diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:45:54 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:45:54 -0700 |
| commit | 3da32262e5300822ac5e1698120ed210a470f9f7 (patch) | |
| tree | eb3da6331df797ea168ae69f5bf806188d835f49 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 15048-8.txt | 6674 | ||||
| -rw-r--r-- | 15048-8.zip | bin | 0 -> 111313 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 15048-h.zip | bin | 0 -> 217134 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 15048-h/15048-h.htm | 6563 | ||||
| -rw-r--r-- | 15048-h/images/cover.jpg | bin | 0 -> 24028 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 15048-h/images/titelpagina.jpg | bin | 0 -> 75597 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
9 files changed, 13253 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/15048-8.txt b/15048-8.txt new file mode 100644 index 0000000..59d59f5 --- /dev/null +++ b/15048-8.txt @@ -0,0 +1,6674 @@ +The Project Gutenberg EBook of Mijnheer Snepvangers, by Lode Baekelmans + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Mijnheer Snepvangers + +Author: Lode Baekelmans + +Release Date: February 14, 2005 [EBook #15048] + +Language: Dutch and Flemish + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MIJNHEER SNEPVANGERS *** + + + + +Produced by Miranda van de Heijning, Guido Royackers and the Online +Distributed Proofreading Team. + + + + + +LODE BAEKELMANS + +MIJNHEER +SNEPVANGERS + +AMSTERDAM +P.N. VAN KAMPEN & ZOON + + + +HOOFDSTUK I. + +VILLA YVONNE. + + +Mijnheer Snepvangers en Madame Snepvangers, geboren Verstraete, hadden +jaren gediend bij Notaris Boeykens in de Hobokenstraat. In het statig, +oude huis werd de vrijage van den heerenknecht met de keukenmeid niet +opgemerkt of stilzwijgend geduld. Daarbij gaf de minnehandel geen +aanstoot, geen stoornis in den dienst. Beiden waren zeer degelijk en +ernstig, en alle aardsche zotternij was hun oogenschijnlijk vreemd. +Om de veertien dagen profiteerden zij van een half Zondagmiddagverlof +om te wandelen en om plannen voor de toekomst te beramen. De andere +Zondagen, wanneer bovenmeid en koetsier op gang waren, zaten zij gezellig +voor het keukenraam uit te rekenen wat er nog aan hun spaarpot ontbrak. +Jaren lang hadden zij zoo hun leven gesleten, gierig gespaard hun loon +En de fooien, tot zij eindelijk een flinken duit bezaten. En op een +Zondag, zij waren toen zes-en-dertig jaar geworden, was de beslissing +gevallen. Een eenige gelegenheid bood zich aan om een bloeiende +kruidenierszaak over te nemen en hun eigen meester te worden. Spitsvondig +onderzochten zij de kansen om noch Mevrouw noch den Notaris te krenken, +vermits zij in de buurt bleven en de oude meesters goede klanten konden +wezen. Daarbij was de bescherming niet te versmaden voor kleine lieden! +Toen zij het eens waren dat Snepvangers M. Boeykens onder vier oogen om +raad zou vragen, zaten zij in de schemering te staren naar de poort van +het krijgsgasthuis aan den overkant der straat. En toen het tijd werd +om voor het avondmaal te zorgen, overviel hun voor de eerste maal het +gevoel vreemden, ondergeschikten in dit huis te zijn. + +Na het souper zat de Notaris meestal nog een uurtje op zijn bureel en +las er, onder pruttelend gaslicht, zijn gazet. Snepvangers talmde niet, +waagde het voor den eersten keer zijn meester te storen in zijne rustige +afzondering. Een beetje bekwemd keek hij naar het oud grijs heerken, naar +de bibliotheek achter hem, hoorde het kreukelen van de krant. Dan vertelde +hij van de schoone gelegenheid, van hun gewettigd verlangen om eindelijk +te trouwen, en zij kennen daarbij een geschikt meisje en een kranige +jongen om hen op te volgen. Dat gaf doorslag aan het voorstel. Welwillend +beloofde de Notaris zijn steun bij Mevrouw, en meer nog wou hij doen om +hen te beloonen voor de goede diensten sinds ongeveer zestien jaar: +Snepvangers zou hij in dienst nemen als vaste getuige en ook voor verdere +notariskarweikens gebruiken. + +Zoo werd beslist over het leven van Mijnheer Snepvangers en zijn vrouw +geboren Verstraete! + +Mevrouw Boeykens had toegestemd; de nieuwe dienstboden bleken te voldoen. + +_De Zoutkeet_ nabij de Rozenstraat werd overgenomen door de jonggetrouwden, +die zich mochten verheugen in de klandizie van het notarishuis. Een mooi +stuivertje won Snepvangers als getuige, met onder allerlei akten zijn naam +te zetten. Het leven was nieuw en schoon, zij gingen vooruit in de wereld +met hard werken en zuinig te leven. Zij beseften ten volle hoe zij zich +verheugen mochten in de gunst van den Notaris, maar waren tevens overtuigd +dat eerlijkheid en vlijt steeds passende belooning vinden in dit aardsche +leven. Wie niet te lui is om te werken brengt zijn schaapkens wel op het +droge! Zij konden gemakkelijk concurreeren tegen de winkels der buurt, +verkochten alles en nog wat, verleenden geen krediet, lieten niet poffen. +Na een jaar reeds namen zij een meid in dienst, een kloeke deerne uit +Madame's geboortedorp in den Polder: eenige maanden later huurden zij een +knechtje om den stootwagen te voeren en de bestellingen rond te dragen. + +De zaak was een goudmijn! Maar Madame was ook buitengewoon geschikt om met +de menschen om te gaan, luisterde geduldig en met belangstelling naar de +praatjes, had geen eigen meeningen over de menschen en gebeurtenissen, +kon dus steeds instemmen. Het dienen had haar iets onderdanigs op het +gelaat gedrukt, wat haar niet belette meid en knecht flink te kunnen +aanporren tot werken, en hard zijn tegenover het schamel volksken uit de +Rozen- en Paradijsstraten, dat wel eens, door nood gedwongen, kleinigheden +poogde te borgen. Zij kon pingelen bij de reizigers en leveranciers, wist +De vriendschap der meiden uit heerenhuizen te onderhouden met kleine +geschenkjes, zag steeds kans om overjaarsche waren in de handen te stoppen +van het janhagel, dat toch geen fijnen smaak heeft. Snepvangers hielp +zooveel hij kon, maar werd steeds meer en meer in beslag genomen door het +winstgevend baantje van getuige. Hij was een uitgeslapen vent, en de +Notaris waardeerde in hem zeer bijzondere hoedanigheden, kieschheid en +bescheidenheid. Zoo had Snepvangers gewezen op wat te leeren valt in de +Roepzaal der Notarissen. Zedig en sluw volgde hij maanden na maanden de +verkoopingen, leerde er de waarde kennen van huizen en gronden, begreep +stilaan de verkoopwaarde, de speculatie, het opjagen, doorzag wat men +winnen kon met inzetten, met "verdieren", met hoogen. Hij kwam in kennis +met inzetters en verdierenpikkers, kleine renteniers en menschen van zijn +slag, die spraken van interesten en winsten, van verkavelingen en... de +gelukkige hand! + +Eén sloot zich bijzonder bij hem aan, een bleeke man met neerhangende +snor, waarop hij zenuwachtig kauwde, terwijl hij wonderen verhaalde van +door het lot begunstigde verdierenpikkers, die rijk geworden waren door +toevallige speculaties of door wat hen eerst een strop had toegeschenen. +Benijder was hij van hen die eens leefden van kleine winstjes, zijn +gelijken waren, waarvoor hij nu zijn hoed afnam zooals voor de rijke +speculateurs en de notarissen. Snepvangers kon geduldig luisteren naar +zijn teemende uiteenzettingen, onderwijl bezig met eigen plannen waarvan +zijn roode, gladgeschoren heerenknechtentronie niets verried. + +Weldra vertrouwde M. Boeykens hem om eigendommen op te jagen in den +eersten zitdag en de gemakkelijk gewonnen opcenten openden hem een nieuw +veld van bedrijvigheid. Eenigen tijd later werd hij de strooman voor een +anderen notaris en zijn vrienden die een uitgestrekten bouwgrond kochten +te Borgerhout. Na korten tijd waren er straten getrokken en de gronden +voordeelig verkocht aan aannemers en eigenaars. Met deze winst en het +opgespaarde geld kocht Snepvangers een paar bouwvallige krotten in de +oude volkswijk, in Sint-Andrieskwartier, waarvoor M. Boeykens hem eene +rente bezorgde. Nu waren zij eigenaars, al was het ook maar van huizen met +papieren balken. Doch dat hinderde niet, rijke eigenaars hadden ook huizen +door hypotheken bezwaard. + +Een jaar later, het was het vierde jaar van hun huwelijk, werd de +gelukkige echt gezegend door de geboorte van een dochterken. De geboorte +van het kind kostte bijna het leven aan de moeder. Maanden verbleef +zij in het sukkelstraatje, zoodat de zaak wel een beetje achteruitboerde. +Marieken werd bij familie, boerenmenschen in den Polder, uitbesteed. +Zoohaast alles in 't reine was herbegon het zwoegen en het geld verdienen +der waardige echtelingen. Het geluk bleef het dienen. Zekeren avond kwam +M. Snepvangers een weinig geestelijk verheugd thuis. Zijne vrouw duidde +het hem niet ten kwade want zij wist dat het buitenkansje hem niets +gekost had. Hij had namelijk met zijn vriend, den verdierenpikker een +wijnverkooping gaan bijwonen waar men kosteloos kon proeven en kaas +gebruiken. Dat aardige uitspanningsken had hij door zijn vriend leeren +waardeeren. Zoo werd men wijnkenner en fijnproever. Maar nu was het dubbel +meegevallen! Snepvangers had er een man aangetroffen die hem zijn huisjes +wou af koopen aan zeer gunstige voorwaarden. Ondanks dat zijn gemoed +vermilderd was door den wijn, had hij zijn belang sluw behartigd, vooral +toen hij gewaar werd dat M. Peeters deze krotten volstrekt noodig had om +zijn danspaleis te vergrooten aan de straat. + +Na zijne eerste gelukkige speculatie kreeg M. Snepvangers meer +zelfbewustzijn van zijn kunnen en zijn durven. Glad als een paling was +hij in zaken, meende hij zelf wel in vertrouwelijke oogenblikken, hij +overtrof zijn vrienden in de Roepzaal en daarbuiten! Madame was vergroeid +in haar winkel, bedrijvig van den vroegen morgen tot den avond. Het mesje +sneed langs twee kanten en zij werden met de jaren stijve burgers, die +een schoonen spaarpot hadden, eigen huizen en bouwgrond, stadsloten en +aandeelen in naamlooze vennootschappen. Wanneer zij samen 's zondags naar +de mis gingen in de St.-Jacobskerk, wekten zij onwillekeurig de afgunst +der geburen op. In vroeger jaren ging elk op zijn beurt, maar nu paste +een winkeldochter op de zaak. M. Snepvangers was deftig gekleed, droeg +een zwaar gouden ketting op den buik en had dan zijn hoogen zijden hoed. +Madame verlangde het, zoo leek hij wat grooter en... voornamer. Want +beiden waren klein van gestalte, en dat hinderde haar en heur echtgenoot. +Was hij met den tijd vetter geworden, zij niet. Haar rusteloosheid had er +volgens de meening van Snepvangers schuld aan. Naast haar man voelde zij +telkens een groote bewondering voor hem, met hem had zij het ver gebracht. +Ze droeg veel goud, een zijden kleed en een hoed met binders, zeer +Kostelijk goed, niets van dat ondegelijk mode-goed. Het platgestreken +haar was echter lichtjes met het pinijzer gekroezeld. + + * * * * * + +Nieuwe verandering kwam in hun leven, toen de achttienjarige dochter thuis +kwam uit de kostschool. In den beginne scheen het vreemd. Zij hadden +Marieken maar op feestdagen kunnen bezoeken en haar telkens, een +vergoeding van de ouderliefde die ze niet geven konden, met geschenken +getroost. De korte vacanties brachten nooit de groote toenadering. Weldra +was het geluk volkomen in het gezin. Marieken had eene fijne opvoeding +genoten bij de nonnekens, kende manieren, sprak fransch, speelde piano, +en was tevens zeer vroom. + +In toenemenden welstand had Snepvangers mooie meubelen gekocht in +sterfhuizen en op de graanmarkt, bij de uitdragers, spiegels, lusters, +piano en zoo meer. + +Nu gingen zij reeds jaren met hun drieën 's Zondags naar de kerk... +Snepvangers was lid van den Dierentuin, waar zij regelmatig de concerten +bijwoonden of 's Zondags in den hof wandelden om de beesten te bekijken. +Er kwam het deftigste volk van de stad, zooals de stokoude familie +Boeykens, de peperkoekbakker van de St-Jacobsmarkt, die koffiekoopman van +over de deur, en die was zelfs lid van den Gemeenteraad. + +Het leven was zeer fraai en redelijk. + +Maar de weelde zoekt ook verandering, en zoo gebeurde het dat Mijnheer en +Madame zekeren dag tot de ontdekking kwamen dat zij niet jong meer waren, +recht hadden op rust. De winkel gaf te veel slameur, en hun kind kon +onbezorgd haar toekomst tegemoet zien. De _Zoutkeet_ konden zij +gemakkelijk overlaten aan den zoon van den schouwvager, die geen lust had +in het roetbedrijf van zijn vader. Wie het voorstel opperde van buiten te +gaan wonen is later nooit gebleken, maar zeker is het dat zij het roerend +eens waren, 't Was heerlijk te denken, aan de koele buitenlucht, aan den +schoonen hof, en zijn vruchten, en zijn bloemen! + +Op een stuk bouwgrond, waar enkel schrale dennen groeiden, door +Snepvangers onlangs bij ongunstig verdieren aan zijn broek gehouden, zou +het huis verrijzen. De schouwvagerszoon leerde de affaire en zijn vrouw, +dochter van een kruidenier, bleek zeer goed aangelegd om de zaak te +drijven. Zij ook kende geen genade voor het straatjesvolk, was zeer +voorkomend voor De andere menschen. Gerust gingen zij dus van huis weg +naar Cappellen. Tien minuten buiten de kom van het dorp lag hun eigendom, +op de baan naar Putte. Zij waren aanwezig toen de eerste spade in den +grond gestoken werd, volgden het uitgraven, het metselen der grondvesten, +zagen de villa optrekken met jammerlijke traagheid, steen na steen. In den +natten herfst keerden zij peinzend terug, droomend van het schoone +buitenleven. Vele avonden brachten zij zoek om een naam te vinden voor het +landhuisje. Eindelijk doopte Marieken den rooden blok _Villa Yvonne_, dat +klonk romantisch en chic. Begin Maart was de woning klaar, en alleen in +den tuin was de hovenier nog bezig met het planten van boomkens en +struiken. + +Den vooravond van hun vertrek zaten zij boven, voor het raam van het +salon, tusschen ingepakte meubelen. Nu ging men weldra van de schoone rust +genieten, nog enkele dagen en zij zouden rentenieren. Mijnheer en Madame +dachten aan het verleden, wat nu komen ging was de betrachting van hun +leven geweest, waarvoor zij gewroet hadden, gescharreld en gespaard. +Marieken hunkerde naar haar verjaardag, die in het nieuwe huis zou gevierd +worden, zij werd zes-en-twintig. Madame trok het raam open, en zij keken +nu nog eens, als tot afscheid, in de ouder bekende straat. 't Was tusschen +licht en donker. Het plein lag eenzaam, en de lucht werd stilaan befloersd +door den aandoezelenden avond. Leerjongens en leegloopers stonden fluitend +en rookend te lanterfanten aan den hoek. De uitstallingen van het +ellengoederenmagazijn op den hoek der St-Annastraat waren reeds helder +verlicht. Ja, het licht klaarde reeds helder overal. Ginder, in de +Roodestraat, tegen het oude Begijnenhof, kwam de lantaarnman met het +weifelend lichtje op zijn langen stok, en telkens als hij stil stond +brandde er een gaslamp meer. Aan den overkant, bij den loodgieter, +schemerde nu rossige lampschijn achter de vitrien, en ook in _De Hoop_, +het oude danslokaal, verder huis na huis, ook op de bovenverdiepingen, ten +allen kant van het driehoekig plein, bloeide het avondlicht. Boven de +Ossenmarkt, in het broksken hemel, schitterden nu sterren als +wonderheldere lichtoogen. Het kloksken der kapel tampte rustig. Nu lazen +ongetwijfeld de paterkens in bruine pijen hun avondgebed onder het schamel +knetterlicht der kaarsen. Vreemd en eenzelvig stond kerkgevel en +kloostermuur in het donker, 't Was Maandag, en in _De Hoop_ begon het +orgel te draaien. Voor de open deur probeerden aankomelingen te dansen. +Telkens zwenkten zij even door de lichtstreep, schoven dan weer in de +schaduw weg op het kreunend georgel en gedjingel der muziek. De jongens +begeleiden het deuntje met schel-vinnig gefluit, de meisjes deden hun best +om de rokken zoo bol mogelijk te doen uitzetten bij elken zwier, alsof +het krinolienen waren. Wanneer een dans uit was, en het orgel zweeg, dan +hoorde men nog immer het meewarig-kalm gelui. Beneden zag Madame een +haveloos, slonsig meisken op moeders pantoffels komen aansloffen. +De blikken petroleumkan liet zij keer op keer tegen den muuur rammelen. +Dat volksken kom altijd in den laten avond, morde zij, dan pas worden +zij gewaar dat er geen olie meer in de lamp is. De stemming was weg, en +met genoegen, met verlichting werd aan de toekomst gedacht, aan morgen en +de volgende dagen. + +Nadat de verhuiswagen weggereden was, nam het gezin, op zijn paaschbest +gekleed, afscheid van de nieuwe eigenaars der _Zoutkeet_, van de twee +oude knechten, van de geburen. Daarna gingen zij vaarwel zeggen aan de +familie Boeykens, eten in een hôtel over het station, zeer verteederd en +opgewonden. Madame droeg den regenscherm van Mijnheer, die al zijn +voorzichtige aandacht wijdde aan den reiszak, waarin de papieren zaten, +eigendomstitels waarde-aandeelen en geld, reiszak die zwaar woog. + +Een week zonnetje verwelkomde hen buiten. In de villa, waar het rook naar +de klamme kalk en versch geschilderd houtwerk, vonden zij de oude meid +bezig met de verhuisventen. Na eenige rommeldagen kwam alles op zijn +plaats. Nu vonden zij gelegenheid om hun eigendom te "ontdekken." Marie +roemde het salon waar men zoo'n prachtig uitzicht had op het bouwland aan +den overkant. Tot verre in den Polder kon men zien waar de lucht, achter +de hoeven en boerenhuisjes, tot aan de boomen en den grond scheen te +raken. Madame genoot van haar eetkamer en het terras er voor, waar +men in den zomer zou kunnen koffiedrinken en genieten van den tuin. +Mijnheer dweepte met de slaapkamers boven, zoo ruim en frisch, daar kon +men pas goed het omliggende land bewonderen. De meid was in haar +schik met de keuken en het schommelhuis. Allen waren vol minachting voor +de stad waar men benepen gehuisvest was, waar het dompig rook, waar men +van het leven niet genieten kon zooals hier. Snepvangers vergat zijn +Roepzaal, zijn verkoopingen, zijn stamkroeg en zijn vrienden; Madame +begreep niet hoe zij het jaren volgehouden had in den winkel, Marieken +koesterde de hoop hier dik te worden en fleurig, want zij was bleek en +mager. 's Zondags zaten zij vooraan in de kerk tusschen de notabelen van +het dorp, de pastoor had hen met een bezoek vereerd, bakker, beenhouwer +en winkelier waren zeer beleefd, en de melkboer en groentenvent kwamen +geregeld en op tijd. + +De lente was in aantocht. Overal begon het groen uit zijn zwachtels los +te breken, en de fruitboomen droegen bloesem. De lucht was meestal +helder, en de zon scheen zoo plezierig over de wereld. Zij schenen +het alles voor den eersten keer in hun leven te mogen aanschouwen. Regen +en wind kon hun stemming niet bederven, er viel nog zooveel te veranderen +een t schikken, en 't werd avond vóór men 't wist. Vroeg ging men slapen, +doodmoe van het bezigzijn en de zware lucht. Vooraleer de vensters te +sluiten en de rolgordijnen neer te laten keken zij dan soms in de richting +der stad, waar een lichtschijn tegen den hemelkoepel, opsteeg. Dan +beseften zij pas goed hun geluk. De honden blaften in de verte, en 't was +eenzaam en vredig alom. In het dorp brandde nog licht, maar het was er +stil, doodstil. Slechts de wind suizelde, en op de kerk sloeg de klok. + +Zoo kwam M. Snepvangers op het gedacht ook een hond te houden. En vermits +het buiten zoo eenzaam was, vond elkeen het goed dat een waker 's avonds +op het erf zou kunnen passen. Dan sliepen de bewoners der _Villa Yvonne_ +nog veiliger. Het beest, een grimmige doghond, kon huilen en blaffen dat +het een aard had. Hij was weldra berucht om zijn kwaadaardigheid, erkende +enkel Snepvangers. Uren lang lag hij met gloeiende oogen aan de ketting +voor zijn hok te loeren naar het houten hekpoortje, opspringend wanneer +iemand belde, vooral nijdig wanneer het volk van Putte, dat 's morgens +vroeg en 's avonds laat voorbijtrok, in aantocht was. + +Alles stond thans in lentegroen, de lucht kreeg nu een lekkere mildheid, +vogels zongen in de boomen, de wind zoemde, bracht varende geruchten aan +en den balsemgeur der dennebosschen. Twee nesten zwaluwen hadden hun +huisje gebouwd onder het houten beschot der dakgoot, wat Madame als een +goed voorteeken beschouwde. Het bracht geluk, al gaven de vogels wel +wat last, zoo juist boven het terras, want zij lieten wel wat vallen. +Marieken kreeg zin in duiven en Madame in kippen. Duiven waren zoo'n +dichterlijke beestjes, al beweerde vader dat het stomme dieren waren! +Kippen legden eieren, beweerde Madame, al kraait een haan ook vroeg de +menschen wakker, maar de hond wekte hen ook vroeg genoeg. En duiventil +en kippenhok werden gebouwd, netjes groen geverfd, en bevolkt. Zij +telden de eieren, zagen de jonge duiven groeien, hun duivelshaar +verliezen, rekenden uit hoeveel een doghond verorberen kan, stelden +belang in de kwijnende rozelaars, telden de vruchtknoppen aan elk +boomken, begoten het magere gras en de bloemen, de viooltjes, de +madeliefjes, de vergeet-mij-nietjes en de andere, onderzochten de +kale hagen en de boomenstokjes met zuinigen bladertooi. + +De dagen lengden zachtjes aan en brachten de zomergenoegens, de jonge +groenten, de eerste vruchten. En wat zij zelf gewonnen hadden, achter +in een kleinen moestuin, al was het nog maar een mager gewin, al kwam +het pas wanneer de nieuwheid reeds voorbij was, smaakte nog eens zoo +heerlijk! De salade was wel te weelderig opgeschoten, had geen malschen +krop; de radijsjes waren wel bitter, klein en voos; de erwten schaars te +zoeken tusschen het loof; de aardappelen waren als knikkers en weinig +talrijk! Doch wanneer zij bezoek kregen, en zij hadden nu haast alle +Zondagen bezoek van oude kennissen en geburen, vertelden zij welgevallig +en fier van de vruchten, van de zelfgewonnen vruchten, terwijl zij +argeloos er maar niet bijvoegden dat, wat op tafel stond, door den +groentenleurder geleverd was. Zoo overviel hen de verschroeiende +zonnebrand, waarin de villa, naakt en onbeschut, de hitte stond op te +zuigen. De tuin bood geen plekje schaduw, en alleen aan den straatweg +schenen de boomen langs den macadamweg een beetje koelte te bewaren. +Gelukkig dat er nu niets meer te verrichten viel! Zij konden binnenshuis +rusten en stil zitten in de halfdonkere kamers, waar de rolluiken waren +neergelaten. Geen belangstelling meer voor de uitschietende twijgen van +den wingerd, noch voor de verschrompelde appelkens en peerkens, noch voor +de beesten. Zalig zoo niets te moeten doen, ongegeneerd te luieren wijl +men ginder, in de stad niet voelen mocht de teistering van den zomer. + +Na het middageten deden zij een smakelijk dutje, man en vrouw tegenover +elkaar gezeten in een leunstoel, en de koffietijd brak aan voor men het +wist. Marieken, die niet slapen kon, bracht de lange namiddagen door +met haakwerk, met borduren, of las de werken van Conscience, die vader +in vroeger jaren gekocht had. Buiten joeg het macadamstof omhoog onder +de jagende autos en bedekte alles met grijzen schimmel. + +Dat was nu rentenieren! Men kon tenminste zijn vijf zinnen eens +bijeenrapen meende Snepvangers. Geen verlangen meer naar de stad, slechts +in zeer bijzondere aangelegenheden waren zij te bewegen eens over en +weer met den trein te gaan. 's Avonds, wanneer de zon onder was, hadden +zij het druk den hof te begieten. Zij pompten en sleurden het water in +den tuin tot zij piepaf waren, en op het terras gingen zij dan zitten +uitblazen in de nieuwe tuinzetels. Hier kloegen zij wel eens over de +zwaluwen die niets ontzagen, en over de muggen die hen zoo lastig vielen. +Tegenover de zondagbezoekers gewaagden zij nooit van deze kleine +onaangenaamheden, roemden maar voortdurend en opgewekt het onschatbare +buitenleven. Het gebeurde menigmaal dat Snepvangers moedermensch alleen +terugkeerend van het station tot waar hij bezoekers vergezeld had, +zichzelf overtuigde dat zij gelukkig waren. Zijn lantaarn wierp een verren +lichtschijn voor hem uit, de maan lachte aan den hemel, en het dorp lag +dan achter hem wanneer hij tot deze gevolgtrekking kwam. In het dorp +was er nog licht in de herbergen, daar zaten de dorpelingen te kaarten. +Ja, dat was toch wel gezellig! Daar schoof soms iemand in 't duister +voorbij en riep goedenavond; hij verschrok even, riep dan zeer joviaal +zijn wedergroet, maar was blij weer op eigen erf aan te landen en zijn +doghond te hooren aanslaan. Madame vond het dagelijksch leven wel een +weinig eentonig, zij die zoo gewoon was al de kletspraatjes te moeten +aanhooren in haar kruidenierszaak. Marieken had ook wel eens vage +gevoelens van onrust, neen zij benijdde haar vriendinnekens niet die +naar bals gingen, uitstapjes deden, ja, die met een vrijer mochten gaan +wandelen, maar toch!... + +Na zoo'n oogenblikken van zwakheid probeerden zij tegenover elkaar den +lof te zingen van den buiten, alsof zij wederzijds iets van elkaar +afwisten. Zij zochten nieuwe veranderingen en verbeteringen, lieten voor +het huis een vijvertje aanleggen in cementrotsblokken, schilderden de +trappen, kochten konijnen. Maar het vijvertje stond altijd droog en de +konijnen stierven spoedig. Eenigen tijd hield een mol, die hun eigendom +in alle richtingen doorwroette, hen in spanning, Maar het beest verdween +even geheimzinnig als het gekomen was. Mijnheer begon nu weer iets te +voelen voor de prijzen van bouwgronden, liep heele voormiddagen langs de +wegen, knoopte kennis aan met de boeren. + +Zoohaast de dagen korter werden, en de vroege herfst zijn killig, buiïg +weer liet aanstormen, bleven de bezoekers weg. In den begin vonden zij +het aardig zoo hun alledaagschen gang te kunnen gaan. Zij konden +nu 's Zondags ook eens de vijf zinnen bijeen rapen, en na het middagmaal +een uil vangen. Maar eenzaam was het! Marieken was het eerst de lustelooze +stilte en afzondering moede, want zij had de minste bezigheid. In den tuin +viel nu niet meer te gieten, het regende meer dan te veel, de planten en +struiken waren haar te bekend, de kleine fruitoogst was lang reeds +geplukt. Moe gestaard op de kale velden, naar den neveligen, triestigen +horizont achter de boerderijen aan den overkant, speelde zij troosteloos +piano of las weer een boek van Conscience. En zij dacht aan het heilig +sacrament des huwelijks... Madame wist wat elke dag brengen kon in het +huishouden aan schuren en wasschen, aan strijken en kousen stoppen. + +De beslommeringen van vruchten inmaken was voorbij, in den kelder stonden +dozijnen pottekens gelei, steenen kruiken ingelegde boontjes, snijboonen +en witte koolen. De winterprovisie brandhout en steenkolen was ingedaan, +en nu had men weer geen kommer of zorgen meer, kon men rusten. Maar +Snepvangers zelf, die niets te doen had, zocht maar telkens om de baan te +Kunnen op trekken. Hij had in het dorp kennissen gevonden om kaart te +spelen, maar hield het huis verdoken. Om eens naar de stad te kunnen gaan +had hij dagen lang de noodzakelijkheid doen uitschijnen van een barometer +te bezitten. Met zoo'n ding wist men tenminste wat u te wachten stond, +regen of wind, of men al of niet zijn paraplu moest meesjouwen op de +wandelingen, die zij niet deden. Hij bracht een Zwitsersch, in hout +uitgewerkt kastje mee. Was er regen op handen, dan kwam er een paterken +met een paraplu uit een deurken te voorschijn; kwam er droogte in de lucht +dan stapte een flierefluiter, een heerken, zomersch uitgedost, uit het +ander poortje. Zij mochten niet veel plezier aan het ding beleven dat +meestal het weer aanwees dat geweest was. Ten einde raad wendde Mijnheer +dringende zaken voor die hem dwongen, dwongen tot zijn spijt, naar de +stad te gaan. Hij pinkte dan geheimzinnig, noemde terloops M. Boeykens, +dit zeer kramakkelachtig werd en hem noodig had. + +Met danig stoken kreeg men het in _Villa Yvonne_ ongeveer warm genoeg. Het +kwam wel eens voor dat men in den vroegen avond gewaar werd dat de lampen +ongevuld waren, en men naar het dorp moest door het vlagend weer voor +petroleum. 't Was een geploeter door de duisternis over den slijkerigen +weg! Er was nu niets nieuws meer te ondervinden. Zij wisten wanneer +er treinen aankwamen, wisten wie voorbij zou stappen, nu een paar boeren, +straks de matten-leurders van Putte, later nog het werkvolk, zonder den +heremiet te rekenen, een jonge vent, die wat verder alleen in een huisje +woonde. Nog slechts een paar autos snorden dagelijks heen en weer met +kasteelvolk dat ergens, uren van de wereld verwijderd, woonde. + +En de winter was bar, en streng, en lang. Amper mocht men het licht van +den dag aanschouwen. De wind joeg onbarmhartig door de kale boomen, over +de velden, rukte aan deuren en vensters. De regen zong door dagen en +nachten zijn eenzaam lied. Dan vroor het weer weken lang of gierden +sneeuwstormen, zoodat alles blank lag en bedolven. Eens moesten zij +zelfs een pad graven naar het hekpoortje, zoo lag alles onder den +dikken sneeuwpels. Teeken van leven kregen zij niet uit de stad, en M. +Snepvangers waagde zich niet buiten. Met Nieuwjaar bracht de postbode +Met de dagelijksche krant eenige nieuwjaarkaartjes, wenschen van + voorspoed en geluk. Bedrukt spraken zij weer maar hoopvol van de +lente, van de komende geneugte. De piano werd niet meer aangeraakt, +de grauwe lucht en de regen stemden te moedeloos. Het pluimvee werd +een last, men moest het verzorgen ook als men maar liefst bij de kachel +bleef zitten soezen, en de hond, de grimmige dog, bevuilde het huis. + +Was dat nu het schoon rentenieren op den buiten? Zij dachten terug aan +hun gelukkige bedrijvigheid in de stad, waardoor zij nooit het ellendige +winterseizoen hadden gevoeld in zijn ijselijke naarheid. Al lengden de +dagen, zij werden het niet gewaar, en zoo lang het te koud was om buiten +te zitten konden zij van de mooie dagen niet genieten. In de stad kon men +ten minste wandelen, door de drukke straten, naar de winkels kijken. +Sinds de kermis van Putte hadden zij geen bezoek meer ontvangen, al die +maanden hadden zij geen menschen meer gesproken buiten de dorpelingen, +en die telden zij niet. Karnaval was nog wel de triestigste dag, want +zij dachten aan het volk dat zich ginder, onder den lichtgloed der stad, +wist te amuseeren. Was dat nu rentenieren? Marieken verslond maar al de +boeken, die zij kon leenen in het dorp. Madame gunde sinds lang niet meer +aan Snepvangers zijn uitstapjes naar Antwerpen. Het inroepen van M. +Boeykens mocht niet baten, en de arme man vond geen genoegen meer in de +bouwgronden van den omtrek, rookte maar verwoed pijp na pijp, zoodat alle +kamers van tabakrook doortrokken waren. Zoo kwam Goede Vrijdag. + +Snepvangers kon het niet langer volhouden. Vandaag moest hij de stad zien, +hij wou en zou. Aan de koffietafel kreeg hij den gelukkigen inval. + +--Het water rijst me over het hart als ik aan schelvisch denk! + +--Zoo, wat gedacht, wantrouwde Madame, dat kunnen we niet krijgen in het +dorp. + +--Schelvisch, dweepte Marieken. + +--Ik ben ziek van goesting naar schelvisch, droomde Mijnheer. + +--Ge kunt bottekens krijgen, misschien ook mosselen, als de vent van +Bergen-op-Zoom komt!... + +--Och! + +--Schelvisch, onderlijnde Marieken. + +--Kunt gij hem halen? vroeg bits Madame. + +--Och, als ik u daar plezier kan mee doen ... Ja dan wil ik wel eens naar +de vischmarkt gaan. + +--Naar de stad!? + +--Wel ja, Mama, 't is toch zoo geen reis. + +--Wel, ik zal maar gauw gaan. + +--Wat vreemde kuren, schuddebolde Madame, die zich verloren moest geven. + +En Snepvangers ging met zijn paraplu en zijn vischnet onder den arm. +Aan het kleine station ontmoette hij de vroolijke menschen, die dagelijks +naar de stad gingen werken. Hij mengde zich in hun gesprekken, voelde +zich leven. Een mensch moet toch menschen zien, zich niet van de wereld +afzonderen! Wat gewoel bood de stad en wat afwisseling! Hij verbeuzelde +zijn tijd met kuieren en met pintjes pakken in de estaminets, door hem +vroeger regelmatig bezocht. Hoe prettig zich weer thuis te voelen in de +beweging der menschen! Ja, de stad was toch wel aantrekkelijk, daar kan +men, alles wel beschouwd, nog van het leven profiteeren. Het werd middag +voor hij er aan dacht naar de vischmarkt te gaan. Madame zou zuur zien nu +hij nog niet thuis was... maar hij was immers man en meester! Kon hij het +verhelpen dat de tijd hier zoo vlug voorbij ging? God, nu moest de +schelvisch maar voor het avondmaal dienen. Wat zouden zij smullen. Na +lang met kennersoogen de kramen te hebben onderzocht, na loven en bieden +kocht hij twee puur nog levende schelvisschen. Met zijn vischnet in de +hand en zijn paraplu onder den arm gekneld trok hij nu terug naar het +station, maar hij wandelde zoo gelukzalig traag dat hij zijn trein +mankeerde. + +Doelloos liep hij over de De Keyserlei, dacht aan het onthaal dat hem +te wachten stond. Was dat niet een ouwe vriend, de verdierenpikker, +die daar kwam aangeslenterd? + +--Wel verdorie, Snepvangers, zijt gij het? En ik die dacht dat ge reeds +dood en begraven waart! + +--Neen, goddank, maar ik woon buiten... + +--Dat wil zooveel zeggen als levend begraven! + +--Neen, dat is wat sterk! ... + +--Trein gemankeerd? + +--Ja. + +--Kom, we gaan er eenntje pakken op het weerzien.. Zoo, zoo! + +En ze pakten er eenigen op het weerzien, spraken van vroeger dagen, +van verdierenpikken en gronden, van bekenden en notarissen. Zij hadden +beiden geluk gehad in het leven, zagen alles rooskleurig in, deden +joviaal. Voor zij het wisten zaten zij elkaar genoegelijk toe te knikken +in een hotelzaal. Het was Goede Vrijdag! Zij prezen het lekker vischdiner, +proefden als twee smulpapen van de gerechten en de wijnen, voelden zich +behaaglijk zwellen. Wat tafelweelde! Visch te kust en te keur, en wijn, +witte en roode, beter en meer dan op de beste verkooping. Juist toen zij +discuteerden waarom taling toegelaten wordt op een vischdiner in den +Vasten, werd het electrisch licht opgedraaid. Hun oogen knipperden even, +het tafelgerei schitterde licht helder en zij bemerkten dat de glazen +leeg stonden. + +--Dat mag niet, beweerde Snepvangers als beleedigd. + +--Neen, zeker niet! ... + +De vrienden kenden uur noch tijd. De "Villa Yvonne" lag zoo ver, en de +schelvisch was door den garçon ergens weggelegd, als om de zorgloosheid +te verhoogen. De kreeft werd nu een eenig belangrijk ding, de wijnsoorten +een oud zwak. Met verteedering dronken zij op elkaars gezondheid, en dat +spel beviel hen zeer. Bij het nagerecht bestelden zij champagne, sigaren +en koffie. + +--Het leven is schoon, mijmerde de verdierenpikker. + +--Dat is het ja... dat is de waarheid, stemde Snepvangers in, vleide +zich wellustig tegen de leuning van zijn stoel en zag diepzinnig de +rookwolkjes na. + +Hoe lang het geduurd heeft is lastig bij benadering te bepalen en +Snepvangers heeft zich er nooit rekenschap van kunnen geven. Zij genoten +nog lang van elkaars aantrekkelijk gezelschap, behandelden alle mogelijke +onderwerpen, vertelden moppen en fluisterden zinnelijke opwellingen, +waarbij ze vertrouwelijk knipoogden. Menig glas werd nog gedronken en +menige dure sigaar gerookt. Wat Mijnheer bijbleef was het vreemd geval +dat zij ruzie hadden gekregen bij de betaling van dit uitspanningsken. +Elk wou het gelag voor zijn rekening nemen, maar ten slotte betaalde elk +Zijn deel en was wat vrijgeviger tegenover den garçon. Deze stopte +Snepvangers wat in de hand, zijn vischnet met schelvisch en zijn paraplu, +en dan trokken de vrienden weg met hoogroode gezichten. Tot afscheid +werd nog een glas gedronken, hier een, daar een, dan ging Mijnheer zijn +vriend een eindje vergezellen tot aan den tram, want hij meende te +bespeuren dat deze een klein beetje zattekens was. + +Later zeilde hij alleen terug naar het station. Plots was zijn vriend +verdwenen en nu voelde hij zich danig moe, wou ergens rusten om het even +waar, zitten en uitrusten. + +En hij werd wakker op eene bank onder kale boomen van het Park. Waar was +hij? Hij rilde van koude, voelde zich ziek, had hoofdpijn. Scheen het +daglicht? Neen, 't was de lantaarnschijn. Hoe laat was het nu wel? Even +zien. Maar hij vond zijn uurwerk niet in zijn zak, tastte instinctmatig +naar zijn geldbeugel. Ook weg. God wat beteekende dit nu! Zijn blikken +zochten rond, zijn regenscherm, zijn zijden regenscherm met zilveren +kruk, eveneens spoorloos verdwenen. Voor zijn voeten echter lag het +vischnet met de schelvisschen, besmeurd door het slijk. God! kon hij +zijne vijf zinnen maar eens bijeenrapen! Wat zou hij doen, wat zou hij +zeggen? Zoo'n avontuur moest aan hem overkomen, aan een deftig getrouwd +rentenier, aan den eigenaar der "Villa Yvonne"! + +Zeer verlegen stond hij recht, onthutst raapte hij zijn vischnet op, liep +de stad in. Hoe nu naar huis gesukkeld waar men angstig op hem zat te +wachten in den nacht? Zij zouden natuurlijk niet kunnen slapen, het huis +doorloopen en bang het ergste ongeluk vreezen Hij moest ook om schelvisch +gaan, Marieken moest ook aandringen alsof haar moeder niet meer verstand +had... Maar het dwaaste van al, M. Snepvangers moest ook eens +buitensporigheden bedrijven, zich te buiten te gaan, Goeden Vrijdag +vieren! Te laat beklaagd oude zot! Wat nu aangevangen? + +Hij ging M. Boeykens spreken, zou hem alles biechten en die zou wel raad +weten om de ruzie te vermijden in zijn huishouden, wie weet en +echtscheiding kunnen beletten! + +Suf stond hij voor de woning van den notaris te wachten tot het licht +werd. Tot zijn verbazing werd plots de poort geopend en liep de knecht hem +op het lijf. + +--Hoe weet gij het nu al? vroeg de knecht verwonderd. + +--M. Boeykens?... + +--Ja, zoo plots... ja hij was wel niet goed, maar niemand kon zich daaraan +verwachten.... Saluut... tot weerziens. + +M. Snepvangers oogde den knecht na, die haastig voortliep in den nacht. Nu +kon hij plots zijn vijf zinnen bijeenrapen! Hij had wel kunnen jubelen van +verrukking, nu was hij gered, nu kwam alles in orde. Hij had immers zijn +kaartje nog om weer te keeren? + +Met den eersten trein trok hij naar Capellen. De nacht lag nog over de +velden, en in de verte scheen het licht in de "Villa Yvonne". Hoe meer hij +naderde hoe luider de hond begon te blaffen. Het tuinpoortje knarste open, +uit de open deur viel het helle licht. Hij hoorde geklaag en geschrei, +gesnik en gejammer, keek niemand aan, zag strak en wezenloos voor zich +uit. In de keuken liet hij zich zuchtend op een stoel neerzakken, den +schelvisch vóór de voeten. + +Een oogenblik hoorde men de stilte, dan zei hij langzaam, met tranen in de +stem: + +--M. Boeykens is dood! + +--Maar wij blijven hier niet langer... wij hebben duizend angsten +uitgestaan, zei Madame tot rouwbeklag. + +--Alleen in den nacht, zuchtte Marieken, alleen in den triestigen +buiten... + +--Ja, 'n mensch weet nooit wat er gebeuren kan, beaamde Snepvangers +nederig en treurig, zoo 'n goede man... Het buitenleven is toch niet zoo +schoon als men denkt... Voor mij is het niks... ik ben niet bang... Ik +ben heelemaal van streek... 't heeft me danig gepakt. + +--We zullen maar gauw koffie drinken, meende Madame. + +Elk der huisgenooten was als ontlast. De oplossing was gekomen, zonder dat +een hunner zijn weerzin voor het landleven had moeten te kennen geven, +zijn verlangen had moeten toonen naar de loszinnige geneugten van de stad, +die zij voor maanden met zooveel genot hadden verlaten en belasterd. Zij +hadden genoeg van de stijve deftigheid, wenschten maar liefst te gaan +rentenieren in de oude buurt waar het zoo gezellig was, waar de menschen +en straten hen zoo bekend waren, waar zij meetelden in het leven, waar +muziek was en bedrijvigheid, en waar zij nooit onder de drukkende +afzondering, de eenzaamheid zouden lijden. Marieke peinsde daarbij +stillekens aan het huwelijk, en Mijnheer aan zijn parapluie en zijn +uurwerk. Bij het eerste schemeren van den dag was M. Snepvangers +bezig achter het tuinhek een paal op te richten waaraan een bordje +bevestigd was, vermeldende met onzekere, zwarte letters: _Villa te huur +of te koop_. + + + + +HOOFDSTUK II + +LIEFDE EN ANDERE ONRUSTIGHEID. + + +De familie Snepvangers woonde weer in de stad. Het renteniershuisje in de +Hobokenstraat was kraakzindelijk. Het geveltje, frisch in de verf, was +versierd met kolommetjes en grillig loofwerk, op het balcon prijkte een +lange vlaggestok en op de witgeschilderde deur blonk de geelkoperen +naamplaat. Binnen hielden Madame, Marieken en de werkvrouw met +dagelijksche zorg alles helder aan kant en vrij van stof. In de +achterkamer stond de piano, in de veranda, die als huiskamer diende, kefte +een zwart spitsken, het salonneken aan de straat werd slechts voor +vreemden geopend. + +Het tuintje, een voorschoot groot, bood Snepvangers en zijn dochter +gelegenheid tot tuinieren. Het geurde en fleurde er met bonte bloemen en +riekende kruiden, terwijl een sappige wijngaard zijn ranken schoot onder +het glazen afdak. + +'s Morgens vroeg stond Snepvangers op den drempel der woning zijn pijp te +rooken, liet het hondje zijn ochtendwandeling doen; wanneer de melkboer +kwam, nam hij het pannetje aan, trok dan aan de huisbel om Madame en +Marieken te wekken. De dames kwamen gekleed beneden, want na het ontbijt +ging Madame in de buurt winkelen en speelde Marieken piano, terwijl +de werkvrouw den boel in orde bracht. + +Snepvangers knutselde in het tuintje, las andermaal de gazet van den +vorigen avond, kleedde zich dan voor de wandeling. Zijn barometer gunde +hij geen blik meer, in de stad was dat overbodig, en daarbij nam hij, uit +louter voorzorg, haast altijd zijn zijden regenscherm mee. Elken dag had +hij zijn afwisselende stamlokalen waar hij een pintje of een borreltje +dronk en over de stadsnieuwsjes en het weer redekavelde. In de buurt +bezocht hij "De Koning van Spanje", "Het Zwart Paard", "De Paardenwei", +"Sint-Jacob", "De drij Kauwkens", verder in de oude stad "De Klok", +"Het Gulick", "Het Koningsken", "Het Nachtlicht", "De Boer van Tienen", +"De Wildeman", "Het Schuttershof", "De Oude Sint-Jan", "De Gouden Kroon", +De Kolkoensche Haan", "De Zeven Provinciën". In de week dronk hij garsten, +'s Zondags, in de buurt van het station, verkoos hij uitheemsche bieren. + +Klokslag één was hij thuis voor het middagmaal, ving dan een uiltje, ging +daarna naar de roepzaal, waar hij, bij gelegenheid, nog een paar centen +verdiende, trof er zijn vriend aan, den verdierenpikker. Samen keuvelden +zij dan over eigendommen, gronden en centjes verdienen. Rond acht uur kwam +hij voor het avondmaal. Madame vertelde van menschen die zij ontmoet had, +van koopjes en buurtnieuws, Marieken verslond de feuilleton en zalig +genoot Snepvangers. Later las hij de gazet, terwijl zijn vrouw kousen +stopte en Marieken weer piano speelde. Op Vrijdag en Zaterdag gingen de +vrouwen niet op boodschappen uit, er werd gekuischt en geboend en +Snepvangers ging, na het avondmaal, kaarten in "De Klok." + +Maar de Zondag werd, naar ouden trant, bijzonder gevierd. De familie trok +de beste kleeren aan en 't was vette keuken. De schrale Madame in haar +ruischende zijde stapte links van haar dikken echtgenoot naar de kerk. Op +zijn buikje bengelde de zwaar gouden ketting en zijn zijden hoed stond +achterover in den nek. Zijn hoogroode, gladgeschoren tronie glom van +zelfvoldaanheid. Marieken, naar de mode gekleed, ging aan zijn +rechterkant, in stille bewondering voor haar papa. Hij was zoo'n +tegenstelling van mama, hij was een klein vetzakje, een joviaal +rentenierken, dat veel menschen kende en groette. Doch zij geleek veel aan +mama, was sprietmager, hetgeen haar ergerde en soms verbitterde. + +Na de hoogmis wandelden zij naar de bloemenmarkt op de Groenplaats, zagen +het volk uit Onze-Lieve-Vrouwekerk door de spitskar trekken, volgden mee, +langs de Schoenmarkt en de Meir, door de Leysstraat, naar de De Keyserlei. +Daar dronk men ergens een pot Münchener, waarbij Mijnheer de bekenden +groette en de dames critiek uitoefenden over kleeding en menschen. Na deze +eerzame en onschuldige uitspanning ging men eten, wat dutten, trok dan +weer op wandeling, kwam thuis om te avondmalen, keerde opnieuw om te +luisteren naar het concert in den Dierentuin of bezocht men de feesten en +vertooningen in den Burgerskring, waar de vrouwenrollen ook door mannen +werden vervuld. + +Aan deze ordelievende, deftige levenswijze brachten de seizoenen met wind +en regen soms lichte afwijkingen, zoodat de dames thuis bleven, geen +onderhoudende en opwekkende critiek konden voeren, en Mijnheer alleen zijn +stamlokalen bezocht. + +Het leven was schoon in zijn effen uitzicht, zonder ontroering, zonder +slag of gebeurtenis. Alleen Marieken had vlagen van droefgeestigheid, +wanneer zij dacht aan getrouwde vriendinnen. Dan was zij onhandelbaar, +had scherpe woorden. Mijnheer zorgde dan dat het hondje niet onder de +voeten liep. Madame peinsde, terwijl zij de dampende potten in de keuken +bestaarde, aan de kennissen die als schoonzoon welkom hadden kunnen zijn. +Marieken ging naar de dertig. + +Zekeren avond in de lente had het echtpaar een belangrijk gesprek in de +slaapkamer. + +--Marieken heeft weer leelijk haar kuren! + +--Ja, mama, bevestigde Snepvangers bekommerd. + +--Snepvangers, zei Madame besloten, ik heb er lang over nagedacht ... +Marieken moet trouwen. + +--Ja, mama, gaf hij onderdanig toe, maar met wie? + +--Dat weet ik juist niet, zuchtte zij: wij moeten uitzien naar 'n +treffelijken burgersjongen! + +--Ja! + +--Gij kent zooveel menschen.... + +--Ja! + +--Ik zal mijn best doen, beloofde Snepvangers, terwijl hij in de +echtkoets stapte. + +--Hij nam den verdierenpikker in zijn vertrouwen, die de zaak niet te +zwaartillend onderzocht. De beste koeikens zoekt men op stal, maar toch +moeten de liefhebbers ze weten staan. Hij zou eens rondzien, maar nu had +hij Snepvangers over iets gewichtigs te onderhouden. + +--'t Is geen politiek en toch politiek, Snepvangers.... Tegenwoordig is +alles politiek om de kiezers te lokken en stemmen te winnen. Katholiek en +liberaal, uit schrik voor de socialisten, houden het werkvolk tot +vriend... alles voor den werkman, en de burgers worden vergeten.... +Dat kan niet blijven duren, dat mag niet? Wij willen het hekken aan den +ouden stijl houden, de belangen der neringdoenden behartigen.... + +--Wie zijn wij? + +--Wij? De bond der neringdoenden!... Wij willen ons woordje te zeggen +hebben in het Bestuur.... Wij zijn onpartijdig in ons belang, liberaal +en katholiek en democraat kan meedoen wanneer zij het goed meenen met de +belangen der kleine burgers en neringdoenden! Wij strijden tegen +cooperatieven en naamlooze maatschappijen, willen de nering bevorderen, +ons beschermen door goede wetten.... Recht door zee, willen wij; de +neringdoenden zijn den politieken winkel beu.... En nu vraag ik u of ge +meedoet.... Ge zijt een onafhankelijk man, een rentenier, en zoo'n mannen +hebben wij noodig, wij, handelaars, wij, ambachtslieden en eigenaars! + +--Ik heb me nooit met politiek bemoeid, opperde Snepvangers, ik ben van +den ouden eed en ga naar de kerk. + +--Dat is geen beletsel.... Wij zijn met veel goede katholieken, maar wij +vergeten ons belang niet.... Het is geen geuzenbond, maar eene vereeniging +om onze stoffelijke--ja stoffelijke, dat is het woord van den +President--belangen te verdedigen. + +--Zijt gij reeds lang lid? + +--Ik? Een paar weken, maar op de vergadering werd het zoo klaar +uiteengezet. Er zijn knappe bollen bij, mannen die het goed kunnen zeggen, +en 't staat allemaal in de gazet _De Noodkreet_. Ik heb seffens aan +u gedacht!... Dat was nu iets voor Snepvangers, iemand die zelf affaire +heeft gedaan, bij een notaris gewoond heeft en dus al de knepen kent, +onafhankelijk is! Den President heb ik over u gesproken en hij vond dat +wij mannen van uwen aard noodig hebben voor den gemeenteraad en voor den +provincieraad!... + +--Hm! Te veel eer; ik ben maar 'n simpele burger, geen advokaat, meende de +gevleide Snepvangers. + +--Wij willen juist geen advokaten, maar mannen van ons... geen +praatjesmakers, maar mannen waarop wij rekenen kunnen. + +--Lid wil ik wel worden... maar de rest blijft onder ons... ik kan dat +niet aannemen, ik houd van de rust, ik houd veel van de rust... dat moeten +jonge mannen doen, die van den spanaard gesneden zijn. + +--Snepvangers, ik bedank u namens den Bond voor uwe bijtreding, die wij +hoogschatten, zei de verdierenpikker langzaam en plechtig, laat er ons nog +een pint op drinken; maar één ding zeg ik u: met snotters en +tafelspringers zijn wij niet gediend, wij willen ernstige mannen! + +Na dit vekwikkelijk gesprek keerde Snepvangers mijmerend huiswaarts. +Geheimzinnig hmde hij aan tafel, liet soms zijn vork zakken om zich even +in zijn toekomstdroomen te verdiepen. + +--Papa, wat scheelt er toch? ondervroeg Marieken, wier kuur weer voorbij +was. + +--Och, kind! + +--Awel ja, Snepvangers, ge doet zoo vreemd, wat is er gebeurd? + +--Och, mama, nu willen ze mij met alle geweld naar den gemeenteraad +zenden! + +--Zijt ge zot, Snepvangers? Daar zenden ze andere kleppers, die daar iets +kunnen vertellen! + +--Dat weet ik niet, mama; ik ben onafhankelijk, ik ken veel menschen, ik +ben zoo geen wauwelaar van een advocaat, maar ik heb veel ondervinding +en er zetelen er anderen dan Snepvangers.... De neringdoenden willen mij +absoluut, verklaarde hij behagelijk. + +--Och Papa dat zal aardig zijn als ze bij u komen bellen voor plaatskens +op 't stadhuis, en als we gevraagd worden op de feestjes... + +--Ja, maar zoo ver zijn we nog niet! + +--Pas maar goed op, de politiek kost centen en ik geloof daar nog niks van +dien gemeenteraad, waarschuwde Madame. + +--Och ik weet nog niet of ik aannemen zal! + +--Maar Papa toch! + +--Ja, als ik den Bond en de President daarmee een plezier kan doen, en +als de leden er dan erg aan houden, dan zal ik mij nog eens bedenken... + +Van dat oogenblik af werd het leven voor Snepvangers vol belangrijke +vraagstukken en tijdroovende bezigheden. Madame kon alleen over de kuren +van haar dochter nadenken en het heilmiddel opsporen. Spoedig was hij +zijn propagandavocabulaar meester, en met den verdierenpikker was hij een +ijverig ronselaar voor nieuwe partijgenooten. Menigmaal gebeurde het nu +dat de zachtmoedige, vredelievende Snepvangers in geweldige herbergtwisten +gemengd werd. Drukker bezocht hij zijn herbergen en wanneer hij dan, een +beetje zwaar van bier, rook en welsprekendheid naar huis toog, kwam soms +wel zijn rustig gemoed in opstand, doch telkens dacht hij aan den +gemeenteraad. + +Om in breederen kring de aandacht op "zijnen" Bond te vestigen liet hij +zich als eerelid opnemen in de onpartijdige fanfarenmaatschappij "De +Broedermin". Een paar dagen later werd hij eerevoorzitter van een +Vogelpikvereeniging in de buurt "De Lustige Pikkers" en van de +tonmaatschappij "De Moedige Spelers", nam het voorzitterschap aan van +"De Gezworen Spaarders", liet zich afgevaardigde kiezen van een +duivenkring in het "Algemeen Verbond" en ondervoorzitter der liefdadige +vereeniging "Nood baart Troost". + +Dat kostte slechts pinten, goede woorden en centen. De uitslag was +schitterend. Madame, die niet erg ingenomen was met de nieuwe +levensinrichting, werd overbluft en stormenderhand gewonnen. + +Bij fakkellicht werd het nieuwe eerelid door zijn fanfare een serenade +gebracht, en afgevaardigden van de verschillende vereenigingen, hiertoe +door den verdierenpikker aangezet, brachten complimenten en bloemen. +Madame was ontroerd door het onverwachte. + +Marieken gloeide van trots en Snepvangers stond met milde eenvoudigheid +te genieten van dit voorsmaakje der toekomstige glorie. Hij trakteerde +op wijn de afgevaardigden die zich in het salon en de eetkamer verdrongen, +liet de muzikanten in de kroegen der buurt drinken op zijn kosten. +Redevoeringen prezen zijne liefdadigheid, zijn zin voor kunst en muziek, +zijn burgerdeugd en zijn liefde tot het volk, zijn vaderschap en zijn +goedheid. + +Tegen zooveel beeldsprakige ophemeling voelde hij zich niet bestand, het +verteederde hem en hij geloofde in zijn eigenwaarde. Hij gaf een wenk aan +den President van den Bond en aan den verdierenpikker die de glazen +volschonk als trouwe regisseur van het spel. + +"Mijne heeren, zei hij, het glas beeft mij in de hand bij zooveel +sympathie die mij betuigd is geworden... Ik kan het niet zoo met +stadhuiswoorden zeggen, maar 't komt uit mijn hart, onze stad heeft +onafhankelijke mannen noodig om te strijden tegen bazars en cooperatieven, +tegen Tietz en bakkerijen die het brood stelen uit den mond van den +neringdoende!... + +"Ik verklaar volmondig fier te zijn als lid van den Bond der neringdoenden +waarvan de President mij de eer aandoet aanwezig te zijn op deze betooging +die niet mij, maar onze heilige princiepen treft... Dank, vrienden, +dank... 't Is een steun in den strijd die mij zal aanzetten om nog meer +te vechten... Ik bedank u allemaal uit den grond van mijn hart, vooral den +vriend die ik jaren ken en die mij den weg gewezen heeft naar den Bond!... +Mijne heeren, nog eens op de gezondheid. Leve de neringdoenden! Leve de +burgerij." + +Uitbundig werd hij toegejuicht tot buiten de Brabançonne weerklonk. + +--Hij heeft het goed gelapt, fluisterde de President tot den +verdierenpikker, 't is een schoone propaganda-avond. Toen in de verte de +muziek wegstierf en het rumoer in de straat opgehouden had, zat de familie +nog, stil van opgetogenheid, te luisteren onder het gaslicht. Madame kloeg +niet eens over het bevuild tapijt noch over den mildgeschonken wijn. +Marieken kwam het eerst tot de werkelijkheid terug, draaide de overbodige +lichten uit, nam de glazen weg. + +--Wij moeten den President onze klandisie gunnen, oordeelde Madame. + +--Ja Papa, steunde Marieken. + +--Maar wij hebben niks noodig, de dakgoten zijn in orde!... + +--Wij moesten een bad koopen, een bad hebben al de rijke menschen. + +--Een bad? + +--Een bad, herhaalde ook de verbaasde Madame, en voor wat? Wat zullen +wij daarmede aanvangen, en waar zullen wij het zetten? + +--Wel, Mama toch, op de kamer boven de keuken. + +--Maar wat zullen wij met een bad doen? Pleitte Snepvangers. + +--Wel, ons wasschen, Papa! + +--Ik wasch me alle dagen kind, maar in een bad, denk eens na! + +--Een toekomstig gemeenteraadslid die geen bad in huis heeft... de +menschen moesten het weten. + +--Ja daar is toch iets voor te zeggen, Snepvangers. + +--Maar Mama, dat kost veel geld. + +--Die over den hond kan, kan over den staart... Wij zullen eens naar +den President gaan kiezen. + +'s Anderen daags trokken de moeder en de dochter naar de Melkmarkt, De +President was niet thuis, maar zijn vrouw, een pronte, zwaarlijvige en +praatlustige vrouw ontving. De serenade was haar stokpaardje. Haar man +had er niet kunnen over zwijgen, en Craen was niet makkelijk. Zij kende +de dames van in de Zoologie te zien, en Marieken had ze altijd zoo'n +aardig meisje gevonden. Het gezellig gesprek werd in den winkel gevoerd. +Madame Snepvangers zat in een ziekenstoel, Marieke op een tentoongesteld +porceleinen kuipje met mahoniehouten deksel. Madame Crean leunde tegen +een badkuip en zag zich weerkaatst in den ovalen spiegel van een lavabo. + +Toen het onderonsje gestoord werd door winkelbezoek had men nog geen +badkuip gekozen, niet eens bekeken. Volgens afspraak zou men den volgenden +Zondag op koffievisiet komen met Snepvangers. Er was geen haast bij, en +de man moest maar meekiezen. + +De familie Snepvangers genoot de ongewone ontroeringen van nieuwe +betrekkingen en verrassingen. Het leven had gebeurtenissen. De politiek +bood zeer aardige uitzichten, ook voor de dames. Slechts een ding +werd opgeofferd op het altaar der neringdoenden: het prettig kuieren en +winkelen bij Tietz. + +Zij togen dus naar de Melkmarkt en werden luidruchtig verwelkomd door den +stevigen loodgieter en zijn gade. De President voerde het gezelschap in +het salon boven den winkel, waar men op rood-fluweelen stoelen rond de +koffietafel plaats nam. Terwijl men boterkoekjes en krentenbroodjes naar +binnen werkte en ontelbare kopjes koffie dronk, zoodat de meid tweemaal +moest opschenken, vertelde Madame Craen haar levensloop. Zij waren +kleintjes begonnen. De President deed toen zelf de karweikens op de +daken, maar 't was hen mee gevallen, hun eenige zoon hadden zij in +een floreerende zaak geplaatst nadat hij gestudeerd had voor +apotheker-drogist. Zij bleven maar in d'affaire uit gewoonte en uit +schrik dat zij het rentenieren niet zouden gewoon worden. + +--Ja, dat hebben wij ook ondervonden... en wij waren naar buiten gaan +wonen. + +--Spreek mij van geen buiten. Madame Snepvangers, ik ben er bang +'s avonds. + +--Wij waren ook blij terug in de oude buurt te zijn, en voor Marieken was +het ook te triestig! + +--Natuurlijk, een jong meisken!... Seffens komt onze jongen een goedendag +zeggen, en dan is er zoo wat jonkheid bijeen... In zijn affaire kan hij +zoo moeilijk weg ... ge weet wel _De Gaper_, op de Torfbrug, bekend +om het vliegenpapier ... + +--Och zoo, dat is uw zoon! Marieken, daar koopen wij onze borstels en +opneemvodden. + +--Ja, onze jongen is werkzaam en braaf, maar ... zoo'n toonbeeld moest +een vrouw hebben, ook voor d'affaire. Maar hij zegt geen tijd te hebben +om er een te zoeken, dat hij nog jong genoeg is ... hij is nu +drie-en-dertig. + +Nu de dames zwegen en peinsden na, luisterden naar de mannen, die in +politiek verdiept, eikaars vernuft en wijs inzicht waardeerden. + +--Zouden wij niet eens in den winkel gaan zien? stelde Madame Snepvangers +voor. + +Gedwee volgden de mannen, doch staakten geen oogenblik het onderhoud. +Madame Craen noemde prijzen van badkuipen, waterketels, lavabos, gemakken, +raamde de kosten van plaating. + +De belangrijke mededeeling werd onderbroken door de komst van den +drogist, een mager jongmensch met bleek gelaat. Hij had een scherpen neus, +waarop een gouden bril zijn flauw-grijze oogen beschermde. + +--Dat is nu onze Antoine..., het eenig kind dat over bleef van de vier .... +Antoine, dat is de familie Snepvangers, waarover wij gesproken hebben. + +De drogist zei hoe aangenaam het hem was te mogen kennismaken met de +familie, pluisde onderwijl aan zijn vlasblond geitenbaardje. + +De badkuip werd vergeten. Antoine had zijn winkel gesloten en bleef in +den familiekring die, in het salon, den wijn van den President proefde. +Marieken, na lang pramen, bespeelde de piano die anders nooit geopend +werd. Het was er zoo gezellig dat de familie niet weigeren kon te +blijven avondmalen. Men was reeds als thuis tusschen oude vertrouwde +vrienden. De oude heeren zaten in hun hemdsmouwen, en hun hoogroode, +glimmende gezichten knikten elkaar mild toe onder het gaslicht. + +De drogist zong nu, begeleid door Marieken, met lichte tenorstem een +paar fransche romancen. Plots gaf hij zijn Vlaamsch gezindheid lucht: + + +Zij zullen hem niet temmen, +Den fieren Vlaamschen leeuw, +Al dreigen zij zijn vrijheid +Met kluisters en geschreeuw... + + +Het begeesterd gezelschap zong het refrein mee. Maar na den ernst kwam de +losgelaten leute, die de ouderen lang vergeten strophen in het geheugen +riepen uit den tijd toen zij ook nog zongen of luisteren gingen naar de +zangers in de zanglokalen aan de Werf. De president viel in met: + + + "Vaarwel, schoon lief, de tambour slaat, + vaarwel, ik word soldaat." + + +Snepvangers kende slechts + + + "Er is gebeurd bij den pastoor van Heylen, + een wreede moord, een groote schelmerij." + + +Madame Craen zong sentimenteel + + + "Wat was zij schoon, de blonde maagd, + in 't blanke balgewaad." + + +en Madame Snepvangers won den bijval met het guitig-onfatsoenlijke: + + + "Want Sint-Nicolaas dat is een man + Die al de meiskens troosten kan + Hij brengt voor ieder verdriet of geluk + Maar ieder meisken krijgt heur stuk!" + + +Verhit danste men hand aan hand rond de tafel en keelde + + + "Waar kan men beter zijn, + dan bij de beste vrienden." + + +'s Anderendaags was Marieken zeer teruggetrokken, en Madame voelde zich +katterig, wat zij toeschreef aan de gebakken aardappelen en de te vette +hesp! + +Beiden waren een beetje verlegen met hun ongewone, dwaze luim van den +vorigen avond. + +Alleen Snepvangers gebaarde van niets, deed zijn dagelijkschen +propagandatocht door de herbergen. Hij had andere katten te geeselen, +werkte voor de partij die reeds met de aanstaande verkiezingen in het +strijdperk zou treden. De loodgieter had hem nu zelf de stellige +verzekering gegeven dat hij kandidaat zou gesteld worden. + + * * * * * + +Veertien dagen later ontving men het tegenbezoek, dat even prettig afliep. +De President loofde de keuken van Snepvangers; nooit had hij zoo smakelijk +Konijn gegeten. Antoine bleef in Mariekens nabijheid aan de piano. Madame +Craen achtte Snepvangers een wijnkenner. Een lichte roes woog op allen en +gaf het leven een rozig-leutig aanschijn. + +--Ik heb onzen Antoine nog nooit zoo gezien, fluisterde Madame Craen. + +--En Marieken dan... dat is de jonkheid, zuchtte Madame Snepvangers. + +--Waar is onze tijd gebleven! treurde de loodgieter. + +--Och, wij zijn ook nog kleppers, blufte Snepvangers, en klopte zijn zich +verwerende vrouw op de knie. + +Ook ditmaal liet de opwinding een beetje haarpijn achter, en Madame streek +suf over de platte blessen. Zij was blij toen alles weer opgeredderd was +en een kalmer uitzicht bood. Marieken liep neuriënd en bedrijvig rond en +de rustelooze Snepvangers was reeds vroeg de baan op. + +De zomerconcerten in den dierentuin brachten de vrienden geregeld samen. +Het was een meer ingetogen verzet; de mannen hielden eindelooze redenaties +over de verkiezingen en de middelen om _De Noodkreet_ overal te +verspreiden; de vrouwen fezelden over het huishouden en over de menschen +die rond hen zaten. Antoine en Marieken zwegen, luisterden aandachtig naar +de muziek die versmolt met het geruisch der voetstappen van de +rondwandelende meisjes over den kiezelgrond. + +--Dat zoekt allemaal 'n vrijer, meende Madame Craen, dat loopt in de +spitskar om zich te laten zien. + +--Dat heeft Marieken nooit gedaan, weerde zich Madame Snepvangers. + +In de pauze gaf Antoine zijn muziekbeschouwingen ten beste, de vaders +bestelden een nieuw glas en vonden het lekker zitten onder de boomen. Na +het concert werden de Snepvangers door hun vrienden naar huis gebracht. +Antoine en Marieken liepen voorop, soms wel gearmd, gevolgd door de +moeders, en op afstand door de politiekers. + +Zoo liep de maand Juni ten einde. Doch toen gebeurde het dat Antoine aan +Marieken voorstelde een eindje op te wandelen. In de oogen der ouders +glom de nieuwsgierigheid al hielden zij het gesprek aan gang. Marieken +voelde haar hart feller kloppen toen zij, onder de donkere boomen, waar +een geur van wilde beesten en bloemen aanluwde, de helverlichte kiosk uit +het oog verloor. Nabij de leeuwenzaal gingen zij op een bank zitten. +Treinen floten langgerekt, de roofvogels krijschten in de verte en de +woestijnkoningen brulden vervaarlijk in hun hokken. + +Antoine plukte aan zijn geitenbaardje, wierp zijn sigaar weg, keek naar +het stukje nachthemel dat zichtbaar was. Marieken had de handen in den +schoot gevouwen, + +--Marieken, aarzelde hij, wij zijn geen kinderen meer... Onze ouders +zullen er niets tegen hebben... wij zijn van den zelfden stand... 'k +heb 'n goede affaire en nog te verwachten, gij zijt een eenige dochter +van welhebbende menschen en... ik zie u gaarne! + +--Antoine! + +In de verte begon de muziek opnieuw te wiegelen. Zij waren beiden +bedremmeld. + +--Ja, ik zie u gaarne, maar ik wist niet hoe ik het u zeggen moest ... ge +zijt zoo 'n deftig meisken. + +--Antoine toch! + +Hij schoof nu dichter bij, lei zijn arm over haar schouders. Zij liet het +hoofd tegen hem aanleunen, rilde alsof zij koorts had. + +--En ziet ge mij ook gaarne? fluisterde hij, het gelaat dicht bij het +hare zoodat de krullende haarkens boven de slapen zijn wang kittelden. + +Haar oogen glansden, en zij voelde zijn warmen adem over haar wezen. +Eindelijk was het gekomen waarvan zij als jong meisje gedroomd had. + +--Ja, Antoine! + +Hij zoende haar en zij kuste terug zonder nog te denken aan fatsoen. In +zijn armen vergat zij ouders en concert. + +---En wanneer trouwen wij? + +--Als Papa in den Gemeenteraad zit... Dat zal de menschen niet weinig +doen biskeeren. + +Het publiek trok reeds weg toen zij de geduldig-wachtende ouders +vervoegden. + +--Awel jongen, wat hebt gij Marieken toch zoo te vertellen gehad? wierp de +loodgieter op. + +--En in den donkeren nogal, plaagde Snepvangers die het minst argwaan had. + +--Dat zal ik seffens bij Mariekens' ouders verklaren, zei de drogist +gewichtig. + +--Maar 't is al zoo laat, Antoine, wacht tot morgen. + +--Neen Mama! + +In de eetkamer der Hobokenstraat deed Antoine aanzoek naar de hand van +Marieken Snepvangers. + +Madame schonk een glas wijn. Madame Craen zei nu haar levensdroom vervuld +te zien, Craen toastte en Snepvangers zat verwezen te kijken naar de +wondere Teniersmannekens op de deuren der eikenhouten buffetten +uitgestoken. Nooit had hij dat zoo nauwkeurig bekeken. En Marieken ging +trouwen zoohaast hij in den Gemeenteraad zou zetelen. Zijn kind ging zijn +hhui verlaten, een eigen gezin vormen! Op haar beurt zou zij kinderen +krijgen, misschien ziekten en tegenslag kennen! Maar Antoine was een goede +jongen en kleinkinderen zouden een vreugd zijn voor hun levensavond. + +Madame was blij dat zij niet langer moest nadenken over Marieken. Haar +kuren zouden nu voorbij zijn, en de rust zou in huis heerschen. Het hoofd +zou men neerleggen zonder angst dat het kind alleen achterbleef. Was +Snepvangers nu maar wat minder ongedurig! + +Onder het verteederd toekijken der ouders namen de verloofden afscheid. + + * * * * * + +Om het bedekt en openlijk vrijen der kinderen bekreunde Snepvangers zich +niet. + +De weken vergingen in bezoeken, vergaderingen, bijeenkomsten en +herberggetwist. De strijd was reeds volop aan gang, in den Bond strijd om +voorrang, buiten den bond strijd tegen de partijen. Onvermoeibaar stond +hij op de bres van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Zijn persoonlijke +meeningen had hij zoo goed het ging in een manifest uiteengezet. Antoine +had het verbeterd, een sierlijken vorm gegeven zoodat het nu gerust kon +gedrukt worden in _De Noodkreet_. De avond vóór de algemeene vergadering, +waarop de kandidaten zouden worden aangeduid, verzekerde hem de President +dat hij gerust mocht zijn over den uitslag. De verdierenpikker had de +mannekens van de fanfare bewerkt, de vogelpik- en tonspelers, de spaarders +en de vrienden van den armen gesproken. De echte neringdoenden zouden +stemmen voor den onbaatzuchtigen rentenier. + +Toch baande Snepvangers zich slechts met beklemd gemoed een weg door de +propvolle zaal naar de tafel, waarachter het bestuur geschaard zat. De +President knipoogde. Hij hield zijn gelaat in effen plooi om de inwendige +ontroering te kunnen verbergen, maar hij zoog smakkend op zijn sigaar, en +zijn blikken gleden over allen en zagen niemand. Hij luisterde niet naar +het lezen van het verslag van den secretaris, naar de woorden van den +voorzitter, naar de losgelaten welsprekendheid der andere kandidaten, die +een voor een zich bij hun medeleden kwamen aanbevelen. Zijn zekerheid was +hij kwijt, de vaste grond zakte onder hem weg en hij voelde zich hulpeloos +tegenover de menigte in de zaal. Van zeer verre klonk het hem eindelijk +uit den rook: Het woord is aan M. Snepvangers! Zijn aanhangers juichten +hem toe. Dat stak hem een hart onder den riem. Met een woesten ruk wipte +hij recht naar het verhoog, schonk zich een glas water, dronk, en toen +weer stilte heerschte, sprak hij met gloeiende overtuiging: + +"Medeburgers! + +"Op dit plechtig oogenblik dat gij komt te kiezen tusschen uw mannen die +uw belangen zullen gaan verdedigen in den Gemeenteraad, zal ik zeer kort +zijn en geen lange redevoeringen uitspreken... Ik ben geen advokaat, +maar ik weet wat de burgerij en de neringdoenden toekomt. Wat ik in het +verleden geweest ben dat zal ik ook in de toekomst zijn! Ik ben tegen +bazars en coöperatieven, ik wil ze belasten zoodat de kleine burger niet +meer failliet zal gaan met te willen concureeren. Uwe belangen zijn zoo +treffelijk als die van het werkvolk, waar zooveel voor gedaan wordt. Ik +wil mij opofferen voor de zaak! Als onafhankelijk man zal ik uw intresten +verdedigen. Ge kunt lezen wat ik in _De Noodkreet_ geschreven heb... Bij +mij is het niet te doen om op de kussens te zitten, mijn princiep is: +Leven de Neringdoenden!" + +Onder uitbundig gejuich verliet hij het podium, drukte handen, ontving +gelukwenschen. Van dat moment af en voor altijd wist Snepvangers wat hij +voor had op den gewonen sterveling: hij was een spreker! Hij was direct +vergeten dat zijn hart geen boontje groot was vóór de begeestering over +hem kwam! Het baarde hem geen verwondering, met groote meerderheid, te +worden aangeduid naast acht andere kandidaten. De partij zou met een +onvolledige lijst optreden, berekend naar de omstandigheden en naar de +stemming onder de kiezers. 