summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:45:54 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:45:54 -0700
commit3da32262e5300822ac5e1698120ed210a470f9f7 (patch)
treeeb3da6331df797ea168ae69f5bf806188d835f49
initial commit of ebook 15048HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--15048-8.txt6674
-rw-r--r--15048-8.zipbin0 -> 111313 bytes
-rw-r--r--15048-h.zipbin0 -> 217134 bytes
-rw-r--r--15048-h/15048-h.htm6563
-rw-r--r--15048-h/images/cover.jpgbin0 -> 24028 bytes
-rw-r--r--15048-h/images/titelpagina.jpgbin0 -> 75597 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
9 files changed, 13253 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/15048-8.txt b/15048-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..59d59f5
--- /dev/null
+++ b/15048-8.txt
@@ -0,0 +1,6674 @@
+The Project Gutenberg EBook of Mijnheer Snepvangers, by Lode Baekelmans
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Mijnheer Snepvangers
+
+Author: Lode Baekelmans
+
+Release Date: February 14, 2005 [EBook #15048]
+
+Language: Dutch and Flemish
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MIJNHEER SNEPVANGERS ***
+
+
+
+
+Produced by Miranda van de Heijning, Guido Royackers and the Online
+Distributed Proofreading Team.
+
+
+
+
+
+LODE BAEKELMANS
+
+MIJNHEER
+SNEPVANGERS
+
+AMSTERDAM
+P.N. VAN KAMPEN & ZOON
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+VILLA YVONNE.
+
+
+Mijnheer Snepvangers en Madame Snepvangers, geboren Verstraete, hadden
+jaren gediend bij Notaris Boeykens in de Hobokenstraat. In het statig,
+oude huis werd de vrijage van den heerenknecht met de keukenmeid niet
+opgemerkt of stilzwijgend geduld. Daarbij gaf de minnehandel geen
+aanstoot, geen stoornis in den dienst. Beiden waren zeer degelijk en
+ernstig, en alle aardsche zotternij was hun oogenschijnlijk vreemd.
+Om de veertien dagen profiteerden zij van een half Zondagmiddagverlof
+om te wandelen en om plannen voor de toekomst te beramen. De andere
+Zondagen, wanneer bovenmeid en koetsier op gang waren, zaten zij gezellig
+voor het keukenraam uit te rekenen wat er nog aan hun spaarpot ontbrak.
+Jaren lang hadden zij zoo hun leven gesleten, gierig gespaard hun loon
+En de fooien, tot zij eindelijk een flinken duit bezaten. En op een
+Zondag, zij waren toen zes-en-dertig jaar geworden, was de beslissing
+gevallen. Een eenige gelegenheid bood zich aan om een bloeiende
+kruidenierszaak over te nemen en hun eigen meester te worden. Spitsvondig
+onderzochten zij de kansen om noch Mevrouw noch den Notaris te krenken,
+vermits zij in de buurt bleven en de oude meesters goede klanten konden
+wezen. Daarbij was de bescherming niet te versmaden voor kleine lieden!
+Toen zij het eens waren dat Snepvangers M. Boeykens onder vier oogen om
+raad zou vragen, zaten zij in de schemering te staren naar de poort van
+het krijgsgasthuis aan den overkant der straat. En toen het tijd werd
+om voor het avondmaal te zorgen, overviel hun voor de eerste maal het
+gevoel vreemden, ondergeschikten in dit huis te zijn.
+
+Na het souper zat de Notaris meestal nog een uurtje op zijn bureel en
+las er, onder pruttelend gaslicht, zijn gazet. Snepvangers talmde niet,
+waagde het voor den eersten keer zijn meester te storen in zijne rustige
+afzondering. Een beetje bekwemd keek hij naar het oud grijs heerken, naar
+de bibliotheek achter hem, hoorde het kreukelen van de krant. Dan vertelde
+hij van de schoone gelegenheid, van hun gewettigd verlangen om eindelijk
+te trouwen, en zij kennen daarbij een geschikt meisje en een kranige
+jongen om hen op te volgen. Dat gaf doorslag aan het voorstel. Welwillend
+beloofde de Notaris zijn steun bij Mevrouw, en meer nog wou hij doen om
+hen te beloonen voor de goede diensten sinds ongeveer zestien jaar:
+Snepvangers zou hij in dienst nemen als vaste getuige en ook voor verdere
+notariskarweikens gebruiken.
+
+Zoo werd beslist over het leven van Mijnheer Snepvangers en zijn vrouw
+geboren Verstraete!
+
+Mevrouw Boeykens had toegestemd; de nieuwe dienstboden bleken te voldoen.
+
+_De Zoutkeet_ nabij de Rozenstraat werd overgenomen door de jonggetrouwden,
+die zich mochten verheugen in de klandizie van het notarishuis. Een mooi
+stuivertje won Snepvangers als getuige, met onder allerlei akten zijn naam
+te zetten. Het leven was nieuw en schoon, zij gingen vooruit in de wereld
+met hard werken en zuinig te leven. Zij beseften ten volle hoe zij zich
+verheugen mochten in de gunst van den Notaris, maar waren tevens overtuigd
+dat eerlijkheid en vlijt steeds passende belooning vinden in dit aardsche
+leven. Wie niet te lui is om te werken brengt zijn schaapkens wel op het
+droge! Zij konden gemakkelijk concurreeren tegen de winkels der buurt,
+verkochten alles en nog wat, verleenden geen krediet, lieten niet poffen.
+Na een jaar reeds namen zij een meid in dienst, een kloeke deerne uit
+Madame's geboortedorp in den Polder: eenige maanden later huurden zij een
+knechtje om den stootwagen te voeren en de bestellingen rond te dragen.
+
+De zaak was een goudmijn! Maar Madame was ook buitengewoon geschikt om met
+de menschen om te gaan, luisterde geduldig en met belangstelling naar de
+praatjes, had geen eigen meeningen over de menschen en gebeurtenissen,
+kon dus steeds instemmen. Het dienen had haar iets onderdanigs op het
+gelaat gedrukt, wat haar niet belette meid en knecht flink te kunnen
+aanporren tot werken, en hard zijn tegenover het schamel volksken uit de
+Rozen- en Paradijsstraten, dat wel eens, door nood gedwongen, kleinigheden
+poogde te borgen. Zij kon pingelen bij de reizigers en leveranciers, wist
+De vriendschap der meiden uit heerenhuizen te onderhouden met kleine
+geschenkjes, zag steeds kans om overjaarsche waren in de handen te stoppen
+van het janhagel, dat toch geen fijnen smaak heeft. Snepvangers hielp
+zooveel hij kon, maar werd steeds meer en meer in beslag genomen door het
+winstgevend baantje van getuige. Hij was een uitgeslapen vent, en de
+Notaris waardeerde in hem zeer bijzondere hoedanigheden, kieschheid en
+bescheidenheid. Zoo had Snepvangers gewezen op wat te leeren valt in de
+Roepzaal der Notarissen. Zedig en sluw volgde hij maanden na maanden de
+verkoopingen, leerde er de waarde kennen van huizen en gronden, begreep
+stilaan de verkoopwaarde, de speculatie, het opjagen, doorzag wat men
+winnen kon met inzetten, met "verdieren", met hoogen. Hij kwam in kennis
+met inzetters en verdierenpikkers, kleine renteniers en menschen van zijn
+slag, die spraken van interesten en winsten, van verkavelingen en... de
+gelukkige hand!
+
+Eén sloot zich bijzonder bij hem aan, een bleeke man met neerhangende
+snor, waarop hij zenuwachtig kauwde, terwijl hij wonderen verhaalde van
+door het lot begunstigde verdierenpikkers, die rijk geworden waren door
+toevallige speculaties of door wat hen eerst een strop had toegeschenen.
+Benijder was hij van hen die eens leefden van kleine winstjes, zijn
+gelijken waren, waarvoor hij nu zijn hoed afnam zooals voor de rijke
+speculateurs en de notarissen. Snepvangers kon geduldig luisteren naar
+zijn teemende uiteenzettingen, onderwijl bezig met eigen plannen waarvan
+zijn roode, gladgeschoren heerenknechtentronie niets verried.
+
+Weldra vertrouwde M. Boeykens hem om eigendommen op te jagen in den
+eersten zitdag en de gemakkelijk gewonnen opcenten openden hem een nieuw
+veld van bedrijvigheid. Eenigen tijd later werd hij de strooman voor een
+anderen notaris en zijn vrienden die een uitgestrekten bouwgrond kochten
+te Borgerhout. Na korten tijd waren er straten getrokken en de gronden
+voordeelig verkocht aan aannemers en eigenaars. Met deze winst en het
+opgespaarde geld kocht Snepvangers een paar bouwvallige krotten in de
+oude volkswijk, in Sint-Andrieskwartier, waarvoor M. Boeykens hem eene
+rente bezorgde. Nu waren zij eigenaars, al was het ook maar van huizen met
+papieren balken. Doch dat hinderde niet, rijke eigenaars hadden ook huizen
+door hypotheken bezwaard.
+
+Een jaar later, het was het vierde jaar van hun huwelijk, werd de
+gelukkige echt gezegend door de geboorte van een dochterken. De geboorte
+van het kind kostte bijna het leven aan de moeder. Maanden verbleef
+zij in het sukkelstraatje, zoodat de zaak wel een beetje achteruitboerde.
+Marieken werd bij familie, boerenmenschen in den Polder, uitbesteed.
+Zoohaast alles in 't reine was herbegon het zwoegen en het geld verdienen
+der waardige echtelingen. Het geluk bleef het dienen. Zekeren avond kwam
+M. Snepvangers een weinig geestelijk verheugd thuis. Zijne vrouw duidde
+het hem niet ten kwade want zij wist dat het buitenkansje hem niets
+gekost had. Hij had namelijk met zijn vriend, den verdierenpikker een
+wijnverkooping gaan bijwonen waar men kosteloos kon proeven en kaas
+gebruiken. Dat aardige uitspanningsken had hij door zijn vriend leeren
+waardeeren. Zoo werd men wijnkenner en fijnproever. Maar nu was het dubbel
+meegevallen! Snepvangers had er een man aangetroffen die hem zijn huisjes
+wou af koopen aan zeer gunstige voorwaarden. Ondanks dat zijn gemoed
+vermilderd was door den wijn, had hij zijn belang sluw behartigd, vooral
+toen hij gewaar werd dat M. Peeters deze krotten volstrekt noodig had om
+zijn danspaleis te vergrooten aan de straat.
+
+Na zijne eerste gelukkige speculatie kreeg M. Snepvangers meer
+zelfbewustzijn van zijn kunnen en zijn durven. Glad als een paling was
+hij in zaken, meende hij zelf wel in vertrouwelijke oogenblikken, hij
+overtrof zijn vrienden in de Roepzaal en daarbuiten! Madame was vergroeid
+in haar winkel, bedrijvig van den vroegen morgen tot den avond. Het mesje
+sneed langs twee kanten en zij werden met de jaren stijve burgers, die
+een schoonen spaarpot hadden, eigen huizen en bouwgrond, stadsloten en
+aandeelen in naamlooze vennootschappen. Wanneer zij samen 's zondags naar
+de mis gingen in de St.-Jacobskerk, wekten zij onwillekeurig de afgunst
+der geburen op. In vroeger jaren ging elk op zijn beurt, maar nu paste
+een winkeldochter op de zaak. M. Snepvangers was deftig gekleed, droeg
+een zwaar gouden ketting op den buik en had dan zijn hoogen zijden hoed.
+Madame verlangde het, zoo leek hij wat grooter en... voornamer. Want
+beiden waren klein van gestalte, en dat hinderde haar en heur echtgenoot.
+Was hij met den tijd vetter geworden, zij niet. Haar rusteloosheid had er
+volgens de meening van Snepvangers schuld aan. Naast haar man voelde zij
+telkens een groote bewondering voor hem, met hem had zij het ver gebracht.
+Ze droeg veel goud, een zijden kleed en een hoed met binders, zeer
+Kostelijk goed, niets van dat ondegelijk mode-goed. Het platgestreken
+haar was echter lichtjes met het pinijzer gekroezeld.
+
+ * * * * *
+
+Nieuwe verandering kwam in hun leven, toen de achttienjarige dochter thuis
+kwam uit de kostschool. In den beginne scheen het vreemd. Zij hadden
+Marieken maar op feestdagen kunnen bezoeken en haar telkens, een
+vergoeding van de ouderliefde die ze niet geven konden, met geschenken
+getroost. De korte vacanties brachten nooit de groote toenadering. Weldra
+was het geluk volkomen in het gezin. Marieken had eene fijne opvoeding
+genoten bij de nonnekens, kende manieren, sprak fransch, speelde piano,
+en was tevens zeer vroom.
+
+In toenemenden welstand had Snepvangers mooie meubelen gekocht in
+sterfhuizen en op de graanmarkt, bij de uitdragers, spiegels, lusters,
+piano en zoo meer.
+
+Nu gingen zij reeds jaren met hun drieën 's Zondags naar de kerk...
+Snepvangers was lid van den Dierentuin, waar zij regelmatig de concerten
+bijwoonden of 's Zondags in den hof wandelden om de beesten te bekijken.
+Er kwam het deftigste volk van de stad, zooals de stokoude familie
+Boeykens, de peperkoekbakker van de St-Jacobsmarkt, die koffiekoopman van
+over de deur, en die was zelfs lid van den Gemeenteraad.
+
+Het leven was zeer fraai en redelijk.
+
+Maar de weelde zoekt ook verandering, en zoo gebeurde het dat Mijnheer en
+Madame zekeren dag tot de ontdekking kwamen dat zij niet jong meer waren,
+recht hadden op rust. De winkel gaf te veel slameur, en hun kind kon
+onbezorgd haar toekomst tegemoet zien. De _Zoutkeet_ konden zij
+gemakkelijk overlaten aan den zoon van den schouwvager, die geen lust had
+in het roetbedrijf van zijn vader. Wie het voorstel opperde van buiten te
+gaan wonen is later nooit gebleken, maar zeker is het dat zij het roerend
+eens waren, 't Was heerlijk te denken, aan de koele buitenlucht, aan den
+schoonen hof, en zijn vruchten, en zijn bloemen!
+
+Op een stuk bouwgrond, waar enkel schrale dennen groeiden, door
+Snepvangers onlangs bij ongunstig verdieren aan zijn broek gehouden, zou
+het huis verrijzen. De schouwvagerszoon leerde de affaire en zijn vrouw,
+dochter van een kruidenier, bleek zeer goed aangelegd om de zaak te
+drijven. Zij ook kende geen genade voor het straatjesvolk, was zeer
+voorkomend voor De andere menschen. Gerust gingen zij dus van huis weg
+naar Cappellen. Tien minuten buiten de kom van het dorp lag hun eigendom,
+op de baan naar Putte. Zij waren aanwezig toen de eerste spade in den
+grond gestoken werd, volgden het uitgraven, het metselen der grondvesten,
+zagen de villa optrekken met jammerlijke traagheid, steen na steen. In den
+natten herfst keerden zij peinzend terug, droomend van het schoone
+buitenleven. Vele avonden brachten zij zoek om een naam te vinden voor het
+landhuisje. Eindelijk doopte Marieken den rooden blok _Villa Yvonne_, dat
+klonk romantisch en chic. Begin Maart was de woning klaar, en alleen in
+den tuin was de hovenier nog bezig met het planten van boomkens en
+struiken.
+
+Den vooravond van hun vertrek zaten zij boven, voor het raam van het
+salon, tusschen ingepakte meubelen. Nu ging men weldra van de schoone rust
+genieten, nog enkele dagen en zij zouden rentenieren. Mijnheer en Madame
+dachten aan het verleden, wat nu komen ging was de betrachting van hun
+leven geweest, waarvoor zij gewroet hadden, gescharreld en gespaard.
+Marieken hunkerde naar haar verjaardag, die in het nieuwe huis zou gevierd
+worden, zij werd zes-en-twintig. Madame trok het raam open, en zij keken
+nu nog eens, als tot afscheid, in de ouder bekende straat. 't Was tusschen
+licht en donker. Het plein lag eenzaam, en de lucht werd stilaan befloersd
+door den aandoezelenden avond. Leerjongens en leegloopers stonden fluitend
+en rookend te lanterfanten aan den hoek. De uitstallingen van het
+ellengoederenmagazijn op den hoek der St-Annastraat waren reeds helder
+verlicht. Ja, het licht klaarde reeds helder overal. Ginder, in de
+Roodestraat, tegen het oude Begijnenhof, kwam de lantaarnman met het
+weifelend lichtje op zijn langen stok, en telkens als hij stil stond
+brandde er een gaslamp meer. Aan den overkant, bij den loodgieter,
+schemerde nu rossige lampschijn achter de vitrien, en ook in _De Hoop_,
+het oude danslokaal, verder huis na huis, ook op de bovenverdiepingen, ten
+allen kant van het driehoekig plein, bloeide het avondlicht. Boven de
+Ossenmarkt, in het broksken hemel, schitterden nu sterren als
+wonderheldere lichtoogen. Het kloksken der kapel tampte rustig. Nu lazen
+ongetwijfeld de paterkens in bruine pijen hun avondgebed onder het schamel
+knetterlicht der kaarsen. Vreemd en eenzelvig stond kerkgevel en
+kloostermuur in het donker, 't Was Maandag, en in _De Hoop_ begon het
+orgel te draaien. Voor de open deur probeerden aankomelingen te dansen.
+Telkens zwenkten zij even door de lichtstreep, schoven dan weer in de
+schaduw weg op het kreunend georgel en gedjingel der muziek. De jongens
+begeleiden het deuntje met schel-vinnig gefluit, de meisjes deden hun best
+om de rokken zoo bol mogelijk te doen uitzetten bij elken zwier, alsof
+het krinolienen waren. Wanneer een dans uit was, en het orgel zweeg, dan
+hoorde men nog immer het meewarig-kalm gelui. Beneden zag Madame een
+haveloos, slonsig meisken op moeders pantoffels komen aansloffen.
+De blikken petroleumkan liet zij keer op keer tegen den muuur rammelen.
+Dat volksken kom altijd in den laten avond, morde zij, dan pas worden
+zij gewaar dat er geen olie meer in de lamp is. De stemming was weg, en
+met genoegen, met verlichting werd aan de toekomst gedacht, aan morgen en
+de volgende dagen.
+
+Nadat de verhuiswagen weggereden was, nam het gezin, op zijn paaschbest
+gekleed, afscheid van de nieuwe eigenaars der _Zoutkeet_, van de twee
+oude knechten, van de geburen. Daarna gingen zij vaarwel zeggen aan de
+familie Boeykens, eten in een hôtel over het station, zeer verteederd en
+opgewonden. Madame droeg den regenscherm van Mijnheer, die al zijn
+voorzichtige aandacht wijdde aan den reiszak, waarin de papieren zaten,
+eigendomstitels waarde-aandeelen en geld, reiszak die zwaar woog.
+
+Een week zonnetje verwelkomde hen buiten. In de villa, waar het rook naar
+de klamme kalk en versch geschilderd houtwerk, vonden zij de oude meid
+bezig met de verhuisventen. Na eenige rommeldagen kwam alles op zijn
+plaats. Nu vonden zij gelegenheid om hun eigendom te "ontdekken." Marie
+roemde het salon waar men zoo'n prachtig uitzicht had op het bouwland aan
+den overkant. Tot verre in den Polder kon men zien waar de lucht, achter
+de hoeven en boerenhuisjes, tot aan de boomen en den grond scheen te
+raken. Madame genoot van haar eetkamer en het terras er voor, waar
+men in den zomer zou kunnen koffiedrinken en genieten van den tuin.
+Mijnheer dweepte met de slaapkamers boven, zoo ruim en frisch, daar kon
+men pas goed het omliggende land bewonderen. De meid was in haar
+schik met de keuken en het schommelhuis. Allen waren vol minachting voor
+de stad waar men benepen gehuisvest was, waar het dompig rook, waar men
+van het leven niet genieten kon zooals hier. Snepvangers vergat zijn
+Roepzaal, zijn verkoopingen, zijn stamkroeg en zijn vrienden; Madame
+begreep niet hoe zij het jaren volgehouden had in den winkel, Marieken
+koesterde de hoop hier dik te worden en fleurig, want zij was bleek en
+mager. 's Zondags zaten zij vooraan in de kerk tusschen de notabelen van
+het dorp, de pastoor had hen met een bezoek vereerd, bakker, beenhouwer
+en winkelier waren zeer beleefd, en de melkboer en groentenvent kwamen
+geregeld en op tijd.
+
+De lente was in aantocht. Overal begon het groen uit zijn zwachtels los
+te breken, en de fruitboomen droegen bloesem. De lucht was meestal
+helder, en de zon scheen zoo plezierig over de wereld. Zij schenen
+het alles voor den eersten keer in hun leven te mogen aanschouwen. Regen
+en wind kon hun stemming niet bederven, er viel nog zooveel te veranderen
+een t schikken, en 't werd avond vóór men 't wist. Vroeg ging men slapen,
+doodmoe van het bezigzijn en de zware lucht. Vooraleer de vensters te
+sluiten en de rolgordijnen neer te laten keken zij dan soms in de richting
+der stad, waar een lichtschijn tegen den hemelkoepel, opsteeg. Dan
+beseften zij pas goed hun geluk. De honden blaften in de verte, en 't was
+eenzaam en vredig alom. In het dorp brandde nog licht, maar het was er
+stil, doodstil. Slechts de wind suizelde, en op de kerk sloeg de klok.
+
+Zoo kwam M. Snepvangers op het gedacht ook een hond te houden. En vermits
+het buiten zoo eenzaam was, vond elkeen het goed dat een waker 's avonds
+op het erf zou kunnen passen. Dan sliepen de bewoners der _Villa Yvonne_
+nog veiliger. Het beest, een grimmige doghond, kon huilen en blaffen dat
+het een aard had. Hij was weldra berucht om zijn kwaadaardigheid, erkende
+enkel Snepvangers. Uren lang lag hij met gloeiende oogen aan de ketting
+voor zijn hok te loeren naar het houten hekpoortje, opspringend wanneer
+iemand belde, vooral nijdig wanneer het volk van Putte, dat 's morgens
+vroeg en 's avonds laat voorbijtrok, in aantocht was.
+
+Alles stond thans in lentegroen, de lucht kreeg nu een lekkere mildheid,
+vogels zongen in de boomen, de wind zoemde, bracht varende geruchten aan
+en den balsemgeur der dennebosschen. Twee nesten zwaluwen hadden hun
+huisje gebouwd onder het houten beschot der dakgoot, wat Madame als een
+goed voorteeken beschouwde. Het bracht geluk, al gaven de vogels wel
+wat last, zoo juist boven het terras, want zij lieten wel wat vallen.
+Marieken kreeg zin in duiven en Madame in kippen. Duiven waren zoo'n
+dichterlijke beestjes, al beweerde vader dat het stomme dieren waren!
+Kippen legden eieren, beweerde Madame, al kraait een haan ook vroeg de
+menschen wakker, maar de hond wekte hen ook vroeg genoeg. En duiventil
+en kippenhok werden gebouwd, netjes groen geverfd, en bevolkt. Zij
+telden de eieren, zagen de jonge duiven groeien, hun duivelshaar
+verliezen, rekenden uit hoeveel een doghond verorberen kan, stelden
+belang in de kwijnende rozelaars, telden de vruchtknoppen aan elk
+boomken, begoten het magere gras en de bloemen, de viooltjes, de
+madeliefjes, de vergeet-mij-nietjes en de andere, onderzochten de
+kale hagen en de boomenstokjes met zuinigen bladertooi.
+
+De dagen lengden zachtjes aan en brachten de zomergenoegens, de jonge
+groenten, de eerste vruchten. En wat zij zelf gewonnen hadden, achter
+in een kleinen moestuin, al was het nog maar een mager gewin, al kwam
+het pas wanneer de nieuwheid reeds voorbij was, smaakte nog eens zoo
+heerlijk! De salade was wel te weelderig opgeschoten, had geen malschen
+krop; de radijsjes waren wel bitter, klein en voos; de erwten schaars te
+zoeken tusschen het loof; de aardappelen waren als knikkers en weinig
+talrijk! Doch wanneer zij bezoek kregen, en zij hadden nu haast alle
+Zondagen bezoek van oude kennissen en geburen, vertelden zij welgevallig
+en fier van de vruchten, van de zelfgewonnen vruchten, terwijl zij
+argeloos er maar niet bijvoegden dat, wat op tafel stond, door den
+groentenleurder geleverd was. Zoo overviel hen de verschroeiende
+zonnebrand, waarin de villa, naakt en onbeschut, de hitte stond op te
+zuigen. De tuin bood geen plekje schaduw, en alleen aan den straatweg
+schenen de boomen langs den macadamweg een beetje koelte te bewaren.
+Gelukkig dat er nu niets meer te verrichten viel! Zij konden binnenshuis
+rusten en stil zitten in de halfdonkere kamers, waar de rolluiken waren
+neergelaten. Geen belangstelling meer voor de uitschietende twijgen van
+den wingerd, noch voor de verschrompelde appelkens en peerkens, noch voor
+de beesten. Zalig zoo niets te moeten doen, ongegeneerd te luieren wijl
+men ginder, in de stad niet voelen mocht de teistering van den zomer.
+
+Na het middageten deden zij een smakelijk dutje, man en vrouw tegenover
+elkaar gezeten in een leunstoel, en de koffietijd brak aan voor men het
+wist. Marieken, die niet slapen kon, bracht de lange namiddagen door
+met haakwerk, met borduren, of las de werken van Conscience, die vader
+in vroeger jaren gekocht had. Buiten joeg het macadamstof omhoog onder
+de jagende autos en bedekte alles met grijzen schimmel.
+
+Dat was nu rentenieren! Men kon tenminste zijn vijf zinnen eens
+bijeenrapen meende Snepvangers. Geen verlangen meer naar de stad, slechts
+in zeer bijzondere aangelegenheden waren zij te bewegen eens over en
+weer met den trein te gaan. 's Avonds, wanneer de zon onder was, hadden
+zij het druk den hof te begieten. Zij pompten en sleurden het water in
+den tuin tot zij piepaf waren, en op het terras gingen zij dan zitten
+uitblazen in de nieuwe tuinzetels. Hier kloegen zij wel eens over de
+zwaluwen die niets ontzagen, en over de muggen die hen zoo lastig vielen.
+Tegenover de zondagbezoekers gewaagden zij nooit van deze kleine
+onaangenaamheden, roemden maar voortdurend en opgewekt het onschatbare
+buitenleven. Het gebeurde menigmaal dat Snepvangers moedermensch alleen
+terugkeerend van het station tot waar hij bezoekers vergezeld had,
+zichzelf overtuigde dat zij gelukkig waren. Zijn lantaarn wierp een verren
+lichtschijn voor hem uit, de maan lachte aan den hemel, en het dorp lag
+dan achter hem wanneer hij tot deze gevolgtrekking kwam. In het dorp
+was er nog licht in de herbergen, daar zaten de dorpelingen te kaarten.
+Ja, dat was toch wel gezellig! Daar schoof soms iemand in 't duister
+voorbij en riep goedenavond; hij verschrok even, riep dan zeer joviaal
+zijn wedergroet, maar was blij weer op eigen erf aan te landen en zijn
+doghond te hooren aanslaan. Madame vond het dagelijksch leven wel een
+weinig eentonig, zij die zoo gewoon was al de kletspraatjes te moeten
+aanhooren in haar kruidenierszaak. Marieken had ook wel eens vage
+gevoelens van onrust, neen zij benijdde haar vriendinnekens niet die
+naar bals gingen, uitstapjes deden, ja, die met een vrijer mochten gaan
+wandelen, maar toch!...
+
+Na zoo'n oogenblikken van zwakheid probeerden zij tegenover elkaar den
+lof te zingen van den buiten, alsof zij wederzijds iets van elkaar
+afwisten. Zij zochten nieuwe veranderingen en verbeteringen, lieten voor
+het huis een vijvertje aanleggen in cementrotsblokken, schilderden de
+trappen, kochten konijnen. Maar het vijvertje stond altijd droog en de
+konijnen stierven spoedig. Eenigen tijd hield een mol, die hun eigendom
+in alle richtingen doorwroette, hen in spanning, Maar het beest verdween
+even geheimzinnig als het gekomen was. Mijnheer begon nu weer iets te
+voelen voor de prijzen van bouwgronden, liep heele voormiddagen langs de
+wegen, knoopte kennis aan met de boeren.
+
+Zoohaast de dagen korter werden, en de vroege herfst zijn killig, buiïg
+weer liet aanstormen, bleven de bezoekers weg. In den begin vonden zij
+het aardig zoo hun alledaagschen gang te kunnen gaan. Zij konden
+nu 's Zondags ook eens de vijf zinnen bijeen rapen, en na het middagmaal
+een uil vangen. Maar eenzaam was het! Marieken was het eerst de lustelooze
+stilte en afzondering moede, want zij had de minste bezigheid. In den tuin
+viel nu niet meer te gieten, het regende meer dan te veel, de planten en
+struiken waren haar te bekend, de kleine fruitoogst was lang reeds
+geplukt. Moe gestaard op de kale velden, naar den neveligen, triestigen
+horizont achter de boerderijen aan den overkant, speelde zij troosteloos
+piano of las weer een boek van Conscience. En zij dacht aan het heilig
+sacrament des huwelijks... Madame wist wat elke dag brengen kon in het
+huishouden aan schuren en wasschen, aan strijken en kousen stoppen.
+
+De beslommeringen van vruchten inmaken was voorbij, in den kelder stonden
+dozijnen pottekens gelei, steenen kruiken ingelegde boontjes, snijboonen
+en witte koolen. De winterprovisie brandhout en steenkolen was ingedaan,
+en nu had men weer geen kommer of zorgen meer, kon men rusten. Maar
+Snepvangers zelf, die niets te doen had, zocht maar telkens om de baan te
+Kunnen op trekken. Hij had in het dorp kennissen gevonden om kaart te
+spelen, maar hield het huis verdoken. Om eens naar de stad te kunnen gaan
+had hij dagen lang de noodzakelijkheid doen uitschijnen van een barometer
+te bezitten. Met zoo'n ding wist men tenminste wat u te wachten stond,
+regen of wind, of men al of niet zijn paraplu moest meesjouwen op de
+wandelingen, die zij niet deden. Hij bracht een Zwitsersch, in hout
+uitgewerkt kastje mee. Was er regen op handen, dan kwam er een paterken
+met een paraplu uit een deurken te voorschijn; kwam er droogte in de lucht
+dan stapte een flierefluiter, een heerken, zomersch uitgedost, uit het
+ander poortje. Zij mochten niet veel plezier aan het ding beleven dat
+meestal het weer aanwees dat geweest was. Ten einde raad wendde Mijnheer
+dringende zaken voor die hem dwongen, dwongen tot zijn spijt, naar de
+stad te gaan. Hij pinkte dan geheimzinnig, noemde terloops M. Boeykens,
+dit zeer kramakkelachtig werd en hem noodig had.
+
+Met danig stoken kreeg men het in _Villa Yvonne_ ongeveer warm genoeg. Het
+kwam wel eens voor dat men in den vroegen avond gewaar werd dat de lampen
+ongevuld waren, en men naar het dorp moest door het vlagend weer voor
+petroleum. 't Was een geploeter door de duisternis over den slijkerigen
+weg! Er was nu niets nieuws meer te ondervinden. Zij wisten wanneer
+er treinen aankwamen, wisten wie voorbij zou stappen, nu een paar boeren,
+straks de matten-leurders van Putte, later nog het werkvolk, zonder den
+heremiet te rekenen, een jonge vent, die wat verder alleen in een huisje
+woonde. Nog slechts een paar autos snorden dagelijks heen en weer met
+kasteelvolk dat ergens, uren van de wereld verwijderd, woonde.
+
+En de winter was bar, en streng, en lang. Amper mocht men het licht van
+den dag aanschouwen. De wind joeg onbarmhartig door de kale boomen, over
+de velden, rukte aan deuren en vensters. De regen zong door dagen en
+nachten zijn eenzaam lied. Dan vroor het weer weken lang of gierden
+sneeuwstormen, zoodat alles blank lag en bedolven. Eens moesten zij
+zelfs een pad graven naar het hekpoortje, zoo lag alles onder den
+dikken sneeuwpels. Teeken van leven kregen zij niet uit de stad, en M.
+Snepvangers waagde zich niet buiten. Met Nieuwjaar bracht de postbode
+Met de dagelijksche krant eenige nieuwjaarkaartjes, wenschen van
+ voorspoed en geluk. Bedrukt spraken zij weer maar hoopvol van de
+lente, van de komende geneugte. De piano werd niet meer aangeraakt,
+de grauwe lucht en de regen stemden te moedeloos. Het pluimvee werd
+een last, men moest het verzorgen ook als men maar liefst bij de kachel
+bleef zitten soezen, en de hond, de grimmige dog, bevuilde het huis.
+
+Was dat nu het schoon rentenieren op den buiten? Zij dachten terug aan
+hun gelukkige bedrijvigheid in de stad, waardoor zij nooit het ellendige
+winterseizoen hadden gevoeld in zijn ijselijke naarheid. Al lengden de
+dagen, zij werden het niet gewaar, en zoo lang het te koud was om buiten
+te zitten konden zij van de mooie dagen niet genieten. In de stad kon men
+ten minste wandelen, door de drukke straten, naar de winkels kijken.
+Sinds de kermis van Putte hadden zij geen bezoek meer ontvangen, al die
+maanden hadden zij geen menschen meer gesproken buiten de dorpelingen,
+en die telden zij niet. Karnaval was nog wel de triestigste dag, want
+zij dachten aan het volk dat zich ginder, onder den lichtgloed der stad,
+wist te amuseeren. Was dat nu rentenieren? Marieken verslond maar al de
+boeken, die zij kon leenen in het dorp. Madame gunde sinds lang niet meer
+aan Snepvangers zijn uitstapjes naar Antwerpen. Het inroepen van M.
+Boeykens mocht niet baten, en de arme man vond geen genoegen meer in de
+bouwgronden van den omtrek, rookte maar verwoed pijp na pijp, zoodat alle
+kamers van tabakrook doortrokken waren. Zoo kwam Goede Vrijdag.
+
+Snepvangers kon het niet langer volhouden. Vandaag moest hij de stad zien,
+hij wou en zou. Aan de koffietafel kreeg hij den gelukkigen inval.
+
+--Het water rijst me over het hart als ik aan schelvisch denk!
+
+--Zoo, wat gedacht, wantrouwde Madame, dat kunnen we niet krijgen in het
+dorp.
+
+--Schelvisch, dweepte Marieken.
+
+--Ik ben ziek van goesting naar schelvisch, droomde Mijnheer.
+
+--Ge kunt bottekens krijgen, misschien ook mosselen, als de vent van
+Bergen-op-Zoom komt!...
+
+--Och!
+
+--Schelvisch, onderlijnde Marieken.
+
+--Kunt gij hem halen? vroeg bits Madame.
+
+--Och, als ik u daar plezier kan mee doen ... Ja dan wil ik wel eens naar
+de vischmarkt gaan.
+
+--Naar de stad!?
+
+--Wel ja, Mama, 't is toch zoo geen reis.
+
+--Wel, ik zal maar gauw gaan.
+
+--Wat vreemde kuren, schuddebolde Madame, die zich verloren moest geven.
+
+En Snepvangers ging met zijn paraplu en zijn vischnet onder den arm.
+Aan het kleine station ontmoette hij de vroolijke menschen, die dagelijks
+naar de stad gingen werken. Hij mengde zich in hun gesprekken, voelde
+zich leven. Een mensch moet toch menschen zien, zich niet van de wereld
+afzonderen! Wat gewoel bood de stad en wat afwisseling! Hij verbeuzelde
+zijn tijd met kuieren en met pintjes pakken in de estaminets, door hem
+vroeger regelmatig bezocht. Hoe prettig zich weer thuis te voelen in de
+beweging der menschen! Ja, de stad was toch wel aantrekkelijk, daar kan
+men, alles wel beschouwd, nog van het leven profiteeren. Het werd middag
+voor hij er aan dacht naar de vischmarkt te gaan. Madame zou zuur zien nu
+hij nog niet thuis was... maar hij was immers man en meester! Kon hij het
+verhelpen dat de tijd hier zoo vlug voorbij ging? God, nu moest de
+schelvisch maar voor het avondmaal dienen. Wat zouden zij smullen. Na
+lang met kennersoogen de kramen te hebben onderzocht, na loven en bieden
+kocht hij twee puur nog levende schelvisschen. Met zijn vischnet in de
+hand en zijn paraplu onder den arm gekneld trok hij nu terug naar het
+station, maar hij wandelde zoo gelukzalig traag dat hij zijn trein
+mankeerde.
+
+Doelloos liep hij over de De Keyserlei, dacht aan het onthaal dat hem
+te wachten stond. Was dat niet een ouwe vriend, de verdierenpikker,
+die daar kwam aangeslenterd?
+
+--Wel verdorie, Snepvangers, zijt gij het? En ik die dacht dat ge reeds
+dood en begraven waart!
+
+--Neen, goddank, maar ik woon buiten...
+
+--Dat wil zooveel zeggen als levend begraven!
+
+--Neen, dat is wat sterk! ...
+
+--Trein gemankeerd?
+
+--Ja.
+
+--Kom, we gaan er eenntje pakken op het weerzien.. Zoo, zoo!
+
+En ze pakten er eenigen op het weerzien, spraken van vroeger dagen,
+van verdierenpikken en gronden, van bekenden en notarissen. Zij hadden
+beiden geluk gehad in het leven, zagen alles rooskleurig in, deden
+joviaal. Voor zij het wisten zaten zij elkaar genoegelijk toe te knikken
+in een hotelzaal. Het was Goede Vrijdag! Zij prezen het lekker vischdiner,
+proefden als twee smulpapen van de gerechten en de wijnen, voelden zich
+behaaglijk zwellen. Wat tafelweelde! Visch te kust en te keur, en wijn,
+witte en roode, beter en meer dan op de beste verkooping. Juist toen zij
+discuteerden waarom taling toegelaten wordt op een vischdiner in den
+Vasten, werd het electrisch licht opgedraaid. Hun oogen knipperden even,
+het tafelgerei schitterde licht helder en zij bemerkten dat de glazen
+leeg stonden.
+
+--Dat mag niet, beweerde Snepvangers als beleedigd.
+
+--Neen, zeker niet! ...
+
+De vrienden kenden uur noch tijd. De "Villa Yvonne" lag zoo ver, en de
+schelvisch was door den garçon ergens weggelegd, als om de zorgloosheid
+te verhoogen. De kreeft werd nu een eenig belangrijk ding, de wijnsoorten
+een oud zwak. Met verteedering dronken zij op elkaars gezondheid, en dat
+spel beviel hen zeer. Bij het nagerecht bestelden zij champagne, sigaren
+en koffie.
+
+--Het leven is schoon, mijmerde de verdierenpikker.
+
+--Dat is het ja... dat is de waarheid, stemde Snepvangers in, vleide
+zich wellustig tegen de leuning van zijn stoel en zag diepzinnig de
+rookwolkjes na.
+
+Hoe lang het geduurd heeft is lastig bij benadering te bepalen en
+Snepvangers heeft zich er nooit rekenschap van kunnen geven. Zij genoten
+nog lang van elkaars aantrekkelijk gezelschap, behandelden alle mogelijke
+onderwerpen, vertelden moppen en fluisterden zinnelijke opwellingen,
+waarbij ze vertrouwelijk knipoogden. Menig glas werd nog gedronken en
+menige dure sigaar gerookt. Wat Mijnheer bijbleef was het vreemd geval
+dat zij ruzie hadden gekregen bij de betaling van dit uitspanningsken.
+Elk wou het gelag voor zijn rekening nemen, maar ten slotte betaalde elk
+Zijn deel en was wat vrijgeviger tegenover den garçon. Deze stopte
+Snepvangers wat in de hand, zijn vischnet met schelvisch en zijn paraplu,
+en dan trokken de vrienden weg met hoogroode gezichten. Tot afscheid
+werd nog een glas gedronken, hier een, daar een, dan ging Mijnheer zijn
+vriend een eindje vergezellen tot aan den tram, want hij meende te
+bespeuren dat deze een klein beetje zattekens was.
+
+Later zeilde hij alleen terug naar het station. Plots was zijn vriend
+verdwenen en nu voelde hij zich danig moe, wou ergens rusten om het even
+waar, zitten en uitrusten.
+
+En hij werd wakker op eene bank onder kale boomen van het Park. Waar was
+hij? Hij rilde van koude, voelde zich ziek, had hoofdpijn. Scheen het
+daglicht? Neen, 't was de lantaarnschijn. Hoe laat was het nu wel? Even
+zien. Maar hij vond zijn uurwerk niet in zijn zak, tastte instinctmatig
+naar zijn geldbeugel. Ook weg. God wat beteekende dit nu! Zijn blikken
+zochten rond, zijn regenscherm, zijn zijden regenscherm met zilveren
+kruk, eveneens spoorloos verdwenen. Voor zijn voeten echter lag het
+vischnet met de schelvisschen, besmeurd door het slijk. God! kon hij
+zijne vijf zinnen maar eens bijeenrapen! Wat zou hij doen, wat zou hij
+zeggen? Zoo'n avontuur moest aan hem overkomen, aan een deftig getrouwd
+rentenier, aan den eigenaar der "Villa Yvonne"!
+
+Zeer verlegen stond hij recht, onthutst raapte hij zijn vischnet op, liep
+de stad in. Hoe nu naar huis gesukkeld waar men angstig op hem zat te
+wachten in den nacht? Zij zouden natuurlijk niet kunnen slapen, het huis
+doorloopen en bang het ergste ongeluk vreezen Hij moest ook om schelvisch
+gaan, Marieken moest ook aandringen alsof haar moeder niet meer verstand
+had... Maar het dwaaste van al, M. Snepvangers moest ook eens
+buitensporigheden bedrijven, zich te buiten te gaan, Goeden Vrijdag
+vieren! Te laat beklaagd oude zot! Wat nu aangevangen?
+
+Hij ging M. Boeykens spreken, zou hem alles biechten en die zou wel raad
+weten om de ruzie te vermijden in zijn huishouden, wie weet en
+echtscheiding kunnen beletten!
+
+Suf stond hij voor de woning van den notaris te wachten tot het licht
+werd. Tot zijn verbazing werd plots de poort geopend en liep de knecht hem
+op het lijf.
+
+--Hoe weet gij het nu al? vroeg de knecht verwonderd.
+
+--M. Boeykens?...
+
+--Ja, zoo plots... ja hij was wel niet goed, maar niemand kon zich daaraan
+verwachten.... Saluut... tot weerziens.
+
+M. Snepvangers oogde den knecht na, die haastig voortliep in den nacht. Nu
+kon hij plots zijn vijf zinnen bijeenrapen! Hij had wel kunnen jubelen van
+verrukking, nu was hij gered, nu kwam alles in orde. Hij had immers zijn
+kaartje nog om weer te keeren?
+
+Met den eersten trein trok hij naar Capellen. De nacht lag nog over de
+velden, en in de verte scheen het licht in de "Villa Yvonne". Hoe meer hij
+naderde hoe luider de hond begon te blaffen. Het tuinpoortje knarste open,
+uit de open deur viel het helle licht. Hij hoorde geklaag en geschrei,
+gesnik en gejammer, keek niemand aan, zag strak en wezenloos voor zich
+uit. In de keuken liet hij zich zuchtend op een stoel neerzakken, den
+schelvisch vóór de voeten.
+
+Een oogenblik hoorde men de stilte, dan zei hij langzaam, met tranen in de
+stem:
+
+--M. Boeykens is dood!
+
+--Maar wij blijven hier niet langer... wij hebben duizend angsten
+uitgestaan, zei Madame tot rouwbeklag.
+
+--Alleen in den nacht, zuchtte Marieken, alleen in den triestigen
+buiten...
+
+--Ja, 'n mensch weet nooit wat er gebeuren kan, beaamde Snepvangers
+nederig en treurig, zoo 'n goede man... Het buitenleven is toch niet zoo
+schoon als men denkt... Voor mij is het niks... ik ben niet bang... Ik
+ben heelemaal van streek... 't heeft me danig gepakt.
+
+--We zullen maar gauw koffie drinken, meende Madame.
+
+Elk der huisgenooten was als ontlast. De oplossing was gekomen, zonder dat
+een hunner zijn weerzin voor het landleven had moeten te kennen geven,
+zijn verlangen had moeten toonen naar de loszinnige geneugten van de stad,
+die zij voor maanden met zooveel genot hadden verlaten en belasterd. Zij
+hadden genoeg van de stijve deftigheid, wenschten maar liefst te gaan
+rentenieren in de oude buurt waar het zoo gezellig was, waar de menschen
+en straten hen zoo bekend waren, waar zij meetelden in het leven, waar
+muziek was en bedrijvigheid, en waar zij nooit onder de drukkende
+afzondering, de eenzaamheid zouden lijden. Marieke peinsde daarbij
+stillekens aan het huwelijk, en Mijnheer aan zijn parapluie en zijn
+uurwerk. Bij het eerste schemeren van den dag was M. Snepvangers
+bezig achter het tuinhek een paal op te richten waaraan een bordje
+bevestigd was, vermeldende met onzekere, zwarte letters: _Villa te huur
+of te koop_.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II
+
+LIEFDE EN ANDERE ONRUSTIGHEID.
+
+
+De familie Snepvangers woonde weer in de stad. Het renteniershuisje in de
+Hobokenstraat was kraakzindelijk. Het geveltje, frisch in de verf, was
+versierd met kolommetjes en grillig loofwerk, op het balcon prijkte een
+lange vlaggestok en op de witgeschilderde deur blonk de geelkoperen
+naamplaat. Binnen hielden Madame, Marieken en de werkvrouw met
+dagelijksche zorg alles helder aan kant en vrij van stof. In de
+achterkamer stond de piano, in de veranda, die als huiskamer diende, kefte
+een zwart spitsken, het salonneken aan de straat werd slechts voor
+vreemden geopend.
+
+Het tuintje, een voorschoot groot, bood Snepvangers en zijn dochter
+gelegenheid tot tuinieren. Het geurde en fleurde er met bonte bloemen en
+riekende kruiden, terwijl een sappige wijngaard zijn ranken schoot onder
+het glazen afdak.
+
+'s Morgens vroeg stond Snepvangers op den drempel der woning zijn pijp te
+rooken, liet het hondje zijn ochtendwandeling doen; wanneer de melkboer
+kwam, nam hij het pannetje aan, trok dan aan de huisbel om Madame en
+Marieken te wekken. De dames kwamen gekleed beneden, want na het ontbijt
+ging Madame in de buurt winkelen en speelde Marieken piano, terwijl
+de werkvrouw den boel in orde bracht.
+
+Snepvangers knutselde in het tuintje, las andermaal de gazet van den
+vorigen avond, kleedde zich dan voor de wandeling. Zijn barometer gunde
+hij geen blik meer, in de stad was dat overbodig, en daarbij nam hij, uit
+louter voorzorg, haast altijd zijn zijden regenscherm mee. Elken dag had
+hij zijn afwisselende stamlokalen waar hij een pintje of een borreltje
+dronk en over de stadsnieuwsjes en het weer redekavelde. In de buurt
+bezocht hij "De Koning van Spanje", "Het Zwart Paard", "De Paardenwei",
+"Sint-Jacob", "De drij Kauwkens", verder in de oude stad "De Klok",
+"Het Gulick", "Het Koningsken", "Het Nachtlicht", "De Boer van Tienen",
+"De Wildeman", "Het Schuttershof", "De Oude Sint-Jan", "De Gouden Kroon",
+De Kolkoensche Haan", "De Zeven Provinciën". In de week dronk hij garsten,
+'s Zondags, in de buurt van het station, verkoos hij uitheemsche bieren.
+
+Klokslag één was hij thuis voor het middagmaal, ving dan een uiltje, ging
+daarna naar de roepzaal, waar hij, bij gelegenheid, nog een paar centen
+verdiende, trof er zijn vriend aan, den verdierenpikker. Samen keuvelden
+zij dan over eigendommen, gronden en centjes verdienen. Rond acht uur kwam
+hij voor het avondmaal. Madame vertelde van menschen die zij ontmoet had,
+van koopjes en buurtnieuws, Marieken verslond de feuilleton en zalig
+genoot Snepvangers. Later las hij de gazet, terwijl zijn vrouw kousen
+stopte en Marieken weer piano speelde. Op Vrijdag en Zaterdag gingen de
+vrouwen niet op boodschappen uit, er werd gekuischt en geboend en
+Snepvangers ging, na het avondmaal, kaarten in "De Klok."
+
+Maar de Zondag werd, naar ouden trant, bijzonder gevierd. De familie trok
+de beste kleeren aan en 't was vette keuken. De schrale Madame in haar
+ruischende zijde stapte links van haar dikken echtgenoot naar de kerk. Op
+zijn buikje bengelde de zwaar gouden ketting en zijn zijden hoed stond
+achterover in den nek. Zijn hoogroode, gladgeschoren tronie glom van
+zelfvoldaanheid. Marieken, naar de mode gekleed, ging aan zijn
+rechterkant, in stille bewondering voor haar papa. Hij was zoo'n
+tegenstelling van mama, hij was een klein vetzakje, een joviaal
+rentenierken, dat veel menschen kende en groette. Doch zij geleek veel aan
+mama, was sprietmager, hetgeen haar ergerde en soms verbitterde.
+
+Na de hoogmis wandelden zij naar de bloemenmarkt op de Groenplaats, zagen
+het volk uit Onze-Lieve-Vrouwekerk door de spitskar trekken, volgden mee,
+langs de Schoenmarkt en de Meir, door de Leysstraat, naar de De Keyserlei.
+Daar dronk men ergens een pot Münchener, waarbij Mijnheer de bekenden
+groette en de dames critiek uitoefenden over kleeding en menschen. Na deze
+eerzame en onschuldige uitspanning ging men eten, wat dutten, trok dan
+weer op wandeling, kwam thuis om te avondmalen, keerde opnieuw om te
+luisteren naar het concert in den Dierentuin of bezocht men de feesten en
+vertooningen in den Burgerskring, waar de vrouwenrollen ook door mannen
+werden vervuld.
+
+Aan deze ordelievende, deftige levenswijze brachten de seizoenen met wind
+en regen soms lichte afwijkingen, zoodat de dames thuis bleven, geen
+onderhoudende en opwekkende critiek konden voeren, en Mijnheer alleen zijn
+stamlokalen bezocht.
+
+Het leven was schoon in zijn effen uitzicht, zonder ontroering, zonder
+slag of gebeurtenis. Alleen Marieken had vlagen van droefgeestigheid,
+wanneer zij dacht aan getrouwde vriendinnen. Dan was zij onhandelbaar,
+had scherpe woorden. Mijnheer zorgde dan dat het hondje niet onder de
+voeten liep. Madame peinsde, terwijl zij de dampende potten in de keuken
+bestaarde, aan de kennissen die als schoonzoon welkom hadden kunnen zijn.
+Marieken ging naar de dertig.
+
+Zekeren avond in de lente had het echtpaar een belangrijk gesprek in de
+slaapkamer.
+
+--Marieken heeft weer leelijk haar kuren!
+
+--Ja, mama, bevestigde Snepvangers bekommerd.
+
+--Snepvangers, zei Madame besloten, ik heb er lang over nagedacht ...
+Marieken moet trouwen.
+
+--Ja, mama, gaf hij onderdanig toe, maar met wie?
+
+--Dat weet ik juist niet, zuchtte zij: wij moeten uitzien naar 'n
+treffelijken burgersjongen!
+
+--Ja!
+
+--Gij kent zooveel menschen....
+
+--Ja!
+
+--Ik zal mijn best doen, beloofde Snepvangers, terwijl hij in de
+echtkoets stapte.
+
+--Hij nam den verdierenpikker in zijn vertrouwen, die de zaak niet te
+zwaartillend onderzocht. De beste koeikens zoekt men op stal, maar toch
+moeten de liefhebbers ze weten staan. Hij zou eens rondzien, maar nu had
+hij Snepvangers over iets gewichtigs te onderhouden.
+
+--'t Is geen politiek en toch politiek, Snepvangers.... Tegenwoordig is
+alles politiek om de kiezers te lokken en stemmen te winnen. Katholiek en
+liberaal, uit schrik voor de socialisten, houden het werkvolk tot
+vriend... alles voor den werkman, en de burgers worden vergeten....
+Dat kan niet blijven duren, dat mag niet? Wij willen het hekken aan den
+ouden stijl houden, de belangen der neringdoenden behartigen....
+
+--Wie zijn wij?
+
+--Wij? De bond der neringdoenden!... Wij willen ons woordje te zeggen
+hebben in het Bestuur.... Wij zijn onpartijdig in ons belang, liberaal
+en katholiek en democraat kan meedoen wanneer zij het goed meenen met de
+belangen der kleine burgers en neringdoenden! Wij strijden tegen
+cooperatieven en naamlooze maatschappijen, willen de nering bevorderen,
+ons beschermen door goede wetten.... Recht door zee, willen wij; de
+neringdoenden zijn den politieken winkel beu.... En nu vraag ik u of ge
+meedoet.... Ge zijt een onafhankelijk man, een rentenier, en zoo'n mannen
+hebben wij noodig, wij, handelaars, wij, ambachtslieden en eigenaars!
+
+--Ik heb me nooit met politiek bemoeid, opperde Snepvangers, ik ben van
+den ouden eed en ga naar de kerk.
+
+--Dat is geen beletsel.... Wij zijn met veel goede katholieken, maar wij
+vergeten ons belang niet.... Het is geen geuzenbond, maar eene vereeniging
+om onze stoffelijke--ja stoffelijke, dat is het woord van den
+President--belangen te verdedigen.
+
+--Zijt gij reeds lang lid?
+
+--Ik? Een paar weken, maar op de vergadering werd het zoo klaar
+uiteengezet. Er zijn knappe bollen bij, mannen die het goed kunnen zeggen,
+en 't staat allemaal in de gazet _De Noodkreet_. Ik heb seffens aan
+u gedacht!... Dat was nu iets voor Snepvangers, iemand die zelf affaire
+heeft gedaan, bij een notaris gewoond heeft en dus al de knepen kent,
+onafhankelijk is! Den President heb ik over u gesproken en hij vond dat
+wij mannen van uwen aard noodig hebben voor den gemeenteraad en voor den
+provincieraad!...
+
+--Hm! Te veel eer; ik ben maar 'n simpele burger, geen advokaat, meende de
+gevleide Snepvangers.
+
+--Wij willen juist geen advokaten, maar mannen van ons... geen
+praatjesmakers, maar mannen waarop wij rekenen kunnen.
+
+--Lid wil ik wel worden... maar de rest blijft onder ons... ik kan dat
+niet aannemen, ik houd van de rust, ik houd veel van de rust... dat moeten
+jonge mannen doen, die van den spanaard gesneden zijn.
+
+--Snepvangers, ik bedank u namens den Bond voor uwe bijtreding, die wij
+hoogschatten, zei de verdierenpikker langzaam en plechtig, laat er ons nog
+een pint op drinken; maar één ding zeg ik u: met snotters en
+tafelspringers zijn wij niet gediend, wij willen ernstige mannen!
+
+Na dit vekwikkelijk gesprek keerde Snepvangers mijmerend huiswaarts.
+Geheimzinnig hmde hij aan tafel, liet soms zijn vork zakken om zich even
+in zijn toekomstdroomen te verdiepen.
+
+--Papa, wat scheelt er toch? ondervroeg Marieken, wier kuur weer voorbij
+was.
+
+--Och, kind!
+
+--Awel ja, Snepvangers, ge doet zoo vreemd, wat is er gebeurd?
+
+--Och, mama, nu willen ze mij met alle geweld naar den gemeenteraad
+zenden!
+
+--Zijt ge zot, Snepvangers? Daar zenden ze andere kleppers, die daar iets
+kunnen vertellen!
+
+--Dat weet ik niet, mama; ik ben onafhankelijk, ik ken veel menschen, ik
+ben zoo geen wauwelaar van een advocaat, maar ik heb veel ondervinding
+en er zetelen er anderen dan Snepvangers.... De neringdoenden willen mij
+absoluut, verklaarde hij behagelijk.
+
+--Och Papa dat zal aardig zijn als ze bij u komen bellen voor plaatskens
+op 't stadhuis, en als we gevraagd worden op de feestjes...
+
+--Ja, maar zoo ver zijn we nog niet!
+
+--Pas maar goed op, de politiek kost centen en ik geloof daar nog niks van
+dien gemeenteraad, waarschuwde Madame.
+
+--Och ik weet nog niet of ik aannemen zal!
+
+--Maar Papa toch!
+
+--Ja, als ik den Bond en de President daarmee een plezier kan doen, en
+als de leden er dan erg aan houden, dan zal ik mij nog eens bedenken...
+
+Van dat oogenblik af werd het leven voor Snepvangers vol belangrijke
+vraagstukken en tijdroovende bezigheden. Madame kon alleen over de kuren
+van haar dochter nadenken en het heilmiddel opsporen. Spoedig was hij
+zijn propagandavocabulaar meester, en met den verdierenpikker was hij een
+ijverig ronselaar voor nieuwe partijgenooten. Menigmaal gebeurde het nu
+dat de zachtmoedige, vredelievende Snepvangers in geweldige herbergtwisten
+gemengd werd. Drukker bezocht hij zijn herbergen en wanneer hij dan, een
+beetje zwaar van bier, rook en welsprekendheid naar huis toog, kwam soms
+wel zijn rustig gemoed in opstand, doch telkens dacht hij aan den
+gemeenteraad.
+
+Om in breederen kring de aandacht op "zijnen" Bond te vestigen liet hij
+zich als eerelid opnemen in de onpartijdige fanfarenmaatschappij "De
+Broedermin". Een paar dagen later werd hij eerevoorzitter van een
+Vogelpikvereeniging in de buurt "De Lustige Pikkers" en van de
+tonmaatschappij "De Moedige Spelers", nam het voorzitterschap aan van
+"De Gezworen Spaarders", liet zich afgevaardigde kiezen van een
+duivenkring in het "Algemeen Verbond" en ondervoorzitter der liefdadige
+vereeniging "Nood baart Troost".
+
+Dat kostte slechts pinten, goede woorden en centen. De uitslag was
+schitterend. Madame, die niet erg ingenomen was met de nieuwe
+levensinrichting, werd overbluft en stormenderhand gewonnen.
+
+Bij fakkellicht werd het nieuwe eerelid door zijn fanfare een serenade
+gebracht, en afgevaardigden van de verschillende vereenigingen, hiertoe
+door den verdierenpikker aangezet, brachten complimenten en bloemen.
+Madame was ontroerd door het onverwachte.
+
+Marieken gloeide van trots en Snepvangers stond met milde eenvoudigheid
+te genieten van dit voorsmaakje der toekomstige glorie. Hij trakteerde
+op wijn de afgevaardigden die zich in het salon en de eetkamer verdrongen,
+liet de muzikanten in de kroegen der buurt drinken op zijn kosten.
+Redevoeringen prezen zijne liefdadigheid, zijn zin voor kunst en muziek,
+zijn burgerdeugd en zijn liefde tot het volk, zijn vaderschap en zijn
+goedheid.
+
+Tegen zooveel beeldsprakige ophemeling voelde hij zich niet bestand, het
+verteederde hem en hij geloofde in zijn eigenwaarde. Hij gaf een wenk aan
+den President van den Bond en aan den verdierenpikker die de glazen
+volschonk als trouwe regisseur van het spel.
+
+"Mijne heeren, zei hij, het glas beeft mij in de hand bij zooveel
+sympathie die mij betuigd is geworden... Ik kan het niet zoo met
+stadhuiswoorden zeggen, maar 't komt uit mijn hart, onze stad heeft
+onafhankelijke mannen noodig om te strijden tegen bazars en cooperatieven,
+tegen Tietz en bakkerijen die het brood stelen uit den mond van den
+neringdoende!...
+
+"Ik verklaar volmondig fier te zijn als lid van den Bond der neringdoenden
+waarvan de President mij de eer aandoet aanwezig te zijn op deze betooging
+die niet mij, maar onze heilige princiepen treft... Dank, vrienden,
+dank... 't Is een steun in den strijd die mij zal aanzetten om nog meer
+te vechten... Ik bedank u allemaal uit den grond van mijn hart, vooral den
+vriend die ik jaren ken en die mij den weg gewezen heeft naar den Bond!...
+Mijne heeren, nog eens op de gezondheid. Leve de neringdoenden! Leve de
+burgerij."
+
+Uitbundig werd hij toegejuicht tot buiten de Brabançonne weerklonk.
+
+--Hij heeft het goed gelapt, fluisterde de President tot den
+verdierenpikker, 't is een schoone propaganda-avond. Toen in de verte de
+muziek wegstierf en het rumoer in de straat opgehouden had, zat de familie
+nog, stil van opgetogenheid, te luisteren onder het gaslicht. Madame kloeg
+niet eens over het bevuild tapijt noch over den mildgeschonken wijn.
+Marieken kwam het eerst tot de werkelijkheid terug, draaide de overbodige
+lichten uit, nam de glazen weg.
+
+--Wij moeten den President onze klandisie gunnen, oordeelde Madame.
+
+--Ja Papa, steunde Marieken.
+
+--Maar wij hebben niks noodig, de dakgoten zijn in orde!...
+
+--Wij moesten een bad koopen, een bad hebben al de rijke menschen.
+
+--Een bad?
+
+--Een bad, herhaalde ook de verbaasde Madame, en voor wat? Wat zullen
+wij daarmede aanvangen, en waar zullen wij het zetten?
+
+--Wel, Mama toch, op de kamer boven de keuken.
+
+--Maar wat zullen wij met een bad doen? Pleitte Snepvangers.
+
+--Wel, ons wasschen, Papa!
+
+--Ik wasch me alle dagen kind, maar in een bad, denk eens na!
+
+--Een toekomstig gemeenteraadslid die geen bad in huis heeft... de
+menschen moesten het weten.
+
+--Ja daar is toch iets voor te zeggen, Snepvangers.
+
+--Maar Mama, dat kost veel geld.
+
+--Die over den hond kan, kan over den staart... Wij zullen eens naar
+den President gaan kiezen.
+
+'s Anderen daags trokken de moeder en de dochter naar de Melkmarkt, De
+President was niet thuis, maar zijn vrouw, een pronte, zwaarlijvige en
+praatlustige vrouw ontving. De serenade was haar stokpaardje. Haar man
+had er niet kunnen over zwijgen, en Craen was niet makkelijk. Zij kende
+de dames van in de Zoologie te zien, en Marieken had ze altijd zoo'n
+aardig meisje gevonden. Het gezellig gesprek werd in den winkel gevoerd.
+Madame Snepvangers zat in een ziekenstoel, Marieke op een tentoongesteld
+porceleinen kuipje met mahoniehouten deksel. Madame Crean leunde tegen
+een badkuip en zag zich weerkaatst in den ovalen spiegel van een lavabo.
+
+Toen het onderonsje gestoord werd door winkelbezoek had men nog geen
+badkuip gekozen, niet eens bekeken. Volgens afspraak zou men den volgenden
+Zondag op koffievisiet komen met Snepvangers. Er was geen haast bij, en
+de man moest maar meekiezen.
+
+De familie Snepvangers genoot de ongewone ontroeringen van nieuwe
+betrekkingen en verrassingen. Het leven had gebeurtenissen. De politiek
+bood zeer aardige uitzichten, ook voor de dames. Slechts een ding
+werd opgeofferd op het altaar der neringdoenden: het prettig kuieren en
+winkelen bij Tietz.
+
+Zij togen dus naar de Melkmarkt en werden luidruchtig verwelkomd door den
+stevigen loodgieter en zijn gade. De President voerde het gezelschap in
+het salon boven den winkel, waar men op rood-fluweelen stoelen rond de
+koffietafel plaats nam. Terwijl men boterkoekjes en krentenbroodjes naar
+binnen werkte en ontelbare kopjes koffie dronk, zoodat de meid tweemaal
+moest opschenken, vertelde Madame Craen haar levensloop. Zij waren
+kleintjes begonnen. De President deed toen zelf de karweikens op de
+daken, maar 't was hen mee gevallen, hun eenige zoon hadden zij in
+een floreerende zaak geplaatst nadat hij gestudeerd had voor
+apotheker-drogist. Zij bleven maar in d'affaire uit gewoonte en uit
+schrik dat zij het rentenieren niet zouden gewoon worden.
+
+--Ja, dat hebben wij ook ondervonden... en wij waren naar buiten gaan
+wonen.
+
+--Spreek mij van geen buiten. Madame Snepvangers, ik ben er bang
+'s avonds.
+
+--Wij waren ook blij terug in de oude buurt te zijn, en voor Marieken was
+het ook te triestig!
+
+--Natuurlijk, een jong meisken!... Seffens komt onze jongen een goedendag
+zeggen, en dan is er zoo wat jonkheid bijeen... In zijn affaire kan hij
+zoo moeilijk weg ... ge weet wel _De Gaper_, op de Torfbrug, bekend
+om het vliegenpapier ...
+
+--Och zoo, dat is uw zoon! Marieken, daar koopen wij onze borstels en
+opneemvodden.
+
+--Ja, onze jongen is werkzaam en braaf, maar ... zoo'n toonbeeld moest
+een vrouw hebben, ook voor d'affaire. Maar hij zegt geen tijd te hebben
+om er een te zoeken, dat hij nog jong genoeg is ... hij is nu
+drie-en-dertig.
+
+Nu de dames zwegen en peinsden na, luisterden naar de mannen, die in
+politiek verdiept, eikaars vernuft en wijs inzicht waardeerden.
+
+--Zouden wij niet eens in den winkel gaan zien? stelde Madame Snepvangers
+voor.
+
+Gedwee volgden de mannen, doch staakten geen oogenblik het onderhoud.
+Madame Craen noemde prijzen van badkuipen, waterketels, lavabos, gemakken,
+raamde de kosten van plaating.
+
+De belangrijke mededeeling werd onderbroken door de komst van den
+drogist, een mager jongmensch met bleek gelaat. Hij had een scherpen neus,
+waarop een gouden bril zijn flauw-grijze oogen beschermde.
+
+--Dat is nu onze Antoine..., het eenig kind dat over bleef van de vier ....
+Antoine, dat is de familie Snepvangers, waarover wij gesproken hebben.
+
+De drogist zei hoe aangenaam het hem was te mogen kennismaken met de
+familie, pluisde onderwijl aan zijn vlasblond geitenbaardje.
+
+De badkuip werd vergeten. Antoine had zijn winkel gesloten en bleef in
+den familiekring die, in het salon, den wijn van den President proefde.
+Marieken, na lang pramen, bespeelde de piano die anders nooit geopend
+werd. Het was er zoo gezellig dat de familie niet weigeren kon te
+blijven avondmalen. Men was reeds als thuis tusschen oude vertrouwde
+vrienden. De oude heeren zaten in hun hemdsmouwen, en hun hoogroode,
+glimmende gezichten knikten elkaar mild toe onder het gaslicht.
+
+De drogist zong nu, begeleid door Marieken, met lichte tenorstem een
+paar fransche romancen. Plots gaf hij zijn Vlaamsch gezindheid lucht:
+
+
+Zij zullen hem niet temmen,
+Den fieren Vlaamschen leeuw,
+Al dreigen zij zijn vrijheid
+Met kluisters en geschreeuw...
+
+
+Het begeesterd gezelschap zong het refrein mee. Maar na den ernst kwam de
+losgelaten leute, die de ouderen lang vergeten strophen in het geheugen
+riepen uit den tijd toen zij ook nog zongen of luisteren gingen naar de
+zangers in de zanglokalen aan de Werf. De president viel in met:
+
+
+ "Vaarwel, schoon lief, de tambour slaat,
+ vaarwel, ik word soldaat."
+
+
+Snepvangers kende slechts
+
+
+ "Er is gebeurd bij den pastoor van Heylen,
+ een wreede moord, een groote schelmerij."
+
+
+Madame Craen zong sentimenteel
+
+
+ "Wat was zij schoon, de blonde maagd,
+ in 't blanke balgewaad."
+
+
+en Madame Snepvangers won den bijval met het guitig-onfatsoenlijke:
+
+
+ "Want Sint-Nicolaas dat is een man
+ Die al de meiskens troosten kan
+ Hij brengt voor ieder verdriet of geluk
+ Maar ieder meisken krijgt heur stuk!"
+
+
+Verhit danste men hand aan hand rond de tafel en keelde
+
+
+ "Waar kan men beter zijn,
+ dan bij de beste vrienden."
+
+
+'s Anderendaags was Marieken zeer teruggetrokken, en Madame voelde zich
+katterig, wat zij toeschreef aan de gebakken aardappelen en de te vette
+hesp!
+
+Beiden waren een beetje verlegen met hun ongewone, dwaze luim van den
+vorigen avond.
+
+Alleen Snepvangers gebaarde van niets, deed zijn dagelijkschen
+propagandatocht door de herbergen. Hij had andere katten te geeselen,
+werkte voor de partij die reeds met de aanstaande verkiezingen in het
+strijdperk zou treden. De loodgieter had hem nu zelf de stellige
+verzekering gegeven dat hij kandidaat zou gesteld worden.
+
+ * * * * *
+
+Veertien dagen later ontving men het tegenbezoek, dat even prettig afliep.
+De President loofde de keuken van Snepvangers; nooit had hij zoo smakelijk
+Konijn gegeten. Antoine bleef in Mariekens nabijheid aan de piano. Madame
+Craen achtte Snepvangers een wijnkenner. Een lichte roes woog op allen en
+gaf het leven een rozig-leutig aanschijn.
+
+--Ik heb onzen Antoine nog nooit zoo gezien, fluisterde Madame Craen.
+
+--En Marieken dan... dat is de jonkheid, zuchtte Madame Snepvangers.
+
+--Waar is onze tijd gebleven! treurde de loodgieter.
+
+--Och, wij zijn ook nog kleppers, blufte Snepvangers, en klopte zijn zich
+verwerende vrouw op de knie.
+
+Ook ditmaal liet de opwinding een beetje haarpijn achter, en Madame streek
+suf over de platte blessen. Zij was blij toen alles weer opgeredderd was
+en een kalmer uitzicht bood. Marieken liep neuriënd en bedrijvig rond en
+de rustelooze Snepvangers was reeds vroeg de baan op.
+
+De zomerconcerten in den dierentuin brachten de vrienden geregeld samen.
+Het was een meer ingetogen verzet; de mannen hielden eindelooze redenaties
+over de verkiezingen en de middelen om _De Noodkreet_ overal te
+verspreiden; de vrouwen fezelden over het huishouden en over de menschen
+die rond hen zaten. Antoine en Marieken zwegen, luisterden aandachtig naar
+de muziek die versmolt met het geruisch der voetstappen van de
+rondwandelende meisjes over den kiezelgrond.
+
+--Dat zoekt allemaal 'n vrijer, meende Madame Craen, dat loopt in de
+spitskar om zich te laten zien.
+
+--Dat heeft Marieken nooit gedaan, weerde zich Madame Snepvangers.
+
+In de pauze gaf Antoine zijn muziekbeschouwingen ten beste, de vaders
+bestelden een nieuw glas en vonden het lekker zitten onder de boomen. Na
+het concert werden de Snepvangers door hun vrienden naar huis gebracht.
+Antoine en Marieken liepen voorop, soms wel gearmd, gevolgd door de
+moeders, en op afstand door de politiekers.
+
+Zoo liep de maand Juni ten einde. Doch toen gebeurde het dat Antoine aan
+Marieken voorstelde een eindje op te wandelen. In de oogen der ouders
+glom de nieuwsgierigheid al hielden zij het gesprek aan gang. Marieken
+voelde haar hart feller kloppen toen zij, onder de donkere boomen, waar
+een geur van wilde beesten en bloemen aanluwde, de helverlichte kiosk uit
+het oog verloor. Nabij de leeuwenzaal gingen zij op een bank zitten.
+Treinen floten langgerekt, de roofvogels krijschten in de verte en de
+woestijnkoningen brulden vervaarlijk in hun hokken.
+
+Antoine plukte aan zijn geitenbaardje, wierp zijn sigaar weg, keek naar
+het stukje nachthemel dat zichtbaar was. Marieken had de handen in den
+schoot gevouwen,
+
+--Marieken, aarzelde hij, wij zijn geen kinderen meer... Onze ouders
+zullen er niets tegen hebben... wij zijn van den zelfden stand... 'k
+heb 'n goede affaire en nog te verwachten, gij zijt een eenige dochter
+van welhebbende menschen en... ik zie u gaarne!
+
+--Antoine!
+
+In de verte begon de muziek opnieuw te wiegelen. Zij waren beiden
+bedremmeld.
+
+--Ja, ik zie u gaarne, maar ik wist niet hoe ik het u zeggen moest ... ge
+zijt zoo 'n deftig meisken.
+
+--Antoine toch!
+
+Hij schoof nu dichter bij, lei zijn arm over haar schouders. Zij liet het
+hoofd tegen hem aanleunen, rilde alsof zij koorts had.
+
+--En ziet ge mij ook gaarne? fluisterde hij, het gelaat dicht bij het
+hare zoodat de krullende haarkens boven de slapen zijn wang kittelden.
+
+Haar oogen glansden, en zij voelde zijn warmen adem over haar wezen.
+Eindelijk was het gekomen waarvan zij als jong meisje gedroomd had.
+
+--Ja, Antoine!
+
+Hij zoende haar en zij kuste terug zonder nog te denken aan fatsoen. In
+zijn armen vergat zij ouders en concert.
+
+---En wanneer trouwen wij?
+
+--Als Papa in den Gemeenteraad zit... Dat zal de menschen niet weinig
+doen biskeeren.
+
+Het publiek trok reeds weg toen zij de geduldig-wachtende ouders
+vervoegden.
+
+--Awel jongen, wat hebt gij Marieken toch zoo te vertellen gehad? wierp de
+loodgieter op.
+
+--En in den donkeren nogal, plaagde Snepvangers die het minst argwaan had.
+
+--Dat zal ik seffens bij Mariekens' ouders verklaren, zei de drogist
+gewichtig.
+
+--Maar 't is al zoo laat, Antoine, wacht tot morgen.
+
+--Neen Mama!
+
+In de eetkamer der Hobokenstraat deed Antoine aanzoek naar de hand van
+Marieken Snepvangers.
+
+Madame schonk een glas wijn. Madame Craen zei nu haar levensdroom vervuld
+te zien, Craen toastte en Snepvangers zat verwezen te kijken naar de
+wondere Teniersmannekens op de deuren der eikenhouten buffetten
+uitgestoken. Nooit had hij dat zoo nauwkeurig bekeken. En Marieken ging
+trouwen zoohaast hij in den Gemeenteraad zou zetelen. Zijn kind ging zijn
+hhui verlaten, een eigen gezin vormen! Op haar beurt zou zij kinderen
+krijgen, misschien ziekten en tegenslag kennen! Maar Antoine was een goede
+jongen en kleinkinderen zouden een vreugd zijn voor hun levensavond.
+
+Madame was blij dat zij niet langer moest nadenken over Marieken. Haar
+kuren zouden nu voorbij zijn, en de rust zou in huis heerschen. Het hoofd
+zou men neerleggen zonder angst dat het kind alleen achterbleef. Was
+Snepvangers nu maar wat minder ongedurig!
+
+Onder het verteederd toekijken der ouders namen de verloofden afscheid.
+
+ * * * * *
+
+Om het bedekt en openlijk vrijen der kinderen bekreunde Snepvangers zich
+niet.
+
+De weken vergingen in bezoeken, vergaderingen, bijeenkomsten en
+herberggetwist. De strijd was reeds volop aan gang, in den Bond strijd om
+voorrang, buiten den bond strijd tegen de partijen. Onvermoeibaar stond
+hij op de bres van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Zijn persoonlijke
+meeningen had hij zoo goed het ging in een manifest uiteengezet. Antoine
+had het verbeterd, een sierlijken vorm gegeven zoodat het nu gerust kon
+gedrukt worden in _De Noodkreet_. De avond vóór de algemeene vergadering,
+waarop de kandidaten zouden worden aangeduid, verzekerde hem de President
+dat hij gerust mocht zijn over den uitslag. De verdierenpikker had de
+mannekens van de fanfare bewerkt, de vogelpik- en tonspelers, de spaarders
+en de vrienden van den armen gesproken. De echte neringdoenden zouden
+stemmen voor den onbaatzuchtigen rentenier.
+
+Toch baande Snepvangers zich slechts met beklemd gemoed een weg door de
+propvolle zaal naar de tafel, waarachter het bestuur geschaard zat. De
+President knipoogde. Hij hield zijn gelaat in effen plooi om de inwendige
+ontroering te kunnen verbergen, maar hij zoog smakkend op zijn sigaar, en
+zijn blikken gleden over allen en zagen niemand. Hij luisterde niet naar
+het lezen van het verslag van den secretaris, naar de woorden van den
+voorzitter, naar de losgelaten welsprekendheid der andere kandidaten, die
+een voor een zich bij hun medeleden kwamen aanbevelen. Zijn zekerheid was
+hij kwijt, de vaste grond zakte onder hem weg en hij voelde zich hulpeloos
+tegenover de menigte in de zaal. Van zeer verre klonk het hem eindelijk
+uit den rook: Het woord is aan M. Snepvangers! Zijn aanhangers juichten
+hem toe. Dat stak hem een hart onder den riem. Met een woesten ruk wipte
+hij recht naar het verhoog, schonk zich een glas water, dronk, en toen
+weer stilte heerschte, sprak hij met gloeiende overtuiging:
+
+"Medeburgers!
+
+"Op dit plechtig oogenblik dat gij komt te kiezen tusschen uw mannen die
+uw belangen zullen gaan verdedigen in den Gemeenteraad, zal ik zeer kort
+zijn en geen lange redevoeringen uitspreken... Ik ben geen advokaat,
+maar ik weet wat de burgerij en de neringdoenden toekomt. Wat ik in het
+verleden geweest ben dat zal ik ook in de toekomst zijn! Ik ben tegen
+bazars en coöperatieven, ik wil ze belasten zoodat de kleine burger niet
+meer failliet zal gaan met te willen concureeren. Uwe belangen zijn zoo
+treffelijk als die van het werkvolk, waar zooveel voor gedaan wordt. Ik
+wil mij opofferen voor de zaak! Als onafhankelijk man zal ik uw intresten
+verdedigen. Ge kunt lezen wat ik in _De Noodkreet_ geschreven heb... Bij
+mij is het niet te doen om op de kussens te zitten, mijn princiep is:
+Leven de Neringdoenden!"
+
+Onder uitbundig gejuich verliet hij het podium, drukte handen, ontving
+gelukwenschen. Van dat moment af en voor altijd wist Snepvangers wat hij
+voor had op den gewonen sterveling: hij was een spreker! Hij was direct
+vergeten dat zijn hart geen boontje groot was vóór de begeestering over
+hem kwam! Het baarde hem geen verwondering, met groote meerderheid, te
+worden aangeduid naast acht andere kandidaten. De partij zou met een
+onvolledige lijst optreden, berekend naar de omstandigheden en naar de
+stemming onder de kiezers. 's Morgens aan de koffietafel feliciteerde hem
+Marieken.
+
+--Nu zullen de geburen het gauw weten, Papa.
+
+--Het kan niet anders, kind, oprecht, ik ben niet rap content over mezelf,
+maar ik heb gisteren avond goed gesproken.
+
+--Snepvangers, zei Madame, ik heb er over nagedacht, nu ge kandidaat zijt,
+zult ge uw rang moeten ophouden.
+
+--Dat spreekt!
+
+--Ja, en daarom zoudt ge maar alle dagen uwe redingote moeten dragen, dat
+staat zoo deftig!
+
+--En 's Zondags dan?
+
+--Ge laat er 'n nieuwe maken bij een anderen kleermaker... dat zijn weeral
+stemmen.
+
+--En 'k zou mijn buis maar dragen, Papa.
+
+--Alles behalve dat... zij is voor 's Zondags en blijft voor 's Zondags...
+maar ge moest nog eens aan het bad denken dat, met al die stroebeling, in
+den vergeethoek is geraakt.
+
+--Ja, Papa.
+
+ * * * * *
+
+Drukke dagen volgden. Met den verdierenpikker, de leden van het bestuur en
+de andere kandidaten schreven zij adresbanden om _De Noodkreet_ te
+verzenden, bezochten winkeliers, herbergiers, beenhouwers, bakkers,
+kleermakers en andere neringdoenden, menschen die niet bij den bond waren
+aangesloten. Ook onder de leden zelf moest het heilig vuur onderhouden
+worden, want de tegenpartijen vielen hen reeds aan in eigen kamp.
+
+Snepvangers vermagerde zichtbaar van inspanning, onrust en slapeloosheid.
+Laat duurden de vergaderingen waar plakkaten en vlugschriften werden
+opgesteld, kiezerslijsten uitgeplozen en stemmen berekend. De secretaris,
+een gewezen onderwijzer, wiens ambt betaald werd, gaf uitleg over de
+kieswet, leerde hen wat zij te doen hadden als getuige in de kiesbureelen
+en cijferde de ingewikkelde kansen na om de kandidaten gekozen te zien.
+
+Toen Snepvangers hun lijst op de aanplakplaatsen in de stad zag prijken,
+en zijn eigen naam en al zijn voornamen las, toen oordeelde hij de kansen
+gunstig. De lijst hing naast de roode der socialisten, de blauwe der
+liberalen, de driekleurig omkranste der katholieken.
+
+De politieke strijd begon thans voor goed. Meetings zouden zij niet
+houden, vermits zij niet op de massa maar wel op de eigen standgenooten
+steunden. De dagbladen mengden zich in 't gevecht met al de klem en de
+kracht van het gedrukte woord. Snepvangers las alles en raakte soms de
+kluts kwijt, werd haast wanhopig onder de aantijgingen tegen menschen
+die, al waren zij niet van den bond, hem toch eerbiedwaardig schenen.
+Zijn simpele ziel duizelde onder het schelden en bezwadderen, hij had
+nooit zooveel kwaad in de wereld vermoed, en hij begreep niet dat
+journalisten zoo wat durfden te schrijven. De mannekens der eigen partij
+werden opgehemeld, alle deugden en bekwaamheden hun toegeschreven. De
+verdierenpikker moest hem steunen in zijn moedeloosheid.
+
+--Dat is politiek, Snepvangers, politiek, anders niks... Geloof niet dat
+zij dat zelf meenen... Zij zijn er voor betaald juist gelijk onzen
+sekretaris... Als de kiezing voorbij is spelen zij weer samen smousjes
+op 't Groenkerkhof in hun café, en de mannen die in den gemeenteraad
+zitten van de verschillende koleuren zijn dan weer dikke vrienden.
+
+--Neen, maar zoo versta ik het niet!
+
+--Gij zijt 'n brave vent, Snepvangers, en neemt dat veel te serieus op...
+Ze spelen allemaal komedie in de politiek... Trek het u vooral maar niet
+aan wanneer ge vandaag of morgen door 't slijk gesleurd wordt.
+
+--Ik doe een ongeluk als er een het hart heeft mij zoo te affronteeren!
+
+--Doe liever niks, anders wordt gij nog veroordeeld tot schadeloosstelling
+en de kosten, en de menschen zullen met u lachen omdat ge niet meer van de
+politiek verstondt en toch kandidaat hebt willen zijn. Een kandidaat moet
+tegen alles kunnen; als zij schrijven dat ge 'n dief zijt, dan moet ge er
+nog uw botten aan vagen... Om kandidaat te wezen, moet ge 'n filosoof
+zijn. Wacht maar, uw beurt komt wel. In de _Gazet van Allen_ beginnen ze
+portretten te geven van de mannen der "nief partie". Bakker Janssens
+hebben ze vandaag uitgekleed, ze noemen hem 'n vermomden geus en doen
+verstaan dat hij zich rijk gestolen heeft met te pooteren op het
+gewicht!...
+
+Dag aan dag verschenen nu portretten der medekandidaten in het
+frutkrantje, dat overal gratis verspreid werd. Morgen werd het nu zijn
+beurt; hij was de laatste om afgetakeld te worden. Heel de stad zou het
+lezen, velen zouden er een heimelijk plezier in hebben of het voor
+waarheid verslijten. Ja, men moest filozoof zijn om dat alles te
+verdragen voor zijn overtuiging! Vooral niks toonen, waardig doen gelijk
+iemand die het gewoon is, porde hij zich zelf aan.
