summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/14580-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '14580-8.txt')
-rw-r--r--14580-8.txt9207
1 files changed, 9207 insertions, 0 deletions
diff --git a/14580-8.txt b/14580-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..5b66e7e
--- /dev/null
+++ b/14580-8.txt
@@ -0,0 +1,9207 @@
+The Project Gutenberg EBook of Elsje, by A.C. Kuiper
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Elsje
+ (een verhaal voor meisjes)
+
+Author: A.C. Kuiper
+
+Illustrator: A. Wijthoff
+
+Release Date: June 17, 2005 [EBook #14580]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ELSJE ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the PG Distributed Proofreaders Team
+
+
+
+
+
+
+ Elsje
+
+ Door
+
+ A.C. Kuiper,
+
+Schrijfster van "Anneke", "Een Hollandsch meisje op een engelsche
+ kostschool", enz., enz.
+
+ Geïllustreerd door A. Wijthoff
+
+ Derde druk.
+
+
+ Haarlem Vincent Loosjes 1906.
+
+
+
+
+
+
+Hoofdstuk I.
+
+Een vroolijke Wandeling.
+
+
+"Als 't je blieft, kereltje, hier is de stroopkan. Pas goed op en
+kijk waar je loopt; de kan is heel vol, zooals je ziet. Wacht maar,
+ik zal je wel even het stoepje afhelpen. Ziezoo, loop nu maar heel
+voorzichtig, hoor. Dag ventje!"
+
+En de goedhartige kruideniersbediende keek het kleine mannetje
+van vijf jaar na, dat met een ernstig gezichtje en stijf op elkaar
+gedrukte lippen, langzaam de stille dorpsstraat door ging. Met de
+volle stroopkan stevig tusschen zijn kleine roode handen geklemd,
+het hoofd een weinig voorover gebogen en schuifelende pasjes, liep
+hij voorzichtig voort over de ongelijke steenen, die hier en daar
+verraderlijk glad waren, want het had hard gevroren de laatste dagen
+en hoewel de zon op enkele plaatsen de ijskorst deed wegsmelten,
+dat maakte de straat niet minder glibberig. Ons manneke was daarop
+echter bedacht; hij haastte zich niet en het duurde een heel poosje,
+eer zijn grappig rond figuurtje langs den hoek der straat verdween.
+
+"Ziezoo, die zal wel veilig bij zijn moeder komen," zei de bediende,
+den winkel weer binnengaand. "En wat moet jij nu hebben, Elsje?" vroeg
+hij, zich tot een meisje wendend, dat geduldig bij de toonbank stond
+te wachten. Zij zag er frisch en gezond uit met haar roode wangen
+en heldere, blauwe oogen en het gladgestreken blonde haar kwam even
+onder het donkerroode wollen mutsje te voorschijn, dat zij onder de
+kin vastgestrikt droeg. Onder den warmen, zwartwollen doek, die om
+haar schouders geslagen en van achteren om het middel vastgeknoopt
+was, droeg zij een blauwgestreept katoenen jakje en onder den gladden
+rok van zwart merinos, kwamen grove wollen kousen en een paar stevige
+schoenen te voorschijn, die er uitzagen alsof zij te groot waren voor
+de voeten, die er in staken. Er lag iets vriendelijks en ook iets
+kinderlijks over de geheele verschijning, iets guls en prettigs, dat
+het vrij alledaagsche gezicht van het veertienjarige meisje bizonder
+aantrekkelijk maakte.
+
+"Alles is weer op bij ons," zei ze lachend, waarbij een rij witte
+tanden zichtbaar werd. "Ik moet weer koffie hebben en suiker en gort
+en wat rijst en meel en bruine boonen--van alles weer evenveel als
+altijd, als 't je blieft. Hier is mijn mand."
+
+En een groote hengselmand van den grond nemend, zette zij die op
+de toonbank.
+
+"Grootmoeder wat beter?" vroeg de bediende, terwijl hij de
+verschillende zaken afwoog en in zakjes deed.
+
+"Neen, niet veel," antwoordde Elsje, met een trek van bekommering op
+haar gezicht. "De dokter zegt dat ze meer eten moet, maar ze heeft
+haast nooit zin in wat. Ze is gelukkig wel beter dan verleden week."
+
+"Het zal langzamerhand wel in orde komen," klonk het op
+geruststellenden toon uit den mond van den bediende, "als de winter
+maar eens weer voorbij is. Dag Krelis!" vervolgde hij, zich tot een
+jongen wendend, die den winkel inkwam. "Ben je gevallen, baas? Je
+ziet heelemaal wit en zwart ook, warempel. Die mouw zal wel eens in
+de waschtobbe moeten voordat ze weer schoon is."
+
+"Och, dat droogt wel weer op," zei de jongen, achteloos een veeg
+over de bewuste mouw gevend. "Twee ons klontjes voor de koffie, als
+'t je blieft."
+
+"Ziezoo, klaar is Kees," hernam de bediende, Elsje de gevulde
+hengselmand en Krelis zijn zak met klontjes overreikend. "Dag kinderen,
+plezierige wandeling samen!"
+
+De twaalfjarige knaap drukte zijn gladden bonten muts vaster op het
+hoofd, knikte even, deed de rinkelende winkeldeur open en ging vóór
+Elsje den winkel uit, niet uit lompheid, maar omdat het geen oogenblik
+bij hem opkwam haar voor te laten gaan.
+
+Elsje volgde hem met haar mand aan den arm, de dorpsstraat door en
+den straatweg op. Het was heerlijk, gezond winterweer; helder en
+frischkoud, zacht vriezend. De zon scheen vol en rijk en verlichtte
+met warmen glans de enkele donkere dennen en de bruinglinsterende
+open velden aan beide kanten van den breeden straatweg. Over de dorre
+grassen en halmen lag een gouden gloed en dunne laagjes fonkelenden
+rijp losten zich in de warme zonnestralen op tot doorschijnende
+waterdroppels, die aan de kale, gladde takken bleven hangen,
+schitterend als zoovele diamanten.
+
+Met blijde, gelukkige oogen keek Elsje om zich heen, terwijl zij naast
+haar jeugdigen geleider voortstapte. Het was haar aan te zien dat
+haar jonge ziel vatbaar was om al dat heerlijke schoon te genieten
+en van puur genot haalde zij eens diep adem alsof ze zeggen wou:
+"Hè, hoe verrukkelijk mooi!" De jongen naast haar liep, een vroolijk
+deuntje fluitend, verder. Hij voelde zich prettig opgewekt in de
+gezonde winterkou; het liep zoo gemakkelijk en vlug over den harden,
+drogen weg; buitendien was het Zaterdag en had hij dus den langen
+Zondag in het vooruitzicht, waarop hij uren achtereen zou kunnen
+schaatsenrijden. Kortom, alles werkte samen om hem bizonder goed
+gemutst te doen zijn, maar zijn stemming was een geheel andere dan
+die van Elsje. Zij zou niet onder woorden hebben kunnen brengen wat
+zij voelde; er trilde iets in haar hart, dat haar zou hebben kunnen
+doen juichen en ernstig zijn te gelijk--het was een zekere heilige
+bewondering, een aanbidding bijna voor wat zij zag om zich heen. Want
+in haar eenvoudig kinderhart leefde een groote, rijke liefde voor
+de natuur; een liefde, die aan haar kalm leven een warmen gloed
+verleende, maar die haar ook wonderlijk verschillend maakte van de
+dorpsmeisjes met wie zij in aanraking kwam, al mocht men haar over
+'t algemeen graag lijden. Overigens was er aan Elsje volstrekt niets
+buitengewoons. Hare ouders, brave, oppassende lieden, had zij verloren
+toen zij nog maar heel klein was en sedert dien tijd had zij altijd
+met haar grootmoeder gewoond, in het kleine huisje, dat op een half
+uur afstands van het dorp gelegen was. Haar grootvader was ook reeds
+jaren dood en zijne weduwe had lang met naaien den kost verdiend en
+daardoor de spaarpenningen van haar man onaangetast gelaten, zoodat zij
+daarvan nu op haar ouden dag zuinig met haar kleindochter leven kon.
+
+"Hè," zei Elsje, terwijl ze even staan bleef, "wat is het
+vandaag prachtig hier! En kijk eens, wat glinsteren die mooi in
+de zon!" vervolgde ze, terwijl ze zich heenboog over een der lage,
+kale struiken en voorzichtig een glimmenden tak aanraakte, waaraan
+ontelbare waterdroppels flikkerden.
+
+"Ja, allerprachtigst!" lachte Krelis en een dikken tak beetpakkend,
+schudde hij Elsje de zware druppels in het gezicht en riep spottend:
+"En ze spatten ook zoo mooi!"
+
+In een oogwenk stond haar mand op den grond en haar gezicht snel met
+haar hand afvegend, riep ze: "Dat zal ik je betaald zetten!"
+
+"Ga je gang, maar pas op dat je mand niet weggepakt wordt!" plaagde
+hij en meteen het hengsel beetgrijpend, rende hij vooruit, zoo snel
+als zijn jonge beenen het hem maar veroorloofden.
+
+"Vreeselijke jongen!" riep Elsje hem na, terwijl zij het ook op een
+loopen zette, zonder echter den jeugdigen boosdoener te kunnen inhalen.
+
+Eindelijk verdween hij langs een smal zijpaadje, dat naar de kleine
+boerderij voerde, waar hij thuis hoorde.
+
+"Och hemel, nu neemt hij mijn mand zeker mee naar binnen!" hijgde
+Elsje, op het zijpad toesnellend. Maar toen zij dichterbij gekomen was,
+zag zij de hengselmand op een grooten steen vlakbij staan.
+
+"Gelukkig," zei ze, zich bukkend om haar op te nemen.
+
+"Och, och, wat spatten ze mooi, wat spatten ze mooi!" klonk de stem
+van Krelis achter haar, terwijl een dichte regen op haar neerviel
+van den struik, waaronder zij zich gebukt had en dien hij uit alle
+macht schudde.
+
+Zij richtte zich snel op, maar Krelis was haar al weer te vlug af
+geweest, want toen zij zich naar hem omkeerde, was hij het zijpad al
+weer in en niets dan een plagend geroep van: "Dag Els, dag Els!" bewees
+dat hij nog in de nabijheid was.
+
+"Wacht maar, ik zal je wel krijgen, al is het dan vandaag niet!" riep
+ze terug, waarop Krelis tergend een langgerekt gefluit liet hooren
+en toen in huis verdween.
+
+"Ik zal hem wel," zei Elsje bij zichzelf, terwijl ze verder liep, "hij
+behoeft niet te denken dat ik me zoo maar ongestraft laat beetnemen,
+die brutale jongen!" En zij lachte, terwijl ze zich ten tweeden male
+het gezicht afveegde.
+
+En verder liep ze, langs kale, uitgestrekte velden, waar de donkere
+aarde door een dunne ijskorst was bedekt en waar de bonte kraaien,
+deftig als oude heeren, in zwart-en-grijs gewaad voorttrippelden of
+in lange zwenkingen door de lucht vlogen. Iets verder stak het korte
+kreupelhout met zijn taaie, warmroode twijgjes, schilderachtig af
+tegen de hoogere struiken, waarvan de dorre beuke- en eikebladeren,
+die hardnekkig aan de kale takken waren blijven hangen, goudbruin waren
+getint. Vlokkige witte wolkjes deden het zonnige blauw van den hemel te
+helderder uitkomen en Elsje kon niet nalaten, nog even om zich heen te
+zien met een: "Hè, heerlijk!" van innige bewondering, voordat ze het
+korte pad opging naar het kleine huisje, dat zij met haar grootmoeder
+bewoonde. Het zag er netjes en schilderachtig uit met de donkergroen
+en rood geverfde luiken, de lage groene deur en de smalle ramen, die
+thans door de warmte van binnen half ontdooid waren, zoodat Elsje het
+vriendelijke gezicht van haar grootmoeder, omlijst door een hagelwit,
+geplooid mutsje, naar buiten kon zien kijken. Zij knikten elkaar
+vroolijk toe, waarna het meisje het plaatsje van roode tichelsteenen
+op zij van het huis overliep naar de deur, de klink oplichtte en door
+de smalle gang het woonvertrek inging, dat tevens als keuken dienst
+deed. De kleine kamer had een zeer eenvoudig aanzien met de vierkante
+houten tafel voor het raam, vier stoelen met matten zittingen en den
+bruingeschilderden houten vloer. Aan den eenen kant van den gewitten
+muur stond de kookkachel en daar tegenover een ouderwetsche latafel
+met korte, gedraaide pooten. In een zwarte lijst tegen den muur hing
+een verschoten merklap, door Elsje's grootmoeder bewerkt, toen ze nog
+een kind was, terwijl de portretten van Elsje's ouders op de latafel
+prijkten in gezelschap van een fleschje inkt, een paar pennenhouders,
+twee hardblauwe bloemvaasjes, een mandje met gemaakte bloemen, een
+staand spiegeltje en een Bijbel. Een groote koekoekklok hing naast
+den schoorsteen, die met aardige blauwe tegeltjes was versierd,
+terwijl een netjes gerimpelde strook of "val" langs den zwarthouten
+schoorsteenmantel naar beneden hing. Vlak bij het raam, waarbij de
+grootmoeder zat te breien, was een klein portretje opgehangen in een
+fraai nieuwerwetsch lijstje, dat slecht in deze omgeving paste. Het
+portret was dat van een jonge vrouw, met groote, sprekende oogen
+en donker, golvend haar. Er lag een trek van trotschheid om den
+fijnbesneden mond en het was alsof de fraaigevormde wenkbrauwen even
+minachtend opgetrokken waren, iets wat het overigens zeer innemende
+gelaat bepaald ontsierde. Er was in het portret een flauwe gelijkenis
+waar te nemen met het gezicht der oude vrouw, die dezelfde donkere,
+sprekende oogen had, waarvan echter de uitdrukking veel vriendelijker
+was, terwijl het thans geheel witte haar volkomen glad langs hare
+slapen was gestreken en zonder de minste neiging om te golven, even
+onder de geplooide muts te voorschijn kwam. De kleine handen waren
+rimpelig en mager van ouderdom en de dikke, blauwe aderen duidelijk
+zichtbaar, terwijl de ijverige vingers vlug de breinaald hanteerden.
+
+Elsje leek niets op haar grootmoeder. Hare oogen waren lichtblauw,
+evenals die harer eigene moeder geweest waren, ook had zij hetzelfde
+geelblonde, touwachtige haar van haar moeder. Fijn besneden waren hare
+trekken volstrekt niet, maar om haar frissche roode lippen lag, zooals
+wij reeds gezegd hebben, iets guls en prettigs, en uit de vroolijke,
+blauwe oogen straalde een glans van tevredenheid en geluk, die een
+groote aantrekkelijkheid verleende aan haar gezicht.
+
+Haar grootmoeder keek Elsje met welgevallen aan, zooals ze thans voor
+haar stond met wangen rood van de koude en oogen, nog schitterend
+van het genot, dat de mooie wandeling haar had bezorgd.
+
+"O grootmoeder, wat is het heerlijk buiten!" zei ze, de mand op de
+tafel zettend. "Ik wou dat u het ook allemaal eens gezien hadt! De
+zon schijnt zoo mooi en het is zulk lekker weer om te loopen en alles
+schittert even prachtig en...."
+
+"Ja, ja, ik wil het wel gelooven," zei de oude vrouw, lachend haar
+kleindochtertje in de rede vallend, "maar maak nu maar een beetje
+voort. Je moet het plaatsje nog schrobben en de koffie malen en dan
+verlang ik erg dat je eens flink aan het breien gaat. Je bent ook
+nogal lang weg geweest, dunkt me."