's Morgens aan de koffietafel feliciteerde hem +Marieken. + +--Nu zullen de geburen het gauw weten, Papa. + +--Het kan niet anders, kind, oprecht, ik ben niet rap content over mezelf, +maar ik heb gisteren avond goed gesproken. + +--Snepvangers, zei Madame, ik heb er over nagedacht, nu ge kandidaat zijt, +zult ge uw rang moeten ophouden. + +--Dat spreekt! + +--Ja, en daarom zoudt ge maar alle dagen uwe redingote moeten dragen, dat +staat zoo deftig! + +--En 's Zondags dan? + +--Ge laat er 'n nieuwe maken bij een anderen kleermaker... dat zijn weeral +stemmen. + +--En 'k zou mijn buis maar dragen, Papa. + +--Alles behalve dat... zij is voor 's Zondags en blijft voor 's Zondags... +maar ge moest nog eens aan het bad denken dat, met al die stroebeling, in +den vergeethoek is geraakt. + +--Ja, Papa. + + * * * * * + +Drukke dagen volgden. Met den verdierenpikker, de leden van het bestuur en +de andere kandidaten schreven zij adresbanden om _De Noodkreet_ te +verzenden, bezochten winkeliers, herbergiers, beenhouwers, bakkers, +kleermakers en andere neringdoenden, menschen die niet bij den bond waren +aangesloten. Ook onder de leden zelf moest het heilig vuur onderhouden +worden, want de tegenpartijen vielen hen reeds aan in eigen kamp. + +Snepvangers vermagerde zichtbaar van inspanning, onrust en slapeloosheid. +Laat duurden de vergaderingen waar plakkaten en vlugschriften werden +opgesteld, kiezerslijsten uitgeplozen en stemmen berekend. De secretaris, +een gewezen onderwijzer, wiens ambt betaald werd, gaf uitleg over de +kieswet, leerde hen wat zij te doen hadden als getuige in de kiesbureelen +en cijferde de ingewikkelde kansen na om de kandidaten gekozen te zien. + +Toen Snepvangers hun lijst op de aanplakplaatsen in de stad zag prijken, +en zijn eigen naam en al zijn voornamen las, toen oordeelde hij de kansen +gunstig. De lijst hing naast de roode der socialisten, de blauwe der +liberalen, de driekleurig omkranste der katholieken. + +De politieke strijd begon thans voor goed. Meetings zouden zij niet +houden, vermits zij niet op de massa maar wel op de eigen standgenooten +steunden. De dagbladen mengden zich in 't gevecht met al de klem en de +kracht van het gedrukte woord. Snepvangers las alles en raakte soms de +kluts kwijt, werd haast wanhopig onder de aantijgingen tegen menschen +die, al waren zij niet van den bond, hem toch eerbiedwaardig schenen. +Zijn simpele ziel duizelde onder het schelden en bezwadderen, hij had +nooit zooveel kwaad in de wereld vermoed, en hij begreep niet dat +journalisten zoo wat durfden te schrijven. De mannekens der eigen partij +werden opgehemeld, alle deugden en bekwaamheden hun toegeschreven. De +verdierenpikker moest hem steunen in zijn moedeloosheid. + +--Dat is politiek, Snepvangers, politiek, anders niks... Geloof niet dat +zij dat zelf meenen... Zij zijn er voor betaald juist gelijk onzen +sekretaris... Als de kiezing voorbij is spelen zij weer samen smousjes +op 't Groenkerkhof in hun café, en de mannen die in den gemeenteraad +zitten van de verschillende koleuren zijn dan weer dikke vrienden. + +--Neen, maar zoo versta ik het niet! + +--Gij zijt 'n brave vent, Snepvangers, en neemt dat veel te serieus op... +Ze spelen allemaal komedie in de politiek... Trek het u vooral maar niet +aan wanneer ge vandaag of morgen door 't slijk gesleurd wordt. + +--Ik doe een ongeluk als er een het hart heeft mij zoo te affronteeren! + +--Doe liever niks, anders wordt gij nog veroordeeld tot schadeloosstelling +en de kosten, en de menschen zullen met u lachen omdat ge niet meer van de +politiek verstondt en toch kandidaat hebt willen zijn. Een kandidaat moet +tegen alles kunnen; als zij schrijven dat ge 'n dief zijt, dan moet ge er +nog uw botten aan vagen... Om kandidaat te wezen, moet ge 'n filosoof +zijn. Wacht maar, uw beurt komt wel. In de _Gazet van Allen_ beginnen ze +portretten te geven van de mannen der "nief partie". Bakker Janssens +hebben ze vandaag uitgekleed, ze noemen hem 'n vermomden geus en doen +verstaan dat hij zich rijk gestolen heeft met te pooteren op het +gewicht!... + +Dag aan dag verschenen nu portretten der medekandidaten in het +frutkrantje, dat overal gratis verspreid werd. Morgen werd het nu zijn +beurt; hij was de laatste om afgetakeld te worden. Heel de stad zou het +lezen, velen zouden er een heimelijk plezier in hebben of het voor +waarheid verslijten. Ja, men moest filozoof zijn om dat alles te +verdragen voor zijn overtuiging! Vooral niks toonen, waardig doen gelijk +iemand die het gewoon is, porde hij zich zelf aan. + +Hij hoorde de gazettenleurders toeten en gillen in de straten, toen hij +aan het lokaal van den Bond kwam. Nauwelijks zat hij tusschen de +strijdmakkers, of de deur vloog geweldig open en President en +verdierenpikker verschenen in zeer opgewonden toestand. Zij hielden +de gazet in de vuist geklemd. + +--'t Is schandalig, Snepvangers! + +--Trek het u toch vooral niet aan. Snepvangers, 't is te gemeen! + +--Laat maar eens zien, zei de kandidaat zoo bedaard mogelijk; die dat +geschreven heeft, is toch een tienstuiversgast! + +Hij nam het dagblad, keek nog eens naar den President, die rood zag van +oprechte verontwaardiging, naar den verdierenpikker, die hem met zeemzoet +mededoogen aankeek, en voelde aller oogen--die der medekandidaten--vol +nieuwsgierigheid op zich gevestigd. Taai blijven! Hij las: + +_De Baaskens der Nief Partie!_ + +"Nu gunnen wij onze lezers het plezier kennis te maken met den laatste der +fameuze pateekens, die gaarne in den raad zouden zitten en er niet bekwaam +voor zijn. + +"Een dezer vermomde geuzen is Snepvangers, die de neringdoenden zal gaan +verdedigen, precies alsof wij dat niet altijd hebben gedaan. + +"Deze framasson stinkt van pretentie en is zijnen tijd vergeten toen hij +bij Notaris Boeykens de deur mocht open en toe doen, of korenten verkocht +in "De Zoutkeet". + +"Hij is rijk geworden met den strooman te spelen in de Roepzaal voor +geuzenaffaires die het daglicht niet mochten zien. + +"Hij is bekend in al de garstencafés, waar hij stoeft alsof hij reeds +gekozen was. + +"Het eerste deel van zijn naam is snep, en die beesten hebben gaarne een +natten bek. Het tweede deel, vangers, beteekent dat hij de kiezers zou +willen vangen, maar de kiezers zijn allemaal geen jongens uit "De Gaper"! + +"Moest hij gekozen worden, wat de verstandige kiezers wel zullen beletten, +dan wordt de Gemeenteraad herdoopt in Sneppenraad! Wij willen serieuse +menschen! + +"De kiezers mogen lachen, maar zich niet voor den aap laten houden door +de vijanden van den godsdienst of door anarchisten! De deftige kiezers +stemmen onder nr 1!" + + * * * * * + +Snepvangers hield zich kranig onder de mokerslagen. Zoo iets +monsterachtigs schreef men tegen een deftigen burger, die altijd, naar +behooren, zijn kerkelijke plichten vervuld had. Wat al leelijke +aantijgingen, wat vuige beschuldigingen door een naamlooze uitgekraamd! +Hij moest de stilte verbreken, toonen dat Snepvangers door zoo iets niet +in zijn eer kon gekrenkt worden. + +--Ik een framasson, zei hij schouderophalend, ik weet niet eens wat een +framasson is!... Het kunnen misschien heel deftige menschen zijn. Als zij +denken Snepvangers bang te maken, dan zijn zij er nog niet half... Ik ben +onafhankelijk en niemand kan mij deren!... Zij zijn bang van ons. + +--Wij moeten onze mannen verdedigen, schreeuwde de President. + +-Ja! Ja! + +--Tegen dat janhagel verdedigt men zich niet, verklaarde Snepvangers kalm, +maar inwendig kookte hij van machtelooze woede. + +--Ik ben zeker dat het van dien fijnen jezuiet komt, die op den Kauwenberg +woont en secretaris is van de spaarmaatschappij, meende de +verdierenpikker, hij schrijft in de gazet. + +De vergadering duurde laat in den avond. In den frisschen herfstnacht ging +Snepvangers alleen naar huis. De volle maan lei een zilveren glans over de +stad. De gewogen Snepvangers, verstrikt in het geharrewar van de politiek, +kwam in de stille haast tot bedaren. + +Uit de eenzame Keizerstraat klonken stappen en een lange slungel scheerde +hem voorbij. De man groette. + +--Halt! vriendje, riep Snepvangers en greep den man stevig vast aan zijn +ondervest, gij hebt mij dus dat affront gebakken, gij leelijke, lange +slingeraap! Ik ben dus 'n framasson, 'n zatlap en 'n stoeffer! + +--Wat wilt gij, Mijnheer Snepvangers, ik begrijpt u niet, verweerde de +slungel angstig. + +--Wij zijn nu onder vier oogen, niemand ziet ons, span nu maar een proces +in zonder getuigen, deugniet, sjamfoeter, vuile jezuiet! + +Snepvangers moest telkens opwippen om met zijn vuist te kunnen bonken op +de tronie van den lange. Jammerend probeerde deze zich los te rukken, maar +de kandidaat hield wraakgierig vast, wipte maar en bokste op neus en +oogen tot hij hijgend niet meer kon. De slungel griende. + +--Zoo tem ik de gazettenmannekens, triomfeerde Snepvangers, zeg na maar +gerust aan de andere sloebers wat zij van mij verwachten kunnen, en zeg +dat ik mijn botten vaag aan die smeerlappekens! En als zij niet +oppassen dan wordt ik nog framasson! Slaap wel en droom van zoetekoek! +Maar in de spaarmaatschappij vliegt ge zeker buiten ... + +Hij liet zijn slachtofter in den steek. Niemand had het gezien en niemand +kon getuigen! 't Zal morgen 'n schoone jongen zijn, peinsde hij. +Zegevierend kwam hij thuis waar de vrouwen, die ook de gazet gelezen +hadden, angstig op hem zaten te wachten. Aan zijn kneukels kleefde bloed. + +--Arme Papa, kreet Marieken, en hebben zij u daarbij nog willen +vermoorden! + +--Maar Snepvangers toch! + +--Ik heb den deugniet zijn zaligheid gelezen achter den hoek, morgen loopt +hij gelijk 'n karnavalzot met twee blauwe oogen, en hij kan mij niks, want +hij heeft geen getuigen! 't Is de secretaris der spaarmaatschappij die mij +dat gelapt heeft. + +--Maar, Snepvangers, wat zullen de menschen denken van zoo in de gazet te +figureeren, en dan nog vechten op den koop toe... + +--En dan over _De Gaper_, snikte Marieken. + +--Van 't vechten zal hij wel zwijgen en dan weet niemand iets... en de +gazet dat is politiek, dat is maar comedie!... In de politiek moet ge +filosoof zijn, en 't is niet zoo gemakkelijk om in den Gemeenteraad te +komen. + +--'k Wou dat de kiezing maar voorbij was! + +--Ik ook, beaamde Marieken en zij dacht aan haar huwelijk. + +--Ik ook, zuchtte Snepvangers terwijl hij zich het bloed van de hand +wiesch. + +De verdierenpikker en de President, in het geheim der tuchtiging +ingewijd, verkneuterden zich van plezier. In hun brieventesch bewaarden +zij het uitknipsel der gazet. Zij herlazen menigmaal het relaas van het +voorval verschenen onder de rubriek _Stadsnieuws_: + +"Gisteren avond was onze getrouwe medewerker A.S. het slachtoffer van +een bandietenaanval. De lafaard mishandelde en kwetste onzen vriend +zoodanig dat hij er bedlegerig van is. Politie was natuurlijk weer niet +in den omtrek. Onder de regeering der mannen van "licht, immer licht" +heeft onze stad niets meer te benijden aan Parijs en zijn apachen. De +kiezers moeten er paal en perk aan stellen!" + +Terwijl de kiesstrijd in volle hevigheid woedde, zorgden de dames voor +den uitzet der kinderen. De mannen waren niet te spreken zoodat de +moeders vrij waren alles naar eigen smaak te bedisselen. Antoine en +Marieken gingen vrijend wandelen in den valavond, zoohaast de +winkeldrukte voorbij was. In den loop van den dag wipte Marieken, +dikwijls, onder een of ander voorwendsel, in _De Gaper_ binnen. Zij was +verzot op drop, snoepte regelmatig aan den bokaal "jappekens", in de +buurt als de beste befaamd. De reuk der specerijen, gedroogde kruiden en +verfstoffen was haar haast reeds een behoefte geworden, en zij snuffelde +in kasten en schuiven, in bakken en vaten. Den winkel, den aantrekkelijken +winkel wou zij leeren, zij telde de dagen af die haar nog van het +oogenblik gescheiden hielden dat zij de klanten zou te woord staan. Zij +liet de moeders maar betijen; wanneer zij eenmaal bazin in _De Gaper_ was, +dan zou zij alles wel naar eigen zin inrichten. In zijn drogerij was +Antoine ernstig, een bijdehandsche winkelier. + +Den vooravond der verkiezingen werden de laatste woorden aan de kiezers +per post verzonden of nog in de brievenbussen gestopt. Een kort en bondig +woord: "Wie zijn eigenbelang bemint en de groote concurrentie wil kapot +maken, stemt onder Nr. 3!" De teerling was geworpen. Dien nacht sliep +Snepvangers niet. Zeer vroeg stond hij op, trok zijne nieuwe redingote +aan om zijn burgerplicht te gaan vervullen. Overal waren de muren bedekt +met plakkaten, op de voetpaden nabij de kiesbureelen waren de +strijdcijfers geschilderd, aan de deuren stonden de reclamedragers met +een "Stemt onder Nr..." Na zorgvuldig zijn kiesbriefjes bewerkt te +hebben ging hij een pintje drinken. + +De roes der laatste weken viel weg wanneer hij zoo rustig achter eene +herbergtafel zat. Ja, hij was vermagerd onder de zenuwachtige opwinding, +en voor geen geld wou hij de geschiedenis opnieuw beginnen. Zou hij nu +gekozen zijn? In geval het hem tegenviel zouden zijne vijanden niet weinig +lachen! Anders kwam er weer een serenade met brabançonne, dan het +huwelijksfeest, daarna de vergadering van den Gemeenteraad waarin hij den +eed zou afleggen. Aan tafel praatte hij opgewekt en onbekommerd met +Antoine en Marieken, met Madame Craen en zijn vrouw. Maar de tijd viel hem +lang. Hij verlangde naar en vreesde de komst van den President om den +uitslag te kennen, 't Werd avond en de stemming een beetje gedrukt. Dan +klonk de huisschel onzeker, 't Is mis, peinsde Snepvangers. Beschroomd +stonden President en verdierenpikker voor hem. Hun begrafenisgezichten +waren welsprekend. + +--Wij zijn helaas geklopt, fluisterde de President. + +--Wij moeten den volgenden keer herbeginnen, beweerde de verdierenpikker, +de kiezers werden misleid, zij hebben hun belang niet begrepen... En de +anderen hadden gazetten! + +--De kiezers zijn stommerikken, oordeelde Snepvangers die zijn +luchtkasteelen zag ineenstorten, er is niks mee aan te vangen... en daar +heb ik mij voor opgeofferd, mijn tijd, mijn centen en mijn ambitie in +gesteld, mij door de goot laten sleuren! ... + +--Ja, wij hebben er ons voor opgeofferd, getuigden ook de vrienden. + +--Schreeuw niet, Marieken, 't is allemaal niks... ik vaag er nu toch mijn +botten aan... 't Is nu gedaan met de politiek... Ik trek er uit... Ik geef +mijn ontslag aan al de maatschappijen... dat zij het karreken maar zelf +kruien, ik ben het beu... ik zet geen voet meer op de vergaderingen... ik +ga rusten en van het leven profiteeren... 'n mensch is zot zich muug te +maken voor al die vodden... De politiek is een smerige komedie, en ik wil +geen komedie spelen in mijn ouden dag!... Ik ben er mager van geworden... +Wij gaan nu samen een lekker glas wijn drinken in familie, om te toonen +dat wij niks geven om hunnen Gemeenteraad... Antoine, jongen, als ik u 'n +goeien raad mag geven, doe dan nooit aan politiek... 't Is puur +zottigheid! De wereld wil bedonderd worden, awel voor mij is 't ook +goed... En, Marieken, dat bad wil ik ook niet meer in mijn huis... ik heb +mij nooit in een bad gewasschen en ik zal het zeker nu nog niet doen, ik +geef het u cadeau in uw huishouden... en ik blijf van den ouden eed en +wasch mijn voeten in een tobbeken!... Mama, haal maar een lekkere flesch +op, ik ben blij dat alles voorbij is!... Niemand sprak de wrevelige rede +tegen, vrucht van ondervinding en ontstemming. + +En zoo werd de verloving nogmaals gevierd, en de rust gehuldigd, die +voortaan in het gezin zou heerschen. + +Wanneer de gasten uitgeleid werden en in leutige opgewektheid afscheid +namen, hoorden zij in de verte schorre stemmen weergalmen. Hij voelde +zelfs geen bitterheid meer bij het kiesliedje der overwinnaars: "Van 't +ongediert der papen, verlost ons vaderland?" + + + + +HOOFDSTUK III. + +WIJSHEID EN LEVENSKUNST. + + +Marieken was met pralende plechtigheid getrouwd om de geburen en kennissen +te doen biskeeren. De zingende mis in St.-Jacobskerk, het orgelmuziek op +het Stadhuis en het Bruiloftsfeest bij Weber hadden heel wat opschudding +verwekt en het aanzien der familie Snepvangers weer hersteld, dat door het +mislukt kiesavontuur gedaald was. + +Wanneer de wijnroes was opgeklaard, hernam Snepvangers zijn rustig +renteniersbestaan. Madame, in eeuwige ongedurigheid, dribbelde in huis +rond of winkelde in de buurt. + +'s Zondags dineerden zij met de familie Craen bij de kinderen. Heimelijk +zonden beide moeders een en ander om de dischkaart een fraaier uitzicht te +bezorgen. De winterzondag-namiddagen werden met lekker eten en drinken, in +famillie-gezelligheid, doorgebracht. + +Het jonge paar had, voor het oog der menschen en omdat men toch een +huwelijksreis moet doen, enkele dagen te Brussel doorgebracht. Daarna werd +Mariekens blanke bruidstooi voorzichtig in een koffer geborgen, haar +bruidskrans en ruiker onder een glazen stolp, op de schouw der slaapkamer +te prijken gesteld, en Marieken nam haar plaats in achter den toog der +drogerij op de Torfbrug. De oude meid liet zij baas in de keuken, de +winkelknecht verontrustte zij niet in kelder of magazijn. Zij regeerde dus +met wijsheid, en troonde naast Antoine met groot zelfgenoegen. De uren +vlogen voorbij met het gerammel op den beiaard van Onze-Lieve-Vrouw-toren, +'s Maandags ging zij in den namiddag met de moeders op boodschappen uit; +'s Woensdags woonden zij de avondconcerten in den Dierentuin bij; Vrijdag +morgen gaf als afwisseling het druk geloop van buitenlieden in de drogerij +tot het beiaardspel van twaalf uur verpoozing bracht; de Zaterdag werd +besteed aan schoonmaak en de rustdag volgde dan met groote eetpartij. + +Snepvangers had woord gehouden, zich teruggetrokken uit het +vereenigingsleven. Craen bleef President van den Bond der Neringdoenden +en verweet zijn vriend de verregaande onverschilligheid tegenover de +openbare belangen. Maar Snepvangers, openlijk gesteund door zijn vrouw, +was niet van zijn stuk te brengen. Met den verdierenpikker was het haast +tot een breuk gekomen daar deze aan hetzelfde zeel trok met den President. +De critiek van een ouden vriend kan men natuurlijk minder dulden! Hij +vergaf daarbij zijn kameraad niet hem in dat spoor te hebben gevoerd, +ontmoette hem nog slechts in de herberg om den wille van het kaartspel. + +Hij schiep groot behagen in zijn schoonzoon die, 's Zondags na het eten, +nooit naliet uit te pakken met zijn wetenschappelijken ballast te Leuven +opgedaan. Antoine noemde zijn kruiden met hun latijnsche namen die +Snepvangers niet onthouden kon. Hij sprak over sterrekunde en delfstoffen, +over scheikunde en filosofie. + +De geneeskunde was hem niet vreemd, zijn zalf tegen brandwonden, eigen +uitvinding, vond wonderlijk veel afzet. En hij peinsde, hij peinsde maar +door op nieuwe uitvindingen, middelen om het menschdom te helpen en zijn +inkomsten te verhoogen. Om op de hoogte te blijven der jongste +wetenschappelijke gegevens, las hij geregeld populaire tijdschriften, want +in zijn vak was er voortdurend nieuwigheid en vooruitgang. + +De belangwekkende beschouwingen werden gewoonlijk in den winkel gehouden. +Marieken bewonderde haar echtgenoot en snoepte onderwijl drop, de dames +Kauwden jujube, en de heeren rookten hun sigaar. Antoine ploos zijn +geitenbaardje, zijn gelaat stond ernstig en zijn woorden klonken beslist +en doctoraal. Het was verbazend vreemd voor Snepvangers en Craen die +gretig luisterden, wat de dames niet deden. Marieken knikte telkens alsof +zij het fijne van de zaak verstond. + +--De zon wordt kleiner, verzekerde eens Antoine. + +--Maar jongen wat ge nu zegt, schuddebolde zijn vader. + +--'k Heb het altijd gepeinsd, bevestigde Snepvangers diepzinnig, de zomers +worden korter. + +--De zon wordt dagelijks ouder, orakelde Antoine die zich door geen +onderbreking liet afleiden, de zon neemt af en verliest in warmte. + +--Precies zooals ik gedacht heb, zei Snepvangers, deed een zware haal aan +zijn sigaar en blies kwaadaardig een rookwolk op. + +--Zij verliest haar zelfstandigheid, ja zij verliest haar zelfstandigheid +en vermagert, als ik mij zoo doodgewoon mag uitdrukken, zij vermagert door +ons haar stralen toe te zenden! De geleerde J. Bosles,--er klonk eerbied +in zijn stem--heeft berekend dat de zon elk jaar door uitstraling een +gewicht van 18 maal 10.20 gram verliest... + +--Dat moet een cijferaar zijn, betwijfelde de President. + +--Met andere woorden, hield Antoine vol, in dertig millioen jaren zal de +zon een hoeveelheid stof uitgestraald hebben die gelijk is aan de +aardmassa. + +--'t Is kolossaal, bedacht Snepvangers en hij voelde dat Antoine hem +doordringend aankeek. + +--Ja Papa!... Als nu de zonnemassa vermindert, dan wordt haar +aantrekkingskracht kleiner: de aarde, minder sterk door haar +aangetrokken, moet minder snel van het aphelium naar het perihelium +afdalen en minder snel van het perihelium naar het aphelium opklimmen!... +De duur van deze dubbele beweging, met andere woorden het sterrekundig +jaar, moet langer worden. + +--Zoo is 't Antoine, M. Boskes heeft gelijk, ik ben er zeker van, gaf +de President toe, verheugd dat de uitleg voorbij was. + +--Ik versta niks van ofelium en perium, bekende Snepvangers schuchter, +maar ik wil u wel gelooven op uw woord... maar hoeveel langer moet +volgens u het sterrekundig jaar wel worden? + +--Elk millioen jaar, en hij lei den klemtoon op millioen, elk millioen +jaar zes seconden. + +--'t Is niet veel, meende Snepvangers teleurgesteld, en dan moeten wij er +ons nog niet ongerust in maken, wij hebben nog al den tijd... + +--Laat ons maar liever gaan soupeeren in plaats van daar den kop mee te +breken, stelde Madame Craen voor. + +--De vrouwen hebben geen verstand van wetenschap, misprees Antoine. + +--Neen jongen, troostte Snepvangers. Terwijl zij eens aan een +goudbruin-gebraden kip peuzelden, lei Antoine eene echte geloofsbelijdenis +af: + +--Wat is een mensch tegenover het heelal? + +Bedenkelijk vaagde hij de vettige vingers aan zijn servet; hmde +genoegelijk en bekeek strak zijn schoonvader. + +Snepvangers verschrok, liet het kippen boutje, waaraan hij zoo blijhartig +te kluiven zat, terug in zijn bord vallen, loerde bedeesd naar zijn +teljoor en vond in zijn bedremmeling geen antwoord. Met zijn plakkerige +hand streek hij zich over zijn kort-grijs stekelhaar, voelde aller oogen +op hem gevestigd. + +--Ja, wat is een mensch tegenover het heelal? + +--Niet veel, waagde Snepvangers en wou zijn boutje weer vastgrijpen. + +--Neen, niks, Papa, niks, absoluut niks, klonk vernietigend het betoog +uit den mond van den drogist, zoodat Snepvangers de hand van het +kippenboutje aftrok. + +--Dat is wat straf, Antoine, verweerde hij zich. + +--Neen, niks, niks, niks! Een korreltje zand in de woestijn, een druppel +water in de zee... een molecule... + +--Watte? + +--Een molecule, dat is de kleinste denkbare hoeveelheid stof die op +zichzelf kan bestaan!... + +--Toch iets meer, Antoine, toch iets meer, hield Snepvangers, rood van +ontroering, vol, nu ben ik het niet akkoord. + +--Ha, ik weet wat ge zeggen wilt, zegevierde de drogist, ge wilt zeggen +dat wij een ziel hebben, dat wij redelijke schepselen Gods zijn! ... + +--Ja, stemde Snepvangers direct in, gelukkig dat hij zich aan dat +argument kon vastklampen, en hij greep weer naar zijn bord, ja Antoine. + +--Maar dat is een ander kwestie... ik ben het met u eens op dat punt... +maar gesproken volgens absolute stelling, onder wetenschappelijk oogpunt +beschouwd, zijn wij tegenover het heelal niet meer dan een mier, een +zandkorrel of een druppel regenwater!... + +Snepvangers voelde zich angstig onbehagelijk, hij begreep niet waar zijn +schoonzoon heen wou met zijn smakelijk gepeuzel te onderbreken. + +--Wetenschappelijk mag dat waar zijn, antwoordde hij gebelgd maar waardig, +doch 'n mensch is geen mier, 'n mensch is een mensch!.. Ja een mensch!... +Geen regenwater!... Hij is naar God geschapen!... Zoo is 't! ... De +geleerden kunnen ons wijs maken wat zij willen!... Ik blijf bij het +geloof, Antoine. + +--Maar Papa toch, kreet Marieken. + +--Papa heeft gelijk, koos Madame Craen partij. + +--Wij moeten tot stof vergaan, probeerde Madame Snepvangers te verzoenen. + +--Mama begrijpt mij, draaide Antoine bij. Hij had de tafel vergeten en +zag niet in waarom de fraaie, wetenschappelijke bespiegeling niet beviel. +Ja, wij moeten helaas tot stof vergaan. + +--Ja, dat is zoo, gaf Snepvangers toe, in het besef dat er een eind moest +aan komen. + +--Ja, rotten moeten wij allemaal, verzekerde ook Craen. + +--Papa heeft me verkeerd begrepen, ik ook verbind de wetenschap aan den +godsdienst... geloof sluit geen wetenschap uit... + +--Ja, 't is wat te zeggen in de wereld, gaf Snepvangers nu berustend toe +en begon ditmaal opnieuw te kluiven. Het woord molecule moet ik onthouden, +dacht hij, terwijl hij wat appelmoes op zijn bord nam. + +--Ik ben neo-thomist, speelde Antoine onverstoord uit. + +--Een neo-thomist? vroeg Marieken benauwd. + +--Die partij ken ik niet en wil ik niet kennen, weerde Craen zich. + +--Gelooven die dat we van de apen afstammen? Vroeg Snepvangers bekommerd, +maar bleef voortpeuzelen. + +--Dat kan niet, zei Madame Craen angstig. + +--Ik wil van geen apen afstammen, weigerde Marieken. + +--Neen, maar zij oordeelen... Darwin... + +--Och dan is het goed, Antoine, besloot Snepvangers onverschillig, en +nam nog een stukje van de borstkas, dan zullen ze wel gelijk hebben. + +--Snepvangers, ik geloof dat het nu een goed oogenblik is om +petrool-fondsen te koopen... die gaan stijgen, man! + +Hierdoor gaf de President het gesprek een andere wending, want hij ook +was bevreesd voor de wetenschappelijke invallen van zijn zoon. Hij had +verschrikkelijk veel geleerdheid opgedaan, doch Craen sprak liever over +koetjes en kalfjes zooals het een gewoon, ordentelijk man past. Antoine +benuchterd, liet zijne benarde zaak in den steek, daalde af tot de +gemeenschap en sprak over fondsen en beurskoersen. + +Snepvangers bewonderde de kundigheden van zijn schoonzoon, maar was toch +tevreden, na de zondagsche hoogvliegerij, weer zonder inspanning te kunnen +praten met geburen en herbergvrienden. + +Tot zijn overbuur voelde hij zich bijzonder aangetrokken. Zoohaast het +weer eenigszins beter werd, liet hij 's morgens vroeg zijn spitsken weer +de dringende wandeling doen in de straat. Hoe vroeg hij ook opstond, +steeds lag de man uit het kousen winkeltje aan den overkant, met gekruiste +armen over de halfdeur te loeren en riep hem, immer welgemutst een goeden +morgen toe. Hij dampte uit zijn goudsche pijp en hield den steel tusschen +de dikke worstvingertjes geklemd. Steeds spuwde hij regelmatig, met +pletsend geluid, juist op den kant van het voetpad voor zijn deur. +Ssnepvanger kende hem sedert lang als een zwaarlijvig wezen, van +gelijkmatig humeur. De vrouw regeerde in den kousenhandel. De baas mocht +de vitrien wasschen en de uitstalling van kousen, roode snuifzakdoeken, +sajet en garen onderhouuden, soms een boodschap doen uit visschen gaan of +bij zijn duiven zitten op zolder. In zijn vrije oogenblikken lag hij maar +altijd over de halfdeur te rooken en te spuwen. Snepvangers die jaren +de welvarende nering kende, vermoedde wel dat het koppel dikkerds er +warmpjes in zat. Zij leefden afgetrokken en vergenoegd, de man wist dat +de vrouw de broek droeg, maar 't verhinderde hem niet vermits hij op tijd +zijn natje en zijn droogje had. Het huisje was nog antieker dan zijn +ouderwetsche bewoners, al was het trapgeveltje weggebroken om plaats te +maken voor een kroonlijst. De halfdeur was gebleven om overbuur van zijn +gemakje niet te berooven. + +Het bleef bij wederzijdsche beleefdheid. Snepvangers had maar gaarne +geweten wanneer overbuur opstond; hij deed heimelijk zijn best om eens +voor hem te zijn, doch steeds lag de vent, die hem mogelijk doorzag, +reeds rustig te rooken en groette hem met een welwillend gegrinnik. Hij +slaapt niet, oordeelde Snepvangers, er zijn menschen die niet slapen +kunnen omdat zij wat op den lever hebben. Maar het geweten van den man +zou wel door niets bezwaard zijn, hij was steeds te vergenoegd. De duiven +zullen hem wekken, veronderstelde hij, hij zal juist onder het duivenhok +slapen. Hij moet een droge keel krijgen met al zijn speeksel zoo te +vermorsen, bedacht hij verder. Nooit had het doen en laten van een mensch +zoozeer zijn belangstelling gewekt. Aan de koffietafel zelfs praatte hij +over de eigenaardigheden van den buurman, over zijn spuwkracht. Nooit +ontvingen de menschen uit het oude kousenwinkeltje bezoek, vertelde +Madame, de vrouw, het mafkoeiken, zei geen schamel woord meer dan noodig +was in de winkels, en rijk waren zij gewis, want ook het huisje was hun +eigendom. Propere, stille menschen, die jaarlijks hun geveltje laten +schilderen de deur in eik zetten! Op een voorjaarsmorgen, de zon koesterde +reeds warm den spinnenden, grijzen kater vóór het huis van Sander, bood +zich de gelegenheid om nader kennis te maken. Spitsken joeg in +lente-overmoed achter de poes, die over de halfdeur naast het hoofd van +haar meester wegsprong. Snepvangers stak de straat over en zocht zijnen +hond te verontschuldigen. + +--Dat doet hij anders nooit, Sander. + +Neen, schuddebolde de kousenvent, maar hij zei geen woord, verbluft door +den plotsen aanval. De mogelijkheid van een gesprek met Snepvangers te +voeren had hij nimmer bedacht. Onthust staarde Snepvangers in den klaren +hemel, Sander vergat te rooken. + +--Schoon lenteweer, teemde Snepvangers. + +--Ge wordt weer vetter... ge krijgt weer buik... dat is goed, antwoordde +Sander en spuwde tot bevestiging. + +--Ja, Sander! + +Schuw was hij, hij had berouw den man gestoord te hebben in zijn +ochtendbezigheid. Met inspanning en ontzetting zag hij Sander spuwen, +prevelde iets en trok zich terug. Eenige dagen gingen voorbij zonder dat +hij een poging waagde, hoe toeschietelijk Sander ook glimlachte en +lustig knikte wanneer hij aan de deur verscheen. Maar Spitsken joeg weer +achter den kater, en het beest wipte weer binnen over de halfdeur. + +--Hij kan hem niet krijgen, pochte Sander. + +Snepvangers stak de straat over en ging tegen de oude deurlijst leunen, +van waar hij aandachtig het waterspel van Sander gadesloeg. + +--Ge speekt toch zoo vreeselijk veel, Sander, oordeelde hij vol +ontzetting, is dat van 't smooren? + +--Bijlange, niet, Snepvangers, ik kan speeken zonder smooren... ik kan +altijd speeken als ik aan de deur sta. + +--Maar waarom dan toch, Sander? + +--Omdat mij dat amuseert! + +--Amuseert u dat? + +--Ja kolossaal... ik speek nooit in de goot, altijd op 't kantje van den +trottoir. + +--Wat de zegt! + +--Ja, dat is zoo'n gewoonte en ge kunt niet gelooven hoe plezant het +is!... ik doe het nu al jaren... en toen ik eens in mijn bed stak met +flerecijn was ik ziek omdat ik niet speeken kon!... + +--Ge zult te veel speeksel hebben, Sander. + +--Dat kan wel, maar ik doe het toch meer om het verzet... ieder mensch +heeft zoo'n liefhebberij... gij hebt de politiek gehad, ik speek +liever... en loer naar de menschen. + +--Ja, gaf Snepvangers verlegen toe. + +--Ik loer naar mijn speeksel en naar de menschen, en denk na!... + +--Ge zijt 'n filosoof, Sander. + +--Dat kan wel, al ben ik er niet zeker van... soms tel ik de keeren dat +ik speek, 't zijn cijfers, Snepvangers! Soms zie ik van alles in mijn +speeksel, allemaal dingens om te lachen, want ik ben nooit triestig. + +--Ik heb u al zoolang in 't oog gehouden, ik was bang dat het speeken +een ziekte was!... + +--Ik had het wel in de gaten, maar 't is geen ziekte, al zou dat wel +kunnen bestaan; de speekziekte! Het komt omdat ik zoo weinig tegen de +menschen spreek, weet ge, daarom speek ik. De mond moet toch beweging +hebben. + +--Dat zal wel, Sander. + +--Ik kan maar niet verstaan waarom de steenen niet verslijten! + +--Verslijten? + +--Ik heb eens gelezen van een steen in een gevangenis, en de steen was +door een waterlek uitgesleten, fluisterde Sander geheimzinnig. + +--Onmogelijk is het niet, bedacht Snepvangers. + +--Maar ik zou nog veel meer moeten speeken om het zoover te brengen, +zuchtte Sander, en in den dag heb ik nog wat anders te doen. + +De volgende dagen kwam Snepvangers, zonder belet te vragen, leunen tegen +den buitenkant der halfdeur. Zijn nieuwsgierigheid was nu bevredigd, maar +de belangstelling bleef bestaan voor het onderhoudend spuwen. Zij spraken +niet veel, zoo wat over kat en hond, over weer en wind, luisterden naar +het tampend klokje der paterkens op de Ossenmarkt. Het gebeurde wel dat +Snepvangers aangehitst, betrapt werd dat hij poogde mee te spuwen. + +--Niet ver genoeg, keurde Sander af, in de goot, klonk het anders +minachtend. + +Beschaamd zweeg Snepvangers dan, maar wanneer hij toevallig in den plas +kon treffen, dan zegevierde hij: + +--'t Is er in, Sander. + +--Ge leert bij, moedigde de kousenvent aan, 't is niet zoo gemakkelijk +als het wel schijnt... Ge begint er ook al plezier in te krijgen, niet +waar? + +Zoo ging de lente voorbij en de zwoele zomer woog op de stad. Snepvangers +leefde genoeglijk en stil. In _De Gaper_ werd een kleine gaper verwacht +en op de gezellige, zondagsche eetpartijen werd haast over niet anders +meer gesproken. Antoine en Marieken lazen boeken over kinderkweek, over +het verzorgen van zuigelingen, over de verpleging der kraamvrouw, +raadpleegden werken over gezondheidsleer voor pasgeborenen en moeders, +over de kunst om kinderen op te voeden. + +--Dat is de nieuwe tijd, stelde Madame Snepvangers vast. Zij was +inschikkelijk nu zij naar hartelust haar leven had ingericht. + +--In onzen tijd, meende Madame Craen, werden er zooveel babbelguigjes +niet gemaakt, en kinderen kwamen er ook. + +--De wetenschap heeft veel verbeterd, verzekerde Marieken. + +Craen en Snepvangers profiteerden van de gelegenheid om stillekens naar +de kroeg te sluipen. De vrouwen en Antoine zouden dat wel bedisselen, +van wetenschappelijken kinderkweek hadden zij geen begrip, en ook het +verzorgen van den kindskorf viel buiten hun bevoegdheid. Eens dat zij +langer dan naar gewoonte hadden blijven plakken in _Het Nachtlicht_, +kochten zij, om zich te verontschuldigen, een prachtige wieg. + +Een morgen in Oogst stond Snepvangers weer aan den buitenkant der +halfdeur naast Sander aan den binnenkant. Het zou weer erg warm worden +zoodat men niet wist waar kruipen, overwoog Snepvangers. + +--Morgen ziet ge mij niet, bedreigde Sander. + +--Wat is er gebeurd? ondervroeg Snepvangers verschrikt. + +--Er is nog niks gebeurd, maar er gaat iets gebeuren! + +--Wat zegt ge, Sander? + +--Er gaat iets gebeuren! + +Snepvangers keek verstomd naar den talmenden, vergenoegden kousenvent. +Deze lachte sluw en pinkoogde. + +--Wat gaat er dan gebeuren, Sander? + +--Ik ga uit visschen! + +--Och anders niet, ontviel het den teleurgestelden Snepvangers. + +--Ik ga uit visschen en zal dus niet speeken! + +--Wel, wel toch! + +--En ik ken iets van visschen! Ik vang baars, brasem, snoek, karpel en +paling... Ik weet ze zitten, ik ken de beestjes, ik weet wat ze gaarne +eten. Ik heb het leven van de visschen bestudeerd!... + +--Ik ook, zei Snepvangers, die niet wou onderdoen in kennis, ik heb ze +bestudeerd in het aquarium van de Zoologie. + +--Waar? In het aq... wat? + +--Ja, daar zitten zij achter glas... en ge ziet ze eten en permentelijk +ademen want de luchtblaasjes broebelen boven het water uit. + +--Achter glas. Snepvangers, visschen achter glas? Snepvangers, wij zijn +goeie vrienden en 'k heb u leeren speeken met plezier, maar ge moet mij +niks willen wijsmaken, betoogde Sander ongeloovig. + +--Toch is het zoo, hield Snepvangers vol. + +--Ik ben wel eens in de Zoologie geweest in mijn jonge jaren, en 'k heb +er leeuwen, tijgers, vogels en andere wilde beesten gezien... maar +visschen achter glas!... Neen, dat is geen echte visch, dat is zoo'n +komieke uitvinding... + +--'t Is echt! + +--Geloof het niet, Snepvangers, 'k heb er ook vogels gezien, opgevulde +vogels... en 't zal wel zoo iets zijn in karton of blik... ze probeeren +alles om de menschen te verneuken. En dat gij u laat beetnemen? + +--Ge moet eens mee gaan zien, Sander, we zullen eens samen gaan... + +--Neen, Snepvangers, dat nooit, ik ben te oud om mij voor den aap te +laten houden!... + +--Maar Sander toch! + +--Gij moet eens met mij gaan visschen, ik zal u eens echte, serieuse +visch laten zien. + +--Ik wil wel, zei Snepvangers. + +--Nog niemand heb ik meegenomen, want ik vertrouw niemand... Maar u, +Snepvangers, u zal ik eens leeren visschen... Alleen moet ge mij beloven +te zwijgen en u niks meer te laten wijsmaken... Koop uw gerief, en zorg +dat ge om drie uur klaar zijt, want we trekken vroeg naar buiten. + +--Ik zal klaar zijn, beloofde Snepvangers vermits hij zeer belust was op +de nieuwe uitspanning. + +In den namiddag voorzag hij zich van zijn gereedschap. Hij kocht een +rieten inschuifhengelroede, snoeren, haken, loodjes, kurken dobbers, +een wormbakje en een vischmand. Op den koop toe kocht hij een +handboekje: _De Hengelaar_. + +Daar hij vroeg wou gaan slapen liet hij de vrienden van de kaarttafel +uit _Het zwart Paard_ in den steek. Vlijtig las hij de algemeene +beschouwingen over zijn sport en de bepaling van den besten vischtijd: + +"De hengelaar is iemand die er nooit tegen opziet, om zich met +zonsopgang in het veld te bevinden. + +"De sport werkt volgens geneeskundigen kalmeerend op de overspannen +zenuwen. In Engeland wordt veel gehengeld door heeren en dames, die veel +geestelijken arbeid verrichten. + +"De hengelaar moet er steeds naar streven met de politie op goeden voet +te blijven. + +"De kenner weet bij instinct altijd de beste plekjes op te sporen. + +"Door oefening wordt de kunst verkregen. + +"De eigenlijke hengelperiode begint met Augustus... + +"De visch houdt van een licht gedekt luchtje... maar men lette ook op den +wind ..." + +Dan las hij hoe men zich moet kleeden. Een kostuum met veel zakken, +vetleeren kaplaarzen om natte voeten te vermijden en een regenjas tegen... +regen! Daar zou hij moeten overheen stappen, want noch een noch ander had +hij in zijn garderobe. Dus ook zijn regenscherm moest hij thuis laten! + +Belangwekkend waren de mededeelingen over de voorbereidende maatregelen: +het voederen van den visch en de verboden geheimmiddelen. Vooral het +aas vergde al zijn aandacht. Wormen, kaas, brood, zoetekoek, aardappel, +garnaal, kleine visch van zes tot twaalf centimeters, kikkers! Hij peinsde +na, onderbrak zijn lectuur, ging pieren steken in een vochtig hoekje van +zijn tuintje, lei ze zorgvuldig in het wormbakje. Dat ik nu geen +peterselie heb, betreurde hij, het peterselievocht prikkelt danig hun +huid! Het vangen van de verschillende vischsoorten alsmede de wettelijke +bepalingen kon hij niet meer doorwerken, dat zou iets voor later zijn, +want nu was het bedtijd. + +Toen Sander aanbelde stond hij kant en klaar, beladen met zijn vischtuig +en zijn boterhammen. De buurvriend was nog erger beladen, men zag het aan +zijn uitrusting dat hij een oud visscher van beroep was. Hij droeg een +breedgeranden zonnehoed. + +Zij togen door de stille stad in den lichtenden ochtend, voorbij het +begijnenhof der Roodestraat, langs de Rijnpoortvest, naast het Stapelhuis +en de dokken vol schepen en schuiten. Onder weg tjilpten de musschen. Een +dronken matroosje lag ergens in een goot zijn roes uit te slapen. Nu en +dan zagen zij een politieagent, een douanier of een nachtwaker. Zoo +verlaten en stil had Snepvangers de stad nog nooit gezien. Sander voerde +hem over bruggen, doorheen een doolhof van houtstapels, tot zij eindelijk, +naast een sas, over de brug der Royerssluis, den Scheldedijk optrokken. +Voor hen lag de kabbel-klotsende rivier in den morgensmoor, waarop het +Licht reeds straalde. + +Achter hen lag de stad met de torens en de huizen zonder leven. Rechts, +in de laagte, liep breed en diep de donkere gracht van het Noordkasteel, +waarvan de groene wallen heuvelend opstaken. Maar hun blikken gingen naar +den grooten Scheldeplas, waarin mogelijk zooveel visch moest verscholen +zitten! Een paar kleine garnaalknotsen met bruine zeilen laveerden naar de +stad, een driemaster lag voor anker achter den hoek. Aan Oosterweel, +verscholen tegen den dijk, volgden zij den steenweg door den Polder. Hier, +onder den oneindigen hemelkoepel, was het rustig. Zij hoorden alleen het +geloei der koebeesten in de weiden en het klimmend gezang der vogels over +de groene, bedauwde vlakte. Sander onderbrak door geen onvertogen woord +het zwijgen vol verlangende verwachting. Nu trokken zij door binnenwegen +tot in 't hartje der groene weiden en der stilte van den vreedzamen +ochtend. Eindelijk bleef Sander staan, haalde uit een zijner zakken een +sleutel te voorschijn, opende het slot van een hek, trok de slagboom open, +wenkte Snepvangers. + +--Hoor de leeuwerik klimmen, zei hij en bleef even luisteren. + +Nu sprak hij weer, floot een lustig deuntje terwijl hij voorop liep door +het vochtige gras. Wanneer hij weer stilstond was het airken uit, en wees +hij op een wiel bedekt met waterplanten en kroos. + +--Dat is mijn eigen visscherij, en op de weide laat ik geen koeien grazen +om de vischkens niet bang te maken! + +--Sander dat had ik nooit gedacht! + +--'n Mensch moet niet alles aan 't klokzeel hangen, mijn vrouw eet gaarne +visch en ik vang hem gaarne... daarom kochten wij grond en water... Maar +zwijgen, Snepvangers. + +--Ja Sander, en Snepvangers droomde van de verborgen genoegens van den +kousenvent. + +--Ik speek gaarne, maar ik visch nog liever! + +--Dat geloof ik. + +--'t Is een oud Scheldewiel, en diep, och zoo diep! Doch wij moeten +zwijgen want de visch is zoo slim, hij hoort alles. + +Sander bracht zijn hengelroede in orde, liet zachtjes zijn haak zakken +tusschen het kroos, lei een steen op het uiteinde van den stok. Daarna +monsterde hij de uitrusting van zijn vriend, schoof de stokken op elkaar, +bond de snoer aan een zorgvuldig gekozen haak, zag misprijzend op de +pieren neer, maar nam toch dit aas, wierp de lijn een paar meter verder +te water, en lei weer een steen op den stok. Zonder vrees voor den dauw +hurkte hij neer aan den waterkant, nam een platte flesch uit een +binnenzak, dronk een slokje, smakte genoegelijk, gaf gemoedelijk knikkend +het fleschje aan den buurman. + +--'t Is voor de wormen, fluisterde hij, er is niks zoo goed tegen de +wormen als een borreltje op de nuchtere maag, vooral in open lucht. + +Snepvangers proefde, keek bekommerd naar de dobber. + +--Laat dat maar, verzelde Sander, ge kunt zien dat ge van visschen niks +kent... zij vinden het zelf wel... als zij ons maar niet hooren... + +--Wat gaan wij nu vangen, Sander? + +--Wat God belieft! 'n Mensch mag nooit te rap zijn en vooruit willen +denken... wat wij vangen dat zullen wij moeten afwachten... soms vangt +men veel, soms vangt men niks! + +--Maar 'k heb een boeksken gekocht waarin staat hoe men de verschillende +vischsoorten moet vangen. + +--Een boeksken? Geloof toch vooral geen boekskens! Kunt ge nu in een +boeksken leeren visschen of zwemmen? De ondervinding leert het, +Snepvangers... Gij hebt dat boeksken toch niet gelezen zeker? +Wantrouwde hij. + +--Neen, Sander, 'k heb nog geen tijd gehad. + +--Ha! dan is het goed... Lees het vooral niet... Daar is niks goed van te +verwachten... Beloof me dat ge het niet zult lezen!... + +--Als ik u daar plezier mee doen kan... + +--Ja, groot plezier, vriend Snepvangers, want als ge het boeksken leest, +dan neem ik u niet meer mee... En ik zal u leeren visschen zooals ik u +heb leeren speeken, omdat ik u genegen ben... Kom, laat ons nu een +boterhammeken eten, want er is niks zoo slecht als nuchter te blijven in +de dauw van den Polder! + +--Maar de lijnen? + +--Laat de lijnen maar liggen ... als wij beet krijgen zullen wij het wel +zien... Wij moeten den visch zijn goesting laten doen, weet ge... Dat is +slim!... + +Zij aten hun boterhammen en dronken een slok koude koffie. De morgen +klaarde over den wijden Polder. Een kikvorsch wipte voor de voeten van +Snepvangers weg en Sander lachte omdat buurman zoo schrok, maar hij +lachte gedempt, als inwendig. + +--Hier ben ik nog liever dan aan mijn deur ... hier denk ik niet aan +speeken ... ik denk aan mijn jonge jaren, want ik ben ook een boerken +uit den Polder... Hier ben ik nog beter gezind dan thuis... + +--Ja, het buitenleven, mijmerde Snepvangers, in een opwelling van oude +herinneringen. + +--Ik houd van gras en water ... en van de beestjes in de natuur... Mijn +vrouw houdt alleen van haar winkel ... daarom kom ik hier altijd maar +alleen, ... maar ik ben gaarne alleen ... ik ben altijd even blij. + +--Hij bijt, kreet plots Snepvangers, die zijn hengelroede zag trillen. + +--Ssst! Ssst! Maak toch geen leven! Voorzichtig! + +--Maar hij bijt, zeg ik. + +--Ja, en nu zal ik hem eens properkens voor u ophalen; een visch ophalen +is de groote kunst, moet ge weten.... + +--Spoed u dan toch, dwong wanhopig Snepvangers. + +Traag en behoedzaam stond Sander recht, pakte de hengelroede beet en trok +zachtjes-aan. Het drijvertje kwam omhoog, de strak-gespannen snoer volgde, +en een spartelende brasem met zilverbruine schubben hing aan den haak. +Behendig werd hij op de wal geloodst, losgemaakt en in de vischmand +gestopt. De twee visschers hurkten er bij neer, keurden en bewonderden. + +--Hij weegt zeker 'n kilo, meende Snepvangers. + +--Dat kan, willigde Sander in, ik zeg niet neen of ik zeg niet ja, dat +moeten wij wegen!... Leer ik u niet goed visschen? ging hij blijhartig +voort, 'k had het anders met zoo'n aas niet durven denken, voltooide hij +bekommerd. + +--Deugt mijn aas niet? + +--Och, wat zal ik zeggen, ja en neen, dat hangt af hoe men het wil +beschouwen... mijn aas is natuurlijk beter. + +--Ja, dat zal wel, gaf Snepvangens toe, grootmoedig door zijn schoonen +inzet. + +De vischhaak werd opnieuw van aas voorzien en te water gelaten. Sander +zweeg nu, frutselde aan andere snoeren, nachtlijnen die hij in den dag +maar plaatste en aan kleine paaltjes vastknoopte, ging dan onverschillig +gelukzalig liggen droomen. Hij werd opgeschrikt toen Snepvangers weer +beet had. Ditmaal haalde hij een fraaie karper op. + +--'k Heb meer last met uw lijn dan met de mijne, verweet hij genoeglijk; +uw aas moet toch goed zijn ... men is nooit te oud om te leeren in de +visscherij ... of uw plek is beter ... ik moet seffens uw aas eens +gebruiken. + +--Gebruik gerust, of ge komt nog platzak thuis! + +--Och, dat kan den besten overkomen ... schoone visch ... er is ook wel +wat geluk bij in 't visschen, kalmeerde hij; er zijn menschen die er niks +van kennen en toch vangen. + +--Ja, bekende zijn buurman deemoedig. + +Nu begon ook Sander beet te krijgen, en de pen van Snepvanger trok +telkens weg, zoodat hij voortdurend in de weer was om op te halen en +nieuw aas te bevestigen. + +--Voor twee visschen is toch te veel!... Maar nu ik er aan denk, +Snepvangers, hebt gij een vischverlof? + +--Neen, Sander. + +--Dan kunt ge in de boet zijn als de veldwachter komt. + +--Daar heb ik niet aan gedacht, prevelde Snepvangers onthutst, en de +vreugd der vangst was bedorven; gij hebt me niet gewaarschuwd. + +--Och, ik dacht dat gij de wetten kendet, lachte de kousenvent en ging +voort aan zijn werk. + +Snepvangers ging wat achteraf zitten, niets op zijn gemak door de +bedreiging met den veldwachter, waardoor zijn plezier bedorven werd. +Sander kreeg medelijden. + +--Wees maar niet bang, de veldwachter komt wel niet en dan zeg ik maar +dat ik met twee lijnen visch... daarbij ik ken hem... ik zei het maar +om de aardigheid. + +--Een boet is geen aardigheid... Ik wil voor geen vischken op 't tribunaal +komen. + +--Kom, kom, neem nog een borrel, Snepvangers; weeral baars, nu vangt ge +niks meer dan baars... + +--Lekkere genever, vergoeilijkte nu ook Snepvangers. + +--Straks leggen wij ons gerief op den kant en vangen een uil... Als het +te warm wordt, dan bijt de visch toch niet meer... Daarna gaan wij spek +met eieren eten bij den boer, dan wandelen wij stillekens naar huis. +Zij zullen niet weinig verschieten als ge met zoo'n mand visch thuis +komt... Maar zwijgen, zulle... Ik neem niemand mee dan u... + +Toen de vischmandjes vol waren, werden de snoeren opgerold en de lijnen +uiteengenomen. Men zou eerst eten en dan slapen. + +--Meer kunnen wij niet opeten, zei Sander, en ik vang nooit meer dan wij +eten kunnen... van weggeven houd ik niet en daarbij ik ken geen +menschen.... Overmorgen kom ik opnieuw.. en gij, Snepvangers? + +--Als het u niet geneert! + +--Zeker niet, met twee is het nog veel plezanter om den weg te korten... +kom, nu gaan wij naar de hoeve. + +Hier was Sander thuis. In afwachting dat het eten klaar was, liep hij in +wagenkot en stal, in schuur en huis. Behagelijk snoof hij de scherpe +stallucht op, had plezier in den fellen haan en zijn hennen, in de eendjes +en de duiven. Na zich rond gegeten te hebben, gingen zij, achter den +boomgaard, tegen een kleine hooiopper liggen slapen. + +--'k Wou dat ik thuis een koe kon houden, wenschte Sander. + +--Ja, wenschte Snepvangers mee, doch hij voelde wel dat de woorden van +zijn vriend hem in zijn slaperigheid ontglipten. + +Laat in den middag werd Snepvangers gewekt door een gemeene vlieg, die +hem op den neus kittelde. Sander snurkte nog zalig, zoodat zijn vriend +hem met tegenzin wekte. + +--'t Is tijd, Sander + +--'k Lag er juist aan te denken.... + +Zij keerden langs den dijk, over de bruggen, in het tierig havenleven der +stad weer, namen afscheid aan de halfdeur. Snepvangers vond het keffend +spitsken alleen thuis. Hij lei zijn vischtuig neer en met het mandje +waarin zijn vangst geborgen zat trok hij naar de Torfbrug, want hij +veronderstelde dat zijn wederhelft bij Marieken op bezoek was. + +In den winkel stond de knecht achter den toog. De man vertrok zijn +gelaat, grijnslachte en wees met dwaas gebaar naar de deur der huiskamer. +Hij is van lotje getikt of zat, dacht Snepvangers. In de kamer zat Craen, +rood van opwinding, te proeven aan een flesch wijn. Spraakloos stond hij +op, vulde een tweede glas, tikte prosit en zei: + +--'t Is 'n jongen, Snepvangers. + +--Wat, 'n jongen?... + +--Ja, met al hun boeken over kinderkweek hebben zij zich nog misrekend. + +--En Marieken?... + +--Alles in orde, Snepvangers, drink maar eens, we zullen ze seffens gaan +bezoeken... Ik ben peter, Snepvangers, en 't zal sapperdeboeren feest +zijn! + +--En ik die uit visschen ging! + +--We konden er toch geen hand aan uitsteken... laat uwen visch maar eens +zien! Wel, wel! Zelf gevangen, niks uit den vischwinkel? + +--Wat denkt ge wel! Hij ademt nog!... + +--Kom laat ons nu maar naar Albertken en zijn moeder gaan zien. + +De visch werd in de kraamkamer bewonderd, evenals het kind en de moeder. +De vrouwen vertelden van het kraambed, Snepvangers bevestigde keer op +keer dat de kousevent een "aardige", een zonderling was. Marieken, +bleek onder de kanten slaapmuts, lag gelukzalig te staren; Antoine zag +verwezen naar de wieg, waarin de boorling te leven lag. De baker eindigde +met het gezelschap naar de huiskamer te verwijzen. + +Het doopfeest en Mariekens kerkgang gaven aanleiding tot vette +familiefeestjes, waarna het dagelijksch leven hernam. Marieken stond +weer achter den toog en een kindermeid voerde den kinderwagen straatjes +om in de buurt. + +Snepvangers had een vischverlof en ging, zoolang het seizoen het duldde, +mee uit visschen. Toen het najaar stillekens naar den winter liep, moest +hij zich weer bepalen met 's morgens het waterspel van Sander na te +kijken dat wel iets van zijn aantrekkelijkheid verloren had. Hij sprak nu +dikwijls over Albertken dat reeds slim uit zijn oogjes begon te kijken en +zijn grootvader erkende. + +--Ge zijt 'n gelukkige vent, Snepvangers, zei eens de kousevent, en voor +de eerste maal scheen hij niet vroolijk, gij hebt een dochter en een +kindje dat grootvader zal leeren zeggen. + +--Ja, Sander! + +--Ge weet niet hoe gelukkig gij zijt... de menschen waardeeren niet +genoeg wat zij hebben... Wij hebben geen kinderen en zitten moedermensch +alleen in onzen ouden dag... + +Sander hield op met spuwen, aarzelde nog een oogenblik, ging toen plots +zonder groet naar binnen. + +De dagen sleten en 't werd telkens avond en tijd om kaart te spelen. De +zondag bracht den familiekring samen, en Albertken was de held van het +gesprek. Het kind groeide met den dag en allen vonden het schoon, slim +en groot. + +In het voorjaar, een dag dat het buiïg regenweer, het volle genot der +kachel schonk en de huiselijkheid deed waardeeren, vond Madame +Snepvangers in de brievenbus het aanlokkend prospectus eener Brusselsche +reisagentie. Zij lei het zorgvuldig bij de gazet om na het avondmaal, +wanneer het licht ontstoken en het huishouden aan kant zou zijn, het +druksel te lezen. De ordelievende vrouw wierp nooit een reklaambiljet +ongelezen weg, zat met den bril op den neus en de ongestopte kous in den +schoot, aandachtig te spellen. Was het een simpele inval of een lang +sluimerend verlangen, dat plots wakker werd? + +--Snepvangers, wat moet dat Zwitserland toch schoon zijn! + +--Ja, zei Snepvangers, die rustig in zijn zetel zat te rooken. + +--Wij hebben gewerkt en gespaard en niks van de wereld gezien!... + +--Ja!... + +--We moesten toch ook eens een reis naar Zwitserland doen in den zomer. + +--Och! + +--Veel geld kost het niet en de gidsen zorgen voor alles, tot zelfs voor +het drinkgeld. + +--Och! + +--De hooge bergen vol sneeuw, die schoone valleien en meren... die +koeikens met bellekens aan den hals, dweepte madame. + +--Maar Mama toch, bracht Snepvangers verbluft in 't midden. + +--Ja, vóór ik sterf wil ik Zwitserland gezien hebben, bekende Madame in +vervoering, en gij gaat mee, zei ze verteederd, want zonder u zou ik niet +gerust zijn tusschen al die vreemde menschen in de hotels. + +--Waar zijn uw gedachten toch, Mama, Zwitserland ligt zoo ver van hier. + +--Lees het zelf maar eens... het staat er allemaal in! + +Snepvangers las en zei geen woord meer. Tegen den wil van zijn vrouw kon +hij niets doen, en 't was nog geen zomer. Maar Madame sprak weldra over +niets anders meer dan over Zwitserland. Stilaan begon Snepvangers er ook +minder tegen op te zien, zijn bezwaren vielen weg, de reislust werd ook +in hem gewekt en de prospectus begon ook hem aan te lokken. Hij nam den +kousenvent in zijn vertrouwen, sprak hem van zijn reisplan. + +--Niet doen, Snepvangers. + +--Waarom niet, Sander? + +--Niet doen, zeg ik. + +--Maar waarom niet? + +--Als ik u 'n raad mag geven, blijf dan in uw straatje, ge gaat u weder +onnoodig moe maken om sneeuwbergen te zien... wat hebt ge nu aan +sneeuwbergen en koeien met bellekens rond den nek?... Niks! En er kan een +ongeluk met den trein gebeuren, dat leest ge toch dagelijks in de gazet... +Ge kunt in een afgrond vallen en morsdood zijn! Ge kunt bestolen worden... +Ge slaapt niet in uw eigen bed... De Zwitsers zijn natuurlijk slimme +vogels die hun land laten zien om centen te winnen... Ik zeg, als vriend, +niet doen! Maak u toch niet onnoodig muug, 't is overal hetzelfde in de +wereld... de menschen eten en slapen... de zon komt op en 't wordt er +nacht... sneeuwbergen kan ik in de wolken zien! + +--Maar mijn vrouw wil absoluut Zwitserland zien! + +--Dan is er geen zalf aan te strijken, jongen, dan is er niets aan te +doen, dan moet ge naar Zwitserland... Ik zie er niks goed in... als het +u maar niet berouwt. + +Hij knikkebolde bedenkelijk en spuwde met geweld. Heel zijn wezen drukte +afkeuring uit. + +--Dat verandert de zaak, als ik dat geweten had... zoo, zoo, uw vrouw wil +naar Zwitserland... awel, goede reis!... + +Na dit beslissend onderhoud begon Snepvangers over de voorgenomen reis te +praten in "Het Zwart Paard". De stamgasten bespraken de gebeurtenissen +even hartstochtelijk alsof zij zelf den grooten tocht gingen ondernemen. +Een meubelmaker was eens met een pleziertrein naar Parijs geweest. Een +boodschapper uit de Rozenstraat toonde buitengewone belangstelling. +Wanneer de anderen weer door het kaartspel of de teerlingen in beslag +werden genomen, bleef hij geduldig luisteren naar den omslag en de +herhalingen van Snepvangers uitleg, 'n Verstandige vent, oordeelde hij, +spijtig dat hij het niet verder gebracht heeft in de wereld!... Gelukkig +dat zijn vrouw, die met visch leurt, ruim den kost helpt verdienen! + +Craen en zijn vrouw hadden na lang aarzelen geweigerd mee te gaan, zij +zagen op tegen het lange treinrit en bleven liever in de nabijheid van +Albertken, Er werd geschreven aan de reisagentie, zij ontvingen bericht +dat het geld was toegekomen en het vertrek uit Brussel vastgesteld op 20 +Juli. De laatste dagen vóór het vertrek brachten beslommeringen van allen +aard. Spitsken werd besteed bij Craen, nieuwe reiszakken werden gekocht en +gevuld met nieuwe spullen, afscheid werd genomen van de kinderen en +Albertken, van de kennissen. + +De kousenvent, die niet meer over de reis gesproken had, werd niet +vergeten. Hij zou een oogsken in 't zeil houden en met Marieken waken op +het huis. Snepvangers had zijn waarden, eigendomtitels en fondsen, goud en +zilverwerk veilig geborgen in een brandkast op de bank. Alleen Mijnheer +nam zijn hologie mee. + +Toen zij 's namiddags reisvaardig stonden, sloten zij water- en +gasleiding zorgvuldig af, speetten hun touristen herkenningsteeken op de +borst en togen, zwoegend onder hun handkoffers, naar het station. Gelukkig +dat een gids hen opwachtte in de spoorhalle te Brussel! Slechts tweemaal +hadden zij zich in de hoofdstad bar kunnen vervelen in hun leven: aan die +stad vonden zij als treffelijke sinjoren geen aardigheid. + +Snepvangers ontving de reisboekjes, en zij volgden den gids naar den +doorgaanden trein. Daar zaten zij nu in een tweede klassewagen te wachten +op het vertrek, een beetje verslagen door eigen durf en ongemakkelijk in +hun reiskleederen. + +--'t Is toch gemakkelijk reizen, verklaarde Madame zelfgenoegzaam. + +--Nu zijn wij op weg naar Zwitserland, zei Snepvangers flauw. + +Andere dragers van het herkenningsteeken stapten in, maar de gids hield +zorgvuldig een plaatsken open. De deuren waren reeds toegeworpen, toen +hijgend een dik vrouwwensch zich binnen werkte. + +--Oef, is me dat zoeken!... + +--Jezus! Maria! fluisterde Madame Snepvangers haar echtgenoot in het oor, +dat is Mie Verbinnen uit de Rozenstraat... En die gaat ook mee naar +Zwitserland. + +Snepvangers verschrok, bekeek in grenzenlooze verbazing het opgedirkt +vischwijf dat vóór hen neerzat. De vrouw van den boodschapper was +blootshoofds, een fluweelen jurk vol kanten volants omspande haar zware +borsten, een zijden voorschoot hing over haar gemooireerden rok, en +gelakte schoentjes had zij aan de voeten. Op haar schoot hield zij een +zwart teenen korf, een reuzenkabas! + +--Wel, wel, Mijnheer en Madame Snepvangers, eindelijk heb ik u gevonden... +in Antwerpen zijt ge mij ontsnapt, maar nu laat ik u niet meer los... + +--Waarom? vroeg Madame angstig. + +--Och mensch lief, ik versta geen woordje Fransch, enkel Antwerpsch... en +'k dacht bij mezelf, die brave menschen zullen mij wel helpen... Mijn vent +sprak van niks anders dan van Zwitserland... en toen dacht ik: dat moet ik +toch ook eenns zien... 'n mensch moet toc ook eens van het leven +profiteeren en wat verder gaan dan naar de kermis van Contich!... En als +ge geen kinderen hebt, kunt ge er wel een 215 franken aan besteden om +Zwitserland te zien met den Riga er bij ... + +--Rigi, verbeterde Snepvangers voornaam. + +--Rigi of Riga is voor mij hetzelfde als het maar geenen Zwanengang is!... +Ik wil ook eens reizen gelijk chik volk!... + +Het gefluit van de locomotief onderbrak haar, de trein ging traagjes +vooruit, versnelde en joeg dan voort met dommelend geluid. De +medereizigers begluurden het vreemdsoortig drietal. + +--'t Is toch gemakkelijk op de kussens zitten in plaats van met +vischkorven door Antwerpen te sjouwen, zei Mie, mijn vent zal er eentje +meer pakken nu ik weg ben en hem aan zijn lot moest overlaten. + +Een der medereizigers gichelde in zijn hoekje, de twee dames keken strak +door het ander raampje. Snepvangers werd rood van ergernis. + +--Alleen zou ik het nooit geriskeerd hebben... maar toen ik wist dat twee +deftige menschen uit de buurt meegingen heb ik mijn kaartje maar besteld. + +Madame zat verslagen. Snepvangers nam geen verder notitie van de +opdringerige vischleurster. + +--De trein stopt slechts te Luxemburg, te Straatsburg, te Mülhausen en +morgen vroeg om half zes zijn wij te Bazal... daar drinken wij koffie, +zei Snepvangers. + +--Ja, fluisterde Madame, die niet wist waar de blikken te vestigen en ten +slotte naar buiten keek, naar het wisselend avondlandschap. + +--Ben ik van geenen tel, Madammeken, kent ge mij niet meer?... Ik ben Mie +Verbinnen uit de Rozenstraat, ik leur met visch en mijn vent speelt 's +Avonds kaart met Mijnheer in _Het Zwart Paard_, op de Paddegracht. Waar +of niet waar, Mijnheerken? + +Sprakeloos en nijdig zaten man en vrouw voor haar. + +--Maar Seminis kinderen toch, die spreken nu geen gebenedijd woord... +plezant gezelschap om mede te voyageeren... Of is 't uit hoovaardigheid +dat gij mij niet wilt kennen?... Wel, fijne Mijnheer, zijt gij uwen tijd +vergeten?... En dat heeft in den gemeenteraad willen zitten... zeker om +ook te zwijgen!... Maar dat kan ik ook... Ik had een lekker stuksken visch +meegebracht om u te trakteeren, maar als gij het zoo verstaat dan vreet ik +alles zelf op!... + +Triomfantelijk opende zij haar kabas en begon te smullen. Madame bemerkte +terluiks dat de gebakken pladijs er appetijtelijk uitzag. Mijnheer keek +naar de nieuwe reiszakken in het net boven Mie. Dat wijf kwam nu het spel +verbroddelen, het plezier bedreven! Wat moesten de medereizigers van hen +wel denken! De trein zong en dommelde, en nu en dan klonk een waarschuwend +gefluit. Sander had gelijk, zij hadden maar liever moeten thuis blijven, +in hun bed slapen in plaats van in den trein. Madame knabbelde nu +voorzichtig aan een reepje chocolade. En al die ellende zou veertien dagen +duren, veertien dagen lang zouden zij geplaagd zijn met dat vischwijf! En +in dezen wagon was het rooken verboden. + +Het schemerde nu en plots werd het treinlicht ontstoken. Ginder verre was +nog een kleurige weerschijn van de zon na haar ondergang. Dan kwam de +nacht, de donkere, lange nacht. Mie, moe gegeten en gedronken, sloot haar +mandje, veegde zich welgevallig den mond af, zei giftig: + +--Slaapt wel, fiere Madame en fijne Mijnheer, maar ik ben bij u en blijf +bij u... ik laat u niet meer los... en wij zullen eens zien wie het langst +kan koppen. Zoo'n twee poesjenellen heb ik nog nooit op 't Vlaamsch +theater gezien. + +Zij vleide zich in haar hoekje, kruiste de armen op den kabas en sloot de +oogeen. Even had de trein gestopt joeg nu weer voort, rusteloos voort door +den nacht. Het licht door een gordijn getemperd schemerde vaag over de +slapende Mie, de knikkendebollende Madame, den heer en de twee dames. +Snepvangers kon niet slapen van verbeten woede. En er was niets tege te +doen, zij had haar reis betaald en zou hen op de hielen volgen. Het +treffelijk volk zou zich van hen afwenden en hem en zijn vrouw op den +koop toe nog uitlachen. Hij zou den gids raadplegen over wat hen te doen +stond. Dat gemeen wijf! + +Traag kropen de uren voorbij voor den wakenden Snepvangers, wiens +menschelijke ijdelheid zoo deerlijk was gekwetst. Eindelijk toen de +morgen begon te dagen en het licht door de neergelaten gordijntjes +sijpelde, sliep hij in. Uit zijn onrustige droomen, die kop noch +staart hadden, werd hij gewekt door het onbehoorlijk gesnurk van Mie +Verbinnen. Madame wreef zich eveneens de oogen uit. + +--Seffens zijn wij in Zwitserland, Mama, vezelde hij, ik ga den gids +spreken want met haar kunnen wij toch niet geplaagd blijven... + +--Neen, Snepvangers. + +--Wat moeten de menschen wel denken, ik schaam mij de oogen uit den kop. + +--Wij gaan nog liever terug naar huis, Snepvangers. + +--Natuurlijk, al moeten wij er al ons eens bij verliezen en niks gezien +hebben. + +De trein stopte. De slapers ontwaakten, namen hun gepak, stapten uit. +Mie met haar kabas aan den arm volgde Snepvangers, die met nijdige +wippasjes de reizigers naar het buffet vergezelde. Hij kreeg den gids +te pakken. + +--Met dat wijf zonder hoed en met een voorschot willen wij niet reizen, +verklaarde hij dapper. + +--Ik kan het niet verhelpen, Mijnheer, zij heeft betaald en toevallig +kent zij u... Daar kan de agentie niets aan doen, verklaarde de gids +onverschillig. + +--Dan gaan wij terug, Mijnheer... wanneer vertrekt een trein naar +Brussel?... Maar ik zal in Antwerpen vertellen wat zoodje gij Zwitserland +laat zien... + +--'t Is spijtig, Mijnheer, verzoende de gids, maar niemand kan er iets +aan doen... en ge zijt uw geld kwijt... + +--Mijn geld kwijt? + +--Ja, want alles is betaald in de hotels en de treinreis is op voorhand +betaald, verwittigde de gids en krabte zich achter het oor. + +--'t Zijn allemaal dieven in uw schoon Zwitserland. Wij hebben al genoeg +gezien en gaan terug... Wijs mij maar den weg naar den trein... + +--Om negen uur vertrekt er een trein, ginder... + +--Maar de koffie is betaald en zullen wij drinken! Wij gaan terug, Mama, +terug naar Antwerpen, maar eerst gaan wij koffie drinken... + +--Ik ben stram van zitten, kloeg Madame. + +--Wij moesten in onzen ouden dag ook nog iets aanvangen. Laat ons nu maar +smakelijk eten, want het kost peperduur. + +Toen de reizigers weer naar den trein gingen, bleven zij zitten. Mie +volgde hun voorbeeld. + +--Dat is straf... Zij blijft zitten, en keert mee terug. + +--Zij weet van toeten noch blozen, misprees Madame. + +--Zij zal staan zien, grinnikte Snepvangers boosaardig. + +Met zijn kladdeken Fransch wist Snepvangers zich te behelpen. De +conducteur keek bevreemd naar de ongeknipte reisbiljetten in het +reisboekje, maar zei niets. Mie schoof weer genoeglijk bij in het +zelfde compartiment. Zonder een woord te wisselen reden zij in den +snikheeten dag naar huis. Aan de stations dronken zij limonade, aten +broodjes-met-wat-bij. In grilligen dans schoten dorpen en steden voorbij, +velden en weiden, Zij waren verdoofd en uitgeput en zagen Mie maar +onafgebroken smullen en snoepen uit haar voorraad. Het vischwijf probeerde +zoo genoeglijk den tijd te dooden, want de menschen rond haar verstond zij +toch niet en de Snepvangersen zaten statig en waren niet te spreken. Tegen +zevenen kwamen zij te Brussel aan. + +--Maar... maar dat is Brussel, begot! + +--Ja, dat is Brussel, sarde nu Snepvangers, die niet langer zwijgen kon... + +--En dat is nu die fameuse reis naar Zwitserland, waar van alles te zien +was... die koeien met bellekens en die bergen met sneeuw... Awel, dat is +puur afzetterij En dat kost nu zoe maar in de gauwte twee-honderd-vijftig +frank... En waar is nu die Riga? + +--In den Zwanengang, treiterde Snepvangers. + +--Sloebers!... Ha, nu versta ik het ... ze hebben me willen kwijt +spelen... zijn moedwillig terug naar huis gegaan... Maar ik heb toch +zooveel van Zwitserland gezien als gij... ik beklaag mijn centen niet, +want gij zijt ook gefopt... En mee naar huis ga ik ook! + +In den avond kwam Snepvangers en zijn vrouw doodmoe thuis in de +Hobokenstraat. Mie had hen tergend achterna geloopen tot aan den hoek der +Rozenstraat. + +--Droomt nu maar niet te veel van Zwitserland ... Ge hebt niet eens +gekoleurde postkaarten meegebracht en ik wel, zegevierde zij. + +--Wat zal Marieken verschieten als zij ons morgen ziet, jammerde Madame. + +--En wat zullen de mannen uit _Het Zwart Paard_ lachen, maar we slapen +toch in ons eigen bed! + +'s Morgens stond Snepvangers weer tegenover Sander. De kousevent hield +op met spuwen van verwondering. + +--Al terug, Snepvangers? + +--Ja, Sander ... + +--In Zwitserland geweest? + +--Ja! + +--Niet veel bijzonders, zeker? + +--Neen! + +--Maar ge zegt zoo weinig.... + +--Och! + +--Lang in den trein gezeten? + +--Een dag en een nacht ... en dan dat smerig vischwijf uit de Rozenstraat, +die zonder hoed mee wou naar Zwitserland.... En zij had heur plaats +betaald en wou ons niet loslaten ... Maar wij hebben haar beetgenomen +en zijn direct terug naar huis gekomen om in ons eigen bed te slapen. + +--Ja, zei Sander peinzend en spuwde werktuigelijk, ja, Snepvangers, 'k +heb u zoo dikwijls gezegd dat gij moest leeren zwijgen ... Nu zijt ge uw +cens kwijt ... 'k heb u gewaarschuwd dat het overal hetzelfde is, en +nu hebt ge het zelf ondervonden dat dat Zwitserland de moeite niet waard +is, er u zoo muug voor te maken! ... Speek maar liever eens mee, besloot +hij welgemutst, en binnen een paar dagen gaan wij opnieuw visschen! ... + +--Ja, Sander, stemde Snepvangers in, voelde zich getroost, en spuwde naar +den rand van het voetpad. + + + + +HOOFDSTUK IV. + +DE VLUCHT DER SAKSISCHE KANARIEVOGELS + + +Snepvangers leefde ingetogen en in vrede met de menschen en de +maatschappij. Hij dacht nu het leven te kennen, en door ontgoocheling +en ondervinding wijsheid te hebben vergaard. Hij verbeeldde zich dat hij +zijn hart gesloten had voor alles en dat zijn verstand wikte en woog om +hem voor nieuwe tegensvallers te behoeden. + +Goedsmoedig had hij zich verzoend met het leven, en zijn dagelijksche +ochtendpraatjes met den Speeker hadden hem teruggevoerd op effen paadjes +waar noch ontroering, noch avontuur dreigde. Zijn hondje laten wateren +werd hem een aangename bezigheid. + +Met de jaren kwam geen verandering. Een rustige glimlach van vergenoegen +krulde zijn lippen, want zijn dagen brachten geen ergernissen. + +Marieken had hem zes kleinkinderen geschonken, eerst een jongen, dan een +tweeling, een meisje en een jongen, daarna nog drie jongens. De baker was +bestending op de Torfburg. Een door den hemel gezegend huishouden, meende +de onderpastoor van Onze-Lieve-Vrouwe! + +Madame Snepvangers schiep groot behagen in de kinderkamer en hielp +Marieken in de beslommeringen. De Drogist frutselde in zijn winkel of zat +verdiept in wetenschappelijke verhandelingen. Soms praatte hij zeer +uitbundig en andermaal kon hij zijn schoonvader zoo verstrooid aankijken +dat deze er schuw van werd. Maar hij troostte zich in het besef dat +geleerde menschen altijd zoo'n vreemde manieren hebben. + +Aan een Zondagsche familiedisch besprak hij het zonderling verschijnsel. + +--Ja, oordeelde de Drogist, dat is een kenmerk van de geleerden... Newton +lei zoo zijn horlogie in kokend water en hield zijn ei in zijn hand. + +--Had die mijnheer Newton dan geen vrouw om eieren te koken, verbaasde +zich Snepvangers. + +--Lessing, betoogde de Drogist, een beroemd dichter, kwam eens vroeger +naar huis en zijn knecht, die hem niet herkende, riep door het raam: "De +professor is niet te huis!"