+
+Hij hoorde de gazettenleurders toeten en gillen in de straten, toen hij
+aan het lokaal van den Bond kwam. Nauwelijks zat hij tusschen de
+strijdmakkers, of de deur vloog geweldig open en President en
+verdierenpikker verschenen in zeer opgewonden toestand. Zij hielden
+de gazet in de vuist geklemd.
+
+--'t Is schandalig, Snepvangers!
+
+--Trek het u toch vooral niet aan. Snepvangers, 't is te gemeen!
+
+--Laat maar eens zien, zei de kandidaat zoo bedaard mogelijk; die dat
+geschreven heeft, is toch een tienstuiversgast!
+
+Hij nam het dagblad, keek nog eens naar den President, die rood zag van
+oprechte verontwaardiging, naar den verdierenpikker, die hem met zeemzoet
+mededoogen aankeek, en voelde aller oogen--die der medekandidaten--vol
+nieuwsgierigheid op zich gevestigd. Taai blijven! Hij las:
+
+_De Baaskens der Nief Partie!_
+
+"Nu gunnen wij onze lezers het plezier kennis te maken met den laatste der
+fameuze pateekens, die gaarne in den raad zouden zitten en er niet bekwaam
+voor zijn.
+
+"Een dezer vermomde geuzen is Snepvangers, die de neringdoenden zal gaan
+verdedigen, precies alsof wij dat niet altijd hebben gedaan.
+
+"Deze framasson stinkt van pretentie en is zijnen tijd vergeten toen hij
+bij Notaris Boeykens de deur mocht open en toe doen, of korenten verkocht
+in "De Zoutkeet".
+
+"Hij is rijk geworden met den strooman te spelen in de Roepzaal voor
+geuzenaffaires die het daglicht niet mochten zien.
+
+"Hij is bekend in al de garstencafés, waar hij stoeft alsof hij reeds
+gekozen was.
+
+"Het eerste deel van zijn naam is snep, en die beesten hebben gaarne een
+natten bek. Het tweede deel, vangers, beteekent dat hij de kiezers zou
+willen vangen, maar de kiezers zijn allemaal geen jongens uit "De Gaper"!
+
+"Moest hij gekozen worden, wat de verstandige kiezers wel zullen beletten,
+dan wordt de Gemeenteraad herdoopt in Sneppenraad! Wij willen serieuse
+menschen!
+
+"De kiezers mogen lachen, maar zich niet voor den aap laten houden door
+de vijanden van den godsdienst of door anarchisten! De deftige kiezers
+stemmen onder nr 1!"
+
+ * * * * *
+
+Snepvangers hield zich kranig onder de mokerslagen. Zoo iets
+monsterachtigs schreef men tegen een deftigen burger, die altijd, naar
+behooren, zijn kerkelijke plichten vervuld had. Wat al leelijke
+aantijgingen, wat vuige beschuldigingen door een naamlooze uitgekraamd!
+Hij moest de stilte verbreken, toonen dat Snepvangers door zoo iets niet
+in zijn eer kon gekrenkt worden.
+
+--Ik een framasson, zei hij schouderophalend, ik weet niet eens wat een
+framasson is!... Het kunnen misschien heel deftige menschen zijn. Als zij
+denken Snepvangers bang te maken, dan zijn zij er nog niet half... Ik ben
+onafhankelijk en niemand kan mij deren!... Zij zijn bang van ons.
+
+--Wij moeten onze mannen verdedigen, schreeuwde de President.
+
+-Ja! Ja!
+
+--Tegen dat janhagel verdedigt men zich niet, verklaarde Snepvangers kalm,
+maar inwendig kookte hij van machtelooze woede.
+
+--Ik ben zeker dat het van dien fijnen jezuiet komt, die op den Kauwenberg
+woont en secretaris is van de spaarmaatschappij, meende de
+verdierenpikker, hij schrijft in de gazet.
+
+De vergadering duurde laat in den avond. In den frisschen herfstnacht ging
+Snepvangers alleen naar huis. De volle maan lei een zilveren glans over de
+stad. De gewogen Snepvangers, verstrikt in het geharrewar van de politiek,
+kwam in de stille haast tot bedaren.
+
+Uit de eenzame Keizerstraat klonken stappen en een lange slungel scheerde
+hem voorbij. De man groette.
+
+--Halt! vriendje, riep Snepvangers en greep den man stevig vast aan zijn
+ondervest, gij hebt mij dus dat affront gebakken, gij leelijke, lange
+slingeraap! Ik ben dus 'n framasson, 'n zatlap en 'n stoeffer!
+
+--Wat wilt gij, Mijnheer Snepvangers, ik begrijpt u niet, verweerde de
+slungel angstig.
+
+--Wij zijn nu onder vier oogen, niemand ziet ons, span nu maar een proces
+in zonder getuigen, deugniet, sjamfoeter, vuile jezuiet!
+
+Snepvangers moest telkens opwippen om met zijn vuist te kunnen bonken op
+de tronie van den lange. Jammerend probeerde deze zich los te rukken, maar
+de kandidaat hield wraakgierig vast, wipte maar en bokste op neus en
+oogen tot hij hijgend niet meer kon. De slungel griende.
+
+--Zoo tem ik de gazettenmannekens, triomfeerde Snepvangers, zeg na maar
+gerust aan de andere sloebers wat zij van mij verwachten kunnen, en zeg
+dat ik mijn botten vaag aan die smeerlappekens! En als zij niet
+oppassen dan wordt ik nog framasson! Slaap wel en droom van zoetekoek!
+Maar in de spaarmaatschappij vliegt ge zeker buiten ...
+
+Hij liet zijn slachtofter in den steek. Niemand had het gezien en niemand
+kon getuigen! 't Zal morgen 'n schoone jongen zijn, peinsde hij.
+Zegevierend kwam hij thuis waar de vrouwen, die ook de gazet gelezen
+hadden, angstig op hem zaten te wachten. Aan zijn kneukels kleefde bloed.
+
+--Arme Papa, kreet Marieken, en hebben zij u daarbij nog willen
+vermoorden!
+
+--Maar Snepvangers toch!
+
+--Ik heb den deugniet zijn zaligheid gelezen achter den hoek, morgen loopt
+hij gelijk 'n karnavalzot met twee blauwe oogen, en hij kan mij niks, want
+hij heeft geen getuigen! 't Is de secretaris der spaarmaatschappij die mij
+dat gelapt heeft.
+
+--Maar, Snepvangers, wat zullen de menschen denken van zoo in de gazet te
+figureeren, en dan nog vechten op den koop toe...
+
+--En dan over _De Gaper_, snikte Marieken.
+
+--Van 't vechten zal hij wel zwijgen en dan weet niemand iets... en de
+gazet dat is politiek, dat is maar comedie!... In de politiek moet ge
+filosoof zijn, en 't is niet zoo gemakkelijk om in den Gemeenteraad te
+komen.
+
+--'k Wou dat de kiezing maar voorbij was!
+
+--Ik ook, beaamde Marieken en zij dacht aan haar huwelijk.
+
+--Ik ook, zuchtte Snepvangers terwijl hij zich het bloed van de hand
+wiesch.
+
+De verdierenpikker en de President, in het geheim der tuchtiging
+ingewijd, verkneuterden zich van plezier. In hun brieventesch bewaarden
+zij het uitknipsel der gazet. Zij herlazen menigmaal het relaas van het
+voorval verschenen onder de rubriek _Stadsnieuws_:
+
+"Gisteren avond was onze getrouwe medewerker A.S. het slachtoffer van
+een bandietenaanval. De lafaard mishandelde en kwetste onzen vriend
+zoodanig dat hij er bedlegerig van is. Politie was natuurlijk weer niet
+in den omtrek. Onder de regeering der mannen van "licht, immer licht"
+heeft onze stad niets meer te benijden aan Parijs en zijn apachen. De
+kiezers moeten er paal en perk aan stellen!"
+
+Terwijl de kiesstrijd in volle hevigheid woedde, zorgden de dames voor
+den uitzet der kinderen. De mannen waren niet te spreken zoodat de
+moeders vrij waren alles naar eigen smaak te bedisselen. Antoine en
+Marieken gingen vrijend wandelen in den valavond, zoohaast de
+winkeldrukte voorbij was. In den loop van den dag wipte Marieken,
+dikwijls, onder een of ander voorwendsel, in _De Gaper_ binnen. Zij was
+verzot op drop, snoepte regelmatig aan den bokaal "jappekens", in de
+buurt als de beste befaamd. De reuk der specerijen, gedroogde kruiden en
+verfstoffen was haar haast reeds een behoefte geworden, en zij snuffelde
+in kasten en schuiven, in bakken en vaten. Den winkel, den aantrekkelijken
+winkel wou zij leeren, zij telde de dagen af die haar nog van het
+oogenblik gescheiden hielden dat zij de klanten zou te woord staan. Zij
+liet de moeders maar betijen; wanneer zij eenmaal bazin in _De Gaper_ was,
+dan zou zij alles wel naar eigen zin inrichten. In zijn drogerij was
+Antoine ernstig, een bijdehandsche winkelier.
+
+Den vooravond der verkiezingen werden de laatste woorden aan de kiezers
+per post verzonden of nog in de brievenbussen gestopt. Een kort en bondig
+woord: "Wie zijn eigenbelang bemint en de groote concurrentie wil kapot
+maken, stemt onder Nr. 3!" De teerling was geworpen. Dien nacht sliep
+Snepvangers niet. Zeer vroeg stond hij op, trok zijne nieuwe redingote
+aan om zijn burgerplicht te gaan vervullen. Overal waren de muren bedekt
+met plakkaten, op de voetpaden nabij de kiesbureelen waren de
+strijdcijfers geschilderd, aan de deuren stonden de reclamedragers met
+een "Stemt onder Nr..." Na zorgvuldig zijn kiesbriefjes bewerkt te
+hebben ging hij een pintje drinken.
+
+De roes der laatste weken viel weg wanneer hij zoo rustig achter eene
+herbergtafel zat. Ja, hij was vermagerd onder de zenuwachtige opwinding,
+en voor geen geld wou hij de geschiedenis opnieuw beginnen. Zou hij nu
+gekozen zijn? In geval het hem tegenviel zouden zijne vijanden niet weinig
+lachen! Anders kwam er weer een serenade met brabançonne, dan het
+huwelijksfeest, daarna de vergadering van den Gemeenteraad waarin hij den
+eed zou afleggen. Aan tafel praatte hij opgewekt en onbekommerd met
+Antoine en Marieken, met Madame Craen en zijn vrouw. Maar de tijd viel hem
+lang. Hij verlangde naar en vreesde de komst van den President om den
+uitslag te kennen, 't Werd avond en de stemming een beetje gedrukt. Dan
+klonk de huisschel onzeker, 't Is mis, peinsde Snepvangers. Beschroomd
+stonden President en verdierenpikker voor hem. Hun begrafenisgezichten
+waren welsprekend.
+
+--Wij zijn helaas geklopt, fluisterde de President.
+
+--Wij moeten den volgenden keer herbeginnen, beweerde de verdierenpikker,
+de kiezers werden misleid, zij hebben hun belang niet begrepen... En de
+anderen hadden gazetten!
+
+--De kiezers zijn stommerikken, oordeelde Snepvangers die zijn
+luchtkasteelen zag ineenstorten, er is niks mee aan te vangen... en daar
+heb ik mij voor opgeofferd, mijn tijd, mijn centen en mijn ambitie in
+gesteld, mij door de goot laten sleuren! ...
+
+--Ja, wij hebben er ons voor opgeofferd, getuigden ook de vrienden.
+
+--Schreeuw niet, Marieken, 't is allemaal niks... ik vaag er nu toch mijn
+botten aan... 't Is nu gedaan met de politiek... Ik trek er uit... Ik geef
+mijn ontslag aan al de maatschappijen... dat zij het karreken maar zelf
+kruien, ik ben het beu... ik zet geen voet meer op de vergaderingen... ik
+ga rusten en van het leven profiteeren... 'n mensch is zot zich muug te
+maken voor al die vodden... De politiek is een smerige komedie, en ik wil
+geen komedie spelen in mijn ouden dag!... Ik ben er mager van geworden...
+Wij gaan nu samen een lekker glas wijn drinken in familie, om te toonen
+dat wij niks geven om hunnen Gemeenteraad... Antoine, jongen, als ik u 'n
+goeien raad mag geven, doe dan nooit aan politiek... 't Is puur
+zottigheid! De wereld wil bedonderd worden, awel voor mij is 't ook
+goed... En, Marieken, dat bad wil ik ook niet meer in mijn huis... ik heb
+mij nooit in een bad gewasschen en ik zal het zeker nu nog niet doen, ik
+geef het u cadeau in uw huishouden... en ik blijf van den ouden eed en
+wasch mijn voeten in een tobbeken!... Mama, haal maar een lekkere flesch
+op, ik ben blij dat alles voorbij is!... Niemand sprak de wrevelige rede
+tegen, vrucht van ondervinding en ontstemming.
+
+En zoo werd de verloving nogmaals gevierd, en de rust gehuldigd, die
+voortaan in het gezin zou heerschen.
+
+Wanneer de gasten uitgeleid werden en in leutige opgewektheid afscheid
+namen, hoorden zij in de verte schorre stemmen weergalmen. Hij voelde
+zelfs geen bitterheid meer bij het kiesliedje der overwinnaars: "Van 't
+ongediert der papen, verlost ons vaderland?"
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+WIJSHEID EN LEVENSKUNST.
+
+
+Marieken was met pralende plechtigheid getrouwd om de geburen en kennissen
+te doen biskeeren. De zingende mis in St.-Jacobskerk, het orgelmuziek op
+het Stadhuis en het Bruiloftsfeest bij Weber hadden heel wat opschudding
+verwekt en het aanzien der familie Snepvangers weer hersteld, dat door het
+mislukt kiesavontuur gedaald was.
+
+Wanneer de wijnroes was opgeklaard, hernam Snepvangers zijn rustig
+renteniersbestaan. Madame, in eeuwige ongedurigheid, dribbelde in huis
+rond of winkelde in de buurt.
+
+'s Zondags dineerden zij met de familie Craen bij de kinderen. Heimelijk
+zonden beide moeders een en ander om de dischkaart een fraaier uitzicht te
+bezorgen. De winterzondag-namiddagen werden met lekker eten en drinken, in
+famillie-gezelligheid, doorgebracht.
+
+Het jonge paar had, voor het oog der menschen en omdat men toch een
+huwelijksreis moet doen, enkele dagen te Brussel doorgebracht. Daarna werd
+Mariekens blanke bruidstooi voorzichtig in een koffer geborgen, haar
+bruidskrans en ruiker onder een glazen stolp, op de schouw der slaapkamer
+te prijken gesteld, en Marieken nam haar plaats in achter den toog der
+drogerij op de Torfbrug. De oude meid liet zij baas in de keuken, de
+winkelknecht verontrustte zij niet in kelder of magazijn. Zij regeerde dus
+met wijsheid, en troonde naast Antoine met groot zelfgenoegen. De uren
+vlogen voorbij met het gerammel op den beiaard van Onze-Lieve-Vrouw-toren,
+'s Maandags ging zij in den namiddag met de moeders op boodschappen uit;
+'s Woensdags woonden zij de avondconcerten in den Dierentuin bij; Vrijdag
+morgen gaf als afwisseling het druk geloop van buitenlieden in de drogerij
+tot het beiaardspel van twaalf uur verpoozing bracht; de Zaterdag werd
+besteed aan schoonmaak en de rustdag volgde dan met groote eetpartij.
+
+Snepvangers had woord gehouden, zich teruggetrokken uit het
+vereenigingsleven. Craen bleef President van den Bond der Neringdoenden
+en verweet zijn vriend de verregaande onverschilligheid tegenover de
+openbare belangen. Maar Snepvangers, openlijk gesteund door zijn vrouw,
+was niet van zijn stuk te brengen. Met den verdierenpikker was het haast
+tot een breuk gekomen daar deze aan hetzelfde zeel trok met den President.
+De critiek van een ouden vriend kan men natuurlijk minder dulden! Hij
+vergaf daarbij zijn kameraad niet hem in dat spoor te hebben gevoerd,
+ontmoette hem nog slechts in de herberg om den wille van het kaartspel.
+
+Hij schiep groot behagen in zijn schoonzoon die, 's Zondags na het eten,
+nooit naliet uit te pakken met zijn wetenschappelijken ballast te Leuven
+opgedaan. Antoine noemde zijn kruiden met hun latijnsche namen die
+Snepvangers niet onthouden kon. Hij sprak over sterrekunde en delfstoffen,
+over scheikunde en filosofie.
+
+De geneeskunde was hem niet vreemd, zijn zalf tegen brandwonden, eigen
+uitvinding, vond wonderlijk veel afzet. En hij peinsde, hij peinsde maar
+door op nieuwe uitvindingen, middelen om het menschdom te helpen en zijn
+inkomsten te verhoogen. Om op de hoogte te blijven der jongste
+wetenschappelijke gegevens, las hij geregeld populaire tijdschriften, want
+in zijn vak was er voortdurend nieuwigheid en vooruitgang.
+
+De belangwekkende beschouwingen werden gewoonlijk in den winkel gehouden.
+Marieken bewonderde haar echtgenoot en snoepte onderwijl drop, de dames
+Kauwden jujube, en de heeren rookten hun sigaar. Antoine ploos zijn
+geitenbaardje, zijn gelaat stond ernstig en zijn woorden klonken beslist
+en doctoraal. Het was verbazend vreemd voor Snepvangers en Craen die
+gretig luisterden, wat de dames niet deden. Marieken knikte telkens alsof
+zij het fijne van de zaak verstond.
+
+--De zon wordt kleiner, verzekerde eens Antoine.
+
+--Maar jongen wat ge nu zegt, schuddebolde zijn vader.
+
+--'k Heb het altijd gepeinsd, bevestigde Snepvangers diepzinnig, de zomers
+worden korter.
+
+--De zon wordt dagelijks ouder, orakelde Antoine die zich door geen
+onderbreking liet afleiden, de zon neemt af en verliest in warmte.
+
+--Precies zooals ik gedacht heb, zei Snepvangers, deed een zware haal aan
+zijn sigaar en blies kwaadaardig een rookwolk op.
+
+--Zij verliest haar zelfstandigheid, ja zij verliest haar zelfstandigheid
+en vermagert, als ik mij zoo doodgewoon mag uitdrukken, zij vermagert door
+ons haar stralen toe te zenden! De geleerde J. Bosles,--er klonk eerbied
+in zijn stem--heeft berekend dat de zon elk jaar door uitstraling een
+gewicht van 18 maal 10.20 gram verliest...
+
+--Dat moet een cijferaar zijn, betwijfelde de President.
+
+--Met andere woorden, hield Antoine vol, in dertig millioen jaren zal de
+zon een hoeveelheid stof uitgestraald hebben die gelijk is aan de
+aardmassa.
+
+--'t Is kolossaal, bedacht Snepvangers en hij voelde dat Antoine hem
+doordringend aankeek.
+
+--Ja Papa!... Als nu de zonnemassa vermindert, dan wordt haar
+aantrekkingskracht kleiner: de aarde, minder sterk door haar
+aangetrokken, moet minder snel van het aphelium naar het perihelium
+afdalen en minder snel van het perihelium naar het aphelium opklimmen!...
+De duur van deze dubbele beweging, met andere woorden het sterrekundig
+jaar, moet langer worden.
+
+--Zoo is 't Antoine, M. Boskes heeft gelijk, ik ben er zeker van, gaf
+de President toe, verheugd dat de uitleg voorbij was.
+
+--Ik versta niks van ofelium en perium, bekende Snepvangers schuchter,
+maar ik wil u wel gelooven op uw woord... maar hoeveel langer moet
+volgens u het sterrekundig jaar wel worden?
+
+--Elk millioen jaar, en hij lei den klemtoon op millioen, elk millioen
+jaar zes seconden.
+
+--'t Is niet veel, meende Snepvangers teleurgesteld, en dan moeten wij er
+ons nog niet ongerust in maken, wij hebben nog al den tijd...
+
+--Laat ons maar liever gaan soupeeren in plaats van daar den kop mee te
+breken, stelde Madame Craen voor.
+
+--De vrouwen hebben geen verstand van wetenschap, misprees Antoine.
+
+--Neen jongen, troostte Snepvangers. Terwijl zij eens aan een
+goudbruin-gebraden kip peuzelden, lei Antoine eene echte geloofsbelijdenis
+af:
+
+--Wat is een mensch tegenover het heelal?
+
+Bedenkelijk vaagde hij de vettige vingers aan zijn servet; hmde
+genoegelijk en bekeek strak zijn schoonvader.
+
+Snepvangers verschrok, liet het kippen boutje, waaraan hij zoo blijhartig
+te kluiven zat, terug in zijn bord vallen, loerde bedeesd naar zijn
+teljoor en vond in zijn bedremmeling geen antwoord. Met zijn plakkerige
+hand streek hij zich over zijn kort-grijs stekelhaar, voelde aller oogen
+op hem gevestigd.
+
+--Ja, wat is een mensch tegenover het heelal?
+
+--Niet veel, waagde Snepvangers en wou zijn boutje weer vastgrijpen.
+
+--Neen, niks, Papa, niks, absoluut niks, klonk vernietigend het betoog
+uit den mond van den drogist, zoodat Snepvangers de hand van het
+kippenboutje aftrok.
+
+--Dat is wat straf, Antoine, verweerde hij zich.
+
+--Neen, niks, niks, niks! Een korreltje zand in de woestijn, een druppel
+water in de zee... een molecule...
+
+--Watte?
+
+--Een molecule, dat is de kleinste denkbare hoeveelheid stof die op
+zichzelf kan bestaan!...
+
+--Toch iets meer, Antoine, toch iets meer, hield Snepvangers, rood van
+ontroering, vol, nu ben ik het niet akkoord.
+
+--Ha, ik weet wat ge zeggen wilt, zegevierde de drogist, ge wilt zeggen
+dat wij een ziel hebben, dat wij redelijke schepselen Gods zijn! ...
+
+--Ja, stemde Snepvangers direct in, gelukkig dat hij zich aan dat
+argument kon vastklampen, en hij greep weer naar zijn bord, ja Antoine.
+
+--Maar dat is een ander kwestie... ik ben het met u eens op dat punt...
+maar gesproken volgens absolute stelling, onder wetenschappelijk oogpunt
+beschouwd, zijn wij tegenover het heelal niet meer dan een mier, een
+zandkorrel of een druppel regenwater!...
+
+Snepvangers voelde zich angstig onbehagelijk, hij begreep niet waar zijn
+schoonzoon heen wou met zijn smakelijk gepeuzel te onderbreken.
+
+--Wetenschappelijk mag dat waar zijn, antwoordde hij gebelgd maar waardig,
+doch 'n mensch is geen mier, 'n mensch is een mensch!.. Ja een mensch!...
+Geen regenwater!... Hij is naar God geschapen!... Zoo is 't! ... De
+geleerden kunnen ons wijs maken wat zij willen!... Ik blijf bij het
+geloof, Antoine.
+
+--Maar Papa toch, kreet Marieken.
+
+--Papa heeft gelijk, koos Madame Craen partij.
+
+--Wij moeten tot stof vergaan, probeerde Madame Snepvangers te verzoenen.
+
+--Mama begrijpt mij, draaide Antoine bij. Hij had de tafel vergeten en
+zag niet in waarom de fraaie, wetenschappelijke bespiegeling niet beviel.
+Ja, wij moeten helaas tot stof vergaan.
+
+--Ja, dat is zoo, gaf Snepvangers toe, in het besef dat er een eind moest
+aan komen.
+
+--Ja, rotten moeten wij allemaal, verzekerde ook Craen.
+
+--Papa heeft me verkeerd begrepen, ik ook verbind de wetenschap aan den
+godsdienst... geloof sluit geen wetenschap uit...
+
+--Ja, 't is wat te zeggen in de wereld, gaf Snepvangers nu berustend toe
+en begon ditmaal opnieuw te kluiven. Het woord molecule moet ik onthouden,
+dacht hij, terwijl hij wat appelmoes op zijn bord nam.
+
+--Ik ben neo-thomist, speelde Antoine onverstoord uit.
+
+--Een neo-thomist? vroeg Marieken benauwd.
+
+--Die partij ken ik niet en wil ik niet kennen, weerde Craen zich.
+
+--Gelooven die dat we van de apen afstammen? Vroeg Snepvangers bekommerd,
+maar bleef voortpeuzelen.
+
+--Dat kan niet, zei Madame Craen angstig.
+
+--Ik wil van geen apen afstammen, weigerde Marieken.
+
+--Neen, maar zij oordeelen... Darwin...
+
+--Och dan is het goed, Antoine, besloot Snepvangers onverschillig, en
+nam nog een stukje van de borstkas, dan zullen ze wel gelijk hebben.
+
+--Snepvangers, ik geloof dat het nu een goed oogenblik is om
+petrool-fondsen te koopen... die gaan stijgen, man!
+
+Hierdoor gaf de President het gesprek een andere wending, want hij ook
+was bevreesd voor de wetenschappelijke invallen van zijn zoon. Hij had
+verschrikkelijk veel geleerdheid opgedaan, doch Craen sprak liever over
+koetjes en kalfjes zooals het een gewoon, ordentelijk man past. Antoine
+benuchterd, liet zijne benarde zaak in den steek, daalde af tot de
+gemeenschap en sprak over fondsen en beurskoersen.
+
+Snepvangers bewonderde de kundigheden van zijn schoonzoon, maar was toch
+tevreden, na de zondagsche hoogvliegerij, weer zonder inspanning te kunnen
+praten met geburen en herbergvrienden.
+
+Tot zijn overbuur voelde hij zich bijzonder aangetrokken. Zoohaast het
+weer eenigszins beter werd, liet hij 's morgens vroeg zijn spitsken weer
+de dringende wandeling doen in de straat. Hoe vroeg hij ook opstond,
+steeds lag de man uit het kousen winkeltje aan den overkant, met gekruiste
+armen over de halfdeur te loeren en riep hem, immer welgemutst een goeden
+morgen toe. Hij dampte uit zijn goudsche pijp en hield den steel tusschen
+de dikke worstvingertjes geklemd. Steeds spuwde hij regelmatig, met
+pletsend geluid, juist op den kant van het voetpad voor zijn deur.
+Ssnepvanger kende hem sedert lang als een zwaarlijvig wezen, van
+gelijkmatig humeur. De vrouw regeerde in den kousenhandel. De baas mocht
+de vitrien wasschen en de uitstalling van kousen, roode snuifzakdoeken,
+sajet en garen onderhouuden, soms een boodschap doen uit visschen gaan of
+bij zijn duiven zitten op zolder. In zijn vrije oogenblikken lag hij maar
+altijd over de halfdeur te rooken en te spuwen. Snepvangers die jaren
+de welvarende nering kende, vermoedde wel dat het koppel dikkerds er
+warmpjes in zat. Zij leefden afgetrokken en vergenoegd, de man wist dat
+de vrouw de broek droeg, maar 't verhinderde hem niet vermits hij op tijd
+zijn natje en zijn droogje had. Het huisje was nog antieker dan zijn
+ouderwetsche bewoners, al was het trapgeveltje weggebroken om plaats te
+maken voor een kroonlijst. De halfdeur was gebleven om overbuur van zijn
+gemakje niet te berooven.
+
+Het bleef bij wederzijdsche beleefdheid. Snepvangers had maar gaarne
+geweten wanneer overbuur opstond; hij deed heimelijk zijn best om eens
+voor hem te zijn, doch steeds lag de vent, die hem mogelijk doorzag,
+reeds rustig te rooken en groette hem met een welwillend gegrinnik. Hij
+slaapt niet, oordeelde Snepvangers, er zijn menschen die niet slapen
+kunnen omdat zij wat op den lever hebben. Maar het geweten van den man
+zou wel door niets bezwaard zijn, hij was steeds te vergenoegd. De duiven
+zullen hem wekken, veronderstelde hij, hij zal juist onder het duivenhok
+slapen. Hij moet een droge keel krijgen met al zijn speeksel zoo te
+vermorsen, bedacht hij verder. Nooit had het doen en laten van een mensch
+zoozeer zijn belangstelling gewekt. Aan de koffietafel zelfs praatte hij
+over de eigenaardigheden van den buurman, over zijn spuwkracht. Nooit
+ontvingen de menschen uit het oude kousenwinkeltje bezoek, vertelde
+Madame, de vrouw, het mafkoeiken, zei geen schamel woord meer dan noodig
+was in de winkels, en rijk waren zij gewis, want ook het huisje was hun
+eigendom. Propere, stille menschen, die jaarlijks hun geveltje laten
+schilderen de deur in eik zetten! Op een voorjaarsmorgen, de zon koesterde
+reeds warm den spinnenden, grijzen kater vóór het huis van Sander, bood
+zich de gelegenheid om nader kennis te maken. Spitsken joeg in
+lente-overmoed achter de poes, die over de halfdeur naast het hoofd van
+haar meester wegsprong. Snepvangers stak de straat over en zocht zijnen
+hond te verontschuldigen.
+
+--Dat doet hij anders nooit, Sander.
+
+Neen, schuddebolde de kousenvent, maar hij zei geen woord, verbluft door
+den plotsen aanval. De mogelijkheid van een gesprek met Snepvangers te
+voeren had hij nimmer bedacht. Onthust staarde Snepvangers in den klaren
+hemel, Sander vergat te rooken.
+
+--Schoon lenteweer, teemde Snepvangers.
+
+--Ge wordt weer vetter... ge krijgt weer buik... dat is goed, antwoordde
+Sander en spuwde tot bevestiging.
+
+--Ja, Sander!
+
+Schuw was hij, hij had berouw den man gestoord te hebben in zijn
+ochtendbezigheid. Met inspanning en ontzetting zag hij Sander spuwen,
+prevelde iets en trok zich terug. Eenige dagen gingen voorbij zonder dat
+hij een poging waagde, hoe toeschietelijk Sander ook glimlachte en
+lustig knikte wanneer hij aan de deur verscheen. Maar Spitsken joeg weer
+achter den kater, en het beest wipte weer binnen over de halfdeur.
+
+--Hij kan hem niet krijgen, pochte Sander.
+
+Snepvangers stak de straat over en ging tegen de oude deurlijst leunen,
+van waar hij aandachtig het waterspel van Sander gadesloeg.
+
+--Ge speekt toch zoo vreeselijk veel, Sander, oordeelde hij vol
+ontzetting, is dat van 't smooren?
+
+--Bijlange, niet, Snepvangers, ik kan speeken zonder smooren... ik kan
+altijd speeken als ik aan de deur sta.
+
+--Maar waarom dan toch, Sander?
+
+--Omdat mij dat amuseert!
+
+--Amuseert u dat?
+
+--Ja kolossaal... ik speek nooit in de goot, altijd op 't kantje van den
+trottoir.
+
+--Wat de zegt!
+
+--Ja, dat is zoo'n gewoonte en ge kunt niet gelooven hoe plezant het
+is!... ik doe het nu al jaren... en toen ik eens in mijn bed stak met
+flerecijn was ik ziek omdat ik niet speeken kon!...
+
+--Ge zult te veel speeksel hebben, Sander.
+
+--Dat kan wel, maar ik doe het toch meer om het verzet... ieder mensch
+heeft zoo'n liefhebberij... gij hebt de politiek gehad, ik speek
+liever... en loer naar de menschen.
+
+--Ja, gaf Snepvangers verlegen toe.
+
+--Ik loer naar mijn speeksel en naar de menschen, en denk na!...
+
+--Ge zijt 'n filosoof, Sander.
+
+--Dat kan wel, al ben ik er niet zeker van... soms tel ik de keeren dat
+ik speek, 't zijn cijfers, Snepvangers! Soms zie ik van alles in mijn
+speeksel, allemaal dingens om te lachen, want ik ben nooit triestig.
+
+--Ik heb u al zoolang in 't oog gehouden, ik was bang dat het speeken
+een ziekte was!...
+
+--Ik had het wel in de gaten, maar 't is geen ziekte, al zou dat wel
+kunnen bestaan; de speekziekte! Het komt omdat ik zoo weinig tegen de
+menschen spreek, weet ge, daarom speek ik. De mond moet toch beweging
+hebben.
+
+--Dat zal wel, Sander.
+
+--Ik kan maar niet verstaan waarom de steenen niet verslijten!
+
+--Verslijten?
+
+--Ik heb eens gelezen van een steen in een gevangenis, en de steen was
+door een waterlek uitgesleten, fluisterde Sander geheimzinnig.
+
+--Onmogelijk is het niet, bedacht Snepvangers.
+
+--Maar ik zou nog veel meer moeten speeken om het zoover te brengen,
+zuchtte Sander, en in den dag heb ik nog wat anders te doen.
+
+De volgende dagen kwam Snepvangers, zonder belet te vragen, leunen tegen
+den buitenkant der halfdeur. Zijn nieuwsgierigheid was nu bevredigd, maar
+de belangstelling bleef bestaan voor het onderhoudend spuwen. Zij spraken
+niet veel, zoo wat over kat en hond, over weer en wind, luisterden naar
+het tampend klokje der paterkens op de Ossenmarkt. Het gebeurde wel dat
+Snepvangers aangehitst, betrapt werd dat hij poogde mee te spuwen.
+
+--Niet ver genoeg, keurde Sander af, in de goot, klonk het anders
+minachtend.
+
+Beschaamd zweeg Snepvangers dan, maar wanneer hij toevallig in den plas
+kon treffen, dan zegevierde hij:
+
+--'t Is er in, Sander.
+
+--Ge leert bij, moedigde de kousenvent aan, 't is niet zoo gemakkelijk
+als het wel schijnt... Ge begint er ook al plezier in te krijgen, niet
+waar?
+
+Zoo ging de lente voorbij en de zwoele zomer woog op de stad. Snepvangers
+leefde genoeglijk en stil. In _De Gaper_ werd een kleine gaper verwacht
+en op de gezellige, zondagsche eetpartijen werd haast over niet anders
+meer gesproken. Antoine en Marieken lazen boeken over kinderkweek, over
+het verzorgen van zuigelingen, over de verpleging der kraamvrouw,
+raadpleegden werken over gezondheidsleer voor pasgeborenen en moeders,
+over de kunst om kinderen op te voeden.
+
+--Dat is de nieuwe tijd, stelde Madame Snepvangers vast. Zij was
+inschikkelijk nu zij naar hartelust haar leven had ingericht.
+
+--In onzen tijd, meende Madame Craen, werden er zooveel babbelguigjes
+niet gemaakt, en kinderen kwamen er ook.
+
+--De wetenschap heeft veel verbeterd, verzekerde Marieken.
+
+Craen en Snepvangers profiteerden van de gelegenheid om stillekens naar
+de kroeg te sluipen. De vrouwen en Antoine zouden dat wel bedisselen,
+van wetenschappelijken kinderkweek hadden zij geen begrip, en ook het
+verzorgen van den kindskorf viel buiten hun bevoegdheid. Eens dat zij
+langer dan naar gewoonte hadden blijven plakken in _Het Nachtlicht_,
+kochten zij, om zich te verontschuldigen, een prachtige wieg.
+
+Een morgen in Oogst stond Snepvangers weer aan den buitenkant der
+halfdeur naast Sander aan den binnenkant. Het zou weer erg warm worden
+zoodat men niet wist waar kruipen, overwoog Snepvangers.
+
+--Morgen ziet ge mij niet, bedreigde Sander.
+
+--Wat is er gebeurd? ondervroeg Snepvangers verschrikt.
+
+--Er is nog niks gebeurd, maar er gaat iets gebeuren!
+
+--Wat zegt ge, Sander?
+
+--Er gaat iets gebeuren!
+
+Snepvangers keek verstomd naar den talmenden, vergenoegden kousenvent.
+Deze lachte sluw en pinkoogde.
+
+--Wat gaat er dan gebeuren, Sander?
+
+--Ik ga uit visschen!
+
+--Och anders niet, ontviel het den teleurgestelden Snepvangers.
+
+--Ik ga uit visschen en zal dus niet speeken!
+
+--Wel, wel toch!
+
+--En ik ken iets van visschen! Ik vang baars, brasem, snoek, karpel en
+paling... Ik weet ze zitten, ik ken de beestjes, ik weet wat ze gaarne
+eten. Ik heb het leven van de visschen bestudeerd!...
+
+--Ik ook, zei Snepvangers, die niet wou onderdoen in kennis, ik heb ze
+bestudeerd in het aquarium van de Zoologie.
+
+--Waar? In het aq... wat?
+
+--Ja, daar zitten zij achter glas... en ge ziet ze eten en permentelijk
+ademen want de luchtblaasjes broebelen boven het water uit.
+
+--Achter glas. Snepvangers, visschen achter glas? Snepvangers, wij zijn
+goeie vrienden en 'k heb u leeren speeken met plezier, maar ge moet mij
+niks willen wijsmaken, betoogde Sander ongeloovig.
+
+--Toch is het zoo, hield Snepvangers vol.
+
+--Ik ben wel eens in de Zoologie geweest in mijn jonge jaren, en 'k heb
+er leeuwen, tijgers, vogels en andere wilde beesten gezien... maar
+visschen achter glas!... Neen, dat is geen echte visch, dat is zoo'n
+komieke uitvinding...
+
+--'t Is echt!
+
+--Geloof het niet, Snepvangers, 'k heb er ook vogels gezien, opgevulde
+vogels... en 't zal wel zoo iets zijn in karton of blik... ze probeeren
+alles om de menschen te verneuken. En dat gij u laat beetnemen?
+
+--Ge moet eens mee gaan zien, Sander, we zullen eens samen gaan...
+
+--Neen, Snepvangers, dat nooit, ik ben te oud om mij voor den aap te
+laten houden!...
+
+--Maar Sander toch!
+
+--Gij moet eens met mij gaan visschen, ik zal u eens echte, serieuse
+visch laten zien.
+
+--Ik wil wel, zei Snepvangers.
+
+--Nog niemand heb ik meegenomen, want ik vertrouw niemand... Maar u,
+Snepvangers, u zal ik eens leeren visschen... Alleen moet ge mij beloven
+te zwijgen en u niks meer te laten wijsmaken... Koop uw gerief, en zorg
+dat ge om drie uur klaar zijt, want we trekken vroeg naar buiten.
+
+--Ik zal klaar zijn, beloofde Snepvangers vermits hij zeer belust was op
+de nieuwe uitspanning.
+
+In den namiddag voorzag hij zich van zijn gereedschap. Hij kocht een
+rieten inschuifhengelroede, snoeren, haken, loodjes, kurken dobbers,
+een wormbakje en een vischmand. Op den koop toe kocht hij een
+handboekje: _De Hengelaar_.
+
+Daar hij vroeg wou gaan slapen liet hij de vrienden van de kaarttafel
+uit _Het zwart Paard_ in den steek. Vlijtig las hij de algemeene
+beschouwingen over zijn sport en de bepaling van den besten vischtijd:
+
+"De hengelaar is iemand die er nooit tegen opziet, om zich met
+zonsopgang in het veld te bevinden.
+
+"De sport werkt volgens geneeskundigen kalmeerend op de overspannen
+zenuwen. In Engeland wordt veel gehengeld door heeren en dames, die veel
+geestelijken arbeid verrichten.
+
+"De hengelaar moet er steeds naar streven met de politie op goeden voet
+te blijven.
+
+"De kenner weet bij instinct altijd de beste plekjes op te sporen.
+
+"Door oefening wordt de kunst verkregen.
+
+"De eigenlijke hengelperiode begint met Augustus...
+
+"De visch houdt van een licht gedekt luchtje... maar men lette ook op den
+wind ..."
+
+Dan las hij hoe men zich moet kleeden. Een kostuum met veel zakken,
+vetleeren kaplaarzen om natte voeten te vermijden en een regenjas tegen...
+regen! Daar zou hij moeten overheen stappen, want noch een noch ander had
+hij in zijn garderobe. Dus ook zijn regenscherm moest hij thuis laten!
+
+Belangwekkend waren de mededeelingen over de voorbereidende maatregelen:
+het voederen van den visch en de verboden geheimmiddelen. Vooral het
+aas vergde al zijn aandacht. Wormen, kaas, brood, zoetekoek, aardappel,
+garnaal, kleine visch van zes tot twaalf centimeters, kikkers! Hij peinsde
+na, onderbrak zijn lectuur, ging pieren steken in een vochtig hoekje van
+zijn tuintje, lei ze zorgvuldig in het wormbakje. Dat ik nu geen
+peterselie heb, betreurde hij, het peterselievocht prikkelt danig hun
+huid! Het vangen van de verschillende vischsoorten alsmede de wettelijke
+bepalingen kon hij niet meer doorwerken, dat zou iets voor later zijn,
+want nu was het bedtijd.
+
+Toen Sander aanbelde stond hij kant en klaar, beladen met zijn vischtuig
+en zijn boterhammen. De buurvriend was nog erger beladen, men zag het aan
+zijn uitrusting dat hij een oud visscher van beroep was. Hij droeg een
+breedgeranden zonnehoed.
+
+Zij togen door de stille stad in den lichtenden ochtend, voorbij het
+begijnenhof der Roodestraat, langs de Rijnpoortvest, naast het Stapelhuis
+en de dokken vol schepen en schuiten. Onder weg tjilpten de musschen. Een
+dronken matroosje lag ergens in een goot zijn roes uit te slapen. Nu en
+dan zagen zij een politieagent, een douanier of een nachtwaker. Zoo
+verlaten en stil had Snepvangers de stad nog nooit gezien. Sander voerde
+hem over bruggen, doorheen een doolhof van houtstapels, tot zij eindelijk,
+naast een sas, over de brug der Royerssluis, den Scheldedijk optrokken.
+Voor hen lag de kabbel-klotsende rivier in den morgensmoor, waarop het
+Licht reeds straalde.
+
+Achter hen lag de stad met de torens en de huizen zonder leven. Rechts,
+in de laagte, liep breed en diep de donkere gracht van het Noordkasteel,
+waarvan de groene wallen heuvelend opstaken. Maar hun blikken gingen naar
+den grooten Scheldeplas, waarin mogelijk zooveel visch moest verscholen
+zitten! Een paar kleine garnaalknotsen met bruine zeilen laveerden naar de
+stad, een driemaster lag voor anker achter den hoek. Aan Oosterweel,
+verscholen tegen den dijk, volgden zij den steenweg door den Polder. Hier,
+onder den oneindigen hemelkoepel, was het rustig. Zij hoorden alleen het
+geloei der koebeesten in de weiden en het klimmend gezang der vogels over
+de groene, bedauwde vlakte. Sander onderbrak door geen onvertogen woord
+het zwijgen vol verlangende verwachting. Nu trokken zij door binnenwegen
+tot in 't hartje der groene weiden en der stilte van den vreedzamen
+ochtend. Eindelijk bleef Sander staan, haalde uit een zijner zakken een
+sleutel te voorschijn, opende het slot van een hek, trok de slagboom open,
+wenkte Snepvangers.
+
+--Hoor de leeuwerik klimmen, zei hij en bleef even luisteren.
+
+Nu sprak hij weer, floot een lustig deuntje terwijl hij voorop liep door
+het vochtige gras. Wanneer hij weer stilstond was het airken uit, en wees
+hij op een wiel bedekt met waterplanten en kroos.
+
+--Dat is mijn eigen visscherij, en op de weide laat ik geen koeien grazen
+om de vischkens niet bang te maken!
+
+--Sander dat had ik nooit gedacht!
+
+--'n Mensch moet niet alles aan 't klokzeel hangen, mijn vrouw eet gaarne
+visch en ik vang hem gaarne... daarom kochten wij grond en water... Maar
+zwijgen, Snepvangers.
+
+--Ja Sander, en Snepvangers droomde van de verborgen genoegens van den
+kousenvent.
+
+--Ik speek gaarne, maar ik visch nog liever!
+
+--Dat geloof ik.
+
+--'t Is een oud Scheldewiel, en diep, och zoo diep! Doch wij moeten
+zwijgen want de visch is zoo slim, hij hoort alles.
+
+Sander bracht zijn hengelroede in orde, liet zachtjes zijn haak zakken
+tusschen het kroos, lei een steen op het uiteinde van den stok. Daarna
+monsterde hij de uitrusting van zijn vriend, schoof de stokken op elkaar,
+bond de snoer aan een zorgvuldig gekozen haak, zag misprijzend op de
+pieren neer, maar nam toch dit aas, wierp de lijn een paar meter verder
+te water, en lei weer een steen op den stok. Zonder vrees voor den dauw
+hurkte hij neer aan den waterkant, nam een platte flesch uit een
+binnenzak, dronk een slokje, smakte genoegelijk, gaf gemoedelijk knikkend
+het fleschje aan den buurman.
+
+--'t Is voor de wormen, fluisterde hij, er is niks zoo goed tegen de
+wormen als een borreltje op de nuchtere maag, vooral in open lucht.
+
+Snepvangers proefde, keek bekommerd naar de dobber.
+
+--Laat dat maar, verzelde Sander, ge kunt zien dat ge van visschen niks
+kent... zij vinden het zelf wel... als zij ons maar niet hooren...
+
+--Wat gaan wij nu vangen, Sander?
+
+--Wat God belieft! 'n Mensch mag nooit te rap zijn en vooruit willen
+denken... wat wij vangen dat zullen wij moeten afwachten... soms vangt
+men veel, soms vangt men niks!
+
+--Maar 'k heb een boeksken gekocht waarin staat hoe men de verschillende
+vischsoorten moet vangen.
+
+--Een boeksken? Geloof toch vooral geen boekskens! Kunt ge nu in een
+boeksken leeren visschen of zwemmen? De ondervinding leert het,
+Snepvangers... Gij hebt dat boeksken toch niet gelezen zeker?
+Wantrouwde hij.
+
+--Neen, Sander, 'k heb nog geen tijd gehad.
+
+--Ha! dan is het goed... Lees het vooral niet... Daar is niks goed van te
+verwachten... Beloof me dat ge het niet zult lezen!...
+
+--Als ik u daar plezier mee doen kan...
+
+--Ja, groot plezier, vriend Snepvangers, want als ge het boeksken leest,
+dan neem ik u niet meer mee... En ik zal u leeren visschen zooals ik u
+heb leeren speeken, omdat ik u genegen ben... Kom, laat ons nu een
+boterhammeken eten, want er is niks zoo slecht als nuchter te blijven in
+de dauw van den Polder!
+
+--Maar de lijnen?
+
+--Laat de lijnen maar liggen ... als wij beet krijgen zullen wij het wel
+zien... Wij moeten den visch zijn goesting laten doen, weet ge... Dat is
+slim!...
+
+Zij aten hun boterhammen en dronken een slok koude koffie. De morgen
+klaarde over den wijden Polder. Een kikvorsch wipte voor de voeten van
+Snepvangers weg en Sander lachte omdat buurman zoo schrok, maar hij
+lachte gedempt, als inwendig.
+
+--Hier ben ik nog liever dan aan mijn deur ... hier denk ik niet aan
+speeken ... ik denk aan mijn jonge jaren, want ik ben ook een boerken
+uit den Polder... Hier ben ik nog beter gezind dan thuis...
+
+--Ja, het buitenleven, mijmerde Snepvangers, in een opwelling van oude
+herinneringen.
+
+--Ik houd van gras en water ... en van de beestjes in de natuur... Mijn
+vrouw houdt alleen van haar winkel ... daarom kom ik hier altijd maar
+alleen, ... maar ik ben gaarne alleen ... ik ben altijd even blij.
+
+--Hij bijt, kreet plots Snepvangers, die zijn hengelroede zag trillen.
+
+--Ssst! Ssst! Maak toch geen leven! Voorzichtig!
+
+--Maar hij bijt, zeg ik.
+
+--Ja, en nu zal ik hem eens properkens voor u ophalen; een visch ophalen
+is de groote kunst, moet ge weten....
+
+--Spoed u dan toch, dwong wanhopig Snepvangers.
+
+Traag en behoedzaam stond Sander recht, pakte de hengelroede beet en trok
+zachtjes-aan. Het drijvertje kwam omhoog, de strak-gespannen snoer volgde,
+en een spartelende brasem met zilverbruine schubben hing aan den haak.
+Behendig werd hij op de wal geloodst, losgemaakt en in de vischmand
+gestopt. De twee visschers hurkten er bij neer, keurden en bewonderden.
+
+--Hij weegt zeker 'n kilo, meende Snepvangers.
+
+--Dat kan, willigde Sander in, ik zeg niet neen of ik zeg niet ja, dat
+moeten wij wegen!... Leer ik u niet goed visschen? ging hij blijhartig
+voort, 'k had het anders met zoo'n aas niet durven denken, voltooide hij
+bekommerd.
+
+--Deugt mijn aas niet?
+
+--Och, wat zal ik zeggen, ja en neen, dat hangt af hoe men het wil
+beschouwen... mijn aas is natuurlijk beter.
+
+--Ja, dat zal wel, gaf Snepvangens toe, grootmoedig door zijn schoonen
+inzet.
+
+De vischhaak werd opnieuw van aas voorzien en te water gelaten. Sander
+zweeg nu, frutselde aan andere snoeren, nachtlijnen die hij in den dag
+maar plaatste en aan kleine paaltjes vastknoopte, ging dan onverschillig
+gelukzalig liggen droomen. Hij werd opgeschrikt toen Snepvangers weer
+beet had. Ditmaal haalde hij een fraaie karper op.
+
+--'k Heb meer last met uw lijn dan met de mijne, verweet hij genoeglijk;
+uw aas moet toch goed zijn ... men is nooit te oud om te leeren in de
+visscherij ... of uw plek is beter ... ik moet seffens uw aas eens
+gebruiken.
+
+--Gebruik gerust, of ge komt nog platzak thuis!
+
+--Och, dat kan den besten overkomen ... schoone visch ... er is ook wel
+wat geluk bij in 't visschen, kalmeerde hij; er zijn menschen die er niks
+van kennen en toch vangen.
+
+--Ja, bekende zijn buurman deemoedig.
+
+Nu begon ook Sander beet te krijgen, en de pen van Snepvanger trok
+telkens weg, zoodat hij voortdurend in de weer was om op te halen en
+nieuw aas te bevestigen.
+
+--Voor twee visschen is toch te veel!... Maar nu ik er aan denk,
+Snepvangers, hebt gij een vischverlof?
+
+--Neen, Sander.
+
+--Dan kunt ge in de boet zijn als de veldwachter komt.
+
+--Daar heb ik niet aan gedacht, prevelde Snepvangers onthutst, en de
+vreugd der vangst was bedorven; gij hebt me niet gewaarschuwd.
+
+--Och, ik dacht dat gij de wetten kendet, lachte de kousenvent en ging
+voort aan zijn werk.
+
+Snepvangers ging wat achteraf zitten, niets op zijn gemak door de
+bedreiging met den veldwachter, waardoor zijn plezier bedorven werd.
+Sander kreeg medelijden.
+
+--Wees maar niet bang, de veldwachter komt wel niet en dan zeg ik maar
+dat ik met twee lijnen visch... daarbij ik ken hem... ik zei het maar
+om de aardigheid.
+
+--Een boet is geen aardigheid... Ik wil voor geen vischken op 't tribunaal
+komen.
+
+--Kom, kom, neem nog een borrel, Snepvangers; weeral baars, nu vangt ge
+niks meer dan baars...
+
+--Lekkere genever, vergoeilijkte nu ook Snepvangers.
+
+--Straks leggen wij ons gerief op den kant en vangen een uil... Als het
+te warm wordt, dan bijt de visch toch niet meer... Daarna gaan wij spek
+met eieren eten bij den boer, dan wandelen wij stillekens naar huis.
+Zij zullen niet weinig verschieten als ge met zoo'n mand visch thuis
+komt... Maar zwijgen, zulle... Ik neem niemand mee dan u...
+
+Toen de vischmandjes vol waren, werden de snoeren opgerold en de lijnen
+uiteengenomen. Men zou eerst eten en dan slapen.
+
+--Meer kunnen wij niet opeten, zei Sander, en ik vang nooit meer dan wij
+eten kunnen... van weggeven houd ik niet en daarbij ik ken geen
+menschen.... Overmorgen kom ik opnieuw.. en gij, Snepvangers?
+
+--Als het u niet geneert!
+
+--Zeker niet, met twee is het nog veel plezanter om den weg te korten...
+kom, nu gaan wij naar de hoeve.
+
+Hier was Sander thuis. In afwachting dat het eten klaar was, liep hij in
+wagenkot en stal, in schuur en huis. Behagelijk snoof hij de scherpe
+stallucht op, had plezier in den fellen haan en zijn hennen, in de eendjes
+en de duiven. Na zich rond gegeten te hebben, gingen zij, achter den
+boomgaard, tegen een kleine hooiopper liggen slapen.
+
+--'k Wou dat ik thuis een koe kon houden, wenschte Sander.
+
+--Ja, wenschte Snepvangers mee, doch hij voelde wel dat de woorden van
+zijn vriend hem in zijn slaperigheid ontglipten.
+
+Laat in den middag werd Snepvangers gewekt door een gemeene vlieg, die
+hem op den neus kittelde. Sander snurkte nog zalig, zoodat zijn vriend
+hem met tegenzin wekte.
+
+--'t Is tijd, Sander
+
+--'k Lag er juist aan te denken....
+
+Zij keerden langs den dijk, over de bruggen, in het tierig havenleven der
+stad weer, namen afscheid aan de halfdeur. Snepvangers vond het keffend
+spitsken alleen thuis. Hij lei zijn vischtuig neer en met het mandje
+waarin zijn vangst geborgen zat trok hij naar de Torfbrug, want hij
+veronderstelde dat zijn wederhelft bij Marieken op bezoek was.
+
+In den winkel stond de knecht achter den toog. De man vertrok zijn
+gelaat, grijnslachte en wees met dwaas gebaar naar de deur der huiskamer.
+Hij is van lotje getikt of zat, dacht Snepvangers. In de kamer zat Craen,
+rood van opwinding, te proeven aan een flesch wijn. Spraakloos stond hij
+op, vulde een tweede glas, tikte prosit en zei:
+
+--'t Is 'n jongen, Snepvangers.
+
+--Wat, 'n jongen?...
+
+--Ja, met al hun boeken over kinderkweek hebben zij zich nog misrekend.
+
+--En Marieken?...
+
+--Alles in orde, Snepvangers, drink maar eens, we zullen ze seffens gaan
+bezoeken... Ik ben peter, Snepvangers, en 't zal sapperdeboeren feest
+zijn!
+
+--En ik die uit visschen ging!
+
+--We konden er toch geen hand aan uitsteken... laat uwen visch maar eens
+zien! Wel, wel! Zelf gevangen, niks uit den vischwinkel?
+
+--Wat denkt ge wel! Hij ademt nog!...
+
+--Kom laat ons nu maar naar Albertken en zijn moeder gaan zien.
+
+De visch werd in de kraamkamer bewonderd, evenals het kind en de moeder.
+De vrouwen vertelden van het kraambed, Snepvangers bevestigde keer op
+keer dat de kousevent een "aardige", een zonderling was. Marieken,
+bleek onder de kanten slaapmuts, lag gelukzalig te staren; Antoine zag
+verwezen naar de wieg, waarin de boorling te leven lag. De baker eindigde
+met het gezelschap naar de huiskamer te verwijzen.
+
+Het doopfeest en Mariekens kerkgang gaven aanleiding tot vette
+familiefeestjes, waarna het dagelijksch leven hernam. Marieken stond
+weer achter den toog en een kindermeid voerde den kinderwagen straatjes
+om in de buurt.
+
+Snepvangers had een vischverlof en ging, zoolang het seizoen het duldde,
+mee uit visschen. Toen het najaar stillekens naar den winter liep, moest
+hij zich weer bepalen met 's morgens het waterspel van Sander na te
+kijken dat wel iets van zijn aantrekkelijkheid verloren had. Hij sprak nu
+dikwijls over Albertken dat reeds slim uit zijn oogjes begon te kijken en
+zijn grootvader erkende.
+
+--Ge zijt 'n gelukkige vent, Snepvangers, zei eens de kousevent, en voor
+de eerste maal scheen hij niet vroolijk, gij hebt een dochter en een
+kindje dat grootvader zal leeren zeggen.
+
+--Ja, Sander!
+
+--Ge weet niet hoe gelukkig gij zijt... de menschen waardeeren niet
+genoeg wat zij hebben... Wij hebben geen kinderen en zitten moedermensch
+alleen in onzen ouden dag...
+
+Sander hield op met spuwen, aarzelde nog een oogenblik, ging toen plots
+zonder groet naar binnen.
+
+De dagen sleten en 't werd telkens avond en tijd om kaart te spelen. De
+zondag bracht den familiekring samen, en Albertken was de held van het
+gesprek. Het kind groeide met den dag en allen vonden het schoon, slim
+en groot.
+
+In het voorjaar, een dag dat het buiïg regenweer, het volle genot der
+kachel schonk en de huiselijkheid deed waardeeren, vond Madame
+Snepvangers in de brievenbus het aanlokkend prospectus eener Brusselsche
+reisagentie. Zij lei het zorgvuldig bij de gazet om na het avondmaal,
+wanneer het licht ontstoken en het huishouden aan kant zou zijn, het
+druksel te lezen. De ordelievende vrouw wierp nooit een reklaambiljet
+ongelezen weg, zat met den bril op den neus en de ongestopte kous in den
+schoot, aandachtig te spellen. Was het een simpele inval of een lang
+sluimerend verlangen, dat plots wakker werd?
+
+--Snepvangers, wat moet dat Zwitserland toch schoon zijn!
+
+--Ja, zei Snepvangers, die rustig in zijn zetel zat te rooken.
+
+--Wij hebben gewerkt en gespaard en niks van de wereld gezien!...
+
+--Ja!...
+
+--We moesten toch ook eens een reis naar Zwitserland doen in den zomer.
+
+--Och!
+
+--Veel geld kost het niet en de gidsen zorgen voor alles, tot zelfs voor
+het drinkgeld.
+
+--Och!
+
+--De hooge bergen vol sneeuw, die schoone valleien en meren... die
+koeikens met bellekens aan den hals, dweepte madame.
+
+--Maar Mama toch, bracht Snepvangers verbluft in 't midden.
+
+--Ja, vóór ik sterf wil ik Zwitserland gezien hebben, bekende Madame in
+vervoering, en gij gaat mee, zei ze verteederd, want zonder u zou ik niet
+gerust zijn tusschen al die vreemde menschen in de hotels.
+
+--Waar zijn uw gedachten toch, Mama, Zwitserland ligt zoo ver van hier.
+
+--Lees het zelf maar eens... het staat er allemaal in!
+
+Snepvangers las en zei geen woord meer. Tegen den wil van zijn vrouw kon
+hij niets doen, en 't was nog geen zomer. Maar Madame sprak weldra over
+niets anders meer dan over Zwitserland. Stilaan begon Snepvangers er ook
+minder tegen op te zien, zijn bezwaren vielen weg, de reislust werd ook
+in hem gewekt en de prospectus begon ook hem aan te lokken. Hij nam den
+kousenvent in zijn vertrouwen, sprak hem van zijn reisplan.
+
+--Niet doen, Snepvangers.
+
+--Waarom niet, Sander?
+
+--Niet doen, zeg ik.
+
+--Maar waarom niet?
+
+--Als ik u 'n raad mag geven, blijf dan in uw straatje, ge gaat u weder
+onnoodig moe maken om sneeuwbergen te zien... wat hebt ge nu aan
+sneeuwbergen en koeien met bellekens rond den nek?... Niks! En er kan een
+ongeluk met den trein gebeuren, dat leest ge toch dagelijks in de gazet...
+Ge kunt in een afgrond vallen en morsdood zijn! Ge kunt bestolen worden...
+Ge slaapt niet in uw eigen bed... De Zwitsers zijn natuurlijk slimme
+vogels die hun land laten zien om centen te winnen... Ik zeg, als vriend,
+niet doen! Maak u toch niet onnoodig muug, 't is overal hetzelfde in de
+wereld... de menschen eten en slapen... de zon komt op en 't wordt er
+nacht... sneeuwbergen kan ik in de wolken zien!
+
+--Maar mijn vrouw wil absoluut Zwitserland zien!
+
+--Dan is er geen zalf aan te strijken, jongen, dan is er niets aan te
+doen, dan moet ge naar Zwitserland... Ik zie er niks goed in... als het
+u maar niet berouwt.
+
+Hij knikkebolde bedenkelijk en spuwde met geweld. Heel zijn wezen drukte
+afkeuring uit.
+
+--Dat verandert de zaak, als ik dat geweten had... zoo, zoo, uw vrouw wil
+naar Zwitserland... awel, goede reis!...
+
+Na dit beslissend onderhoud begon Snepvangers over de voorgenomen reis te
+praten in "Het Zwart Paard". De stamgasten bespraken de gebeurtenissen
+even hartstochtelijk alsof zij zelf den grooten tocht gingen ondernemen.
+Een meubelmaker was eens met een pleziertrein naar Parijs geweest. Een
+boodschapper uit de Rozenstraat toonde buitengewone belangstelling.
+Wanneer de anderen weer door het kaartspel of de teerlingen in beslag
+werden genomen, bleef hij geduldig luisteren naar den omslag en de
+herhalingen van Snepvangers uitleg, 'n Verstandige vent, oordeelde hij,
+spijtig dat hij het niet verder gebracht heeft in de wereld!... Gelukkig
+dat zijn vrouw, die met visch leurt, ruim den kost helpt verdienen!
+
+Craen en zijn vrouw hadden na lang aarzelen geweigerd mee te gaan, zij
+zagen op tegen het lange treinrit en bleven liever in de nabijheid van
+Albertken, Er werd geschreven aan de reisagentie, zij ontvingen bericht
+dat het geld was toegekomen en het vertrek uit Brussel vastgesteld op 20
+Juli. De laatste dagen vóór het vertrek brachten beslommeringen van allen
+aard. Spitsken werd besteed bij Craen, nieuwe reiszakken werden gekocht en
+gevuld met nieuwe spullen, afscheid werd genomen van de kinderen en
+Albertken, van de kennissen.
+
+De kousenvent, die niet meer over de reis gesproken had, werd niet
+vergeten. Hij zou een oogsken in 't zeil houden en met Marieken waken op
+het huis. Snepvangers had zijn waarden, eigendomtitels en fondsen, goud en
+zilverwerk veilig geborgen in een brandkast op de bank. Alleen Mijnheer
+nam zijn hologie mee.
+
+Toen zij 's namiddags reisvaardig stonden, sloten zij water- en
+gasleiding zorgvuldig af, speetten hun touristen herkenningsteeken op de
+borst en togen, zwoegend onder hun handkoffers, naar het station. Gelukkig
+dat een gids hen opwachtte in de spoorhalle te Brussel! Slechts tweemaal
+hadden zij zich in de hoofdstad bar kunnen vervelen in hun leven: aan die
+stad vonden zij als treffelijke sinjoren geen aardigheid.
+
+Snepvangers ontving de reisboekjes, en zij volgden den gids naar den
+doorgaanden trein. Daar zaten zij nu in een tweede klassewagen te wachten
+op het vertrek, een beetje verslagen door eigen durf en ongemakkelijk in
+hun reiskleederen.
+
+--'t Is toch gemakkelijk reizen, verklaarde Madame zelfgenoegzaam.
+
+--Nu zijn wij op weg naar Zwitserland, zei Snepvangers flauw.
+
+Andere dragers van het herkenningsteeken stapten in, maar de gids hield
+zorgvuldig een plaatsken open. De deuren waren reeds toegeworpen, toen
+hijgend een dik vrouwwensch zich binnen werkte.
+
+--Oef, is me dat zoeken!...
+
+--Jezus! Maria! fluisterde Madame Snepvangers haar echtgenoot in het oor,
+dat is Mie Verbinnen uit de Rozenstraat... En die gaat ook mee naar
+Zwitserland.
+
+Snepvangers verschrok, bekeek in grenzenlooze verbazing het opgedirkt
+vischwijf dat vóór hen neerzat. De vrouw van den boodschapper was
+blootshoofds, een fluweelen jurk vol kanten volants omspande haar zware
+borsten, een zijden voorschoot hing over haar gemooireerden rok, en
+gelakte schoentjes had zij aan de voeten. Op haar schoot hield zij een
+zwart teenen korf, een reuzenkabas!
+
+--Wel, wel, Mijnheer en Madame Snepvangers, eindelijk heb ik u gevonden...
+in Antwerpen zijt ge mij ontsnapt, maar nu laat ik u niet meer los...
+
+--Waarom? vroeg Madame angstig.
+
+--Och mensch lief, ik versta geen woordje Fransch, enkel Antwerpsch... en
+'k dacht bij mezelf, die brave menschen zullen mij wel helpen... Mijn vent
+sprak van niks anders dan van Zwitserland... en toen dacht ik: dat moet ik
+toch ook eenns zien... 'n mensch moet toc ook eens van het leven
+profiteeren en wat verder gaan dan naar de kermis van Contich!... En als
+ge geen kinderen hebt, kunt ge er wel een 215 franken aan besteden om
+Zwitserland te zien met den Riga er bij ...
+
+--Rigi, verbeterde Snepvangers voornaam.
+
+--Rigi of Riga is voor mij hetzelfde als het maar geenen Zwanengang is!...
+Ik wil ook eens reizen gelijk chik volk!...
+
+Het gefluit van de locomotief onderbrak haar, de trein ging traagjes
+vooruit, versnelde en joeg dan voort met dommelend geluid. De
+medereizigers begluurden het vreemdsoortig drietal.
+
+--'t Is toch gemakkelijk op de kussens zitten in plaats van met
+vischkorven door Antwerpen te sjouwen, zei Mie, mijn vent zal er eentje
+meer pakken nu ik weg ben en hem aan zijn lot moest overlaten.
+
+Een der medereizigers gichelde in zijn hoekje, de twee dames keken strak
+door het ander raampje. Snepvangers werd rood van ergernis.
+
+--Alleen zou ik het nooit geriskeerd hebben... maar toen ik wist dat twee
+deftige menschen uit de buurt meegingen heb ik mijn kaartje maar besteld.
+
+Madame zat verslagen. Snepvangers nam geen verder notitie van de
+opdringerige vischleurster.
+
+--De trein stopt slechts te Luxemburg, te Straatsburg, te Mülhausen en
+morgen vroeg om half zes zijn wij te Bazal... daar drinken wij koffie,
+zei Snepvangers.
+
+--Ja, fluisterde Madame, die niet wist waar de blikken te vestigen en ten
+slotte naar buiten keek, naar het wisselend avondlandschap.
+
+--Ben ik van geenen tel, Madammeken, kent ge mij niet meer?... Ik ben Mie
+Verbinnen uit de Rozenstraat, ik leur met visch en mijn vent speelt 's
+Avonds kaart met Mijnheer in _Het Zwart Paard_, op de Paddegracht. Waar
+of niet waar, Mijnheerken?
+
+Sprakeloos en nijdig zaten man en vrouw voor haar.
+
+--Maar Seminis kinderen toch, die spreken nu geen gebenedijd woord...
+plezant gezelschap om mede te voyageeren... Of is 't uit hoovaardigheid
+dat gij mij niet wilt kennen?... Wel, fijne Mijnheer, zijt gij uwen tijd
+vergeten?... En dat heeft in den gemeenteraad willen zitten... zeker om
+ook te zwijgen!... Maar dat kan ik ook... Ik had een lekker stuksken visch
+meegebracht om u te trakteeren, maar als gij het zoo verstaat dan vreet ik
+alles zelf op!...
+
+Triomfantelijk opende zij haar kabas en begon te smullen. Madame bemerkte
+terluiks dat de gebakken pladijs er appetijtelijk uitzag. Mijnheer keek
+naar de nieuwe reiszakken in het net boven Mie. Dat wijf kwam nu het spel
+verbroddelen, het plezier bedreven! Wat moesten de medereizigers van hen
+wel denken! De trein zong en dommelde, en nu en dan klonk een waarschuwend
+gefluit. Sander had gelijk, zij hadden maar liever moeten thuis blijven,
+in hun bed slapen in plaats van in den trein. Madame knabbelde nu
+voorzichtig aan een reepje chocolade. En al die ellende zou veertien dagen
+duren, veertien dagen lang zouden zij geplaagd zijn met dat vischwijf! En
+in dezen wagon was het rooken verboden.
+
+Het schemerde nu en plots werd het treinlicht ontstoken. Ginder verre was
+nog een kleurige weerschijn van de zon na haar ondergang. Dan kwam de
+nacht, de donkere, lange nacht. Mie, moe gegeten en gedronken, sloot haar
+mandje, veegde zich welgevallig den mond af, zei giftig:
+
+--Slaapt wel, fiere Madame en fijne Mijnheer, maar ik ben bij u en blijf
+bij u... ik laat u niet meer los... en wij zullen eens zien wie het langst
+kan koppen. Zoo'n twee poesjenellen heb ik nog nooit op 't Vlaamsch
+theater gezien.
+
+Zij vleide zich in haar hoekje, kruiste de armen op den kabas en sloot de
+oogeen. Even had de trein gestopt joeg nu weer voort, rusteloos voort door
+den nacht. Het licht door een gordijn getemperd schemerde vaag over de
+slapende Mie, de knikkendebollende Madame, den heer en de twee dames.
+Snepvangers kon niet slapen van verbeten woede. En er was niets tege te
+doen, zij had haar reis betaald en zou hen op de hielen volgen. Het
+treffelijk volk zou zich van hen afwenden en hem en zijn vrouw op den
+koop toe nog uitlachen. Hij zou den gids raadplegen over wat hen te doen
+stond. Dat gemeen wijf!
+
+Traag kropen de uren voorbij voor den wakenden Snepvangers, wiens
+menschelijke ijdelheid zoo deerlijk was gekwetst. Eindelijk toen de
+morgen begon te dagen en het licht door de neergelaten gordijntjes
+sijpelde, sliep hij in. Uit zijn onrustige droomen, die kop noch
+staart hadden, werd hij gewekt door het onbehoorlijk gesnurk van Mie
+Verbinnen. Madame wreef zich eveneens de oogen uit.
+
+--Seffens zijn wij in Zwitserland, Mama, vezelde hij, ik ga den gids
+spreken want met haar kunnen wij toch niet geplaagd blijven...
+
+--Neen, Snepvangers.
+
+--Wat moeten de menschen wel denken, ik schaam mij de oogen uit den kop.
+
+--Wij gaan nog liever terug naar huis, Snepvangers.
+
+--Natuurlijk, al moeten wij er al ons eens bij verliezen en niks gezien
+hebben.
+
+De trein stopte. De slapers ontwaakten, namen hun gepak, stapten uit.
+Mie met haar kabas aan den arm volgde Snepvangers, die met nijdige
+wippasjes de reizigers naar het buffet vergezelde. Hij kreeg den gids
+te pakken.
+
+--Met dat wijf zonder hoed en met een voorschot willen wij niet reizen,
+verklaarde hij dapper.
+
+--Ik kan het niet verhelpen, Mijnheer, zij heeft betaald en toevallig
+kent zij u... Daar kan de agentie niets aan doen, verklaarde de gids
+onverschillig.
+
+--Dan gaan wij terug, Mijnheer... wanneer vertrekt een trein naar
+Brussel?... Maar ik zal in Antwerpen vertellen wat zoodje gij Zwitserland
+laat zien...
+
+--'t Is spijtig, Mijnheer, verzoende de gids, maar niemand kan er iets
+aan doen... en ge zijt uw geld kwijt...
+
+--Mijn geld kwijt?
+
+--Ja, want alles is betaald in de hotels en de treinreis is op voorhand
+betaald, verwittigde de gids en krabte zich achter het oor.
+
+--'t Zijn allemaal dieven in uw schoon Zwitserland. Wij hebben al genoeg
+gezien en gaan terug... Wijs mij maar den weg naar den trein...
+
+--Om negen uur vertrekt er een trein, ginder...
+
+--Maar de koffie is betaald en zullen wij drinken! Wij gaan terug, Mama,
+terug naar Antwerpen, maar eerst gaan wij koffie drinken...
+
+--Ik ben stram van zitten, kloeg Madame.
+
+--Wij moesten in onzen ouden dag ook nog iets aanvangen. Laat ons nu maar
+smakelijk eten, want het kost peperduur.
+
+Toen de reizigers weer naar den trein gingen, bleven zij zitten. Mie
+volgde hun voorbeeld.
+
+--Dat is straf... Zij blijft zitten, en keert mee terug.
+
+--Zij weet van toeten noch blozen, misprees Madame.
+
+--Zij zal staan zien, grinnikte Snepvangers boosaardig.
+
+Met zijn kladdeken Fransch wist Snepvangers zich te behelpen. De
+conducteur keek bevreemd naar de ongeknipte reisbiljetten in het
+reisboekje, maar zei niets. Mie schoof weer genoeglijk bij in het
+zelfde compartiment. Zonder een woord te wisselen reden zij in den
+snikheeten dag naar huis. Aan de stations dronken zij limonade, aten
+broodjes-met-wat-bij. In grilligen dans schoten dorpen en steden voorbij,
+velden en weiden, Zij waren verdoofd en uitgeput en zagen Mie maar
+onafgebroken smullen en snoepen uit haar voorraad. Het vischwijf probeerde
+zoo genoeglijk den tijd te dooden, want de menschen rond haar verstond zij
+toch niet en de Snepvangersen zaten statig en waren niet te spreken. Tegen
+zevenen kwamen zij te Brussel aan.
+
+--Maar... maar dat is Brussel, begot!
+
+--Ja, dat is Brussel, sarde nu Snepvangers, die niet langer zwijgen kon...
+
+--En dat is nu die fameuse reis naar Zwitserland, waar van alles te zien
+was... die koeien met bellekens en die bergen met sneeuw... Awel, dat is
+puur afzetterij En dat kost nu zoe maar in de gauwte twee-honderd-vijftig
+frank... En waar is nu die Riga?
+
+--In den Zwanengang, treiterde Snepvangers.
+
+--Sloebers!... Ha, nu versta ik het ... ze hebben me willen kwijt
+spelen... zijn moedwillig terug naar huis gegaan... Maar ik heb toch
+zooveel van Zwitserland gezien als gij... ik beklaag mijn centen niet,
+want gij zijt ook gefopt... En mee naar huis ga ik ook!
+
+In den avond kwam Snepvangers en zijn vrouw doodmoe thuis in de
+Hobokenstraat. Mie had hen tergend achterna geloopen tot aan den hoek der
+Rozenstraat.
+
+--Droomt nu maar niet te veel van Zwitserland ... Ge hebt niet eens
+gekoleurde postkaarten meegebracht en ik wel, zegevierde zij.
+
+--Wat zal Marieken verschieten als zij ons morgen ziet, jammerde Madame.
+
+--En wat zullen de mannen uit _Het Zwart Paard_ lachen, maar we slapen
+toch in ons eigen bed!
+
+'s Morgens stond Snepvangers weer tegenover Sander. De kousevent hield
+op met spuwen van verwondering.
+
+--Al terug, Snepvangers?
+
+--Ja, Sander ...
+
+--In Zwitserland geweest?
+
+--Ja!
+
+--Niet veel bijzonders, zeker?
+
+--Neen!
+
+--Maar ge zegt zoo weinig....
+
+--Och!
+
+--Lang in den trein gezeten?
+
+--Een dag en een nacht ... en dan dat smerig vischwijf uit de Rozenstraat,
+die zonder hoed mee wou naar Zwitserland.... En zij had heur plaats
+betaald en wou ons niet loslaten ... Maar wij hebben haar beetgenomen
+en zijn direct terug naar huis gekomen om in ons eigen bed te slapen.
+
+--Ja, zei Sander peinzend en spuwde werktuigelijk, ja, Snepvangers, 'k
+heb u zoo dikwijls gezegd dat gij moest leeren zwijgen ... Nu zijt ge uw
+cens kwijt ... 'k heb u gewaarschuwd dat het overal hetzelfde is, en
+nu hebt ge het zelf ondervonden dat dat Zwitserland de moeite niet waard
+is, er u zoo muug voor te maken! ... Speek maar liever eens mee, besloot
+hij welgemutst, en binnen een paar dagen gaan wij opnieuw visschen! ...
+
+--Ja, Sander, stemde Snepvangers in, voelde zich getroost, en spuwde naar
+den rand van het voetpad.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+DE VLUCHT DER SAKSISCHE KANARIEVOGELS
+
+
+Snepvangers leefde ingetogen en in vrede met de menschen en de
+maatschappij. Hij dacht nu het leven te kennen, en door ontgoocheling
+en ondervinding wijsheid te hebben vergaard. Hij verbeeldde zich dat hij
+zijn hart gesloten had voor alles en dat zijn verstand wikte en woog om
+hem voor nieuwe tegensvallers te behoeden.
+
+Goedsmoedig had hij zich verzoend met het leven, en zijn dagelijksche
+ochtendpraatjes met den Speeker hadden hem teruggevoerd op effen paadjes
+waar noch ontroering, noch avontuur dreigde. Zijn hondje laten wateren
+werd hem een aangename bezigheid.
+
+Met de jaren kwam geen verandering. Een rustige glimlach van vergenoegen
+krulde zijn lippen, want zijn dagen brachten geen ergernissen.
+
+Marieken had hem zes kleinkinderen geschonken, eerst een jongen, dan een
+tweeling, een meisje en een jongen, daarna nog drie jongens. De baker was
+bestending op de Torfburg. Een door den hemel gezegend huishouden, meende
+de onderpastoor van Onze-Lieve-Vrouwe!
+
+Madame Snepvangers schiep groot behagen in de kinderkamer en hielp
+Marieken in de beslommeringen. De Drogist frutselde in zijn winkel of zat
+verdiept in wetenschappelijke verhandelingen. Soms praatte hij zeer
+uitbundig en andermaal kon hij zijn schoonvader zoo verstrooid aankijken
+dat deze er schuw van werd. Maar hij troostte zich in het besef dat
+geleerde menschen altijd zoo'n vreemde manieren hebben.
+
+Aan een Zondagsche familiedisch besprak hij het zonderling verschijnsel.
+
+--Ja, oordeelde de Drogist, dat is een kenmerk van de geleerden... Newton
+lei zoo zijn horlogie in kokend water en hield zijn ei in zijn hand.
+
+--Had die mijnheer Newton dan geen vrouw om eieren te koken, verbaasde
+zich Snepvangers.
+
+--Lessing, betoogde de Drogist, een beroemd dichter, kwam eens vroeger
+naar huis en zijn knecht, die hem niet herkende, riep door het raam: "De
+professor is niet te huis!"--"O zoo, antwoordde Lessing, dat is niets, dan
+kom ik later wel eens terug!"
+
+--Van dichters verwondert mij niks, overwoog Snepvangers.
+
+--Antoine doet precies zoo, hij kan Mijnheer Newton de hand geven...
+Eergisteren vraag ik hem om wat suiker in de pap, te doen... Ik geef de
+pap aan de kinderen en zij willen ze niet eten... Ik proef, en de pap is
+zoo zout als brak!
+
+--Marieken, Marieken, suste de Drogist gevleid.
+
+--Als hij maar geen gedichten begint te maken, zei de Loodgieter
+bekommerd.
+
+--Neen, Papa, zoo erg is het niet, stelde Marieken gerust, ten minste dat
+heb ik nog niet ondervonden.
+
+Snepvangers zag naar zijn kleinzoontje, het sprekend beeld van zijn vader!
+Meewarig bedacht hij dat het teere ventje ook geestelijk aan zijn vader
+zou doen denken!... Albertken moest maar liever op zijn grootvader trekken,
+desnoods op grootvader Craen... Maar niet zoo vies doen als Antoine in
+zijn geleerdheid.
+
+Albertken was nu zes jaar geworden en ging naar de school der Paterkens in
+de Everdijstraat. De blonde krullen en de blauwe oogen, het bleeke
+gezichtje, de snaaksche invallen en het kindergebazel, waren voor
+Snepvangers een onuitputtelijke stof van overweging en conversatie.
+
+Hij had zich van het kind meester gemaakt met zoete woordjes en listige
+verleiding. Craen had het te laat bemerkt en liet nu, daarbij te veel met
+de politiek ingenomen, Snepvangers ook maar betijen. Albertken droeg toch
+zijn naam!
+
+Het jongsken verborg zijn voorliefde niet; met grootvader Snepvangers kon
+hij praten, die onderwierp zich geduldig aan zijn spelletjes, had zijn zak
+steeds gevuld met krakelingen, die nam hem mee naar de estaminets en liet
+hem van zijn bier proeven wat thuis streng verboden was. Zij hadden zoo
+hun geheimpjes, hun verdoken plezier en hun kameraadschappelijke
+verstandhouding.
+
+Als kraaiend kindje had Albertken reeds blijken gegeven van eendere
+nijgingen die Snepvangers ontroerden. Hij was verzot op honden, riep tegen
+al de beestjes even vriendelijk: Dag hondeken! Hij kon spelen met
+spitsken zonder het maar een oogenblik te verbalemonden, was wijs en
+teeder tevens.
+
+Samen gingen zij dikwijls naar den Dierentuin en werden het nimmer beu de
+apen, de zeehonden en de olifanten te bekijken. Snepvangers fantaseerde
+over de warme landen waar de olifanten met hun groote, ivoren slagtanden
+vrij in 't wild rondloopen en lawaai maken met opgestoken neustrompetten,
+over de logge zeehonden die op hun vinnen naar boven waggelden en
+neerplonsden om hun vischbuit te vangen, over de vinnige apen, die
+kouwelijk bijeenzaten in het apenkot; wier slimme, onrustige oogjes hen
+aangluurden, en die soms onfatsoenlijk zaten te vlooien.
+
+--Hebben de menschen ook vlooien, Grootva, vroeg Albertken zekeren dag.
+
+--Sommige menschen, leerde Snepvangers,--maar dat zijn vuil menschen...
+
+--Och, dat is spijtig, betreurde Albertken.
+
+--Spijtig?
+
+--Ja...
+
+Snepvangers was zoo verbluft dat hij niet verder aandrong om een reden
+te kennen.
+
+De volgende maal, toen zij weer voor het apenkot stonden, zei Albertken
+trotsch:
+
+--Wij hebben thuis ook vlooien!
+
+--Niet waar, Albertken, zei Snepvangers onthutst.
+
+--Ja, heel klein vlooien met heel lang haar!
+
+--Maar, Albertken toch, ge moogt niet beuzelen!
+
+--Ik zou toch zoo gaarne vlooien hebben, zuchtte Albertken, dat moet
+zoo plezant zijn.
+
+--Maar het is niet waar...
+
+--Ik denk het zoo maar, Grootva, zei de kleine waanwijs, dat is zoo
+mijn plezier.
+
+Snepvangers zette groote oogen op en vond Albertken een wonder kind.
+Sinds hij naar school ging en van makkers en meesters te vertellen had
+opende hij voor zijn grootvader een nieuwe wereld van kinderverbeelding
+en logica. Haast dagelijks ging Snepvangers hem aan school afhalen en als
+vertrouwelingen bazelden zij samen. In den zomer gingen zij, na koffie
+gedronken te hebben, nog op wandel naar het terras om de schepen en het
+water te zien! Zij zaten op een bank, zagen de kranen werken en hoorden de
+stoomers toeteren. Grootvader was het vraagbaken dat voor alles een
+antwoord vond dat het kind voldoening gaf. Grijsaard en kind lieten hun
+verbeelding vrij spel.
+
+--Pa weet dat allemaal niet, misprees Albertken.
+
+--Foei, strafte Snepvangers gevleid.
+
+Albertken was verbazend knap en slim oordeelde de grootvader die zijn
+eigen kinderherinnering ter hulp riep om den hoogen dunk van het jongetje
+te behouden. Maar soms werd hij toch overbluft en was de verrassing hem te
+groot.
+
+Zoo zaten zij eens in het Park voor den met kroos bedekten vijver waarop
+de eenden dreven. Albertken zat te peinzen en Snepvangers rookte een
+sigaar en luisterde naar een merel die aan de overzijde van het water in
+een boschje verscholen zat.
+
+--Grootva, fluisterde Albertken, is het aardig, altijd getrouwd te zijn?
+
+--Maar manneken toch!... Wat een vraag!...
+
+--Janneken Palincx zei gisteren dat zijn vader tegen zijn moeder gezegd
+had dat hij het beu is...
+
+--Janneken Palincx is een snotaap, een kwajongen!
+
+--Hij is de sterkste van allemaal, Grootva!... En hij liegt nooit...
+Vindt gij het aardig altijd met Grootmoe getrouwd te zijn? Zij kan soms
+toch zagen!...
