --><a name="Page_41" id="Page_41"></a>knieën, den in een zijden doek +gewikkelden Pierrot.</p> + +<p>Vanuit het kanaal zoog een kille wind om den hoek; het was koud op het +water en rillend trok ze de bonten écharpe dichter om zich heen.</p> + +<p>Op 't oogenblik dat ze afvoeren, hoorde Elizabeth in de hall van 't +Hôtel de stemmen van evenals zij met den vroegen morgentrein +vertrekkende gasten en omkijkend zag ze donkere gestalten verschijnen op +de stoeptreden waar ze zooeven was ingestegen. Een naderende gondel +doemde plots donker op in 't schemer duister, werd aangeroepen en tot +haast aangezet.</p> + +<p>Bang voor lawaaiïge menschen vlak achter zich aan, menschen, die +misschien met luide, nuchtere opmerkingen de geheimzinnige stilte van +dit nachtelijke zouden verstoren, spoorde zij den gondelier aan vlugger +te roeien, tevens wijzend naar de alreeds met koffers volgeladen gondel.</p> + +<p><!-- Page 42 --><a name="Page_42" id="Page_42"></a>Dadelijk begreep hij haar bedoeling en bij de nu plotseling versnelde +vaart waarmee hij verderroeide, om aan de nabijheid van de hen volgende +gondel te ontkomen, kon Elizabeth zich voorstellen hoe spannend en +angstbeklemmend hier in vroeger tijden een vervolging bij vlucht of +schaking moest zijn geweest. En deze stemming paste wonderwel bij al het +andere: het donkere water tusschen de hooge huizen met aangevreten +melaatsche muren; de keldergaten die een vunze lucht uitademden; de +groote, bronzen deuren in de marmeren paleizen en patriciërwoningen, +waarboven 't verbrokkeld familiewapen; de getraliede vensters der +benedenverdieping en dan.... de balkons, waaraan geruischloos de gondel +voorbij glijdt; balkons die wel alle een geschiedenis hebben uit +romantischer, glorieuser tijden, toen, naar buiten gelokt door +guitaargetokkel en serenade, de geliefde er verscheen <!-- Page 43 --><a name="Page_43" id="Page_43"></a>en haren +zingenden minnaar beneden in de gondel, de bloem toewierp, dien ganschen +nacht aan haar borst gedragen. Waar, aan de spijlen, het koord werd +gebonden, waartegen hij tot haar kon opklimmen....; maar waar ook.... in +'t diepst van den nacht, over de balustrade werd geworpen wat verdwijnen +moest voor altijd....</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Maar op dit oogenblik is er misdaad noch guitaargezang. Nog hangt de +wijkende nacht tusschen de hooge grauwe huizen. Er gaat geen ander +gerucht dan het geplas der riemen in het water en de roepstem van den +gondelier, wanneer zij een muur ombuigen. En toch fluistert de stilte +van vroeger vreugd en verschrikking, van liefde en sluipmoord, van +serenade en vergift; van gesmoorde kreten en guitaargetokkel.</p> + +<p>"Pierrot!" denkt ze opeens en kan de verleiding niet weerstaan hem hier +<!-- Page 44 --><a name="Page_44" id="Page_44"></a>te zien in de omlijsting van deze omgeving. Uit zijn windselen wikkelt +ze hem los en zet hem neer op de bank.</p> + +<p>Zoodra de gondelier de pop bemerkt, ontstelt hij zichtbaar, staakt met +een schok het roeien en staart naar het macaber-bleek fantoom dat +schijnt opgerezen uit den nacht.... Dan, met diepen zucht: "È +bellissimo!" En even later, aldoor turend naar de pop: "il poveretto!"</p> + +<p>Elizabeth, die vergeefs naar woorden zoekt, wijst om zich heen en dan +naar Pierrot met zijn speeltuig. De roeier knikt, glimlacht en begrijpt. +Als ze hem dan het guitaartje toont en hij daarop het met spits dolkje +doorstoken hart ziet, zegt hij: "Dolore d'Amore, ohé Pietro?"</p> + +<p>Toen, als bij ingeving, schoten haar de woorden te binnen die ze ergens +—waar ook weer—gelezen en uit het hoofd geleerd had, omdat zij 't mooi +vond en 't op haar toestand <!-- Page 45 --><a name="Page_45" id="Page_45"></a>paste; woorden die 't beter zeiden, dan zij +het met haar poover beetje taalkennis ooit zou kunnen zeggen:</p> + +<p>"Nessun maggior dolore, che ricordarsi il tempo felice nella miseria!"</p> + +<p>—Del tempo felice!—herhaalt met weeke, streelende stem de gondelier, +die hoog voor haar staat in gestaâg, bevallig roeibewegen en hij vestigt +met prinselijk gebaar haar aandacht op een oud paleis waaraan zij +voorbijvaren: grandioos overblijfsel van vroeger praal; aan de +uitgesleten maar statige stoeptreden, de portiek van marmerzuilen, de +zware gebeeldhouwd-bronzen deur, het in marmer gehouwen wapen en in den +verweerden muur de gothische spitsboogvensters met het +marmerkantwerk.... Een wonder van vervallen pracht.</p> + + +<hr style='width: 45%;' /> + + +<p>Op de bank van de donkere gondel, zit wit en verontrustend-geheimzinnig +Pierrot, een aanklacht tegen zooveel vergane schoonheid en droom; <!-- Page 46 --><a name="Page_46" id="Page_46"></a>in +den arm de guitaar, het bloementuiltje in de moede hand. O, als hij eens +levend werd en in de snaren greep en begon te zingen!.... Welk lied zou +het zijn? Pergholese's "Tre giorni son che Nina"? of Tosti's "Ride +Bajazzo?"</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>De eerste morgenschemer doordringt den vluchtenden nacht en Elizabeth +onderscheidt nu op korten afstand boven 't zwarte water van de hier +uiterst smalle gracht, een rond brugje waarover een vage gestalte +schuift, die als een schim aanglijdt en weer verdwijnt. Verdwijnt, ziet +ze—daar de bark hier juist een hoek ombuigt—in een benauwend-nauw +straatje met in't midden een enkele, troebele lantaarn. En wéér.... +gluipt een grauwe gedaante, als een spookverschijning, de andere na.</p> + +<p>"Is dit een donkere droom?" Het doet haar denken aan 't Amsterdamsch +kolkje; bij avond van dezelfde lugubere pracht.</p> + +<p><!-- Page 47 --><a name="Page_47" id="Page_47"></a>De gondel komt nu in wijder water en glijdt langs Kerken en Musea, +langs een groentenmarkt waar ze al bezig zijn de groenten en +vruchten—opgestapeld op den grond—op houten schraagtafels te +rangschikken, terwijl op de steenen, een grauwe zak onder 't hoofd, een +paar mannen nog liggen te slapen.</p> + +<p>De roeier vertraagt zijn vaart en eer de volgende gondels, die hen nu +langzamerhand inhalen, aan hen voorbijvaren, verbergt Elizabeth den +Pierrot weer in den zijden doek.</p> + +<p>—Addio Piero! A revederci—guitigt de gondelier, met een glimlach naar +de vrouw die hij voor de laatste maal roeit.</p> + +<p>In 't Canale Grande gaat ze voorbij aan Palazzo Vendramin, waar Wagner +werd uitgedragen in de bebloemde gondel, die de kist zou ontvangen +waarin de Meester rustte, het hoofd op de liefde-peluw door Cosima hem +meegegeven in den dood: <!-- Page 48 --><a name="Page_48" id="Page_48"></a>haar haren, die hij zoozeer had liefgehad. En +daar.... het andere huis, waar hij de derde acte van Tristan +componeerde.</p> + +<p>"Casa d'Annunzio!" waarschuwt de gondelier en dan, wijzend naar een +poortje aan 't water, omhangen met weeldrige trossen paarsche glijcine +en kamperfoelie: "La casa d'una poetessa!" en hij noemt een naam dien +zij niet verstaat.</p> + +<p>"Hoe verbaasd zou ze opkijken wanneer een Hollandsch schuitenvoerder de +woning aanwees.... van een dichter...! Een paradijs moest het hier zijn +voor iederen kunstenaar!"</p> + +<p>En op 't zelfde oogenblik denkt ze aan Eleonore Duse, de +teeder-hartstochtelijke, die in haar spel zoo pijnigend weergeeft, de +noodlottige liefde van wie eens mint en dan niet meer.... Zij...., óók +eene uit dit heerlijke, lachende zonneland...., maar toch zoo droevig; +tragisch als Pierrot.</p> + +<p>O, nu begrijpt ze hoe, na zooeven <!-- Page 49 --><a name="Page_49" id="Page_49"></a>aan de villa van d'Annunzio te zijn +voor bij gevaren, in onbewuste gedachte-associatie, Eleonore Duse, de +naam van deze gekwelde vrouw haar op de lippen komt.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Zij nadert het stationsplein.</p> + +<p>Op de kade staan koffers en handbagage en er is de bedrijvigheid van met +den eersten morgentrein vertrekkende reizigers. En wanneer nu ook haar +gondel aanlegt—aan den wal getrokken door een ouden grijsaard met 'n +apostelkop, en zij na te zijn uitgestegen, den gondelier, die haar met +aristocratengebaar een "buon viaggio" toewenscht, de hand heeft +gedrukt...., is de zon stralend opgegaan en staat Elizabeth voor 't +laatst in het gouden licht van Venezia la Superba.</p> + +<div> +<!-- Page 50 --><a name="Page_50" id="Page_50"></a> +</div> +<hr style="width: 65%;" /> +<div> +<br /> +</div> +<h2><a name="II" id="II" /><!-- Page 51 --><a name="Page_51" id="Page_51"></a>II.</h2> + + +<p>Toen Elizabeth Gehrke, na doodende ontgoochelingen eindelijk wijs +geworden, het geluk niet meer van de menschen verwachtte, maar schuw hen +ontvluchtte in buitenstilte, in de veilige beslotenheid van een +boerehuisje ver van den dorpsweg en daar leefde alleen, met enkele mooie +dingen en dieren die haar dierbaar waren...., noemden de menschen haar +zot; en het gebeurde meermalen, wanneer in zomertijd of vroegen herfst +villa's en pensions vol gasten waren, er een van de wandelaars, +afgedwaald naar 't afgelegen pad langs haar kleine erf...., haar woning +aanwees met de woorden: "Daar woont de gekke Mevrouw Gehrke!"</p> + +<p>Dan stonden ze stil voor de opening in de hooge heg en keken +nieuwsgierig den boomgaard in, waarvan de geduldige vruchtboomen als +stille wachters stonden vóór een witgekalkt <!