--"O zoo, antwoordde Lessing, dat is niets, dan +kom ik later wel eens terug!" + +--Van dichters verwondert mij niks, overwoog Snepvangers. + +--Antoine doet precies zoo, hij kan Mijnheer Newton de hand geven... +Eergisteren vraag ik hem om wat suiker in de pap, te doen... Ik geef de +pap aan de kinderen en zij willen ze niet eten... Ik proef, en de pap is +zoo zout als brak! + +--Marieken, Marieken, suste de Drogist gevleid. + +--Als hij maar geen gedichten begint te maken, zei de Loodgieter +bekommerd. + +--Neen, Papa, zoo erg is het niet, stelde Marieken gerust, ten minste dat +heb ik nog niet ondervonden. + +Snepvangers zag naar zijn kleinzoontje, het sprekend beeld van zijn vader! +Meewarig bedacht hij dat het teere ventje ook geestelijk aan zijn vader +zou doen denken!... Albertken moest maar liever op zijn grootvader trekken, +desnoods op grootvader Craen... Maar niet zoo vies doen als Antoine in +zijn geleerdheid. + +Albertken was nu zes jaar geworden en ging naar de school der Paterkens in +de Everdijstraat. De blonde krullen en de blauwe oogen, het bleeke +gezichtje, de snaaksche invallen en het kindergebazel, waren voor +Snepvangers een onuitputtelijke stof van overweging en conversatie. + +Hij had zich van het kind meester gemaakt met zoete woordjes en listige +verleiding. Craen had het te laat bemerkt en liet nu, daarbij te veel met +de politiek ingenomen, Snepvangers ook maar betijen. Albertken droeg toch +zijn naam! + +Het jongsken verborg zijn voorliefde niet; met grootvader Snepvangers kon +hij praten, die onderwierp zich geduldig aan zijn spelletjes, had zijn zak +steeds gevuld met krakelingen, die nam hem mee naar de estaminets en liet +hem van zijn bier proeven wat thuis streng verboden was. Zij hadden zoo +hun geheimpjes, hun verdoken plezier en hun kameraadschappelijke +verstandhouding. + +Als kraaiend kindje had Albertken reeds blijken gegeven van eendere +nijgingen die Snepvangers ontroerden. Hij was verzot op honden, riep tegen +al de beestjes even vriendelijk: Dag hondeken! Hij kon spelen met +spitsken zonder het maar een oogenblik te verbalemonden, was wijs en +teeder tevens. + +Samen gingen zij dikwijls naar den Dierentuin en werden het nimmer beu de +apen, de zeehonden en de olifanten te bekijken. Snepvangers fantaseerde +over de warme landen waar de olifanten met hun groote, ivoren slagtanden +vrij in 't wild rondloopen en lawaai maken met opgestoken neustrompetten, +over de logge zeehonden die op hun vinnen naar boven waggelden en +neerplonsden om hun vischbuit te vangen, over de vinnige apen, die +kouwelijk bijeenzaten in het apenkot; wier slimme, onrustige oogjes hen +aangluurden, en die soms onfatsoenlijk zaten te vlooien. + +--Hebben de menschen ook vlooien, Grootva, vroeg Albertken zekeren dag. + +--Sommige menschen, leerde Snepvangers,--maar dat zijn vuil menschen... + +--Och, dat is spijtig, betreurde Albertken. + +--Spijtig? + +--Ja... + +Snepvangers was zoo verbluft dat hij niet verder aandrong om een reden +te kennen. + +De volgende maal, toen zij weer voor het apenkot stonden, zei Albertken +trotsch: + +--Wij hebben thuis ook vlooien! + +--Niet waar, Albertken, zei Snepvangers onthutst. + +--Ja, heel klein vlooien met heel lang haar! + +--Maar, Albertken toch, ge moogt niet beuzelen! + +--Ik zou toch zoo gaarne vlooien hebben, zuchtte Albertken, dat moet +zoo plezant zijn. + +--Maar het is niet waar... + +--Ik denk het zoo maar, Grootva, zei de kleine waanwijs, dat is zoo +mijn plezier. + +Snepvangers zette groote oogen op en vond Albertken een wonder kind. +Sinds hij naar school ging en van makkers en meesters te vertellen had +opende hij voor zijn grootvader een nieuwe wereld van kinderverbeelding +en logica. Haast dagelijks ging Snepvangers hem aan school afhalen en als +vertrouwelingen bazelden zij samen. In den zomer gingen zij, na koffie +gedronken te hebben, nog op wandel naar het terras om de schepen en het +water te zien! Zij zaten op een bank, zagen de kranen werken en hoorden de +stoomers toeteren. Grootvader was het vraagbaken dat voor alles een +antwoord vond dat het kind voldoening gaf. Grijsaard en kind lieten hun +verbeelding vrij spel. + +--Pa weet dat allemaal niet, misprees Albertken. + +--Foei, strafte Snepvangers gevleid. + +Albertken was verbazend knap en slim oordeelde de grootvader die zijn +eigen kinderherinnering ter hulp riep om den hoogen dunk van het jongetje +te behouden. Maar soms werd hij toch overbluft en was de verrassing hem te +groot. + +Zoo zaten zij eens in het Park voor den met kroos bedekten vijver waarop +de eenden dreven. Albertken zat te peinzen en Snepvangers rookte een +sigaar en luisterde naar een merel die aan de overzijde van het water in +een boschje verscholen zat. + +--Grootva, fluisterde Albertken, is het aardig, altijd getrouwd te zijn? + +--Maar manneken toch!... Wat een vraag!... + +--Janneken Palincx zei gisteren dat zijn vader tegen zijn moeder gezegd +had dat hij het beu is... + +--Janneken Palincx is een snotaap, een kwajongen! + +--Hij is de sterkste van allemaal, Grootva!... En hij liegt nooit... +Vindt gij het aardig altijd met Grootmoe getrouwd te zijn? Zij kan soms +toch zagen!... + +--Kind, kind, 't is goed dat het niemand hoort... maar zoo'n dingen moogt +ge niet zeggen of denken... + +Snepvangers zag ongerust rond, maar er was geen mensch in de buurt. + +--Als Grootmoe het moest hooren! + +--Ik zal het haar toch niet zeggen, troostte Albertken, maar ik zou toch +niet altijd met één vrouw willen getrouwd zijn... + +Snepvangers begon uitbundig te lachen en Albertken, een oogenblik uit zijn +lood geslagen, lachte mee. + +--Wij, jongens, zagen nooit, zei hij en verzonk weer in zijn gemijmer. + +Toen zij opstonden om naar huis te gaan, gaf Albertken de rest van zijn +overtuiging prijs. + +--Grootva! + +--Albertken?... + +--Als ik groot ben trouw ik toch ook! + +--Zoo?... + +--Ja, met een heel leelijke... + +--Maar manneken toch! + +--Ja, een heel leelijke, dan kunnen wij er samen goed om lachen!... + +Albertken grinnikte genoegelijk en Snepvangers wierp van ontsteltenis zijn +sigaar onder de bank. + +'s Anderdaags vertelde hij Sander wat zijn kleinzoon hem gezegd had. + +--Die jongen zal het ver brengen, meende de Speeker, ge moet hem leeren +speeken. + +--Ja, zei Snepvangers zonder overtuiging... + +--Hij heeft gelijk over het huwelijk... + +Hij werd onderbroken door zijn vrouw die hem riep. + +--Ik kom, antwoordde hij gedwee maar treuzelde nog even, hoe oud is +Albertken? + +--Zes jaar... + +--Dat wordt een advokaat, Snepvangers, let op mijn woorden... dat kind +heeft menschenverstand... + +Dan haastte hij zich naar binnen en Snepvangers floot blijgezind op zijn +hond. + +Enkele dagen later waren grootvader en kleinzoon in de weer om +grootmoeders verjaardag te vieren. Het trof op een Zondag en heel de +familie werd in de Hobokenstraat verzocht. + +--Ge zoudt een gedichtje moeten kennen, opperde Snepvangers. + +--Is dat wel noodig, weifelde Albertken. + +--Natuurlijk, manneken... Het zal grootmoeder zooveel plezier doen, zei +Snepvangers, alsof hij berouw over iets had. + +--Als het dan toch moet, schikte zich de kleine wijs... Ik vind dat wij +moesten paleeren en vuurwerk afsteken op de koer... + +--Ballonnekens en vuurwerk... Maar wat zullen de geburen wel denken?... + +--Daar moet ge nooit niks om geven, wijsgeerde Albertken. + +--Dat is waar, gaf Grootvader toe. + +Grootmoeder werd feestelijk gehuldigd met bloemen en geschenken. Een +kokin had de zorg voor het eten overgenomen, en nu zat Madame Snepvangers +in een leunstoel en hield de kinderen bezig die beurtelings op haar schoot +klauterden. + +Antoine had zijn vader beet met een onuitputtelijke beschouwing, terwijl +Marieken en Madame Craen de kleintjes susten. + +Snepvangers en Albertken hingen hun veelkleurige ballonnekens in de +veranda, plaatsten de kaarsjes recht, onderzochten het vuurwerk en +verlangden naar den avond om de verlichting te kunnen beginnen. + +Aan tafel knipoogden zij soms in het vooruitzicht der komende +verrassingen. Snepvangers liet Craen gerust aan zijn zoon over en +onderbrak Antoine niet in zijn betoog over eetbare en vergiftige +paddenstoelen. Zoohaast de taart aangesneden was kon Snepvangers +zich niet langer intoomen. Hij dronk in een teug zijn wijnglas leeg, want +zijn keel was droog en hij had het gevoel alsof hij zelf een aanspraak +moest houden. + +--Antoine, zwijg nu eens, zei hij zegevierend, Albertken moet nu iets +zeggen. + +Antoine keek een beetje donker, zag Albertken van zijn stoel klimmen, een +buiging maken voor zijn grootmoeder en hoorde zijn schriel kinderstemmetje +verklaren: + + "De Pruimenboom"! + + + Jantje zag eens pruimen hangen, + O! als eieren zoo groot! + 't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken, + Schoon zijn vader 't hem verbood. + Hier is, zei hij, noch mijn vader, + Noch de tuinman, die het ziet: + Aan een boom zoo volgeladen, + Mist men vijf zes pruimen niet!... + + +Het ging zonder haperen, maar Snepvangers, wiens lippen, vers na vers, +meeprevelden, zweette van angst. + +--Waar hebt ge dat geleerd, vroeg Marieken verteederd. + +--Van Grootva, zei Albertken, haast stikkend in een stuk taart. + +--Ja, dat heb ik in mijn tijd ook geleerd, overwoog Craen, maar hij heeft +het goed gedaan... Bravo, manneken! + +--En hij heeft er niks van verklapt, zei de Grootmoeder verbaasd. + +--De mannen kunnen zwijgen, bedacht Albertken snugger. + +--De inlandsche paddenstoelen, herbegon Antoine... + +Zoohaast het donker werd stak Snepvangers de kaarsjes aan en een +schemerlicht hing in de veranda. Dan, onverwachts, joegen zij een +vuurpijltje omhoog in den tuin en deden zij een zevenslager springen. +Snepvangers en Albertken juichten van pret, maar binnen in de kamer schrok +het gezelschap, en de vijf kinderen begonnen eenparig te krijten. + +--Schei toch uit, Snepvangers, riep Madame, wat zijn dat voor +kinderstreken; ge jaagt de bloeikens den angst op het lijf!... + +--Ge hoort het wel, Albertken, waarschuwde Snepvangers benard. + +--En doof de ballonnekens nu maar uit, verzocht Antoine, ik krijg +hoofdpijn van den stank der kaarsjes... + +--Ge ziet het wel, bedacht Albertken teleurgesteld, zij vinden dat niet +plezant... als wij ook eens iets doen dan maakt het lawaai of stinkt +het...... + +--Ja, Albertken, maar dat is toch niks... wij zullen het op een anderen +keer probeeren als er niemand thuis is... Oei! Daar vliegt een ballonneken +in brand! + +--Dat is niks ... dan moeten wij het niet uitblazen, redeneerde Albertken. + +Wanneer Snepvangers later, na het vertrek der gasten, alleen tegenover +zijn vrouw zat, kon hij niet nalaten te zeggen: + +--'t Is toch spijtig voor Albertken geweest... + +--Wat?... + +--Wel dat vuurwerk... Hij had er zoo op gerekend... + +--Gij denkt maar aan Albertken, verweet zij, hebt ge de andere kinderen +niet hooren schreeuwen van schrik. + +--Dat gaat over, bepeinsde hij, nog een paar slagen en zij waren het +gewoon geweest... + +--Maar hebt ge nu in uw leven zoo iets gehoord, schuddebolde Madame +gebelgd. + +--Dat kind is geen gewoon kind... Sander zegt het ook... Albertken moet +advokaat worden... + +--Och, en ge weet nog niet of het kind daar goesting zal voor hebben... + +--Goesting? Goesting... ook gij kent hem niet. Albertken geen goesting +hebben... hij wordt nog veel meer dan advokaat... Dat kind is nu mijn +leven... + +--Ja, dat weten wij, zei Madame nuchter, 't is uw Benjamin... maar 't +mag zijn, want het kind ziet u liever dan zijn eigen ouders. + +--Als ik hem "De Pruimenboom" hoorde opzeggen, dan dacht ik aan mijn +eigen kinderjaren... Ik heb het gedichtje nooit vergeten, en Albertken +zal nooit vergeten dat hij het van mij heeft geleerd... + +--Neen, zei Madame, dat zal hij niet... maar nu gaan wij slapen, +Snepvangers, 't is veel later dan anders... + +--'t Is toch allemaal tegengevallen, kloeg Snepvangers nog op den trap, +en dan Antoine die niet tegen een vetkaarsken kan!... + +Wanneer het buiïg weer aankwam kon Snepvangers met Albertken niet meer +geregeld gaan wandelen. Zijn dagen schenen hem langer. Telkens als hij +de gelegenheid vond, sloot hij zich bij Sander aan om wat afleiding te +vinden. + +Op een zonnigen, ijlen najaarsdag stond hij zoo te treuzelen voor de +halfdeur van het kousenwinkeltje. De boord van het gaanpad dreef van het +speeksel. Een hoopje lanterfanters luierde tegen den met veelkleurige +plakkaten bedekten muur... + +Boven, ergens in een kamer waarvan het venster openstond, kweelde een +kanarievogel. Snepvangers vond het danig schoon. + +--Hoor eens, Sander! + +--'t Is een sijsken, Snepvangers. + +--Neen, neen, 't is veel schooner... 't is een kanarievogel... + +--'t Kan zijn, schokschouderde de Speeker onverschillig. + +--Een schoone vogel, mijmerde Snepvangers. + +--De schoonste vogels zitten in den buiten, zei Sander. + +--'k Zou toch wel een goeie zanger willen hebben... + +--Och, wat hebt ge er aan?... Dat zingt maar en dat vreet maar!... + +--Het zijn zoo'n fijn vogeltjes, Sander, en als zij zingen... + +--Koop liever duiven... als zij vet zijn kunt ge ze in 't potteken steken +en binnenbas spelen! + +--Ik koop een kanarievogel, besloot meteen Snepvangers. + +--Ge zult het beklagen, waarschuwde Sander meewarig alsof zijn vriend +rampzalige voornemens koesterde. + +--Ik moet toch iets hebben om mij te amuseeren, verontschuldige zich +Snepvangers. + +--Ja! zei de andere zuur, misschien moest ik het niet zeggen... de +menschen zijn toch zoo eigenzinnig... maar als vriend, als ge dan toch +een kanarievogel wilt koopen, ga dan om raad bij den klakkenmaker van de +Paardenmarkt... anders wordt ge nog bedonderd ... + +--Dank u, Sander. + +Snepvangers sprak er met Albertken over. + +--Ik zal het Grootmoe vragen, meende het kind. + +--Ja, Albertken, en dan zullen wij ons amuseeren... + +--Ik zou toch liever een arend houden! + +--Maar dat is een wild beest... + +--Die eten rauw vleesch, Grootva, maar een kanarievogel is toch ook goed. + +Madame Snepvangers gaf haar toestemming, onder beding dat Mijnheer zelf +voor het vogeltje zou zorgen. Dan toog hij naar den klakkenmaker. Hij +kende hem van in den tijd toen de politiek hem in beslag nam. In het +halfdonkere winkeltje was de man bezig met schikken. In de achterkamer +zong een vogel. + +--Dus wilt ge een kanarievogel houden, wikte de raadgever met scherpe +neusstem. + +--Ja! + +--Een of meer? + +--Ik denk... + +--Daar zit het gevaar... één zangvogel is een plezier... meer, het +kweeken, wordt een drift... ik kon mijn goesting altijd intoomen, maar +dat kunnen weinig menschen... + +--Ik zou om te beginnen maar een manneken willen koopen! + +--Om te beginnen, zegevierde de klakkenmaker, de drift is u al meester... +ge zijt een verloren man, Snepvangers, maar gij moet het weten... ik heb +u verwittigd... + +--Waar kan ik een vogel koopen, vroeg de ongeduldige Snepvangers, in +vertrouwen, want ik ken de mannekens niet uit de poppekens... + +--Dat zal ik u leeren, vriend... Als ge voor een kot staat dan moet ge de +vogels goed bezien... Als ge ze goed bezien hebt, moogt ge u nooit laten +pakken door de schoon pluimen... zoo is het bij de menschen ook... + +--Dus een met leelijke pluimen? + +--Bijlange niet!... Luister. Als er veel bijeen zitten moet ge een +kaalkopken kiezen... + +--Zijn dat mannekens? + +--Ja... want poppekens en poppekens dat vecht niet... mannekens en +poppekens vecht ook niet... maar mannekens en mannekens die pikken +elkander de koppekens kaal... + +--Maar als de vogels nu eens apart zitten? + +--Dan moet ge ze hooren zingen... als zij zingen zijn het mannekens... +daarbij kunt ge het zien aan hun houding en manieren en hun koleur is +hooger... + +--Waar zou ik er een kunnen koopen? + +--Overal, meende de klakkenmaker luchtig. + +--Ja, maar... + +--Het hangt af van de soort die ge wenscht... Een Hollandsche of een +Parijsche trompetter, een Brabantsche vogel, een Gentsche postuurvogel +of een edelzanger zooals de mijne, een Saksische?... + +--Een Saksische dan, de schoonste die te krijgen is, hunkerde Snepvangers. + +--Daarin hebt ge gelijk... de beste soort... geen bastaarden... maar 't +is een kwestie van goesting... ik ken een liefhebber die Schotsch Fancies +kweekt, reuzenvogels van twintig centimeters. + +--Dat zijn geen kanarievogels meer, minachtte Snepvangers. + +--Volgens mij ook niet, fluisterde de neusstem, ge zult er verstand van +krijgen, Snepvangers, dat voorspel ik u... Daarom, een goeie raad, let op +de pooten als ge koopt... Die van jonge vogels zijn glad, die van de oude +zitten vol schubben en hun klauwen zijn veel dikker en langer... Ga naar +den ouden Willems met mijn complimenten, hij is zaalwachter in het Steen +en die zal u niet verneuken... Hij kleurt geen wijfkens om ze voor +mannekens, te verkoopen... Zorg dat ge uw drift meester blijft en dan +zult ge veel plezier in de liefhebberij vinden ... Ik heb hooren vertellen +dat een Hollandsch kapitein die veertien jaar te Breda in garnizoen had +gelegen zoo verslingerd op het gezang was geworden, dat hij menigmaal +vergat 's middags te gaan eten... + +--Wel, wel!... + +--Van 's morgens vroeg tot middernacht toe deed hij niets anders dan +luisteren om de schoonste zangers te onderscheiden... maar zooveel tijd +schiet er mij niet over... een kapitein is geen klakkenmaker... + +De klakkenmaker hield Snepvangers in het deurgat nog bij den knoop van +zijn jas. + +--En als hij wat heesch is legt gij een stuksken kalissiehout in zijn +"èzer", of als het een valling is dan doet ge eenige druppelen vijgensap +in zijn drinken... Als ze vreetziekte hebben moet het aluin of staal zijn, +voor den afgang melk en voor de hardlijvigheid kandijsuiker en saffraan... + +--Kan een kanarievogel... + +--Ja, knikte de klakkenmaker en zijn oogen keken zorglijk, zij kunnen het +stiet krijgen en dat moet ge met ongezouten spek genezen, zij kunnen +kwijnen in een donkere kamer, vermageren als zij geplaagd worden door +roode luisjes, daarom moet ge holle roestjes gebruiken, zij kunnen aan +vallende ziekte lijden, aan vetziekte, aan buikkramp, aan natuurdrift, +zij kunnen een beenbreuk opdoen... + +--Och, och, zuchtte Snepvangers, 't is toch niet waar zeker? + +--Jawel, maar laat mij dan maar roepen... Ik zal wel raad weten... ik heb +al twee pooten genezen met een saaien draadje in lijnolie gedrenkt en warm +zand in het kot... + +--Dan hebt ge niet lang plezier van een kanarievogel, wantrouwde +Snepvangers. + +--Dat weet ik niet, dat hangt af... Wanneer ge katten en ongedierte +weert... de vogel goed verpleegt, versch eten en drinken geeft en +dagelijks "muur"... bijtijds een bad, en de roestjes driemaal per week +uitklopt, dan leeft hij tien tot vijftien jaar... Ik heb zelfs eens +gelezen dat een vogel twintig jaar werd... + +--Dan koop ik er een, verklaarde Snepvangers opgetogen... + +--Doe het, moedigde de klakkenmaker aan. + +'s Namiddags trok Snepvangers naar het Steen. Er waren geen bezoekers. +In een klein zaaltje, naast een paar toonramen vol medaljes en penningen, +half verborgen achter verkleurde en geschifte zijden vaandels zat de +oude Willems slaperig aan zijn bakkebaarden te pluizen. Hij keek norsch +den bezoeker aan, die aarzelend stilstond voor een geel koperen bedpan, +voetje voor voetje naderschoof en belang stellend door het venster keek +naar den stroom waarop een hooge scheepsromp zwenkte. Hij had nog nooit +zoo scherp een kiel van een schip opgenomen, vond het vlak beneden de +waterlijn zeer rood gemenied. + +--De dag moet hier toch lang duren, polste hij den Zaalwachter. + +De man kikte niet, zag norsch naar het grauwe water dat midden in den +stroom opschuimde als zog van den overzetter. Meeuwen scheerden rakelings +over de baarkens. + +Snepvangers was niks op zijn gemak. Hij probeerde het nog eens: + +--Een schoon uitzicht op de Schelde... + +--Vindt ge dat, zei Willems, dan moet ge maar goed zien en van de +gelegenheid profiteeren. + +--Ja, maar ik kom om een kanarievogel te koopen... nu weet gij het, +ontlastte zich Snepvangers. + +--Dat is wat anders, meende Willems levendig, stond op en kwam naast hem +staan, waarom hebt ge dat niet direct gezegd? + +--De klakkenmaker heeft mij gezonden ... + +--Er is niks zoo schoon als de zang der kanarievogels!... +Nachtegaalslagers, edelrollers en kollervogels... Hoor hoe ze rollen: +woe, woe... ie-rie-rier... ie-lie-liel...arrr... verrr... fi-fi... +si-si... wi-wie... wies, wies, sies... toe... toe... tsoem... en hun +kleur, zoo teer... zoo fijn... hooggeel, stroogeel, witgeel... +bleekgroen... ik heb er roode gekweekt met kleurvoeder... + +--Roode? + +--Ja ... maar als ge dat probeert moet ge maar een wijfken pakken... +die zijn goedkooper en dan is er niks aan verloren... een weinig +cayennepeper tusschen het eten... en klaar is Kees! Maar 't lukt niet +altijd... + +--Wanneer kan ik een vogel koopen? + +--Direct... wacht een oogenblik... + +De Zaalwachter ging naar een kleerkast, trok de deur open en nam er een +kooitje uit. + +--Een vogel uit de duizend... 's middags is er geen mensch en dan leer +ik hem fluiten... Twee violen en een bas-bas-bas!... Maar deze is +volleerd... Alleen hem in 't donker houden... Moet ge soms poppekens +hebben?... + +--Misschien later, als ik zou kweeken... + +--Dat is eigenlijk het plezier. Mijnheer Snepvangers, de vogels kweeken +en ze leeren zingen... ik gebruik altijd een flesch en een stop en dat +maakt aardige muziek... Ik ken een nachtwaker die er zijn dagen mee +doorbrengt... + +--Wanneer slaapt hij dan,--verbaasde zich Snepvangers. + +--Als hij wat tijd heeft, 's nachts bijvoorbeeld... Ik heb enkel +Saksische vogels, maar mijn broer, de kleermaker uit de Keizerstraat, +nevens het Kapelleken, die heeft al de soorten van de wereld... Laatst +kwamen ze hem roepen terwijl hij het orgel trapte in St.-Jacobskerk, +want er was een Engelschman speciaal overgekomen om zijn vogels te +zien... Twee vogels heeft hij toen verkocht, die puur kerkmuziek +zongen... zij hadden lang tegen den kerkmuur gehangen en zij volgen zoo +gemakkelijk na... Maar nu trof het goed... ik gaf voor zoo'n vogel +niks... Ik laat u het manneken over omdat de klakkenmaker u gezonden +heeft... want eigenlijk kweek ik voor de kunst! + +Met zijn kooi en sterk door de raadgevingen kwam Snepvangers in de +Hobokenstraat. + +--Een kanarievogel, leerde hij aan zijn vrouw, is een slimme vogel die +spoedig zijn weldoener herken ... en hem met zijn zang beloont. + +Albertken schiep spoedig evenveel zijn behagen als Grootvader in het +kwinkeleerende vogeltje... Wanneer Albertken kwam werd de kanarie +feestelijk vergast op trosjeszaad of een klontje suiker. + +--Ge zoudt er meer moeten hebben, bedacht Albertken, ik zal Grootmoe +vragen er voor uw nieuwjaar te koopen. + +--Ik zou er moeten kweeken, op de leege kamer boven de keuken is er +plaats genoeg. + +Grootmoeder had het gehoord en zij was in een goede bui. + +--Wel ja, Snepvangers, gaf zij toe, ge moet toch iets voor uw plezier +doen en Albertken zal het ook amuseeren... + +--'t Is voor Albertken, loog Snepvangers. + +Een uur later droeg hij wat rommel van de kamer, begon te passen en te +meten en droomde van een modelkooi. Hij zou Willems en de Klakkenmaker +eens verbazen. Overvloedig licht viel door het achterraam, een ander raam, +buiten het hok, zou toelaten de kamer te verluchten. + +Om de kooi te bouwen wendde hij zich tot den houtdraaier, Miranda van de +Paddengracht, die ook andere karweikens aannam en daarbij een kweeker +bleek te zijn. Deze timmerde een afsluiting die de halve oppervlakte +besloeg, spande een gevochten draadnet over de balkjes, lei een dubbele +vloer en kalkte de muren. De deur, in vier losse vlakken, kon de dikke +Miranda doorlaten, maar beneden, tegen den grond, was een klein poortje +om het voedsel door te schuiven, de eetbakken, de èzers en de badschotels. + +Snepvangers bracht dagelijks wat mee van zijn wandeling. Houten nesten met +losse mandjes,--roesten van vlierhout, verf om het houtwerk op te +kleuren. Miranda, die niet jaloersch van aard was genoot zelf van het +modelopzet en leerde wat er te leeren viel. Deze lange gesprekken voerden +zij, gezeten bij het kleine potkacheltje dat Snepvangers op zijn kamer +geplaatst had. Tegen den muur pronkten schabben met steinen potten waarin +het zaad zou bewaard worden en waarop hij de namen geschilderd had. Een +houten tafel, een waterkraan en een afvoerbak volledigden zijn inrichting. +Kleinere kooien hingen links en rechts. In de uren dat Albertken hem +gezelschap hield, werd het houtwerk lichtblauw geschilderd en van gouden +biesjes voorzien. In hun verbeelding kweekten zij samen met zooveel +bijval dat de hokken te klein bleken voor het gevogelte. Intusschen +sprenkelde en morste Albertken aan de waterkraan. + +--De eerste kanarievogels waren groen, leerde Snepvangers. + +--Dat moet ge mij niet wijsmaken, weerde zich Albertken. + +--Manneken toch!... + +--Ik zeg niet dat ge beuzelt, Grootva, maar dan hebben ze u wat wijs +gemaakt... + +In het voorjaar ging hij bij Miranda vogels kiezen... Miranda wou niet dat +hij naar Willems ging, die maar kweekte voor de cens... + +--Is het raadzaam meer wijfjes bij een mannetje te zetten, vroeg +Snepvangers. + +--Ja, Snepvangers, hier op zolder kan ik het u wel zeggen, niemand hoort +ons... bij de kanarievogels kan men het riskeeren, dat gaat meestal... +maar bij de menschen loopt het verkeerd... + +--'t Is goed dat Albertken het niet hoort. + +De dikke Miranda lachte, maar ving onderwijl met zijn vlindernetje een +kanarie, nam voorzichtig het schuwtrillend, teere ding in zijn dikke +reuzenhand en streelde het zachtjes met zijn linker wijsvinger. Hij blies +de veertjes op. + +--'t Zijn toch zoo'n broze dingskens, zei hij het beeft van angst in mijn +hand... + +--Zij hebben zoo niks om zich te verweren. + +--Als ik mijn hand toenijp is het dood, droomde Miranda, ik vraag mij af +waarom die beestjes geschapen zijn. + +--Och, zei Snepvangers, die ongeduldig werd en en aan zijn kooi dacht, we +moeten ons niks afvragen, maar voortvangen... + +--Dat is één, zei Miranda, bekeek nog even het licht-gele lijfje, de +ingetrokken pootjes en het fijne snaveltje, zie Snepvangers, het sluit +zijn oogskens van schrik... wie zou nu zoo iets weerloos kunnen kwaad +doen... + +--De menschen doen niks anders... + +Snepvangers begon met vijf mannekens en met twaalf poppekens. Een blaadje +sla naast het bad, het raapzaad gemengd met witzaad, de klare fonteintjes +en het trosjeszaad, het droge zand op den grond en de vogels op hun +roestjes, 't was alles hij zei geen woord. + +Madame loofde, ingenomen door orde en netheid, de nieuwe kweekplaats. +Marieken werd door Albertken meegetroond, evenals Craen en zijn vrouw. +Want het jongsken deelde in den triomf. Zelfs Antoine kwam eens kijken, +bleef een tijdje praten, beloofde prima kwaliteit eten te bezorgen en was +geen oogenblik verstrooid. + +Doch pas toen de eerste eitjes uitgebroed waren en de eerste, bloote, +donzige dingskens in het mosnestje wriemelden, kon Snepvangers, bijgestaan +door Miranda, Sander bewegen eens te komen zien. Alles nam hij nauwkeurig +op, maar zei geen woord. + +--Nu krijgen de beestjes harde eieren met fijngestampte beschuit, zei +Miranda. + +--Een brood in melk geweekt met maan en salaadzaad bestrooid, vulde +Snepvangers argeloos aan. + +--Ge moet van Lotje getikt zijn om in zoo'n klein geneuk uw cens te +steken, misprees de Speeker boosaardig, en zonder nog om te zien slefte +hhij de kame uit, de trappen af en de straat op. + +--'t Is toch 'n vieze, zei Snepvangers ontsteld. + +--Och, elk zijn goesting, troostte Miranda. + +Wanneer Snepvangers den volgenden morgen zijn spitsken buiten liet, las +hij in de oogen van Sander hoe diep hij in zijn achting gedaald was met +het kweeken van "klein geneuk". + +Snepvangers had veel meeval in de kanariekweekerij en zijn ambitie groeide +er door. Zijn huis was een zangpaleis. Van 's morgens vroeg zongen de +vogels en vulden de kamers met blij gekweel. Mijnheer was verrukt over +zijn teere raskanaries. Madame, alhoewel zij wel voor de verzorging mocht +bijspringen, was zich ook aan de "pietekens" gaan hechten. + +Daar Snepvangers voor zijn plezier kweekte schonk hij mild aan familie en +vrienden, de edele vogels in zijn broedkamer geboren. Overal zongen zijn +Saksische zangers. Het was zijn glorie zijn vogels te hooren roemen. +Miranda was goed bedacht geweest, want aan dezes zolder dankte hij de +stamouders van zijn kooi. Intusschen was zijn gevederde bevolking toch +noch gestegen tot zes-en-negentig mannekens en poppekens. + +En weer lagen, in den vierden kweekzomer, de poppekens op hun broze +sprikkeleitjes te broeien en gaapten en piepten de jongskens in de nesten. + +Op een zomermorgen zaten de echtelingen voor het hok de speelsch wippende +kanaries te bespieden. De vogels vlogen van hun roestjes op den vloer, +pikten in den eetbak, dronken aan de fonteintjes of lagen te vluggen in de +badschoteltjes. Een vreemde vogellucht hing in de kamer. + +--Miranda zegt ook dat ik veruit de schoonste vogels kweek, zei +Snepvangers. + +--Ge krijgt er te veel, oordeelde Madame. + +--Ja... maar wat kan ik er aan doen... ik geef er zooveel weg... en ik +kan er toch niet mee op de Vogelmarkt gaan staan... + +--Neen, dat gaat niet, bekende Madame. + +--En ik kan ze toch zoo ook maar niet op straat smijten... + +--Neen, dat kunt ge niet, zei peinzend Madame. + +--Daarvoor zou men het hart van een deurwaarder moeten hebben, vulde +Snepvangers aan, want hij kon niet scheiden van zijn vogels. + +Albertken, die pas zijn eerste communie had gedaan, was van lieverlede +wat losgeraakt van zijn Grootvader. Nog kwam hij wel af en toe naar de +vogels kijken, nog gingen zij wel eens samen wandelen naar den Dierentuin +of naar het terras, maar Albertken had n kameraadjes waarmee hij beter +praten kon. Snepvangers voelde het wel, maar troostte zich in het besef +dat de jongen groot werd, zooveel te leeren had, Fransch en Latijn, en +verzot begon te worden op dat nieuwsoortig amusement, het voetbalspel. +Antoine vond het wilde stampen en smijten nuttig voor de lichamelijke +ontwikkeling, en Antoine was de vader!... Niet alleen de vader van +Albertken, maar van nog zes andere spruiten die net als zijn +kanariejongskens, gaapten en piepten en leven in huis brachten. Het +jongste was weer een meisje en Marieken had pas haar kerkgang achter den +rug toen zij de plechtige eerste communie van den oudsten vierden. +Snepvangers dacht wel eens over de kinderen zooals zijn vrouw over zijn +kanaries, dat er te veel kwam! Maar de Drogist won rijkelijk zijn brood +en kon zich de weelde veroorloven, zooals Snepvangers zijn getal kanaries +niet moest beperken bij gebrek aan middelen. + +Albertken werd echter niet vervangen in de voorliefde van zijn Grootvader, +die oud werd en zich geen nieuwe kameraadschap met de kleinkinderen meer +scheen aan te passen. Madame kon beter om met het drukke troepje. + +Zekeren avond, in de zwoele maand Juli, hij had op zijn stade met Miranda +een pintje gedronken in "Het Zwarte Paard", wenkte Sander hem. + +--Hebt ge de gazet gelezen? + +--Neen, Sander ... + +--Er staat: Opgepast voor de Croaten!... en dat wil veel zeggen... + +Meer liet de Speeker niet los, vouwde zijn gazet toe en strompelde binnen. +Snepvangers rook een frissche hooilucht die den lauwen avond doorgeurde, +Hoorde de kinderen joelen op de Ossenmarkt. Alles was zoo rustig en gewoon +en hij begreep niks van de waarschuwing. + +'s Anderdaags hoorde hij de gazettenleurders verwoed op hun koperen +trompetten toeteren en gillen. + +--Wat is er toch aan gang, vroeg Snepvangers. + +--De tijden van Napoleon komen terug, voorspelde de Speeker, en kneep +de "Gazet van Antwerpen" in kreukels, er is oorlog tusschen Oostenrijk en +Servië... + +--Och, meende Snepvangers, 't is altijd ieverans oorlog in de wereld... + +--Wacht maar!... + +In zijn slaap werd hij opgeschrikt door het luiden van Carolus. +Snepvangers wipte zijn bed uit, vergat zijn slaapmuts en zijn bloote +beenen en trok het balconvenster open.--Een politieagent stond aan den +overkant, hij hoorde het raam knarsen en keek op. + +--Wat gebeurt er, vroeg Snepvangers. + +--De klassen worden binnengeroepen... straks schiet ik ook mijn +soldatentenueken aan, zei de agent. + +--Wel, wel, zei Snepvangers verbijsterd, stak zijn hand naar zijn hoofd +uit en werd zijn slaapmuts gewaar. + +Dan haastte hij zich het venster te sluiten en kroop terug in zijn bed. + +--Jezus-Mana, zuchtte Madame, wat gaan we nu nog beleven. + +--Dat moeten wij afwachten, oordeelde Snepvangers keerde zich om, sliep +koelbloedig snurkend in. + +Madame woelde nog lang slapeloos en vol onrust. Zij benijdde haar man die +zoo moedig en onverschrokken slapen kon wanneer onbekende gevaren hen +bedreigden. + +Onder de algemeene paniek moest Snepvangers zich den volgenden dag van den +ernstigen toestand rekenschap geven. Hij zag de menschen samendrommen voor +de spaarkassen... In winkels en herbergen was plots het pasmunt +onvindbaar, bankpapier overstroomde de stad en de gapers lazen de +plakkaten omtrent de opeisching van paarden en rijtuigen voor het leger. + +Miranda stond bij Sander, die uit het dagblad voorlas: "Gij moogt het +gerust zeggen, verklaarde ons een officier, dat de Schelde, hoewel zij er +den schijn niet van heeft, verdedigd is gelijk mogelijk geen enkelen +stroom van de wereld. Ook is het te voorzien dat men ons langs daar niet +zal aanvallen, want daar ligt ons sterktepunt..." + +--Alles gaat duur worden, zei Miranda. + +--Zou het vogelzaad ook opslagen, vorschte Snepvangers. + +--Er komen Turcos gelijk in 't jaar zeventig, beloofde de Speeker, van +die half zwarten met roode pofbroeken. + +'s Zondags, in de kerk, hoorden Mijnheer en Madame de kondschap der +Bisschoppen aan de geloovigen: "Het uur is bedenkelijk. Angst en vreeze +beklemt de harten. Kinderen, vrouwen en moeders smelten in tranen. +Edoch, met vasten stap en moed in het hart trekken onze wakkere soldaten +naar de grenzen..." + +--Snepvangers, fluisterde Madame, en er blonken tranen aan haar wimpers, +wat zullen wij in onzen ouden dag nog moeten onderstaan... + +--Ik ben van zins, antwoordde Snepvangers, en zijn gedachten hadden een +anderen koers, voor den opslag nog een vijftig liters vogelzaad te +koopen ... + +Aan tafel gaf Antoine weer moed, verzekerde dat het land geen gevaar liep +in den strijd gewikkeld te worden. Op het goed vooruitzicht werd een +lekkere flesch geschonken. + +Opgemonterd verscheen Snepvangers 's Maandags met zijn spitsken in de +straat. + +--Er komt niks van, verzekerde hij aan Sander, Antoine heeft het +gezegd... + +--Wacht maar, gromde de Speeker, en blies door zijn goudsche pijp. + +Zij stonden een wijlken stil tot een vent voorbij holde. + +--'t Is oorlog, riep hij. + +--Watte?... + +De Speeker liet zijn pijp vallen en keek verwezen naar de scherven. + +--Ik hoor trommelen, Sander. + +--Snepvangers, nu valt er op te passen, fluisterde de Speeker +geheimzinnig. + +--Ze trommelen de gardecivikken op, meldde een straatbengel, 'k heb de +tamboers gezien... 't is oorlog... + +--Wel, daar gaat er, poddozie, een... + +--Ja, Snepvangers, dat is een trompetter die ook nog in den Oost gediend +heeft en in Tonkin... een duveltje... anders boodschapper aan de statie... + +--Hé, Mijnheer, is het waar, ondervroeg Snepvangers. + +--Ja, zei de trompetter van de burgerwacht, terwijl hij zijn gele koorden +schikte en naar zijn roodkoperen instrument keek, ja, ik zal mogen +blazen... dat heb ik nog gedaan... daar draag ik decoraties van... + +--Awel, peilde de Spreeker... + +--We moeten misschien naar de grens, blufte de man en liep door. + +--Dan kunnen wij gerust zijn, betrouwde de argelooze Snepvangers. + +--Onnoozele bloed, verachtte Sander. + +Zijn zonnig humeur bleef hem bij terwijl hij door de stad liep te gapen +naar de koortsige, opgewonden bedrijvigheid. Overal, aan stations en +militaire gebouwen, aan stadspoorten en aan magazijnen stonden +burgerwachten, de bajonet op 't geweer, en keken de burgers aan met de +brani van oudsoldaten. Geen straat zonder soldaten,--geen kroeg zonder +woordvoerders, geen straathoek zonder samenscholing van geburen. De +bijzondere edities der dagbladen droegen in vette titels: "'t Kanon aan +'t woord!... Antwerpen in staat van beleg!" + +--Nu heeft de burgemeester niks meer te zeggen, nu is 't armee baas, +leerde Sander, en daar valt niet mee te lachen. + +--Maar waarom moesten wij toch in den oorlog komen, treurde Snepvangers, + wij zijn geen vechters... + +--We zullen het wel leeren, grimde Sander, en toonde zijn leelijke tanden. + +Dinsdags joeg een onrust door de stad en het grauw plunderde de +kaberdoeskens in het Schipperskwartier. Snepvangers en zijn vrienden doken +vroeg in hun woningen, ontzet door het gehuil der bende. "Wij staan pal!" +Dat stond boven het verwarde mengelmoes van berichten. Een dag later +scheen de stad plots in feest te staan; aan al de gevels wapperden vlaggen +en elkeen droeg een driekleurig strikje. Aan sommige poorten waren echter +de tramlijnen opgebroken. + +--'k Wist niet dat er zooveel vlaggen in de stad waren, verwonderde zich +Snepvangers. + +--Dat is om er den moed in te houden, zei Sander, op al de kerktorens +steekt nu een vlag. + +--'k Heb de eerste verpleegsters van het Rood Kruis gezien, vertelde +Miranda, allemaal in 't wit met witte kappekens op en roode kruiskens op +de mouw... + +--'t Zal 'n slag geven, misprees Sander de ongeluksprofeet, maar als ze +rond Antwerpen beginnen dan trek ik er uit... + +--Foei, Sander, berispte Snepvangers waardig, ge moet meer +vaderlandsliefde toonen, als ik zoo oud niet was ging ik nog als +vrijwilliger op. + +--Och, Snepvangers! + +--Echt waar!... Er is een advocaat bezig met een Scheldekorps bijeen +te brengen... daar zou ik nog willen aan meedoen, maar ge moet kunnen +zwemmen en dat kan ik niet... + +--Ik, aarzelde Miranda, ik blijf bij mijn oud gedacht, geen man, geen +kanon! 't Is niet menschelijk elkaar doodschieten!... + +--Och kom, dat steekt zoo nauw niet, oordeelde Snepvangers, dat is +niks... Hebt ge de nieuw bankbriefjes van vijf frank al gezien? + +--De Burgemeester heeft prijzen vastgesteld voor eten en drinken! +wist Miranda. + +--z'Hebben weer twee spionnen gevangen, ze zaten in een kelderken aan de +statie gebakken visch te eten, meldde Snepvangers. + +--Ge moet maar lezen wat er allemaal gebeurt, zei Sander, ik zou van 's +morgens tot 's avonds niets anders doen dan gazetten lezen. + +--Zie, die piotten trekken uit! + +Een marschvaardig regiment. Dof klonken de stappen der zwaar bepakte +piotten. Zij droegen het geweer aan den riem, de zwartglimmende kepies +aachteruitgeschoven de blauwe kapotjassen opengeplooid zoodat de grijze +broeken zichtbaar waren. Plots zongen zij "De Vlaamsche Leeuw". Het +doorrilde de drie vrienden en onwillekeurig namen zij den hoed af. + +Nauwelijks een week later was Snepvangers het reeds beu gazetten te lezen. +De toestand bleef immer zeer goed!... Uit al de telegrammen kon hij geen +klaar beeld ontwarren en dan trof hem nog de plekken wit of zwart, die +het werk van de censuur aantoonde. + +Toen gebeurde het dat Snepvangers en Miranda de eerste gekwetsten zagen. +Zij kwamen uit het Station en werden in trams vervoerd... Hun gezichten +Leken grauwe vertrokken maskers, hun oogen zaten vol koorts, hun hoofden +of armen waren verbonden met doortrokken windsels. Zenuwachtig zogen zij +op sigaren en sigaretten, knikten de menschen toe of riepen iets. Ze +leken wat verdwaasd. Miranda, de groote, stevige houtdraaier, was zeer +bleek geworden... + +--Ziet ge nu dat bloed, fluisterde hij met een krampachtig gelaat. + +--Nu ga ik niet meer zien, Miranda... en die kunnen nog loopen, maar die +anderen die op de berrie liggen, zei Snepvangers triestig. + +--En zij die ginder in den grond gestopt worden, Snepvangers. + +--Kom, laat ons maar stillekens naar huis gaan. + +In "Het Zwart Paard" dronken zij een borreltje, waarschijnlijk omdat het +schenken van sterke dranken nu verboden was. Zoo kwamen zij terug op hun +verhaal. Wanneer zij Sander vertelden wat zij gezien hadden, weerstreefde +hij woest: + +--Dat is niks, laat ze maar vechten!... + +Snepvangers, al huilde hij met de wolven, hield in die dagen het meest +van den zachtzinnigen Miranda. Uren zaten zij bij de vogels te kijken en +te spieden, te luisteren naar het gefrazel der jonge mannekens... Zij +hielden van de fijne, gele donsschakeeringen, van de zoete, weeke kleur. + +Aandachtig zagen zij hoe de jongskens gespijsd werden, hoe de schuw-rille +vogels op en af vlogen elkaar beriepen, naast elkaar hokten of met +vogelwreedheid elkaar bepikten. Zij vergaten er het uitzicht der stad +en de gebeurtenissen. Wanneer Miranda zich een beetje te erg verlaat had, +ging Snepvangers mee naar huis en kroop mee op den zolder, waar de +houtdraaier zijn werkhuis had. Samen wijsgeerden zij over de wereld en over +de Saksische kanarievogels. + +Zekeren middag kwam Albertken zijn grootvader opzoeken, die door het dwaas +bellen opschrok uit zijn middagslaapje. Albertken droeg een soldatenmuts. + +--Grootva, riep hij opgewonden, de Koning is in zijn paleis met de +Koningin en de Prinskens! We moeten gaan zien! + +--Ja, Albertken, onderwierp zich Snepvangers. + +Op de Meir, voor het Paleis, stonden zij te glarie-oogen, verloren in de +samenscholing. De zon ging onder en de klare hemel verduisterde. Plots +jubelden zij mee met de menigte al zagen zij niets. + +--Zijn het de Prinskens, Grootva? + +--Ja, Albertken!... + +Daarna bracht Snepvangers zijn kleinzoon naar huis. Antoine mompelde een +verstrooiden groet, verloren in krantenlectuur. + +--Ze vechten rond Diest, zei Marieken terloops, sprak dan over den +zuigeling, een meisje als een wolk. + +Later riep Sander hem om de gazet te toonen... Hij las de bovenschriften: +"Vreemde ruiters te Gheel! Dat is geen reden om het hoofd te verliezen!" + +--Ze komen naar hier, voorzag de Onheilsbode. + +--Nooit, meende Snepvangers waanwijs. + +--De Paus is dood!... + +--Als het maar waar is! + +--En de Generaal der Jezuïeten... En dat beteekent iets als die +sterven!... + +--Och!... + +--Brussel is ingenomen en ze vechten te Aerschot... + +--Ge moogt alles zoo zwart niet inzien, Sander!... + +--Ik heb mijn duiven verkocht... ik wil klaar zijn om te gaan loopen... +Verkoop uw kanarievogels, Snepvangers... Wij verkoopen de kousen en de +saai, want wij trekken er uit... + +--Ge zijt een bangerik, mompelde Snepvangers en stak ontstemd de straat +over. + +In zijn eersten slaap werd hij opgeschrikt door een vreemd geronk in de +lucht. Voor hij zijn vrouw kon antwoorden daverden ontploffingen... Het +huis scheen te beven en de ruiten te trillen. + +--Och, Snepvangers, kreunde Madame. + +--Blijf maar stillekens liggen, vrouw lief, suste hij, niet bang zijn, +'t is niks... + +Vol verteedering nam hij haar grijs hoofd in zijn arm, kuste haar en +proefde haar tranen. + +--Wij hebben nooit iemand kwaad gedaan,--troostte hij. + +--Maar de kinderen, nokte zij, de arme kinderen. + +--De arme kinderen!... + +Zij rilden onder het vreemd geweld dat in den nacht door de lucht joeg en +weenden samen... De wereld was uit haar gronden gerukt en boosheid en +moordzucht hielden feest. Nu verloren de menschen hun bezinning en wisten +wat oorlog was en vrede. + +Reeds vroeg kwam Miranda hem halen om te gaan kijken naar de verwoesting. + +--Neen, zei Snepvangers, dat wil ik niet zien... Er zijn dooden!... + +--Ik ga naar Marieken, verwittigde Madame nog zeer onder den indruk. + +Zij stonden op den drempel en zagen Sander en zijn vrouw, elk met een +zwaar valies beladen gereed om te vertrekken. + +--Awel, Sander? + +--Wat heb ik voorspeld, zegevierde Sander, wij trekken er uit, wij gaan +naar Ossendrecht... In Holland vechten ze niet... + +Ze zagen het koppel wegtrekken, zwoegend onder hun gepak. Het dikke +winkelvrouwtje dat nooit buiten kwam, trippelde voor haar man uit en was +ook nu weer baas, terwijl Sander, de sluwe bepeinzer, kalm aan zijn +pijpje trok en haar gedwee volgde. + +--Hardloopers, riep Snepvangers hen na. + +--Ik ga dan ook maar niet zien, besloot Miranda. + +--Wij zijn nog menschen, Miranda, kom liever eens naar mijn kanarievogels +zien. + +Dagelijks brachten de gazetten geruststellende tijdingen. + +Steeds bleek de toestand uitmuntend en de toekomst hoopvol. Wel +stroomden vluchtingen aan, maar zij werden in treinen gepakt en dieper +in Vlaanderen gezonden. Niemand scheen zich erg om die dakloozen te +bekommeren, elk had genoeg met zijn zorgen en zijn onrustige nachten. +Menigeen lag geregeld te turen naar den helderen sterrenhemel. De Russen +waren nu de mannen die hen uit den nood zouden helpen. Sommige sinjoren +hadden permentelijk Russen op de Paardenmarkt gezien. + +--'t Gaat goed, verzekerde Snepvangers, de Russen zijn kleppers. + +Nu de Speeker hem met zijn zwartgalligheid niet meer verschrikken kon, +zwom hij weer onbekommerd in zijn gelukzalig optimisme. Hij wist dat er +een nieuwe Paus gekozen was, dat er te Leuven en in de buurt van Mechelen +gevochten werd, stortte zijn penning voor "Het Kind van den Soldaat" +zorgde voor zijn vogels en luisterde naar hun gefrazel, vreesde niet voor +Antwerpen en sliep weer ongestoord en rustig. Hij begreep niet waarom +Madame haar zenuwen zoo overstuur bleven en zij heelder nachten wakker lag. + +Na acht uur waren de herbergen thans gesloten en stond de stad in 't +duister. In het begin stak hem dat erg tegen. De stad geleek een dorp waar +men met de kippen naar bed moest! Doch Snepvangers schikte zich spoedig in +de nieuwe regeling. + +Op een donkeren avond, nadat hij voor de deur van "Het Zwart Paard" van +Miranda afscheid had genomen, beleefde hij een vreemd avontuur. + +Het was heerlijk Septemberweer en de hemel zat doorweven met klare +sterren. De najaarskoelte klom amper door de straten. Het kanon donderde +in de verte. Snepvangers mijmerde!... Er werd fel gevochten... Wat +vreeselijke dingen... Hij had weer talrijke autos zien rijden, soldaten... +en burgerwachten zien door de stad trekken, menschen van het Rood Kruis +ontmoet in de straten vol roerlooze vlaggen. Een geluk voor Marieken dat +Antoine vroeger een karot getrokken had om geen gardecivik te moeten +spelen... want nu bleef hij er fijntjes tusschen uit... + +Iemand liep hem op dat oogenblik tegen het lijf, zoodat hij er van schrok. +Hij rook een zwoele geur en dacht aan een barbierswinkel. + +--Gij deugniet, fluisterde een vrouwenstem. + +--Pardon, verontschuldigde zich Snepvangers. + +--'t Is niks, lieve jongen, gaat ge mee?... Ik ben zoo benauwd in 't +donker... + +--Ik ben geen lieve jongen, zei Snepvangers ernstig. + +--Och kom... + +--Ik ben geen lieve jongen, hield hij vol, ik ben een deftig oud man!... + +--Ik zie het liefst oude heeren... Kom... + +--Wat denkt ge wel... ik ben getrouwd... + +--Dat is ook al niks... 't Is oorlog!... + +Toen was Snepvangers bang geworden voor de verleiding. In zijn +hulpeloosheid had hij een plotselinge ingeving. + +--Komt ge van God "sprekt", komt ge van den "duvel" vertrekt, sprak hij +rad en sloeg een kruis. + +De schaduw gleed luid lachend naast hem weg, opgeslorpt in de duisternis. +Hij was van streek thuis gekomen en had den koffiepot leeg gedronken om +Op adem te komen. + +--Wat is er toch gebeurd, vroeg Madame. + +--'t Is gevaarlijk in het donker... + +--Tegen een lantaarnpaal geloopen? + +--Neen... maar menschen zijn soms gevaarlijker... + +De vooruitzichten bleven gunstig. Er werd gevochten te Wetteren en te +Ninove, te Waelhem en te Kathelijne-Waver, te Duffel en te Lier, maar de +Toestand heette bevredigend. + +Snepvangers en Miranda kenden geen spanning, Antwerpen was veilig en de +gazetten erg bemoedigend. In de ijle Octoberluchten bulderde het reeds zoo +wel bekend kanon. Op Zondagavond kwam een agent in "Het Zwart Paard" den +waard aanzeggen direct te sluiten. Waarom, wist niemand... De stad was +volledig in 't donker. 's Anderdaags riep men dringend de jongens op om +soldaat te worden. + +--Ik geloof toch... aarzelde Miranda. + +--Ja, zei Snepvangers, 't is een rare tijd. + +Met beklemd gemoed namen de vrienden afscheid om Woensdag morgen te +vernemen dat de toestand ernstig was. + +Snepvangers ging Antoine raadplegen. + +--Antwerpen wordt gebombardeerd, verklaarde de Drogist zeer laconisch +terwijl hij een rekening schreef en den winkelknecht bevelen gaf. + +--Maar dat is gevaarlijk, hakkelde Snepvangers, die zijn hart feller +voelde kloppen. + +--Och, schokschouderde Antoine, strategisten hebben berekend dat er 34 +bommen moeten vallen om één huis te treffen!... De autoriteiten zeggen +ons: "Kalmte!... Kalmte zal ook vrijwaren voor onvoorzichtigheid en +roekeloosheid. Wie een koel hoofd bewaart, redt zich waar anderen verloren +gaan..." Let maar op de voorzorgsmaatregelen!... Ik zal ze u nog eens +voorlezen: "Zich niet op straat wagen, doch binnenshuis blijven, +bij voorkeur in de kelderingen. Water in het bereik houden op elke +verdieping om een begin van brand te blusschen. De kelderopeningen +opstoppen, 't zij met matrassen, 't zij met zakken zand. En dan op Gods +genade..." + +--'k Wou toch liever... + +--Vluchten, misprees Antoine, en lachte verachtelijk. + +--Neen, dat precies niet... maar ik dacht dat Antwerpen... + +--Kom, kom... Wie vluchten wil wordt verzocht in den kortsten tijd weg te +gaan in de richting van het Noorden of Noord-Oosten... want het +bombardement heeft geen invloed op den duur van onzen weerstand... +Nu zult ge de hazen zien loopen, hoonde Antoine, terwijl hij profijtelijk +een pakje jujube woog voor een snoepziek juffertje. + +--Nu komt de kat op de koord, wijsgeerde Snepvangers, en probeerde +onbevangen te kijken, ik ga Moeder maar gauw gerust stellen. + +--Komt tegen avond naar hier, verzocht Antoine, +Papa en Mama komen ook... hoe meer zielen hoe +meer vreugde in onzen kelder... + +--Wij hebben ook 'n kelder, weigerde Snepvangers kort en ging korzelig +heen. + +Thuis vond hij Miranda die op hem zat te wachten. + +--De situatie was altijd goed, spotte Miranda bitter. + +--Ik heb me nooit laten beetnemen, loog Snepvangers met overtuiging, +vraag het maar aan mijn vrouw... Maar ik wou niemand ontmoedigen... + +Madame zat suf met de handen in den schoot en gaf geen bescheid. + +--Als ik maar wist waarheen, bekende Miranda, al was het naar het einde +der wereld. + +--Neen, zei Snepvangers, zoo erg is het ook niet... er zijn zooveel bommen +die verkeerd springen... + +--Ja, ik ben bang, zei de openhartige Miranda, maar mijn vrouw lacht mij +uit ... Ik kwam om u te helpen... Hebt ge zakken? + +Wanneer de zakken zand op de keldergaten lagen en de wateremmers klaar +stonden, trok Miranda weg. Na het eten, dat niet smaakte, kwam Snepvangers +op den huisdrempel zijn pijp rooken en kijken naar de zenuwachtige +menschen die door de straat trokken. Een paar buren zochten zijn +gezelschap en samen dreven zij den spot met de hardloopers... + +Een vlieger ronkte in de lucht en de kinderen zongen leuk: + + En komt er nog 'n Zeppelin. + 'n Zeppelin! + Dan kruipen wij den kelder in, + den kelder in! + +In de schemering kwam Madame terug van Marieken en de kinderen. Zij aten +in stilte, hoorden de klok tiktakken en bleven treuzelen. + +--Gaan we naar boven, polste Snepvangers. + +--Seffens zal het beginnen, zei Madame, laat ons maar liever in den kelder +gaan zitten. + +Zij namen een lamp en gingen naar beneden. Er stond een tafel en twee +fauteuils. + +--Wat een Christenmensch beleven moet,--zuchtte Madame. + +--Ik haal brood en boter, zei Snepvangers, als we eens honger krijgen in +den nacht. + +Amper was hij terug gezeten of daar brak het gehuil en gesis los boven +de stad. + +--Jezus, Maria!... kermde Madame. + +--Gelukkig dat er hier wat te verhapzakken valt! + +Snepvangers ontkurkte een flesch cognac en schonk zich een half bierglas +in. + +--Gij ook wat, Mama? + +--Ja, want ik heb zoo'n pijn in mijn buik, kreunde zij. + +In de straat kermden voorbijhollende menschen en onophoudelijk floten de +bommen. + +--Ge kunt ze niet tellen, zei Snepvangers en nam een tweeden slok, terwijl +hij de trage wijzers van zijn uurwerk in het oog hield. + +Een beetje beverig had hij het van de ketting losgemaakt en op tafel +gelegd. Een wijl spraken zij geen gebenedijd woord. Spitsken lag onrustig +onder tafel. + +--Ons laatste uur is geslagen, jammerde Madame dan akelig. + +--Bijlange niet, zei hij zoo luchtig mogelijk en nam nog een slokje om +zich op te monteren. + +--Jawel, Snepvangers. + +--Zeg dat niet, 't is zoo al erg genoeg! + +--Mijn hart is geen boontje groot... en Marieken, en de kinderen... Waren +wij maar samen! + +--Drink eens, moedigde Snepvangers aan die berouw had het verzoek van +Antoine te hebben afgewezen. + +Hij was zelf zeer aangedaan. Daar zaten zij nu alleen in dezen ongewelfden +kelder. Zijn oogen bleven steeds gericht op een spinrag boven in een hoek +vol schaduw. Dat was aan het waakzaam oog zijner vrouw ontsnapt. De stad +scheen te daveren. + +--Wij hebben samen al zooveel doorgemaakt, overwoog hij verteederd. + +--Ja, Snepvangers. + +--En als er iets moest gebeuren moeten wij niet bang zijn, wij zijn toch +samen. + +--Ja, Snepvangers. + +Zij sufte en hij dronk. Hij bleef bloednuchter, herdacht zijn leven en +telde de uren af die met slakkengang wegslopen... Eensklaps hoorde hij +haar snikken en was erg ontroerd. Hij kuste haar verrimpeld gezicht. + +--Zoo gauw als het licht wordt trekken wij er uit, Moeder, schep maar +moed... Kom, wij blijven niet in den kelder, we gaan koffie opschenken, +dat zal ons goed doen. + +Hij nam de lamp en gehoorzaam volgde zij hem naar de keuken. Spoedig +zong de waterketel. + +--Hier is het veel beter, zei Madame. + +--Ja, bepeinsde Snepvangers, wat zullen die arme kanarievogels schrik +hebben uitgestaan!... Seffens, als de dag in de lucht komt, ga ik naar de +Torfbrug de kinderen halen... Er hangt een spinneweb in den kelder... + +Met den dageraad zonk de verschrikking van den nacht weg. Madame trok +naar den kelder om de spin te verdrijven en Mijnheer ging de vogels +verzorgen. Rond negen uur dronken zij opnieuw koffie. + +--Wat gaan we met Spitsken doen, zei Madame bekommerd. + +--Ik breng hem bij Miranda!... + +--Ja.., en de vogels? + +--'k Heb ze eten en drinken gegeven ... Ze krijgen het niet op al blijven +wij een maand weg! + +--En wat gaan wij medenemen? + +--Al wat waarde heeft, oordeelde Snepvangers, maak de coffre-fort leeg in +dat klein valiesje... dat zal ik dragen... neem gij zoo wat mee wat we +noodig hebben... + +--Pas toch maar op, Snepvangers, een ongeluk ligt op een klein plaatsken! + +--Och kom, zei hij moedig en stapte besloten den gang in, opende de +voordeur en stak voorzichtig het hoofd naar buiten. + +Overal stonden menschen en hielden beraad, anderen sleurden met pak en +zak. Juist toen het Snepvangers vrijwel veilig scheen hoorde hij weer +het afschuwelijk gefluit... Tzi... Tzi. + +--Kom, niet bang, Snepvangers, prevelde hij, en floot op Spitsken. + +Hij ging maar dicht langs de huizen en zag naar de keien. + +--Wij trekken er uit, mijnheer Snepvangers, riep iemand. + +Op de Paddengracht, hingen de winkeliers de luiken weer voor de vitrienen, +uit de Kattenstraat trok het volksken weg met beladen stootwagens. Miranda +stond hulpeloos aan zijn deur te kijken. Bij elken slag trok hij het hoofd +in en rilde. + +--Mijn vrouw wil weg, zei Snepvangers. + +--Dat begrijp ik... + +--Maar we kunnen Spitsken niet meenemen... + +--Laat hem maar hier... en de vogels... + +--Daar heb ik voor gezorgd... 'k Ga de kinderen halen... We komen rap +terug... 't Zal wel zoo erg niet doen. + +--'k Ben zoo bang, kreunde Miranda, de gardecivikken moeten niet +meevechten. + +--Ge moet niet bang zijn, troostte Snepvangers vriendelijk, terwijl hij +de Keizerstraat introk en Spitsken hoorde blaffen. + +Onderweg ontmoette hij burgerwachten zonder wapens, midden in de straat +lag een soldatenmuts. + +-- Het Zuid ligt plat, hoorde hij een zeggen. + +De vluchtelingen togen over de Minderbroedersrui en Snepvangers liep +hen onwillekeurig na, sloop langs de huizen door de oude stad en kwam voor +het Stadhuis. Hier wierpen de gardecivikken hun wapens ordeloos op een +hoop, geweren, ransels, bajonetten en gordels vol kogels. Het volk ijlde +voorbij. Snepvangers kreeg een vol besef van den benarden toestand. Waarom +had hij een omweg gemaakt? De Suikerrui zag zwart van menschen die over de +Scheldebrug wilden vluchten, maar opgehouden werden door het leger in +aftocht. Dan spoedde hij zich naar de Torfburg waar de winkel gesloten +was. Antoine kwam de deur openen. + +--Maakt u maar gauw klaar, zei Snepvangers, 't is maar voor de vrouwen. + +--Wij blijven, besliste de Drogist. + +--Marieken, riep Snepvangers en schoof zijn schoonzoon op zij, zet uw hoed +op en roep de kinderen... + +--Wij blijven, zei Marieken kordaat. + +--Ik ben niet zot! Moeder sterft puur van angst, en ons leven gaat voor +alles... + +--Wij blijven, zei Craen, met zijn hoofd even buiten de kelderdeur. + +Craen zag zeer rood van in den kelder te verblijven, en Snepvangers scheen +het dat zijn tong eenigszins dubbel sloeg. + +--Wij zitten in een sterk gewelfden kelder, betoogde Antoine, wij hebben +onze voorzorgen genomen... zakken zand... + +--Ja, dat ben ik, die flauwskens... zakken zand en emmers water... ieder +zijn goesting, meende hij verachtelijk, maar ik denk er het mijne van, zoo +uw kinderen aan het gevaar bloot te stellen... + +--De kinderen, sprak Antoine lijzig, de kinderen zullen later fier zijn +het bombardement te hebben meegemaakt... + +--Vooral de zuigelingen, onderbrak Snepvangers ongeduldig, ik laat mijn +vrouw niet in dat gevaar,... Saluut! + +Hij was zeer verbolgen en dacht niet eens na dat hij zijn gewone schuwheid +tegenover Antoine had afgelegd. In een adem stapte hij naar huis, kwam +meer en meer onder den panischen schrik die de menschen voortjoeg. De zon +scheen uit de teerblauwe lucht waaruit het geweld zong met rekkend gehuil. + +Madame stond klaar en gaf hem het handtasje. + +--'k Heb het gedacht, snikte zij, willen wij dan ook maar blijven. + +--Ze moesten maar zoo koppig niet zijn... Wij trekken er uit... Ik wil +niet dat gij ziek wordt van schrik... + +Hij draaide den sleutel om, trok nog eens aan het handvatsel en stapte +naast zijn vrouw langs den weg die Sander enkele dagen vroeger genomen +had. Zij keken niet om en dorsten elkaar niet bezien want zij hadden +tranen in de oogen. + +Hoe verder zij kwamen hoe meer stootwagens, karren en rijtuigen zij +zagen. Mannen en vrouwen zwoegden onder vreemd gepak; kinderen schreiden, +er werd geroepen en gekeven. Aan den Dam, voor het station, stond een +trein met roode kruisen beschilderd. + +De karavaan toog maar traagjes voort naar Merxem. Zij moesten uitwijken +voor een kruiwagen en een bakkerskar, stonden plots buiten het gedrang. + +--'k Ben zoo moe, kloeg Madame, mijn voeten weigeren mij te dragen. + +Snepvangers dacht aan den langen weg, zag weer naar den roodkruistrein +en had een gelukkige ingeving. Wie weet was daar geen plaatsken te +veroveren! Met geld en schoon woorden bekomt men veel... Zij kwamen +op het perron, de trein floot en voor zij het precies begrepen, waren zij +in het gedrang opgestuwd in een wagen, tusschen opgetimmerde brancards. + +--Ge moet maar uit uw oogen zien, zei Snepvangers voldaan, hier is het +beter dan in een kelder. + +Madame kreeg een plaatsken naast een dienstmeisje met witten voorschoot +die ongeschilde appelen at. Mijnheer nam zijn valiesje als schabel. + +--Geef nu maar een boterham, Moeder, zei hij opgewekt. + +Zij stak haar taschje naar hem uit. + +--Wat is dat? + +--Mijn korfken met eten, zei ze. + +--Wat? + +In haar onthutstheid had zij het leege eiermandje meegenomen.... + +--Neem een appel, Madame, troostte de meid. + +--Wel ja, lachte Snepvangers en nam een appel, geef dat ding hier, dat +kunnen we toch niet meesleuren. + +Hij wierp het korfje in gevlochten ijzerdraad uit het raampje, zag een +vlieger toeren boven den Polder en menschen langs de wegen trekken, een +zwarte zwerm gelijk. + +--Die arm beestjes, klaagde Madame. + +--De beestjes? bedacht de meid. + +--Ja, de kanarievogels! + +De meid verslikte zich in haar appel, beloerde gichelend de suffe vrouw. + +--'t Is niet om te lachen, zei Snepvangers gebelgd en knabbelde aan het +klokhuis. + +Een burgerwacht in uniform met slappen hoed op het hoofd vertelde luidop +zijn wedervaren.... Hij had den nacht op de wallen dienst gedaan en de +bommen zien neerslagen. De kapitein en zijn compagnie waren afgetrokken +en hadden hem vergeten. + +Aan elk station hield de trein stil en kropen er nog menschen in de +stampvolle wagons. Zij zaten nu tot op den tender, en men hoorde hun +schoenengebons boven het hoofd. + +Het duurde uren en uren. Plots werden de raamkens neergelaten en een +gejuich steeg uit den trein. Mijnheer jubelde mee. + +--Is 't gedaan? vroeg Madame. + +--Wij zijn over de grens, zei Mijnheer en stak een sigaar op, ik hoor +geen kanon meer!... + +--Mijn appelen zijn op, meldde de meid. + +Klokslag vier uur stond de trein stil op het rangeerterrein te Rozendael. +Met gestommel en lawaai trokken de vluchtelingen over de banen, door +Ondergrondsche gangen en stonden plots voor het station op een open +plein vol menschen, vol luidruchtige Sinjoren. + +--Wel, wie dat we daar hebben, riep een man. + +'t Was de Verdierenpikker die verheugd en opgewonden, de handen vooruit, +op hen toetrad. + +--Toch ook weggetrokken? + +--Dat geloof ik wel, verontschuldigde zich Snepvangers, heel het Zuid +ligt plat. + +--En de kinderen die daar in een kelder zitten, griende Madame. + +--'t Is dom zoo uw schoon leven te riskeeren, zei de Verdierenpikker. + +--Ja, blufte Snepvangers, ik was toch ook gebleven, al was het maar voor +mijn kanarievogels, maar ik wou mijn vrouw redden... + +--Mijnheer, Mijnheer, jammerde een dik zweetend heerken, staat mijn huis +er nog in de Lozanastraat? + +--Alles ligt plat, het Justiciepaleis en al de huizen in den omtrek, +getuigde Snepvangers heel wreedaardig, we zijn onder de bommen weggeloopen +en per mirakel ontsnapt. + +--Wat een ongeluk prevelde het blozend manneken ntdaan. + +--'t Is oorlog, troostte Snepvangers, ja 't is oorlog, herhaalde hij +luchtig, maar dat belet niet dat ik honger heb... Kom, Moeder, we gaan +wat eten. + +--Kom maar mee, zei de Verdierenpikker, ik weet waar ge zijn moet. + +Zij lieten het heerken staan en trokken de markt over naar een hotel, waar +zij, na lang wachten en trommelen op de tafel, een biefstuk met gebakken +aardappelen bemachtigden. + +Zij zaten omgeven van Antwerpenaars die druk hun lotgevallen bespraken en +dorstig van ontroering, pintjes dronken. Het leek wel een kermisvolte. + +--Garcon, riep Snepvangers, toen hij verzadigd was en zijn derde glas +gedronken had. + +--Hier heeten de garçons allemaal Jan leerde de Verdierenpikker. + +--Awel, Jan, riep Snepvangers, kunnen we hier logeeren. + +--Alles is vol, Menheer, nergens vindt u nog onderkomen, beweerde de man +terwijl hij het drinkgeld opstreek. + +--Ja maar, we moeten toch slapen, verzette zich Snepvangers in zijn +zekerheid getroffen. + +--Dat zal wel, Menheer, gaf Jan toe en schoof naar een ander tafel. + +--Maar die is in mijn botten, kloeg Snepvangers, we kunnen toch niet onder +den blooten hemel slapen. + +--Of hier op een stoel, vulde Madame aan,--waar logeert Mijnheer? + +--Ik, zei de Verdierenpikker genoegelijk, aan mij moet ge niet denken, ik +heb een kamer boven een boterwinkel! + +--Maar wij? + +--Daar hebt ge het kot van den manken hannen. + +--Kom, we zullen eens gaan zoeken... een kruier heeft mij geholpen... + +--Een kruier, wat is dat? + +--Wel, Snepvangers, leerde de Verdierenpikker, 't is te zien dat ge pas in +Holland zijt, een kruier dat is zoo'n vent... ge weet wel... + +--Neen, ontkende Snepvangers. + +--Wel zoo'n vent die commissies doet... een boodschapper. + +--Zoo een met een koperen plaat op zijn klak die aan de statie staat? +vroeg Madame. + +--Precies! + +Op het plein, door de rumoerige menigte die er met krijtende kinderen en +vreemd gepak bivakkeerden, keerden zij weer naar het station waar +vluchtelingen af en aan liepen. De kruier zagen zij niet. Van ontsteltenis +kregen zij telkens dorst. + +--Wat zijn de soldaten toch braaf, zei Madame, zie maar eens hoe zij de +arme menschen helpen. + +--Ze dragen de pakken en deelen hun brood uit, zei Snepvangers verteederd, +dat heb ik nog nooit gezien... + +--De Hollanders hebben zoo'n compassie met ons... ik moest eerlijk niet +veel hebben van 'nen kouden Hollander... maar nu, nu ken ik ze beter... Ze +staan hun eigen bed af voor vreemde menschen... 't is danig goed volk. + +--Hadden wij ook maar een bed, betreurde Snepvangers. + +--Maar heel Antwerpen is hier, beweerde de Verdierenpikker, ik vrees dat +ge dieper het land zult moeten intrekken! + +--Maar heden avond toch niet, jammerde Madame, seffens is het donker en +in een vreemd land waar men den weg niet... Was ik maar in onzen kelder +gebleven... die arme vogeltjes... + +Wanneer zij in de schemering, voor de vijfde maal de trappen van het +stationsgebouw bestegen, liepen zij tegen den kruier aan. + +--Kruier, riep de Verdierenpikker. + +--Menheer, zei de man, en tikte eventjes aan zijn pet. + +--Madame en Mijnheer Snepvangers moeten een kamer hebben. + +--Ik weet niks meer! + +--Dat is gauw gezegd, maar ze kunnen toch niet onder den blooten hemel +slapen! + +--Het zal wel moeten... of in de wachtzaal... + +--Neen, Kruier, 't zijn deftige menschen... Mijnheer was kandidaat voor +den Gemeenteraad... + +--Het mag kosten wat het wil, steunde Snepvangers en stopte den man een +half franksken in de hand. + +--Ja, aarzelde de Kruier, mogelijk zou ik iets kunnen doen... ingeval +Menheer en Mevrouw met mijn bed zich wilden vergenoegen... + +--Wel natuurlijk, zei Snepvangers, 't is oorlog... en wij Sinjoren zijn +ongegeneerde menschen... Mijnheer de kruier, ge zijt 'n reddende engel... + +--Heb ik het niet voorspeld? triomfeerde de Verdierenpikker. + +--Mevrouw zal wel vermoeid zijn,--zei de Kruier laat ons maar +opstappen... daarbij moet ik mijn vrouw nog verwittigen... + +--En waar zult gij dan slapen? vroeg Madame. + +--We hebben nog een zolderkamertje, Mevrouw, en Mevrouw zal het met één +matras moeten stellen, wij nemen dan de andere... Rechtuit loopen, Heeren, +'t is nog een eindje voorbij de boterzaak waar Menheer logeert. + +--Wat beleefde commissionnair, fluisterde Madame. + +Nadat de Verdierenpikker afscheid genomen had,--'s anderendaags zouden +zij elkaar weer ontmoeten en verder zien wat hen te doen stond,--liepen de +echtgenooten naast den kruier voort. Overal aan de deuren stonden +vluchtelingen te praten met de gastheeren... De weg scheen lang in het +duister. In de verte floten de treinen. + +--Er komen er nog meer, beloofde Madame. + +--'t Is toch vreeselijk, Mevrouw, en Antwerpen was een mooie stad... Ik +was wel eens te Antwerpen... + +--Een schoone stad... Dat zou ik gelooven, zei Madame trotsch. + +--Heel wat anders dan Brussel of Rozendaal, onderbrak Snepvangers, uw +statiegebouw is anders wel schoon... wel mooi wil ik zeggen... ja, Kruier, +ik zal gauw Hollandsch spreken, wacht maar een beetje... maar kunt ge u +wel voorstellen wat een bombardement is? + +Hij hield den man staan en keek hem in het wit der oogen. + +--Neen, menheer, alles vliegt kapot of in brand zeker? + +--Ja dat is het... de kanonballen huilen in de lucht... ge ziet ze naar +beneden komen en trekt in het begin den kop in... maar ge raakt eraan +gewoon... het deed ons niks meer... we telden ze... + +--Maar Snepvangers toch... + +--Mijn vrouw was bang ... maar ik ben onder het bombardement naar mijn +dochter geweest om de kinderen te zien... Die waren allemaal zoo moedig +dat zij niet eens wilden vluchten. + +--Ze zijn misschien al dood, nokte Madame. + +--Men mag zich nooit het ergste verbeelden, Mevrouw. + +--Dat zeg ik ook... maar nu weten wij van den oorlog mee te spreken... + +In een straat, aan weerszijden met kleine arbeiderswoningen bebouwd, +woonde de kruier. Hij draaide het gaslicht op in het voorkamertje, +verontschuldigde zich dat hij even zijn vrouw ging verwittigen. + +--'t Riekt hier naar gebakken haring, vezelde Madame. + +--'k Zou er wel een lusten, bekende Snepvangers. + +Dan zaten zij stil te kijken naar het tafeltapijt, naar de kleerkast, de +potjes op het schouwblad, en naar een portret der Koningin dat aan den +wand hing. + +--Ik geloof dat het protestanten zijn, zei Mevrouw onthutst. + +--Och, Moeder, dat zijn ook menschen, en... + +De deur piepte en een magere vrouw met een zwarte muts op het hoofd kwam, +gevolgd door den Kruier, binnen. + +--Welkom, Mevrouw en Menheer, spijtig dat wij zoo eng behuisd zijn... +Mevrouw zal zich moeten behelpen met wat we aanbieden kunnen ... + +--Maar 't is van harte gegund... de menschen moeten elkaar behelpen in +deze benarde tijden, voegde de Kruier er aan toe. + +--Wij behooren maar tot den arbeidenden stand, Mevrouw. + +--Ja maar, zei Snepvangers, ik vind het heel schoon... mooi wil ik zeggen, +maar ge moet zeggen wat het kost... + +--Neen, weerde de huisvrouw af, wij doen wat wij kunnen, elkeen heeft +vluchtelingen in huis. + +Maar Snepvangers drong aan, wou en zou betalen. + +--Ik zou eerst maar een avondboterhammetje eten en het bed eens probeeren, +dan kunnen we morgen verder praten, besloot de huisvrouw. + +Zij dronken samen een kommetje slappen koffie en aten boterhammen met +kaas. Dan ging de Kruier met zijn vluchteling nog een slaapsmutsken +drinken in een kroeg in de buurt, waar men de laatste berichten uit +de brandende stad vernam. + +--Menheer is onder de bommen weggevlucht, pochte de Kruier. + +--Ik weet soms niet of ik nog leef, zei Snepvangers bescheiden. + +--Zoodra het bombardement gedaan is ga ik eens kijken, bedacht de Waard, +terwijl hij kalmpjes zijn pijp rookte, ik ben neutraal! + +Toen de mannen thuis kwamen schenen zij oude vrienden. Snepvangers had +zijn halve levensloop verteld. De vrouwen zaten gezelligjes in de +voorkamer. Madame had de huisvrouw geholpen om de matras af te trekken en +het bed te verschoonen. Eventjes zaten zij nog rustig bijeen dan ging de +Kruier met zijn vrouw naar boven want het zou weer vroeg dag zijn. + +Snepvangers geeuwde terwijl hij de deur afsloot. Madame opende de deuren +der alkoof. + +--'t Is proper, getuigde zij en sloeg de lakens open. + +--Maar 't is benauwd in de kamer, oordeelde Snepvangers, en 't riekt +naar haring. + +--Ge droomt, Snepvangers, + +--Ook goed, onderwierp zich de man. + +Hij lei zijn valiesje boven zijn hoofdkussen, vleide zich neer en begon +direct te ronken. + +Madame kon niet slapen, lag te woelen en te zuchten. Zij dacht aan de +kinderen. Wat zou er met hen gebeurd zijn? Snepvangers scheen geen kommer +te kennen, die peinsde noch aan zijn huis noch aan hen die achtergebleven +waren. In haar verbeelding hoorde zij het gedaver van het vuur dat +Antwerpen bestreek. Wat zou er hen nog boven het hoofd hangen. Zij zaten +In een vreemd land en genoten de gastvrijheid, sliepen in andermans bed, +mochten zich nog gelukkig achten want duizenden hadden geen onderkomen. + +Wanneer zij opstonden was de Kruier al de baan op. Het ontbijt stond klaar +in de keuken. + +--Goed geslapen, Mevrouw en Menheer? + +--Heel goed, zei Snepvangers, maar laat ons nu eens condities maken. + +--Ge zijt onze gasten! + +--Als ik niet mag betalen, dan trek ik er uit, dreigde Snepvangers, ik wil +op niemands kap leven... + +--Dat zal Menheer niet doen, smeekte de huisvrouw, wat zullen de buren wel +denken... + +--Laat ons dan accoord maken... + +--Wel... laat ons dan zeggen een gulden!... Dat is toch niet overdreven... + +--Een gulden? ... En dan vertellen ze dat Holland een duur land is... neen +dat gaat niet... ik zeg drie gulden, dat betaal ik overal in een hotel... +en dan is het goedkoop... En nu ga ik eens zien naar de statie; gaat ge +mee Moeder? + +--Ik blijf liever thuis en zal Madame helpen ... + +Snepvangers trok blijmoedig op, kocht voor een dubbeltje sigaren en ging +dan naar den boterwinkel om zijn vriend af te halen die juist zijn tweede +lichtgekookt eitje uitlepelde. + +Voor het station was de beweging even druk als den vorigen dag. Wagens en +karren kwamen het plein opgereden, mannen zwoegden onder hun gepak, +soldaten hielpen, vrouwen sleurden met drenzerige kinderen. Snepvangers +sloeg het leven welgevallig gade, liep met den Verdierenpikker rookend +van groepje tot groepje om van de vlucht te hooren vertellen en de +varende geruchten op te vangen. Soms werden zij aangesproken en dan gaf +Snepvangers raad. + +--Ge moet dieper Holland intrekken, hier is geen bed meer te vinden... + +--Dat hebben de soldaten ook gezegd... + +--Spreekt jandorie geen kwaad van de soldaten, en de Hollanders dat +zijn menschen... + +--Dan zullen we maar naar Amsterdam gaan... + +--Mooi zoo, zei Snepvangers dan met een effen gezicht, ingenomen met +zijn Hollandsch woord en zijn goedkoope sigaar. + +'s Namiddags hadden zij tot verpoozing een bijeenkomst van landgenooten. +Na het eten zocht Snepvangers weer zijn vriend op en trokken zij naar de +vergadering. De voorzitter sprak Fransch, zette de toehoorders aan om +goeden moed te houden, want de kansen gingen keeren. + +--Waarom moeten die mannen altijd Fransch parleeren, zei de +Verdierenpikker misnoegd. + +--Och dat is zoo de chic, verzekerde Snepvangers, kom, hij weet er toch +niks meer van dan wij ... Holland is toch nog een land ... hier kunt ge +altijd sigaren rooken ... + +'s Avonds ging hij weer een slaapmutsken drinken met zijn gastheer. +Snepvangers betaalde... Hij sliep daarna weer godzalig en vermoedde niet +eens dat zijn vrouw heel den langen nacht slapeloos lag te dubben. + +Hij trok 's morgens weer de stad in alsof hij nooit anders gedaan had, +zeer op zijn gemak in de drukte. Op het plein vernamen zij dat Antwerpen +gevallen was en het bombardement had opgehouden. Het gaf een opluchting. +De vergadering was nog beter bezocht dan den vorigen dag. De voorzitter +sprak weer Fransch, hij was een Antwerpsch advokaat, en hij stelde voor +een bestuur te kiezen dat de belangen der vluchtelingen zou behartigen en +den toestand onderzoeken. Dagelijks zouden zij samenkomen. Snepvangers +werd op voorstel van den Verdierenpikker in het bestuur verkozen. Op +zijn verzoek werd een dankbetuiging gestemd aan de stedelijke bevolking +en de Wethouders van Rozendaal, aan het Magistraat van Antwerpen en aan +den Heer Voorzitter voor zijn wijs beleid. Zijn rede werd zeer toegejucht +en had voor gevolg dat hij met twee andere heeren aangeduid werd om naar +Bergen op Zoom te reizen en aldaar met het plaatselijk Comiteit te +Onderhandelen over de te treffen maatregelen van algemeen belang. + +'s Zondags ging hij met zijn vrouw naar de hoogmis, later alleen naar +de vergadering. Daar vernam hij schrikbarende dingen. + +--We mogen nog niet terugkeeren, verklaarde hij aan zijn vrouw, terwijl +hij in de alkoof stapte. + +De reis naar Bergen op Zoom verliep naar wensch. Daar ook vergaderde het +Comiteit regelmatig alle dagen, evenals te Breda, in den Haag, te +Vlissingen en elders. Hij had er de groeten overgebracht van stad- en +Landgenooten die te Rozendaal onderdak hadden gevonden, menig glas +gedronken en veel zweet verloren in den stoomtram. + +Zijn dagen waren zeer gevuld. Reeds vroeg haalde hij zijn vriend af, ging +naar het wisselkantoor Belgisch geld ruilen tegen Hollandsche guldens, +daarna kijken en nieuwtjes visschen in den omtrek van het station, eten +en vergaderen om den dag te besluiten met zijn gastheer in het gezellig +kroegje. + +Op Zaterdagavond kwam de Waard hem tegemoet. + +--Menheer Snepvangers, zei hij, ik ben te Antwerpen geweest, per fiets +heen en weer, en 'k heb het genoegen u mee te deelen... + +--Zeg het rap, onderbrak Snepvangers ongeduldig... + +--Uw huis is onbeschadigd en uw familie stelt het naar wensch... + +--Jongen, dankte Snepvangers ontroerd, als ik ooit voor u iets doen kan... +door een vuur loopen... + +--Dat is te warm, Menheer, schertste de Waard. + +--Dat zal wel, zei Snepvangers droomend, nu ga ik gauw mijne vrouw +verwittigen... + +--Het kan niet zijn, snikte Madame. + +--Van mijn kanarievogels heeft hij niks gezegd... + +--Wat zullen zij angst hebben uitgestaan! + +--Die arme vogeltjes... + +--Neen, de kinderen, Snepvangers! + +--Willen wij morgen naar huis gaan? + +--En het Comiteit? + +--Och Comiteit... Dat doet toch niks als vergaderen... Morgen vertrekken +er treinen... 