+
+--Kind, kind, 't is goed dat het niemand hoort... maar zoo'n dingen moogt
+ge niet zeggen of denken...
+
+Snepvangers zag ongerust rond, maar er was geen mensch in de buurt.
+
+--Als Grootmoe het moest hooren!
+
+--Ik zal het haar toch niet zeggen, troostte Albertken, maar ik zou toch
+niet altijd met één vrouw willen getrouwd zijn...
+
+Snepvangers begon uitbundig te lachen en Albertken, een oogenblik uit zijn
+lood geslagen, lachte mee.
+
+--Wij, jongens, zagen nooit, zei hij en verzonk weer in zijn gemijmer.
+
+Toen zij opstonden om naar huis te gaan, gaf Albertken de rest van zijn
+overtuiging prijs.
+
+--Grootva!
+
+--Albertken?...
+
+--Als ik groot ben trouw ik toch ook!
+
+--Zoo?...
+
+--Ja, met een heel leelijke...
+
+--Maar manneken toch!
+
+--Ja, een heel leelijke, dan kunnen wij er samen goed om lachen!...
+
+Albertken grinnikte genoegelijk en Snepvangers wierp van ontsteltenis zijn
+sigaar onder de bank.
+
+'s Anderdaags vertelde hij Sander wat zijn kleinzoon hem gezegd had.
+
+--Die jongen zal het ver brengen, meende de Speeker, ge moet hem leeren
+speeken.
+
+--Ja, zei Snepvangers zonder overtuiging...
+
+--Hij heeft gelijk over het huwelijk...
+
+Hij werd onderbroken door zijn vrouw die hem riep.
+
+--Ik kom, antwoordde hij gedwee maar treuzelde nog even, hoe oud is
+Albertken?
+
+--Zes jaar...
+
+--Dat wordt een advokaat, Snepvangers, let op mijn woorden... dat kind
+heeft menschenverstand...
+
+Dan haastte hij zich naar binnen en Snepvangers floot blijgezind op zijn
+hond.
+
+Enkele dagen later waren grootvader en kleinzoon in de weer om
+grootmoeders verjaardag te vieren. Het trof op een Zondag en heel de
+familie werd in de Hobokenstraat verzocht.
+
+--Ge zoudt een gedichtje moeten kennen, opperde Snepvangers.
+
+--Is dat wel noodig, weifelde Albertken.
+
+--Natuurlijk, manneken... Het zal grootmoeder zooveel plezier doen, zei
+Snepvangers, alsof hij berouw over iets had.
+
+--Als het dan toch moet, schikte zich de kleine wijs... Ik vind dat wij
+moesten paleeren en vuurwerk afsteken op de koer...
+
+--Ballonnekens en vuurwerk... Maar wat zullen de geburen wel denken?...
+
+--Daar moet ge nooit niks om geven, wijsgeerde Albertken.
+
+--Dat is waar, gaf Grootvader toe.
+
+Grootmoeder werd feestelijk gehuldigd met bloemen en geschenken. Een
+kokin had de zorg voor het eten overgenomen, en nu zat Madame Snepvangers
+in een leunstoel en hield de kinderen bezig die beurtelings op haar schoot
+klauterden.
+
+Antoine had zijn vader beet met een onuitputtelijke beschouwing, terwijl
+Marieken en Madame Craen de kleintjes susten.
+
+Snepvangers en Albertken hingen hun veelkleurige ballonnekens in de
+veranda, plaatsten de kaarsjes recht, onderzochten het vuurwerk en
+verlangden naar den avond om de verlichting te kunnen beginnen.
+
+Aan tafel knipoogden zij soms in het vooruitzicht der komende
+verrassingen. Snepvangers liet Craen gerust aan zijn zoon over en
+onderbrak Antoine niet in zijn betoog over eetbare en vergiftige
+paddenstoelen. Zoohaast de taart aangesneden was kon Snepvangers
+zich niet langer intoomen. Hij dronk in een teug zijn wijnglas leeg, want
+zijn keel was droog en hij had het gevoel alsof hij zelf een aanspraak
+moest houden.
+
+--Antoine, zwijg nu eens, zei hij zegevierend, Albertken moet nu iets
+zeggen.
+
+Antoine keek een beetje donker, zag Albertken van zijn stoel klimmen, een
+buiging maken voor zijn grootmoeder en hoorde zijn schriel kinderstemmetje
+verklaren:
+
+ "De Pruimenboom"!
+
+
+ Jantje zag eens pruimen hangen,
+ O! als eieren zoo groot!
+ 't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
+ Schoon zijn vader 't hem verbood.
+ Hier is, zei hij, noch mijn vader,
+ Noch de tuinman, die het ziet:
+ Aan een boom zoo volgeladen,
+ Mist men vijf zes pruimen niet!...
+
+
+Het ging zonder haperen, maar Snepvangers, wiens lippen, vers na vers,
+meeprevelden, zweette van angst.
+
+--Waar hebt ge dat geleerd, vroeg Marieken verteederd.
+
+--Van Grootva, zei Albertken, haast stikkend in een stuk taart.
+
+--Ja, dat heb ik in mijn tijd ook geleerd, overwoog Craen, maar hij heeft
+het goed gedaan... Bravo, manneken!
+
+--En hij heeft er niks van verklapt, zei de Grootmoeder verbaasd.
+
+--De mannen kunnen zwijgen, bedacht Albertken snugger.
+
+--De inlandsche paddenstoelen, herbegon Antoine...
+
+Zoohaast het donker werd stak Snepvangers de kaarsjes aan en een
+schemerlicht hing in de veranda. Dan, onverwachts, joegen zij een
+vuurpijltje omhoog in den tuin en deden zij een zevenslager springen.
+Snepvangers en Albertken juichten van pret, maar binnen in de kamer schrok
+het gezelschap, en de vijf kinderen begonnen eenparig te krijten.
+
+--Schei toch uit, Snepvangers, riep Madame, wat zijn dat voor
+kinderstreken; ge jaagt de bloeikens den angst op het lijf!...
+
+--Ge hoort het wel, Albertken, waarschuwde Snepvangers benard.
+
+--En doof de ballonnekens nu maar uit, verzocht Antoine, ik krijg
+hoofdpijn van den stank der kaarsjes...
+
+--Ge ziet het wel, bedacht Albertken teleurgesteld, zij vinden dat niet
+plezant... als wij ook eens iets doen dan maakt het lawaai of stinkt
+het......
+
+--Ja, Albertken, maar dat is toch niks... wij zullen het op een anderen
+keer probeeren als er niemand thuis is... Oei! Daar vliegt een ballonneken
+in brand!
+
+--Dat is niks ... dan moeten wij het niet uitblazen, redeneerde Albertken.
+
+Wanneer Snepvangers later, na het vertrek der gasten, alleen tegenover
+zijn vrouw zat, kon hij niet nalaten te zeggen:
+
+--'t Is toch spijtig voor Albertken geweest...
+
+--Wat?...
+
+--Wel dat vuurwerk... Hij had er zoo op gerekend...
+
+--Gij denkt maar aan Albertken, verweet zij, hebt ge de andere kinderen
+niet hooren schreeuwen van schrik.
+
+--Dat gaat over, bepeinsde hij, nog een paar slagen en zij waren het
+gewoon geweest...
+
+--Maar hebt ge nu in uw leven zoo iets gehoord, schuddebolde Madame
+gebelgd.
+
+--Dat kind is geen gewoon kind... Sander zegt het ook... Albertken moet
+advokaat worden...
+
+--Och, en ge weet nog niet of het kind daar goesting zal voor hebben...
+
+--Goesting? Goesting... ook gij kent hem niet. Albertken geen goesting
+hebben... hij wordt nog veel meer dan advokaat... Dat kind is nu mijn
+leven...
+
+--Ja, dat weten wij, zei Madame nuchter, 't is uw Benjamin... maar 't
+mag zijn, want het kind ziet u liever dan zijn eigen ouders.
+
+--Als ik hem "De Pruimenboom" hoorde opzeggen, dan dacht ik aan mijn
+eigen kinderjaren... Ik heb het gedichtje nooit vergeten, en Albertken
+zal nooit vergeten dat hij het van mij heeft geleerd...
+
+--Neen, zei Madame, dat zal hij niet... maar nu gaan wij slapen,
+Snepvangers, 't is veel later dan anders...
+
+--'t Is toch allemaal tegengevallen, kloeg Snepvangers nog op den trap,
+en dan Antoine die niet tegen een vetkaarsken kan!...
+
+Wanneer het buiïg weer aankwam kon Snepvangers met Albertken niet meer
+geregeld gaan wandelen. Zijn dagen schenen hem langer. Telkens als hij
+de gelegenheid vond, sloot hij zich bij Sander aan om wat afleiding te
+vinden.
+
+Op een zonnigen, ijlen najaarsdag stond hij zoo te treuzelen voor de
+halfdeur van het kousenwinkeltje. De boord van het gaanpad dreef van het
+speeksel. Een hoopje lanterfanters luierde tegen den met veelkleurige
+plakkaten bedekten muur...
+
+Boven, ergens in een kamer waarvan het venster openstond, kweelde een
+kanarievogel. Snepvangers vond het danig schoon.
+
+--Hoor eens, Sander!
+
+--'t Is een sijsken, Snepvangers.
+
+--Neen, neen, 't is veel schooner... 't is een kanarievogel...
+
+--'t Kan zijn, schokschouderde de Speeker onverschillig.
+
+--Een schoone vogel, mijmerde Snepvangers.
+
+--De schoonste vogels zitten in den buiten, zei Sander.
+
+--'k Zou toch wel een goeie zanger willen hebben...
+
+--Och, wat hebt ge er aan?... Dat zingt maar en dat vreet maar!...
+
+--Het zijn zoo'n fijn vogeltjes, Sander, en als zij zingen...
+
+--Koop liever duiven... als zij vet zijn kunt ge ze in 't potteken steken
+en binnenbas spelen!
+
+--Ik koop een kanarievogel, besloot meteen Snepvangers.
+
+--Ge zult het beklagen, waarschuwde Sander meewarig alsof zijn vriend
+rampzalige voornemens koesterde.
+
+--Ik moet toch iets hebben om mij te amuseeren, verontschuldige zich
+Snepvangers.
+
+--Ja! zei de andere zuur, misschien moest ik het niet zeggen... de
+menschen zijn toch zoo eigenzinnig... maar als vriend, als ge dan toch
+een kanarievogel wilt koopen, ga dan om raad bij den klakkenmaker van de
+Paardenmarkt... anders wordt ge nog bedonderd ...
+
+--Dank u, Sander.
+
+Snepvangers sprak er met Albertken over.
+
+--Ik zal het Grootmoe vragen, meende het kind.
+
+--Ja, Albertken, en dan zullen wij ons amuseeren...
+
+--Ik zou toch liever een arend houden!
+
+--Maar dat is een wild beest...
+
+--Die eten rauw vleesch, Grootva, maar een kanarievogel is toch ook goed.
+
+Madame Snepvangers gaf haar toestemming, onder beding dat Mijnheer zelf
+voor het vogeltje zou zorgen. Dan toog hij naar den klakkenmaker. Hij
+kende hem van in den tijd toen de politiek hem in beslag nam. In het
+halfdonkere winkeltje was de man bezig met schikken. In de achterkamer
+zong een vogel.
+
+--Dus wilt ge een kanarievogel houden, wikte de raadgever met scherpe
+neusstem.
+
+--Ja!
+
+--Een of meer?
+
+--Ik denk...
+
+--Daar zit het gevaar... één zangvogel is een plezier... meer, het
+kweeken, wordt een drift... ik kon mijn goesting altijd intoomen, maar
+dat kunnen weinig menschen...
+
+--Ik zou om te beginnen maar een manneken willen koopen!
+
+--Om te beginnen, zegevierde de klakkenmaker, de drift is u al meester...
+ge zijt een verloren man, Snepvangers, maar gij moet het weten... ik heb
+u verwittigd...
+
+--Waar kan ik een vogel koopen, vroeg de ongeduldige Snepvangers, in
+vertrouwen, want ik ken de mannekens niet uit de poppekens...
+
+--Dat zal ik u leeren, vriend... Als ge voor een kot staat dan moet ge de
+vogels goed bezien... Als ge ze goed bezien hebt, moogt ge u nooit laten
+pakken door de schoon pluimen... zoo is het bij de menschen ook...
+
+--Dus een met leelijke pluimen?
+
+--Bijlange niet!... Luister. Als er veel bijeen zitten moet ge een
+kaalkopken kiezen...
+
+--Zijn dat mannekens?
+
+--Ja... want poppekens en poppekens dat vecht niet... mannekens en
+poppekens vecht ook niet... maar mannekens en mannekens die pikken
+elkander de koppekens kaal...
+
+--Maar als de vogels nu eens apart zitten?
+
+--Dan moet ge ze hooren zingen... als zij zingen zijn het mannekens...
+daarbij kunt ge het zien aan hun houding en manieren en hun koleur is
+hooger...
+
+--Waar zou ik er een kunnen koopen?
+
+--Overal, meende de klakkenmaker luchtig.
+
+--Ja, maar...
+
+--Het hangt af van de soort die ge wenscht... Een Hollandsche of een
+Parijsche trompetter, een Brabantsche vogel, een Gentsche postuurvogel
+of een edelzanger zooals de mijne, een Saksische?...
+
+--Een Saksische dan, de schoonste die te krijgen is, hunkerde Snepvangers.
+
+--Daarin hebt ge gelijk... de beste soort... geen bastaarden... maar 't
+is een kwestie van goesting... ik ken een liefhebber die Schotsch Fancies
+kweekt, reuzenvogels van twintig centimeters.
+
+--Dat zijn geen kanarievogels meer, minachtte Snepvangers.
+
+--Volgens mij ook niet, fluisterde de neusstem, ge zult er verstand van
+krijgen, Snepvangers, dat voorspel ik u... Daarom, een goeie raad, let op
+de pooten als ge koopt... Die van jonge vogels zijn glad, die van de oude
+zitten vol schubben en hun klauwen zijn veel dikker en langer... Ga naar
+den ouden Willems met mijn complimenten, hij is zaalwachter in het Steen
+en die zal u niet verneuken... Hij kleurt geen wijfkens om ze voor
+mannekens, te verkoopen... Zorg dat ge uw drift meester blijft en dan
+zult ge veel plezier in de liefhebberij vinden ... Ik heb hooren vertellen
+dat een Hollandsch kapitein die veertien jaar te Breda in garnizoen had
+gelegen zoo verslingerd op het gezang was geworden, dat hij menigmaal
+vergat 's middags te gaan eten...
+
+--Wel, wel!...
+
+--Van 's morgens vroeg tot middernacht toe deed hij niets anders dan
+luisteren om de schoonste zangers te onderscheiden... maar zooveel tijd
+schiet er mij niet over... een kapitein is geen klakkenmaker...
+
+De klakkenmaker hield Snepvangers in het deurgat nog bij den knoop van
+zijn jas.
+
+--En als hij wat heesch is legt gij een stuksken kalissiehout in zijn
+"èzer", of als het een valling is dan doet ge eenige druppelen vijgensap
+in zijn drinken... Als ze vreetziekte hebben moet het aluin of staal zijn,
+voor den afgang melk en voor de hardlijvigheid kandijsuiker en saffraan...
+
+--Kan een kanarievogel...
+
+--Ja, knikte de klakkenmaker en zijn oogen keken zorglijk, zij kunnen het
+stiet krijgen en dat moet ge met ongezouten spek genezen, zij kunnen
+kwijnen in een donkere kamer, vermageren als zij geplaagd worden door
+roode luisjes, daarom moet ge holle roestjes gebruiken, zij kunnen aan
+vallende ziekte lijden, aan vetziekte, aan buikkramp, aan natuurdrift,
+zij kunnen een beenbreuk opdoen...
+
+--Och, och, zuchtte Snepvangers, 't is toch niet waar zeker?
+
+--Jawel, maar laat mij dan maar roepen... Ik zal wel raad weten... ik heb
+al twee pooten genezen met een saaien draadje in lijnolie gedrenkt en warm
+zand in het kot...
+
+--Dan hebt ge niet lang plezier van een kanarievogel, wantrouwde
+Snepvangers.
+
+--Dat weet ik niet, dat hangt af... Wanneer ge katten en ongedierte
+weert... de vogel goed verpleegt, versch eten en drinken geeft en
+dagelijks "muur"... bijtijds een bad, en de roestjes driemaal per week
+uitklopt, dan leeft hij tien tot vijftien jaar... Ik heb zelfs eens
+gelezen dat een vogel twintig jaar werd...
+
+--Dan koop ik er een, verklaarde Snepvangers opgetogen...
+
+--Doe het, moedigde de klakkenmaker aan.
+
+'s Namiddags trok Snepvangers naar het Steen. Er waren geen bezoekers.
+In een klein zaaltje, naast een paar toonramen vol medaljes en penningen,
+half verborgen achter verkleurde en geschifte zijden vaandels zat de
+oude Willems slaperig aan zijn bakkebaarden te pluizen. Hij keek norsch
+den bezoeker aan, die aarzelend stilstond voor een geel koperen bedpan,
+voetje voor voetje naderschoof en belang stellend door het venster keek
+naar den stroom waarop een hooge scheepsromp zwenkte. Hij had nog nooit
+zoo scherp een kiel van een schip opgenomen, vond het vlak beneden de
+waterlijn zeer rood gemenied.
+
+--De dag moet hier toch lang duren, polste hij den Zaalwachter.
+
+De man kikte niet, zag norsch naar het grauwe water dat midden in den
+stroom opschuimde als zog van den overzetter. Meeuwen scheerden rakelings
+over de baarkens.
+
+Snepvangers was niks op zijn gemak. Hij probeerde het nog eens:
+
+--Een schoon uitzicht op de Schelde...
+
+--Vindt ge dat, zei Willems, dan moet ge maar goed zien en van de
+gelegenheid profiteeren.
+
+--Ja, maar ik kom om een kanarievogel te koopen... nu weet gij het,
+ontlastte zich Snepvangers.
+
+--Dat is wat anders, meende Willems levendig, stond op en kwam naast hem
+staan, waarom hebt ge dat niet direct gezegd?
+
+--De klakkenmaker heeft mij gezonden ...
+
+--Er is niks zoo schoon als de zang der kanarievogels!...
+Nachtegaalslagers, edelrollers en kollervogels... Hoor hoe ze rollen:
+woe, woe... ie-rie-rier... ie-lie-liel...arrr... verrr... fi-fi...
+si-si... wi-wie... wies, wies, sies... toe... toe... tsoem... en hun
+kleur, zoo teer... zoo fijn... hooggeel, stroogeel, witgeel...
+bleekgroen... ik heb er roode gekweekt met kleurvoeder...
+
+--Roode?
+
+--Ja ... maar als ge dat probeert moet ge maar een wijfken pakken...
+die zijn goedkooper en dan is er niks aan verloren... een weinig
+cayennepeper tusschen het eten... en klaar is Kees! Maar 't lukt niet
+altijd...
+
+--Wanneer kan ik een vogel koopen?
+
+--Direct... wacht een oogenblik...
+
+De Zaalwachter ging naar een kleerkast, trok de deur open en nam er een
+kooitje uit.
+
+--Een vogel uit de duizend... 's middags is er geen mensch en dan leer
+ik hem fluiten... Twee violen en een bas-bas-bas!... Maar deze is
+volleerd... Alleen hem in 't donker houden... Moet ge soms poppekens
+hebben?...
+
+--Misschien later, als ik zou kweeken...
+
+--Dat is eigenlijk het plezier. Mijnheer Snepvangers, de vogels kweeken
+en ze leeren zingen... ik gebruik altijd een flesch en een stop en dat
+maakt aardige muziek... Ik ken een nachtwaker die er zijn dagen mee
+doorbrengt...
+
+--Wanneer slaapt hij dan,--verbaasde zich Snepvangers.
+
+--Als hij wat tijd heeft, 's nachts bijvoorbeeld... Ik heb enkel
+Saksische vogels, maar mijn broer, de kleermaker uit de Keizerstraat,
+nevens het Kapelleken, die heeft al de soorten van de wereld... Laatst
+kwamen ze hem roepen terwijl hij het orgel trapte in St.-Jacobskerk,
+want er was een Engelschman speciaal overgekomen om zijn vogels te
+zien... Twee vogels heeft hij toen verkocht, die puur kerkmuziek
+zongen... zij hadden lang tegen den kerkmuur gehangen en zij volgen zoo
+gemakkelijk na... Maar nu trof het goed... ik gaf voor zoo'n vogel
+niks... Ik laat u het manneken over omdat de klakkenmaker u gezonden
+heeft... want eigenlijk kweek ik voor de kunst!
+
+Met zijn kooi en sterk door de raadgevingen kwam Snepvangers in de
+Hobokenstraat.
+
+--Een kanarievogel, leerde hij aan zijn vrouw, is een slimme vogel die
+spoedig zijn weldoener herken ... en hem met zijn zang beloont.
+
+Albertken schiep spoedig evenveel zijn behagen als Grootvader in het
+kwinkeleerende vogeltje... Wanneer Albertken kwam werd de kanarie
+feestelijk vergast op trosjeszaad of een klontje suiker.
+
+--Ge zoudt er meer moeten hebben, bedacht Albertken, ik zal Grootmoe
+vragen er voor uw nieuwjaar te koopen.
+
+--Ik zou er moeten kweeken, op de leege kamer boven de keuken is er
+plaats genoeg.
+
+Grootmoeder had het gehoord en zij was in een goede bui.
+
+--Wel ja, Snepvangers, gaf zij toe, ge moet toch iets voor uw plezier
+doen en Albertken zal het ook amuseeren...
+
+--'t Is voor Albertken, loog Snepvangers.
+
+Een uur later droeg hij wat rommel van de kamer, begon te passen en te
+meten en droomde van een modelkooi. Hij zou Willems en de Klakkenmaker
+eens verbazen. Overvloedig licht viel door het achterraam, een ander raam,
+buiten het hok, zou toelaten de kamer te verluchten.
+
+Om de kooi te bouwen wendde hij zich tot den houtdraaier, Miranda van de
+Paddengracht, die ook andere karweikens aannam en daarbij een kweeker
+bleek te zijn. Deze timmerde een afsluiting die de halve oppervlakte
+besloeg, spande een gevochten draadnet over de balkjes, lei een dubbele
+vloer en kalkte de muren. De deur, in vier losse vlakken, kon de dikke
+Miranda doorlaten, maar beneden, tegen den grond, was een klein poortje
+om het voedsel door te schuiven, de eetbakken, de èzers en de badschotels.
+
+Snepvangers bracht dagelijks wat mee van zijn wandeling. Houten nesten met
+losse mandjes,--roesten van vlierhout, verf om het houtwerk op te
+kleuren. Miranda, die niet jaloersch van aard was genoot zelf van het
+modelopzet en leerde wat er te leeren viel. Deze lange gesprekken voerden
+zij, gezeten bij het kleine potkacheltje dat Snepvangers op zijn kamer
+geplaatst had. Tegen den muur pronkten schabben met steinen potten waarin
+het zaad zou bewaard worden en waarop hij de namen geschilderd had. Een
+houten tafel, een waterkraan en een afvoerbak volledigden zijn inrichting.
+Kleinere kooien hingen links en rechts. In de uren dat Albertken hem
+gezelschap hield, werd het houtwerk lichtblauw geschilderd en van gouden
+biesjes voorzien. In hun verbeelding kweekten zij samen met zooveel
+bijval dat de hokken te klein bleken voor het gevogelte. Intusschen
+sprenkelde en morste Albertken aan de waterkraan.
+
+--De eerste kanarievogels waren groen, leerde Snepvangers.
+
+--Dat moet ge mij niet wijsmaken, weerde zich Albertken.
+
+--Manneken toch!...
+
+--Ik zeg niet dat ge beuzelt, Grootva, maar dan hebben ze u wat wijs
+gemaakt...
+
+In het voorjaar ging hij bij Miranda vogels kiezen... Miranda wou niet dat
+hij naar Willems ging, die maar kweekte voor de cens...
+
+--Is het raadzaam meer wijfjes bij een mannetje te zetten, vroeg
+Snepvangers.
+
+--Ja, Snepvangers, hier op zolder kan ik het u wel zeggen, niemand hoort
+ons... bij de kanarievogels kan men het riskeeren, dat gaat meestal...
+maar bij de menschen loopt het verkeerd...
+
+--'t Is goed dat Albertken het niet hoort.
+
+De dikke Miranda lachte, maar ving onderwijl met zijn vlindernetje een
+kanarie, nam voorzichtig het schuwtrillend, teere ding in zijn dikke
+reuzenhand en streelde het zachtjes met zijn linker wijsvinger. Hij blies
+de veertjes op.
+
+--'t Zijn toch zoo'n broze dingskens, zei hij het beeft van angst in mijn
+hand...
+
+--Zij hebben zoo niks om zich te verweren.
+
+--Als ik mijn hand toenijp is het dood, droomde Miranda, ik vraag mij af
+waarom die beestjes geschapen zijn.
+
+--Och, zei Snepvangers, die ongeduldig werd en en aan zijn kooi dacht, we
+moeten ons niks afvragen, maar voortvangen...
+
+--Dat is één, zei Miranda, bekeek nog even het licht-gele lijfje, de
+ingetrokken pootjes en het fijne snaveltje, zie Snepvangers, het sluit
+zijn oogskens van schrik... wie zou nu zoo iets weerloos kunnen kwaad
+doen...
+
+--De menschen doen niks anders...
+
+Snepvangers begon met vijf mannekens en met twaalf poppekens. Een blaadje
+sla naast het bad, het raapzaad gemengd met witzaad, de klare fonteintjes
+en het trosjeszaad, het droge zand op den grond en de vogels op hun
+roestjes, 't was alles hij zei geen woord.
+
+Madame loofde, ingenomen door orde en netheid, de nieuwe kweekplaats.
+Marieken werd door Albertken meegetroond, evenals Craen en zijn vrouw.
+Want het jongsken deelde in den triomf. Zelfs Antoine kwam eens kijken,
+bleef een tijdje praten, beloofde prima kwaliteit eten te bezorgen en was
+geen oogenblik verstrooid.
+
+Doch pas toen de eerste eitjes uitgebroed waren en de eerste, bloote,
+donzige dingskens in het mosnestje wriemelden, kon Snepvangers, bijgestaan
+door Miranda, Sander bewegen eens te komen zien. Alles nam hij nauwkeurig
+op, maar zei geen woord.
+
+--Nu krijgen de beestjes harde eieren met fijngestampte beschuit, zei
+Miranda.
+
+--Een brood in melk geweekt met maan en salaadzaad bestrooid, vulde
+Snepvangers argeloos aan.
+
+--Ge moet van Lotje getikt zijn om in zoo'n klein geneuk uw cens te
+steken, misprees de Speeker boosaardig, en zonder nog om te zien slefte
+hhij de kame uit, de trappen af en de straat op.
+
+--'t Is toch 'n vieze, zei Snepvangers ontsteld.
+
+--Och, elk zijn goesting, troostte Miranda.
+
+Wanneer Snepvangers den volgenden morgen zijn spitsken buiten liet, las
+hij in de oogen van Sander hoe diep hij in zijn achting gedaald was met
+het kweeken van "klein geneuk".
+
+Snepvangers had veel meeval in de kanariekweekerij en zijn ambitie groeide
+er door. Zijn huis was een zangpaleis. Van 's morgens vroeg zongen de
+vogels en vulden de kamers met blij gekweel. Mijnheer was verrukt over
+zijn teere raskanaries. Madame, alhoewel zij wel voor de verzorging mocht
+bijspringen, was zich ook aan de "pietekens" gaan hechten.
+
+Daar Snepvangers voor zijn plezier kweekte schonk hij mild aan familie en
+vrienden, de edele vogels in zijn broedkamer geboren. Overal zongen zijn
+Saksische zangers. Het was zijn glorie zijn vogels te hooren roemen.
+Miranda was goed bedacht geweest, want aan dezes zolder dankte hij de
+stamouders van zijn kooi. Intusschen was zijn gevederde bevolking toch
+noch gestegen tot zes-en-negentig mannekens en poppekens.
+
+En weer lagen, in den vierden kweekzomer, de poppekens op hun broze
+sprikkeleitjes te broeien en gaapten en piepten de jongskens in de nesten.
+
+Op een zomermorgen zaten de echtelingen voor het hok de speelsch wippende
+kanaries te bespieden. De vogels vlogen van hun roestjes op den vloer,
+pikten in den eetbak, dronken aan de fonteintjes of lagen te vluggen in de
+badschoteltjes. Een vreemde vogellucht hing in de kamer.
+
+--Miranda zegt ook dat ik veruit de schoonste vogels kweek, zei
+Snepvangers.
+
+--Ge krijgt er te veel, oordeelde Madame.
+
+--Ja... maar wat kan ik er aan doen... ik geef er zooveel weg... en ik
+kan er toch niet mee op de Vogelmarkt gaan staan...
+
+--Neen, dat gaat niet, bekende Madame.
+
+--En ik kan ze toch zoo ook maar niet op straat smijten...
+
+--Neen, dat kunt ge niet, zei peinzend Madame.
+
+--Daarvoor zou men het hart van een deurwaarder moeten hebben, vulde
+Snepvangers aan, want hij kon niet scheiden van zijn vogels.
+
+Albertken, die pas zijn eerste communie had gedaan, was van lieverlede
+wat losgeraakt van zijn Grootvader. Nog kwam hij wel af en toe naar de
+vogels kijken, nog gingen zij wel eens samen wandelen naar den Dierentuin
+of naar het terras, maar Albertken had n kameraadjes waarmee hij beter
+praten kon. Snepvangers voelde het wel, maar troostte zich in het besef
+dat de jongen groot werd, zooveel te leeren had, Fransch en Latijn, en
+verzot begon te worden op dat nieuwsoortig amusement, het voetbalspel.
+Antoine vond het wilde stampen en smijten nuttig voor de lichamelijke
+ontwikkeling, en Antoine was de vader!... Niet alleen de vader van
+Albertken, maar van nog zes andere spruiten die net als zijn
+kanariejongskens, gaapten en piepten en leven in huis brachten. Het
+jongste was weer een meisje en Marieken had pas haar kerkgang achter den
+rug toen zij de plechtige eerste communie van den oudsten vierden.
+Snepvangers dacht wel eens over de kinderen zooals zijn vrouw over zijn
+kanaries, dat er te veel kwam! Maar de Drogist won rijkelijk zijn brood
+en kon zich de weelde veroorloven, zooals Snepvangers zijn getal kanaries
+niet moest beperken bij gebrek aan middelen.
+
+Albertken werd echter niet vervangen in de voorliefde van zijn Grootvader,
+die oud werd en zich geen nieuwe kameraadschap met de kleinkinderen meer
+scheen aan te passen. Madame kon beter om met het drukke troepje.
+
+Zekeren avond, in de zwoele maand Juli, hij had op zijn stade met Miranda
+een pintje gedronken in "Het Zwarte Paard", wenkte Sander hem.
+
+--Hebt ge de gazet gelezen?
+
+--Neen, Sander ...
+
+--Er staat: Opgepast voor de Croaten!... en dat wil veel zeggen...
+
+Meer liet de Speeker niet los, vouwde zijn gazet toe en strompelde binnen.
+Snepvangers rook een frissche hooilucht die den lauwen avond doorgeurde,
+Hoorde de kinderen joelen op de Ossenmarkt. Alles was zoo rustig en gewoon
+en hij begreep niks van de waarschuwing.
+
+'s Anderdaags hoorde hij de gazettenleurders verwoed op hun koperen
+trompetten toeteren en gillen.
+
+--Wat is er toch aan gang, vroeg Snepvangers.
+
+--De tijden van Napoleon komen terug, voorspelde de Speeker, en kneep
+de "Gazet van Antwerpen" in kreukels, er is oorlog tusschen Oostenrijk en
+Servië...
+
+--Och, meende Snepvangers, 't is altijd ieverans oorlog in de wereld...
+
+--Wacht maar!...
+
+In zijn slaap werd hij opgeschrikt door het luiden van Carolus.
+Snepvangers wipte zijn bed uit, vergat zijn slaapmuts en zijn bloote
+beenen en trok het balconvenster open.--Een politieagent stond aan den
+overkant, hij hoorde het raam knarsen en keek op.
+
+--Wat gebeurt er, vroeg Snepvangers.
+
+--De klassen worden binnengeroepen... straks schiet ik ook mijn
+soldatentenueken aan, zei de agent.
+
+--Wel, wel, zei Snepvangers verbijsterd, stak zijn hand naar zijn hoofd
+uit en werd zijn slaapmuts gewaar.
+
+Dan haastte hij zich het venster te sluiten en kroop terug in zijn bed.
+
+--Jezus-Mana, zuchtte Madame, wat gaan we nu nog beleven.
+
+--Dat moeten wij afwachten, oordeelde Snepvangers keerde zich om, sliep
+koelbloedig snurkend in.
+
+Madame woelde nog lang slapeloos en vol onrust. Zij benijdde haar man die
+zoo moedig en onverschrokken slapen kon wanneer onbekende gevaren hen
+bedreigden.
+
+Onder de algemeene paniek moest Snepvangers zich den volgenden dag van den
+ernstigen toestand rekenschap geven. Hij zag de menschen samendrommen voor
+de spaarkassen... In winkels en herbergen was plots het pasmunt
+onvindbaar, bankpapier overstroomde de stad en de gapers lazen de
+plakkaten omtrent de opeisching van paarden en rijtuigen voor het leger.
+
+Miranda stond bij Sander, die uit het dagblad voorlas: "Gij moogt het
+gerust zeggen, verklaarde ons een officier, dat de Schelde, hoewel zij er
+den schijn niet van heeft, verdedigd is gelijk mogelijk geen enkelen
+stroom van de wereld. Ook is het te voorzien dat men ons langs daar niet
+zal aanvallen, want daar ligt ons sterktepunt..."
+
+--Alles gaat duur worden, zei Miranda.
+
+--Zou het vogelzaad ook opslagen, vorschte Snepvangers.
+
+--Er komen Turcos gelijk in 't jaar zeventig, beloofde de Speeker, van
+die half zwarten met roode pofbroeken.
+
+'s Zondags, in de kerk, hoorden Mijnheer en Madame de kondschap der
+Bisschoppen aan de geloovigen: "Het uur is bedenkelijk. Angst en vreeze
+beklemt de harten. Kinderen, vrouwen en moeders smelten in tranen.
+Edoch, met vasten stap en moed in het hart trekken onze wakkere soldaten
+naar de grenzen..."
+
+--Snepvangers, fluisterde Madame, en er blonken tranen aan haar wimpers,
+wat zullen wij in onzen ouden dag nog moeten onderstaan...
+
+--Ik ben van zins, antwoordde Snepvangers, en zijn gedachten hadden een
+anderen koers, voor den opslag nog een vijftig liters vogelzaad te
+koopen ...
+
+Aan tafel gaf Antoine weer moed, verzekerde dat het land geen gevaar liep
+in den strijd gewikkeld te worden. Op het goed vooruitzicht werd een
+lekkere flesch geschonken.
+
+Opgemonterd verscheen Snepvangers 's Maandags met zijn spitsken in de
+straat.
+
+--Er komt niks van, verzekerde hij aan Sander, Antoine heeft het
+gezegd...
+
+--Wacht maar, gromde de Speeker, en blies door zijn goudsche pijp.
+
+Zij stonden een wijlken stil tot een vent voorbij holde.
+
+--'t Is oorlog, riep hij.
+
+--Watte?...
+
+De Speeker liet zijn pijp vallen en keek verwezen naar de scherven.
+
+--Ik hoor trommelen, Sander.
+
+--Snepvangers, nu valt er op te passen, fluisterde de Speeker
+geheimzinnig.
+
+--Ze trommelen de gardecivikken op, meldde een straatbengel, 'k heb de
+tamboers gezien... 't is oorlog...
+
+--Wel, daar gaat er, poddozie, een...
+
+--Ja, Snepvangers, dat is een trompetter die ook nog in den Oost gediend
+heeft en in Tonkin... een duveltje... anders boodschapper aan de statie...
+
+--Hé, Mijnheer, is het waar, ondervroeg Snepvangers.
+
+--Ja, zei de trompetter van de burgerwacht, terwijl hij zijn gele koorden
+schikte en naar zijn roodkoperen instrument keek, ja, ik zal mogen
+blazen... dat heb ik nog gedaan... daar draag ik decoraties van...
+
+--Awel, peilde de Spreeker...
+
+--We moeten misschien naar de grens, blufte de man en liep door.
+
+--Dan kunnen wij gerust zijn, betrouwde de argelooze Snepvangers.
+
+--Onnoozele bloed, verachtte Sander.
+
+Zijn zonnig humeur bleef hem bij terwijl hij door de stad liep te gapen
+naar de koortsige, opgewonden bedrijvigheid. Overal, aan stations en
+militaire gebouwen, aan stadspoorten en aan magazijnen stonden
+burgerwachten, de bajonet op 't geweer, en keken de burgers aan met de
+brani van oudsoldaten. Geen straat zonder soldaten,--geen kroeg zonder
+woordvoerders, geen straathoek zonder samenscholing van geburen. De
+bijzondere edities der dagbladen droegen in vette titels: "'t Kanon aan
+'t woord!... Antwerpen in staat van beleg!"
+
+--Nu heeft de burgemeester niks meer te zeggen, nu is 't armee baas,
+leerde Sander, en daar valt niet mee te lachen.
+
+--Maar waarom moesten wij toch in den oorlog komen, treurde Snepvangers,
+ wij zijn geen vechters...
+
+--We zullen het wel leeren, grimde Sander, en toonde zijn leelijke tanden.
+
+Dinsdags joeg een onrust door de stad en het grauw plunderde de
+kaberdoeskens in het Schipperskwartier. Snepvangers en zijn vrienden doken
+vroeg in hun woningen, ontzet door het gehuil der bende. "Wij staan pal!"
+Dat stond boven het verwarde mengelmoes van berichten. Een dag later
+scheen de stad plots in feest te staan; aan al de gevels wapperden vlaggen
+en elkeen droeg een driekleurig strikje. Aan sommige poorten waren echter
+de tramlijnen opgebroken.
+
+--'k Wist niet dat er zooveel vlaggen in de stad waren, verwonderde zich
+Snepvangers.
+
+--Dat is om er den moed in te houden, zei Sander, op al de kerktorens
+steekt nu een vlag.
+
+--'k Heb de eerste verpleegsters van het Rood Kruis gezien, vertelde
+Miranda, allemaal in 't wit met witte kappekens op en roode kruiskens op
+de mouw...
+
+--'t Zal 'n slag geven, misprees Sander de ongeluksprofeet, maar als ze
+rond Antwerpen beginnen dan trek ik er uit...
+
+--Foei, Sander, berispte Snepvangers waardig, ge moet meer
+vaderlandsliefde toonen, als ik zoo oud niet was ging ik nog als
+vrijwilliger op.
+
+--Och, Snepvangers!
+
+--Echt waar!... Er is een advocaat bezig met een Scheldekorps bijeen
+te brengen... daar zou ik nog willen aan meedoen, maar ge moet kunnen
+zwemmen en dat kan ik niet...
+
+--Ik, aarzelde Miranda, ik blijf bij mijn oud gedacht, geen man, geen
+kanon! 't Is niet menschelijk elkaar doodschieten!...
+
+--Och kom, dat steekt zoo nauw niet, oordeelde Snepvangers, dat is
+niks... Hebt ge de nieuw bankbriefjes van vijf frank al gezien?
+
+--De Burgemeester heeft prijzen vastgesteld voor eten en drinken!
+wist Miranda.
+
+--z'Hebben weer twee spionnen gevangen, ze zaten in een kelderken aan de
+statie gebakken visch te eten, meldde Snepvangers.
+
+--Ge moet maar lezen wat er allemaal gebeurt, zei Sander, ik zou van 's
+morgens tot 's avonds niets anders doen dan gazetten lezen.
+
+--Zie, die piotten trekken uit!
+
+Een marschvaardig regiment. Dof klonken de stappen der zwaar bepakte
+piotten. Zij droegen het geweer aan den riem, de zwartglimmende kepies
+aachteruitgeschoven de blauwe kapotjassen opengeplooid zoodat de grijze
+broeken zichtbaar waren. Plots zongen zij "De Vlaamsche Leeuw". Het
+doorrilde de drie vrienden en onwillekeurig namen zij den hoed af.
+
+Nauwelijks een week later was Snepvangers het reeds beu gazetten te lezen.
+De toestand bleef immer zeer goed!... Uit al de telegrammen kon hij geen
+klaar beeld ontwarren en dan trof hem nog de plekken wit of zwart, die
+het werk van de censuur aantoonde.
+
+Toen gebeurde het dat Snepvangers en Miranda de eerste gekwetsten zagen.
+Zij kwamen uit het Station en werden in trams vervoerd... Hun gezichten
+Leken grauwe vertrokken maskers, hun oogen zaten vol koorts, hun hoofden
+of armen waren verbonden met doortrokken windsels. Zenuwachtig zogen zij
+op sigaren en sigaretten, knikten de menschen toe of riepen iets. Ze
+leken wat verdwaasd. Miranda, de groote, stevige houtdraaier, was zeer
+bleek geworden...
+
+--Ziet ge nu dat bloed, fluisterde hij met een krampachtig gelaat.
+
+--Nu ga ik niet meer zien, Miranda... en die kunnen nog loopen, maar die
+anderen die op de berrie liggen, zei Snepvangers triestig.
+
+--En zij die ginder in den grond gestopt worden, Snepvangers.
+
+--Kom, laat ons maar stillekens naar huis gaan.
+
+In "Het Zwart Paard" dronken zij een borreltje, waarschijnlijk omdat het
+schenken van sterke dranken nu verboden was. Zoo kwamen zij terug op hun
+verhaal. Wanneer zij Sander vertelden wat zij gezien hadden, weerstreefde
+hij woest:
+
+--Dat is niks, laat ze maar vechten!...
+
+Snepvangers, al huilde hij met de wolven, hield in die dagen het meest
+van den zachtzinnigen Miranda. Uren zaten zij bij de vogels te kijken en
+te spieden, te luisteren naar het gefrazel der jonge mannekens... Zij
+hielden van de fijne, gele donsschakeeringen, van de zoete, weeke kleur.
+
+Aandachtig zagen zij hoe de jongskens gespijsd werden, hoe de schuw-rille
+vogels op en af vlogen elkaar beriepen, naast elkaar hokten of met
+vogelwreedheid elkaar bepikten. Zij vergaten er het uitzicht der stad
+en de gebeurtenissen. Wanneer Miranda zich een beetje te erg verlaat had,
+ging Snepvangers mee naar huis en kroop mee op den zolder, waar de
+houtdraaier zijn werkhuis had. Samen wijsgeerden zij over de wereld en over
+de Saksische kanarievogels.
+
+Zekeren middag kwam Albertken zijn grootvader opzoeken, die door het dwaas
+bellen opschrok uit zijn middagslaapje. Albertken droeg een soldatenmuts.
+
+--Grootva, riep hij opgewonden, de Koning is in zijn paleis met de
+Koningin en de Prinskens! We moeten gaan zien!
+
+--Ja, Albertken, onderwierp zich Snepvangers.
+
+Op de Meir, voor het Paleis, stonden zij te glarie-oogen, verloren in de
+samenscholing. De zon ging onder en de klare hemel verduisterde. Plots
+jubelden zij mee met de menigte al zagen zij niets.
+
+--Zijn het de Prinskens, Grootva?
+
+--Ja, Albertken!...
+
+Daarna bracht Snepvangers zijn kleinzoon naar huis. Antoine mompelde een
+verstrooiden groet, verloren in krantenlectuur.
+
+--Ze vechten rond Diest, zei Marieken terloops, sprak dan over den
+zuigeling, een meisje als een wolk.
+
+Later riep Sander hem om de gazet te toonen... Hij las de bovenschriften:
+"Vreemde ruiters te Gheel! Dat is geen reden om het hoofd te verliezen!"
+
+--Ze komen naar hier, voorzag de Onheilsbode.
+
+--Nooit, meende Snepvangers waanwijs.
+
+--De Paus is dood!...
+
+--Als het maar waar is!
+
+--En de Generaal der Jezuïeten... En dat beteekent iets als die
+sterven!...
+
+--Och!...
+
+--Brussel is ingenomen en ze vechten te Aerschot...
+
+--Ge moogt alles zoo zwart niet inzien, Sander!...
+
+--Ik heb mijn duiven verkocht... ik wil klaar zijn om te gaan loopen...
+Verkoop uw kanarievogels, Snepvangers... Wij verkoopen de kousen en de
+saai, want wij trekken er uit...
+
+--Ge zijt een bangerik, mompelde Snepvangers en stak ontstemd de straat
+over.
+
+In zijn eersten slaap werd hij opgeschrikt door een vreemd geronk in de
+lucht. Voor hij zijn vrouw kon antwoorden daverden ontploffingen... Het
+huis scheen te beven en de ruiten te trillen.
+
+--Och, Snepvangers, kreunde Madame.
+
+--Blijf maar stillekens liggen, vrouw lief, suste hij, niet bang zijn,
+'t is niks...
+
+Vol verteedering nam hij haar grijs hoofd in zijn arm, kuste haar en
+proefde haar tranen.
+
+--Wij hebben nooit iemand kwaad gedaan,--troostte hij.
+
+--Maar de kinderen, nokte zij, de arme kinderen.
+
+--De arme kinderen!...
+
+Zij rilden onder het vreemd geweld dat in den nacht door de lucht joeg en
+weenden samen... De wereld was uit haar gronden gerukt en boosheid en
+moordzucht hielden feest. Nu verloren de menschen hun bezinning en wisten
+wat oorlog was en vrede.
+
+Reeds vroeg kwam Miranda hem halen om te gaan kijken naar de verwoesting.
+
+--Neen, zei Snepvangers, dat wil ik niet zien... Er zijn dooden!...
+
+--Ik ga naar Marieken, verwittigde Madame nog zeer onder den indruk.
+
+Zij stonden op den drempel en zagen Sander en zijn vrouw, elk met een
+zwaar valies beladen gereed om te vertrekken.
+
+--Awel, Sander?
+
+--Wat heb ik voorspeld, zegevierde Sander, wij trekken er uit, wij gaan
+naar Ossendrecht... In Holland vechten ze niet...
+
+Ze zagen het koppel wegtrekken, zwoegend onder hun gepak. Het dikke
+winkelvrouwtje dat nooit buiten kwam, trippelde voor haar man uit en was
+ook nu weer baas, terwijl Sander, de sluwe bepeinzer, kalm aan zijn
+pijpje trok en haar gedwee volgde.
+
+--Hardloopers, riep Snepvangers hen na.
+
+--Ik ga dan ook maar niet zien, besloot Miranda.
+
+--Wij zijn nog menschen, Miranda, kom liever eens naar mijn kanarievogels
+zien.
+
+Dagelijks brachten de gazetten geruststellende tijdingen.
+
+Steeds bleek de toestand uitmuntend en de toekomst hoopvol. Wel
+stroomden vluchtingen aan, maar zij werden in treinen gepakt en dieper
+in Vlaanderen gezonden. Niemand scheen zich erg om die dakloozen te
+bekommeren, elk had genoeg met zijn zorgen en zijn onrustige nachten.
+Menigeen lag geregeld te turen naar den helderen sterrenhemel. De Russen
+waren nu de mannen die hen uit den nood zouden helpen. Sommige sinjoren
+hadden permentelijk Russen op de Paardenmarkt gezien.
+
+--'t Gaat goed, verzekerde Snepvangers, de Russen zijn kleppers.
+
+Nu de Speeker hem met zijn zwartgalligheid niet meer verschrikken kon,
+zwom hij weer onbekommerd in zijn gelukzalig optimisme. Hij wist dat er
+een nieuwe Paus gekozen was, dat er te Leuven en in de buurt van Mechelen
+gevochten werd, stortte zijn penning voor "Het Kind van den Soldaat"
+zorgde voor zijn vogels en luisterde naar hun gefrazel, vreesde niet voor
+Antwerpen en sliep weer ongestoord en rustig. Hij begreep niet waarom
+Madame haar zenuwen zoo overstuur bleven en zij heelder nachten wakker lag.
+
+Na acht uur waren de herbergen thans gesloten en stond de stad in 't
+duister. In het begin stak hem dat erg tegen. De stad geleek een dorp waar
+men met de kippen naar bed moest! Doch Snepvangers schikte zich spoedig in
+de nieuwe regeling.
+
+Op een donkeren avond, nadat hij voor de deur van "Het Zwart Paard" van
+Miranda afscheid had genomen, beleefde hij een vreemd avontuur.
+
+Het was heerlijk Septemberweer en de hemel zat doorweven met klare
+sterren. De najaarskoelte klom amper door de straten. Het kanon donderde
+in de verte. Snepvangers mijmerde!... Er werd fel gevochten... Wat
+vreeselijke dingen... Hij had weer talrijke autos zien rijden, soldaten...
+en burgerwachten zien door de stad trekken, menschen van het Rood Kruis
+ontmoet in de straten vol roerlooze vlaggen. Een geluk voor Marieken dat
+Antoine vroeger een karot getrokken had om geen gardecivik te moeten
+spelen... want nu bleef hij er fijntjes tusschen uit...
+
+Iemand liep hem op dat oogenblik tegen het lijf, zoodat hij er van schrok.
+Hij rook een zwoele geur en dacht aan een barbierswinkel.
+
+--Gij deugniet, fluisterde een vrouwenstem.
+
+--Pardon, verontschuldigde zich Snepvangers.
+
+--'t Is niks, lieve jongen, gaat ge mee?... Ik ben zoo benauwd in 't
+donker...
+
+--Ik ben geen lieve jongen, zei Snepvangers ernstig.
+
+--Och kom...
+
+--Ik ben geen lieve jongen, hield hij vol, ik ben een deftig oud man!...
+
+--Ik zie het liefst oude heeren... Kom...
+
+--Wat denkt ge wel... ik ben getrouwd...
+
+--Dat is ook al niks... 't Is oorlog!...
+
+Toen was Snepvangers bang geworden voor de verleiding. In zijn
+hulpeloosheid had hij een plotselinge ingeving.
+
+--Komt ge van God "sprekt", komt ge van den "duvel" vertrekt, sprak hij
+rad en sloeg een kruis.
+
+De schaduw gleed luid lachend naast hem weg, opgeslorpt in de duisternis.
+Hij was van streek thuis gekomen en had den koffiepot leeg gedronken om
+Op adem te komen.
+
+--Wat is er toch gebeurd, vroeg Madame.
+
+--'t Is gevaarlijk in het donker...
+
+--Tegen een lantaarnpaal geloopen?
+
+--Neen... maar menschen zijn soms gevaarlijker...
+
+De vooruitzichten bleven gunstig. Er werd gevochten te Wetteren en te
+Ninove, te Waelhem en te Kathelijne-Waver, te Duffel en te Lier, maar de
+Toestand heette bevredigend.
+
+Snepvangers en Miranda kenden geen spanning, Antwerpen was veilig en de
+gazetten erg bemoedigend. In de ijle Octoberluchten bulderde het reeds zoo
+wel bekend kanon. Op Zondagavond kwam een agent in "Het Zwart Paard" den
+waard aanzeggen direct te sluiten. Waarom, wist niemand... De stad was
+volledig in 't donker. 's Anderdaags riep men dringend de jongens op om
+soldaat te worden.
+
+--Ik geloof toch... aarzelde Miranda.
+
+--Ja, zei Snepvangers, 't is een rare tijd.
+
+Met beklemd gemoed namen de vrienden afscheid om Woensdag morgen te
+vernemen dat de toestand ernstig was.
+
+Snepvangers ging Antoine raadplegen.
+
+--Antwerpen wordt gebombardeerd, verklaarde de Drogist zeer laconisch
+terwijl hij een rekening schreef en den winkelknecht bevelen gaf.
+
+--Maar dat is gevaarlijk, hakkelde Snepvangers, die zijn hart feller
+voelde kloppen.
+
+--Och, schokschouderde Antoine, strategisten hebben berekend dat er 34
+bommen moeten vallen om één huis te treffen!... De autoriteiten zeggen
+ons: "Kalmte!... Kalmte zal ook vrijwaren voor onvoorzichtigheid en
+roekeloosheid. Wie een koel hoofd bewaart, redt zich waar anderen verloren
+gaan..." Let maar op de voorzorgsmaatregelen!... Ik zal ze u nog eens
+voorlezen: "Zich niet op straat wagen, doch binnenshuis blijven,
+bij voorkeur in de kelderingen. Water in het bereik houden op elke
+verdieping om een begin van brand te blusschen. De kelderopeningen
+opstoppen, 't zij met matrassen, 't zij met zakken zand. En dan op Gods
+genade..."
+
+--'k Wou toch liever...
+
+--Vluchten, misprees Antoine, en lachte verachtelijk.
+
+--Neen, dat precies niet... maar ik dacht dat Antwerpen...
+
+--Kom, kom... Wie vluchten wil wordt verzocht in den kortsten tijd weg te
+gaan in de richting van het Noorden of Noord-Oosten... want het
+bombardement heeft geen invloed op den duur van onzen weerstand...
+Nu zult ge de hazen zien loopen, hoonde Antoine, terwijl hij profijtelijk
+een pakje jujube woog voor een snoepziek juffertje.
+
+--Nu komt de kat op de koord, wijsgeerde Snepvangers, en probeerde
+onbevangen te kijken, ik ga Moeder maar gauw gerust stellen.
+
+--Komt tegen avond naar hier, verzocht Antoine,
+Papa en Mama komen ook... hoe meer zielen hoe
+meer vreugde in onzen kelder...
+
+--Wij hebben ook 'n kelder, weigerde Snepvangers kort en ging korzelig
+heen.
+
+Thuis vond hij Miranda die op hem zat te wachten.
+
+--De situatie was altijd goed, spotte Miranda bitter.
+
+--Ik heb me nooit laten beetnemen, loog Snepvangers met overtuiging,
+vraag het maar aan mijn vrouw... Maar ik wou niemand ontmoedigen...
+
+Madame zat suf met de handen in den schoot en gaf geen bescheid.
+
+--Als ik maar wist waarheen, bekende Miranda, al was het naar het einde
+der wereld.
+
+--Neen, zei Snepvangers, zoo erg is het ook niet... er zijn zooveel bommen
+die verkeerd springen...
+
+--Ja, ik ben bang, zei de openhartige Miranda, maar mijn vrouw lacht mij
+uit ... Ik kwam om u te helpen... Hebt ge zakken?
+
+Wanneer de zakken zand op de keldergaten lagen en de wateremmers klaar
+stonden, trok Miranda weg. Na het eten, dat niet smaakte, kwam Snepvangers
+op den huisdrempel zijn pijp rooken en kijken naar de zenuwachtige
+menschen die door de straat trokken. Een paar buren zochten zijn
+gezelschap en samen dreven zij den spot met de hardloopers...
+
+Een vlieger ronkte in de lucht en de kinderen zongen leuk:
+
+ En komt er nog 'n Zeppelin.
+ 'n Zeppelin!
+ Dan kruipen wij den kelder in,
+ den kelder in!
+
+In de schemering kwam Madame terug van Marieken en de kinderen. Zij aten
+in stilte, hoorden de klok tiktakken en bleven treuzelen.
+
+--Gaan we naar boven, polste Snepvangers.
+
+--Seffens zal het beginnen, zei Madame, laat ons maar liever in den kelder
+gaan zitten.
+
+Zij namen een lamp en gingen naar beneden. Er stond een tafel en twee
+fauteuils.
+
+--Wat een Christenmensch beleven moet,--zuchtte Madame.
+
+--Ik haal brood en boter, zei Snepvangers, als we eens honger krijgen in
+den nacht.
+
+Amper was hij terug gezeten of daar brak het gehuil en gesis los boven
+de stad.
+
+--Jezus, Maria!... kermde Madame.
+
+--Gelukkig dat er hier wat te verhapzakken valt!
+
+Snepvangers ontkurkte een flesch cognac en schonk zich een half bierglas
+in.
+
+--Gij ook wat, Mama?
+
+--Ja, want ik heb zoo'n pijn in mijn buik, kreunde zij.
+
+In de straat kermden voorbijhollende menschen en onophoudelijk floten de
+bommen.
+
+--Ge kunt ze niet tellen, zei Snepvangers en nam een tweeden slok, terwijl
+hij de trage wijzers van zijn uurwerk in het oog hield.
+
+Een beetje beverig had hij het van de ketting losgemaakt en op tafel
+gelegd. Een wijl spraken zij geen gebenedijd woord. Spitsken lag onrustig
+onder tafel.
+
+--Ons laatste uur is geslagen, jammerde Madame dan akelig.
+
+--Bijlange niet, zei hij zoo luchtig mogelijk en nam nog een slokje om
+zich op te monteren.
+
+--Jawel, Snepvangers.
+
+--Zeg dat niet, 't is zoo al erg genoeg!
+
+--Mijn hart is geen boontje groot... en Marieken, en de kinderen... Waren
+wij maar samen!
+
+--Drink eens, moedigde Snepvangers aan die berouw had het verzoek van
+Antoine te hebben afgewezen.
+
+Hij was zelf zeer aangedaan. Daar zaten zij nu alleen in dezen ongewelfden
+kelder. Zijn oogen bleven steeds gericht op een spinrag boven in een hoek
+vol schaduw. Dat was aan het waakzaam oog zijner vrouw ontsnapt. De stad
+scheen te daveren.
+
+--Wij hebben samen al zooveel doorgemaakt, overwoog hij verteederd.
+
+--Ja, Snepvangers.
+
+--En als er iets moest gebeuren moeten wij niet bang zijn, wij zijn toch
+samen.
+
+--Ja, Snepvangers.
+
+Zij sufte en hij dronk. Hij bleef bloednuchter, herdacht zijn leven en
+telde de uren af die met slakkengang wegslopen... Eensklaps hoorde hij
+haar snikken en was erg ontroerd. Hij kuste haar verrimpeld gezicht.
+
+--Zoo gauw als het licht wordt trekken wij er uit, Moeder, schep maar
+moed... Kom, wij blijven niet in den kelder, we gaan koffie opschenken,
+dat zal ons goed doen.
+
+Hij nam de lamp en gehoorzaam volgde zij hem naar de keuken. Spoedig
+zong de waterketel.
+
+--Hier is het veel beter, zei Madame.
+
+--Ja, bepeinsde Snepvangers, wat zullen die arme kanarievogels schrik
+hebben uitgestaan!... Seffens, als de dag in de lucht komt, ga ik naar de
+Torfbrug de kinderen halen... Er hangt een spinneweb in den kelder...
+
+Met den dageraad zonk de verschrikking van den nacht weg. Madame trok
+naar den kelder om de spin te verdrijven en Mijnheer ging de vogels
+verzorgen. Rond negen uur dronken zij opnieuw koffie.
+
+--Wat gaan we met Spitsken doen, zei Madame bekommerd.
+
+--Ik breng hem bij Miranda!...
+
+--Ja.., en de vogels?
+
+--'k Heb ze eten en drinken gegeven ... Ze krijgen het niet op al blijven
+wij een maand weg!
+
+--En wat gaan wij medenemen?
+
+--Al wat waarde heeft, oordeelde Snepvangers, maak de coffre-fort leeg in
+dat klein valiesje... dat zal ik dragen... neem gij zoo wat mee wat we
+noodig hebben...
+
+--Pas toch maar op, Snepvangers, een ongeluk ligt op een klein plaatsken!
+
+--Och kom, zei hij moedig en stapte besloten den gang in, opende de
+voordeur en stak voorzichtig het hoofd naar buiten.
+
+Overal stonden menschen en hielden beraad, anderen sleurden met pak en
+zak. Juist toen het Snepvangers vrijwel veilig scheen hoorde hij weer
+het afschuwelijk gefluit... Tzi... Tzi.
+
+--Kom, niet bang, Snepvangers, prevelde hij, en floot op Spitsken.
+
+Hij ging maar dicht langs de huizen en zag naar de keien.
+
+--Wij trekken er uit, mijnheer Snepvangers, riep iemand.
+
+Op de Paddengracht, hingen de winkeliers de luiken weer voor de vitrienen,
+uit de Kattenstraat trok het volksken weg met beladen stootwagens. Miranda
+stond hulpeloos aan zijn deur te kijken. Bij elken slag trok hij het hoofd
+in en rilde.
+
+--Mijn vrouw wil weg, zei Snepvangers.
+
+--Dat begrijp ik...
+
+--Maar we kunnen Spitsken niet meenemen...
+
+--Laat hem maar hier... en de vogels...
+
+--Daar heb ik voor gezorgd... 'k Ga de kinderen halen... We komen rap
+terug... 't Zal wel zoo erg niet doen.
+
+--'k Ben zoo bang, kreunde Miranda, de gardecivikken moeten niet
+meevechten.
+
+--Ge moet niet bang zijn, troostte Snepvangers vriendelijk, terwijl hij
+de Keizerstraat introk en Spitsken hoorde blaffen.
+
+Onderweg ontmoette hij burgerwachten zonder wapens, midden in de straat
+lag een soldatenmuts.
+
+-- Het Zuid ligt plat, hoorde hij een zeggen.
+
+De vluchtelingen togen over de Minderbroedersrui en Snepvangers liep
+hen onwillekeurig na, sloop langs de huizen door de oude stad en kwam voor
+het Stadhuis. Hier wierpen de gardecivikken hun wapens ordeloos op een
+hoop, geweren, ransels, bajonetten en gordels vol kogels. Het volk ijlde
+voorbij. Snepvangers kreeg een vol besef van den benarden toestand. Waarom
+had hij een omweg gemaakt? De Suikerrui zag zwart van menschen die over de
+Scheldebrug wilden vluchten, maar opgehouden werden door het leger in
+aftocht. Dan spoedde hij zich naar de Torfburg waar de winkel gesloten
+was. Antoine kwam de deur openen.
+
+--Maakt u maar gauw klaar, zei Snepvangers, 't is maar voor de vrouwen.
+
+--Wij blijven, besliste de Drogist.
+
+--Marieken, riep Snepvangers en schoof zijn schoonzoon op zij, zet uw hoed
+op en roep de kinderen...
+
+--Wij blijven, zei Marieken kordaat.
+
+--Ik ben niet zot! Moeder sterft puur van angst, en ons leven gaat voor
+alles...
+
+--Wij blijven, zei Craen, met zijn hoofd even buiten de kelderdeur.
+
+Craen zag zeer rood van in den kelder te verblijven, en Snepvangers scheen
+het dat zijn tong eenigszins dubbel sloeg.
+
+--Wij zitten in een sterk gewelfden kelder, betoogde Antoine, wij hebben
+onze voorzorgen genomen... zakken zand...
+
+--Ja, dat ben ik, die flauwskens... zakken zand en emmers water... ieder
+zijn goesting, meende hij verachtelijk, maar ik denk er het mijne van, zoo
+uw kinderen aan het gevaar bloot te stellen...
+
+--De kinderen, sprak Antoine lijzig, de kinderen zullen later fier zijn
+het bombardement te hebben meegemaakt...
+
+--Vooral de zuigelingen, onderbrak Snepvangers ongeduldig, ik laat mijn
+vrouw niet in dat gevaar,... Saluut!
+
+Hij was zeer verbolgen en dacht niet eens na dat hij zijn gewone schuwheid
+tegenover Antoine had afgelegd. In een adem stapte hij naar huis, kwam
+meer en meer onder den panischen schrik die de menschen voortjoeg. De zon
+scheen uit de teerblauwe lucht waaruit het geweld zong met rekkend gehuil.
+
+Madame stond klaar en gaf hem het handtasje.
+
+--'k Heb het gedacht, snikte zij, willen wij dan ook maar blijven.
+
+--Ze moesten maar zoo koppig niet zijn... Wij trekken er uit... Ik wil
+niet dat gij ziek wordt van schrik...
+
+Hij draaide den sleutel om, trok nog eens aan het handvatsel en stapte
+naast zijn vrouw langs den weg die Sander enkele dagen vroeger genomen
+had. Zij keken niet om en dorsten elkaar niet bezien want zij hadden
+tranen in de oogen.
+
+Hoe verder zij kwamen hoe meer stootwagens, karren en rijtuigen zij
+zagen. Mannen en vrouwen zwoegden onder vreemd gepak; kinderen schreiden,
+er werd geroepen en gekeven. Aan den Dam, voor het station, stond een
+trein met roode kruisen beschilderd.
+
+De karavaan toog maar traagjes voort naar Merxem. Zij moesten uitwijken
+voor een kruiwagen en een bakkerskar, stonden plots buiten het gedrang.
+
+--'k Ben zoo moe, kloeg Madame, mijn voeten weigeren mij te dragen.
+
+Snepvangers dacht aan den langen weg, zag weer naar den roodkruistrein
+en had een gelukkige ingeving. Wie weet was daar geen plaatsken te
+veroveren! Met geld en schoon woorden bekomt men veel... Zij kwamen
+op het perron, de trein floot en voor zij het precies begrepen, waren zij
+in het gedrang opgestuwd in een wagen, tusschen opgetimmerde brancards.
+
+--Ge moet maar uit uw oogen zien, zei Snepvangers voldaan, hier is het
+beter dan in een kelder.
+
+Madame kreeg een plaatsken naast een dienstmeisje met witten voorschoot
+die ongeschilde appelen at. Mijnheer nam zijn valiesje als schabel.
+
+--Geef nu maar een boterham, Moeder, zei hij opgewekt.
+
+Zij stak haar taschje naar hem uit.
+
+--Wat is dat?
+
+--Mijn korfken met eten, zei ze.
+
+--Wat?
+
+In haar onthutstheid had zij het leege eiermandje meegenomen....
+
+--Neem een appel, Madame, troostte de meid.
+
+--Wel ja, lachte Snepvangers en nam een appel, geef dat ding hier, dat
+kunnen we toch niet meesleuren.
+
+Hij wierp het korfje in gevlochten ijzerdraad uit het raampje, zag een
+vlieger toeren boven den Polder en menschen langs de wegen trekken, een
+zwarte zwerm gelijk.
+
+--Die arm beestjes, klaagde Madame.
+
+--De beestjes? bedacht de meid.
+
+--Ja, de kanarievogels!
+
+De meid verslikte zich in haar appel, beloerde gichelend de suffe vrouw.
+
+--'t Is niet om te lachen, zei Snepvangers gebelgd en knabbelde aan het
+klokhuis.
+
+Een burgerwacht in uniform met slappen hoed op het hoofd vertelde luidop
+zijn wedervaren.... Hij had den nacht op de wallen dienst gedaan en de
+bommen zien neerslagen. De kapitein en zijn compagnie waren afgetrokken
+en hadden hem vergeten.
+
+Aan elk station hield de trein stil en kropen er nog menschen in de
+stampvolle wagons. Zij zaten nu tot op den tender, en men hoorde hun
+schoenengebons boven het hoofd.
+
+Het duurde uren en uren. Plots werden de raamkens neergelaten en een
+gejuich steeg uit den trein. Mijnheer jubelde mee.
+
+--Is 't gedaan? vroeg Madame.
+
+--Wij zijn over de grens, zei Mijnheer en stak een sigaar op, ik hoor
+geen kanon meer!...
+
+--Mijn appelen zijn op, meldde de meid.
+
+Klokslag vier uur stond de trein stil op het rangeerterrein te Rozendael.
+Met gestommel en lawaai trokken de vluchtelingen over de banen, door
+Ondergrondsche gangen en stonden plots voor het station op een open
+plein vol menschen, vol luidruchtige Sinjoren.
+
+--Wel, wie dat we daar hebben, riep een man.
+
+'t Was de Verdierenpikker die verheugd en opgewonden, de handen vooruit,
+op hen toetrad.
+
+--Toch ook weggetrokken?
+
+--Dat geloof ik wel, verontschuldigde zich Snepvangers, heel het Zuid
+ligt plat.
+
+--En de kinderen die daar in een kelder zitten, griende Madame.
+
+--'t Is dom zoo uw schoon leven te riskeeren, zei de Verdierenpikker.
+
+--Ja, blufte Snepvangers, ik was toch ook gebleven, al was het maar voor
+mijn kanarievogels, maar ik wou mijn vrouw redden...
+
+--Mijnheer, Mijnheer, jammerde een dik zweetend heerken, staat mijn huis
+er nog in de Lozanastraat?
+
+--Alles ligt plat, het Justiciepaleis en al de huizen in den omtrek,
+getuigde Snepvangers heel wreedaardig, we zijn onder de bommen weggeloopen
+en per mirakel ontsnapt.
+
+--Wat een ongeluk prevelde het blozend manneken ntdaan.
+
+--'t Is oorlog, troostte Snepvangers, ja 't is oorlog, herhaalde hij
+luchtig, maar dat belet niet dat ik honger heb... Kom, Moeder, we gaan
+wat eten.
+
+--Kom maar mee, zei de Verdierenpikker, ik weet waar ge zijn moet.
+
+Zij lieten het heerken staan en trokken de markt over naar een hotel, waar
+zij, na lang wachten en trommelen op de tafel, een biefstuk met gebakken
+aardappelen bemachtigden.
+
+Zij zaten omgeven van Antwerpenaars die druk hun lotgevallen bespraken en
+dorstig van ontroering, pintjes dronken. Het leek wel een kermisvolte.
+
+--Garcon, riep Snepvangers, toen hij verzadigd was en zijn derde glas
+gedronken had.
+
+--Hier heeten de garçons allemaal Jan leerde de Verdierenpikker.
+
+--Awel, Jan, riep Snepvangers, kunnen we hier logeeren.
+
+--Alles is vol, Menheer, nergens vindt u nog onderkomen, beweerde de man
+terwijl hij het drinkgeld opstreek.
+
+--Ja maar, we moeten toch slapen, verzette zich Snepvangers in zijn
+zekerheid getroffen.
+
+--Dat zal wel, Menheer, gaf Jan toe en schoof naar een ander tafel.
+
+--Maar die is in mijn botten, kloeg Snepvangers, we kunnen toch niet onder
+den blooten hemel slapen.
+
+--Of hier op een stoel, vulde Madame aan,--waar logeert Mijnheer?
+
+--Ik, zei de Verdierenpikker genoegelijk, aan mij moet ge niet denken, ik
+heb een kamer boven een boterwinkel!
+
+--Maar wij?
+
+--Daar hebt ge het kot van den manken hannen.
+
+--Kom, we zullen eens gaan zoeken... een kruier heeft mij geholpen...
+
+--Een kruier, wat is dat?
+
+--Wel, Snepvangers, leerde de Verdierenpikker, 't is te zien dat ge pas in
+Holland zijt, een kruier dat is zoo'n vent... ge weet wel...
+
+--Neen, ontkende Snepvangers.
+
+--Wel zoo'n vent die commissies doet... een boodschapper.
+
+--Zoo een met een koperen plaat op zijn klak die aan de statie staat?
+vroeg Madame.
+
+--Precies!
+
+Op het plein, door de rumoerige menigte die er met krijtende kinderen en
+vreemd gepak bivakkeerden, keerden zij weer naar het station waar
+vluchtelingen af en aan liepen. De kruier zagen zij niet. Van ontsteltenis
+kregen zij telkens dorst.
+
+--Wat zijn de soldaten toch braaf, zei Madame, zie maar eens hoe zij de
+arme menschen helpen.
+
+--Ze dragen de pakken en deelen hun brood uit, zei Snepvangers verteederd,
+dat heb ik nog nooit gezien...
+
+--De Hollanders hebben zoo'n compassie met ons... ik moest eerlijk niet
+veel hebben van 'nen kouden Hollander... maar nu, nu ken ik ze beter... Ze
+staan hun eigen bed af voor vreemde menschen... 't is danig goed volk.
+
+--Hadden wij ook maar een bed, betreurde Snepvangers.
+
+--Maar heel Antwerpen is hier, beweerde de Verdierenpikker, ik vrees dat
+ge dieper het land zult moeten intrekken!
+
+--Maar heden avond toch niet, jammerde Madame, seffens is het donker en
+in een vreemd land waar men den weg niet... Was ik maar in onzen kelder
+gebleven... die arme vogeltjes...
+
+Wanneer zij in de schemering, voor de vijfde maal de trappen van het
+stationsgebouw bestegen, liepen zij tegen den kruier aan.
+
+--Kruier, riep de Verdierenpikker.
+
+--Menheer, zei de man, en tikte eventjes aan zijn pet.
+
+--Madame en Mijnheer Snepvangers moeten een kamer hebben.
+
+--Ik weet niks meer!
+
+--Dat is gauw gezegd, maar ze kunnen toch niet onder den blooten hemel
+slapen!
+
+--Het zal wel moeten... of in de wachtzaal...
+
+--Neen, Kruier, 't zijn deftige menschen... Mijnheer was kandidaat voor
+den Gemeenteraad...
+
+--Het mag kosten wat het wil, steunde Snepvangers en stopte den man een
+half franksken in de hand.
+
+--Ja, aarzelde de Kruier, mogelijk zou ik iets kunnen doen... ingeval
+Menheer en Mevrouw met mijn bed zich wilden vergenoegen...
+
+--Wel natuurlijk, zei Snepvangers, 't is oorlog... en wij Sinjoren zijn
+ongegeneerde menschen... Mijnheer de kruier, ge zijt 'n reddende engel...
+
+--Heb ik het niet voorspeld? triomfeerde de Verdierenpikker.
+
+--Mevrouw zal wel vermoeid zijn,--zei de Kruier laat ons maar
+opstappen... daarbij moet ik mijn vrouw nog verwittigen...
+
+--En waar zult gij dan slapen? vroeg Madame.
+
+--We hebben nog een zolderkamertje, Mevrouw, en Mevrouw zal het met één
+matras moeten stellen, wij nemen dan de andere... Rechtuit loopen, Heeren,
+'t is nog een eindje voorbij de boterzaak waar Menheer logeert.
+
+--Wat beleefde commissionnair, fluisterde Madame.
+
+Nadat de Verdierenpikker afscheid genomen had,--'s anderendaags zouden
+zij elkaar weer ontmoeten en verder zien wat hen te doen stond,--liepen de
+echtgenooten naast den kruier voort. Overal aan de deuren stonden
+vluchtelingen te praten met de gastheeren... De weg scheen lang in het
+duister. In de verte floten de treinen.
+
+--Er komen er nog meer, beloofde Madame.
+
+--'t Is toch vreeselijk, Mevrouw, en Antwerpen was een mooie stad... Ik
+was wel eens te Antwerpen...
+
+--Een schoone stad... Dat zou ik gelooven, zei Madame trotsch.
+
+--Heel wat anders dan Brussel of Rozendaal, onderbrak Snepvangers, uw
+statiegebouw is anders wel schoon... wel mooi wil ik zeggen... ja, Kruier,
+ik zal gauw Hollandsch spreken, wacht maar een beetje... maar kunt ge u
+wel voorstellen wat een bombardement is?
+
+Hij hield den man staan en keek hem in het wit der oogen.
+
+--Neen, menheer, alles vliegt kapot of in brand zeker?
+
+--Ja dat is het... de kanonballen huilen in de lucht... ge ziet ze naar
+beneden komen en trekt in het begin den kop in... maar ge raakt eraan
+gewoon... het deed ons niks meer... we telden ze...
+
+--Maar Snepvangers toch...
+
+--Mijn vrouw was bang ... maar ik ben onder het bombardement naar mijn
+dochter geweest om de kinderen te zien... Die waren allemaal zoo moedig
+dat zij niet eens wilden vluchten.
+
+--Ze zijn misschien al dood, nokte Madame.
+
+--Men mag zich nooit het ergste verbeelden, Mevrouw.
+
+--Dat zeg ik ook... maar nu weten wij van den oorlog mee te spreken...
+
+In een straat, aan weerszijden met kleine arbeiderswoningen bebouwd,
+woonde de kruier. Hij draaide het gaslicht op in het voorkamertje,
+verontschuldigde zich dat hij even zijn vrouw ging verwittigen.
+
+--'t Riekt hier naar gebakken haring, vezelde Madame.
+
+--'k Zou er wel een lusten, bekende Snepvangers.
+
+Dan zaten zij stil te kijken naar het tafeltapijt, naar de kleerkast, de
+potjes op het schouwblad, en naar een portret der Koningin dat aan den
+wand hing.
+
+--Ik geloof dat het protestanten zijn, zei Mevrouw onthutst.
+
+--Och, Moeder, dat zijn ook menschen, en...
+
+De deur piepte en een magere vrouw met een zwarte muts op het hoofd kwam,
+gevolgd door den Kruier, binnen.
+
+--Welkom, Mevrouw en Menheer, spijtig dat wij zoo eng behuisd zijn...
+Mevrouw zal zich moeten behelpen met wat we aanbieden kunnen ...
+
+--Maar 't is van harte gegund... de menschen moeten elkaar behelpen in
+deze benarde tijden, voegde de Kruier er aan toe.
+
+--Wij behooren maar tot den arbeidenden stand, Mevrouw.
+
+--Ja maar, zei Snepvangers, ik vind het heel schoon... mooi wil ik zeggen,
+maar ge moet zeggen wat het kost...
+
+--Neen, weerde de huisvrouw af, wij doen wat wij kunnen, elkeen heeft
+vluchtelingen in huis.
+
+Maar Snepvangers drong aan, wou en zou betalen.
+
+--Ik zou eerst maar een avondboterhammetje eten en het bed eens probeeren,
+dan kunnen we morgen verder praten, besloot de huisvrouw.
+
+Zij dronken samen een kommetje slappen koffie en aten boterhammen met
+kaas. Dan ging de Kruier met zijn vluchteling nog een slaapsmutsken
+drinken in een kroeg in de buurt, waar men de laatste berichten uit
+de brandende stad vernam.
+
+--Menheer is onder de bommen weggevlucht, pochte de Kruier.
+
+--Ik weet soms niet of ik nog leef, zei Snepvangers bescheiden.
+
+--Zoodra het bombardement gedaan is ga ik eens kijken, bedacht de Waard,
+terwijl hij kalmpjes zijn pijp rookte, ik ben neutraal!
+
+Toen de mannen thuis kwamen schenen zij oude vrienden. Snepvangers had
+zijn halve levensloop verteld. De vrouwen zaten gezelligjes in de
+voorkamer. Madame had de huisvrouw geholpen om de matras af te trekken en
+het bed te verschoonen. Eventjes zaten zij nog rustig bijeen dan ging de
+Kruier met zijn vrouw naar boven want het zou weer vroeg dag zijn.
+
+Snepvangers geeuwde terwijl hij de deur afsloot. Madame opende de deuren
+der alkoof.
+
+--'t Is proper, getuigde zij en sloeg de lakens open.
+
+--Maar 't is benauwd in de kamer, oordeelde Snepvangers, en 't riekt
+naar haring.
+
+--Ge droomt, Snepvangers,
+
+--Ook goed, onderwierp zich de man.
+
+Hij lei zijn valiesje boven zijn hoofdkussen, vleide zich neer en begon
+direct te ronken.
+
+Madame kon niet slapen, lag te woelen en te zuchten. Zij dacht aan de
+kinderen. Wat zou er met hen gebeurd zijn? Snepvangers scheen geen kommer
+te kennen, die peinsde noch aan zijn huis noch aan hen die achtergebleven
+waren. In haar verbeelding hoorde zij het gedaver van het vuur dat
+Antwerpen bestreek. Wat zou er hen nog boven het hoofd hangen. Zij zaten
+In een vreemd land en genoten de gastvrijheid, sliepen in andermans bed,
+mochten zich nog gelukkig achten want duizenden hadden geen onderkomen.
+
+Wanneer zij opstonden was de Kruier al de baan op. Het ontbijt stond klaar
+in de keuken.
+
+--Goed geslapen, Mevrouw en Menheer?
+
+--Heel goed, zei Snepvangers, maar laat ons nu eens condities maken.
+
+--Ge zijt onze gasten!
+
+--Als ik niet mag betalen, dan trek ik er uit, dreigde Snepvangers, ik wil
+op niemands kap leven...
+
+--Dat zal Menheer niet doen, smeekte de huisvrouw, wat zullen de buren wel
+denken...
+
+--Laat ons dan accoord maken...
+
+--Wel... laat ons dan zeggen een gulden!... Dat is toch niet overdreven...
+
+--Een gulden? ... En dan vertellen ze dat Holland een duur land is... neen
+dat gaat niet... ik zeg drie gulden, dat betaal ik overal in een hotel...
+en dan is het goedkoop... En nu ga ik eens zien naar de statie; gaat ge
+mee Moeder?
+
+--Ik blijf liever thuis en zal Madame helpen ...
+
+Snepvangers trok blijmoedig op, kocht voor een dubbeltje sigaren en ging
+dan naar den boterwinkel om zijn vriend af te halen die juist zijn tweede
+lichtgekookt eitje uitlepelde.
+
+Voor het station was de beweging even druk als den vorigen dag. Wagens en
+karren kwamen het plein opgereden, mannen zwoegden onder hun gepak,
+soldaten hielpen, vrouwen sleurden met drenzerige kinderen. Snepvangers
+sloeg het leven welgevallig gade, liep met den Verdierenpikker rookend
+van groepje tot groepje om van de vlucht te hooren vertellen en de
+varende geruchten op te vangen. Soms werden zij aangesproken en dan gaf
+Snepvangers raad.
+
+--Ge moet dieper Holland intrekken, hier is geen bed meer te vinden...
+
+--Dat hebben de soldaten ook gezegd...
+
+--Spreekt jandorie geen kwaad van de soldaten, en de Hollanders dat
+zijn menschen...
+
+--Dan zullen we maar naar Amsterdam gaan...
+
+--Mooi zoo, zei Snepvangers dan met een effen gezicht, ingenomen met
+zijn Hollandsch woord en zijn goedkoope sigaar.
+
+'s Namiddags hadden zij tot verpoozing een bijeenkomst van landgenooten.
+Na het eten zocht Snepvangers weer zijn vriend op en trokken zij naar de
+vergadering. De voorzitter sprak Fransch, zette de toehoorders aan om
+goeden moed te houden, want de kansen gingen keeren.
+
+--Waarom moeten die mannen altijd Fransch parleeren, zei de
+Verdierenpikker misnoegd.
+
+--Och dat is zoo de chic, verzekerde Snepvangers, kom, hij weet er toch
+niks meer van dan wij ... Holland is toch nog een land ... hier kunt ge
+altijd sigaren rooken ...
+
+'s Avonds ging hij weer een slaapmutsken drinken met zijn gastheer.
+Snepvangers betaalde... Hij sliep daarna weer godzalig en vermoedde niet
+eens dat zijn vrouw heel den langen nacht slapeloos lag te dubben.
+
+Hij trok 's morgens weer de stad in alsof hij nooit anders gedaan had,
+zeer op zijn gemak in de drukte. Op het plein vernamen zij dat Antwerpen
+gevallen was en het bombardement had opgehouden. Het gaf een opluchting.
+De vergadering was nog beter bezocht dan den vorigen dag. De voorzitter
+sprak weer Fransch, hij was een Antwerpsch advokaat, en hij stelde voor
+een bestuur te kiezen dat de belangen der vluchtelingen zou behartigen en
+den toestand onderzoeken. Dagelijks zouden zij samenkomen. Snepvangers
+werd op voorstel van den Verdierenpikker in het bestuur verkozen. Op
+zijn verzoek werd een dankbetuiging gestemd aan de stedelijke bevolking
+en de Wethouders van Rozendaal, aan het Magistraat van Antwerpen en aan
+den Heer Voorzitter voor zijn wijs beleid. Zijn rede werd zeer toegejucht
+en had voor gevolg dat hij met twee andere heeren aangeduid werd om naar
+Bergen op Zoom te reizen en aldaar met het plaatselijk Comiteit te
+Onderhandelen over de te treffen maatregelen van algemeen belang.
+
+'s Zondags ging hij met zijn vrouw naar de hoogmis, later alleen naar
+de vergadering. Daar vernam hij schrikbarende dingen.
+
+--We mogen nog niet terugkeeren, verklaarde hij aan zijn vrouw, terwijl
+hij in de alkoof stapte.
+
+De reis naar Bergen op Zoom verliep naar wensch. Daar ook vergaderde het
+Comiteit regelmatig alle dagen, evenals te Breda, in den Haag, te
+Vlissingen en elders. Hij had er de groeten overgebracht van stad- en
+Landgenooten die te Rozendaal onderdak hadden gevonden, menig glas
+gedronken en veel zweet verloren in den stoomtram.