+
+"Och, die vervelende Krelis heeft me weer geplaagd," zei Elsje met
+gemaakte knorrigheid, terwijl ze de pakjes uit de hengselmand nam. "Ik
+zal gauw voortmaken, grootmoeder."
+
+Zij deed haar kapje en doek af en begon ijverig heen en weer te
+dribbelen, waarbij het korte vlechtje op haar rug, dat met een zwart
+veterbandje vastgestrikt en heel stijf gevlochten was, voortdurend
+in dansende beweging kwam.
+
+Het vuur werd opgestookt, de groote ketel met water opgezet voor
+de koffie, die straks bij de boterham gebruikt moest worden, sneden
+brood met roggebrood werden gesneden en gesmeerd en eindelijk werd
+de koffiemolen uit de kast gehaald en werden de boonen gemalen,
+waarbij Elsje een even druk gebruik maakte van haar tongetje als
+van haar handen. De grap van Krelis werd in kleuren en fleuren aan
+grootmoeder verteld, wier oude oogen van pret begonnen te glinsteren
+bij het aardige verhaal. Toen was er genoeg koffie gemalen en zei
+Elsje, het blad met de kopjes klaarzettend en de koffie opschenkend:
+
+"Zal ik nu maar eerst het plaatsje schrobben, grootmoeder? Dan kan
+de koffie onderwijl trekken."
+
+"Best kind."
+
+Ons meisje deed met een gewichtig gezicht een grooten blauwen
+boezelaar voor, zette haar wollen kapje weer op, deed haar klompen
+aan en ging naar buiten. En toen volgde er een plassen met water en
+een geschrob en een klotsen op klompen, dat het een aard had. De roode
+tichelsteentjes begonnen terdege te glimmen van al dat geboen en toen
+Elsje eindelijk klaar was met schrobben en met groote handigheid wit
+zand over het plaatsje had gestrooid uit een wijden, ruwhouten nap,
+zag het er zoo netjes uit, dat zij niet nalaten kon een goedkeurend
+knikje te geven, voordat ze in huis terugging.
+
+"Het water zal wel gauw weer bevriezen," zei ze, "er is zoo weinig
+zon aan dezen kant, maar het is toch erg opgeknapt."
+
+"Hè, ik verlang naar mijn boterham," hernam ze, toen ze haar boezelaar
+aan den spijker naast den schoorsteen had opgehangen. "Is de koffie
+goed, grootmoeder?"
+
+"Ja kind, schenk maar eens gauw een warm kopje in."
+
+Elsje gehoorzaamde, zette het kopje voor de oude vrouw neer en
+vroeg toen, met een bezorgden blik op het gelaat der grootmoeder,
+dat plotseling heel bleek geworden en pijnlijk vertrokken was:
+
+"Al weer die akelige pijn op de borst, grootmoeder?"
+
+De oude vrouw knikte met een zwakke poging om te glimlachen.
+
+"Zoo benauwd," hijgde ze. "Erg benauwd! Wacht maar even."
+
+Het meisje ging achter haar staan, trok het grijze hoofd zacht naar
+zich toe en liet het tegen haar schouder rusten. Zoo bleef zij staan,
+totdat haar grootmoeder weer vrijer begon adem te halen, het kopje
+koffie opnam, even dronk en zei:
+
+"Ziezoo, nu is het weer over. Hè, dat is een opluchting! Het kwam nu
+toch ook heel onverwachts."
+
+"Zal ik u straks nog eens wat van dat drankje geven?"
+
+"Ja, voordat we naar bed gaan. Eet nu je boterham kind, je zult
+trek hebben."
+
+Elsje haalde haar breikous uit de bovenste lade der latafel, nam een
+stoel en ging over haar grootmoeder zitten. En alweer had zij van
+allerlei te vertellen, terwijl de breinaalden lustig klapperden, de
+zwarte kous onophoudelijk heen en weer slingerde en nu en dan haar
+vroolijke lach helder en opwekkend door de kamer klonk. Zij moest
+vooral haar best doen dat de oude vrouw geen sombere buien kreeg,
+had de dokter gezegd en hoewel zij eigenlijk nooit anders deed dan
+het haar grootmoeder zooveel mogelijk naar den zin te maken, spande
+zij zich nu natuurlijk dubbel in. De wandeling naar het dorp en het
+bezoek aan den kruidenier gaven haar stof genoeg tot praten, totdat
+het langzamerhand donkerder werd en zij als vanzelf de breikous in
+haar schoot liet zakken en stiller werd. Buiten was de maan langzaam
+en statig opgekomen en verlichtte met een tooverachtig blauwen glans
+de zwarte, fijne takken der enkele iepen langs den weg. Zacht dreven
+de witte wolken verder door de blauwe lucht, waartegen de donkere
+boomtakken scherp afstaken. In het kleine vertrek werd het hoe langer
+hoe duisterder. De oude vrouw liet haar hoofd voorover glijden, sloot
+de oogen en sluimerde in. Met de handen over elkaar geslagen en haar
+gezicht een weinig opgeheven, zat Elsje met ernstige oogen peinzend
+naar buiten te staren.
+
+Wat was het daar plechtig stil en mooi, dacht ze en hoe aardig was het
+om oplettend naar boven te kijken naar die grillig gevormde kleine
+wolken, die in al haar reine witheid langzaam voortgleden. Zou daar
+nu de hemel achter zijn? En als men die wolkjes van dichtbij zag,
+van heel dichtbij, zou men ze dan voorzichtig kunnen bevoelen en
+er met de hand overheen strijken en zouden ze dan zacht en wollig
+zijn als fijne watten? En hoe kwam het toch dat de maan dat vreemde,
+blauwachtige schijnsel wierp over de koude, donkere aarde? En o, wat
+was het mooi, wat was het alles prachtig mooi! God moest wel heel groot
+en machtig zijn om alles zoo mooi en heerlijk te kunnen maken in de
+natuur! En hoe moest het wel in den hemel wezen, als het waar was dat
+daar alles nog veel mooier was dan hier! En....en als zij dan later in
+den hemel kwam, o, wat zou ze dan wel niet voelen, hier op aarde was
+het al dikwijls zoo prachtig! Het zou zeker nog heel lang duren, eer
+zij den hemel zag, zij was nog zoo jong, maar grootmoeder, die zou....
+
+Met een snik van ontzetting, brak zij haar gedachtenloop af. O neen,
+neen, grootmoeder moest bij haar blijven, zij moest en zou weer
+beter worden; wat zou Elsje moeten beginnen zonder haar? Zij boog
+zich voorover om in de schemering naar haar te kijken en hoorde aan
+de zachte, geregelde ademhaling dat de oude vrouw sliep. En terwijl
+de tranen haar in de oogen sprongen, vouwde het meisje onwillekeurig
+de handen en opziende naar de heldere winterlucht daar buiten, zond
+ze een vurig gebed op tot God om haar grootmoeder nog lang voor haar
+te sparen.
+
+"Maar Elsje kind, zit je daar nu nog te droomen?" klonk eensklaps de
+stem der oude vrouw, die, uit haar dutje ontwaakt, verbaasd was, het
+zoo donker om zich heen te vinden. "Maar meidlief, dat gaat nu toch zóó
+niet! Kom, steek gauw de lamp aan en brei dan nog, totdat je aan den
+voet beginnen moet. We moeten onzen tijd niet zoo verspillen, kindje!"
+
+"Maar het is ook zoo prachtig mooi buiten, grootmoeder. Hè!"
+
+En met een zucht onttrok zij zich aan haar droomerij, stond van haar
+stoel op, stak de hanglamp aan, liet het gordijn naar beneden zakken
+en begon den koffieboel op te ruimen. Haar grootmoeder sloeg haar
+onderwijl oplettend gade, schudde even het hoofd, boog zich over haar
+breiwerk heen en prevelde zacht bij zichzelf:
+
+"Als het maar gaat! Och, als het maar gaat!"
+
+"Klaar!" zei Elsje vroolijk, het koffieblad wegzettend en haar breikous
+weer opnemend. "Nu nog flink een steekje breien, he grootmoeder? Dat
+bevalt u beter dan al dat luie naar buiten kijken!"
+
+"Ja zeker, kind. Je moet ook denken dat je...."
+
+Zij eindigde den zin niet, zoodat Elsje verbaasd opzag en een ernstig
+gezicht zette, toen zij bemerkte hoe bezorgd haar grootmoeder keek.
+
+"Wat moet ik denken, grootmoeder?" vroeg ze zacht.
+
+De oude vrouw antwoordde niet dadelijk; hare lippen trilden en hare
+handen beefden zenuwachtig en hoewel zij haar mond opende, als om
+iets te zeggen,--er kwam geen geluid.
+
+Elsje legde haar breiwerk neer en zag haar angstig aan.
+
+"Komt de benauwdheid weer terug?" vroeg ze snel.
+
+"Neen kind," klonk het half fluisterend. "Neen, maak je maar niet
+ongerust. Ik wou je alleen maar zeggen,"--en nu klonk haar stem
+duidelijk en scherp, alsof zij zich geweld aandeed om luid te
+spreken,--"ik wou je alleen maar zeggen, dat je je best moest doen
+om niet te droomerig te zijn...."
+
+"Droomerig!" riep Elsje lachend uit. "Maar dàt ben ik toch niet. Ik
+maak het u toch soms druk genoeg!"
+
+"Jawel, maar je kunt toch van die stille buien hebben, waarin je
+lang naar buiten zit te kijken, zonder een woord te zeggen of iets
+uit te voeren. En dan houdt je er van om Zondagsmiddags alleen lange
+wandelingen te gaan maken, als je de andere meisjes niet mee kunt
+krijgen en dan vindt je het prettig om uit te gaan, soms in het
+verschrikkelijkste weer.... En het is nu allemaal wel heel goed om
+zooveel moois te zien in de natuur--daarvoor heeft onze lieve Heer haar
+ook geschapen--maar ik zou zoo graag willen, kind, dat je _in alles_
+meer een gewoon meisje waart en dat je vooral niet overdreven werdt
+in sommige dingen. Want....want als ik er eens niet meer ben en als
+je later eens onder de menschen komt, zal die liefde voor de natuur
+je niet heel veel helpen om flink door de wereld te komen en moedig
+je strijd in die wereld te strijden...."
+
+"Grootmoeder," zei Elsje en zij liep naar de oude vrouw toe
+en knielde bij haar neer. "Grootmoeder, waarom zouden wij nu al
+over dien vreeselijken tijd spreken, die na uw dood voor mij komen
+moet? Wij zijn nu immers nog bij elkaar en ik hoop dat dit nog heel,
+heel lang zal duren en later...." zij snikte even, maar vermande
+zich spoedig en vervolgde vroolijk: "dan hoop ik toch mijn best
+te doen om hier op het dorp of in de buurt te kunnen blijven. En o
+grootmoeder,"--en zij lachte door de tranen heen, die haar in de oogen
+waren gesprongen,--"dan ben ik zeker een flinke, stevige boerenmeid
+en dan kibbelen ze allemaal om me, wie mij in dienst zal krijgen!"
+
+Er kwam een weemoedig glimlachje op het gezicht der oude vrouw,
+maar zij zweeg en schudde droevig het hoofd. Elsje zag met oogen
+vol vragende verwondering naar haar op. Wat was er toch? Waarom was
+grootmoeder van avond zoo gedrukt; wat kon er gebeurd zijn, dat haar in
+die stemming had gebracht? Zij was gewoonlijk opgewekt en gelijkmatig
+van humeur, niettegenstaande haar ziekelijken toestand--wat was er
+toch, dat haar nu zoo bedroefd maakte?
+
+"Is er iets, grootmoeder?" vroeg Elsje bedeesd. "Heb ik iets gedaan,
+dat u verdrietig heeft gemaakt? Ik weet heusch niet...."
+
+"Neen, neen, Elsje, je hebt je niets te verwijten, hoor! Kom, maak
+het vuur maar aan kant. Zijn de luiken al gesloten buiten? Dan moesten
+we maar naar bed gaan."
+
+Met een kleur sprong Elsje op. "Ik heb al weer vergeten de luiken
+dadelijk te sluiten, toen ik de lamp opgestoken had," zei ze
+beschaamd. "Het spijt me erg, grootmoeder."
+
+"Lieve meid, hoe vaak moet ik je dat nog zeggen? Doe het nu maar
+gauw! Hier, sla je doek even om; het is zoo koud."
+
+Haastig sloeg Elsje den doek om en liep naar buiten. In een wip
+waren de luiken voor de ramen geduwd, om later van binnen te worden
+vastgemaakt; toen keek zij nog even op naar den sterrenhemel, die
+plechtig en rustig neerzag op de donkere aarde en met een ernstige
+uitdrukking op haar gezicht ging ze weer in huis.
+
+"Ik moet vóór alles oppassen dat grootmoeder niet weer in zoo'n
+sombere, vreemde stemming komt," dacht ze. "De dokter heeft er mij
+zoo voor gewaarschuwd."
+
+Maar noch de dokter, noch Elsje konden de oude vrouw van den last
+bevrijden, die haar drukte. En toen haar kleindochtertje reeds lang
+sliep, lag zij nog wakker, steeds weer gekweld door die ééne, telkens
+terugkeerende vrees, dien angstigen twijfel, die voortdurend de woorden
+op haar lippen bracht: "Als het maar gaat, och, als het maar gaat!"
+
+
+
+Hoofdstuk II.
+
+Zondagmorgen.
+
+
+Den volgenden dag was het Zondag. Toen Elsje zich zachtjes aankleedde
+om haar grootmoeder niet wakker te maken, die nog vast sliep, was
+het haar, alsof het vandaag nog veel stiller en rustiger om haar
+heen was dan andere ochtenden. Buiten scheen de zon even vroolijk
+en gul als gisteren; er was weinig wind en weer was de lucht
+helderblauw. Alles juist als den vorigen dag en toch ook weer niet
+zoo, meende Elsje. Zondags zagen de dingen er in hare oogen bepaald
+anders uit dan op werkdagen. Zij werd dan wakker met wat zij een "echt
+Zondagsgevoel" noemde en kon duidelijk zien, vond ze, dat alles om
+haar heen in de natuur in een stemming was, die geheel bij den Zondag
+paste. De dorpsmeisjes lachten haar uit, als zij zulke dingen zei en
+Elsje kreeg een kleur en schaamde zich een beetje, maar zij bleef
+toch bij haar opinie. Zondags was alles anders, niet alleen in de
+huizen en niet alleen wat de kleeding der menschen aanging, maar ook
+buiten. En als de meisjes haar dan op stormachtige Zondagen plagend
+vroegen, of zij nu ook iets bemerkte van de "plechtige Zondagsrust"
+in de natuur, beweerde zij ernstig dat het buiten toch "anders"
+was dan op gewone werkdagen.
+
+Vandaag was het buiten dan ook al heel stil en plechtig. De wandeling
+naar de kerk zou zeker bizonder mooi en prettig zijn straks. Ze
+legde haar donkerroode, beste jurk vast klaar op een stoel. Eerst
+moest ze nog haar rok en jakje aan hebben om het vuur aan te leggen
+en alles in orde te maken vóór kerktijd. Dan kon grootmoeder rustig
+in haar zonnig hoekje voor het raam blijven zitten, tot zij weer
+thuiskwam. Het was een erg nette jurk, die roode, vond Elsje. Mietje,
+de dorpsnaaister, had haar gemaakt met een geplooid lijfje en lange
+mouwen, met een smal bandje fluweel gegarneerd. Onderaan op den rok
+had ze een keurige strook gezet met een band smal zwart fluweel er
+boven; dat stond toch bizonder mooi, dacht Elsje, terwijl ze de jurk
+op armslengte van zich afhield en met bewonderende oogen bekeek. Toen
+hing zij het kostbare kleedingstuk uitgespreid over een stoel, legde
+haar Zondagschen hoed van zwart stroo, gegarneerd met een vuurrood
+krulveertje en een strikje van zwart lint, op de zitting, haar kerkboek
+er naast en opende behoedzaam de deur der kleine slaapkamer, die aan
+het woonvertrek grensde.