-- Page 52 --><a name="Page_52" id="Page_52"></a>huisje. Eén wijd-gespreide +tak wuifde windbewogen aan een der vensters, waar, rondom de lijsten, de +wilde wingerd was als een rooden brand. Op het raamkozijn wrong de vurig +ontloken kroon van een fel fonkelende geranium, zich tegen de ruiten op +naar het licht. Bij de voordeur, die half aanstond, zaten aan +weerskanten van een groene regenton met breede, geelgeverfde hoepels, +een groote, zwarte hond en een kleine grijze kat. En evenals deze twee +stille dieren scheen ook het woninkje, met het laag overhangend rieten +dak, loom te soezen in de zon.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Plotseling, door 't voetgeschuifel en de stemmen der spiedenden uit zijn +morgendut opgeschrikt, sloeg luid de hond aan en stortte blaffend op de +kijkers toe, die bang voor het dreigende dier, zich haastten om weg te +komen.</p> + +<p>Pink-oogend tegen het licht, volkomen <!-- Page 53 --><a name="Page_53" id="Page_53"></a>onbewogen door 't incident, bleef +roerloos de kleine, grijze kat; ook toen de hond, in mopperend +na-grommen, langzaam terugliep naar zijn plaats bij de regenton.</p> + +<p>"Daar woont de gekke Mevrouw Gehrke."</p> + +<p>De honende woorden drongen op een morgen dóór tot waar Elizabeth, bij +een open veld met hoog opgeschoten zonnebloemen, aan de zuidzijde van 't +huis zat te lezen. Ze hief het hoofd op van het boek in haar handen. Een +weemoedige glimlach beefde om haar mond, maar in de donkere oogen +tintelde tarting, in verweer tegen de scherpe, vijandige stem, die zoo +onverwacht de zonnige morgenstilte had gebroken.</p> + +<p>Dan dacht ze hoe zulk een voorbarige uitspraak haar vroeger zou hebben +gekwetst; hoe nu.... niets uit de verre wereld, waarmee ze had +afgerekend, haar meer kon krenken en volkomen gerust boog ze het hoofd +<!-- Page 54 --><a name="Page_54" id="Page_54"></a>over het geopende boek en las aandachtig verder in een stilte, die, nu +de stemmen op den weg waren verklonken, opnieuw en dieper nog om 't +huisje zonk.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> +<div> +<br /> +</div> +<h3>2.</h3> + +<p>Het was meer dan een jaar geleden, dat Elizabeth het bouwvallig huisje +voor een prikje kocht en er door den timmerman van het dorp enkele +veranderingen liet aanbrengen, eer zij alles onder versche verf zette.</p> + +<p>Wie in die dagen met haar in aanraking kwamen, bemerkten in 't begin +niets bizonders aan de nieuwe dorpelinge. Maar 't eerst viel het den +timmerman op, dat zij midden in het ontpakken en rangschikken der boeken +op de planken die hij daarvoor had aangebracht, plotseling ophield, naar +'t raam toeliep en daar dan stond uit te staren, zoo lang.... en zoo +stil...., in een zoo beklemmend zwijgen, dat <!-- Page 55 --><a name="Page_55" id="Page_55"></a>hij er onrustig van werd, +omkeek, kuchte, en toen dat niet hielp, z'n hamer op den grond liet +vallen, om haar op te schrikken en een eind te maken aan een benauwing, +waarvan hijzelf de oorzaak niet begreep.</p> + +<p>Toen ze daarna, in het spokig staan en mijmeren gestoord, verder ging +met het werk en hem enkele duidelijke aanwijzingen gaf, begon hij aan +zijn eersten indruk te twijfelen, totdat hij—en nu sterker dan +tevoren—tot de slotsom kwam "dat er iets niet pluis met d'r was", toen +hij binnenkomend op zijn kousevoeten (de klompen had hij als naar +gewoonte bij de voordeur neergezet en op zijn herhaald kloppen kreeg hij +geen antwoord) haar zag preken met een pop, die in een hoek tegen den +muur, boven op 't boekenrek zat: "een soort hansworst, met 'n krijtwit +huilebalkbakkes, roetzwarte wenkbrauwen en knalrooje lippen. Een +chagrijn van 'n vent! Ze hield d'r hand om 't zwarte <!-- Page 56 --><a name="Page_56" id="Page_56"></a>kappie, dat dien +kniezert tot diep op de oogen zat."</p> + +<p>Doordat hij tegen een stoel stootte, hield ze op met murmelen en keek +hem aan als een kind opgenomen in den slaap. Maar dan was ze weer +heelemaal gewoon en had hem een helder antwoord gegeven op z'n vraag +over 't linnenkabinet, dat met de hooge gebeeldhouwde kroon, amper onder +de balkenzoldering paste.</p> + +<p>Toen hij het meubel had geplaatst—eerst het onderstuk met de drie +buikige laden met koperen handvatsels en daarop de kast met de gladde, +glimmend-geboende deur vlakken, met aan weerszij de zwarte zuiltjes met +koperen kapiteelen—gaf ze hem de Delftsche pullen aan en hield, terwijl +hij deze neerzette—de grootste in 't midden, de twee kleinere op de +hoeken—het wankele trapje vast waarop hij stond. Dan zegt ze: "Nu moet +ik hier eens binnenkomen om de kast te <i>zien</i>!"</p> + +<p>"<!-- Page 57 --><a name="Page_57" id="Page_57"></a>De <i>kast</i> te zien?" dacht Gerrit verbaasd, "En zag z'em dan nou niet, +d'r vlak op met de neus?" Dan ging ze de kamer uit; heel 't huisje liep +ze om eer ze weer binnenkwam. Hij hoorde haar hakjes op het +tiggelvloertje van de gang; dan deed ze, heel langzaam, de deur open en +bleef op den drempel staan; keek de kast an of 't een splinternieuw ding +voor d'r was. "En ik zeg jelui," beweerde Gerrit later in de +dorpsherberg tot de kasteleines "zoo ziet ons Aagje der vrijer an, as +t'ie op der af komt. Da's iets wonders en niet heelemaal in den haak. +Maar kwaad is ze daarom niet. Ze het een kommetje koffie voor me gezet +en een bakkie met me gedronke en gevraagd of 'k getrouwd was. Dan zegt +ze eneens: "Gerrit, heb je nog een oude moeder?"</p> + +<p>"En òf!" zeg ik. En bij dat ze is, dat ouwe mins van zevetig! Maar loope +ken ze niet meer."</p> + +<p><!-- Page 58 --><a name="Page_58" id="Page_58"></a>Toe zegt ze: "Al zou je moeder heelemaal lam zijn...., als ze er maar +zit in 't eigen hoekje en "kind" tegen je zegt, zooals alleen zij dat +doet. Tegen jou, al heb je zelf al groote kinderen, zegt ze zeker ook +nog weleens "jongen"?</p> + +<p>—Ja nèt!—zeg ik en denk an 't ouwe mins met d'r breikous in d'r stoel +voor 't raam, of bij den eerdappelpot.</p> + +<p>—'k Zou met je willen ruilen!—zegt ze toen. "Jij bent rijker dan ik, +Gerrit! Mijn moeder is héél jong gestorven. Haar portret heb je straks +opgehangen.</p> + +<p>—Nee, toch!? Dat knappe, jonge vrouwmensch? 'n Fijn +schilderstukkie!—zeg ik.</p> + +<p>Toe loopt ze weer naar 't raam en staat d'r weer zoo stilletjes naar +buiten te kijken. Ik denk: "de karwei is afgeloope; ik smeer em!"</p> + +<p>Toe zegt ze eneens, terwijl ze weer aldoor den tuin inkijkt, of d'r +wonderwat <!-- Page 59 --><a name="Page_59" id="Page_59"></a>is te zien: "Houdt je oude moeder soms van lezen?</p> + +<p>—Nou, en òf! Je most d'r de krant zien spelle!—zeg ik.</p> + +<p>—Goed—zegt ze. "Dan kan je iederen Zaterdag een boek voor d'r komen +halen. Maar denk eraan: jij haalt het; niemand anders. Hoe minder +vreemden hier om m'n huis sluipen, hoe liever 't me is. Ik hou niet van +menschen!"</p> + +<p>—Nou....; daarmee kon 'k gaan. Wor d'r es wijs uit!—</p> + +<p>—Jans van den boer zegt, ze is zachies an zoo geworden. D'r man, een +mof, het ze in den oorlog verloren en in d'r familie (d'r ouwers waren +dood) moste ze van die moffehistorie niks hebbe. Toen het ze wel buië +gehad dat ze dachten ze stapelgek werd. De mense zelle 't er wel na +hebbe gemaakt. Ze is anders zacht as 'n lam; as je d'r maar met rust +laat. En met blomme en beeste is ze kempleet gek.</p> + +<p>—<!-- Page 60 --><a name="Page_60" id="Page_60"></a>Je mot d'r zien met me peerd!—zei de vrachtrijër. Hij wil d'r heggie +niet voorbij as ze hem niet zelf een emmer water het gegeven, of een +homp brood en em op z'n hals klopt. Toen 't gister wat lang duurde voór +ze 't huis uitkwam, perbeerde ie met huifkar en al door de heg te rijën. +En toen ie bleef steken.... slaat ie me daar aan 't hinneken....! 't Is +een merakel! Ze had stalknecht motte worden!</p> + +<p>Zeg, Teunis!—riep hij, zich achterom over de stoelleuning buigend, naar +een voerman, die bij de toonbank een borrel dronk: "vertel es van +verleden week, toen je met de steenkarre ree voor de villa van den +notaris!"</p> + +<p>—Dat was zòò!—zegt Teunes gewichtig, nadat hij eerst, langzaam, een +tweede glaasje heeft genoten: "We hadden overwerk. 't Was een zware, +heete dag geweest. We verlangden naar honk. Bij de laatste <!-- Page 61 --><a name="Page_61" id="Page_61"></a>vracht, die +wat grooter was dan de vorige, staken me goddoome op den mullen weg +allebei de paarden. Als bij afspraak. Geen verwikken aan.</p> + +<p>M'n kameraad en ik slaan d'r op met de zweepen. D'r komt geen schot in. +Ze blijven stokstijf staan.</p> + +<p>Me kameraad—je weet wel Kreles die zoo cremeneel driftig is, as t'ie +een borrel op het, schreeuwt: "Over d'r oogen zel ik ze meppe, de +krenge!" en wil 't doen ook.</p> + +<p>... Toen wordt em z'n zweep van achter z'n rug om afgerukt.</p> + +<p>Hij denkt:—Tjezes, de pelissie!—Mis jonges! De dame waar jelie 't zoo +druk over het.</p> + +<p>—Hier me zweep! Afblijve van me spulle!—schreeuwt ie tegen d'r.</p> + +<p>Zij.... zegt niks. Ze kijkt em maar an met d'r oogen als gloeiende kole +in d'r witte gezicht.</p> + +<p>Toe zegt ie: As je me niet bliksems gauw me zweep teruggeeft, zel je 'm +zelf voelen, fijne medam!</p> + +<p>—<!-- Page 62 --><a name="Page_62" id="Page_62"></a>Ga je gang!—zegt ze en geeft em doodlakeniek z'n zweep terug.</p> + +<p>Dat ging em boven z'n petje. Hij werd eneens koest.