+
+Zijn dagen waren zeer gevuld. Reeds vroeg haalde hij zijn vriend af, ging
+naar het wisselkantoor Belgisch geld ruilen tegen Hollandsche guldens,
+daarna kijken en nieuwtjes visschen in den omtrek van het station, eten
+en vergaderen om den dag te besluiten met zijn gastheer in het gezellig
+kroegje.
+
+Op Zaterdagavond kwam de Waard hem tegemoet.
+
+--Menheer Snepvangers, zei hij, ik ben te Antwerpen geweest, per fiets
+heen en weer, en 'k heb het genoegen u mee te deelen...
+
+--Zeg het rap, onderbrak Snepvangers ongeduldig...
+
+--Uw huis is onbeschadigd en uw familie stelt het naar wensch...
+
+--Jongen, dankte Snepvangers ontroerd, als ik ooit voor u iets doen kan...
+door een vuur loopen...
+
+--Dat is te warm, Menheer, schertste de Waard.
+
+--Dat zal wel, zei Snepvangers droomend, nu ga ik gauw mijne vrouw
+verwittigen...
+
+--Het kan niet zijn, snikte Madame.
+
+--Van mijn kanarievogels heeft hij niks gezegd...
+
+--Wat zullen zij angst hebben uitgestaan!
+
+--Die arme vogeltjes...
+
+--Neen, de kinderen, Snepvangers!
+
+--Willen wij morgen naar huis gaan?
+
+--En het Comiteit?
+
+--Och Comiteit... Dat doet toch niks als vergaderen... Morgen vertrekken
+er treinen... 't is er rustig... want er komen Heeren uit Antwerpen
+spreken om het volk an te zetten weer naar huis te keeren... Ik ga den
+Verdierenpikker verwittigen...
+
+--Ja, zei Madame gedwee.
+
+--Teruggaan?... Ik terug naar Antwerpen,... nepvangers, gij moogt mij veel
+vragen, maar dat niet... Ik stierf nog liever... ik trek naar Amerika,
+naar overal waar niet gevochten wordt, verklaarde de Verdierenpikker.
+
+--Ik ga naar Antwerpen, hield Snepvangers moedig vol.
+
+--Er staat geen huis meer recht... Ze zullen u krijgsgevangen nemen...
+denk toch na... en het Comiteit...
+
+--Ik ga, morgen vroeg al...
+
+--Als gij uw leven wilt riskeeren... ge zijt oud en wijs genoeg...
+
+--Dat hoop ik!
+
+--Snepvangers, hier is mijn deursleutel...
+
+--Wat zal ik er mee aanvangen?
+
+--We zijn altijd vrienden geweest... ga eens naar mijn huis zien... en
+naar mijn eigendommen... en schrijf eens een woordje... als ge ginder
+gezond mocht aankomen...
+
+--Dat zal ik, beloofde Snepvangers.
+
+Nog denzelfden avond rekenden zij af met den Kruier, inviteerden den
+gastheer en zijn vrouw om eens naar Antwerpen te komen.
+
+Ditmaal sliep Snepvangers ook niet, Het alkoofbed scheen hem hard en
+bedompt. Madame had medelijden met zijn steunen.
+
+--Morgen slapen wij in ons eigen bed, troostte zij.
+
+--Wat zal ik blij zijn... We kennen Holland nu... 't is een aardig
+land... de menschen zijn goed... heel goed zelfs... de sigaren zijn
+goedkoop... maar toch. Oost West, thuis best... Ik begon anders goed
+Hollandsch te praten en met gulden en dubbeltjes te rekenen... En nu heb
+ik niks gekocht voor Albertken...
+
+De vrouw van den kruier weende bij het afscheid en Madame had moeite om
+haar tranen te bedwingen.
+
+Zij kwamen veel te vroeg aan het station, kochten nog een paar doosjes
+Haagsche Hopjes voor de kinderen...
+
+--Er wagen zich nog maar weinigen, waarschuwde de Kruier die hen
+vergezelde op het perron.
+
+--Och, misprees Snepvangers, dat is de schuld van die Comiteiten, die
+maken de menschen bang... er is absoluut geen gevaar meer... al de
+stadhuisklerken gaan terug...
+
+Eindelijk werden de deurkens toegesmeten.--Snepvangers leunde door het
+raampje, zag een Antwerpsen kaaiagent, die den dienst van treinwachter
+deed, opwippen, hoorde het gefluit en gepuf der machine, en de
+statiechef scheen weg te glijden. Hij riep nog een afscheid aan zijn
+vriend, lachte omdat deze zoo beleefd tegen zijn pet tikte, en weg joegen
+zij door het groene landschap dat gedoken lag in den najaarsmist waarop
+de zon haar goud uitstraalde.
+
+--Wie weet zien we die menschen nog ooit terug, bedacht Madame.
+
+--Ja, wie weet, zei Snepvangers, en de man met wien hij dagelijks
+ borreltjes had gedronken scheen reeds zoo ver weggedrongen in zijn
+herinnering.
+
+De trein vertraagde nabij Esschen, stond plots stil. Vreemde
+marinesoldaten met bloote halzen en kleine potsen stonden op het perron
+te kijken, één met het geweer op den schouder stond voor den barreel. De
+vreemde vlag woei op het gebouw.
+
+--Zie eens, fluisterde Snepvangers ademloos.
+
+--Ja, zei Madame schuw.
+
+Stil-angstig keken zij, maar spraken geen enkel woord. Mijnheer hield
+zijn valiesje krampachtig vastgeklemd. Naast hen zat een bleeke dertiger,
+die zenuwachtig op zijn snor beet, met verwezen oogen te staren...
+Achteraf zaten twee dienstmeisjes op hun paaschbest en vezelden.
+
+Zoohaast de trein opnieuw in beweging kwam scheen alleman te verademen.
+
+--Zij komen niet eens zien, zei Snepvangers.
+
+--Duurt het nog lang voor we aankomen? Informeerd een der meisjes.
+
+--Gaat gij zoo samen terug? vroeg Snepvangers
+
+--Ja, mijnheer en Madame vertrekken naar Engeland... en wij moeten op het
+huis gaan passen...
+
+--Schoon volk, misprees Snepvangers.
+
+Zij passeerden een uitgestrekte vlakte vol stronken van uitgerooide
+dennen, waarover een net van pinnekensdraad geslingerd lag. De einder
+klaarde licht nevelig.
+
+Onverpoosd joeg de trein en blies witte stoomwolken langs het raampje. Aan
+elk station zagen zij mariniers en de vreemde vlag. En hoe dichter zij de
+stad naderden, hoe benauwder het hen werd.
+
+--Ik ben blij en niet blij, zei Madame.
+
+--Och...
+
+Snepvangers keek verstrooid, hij verlangde naar de straten die hem zoo
+gemeenzaam waren, maar was tevens gejaagd... Ginder lag Merxem, de trein
+vertraagde, stopte voor de wallen. Karweizoekers boden zich aan om het
+gepak te dragen en lanterfanters stonden de terugkeerende stadgenooten te
+monsteren, riepen wat tot bekenden maar met gedempte stem. De vrouwen
+mochten zonder formaliteiten de stad binnen, maar de mannen moesten eerst
+hun paspoort laten afstempelen.
+
+--Wacht maar aan de poort, ried Snepvangers.
+
+--Neen, ik ga mee, verklaarde Madame kordaat.
+
+De marinier floot een deuntje, zag niet eens naar den trouwboek terwijl
+hij stempelde.
+
+--'t Is 'n goeie, fluisterde Snepvangers.
+
+Zij sjokten terug naar den doorsteek in de wallen. Niemand sprak hen aan,
+maar hun hart klopte fel; zij hijgden en het zweet droop van hun wezen.
+
+--'t Is warm, meende Snepvangers, en dan onder die winterkleeren.
+
+--Ja!...
+
+Langs de vaart, naast de dokken zeulden zij voort. Alles lag stil en
+verlaten te broeien onder de zon. 't Was een vredige zondag waarin
+musschengetjilp weerklonk. Er roerde niks op de schepen en schuiten.
+Plots aan het goederenstation zagen zij weer soldaten, veldgrijzen met
+pinhelmen op.
+
+--Hier stonden gardecivikken, bedacht Snepvangers.
+
+Op de leien, waar de boomen vreemde schaduwen wierpen, dwarrelden de
+eerste herfstbladeren neer. De beide terugkeerenden telden de menschen
+op hun weg. Naast hen bolde een leege tram voort.
+
+--Er is nog haast geen levende ziel in de stad, Snepvangers.
+
+--Ja... maar de stad is ongeschonden, troostte hij zich, we hebben al
+vier menschen gezien... de soldaten niet meegerekend ... en de tram rijdt
+ook al ...
+
+De breede Paardenmarkt lag eenzaam; in de Roodestraat zagen zij een oud
+wijveken aan het poortje van het godshuis "De seven bloedstortingen".
+
+--Dat is vijf in het geheel, besloot Snepvangers toen hij zijn sleutel op
+de deur stak ... en wij mogen van geluk spreken in de Hobokenstraat ...
+
+--Weer thuis ... ik dacht dat ik nooit mijn huis meer zou gezien
+hebben ... we waren arme ballingen ...
+
+--Och, Mama, 't is weeral vergeten ... 't is achter den rug ... laat ons
+maar denken dat we een reisken naar Holland hebben gemaakt ... maar nu ga
+ik eens naar de vogeltjes zien ...
+
+--Ik ga mee, zei Madame verteederd.
+
+Toen Snepvangers de deur der kweekkamer openstak klonk hem het lustig
+gefrazel en gepiep niet tegen. Met twee stappen stond hij voor de kooi
+waarin niets bewoog. De eetbak en de drinkfonteinen stonden als
+onaangeroerd, geen vogel bewoog op de roestjes of in de nesten.
+
+Een schemer trok hem voor de oogen, zijn keel snoerde toe, en hij moest
+zich vastklampen aan het vlechtwerk om niet te vallen.
+
+--Ze zijn allemaal weg, griende hij, allemaal gaan vliegen ...
+
+--Hoe is nu zoo'n ruit gebroken? vorschte Madame, kom, drink eens
+Snepvangers.
+
+Het glas bibberde in zijn hand, hij klappertande maar voelde de
+duizeligheid wijken en alles helder en ijl worden in zijn hoofd. Hij sloeg
+de deurkens open en onderzocht de kooi. Een ruit was kapot, meer viel er
+niet te zeggen. Dan keek hij in de nesten. In twee mostbeddekens lagen nog
+eitjes, in een ander geeldonzige jongen die de vlucht niet hadden kunnen
+volgen. In het laatste nestje vond hij een verstijfd poppeken, doodgebroed
+op drie eitjes.
+
+Snepvangers nam het vogeltje, streelde het over de bleekgele pluimen,
+bekeek het bekje, probeerde de oogjes open te trekken.
+
+Madame had medelijden met zijn verdriet.
+
+--Leg het nu maar weg, Snepvangers, 't is toch dood...
+
+--Zij zijn allemaal al lang dood, Mama, die vogeltjes zijn niet bestand om
+in de wijde wereld rond te vliegen.
+
+--Wij zullen opnieuw beginnen te kweeken!...
+
+--Neen, Mama ... ik herbegin niet meer.... Ik zou altijd denken aan dees
+moment ... en als ik nog eens vogels wil zien dan ga ik maar naar
+Miranda ... 't is mijn schuld ... ik had vlechtdraad voor de ruiten
+moeten spannen ...
+
+--Laat ons nu Spitsken maar gaan halen en naar de kinderen gaan zien ...
+
+--Ja, naar Albertken.... Wat zal hij verschieten ... hij hield ook zoo veel
+van de kanarievogels ...
+
+--Ja, Snepvangers ... we zullen nog eerst het valiesken
+in den coffre-fort sluiten....
+
+--En een borreltje drinken, Mama.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+VRIEND HEIN IN DE BUURT.
+
+
+Toen zij de winkeldeur openden, hoorden zij de schel gaan en zagen zij
+Miranda zitten met Spitsken op den schoot. Hij zat midden van gedraaide
+tafelpooten, speculatievormen, teemsen en houten keukengerief.
+
+--Dag, mompelde hij dof en keek hen amper aan.
+
+Een kanarie riep piet! piet! Snepvangers, vol van zijn verlies, groette
+niet, maar Madame werd gewaar dat er iets haperde.
+
+--Wat scheelt er, Miranda?
+
+--Miranda, kloeg Snepvangers en hij kreeg een krop in de keel, al mijn
+vogels zijn gaan vliegen!...
+
+--Zij is ook weg, fluisterde Miranda.
+
+--Och, zei Snepvangers, die niet geluisterd had, maar al mijn vogels...
+
+--Is zij weg, Miranda? polste Madame die wel iets wist van de vrouw van
+den houtdraaier.
+
+--Ja,... eerst wou zij niet vluchten... tot Vrijdagmorgen hebben wij in
+onzen kelder gezeten... dan kwam haar kozijn, de diamantslijper...
+
+--Was dat haar kozijn, Miranda?
+
+--Zoo heeft zij toch altijd gezegd, Madame... en dan sprak zij van weg te
+trekken... en ze zijn er stillekens uitgemuisd... lieten mij alleen... zij
+was mij te jong....
+
+--Een poppeken lag dood op den nest, Miranda.
+
+--Ja, de vogels, knikte Miranda.... Ik denk maar dat de vent eens genoeg
+van haar krijgt en dan.... Mijn arme vrouw!...
+
+--Mijn arme vogels!...
+
+Madame lokte met moeite Spitsken van Miranda's knieën, begon hem te
+streelen.
+
+--Spitsken heeft zoo'n schrik uitgestaan, leefde
+
+Miranda op, ik heb hem in mijn armen moeten wiegen, hij was als een kind.
+
+--Het was zeker vreeselijk, Miranda?
+
+--Och, Snepvangers, ik weet het niet meer... de hond was mij een troost...
+en dan zijn de soldaten voorbij getrokken... en dan zijn de
+stadswerklieden gekomen met wagens en ladders om de vlaggen af te doen...
+of die kwamen eerst... ik weet het niet meer...
+
+--Het feest was uit, Miranda...
+
+--Dan heb ik een dag en een nacht geslapen.... Ik was zoo triestig dat ik
+met spijt wakker werd...
+
+--Kom straks bij ons eten, verzocht Madame, ge moet maar verzet zoeken...
+niet suffen...
+
+--Ja, we zullen malkander troosten, jokte Snepvangers, we hebben allebei
+wat verloren in 't bombardement. Gij uw wijf en ik mijn vogels... we
+moeten het maar niet aan ons hart laten komen.
+
+--Ik zal Spitsken straks brengen...
+
+--Hij kan van den hond niet scheiden, zei Snepvangers toen ze buiten
+kwamen.
+
+--We moesten hem Spitsken maar afstaan, bedacht Madame, hij geraakt anders
+nog op den dool... met den hond heeft hij aanspraak....
+
+Al de huizen met de gesloten luiken schenen verlaten. Op de
+minderbroedersrui waren een paar winkels open, een vleeschhouwerij en een
+bloemenzaak, een kroegje en een tabakswinkel. Aan een vlaggestok hing
+nog een afgescheurden, zwarten reepel. Veldgrijzen kuierden, met het
+geweer aan den riem, door de doode straten.
+
+--Ik denk soms dat ik droom, zei Snepvangers.
+
+Op de Torfbrug stond Antoine in den winkel en voerde een praatje met een
+soldaat. Hij knikte eventjes alsof zij slechts een half uurtje afwezig
+waren geweest. De hangklok in de huiskamer sloeg twaalf toen zij Marieken
+ en de kinderen beurtelings omhelsden.
+
+--Albertken, we zullen samen iets koopen, vezelde Snepvangers, in Holland
+vond ik zoo niks naar mijn goesting.
+
+--Ik heb zoo aan u gedacht, schreide Madame.
+
+--We gaan nu weer allemaal samen aan tafel zitten, troostte Marieken
+nuchter ... en hebt ge u goed geamuseerd in Rozendaal?
+
+--Daar valt niet over te klagen, verzekerde Snepvangers, maar Antoine, zei
+hij tot zijn schoonzoon, die juist binnenkwam, hoe kunt ge met zoo'n
+soldaat staan sjauwelen ...
+
+--Dat is affaire, Papa ...
+
+Craen en zijn vrouw kwamen op dat oogenblik binnen.
+
+--Al mijn kanarievogels zijn weg, Craen.
+
+--Dat is tegenslag, meende Craen overschillig.
+
+--Ik heb u nog gewaarschuwd, Papa ... hadt gij maar liever hier
+gebleven ...
+
+Snepvangers zei maar niks meer, zat maar stillekens te luisteren naast
+zijn kleinzoon. Zijn vrouw vertelde van de vlucht, van het eiermandje en
+den trein, van den Verdierenpikker en den Kruier.
+
+--En ik werd in het Comiteit der vluchtelingen gekozen, kon hij niet
+nalaten er met een vleugje ijdelheid aan toe te voegen.
+
+--De echte Sinjoren zijn gebleven, misprees Antoine en at weer
+ongenaakbaar voort.
+
+--Antoine heeft er bij ons den moed ingehouden, zei Madame Craen.
+
+--Ja, bevestigde Marieken, want ik was bang toen het hier krioelde van
+soldaten ... de eerste nacht mochten de mannen niet in de huizen rond de
+Groote Markt blijven ... Mama is dan hier gebleven en Antoine met Papa
+naar de Melkmarkt gaan slapen....
+
+--Ik heb maar altijd een goed glas wijn gedronken, bekende Craen, zoo heb
+ik mij recht gehouden ...
+
+--Maar 't gaat alles ordelijk, verzekerde Antoine.
+
+--Er zijn nog geen duizend menschen in de stad, zuchtte Madame Snepvangers.
+
+--Wel wat meer, Mama, wel wat meer!
+
+--'t Zal niet veel zijn, Antoine.
+
+--Ik zou nog wel eens willen gaan zien naar het huis van ...
+
+--Ik ga mee, zei Craen,
+
+Samen trokken zij door de eenzame straten en hoe verder zij van den
+Noordkant afdwaalden hoe meer gebroken ruiten zij vervangen zagen door
+planken en linoleum en hoe meer getroffen huizen zij telden.
+
+--Het glas is al opgeruimd ... wat ge nu nog ziet blikkeren is de moeite
+niet ... bergen glasscherven hebben er gelegen ... eigenlijk, Snepvangers,
+was het verstandig te vluchten ...
+
+--Dat weet ik nog zoo niet, sprak Snepvangers tegen, ik was veel liever
+hier gebleven ... voor uw plezier moet ge niet gaan vluchten.
+
+Het huis van den Verdierenpikker bleek ongeschonden. Zij onderzochten het
+van zolder tot kelder, vonden in de veranda een vruchtenschaal met sappige
+peren die zij profijtelijk begonnen te schillen.
+
+--Die zouden maar rotten, zei Snepvangers, en hij komt toch niet terug.
+
+Achter in de tuinen miauwden verlaten katten.
+
+--Wat een gedacht, herbegon Snepvangers, hij laat zijn huis in den steek
+en trekt naar Engeland ...
+
+--Elk zijn goesting, meende Craen en sneed een tweede peer.
+
+--Ik moet hem toch een briefken zenden.
+
+--Ja ... ik ken iemand die morgen naar de grens gaat ... daarbij 't wordt
+tijd ... ge weet na acht uur moogt ge niet meer op straat loopen ...
+
+--Wat nog al meer!...
+
+--'t Is oorlog, Snepvangers.
+
+Hij schreef een briefje dat zij op weg naar huis in een estaminetje der
+Sudermanstraat bestelden, waar de boodschapper regelmatig kwam. Na koffie
+Gedronken te hebben gingen Mijnheer en Madame naar huis. In de straat
+ontmoetten zij Miranda met den hond. Madame liep even naar de "Zoutkeet"
+en naar den beenhouwer op de Ossenmarkt wat voor het avondeten te halen.
+
+--Ge moogt Spitsken hebben, Miranda.
+
+--Dank u, Snepvangers ... maar ...
+
+--Ge moet niet ongerust zijn ... mijn vrouw heeft er eerst aan gedacht.
+Ge zijt zeker bang geweest, Miranda?
+
+--Neen, Snepvangers, 'k heb aan niks gepeinsd.
+
+--En als de stad dan precies in brand stond?
+
+--Ik heb niks gezien ... enkel de vlaggen die afgetrokken werden en de
+soldaten die inrukten ...
+
+--Als we nu gegeten hebben, besliste Madame terwijl zij het vuur aanlegde,
+dan gaan wij kaart spelen en een borreltje drinken ...
+
+--Maar na acht uur, aarzelde Miranda ...
+
+--Gij blijft hier slapen!
+
+--Dat spreekt van zelf, oordeelde ook Snepvangers.
+
+Lichtjes beneveld gingen zij slapen en 's anderendaags ontwaakte Miranda
+minder droefgeestig gestemd. Het gezellig avondje had hem over zijn
+zwaarste leed heen geholpen.
+
+Twee dagen later kwam de Verdierenpikker thuis. Een groot verlangen naar
+zijn stad had hem van de voorgenomen reis doen afzien.
+
+--'k Had het wel gepeinsd ...
+
+--Oude boomen verplant men niet meer, verontschuldigde zich de
+Verdierenpikker.
+
+--Dagelijks komen er terug ... Antoine zegt dat het heimwee is, een soort
+ziekte.... Hoe is 't met den Kruier?
+
+--Goed, denk ik.
+
+--De Hollanders zijn toch nobel geweest ... zoo hulpvaardig ... zoo ...
+
+--Ja, Snepvangers, maar ...
+
+--Wat maar?
+
+--'k Heb toch ook hooren klagen in den trein ... menschen die peperduur
+hadden mogen betalen ...
+
+--Als 't maar geen stoef is, wantrouwde Snepvangers.
+
+--Ik zeg niet neen ... ik weet het niet ... in mijn boterwinkel waren ze
+zeer convenabel en toch ...
+
+--Wat?
+
+--Toch hebben ze me drie eieren te veel gerekend ... 'k heb het maar
+blauw blauw gelaten ...
+
+--En hoe vindt ge de stad?
+
+--Och 't kon veel erger zijn ...
+
+--Ja, zei Snepvangers droomend, maar ik vind het zoo al erg genoeg ...
+
+Met Albertken wandelde hij de volgende dagen rond om de ingeschoten
+huizen, de puinen en zwartgeblakerde muren te bezichtigen. Soms bleven zij
+staan luisteren naar de muziekkorpsen die op openbare pleinen speelden,
+het was een grillige fluitjesmuziek die Snepvangers weinig opwekkend vond.
+
+Doch Albertken moest weer naar school, het herfstweer bracht regen en
+vroege duisternis en de dagen gleden doelloos voort. Het havenbedrijf lag
+compleet stil, er liepen geen postboden door de stad en het grensverkeer
+was gesloten. Onophoudelijk bonkte het kanon. Uit baloorigheid las hij de
+plakkaten van den bezetter.
+
+Madame had haar gewoon leven hernomen en zij verdeelde haar tijd tusschen
+haar huishouden en het huishouden van Marieken.
+
+Wanneer Snepvangers toevallig de Verdierenpikker tegenkwam trok deze
+steeds een geheimzinnig gezicht en wist allerhande nieuwsjes te vertellen.
+
+--Vandaag of morgen, als wij wakker worden zijn ze weg, vertrouwde hij.
+
+--Zijt ge daar zeker van, vroeg Snepvangers dan telkens ...
+
+--Ik weet het uit de beste bron ... van iemand die een officier kent!...
+
+En Snepvangers werd dikwijls wakker zonder dat er iets veranderde. Hij
+miste nu zijn Münchener bier, zijn kanaries en zijn onbekommerd leven van
+voorheen. Een bestendige onzekerheid kwelde hem. Dikwijls zocht hij troost
+op den werkzolder van Miranda. Zijn vriend vergat zijn werk en kwam naast
+hem zitten voor de vogelkooi. Miranda was zeer gelaten in zijn lot.
+
+--Ik bid veel, zei Miranda, ik bid voor mijn vrouw ...
+
+--Zij is het niet waard, jongen.
+
+--We mogen niet hard zijn in ons oordeel, Snepvangers.
+
+--Ze verdient ransel!
+
+--Niemand is slecht, Snepvangers, de menschen zijn maar ongelukkig... en
+onverstandig ...
+
+--Toch!... Een pater heeft in de kerk komen prediken dat oorlog een straf
+is omdat de menschen te slecht geleefd hebben!...
+
+--Dat had hij niet mogen zeggen, Snepvangers...
+
+--Ik geloof u, zei Snepvangers zacht, maar nu is de wereld zot...
+
+--Er komt een nieuwe tijd, Snepvangers.
+
+Antoine was in die dagen dikwijls afwezig, en Marieken verving ham achter
+den toog.
+
+--Waar zit Antoine toch? vroeg zijn schoonvader.
+
+--Affaires, Papa!... Antoine wint veel geld...
+
+--Veel geld, Marieken?
+
+--Ja, Papa, in zeep, olie en suiker... hij koopt en verkoopt... gunt zich
+amper tijd om te eten en te slapen...
+
+--Wat ge nu zegt, mompelde Snepvangers verbluft.
+
+--Maar zwijgen, Papa, niemand weet het... het is een verrassing voor
+nieuwjaar...
+
+Op Oudejaarsavond kwam de familie bijeen op de Torfbrug. Zij vierden het
+wel niet zooals naar gewoonte, maar dronken toch een glas champagne.
+Antoine zag er zeer vergenoegd uit.
+
+--Alvorens te drinken op beter dagen, zei hij, moet ik u iets
+mededeelen... ik heb een tijdje de wetenschap vaarwel gezegd en zal dat
+nog wel een tijdje doen... ik heb mij op den handel toegelegd en tot
+heden honderd-vijf-en-zeventig duizend frank gewonnen...
+
+--Antoine!
+
+Craen kon van verteedering niets meer zeggen. De moeders weenden van
+ontroering en Snepvangers prevelde ondanks zijn verbazing dat hij het
+altijd verwacht had.
+
+--Eer het nog eens nieuwjaar is woon ik op den boulevard Leopold!....
+
+--Ik gaf mijn affaire over, ried Craen.
+
+--De oorlog is nog voor iets goed, oordeelde Madame Snepvangers.
+
+--Ge moet van de gelegenheid weten te profiteeren, betoogde Antoine,
+toekomend jaar is het misschien vrede...
+
+Snepvangers kon het nieuws voor Miranda niet verzwijgen. Hij ging hem
+nieuwjaar wenschen en vond hem in de triestige achterkeuken die op een
+goor, blauwgekalkt koerken uitzicht gaf. Spitsken zat op een stoel naast
+hem.
+
+--Een gelukkig nieuwjaar, Snepvangers.
+
+--Van 's gelijken, Miranda.
+
+Zij proefden een borreltje Boonekamp, en de hond kreeg wat melk in een
+bordje.
+
+--Miranda, onder ons... 'k heb groot nieuws...
+
+--Van...? hakkelde Miranda.
+
+--Van mijn schoonzoon, zei Snepvangers stralend.
+
+--Zoo?
+
+--Hij heeft een fortuin gewonnen... honderd-vijf-en-zeventig duizend frank
+met speculeeren in zeep en van alles!
+
+--Zoo!
+
+--Ge zegt zoo niks...
+
+--Wat kan ik daarover zeggen...
+
+--Wel dat het toch schoon is...
+
+--Maar het is niet schoon, Snepvangers!
+
+--Niet schoon?... Poddozie, Miranda! Wat is dan schoon?
+
+--Dat is niet eerlijk gewonnen, Snepvangers, dat is woekeren.
+
+Een oogenblik nog keek Snepvangers Miranda aan. Beiden waren bleek en
+spraken geen woord meer. Snepvangers stond op en verliet zijn vriend
+voor dat één woord dat hem zoo gegriefd had. Wanneer zijn vrouw hem in
+den loop der week naar Miranda vroeg, gaf hij geen bescheid. Zij hebben
+ruzie gehad dacht Madame, 't zal over den oorlog zijn... Na de breuk met
+Miranda voelde Snepvangers zich eenzaam. Antoine en Craen zocht hij
+niet. Albertken ontgroeide hem langs om meer, de Speeker was verdwenen.
+Alleen de Verdierenpikker zag hij soms in de herberg, maar deze
+disputeerde altijd zoo fel over den "Krieg" en kende zooveel geheime
+telegrammen die onder de bezetting niet bekend mochten worden!
+Snepvangers vreesde hem, geloofde en wantrouwde hem te gelijk.
+
+Op het einde van Januari liep het tusschen Snepvangers en zijn
+schoonzoon weer verkeerd. Snepvangers bewonderde hem om zijn rijkdom,
+maar kon niet dulden dat hij hem telkens weer herinnerde aan zijn
+vlucht. Zij waren toch maar eventjes afwezig geweest. Niet zooals die
+anderen die nu pas terugkeerden kon hij gerekend worden onder de
+deserteurs. De maat liep over toen Antoine de bronzen medalje in zijn
+knoopsgat droeg, _Antwerpen getrouw_.
+
+'t Gaf een steek in zijn hart al zei hij geen woord. De volgende zondag
+kwam ook hij aan tafel voorzien van het eereteeken der dapperen die
+Antwerpen niet verlaten hadden tijdens het bombardement.
+
+--Wat, Papa, draagt gij ook de medalje? zei Antoine puur ontdaan van
+verbazing.
+
+--En waarom niet? vroeg Snepvangers loos.
+
+--Maar gij waart Antwerpen niet getrouw...
+
+--Antwerpen niet getrouw? ... We waren amper een paar uurkens buiten de
+poort, daar was het veel gevaarlijker dan in een kelder, Antoine...
+
+--Maar!
+
+--En wie de medalje betaalt, mag ze dragen... iedereen draagt ze... zelfs
+de mannen die verleden week terugkwamen.
+
+--Ge hebt gelijk, bekende Antoine, maar dan draag ik ze niet meer...
+
+--Gelijk ge wilt, Antoine! Maar een decoratie staat altijd chic!
+
+Na een week vergat Snepvangers het speelgoed in het schuifken van zijn
+nachttafeltje.
+
+Om zijn tijd te dooden bezocht hij weer koopdagen of trok naar het
+Justiciepaleis. Soms ging hij met Madame 's namiddags in een cinema een
+kop koffie drinken. Hij vond het eigenlijk onaangenaam in het donker te
+zitten kijken naar de trilbeelden tot het voor de oogen begon te
+schemeren. Maar heel de stad liep naar de zalen, daarom ging ook hij er
+luisteren naar de muziek, en zoo passeerde de tijd. De komische
+tooneelen deden hem schaterlachen, maar Madame trok dan telkens met zijn
+mouw om hem aan zijn fatsoen te herinneren. De griezelige drama's
+integendeel verveelden hem geweldig. Hij geeuwde dan, dat kon toch
+niemand merken, en was verwonderd dat zijn vrouw zich zoo vreeselijk
+scheen te amuseeren. Hij was blij wanneer bij poozen het licht hel en
+uitbundig door de zaal spoot in wisselende kleuren, rood en wit. Wat
+vreemde loop had zijn leven toch genomen! Hij zat hier in zoo'n nieuw
+ding en 't was oorlog...
+
+Zekeren namiddag, in het voorjaar toen hij van het Justiciepaleis kwam,
+ging hij een glas bier drinken in een café aan den overkant der leien.
+Hij nam de N.R. Courant op en las maar wat. Ten slotte verstond hij niks
+van die telegrammen en militaire beschouwingen. De toestanden waren zoo
+raar en verward, het bier had geur noch smaak en de menschen leefden in
+hoop en vrees. De krant zakte neer en Snepvangers staarde naar het
+ritselend groen der boomen op de leien naar het licht der meizon dat
+gouden glans rond de grillige schaduwen spon. Een soldaat zat op een bank
+onder een boom en las een brief. Het zicht der veldgrijzen ontroerde hem
+niet meer, en hij keek niet eens op wanneer hij een vlieger hoorde snorren
+in den hemel. Doch de levensonzekerheid sarde hem, knaagde aan zijn hart
+en peuterde aan zijn humeur.
+
+Snepvangers was blij toen een kranige oude heer in zijn buurt kwam zitten,
+een glas garsten bestelde en de gazet vroeg.
+
+Het scheen iemand van gewicht. De man liet achteloos zijn monocle vallen,
+lei zijn grijzen hoed naast zijn wandelstok met gouden appel op de
+marmeren tafel, dronk een slokje en begon te lezen. Het blad hield hij
+gevouwen tusschen de zeemlederen gehandschoende vingeren. Onder de
+opengesperde vleugels van zijn rooddooraderde neus stond zijn witte snor
+puntig opgestreken met kosmetiek. Door zijn platgekamde haren liep een
+streep tot achter in den wijnrooden hals. In het knoopsgat van zijn zwarte
+jacquet pronkte een purperen lintje en op zijn wit piqué vestje bengelde
+een gouden ketting waaraan een vreemd muntstuk hing.
+
+Snepvangers kon zijn oogen niet afwenden van den eleganten heer, zag hoe
+deze fijntjes een sigaret opstak, de blauwe rookwolkjes opblies, weer een
+slokje nam, zijn grijze streepjesbroek optrok om de plooi te bewaren en
+voortlas.
+
+Een gedistingeerd heer, peinsde Snepvangers, iemand met voorname manieren,
+zeker een notaris!
+
+Eindelijk legde het heerschap de krant neer, zette zijn monocle op en keek
+met lichtblauwe oogen eventjes Snepvangers aan.
+
+--Schoon Meiweer, Mijnheer, knikte Snepvangers vertrouwelijk.
+
+--Puik weer, klonk het hoffelijk antwoord.
+
+--Was de oorlog nu maar rap gedaan, praatte Snepvangers, de menschen
+worden het beu,... het duurt nu al negen maanden.
+
+--De oorlog zal nog lang duren, Mijnheer...
+
+--Denkt ge dat? zei Snepvangers ongeloovig.
+
+--Heel Europa komt nog in den dans, voorspelde de man.
+
+--Mijn vriend had gisteren anders goed nieuws, fluisterde Snepvangers, en
+schoof dichter bij.
+
+--Uw vriend?... is het een militair?
+
+--Neen!... Een rentenier... Hij heeft eens gewonnen met verdierenpikken en
+grondspeculaties....
+
+--Ha, zoo!... En u is ook een rentenier?
+
+--Ja, om u te dienen... Mijn naam is Snepvangers, Snepvangers uit de
+Hobokenstraat....
+
+--Ik ben Generaal van den Bergh....
+
+--Aangenaam u kennis te maken, Generaal, zei Snepvangers toeschietelijk,
+stond recht en stak de hand uit, excuseer mij, maar dan zult ge er wel
+meer van weten dan mijn vriend... stiel is stiel... en gij denkt dus dat
+de oorlog nog lang zal duren...
+
+--De oorlog begint pas, Mijnheer Snepvangers.
+
+--Generaal, Generaal, riep Snepvangers onthutst, en alles kost nu al zoo
+duur...
+
+--Alles zal nog duurder worden, zei de Generaal ijzig kalm, speelt u soms
+domino, Mijnheer?
+
+--Ik ben maar een krabber, verontschuldigde zich Snepvangers.
+
+--Een partijtje?
+
+--Om u te dienen, Generaal.
+
+De Generaal trok zijn handschoenen uit, liet zijn monocle zakken terwijl
+Snepvangers zijn pint leegdronk, tegenover hem plaats nam en de garçon het
+Groene dominobord en de steenen bracht.
+
+Met zijn witte, mollige vrouwenhanden, streek de Generaal over de zwarte
+dominoruggen. Een opaal glom in zijn gouden ring aan den linkerpink.
+
+--En hebt ge geen last gehad, prevelde Snepvangers.
+
+--Last?
+
+--Ja, als Generaal meen ik....
+
+--Och neen... Ik kreeg mijn pensioen toen de oorlog pas aan gang was... in
+September...
+
+--Dat is veel beter, meende Snepvangers met overtuiging.
+
+--Ik had veel liever meegevochten, Mijnheer Snepvangers, maar er werd
+geintrigeerd... en ik had last van gebarsten aders in de beenen...
+
+--Lang gediend, Generaal?
+
+--Als kind reeds in de soldatenschool... haast vijftig jaar militair
+geweest. Nu is er vooruitgang voor de jongeren... les jeunes... zij zullen
+weten wat oorlog is... Opgepast, Mijnheer Snepvangers!
+
+Het spel begon en de Generaal werd zoo stom als een visch. Snepvangers
+hield de mollige handen in het oog en de roomkleurige bovenkant der
+domino's, waaruit een koperen pinneken stak. De steenen sloten telkens
+met doffe tikjes aaneen.
+
+Tot welgevallen van zijn medespeler verloor Snepvangers twee spelletjes.
+Dan haalde de Generaal zijn gouden repetitiehorloge uit zijn vestzak.
+
+--Ik moet weg, Mijnheer Snepvangers, betreurde hij, een bezoek bij een
+dame...
+
+--En die mag men niet laten wachten, meende Snepvangers welwijs.
+
+--Natuurlijk, zei de Generaal schalks, komt u hier meer?
+
+--Af en toe, loog Snepvangers.
+
+--Komt ge morgen?... Twee partijtjes... niks meer...
+
+--Volgaarne, Generaal! Neen, ik verlies... ik betaal...
+
+De oude Generaal trok zijn zeemlederen handschoenen aan, nam hoed en stok,
+groette en ging.
+
+Opgewekt wandelde Snepvangers naar de Torfbrug waar hij zijne vrouw moest
+afhalen.
+
+--De oorlog zal lang duren, verklaarde hij een beetje ijdel.
+
+--Wie zegt dat? vroeg Antoine uit de hoogte.
+
+--Iemand die het weten kan... een vriend!
+
+--Een vriend van u!
+
+--Ja, Antoine, een Generaal!
+
+--Een Generaal, wantrouwde Antoine...
+
+--Ja, Generaal van den Bergh... en dat is de eerste de beste niet!
+
+--Waar woont die Generaal, Papa?
+
+--Ieverans op 't Zuid tegen het Justiciepaleis, verweerde zich
+Snepvangers.
+
+--Ik wist niet dat ge een Generaal kendet... Ge hebt er nooit over
+gesproken...
+
+--Ik heb er nooit aan gedacht er over te spreken... maar ik speel nog al
+eens domino met hem in 't café... hij spreekt Gentsch...
+
+Dagelijks speelde hij voortaan domino met den Generaal. Soms gingen zij
+samen wandelen naar het Nachtegalenpark. De galante Generaal waardeerde
+zijn vriend voor zijn geduldig toeluisteren wanneer hij militaire
+aangelegenheden besprak. Hij was een vereenzaamd man die met zijn oude
+zuster onder een dak woonde. Van garnizoen naar garnizoen had zij hem
+gevolgd en nu leefden beiden stillekens onder vreemde menschen.
+Snepvangers zag in hem een toonbeeld der voorname wereld. Hij zwoer bij
+de woorden van den Generaal, droeg ook handschoenen wanneer hij naast hem
+liep en knikte diepzinnig bij elk betoog. Wanneer Antoine iets zei, haalde
+hij er maar telkens eene ware of eene ingebeelde meening van den Generaal
+bij te pas, wat niet naliet Antoine te hinderen.
+
+In het najaar zaten beide heeren menigmaal te kijken naar de zwanen die
+op den parkvijver dreven.
+
+--Aristocratische vogels, zei de Generaal.
+
+--Zij hebben lange halzen, bemerkte Snepvangers.
+
+--De bladeren vallen al van de boomen, nam de Generaal waar.
+
+--'t Schoon weer zal gauw gedaan hebben, en dan krijgen wij weer regen en
+wind...
+
+--Ja, Snepvangers, het schoon weer... maar dat komt nog eens terug...
+toekomend jaar... maar de schoone tijd komt nooit terug zoomin als onze
+jeugd...
+
+--Meent ge dat, Generaal?
+
+--Weet ge wat de schoone tijd was, Snepvangers?... Toen ik onderluitenant
+was en in garnizoen lag te Dendermonde...
+
+--De meisjes, fluisterde Snepvangers.
+
+--En de bals en de oefeningen... de kameraden... en later toen ik kapitein
+was en te Luik verbleef... en nog later als majoor op de manoeuvres... en
+toen ik kolonel was te Oostende en 's zomers de koning mij feliciteerde
+omdat mijn regiment zoo prachtig marcheerde...
+
+--En toen ge gedecoreerd werd, vulde Snepvangers aan die reeds meermaals
+deze ontboezeming gehoord had.
+
+--Ja, droomde de Generaal.
+
+--En als uw muziekkorps zooveel bijval had!...
+
+--Ja, Snepvangers.
+
+--Ik begrijp het, zei Snepvangers, dat was zoo precies wanneer mijn
+kanarievogels bewonderd werden.
+
+--Nu vechten zij, Snepvangers... waar voert het heen?
+
+--De menschen vallen als vliegen en alles wordt verwoest, Generaal.
+
+--Er komt een nieuwe tijd. Snepvangers, maar ik zeg: nooit komt het oud
+regiem terug... en dat was de schoone tijd...
+
+--Wij zijn menschen van den schoenen tijd. Generaal.
+
+--Ja, Snepvangers... het menschdom ontsnapt ons... wij kunnen het niet
+meer regeeren... en wie weet wat komen zal... Wie zal regeeren?... De
+volken vechten voor de heerschappij... Het zijn sterke vijanden... Ons
+arm land, Snepvangers.... Wij zijn het kind van de rekening....
+
+--En wat staat er ons nog te wachten, zei Snepvangers somber.
+
+--De nieuwe tijd ... nieuwe regeerders ... maar de menschen verbeelden
+zich nog dat alles weer worden zal zooals het was....
+
+Het betreuren van het verleden en de ernst van de bespiegeling wogen
+Snepvangers wel eens zwaar, maar de Generaal, in tegenstelling met
+Antoine, scheen ook zijn meeningen te waardeeren. Het gaf hem
+zelfvertrouwen, vooral sinds hij in het dominospel een knapheid had
+verworven die zijn tegenstander bewondering afdwong.
+
+Op Oudejaarsavond verraste Antoine ditmaal de familie op het bericht dat
+hij een heerenhuis gekocht had op de Leopoldslei. Zijn fortuin was
+aangegroeid tot bij het millioen. Hij beheerschte nu de markt der
+specerijen, had groote hoeveelheden peper, saffraan, kaneel en kruidnoten
+opgestapeld, was betrokken in een zaak die alcohol, azijn en leder
+opkocht. De drogerij deed hij van de hand.
+
+--Nu gaat gij zeker koets en paard houden? Polste Snepvangers.
+
+--Och, neen, Papa ... later zullen we zien ...
+
+--Die het er nu zóó aanhangen, zei Craen, zijn maar mannen die geen geld
+gewoon waren ... met het trommeltje gewonnen, met het fluit je
+verteerd.... Antoine zal ze wel bijhouden.... Maar ik ga nu ook
+rentenieren....
+
+--Hij komt misschien nog in den Senaat, blufte Marieken.
+
+--Met uw cens moogt ge wel een amusement hebben, vergoelijkte Snepvangers.
+
+--Een amusement, Papa!... Ik zou het aanzien als een vaderlandsche
+plicht....
+
+--De nieuwe tijd, jongen.... Ik begrijp het wel.... De Generaal heeft het
+mij uitgelegd....
+
+--Ha, de Generaal, wrokte Antoine.
+
+Het leven ging zijn gang en de menschen bekommerden zich haast nog
+uitsluitend om het eten. Soms, als het gebonk der kanonnen luider daverde
+dan naar gewoonte, besloop hen wel een heimelijke vrees. Wat stond hen
+nog te wachten?
+
+Snepvangers leed weinig onder het oorlogsgebrek. Hij was van oordeel dat,
+nu de kinderen zoo rijk waren, zij zich niets moesten te kort doen. Madame
+vond in koken en smooken haar behagen, maar Madame Craen leed onder een
+beredeneerde onrust en vermagerde zichtbaar. In het voorjaar ontmoette
+Snepvangers den vervallen Verdierenpikker. Hij had hem wekenlang niet
+gezien.
+
+--Dag, Snepvangers!
+
+--Waar hebt ge zoolang gezeten? zei Snepvangers joviaal.
+
+--In de Begijnenstraat... Ja, in 't gevang...
+
+--'t Is wat schoons, verweet Snepvangers.
+
+--Ja maar, vriend, 't was omdat ik verboden gazettekens had rondgegeven...
+
+--Bemoei u met die vodden niet, bestrafte Snepvangers, blijf overal uit...
+Gij kunt er toch niks aan veranderen...
+
+--Maar...
+
+--De Generaal zei het ook!...
+
+--Ik ben toch een martelaar voor de goei zaak, oordeelde de
+Verdierenpikker.
+
+--Och martelaar, 't kan zijn, zei Snepvangers, maar dat trekt mij niks
+aan... ik eet liever thuis dan in den amigo...
+
+--En wat denkt de Generaal van den oorlog? Vroeg de Verdierenpikker
+kleintjes.
+
+--'t Zal nog heel lang duren, verzekerde Snepvangers.
+
+--Dat is goed voor de woekeraars, zei de Verdierenpikker, maar slecht voor
+ons arm huisbaaskens... de huizen zullen dan geen cent meer opbrengen...
+
+--Ja, vriend, weifelde Snepvangers, waar is onze tijd...
+
+--Die komt nooit meer terug, zuchtte de Verdierenpikker.
+
+Zij herdachten hun gezellige dagen, hun centjes winnen in de verkoopzalen,
+de wijnproeverijen en ook den onvergetelijken Goeden Vrijdag.
+
+--Saluut, Snepvangers, zei de Verdierenpikker een diepen zucht slakend.
+
+Hij ziet er niks goed uit, overwoog Snepvangers, hij veroudert.
+
+Op Sinxendag ontving Antoine voor de eerste maal in zijn hotel. Het was
+een puik familiedineetje opgediend door twee pronte meiskens in 't zwart.
+Zij droegen witte schorten en blanke tulen mutsjes en liepen geruischloos
+over den geboenden vloer der stemmige, oud-vlaamsche eetkamer. Aan den
+muur hingen groote schotels in nieuw Delftsch, twee prenten, kermissen
+van Teniers, en een schilderij, een stilleven, waarop een overvloed van
+vruchten was afgebeeld. Op de piano stonden de familieportretten.
+
+Na het eten werd de koffie geschonken in de verandah. De muren, in
+rotspleister, waren met mos en groen bezet, een fonteintje spoot. De dames
+zaten op bamboestoeltjes en de heeren lagen lui hun sigaar te rooken
+in clubfauteuils. Snepvangers zag de fraaiheid weerkaatst in een grooten,
+zilveren spiegelbal, aan een kant de kamer, daarnaast een stuk van den
+diepen tuin, een rood bed geraniums en het levend groen. De deuren stonden
+open, vogels kwinkeleerden in de hoornen, Albertken zat als verloren te
+droomen op den tuintrap.
+
+--Wel, Antoine, ge haalt er eer van...
+
+--Rijk zijn is toch plezant, meende Craen.
+
+--Ge moet den Generaal eens verzoeken...
+
+--Ja... dat kon ik wel doen, gaf Antoine toe.
+
+De kinderen werden door de meiden weggeleid en Marieken ging de moeders
+voor om het huis te bezichtigen.
+
+--Ge kunt niet gelooven hoeveel geld er gewonnen wordt, herbegon Antoine,
+ge kent Vervarcken, de huurhouder, die nu "_La Joie de Vivre_"
+exploiteert...
+
+--Die heeft het met buksvet verdiend, zei Craen.
+
+--Ja, Papa, maar hij wint nu nog meer...
+
+--'t Is toch geen treffelijk gewin, vond Snepvangers.
+
+--Och, Papa, omdat daar juffrouwen dansen en er champagne gedronken
+wordt...
+
+--De Generaal...
+
+--De Generaal, Papa, is iemand van een anderen tijd... Ik heb de zaal
+gezien toen het dochterken van zijn broer, Sofieke, haar eerste communie
+deed... Vervarcken heeft geen kosten gespaard... vijf-en-twintig duizend
+frank heeft het feest hem gekost... Ik bewaar de spijs-kaart van het
+banket...
+
+--Vijf-en-twintig duizend frank! kreunde Snepvangers.
+
+--Maar 't was een droom... de voituren roken naar de bloemen... de gang
+en de zaal was één tapijt en de juffrouwen in lichte toiletjes strooiden
+tuiltjes voor de voeten... 't was zonde voor de rozen... De zaal was vol
+electrisch licht. Aan het banket ontbrak niks... Het orkest speelde en er
+werd gezongen... Op champagne kwam het niet aan... en de eerste
+communiekante zat als een prinsesken in 't wit aan den kop der tafel...
+Op het einde hebben de juffrouwen hun schoonste dansen uitgevoerd... de
+tango... de one step... la danse d'Hérodiade...
+
+--Die Vervarcken heeft het ook ver gebracht, zei Craen.
+
+--Ik zou dat wel eens willen gaan zien, bedacht Snepvangers.
+
+--Dat past u niet, Papa, op uwen ouderdom...
+
+--Maar, Antoine, vermits de zaal zoo schoon is...
+
+--Ik zeg u dat het u niet past... 't is voor de jonkheid...
+
+--Goed, Antoine, zóó erg ben ik er niet op verzot...
+
+Een der volgende avonden, wanneer Snepvangers thuis kwam, werd hij
+opgewacht door Miranda. Sinds het misverstand hadden zij elkaar niet meer
+weergezien.
+
+--Snepvangers, zei hij en hield de trouwe oogen beschaamd neergeslagen, ik
+wou u niet lastig vallen, maar...
+
+--Wat wilt ge? verzocht Snepvangers norsch.
+
+--Wilt ge Spitsken terug... Gij zijt toen zeer vriendelijk voor mij
+geweest...
+
+--Gegeven blijft gegeven, Miranda, 't was alles goed en we waren goei
+vrienden... maar dat woord over mijn schoonzoon...
+
+--Laat ons daarover niet meer spreken, Snepvangers, maar nu heb ik
+Spitsken niet meer noodig...
+
+--Niet meer noodig?
+
+--Mijn vrouw is terug... haar kozijn heeft haar in den steek gelaten...
+
+--En ge hebt haar niet buiten gesmeten?
+
+--Och, Snepvangers, ze beefde als een vogeltje toen zij in den winkel
+kwam, zij moest zich aan den post van de deur vasthouden... Zij is zoo
+mager en oud geworden... Miranda, kent ge me nog? zei ze.
+
+--En?...
+
+--Dan heb ik haar op mijn schoot genomen en gekust!... Nu heb ik weer
+aanspraak en kan ik Spitsken missen...
+
+--Als ge den hond gaarne ziet...
+
+--Ik houd veel van Spitsken, Snepvangers, maar hij zal mij altijd aan
+dezen triestigen tijd herinneren... daarom...
+
+--Ja, Miranda... breng Spitsken maar terug... en veel geluk in uw
+huishouden...
+
+--Dank, Snepvangers... ik heb nog over dat woord nagedacht... het was zoo
+boos niet bedoeld... alle fortuinen worden zoo opgebouwd... met arbeid
+schraapt men het niet bijeen... Antoine zal niet slechter zijn dan
+anderen...
+
+--'t Is een van den nieuwen tijd, Miranda... 't is misschien wel woeker...
+maar Albertken en de kinderen zullen er later goed bij varen...
+
+In den Herfst van het jaar 1916 zat Snepvangers vruchteloos op den
+Generaal te wachten. Het sloeg vijf uur. Langzaam toog de schemering in
+de herberg waar hij verlaten zat. Er haperde iets met zijn vriend. Wanneer
+het halfzes sloeg was hij zijn ongeduld niet langer meester. Aan de deur
+liep hij een man met grijzen profetenbaard tegen het lijf. In zijn arm
+droeg deze een bedelbus ten voordeele van het werk tot bestrijding der
+tering.
+
+--Mijnheer Snepvangers, vroeg hij en streek, onderzoekend loerend over
+zijn stalen bril, met zijn wijsvinger langs zijn gebogen neus.
+
+--Wat belieft? vroeg Snepvangers en schoof achteruit van de deur.
+
+--Mijnheer Snepvangers, zei de Oude en nam zijn vettigen, slappen hoed
+van het hoofd, onze vriend, de Generaal is plots gestorven...
+
+Snepvangers leunde tegen den toog, alles draaide en schemerde voor zijn
+oogen. Uit het nevelig licht staken de priemende, bruine oogen van den
+man met de bedelbus.
+
+--Wie zijt gij, stamelde Snepvangers.
+
+--Ik ben Peer De Backer!
+
+--Peer De Backer, mompelde hij verdwaasd.
+
+--Kom, zei Peer, dat is 's werelds loop... Kom mee in open lucht...
+
+--Dood, prevelde Snepvangers terwijl hij achter Peer op straat stapte.
+
+Hij hoorde de bladeren ritselen, terwijl hij naar een verre lantaarn in
+den wazigen mist tuurde. In de hemel stonden de sterren helder geplant en
+ver weerklonk wat ijdel geluid. Ik kom nooit meer in dat café, peinsde
+Snepvangers ik zou altijd zijn gelaat zien en denken aan de partijtjes
+domino.
+
+--Hij had zijn middagslaapje gedaan zooals gewoonlijk... en toen hij
+wakker werd was hij onpasselijk... Hij kon niet opstaan uit zijn zetel...
+Clemence, zei hij tot zijn zuster, laat Peer De Backer roepen...
+
+--Waart gij ook zijn vriend, Mijnheer de Backer, vroeg Snepvangers, haast
+achterdochtig.
+
+--Zeg maar Peer... Vriend?... Ja, vriend en gebuur... ik heb me altijd met
+heraldiek bezig gehouden... ik ken de stamboomen van al onze adellijke
+families... van als ze iets geworden zijn... ik weet hoe zij geparenteerd
+zijn... en zoo heb ik den Generaal leeren kennen...
+
+--Was hij van adel?
+
+--Bij lange niet... maar hij stelde er veel belang in... vooral als zijn
+respect wat verminderd was...
+
+--Hoe?
+
+--Wel ik bewees hem dat een stamvader van een baron als Hollandsch
+kleermaker naar Antwerpen gekomen was in de zeventiende eeuw... dat een
+ander adellijk heer een afstammeling was van een kamerknecht...
+
+--Maar wat kan u dat schelen, Peer...
+
+--Eigenlijk niks... maar dat nu is zoo'n liefhebberij... ik amuseer mij
+met blazoenen en wapens... met familieoorkonden en geschiedenissen...
+
+--De Generaal?...
+
+--Ja, hij liet mij roepen... "Peer, zei hij, aan mijn hart hapert iets...
+ik voel mij zoo aardig... en mijn zuster en de meid zijn maar vrouwen...
+als er mij iets overkomt... Ik ben een man, Peer... dan reken ik op u...
+vergeet dan niet mijn vriend Snepvangers te verwittigen..." Hij gaf mij
+nog een hand, zakte terug in zijn zetel en was dood... Hartaderbreuk...
+
+--Zoo onverwacht, Peer!
+
+--Elk krijgt zijn beurt... heden ik... morgen gij... Weet gij nog dat wij
+samen op school geweest zijn... Herinnert ge u rosse Peer niet?...
+
+--Ja, aarzelde Snepvangers, hij heeft me nog een bloedneus geslagen...
+
+--Dat was ik, bekende Peer zedig.
+
+--Wel!... wel!...
+
+--Ja... gij zijt in uw affaire rijk geworden... en ik niet... anders ging
+ik met geen bedelbus rond in de cafés... Nu moet ik mijn ronde beginnen...
+Ik ben filosoof, Snepvangers... gij met uw geld zijt toch niet gelukkiger
+dan ik zonder cens... Kom mij morgen halen, ik woon boven den kronenwinkel
+naast het huis van den Generaal... dan gaan we samen naar 't sterfhuis.
+
+--Ik zal komen, beloofde Snepvangers en sukkelde alleen voort.
+
+Hij trok door stille straten, suffend en als geslagen. Vrees knaagde hem,
+vrees voor wat hij niet noemen dorst. Wat is het toch rap met een mensch
+gedaan, kreunde hij. Tegenspartelen baat niet, en niemand gaat gaarne....
+
+--De Generaal is dood, Mama.
+
+--Och, zei Madame onverschillig, dat is erg ... voor zijn zuster!...
+Wanneer wordt hij begraven!...
+
+--Dat zal ik morgen vernemen....
+
+--Ge moet een kroon koopen!
+
+--Ja.
+
+Dien nacht droomde Snepvangers dat hij met Peer naar het front moest, zij
+hadden schrik en wilden in een schuur kruipen om zich te verstoppen, maar
+werden gevat door een lijkbidder en de Generaal stond er bij te lachen,
+zoo valsch en zoo harteloos. Het koude zweet brak hem uit toen hij het
+dievenkarreken zag voorkomen, het dievenkarreken waarop een kruis stond
+als op een lijkwagen. Als afscheid gaf de Generaal hem de hand en in de
+zeemlederen handschoen voelde hij de afgeteerde kootjes. Angstig gilde hij
+en ontwaakte.
+
+Aan de koffietafel pruttelde Madame dat het brood weer zoo onsmakelijk was
+en zij weer in den regen moest gaan aanschuiven aan de winkeldeur van het
+"Nationaal Comiteit". Maar Snepvangers was zijn opgewektheid kwijt, zijn
+luchthartigheid waarmede hij anders opbeuren kon en punteeren in het
+leven.
+
+'s Namiddags, de straten waren glibberig en de lucht was een gesloten
+wolk, trok hij naar Peer. De luiken van het sterfhuis waren gesloten. Een
+oogenblik stond hij voor de vitrien van den kronenwinkel, keek naar de
+zwart parelen grafkronen, naar porceleinen kruisjes en harten, naar
+celluloïden bloemkransen. Op een purperen lint stond met zilveren letters
+gedrukt: "Regrets éternels".
+
+De winkeldame was een kort, dik menschken met fleurig opzicht. Vruchteloos
+probeerde zij haar gelaat in droeve plooi te vertrekken.
+
+--De schoonste kroon, Madame, en een met zoo'n purperen lint ... 't Is
+voor mijn vriend de Generaal!...
+
+--Ha, de Generaal, Mijnheer.... Wat sterven er menschen ... en zoo'n twee
+aardige gevallen ... de Generaal in zijn zetel en de bakkerszoon van
+hierover aan den IJzer ... Peer ... och, pardon....
+
+--Ik ken Peer wel, knikte Snepvangers, ik kom hem halen om naar 't
+sterfhuis te gaan....
+
+--Tweede verdieping, Mijnheer, voorkamer.
+
+In de duistere trapzaal strompelde Snepvangers met beklemd gemoed naar
+boven. Glibberig zweetten de muren en de trap kraakte. Een vunze reuk van
+afgekookte savooikoolen benauwde hem.
+
+Vooraleer hij kon aankloppen, opende Peer de kamerdeur en stak zijn
+profetenkop buiten.
+
+--Het riekt weer naar savooien, Snepvangers, ik geloof dat ze beneden niks
+anders eten ... ja, zij eten nog raapkoolen.... Kom zet u aan tafel om uit
+te blazen....
+
+--Ik word oud, zei Snepvangers verdrietig.
+
+--Ja, wij worden oud, bedacht Peer, wij zullen spoedig niet meer deugen
+voor dees wereld.... Dan komt het moment dat ze ons met de voeten vooruit
+naar buiten dragen.... Mij is het onverschillig ... ik heb kind noch
+kraai.... Met mijn boeken en mijn stamboomen kan niemand iets aanvangen..
+'t is al gehavend en kapot gelezen.... Dat komt in een voddenhuis terecht
+of valt in de handen van een koopman in oude boeken.... Zij stoppen mij
+stillekens 's morgens vroeg in mijn put.... Zoo, onbekend en onbemind,
+worden dagelijks duizenden begraven ... arme menschen vullen de wereld,
+Snepvangers.... Maar rijk of arm, allemaal moeten wij den
+put in om plaats te maken voor den nieuwen tijd ... voor den nieuwen tijd
+vechten zij ... maar wat zal het geven?... Overal zal het wel anders
+worden, doch de menschen die komen zullen gelijken aan de dooden in hun
+ijdelheid en hun zwakheid.... Ik heb veel gelezen, en ik ben wijs
+geworden!... Zoo zal het zijn!...
+
+--Wij kunnen niet mee heeft de Generaal mij gezegd, Peer.
+
+--Wilt ge de wereld van gisteren en morgen eens zien?... Kom maar mee....
+
+Peer stak een lampje aan en ging voor over het trapportaal, opende de
+deur der achterkamer. Het rolgordijn was neergelaten en het lichtje
+schemerde. Op reien, aan kapstokken hingen vastenavondpakken: dominos,
+prinsendrachten vol klatergoud, gazen danseresjesrokken, clownpakjes,
+togas, gendarmen- en rooverskostumen. Grijnzende, kartonnen maskers en
+fluweelen mombakkessen lagen op een tafel gestapeld naast hoeden en
+bijhoorigheden.
+
+--Dat verhuren ze beneden rond carnaval, dan bergen ze de kronen weg...
+
+--Het is griezelig zoo in halfdonker, Peer...
+
+--Gij hebt het leven nooit griezelig gekend, Snepvangers... Voor de
+meesten is het altijd zoo... Kom... Ja de menschen loopen met een
+mombakkes en in een vastenavondkostuum... en hoe ouder zij worden hoe
+minder zij zeggen wat ze denken...
+
+Zij zaten weer aan de tafel en de scherpe haviksoogen van Peer loerden
+ver zijn stalen bril.
+
+--Gij hebt zooals de andere menschen van alles geprobeerd om uwen tijd te
+passeeren... zoo doen wij allen... Ik zocht in stamboomen, gij in wat
+anders... Gij hebt centen gewonnen en uw dochter grootgebracht... Mijn
+kinderen stierven en mijn geld verloor ik! Wij jagen veel na en bereiken
+haast niks, zitten vol tegenstrijdigheden. Gij hebt uw fortuin gewonnen
+in uwen winkel en met huizen... ik was zielhond die soldaten wierf,
+vrijwilligers voor ons leger, voor Oost-Indië en het vreemdelingenlegioen
+van Frankrijk... En de zielhond was voor de vrede en tegen den oorlog...
+Ik was arm en vond behagen in de stamboomen van den adel... Ik ga met een
+bedelbus voor de weldadigheid rond maar leef er van, vermits men mij
+betaalt om te gaan schooien... En ongelukkiger dan gij ben ik niet, al
+weet ik nooit met een tienuren-mis begraven te zullen worden...
+
+--Ik versta niks van de wereld en de menschen bekende Snepvangers
+langzaam.
+
+Peer lachte somber en er zat een boosaardige lustigheid in zijn oogen.
+
+--Toch aardig wanneer men met een schoolkameraad kan klappen...
+
+--Gij zijt nog altijd rosse Peer, fluisterde Snepvangers geknakt, laat
+ons nu maar naar den Generaal gaan zien.
+
+Zij spraken geen woord meer en gingen naar het sterfhuis, zaten een
+tijdje tegenover de terneergeslagen zuster van den doode, spraken
+schaarsche woorden doch vermeden iets over den afgestorvene te zeggen.
+Maar alle drie voelden zij den dood in huis.
+
+--Willen de heeren hem nog zien? stelde ten slotte Juffrouw Clemence
+voor.
+
+In zijn oud uniform gestoken lag de Generaal op zijn bed. Twee kaarsen
+stonden weerszijden van een zilveren crucifix op het nachttafeltje. Op
+zijn borst hing zijn eerekruis. Zijn rustig gelaat was matgeel en onder
+zijn linkeroog zat een bruine peperkoor. Hij droeg zijn eeuwige
+zeemlederen handschoenen.
+
+--Hij is schoon, lispelde Juffrouw Clemence verteederd.
+
+--Ik moet weg, antwoordde Snepvangers, het wordt mij hier te benauwd, 't
+is zeker de reuk van die bloemen en van het waslicht...
+
+Op straat herademde hij een weinig maar hij voelde zich flauw. Ik heb
+precies honger, dacht hij.
+
+--Tot morgen, zei Peer, ik ga mijn toer beginnen met mijn bedelbus... 'n
+mensch moet in zijn nooddruft voorzien...
+
+Moeizaam drentelde Snepvangers naar huis. Onzeker was zijn gang, telkens
+verdoofden zijn blikken en werd hij duizelig... Klappertandend van
+koorts kroop hij achter de stoof en nam spitsken op den schoot.
+
+--Ik vrees dat ik niet naar de begrafenis zal kunnen gaan, zei hij.
+
+--Morgen is het weer beter, troostte Madame, ik zal een warm bierpap
+gereed maken en er veel foelie in doen... niks zoo goed om te zweeten...
+
+--En ik die nooit ziek ben geweest!
+
+--Het moet eens de eerste keer worden, Snepvangers!
+
+Hij had een onrustigen nacht, bleef 's anderendaags lusteloos in zijn bed
+liggen.
+
+--We zullen Dokter Vaeremans laten halen, besloot Madame.
+
+--Ik ben ziek en niet ziek, zei Snepvangers, staarde naar de
+gordijnbloemen en veronderstelde dat thans de Generaal in zijn lijkkoets
+naar het kerkhof reed, enkel vergezeld van Peer vermits de begrafenis in
+stilte plaats had.
+
+Rond den middag hoorde hij de trappen kraken onder het gewicht van den
+dikken dokter Vaeremans. Op het portaal hoorde hij hem kortademig blazen,
+dan zag hij zijn kortgeknipten, grijzen baard, zijn kinderlijk blauwe
+oogen en hoorde hij zijn stem.
+
+--Steek uw tong eens uit, riep hij van verre, kwam aan het bed en liet
+zich naast Snepvangers op het deken neerzakken.
+
+--Ik ben verder versleten dan gij, Mijnheer Snepvangers, maar ik heb geen
+tijd om in mijn bed te liggen.
+
+--Ik ben ziek en niet ziek, aarzelde Snepvangers.
+
+--Dat ken ik!... 't Zal niet blijven duren!... 'k Zal een fleschken
+schrijven...
+
+--Alle uren 'n lepel, Mijnheer Doctoor?
+
+--Ja, Madame, en morgen kom ik nog eens zien...
+
+De trap kraakte weer, Madame zei nog wat in den gang en dan sloeg de deur
+dicht.
+
+--'t Zal niet blijven duren, paaide zich Snepvangers.
+
+ * * * * *
+
+Het kloksken der Paters van de Ossenmarkt hield op met kleppen.
+
+In de Hobokenstraat marcheerde Dokter Vaeremans en bromde onbedacht een
+liedje dat hem in het hoofd zat:
+
+"'t Is 'n vogel veur de kat!... 't Is 'n vogel veur de kat!"...
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Bladz.
+HOOFDSTUK I. VILLA YVONNE 1
+
+HOOFDSTUK II. LIEFDE EN ANDERE ONRUSTIGHEID 21
+
+HOOFDSTUK III. WIJSHEID EN LEVENSKUNST 46
+
+HOOFDSTUK IV. DE VLUCHT DER SAKSISCHE KANARIEVOGELS 75
+
+HOOFDSTUK V. VRIEND HEIN IN DE BUURT 125
+
+
+
+
+HOLLAND-BIBLIOTHEEK.
+
+DE KEURVERZAMELING VAN
+MODERNE HOLLANDSCHE LITERATUUR.
+
+_Prijs per deel f_ 1.65, _gebonden f_ 2.25.
+
+
+_Lode Baekelmans_, MIJNHEER SNEPVANGERS
+_Henri Borel_, WIJSHEID EN SCHOONHEID
+ UIT CHINA.
+_Ina Boudier--Bakker_, ARMOEDE.
+ " " " KINDEREN.
+ " " " HET BELOOFDE LAND.
+ " " " WAT KOMEN ZAL.
+ " " " MACHTEN.
+ " " " BLOESEM
+ " " " DE ONGEWETEN DINGEN.
+ " " " EEN DORRE PLANT.
+ " " " GRENZEN.
+_Carry van Bruggen_, EEN COQUETTE VROUW.
+_Louis Couperus_, ELINE VERE.
+_Gerard van Eckeren_, IDA WESTERMAN.
+ " " " "GUILLEPON FRÈRES".
+ " " " ANNIE HADA.
+_Anna van Gogh-Kaulbach_, HET RIJKE LEVEN.
+ " " " " RIKA
+_G.F. Haspels_, ZEE EN HEIDE.
+ " " ONDER DEN BRANDARIS.
+ " " DAVID EN JONATHAN.
+_Cornélie Huygens_, BARTHOLD MERYAN.
+_Felix Timmermans_, PALLIETER.
+_Augusta de Wit_, DE GODIN DIE WACHT.
+ " " " ORPHEUS IN DE DESSA.
+ " " " VERBORGEN BRONNEN.
+
+
+UITGAVEN
+
+P.N. VAN KAMPEN & ZOON--AMSTERDAM
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Mijnheer Snepvangers, by Lode Baekelmans
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MIJNHEER SNEPVANGERS ***
+
+***** This file should be named 15048-8.txt or 15048-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/5/0/4/15048/
+
+Produced by Miranda van de Heijning, Guido Royackers and the Online
+Distributed Proofreading Team.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/15048-8.zip b/15048-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..c63422f
--- /dev/null
+++ b/15048-8.zip
Binary files differ
diff --git a/15048-h.zip b/15048-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..ce16771
--- /dev/null
+++ b/15048-h.zip
Binary files differ
diff --git a/15048-h/15048-h.htm b/15048-h/15048-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..4ba3948
--- /dev/null
+++ b/15048-h/15048-h.htm
@@ -0,0 +1,6563 @@
+<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Transitional//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-transitional.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+ <head>
+ <meta name="generator"
+ content="HTML Tidy for Linux/x86 (vers 1st November 2002), see www.w3.org" />
+
+ <title>The Project Gutenberg eBook of Mijnheer Snepvangers, by Lode
+ Baekelmans.</title>
+
+ <style type="text/css">
+/*<![CDATA[ XML blockout */
+<!--
+ p { margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+ }
+ h1,h2,h3,h4,h5,h6 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+ }
+ hr { width: 33%;
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+ }
+
+ table {margin-left: auto; margin-right: auto;}
+
+ body{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ }
+
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */
+ .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;}
+ .pagenum {position: absolute; left: 92%; font-size: smaller; text-align: right;} /* page numbers */
+ .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em;
+ padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em;
+ float: right; clear: right; margin-top: 1em;
+ font-size: smaller; background: #eeeeee; border: dashed 1px;}
+
+ .bb {border-bottom: solid 2px;}
+ .bl {border-left: solid 2px;}
+ .bt {border-top: solid 2px;}
+ .br {border-right: solid 2px;}
+ .bbox {border: solid 2px;}
+
+ .center {text-align: center;}
+ .smcap {font-variant: small-caps;}
+
+ .figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+
+ .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top:
+ 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em;
+ margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .footnotes {border: dashed 1px;}
+ .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;}
+ .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;}
+ .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;}
+
+ .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;}
+ .poem br {display: none;}
+ .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+ .poem span {display: block; margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em;}
+ .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em;}
+ .center {text-align: center;}
+ // -->
+ /* XML end ]]>*/
+ </style>
+ </head>
+
+ <body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Mijnheer Snepvangers, by Lode Baekelmans
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Mijnheer Snepvangers
+
+Author: Lode Baekelmans
+
+Release Date: February 14, 2005 [EBook #15048]
+
+Language: Dutch and Flemish
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MIJNHEER SNEPVANGERS ***
+
+
+
+
+Produced by Miranda van de Heijning, Guido Royackers and the Online
+Distributed Proofreading Team.
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+ <br />
+ <br />
+ <br />
+
+ <div class="figcenter" style="width: 300px;">
+ <img src="images/cover.jpg" width="300" height="434" alt="Mijnheer Snepvangers"
+ title="Mijnheer Snepvangers" />
+ </div>
+ <br />
+ <br />
+
+
+ <h2>LODE BAEKELMANS</h2>
+
+ <h1>MIJNHEER SNEPVANGERS</h1>
+ <br />
+
+
+ <div class="figcenter" style="width: 300px;">
+ <img src="images/titelpagina.jpg" width="300" height="449"
+ alt="Mijnheer Snepvangers" title="Mijnheer Snepvangers" />
+ </div>
+
+ <h3>AMSTERDAM</h3>
+
+ <h3>P.N. VAN KAMPEN &amp; ZOON</h3>
+ <hr style="width: 65%;" />
+
+ <h2>INHOUD.</h2>
+
+ <div align="center">
+ <a href="#HOOFDSTUK_I">HOOFDSTUK I. VILLA YVONNE</a><br />
+ <br />
+ <a href="#HOOFDSTUK_II">HOOFDSTUK II. LIEFDE EN ANDERE ONRUSTIGHEID</a><br />
+ <br />
+ <a href="#HOOFDSTUK_III">HOOFDSTUK III. WIJSHEID EN LEVENSKUNST</a><br />
+ <br />
+ <a href="#HOOFDSTUK_IV">HOOFDSTUK IV. DE VLUCHT DER SAKSISCHE
+ KANARIEVOGELS</a><br />
+ <br />
+ <a href="#HOOFDSTUK_V">HOOFDSTUK V. VRIEND HEIN IN DE BUURT</a><br />
+
+ <hr style='width: 45%;' />
+
+ <h2><a name="HOOFDSTUK_I" id="HOOFDSTUK_I"></a>HOOFDSTUK I.</h2>
+
+ <h3>VILLA YVONNE.</h3>
+
+ <p>Mijnheer Snepvangers en Madame Snepvangers, geboren Verstraete, hadden jaren
+ gediend bij Notaris Boeykens in de Hobokenstraat. In het statig, oude huis werd de
+ vrijage van den heerenknecht met de keukenmeid niet opgemerkt of stilzwijgend
+ geduld. Daarbij gaf de minnehandel geen aanstoot, geen stoornis in den dienst.
+ Beiden waren zeer degelijk en ernstig, en alle aardsche zotternij was hun
+ oogenschijnlijk vreemd. Om de veertien dagen profiteerden zij van een half
+ Zondagmiddagverlof om te wandelen en om plannen voor de toekomst te beramen. De
+ andere Zondagen, wanneer bovenmeid en koetsier op gang waren, zaten zij gezellig
+ voor het keukenraam uit te rekenen wat er nog aan hun spaarpot ontbrak. Jaren lang
+ hadden zij zoo hun leven gesleten, gierig gespaard hun loon En de fooien, tot zij
+ eindelijk een flinken duit bezaten. En op een Zondag, zij waren toen zes-en-dertig
+ jaar geworden, was de beslissing gevallen. Een eenige gelegenheid bood zich aan om
+ een bloeiende kruidenierszaak over te nemen en hun eigen meester te worden.
+ Spitsvondig onderzochten zij de kansen om noch Mevrouw noch den Notaris te krenken,
+ vermits zij in de buurt bleven en de oude meesters goede klanten konden wezen.
+ Daarbij was de bescherming niet te versmaden voor kleine lieden! Toen zij het eens
+ waren dat Snepvangers M. Boeykens onder vier oogen om raad zou vragen, zaten zij in
+ de schemering te staren naar de poort van het krijgsgasthuis aan den overkant der
+ straat. En toen het tijd werd om voor het avondmaal te zorgen, overviel hun voor de
+ eerste maal het gevoel vreemden, ondergeschikten in dit huis te zijn.</p>
+
+ <p>Na het souper zat de Notaris meestal nog een uurtje op zijn bureel en las er,
+ onder pruttelend gaslicht, zijn gazet. Snepvangers talmde niet, waagde het voor den
+ eersten keer zijn meester te storen in zijne rustige afzondering. Een beetje
+ bekwemd keek hij naar het oud grijs heerken, naar de bibliotheek achter hem, hoorde
+ het kreukelen van de krant. Dan vertelde hij van de schoone gelegenheid, van hun
+ gewettigd verlangen om eindelijk te trouwen, en zij kennen daarbij een geschikt
+ meisje en een kranige jongen om hen op te volgen. Dat gaf doorslag aan het
+ voorstel. Welwillend beloofde de Notaris zijn steun bij Mevrouw, en meer nog wou
+ hij doen om hen te beloonen voor de goede diensten sinds ongeveer zestien jaar:
+ Snepvangers zou hij in dienst nemen als vaste getuige en ook voor verdere
+ notariskarweikens gebruiken.</p>
+
+ <p>Zoo werd beslist over het leven van Mijnheer Snepvangers en zijn vrouw geboren
+ Verstraete!</p>
+
+ <p>Mevrouw Boeykens had toegestemd; de nieuwe dienstboden bleken te voldoen.</p>
+
+ <p><i>De Zoutkeet</i> nabij de Rozenstraat werd overgenomen door de jonggetrouwden,
+ die zich mochten verheugen in de klandizie van het notarishuis. Een mooi stuivertje
+ won Snepvangers als getuige, met onder allerlei akten zijn naam te zetten. Het
+ leven was nieuw en schoon, zij gingen vooruit in de wereld met hard werken en
+ zuinig te leven. Zij beseften ten volle hoe zij zich verheugen mochten in de gunst
+ van den Notaris, maar waren tevens overtuigd dat eerlijkheid en vlijt steeds
+ passende belooning vinden in dit aardsche leven. Wie niet te lui is om te werken
+ brengt zijn schaapkens wel op het droge! Zij konden gemakkelijk concurreeren tegen
+ de winkels der buurt, verkochten alles en nog wat, verleenden geen krediet, lieten
+ niet poffen. Na een jaar reeds namen zij een meid in dienst, een kloeke deerne uit
+ Madame's geboortedorp in den Polder: eenige maanden later huurden zij een knechtje
+ om den stootwagen te voeren en de bestellingen rond te dragen.</p>
+
+ <p>De zaak was een goudmijn! Maar Madame was ook buitengewoon geschikt om met de
+ menschen om te gaan, luisterde geduldig en met belangstelling naar de praatjes, had
+ geen eigen meeningen over de menschen en gebeurtenissen, kon dus steeds instemmen.
+ Het dienen had haar iets onderdanigs op het gelaat gedrukt, wat haar niet belette
+ meid en knecht flink te kunnen aanporren tot werken, en hard zijn tegenover het
+ schamel volksken uit de Rozen- en Paradijsstraten, dat wel eens, door nood
+ gedwongen, kleinigheden poogde te borgen. Zij kon pingelen bij de reizigers en
+ leveranciers, wist De vriendschap der meiden uit heerenhuizen te onderhouden met
+ kleine geschenkjes, zag steeds kans om overjaarsche waren in de handen te stoppen
+ van het janhagel, dat toch geen fijnen smaak heeft. Snepvangers hielp zooveel hij
+ kon, maar werd steeds meer en meer in beslag genomen door het winstgevend baantje
+ van getuige. Hij was een uitgeslapen vent, en de Notaris waardeerde in hem zeer
+ bijzondere hoedanigheden, kieschheid en bescheidenheid. Zoo had Snepvangers gewezen
+ op wat te leeren valt in de Roepzaal der Notarissen. Zedig en sluw volgde hij
+ maanden na maanden de verkoopingen, leerde er de waarde kennen van huizen en
+ gronden, begreep stilaan de verkoopwaarde, de speculatie, het opjagen, doorzag wat
+ men winnen kon met inzetten, met "verdieren", met hoogen. Hij kwam in kennis met
+ inzetters en verdierenpikkers, kleine renteniers en menschen van zijn slag, die
+ spraken van interesten en winsten, van verkavelingen en... de gelukkige hand!</p>
+
+ <p>E&eacute;n sloot zich bijzonder bij hem aan, een bleeke man met neerhangende
+ snor, waarop hij zenuwachtig kauwde, terwijl hij wonderen verhaalde van door het
+ lot begunstigde verdierenpikkers, die rijk geworden waren door toevallige
+ speculaties of door wat hen eerst een strop had toegeschenen. Benijder was hij van
+ hen die eens leefden van kleine winstjes, zijn gelijken waren, waarvoor hij nu zijn
+ hoed afnam zooals voor de rijke speculateurs en de notarissen. Snepvangers kon
+ geduldig luisteren naar zijn teemende uiteenzettingen, onderwijl bezig met eigen
+ plannen waarvan zijn roode, gladgeschoren heerenknechtentronie niets verried.</p>
+
+ <p>Weldra vertrouwde M. Boeykens hem om eigendommen op te jagen in den eersten
+ zitdag en de gemakkelijk gewonnen opcenten openden hem een nieuw veld van
+ bedrijvigheid. Eenigen tijd later werd hij de strooman voor een anderen notaris en
+ zijn vrienden die een uitgestrekten bouwgrond kochten te Borgerhout. Na korten tijd
+ waren er straten getrokken en de gronden voordeelig verkocht aan aannemers en
+ eigenaars. Met deze winst en het opgespaarde geld kocht Snepvangers een paar
+ bouwvallige krotten in de oude volkswijk, in Sint-Andrieskwartier, waarvoor M.
+ Boeykens hem eene rente bezorgde. Nu waren zij eigenaars, al was het ook maar van
+ huizen met papieren balken. Doch dat hinderde niet, rijke eigenaars hadden ook
+ huizen door hypotheken bezwaard.</p>
+
+ <p>Een jaar later, het was het vierde jaar van hun huwelijk, werd de gelukkige echt
+ gezegend door de geboorte van een dochterken. De geboorte van het kind kostte bijna
+ het leven aan de moeder. Maanden verbleef zij in het sukkelstraatje, zoodat de zaak
+ wel een beetje achteruitboerde. Marieken werd bij familie, boerenmenschen in den
+ Polder, uitbesteed. Zoohaast alles in 't reine was herbegon het zwoegen en het geld
+ verdienen der waardige echtelingen. Het geluk bleef het dienen. Zekeren avond kwam
+ M. Snepvangers een weinig geestelijk verheugd thuis. Zijne vrouw duidde het hem
+ niet ten kwade want zij wist dat het buitenkansje hem niets gekost had. Hij had
+ namelijk met zijn vriend, den verdierenpikker een wijnverkooping gaan bijwonen waar
+ men kosteloos kon proeven en kaas gebruiken. Dat aardige uitspanningsken had hij
+ door zijn vriend leeren waardeeren. Zoo werd men wijnkenner en fijnproever. Maar nu
+ was het dubbel meegevallen! Snepvangers had er een man aangetroffen die hem zijn
+ huisjes wou af koopen aan zeer gunstige voorwaarden. Ondanks dat zijn gemoed
+ vermilderd was door den wijn, had hij zijn belang sluw behartigd, vooral toen hij
+ gewaar werd dat M. Peeters deze krotten volstrekt noodig had om zijn danspaleis te
+ vergrooten aan de straat.</p>
+
+ <p>Na zijne eerste gelukkige speculatie kreeg M. Snepvangers meer zelfbewustzijn
+ van zijn kunnen en zijn durven. Glad als een paling was hij in zaken, meende hij
+ zelf wel in vertrouwelijke oogenblikken, hij overtrof zijn vrienden in de Roepzaal
+ en daarbuiten! Madame was vergroeid in haar winkel, bedrijvig van den vroegen
+ morgen tot den avond. Het mesje sneed langs twee kanten en zij werden met de jaren
+ stijve burgers, die een schoonen spaarpot hadden, eigen huizen en bouwgrond,
+ stadsloten en aandeelen in naamlooze vennootschappen. Wanneer zij samen 's zondags
+ naar de mis gingen in de St.-Jacobskerk, wekten zij onwillekeurig de afgunst der
+ geburen op. In vroeger jaren ging elk op zijn beurt, maar nu paste een
+ winkeldochter op de zaak. M. Snepvangers was deftig gekleed, droeg een zwaar gouden
+ ketting op den buik en had dan zijn hoogen zijden hoed. Madame verlangde het, zoo
+ leek hij wat grooter en... voornamer. Want beiden waren klein van gestalte, en dat
+ hinderde haar en heur echtgenoot. Was hij met den tijd vetter geworden, zij niet.
+ Haar rusteloosheid had er volgens de meening van Snepvangers schuld aan. Naast haar
+ man voelde zij telkens een groote bewondering voor hem, met hem had zij het ver
+ gebracht. Ze droeg veel goud, een zijden kleed en een hoed met binders, zeer
+ Kostelijk goed, niets van dat ondegelijk mode-goed. Het platgestreken haar was
+ echter lichtjes met het pinijzer gekroezeld.</p>
+ <hr style='width: 45%;' />
+
+ <p>Nieuwe verandering kwam in hun leven, toen de achttienjarige dochter thuis kwam
+ uit de kostschool. In den beginne scheen het vreemd. Zij hadden Marieken maar op
+ feestdagen kunnen bezoeken en haar telkens, een vergoeding van de ouderliefde die
+ ze niet geven konden, met geschenken getroost. De korte vacanties brachten nooit de
+ groote toenadering. Weldra was het geluk volkomen in het gezin. Marieken had eene
+ fijne opvoeding genoten bij de nonnekens, kende manieren, sprak fransch, speelde
+ piano, en was tevens zeer vroom.</p>
+
+ <p>In toenemenden welstand had Snepvangers mooie meubelen gekocht in sterfhuizen en
+ op de graanmarkt, bij de uitdragers, spiegels, lusters, piano en zoo meer.</p>
+
+ <p>Nu gingen zij reeds jaren met hun drie&euml;n 's Zondags naar de kerk...