+
+En terwijl ze neerhurkte voor de kachel om het vuur aan te maken,
+lachte ze vroolijk bij de gedachte, hoe ze Krelis op weg naar de kerk
+zou tegen komen en hoe ze zich dan boos zou houden en voorwenden,
+niet met hem te willen loopen en hoe hij dan zeker een oogenblik
+denken zou, dat het meenens was en haar angstig vragend aanzien. Zij
+was toch altijd twee jaar ouder dan hij en hij moest het eigenlijk
+een heele eer vinden om met haar te mogen loopen! Ja, dat moest hij
+en dat zou ze hem toch eens een klein beetje laten voelen, dat zou
+ze heusch! En ze knikte lachend tegen het vuur, dat hoog begon op te
+vlammen en grappige, knetterende geluiden maakte.
+
+Daar klonk de stem der oude vrouw uit de slaapkamer.
+
+"Elsje, Elsje!" riep ze.
+
+"Ja grootmoeder, wat is er?" vroeg Elsje, haastig uit haar knielende
+houding opstaande en naar het bed toeloopend.
+
+"Is het al warm binnen? Ik wou opstaan."
+
+"Dan zou ik nog maar even wachten, grootmoeder. Ik zal de tusschendeur
+open laten staan, dan wordt het hier ook een beetje warmer; de kachel
+begint al flink te branden."
+
+"Goed, dan wacht ik nog een half uurtje. Maar kind, ik..."
+
+De oude vrouw zweeg plotseling en wendde het hoofd van Elsje af naar
+den muur, alsof ze toch maar niet meer spreken wilde en zich gereed
+maakte, nog wat te gaan slapen.
+
+Elsje bleef verwonderd bij het bed staan.
+
+"Wou u nog iets, grootmoeder?"
+
+Er kwam niet dadelijk antwoord. Eindelijk slaakte de oude vrouw een
+diepen zucht en zonder haar gezicht naar haar kleindochtertje toe te
+keeren, zei ze:
+
+"Ik .... ik wou liever dat je vandaag niet naar de kerk gingt,
+kind. Ik voel me tamelijk goed, maar ik wou toch liever niet alleen
+zijn van ochtend."
+
+"Ik wil graag bij u blijven," zei Elsje terstond. "Maar zou het niet
+goed zijn dat de dokter even kwam vandaag? Ik kan heel gauw heen en
+terug naar het dorp loopen om het hem te vragen."
+
+"Neen, neen, dat is heelemaal niet noodig. Maak je maar niet
+ongerust. Ga jij nu maar voort met je werk, dan sta ik straks wel op."
+
+En zij trok de lakens over zich heen en sloot de oogen, als om te
+kennen te geven dat het gesprek nu uit was.
+
+Elsje gehoorzaamde en ging stil, met een bezorgde uitdrukking op
+haar gezicht, voort met haar werk. Wat was er met grootmoeder? Eerst
+gisteravond die vreemde, droevige stemming en nu zoo kortaf, zoo
+geheel anders dan gewoonlijk! De tranen sprongen haar in de oogen bij
+de gedachte dat de oude vrouw toch misschien zieker was dan zij wilde
+bekennen--och, als de dokter maar eens even kwam, dat zou haar een
+heele gerustheid geven. Zij zou er straks nog eens met grootmoeder
+over spreken en dan zou alles wel weer in orde komen. De dokter had
+toch immers ook gezegd dat zij vooruitging--kom, ze moest nu maar
+geen zorgen hebben vóór den tijd!--
+
+Zoo, daar stond grootmoeders stoel weer in het aardige, zonnige hoekje
+bij het raam. Elsje deed een kooltje vuur in de stoof en schoof die
+bij den stoel. Nu gauw stof afgenomen en het ontbijt klaar gezet; ze
+zou vlug voortmaken, dan was alles netjes, als grootmoeder binnen kwam.
+
+Zij dribbelde ijverig met haar stofdoek heen en weer, het geheele
+vertrek door. Voor het portret der jonge vrouw in het sierlijke,
+nieuwerwetsche lijstje, bleef zij even staan. "Zoo'n heel ander
+gezicht dan dat van moeder," zei Elsje, "ze kijkt zoo streng! Ik zou
+haar haast niet "tante" durven noemen!" En snel wischte zij het stof
+van het glas af, alsof ze haast had om weg te komen van de uitdrukking
+dier koele, donkere oogen, die zoo strak naar haar schenen te kijken.
+
+Intusschen woelde de oude vrouw onrustig in haar bed heen en
+weer. "Straks bij het ontbijt zal ik het haar zeggen, dadelijk bij
+het ontbijt--zoo gauw mogelijk, dat is het beste maar," mompelde ze
+en dan weer: "Het moet maar terstond, dan is het er uit, dan weet ze
+het. Mijn lief, lief kind, arme, kleine Elsje! O, als het maar gaat,
+als het maar gaat!"
+
+Ze bleef even stil liggen en een paar tranen rolden langzaam langs hare
+oude, verrimpelde wangen. Toen kwam er een trek van vastberadenheid
+om haar mond en klonk het zacht en bevend: "Het _moet_, het is de
+eenige weg,--God zal ons helpen!"
+
+Een uur later was het ontbijt afgeloopen, maar nog had de
+grootmoeder den moed niet gehad, Elsje te zeggen wat het was, dat
+haar drukte. Eerst toen het meisje de bordjes en kopjes afgewasschen
+en weggezet had, zei de oude vrouw:
+
+"Het is nog vroeg. Krijg je den Bijbel, kind?"
+
+Het was het gewone verzoek, dat iederen Zondagmiddag terug kwam,
+maar dat nu vroeger op den dag gedaan werd.
+
+"Nu al lezen, grootmoeder?" vroeg Elsje verwonderd.
+
+"Ja," knikte ze, "het is hier nu zoo rustig en we hebben al den tijd."
+
+Elsje kreeg den Bijbel en vroeg:
+
+"Zal ik lezen?"
+
+"Ja kind, dat is goed. Mijn stem is zwak vandaag. Lees jij maar."
+
+"Wat zal ik nemen?" vroeg Elsje, terwijl ze over haar grootmoeder
+zitten ging en den Bijbel opensloeg.
+
+De oude vrouw bedacht zich even, toen zei ze zacht:
+
+"Psalm 121."
+
+Er volgde een oogenblik van vredige stilte, door niets verbroken
+dan door het ritselend geluid van het omslaan der bladen door Elsje,
+die den psalm opzocht.
+
+Toen begon ze te lezen:
+
+
+
+ "Ik hef mijne oogen op naar de bergen, vanwaar mijne hulp
+ komen zal.
+ "Mijne hulp is van den Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.
+ "Hij zal uwen voet niet laten wankelen; uw Bewaarder zal niet
+ sluimeren.
+ "Ziet, de Bewaarder Israëls zal niet sluimeren, noch slapen.
+ "De Heer is uw Bewaarder, de Heer is uwe Schaduw, aan uwe
+ rechterhand.
+ "De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts.
+ "De Heer zal u bewaren van alle kwaad; uwe ziel zal Hij bewaren.
+ "De Heer zal uwen uitgang en uwen ingang bewaren, van nu aan tot
+ in der eeuwigheid."
+
+
+
+Met gevouwen handen en aandachtig voorover gebogen hoofd, luisterde
+de grootmoeder naar de frissche jonge meisjesstem, die duidelijk de
+troostende woorden voorlas uit den grooten, ouderwetschen Bijbel,
+welke reeds bij de grootouders van _deze_ oude vrouw in gebruik was
+geweest. Elsje las vrij goed, langzaam en met ernst, onder den indruk
+dat zij den Bijbel las, maar het was aan den toon van haar stem te
+hooren dat de woorden niet diep tot haar doordrongen. Zij vond den
+psalm mooi, zij voelde een zekere heilige bewondering voor de statige,
+plechtige Bijbeltaal, maar zij bleef er rustig bij, haar hart kende
+den strijd nog niet, die haar troost zou hebben doen zoeken en vinden
+in dezen psalm.
+
+De oude grootmoeder kende dien strijd, och, zij kende dien maar al
+te goed en het trilde om haar ingevallen mond, terwijl zij luisterde
+met hare geheele ziel en hare handen gevouwen hield, als bad ze. Bij
+de woorden: "_De Heer zal u bewaren van alle kwaad; uwe ziel zal Hij
+bewaren...._" kwam er een blijde glans in hare oogen en een zucht van
+verlichting over hare lippen en ze knikte even, alsof ze zeggen wou:
+"Dat is waar, o ja, dat is waar!"
+
+Moedig hief ze het hoofd op, met den trek van hoop nog steeds in
+hare oogen en zoo bleef ze zitten, tot haar kleindochtertje den psalm
+uitgelezen had en vroeg:
+
+"Maar verder lezen, grootmoeder?"
+
+"Neen, zoo is het genoeg kind," zei de oude vrouw zacht. Toen, nadat
+zij eens diep adem gehaald had: "Elsje, ik heb je wat te zeggen."
+
+"Ja grootmoeder?"
+
+"Ik heb je wat te zeggen, kind; iets, dat....dat je vreemd zult
+vinden. Wil je bedaard naar me luisteren?"
+
+"Ja," fluisterde Elsje benauwd en met angstige verwondering haar
+grootmoeder aanziende. Wat kon er toch zijn? Waarom keek grootmoeder
+zoo heel ernstig? Het gaf haar een gevoel van beklemming.
+
+"Het is nu al twaalf jaar geleden dat je moeder dood is, Elsje, en
+al dertien dat je vader stierf. Je moeder was mijn liefste dochter
+en je hebt heel, heel veel in haar verloren."
+
+Elsje knikte ernstig. Ja, dat wist ze, dat had grootmoeder haar al
+heel dikwijls verteld.
+
+"Over mijn andere dochter, je tante, heb ik nooit veel met je
+gesproken, maar je weet dat zij niets op je moeder gelijkt, uiterlijk
+niet en innerlijk ook niet. Toch is zij ook mijn dochter en zij meent
+het niet kwaad; zij meent het goed, ook al denkt zij anders over
+de dingen dan ik. Je weet, Elsje, dat je tante een mooi meisje was,
+toen ze jong was en ze zal nog wel mooi wezen....."
+
+"Ik vind het portret niets lief," zei Elsje, geprikkeld door een
+onverklaarbaar gevoel van jaloerschheid op die tante, die "uiterlijk
+noch innerlijk" op hare eigene lieve moeder leek. Zij zou zich van
+dit gevoel geen rekenschap hebben kunnen geven, maar de woorden waren
+er uit, bijna voordat zij het zelf wist.
+
+Hare grootmoeder zweeg, maar keek haar aan met iets verwijtends in
+de vriendelijke oogen. Een oogenblik was het heel stil in de kamer,
+haast even stil als daar buiten, waar de heldere winterzon de kale
+takken der boomen verlichtte en alles rondom in rust scheen, in één
+kalme, vredige rust. Een breede zonnestraal gleed tusschen de geplooide
+witte gordijntjes door langs de tafel op den Bijbel en deed de groote,
+zwarte letters glinsteren en de stofjes dwarrelen in het licht. En
+bij al die lieflijke rust klopte het onrustig in Elsje's hart en er
+kwam een donkerroode gloed over haar gezicht, toen haar grootmoeder
+het stilzwijgen verbrak en zei:
+
+"Je hebt je tante nooit gezien, kind; naar een portret alleen mag
+iemand niet oordeelen. En buitendien is dit portret al drie jaar
+oud. Je tante gaf het mij, toen ze het laatst hier was en jij naar
+school waart, zoodat je haar ook toen niet gezien hebt, evenmin als
+den vorigen keer. En dat is jammer genoeg, want als je haar maar _eens_
+gezien hadt, zou er toch...."
+
+Zij eindigde den zin niet, maar zweeg even. Toen hernam ze, op
+eenigszins vergoelijkenden toon:
+
+"Het spreekt van zelf dat je tante anders is dan wij zijn en je bent
+oud genoeg om dat te begrijpen, Elsje. Ik heb je nooit heelemaal
+verteld, hoe alles met haar is gegaan, maar het voornaamste weet je
+toch. Je tante was een heel mooi meisje en toen ze volwassen was,
+had zij er geen plezier in, om hier op het dorp of in de buurt te
+blijven. Ze wou een betrekking zoeken als kinderjuffrouw en ze was
+er knap genoeg voor om dat te worden, dat moet ik zeggen. Ze kreeg
+haar zin en ze had het best. De menschen waren goed en vriendelijk
+voor haar en het beviel haar ook allemaal wel, tot er een rijk heer
+kwam, die zin in haar kreeg en met haar trouwen wou. Dat trok haar
+nog veel meer aan dan kinderjuffrouw zijn en ze is toen met dien
+rijken heer getrouwd en heeft drie jaren lang een gelukkig leven met
+hem gehad. Dat zij haar oude moeder bij al haar pracht en weelde wel
+eens een beetje vergat, och, dat is licht te begrijpen...."
+
+Elsje had tot zoover geduldig geluisterd naar het verhaal, dat zij
+half kende, maar nu kon zij het toch niet langer uithouden.
+
+"Dat vind ik juist zoo leelijk van tante," riep ze driftig uit,
+"dat zij net doet, alsof zij geen lieve, oude moeder meer heeft! Dat
+ze te trotsch is om u bij zich te laten komen, dat ze haar dochtertje
+nog maar eenmaal hier heeft gebracht en dat jaren geleden, dat ze net
+precies doet of ze altijd een schatrijke, deftige dame is geweest,
+dat ze u nooit eens heeft opgezocht met oom, toen die nog leefde en
+dat ze u alleen met uw verjaardag en met nieuwjaar geregeld schrijft!"
+
+"Stil Elsje, je hebt het recht niet zoo te spreken en je doet me
+pijn, kind."
+
+Elsje boog het hoofd en begon te schreien.
+
+"Maar laten wij dan toch ook maar niet over tante spreken," snikte
+ze. "Ik heb haar nooit gezien, dat is waar, maar dat verlang ik ook
+niet en dat zal ook wel nooit noodig zijn,--ze komt nu toch nooit
+meer hier. Het is al heel mooi, als ze eens een brief schrijft!"
+
+"En nu _heb_ ik een brief van haar en daarover juist moet ik eens
+heel ernstig met je spreken. Elsje."
+
+Elsje hield van verbazing op met snikken en zag haar grootmoeder,
+door hare tranen heen, verschrikt aan.
+
+"Een brief?" stamelde ze.
+
+"Ja, hij kwam gisteren, toen jij naar het dorp waart en....en ik had
+er je al eerder van willen vertellen. Tante schrijft heel vriendelijk
+en aardig over je. Zij zegt dat het haar spijt dat ze je nog niet
+gezien heeft en....en dat ze graag eens kennis met je maken wil."
+
+"Ik niet met haar!" zei Elsje driftig.
+
+Weer keken de oogen der oude grootmoeder zacht verwijtend, zoodat
+Elsje de hare neersloeg en hare lippen stijf op elkaar drukte, als
+om zichzelf tot zwijgen te dwingen.
+
+"Ik ken je haast niet, als je zoo bent, Elsje," hernam de oude vrouw
+met iets strengs in haar stem. "Ik vraag je nog eens of je bedaard
+naar mij wilt luisteren?"
+
+Elsje begon weer harder te schreien.
+
+"Als u over tante begint, krijg ik altijd dat akelige, booze gevoel in
+me," zei ze. "Ik kan niet van haar houden, omdat ze naar en onhartelijk
+is tegen u en ik zou veel liever niet over haar willen spreken--heusch
+grootmoeder, veel liever niet. Wat heeft zij ook eigenlijk met mij
+te maken?"