</p> + +<p>"Maar" zegt ze toen "als je niet dadelijk allebei de paarden voor een +kar spant en ze zoo één voor één wegrijdt, geef ik 't aan als +dierenmishandeling. Ze kunnen niet meer. Dat zie je toch!"</p> + +<p>—Mens, ben je bezete!? Zoo komme we d'r nooit! Wij wille óók weles +rusten! Met beeste heb je meelij, maar met een arrebeijer die bek-af is +van 't overwerk...., daar heb je maling aan.—</p> + +<p>—Toe zegt ze: "je hebt het overwerk zelf aangenomen en wordt er extra +voor betaald. En dan heeft een mensch een mond om nee te zeggen en om +hulp te roepen als ze hem mishandelen. Een paard niet. Een hond kan +janken.... en bijten als ze hem pijn doen. Een ingespannen paard is +weerloos. Je zou het kunnen doodslaan zonder dat ie een geluid gaf!"</p> + +<p><!-- Page 63 --><a name="Page_63" id="Page_63"></a>Precies zoo zegt ze 't, als ik 't wel heb. D'r ging een rilling over me +rug, ken 'k je zegge. Maar me kameraad zet d'r een vloek op en wil toch, +pertoe, met d'n éénen knol verder. Komt daar juist de veldwachter an!</p> + +<p>"Ik zal ervan zwijgen als je doet wat ik zeg," zeit ze toen en loopt +door.</p> + +<p>En Krelis, ook niet mis, doet, om den veldwachter, of ie 't zelvers zoo +prakkezeerde.</p> + +<p>—Wat is dat hier mannen?—vraagt de veldwachter.</p> + +<p>—Ze kenne niet meer, de stomme diere! Dat zie je toch?!—doet ie de +dame na.</p> + +<p>"Laatste loodjes wegen 't zwaarst!" zegt de veldwachter en het nog +meegeholpen ook.</p> + +<p>—As d'r hond d'r bij was geweest zou Krelis niet zoo'n groote bek hebbe +opgezet. Hij zou je an de keel vliege as je d'r met een vinger +aanraakte. 't Beest ligt 's nachts voor d'r bed, zeggen ze.</p> + +<p>—<!-- Page 64 --><a name="Page_64" id="Page_64"></a>Dat is maar goed ook. Zoo'n alleenig vrouwmensch!—vond de +kasteleines. "Jans brengt d'r 's middags een happie van d'r eigen +etenspot. Maar verder het ze geen bediening en doet alles zelf. En +kraakhelder, hoor!</p> + +<p>—Een mevrouw die zelf het werk doet, <i>is</i> geen Mevrouw!—oordeelde, +minachtend, het nichtje van de kasteleines, dat in de stad diende en ze +vertelde bluffend van haar deftige meesteres. "Die dee niks zelf, hoor! +Liet d'r corset anrijge door de kamenier. En altijd in 't zij; en je +moest d'r zien met de mooie bontmantel en de "plereuse" op de hoed, as +ze met d'r eene voet al op de treeplank van de auto, zoo losweg over d'r +schouder den chauffeur een adres toewierp. Zij... most dan in de deur +blijven staan, in d'r zwart japonnetje en 't witte mutsje met de lange +slippen, tot de auto wegreed.... Dat vond ze fijn. Dâ's Mevrouw-zijn! +<!-- Page 65 --><a name="Page_65" id="Page_65"></a>Maar een die zelf voor dienstbode speelt.... Ajakkes!</p> + +<p>—Kind, je kletst as 'n kip zonder kop. Al ken 'k niet anders zeggen, +als dat mevrouwe die zich laten bedienen.... voordeeliger zijn.</p> + +<p>Maar die pop waar Gerrit het over had, dat is niet zoo mal als het +lijkt. Jans van den boer zegt: da's een fraaiïgheid die ze van de reis +heeft meegebracht. Da's geen popke om mee te spelen, dat is zooveel as +'n ornement op je kassie, of voor je mooie kamer. Enne, als je altijd in +je alleenigheid bent, ga je in je eigen praten.</p> + +<p>—Nou maar, ik zeg: een volwassen mens die zoo raar met 'n pop +omhaspelt, is d'r eene voor 't zothuis en daar komt ongeluk van. Sukke +rare pertrette moste ze niet vrij laten rondloopen. Je kos nooit weten +wat ze verzinnen in een dolle bui!—beweerde een boerenknecht.</p> + +<p>—Man hou op! Zotteklets!—riep een <!-- Page 66 --><a name="Page_66" id="Page_66"></a>tuinman, die tot nu toe, +pijppuffend, het gesprek filosofisch had aangehoord. "Ik ken d'r beter +dan jelie allemaal, 'k Ga met d'r over de blomme. Ze is net zoo best bij +d'r verstand as jij en ik; alleen schuw voor vreemden en je mot oppassen +dat je met je pooten van d'r beesten afblijft. Ze is achterdochtig, bang +voor kwaadwilligheid. Jans van den boer zegt, ze is vroeger heel anders +geweest. Toen vertrouwde ze de menschen teveel en is d'r aldoor +ingeloopen. En nou is ze omgekeerd as 'n blad op 'n boom. En dat ze soms +wat vreemd is... daaraan het de oorlog schuld. Dáár mot je liever niet +over beginnen. Maar al het andere is zotteklets! Dat je 't maar weet!—</p> + + +<hr style='width: 45%;' /> +<div> +<br /> +</div> +<h3>3.</h3> + + +<p>Elizabeth had het boek uitgelezen en klapte het dicht. Dan stond ze op, +liep 't huis om en ging naar binnen. De <!-- Page 67 --><a name="Page_67" id="Page_67"></a>hond Juno, volgde haar op de +hielen. Hij had genoeg van 't zonnig plekje bij den drempel en liep loom +achter haar aan. Binnen plofte hij neer in de koelte der kamer, moe van +zijn zonnebad.</p> + +<p>De kat had alleen even door een spleet van zijn groene oogen gegluurd en +sliep dan weer door.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Binnen in de kamer, op het evenals deur en zolderbalken botergeel +geverfde boekenrek, dat den geheelen wand innam, zat Pierrot. Achteloos +bevallig leunde hij met hoofd en rug tegen den muur; het eene been strak +vooruitgestrekt op de bovenste plank, waarop de groene gemberpot stond +met Oost-Indische kers; het andere slap neerhangend langs het rek. Aan +een lint om den linkerschouder hing de guitaar; de rechterhand met het +bloementuiltje rustte mat op zijn knie.</p> + +<p>De schoon aangevoelde kleuren van zijn kleedij pasten zich wondermooi +<!-- Page 68 --><a name="Page_68" id="Page_68"></a>aan bij de kamertinten van zonnig geel en dieppaars. Sterk teekende het +somber donker van zijn omhulling zich af tegen 't gele houtwerk."</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Zoodra Elizabeth de kamer binnentrad, bleef haar blik op hem rusten en +toen ze nu neerzat op de rustbank óver hem en opnieuw het boek opensloeg +bij de bladzijden waarin zij een vouw had gelegd, vroeg ze zich +af—telkens het herlezene met hem vergelijkend—op wien van de hier +beschreven Pierrots hij nu wel 't meest geleek. Heelemaal zooals hij, +had ze er in dit boek geen ontmoet.</p> + +<p>Toch had de lectuur haar veel geleerd; allereerst over masker en +pantomime, waarvan, zooals het heette: "la Grèce nous ayant donné le +vocable..., Rome nous a donné la chose." En ook over den eersten "Piero" +uit den troep der Italiaansche Zanni, die onder Ganassa in de 16e eeuw +voor 't eerst naar Frankrijk <!-- Page 69 --><a name="Page_69" id="Page_69"></a>kwamen en zich Gelosi noemden, "jaloux de +plaire",—hetgeen ze dadelijk den Parijzenaar deden—had ze veel +belangwekkends gelezen. Zóó werd Molière getroffen door de verschijning +van Pierrot, dat hij in zijn Donjuan, dezen naam gaf aan den minnaar van +Charlotte.</p> + +<p>Veel vond ze ook over het algemeen type, in dit boek dat een verzameling +was van fragmenten, losse, onuitgegeven bladzijden en persoonlijke +herinneringen en indrukken van.... "des délicats enfiévrés de rêve" en +dus door Pierrot bekoord. Maar het geheim van de Venetiaansche pop werd +hierdoor niet geopenbaard.</p> + +<p>Op een schrijven naar het oude paleis waar ze hem kocht, antwoordde men, +dat er een tusschenpersoon bestond, die de bestellingen aannam en +afleverde, daar de maker of ontwerper blijkbaar onbekend wilde blijven. +De leegte in de vitrine, ontstaan door de verkochte pop, was met de +copie <!-- Page 70 --><a name="Page_70" id="Page_70"></a>aangevuld; maar kwam het door andere kleurcombinatie..., hoe +trouw ook nagevolgd, 't werd niet meer wat het origineel was geweest. Er +ontbrak iets.</p> + +<p>—Geen wonder. Copie van bezieling! Zooiets moois maak je maar +éénmaal—begreep Elizabeth.</p> + +<p>Maar des te gretiger zocht ze nu naar al wat met de Pierrot-figuur +samenhing. En dit bleek niet gering; want bijna elk artiest, schilder, +dichter of musicus, onderging de bekoring van dit bleek, geheimzinnig +gezicht, waarin alleen de oogen leefden, de gevoelige mimiek en het +levende vibreerende gebaar, alles uitdrukken zonder woorden; het +sprakeloos-welsprekende, dat deed ontroeren, schaterlachen of huiveren.</p> + +<p>De beschrijvingen van zijn verschijning liepen ver uitéén. Iedereen zag +in deze "vlinder van de verbeelding" weer iets anders. Alleen voor +Rivière's Pierrot-opvatting kon Liesbeth niets <!-- Page 71 --><a name="Page_71" id="Page_71"></a>gevoelen. Hij zag in hem +de incarnatie van den duivel in de wereld. Niet de Pierrot in het +traditioneel costuum, maar een bleeke man met donkere oogen; groot, +welgebouwd, met een hart van brons en stalen spieren; een die, levend in +de maatschappij, waar hij over een enorme macht beschikt, "ferait +toujours le mal, impassible et souriant."</p> + +<p>Nee, dan voelde ze meer voor de geestige typeering van den aan Pierrot +gepaarden harlekijn: "un vieux beau, qui passe sa soiree au cercle, sa +journée a la bourse; qui a l'oeil encore vif, la jambe encore leste et +qui dissimule ses rhumatismes et non ses vices...."</p> + +<p>"Je moest een Franschman zijn om 't zóó te kunnen zeggen!" dacht +Liesbeth bekoord en het boek doorbladerend, liet ze de vele Pierrots +waarvan het verhaalde, aan haar verbeelding voorbijgaan:</p> + +<p>Pierrot blanc—in wien zij zag een <!-- Page 72 --><a name="Page_72" id="Page_72"></a>tot wezen geworden manestraal. +Pierrot noir; voor haar het niet te ontwijken noodlot; Pierrot gaie, +triste ou tragique; rusé, dupe ou victime.... mais avéc quelquefois des +revanches....