+ Snepvangers was lid van den Dierentuin, waar zij regelmatig de concerten bijwoonden
+ of 's Zondags in den hof wandelden om de beesten te bekijken. Er kwam het deftigste
+ volk van de stad, zooals de stokoude familie Boeykens, de peperkoekbakker van de
+ St-Jacobsmarkt, die koffiekoopman van over de deur, en die was zelfs lid van den
+ Gemeenteraad.</p>
+
+ <p>Het leven was zeer fraai en redelijk.</p>
+
+ <p>Maar de weelde zoekt ook verandering, en zoo gebeurde het dat Mijnheer en Madame
+ zekeren dag tot de ontdekking kwamen dat zij niet jong meer waren, recht hadden op
+ rust. De winkel gaf te veel slameur, en hun kind kon onbezorgd haar toekomst
+ tegemoet zien. De <i>Zoutkeet</i> konden zij gemakkelijk overlaten aan den zoon van
+ den schouwvager, die geen lust had in het roetbedrijf van zijn vader. Wie het
+ voorstel opperde van buiten te gaan wonen is later nooit gebleken, maar zeker is
+ het dat zij het roerend eens waren, 't Was heerlijk te denken, aan de koele
+ buitenlucht, aan den schoonen hof, en zijn vruchten, en zijn bloemen!</p>
+
+ <p>Op een stuk bouwgrond, waar enkel schrale dennen groeiden, door Snepvangers
+ onlangs bij ongunstig verdieren aan zijn broek gehouden, zou het huis verrijzen. De
+ schouwvagerszoon leerde de affaire en zijn vrouw, dochter van een kruidenier, bleek
+ zeer goed aangelegd om de zaak te drijven. Zij ook kende geen genade voor het
+ straatjesvolk, was zeer voorkomend voor De andere menschen. Gerust gingen zij dus
+ van huis weg naar Cappellen. Tien minuten buiten de kom van het dorp lag hun
+ eigendom, op de baan naar Putte. Zij waren aanwezig toen de eerste spade in den
+ grond gestoken werd, volgden het uitgraven, het metselen der grondvesten, zagen de
+ villa optrekken met jammerlijke traagheid, steen na steen. In den natten herfst
+ keerden zij peinzend terug, droomend van het schoone buitenleven. Vele avonden
+ brachten zij zoek om een naam te vinden voor het landhuisje. Eindelijk doopte
+ Marieken den rooden blok <i>Villa Yvonne</i>, dat klonk romantisch en chic. Begin
+ Maart was de woning klaar, en alleen in den tuin was de hovenier nog bezig met het
+ planten van boomkens en struiken.</p>
+
+ <p>Den vooravond van hun vertrek zaten zij boven, voor het raam van het salon,
+ tusschen ingepakte meubelen. Nu ging men weldra van de schoone rust genieten, nog
+ enkele dagen en zij zouden rentenieren. Mijnheer en Madame dachten aan het
+ verleden, wat nu komen ging was de betrachting van hun leven geweest, waarvoor zij
+ gewroet hadden, gescharreld en gespaard. Marieken hunkerde naar haar verjaardag,
+ die in het nieuwe huis zou gevierd worden, zij werd zes-en-twintig. Madame trok het
+ raam open, en zij keken nu nog eens, als tot afscheid, in de ouder bekende straat.
+ 't Was tusschen licht en donker. Het plein lag eenzaam, en de lucht werd stilaan
+ befloersd door den aandoezelenden avond. Leerjongens en leegloopers stonden
+ fluitend en rookend te lanterfanten aan den hoek. De uitstallingen van het
+ ellengoederenmagazijn op den hoek der St-Annastraat waren reeds helder verlicht.
+ Ja, het licht klaarde reeds helder overal. Ginder, in de Roodestraat, tegen het
+ oude Begijnenhof, kwam de lantaarnman met het weifelend lichtje op zijn langen
+ stok, en telkens als hij stil stond brandde er een gaslamp meer. Aan den overkant,
+ bij den loodgieter, schemerde nu rossige lampschijn achter de vitrien, en ook in
+ <i>De Hoop</i>, het oude danslokaal, verder huis na huis, ook op de
+ bovenverdiepingen, ten allen kant van het driehoekig plein, bloeide het avondlicht.
+ Boven de Ossenmarkt, in het broksken hemel, schitterden nu sterren als
+ wonderheldere lichtoogen. Het kloksken der kapel tampte rustig. Nu lazen
+ ongetwijfeld de paterkens in bruine pijen hun avondgebed onder het schamel
+ knetterlicht der kaarsen. Vreemd en eenzelvig stond kerkgevel en kloostermuur in
+ het donker, 't Was Maandag, en in <i>De Hoop</i> begon het orgel te draaien. Voor
+ de open deur probeerden aankomelingen te dansen. Telkens zwenkten zij even door de
+ lichtstreep, schoven dan weer in de schaduw weg op het kreunend georgel en
+ gedjingel der muziek. De jongens begeleiden het deuntje met schel-vinnig gefluit,
+ de meisjes deden hun best om de rokken zoo bol mogelijk te doen uitzetten bij elken
+ zwier, alsof het krinolienen waren. Wanneer een dans uit was, en het orgel zweeg,
+ dan hoorde men nog immer het meewarig-kalm gelui. Beneden zag Madame een haveloos,
+ slonsig meisken op moeders pantoffels komen aansloffen. De blikken petroleumkan
+ liet zij keer op keer tegen den muuur rammelen. Dat volksken kom altijd in den
+ laten avond, morde zij, dan pas worden zij gewaar dat er geen olie meer in de lamp
+ is. De stemming was weg, en met genoegen, met verlichting werd aan de toekomst
+ gedacht, aan morgen en de volgende dagen.</p>
+
+ <p>Nadat de verhuiswagen weggereden was, nam het gezin, op zijn paaschbest gekleed,
+ afscheid van de nieuwe eigenaars der <i>Zoutkeet</i>, van de twee oude knechten,
+ van de geburen. Daarna gingen zij vaarwel zeggen aan de familie Boeykens, eten in
+ een h&ocirc;tel over het station, zeer verteederd en opgewonden. Madame droeg den
+ regenscherm van Mijnheer, die al zijn voorzichtige aandacht wijdde aan den reiszak,
+ waarin de papieren zaten, eigendomstitels waarde-aandeelen en geld, reiszak die
+ zwaar woog.</p>
+
+ <p>Een week zonnetje verwelkomde hen buiten. In de villa, waar het rook naar de
+ klamme kalk en versch geschilderd houtwerk, vonden zij de oude meid bezig met de
+ verhuisventen. Na eenige rommeldagen kwam alles op zijn plaats. Nu vonden zij
+ gelegenheid om hun eigendom te "ontdekken." Marie roemde het salon waar men zoo'n
+ prachtig uitzicht had op het bouwland aan den overkant. Tot verre in den Polder kon
+ men zien waar de lucht, achter de hoeven en boerenhuisjes, tot aan de boomen en den
+ grond scheen te raken. Madame genoot van haar eetkamer en het terras er voor, waar
+ men in den zomer zou kunnen koffiedrinken en genieten van den tuin. Mijnheer
+ dweepte met de slaapkamers boven, zoo ruim en frisch, daar kon men pas goed het
+ omliggende land bewonderen. De meid was in haar schik met de keuken en het
+ schommelhuis. Allen waren vol minachting voor de stad waar men benepen gehuisvest
+ was, waar het dompig rook, waar men van het leven niet genieten kon zooals hier.
+ Snepvangers vergat zijn Roepzaal, zijn verkoopingen, zijn stamkroeg en zijn
+ vrienden; Madame begreep niet hoe zij het jaren volgehouden had in den winkel,
+ Marieken koesterde de hoop hier dik te worden en fleurig, want zij was bleek en
+ mager. 's Zondags zaten zij vooraan in de kerk tusschen de notabelen van het dorp,
+ de pastoor had hen met een bezoek vereerd, bakker, beenhouwer en winkelier waren
+ zeer beleefd, en de melkboer en groentenvent kwamen geregeld en op tijd.</p>
+
+ <p>De lente was in aantocht. Overal begon het groen uit zijn zwachtels los te
+ breken, en de fruitboomen droegen bloesem. De lucht was meestal helder, en de zon
+ scheen zoo plezierig over de wereld. Zij schenen het alles voor den eersten keer in
+ hun leven te mogen aanschouwen. Regen en wind kon hun stemming niet bederven, er
+ viel nog zooveel te veranderen een t schikken, en 't werd avond v&oacute;&oacute;r
+ men 't wist. Vroeg ging men slapen, doodmoe van het bezigzijn en de zware lucht.
+ Vooraleer de vensters te sluiten en de rolgordijnen neer te laten keken zij dan
+ soms in de richting der stad, waar een lichtschijn tegen den hemelkoepel, opsteeg.
+ Dan beseften zij pas goed hun geluk. De honden blaften in de verte, en 't was
+ eenzaam en vredig alom. In het dorp brandde nog licht, maar het was er stil,
+ doodstil. Slechts de wind suizelde, en op de kerk sloeg de klok.</p>
+
+ <p>Zoo kwam M. Snepvangers op het gedacht ook een hond te houden. En vermits het
+ buiten zoo eenzaam was, vond elkeen het goed dat een waker 's avonds op het erf zou
+ kunnen passen. Dan sliepen de bewoners der <i>Villa Yvonne</i> nog veiliger. Het
+ beest, een grimmige doghond, kon huilen en blaffen dat het een aard had. Hij was
+ weldra berucht om zijn kwaadaardigheid, erkende enkel Snepvangers. Uren lang lag
+ hij met gloeiende oogen aan de ketting voor zijn hok te loeren naar het houten
+ hekpoortje, opspringend wanneer iemand belde, vooral nijdig wanneer het volk van
+ Putte, dat 's morgens vroeg en 's avonds laat voorbijtrok, in aantocht was.</p>
+
+ <p>Alles stond thans in lentegroen, de lucht kreeg nu een lekkere mildheid, vogels
+ zongen in de boomen, de wind zoemde, bracht varende geruchten aan en den balsemgeur
+ der dennebosschen. Twee nesten zwaluwen hadden hun huisje gebouwd onder het houten
+ beschot der dakgoot, wat Madame als een goed voorteeken beschouwde. Het bracht
+ geluk, al gaven de vogels wel wat last, zoo juist boven het terras, want zij lieten
+ wel wat vallen. Marieken kreeg zin in duiven en Madame in kippen. Duiven waren
+ zoo'n dichterlijke beestjes, al beweerde vader dat het stomme dieren waren! Kippen
+ legden eieren, beweerde Madame, al kraait een haan ook vroeg de menschen wakker,
+ maar de hond wekte hen ook vroeg genoeg. En duiventil en kippenhok werden gebouwd,
+ netjes groen geverfd, en bevolkt. Zij telden de eieren, zagen de jonge duiven
+ groeien, hun duivelshaar verliezen, rekenden uit hoeveel een doghond verorberen
+ kan, stelden belang in de kwijnende rozelaars, telden de vruchtknoppen aan elk
+ boomken, begoten het magere gras en de bloemen, de viooltjes, de madeliefjes, de
+ vergeet-mij-nietjes en de andere, onderzochten de kale hagen en de boomenstokjes
+ met zuinigen bladertooi.</p>
+
+ <p>De dagen lengden zachtjes aan en brachten de zomergenoegens, de jonge groenten,
+ de eerste vruchten. En wat zij zelf gewonnen hadden, achter in een kleinen
+ moestuin, al was het nog maar een mager gewin, al kwam het pas wanneer de nieuwheid
+ reeds voorbij was, smaakte nog eens zoo heerlijk! De salade was wel te weelderig
+ opgeschoten, had geen malschen krop; de radijsjes waren wel bitter, klein en voos;
+ de erwten schaars te zoeken tusschen het loof; de aardappelen waren als knikkers en
+ weinig talrijk! Doch wanneer zij bezoek kregen, en zij hadden nu haast alle
+ Zondagen bezoek van oude kennissen en geburen, vertelden zij welgevallig en fier
+ van de vruchten, van de zelfgewonnen vruchten, terwijl zij argeloos er maar niet
+ bijvoegden dat, wat op tafel stond, door den groentenleurder geleverd was. Zoo
+ overviel hen de verschroeiende zonnebrand, waarin de villa, naakt en onbeschut, de
+ hitte stond op te zuigen. De tuin bood geen plekje schaduw, en alleen aan den
+ straatweg schenen de boomen langs den macadamweg een beetje koelte te bewaren.
+ Gelukkig dat er nu niets meer te verrichten viel! Zij konden binnenshuis rusten en
+ stil zitten in de halfdonkere kamers, waar de rolluiken waren neergelaten. Geen
+ belangstelling meer voor de uitschietende twijgen van den wingerd, noch voor de
+ verschrompelde appelkens en peerkens, noch voor de beesten. Zalig zoo niets te
+ moeten doen, ongegeneerd te luieren wijl men ginder, in de stad niet voelen mocht
+ de teistering van den zomer.</p>
+
+ <p>Na het middageten deden zij een smakelijk dutje, man en vrouw tegenover elkaar
+ gezeten in een leunstoel, en de koffietijd brak aan voor men het wist. Marieken,
+ die niet slapen kon, bracht de lange namiddagen door met haakwerk, met borduren, of
+ las de werken van Conscience, die vader in vroeger jaren gekocht had. Buiten joeg
+ het macadamstof omhoog onder de jagende autos en bedekte alles met grijzen
+ schimmel.</p>
+
+ <p>Dat was nu rentenieren! Men kon tenminste zijn vijf zinnen eens bijeenrapen
+ meende Snepvangers. Geen verlangen meer naar de stad, slechts in zeer bijzondere
+ aangelegenheden waren zij te bewegen eens over en weer met den trein te gaan. 's
+ Avonds, wanneer de zon onder was, hadden zij het druk den hof te begieten. Zij
+ pompten en sleurden het water in den tuin tot zij piepaf waren, en op het terras
+ gingen zij dan zitten uitblazen in de nieuwe tuinzetels. Hier kloegen zij wel eens
+ over de zwaluwen die niets ontzagen, en over de muggen die hen zoo lastig vielen.
+ Tegenover de zondagbezoekers gewaagden zij nooit van deze kleine onaangenaamheden,
+ roemden maar voortdurend en opgewekt het onschatbare buitenleven. Het gebeurde
+ menigmaal dat Snepvangers moedermensch alleen terugkeerend van het station tot waar
+ hij bezoekers vergezeld had, zichzelf overtuigde dat zij gelukkig waren. Zijn
+ lantaarn wierp een verren lichtschijn voor hem uit, de maan lachte aan den hemel,
+ en het dorp lag dan achter hem wanneer hij tot deze gevolgtrekking kwam. In het
+ dorp was er nog licht in de herbergen, daar zaten de dorpelingen te kaarten. Ja,
+ dat was toch wel gezellig! Daar schoof soms iemand in 't duister voorbij en riep
+ goedenavond; hij verschrok even, riep dan zeer joviaal zijn wedergroet, maar was
+ blij weer op eigen erf aan te landen en zijn doghond te hooren aanslaan. Madame
+ vond het dagelijksch leven wel een weinig eentonig, zij die zoo gewoon was al de
+ kletspraatjes te moeten aanhooren in haar kruidenierszaak. Marieken had ook wel
+ eens vage gevoelens van onrust, neen zij benijdde haar vriendinnekens niet die naar
+ bals gingen, uitstapjes deden, ja, die met een vrijer mochten gaan wandelen, maar
+ toch!...</p>
+
+ <p>Na zoo'n oogenblikken van zwakheid probeerden zij tegenover elkaar den lof te
+ zingen van den buiten, alsof zij wederzijds iets van elkaar afwisten. Zij zochten
+ nieuwe veranderingen en verbeteringen, lieten voor het huis een vijvertje aanleggen
+ in cementrotsblokken, schilderden de trappen, kochten konijnen. Maar het vijvertje
+ stond altijd droog en de konijnen stierven spoedig. Eenigen tijd hield een mol, die
+ hun eigendom in alle richtingen doorwroette, hen in spanning, Maar het beest
+ verdween even geheimzinnig als het gekomen was. Mijnheer begon nu weer iets te
+ voelen voor de prijzen van bouwgronden, liep heele voormiddagen langs de wegen,
+ knoopte kennis aan met de boeren.</p>
+
+ <p>Zoohaast de dagen korter werden, en de vroege herfst zijn killig, bui&iuml;g
+ weer liet aanstormen, bleven de bezoekers weg. In den begin vonden zij het aardig
+ zoo hun alledaagschen gang te kunnen gaan. Zij konden nu 's Zondags ook eens de
+ vijf zinnen bijeen rapen, en na het middagmaal een uil vangen. Maar eenzaam was
+ het! Marieken was het eerst de lustelooze stilte en afzondering moede, want zij had
+ de minste bezigheid. In den tuin viel nu niet meer te gieten, het regende meer dan
+ te veel, de planten en struiken waren haar te bekend, de kleine fruitoogst was lang
+ reeds geplukt. Moe gestaard op de kale velden, naar den neveligen, triestigen
+ horizont achter de boerderijen aan den overkant, speelde zij troosteloos piano of
+ las weer een boek van Conscience. En zij dacht aan het heilig sacrament des
+ huwelijks... Madame wist wat elke dag brengen kon in het huishouden aan schuren en
+ wasschen, aan strijken en kousen stoppen.</p>
+
+ <p>De beslommeringen van vruchten inmaken was voorbij, in den kelder stonden
+ dozijnen pottekens gelei, steenen kruiken ingelegde boontjes, snijboonen en witte
+ koolen. De winterprovisie brandhout en steenkolen was ingedaan, en nu had men weer
+ geen kommer of zorgen meer, kon men rusten. Maar Snepvangers zelf, die niets te
+ doen had, zocht maar telkens om de baan te Kunnen op trekken. Hij had in het dorp
+ kennissen gevonden om kaart te spelen, maar hield het huis verdoken. Om eens naar
+ de stad te kunnen gaan had hij dagen lang de noodzakelijkheid doen uitschijnen van
+ een barometer te bezitten. Met zoo'n ding wist men tenminste wat u te wachten
+ stond, regen of wind, of men al of niet zijn paraplu moest meesjouwen op de
+ wandelingen, die zij niet deden. Hij bracht een Zwitsersch, in hout uitgewerkt
+ kastje mee. Was er regen op handen, dan kwam er een paterken met een paraplu uit
+ een deurken te voorschijn; kwam er droogte in de lucht dan stapte een
+ flierefluiter, een heerken, zomersch uitgedost, uit het ander poortje. Zij mochten
+ niet veel plezier aan het ding beleven dat meestal het weer aanwees dat geweest
+ was. Ten einde raad wendde Mijnheer dringende zaken voor die hem dwongen, dwongen
+ tot zijn spijt, naar de stad te gaan. Hij pinkte dan geheimzinnig, noemde terloops
+ M. Boeykens, dit zeer kramakkelachtig werd en hem noodig had.</p>
+
+ <p>Met danig stoken kreeg men het in <i>Villa Yvonne</i> ongeveer warm genoeg. Het
+ kwam wel eens voor dat men in den vroegen avond gewaar werd dat de lampen ongevuld
+ waren, en men naar het dorp moest door het vlagend weer voor petroleum. 't Was een
+ geploeter door de duisternis over den slijkerigen weg! Er was nu niets nieuws meer
+ te ondervinden. Zij wisten wanneer er treinen aankwamen, wisten wie voorbij zou
+ stappen, nu een paar boeren, straks de matten-leurders van Putte, later nog het
+ werkvolk, zonder den heremiet te rekenen, een jonge vent, die wat verder alleen in
+ een huisje woonde. Nog slechts een paar autos snorden dagelijks heen en weer met
+ kasteelvolk dat ergens, uren van de wereld verwijderd, woonde.</p>
+
+ <p>En de winter was bar, en streng, en lang. Amper mocht men het licht van den dag
+ aanschouwen. De wind joeg onbarmhartig door de kale boomen, over de velden, rukte
+ aan deuren en vensters. De regen zong door dagen en nachten zijn eenzaam lied. Dan
+ vroor het weer weken lang of gierden sneeuwstormen, zoodat alles blank lag en
+ bedolven. Eens moesten zij zelfs een pad graven naar het hekpoortje, zoo lag alles
+ onder den dikken sneeuwpels. Teeken van leven kregen zij niet uit de stad, en M.
+ Snepvangers waagde zich niet buiten. Met Nieuwjaar bracht de postbode Met de
+ dagelijksche krant eenige nieuwjaarkaartjes, wenschen van<br />
+ <span style="margin-left: 0.5em;">voorspoed en geluk. Bedrukt spraken zij weer maar
+ hoopvol van de</span><br />
+ lente, van de komende geneugte. De piano werd niet meer aangeraakt, de grauwe lucht
+ en de regen stemden te moedeloos. Het pluimvee werd een last, men moest het
+ verzorgen ook als men maar liefst bij de kachel bleef zitten soezen, en de hond, de
+ grimmige dog, bevuilde het huis.</p>
+
+ <p>Was dat nu het schoon rentenieren op den buiten? Zij dachten terug aan hun
+ gelukkige bedrijvigheid in de stad, waardoor zij nooit het ellendige winterseizoen
+ hadden gevoeld in zijn ijselijke naarheid. Al lengden de dagen, zij werden het niet
+ gewaar, en zoo lang het te koud was om buiten te zitten konden zij van de mooie
+ dagen niet genieten. In de stad kon men ten minste wandelen, door de drukke
+ straten, naar de winkels kijken. Sinds de kermis van Putte hadden zij geen bezoek
+ meer ontvangen, al die maanden hadden zij geen menschen meer gesproken buiten de
+ dorpelingen, en die telden zij niet. Karnaval was nog wel de triestigste dag, want
+ zij dachten aan het volk dat zich ginder, onder den lichtgloed der stad, wist te
+ amuseeren. Was dat nu rentenieren? Marieken verslond maar al de boeken, die zij kon
+ leenen in het dorp. Madame gunde sinds lang niet meer aan Snepvangers zijn
+ uitstapjes naar Antwerpen. Het inroepen van M. Boeykens mocht niet baten, en de
+ arme man vond geen genoegen meer in de bouwgronden van den omtrek, rookte maar
+ verwoed pijp na pijp, zoodat alle kamers van tabakrook doortrokken waren. Zoo kwam
+ Goede Vrijdag.</p>
+
+ <p>Snepvangers kon het niet langer volhouden. Vandaag moest hij de stad zien, hij
+ wou en zou. Aan de koffietafel kreeg hij den gelukkigen inval.</p>
+
+ <p>&mdash;Het water rijst me over het hart als ik aan schelvisch denk!</p>
+
+ <p>&mdash;Zoo, wat gedacht, wantrouwde Madame, dat kunnen we niet krijgen in het
+ dorp.</p>
+
+ <p>&mdash;Schelvisch, dweepte Marieken.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben ziek van goesting naar schelvisch, droomde Mijnheer.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge kunt bottekens krijgen, misschien ook mosselen, als de vent van
+ Bergen-op-Zoom komt!...</p>
+
+ <p>&mdash;Och!</p>
+
+ <p>&mdash;Schelvisch, onderlijnde Marieken.</p>
+
+ <p>&mdash;Kunt gij hem halen? vroeg bits Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, als ik u daar plezier kan mee doen ... Ja dan wil ik wel eens naar
+ de vischmarkt gaan.</p>
+
+ <p>&mdash;Naar de stad!?</p>
+
+ <p>&mdash;Wel ja, Mama, 't is toch zoo geen reis.</p>
+
+ <p>&mdash;Wel, ik zal maar gauw gaan.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat vreemde kuren, schuddebolde Madame, die zich verloren moest
+ geven.</p>
+
+ <p>En Snepvangers ging met zijn paraplu en zijn vischnet onder den arm. Aan het
+ kleine station ontmoette hij de vroolijke menschen, die dagelijks naar de stad
+ gingen werken. Hij mengde zich in hun gesprekken, voelde zich leven. Een mensch
+ moet toch menschen zien, zich niet van de wereld afzonderen! Wat gewoel bood de
+ stad en wat afwisseling! Hij verbeuzelde zijn tijd met kuieren en met pintjes
+ pakken in de estaminets, door hem vroeger regelmatig bezocht. Hoe prettig zich weer
+ thuis te voelen in de beweging der menschen! Ja, de stad was toch wel
+ aantrekkelijk, daar kan men, alles wel beschouwd, nog van het leven profiteeren.
+ Het werd middag voor hij er aan dacht naar de vischmarkt te gaan. Madame zou zuur
+ zien nu hij nog niet thuis was... maar hij was immers man en meester! Kon hij het
+ verhelpen dat de tijd hier zoo vlug voorbij ging? God, nu moest de schelvisch maar
+ voor het avondmaal dienen. Wat zouden zij smullen. Na lang met kennersoogen de
+ kramen te hebben onderzocht, na loven en bieden kocht hij twee puur nog levende
+ schelvisschen. Met zijn vischnet in de hand en zijn paraplu onder den arm gekneld
+ trok hij nu terug naar het station, maar hij wandelde zoo gelukzalig traag dat hij
+ zijn trein mankeerde.</p>
+
+ <p>Doelloos liep hij over de De Keyserlei, dacht aan het onthaal dat hem te wachten
+ stond. Was dat niet een ouwe vriend, de verdierenpikker, die daar kwam
+ aangeslenterd?</p>
+
+ <p>&mdash;Wel verdorie, Snepvangers, zijt gij het? En ik die dacht dat ge reeds
+ dood en begraven waart!</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, goddank, maar ik woon buiten...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat wil zooveel zeggen als levend begraven!</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, dat is wat sterk! ...</p>
+
+ <p>&mdash;Trein gemankeerd?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja.</p>
+
+ <p>&mdash;Kom, we gaan er eenntje pakken op het weerzien.. Zoo, zoo!</p>
+
+ <p>En ze pakten er eenigen op het weerzien, spraken van vroeger dagen, van
+ verdierenpikken en gronden, van bekenden en notarissen. Zij hadden beiden geluk
+ gehad in het leven, zagen alles rooskleurig in, deden joviaal. Voor zij het wisten
+ zaten zij elkaar genoegelijk toe te knikken in een hotelzaal. Het was Goede
+ Vrijdag! Zij prezen het lekker vischdiner, proefden als twee smulpapen van de
+ gerechten en de wijnen, voelden zich behaaglijk zwellen. Wat tafelweelde! Visch te
+ kust en te keur, en wijn, witte en roode, beter en meer dan op de beste verkooping.
+ Juist toen zij discuteerden waarom taling toegelaten wordt op een vischdiner in den
+ Vasten, werd het electrisch licht opgedraaid. Hun oogen knipperden even, het
+ tafelgerei schitterde licht helder en zij bemerkten dat de glazen leeg stonden.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat mag niet, beweerde Snepvangers als beleedigd.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, zeker niet! ...</p>
+
+ <p>De vrienden kenden uur noch tijd. De "Villa Yvonne" lag zoo ver, en de
+ schelvisch was door den gar&ccedil;on ergens weggelegd, als om de zorgloosheid te
+ verhoogen. De kreeft werd nu een eenig belangrijk ding, de wijnsoorten een oud
+ zwak. Met verteedering dronken zij op elkaars gezondheid, en dat spel beviel hen
+ zeer. Bij het nagerecht bestelden zij champagne, sigaren en koffie.</p>
+
+ <p>&mdash;Het leven is schoon, mijmerde de verdierenpikker.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is het ja... dat is de waarheid, stemde Snepvangers in, vleide zich
+ wellustig tegen de leuning van zijn stoel en zag diepzinnig de rookwolkjes na.</p>
+
+ <p>Hoe lang het geduurd heeft is lastig bij benadering te bepalen en Snepvangers
+ heeft zich er nooit rekenschap van kunnen geven. Zij genoten nog lang van elkaars
+ aantrekkelijk gezelschap, behandelden alle mogelijke onderwerpen, vertelden moppen
+ en fluisterden zinnelijke opwellingen, waarbij ze vertrouwelijk knipoogden. Menig
+ glas werd nog gedronken en menige dure sigaar gerookt. Wat Mijnheer bijbleef was
+ het vreemd geval dat zij ruzie hadden gekregen bij de betaling van dit
+ uitspanningsken. Elk wou het gelag voor zijn rekening nemen, maar ten slotte
+ betaalde elk Zijn deel en was wat vrijgeviger tegenover den gar&ccedil;on. Deze
+ stopte Snepvangers wat in de hand, zijn vischnet met schelvisch en zijn paraplu, en
+ dan trokken de vrienden weg met hoogroode gezichten. Tot afscheid werd nog een glas
+ gedronken, hier een, daar een, dan ging Mijnheer zijn vriend een eindje vergezellen
+ tot aan den tram, want hij meende te bespeuren dat deze een klein beetje zattekens
+ was.</p>
+
+ <p>Later zeilde hij alleen terug naar het station. Plots was zijn vriend verdwenen
+ en nu voelde hij zich danig moe, wou ergens rusten om het even waar, zitten en
+ uitrusten.</p>
+
+ <p>En hij werd wakker op eene bank onder kale boomen van het Park. Waar was hij?
+ Hij rilde van koude, voelde zich ziek, had hoofdpijn. Scheen het daglicht? Neen, 't
+ was de lantaarnschijn. Hoe laat was het nu wel? Even zien. Maar hij vond zijn
+ uurwerk niet in zijn zak, tastte instinctmatig naar zijn geldbeugel. Ook weg. God
+ wat beteekende dit nu! Zijn blikken zochten rond, zijn regenscherm, zijn zijden
+ regenscherm met zilveren kruk, eveneens spoorloos verdwenen. Voor zijn voeten
+ echter lag het vischnet met de schelvisschen, besmeurd door het slijk. God! kon hij
+ zijne vijf zinnen maar eens bijeenrapen! Wat zou hij doen, wat zou hij zeggen?
+ Zoo'n avontuur moest aan hem overkomen, aan een deftig getrouwd rentenier, aan den
+ eigenaar der "Villa Yvonne"!</p>
+
+ <p>Zeer verlegen stond hij recht, onthutst raapte hij zijn vischnet op, liep de
+ stad in. Hoe nu naar huis gesukkeld waar men angstig op hem zat te wachten in den
+ nacht? Zij zouden natuurlijk niet kunnen slapen, het huis doorloopen en bang het
+ ergste ongeluk vreezen Hij moest ook om schelvisch gaan, Marieken moest ook
+ aandringen alsof haar moeder niet meer verstand had... Maar het dwaaste van al, M.
+ Snepvangers moest ook eens buitensporigheden bedrijven, zich te buiten te gaan,
+ Goeden Vrijdag vieren! Te laat beklaagd oude zot! Wat nu aangevangen?</p>
+
+ <p>Hij ging M. Boeykens spreken, zou hem alles biechten en die zou wel raad weten
+ om de ruzie te vermijden in zijn huishouden, wie weet en echtscheiding kunnen
+ beletten!</p>
+
+ <p>Suf stond hij voor de woning van den notaris te wachten tot het licht werd. Tot
+ zijn verbazing werd plots de poort geopend en liep de knecht hem op het lijf.</p>
+
+ <p>&mdash;Hoe weet gij het nu al? vroeg de knecht verwonderd.</p>
+
+ <p>&mdash;M. Boeykens?...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, zoo plots... ja hij was wel niet goed, maar niemand kon zich daaraan
+ verwachten.... Saluut... tot weerziens.</p>
+
+ <p>M. Snepvangers oogde den knecht na, die haastig voortliep in den nacht. Nu kon
+ hij plots zijn vijf zinnen bijeenrapen! Hij had wel kunnen jubelen van verrukking,
+ nu was hij gered, nu kwam alles in orde. Hij had immers zijn kaartje nog om weer te
+ keeren?</p>
+
+ <p>Met den eersten trein trok hij naar Capellen. De nacht lag nog over de velden,
+ en in de verte scheen het licht in de "Villa Yvonne". Hoe meer hij naderde hoe
+ luider de hond begon te blaffen. Het tuinpoortje knarste open, uit de open deur
+ viel het helle licht. Hij hoorde geklaag en geschrei, gesnik en gejammer, keek
+ niemand aan, zag strak en wezenloos voor zich uit. In de keuken liet hij zich
+ zuchtend op een stoel neerzakken, den schelvisch v&oacute;&oacute;r de voeten.</p>
+
+ <p>Een oogenblik hoorde men de stilte, dan zei hij langzaam, met tranen in de
+ stem:</p>
+
+ <p>&mdash;M. Boeykens is dood!</p>
+
+ <p>&mdash;Maar wij blijven hier niet langer... wij hebben duizend angsten
+ uitgestaan, zei Madame tot rouwbeklag.</p>
+
+ <p>&mdash;Alleen in den nacht, zuchtte Marieken, alleen in den triestigen
+ buiten...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, 'n mensch weet nooit wat er gebeuren kan, beaamde Snepvangers nederig
+ en treurig, zoo 'n goede man... Het buitenleven is toch niet zoo schoon als men
+ denkt... Voor mij is het niks... ik ben niet bang... Ik ben heelemaal van streek...
+ 't heeft me danig gepakt.</p>
+
+ <p>&mdash;We zullen maar gauw koffie drinken, meende Madame.</p>
+
+ <p>Elk der huisgenooten was als ontlast. De oplossing was gekomen, zonder dat een
+ hunner zijn weerzin voor het landleven had moeten te kennen geven, zijn verlangen
+ had moeten toonen naar de loszinnige geneugten van de stad, die zij voor maanden
+ met zooveel genot hadden verlaten en belasterd. Zij hadden genoeg van de stijve
+ deftigheid, wenschten maar liefst te gaan rentenieren in de oude buurt waar het zoo
+ gezellig was, waar de menschen en straten hen zoo bekend waren, waar zij meetelden
+ in het leven, waar muziek was en bedrijvigheid, en waar zij nooit onder de
+ drukkende afzondering, de eenzaamheid zouden lijden. Marieke peinsde daarbij
+ stillekens aan het huwelijk, en Mijnheer aan zijn parapluie en zijn uurwerk. Bij
+ het eerste schemeren van den dag was M. Snepvangers bezig achter het tuinhek een
+ paal op te richten waaraan een bordje bevestigd was, vermeldende met onzekere,
+ zwarte letters: _Villa te huur of te koop_.</p>
+ <hr style="width: 65%;" />
+
+ <h2><a name="HOOFDSTUK_II" id="HOOFDSTUK_II"></a>HOOFDSTUK II</h2>
+
+ <h3>LIEFDE EN ANDERE ONRUSTIGHEID.</h3>
+
+ <p>De familie Snepvangers woonde weer in de stad. Het renteniershuisje in de
+ Hobokenstraat was kraakzindelijk. Het geveltje, frisch in de verf, was versierd met
+ kolommetjes en grillig loofwerk, op het balcon prijkte een lange vlaggestok en op
+ de witgeschilderde deur blonk de geelkoperen naamplaat. Binnen hielden Madame,
+ Marieken en de werkvrouw met dagelijksche zorg alles helder aan kant en vrij van
+ stof. In de achterkamer stond de piano, in de veranda, die als huiskamer diende,
+ kefte een zwart spitsken, het salonneken aan de straat werd slechts voor vreemden
+ geopend.</p>
+
+ <p>Het tuintje, een voorschoot groot, bood Snepvangers en zijn dochter gelegenheid
+ tot tuinieren. Het geurde en fleurde er met bonte bloemen en riekende kruiden,
+ terwijl een sappige wijngaard zijn ranken schoot onder het glazen afdak.</p>
+
+ <p>'s Morgens vroeg stond Snepvangers op den drempel der woning zijn pijp te
+ rooken, liet het hondje zijn ochtendwandeling doen; wanneer de melkboer kwam, nam
+ hij het pannetje aan, trok dan aan de huisbel om Madame en Marieken te wekken. De
+ dames kwamen gekleed beneden, want na het ontbijt ging Madame in de buurt winkelen
+ en speelde Marieken piano, terwijl de werkvrouw den boel in orde bracht.</p>
+
+ <p>Snepvangers knutselde in het tuintje, las andermaal de gazet van den vorigen
+ avond, kleedde zich dan voor de wandeling. Zijn barometer gunde hij geen blik meer,
+ in de stad was dat overbodig, en daarbij nam hij, uit louter voorzorg, haast altijd
+ zijn zijden regenscherm mee. Elken dag had hij zijn afwisselende stamlokalen waar
+ hij een pintje of een borreltje dronk en over de stadsnieuwsjes en het weer
+ redekavelde. In de buurt bezocht hij "De Koning van Spanje", "Het Zwart Paard", "De
+ Paardenwei", "Sint-Jacob", "De drij Kauwkens", verder in de oude stad "De Klok",
+ "Het Gulick", "Het Koningsken", "Het Nachtlicht", "De Boer van Tienen", "De
+ Wildeman", "Het Schuttershof", "De Oude Sint-Jan", "De Gouden Kroon", De
+ Kolkoensche Haan", "De Zeven Provinci&euml;n". In de week dronk hij garsten, 's
+ Zondags, in de buurt van het station, verkoos hij uitheemsche bieren.</p>
+
+ <p>Klokslag &eacute;&eacute;n was hij thuis voor het middagmaal, ving dan een
+ uiltje, ging daarna naar de roepzaal, waar hij, bij gelegenheid, nog een paar
+ centen verdiende, trof er zijn vriend aan, den verdierenpikker. Samen keuvelden zij
+ dan over eigendommen, gronden en centjes verdienen. Rond acht uur kwam hij voor het
+ avondmaal. Madame vertelde van menschen die zij ontmoet had, van koopjes en
+ buurtnieuws, Marieken verslond de feuilleton en zalig genoot Snepvangers. Later las
+ hij de gazet, terwijl zijn vrouw kousen stopte en Marieken weer piano speelde. Op
+ Vrijdag en Zaterdag gingen de vrouwen niet op boodschappen uit, er werd gekuischt
+ en geboend en Snepvangers ging, na het avondmaal, kaarten in "De Klok."</p>
+
+ <p>Maar de Zondag werd, naar ouden trant, bijzonder gevierd. De familie trok de
+ beste kleeren aan en 't was vette keuken. De schrale Madame in haar ruischende
+ zijde stapte links van haar dikken echtgenoot naar de kerk. Op zijn buikje bengelde
+ de zwaar gouden ketting en zijn zijden hoed stond achterover in den nek. Zijn
+ hoogroode, gladgeschoren tronie glom van zelfvoldaanheid. Marieken, naar de mode
+ gekleed, ging aan zijn rechterkant, in stille bewondering voor haar papa. Hij was
+ zoo'n tegenstelling van mama, hij was een klein vetzakje, een joviaal rentenierken,
+ dat veel menschen kende en groette. Doch zij geleek veel aan mama, was sprietmager,
+ hetgeen haar ergerde en soms verbitterde.</p>
+
+ <p>Na de hoogmis wandelden zij naar de bloemenmarkt op de Groenplaats, zagen het
+ volk uit Onze-Lieve-Vrouwekerk door de spitskar trekken, volgden mee, langs de
+ Schoenmarkt en de Meir, door de Leysstraat, naar de De Keyserlei. Daar dronk men
+ ergens een pot M&uuml;nchener, waarbij Mijnheer de bekenden groette en de dames
+ critiek uitoefenden over kleeding en menschen. Na deze eerzame en onschuldige
+ uitspanning ging men eten, wat dutten, trok dan weer op wandeling, kwam thuis om te
+ avondmalen, keerde opnieuw om te luisteren naar het concert in den Dierentuin of
+ bezocht men de feesten en vertooningen in den Burgerskring, waar de vrouwenrollen
+ ook door mannen werden vervuld.</p>
+
+ <p>Aan deze ordelievende, deftige levenswijze brachten de seizoenen met wind en
+ regen soms lichte afwijkingen, zoodat de dames thuis bleven, geen onderhoudende en
+ opwekkende critiek konden voeren, en Mijnheer alleen zijn stamlokalen bezocht.</p>
+
+ <p>Het leven was schoon in zijn effen uitzicht, zonder ontroering, zonder slag of
+ gebeurtenis. Alleen Marieken had vlagen van droefgeestigheid, wanneer zij dacht aan
+ getrouwde vriendinnen. Dan was zij onhandelbaar, had scherpe woorden. Mijnheer
+ zorgde dan dat het hondje niet onder de voeten liep. Madame peinsde, terwijl zij de
+ dampende potten in de keuken bestaarde, aan de kennissen die als schoonzoon welkom
+ hadden kunnen zijn. Marieken ging naar de dertig.</p>
+
+ <p>Zekeren avond in de lente had het echtpaar een belangrijk gesprek in de
+ slaapkamer.</p>
+
+ <p>&mdash;Marieken heeft weer leelijk haar kuren!</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, mama, bevestigde Snepvangers bekommerd.</p>
+
+ <p>&mdash;Snepvangers, zei Madame besloten, ik heb er lang over nagedacht ...
+ Marieken moet trouwen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, mama, gaf hij onderdanig toe, maar met wie?</p>
+
+ <p>&mdash;Dat weet ik juist niet, zuchtte zij: wij moeten uitzien naar 'n
+ treffelijken burgersjongen!</p>
+
+ <p>&mdash;Ja!</p>
+
+ <p>&mdash;Gij kent zooveel menschen....</p>
+
+ <p>&mdash;Ja!</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zal mijn best doen, beloofde Snepvangers, terwijl hij in de echtkoets
+ stapte.</p>
+
+ <p>&mdash;Hij nam den verdierenpikker in zijn vertrouwen, die de zaak niet te
+ zwaartillend onderzocht. De beste koeikens zoekt men op stal, maar toch moeten de
+ liefhebbers ze weten staan. Hij zou eens rondzien, maar nu had hij Snepvangers over
+ iets gewichtigs te onderhouden.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is geen politiek en toch politiek, Snepvangers.... Tegenwoordig is
+ alles politiek om de kiezers te lokken en stemmen te winnen. Katholiek en liberaal,
+ uit schrik voor de socialisten, houden het werkvolk tot vriend... alles voor den
+ werkman, en de burgers worden vergeten.... Dat kan niet blijven duren, dat mag
+ niet? Wij willen het hekken aan den ouden stijl houden, de belangen der
+ neringdoenden behartigen....</p>
+
+ <p>&mdash;Wie zijn wij?</p>
+
+ <p>&mdash;Wij? De bond der neringdoenden!... Wij willen ons woordje te zeggen
+ hebben in het Bestuur.... Wij zijn onpartijdig in ons belang, liberaal en katholiek
+ en democraat kan meedoen wanneer zij het goed meenen met de belangen der kleine
+ burgers en neringdoenden! Wij strijden tegen cooperatieven en naamlooze
+ maatschappijen, willen de nering bevorderen, ons beschermen door goede wetten....
+ Recht door zee, willen wij; de neringdoenden zijn den politieken winkel beu.... En
+ nu vraag ik u of ge meedoet.... Ge zijt een onafhankelijk man, een rentenier, en
+ zoo'n mannen hebben wij noodig, wij, handelaars, wij, ambachtslieden en
+ eigenaars!</p>
+
+ <p>&mdash;Ik heb me nooit met politiek bemoeid, opperde Snepvangers, ik ben van den
+ ouden eed en ga naar de kerk.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is geen beletsel.... Wij zijn met veel goede katholieken, maar wij
+ vergeten ons belang niet.... Het is geen geuzenbond, maar eene vereeniging om onze
+ stoffelijke&mdash;ja stoffelijke, dat is het woord van den President&mdash;belangen
+ te verdedigen.</p>
+
+ <p>&mdash;Zijt gij reeds lang lid?</p>
+
+ <p>&mdash;Ik? Een paar weken, maar op de vergadering werd het zoo klaar
+ uiteengezet. Er zijn knappe bollen bij, mannen die het goed kunnen zeggen, en 't
+ staat allemaal in de gazet <i>De Noodkreet</i>. Ik heb seffens aan u gedacht!...
+ Dat was nu iets voor Snepvangers, iemand die zelf affaire heeft gedaan, bij een
+ notaris gewoond heeft en dus al de knepen kent, onafhankelijk is! Den President heb
+ ik over u gesproken en hij vond dat wij mannen van uwen aard noodig hebben voor den
+ gemeenteraad en voor den provincieraad!...</p>
+
+ <p>&mdash;Hm! Te veel eer; ik ben maar 'n simpele burger, geen advokaat, meende de
+ gevleide Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij willen juist geen advokaten, maar mannen van ons... geen
+ praatjesmakers, maar mannen waarop wij rekenen kunnen.</p>
+
+ <p>&mdash;Lid wil ik wel worden... maar de rest blijft onder ons... ik kan dat niet
+ aannemen, ik houd van de rust, ik houd veel van de rust... dat moeten jonge mannen
+ doen, die van den spanaard gesneden zijn.</p>
+
+ <p>&mdash;Snepvangers, ik bedank u namens den Bond voor uwe bijtreding, die wij
+ hoogschatten, zei de verdierenpikker langzaam en plechtig, laat er ons nog een pint
+ op drinken; maar &eacute;&eacute;n ding zeg ik u: met snotters en tafelspringers
+ zijn wij niet gediend, wij willen ernstige mannen!</p>
+
+ <p>Na dit vekwikkelijk gesprek keerde Snepvangers mijmerend huiswaarts.
+ Geheimzinnig hmde hij aan tafel, liet soms zijn vork zakken om zich even in zijn
+ toekomstdroomen te verdiepen.</p>
+
+ <p>&mdash;Papa, wat scheelt er toch? ondervroeg Marieken, wier kuur weer voorbij
+ was.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, kind!</p>
+
+ <p>&mdash;Awel ja, Snepvangers, ge doet zoo vreemd, wat is er gebeurd?</p>
+
+ <p>&mdash;Och, mama, nu willen ze mij met alle geweld naar den gemeenteraad
+ zenden!</p>
+
+ <p>&mdash;Zijt ge zot, Snepvangers? Daar zenden ze andere kleppers, die daar iets
+ kunnen vertellen!</p>
+
+ <p>&mdash;Dat weet ik niet, mama; ik ben onafhankelijk, ik ken veel menschen, ik
+ ben zoo geen wauwelaar van een advocaat, maar ik heb veel ondervinding en er
+ zetelen er anderen dan Snepvangers.... De neringdoenden willen mij absoluut,
+ verklaarde hij behagelijk.</p>
+
+ <p>&mdash;Och Papa dat zal aardig zijn als ze bij u komen bellen voor plaatskens op
+ 't stadhuis, en als we gevraagd worden op de feestjes...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, maar zoo ver zijn we nog niet!</p>
+
+ <p>&mdash;Pas maar goed op, de politiek kost centen en ik geloof daar nog niks van
+ dien gemeenteraad, waarschuwde Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Och ik weet nog niet of ik aannemen zal!</p>
+
+ <p>&mdash;Maar Papa toch!</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, als ik den Bond en de President daarmee een plezier kan doen, en als
+ de leden er dan erg aan houden, dan zal ik mij nog eens bedenken...</p>
+
+ <p>Van dat oogenblik af werd het leven voor Snepvangers vol belangrijke
+ vraagstukken en tijdroovende bezigheden. Madame kon alleen over de kuren van haar
+ dochter nadenken en het heilmiddel opsporen. Spoedig was hij zijn
+ propagandavocabulaar meester, en met den verdierenpikker was hij een ijverig
+ ronselaar voor nieuwe partijgenooten. Menigmaal gebeurde het nu dat de
+ zachtmoedige, vredelievende Snepvangers in geweldige herbergtwisten gemengd werd.
+ Drukker bezocht hij zijn herbergen en wanneer hij dan, een beetje zwaar van bier,
+ rook en welsprekendheid naar huis toog, kwam soms wel zijn rustig gemoed in
+ opstand, doch telkens dacht hij aan den gemeenteraad.</p>
+
+ <p>Om in breederen kring de aandacht op "zijnen" Bond te vestigen liet hij zich als
+ eerelid opnemen in de onpartijdige fanfarenmaatschappij "De Broedermin". Een paar
+ dagen later werd hij eerevoorzitter van een Vogelpikvereeniging in de buurt "De
+ Lustige Pikkers" en van de tonmaatschappij "De Moedige Spelers", nam het
+ voorzitterschap aan van "De Gezworen Spaarders", liet zich afgevaardigde kiezen van
+ een duivenkring in het "Algemeen Verbond" en ondervoorzitter der liefdadige
+ vereeniging "Nood baart Troost".</p>
+
+ <p>Dat kostte slechts pinten, goede woorden en centen. De uitslag was schitterend.
+ Madame, die niet erg ingenomen was met de nieuwe levensinrichting, werd overbluft
+ en stormenderhand gewonnen.</p>
+
+ <p>Bij fakkellicht werd het nieuwe eerelid door zijn fanfare een serenade gebracht,
+ en afgevaardigden van de verschillende vereenigingen, hiertoe door den
+ verdierenpikker aangezet, brachten complimenten en bloemen. Madame was ontroerd
+ door het onverwachte.</p>
+
+ <p>Marieken gloeide van trots en Snepvangers stond met milde eenvoudigheid te
+ genieten van dit voorsmaakje der toekomstige glorie. Hij trakteerde op wijn de
+ afgevaardigden die zich in het salon en de eetkamer verdrongen, liet de muzikanten
+ in de kroegen der buurt drinken op zijn kosten. Redevoeringen prezen zijne
+ liefdadigheid, zijn zin voor kunst en muziek, zijn burgerdeugd en zijn liefde tot
+ het volk, zijn vaderschap en zijn goedheid.</p>
+
+ <p>Tegen zooveel beeldsprakige ophemeling voelde hij zich niet bestand, het
+ verteederde hem en hij geloofde in zijn eigenwaarde. Hij gaf een wenk aan den
+ President van den Bond en aan den verdierenpikker die de glazen volschonk als
+ trouwe regisseur van het spel.</p>
+
+ <p>"Mijne heeren, zei hij, het glas beeft mij in de hand bij zooveel sympathie die
+ mij betuigd is geworden... Ik kan het niet zoo met stadhuiswoorden zeggen, maar 't
+ komt uit mijn hart, onze stad heeft onafhankelijke mannen noodig om te strijden
+ tegen bazars en cooperatieven, tegen Tietz en bakkerijen die het brood stelen uit
+ den mond van den neringdoende!...</p>
+
+ <p>"Ik verklaar volmondig fier te zijn als lid van den Bond der neringdoenden
+ waarvan de President mij de eer aandoet aanwezig te zijn op deze betooging die niet
+ mij, maar onze heilige princiepen treft... Dank, vrienden, dank... 't Is een steun
+ in den strijd die mij zal aanzetten om nog meer te vechten... Ik bedank u allemaal
+ uit den grond van mijn hart, vooral den vriend die ik jaren ken en die mij den weg
+ gewezen heeft naar den Bond!... Mijne heeren, nog eens op de gezondheid. Leve de
+ neringdoenden! Leve de burgerij."</p>
+
+ <p>Uitbundig werd hij toegejuicht tot buiten de Braban&ccedil;onne weerklonk.</p>
+
+ <p>&mdash;Hij heeft het goed gelapt, fluisterde de President tot den
+ verdierenpikker, 't is een schoone propaganda-avond. Toen in de verte de muziek
+ wegstierf en het rumoer in de straat opgehouden had, zat de familie nog, stil van
+ opgetogenheid, te luisteren onder het gaslicht. Madame kloeg niet eens over het
+ bevuild tapijt noch over den mildgeschonken wijn. Marieken kwam het eerst tot de
+ werkelijkheid terug, draaide de overbodige lichten uit, nam de glazen weg.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij moeten den President onze klandisie gunnen, oordeelde Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja Papa, steunde Marieken.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar wij hebben niks noodig, de dakgoten zijn in orde!...</p>
+
+ <p>&mdash;Wij moesten een bad koopen, een bad hebben al de rijke menschen.</p>
+
+ <p>&mdash;Een bad?</p>
+
+ <p>&mdash;Een bad, herhaalde ook de verbaasde Madame, en voor wat? Wat zullen wij
+ daarmede aanvangen, en waar zullen wij het zetten?</p>
+
+ <p>&mdash;Wel, Mama toch, op de kamer boven de keuken.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar wat zullen wij met een bad doen? Pleitte Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Wel, ons wasschen, Papa!</p>
+
+ <p>&mdash;Ik wasch me alle dagen kind, maar in een bad, denk eens na!</p>
+
+ <p>&mdash;Een toekomstig gemeenteraadslid die geen bad in huis heeft... de menschen
+ moesten het weten.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja daar is toch iets voor te zeggen, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar Mama, dat kost veel geld.</p>
+
+ <p>&mdash;Die over den hond kan, kan over den staart... Wij zullen eens naar den
+ President gaan kiezen.</p>
+
+ <p>'s Anderen daags trokken de moeder en de dochter naar de Melkmarkt, De President
+ was niet thuis, maar zijn vrouw, een pronte, zwaarlijvige en praatlustige vrouw
+ ontving. De serenade was haar stokpaardje. Haar man had er niet kunnen over
+ zwijgen, en Craen was niet makkelijk. Zij kende de dames van in de Zoologie te
+ zien, en Marieken had ze altijd zoo'n aardig meisje gevonden. Het gezellig gesprek
+ werd in den winkel gevoerd. Madame Snepvangers zat in een ziekenstoel, Marieke op
+ een tentoongesteld porceleinen kuipje met mahoniehouten deksel. Madame Crean leunde
+ tegen een badkuip en zag zich weerkaatst in den ovalen spiegel van een lavabo.</p>
+
+ <p>Toen het onderonsje gestoord werd door winkelbezoek had men nog geen badkuip
+ gekozen, niet eens bekeken. Volgens afspraak zou men den volgenden Zondag op
+ koffievisiet komen met Snepvangers. Er was geen haast bij, en de man moest maar
+ meekiezen.</p>
+
+ <p>De familie Snepvangers genoot de ongewone ontroeringen van nieuwe betrekkingen
+ en verrassingen. Het leven had gebeurtenissen. De politiek bood zeer aardige
+ uitzichten, ook voor de dames. Slechts een ding werd opgeofferd op het altaar der
+ neringdoenden: het prettig kuieren en winkelen bij Tietz.</p>
+
+ <p>Zij togen dus naar de Melkmarkt en werden luidruchtig verwelkomd door den
+ stevigen loodgieter en zijn gade. De President voerde het gezelschap in het salon
+ boven den winkel, waar men op rood-fluweelen stoelen rond de koffietafel plaats
+ nam. Terwijl men boterkoekjes en krentenbroodjes naar binnen werkte en ontelbare
+ kopjes koffie dronk, zoodat de meid tweemaal moest opschenken, vertelde Madame
+ Craen haar levensloop. Zij waren kleintjes begonnen. De President deed toen zelf de
+ karweikens op de daken, maar 't was hen mee gevallen, hun eenige zoon hadden zij in
+ een floreerende zaak geplaatst nadat hij gestudeerd had voor apotheker-drogist. Zij
+ bleven maar in d'affaire uit gewoonte en uit schrik dat zij het rentenieren niet
+ zouden gewoon worden.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, dat hebben wij ook ondervonden... en wij waren naar buiten gaan
+ wonen.</p>
+
+ <p>&mdash;Spreek mij van geen buiten. Madame Snepvangers, ik ben er bang 's
+ avonds.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij waren ook blij terug in de oude buurt te zijn, en voor Marieken was
+ het ook te triestig!</p>
+
+ <p>&mdash;Natuurlijk, een jong meisken!... Seffens komt onze jongen een goedendag
+ zeggen, en dan is er zoo wat jonkheid bijeen... In zijn affaire kan hij zoo
+ moeilijk weg ... ge weet wel <i>De Gaper</i>, op de Torfbrug, bekend om het
+ vliegenpapier ...</p>
+
+ <p>&mdash;Och zoo, dat is uw zoon! Marieken, daar koopen wij onze borstels en
+ opneemvodden.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, onze jongen is werkzaam en braaf, maar ... zoo'n toonbeeld moest een
+ vrouw hebben, ook voor d'affaire. Maar hij zegt geen tijd te hebben om er een te
+ zoeken, dat hij nog jong genoeg is ... hij is nu drie-en-dertig.</p>
+
+ <p>Nu de dames zwegen en peinsden na, luisterden naar de mannen, die in politiek
+ verdiept, eikaars vernuft en wijs inzicht waardeerden.</p>
+
+ <p>&mdash;Zouden wij niet eens in den winkel gaan zien? stelde Madame Snepvangers
+ voor.</p>
+
+ <p>Gedwee volgden de mannen, doch staakten geen oogenblik het onderhoud. Madame
+ Craen noemde prijzen van badkuipen, waterketels, lavabos, gemakken, raamde de
+ kosten van plaating.</p>
+
+ <p>De belangrijke mededeeling werd onderbroken door de komst van den drogist, een
+ mager jongmensch met bleek gelaat. Hij had een scherpen neus, waarop een gouden
+ bril zijn flauw-grijze oogen beschermde.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is nu onze Antoine..., het eenig kind dat over bleef van de vier ....
+ Antoine, dat is de familie Snepvangers, waarover wij gesproken hebben.</p>
+
+ <p>De drogist zei hoe aangenaam het hem was te mogen kennismaken met de familie,
+ pluisde onderwijl aan zijn vlasblond geitenbaardje.</p>
+
+ <p>De badkuip werd vergeten. Antoine had zijn winkel gesloten en bleef in den
+ familiekring die, in het salon, den wijn van den President proefde. Marieken, na
+ lang pramen, bespeelde de piano die anders nooit geopend werd. Het was er zoo
+ gezellig dat de familie niet weigeren kon te blijven avondmalen. Men was reeds als
+ thuis tusschen oude vertrouwde vrienden. De oude heeren zaten in hun hemdsmouwen,
+ en hun hoogroode, glimmende gezichten knikten elkaar mild toe onder het
+ gaslicht.</p>
+
+ <p>De drogist zong nu, begeleid door Marieken, met lichte tenorstem een paar
+ fransche romancen. Plots gaf hij zijn Vlaamsch gezindheid lucht:</p>
+
+ <p>Zij zullen hem niet temmen, Den fieren Vlaamschen leeuw, Al dreigen zij zijn
+ vrijheid Met kluisters en geschreeuw...</p>
+
+ <p>Het begeesterd gezelschap zong het refrein mee. Maar na den ernst kwam de
+ losgelaten leute, die de ouderen lang vergeten strophen in het geheugen riepen uit
+ den tijd toen zij ook nog zongen of luisteren gingen naar de zangers in de
+ zanglokalen aan de Werf. De president viel in met:</p>
+ <span style="margin-left: 1em;">"Vaarwel, schoon lief, de tambour
+ slaat,</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">vaarwel, ik word soldaat."</span><br />
+
+
+ <p>Snepvangers kende slechts</p>
+ <span style="margin-left: 1em;">"Er is gebeurd bij den pastoor van
+ Heylen,</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">een wreede moord, een groote
+ schelmerij."</span><br />
+
+
+ <p>Madame Craen zong sentimenteel</p>
+ <span style="margin-left: 1em;">"Wat was zij schoon, de blonde maagd,</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">in 't blanke balgewaad."</span><br />
+
+
+ <p>en Madame Snepvangers won den bijval met het guitig-onfatsoenlijke:</p>
+ <span style="margin-left: 1em;">"Want Sint-Nicolaas dat is een man</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">Die al de meiskens troosten kan</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">Hij brengt voor ieder verdriet of
+ geluk</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">Maar ieder meisken krijgt heur stuk!"</span><br />
+
+
+ <p>Verhit danste men hand aan hand rond de tafel en keelde</p>
+ <span style="margin-left: 1em;">"Waar kan men beter zijn,</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">dan bij de beste vrienden."</span><br />
+
+
+ <p>'s Anderendaags was Marieken zeer teruggetrokken, en Madame voelde zich
+ katterig, wat zij toeschreef aan de gebakken aardappelen en de te vette hesp!</p>
+
+ <p>Beiden waren een beetje verlegen met hun ongewone, dwaze luim van den vorigen
+ avond.</p>
+
+ <p>Alleen Snepvangers gebaarde van niets, deed zijn dagelijkschen propagandatocht
+ door de herbergen. Hij had andere katten te geeselen, werkte voor de partij die
+ reeds met de aanstaande verkiezingen in het strijdperk zou treden. De loodgieter
+ had hem nu zelf de stellige verzekering gegeven dat hij kandidaat zou gesteld
+ worden.</p>
+ <hr style='width: 45%;' />
+
+ <p>Veertien dagen later ontving men het tegenbezoek, dat even prettig afliep. De
+ President loofde de keuken van Snepvangers; nooit had hij zoo smakelijk Konijn
+ gegeten. Antoine bleef in Mariekens nabijheid aan de piano. Madame Craen achtte
+ Snepvangers een wijnkenner. Een lichte roes woog op allen en gaf het leven een
+ rozig-leutig aanschijn.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik heb onzen Antoine nog nooit zoo gezien, fluisterde Madame Craen.</p>
+
+ <p>&mdash;En Marieken dan... dat is de jonkheid, zuchtte Madame Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Waar is onze tijd gebleven! treurde de loodgieter.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, wij zijn ook nog kleppers, blufte Snepvangers, en klopte zijn zich
+ verwerende vrouw op de knie.</p>
+
+ <p>Ook ditmaal liet de opwinding een beetje haarpijn achter, en Madame streek suf
+ over de platte blessen. Zij was blij toen alles weer opgeredderd was en een kalmer
+ uitzicht bood. Marieken liep neuri&euml;nd en bedrijvig rond en de rustelooze
+ Snepvangers was reeds vroeg de baan op.</p>
+
+ <p>De zomerconcerten in den dierentuin brachten de vrienden geregeld samen. Het was
+ een meer ingetogen verzet; de mannen hielden eindelooze redenaties over de
+ verkiezingen en de middelen om <i>De Noodkreet</i> overal te verspreiden; de
+ vrouwen fezelden over het huishouden en over de menschen die rond hen zaten.
+ Antoine en Marieken zwegen, luisterden aandachtig naar de muziek die versmolt met
+ het geruisch der voetstappen van de rondwandelende meisjes over den
+ kiezelgrond.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat zoekt allemaal 'n vrijer, meende Madame Craen, dat loopt in de
+ spitskar om zich te laten zien.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat heeft Marieken nooit gedaan, weerde zich Madame Snepvangers.</p>
+
+ <p>In de pauze gaf Antoine zijn muziekbeschouwingen ten beste, de vaders bestelden
+ een nieuw glas en vonden het lekker zitten onder de boomen. Na het concert werden
+ de Snepvangers door hun vrienden naar huis gebracht. Antoine en Marieken liepen
+ voorop, soms wel gearmd, gevolgd door de moeders, en op afstand door de
+ politiekers.</p>
+
+ <p>Zoo liep de maand Juni ten einde. Doch toen gebeurde het dat Antoine aan
+ Marieken voorstelde een eindje op te wandelen. In de oogen der ouders glom de
+ nieuwsgierigheid al hielden zij het gesprek aan gang. Marieken voelde haar hart
+ feller kloppen toen zij, onder de donkere boomen, waar een geur van wilde beesten
+ en bloemen aanluwde, de helverlichte kiosk uit het oog verloor. Nabij de
+ leeuwenzaal gingen zij op een bank zitten. Treinen floten langgerekt, de roofvogels
+ krijschten in de verte en de woestijnkoningen brulden vervaarlijk in hun
+ hokken.</p>
+
+ <p>Antoine plukte aan zijn geitenbaardje, wierp zijn sigaar weg, keek naar het
+ stukje nachthemel dat zichtbaar was. Marieken had de handen in den schoot
+ gevouwen,</p>
+
+ <p>&mdash;Marieken, aarzelde hij, wij zijn geen kinderen meer... Onze ouders zullen
+ er niets tegen hebben... wij zijn van den zelfden stand... 'k heb 'n goede affaire
+ en nog te verwachten, gij zijt een eenige dochter van welhebbende menschen en... ik
+ zie u gaarne!</p>
+
+ <p>&mdash;Antoine!</p>
+
+ <p>In de verte begon de muziek opnieuw te wiegelen. Zij waren beiden
+ bedremmeld.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, ik zie u gaarne, maar ik wist niet hoe ik het u zeggen moest ... ge
+ zijt zoo 'n deftig meisken.</p>
+
+ <p>&mdash;Antoine toch!</p>
+
+ <p>Hij schoof nu dichter bij, lei zijn arm over haar schouders. Zij liet het hoofd
+ tegen hem aanleunen, rilde alsof zij koorts had.</p>
+
+ <p>&mdash;En ziet ge mij ook gaarne? fluisterde hij, het gelaat dicht bij het hare
+ zoodat de krullende haarkens boven de slapen zijn wang kittelden.</p>
+
+ <p>Haar oogen glansden, en zij voelde zijn warmen adem over haar wezen. Eindelijk
+ was het gekomen waarvan zij als jong meisje gedroomd had.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Antoine!</p>
+
+ <p>Hij zoende haar en zij kuste terug zonder nog te denken aan fatsoen. In zijn
+ armen vergat zij ouders en concert.</p>
+
+ <p>---En wanneer trouwen wij?</p>
+
+ <p>&mdash;Als Papa in den Gemeenteraad zit... Dat zal de menschen niet weinig doen
+ biskeeren.</p>
+
+ <p>Het publiek trok reeds weg toen zij de geduldig-wachtende ouders vervoegden.</p>
+
+ <p>&mdash;Awel jongen, wat hebt gij Marieken toch zoo te vertellen gehad? wierp de
+ loodgieter op.</p>
+
+ <p>&mdash;En in den donkeren nogal, plaagde Snepvangers die het minst argwaan
+ had.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat zal ik seffens bij Mariekens' ouders verklaren, zei de drogist
+ gewichtig.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar 't is al zoo laat, Antoine, wacht tot morgen.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen Mama!</p>
+
+ <p>In de eetkamer der Hobokenstraat deed Antoine aanzoek naar de hand van Marieken
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>Madame schonk een glas wijn. Madame Craen zei nu haar levensdroom vervuld te
+ zien, Craen toastte en Snepvangers zat verwezen te kijken naar de wondere
+ Teniersmannekens op de deuren der eikenhouten buffetten uitgestoken. Nooit had hij
+ dat zoo nauwkeurig bekeken. En Marieken ging trouwen zoohaast hij in den
+ Gemeenteraad zou zetelen. Zijn kind ging zijn hhui verlaten, een eigen gezin
+ vormen! Op haar beurt zou zij kinderen krijgen, misschien ziekten en tegenslag
+ kennen! Maar Antoine was een goede jongen en kleinkinderen zouden een vreugd zijn
+ voor hun levensavond.</p>
+
+ <p>Madame was blij dat zij niet langer moest nadenken over Marieken. Haar kuren
+ zouden nu voorbij zijn, en de rust zou in huis heerschen. Het hoofd zou men
+ neerleggen zonder angst dat het kind alleen achterbleef. Was Snepvangers nu maar
+ wat minder ongedurig!</p>
+
+ <p>Onder het verteederd toekijken der ouders namen de verloofden afscheid.</p>
+ <hr style='width: 45%;' />
+
+ <p>Om het bedekt en openlijk vrijen der kinderen bekreunde Snepvangers zich
+ niet.</p>
+
+ <p>De weken vergingen in bezoeken, vergaderingen, bijeenkomsten en herberggetwist.
+ De strijd was reeds volop aan gang, in den Bond strijd om voorrang, buiten den bond
+ strijd tegen de partijen. Onvermoeibaar stond hij op de bres van 's morgens vroeg
+ tot 's avonds laat. Zijn persoonlijke meeningen had hij zoo goed het ging in een
+ manifest uiteengezet. Antoine had het verbeterd, een sierlijken vorm gegeven zoodat
+ het nu gerust kon gedrukt worden in <i>De Noodkreet</i>. De avond
+ v&oacute;&oacute;r de algemeene vergadering, waarop de kandidaten zouden worden
+ aangeduid, verzekerde hem de President dat hij gerust mocht zijn over den uitslag.
+ De verdierenpikker had de mannekens van de fanfare bewerkt, de vogelpik- en
+ tonspelers, de spaarders en de vrienden van den armen gesproken. De echte
+ neringdoenden zouden stemmen voor den onbaatzuchtigen rentenier.</p>
+
+ <p>Toch baande Snepvangers zich slechts met beklemd gemoed een weg door de
+ propvolle zaal naar de tafel, waarachter het bestuur geschaard zat. De President
+ knipoogde. Hij hield zijn gelaat in effen plooi om de inwendige ontroering te
+ kunnen verbergen, maar hij zoog smakkend op zijn sigaar, en zijn blikken gleden
+ over allen en zagen niemand. Hij luisterde niet naar het lezen van het verslag van
+ den secretaris, naar de woorden van den voorzitter, naar de losgelaten
+ welsprekendheid der andere kandidaten, die een voor een zich bij hun medeleden
+ kwamen aanbevelen. Zijn zekerheid was hij kwijt, de vaste grond zakte onder hem weg
+ en hij voelde zich hulpeloos tegenover de menigte in de zaal. Van zeer verre klonk
+ het hem eindelijk uit den rook: Het woord is aan M. Snepvangers! Zijn aanhangers
+ juichten hem toe. Dat stak hem een hart onder den riem. Met een woesten ruk wipte
+ hij recht naar het verhoog, schonk zich een glas water, dronk, en toen weer stilte
+ heerschte, sprak hij met gloeiende overtuiging:</p>
+
+ <p>"Medeburgers!</p>
+
+ <p>"Op dit plechtig oogenblik dat gij komt te kiezen tusschen uw mannen die uw
+ belangen zullen gaan verdedigen in den Gemeenteraad, zal ik zeer kort zijn en geen
+ lange redevoeringen uitspreken... Ik ben geen advokaat, maar ik weet wat de
+ burgerij en de neringdoenden toekomt. Wat ik in het verleden geweest ben dat zal ik
+ ook in de toekomst zijn! Ik ben tegen bazars en co&ouml;peratieven, ik wil ze
+ belasten zoodat de kleine burger niet meer failliet zal gaan met te willen
+ concureeren. Uwe belangen zijn zoo treffelijk als die van het werkvolk, waar
+ zooveel voor gedaan wordt. Ik wil mij opofferen voor de zaak! Als onafhankelijk man
+ zal ik uw intresten verdedigen. Ge kunt lezen wat ik in <i>De Noodkreet</i>
+ geschreven heb... Bij mij is het niet te doen om op de kussens te zitten, mijn
+ princiep is: Leven de Neringdoenden!"</p>
+
+ <p>Onder uitbundig gejuich verliet hij het podium, drukte handen, ontving
+ gelukwenschen. Van dat moment af en voor altijd wist Snepvangers wat hij voor had
+ op den gewonen sterveling: hij was een spreker! Hij was direct vergeten dat zijn
+ hart geen boontje groot was v&oacute;&oacute;r de begeestering over hem kwam! Het
+ baarde hem geen verwondering, met groote meerderheid, te worden aangeduid naast
+ acht andere kandidaten. De partij zou met een onvolledige lijst optreden, berekend
+ naar de omstandigheden en naar de stemming onder de kiezers. 's Morgens aan de
+ koffietafel feliciteerde hem Marieken.</p>
+
+ <p>&mdash;Nu zullen de geburen het gauw weten, Papa.</p>
+
+ <p>&mdash;Het kan niet anders, kind, oprecht, ik ben niet rap content over mezelf,
+ maar ik heb gisteren avond goed gesproken.</p>
+
+ <p>&mdash;Snepvangers, zei Madame, ik heb er over nagedacht, nu ge kandidaat zijt,
+ zult ge uw rang moeten ophouden.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat spreekt!</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, en daarom zoudt ge maar alle dagen uwe redingote moeten dragen, dat
+ staat zoo deftig!</p>
+
+ <p>&mdash;En 's Zondags dan?</p>
+
+ <p>&mdash;Ge laat er 'n nieuwe maken bij een anderen kleermaker... dat zijn weeral
+ stemmen.</p>
+
+ <p>&mdash;En 'k zou mijn buis maar dragen, Papa.</p>
+
+ <p>&mdash;Alles behalve dat... zij is voor 's Zondags en blijft voor 's Zondags...
+ maar ge moest nog eens aan het bad denken dat, met al die stroebeling, in den
+ vergeethoek is geraakt.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Papa.</p>
+ <hr style='width: 45%;' />
+
+ <p>Drukke dagen volgden. Met den verdierenpikker, de leden van het bestuur en de
+ andere kandidaten schreven zij adresbanden om <i>De Noodkreet</i> te verzenden,
+ bezochten winkeliers, herbergiers, beenhouwers, bakkers, kleermakers en andere
+ neringdoenden, menschen die niet bij den bond waren aangesloten. Ook onder de leden
+ zelf moest het heilig vuur onderhouden worden, want de tegenpartijen vielen hen
+ reeds aan in eigen kamp.</p>
+
+ <p>Snepvangers vermagerde zichtbaar van inspanning, onrust en slapeloosheid. Laat
+ duurden de vergaderingen waar plakkaten en vlugschriften werden opgesteld,
+ kiezerslijsten uitgeplozen en stemmen berekend. De secretaris, een gewezen
+ onderwijzer, wiens ambt betaald werd, gaf uitleg over de kieswet, leerde hen wat
+ zij te doen hadden als getuige in de kiesbureelen en cijferde de ingewikkelde
+ kansen na om de kandidaten gekozen te zien.</p>
+
+ <p>Toen Snepvangers hun lijst op de aanplakplaatsen in de stad zag prijken, en zijn
+ eigen naam en al zijn voornamen las, toen oordeelde hij de kansen gunstig. De lijst
+ hing naast de roode der socialisten, de blauwe der liberalen, de driekleurig
+ omkranste der katholieken.</p>
+
+ <p>De politieke strijd begon thans voor goed. Meetings zouden zij niet houden,
+ vermits zij niet op de massa maar wel op de eigen standgenooten steunden. De
+ dagbladen mengden zich in 't gevecht met al de klem en de kracht van het gedrukte
+ woord. Snepvangers las alles en raakte soms de kluts kwijt, werd haast wanhopig
+ onder de aantijgingen tegen menschen die, al waren zij niet van den bond, hem toch
+ eerbiedwaardig schenen. Zijn simpele ziel duizelde onder het schelden en
+ bezwadderen, hij had nooit zooveel kwaad in de wereld vermoed, en hij begreep niet
+ dat journalisten zoo wat durfden te schrijven. De mannekens der eigen partij werden
+ opgehemeld, alle deugden en bekwaamheden hun toegeschreven. De verdierenpikker
+ moest hem steunen in zijn moedeloosheid.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is politiek, Snepvangers, politiek, anders niks... Geloof niet dat
+ zij dat zelf meenen... Zij zijn er voor betaald juist gelijk onzen sekretaris...
+ Als de kiezing voorbij is spelen zij weer samen smousjes op 't Groenkerkhof in hun
+ caf&eacute;, en de mannen die in den gemeenteraad zitten van de verschillende
+ koleuren zijn dan weer dikke vrienden.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, maar zoo versta ik het niet!</p>
+
+ <p>&mdash;Gij zijt 'n brave vent, Snepvangers, en neemt dat veel te serieus op...
+ Ze spelen allemaal komedie in de politiek... Trek het u vooral maar niet aan
+ wanneer ge vandaag of morgen door 't slijk gesleurd wordt.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik doe een ongeluk als er een het hart heeft mij zoo te affronteeren!</p>
+
+ <p>&mdash;Doe liever niks, anders wordt gij nog veroordeeld tot schadeloosstelling
+ en de kosten, en de menschen zullen met u lachen omdat ge niet meer van de politiek
+ verstondt en toch kandidaat hebt willen zijn. Een kandidaat moet tegen alles
+ kunnen; als zij schrijven dat ge 'n dief zijt, dan moet ge er nog uw botten aan
+ vagen... Om kandidaat te wezen, moet ge 'n filosoof zijn. Wacht maar, uw beurt komt
+ wel. In de <i>Gazet van Allen</i> beginnen ze portretten te geven van de mannen der
+ "nief partie". Bakker Janssens hebben ze vandaag uitgekleed, ze noemen hem 'n
+ vermomden geus en doen verstaan dat hij zich rijk gestolen heeft met te pooteren op
+ het gewicht!...</p>
+
+ <p>Dag aan dag verschenen nu portretten der medekandidaten in het frutkrantje, dat
+ overal gratis verspreid werd. Morgen werd het nu zijn beurt; hij was de laatste om
+ afgetakeld te worden. Heel de stad zou het lezen, velen zouden er een heimelijk
+ plezier in hebben of het voor waarheid verslijten. Ja, men moest filozoof zijn om
+ dat alles te verdragen voor zijn overtuiging! Vooral niks toonen, waardig doen
+ gelijk iemand die het gewoon is, porde hij zich zelf aan.</p>
+
+ <p>Hij hoorde de gazettenleurders toeten en gillen in de straten, toen hij aan het
+ lokaal van den Bond kwam. Nauwelijks zat hij tusschen de strijdmakkers, of de deur
+ vloog geweldig open en President en verdierenpikker verschenen in zeer opgewonden
+ toestand. Zij hielden de gazet in de vuist geklemd.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is schandalig, Snepvangers!</p>
+
+ <p>&mdash;Trek het u toch vooral niet aan. Snepvangers, 't is te gemeen!</p>
+
+ <p>&mdash;Laat maar eens zien, zei de kandidaat zoo bedaard mogelijk; die dat
+ geschreven heeft, is toch een tienstuiversgast!</p>
+
+ <p>Hij nam het dagblad, keek nog eens naar den President, die rood zag van oprechte
+ verontwaardiging, naar den verdierenpikker, die hem met zeemzoet mededoogen
+ aankeek, en voelde aller oogen&mdash;die der medekandidaten&mdash;vol
+ nieuwsgierigheid op zich gevestigd. Taai blijven! Hij las:</p>
+
+ <p><i>De Baaskens der Nief Partie!</i></p>
+
+ <p>"Nu gunnen wij onze lezers het plezier kennis te maken met den laatste der
+ fameuze pateekens, die gaarne in den raad zouden zitten en er niet bekwaam voor
+ zijn.</p>
+
+ <p>"Een dezer vermomde geuzen is Snepvangers, die de neringdoenden zal gaan
+ verdedigen, precies alsof wij dat niet altijd hebben gedaan.</p>
+
+ <p>"Deze framasson stinkt van pretentie en is zijnen tijd vergeten toen hij bij
+ Notaris Boeykens de deur mocht open en toe doen, of korenten verkocht in "De
+ Zoutkeet".</p>
+
+ <p>"Hij is rijk geworden met den strooman te spelen in de Roepzaal voor
+ geuzenaffaires die het daglicht niet mochten zien.</p>
+
+ <p>"Hij is bekend in al de garstencaf&eacute;s, waar hij stoeft alsof hij reeds
+ gekozen was.</p>
+
+ <p>"Het eerste deel van zijn naam is snep, en die beesten hebben gaarne een natten
+ bek. Het tweede deel, vangers, beteekent dat hij de kiezers zou willen vangen, maar
+ de kiezers zijn allemaal geen jongens uit "De Gaper"!</p>
+
+ <p>"Moest hij gekozen worden, wat de verstandige kiezers wel zullen beletten, dan
+ wordt de Gemeenteraad herdoopt in Sneppenraad! Wij willen serieuse menschen!</p>
+
+ <p>"De kiezers mogen lachen, maar zich niet voor den aap laten houden door de
+ vijanden van den godsdienst of door anarchisten! De deftige kiezers stemmen onder
+ nr 1!"</p>
+ <hr style='width: 45%;' />
+
+ <p>Snepvangers hield zich kranig onder de mokerslagen. Zoo iets monsterachtigs
+ schreef men tegen een deftigen burger, die altijd, naar behooren, zijn kerkelijke
+ plichten vervuld had. Wat al leelijke aantijgingen, wat vuige beschuldigingen door
+ een naamlooze uitgekraamd! Hij moest de stilte verbreken, toonen dat Snepvangers
+ door zoo iets niet in zijn eer kon gekrenkt worden.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik een framasson, zei hij schouderophalend, ik weet niet eens wat een
+ framasson is!... Het kunnen misschien heel deftige menschen zijn. Als zij denken
+ Snepvangers bang te maken, dan zijn zij er nog niet half... Ik ben onafhankelijk en
+ niemand kan mij deren!... Zij zijn bang van ons.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij moeten onze mannen verdedigen, schreeuwde de President.</p>
+
+ <p>-Ja! Ja!</p>
+
+ <p>&mdash;Tegen dat janhagel verdedigt men zich niet, verklaarde Snepvangers kalm,
+ maar inwendig kookte hij van machtelooze woede.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben zeker dat het van dien fijnen jezuiet komt, die op den Kauwenberg
+ woont en secretaris is van de spaarmaatschappij, meende de verdierenpikker, hij
+ schrijft in de gazet.</p>
+
+ <p>De vergadering duurde laat in den avond. In den frisschen herfstnacht ging
+ Snepvangers alleen naar huis. De volle maan lei een zilveren glans over de stad. De
+ gewogen Snepvangers, verstrikt in het geharrewar van de politiek, kwam in de stille
+ haast tot bedaren.</p>
+
+ <p>Uit de eenzame Keizerstraat klonken stappen en een lange slungel scheerde hem
+ voorbij. De man groette.</p>
+
+ <p>&mdash;Halt! vriendje, riep Snepvangers en greep den man stevig vast aan zijn
+ ondervest, gij hebt mij dus dat affront gebakken, gij leelijke, lange slingeraap!
+ Ik ben dus 'n framasson, 'n zatlap en 'n stoeffer!</p>
+
+ <p>&mdash;Wat wilt gij, Mijnheer Snepvangers, ik begrijpt u niet, verweerde de
+ slungel angstig.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij zijn nu onder vier oogen, niemand ziet ons, span nu maar een proces
+ in zonder getuigen, deugniet, sjamfoeter, vuile jezuiet!</p>
+
+ <p>Snepvangers moest telkens opwippen om met zijn vuist te kunnen bonken op de
+ tronie van den lange. Jammerend probeerde deze zich los te rukken, maar de
+ kandidaat hield wraakgierig vast, wipte maar en bokste op neus en oogen tot hij
+ hijgend niet meer kon. De slungel griende.</p>
+
+ <p>&mdash;Zoo tem ik de gazettenmannekens, triomfeerde Snepvangers, zeg na maar
+ gerust aan de andere sloebers wat zij van mij verwachten kunnen, en zeg dat ik mijn
+ botten vaag aan die smeerlappekens! En als zij niet oppassen dan wordt ik nog
+ framasson! Slaap wel en droom van zoetekoek! Maar in de spaarmaatschappij vliegt ge
+ zeker buiten ...</p>
+
+ <p>Hij liet zijn slachtofter in den steek. Niemand had het gezien en niemand kon
+ getuigen! 't Zal morgen 'n schoone jongen zijn, peinsde hij. Zegevierend kwam hij
+ thuis waar de vrouwen, die ook de gazet gelezen hadden, angstig op hem zaten te
+ wachten. Aan zijn kneukels kleefde bloed.</p>
+
+ <p>&mdash;Arme Papa, kreet Marieken, en hebben zij u daarbij nog willen
+ vermoorden!</p>
+
+ <p>&mdash;Maar Snepvangers toch!</p>
+
+ <p>&mdash;Ik heb den deugniet zijn zaligheid gelezen achter den hoek, morgen loopt
+ hij gelijk 'n karnavalzot met twee blauwe oogen, en hij kan mij niks, want hij
+ heeft geen getuigen! 't Is de secretaris der spaarmaatschappij die mij dat gelapt
+ heeft.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar, Snepvangers, wat zullen de menschen denken van zoo in de gazet te
+ figureeren, en dan nog vechten op den koop toe...</p>
+
+ <p>&mdash;En dan over <i>De Gaper</i>, snikte Marieken.</p>
+
+ <p>&mdash;Van 't vechten zal hij wel zwijgen en dan weet niemand iets... en de
+ gazet dat is politiek, dat is maar comedie!... In de politiek moet ge filosoof
+ zijn, en 't is niet zoo gemakkelijk om in den Gemeenteraad te komen.</p>
+
+ <p>&mdash;'k Wou dat de kiezing maar voorbij was!</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ook, beaamde Marieken en zij dacht aan haar huwelijk.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ook, zuchtte Snepvangers terwijl hij zich het bloed van de hand
+ wiesch.</p>
+
+ <p>De verdierenpikker en de President, in het geheim der tuchtiging ingewijd,
+ verkneuterden zich van plezier. In hun brieventesch bewaarden zij het uitknipsel
+ der gazet. Zij herlazen menigmaal het relaas van het voorval verschenen onder de
+ rubriek <i>Stadsnieuws</i>:</p>
+
+ <p>"Gisteren avond was onze getrouwe medewerker A.S. het slachtoffer van een
+ bandietenaanval. De lafaard mishandelde en kwetste onzen vriend zoodanig dat hij er
+ bedlegerig van is. Politie was natuurlijk weer niet in den omtrek. Onder de
+ regeering der mannen van "licht, immer licht" heeft onze stad niets meer te
+ benijden aan Parijs en zijn apachen. De kiezers moeten er paal en perk aan
+ stellen!"</p>
+
+ <p>Terwijl de kiesstrijd in volle hevigheid woedde, zorgden de dames voor den
+ uitzet der kinderen. De mannen waren niet te spreken zoodat de moeders vrij waren
+ alles naar eigen smaak te bedisselen. Antoine en Marieken gingen vrijend wandelen
+ in den valavond, zoohaast de winkeldrukte voorbij was. In den loop van den dag
+ wipte Marieken, dikwijls, onder een of ander voorwendsel, in <i>De Gaper</i>
+ binnen. Zij was verzot op drop, snoepte regelmatig aan den bokaal "jappekens", in
+ de buurt als de beste befaamd. De reuk der specerijen, gedroogde kruiden en
+ verfstoffen was haar haast reeds een behoefte geworden, en zij snuffelde in kasten
+ en schuiven, in bakken en vaten. Den winkel, den aantrekkelijken winkel wou zij
+ leeren, zij telde de dagen af die haar nog van het oogenblik gescheiden hielden dat
+ zij de klanten zou te woord staan. Zij liet de moeders maar betijen; wanneer zij
+ eenmaal bazin in <i>De Gaper</i> was, dan zou zij alles wel naar eigen zin
+ inrichten. In zijn drogerij was Antoine ernstig, een bijdehandsche winkelier.</p>
+
+ <p>Den vooravond der verkiezingen werden de laatste woorden aan de kiezers per post
+ verzonden of nog in de brievenbussen gestopt. Een kort en bondig woord: "Wie zijn
+ eigenbelang bemint en de groote concurrentie wil kapot maken, stemt onder Nr. 3!"