+
+"Zij heeft dit met je te maken, Elsje, dat zij de eenige bloedverwant
+is, die je nog hebt in de wijde wereld, als ik er niet meer ben. Zij
+heeft dit met je te maken dat zij zich bereid heeft verklaard, je
+tot zich te nemen en voor je opvoeding te zorgen, als ik dat niet
+meer doen kan en...."
+
+"O neen, neen, grootmoeder, dat niet, och neen, dat nooit! Ik smeek
+het u, dat nooit! U wordt wel weer beter, de dokter heeft het zelf
+gezegd en we zullen nog lang, heel lang bij elkaar blijven en....als
+u er niet meer bent, dan...." zij legde haar armen op de tafel,
+liet er haar hoofd op zakken en snikte het uit: "Dan wou ik dat ik
+ook maar dood ging!"
+
+"Foei Elsje!"
+
+De woorden kwamen er streng berispend uit, maar de lippen der oude
+vrouw trilden en hare oogen schoten vol tranen, terwijl ze naar het
+gebogene meisjeshoofd keek.
+
+Eenige oogenblikken lang heerschte er diepe stilte, een stilte,
+die Elsje benauwde en eindelijk de oogen naar haar grootmoeder op
+deed slaan.
+
+"Ik wil wel probeeren om bedaard naar u te luisteren," zei ze zacht.
+
+"Goed kind. Laat ik je dan maar eens precies vertellen, wat tante
+schrijft. Het is geen lange brief. Zij vraagt alleen of het mij beter
+gaat en of ik wel genoeg ben om jou een poosje te kunnen missen."
+
+Angstig vragend keken Elsje's beschreide oogen, maar zij zeide niets
+en knikte alleen even, als om te toonen dat zij nu heusch kalm en
+oplettend luisterde.
+
+"Tante denkt--en _ik_ geloof het ook--dat het goed zou zijn, als je
+eens een paar weken bij haar kwaamt om kennis te maken met haar en haar
+dochtertje. Gij verschilt niet veel in leeftijd; Cécile is vijftien,
+geloof ik, en jij bent juist veertien geworden, dus dat komt mooi bij
+elkaar. Wie weet, hoe goed je het samen zult kunnen vinden en....tante
+en ik denken dat je later waarschijnlijk beter zult kunnen wennen,
+als je nu eerst eens een poosje bij haar aan huis bent geweest."
+
+"Mag ik u even iets vragen, grootmoeder?" vroeg Elsje, die nu
+doodsbleek zag.
+
+"Natuurlijk kind."
+
+"Ik zou graag willen weten, waarom tante nu op eens vraagt, of ik
+bij haar komen wil. Zij....zij heeft vroeger precies gedaan, alsof
+ik niet bestond."
+
+Er kwam een flauw blosje op het gezicht der oude vrouw en een verlegene
+uitdrukking in hare oogen. Misschien paste het het kind niet, om zoo
+iets te zeggen, maar wat zij zeide, was maar al te waar. En dan....zij
+zelf had eenige dagen geleden aan hare dochter geschreven. Het had
+haar al maanden en maanden zwaar op het hart gelegen, wat er van Elsje
+worden moest, als zij eens plotseling van haar weggenomen werd. Elsje
+was nog bijna geheel een kind--even veertien jaar, en waar moest zij
+heen, als zij eens eensklaps geheel alleen op de wereld stond? Zij
+_had_ dan toch immers ook nog een tante en uit zichzelf zou het
+kind deze nooit om hulp vragen, dat wist de oude vrouw zeker. En,
+of de tante zich veel aan haar nichtje zou laten gelegen liggen,
+als niemand haar dit vroeg, ... och, daar was heel weinig van te
+zeggen. Een kwaad hart had ze niet maar ze had altijd weinig om andere
+menschen gedacht; zij was altijd heel anders geweest dan haar zuster,
+van haar vroegste jeugd af. Ze was ook zoo mooi en iedereen bewonderde
+haar als om strijd--het was zeker niet onnatuurlijk dat ze altijd erg
+vervuld was geweest van haar eigen schoonheid en bevalligheid en dat
+ze wel wat ijdel geworden was. Hare hartelijke oogenblikken had ze
+toch ook gehad....in de laatste jaren waren die zeker niet talrijk
+geweest,--maar toch, maar toch was de oude vrouw, na lang beraad met
+zichzelf, geëindigd met aan haar dochter te schrijven. Elsje was toch
+ook zoo'n lief kind! Het kon wel niet anders, of ze moest de liefde
+winnen van allen, met wie ze in aanraking kwam en het trof toch ook
+aardig, dat de nichtjes bijna even oud waren; zij konden zoo veel
+aan elkaar hebben! Langzamerhand zou Elsje zeker wel wennen aan haar
+nieuw leven en in ieder geval zou hare tante niet veel moeite met haar
+hebben--Elsje was zoo'n vroolijk, makkelijk, vlug kind! En de oude
+vrouw had dus over haar aan haar dochter geschreven op bescheidene,
+nederige wijze, maar toch ook zóó, dat het geweten der rijke mevrouw
+d'Ablong was gaan spreken en haar genoopt had aan haar moeder te
+schrijven, dat zij Elsje graag eens te logeeren wou hebben. Zij was
+geschrikt, toen zij bemerkt had, hoe beverig het schrift der oude
+vrouw was en hoe duidelijk de brief de sporen droeg van door een
+zwakke, vermoeide hand geschreven te zijn. Nu het gevaar dreigde
+dat zij haar moeder misschien spoedig door den dood zou verliezen,
+scheen zij er plotseling iets van te voelen hoe groot dit verlies
+zou zijn en een paar dagen nadat zij den brief had ontvangen, schreef
+zij terug, hartelijker en uitvoeriger dan zij in lang gedaan had. En
+de oude vrouw had dit antwoord met ontroering gelezen, blij dat haar
+verzoek zóó opgenomen werd, maar....toen zij bedacht dat Elsje met
+alles in kennis moest worden gesteld, toen zij bedacht, hoe het meisje
+er tegenop zou zien haar te verlaten, toen ze bedacht, hoe eenzaam
+en vreemd het kind zich in de weelderige omgeving gevoelen zou en
+hoe haar eenvoudig hart terug verlangen zou naar het aardige stille
+huisje en de lieflijke, schilderachtige natuur en o, toen ze bedacht,
+hoe heel erg zij zelf haar missen zou--toen bekroop haar de vrees,
+of zij wel goed gehandeld had en of zij de zorg voor Elsje niet
+stil en geloovig had moeten overlaten aan God! Maar lang bleef die
+vrees haar niet bij. Neen, ze had goed gehandeld, voor het welzijn
+van haar dochter en Elsje, alle twee. Elsje behoorde daar, als haar
+grootmoeder niet meer leefde--haar plaats was bij de zuster van haar
+moeder, daar kon geen twijfel aan zijn.
+
+En ook--zoo redeneerde de oude vrouw in al den eenvoud van haar
+hart--wie weet, of Elsje met haar frisschen levenslust, met haar
+aardige, vroolijke praatjes en vooral met de reine, kinderlijke
+liefde van haar warm jong hart, niet een bizonder gunstigen invloed
+zou kunnen oefenen op haar tante en op het nichtje, dat wel al te veel
+gehecht zou zijn aan al de weelderige pracht en het genot, waarin zij
+leefde! Moeielijk zou Elsje's leven zeker zijn nu en dan, vooral in
+het begin, maar toch zeker niet zóó moeielijk, als wanneer zij heel
+alleen zou staan in de wijde wereld en dan--zij wist immers, waar zij
+troost en hulp zoeken moest--_"de Heer zal u bewaren van alle kwaad;
+uwe ziel zal Hij bewaren"_. Hij zou ook zorgen, dat Elsje's kinderziel
+niet bedorven werd, niet verloren ging, maar rein en vroom bleef,
+ook te midden van alle wereldsche heerlijkheid en verstrooiing.
+
+"Al had tante je wel eens eerder kunnen vragen om bij haar te komen,
+dat is geen reden, waarom je haar niet dankbaar zoudt zijn, dat zij
+het _nu_ vraagt," zei grootmoeder, zonder rechtstreeks te antwoorden
+op Elsje's uiting, waarom haar tante "vroeger precies gedaan had,
+alsof ze niet bestond." "Kom kind, kijk nu eens weer vroolijk. Ik wed
+dat je later als je weer thuis bent, opgewonden verhalen doet over
+alles wat je bij tante hebt genoten en over de liefheid van Cécile
+en haar vriendinnetjes en over de mooie stad en het prachtige huis,
+waarin tante woont en over de winkels en al de menschen op straat
+en....en over nog een heeleboel meer. Wie weet, hoe weinig lust je
+hebben zult om weer bij je oude grootmoeder terug te komen!"
+
+Elsje lachte door hare tranen heen en er kwam een beetje licht in de
+duisternis van haar gemoed. Was het dan ook eigenlijk wel zoo heel
+erg? Grootmoeder had gelijk. Het zou best kunnen zijn dat zij het
+aardig en mooi vond in die groote, drukke stad, dat haar tante erg
+meeviel bij de kennismaking en dat zij het met Cécile heel goed kon
+vinden. Misschien zouden ze wel een heeleboel grappen hebben samen--het
+moest toch ook wel prettig wezen om eens een poosje in één huis te
+wonen met een meisje van haar eigen leeftijd! En dan....allerlei
+te zien, waarover zij alleen maar eens een enkelen keer had hooren
+spreken en later van alles aan grootmoeder te vertellen en aan de
+dorpsmeisjes--dàt zou toch wel heerlijk wezen!
+
+Zij stond langzaam van haar stoel op, ging naar de oude vrouw toe en
+gaf haar, een beetje verlegen, een kus op de wang.
+
+"Ik heb er wel meer lust in," zei ze zacht.
+
+"Zie je wel!" zei de grootmoeder vroolijk. "Maar dat spreekt immers
+ook van zelf! Kom, trek nu gauw je beste jurk aan ...."
+
+"Mag ik het dan straks even aan Aafje en Geertje gaan vertellen en
+bij Krelis aan huis? Ik zal niet lang wegblijven."
+
+"Ja zeker, dat is best. Maar maak dan nu gauw voort, kind."
+
+"Ja. Maar grootmoeder, wanneer ... wanneer zou tante me dan verwachten
+en wie komt er dan zoo lang bij u?"
+
+"Ik denk dat tante je graag spoedig bij zich wil hebben, Elsje, en
+ik zal vragen of Aafje's zuster dan bij mij wil komen. Zij kunnen er
+daar nu best een missen, nu Grietje ook uit haar dienst thuis is."
+
+Twee uur later zat de oude grootmoeder in de vredige stilte om haar
+heen, met den Bijbel voor zich, den psalm te herlezen en was Elsje
+bezig, haar kennisjes het groote nieuws mede te deelen. Er viel een
+traan op het oude gele Bijbelblad en driftig veegde Elsje's grootmoeder
+hare oogen af en zei zacht:
+
+"Foei, ik moest blij zijn!"
+
+Toen liet ze hare handen in haar schoot glijden en keek lang en
+peinzend het raam uit. En met een weemoedig lachje het hoofd schuddend,
+fluisterde ze:
+
+"Zij zou geen kind zijn, als het nieuwe haar niet aantrok."
+
+
+
+Hoofdstuk III.
+
+Gewichtige Veranderingen.
+
+
+Spoedig daarop kwam er een kort briefje van mevrouw d'Ablong, waarin
+zij hare moeder meldde dat zij Zondags over zou komen om Elsje te
+halen, als zij vóór dien tijd geen bericht ontving, dat de oude vrouw
+haar kleindochtertje liever bij zich wilde houden. Grootmoeder liet
+Elsje hierop tot antwoord schrijven dat zij gaarne met haar tante mee
+zou gaan en een poosje bij haar blijven. Het waren maar enkele regels,
+maar Elsje vond het toch heel moeielijk, die netjes en duidelijk op
+het papier te krijgen en zij had een erge kleur, toen het briefje
+af was en, voorzien van postzegel en adres, gereed lag om naar de
+post te worden gebracht. Het was haar een pak van het hart, toen de
+brief eindelijk weg was, maar kalmer werd zij er toen toch niet op
+en hoe meer het gewichtige uur naderde, waarop zij haar tante van
+aangezicht tot aangezicht zou aanschouwen, des te ongeduldiger werd
+zij. Nu eens was ze uitgelaten bij het vooruitzicht allerlei nieuws
+en moois te zullen zien, dan weer benauwde haar de angst om geheel
+alleen onder vreemden te gaan--want vreemden waren mevrouw d'Ablong
+en haar dochter voor haar, al waren zij ook haar eigene tante en
+nichtje. Het meest van alles zag zij er tegen op haar grootmoeder te
+verlaten, hoewel de gedachte niet bij haar opkwam, dat deze gedurende
+haar afwezigheid weer zieker zou kunnen worden. Grootmoeder was nu
+zoo opgewekt en vroolijk, vond Elsje, en ze zag er ook weer beter
+uit--zij zou zeker wel gauw heelemaal weer opgeknapt zijn.
+
+Elsje moest maar geen goed meenemen, had haar tante geschreven; zij
+zou haar wel een en ander leenen,--Cécile's kleeren zouden haar zeker
+ook wel passen. "Dan zal ik mijn mooie, roode jurk maar aantrekken
+op reis, vindt u niet, grootmoeder?" vroeg Elsje, "dan zie ik er
+dadelijk netjes uit, als ik bij tante kom."
+
+"Ja, doe dat kind," zei grootmoeder en toen het eindelijk
+Donderdagochtend geworden was en mevrouw d'Ablong tegen twee uur
+verwacht kon worden, was Elsje al heel lang voor dien tijd klaar om
+hare tante te ontvangen. De strooien hoed met het vuurroode veertje
+lag netjes gereed op een stoel, met een paar wollen handschoenen en
+een stevige parapluie. Elsje was geheel reisvaardig, maar zij had toch
+gedurig een gevoel, alsof ze nog iets vergeten had en onophoudelijk
+liep ze naar het kleine slaapvertrek om te zien, of zij alles wel goed
+had opgeredderd en Aafje's zuster veilig haar nieuwe slaapstede kon
+betrekken; dan weer trippelde zij naar de keukenkast om te kijken,
+of alles op zijn plaats stond.
+
+"Och grootmoeder, ik wou toch eigenlijk maar veel liever niet gaan,"
+zei ze opeens met een diepen zucht.
+
+"Maar Elsje!"
+
+"Ik zie er zoo tegen op en het lijkt me niets prettig meer! Ik weet
+haast wel zeker dat tante niet van mij houden zal en ik niet van haar."
+
+"Als je zulke dingen zegt, wil ik niet eens naar je luisteren, kind,"
+klonk het streng en beslist.
+
+Elsje ging zwijgend op haar gewone plaats voor het raam zitten,
+tegenover haar grootmoeder en keek met een bedroefd gezicht naar
+buiten. Gisteren was ze nog een eind de heide overgegaan, daar
+in de verte, om een boodschap te doen bij vrouw Rikkers, die een
+boerderij had en toen had ze nog gedacht, hoe vreemd het toch was dat
+de heideplanten nu zoo dor en bruin waren, terwijl zij eenige maanden
+geleden zoo prachtig hadden gebloeid, vol geur en kleuren. En toen had
+ze er ook over gedacht, wat zij alles wel ondervonden zou hebben, als
+al die hei _weer_ bloeide en wat ze dan wel niet allemaal met vrouw
+Rikkers zou te bepraten hebben--zij hadden het nu samen altijd al
+zoo druk! Maar gisteren, toen had ze zich vroolijk gevoeld en blij,
+vol ongeduldig verlangen naar al het ongekende genot, dat haar in
+de groote stad wachtte en nu--och nu zou ze veel, veel liever bij
+grootmoeder hebben willen blijven. Zij voelde zich ook niets prettig,
+zoo raar beverig en zoo akelig benauwd, net of ze niet goed slikken
+kon. Ze wou dat tante dien brief maar nooit geschreven had!