</p> + +<p>Maar 't langst bleef ze nadroomen over dien eenen, droeven nar, die toen +hij jong en vroolijk was, met zijn grappige mimiek Parijs veroverde, dat +hem omtroetelde en toejuichte, maar hem aan zijn lot overlaat, wanneer +hij ontgoocheld en doodelijk gewond, niet meer lachen kan. Onder 't +kille licht van een lantaarn—zijn "cierge d'agonie"—ligt hij te +zieltogen, terwijl door de straten de processie voorbijgaat van het +gouden kalf, eenige godheid van dezen tijd, rondgedragen op het satijn +van courtisanen-schouders. Maar Pierrot sterft als alles waarin hij +heeft geloofd, als alles wat hij heeft lief gehad."</p> + +<p>"Was dit soms de geschiedenis van háár pathetische pop? Voor wie zou dit +smartelijk masker, de bevrijding <!-- Page 73 --><a name="Page_73" id="Page_73"></a>van een niet langer te dragen obsessie +zijn geweest?" peinsde Elizabeth.</p> + +<p>Altijd weer spon haar verbeelding een nieuw weefsel om dit bleeke, +fascineerende hoofd. Trouwens...., hoe vélen werden getroffen door dit +geheimzinnig wezen, met de éene uitdrukking als een verheven +verstarring, zoo sterk erin vastgelegd? En hoe leende zich zijn +suggestieve figuur, voor verdichtsel en anecdote!"</p> + +<p>Zoo herinnerde ze zich een geestig verhaal over Gustave Debureau—een +der beroemde Pierrot-figuren, lieveling van de Parijzenaars,—die +overdag nooit lachte, zelfs niet glimlachte, om toch maar niets uit te +geven van zijn vroolijkheid voor 's avonds, wanneer zijn grappen met +goud werden betaald. Die, een dag nadat de "ville de lumière" hem een +frénétieke ovatie bracht.... stierf, zonder dat hem iets anders kon +worden verweten dan een onverklaarbare afkeer voor den nachtegaal.</p> + +<p><!-- Page 74 --><a name="Page_74" id="Page_74"></a>En niet alleen het groote publiek en de artiest, ook bekende +persoonlijkheden onder filosofen en vorsten, hadden zijn gratie en +geestige, soms lugubere grappen, zijn tragisch masker en subtiel +gebarenspel lief.</p> + +<p>Toen Rome, door hongersnood bedreigd, alle vreemdelingen buiten zijn +muren dreef...., werd voor de pantomimen een uitzondering gemaakt; en de +Romeinsche, cynische filosoof Demetrius, riep na een voorstelling van +maskers en mimieker uit: "O bewonderingswaardige menschen, die met de +handen schijnt te spreken! Het is geen tooneelspel, dat ik heb +aanschouwd, het is het ding zelf!"</p> + +<p>Eeuwen later, toen Napoleon op den langen weg van Parijs naar St. Cloud +den beroemden Pierrot zich zag haasten naar zijn troep, die hem naar het +kermisterrein was voorgegaan,... liet de keizer zijn rijtuig stilhouden, +opende het portier en deed den moeden wandelaar naast zich neerzitten. +Zooals <!-- Page 75 --><a name="Page_75" id="Page_75"></a>Bonaparte ook eens een kanten écharpe nam van het corsage eener +prinses van geboorte, om met eigen handen de kanten doek om de schouders +te werpen van Mad^m Sagui, bezweet van vermoeienis en inspanning na een +harer gevaarlijkste toeren.</p> + +<p>Zoo had Pierrot overal de harten gegrepen. Ook door de kunst van zijn +zwijgen. Hoe had zij zelf dikwijls ademloos van spanning zijn stilten +beluisterd, plotseling gebroken en opgelost door een simpel of +pathétisch gebaar. Want ook van de schoonheid van het gebaar, bezat hij +als geen ander het geheim. "Le geste, le grand geste éloquent et +splendide."</p> + +<p>Hier werd Elizabeth in het memoriseeren gestoord door den hond, die +recht vóór haar ging zitten, eerst de eene, dan de andere voorpoot op +haar knie duwde en haar daarbij aldoor smeekend aanzag, een dringende +vraag in de oogen.</p> + +<p>—<!-- Page 76 --><a name="Page_76" id="Page_76"></a>Ja Juun, ook jouw gebaar heeft geen woorden noodig—lachte zij.</p> + +<p>"Je akkertje òm, hè? 't Is je tijd, beest! Kom dan maar!"</p> + +<p>Zoodra Liesbeth het boek neerlei, sprong de hond onstuimig tegen haar +op, plofte met beide voorpooten tegen haar schouders en trachtte, +uitzinnig van blijdschap, haar gezicht te likken.</p> + +<p>—Koest Juun, koest!—weerde ze streng. Nadat ze dan het raam en de +voordeur had gesloten en buiten trad, werd het tusschen hen een stoeien +in aanval en afweren over 't grasveld tot aan de heg, waar, eenmaal op +den weg bij de open velden gekomen, hij uitbundig-blaffend vooruitstoof, +in zijn vreugdevaart een zwerm vogels verschrikkend, die klapwiekend +opvlogen uit de versche voren van een voor 't winterkoren omgeploegden +akker.</p> + +<p>Maar even later, uitgeloopen, kwam hij hijgend terug, de roode natte +tong uit den bek. Dan wreef hij zijn <!-- Page 77 --><a name="Page_77" id="Page_77"></a>kop tegen haar aan of duwde zijn +vochtige snoet in de palm van haar hand.</p> + +<p>"O, de liefde en gehechtheid van een lief dier...! 't Is iets kostbaars +en 't kwetst je nooit in je teederheid.... zooals de menschen 't zoo +dikwijls doen die je zuiverst bedoelen bezoedelen. Als je eenmaal door +den leugenachtigen omgang van de menschen-onder-elkaar had +heengekeken.... en een te rechten rug had om al maar weer te bukken, te +buigen.... en vooràl.... als je je niet van binnen verharden kon voor +hun grofheid...., dan hield je 't op den duur in de samenleving niet +uit. Je trok je terug en vluchtte de stilte in, zooals zij had gedaan, +wèg van laster en intrige die, als je eigen leven er al vrij van bleef, +dat van je vrienden vergalde of havende. Hier was ze veilig met haar +liefste bezittingen. Hier, aan 't gulle hart van de natuur, was ze +genezen van veel wat vroeger <!-- Page 78 --><a name="Page_78" id="Page_78"></a>onheelbaar scheen. Ze werd weer gelukkig, +voor zoover dat zonder Heinz mogelijk was. En hoeveel dragelijker was +ook het gemis van hem..., hier, in zelfgekozen eenzaamheid, dan vroeger +onder de menschen, die ze elkaar zulke lage, wreede dingen zag aandoen, +dat ze eindigde met bijna niemand meer te durven vertrouwen. Hoe werd in +de vijandige wereld die ze had verlaten, het fijne vertreden, het +spontane hartsgebaar gehoond. Het sluwe en hardvochtige alleen +zegevierde. Of zag ze niet ver genoeg?</p> + +<p>Maar zóó leed ze onder den geest die de menschen in en na den oorlog +beheerschte, dat het haar de afzondering had ingedreven, waar geen nijd +en hebzucht loerde...., en geen afgunst....</p> + +<p>Stil...., ze mocht nooit vergeten hoe zij zelf, die tot haar dertigste +jaar dit gevoel alleen bij naam kende en nooit een ander iets had +misgund wat ze <!-- Page 79 --><a name="Page_79" id="Page_79"></a>zelf niet bezat, toch óók onverwacht door dit +minderwaardige werd overvallen. Ze woonde 't eens bij, hoe tactloos +wreed een vrouw haar moeder-weelde uitstalde voor een eenzame, +kinderlooze. Het oude verwelkte meisje, had ze zien krimpen van pijn. +Met verknepen lippen had ze zich van deze pralende Niobe afgewend.</p> + +<p>Datzelfde voelde zìj..., toen die éene vrouw met tartend vertoon haar +huwelijksgeluk uitstalde in het eerste jaar na Heinz' dood.</p> + +<p>O, niemand behoefde ooit zijn geluk voor haar te verbergen. Dat was het +niet wat bezeerde! Maar deze vrouw, van wie ze wist dat ze Heinz tot in +hun verloving aanhaalde indertijd, deed het uitdagend, met duidelijke +bedoeling te kwetsen. Hiertegen was ze in die ontredderde dagen niet +bestand geweest. Ze was jaloers, afgunstig geworden. Wel zonder +wraakgedachten, maar toch.... een vergift <!-- Page 80 --><a name="Page_80" id="Page_80"></a>werd het in haar bloed, een +kanker, die alles wat van nature zacht in haar was, verhardde. Toen +hadden niet ànderen haar in haar verwachting teleurgesteld, maar +zichzelve was ze een ontgoocheling geweest. Treurig dacht ze, hoe Heinz, +als hij haar ooit zoo had gekend, niet van haar zou hebben gehouden +misschien. En dit, meer dan iets anders, deed haar de wrange +verbittering bevechten en overwinnen.</p> + +<p>Maar dit wist ze nu, na de beschamende maanden: nijd...., nijd is een +vuil, een zielsverzwammend gevoel, dat alle goedheid aanvreet en van je +vriend een vijand maakt.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Juun rook wild. Huiljuichend stortte hij zich in 't kreupelhout. Nu was +ze hem vooreerst kwijt, totdat hij hijgend, achter adem, met trillende, +ingevallen flanken thuis zou komen en voor haar voeten neervallen. Soms +had hij den verboden buit in den bek.</p> + +<p><!-- Page 81 --><a name="Page_81" id="Page_81"></a>Elizabeth liep nu verder alleen door de roode najaarspraal. Ze genoot +van den helderen herfstdag; van den geur van het loof en van de +tintelende atmosfeer. De paden in de diepe najaarslanen, waren bevloerd +met een tapijt van bloedroode beukenblâren en verder op, aan beide +zijden van den zandweg, stonden de Amerikaansche eiken in herfstgloed, +als ontstoken toortsen.</p> + +<p>Toch, ondanks het genot dat de wandeling gaf, was ze blij dicht bij huis +te zijn. Na het incident met den halfdronken paardenbeul, durfde ze zich +niet ver van huis wagen zonder den hond. En ze dacht hoe, wanneer die +ruwe kerel z'n driftige bedreiging eens zou hebben volvoerd, het +tenminste de moeite waard zou zijn geweest, een slag op te vangen voor +zoo'n edel dier.</p> + +<p>Ingeboren adeldom bij de menschen? Ze lachte schamper.—"Nee, dat vond +ze meer bij de beesten; en vooral <!