't is er rustig... want er komen Heeren uit Antwerpen +spreken om het volk an te zetten weer naar huis te keeren... Ik ga den +Verdierenpikker verwittigen... + +--Ja, zei Madame gedwee. + +--Teruggaan?... Ik terug naar Antwerpen,... nepvangers, gij moogt mij veel +vragen, maar dat niet... Ik stierf nog liever... ik trek naar Amerika, +naar overal waar niet gevochten wordt, verklaarde de Verdierenpikker. + +--Ik ga naar Antwerpen, hield Snepvangers moedig vol. + +--Er staat geen huis meer recht... Ze zullen u krijgsgevangen nemen... +denk toch na... en het Comiteit... + +--Ik ga, morgen vroeg al... + +--Als gij uw leven wilt riskeeren... ge zijt oud en wijs genoeg... + +--Dat hoop ik! + +--Snepvangers, hier is mijn deursleutel... + +--Wat zal ik er mee aanvangen? + +--We zijn altijd vrienden geweest... ga eens naar mijn huis zien... en +naar mijn eigendommen... en schrijf eens een woordje... als ge ginder +gezond mocht aankomen... + +--Dat zal ik, beloofde Snepvangers. + +Nog denzelfden avond rekenden zij af met den Kruier, inviteerden den +gastheer en zijn vrouw om eens naar Antwerpen te komen. + +Ditmaal sliep Snepvangers ook niet, Het alkoofbed scheen hem hard en +bedompt. Madame had medelijden met zijn steunen. + +--Morgen slapen wij in ons eigen bed, troostte zij. + +--Wat zal ik blij zijn... We kennen Holland nu... 't is een aardig +land... de menschen zijn goed... heel goed zelfs... de sigaren zijn +goedkoop... maar toch. Oost West, thuis best... Ik begon anders goed +Hollandsch te praten en met gulden en dubbeltjes te rekenen... En nu heb +ik niks gekocht voor Albertken... + +De vrouw van den kruier weende bij het afscheid en Madame had moeite om +haar tranen te bedwingen. + +Zij kwamen veel te vroeg aan het station, kochten nog een paar doosjes +Haagsche Hopjes voor de kinderen... + +--Er wagen zich nog maar weinigen, waarschuwde de Kruier die hen +vergezelde op het perron. + +--Och, misprees Snepvangers, dat is de schuld van die Comiteiten, die +maken de menschen bang... er is absoluut geen gevaar meer... al de +stadhuisklerken gaan terug... + +Eindelijk werden de deurkens toegesmeten.--Snepvangers leunde door het +raampje, zag een Antwerpsen kaaiagent, die den dienst van treinwachter +deed, opwippen, hoorde het gefluit en gepuf der machine, en de +statiechef scheen weg te glijden. Hij riep nog een afscheid aan zijn +vriend, lachte omdat deze zoo beleefd tegen zijn pet tikte, en weg joegen +zij door het groene landschap dat gedoken lag in den najaarsmist waarop +de zon haar goud uitstraalde. + +--Wie weet zien we die menschen nog ooit terug, bedacht Madame. + +--Ja, wie weet, zei Snepvangers, en de man met wien hij dagelijks + borreltjes had gedronken scheen reeds zoo ver weggedrongen in zijn +herinnering. + +De trein vertraagde nabij Esschen, stond plots stil. Vreemde +marinesoldaten met bloote halzen en kleine potsen stonden op het perron +te kijken, één met het geweer op den schouder stond voor den barreel. De +vreemde vlag woei op het gebouw. + +--Zie eens, fluisterde Snepvangers ademloos. + +--Ja, zei Madame schuw. + +Stil-angstig keken zij, maar spraken geen enkel woord. Mijnheer hield +zijn valiesje krampachtig vastgeklemd. Naast hen zat een bleeke dertiger, +die zenuwachtig op zijn snor beet, met verwezen oogen te staren... +Achteraf zaten twee dienstmeisjes op hun paaschbest en vezelden. + +Zoohaast de trein opnieuw in beweging kwam scheen alleman te verademen. + +--Zij komen niet eens zien, zei Snepvangers. + +--Duurt het nog lang voor we aankomen? Informeerd een der meisjes. + +--Gaat gij zoo samen terug? vroeg Snepvangers + +--Ja, mijnheer en Madame vertrekken naar Engeland... en wij moeten op het +huis gaan passen... + +--Schoon volk, misprees Snepvangers. + +Zij passeerden een uitgestrekte vlakte vol stronken van uitgerooide +dennen, waarover een net van pinnekensdraad geslingerd lag. De einder +klaarde licht nevelig. + +Onverpoosd joeg de trein en blies witte stoomwolken langs het raampje. Aan +elk station zagen zij mariniers en de vreemde vlag. En hoe dichter zij de +stad naderden, hoe benauwder het hen werd. + +--Ik ben blij en niet blij, zei Madame. + +--Och... + +Snepvangers keek verstrooid, hij verlangde naar de straten die hem zoo +gemeenzaam waren, maar was tevens gejaagd... Ginder lag Merxem, de trein +vertraagde, stopte voor de wallen. Karweizoekers boden zich aan om het +gepak te dragen en lanterfanters stonden de terugkeerende stadgenooten te +monsteren, riepen wat tot bekenden maar met gedempte stem. De vrouwen +mochten zonder formaliteiten de stad binnen, maar de mannen moesten eerst +hun paspoort laten afstempelen. + +--Wacht maar aan de poort, ried Snepvangers. + +--Neen, ik ga mee, verklaarde Madame kordaat. + +De marinier floot een deuntje, zag niet eens naar den trouwboek terwijl +hij stempelde. + +--'t Is 'n goeie, fluisterde Snepvangers. + +Zij sjokten terug naar den doorsteek in de wallen. Niemand sprak hen aan, +maar hun hart klopte fel; zij hijgden en het zweet droop van hun wezen. + +--'t Is warm, meende Snepvangers, en dan onder die winterkleeren. + +--Ja!... + +Langs de vaart, naast de dokken zeulden zij voort. Alles lag stil en +verlaten te broeien onder de zon. 't Was een vredige zondag waarin +musschengetjilp weerklonk. Er roerde niks op de schepen en schuiten. +Plots aan het goederenstation zagen zij weer soldaten, veldgrijzen met +pinhelmen op. + +--Hier stonden gardecivikken, bedacht Snepvangers. + +Op de leien, waar de boomen vreemde schaduwen wierpen, dwarrelden de +eerste herfstbladeren neer. De beide terugkeerenden telden de menschen +op hun weg. Naast hen bolde een leege tram voort. + +--Er is nog haast geen levende ziel in de stad, Snepvangers. + +--Ja... maar de stad is ongeschonden, troostte hij zich, we hebben al +vier menschen gezien... de soldaten niet meegerekend ... en de tram rijdt +ook al ... + +De breede Paardenmarkt lag eenzaam; in de Roodestraat zagen zij een oud +wijveken aan het poortje van het godshuis "De seven bloedstortingen". + +--Dat is vijf in het geheel, besloot Snepvangers toen hij zijn sleutel op +de deur stak ... en wij mogen van geluk spreken in de Hobokenstraat ... + +--Weer thuis ... ik dacht dat ik nooit mijn huis meer zou gezien +hebben ... we waren arme ballingen ... + +--Och, Mama, 't is weeral vergeten ... 't is achter den rug ... laat ons +maar denken dat we een reisken naar Holland hebben gemaakt ... maar nu ga +ik eens naar de vogeltjes zien ... + +--Ik ga mee, zei Madame verteederd. + +Toen Snepvangers de deur der kweekkamer openstak klonk hem het lustig +gefrazel en gepiep niet tegen. Met twee stappen stond hij voor de kooi +waarin niets bewoog. De eetbak en de drinkfonteinen stonden als +onaangeroerd, geen vogel bewoog op de roestjes of in de nesten. + +Een schemer trok hem voor de oogen, zijn keel snoerde toe, en hij moest +zich vastklampen aan het vlechtwerk om niet te vallen. + +--Ze zijn allemaal weg, griende hij, allemaal gaan vliegen ... + +--Hoe is nu zoo'n ruit gebroken? vorschte Madame, kom, drink eens +Snepvangers. + +Het glas bibberde in zijn hand, hij klappertande maar voelde de +duizeligheid wijken en alles helder en ijl worden in zijn hoofd. Hij sloeg +de deurkens open en onderzocht de kooi. Een ruit was kapot, meer viel er +niet te zeggen. Dan keek hij in de nesten. In twee mostbeddekens lagen nog +eitjes, in een ander geeldonzige jongen die de vlucht niet hadden kunnen +volgen. In het laatste nestje vond hij een verstijfd poppeken, doodgebroed +op drie eitjes. + +Snepvangers nam het vogeltje, streelde het over de bleekgele pluimen, +bekeek het bekje, probeerde de oogjes open te trekken. + +Madame had medelijden met zijn verdriet. + +--Leg het nu maar weg, Snepvangers, 't is toch dood... + +--Zij zijn allemaal al lang dood, Mama, die vogeltjes zijn niet bestand om +in de wijde wereld rond te vliegen. + +--Wij zullen opnieuw beginnen te kweeken!... + +--Neen, Mama ... ik herbegin niet meer.... Ik zou altijd denken aan dees +moment ... en als ik nog eens vogels wil zien dan ga ik maar naar +Miranda ... 't is mijn schuld ... ik had vlechtdraad voor de ruiten +moeten spannen ... + +--Laat ons nu Spitsken maar gaan halen en naar de kinderen gaan zien ... + +--Ja, naar Albertken.... Wat zal hij verschieten ... hij hield ook zoo veel +van de kanarievogels ... + +--Ja, Snepvangers ... we zullen nog eerst het valiesken +in den coffre-fort sluiten.... + +--En een borreltje drinken, Mama. + + + + +HOOFDSTUK V. + +VRIEND HEIN IN DE BUURT. + + +Toen zij de winkeldeur openden, hoorden zij de schel gaan en zagen zij +Miranda zitten met Spitsken op den schoot. Hij zat midden van gedraaide +tafelpooten, speculatievormen, teemsen en houten keukengerief. + +--Dag, mompelde hij dof en keek hen amper aan. + +Een kanarie riep piet! piet! Snepvangers, vol van zijn verlies, groette +niet, maar Madame werd gewaar dat er iets haperde. + +--Wat scheelt er, Miranda? + +--Miranda, kloeg Snepvangers en hij kreeg een krop in de keel, al mijn +vogels zijn gaan vliegen!... + +--Zij is ook weg, fluisterde Miranda. + +--Och, zei Snepvangers, die niet geluisterd had, maar al mijn vogels... + +--Is zij weg, Miranda? polste Madame die wel iets wist van de vrouw van +den houtdraaier. + +--Ja,... eerst wou zij niet vluchten... tot Vrijdagmorgen hebben wij in +onzen kelder gezeten... dan kwam haar kozijn, de diamantslijper... + +--Was dat haar kozijn, Miranda? + +--Zoo heeft zij toch altijd gezegd, Madame... en dan sprak zij van weg te +trekken... en ze zijn er stillekens uitgemuisd... lieten mij alleen... zij +was mij te jong.... + +--Een poppeken lag dood op den nest, Miranda. + +--Ja, de vogels, knikte Miranda.... Ik denk maar dat de vent eens genoeg +van haar krijgt en dan.... Mijn arme vrouw!... + +--Mijn arme vogels!... + +Madame lokte met moeite Spitsken van Miranda's knieën, begon hem te +streelen. + +--Spitsken heeft zoo'n schrik uitgestaan, leefde + +Miranda op, ik heb hem in mijn armen moeten wiegen, hij was als een kind. + +--Het was zeker vreeselijk, Miranda? + +--Och, Snepvangers, ik weet het niet meer... de hond was mij een troost... +en dan zijn de soldaten voorbij getrokken... en dan zijn de +stadswerklieden gekomen met wagens en ladders om de vlaggen af te doen... +of die kwamen eerst... ik weet het niet meer... + +--Het feest was uit, Miranda... + +--Dan heb ik een dag en een nacht geslapen.... Ik was zoo triestig dat ik +met spijt wakker werd... + +--Kom straks bij ons eten, verzocht Madame, ge moet maar verzet zoeken... +niet suffen... + +--Ja, we zullen malkander troosten, jokte Snepvangers, we hebben allebei +wat verloren in 't bombardement. Gij uw wijf en ik mijn vogels... we +moeten het maar niet aan ons hart laten komen. + +--Ik zal Spitsken straks brengen... + +--Hij kan van den hond niet scheiden, zei Snepvangers toen ze buiten +kwamen. + +--We moesten hem Spitsken maar afstaan, bedacht Madame, hij geraakt anders +nog op den dool... met den hond heeft hij aanspraak.... + +Al de huizen met de gesloten luiken schenen verlaten. Op de +minderbroedersrui waren een paar winkels open, een vleeschhouwerij en een +bloemenzaak, een kroegje en een tabakswinkel. Aan een vlaggestok hing +nog een afgescheurden, zwarten reepel. Veldgrijzen kuierden, met het +geweer aan den riem, door de doode straten. + +--Ik denk soms dat ik droom, zei Snepvangers. + +Op de Torfbrug stond Antoine in den winkel en voerde een praatje met een +soldaat. Hij knikte eventjes alsof zij slechts een half uurtje afwezig +waren geweest. De hangklok in de huiskamer sloeg twaalf toen zij Marieken + en de kinderen beurtelings omhelsden. + +--Albertken, we zullen samen iets koopen, vezelde Snepvangers, in Holland +vond ik zoo niks naar mijn goesting. + +--Ik heb zoo aan u gedacht, schreide Madame. + +--We gaan nu weer allemaal samen aan tafel zitten, troostte Marieken +nuchter ... en hebt ge u goed geamuseerd in Rozendaal? + +--Daar valt niet over te klagen, verzekerde Snepvangers, maar Antoine, zei +hij tot zijn schoonzoon, die juist binnenkwam, hoe kunt ge met zoo'n +soldaat staan sjauwelen ... + +--Dat is affaire, Papa ... + +Craen en zijn vrouw kwamen op dat oogenblik binnen. + +--Al mijn kanarievogels zijn weg, Craen. + +--Dat is tegenslag, meende Craen overschillig. + +--Ik heb u nog gewaarschuwd, Papa ... hadt gij maar liever hier +gebleven ... + +Snepvangers zei maar niks meer, zat maar stillekens te luisteren naast +zijn kleinzoon. Zijn vrouw vertelde van de vlucht, van het eiermandje en +den trein, van den Verdierenpikker en den Kruier. + +--En ik werd in het Comiteit der vluchtelingen gekozen, kon hij niet +nalaten er met een vleugje ijdelheid aan toe te voegen. + +--De echte Sinjoren zijn gebleven, misprees Antoine en at weer +ongenaakbaar voort. + +--Antoine heeft er bij ons den moed ingehouden, zei Madame Craen. + +--Ja, bevestigde Marieken, want ik was bang toen het hier krioelde van +soldaten ... de eerste nacht mochten de mannen niet in de huizen rond de +Groote Markt blijven ... Mama is dan hier gebleven en Antoine met Papa +naar de Melkmarkt gaan slapen.... + +--Ik heb maar altijd een goed glas wijn gedronken, bekende Craen, zoo heb +ik mij recht gehouden ... + +--Maar 't gaat alles ordelijk, verzekerde Antoine. + +--Er zijn nog geen duizend menschen in de stad, zuchtte Madame Snepvangers. + +--Wel wat meer, Mama, wel wat meer! + +--'t Zal niet veel zijn, Antoine. + +--Ik zou nog wel eens willen gaan zien naar het huis van ... + +--Ik ga mee, zei Craen, + +Samen trokken zij door de eenzame straten en hoe verder zij van den +Noordkant afdwaalden hoe meer gebroken ruiten zij vervangen zagen door +planken en linoleum en hoe meer getroffen huizen zij telden. + +--Het glas is al opgeruimd ... wat ge nu nog ziet blikkeren is de moeite +niet ... bergen glasscherven hebben er gelegen ... eigenlijk, Snepvangers, +was het verstandig te vluchten ... + +--Dat weet ik nog zoo niet, sprak Snepvangers tegen, ik was veel liever +hier gebleven ... voor uw plezier moet ge niet gaan vluchten. + +Het huis van den Verdierenpikker bleek ongeschonden. Zij onderzochten het +van zolder tot kelder, vonden in de veranda een vruchtenschaal met sappige +peren die zij profijtelijk begonnen te schillen. + +--Die zouden maar rotten, zei Snepvangers, en hij komt toch niet terug. + +Achter in de tuinen miauwden verlaten katten. + +--Wat een gedacht, herbegon Snepvangers, hij laat zijn huis in den steek +en trekt naar Engeland ... + +--Elk zijn goesting, meende Craen en sneed een tweede peer. + +--Ik moet hem toch een briefken zenden. + +--Ja ... ik ken iemand die morgen naar de grens gaat ... daarbij 't wordt +tijd ... ge weet na acht uur moogt ge niet meer op straat loopen ... + +--Wat nog al meer!... + +--'t Is oorlog, Snepvangers. + +Hij schreef een briefje dat zij op weg naar huis in een estaminetje der +Sudermanstraat bestelden, waar de boodschapper regelmatig kwam. Na koffie +Gedronken te hebben gingen Mijnheer en Madame naar huis. In de straat +ontmoetten zij Miranda met den hond. Madame liep even naar de "Zoutkeet" +en naar den beenhouwer op de Ossenmarkt wat voor het avondeten te halen. + +--Ge moogt Spitsken hebben, Miranda. + +--Dank u, Snepvangers ... maar ... + +--Ge moet niet ongerust zijn ... mijn vrouw heeft er eerst aan gedacht. +Ge zijt zeker bang geweest, Miranda? + +--Neen, Snepvangers, 'k heb aan niks gepeinsd. + +--En als de stad dan precies in brand stond? + +--Ik heb niks gezien ... enkel de vlaggen die afgetrokken werden en de +soldaten die inrukten ... + +--Als we nu gegeten hebben, besliste Madame terwijl zij het vuur aanlegde, +dan gaan wij kaart spelen en een borreltje drinken ... + +--Maar na acht uur, aarzelde Miranda ... + +--Gij blijft hier slapen! + +--Dat spreekt van zelf, oordeelde ook Snepvangers. + +Lichtjes beneveld gingen zij slapen en 's anderendaags ontwaakte Miranda +minder droefgeestig gestemd. Het gezellig avondje had hem over zijn +zwaarste leed heen geholpen. + +Twee dagen later kwam de Verdierenpikker thuis. Een groot verlangen naar +zijn stad had hem van de voorgenomen reis doen afzien. + +--'k Had het wel gepeinsd ... + +--Oude boomen verplant men niet meer, verontschuldigde zich de +Verdierenpikker. + +--Dagelijks komen er terug ... Antoine zegt dat het heimwee is, een soort +ziekte.... Hoe is 't met den Kruier? + +--Goed, denk ik. + +--De Hollanders zijn toch nobel geweest ... zoo hulpvaardig ... zoo ... + +--Ja, Snepvangers, maar ... + +--Wat maar? + +--'k Heb toch ook hooren klagen in den trein ... menschen die peperduur +hadden mogen betalen ... + +--Als 't maar geen stoef is, wantrouwde Snepvangers. + +--Ik zeg niet neen ... ik weet het niet ... in mijn boterwinkel waren ze +zeer convenabel en toch ... + +--Wat? + +--Toch hebben ze me drie eieren te veel gerekend ... 'k heb het maar +blauw blauw gelaten ... + +--En hoe vindt ge de stad? + +--Och 't kon veel erger zijn ... + +--Ja, zei Snepvangers droomend, maar ik vind het zoo al erg genoeg ... + +Met Albertken wandelde hij de volgende dagen rond om de ingeschoten +huizen, de puinen en zwartgeblakerde muren te bezichtigen. Soms bleven zij +staan luisteren naar de muziekkorpsen die op openbare pleinen speelden, +het was een grillige fluitjesmuziek die Snepvangers weinig opwekkend vond. + +Doch Albertken moest weer naar school, het herfstweer bracht regen en +vroege duisternis en de dagen gleden doelloos voort. Het havenbedrijf lag +compleet stil, er liepen geen postboden door de stad en het grensverkeer +was gesloten. Onophoudelijk bonkte het kanon. Uit baloorigheid las hij de +plakkaten van den bezetter. + +Madame had haar gewoon leven hernomen en zij verdeelde haar tijd tusschen +haar huishouden en het huishouden van Marieken. + +Wanneer Snepvangers toevallig de Verdierenpikker tegenkwam trok deze +steeds een geheimzinnig gezicht en wist allerhande nieuwsjes te vertellen. + +--Vandaag of morgen, als wij wakker worden zijn ze weg, vertrouwde hij. + +--Zijt ge daar zeker van, vroeg Snepvangers dan telkens ... + +--Ik weet het uit de beste bron ... van iemand die een officier kent!... + +En Snepvangers werd dikwijls wakker zonder dat er iets veranderde. Hij +miste nu zijn Münchener bier, zijn kanaries en zijn onbekommerd leven van +voorheen. Een bestendige onzekerheid kwelde hem. Dikwijls zocht hij troost +op den werkzolder van Miranda. Zijn vriend vergat zijn werk en kwam naast +hem zitten voor de vogelkooi. Miranda was zeer gelaten in zijn lot. + +--Ik bid veel, zei Miranda, ik bid voor mijn vrouw ... + +--Zij is het niet waard, jongen. + +--We mogen niet hard zijn in ons oordeel, Snepvangers. + +--Ze verdient ransel! + +--Niemand is slecht, Snepvangers, de menschen zijn maar ongelukkig... en +onverstandig ... + +--Toch!... Een pater heeft in de kerk komen prediken dat oorlog een straf +is omdat de menschen te slecht geleefd hebben!... + +--Dat had hij niet mogen zeggen, Snepvangers... + +--Ik geloof u, zei Snepvangers zacht, maar nu is de wereld zot... + +--Er komt een nieuwe tijd, Snepvangers. + +Antoine was in die dagen dikwijls afwezig, en Marieken verving ham achter +den toog. + +--Waar zit Antoine toch? vroeg zijn schoonvader. + +--Affaires, Papa!... Antoine wint veel geld... + +--Veel geld, Marieken? + +--Ja, Papa, in zeep, olie en suiker... hij koopt en verkoopt... gunt zich +amper tijd om te eten en te slapen... + +--Wat ge nu zegt, mompelde Snepvangers verbluft. + +--Maar zwijgen, Papa, niemand weet het... het is een verrassing voor +nieuwjaar... + +Op Oudejaarsavond kwam de familie bijeen op de Torfbrug. Zij vierden het +wel niet zooals naar gewoonte, maar dronken toch een glas champagne. +Antoine zag er zeer vergenoegd uit. + +--Alvorens te drinken op beter dagen, zei hij, moet ik u iets +mededeelen... ik heb een tijdje de wetenschap vaarwel gezegd en zal dat +nog wel een tijdje doen... ik heb mij op den handel toegelegd en tot +heden honderd-vijf-en-zeventig duizend frank gewonnen... + +--Antoine! + +Craen kon van verteedering niets meer zeggen. De moeders weenden van +ontroering en Snepvangers prevelde ondanks zijn verbazing dat hij het +altijd verwacht had. + +--Eer het nog eens nieuwjaar is woon ik op den boulevard Leopold!.... + +--Ik gaf mijn affaire over, ried Craen. + +--De oorlog is nog voor iets goed, oordeelde Madame Snepvangers. + +--Ge moet van de gelegenheid weten te profiteeren, betoogde Antoine, +toekomend jaar is het misschien vrede... + +Snepvangers kon het nieuws voor Miranda niet verzwijgen. Hij ging hem +nieuwjaar wenschen en vond hem in de triestige achterkeuken die op een +goor, blauwgekalkt koerken uitzicht gaf. Spitsken zat op een stoel naast +hem. + +--Een gelukkig nieuwjaar, Snepvangers. + +--Van 's gelijken, Miranda. + +Zij proefden een borreltje Boonekamp, en de hond kreeg wat melk in een +bordje. + +--Miranda, onder ons... 'k heb groot nieuws... + +--Van...? hakkelde Miranda. + +--Van mijn schoonzoon, zei Snepvangers stralend. + +--Zoo? + +--Hij heeft een fortuin gewonnen... honderd-vijf-en-zeventig duizend frank +met speculeeren in zeep en van alles! + +--Zoo! + +--Ge zegt zoo niks... + +--Wat kan ik daarover zeggen... + +--Wel dat het toch schoon is... + +--Maar het is niet schoon, Snepvangers! + +--Niet schoon?... Poddozie, Miranda! Wat is dan schoon? + +--Dat is niet eerlijk gewonnen, Snepvangers, dat is woekeren. + +Een oogenblik nog keek Snepvangers Miranda aan. Beiden waren bleek en +spraken geen woord meer. Snepvangers stond op en verliet zijn vriend +voor dat één woord dat hem zoo gegriefd had. Wanneer zijn vrouw hem in +den loop der week naar Miranda vroeg, gaf hij geen bescheid. Zij hebben +ruzie gehad dacht Madame, 't zal over den oorlog zijn... Na de breuk met +Miranda voelde Snepvangers zich eenzaam. Antoine en Craen zocht hij +niet. Albertken ontgroeide hem langs om meer, de Speeker was verdwenen. +Alleen de Verdierenpikker zag hij soms in de herberg, maar deze +disputeerde altijd zoo fel over den "Krieg" en kende zooveel geheime +telegrammen die onder de bezetting niet bekend mochten worden! +Snepvangers vreesde hem, geloofde en wantrouwde hem te gelijk. + +Op het einde van Januari liep het tusschen Snepvangers en zijn +schoonzoon weer verkeerd. Snepvangers bewonderde hem om zijn rijkdom, +maar kon niet dulden dat hij hem telkens weer herinnerde aan zijn +vlucht. Zij waren toch maar eventjes afwezig geweest. Niet zooals die +anderen die nu pas terugkeerden kon hij gerekend worden onder de +deserteurs. De maat liep over toen Antoine de bronzen medalje in zijn +knoopsgat droeg, _Antwerpen getrouw_. + +'t Gaf een steek in zijn hart al zei hij geen woord. De volgende zondag +kwam ook hij aan tafel voorzien van het eereteeken der dapperen die +Antwerpen niet verlaten hadden tijdens het bombardement. + +--Wat, Papa, draagt gij ook de medalje? zei Antoine puur ontdaan van +verbazing. + +--En waarom niet? vroeg Snepvangers loos. + +--Maar gij waart Antwerpen niet getrouw... + +--Antwerpen niet getrouw? ... We waren amper een paar uurkens buiten de +poort, daar was het veel gevaarlijker dan in een kelder, Antoine... + +--Maar! + +--En wie de medalje betaalt, mag ze dragen... iedereen draagt ze... zelfs +de mannen die verleden week terugkwamen. + +--Ge hebt gelijk, bekende Antoine, maar dan draag ik ze niet meer... + +--Gelijk ge wilt, Antoine! Maar een decoratie staat altijd chic! + +Na een week vergat Snepvangers het speelgoed in het schuifken van zijn +nachttafeltje. + +Om zijn tijd te dooden bezocht hij weer koopdagen of trok naar het +Justiciepaleis. Soms ging hij met Madame 's namiddags in een cinema een +kop koffie drinken. Hij vond het eigenlijk onaangenaam in het donker te +zitten kijken naar de trilbeelden tot het voor de oogen begon te +schemeren. Maar heel de stad liep naar de zalen, daarom ging ook hij er +luisteren naar de muziek, en zoo passeerde de tijd. De komische +tooneelen deden hem schaterlachen, maar Madame trok dan telkens met zijn +mouw om hem aan zijn fatsoen te herinneren. De griezelige drama's +integendeel verveelden hem geweldig. Hij geeuwde dan, dat kon toch +niemand merken, en was verwonderd dat zijn vrouw zich zoo vreeselijk +scheen te amuseeren. Hij was blij wanneer bij poozen het licht hel en +uitbundig door de zaal spoot in wisselende kleuren, rood en wit. Wat +vreemde loop had zijn leven toch genomen! Hij zat hier in zoo'n nieuw +ding en 't was oorlog... + +Zekeren namiddag, in het voorjaar toen hij van het Justiciepaleis kwam, +ging hij een glas bier drinken in een café aan den overkant der leien. +Hij nam de N.R. Courant op en las maar wat. Ten slotte verstond hij niks +van die telegrammen en militaire beschouwingen. De toestanden waren zoo +raar en verward, het bier had geur noch smaak en de menschen leefden in +hoop en vrees. De krant zakte neer en Snepvangers staarde naar het +ritselend groen der boomen op de leien naar het licht der meizon dat +gouden glans rond de grillige schaduwen spon. Een soldaat zat op een bank +onder een boom en las een brief. Het zicht der veldgrijzen ontroerde hem +niet meer, en hij keek niet eens op wanneer hij een vlieger hoorde snorren +in den hemel. Doch de levensonzekerheid sarde hem, knaagde aan zijn hart +en peuterde aan zijn humeur. + +Snepvangers was blij toen een kranige oude heer in zijn buurt kwam zitten, +een glas garsten bestelde en de gazet vroeg. + +Het scheen iemand van gewicht. De man liet achteloos zijn monocle vallen, +lei zijn grijzen hoed naast zijn wandelstok met gouden appel op de +marmeren tafel, dronk een slokje en begon te lezen. Het blad hield hij +gevouwen tusschen de zeemlederen gehandschoende vingeren. Onder de +opengesperde vleugels van zijn rooddooraderde neus stond zijn witte snor +puntig opgestreken met kosmetiek. Door zijn platgekamde haren liep een +streep tot achter in den wijnrooden hals. In het knoopsgat van zijn zwarte +jacquet pronkte een purperen lintje en op zijn wit piqué vestje bengelde +een gouden ketting waaraan een vreemd muntstuk hing. + +Snepvangers kon zijn oogen niet afwenden van den eleganten heer, zag hoe +deze fijntjes een sigaret opstak, de blauwe rookwolkjes opblies, weer een +slokje nam, zijn grijze streepjesbroek optrok om de plooi te bewaren en +voortlas. + +Een gedistingeerd heer, peinsde Snepvangers, iemand met voorname manieren, +zeker een notaris! + +Eindelijk legde het heerschap de krant neer, zette zijn monocle op en keek +met lichtblauwe oogen eventjes Snepvangers aan. + +--Schoon Meiweer, Mijnheer, knikte Snepvangers vertrouwelijk. + +--Puik weer, klonk het hoffelijk antwoord. + +--Was de oorlog nu maar rap gedaan, praatte Snepvangers, de menschen +worden het beu,... het duurt nu al negen maanden. + +--De oorlog zal nog lang duren, Mijnheer... + +--Denkt ge dat? zei Snepvangers ongeloovig. + +--Heel Europa komt nog in den dans, voorspelde de man. + +--Mijn vriend had gisteren anders goed nieuws, fluisterde Snepvangers, en +schoof dichter bij. + +--Uw vriend?... is het een militair? + +--Neen!... Een rentenier... Hij heeft eens gewonnen met verdierenpikken en +grondspeculaties.... + +--Ha, zoo!... En u is ook een rentenier? + +--Ja, om u te dienen... Mijn naam is Snepvangers, Snepvangers uit de +Hobokenstraat.... + +--Ik ben Generaal van den Bergh.... + +--Aangenaam u kennis te maken, Generaal, zei Snepvangers toeschietelijk, +stond recht en stak de hand uit, excuseer mij, maar dan zult ge er wel +meer van weten dan mijn vriend... stiel is stiel... en gij denkt dus dat +de oorlog nog lang zal duren... + +--De oorlog begint pas, Mijnheer Snepvangers. + +--Generaal, Generaal, riep Snepvangers onthutst, en alles kost nu al zoo +duur... + +--Alles zal nog duurder worden, zei de Generaal ijzig kalm, speelt u soms +domino, Mijnheer? + +--Ik ben maar een krabber, verontschuldigde zich Snepvangers. + +--Een partijtje? + +--Om u te dienen, Generaal. + +De Generaal trok zijn handschoenen uit, liet zijn monocle zakken terwijl +Snepvangers zijn pint leegdronk, tegenover hem plaats nam en de garçon het +Groene dominobord en de steenen bracht. + +Met zijn witte, mollige vrouwenhanden, streek de Generaal over de zwarte +dominoruggen. Een opaal glom in zijn gouden ring aan den linkerpink. + +--En hebt ge geen last gehad, prevelde Snepvangers. + +--Last? + +--Ja, als Generaal meen ik.... + +--Och neen... Ik kreeg mijn pensioen toen de oorlog pas aan gang was... in +September... + +--Dat is veel beter, meende Snepvangers met overtuiging. + +--Ik had veel liever meegevochten, Mijnheer Snepvangers, maar er werd +geintrigeerd... en ik had last van gebarsten aders in de beenen... + +--Lang gediend, Generaal? + +--Als kind reeds in de soldatenschool... haast vijftig jaar militair +geweest. Nu is er vooruitgang voor de jongeren... les jeunes... zij zullen +weten wat oorlog is... Opgepast, Mijnheer Snepvangers! + +Het spel begon en de Generaal werd zoo stom als een visch. Snepvangers +hield de mollige handen in het oog en de roomkleurige bovenkant der +domino's, waaruit een koperen pinneken stak. De steenen sloten telkens +met doffe tikjes aaneen. + +Tot welgevallen van zijn medespeler verloor Snepvangers twee spelletjes. +Dan haalde de Generaal zijn gouden repetitiehorloge uit zijn vestzak. + +--Ik moet weg, Mijnheer Snepvangers, betreurde hij, een bezoek bij een +dame... + +--En die mag men niet laten wachten, meende Snepvangers welwijs. + +--Natuurlijk, zei de Generaal schalks, komt u hier meer? + +--Af en toe, loog Snepvangers. + +--Komt ge morgen?... Twee partijtjes... niks meer... + +--Volgaarne, Generaal! Neen, ik verlies... ik betaal... + +De oude Generaal trok zijn zeemlederen handschoenen aan, nam hoed en stok, +groette en ging. + +Opgewekt wandelde Snepvangers naar de Torfbrug waar hij zijne vrouw moest +afhalen. + +--De oorlog zal lang duren, verklaarde hij een beetje ijdel. + +--Wie zegt dat? vroeg Antoine uit de hoogte. + +--Iemand die het weten kan... een vriend! + +--Een vriend van u! + +--Ja, Antoine, een Generaal! + +--Een Generaal, wantrouwde Antoine... + +--Ja, Generaal van den Bergh... en dat is de eerste de beste niet! + +--Waar woont die Generaal, Papa? + +--Ieverans op 't Zuid tegen het Justiciepaleis, verweerde zich +Snepvangers. + +--Ik wist niet dat ge een Generaal kendet... Ge hebt er nooit over +gesproken... + +--Ik heb er nooit aan gedacht er over te spreken... maar ik speel nog al +eens domino met hem in 't café... hij spreekt Gentsch... + +Dagelijks speelde hij voortaan domino met den Generaal. Soms gingen zij +samen wandelen naar het Nachtegalenpark. De galante Generaal waardeerde +zijn vriend voor zijn geduldig toeluisteren wanneer hij militaire +aangelegenheden besprak. Hij was een vereenzaamd man die met zijn oude +zuster onder een dak woonde. Van garnizoen naar garnizoen had zij hem +gevolgd en nu leefden beiden stillekens onder vreemde menschen. +Snepvangers zag in hem een toonbeeld der voorname wereld. Hij zwoer bij +de woorden van den Generaal, droeg ook handschoenen wanneer hij naast hem +liep en knikte diepzinnig bij elk betoog. Wanneer Antoine iets zei, haalde +hij er maar telkens eene ware of eene ingebeelde meening van den Generaal +bij te pas, wat niet naliet Antoine te hinderen. + +In het najaar zaten beide heeren menigmaal te kijken naar de zwanen die +op den parkvijver dreven. + +--Aristocratische vogels, zei de Generaal. + +--Zij hebben lange halzen, bemerkte Snepvangers. + +--De bladeren vallen al van de boomen, nam de Generaal waar. + +--'t Schoon weer zal gauw gedaan hebben, en dan krijgen wij weer regen en +wind... + +--Ja, Snepvangers, het schoon weer... maar dat komt nog eens terug... +toekomend jaar... maar de schoone tijd komt nooit terug zoomin als onze +jeugd... + +--Meent ge dat, Generaal? + +--Weet ge wat de schoone tijd was, Snepvangers?... Toen ik onderluitenant +was en in garnizoen lag te Dendermonde... + +--De meisjes, fluisterde Snepvangers. + +--En de bals en de oefeningen... de kameraden... en later toen ik kapitein +was en te Luik verbleef... en nog later als majoor op de manoeuvres... en +toen ik kolonel was te Oostende en 's zomers de koning mij feliciteerde +omdat mijn regiment zoo prachtig marcheerde... + +--En toen ge gedecoreerd werd, vulde Snepvangers aan die reeds meermaals +deze ontboezeming gehoord had. + +--Ja, droomde de Generaal. + +--En als uw muziekkorps zooveel bijval had!... + +--Ja, Snepvangers. + +--Ik begrijp het, zei Snepvangers, dat was zoo precies wanneer mijn +kanarievogels bewonderd werden. + +--Nu vechten zij, Snepvangers... waar voert het heen? + +--De menschen vallen als vliegen en alles wordt verwoest, Generaal. + +--Er komt een nieuwe tijd. Snepvangers, maar ik zeg: nooit komt het oud +regiem terug... en dat was de schoone tijd... + +--Wij zijn menschen van den schoenen tijd. Generaal. + +--Ja, Snepvangers... het menschdom ontsnapt ons... wij kunnen het niet +meer regeeren... en wie weet wat komen zal... Wie zal regeeren?... De +volken vechten voor de heerschappij... Het zijn sterke vijanden... Ons +arm land, Snepvangers.... Wij zijn het kind van de rekening.... + +--En wat staat er ons nog te wachten, zei Snepvangers somber. + +--De nieuwe tijd ... nieuwe regeerders ... maar de menschen verbeelden +zich nog dat alles weer worden zal zooals het was.... + +Het betreuren van het verleden en de ernst van de bespiegeling wogen +Snepvangers wel eens zwaar, maar de Generaal, in tegenstelling met +Antoine, scheen ook zijn meeningen te waardeeren. Het gaf hem +zelfvertrouwen, vooral sinds hij in het dominospel een knapheid had +verworven die zijn tegenstander bewondering afdwong. + +Op Oudejaarsavond verraste Antoine ditmaal de familie op het bericht dat +hij een heerenhuis gekocht had op de Leopoldslei. Zijn fortuin was +aangegroeid tot bij het millioen. Hij beheerschte nu de markt der +specerijen, had groote hoeveelheden peper, saffraan, kaneel en kruidnoten +opgestapeld, was betrokken in een zaak die alcohol, azijn en leder +opkocht. De drogerij deed hij van de hand. + +--Nu gaat gij zeker koets en paard houden? Polste Snepvangers. + +--Och, neen, Papa ... later zullen we zien ... + +--Die het er nu zóó aanhangen, zei Craen, zijn maar mannen die geen geld +gewoon waren ... met het trommeltje gewonnen, met het fluit je +verteerd.... Antoine zal ze wel bijhouden.... Maar ik ga nu ook +rentenieren.... + +--Hij komt misschien nog in den Senaat, blufte Marieken. + +--Met uw cens moogt ge wel een amusement hebben, vergoelijkte Snepvangers. + +--Een amusement, Papa!... Ik zou het aanzien als een vaderlandsche +plicht.... + +--De nieuwe tijd, jongen.... Ik begrijp het wel.... De Generaal heeft het +mij uitgelegd.... + +--Ha, de Generaal, wrokte Antoine. + +Het leven ging zijn gang en de menschen bekommerden zich haast nog +uitsluitend om het eten. Soms, als het gebonk der kanonnen luider daverde +dan naar gewoonte, besloop hen wel een heimelijke vrees. Wat stond hen +nog te wachten? + +Snepvangers leed weinig onder het oorlogsgebrek. Hij was van oordeel dat, +nu de kinderen zoo rijk waren, zij zich niets moesten te kort doen. Madame +vond in koken en smooken haar behagen, maar Madame Craen leed onder een +beredeneerde onrust en vermagerde zichtbaar. In het voorjaar ontmoette +Snepvangers den vervallen Verdierenpikker. Hij had hem wekenlang niet +gezien. + +--Dag, Snepvangers! + +--Waar hebt ge zoolang gezeten? zei Snepvangers joviaal. + +--In de Begijnenstraat... Ja, in 't gevang... + +--'t Is wat schoons, verweet Snepvangers. + +--Ja maar, vriend, 't was omdat ik verboden gazettekens had rondgegeven... + +--Bemoei u met die vodden niet, bestrafte Snepvangers, blijf overal uit... +Gij kunt er toch niks aan veranderen... + +--Maar... + +--De Generaal zei het ook!... + +--Ik ben toch een martelaar voor de goei zaak, oordeelde de +Verdierenpikker. + +--Och martelaar, 't kan zijn, zei Snepvangers, maar dat trekt mij niks +aan... ik eet liever thuis dan in den amigo... + +--En wat denkt de Generaal van den oorlog? Vroeg de Verdierenpikker +kleintjes. + +--'t Zal nog heel lang duren, verzekerde Snepvangers. + +--Dat is goed voor de woekeraars, zei de Verdierenpikker, maar slecht voor +ons arm huisbaaskens... de huizen zullen dan geen cent meer opbrengen... + +--Ja, vriend, weifelde Snepvangers, waar is onze tijd... + +--Die komt nooit meer terug, zuchtte de Verdierenpikker. + +Zij herdachten hun gezellige dagen, hun centjes winnen in de verkoopzalen, +de wijnproeverijen en ook den onvergetelijken Goeden Vrijdag. + +--Saluut, Snepvangers, zei de Verdierenpikker een diepen zucht slakend. + +Hij ziet er niks goed uit, overwoog Snepvangers, hij veroudert. + +Op Sinxendag ontving Antoine voor de eerste maal in zijn hotel. Het was +een puik familiedineetje opgediend door twee pronte meiskens in 't zwart. +Zij droegen witte schorten en blanke tulen mutsjes en liepen geruischloos +over den geboenden vloer der stemmige, oud-vlaamsche eetkamer. Aan den +muur hingen groote schotels in nieuw Delftsch, twee prenten, kermissen +van Teniers, en een schilderij, een stilleven, waarop een overvloed van +vruchten was afgebeeld. Op de piano stonden de familieportretten. + +Na het eten werd de koffie geschonken in de verandah. De muren, in +rotspleister, waren met mos en groen bezet, een fonteintje spoot. De dames +zaten op bamboestoeltjes en de heeren lagen lui hun sigaar te rooken +in clubfauteuils. Snepvangers zag de fraaiheid weerkaatst in een grooten, +zilveren spiegelbal, aan een kant de kamer, daarnaast een stuk van den +diepen tuin, een rood bed geraniums en het levend groen. De deuren stonden +open, vogels kwinkeleerden in de hoornen, Albertken zat als verloren te +droomen op den tuintrap. + +--Wel, Antoine, ge haalt er eer van... + +--Rijk zijn is toch plezant, meende Craen. + +--Ge moet den Generaal eens verzoeken... + +--Ja... dat kon ik wel doen, gaf Antoine toe. + +De kinderen werden door de meiden weggeleid en Marieken ging de moeders +voor om het huis te bezichtigen. + +--Ge kunt niet gelooven hoeveel geld er gewonnen wordt, herbegon Antoine, +ge kent Vervarcken, de huurhouder, die nu "_La Joie de Vivre_" +exploiteert... + +--Die heeft het met buksvet verdiend, zei Craen. + +--Ja, Papa, maar hij wint nu nog meer... + +--'t Is toch geen treffelijk gewin, vond Snepvangers. + +--Och, Papa, omdat daar juffrouwen dansen en er champagne gedronken +wordt... + +--De Generaal... + +--De Generaal, Papa, is iemand van een anderen tijd... Ik heb de zaal +gezien toen het dochterken van zijn broer, Sofieke, haar eerste communie +deed... Vervarcken heeft geen kosten gespaard... vijf-en-twintig duizend +frank heeft het feest hem gekost... Ik bewaar de spijs-kaart van het +banket... + +--Vijf-en-twintig duizend frank! kreunde Snepvangers. + +--Maar 't was een droom... de voituren roken naar de bloemen... de gang +en de zaal was één tapijt en de juffrouwen in lichte toiletjes strooiden +tuiltjes voor de voeten... 't was zonde voor de rozen... De zaal was vol +electrisch licht. Aan het banket ontbrak niks... Het orkest speelde en er +werd gezongen... Op champagne kwam het niet aan... en de eerste +communiekante zat als een prinsesken in 't wit aan den kop der tafel... +Op het einde hebben de juffrouwen hun schoonste dansen uitgevoerd... de +tango... de one step... la danse d'Hérodiade... + +--Die Vervarcken heeft het ook ver gebracht, zei Craen. + +--Ik zou dat wel eens willen gaan zien, bedacht Snepvangers. + +--Dat past u niet, Papa, op uwen ouderdom... + +--Maar, Antoine, vermits de zaal zoo schoon is... + +--Ik zeg u dat het u niet past... 't is voor de jonkheid... + +--Goed, Antoine, zóó erg ben ik er niet op verzot... + +Een der volgende avonden, wanneer Snepvangers thuis kwam, werd hij +opgewacht door Miranda. Sinds het misverstand hadden zij elkaar niet meer +weergezien. + +--Snepvangers, zei hij en hield de trouwe oogen beschaamd neergeslagen, ik +wou u niet lastig vallen, maar... + +--Wat wilt ge? verzocht Snepvangers norsch. + +--Wilt ge Spitsken terug... Gij zijt toen zeer vriendelijk voor mij +geweest... + +--Gegeven blijft gegeven, Miranda, 't was alles goed en we waren goei +vrienden... maar dat woord over mijn schoonzoon... + +--Laat ons daarover niet meer spreken, Snepvangers, maar nu heb ik +Spitsken niet meer noodig... + +--Niet meer noodig? + +--Mijn vrouw is terug... haar kozijn heeft haar in den steek gelaten... + +--En ge hebt haar niet buiten gesmeten? + +--Och, Snepvangers, ze beefde als een vogeltje toen zij in den winkel +kwam, zij moest zich aan den post van de deur vasthouden... Zij is zoo +mager en oud geworden... Miranda, kent ge me nog? zei ze. + +--En?... + +--Dan heb ik haar op mijn schoot genomen en gekust!... Nu heb ik weer +aanspraak en kan ik Spitsken missen... + +--Als ge den hond gaarne ziet... + +--Ik houd veel van Spitsken, Snepvangers, maar hij zal mij altijd aan +dezen triestigen tijd herinneren... daarom... + +--Ja, Miranda... breng Spitsken maar terug... en veel geluk in uw +huishouden... + +--Dank, Snepvangers... ik heb nog over dat woord nagedacht... het was zoo +boos niet bedoeld... alle fortuinen worden zoo opgebouwd... met arbeid +schraapt men het niet bijeen... Antoine zal niet slechter zijn dan +anderen... + +--'t Is een van den nieuwen tijd, Miranda... 't is misschien wel woeker... +maar Albertken en de kinderen zullen er later goed bij varen... + +In den Herfst van het jaar 1916 zat Snepvangers vruchteloos op den +Generaal te wachten. Het sloeg vijf uur. Langzaam toog de schemering in +de herberg waar hij verlaten zat. Er haperde iets met zijn vriend. Wanneer +het halfzes sloeg was hij zijn ongeduld niet langer meester. Aan de deur +liep hij een man met grijzen profetenbaard tegen het lijf. In zijn arm +droeg deze een bedelbus ten voordeele van het werk tot bestrijding der +tering. + +--Mijnheer Snepvangers, vroeg hij en streek, onderzoekend loerend over +zijn stalen bril, met zijn wijsvinger langs zijn gebogen neus. + +--Wat belieft? vroeg Snepvangers en schoof achteruit van de deur. + +--Mijnheer Snepvangers, zei de Oude en nam zijn vettigen, slappen hoed +van het hoofd, onze vriend, de Generaal is plots gestorven... + +Snepvangers leunde tegen den toog, alles draaide en schemerde voor zijn +oogen. Uit het nevelig licht staken de priemende, bruine oogen van den +man met de bedelbus. + +--Wie zijt gij, stamelde Snepvangers. + +--Ik ben Peer De Backer! + +--Peer De Backer, mompelde hij verdwaasd. + +--Kom, zei Peer, dat is 's werelds loop... Kom mee in open lucht... + +--Dood, prevelde Snepvangers terwijl hij achter Peer op straat stapte. + +Hij hoorde de bladeren ritselen, terwijl hij naar een verre lantaarn in +den wazigen mist tuurde. In de hemel stonden de sterren helder geplant en +ver weerklonk wat ijdel geluid. Ik kom nooit meer in dat café, peinsde +Snepvangers ik zou altijd zijn gelaat zien en denken aan de partijtjes +domino. + +--Hij had zijn middagslaapje gedaan zooals gewoonlijk... en toen hij +wakker werd was hij onpasselijk... Hij kon niet opstaan uit zijn zetel... +Clemence, zei hij tot zijn zuster, laat Peer De Backer roepen... + +--Waart gij ook zijn vriend, Mijnheer de Backer, vroeg Snepvangers, haast +achterdochtig. + +--Zeg maar Peer... Vriend?... Ja, vriend en gebuur... ik heb me altijd met +heraldiek bezig gehouden... ik ken de stamboomen van al onze adellijke +families... van als ze iets geworden zijn... ik weet hoe zij geparenteerd +zijn... en zoo heb ik den Generaal leeren kennen... + +--Was hij van adel? + +--Bij lange niet... maar hij stelde er veel belang in... vooral als zijn +respect wat verminderd was... + +--Hoe? + +--Wel ik bewees hem dat een stamvader van een baron als Hollandsch +kleermaker naar Antwerpen gekomen was in de zeventiende eeuw... dat een +ander adellijk heer een afstammeling was van een kamerknecht... + +--Maar wat kan u dat schelen, Peer... + +--Eigenlijk niks... maar dat nu is zoo'n liefhebberij... ik amuseer mij +met blazoenen en wapens... met familieoorkonden en geschiedenissen... + +--De Generaal?... + +--Ja, hij liet mij roepen... "Peer, zei hij, aan mijn hart hapert iets... +ik voel mij zoo aardig... en mijn zuster en de meid zijn maar vrouwen... +als er mij iets overkomt... Ik ben een man, Peer... dan reken ik op u... +vergeet dan niet mijn vriend Snepvangers te verwittigen..." Hij gaf mij +nog een hand, zakte terug in zijn zetel en was dood... Hartaderbreuk... + +--Zoo onverwacht, Peer! + +--Elk krijgt zijn beurt... heden ik... morgen gij... Weet gij nog dat wij +samen op school geweest zijn... Herinnert ge u rosse Peer niet?... + +--Ja, aarzelde Snepvangers, hij heeft me nog een bloedneus geslagen... + +--Dat was ik, bekende Peer zedig. + +--Wel!... wel!... + +--Ja... gij zijt in uw affaire rijk geworden... en ik niet... anders ging +ik met geen bedelbus rond in de cafés... Nu moet ik mijn ronde beginnen... +Ik ben filosoof, Snepvangers... gij met uw geld zijt toch niet gelukkiger +dan ik zonder cens... Kom mij morgen halen, ik woon boven den kronenwinkel +naast het huis van den Generaal... dan gaan we samen naar 't sterfhuis. + +--Ik zal komen, beloofde Snepvangers en sukkelde alleen voort. + +Hij trok door stille straten, suffend en als geslagen. Vrees knaagde hem, +vrees voor wat hij niet noemen dorst. Wat is het toch rap met een mensch +gedaan, kreunde hij. Tegenspartelen baat niet, en niemand gaat gaarne.... + +--De Generaal is dood, Mama. + +--Och, zei Madame onverschillig, dat is erg ... voor zijn zuster!... +Wanneer wordt hij begraven!... + +--Dat zal ik morgen vernemen.... + +--Ge moet een kroon koopen! + +--Ja. + +Dien nacht droomde Snepvangers dat hij met Peer naar het front moest, zij +hadden schrik en wilden in een schuur kruipen om zich te verstoppen, maar +werden gevat door een lijkbidder en de Generaal stond er bij te lachen, +zoo valsch en zoo harteloos. Het koude zweet brak hem uit toen hij het +dievenkarreken zag voorkomen, het dievenkarreken waarop een kruis stond +als op een lijkwagen. Als afscheid gaf de Generaal hem de hand en in de +zeemlederen handschoen voelde hij de afgeteerde kootjes. Angstig gilde hij +en ontwaakte. + +Aan de koffietafel pruttelde Madame dat het brood weer zoo onsmakelijk was +en zij weer in den regen moest gaan aanschuiven aan de winkeldeur van het +"Nationaal Comiteit". Maar Snepvangers was zijn opgewektheid kwijt, zijn +luchthartigheid waarmede hij anders opbeuren kon en punteeren in het +leven. + +'s Namiddags, de straten waren glibberig en de lucht was een gesloten +wolk, trok hij naar Peer. De luiken van het sterfhuis waren gesloten. Een +oogenblik stond hij voor de vitrien van den kronenwinkel, keek naar de +zwart parelen grafkronen, naar porceleinen kruisjes en harten, naar +celluloïden bloemkransen. Op een purperen lint stond met zilveren letters +gedrukt: "Regrets éternels". + +De winkeldame was een kort, dik menschken met fleurig opzicht. Vruchteloos +probeerde zij haar gelaat in droeve plooi te vertrekken. + +--De schoonste kroon, Madame, en een met zoo'n purperen lint ... 't Is +voor mijn vriend de Generaal!... + +--Ha, de Generaal, Mijnheer.... Wat sterven er menschen ... en zoo'n twee +aardige gevallen ... de Generaal in zijn zetel en de bakkerszoon van +hierover aan den IJzer ... Peer ... och, pardon.... + +--Ik ken Peer wel, knikte Snepvangers, ik kom hem halen om naar 't +sterfhuis te gaan.... + +--Tweede verdieping, Mijnheer, voorkamer. + +In de duistere trapzaal strompelde Snepvangers met beklemd gemoed naar +boven. Glibberig zweetten de muren en de trap kraakte. Een vunze reuk van +afgekookte savooikoolen benauwde hem. + +Vooraleer hij kon aankloppen, opende Peer de kamerdeur en stak zijn +profetenkop buiten. + +--Het riekt weer naar savooien, Snepvangers, ik geloof dat ze beneden niks +anders eten ... ja, zij eten nog raapkoolen.... Kom zet u aan tafel om uit +te blazen.... + +--Ik word oud, zei Snepvangers verdrietig. + +--Ja, wij worden oud, bedacht Peer, wij zullen spoedig niet meer deugen +voor dees wereld.... Dan komt het moment dat ze ons met de voeten vooruit +naar buiten dragen.... Mij is het onverschillig ... ik heb kind noch +kraai.... Met mijn boeken en mijn stamboomen kan niemand iets aanvangen.. +'t is al gehavend en kapot gelezen.... Dat komt in een voddenhuis terecht +of valt in de handen van een koopman in oude boeken.... Zij stoppen mij +stillekens 's morgens vroeg in mijn put.... Zoo, onbekend en onbemind, +worden dagelijks duizenden begraven ... arme menschen vullen de wereld, +Snepvangers.... Maar rijk of arm, allemaal moeten wij den +put in om plaats te maken voor den nieuwen tijd ... voor den nieuwen tijd +vechten zij ... maar wat zal het geven?... Overal zal het wel anders +worden, doch de menschen die komen zullen gelijken aan de dooden in hun +ijdelheid en hun zwakheid.... Ik heb veel gelezen, en ik ben wijs +geworden!... Zoo zal het zijn!... + +--Wij kunnen niet mee heeft de Generaal mij gezegd, Peer. + +--Wilt ge de wereld van gisteren en morgen eens zien?... Kom maar mee.... + +Peer stak een lampje aan en ging voor over het trapportaal, opende de +deur der achterkamer. Het rolgordijn was neergelaten en het lichtje +schemerde. Op reien, aan kapstokken hingen vastenavondpakken: dominos, +prinsendrachten vol klatergoud, gazen danseresjesrokken, clownpakjes, +togas, gendarmen- en rooverskostumen. Grijnzende, kartonnen maskers en +fluweelen mombakkessen lagen op een tafel gestapeld naast hoeden en +bijhoorigheden. + +--Dat verhuren ze beneden rond carnaval, dan bergen ze de kronen weg... + +--Het is griezelig zoo in halfdonker, Peer... + +--Gij hebt het leven nooit griezelig gekend, Snepvangers... Voor de +meesten is het altijd zoo... Kom... Ja de menschen loopen met een +mombakkes en in een vastenavondkostuum... en hoe ouder zij worden hoe +minder zij zeggen wat ze denken... + +Zij zaten weer aan de tafel en de scherpe haviksoogen van Peer loerden +ver zijn stalen bril. + +--Gij hebt zooals de andere menschen van alles geprobeerd om uwen tijd te +passeeren... zoo doen wij allen... Ik zocht in stamboomen, gij in wat +anders... Gij hebt centen gewonnen en uw dochter grootgebracht... Mijn +kinderen stierven en mijn geld verloor ik! Wij jagen veel na en bereiken +haast niks, zitten vol tegenstrijdigheden. Gij hebt uw fortuin gewonnen +in uwen winkel en met huizen... ik was zielhond die soldaten wierf, +vrijwilligers voor ons leger, voor Oost-Indië en het vreemdelingenlegioen +van Frankrijk... En de zielhond was voor de vrede en tegen den oorlog... +Ik was arm en vond behagen in de stamboomen van den adel... Ik ga met een +bedelbus voor de weldadigheid rond maar leef er van, vermits men mij +betaalt om te gaan schooien... En ongelukkiger dan gij ben ik niet, al +weet ik nooit met een tienuren-mis begraven te zullen worden... + +--Ik versta niks van de wereld en de menschen bekende Snepvangers +langzaam. + +Peer lachte somber en er zat een boosaardige lustigheid in zijn oogen. + +--Toch aardig wanneer men met een schoolkameraad kan klappen... + +--Gij zijt nog altijd rosse Peer, fluisterde Snepvangers geknakt, laat +ons nu maar naar den Generaal gaan zien. + +Zij spraken geen woord meer en gingen naar het sterfhuis, zaten een +tijdje tegenover de terneergeslagen zuster van den doode, spraken +schaarsche woorden doch vermeden iets over den afgestorvene te zeggen. +Maar alle drie voelden zij den dood in huis. + +--Willen de heeren hem nog zien? stelde ten slotte Juffrouw Clemence +voor. + +In zijn oud uniform gestoken lag de Generaal op zijn bed. Twee kaarsen +stonden weerszijden van een zilveren crucifix op het nachttafeltje. Op +zijn borst hing zijn eerekruis. Zijn rustig gelaat was matgeel en onder +zijn linkeroog zat een bruine peperkoor. Hij droeg zijn eeuwige +zeemlederen handschoenen. + +--Hij is schoon, lispelde Juffrouw Clemence verteederd. + +--Ik moet weg, antwoordde Snepvangers, het wordt mij hier te benauwd, 't +is zeker de reuk van die bloemen en van het waslicht... + +Op straat herademde hij een weinig maar hij voelde zich flauw. Ik heb +precies honger, dacht hij. + +--Tot morgen, zei Peer, ik ga mijn toer beginnen met mijn bedelbus... 'n +mensch moet in zijn nooddruft voorzien... + +Moeizaam drentelde Snepvangers naar huis. Onzeker was zijn gang, telkens +verdoofden zijn blikken en werd hij duizelig... Klappertandend van +koorts kroop hij achter de stoof en nam spitsken op den schoot. + +--Ik vrees dat ik niet naar de begrafenis zal kunnen gaan, zei hij. + +--Morgen is het weer beter, troostte Madame, ik zal een warm bierpap +gereed maken en er veel foelie in doen... niks zoo goed om te zweeten... + +--En ik die nooit ziek ben geweest! + +--Het moet eens de eerste keer worden, Snepvangers! + +Hij had een onrustigen nacht, bleef 's anderendaags lusteloos in zijn bed +liggen. + +--We zullen Dokter Vaeremans laten halen, besloot Madame. + +--Ik ben ziek en niet ziek, zei Snepvangers, staarde naar de +gordijnbloemen en veronderstelde dat thans de Generaal in zijn lijkkoets +naar het kerkhof reed, enkel vergezeld van Peer vermits de begrafenis in +stilte plaats had. + +Rond den middag hoorde hij de trappen kraken onder het gewicht van den +dikken dokter Vaeremans. Op het portaal hoorde hij hem kortademig blazen, +dan zag hij zijn kortgeknipten, grijzen baard, zijn kinderlijk blauwe +oogen en hoorde hij zijn stem. + +--Steek uw tong eens uit, riep hij van verre, kwam aan het bed en liet +zich naast Snepvangers op het deken neerzakken. + +--Ik ben verder versleten dan gij, Mijnheer Snepvangers, maar ik heb geen +tijd om in mijn bed te liggen. + +--Ik ben ziek en niet ziek, aarzelde Snepvangers. + +--Dat ken ik!... 't Zal niet blijven duren!... 'k Zal een fleschken +schrijven... + +--Alle uren 'n lepel, Mijnheer Doctoor? + +--Ja, Madame, en morgen kom ik nog eens zien... + +De trap kraakte weer, Madame zei nog wat in den gang en dan sloeg de deur +dicht. + +--'t Zal niet blijven duren, paaide zich Snepvangers. + + * * * * * + +Het kloksken der Paters van de Ossenmarkt hield op met kleppen. + +In de Hobokenstraat marcheerde Dokter Vaeremans en bromde onbedacht een +liedje dat hem in het hoofd zat: + +"'t Is 'n vogel veur de kat!... 't Is 'n vogel veur de kat!"... + + + + + +INHOUD. + + + Bladz. +HOOFDSTUK I. VILLA YVONNE 1 + +HOOFDSTUK II. LIEFDE EN ANDERE ONRUSTIGHEID 21 + +HOOFDSTUK III. WIJSHEID EN LEVENSKUNST 46 + +HOOFDSTUK IV. DE VLUCHT DER SAKSISCHE KANARIEVOGELS 75 + +HOOFDSTUK V. VRIEND HEIN IN DE BUURT 125 + + + + +HOLLAND-BIBLIOTHEEK. + +DE KEURVERZAMELING VAN +MODERNE HOLLANDSCHE LITERATUUR. + +_Prijs per deel f_ 1.65, _gebonden f_ 2.25. + + +_Lode Baekelmans_, MIJNHEER SNEPVANGERS +_Henri Borel_, WIJSHEID EN SCHOONHEID + UIT CHINA. +_Ina Boudier--Bakker_, ARMOEDE. + " " " KINDEREN. + " " " HET BELOOFDE LAND. + " " " WAT KOMEN ZAL. + " " " MACHTEN. + " " " BLOESEM + " " " DE ONGEWETEN DINGEN. + " " " EEN DORRE PLANT. + " " " GRENZEN. +_Carry van Bruggen_, EEN COQUETTE VROUW. +_Louis Couperus_, ELINE VERE. +_Gerard van Eckeren_, IDA WESTERMAN. + " " " "GUILLEPON FRÈRES". + " " " ANNIE HADA. +_Anna van Gogh-Kaulbach_, HET RIJKE LEVEN. + " " " " RIKA +_G.F. Haspels_, ZEE EN HEIDE. + " " ONDER DEN BRANDARIS. + " " DAVID EN JONATHAN. +_Cornélie Huygens_, BARTHOLD MERYAN. +_Felix Timmermans_, PALLIETER. +_Augusta de Wit_, DE GODIN DIE WACHT. + " " " ORPHEUS IN DE DESSA. + " " " VERBORGEN BRONNEN. + + +UITGAVEN + +P.N. VAN KAMPEN & ZOON--AMSTERDAM + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Mijnheer Snepvangers, by Lode Baekelmans + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MIJNHEER SNEPVANGERS *** + +***** This file should be named 15048-8.txt or 15048-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/5/0/4/15048/ + +Produced by Miranda van de Heijning, Guido Royackers and the Online +Distributed Proofreading Team. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/15048-8.zip b/15048-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c63422f --- /dev/null +++ b/15048-8.zip diff --git a/15048-h.zip b/15048-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ce16771 --- /dev/null +++ b/15048-h.zip diff --git a/15048-h/15048-h.htm b/15048-h/15048-h.htm new file mode 100644 index 0000000..4ba3948 --- /dev/null +++ b/15048-h/15048-h.htm @@ -0,0 +1,6563 @@ +<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?> +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Transitional//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-transitional.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"> + <head> + <meta name="generator" + content="HTML Tidy for Linux/x86 (vers 1st November 2002), see www.w3.org" /> + + <title>The Project Gutenberg eBook of Mijnheer Snepvangers, by Lode + Baekelmans.</title> + + <style type="text/css"> +/*<![CDATA[ XML blockout */ +<!-- + p { margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; + } + h1,h2,h3,h4,h5,h6 { + text-align: center; /* all headings centered */ + clear: both; + } + hr { width: 33%; + margin-top: 2em; + margin-bottom: 2em; + margin-left: auto; + margin-right: auto; + clear: both; + } + + table {margin-left: auto; margin-right: auto;} + + body{margin-left: 10%; + margin-right: 10%; + } + + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;} + .pagenum {position: absolute; left: 92%; font-size: smaller; text-align: right;} /* page numbers */ + .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em; + padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em; + float: right; clear: right; margin-top: 1em; + font-size: smaller; background: #eeeeee; border: dashed 1px;} + + .bb {border-bottom: solid 2px;} + .bl {border-left: solid 2px;} + .bt {border-top: solid 2px;} + .br {border-right: solid 2px;} + .bbox {border: solid 2px;} + + .center {text-align: center;} + .smcap {font-variant: small-caps;} + + .figcenter {margin: auto; text-align: center;} + + .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top: + 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;} + + .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em; + margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;} + + .footnotes {border: dashed 1px;} + .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;} + .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;} + .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;} + + .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;} + .poem br {display: none;} + .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;} + .poem span {display: block; margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em;} + .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em;} + .center {text-align: center;} + // --> + /* XML end ]]>*/ + </style> + </head> + + <body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Mijnheer Snepvangers, by Lode Baekelmans + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Mijnheer Snepvangers + +Author: Lode Baekelmans + +Release Date: February 14, 2005 [EBook #15048] + +Language: Dutch and Flemish + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MIJNHEER SNEPVANGERS *** + + + + +Produced by Miranda van de Heijning, Guido Royackers and the Online +Distributed Proofreading Team. + + + + + + +</pre> + + <br /> + <br /> + <br /> + + <div class="figcenter" style="width: 300px;"> + <img src="images/cover.jpg" width="300" height="434" alt="Mijnheer Snepvangers" + title="Mijnheer Snepvangers" /> + </div> + <br /> + <br /> + + + <h2>LODE BAEKELMANS</h2> + + <h1>MIJNHEER SNEPVANGERS</h1> + <br /> + + + <div class="figcenter" style="width: 300px;"> + <img src="images/titelpagina.jpg" width="300" height="449" + alt="Mijnheer Snepvangers" title="Mijnheer Snepvangers" /> + </div> + + <h3>AMSTERDAM</h3> + + <h3>P.N. VAN KAMPEN & ZOON</h3> + <hr style="width: 65%;" /> + + <h2>INHOUD.</h2> + + <div align="center"> + <a href="#HOOFDSTUK_I">HOOFDSTUK I. VILLA YVONNE</a><br /> + <br /> + <a href="#HOOFDSTUK_II">HOOFDSTUK II. LIEFDE EN ANDERE ONRUSTIGHEID</a><br /> + <br /> + <a href="#HOOFDSTUK_III">HOOFDSTUK III. WIJSHEID EN LEVENSKUNST</a><br /> + <br /> + <a href="#HOOFDSTUK_IV">HOOFDSTUK IV. DE VLUCHT DER SAKSISCHE + KANARIEVOGELS</a><br /> + <br /> + <a href="#HOOFDSTUK_V">HOOFDSTUK V. VRIEND HEIN IN DE BUURT</a><br /> + + <hr style='width: 45%;' /> + + <h2><a name="HOOFDSTUK_I" id="HOOFDSTUK_I"></a>HOOFDSTUK I.</h2> + + <h3>VILLA YVONNE.</h3> + + <p>Mijnheer Snepvangers en Madame Snepvangers, geboren Verstraete, hadden jaren + gediend bij Notaris Boeykens in de Hobokenstraat. In het statig, oude huis werd de + vrijage van den heerenknecht met de keukenmeid niet opgemerkt of stilzwijgend + geduld. Daarbij gaf de minnehandel geen aanstoot, geen stoornis in den dienst. + Beiden waren zeer degelijk en ernstig, en alle aardsche zotternij was hun + oogenschijnlijk vreemd. Om de veertien dagen profiteerden zij van een half + Zondagmiddagverlof om te wandelen en om plannen voor de toekomst te beramen. De + andere Zondagen, wanneer bovenmeid en koetsier op gang waren, zaten zij gezellig + voor het keukenraam uit te rekenen wat er nog aan hun spaarpot ontbrak. Jaren lang + hadden zij zoo hun leven gesleten, gierig gespaard hun loon En de fooien, tot zij + eindelijk een flinken duit bezaten. En op een Zondag, zij waren toen zes-en-dertig + jaar geworden, was de beslissing gevallen. Een eenige gelegenheid bood zich aan om + een bloeiende kruidenierszaak over te nemen en hun eigen meester te worden. + Spitsvondig onderzochten zij de kansen om noch Mevrouw noch den Notaris te krenken, + vermits zij in de buurt bleven en de oude meesters goede klanten konden wezen. + Daarbij was de bescherming niet te versmaden voor kleine lieden! Toen zij het eens + waren dat Snepvangers M. Boeykens onder vier oogen om raad zou vragen, zaten zij in + de schemering te staren naar de poort van het krijgsgasthuis aan den overkant der + straat. En toen het tijd werd om voor het avondmaal te zorgen, overviel hun voor de + eerste maal het gevoel vreemden, ondergeschikten in dit huis te zijn.</p> + + <p>Na het souper zat de Notaris meestal nog een uurtje op zijn bureel en las er, + onder pruttelend gaslicht, zijn gazet. Snepvangers talmde niet, waagde het voor den + eersten keer zijn meester te storen in zijne rustige afzondering. Een beetje + bekwemd keek hij naar het oud grijs heerken, naar de bibliotheek achter hem, hoorde + het kreukelen van de krant. Dan vertelde hij van de schoone gelegenheid, van hun + gewettigd verlangen om eindelijk te trouwen, en zij kennen daarbij een geschikt + meisje en een kranige jongen om hen op te volgen. Dat gaf doorslag aan het + voorstel. Welwillend beloofde de Notaris zijn steun bij Mevrouw, en meer nog wou + hij doen om hen te beloonen voor de goede diensten sinds ongeveer zestien jaar: + Snepvangers zou hij in dienst nemen als vaste getuige en ook voor verdere + notariskarweikens gebruiken.</p> + + <p>Zoo werd beslist over het leven van Mijnheer Snepvangers en zijn vrouw geboren + Verstraete!</p> + + <p>Mevrouw Boeykens had toegestemd; de nieuwe dienstboden bleken te voldoen.</p> + + <p><i>De Zoutkeet</i> nabij de Rozenstraat werd overgenomen door de jonggetrouwden, + die zich mochten verheugen in de klandizie van het notarishuis. Een mooi stuivertje + won Snepvangers als getuige, met onder allerlei akten zijn naam te zetten. Het + leven was nieuw en schoon, zij gingen vooruit in de wereld met hard werken en + zuinig te leven. Zij beseften ten volle hoe zij zich verheugen mochten in de gunst + van den Notaris, maar waren tevens overtuigd dat eerlijkheid en vlijt steeds + passende belooning vinden in dit aardsche leven. Wie niet te lui is om te werken + brengt zijn schaapkens wel op het droge! Zij konden gemakkelijk concurreeren tegen + de winkels der buurt, verkochten alles en nog wat, verleenden geen krediet, lieten + niet poffen. Na een jaar reeds namen zij een meid in dienst, een kloeke deerne uit + Madame's geboortedorp in den Polder: eenige maanden later huurden zij een knechtje + om den stootwagen te voeren en de bestellingen rond te dragen.</p> + + <p>De zaak was een goudmijn! Maar Madame was ook buitengewoon geschikt om met de + menschen om te gaan, luisterde geduldig en met belangstelling naar de praatjes, had + geen eigen meeningen over de menschen en gebeurtenissen, kon dus steeds instemmen. + Het dienen had haar iets onderdanigs op het gelaat gedrukt, wat haar niet belette + meid en knecht flink te kunnen aanporren tot werken, en hard zijn tegenover het + schamel volksken uit de Rozen- en Paradijsstraten, dat wel eens, door nood + gedwongen, kleinigheden poogde te borgen. Zij kon pingelen bij de reizigers en + leveranciers, wist De vriendschap der meiden uit heerenhuizen te onderhouden met + kleine geschenkjes, zag steeds kans om overjaarsche waren in de handen te stoppen + van het janhagel, dat toch geen fijnen smaak heeft. Snepvangers hielp zooveel hij + kon, maar werd steeds meer en meer in beslag genomen door het winstgevend baantje + van getuige. Hij was een uitgeslapen vent, en de Notaris waardeerde in hem zeer + bijzondere hoedanigheden, kieschheid en bescheidenheid. Zoo had Snepvangers gewezen + op wat te leeren valt in de Roepzaal der Notarissen. Zedig en sluw volgde hij + maanden na maanden de verkoopingen, leerde er de waarde kennen van huizen en + gronden, begreep stilaan de verkoopwaarde, de speculatie, het opjagen, doorzag wat + men winnen kon met inzetten, met "verdieren", met hoogen. Hij kwam in kennis met + inzetters en verdierenpikkers, kleine renteniers en menschen van zijn slag, die + spraken van interesten en winsten, van verkavelingen en... de gelukkige hand!</p> + + <p>Eén sloot zich bijzonder bij hem aan, een bleeke man met neerhangende + snor, waarop hij zenuwachtig kauwde, terwijl hij wonderen verhaalde van door het + lot begunstigde verdierenpikkers, die rijk geworden waren door toevallige + speculaties of door wat hen eerst een strop had toegeschenen. Benijder was hij van + hen die eens leefden van kleine winstjes, zijn gelijken waren, waarvoor hij nu zijn + hoed afnam zooals voor de rijke speculateurs en de notarissen. Snepvangers kon + geduldig luisteren naar zijn teemende uiteenzettingen, onderwijl bezig met eigen + plannen waarvan zijn roode, gladgeschoren heerenknechtentronie niets verried.