+
+Maar er was nu niets meer aan te veranderen. De trein, die mevrouw
+d'Ablong naar het kleine dorp brengen moest, waar Elsje woonde, kwam
+al nader en nader en stond eindelijk hijgend en blazend een paar
+minuten stil voor het onaanzienlijke station, waarbij Elsje's tante
+uitstapte. De stationschef keek nieuwsgierig naar de deftige dame in
+den langen mantel van bruin pluche, die bevallig sloot om de slanke,
+statige gestalte. De chef was eerst een half jaar in dienst en had
+er geen het minste denkbeeld van, wie de vreemde dame kon zijn. Met
+een trotsche, eenigszins gebiedende uitdrukking in hare mooie,
+donkere oogen, liep zij hem langzaam voorbij met de houding eener
+koningin. Zij beantwoordde zijn beleefden groet met een genadig
+hoofdknikje en ging toen het stille perron over in de richting van
+den uitgang. "Wat komt die hier doen!" mompelde de chef bij zichzelf,
+terwijl hij haar nazag. Eensklaps scheen zij zich te bedenken; ze
+stond stil, keerde zich om, liep terug en trad op den chef toe.
+
+"Is hier geen rijtuig te krijgen?" vroeg ze.
+
+"Als u even geduld hebt, mevrouw. Het logement is hier vlak bij en
+daar kunt u heel goed terecht."
+
+"O, kan daar iemand heen worden gestuurd?"
+
+"Wel zeker, mevrouw, als u dat verkiest."
+
+"Goed. Laat er dan dadelijk iemand heen gaan en zeggen dat ik het
+rijtuig terstond hebben moet. Ik zal hier blijven wachten."
+
+"Tot uw dienst, mevrouw."
+
+Vijf minuten later was het rijtuig met mevrouw d'Ablong op weg naar
+de woning van Elsje's grootmoeder. De oude vrouw stond haastig van
+haar stoel op, toen ze het geluid van naderende wielen hoorde. Met
+bevende hand schoof zij het gordijntje op zij, om beter langs den weg
+te kunnen zien. Zij hield zich goed, ter wille van Elsje, maar haar
+hart klopte onstuimig en hare oude oogen deden pijn van de inspanning,
+waarmee zij hare tranen terug hield.
+
+Daar kwam het rijtuig aan. Grootmoeder zuchtte eens diep. Misschien
+reed het wel voorbij--het was toch niet onmogelijk dat haar
+dochter loopen kwam van het station; den weg kende ze waarlijk goed
+genoeg! Het rijtuig stond stil. Zij zat er dus wel in! De oude vrouw
+liet het gordijntje los en ging weer zitten, bleek als een doode. Maar
+zij vermande zich en toen de deur geopend werd en mevrouw d'Ablong
+binnentrad, stond zij bedaard op en ging haar tegemoet. Elsje bleef
+beschroomd bij het raam staan, met een kleur als vuur en hare handen
+stijf geklemd om den rug van haar stoel.
+
+"Dag moeder, hoe gaat het?" zei de bezoekster, terwijl ze met haar
+gehandschoende hand de voile voor haar gezicht wegschoof en zich
+bukte, om de oude vrouw een kus op het voorhoofd te geven. "U ziet
+nog bleekjes; bent u nog zwak?"
+
+"Neen, neen, ik ben bepaald beter. Ga zitten, Lize. Kijk, dit is nu
+Elsje. Toe kind, kom hier en geef je tante een hand. Sprekend haar
+moeder, vindt je niet, Lize?"
+
+"Ja," zei mevrouw d'Ablong langzaam, "dat dunkt me ook wel." Zij
+hield Elsje's hand vast en bekeek haar van het hoofd tot de voeten,
+zoodat het arme kind nog verlegener werd dan ze reeds was.
+
+"Zij ziet er ten minste gezond uit, dat is gelukkig. Maar....maar heeft
+ze niet nog een andere jurk om aan te trekken voor de reis, moeder?"
+
+Een andere jurk! Elsje trok haar hand driftig los en zei met een
+gebaar van trotschheid, dat haar grappig stond:
+
+"Dit is mijn beste."
+
+"O!" zei hare tante met een spottend lachje. "_Dan_ moet je haar
+aanhouden natuurlijk. Je vindt het zeker heel prettig om een poosje
+bij mij te komen logeeren he? Hoe oud ben je?"
+
+"Ja, ze stelt zich heel veel voor van haar uitstapje," viel Elsje's
+grootmoeder snel in, toen ze zag hoe haar kleindochter het te kwaad
+kreeg met hare tranen. "En het lijkt haar zoo aardig eens kennis
+te maken met Cécile! Elsje is juist veertien geworden; dus de beide
+meisjes komen goed bij elkaar, wat den leeftijd betreft."
+
+"O, maar Cilly is verleden week al zestien geworden," zei mevrouw
+d'Ablong. "Dus dat is twee jaar verschil, dat zegt nogal wat op
+dien leeftijd, maar daarom zal ze zich toch wel eens met Elsje
+willen bemoeien, natuurlijk. Ze ziet er zoo allersnoeperigst uit,
+Cilly,--ze wordt bepaald een mooi meisje. Ik moet haar toch stellig
+eens meebrengen, moeder, als ik weer hier kom--iedereen roept er over,
+zoo beelderig mooi als ze wordt."
+
+"Zoo?" zei de oude vrouw droog. "En ze vindt het zeker ook prettig
+dat Elsje komt?"
+
+"O ja, dat vindt ze heel grappig, geloof ik. Maar vertel mij nu eens
+moeder, hoe gaat het u eigenlijk? En zou Elsje zich ook onderwijl
+klaar gaan maken? Zoo heel veel tijd hebben wij niet."
+
+"Ga je hoed opzetten, kindje," zei de grootmoeder met een bemoedigend
+knikje. Zij zag wel hoe vreeselijk Elsje er nu tegen op begon te zien
+om met hare tante mee te gaan. "Strijk je haar ook nog wat glad, hoor."
+
+Elsje verdween terstond in het slaapkamertje, blij dat ze alleen kon
+zijn. Zij streek snel het haar glad, keek of het strikje nog stevig
+zat om het stijve, korte vlechtje, zette haar hoed op, trok de wollen
+handschoenen aan en knielde toen neer voor haar bed.
+
+"Help mij, lieve Heer!" smeekte ze met een korten, nijgenden snik,
+terwijl ze hare handen tegen haar gezicht drukte. Toen stond ze op,
+keek nog eens om zich heen en ging terug naar de andere kamer.
+
+"Klaar?" vroeg haar grootmoeder vroolijk. "Schenk tante dan nog maar
+even een kopje koffie in en jezelf ook."
+
+"Neen, neen, dank u moeder, wij moeten nu werkelijk weg," zei mevrouw
+d'Ablong, haastig van haar stoel opstaande. "U hoort dan wel, wanneer
+Elsje weer thuis komt. En zult u vooral dikwijls bericht sturen,
+hoe het u gaat? Ik zal goed op Elsje passen, dat beloof ik u."
+
+"Daar reken ik ook vast op," zei de oude vrouw ernstig.
+
+"Kom, neem dan nu maar afscheid, kind," zei mevrouw d'Ablong naar Elsje
+omziende, die stil achter haar was blijven staan. "Maar mijn hemel,
+schepseltje, wat heb je daar voor een hoed op! Je moet wat anders
+opzetten! Daarmee kan ik onmogelijk eerste klasse met je reizen;
+die jurk is al erg genoeg!"
+
+"Ik heb maar één hoed," zei Elsje koppig.
+
+"Zet je kapje maar op, kind, gauw maar; laat tante niet wachten."
+
+De vermanende toon harer grootmoeder deed Elsje terstond
+gehoorzamen. Maar boos was ze toch. "Ik vind haar een naar mensch!" zei
+ze, de kast in het slaapkamertje opentrekkend en haar wollen mutsje
+te voorschijn halend. Met een driftige beweging strikte zij het onder
+de kin vast. "Dit houd ik op, al gaat ze ook op haar hoofd staan!" zei
+ze beslist. Toen ging ze weer terug met iets uitdagends in hare oogen.
+
+"Dat gaat ten minste nog," zei hare tante. "En nu moeten we heusch
+weg, anders komen we nog te laat aan den trein. Dag moeder, zult u
+goed op u zelf passen?"
+
+Weer kuste ze de oude vrouw. Toen trok ze haar voile voor het gezicht
+en ging voor het kleine, ouderwetsche spiegeltje staan, om te zien of
+haar hoed wel volkomen naar de regelen der kunst op haar hoofd stond.
+
+"Dag mijn lief, lief kind! God zegene je!" fluisterde de grootmoeder,
+terwijl ze Elsje in haar armen gesloten hield. "Stuur mij maar eens
+gauw een brief, hoor!"
+
+Elsje knikte. Spreken kon zij niet. Toen sloeg ze haar armen om
+grootmoeders hals en kuste haar.
+
+Een oogenblik later zat ze naast hare tante in het rijtuig. De oude
+vrouw stond voor het raam en knikte, knikte met een vriendelijk
+lachend gezicht, terwijl hare mondhoeken zenuwachtig trilden. Nog
+een oogenblik en het rijtuig was uit het gezicht verdwenen.
+
+Stil, met een verlegen gezicht, zoo geheel verschillend van de gewone,
+vroolijke Elsje, volgde ons meisje mevrouw d'Ablong in den keurigen
+coupé, dien de beleefde conducteur voor de deftige dame opende. "Jij
+wilt zeker graag bij het raampje zitten, kind?" vroeg hare tante met
+een werkelijk edele poging om het haar nichtje zoo prettig mogelijk
+te maken en haar op haar gemak te zetten. Elsje knikte maar eens. Zij
+had wel "ja tante" willen zeggen, maar ze durfde niet te spreken. Zij
+had nog steeds dat rare, benauwde gevoel in de keel, net of ze niet
+goed slikken kon en net of ze zou _moeten_ schreien, als ze probeerde
+iets te zeggen. Daarbij was er nog een dame in den waggon, die haar
+nog minder op haar gemak maakte dan ze reeds was. De dame had zoo'n
+trotsch gezicht en zulke koude, grijze oogen en ze keek Elsje zoo
+strak aan en zoo lang, alsof ze zeggen wou: "Kind, wat doe _jij_ hier,
+in een coupé eerste klasse?" En toen Elsje ging zitten bij het raampje
+en leunde tegen de zachte kussens, evenals zij haar tante zag doen,
+ging de vreemde dame zoo stijf rechtop zitten en bekeek Elsje zoo
+nauwkeurig dat het arme kind bepaald dacht dat zij onbehoorlijk zat,
+ook rechtop zitten ging en verlegen het raampje uitkeek. Het was of
+een magnetische kracht haar telkens weer noopte om te zien of de dame
+nog naar haar keek, en herhaaldelijk als zij dit deed, zag ze de koude,
+grijze oogen op zich gevestigd.
+
+Mevrouw d'Ablong had _hare_ oogen gesloten en zat doodstil, met hare
+handen in haar mof, over Elsje, die een gevoel had, alsof ze alles zou
+hebben willen geven, om rustig bij haar grootmoeder te zijn. Maar zij
+moest zich goed houden,--vóór alles, zich goed houden--flink en moedig
+zijn en haar best doen,--dat had ze grootmoeder zoo beloofd! Schreien
+zou ze niet---vooral hier niet--hare tante zou zich niet voor haar
+behoeven te schamen tegenover die trotsche, akelige dame daar in den
+anderen hoek van den waggon. En met groote volharding keek Elsje
+het raampje uit en deed zich geweld aan om bedaard te zijn. En
+langzamerhand werd het kalmer in haar, zoodat ze met zekere stille
+berusting hare tante volgde, toen deze aan een groot, druk station
+den trein uitstapte met de woorden:
+
+"Ziezoo kind, nu zijn we dadelijk thuis. Ga maar gauw met me mee naar
+het rijtuig. Loop vlak achter me, hoor; het is hier altijd zoo vol
+om dezen tijd van den dag!"
+
+Ja, wèl was het er vol! Het was Elsje alsof ze droomde, toen ze
+zich daar plotseling verplaatst zag in die woelige wereld, die haar
+tot nu toe geheel onbekend was geweest. Het maakte haar angstig--de
+dringende, luid pratende en roepende menschenmassa om haar heen, de
+haastige kruiers, die tegen haar aanliepen en haar op zijde duwden,
+de heeren en dames, die tusschen de drukte door, deftig heen en weer
+wandelden op het perron, of beleefd hunne gasten begroetten, het
+schelle, doordringende gefluit en gesis van aankomende en vertrekkende
+treinen, het rijden met karren en kruiwagens--dit alles verdreef
+geheel de kalme stemming, die zij met zooveel moeite was machtig
+geworden en bevend, erg geagiteerd, haastte zij zich haar tante bij
+te houden, terwijl deze zich vlug en handig een weg baande naar den
+uitgang van het station, waar een rijtuig haar wachtte. "Zou Cécile
+ons komen halen?" dacht Elsje. Die zat dan zeker al ongeduldig te
+wachten in het rijtuig, of--zou ze er misschien ook een beetje tegen
+opzien om kennis te maken met het onbekende nichtje? Elsje's hart
+klopte sneller, toen het portier van het rijtuig geopend werd, maar
+een gewaarwording van verlichting en toch ook van teleurstelling,
+maakte zich van haar meester, toen ze zag dat het leeg was. Mevrouw
+d'Ablong scheen hier niets ongewoons in te vinden. Zij zei alleen
+maar: "Toe Elsje, haast je een beetje!" omdat het kind niet dadelijk
+instapte en keerde zich met een vriendelijk lachje om, toen ze zich
+door een beschaafde vrouwenstem bij den naam hoorde roepen en een
+keurig gekleede dame achter zich zag staan. "Hoe gaat het u toch,
+mevrouw d'Ablong?" zei ze, "Loulou heeft al zóó dikwijls verlangd,
+Cilly eens weer te spreken en eens bij zich te zien. Zij houdt zoo
+dolveel van Cilly! Hoe maakt ze het? Ziet zij er nog altijd even
+beelderig lief uit? Ik vond haar om te stelen verleden winter op die
+partij van mijnheer van Heusde. Bent u op reis geweest, of....o ja,
+ik zie het, u hebt een logeetje meegebracht....maar neen, nu vergis
+ik me toch zeker .... Bent u ook al heelemaal opgaande in werken van
+liefdadigheid?" vervolgde ze fluisterend, "en moet er voor dat meisje
+misschien een dienstje worden gezocht bij kinderen, of...."
+
+"Het is een kind van buiten, dat ik een poosje bij mij in huis neem,"
+zei mevrouw d'Ablong een beetje kortaf, met een zachte stem, maar
+toch niet zóó zacht, of Elsje had het verstaan.
+
+Een kind van buiten, dat zij een poosje bij zich aan huis nam! Waarom
+zei haar tante niet dat zij, Elsje, haar nichtje was en bij haar kwam
+logeeren? Elsje vond het erg vreemd! Zij kreeg een gevoel, alsof hare
+tante zich over haar schaamde en ze werd vuurrood en de tranen van
+ergernis sprongen haar in de oogen. Zij veegde ze snel weg met een
+ongeduldige beweging harer hand. Als mevrouw d'Ablong het een schande
+vond dat zij haar tot nichtje had, dan zou zij haar niet lang lastig
+vallen; ze wou wel dadelijk terug, heel graag wou ze dat! En dat zou
+ze zeggen ook. En toen haar tante eindelijk van hare kennis afscheid
+had genomen en in het rijtuig zat, begon Elsje met een onvaste stem,
+maar met fonkelende oogen:
+
+"Waarom.... waarom mocht die dame niet weten dat ik uw nichtje ben,
+tante?"