-- Page 82 --><a name="Page_82" id="Page_82"></a>bij het paard. Eigenlijk was ze +altijd, van kind-af, geschokt geweest door 't paardenleed. Misschien +omdat het zoo geduldig en geluidloos was.</p> + +<p>Terwijl ze nu verderliep kwam een herinnering in haar op uit den tijd in +Freiburg: Achter hun huis een drassig bouwterrein en daarop in +druipenden regen, voor een half-uitgeladen kar, een heel oud, triest +paard; den kop laag naar den grond, de oogen in zoo duldeloos rampzalig +staren...., dat het haar de keel toekneep van ontroering.</p> + +<p>Haastig greep ze een homp brood uit den trommel en holde de waranda-trap +af, den tuin in, het poortje door. Dan stond ze op 't veld. Het lag +leeg. De arbeiders schoftten. Er was alleen, voor de kar, het verlaten +paard, onbedekt in noodweer. De regen gudste over hem neer.</p> + +<p>Ze was op hem toegeloopen, mompelde troetelwoordjes, terwijl ze hem +brood voerde; liefkoosde met streelende <!-- Page 83 --><a name="Page_83" id="Page_83"></a>handen z'n ouden, pezigen hals, +zijn knobbelig voorhoofd. Er was gelukkig niemand die haar kon begluren +en uitlachen. En zooals dat paard haar toen had aangezien..., +nàgekeken....</p> + +<p>... Het was daarna een dagelijksche vreugd gebleven naar hem toe te +sluipen, zoodra de werklui weg waren. En dikwijls wanneer ze 's middags +de stad in moest en voorbijging aan het veld waarbij het stond, zag ze +hoe het dier haar nadering voelde. Dan hief het den kop, bewoog de +ooren, in luistering naar haar stem,... die ze dan dempte tot een +fluistering; om de steensjouwers die er bezig waren. Dan prevelde ze in +'t voorbijgaan gauw iets liefs, dat z'n eenzaamheid omstreelde.</p> + +<p>O, het verstond wat ze zei; het was een geheime samenspraak tusschen hen +beiden. En als ze dan dacht hoe het uitsterven van't paard wordt +voorspeld! Nu óók weer in Carel Scharten's "<!-- Page 84 --><a name="Page_84" id="Page_84"></a>Bloedkoralen Doekspeld." Ze +hoopte dat het nooit zoover zou komen. Moest de wereld dan àl maar +nuchterder en leelijker worden? Al het mooie eruit weg, omdat het met de +machine vlugger gaat? Zou, in de lawaaiende wereld, op den duur de motor +met zijn benzine-stank en rumoer alles overheerschen, er nergens meer +stilte, schoonheid zijn en geur? De dagen van de trekschuit schenen haar +een paradijs, vergeleken bij dezen tijd van vaart-razernij."</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Elizabeth sloeg nu den hoek om en liep het mulle zandpad op naar haar +woning. Hoe dichter ze deze naderde, hoe sneller ze begon te loopen, als +voortgedreven door onbekenden dwang.</p> + +<p>Ze lachte er zelf om. "Waarom zich haasten? Niemand wachtte. Vond Jans +haar uit, dan zette zij de pan met eten wel bij de voordeur neer."</p> + +<p><!-- Page 85 --><a name="Page_85" id="Page_85"></a>Bij de heg zat het katje naar haar terugkeer uit te zien. Zoodra 't +haar zag aankomen, liep het miauwend op haar toe; den staart rechtop als +een vreugdevaan.</p> + +<p>Ze bukte zich, nam 't poesje op dat spinnend het kopje tegen haar kin +opstootte en wilde het juist aanhalen met luider woord..., toen ze +inhield, bruusk 't katje neerzette en verbaasd naar haar huisje staarde, +waar ze een vreemde vrouw zag. Naderbij komend herkende ze aan den +Schwarzwälder dracht van het gebloemde japonnetje, een der oudere, +ondervoede Duitsche meisjes, kortgeleden bij een rijken boer +ingekwartierd. De pan met eten, in blauw-geruiten boeredoek geknoopt, +had ze bij de gesloten deur neergezet. Nu liep ze op het raam toe, ging +er op de teenen staan en terwijl ze, om het licht af te weren, beide +handen drukte ter weerszij van het met blonde vlechten omwonden hoofd, +duwde ze het <!-- Page 86 --><a name="Page_86" id="Page_86"></a>gezicht tot vlak op de ruiten en tuurde de kamer in.</p> + +<p>Maar plotseling, als had ze daarbinnen iets ontzettends ontdekt, wierp +ze zich met een ruk achterover, en gillend: "der tote Beppo!" nam ze, +een hand voor de oogen geslagen, de vlucht, in haar vaart tegen +Elizabeth opbotsend, die onhoorbaar over 't gras genaderd was.</p> + +<p>—Aber Mädel...., Mädel, was ist denn?—</p> + +<p>—Da drinnen! Der tote Beppo mit 'm Sträuszlein!—herhaalde 't meisje +ontdaan.</p> + +<p>In het van ondervoeding grauwe gezicht, stonden de met diepe wallen +blauw-omkringde oogen, opengesperd van ontzetting.</p> + +<p>Elizabeth, die uit den angstigen uitroep begreep, dat ze moest zijn +geschrokken van Pierrot's macaber-wit gezicht, zeker in verband gebracht +met iets noodlottigs uit het eigen leven, stelde gerust: "het was niets; +<!-- Page 87 --><a name="Page_87" id="Page_87"></a>niets dan een pop waarvan ze waarschijnlijk zoo geschrokken was."</p> + +<p>-Het was of hij leefde...!</p> + +<p>-Een Italiaansche pop—vervolgde Liesbeth met sussende stem, terwijl +zij, een arm om den schouder van 't bevende meisje geslagen, haar +meevoerde naar 't zonnig hoekje bij 't veld van zonnebloemen en haar +daar met zachten dwang deed neerzitten in een rieten leunstoel.</p> + +<p>—Italiaansch?—</p> + +<p>Dadelijk reageerde ze op dit woord: "Beppo was óók Italiaan, al had hij +een Duitsche moeder. En precies als die —— daarbinnen,"—schichtig +wees ze achter zich naar het raam om den hoek—had hij eruit gezien toen +hij dood op de steenen lag van hun hof. Alleen niet zoo vreemd gekleed. +Ach, God nee! Bloot waren z'n voeten .... en z'n borst.... Hij had niets +aan dan "sein Hösele," en in zijn hand hield hij de bloemen!" stamelde +'t meisje en barstte in tranen uit.</p> + +<p><!-- Page 88 --><a name="Page_88" id="Page_88"></a>Aan de hevigheid van 't huilen begreep Liesbeth, dat dit de uiting was +van een te lang opgekropte wanhoop; van een lang gesloten bron de +eindelijke openstorting.</p> + +<p>Achter haar stoel staande, liet ze 't meisje stil uitschreien. Zacht +streelde haar hand over 't volle, glanzend blonde haar.</p> + +<p>"Entschüldigen Sie, gnädige Frau,... dasz ich so.... Aber das macht der +Schrecken,"</p> + +<p>Telkens, tusschen 't snikken door, viel een woord ter opheldering.</p> + +<p>Als ze dan langzamerhand bedaarde, moedigde Liesbeth aan:</p> + +<p>"Zou ze nu in staat zijn zich eens heelemaal uit te spreken? 't Zou haar +zeker goed doen. Zij.... kende haar volk heel goed. Haar man, die in den +vreeselijken oorlog sneuvelde, was ook uit het Schwarzwald, net als zij.</p> + +<p>O—wist ze dat al van Jans?"</p> + +<p>"Ja, die had haar met het eten gestuurd en gezegd dat, als de deur +<!-- Page 89 --><a name="Page_89" id="Page_89"></a>gesloten was, ze gerust door 't raam naar binnen mocht kijken; naar de +Schwarzwalder klok en naar de pop, waarvan ze in het dorp had hooren +spreken; en naar de Duitsche boeken, waarvan Jans zei dat ze er +misschien wel eens een zou mogen leenen...?"</p> + +<p>En Liesbeth beloofde: "natuurlijk mocht dat. Straks moest ze er zelf +maar een uitzoeken binnen."</p> + +<p>Maar dadelijk kwam de nerveuse angst terug: "nee, bitte, niet daarbinnen +bij de griezelige pop," weerde ze met bange oogen.</p> + +<p>"Pierrot werd dan eerst in de kast opgesloten," stelde Liesbeth gerust, +maar drong dan aan: "nu moest ze eerst eens vertellen aan wat, aan wie +de pop haar herinnerde, dat ze er zóó van was geschrokken.</p> + +<p>—Ja, ze schrok wel erg gauw sinds dien vreeselijken nacht!—bekende +zij. Dan stamelend, kwam in brokstukken de trieste geschiedenis:</p> + +<p>"<!-- Page 90 --><a name="Page_90" id="Page_90"></a>'t Gebeurde jaren geleden. Ze was pas zeventien; Beppo twintig. Ze was +z'n meisje. Z'n vader was een Italiaan, z'n moeder een Zuid-Duitsche. Ze +woonden sinds eenige jaren in het kleine stadje. Beppo was anders dan de +andere jongens. Fijner. Hij zong bij de guitaar. Hij had een mooie stem +en zong wel liedjes waarbij hij zelf de woorden maakte.</p> + +<p>Een professor, die eens 'n zomer bij z'n ouders in pension was, las +verzen van hem. "Nicht übel, nicht übel!" had hij gezegd en hij beloofde +te probeeren een studiebeurs voor hem te krijgen.</p> + +<p>Toen brak de oorlog uit....</p> + +<p>Ze gingen allemaal, de jongens. Aan de bajonet een bosje bloemen. Haar +tuin had ze voor hen geplunderd. Ze sméékten om een ruikertje, wanneer +ze aan haar tuintje voorbij gingen.</p> + +<p>Toen, na een tijd, kwam bij al de vijanden ook nog Italië. Toen begon de +ellende!"</p> + +<p><!-- Page 91 --><a name="Page_91" id="Page_91"></a>Het meisje zweeg en haalde diep adem, als om den moed tot verdergaan te +vinden. Dan vervolgde ze:</p> + +<p>"Tusschen Beppo's vader en moeder was altijd alles goed geweest, maar nu +speelden zich hevige tooneelen af tusschen deze twee. Ieder koos partij +voor z'n eigen land. Beppo's vader werd opgeroepen en ging dadelijk +terug naar Italië. De moeder bleef achter met den zoon. Maar dit kon zoo +niet blijven. Wanneer hij zich niet liet inlijven bij 't Duitsche leger, +werd hij om zijn Italiaanschen vader 't land uitgezet of gevangen +genomen.</p> + +<p>Ook bij háár thuis, waar 't altijd vrede was, waren nu telkens ruzies. +Zij scholden de Italianen uit voor schurken en verraders. Beppo noemden +ze nu een jongen van niks met z'n mooie praatjes; een vijand van 't +Vaderland. Zij moest de verloving onmiddellijk afbreken!</p> + +<p>Wat ze ook aanvoerde ter verdediging <!