</p> + + <p>Weldra vertrouwde M. Boeykens hem om eigendommen op te jagen in den eersten + zitdag en de gemakkelijk gewonnen opcenten openden hem een nieuw veld van + bedrijvigheid. Eenigen tijd later werd hij de strooman voor een anderen notaris en + zijn vrienden die een uitgestrekten bouwgrond kochten te Borgerhout. Na korten tijd + waren er straten getrokken en de gronden voordeelig verkocht aan aannemers en + eigenaars. Met deze winst en het opgespaarde geld kocht Snepvangers een paar + bouwvallige krotten in de oude volkswijk, in Sint-Andrieskwartier, waarvoor M. + Boeykens hem eene rente bezorgde. Nu waren zij eigenaars, al was het ook maar van + huizen met papieren balken. Doch dat hinderde niet, rijke eigenaars hadden ook + huizen door hypotheken bezwaard.</p> + + <p>Een jaar later, het was het vierde jaar van hun huwelijk, werd de gelukkige echt + gezegend door de geboorte van een dochterken. De geboorte van het kind kostte bijna + het leven aan de moeder. Maanden verbleef zij in het sukkelstraatje, zoodat de zaak + wel een beetje achteruitboerde. Marieken werd bij familie, boerenmenschen in den + Polder, uitbesteed. Zoohaast alles in 't reine was herbegon het zwoegen en het geld + verdienen der waardige echtelingen. Het geluk bleef het dienen. Zekeren avond kwam + M. Snepvangers een weinig geestelijk verheugd thuis. Zijne vrouw duidde het hem + niet ten kwade want zij wist dat het buitenkansje hem niets gekost had. Hij had + namelijk met zijn vriend, den verdierenpikker een wijnverkooping gaan bijwonen waar + men kosteloos kon proeven en kaas gebruiken. Dat aardige uitspanningsken had hij + door zijn vriend leeren waardeeren. Zoo werd men wijnkenner en fijnproever. Maar nu + was het dubbel meegevallen! Snepvangers had er een man aangetroffen die hem zijn + huisjes wou af koopen aan zeer gunstige voorwaarden. Ondanks dat zijn gemoed + vermilderd was door den wijn, had hij zijn belang sluw behartigd, vooral toen hij + gewaar werd dat M. Peeters deze krotten volstrekt noodig had om zijn danspaleis te + vergrooten aan de straat.</p> + + <p>Na zijne eerste gelukkige speculatie kreeg M. Snepvangers meer zelfbewustzijn + van zijn kunnen en zijn durven. Glad als een paling was hij in zaken, meende hij + zelf wel in vertrouwelijke oogenblikken, hij overtrof zijn vrienden in de Roepzaal + en daarbuiten! Madame was vergroeid in haar winkel, bedrijvig van den vroegen + morgen tot den avond. Het mesje sneed langs twee kanten en zij werden met de jaren + stijve burgers, die een schoonen spaarpot hadden, eigen huizen en bouwgrond, + stadsloten en aandeelen in naamlooze vennootschappen. Wanneer zij samen 's zondags + naar de mis gingen in de St.-Jacobskerk, wekten zij onwillekeurig de afgunst der + geburen op. In vroeger jaren ging elk op zijn beurt, maar nu paste een + winkeldochter op de zaak. M. Snepvangers was deftig gekleed, droeg een zwaar gouden + ketting op den buik en had dan zijn hoogen zijden hoed. Madame verlangde het, zoo + leek hij wat grooter en... voornamer. Want beiden waren klein van gestalte, en dat + hinderde haar en heur echtgenoot. Was hij met den tijd vetter geworden, zij niet. + Haar rusteloosheid had er volgens de meening van Snepvangers schuld aan. Naast haar + man voelde zij telkens een groote bewondering voor hem, met hem had zij het ver + gebracht. Ze droeg veel goud, een zijden kleed en een hoed met binders, zeer + Kostelijk goed, niets van dat ondegelijk mode-goed. Het platgestreken haar was + echter lichtjes met het pinijzer gekroezeld.</p> + <hr style='width: 45%;' /> + + <p>Nieuwe verandering kwam in hun leven, toen de achttienjarige dochter thuis kwam + uit de kostschool. In den beginne scheen het vreemd. Zij hadden Marieken maar op + feestdagen kunnen bezoeken en haar telkens, een vergoeding van de ouderliefde die + ze niet geven konden, met geschenken getroost. De korte vacanties brachten nooit de + groote toenadering. Weldra was het geluk volkomen in het gezin. Marieken had eene + fijne opvoeding genoten bij de nonnekens, kende manieren, sprak fransch, speelde + piano, en was tevens zeer vroom.</p> + + <p>In toenemenden welstand had Snepvangers mooie meubelen gekocht in sterfhuizen en + op de graanmarkt, bij de uitdragers, spiegels, lusters, piano en zoo meer.</p> + + <p>Nu gingen zij reeds jaren met hun drieën 's Zondags naar de kerk... + Snepvangers was lid van den Dierentuin, waar zij regelmatig de concerten bijwoonden + of 's Zondags in den hof wandelden om de beesten te bekijken. Er kwam het deftigste + volk van de stad, zooals de stokoude familie Boeykens, de peperkoekbakker van de + St-Jacobsmarkt, die koffiekoopman van over de deur, en die was zelfs lid van den + Gemeenteraad.</p> + + <p>Het leven was zeer fraai en redelijk.</p> + + <p>Maar de weelde zoekt ook verandering, en zoo gebeurde het dat Mijnheer en Madame + zekeren dag tot de ontdekking kwamen dat zij niet jong meer waren, recht hadden op + rust. De winkel gaf te veel slameur, en hun kind kon onbezorgd haar toekomst + tegemoet zien. De <i>Zoutkeet</i> konden zij gemakkelijk overlaten aan den zoon van + den schouwvager, die geen lust had in het roetbedrijf van zijn vader. Wie het + voorstel opperde van buiten te gaan wonen is later nooit gebleken, maar zeker is + het dat zij het roerend eens waren, 't Was heerlijk te denken, aan de koele + buitenlucht, aan den schoonen hof, en zijn vruchten, en zijn bloemen!</p> + + <p>Op een stuk bouwgrond, waar enkel schrale dennen groeiden, door Snepvangers + onlangs bij ongunstig verdieren aan zijn broek gehouden, zou het huis verrijzen. De + schouwvagerszoon leerde de affaire en zijn vrouw, dochter van een kruidenier, bleek + zeer goed aangelegd om de zaak te drijven. Zij ook kende geen genade voor het + straatjesvolk, was zeer voorkomend voor De andere menschen. Gerust gingen zij dus + van huis weg naar Cappellen. Tien minuten buiten de kom van het dorp lag hun + eigendom, op de baan naar Putte. Zij waren aanwezig toen de eerste spade in den + grond gestoken werd, volgden het uitgraven, het metselen der grondvesten, zagen de + villa optrekken met jammerlijke traagheid, steen na steen. In den natten herfst + keerden zij peinzend terug, droomend van het schoone buitenleven. Vele avonden + brachten zij zoek om een naam te vinden voor het landhuisje. Eindelijk doopte + Marieken den rooden blok <i>Villa Yvonne</i>, dat klonk romantisch en chic. Begin + Maart was de woning klaar, en alleen in den tuin was de hovenier nog bezig met het + planten van boomkens en struiken.</p> + + <p>Den vooravond van hun vertrek zaten zij boven, voor het raam van het salon, + tusschen ingepakte meubelen. Nu ging men weldra van de schoone rust genieten, nog + enkele dagen en zij zouden rentenieren. Mijnheer en Madame dachten aan het + verleden, wat nu komen ging was de betrachting van hun leven geweest, waarvoor zij + gewroet hadden, gescharreld en gespaard. Marieken hunkerde naar haar verjaardag, + die in het nieuwe huis zou gevierd worden, zij werd zes-en-twintig. Madame trok het + raam open, en zij keken nu nog eens, als tot afscheid, in de ouder bekende straat. + 't Was tusschen licht en donker. Het plein lag eenzaam, en de lucht werd stilaan + befloersd door den aandoezelenden avond. Leerjongens en leegloopers stonden + fluitend en rookend te lanterfanten aan den hoek. De uitstallingen van het + ellengoederenmagazijn op den hoek der St-Annastraat waren reeds helder verlicht. + Ja, het licht klaarde reeds helder overal. Ginder, in de Roodestraat, tegen het + oude Begijnenhof, kwam de lantaarnman met het weifelend lichtje op zijn langen + stok, en telkens als hij stil stond brandde er een gaslamp meer. Aan den overkant, + bij den loodgieter, schemerde nu rossige lampschijn achter de vitrien, en ook in + <i>De Hoop</i>, het oude danslokaal, verder huis na huis, ook op de + bovenverdiepingen, ten allen kant van het driehoekig plein, bloeide het avondlicht. + Boven de Ossenmarkt, in het broksken hemel, schitterden nu sterren als + wonderheldere lichtoogen. Het kloksken der kapel tampte rustig. Nu lazen + ongetwijfeld de paterkens in bruine pijen hun avondgebed onder het schamel + knetterlicht der kaarsen. Vreemd en eenzelvig stond kerkgevel en kloostermuur in + het donker, 't Was Maandag, en in <i>De Hoop</i> begon het orgel te draaien. Voor + de open deur probeerden aankomelingen te dansen. Telkens zwenkten zij even door de + lichtstreep, schoven dan weer in de schaduw weg op het kreunend georgel en + gedjingel der muziek. De jongens begeleiden het deuntje met schel-vinnig gefluit, + de meisjes deden hun best om de rokken zoo bol mogelijk te doen uitzetten bij elken + zwier, alsof het krinolienen waren. Wanneer een dans uit was, en het orgel zweeg, + dan hoorde men nog immer het meewarig-kalm gelui. Beneden zag Madame een haveloos, + slonsig meisken op moeders pantoffels komen aansloffen. De blikken petroleumkan + liet zij keer op keer tegen den muuur rammelen. Dat volksken kom altijd in den + laten avond, morde zij, dan pas worden zij gewaar dat er geen olie meer in de lamp + is. De stemming was weg, en met genoegen, met verlichting werd aan de toekomst + gedacht, aan morgen en de volgende dagen.</p> + + <p>Nadat de verhuiswagen weggereden was, nam het gezin, op zijn paaschbest gekleed, + afscheid van de nieuwe eigenaars der <i>Zoutkeet</i>, van de twee oude knechten, + van de geburen. Daarna gingen zij vaarwel zeggen aan de familie Boeykens, eten in + een hôtel over het station, zeer verteederd en opgewonden. Madame droeg den + regenscherm van Mijnheer, die al zijn voorzichtige aandacht wijdde aan den reiszak, + waarin de papieren zaten, eigendomstitels waarde-aandeelen en geld, reiszak die + zwaar woog.</p> + + <p>Een week zonnetje verwelkomde hen buiten. In de villa, waar het rook naar de + klamme kalk en versch geschilderd houtwerk, vonden zij de oude meid bezig met de + verhuisventen. Na eenige rommeldagen kwam alles op zijn plaats. Nu vonden zij + gelegenheid om hun eigendom te "ontdekken." Marie roemde het salon waar men zoo'n + prachtig uitzicht had op het bouwland aan den overkant. Tot verre in den Polder kon + men zien waar de lucht, achter de hoeven en boerenhuisjes, tot aan de boomen en den + grond scheen te raken. Madame genoot van haar eetkamer en het terras er voor, waar + men in den zomer zou kunnen koffiedrinken en genieten van den tuin. Mijnheer + dweepte met de slaapkamers boven, zoo ruim en frisch, daar kon men pas goed het + omliggende land bewonderen. De meid was in haar schik met de keuken en het + schommelhuis. Allen waren vol minachting voor de stad waar men benepen gehuisvest + was, waar het dompig rook, waar men van het leven niet genieten kon zooals hier. + Snepvangers vergat zijn Roepzaal, zijn verkoopingen, zijn stamkroeg en zijn + vrienden; Madame begreep niet hoe zij het jaren volgehouden had in den winkel, + Marieken koesterde de hoop hier dik te worden en fleurig, want zij was bleek en + mager. 's Zondags zaten zij vooraan in de kerk tusschen de notabelen van het dorp, + de pastoor had hen met een bezoek vereerd, bakker, beenhouwer en winkelier waren + zeer beleefd, en de melkboer en groentenvent kwamen geregeld en op tijd.</p> + + <p>De lente was in aantocht. Overal begon het groen uit zijn zwachtels los te + breken, en de fruitboomen droegen bloesem. De lucht was meestal helder, en de zon + scheen zoo plezierig over de wereld. Zij schenen het alles voor den eersten keer in + hun leven te mogen aanschouwen. Regen en wind kon hun stemming niet bederven, er + viel nog zooveel te veranderen een t schikken, en 't werd avond vóór + men 't wist. Vroeg ging men slapen, doodmoe van het bezigzijn en de zware lucht. + Vooraleer de vensters te sluiten en de rolgordijnen neer te laten keken zij dan + soms in de richting der stad, waar een lichtschijn tegen den hemelkoepel, opsteeg. + Dan beseften zij pas goed hun geluk. De honden blaften in de verte, en 't was + eenzaam en vredig alom. In het dorp brandde nog licht, maar het was er stil, + doodstil. Slechts de wind suizelde, en op de kerk sloeg de klok.</p> + + <p>Zoo kwam M. Snepvangers op het gedacht ook een hond te houden. En vermits het + buiten zoo eenzaam was, vond elkeen het goed dat een waker 's avonds op het erf zou + kunnen passen. Dan sliepen de bewoners der <i>Villa Yvonne</i> nog veiliger. Het + beest, een grimmige doghond, kon huilen en blaffen dat het een aard had. Hij was + weldra berucht om zijn kwaadaardigheid, erkende enkel Snepvangers. Uren lang lag + hij met gloeiende oogen aan de ketting voor zijn hok te loeren naar het houten + hekpoortje, opspringend wanneer iemand belde, vooral nijdig wanneer het volk van + Putte, dat 's morgens vroeg en 's avonds laat voorbijtrok, in aantocht was.</p> + + <p>Alles stond thans in lentegroen, de lucht kreeg nu een lekkere mildheid, vogels + zongen in de boomen, de wind zoemde, bracht varende geruchten aan en den balsemgeur + der dennebosschen. Twee nesten zwaluwen hadden hun huisje gebouwd onder het houten + beschot der dakgoot, wat Madame als een goed voorteeken beschouwde. Het bracht + geluk, al gaven de vogels wel wat last, zoo juist boven het terras, want zij lieten + wel wat vallen. Marieken kreeg zin in duiven en Madame in kippen. Duiven waren + zoo'n dichterlijke beestjes, al beweerde vader dat het stomme dieren waren! Kippen + legden eieren, beweerde Madame, al kraait een haan ook vroeg de menschen wakker, + maar de hond wekte hen ook vroeg genoeg. En duiventil en kippenhok werden gebouwd, + netjes groen geverfd, en bevolkt. Zij telden de eieren, zagen de jonge duiven + groeien, hun duivelshaar verliezen, rekenden uit hoeveel een doghond verorberen + kan, stelden belang in de kwijnende rozelaars, telden de vruchtknoppen aan elk + boomken, begoten het magere gras en de bloemen, de viooltjes, de madeliefjes, de + vergeet-mij-nietjes en de andere, onderzochten de kale hagen en de boomenstokjes + met zuinigen bladertooi.</p> + + <p>De dagen lengden zachtjes aan en brachten de zomergenoegens, de jonge groenten, + de eerste vruchten. En wat zij zelf gewonnen hadden, achter in een kleinen + moestuin, al was het nog maar een mager gewin, al kwam het pas wanneer de nieuwheid + reeds voorbij was, smaakte nog eens zoo heerlijk! De salade was wel te weelderig + opgeschoten, had geen malschen krop; de radijsjes waren wel bitter, klein en voos; + de erwten schaars te zoeken tusschen het loof; de aardappelen waren als knikkers en + weinig talrijk! Doch wanneer zij bezoek kregen, en zij hadden nu haast alle + Zondagen bezoek van oude kennissen en geburen, vertelden zij welgevallig en fier + van de vruchten, van de zelfgewonnen vruchten, terwijl zij argeloos er maar niet + bijvoegden dat, wat op tafel stond, door den groentenleurder geleverd was. Zoo + overviel hen de verschroeiende zonnebrand, waarin de villa, naakt en onbeschut, de + hitte stond op te zuigen. De tuin bood geen plekje schaduw, en alleen aan den + straatweg schenen de boomen langs den macadamweg een beetje koelte te bewaren. + Gelukkig dat er nu niets meer te verrichten viel! Zij konden binnenshuis rusten en + stil zitten in de halfdonkere kamers, waar de rolluiken waren neergelaten. Geen + belangstelling meer voor de uitschietende twijgen van den wingerd, noch voor de + verschrompelde appelkens en peerkens, noch voor de beesten. Zalig zoo niets te + moeten doen, ongegeneerd te luieren wijl men ginder, in de stad niet voelen mocht + de teistering van den zomer.</p> + + <p>Na het middageten deden zij een smakelijk dutje, man en vrouw tegenover elkaar + gezeten in een leunstoel, en de koffietijd brak aan voor men het wist. Marieken, + die niet slapen kon, bracht de lange namiddagen door met haakwerk, met borduren, of + las de werken van Conscience, die vader in vroeger jaren gekocht had. Buiten joeg + het macadamstof omhoog onder de jagende autos en bedekte alles met grijzen + schimmel.</p> + + <p>Dat was nu rentenieren! Men kon tenminste zijn vijf zinnen eens bijeenrapen + meende Snepvangers. Geen verlangen meer naar de stad, slechts in zeer bijzondere + aangelegenheden waren zij te bewegen eens over en weer met den trein te gaan. 's + Avonds, wanneer de zon onder was, hadden zij het druk den hof te begieten. Zij + pompten en sleurden het water in den tuin tot zij piepaf waren, en op het terras + gingen zij dan zitten uitblazen in de nieuwe tuinzetels. Hier kloegen zij wel eens + over de zwaluwen die niets ontzagen, en over de muggen die hen zoo lastig vielen. + Tegenover de zondagbezoekers gewaagden zij nooit van deze kleine onaangenaamheden, + roemden maar voortdurend en opgewekt het onschatbare buitenleven. Het gebeurde + menigmaal dat Snepvangers moedermensch alleen terugkeerend van het station tot waar + hij bezoekers vergezeld had, zichzelf overtuigde dat zij gelukkig waren. Zijn + lantaarn wierp een verren lichtschijn voor hem uit, de maan lachte aan den hemel, + en het dorp lag dan achter hem wanneer hij tot deze gevolgtrekking kwam. In het + dorp was er nog licht in de herbergen, daar zaten de dorpelingen te kaarten. Ja, + dat was toch wel gezellig! Daar schoof soms iemand in 't duister voorbij en riep + goedenavond; hij verschrok even, riep dan zeer joviaal zijn wedergroet, maar was + blij weer op eigen erf aan te landen en zijn doghond te hooren aanslaan. Madame + vond het dagelijksch leven wel een weinig eentonig, zij die zoo gewoon was al de + kletspraatjes te moeten aanhooren in haar kruidenierszaak. Marieken had ook wel + eens vage gevoelens van onrust, neen zij benijdde haar vriendinnekens niet die naar + bals gingen, uitstapjes deden, ja, die met een vrijer mochten gaan wandelen, maar + toch!...</p> + + <p>Na zoo'n oogenblikken van zwakheid probeerden zij tegenover elkaar den lof te + zingen van den buiten, alsof zij wederzijds iets van elkaar afwisten. Zij zochten + nieuwe veranderingen en verbeteringen, lieten voor het huis een vijvertje aanleggen + in cementrotsblokken, schilderden de trappen, kochten konijnen. Maar het vijvertje + stond altijd droog en de konijnen stierven spoedig. Eenigen tijd hield een mol, die + hun eigendom in alle richtingen doorwroette, hen in spanning, Maar het beest + verdween even geheimzinnig als het gekomen was. Mijnheer begon nu weer iets te + voelen voor de prijzen van bouwgronden, liep heele voormiddagen langs de wegen, + knoopte kennis aan met de boeren.</p> + + <p>Zoohaast de dagen korter werden, en de vroege herfst zijn killig, buiïg + weer liet aanstormen, bleven de bezoekers weg. In den begin vonden zij het aardig + zoo hun alledaagschen gang te kunnen gaan. Zij konden nu 's Zondags ook eens de + vijf zinnen bijeen rapen, en na het middagmaal een uil vangen. Maar eenzaam was + het! Marieken was het eerst de lustelooze stilte en afzondering moede, want zij had + de minste bezigheid. In den tuin viel nu niet meer te gieten, het regende meer dan + te veel, de planten en struiken waren haar te bekend, de kleine fruitoogst was lang + reeds geplukt. Moe gestaard op de kale velden, naar den neveligen, triestigen + horizont achter de boerderijen aan den overkant, speelde zij troosteloos piano of + las weer een boek van Conscience. En zij dacht aan het heilig sacrament des + huwelijks... Madame wist wat elke dag brengen kon in het huishouden aan schuren en + wasschen, aan strijken en kousen stoppen.</p> + + <p>De beslommeringen van vruchten inmaken was voorbij, in den kelder stonden + dozijnen pottekens gelei, steenen kruiken ingelegde boontjes, snijboonen en witte + koolen. De winterprovisie brandhout en steenkolen was ingedaan, en nu had men weer + geen kommer of zorgen meer, kon men rusten. Maar Snepvangers zelf, die niets te + doen had, zocht maar telkens om de baan te Kunnen op trekken. Hij had in het dorp + kennissen gevonden om kaart te spelen, maar hield het huis verdoken. Om eens naar + de stad te kunnen gaan had hij dagen lang de noodzakelijkheid doen uitschijnen van + een barometer te bezitten. Met zoo'n ding wist men tenminste wat u te wachten + stond, regen of wind, of men al of niet zijn paraplu moest meesjouwen op de + wandelingen, die zij niet deden. Hij bracht een Zwitsersch, in hout uitgewerkt + kastje mee. Was er regen op handen, dan kwam er een paterken met een paraplu uit + een deurken te voorschijn; kwam er droogte in de lucht dan stapte een + flierefluiter, een heerken, zomersch uitgedost, uit het ander poortje. Zij mochten + niet veel plezier aan het ding beleven dat meestal het weer aanwees dat geweest + was. Ten einde raad wendde Mijnheer dringende zaken voor die hem dwongen, dwongen + tot zijn spijt, naar de stad te gaan. Hij pinkte dan geheimzinnig, noemde terloops + M. Boeykens, dit zeer kramakkelachtig werd en hem noodig had.</p> + + <p>Met danig stoken kreeg men het in <i>Villa Yvonne</i> ongeveer warm genoeg. Het + kwam wel eens voor dat men in den vroegen avond gewaar werd dat de lampen ongevuld + waren, en men naar het dorp moest door het vlagend weer voor petroleum. 't Was een + geploeter door de duisternis over den slijkerigen weg! Er was nu niets nieuws meer + te ondervinden. Zij wisten wanneer er treinen aankwamen, wisten wie voorbij zou + stappen, nu een paar boeren, straks de matten-leurders van Putte, later nog het + werkvolk, zonder den heremiet te rekenen, een jonge vent, die wat verder alleen in + een huisje woonde. Nog slechts een paar autos snorden dagelijks heen en weer met + kasteelvolk dat ergens, uren van de wereld verwijderd, woonde.</p> + + <p>En de winter was bar, en streng, en lang. Amper mocht men het licht van den dag + aanschouwen. De wind joeg onbarmhartig door de kale boomen, over de velden, rukte + aan deuren en vensters. De regen zong door dagen en nachten zijn eenzaam lied. Dan + vroor het weer weken lang of gierden sneeuwstormen, zoodat alles blank lag en + bedolven. Eens moesten zij zelfs een pad graven naar het hekpoortje, zoo lag alles + onder den dikken sneeuwpels. Teeken van leven kregen zij niet uit de stad, en M. + Snepvangers waagde zich niet buiten. Met Nieuwjaar bracht de postbode Met de + dagelijksche krant eenige nieuwjaarkaartjes, wenschen van<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">voorspoed en geluk. Bedrukt spraken zij weer maar + hoopvol van de</span><br /> + lente, van de komende geneugte. De piano werd niet meer aangeraakt, de grauwe lucht + en de regen stemden te moedeloos. Het pluimvee werd een last, men moest het + verzorgen ook als men maar liefst bij de kachel bleef zitten soezen, en de hond, de + grimmige dog, bevuilde het huis.</p> + + <p>Was dat nu het schoon rentenieren op den buiten? Zij dachten terug aan hun + gelukkige bedrijvigheid in de stad, waardoor zij nooit het ellendige winterseizoen + hadden gevoeld in zijn ijselijke naarheid. Al lengden de dagen, zij werden het niet + gewaar, en zoo lang het te koud was om buiten te zitten konden zij van de mooie + dagen niet genieten. In de stad kon men ten minste wandelen, door de drukke + straten, naar de winkels kijken. Sinds de kermis van Putte hadden zij geen bezoek + meer ontvangen, al die maanden hadden zij geen menschen meer gesproken buiten de + dorpelingen, en die telden zij niet. Karnaval was nog wel de triestigste dag, want + zij dachten aan het volk dat zich ginder, onder den lichtgloed der stad, wist te + amuseeren. Was dat nu rentenieren? Marieken verslond maar al de boeken, die zij kon + leenen in het dorp. Madame gunde sinds lang niet meer aan Snepvangers zijn + uitstapjes naar Antwerpen. Het inroepen van M. Boeykens mocht niet baten, en de + arme man vond geen genoegen meer in de bouwgronden van den omtrek, rookte maar + verwoed pijp na pijp, zoodat alle kamers van tabakrook doortrokken waren. Zoo kwam + Goede Vrijdag.</p> + + <p>Snepvangers kon het niet langer volhouden. Vandaag moest hij de stad zien, hij + wou en zou. Aan de koffietafel kreeg hij den gelukkigen inval.</p> + + <p>—Het water rijst me over het hart als ik aan schelvisch denk!</p> + + <p>—Zoo, wat gedacht, wantrouwde Madame, dat kunnen we niet krijgen in het + dorp.</p> + + <p>—Schelvisch, dweepte Marieken.</p> + + <p>—Ik ben ziek van goesting naar schelvisch, droomde Mijnheer.</p> + + <p>—Ge kunt bottekens krijgen, misschien ook mosselen, als de vent van + Bergen-op-Zoom komt!...</p> + + <p>—Och!</p> + + <p>—Schelvisch, onderlijnde Marieken.</p> + + <p>—Kunt gij hem halen? vroeg bits Madame.</p> + + <p>—Och, als ik u daar plezier kan mee doen ... Ja dan wil ik wel eens naar + de vischmarkt gaan.</p> + + <p>—Naar de stad!?</p> + + <p>—Wel ja, Mama, 't is toch zoo geen reis.</p> + + <p>—Wel, ik zal maar gauw gaan.</p> + + <p>—Wat vreemde kuren, schuddebolde Madame, die zich verloren moest + geven.</p> + + <p>En Snepvangers ging met zijn paraplu en zijn vischnet onder den arm. Aan het + kleine station ontmoette hij de vroolijke menschen, die dagelijks naar de stad + gingen werken. Hij mengde zich in hun gesprekken, voelde zich leven. Een mensch + moet toch menschen zien, zich niet van de wereld afzonderen! Wat gewoel bood de + stad en wat afwisseling! Hij verbeuzelde zijn tijd met kuieren en met pintjes + pakken in de estaminets, door hem vroeger regelmatig bezocht. Hoe prettig zich weer + thuis te voelen in de beweging der menschen! Ja, de stad was toch wel + aantrekkelijk, daar kan men, alles wel beschouwd, nog van het leven profiteeren. + Het werd middag voor hij er aan dacht naar de vischmarkt te gaan. Madame zou zuur + zien nu hij nog niet thuis was... maar hij was immers man en meester! Kon hij het + verhelpen dat de tijd hier zoo vlug voorbij ging? God, nu moest de schelvisch maar + voor het avondmaal dienen. Wat zouden zij smullen. Na lang met kennersoogen de + kramen te hebben onderzocht, na loven en bieden kocht hij twee puur nog levende + schelvisschen. Met zijn vischnet in de hand en zijn paraplu onder den arm gekneld + trok hij nu terug naar het station, maar hij wandelde zoo gelukzalig traag dat hij + zijn trein mankeerde.</p> + + <p>Doelloos liep hij over de De Keyserlei, dacht aan het onthaal dat hem te wachten + stond. Was dat niet een ouwe vriend, de verdierenpikker, die daar kwam + aangeslenterd?</p> + + <p>—Wel verdorie, Snepvangers, zijt gij het? En ik die dacht dat ge reeds + dood en begraven waart!</p> + + <p>—Neen, goddank, maar ik woon buiten...</p> + + <p>—Dat wil zooveel zeggen als levend begraven!</p> + + <p>—Neen, dat is wat sterk! ...</p> + + <p>—Trein gemankeerd?</p> + + <p>—Ja.</p> + + <p>—Kom, we gaan er eenntje pakken op het weerzien.. Zoo, zoo!</p> + + <p>En ze pakten er eenigen op het weerzien, spraken van vroeger dagen, van + verdierenpikken en gronden, van bekenden en notarissen. Zij hadden beiden geluk + gehad in het leven, zagen alles rooskleurig in, deden joviaal. Voor zij het wisten + zaten zij elkaar genoegelijk toe te knikken in een hotelzaal. Het was Goede + Vrijdag! Zij prezen het lekker vischdiner, proefden als twee smulpapen van de + gerechten en de wijnen, voelden zich behaaglijk zwellen. Wat tafelweelde! Visch te + kust en te keur, en wijn, witte en roode, beter en meer dan op de beste verkooping. + Juist toen zij discuteerden waarom taling toegelaten wordt op een vischdiner in den + Vasten, werd het electrisch licht opgedraaid. Hun oogen knipperden even, het + tafelgerei schitterde licht helder en zij bemerkten dat de glazen leeg stonden.</p> + + <p>—Dat mag niet, beweerde Snepvangers als beleedigd.</p> + + <p>—Neen, zeker niet! ...</p> + + <p>De vrienden kenden uur noch tijd. De "Villa Yvonne" lag zoo ver, en de + schelvisch was door den garçon ergens weggelegd, als om de zorgloosheid te + verhoogen. De kreeft werd nu een eenig belangrijk ding, de wijnsoorten een oud + zwak. Met verteedering dronken zij op elkaars gezondheid, en dat spel beviel hen + zeer. Bij het nagerecht bestelden zij champagne, sigaren en koffie.</p> + + <p>—Het leven is schoon, mijmerde de verdierenpikker.</p> + + <p>—Dat is het ja... dat is de waarheid, stemde Snepvangers in, vleide zich + wellustig tegen de leuning van zijn stoel en zag diepzinnig de rookwolkjes na.</p> + + <p>Hoe lang het geduurd heeft is lastig bij benadering te bepalen en Snepvangers + heeft zich er nooit rekenschap van kunnen geven. Zij genoten nog lang van elkaars + aantrekkelijk gezelschap, behandelden alle mogelijke onderwerpen, vertelden moppen + en fluisterden zinnelijke opwellingen, waarbij ze vertrouwelijk knipoogden. Menig + glas werd nog gedronken en menige dure sigaar gerookt. Wat Mijnheer bijbleef was + het vreemd geval dat zij ruzie hadden gekregen bij de betaling van dit + uitspanningsken. Elk wou het gelag voor zijn rekening nemen, maar ten slotte + betaalde elk Zijn deel en was wat vrijgeviger tegenover den garçon. Deze + stopte Snepvangers wat in de hand, zijn vischnet met schelvisch en zijn paraplu, en + dan trokken de vrienden weg met hoogroode gezichten. Tot afscheid werd nog een glas + gedronken, hier een, daar een, dan ging Mijnheer zijn vriend een eindje vergezellen + tot aan den tram, want hij meende te bespeuren dat deze een klein beetje zattekens + was.</p> + + <p>Later zeilde hij alleen terug naar het station. Plots was zijn vriend verdwenen + en nu voelde hij zich danig moe, wou ergens rusten om het even waar, zitten en + uitrusten.</p> + + <p>En hij werd wakker op eene bank onder kale boomen van het Park. Waar was hij? + Hij rilde van koude, voelde zich ziek, had hoofdpijn. Scheen het daglicht? Neen, 't + was de lantaarnschijn. Hoe laat was het nu wel? Even zien. Maar hij vond zijn + uurwerk niet in zijn zak, tastte instinctmatig naar zijn geldbeugel. Ook weg. God + wat beteekende dit nu! Zijn blikken zochten rond, zijn regenscherm, zijn zijden + regenscherm met zilveren kruk, eveneens spoorloos verdwenen. Voor zijn voeten + echter lag het vischnet met de schelvisschen, besmeurd door het slijk. God! kon hij + zijne vijf zinnen maar eens bijeenrapen! Wat zou hij doen, wat zou hij zeggen? + Zoo'n avontuur moest aan hem overkomen, aan een deftig getrouwd rentenier, aan den + eigenaar der "Villa Yvonne"!</p> + + <p>Zeer verlegen stond hij recht, onthutst raapte hij zijn vischnet op, liep de + stad in. Hoe nu naar huis gesukkeld waar men angstig op hem zat te wachten in den + nacht? Zij zouden natuurlijk niet kunnen slapen, het huis doorloopen en bang het + ergste ongeluk vreezen Hij moest ook om schelvisch gaan, Marieken moest ook + aandringen alsof haar moeder niet meer verstand had... Maar het dwaaste van al, M. + Snepvangers moest ook eens buitensporigheden bedrijven, zich te buiten te gaan, + Goeden Vrijdag vieren! Te laat beklaagd oude zot! Wat nu aangevangen?</p> + + <p>Hij ging M. Boeykens spreken, zou hem alles biechten en die zou wel raad weten + om de ruzie te vermijden in zijn huishouden, wie weet en echtscheiding kunnen + beletten!</p> + + <p>Suf stond hij voor de woning van den notaris te wachten tot het licht werd. Tot + zijn verbazing werd plots de poort geopend en liep de knecht hem op het lijf.</p> + + <p>—Hoe weet gij het nu al? vroeg de knecht verwonderd.</p> + + <p>—M. Boeykens?...</p> + + <p>—Ja, zoo plots... ja hij was wel niet goed, maar niemand kon zich daaraan + verwachten.... Saluut... tot weerziens.</p> + + <p>M. Snepvangers oogde den knecht na, die haastig voortliep in den nacht. Nu kon + hij plots zijn vijf zinnen bijeenrapen! Hij had wel kunnen jubelen van verrukking, + nu was hij gered, nu kwam alles in orde. Hij had immers zijn kaartje nog om weer te + keeren?</p> + + <p>Met den eersten trein trok hij naar Capellen. De nacht lag nog over de velden, + en in de verte scheen het licht in de "Villa Yvonne". Hoe meer hij naderde hoe + luider de hond begon te blaffen. Het tuinpoortje knarste open, uit de open deur + viel het helle licht. Hij hoorde geklaag en geschrei, gesnik en gejammer, keek + niemand aan, zag strak en wezenloos voor zich uit. In de keuken liet hij zich + zuchtend op een stoel neerzakken, den schelvisch vóór de voeten.</p> + + <p>Een oogenblik hoorde men de stilte, dan zei hij langzaam, met tranen in de + stem:</p> + + <p>—M. Boeykens is dood!</p> + + <p>—Maar wij blijven hier niet langer... wij hebben duizend angsten + uitgestaan, zei Madame tot rouwbeklag.</p> + + <p>—Alleen in den nacht, zuchtte Marieken, alleen in den triestigen + buiten...</p> + + <p>—Ja, 'n mensch weet nooit wat er gebeuren kan, beaamde Snepvangers nederig + en treurig, zoo 'n goede man... Het buitenleven is toch niet zoo schoon als men + denkt... Voor mij is het niks... ik ben niet bang... Ik ben heelemaal van streek... + 't heeft me danig gepakt.</p> + + <p>—We zullen maar gauw koffie drinken, meende Madame.</p> + + <p>Elk der huisgenooten was als ontlast. De oplossing was gekomen, zonder dat een + hunner zijn weerzin voor het landleven had moeten te kennen geven, zijn verlangen + had moeten toonen naar de loszinnige geneugten van de stad, die zij voor maanden + met zooveel genot hadden verlaten en belasterd. Zij hadden genoeg van de stijve + deftigheid, wenschten maar liefst te gaan rentenieren in de oude buurt waar het zoo + gezellig was, waar de menschen en straten hen zoo bekend waren, waar zij meetelden + in het leven, waar muziek was en bedrijvigheid, en waar zij nooit onder de + drukkende afzondering, de eenzaamheid zouden lijden. Marieke peinsde daarbij + stillekens aan het huwelijk, en Mijnheer aan zijn parapluie en zijn uurwerk. Bij + het eerste schemeren van den dag was M. Snepvangers bezig achter het tuinhek een + paal op te richten waaraan een bordje bevestigd was, vermeldende met onzekere, + zwarte letters: _Villa te huur of te koop_.</p> + <hr style="width: 65%;" /> + + <h2><a name="HOOFDSTUK_II" id="HOOFDSTUK_II"></a>HOOFDSTUK II</h2> + + <h3>LIEFDE EN ANDERE ONRUSTIGHEID.</h3> + + <p>De familie Snepvangers woonde weer in de stad. Het renteniershuisje in de + Hobokenstraat was kraakzindelijk. Het geveltje, frisch in de verf, was versierd met + kolommetjes en grillig loofwerk, op het balcon prijkte een lange vlaggestok en op + de witgeschilderde deur blonk de geelkoperen naamplaat. Binnen hielden Madame, + Marieken en de werkvrouw met dagelijksche zorg alles helder aan kant en vrij van + stof. In de achterkamer stond de piano, in de veranda, die als huiskamer diende, + kefte een zwart spitsken, het salonneken aan de straat werd slechts voor vreemden + geopend.</p> + + <p>Het tuintje, een voorschoot groot, bood Snepvangers en zijn dochter gelegenheid + tot tuinieren. Het geurde en fleurde er met bonte bloemen en riekende kruiden, + terwijl een sappige wijngaard zijn ranken schoot onder het glazen afdak.</p> + + <p>'s Morgens vroeg stond Snepvangers op den drempel der woning zijn pijp te + rooken, liet het hondje zijn ochtendwandeling doen; wanneer de melkboer kwam, nam + hij het pannetje aan, trok dan aan de huisbel om Madame en Marieken te wekken. De + dames kwamen gekleed beneden, want na het ontbijt ging Madame in de buurt winkelen + en speelde Marieken piano, terwijl de werkvrouw den boel in orde bracht.</p> + + <p>Snepvangers knutselde in het tuintje, las andermaal de gazet van den vorigen + avond, kleedde zich dan voor de wandeling. Zijn barometer gunde hij geen blik meer, + in de stad was dat overbodig, en daarbij nam hij, uit louter voorzorg, haast altijd + zijn zijden regenscherm mee. Elken dag had hij zijn afwisselende stamlokalen waar + hij een pintje of een borreltje dronk en over de stadsnieuwsjes en het weer + redekavelde. In de buurt bezocht hij "De Koning van Spanje", "Het Zwart Paard", "De + Paardenwei", "Sint-Jacob", "De drij Kauwkens", verder in de oude stad "De Klok", + "Het Gulick", "Het Koningsken", "Het Nachtlicht", "De Boer van Tienen", "De + Wildeman", "Het Schuttershof", "De Oude Sint-Jan", "De Gouden Kroon", De + Kolkoensche Haan", "De Zeven Provinciën". In de week dronk hij garsten, 's + Zondags, in de buurt van het station, verkoos hij uitheemsche bieren.</p> + + <p>Klokslag één was hij thuis voor het middagmaal, ving dan een + uiltje, ging daarna naar de roepzaal, waar hij, bij gelegenheid, nog een paar + centen verdiende, trof er zijn vriend aan, den verdierenpikker. Samen keuvelden zij + dan over eigendommen, gronden en centjes verdienen. Rond acht uur kwam hij voor het + avondmaal. Madame vertelde van menschen die zij ontmoet had, van koopjes en + buurtnieuws, Marieken verslond de feuilleton en zalig genoot Snepvangers. Later las + hij de gazet, terwijl zijn vrouw kousen stopte en Marieken weer piano speelde. Op + Vrijdag en Zaterdag gingen de vrouwen niet op boodschappen uit, er werd gekuischt + en geboend en Snepvangers ging, na het avondmaal, kaarten in "De Klok."</p> + + <p>Maar de Zondag werd, naar ouden trant, bijzonder gevierd. De familie trok de + beste kleeren aan en 't was vette keuken. De schrale Madame in haar ruischende + zijde stapte links van haar dikken echtgenoot naar de kerk. Op zijn buikje bengelde + de zwaar gouden ketting en zijn zijden hoed stond achterover in den nek. Zijn + hoogroode, gladgeschoren tronie glom van zelfvoldaanheid. Marieken, naar de mode + gekleed, ging aan zijn rechterkant, in stille bewondering voor haar papa. Hij was + zoo'n tegenstelling van mama, hij was een klein vetzakje, een joviaal rentenierken, + dat veel menschen kende en groette. Doch zij geleek veel aan mama, was sprietmager, + hetgeen haar ergerde en soms verbitterde.</p> + + <p>Na de hoogmis wandelden zij naar de bloemenmarkt op de Groenplaats, zagen het + volk uit Onze-Lieve-Vrouwekerk door de spitskar trekken, volgden mee, langs de + Schoenmarkt en de Meir, door de Leysstraat, naar de De Keyserlei. Daar dronk men + ergens een pot Münchener, waarbij Mijnheer de bekenden groette en de dames + critiek uitoefenden over kleeding en menschen. Na deze eerzame en onschuldige + uitspanning ging men eten, wat dutten, trok dan weer op wandeling, kwam thuis om te + avondmalen, keerde opnieuw om te luisteren naar het concert in den Dierentuin of + bezocht men de feesten en vertooningen in den Burgerskring, waar de vrouwenrollen + ook door mannen werden vervuld.</p> + + <p>Aan deze ordelievende, deftige levenswijze brachten de seizoenen met wind en + regen soms lichte afwijkingen, zoodat de dames thuis bleven, geen onderhoudende en + opwekkende critiek konden voeren, en Mijnheer alleen zijn stamlokalen bezocht.</p> + + <p>Het leven was schoon in zijn effen uitzicht, zonder ontroering, zonder slag of + gebeurtenis. Alleen Marieken had vlagen van droefgeestigheid, wanneer zij dacht aan + getrouwde vriendinnen. Dan was zij onhandelbaar, had scherpe woorden. Mijnheer + zorgde dan dat het hondje niet onder de voeten liep. Madame peinsde, terwijl zij de + dampende potten in de keuken bestaarde, aan de kennissen die als schoonzoon welkom + hadden kunnen zijn. Marieken ging naar de dertig.</p> + + <p>Zekeren avond in de lente had het echtpaar een belangrijk gesprek in de + slaapkamer.</p> + + <p>—Marieken heeft weer leelijk haar kuren!</p> + + <p>—Ja, mama, bevestigde Snepvangers bekommerd.</p> + + <p>—Snepvangers, zei Madame besloten, ik heb er lang over nagedacht ... + Marieken moet trouwen.</p> + + <p>—Ja, mama, gaf hij onderdanig toe, maar met wie?</p> + + <p>—Dat weet ik juist niet, zuchtte zij: wij moeten uitzien naar 'n + treffelijken burgersjongen!</p> + + <p>—Ja!</p> + + <p>—Gij kent zooveel menschen....</p> + + <p>—Ja!</p> + + <p>—Ik zal mijn best doen, beloofde Snepvangers, terwijl hij in de echtkoets + stapte.</p> + + <p>—Hij nam den verdierenpikker in zijn vertrouwen, die de zaak niet te + zwaartillend onderzocht. De beste koeikens zoekt men op stal, maar toch moeten de + liefhebbers ze weten staan. Hij zou eens rondzien, maar nu had hij Snepvangers over + iets gewichtigs te onderhouden.</p> + + <p>—'t Is geen politiek en toch politiek, Snepvangers.... Tegenwoordig is + alles politiek om de kiezers te lokken en stemmen te winnen. Katholiek en liberaal, + uit schrik voor de socialisten, houden het werkvolk tot vriend... alles voor den + werkman, en de burgers worden vergeten.... Dat kan niet blijven duren, dat mag + niet? Wij willen het hekken aan den ouden stijl houden, de belangen der + neringdoenden behartigen....</p> + + <p>—Wie zijn wij?</p> + + <p>—Wij? De bond der neringdoenden!... Wij willen ons woordje te zeggen + hebben in het Bestuur.... Wij zijn onpartijdig in ons belang, liberaal en katholiek + en democraat kan meedoen wanneer zij het goed meenen met de belangen der kleine + burgers en neringdoenden! Wij strijden tegen cooperatieven en naamlooze + maatschappijen, willen de nering bevorderen, ons beschermen door goede wetten.... + Recht door zee, willen wij; de neringdoenden zijn den politieken winkel beu.... En + nu vraag ik u of ge meedoet.... Ge zijt een onafhankelijk man, een rentenier, en + zoo'n mannen hebben wij noodig, wij, handelaars, wij, ambachtslieden en + eigenaars!</p> + + <p>—Ik heb me nooit met politiek bemoeid, opperde Snepvangers, ik ben van den + ouden eed en ga naar de kerk.</p> + + <p>—Dat is geen beletsel.... Wij zijn met veel goede katholieken, maar wij + vergeten ons belang niet.... Het is geen geuzenbond, maar eene vereeniging om onze + stoffelijke—ja stoffelijke, dat is het woord van den President—belangen + te verdedigen.</p> + + <p>—Zijt gij reeds lang lid?</p> + + <p>—Ik? Een paar weken, maar op de vergadering werd het zoo klaar + uiteengezet. Er zijn knappe bollen bij, mannen die het goed kunnen zeggen, en 't + staat allemaal in de gazet <i>De Noodkreet</i>. Ik heb seffens aan u gedacht!... + Dat was nu iets voor Snepvangers, iemand die zelf affaire heeft gedaan, bij een + notaris gewoond heeft en dus al de knepen kent, onafhankelijk is! Den President heb + ik over u gesproken en hij vond dat wij mannen van uwen aard noodig hebben voor den + gemeenteraad en voor den provincieraad!...</p> + + <p>—Hm! Te veel eer; ik ben maar 'n simpele burger, geen advokaat, meende de + gevleide Snepvangers.</p> + + <p>—Wij willen juist geen advokaten, maar mannen van ons... geen + praatjesmakers, maar mannen waarop wij rekenen kunnen.</p> + + <p>—Lid wil ik wel worden... maar de rest blijft onder ons... ik kan dat niet + aannemen, ik houd van de rust, ik houd veel van de rust... dat moeten jonge mannen + doen, die van den spanaard gesneden zijn.</p> + + <p>—Snepvangers, ik bedank u namens den Bond voor uwe bijtreding, die wij + hoogschatten, zei de verdierenpikker langzaam en plechtig, laat er ons nog een pint + op drinken; maar één ding zeg ik u: met snotters en tafelspringers + zijn wij niet gediend, wij willen ernstige mannen!</p> + + <p>Na dit vekwikkelijk gesprek keerde Snepvangers mijmerend huiswaarts. + Geheimzinnig hmde hij aan tafel, liet soms zijn vork zakken om zich even in zijn + toekomstdroomen te verdiepen.</p> + + <p>—Papa, wat scheelt er toch? ondervroeg Marieken, wier kuur weer voorbij + was.</p> + + <p>—Och, kind!</p> + + <p>—Awel ja, Snepvangers, ge doet zoo vreemd, wat is er gebeurd?</p> + + <p>—Och, mama, nu willen ze mij met alle geweld naar den gemeenteraad + zenden!</p> + + <p>—Zijt ge zot, Snepvangers? Daar zenden ze andere kleppers, die daar iets + kunnen vertellen!</p> + + <p>—Dat weet ik niet, mama; ik ben onafhankelijk, ik ken veel menschen, ik + ben zoo geen wauwelaar van een advocaat, maar ik heb veel ondervinding en er + zetelen er anderen dan Snepvangers.... De neringdoenden willen mij absoluut, + verklaarde hij behagelijk.</p> + + <p>—Och Papa dat zal aardig zijn als ze bij u komen bellen voor plaatskens op + 't stadhuis, en als we gevraagd worden op de feestjes...</p> + + <p>—Ja, maar zoo ver zijn we nog niet!</p> + + <p>—Pas maar goed op, de politiek kost centen en ik geloof daar nog niks van + dien gemeenteraad, waarschuwde Madame.</p> + + <p>—Och ik weet nog niet of ik aannemen zal!</p> + + <p>—Maar Papa toch!</p> + + <p>—Ja, als ik den Bond en de President daarmee een plezier kan doen, en als + de leden er dan erg aan houden, dan zal ik mij nog eens bedenken...</p> + + <p>Van dat oogenblik af werd het leven voor Snepvangers vol belangrijke + vraagstukken en tijdroovende bezigheden. Madame kon alleen over de kuren van haar + dochter nadenken en het heilmiddel opsporen. Spoedig was hij zijn + propagandavocabulaar meester, en met den verdierenpikker was hij een ijverig + ronselaar voor nieuwe partijgenooten. Menigmaal gebeurde het nu dat de + zachtmoedige, vredelievende Snepvangers in geweldige herbergtwisten gemengd werd. + Drukker bezocht hij zijn herbergen en wanneer hij dan, een beetje zwaar van bier, + rook en welsprekendheid naar huis toog, kwam soms wel zijn rustig gemoed in + opstand, doch telkens dacht hij aan den gemeenteraad.</p> + + <p>Om in breederen kring de aandacht op "zijnen" Bond te vestigen liet hij zich als + eerelid opnemen in de onpartijdige fanfarenmaatschappij "De Broedermin". Een paar + dagen later werd hij eerevoorzitter van een Vogelpikvereeniging in de buurt "De + Lustige Pikkers" en van de tonmaatschappij "De Moedige Spelers", nam het + voorzitterschap aan van "De Gezworen Spaarders", liet zich afgevaardigde kiezen van + een duivenkring in het "Algemeen Verbond" en ondervoorzitter der liefdadige + vereeniging "Nood baart Troost".</p> + + <p>Dat kostte slechts pinten, goede woorden en centen. De uitslag was schitterend. + Madame, die niet erg ingenomen was met de nieuwe levensinrichting, werd overbluft + en stormenderhand gewonnen.</p> + + <p>Bij fakkellicht werd het nieuwe eerelid door zijn fanfare een serenade gebracht, + en afgevaardigden van de verschillende vereenigingen, hiertoe door den + verdierenpikker aangezet, brachten complimenten en bloemen. Madame was ontroerd + door het onverwachte.</p> + + <p>Marieken gloeide van trots en Snepvangers stond met milde eenvoudigheid te + genieten van dit voorsmaakje der toekomstige glorie. Hij trakteerde op wijn de + afgevaardigden die zich in het salon en de eetkamer verdrongen, liet de muzikanten + in de kroegen der buurt drinken op zijn kosten. Redevoeringen prezen zijne + liefdadigheid, zijn zin voor kunst en muziek, zijn burgerdeugd en zijn liefde tot + het volk, zijn vaderschap en zijn goedheid.</p> + + <p>Tegen zooveel beeldsprakige ophemeling voelde hij zich niet bestand, het + verteederde hem en hij geloofde in zijn eigenwaarde. Hij gaf een wenk aan den + President van den Bond en aan den verdierenpikker die de glazen volschonk als + trouwe regisseur van het spel.</p> + + <p>"Mijne heeren, zei hij, het glas beeft mij in de hand bij zooveel sympathie die + mij betuigd is geworden... Ik kan het niet zoo met stadhuiswoorden zeggen, maar 't + komt uit mijn hart, onze stad heeft onafhankelijke mannen noodig om te strijden + tegen bazars en cooperatieven, tegen Tietz en bakkerijen die het brood stelen uit + den mond van den neringdoende!...</p> + + <p>"Ik verklaar volmondig fier te zijn als lid van den Bond der neringdoenden + waarvan de President mij de eer aandoet aanwezig te zijn op deze betooging die niet + mij, maar onze heilige princiepen treft... Dank, vrienden, dank... 't Is een steun + in den strijd die mij zal aanzetten om nog meer te vechten... Ik bedank u allemaal + uit den grond van mijn hart, vooral den vriend die ik jaren ken en die mij den weg + gewezen heeft naar den Bond!... Mijne heeren, nog eens op de gezondheid. Leve de + neringdoenden! Leve de burgerij."</p> + + <p>Uitbundig werd hij toegejuicht tot buiten de Brabançonne weerklonk.</p> + + <p>—Hij heeft het goed gelapt, fluisterde de President tot den + verdierenpikker, 't is een schoone propaganda-avond. Toen in de verte de muziek + wegstierf en het rumoer in de straat opgehouden had, zat de familie nog, stil van + opgetogenheid, te luisteren onder het gaslicht. Madame kloeg niet eens over het + bevuild tapijt noch over den mildgeschonken wijn. Marieken kwam het eerst tot de + werkelijkheid terug, draaide de overbodige lichten uit, nam de glazen weg.</p> + + <p>—Wij moeten den President onze klandisie gunnen, oordeelde Madame.</p> + + <p>—Ja Papa, steunde Marieken.</p> + + <p>—Maar wij hebben niks noodig, de dakgoten zijn in orde!...</p> + + <p>—Wij moesten een bad koopen, een bad hebben al de rijke menschen.</p> + + <p>—Een bad?</p> + + <p>—Een bad, herhaalde ook de verbaasde Madame, en voor wat? Wat zullen wij + daarmede aanvangen, en waar zullen wij het zetten?</p> + + <p>—Wel, Mama toch, op de kamer boven de keuken.</p> + + <p>—Maar wat zullen wij met een bad doen? Pleitte Snepvangers.</p> + + <p>—Wel, ons wasschen, Papa!</p> + + <p>—Ik wasch me alle dagen kind, maar in een bad, denk eens na!</p> + + <p>—Een toekomstig gemeenteraadslid die geen bad in huis heeft... de menschen + moesten het weten.</p> + + <p>—Ja daar is toch iets voor te zeggen, Snepvangers.</p> + + <p>—Maar Mama, dat kost veel geld.</p> + + <p>—Die over den hond kan, kan over den staart... Wij zullen eens naar den + President gaan kiezen.</p> + + <p>'s Anderen daags trokken de moeder en de dochter naar de Melkmarkt, De President + was niet thuis, maar zijn vrouw, een pronte, zwaarlijvige en praatlustige vrouw + ontving. De serenade was haar stokpaardje. Haar man had er niet kunnen over + zwijgen, en Craen was niet makkelijk. Zij kende de dames van in de Zoologie te + zien, en Marieken had ze altijd zoo'n aardig meisje gevonden. Het gezellig gesprek + werd in den winkel gevoerd. Madame Snepvangers zat in een ziekenstoel, Marieke op + een tentoongesteld porceleinen kuipje met mahoniehouten deksel. Madame Crean leunde + tegen een badkuip en zag zich weerkaatst in den ovalen spiegel van een lavabo.</p> + + <p>Toen het onderonsje gestoord werd door winkelbezoek had men nog geen badkuip + gekozen, niet eens bekeken. Volgens afspraak zou men den volgenden Zondag op + koffievisiet komen met Snepvangers. Er was geen haast bij, en de man moest maar + meekiezen.</p> + + <p>De familie Snepvangers genoot de ongewone ontroeringen van nieuwe betrekkingen + en verrassingen. Het leven had gebeurtenissen. De politiek bood zeer aardige + uitzichten, ook voor de dames. Slechts een ding werd opgeofferd op het altaar der + neringdoenden: het prettig kuieren en winkelen bij Tietz.</p> + + <p>Zij togen dus naar de Melkmarkt en werden luidruchtig verwelkomd door den + stevigen loodgieter en zijn gade. De President voerde het gezelschap in het salon + boven den winkel, waar men op rood-fluweelen stoelen rond de koffietafel plaats + nam. Terwijl men boterkoekjes en krentenbroodjes naar binnen werkte en ontelbare + kopjes koffie dronk, zoodat de meid tweemaal moest opschenken, vertelde Madame + Craen haar levensloop. Zij waren kleintjes begonnen. De President deed toen zelf de + karweikens op de daken, maar 't was hen mee gevallen, hun eenige zoon hadden zij in + een floreerende zaak geplaatst nadat hij gestudeerd had voor apotheker-drogist. Zij + bleven maar in d'affaire uit gewoonte en uit schrik dat zij het rentenieren niet + zouden gewoon worden.</p> + + <p>—Ja, dat hebben wij ook ondervonden... en wij waren naar buiten gaan + wonen.</p> + + <p>—Spreek mij van geen buiten. Madame Snepvangers, ik ben er bang 's + avonds.</p> + + <p>—Wij waren ook blij terug in de oude buurt te zijn, en voor Marieken was + het ook te triestig!</p> + + <p>—Natuurlijk, een jong meisken!... Seffens komt onze jongen een goedendag + zeggen, en dan is er zoo wat jonkheid bijeen... In zijn affaire kan hij zoo + moeilijk weg ... ge weet wel <i>De Gaper</i>, op de Torfbrug, bekend om het + vliegenpapier ...</p> + + <p>—Och zoo, dat is uw zoon! Marieken, daar koopen wij onze borstels en + opneemvodden.</p> + + <p>—Ja, onze jongen is werkzaam en braaf, maar ... zoo'n toonbeeld moest een + vrouw hebben, ook voor d'affaire. Maar hij zegt geen tijd te hebben om er een te + zoeken, dat hij nog jong genoeg is ... hij is nu drie-en-dertig.</p> + + <p>Nu de dames zwegen en peinsden na, luisterden naar de mannen, die in politiek + verdiept, eikaars vernuft en wijs inzicht waardeerden.</p> + + <p>—Zouden wij niet eens in den winkel gaan zien? stelde Madame Snepvangers + voor.</p> + + <p>Gedwee volgden de mannen, doch staakten geen oogenblik het onderhoud. Madame + Craen noemde prijzen van badkuipen, waterketels, lavabos, gemakken, raamde de + kosten van plaating.</p> + + <p>De belangrijke mededeeling werd onderbroken door de komst van den drogist, een + mager jongmensch met bleek gelaat. Hij had een scherpen neus, waarop een gouden + bril zijn flauw-grijze oogen beschermde.</p> + + <p>—Dat is nu onze Antoine..., het eenig kind dat over bleef van de vier .... + Antoine, dat is de familie Snepvangers, waarover wij gesproken hebben.</p> + + <p>De drogist zei hoe aangenaam het hem was te mogen kennismaken met de familie, + pluisde onderwijl aan zijn vlasblond geitenbaardje.</p> + + <p>De badkuip werd vergeten. Antoine had zijn winkel gesloten en bleef in den + familiekring die, in het salon, den wijn van den President proefde. Marieken, na + lang pramen, bespeelde de piano die anders nooit geopend werd. Het was er zoo + gezellig dat de familie niet weigeren kon te blijven avondmalen. Men was reeds als + thuis tusschen oude vertrouwde vrienden. De oude heeren zaten in hun hemdsmouwen, + en hun hoogroode, glimmende gezichten knikten elkaar mild toe onder het + gaslicht.</p> + + <p>De drogist zong nu, begeleid door Marieken, met lichte tenorstem een paar + fransche romancen. Plots gaf hij zijn Vlaamsch gezindheid lucht:</p> + + <p>Zij zullen hem niet temmen, Den fieren Vlaamschen leeuw, Al dreigen zij zijn + vrijheid Met kluisters en geschreeuw...</p> + + <p>Het begeesterd gezelschap zong het refrein mee. Maar na den ernst kwam de + losgelaten leute, die de ouderen lang vergeten strophen in het geheugen riepen uit + den tijd toen zij ook nog zongen of luisteren gingen naar de zangers in de + zanglokalen aan de Werf. De president viel in met:</p> + <span style="margin-left: 1em;">"Vaarwel, schoon lief, de tambour + slaat,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">vaarwel, ik word soldaat."</span><br /> + + + <p>Snepvangers kende slechts</p> + <span style="margin-left: 1em;">"Er is gebeurd bij den pastoor van + Heylen,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">een wreede moord, een groote + schelmerij."</span><br /> + + + <p>Madame Craen zong sentimenteel</p> + <span style="margin-left: 1em;">"Wat was zij schoon, de blonde maagd,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">in 't blanke balgewaad."</span><br /> + + + <p>en Madame Snepvangers won den bijval met het guitig-onfatsoenlijke:</p> + <span style="margin-left: 1em;">"Want Sint-Nicolaas dat is een man</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die al de meiskens troosten kan</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Hij brengt voor ieder verdriet of + geluk</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Maar ieder meisken krijgt heur stuk!"</span><br /> + + + <p>Verhit danste men hand aan hand rond de tafel en keelde</p> + <span style="margin-left: 1em;">"Waar kan men beter zijn,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">dan bij de beste vrienden."</span><br /> + + + <p>'s Anderendaags was Marieken zeer teruggetrokken, en Madame voelde zich + katterig, wat zij toeschreef aan de gebakken aardappelen en de te vette hesp!</p> + + <p>Beiden waren een beetje verlegen met hun ongewone, dwaze luim van den vorigen + avond.</p> + + <p>Alleen Snepvangers gebaarde van niets, deed zijn dagelijkschen propagandatocht + door de herbergen. Hij had andere katten te geeselen, werkte voor de partij die + reeds met de aanstaande verkiezingen in het strijdperk zou treden. De loodgieter + had hem nu zelf de stellige verzekering gegeven dat hij kandidaat zou gesteld + worden.</p> + <hr style='width: 45%;' /> + + <p>Veertien dagen later ontving men het tegenbezoek, dat even prettig afliep. De + President loofde de keuken van Snepvangers; nooit had hij zoo smakelijk Konijn + gegeten. Antoine bleef in Mariekens nabijheid aan de piano. Madame Craen achtte + Snepvangers een wijnkenner. Een lichte roes woog op allen en gaf het leven een + rozig-leutig aanschijn.</p> + + <p>—Ik heb onzen Antoine nog nooit zoo gezien, fluisterde Madame Craen.</p> + + <p>—En Marieken dan... dat is de jonkheid, zuchtte Madame Snepvangers.</p> + + <p>—Waar is onze tijd gebleven! treurde de loodgieter.</p> + + <p>—Och, wij zijn ook nog kleppers, blufte Snepvangers, en klopte zijn zich + verwerende vrouw op de knie.</p> + + <p>Ook ditmaal liet de opwinding een beetje haarpijn achter, en Madame streek suf + over de platte blessen. Zij was blij toen alles weer opgeredderd was en een kalmer + uitzicht bood. Marieken liep neuriënd en bedrijvig rond en de rustelooze + Snepvangers was reeds vroeg de baan op.</p> + + <p>De zomerconcerten in den dierentuin brachten de vrienden geregeld samen. Het was + een meer ingetogen verzet; de mannen hielden eindelooze redenaties over de + verkiezingen en de middelen om <i>De Noodkreet</i> overal te verspreiden; de + vrouwen fezelden over het huishouden en over de menschen die rond hen zaten. + Antoine en Marieken zwegen, luisterden aandachtig naar de muziek die versmolt met + het geruisch der voetstappen van de rondwandelende meisjes over den + kiezelgrond.</p> + + <p>—Dat zoekt allemaal 'n vrijer, meende Madame Craen, dat loopt in de + spitskar om zich te laten zien.</p> + + <p>—Dat heeft Marieken nooit gedaan, weerde zich Madame Snepvangers.</p> + + <p>In de pauze gaf Antoine zijn muziekbeschouwingen ten beste, de vaders bestelden + een nieuw glas en vonden het lekker zitten onder de boomen. Na het concert werden + de Snepvangers door hun vrienden naar huis gebracht. Antoine en Marieken liepen + voorop, soms wel gearmd, gevolgd door de moeders, en op afstand door de + politiekers.</p> + + <p>Zoo liep de maand Juni ten einde. Doch toen gebeurde het dat Antoine aan + Marieken voorstelde een eindje op te wandelen. In de oogen der ouders glom de + nieuwsgierigheid al hielden zij het gesprek aan gang. Marieken voelde haar hart + feller kloppen toen zij, onder de donkere boomen, waar een geur van wilde beesten + en bloemen aanluwde, de helverlichte kiosk uit het oog verloor. Nabij de + leeuwenzaal gingen zij op een bank zitten. Treinen floten langgerekt, de roofvogels + krijschten in de verte en de woestijnkoningen brulden vervaarlijk in hun + hokken.</p> + + <p>Antoine plukte aan zijn geitenbaardje, wierp zijn sigaar weg, keek naar het + stukje nachthemel dat zichtbaar was. Marieken had de handen in den schoot + gevouwen,</p> + + <p>—Marieken, aarzelde hij, wij zijn geen kinderen meer... Onze ouders zullen + er niets tegen hebben... wij zijn van den zelfden stand... 'k heb 'n goede affaire + en nog te verwachten, gij zijt een eenige dochter van welhebbende menschen en... ik + zie u gaarne!</p> + + <p>—Antoine!</p> + + <p>In de verte begon de muziek opnieuw te wiegelen. Zij waren beiden + bedremmeld.</p> + + <p>—Ja, ik zie u gaarne, maar ik wist niet hoe ik het u zeggen moest ... ge + zijt zoo 'n deftig meisken.</p> + + <p>—Antoine toch!</p> + + <p>Hij schoof nu dichter bij, lei zijn arm over haar schouders. Zij liet het hoofd + tegen hem aanleunen, rilde alsof zij koorts had.</p> + + <p>—En ziet ge mij ook gaarne? fluisterde hij, het gelaat dicht bij het hare + zoodat de krullende haarkens boven de slapen zijn wang kittelden.</p> + + <p>Haar oogen glansden, en zij voelde zijn warmen adem over haar wezen. Eindelijk + was het gekomen waarvan zij als jong meisje gedroomd had.</p> + + <p>—Ja, Antoine!</p> + + <p>Hij zoende haar en zij kuste terug zonder nog te denken aan fatsoen. In zijn + armen vergat zij ouders en concert.</p> + + <p>---En wanneer trouwen wij?</p> + + <p>—Als Papa in den Gemeenteraad zit... Dat zal de menschen niet weinig doen + biskeeren.</p> + + <p>Het publiek trok reeds weg toen zij de geduldig-wachtende ouders vervoegden.</p> + + <p>—Awel jongen, wat hebt gij Marieken toch zoo te vertellen gehad? wierp de + loodgieter op.</p> + + <p>—En in den donkeren nogal, plaagde Snepvangers die het minst argwaan + had.</p> + + <p>—Dat zal ik seffens bij Mariekens' ouders verklaren, zei de drogist + gewichtig.</p> + + <p>—Maar 't is al zoo laat, Antoine, wacht tot morgen.</p> + + <p>—Neen Mama!</p> + + <p>In de eetkamer der Hobokenstraat deed Antoine aanzoek naar de hand van Marieken + Snepvangers.</p> + + <p>Madame schonk een glas wijn. Madame Craen zei nu haar levensdroom vervuld te + zien, Craen toastte en Snepvangers zat verwezen te kijken naar de wondere + Teniersmannekens op de deuren der eikenhouten buffetten uitgestoken. Nooit had hij + dat zoo nauwkeurig bekeken. En Marieken ging trouwen zoohaast hij in den + Gemeenteraad zou zetelen. Zijn kind ging zijn hhui verlaten, een eigen gezin + vormen! Op haar beurt zou zij kinderen krijgen, misschien ziekten en tegenslag + kennen! Maar Antoine was een goede jongen en kleinkinderen zouden een vreugd zijn + voor hun levensavond.</p> + + <p>Madame was blij dat zij niet langer moest nadenken over Marieken. Haar kuren + zouden nu voorbij zijn, en de rust zou in huis heerschen. Het hoofd zou men + neerleggen zonder angst dat het kind alleen achterbleef. Was Snepvangers nu maar + wat minder ongedurig!</p> + + <p>Onder het verteederd toekijken der ouders namen de verloofden afscheid.</p> + <hr style='width: 45%;' /> + + <p>Om het bedekt en openlijk vrijen der kinderen bekreunde Snepvangers zich + niet.</p> + + <p>De weken vergingen in bezoeken, vergaderingen, bijeenkomsten en herberggetwist. + De strijd was reeds volop aan gang, in den Bond strijd om voorrang, buiten den bond + strijd tegen de partijen. Onvermoeibaar stond hij op de bres van 's morgens vroeg + tot 's avonds laat. Zijn persoonlijke meeningen had hij zoo goed het ging in een + manifest uiteengezet. Antoine had het verbeterd, een sierlijken vorm gegeven zoodat + het nu gerust kon gedrukt worden in <i>De Noodkreet</i>. De avond + vóór de algemeene vergadering, waarop de kandidaten zouden worden + aangeduid, verzekerde hem de President dat hij gerust mocht zijn over den uitslag. + De verdierenpikker had de mannekens van de fanfare bewerkt, de vogelpik- en + tonspelers, de spaarders en de vrienden van den armen gesproken. De echte + neringdoenden zouden stemmen voor den onbaatzuchtigen rentenier.</p> + + <p>Toch baande Snepvangers zich slechts met beklemd gemoed een weg door de + propvolle zaal naar de tafel, waarachter het bestuur geschaard zat. De President + knipoogde. Hij hield zijn gelaat in effen plooi om de inwendige ontroering te + kunnen verbergen, maar hij zoog smakkend op zijn sigaar, en zijn blikken gleden + over allen en zagen niemand. Hij luisterde niet naar het lezen van het verslag van + den secretaris, naar de woorden van den voorzitter, naar de losgelaten + welsprekendheid der andere kandidaten, die een voor een zich bij hun medeleden + kwamen aanbevelen. Zijn zekerheid was hij kwijt, de vaste grond zakte onder hem weg + en hij voelde zich hulpeloos tegenover de menigte in de zaal. Van zeer verre klonk + het hem eindelijk uit den rook: Het woord is aan M. Snepvangers! Zijn aanhangers + juichten hem toe. Dat stak hem een hart onder den riem. Met een woesten ruk wipte + hij recht naar het verhoog, schonk zich een glas water, dronk, en toen weer stilte + heerschte, sprak hij met gloeiende overtuiging:</p> + + <p>"Medeburgers!</p> + + <p>"Op dit plechtig oogenblik dat gij komt te kiezen tusschen uw mannen die uw + belangen zullen gaan verdedigen in den Gemeenteraad, zal ik zeer kort zijn en geen + lange redevoeringen uitspreken... Ik ben geen advokaat, maar ik weet wat de + burgerij en de neringdoenden toekomt. Wat ik in het verleden geweest ben dat zal ik + ook in de toekomst zijn! Ik ben tegen bazars en coöperatieven, ik wil ze + belasten zoodat de kleine burger niet meer failliet zal gaan met te willen + concureeren. Uwe belangen zijn zoo treffelijk als die van het werkvolk, waar + zooveel voor gedaan wordt. Ik wil mij opofferen voor de zaak! Als onafhankelijk man + zal ik uw intresten verdedigen. Ge kunt lezen wat ik in <i>De Noodkreet</i> + geschreven heb... Bij mij is het niet te doen om op de kussens te zitten, mijn + princiep is: Leven de Neringdoenden!"</p> + + <p>Onder uitbundig gejuich verliet hij het podium, drukte handen, ontving + gelukwenschen. Van dat moment af en voor altijd wist Snepvangers wat hij voor had + op den gewonen sterveling: hij was een spreker! Hij was direct vergeten dat zijn + hart geen boontje groot was vóór de begeestering over hem kwam! Het + baarde hem geen verwondering, met groote meerderheid, te worden aangeduid naast + acht andere kandidaten. De partij zou met een onvolledige lijst optreden, berekend + naar de omstandigheden en naar de stemming onder de kiezers. 's Morgens aan de + koffietafel feliciteerde hem Marieken.</p> + + <p>—Nu zullen de geburen het gauw weten, Papa.</p> + + <p>—Het kan niet anders, kind, oprecht, ik ben niet rap content over mezelf, + maar ik heb gisteren avond goed gesproken.</p> + + <p>—Snepvangers, zei Madame, ik heb er over nagedacht, nu ge kandidaat zijt, + zult ge uw rang moeten ophouden.</p> + + <p>—Dat spreekt!</p> + + <p>—Ja, en daarom zoudt ge maar alle dagen uwe redingote moeten dragen, dat + staat zoo deftig!</p> + + <p>—En 's Zondags dan?</p> + + <p>—Ge laat er 'n nieuwe maken bij een anderen kleermaker... dat zijn weeral + stemmen.</p> + + <p>—En 'k zou mijn buis maar dragen, Papa.</p> + + <p>—Alles behalve dat... zij is voor 's Zondags en blijft voor 's Zondags... + maar ge moest nog eens aan het bad denken dat, met al die stroebeling, in den + vergeethoek is geraakt.</p> + + <p>—Ja, Papa.</p> + <hr style='width: 45%;' /> + + <p>Drukke dagen volgden. Met den verdierenpikker, de leden van het bestuur en de + andere kandidaten schreven zij adresbanden om <i>De Noodkreet</i> te verzenden, + bezochten winkeliers, herbergiers, beenhouwers, bakkers, kleermakers en andere + neringdoenden, menschen die niet bij den bond waren aangesloten. Ook onder de leden + zelf moest het heilig vuur onderhouden worden, want de tegenpartijen vielen hen + reeds aan in eigen kamp.</p> + + <p>Snepvangers vermagerde zichtbaar van inspanning, onrust en slapeloosheid. Laat + duurden de vergaderingen waar plakkaten en vlugschriften werden opgesteld, + kiezerslijsten uitgeplozen en stemmen berekend. De secretaris, een gewezen + onderwijzer, wiens ambt betaald werd, gaf uitleg over de kieswet, leerde hen wat + zij te doen hadden als getuige in de kiesbureelen en cijferde de ingewikkelde + kansen na om de kandidaten gekozen te zien.</p> + + <p>Toen Snepvangers hun lijst op de aanplakplaatsen in de stad zag prijken, en zijn + eigen naam en al zijn voornamen las, toen oordeelde hij de kansen gunstig. De lijst + hing naast de roode der socialisten, de blauwe der liberalen, de driekleurig + omkranste der katholieken.</p> + + <p>De politieke strijd begon thans voor goed. Meetings zouden zij niet houden, + vermits zij niet op de massa maar wel op de eigen standgenooten steunden. De + dagbladen mengden zich in 't gevecht met al de klem en de kracht van het gedrukte + woord. Snepvangers las alles en raakte soms de kluts kwijt, werd haast wanhopig + onder de aantijgingen tegen menschen die, al waren zij niet van den bond, hem toch + eerbiedwaardig schenen. Zijn simpele ziel duizelde onder het schelden en + bezwadderen, hij had nooit zooveel kwaad in de wereld vermoed, en hij begreep niet + dat journalisten zoo wat durfden te schrijven. De mannekens der eigen partij werden + opgehemeld, alle deugden en bekwaamheden hun toegeschreven. De verdierenpikker + moest hem steunen in zijn moedeloosheid.</p> + + <p>—Dat is politiek, Snepvangers, politiek, anders niks... Geloof niet dat + zij dat zelf meenen... Zij zijn er voor betaald juist gelijk onzen sekretaris... + Als de kiezing voorbij is spelen zij weer samen smousjes op 't Groenkerkhof in hun + café, en de mannen die in den gemeenteraad zitten van de verschillende + koleuren zijn dan weer dikke vrienden.</p> + + <p>—Neen, maar zoo versta ik het niet!</p> + + <p>—Gij zijt 'n brave vent, Snepvangers, en neemt dat veel te serieus op... + Ze spelen allemaal komedie in de politiek... Trek het u vooral maar niet aan + wanneer ge vandaag of morgen door 't slijk gesleurd wordt.</p> + + <p>—Ik doe een ongeluk als er een het hart heeft mij zoo te affronteeren!</p> + + <p>—Doe liever niks, anders wordt gij nog veroordeeld tot schadeloosstelling + en de kosten, en de menschen zullen met u lachen omdat ge niet meer van de politiek + verstondt en toch kandidaat hebt willen zijn. Een kandidaat moet tegen alles + kunnen; als zij schrijven dat ge 'n dief zijt, dan moet ge er nog uw botten aan + vagen... Om kandidaat te wezen, moet ge 'n filosoof zijn. Wacht maar, uw beurt komt + wel. In de <i>Gazet van Allen</i> beginnen ze portretten te geven van de mannen der + "nief partie". Bakker Janssens hebben ze vandaag uitgekleed, ze noemen hem 'n + vermomden geus en doen verstaan dat hij zich rijk gestolen heeft met te pooteren op + het gewicht!...</p> + + <p>Dag aan dag verschenen nu portretten der medekandidaten in het frutkrantje, dat + overal gratis verspreid werd. Morgen werd het nu zijn beurt; hij was de laatste om + afgetakeld te worden. Heel de stad zou het lezen, velen zouden er een heimelijk + plezier in hebben of het voor waarheid verslijten. Ja, men moest filozoof zijn om + dat alles te verdragen voor zijn overtuiging! Vooral niks toonen, waardig doen + gelijk iemand die het gewoon is, porde hij zich zelf aan.</p> + + <p>Hij hoorde de gazettenleurders toeten en gillen in de straten, toen hij aan het + lokaal van den Bond kwam. Nauwelijks zat hij tusschen de strijdmakkers, of de deur + vloog geweldig open en President en verdierenpikker verschenen in zeer opgewonden + toestand. Zij hielden de gazet in de vuist geklemd.</p> + + <p>—'t Is schandalig, Snepvangers!</p> + + <p>—Trek het u toch vooral niet aan. Snepvangers, 't is te gemeen!</p> + + <p>—Laat maar eens zien, zei de kandidaat zoo bedaard mogelijk; die dat + geschreven heeft, is toch een tienstuiversgast!</p> + + <p>Hij nam het dagblad, keek nog eens naar den President, die rood zag van oprechte + verontwaardiging, naar den verdierenpikker, die hem met zeemzoet mededoogen + aankeek, en voelde aller oogen—die der medekandidaten—vol + nieuwsgierigheid op zich gevestigd. Taai blijven! Hij las:</p> + + <p><i>De Baaskens der Nief Partie!</i></p> + + <p>"Nu gunnen wij onze lezers het plezier kennis te maken met den laatste der + fameuze pateekens, die gaarne in den raad zouden zitten en er niet bekwaam voor + zijn.</p> + + <p>"Een dezer vermomde geuzen is Snepvangers, die de neringdoenden zal gaan + verdedigen, precies alsof wij dat niet altijd hebben gedaan.</p> + + <p>"Deze framasson stinkt van pretentie en is zijnen tijd vergeten toen hij bij + Notaris Boeykens de deur mocht open en toe doen, of korenten verkocht in "De + Zoutkeet".