+
+Mevrouw d'Ablong keek vreemd op. Heel even gleed er een flauwe blos
+over haar gezicht, maar zij herstelde zich terstond en zei koel,
+terwijl zij Elsje strak aanzag:
+
+"Dat mocht ze heel wel weten, natuurlijk. Er is volstrekt geen reden,
+waarom je je zoo dwaas zoudt opwinden, kind."
+
+"En waarom weet ze het dan nu nog niet en denkt ze dat ik een kind
+van buiten ben, dat...."
+
+"Lieve tijd, Elsje, praat niet zoo ontzettend luid en kijk me niet
+zoo woest aan! Je moet heusch een beetje gaan letten op je manieren,
+kind. Je gedraagt je zoo allerakeligst burgerlijk! Neen, kijk nu niet
+het raampje uit, terwijl ik met je spreek en bijt ook niet zoo op je
+lippen. Die zijn waarlijk dik genoeg. Ik hoop dat wij een prettigen
+tijd zullen hebben met elkaar en natuurlijk zal ik je aan iedereen
+voorstellen als mijn nichtje, maar dan moet je zelf ook je best doen
+en niet toegeven aan humeurtjes en driftige buien, als 't je blieft."
+
+Elsje antwoordde niet. Het was haar of een stem haar toefluisterde:
+"Pas op, denk aan grootmoeder!" En met al de kracht die in haar
+was, trachtte zij haar ergernis te onderdrukken en het gevoel van
+eenzaamheid, dat haar dreigde te overweldigen. Zij bleef stil zitten
+met neergeslagen oogen, tot het rijtuig stil hield voor een groot
+huis van grijzen steen.
+
+"Welkom hier, Elsje," zei mevrouw d'Ablong, die toch een weinig
+medelijden met haar begon te krijgen. "Kijk, Cécile staat al voor
+het raam op ons te wachten."
+
+Eer Elsje tijd had gehad om naar het raam te kijken, was de breede
+voordeur reeds geopend en stond zij achter hare tante in eene ruime,
+marmeren vestibule, die smaakvol met palmen en hooge varenplanten was
+versierd. "Dag mama, dag mama!" riep een welluidende stem en een slank
+meisje met prachtige donkere oogen en krullend bruin haar, kwam op een
+drafje de gang inloopen. Zij droeg een jurk van goudbruin fluweel, dat
+haar warme, donkere tint op haar voordeeligst deed uitkomen en bewoog
+zich met een gemakkelijke gratie, die hare bevalligheid zeer verhoogde.
+
+"Snoesje, snoesje, loop niet zoo hard! Kijk, je bent heelemaal
+buiten adem!" zei mevrouw d'Ablong, terwijl zij het meisje naar zich
+toetrok. Zij kuste haar op het voorhoofd en zag haar vol liefde en
+trots in de mooie oogen. Toen keerde ze zich om en zei:
+
+"En hier heb je Elsje nu."
+
+"O!" zei Cécile op een langerekten toon, verwonderd en onverschillig
+te gelijk. Zij bekeek Elsje, die stil en bedeesd op de mat was blijven
+staan, van het hoofd tot de voeten, maar stak hare hand niet uit,
+om haar welkom te heeten.
+
+"_Blijft_ ze Elsje heeten, zoo lang ze hier is, mama?" vroeg ze toen,
+terwijl ze naast hare moeder de gang doorliep en Elsje langzaam volgde.
+
+Mevrouw d'Ablong bleef lachend staan.
+
+"Waarom vraag je dat, Cilly? Bevalt je die naam dan niet?"
+
+"Ik vind hem zoo echt boerinne-achtig," zei Cécile met een opgetrokken
+neusje. "Wij kunnen haar heusch zoo niet blijven noemen. Ze kan
+wel "Lizzie" heeten--dat klinkt veel ... veel netter. Ze moet toch
+heelemaal anders gemaakt worden, voordat ze met onze kennissen kan
+omgaan."
+
+"Nu ja, dat weet zij ook wel, is het niet, Elsje?" vroeg mevrouw
+d'Ablong zich tot haar nichtje wendend. "Maar vandaag moet zij nu
+eerst maar eens een beetje op haar gemak komen; het is alles nog
+zoo vreemd en zoo heel anders dan bij haar thuis. Kom lieveling,
+wijs jij haar nu haar kamer eens, dan ga ik even Missy goeden dag
+zeggen. Is zij op de zaal?"
+
+"Ja mama."
+
+Zij waren een trapje opgegaan, dat met een dikken. Smyrnaschen
+looper was belegd en stonden voor een hooge, eikenhouten kamerdeur,
+die toegang gaf tot de "zaal", waar Cécile's Engelsche gouvernante
+voor een hoog opvlammend haardvuur zat te handwerken.
+
+"Ga maar met Cilly mee, Elsje," zei hare tante, "en blijf dan maar
+even wachten tot ik bij je kom; dan kunnen wij eens zien of er ook
+een jurk van Cécile is, die je van avond aan kunt hebben. Je kunt
+zóó niet aan tafel komen."
+
+"Ik begrijp niet...." begon Elsje met een stem, die van boosheid
+trilde.
+
+"Je behoeft ook niet te begrijpen, kind," viel mevrouw d'Ablong haastig
+in, terwijl Cécile Elsje spottend aanzag, "alles, wat je te doen hebt,
+is met Cilly mee naar boven te gaan en op je kamer op mij te wachten."
+
+En zonder af te wachten of haar nichtje nog iets te zeggen had, opende
+zij de eikenhouten deur en trad de zaal binnen met een vriendelijk:
+
+"_Well Missy, and how are you?_
+
+"Dezen kant op," zei Cécile kortaf, terwijl ze even een trotsche
+beweging met haar hoofd maakte in de richting die Elsje gaan
+moest. "Wacht, ik zal je maar voorgaan. Niet stampen op de trap met
+die lompe schoenen, als 't je blieft."
+
+Elsje's bloed begon te koken, maar weer kwam de gedachte aan hare
+grootmoeder haar als 't ware smeeken, de driftige woorden terug
+te houden, die haar op de tong lagen. Zij volgde Cécile zonder een
+woord te zeggen en vroeg zich in het voorbijgaan met bitterheid af,
+hoe zij met mogelijkheid luid zou hebben kunnen "stampen" op de zware,
+mollige loopers van de trap.
+
+Haar hand gleed voorzichtig in den groven wollen handschoen over de
+breede leuning, terwijl Cécile haar in al de elegance van keurige, lage
+goudleeren schoentjes en zwart zijden kousen voor ging. Spoedig stonden
+zij op een ruim, breed portaal, waar het gas reeds aangestoken was en
+eindelijk opende Cécile aan het eind van dit portaal een deur en zei:
+
+"Hier moet je wezen. Nu weet je het."
+
+Meteen keerde zij zich om en liet haar nichtje midden in de halfdonkere
+kamer alleen staan. Elsje hoorde haar over het portaal trippelen
+en onderdrukt giegelen, terwijl zij onduidelijk de woorden opving:
+"O, wat een kind, wat een lompe boerin!" Toen werd alles stil.
+
+Haar eerste werk was naar de deur te gaan en die te sluiten. Toen
+sloeg zij de handen voor het gezicht en klaagde bitter en luid:
+"O, grootmoeder, grootmoeder, was ik maar weer bij u! Ik houd het
+niet uit, o, ik houd het niet uit!" Toen weer fluisterde ze, met een
+plotselinge opwelling om heldhaftig te zijn en moedig, ter wille van
+de oude vrouw, die haar zoo liefhad:
+
+"Maar ik _moet_ mijn best doen, ik moet, ik moet! Ik wil niet schreien,
+niet laf zijn--tante zal ook wel dadelijk komen,--ik wil niet dat zij
+mij bedroefd ziet, dat mag niet, nooit! Kom Elsje, niet flauw zijn,
+wat zou Krelis je uitlachen, als hij je nu eens kon zien!"
+
+Er kwam een glimlach op haar gezicht bij de gedachte aan Krelis en
+zijne grappige plagerijen en met een zucht deed zij het wollen kapje
+af en liep naar de groote, wit porceleinen kachel om hare handen te
+warmen. Het liep tegen halfvijf en begon hoe langer hoe donkerder te
+worden in de kamer en hoe langer hoe somberder ook, vond Elsje. Zij
+liep naar het raam toe en zag een binnenplaats, waarvan men een
+gedeelte een vroolijker aanzien had trachten te geven door er eenige
+_evergreens_ in groene kuipen neer te zetten. Elsje kon maar een klein,
+klein stukje zien van de helderblauwe winterlucht--het zwaarmoedige
+uitzicht benauwde haar en met een lichte huivering keerde zij zich van
+het raam af en trachtte om zich heen te zien in de duistere kamer. Heel
+veel vroolijker zag het er daar, nu althans, niet uit. Tegenover
+het raam, tegen den muur, stond een groot eikenhouten ledikant met
+een sierlijke sprei van witte kant, gevoerd met rose zijde, die Elsje
+werkelijk prachtig vond. Naast den zwart marmeren schoorsteen stond een
+zware, breede waschtafel ook van eikenhout en voorzien van een fraai,
+marmeren blad en een reusachtig waschstel van Fransch porselein, met
+takken chrysantemums beschilderd. Aan den eenen kant van het raam
+prijkte een eikenhouten kleerenkast met een langwerpigen spiegel,
+waarin Elsje zichzelf levensgroot zag weerkaatst; aan den anderen
+kant stond een toilettafel, ook alweer voorzien van een spiegel en
+van candelabres, flacons, toiletkussens, doellooze flaconkleedjes,
+enz. Donkergroene overgordijnen en een donkergroen kleed droegen
+er juist niet toe bij om het vertrek een blijmoediger aanzien te
+geven, terwijl het eentonige, doffe getik der marmeren pendule op den
+schoorsteen, op sombere wijze de doodsche stilte verbrak. Elsje had
+groote moeite niet te veel onder den indruk te komen der naargeestige
+omgeving om zich heen. In geduldige houding stond ze bij de kachel af
+te wachten, wanneer het haar tante zou believen tot haar te komen--maar
+heel geduldig en gedwee zag het er niet uit in haar hart. Er kwam een
+diepe zucht over hare lippen, toen de deur eindelijk geopend werd en
+mevrouw d'Ablong binnentrad, gevolgd door een dienstmeisje met eenige
+kleeren over den arm.
+
+
+
+Hoofdstuk IV.
+
+"Elsje" of "Lizzie."
+
+
+"Maar kind, waarom heb je niet even gescheld om het licht te laten
+aansteken?" zei Elsje's tante. "Hoe kom je er bij om hier zoo in het
+donker te blijven staan! Steek even de kaarsen aan op het toilet,
+Keetje, en leg die kleeren maar op het bed. De jongejuffrouw zal zich
+vandaag wel alleen kleeden."
+
+Keetje gehoorzaamde en terwijl ze nieuwsgierig keek naar de
+"jongejuffrouw," die er--zooals zij later in de keuken vertelde, "niets
+jongedamesachtig uitzag met hare dikke, roode wangen,"--vroeg ze:
+
+"Wilt u het gas niet aan hebben, mevrouw?"
+
+"Jawel, dat is goed en vraag dan aan juffrouw Cécile of ze ook even
+hier komen wil."
+
+"Ja mevrouw."
+
+Keetje stak de gaspitten aan, deed de overgordijnen dicht, stookte
+het vuur wat op en verdween. Het zag er nu vroolijker uit in de kamer,
+vond Elsje en haar tante keek ook heusch wat vriendelijker. Dit deed
+haar moed scheppen om te vragen:
+
+"Zou ik mijn eigen jurk niet mogen aanhouden, tante?"
+
+"Neen, Elsje, dat gaat heelemaal niet. Ik wil volstrekt niet dat
+Miss Piper je ziet in die verschrikkelijke jurk en buitendien zouden
+Cécile en ik ook onmogelijk den heelen avond naar dat leelijke toilet
+kunnen kijken. Kom, trek je jurk maar gauw uit. Ik heb geen lust,
+hier lang bij je te zitten en ik moet er natuurlijk vandaag bij zijn,
+terwijl je je verkleedt; anders weet je zeker niet, hoe je doen moet."
+
+Elsje voelde wel dat tegenstribbelen niet zou baten, en begon langzaam,
+met een bedroefd gezicht, haar jurk los te maken. Terwijl zij hiermee
+bezig was, werd er aan de deur geklopt en riep de stem van Cécile:
+
+"Mag ik binnen komen, mama?"
+
+"Zeker snoesje, kom maar gauw hier."
+
+Elsje's vingers trilden. Als Cécile er nu ook nog bijkwam, was het
+heelemaal niet meer om uit te houden.--O, kon zij toch maar wegloopen;
+het was verschrikkelijk! Het schreien stond haar nader dan het lachen
+en met een klagende stem zei ze:
+
+"Ik kan dat haakje niet los krijgen."
+
+"Help haar maar eens even, Cilly," zei mevrouw d'Ablong ongeduldig. "Ze
+treuzelt zoo verbazend."
+
+Cécile gehoorzaamde, maakte het weerbarstige haakje los, trok Elsje
+met een ruk de geliefde, roode jurk van de schouders en zei spottend:
+
+"O, o, wat een dikke, roode armen! En die handen! Echte
+werkmeide-handen! En o mama, kijk toch eens, wat vreeselijk grof
+vel! Dat wordt bepaald nooit beter; de stumper is er mee geboren."
+
+"Ik kan wel alleen," zei Elsje, knorrig Cécile op zijde duwend.
+
+"Hè, wat geeft ze me daar een stomp!" riep Cécile uit, zich boos over
+den arm wrijvend. "Ik bedank er voor om haar te helpen, mama."
+
+"Ik heb je hulp ook heelemaal niet noodig," zei de arme Elsje, buiten
+zichzelf van ergernis.
+
+"Bedaard wat meisje, bedaard wat!" zei hare tante berispend, "bedenk
+een klein beetje wie je voor hebt, als 't je blieft. Kom maar hier
+bij mij zitten, Cilly lieverd, dan kan ze zien, hoe ze alleen klaar
+komt. Leg die leelijke jurk nu maar eens eindelijk neer, Elsje,
+en trek je laarzen uit. Er staan lage schoentjes voor je bij het bed."
+
+Elsje deed wat haar gezegd werd, terwijl ze uit alle macht slikte om
+hare tranen in te houden.
+
+"Trek nu die zijden kousen aan," gebood mevrouw d'Ablong.
+
+De zijden kousen pasten gelukkig en de mooie pantoffeltjes ook,
+zoodat het eerste gedeelte van Elsje's toilet spoedig klaar was.
+
+"Ziezoo, wasch je nu eerst maar eens flink."
+
+Elsje schonk voorzichtig water uit de lampetkan in de groote kom,
+nam een handdoek en doopte den tip ervan in het water. Zij was op
+het punt om den natten handdoek naar haar gezicht te brengen, toen
+Cécile in lachen uitbarstte en riep:
+
+"Maar mama, kijk toch eens! Ze wascht zich met de punt van den handdoek
+in plaats van met een spons! En hemeltje, wat boent ze zich!" Want
+Elsje begon in haar drift met den handdoektip stijf en snel over haar
+gezicht te wrijven.
+
+"Lach haar nu niet _al_ te veel uit, Cilly, zij moet natuurlijk nog
+allerlei leeren. Er ligt een spons in dat bakje, Elsje; gebruik die
+een volgenden keer. Kijk, op de toilettafel liggen een kam en schuier;
+doe nu eerst je haar, voordat je je handen wascht."