-- Page 92 --><a name="Page_92" id="Page_92"></a>van dit moeilijk, ingewikkeld +geval..., het hielp alles niets en ze dwongen haar hem ronduit te +zeggen, dat hij bij haar thuis niet meer zou worden geduld.</p> + +<p>Toen ze hem 's avonds sprak, waar ze elkaar altijd vonden, had ze hem +alles oververteld. Hij stoof op: "Wat? Hij een vijand van haar volk? Was +z'n eigen moeder dan geen Duitsche? Vechten tegen 't land van z'n moeder +en z'n liefste? Nooit!"</p> + +<p>En toen ze hem dan zei hoe hij wel zou worden gedwongen partij te +kiezen, hij hier alleen zou worden geduld als hij zich liet +naturaliseeren en meevocht, riep hij driftig: "Niemand zou hem ooit +dwingen partij te kiezen tusschen de twee landen. Hij had ze allebei +lief; als z'n vader en moeder. Trouwens, thuis hadden die twee 't hem +ook al moeilijk gemaakt met hun getwist en hun eisch: te kiezen tusschen +hem en haar. Hij kon zich toch niet in tweeën hakken!</p> + +<p><!-- Page 93 --><a name="Page_93" id="Page_93"></a>Z'n ouders waren niet meer te herkennen. Als furiën stonden de twee +vroeger zoo zachtzinnige menschen tegenover elkaar.</p> + +<p>Maar ook zij zouden hem niet dwingen de eene of de andere richting uit. +Hij vocht niet mee. Niet tegen Duitschland, niet tegen Italië. +Schwindel, Schwindel, der ganze Krieg! En hij kon, hij wilde niet +dooden!"</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Elizabeth gaf het een schok. "Dit waren dezelfde woorden als in den +laatsten brief van Heinz!"</p> + +<p>Er viel een zwijgen.... In de verte loeide een koe.... Dan was er in de +stilte niets dan het gezoem van late hommels en bijën om de +zonnebloemen.</p> + +<p>Liesbeth, die al den tijd achter den stoel van het meisje was blijven +staan, ging nu over haar zitten. Zij nam de nerveuse vingers, die +rusteloos aan een losgeraakt rietje van den stoel plukten, in haar beide +handen, boog <!-- Page 94 --><a name="Page_94" id="Page_94"></a>zich tot haar óver en vroeg: "En toen?"</p> + +<p>Het klonk als van een kind dat het eind van het onderbroken verhaal niet +langer kan afwachten.</p> + +<p>—Ik vertelde het thuis, 't Was om niet uit te komen..., zoo hopeloos +verward alles.... Ze zagen er alleen gebrek aan moed in; vonden het +karakterloos; en toen hij zich tòch bij ons waagde, ondanks het verbod, +hebben ze hem de deur uitgegooid, hem 't woord lafaard toegeworpen en +dan naar hem gespógen!</p> + +<p>.... Nooit zou ze z'n gezicht daar voor de open deur vergeten. Hij stond +als verdwaasd. Hij werd doodsbleek zooals die pop binnen. En zoo had hij +ook gekeken..., zoo triest, met de oogen neer. Precies als die pop.</p> + +<p>Ze had hem willen naloopen, de beleediging goed maken van de woede en +verachting der huisgenooten. Maar ze hielden haar vast: "Halt stille!" +dreigde grootvader. Ze bewaakten <!-- Page 95 --><a name="Page_95" id="Page_95"></a>haar dien avond. Ze kon niet wegkomen +op het gewone uur. Toen heeft Beppo zeker geloofd, dat ook zij hem +verloochend had en niets meer van hem wilde weten.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Dien nacht, het zal één uur zijn geweest, schrikt ze wakker van een +schot. Ze denkt eerst dat ze droomt. Dan.... wéér een.... vlak onder het +raam van haar kamertje.</p> + +<p>Ze vliegt het bed uit. 't Eerste wat ze ziet, bij heldre maan, is +tusschen de bloempotten op 't kozijn, zijn guitaar en zijn schrift met +verzen, met haar naam: Käthe.</p> + +<p>Dan buigt ze zich voorover en ziet naar beneden. En daar, op de steenen, +ligt Beppo, plat op den rug; z'n gezicht in 't maanlicht.</p> + +<p>Hij lag er met bloote borst en bloote voeten.... Nur in seinem Hösele, +wie 'n Bettelbub. Naast hem, op de steenen, de pistool. In z'n hand +hield hij een tuiltje van haar bloemen.</p> + +<p><!-- Page 96 --><a name="Page_96" id="Page_96"></a>Ze was de trap afgevlogen, zóóals ze was. Ze knielde bij hem neer, +fluisterde 't hem toe—misschien hoorde hij 't nog—dat ze niet had +kunnen komen, dat ze hem "dennoch lieb hatte." Ze kuste hem op den mond. +Bloed en schuim was op z'n lippen. En opeens stond het vol buren om hen +heen. Na 't eerste schot—dat miste—hadden ze het tweede gehoord en +kwamen allen aangeloopen. Plotseling greep een harde hand haar bij den +arm; slingerde haar van Beppo weg....; als 'n vod.... Het was zijn +moeder.</p> + +<p>"Ga jij weg! jij bent de schuld van alles", had ze gezegd; ijzig-kalm. +Maar dan was ze over haar zoon neergestort; haar arm schoof ze onder +zijn hoofd en met haar gezicht tegen 't zijne, riep ze maar niets dan: +"m'n lieve jongen...., Beppo..., m'n lieve jongen!"</p> + +<p>O dat zacht gekerm, àlmaar door...., het was niet om te harden, 't +Vervolgde haar nog...., nòg.</p> + +<p><!-- Page 97 --><a name="Page_97" id="Page_97"></a>In een donkeren hoek van den hof, waar de maan niet in scheen, verborg +ze zich en drukte de handen tegen de ooren om 't niet langer aan te +hooren. En dan zag ze, hoe ze den dooden Beppo optilden en hoe toen zijn +moeder, die toch een tengere vrouw was, haar dooden zoon, alleen,—und +war doch ein hübscher kräftiger Mensch!—het huis indroeg in haar +armen. Bij 't opbeuren vielen een paar bloemen uit het ruikertje, dat +hij klemde in z'n doode vingers. Ze raapte de bloemen op. Het laatste +wat hij had gestreeld.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>—En hoe is het toen met zijn moeder gegaan?—</p> + +<p>Elizabeth vroeg het in spanning. Ze wilde 't meisje niet verontrusten, +maar ze dacht aan de pop.</p> + +<p>—Z'n moeder is nog 't zelfde jaar aan de griep gestorven. Maar haar +bedreiging is uitgekomen. Zijn dood vervolgt me. 'k Heb nergens meer +<!-- Page 98 --><a name="Page_98" id="Page_98"></a>rust. En 't allerergste is, dat ze thuis—en ook anderen—nog altijd +een lafaard in hem blijven zien!—klaagde Käthe met bevenden mond.</p> + +<p>Toen, met een schok, stond Elizabeth recht; ze hief het betraande +gezicht van 't meisje tot aan haar blik en zei vast en streng:</p> + +<p>—Nee, Mädel! Wie, om anderen niet te vermoorden, zichzelf doodt.... is +geen lafaard, maar een held. Dàt verdriet kan 'k tenminste van je +afnemen!</p> + +<p>—Ich ahnte es ja...., habe es aber nicht gewagt....</p> + +<p>—Ach natuurlijk!—dacht Liesbeth bitter.</p> + +<p>"Diep-in had dit kind het geweten, maar het nauwelijks durven denken. Ze +had immers van kind-af, 't zoo anders geleerd..., thuis, op school."</p> + +<p>Toen, als hadden de woorden al die jaren liggen wachten tot op dit +oogenblik, stortten zij haar over de lippen:</p> + +<p>"O, de meisjes, de vrouwen, die dol <!-- Page 99 --><a name="Page_99" id="Page_99"></a>op oorlogspoëzie, de kanonnen +omkransen, de bajonetten versieren met bloemen uit hun tuintje...., +dachten ze dan niet nà bij wat ze deden? Beseften ze niet dat ze de arme +drommels, gespannen voor de zegekar van diplomaten en generalen staf, +optooiden voor den dood? En de bajonetten, waaraan ze haar bloemen +bonden..., straks.... op het slagveld.... ....Stil..., o stil...!" +Elizabeth rilde.</p> + +<p>"Na den eersten bajonet-aanval had Heinz.... den dood gezocht!"</p> + +<p>Ze slikte haar tranen in. Dan zei ze: "Zoolang jelui allemaal dit +heldendom verheerlijken en alleen een held zien in wie met een +eereteeken op de borst van 't slagveld komt en allemaal zoo'n held +willen in je verloofden, je mannen en je zoons..., blijft het vechten +tegen wapengeweld een verloren strijd en zal er altijd weer oorlog +komen.</p> + +<p>Jouw vriendje—ze legde beide handen op de tengere schouders van het +<!-- Page 100 --><a name="Page_100" id="Page_100"></a>meisje—was geen politieke schreeuwer; niet een, die een bom legt voor +de deur van een andersdenkende, die zich dan óók weer wreekt op de wraak +en zoo tot in 't oneindige...; maar een stille held, die de eene daad +deed, zonder waarschuwing of woordenpraal.</p> + +<p>En voor jou is er, geloof ik, maar één middel, kind, om te maken dat je +rust krijgt over zijn dood: Weiger je eerbied voor wat hij verachtte; +haat wat hij heeft gehaat.... En waarom zou je dan bang zijn dat hij je +vervolgen zal? Hij hield toch van je? Heeft hij niet, eer hij stierf, +zijn liefste schatten op de vensterbank voor je kamertje neergelegd...; +die lieve jongen?!"</p> + +<p>Toen richtte het meisje zich op uit haar gebogenheid; een glans lag over +het teeder gezicht en stamelend:</p> + +<p>"Nooit, nooit zou ze dit vergeten...; dezen morgen..., nooit....!" viel +ze met niet meer te weerhouden gebaar Elizabeth om den hals.</p> + +<p>—<!-- Page 101 --><a name="Page_101" id="Page_101"></a>Kijk! Hier heb je nu iets uit je eigen land!—</p> + +<p>Liesbeth bracht haar voor de oude Schwarzwalder hangklok, met de bonten +wijzerplaat, de groote wijzers, de zware koperen gewichten aan lange +kettingen en den slanken slinger met onderaan de breede, koperen schijf.</p> + +<p>Ze luisterden samen naar zijn regelmatigen, langzamen slag.</p> + +<p>—Is 't niet net de bevende stem van een lieve, oude vrouw?</p> + +<p>—Es ist wie daheim.</p> + +<p>—Toch geen heimwee?</p> + +<p>—Een beetje!—bekende Käthe, aarzelend. "O, ze was niet ondankbaar voor +al de goedheid van de gulle menschen bij wie ze was! Maar 't bleef nog +wat vreemd. En dan.... haar lichaam werd door de goede kost wel gezonder +en sterker, maar, niet waar, een bezeerde ziel geneest niet zoo gauw!"</p> + +<p>"<!