</p> + + <p>"Hij is rijk geworden met den strooman te spelen in de Roepzaal voor + geuzenaffaires die het daglicht niet mochten zien.</p> + + <p>"Hij is bekend in al de garstencafés, waar hij stoeft alsof hij reeds + gekozen was.</p> + + <p>"Het eerste deel van zijn naam is snep, en die beesten hebben gaarne een natten + bek. Het tweede deel, vangers, beteekent dat hij de kiezers zou willen vangen, maar + de kiezers zijn allemaal geen jongens uit "De Gaper"!</p> + + <p>"Moest hij gekozen worden, wat de verstandige kiezers wel zullen beletten, dan + wordt de Gemeenteraad herdoopt in Sneppenraad! Wij willen serieuse menschen!</p> + + <p>"De kiezers mogen lachen, maar zich niet voor den aap laten houden door de + vijanden van den godsdienst of door anarchisten! De deftige kiezers stemmen onder + nr 1!"</p> + <hr style='width: 45%;' /> + + <p>Snepvangers hield zich kranig onder de mokerslagen. Zoo iets monsterachtigs + schreef men tegen een deftigen burger, die altijd, naar behooren, zijn kerkelijke + plichten vervuld had. Wat al leelijke aantijgingen, wat vuige beschuldigingen door + een naamlooze uitgekraamd! Hij moest de stilte verbreken, toonen dat Snepvangers + door zoo iets niet in zijn eer kon gekrenkt worden.</p> + + <p>—Ik een framasson, zei hij schouderophalend, ik weet niet eens wat een + framasson is!... Het kunnen misschien heel deftige menschen zijn. Als zij denken + Snepvangers bang te maken, dan zijn zij er nog niet half... Ik ben onafhankelijk en + niemand kan mij deren!... Zij zijn bang van ons.</p> + + <p>—Wij moeten onze mannen verdedigen, schreeuwde de President.</p> + + <p>-Ja! Ja!</p> + + <p>—Tegen dat janhagel verdedigt men zich niet, verklaarde Snepvangers kalm, + maar inwendig kookte hij van machtelooze woede.</p> + + <p>—Ik ben zeker dat het van dien fijnen jezuiet komt, die op den Kauwenberg + woont en secretaris is van de spaarmaatschappij, meende de verdierenpikker, hij + schrijft in de gazet.</p> + + <p>De vergadering duurde laat in den avond. In den frisschen herfstnacht ging + Snepvangers alleen naar huis. De volle maan lei een zilveren glans over de stad. De + gewogen Snepvangers, verstrikt in het geharrewar van de politiek, kwam in de stille + haast tot bedaren.</p> + + <p>Uit de eenzame Keizerstraat klonken stappen en een lange slungel scheerde hem + voorbij. De man groette.</p> + + <p>—Halt! vriendje, riep Snepvangers en greep den man stevig vast aan zijn + ondervest, gij hebt mij dus dat affront gebakken, gij leelijke, lange slingeraap! + Ik ben dus 'n framasson, 'n zatlap en 'n stoeffer!</p> + + <p>—Wat wilt gij, Mijnheer Snepvangers, ik begrijpt u niet, verweerde de + slungel angstig.</p> + + <p>—Wij zijn nu onder vier oogen, niemand ziet ons, span nu maar een proces + in zonder getuigen, deugniet, sjamfoeter, vuile jezuiet!</p> + + <p>Snepvangers moest telkens opwippen om met zijn vuist te kunnen bonken op de + tronie van den lange. Jammerend probeerde deze zich los te rukken, maar de + kandidaat hield wraakgierig vast, wipte maar en bokste op neus en oogen tot hij + hijgend niet meer kon. De slungel griende.</p> + + <p>—Zoo tem ik de gazettenmannekens, triomfeerde Snepvangers, zeg na maar + gerust aan de andere sloebers wat zij van mij verwachten kunnen, en zeg dat ik mijn + botten vaag aan die smeerlappekens! En als zij niet oppassen dan wordt ik nog + framasson! Slaap wel en droom van zoetekoek! Maar in de spaarmaatschappij vliegt ge + zeker buiten ...</p> + + <p>Hij liet zijn slachtofter in den steek. Niemand had het gezien en niemand kon + getuigen! 't Zal morgen 'n schoone jongen zijn, peinsde hij. Zegevierend kwam hij + thuis waar de vrouwen, die ook de gazet gelezen hadden, angstig op hem zaten te + wachten. Aan zijn kneukels kleefde bloed.</p> + + <p>—Arme Papa, kreet Marieken, en hebben zij u daarbij nog willen + vermoorden!</p> + + <p>—Maar Snepvangers toch!</p> + + <p>—Ik heb den deugniet zijn zaligheid gelezen achter den hoek, morgen loopt + hij gelijk 'n karnavalzot met twee blauwe oogen, en hij kan mij niks, want hij + heeft geen getuigen! 't Is de secretaris der spaarmaatschappij die mij dat gelapt + heeft.</p> + + <p>—Maar, Snepvangers, wat zullen de menschen denken van zoo in de gazet te + figureeren, en dan nog vechten op den koop toe...</p> + + <p>—En dan over <i>De Gaper</i>, snikte Marieken.</p> + + <p>—Van 't vechten zal hij wel zwijgen en dan weet niemand iets... en de + gazet dat is politiek, dat is maar comedie!... In de politiek moet ge filosoof + zijn, en 't is niet zoo gemakkelijk om in den Gemeenteraad te komen.</p> + + <p>—'k Wou dat de kiezing maar voorbij was!</p> + + <p>—Ik ook, beaamde Marieken en zij dacht aan haar huwelijk.</p> + + <p>—Ik ook, zuchtte Snepvangers terwijl hij zich het bloed van de hand + wiesch.</p> + + <p>De verdierenpikker en de President, in het geheim der tuchtiging ingewijd, + verkneuterden zich van plezier. In hun brieventesch bewaarden zij het uitknipsel + der gazet. Zij herlazen menigmaal het relaas van het voorval verschenen onder de + rubriek <i>Stadsnieuws</i>:</p> + + <p>"Gisteren avond was onze getrouwe medewerker A.S. het slachtoffer van een + bandietenaanval. De lafaard mishandelde en kwetste onzen vriend zoodanig dat hij er + bedlegerig van is. Politie was natuurlijk weer niet in den omtrek. Onder de + regeering der mannen van "licht, immer licht" heeft onze stad niets meer te + benijden aan Parijs en zijn apachen. De kiezers moeten er paal en perk aan + stellen!"</p> + + <p>Terwijl de kiesstrijd in volle hevigheid woedde, zorgden de dames voor den + uitzet der kinderen. De mannen waren niet te spreken zoodat de moeders vrij waren + alles naar eigen smaak te bedisselen. Antoine en Marieken gingen vrijend wandelen + in den valavond, zoohaast de winkeldrukte voorbij was. In den loop van den dag + wipte Marieken, dikwijls, onder een of ander voorwendsel, in <i>De Gaper</i> + binnen. Zij was verzot op drop, snoepte regelmatig aan den bokaal "jappekens", in + de buurt als de beste befaamd. De reuk der specerijen, gedroogde kruiden en + verfstoffen was haar haast reeds een behoefte geworden, en zij snuffelde in kasten + en schuiven, in bakken en vaten. Den winkel, den aantrekkelijken winkel wou zij + leeren, zij telde de dagen af die haar nog van het oogenblik gescheiden hielden dat + zij de klanten zou te woord staan. Zij liet de moeders maar betijen; wanneer zij + eenmaal bazin in <i>De Gaper</i> was, dan zou zij alles wel naar eigen zin + inrichten. In zijn drogerij was Antoine ernstig, een bijdehandsche winkelier.</p> + + <p>Den vooravond der verkiezingen werden de laatste woorden aan de kiezers per post + verzonden of nog in de brievenbussen gestopt. Een kort en bondig woord: "Wie zijn + eigenbelang bemint en de groote concurrentie wil kapot maken, stemt onder Nr. 3!" + De teerling was geworpen. Dien nacht sliep Snepvangers niet. Zeer vroeg stond hij + op, trok zijne nieuwe redingote aan om zijn burgerplicht te gaan vervullen. Overal + waren de muren bedekt met plakkaten, op de voetpaden nabij de kiesbureelen waren de + strijdcijfers geschilderd, aan de deuren stonden de reclamedragers met een "Stemt + onder Nr..." Na zorgvuldig zijn kiesbriefjes bewerkt te hebben ging hij een pintje + drinken.</p> + + <p>De roes der laatste weken viel weg wanneer hij zoo rustig achter eene + herbergtafel zat. Ja, hij was vermagerd onder de zenuwachtige opwinding, en voor + geen geld wou hij de geschiedenis opnieuw beginnen. Zou hij nu gekozen zijn? In + geval het hem tegenviel zouden zijne vijanden niet weinig lachen! Anders kwam er + weer een serenade met brabançonne, dan het huwelijksfeest, daarna de + vergadering van den Gemeenteraad waarin hij den eed zou afleggen. Aan tafel praatte + hij opgewekt en onbekommerd met Antoine en Marieken, met Madame Craen en zijn + vrouw. Maar de tijd viel hem lang. Hij verlangde naar en vreesde de komst van den + President om den uitslag te kennen, 't Werd avond en de stemming een beetje + gedrukt. Dan klonk de huisschel onzeker, 't Is mis, peinsde Snepvangers. Beschroomd + stonden President en verdierenpikker voor hem. Hun begrafenisgezichten waren + welsprekend.</p> + + <p>—Wij zijn helaas geklopt, fluisterde de President.</p> + + <p>—Wij moeten den volgenden keer herbeginnen, beweerde de verdierenpikker, + de kiezers werden misleid, zij hebben hun belang niet begrepen... En de anderen + hadden gazetten!</p> + + <p>—De kiezers zijn stommerikken, oordeelde Snepvangers die zijn + luchtkasteelen zag ineenstorten, er is niks mee aan te vangen... en daar heb ik mij + voor opgeofferd, mijn tijd, mijn centen en mijn ambitie in gesteld, mij door de + goot laten sleuren! ...</p> + + <p>—Ja, wij hebben er ons voor opgeofferd, getuigden ook de vrienden.</p> + + <p>—Schreeuw niet, Marieken, 't is allemaal niks... ik vaag er nu toch mijn + botten aan... 't Is nu gedaan met de politiek... Ik trek er uit... Ik geef mijn + ontslag aan al de maatschappijen... dat zij het karreken maar zelf kruien, ik ben + het beu... ik zet geen voet meer op de vergaderingen... ik ga rusten en van het + leven profiteeren... 'n mensch is zot zich muug te maken voor al die vodden... De + politiek is een smerige komedie, en ik wil geen komedie spelen in mijn ouden + dag!... Ik ben er mager van geworden... Wij gaan nu samen een lekker glas wijn + drinken in familie, om te toonen dat wij niks geven om hunnen Gemeenteraad... + Antoine, jongen, als ik u 'n goeien raad mag geven, doe dan nooit aan politiek... + 't Is puur zottigheid! De wereld wil bedonderd worden, awel voor mij is 't ook + goed... En, Marieken, dat bad wil ik ook niet meer in mijn huis... ik heb mij nooit + in een bad gewasschen en ik zal het zeker nu nog niet doen, ik geef het u cadeau in + uw huishouden... en ik blijf van den ouden eed en wasch mijn voeten in een + tobbeken!... Mama, haal maar een lekkere flesch op, ik ben blij dat alles voorbij + is!... Niemand sprak de wrevelige rede tegen, vrucht van ondervinding en + ontstemming.</p> + + <p>En zoo werd de verloving nogmaals gevierd, en de rust gehuldigd, die voortaan in + het gezin zou heerschen.</p> + + <p>Wanneer de gasten uitgeleid werden en in leutige opgewektheid afscheid namen, + hoorden zij in de verte schorre stemmen weergalmen. Hij voelde zelfs geen + bitterheid meer bij het kiesliedje der overwinnaars: "Van 't ongediert der papen, + verlost ons vaderland?"</p> + <hr style="width: 65%;" /> + + <h2><a name="HOOFDSTUK_III" id="HOOFDSTUK_III"></a>HOOFDSTUK III.</h2> + + <h3>WIJSHEID EN LEVENSKUNST.</h3> + + <p>Marieken was met pralende plechtigheid getrouwd om de geburen en kennissen te + doen biskeeren. De zingende mis in St.-Jacobskerk, het orgelmuziek op het Stadhuis + en het Bruiloftsfeest bij Weber hadden heel wat opschudding verwekt en het aanzien + der familie Snepvangers weer hersteld, dat door het mislukt kiesavontuur gedaald + was.</p> + + <p>Wanneer de wijnroes was opgeklaard, hernam Snepvangers zijn rustig + renteniersbestaan. Madame, in eeuwige ongedurigheid, dribbelde in huis rond of + winkelde in de buurt.</p> + + <p>'s Zondags dineerden zij met de familie Craen bij de kinderen. Heimelijk zonden + beide moeders een en ander om de dischkaart een fraaier uitzicht te bezorgen. De + winterzondag-namiddagen werden met lekker eten en drinken, in + famillie-gezelligheid, doorgebracht.</p> + + <p>Het jonge paar had, voor het oog der menschen en omdat men toch een + huwelijksreis moet doen, enkele dagen te Brussel doorgebracht. Daarna werd + Mariekens blanke bruidstooi voorzichtig in een koffer geborgen, haar bruidskrans en + ruiker onder een glazen stolp, op de schouw der slaapkamer te prijken gesteld, en + Marieken nam haar plaats in achter den toog der drogerij op de Torfbrug. De oude + meid liet zij baas in de keuken, de winkelknecht verontrustte zij niet in kelder of + magazijn. Zij regeerde dus met wijsheid, en troonde naast Antoine met groot + zelfgenoegen. De uren vlogen voorbij met het gerammel op den beiaard van + Onze-Lieve-Vrouw-toren, 's Maandags ging zij in den namiddag met de moeders op + boodschappen uit; 's Woensdags woonden zij de avondconcerten in den Dierentuin bij; + Vrijdag morgen gaf als afwisseling het druk geloop van buitenlieden in de drogerij + tot het beiaardspel van twaalf uur verpoozing bracht; de Zaterdag werd besteed aan + schoonmaak en de rustdag volgde dan met groote eetpartij.</p> + + <p>Snepvangers had woord gehouden, zich teruggetrokken uit het vereenigingsleven. + Craen bleef President van den Bond der Neringdoenden en verweet zijn vriend de + verregaande onverschilligheid tegenover de openbare belangen. Maar Snepvangers, + openlijk gesteund door zijn vrouw, was niet van zijn stuk te brengen. Met den + verdierenpikker was het haast tot een breuk gekomen daar deze aan hetzelfde zeel + trok met den President. De critiek van een ouden vriend kan men natuurlijk minder + dulden! Hij vergaf daarbij zijn kameraad niet hem in dat spoor te hebben gevoerd, + ontmoette hem nog slechts in de herberg om den wille van het kaartspel.</p> + + <p>Hij schiep groot behagen in zijn schoonzoon die, 's Zondags na het eten, nooit + naliet uit te pakken met zijn wetenschappelijken ballast te Leuven opgedaan. + Antoine noemde zijn kruiden met hun latijnsche namen die Snepvangers niet onthouden + kon. Hij sprak over sterrekunde en delfstoffen, over scheikunde en filosofie.</p> + + <p>De geneeskunde was hem niet vreemd, zijn zalf tegen brandwonden, eigen + uitvinding, vond wonderlijk veel afzet. En hij peinsde, hij peinsde maar door op + nieuwe uitvindingen, middelen om het menschdom te helpen en zijn inkomsten te + verhoogen. Om op de hoogte te blijven der jongste wetenschappelijke gegevens, las + hij geregeld populaire tijdschriften, want in zijn vak was er voortdurend + nieuwigheid en vooruitgang.</p> + + <p>De belangwekkende beschouwingen werden gewoonlijk in den winkel gehouden. + Marieken bewonderde haar echtgenoot en snoepte onderwijl drop, de dames Kauwden + jujube, en de heeren rookten hun sigaar. Antoine ploos zijn geitenbaardje, zijn + gelaat stond ernstig en zijn woorden klonken beslist en doctoraal. Het was + verbazend vreemd voor Snepvangers en Craen die gretig luisterden, wat de dames niet + deden. Marieken knikte telkens alsof zij het fijne van de zaak verstond.</p> + + <p>—De zon wordt kleiner, verzekerde eens Antoine.</p> + + <p>—Maar jongen wat ge nu zegt, schuddebolde zijn vader.</p> + + <p>—'k Heb het altijd gepeinsd, bevestigde Snepvangers diepzinnig, de zomers + worden korter.</p> + + <p>—De zon wordt dagelijks ouder, orakelde Antoine die zich door geen + onderbreking liet afleiden, de zon neemt af en verliest in warmte.</p> + + <p>—Precies zooals ik gedacht heb, zei Snepvangers, deed een zware haal aan + zijn sigaar en blies kwaadaardig een rookwolk op.</p> + + <p>—Zij verliest haar zelfstandigheid, ja zij verliest haar zelfstandigheid + en vermagert, als ik mij zoo doodgewoon mag uitdrukken, zij vermagert door ons haar + stralen toe te zenden! De geleerde J. Bosles,—er klonk eerbied in zijn + stem—heeft berekend dat de zon elk jaar door uitstraling een gewicht van 18 + maal 10.20 gram verliest...</p> + + <p>—Dat moet een cijferaar zijn, betwijfelde de President.</p> + + <p>—Met andere woorden, hield Antoine vol, in dertig millioen jaren zal de + zon een hoeveelheid stof uitgestraald hebben die gelijk is aan de aardmassa.</p> + + <p>—'t Is kolossaal, bedacht Snepvangers en hij voelde dat Antoine hem + doordringend aankeek.</p> + + <p>—Ja Papa!... Als nu de zonnemassa vermindert, dan wordt haar + aantrekkingskracht kleiner: de aarde, minder sterk door haar aangetrokken, moet + minder snel van het aphelium naar het perihelium afdalen en minder snel van het + perihelium naar het aphelium opklimmen!... De duur van deze dubbele beweging, met + andere woorden het sterrekundig jaar, moet langer worden.</p> + + <p>—Zoo is 't Antoine, M. Boskes heeft gelijk, ik ben er zeker van, gaf de + President toe, verheugd dat de uitleg voorbij was.</p> + + <p>—Ik versta niks van ofelium en perium, bekende Snepvangers schuchter, maar + ik wil u wel gelooven op uw woord... maar hoeveel langer moet volgens u het + sterrekundig jaar wel worden?</p> + + <p>—Elk millioen jaar, en hij lei den klemtoon op millioen, elk millioen jaar + zes seconden.</p> + + <p>—'t Is niet veel, meende Snepvangers teleurgesteld, en dan moeten wij er + ons nog niet ongerust in maken, wij hebben nog al den tijd...</p> + + <p>—Laat ons maar liever gaan soupeeren in plaats van daar den kop mee te + breken, stelde Madame Craen voor.</p> + + <p>—De vrouwen hebben geen verstand van wetenschap, misprees Antoine.</p> + + <p>—Neen jongen, troostte Snepvangers. Terwijl zij eens aan een + goudbruin-gebraden kip peuzelden, lei Antoine eene echte geloofsbelijdenis af:</p> + + <p>—Wat is een mensch tegenover het heelal?</p> + + <p>Bedenkelijk vaagde hij de vettige vingers aan zijn servet; hmde genoegelijk en + bekeek strak zijn schoonvader.</p> + + <p>Snepvangers verschrok, liet het kippen boutje, waaraan hij zoo blijhartig te + kluiven zat, terug in zijn bord vallen, loerde bedeesd naar zijn teljoor en vond in + zijn bedremmeling geen antwoord. Met zijn plakkerige hand streek hij zich over zijn + kort-grijs stekelhaar, voelde aller oogen op hem gevestigd.</p> + + <p>—Ja, wat is een mensch tegenover het heelal?</p> + + <p>—Niet veel, waagde Snepvangers en wou zijn boutje weer vastgrijpen.</p> + + <p>—Neen, niks, Papa, niks, absoluut niks, klonk vernietigend het betoog uit + den mond van den drogist, zoodat Snepvangers de hand van het kippenboutje + aftrok.</p> + + <p>—Dat is wat straf, Antoine, verweerde hij zich.</p> + + <p>—Neen, niks, niks, niks! Een korreltje zand in de woestijn, een druppel + water in de zee... een molecule...</p> + + <p>—Watte?</p> + + <p>—Een molecule, dat is de kleinste denkbare hoeveelheid stof die op + zichzelf kan bestaan!...</p> + + <p>—Toch iets meer, Antoine, toch iets meer, hield Snepvangers, rood van + ontroering, vol, nu ben ik het niet akkoord.</p> + + <p>—Ha, ik weet wat ge zeggen wilt, zegevierde de drogist, ge wilt zeggen dat + wij een ziel hebben, dat wij redelijke schepselen Gods zijn! ...</p> + + <p>—Ja, stemde Snepvangers direct in, gelukkig dat hij zich aan dat argument + kon vastklampen, en hij greep weer naar zijn bord, ja Antoine.</p> + + <p>—Maar dat is een ander kwestie... ik ben het met u eens op dat punt... + maar gesproken volgens absolute stelling, onder wetenschappelijk oogpunt beschouwd, + zijn wij tegenover het heelal niet meer dan een mier, een zandkorrel of een druppel + regenwater!...</p> + + <p>Snepvangers voelde zich angstig onbehagelijk, hij begreep niet waar zijn + schoonzoon heen wou met zijn smakelijk gepeuzel te onderbreken.</p> + + <p>—Wetenschappelijk mag dat waar zijn, antwoordde hij gebelgd maar waardig, + doch 'n mensch is geen mier, 'n mensch is een mensch!.. Ja een mensch!... Geen + regenwater!... Hij is naar God geschapen!... Zoo is 't! ... De geleerden kunnen ons + wijs maken wat zij willen!... Ik blijf bij het geloof, Antoine.</p> + + <p>—Maar Papa toch, kreet Marieken.</p> + + <p>—Papa heeft gelijk, koos Madame Craen partij.</p> + + <p>—Wij moeten tot stof vergaan, probeerde Madame Snepvangers te + verzoenen.</p> + + <p>—Mama begrijpt mij, draaide Antoine bij. Hij had de tafel vergeten en zag + niet in waarom de fraaie, wetenschappelijke bespiegeling niet beviel. Ja, wij + moeten helaas tot stof vergaan.</p> + + <p>—Ja, dat is zoo, gaf Snepvangers toe, in het besef dat er een eind moest + aan komen.</p> + + <p>—Ja, rotten moeten wij allemaal, verzekerde ook Craen.</p> + + <p>—Papa heeft me verkeerd begrepen, ik ook verbind de wetenschap aan den + godsdienst... geloof sluit geen wetenschap uit...</p> + + <p>—Ja, 't is wat te zeggen in de wereld, gaf Snepvangers nu berustend toe en + begon ditmaal opnieuw te kluiven. Het woord molecule moet ik onthouden, dacht hij, + terwijl hij wat appelmoes op zijn bord nam.</p> + + <p>—Ik ben neo-thomist, speelde Antoine onverstoord uit.</p> + + <p>—Een neo-thomist? vroeg Marieken benauwd.</p> + + <p>—Die partij ken ik niet en wil ik niet kennen, weerde Craen zich.</p> + + <p>—Gelooven die dat we van de apen afstammen? Vroeg Snepvangers bekommerd, + maar bleef voortpeuzelen.</p> + + <p>—Dat kan niet, zei Madame Craen angstig.</p> + + <p>—Ik wil van geen apen afstammen, weigerde Marieken.</p> + + <p>—Neen, maar zij oordeelen... Darwin...</p> + + <p>—Och dan is het goed, Antoine, besloot Snepvangers onverschillig, en nam + nog een stukje van de borstkas, dan zullen ze wel gelijk hebben.</p> + + <p>—Snepvangers, ik geloof dat het nu een goed oogenblik is om + petrool-fondsen te koopen... die gaan stijgen, man!</p> + + <p>Hierdoor gaf de President het gesprek een andere wending, want hij ook was + bevreesd voor de wetenschappelijke invallen van zijn zoon. Hij had verschrikkelijk + veel geleerdheid opgedaan, doch Craen sprak liever over koetjes en kalfjes zooals + het een gewoon, ordentelijk man past. Antoine benuchterd, liet zijne benarde zaak + in den steek, daalde af tot de gemeenschap en sprak over fondsen en + beurskoersen.</p> + + <p>Snepvangers bewonderde de kundigheden van zijn schoonzoon, maar was toch + tevreden, na de zondagsche hoogvliegerij, weer zonder inspanning te kunnen praten + met geburen en herbergvrienden.</p> + + <p>Tot zijn overbuur voelde hij zich bijzonder aangetrokken. Zoohaast het weer + eenigszins beter werd, liet hij 's morgens vroeg zijn spitsken weer de dringende + wandeling doen in de straat. Hoe vroeg hij ook opstond, steeds lag de man uit het + kousen winkeltje aan den overkant, met gekruiste armen over de halfdeur te loeren + en riep hem, immer welgemutst een goeden morgen toe. Hij dampte uit zijn goudsche + pijp en hield den steel tusschen de dikke worstvingertjes geklemd. Steeds spuwde + hij regelmatig, met pletsend geluid, juist op den kant van het voetpad voor zijn + deur. Ssnepvanger kende hem sedert lang als een zwaarlijvig wezen, van gelijkmatig + humeur. De vrouw regeerde in den kousenhandel. De baas mocht de vitrien wasschen en + de uitstalling van kousen, roode snuifzakdoeken, sajet en garen onderhouuden, soms + een boodschap doen uit visschen gaan of bij zijn duiven zitten op zolder. In zijn + vrije oogenblikken lag hij maar altijd over de halfdeur te rooken en te spuwen. + Snepvangers die jaren de welvarende nering kende, vermoedde wel dat het koppel + dikkerds er warmpjes in zat. Zij leefden afgetrokken en vergenoegd, de man wist dat + de vrouw de broek droeg, maar 't verhinderde hem niet vermits hij op tijd zijn + natje en zijn droogje had. Het huisje was nog antieker dan zijn ouderwetsche + bewoners, al was het trapgeveltje weggebroken om plaats te maken voor een + kroonlijst. De halfdeur was gebleven om overbuur van zijn gemakje niet te + berooven.</p> + + <p>Het bleef bij wederzijdsche beleefdheid. Snepvangers had maar gaarne geweten + wanneer overbuur opstond; hij deed heimelijk zijn best om eens voor hem te zijn, + doch steeds lag de vent, die hem mogelijk doorzag, reeds rustig te rooken en + groette hem met een welwillend gegrinnik. Hij slaapt niet, oordeelde Snepvangers, + er zijn menschen die niet slapen kunnen omdat zij wat op den lever hebben. Maar het + geweten van den man zou wel door niets bezwaard zijn, hij was steeds te vergenoegd. + De duiven zullen hem wekken, veronderstelde hij, hij zal juist onder het duivenhok + slapen. Hij moet een droge keel krijgen met al zijn speeksel zoo te vermorsen, + bedacht hij verder. Nooit had het doen en laten van een mensch zoozeer zijn + belangstelling gewekt. Aan de koffietafel zelfs praatte hij over de + eigenaardigheden van den buurman, over zijn spuwkracht. Nooit ontvingen de menschen + uit het oude kousenwinkeltje bezoek, vertelde Madame, de vrouw, het mafkoeiken, zei + geen schamel woord meer dan noodig was in de winkels, en rijk waren zij gewis, want + ook het huisje was hun eigendom. Propere, stille menschen, die jaarlijks hun + geveltje laten schilderen de deur in eik zetten! Op een voorjaarsmorgen, de zon + koesterde reeds warm den spinnenden, grijzen kater vóór het huis van + Sander, bood zich de gelegenheid om nader kennis te maken. Spitsken joeg in + lente-overmoed achter de poes, die over de halfdeur naast het hoofd van haar + meester wegsprong. Snepvangers stak de straat over en zocht zijnen hond te + verontschuldigen.</p> + + <p>—Dat doet hij anders nooit, Sander.</p> + + <p>Neen, schuddebolde de kousenvent, maar hij zei geen woord, verbluft door den + plotsen aanval. De mogelijkheid van een gesprek met Snepvangers te voeren had hij + nimmer bedacht. Onthust staarde Snepvangers in den klaren hemel, Sander vergat te + rooken.</p> + + <p>—Schoon lenteweer, teemde Snepvangers.</p> + + <p>—Ge wordt weer vetter... ge krijgt weer buik... dat is goed, antwoordde + Sander en spuwde tot bevestiging.</p> + + <p>—Ja, Sander!</p> + + <p>Schuw was hij, hij had berouw den man gestoord te hebben in zijn + ochtendbezigheid. Met inspanning en ontzetting zag hij Sander spuwen, prevelde iets + en trok zich terug. Eenige dagen gingen voorbij zonder dat hij een poging waagde, + hoe toeschietelijk Sander ook glimlachte en lustig knikte wanneer hij aan de deur + verscheen. Maar Spitsken joeg weer achter den kater, en het beest wipte weer binnen + over de halfdeur.</p> + + <p>—Hij kan hem niet krijgen, pochte Sander.</p> + + <p>Snepvangers stak de straat over en ging tegen de oude deurlijst leunen, van waar + hij aandachtig het waterspel van Sander gadesloeg.</p> + + <p>—Ge speekt toch zoo vreeselijk veel, Sander, oordeelde hij vol ontzetting, + is dat van 't smooren?</p> + + <p>—Bijlange, niet, Snepvangers, ik kan speeken zonder smooren... ik kan + altijd speeken als ik aan de deur sta.</p> + + <p>—Maar waarom dan toch, Sander?</p> + + <p>—Omdat mij dat amuseert!</p> + + <p>—Amuseert u dat?</p> + + <p>—Ja kolossaal... ik speek nooit in de goot, altijd op 't kantje van den + trottoir.</p> + + <p>—Wat de zegt!</p> + + <p>—Ja, dat is zoo'n gewoonte en ge kunt niet gelooven hoe plezant het is!... + ik doe het nu al jaren... en toen ik eens in mijn bed stak met flerecijn was ik + ziek omdat ik niet speeken kon!...</p> + + <p>—Ge zult te veel speeksel hebben, Sander.</p> + + <p>—Dat kan wel, maar ik doe het toch meer om het verzet... ieder mensch + heeft zoo'n liefhebberij... gij hebt de politiek gehad, ik speek liever... en loer + naar de menschen.</p> + + <p>—Ja, gaf Snepvangers verlegen toe.</p> + + <p>—Ik loer naar mijn speeksel en naar de menschen, en denk na!...</p> + + <p>—Ge zijt 'n filosoof, Sander.</p> + + <p>—Dat kan wel, al ben ik er niet zeker van... soms tel ik de keeren dat ik + speek, 't zijn cijfers, Snepvangers! Soms zie ik van alles in mijn speeksel, + allemaal dingens om te lachen, want ik ben nooit triestig.</p> + + <p>—Ik heb u al zoolang in 't oog gehouden, ik was bang dat het speeken een + ziekte was!...</p> + + <p>—Ik had het wel in de gaten, maar 't is geen ziekte, al zou dat wel kunnen + bestaan; de speekziekte! Het komt omdat ik zoo weinig tegen de menschen spreek, + weet ge, daarom speek ik. De mond moet toch beweging hebben.</p> + + <p>—Dat zal wel, Sander.</p> + + <p>—Ik kan maar niet verstaan waarom de steenen niet verslijten!</p> + + <p>—Verslijten?</p> + + <p>—Ik heb eens gelezen van een steen in een gevangenis, en de steen was door + een waterlek uitgesleten, fluisterde Sander geheimzinnig.</p> + + <p>—Onmogelijk is het niet, bedacht Snepvangers.</p> + + <p>—Maar ik zou nog veel meer moeten speeken om het zoover te brengen, + zuchtte Sander, en in den dag heb ik nog wat anders te doen.</p> + + <p>De volgende dagen kwam Snepvangers, zonder belet te vragen, leunen tegen den + buitenkant der halfdeur. Zijn nieuwsgierigheid was nu bevredigd, maar de + belangstelling bleef bestaan voor het onderhoudend spuwen. Zij spraken niet veel, + zoo wat over kat en hond, over weer en wind, luisterden naar het tampend klokje der + paterkens op de Ossenmarkt. Het gebeurde wel dat Snepvangers aangehitst, betrapt + werd dat hij poogde mee te spuwen.</p> + + <p>—Niet ver genoeg, keurde Sander af, in de goot, klonk het anders + minachtend.</p> + + <p>Beschaamd zweeg Snepvangers dan, maar wanneer hij toevallig in den plas kon + treffen, dan zegevierde hij:</p> + + <p>—'t Is er in, Sander.</p> + + <p>—Ge leert bij, moedigde de kousenvent aan, 't is niet zoo gemakkelijk als + het wel schijnt... Ge begint er ook al plezier in te krijgen, niet waar?</p> + + <p>Zoo ging de lente voorbij en de zwoele zomer woog op de stad. Snepvangers leefde + genoeglijk en stil. In <i>De Gaper</i> werd een kleine gaper verwacht en op de + gezellige, zondagsche eetpartijen werd haast over niet anders meer gesproken. + Antoine en Marieken lazen boeken over kinderkweek, over het verzorgen van + zuigelingen, over de verpleging der kraamvrouw, raadpleegden werken over + gezondheidsleer voor pasgeborenen en moeders, over de kunst om kinderen op te + voeden.</p> + + <p>—Dat is de nieuwe tijd, stelde Madame Snepvangers vast. Zij was + inschikkelijk nu zij naar hartelust haar leven had ingericht.</p> + + <p>—In onzen tijd, meende Madame Craen, werden er zooveel babbelguigjes niet + gemaakt, en kinderen kwamen er ook.</p> + + <p>—De wetenschap heeft veel verbeterd, verzekerde Marieken.</p> + + <p>Craen en Snepvangers profiteerden van de gelegenheid om stillekens naar de kroeg + te sluipen. De vrouwen en Antoine zouden dat wel bedisselen, van wetenschappelijken + kinderkweek hadden zij geen begrip, en ook het verzorgen van den kindskorf viel + buiten hun bevoegdheid. Eens dat zij langer dan naar gewoonte hadden blijven + plakken in <i>Het Nachtlicht</i>, kochten zij, om zich te verontschuldigen, een + prachtige wieg.</p> + + <p>Een morgen in Oogst stond Snepvangers weer aan den buitenkant der halfdeur naast + Sander aan den binnenkant. Het zou weer erg warm worden zoodat men niet wist waar + kruipen, overwoog Snepvangers.</p> + + <p>—Morgen ziet ge mij niet, bedreigde Sander.</p> + + <p>—Wat is er gebeurd? ondervroeg Snepvangers verschrikt.</p> + + <p>—Er is nog niks gebeurd, maar er gaat iets gebeuren!</p> + + <p>—Wat zegt ge, Sander?</p> + + <p>—Er gaat iets gebeuren!</p> + + <p>Snepvangers keek verstomd naar den talmenden, vergenoegden kousenvent. Deze + lachte sluw en pinkoogde.</p> + + <p>—Wat gaat er dan gebeuren, Sander?</p> + + <p>—Ik ga uit visschen!</p> + + <p>—Och anders niet, ontviel het den teleurgestelden Snepvangers.</p> + + <p>—Ik ga uit visschen en zal dus niet speeken!</p> + + <p>—Wel, wel toch!</p> + + <p>—En ik ken iets van visschen! Ik vang baars, brasem, snoek, karpel en + paling... Ik weet ze zitten, ik ken de beestjes, ik weet wat ze gaarne eten. Ik heb + het leven van de visschen bestudeerd!...</p> + + <p>—Ik ook, zei Snepvangers, die niet wou onderdoen in kennis, ik heb ze + bestudeerd in het aquarium van de Zoologie.</p> + + <p>—Waar? In het aq... wat?</p> + + <p>—Ja, daar zitten zij achter glas... en ge ziet ze eten en permentelijk + ademen want de luchtblaasjes broebelen boven het water uit.</p> + + <p>—Achter glas. Snepvangers, visschen achter glas? Snepvangers, wij zijn + goeie vrienden en 'k heb u leeren speeken met plezier, maar ge moet mij niks willen + wijsmaken, betoogde Sander ongeloovig.</p> + + <p>—Toch is het zoo, hield Snepvangers vol.</p> + + <p>—Ik ben wel eens in de Zoologie geweest in mijn jonge jaren, en 'k heb er + leeuwen, tijgers, vogels en andere wilde beesten gezien... maar visschen achter + glas!... Neen, dat is geen echte visch, dat is zoo'n komieke uitvinding...</p> + + <p>—'t Is echt!</p> + + <p>—Geloof het niet, Snepvangers, 'k heb er ook vogels gezien, opgevulde + vogels... en 't zal wel zoo iets zijn in karton of blik... ze probeeren alles om de + menschen te verneuken. En dat gij u laat beetnemen?</p> + + <p>—Ge moet eens mee gaan zien, Sander, we zullen eens samen gaan...</p> + + <p>—Neen, Snepvangers, dat nooit, ik ben te oud om mij voor den aap te laten + houden!...</p> + + <p>—Maar Sander toch!</p> + + <p>—Gij moet eens met mij gaan visschen, ik zal u eens echte, serieuse visch + laten zien.</p> + + <p>—Ik wil wel, zei Snepvangers.</p> + + <p>—Nog niemand heb ik meegenomen, want ik vertrouw niemand... Maar u, + Snepvangers, u zal ik eens leeren visschen... Alleen moet ge mij beloven te zwijgen + en u niks meer te laten wijsmaken... Koop uw gerief, en zorg dat ge om drie uur + klaar zijt, want we trekken vroeg naar buiten.</p> + + <p>—Ik zal klaar zijn, beloofde Snepvangers vermits hij zeer belust was op de + nieuwe uitspanning.</p> + + <p>In den namiddag voorzag hij zich van zijn gereedschap. Hij kocht een rieten + inschuifhengelroede, snoeren, haken, loodjes, kurken dobbers, een wormbakje en een + vischmand. Op den koop toe kocht hij een handboekje: <i>De Hengelaar</i>.</p> + + <p>Daar hij vroeg wou gaan slapen liet hij de vrienden van de kaarttafel uit <i>Het + zwart Paard</i> in den steek. Vlijtig las hij de algemeene beschouwingen over zijn + sport en de bepaling van den besten vischtijd:</p> + + <p>"De hengelaar is iemand die er nooit tegen opziet, om zich met zonsopgang in het + veld te bevinden.</p> + + <p>"De sport werkt volgens geneeskundigen kalmeerend op de overspannen zenuwen. In + Engeland wordt veel gehengeld door heeren en dames, die veel geestelijken arbeid + verrichten.</p> + + <p>"De hengelaar moet er steeds naar streven met de politie op goeden voet te + blijven.</p> + + <p>"De kenner weet bij instinct altijd de beste plekjes op te sporen.</p> + + <p>"Door oefening wordt de kunst verkregen.</p> + + <p>"De eigenlijke hengelperiode begint met Augustus...</p> + + <p>"De visch houdt van een licht gedekt luchtje... maar men lette ook op den wind + ..."</p> + + <p>Dan las hij hoe men zich moet kleeden. Een kostuum met veel zakken, vetleeren + kaplaarzen om natte voeten te vermijden en een regenjas tegen... regen! Daar zou + hij moeten overheen stappen, want noch een noch ander had hij in zijn garderobe. + Dus ook zijn regenscherm moest hij thuis laten!</p> + + <p>Belangwekkend waren de mededeelingen over de voorbereidende maatregelen: het + voederen van den visch en de verboden geheimmiddelen. Vooral het aas vergde al zijn + aandacht. Wormen, kaas, brood, zoetekoek, aardappel, garnaal, kleine visch van zes + tot twaalf centimeters, kikkers! Hij peinsde na, onderbrak zijn lectuur, ging + pieren steken in een vochtig hoekje van zijn tuintje, lei ze zorgvuldig in het + wormbakje. Dat ik nu geen peterselie heb, betreurde hij, het peterselievocht + prikkelt danig hun huid! Het vangen van de verschillende vischsoorten alsmede de + wettelijke bepalingen kon hij niet meer doorwerken, dat zou iets voor later zijn, + want nu was het bedtijd.</p> + + <p>Toen Sander aanbelde stond hij kant en klaar, beladen met zijn vischtuig en zijn + boterhammen. De buurvriend was nog erger beladen, men zag het aan zijn uitrusting + dat hij een oud visscher van beroep was. Hij droeg een breedgeranden zonnehoed.</p> + + <p>Zij togen door de stille stad in den lichtenden ochtend, voorbij het begijnenhof + der Roodestraat, langs de Rijnpoortvest, naast het Stapelhuis en de dokken vol + schepen en schuiten. Onder weg tjilpten de musschen. Een dronken matroosje lag + ergens in een goot zijn roes uit te slapen. Nu en dan zagen zij een politieagent, + een douanier of een nachtwaker. Zoo verlaten en stil had Snepvangers de stad nog + nooit gezien. Sander voerde hem over bruggen, doorheen een doolhof van houtstapels, + tot zij eindelijk, naast een sas, over de brug der Royerssluis, den Scheldedijk + optrokken. Voor hen lag de kabbel-klotsende rivier in den morgensmoor, waarop het + Licht reeds straalde.</p> + + <p>Achter hen lag de stad met de torens en de huizen zonder leven. Rechts, in de + laagte, liep breed en diep de donkere gracht van het Noordkasteel, waarvan de + groene wallen heuvelend opstaken. Maar hun blikken gingen naar den grooten + Scheldeplas, waarin mogelijk zooveel visch moest verscholen zitten! Een paar kleine + garnaalknotsen met bruine zeilen laveerden naar de stad, een driemaster lag voor + anker achter den hoek. Aan Oosterweel, verscholen tegen den dijk, volgden zij den + steenweg door den Polder. Hier, onder den oneindigen hemelkoepel, was het rustig. + Zij hoorden alleen het geloei der koebeesten in de weiden en het klimmend gezang + der vogels over de groene, bedauwde vlakte. Sander onderbrak door geen onvertogen + woord het zwijgen vol verlangende verwachting. Nu trokken zij door binnenwegen tot + in 't hartje der groene weiden en der stilte van den vreedzamen ochtend. Eindelijk + bleef Sander staan, haalde uit een zijner zakken een sleutel te voorschijn, opende + het slot van een hek, trok de slagboom open, wenkte Snepvangers.</p> + + <p>—Hoor de leeuwerik klimmen, zei hij en bleef even luisteren.</p> + + <p>Nu sprak hij weer, floot een lustig deuntje terwijl hij voorop liep door het + vochtige gras. Wanneer hij weer stilstond was het airken uit, en wees hij op een + wiel bedekt met waterplanten en kroos.</p> + + <p>—Dat is mijn eigen visscherij, en op de weide laat ik geen koeien grazen + om de vischkens niet bang te maken!</p> + + <p>—Sander dat had ik nooit gedacht!</p> + + <p>—'n Mensch moet niet alles aan 't klokzeel hangen, mijn vrouw eet gaarne + visch en ik vang hem gaarne... daarom kochten wij grond en water... Maar zwijgen, + Snepvangers.</p> + + <p>—Ja Sander, en Snepvangers droomde van de verborgen genoegens van den + kousenvent.</p> + + <p>—Ik speek gaarne, maar ik visch nog liever!</p> + + <p>—Dat geloof ik.</p> + + <p>—'t Is een oud Scheldewiel, en diep, och zoo diep! Doch wij moeten zwijgen + want de visch is zoo slim, hij hoort alles.</p> + + <p>Sander bracht zijn hengelroede in orde, liet zachtjes zijn haak zakken tusschen + het kroos, lei een steen op het uiteinde van den stok. Daarna monsterde hij de + uitrusting van zijn vriend, schoof de stokken op elkaar, bond de snoer aan een + zorgvuldig gekozen haak, zag misprijzend op de pieren neer, maar nam toch dit aas, + wierp de lijn een paar meter verder te water, en lei weer een steen op den stok. + Zonder vrees voor den dauw hurkte hij neer aan den waterkant, nam een platte flesch + uit een binnenzak, dronk een slokje, smakte genoegelijk, gaf gemoedelijk knikkend + het fleschje aan den buurman.</p> + + <p>—'t Is voor de wormen, fluisterde hij, er is niks zoo goed tegen de wormen + als een borreltje op de nuchtere maag, vooral in open lucht.</p> + + <p>Snepvangers proefde, keek bekommerd naar de dobber.</p> + + <p>—Laat dat maar, verzelde Sander, ge kunt zien dat ge van visschen niks + kent... zij vinden het zelf wel... als zij ons maar niet hooren...</p> + + <p>—Wat gaan wij nu vangen, Sander?</p> + + <p>—Wat God belieft! 'n Mensch mag nooit te rap zijn en vooruit willen + denken... wat wij vangen dat zullen wij moeten afwachten... soms vangt men veel, + soms vangt men niks!</p> + + <p>—Maar 'k heb een boeksken gekocht waarin staat hoe men de verschillende + vischsoorten moet vangen.</p> + + <p>—Een boeksken? Geloof toch vooral geen boekskens! Kunt ge nu in een + boeksken leeren visschen of zwemmen? De ondervinding leert het, Snepvangers... Gij + hebt dat boeksken toch niet gelezen zeker? Wantrouwde hij.</p> + + <p>—Neen, Sander, 'k heb nog geen tijd gehad.</p> + + <p>—Ha! dan is het goed... Lees het vooral niet... Daar is niks goed van te + verwachten... Beloof me dat ge het niet zult lezen!...</p> + + <p>—Als ik u daar plezier mee doen kan...</p> + + <p>—Ja, groot plezier, vriend Snepvangers, want als ge het boeksken leest, + dan neem ik u niet meer mee... En ik zal u leeren visschen zooals ik u heb leeren + speeken, omdat ik u genegen ben... Kom, laat ons nu een boterhammeken eten, want er + is niks zoo slecht als nuchter te blijven in de dauw van den Polder!</p> + + <p>—Maar de lijnen?</p> + + <p>—Laat de lijnen maar liggen ... als wij beet krijgen zullen wij het wel + zien... Wij moeten den visch zijn goesting laten doen, weet ge... Dat is + slim!...</p> + + <p>Zij aten hun boterhammen en dronken een slok koude koffie. De morgen klaarde + over den wijden Polder. Een kikvorsch wipte voor de voeten van Snepvangers weg en + Sander lachte omdat buurman zoo schrok, maar hij lachte gedempt, als inwendig.</p> + + <p>—Hier ben ik nog liever dan aan mijn deur ... hier denk ik niet aan + speeken ... ik denk aan mijn jonge jaren, want ik ben ook een boerken uit den + Polder... Hier ben ik nog beter gezind dan thuis...</p> + + <p>—Ja, het buitenleven, mijmerde Snepvangers, in een opwelling van oude + herinneringen.</p> + + <p>—Ik houd van gras en water ... en van de beestjes in de natuur... Mijn + vrouw houdt alleen van haar winkel ... daarom kom ik hier altijd maar alleen, ... + maar ik ben gaarne alleen ... ik ben altijd even blij.</p> + + <p>—Hij bijt, kreet plots Snepvangers, die zijn hengelroede zag trillen.</p> + + <p>—Ssst! Ssst! Maak toch geen leven! Voorzichtig!</p> + + <p>—Maar hij bijt, zeg ik.</p> + + <p>—Ja, en nu zal ik hem eens properkens voor u ophalen; een visch ophalen is + de groote kunst, moet ge weten....</p> + + <p>—Spoed u dan toch, dwong wanhopig Snepvangers.</p> + + <p>Traag en behoedzaam stond Sander recht, pakte de hengelroede beet en trok + zachtjes-aan. Het drijvertje kwam omhoog, de strak-gespannen snoer volgde, en een + spartelende brasem met zilverbruine schubben hing aan den haak. Behendig werd hij + op de wal geloodst, losgemaakt en in de vischmand gestopt. De twee visschers + hurkten er bij neer, keurden en bewonderden.</p> + + <p>—Hij weegt zeker 'n kilo, meende Snepvangers.</p> + + <p>—Dat kan, willigde Sander in, ik zeg niet neen of ik zeg niet ja, dat + moeten wij wegen!... Leer ik u niet goed visschen? ging hij blijhartig voort, 'k + had het anders met zoo'n aas niet durven denken, voltooide hij bekommerd.</p> + + <p>—Deugt mijn aas niet?</p> + + <p>—Och, wat zal ik zeggen, ja en neen, dat hangt af hoe men het wil + beschouwen... mijn aas is natuurlijk beter.</p> + + <p>—Ja, dat zal wel, gaf Snepvangens toe, grootmoedig door zijn schoonen + inzet.</p> + + <p>De vischhaak werd opnieuw van aas voorzien en te water gelaten. Sander zweeg nu, + frutselde aan andere snoeren, nachtlijnen die hij in den dag maar plaatste en aan + kleine paaltjes vastknoopte, ging dan onverschillig gelukzalig liggen droomen. Hij + werd opgeschrikt toen Snepvangers weer beet had. Ditmaal haalde hij een fraaie + karper op.</p> + + <p>—'k Heb meer last met uw lijn dan met de mijne, verweet hij genoeglijk; uw + aas moet toch goed zijn ... men is nooit te oud om te leeren in de visscherij ... + of uw plek is beter ... ik moet seffens uw aas eens gebruiken.</p> + + <p>—Gebruik gerust, of ge komt nog platzak thuis!</p> + + <p>—Och, dat kan den besten overkomen ... schoone visch ... er is ook wel wat + geluk bij in 't visschen, kalmeerde hij; er zijn menschen die er niks van kennen en + toch vangen.</p> + + <p>—Ja, bekende zijn buurman deemoedig.</p> + + <p>Nu begon ook Sander beet te krijgen, en de pen van Snepvanger trok telkens weg, + zoodat hij voortdurend in de weer was om op te halen en nieuw aas te + bevestigen.</p> + + <p>—Voor twee visschen is toch te veel!... Maar nu ik er aan denk, + Snepvangers, hebt gij een vischverlof?</p> + + <p>—Neen, Sander.</p> + + <p>—Dan kunt ge in de boet zijn als de veldwachter komt.</p> + + <p>—Daar heb ik niet aan gedacht, prevelde Snepvangers onthutst, en de vreugd + der vangst was bedorven; gij hebt me niet gewaarschuwd.</p> + + <p>—Och, ik dacht dat gij de wetten kendet, lachte de kousenvent en ging + voort aan zijn werk.</p> + + <p>Snepvangers ging wat achteraf zitten, niets op zijn gemak door de bedreiging met + den veldwachter, waardoor zijn plezier bedorven werd. Sander kreeg medelijden.</p> + + <p>—Wees maar niet bang, de veldwachter komt wel niet en dan zeg ik maar dat + ik met twee lijnen visch... daarbij ik ken hem... ik zei het maar om de + aardigheid.</p> + + <p>—Een boet is geen aardigheid... Ik wil voor geen vischken op 't tribunaal + komen.</p> + + <p>—Kom, kom, neem nog een borrel, Snepvangers; weeral baars, nu vangt ge + niks meer dan baars...</p> + + <p>—Lekkere genever, vergoeilijkte nu ook Snepvangers.</p> + + <p>—Straks leggen wij ons gerief op den kant en vangen een uil... Als het te + warm wordt, dan bijt de visch toch niet meer... Daarna gaan wij spek met eieren + eten bij den boer, dan wandelen wij stillekens naar huis. Zij zullen niet weinig + verschieten als ge met zoo'n mand visch thuis komt... Maar zwijgen, zulle... Ik + neem niemand mee dan u...</p> + + <p>Toen de vischmandjes vol waren, werden de snoeren opgerold en de lijnen + uiteengenomen. Men zou eerst eten en dan slapen.</p> + + <p>—Meer kunnen wij niet opeten, zei Sander, en ik vang nooit meer dan wij + eten kunnen... van weggeven houd ik niet en daarbij ik ken geen menschen.... + Overmorgen kom ik opnieuw.. en gij, Snepvangers?</p> + + <p>—Als het u niet geneert!</p> + + <p>—Zeker niet, met twee is het nog veel plezanter om den weg te korten... + kom, nu gaan wij naar de hoeve.</p> + + <p>Hier was Sander thuis. In afwachting dat het eten klaar was, liep hij in + wagenkot en stal, in schuur en huis. Behagelijk snoof hij de scherpe stallucht op, + had plezier in den fellen haan en zijn hennen, in de eendjes en de duiven. Na zich + rond gegeten te hebben, gingen zij, achter den boomgaard, tegen een kleine + hooiopper liggen slapen.</p> + + <p>—'k Wou dat ik thuis een koe kon houden, wenschte Sander.</p> + + <p>—Ja, wenschte Snepvangers mee, doch hij voelde wel dat de woorden van zijn + vriend hem in zijn slaperigheid ontglipten.</p> + + <p>Laat in den middag werd Snepvangers gewekt door een gemeene vlieg, die hem op + den neus kittelde. Sander snurkte nog zalig, zoodat zijn vriend hem met tegenzin + wekte.</p> + + <p>—'t Is tijd, Sander</p> + + <p>—'k Lag er juist aan te denken....</p> + + <p>Zij keerden langs den dijk, over de bruggen, in het tierig havenleven der stad + weer, namen afscheid aan de halfdeur. Snepvangers vond het keffend spitsken alleen + thuis. Hij lei zijn vischtuig neer en met het mandje waarin zijn vangst geborgen + zat trok hij naar de Torfbrug, want hij veronderstelde dat zijn wederhelft bij + Marieken op bezoek was.</p> + + <p>In den winkel stond de knecht achter den toog. De man vertrok zijn gelaat, + grijnslachte en wees met dwaas gebaar naar de deur der huiskamer. Hij is van lotje + getikt of zat, dacht Snepvangers. In de kamer zat Craen, rood van opwinding, te + proeven aan een flesch wijn. Spraakloos stond hij op, vulde een tweede glas, tikte + prosit en zei:</p> + + <p>—'t Is 'n jongen, Snepvangers.</p> + + <p>—Wat, 'n jongen?...</p> + + <p>—Ja, met al hun boeken over kinderkweek hebben zij zich nog misrekend.</p> + + <p>—En Marieken?...</p> + + <p>—Alles in orde, Snepvangers, drink maar eens, we zullen ze seffens gaan + bezoeken... Ik ben peter, Snepvangers, en 't zal sapperdeboeren feest zijn!</p> + + <p>—En ik die uit visschen ging!</p> + + <p>—We konden er toch geen hand aan uitsteken... laat uwen visch maar eens + zien! Wel, wel! Zelf gevangen, niks uit den vischwinkel?</p> + + <p>—Wat denkt ge wel! Hij ademt nog!...</p> + + <p>—Kom laat ons nu maar naar Albertken en zijn moeder gaan zien.</p> + + <p>De visch werd in de kraamkamer bewonderd, evenals het kind en de moeder. De + vrouwen vertelden van het kraambed, Snepvangers bevestigde keer op keer dat de + kousevent een "aardige", een zonderling was. Marieken, bleek onder de kanten + slaapmuts, lag gelukzalig te staren; Antoine zag verwezen naar de wieg, waarin de + boorling te leven lag. De baker eindigde met het gezelschap naar de huiskamer te + verwijzen.</p> + + <p>Het doopfeest en Mariekens kerkgang gaven aanleiding tot vette familiefeestjes, + waarna het dagelijksch leven hernam. Marieken stond weer achter den toog en een + kindermeid voerde den kinderwagen straatjes om in de buurt.</p> + + <p>Snepvangers had een vischverlof en ging, zoolang het seizoen het duldde, mee uit + visschen. Toen het najaar stillekens naar den winter liep, moest hij zich weer + bepalen met 's morgens het waterspel van Sander na te kijken dat wel iets van zijn + aantrekkelijkheid verloren had. Hij sprak nu dikwijls over Albertken dat reeds slim + uit zijn oogjes begon te kijken en zijn grootvader erkende.</p> + + <p>—Ge zijt 'n gelukkige vent, Snepvangers, zei eens de kousevent, en voor de + eerste maal scheen hij niet vroolijk, gij hebt een dochter en een kindje dat + grootvader zal leeren zeggen.</p> + + <p>—Ja, Sander!</p> + + <p>—Ge weet niet hoe gelukkig gij zijt... de menschen waardeeren niet genoeg + wat zij hebben... Wij hebben geen kinderen en zitten moedermensch alleen in onzen + ouden dag...</p> + + <p>Sander hield op met spuwen, aarzelde nog een oogenblik, ging toen plots zonder + groet naar binnen.</p> + + <p>De dagen sleten en 't werd telkens avond en tijd om kaart te spelen. De zondag + bracht den familiekring samen, en Albertken was de held van het gesprek. Het kind + groeide met den dag en allen vonden het schoon, slim en groot.</p> + + <p>In het voorjaar, een dag dat het buiïg regenweer, het volle genot der + kachel schonk en de huiselijkheid deed waardeeren, vond Madame Snepvangers in de + brievenbus het aanlokkend prospectus eener Brusselsche reisagentie. Zij lei het + zorgvuldig bij de gazet om na het avondmaal, wanneer het licht ontstoken en het + huishouden aan kant zou zijn, het druksel te lezen. De ordelievende vrouw wierp + nooit een reklaambiljet ongelezen weg, zat met den bril op den neus en de + ongestopte kous in den schoot, aandachtig te spellen. Was het een simpele inval of + een lang sluimerend verlangen, dat plots wakker werd?</p> + + <p>—Snepvangers, wat moet dat Zwitserland toch schoon zijn!</p> + + <p>—Ja, zei Snepvangers, die rustig in zijn zetel zat te rooken.</p> + + <p>—Wij hebben gewerkt en gespaard en niks van de wereld gezien!...</p> + + <p>—Ja!...</p> + + <p>—We moesten toch ook eens een reis naar Zwitserland doen in den zomer.</p> + + <p>—Och!</p> + + <p>—Veel geld kost het niet en de gidsen zorgen voor alles, tot zelfs voor + het drinkgeld.</p> + + <p>—Och!</p> + + <p>—De hooge bergen vol sneeuw, die schoone valleien en meren... die koeikens + met bellekens aan den hals, dweepte madame.</p> + + <p>—Maar Mama toch, bracht Snepvangers verbluft in 't midden.</p> + + <p>—Ja, vóór ik sterf wil ik Zwitserland gezien hebben, bekende + Madame in vervoering, en gij gaat mee, zei ze verteederd, want zonder u zou ik niet + gerust zijn tusschen al die vreemde menschen in de hotels.</p> + + <p>—Waar zijn uw gedachten toch, Mama, Zwitserland ligt zoo ver van hier.</p> + + <p>—Lees het zelf maar eens... het staat er allemaal in!</p> + + <p>Snepvangers las en zei geen woord meer. Tegen den wil van zijn vrouw kon hij + niets doen, en 't was nog geen zomer. Maar Madame sprak weldra over niets anders + meer dan over Zwitserland. Stilaan begon Snepvangers er ook minder tegen op te + zien, zijn bezwaren vielen weg, de reislust werd ook in hem gewekt en de prospectus + begon ook hem aan te lokken. Hij nam den kousenvent in zijn vertrouwen, sprak hem + van zijn reisplan.</p> + + <p>—Niet doen, Snepvangers.</p> + + <p>—Waarom niet, Sander?</p> + + <p>—Niet doen, zeg ik.</p> + + <p>—Maar waarom niet?</p> + + <p>—Als ik u 'n raad mag geven, blijf dan in uw straatje, ge gaat u weder + onnoodig moe maken om sneeuwbergen te zien... wat hebt ge nu aan sneeuwbergen en + koeien met bellekens rond den nek?... Niks! En er kan een ongeluk met den trein + gebeuren, dat leest ge toch dagelijks in de gazet... Ge kunt in een afgrond vallen + en morsdood zijn! Ge kunt bestolen worden... Ge slaapt niet in uw eigen bed... De + Zwitsers zijn natuurlijk slimme vogels die hun land laten zien om centen te + winnen... Ik zeg, als vriend, niet doen! Maak u toch niet onnoodig muug, 't is + overal hetzelfde in de wereld... de menschen eten en slapen... de zon komt op en 't + wordt er nacht... sneeuwbergen kan ik in de wolken zien!</p> + + <p>—Maar mijn vrouw wil absoluut Zwitserland zien!</p> + + <p>—Dan is er geen zalf aan te strijken, jongen, dan is er niets aan te doen, + dan moet ge naar Zwitserland... Ik zie er niks goed in... als het u maar niet + berouwt.</p> + + <p>Hij knikkebolde bedenkelijk en spuwde met geweld. Heel zijn wezen drukte + afkeuring uit.</p> + + <p>—Dat verandert de zaak, als ik dat geweten had... zoo, zoo, uw vrouw wil + naar Zwitserland... awel, goede reis!...</p> + + <p>Na dit beslissend onderhoud begon Snepvangers over de voorgenomen reis te praten + in "Het Zwart Paard". De stamgasten bespraken de gebeurtenissen even + hartstochtelijk alsof zij zelf den grooten tocht gingen ondernemen. Een meubelmaker + was eens met een pleziertrein naar Parijs geweest. Een boodschapper uit de + Rozenstraat toonde buitengewone belangstelling. Wanneer de anderen weer door het + kaartspel of de teerlingen in beslag werden genomen, bleef hij geduldig luisteren + naar den omslag en de herhalingen van Snepvangers uitleg, 'n Verstandige vent, + oordeelde hij, spijtig dat hij het niet verder gebracht heeft in de wereld!... + Gelukkig dat zijn vrouw, die met visch leurt, ruim den kost helpt verdienen!</p> + + <p>Craen en zijn vrouw hadden na lang aarzelen geweigerd mee te gaan, zij zagen op + tegen het lange treinrit en bleven liever in de nabijheid van Albertken, Er werd + geschreven aan de reisagentie, zij ontvingen bericht dat het geld was toegekomen en + het vertrek uit Brussel vastgesteld op 20 Juli. De laatste dagen vóór + het vertrek brachten beslommeringen van allen aard. Spitsken werd besteed bij + Craen, nieuwe reiszakken werden gekocht en gevuld met nieuwe spullen, afscheid werd + genomen van de kinderen en Albertken, van de kennissen.</p> + + <p>De kousenvent, die niet meer over de reis gesproken had, werd niet vergeten. Hij + zou een oogsken in 't zeil houden en met Marieken waken op het huis. Snepvangers + had zijn waarden, eigendomtitels en fondsen, goud en zilverwerk veilig geborgen in + een brandkast op de bank. Alleen Mijnheer nam zijn hologie mee.</p> + + <p>Toen zij 's namiddags reisvaardig stonden, sloten zij water- en gasleiding + zorgvuldig af, speetten hun touristen herkenningsteeken op de borst en togen, + zwoegend onder hun handkoffers, naar het station. Gelukkig dat een gids hen + opwachtte in de spoorhalle te Brussel! Slechts tweemaal hadden zij zich in de + hoofdstad bar kunnen vervelen in hun leven: aan die stad vonden zij als treffelijke + sinjoren geen aardigheid.</p> + + <p>Snepvangers ontving de reisboekjes, en zij volgden den gids naar den doorgaanden + trein. Daar zaten zij nu in een tweede klassewagen te wachten op het vertrek, een + beetje verslagen door eigen durf en ongemakkelijk in hun reiskleederen.</p> + + <p>—'t Is toch gemakkelijk reizen, verklaarde Madame zelfgenoegzaam.</p> + + <p>—Nu zijn wij op weg naar Zwitserland, zei Snepvangers flauw.</p> + + <p>Andere dragers van het herkenningsteeken stapten in, maar de gids hield + zorgvuldig een plaatsken open. De deuren waren reeds toegeworpen, toen hijgend een + dik vrouwwensch zich binnen werkte.</p> + + <p>—Oef, is me dat zoeken!...</p> + + <p>—Jezus! Maria! fluisterde Madame Snepvangers haar echtgenoot in het oor, + dat is Mie Verbinnen uit de Rozenstraat... En die gaat ook mee naar + Zwitserland.</p> + + <p>Snepvangers verschrok, bekeek in grenzenlooze verbazing het opgedirkt vischwijf + dat vóór hen neerzat. De vrouw van den boodschapper was blootshoofds, + een fluweelen jurk vol kanten volants omspande haar zware borsten, een zijden + voorschoot hing over haar gemooireerden rok, en gelakte schoentjes had zij aan de + voeten. Op haar schoot hield zij een zwart teenen korf, een reuzenkabas!</p> + + <p>—Wel, wel, Mijnheer en Madame Snepvangers, eindelijk heb ik u gevonden... + in Antwerpen zijt ge mij ontsnapt, maar nu laat ik u niet meer los...</p> + + <p>—Waarom? vroeg Madame angstig.</p> + + <p>—Och mensch lief, ik versta geen woordje Fransch, enkel Antwerpsch... en + 'k dacht bij mezelf, die brave menschen zullen mij wel helpen... Mijn vent sprak + van niks anders dan van Zwitserland... en toen dacht ik: dat moet ik toch ook eenns + zien... 'n mensch moet toc ook eens van het leven profiteeren en wat verder gaan + dan naar de kermis van Contich!... En als ge geen kinderen hebt, kunt ge er wel een + 215 franken aan besteden om Zwitserland te zien met den Riga er bij ...</p> + + <p>—Rigi, verbeterde Snepvangers voornaam.</p> + + <p>—Rigi of Riga is voor mij hetzelfde als het maar geenen Zwanengang is!... + Ik wil ook eens reizen gelijk chik volk!...</p> + + <p>Het gefluit van de locomotief onderbrak haar, de trein ging traagjes vooruit, + versnelde en joeg dan voort met dommelend geluid. De medereizigers begluurden het + vreemdsoortig drietal.</p> + + <p>—'t Is toch gemakkelijk op de kussens zitten in plaats van met vischkorven + door Antwerpen te sjouwen, zei Mie, mijn vent zal er eentje meer pakken nu ik weg + ben en hem aan zijn lot moest overlaten.</p> + + <p>Een der medereizigers gichelde in zijn hoekje, de twee dames keken strak door + het ander raampje. Snepvangers werd rood van ergernis.</p> + + <p>—Alleen zou ik het nooit geriskeerd hebben... maar toen ik wist dat twee + deftige menschen uit de buurt meegingen heb ik mijn kaartje maar besteld.</p> + + <p>Madame zat verslagen. Snepvangers nam geen verder notitie van de opdringerige + vischleurster.</p> + + <p>—De trein stopt slechts te Luxemburg, te Straatsburg, te Mülhausen en + morgen vroeg om half zes zijn wij te Bazal... daar drinken wij koffie, zei + Snepvangers.</p> + + <p>—Ja, fluisterde Madame, die niet wist waar de blikken te vestigen en ten + slotte naar buiten keek, naar het wisselend avondlandschap.</p> + + <p>—Ben ik van geenen tel, Madammeken, kent ge mij niet meer?... Ik ben Mie + Verbinnen uit de Rozenstraat, ik leur met visch en mijn vent speelt 's Avonds kaart + met Mijnheer in <i>Het Zwart Paard</i>, op de Paddegracht. Waar of niet waar, + Mijnheerken?</p> + + <p>Sprakeloos en nijdig zaten man en vrouw voor haar.</p> + + <p>—Maar Seminis kinderen toch, die spreken nu geen gebenedijd woord... + plezant gezelschap om mede te voyageeren... Of is 't uit hoovaardigheid dat gij mij + niet wilt kennen?... Wel, fijne Mijnheer, zijt gij uwen tijd vergeten?... En dat + heeft in den gemeenteraad willen zitten... zeker om ook te zwijgen!... Maar dat kan + ik ook... Ik had een lekker stuksken visch meegebracht om u te trakteeren, maar als + gij het zoo verstaat dan vreet ik alles zelf op!...</p> + + <p>Triomfantelijk opende zij haar kabas en begon te smullen. Madame bemerkte + terluiks dat de gebakken pladijs er appetijtelijk uitzag. Mijnheer keek naar de + nieuwe reiszakken in het net boven Mie. Dat wijf kwam nu het spel verbroddelen, het + plezier bedreven! Wat moesten de medereizigers van hen wel denken! De trein zong en + dommelde, en nu en dan klonk een waarschuwend gefluit. Sander had gelijk, zij + hadden maar liever moeten thuis blijven, in hun bed slapen in plaats van in den + trein. Madame knabbelde nu voorzichtig aan een reepje chocolade. En al die ellende + zou veertien dagen duren, veertien dagen lang zouden zij geplaagd zijn met dat + vischwijf! En in dezen wagon was het rooken verboden.</p> + + <p>Het schemerde nu en plots werd het treinlicht ontstoken. Ginder verre was nog + een kleurige weerschijn van de zon na haar ondergang. Dan kwam de nacht, de + donkere, lange nacht. Mie, moe gegeten en gedronken, sloot haar mandje, veegde zich + welgevallig den mond af, zei giftig:</p> + + <p>—Slaapt wel, fiere Madame en fijne Mijnheer, maar ik ben bij u en blijf + bij u... ik laat u niet meer los... en wij zullen eens zien wie het langst kan + koppen. Zoo'n twee poesjenellen heb ik nog nooit op 't Vlaamsch theater gezien.</p> + + <p>Zij vleide zich in haar hoekje, kruiste de armen op den kabas en sloot de + oogeen. Even had de trein gestopt joeg nu weer voort, rusteloos voort door den + nacht. Het licht door een gordijn getemperd schemerde vaag over de slapende Mie, de + knikkendebollende Madame, den heer en de twee dames. Snepvangers kon niet slapen + van verbeten woede. En er was niets tege te doen, zij had haar reis betaald en zou + hen op de hielen volgen. Het treffelijk volk zou zich van hen afwenden en hem en + zijn vrouw op den koop toe nog uitlachen. Hij zou den gids raadplegen over wat hen + te doen stond. Dat gemeen wijf!</p> + + <p>Traag kropen de uren voorbij voor den wakenden Snepvangers, wiens menschelijke + ijdelheid zoo deerlijk was gekwetst. Eindelijk toen de morgen begon te dagen en het + licht door de neergelaten gordijntjes sijpelde, sliep hij in. Uit zijn onrustige + droomen, die kop noch staart hadden, werd hij gewekt door het onbehoorlijk gesnurk + van Mie Verbinnen. Madame wreef zich eveneens de oogen uit.</p> + + <p>—Seffens zijn wij in Zwitserland, Mama, vezelde hij, ik ga den gids + spreken want met haar kunnen wij toch niet geplaagd blijven...</p> + + <p>—Neen, Snepvangers.</p> + + <p>—Wat moeten de menschen wel denken, ik schaam mij de oogen uit den + kop.</p> + + <p>—Wij gaan nog liever terug naar huis, Snepvangers.</p> + + <p>—Natuurlijk, al moeten wij er al ons eens bij verliezen en niks gezien + hebben.</p> + + <p>De trein stopte. De slapers ontwaakten, namen hun gepak, stapten uit. Mie met + haar kabas aan den arm volgde Snepvangers, die met nijdige wippasjes de reizigers + naar het buffet vergezelde. Hij kreeg den gids te pakken.</p> + + <p>—Met dat wijf zonder hoed en met een voorschot willen wij niet reizen, + verklaarde hij dapper.</p> + + <p>—Ik kan het niet verhelpen, Mijnheer, zij heeft betaald en toevallig kent + zij u... Daar kan de agentie niets aan doen, verklaarde de gids onverschillig.</p> + + <p>—Dan gaan wij terug, Mijnheer... wanneer vertrekt een trein naar + Brussel?... Maar ik zal in Antwerpen vertellen wat zoodje gij Zwitserland laat + zien...</p> + + <p>—'t Is spijtig, Mijnheer, verzoende de gids, maar niemand kan er iets aan + doen... en ge zijt uw geld kwijt...</p> + + <p>—Mijn geld kwijt?</p> + + <p>—Ja, want alles is betaald in de hotels en de treinreis is op voorhand + betaald, verwittigde de gids en krabte zich achter het oor.</p> + + <p>—'t Zijn allemaal dieven in uw schoon Zwitserland. Wij hebben al genoeg + gezien en gaan terug... Wijs mij maar den weg naar den trein...</p> + + <p>—Om negen uur vertrekt er een trein, ginder...</p> + + <p>—Maar de koffie is betaald en zullen wij drinken! Wij gaan terug, Mama, + terug naar Antwerpen, maar eerst gaan wij koffie drinken...</p> + + <p>—Ik ben stram van zitten, kloeg Madame.</p> + + <p>—Wij moesten in onzen ouden dag ook nog iets aanvangen. Laat ons nu maar + smakelijk eten, want het kost peperduur.</p> + + <p>Toen de reizigers weer naar den trein gingen, bleven zij zitten. Mie volgde hun + voorbeeld.</p> + + <p>—Dat is straf... Zij blijft zitten, en keert mee terug.</p> + + <p>—Zij weet van toeten noch blozen, misprees Madame.</p> + + <p>—Zij zal staan zien, grinnikte Snepvangers boosaardig.</p> + + <p>Met zijn kladdeken Fransch wist Snepvangers zich te behelpen. De conducteur keek + bevreemd naar de ongeknipte reisbiljetten in het reisboekje, maar zei niets. Mie + schoof weer genoeglijk bij in het zelfde compartiment. Zonder een woord te wisselen + reden zij in den snikheeten dag naar huis. Aan de stations dronken zij limonade, + aten broodjes-met-wat-bij. In grilligen dans schoten dorpen en steden voorbij, + velden en weiden, Zij waren verdoofd en uitgeput en zagen Mie maar onafgebroken + smullen en snoepen uit haar voorraad. Het vischwijf probeerde zoo genoeglijk den + tijd te dooden, want de menschen rond haar verstond zij toch niet en de + Snepvangersen zaten statig en waren niet te spreken. Tegen zevenen kwamen zij te + Brussel aan.</p> + + <p>—Maar... maar dat is Brussel, begot!</p> + + <p>—Ja, dat is Brussel, sarde nu Snepvangers, die niet langer zwijgen + kon...</p> + + <p>—En dat is nu die fameuse reis naar Zwitserland, waar van alles te zien + was... die koeien met bellekens en die bergen met sneeuw... Awel, dat is puur + afzetterij En dat kost nu zoe maar in de gauwte twee-honderd-vijftig frank... En + waar is nu die Riga?</p> + + <p>—In den Zwanengang, treiterde Snepvangers.</p> + + <p>—Sloebers!... Ha, nu versta ik het ... ze hebben me willen kwijt spelen... + zijn moedwillig terug naar huis gegaan... Maar ik heb toch zooveel van Zwitserland + gezien als gij... ik beklaag mijn centen niet, want gij zijt ook gefopt... En mee + naar huis ga ik ook!</p> + + <p>In den avond kwam Snepvangers en zijn vrouw doodmoe thuis in de Hobokenstraat. + Mie had hen tergend achterna geloopen tot aan den hoek der Rozenstraat.</p> + + <p>—Droomt nu maar niet te veel van Zwitserland ... Ge hebt niet eens + gekoleurde postkaarten meegebracht en ik wel, zegevierde zij.</p> + + <p>—Wat zal Marieken verschieten als zij ons morgen ziet, jammerde + Madame.</p> + + <p>—En wat zullen de mannen uit <i>Het Zwart Paard</i> lachen, maar we slapen + toch in ons eigen bed!</p> + + <p>'s Morgens stond Snepvangers weer tegenover Sander. De kousevent hield op met + spuwen van verwondering.</p> + + <p>—Al terug, Snepvangers?</p> + + <p>—Ja, Sander ...</p> + + <p>—In Zwitserland geweest?</p> + + <p>—Ja!</p> + + <p>—Niet veel bijzonders, zeker?</p> + + <p>—Neen!</p> + + <p>—Maar ge zegt zoo weinig....</p> + + <p>—Och!</p> + + <p>—Lang in den trein gezeten?</p> + + <p>—Een dag en een nacht ... en dan dat smerig vischwijf uit de Rozenstraat, + die zonder hoed mee wou naar Zwitserland.... En zij had heur plaats betaald en wou + ons niet loslaten ... Maar wij hebben haar beetgenomen en zijn direct terug naar + huis gekomen om in ons eigen bed te slapen.</p> + + <p>—Ja, zei Sander peinzend en spuwde werktuigelijk, ja, Snepvangers, 'k heb + u zoo dikwijls gezegd dat gij moest leeren zwijgen ... Nu zijt ge uw cens kwijt ... + 'k heb u gewaarschuwd dat het overal hetzelfde is, en nu hebt ge het zelf + ondervonden dat dat Zwitserland de moeite niet waard is, er u zoo muug voor te + maken! ... Speek maar liever eens mee, besloot hij welgemutst, en binnen een paar + dagen gaan wij opnieuw visschen! ...</p> + + <p>—Ja, Sander, stemde Snepvangers in, voelde zich getroost, en spuwde naar + den rand van het voetpad.</p> + <hr style="width: 65%;" /> + + <h2><a name="HOOFDSTUK_IV" id="HOOFDSTUK_IV"></a>HOOFDSTUK IV.</h2> + + <h3>DE VLUCHT DER SAKSISCHE KANARIEVOGELS</h3> + + <p>Snepvangers leefde ingetogen en in vrede met de menschen en de maatschappij. Hij + dacht nu het leven te kennen, en door ontgoocheling en ondervinding wijsheid te + hebben vergaard. Hij verbeeldde zich dat hij zijn hart gesloten had voor alles en + dat zijn verstand wikte en woog om hem voor nieuwe tegensvallers te behoeden.</p> + + <p>Goedsmoedig had hij zich verzoend met het leven, en zijn dagelijksche + ochtendpraatjes met den Speeker hadden hem teruggevoerd op effen paadjes waar noch + ontroering, noch avontuur dreigde. Zijn hondje laten wateren werd hem een aangename + bezigheid.</p> + + <p>Met de jaren kwam geen verandering. Een rustige glimlach van vergenoegen krulde + zijn lippen, want zijn dagen brachten geen ergernissen.</p> + + <p>Marieken had hem zes kleinkinderen geschonken, eerst een jongen, dan een + tweeling, een meisje en een jongen, daarna nog drie jongens. De baker was + bestending op de Torfburg. Een door den hemel gezegend huishouden, meende de + onderpastoor van Onze-Lieve-Vrouwe!</p> + + <p>Madame Snepvangers schiep groot behagen in de kinderkamer en hielp Marieken in + de beslommeringen. De Drogist frutselde in zijn winkel of zat verdiept in + wetenschappelijke verhandelingen. Soms praatte hij zeer uitbundig en andermaal kon + hij zijn schoonvader zoo verstrooid aankijken dat deze er schuw van werd. Maar hij + troostte zich in het besef dat geleerde menschen altijd zoo'n vreemde manieren + hebben.</p> + + <p>Aan een Zondagsche familiedisch besprak hij het zonderling verschijnsel.</p> + + <p>—Ja, oordeelde de Drogist, dat is een kenmerk van de geleerden... Newton + lei zoo zijn horlogie in kokend water en hield zijn ei in zijn hand.</p> + + <p>—Had die mijnheer Newton dan geen vrouw om eieren te koken, verbaasde zich + Snepvangers.</p> + + <p>—Lessing, betoogde de Drogist, een beroemd dichter, kwam eens vroeger naar + huis en zijn knecht, die hem niet herkende, riep door het raam: "De professor is + niet te huis!"—"O zoo, antwoordde Lessing, dat is niets, dan kom ik later wel + eens terug!"</p> + + <p>—Van dichters verwondert mij niks, overwoog Snepvangers.</p> + + <p>—Antoine doet precies zoo, hij kan Mijnheer Newton de hand geven... + Eergisteren vraag ik hem om wat suiker in de pap, te doen... Ik geef de pap aan de + kinderen en zij willen ze niet eten... Ik proef, en de pap is zoo zout als + brak!</p> + + <p>—Marieken, Marieken, suste de Drogist gevleid.</p> + + <p>—Als hij maar geen gedichten begint te maken, zei de Loodgieter + bekommerd.</p> + + <p>—Neen, Papa, zoo erg is het niet, stelde Marieken gerust, ten minste dat + heb ik nog niet ondervonden.</p> + + <p>Snepvangers zag naar zijn kleinzoontje, het sprekend beeld van zijn vader! + Meewarig bedacht hij dat het teere ventje ook geestelijk aan zijn vader zou doen + denken!... Albertken moest maar liever op zijn grootvader trekken, desnoods op + grootvader Craen... Maar niet zoo vies doen als Antoine in zijn geleerdheid.</p> + + <p>Albertken was nu zes jaar geworden en ging naar de school der Paterkens in de + Everdijstraat. De blonde krullen en de blauwe oogen, het bleeke gezichtje, de + snaaksche invallen en het kindergebazel, waren voor Snepvangers een onuitputtelijke + stof van overweging en conversatie.</p> + + <p>Hij had zich van het kind meester gemaakt met zoete woordjes en listige + verleiding. Craen had het te laat bemerkt en liet nu, daarbij te veel met de + politiek ingenomen, Snepvangers ook maar betijen. Albertken droeg toch zijn + naam!</p> + + <p>Het jongsken verborg zijn voorliefde niet; met grootvader Snepvangers kon hij + praten, die onderwierp zich geduldig aan zijn spelletjes, had zijn zak steeds + gevuld met krakelingen, die nam hem mee naar de estaminets en liet hem van zijn + bier proeven wat thuis streng verboden was. Zij hadden zoo hun geheimpjes, hun + verdoken plezier en hun kameraadschappelijke verstandhouding.</p> + + <p>Als kraaiend kindje had Albertken reeds blijken gegeven van eendere nijgingen + die Snepvangers ontroerden. Hij was verzot op honden, riep tegen al de beestjes + even vriendelijk: Dag hondeken! Hij kon spelen met spitsken zonder het maar een + oogenblik te verbalemonden, was wijs en teeder tevens.