+
+"Mijn haar doen, tante?"
+
+"Ja, dacht je dat je er dat stijve vlechtje in zoudt mogen houden? Maak
+het maar gauw los en kam het haar goed uit."
+
+"Een _verschrikkelijk_ leelijke kleur van haar," merkte Cécile
+op. "En wat is het akelig glad en sluik! Echt melkboerenhondehaar,
+vindt u niet, mama?"
+
+"Maar snoesje, hoe kom je aan _die_ uitdrukking?"
+
+"Och, zoo noemen ze zulk haar altijd. Wist u dat niet? Maar mama,"
+vervolgde ze fluisterend, "wat is ze vreeselijk leelijk, vindt u
+niet? Hoe is het toch mogelijk, dat _zij_ familie van u is! En dan
+zoo allernaarst burgerlijk! Ze moet er heel wat anders uitzien,
+eer ze onze kennissen onder de oogen kan komen!"
+
+"Niet _iedereen_ ziet er even snoeperig uit!" zei mevrouw d'Ablong,
+terwijl ze Cécile in de kin kneep en een kus gaf. Cilly streek met
+een tevreden lachje haar krullend haar naar achteren.
+
+"Strik nu dat fluweelen lint netjes om je haar, Elsje," zei hare tante.
+
+"Noem haar toch als 't je blieft Lizzie, moedertje," vleide
+Cécile. "Dat klinkt heusch zooveel beter."
+
+"Ik zal het probeeren, lieveling."
+
+Elsje zweeg. Niets kon haar op dit oogenblik meer schelen. Zij voelde
+zich zoo ongelukkig dat het haar nauwelijks een vermeerdering van
+haar leed toescheen, niet bij haar eigen naam te worden genoemd.
+
+"Kind, kind, wat gaat dat onhandig!" zei hare tante. "Heb je dan nog
+nooit een strik gemaakt? Kom maar eens hier."
+
+Elsje gehoorzaamde. Mevrouw d'Ablong kamde het "akelig sluike"
+haar naar achteren en strikte het zwart fluweelen lint om Elsje's
+hoofd. Toen probeerde ze een kuif te maken, maar het haar viel
+weerbarstig neer, glad en slap, zonder eenige elasticiteit.
+
+"Ik moet morgen dadelijk maar eens met je naar den kapper,
+Els... Lizzie," zei hare tante. "Misschien kan hij je wat ponyhaar
+knippen, dat je er een beetje meer presentabel uitziet. We moeten het
+nu vandaag maar zoo laten. Probeer nu eens of die lichtgroene jurk je
+past; ja die, met dat teere resedakleurtje. Wat stond jou die altijd
+beelderig, Cilly; het is eigenlijk jammer dat je dat japonnetje nooit
+meer draagt."
+
+"Die kleur wordt nu al weer zoo ouderwetsch," zei Cécile.
+
+De lichtgroene jurk paste Elsje niet. Hare armen gleden gemakkelijk
+door de ruim neerhangende mouwen heen, maar de rok was te lang en
+het lijfje veel te nauw. Met geen mogelijkheid kon de zijden veter,
+waarmede de jurk dichtgesnoerd behoorde te worden, zoo strak door
+de vetergaatjes worden getrokken, dat de beide kanten tegen elkaar
+kwamen en om het middel was het kleedje in het geheel niet vast te
+krijgen. "Trek toch maar niet meer, mama; zij _barst_ er letterlijk
+uit," riep Cécile, schaterend van het lachen.
+
+"Ja, het gaat niet," zuchtte haar moeder. "Wat moet ze dan in
+vredesnaam aan! Deze blauwe jurk is niets wijder. Weet jij ook wat?"
+
+"Misschien kan ze die flanellen blouse aan van me! U weet wel, die
+lichtgele; ik draag haar weinig meer. Mij was ze altijd veel te wijd."
+
+"O ja, dat kunnen we wel eens probeeren. Och, schel even, lieveling."
+
+Cécile trok aan het schelkoord en Keetje verscheen weer.
+
+"Haal eens even die crème flanellen blouse van juffrouw Cécile en
+den blauw-serge rok, die in de kast hangt op haar kamer en ook het
+zijden ceintuur; dat ligt zeker op je toilettafel, Cilly?"
+
+"Ja, mama."
+
+De lichte blouse pastte Elsje beter, maar scheen hare roode wangen nog
+rooder en haar middel nog dikker te maken, door al de ruime rimpelingen
+en plooitjes, waarmee de stof gegarneerd was. Toch zag zij er niet
+onaardig uit in haar nieuwe kleedij. De donkere rok werd door Keetje
+voorzien van een opnaaisel, hing toen netjes en stond, zooals Cécile
+beweerde, "nog het minst gek." Het breede ceintuur werd om het middel
+vastgestrikt en de lange einden beletten te zien, hoe het split van
+den rok met spelden vast was gestoken; de boord was Elsje veel te nauw.
+
+"Ziezoo, eindelijk klaar," zei mevrouw d'Ablong met een zucht. "Ga
+nu eens even daar staan, kind--onder het gas, dat ik goed kan zien
+hoe alles zit."
+
+Met een akelig ongemakkelijk gevoel, alsof al hare kleeren van haar
+af moesten zakken en alsof heur haar heel slordig zat--net of ze pas
+uit bed kwam en het heerlijk stevige vlechtje nog maken moest--liep
+Elsje naar het midden der kamer.
+
+Cécile ging naast haar moeder staan en beiden beschouwden haar nichtje
+met een kritisch oog.
+
+Elsje's trots kwam boven. Met verhoogde kleur en schitterende oogen,
+hief ze het hoofd op en keek hare beide kwelgeesten strak aan. De
+verlegene uitdrukking verdween en hare fiere houding, de glinsterende
+sterretjes in de blauwe oogen en het werkelijk aardige toiletje misten
+hunne uitwerking niet.
+
+"Als er nu nog een aanmerking komt, doe ik terstond mijn eigen jurk
+weer aan," besloot ze bij zichzelf.
+
+"Ze ziet er werkelijk iets beter uit," zei mevrouw d'Ablong tot Cécile,
+"vindt je ook niet?"
+
+Cécile antwoordde niet dadelijk, maar bekeek Elsje nog eens, met
+tergende langzaamheid. Toen zei ze:
+
+"Ja, wel _iets_."
+
+"Kom Elsje, ga dan nu maar mee...."
+
+"Toe mama, neem haar nu toch wezenlijk liever Lizzie. Iedereen zal
+denken dat u de meid roept als u Elsje zegt."
+
+"En toch _blijf_ ik zoo heeten," zei Elsje, zeer gedecideerd.
+
+Cécile keek haar spottend aan.
+
+"Och kind, stel je niet zoo aan, als 't je belieft, he!" zei ze op
+minachtenden toon. "Kom mama, zullen we nu eindelijk naar beneden
+gaan? Missy is al zoo lang alleen."
+
+Zij opende de deur voor mevrouw d'Ablong, volgde haar en keek niet
+meer naar Elsje om.
+
+"Kom Lizzie!" riep hare tante, toen ze op het portaal bemerkte dat
+Elsje in de kamer was achtergebleven.
+
+Stokstijf bleef het kind staan, waar zij stond. "Tante roept mij
+niet!" mompelde ze boos.
+
+"Lizzie, Lizzie, kom dan toch!" klonk het weer. "Ga nu gauw mee
+naar beneden!"
+
+Elsje verroerde zich niet. Zij werd hoe langer hoe koppiger. "Alles
+wil ik verdragen," dacht ze met een hart vol bitterheid, "maar mijn
+eigen naam zullen ze me niet ontnemen."
+
+"Ga jij maar vast naar de zaal, Cilly," hoorde zij mevrouw d'Ablong
+zeggen. "Ik kom dadelijk."
+
+Elsje's hart begon sneller te kloppen, toen ze haar tante weer binnen
+zag komen.
+
+"Wat beduidt dat, dat je me te vergeefs laat roepen?" vroeg ze streng.
+
+Geen antwoord. Het meisje stond nog steeds op dezelfde plek,
+onbewegelijk als een beeld.
+
+"Kom, antwoord me," hernam mevrouw d'Ablong driftig. "Waarom kwam je
+niet, toen ik je riep?"
+
+"U hebt mij niet geroepen."
+
+"Heb ik jou niet geroepen?" En Elsje's tante keek verbaasd. "Wie
+anders?"
+
+Elsje haalde met een verlegen lachje de schouders op.
+
+"Lizzie," zei ze.
+
+"En wist je dan niet dat jij daarmee bedoeld werdt, mal kind? Ben je
+nog zóó dom?"
+
+"U weet heel goed dat ik Elsje heet naar mijn lieve, lieve
+grootmoeder," zei ze, in tranen uitbarstend. De gedachte aan haar
+grootmoeder was haar te machtig.
+
+Mevrouw d'Ablong zweeg. Weer gleed, evenals daareven in het rijtuig,
+een flauw blosje over hare wangen, maar er kwam nu tevens een zachtere,
+teedere uitdrukking in hare oogen, die haar gezicht onuitsprekelijk
+aantrekkelijk maakte. Zij sloeg den arm om het snikkende meisje heen
+en haar naar zich toetrekkend, zei ze:
+
+"Je hebt gelijk kind, je heet Elsje en anders niet en ik zal je ook
+zoo blijven noemen. Kom, schrei nu maar niet meer. Kijk mij eens aan
+en laat me eens zien, dat je ook vroolijk kijken kunt."
+
+Elsje sloeg de betraande oogen op en de ongewoon zachte uitdrukking
+op het gezicht van mevrouw d'Ablong ziende, vroeg ze zacht:
+
+"Mag ik u een kus geven?"
+
+Tot eenig antwoord trok haar tante haar dichter naar zich toe en
+kuste haar. Toen liet ze haar los en zei:
+
+"Zullen we dan nu naar beneden gaan, Elsje?"
+
+"Ja," knikte het kind. "En.... en.... ik zal heusch mijn best doen,
+tante."
+
+"Dàt hoop ik. Je moet maar goed opletten hoe Cilly zich gedraagt;
+zij heeft zulke bizonder elegante manieren."
+
+Elsje zweeg. Waarom moest hare tante nu ook dadelijk weer Cécile
+er bij halen? Maar het was waar--zij zag er erg deftig uit en alles
+ging haar zoo gemakkelijk en natuurlijk af! Dát had Elsje dadelijk
+wel gevoeld, dat er een groot verschil bestond tusschen haar nichtje
+en haar, niet alleen omdat Cécile donker haar en donkerbruine oogen
+had en zoo beelderig mooi gekleed was, maar vooral ook omdat ze zulke
+lieve, bevallige manieren had, zoo netjes liep en zoo rechtop en met
+kleine, aardige pasjes en omdat ze duizend kleinigheden geleerd had,
+waarvan Elsje niets afwist en ook, och zoo bitter gaarne, niets weten
+_wilde_. Ze voelde zich vandaag zoo akelig linksch en lomp en ze had
+zulke nare, gloeiende wangen! Al die vreemde kleeren zaten haar ook
+zoo ongemakkelijk en ze had net een gevoel, alsof het lint om heur
+haar afzakte,--wat hing dat ook vervelend los in haar nek, zoo warm
+en slordig. Had zij haar stijf, glad vlechtje nu tenminste ook maar
+mogen behouden!
+
+Ze streek onhandig een weerbarstig lokje weg, toen mevrouw d'Ablong
+de deur der zaal opende en zei:
+
+"Dit is mijn nichtje, Missy. Gij kunt u met haar in het Hollandsch
+spreken oefenen, Engelsch moet zij nog leeren."
+
+Cécile's gouvernante, Miss Piper, stond langzaam op van haren stoel
+bij den haard en bleef bedaard staan wachten, tot Elsje bij haar zou
+komen om haar een hand te geven.
+
+Cécile zat aan den anderen kant van het vuur op een lage, sierlijk
+gedrapeerde tabouret en keek met een spottend lachje op, toen hare
+moeder met Elsje binnen kwam.
+
+Bedremmeld bleef het kind bij de deur staan, totdat mevrouw d'Ablong
+haar bij de hand nam en naar Miss Piper toebracht.
+
+"Mijn nichtje, Miss Piper," herhaalde Elsje's tante. "Gij zult gauw
+goede vrienden met haar worden, hoop ik. Zij kan nog heel veel van
+u leeren. Kom Elsje, geef Missy een hand."
+
+"_Call her Lizzie, please,_" viel Cécile in, op beslisten toon.
+
+"Welkom hier, Lizzie!" zei de gouvernante, Elsje's hand even in de
+hare houdend. "Ik hoop, wij zullen gauw zijn vrienden."
+
+Met een dankbaren blik keek Elsje op naar de slanke, geheel in 't
+zwart gekleede gestalte en het vriendelijke gezicht met de beschaafde,
+fijn besneden trekken. Er lag een zachte glans in de grijze oogen,
+die op haar neerzagen en hoewel zij veel te bedeesd was om iets te
+antwoorden op het gebroken Hollandsch der Engelsche, dat zoo goed
+gemeend was, voelde zij zich toch dadelijk tot haar aangetrokken en
+iets moediger gestemd.
+
+"Ga maar naast Cilly zitten, kind," zei mevrouw d'Ablong, "wij gaan
+zoo meteen dineeren; je zult wel trek hebben na de reis. Ja, neem
+dien stoel maar. Je behoeft er niet zoo voorzichtig mee te zijn;
+hij is stevig genoeg. Och Cilly, help haar eens even; ze weet niet,
+hoe ze dien stoel verschuiven moet."
+
+Cécile stond langzaam op, trok den stoel met een ruk naderbei en zei:
+
+"Daar! Ga nu maar zitten!"
+
+"_Cilly darling, how unladylike!_" zei miss Piper met een zachte stem.
+
+"Hè neen Missy, niet zoo'n boos gezicht zetten!" riep Cécile,
+terwijl ze naar de gouvernante toeging en haar zachte wang tegen de
+hare legde. "Toe, u ziet er veel gezelliger uit, als u zóó kijkt,"
+vervolgde ze met haar arm om Missy's hals geslagen en smeekend en
+een beetje coquet tot haar opziende.
+
+"Kindje, kindje, wees toch zoo opgewonden niet! Dat deugt niets voor
+je!" zei mevrouw d'Ablong bezorgd.
+
+"Maar _mother dear,_ ik _ben_ niet opgewonden. Wacht eens, ik zal
+wel maken dat Missy weer in een goed humeur komt." En met vlugge
+bevalligheid liep ze naar het andere einde der kamer, ging voor de
+piano zitten, sloeg met vaste hand een paar accoorden aan en zong
+toen met jubelende stem een couplet van "God save the Queen!"
+
+Toen ze geëindigd had, keek ze met een vroolijk gezicht om.
+
+"_Thank you, darling,_" zei Miss Piper.
+
+Cécile bleef bij de piano zitten spelen.
+
+"Ze ziet vandaag toch niet een beetje bleek? En heeft ze in 't
+geheel niet over vermoeidheid geklaagd?" vroeg mevrouw d'Ablong aan
+de gouvernante.
+
+"O neen, volstrekt niet. Ik geloof eigenlijk dat Cécile altijd gezond
+is, mevrouw."
+
+"Jawel, wel gezond, maar zij moet zich toch een beetje in acht nemen,
+vind ik. Ze speelt lief van avond, he?"
+
+"Heel lief."