+ De teerling was geworpen. Dien nacht sliep Snepvangers niet. Zeer vroeg stond hij
+ op, trok zijne nieuwe redingote aan om zijn burgerplicht te gaan vervullen. Overal
+ waren de muren bedekt met plakkaten, op de voetpaden nabij de kiesbureelen waren de
+ strijdcijfers geschilderd, aan de deuren stonden de reclamedragers met een "Stemt
+ onder Nr..." Na zorgvuldig zijn kiesbriefjes bewerkt te hebben ging hij een pintje
+ drinken.</p>
+
+ <p>De roes der laatste weken viel weg wanneer hij zoo rustig achter eene
+ herbergtafel zat. Ja, hij was vermagerd onder de zenuwachtige opwinding, en voor
+ geen geld wou hij de geschiedenis opnieuw beginnen. Zou hij nu gekozen zijn? In
+ geval het hem tegenviel zouden zijne vijanden niet weinig lachen! Anders kwam er
+ weer een serenade met braban&ccedil;onne, dan het huwelijksfeest, daarna de
+ vergadering van den Gemeenteraad waarin hij den eed zou afleggen. Aan tafel praatte
+ hij opgewekt en onbekommerd met Antoine en Marieken, met Madame Craen en zijn
+ vrouw. Maar de tijd viel hem lang. Hij verlangde naar en vreesde de komst van den
+ President om den uitslag te kennen, 't Werd avond en de stemming een beetje
+ gedrukt. Dan klonk de huisschel onzeker, 't Is mis, peinsde Snepvangers. Beschroomd
+ stonden President en verdierenpikker voor hem. Hun begrafenisgezichten waren
+ welsprekend.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij zijn helaas geklopt, fluisterde de President.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij moeten den volgenden keer herbeginnen, beweerde de verdierenpikker,
+ de kiezers werden misleid, zij hebben hun belang niet begrepen... En de anderen
+ hadden gazetten!</p>
+
+ <p>&mdash;De kiezers zijn stommerikken, oordeelde Snepvangers die zijn
+ luchtkasteelen zag ineenstorten, er is niks mee aan te vangen... en daar heb ik mij
+ voor opgeofferd, mijn tijd, mijn centen en mijn ambitie in gesteld, mij door de
+ goot laten sleuren! ...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, wij hebben er ons voor opgeofferd, getuigden ook de vrienden.</p>
+
+ <p>&mdash;Schreeuw niet, Marieken, 't is allemaal niks... ik vaag er nu toch mijn
+ botten aan... 't Is nu gedaan met de politiek... Ik trek er uit... Ik geef mijn
+ ontslag aan al de maatschappijen... dat zij het karreken maar zelf kruien, ik ben
+ het beu... ik zet geen voet meer op de vergaderingen... ik ga rusten en van het
+ leven profiteeren... 'n mensch is zot zich muug te maken voor al die vodden... De
+ politiek is een smerige komedie, en ik wil geen komedie spelen in mijn ouden
+ dag!... Ik ben er mager van geworden... Wij gaan nu samen een lekker glas wijn
+ drinken in familie, om te toonen dat wij niks geven om hunnen Gemeenteraad...
+ Antoine, jongen, als ik u 'n goeien raad mag geven, doe dan nooit aan politiek...
+ 't Is puur zottigheid! De wereld wil bedonderd worden, awel voor mij is 't ook
+ goed... En, Marieken, dat bad wil ik ook niet meer in mijn huis... ik heb mij nooit
+ in een bad gewasschen en ik zal het zeker nu nog niet doen, ik geef het u cadeau in
+ uw huishouden... en ik blijf van den ouden eed en wasch mijn voeten in een
+ tobbeken!... Mama, haal maar een lekkere flesch op, ik ben blij dat alles voorbij
+ is!... Niemand sprak de wrevelige rede tegen, vrucht van ondervinding en
+ ontstemming.</p>
+
+ <p>En zoo werd de verloving nogmaals gevierd, en de rust gehuldigd, die voortaan in
+ het gezin zou heerschen.</p>
+
+ <p>Wanneer de gasten uitgeleid werden en in leutige opgewektheid afscheid namen,
+ hoorden zij in de verte schorre stemmen weergalmen. Hij voelde zelfs geen
+ bitterheid meer bij het kiesliedje der overwinnaars: "Van 't ongediert der papen,
+ verlost ons vaderland?"</p>
+ <hr style="width: 65%;" />
+
+ <h2><a name="HOOFDSTUK_III" id="HOOFDSTUK_III"></a>HOOFDSTUK III.</h2>
+
+ <h3>WIJSHEID EN LEVENSKUNST.</h3>
+
+ <p>Marieken was met pralende plechtigheid getrouwd om de geburen en kennissen te
+ doen biskeeren. De zingende mis in St.-Jacobskerk, het orgelmuziek op het Stadhuis
+ en het Bruiloftsfeest bij Weber hadden heel wat opschudding verwekt en het aanzien
+ der familie Snepvangers weer hersteld, dat door het mislukt kiesavontuur gedaald
+ was.</p>
+
+ <p>Wanneer de wijnroes was opgeklaard, hernam Snepvangers zijn rustig
+ renteniersbestaan. Madame, in eeuwige ongedurigheid, dribbelde in huis rond of
+ winkelde in de buurt.</p>
+
+ <p>'s Zondags dineerden zij met de familie Craen bij de kinderen. Heimelijk zonden
+ beide moeders een en ander om de dischkaart een fraaier uitzicht te bezorgen. De
+ winterzondag-namiddagen werden met lekker eten en drinken, in
+ famillie-gezelligheid, doorgebracht.</p>
+
+ <p>Het jonge paar had, voor het oog der menschen en omdat men toch een
+ huwelijksreis moet doen, enkele dagen te Brussel doorgebracht. Daarna werd
+ Mariekens blanke bruidstooi voorzichtig in een koffer geborgen, haar bruidskrans en
+ ruiker onder een glazen stolp, op de schouw der slaapkamer te prijken gesteld, en
+ Marieken nam haar plaats in achter den toog der drogerij op de Torfbrug. De oude
+ meid liet zij baas in de keuken, de winkelknecht verontrustte zij niet in kelder of
+ magazijn. Zij regeerde dus met wijsheid, en troonde naast Antoine met groot
+ zelfgenoegen. De uren vlogen voorbij met het gerammel op den beiaard van
+ Onze-Lieve-Vrouw-toren, 's Maandags ging zij in den namiddag met de moeders op
+ boodschappen uit; 's Woensdags woonden zij de avondconcerten in den Dierentuin bij;
+ Vrijdag morgen gaf als afwisseling het druk geloop van buitenlieden in de drogerij
+ tot het beiaardspel van twaalf uur verpoozing bracht; de Zaterdag werd besteed aan
+ schoonmaak en de rustdag volgde dan met groote eetpartij.</p>
+
+ <p>Snepvangers had woord gehouden, zich teruggetrokken uit het vereenigingsleven.
+ Craen bleef President van den Bond der Neringdoenden en verweet zijn vriend de
+ verregaande onverschilligheid tegenover de openbare belangen. Maar Snepvangers,
+ openlijk gesteund door zijn vrouw, was niet van zijn stuk te brengen. Met den
+ verdierenpikker was het haast tot een breuk gekomen daar deze aan hetzelfde zeel
+ trok met den President. De critiek van een ouden vriend kan men natuurlijk minder
+ dulden! Hij vergaf daarbij zijn kameraad niet hem in dat spoor te hebben gevoerd,
+ ontmoette hem nog slechts in de herberg om den wille van het kaartspel.</p>
+
+ <p>Hij schiep groot behagen in zijn schoonzoon die, 's Zondags na het eten, nooit
+ naliet uit te pakken met zijn wetenschappelijken ballast te Leuven opgedaan.
+ Antoine noemde zijn kruiden met hun latijnsche namen die Snepvangers niet onthouden
+ kon. Hij sprak over sterrekunde en delfstoffen, over scheikunde en filosofie.</p>
+
+ <p>De geneeskunde was hem niet vreemd, zijn zalf tegen brandwonden, eigen
+ uitvinding, vond wonderlijk veel afzet. En hij peinsde, hij peinsde maar door op
+ nieuwe uitvindingen, middelen om het menschdom te helpen en zijn inkomsten te
+ verhoogen. Om op de hoogte te blijven der jongste wetenschappelijke gegevens, las
+ hij geregeld populaire tijdschriften, want in zijn vak was er voortdurend
+ nieuwigheid en vooruitgang.</p>
+
+ <p>De belangwekkende beschouwingen werden gewoonlijk in den winkel gehouden.
+ Marieken bewonderde haar echtgenoot en snoepte onderwijl drop, de dames Kauwden
+ jujube, en de heeren rookten hun sigaar. Antoine ploos zijn geitenbaardje, zijn
+ gelaat stond ernstig en zijn woorden klonken beslist en doctoraal. Het was
+ verbazend vreemd voor Snepvangers en Craen die gretig luisterden, wat de dames niet
+ deden. Marieken knikte telkens alsof zij het fijne van de zaak verstond.</p>
+
+ <p>&mdash;De zon wordt kleiner, verzekerde eens Antoine.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar jongen wat ge nu zegt, schuddebolde zijn vader.</p>
+
+ <p>&mdash;'k Heb het altijd gepeinsd, bevestigde Snepvangers diepzinnig, de zomers
+ worden korter.</p>
+
+ <p>&mdash;De zon wordt dagelijks ouder, orakelde Antoine die zich door geen
+ onderbreking liet afleiden, de zon neemt af en verliest in warmte.</p>
+
+ <p>&mdash;Precies zooals ik gedacht heb, zei Snepvangers, deed een zware haal aan
+ zijn sigaar en blies kwaadaardig een rookwolk op.</p>
+
+ <p>&mdash;Zij verliest haar zelfstandigheid, ja zij verliest haar zelfstandigheid
+ en vermagert, als ik mij zoo doodgewoon mag uitdrukken, zij vermagert door ons haar
+ stralen toe te zenden! De geleerde J. Bosles,&mdash;er klonk eerbied in zijn
+ stem&mdash;heeft berekend dat de zon elk jaar door uitstraling een gewicht van 18
+ maal 10.20 gram verliest...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat moet een cijferaar zijn, betwijfelde de President.</p>
+
+ <p>&mdash;Met andere woorden, hield Antoine vol, in dertig millioen jaren zal de
+ zon een hoeveelheid stof uitgestraald hebben die gelijk is aan de aardmassa.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is kolossaal, bedacht Snepvangers en hij voelde dat Antoine hem
+ doordringend aankeek.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja Papa!... Als nu de zonnemassa vermindert, dan wordt haar
+ aantrekkingskracht kleiner: de aarde, minder sterk door haar aangetrokken, moet
+ minder snel van het aphelium naar het perihelium afdalen en minder snel van het
+ perihelium naar het aphelium opklimmen!... De duur van deze dubbele beweging, met
+ andere woorden het sterrekundig jaar, moet langer worden.</p>
+
+ <p>&mdash;Zoo is 't Antoine, M. Boskes heeft gelijk, ik ben er zeker van, gaf de
+ President toe, verheugd dat de uitleg voorbij was.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik versta niks van ofelium en perium, bekende Snepvangers schuchter, maar
+ ik wil u wel gelooven op uw woord... maar hoeveel langer moet volgens u het
+ sterrekundig jaar wel worden?</p>
+
+ <p>&mdash;Elk millioen jaar, en hij lei den klemtoon op millioen, elk millioen jaar
+ zes seconden.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is niet veel, meende Snepvangers teleurgesteld, en dan moeten wij er
+ ons nog niet ongerust in maken, wij hebben nog al den tijd...</p>
+
+ <p>&mdash;Laat ons maar liever gaan soupeeren in plaats van daar den kop mee te
+ breken, stelde Madame Craen voor.</p>
+
+ <p>&mdash;De vrouwen hebben geen verstand van wetenschap, misprees Antoine.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen jongen, troostte Snepvangers. Terwijl zij eens aan een
+ goudbruin-gebraden kip peuzelden, lei Antoine eene echte geloofsbelijdenis af:</p>
+
+ <p>&mdash;Wat is een mensch tegenover het heelal?</p>
+
+ <p>Bedenkelijk vaagde hij de vettige vingers aan zijn servet; hmde genoegelijk en
+ bekeek strak zijn schoonvader.</p>
+
+ <p>Snepvangers verschrok, liet het kippen boutje, waaraan hij zoo blijhartig te
+ kluiven zat, terug in zijn bord vallen, loerde bedeesd naar zijn teljoor en vond in
+ zijn bedremmeling geen antwoord. Met zijn plakkerige hand streek hij zich over zijn
+ kort-grijs stekelhaar, voelde aller oogen op hem gevestigd.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, wat is een mensch tegenover het heelal?</p>
+
+ <p>&mdash;Niet veel, waagde Snepvangers en wou zijn boutje weer vastgrijpen.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, niks, Papa, niks, absoluut niks, klonk vernietigend het betoog uit
+ den mond van den drogist, zoodat Snepvangers de hand van het kippenboutje
+ aftrok.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is wat straf, Antoine, verweerde hij zich.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, niks, niks, niks! Een korreltje zand in de woestijn, een druppel
+ water in de zee... een molecule...</p>
+
+ <p>&mdash;Watte?</p>
+
+ <p>&mdash;Een molecule, dat is de kleinste denkbare hoeveelheid stof die op
+ zichzelf kan bestaan!...</p>
+
+ <p>&mdash;Toch iets meer, Antoine, toch iets meer, hield Snepvangers, rood van
+ ontroering, vol, nu ben ik het niet akkoord.</p>
+
+ <p>&mdash;Ha, ik weet wat ge zeggen wilt, zegevierde de drogist, ge wilt zeggen dat
+ wij een ziel hebben, dat wij redelijke schepselen Gods zijn! ...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, stemde Snepvangers direct in, gelukkig dat hij zich aan dat argument
+ kon vastklampen, en hij greep weer naar zijn bord, ja Antoine.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar dat is een ander kwestie... ik ben het met u eens op dat punt...
+ maar gesproken volgens absolute stelling, onder wetenschappelijk oogpunt beschouwd,
+ zijn wij tegenover het heelal niet meer dan een mier, een zandkorrel of een druppel
+ regenwater!...</p>
+
+ <p>Snepvangers voelde zich angstig onbehagelijk, hij begreep niet waar zijn
+ schoonzoon heen wou met zijn smakelijk gepeuzel te onderbreken.</p>
+
+ <p>&mdash;Wetenschappelijk mag dat waar zijn, antwoordde hij gebelgd maar waardig,
+ doch 'n mensch is geen mier, 'n mensch is een mensch!.. Ja een mensch!... Geen
+ regenwater!... Hij is naar God geschapen!... Zoo is 't! ... De geleerden kunnen ons
+ wijs maken wat zij willen!... Ik blijf bij het geloof, Antoine.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar Papa toch, kreet Marieken.</p>
+
+ <p>&mdash;Papa heeft gelijk, koos Madame Craen partij.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij moeten tot stof vergaan, probeerde Madame Snepvangers te
+ verzoenen.</p>
+
+ <p>&mdash;Mama begrijpt mij, draaide Antoine bij. Hij had de tafel vergeten en zag
+ niet in waarom de fraaie, wetenschappelijke bespiegeling niet beviel. Ja, wij
+ moeten helaas tot stof vergaan.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, dat is zoo, gaf Snepvangers toe, in het besef dat er een eind moest
+ aan komen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, rotten moeten wij allemaal, verzekerde ook Craen.</p>
+
+ <p>&mdash;Papa heeft me verkeerd begrepen, ik ook verbind de wetenschap aan den
+ godsdienst... geloof sluit geen wetenschap uit...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, 't is wat te zeggen in de wereld, gaf Snepvangers nu berustend toe en
+ begon ditmaal opnieuw te kluiven. Het woord molecule moet ik onthouden, dacht hij,
+ terwijl hij wat appelmoes op zijn bord nam.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben neo-thomist, speelde Antoine onverstoord uit.</p>
+
+ <p>&mdash;Een neo-thomist? vroeg Marieken benauwd.</p>
+
+ <p>&mdash;Die partij ken ik niet en wil ik niet kennen, weerde Craen zich.</p>
+
+ <p>&mdash;Gelooven die dat we van de apen afstammen? Vroeg Snepvangers bekommerd,
+ maar bleef voortpeuzelen.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat kan niet, zei Madame Craen angstig.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik wil van geen apen afstammen, weigerde Marieken.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, maar zij oordeelen... Darwin...</p>
+
+ <p>&mdash;Och dan is het goed, Antoine, besloot Snepvangers onverschillig, en nam
+ nog een stukje van de borstkas, dan zullen ze wel gelijk hebben.</p>
+
+ <p>&mdash;Snepvangers, ik geloof dat het nu een goed oogenblik is om
+ petrool-fondsen te koopen... die gaan stijgen, man!</p>
+
+ <p>Hierdoor gaf de President het gesprek een andere wending, want hij ook was
+ bevreesd voor de wetenschappelijke invallen van zijn zoon. Hij had verschrikkelijk
+ veel geleerdheid opgedaan, doch Craen sprak liever over koetjes en kalfjes zooals
+ het een gewoon, ordentelijk man past. Antoine benuchterd, liet zijne benarde zaak
+ in den steek, daalde af tot de gemeenschap en sprak over fondsen en
+ beurskoersen.</p>
+
+ <p>Snepvangers bewonderde de kundigheden van zijn schoonzoon, maar was toch
+ tevreden, na de zondagsche hoogvliegerij, weer zonder inspanning te kunnen praten
+ met geburen en herbergvrienden.</p>
+
+ <p>Tot zijn overbuur voelde hij zich bijzonder aangetrokken. Zoohaast het weer
+ eenigszins beter werd, liet hij 's morgens vroeg zijn spitsken weer de dringende
+ wandeling doen in de straat. Hoe vroeg hij ook opstond, steeds lag de man uit het
+ kousen winkeltje aan den overkant, met gekruiste armen over de halfdeur te loeren
+ en riep hem, immer welgemutst een goeden morgen toe. Hij dampte uit zijn goudsche
+ pijp en hield den steel tusschen de dikke worstvingertjes geklemd. Steeds spuwde
+ hij regelmatig, met pletsend geluid, juist op den kant van het voetpad voor zijn
+ deur. Ssnepvanger kende hem sedert lang als een zwaarlijvig wezen, van gelijkmatig
+ humeur. De vrouw regeerde in den kousenhandel. De baas mocht de vitrien wasschen en
+ de uitstalling van kousen, roode snuifzakdoeken, sajet en garen onderhouuden, soms
+ een boodschap doen uit visschen gaan of bij zijn duiven zitten op zolder. In zijn
+ vrije oogenblikken lag hij maar altijd over de halfdeur te rooken en te spuwen.
+ Snepvangers die jaren de welvarende nering kende, vermoedde wel dat het koppel
+ dikkerds er warmpjes in zat. Zij leefden afgetrokken en vergenoegd, de man wist dat
+ de vrouw de broek droeg, maar 't verhinderde hem niet vermits hij op tijd zijn
+ natje en zijn droogje had. Het huisje was nog antieker dan zijn ouderwetsche
+ bewoners, al was het trapgeveltje weggebroken om plaats te maken voor een
+ kroonlijst. De halfdeur was gebleven om overbuur van zijn gemakje niet te
+ berooven.</p>
+
+ <p>Het bleef bij wederzijdsche beleefdheid. Snepvangers had maar gaarne geweten
+ wanneer overbuur opstond; hij deed heimelijk zijn best om eens voor hem te zijn,
+ doch steeds lag de vent, die hem mogelijk doorzag, reeds rustig te rooken en
+ groette hem met een welwillend gegrinnik. Hij slaapt niet, oordeelde Snepvangers,
+ er zijn menschen die niet slapen kunnen omdat zij wat op den lever hebben. Maar het
+ geweten van den man zou wel door niets bezwaard zijn, hij was steeds te vergenoegd.
+ De duiven zullen hem wekken, veronderstelde hij, hij zal juist onder het duivenhok
+ slapen. Hij moet een droge keel krijgen met al zijn speeksel zoo te vermorsen,
+ bedacht hij verder. Nooit had het doen en laten van een mensch zoozeer zijn
+ belangstelling gewekt. Aan de koffietafel zelfs praatte hij over de
+ eigenaardigheden van den buurman, over zijn spuwkracht. Nooit ontvingen de menschen
+ uit het oude kousenwinkeltje bezoek, vertelde Madame, de vrouw, het mafkoeiken, zei
+ geen schamel woord meer dan noodig was in de winkels, en rijk waren zij gewis, want
+ ook het huisje was hun eigendom. Propere, stille menschen, die jaarlijks hun
+ geveltje laten schilderen de deur in eik zetten! Op een voorjaarsmorgen, de zon
+ koesterde reeds warm den spinnenden, grijzen kater v&oacute;&oacute;r het huis van
+ Sander, bood zich de gelegenheid om nader kennis te maken. Spitsken joeg in
+ lente-overmoed achter de poes, die over de halfdeur naast het hoofd van haar
+ meester wegsprong. Snepvangers stak de straat over en zocht zijnen hond te
+ verontschuldigen.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat doet hij anders nooit, Sander.</p>
+
+ <p>Neen, schuddebolde de kousenvent, maar hij zei geen woord, verbluft door den
+ plotsen aanval. De mogelijkheid van een gesprek met Snepvangers te voeren had hij
+ nimmer bedacht. Onthust staarde Snepvangers in den klaren hemel, Sander vergat te
+ rooken.</p>
+
+ <p>&mdash;Schoon lenteweer, teemde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge wordt weer vetter... ge krijgt weer buik... dat is goed, antwoordde
+ Sander en spuwde tot bevestiging.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Sander!</p>
+
+ <p>Schuw was hij, hij had berouw den man gestoord te hebben in zijn
+ ochtendbezigheid. Met inspanning en ontzetting zag hij Sander spuwen, prevelde iets
+ en trok zich terug. Eenige dagen gingen voorbij zonder dat hij een poging waagde,
+ hoe toeschietelijk Sander ook glimlachte en lustig knikte wanneer hij aan de deur
+ verscheen. Maar Spitsken joeg weer achter den kater, en het beest wipte weer binnen
+ over de halfdeur.</p>
+
+ <p>&mdash;Hij kan hem niet krijgen, pochte Sander.</p>
+
+ <p>Snepvangers stak de straat over en ging tegen de oude deurlijst leunen, van waar
+ hij aandachtig het waterspel van Sander gadesloeg.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge speekt toch zoo vreeselijk veel, Sander, oordeelde hij vol ontzetting,
+ is dat van 't smooren?</p>
+
+ <p>&mdash;Bijlange, niet, Snepvangers, ik kan speeken zonder smooren... ik kan
+ altijd speeken als ik aan de deur sta.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar waarom dan toch, Sander?</p>
+
+ <p>&mdash;Omdat mij dat amuseert!</p>
+
+ <p>&mdash;Amuseert u dat?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja kolossaal... ik speek nooit in de goot, altijd op 't kantje van den
+ trottoir.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat de zegt!</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, dat is zoo'n gewoonte en ge kunt niet gelooven hoe plezant het is!...
+ ik doe het nu al jaren... en toen ik eens in mijn bed stak met flerecijn was ik
+ ziek omdat ik niet speeken kon!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ge zult te veel speeksel hebben, Sander.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat kan wel, maar ik doe het toch meer om het verzet... ieder mensch
+ heeft zoo'n liefhebberij... gij hebt de politiek gehad, ik speek liever... en loer
+ naar de menschen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, gaf Snepvangers verlegen toe.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik loer naar mijn speeksel en naar de menschen, en denk na!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ge zijt 'n filosoof, Sander.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat kan wel, al ben ik er niet zeker van... soms tel ik de keeren dat ik
+ speek, 't zijn cijfers, Snepvangers! Soms zie ik van alles in mijn speeksel,
+ allemaal dingens om te lachen, want ik ben nooit triestig.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik heb u al zoolang in 't oog gehouden, ik was bang dat het speeken een
+ ziekte was!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik had het wel in de gaten, maar 't is geen ziekte, al zou dat wel kunnen
+ bestaan; de speekziekte! Het komt omdat ik zoo weinig tegen de menschen spreek,
+ weet ge, daarom speek ik. De mond moet toch beweging hebben.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat zal wel, Sander.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik kan maar niet verstaan waarom de steenen niet verslijten!</p>
+
+ <p>&mdash;Verslijten?</p>
+
+ <p>&mdash;Ik heb eens gelezen van een steen in een gevangenis, en de steen was door
+ een waterlek uitgesleten, fluisterde Sander geheimzinnig.</p>
+
+ <p>&mdash;Onmogelijk is het niet, bedacht Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar ik zou nog veel meer moeten speeken om het zoover te brengen,
+ zuchtte Sander, en in den dag heb ik nog wat anders te doen.</p>
+
+ <p>De volgende dagen kwam Snepvangers, zonder belet te vragen, leunen tegen den
+ buitenkant der halfdeur. Zijn nieuwsgierigheid was nu bevredigd, maar de
+ belangstelling bleef bestaan voor het onderhoudend spuwen. Zij spraken niet veel,
+ zoo wat over kat en hond, over weer en wind, luisterden naar het tampend klokje der
+ paterkens op de Ossenmarkt. Het gebeurde wel dat Snepvangers aangehitst, betrapt
+ werd dat hij poogde mee te spuwen.</p>
+
+ <p>&mdash;Niet ver genoeg, keurde Sander af, in de goot, klonk het anders
+ minachtend.</p>
+
+ <p>Beschaamd zweeg Snepvangers dan, maar wanneer hij toevallig in den plas kon
+ treffen, dan zegevierde hij:</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is er in, Sander.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge leert bij, moedigde de kousenvent aan, 't is niet zoo gemakkelijk als
+ het wel schijnt... Ge begint er ook al plezier in te krijgen, niet waar?</p>
+
+ <p>Zoo ging de lente voorbij en de zwoele zomer woog op de stad. Snepvangers leefde
+ genoeglijk en stil. In <i>De Gaper</i> werd een kleine gaper verwacht en op de
+ gezellige, zondagsche eetpartijen werd haast over niet anders meer gesproken.
+ Antoine en Marieken lazen boeken over kinderkweek, over het verzorgen van
+ zuigelingen, over de verpleging der kraamvrouw, raadpleegden werken over
+ gezondheidsleer voor pasgeborenen en moeders, over de kunst om kinderen op te
+ voeden.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is de nieuwe tijd, stelde Madame Snepvangers vast. Zij was
+ inschikkelijk nu zij naar hartelust haar leven had ingericht.</p>
+
+ <p>&mdash;In onzen tijd, meende Madame Craen, werden er zooveel babbelguigjes niet
+ gemaakt, en kinderen kwamen er ook.</p>
+
+ <p>&mdash;De wetenschap heeft veel verbeterd, verzekerde Marieken.</p>
+
+ <p>Craen en Snepvangers profiteerden van de gelegenheid om stillekens naar de kroeg
+ te sluipen. De vrouwen en Antoine zouden dat wel bedisselen, van wetenschappelijken
+ kinderkweek hadden zij geen begrip, en ook het verzorgen van den kindskorf viel
+ buiten hun bevoegdheid. Eens dat zij langer dan naar gewoonte hadden blijven
+ plakken in <i>Het Nachtlicht</i>, kochten zij, om zich te verontschuldigen, een
+ prachtige wieg.</p>
+
+ <p>Een morgen in Oogst stond Snepvangers weer aan den buitenkant der halfdeur naast
+ Sander aan den binnenkant. Het zou weer erg warm worden zoodat men niet wist waar
+ kruipen, overwoog Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Morgen ziet ge mij niet, bedreigde Sander.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat is er gebeurd? ondervroeg Snepvangers verschrikt.</p>
+
+ <p>&mdash;Er is nog niks gebeurd, maar er gaat iets gebeuren!</p>
+
+ <p>&mdash;Wat zegt ge, Sander?</p>
+
+ <p>&mdash;Er gaat iets gebeuren!</p>
+
+ <p>Snepvangers keek verstomd naar den talmenden, vergenoegden kousenvent. Deze
+ lachte sluw en pinkoogde.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat gaat er dan gebeuren, Sander?</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ga uit visschen!</p>
+
+ <p>&mdash;Och anders niet, ontviel het den teleurgestelden Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ga uit visschen en zal dus niet speeken!</p>
+
+ <p>&mdash;Wel, wel toch!</p>
+
+ <p>&mdash;En ik ken iets van visschen! Ik vang baars, brasem, snoek, karpel en
+ paling... Ik weet ze zitten, ik ken de beestjes, ik weet wat ze gaarne eten. Ik heb
+ het leven van de visschen bestudeerd!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ook, zei Snepvangers, die niet wou onderdoen in kennis, ik heb ze
+ bestudeerd in het aquarium van de Zoologie.</p>
+
+ <p>&mdash;Waar? In het aq... wat?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, daar zitten zij achter glas... en ge ziet ze eten en permentelijk
+ ademen want de luchtblaasjes broebelen boven het water uit.</p>
+
+ <p>&mdash;Achter glas. Snepvangers, visschen achter glas? Snepvangers, wij zijn
+ goeie vrienden en 'k heb u leeren speeken met plezier, maar ge moet mij niks willen
+ wijsmaken, betoogde Sander ongeloovig.</p>
+
+ <p>&mdash;Toch is het zoo, hield Snepvangers vol.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben wel eens in de Zoologie geweest in mijn jonge jaren, en 'k heb er
+ leeuwen, tijgers, vogels en andere wilde beesten gezien... maar visschen achter
+ glas!... Neen, dat is geen echte visch, dat is zoo'n komieke uitvinding...</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is echt!</p>
+
+ <p>&mdash;Geloof het niet, Snepvangers, 'k heb er ook vogels gezien, opgevulde
+ vogels... en 't zal wel zoo iets zijn in karton of blik... ze probeeren alles om de
+ menschen te verneuken. En dat gij u laat beetnemen?</p>
+
+ <p>&mdash;Ge moet eens mee gaan zien, Sander, we zullen eens samen gaan...</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, Snepvangers, dat nooit, ik ben te oud om mij voor den aap te laten
+ houden!...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar Sander toch!</p>
+
+ <p>&mdash;Gij moet eens met mij gaan visschen, ik zal u eens echte, serieuse visch
+ laten zien.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik wil wel, zei Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Nog niemand heb ik meegenomen, want ik vertrouw niemand... Maar u,
+ Snepvangers, u zal ik eens leeren visschen... Alleen moet ge mij beloven te zwijgen
+ en u niks meer te laten wijsmaken... Koop uw gerief, en zorg dat ge om drie uur
+ klaar zijt, want we trekken vroeg naar buiten.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zal klaar zijn, beloofde Snepvangers vermits hij zeer belust was op de
+ nieuwe uitspanning.</p>
+
+ <p>In den namiddag voorzag hij zich van zijn gereedschap. Hij kocht een rieten
+ inschuifhengelroede, snoeren, haken, loodjes, kurken dobbers, een wormbakje en een
+ vischmand. Op den koop toe kocht hij een handboekje: <i>De Hengelaar</i>.</p>
+
+ <p>Daar hij vroeg wou gaan slapen liet hij de vrienden van de kaarttafel uit <i>Het
+ zwart Paard</i> in den steek. Vlijtig las hij de algemeene beschouwingen over zijn
+ sport en de bepaling van den besten vischtijd:</p>
+
+ <p>"De hengelaar is iemand die er nooit tegen opziet, om zich met zonsopgang in het
+ veld te bevinden.</p>
+
+ <p>"De sport werkt volgens geneeskundigen kalmeerend op de overspannen zenuwen. In
+ Engeland wordt veel gehengeld door heeren en dames, die veel geestelijken arbeid
+ verrichten.</p>
+
+ <p>"De hengelaar moet er steeds naar streven met de politie op goeden voet te
+ blijven.</p>
+
+ <p>"De kenner weet bij instinct altijd de beste plekjes op te sporen.</p>
+
+ <p>"Door oefening wordt de kunst verkregen.</p>
+
+ <p>"De eigenlijke hengelperiode begint met Augustus...</p>
+
+ <p>"De visch houdt van een licht gedekt luchtje... maar men lette ook op den wind
+ ..."</p>
+
+ <p>Dan las hij hoe men zich moet kleeden. Een kostuum met veel zakken, vetleeren
+ kaplaarzen om natte voeten te vermijden en een regenjas tegen... regen! Daar zou
+ hij moeten overheen stappen, want noch een noch ander had hij in zijn garderobe.
+ Dus ook zijn regenscherm moest hij thuis laten!</p>
+
+ <p>Belangwekkend waren de mededeelingen over de voorbereidende maatregelen: het
+ voederen van den visch en de verboden geheimmiddelen. Vooral het aas vergde al zijn
+ aandacht. Wormen, kaas, brood, zoetekoek, aardappel, garnaal, kleine visch van zes
+ tot twaalf centimeters, kikkers! Hij peinsde na, onderbrak zijn lectuur, ging
+ pieren steken in een vochtig hoekje van zijn tuintje, lei ze zorgvuldig in het
+ wormbakje. Dat ik nu geen peterselie heb, betreurde hij, het peterselievocht
+ prikkelt danig hun huid! Het vangen van de verschillende vischsoorten alsmede de
+ wettelijke bepalingen kon hij niet meer doorwerken, dat zou iets voor later zijn,
+ want nu was het bedtijd.</p>
+
+ <p>Toen Sander aanbelde stond hij kant en klaar, beladen met zijn vischtuig en zijn
+ boterhammen. De buurvriend was nog erger beladen, men zag het aan zijn uitrusting
+ dat hij een oud visscher van beroep was. Hij droeg een breedgeranden zonnehoed.</p>
+
+ <p>Zij togen door de stille stad in den lichtenden ochtend, voorbij het begijnenhof
+ der Roodestraat, langs de Rijnpoortvest, naast het Stapelhuis en de dokken vol
+ schepen en schuiten. Onder weg tjilpten de musschen. Een dronken matroosje lag
+ ergens in een goot zijn roes uit te slapen. Nu en dan zagen zij een politieagent,
+ een douanier of een nachtwaker. Zoo verlaten en stil had Snepvangers de stad nog
+ nooit gezien. Sander voerde hem over bruggen, doorheen een doolhof van houtstapels,
+ tot zij eindelijk, naast een sas, over de brug der Royerssluis, den Scheldedijk
+ optrokken. Voor hen lag de kabbel-klotsende rivier in den morgensmoor, waarop het
+ Licht reeds straalde.</p>
+
+ <p>Achter hen lag de stad met de torens en de huizen zonder leven. Rechts, in de
+ laagte, liep breed en diep de donkere gracht van het Noordkasteel, waarvan de
+ groene wallen heuvelend opstaken. Maar hun blikken gingen naar den grooten
+ Scheldeplas, waarin mogelijk zooveel visch moest verscholen zitten! Een paar kleine
+ garnaalknotsen met bruine zeilen laveerden naar de stad, een driemaster lag voor
+ anker achter den hoek. Aan Oosterweel, verscholen tegen den dijk, volgden zij den
+ steenweg door den Polder. Hier, onder den oneindigen hemelkoepel, was het rustig.
+ Zij hoorden alleen het geloei der koebeesten in de weiden en het klimmend gezang
+ der vogels over de groene, bedauwde vlakte. Sander onderbrak door geen onvertogen
+ woord het zwijgen vol verlangende verwachting. Nu trokken zij door binnenwegen tot
+ in 't hartje der groene weiden en der stilte van den vreedzamen ochtend. Eindelijk
+ bleef Sander staan, haalde uit een zijner zakken een sleutel te voorschijn, opende
+ het slot van een hek, trok de slagboom open, wenkte Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Hoor de leeuwerik klimmen, zei hij en bleef even luisteren.</p>
+
+ <p>Nu sprak hij weer, floot een lustig deuntje terwijl hij voorop liep door het
+ vochtige gras. Wanneer hij weer stilstond was het airken uit, en wees hij op een
+ wiel bedekt met waterplanten en kroos.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is mijn eigen visscherij, en op de weide laat ik geen koeien grazen
+ om de vischkens niet bang te maken!</p>
+
+ <p>&mdash;Sander dat had ik nooit gedacht!</p>
+
+ <p>&mdash;'n Mensch moet niet alles aan 't klokzeel hangen, mijn vrouw eet gaarne
+ visch en ik vang hem gaarne... daarom kochten wij grond en water... Maar zwijgen,
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja Sander, en Snepvangers droomde van de verborgen genoegens van den
+ kousenvent.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik speek gaarne, maar ik visch nog liever!</p>
+
+ <p>&mdash;Dat geloof ik.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is een oud Scheldewiel, en diep, och zoo diep! Doch wij moeten zwijgen
+ want de visch is zoo slim, hij hoort alles.</p>
+
+ <p>Sander bracht zijn hengelroede in orde, liet zachtjes zijn haak zakken tusschen
+ het kroos, lei een steen op het uiteinde van den stok. Daarna monsterde hij de
+ uitrusting van zijn vriend, schoof de stokken op elkaar, bond de snoer aan een
+ zorgvuldig gekozen haak, zag misprijzend op de pieren neer, maar nam toch dit aas,
+ wierp de lijn een paar meter verder te water, en lei weer een steen op den stok.
+ Zonder vrees voor den dauw hurkte hij neer aan den waterkant, nam een platte flesch
+ uit een binnenzak, dronk een slokje, smakte genoegelijk, gaf gemoedelijk knikkend
+ het fleschje aan den buurman.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is voor de wormen, fluisterde hij, er is niks zoo goed tegen de wormen
+ als een borreltje op de nuchtere maag, vooral in open lucht.</p>
+
+ <p>Snepvangers proefde, keek bekommerd naar de dobber.</p>
+
+ <p>&mdash;Laat dat maar, verzelde Sander, ge kunt zien dat ge van visschen niks
+ kent... zij vinden het zelf wel... als zij ons maar niet hooren...</p>
+
+ <p>&mdash;Wat gaan wij nu vangen, Sander?</p>
+
+ <p>&mdash;Wat God belieft! 'n Mensch mag nooit te rap zijn en vooruit willen
+ denken... wat wij vangen dat zullen wij moeten afwachten... soms vangt men veel,
+ soms vangt men niks!</p>
+
+ <p>&mdash;Maar 'k heb een boeksken gekocht waarin staat hoe men de verschillende
+ vischsoorten moet vangen.</p>
+
+ <p>&mdash;Een boeksken? Geloof toch vooral geen boekskens! Kunt ge nu in een
+ boeksken leeren visschen of zwemmen? De ondervinding leert het, Snepvangers... Gij
+ hebt dat boeksken toch niet gelezen zeker? Wantrouwde hij.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, Sander, 'k heb nog geen tijd gehad.</p>
+
+ <p>&mdash;Ha! dan is het goed... Lees het vooral niet... Daar is niks goed van te
+ verwachten... Beloof me dat ge het niet zult lezen!...</p>
+
+ <p>&mdash;Als ik u daar plezier mee doen kan...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, groot plezier, vriend Snepvangers, want als ge het boeksken leest,
+ dan neem ik u niet meer mee... En ik zal u leeren visschen zooals ik u heb leeren
+ speeken, omdat ik u genegen ben... Kom, laat ons nu een boterhammeken eten, want er
+ is niks zoo slecht als nuchter te blijven in de dauw van den Polder!</p>
+
+ <p>&mdash;Maar de lijnen?</p>
+
+ <p>&mdash;Laat de lijnen maar liggen ... als wij beet krijgen zullen wij het wel
+ zien... Wij moeten den visch zijn goesting laten doen, weet ge... Dat is
+ slim!...</p>
+
+ <p>Zij aten hun boterhammen en dronken een slok koude koffie. De morgen klaarde
+ over den wijden Polder. Een kikvorsch wipte voor de voeten van Snepvangers weg en
+ Sander lachte omdat buurman zoo schrok, maar hij lachte gedempt, als inwendig.</p>
+
+ <p>&mdash;Hier ben ik nog liever dan aan mijn deur ... hier denk ik niet aan
+ speeken ... ik denk aan mijn jonge jaren, want ik ben ook een boerken uit den
+ Polder... Hier ben ik nog beter gezind dan thuis...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, het buitenleven, mijmerde Snepvangers, in een opwelling van oude
+ herinneringen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik houd van gras en water ... en van de beestjes in de natuur... Mijn
+ vrouw houdt alleen van haar winkel ... daarom kom ik hier altijd maar alleen, ...
+ maar ik ben gaarne alleen ... ik ben altijd even blij.</p>
+
+ <p>&mdash;Hij bijt, kreet plots Snepvangers, die zijn hengelroede zag trillen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ssst! Ssst! Maak toch geen leven! Voorzichtig!</p>
+
+ <p>&mdash;Maar hij bijt, zeg ik.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, en nu zal ik hem eens properkens voor u ophalen; een visch ophalen is
+ de groote kunst, moet ge weten....</p>
+
+ <p>&mdash;Spoed u dan toch, dwong wanhopig Snepvangers.</p>
+
+ <p>Traag en behoedzaam stond Sander recht, pakte de hengelroede beet en trok
+ zachtjes-aan. Het drijvertje kwam omhoog, de strak-gespannen snoer volgde, en een
+ spartelende brasem met zilverbruine schubben hing aan den haak. Behendig werd hij
+ op de wal geloodst, losgemaakt en in de vischmand gestopt. De twee visschers
+ hurkten er bij neer, keurden en bewonderden.</p>
+
+ <p>&mdash;Hij weegt zeker 'n kilo, meende Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat kan, willigde Sander in, ik zeg niet neen of ik zeg niet ja, dat
+ moeten wij wegen!... Leer ik u niet goed visschen? ging hij blijhartig voort, 'k
+ had het anders met zoo'n aas niet durven denken, voltooide hij bekommerd.</p>
+
+ <p>&mdash;Deugt mijn aas niet?</p>
+
+ <p>&mdash;Och, wat zal ik zeggen, ja en neen, dat hangt af hoe men het wil
+ beschouwen... mijn aas is natuurlijk beter.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, dat zal wel, gaf Snepvangens toe, grootmoedig door zijn schoonen
+ inzet.</p>
+
+ <p>De vischhaak werd opnieuw van aas voorzien en te water gelaten. Sander zweeg nu,
+ frutselde aan andere snoeren, nachtlijnen die hij in den dag maar plaatste en aan
+ kleine paaltjes vastknoopte, ging dan onverschillig gelukzalig liggen droomen. Hij
+ werd opgeschrikt toen Snepvangers weer beet had. Ditmaal haalde hij een fraaie
+ karper op.</p>
+
+ <p>&mdash;'k Heb meer last met uw lijn dan met de mijne, verweet hij genoeglijk; uw
+ aas moet toch goed zijn ... men is nooit te oud om te leeren in de visscherij ...
+ of uw plek is beter ... ik moet seffens uw aas eens gebruiken.</p>
+
+ <p>&mdash;Gebruik gerust, of ge komt nog platzak thuis!</p>
+
+ <p>&mdash;Och, dat kan den besten overkomen ... schoone visch ... er is ook wel wat
+ geluk bij in 't visschen, kalmeerde hij; er zijn menschen die er niks van kennen en
+ toch vangen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, bekende zijn buurman deemoedig.</p>
+
+ <p>Nu begon ook Sander beet te krijgen, en de pen van Snepvanger trok telkens weg,
+ zoodat hij voortdurend in de weer was om op te halen en nieuw aas te
+ bevestigen.</p>
+
+ <p>&mdash;Voor twee visschen is toch te veel!... Maar nu ik er aan denk,
+ Snepvangers, hebt gij een vischverlof?</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, Sander.</p>
+
+ <p>&mdash;Dan kunt ge in de boet zijn als de veldwachter komt.</p>
+
+ <p>&mdash;Daar heb ik niet aan gedacht, prevelde Snepvangers onthutst, en de vreugd
+ der vangst was bedorven; gij hebt me niet gewaarschuwd.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, ik dacht dat gij de wetten kendet, lachte de kousenvent en ging
+ voort aan zijn werk.</p>
+
+ <p>Snepvangers ging wat achteraf zitten, niets op zijn gemak door de bedreiging met
+ den veldwachter, waardoor zijn plezier bedorven werd. Sander kreeg medelijden.</p>
+
+ <p>&mdash;Wees maar niet bang, de veldwachter komt wel niet en dan zeg ik maar dat
+ ik met twee lijnen visch... daarbij ik ken hem... ik zei het maar om de
+ aardigheid.</p>
+
+ <p>&mdash;Een boet is geen aardigheid... Ik wil voor geen vischken op 't tribunaal
+ komen.</p>
+
+ <p>&mdash;Kom, kom, neem nog een borrel, Snepvangers; weeral baars, nu vangt ge
+ niks meer dan baars...</p>
+
+ <p>&mdash;Lekkere genever, vergoeilijkte nu ook Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Straks leggen wij ons gerief op den kant en vangen een uil... Als het te
+ warm wordt, dan bijt de visch toch niet meer... Daarna gaan wij spek met eieren
+ eten bij den boer, dan wandelen wij stillekens naar huis. Zij zullen niet weinig
+ verschieten als ge met zoo'n mand visch thuis komt... Maar zwijgen, zulle... Ik
+ neem niemand mee dan u...</p>
+
+ <p>Toen de vischmandjes vol waren, werden de snoeren opgerold en de lijnen
+ uiteengenomen. Men zou eerst eten en dan slapen.</p>
+
+ <p>&mdash;Meer kunnen wij niet opeten, zei Sander, en ik vang nooit meer dan wij
+ eten kunnen... van weggeven houd ik niet en daarbij ik ken geen menschen....
+ Overmorgen kom ik opnieuw.. en gij, Snepvangers?</p>
+
+ <p>&mdash;Als het u niet geneert!</p>
+
+ <p>&mdash;Zeker niet, met twee is het nog veel plezanter om den weg te korten...
+ kom, nu gaan wij naar de hoeve.</p>
+
+ <p>Hier was Sander thuis. In afwachting dat het eten klaar was, liep hij in
+ wagenkot en stal, in schuur en huis. Behagelijk snoof hij de scherpe stallucht op,
+ had plezier in den fellen haan en zijn hennen, in de eendjes en de duiven. Na zich
+ rond gegeten te hebben, gingen zij, achter den boomgaard, tegen een kleine
+ hooiopper liggen slapen.</p>
+
+ <p>&mdash;'k Wou dat ik thuis een koe kon houden, wenschte Sander.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, wenschte Snepvangers mee, doch hij voelde wel dat de woorden van zijn
+ vriend hem in zijn slaperigheid ontglipten.</p>
+
+ <p>Laat in den middag werd Snepvangers gewekt door een gemeene vlieg, die hem op
+ den neus kittelde. Sander snurkte nog zalig, zoodat zijn vriend hem met tegenzin
+ wekte.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is tijd, Sander</p>
+
+ <p>&mdash;'k Lag er juist aan te denken....</p>
+
+ <p>Zij keerden langs den dijk, over de bruggen, in het tierig havenleven der stad
+ weer, namen afscheid aan de halfdeur. Snepvangers vond het keffend spitsken alleen
+ thuis. Hij lei zijn vischtuig neer en met het mandje waarin zijn vangst geborgen
+ zat trok hij naar de Torfbrug, want hij veronderstelde dat zijn wederhelft bij
+ Marieken op bezoek was.</p>
+
+ <p>In den winkel stond de knecht achter den toog. De man vertrok zijn gelaat,
+ grijnslachte en wees met dwaas gebaar naar de deur der huiskamer. Hij is van lotje
+ getikt of zat, dacht Snepvangers. In de kamer zat Craen, rood van opwinding, te
+ proeven aan een flesch wijn. Spraakloos stond hij op, vulde een tweede glas, tikte
+ prosit en zei:</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is 'n jongen, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat, 'n jongen?...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, met al hun boeken over kinderkweek hebben zij zich nog misrekend.</p>
+
+ <p>&mdash;En Marieken?...</p>
+
+ <p>&mdash;Alles in orde, Snepvangers, drink maar eens, we zullen ze seffens gaan
+ bezoeken... Ik ben peter, Snepvangers, en 't zal sapperdeboeren feest zijn!</p>
+
+ <p>&mdash;En ik die uit visschen ging!</p>
+
+ <p>&mdash;We konden er toch geen hand aan uitsteken... laat uwen visch maar eens
+ zien! Wel, wel! Zelf gevangen, niks uit den vischwinkel?</p>
+
+ <p>&mdash;Wat denkt ge wel! Hij ademt nog!...</p>
+
+ <p>&mdash;Kom laat ons nu maar naar Albertken en zijn moeder gaan zien.</p>
+
+ <p>De visch werd in de kraamkamer bewonderd, evenals het kind en de moeder. De
+ vrouwen vertelden van het kraambed, Snepvangers bevestigde keer op keer dat de
+ kousevent een "aardige", een zonderling was. Marieken, bleek onder de kanten
+ slaapmuts, lag gelukzalig te staren; Antoine zag verwezen naar de wieg, waarin de
+ boorling te leven lag. De baker eindigde met het gezelschap naar de huiskamer te
+ verwijzen.</p>
+
+ <p>Het doopfeest en Mariekens kerkgang gaven aanleiding tot vette familiefeestjes,
+ waarna het dagelijksch leven hernam. Marieken stond weer achter den toog en een
+ kindermeid voerde den kinderwagen straatjes om in de buurt.</p>
+
+ <p>Snepvangers had een vischverlof en ging, zoolang het seizoen het duldde, mee uit
+ visschen. Toen het najaar stillekens naar den winter liep, moest hij zich weer
+ bepalen met 's morgens het waterspel van Sander na te kijken dat wel iets van zijn
+ aantrekkelijkheid verloren had. Hij sprak nu dikwijls over Albertken dat reeds slim
+ uit zijn oogjes begon te kijken en zijn grootvader erkende.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge zijt 'n gelukkige vent, Snepvangers, zei eens de kousevent, en voor de
+ eerste maal scheen hij niet vroolijk, gij hebt een dochter en een kindje dat
+ grootvader zal leeren zeggen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Sander!</p>
+
+ <p>&mdash;Ge weet niet hoe gelukkig gij zijt... de menschen waardeeren niet genoeg
+ wat zij hebben... Wij hebben geen kinderen en zitten moedermensch alleen in onzen
+ ouden dag...</p>
+
+ <p>Sander hield op met spuwen, aarzelde nog een oogenblik, ging toen plots zonder
+ groet naar binnen.</p>
+
+ <p>De dagen sleten en 't werd telkens avond en tijd om kaart te spelen. De zondag
+ bracht den familiekring samen, en Albertken was de held van het gesprek. Het kind
+ groeide met den dag en allen vonden het schoon, slim en groot.</p>
+
+ <p>In het voorjaar, een dag dat het bui&iuml;g regenweer, het volle genot der
+ kachel schonk en de huiselijkheid deed waardeeren, vond Madame Snepvangers in de
+ brievenbus het aanlokkend prospectus eener Brusselsche reisagentie. Zij lei het
+ zorgvuldig bij de gazet om na het avondmaal, wanneer het licht ontstoken en het
+ huishouden aan kant zou zijn, het druksel te lezen. De ordelievende vrouw wierp
+ nooit een reklaambiljet ongelezen weg, zat met den bril op den neus en de
+ ongestopte kous in den schoot, aandachtig te spellen. Was het een simpele inval of
+ een lang sluimerend verlangen, dat plots wakker werd?</p>
+
+ <p>&mdash;Snepvangers, wat moet dat Zwitserland toch schoon zijn!</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, zei Snepvangers, die rustig in zijn zetel zat te rooken.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij hebben gewerkt en gespaard en niks van de wereld gezien!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja!...</p>
+
+ <p>&mdash;We moesten toch ook eens een reis naar Zwitserland doen in den zomer.</p>
+
+ <p>&mdash;Och!</p>
+
+ <p>&mdash;Veel geld kost het niet en de gidsen zorgen voor alles, tot zelfs voor
+ het drinkgeld.</p>
+
+ <p>&mdash;Och!</p>
+
+ <p>&mdash;De hooge bergen vol sneeuw, die schoone valleien en meren... die koeikens
+ met bellekens aan den hals, dweepte madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar Mama toch, bracht Snepvangers verbluft in 't midden.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, v&oacute;&oacute;r ik sterf wil ik Zwitserland gezien hebben, bekende
+ Madame in vervoering, en gij gaat mee, zei ze verteederd, want zonder u zou ik niet
+ gerust zijn tusschen al die vreemde menschen in de hotels.</p>
+
+ <p>&mdash;Waar zijn uw gedachten toch, Mama, Zwitserland ligt zoo ver van hier.</p>
+
+ <p>&mdash;Lees het zelf maar eens... het staat er allemaal in!</p>
+
+ <p>Snepvangers las en zei geen woord meer. Tegen den wil van zijn vrouw kon hij
+ niets doen, en 't was nog geen zomer. Maar Madame sprak weldra over niets anders
+ meer dan over Zwitserland. Stilaan begon Snepvangers er ook minder tegen op te
+ zien, zijn bezwaren vielen weg, de reislust werd ook in hem gewekt en de prospectus
+ begon ook hem aan te lokken. Hij nam den kousenvent in zijn vertrouwen, sprak hem
+ van zijn reisplan.</p>
+
+ <p>&mdash;Niet doen, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Waarom niet, Sander?</p>
+
+ <p>&mdash;Niet doen, zeg ik.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar waarom niet?</p>
+
+ <p>&mdash;Als ik u 'n raad mag geven, blijf dan in uw straatje, ge gaat u weder
+ onnoodig moe maken om sneeuwbergen te zien... wat hebt ge nu aan sneeuwbergen en
+ koeien met bellekens rond den nek?... Niks! En er kan een ongeluk met den trein
+ gebeuren, dat leest ge toch dagelijks in de gazet... Ge kunt in een afgrond vallen
+ en morsdood zijn! Ge kunt bestolen worden... Ge slaapt niet in uw eigen bed... De
+ Zwitsers zijn natuurlijk slimme vogels die hun land laten zien om centen te
+ winnen... Ik zeg, als vriend, niet doen! Maak u toch niet onnoodig muug, 't is
+ overal hetzelfde in de wereld... de menschen eten en slapen... de zon komt op en 't
+ wordt er nacht... sneeuwbergen kan ik in de wolken zien!</p>
+
+ <p>&mdash;Maar mijn vrouw wil absoluut Zwitserland zien!</p>
+
+ <p>&mdash;Dan is er geen zalf aan te strijken, jongen, dan is er niets aan te doen,
+ dan moet ge naar Zwitserland... Ik zie er niks goed in... als het u maar niet
+ berouwt.</p>
+
+ <p>Hij knikkebolde bedenkelijk en spuwde met geweld. Heel zijn wezen drukte
+ afkeuring uit.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat verandert de zaak, als ik dat geweten had... zoo, zoo, uw vrouw wil
+ naar Zwitserland... awel, goede reis!...</p>
+
+ <p>Na dit beslissend onderhoud begon Snepvangers over de voorgenomen reis te praten
+ in "Het Zwart Paard". De stamgasten bespraken de gebeurtenissen even
+ hartstochtelijk alsof zij zelf den grooten tocht gingen ondernemen. Een meubelmaker
+ was eens met een pleziertrein naar Parijs geweest. Een boodschapper uit de
+ Rozenstraat toonde buitengewone belangstelling. Wanneer de anderen weer door het
+ kaartspel of de teerlingen in beslag werden genomen, bleef hij geduldig luisteren
+ naar den omslag en de herhalingen van Snepvangers uitleg, 'n Verstandige vent,
+ oordeelde hij, spijtig dat hij het niet verder gebracht heeft in de wereld!...
+ Gelukkig dat zijn vrouw, die met visch leurt, ruim den kost helpt verdienen!</p>
+
+ <p>Craen en zijn vrouw hadden na lang aarzelen geweigerd mee te gaan, zij zagen op
+ tegen het lange treinrit en bleven liever in de nabijheid van Albertken, Er werd
+ geschreven aan de reisagentie, zij ontvingen bericht dat het geld was toegekomen en
+ het vertrek uit Brussel vastgesteld op 20 Juli. De laatste dagen v&oacute;&oacute;r
+ het vertrek brachten beslommeringen van allen aard. Spitsken werd besteed bij
+ Craen, nieuwe reiszakken werden gekocht en gevuld met nieuwe spullen, afscheid werd
+ genomen van de kinderen en Albertken, van de kennissen.</p>
+
+ <p>De kousenvent, die niet meer over de reis gesproken had, werd niet vergeten. Hij
+ zou een oogsken in 't zeil houden en met Marieken waken op het huis. Snepvangers
+ had zijn waarden, eigendomtitels en fondsen, goud en zilverwerk veilig geborgen in
+ een brandkast op de bank. Alleen Mijnheer nam zijn hologie mee.</p>
+
+ <p>Toen zij 's namiddags reisvaardig stonden, sloten zij water- en gasleiding
+ zorgvuldig af, speetten hun touristen herkenningsteeken op de borst en togen,
+ zwoegend onder hun handkoffers, naar het station. Gelukkig dat een gids hen
+ opwachtte in de spoorhalle te Brussel! Slechts tweemaal hadden zij zich in de
+ hoofdstad bar kunnen vervelen in hun leven: aan die stad vonden zij als treffelijke
+ sinjoren geen aardigheid.</p>
+
+ <p>Snepvangers ontving de reisboekjes, en zij volgden den gids naar den doorgaanden
+ trein. Daar zaten zij nu in een tweede klassewagen te wachten op het vertrek, een
+ beetje verslagen door eigen durf en ongemakkelijk in hun reiskleederen.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is toch gemakkelijk reizen, verklaarde Madame zelfgenoegzaam.</p>
+
+ <p>&mdash;Nu zijn wij op weg naar Zwitserland, zei Snepvangers flauw.</p>
+
+ <p>Andere dragers van het herkenningsteeken stapten in, maar de gids hield
+ zorgvuldig een plaatsken open. De deuren waren reeds toegeworpen, toen hijgend een
+ dik vrouwwensch zich binnen werkte.</p>
+
+ <p>&mdash;Oef, is me dat zoeken!...</p>
+
+ <p>&mdash;Jezus! Maria! fluisterde Madame Snepvangers haar echtgenoot in het oor,
+ dat is Mie Verbinnen uit de Rozenstraat... En die gaat ook mee naar
+ Zwitserland.</p>
+
+ <p>Snepvangers verschrok, bekeek in grenzenlooze verbazing het opgedirkt vischwijf
+ dat v&oacute;&oacute;r hen neerzat. De vrouw van den boodschapper was blootshoofds,
+ een fluweelen jurk vol kanten volants omspande haar zware borsten, een zijden
+ voorschoot hing over haar gemooireerden rok, en gelakte schoentjes had zij aan de
+ voeten. Op haar schoot hield zij een zwart teenen korf, een reuzenkabas!</p>
+
+ <p>&mdash;Wel, wel, Mijnheer en Madame Snepvangers, eindelijk heb ik u gevonden...
+ in Antwerpen zijt ge mij ontsnapt, maar nu laat ik u niet meer los...</p>
+
+ <p>&mdash;Waarom? vroeg Madame angstig.</p>
+
+ <p>&mdash;Och mensch lief, ik versta geen woordje Fransch, enkel Antwerpsch... en
+ 'k dacht bij mezelf, die brave menschen zullen mij wel helpen... Mijn vent sprak
+ van niks anders dan van Zwitserland... en toen dacht ik: dat moet ik toch ook eenns
+ zien... 'n mensch moet toc ook eens van het leven profiteeren en wat verder gaan
+ dan naar de kermis van Contich!... En als ge geen kinderen hebt, kunt ge er wel een
+ 215 franken aan besteden om Zwitserland te zien met den Riga er bij ...</p>
+
+ <p>&mdash;Rigi, verbeterde Snepvangers voornaam.</p>
+
+ <p>&mdash;Rigi of Riga is voor mij hetzelfde als het maar geenen Zwanengang is!...
+ Ik wil ook eens reizen gelijk chik volk!...</p>
+
+ <p>Het gefluit van de locomotief onderbrak haar, de trein ging traagjes vooruit,
+ versnelde en joeg dan voort met dommelend geluid. De medereizigers begluurden het
+ vreemdsoortig drietal.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is toch gemakkelijk op de kussens zitten in plaats van met vischkorven
+ door Antwerpen te sjouwen, zei Mie, mijn vent zal er eentje meer pakken nu ik weg
+ ben en hem aan zijn lot moest overlaten.</p>
+
+ <p>Een der medereizigers gichelde in zijn hoekje, de twee dames keken strak door
+ het ander raampje. Snepvangers werd rood van ergernis.</p>
+
+ <p>&mdash;Alleen zou ik het nooit geriskeerd hebben... maar toen ik wist dat twee
+ deftige menschen uit de buurt meegingen heb ik mijn kaartje maar besteld.</p>
+
+ <p>Madame zat verslagen. Snepvangers nam geen verder notitie van de opdringerige
+ vischleurster.</p>
+
+ <p>&mdash;De trein stopt slechts te Luxemburg, te Straatsburg, te M&uuml;lhausen en
+ morgen vroeg om half zes zijn wij te Bazal... daar drinken wij koffie, zei
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, fluisterde Madame, die niet wist waar de blikken te vestigen en ten
+ slotte naar buiten keek, naar het wisselend avondlandschap.</p>
+
+ <p>&mdash;Ben ik van geenen tel, Madammeken, kent ge mij niet meer?... Ik ben Mie
+ Verbinnen uit de Rozenstraat, ik leur met visch en mijn vent speelt 's Avonds kaart
+ met Mijnheer in <i>Het Zwart Paard</i>, op de Paddegracht. Waar of niet waar,
+ Mijnheerken?</p>
+
+ <p>Sprakeloos en nijdig zaten man en vrouw voor haar.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar Seminis kinderen toch, die spreken nu geen gebenedijd woord...
+ plezant gezelschap om mede te voyageeren... Of is 't uit hoovaardigheid dat gij mij
+ niet wilt kennen?... Wel, fijne Mijnheer, zijt gij uwen tijd vergeten?... En dat
+ heeft in den gemeenteraad willen zitten... zeker om ook te zwijgen!... Maar dat kan
+ ik ook... Ik had een lekker stuksken visch meegebracht om u te trakteeren, maar als
+ gij het zoo verstaat dan vreet ik alles zelf op!...</p>
+
+ <p>Triomfantelijk opende zij haar kabas en begon te smullen. Madame bemerkte
+ terluiks dat de gebakken pladijs er appetijtelijk uitzag. Mijnheer keek naar de
+ nieuwe reiszakken in het net boven Mie. Dat wijf kwam nu het spel verbroddelen, het
+ plezier bedreven! Wat moesten de medereizigers van hen wel denken! De trein zong en
+ dommelde, en nu en dan klonk een waarschuwend gefluit. Sander had gelijk, zij
+ hadden maar liever moeten thuis blijven, in hun bed slapen in plaats van in den
+ trein. Madame knabbelde nu voorzichtig aan een reepje chocolade. En al die ellende
+ zou veertien dagen duren, veertien dagen lang zouden zij geplaagd zijn met dat
+ vischwijf! En in dezen wagon was het rooken verboden.</p>
+
+ <p>Het schemerde nu en plots werd het treinlicht ontstoken. Ginder verre was nog
+ een kleurige weerschijn van de zon na haar ondergang. Dan kwam de nacht, de
+ donkere, lange nacht. Mie, moe gegeten en gedronken, sloot haar mandje, veegde zich
+ welgevallig den mond af, zei giftig:</p>
+
+ <p>&mdash;Slaapt wel, fiere Madame en fijne Mijnheer, maar ik ben bij u en blijf
+ bij u... ik laat u niet meer los... en wij zullen eens zien wie het langst kan
+ koppen. Zoo'n twee poesjenellen heb ik nog nooit op 't Vlaamsch theater gezien.</p>
+
+ <p>Zij vleide zich in haar hoekje, kruiste de armen op den kabas en sloot de
+ oogeen. Even had de trein gestopt joeg nu weer voort, rusteloos voort door den
+ nacht. Het licht door een gordijn getemperd schemerde vaag over de slapende Mie, de
+ knikkendebollende Madame, den heer en de twee dames. Snepvangers kon niet slapen
+ van verbeten woede. En er was niets tege te doen, zij had haar reis betaald en zou
+ hen op de hielen volgen. Het treffelijk volk zou zich van hen afwenden en hem en
+ zijn vrouw op den koop toe nog uitlachen. Hij zou den gids raadplegen over wat hen
+ te doen stond. Dat gemeen wijf!</p>
+
+ <p>Traag kropen de uren voorbij voor den wakenden Snepvangers, wiens menschelijke
+ ijdelheid zoo deerlijk was gekwetst. Eindelijk toen de morgen begon te dagen en het
+ licht door de neergelaten gordijntjes sijpelde, sliep hij in. Uit zijn onrustige
+ droomen, die kop noch staart hadden, werd hij gewekt door het onbehoorlijk gesnurk
+ van Mie Verbinnen. Madame wreef zich eveneens de oogen uit.</p>
+
+ <p>&mdash;Seffens zijn wij in Zwitserland, Mama, vezelde hij, ik ga den gids
+ spreken want met haar kunnen wij toch niet geplaagd blijven...</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat moeten de menschen wel denken, ik schaam mij de oogen uit den
+ kop.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij gaan nog liever terug naar huis, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Natuurlijk, al moeten wij er al ons eens bij verliezen en niks gezien
+ hebben.</p>
+
+ <p>De trein stopte. De slapers ontwaakten, namen hun gepak, stapten uit. Mie met
+ haar kabas aan den arm volgde Snepvangers, die met nijdige wippasjes de reizigers
+ naar het buffet vergezelde. Hij kreeg den gids te pakken.</p>
+
+ <p>&mdash;Met dat wijf zonder hoed en met een voorschot willen wij niet reizen,
+ verklaarde hij dapper.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik kan het niet verhelpen, Mijnheer, zij heeft betaald en toevallig kent
+ zij u... Daar kan de agentie niets aan doen, verklaarde de gids onverschillig.</p>
+
+ <p>&mdash;Dan gaan wij terug, Mijnheer... wanneer vertrekt een trein naar
+ Brussel?... Maar ik zal in Antwerpen vertellen wat zoodje gij Zwitserland laat
+ zien...</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is spijtig, Mijnheer, verzoende de gids, maar niemand kan er iets aan
+ doen... en ge zijt uw geld kwijt...</p>
+
+ <p>&mdash;Mijn geld kwijt?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, want alles is betaald in de hotels en de treinreis is op voorhand
+ betaald, verwittigde de gids en krabte zich achter het oor.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Zijn allemaal dieven in uw schoon Zwitserland. Wij hebben al genoeg
+ gezien en gaan terug... Wijs mij maar den weg naar den trein...</p>
+
+ <p>&mdash;Om negen uur vertrekt er een trein, ginder...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar de koffie is betaald en zullen wij drinken! Wij gaan terug, Mama,
+ terug naar Antwerpen, maar eerst gaan wij koffie drinken...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben stram van zitten, kloeg Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij moesten in onzen ouden dag ook nog iets aanvangen. Laat ons nu maar
+ smakelijk eten, want het kost peperduur.</p>
+
+ <p>Toen de reizigers weer naar den trein gingen, bleven zij zitten. Mie volgde hun
+ voorbeeld.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is straf... Zij blijft zitten, en keert mee terug.</p>
+
+ <p>&mdash;Zij weet van toeten noch blozen, misprees Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Zij zal staan zien, grinnikte Snepvangers boosaardig.</p>
+
+ <p>Met zijn kladdeken Fransch wist Snepvangers zich te behelpen. De conducteur keek
+ bevreemd naar de ongeknipte reisbiljetten in het reisboekje, maar zei niets. Mie
+ schoof weer genoeglijk bij in het zelfde compartiment. Zonder een woord te wisselen
+ reden zij in den snikheeten dag naar huis. Aan de stations dronken zij limonade,
+ aten broodjes-met-wat-bij. In grilligen dans schoten dorpen en steden voorbij,
+ velden en weiden, Zij waren verdoofd en uitgeput en zagen Mie maar onafgebroken
+ smullen en snoepen uit haar voorraad. Het vischwijf probeerde zoo genoeglijk den
+ tijd te dooden, want de menschen rond haar verstond zij toch niet en de
+ Snepvangersen zaten statig en waren niet te spreken. Tegen zevenen kwamen zij te
+ Brussel aan.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar... maar dat is Brussel, begot!</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, dat is Brussel, sarde nu Snepvangers, die niet langer zwijgen
+ kon...</p>
+
+ <p>&mdash;En dat is nu die fameuse reis naar Zwitserland, waar van alles te zien
+ was... die koeien met bellekens en die bergen met sneeuw... Awel, dat is puur
+ afzetterij En dat kost nu zoe maar in de gauwte twee-honderd-vijftig frank... En
+ waar is nu die Riga?</p>
+
+ <p>&mdash;In den Zwanengang, treiterde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Sloebers!... Ha, nu versta ik het ... ze hebben me willen kwijt spelen...
+ zijn moedwillig terug naar huis gegaan... Maar ik heb toch zooveel van Zwitserland
+ gezien als gij... ik beklaag mijn centen niet, want gij zijt ook gefopt... En mee
+ naar huis ga ik ook!</p>
+
+ <p>In den avond kwam Snepvangers en zijn vrouw doodmoe thuis in de Hobokenstraat.
+ Mie had hen tergend achterna geloopen tot aan den hoek der Rozenstraat.</p>
+
+ <p>&mdash;Droomt nu maar niet te veel van Zwitserland ... Ge hebt niet eens
+ gekoleurde postkaarten meegebracht en ik wel, zegevierde zij.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat zal Marieken verschieten als zij ons morgen ziet, jammerde
+ Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;En wat zullen de mannen uit <i>Het Zwart Paard</i> lachen, maar we slapen
+ toch in ons eigen bed!</p>
+
+ <p>'s Morgens stond Snepvangers weer tegenover Sander. De kousevent hield op met
+ spuwen van verwondering.</p>
+
+ <p>&mdash;Al terug, Snepvangers?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Sander ...</p>
+
+ <p>&mdash;In Zwitserland geweest?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja!</p>
+
+ <p>&mdash;Niet veel bijzonders, zeker?</p>
+
+ <p>&mdash;Neen!</p>
+
+ <p>&mdash;Maar ge zegt zoo weinig....</p>
+
+ <p>&mdash;Och!</p>
+
+ <p>&mdash;Lang in den trein gezeten?</p>
+
+ <p>&mdash;Een dag en een nacht ... en dan dat smerig vischwijf uit de Rozenstraat,
+ die zonder hoed mee wou naar Zwitserland.... En zij had heur plaats betaald en wou
+ ons niet loslaten ... Maar wij hebben haar beetgenomen en zijn direct terug naar
+ huis gekomen om in ons eigen bed te slapen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, zei Sander peinzend en spuwde werktuigelijk, ja, Snepvangers, 'k heb
+ u zoo dikwijls gezegd dat gij moest leeren zwijgen ... Nu zijt ge uw cens kwijt ...
+ 'k heb u gewaarschuwd dat het overal hetzelfde is, en nu hebt ge het zelf
+ ondervonden dat dat Zwitserland de moeite niet waard is, er u zoo muug voor te
+ maken! ... Speek maar liever eens mee, besloot hij welgemutst, en binnen een paar
+ dagen gaan wij opnieuw visschen! ...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Sander, stemde Snepvangers in, voelde zich getroost, en spuwde naar
+ den rand van het voetpad.</p>
+ <hr style="width: 65%;" />
+
+ <h2><a name="HOOFDSTUK_IV" id="HOOFDSTUK_IV"></a>HOOFDSTUK IV.</h2>
+
+ <h3>DE VLUCHT DER SAKSISCHE KANARIEVOGELS</h3>
+
+ <p>Snepvangers leefde ingetogen en in vrede met de menschen en de maatschappij. Hij
+ dacht nu het leven te kennen, en door ontgoocheling en ondervinding wijsheid te
+ hebben vergaard. Hij verbeeldde zich dat hij zijn hart gesloten had voor alles en
+ dat zijn verstand wikte en woog om hem voor nieuwe tegensvallers te behoeden.</p>
+
+ <p>Goedsmoedig had hij zich verzoend met het leven, en zijn dagelijksche
+ ochtendpraatjes met den Speeker hadden hem teruggevoerd op effen paadjes waar noch
+ ontroering, noch avontuur dreigde. Zijn hondje laten wateren werd hem een aangename
+ bezigheid.</p>
+
+ <p>Met de jaren kwam geen verandering. Een rustige glimlach van vergenoegen krulde
+ zijn lippen, want zijn dagen brachten geen ergernissen.</p>
+
+ <p>Marieken had hem zes kleinkinderen geschonken, eerst een jongen, dan een
+ tweeling, een meisje en een jongen, daarna nog drie jongens. De baker was
+ bestending op de Torfburg. Een door den hemel gezegend huishouden, meende de
+ onderpastoor van Onze-Lieve-Vrouwe!</p>
+
+ <p>Madame Snepvangers schiep groot behagen in de kinderkamer en hielp Marieken in
+ de beslommeringen. De Drogist frutselde in zijn winkel of zat verdiept in
+ wetenschappelijke verhandelingen. Soms praatte hij zeer uitbundig en andermaal kon
+ hij zijn schoonvader zoo verstrooid aankijken dat deze er schuw van werd. Maar hij
+ troostte zich in het besef dat geleerde menschen altijd zoo'n vreemde manieren
+ hebben.</p>
+
+ <p>Aan een Zondagsche familiedisch besprak hij het zonderling verschijnsel.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, oordeelde de Drogist, dat is een kenmerk van de geleerden... Newton
+ lei zoo zijn horlogie in kokend water en hield zijn ei in zijn hand.</p>
+
+ <p>&mdash;Had die mijnheer Newton dan geen vrouw om eieren te koken, verbaasde zich
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Lessing, betoogde de Drogist, een beroemd dichter, kwam eens vroeger naar
+ huis en zijn knecht, die hem niet herkende, riep door het raam: "De professor is
+ niet te huis!"&mdash;"O zoo, antwoordde Lessing, dat is niets, dan kom ik later wel
+ eens terug!"</p>
+
+ <p>&mdash;Van dichters verwondert mij niks, overwoog Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Antoine doet precies zoo, hij kan Mijnheer Newton de hand geven...
+ Eergisteren vraag ik hem om wat suiker in de pap, te doen... Ik geef de pap aan de
+ kinderen en zij willen ze niet eten... Ik proef, en de pap is zoo zout als
+ brak!</p>
+
+ <p>&mdash;Marieken, Marieken, suste de Drogist gevleid.</p>
+
+ <p>&mdash;Als hij maar geen gedichten begint te maken, zei de Loodgieter
+ bekommerd.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, Papa, zoo erg is het niet, stelde Marieken gerust, ten minste dat
+ heb ik nog niet ondervonden.</p>
+
+ <p>Snepvangers zag naar zijn kleinzoontje, het sprekend beeld van zijn vader!
+ Meewarig bedacht hij dat het teere ventje ook geestelijk aan zijn vader zou doen
+ denken!... Albertken moest maar liever op zijn grootvader trekken, desnoods op
+ grootvader Craen... Maar niet zoo vies doen als Antoine in zijn geleerdheid.</p>
+
+ <p>Albertken was nu zes jaar geworden en ging naar de school der Paterkens in de
+ Everdijstraat. De blonde krullen en de blauwe oogen, het bleeke gezichtje, de
+ snaaksche invallen en het kindergebazel, waren voor Snepvangers een onuitputtelijke
+ stof van overweging en conversatie.</p>
+
+ <p>Hij had zich van het kind meester gemaakt met zoete woordjes en listige
+ verleiding. Craen had het te laat bemerkt en liet nu, daarbij te veel met de
+ politiek ingenomen, Snepvangers ook maar betijen. Albertken droeg toch zijn
+ naam!</p>
+
+ <p>Het jongsken verborg zijn voorliefde niet; met grootvader Snepvangers kon hij
+ praten, die onderwierp zich geduldig aan zijn spelletjes, had zijn zak steeds
+ gevuld met krakelingen, die nam hem mee naar de estaminets en liet hem van zijn
+ bier proeven wat thuis streng verboden was. Zij hadden zoo hun geheimpjes, hun
+ verdoken plezier en hun kameraadschappelijke verstandhouding.</p>
+
+ <p>Als kraaiend kindje had Albertken reeds blijken gegeven van eendere nijgingen
+ die Snepvangers ontroerden. Hij was verzot op honden, riep tegen al de beestjes
+ even vriendelijk: Dag hondeken! Hij kon spelen met spitsken zonder het maar een
+ oogenblik te verbalemonden, was wijs en teeder tevens.</p>
+
+ <p>Samen gingen zij dikwijls naar den Dierentuin en werden het nimmer beu de apen,
+ de zeehonden en de olifanten te bekijken. Snepvangers fantaseerde over de warme
+ landen waar de olifanten met hun groote, ivoren slagtanden vrij in 't wild
+ rondloopen en lawaai maken met opgestoken neustrompetten, over de logge zeehonden
+ die op hun vinnen naar boven waggelden en neerplonsden om hun vischbuit te vangen,
+ over de vinnige apen, die kouwelijk bijeenzaten in het apenkot; wier slimme,
+ onrustige oogjes hen aangluurden, en die soms onfatsoenlijk zaten te vlooien.</p>
+
+ <p>&mdash;Hebben de menschen ook vlooien, Grootva, vroeg Albertken zekeren dag.</p>
+
+ <p>&mdash;Sommige menschen, leerde Snepvangers,&mdash;maar dat zijn vuil
+ menschen...</p>
+
+ <p>&mdash;Och, dat is spijtig, betreurde Albertken.</p>
+
+ <p>&mdash;Spijtig?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja...</p>
+
+ <p>Snepvangers was zoo verbluft dat hij niet verder aandrong om een reden te
+ kennen.</p>
+
+ <p>De volgende maal, toen zij weer voor het apenkot stonden, zei Albertken
+ trotsch:</p>
+
+ <p>&mdash;Wij hebben thuis ook vlooien!</p>
+
+ <p>&mdash;Niet waar, Albertken, zei Snepvangers onthutst.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, heel klein vlooien met heel lang haar!</p>
+
+ <p>&mdash;Maar, Albertken toch, ge moogt niet beuzelen!</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zou toch zoo gaarne vlooien hebben, zuchtte Albertken, dat moet zoo
+ plezant zijn.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar het is niet waar...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik denk het zoo maar, Grootva, zei de kleine waanwijs, dat is zoo mijn
+ plezier.</p>
+
+ <p>Snepvangers zette groote oogen op en vond Albertken een wonder kind. Sinds hij
+ naar school ging en van makkers en meesters te vertellen had opende hij voor zijn
+ grootvader een nieuwe wereld van kinderverbeelding en logica. Haast dagelijks ging
+ Snepvangers hem aan school afhalen en als vertrouwelingen bazelden zij samen. In
+ den zomer gingen zij, na koffie gedronken te hebben, nog op wandel naar het terras
+ om de schepen en het water te zien! Zij zaten op een bank, zagen de kranen werken
+ en hoorden de stoomers toeteren. Grootvader was het vraagbaken dat voor alles een
+ antwoord vond dat het kind voldoening gaf. Grijsaard en kind lieten hun verbeelding
+ vrij spel.</p>
+
+ <p>&mdash;Pa weet dat allemaal niet, misprees Albertken.</p>
+
+ <p>&mdash;Foei, strafte Snepvangers gevleid.</p>
+
+ <p>Albertken was verbazend knap en slim oordeelde de grootvader die zijn eigen
+ kinderherinnering ter hulp riep om den hoogen dunk van het jongetje te behouden.