</p> + + <p>Samen gingen zij dikwijls naar den Dierentuin en werden het nimmer beu de apen, + de zeehonden en de olifanten te bekijken. Snepvangers fantaseerde over de warme + landen waar de olifanten met hun groote, ivoren slagtanden vrij in 't wild + rondloopen en lawaai maken met opgestoken neustrompetten, over de logge zeehonden + die op hun vinnen naar boven waggelden en neerplonsden om hun vischbuit te vangen, + over de vinnige apen, die kouwelijk bijeenzaten in het apenkot; wier slimme, + onrustige oogjes hen aangluurden, en die soms onfatsoenlijk zaten te vlooien.</p> + + <p>—Hebben de menschen ook vlooien, Grootva, vroeg Albertken zekeren dag.</p> + + <p>—Sommige menschen, leerde Snepvangers,—maar dat zijn vuil + menschen...</p> + + <p>—Och, dat is spijtig, betreurde Albertken.</p> + + <p>—Spijtig?</p> + + <p>—Ja...</p> + + <p>Snepvangers was zoo verbluft dat hij niet verder aandrong om een reden te + kennen.</p> + + <p>De volgende maal, toen zij weer voor het apenkot stonden, zei Albertken + trotsch:</p> + + <p>—Wij hebben thuis ook vlooien!</p> + + <p>—Niet waar, Albertken, zei Snepvangers onthutst.</p> + + <p>—Ja, heel klein vlooien met heel lang haar!</p> + + <p>—Maar, Albertken toch, ge moogt niet beuzelen!</p> + + <p>—Ik zou toch zoo gaarne vlooien hebben, zuchtte Albertken, dat moet zoo + plezant zijn.</p> + + <p>—Maar het is niet waar...</p> + + <p>—Ik denk het zoo maar, Grootva, zei de kleine waanwijs, dat is zoo mijn + plezier.</p> + + <p>Snepvangers zette groote oogen op en vond Albertken een wonder kind. Sinds hij + naar school ging en van makkers en meesters te vertellen had opende hij voor zijn + grootvader een nieuwe wereld van kinderverbeelding en logica. Haast dagelijks ging + Snepvangers hem aan school afhalen en als vertrouwelingen bazelden zij samen. In + den zomer gingen zij, na koffie gedronken te hebben, nog op wandel naar het terras + om de schepen en het water te zien! Zij zaten op een bank, zagen de kranen werken + en hoorden de stoomers toeteren. Grootvader was het vraagbaken dat voor alles een + antwoord vond dat het kind voldoening gaf. Grijsaard en kind lieten hun verbeelding + vrij spel.</p> + + <p>—Pa weet dat allemaal niet, misprees Albertken.</p> + + <p>—Foei, strafte Snepvangers gevleid.</p> + + <p>Albertken was verbazend knap en slim oordeelde de grootvader die zijn eigen + kinderherinnering ter hulp riep om den hoogen dunk van het jongetje te behouden. + Maar soms werd hij toch overbluft en was de verrassing hem te groot.</p> + + <p>Zoo zaten zij eens in het Park voor den met kroos bedekten vijver waarop de + eenden dreven. Albertken zat te peinzen en Snepvangers rookte een sigaar en + luisterde naar een merel die aan de overzijde van het water in een boschje + verscholen zat.</p> + + <p>—Grootva, fluisterde Albertken, is het aardig, altijd getrouwd te + zijn?</p> + + <p>—Maar manneken toch!... Wat een vraag!...</p> + + <p>—Janneken Palincx zei gisteren dat zijn vader tegen zijn moeder gezegd had + dat hij het beu is...</p> + + <p>—Janneken Palincx is een snotaap, een kwajongen!</p> + + <p>—Hij is de sterkste van allemaal, Grootva!... En hij liegt nooit... Vindt + gij het aardig altijd met Grootmoe getrouwd te zijn? Zij kan soms toch + zagen!...</p> + + <p>—Kind, kind, 't is goed dat het niemand hoort... maar zoo'n dingen moogt + ge niet zeggen of denken...</p> + + <p>Snepvangers zag ongerust rond, maar er was geen mensch in de buurt.</p> + + <p>—Als Grootmoe het moest hooren!</p> + + <p>—Ik zal het haar toch niet zeggen, troostte Albertken, maar ik zou toch + niet altijd met één vrouw willen getrouwd zijn...</p> + + <p>Snepvangers begon uitbundig te lachen en Albertken, een oogenblik uit zijn lood + geslagen, lachte mee.</p> + + <p>—Wij, jongens, zagen nooit, zei hij en verzonk weer in zijn gemijmer.</p> + + <p>Toen zij opstonden om naar huis te gaan, gaf Albertken de rest van zijn + overtuiging prijs.</p> + + <p>—Grootva!</p> + + <p>—Albertken?...</p> + + <p>—Als ik groot ben trouw ik toch ook!</p> + + <p>—Zoo?...</p> + + <p>—Ja, met een heel leelijke...</p> + + <p>—Maar manneken toch!</p> + + <p>—Ja, een heel leelijke, dan kunnen wij er samen goed om lachen!...</p> + + <p>Albertken grinnikte genoegelijk en Snepvangers wierp van ontsteltenis zijn + sigaar onder de bank.</p> + + <p>'s Anderdaags vertelde hij Sander wat zijn kleinzoon hem gezegd had.</p> + + <p>—Die jongen zal het ver brengen, meende de Speeker, ge moet hem leeren + speeken.</p> + + <p>—Ja, zei Snepvangers zonder overtuiging...</p> + + <p>—Hij heeft gelijk over het huwelijk...</p> + + <p>Hij werd onderbroken door zijn vrouw die hem riep.</p> + + <p>—Ik kom, antwoordde hij gedwee maar treuzelde nog even, hoe oud is + Albertken?</p> + + <p>—Zes jaar...</p> + + <p>—Dat wordt een advokaat, Snepvangers, let op mijn woorden... dat kind + heeft menschenverstand...</p> + + <p>Dan haastte hij zich naar binnen en Snepvangers floot blijgezind op zijn + hond.</p> + + <p>Enkele dagen later waren grootvader en kleinzoon in de weer om grootmoeders + verjaardag te vieren. Het trof op een Zondag en heel de familie werd in de + Hobokenstraat verzocht.</p> + + <p>—Ge zoudt een gedichtje moeten kennen, opperde Snepvangers.</p> + + <p>—Is dat wel noodig, weifelde Albertken.</p> + + <p>—Natuurlijk, manneken... Het zal grootmoeder zooveel plezier doen, zei + Snepvangers, alsof hij berouw over iets had.</p> + + <p>—Als het dan toch moet, schikte zich de kleine wijs... Ik vind dat wij + moesten paleeren en vuurwerk afsteken op de koer...</p> + + <p>—Ballonnekens en vuurwerk... Maar wat zullen de geburen wel denken?...</p> + + <p>—Daar moet ge nooit niks om geven, wijsgeerde Albertken.</p> + + <p>—Dat is waar, gaf Grootvader toe.</p> + + <p>Grootmoeder werd feestelijk gehuldigd met bloemen en geschenken. Een kokin had + de zorg voor het eten overgenomen, en nu zat Madame Snepvangers in een leunstoel en + hield de kinderen bezig die beurtelings op haar schoot klauterden.</p> + + <p>Antoine had zijn vader beet met een onuitputtelijke beschouwing, terwijl + Marieken en Madame Craen de kleintjes susten.</p> + + <p>Snepvangers en Albertken hingen hun veelkleurige ballonnekens in de veranda, + plaatsten de kaarsjes recht, onderzochten het vuurwerk en verlangden naar den avond + om de verlichting te kunnen beginnen.</p> + + <p>Aan tafel knipoogden zij soms in het vooruitzicht der komende verrassingen. + Snepvangers liet Craen gerust aan zijn zoon over en onderbrak Antoine niet in zijn + betoog over eetbare en vergiftige paddenstoelen. Zoohaast de taart aangesneden was + kon Snepvangers zich niet langer intoomen. Hij dronk in een teug zijn wijnglas + leeg, want zijn keel was droog en hij had het gevoel alsof hij zelf een aanspraak + moest houden.</p> + + <p>—Antoine, zwijg nu eens, zei hij zegevierend, Albertken moet nu iets + zeggen.</p> + + <p>Antoine keek een beetje donker, zag Albertken van zijn stoel klimmen, een + buiging maken voor zijn grootmoeder en hoorde zijn schriel kinderstemmetje + verklaren:</p> + <span style="margin-left: 1em;">"De Pruimenboom"!</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Jantje zag eens pruimen hangen,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">O! als eieren zoo groot!</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Scheen, dat Jantje wou gaan + plukken,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Schoon zijn vader 't hem verbood.</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Hier is, zei hij, noch mijn vader,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Noch de tuinman, die het ziet:</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aan een boom zoo volgeladen,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Mist men vijf zes pruimen niet!...</span><br /> + + + <p>Het ging zonder haperen, maar Snepvangers, wiens lippen, vers na vers, + meeprevelden, zweette van angst.</p> + + <p>—Waar hebt ge dat geleerd, vroeg Marieken verteederd.</p> + + <p>—Van Grootva, zei Albertken, haast stikkend in een stuk taart.</p> + + <p>—Ja, dat heb ik in mijn tijd ook geleerd, overwoog Craen, maar hij heeft + het goed gedaan... Bravo, manneken!</p> + + <p>—En hij heeft er niks van verklapt, zei de Grootmoeder verbaasd.</p> + + <p>—De mannen kunnen zwijgen, bedacht Albertken snugger.</p> + + <p>—De inlandsche paddenstoelen, herbegon Antoine...</p> + + <p>Zoohaast het donker werd stak Snepvangers de kaarsjes aan en een schemerlicht + hing in de veranda. Dan, onverwachts, joegen zij een vuurpijltje omhoog in den tuin + en deden zij een zevenslager springen. Snepvangers en Albertken juichten van pret, + maar binnen in de kamer schrok het gezelschap, en de vijf kinderen begonnen + eenparig te krijten.</p> + + <p>—Schei toch uit, Snepvangers, riep Madame, wat zijn dat voor + kinderstreken; ge jaagt de bloeikens den angst op het lijf!...</p> + + <p>—Ge hoort het wel, Albertken, waarschuwde Snepvangers benard.</p> + + <p>—En doof de ballonnekens nu maar uit, verzocht Antoine, ik krijg hoofdpijn + van den stank der kaarsjes...</p> + + <p>—Ge ziet het wel, bedacht Albertken teleurgesteld, zij vinden dat niet + plezant... als wij ook eens iets doen dan maakt het lawaai of stinkt het......</p> + + <p>—Ja, Albertken, maar dat is toch niks... wij zullen het op een anderen + keer probeeren als er niemand thuis is... Oei! Daar vliegt een ballonneken in + brand!</p> + + <p>—Dat is niks ... dan moeten wij het niet uitblazen, redeneerde + Albertken.</p> + + <p>Wanneer Snepvangers later, na het vertrek der gasten, alleen tegenover zijn + vrouw zat, kon hij niet nalaten te zeggen:</p> + + <p>—'t Is toch spijtig voor Albertken geweest...</p> + + <p>—Wat?...</p> + + <p>—Wel dat vuurwerk... Hij had er zoo op gerekend...</p> + + <p>—Gij denkt maar aan Albertken, verweet zij, hebt ge de andere kinderen + niet hooren schreeuwen van schrik.</p> + + <p>—Dat gaat over, bepeinsde hij, nog een paar slagen en zij waren het gewoon + geweest...</p> + + <p>—Maar hebt ge nu in uw leven zoo iets gehoord, schuddebolde Madame + gebelgd.</p> + + <p>—Dat kind is geen gewoon kind... Sander zegt het ook... Albertken moet + advokaat worden...</p> + + <p>—Och, en ge weet nog niet of het kind daar goesting zal voor hebben...</p> + + <p>—Goesting? Goesting... ook gij kent hem niet. Albertken geen goesting + hebben... hij wordt nog veel meer dan advokaat... Dat kind is nu mijn leven...</p> + + <p>—Ja, dat weten wij, zei Madame nuchter, 't is uw Benjamin... maar 't mag + zijn, want het kind ziet u liever dan zijn eigen ouders.</p> + + <p>—Als ik hem "De Pruimenboom" hoorde opzeggen, dan dacht ik aan mijn eigen + kinderjaren... Ik heb het gedichtje nooit vergeten, en Albertken zal nooit vergeten + dat hij het van mij heeft geleerd...</p> + + <p>—Neen, zei Madame, dat zal hij niet... maar nu gaan wij slapen, + Snepvangers, 't is veel later dan anders...</p> + + <p>—'t Is toch allemaal tegengevallen, kloeg Snepvangers nog op den trap, en + dan Antoine die niet tegen een vetkaarsken kan!...</p> + + <p>Wanneer het buiïg weer aankwam kon Snepvangers met Albertken niet meer + geregeld gaan wandelen. Zijn dagen schenen hem langer. Telkens als hij de + gelegenheid vond, sloot hij zich bij Sander aan om wat afleiding te vinden.</p> + + <p>Op een zonnigen, ijlen najaarsdag stond hij zoo te treuzelen voor de halfdeur + van het kousenwinkeltje. De boord van het gaanpad dreef van het speeksel. Een + hoopje lanterfanters luierde tegen den met veelkleurige plakkaten bedekten + muur...</p> + + <p>Boven, ergens in een kamer waarvan het venster openstond, kweelde een + kanarievogel. Snepvangers vond het danig schoon.</p> + + <p>—Hoor eens, Sander!</p> + + <p>—'t Is een sijsken, Snepvangers.</p> + + <p>—Neen, neen, 't is veel schooner... 't is een kanarievogel...</p> + + <p>—'t Kan zijn, schokschouderde de Speeker onverschillig.</p> + + <p>—Een schoone vogel, mijmerde Snepvangers.</p> + + <p>—De schoonste vogels zitten in den buiten, zei Sander.</p> + + <p>—'k Zou toch wel een goeie zanger willen hebben...</p> + + <p>—Och, wat hebt ge er aan?... Dat zingt maar en dat vreet maar!...</p> + + <p>—Het zijn zoo'n fijn vogeltjes, Sander, en als zij zingen...</p> + + <p>—Koop liever duiven... als zij vet zijn kunt ge ze in 't potteken steken + en binnenbas spelen!</p> + + <p>—Ik koop een kanarievogel, besloot meteen Snepvangers.</p> + + <p>—Ge zult het beklagen, waarschuwde Sander meewarig alsof zijn vriend + rampzalige voornemens koesterde.</p> + + <p>—Ik moet toch iets hebben om mij te amuseeren, verontschuldige zich + Snepvangers.</p> + + <p>—Ja! zei de andere zuur, misschien moest ik het niet zeggen... de menschen + zijn toch zoo eigenzinnig... maar als vriend, als ge dan toch een kanarievogel wilt + koopen, ga dan om raad bij den klakkenmaker van de Paardenmarkt... anders wordt ge + nog bedonderd ...</p> + + <p>—Dank u, Sander.</p> + + <p>Snepvangers sprak er met Albertken over.</p> + + <p>—Ik zal het Grootmoe vragen, meende het kind.</p> + + <p>—Ja, Albertken, en dan zullen wij ons amuseeren...</p> + + <p>—Ik zou toch liever een arend houden!</p> + + <p>—Maar dat is een wild beest...</p> + + <p>—Die eten rauw vleesch, Grootva, maar een kanarievogel is toch ook + goed.</p> + + <p>Madame Snepvangers gaf haar toestemming, onder beding dat Mijnheer zelf voor het + vogeltje zou zorgen. Dan toog hij naar den klakkenmaker. Hij kende hem van in den + tijd toen de politiek hem in beslag nam. In het halfdonkere winkeltje was de man + bezig met schikken. In de achterkamer zong een vogel.</p> + + <p>—Dus wilt ge een kanarievogel houden, wikte de raadgever met scherpe + neusstem.</p> + + <p>—Ja!</p> + + <p>—Een of meer?</p> + + <p>—Ik denk...</p> + + <p>—Daar zit het gevaar... één zangvogel is een plezier... + meer, het kweeken, wordt een drift... ik kon mijn goesting altijd intoomen, maar + dat kunnen weinig menschen...</p> + + <p>—Ik zou om te beginnen maar een manneken willen koopen!</p> + + <p>—Om te beginnen, zegevierde de klakkenmaker, de drift is u al meester... + ge zijt een verloren man, Snepvangers, maar gij moet het weten... ik heb u + verwittigd...</p> + + <p>—Waar kan ik een vogel koopen, vroeg de ongeduldige Snepvangers, in + vertrouwen, want ik ken de mannekens niet uit de poppekens...</p> + + <p>—Dat zal ik u leeren, vriend... Als ge voor een kot staat dan moet ge de + vogels goed bezien... Als ge ze goed bezien hebt, moogt ge u nooit laten pakken + door de schoon pluimen... zoo is het bij de menschen ook...</p> + + <p>—Dus een met leelijke pluimen?</p> + + <p>—Bijlange niet!... Luister. Als er veel bijeen zitten moet ge een + kaalkopken kiezen...</p> + + <p>—Zijn dat mannekens?</p> + + <p>—Ja... want poppekens en poppekens dat vecht niet... mannekens en + poppekens vecht ook niet... maar mannekens en mannekens die pikken elkander de + koppekens kaal...</p> + + <p>—Maar als de vogels nu eens apart zitten?</p> + + <p>—Dan moet ge ze hooren zingen... als zij zingen zijn het mannekens... + daarbij kunt ge het zien aan hun houding en manieren en hun koleur is hooger...</p> + + <p>—Waar zou ik er een kunnen koopen?</p> + + <p>—Overal, meende de klakkenmaker luchtig.</p> + + <p>—Ja, maar...</p> + + <p>—Het hangt af van de soort die ge wenscht... Een Hollandsche of een + Parijsche trompetter, een Brabantsche vogel, een Gentsche postuurvogel of een + edelzanger zooals de mijne, een Saksische?...</p> + + <p>—Een Saksische dan, de schoonste die te krijgen is, hunkerde + Snepvangers.</p> + + <p>—Daarin hebt ge gelijk... de beste soort... geen bastaarden... maar 't is + een kwestie van goesting... ik ken een liefhebber die Schotsch Fancies kweekt, + reuzenvogels van twintig centimeters.</p> + + <p>—Dat zijn geen kanarievogels meer, minachtte Snepvangers.</p> + + <p>—Volgens mij ook niet, fluisterde de neusstem, ge zult er verstand van + krijgen, Snepvangers, dat voorspel ik u... Daarom, een goeie raad, let op de pooten + als ge koopt... Die van jonge vogels zijn glad, die van de oude zitten vol schubben + en hun klauwen zijn veel dikker en langer... Ga naar den ouden Willems met mijn + complimenten, hij is zaalwachter in het Steen en die zal u niet verneuken... Hij + kleurt geen wijfkens om ze voor mannekens, te verkoopen... Zorg dat ge uw drift + meester blijft en dan zult ge veel plezier in de liefhebberij vinden ... Ik heb + hooren vertellen dat een Hollandsch kapitein die veertien jaar te Breda in + garnizoen had gelegen zoo verslingerd op het gezang was geworden, dat hij menigmaal + vergat 's middags te gaan eten...</p> + + <p>—Wel, wel!...</p> + + <p>—Van 's morgens vroeg tot middernacht toe deed hij niets anders dan + luisteren om de schoonste zangers te onderscheiden... maar zooveel tijd schiet er + mij niet over... een kapitein is geen klakkenmaker...</p> + + <p>De klakkenmaker hield Snepvangers in het deurgat nog bij den knoop van zijn + jas.</p> + + <p>—En als hij wat heesch is legt gij een stuksken kalissiehout in zijn + "èzer", of als het een valling is dan doet ge eenige druppelen vijgensap in + zijn drinken... Als ze vreetziekte hebben moet het aluin of staal zijn, voor den + afgang melk en voor de hardlijvigheid kandijsuiker en saffraan...</p> + + <p>—Kan een kanarievogel...</p> + + <p>—Ja, knikte de klakkenmaker en zijn oogen keken zorglijk, zij kunnen het + stiet krijgen en dat moet ge met ongezouten spek genezen, zij kunnen kwijnen in een + donkere kamer, vermageren als zij geplaagd worden door roode luisjes, daarom moet + ge holle roestjes gebruiken, zij kunnen aan vallende ziekte lijden, aan vetziekte, + aan buikkramp, aan natuurdrift, zij kunnen een beenbreuk opdoen...</p> + + <p>—Och, och, zuchtte Snepvangers, 't is toch niet waar zeker?</p> + + <p>—Jawel, maar laat mij dan maar roepen... Ik zal wel raad weten... ik heb + al twee pooten genezen met een saaien draadje in lijnolie gedrenkt en warm zand in + het kot...</p> + + <p>—Dan hebt ge niet lang plezier van een kanarievogel, wantrouwde + Snepvangers.</p> + + <p>—Dat weet ik niet, dat hangt af... Wanneer ge katten en ongedierte + weert... de vogel goed verpleegt, versch eten en drinken geeft en dagelijks + "muur"... bijtijds een bad, en de roestjes driemaal per week uitklopt, dan leeft + hij tien tot vijftien jaar... Ik heb zelfs eens gelezen dat een vogel twintig jaar + werd...</p> + + <p>—Dan koop ik er een, verklaarde Snepvangers opgetogen...</p> + + <p>—Doe het, moedigde de klakkenmaker aan.</p> + + <p>'s Namiddags trok Snepvangers naar het Steen. Er waren geen bezoekers. In een + klein zaaltje, naast een paar toonramen vol medaljes en penningen, half verborgen + achter verkleurde en geschifte zijden vaandels zat de oude Willems slaperig aan + zijn bakkebaarden te pluizen. Hij keek norsch den bezoeker aan, die aarzelend + stilstond voor een geel koperen bedpan, voetje voor voetje naderschoof en belang + stellend door het venster keek naar den stroom waarop een hooge scheepsromp + zwenkte. Hij had nog nooit zoo scherp een kiel van een schip opgenomen, vond het + vlak beneden de waterlijn zeer rood gemenied.</p> + + <p>—De dag moet hier toch lang duren, polste hij den Zaalwachter.</p> + + <p>De man kikte niet, zag norsch naar het grauwe water dat midden in den stroom + opschuimde als zog van den overzetter. Meeuwen scheerden rakelings over de + baarkens.</p> + + <p>Snepvangers was niks op zijn gemak. Hij probeerde het nog eens:</p> + + <p>—Een schoon uitzicht op de Schelde...</p> + + <p>—Vindt ge dat, zei Willems, dan moet ge maar goed zien en van de + gelegenheid profiteeren.</p> + + <p>—Ja, maar ik kom om een kanarievogel te koopen... nu weet gij het, + ontlastte zich Snepvangers.</p> + + <p>—Dat is wat anders, meende Willems levendig, stond op en kwam naast hem + staan, waarom hebt ge dat niet direct gezegd?</p> + + <p>—De klakkenmaker heeft mij gezonden ...</p> + + <p>—Er is niks zoo schoon als de zang der kanarievogels!... + Nachtegaalslagers, edelrollers en kollervogels... Hoor hoe ze rollen: woe, woe... + ie-rie-rier... ie-lie-liel...arrr... verrr... fi-fi... si-si... wi-wie... wies, + wies, sies... toe... toe... tsoem... en hun kleur, zoo teer... zoo fijn... + hooggeel, stroogeel, witgeel... bleekgroen... ik heb er roode gekweekt met + kleurvoeder...</p> + + <p>—Roode?</p> + + <p>—Ja ... maar als ge dat probeert moet ge maar een wijfken pakken... die + zijn goedkooper en dan is er niks aan verloren... een weinig cayennepeper tusschen + het eten... en klaar is Kees! Maar 't lukt niet altijd...</p> + + <p>—Wanneer kan ik een vogel koopen?</p> + + <p>—Direct... wacht een oogenblik...</p> + + <p>De Zaalwachter ging naar een kleerkast, trok de deur open en nam er een kooitje + uit.</p> + + <p>—Een vogel uit de duizend... 's middags is er geen mensch en dan leer ik + hem fluiten... Twee violen en een bas-bas-bas!... Maar deze is volleerd... Alleen + hem in 't donker houden... Moet ge soms poppekens hebben?...</p> + + <p>—Misschien later, als ik zou kweeken...</p> + + <p>—Dat is eigenlijk het plezier. Mijnheer Snepvangers, de vogels kweeken en + ze leeren zingen... ik gebruik altijd een flesch en een stop en dat maakt aardige + muziek... Ik ken een nachtwaker die er zijn dagen mee doorbrengt...</p> + + <p>—Wanneer slaapt hij dan,—verbaasde zich Snepvangers.</p> + + <p>—Als hij wat tijd heeft, 's nachts bijvoorbeeld... Ik heb enkel Saksische + vogels, maar mijn broer, de kleermaker uit de Keizerstraat, nevens het Kapelleken, + die heeft al de soorten van de wereld... Laatst kwamen ze hem roepen terwijl hij + het orgel trapte in St.-Jacobskerk, want er was een Engelschman speciaal + overgekomen om zijn vogels te zien... Twee vogels heeft hij toen verkocht, die puur + kerkmuziek zongen... zij hadden lang tegen den kerkmuur gehangen en zij volgen zoo + gemakkelijk na... Maar nu trof het goed... ik gaf voor zoo'n vogel niks... Ik laat + u het manneken over omdat de klakkenmaker u gezonden heeft... want eigenlijk kweek + ik voor de kunst!</p> + + <p>Met zijn kooi en sterk door de raadgevingen kwam Snepvangers in de + Hobokenstraat.</p> + + <p>—Een kanarievogel, leerde hij aan zijn vrouw, is een slimme vogel die + spoedig zijn weldoener herken ... en hem met zijn zang beloont.</p> + + <p>Albertken schiep spoedig evenveel zijn behagen als Grootvader in het + kwinkeleerende vogeltje... Wanneer Albertken kwam werd de kanarie feestelijk + vergast op trosjeszaad of een klontje suiker.</p> + + <p>—Ge zoudt er meer moeten hebben, bedacht Albertken, ik zal Grootmoe vragen + er voor uw nieuwjaar te koopen.</p> + + <p>—Ik zou er moeten kweeken, op de leege kamer boven de keuken is er plaats + genoeg.</p> + + <p>Grootmoeder had het gehoord en zij was in een goede bui.</p> + + <p>—Wel ja, Snepvangers, gaf zij toe, ge moet toch iets voor uw plezier doen + en Albertken zal het ook amuseeren...</p> + + <p>—'t Is voor Albertken, loog Snepvangers.</p> + + <p>Een uur later droeg hij wat rommel van de kamer, begon te passen en te meten en + droomde van een modelkooi. Hij zou Willems en de Klakkenmaker eens verbazen. + Overvloedig licht viel door het achterraam, een ander raam, buiten het hok, zou + toelaten de kamer te verluchten.</p> + + <p>Om de kooi te bouwen wendde hij zich tot den houtdraaier, Miranda van de + Paddengracht, die ook andere karweikens aannam en daarbij een kweeker bleek te + zijn. Deze timmerde een afsluiting die de halve oppervlakte besloeg, spande een + gevochten draadnet over de balkjes, lei een dubbele vloer en kalkte de muren. De + deur, in vier losse vlakken, kon de dikke Miranda doorlaten, maar beneden, tegen + den grond, was een klein poortje om het voedsel door te schuiven, de eetbakken, de + èzers en de badschotels.</p> + + <p>Snepvangers bracht dagelijks wat mee van zijn wandeling. Houten nesten met losse + mandjes,—roesten van vlierhout, verf om het houtwerk op te kleuren. Miranda, + die niet jaloersch van aard was genoot zelf van het modelopzet en leerde wat er te + leeren viel. Deze lange gesprekken voerden zij, gezeten bij het kleine potkacheltje + dat Snepvangers op zijn kamer geplaatst had. Tegen den muur pronkten schabben met + steinen potten waarin het zaad zou bewaard worden en waarop hij de namen + geschilderd had. Een houten tafel, een waterkraan en een afvoerbak volledigden zijn + inrichting. Kleinere kooien hingen links en rechts. In de uren dat Albertken hem + gezelschap hield, werd het houtwerk lichtblauw geschilderd en van gouden biesjes + voorzien. In hun verbeelding kweekten zij samen met zooveel bijval dat de hokken te + klein bleken voor het gevogelte. Intusschen sprenkelde en morste Albertken aan de + waterkraan.</p> + + <p>—De eerste kanarievogels waren groen, leerde Snepvangers.</p> + + <p>—Dat moet ge mij niet wijsmaken, weerde zich Albertken.</p> + + <p>—Manneken toch!...</p> + + <p>—Ik zeg niet dat ge beuzelt, Grootva, maar dan hebben ze u wat wijs + gemaakt...</p> + + <p>In het voorjaar ging hij bij Miranda vogels kiezen... Miranda wou niet dat hij + naar Willems ging, die maar kweekte voor de cens...</p> + + <p>—Is het raadzaam meer wijfjes bij een mannetje te zetten, vroeg + Snepvangers.</p> + + <p>—Ja, Snepvangers, hier op zolder kan ik het u wel zeggen, niemand hoort + ons... bij de kanarievogels kan men het riskeeren, dat gaat meestal... maar bij de + menschen loopt het verkeerd...</p> + + <p>—'t Is goed dat Albertken het niet hoort.</p> + + <p>De dikke Miranda lachte, maar ving onderwijl met zijn vlindernetje een kanarie, + nam voorzichtig het schuwtrillend, teere ding in zijn dikke reuzenhand en streelde + het zachtjes met zijn linker wijsvinger. Hij blies de veertjes op.</p> + + <p>—'t Zijn toch zoo'n broze dingskens, zei hij het beeft van angst in mijn + hand...</p> + + <p>—Zij hebben zoo niks om zich te verweren.</p> + + <p>—Als ik mijn hand toenijp is het dood, droomde Miranda, ik vraag mij af + waarom die beestjes geschapen zijn.</p> + + <p>—Och, zei Snepvangers, die ongeduldig werd en en aan zijn kooi dacht, we + moeten ons niks afvragen, maar voortvangen...</p> + + <p>—Dat is één, zei Miranda, bekeek nog even het licht-gele + lijfje, de ingetrokken pootjes en het fijne snaveltje, zie Snepvangers, het sluit + zijn oogskens van schrik... wie zou nu zoo iets weerloos kunnen kwaad doen...</p> + + <p>—De menschen doen niks anders...</p> + + <p>Snepvangers begon met vijf mannekens en met twaalf poppekens. Een blaadje sla + naast het bad, het raapzaad gemengd met witzaad, de klare fonteintjes en het + trosjeszaad, het droge zand op den grond en de vogels op hun roestjes, 't was alles + hij zei geen woord.</p> + + <p>Madame loofde, ingenomen door orde en netheid, de nieuwe kweekplaats. Marieken + werd door Albertken meegetroond, evenals Craen en zijn vrouw. Want het jongsken + deelde in den triomf. Zelfs Antoine kwam eens kijken, bleef een tijdje praten, + beloofde prima kwaliteit eten te bezorgen en was geen oogenblik verstrooid.</p> + + <p>Doch pas toen de eerste eitjes uitgebroed waren en de eerste, bloote, donzige + dingskens in het mosnestje wriemelden, kon Snepvangers, bijgestaan door Miranda, + Sander bewegen eens te komen zien. Alles nam hij nauwkeurig op, maar zei geen + woord.</p> + + <p>—Nu krijgen de beestjes harde eieren met fijngestampte beschuit, zei + Miranda.</p> + + <p>—Een brood in melk geweekt met maan en salaadzaad bestrooid, vulde + Snepvangers argeloos aan.</p> + + <p>—Ge moet van Lotje getikt zijn om in zoo'n klein geneuk uw cens te steken, + misprees de Speeker boosaardig, en zonder nog om te zien slefte hhij de kame uit, + de trappen af en de straat op.</p> + + <p>—'t Is toch 'n vieze, zei Snepvangers ontsteld.</p> + + <p>—Och, elk zijn goesting, troostte Miranda.</p> + + <p>Wanneer Snepvangers den volgenden morgen zijn spitsken buiten liet, las hij in + de oogen van Sander hoe diep hij in zijn achting gedaald was met het kweeken van + "klein geneuk".</p> + + <p>Snepvangers had veel meeval in de kanariekweekerij en zijn ambitie groeide er + door. Zijn huis was een zangpaleis. Van 's morgens vroeg zongen de vogels en vulden + de kamers met blij gekweel. Mijnheer was verrukt over zijn teere raskanaries. + Madame, alhoewel zij wel voor de verzorging mocht bijspringen, was zich ook aan de + "pietekens" gaan hechten.</p> + + <p>Daar Snepvangers voor zijn plezier kweekte schonk hij mild aan familie en + vrienden, de edele vogels in zijn broedkamer geboren. Overal zongen zijn Saksische + zangers. Het was zijn glorie zijn vogels te hooren roemen. Miranda was goed bedacht + geweest, want aan dezes zolder dankte hij de stamouders van zijn kooi. Intusschen + was zijn gevederde bevolking toch noch gestegen tot zes-en-negentig mannekens en + poppekens.</p> + + <p>En weer lagen, in den vierden kweekzomer, de poppekens op hun broze + sprikkeleitjes te broeien en gaapten en piepten de jongskens in de nesten.</p> + + <p>Op een zomermorgen zaten de echtelingen voor het hok de speelsch wippende + kanaries te bespieden. De vogels vlogen van hun roestjes op den vloer, pikten in + den eetbak, dronken aan de fonteintjes of lagen te vluggen in de badschoteltjes. + Een vreemde vogellucht hing in de kamer.</p> + + <p>—Miranda zegt ook dat ik veruit de schoonste vogels kweek, zei + Snepvangers.</p> + + <p>—Ge krijgt er te veel, oordeelde Madame.</p> + + <p>—Ja... maar wat kan ik er aan doen... ik geef er zooveel weg... en ik kan + er toch niet mee op de Vogelmarkt gaan staan...</p> + + <p>—Neen, dat gaat niet, bekende Madame.</p> + + <p>—En ik kan ze toch zoo ook maar niet op straat smijten...</p> + + <p>—Neen, dat kunt ge niet, zei peinzend Madame.</p> + + <p>—Daarvoor zou men het hart van een deurwaarder moeten hebben, vulde + Snepvangers aan, want hij kon niet scheiden van zijn vogels.</p> + + <p>Albertken, die pas zijn eerste communie had gedaan, was van lieverlede wat + losgeraakt van zijn Grootvader. Nog kwam hij wel af en toe naar de vogels kijken, + nog gingen zij wel eens samen wandelen naar den Dierentuin of naar het terras, maar + Albertken had n kameraadjes waarmee hij beter praten kon. Snepvangers voelde het + wel, maar troostte zich in het besef dat de jongen groot werd, zooveel te leeren + had, Fransch en Latijn, en verzot begon te worden op dat nieuwsoortig amusement, + het voetbalspel. Antoine vond het wilde stampen en smijten nuttig voor de + lichamelijke ontwikkeling, en Antoine was de vader!... Niet alleen de vader van + Albertken, maar van nog zes andere spruiten die net als zijn kanariejongskens, + gaapten en piepten en leven in huis brachten. Het jongste was weer een meisje en + Marieken had pas haar kerkgang achter den rug toen zij de plechtige eerste communie + van den oudsten vierden. Snepvangers dacht wel eens over de kinderen zooals zijn + vrouw over zijn kanaries, dat er te veel kwam! Maar de Drogist won rijkelijk zijn + brood en kon zich de weelde veroorloven, zooals Snepvangers zijn getal kanaries + niet moest beperken bij gebrek aan middelen.</p> + + <p>Albertken werd echter niet vervangen in de voorliefde van zijn Grootvader, die + oud werd en zich geen nieuwe kameraadschap met de kleinkinderen meer scheen aan te + passen. Madame kon beter om met het drukke troepje.</p> + + <p>Zekeren avond, in de zwoele maand Juli, hij had op zijn stade met Miranda een + pintje gedronken in "Het Zwarte Paard", wenkte Sander hem.</p> + + <p>—Hebt ge de gazet gelezen?</p> + + <p>—Neen, Sander ...</p> + + <p>—Er staat: Opgepast voor de Croaten!... en dat wil veel zeggen...</p> + + <p>Meer liet de Speeker niet los, vouwde zijn gazet toe en strompelde binnen. + Snepvangers rook een frissche hooilucht die den lauwen avond doorgeurde, Hoorde de + kinderen joelen op de Ossenmarkt. Alles was zoo rustig en gewoon en hij begreep + niks van de waarschuwing.</p> + + <p>'s Anderdaags hoorde hij de gazettenleurders verwoed op hun koperen trompetten + toeteren en gillen.</p> + + <p>—Wat is er toch aan gang, vroeg Snepvangers.</p> + + <p>—De tijden van Napoleon komen terug, voorspelde de Speeker, en kneep de + "Gazet van Antwerpen" in kreukels, er is oorlog tusschen Oostenrijk en + Servië...</p> + + <p>—Och, meende Snepvangers, 't is altijd ieverans oorlog in de wereld...</p> + + <p>—Wacht maar!...</p> + + <p>In zijn slaap werd hij opgeschrikt door het luiden van Carolus. Snepvangers + wipte zijn bed uit, vergat zijn slaapmuts en zijn bloote beenen en trok het + balconvenster open.—Een politieagent stond aan den overkant, hij hoorde het + raam knarsen en keek op.</p> + + <p>—Wat gebeurt er, vroeg Snepvangers.</p> + + <p>—De klassen worden binnengeroepen... straks schiet ik ook mijn + soldatentenueken aan, zei de agent.</p> + + <p>—Wel, wel, zei Snepvangers verbijsterd, stak zijn hand naar zijn hoofd uit + en werd zijn slaapmuts gewaar.</p> + + <p>Dan haastte hij zich het venster te sluiten en kroop terug in zijn bed.</p> + + <p>—Jezus-Mana, zuchtte Madame, wat gaan we nu nog beleven.</p> + + <p>—Dat moeten wij afwachten, oordeelde Snepvangers keerde zich om, sliep + koelbloedig snurkend in.</p> + + <p>Madame woelde nog lang slapeloos en vol onrust. Zij benijdde haar man die zoo + moedig en onverschrokken slapen kon wanneer onbekende gevaren hen bedreigden.</p> + + <p>Onder de algemeene paniek moest Snepvangers zich den volgenden dag van den + ernstigen toestand rekenschap geven. Hij zag de menschen samendrommen voor de + spaarkassen... In winkels en herbergen was plots het pasmunt onvindbaar, bankpapier + overstroomde de stad en de gapers lazen de plakkaten omtrent de opeisching van + paarden en rijtuigen voor het leger.</p> + + <p>Miranda stond bij Sander, die uit het dagblad voorlas: "Gij moogt het gerust + zeggen, verklaarde ons een officier, dat de Schelde, hoewel zij er den schijn niet + van heeft, verdedigd is gelijk mogelijk geen enkelen stroom van de wereld. Ook is + het te voorzien dat men ons langs daar niet zal aanvallen, want daar ligt ons + sterktepunt..."</p> + + <p>—Alles gaat duur worden, zei Miranda.</p> + + <p>—Zou het vogelzaad ook opslagen, vorschte Snepvangers.</p> + + <p>—Er komen Turcos gelijk in 't jaar zeventig, beloofde de Speeker, van die + half zwarten met roode pofbroeken.</p> + + <p>'s Zondags, in de kerk, hoorden Mijnheer en Madame de kondschap der Bisschoppen + aan de geloovigen: "Het uur is bedenkelijk. Angst en vreeze beklemt de harten. + Kinderen, vrouwen en moeders smelten in tranen. Edoch, met vasten stap en moed in + het hart trekken onze wakkere soldaten naar de grenzen..."</p> + + <p>—Snepvangers, fluisterde Madame, en er blonken tranen aan haar wimpers, + wat zullen wij in onzen ouden dag nog moeten onderstaan...</p> + + <p>—Ik ben van zins, antwoordde Snepvangers, en zijn gedachten hadden een + anderen koers, voor den opslag nog een vijftig liters vogelzaad te koopen ...</p> + + <p>Aan tafel gaf Antoine weer moed, verzekerde dat het land geen gevaar liep in den + strijd gewikkeld te worden. Op het goed vooruitzicht werd een lekkere flesch + geschonken.</p> + + <p>Opgemonterd verscheen Snepvangers 's Maandags met zijn spitsken in de + straat.</p> + + <p>—Er komt niks van, verzekerde hij aan Sander, Antoine heeft het + gezegd...</p> + + <p>—Wacht maar, gromde de Speeker, en blies door zijn goudsche pijp.</p> + + <p>Zij stonden een wijlken stil tot een vent voorbij holde.</p> + + <p>—'t Is oorlog, riep hij.</p> + + <p>—Watte?...</p> + + <p>De Speeker liet zijn pijp vallen en keek verwezen naar de scherven.</p> + + <p>—Ik hoor trommelen, Sander.</p> + + <p>—Snepvangers, nu valt er op te passen, fluisterde de Speeker + geheimzinnig.</p> + + <p>—Ze trommelen de gardecivikken op, meldde een straatbengel, 'k heb de + tamboers gezien... 't is oorlog...</p> + + <p>—Wel, daar gaat er, poddozie, een...</p> + + <p>—Ja, Snepvangers, dat is een trompetter die ook nog in den Oost gediend + heeft en in Tonkin... een duveltje... anders boodschapper aan de statie...</p> + + <p>—Hé, Mijnheer, is het waar, ondervroeg Snepvangers.</p> + + <p>—Ja, zei de trompetter van de burgerwacht, terwijl hij zijn gele koorden + schikte en naar zijn roodkoperen instrument keek, ja, ik zal mogen blazen... dat + heb ik nog gedaan... daar draag ik decoraties van...</p> + + <p>—Awel, peilde de Spreeker...</p> + + <p>—We moeten misschien naar de grens, blufte de man en liep door.</p> + + <p>—Dan kunnen wij gerust zijn, betrouwde de argelooze Snepvangers.</p> + + <p>—Onnoozele bloed, verachtte Sander.</p> + + <p>Zijn zonnig humeur bleef hem bij terwijl hij door de stad liep te gapen naar de + koortsige, opgewonden bedrijvigheid. Overal, aan stations en militaire gebouwen, + aan stadspoorten en aan magazijnen stonden burgerwachten, de bajonet op 't geweer, + en keken de burgers aan met de brani van oudsoldaten. Geen straat zonder + soldaten,—geen kroeg zonder woordvoerders, geen straathoek zonder + samenscholing van geburen. De bijzondere edities der dagbladen droegen in vette + titels: "'t Kanon aan 't woord!... Antwerpen in staat van beleg!"</p> + + <p>—Nu heeft de burgemeester niks meer te zeggen, nu is 't armee baas, leerde + Sander, en daar valt niet mee te lachen.</p> + —Maar waarom moesten wij toch in den oorlog komen, treurde Snepvangers,<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">wij zijn geen vechters...</span><br /> + + + <p>—We zullen het wel leeren, grimde Sander, en toonde zijn leelijke + tanden.</p> + + <p>Dinsdags joeg een onrust door de stad en het grauw plunderde de kaberdoeskens in + het Schipperskwartier. Snepvangers en zijn vrienden doken vroeg in hun woningen, + ontzet door het gehuil der bende. "Wij staan pal!" Dat stond boven het verwarde + mengelmoes van berichten. Een dag later scheen de stad plots in feest te staan; aan + al de gevels wapperden vlaggen en elkeen droeg een driekleurig strikje. Aan sommige + poorten waren echter de tramlijnen opgebroken.</p> + + <p>—'k Wist niet dat er zooveel vlaggen in de stad waren, verwonderde zich + Snepvangers.</p> + + <p>—Dat is om er den moed in te houden, zei Sander, op al de kerktorens + steekt nu een vlag.</p> + + <p>—'k Heb de eerste verpleegsters van het Rood Kruis gezien, vertelde + Miranda, allemaal in 't wit met witte kappekens op en roode kruiskens op de + mouw...</p> + + <p>—'t Zal 'n slag geven, misprees Sander de ongeluksprofeet, maar als ze + rond Antwerpen beginnen dan trek ik er uit...</p> + + <p>—Foei, Sander, berispte Snepvangers waardig, ge moet meer vaderlandsliefde + toonen, als ik zoo oud niet was ging ik nog als vrijwilliger op.</p> + + <p>—Och, Snepvangers!</p> + + <p>—Echt waar!... Er is een advocaat bezig met een Scheldekorps bijeen te + brengen... daar zou ik nog willen aan meedoen, maar ge moet kunnen zwemmen en dat + kan ik niet...</p> + + <p>—Ik, aarzelde Miranda, ik blijf bij mijn oud gedacht, geen man, geen + kanon! 't Is niet menschelijk elkaar doodschieten!...</p> + + <p>—Och kom, dat steekt zoo nauw niet, oordeelde Snepvangers, dat is niks... + Hebt ge de nieuw bankbriefjes van vijf frank al gezien?</p> + + <p>—De Burgemeester heeft prijzen vastgesteld voor eten en drinken! wist + Miranda.</p> + + <p>—z'Hebben weer twee spionnen gevangen, ze zaten in een kelderken aan de + statie gebakken visch te eten, meldde Snepvangers.</p> + + <p>—Ge moet maar lezen wat er allemaal gebeurt, zei Sander, ik zou van 's + morgens tot 's avonds niets anders doen dan gazetten lezen.</p> + + <p>—Zie, die piotten trekken uit!</p> + + <p>Een marschvaardig regiment. Dof klonken de stappen der zwaar bepakte piotten. + Zij droegen het geweer aan den riem, de zwartglimmende kepies aachteruitgeschoven + de blauwe kapotjassen opengeplooid zoodat de grijze broeken zichtbaar waren. Plots + zongen zij "De Vlaamsche Leeuw". Het doorrilde de drie vrienden en onwillekeurig + namen zij den hoed af.</p> + + <p>Nauwelijks een week later was Snepvangers het reeds beu gazetten te lezen. De + toestand bleef immer zeer goed!... Uit al de telegrammen kon hij geen klaar beeld + ontwarren en dan trof hem nog de plekken wit of zwart, die het werk van de censuur + aantoonde.</p> + + <p>Toen gebeurde het dat Snepvangers en Miranda de eerste gekwetsten zagen. Zij + kwamen uit het Station en werden in trams vervoerd... Hun gezichten Leken grauwe + vertrokken maskers, hun oogen zaten vol koorts, hun hoofden of armen waren + verbonden met doortrokken windsels. Zenuwachtig zogen zij op sigaren en sigaretten, + knikten de menschen toe of riepen iets. Ze leken wat verdwaasd. Miranda, de groote, + stevige houtdraaier, was zeer bleek geworden...</p> + + <p>—Ziet ge nu dat bloed, fluisterde hij met een krampachtig gelaat.</p> + + <p>—Nu ga ik niet meer zien, Miranda... en die kunnen nog loopen, maar die + anderen die op de berrie liggen, zei Snepvangers triestig.</p> + + <p>—En zij die ginder in den grond gestopt worden, Snepvangers.</p> + + <p>—Kom, laat ons maar stillekens naar huis gaan.</p> + + <p>In "Het Zwart Paard" dronken zij een borreltje, waarschijnlijk omdat het + schenken van sterke dranken nu verboden was. Zoo kwamen zij terug op hun verhaal. + Wanneer zij Sander vertelden wat zij gezien hadden, weerstreefde hij woest:</p> + + <p>—Dat is niks, laat ze maar vechten!...</p> + + <p>Snepvangers, al huilde hij met de wolven, hield in die dagen het meest van den + zachtzinnigen Miranda. Uren zaten zij bij de vogels te kijken en te spieden, te + luisteren naar het gefrazel der jonge mannekens... Zij hielden van de fijne, gele + donsschakeeringen, van de zoete, weeke kleur.</p> + + <p>Aandachtig zagen zij hoe de jongskens gespijsd werden, hoe de schuw-rille vogels + op en af vlogen elkaar beriepen, naast elkaar hokten of met vogelwreedheid elkaar + bepikten. Zij vergaten er het uitzicht der stad en de gebeurtenissen. Wanneer + Miranda zich een beetje te erg verlaat had, ging Snepvangers mee naar huis en kroop + mee op den zolder, waar de houtdraaier zijn werkhuis had. Samen wijsgeerden zij + over de wereld en over de Saksische kanarievogels.</p> + + <p>Zekeren middag kwam Albertken zijn grootvader opzoeken, die door het dwaas + bellen opschrok uit zijn middagslaapje. Albertken droeg een soldatenmuts.</p> + + <p>—Grootva, riep hij opgewonden, de Koning is in zijn paleis met de Koningin + en de Prinskens! We moeten gaan zien!</p> + + <p>—Ja, Albertken, onderwierp zich Snepvangers.</p> + + <p>Op de Meir, voor het Paleis, stonden zij te glarie-oogen, verloren in de + samenscholing. De zon ging onder en de klare hemel verduisterde. Plots jubelden zij + mee met de menigte al zagen zij niets.</p> + + <p>—Zijn het de Prinskens, Grootva?</p> + + <p>—Ja, Albertken!...</p> + + <p>Daarna bracht Snepvangers zijn kleinzoon naar huis. Antoine mompelde een + verstrooiden groet, verloren in krantenlectuur.</p> + + <p>—Ze vechten rond Diest, zei Marieken terloops, sprak dan over den + zuigeling, een meisje als een wolk.</p> + + <p>Later riep Sander hem om de gazet te toonen... Hij las de bovenschriften: + "Vreemde ruiters te Gheel! Dat is geen reden om het hoofd te verliezen!"</p> + + <p>—Ze komen naar hier, voorzag de Onheilsbode.</p> + + <p>—Nooit, meende Snepvangers waanwijs.</p> + + <p>—De Paus is dood!...</p> + + <p>—Als het maar waar is!</p> + + <p>—En de Generaal der Jezuïeten... En dat beteekent iets als die + sterven!...</p> + + <p>—Och!...</p> + + <p>—Brussel is ingenomen en ze vechten te Aerschot...</p> + + <p>—Ge moogt alles zoo zwart niet inzien, Sander!...</p> + + <p>—Ik heb mijn duiven verkocht... ik wil klaar zijn om te gaan loopen... + Verkoop uw kanarievogels, Snepvangers... Wij verkoopen de kousen en de saai, want + wij trekken er uit...</p> + + <p>—Ge zijt een bangerik, mompelde Snepvangers en stak ontstemd de straat + over.</p> + + <p>In zijn eersten slaap werd hij opgeschrikt door een vreemd geronk in de lucht. + Voor hij zijn vrouw kon antwoorden daverden ontploffingen... Het huis scheen te + beven en de ruiten te trillen.</p> + + <p>—Och, Snepvangers, kreunde Madame.</p> + + <p>—Blijf maar stillekens liggen, vrouw lief, suste hij, niet bang zijn, 't + is niks...</p> + + <p>Vol verteedering nam hij haar grijs hoofd in zijn arm, kuste haar en proefde + haar tranen.</p> + + <p>—Wij hebben nooit iemand kwaad gedaan,—troostte hij.</p> + + <p>—Maar de kinderen, nokte zij, de arme kinderen.</p> + + <p>—De arme kinderen!...</p> + + <p>Zij rilden onder het vreemd geweld dat in den nacht door de lucht joeg en + weenden samen... De wereld was uit haar gronden gerukt en boosheid en moordzucht + hielden feest. Nu verloren de menschen hun bezinning en wisten wat oorlog was en + vrede.</p> + + <p>Reeds vroeg kwam Miranda hem halen om te gaan kijken naar de verwoesting.</p> + + <p>—Neen, zei Snepvangers, dat wil ik niet zien... Er zijn dooden!...</p> + + <p>—Ik ga naar Marieken, verwittigde Madame nog zeer onder den indruk.</p> + + <p>Zij stonden op den drempel en zagen Sander en zijn vrouw, elk met een zwaar + valies beladen gereed om te vertrekken.</p> + + <p>—Awel, Sander?</p> + + <p>—Wat heb ik voorspeld, zegevierde Sander, wij trekken er uit, wij gaan + naar Ossendrecht... In Holland vechten ze niet...</p> + + <p>Ze zagen het koppel wegtrekken, zwoegend onder hun gepak. Het dikke + winkelvrouwtje dat nooit buiten kwam, trippelde voor haar man uit en was ook nu + weer baas, terwijl Sander, de sluwe bepeinzer, kalm aan zijn pijpje trok en haar + gedwee volgde.</p> + + <p>—Hardloopers, riep Snepvangers hen na.</p> + + <p>—Ik ga dan ook maar niet zien, besloot Miranda.</p> + + <p>—Wij zijn nog menschen, Miranda, kom liever eens naar mijn kanarievogels + zien.</p> + + <p>Dagelijks brachten de gazetten geruststellende tijdingen.</p> + + <p>Steeds bleek de toestand uitmuntend en de toekomst hoopvol. Wel stroomden + vluchtingen aan, maar zij werden in treinen gepakt en dieper in Vlaanderen + gezonden. Niemand scheen zich erg om die dakloozen te bekommeren, elk had genoeg + met zijn zorgen en zijn onrustige nachten. Menigeen lag geregeld te turen naar den + helderen sterrenhemel. De Russen waren nu de mannen die hen uit den nood zouden + helpen. Sommige sinjoren hadden permentelijk Russen op de Paardenmarkt gezien.</p> + + <p>—'t Gaat goed, verzekerde Snepvangers, de Russen zijn kleppers.</p> + + <p>Nu de Speeker hem met zijn zwartgalligheid niet meer verschrikken kon, zwom hij + weer onbekommerd in zijn gelukzalig optimisme. Hij wist dat er een nieuwe Paus + gekozen was, dat er te Leuven en in de buurt van Mechelen gevochten werd, stortte + zijn penning voor "Het Kind van den Soldaat" zorgde voor zijn vogels en luisterde + naar hun gefrazel, vreesde niet voor Antwerpen en sliep weer ongestoord en rustig. + Hij begreep niet waarom Madame haar zenuwen zoo overstuur bleven en zij heelder + nachten wakker lag.</p> + + <p>Na acht uur waren de herbergen thans gesloten en stond de stad in 't duister. In + het begin stak hem dat erg tegen. De stad geleek een dorp waar men met de kippen + naar bed moest! Doch Snepvangers schikte zich spoedig in de nieuwe regeling.</p> + + <p>Op een donkeren avond, nadat hij voor de deur van "Het Zwart Paard" van Miranda + afscheid had genomen, beleefde hij een vreemd avontuur.</p> + + <p>Het was heerlijk Septemberweer en de hemel zat doorweven met klare sterren. De + najaarskoelte klom amper door de straten. Het kanon donderde in de verte. + Snepvangers mijmerde!... Er werd fel gevochten... Wat vreeselijke dingen... Hij had + weer talrijke autos zien rijden, soldaten... en burgerwachten zien door de stad + trekken, menschen van het Rood Kruis ontmoet in de straten vol roerlooze vlaggen. + Een geluk voor Marieken dat Antoine vroeger een karot getrokken had om geen + gardecivik te moeten spelen... want nu bleef hij er fijntjes tusschen uit...</p> + + <p>Iemand liep hem op dat oogenblik tegen het lijf, zoodat hij er van schrok. Hij + rook een zwoele geur en dacht aan een barbierswinkel.</p> + + <p>—Gij deugniet, fluisterde een vrouwenstem.</p> + + <p>—Pardon, verontschuldigde zich Snepvangers.</p> + + <p>—'t Is niks, lieve jongen, gaat ge mee?... Ik ben zoo benauwd in 't + donker...</p> + + <p>—Ik ben geen lieve jongen, zei Snepvangers ernstig.</p> + + <p>—Och kom...</p> + + <p>—Ik ben geen lieve jongen, hield hij vol, ik ben een deftig oud + man!...</p> + + <p>—Ik zie het liefst oude heeren... Kom...</p> + + <p>—Wat denkt ge wel... ik ben getrouwd...</p> + + <p>—Dat is ook al niks... 't Is oorlog!...</p> + + <p>Toen was Snepvangers bang geworden voor de verleiding. In zijn hulpeloosheid had + hij een plotselinge ingeving.</p> + + <p>—Komt ge van God "sprekt", komt ge van den "duvel" vertrekt, sprak hij rad + en sloeg een kruis.</p> + + <p>De schaduw gleed luid lachend naast hem weg, opgeslorpt in de duisternis. Hij + was van streek thuis gekomen en had den koffiepot leeg gedronken om Op adem te + komen.</p> + + <p>—Wat is er toch gebeurd, vroeg Madame.</p> + + <p>—'t Is gevaarlijk in het donker...</p> + + <p>—Tegen een lantaarnpaal geloopen?</p> + + <p>—Neen... maar menschen zijn soms gevaarlijker...</p> + + <p>De vooruitzichten bleven gunstig. Er werd gevochten te Wetteren en te Ninove, te + Waelhem en te Kathelijne-Waver, te Duffel en te Lier, maar de Toestand heette + bevredigend.</p> + + <p>Snepvangers en Miranda kenden geen spanning, Antwerpen was veilig en de gazetten + erg bemoedigend. In de ijle Octoberluchten bulderde het reeds zoo wel bekend kanon. + Op Zondagavond kwam een agent in "Het Zwart Paard" den waard aanzeggen direct te + sluiten. Waarom, wist niemand... De stad was volledig in 't donker. 's Anderdaags + riep men dringend de jongens op om soldaat te worden.</p> + + <p>—Ik geloof toch... aarzelde Miranda.</p> + + <p>—Ja, zei Snepvangers, 't is een rare tijd.</p> + + <p>Met beklemd gemoed namen de vrienden afscheid om Woensdag morgen te vernemen dat + de toestand ernstig was.</p> + + <p>Snepvangers ging Antoine raadplegen.</p> + + <p>—Antwerpen wordt gebombardeerd, verklaarde de Drogist zeer laconisch + terwijl hij een rekening schreef en den winkelknecht bevelen gaf.</p> + + <p>—Maar dat is gevaarlijk, hakkelde Snepvangers, die zijn hart feller voelde + kloppen.</p> + + <p>—Och, schokschouderde Antoine, strategisten hebben berekend dat er 34 + bommen moeten vallen om één huis te treffen!... De autoriteiten + zeggen ons: "Kalmte!... Kalmte zal ook vrijwaren voor onvoorzichtigheid en + roekeloosheid. Wie een koel hoofd bewaart, redt zich waar anderen verloren gaan..." + Let maar op de voorzorgsmaatregelen!... Ik zal ze u nog eens voorlezen: "Zich niet + op straat wagen, doch binnenshuis blijven, bij voorkeur in de kelderingen. Water in + het bereik houden op elke verdieping om een begin van brand te blusschen. De + kelderopeningen opstoppen, 't zij met matrassen, 't zij met zakken zand. En dan op + Gods genade..."</p> + + <p>—'k Wou toch liever...</p> + + <p>—Vluchten, misprees Antoine, en lachte verachtelijk.</p> + + <p>—Neen, dat precies niet... maar ik dacht dat Antwerpen...</p> + + <p>—Kom, kom... Wie vluchten wil wordt verzocht in den kortsten tijd weg te + gaan in de richting van het Noorden of Noord-Oosten... want het bombardement heeft + geen invloed op den duur van onzen weerstand... Nu zult ge de hazen zien loopen, + hoonde Antoine, terwijl hij profijtelijk een pakje jujube woog voor een snoepziek + juffertje.</p> + + <p>—Nu komt de kat op de koord, wijsgeerde Snepvangers, en probeerde + onbevangen te kijken, ik ga Moeder maar gauw gerust stellen.</p> + + <p>—Komt tegen avond naar hier, verzocht Antoine, Papa en Mama komen ook... + hoe meer zielen hoe meer vreugde in onzen kelder...</p> + + <p>—Wij hebben ook 'n kelder, weigerde Snepvangers kort en ging korzelig + heen.</p> + + <p>Thuis vond hij Miranda die op hem zat te wachten.</p> + + <p>—De situatie was altijd goed, spotte Miranda bitter.</p> + + <p>—Ik heb me nooit laten beetnemen, loog Snepvangers met overtuiging, vraag + het maar aan mijn vrouw... Maar ik wou niemand ontmoedigen...</p> + + <p>Madame zat suf met de handen in den schoot en gaf geen bescheid.</p> + + <p>—Als ik maar wist waarheen, bekende Miranda, al was het naar het einde der + wereld.</p> + + <p>—Neen, zei Snepvangers, zoo erg is het ook niet... er zijn zooveel bommen + die verkeerd springen...</p> + + <p>—Ja, ik ben bang, zei de openhartige Miranda, maar mijn vrouw lacht mij + uit ... Ik kwam om u te helpen... Hebt ge zakken?</p> + + <p>Wanneer de zakken zand op de keldergaten lagen en de wateremmers klaar stonden, + trok Miranda weg. Na het eten, dat niet smaakte, kwam Snepvangers op den + huisdrempel zijn pijp rooken en kijken naar de zenuwachtige menschen die door de + straat trokken. Een paar buren zochten zijn gezelschap en samen dreven zij den spot + met de hardloopers...</p> + + <p>Een vlieger ronkte in de lucht en de kinderen zongen leuk:</p> + <span style="margin-left: 1em;">En komt er nog 'n Zeppelin.</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">'n Zeppelin!</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dan kruipen wij den kelder in,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">den kelder in!</span><br /> + + + <p>In de schemering kwam Madame terug van Marieken en de kinderen. Zij aten in + stilte, hoorden de klok tiktakken en bleven treuzelen.</p> + + <p>—Gaan we naar boven, polste Snepvangers.</p> + + <p>—Seffens zal het beginnen, zei Madame, laat ons maar liever in den kelder + gaan zitten.</p> + + <p>Zij namen een lamp en gingen naar beneden. Er stond een tafel en twee + fauteuils.</p> + + <p>—Wat een Christenmensch beleven moet,—zuchtte Madame.</p> + + <p>—Ik haal brood en boter, zei Snepvangers, als we eens honger krijgen in + den nacht.</p> + + <p>Amper was hij terug gezeten of daar brak het gehuil en gesis los boven de + stad.</p> + + <p>—Jezus, Maria!... kermde Madame.</p> + + <p>—Gelukkig dat er hier wat te verhapzakken valt!</p> + + <p>Snepvangers ontkurkte een flesch cognac en schonk zich een half bierglas in.</p> + + <p>—Gij ook wat, Mama?</p> + + <p>—Ja, want ik heb zoo'n pijn in mijn buik, kreunde zij.</p> + + <p>In de straat kermden voorbijhollende menschen en onophoudelijk floten de + bommen.</p> + + <p>—Ge kunt ze niet tellen, zei Snepvangers en nam een tweeden slok, terwijl + hij de trage wijzers van zijn uurwerk in het oog hield.</p> + + <p>Een beetje beverig had hij het van de ketting losgemaakt en op tafel gelegd. Een + wijl spraken zij geen gebenedijd woord. Spitsken lag onrustig onder tafel.</p> + + <p>—Ons laatste uur is geslagen, jammerde Madame dan akelig.</p> + + <p>—Bijlange niet, zei hij zoo luchtig mogelijk en nam nog een slokje om zich + op te monteren.</p> + + <p>—Jawel, Snepvangers.</p> + + <p>—Zeg dat niet, 't is zoo al erg genoeg!</p> + + <p>—Mijn hart is geen boontje groot... en Marieken, en de kinderen... Waren + wij maar samen!</p> + + <p>—Drink eens, moedigde Snepvangers aan die berouw had het verzoek van + Antoine te hebben afgewezen.</p> + + <p>Hij was zelf zeer aangedaan. Daar zaten zij nu alleen in dezen ongewelfden + kelder. Zijn oogen bleven steeds gericht op een spinrag boven in een hoek vol + schaduw. Dat was aan het waakzaam oog zijner vrouw ontsnapt. De stad scheen te + daveren.</p> + + <p>—Wij hebben samen al zooveel doorgemaakt, overwoog hij verteederd.</p> + + <p>—Ja, Snepvangers.</p> + + <p>—En als er iets moest gebeuren moeten wij niet bang zijn, wij zijn toch + samen.</p> + + <p>—Ja, Snepvangers.</p> + + <p>Zij sufte en hij dronk. Hij bleef bloednuchter, herdacht zijn leven en telde de + uren af die met slakkengang wegslopen... Eensklaps hoorde hij haar snikken en was + erg ontroerd. Hij kuste haar verrimpeld gezicht.</p> + + <p>—Zoo gauw als het licht wordt trekken wij er uit, Moeder, schep maar + moed... Kom, wij blijven niet in den kelder, we gaan koffie opschenken, dat zal ons + goed doen.</p> + + <p>Hij nam de lamp en gehoorzaam volgde zij hem naar de keuken. Spoedig zong de + waterketel.</p> + + <p>—Hier is het veel beter, zei Madame.</p> + + <p>—Ja, bepeinsde Snepvangers, wat zullen die arme kanarievogels schrik + hebben uitgestaan!... Seffens, als de dag in de lucht komt, ga ik naar de Torfbrug + de kinderen halen... Er hangt een spinneweb in den kelder...</p> + + <p>Met den dageraad zonk de verschrikking van den nacht weg. Madame trok naar den + kelder om de spin te verdrijven en Mijnheer ging de vogels verzorgen. Rond negen + uur dronken zij opnieuw koffie.</p> + + <p>—Wat gaan we met Spitsken doen, zei Madame bekommerd.</p> + + <p>—Ik breng hem bij Miranda!...</p> + + <p>—Ja.., en de vogels?</p> + + <p>—'k Heb ze eten en drinken gegeven ... Ze krijgen het niet op al blijven + wij een maand weg!</p> + + <p>—En wat gaan wij medenemen?</p> + + <p>—Al wat waarde heeft, oordeelde Snepvangers, maak de coffre-fort leeg in + dat klein valiesje... dat zal ik dragen... neem gij zoo wat mee wat we noodig + hebben...</p> + + <p>—Pas toch maar op, Snepvangers, een ongeluk ligt op een klein + plaatsken!</p> + + <p>—Och kom, zei hij moedig en stapte besloten den gang in, opende de + voordeur en stak voorzichtig het hoofd naar buiten.</p> + + <p>Overal stonden menschen en hielden beraad, anderen sleurden met pak en zak. + Juist toen het Snepvangers vrijwel veilig scheen hoorde hij weer het afschuwelijk + gefluit... Tzi... Tzi.</p> + + <p>—Kom, niet bang, Snepvangers, prevelde hij, en floot op Spitsken.</p> + + <p>Hij ging maar dicht langs de huizen en zag naar de keien.</p> + + <p>—Wij trekken er uit, mijnheer Snepvangers, riep iemand.</p> + + <p>Op de Paddengracht, hingen de winkeliers de luiken weer voor de vitrienen, uit + de Kattenstraat trok het volksken weg met beladen stootwagens. Miranda stond + hulpeloos aan zijn deur te kijken. Bij elken slag trok hij het hoofd in en + rilde.</p> + + <p>—Mijn vrouw wil weg, zei Snepvangers.</p> + + <p>—Dat begrijp ik...</p> + + <p>—Maar we kunnen Spitsken niet meenemen...</p> + + <p>—Laat hem maar hier... en de vogels...</p> + + <p>—Daar heb ik voor gezorgd... 'k Ga de kinderen halen... We komen rap + terug... 't Zal wel zoo erg niet doen.</p> + + <p>—'k Ben zoo bang, kreunde Miranda, de gardecivikken moeten niet + meevechten.</p> + + <p>—Ge moet niet bang zijn, troostte Snepvangers vriendelijk, terwijl hij de + Keizerstraat introk en Spitsken hoorde blaffen.</p> + + <p>Onderweg ontmoette hij burgerwachten zonder wapens, midden in de straat lag een + soldatenmuts.</p> + + <p>— Het Zuid ligt plat, hoorde hij een zeggen.</p> + + <p>De vluchtelingen togen over de Minderbroedersrui en Snepvangers liep hen + onwillekeurig na, sloop langs de huizen door de oude stad en kwam voor het + Stadhuis. Hier wierpen de gardecivikken hun wapens ordeloos op een hoop, geweren, + ransels, bajonetten en gordels vol kogels. Het volk ijlde voorbij. Snepvangers + kreeg een vol besef van den benarden toestand. Waarom had hij een omweg gemaakt? De + Suikerrui zag zwart van menschen die over de Scheldebrug wilden vluchten, maar + opgehouden werden door het leger in aftocht. Dan spoedde hij zich naar de Torfburg + waar de winkel gesloten was. Antoine kwam de deur openen.</p> + + <p>—Maakt u maar gauw klaar, zei Snepvangers, 't is maar voor de vrouwen.</p> + + <p>—Wij blijven, besliste de Drogist.</p> + + <p>—Marieken, riep Snepvangers en schoof zijn schoonzoon op zij, zet uw hoed + op en roep de kinderen...</p> + + <p>—Wij blijven, zei Marieken kordaat.</p> + + <p>—Ik ben niet zot! Moeder sterft puur van angst, en ons leven gaat voor + alles...</p> + + <p>—Wij blijven, zei Craen, met zijn hoofd even buiten de kelderdeur.</p> + + <p>Craen zag zeer rood van in den kelder te verblijven, en Snepvangers scheen het + dat zijn tong eenigszins dubbel sloeg.</p> + + <p>—Wij zitten in een sterk gewelfden kelder, betoogde Antoine, wij hebben + onze voorzorgen genomen... zakken zand...</p> + + <p>—Ja, dat ben ik, die flauwskens... zakken zand en emmers water... ieder + zijn goesting, meende hij verachtelijk, maar ik denk er het mijne van, zoo uw + kinderen aan het gevaar bloot te stellen...</p> + + <p>—De kinderen, sprak Antoine lijzig, de kinderen zullen later fier zijn het + bombardement te hebben meegemaakt...</p> + + <p>—Vooral de zuigelingen, onderbrak Snepvangers ongeduldig, ik laat mijn + vrouw niet in dat gevaar,... Saluut!</p> + + <p>Hij was zeer verbolgen en dacht niet eens na dat hij zijn gewone schuwheid + tegenover Antoine had afgelegd. In een adem stapte hij naar huis, kwam meer en meer + onder den panischen schrik die de menschen voortjoeg. De zon scheen uit de + teerblauwe lucht waaruit het geweld zong met rekkend gehuil.</p> + + <p>Madame stond klaar en gaf hem het handtasje.</p> + + <p>—'k Heb het gedacht, snikte zij, willen wij dan ook maar blijven.</p> + + <p>—Ze moesten maar zoo koppig niet zijn... Wij trekken er uit... Ik wil niet + dat gij ziek wordt van schrik...</p> + + <p>Hij draaide den sleutel om, trok nog eens aan het handvatsel en stapte naast + zijn vrouw langs den weg die Sander enkele dagen vroeger genomen had. Zij keken + niet om en dorsten elkaar niet bezien want zij hadden tranen in de oogen.</p> + + <p>Hoe verder zij kwamen hoe meer stootwagens, karren en rijtuigen zij zagen. + Mannen en vrouwen zwoegden onder vreemd gepak; kinderen schreiden, er werd geroepen + en gekeven. Aan den Dam, voor het station, stond een trein met roode kruisen + beschilderd.</p> + + <p>De karavaan toog maar traagjes voort naar Merxem. Zij moesten uitwijken voor een + kruiwagen en een bakkerskar, stonden plots buiten het gedrang.</p> + + <p>—'k Ben zoo moe, kloeg Madame, mijn voeten weigeren mij te dragen.</p> + + <p>Snepvangers dacht aan den langen weg, zag weer naar den roodkruistrein en had + een gelukkige ingeving. Wie weet was daar geen plaatsken te veroveren! Met geld en + schoon woorden bekomt men veel... Zij kwamen op het perron, de trein floot en voor + zij het precies begrepen, waren zij in het gedrang opgestuwd in een wagen, tusschen + opgetimmerde brancards.</p> + + <p>—Ge moet maar uit uw oogen zien, zei Snepvangers voldaan, hier is het + beter dan in een kelder.</p> + + <p>Madame kreeg een plaatsken naast een dienstmeisje met witten voorschoot die + ongeschilde appelen at. Mijnheer nam zijn valiesje als schabel.</p> + + <p>—Geef nu maar een boterham, Moeder, zei hij opgewekt.</p> + + <p>Zij stak haar taschje naar hem uit.</p> + + <p>—Wat is dat?</p> + + <p>—Mijn korfken met eten, zei ze.</p> + + <p>—Wat?</p> + + <p>In haar onthutstheid had zij het leege eiermandje meegenomen....</p> + + <p>—Neem een appel, Madame, troostte de meid.</p> + + <p>—Wel ja, lachte Snepvangers en nam een appel, geef dat ding hier, dat + kunnen we toch niet meesleuren.</p> + + <p>Hij wierp het korfje in gevlochten ijzerdraad uit het raampje, zag een vlieger + toeren boven den Polder en menschen langs de wegen trekken, een zwarte zwerm + gelijk.</p> + + <p>—Die arm beestjes, klaagde Madame.</p> + + <p>—De beestjes? bedacht de meid.</p> + + <p>—Ja, de kanarievogels!</p> + + <p>De meid verslikte zich in haar appel, beloerde gichelend de suffe vrouw.</p> + + <p>—'t Is niet om te lachen, zei Snepvangers gebelgd en knabbelde aan het + klokhuis.</p> + + <p>Een burgerwacht in uniform met slappen hoed op het hoofd vertelde luidop zijn + wedervaren.... Hij had den nacht op de wallen dienst gedaan en de bommen zien + neerslagen. De kapitein en zijn compagnie waren afgetrokken en hadden hem + vergeten.</p> + + <p>Aan elk station hield de trein stil en kropen er nog menschen in de stampvolle + wagons. Zij zaten nu tot op den tender, en men hoorde hun schoenengebons boven het + hoofd.</p> + + <p>Het duurde uren en uren. Plots werden de raamkens neergelaten en een gejuich + steeg uit den trein. Mijnheer jubelde mee.</p> + + <p>—Is 't gedaan? vroeg Madame.</p> + + <p>—Wij zijn over de grens, zei Mijnheer en stak een sigaar op, ik hoor geen + kanon meer!...</p> + + <p>—Mijn appelen zijn op, meldde de meid.</p> + + <p>Klokslag vier uur stond de trein stil op het rangeerterrein te Rozendael. Met + gestommel en lawaai trokken de vluchtelingen over de banen, door Ondergrondsche + gangen en stonden plots voor het station op een open plein vol menschen, vol + luidruchtige Sinjoren.</p> + + <p>—Wel, wie dat we daar hebben, riep een man.</p> + + <p>'t Was de Verdierenpikker die verheugd en opgewonden, de handen vooruit, op hen + toetrad.</p> + + <p>—Toch ook weggetrokken?</p> + + <p>—Dat geloof ik wel, verontschuldigde zich Snepvangers, heel het Zuid ligt + plat.</p> + + <p>—En de kinderen die daar in een kelder zitten, griende Madame.</p> + + <p>—'t Is dom zoo uw schoon leven te riskeeren, zei de Verdierenpikker.</p> + + <p>—Ja, blufte Snepvangers, ik was toch ook gebleven, al was het maar voor + mijn kanarievogels, maar ik wou mijn vrouw redden...</p> + + <p>—Mijnheer, Mijnheer, jammerde een dik zweetend heerken, staat mijn huis er + nog in de Lozanastraat?</p> + + <p>—Alles ligt plat, het Justiciepaleis en al de huizen in den omtrek, + getuigde Snepvangers heel wreedaardig, we zijn onder de bommen weggeloopen en per + mirakel ontsnapt.</p> + + <p>—Wat een ongeluk prevelde het blozend manneken ntdaan.</p> + + <p>—'t Is oorlog, troostte Snepvangers, ja 't is oorlog, herhaalde hij + luchtig, maar dat belet niet dat ik honger heb... Kom, Moeder, we gaan wat + eten.</p> + + <p>—Kom maar mee, zei de Verdierenpikker, ik weet waar ge zijn moet.</p> + + <p>Zij lieten het heerken staan en trokken de markt over naar een hotel, waar zij, + na lang wachten en trommelen op de tafel, een biefstuk met gebakken aardappelen + bemachtigden.</p> + + <p>Zij zaten omgeven van Antwerpenaars die druk hun lotgevallen bespraken en + dorstig van ontroering, pintjes dronken. Het leek wel een kermisvolte.</p> + + <p>—Garcon, riep Snepvangers, toen hij verzadigd was en zijn derde glas + gedronken had.</p> + + <p>—Hier heeten de garçons allemaal Jan leerde de Verdierenpikker.</p> + + <p>—Awel, Jan, riep Snepvangers, kunnen we hier logeeren.</p> + + <p>—Alles is vol, Menheer, nergens vindt u nog onderkomen, beweerde de man + terwijl hij het drinkgeld opstreek.</p> + + <p>—Ja maar, we moeten toch slapen, verzette zich Snepvangers in zijn + zekerheid getroffen.</p> + + <p>—Dat zal wel, Menheer, gaf Jan toe en schoof naar een ander tafel.</p> + + <p>—Maar die is in mijn botten, kloeg Snepvangers, we kunnen toch niet onder + den blooten hemel slapen.</p> + + <p>—Of hier op een stoel, vulde Madame aan,—waar logeert Mijnheer?</p> + + <p>—Ik, zei de Verdierenpikker genoegelijk, aan mij moet ge niet denken, ik + heb een kamer boven een boterwinkel!</p> + + <p>—Maar wij?</p> + + <p>—Daar hebt ge het kot van den manken hannen.</p> + + <p>—Kom, we zullen eens gaan zoeken... een kruier heeft mij geholpen...</p> + + <p>—Een kruier, wat is dat?</p> + + <p>—Wel, Snepvangers, leerde de Verdierenpikker, 't is te zien dat ge pas in + Holland zijt, een kruier dat is zoo'n vent... ge weet wel...</p> + + <p>—Neen, ontkende Snepvangers.</p> + + <p>—Wel zoo'n vent die commissies doet... een boodschapper.</p> + + <p>—Zoo een met een koperen plaat op zijn klak die aan de statie staat? vroeg + Madame.</p> + + <p>—Precies!</p> + + <p>Op het plein, door de rumoerige menigte die er met krijtende kinderen en vreemd + gepak bivakkeerden, keerden zij weer naar het station waar vluchtelingen af en aan + liepen. De kruier zagen zij niet. Van ontsteltenis kregen zij telkens dorst.</p> + + <p>—Wat zijn de soldaten toch braaf, zei Madame, zie maar eens hoe zij de + arme menschen helpen.</p> + + <p>—Ze dragen de pakken en deelen hun brood uit, zei Snepvangers verteederd, + dat heb ik nog nooit gezien...</p> + + <p>—De Hollanders hebben zoo'n compassie met ons... ik moest eerlijk niet + veel hebben van 'nen kouden Hollander... maar nu, nu ken ik ze beter... Ze staan + hun eigen bed af voor vreemde menschen... 't is danig goed volk.</p> + + <p>—Hadden wij ook maar een bed, betreurde Snepvangers.</p> + + <p>—Maar heel Antwerpen is hier, beweerde de Verdierenpikker, ik vrees dat ge + dieper het land zult moeten intrekken!</p> + + <p>—Maar heden avond toch niet, jammerde Madame, seffens is het donker en in + een vreemd land waar men den weg niet... Was ik maar in onzen kelder gebleven... + die arme vogeltjes...</p> + + <p>Wanneer zij in de schemering, voor de vijfde maal de trappen van het + stationsgebouw bestegen, liepen zij tegen den kruier aan.</p> + + <p>—Kruier, riep de Verdierenpikker.</p> + + <p>—Menheer, zei de man, en tikte eventjes aan zijn pet.</p> + + <p>—Madame en Mijnheer Snepvangers moeten een kamer hebben.</p> + + <p>—Ik weet niks meer!</p> + + <p>—Dat is gauw gezegd, maar ze kunnen toch niet onder den blooten hemel + slapen!</p> + + <p>—Het zal wel moeten... of in de wachtzaal...</p> + + <p>—Neen, Kruier, 't zijn deftige menschen... Mijnheer was kandidaat voor den + Gemeenteraad...</p> + + <p>—Het mag kosten wat het wil, steunde Snepvangers en stopte den man een + half franksken in de hand.</p> + + <p>—Ja, aarzelde de Kruier, mogelijk zou ik iets kunnen doen... ingeval + Menheer en Mevrouw met mijn bed zich wilden vergenoegen...</p> + + <p>—Wel natuurlijk, zei Snepvangers, 't is oorlog... en wij Sinjoren zijn + ongegeneerde menschen... Mijnheer de kruier, ge zijt 'n reddende engel...</p> + + <p>—Heb ik het niet voorspeld? triomfeerde de Verdierenpikker.</p> + + <p>—Mevrouw zal wel vermoeid zijn,—zei de Kruier laat ons maar + opstappen... daarbij moet ik mijn vrouw nog verwittigen...</p> + + <p>—En waar zult gij dan slapen? vroeg Madame.</p> + + <p>—We hebben nog een zolderkamertje, Mevrouw, en Mevrouw zal het met + één matras moeten stellen, wij nemen dan de andere... Rechtuit + loopen, Heeren, 't is nog een eindje voorbij de boterzaak waar Menheer logeert.</p> + + <p>—Wat beleefde commissionnair, fluisterde Madame.</p> + + <p>Nadat de Verdierenpikker afscheid genomen had,—'s anderendaags zouden zij + elkaar weer ontmoeten en verder zien wat hen te doen stond,—liepen de + echtgenooten naast den kruier voort. Overal aan de deuren stonden vluchtelingen te + praten met de gastheeren... De weg scheen lang in het duister. In de verte floten + de treinen.</p> + + <p>—Er komen er nog meer, beloofde Madame.</p> + + <p>—'t Is toch vreeselijk, Mevrouw, en Antwerpen was een mooie stad... Ik was + wel eens te Antwerpen...</p> + + <p>—Een schoone stad... Dat zou ik gelooven, zei Madame trotsch.</p> + + <p>—Heel wat anders dan Brussel of Rozendaal, onderbrak Snepvangers, uw + statiegebouw is anders wel schoon... wel mooi wil ik zeggen... ja, Kruier, ik zal + gauw Hollandsch spreken, wacht maar een beetje... maar kunt ge u wel voorstellen + wat een bombardement is?</p> + + <p>Hij hield den man staan en keek hem in het wit der oogen.</p> + + <p>—Neen, menheer, alles vliegt kapot of in brand zeker?