-- Page 102 --><a name="Page_102" id="Page_102"></a>Hoe goed zegt ze 't! En in den mond van dit meisje was het geen frase. +Ze gaf het als een simpel feit en bedoelde 't ook zoo!" dacht Liesbeth.</p> + +<p>Toen sloeg de klok twaalf. En nauwelijks was de laatste slag verstild, +of van 't gevelkamertje boven, door de balkenzoldering, kwamen de twaalf +slagen van een tweede, donkerder gekleurde klokkestem.</p> + +<p>Het meisje hoorde het en glimlachte. Zij zwegen beiden. Dan vertelde +Liesbeth, hoe zij deze twee klokken in een winkeltje in Schönau kocht. +Sinds jaren hadden ze er samen in het winkeltje gehangen. De ééne nam ze +toen dadelijk mee naar hun huis in Freiburg; de andere zou haar worden +nagestuurd. Er moest eerst iets aan 't binnenwerk gemaakt.</p> + +<p>Op een dag komt eindelijk de tweede klok en wordt opgehangen, net als +hier, een kamer hooger.</p> + +<p>Juist slaat ze drie uur. En nauwelijks <!-- Page 103 --><a name="Page_103" id="Page_103"></a>is de laatste slag gevallen, of +van boven antwoordt de andere klokkestem, met drie plechtige slagen.</p> + +<p>Het was alsof deze klok toen opeens een gezicht had, dat verrast +luisterde naar de bekende stem van vroeger uit het winkeltje. Als het +weerzien van twee gescheiden menschen was het.</p> + +<p>—Houdt de gnädige Frau ook zooveel van dingen die een geschiedenis +hebben? Hoort en ziet ze daar óók zooveel in? Thuis werd ze altijd om +zulke gevoelens uitgelachen.</p> + +<p>—Och, lachen om wat je niet begrijpt is gemakkelijk.... "Die oude +kast?".... Een familiestuk. Was 't laatst van m'n moeder, 'k Heb altijd +het gevoel alsof er wel iets van haar aanraking in moet zijn nagebleven. +Na haar dood, ik was toen vijf jaar, gaf Jans, die pas was getrouwd en +in die dagen veel bij ons aanliep, me eens uit een van de laden een +grooten, rooden appel. Ze knielde bij me neer, draaide den appel om en +om, <!-- Page 104 --><a name="Page_104" id="Page_104"></a>boende hem met een tip van haar boezel tot hij glom. Dan kneep ze +me in de wangen en zei: "Nou mot je zelf ook zukke mooie rooie koontjes +op je bleeke snoetje zien te krijgen, kleuterke....! Eet je wel genog? +Dàn pas weet je dat je genòg het gegeten, as je d'r van hikt of d'r ferm +van boert!"</p> + +<p>Toen, voor de eerste maal, hoorde Liesbeth van dit vroeg-droeve kind een +heldren, jongen lach.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Wat had dit meisje niet al meegemaakt! Ze stond erbij toen de bronzen +klokken uit de kerktorens van het stadje werden gehaald. Ze zei het +nooit te kunnen vergeten. De schoolkinderen hadden dien dag vrij en +zongen hun klokken een afscheidslied toe. Kinderen hadden guirlanden van +madeliefjes gevlochten, waarmee ze de klokken versierden, toen ze op den +wagen waren geladen, die hen zou wegrijden naar den smeltoven. <!-- Page 105 --><a name="Page_105" id="Page_105"></a>Dominee +had gesproken, als aan een graf.</p> + +<p>Van den eersten dag toen de torenstemmen niet meer zongen, den morgen +die dood geboren werd, vertelde zij. En van 't laatste, wreedste +oorlogsjaar, toen de allerjongsten werden opgeroepen. Eén was er die z'n +angst durfde uiten en gilde: "Ich will nicht sterben! Ich bin jùng. Ich +will leben! Hilf, Vater! Hilf, Mutter!"</p> + +<p>En vader zei: "Sei ein Mann!"</p> + +<p>En moeder: "Sei ein Held!"</p> + +<p>Maar er waren ook andere moeders, die gek werden van angst om d'r +jongens. Eene had zes zoons verloren. Toen de zevende ging,—bijna een +kind nog—weigerde ze hem af te staan. Met geweld moesten ze hem uit +haar armen losscheuren.</p> + +<p>Dien nacht sprong ze uit het raam van de bovenste verdieping....</p> + +<p>En dan de stakkert, die waanzinnig werd, omdat haar zoon werd vermist; +die iederen morgen, huis aan huis, <!-- Page 106 --><a name="Page_106" id="Page_106"></a>aanbelde en vroeg: "Is m'n jongen +hier soms? Heb je hem nergens gezien?" En weer een andere, die gek werd +toen ze 't doodsbericht kreeg van haar laatsten zoon, een broodmes +greep, de straat opholde en een agent, dien ze voor een generaal aanzag, +te lijf wilde, gillend: "Kinderbeul, moordenaar....!"—</p> + +<p>Wat een brok jeugd hadden die jaren, met dagelijksch meegemaakte +verschrikkingen, aan dit kind ontstolen!</p> + +<p>Alleen lezen, àl maar weer lezen in nieuwe boeken, had er haar +doorheengeholpen; deed een oogenblik de ellende vergeten.</p> + +<p>Toen bracht Liesbeth haar bij de boeken.</p> + +<p>—Las ze alleen Duitsch? Zou ze niet graag ook de andere talen kennen? +Zouden ze 't samen eens probeeren? Dan mocht ze iederen dag een uur +komen. Met de Hollanders werd begonnen. Want die zijn niet alleen <!-- Page 107 --><a name="Page_107" id="Page_107"></a>een +volk van kaasverkoopers, maar ook van kunstenaars!" leerde zij.</p> + +<p>Boven 't boekenrek hing het geschilderd portret van twee kleine +kinderen: een broertje en zusje, dicht tegen elkaar aan. Het was door +geen beroemd schilder gedaan; toch hing om die kinderen een atmosfeer +van verlatenheid, die dadelijk trof: Twee moederloozen, die tegen elkaar +aankruipen als vogeltjes in 't leege nest. Het meisje bekeek het +aandachtig en zag dan naar Liesbeth.</p> + +<p>—Dat bent u zeker? En leeft uw broer nog?</p> + +<p>—Nee. Ook dood.—</p> + +<p>Ze zei 't met een wonderlijk vlakke stem, in gekunstelde +onverschilligheid, als sprak ze van een vreemde.</p> + +<p>"Zoek nu maar rustig uit!" zei ze dan en trok het gordijn open, dat voor +een muurkast vol boeken hing.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Het meisje was al een tijdlang verdiept <!-- Page 108 --><a name="Page_108" id="Page_108"></a>in 't nazien van de boeken, +toen ze werd overvallen door een onverklaarbare, stijgende onrust. Alsof +er iets beangstigends gebeurde achter haar rug.</p> + +<p>Ze keek om.</p> + +<p>Voor 't raam zag ze Elizabeth staan. Ze stond er uit te staren, zoo +lang, zoo stil..., in een zoo beklemmend zwijgen, dat het Käthe huiveren +deed. 't Was of hier alleen nog haar zielloos lichaam was.</p> + +<p>Dan, opeens, herkende ze in deze wezenloos-stille gestalte voor 't +venster, een der vele vrouwegedaanten uit den oorlog. Zoo stond haar +moeder...., wanneer ze wachtte op tijding van de jongens. Zoo spokig +stond ook haar zuster, wanneer zij uitkeek naar den brief van haar man, +die later kwam dan anders. Zoo stonden de meisjes en vrouwen allemaal, +allemaal...., in de ondragelijke spanning van het passieve +afwachten...., en staarden maar.... staarden maar uit..., door het raam.</p> + +<p><!-- Page 109 --><a name="Page_109" id="Page_109"></a>En Käthe begreep: dit was het lidteeken, dat de angstdagen van den +oorlog in Frau Elizabeth achterlieten. Ze wist het misschien zelf niet +eens. Ze deed als een die slaapwandelt.</p> + +<p>—Frau Gehrke!—zei ze voorzichtig en lei haar hand zacht op den arm der +droomende. Mag ik dit boek van Clara Viebig meenemen?—</p> + +<p>Het kostte Elizabeth zichtbaar moeite zich te bezinnen. Maar wonderlijk +snel was de overgang van droom naar ontwaken.</p> + +<p>Zoodra ze 't meisje zag, met het boek in de hand, was zij de +werkelijkheid in en sprak een vast uur af voor Hollandsch lezen. "Morgen +wordt ermee begonnen. En wacht, ik zal nog even wat zonnebloemen voor je +afsnijden. Ook een paar voor Jans! Die wil je wel even aanreiken?"</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Toen het meisje over het grasveld door den boomgaard wegging, zag +Liesbeth haar na.</p> + +<p>"<!-- Page 110 --><a name="Page_110" id="Page_110"></a>Hoe anders ging ze heen dan ze was gekomen! Zou ze dit kind, dat zich +aan den oorlog had gewond als zij, trachten te genezen? Nog éénmaal +liefdevol tot een medemensch gaan, zonder angst zich te kneuzen?</p> + +<p>O, dankbaarheid begeerde ze niet. Dáárom ging 't nooit. Als haar +vertrouwen maar niet werd gekrenkt!</p> + +<p>Als ze zich nu eens op niets dan teleurstelling voorbereidde.... +misschien kwam 't dan dit keer juist andersom. Als Käthe's tijd bij den +boer om was, zou ze haar bij zich nemen. Ze moest niet te gauw terug +onder den druk van dat zieltogend land.</p> + +<p>Zie..., nu staat ze stil.... Kan 't niet laten even in 't boek te +gluren, het leesgretig kind!</p> + +<p>En dáár is Juun! Hij stuift, verschrikt door 't onbeweeglijk-lezend +figuurtje, blaffend op zij, besnuffelt Käthe, laat zich, gerustgesteld, +door haar streelen en holt dan verder, op 't huis toe; de ooren flappend +aan den <!-- Page 111 --><a name="Page_111" id="Page_111"></a>kop. Midden in zijn vaart staat hij stil voor z'n drinkbak bij +de regenton en slurpt het water met gulzige slokken. Dan komt hij binnen +en als hij Elizabeth ziet, kijkt hij schichtig, kwispelt aarzelend, den +kop omlaag, voorbereid op een bestraffing.</p> + +<p>Zij doet haar best een streng gezicht te zetten, dwingt zich te doen +alsof ze hem niet bemerkt. Daarmee straft ze hem het meest voor zijn +lang wegblijven.</p> + +<p>Hij valt neer voor de rustbank, legt den kop op de voorpooten, en kijkt +telkens met verlegen knippende oogen naar haar op; snakkend naar een +woord of gebaar van verzoening.</p> + +<p>En Liesbeth houdt het niet langer uit bij 't kijken van die trouwhartige +honden-oogen, die om liefde vragen. Ze bukt zich, neemt z'n donkeren kop +tusschen beide handen:</p> + +<p>"O Juun.... Juun..., wat kan er niet alles gebeuren terwijl jij weg +bent!"