+ Maar soms werd hij toch overbluft en was de verrassing hem te groot.</p>
+
+ <p>Zoo zaten zij eens in het Park voor den met kroos bedekten vijver waarop de
+ eenden dreven. Albertken zat te peinzen en Snepvangers rookte een sigaar en
+ luisterde naar een merel die aan de overzijde van het water in een boschje
+ verscholen zat.</p>
+
+ <p>&mdash;Grootva, fluisterde Albertken, is het aardig, altijd getrouwd te
+ zijn?</p>
+
+ <p>&mdash;Maar manneken toch!... Wat een vraag!...</p>
+
+ <p>&mdash;Janneken Palincx zei gisteren dat zijn vader tegen zijn moeder gezegd had
+ dat hij het beu is...</p>
+
+ <p>&mdash;Janneken Palincx is een snotaap, een kwajongen!</p>
+
+ <p>&mdash;Hij is de sterkste van allemaal, Grootva!... En hij liegt nooit... Vindt
+ gij het aardig altijd met Grootmoe getrouwd te zijn? Zij kan soms toch
+ zagen!...</p>
+
+ <p>&mdash;Kind, kind, 't is goed dat het niemand hoort... maar zoo'n dingen moogt
+ ge niet zeggen of denken...</p>
+
+ <p>Snepvangers zag ongerust rond, maar er was geen mensch in de buurt.</p>
+
+ <p>&mdash;Als Grootmoe het moest hooren!</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zal het haar toch niet zeggen, troostte Albertken, maar ik zou toch
+ niet altijd met &eacute;&eacute;n vrouw willen getrouwd zijn...</p>
+
+ <p>Snepvangers begon uitbundig te lachen en Albertken, een oogenblik uit zijn lood
+ geslagen, lachte mee.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij, jongens, zagen nooit, zei hij en verzonk weer in zijn gemijmer.</p>
+
+ <p>Toen zij opstonden om naar huis te gaan, gaf Albertken de rest van zijn
+ overtuiging prijs.</p>
+
+ <p>&mdash;Grootva!</p>
+
+ <p>&mdash;Albertken?...</p>
+
+ <p>&mdash;Als ik groot ben trouw ik toch ook!</p>
+
+ <p>&mdash;Zoo?...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, met een heel leelijke...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar manneken toch!</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, een heel leelijke, dan kunnen wij er samen goed om lachen!...</p>
+
+ <p>Albertken grinnikte genoegelijk en Snepvangers wierp van ontsteltenis zijn
+ sigaar onder de bank.</p>
+
+ <p>'s Anderdaags vertelde hij Sander wat zijn kleinzoon hem gezegd had.</p>
+
+ <p>&mdash;Die jongen zal het ver brengen, meende de Speeker, ge moet hem leeren
+ speeken.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, zei Snepvangers zonder overtuiging...</p>
+
+ <p>&mdash;Hij heeft gelijk over het huwelijk...</p>
+
+ <p>Hij werd onderbroken door zijn vrouw die hem riep.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik kom, antwoordde hij gedwee maar treuzelde nog even, hoe oud is
+ Albertken?</p>
+
+ <p>&mdash;Zes jaar...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat wordt een advokaat, Snepvangers, let op mijn woorden... dat kind
+ heeft menschenverstand...</p>
+
+ <p>Dan haastte hij zich naar binnen en Snepvangers floot blijgezind op zijn
+ hond.</p>
+
+ <p>Enkele dagen later waren grootvader en kleinzoon in de weer om grootmoeders
+ verjaardag te vieren. Het trof op een Zondag en heel de familie werd in de
+ Hobokenstraat verzocht.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge zoudt een gedichtje moeten kennen, opperde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Is dat wel noodig, weifelde Albertken.</p>
+
+ <p>&mdash;Natuurlijk, manneken... Het zal grootmoeder zooveel plezier doen, zei
+ Snepvangers, alsof hij berouw over iets had.</p>
+
+ <p>&mdash;Als het dan toch moet, schikte zich de kleine wijs... Ik vind dat wij
+ moesten paleeren en vuurwerk afsteken op de koer...</p>
+
+ <p>&mdash;Ballonnekens en vuurwerk... Maar wat zullen de geburen wel denken?...</p>
+
+ <p>&mdash;Daar moet ge nooit niks om geven, wijsgeerde Albertken.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is waar, gaf Grootvader toe.</p>
+
+ <p>Grootmoeder werd feestelijk gehuldigd met bloemen en geschenken. Een kokin had
+ de zorg voor het eten overgenomen, en nu zat Madame Snepvangers in een leunstoel en
+ hield de kinderen bezig die beurtelings op haar schoot klauterden.</p>
+
+ <p>Antoine had zijn vader beet met een onuitputtelijke beschouwing, terwijl
+ Marieken en Madame Craen de kleintjes susten.</p>
+
+ <p>Snepvangers en Albertken hingen hun veelkleurige ballonnekens in de veranda,
+ plaatsten de kaarsjes recht, onderzochten het vuurwerk en verlangden naar den avond
+ om de verlichting te kunnen beginnen.</p>
+
+ <p>Aan tafel knipoogden zij soms in het vooruitzicht der komende verrassingen.
+ Snepvangers liet Craen gerust aan zijn zoon over en onderbrak Antoine niet in zijn
+ betoog over eetbare en vergiftige paddenstoelen. Zoohaast de taart aangesneden was
+ kon Snepvangers zich niet langer intoomen. Hij dronk in een teug zijn wijnglas
+ leeg, want zijn keel was droog en hij had het gevoel alsof hij zelf een aanspraak
+ moest houden.</p>
+
+ <p>&mdash;Antoine, zwijg nu eens, zei hij zegevierend, Albertken moet nu iets
+ zeggen.</p>
+
+ <p>Antoine keek een beetje donker, zag Albertken van zijn stoel klimmen, een
+ buiging maken voor zijn grootmoeder en hoorde zijn schriel kinderstemmetje
+ verklaren:</p>
+ <span style="margin-left: 1em;">"De Pruimenboom"!</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">Jantje zag eens pruimen hangen,</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">O! als eieren zoo groot!</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">'t Scheen, dat Jantje wou gaan
+ plukken,</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">Schoon zijn vader 't hem verbood.</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">Hier is, zei hij, noch mijn vader,</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">Noch de tuinman, die het ziet:</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">Aan een boom zoo volgeladen,</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">Mist men vijf zes pruimen niet!...</span><br />
+
+
+ <p>Het ging zonder haperen, maar Snepvangers, wiens lippen, vers na vers,
+ meeprevelden, zweette van angst.</p>
+
+ <p>&mdash;Waar hebt ge dat geleerd, vroeg Marieken verteederd.</p>
+
+ <p>&mdash;Van Grootva, zei Albertken, haast stikkend in een stuk taart.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, dat heb ik in mijn tijd ook geleerd, overwoog Craen, maar hij heeft
+ het goed gedaan... Bravo, manneken!</p>
+
+ <p>&mdash;En hij heeft er niks van verklapt, zei de Grootmoeder verbaasd.</p>
+
+ <p>&mdash;De mannen kunnen zwijgen, bedacht Albertken snugger.</p>
+
+ <p>&mdash;De inlandsche paddenstoelen, herbegon Antoine...</p>
+
+ <p>Zoohaast het donker werd stak Snepvangers de kaarsjes aan en een schemerlicht
+ hing in de veranda. Dan, onverwachts, joegen zij een vuurpijltje omhoog in den tuin
+ en deden zij een zevenslager springen. Snepvangers en Albertken juichten van pret,
+ maar binnen in de kamer schrok het gezelschap, en de vijf kinderen begonnen
+ eenparig te krijten.</p>
+
+ <p>&mdash;Schei toch uit, Snepvangers, riep Madame, wat zijn dat voor
+ kinderstreken; ge jaagt de bloeikens den angst op het lijf!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ge hoort het wel, Albertken, waarschuwde Snepvangers benard.</p>
+
+ <p>&mdash;En doof de ballonnekens nu maar uit, verzocht Antoine, ik krijg hoofdpijn
+ van den stank der kaarsjes...</p>
+
+ <p>&mdash;Ge ziet het wel, bedacht Albertken teleurgesteld, zij vinden dat niet
+ plezant... als wij ook eens iets doen dan maakt het lawaai of stinkt het......</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Albertken, maar dat is toch niks... wij zullen het op een anderen
+ keer probeeren als er niemand thuis is... Oei! Daar vliegt een ballonneken in
+ brand!</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is niks ... dan moeten wij het niet uitblazen, redeneerde
+ Albertken.</p>
+
+ <p>Wanneer Snepvangers later, na het vertrek der gasten, alleen tegenover zijn
+ vrouw zat, kon hij niet nalaten te zeggen:</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is toch spijtig voor Albertken geweest...</p>
+
+ <p>&mdash;Wat?...</p>
+
+ <p>&mdash;Wel dat vuurwerk... Hij had er zoo op gerekend...</p>
+
+ <p>&mdash;Gij denkt maar aan Albertken, verweet zij, hebt ge de andere kinderen
+ niet hooren schreeuwen van schrik.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat gaat over, bepeinsde hij, nog een paar slagen en zij waren het gewoon
+ geweest...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar hebt ge nu in uw leven zoo iets gehoord, schuddebolde Madame
+ gebelgd.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat kind is geen gewoon kind... Sander zegt het ook... Albertken moet
+ advokaat worden...</p>
+
+ <p>&mdash;Och, en ge weet nog niet of het kind daar goesting zal voor hebben...</p>
+
+ <p>&mdash;Goesting? Goesting... ook gij kent hem niet. Albertken geen goesting
+ hebben... hij wordt nog veel meer dan advokaat... Dat kind is nu mijn leven...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, dat weten wij, zei Madame nuchter, 't is uw Benjamin... maar 't mag
+ zijn, want het kind ziet u liever dan zijn eigen ouders.</p>
+
+ <p>&mdash;Als ik hem "De Pruimenboom" hoorde opzeggen, dan dacht ik aan mijn eigen
+ kinderjaren... Ik heb het gedichtje nooit vergeten, en Albertken zal nooit vergeten
+ dat hij het van mij heeft geleerd...</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, zei Madame, dat zal hij niet... maar nu gaan wij slapen,
+ Snepvangers, 't is veel later dan anders...</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is toch allemaal tegengevallen, kloeg Snepvangers nog op den trap, en
+ dan Antoine die niet tegen een vetkaarsken kan!...</p>
+
+ <p>Wanneer het bui&iuml;g weer aankwam kon Snepvangers met Albertken niet meer
+ geregeld gaan wandelen. Zijn dagen schenen hem langer. Telkens als hij de
+ gelegenheid vond, sloot hij zich bij Sander aan om wat afleiding te vinden.</p>
+
+ <p>Op een zonnigen, ijlen najaarsdag stond hij zoo te treuzelen voor de halfdeur
+ van het kousenwinkeltje. De boord van het gaanpad dreef van het speeksel. Een
+ hoopje lanterfanters luierde tegen den met veelkleurige plakkaten bedekten
+ muur...</p>
+
+ <p>Boven, ergens in een kamer waarvan het venster openstond, kweelde een
+ kanarievogel. Snepvangers vond het danig schoon.</p>
+
+ <p>&mdash;Hoor eens, Sander!</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is een sijsken, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, neen, 't is veel schooner... 't is een kanarievogel...</p>
+
+ <p>&mdash;'t Kan zijn, schokschouderde de Speeker onverschillig.</p>
+
+ <p>&mdash;Een schoone vogel, mijmerde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;De schoonste vogels zitten in den buiten, zei Sander.</p>
+
+ <p>&mdash;'k Zou toch wel een goeie zanger willen hebben...</p>
+
+ <p>&mdash;Och, wat hebt ge er aan?... Dat zingt maar en dat vreet maar!...</p>
+
+ <p>&mdash;Het zijn zoo'n fijn vogeltjes, Sander, en als zij zingen...</p>
+
+ <p>&mdash;Koop liever duiven... als zij vet zijn kunt ge ze in 't potteken steken
+ en binnenbas spelen!</p>
+
+ <p>&mdash;Ik koop een kanarievogel, besloot meteen Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge zult het beklagen, waarschuwde Sander meewarig alsof zijn vriend
+ rampzalige voornemens koesterde.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik moet toch iets hebben om mij te amuseeren, verontschuldige zich
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja! zei de andere zuur, misschien moest ik het niet zeggen... de menschen
+ zijn toch zoo eigenzinnig... maar als vriend, als ge dan toch een kanarievogel wilt
+ koopen, ga dan om raad bij den klakkenmaker van de Paardenmarkt... anders wordt ge
+ nog bedonderd ...</p>
+
+ <p>&mdash;Dank u, Sander.</p>
+
+ <p>Snepvangers sprak er met Albertken over.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zal het Grootmoe vragen, meende het kind.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Albertken, en dan zullen wij ons amuseeren...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zou toch liever een arend houden!</p>
+
+ <p>&mdash;Maar dat is een wild beest...</p>
+
+ <p>&mdash;Die eten rauw vleesch, Grootva, maar een kanarievogel is toch ook
+ goed.</p>
+
+ <p>Madame Snepvangers gaf haar toestemming, onder beding dat Mijnheer zelf voor het
+ vogeltje zou zorgen. Dan toog hij naar den klakkenmaker. Hij kende hem van in den
+ tijd toen de politiek hem in beslag nam. In het halfdonkere winkeltje was de man
+ bezig met schikken. In de achterkamer zong een vogel.</p>
+
+ <p>&mdash;Dus wilt ge een kanarievogel houden, wikte de raadgever met scherpe
+ neusstem.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja!</p>
+
+ <p>&mdash;Een of meer?</p>
+
+ <p>&mdash;Ik denk...</p>
+
+ <p>&mdash;Daar zit het gevaar... &eacute;&eacute;n zangvogel is een plezier...
+ meer, het kweeken, wordt een drift... ik kon mijn goesting altijd intoomen, maar
+ dat kunnen weinig menschen...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zou om te beginnen maar een manneken willen koopen!</p>
+
+ <p>&mdash;Om te beginnen, zegevierde de klakkenmaker, de drift is u al meester...
+ ge zijt een verloren man, Snepvangers, maar gij moet het weten... ik heb u
+ verwittigd...</p>
+
+ <p>&mdash;Waar kan ik een vogel koopen, vroeg de ongeduldige Snepvangers, in
+ vertrouwen, want ik ken de mannekens niet uit de poppekens...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat zal ik u leeren, vriend... Als ge voor een kot staat dan moet ge de
+ vogels goed bezien... Als ge ze goed bezien hebt, moogt ge u nooit laten pakken
+ door de schoon pluimen... zoo is het bij de menschen ook...</p>
+
+ <p>&mdash;Dus een met leelijke pluimen?</p>
+
+ <p>&mdash;Bijlange niet!... Luister. Als er veel bijeen zitten moet ge een
+ kaalkopken kiezen...</p>
+
+ <p>&mdash;Zijn dat mannekens?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja... want poppekens en poppekens dat vecht niet... mannekens en
+ poppekens vecht ook niet... maar mannekens en mannekens die pikken elkander de
+ koppekens kaal...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar als de vogels nu eens apart zitten?</p>
+
+ <p>&mdash;Dan moet ge ze hooren zingen... als zij zingen zijn het mannekens...
+ daarbij kunt ge het zien aan hun houding en manieren en hun koleur is hooger...</p>
+
+ <p>&mdash;Waar zou ik er een kunnen koopen?</p>
+
+ <p>&mdash;Overal, meende de klakkenmaker luchtig.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, maar...</p>
+
+ <p>&mdash;Het hangt af van de soort die ge wenscht... Een Hollandsche of een
+ Parijsche trompetter, een Brabantsche vogel, een Gentsche postuurvogel of een
+ edelzanger zooals de mijne, een Saksische?...</p>
+
+ <p>&mdash;Een Saksische dan, de schoonste die te krijgen is, hunkerde
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Daarin hebt ge gelijk... de beste soort... geen bastaarden... maar 't is
+ een kwestie van goesting... ik ken een liefhebber die Schotsch Fancies kweekt,
+ reuzenvogels van twintig centimeters.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat zijn geen kanarievogels meer, minachtte Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Volgens mij ook niet, fluisterde de neusstem, ge zult er verstand van
+ krijgen, Snepvangers, dat voorspel ik u... Daarom, een goeie raad, let op de pooten
+ als ge koopt... Die van jonge vogels zijn glad, die van de oude zitten vol schubben
+ en hun klauwen zijn veel dikker en langer... Ga naar den ouden Willems met mijn
+ complimenten, hij is zaalwachter in het Steen en die zal u niet verneuken... Hij
+ kleurt geen wijfkens om ze voor mannekens, te verkoopen... Zorg dat ge uw drift
+ meester blijft en dan zult ge veel plezier in de liefhebberij vinden ... Ik heb
+ hooren vertellen dat een Hollandsch kapitein die veertien jaar te Breda in
+ garnizoen had gelegen zoo verslingerd op het gezang was geworden, dat hij menigmaal
+ vergat 's middags te gaan eten...</p>
+
+ <p>&mdash;Wel, wel!...</p>
+
+ <p>&mdash;Van 's morgens vroeg tot middernacht toe deed hij niets anders dan
+ luisteren om de schoonste zangers te onderscheiden... maar zooveel tijd schiet er
+ mij niet over... een kapitein is geen klakkenmaker...</p>
+
+ <p>De klakkenmaker hield Snepvangers in het deurgat nog bij den knoop van zijn
+ jas.</p>
+
+ <p>&mdash;En als hij wat heesch is legt gij een stuksken kalissiehout in zijn
+ "&egrave;zer", of als het een valling is dan doet ge eenige druppelen vijgensap in
+ zijn drinken... Als ze vreetziekte hebben moet het aluin of staal zijn, voor den
+ afgang melk en voor de hardlijvigheid kandijsuiker en saffraan...</p>
+
+ <p>&mdash;Kan een kanarievogel...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, knikte de klakkenmaker en zijn oogen keken zorglijk, zij kunnen het
+ stiet krijgen en dat moet ge met ongezouten spek genezen, zij kunnen kwijnen in een
+ donkere kamer, vermageren als zij geplaagd worden door roode luisjes, daarom moet
+ ge holle roestjes gebruiken, zij kunnen aan vallende ziekte lijden, aan vetziekte,
+ aan buikkramp, aan natuurdrift, zij kunnen een beenbreuk opdoen...</p>
+
+ <p>&mdash;Och, och, zuchtte Snepvangers, 't is toch niet waar zeker?</p>
+
+ <p>&mdash;Jawel, maar laat mij dan maar roepen... Ik zal wel raad weten... ik heb
+ al twee pooten genezen met een saaien draadje in lijnolie gedrenkt en warm zand in
+ het kot...</p>
+
+ <p>&mdash;Dan hebt ge niet lang plezier van een kanarievogel, wantrouwde
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat weet ik niet, dat hangt af... Wanneer ge katten en ongedierte
+ weert... de vogel goed verpleegt, versch eten en drinken geeft en dagelijks
+ "muur"... bijtijds een bad, en de roestjes driemaal per week uitklopt, dan leeft
+ hij tien tot vijftien jaar... Ik heb zelfs eens gelezen dat een vogel twintig jaar
+ werd...</p>
+
+ <p>&mdash;Dan koop ik er een, verklaarde Snepvangers opgetogen...</p>
+
+ <p>&mdash;Doe het, moedigde de klakkenmaker aan.</p>
+
+ <p>'s Namiddags trok Snepvangers naar het Steen. Er waren geen bezoekers. In een
+ klein zaaltje, naast een paar toonramen vol medaljes en penningen, half verborgen
+ achter verkleurde en geschifte zijden vaandels zat de oude Willems slaperig aan
+ zijn bakkebaarden te pluizen. Hij keek norsch den bezoeker aan, die aarzelend
+ stilstond voor een geel koperen bedpan, voetje voor voetje naderschoof en belang
+ stellend door het venster keek naar den stroom waarop een hooge scheepsromp
+ zwenkte. Hij had nog nooit zoo scherp een kiel van een schip opgenomen, vond het
+ vlak beneden de waterlijn zeer rood gemenied.</p>
+
+ <p>&mdash;De dag moet hier toch lang duren, polste hij den Zaalwachter.</p>
+
+ <p>De man kikte niet, zag norsch naar het grauwe water dat midden in den stroom
+ opschuimde als zog van den overzetter. Meeuwen scheerden rakelings over de
+ baarkens.</p>
+
+ <p>Snepvangers was niks op zijn gemak. Hij probeerde het nog eens:</p>
+
+ <p>&mdash;Een schoon uitzicht op de Schelde...</p>
+
+ <p>&mdash;Vindt ge dat, zei Willems, dan moet ge maar goed zien en van de
+ gelegenheid profiteeren.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, maar ik kom om een kanarievogel te koopen... nu weet gij het,
+ ontlastte zich Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is wat anders, meende Willems levendig, stond op en kwam naast hem
+ staan, waarom hebt ge dat niet direct gezegd?</p>
+
+ <p>&mdash;De klakkenmaker heeft mij gezonden ...</p>
+
+ <p>&mdash;Er is niks zoo schoon als de zang der kanarievogels!...
+ Nachtegaalslagers, edelrollers en kollervogels... Hoor hoe ze rollen: woe, woe...
+ ie-rie-rier... ie-lie-liel...arrr... verrr... fi-fi... si-si... wi-wie... wies,
+ wies, sies... toe... toe... tsoem... en hun kleur, zoo teer... zoo fijn...
+ hooggeel, stroogeel, witgeel... bleekgroen... ik heb er roode gekweekt met
+ kleurvoeder...</p>
+
+ <p>&mdash;Roode?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja ... maar als ge dat probeert moet ge maar een wijfken pakken... die
+ zijn goedkooper en dan is er niks aan verloren... een weinig cayennepeper tusschen
+ het eten... en klaar is Kees! Maar 't lukt niet altijd...</p>
+
+ <p>&mdash;Wanneer kan ik een vogel koopen?</p>
+
+ <p>&mdash;Direct... wacht een oogenblik...</p>
+
+ <p>De Zaalwachter ging naar een kleerkast, trok de deur open en nam er een kooitje
+ uit.</p>
+
+ <p>&mdash;Een vogel uit de duizend... 's middags is er geen mensch en dan leer ik
+ hem fluiten... Twee violen en een bas-bas-bas!... Maar deze is volleerd... Alleen
+ hem in 't donker houden... Moet ge soms poppekens hebben?...</p>
+
+ <p>&mdash;Misschien later, als ik zou kweeken...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is eigenlijk het plezier. Mijnheer Snepvangers, de vogels kweeken en
+ ze leeren zingen... ik gebruik altijd een flesch en een stop en dat maakt aardige
+ muziek... Ik ken een nachtwaker die er zijn dagen mee doorbrengt...</p>
+
+ <p>&mdash;Wanneer slaapt hij dan,&mdash;verbaasde zich Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Als hij wat tijd heeft, 's nachts bijvoorbeeld... Ik heb enkel Saksische
+ vogels, maar mijn broer, de kleermaker uit de Keizerstraat, nevens het Kapelleken,
+ die heeft al de soorten van de wereld... Laatst kwamen ze hem roepen terwijl hij
+ het orgel trapte in St.-Jacobskerk, want er was een Engelschman speciaal
+ overgekomen om zijn vogels te zien... Twee vogels heeft hij toen verkocht, die puur
+ kerkmuziek zongen... zij hadden lang tegen den kerkmuur gehangen en zij volgen zoo
+ gemakkelijk na... Maar nu trof het goed... ik gaf voor zoo'n vogel niks... Ik laat
+ u het manneken over omdat de klakkenmaker u gezonden heeft... want eigenlijk kweek
+ ik voor de kunst!</p>
+
+ <p>Met zijn kooi en sterk door de raadgevingen kwam Snepvangers in de
+ Hobokenstraat.</p>
+
+ <p>&mdash;Een kanarievogel, leerde hij aan zijn vrouw, is een slimme vogel die
+ spoedig zijn weldoener herken ... en hem met zijn zang beloont.</p>
+
+ <p>Albertken schiep spoedig evenveel zijn behagen als Grootvader in het
+ kwinkeleerende vogeltje... Wanneer Albertken kwam werd de kanarie feestelijk
+ vergast op trosjeszaad of een klontje suiker.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge zoudt er meer moeten hebben, bedacht Albertken, ik zal Grootmoe vragen
+ er voor uw nieuwjaar te koopen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zou er moeten kweeken, op de leege kamer boven de keuken is er plaats
+ genoeg.</p>
+
+ <p>Grootmoeder had het gehoord en zij was in een goede bui.</p>
+
+ <p>&mdash;Wel ja, Snepvangers, gaf zij toe, ge moet toch iets voor uw plezier doen
+ en Albertken zal het ook amuseeren...</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is voor Albertken, loog Snepvangers.</p>
+
+ <p>Een uur later droeg hij wat rommel van de kamer, begon te passen en te meten en
+ droomde van een modelkooi. Hij zou Willems en de Klakkenmaker eens verbazen.
+ Overvloedig licht viel door het achterraam, een ander raam, buiten het hok, zou
+ toelaten de kamer te verluchten.</p>
+
+ <p>Om de kooi te bouwen wendde hij zich tot den houtdraaier, Miranda van de
+ Paddengracht, die ook andere karweikens aannam en daarbij een kweeker bleek te
+ zijn. Deze timmerde een afsluiting die de halve oppervlakte besloeg, spande een
+ gevochten draadnet over de balkjes, lei een dubbele vloer en kalkte de muren. De
+ deur, in vier losse vlakken, kon de dikke Miranda doorlaten, maar beneden, tegen
+ den grond, was een klein poortje om het voedsel door te schuiven, de eetbakken, de
+ &egrave;zers en de badschotels.</p>
+
+ <p>Snepvangers bracht dagelijks wat mee van zijn wandeling. Houten nesten met losse
+ mandjes,&mdash;roesten van vlierhout, verf om het houtwerk op te kleuren. Miranda,
+ die niet jaloersch van aard was genoot zelf van het modelopzet en leerde wat er te
+ leeren viel. Deze lange gesprekken voerden zij, gezeten bij het kleine potkacheltje
+ dat Snepvangers op zijn kamer geplaatst had. Tegen den muur pronkten schabben met
+ steinen potten waarin het zaad zou bewaard worden en waarop hij de namen
+ geschilderd had. Een houten tafel, een waterkraan en een afvoerbak volledigden zijn
+ inrichting. Kleinere kooien hingen links en rechts. In de uren dat Albertken hem
+ gezelschap hield, werd het houtwerk lichtblauw geschilderd en van gouden biesjes
+ voorzien. In hun verbeelding kweekten zij samen met zooveel bijval dat de hokken te
+ klein bleken voor het gevogelte. Intusschen sprenkelde en morste Albertken aan de
+ waterkraan.</p>
+
+ <p>&mdash;De eerste kanarievogels waren groen, leerde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat moet ge mij niet wijsmaken, weerde zich Albertken.</p>
+
+ <p>&mdash;Manneken toch!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zeg niet dat ge beuzelt, Grootva, maar dan hebben ze u wat wijs
+ gemaakt...</p>
+
+ <p>In het voorjaar ging hij bij Miranda vogels kiezen... Miranda wou niet dat hij
+ naar Willems ging, die maar kweekte voor de cens...</p>
+
+ <p>&mdash;Is het raadzaam meer wijfjes bij een mannetje te zetten, vroeg
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Snepvangers, hier op zolder kan ik het u wel zeggen, niemand hoort
+ ons... bij de kanarievogels kan men het riskeeren, dat gaat meestal... maar bij de
+ menschen loopt het verkeerd...</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is goed dat Albertken het niet hoort.</p>
+
+ <p>De dikke Miranda lachte, maar ving onderwijl met zijn vlindernetje een kanarie,
+ nam voorzichtig het schuwtrillend, teere ding in zijn dikke reuzenhand en streelde
+ het zachtjes met zijn linker wijsvinger. Hij blies de veertjes op.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Zijn toch zoo'n broze dingskens, zei hij het beeft van angst in mijn
+ hand...</p>
+
+ <p>&mdash;Zij hebben zoo niks om zich te verweren.</p>
+
+ <p>&mdash;Als ik mijn hand toenijp is het dood, droomde Miranda, ik vraag mij af
+ waarom die beestjes geschapen zijn.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, zei Snepvangers, die ongeduldig werd en en aan zijn kooi dacht, we
+ moeten ons niks afvragen, maar voortvangen...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is &eacute;&eacute;n, zei Miranda, bekeek nog even het licht-gele
+ lijfje, de ingetrokken pootjes en het fijne snaveltje, zie Snepvangers, het sluit
+ zijn oogskens van schrik... wie zou nu zoo iets weerloos kunnen kwaad doen...</p>
+
+ <p>&mdash;De menschen doen niks anders...</p>
+
+ <p>Snepvangers begon met vijf mannekens en met twaalf poppekens. Een blaadje sla
+ naast het bad, het raapzaad gemengd met witzaad, de klare fonteintjes en het
+ trosjeszaad, het droge zand op den grond en de vogels op hun roestjes, 't was alles
+ hij zei geen woord.</p>
+
+ <p>Madame loofde, ingenomen door orde en netheid, de nieuwe kweekplaats. Marieken
+ werd door Albertken meegetroond, evenals Craen en zijn vrouw. Want het jongsken
+ deelde in den triomf. Zelfs Antoine kwam eens kijken, bleef een tijdje praten,
+ beloofde prima kwaliteit eten te bezorgen en was geen oogenblik verstrooid.</p>
+
+ <p>Doch pas toen de eerste eitjes uitgebroed waren en de eerste, bloote, donzige
+ dingskens in het mosnestje wriemelden, kon Snepvangers, bijgestaan door Miranda,
+ Sander bewegen eens te komen zien. Alles nam hij nauwkeurig op, maar zei geen
+ woord.</p>
+
+ <p>&mdash;Nu krijgen de beestjes harde eieren met fijngestampte beschuit, zei
+ Miranda.</p>
+
+ <p>&mdash;Een brood in melk geweekt met maan en salaadzaad bestrooid, vulde
+ Snepvangers argeloos aan.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge moet van Lotje getikt zijn om in zoo'n klein geneuk uw cens te steken,
+ misprees de Speeker boosaardig, en zonder nog om te zien slefte hhij de kame uit,
+ de trappen af en de straat op.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is toch 'n vieze, zei Snepvangers ontsteld.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, elk zijn goesting, troostte Miranda.</p>
+
+ <p>Wanneer Snepvangers den volgenden morgen zijn spitsken buiten liet, las hij in
+ de oogen van Sander hoe diep hij in zijn achting gedaald was met het kweeken van
+ "klein geneuk".</p>
+
+ <p>Snepvangers had veel meeval in de kanariekweekerij en zijn ambitie groeide er
+ door. Zijn huis was een zangpaleis. Van 's morgens vroeg zongen de vogels en vulden
+ de kamers met blij gekweel. Mijnheer was verrukt over zijn teere raskanaries.
+ Madame, alhoewel zij wel voor de verzorging mocht bijspringen, was zich ook aan de
+ "pietekens" gaan hechten.</p>
+
+ <p>Daar Snepvangers voor zijn plezier kweekte schonk hij mild aan familie en
+ vrienden, de edele vogels in zijn broedkamer geboren. Overal zongen zijn Saksische
+ zangers. Het was zijn glorie zijn vogels te hooren roemen. Miranda was goed bedacht
+ geweest, want aan dezes zolder dankte hij de stamouders van zijn kooi. Intusschen
+ was zijn gevederde bevolking toch noch gestegen tot zes-en-negentig mannekens en
+ poppekens.</p>
+
+ <p>En weer lagen, in den vierden kweekzomer, de poppekens op hun broze
+ sprikkeleitjes te broeien en gaapten en piepten de jongskens in de nesten.</p>
+
+ <p>Op een zomermorgen zaten de echtelingen voor het hok de speelsch wippende
+ kanaries te bespieden. De vogels vlogen van hun roestjes op den vloer, pikten in
+ den eetbak, dronken aan de fonteintjes of lagen te vluggen in de badschoteltjes.
+ Een vreemde vogellucht hing in de kamer.</p>
+
+ <p>&mdash;Miranda zegt ook dat ik veruit de schoonste vogels kweek, zei
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge krijgt er te veel, oordeelde Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja... maar wat kan ik er aan doen... ik geef er zooveel weg... en ik kan
+ er toch niet mee op de Vogelmarkt gaan staan...</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, dat gaat niet, bekende Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;En ik kan ze toch zoo ook maar niet op straat smijten...</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, dat kunt ge niet, zei peinzend Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Daarvoor zou men het hart van een deurwaarder moeten hebben, vulde
+ Snepvangers aan, want hij kon niet scheiden van zijn vogels.</p>
+
+ <p>Albertken, die pas zijn eerste communie had gedaan, was van lieverlede wat
+ losgeraakt van zijn Grootvader. Nog kwam hij wel af en toe naar de vogels kijken,
+ nog gingen zij wel eens samen wandelen naar den Dierentuin of naar het terras, maar
+ Albertken had n kameraadjes waarmee hij beter praten kon. Snepvangers voelde het
+ wel, maar troostte zich in het besef dat de jongen groot werd, zooveel te leeren
+ had, Fransch en Latijn, en verzot begon te worden op dat nieuwsoortig amusement,
+ het voetbalspel. Antoine vond het wilde stampen en smijten nuttig voor de
+ lichamelijke ontwikkeling, en Antoine was de vader!... Niet alleen de vader van
+ Albertken, maar van nog zes andere spruiten die net als zijn kanariejongskens,
+ gaapten en piepten en leven in huis brachten. Het jongste was weer een meisje en
+ Marieken had pas haar kerkgang achter den rug toen zij de plechtige eerste communie
+ van den oudsten vierden. Snepvangers dacht wel eens over de kinderen zooals zijn
+ vrouw over zijn kanaries, dat er te veel kwam! Maar de Drogist won rijkelijk zijn
+ brood en kon zich de weelde veroorloven, zooals Snepvangers zijn getal kanaries
+ niet moest beperken bij gebrek aan middelen.</p>
+
+ <p>Albertken werd echter niet vervangen in de voorliefde van zijn Grootvader, die
+ oud werd en zich geen nieuwe kameraadschap met de kleinkinderen meer scheen aan te
+ passen. Madame kon beter om met het drukke troepje.</p>
+
+ <p>Zekeren avond, in de zwoele maand Juli, hij had op zijn stade met Miranda een
+ pintje gedronken in "Het Zwarte Paard", wenkte Sander hem.</p>
+
+ <p>&mdash;Hebt ge de gazet gelezen?</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, Sander ...</p>
+
+ <p>&mdash;Er staat: Opgepast voor de Croaten!... en dat wil veel zeggen...</p>
+
+ <p>Meer liet de Speeker niet los, vouwde zijn gazet toe en strompelde binnen.
+ Snepvangers rook een frissche hooilucht die den lauwen avond doorgeurde, Hoorde de
+ kinderen joelen op de Ossenmarkt. Alles was zoo rustig en gewoon en hij begreep
+ niks van de waarschuwing.</p>
+
+ <p>'s Anderdaags hoorde hij de gazettenleurders verwoed op hun koperen trompetten
+ toeteren en gillen.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat is er toch aan gang, vroeg Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;De tijden van Napoleon komen terug, voorspelde de Speeker, en kneep de
+ "Gazet van Antwerpen" in kreukels, er is oorlog tusschen Oostenrijk en
+ Servi&euml;...</p>
+
+ <p>&mdash;Och, meende Snepvangers, 't is altijd ieverans oorlog in de wereld...</p>
+
+ <p>&mdash;Wacht maar!...</p>
+
+ <p>In zijn slaap werd hij opgeschrikt door het luiden van Carolus. Snepvangers
+ wipte zijn bed uit, vergat zijn slaapmuts en zijn bloote beenen en trok het
+ balconvenster open.&mdash;Een politieagent stond aan den overkant, hij hoorde het
+ raam knarsen en keek op.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat gebeurt er, vroeg Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;De klassen worden binnengeroepen... straks schiet ik ook mijn
+ soldatentenueken aan, zei de agent.</p>
+
+ <p>&mdash;Wel, wel, zei Snepvangers verbijsterd, stak zijn hand naar zijn hoofd uit
+ en werd zijn slaapmuts gewaar.</p>
+
+ <p>Dan haastte hij zich het venster te sluiten en kroop terug in zijn bed.</p>
+
+ <p>&mdash;Jezus-Mana, zuchtte Madame, wat gaan we nu nog beleven.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat moeten wij afwachten, oordeelde Snepvangers keerde zich om, sliep
+ koelbloedig snurkend in.</p>
+
+ <p>Madame woelde nog lang slapeloos en vol onrust. Zij benijdde haar man die zoo
+ moedig en onverschrokken slapen kon wanneer onbekende gevaren hen bedreigden.</p>
+
+ <p>Onder de algemeene paniek moest Snepvangers zich den volgenden dag van den
+ ernstigen toestand rekenschap geven. Hij zag de menschen samendrommen voor de
+ spaarkassen... In winkels en herbergen was plots het pasmunt onvindbaar, bankpapier
+ overstroomde de stad en de gapers lazen de plakkaten omtrent de opeisching van
+ paarden en rijtuigen voor het leger.</p>
+
+ <p>Miranda stond bij Sander, die uit het dagblad voorlas: "Gij moogt het gerust
+ zeggen, verklaarde ons een officier, dat de Schelde, hoewel zij er den schijn niet
+ van heeft, verdedigd is gelijk mogelijk geen enkelen stroom van de wereld. Ook is
+ het te voorzien dat men ons langs daar niet zal aanvallen, want daar ligt ons
+ sterktepunt..."</p>
+
+ <p>&mdash;Alles gaat duur worden, zei Miranda.</p>
+
+ <p>&mdash;Zou het vogelzaad ook opslagen, vorschte Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Er komen Turcos gelijk in 't jaar zeventig, beloofde de Speeker, van die
+ half zwarten met roode pofbroeken.</p>
+
+ <p>'s Zondags, in de kerk, hoorden Mijnheer en Madame de kondschap der Bisschoppen
+ aan de geloovigen: "Het uur is bedenkelijk. Angst en vreeze beklemt de harten.
+ Kinderen, vrouwen en moeders smelten in tranen. Edoch, met vasten stap en moed in
+ het hart trekken onze wakkere soldaten naar de grenzen..."</p>
+
+ <p>&mdash;Snepvangers, fluisterde Madame, en er blonken tranen aan haar wimpers,
+ wat zullen wij in onzen ouden dag nog moeten onderstaan...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben van zins, antwoordde Snepvangers, en zijn gedachten hadden een
+ anderen koers, voor den opslag nog een vijftig liters vogelzaad te koopen ...</p>
+
+ <p>Aan tafel gaf Antoine weer moed, verzekerde dat het land geen gevaar liep in den
+ strijd gewikkeld te worden. Op het goed vooruitzicht werd een lekkere flesch
+ geschonken.</p>
+
+ <p>Opgemonterd verscheen Snepvangers 's Maandags met zijn spitsken in de
+ straat.</p>
+
+ <p>&mdash;Er komt niks van, verzekerde hij aan Sander, Antoine heeft het
+ gezegd...</p>
+
+ <p>&mdash;Wacht maar, gromde de Speeker, en blies door zijn goudsche pijp.</p>
+
+ <p>Zij stonden een wijlken stil tot een vent voorbij holde.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is oorlog, riep hij.</p>
+
+ <p>&mdash;Watte?...</p>
+
+ <p>De Speeker liet zijn pijp vallen en keek verwezen naar de scherven.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik hoor trommelen, Sander.</p>
+
+ <p>&mdash;Snepvangers, nu valt er op te passen, fluisterde de Speeker
+ geheimzinnig.</p>
+
+ <p>&mdash;Ze trommelen de gardecivikken op, meldde een straatbengel, 'k heb de
+ tamboers gezien... 't is oorlog...</p>
+
+ <p>&mdash;Wel, daar gaat er, poddozie, een...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Snepvangers, dat is een trompetter die ook nog in den Oost gediend
+ heeft en in Tonkin... een duveltje... anders boodschapper aan de statie...</p>
+
+ <p>&mdash;H&eacute;, Mijnheer, is het waar, ondervroeg Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, zei de trompetter van de burgerwacht, terwijl hij zijn gele koorden
+ schikte en naar zijn roodkoperen instrument keek, ja, ik zal mogen blazen... dat
+ heb ik nog gedaan... daar draag ik decoraties van...</p>
+
+ <p>&mdash;Awel, peilde de Spreeker...</p>
+
+ <p>&mdash;We moeten misschien naar de grens, blufte de man en liep door.</p>
+
+ <p>&mdash;Dan kunnen wij gerust zijn, betrouwde de argelooze Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Onnoozele bloed, verachtte Sander.</p>
+
+ <p>Zijn zonnig humeur bleef hem bij terwijl hij door de stad liep te gapen naar de
+ koortsige, opgewonden bedrijvigheid. Overal, aan stations en militaire gebouwen,
+ aan stadspoorten en aan magazijnen stonden burgerwachten, de bajonet op 't geweer,
+ en keken de burgers aan met de brani van oudsoldaten. Geen straat zonder
+ soldaten,&mdash;geen kroeg zonder woordvoerders, geen straathoek zonder
+ samenscholing van geburen. De bijzondere edities der dagbladen droegen in vette
+ titels: "'t Kanon aan 't woord!... Antwerpen in staat van beleg!"</p>
+
+ <p>&mdash;Nu heeft de burgemeester niks meer te zeggen, nu is 't armee baas, leerde
+ Sander, en daar valt niet mee te lachen.</p>
+ &mdash;Maar waarom moesten wij toch in den oorlog komen, treurde Snepvangers,<br />
+ <span style="margin-left: 0.5em;">wij zijn geen vechters...</span><br />
+
+
+ <p>&mdash;We zullen het wel leeren, grimde Sander, en toonde zijn leelijke
+ tanden.</p>
+
+ <p>Dinsdags joeg een onrust door de stad en het grauw plunderde de kaberdoeskens in
+ het Schipperskwartier. Snepvangers en zijn vrienden doken vroeg in hun woningen,
+ ontzet door het gehuil der bende. "Wij staan pal!" Dat stond boven het verwarde
+ mengelmoes van berichten. Een dag later scheen de stad plots in feest te staan; aan
+ al de gevels wapperden vlaggen en elkeen droeg een driekleurig strikje. Aan sommige
+ poorten waren echter de tramlijnen opgebroken.</p>
+
+ <p>&mdash;'k Wist niet dat er zooveel vlaggen in de stad waren, verwonderde zich
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is om er den moed in te houden, zei Sander, op al de kerktorens
+ steekt nu een vlag.</p>
+
+ <p>&mdash;'k Heb de eerste verpleegsters van het Rood Kruis gezien, vertelde
+ Miranda, allemaal in 't wit met witte kappekens op en roode kruiskens op de
+ mouw...</p>
+
+ <p>&mdash;'t Zal 'n slag geven, misprees Sander de ongeluksprofeet, maar als ze
+ rond Antwerpen beginnen dan trek ik er uit...</p>
+
+ <p>&mdash;Foei, Sander, berispte Snepvangers waardig, ge moet meer vaderlandsliefde
+ toonen, als ik zoo oud niet was ging ik nog als vrijwilliger op.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, Snepvangers!</p>
+
+ <p>&mdash;Echt waar!... Er is een advocaat bezig met een Scheldekorps bijeen te
+ brengen... daar zou ik nog willen aan meedoen, maar ge moet kunnen zwemmen en dat
+ kan ik niet...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik, aarzelde Miranda, ik blijf bij mijn oud gedacht, geen man, geen
+ kanon! 't Is niet menschelijk elkaar doodschieten!...</p>
+
+ <p>&mdash;Och kom, dat steekt zoo nauw niet, oordeelde Snepvangers, dat is niks...
+ Hebt ge de nieuw bankbriefjes van vijf frank al gezien?</p>
+
+ <p>&mdash;De Burgemeester heeft prijzen vastgesteld voor eten en drinken! wist
+ Miranda.</p>
+
+ <p>&mdash;z'Hebben weer twee spionnen gevangen, ze zaten in een kelderken aan de
+ statie gebakken visch te eten, meldde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge moet maar lezen wat er allemaal gebeurt, zei Sander, ik zou van 's
+ morgens tot 's avonds niets anders doen dan gazetten lezen.</p>
+
+ <p>&mdash;Zie, die piotten trekken uit!</p>
+
+ <p>Een marschvaardig regiment. Dof klonken de stappen der zwaar bepakte piotten.
+ Zij droegen het geweer aan den riem, de zwartglimmende kepies aachteruitgeschoven
+ de blauwe kapotjassen opengeplooid zoodat de grijze broeken zichtbaar waren. Plots
+ zongen zij "De Vlaamsche Leeuw". Het doorrilde de drie vrienden en onwillekeurig
+ namen zij den hoed af.</p>
+
+ <p>Nauwelijks een week later was Snepvangers het reeds beu gazetten te lezen. De
+ toestand bleef immer zeer goed!... Uit al de telegrammen kon hij geen klaar beeld
+ ontwarren en dan trof hem nog de plekken wit of zwart, die het werk van de censuur
+ aantoonde.</p>
+
+ <p>Toen gebeurde het dat Snepvangers en Miranda de eerste gekwetsten zagen. Zij
+ kwamen uit het Station en werden in trams vervoerd... Hun gezichten Leken grauwe
+ vertrokken maskers, hun oogen zaten vol koorts, hun hoofden of armen waren
+ verbonden met doortrokken windsels. Zenuwachtig zogen zij op sigaren en sigaretten,
+ knikten de menschen toe of riepen iets. Ze leken wat verdwaasd. Miranda, de groote,
+ stevige houtdraaier, was zeer bleek geworden...</p>
+
+ <p>&mdash;Ziet ge nu dat bloed, fluisterde hij met een krampachtig gelaat.</p>
+
+ <p>&mdash;Nu ga ik niet meer zien, Miranda... en die kunnen nog loopen, maar die
+ anderen die op de berrie liggen, zei Snepvangers triestig.</p>
+
+ <p>&mdash;En zij die ginder in den grond gestopt worden, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Kom, laat ons maar stillekens naar huis gaan.</p>
+
+ <p>In "Het Zwart Paard" dronken zij een borreltje, waarschijnlijk omdat het
+ schenken van sterke dranken nu verboden was. Zoo kwamen zij terug op hun verhaal.
+ Wanneer zij Sander vertelden wat zij gezien hadden, weerstreefde hij woest:</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is niks, laat ze maar vechten!...</p>
+
+ <p>Snepvangers, al huilde hij met de wolven, hield in die dagen het meest van den
+ zachtzinnigen Miranda. Uren zaten zij bij de vogels te kijken en te spieden, te
+ luisteren naar het gefrazel der jonge mannekens... Zij hielden van de fijne, gele
+ donsschakeeringen, van de zoete, weeke kleur.</p>
+
+ <p>Aandachtig zagen zij hoe de jongskens gespijsd werden, hoe de schuw-rille vogels
+ op en af vlogen elkaar beriepen, naast elkaar hokten of met vogelwreedheid elkaar
+ bepikten. Zij vergaten er het uitzicht der stad en de gebeurtenissen. Wanneer
+ Miranda zich een beetje te erg verlaat had, ging Snepvangers mee naar huis en kroop
+ mee op den zolder, waar de houtdraaier zijn werkhuis had. Samen wijsgeerden zij
+ over de wereld en over de Saksische kanarievogels.</p>
+
+ <p>Zekeren middag kwam Albertken zijn grootvader opzoeken, die door het dwaas
+ bellen opschrok uit zijn middagslaapje. Albertken droeg een soldatenmuts.</p>
+
+ <p>&mdash;Grootva, riep hij opgewonden, de Koning is in zijn paleis met de Koningin
+ en de Prinskens! We moeten gaan zien!</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Albertken, onderwierp zich Snepvangers.</p>
+
+ <p>Op de Meir, voor het Paleis, stonden zij te glarie-oogen, verloren in de
+ samenscholing. De zon ging onder en de klare hemel verduisterde. Plots jubelden zij
+ mee met de menigte al zagen zij niets.</p>
+
+ <p>&mdash;Zijn het de Prinskens, Grootva?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Albertken!...</p>
+
+ <p>Daarna bracht Snepvangers zijn kleinzoon naar huis. Antoine mompelde een
+ verstrooiden groet, verloren in krantenlectuur.</p>
+
+ <p>&mdash;Ze vechten rond Diest, zei Marieken terloops, sprak dan over den
+ zuigeling, een meisje als een wolk.</p>
+
+ <p>Later riep Sander hem om de gazet te toonen... Hij las de bovenschriften:
+ "Vreemde ruiters te Gheel! Dat is geen reden om het hoofd te verliezen!"</p>
+
+ <p>&mdash;Ze komen naar hier, voorzag de Onheilsbode.</p>
+
+ <p>&mdash;Nooit, meende Snepvangers waanwijs.</p>
+
+ <p>&mdash;De Paus is dood!...</p>
+
+ <p>&mdash;Als het maar waar is!</p>
+
+ <p>&mdash;En de Generaal der Jezu&iuml;eten... En dat beteekent iets als die
+ sterven!...</p>
+
+ <p>&mdash;Och!...</p>
+
+ <p>&mdash;Brussel is ingenomen en ze vechten te Aerschot...</p>
+
+ <p>&mdash;Ge moogt alles zoo zwart niet inzien, Sander!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik heb mijn duiven verkocht... ik wil klaar zijn om te gaan loopen...
+ Verkoop uw kanarievogels, Snepvangers... Wij verkoopen de kousen en de saai, want
+ wij trekken er uit...</p>
+
+ <p>&mdash;Ge zijt een bangerik, mompelde Snepvangers en stak ontstemd de straat
+ over.</p>
+
+ <p>In zijn eersten slaap werd hij opgeschrikt door een vreemd geronk in de lucht.
+ Voor hij zijn vrouw kon antwoorden daverden ontploffingen... Het huis scheen te
+ beven en de ruiten te trillen.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, Snepvangers, kreunde Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Blijf maar stillekens liggen, vrouw lief, suste hij, niet bang zijn, 't
+ is niks...</p>
+
+ <p>Vol verteedering nam hij haar grijs hoofd in zijn arm, kuste haar en proefde
+ haar tranen.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij hebben nooit iemand kwaad gedaan,&mdash;troostte hij.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar de kinderen, nokte zij, de arme kinderen.</p>
+
+ <p>&mdash;De arme kinderen!...</p>
+
+ <p>Zij rilden onder het vreemd geweld dat in den nacht door de lucht joeg en
+ weenden samen... De wereld was uit haar gronden gerukt en boosheid en moordzucht
+ hielden feest. Nu verloren de menschen hun bezinning en wisten wat oorlog was en
+ vrede.</p>
+
+ <p>Reeds vroeg kwam Miranda hem halen om te gaan kijken naar de verwoesting.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, zei Snepvangers, dat wil ik niet zien... Er zijn dooden!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ga naar Marieken, verwittigde Madame nog zeer onder den indruk.</p>
+
+ <p>Zij stonden op den drempel en zagen Sander en zijn vrouw, elk met een zwaar
+ valies beladen gereed om te vertrekken.</p>
+
+ <p>&mdash;Awel, Sander?</p>
+
+ <p>&mdash;Wat heb ik voorspeld, zegevierde Sander, wij trekken er uit, wij gaan
+ naar Ossendrecht... In Holland vechten ze niet...</p>
+
+ <p>Ze zagen het koppel wegtrekken, zwoegend onder hun gepak. Het dikke
+ winkelvrouwtje dat nooit buiten kwam, trippelde voor haar man uit en was ook nu
+ weer baas, terwijl Sander, de sluwe bepeinzer, kalm aan zijn pijpje trok en haar
+ gedwee volgde.</p>
+
+ <p>&mdash;Hardloopers, riep Snepvangers hen na.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ga dan ook maar niet zien, besloot Miranda.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij zijn nog menschen, Miranda, kom liever eens naar mijn kanarievogels
+ zien.</p>
+
+ <p>Dagelijks brachten de gazetten geruststellende tijdingen.</p>
+
+ <p>Steeds bleek de toestand uitmuntend en de toekomst hoopvol. Wel stroomden
+ vluchtingen aan, maar zij werden in treinen gepakt en dieper in Vlaanderen
+ gezonden. Niemand scheen zich erg om die dakloozen te bekommeren, elk had genoeg
+ met zijn zorgen en zijn onrustige nachten. Menigeen lag geregeld te turen naar den
+ helderen sterrenhemel. De Russen waren nu de mannen die hen uit den nood zouden
+ helpen. Sommige sinjoren hadden permentelijk Russen op de Paardenmarkt gezien.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Gaat goed, verzekerde Snepvangers, de Russen zijn kleppers.</p>
+
+ <p>Nu de Speeker hem met zijn zwartgalligheid niet meer verschrikken kon, zwom hij
+ weer onbekommerd in zijn gelukzalig optimisme. Hij wist dat er een nieuwe Paus
+ gekozen was, dat er te Leuven en in de buurt van Mechelen gevochten werd, stortte
+ zijn penning voor "Het Kind van den Soldaat" zorgde voor zijn vogels en luisterde
+ naar hun gefrazel, vreesde niet voor Antwerpen en sliep weer ongestoord en rustig.
+ Hij begreep niet waarom Madame haar zenuwen zoo overstuur bleven en zij heelder
+ nachten wakker lag.</p>
+
+ <p>Na acht uur waren de herbergen thans gesloten en stond de stad in 't duister. In
+ het begin stak hem dat erg tegen. De stad geleek een dorp waar men met de kippen
+ naar bed moest! Doch Snepvangers schikte zich spoedig in de nieuwe regeling.</p>
+
+ <p>Op een donkeren avond, nadat hij voor de deur van "Het Zwart Paard" van Miranda
+ afscheid had genomen, beleefde hij een vreemd avontuur.</p>
+
+ <p>Het was heerlijk Septemberweer en de hemel zat doorweven met klare sterren. De
+ najaarskoelte klom amper door de straten. Het kanon donderde in de verte.
+ Snepvangers mijmerde!... Er werd fel gevochten... Wat vreeselijke dingen... Hij had
+ weer talrijke autos zien rijden, soldaten... en burgerwachten zien door de stad
+ trekken, menschen van het Rood Kruis ontmoet in de straten vol roerlooze vlaggen.
+ Een geluk voor Marieken dat Antoine vroeger een karot getrokken had om geen
+ gardecivik te moeten spelen... want nu bleef hij er fijntjes tusschen uit...</p>
+
+ <p>Iemand liep hem op dat oogenblik tegen het lijf, zoodat hij er van schrok. Hij
+ rook een zwoele geur en dacht aan een barbierswinkel.</p>
+
+ <p>&mdash;Gij deugniet, fluisterde een vrouwenstem.</p>
+
+ <p>&mdash;Pardon, verontschuldigde zich Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is niks, lieve jongen, gaat ge mee?... Ik ben zoo benauwd in 't
+ donker...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben geen lieve jongen, zei Snepvangers ernstig.</p>
+
+ <p>&mdash;Och kom...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben geen lieve jongen, hield hij vol, ik ben een deftig oud
+ man!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zie het liefst oude heeren... Kom...</p>
+
+ <p>&mdash;Wat denkt ge wel... ik ben getrouwd...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is ook al niks... 't Is oorlog!...</p>
+
+ <p>Toen was Snepvangers bang geworden voor de verleiding. In zijn hulpeloosheid had
+ hij een plotselinge ingeving.</p>
+
+ <p>&mdash;Komt ge van God "sprekt", komt ge van den "duvel" vertrekt, sprak hij rad
+ en sloeg een kruis.</p>
+
+ <p>De schaduw gleed luid lachend naast hem weg, opgeslorpt in de duisternis. Hij
+ was van streek thuis gekomen en had den koffiepot leeg gedronken om Op adem te
+ komen.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat is er toch gebeurd, vroeg Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is gevaarlijk in het donker...</p>
+
+ <p>&mdash;Tegen een lantaarnpaal geloopen?</p>
+
+ <p>&mdash;Neen... maar menschen zijn soms gevaarlijker...</p>
+
+ <p>De vooruitzichten bleven gunstig. Er werd gevochten te Wetteren en te Ninove, te
+ Waelhem en te Kathelijne-Waver, te Duffel en te Lier, maar de Toestand heette
+ bevredigend.</p>
+
+ <p>Snepvangers en Miranda kenden geen spanning, Antwerpen was veilig en de gazetten
+ erg bemoedigend. In de ijle Octoberluchten bulderde het reeds zoo wel bekend kanon.
+ Op Zondagavond kwam een agent in "Het Zwart Paard" den waard aanzeggen direct te
+ sluiten. Waarom, wist niemand... De stad was volledig in 't donker. 's Anderdaags
+ riep men dringend de jongens op om soldaat te worden.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik geloof toch... aarzelde Miranda.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, zei Snepvangers, 't is een rare tijd.</p>
+
+ <p>Met beklemd gemoed namen de vrienden afscheid om Woensdag morgen te vernemen dat
+ de toestand ernstig was.</p>
+
+ <p>Snepvangers ging Antoine raadplegen.</p>
+
+ <p>&mdash;Antwerpen wordt gebombardeerd, verklaarde de Drogist zeer laconisch
+ terwijl hij een rekening schreef en den winkelknecht bevelen gaf.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar dat is gevaarlijk, hakkelde Snepvangers, die zijn hart feller voelde
+ kloppen.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, schokschouderde Antoine, strategisten hebben berekend dat er 34
+ bommen moeten vallen om &eacute;&eacute;n huis te treffen!... De autoriteiten
+ zeggen ons: "Kalmte!... Kalmte zal ook vrijwaren voor onvoorzichtigheid en
+ roekeloosheid. Wie een koel hoofd bewaart, redt zich waar anderen verloren gaan..."
+ Let maar op de voorzorgsmaatregelen!... Ik zal ze u nog eens voorlezen: "Zich niet
+ op straat wagen, doch binnenshuis blijven, bij voorkeur in de kelderingen. Water in
+ het bereik houden op elke verdieping om een begin van brand te blusschen. De
+ kelderopeningen opstoppen, 't zij met matrassen, 't zij met zakken zand. En dan op
+ Gods genade..."</p>
+
+ <p>&mdash;'k Wou toch liever...</p>
+
+ <p>&mdash;Vluchten, misprees Antoine, en lachte verachtelijk.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, dat precies niet... maar ik dacht dat Antwerpen...</p>
+
+ <p>&mdash;Kom, kom... Wie vluchten wil wordt verzocht in den kortsten tijd weg te
+ gaan in de richting van het Noorden of Noord-Oosten... want het bombardement heeft
+ geen invloed op den duur van onzen weerstand... Nu zult ge de hazen zien loopen,
+ hoonde Antoine, terwijl hij profijtelijk een pakje jujube woog voor een snoepziek
+ juffertje.</p>
+
+ <p>&mdash;Nu komt de kat op de koord, wijsgeerde Snepvangers, en probeerde
+ onbevangen te kijken, ik ga Moeder maar gauw gerust stellen.</p>
+
+ <p>&mdash;Komt tegen avond naar hier, verzocht Antoine, Papa en Mama komen ook...
+ hoe meer zielen hoe meer vreugde in onzen kelder...</p>
+
+ <p>&mdash;Wij hebben ook 'n kelder, weigerde Snepvangers kort en ging korzelig
+ heen.</p>
+
+ <p>Thuis vond hij Miranda die op hem zat te wachten.</p>
+
+ <p>&mdash;De situatie was altijd goed, spotte Miranda bitter.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik heb me nooit laten beetnemen, loog Snepvangers met overtuiging, vraag
+ het maar aan mijn vrouw... Maar ik wou niemand ontmoedigen...</p>
+
+ <p>Madame zat suf met de handen in den schoot en gaf geen bescheid.</p>
+
+ <p>&mdash;Als ik maar wist waarheen, bekende Miranda, al was het naar het einde der
+ wereld.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, zei Snepvangers, zoo erg is het ook niet... er zijn zooveel bommen
+ die verkeerd springen...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, ik ben bang, zei de openhartige Miranda, maar mijn vrouw lacht mij
+ uit ... Ik kwam om u te helpen... Hebt ge zakken?</p>
+
+ <p>Wanneer de zakken zand op de keldergaten lagen en de wateremmers klaar stonden,
+ trok Miranda weg. Na het eten, dat niet smaakte, kwam Snepvangers op den
+ huisdrempel zijn pijp rooken en kijken naar de zenuwachtige menschen die door de
+ straat trokken. Een paar buren zochten zijn gezelschap en samen dreven zij den spot
+ met de hardloopers...</p>
+
+ <p>Een vlieger ronkte in de lucht en de kinderen zongen leuk:</p>
+ <span style="margin-left: 1em;">En komt er nog 'n Zeppelin.</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">'n Zeppelin!</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">Dan kruipen wij den kelder in,</span><br />
+ <span style="margin-left: 1em;">den kelder in!</span><br />
+
+
+ <p>In de schemering kwam Madame terug van Marieken en de kinderen. Zij aten in
+ stilte, hoorden de klok tiktakken en bleven treuzelen.</p>
+
+ <p>&mdash;Gaan we naar boven, polste Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Seffens zal het beginnen, zei Madame, laat ons maar liever in den kelder
+ gaan zitten.</p>
+
+ <p>Zij namen een lamp en gingen naar beneden. Er stond een tafel en twee
+ fauteuils.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat een Christenmensch beleven moet,&mdash;zuchtte Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik haal brood en boter, zei Snepvangers, als we eens honger krijgen in
+ den nacht.</p>
+
+ <p>Amper was hij terug gezeten of daar brak het gehuil en gesis los boven de
+ stad.</p>
+
+ <p>&mdash;Jezus, Maria!... kermde Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Gelukkig dat er hier wat te verhapzakken valt!</p>
+
+ <p>Snepvangers ontkurkte een flesch cognac en schonk zich een half bierglas in.</p>
+
+ <p>&mdash;Gij ook wat, Mama?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, want ik heb zoo'n pijn in mijn buik, kreunde zij.</p>
+
+ <p>In de straat kermden voorbijhollende menschen en onophoudelijk floten de
+ bommen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge kunt ze niet tellen, zei Snepvangers en nam een tweeden slok, terwijl
+ hij de trage wijzers van zijn uurwerk in het oog hield.</p>
+
+ <p>Een beetje beverig had hij het van de ketting losgemaakt en op tafel gelegd. Een
+ wijl spraken zij geen gebenedijd woord. Spitsken lag onrustig onder tafel.</p>
+
+ <p>&mdash;Ons laatste uur is geslagen, jammerde Madame dan akelig.</p>
+
+ <p>&mdash;Bijlange niet, zei hij zoo luchtig mogelijk en nam nog een slokje om zich
+ op te monteren.</p>
+
+ <p>&mdash;Jawel, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Zeg dat niet, 't is zoo al erg genoeg!</p>
+
+ <p>&mdash;Mijn hart is geen boontje groot... en Marieken, en de kinderen... Waren
+ wij maar samen!</p>
+
+ <p>&mdash;Drink eens, moedigde Snepvangers aan die berouw had het verzoek van
+ Antoine te hebben afgewezen.</p>
+
+ <p>Hij was zelf zeer aangedaan. Daar zaten zij nu alleen in dezen ongewelfden
+ kelder. Zijn oogen bleven steeds gericht op een spinrag boven in een hoek vol
+ schaduw. Dat was aan het waakzaam oog zijner vrouw ontsnapt. De stad scheen te
+ daveren.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij hebben samen al zooveel doorgemaakt, overwoog hij verteederd.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;En als er iets moest gebeuren moeten wij niet bang zijn, wij zijn toch
+ samen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Snepvangers.</p>
+
+ <p>Zij sufte en hij dronk. Hij bleef bloednuchter, herdacht zijn leven en telde de
+ uren af die met slakkengang wegslopen... Eensklaps hoorde hij haar snikken en was
+ erg ontroerd. Hij kuste haar verrimpeld gezicht.</p>
+
+ <p>&mdash;Zoo gauw als het licht wordt trekken wij er uit, Moeder, schep maar
+ moed... Kom, wij blijven niet in den kelder, we gaan koffie opschenken, dat zal ons
+ goed doen.</p>
+
+ <p>Hij nam de lamp en gehoorzaam volgde zij hem naar de keuken. Spoedig zong de
+ waterketel.</p>
+
+ <p>&mdash;Hier is het veel beter, zei Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, bepeinsde Snepvangers, wat zullen die arme kanarievogels schrik
+ hebben uitgestaan!... Seffens, als de dag in de lucht komt, ga ik naar de Torfbrug
+ de kinderen halen... Er hangt een spinneweb in den kelder...</p>
+
+ <p>Met den dageraad zonk de verschrikking van den nacht weg. Madame trok naar den
+ kelder om de spin te verdrijven en Mijnheer ging de vogels verzorgen. Rond negen
+ uur dronken zij opnieuw koffie.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat gaan we met Spitsken doen, zei Madame bekommerd.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik breng hem bij Miranda!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja.., en de vogels?</p>
+
+ <p>&mdash;'k Heb ze eten en drinken gegeven ... Ze krijgen het niet op al blijven
+ wij een maand weg!</p>
+
+ <p>&mdash;En wat gaan wij medenemen?</p>
+
+ <p>&mdash;Al wat waarde heeft, oordeelde Snepvangers, maak de coffre-fort leeg in
+ dat klein valiesje... dat zal ik dragen... neem gij zoo wat mee wat we noodig
+ hebben...</p>
+
+ <p>&mdash;Pas toch maar op, Snepvangers, een ongeluk ligt op een klein
+ plaatsken!</p>
+
+ <p>&mdash;Och kom, zei hij moedig en stapte besloten den gang in, opende de
+ voordeur en stak voorzichtig het hoofd naar buiten.</p>
+
+ <p>Overal stonden menschen en hielden beraad, anderen sleurden met pak en zak.
+ Juist toen het Snepvangers vrijwel veilig scheen hoorde hij weer het afschuwelijk
+ gefluit... Tzi... Tzi.</p>
+
+ <p>&mdash;Kom, niet bang, Snepvangers, prevelde hij, en floot op Spitsken.</p>
+
+ <p>Hij ging maar dicht langs de huizen en zag naar de keien.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij trekken er uit, mijnheer Snepvangers, riep iemand.</p>
+
+ <p>Op de Paddengracht, hingen de winkeliers de luiken weer voor de vitrienen, uit
+ de Kattenstraat trok het volksken weg met beladen stootwagens. Miranda stond
+ hulpeloos aan zijn deur te kijken. Bij elken slag trok hij het hoofd in en
+ rilde.</p>
+
+ <p>&mdash;Mijn vrouw wil weg, zei Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat begrijp ik...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar we kunnen Spitsken niet meenemen...</p>
+
+ <p>&mdash;Laat hem maar hier... en de vogels...</p>
+
+ <p>&mdash;Daar heb ik voor gezorgd... 'k Ga de kinderen halen... We komen rap
+ terug... 't Zal wel zoo erg niet doen.</p>
+
+ <p>&mdash;'k Ben zoo bang, kreunde Miranda, de gardecivikken moeten niet
+ meevechten.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge moet niet bang zijn, troostte Snepvangers vriendelijk, terwijl hij de
+ Keizerstraat introk en Spitsken hoorde blaffen.</p>
+
+ <p>Onderweg ontmoette hij burgerwachten zonder wapens, midden in de straat lag een
+ soldatenmuts.</p>
+
+ <p>&mdash; Het Zuid ligt plat, hoorde hij een zeggen.</p>
+
+ <p>De vluchtelingen togen over de Minderbroedersrui en Snepvangers liep hen
+ onwillekeurig na, sloop langs de huizen door de oude stad en kwam voor het
+ Stadhuis. Hier wierpen de gardecivikken hun wapens ordeloos op een hoop, geweren,
+ ransels, bajonetten en gordels vol kogels. Het volk ijlde voorbij. Snepvangers
+ kreeg een vol besef van den benarden toestand. Waarom had hij een omweg gemaakt? De
+ Suikerrui zag zwart van menschen die over de Scheldebrug wilden vluchten, maar
+ opgehouden werden door het leger in aftocht. Dan spoedde hij zich naar de Torfburg
+ waar de winkel gesloten was. Antoine kwam de deur openen.</p>
+
+ <p>&mdash;Maakt u maar gauw klaar, zei Snepvangers, 't is maar voor de vrouwen.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij blijven, besliste de Drogist.</p>
+
+ <p>&mdash;Marieken, riep Snepvangers en schoof zijn schoonzoon op zij, zet uw hoed
+ op en roep de kinderen...</p>
+
+ <p>&mdash;Wij blijven, zei Marieken kordaat.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben niet zot! Moeder sterft puur van angst, en ons leven gaat voor
+ alles...</p>
+
+ <p>&mdash;Wij blijven, zei Craen, met zijn hoofd even buiten de kelderdeur.</p>
+
+ <p>Craen zag zeer rood van in den kelder te verblijven, en Snepvangers scheen het
+ dat zijn tong eenigszins dubbel sloeg.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij zitten in een sterk gewelfden kelder, betoogde Antoine, wij hebben
+ onze voorzorgen genomen... zakken zand...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, dat ben ik, die flauwskens... zakken zand en emmers water... ieder
+ zijn goesting, meende hij verachtelijk, maar ik denk er het mijne van, zoo uw
+ kinderen aan het gevaar bloot te stellen...</p>
+
+ <p>&mdash;De kinderen, sprak Antoine lijzig, de kinderen zullen later fier zijn het
+ bombardement te hebben meegemaakt...</p>
+
+ <p>&mdash;Vooral de zuigelingen, onderbrak Snepvangers ongeduldig, ik laat mijn
+ vrouw niet in dat gevaar,... Saluut!</p>
+
+ <p>Hij was zeer verbolgen en dacht niet eens na dat hij zijn gewone schuwheid
+ tegenover Antoine had afgelegd. In een adem stapte hij naar huis, kwam meer en meer
+ onder den panischen schrik die de menschen voortjoeg. De zon scheen uit de
+ teerblauwe lucht waaruit het geweld zong met rekkend gehuil.</p>
+
+ <p>Madame stond klaar en gaf hem het handtasje.</p>
+
+ <p>&mdash;'k Heb het gedacht, snikte zij, willen wij dan ook maar blijven.</p>
+
+ <p>&mdash;Ze moesten maar zoo koppig niet zijn... Wij trekken er uit... Ik wil niet
+ dat gij ziek wordt van schrik...</p>
+
+ <p>Hij draaide den sleutel om, trok nog eens aan het handvatsel en stapte naast
+ zijn vrouw langs den weg die Sander enkele dagen vroeger genomen had. Zij keken
+ niet om en dorsten elkaar niet bezien want zij hadden tranen in de oogen.</p>
+
+ <p>Hoe verder zij kwamen hoe meer stootwagens, karren en rijtuigen zij zagen.
+ Mannen en vrouwen zwoegden onder vreemd gepak; kinderen schreiden, er werd geroepen
+ en gekeven. Aan den Dam, voor het station, stond een trein met roode kruisen
+ beschilderd.</p>
+
+ <p>De karavaan toog maar traagjes voort naar Merxem. Zij moesten uitwijken voor een
+ kruiwagen en een bakkerskar, stonden plots buiten het gedrang.</p>
+
+ <p>&mdash;'k Ben zoo moe, kloeg Madame, mijn voeten weigeren mij te dragen.</p>
+
+ <p>Snepvangers dacht aan den langen weg, zag weer naar den roodkruistrein en had
+ een gelukkige ingeving. Wie weet was daar geen plaatsken te veroveren! Met geld en
+ schoon woorden bekomt men veel... Zij kwamen op het perron, de trein floot en voor
+ zij het precies begrepen, waren zij in het gedrang opgestuwd in een wagen, tusschen
+ opgetimmerde brancards.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge moet maar uit uw oogen zien, zei Snepvangers voldaan, hier is het
+ beter dan in een kelder.</p>
+
+ <p>Madame kreeg een plaatsken naast een dienstmeisje met witten voorschoot die
+ ongeschilde appelen at. Mijnheer nam zijn valiesje als schabel.</p>
+
+ <p>&mdash;Geef nu maar een boterham, Moeder, zei hij opgewekt.</p>
+
+ <p>Zij stak haar taschje naar hem uit.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat is dat?</p>
+
+ <p>&mdash;Mijn korfken met eten, zei ze.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat?</p>
+
+ <p>In haar onthutstheid had zij het leege eiermandje meegenomen....</p>
+
+ <p>&mdash;Neem een appel, Madame, troostte de meid.</p>
+
+ <p>&mdash;Wel ja, lachte Snepvangers en nam een appel, geef dat ding hier, dat
+ kunnen we toch niet meesleuren.</p>
+
+ <p>Hij wierp het korfje in gevlochten ijzerdraad uit het raampje, zag een vlieger
+ toeren boven den Polder en menschen langs de wegen trekken, een zwarte zwerm
+ gelijk.</p>
+
+ <p>&mdash;Die arm beestjes, klaagde Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;De beestjes? bedacht de meid.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, de kanarievogels!</p>
+
+ <p>De meid verslikte zich in haar appel, beloerde gichelend de suffe vrouw.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is niet om te lachen, zei Snepvangers gebelgd en knabbelde aan het
+ klokhuis.</p>
+
+ <p>Een burgerwacht in uniform met slappen hoed op het hoofd vertelde luidop zijn
+ wedervaren.... Hij had den nacht op de wallen dienst gedaan en de bommen zien
+ neerslagen. De kapitein en zijn compagnie waren afgetrokken en hadden hem
+ vergeten.</p>
+
+ <p>Aan elk station hield de trein stil en kropen er nog menschen in de stampvolle
+ wagons. Zij zaten nu tot op den tender, en men hoorde hun schoenengebons boven het
+ hoofd.</p>
+
+ <p>Het duurde uren en uren. Plots werden de raamkens neergelaten en een gejuich
+ steeg uit den trein. Mijnheer jubelde mee.</p>
+
+ <p>&mdash;Is 't gedaan? vroeg Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij zijn over de grens, zei Mijnheer en stak een sigaar op, ik hoor geen
+ kanon meer!...</p>
+
+ <p>&mdash;Mijn appelen zijn op, meldde de meid.</p>
+
+ <p>Klokslag vier uur stond de trein stil op het rangeerterrein te Rozendael. Met
+ gestommel en lawaai trokken de vluchtelingen over de banen, door Ondergrondsche
+ gangen en stonden plots voor het station op een open plein vol menschen, vol
+ luidruchtige Sinjoren.</p>
+
+ <p>&mdash;Wel, wie dat we daar hebben, riep een man.</p>
+
+ <p>'t Was de Verdierenpikker die verheugd en opgewonden, de handen vooruit, op hen
+ toetrad.</p>
+
+ <p>&mdash;Toch ook weggetrokken?</p>
+
+ <p>&mdash;Dat geloof ik wel, verontschuldigde zich Snepvangers, heel het Zuid ligt
+ plat.</p>
+
+ <p>&mdash;En de kinderen die daar in een kelder zitten, griende Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is dom zoo uw schoon leven te riskeeren, zei de Verdierenpikker.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, blufte Snepvangers, ik was toch ook gebleven, al was het maar voor
+ mijn kanarievogels, maar ik wou mijn vrouw redden...</p>
+
+ <p>&mdash;Mijnheer, Mijnheer, jammerde een dik zweetend heerken, staat mijn huis er
+ nog in de Lozanastraat?</p>
+
+ <p>&mdash;Alles ligt plat, het Justiciepaleis en al de huizen in den omtrek,
+ getuigde Snepvangers heel wreedaardig, we zijn onder de bommen weggeloopen en per
+ mirakel ontsnapt.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat een ongeluk prevelde het blozend manneken ntdaan.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is oorlog, troostte Snepvangers, ja 't is oorlog, herhaalde hij
+ luchtig, maar dat belet niet dat ik honger heb... Kom, Moeder, we gaan wat
+ eten.</p>
+
+ <p>&mdash;Kom maar mee, zei de Verdierenpikker, ik weet waar ge zijn moet.</p>
+
+ <p>Zij lieten het heerken staan en trokken de markt over naar een hotel, waar zij,
+ na lang wachten en trommelen op de tafel, een biefstuk met gebakken aardappelen
+ bemachtigden.</p>
+
+ <p>Zij zaten omgeven van Antwerpenaars die druk hun lotgevallen bespraken en
+ dorstig van ontroering, pintjes dronken. Het leek wel een kermisvolte.</p>
+
+ <p>&mdash;Garcon, riep Snepvangers, toen hij verzadigd was en zijn derde glas
+ gedronken had.</p>
+
+ <p>&mdash;Hier heeten de gar&ccedil;ons allemaal Jan leerde de Verdierenpikker.</p>
+
+ <p>&mdash;Awel, Jan, riep Snepvangers, kunnen we hier logeeren.</p>
+
+ <p>&mdash;Alles is vol, Menheer, nergens vindt u nog onderkomen, beweerde de man
+ terwijl hij het drinkgeld opstreek.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja maar, we moeten toch slapen, verzette zich Snepvangers in zijn
+ zekerheid getroffen.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat zal wel, Menheer, gaf Jan toe en schoof naar een ander tafel.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar die is in mijn botten, kloeg Snepvangers, we kunnen toch niet onder
+ den blooten hemel slapen.</p>
+
+ <p>&mdash;Of hier op een stoel, vulde Madame aan,&mdash;waar logeert Mijnheer?</p>
+
+ <p>&mdash;Ik, zei de Verdierenpikker genoegelijk, aan mij moet ge niet denken, ik
+ heb een kamer boven een boterwinkel!</p>
+
+ <p>&mdash;Maar wij?</p>
+
+ <p>&mdash;Daar hebt ge het kot van den manken hannen.</p>
+
+ <p>&mdash;Kom, we zullen eens gaan zoeken... een kruier heeft mij geholpen...</p>
+
+ <p>&mdash;Een kruier, wat is dat?</p>
+
+ <p>&mdash;Wel, Snepvangers, leerde de Verdierenpikker, 't is te zien dat ge pas in
+ Holland zijt, een kruier dat is zoo'n vent... ge weet wel...</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, ontkende Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Wel zoo'n vent die commissies doet... een boodschapper.</p>
+
+ <p>&mdash;Zoo een met een koperen plaat op zijn klak die aan de statie staat? vroeg
+ Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Precies!</p>
+
+ <p>Op het plein, door de rumoerige menigte die er met krijtende kinderen en vreemd
+ gepak bivakkeerden, keerden zij weer naar het station waar vluchtelingen af en aan
+ liepen. De kruier zagen zij niet. Van ontsteltenis kregen zij telkens dorst.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat zijn de soldaten toch braaf, zei Madame, zie maar eens hoe zij de
+ arme menschen helpen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ze dragen de pakken en deelen hun brood uit, zei Snepvangers verteederd,
+ dat heb ik nog nooit gezien...</p>
+
+ <p>&mdash;De Hollanders hebben zoo'n compassie met ons... ik moest eerlijk niet
+ veel hebben van 'nen kouden Hollander... maar nu, nu ken ik ze beter... Ze staan
+ hun eigen bed af voor vreemde menschen... 't is danig goed volk.</p>
+
+ <p>&mdash;Hadden wij ook maar een bed, betreurde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar heel Antwerpen is hier, beweerde de Verdierenpikker, ik vrees dat ge
+ dieper het land zult moeten intrekken!</p>
+
+ <p>&mdash;Maar heden avond toch niet, jammerde Madame, seffens is het donker en in
+ een vreemd land waar men den weg niet... Was ik maar in onzen kelder gebleven...
+ die arme vogeltjes...</p>
+
+ <p>Wanneer zij in de schemering, voor de vijfde maal de trappen van het
+ stationsgebouw bestegen, liepen zij tegen den kruier aan.</p>
+
+ <p>&mdash;Kruier, riep de Verdierenpikker.</p>
+
+ <p>&mdash;Menheer, zei de man, en tikte eventjes aan zijn pet.</p>
+
+ <p>&mdash;Madame en Mijnheer Snepvangers moeten een kamer hebben.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik weet niks meer!</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is gauw gezegd, maar ze kunnen toch niet onder den blooten hemel
+ slapen!</p>
+
+ <p>&mdash;Het zal wel moeten... of in de wachtzaal...</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, Kruier, 't zijn deftige menschen... Mijnheer was kandidaat voor den
+ Gemeenteraad...</p>
+
+ <p>&mdash;Het mag kosten wat het wil, steunde Snepvangers en stopte den man een
+ half franksken in de hand.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, aarzelde de Kruier, mogelijk zou ik iets kunnen doen... ingeval
+ Menheer en Mevrouw met mijn bed zich wilden vergenoegen...</p>
+
+ <p>&mdash;Wel natuurlijk, zei Snepvangers, 't is oorlog... en wij Sinjoren zijn
+ ongegeneerde menschen... Mijnheer de kruier, ge zijt 'n reddende engel...</p>
+
+ <p>&mdash;Heb ik het niet voorspeld? triomfeerde de Verdierenpikker.</p>
+
+ <p>&mdash;Mevrouw zal wel vermoeid zijn,&mdash;zei de Kruier laat ons maar
+ opstappen... daarbij moet ik mijn vrouw nog verwittigen...</p>
+
+ <p>&mdash;En waar zult gij dan slapen? vroeg Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;We hebben nog een zolderkamertje, Mevrouw, en Mevrouw zal het met
+ &eacute;&eacute;n matras moeten stellen, wij nemen dan de andere... Rechtuit
+ loopen, Heeren, 't is nog een eindje voorbij de boterzaak waar Menheer logeert.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat beleefde commissionnair, fluisterde Madame.</p>
+
+ <p>Nadat de Verdierenpikker afscheid genomen had,&mdash;'s anderendaags zouden zij
+ elkaar weer ontmoeten en verder zien wat hen te doen stond,&mdash;liepen de
+ echtgenooten naast den kruier voort. Overal aan de deuren stonden vluchtelingen te
+ praten met de gastheeren... De weg scheen lang in het duister. In de verte floten
+ de treinen.</p>
+
+ <p>&mdash;Er komen er nog meer, beloofde Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is toch vreeselijk, Mevrouw, en Antwerpen was een mooie stad... Ik was
+ wel eens te Antwerpen...</p>
+
+ <p>&mdash;Een schoone stad... Dat zou ik gelooven, zei Madame trotsch.</p>
+
+ <p>&mdash;Heel wat anders dan Brussel of Rozendaal, onderbrak Snepvangers, uw
+ statiegebouw is anders wel schoon... wel mooi wil ik zeggen... ja, Kruier, ik zal
+ gauw Hollandsch spreken, wacht maar een beetje... maar kunt ge u wel voorstellen
+ wat een bombardement is?</p>
+
+ <p>Hij hield den man staan en keek hem in het wit der oogen.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, menheer, alles vliegt kapot of in brand zeker?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja dat is het... de kanonballen huilen in de lucht... ge ziet ze naar
+ beneden komen en trekt in het begin den kop in... maar ge raakt eraan gewoon... het
+ deed ons niks meer... we telden ze...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar Snepvangers toch...</p>
+
+ <p>&mdash;Mijn vrouw was bang ... maar ik ben onder het bombardement naar mijn
+ dochter geweest om de kinderen te zien... Die waren allemaal zoo moedig dat zij
+ niet eens wilden vluchten.</p>
+
+ <p>&mdash;Ze zijn misschien al dood, nokte Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Men mag zich nooit het ergste verbeelden, Mevrouw.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat zeg ik ook... maar nu weten wij van den oorlog mee te spreken...</p>
+
+ <p>In een straat, aan weerszijden met kleine arbeiderswoningen bebouwd, woonde de
+ kruier. Hij draaide het gaslicht op in het voorkamertje, verontschuldigde zich dat
+ hij even zijn vrouw ging verwittigen.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Riekt hier naar gebakken haring, vezelde Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;'k Zou er wel een lusten, bekende Snepvangers.</p>
+
+ <p>Dan zaten zij stil te kijken naar het tafeltapijt, naar de kleerkast, de potjes
+ op het schouwblad, en naar een portret der Koningin dat aan den wand hing.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik geloof dat het protestanten zijn, zei Mevrouw onthutst.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, Moeder, dat zijn ook menschen, en...</p>
+
+ <p>De deur piepte en een magere vrouw met een zwarte muts op het hoofd kwam,
+ gevolgd door den Kruier, binnen.</p>
+
+ <p>&mdash;Welkom, Mevrouw en Menheer, spijtig dat wij zoo eng behuisd zijn...
+ Mevrouw zal zich moeten behelpen met wat we aanbieden kunnen ...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar 't is van harte gegund... de menschen moeten elkaar behelpen in deze
+ benarde tijden, voegde de Kruier er aan toe.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij behooren maar tot den arbeidenden stand, Mevrouw.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja maar, zei Snepvangers, ik vind het heel schoon... mooi wil ik zeggen,
+ maar ge moet zeggen wat het kost...</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, weerde de huisvrouw af, wij doen wat wij kunnen, elkeen heeft
+ vluchtelingen in huis.</p>
+
+ <p>Maar Snepvangers drong aan, wou en zou betalen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zou eerst maar een avondboterhammetje eten en het bed eens probeeren,
+ dan kunnen we morgen verder praten, besloot de huisvrouw.</p>
+
+ <p>Zij dronken samen een kommetje slappen koffie en aten boterhammen met kaas. Dan
+ ging de Kruier met zijn vluchteling nog een slaapsmutsken drinken in een kroeg in
+ de buurt, waar men de laatste berichten uit de brandende stad vernam.</p>
+
+ <p>&mdash;Menheer is onder de bommen weggevlucht, pochte de Kruier.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik weet soms niet of ik nog leef, zei Snepvangers bescheiden.</p>
+
+ <p>&mdash;Zoodra het bombardement gedaan is ga ik eens kijken, bedacht de Waard,
+ terwijl hij kalmpjes zijn pijp rookte, ik ben neutraal!</p>
+
+ <p>Toen de mannen thuis kwamen schenen zij oude vrienden. Snepvangers had zijn
+ halve levensloop verteld. De vrouwen zaten gezelligjes in de voorkamer. Madame had
+ de huisvrouw geholpen om de matras af te trekken en het bed te verschoonen.
+ Eventjes zaten zij nog rustig bijeen dan ging de Kruier met zijn vrouw naar boven
+ want het zou weer vroeg dag zijn.</p>
+
+ <p>Snepvangers geeuwde terwijl hij de deur afsloot. Madame opende de deuren der
+ alkoof.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is proper, getuigde zij en sloeg de lakens open.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar 't is benauwd in de kamer, oordeelde Snepvangers, en 't riekt naar
+ haring.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge droomt, Snepvangers,</p>
+
+ <p>&mdash;Ook goed, onderwierp zich de man.</p>
+
+ <p>Hij lei zijn valiesje boven zijn hoofdkussen, vleide zich neer en begon direct
+ te ronken.</p>
+
+ <p>Madame kon niet slapen, lag te woelen en te zuchten. Zij dacht aan de kinderen.