</p> + + <p>—Ja dat is het... de kanonballen huilen in de lucht... ge ziet ze naar + beneden komen en trekt in het begin den kop in... maar ge raakt eraan gewoon... het + deed ons niks meer... we telden ze...</p> + + <p>—Maar Snepvangers toch...</p> + + <p>—Mijn vrouw was bang ... maar ik ben onder het bombardement naar mijn + dochter geweest om de kinderen te zien... Die waren allemaal zoo moedig dat zij + niet eens wilden vluchten.</p> + + <p>—Ze zijn misschien al dood, nokte Madame.</p> + + <p>—Men mag zich nooit het ergste verbeelden, Mevrouw.</p> + + <p>—Dat zeg ik ook... maar nu weten wij van den oorlog mee te spreken...</p> + + <p>In een straat, aan weerszijden met kleine arbeiderswoningen bebouwd, woonde de + kruier. Hij draaide het gaslicht op in het voorkamertje, verontschuldigde zich dat + hij even zijn vrouw ging verwittigen.</p> + + <p>—'t Riekt hier naar gebakken haring, vezelde Madame.</p> + + <p>—'k Zou er wel een lusten, bekende Snepvangers.</p> + + <p>Dan zaten zij stil te kijken naar het tafeltapijt, naar de kleerkast, de potjes + op het schouwblad, en naar een portret der Koningin dat aan den wand hing.</p> + + <p>—Ik geloof dat het protestanten zijn, zei Mevrouw onthutst.</p> + + <p>—Och, Moeder, dat zijn ook menschen, en...</p> + + <p>De deur piepte en een magere vrouw met een zwarte muts op het hoofd kwam, + gevolgd door den Kruier, binnen.</p> + + <p>—Welkom, Mevrouw en Menheer, spijtig dat wij zoo eng behuisd zijn... + Mevrouw zal zich moeten behelpen met wat we aanbieden kunnen ...</p> + + <p>—Maar 't is van harte gegund... de menschen moeten elkaar behelpen in deze + benarde tijden, voegde de Kruier er aan toe.</p> + + <p>—Wij behooren maar tot den arbeidenden stand, Mevrouw.</p> + + <p>—Ja maar, zei Snepvangers, ik vind het heel schoon... mooi wil ik zeggen, + maar ge moet zeggen wat het kost...</p> + + <p>—Neen, weerde de huisvrouw af, wij doen wat wij kunnen, elkeen heeft + vluchtelingen in huis.</p> + + <p>Maar Snepvangers drong aan, wou en zou betalen.</p> + + <p>—Ik zou eerst maar een avondboterhammetje eten en het bed eens probeeren, + dan kunnen we morgen verder praten, besloot de huisvrouw.</p> + + <p>Zij dronken samen een kommetje slappen koffie en aten boterhammen met kaas. Dan + ging de Kruier met zijn vluchteling nog een slaapsmutsken drinken in een kroeg in + de buurt, waar men de laatste berichten uit de brandende stad vernam.</p> + + <p>—Menheer is onder de bommen weggevlucht, pochte de Kruier.</p> + + <p>—Ik weet soms niet of ik nog leef, zei Snepvangers bescheiden.</p> + + <p>—Zoodra het bombardement gedaan is ga ik eens kijken, bedacht de Waard, + terwijl hij kalmpjes zijn pijp rookte, ik ben neutraal!</p> + + <p>Toen de mannen thuis kwamen schenen zij oude vrienden. Snepvangers had zijn + halve levensloop verteld. De vrouwen zaten gezelligjes in de voorkamer. Madame had + de huisvrouw geholpen om de matras af te trekken en het bed te verschoonen. + Eventjes zaten zij nog rustig bijeen dan ging de Kruier met zijn vrouw naar boven + want het zou weer vroeg dag zijn.</p> + + <p>Snepvangers geeuwde terwijl hij de deur afsloot. Madame opende de deuren der + alkoof.</p> + + <p>—'t Is proper, getuigde zij en sloeg de lakens open.</p> + + <p>—Maar 't is benauwd in de kamer, oordeelde Snepvangers, en 't riekt naar + haring.</p> + + <p>—Ge droomt, Snepvangers,</p> + + <p>—Ook goed, onderwierp zich de man.</p> + + <p>Hij lei zijn valiesje boven zijn hoofdkussen, vleide zich neer en begon direct + te ronken.</p> + + <p>Madame kon niet slapen, lag te woelen en te zuchten. Zij dacht aan de kinderen. + Wat zou er met hen gebeurd zijn? Snepvangers scheen geen kommer te kennen, die + peinsde noch aan zijn huis noch aan hen die achtergebleven waren. In haar + verbeelding hoorde zij het gedaver van het vuur dat Antwerpen bestreek. Wat zou er + hen nog boven het hoofd hangen. Zij zaten In een vreemd land en genoten de + gastvrijheid, sliepen in andermans bed, mochten zich nog gelukkig achten want + duizenden hadden geen onderkomen.</p> + + <p>Wanneer zij opstonden was de Kruier al de baan op. Het ontbijt stond klaar in de + keuken.</p> + + <p>—Goed geslapen, Mevrouw en Menheer?</p> + + <p>—Heel goed, zei Snepvangers, maar laat ons nu eens condities maken.</p> + + <p>—Ge zijt onze gasten!</p> + + <p>—Als ik niet mag betalen, dan trek ik er uit, dreigde Snepvangers, ik wil + op niemands kap leven...</p> + + <p>—Dat zal Menheer niet doen, smeekte de huisvrouw, wat zullen de buren wel + denken...</p> + + <p>—Laat ons dan accoord maken...</p> + + <p>—Wel... laat ons dan zeggen een gulden!... Dat is toch niet + overdreven...</p> + + <p>—Een gulden? ... En dan vertellen ze dat Holland een duur land is... neen + dat gaat niet... ik zeg drie gulden, dat betaal ik overal in een hotel... en dan is + het goedkoop... En nu ga ik eens zien naar de statie; gaat ge mee Moeder?</p> + + <p>—Ik blijf liever thuis en zal Madame helpen ...</p> + + <p>Snepvangers trok blijmoedig op, kocht voor een dubbeltje sigaren en ging dan + naar den boterwinkel om zijn vriend af te halen die juist zijn tweede lichtgekookt + eitje uitlepelde.</p> + + <p>Voor het station was de beweging even druk als den vorigen dag. Wagens en karren + kwamen het plein opgereden, mannen zwoegden onder hun gepak, soldaten hielpen, + vrouwen sleurden met drenzerige kinderen. Snepvangers sloeg het leven welgevallig + gade, liep met den Verdierenpikker rookend van groepje tot groepje om van de vlucht + te hooren vertellen en de varende geruchten op te vangen. Soms werden zij + aangesproken en dan gaf Snepvangers raad.</p> + + <p>—Ge moet dieper Holland intrekken, hier is geen bed meer te vinden...</p> + + <p>—Dat hebben de soldaten ook gezegd...</p> + + <p>—Spreekt jandorie geen kwaad van de soldaten, en de Hollanders dat zijn + menschen...</p> + + <p>—Dan zullen we maar naar Amsterdam gaan...</p> + + <p>—Mooi zoo, zei Snepvangers dan met een effen gezicht, ingenomen met zijn + Hollandsch woord en zijn goedkoope sigaar.</p> + + <p>'s Namiddags hadden zij tot verpoozing een bijeenkomst van landgenooten. Na het + eten zocht Snepvangers weer zijn vriend op en trokken zij naar de vergadering. De + voorzitter sprak Fransch, zette de toehoorders aan om goeden moed te houden, want + de kansen gingen keeren.</p> + + <p>—Waarom moeten die mannen altijd Fransch parleeren, zei de Verdierenpikker + misnoegd.</p> + + <p>—Och dat is zoo de chic, verzekerde Snepvangers, kom, hij weet er toch + niks meer van dan wij ... Holland is toch nog een land ... hier kunt ge altijd + sigaren rooken ...</p> + + <p>'s Avonds ging hij weer een slaapmutsken drinken met zijn gastheer. Snepvangers + betaalde... Hij sliep daarna weer godzalig en vermoedde niet eens dat zijn vrouw + heel den langen nacht slapeloos lag te dubben.</p> + + <p>Hij trok 's morgens weer de stad in alsof hij nooit anders gedaan had, zeer op + zijn gemak in de drukte. Op het plein vernamen zij dat Antwerpen gevallen was en + het bombardement had opgehouden. Het gaf een opluchting. De vergadering was nog + beter bezocht dan den vorigen dag. De voorzitter sprak weer Fransch, hij was een + Antwerpsch advokaat, en hij stelde voor een bestuur te kiezen dat de belangen der + vluchtelingen zou behartigen en den toestand onderzoeken. Dagelijks zouden zij + samenkomen. Snepvangers werd op voorstel van den Verdierenpikker in het bestuur + verkozen. Op zijn verzoek werd een dankbetuiging gestemd aan de stedelijke + bevolking en de Wethouders van Rozendaal, aan het Magistraat van Antwerpen en aan + den Heer Voorzitter voor zijn wijs beleid. Zijn rede werd zeer toegejucht en had + voor gevolg dat hij met twee andere heeren aangeduid werd om naar Bergen op Zoom te + reizen en aldaar met het plaatselijk Comiteit te Onderhandelen over de te treffen + maatregelen van algemeen belang.</p> + + <p>'s Zondags ging hij met zijn vrouw naar de hoogmis, later alleen naar de + vergadering. Daar vernam hij schrikbarende dingen.</p> + + <p>—We mogen nog niet terugkeeren, verklaarde hij aan zijn vrouw, terwijl hij + in de alkoof stapte.</p> + + <p>De reis naar Bergen op Zoom verliep naar wensch. Daar ook vergaderde het + Comiteit regelmatig alle dagen, evenals te Breda, in den Haag, te Vlissingen en + elders. Hij had er de groeten overgebracht van stad- en Landgenooten die te + Rozendaal onderdak hadden gevonden, menig glas gedronken en veel zweet verloren in + den stoomtram.</p> + + <p>Zijn dagen waren zeer gevuld. Reeds vroeg haalde hij zijn vriend af, ging naar + het wisselkantoor Belgisch geld ruilen tegen Hollandsche guldens, daarna kijken en + nieuwtjes visschen in den omtrek van het station, eten en vergaderen om den dag te + besluiten met zijn gastheer in het gezellig kroegje.</p> + + <p>Op Zaterdagavond kwam de Waard hem tegemoet.</p> + + <p>—Menheer Snepvangers, zei hij, ik ben te Antwerpen geweest, per fiets heen + en weer, en 'k heb het genoegen u mee te deelen...</p> + + <p>—Zeg het rap, onderbrak Snepvangers ongeduldig...</p> + + <p>—Uw huis is onbeschadigd en uw familie stelt het naar wensch...</p> + + <p>—Jongen, dankte Snepvangers ontroerd, als ik ooit voor u iets doen kan... + door een vuur loopen...</p> + + <p>—Dat is te warm, Menheer, schertste de Waard.</p> + + <p>—Dat zal wel, zei Snepvangers droomend, nu ga ik gauw mijne vrouw + verwittigen...</p> + + <p>—Het kan niet zijn, snikte Madame.</p> + + <p>—Van mijn kanarievogels heeft hij niks gezegd...</p> + + <p>—Wat zullen zij angst hebben uitgestaan!</p> + + <p>—Die arme vogeltjes...</p> + + <p>—Neen, de kinderen, Snepvangers!</p> + + <p>—Willen wij morgen naar huis gaan?</p> + + <p>—En het Comiteit?</p> + + <p>—Och Comiteit... Dat doet toch niks als vergaderen... Morgen vertrekken er + treinen... 't is er rustig... want er komen Heeren uit Antwerpen spreken om het + volk an te zetten weer naar huis te keeren... Ik ga den Verdierenpikker + verwittigen...</p> + + <p>—Ja, zei Madame gedwee.</p> + + <p>—Teruggaan?... Ik terug naar Antwerpen,... nepvangers, gij moogt mij veel + vragen, maar dat niet... Ik stierf nog liever... ik trek naar Amerika, naar overal + waar niet gevochten wordt, verklaarde de Verdierenpikker.</p> + + <p>—Ik ga naar Antwerpen, hield Snepvangers moedig vol.</p> + + <p>—Er staat geen huis meer recht... Ze zullen u krijgsgevangen nemen... denk + toch na... en het Comiteit...</p> + + <p>—Ik ga, morgen vroeg al...</p> + + <p>—Als gij uw leven wilt riskeeren... ge zijt oud en wijs genoeg...</p> + + <p>—Dat hoop ik!</p> + + <p>—Snepvangers, hier is mijn deursleutel...</p> + + <p>—Wat zal ik er mee aanvangen?</p> + + <p>—We zijn altijd vrienden geweest... ga eens naar mijn huis zien... en naar + mijn eigendommen... en schrijf eens een woordje... als ge ginder gezond mocht + aankomen...</p> + + <p>—Dat zal ik, beloofde Snepvangers.</p> + + <p>Nog denzelfden avond rekenden zij af met den Kruier, inviteerden den gastheer en + zijn vrouw om eens naar Antwerpen te komen.</p> + + <p>Ditmaal sliep Snepvangers ook niet, Het alkoofbed scheen hem hard en bedompt. + Madame had medelijden met zijn steunen.</p> + + <p>—Morgen slapen wij in ons eigen bed, troostte zij.</p> + + <p>—Wat zal ik blij zijn... We kennen Holland nu... 't is een aardig land... + de menschen zijn goed... heel goed zelfs... de sigaren zijn goedkoop... maar toch. + Oost West, thuis best... Ik begon anders goed Hollandsch te praten en met gulden en + dubbeltjes te rekenen... En nu heb ik niks gekocht voor Albertken...</p> + + <p>De vrouw van den kruier weende bij het afscheid en Madame had moeite om haar + tranen te bedwingen.</p> + + <p>Zij kwamen veel te vroeg aan het station, kochten nog een paar doosjes Haagsche + Hopjes voor de kinderen...</p> + + <p>—Er wagen zich nog maar weinigen, waarschuwde de Kruier die hen vergezelde + op het perron.</p> + + <p>—Och, misprees Snepvangers, dat is de schuld van die Comiteiten, die maken + de menschen bang... er is absoluut geen gevaar meer... al de stadhuisklerken gaan + terug...</p> + + <p>Eindelijk werden de deurkens toegesmeten.—Snepvangers leunde door het + raampje, zag een Antwerpsen kaaiagent, die den dienst van treinwachter deed, + opwippen, hoorde het gefluit en gepuf der machine, en de statiechef scheen weg te + glijden. Hij riep nog een afscheid aan zijn vriend, lachte omdat deze zoo beleefd + tegen zijn pet tikte, en weg joegen zij door het groene landschap dat gedoken lag + in den najaarsmist waarop de zon haar goud uitstraalde.</p> + + <p>—Wie weet zien we die menschen nog ooit terug, bedacht Madame.</p> + —Ja, wie weet, zei Snepvangers, en de man met wien hij dagelijks<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">borreltjes had gedronken scheen reeds zoo ver + weggedrongen in zijn</span><br /> + herinnering.<br /> + <br /> + + <p>De trein vertraagde nabij Esschen, stond plots stil. Vreemde marinesoldaten met + bloote halzen en kleine potsen stonden op het perron te kijken, één + met het geweer op den schouder stond voor den barreel. De vreemde vlag woei op het + gebouw.</p> + + <p>—Zie eens, fluisterde Snepvangers ademloos.</p> + + <p>—Ja, zei Madame schuw.</p> + + <p>Stil-angstig keken zij, maar spraken geen enkel woord. Mijnheer hield zijn + valiesje krampachtig vastgeklemd. Naast hen zat een bleeke dertiger, die + zenuwachtig op zijn snor beet, met verwezen oogen te staren... Achteraf zaten twee + dienstmeisjes op hun paaschbest en vezelden.</p> + + <p>Zoohaast de trein opnieuw in beweging kwam scheen alleman te verademen.</p> + + <p>—Zij komen niet eens zien, zei Snepvangers.</p> + + <p>—Duurt het nog lang voor we aankomen? Informeerd een der meisjes.</p> + + <p>—Gaat gij zoo samen terug? vroeg Snepvangers</p> + + <p>—Ja, mijnheer en Madame vertrekken naar Engeland... en wij moeten op het + huis gaan passen...</p> + + <p>—Schoon volk, misprees Snepvangers.</p> + + <p>Zij passeerden een uitgestrekte vlakte vol stronken van uitgerooide dennen, + waarover een net van pinnekensdraad geslingerd lag. De einder klaarde licht + nevelig.</p> + + <p>Onverpoosd joeg de trein en blies witte stoomwolken langs het raampje. Aan elk + station zagen zij mariniers en de vreemde vlag. En hoe dichter zij de stad + naderden, hoe benauwder het hen werd.</p> + + <p>—Ik ben blij en niet blij, zei Madame.</p> + + <p>—Och...</p> + + <p>Snepvangers keek verstrooid, hij verlangde naar de straten die hem zoo + gemeenzaam waren, maar was tevens gejaagd... Ginder lag Merxem, de trein + vertraagde, stopte voor de wallen. Karweizoekers boden zich aan om het gepak te + dragen en lanterfanters stonden de terugkeerende stadgenooten te monsteren, riepen + wat tot bekenden maar met gedempte stem. De vrouwen mochten zonder formaliteiten de + stad binnen, maar de mannen moesten eerst hun paspoort laten afstempelen.</p> + + <p>—Wacht maar aan de poort, ried Snepvangers.</p> + + <p>—Neen, ik ga mee, verklaarde Madame kordaat.</p> + + <p>De marinier floot een deuntje, zag niet eens naar den trouwboek terwijl hij + stempelde.</p> + + <p>—'t Is 'n goeie, fluisterde Snepvangers.</p> + + <p>Zij sjokten terug naar den doorsteek in de wallen. Niemand sprak hen aan, maar + hun hart klopte fel; zij hijgden en het zweet droop van hun wezen.</p> + + <p>—'t Is warm, meende Snepvangers, en dan onder die winterkleeren.</p> + + <p>—Ja!...</p> + + <p>Langs de vaart, naast de dokken zeulden zij voort. Alles lag stil en verlaten te + broeien onder de zon. 't Was een vredige zondag waarin musschengetjilp weerklonk. + Er roerde niks op de schepen en schuiten. Plots aan het goederenstation zagen zij + weer soldaten, veldgrijzen met pinhelmen op.</p> + + <p>—Hier stonden gardecivikken, bedacht Snepvangers.</p> + + <p>Op de leien, waar de boomen vreemde schaduwen wierpen, dwarrelden de eerste + herfstbladeren neer. De beide terugkeerenden telden de menschen op hun weg. Naast + hen bolde een leege tram voort.</p> + + <p>—Er is nog haast geen levende ziel in de stad, Snepvangers.</p> + + <p>—Ja... maar de stad is ongeschonden, troostte hij zich, we hebben al vier + menschen gezien... de soldaten niet meegerekend ... en de tram rijdt ook al ...</p> + + <p>De breede Paardenmarkt lag eenzaam; in de Roodestraat zagen zij een oud wijveken + aan het poortje van het godshuis "De seven bloedstortingen".</p> + + <p>—Dat is vijf in het geheel, besloot Snepvangers toen hij zijn sleutel op + de deur stak ... en wij mogen van geluk spreken in de Hobokenstraat ...</p> + + <p>—Weer thuis ... ik dacht dat ik nooit mijn huis meer zou gezien hebben ... + we waren arme ballingen ...</p> + + <p>—Och, Mama, 't is weeral vergeten ... 't is achter den rug ... laat ons + maar denken dat we een reisken naar Holland hebben gemaakt ... maar nu ga ik eens + naar de vogeltjes zien ...</p> + + <p>—Ik ga mee, zei Madame verteederd.</p> + + <p>Toen Snepvangers de deur der kweekkamer openstak klonk hem het lustig gefrazel + en gepiep niet tegen. Met twee stappen stond hij voor de kooi waarin niets bewoog. + De eetbak en de drinkfonteinen stonden als onaangeroerd, geen vogel bewoog op de + roestjes of in de nesten.</p> + + <p>Een schemer trok hem voor de oogen, zijn keel snoerde toe, en hij moest zich + vastklampen aan het vlechtwerk om niet te vallen.</p> + + <p>—Ze zijn allemaal weg, griende hij, allemaal gaan vliegen ...</p> + + <p>—Hoe is nu zoo'n ruit gebroken? vorschte Madame, kom, drink eens + Snepvangers.</p> + + <p>Het glas bibberde in zijn hand, hij klappertande maar voelde de duizeligheid + wijken en alles helder en ijl worden in zijn hoofd. Hij sloeg de deurkens open en + onderzocht de kooi. Een ruit was kapot, meer viel er niet te zeggen. Dan keek hij + in de nesten. In twee mostbeddekens lagen nog eitjes, in een ander geeldonzige + jongen die de vlucht niet hadden kunnen volgen. In het laatste nestje vond hij een + verstijfd poppeken, doodgebroed op drie eitjes.</p> + + <p>Snepvangers nam het vogeltje, streelde het over de bleekgele pluimen, bekeek het + bekje, probeerde de oogjes open te trekken.</p> + + <p>Madame had medelijden met zijn verdriet.</p> + + <p>—Leg het nu maar weg, Snepvangers, 't is toch dood...</p> + + <p>—Zij zijn allemaal al lang dood, Mama, die vogeltjes zijn niet bestand om + in de wijde wereld rond te vliegen.</p> + + <p>—Wij zullen opnieuw beginnen te kweeken!...</p> + + <p>—Neen, Mama ... ik herbegin niet meer.... Ik zou altijd denken aan dees + moment ... en als ik nog eens vogels wil zien dan ga ik maar naar Miranda ... 't is + mijn schuld ... ik had vlechtdraad voor de ruiten moeten spannen ...</p> + + <p>—Laat ons nu Spitsken maar gaan halen en naar de kinderen gaan zien + ...</p> + + <p>—Ja, naar Albertken.... Wat zal hij verschieten ... hij hield ook zoo veel + van de kanarievogels ...</p> + + <p>—Ja, Snepvangers ... we zullen nog eerst het valiesken in den coffre-fort + sluiten....</p> + + <p>—En een borreltje drinken, Mama.</p> + <hr style="width: 65%;" /> + + <h2><a name="HOOFDSTUK_V" id="HOOFDSTUK_V"></a>HOOFDSTUK V.</h2> + + <h3>VRIEND HEIN IN DE BUURT.</h3> + + <p>Toen zij de winkeldeur openden, hoorden zij de schel gaan en zagen zij Miranda + zitten met Spitsken op den schoot. Hij zat midden van gedraaide tafelpooten, + speculatievormen, teemsen en houten keukengerief.</p> + + <p>—Dag, mompelde hij dof en keek hen amper aan.</p> + + <p>Een kanarie riep piet! piet! Snepvangers, vol van zijn verlies, groette niet, + maar Madame werd gewaar dat er iets haperde.</p> + + <p>—Wat scheelt er, Miranda?</p> + + <p>—Miranda, kloeg Snepvangers en hij kreeg een krop in de keel, al mijn + vogels zijn gaan vliegen!...</p> + + <p>—Zij is ook weg, fluisterde Miranda.</p> + + <p>—Och, zei Snepvangers, die niet geluisterd had, maar al mijn vogels...</p> + + <p>—Is zij weg, Miranda? polste Madame die wel iets wist van de vrouw van den + houtdraaier.</p> + + <p>—Ja,... eerst wou zij niet vluchten... tot Vrijdagmorgen hebben wij in + onzen kelder gezeten... dan kwam haar kozijn, de diamantslijper...</p> + + <p>—Was dat haar kozijn, Miranda?</p> + + <p>—Zoo heeft zij toch altijd gezegd, Madame... en dan sprak zij van weg te + trekken... en ze zijn er stillekens uitgemuisd... lieten mij alleen... zij was mij + te jong....</p> + + <p>—Een poppeken lag dood op den nest, Miranda.</p> + + <p>—Ja, de vogels, knikte Miranda.... Ik denk maar dat de vent eens genoeg + van haar krijgt en dan.... Mijn arme vrouw!...</p> + + <p>—Mijn arme vogels!...</p> + + <p>Madame lokte met moeite Spitsken van Miranda's knieën, begon hem te + streelen.</p> + + <p>—Spitsken heeft zoo'n schrik uitgestaan, leefde</p> + + <p>Miranda op, ik heb hem in mijn armen moeten wiegen, hij was als een kind.</p> + + <p>—Het was zeker vreeselijk, Miranda?</p> + + <p>—Och, Snepvangers, ik weet het niet meer... de hond was mij een troost... + en dan zijn de soldaten voorbij getrokken... en dan zijn de stadswerklieden gekomen + met wagens en ladders om de vlaggen af te doen... of die kwamen eerst... ik weet + het niet meer...</p> + + <p>—Het feest was uit, Miranda...</p> + + <p>—Dan heb ik een dag en een nacht geslapen.... Ik was zoo triestig dat ik + met spijt wakker werd...</p> + + <p>—Kom straks bij ons eten, verzocht Madame, ge moet maar verzet zoeken... + niet suffen...</p> + + <p>—Ja, we zullen malkander troosten, jokte Snepvangers, we hebben allebei + wat verloren in 't bombardement. Gij uw wijf en ik mijn vogels... we moeten het + maar niet aan ons hart laten komen.</p> + + <p>—Ik zal Spitsken straks brengen...</p> + + <p>—Hij kan van den hond niet scheiden, zei Snepvangers toen ze buiten + kwamen.</p> + + <p>—We moesten hem Spitsken maar afstaan, bedacht Madame, hij geraakt anders + nog op den dool... met den hond heeft hij aanspraak....</p> + + <p>Al de huizen met de gesloten luiken schenen verlaten. Op de minderbroedersrui + waren een paar winkels open, een vleeschhouwerij en een bloemenzaak, een kroegje en + een tabakswinkel. Aan een vlaggestok hing nog een afgescheurden, zwarten reepel. + Veldgrijzen kuierden, met het geweer aan den riem, door de doode straten.</p> + + <p>—Ik denk soms dat ik droom, zei Snepvangers.</p> + + <p>Op de Torfbrug stond Antoine in den winkel en voerde een praatje met een + soldaat. Hij knikte eventjes alsof zij slechts een half uurtje afwezig waren + geweest. De hangklok in de huiskamer sloeg twaalf toen zij Marieken<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">en de kinderen beurtelings + omhelsden.</span><br /> + </p> + + <p>—Albertken, we zullen samen iets koopen, vezelde Snepvangers, in Holland + vond ik zoo niks naar mijn goesting.</p> + + <p>—Ik heb zoo aan u gedacht, schreide Madame.</p> + + <p>—We gaan nu weer allemaal samen aan tafel zitten, troostte Marieken + nuchter ... en hebt ge u goed geamuseerd in Rozendaal?</p> + + <p>—Daar valt niet over te klagen, verzekerde Snepvangers, maar Antoine, zei + hij tot zijn schoonzoon, die juist binnenkwam, hoe kunt ge met zoo'n soldaat staan + sjauwelen ...</p> + + <p>—Dat is affaire, Papa ...</p> + + <p>Craen en zijn vrouw kwamen op dat oogenblik binnen.</p> + + <p>—Al mijn kanarievogels zijn weg, Craen.</p> + + <p>—Dat is tegenslag, meende Craen overschillig.</p> + + <p>—Ik heb u nog gewaarschuwd, Papa ... hadt gij maar liever hier gebleven + ...</p> + + <p>Snepvangers zei maar niks meer, zat maar stillekens te luisteren naast zijn + kleinzoon. Zijn vrouw vertelde van de vlucht, van het eiermandje en den trein, van + den Verdierenpikker en den Kruier.</p> + + <p>—En ik werd in het Comiteit der vluchtelingen gekozen, kon hij niet + nalaten er met een vleugje ijdelheid aan toe te voegen.</p> + + <p>—De echte Sinjoren zijn gebleven, misprees Antoine en at weer ongenaakbaar + voort.</p> + + <p>—Antoine heeft er bij ons den moed ingehouden, zei Madame Craen.</p> + + <p>—Ja, bevestigde Marieken, want ik was bang toen het hier krioelde van + soldaten ... de eerste nacht mochten de mannen niet in de huizen rond de Groote + Markt blijven ... Mama is dan hier gebleven en Antoine met Papa naar de Melkmarkt + gaan slapen....</p> + + <p>—Ik heb maar altijd een goed glas wijn gedronken, bekende Craen, zoo heb + ik mij recht gehouden ...</p> + + <p>—Maar 't gaat alles ordelijk, verzekerde Antoine.</p> + + <p>—Er zijn nog geen duizend menschen in de stad, zuchtte Madame + Snepvangers.</p> + + <p>—Wel wat meer, Mama, wel wat meer!</p> + + <p>—'t Zal niet veel zijn, Antoine.</p> + + <p>—Ik zou nog wel eens willen gaan zien naar het huis van ...</p> + + <p>—Ik ga mee, zei Craen,</p> + + <p>Samen trokken zij door de eenzame straten en hoe verder zij van den Noordkant + afdwaalden hoe meer gebroken ruiten zij vervangen zagen door planken en linoleum en + hoe meer getroffen huizen zij telden.</p> + + <p>—Het glas is al opgeruimd ... wat ge nu nog ziet blikkeren is de moeite + niet ... bergen glasscherven hebben er gelegen ... eigenlijk, Snepvangers, was het + verstandig te vluchten ...</p> + + <p>—Dat weet ik nog zoo niet, sprak Snepvangers tegen, ik was veel liever + hier gebleven ... voor uw plezier moet ge niet gaan vluchten.</p> + + <p>Het huis van den Verdierenpikker bleek ongeschonden. Zij onderzochten het van + zolder tot kelder, vonden in de veranda een vruchtenschaal met sappige peren die + zij profijtelijk begonnen te schillen.</p> + + <p>—Die zouden maar rotten, zei Snepvangers, en hij komt toch niet terug.</p> + + <p>Achter in de tuinen miauwden verlaten katten.</p> + + <p>—Wat een gedacht, herbegon Snepvangers, hij laat zijn huis in den steek en + trekt naar Engeland ...</p> + + <p>—Elk zijn goesting, meende Craen en sneed een tweede peer.</p> + + <p>—Ik moet hem toch een briefken zenden.</p> + + <p>—Ja ... ik ken iemand die morgen naar de grens gaat ... daarbij 't wordt + tijd ... ge weet na acht uur moogt ge niet meer op straat loopen ...</p> + + <p>—Wat nog al meer!...</p> + + <p>—'t Is oorlog, Snepvangers.</p> + + <p>Hij schreef een briefje dat zij op weg naar huis in een estaminetje der + Sudermanstraat bestelden, waar de boodschapper regelmatig kwam. Na koffie Gedronken + te hebben gingen Mijnheer en Madame naar huis. In de straat ontmoetten zij Miranda + met den hond. Madame liep even naar de "Zoutkeet" en naar den beenhouwer op de + Ossenmarkt wat voor het avondeten te halen.</p> + + <p>—Ge moogt Spitsken hebben, Miranda.</p> + + <p>—Dank u, Snepvangers ... maar ...</p> + + <p>—Ge moet niet ongerust zijn ... mijn vrouw heeft er eerst aan gedacht. Ge + zijt zeker bang geweest, Miranda?</p> + + <p>—Neen, Snepvangers, 'k heb aan niks gepeinsd.</p> + + <p>—En als de stad dan precies in brand stond?</p> + + <p>—Ik heb niks gezien ... enkel de vlaggen die afgetrokken werden en de + soldaten die inrukten ...</p> + + <p>—Als we nu gegeten hebben, besliste Madame terwijl zij het vuur aanlegde, + dan gaan wij kaart spelen en een borreltje drinken ...</p> + + <p>—Maar na acht uur, aarzelde Miranda ...</p> + + <p>—Gij blijft hier slapen!</p> + + <p>—Dat spreekt van zelf, oordeelde ook Snepvangers.</p> + + <p>Lichtjes beneveld gingen zij slapen en 's anderendaags ontwaakte Miranda minder + droefgeestig gestemd. Het gezellig avondje had hem over zijn zwaarste leed heen + geholpen.</p> + + <p>Twee dagen later kwam de Verdierenpikker thuis. Een groot verlangen naar zijn + stad had hem van de voorgenomen reis doen afzien.</p> + + <p>—'k Had het wel gepeinsd ...</p> + + <p>—Oude boomen verplant men niet meer, verontschuldigde zich de + Verdierenpikker.</p> + + <p>—Dagelijks komen er terug ... Antoine zegt dat het heimwee is, een soort + ziekte.... Hoe is 't met den Kruier?</p> + + <p>—Goed, denk ik.</p> + + <p>—De Hollanders zijn toch nobel geweest ... zoo hulpvaardig ... zoo ...</p> + + <p>—Ja, Snepvangers, maar ...</p> + + <p>—Wat maar?</p> + + <p>—'k Heb toch ook hooren klagen in den trein ... menschen die peperduur + hadden mogen betalen ...</p> + + <p>—Als 't maar geen stoef is, wantrouwde Snepvangers.</p> + + <p>—Ik zeg niet neen ... ik weet het niet ... in mijn boterwinkel waren ze + zeer convenabel en toch ...</p> + + <p>—Wat?</p> + + <p>—Toch hebben ze me drie eieren te veel gerekend ... 'k heb het maar blauw + blauw gelaten ...</p> + + <p>—En hoe vindt ge de stad?</p> + + <p>—Och 't kon veel erger zijn ...</p> + + <p>—Ja, zei Snepvangers droomend, maar ik vind het zoo al erg genoeg ...</p> + + <p>Met Albertken wandelde hij de volgende dagen rond om de ingeschoten huizen, de + puinen en zwartgeblakerde muren te bezichtigen. Soms bleven zij staan luisteren + naar de muziekkorpsen die op openbare pleinen speelden, het was een grillige + fluitjesmuziek die Snepvangers weinig opwekkend vond.</p> + + <p>Doch Albertken moest weer naar school, het herfstweer bracht regen en vroege + duisternis en de dagen gleden doelloos voort. Het havenbedrijf lag compleet stil, + er liepen geen postboden door de stad en het grensverkeer was gesloten. + Onophoudelijk bonkte het kanon. Uit baloorigheid las hij de plakkaten van den + bezetter.</p> + + <p>Madame had haar gewoon leven hernomen en zij verdeelde haar tijd tusschen haar + huishouden en het huishouden van Marieken.</p> + + <p>Wanneer Snepvangers toevallig de Verdierenpikker tegenkwam trok deze steeds een + geheimzinnig gezicht en wist allerhande nieuwsjes te vertellen.</p> + + <p>—Vandaag of morgen, als wij wakker worden zijn ze weg, vertrouwde hij.</p> + + <p>—Zijt ge daar zeker van, vroeg Snepvangers dan telkens ...</p> + + <p>—Ik weet het uit de beste bron ... van iemand die een officier + kent!...</p> + + <p>En Snepvangers werd dikwijls wakker zonder dat er iets veranderde. Hij miste nu + zijn Münchener bier, zijn kanaries en zijn onbekommerd leven van voorheen. Een + bestendige onzekerheid kwelde hem. Dikwijls zocht hij troost op den werkzolder van + Miranda. Zijn vriend vergat zijn werk en kwam naast hem zitten voor de vogelkooi. + Miranda was zeer gelaten in zijn lot.</p> + + <p>—Ik bid veel, zei Miranda, ik bid voor mijn vrouw ...</p> + + <p>—Zij is het niet waard, jongen.</p> + + <p>—We mogen niet hard zijn in ons oordeel, Snepvangers.</p> + + <p>—Ze verdient ransel!</p> + + <p>—Niemand is slecht, Snepvangers, de menschen zijn maar ongelukkig... en + onverstandig ...</p> + + <p>—Toch!... Een pater heeft in de kerk komen prediken dat oorlog een straf + is omdat de menschen te slecht geleefd hebben!...</p> + + <p>—Dat had hij niet mogen zeggen, Snepvangers...</p> + + <p>—Ik geloof u, zei Snepvangers zacht, maar nu is de wereld zot...</p> + + <p>—Er komt een nieuwe tijd, Snepvangers.</p> + + <p>Antoine was in die dagen dikwijls afwezig, en Marieken verving ham achter den + toog.</p> + + <p>—Waar zit Antoine toch? vroeg zijn schoonvader.</p> + + <p>—Affaires, Papa!... Antoine wint veel geld...</p> + + <p>—Veel geld, Marieken?</p> + + <p>—Ja, Papa, in zeep, olie en suiker... hij koopt en verkoopt... gunt zich + amper tijd om te eten en te slapen...</p> + + <p>—Wat ge nu zegt, mompelde Snepvangers verbluft.</p> + + <p>—Maar zwijgen, Papa, niemand weet het... het is een verrassing voor + nieuwjaar...</p> + + <p>Op Oudejaarsavond kwam de familie bijeen op de Torfbrug. Zij vierden het wel + niet zooals naar gewoonte, maar dronken toch een glas champagne. Antoine zag er + zeer vergenoegd uit.</p> + + <p>—Alvorens te drinken op beter dagen, zei hij, moet ik u iets mededeelen... + ik heb een tijdje de wetenschap vaarwel gezegd en zal dat nog wel een tijdje + doen... ik heb mij op den handel toegelegd en tot heden honderd-vijf-en-zeventig + duizend frank gewonnen...</p> + + <p>—Antoine!</p> + + <p>Craen kon van verteedering niets meer zeggen. De moeders weenden van ontroering + en Snepvangers prevelde ondanks zijn verbazing dat hij het altijd verwacht had.</p> + + <p>—Eer het nog eens nieuwjaar is woon ik op den boulevard Leopold!....</p> + + <p>—Ik gaf mijn affaire over, ried Craen.</p> + + <p>—De oorlog is nog voor iets goed, oordeelde Madame Snepvangers.</p> + + <p>—Ge moet van de gelegenheid weten te profiteeren, betoogde Antoine, + toekomend jaar is het misschien vrede...</p> + + <p>Snepvangers kon het nieuws voor Miranda niet verzwijgen. Hij ging hem nieuwjaar + wenschen en vond hem in de triestige achterkeuken die op een goor, blauwgekalkt + koerken uitzicht gaf. Spitsken zat op een stoel naast hem.</p> + + <p>—Een gelukkig nieuwjaar, Snepvangers.</p> + + <p>—Van 's gelijken, Miranda.</p> + + <p>Zij proefden een borreltje Boonekamp, en de hond kreeg wat melk in een + bordje.</p> + + <p>—Miranda, onder ons... 'k heb groot nieuws...</p> + + <p>—Van...? hakkelde Miranda.</p> + + <p>—Van mijn schoonzoon, zei Snepvangers stralend.</p> + + <p>—Zoo?</p> + + <p>—Hij heeft een fortuin gewonnen... honderd-vijf-en-zeventig duizend frank + met speculeeren in zeep en van alles!</p> + + <p>—Zoo!</p> + + <p>—Ge zegt zoo niks...</p> + + <p>—Wat kan ik daarover zeggen...</p> + + <p>—Wel dat het toch schoon is...</p> + + <p>—Maar het is niet schoon, Snepvangers!</p> + + <p>—Niet schoon?... Poddozie, Miranda! Wat is dan schoon?</p> + + <p>—Dat is niet eerlijk gewonnen, Snepvangers, dat is woekeren.</p> + + <p>Een oogenblik nog keek Snepvangers Miranda aan. Beiden waren bleek en spraken + geen woord meer. Snepvangers stond op en verliet zijn vriend voor dat + één woord dat hem zoo gegriefd had. Wanneer zijn vrouw hem in den + loop der week naar Miranda vroeg, gaf hij geen bescheid. Zij hebben ruzie gehad + dacht Madame, 't zal over den oorlog zijn... Na de breuk met Miranda voelde + Snepvangers zich eenzaam. Antoine en Craen zocht hij niet. Albertken ontgroeide hem + langs om meer, de Speeker was verdwenen. Alleen de Verdierenpikker zag hij soms in + de herberg, maar deze disputeerde altijd zoo fel over den "Krieg" en kende zooveel + geheime telegrammen die onder de bezetting niet bekend mochten worden! Snepvangers + vreesde hem, geloofde en wantrouwde hem te gelijk.</p> + + <p>Op het einde van Januari liep het tusschen Snepvangers en zijn schoonzoon weer + verkeerd. Snepvangers bewonderde hem om zijn rijkdom, maar kon niet dulden dat hij + hem telkens weer herinnerde aan zijn vlucht. Zij waren toch maar eventjes afwezig + geweest. Niet zooals die anderen die nu pas terugkeerden kon hij gerekend worden + onder de deserteurs. De maat liep over toen Antoine de bronzen medalje in zijn + knoopsgat droeg, <i>Antwerpen getrouw</i>.</p> + + <p>'t Gaf een steek in zijn hart al zei hij geen woord. De volgende zondag kwam ook + hij aan tafel voorzien van het eereteeken der dapperen die Antwerpen niet verlaten + hadden tijdens het bombardement.</p> + + <p>—Wat, Papa, draagt gij ook de medalje? zei Antoine puur ontdaan van + verbazing.</p> + + <p>—En waarom niet? vroeg Snepvangers loos.</p> + + <p>—Maar gij waart Antwerpen niet getrouw...</p> + + <p>—Antwerpen niet getrouw? ... We waren amper een paar uurkens buiten de + poort, daar was het veel gevaarlijker dan in een kelder, Antoine...</p> + + <p>—Maar!</p> + + <p>—En wie de medalje betaalt, mag ze dragen... iedereen draagt ze... zelfs + de mannen die verleden week terugkwamen.</p> + + <p>—Ge hebt gelijk, bekende Antoine, maar dan draag ik ze niet meer...</p> + + <p>—Gelijk ge wilt, Antoine! Maar een decoratie staat altijd chic!</p> + + <p>Na een week vergat Snepvangers het speelgoed in het schuifken van zijn + nachttafeltje.</p> + + <p>Om zijn tijd te dooden bezocht hij weer koopdagen of trok naar het + Justiciepaleis. Soms ging hij met Madame 's namiddags in een cinema een kop koffie + drinken. Hij vond het eigenlijk onaangenaam in het donker te zitten kijken naar de + trilbeelden tot het voor de oogen begon te schemeren. Maar heel de stad liep naar + de zalen, daarom ging ook hij er luisteren naar de muziek, en zoo passeerde de + tijd. De komische tooneelen deden hem schaterlachen, maar Madame trok dan telkens + met zijn mouw om hem aan zijn fatsoen te herinneren. De griezelige drama's + integendeel verveelden hem geweldig. Hij geeuwde dan, dat kon toch niemand merken, + en was verwonderd dat zijn vrouw zich zoo vreeselijk scheen te amuseeren. Hij was + blij wanneer bij poozen het licht hel en uitbundig door de zaal spoot in wisselende + kleuren, rood en wit. Wat vreemde loop had zijn leven toch genomen! Hij zat hier in + zoo'n nieuw ding en 't was oorlog...</p> + + <p>Zekeren namiddag, in het voorjaar toen hij van het Justiciepaleis kwam, ging hij + een glas bier drinken in een café aan den overkant der leien. Hij nam de + N.R. Courant op en las maar wat. Ten slotte verstond hij niks van die telegrammen + en militaire beschouwingen. De toestanden waren zoo raar en verward, het bier had + geur noch smaak en de menschen leefden in hoop en vrees. De krant zakte neer en + Snepvangers staarde naar het ritselend groen der boomen op de leien naar het licht + der meizon dat gouden glans rond de grillige schaduwen spon. Een soldaat zat op een + bank onder een boom en las een brief. Het zicht der veldgrijzen ontroerde hem niet + meer, en hij keek niet eens op wanneer hij een vlieger hoorde snorren in den hemel. + Doch de levensonzekerheid sarde hem, knaagde aan zijn hart en peuterde aan zijn + humeur.</p> + + <p>Snepvangers was blij toen een kranige oude heer in zijn buurt kwam zitten, een + glas garsten bestelde en de gazet vroeg.</p> + + <p>Het scheen iemand van gewicht. De man liet achteloos zijn monocle vallen, lei + zijn grijzen hoed naast zijn wandelstok met gouden appel op de marmeren tafel, + dronk een slokje en begon te lezen. Het blad hield hij gevouwen tusschen de + zeemlederen gehandschoende vingeren. Onder de opengesperde vleugels van zijn + rooddooraderde neus stond zijn witte snor puntig opgestreken met kosmetiek. Door + zijn platgekamde haren liep een streep tot achter in den wijnrooden hals. In het + knoopsgat van zijn zwarte jacquet pronkte een purperen lintje en op zijn wit + piqué vestje bengelde een gouden ketting waaraan een vreemd muntstuk + hing.</p> + + <p>Snepvangers kon zijn oogen niet afwenden van den eleganten heer, zag hoe deze + fijntjes een sigaret opstak, de blauwe rookwolkjes opblies, weer een slokje nam, + zijn grijze streepjesbroek optrok om de plooi te bewaren en voortlas.</p> + + <p>Een gedistingeerd heer, peinsde Snepvangers, iemand met voorname manieren, zeker + een notaris!</p> + + <p>Eindelijk legde het heerschap de krant neer, zette zijn monocle op en keek met + lichtblauwe oogen eventjes Snepvangers aan.</p> + + <p>—Schoon Meiweer, Mijnheer, knikte Snepvangers vertrouwelijk.</p> + + <p>—Puik weer, klonk het hoffelijk antwoord.</p> + + <p>—Was de oorlog nu maar rap gedaan, praatte Snepvangers, de menschen worden + het beu,... het duurt nu al negen maanden.</p> + + <p>—De oorlog zal nog lang duren, Mijnheer...</p> + + <p>—Denkt ge dat? zei Snepvangers ongeloovig.</p> + + <p>—Heel Europa komt nog in den dans, voorspelde de man.</p> + + <p>—Mijn vriend had gisteren anders goed nieuws, fluisterde Snepvangers, en + schoof dichter bij.</p> + + <p>—Uw vriend?... is het een militair?</p> + + <p>—Neen!... Een rentenier... Hij heeft eens gewonnen met verdierenpikken en + grondspeculaties....</p> + + <p>—Ha, zoo!... En u is ook een rentenier?</p> + + <p>—Ja, om u te dienen... Mijn naam is Snepvangers, Snepvangers uit de + Hobokenstraat....</p> + + <p>—Ik ben Generaal van den Bergh....</p> + + <p>—Aangenaam u kennis te maken, Generaal, zei Snepvangers toeschietelijk, + stond recht en stak de hand uit, excuseer mij, maar dan zult ge er wel meer van + weten dan mijn vriend... stiel is stiel... en gij denkt dus dat de oorlog nog lang + zal duren...</p> + + <p>—De oorlog begint pas, Mijnheer Snepvangers.</p> + + <p>—Generaal, Generaal, riep Snepvangers onthutst, en alles kost nu al zoo + duur...</p> + + <p>—Alles zal nog duurder worden, zei de Generaal ijzig kalm, speelt u soms + domino, Mijnheer?</p> + + <p>—Ik ben maar een krabber, verontschuldigde zich Snepvangers.</p> + + <p>—Een partijtje?</p> + + <p>—Om u te dienen, Generaal.</p> + + <p>De Generaal trok zijn handschoenen uit, liet zijn monocle zakken terwijl + Snepvangers zijn pint leegdronk, tegenover hem plaats nam en de garçon het + Groene dominobord en de steenen bracht.</p> + + <p>Met zijn witte, mollige vrouwenhanden, streek de Generaal over de zwarte + dominoruggen. Een opaal glom in zijn gouden ring aan den linkerpink.</p> + + <p>—En hebt ge geen last gehad, prevelde Snepvangers.</p> + + <p>—Last?</p> + + <p>—Ja, als Generaal meen ik....</p> + + <p>—Och neen... Ik kreeg mijn pensioen toen de oorlog pas aan gang was... in + September...</p> + + <p>—Dat is veel beter, meende Snepvangers met overtuiging.</p> + + <p>—Ik had veel liever meegevochten, Mijnheer Snepvangers, maar er werd + geintrigeerd... en ik had last van gebarsten aders in de beenen...</p> + + <p>—Lang gediend, Generaal?</p> + + <p>—Als kind reeds in de soldatenschool... haast vijftig jaar militair + geweest. Nu is er vooruitgang voor de jongeren... les jeunes... zij zullen weten + wat oorlog is... Opgepast, Mijnheer Snepvangers!</p> + + <p>Het spel begon en de Generaal werd zoo stom als een visch. Snepvangers hield de + mollige handen in het oog en de roomkleurige bovenkant der domino's, waaruit een + koperen pinneken stak. De steenen sloten telkens met doffe tikjes aaneen.</p> + + <p>Tot welgevallen van zijn medespeler verloor Snepvangers twee spelletjes. Dan + haalde de Generaal zijn gouden repetitiehorloge uit zijn vestzak.</p> + + <p>—Ik moet weg, Mijnheer Snepvangers, betreurde hij, een bezoek bij een + dame...</p> + + <p>—En die mag men niet laten wachten, meende Snepvangers welwijs.</p> + + <p>—Natuurlijk, zei de Generaal schalks, komt u hier meer?</p> + + <p>—Af en toe, loog Snepvangers.</p> + + <p>—Komt ge morgen?... Twee partijtjes... niks meer...</p> + + <p>—Volgaarne, Generaal! Neen, ik verlies... ik betaal...</p> + + <p>De oude Generaal trok zijn zeemlederen handschoenen aan, nam hoed en stok, + groette en ging.</p> + + <p>Opgewekt wandelde Snepvangers naar de Torfbrug waar hij zijne vrouw moest + afhalen.</p> + + <p>—De oorlog zal lang duren, verklaarde hij een beetje ijdel.</p> + + <p>—Wie zegt dat? vroeg Antoine uit de hoogte.</p> + + <p>—Iemand die het weten kan... een vriend!</p> + + <p>—Een vriend van u!</p> + + <p>—Ja, Antoine, een Generaal!</p> + + <p>—Een Generaal, wantrouwde Antoine...</p> + + <p>—Ja, Generaal van den Bergh... en dat is de eerste de beste niet!</p> + + <p>—Waar woont die Generaal, Papa?</p> + + <p>—Ieverans op 't Zuid tegen het Justiciepaleis, verweerde zich + Snepvangers.</p> + + <p>—Ik wist niet dat ge een Generaal kendet... Ge hebt er nooit over + gesproken...</p> + + <p>—Ik heb er nooit aan gedacht er over te spreken... maar ik speel nog al + eens domino met hem in 't café... hij spreekt Gentsch...</p> + + <p>Dagelijks speelde hij voortaan domino met den Generaal. Soms gingen zij samen + wandelen naar het Nachtegalenpark. De galante Generaal waardeerde zijn vriend voor + zijn geduldig toeluisteren wanneer hij militaire aangelegenheden besprak. Hij was + een vereenzaamd man die met zijn oude zuster onder een dak woonde. Van garnizoen + naar garnizoen had zij hem gevolgd en nu leefden beiden stillekens onder vreemde + menschen. Snepvangers zag in hem een toonbeeld der voorname wereld. Hij zwoer bij + de woorden van den Generaal, droeg ook handschoenen wanneer hij naast hem liep en + knikte diepzinnig bij elk betoog. Wanneer Antoine iets zei, haalde hij er maar + telkens eene ware of eene ingebeelde meening van den Generaal bij te pas, wat niet + naliet Antoine te hinderen.</p> + + <p>In het najaar zaten beide heeren menigmaal te kijken naar de zwanen die op den + parkvijver dreven.</p> + + <p>—Aristocratische vogels, zei de Generaal.</p> + + <p>—Zij hebben lange halzen, bemerkte Snepvangers.</p> + + <p>—De bladeren vallen al van de boomen, nam de Generaal waar.</p> + + <p>—'t Schoon weer zal gauw gedaan hebben, en dan krijgen wij weer regen en + wind...</p> + + <p>—Ja, Snepvangers, het schoon weer... maar dat komt nog eens terug... + toekomend jaar... maar de schoone tijd komt nooit terug zoomin als onze + jeugd...</p> + + <p>—Meent ge dat, Generaal?</p> + + <p>—Weet ge wat de schoone tijd was, Snepvangers?... Toen ik onderluitenant + was en in garnizoen lag te Dendermonde...</p> + + <p>—De meisjes, fluisterde Snepvangers.</p> + + <p>—En de bals en de oefeningen... de kameraden... en later toen ik kapitein + was en te Luik verbleef... en nog later als majoor op de manoeuvres... en toen ik + kolonel was te Oostende en 's zomers de koning mij feliciteerde omdat mijn regiment + zoo prachtig marcheerde...</p> + + <p>—En toen ge gedecoreerd werd, vulde Snepvangers aan die reeds meermaals + deze ontboezeming gehoord had.</p> + + <p>—Ja, droomde de Generaal.</p> + + <p>—En als uw muziekkorps zooveel bijval had!...</p> + + <p>—Ja, Snepvangers.</p> + + <p>—Ik begrijp het, zei Snepvangers, dat was zoo precies wanneer mijn + kanarievogels bewonderd werden.</p> + + <p>—Nu vechten zij, Snepvangers... waar voert het heen?</p> + + <p>—De menschen vallen als vliegen en alles wordt verwoest, Generaal.</p> + + <p>—Er komt een nieuwe tijd. Snepvangers, maar ik zeg: nooit komt het oud + regiem terug... en dat was de schoone tijd...</p> + + <p>—Wij zijn menschen van den schoenen tijd. Generaal.</p> + + <p>—Ja, Snepvangers... het menschdom ontsnapt ons... wij kunnen het niet meer + regeeren... en wie weet wat komen zal... Wie zal regeeren?... De volken vechten + voor de heerschappij... Het zijn sterke vijanden... Ons arm land, Snepvangers.... + Wij zijn het kind van de rekening....</p> + + <p>—En wat staat er ons nog te wachten, zei Snepvangers somber.</p> + + <p>—De nieuwe tijd ... nieuwe regeerders ... maar de menschen verbeelden zich + nog dat alles weer worden zal zooals het was....</p> + + <p>Het betreuren van het verleden en de ernst van de bespiegeling wogen Snepvangers + wel eens zwaar, maar de Generaal, in tegenstelling met Antoine, scheen ook zijn + meeningen te waardeeren. Het gaf hem zelfvertrouwen, vooral sinds hij in het + dominospel een knapheid had verworven die zijn tegenstander bewondering + afdwong.</p> + + <p>Op Oudejaarsavond verraste Antoine ditmaal de familie op het bericht dat hij een + heerenhuis gekocht had op de Leopoldslei. Zijn fortuin was aangegroeid tot bij het + millioen. Hij beheerschte nu de markt der specerijen, had groote hoeveelheden + peper, saffraan, kaneel en kruidnoten opgestapeld, was betrokken in een zaak die + alcohol, azijn en leder opkocht. De drogerij deed hij van de hand.</p> + + <p>—Nu gaat gij zeker koets en paard houden? Polste Snepvangers.</p> + + <p>—Och, neen, Papa ... later zullen we zien ...</p> + + <p>—Die het er nu zóó aanhangen, zei Craen, zijn maar mannen + die geen geld gewoon waren ... met het trommeltje gewonnen, met het fluit je + verteerd.... Antoine zal ze wel bijhouden.... Maar ik ga nu ook rentenieren....</p> + + <p>—Hij komt misschien nog in den Senaat, blufte Marieken.</p> + + <p>—Met uw cens moogt ge wel een amusement hebben, vergoelijkte + Snepvangers.</p> + + <p>—Een amusement, Papa!... Ik zou het aanzien als een vaderlandsche + plicht....</p> + + <p>—De nieuwe tijd, jongen.... Ik begrijp het wel.... De Generaal heeft het + mij uitgelegd....</p> + + <p>—Ha, de Generaal, wrokte Antoine.</p> + + <p>Het leven ging zijn gang en de menschen bekommerden zich haast nog uitsluitend + om het eten. Soms, als het gebonk der kanonnen luider daverde dan naar gewoonte, + besloop hen wel een heimelijke vrees. Wat stond hen nog te wachten?</p> + + <p>Snepvangers leed weinig onder het oorlogsgebrek. Hij was van oordeel dat, nu de + kinderen zoo rijk waren, zij zich niets moesten te kort doen. Madame vond in koken + en smooken haar behagen, maar Madame Craen leed onder een beredeneerde onrust en + vermagerde zichtbaar. In het voorjaar ontmoette Snepvangers den vervallen + Verdierenpikker. Hij had hem wekenlang niet gezien.</p> + + <p>—Dag, Snepvangers!</p> + + <p>—Waar hebt ge zoolang gezeten? zei Snepvangers joviaal.</p> + + <p>—In de Begijnenstraat... Ja, in 't gevang...</p> + + <p>—'t Is wat schoons, verweet Snepvangers.</p> + + <p>—Ja maar, vriend, 't was omdat ik verboden gazettekens had + rondgegeven...</p> + + <p>—Bemoei u met die vodden niet, bestrafte Snepvangers, blijf overal uit... + Gij kunt er toch niks aan veranderen...</p> + + <p>—Maar...</p> + + <p>—De Generaal zei het ook!...</p> + + <p>—Ik ben toch een martelaar voor de goei zaak, oordeelde de + Verdierenpikker.</p> + + <p>—Och martelaar, 't kan zijn, zei Snepvangers, maar dat trekt mij niks + aan... ik eet liever thuis dan in den amigo...</p> + + <p>—En wat denkt de Generaal van den oorlog? Vroeg de Verdierenpikker + kleintjes.</p> + + <p>—'t Zal nog heel lang duren, verzekerde Snepvangers.</p> + + <p>—Dat is goed voor de woekeraars, zei de Verdierenpikker, maar slecht voor + ons arm huisbaaskens... de huizen zullen dan geen cent meer opbrengen...</p> + + <p>—Ja, vriend, weifelde Snepvangers, waar is onze tijd...</p> + + <p>—Die komt nooit meer terug, zuchtte de Verdierenpikker.</p> + + <p>Zij herdachten hun gezellige dagen, hun centjes winnen in de verkoopzalen, de + wijnproeverijen en ook den onvergetelijken Goeden Vrijdag.</p> + + <p>—Saluut, Snepvangers, zei de Verdierenpikker een diepen zucht slakend.</p> + + <p>Hij ziet er niks goed uit, overwoog Snepvangers, hij veroudert.</p> + + <p>Op Sinxendag ontving Antoine voor de eerste maal in zijn hotel. Het was een puik + familiedineetje opgediend door twee pronte meiskens in 't zwart. Zij droegen witte + schorten en blanke tulen mutsjes en liepen geruischloos over den geboenden vloer + der stemmige, oud-vlaamsche eetkamer. Aan den muur hingen groote schotels in nieuw + Delftsch, twee prenten, kermissen van Teniers, en een schilderij, een stilleven, + waarop een overvloed van vruchten was afgebeeld. Op de piano stonden de + familieportretten.</p> + + <p>Na het eten werd de koffie geschonken in de verandah. De muren, in rotspleister, + waren met mos en groen bezet, een fonteintje spoot. De dames zaten op + bamboestoeltjes en de heeren lagen lui hun sigaar te rooken in clubfauteuils. + Snepvangers zag de fraaiheid weerkaatst in een grooten, zilveren spiegelbal, aan + een kant de kamer, daarnaast een stuk van den diepen tuin, een rood bed geraniums + en het levend groen. De deuren stonden open, vogels kwinkeleerden in de hoornen, + Albertken zat als verloren te droomen op den tuintrap.</p> + + <p>—Wel, Antoine, ge haalt er eer van...</p> + + <p>—Rijk zijn is toch plezant, meende Craen.</p> + + <p>—Ge moet den Generaal eens verzoeken...</p> + + <p>—Ja... dat kon ik wel doen, gaf Antoine toe.</p> + + <p>De kinderen werden door de meiden weggeleid en Marieken ging de moeders voor om + het huis te bezichtigen.</p> + + <p>—Ge kunt niet gelooven hoeveel geld er gewonnen wordt, herbegon Antoine, + ge kent Vervarcken, de huurhouder, die nu "<i>La Joie de Vivre</i>" + exploiteert...</p> + + <p>—Die heeft het met buksvet verdiend, zei Craen.</p> + + <p>—Ja, Papa, maar hij wint nu nog meer...</p> + + <p>—'t Is toch geen treffelijk gewin, vond Snepvangers.</p> + + <p>—Och, Papa, omdat daar juffrouwen dansen en er champagne gedronken + wordt...</p> + + <p>—De Generaal...</p> + + <p>—De Generaal, Papa, is iemand van een anderen tijd... Ik heb de zaal + gezien toen het dochterken van zijn broer, Sofieke, haar eerste communie deed... + Vervarcken heeft geen kosten gespaard... vijf-en-twintig duizend frank heeft het + feest hem gekost... Ik bewaar de spijs-kaart van het banket...</p> + + <p>—Vijf-en-twintig duizend frank! kreunde Snepvangers.</p> + + <p>—Maar 't was een droom... de voituren roken naar de bloemen... de gang en + de zaal was één tapijt en de juffrouwen in lichte toiletjes strooiden + tuiltjes voor de voeten... 't was zonde voor de rozen... De zaal was vol electrisch + licht. Aan het banket ontbrak niks... Het orkest speelde en er werd gezongen... Op + champagne kwam het niet aan... en de eerste communiekante zat als een prinsesken in + 't wit aan den kop der tafel... Op het einde hebben de juffrouwen hun schoonste + dansen uitgevoerd... de tango... de one step... la danse d'Hérodiade...</p> + + <p>—Die Vervarcken heeft het ook ver gebracht, zei Craen.</p> + + <p>—Ik zou dat wel eens willen gaan zien, bedacht Snepvangers.</p> + + <p>—Dat past u niet, Papa, op uwen ouderdom...</p> + + <p>—Maar, Antoine, vermits de zaal zoo schoon is...</p> + + <p>—Ik zeg u dat het u niet past... 't is voor de jonkheid...</p> + + <p>—Goed, Antoine, zóó erg ben ik er niet op verzot...</p> + + <p>Een der volgende avonden, wanneer Snepvangers thuis kwam, werd hij opgewacht + door Miranda. Sinds het misverstand hadden zij elkaar niet meer weergezien.</p> + + <p>—Snepvangers, zei hij en hield de trouwe oogen beschaamd neergeslagen, ik + wou u niet lastig vallen, maar...</p> + + <p>—Wat wilt ge? verzocht Snepvangers norsch.</p> + + <p>—Wilt ge Spitsken terug... Gij zijt toen zeer vriendelijk voor mij + geweest...</p> + + <p>—Gegeven blijft gegeven, Miranda, 't was alles goed en we waren goei + vrienden... maar dat woord over mijn schoonzoon...</p> + + <p>—Laat ons daarover niet meer spreken, Snepvangers, maar nu heb ik Spitsken + niet meer noodig...</p> + + <p>—Niet meer noodig?</p> + + <p>—Mijn vrouw is terug... haar kozijn heeft haar in den steek gelaten...</p> + + <p>—En ge hebt haar niet buiten gesmeten?</p> + + <p>—Och, Snepvangers, ze beefde als een vogeltje toen zij in den winkel kwam, + zij moest zich aan den post van de deur vasthouden... Zij is zoo mager en oud + geworden... Miranda, kent ge me nog? zei ze.</p> + + <p>—En?...</p> + + <p>—Dan heb ik haar op mijn schoot genomen en gekust!... Nu heb ik weer + aanspraak en kan ik Spitsken missen...</p> + + <p>—Als ge den hond gaarne ziet...</p> + + <p>—Ik houd veel van Spitsken, Snepvangers, maar hij zal mij altijd aan dezen + triestigen tijd herinneren... daarom...</p> + + <p>—Ja, Miranda... breng Spitsken maar terug... en veel geluk in uw + huishouden...</p> + + <p>—Dank, Snepvangers... ik heb nog over dat woord nagedacht... het was zoo + boos niet bedoeld... alle fortuinen worden zoo opgebouwd... met arbeid schraapt men + het niet bijeen... Antoine zal niet slechter zijn dan anderen...</p> + + <p>—'t Is een van den nieuwen tijd, Miranda... 't is misschien wel woeker... + maar Albertken en de kinderen zullen er later goed bij varen...</p> + + <p>In den Herfst van het jaar 1916 zat Snepvangers vruchteloos op den Generaal te + wachten. Het sloeg vijf uur. Langzaam toog de schemering in de herberg waar hij + verlaten zat. Er haperde iets met zijn vriend. Wanneer het halfzes sloeg was hij + zijn ongeduld niet langer meester. Aan de deur liep hij een man met grijzen + profetenbaard tegen het lijf. In zijn arm droeg deze een bedelbus ten voordeele van + het werk tot bestrijding der tering.</p> + + <p>—Mijnheer Snepvangers, vroeg hij en streek, onderzoekend loerend over zijn + stalen bril, met zijn wijsvinger langs zijn gebogen neus.</p> + + <p>—Wat belieft? vroeg Snepvangers en schoof achteruit van de deur.</p> + + <p>—Mijnheer Snepvangers, zei de Oude en nam zijn vettigen, slappen hoed van + het hoofd, onze vriend, de Generaal is plots gestorven...</p> + + <p>Snepvangers leunde tegen den toog, alles draaide en schemerde voor zijn oogen. + Uit het nevelig licht staken de priemende, bruine oogen van den man met de + bedelbus.</p> + + <p>—Wie zijt gij, stamelde Snepvangers.</p> + + <p>—Ik ben Peer De Backer!</p> + + <p>—Peer De Backer, mompelde hij verdwaasd.</p> + + <p>—Kom, zei Peer, dat is 's werelds loop... Kom mee in open lucht...</p> + + <p>—Dood, prevelde Snepvangers terwijl hij achter Peer op straat stapte.</p> + + <p>Hij hoorde de bladeren ritselen, terwijl hij naar een verre lantaarn in den + wazigen mist tuurde. In de hemel stonden de sterren helder geplant en ver weerklonk + wat ijdel geluid. Ik kom nooit meer in dat café, peinsde Snepvangers ik zou + altijd zijn gelaat zien en denken aan de partijtjes domino.</p> + + <p>—Hij had zijn middagslaapje gedaan zooals gewoonlijk... en toen hij wakker + werd was hij onpasselijk... Hij kon niet opstaan uit zijn zetel... Clemence, zei + hij tot zijn zuster, laat Peer De Backer roepen...</p> + + <p>—Waart gij ook zijn vriend, Mijnheer de Backer, vroeg Snepvangers, haast + achterdochtig.</p> + + <p>—Zeg maar Peer... Vriend?... Ja, vriend en gebuur... ik heb me altijd met + heraldiek bezig gehouden... ik ken de stamboomen van al onze adellijke families... + van als ze iets geworden zijn... ik weet hoe zij geparenteerd zijn... en zoo heb ik + den Generaal leeren kennen...</p> + + <p>—Was hij van adel?</p> + + <p>—Bij lange niet... maar hij stelde er veel belang in... vooral als zijn + respect wat verminderd was...</p> + + <p>—Hoe?</p> + + <p>—Wel ik bewees hem dat een stamvader van een baron als Hollandsch + kleermaker naar Antwerpen gekomen was in de zeventiende eeuw... dat een ander + adellijk heer een afstammeling was van een kamerknecht...</p> + + <p>—Maar wat kan u dat schelen, Peer...</p> + + <p>—Eigenlijk niks... maar dat nu is zoo'n liefhebberij... ik amuseer mij met + blazoenen en wapens... met familieoorkonden en geschiedenissen...</p> + + <p>—De Generaal?...</p> + + <p>—Ja, hij liet mij roepen... "Peer, zei hij, aan mijn hart hapert iets... + ik voel mij zoo aardig... en mijn zuster en de meid zijn maar vrouwen... als er mij + iets overkomt... Ik ben een man, Peer... dan reken ik op u... vergeet dan niet mijn + vriend Snepvangers te verwittigen..." Hij gaf mij nog een hand, zakte terug in zijn + zetel en was dood... Hartaderbreuk...</p> + + <p>—Zoo onverwacht, Peer!</p> + + <p>—Elk krijgt zijn beurt... heden ik... morgen gij... Weet gij nog dat wij + samen op school geweest zijn... Herinnert ge u rosse Peer niet?...</p> + + <p>—Ja, aarzelde Snepvangers, hij heeft me nog een bloedneus geslagen...</p> + + <p>—Dat was ik, bekende Peer zedig.</p> + + <p>—Wel!... wel!...</p> + + <p>—Ja... gij zijt in uw affaire rijk geworden... en ik niet... anders ging + ik met geen bedelbus rond in de cafés... Nu moet ik mijn ronde beginnen... + Ik ben filosoof, Snepvangers... gij met uw geld zijt toch niet gelukkiger dan ik + zonder cens... Kom mij morgen halen, ik woon boven den kronenwinkel naast het huis + van den Generaal... dan gaan we samen naar 't sterfhuis.</p> + + <p>—Ik zal komen, beloofde Snepvangers en sukkelde alleen voort.</p> + + <p>Hij trok door stille straten, suffend en als geslagen. Vrees knaagde hem, vrees + voor wat hij niet noemen dorst. Wat is het toch rap met een mensch gedaan, kreunde + hij. Tegenspartelen baat niet, en niemand gaat gaarne....</p> + + <p>—De Generaal is dood, Mama.</p> + + <p>—Och, zei Madame onverschillig, dat is erg ... voor zijn zuster!... + Wanneer wordt hij begraven!...</p> + + <p>—Dat zal ik morgen vernemen....</p> + + <p>—Ge moet een kroon koopen!</p> + + <p>—Ja.</p> + + <p>Dien nacht droomde Snepvangers dat hij met Peer naar het front moest, zij hadden + schrik en wilden in een schuur kruipen om zich te verstoppen, maar werden gevat + door een lijkbidder en de Generaal stond er bij te lachen, zoo valsch en zoo + harteloos. Het koude zweet brak hem uit toen hij het dievenkarreken zag voorkomen, + het dievenkarreken waarop een kruis stond als op een lijkwagen. Als afscheid gaf de + Generaal hem de hand en in de zeemlederen handschoen voelde hij de afgeteerde + kootjes. Angstig gilde hij en ontwaakte.</p> + + <p>Aan de koffietafel pruttelde Madame dat het brood weer zoo onsmakelijk was en + zij weer in den regen moest gaan aanschuiven aan de winkeldeur van het "Nationaal + Comiteit". Maar Snepvangers was zijn opgewektheid kwijt, zijn luchthartigheid + waarmede hij anders opbeuren kon en punteeren in het leven.</p> + + <p>'s Namiddags, de straten waren glibberig en de lucht was een gesloten wolk, trok + hij naar Peer. De luiken van het sterfhuis waren gesloten. Een oogenblik stond hij + voor de vitrien van den kronenwinkel, keek naar de zwart parelen grafkronen, naar + porceleinen kruisjes en harten, naar celluloïden bloemkransen. Op een purperen + lint stond met zilveren letters gedrukt: "Regrets éternels".</p> + + <p>De winkeldame was een kort, dik menschken met fleurig opzicht. Vruchteloos + probeerde zij haar gelaat in droeve plooi te vertrekken.</p> + + <p>—De schoonste kroon, Madame, en een met zoo'n purperen lint ... 't Is voor + mijn vriend de Generaal!...</p> + + <p>—Ha, de Generaal, Mijnheer.... Wat sterven er menschen ... en zoo'n twee + aardige gevallen ... de Generaal in zijn zetel en de bakkerszoon van hierover aan + den IJzer ... Peer ... och, pardon....</p> + + <p>—Ik ken Peer wel, knikte Snepvangers, ik kom hem halen om naar 't + sterfhuis te gaan....</p> + + <p>—Tweede verdieping, Mijnheer, voorkamer.</p> + + <p>In de duistere trapzaal strompelde Snepvangers met beklemd gemoed naar boven. + Glibberig zweetten de muren en de trap kraakte. Een vunze reuk van afgekookte + savooikoolen benauwde hem.</p> + + <p>Vooraleer hij kon aankloppen, opende Peer de kamerdeur en stak zijn profetenkop + buiten.</p> + + <p>—Het riekt weer naar savooien, Snepvangers, ik geloof dat ze beneden niks + anders eten ... ja, zij eten nog raapkoolen.... Kom zet u aan tafel om uit te + blazen....</p> + + <p>—Ik word oud, zei Snepvangers verdrietig.</p> + + <p>—Ja, wij worden oud, bedacht Peer, wij zullen spoedig niet meer deugen + voor dees wereld.... Dan komt het moment dat ze ons met de voeten vooruit naar + buiten dragen.... Mij is het onverschillig ... ik heb kind noch kraai.... Met mijn + boeken en mijn stamboomen kan niemand iets aanvangen.. 't is al gehavend en kapot + gelezen.... Dat komt in een voddenhuis terecht of valt in de handen van een koopman + in oude boeken.... Zij stoppen mij stillekens 's morgens vroeg in mijn put.... Zoo, + onbekend en onbemind, worden dagelijks duizenden begraven ... arme menschen vullen + de wereld, Snepvangers.... Maar rijk of arm, allemaal moeten wij den put in om + plaats te maken voor den nieuwen tijd ... voor den nieuwen tijd vechten zij ... + maar wat zal het geven?... Overal zal het wel anders worden, doch de menschen die + komen zullen gelijken aan de dooden in hun ijdelheid en hun zwakheid.... Ik heb + veel gelezen, en ik ben wijs geworden!... Zoo zal het zijn!...</p> + + <p>—Wij kunnen niet mee heeft de Generaal mij gezegd, Peer.</p> + + <p>—Wilt ge de wereld van gisteren en morgen eens zien?... Kom maar + mee....</p> + + <p>Peer stak een lampje aan en ging voor over het trapportaal, opende de deur der + achterkamer. Het rolgordijn was neergelaten en het lichtje schemerde. Op reien, aan + kapstokken hingen vastenavondpakken: dominos, prinsendrachten vol klatergoud, gazen + danseresjesrokken, clownpakjes, togas, gendarmen- en rooverskostumen. Grijnzende, + kartonnen maskers en fluweelen mombakkessen lagen op een tafel gestapeld naast + hoeden en bijhoorigheden.</p> + + <p>—Dat verhuren ze beneden rond carnaval, dan bergen ze de kronen weg...</p> + + <p>—Het is griezelig zoo in halfdonker, Peer...</p> + + <p>—Gij hebt het leven nooit griezelig gekend, Snepvangers... Voor de meesten + is het altijd zoo... Kom... Ja de menschen loopen met een mombakkes en in een + vastenavondkostuum... en hoe ouder zij worden hoe minder zij zeggen wat ze + denken...</p> + + <p>Zij zaten weer aan de tafel en de scherpe haviksoogen van Peer loerden ver zijn + stalen bril.</p> + + <p>—Gij hebt zooals de andere menschen van alles geprobeerd om uwen tijd te + passeeren... zoo doen wij allen... Ik zocht in stamboomen, gij in wat anders... Gij + hebt centen gewonnen en uw dochter grootgebracht... Mijn kinderen stierven en mijn + geld verloor ik! Wij jagen veel na en bereiken haast niks, zitten vol + tegenstrijdigheden. Gij hebt uw fortuin gewonnen in uwen winkel en met huizen... ik + was zielhond die soldaten wierf, vrijwilligers voor ons leger, voor Oost-Indië + en het vreemdelingenlegioen van Frankrijk... En de zielhond was voor de vrede en + tegen den oorlog... Ik was arm en vond behagen in de stamboomen van den adel... Ik + ga met een bedelbus voor de weldadigheid rond maar leef er van, vermits men mij + betaalt om te gaan schooien... En ongelukkiger dan gij ben ik niet, al weet ik + nooit met een tienuren-mis begraven te zullen worden...</p> + + <p>—Ik versta niks van de wereld en de menschen bekende Snepvangers + langzaam.</p> + + <p>Peer lachte somber en er zat een boosaardige lustigheid in zijn oogen.</p> + + <p>—Toch aardig wanneer men met een schoolkameraad kan klappen...</p> + + <p>—Gij zijt nog altijd rosse Peer, fluisterde Snepvangers geknakt, laat ons + nu maar naar den Generaal gaan zien.</p> + + <p>Zij spraken geen woord meer en gingen naar het sterfhuis, zaten een tijdje + tegenover de terneergeslagen zuster van den doode, spraken schaarsche woorden doch + vermeden iets over den afgestorvene te zeggen. Maar alle drie voelden zij den dood + in huis.</p> + + <p>—Willen de heeren hem nog zien? stelde ten slotte Juffrouw Clemence + voor.</p> + + <p>In zijn oud uniform gestoken lag de Generaal op zijn bed. Twee kaarsen stonden + weerszijden van een zilveren crucifix op het nachttafeltje. Op zijn borst hing zijn + eerekruis. Zijn rustig gelaat was matgeel en onder zijn linkeroog zat een bruine + peperkoor. Hij droeg zijn eeuwige zeemlederen handschoenen.</p> + + <p>—Hij is schoon, lispelde Juffrouw Clemence verteederd.</p> + + <p>—Ik moet weg, antwoordde Snepvangers, het wordt mij hier te benauwd, 't is + zeker de reuk van die bloemen en van het waslicht...</p> + + <p>Op straat herademde hij een weinig maar hij voelde zich flauw. Ik heb precies + honger, dacht hij.</p> + + <p>—Tot morgen, zei Peer, ik ga mijn toer beginnen met mijn bedelbus... 'n + mensch moet in zijn nooddruft voorzien...</p> + + <p>Moeizaam drentelde Snepvangers naar huis. Onzeker was zijn gang, telkens + verdoofden zijn blikken en werd hij duizelig... Klappertandend van koorts kroop hij + achter de stoof en nam spitsken op den schoot.</p> + + <p>—Ik vrees dat ik niet naar de begrafenis zal kunnen gaan, zei hij.</p> + + <p>—Morgen is het weer beter, troostte Madame, ik zal een warm bierpap gereed + maken en er veel foelie in doen... niks zoo goed om te zweeten...</p> + + <p>—En ik die nooit ziek ben geweest!</p> + + <p>—Het moet eens de eerste keer worden, Snepvangers!</p> + + <p>Hij had een onrustigen nacht, bleef 's anderendaags lusteloos in zijn bed + liggen.</p> + + <p>—We zullen Dokter Vaeremans laten halen, besloot Madame.</p> + + <p>—Ik ben ziek en niet ziek, zei Snepvangers, staarde naar de gordijnbloemen + en veronderstelde dat thans de Generaal in zijn lijkkoets naar het kerkhof reed, + enkel vergezeld van Peer vermits de begrafenis in stilte plaats had.</p> + + <p>Rond den middag hoorde hij de trappen kraken onder het gewicht van den dikken + dokter Vaeremans. Op het portaal hoorde hij hem kortademig blazen, dan zag hij zijn + kortgeknipten, grijzen baard, zijn kinderlijk blauwe oogen en hoorde hij zijn + stem.</p> + + <p>—Steek uw tong eens uit, riep hij van verre, kwam aan het bed en liet zich + naast Snepvangers op het deken neerzakken.</p> + + <p>—Ik ben verder versleten dan gij, Mijnheer Snepvangers, maar ik heb geen + tijd om in mijn bed te liggen.</p> + + <p>—Ik ben ziek en niet ziek, aarzelde Snepvangers.</p> + + <p>—Dat ken ik!... 't Zal niet blijven duren!... 'k Zal een fleschken + schrijven...</p> + + <p>—Alle uren 'n lepel, Mijnheer Doctoor?</p> + + <p>—Ja, Madame, en morgen kom ik nog eens zien...</p> + + <p>De trap kraakte weer, Madame zei nog wat in den gang en dan sloeg de deur + dicht.</p> + + <p>—'t Zal niet blijven duren, paaide zich Snepvangers.</p> + <hr style='width: 45%;' /> + + <p>Het kloksken der Paters van de Ossenmarkt hield op met kleppen.</p> + + <p>In de Hobokenstraat marcheerde Dokter Vaeremans en bromde onbedacht een liedje + dat hem in het hoofd zat:</p> + + <p>"'t Is 'n vogel veur de kat!... 't Is 'n vogel veur de kat!"...</p> + <hr style="width: 65%;" /> + + <h2>HOLLAND-BIBLIOTHEEK.</h2> + + <h3>DE KEURVERZAMELING VAN MODERNE HOLLANDSCHE LITERATUUR.</h3> + + <p><i>Prijs per deel f</i> 1.65, <i>gebonden f</i> 2.25.</p> + <hr style="width: 65%;" /> + + <p><i>Lode Baekelmans</i>, MIJNHEER SNEPVANGERS<br /> + <i>Henri Borel</i>, WIJSHEID EN SCHOONHEID UIT CHINA.<br /> + <i>Ina Boudier-Bakker</i>, ARMOEDE.<br /> + <span style="margin-left: 2em;">" " " + KINDEREN.</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">" " " + HET BELOOFDE LAND.</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">" " " + WAT KOMEN ZAL.</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">" " " + MACHTEN.</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">" " " + BLOESEM</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">" " " + DE ONGEWETEN DINGEN.</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">" " " + EEN DORRE PLANT.</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">" " " + GRENZEN.</span><br /> + <i>Carry van Bruggen</i>, EEN COQUETTE VROUW.<br /> + <i>Louis Couperus</i>, ELINE VERE.<br /> + <i>Gerard van Eckeren</i>, IDA WESTERMAN.<br /> + <span style="margin-left: 2.5em;">" " " + "GUILLEPON FRÈRES".</span><br /> + <span style="margin-left: 2.5em;">" " " + ANNIE HADA.</span><br /> + <i>Anna van Gogh-Kaulbach</i>, HET RIJKE LEVEN.<br /> + <span style="margin-left: 2em;">" " " " + RIKA</span><br /> + <i>G.F. Haspels</i>, ZEE EN HEIDE.<br /> + <span style="margin-left: 2em;">" " ONDER + DEN BRANDARIS.</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">" " DAVID + EN JONATHAN.</span><br /> + <i>Cornélie Huygens</i>, BARTHOLD MERYAN.<br /> + <i>Felix Timmermans</i>, PALLIETER.<br /> + <i>Augusta de Wit</i>, DE GODIN DIE WACHT.<br /> + <span style="margin-left: 2.5em;">" " " + ORPHEUS IN DE DESSA.</span><br /> + <span style="margin-left: 2.5em;">" " " + VERBORGEN BRONNEN.</span><br /> + </p> + + <h4>UITGAVEN</h4> + + <h3>P.N. VAN KAMPEN & ZOON—AMSTERDAM</h3> + </div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Mijnheer Snepvangers, by Lode Baekelmans + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MIJNHEER SNEPVANGERS *** + +***** This file should be named 15048-h.htm or 15048-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/5/0/4/15048/ + +Produced by Miranda van de Heijning, Guido Royackers and the Online +Distributed Proofreading Team. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + + </body> +</html> + diff --git a/15048-h/images/cover.jpg b/15048-h/images/cover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a109a00 --- /dev/null +++ b/15048-h/images/cover.jpg diff --git a/15048-h/images/titelpagina.jpg b/15048-h/images/titelpagina.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7820d86 --- /dev/null +++ b/15048-h/images/titelpagina.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..d421e81 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #15048 (https://www.gutenberg.org/ebooks/15048) |