</p> + +<hr style='width: 45%;' /> +<div> +<br /> +</div> +<h3><!-- Page 112 --><a name="Page_112" id="Page_112"></a>4.</h3> + + +<p>Dien avond—daar 't in de herfstdagen, zoodra de zon onderging, al kil +werd in huis—stak Elizabeth inplaats van de lamp, het +petroleumkacheltje aan, waarin van onderen het vierkante venstertje rood +gloeide.</p> + +<p>Het deksel deed ze er niet op, liet het vanboven open: dan valt het +schijnsel zóó dat aan de donkere muren, de kamerdingen als opdoemen uit +de duisternis. Ze voelt hen aan als liefdevolle wezens om haar +eenzaamheid gezet. En nooit spreken deze doode dingen zoo innig en +vertrouwd, als wanneer de avond gaat komen.</p> + +<p>Het is heel stil. Aan haar voeten ligt Juun, moe van de jacht. Ze hoort +zijn slapend ademhalen en er is ook het spinnen van poes in de +vensterbank, tusschen de bloempotten, waar ze het duisterend-buitene +inkijkt. Ze doet als een weduwe op leeftijd, die goed <!-- Page 113 --><a name="Page_113" id="Page_113"></a>in d'r duitjes +zit, lekker gegeten en d'r middagdutje gedaan heeft en nu voor 't raam, +in de schemering, naar de passage kijkt.</p> + +<p>De oude klok tikt in de stilte. Ook om het huis hangt avondlijke rust.</p> + +<p>"O de heerlijkheid van een uur als dit, met dingen die je lief zijn en +die niet bezeeren....</p> + +<p>De vrienden in de stad vonden haar wel te jong voor zulk een leven van +afzondering, maar zij genoot ervan. Ook de winter had mooie dagen +gebracht, toen bij strenge, plotseling ingevallen vorst, de regenstralen +bevroren en als kristallen franje om den dakrand hingen. Later, toen de +zon doorkwam, waren de ijspegels als flonkerende krissen....</p> + +<p>In die winterdagen was 't den heelen dag vol vogels om het huis. Alle +soorten hadden hun eigen etensuur. De brutale musschen waren er altijd +'t eerst bij. De lijsters, vinken en roodborstjes kwamen later en in 't +<!-- Page 114 --><a name="Page_114" id="Page_114"></a>middaguur, een zwerm van bonte kraaien, in hun deftige zwarte frak met +het onberispelijk strakke, grijs veeren vest. Een carré van vogels was +het soms om het huisje geweest. Konijnen, muizen, een egel.... allen +dreef de honger naar haar toe. Nee, zij voelde zich hier niet eenzaam; +minder dan vroeger, alleen midden in de menschen. En af en toe spoorde +ze naar de stad, en dook er onder in de beweging; bezocht +schilderijententoonstellingen, tooneel, lezingen en concerten. Maar al +gauw vluchtte ze terug.... om de menschen....</p> + +<p>En dan was er de post, die de stemmen aandroeg van verre vrienden; de +weinigen die na haar genadelooze schifting van betrouwbaar en +onbetrouwbaar waren overgebleven. Eén schreef van "hertrouwen, opbouwen +van een nieuw geluk...!" Nee, dat was voorbij. Het liefdegeluk had ze in +volkomen schoonheid bezeten bij Heinz.... Zij behoorde nu eenmaal <!-- Page 115 --><a name="Page_115" id="Page_115"></a>tot +de vrouwen die eens liefhebben en dan niet meer...."</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Peinzensstil, de handen roerloos in den schoot, dwaalde haar blik door +de kamer, met de mooie dingen die ze er bijeen bracht en bleef rusten op +een door het kachelschijnsel warm belichte reproductie van Fra Philippo +Lippi's Madonna: Een droeve moedermaagd. Beschermend is haar arm om het +schoudertje van 't heilige kind. Haar hand om zijn hoofdje gevouwen, +staart zij visionair zijn toekomst in, van hoon en marteldood, waarvan +haar liefde hem niet kan redden. En Liesbeth herinnerde zich hoe een +vrouw, die veel leed had gekend, eens tot haar zei: "ik dacht te weten +wat verdriet was. Ik wist het niet, eer ik de zielesmart zag van m'n +kind en machteloos was het van haar af te nemen."</p> + +<p>Zij zelf had lang betreurd geen kind van Heinz te bezitten. Maar dit was +<!-- Page 116 --><a name="Page_116" id="Page_116"></a>haar bespaard: het ongeluk van zijn kind aan te zien.... Toen dacht zij +aan de moeder van Beppo en keek naar Pierrot. Het scheen haar een +symbool, dat de kachellamp in haar schijnsel op de balkenzoldering en +over den hoek van 't boekenrek, waar hij bleek te zwijgen zat, alleen +zijn hoofd en de witte hand met de bloemen in zijn lichtcirkel ving en +de figuur in 't duister liet.</p> + +<p>Sinds 't gebeurde van dien morgen, zag ze hem nu anders dan vroeger; zag +ze voor de eerste maal meer in hem dan een tot wezen geworden +manestraal, voor wien in de werkelijkheid alle droom wordt onttooverd; +meer dan "un pauvre petit gars qui aimait celle qui ne l'aimait pas", of +dan een heilig-onnoozele, die liefdevol, argeloos als een kind tot de +menschen gaat, beleedigd wordt in zijn teederst gebaren en zich dan +afsluit voor iedereen. Meer..., dan wie uit hooghartig idealisme van de +"<!-- Page 117 --><a name="Page_117" id="Page_117"></a>mooie rol" dupe wordt en door de menschen om zijn onbegrepen "beau +geste" belachen...., op zijn beurt alle menschen en ook zichzelf bespot, +in een tot sarcasme verworden smart....</p> + +<p>Meer...., meer zag haar dezen avond uit Pierrot's tragisch masker aan: +Niet van één mensch de gebrokenheid, het fiasco, het verbrijzeld +vertrouwen en het gewonde hart..., maar de smaad van een ontgoochelde +menschheid, die eerst den schandelijken oorlog en nu het even +schandelijk naspel beleefde.</p> + +<p>Maar in dit uur was er in Elizabeth geen aanklacht tegen de menschen. +Tegen niemand. Alleen een wijd meelij, met deemoed, in het besef hoe +moeilijk het is in 't klein nooit een kwaad te bedrijven, dat in 't +groot, verduizendvoudigd, oorlog maakt. En ieder mensch moest ten slotte +beginnen met zichzelf te zuiveren.</p> + +<p>Ze wist: tot de menschen teruggaan met het oude argelooze vertrouwen..., +<!-- Page 118 --><a name="Page_118" id="Page_118"></a>dit ging boven haar gebroken kracht. Maar toch kon ze van uit haar +stille hoekje een lichtgevende zijn. Dàt dit kon...., dien morgen had +het haar bewezen. Trachten zou ze, den tijd te helpen voorbereiden, +waarin met edeler wapens werd gestreden.</p> + +<p>En woorden zijn als zaad....</p> + +<p>"Daar lag hij dood op de steenen van onzen hof. Hij had een bosje +bloemen in de hand "und schaute gen Himmel auf."</p> + +<p>Toen ze nu in de stilte Käthe's woorden in zich herhaalde, schenen ze +haar van een bizondere bedoeling; doorschouwde ze 't geheim verband +tusschen 't vinden van Pierrot in Venetië en de ontmoeting van dien +morgen. Dit was meer dan toeval..., het was een wonder geweest.</p> + +<p>En al zou ze misschien nooit weten wie de maker was van de geheimzinnige +pop, ze wist nu waarvoor hij haar werd gegeven.</p> + +<p><!-- Page 119 --><a name="Page_119" id="Page_119"></a>Als hìj.... had ze zich blindgestaard op de eigen, ééne smart en in dat +staren aldoor in zichzelf neergezien... Maar de twee die moedig den +eenzamen dood ingingen, zagen den hemel in.</p> + +<p>Ook Heinz vonden ze met zijn doode oogen naar de sterren....</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Toen stond Elizabeth op. Ze strekte haar arm naar Pierrot in zijn +zwijgende vertwijfeling en haar handen vouwend over zijn radelooze +oogen, sprak ze in fluistering:</p> + +<p>"Ook voor ons ontgoochelden, die 't liefste verloren, komt van de +sterren nog altijd het wonder..., het Wonder..., Pierrot!"</p> +<div> +<!-- Page 120 --><a name="Page_120" id="Page_120"></a> + +<br /> +</div> +<hr style='width: 65%;' /> +<div> +<br /> +</div> +<h3><!-- Page 121 --><a name="Page_121" id="Page_121"></a>IN DEZELFDE REEKS VERSCHEEN</h3> + +<table> +<tbody> +<tr> +<td>JOHAN DE MEESTER</td> <td>Goethe's Liefdeleven (2e druk)</td> +</tr> +<tr> +<td>IS. QUERIDO</td> <td>De Jeugd van Beethoven</td> +</tr> +<tr> +<td>CAREL SCHARTEN</td> <td>De bloedkoralen Doekspeld</td> +</tr> +<tr> +<td>M.J. BRUSSE</td> <td>In 't verbouwereerde oude stadje</td> +</tr> +<tr> +<td>JOHAN DE MEESTER</td> <td>Gezin</td> +</tr> +<tr> +<td>LOUIS COUPERUS</td> <td>Lucrezia</td> +</tr> +<tr><td>KAREL WASCH</td> <td>Dialogen</td> +</tr> +<tr> +<td>TOP NAEFF</td> <td>Vriendin (2e druk)</td> +</tr> +<tr> +<td>TOP NAEFF</td> <td>Charlotte von Stein</td> +</tr> +<tr> +<td>JO VAN AMMERS-KÜLLER</td> <td>De Zaligmaker</td> +</tr> +<tr> +<td>CARRY VAN BRUGGEN</td> <td>Een Indisch Huwelijk</td> +</tr> +<tr> +<td>GERARD VAN ECKEREN</td> <td>De Late Dorst</td> +</tr> +<tr> +<td>KEES VAN BRUGGEN</td> <td>De Freule</td> +</tr> +<tr> +<td>EMMY VAN LOKHORST</td> <td>Phil's laatste Wil</td> +</tr> +<tr> +<td>JACOB ISRAËL DE HAAN</td> <td>Jeruzalem</td> +</tr> +<tr> +<td>ANTON THIRY</td> <td>Pauwke's Vagevuur</td> +</tr> +<tr> +<td>MARIE SCHMITZ</td> <td>Weifeling</td> +</tr> +<tr> +<td>HERMAN ROBBERS</td> <td>Het ontstaan van een Roman</td> +</tr> +<tr> +<td>P. H. RITTER Jr</td> <td>De Legende van het Juweel</td> +</tr> +</tbody> +</table> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Pop van Elisabeth Gehrke +by Dina Mollinger-Hooyer + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE POP VAN ELISABETH GEHRKE *** + +***** This file should be named 15974-h.htm or 15974-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/5/9/7/15974/ + +Produced by Miranda van de Heijning, Frank van Drogen and +the Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..2e01902 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #15974 (https://www.gutenberg.org/ebooks/15974) |