+ Wat zou er met hen gebeurd zijn? Snepvangers scheen geen kommer te kennen, die
+ peinsde noch aan zijn huis noch aan hen die achtergebleven waren. In haar
+ verbeelding hoorde zij het gedaver van het vuur dat Antwerpen bestreek. Wat zou er
+ hen nog boven het hoofd hangen. Zij zaten In een vreemd land en genoten de
+ gastvrijheid, sliepen in andermans bed, mochten zich nog gelukkig achten want
+ duizenden hadden geen onderkomen.</p>
+
+ <p>Wanneer zij opstonden was de Kruier al de baan op. Het ontbijt stond klaar in de
+ keuken.</p>
+
+ <p>&mdash;Goed geslapen, Mevrouw en Menheer?</p>
+
+ <p>&mdash;Heel goed, zei Snepvangers, maar laat ons nu eens condities maken.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge zijt onze gasten!</p>
+
+ <p>&mdash;Als ik niet mag betalen, dan trek ik er uit, dreigde Snepvangers, ik wil
+ op niemands kap leven...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat zal Menheer niet doen, smeekte de huisvrouw, wat zullen de buren wel
+ denken...</p>
+
+ <p>&mdash;Laat ons dan accoord maken...</p>
+
+ <p>&mdash;Wel... laat ons dan zeggen een gulden!... Dat is toch niet
+ overdreven...</p>
+
+ <p>&mdash;Een gulden? ... En dan vertellen ze dat Holland een duur land is... neen
+ dat gaat niet... ik zeg drie gulden, dat betaal ik overal in een hotel... en dan is
+ het goedkoop... En nu ga ik eens zien naar de statie; gaat ge mee Moeder?</p>
+
+ <p>&mdash;Ik blijf liever thuis en zal Madame helpen ...</p>
+
+ <p>Snepvangers trok blijmoedig op, kocht voor een dubbeltje sigaren en ging dan
+ naar den boterwinkel om zijn vriend af te halen die juist zijn tweede lichtgekookt
+ eitje uitlepelde.</p>
+
+ <p>Voor het station was de beweging even druk als den vorigen dag. Wagens en karren
+ kwamen het plein opgereden, mannen zwoegden onder hun gepak, soldaten hielpen,
+ vrouwen sleurden met drenzerige kinderen. Snepvangers sloeg het leven welgevallig
+ gade, liep met den Verdierenpikker rookend van groepje tot groepje om van de vlucht
+ te hooren vertellen en de varende geruchten op te vangen. Soms werden zij
+ aangesproken en dan gaf Snepvangers raad.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge moet dieper Holland intrekken, hier is geen bed meer te vinden...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat hebben de soldaten ook gezegd...</p>
+
+ <p>&mdash;Spreekt jandorie geen kwaad van de soldaten, en de Hollanders dat zijn
+ menschen...</p>
+
+ <p>&mdash;Dan zullen we maar naar Amsterdam gaan...</p>
+
+ <p>&mdash;Mooi zoo, zei Snepvangers dan met een effen gezicht, ingenomen met zijn
+ Hollandsch woord en zijn goedkoope sigaar.</p>
+
+ <p>'s Namiddags hadden zij tot verpoozing een bijeenkomst van landgenooten. Na het
+ eten zocht Snepvangers weer zijn vriend op en trokken zij naar de vergadering. De
+ voorzitter sprak Fransch, zette de toehoorders aan om goeden moed te houden, want
+ de kansen gingen keeren.</p>
+
+ <p>&mdash;Waarom moeten die mannen altijd Fransch parleeren, zei de Verdierenpikker
+ misnoegd.</p>
+
+ <p>&mdash;Och dat is zoo de chic, verzekerde Snepvangers, kom, hij weet er toch
+ niks meer van dan wij ... Holland is toch nog een land ... hier kunt ge altijd
+ sigaren rooken ...</p>
+
+ <p>'s Avonds ging hij weer een slaapmutsken drinken met zijn gastheer. Snepvangers
+ betaalde... Hij sliep daarna weer godzalig en vermoedde niet eens dat zijn vrouw
+ heel den langen nacht slapeloos lag te dubben.</p>
+
+ <p>Hij trok 's morgens weer de stad in alsof hij nooit anders gedaan had, zeer op
+ zijn gemak in de drukte. Op het plein vernamen zij dat Antwerpen gevallen was en
+ het bombardement had opgehouden. Het gaf een opluchting. De vergadering was nog
+ beter bezocht dan den vorigen dag. De voorzitter sprak weer Fransch, hij was een
+ Antwerpsch advokaat, en hij stelde voor een bestuur te kiezen dat de belangen der
+ vluchtelingen zou behartigen en den toestand onderzoeken. Dagelijks zouden zij
+ samenkomen. Snepvangers werd op voorstel van den Verdierenpikker in het bestuur
+ verkozen. Op zijn verzoek werd een dankbetuiging gestemd aan de stedelijke
+ bevolking en de Wethouders van Rozendaal, aan het Magistraat van Antwerpen en aan
+ den Heer Voorzitter voor zijn wijs beleid. Zijn rede werd zeer toegejucht en had
+ voor gevolg dat hij met twee andere heeren aangeduid werd om naar Bergen op Zoom te
+ reizen en aldaar met het plaatselijk Comiteit te Onderhandelen over de te treffen
+ maatregelen van algemeen belang.</p>
+
+ <p>'s Zondags ging hij met zijn vrouw naar de hoogmis, later alleen naar de
+ vergadering. Daar vernam hij schrikbarende dingen.</p>
+
+ <p>&mdash;We mogen nog niet terugkeeren, verklaarde hij aan zijn vrouw, terwijl hij
+ in de alkoof stapte.</p>
+
+ <p>De reis naar Bergen op Zoom verliep naar wensch. Daar ook vergaderde het
+ Comiteit regelmatig alle dagen, evenals te Breda, in den Haag, te Vlissingen en
+ elders. Hij had er de groeten overgebracht van stad- en Landgenooten die te
+ Rozendaal onderdak hadden gevonden, menig glas gedronken en veel zweet verloren in
+ den stoomtram.</p>
+
+ <p>Zijn dagen waren zeer gevuld. Reeds vroeg haalde hij zijn vriend af, ging naar
+ het wisselkantoor Belgisch geld ruilen tegen Hollandsche guldens, daarna kijken en
+ nieuwtjes visschen in den omtrek van het station, eten en vergaderen om den dag te
+ besluiten met zijn gastheer in het gezellig kroegje.</p>
+
+ <p>Op Zaterdagavond kwam de Waard hem tegemoet.</p>
+
+ <p>&mdash;Menheer Snepvangers, zei hij, ik ben te Antwerpen geweest, per fiets heen
+ en weer, en 'k heb het genoegen u mee te deelen...</p>
+
+ <p>&mdash;Zeg het rap, onderbrak Snepvangers ongeduldig...</p>
+
+ <p>&mdash;Uw huis is onbeschadigd en uw familie stelt het naar wensch...</p>
+
+ <p>&mdash;Jongen, dankte Snepvangers ontroerd, als ik ooit voor u iets doen kan...
+ door een vuur loopen...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is te warm, Menheer, schertste de Waard.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat zal wel, zei Snepvangers droomend, nu ga ik gauw mijne vrouw
+ verwittigen...</p>
+
+ <p>&mdash;Het kan niet zijn, snikte Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Van mijn kanarievogels heeft hij niks gezegd...</p>
+
+ <p>&mdash;Wat zullen zij angst hebben uitgestaan!</p>
+
+ <p>&mdash;Die arme vogeltjes...</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, de kinderen, Snepvangers!</p>
+
+ <p>&mdash;Willen wij morgen naar huis gaan?</p>
+
+ <p>&mdash;En het Comiteit?</p>
+
+ <p>&mdash;Och Comiteit... Dat doet toch niks als vergaderen... Morgen vertrekken er
+ treinen... 't is er rustig... want er komen Heeren uit Antwerpen spreken om het
+ volk an te zetten weer naar huis te keeren... Ik ga den Verdierenpikker
+ verwittigen...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, zei Madame gedwee.</p>
+
+ <p>&mdash;Teruggaan?... Ik terug naar Antwerpen,... nepvangers, gij moogt mij veel
+ vragen, maar dat niet... Ik stierf nog liever... ik trek naar Amerika, naar overal
+ waar niet gevochten wordt, verklaarde de Verdierenpikker.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ga naar Antwerpen, hield Snepvangers moedig vol.</p>
+
+ <p>&mdash;Er staat geen huis meer recht... Ze zullen u krijgsgevangen nemen... denk
+ toch na... en het Comiteit...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ga, morgen vroeg al...</p>
+
+ <p>&mdash;Als gij uw leven wilt riskeeren... ge zijt oud en wijs genoeg...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat hoop ik!</p>
+
+ <p>&mdash;Snepvangers, hier is mijn deursleutel...</p>
+
+ <p>&mdash;Wat zal ik er mee aanvangen?</p>
+
+ <p>&mdash;We zijn altijd vrienden geweest... ga eens naar mijn huis zien... en naar
+ mijn eigendommen... en schrijf eens een woordje... als ge ginder gezond mocht
+ aankomen...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat zal ik, beloofde Snepvangers.</p>
+
+ <p>Nog denzelfden avond rekenden zij af met den Kruier, inviteerden den gastheer en
+ zijn vrouw om eens naar Antwerpen te komen.</p>
+
+ <p>Ditmaal sliep Snepvangers ook niet, Het alkoofbed scheen hem hard en bedompt.
+ Madame had medelijden met zijn steunen.</p>
+
+ <p>&mdash;Morgen slapen wij in ons eigen bed, troostte zij.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat zal ik blij zijn... We kennen Holland nu... 't is een aardig land...
+ de menschen zijn goed... heel goed zelfs... de sigaren zijn goedkoop... maar toch.
+ Oost West, thuis best... Ik begon anders goed Hollandsch te praten en met gulden en
+ dubbeltjes te rekenen... En nu heb ik niks gekocht voor Albertken...</p>
+
+ <p>De vrouw van den kruier weende bij het afscheid en Madame had moeite om haar
+ tranen te bedwingen.</p>
+
+ <p>Zij kwamen veel te vroeg aan het station, kochten nog een paar doosjes Haagsche
+ Hopjes voor de kinderen...</p>
+
+ <p>&mdash;Er wagen zich nog maar weinigen, waarschuwde de Kruier die hen vergezelde
+ op het perron.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, misprees Snepvangers, dat is de schuld van die Comiteiten, die maken
+ de menschen bang... er is absoluut geen gevaar meer... al de stadhuisklerken gaan
+ terug...</p>
+
+ <p>Eindelijk werden de deurkens toegesmeten.&mdash;Snepvangers leunde door het
+ raampje, zag een Antwerpsen kaaiagent, die den dienst van treinwachter deed,
+ opwippen, hoorde het gefluit en gepuf der machine, en de statiechef scheen weg te
+ glijden. Hij riep nog een afscheid aan zijn vriend, lachte omdat deze zoo beleefd
+ tegen zijn pet tikte, en weg joegen zij door het groene landschap dat gedoken lag
+ in den najaarsmist waarop de zon haar goud uitstraalde.</p>
+
+ <p>&mdash;Wie weet zien we die menschen nog ooit terug, bedacht Madame.</p>
+ &mdash;Ja, wie weet, zei Snepvangers, en de man met wien hij dagelijks<br />
+ <span style="margin-left: 0.5em;">borreltjes had gedronken scheen reeds zoo ver
+ weggedrongen in zijn</span><br />
+ herinnering.<br />
+ <br />
+
+ <p>De trein vertraagde nabij Esschen, stond plots stil. Vreemde marinesoldaten met
+ bloote halzen en kleine potsen stonden op het perron te kijken, &eacute;&eacute;n
+ met het geweer op den schouder stond voor den barreel. De vreemde vlag woei op het
+ gebouw.</p>
+
+ <p>&mdash;Zie eens, fluisterde Snepvangers ademloos.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, zei Madame schuw.</p>
+
+ <p>Stil-angstig keken zij, maar spraken geen enkel woord. Mijnheer hield zijn
+ valiesje krampachtig vastgeklemd. Naast hen zat een bleeke dertiger, die
+ zenuwachtig op zijn snor beet, met verwezen oogen te staren... Achteraf zaten twee
+ dienstmeisjes op hun paaschbest en vezelden.</p>
+
+ <p>Zoohaast de trein opnieuw in beweging kwam scheen alleman te verademen.</p>
+
+ <p>&mdash;Zij komen niet eens zien, zei Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Duurt het nog lang voor we aankomen? Informeerd een der meisjes.</p>
+
+ <p>&mdash;Gaat gij zoo samen terug? vroeg Snepvangers</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, mijnheer en Madame vertrekken naar Engeland... en wij moeten op het
+ huis gaan passen...</p>
+
+ <p>&mdash;Schoon volk, misprees Snepvangers.</p>
+
+ <p>Zij passeerden een uitgestrekte vlakte vol stronken van uitgerooide dennen,
+ waarover een net van pinnekensdraad geslingerd lag. De einder klaarde licht
+ nevelig.</p>
+
+ <p>Onverpoosd joeg de trein en blies witte stoomwolken langs het raampje. Aan elk
+ station zagen zij mariniers en de vreemde vlag. En hoe dichter zij de stad
+ naderden, hoe benauwder het hen werd.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben blij en niet blij, zei Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Och...</p>
+
+ <p>Snepvangers keek verstrooid, hij verlangde naar de straten die hem zoo
+ gemeenzaam waren, maar was tevens gejaagd... Ginder lag Merxem, de trein
+ vertraagde, stopte voor de wallen. Karweizoekers boden zich aan om het gepak te
+ dragen en lanterfanters stonden de terugkeerende stadgenooten te monsteren, riepen
+ wat tot bekenden maar met gedempte stem. De vrouwen mochten zonder formaliteiten de
+ stad binnen, maar de mannen moesten eerst hun paspoort laten afstempelen.</p>
+
+ <p>&mdash;Wacht maar aan de poort, ried Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, ik ga mee, verklaarde Madame kordaat.</p>
+
+ <p>De marinier floot een deuntje, zag niet eens naar den trouwboek terwijl hij
+ stempelde.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is 'n goeie, fluisterde Snepvangers.</p>
+
+ <p>Zij sjokten terug naar den doorsteek in de wallen. Niemand sprak hen aan, maar
+ hun hart klopte fel; zij hijgden en het zweet droop van hun wezen.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is warm, meende Snepvangers, en dan onder die winterkleeren.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja!...</p>
+
+ <p>Langs de vaart, naast de dokken zeulden zij voort. Alles lag stil en verlaten te
+ broeien onder de zon. 't Was een vredige zondag waarin musschengetjilp weerklonk.
+ Er roerde niks op de schepen en schuiten. Plots aan het goederenstation zagen zij
+ weer soldaten, veldgrijzen met pinhelmen op.</p>
+
+ <p>&mdash;Hier stonden gardecivikken, bedacht Snepvangers.</p>
+
+ <p>Op de leien, waar de boomen vreemde schaduwen wierpen, dwarrelden de eerste
+ herfstbladeren neer. De beide terugkeerenden telden de menschen op hun weg. Naast
+ hen bolde een leege tram voort.</p>
+
+ <p>&mdash;Er is nog haast geen levende ziel in de stad, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja... maar de stad is ongeschonden, troostte hij zich, we hebben al vier
+ menschen gezien... de soldaten niet meegerekend ... en de tram rijdt ook al ...</p>
+
+ <p>De breede Paardenmarkt lag eenzaam; in de Roodestraat zagen zij een oud wijveken
+ aan het poortje van het godshuis "De seven bloedstortingen".</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is vijf in het geheel, besloot Snepvangers toen hij zijn sleutel op
+ de deur stak ... en wij mogen van geluk spreken in de Hobokenstraat ...</p>
+
+ <p>&mdash;Weer thuis ... ik dacht dat ik nooit mijn huis meer zou gezien hebben ...
+ we waren arme ballingen ...</p>
+
+ <p>&mdash;Och, Mama, 't is weeral vergeten ... 't is achter den rug ... laat ons
+ maar denken dat we een reisken naar Holland hebben gemaakt ... maar nu ga ik eens
+ naar de vogeltjes zien ...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ga mee, zei Madame verteederd.</p>
+
+ <p>Toen Snepvangers de deur der kweekkamer openstak klonk hem het lustig gefrazel
+ en gepiep niet tegen. Met twee stappen stond hij voor de kooi waarin niets bewoog.
+ De eetbak en de drinkfonteinen stonden als onaangeroerd, geen vogel bewoog op de
+ roestjes of in de nesten.</p>
+
+ <p>Een schemer trok hem voor de oogen, zijn keel snoerde toe, en hij moest zich
+ vastklampen aan het vlechtwerk om niet te vallen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ze zijn allemaal weg, griende hij, allemaal gaan vliegen ...</p>
+
+ <p>&mdash;Hoe is nu zoo'n ruit gebroken? vorschte Madame, kom, drink eens
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>Het glas bibberde in zijn hand, hij klappertande maar voelde de duizeligheid
+ wijken en alles helder en ijl worden in zijn hoofd. Hij sloeg de deurkens open en
+ onderzocht de kooi. Een ruit was kapot, meer viel er niet te zeggen. Dan keek hij
+ in de nesten. In twee mostbeddekens lagen nog eitjes, in een ander geeldonzige
+ jongen die de vlucht niet hadden kunnen volgen. In het laatste nestje vond hij een
+ verstijfd poppeken, doodgebroed op drie eitjes.</p>
+
+ <p>Snepvangers nam het vogeltje, streelde het over de bleekgele pluimen, bekeek het
+ bekje, probeerde de oogjes open te trekken.</p>
+
+ <p>Madame had medelijden met zijn verdriet.</p>
+
+ <p>&mdash;Leg het nu maar weg, Snepvangers, 't is toch dood...</p>
+
+ <p>&mdash;Zij zijn allemaal al lang dood, Mama, die vogeltjes zijn niet bestand om
+ in de wijde wereld rond te vliegen.</p>
+
+ <p>&mdash;Wij zullen opnieuw beginnen te kweeken!...</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, Mama ... ik herbegin niet meer.... Ik zou altijd denken aan dees
+ moment ... en als ik nog eens vogels wil zien dan ga ik maar naar Miranda ... 't is
+ mijn schuld ... ik had vlechtdraad voor de ruiten moeten spannen ...</p>
+
+ <p>&mdash;Laat ons nu Spitsken maar gaan halen en naar de kinderen gaan zien
+ ...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, naar Albertken.... Wat zal hij verschieten ... hij hield ook zoo veel
+ van de kanarievogels ...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Snepvangers ... we zullen nog eerst het valiesken in den coffre-fort
+ sluiten....</p>
+
+ <p>&mdash;En een borreltje drinken, Mama.</p>
+ <hr style="width: 65%;" />
+
+ <h2><a name="HOOFDSTUK_V" id="HOOFDSTUK_V"></a>HOOFDSTUK V.</h2>
+
+ <h3>VRIEND HEIN IN DE BUURT.</h3>
+
+ <p>Toen zij de winkeldeur openden, hoorden zij de schel gaan en zagen zij Miranda
+ zitten met Spitsken op den schoot. Hij zat midden van gedraaide tafelpooten,
+ speculatievormen, teemsen en houten keukengerief.</p>
+
+ <p>&mdash;Dag, mompelde hij dof en keek hen amper aan.</p>
+
+ <p>Een kanarie riep piet! piet! Snepvangers, vol van zijn verlies, groette niet,
+ maar Madame werd gewaar dat er iets haperde.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat scheelt er, Miranda?</p>
+
+ <p>&mdash;Miranda, kloeg Snepvangers en hij kreeg een krop in de keel, al mijn
+ vogels zijn gaan vliegen!...</p>
+
+ <p>&mdash;Zij is ook weg, fluisterde Miranda.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, zei Snepvangers, die niet geluisterd had, maar al mijn vogels...</p>
+
+ <p>&mdash;Is zij weg, Miranda? polste Madame die wel iets wist van de vrouw van den
+ houtdraaier.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja,... eerst wou zij niet vluchten... tot Vrijdagmorgen hebben wij in
+ onzen kelder gezeten... dan kwam haar kozijn, de diamantslijper...</p>
+
+ <p>&mdash;Was dat haar kozijn, Miranda?</p>
+
+ <p>&mdash;Zoo heeft zij toch altijd gezegd, Madame... en dan sprak zij van weg te
+ trekken... en ze zijn er stillekens uitgemuisd... lieten mij alleen... zij was mij
+ te jong....</p>
+
+ <p>&mdash;Een poppeken lag dood op den nest, Miranda.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, de vogels, knikte Miranda.... Ik denk maar dat de vent eens genoeg
+ van haar krijgt en dan.... Mijn arme vrouw!...</p>
+
+ <p>&mdash;Mijn arme vogels!...</p>
+
+ <p>Madame lokte met moeite Spitsken van Miranda's knie&euml;n, begon hem te
+ streelen.</p>
+
+ <p>&mdash;Spitsken heeft zoo'n schrik uitgestaan, leefde</p>
+
+ <p>Miranda op, ik heb hem in mijn armen moeten wiegen, hij was als een kind.</p>
+
+ <p>&mdash;Het was zeker vreeselijk, Miranda?</p>
+
+ <p>&mdash;Och, Snepvangers, ik weet het niet meer... de hond was mij een troost...
+ en dan zijn de soldaten voorbij getrokken... en dan zijn de stadswerklieden gekomen
+ met wagens en ladders om de vlaggen af te doen... of die kwamen eerst... ik weet
+ het niet meer...</p>
+
+ <p>&mdash;Het feest was uit, Miranda...</p>
+
+ <p>&mdash;Dan heb ik een dag en een nacht geslapen.... Ik was zoo triestig dat ik
+ met spijt wakker werd...</p>
+
+ <p>&mdash;Kom straks bij ons eten, verzocht Madame, ge moet maar verzet zoeken...
+ niet suffen...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, we zullen malkander troosten, jokte Snepvangers, we hebben allebei
+ wat verloren in 't bombardement. Gij uw wijf en ik mijn vogels... we moeten het
+ maar niet aan ons hart laten komen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zal Spitsken straks brengen...</p>
+
+ <p>&mdash;Hij kan van den hond niet scheiden, zei Snepvangers toen ze buiten
+ kwamen.</p>
+
+ <p>&mdash;We moesten hem Spitsken maar afstaan, bedacht Madame, hij geraakt anders
+ nog op den dool... met den hond heeft hij aanspraak....</p>
+
+ <p>Al de huizen met de gesloten luiken schenen verlaten. Op de minderbroedersrui
+ waren een paar winkels open, een vleeschhouwerij en een bloemenzaak, een kroegje en
+ een tabakswinkel. Aan een vlaggestok hing nog een afgescheurden, zwarten reepel.
+ Veldgrijzen kuierden, met het geweer aan den riem, door de doode straten.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik denk soms dat ik droom, zei Snepvangers.</p>
+
+ <p>Op de Torfbrug stond Antoine in den winkel en voerde een praatje met een
+ soldaat. Hij knikte eventjes alsof zij slechts een half uurtje afwezig waren
+ geweest. De hangklok in de huiskamer sloeg twaalf toen zij Marieken<br />
+ <span style="margin-left: 0.5em;">en de kinderen beurtelings
+ omhelsden.</span><br />
+ </p>
+
+ <p>&mdash;Albertken, we zullen samen iets koopen, vezelde Snepvangers, in Holland
+ vond ik zoo niks naar mijn goesting.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik heb zoo aan u gedacht, schreide Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;We gaan nu weer allemaal samen aan tafel zitten, troostte Marieken
+ nuchter ... en hebt ge u goed geamuseerd in Rozendaal?</p>
+
+ <p>&mdash;Daar valt niet over te klagen, verzekerde Snepvangers, maar Antoine, zei
+ hij tot zijn schoonzoon, die juist binnenkwam, hoe kunt ge met zoo'n soldaat staan
+ sjauwelen ...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is affaire, Papa ...</p>
+
+ <p>Craen en zijn vrouw kwamen op dat oogenblik binnen.</p>
+
+ <p>&mdash;Al mijn kanarievogels zijn weg, Craen.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is tegenslag, meende Craen overschillig.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik heb u nog gewaarschuwd, Papa ... hadt gij maar liever hier gebleven
+ ...</p>
+
+ <p>Snepvangers zei maar niks meer, zat maar stillekens te luisteren naast zijn
+ kleinzoon. Zijn vrouw vertelde van de vlucht, van het eiermandje en den trein, van
+ den Verdierenpikker en den Kruier.</p>
+
+ <p>&mdash;En ik werd in het Comiteit der vluchtelingen gekozen, kon hij niet
+ nalaten er met een vleugje ijdelheid aan toe te voegen.</p>
+
+ <p>&mdash;De echte Sinjoren zijn gebleven, misprees Antoine en at weer ongenaakbaar
+ voort.</p>
+
+ <p>&mdash;Antoine heeft er bij ons den moed ingehouden, zei Madame Craen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, bevestigde Marieken, want ik was bang toen het hier krioelde van
+ soldaten ... de eerste nacht mochten de mannen niet in de huizen rond de Groote
+ Markt blijven ... Mama is dan hier gebleven en Antoine met Papa naar de Melkmarkt
+ gaan slapen....</p>
+
+ <p>&mdash;Ik heb maar altijd een goed glas wijn gedronken, bekende Craen, zoo heb
+ ik mij recht gehouden ...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar 't gaat alles ordelijk, verzekerde Antoine.</p>
+
+ <p>&mdash;Er zijn nog geen duizend menschen in de stad, zuchtte Madame
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Wel wat meer, Mama, wel wat meer!</p>
+
+ <p>&mdash;'t Zal niet veel zijn, Antoine.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zou nog wel eens willen gaan zien naar het huis van ...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ga mee, zei Craen,</p>
+
+ <p>Samen trokken zij door de eenzame straten en hoe verder zij van den Noordkant
+ afdwaalden hoe meer gebroken ruiten zij vervangen zagen door planken en linoleum en
+ hoe meer getroffen huizen zij telden.</p>
+
+ <p>&mdash;Het glas is al opgeruimd ... wat ge nu nog ziet blikkeren is de moeite
+ niet ... bergen glasscherven hebben er gelegen ... eigenlijk, Snepvangers, was het
+ verstandig te vluchten ...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat weet ik nog zoo niet, sprak Snepvangers tegen, ik was veel liever
+ hier gebleven ... voor uw plezier moet ge niet gaan vluchten.</p>
+
+ <p>Het huis van den Verdierenpikker bleek ongeschonden. Zij onderzochten het van
+ zolder tot kelder, vonden in de veranda een vruchtenschaal met sappige peren die
+ zij profijtelijk begonnen te schillen.</p>
+
+ <p>&mdash;Die zouden maar rotten, zei Snepvangers, en hij komt toch niet terug.</p>
+
+ <p>Achter in de tuinen miauwden verlaten katten.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat een gedacht, herbegon Snepvangers, hij laat zijn huis in den steek en
+ trekt naar Engeland ...</p>
+
+ <p>&mdash;Elk zijn goesting, meende Craen en sneed een tweede peer.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik moet hem toch een briefken zenden.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja ... ik ken iemand die morgen naar de grens gaat ... daarbij 't wordt
+ tijd ... ge weet na acht uur moogt ge niet meer op straat loopen ...</p>
+
+ <p>&mdash;Wat nog al meer!...</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is oorlog, Snepvangers.</p>
+
+ <p>Hij schreef een briefje dat zij op weg naar huis in een estaminetje der
+ Sudermanstraat bestelden, waar de boodschapper regelmatig kwam. Na koffie Gedronken
+ te hebben gingen Mijnheer en Madame naar huis. In de straat ontmoetten zij Miranda
+ met den hond. Madame liep even naar de "Zoutkeet" en naar den beenhouwer op de
+ Ossenmarkt wat voor het avondeten te halen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge moogt Spitsken hebben, Miranda.</p>
+
+ <p>&mdash;Dank u, Snepvangers ... maar ...</p>
+
+ <p>&mdash;Ge moet niet ongerust zijn ... mijn vrouw heeft er eerst aan gedacht. Ge
+ zijt zeker bang geweest, Miranda?</p>
+
+ <p>&mdash;Neen, Snepvangers, 'k heb aan niks gepeinsd.</p>
+
+ <p>&mdash;En als de stad dan precies in brand stond?</p>
+
+ <p>&mdash;Ik heb niks gezien ... enkel de vlaggen die afgetrokken werden en de
+ soldaten die inrukten ...</p>
+
+ <p>&mdash;Als we nu gegeten hebben, besliste Madame terwijl zij het vuur aanlegde,
+ dan gaan wij kaart spelen en een borreltje drinken ...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar na acht uur, aarzelde Miranda ...</p>
+
+ <p>&mdash;Gij blijft hier slapen!</p>
+
+ <p>&mdash;Dat spreekt van zelf, oordeelde ook Snepvangers.</p>
+
+ <p>Lichtjes beneveld gingen zij slapen en 's anderendaags ontwaakte Miranda minder
+ droefgeestig gestemd. Het gezellig avondje had hem over zijn zwaarste leed heen
+ geholpen.</p>
+
+ <p>Twee dagen later kwam de Verdierenpikker thuis. Een groot verlangen naar zijn
+ stad had hem van de voorgenomen reis doen afzien.</p>
+
+ <p>&mdash;'k Had het wel gepeinsd ...</p>
+
+ <p>&mdash;Oude boomen verplant men niet meer, verontschuldigde zich de
+ Verdierenpikker.</p>
+
+ <p>&mdash;Dagelijks komen er terug ... Antoine zegt dat het heimwee is, een soort
+ ziekte.... Hoe is 't met den Kruier?</p>
+
+ <p>&mdash;Goed, denk ik.</p>
+
+ <p>&mdash;De Hollanders zijn toch nobel geweest ... zoo hulpvaardig ... zoo ...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Snepvangers, maar ...</p>
+
+ <p>&mdash;Wat maar?</p>
+
+ <p>&mdash;'k Heb toch ook hooren klagen in den trein ... menschen die peperduur
+ hadden mogen betalen ...</p>
+
+ <p>&mdash;Als 't maar geen stoef is, wantrouwde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zeg niet neen ... ik weet het niet ... in mijn boterwinkel waren ze
+ zeer convenabel en toch ...</p>
+
+ <p>&mdash;Wat?</p>
+
+ <p>&mdash;Toch hebben ze me drie eieren te veel gerekend ... 'k heb het maar blauw
+ blauw gelaten ...</p>
+
+ <p>&mdash;En hoe vindt ge de stad?</p>
+
+ <p>&mdash;Och 't kon veel erger zijn ...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, zei Snepvangers droomend, maar ik vind het zoo al erg genoeg ...</p>
+
+ <p>Met Albertken wandelde hij de volgende dagen rond om de ingeschoten huizen, de
+ puinen en zwartgeblakerde muren te bezichtigen. Soms bleven zij staan luisteren
+ naar de muziekkorpsen die op openbare pleinen speelden, het was een grillige
+ fluitjesmuziek die Snepvangers weinig opwekkend vond.</p>
+
+ <p>Doch Albertken moest weer naar school, het herfstweer bracht regen en vroege
+ duisternis en de dagen gleden doelloos voort. Het havenbedrijf lag compleet stil,
+ er liepen geen postboden door de stad en het grensverkeer was gesloten.
+ Onophoudelijk bonkte het kanon. Uit baloorigheid las hij de plakkaten van den
+ bezetter.</p>
+
+ <p>Madame had haar gewoon leven hernomen en zij verdeelde haar tijd tusschen haar
+ huishouden en het huishouden van Marieken.</p>
+
+ <p>Wanneer Snepvangers toevallig de Verdierenpikker tegenkwam trok deze steeds een
+ geheimzinnig gezicht en wist allerhande nieuwsjes te vertellen.</p>
+
+ <p>&mdash;Vandaag of morgen, als wij wakker worden zijn ze weg, vertrouwde hij.</p>
+
+ <p>&mdash;Zijt ge daar zeker van, vroeg Snepvangers dan telkens ...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik weet het uit de beste bron ... van iemand die een officier
+ kent!...</p>
+
+ <p>En Snepvangers werd dikwijls wakker zonder dat er iets veranderde. Hij miste nu
+ zijn M&uuml;nchener bier, zijn kanaries en zijn onbekommerd leven van voorheen. Een
+ bestendige onzekerheid kwelde hem. Dikwijls zocht hij troost op den werkzolder van
+ Miranda. Zijn vriend vergat zijn werk en kwam naast hem zitten voor de vogelkooi.
+ Miranda was zeer gelaten in zijn lot.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik bid veel, zei Miranda, ik bid voor mijn vrouw ...</p>
+
+ <p>&mdash;Zij is het niet waard, jongen.</p>
+
+ <p>&mdash;We mogen niet hard zijn in ons oordeel, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ze verdient ransel!</p>
+
+ <p>&mdash;Niemand is slecht, Snepvangers, de menschen zijn maar ongelukkig... en
+ onverstandig ...</p>
+
+ <p>&mdash;Toch!... Een pater heeft in de kerk komen prediken dat oorlog een straf
+ is omdat de menschen te slecht geleefd hebben!...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat had hij niet mogen zeggen, Snepvangers...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik geloof u, zei Snepvangers zacht, maar nu is de wereld zot...</p>
+
+ <p>&mdash;Er komt een nieuwe tijd, Snepvangers.</p>
+
+ <p>Antoine was in die dagen dikwijls afwezig, en Marieken verving ham achter den
+ toog.</p>
+
+ <p>&mdash;Waar zit Antoine toch? vroeg zijn schoonvader.</p>
+
+ <p>&mdash;Affaires, Papa!... Antoine wint veel geld...</p>
+
+ <p>&mdash;Veel geld, Marieken?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Papa, in zeep, olie en suiker... hij koopt en verkoopt... gunt zich
+ amper tijd om te eten en te slapen...</p>
+
+ <p>&mdash;Wat ge nu zegt, mompelde Snepvangers verbluft.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar zwijgen, Papa, niemand weet het... het is een verrassing voor
+ nieuwjaar...</p>
+
+ <p>Op Oudejaarsavond kwam de familie bijeen op de Torfbrug. Zij vierden het wel
+ niet zooals naar gewoonte, maar dronken toch een glas champagne. Antoine zag er
+ zeer vergenoegd uit.</p>
+
+ <p>&mdash;Alvorens te drinken op beter dagen, zei hij, moet ik u iets mededeelen...
+ ik heb een tijdje de wetenschap vaarwel gezegd en zal dat nog wel een tijdje
+ doen... ik heb mij op den handel toegelegd en tot heden honderd-vijf-en-zeventig
+ duizend frank gewonnen...</p>
+
+ <p>&mdash;Antoine!</p>
+
+ <p>Craen kon van verteedering niets meer zeggen. De moeders weenden van ontroering
+ en Snepvangers prevelde ondanks zijn verbazing dat hij het altijd verwacht had.</p>
+
+ <p>&mdash;Eer het nog eens nieuwjaar is woon ik op den boulevard Leopold!....</p>
+
+ <p>&mdash;Ik gaf mijn affaire over, ried Craen.</p>
+
+ <p>&mdash;De oorlog is nog voor iets goed, oordeelde Madame Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge moet van de gelegenheid weten te profiteeren, betoogde Antoine,
+ toekomend jaar is het misschien vrede...</p>
+
+ <p>Snepvangers kon het nieuws voor Miranda niet verzwijgen. Hij ging hem nieuwjaar
+ wenschen en vond hem in de triestige achterkeuken die op een goor, blauwgekalkt
+ koerken uitzicht gaf. Spitsken zat op een stoel naast hem.</p>
+
+ <p>&mdash;Een gelukkig nieuwjaar, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Van 's gelijken, Miranda.</p>
+
+ <p>Zij proefden een borreltje Boonekamp, en de hond kreeg wat melk in een
+ bordje.</p>
+
+ <p>&mdash;Miranda, onder ons... 'k heb groot nieuws...</p>
+
+ <p>&mdash;Van...? hakkelde Miranda.</p>
+
+ <p>&mdash;Van mijn schoonzoon, zei Snepvangers stralend.</p>
+
+ <p>&mdash;Zoo?</p>
+
+ <p>&mdash;Hij heeft een fortuin gewonnen... honderd-vijf-en-zeventig duizend frank
+ met speculeeren in zeep en van alles!</p>
+
+ <p>&mdash;Zoo!</p>
+
+ <p>&mdash;Ge zegt zoo niks...</p>
+
+ <p>&mdash;Wat kan ik daarover zeggen...</p>
+
+ <p>&mdash;Wel dat het toch schoon is...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar het is niet schoon, Snepvangers!</p>
+
+ <p>&mdash;Niet schoon?... Poddozie, Miranda! Wat is dan schoon?</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is niet eerlijk gewonnen, Snepvangers, dat is woekeren.</p>
+
+ <p>Een oogenblik nog keek Snepvangers Miranda aan. Beiden waren bleek en spraken
+ geen woord meer. Snepvangers stond op en verliet zijn vriend voor dat
+ &eacute;&eacute;n woord dat hem zoo gegriefd had. Wanneer zijn vrouw hem in den
+ loop der week naar Miranda vroeg, gaf hij geen bescheid. Zij hebben ruzie gehad
+ dacht Madame, 't zal over den oorlog zijn... Na de breuk met Miranda voelde
+ Snepvangers zich eenzaam. Antoine en Craen zocht hij niet. Albertken ontgroeide hem
+ langs om meer, de Speeker was verdwenen. Alleen de Verdierenpikker zag hij soms in
+ de herberg, maar deze disputeerde altijd zoo fel over den "Krieg" en kende zooveel
+ geheime telegrammen die onder de bezetting niet bekend mochten worden! Snepvangers
+ vreesde hem, geloofde en wantrouwde hem te gelijk.</p>
+
+ <p>Op het einde van Januari liep het tusschen Snepvangers en zijn schoonzoon weer
+ verkeerd. Snepvangers bewonderde hem om zijn rijkdom, maar kon niet dulden dat hij
+ hem telkens weer herinnerde aan zijn vlucht. Zij waren toch maar eventjes afwezig
+ geweest. Niet zooals die anderen die nu pas terugkeerden kon hij gerekend worden
+ onder de deserteurs. De maat liep over toen Antoine de bronzen medalje in zijn
+ knoopsgat droeg, <i>Antwerpen getrouw</i>.</p>
+
+ <p>'t Gaf een steek in zijn hart al zei hij geen woord. De volgende zondag kwam ook
+ hij aan tafel voorzien van het eereteeken der dapperen die Antwerpen niet verlaten
+ hadden tijdens het bombardement.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat, Papa, draagt gij ook de medalje? zei Antoine puur ontdaan van
+ verbazing.</p>
+
+ <p>&mdash;En waarom niet? vroeg Snepvangers loos.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar gij waart Antwerpen niet getrouw...</p>
+
+ <p>&mdash;Antwerpen niet getrouw? ... We waren amper een paar uurkens buiten de
+ poort, daar was het veel gevaarlijker dan in een kelder, Antoine...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar!</p>
+
+ <p>&mdash;En wie de medalje betaalt, mag ze dragen... iedereen draagt ze... zelfs
+ de mannen die verleden week terugkwamen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge hebt gelijk, bekende Antoine, maar dan draag ik ze niet meer...</p>
+
+ <p>&mdash;Gelijk ge wilt, Antoine! Maar een decoratie staat altijd chic!</p>
+
+ <p>Na een week vergat Snepvangers het speelgoed in het schuifken van zijn
+ nachttafeltje.</p>
+
+ <p>Om zijn tijd te dooden bezocht hij weer koopdagen of trok naar het
+ Justiciepaleis. Soms ging hij met Madame 's namiddags in een cinema een kop koffie
+ drinken. Hij vond het eigenlijk onaangenaam in het donker te zitten kijken naar de
+ trilbeelden tot het voor de oogen begon te schemeren. Maar heel de stad liep naar
+ de zalen, daarom ging ook hij er luisteren naar de muziek, en zoo passeerde de
+ tijd. De komische tooneelen deden hem schaterlachen, maar Madame trok dan telkens
+ met zijn mouw om hem aan zijn fatsoen te herinneren. De griezelige drama's
+ integendeel verveelden hem geweldig. Hij geeuwde dan, dat kon toch niemand merken,
+ en was verwonderd dat zijn vrouw zich zoo vreeselijk scheen te amuseeren. Hij was
+ blij wanneer bij poozen het licht hel en uitbundig door de zaal spoot in wisselende
+ kleuren, rood en wit. Wat vreemde loop had zijn leven toch genomen! Hij zat hier in
+ zoo'n nieuw ding en 't was oorlog...</p>
+
+ <p>Zekeren namiddag, in het voorjaar toen hij van het Justiciepaleis kwam, ging hij
+ een glas bier drinken in een caf&eacute; aan den overkant der leien. Hij nam de
+ N.R. Courant op en las maar wat. Ten slotte verstond hij niks van die telegrammen
+ en militaire beschouwingen. De toestanden waren zoo raar en verward, het bier had
+ geur noch smaak en de menschen leefden in hoop en vrees. De krant zakte neer en
+ Snepvangers staarde naar het ritselend groen der boomen op de leien naar het licht
+ der meizon dat gouden glans rond de grillige schaduwen spon. Een soldaat zat op een
+ bank onder een boom en las een brief. Het zicht der veldgrijzen ontroerde hem niet
+ meer, en hij keek niet eens op wanneer hij een vlieger hoorde snorren in den hemel.
+ Doch de levensonzekerheid sarde hem, knaagde aan zijn hart en peuterde aan zijn
+ humeur.</p>
+
+ <p>Snepvangers was blij toen een kranige oude heer in zijn buurt kwam zitten, een
+ glas garsten bestelde en de gazet vroeg.</p>
+
+ <p>Het scheen iemand van gewicht. De man liet achteloos zijn monocle vallen, lei
+ zijn grijzen hoed naast zijn wandelstok met gouden appel op de marmeren tafel,
+ dronk een slokje en begon te lezen. Het blad hield hij gevouwen tusschen de
+ zeemlederen gehandschoende vingeren. Onder de opengesperde vleugels van zijn
+ rooddooraderde neus stond zijn witte snor puntig opgestreken met kosmetiek. Door
+ zijn platgekamde haren liep een streep tot achter in den wijnrooden hals. In het
+ knoopsgat van zijn zwarte jacquet pronkte een purperen lintje en op zijn wit
+ piqu&eacute; vestje bengelde een gouden ketting waaraan een vreemd muntstuk
+ hing.</p>
+
+ <p>Snepvangers kon zijn oogen niet afwenden van den eleganten heer, zag hoe deze
+ fijntjes een sigaret opstak, de blauwe rookwolkjes opblies, weer een slokje nam,
+ zijn grijze streepjesbroek optrok om de plooi te bewaren en voortlas.</p>
+
+ <p>Een gedistingeerd heer, peinsde Snepvangers, iemand met voorname manieren, zeker
+ een notaris!</p>
+
+ <p>Eindelijk legde het heerschap de krant neer, zette zijn monocle op en keek met
+ lichtblauwe oogen eventjes Snepvangers aan.</p>
+
+ <p>&mdash;Schoon Meiweer, Mijnheer, knikte Snepvangers vertrouwelijk.</p>
+
+ <p>&mdash;Puik weer, klonk het hoffelijk antwoord.</p>
+
+ <p>&mdash;Was de oorlog nu maar rap gedaan, praatte Snepvangers, de menschen worden
+ het beu,... het duurt nu al negen maanden.</p>
+
+ <p>&mdash;De oorlog zal nog lang duren, Mijnheer...</p>
+
+ <p>&mdash;Denkt ge dat? zei Snepvangers ongeloovig.</p>
+
+ <p>&mdash;Heel Europa komt nog in den dans, voorspelde de man.</p>
+
+ <p>&mdash;Mijn vriend had gisteren anders goed nieuws, fluisterde Snepvangers, en
+ schoof dichter bij.</p>
+
+ <p>&mdash;Uw vriend?... is het een militair?</p>
+
+ <p>&mdash;Neen!... Een rentenier... Hij heeft eens gewonnen met verdierenpikken en
+ grondspeculaties....</p>
+
+ <p>&mdash;Ha, zoo!... En u is ook een rentenier?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, om u te dienen... Mijn naam is Snepvangers, Snepvangers uit de
+ Hobokenstraat....</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben Generaal van den Bergh....</p>
+
+ <p>&mdash;Aangenaam u kennis te maken, Generaal, zei Snepvangers toeschietelijk,
+ stond recht en stak de hand uit, excuseer mij, maar dan zult ge er wel meer van
+ weten dan mijn vriend... stiel is stiel... en gij denkt dus dat de oorlog nog lang
+ zal duren...</p>
+
+ <p>&mdash;De oorlog begint pas, Mijnheer Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Generaal, Generaal, riep Snepvangers onthutst, en alles kost nu al zoo
+ duur...</p>
+
+ <p>&mdash;Alles zal nog duurder worden, zei de Generaal ijzig kalm, speelt u soms
+ domino, Mijnheer?</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben maar een krabber, verontschuldigde zich Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Een partijtje?</p>
+
+ <p>&mdash;Om u te dienen, Generaal.</p>
+
+ <p>De Generaal trok zijn handschoenen uit, liet zijn monocle zakken terwijl
+ Snepvangers zijn pint leegdronk, tegenover hem plaats nam en de gar&ccedil;on het
+ Groene dominobord en de steenen bracht.</p>
+
+ <p>Met zijn witte, mollige vrouwenhanden, streek de Generaal over de zwarte
+ dominoruggen. Een opaal glom in zijn gouden ring aan den linkerpink.</p>
+
+ <p>&mdash;En hebt ge geen last gehad, prevelde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Last?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, als Generaal meen ik....</p>
+
+ <p>&mdash;Och neen... Ik kreeg mijn pensioen toen de oorlog pas aan gang was... in
+ September...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is veel beter, meende Snepvangers met overtuiging.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik had veel liever meegevochten, Mijnheer Snepvangers, maar er werd
+ geintrigeerd... en ik had last van gebarsten aders in de beenen...</p>
+
+ <p>&mdash;Lang gediend, Generaal?</p>
+
+ <p>&mdash;Als kind reeds in de soldatenschool... haast vijftig jaar militair
+ geweest. Nu is er vooruitgang voor de jongeren... les jeunes... zij zullen weten
+ wat oorlog is... Opgepast, Mijnheer Snepvangers!</p>
+
+ <p>Het spel begon en de Generaal werd zoo stom als een visch. Snepvangers hield de
+ mollige handen in het oog en de roomkleurige bovenkant der domino's, waaruit een
+ koperen pinneken stak. De steenen sloten telkens met doffe tikjes aaneen.</p>
+
+ <p>Tot welgevallen van zijn medespeler verloor Snepvangers twee spelletjes. Dan
+ haalde de Generaal zijn gouden repetitiehorloge uit zijn vestzak.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik moet weg, Mijnheer Snepvangers, betreurde hij, een bezoek bij een
+ dame...</p>
+
+ <p>&mdash;En die mag men niet laten wachten, meende Snepvangers welwijs.</p>
+
+ <p>&mdash;Natuurlijk, zei de Generaal schalks, komt u hier meer?</p>
+
+ <p>&mdash;Af en toe, loog Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Komt ge morgen?... Twee partijtjes... niks meer...</p>
+
+ <p>&mdash;Volgaarne, Generaal! Neen, ik verlies... ik betaal...</p>
+
+ <p>De oude Generaal trok zijn zeemlederen handschoenen aan, nam hoed en stok,
+ groette en ging.</p>
+
+ <p>Opgewekt wandelde Snepvangers naar de Torfbrug waar hij zijne vrouw moest
+ afhalen.</p>
+
+ <p>&mdash;De oorlog zal lang duren, verklaarde hij een beetje ijdel.</p>
+
+ <p>&mdash;Wie zegt dat? vroeg Antoine uit de hoogte.</p>
+
+ <p>&mdash;Iemand die het weten kan... een vriend!</p>
+
+ <p>&mdash;Een vriend van u!</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Antoine, een Generaal!</p>
+
+ <p>&mdash;Een Generaal, wantrouwde Antoine...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Generaal van den Bergh... en dat is de eerste de beste niet!</p>
+
+ <p>&mdash;Waar woont die Generaal, Papa?</p>
+
+ <p>&mdash;Ieverans op 't Zuid tegen het Justiciepaleis, verweerde zich
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik wist niet dat ge een Generaal kendet... Ge hebt er nooit over
+ gesproken...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik heb er nooit aan gedacht er over te spreken... maar ik speel nog al
+ eens domino met hem in 't caf&eacute;... hij spreekt Gentsch...</p>
+
+ <p>Dagelijks speelde hij voortaan domino met den Generaal. Soms gingen zij samen
+ wandelen naar het Nachtegalenpark. De galante Generaal waardeerde zijn vriend voor
+ zijn geduldig toeluisteren wanneer hij militaire aangelegenheden besprak. Hij was
+ een vereenzaamd man die met zijn oude zuster onder een dak woonde. Van garnizoen
+ naar garnizoen had zij hem gevolgd en nu leefden beiden stillekens onder vreemde
+ menschen. Snepvangers zag in hem een toonbeeld der voorname wereld. Hij zwoer bij
+ de woorden van den Generaal, droeg ook handschoenen wanneer hij naast hem liep en
+ knikte diepzinnig bij elk betoog. Wanneer Antoine iets zei, haalde hij er maar
+ telkens eene ware of eene ingebeelde meening van den Generaal bij te pas, wat niet
+ naliet Antoine te hinderen.</p>
+
+ <p>In het najaar zaten beide heeren menigmaal te kijken naar de zwanen die op den
+ parkvijver dreven.</p>
+
+ <p>&mdash;Aristocratische vogels, zei de Generaal.</p>
+
+ <p>&mdash;Zij hebben lange halzen, bemerkte Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;De bladeren vallen al van de boomen, nam de Generaal waar.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Schoon weer zal gauw gedaan hebben, en dan krijgen wij weer regen en
+ wind...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Snepvangers, het schoon weer... maar dat komt nog eens terug...
+ toekomend jaar... maar de schoone tijd komt nooit terug zoomin als onze
+ jeugd...</p>
+
+ <p>&mdash;Meent ge dat, Generaal?</p>
+
+ <p>&mdash;Weet ge wat de schoone tijd was, Snepvangers?... Toen ik onderluitenant
+ was en in garnizoen lag te Dendermonde...</p>
+
+ <p>&mdash;De meisjes, fluisterde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;En de bals en de oefeningen... de kameraden... en later toen ik kapitein
+ was en te Luik verbleef... en nog later als majoor op de manoeuvres... en toen ik
+ kolonel was te Oostende en 's zomers de koning mij feliciteerde omdat mijn regiment
+ zoo prachtig marcheerde...</p>
+
+ <p>&mdash;En toen ge gedecoreerd werd, vulde Snepvangers aan die reeds meermaals
+ deze ontboezeming gehoord had.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, droomde de Generaal.</p>
+
+ <p>&mdash;En als uw muziekkorps zooveel bijval had!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik begrijp het, zei Snepvangers, dat was zoo precies wanneer mijn
+ kanarievogels bewonderd werden.</p>
+
+ <p>&mdash;Nu vechten zij, Snepvangers... waar voert het heen?</p>
+
+ <p>&mdash;De menschen vallen als vliegen en alles wordt verwoest, Generaal.</p>
+
+ <p>&mdash;Er komt een nieuwe tijd. Snepvangers, maar ik zeg: nooit komt het oud
+ regiem terug... en dat was de schoone tijd...</p>
+
+ <p>&mdash;Wij zijn menschen van den schoenen tijd. Generaal.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Snepvangers... het menschdom ontsnapt ons... wij kunnen het niet meer
+ regeeren... en wie weet wat komen zal... Wie zal regeeren?... De volken vechten
+ voor de heerschappij... Het zijn sterke vijanden... Ons arm land, Snepvangers....
+ Wij zijn het kind van de rekening....</p>
+
+ <p>&mdash;En wat staat er ons nog te wachten, zei Snepvangers somber.</p>
+
+ <p>&mdash;De nieuwe tijd ... nieuwe regeerders ... maar de menschen verbeelden zich
+ nog dat alles weer worden zal zooals het was....</p>
+
+ <p>Het betreuren van het verleden en de ernst van de bespiegeling wogen Snepvangers
+ wel eens zwaar, maar de Generaal, in tegenstelling met Antoine, scheen ook zijn
+ meeningen te waardeeren. Het gaf hem zelfvertrouwen, vooral sinds hij in het
+ dominospel een knapheid had verworven die zijn tegenstander bewondering
+ afdwong.</p>
+
+ <p>Op Oudejaarsavond verraste Antoine ditmaal de familie op het bericht dat hij een
+ heerenhuis gekocht had op de Leopoldslei. Zijn fortuin was aangegroeid tot bij het
+ millioen. Hij beheerschte nu de markt der specerijen, had groote hoeveelheden
+ peper, saffraan, kaneel en kruidnoten opgestapeld, was betrokken in een zaak die
+ alcohol, azijn en leder opkocht. De drogerij deed hij van de hand.</p>
+
+ <p>&mdash;Nu gaat gij zeker koets en paard houden? Polste Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, neen, Papa ... later zullen we zien ...</p>
+
+ <p>&mdash;Die het er nu z&oacute;&oacute; aanhangen, zei Craen, zijn maar mannen
+ die geen geld gewoon waren ... met het trommeltje gewonnen, met het fluit je
+ verteerd.... Antoine zal ze wel bijhouden.... Maar ik ga nu ook rentenieren....</p>
+
+ <p>&mdash;Hij komt misschien nog in den Senaat, blufte Marieken.</p>
+
+ <p>&mdash;Met uw cens moogt ge wel een amusement hebben, vergoelijkte
+ Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Een amusement, Papa!... Ik zou het aanzien als een vaderlandsche
+ plicht....</p>
+
+ <p>&mdash;De nieuwe tijd, jongen.... Ik begrijp het wel.... De Generaal heeft het
+ mij uitgelegd....</p>
+
+ <p>&mdash;Ha, de Generaal, wrokte Antoine.</p>
+
+ <p>Het leven ging zijn gang en de menschen bekommerden zich haast nog uitsluitend
+ om het eten. Soms, als het gebonk der kanonnen luider daverde dan naar gewoonte,
+ besloop hen wel een heimelijke vrees. Wat stond hen nog te wachten?</p>
+
+ <p>Snepvangers leed weinig onder het oorlogsgebrek. Hij was van oordeel dat, nu de
+ kinderen zoo rijk waren, zij zich niets moesten te kort doen. Madame vond in koken
+ en smooken haar behagen, maar Madame Craen leed onder een beredeneerde onrust en
+ vermagerde zichtbaar. In het voorjaar ontmoette Snepvangers den vervallen
+ Verdierenpikker. Hij had hem wekenlang niet gezien.</p>
+
+ <p>&mdash;Dag, Snepvangers!</p>
+
+ <p>&mdash;Waar hebt ge zoolang gezeten? zei Snepvangers joviaal.</p>
+
+ <p>&mdash;In de Begijnenstraat... Ja, in 't gevang...</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is wat schoons, verweet Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja maar, vriend, 't was omdat ik verboden gazettekens had
+ rondgegeven...</p>
+
+ <p>&mdash;Bemoei u met die vodden niet, bestrafte Snepvangers, blijf overal uit...
+ Gij kunt er toch niks aan veranderen...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar...</p>
+
+ <p>&mdash;De Generaal zei het ook!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben toch een martelaar voor de goei zaak, oordeelde de
+ Verdierenpikker.</p>
+
+ <p>&mdash;Och martelaar, 't kan zijn, zei Snepvangers, maar dat trekt mij niks
+ aan... ik eet liever thuis dan in den amigo...</p>
+
+ <p>&mdash;En wat denkt de Generaal van den oorlog? Vroeg de Verdierenpikker
+ kleintjes.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Zal nog heel lang duren, verzekerde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat is goed voor de woekeraars, zei de Verdierenpikker, maar slecht voor
+ ons arm huisbaaskens... de huizen zullen dan geen cent meer opbrengen...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, vriend, weifelde Snepvangers, waar is onze tijd...</p>
+
+ <p>&mdash;Die komt nooit meer terug, zuchtte de Verdierenpikker.</p>
+
+ <p>Zij herdachten hun gezellige dagen, hun centjes winnen in de verkoopzalen, de
+ wijnproeverijen en ook den onvergetelijken Goeden Vrijdag.</p>
+
+ <p>&mdash;Saluut, Snepvangers, zei de Verdierenpikker een diepen zucht slakend.</p>
+
+ <p>Hij ziet er niks goed uit, overwoog Snepvangers, hij veroudert.</p>
+
+ <p>Op Sinxendag ontving Antoine voor de eerste maal in zijn hotel. Het was een puik
+ familiedineetje opgediend door twee pronte meiskens in 't zwart. Zij droegen witte
+ schorten en blanke tulen mutsjes en liepen geruischloos over den geboenden vloer
+ der stemmige, oud-vlaamsche eetkamer. Aan den muur hingen groote schotels in nieuw
+ Delftsch, twee prenten, kermissen van Teniers, en een schilderij, een stilleven,
+ waarop een overvloed van vruchten was afgebeeld. Op de piano stonden de
+ familieportretten.</p>
+
+ <p>Na het eten werd de koffie geschonken in de verandah. De muren, in rotspleister,
+ waren met mos en groen bezet, een fonteintje spoot. De dames zaten op
+ bamboestoeltjes en de heeren lagen lui hun sigaar te rooken in clubfauteuils.
+ Snepvangers zag de fraaiheid weerkaatst in een grooten, zilveren spiegelbal, aan
+ een kant de kamer, daarnaast een stuk van den diepen tuin, een rood bed geraniums
+ en het levend groen. De deuren stonden open, vogels kwinkeleerden in de hoornen,
+ Albertken zat als verloren te droomen op den tuintrap.</p>
+
+ <p>&mdash;Wel, Antoine, ge haalt er eer van...</p>
+
+ <p>&mdash;Rijk zijn is toch plezant, meende Craen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge moet den Generaal eens verzoeken...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja... dat kon ik wel doen, gaf Antoine toe.</p>
+
+ <p>De kinderen werden door de meiden weggeleid en Marieken ging de moeders voor om
+ het huis te bezichtigen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ge kunt niet gelooven hoeveel geld er gewonnen wordt, herbegon Antoine,
+ ge kent Vervarcken, de huurhouder, die nu "<i>La Joie de Vivre</i>"
+ exploiteert...</p>
+
+ <p>&mdash;Die heeft het met buksvet verdiend, zei Craen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Papa, maar hij wint nu nog meer...</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is toch geen treffelijk gewin, vond Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, Papa, omdat daar juffrouwen dansen en er champagne gedronken
+ wordt...</p>
+
+ <p>&mdash;De Generaal...</p>
+
+ <p>&mdash;De Generaal, Papa, is iemand van een anderen tijd... Ik heb de zaal
+ gezien toen het dochterken van zijn broer, Sofieke, haar eerste communie deed...
+ Vervarcken heeft geen kosten gespaard... vijf-en-twintig duizend frank heeft het
+ feest hem gekost... Ik bewaar de spijs-kaart van het banket...</p>
+
+ <p>&mdash;Vijf-en-twintig duizend frank! kreunde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Maar 't was een droom... de voituren roken naar de bloemen... de gang en
+ de zaal was &eacute;&eacute;n tapijt en de juffrouwen in lichte toiletjes strooiden
+ tuiltjes voor de voeten... 't was zonde voor de rozen... De zaal was vol electrisch
+ licht. Aan het banket ontbrak niks... Het orkest speelde en er werd gezongen... Op
+ champagne kwam het niet aan... en de eerste communiekante zat als een prinsesken in
+ 't wit aan den kop der tafel... Op het einde hebben de juffrouwen hun schoonste
+ dansen uitgevoerd... de tango... de one step... la danse d'H&eacute;rodiade...</p>
+
+ <p>&mdash;Die Vervarcken heeft het ook ver gebracht, zei Craen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zou dat wel eens willen gaan zien, bedacht Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat past u niet, Papa, op uwen ouderdom...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar, Antoine, vermits de zaal zoo schoon is...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zeg u dat het u niet past... 't is voor de jonkheid...</p>
+
+ <p>&mdash;Goed, Antoine, z&oacute;&oacute; erg ben ik er niet op verzot...</p>
+
+ <p>Een der volgende avonden, wanneer Snepvangers thuis kwam, werd hij opgewacht
+ door Miranda. Sinds het misverstand hadden zij elkaar niet meer weergezien.</p>
+
+ <p>&mdash;Snepvangers, zei hij en hield de trouwe oogen beschaamd neergeslagen, ik
+ wou u niet lastig vallen, maar...</p>
+
+ <p>&mdash;Wat wilt ge? verzocht Snepvangers norsch.</p>
+
+ <p>&mdash;Wilt ge Spitsken terug... Gij zijt toen zeer vriendelijk voor mij
+ geweest...</p>
+
+ <p>&mdash;Gegeven blijft gegeven, Miranda, 't was alles goed en we waren goei
+ vrienden... maar dat woord over mijn schoonzoon...</p>
+
+ <p>&mdash;Laat ons daarover niet meer spreken, Snepvangers, maar nu heb ik Spitsken
+ niet meer noodig...</p>
+
+ <p>&mdash;Niet meer noodig?</p>
+
+ <p>&mdash;Mijn vrouw is terug... haar kozijn heeft haar in den steek gelaten...</p>
+
+ <p>&mdash;En ge hebt haar niet buiten gesmeten?</p>
+
+ <p>&mdash;Och, Snepvangers, ze beefde als een vogeltje toen zij in den winkel kwam,
+ zij moest zich aan den post van de deur vasthouden... Zij is zoo mager en oud
+ geworden... Miranda, kent ge me nog? zei ze.</p>
+
+ <p>&mdash;En?...</p>
+
+ <p>&mdash;Dan heb ik haar op mijn schoot genomen en gekust!... Nu heb ik weer
+ aanspraak en kan ik Spitsken missen...</p>
+
+ <p>&mdash;Als ge den hond gaarne ziet...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik houd veel van Spitsken, Snepvangers, maar hij zal mij altijd aan dezen
+ triestigen tijd herinneren... daarom...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Miranda... breng Spitsken maar terug... en veel geluk in uw
+ huishouden...</p>
+
+ <p>&mdash;Dank, Snepvangers... ik heb nog over dat woord nagedacht... het was zoo
+ boos niet bedoeld... alle fortuinen worden zoo opgebouwd... met arbeid schraapt men
+ het niet bijeen... Antoine zal niet slechter zijn dan anderen...</p>
+
+ <p>&mdash;'t Is een van den nieuwen tijd, Miranda... 't is misschien wel woeker...
+ maar Albertken en de kinderen zullen er later goed bij varen...</p>
+
+ <p>In den Herfst van het jaar 1916 zat Snepvangers vruchteloos op den Generaal te
+ wachten. Het sloeg vijf uur. Langzaam toog de schemering in de herberg waar hij
+ verlaten zat. Er haperde iets met zijn vriend. Wanneer het halfzes sloeg was hij
+ zijn ongeduld niet langer meester. Aan de deur liep hij een man met grijzen
+ profetenbaard tegen het lijf. In zijn arm droeg deze een bedelbus ten voordeele van
+ het werk tot bestrijding der tering.</p>
+
+ <p>&mdash;Mijnheer Snepvangers, vroeg hij en streek, onderzoekend loerend over zijn
+ stalen bril, met zijn wijsvinger langs zijn gebogen neus.</p>
+
+ <p>&mdash;Wat belieft? vroeg Snepvangers en schoof achteruit van de deur.</p>
+
+ <p>&mdash;Mijnheer Snepvangers, zei de Oude en nam zijn vettigen, slappen hoed van
+ het hoofd, onze vriend, de Generaal is plots gestorven...</p>
+
+ <p>Snepvangers leunde tegen den toog, alles draaide en schemerde voor zijn oogen.
+ Uit het nevelig licht staken de priemende, bruine oogen van den man met de
+ bedelbus.</p>
+
+ <p>&mdash;Wie zijt gij, stamelde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben Peer De Backer!</p>
+
+ <p>&mdash;Peer De Backer, mompelde hij verdwaasd.</p>
+
+ <p>&mdash;Kom, zei Peer, dat is 's werelds loop... Kom mee in open lucht...</p>
+
+ <p>&mdash;Dood, prevelde Snepvangers terwijl hij achter Peer op straat stapte.</p>
+
+ <p>Hij hoorde de bladeren ritselen, terwijl hij naar een verre lantaarn in den
+ wazigen mist tuurde. In de hemel stonden de sterren helder geplant en ver weerklonk
+ wat ijdel geluid. Ik kom nooit meer in dat caf&eacute;, peinsde Snepvangers ik zou
+ altijd zijn gelaat zien en denken aan de partijtjes domino.</p>
+
+ <p>&mdash;Hij had zijn middagslaapje gedaan zooals gewoonlijk... en toen hij wakker
+ werd was hij onpasselijk... Hij kon niet opstaan uit zijn zetel... Clemence, zei
+ hij tot zijn zuster, laat Peer De Backer roepen...</p>
+
+ <p>&mdash;Waart gij ook zijn vriend, Mijnheer de Backer, vroeg Snepvangers, haast
+ achterdochtig.</p>
+
+ <p>&mdash;Zeg maar Peer... Vriend?... Ja, vriend en gebuur... ik heb me altijd met
+ heraldiek bezig gehouden... ik ken de stamboomen van al onze adellijke families...
+ van als ze iets geworden zijn... ik weet hoe zij geparenteerd zijn... en zoo heb ik
+ den Generaal leeren kennen...</p>
+
+ <p>&mdash;Was hij van adel?</p>
+
+ <p>&mdash;Bij lange niet... maar hij stelde er veel belang in... vooral als zijn
+ respect wat verminderd was...</p>
+
+ <p>&mdash;Hoe?</p>
+
+ <p>&mdash;Wel ik bewees hem dat een stamvader van een baron als Hollandsch
+ kleermaker naar Antwerpen gekomen was in de zeventiende eeuw... dat een ander
+ adellijk heer een afstammeling was van een kamerknecht...</p>
+
+ <p>&mdash;Maar wat kan u dat schelen, Peer...</p>
+
+ <p>&mdash;Eigenlijk niks... maar dat nu is zoo'n liefhebberij... ik amuseer mij met
+ blazoenen en wapens... met familieoorkonden en geschiedenissen...</p>
+
+ <p>&mdash;De Generaal?...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, hij liet mij roepen... "Peer, zei hij, aan mijn hart hapert iets...
+ ik voel mij zoo aardig... en mijn zuster en de meid zijn maar vrouwen... als er mij
+ iets overkomt... Ik ben een man, Peer... dan reken ik op u... vergeet dan niet mijn
+ vriend Snepvangers te verwittigen..." Hij gaf mij nog een hand, zakte terug in zijn
+ zetel en was dood... Hartaderbreuk...</p>
+
+ <p>&mdash;Zoo onverwacht, Peer!</p>
+
+ <p>&mdash;Elk krijgt zijn beurt... heden ik... morgen gij... Weet gij nog dat wij
+ samen op school geweest zijn... Herinnert ge u rosse Peer niet?...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, aarzelde Snepvangers, hij heeft me nog een bloedneus geslagen...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat was ik, bekende Peer zedig.</p>
+
+ <p>&mdash;Wel!... wel!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ja... gij zijt in uw affaire rijk geworden... en ik niet... anders ging
+ ik met geen bedelbus rond in de caf&eacute;s... Nu moet ik mijn ronde beginnen...
+ Ik ben filosoof, Snepvangers... gij met uw geld zijt toch niet gelukkiger dan ik
+ zonder cens... Kom mij morgen halen, ik woon boven den kronenwinkel naast het huis
+ van den Generaal... dan gaan we samen naar 't sterfhuis.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik zal komen, beloofde Snepvangers en sukkelde alleen voort.</p>
+
+ <p>Hij trok door stille straten, suffend en als geslagen. Vrees knaagde hem, vrees
+ voor wat hij niet noemen dorst. Wat is het toch rap met een mensch gedaan, kreunde
+ hij. Tegenspartelen baat niet, en niemand gaat gaarne....</p>
+
+ <p>&mdash;De Generaal is dood, Mama.</p>
+
+ <p>&mdash;Och, zei Madame onverschillig, dat is erg ... voor zijn zuster!...
+ Wanneer wordt hij begraven!...</p>
+
+ <p>&mdash;Dat zal ik morgen vernemen....</p>
+
+ <p>&mdash;Ge moet een kroon koopen!</p>
+
+ <p>&mdash;Ja.</p>
+
+ <p>Dien nacht droomde Snepvangers dat hij met Peer naar het front moest, zij hadden
+ schrik en wilden in een schuur kruipen om zich te verstoppen, maar werden gevat
+ door een lijkbidder en de Generaal stond er bij te lachen, zoo valsch en zoo
+ harteloos. Het koude zweet brak hem uit toen hij het dievenkarreken zag voorkomen,
+ het dievenkarreken waarop een kruis stond als op een lijkwagen. Als afscheid gaf de
+ Generaal hem de hand en in de zeemlederen handschoen voelde hij de afgeteerde
+ kootjes. Angstig gilde hij en ontwaakte.</p>
+
+ <p>Aan de koffietafel pruttelde Madame dat het brood weer zoo onsmakelijk was en
+ zij weer in den regen moest gaan aanschuiven aan de winkeldeur van het "Nationaal
+ Comiteit". Maar Snepvangers was zijn opgewektheid kwijt, zijn luchthartigheid
+ waarmede hij anders opbeuren kon en punteeren in het leven.</p>
+
+ <p>'s Namiddags, de straten waren glibberig en de lucht was een gesloten wolk, trok
+ hij naar Peer. De luiken van het sterfhuis waren gesloten. Een oogenblik stond hij
+ voor de vitrien van den kronenwinkel, keek naar de zwart parelen grafkronen, naar
+ porceleinen kruisjes en harten, naar cellulo&iuml;den bloemkransen. Op een purperen
+ lint stond met zilveren letters gedrukt: "Regrets &eacute;ternels".</p>
+
+ <p>De winkeldame was een kort, dik menschken met fleurig opzicht. Vruchteloos
+ probeerde zij haar gelaat in droeve plooi te vertrekken.</p>
+
+ <p>&mdash;De schoonste kroon, Madame, en een met zoo'n purperen lint ... 't Is voor
+ mijn vriend de Generaal!...</p>
+
+ <p>&mdash;Ha, de Generaal, Mijnheer.... Wat sterven er menschen ... en zoo'n twee
+ aardige gevallen ... de Generaal in zijn zetel en de bakkerszoon van hierover aan
+ den IJzer ... Peer ... och, pardon....</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ken Peer wel, knikte Snepvangers, ik kom hem halen om naar 't
+ sterfhuis te gaan....</p>
+
+ <p>&mdash;Tweede verdieping, Mijnheer, voorkamer.</p>
+
+ <p>In de duistere trapzaal strompelde Snepvangers met beklemd gemoed naar boven.
+ Glibberig zweetten de muren en de trap kraakte. Een vunze reuk van afgekookte
+ savooikoolen benauwde hem.</p>
+
+ <p>Vooraleer hij kon aankloppen, opende Peer de kamerdeur en stak zijn profetenkop
+ buiten.</p>
+
+ <p>&mdash;Het riekt weer naar savooien, Snepvangers, ik geloof dat ze beneden niks
+ anders eten ... ja, zij eten nog raapkoolen.... Kom zet u aan tafel om uit te
+ blazen....</p>
+
+ <p>&mdash;Ik word oud, zei Snepvangers verdrietig.</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, wij worden oud, bedacht Peer, wij zullen spoedig niet meer deugen
+ voor dees wereld.... Dan komt het moment dat ze ons met de voeten vooruit naar
+ buiten dragen.... Mij is het onverschillig ... ik heb kind noch kraai.... Met mijn
+ boeken en mijn stamboomen kan niemand iets aanvangen.. 't is al gehavend en kapot
+ gelezen.... Dat komt in een voddenhuis terecht of valt in de handen van een koopman
+ in oude boeken.... Zij stoppen mij stillekens 's morgens vroeg in mijn put.... Zoo,
+ onbekend en onbemind, worden dagelijks duizenden begraven ... arme menschen vullen
+ de wereld, Snepvangers.... Maar rijk of arm, allemaal moeten wij den put in om
+ plaats te maken voor den nieuwen tijd ... voor den nieuwen tijd vechten zij ...
+ maar wat zal het geven?... Overal zal het wel anders worden, doch de menschen die
+ komen zullen gelijken aan de dooden in hun ijdelheid en hun zwakheid.... Ik heb
+ veel gelezen, en ik ben wijs geworden!... Zoo zal het zijn!...</p>
+
+ <p>&mdash;Wij kunnen niet mee heeft de Generaal mij gezegd, Peer.</p>
+
+ <p>&mdash;Wilt ge de wereld van gisteren en morgen eens zien?... Kom maar
+ mee....</p>
+
+ <p>Peer stak een lampje aan en ging voor over het trapportaal, opende de deur der
+ achterkamer. Het rolgordijn was neergelaten en het lichtje schemerde. Op reien, aan
+ kapstokken hingen vastenavondpakken: dominos, prinsendrachten vol klatergoud, gazen
+ danseresjesrokken, clownpakjes, togas, gendarmen- en rooverskostumen. Grijnzende,
+ kartonnen maskers en fluweelen mombakkessen lagen op een tafel gestapeld naast
+ hoeden en bijhoorigheden.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat verhuren ze beneden rond carnaval, dan bergen ze de kronen weg...</p>
+
+ <p>&mdash;Het is griezelig zoo in halfdonker, Peer...</p>
+
+ <p>&mdash;Gij hebt het leven nooit griezelig gekend, Snepvangers... Voor de meesten
+ is het altijd zoo... Kom... Ja de menschen loopen met een mombakkes en in een
+ vastenavondkostuum... en hoe ouder zij worden hoe minder zij zeggen wat ze
+ denken...</p>
+
+ <p>Zij zaten weer aan de tafel en de scherpe haviksoogen van Peer loerden ver zijn
+ stalen bril.</p>
+
+ <p>&mdash;Gij hebt zooals de andere menschen van alles geprobeerd om uwen tijd te
+ passeeren... zoo doen wij allen... Ik zocht in stamboomen, gij in wat anders... Gij
+ hebt centen gewonnen en uw dochter grootgebracht... Mijn kinderen stierven en mijn
+ geld verloor ik! Wij jagen veel na en bereiken haast niks, zitten vol
+ tegenstrijdigheden. Gij hebt uw fortuin gewonnen in uwen winkel en met huizen... ik
+ was zielhond die soldaten wierf, vrijwilligers voor ons leger, voor Oost-Indi&euml;
+ en het vreemdelingenlegioen van Frankrijk... En de zielhond was voor de vrede en
+ tegen den oorlog... Ik was arm en vond behagen in de stamboomen van den adel... Ik
+ ga met een bedelbus voor de weldadigheid rond maar leef er van, vermits men mij
+ betaalt om te gaan schooien... En ongelukkiger dan gij ben ik niet, al weet ik
+ nooit met een tienuren-mis begraven te zullen worden...</p>
+
+ <p>&mdash;Ik versta niks van de wereld en de menschen bekende Snepvangers
+ langzaam.</p>
+
+ <p>Peer lachte somber en er zat een boosaardige lustigheid in zijn oogen.</p>
+
+ <p>&mdash;Toch aardig wanneer men met een schoolkameraad kan klappen...</p>
+
+ <p>&mdash;Gij zijt nog altijd rosse Peer, fluisterde Snepvangers geknakt, laat ons
+ nu maar naar den Generaal gaan zien.</p>
+
+ <p>Zij spraken geen woord meer en gingen naar het sterfhuis, zaten een tijdje
+ tegenover de terneergeslagen zuster van den doode, spraken schaarsche woorden doch
+ vermeden iets over den afgestorvene te zeggen. Maar alle drie voelden zij den dood
+ in huis.</p>
+
+ <p>&mdash;Willen de heeren hem nog zien? stelde ten slotte Juffrouw Clemence
+ voor.</p>
+
+ <p>In zijn oud uniform gestoken lag de Generaal op zijn bed. Twee kaarsen stonden
+ weerszijden van een zilveren crucifix op het nachttafeltje. Op zijn borst hing zijn
+ eerekruis. Zijn rustig gelaat was matgeel en onder zijn linkeroog zat een bruine
+ peperkoor. Hij droeg zijn eeuwige zeemlederen handschoenen.</p>
+
+ <p>&mdash;Hij is schoon, lispelde Juffrouw Clemence verteederd.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik moet weg, antwoordde Snepvangers, het wordt mij hier te benauwd, 't is
+ zeker de reuk van die bloemen en van het waslicht...</p>
+
+ <p>Op straat herademde hij een weinig maar hij voelde zich flauw. Ik heb precies
+ honger, dacht hij.</p>
+
+ <p>&mdash;Tot morgen, zei Peer, ik ga mijn toer beginnen met mijn bedelbus... 'n
+ mensch moet in zijn nooddruft voorzien...</p>
+
+ <p>Moeizaam drentelde Snepvangers naar huis. Onzeker was zijn gang, telkens
+ verdoofden zijn blikken en werd hij duizelig... Klappertandend van koorts kroop hij
+ achter de stoof en nam spitsken op den schoot.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik vrees dat ik niet naar de begrafenis zal kunnen gaan, zei hij.</p>
+
+ <p>&mdash;Morgen is het weer beter, troostte Madame, ik zal een warm bierpap gereed
+ maken en er veel foelie in doen... niks zoo goed om te zweeten...</p>
+
+ <p>&mdash;En ik die nooit ziek ben geweest!</p>
+
+ <p>&mdash;Het moet eens de eerste keer worden, Snepvangers!</p>
+
+ <p>Hij had een onrustigen nacht, bleef 's anderendaags lusteloos in zijn bed
+ liggen.</p>
+
+ <p>&mdash;We zullen Dokter Vaeremans laten halen, besloot Madame.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben ziek en niet ziek, zei Snepvangers, staarde naar de gordijnbloemen
+ en veronderstelde dat thans de Generaal in zijn lijkkoets naar het kerkhof reed,
+ enkel vergezeld van Peer vermits de begrafenis in stilte plaats had.</p>
+
+ <p>Rond den middag hoorde hij de trappen kraken onder het gewicht van den dikken
+ dokter Vaeremans. Op het portaal hoorde hij hem kortademig blazen, dan zag hij zijn
+ kortgeknipten, grijzen baard, zijn kinderlijk blauwe oogen en hoorde hij zijn
+ stem.</p>
+
+ <p>&mdash;Steek uw tong eens uit, riep hij van verre, kwam aan het bed en liet zich
+ naast Snepvangers op het deken neerzakken.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben verder versleten dan gij, Mijnheer Snepvangers, maar ik heb geen
+ tijd om in mijn bed te liggen.</p>
+
+ <p>&mdash;Ik ben ziek en niet ziek, aarzelde Snepvangers.</p>
+
+ <p>&mdash;Dat ken ik!... 't Zal niet blijven duren!... 'k Zal een fleschken
+ schrijven...</p>
+
+ <p>&mdash;Alle uren 'n lepel, Mijnheer Doctoor?</p>
+
+ <p>&mdash;Ja, Madame, en morgen kom ik nog eens zien...</p>
+
+ <p>De trap kraakte weer, Madame zei nog wat in den gang en dan sloeg de deur
+ dicht.</p>
+
+ <p>&mdash;'t Zal niet blijven duren, paaide zich Snepvangers.</p>
+ <hr style='width: 45%;' />
+
+ <p>Het kloksken der Paters van de Ossenmarkt hield op met kleppen.</p>
+
+ <p>In de Hobokenstraat marcheerde Dokter Vaeremans en bromde onbedacht een liedje
+ dat hem in het hoofd zat:</p>
+
+ <p>"'t Is 'n vogel veur de kat!... 't Is 'n vogel veur de kat!"...</p>
+ <hr style="width: 65%;" />
+
+ <h2>HOLLAND-BIBLIOTHEEK.</h2>
+
+ <h3>DE KEURVERZAMELING VAN MODERNE HOLLANDSCHE LITERATUUR.</h3>
+
+ <p><i>Prijs per deel f</i> 1.65, <i>gebonden f</i> 2.25.</p>
+ <hr style="width: 65%;" />
+
+ <p><i>Lode Baekelmans</i>, MIJNHEER SNEPVANGERS<br />
+ <i>Henri Borel</i>, WIJSHEID EN SCHOONHEID UIT CHINA.<br />
+ <i>Ina Boudier-Bakker</i>, ARMOEDE.<br />
+ <span style="margin-left: 2em;">"&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp;
+ &nbsp; &nbsp;&nbsp; &nbsp; KINDEREN.</span><br />
+ <span style="margin-left: 2em;">"&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp;
+ &nbsp; &nbsp;&nbsp; &nbsp; HET BELOOFDE LAND.</span><br />
+ <span style="margin-left: 2em;">"&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp;
+ &nbsp; &nbsp;&nbsp; &nbsp; WAT KOMEN ZAL.</span><br />
+ <span style="margin-left: 2em;">"&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp;
+ &nbsp; &nbsp;&nbsp; &nbsp; MACHTEN.</span><br />
+ <span style="margin-left: 2em;">"&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp;
+ &nbsp; &nbsp;&nbsp; &nbsp; BLOESEM</span><br />
+ <span style="margin-left: 2em;">"&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp;
+ &nbsp; &nbsp;&nbsp; &nbsp; DE ONGEWETEN DINGEN.</span><br />
+ <span style="margin-left: 2em;">"&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp;
+ &nbsp; &nbsp;&nbsp; &nbsp; EEN DORRE PLANT.</span><br />
+ <span style="margin-left: 2em;">"&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp; &nbsp; "&nbsp;
+ &nbsp; &nbsp;&nbsp; &nbsp; GRENZEN.</span><br />
+ <i>Carry van Bruggen</i>, EEN COQUETTE VROUW.<br />
+ <i>Louis Couperus</i>, ELINE VERE.<br />
+ <i>Gerard van Eckeren</i>, IDA WESTERMAN.<br />
+ <span style="margin-left: 2.5em;">"&nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp;
+ &nbsp; &nbsp; &nbsp; "GUILLEPON FR&Egrave;RES".</span><br />
+ <span style="margin-left: 2.5em;">"&nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp;
+ &nbsp; &nbsp; &nbsp; ANNIE HADA.</span><br />
+ <i>Anna van Gogh-Kaulbach</i>, HET RIJKE LEVEN.<br />
+ <span style="margin-left: 2em;">"&nbsp; "&nbsp; "&nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp;
+ &nbsp; &nbsp; RIKA</span><br />
+ <i>G.F. Haspels</i>, ZEE EN HEIDE.<br />
+ <span style="margin-left: 2em;">"&nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; ONDER
+ DEN BRANDARIS.</span><br />
+ <span style="margin-left: 2em;">"&nbsp; &nbsp; "&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; DAVID
+ EN JONATHAN.</span><br />
+ <i>Corn&eacute;lie Huygens</i>, BARTHOLD MERYAN.<br />
+ <i>Felix Timmermans</i>, PALLIETER.<br />
+ <i>Augusta de Wit</i>, DE GODIN DIE WACHT.<br />
+ <span style="margin-left: 2.5em;">"&nbsp; &nbsp; "&nbsp; "&nbsp; &nbsp; &nbsp;
+ ORPHEUS IN DE DESSA.</span><br />
+ <span style="margin-left: 2.5em;">"&nbsp; &nbsp; "&nbsp; "&nbsp; &nbsp; &nbsp;
+ VERBORGEN BRONNEN.</span><br />
+ </p>
+
+ <h4>UITGAVEN</h4>
+
+ <h3>P.N. VAN KAMPEN &amp; ZOON&mdash;AMSTERDAM</h3>
+ </div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Mijnheer Snepvangers, by Lode Baekelmans
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MIJNHEER SNEPVANGERS ***
+
+***** This file should be named 15048-h.htm or 15048-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/5/0/4/15048/
+
+Produced by Miranda van de Heijning, Guido Royackers and the Online
+Distributed Proofreading Team.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+ </body>
+</html>
+
diff --git a/15048-h/images/cover.jpg b/15048-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a109a00
--- /dev/null
+++ b/15048-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/15048-h/images/titelpagina.jpg b/15048-h/images/titelpagina.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7820d86
--- /dev/null
+++ b/15048-h/images/titelpagina.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..d421e81
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #15048 (https://www.gutenberg.org/ebooks/15048)