+
+Het gesprek werd in het Engelsch gehouden en Elsje verstond er
+natuurlijk niets van. Dat hinderde haar echter niet erg, want nu
+behoefde zij er ook geen deel aan te nemen en kon zij ongestoord
+om zich heen kijken en al de pracht van de rijk gemeubileerde kamer
+bewonderen. Zij had nog nooit zoo iets gezien; waarheen zij ook keek,
+overal was het even mooi, vond ze. Voor de hooge ramen hingen, in ruime
+plooien, donkerroode gordijnen van zacht, zwaar pluche. Een donkerrood,
+mollig smyrnaasch kleed bedekte den grond, terwijl hier en daar een
+geelbruin vossevel, of een langharige tijgervacht mooi bij het rood
+van het tapijt afstak. De makkelijke stoelen, de portière voor de deur,
+het pluche tafelkleed en de smaakvolle, met goud doorstikte draperieën,
+over de kleine tafeltjes en boven den spiegel aangebracht, alles was
+in harmonie met elkaar en met de warme, teere kleuren van de vazen
+en beeldjes, de kostbare snuisterijen en de teergele en rose zijde
+der lampekappen, waardoor het licht gedempt en helder tevens heen
+scheen. Hoeveel groote en kleine lampen waren er wel? Dat moest ze toch
+eens even tellen! Dan kon ze het morgen aan grootmoeder schrijven. Daar
+in dien hoek, naast die hooge, fraaibewerkte étagère met boeken, stond
+een echte reuzenlamp, vond Elsje. Wat was daar een lange, koperen stang
+aan, net een heel dunne, erg uitgerekte steel! En was die neerhangende,
+gele kap van echte zijde? Zij had zoo'n fraaien glans en wat hing de
+breede, doorschijnende kant er prachtig over heen! Als zij gedurfd had,
+zou ze even opgestaan zijn om die lamp eens van naderbij te bekijken,
+maar zij was blij dat ze zat en zou voor geen geld de heele kamer
+door zijn geloopen naar dien verren hoek! Wat viel het licht van
+dat porseleinen lampje op het tafeltje bij de piano mooi op Cécile's
+goudbruin kleedje en op haar krullend haar! En wat speelde zij mooi! En
+o, wat stond daar in dien anderen hoek een prachtig, wit beeld! Zou
+dat nu van marmer zijn en zou het heel koud aanvoelen, als ze het
+met hare vingers betastte? En waarom zou dat vrouwebeeld den vinger
+zoo waarschuwend tegen den mond houden, alsof het zeggen wou: "Stil,
+niet spreken, geen leven maken!" Naast dat beeld stond ook al weer
+zoo'n mooie lamp op een standaard en wat werd die groote schilderij
+aardig verlicht door het grappige, kleine lampje op een tafeltje,
+dat Elsje voor een soort van nieuwerwetsche latafel aanzag en dat een
+sierlijk schrijfbureautje van hare tante was! Van de schilderij kon
+zij hare oogen niet afhouden. Deze stelde een lichte, opene plek voor
+in het bosch en het was Elsje, als zag ze in werkelijkheid de teere,
+groene tinten der wilgen en de zonnestralen, die door de takken
+speelden. Hé, wat moest het op die plek heerlijk zijn! Zij vergat
+heelemaal om voort te gaan met het tellen der lampen, zoo was ze in
+de aanschouwing der schilderij verdiept en ze keek verschrikt op,
+toen Cécile opeens haar pianospel staakte en vlak aan haar oor zei:
+
+"We moeten eten, Lizzie; ga gauw mee."
+
+Mevrouw d'Ablong en Miss Piper waren de kamer reeds uit. Elsje sprong
+snel op.
+
+"Och Cécile, noem mij nu niet weer Lizzie," zei ze dringend. "Tante
+heeft zelf gezegd, dat zij mij nooit anders dan Elsje noemen zou."
+
+"Zoo? Nu, dat moet mama weten, maar ik vind Lizzie oneindig mooier en
+deftiger en je zult er dus maar aan moeten wennen dat je bij mij Lizzie
+heet. Zeur nu niet langer en kijk ook niet zoo knorrig. Ik zal je den
+weg wijzen naar de eetkamer; mama zal niet begrijpen, waar we blijven."
+
+Elsje volgde haar met een zucht. Zij vond Cécile naar en onhartelijk,
+maar ze wou toch moedig blijven.
+
+De enkele vriendelijke woorden harer tante en van Miss Piper hadden
+haar goed gedaan en zij streed dapper tegen het verlangen, om terstond
+haar eigene kleeding weer aan te trekken en met den allervlugsten trein
+naar haar grootmoeder terug te keeren. Ze keek verrast op, toen ze met
+Cécile de ruime eetkamer binnentrad, die aan den tuin gelegen en in
+het benedengedeelte van het huis was. Stevige, eikenhouten meubelen,
+een langwerpige tafel met gedraaide pooten en stoelen met hooge, rechte
+ruggen en groenlederen zittingen, gaven aan het vertrek een geheel
+ander aanzien dan het salon boven vertoonde. Bruin beschilderde witte
+tegels in eikenhouten lijsten en enkele blauw-porseleinen borden hingen
+tegen het goudbruine behang en van een rijke gaskroon viel het licht
+tintelend en flonkerend in de fijn geslepen wijnglazen, de kristallen
+messenleggers en zoutvaatjes en het zware zilver op de tafel.
+
+"Komt meisjes, wij zitten te wachten," zei mevrouw d'Ablong
+ongeduldig. "Hier moet je zitten, Elsje, naast mij."
+
+Elsje haastte zich plaats te nemen en Cécile ging tegenover haar
+zitten naast Miss Piper. Een net dienstmeisje stond bij den stoel
+van mevrouw d'Ablong en gaf de borden rond, terwijl hare meesteres
+de soep opschepte. Elsje vond het haast jammer dat de aardige, losse
+bloemschilderingen van het porselein bijna geheel door de dampende
+soep werden bedekt, maar zij had ergen trek en begon dadelijk te eten,
+toen het bord voor haar stond.
+
+"Je kunt wel heengaan tot ik schel, Dina," zei mevrouw d'Ablong.
+
+Dina verdween.
+
+"Mama," zei Cécile fluisterend, terwijl ze zich over de tafel heen
+naar haar moeder toe boog, om niet door de gouvernante verstaan te
+worden,--"zeg toch eens dat ze niet zoo afschuwelijk hoorbaar slikt
+en die dikke, roode handen wat minder laat kijken."
+
+Zij had luid genoeg gesproken om door Elsje verstaan te worden. Het
+arme kind kreeg een kleur, maar zij hield zich goed en at stil door,
+met hare oogen naar beneden geslagen.
+
+Juist toen ze weer een lepel vol soep aan den mond bracht, legde hare
+tante hare linkerhand op de hare.
+
+"Let er op, hoe Cilly eet," zei ze zacht.
+
+Met al te groote haast slikte Elsje de soep door, om te antwoorden
+en toen ze wat zeggen wou, kreeg ze zulk een hevige hoestbui dat zij
+er akelig benauwd van werd en de tranen haar over de wangen rolden.
+
+"Hè, wat een vervelend geluid!" zei Cécile. "Je kunt best ophouden,
+als je maar wilt, Lizzie."
+
+"_Take some water, do,_" raadde Miss Piper aan.
+
+"Ja, drink eens, Elsje," zei mevrouw d'Ablong ongeduldig. Dat het
+kind zich nu ook juist verslikken moest en aldoor die roode handen
+aan den mond bracht, terwijl Miss Piper over haar zat!
+
+Elsje schonk met bevende hand en al kuchend een glas water in uit een
+klein, elegant karafje dat voor haar bord stond. Haar hand schudde en
+het water viel zoo hortend en stootend in het glas, dat dit overliep
+en zich een smal stroompje op het tafellaken vormde.
+
+"Kind, wat ben je ook onhandig!" fluisterde mevrouw d'Ablong
+wrevelig. "Bel eens even, Cilly, als 't je blieft."
+
+Cécile drukte op het knopje der zilveren tafelschel en Dina kwam
+binnen.
+
+"Maak dat eens even een beetje schoon," zei mevrouw d'Ablong met
+een blik naar het drijvende stroompje, dat hoe langer hoe breeder
+werd. "Je kunt meteen de borden wel wegnemen."
+
+Dina gehoorzaamde handig en vlug, terwijl Elsje met een kleur van
+agitatie weer aan haar soep begon. De anderen hadden de borden reeds
+leeg; zij vond het verschrikkelijk alleen te zitten eten, met de
+spottende oogen van Cécile strak op zich gevestigd.
+
+Het dienstmeisje bleef aarzelend wachten; zij zag dat hare meesteres
+ongeduldig werd en durfde toch het bord niet weg te nemen, terwijl
+Elsje nog at. Het arme kind zou met plezier de rest van haar soep
+onaangeroerd hebben gelaten, als zij maar gedurfd had.
+
+Eindelijk was zij bijna klaar en hield het bord schuin om het met den
+lepel goed schoon te kunnen maken. Maar hare tante, die haar ergenis
+onmogelijk langer kon bedwingen, kwam driftig tusschenbeide.
+
+"Leg nu je lepel neer, Elsje," zei ze kortaf. "Neem dat bord weg,
+Dina; ik begrijp niet, waarom je van middag zoo langzaam bent."
+
+"Maar ik heb het nog niet heelemaal op, tante," zei Elsje, om het
+dienstmeisje te verontschuldigen.
+
+"Neem dat bord weg," herhaalde mevrouw d'Ablong streng tot Dina,
+"en geef de jongejuffrouw een ander mes en een andere vork--je hadt
+moeten zien dat deze geheel nat zijn."
+
+Dina haastte zich haar verzuim te herstellen en Elsje zweeg
+bedrukt. Toen het dienstmeisje heengegaan en teruggekomen was,
+het vleesch en de groenten had rondgediend en weer kon verdwijnen,
+tot ze gebeld werd om het dessert op tafel te zetten--was Elsje weer
+tamelijk op haar gemak gekomen en hoewel ze niet veel at, uit vrees
+van de anderen op haar te laten wachten, smaakten de keurig toebereide
+spijzen haar toch goed. Zij deed al haar best, zoo netjes mogelijk te
+eten en keek nu en dan tersluiks naar Cécile om te zien hoe deze mes
+en vork hanteerde. Elsje vond het vreemd, dat zij haar mes bijna even
+ijverig gebruikte als haar vork en het was haar heel ongemakkelijk, de
+vork niet vlak bij de tanden vast te houden--maar zij deed wat ze kon
+en slaakte een zucht van verlichting, toen ze haar bord had leeggegeten
+zonder een aanmerking van mevrouw d'Ablong te hebben gehoord.
+
+Het dessert werd opgezet en Dina plaatste naast ieder bord een fraai
+kommetje van doorschijnend, rood glas, met water gevuld.
+
+Elsje keek er nieuwsgierig naar. Waarvoor zouden die moeten dienen? Wat
+zag dat water er helder uit en hoe verleidelijk scheen het haar toe
+er even een klein slokje van te drinken! Ze had zoo'n dorst en het
+karafje weer ter hand nemen durfde ze niet goed na het ongeluk van
+daareven. Die mooie kommetjes gebruikten rijke menschen zeker veel in
+plaats van glazen. Ze liet het stukje witten podding met roode vla
+nog onaangeroerd op haar bord liggen; ze moest wezenlijk eerst eens
+even drinken--ze had zoo'n verbazenden dorst! Voorzichtig nam ze het
+bewuste kommetje in hare beide handen en zette het aan den mond. He,
+het water was lauw, hoe vreemd en wat smaakte dat naar! Juist wou ze
+het sierlijke, glazen bakje weer neerzetten, toen Cécile haar aanzag
+en boos zei:
+
+"Ze kan niet met ons aan tafel eten, mama. Kijk nu toch eens even."
+
+Elsje schrikte, meende dat ze gemorst had op haar jurk of iets heel
+onbehoorlijks gedaan en liet in hare verwarring het kommetje uit hare
+handen glippen. Groote en kleine roode scherven vielen op haar bord,
+op de tafel en op den grond en met een angstig gezicht keek ze hare
+tante aan.
+
+"Ik zou maar naar boven gaan, Elsje. Ik vind het heel verdrietig dat
+je je nog zoo weinig weet te gedragen," zei mevrouw d'Ablong.
+
+Elsje stond op, waarbij eenige scherven van haar jurk afvielen op
+den grond. Zij raapte ze snel op.
+
+"Ga nu terstond kind, en laat die dingen liggen."
+
+Met een bedroefd gezicht en met een haastigen, teleurgestelden blik
+naar den podding, dien ze nu in 't geheel niet zou proeven, ging
+Elsje de kamer uit.
+
+
+
+Hoofdstuk V.
+
+Van Top tot Teen herschapen.
+
+
+Toen mevrouw d'Ablong een kwartier later in het salon kwam, vond ze
+daar haar nichtje niet, zooals ze verwacht had. "Dan zal ze zeker
+maar naar haar kamer gegaan zijn," dacht ze en liep met een zucht de
+trap op. Nu reeds voelde ze eenig berouw dat ze Elsje te logeeren had
+gevraagd--er zouden zooveel van die kleine, lastige onaangenaamheden
+komen en het beviel haar volstrekt niet, haar gemakkelijk leven door
+allerlei moeielijkheden met Elsje bedreigd te zien. Maar, zij had het
+verzoek harer moeder toch niet kunnen weigeren--ze was nu eenmaal
+dezen weg ingeslagen en ze moest er op voortgaan, daaraan was geen
+twijfel. Ze moest het kind dan maar flink onder handen nemen van
+tijd tot tijd, zoolang ze hier was en... misschien was het wel niet
+noodig, dat Elsje later voor goed bij haar in huis kwam. Zoo oud was
+de grootmoeder toch ook nog niet en zoo heel ziek scheen ze eigenlijk
+ook niet te zijn en het was dus heel wel mogelijk dat Elsje volwassen
+was en ergens een werkkring had gevonden, voordat haar grootmoeder
+stierf. Dan zou zij heel makkelijk wat voortgeholpen kunnen worden
+met geld en kleeren nu en dan; hare tante zou haar dan niet uit het
+oog verliezen en goed voor haar zijn... uit de verte. Als alles zóó
+ging, zou mevrouw d'Ablong zelf ook heel tevreden wezen.
+
+Maar, terwijl het kind bij haar in huis was, moest ze zich beter
+gedragen, dat sprak van zelf.
+
+"Ik kom eens even met je spreken, Elsje," zei ze, de deur openend
+van de logeerkamer, waar Elsje de eenzaamheid had gezocht. "Waarom
+ben je niet naar de zaal gegaan, toen ik je wegstuurde?"
+
+"Ik wou veel liever hier blijven, tante," zei Elsje met iets angstigs
+in hare stem.
+
+"Waarom?"
+
+Zij antwoordde niet dadelijk, maar wreef zenuwachtig hare handen
+over elkaar.
+
+"Ik doe toch alles verkeerd," zei ze eindelijk op koppigen toon.
+
+"Hoor eens Elsje, als wij goede vrienden zullen blijven, moet je je
+zooveel mogelijk voornemen, om _niet_ alles verkeerd te doen. Want
+wat je daar zegt, is waar, je _doet_ bijna alles verkeerd. Maar als
+je wezenlijk wilt, als je heel goed op Cilly let en haar navolgt in
+alles, als je probeert om zooveel als het kan natuurlijk, op haar te
+gelijken, dan...."
+
+"Ik verlang er niets naar om op Cécile te lijken," zei Elsje,
+heel driftig.
+
+Het was er uit, voordat ze het wist en terstond, _toen_ het er uit
+was, had ze berouw. Maar alles, wat zij dien dag had doorgemaakt, het
+droevige gevoel van verlatenheid, dat haar weer overvallen was na het
+ongeluk aan tafel en vooral het wreede, hatelijke gedrag van Cécile,
+hadden haar in zulk een bittere stemming gebracht dat het haar was,
+als leefde ze in een bangen droom en als was zij plotseling van de
+vroolijke, levenslustige Elsje veranderd in een arme verschoppelinge,
+door niemand begeerd en door niemand bemind. Als hare tante Cécile
+buiten het gesprek had gelaten, zou Elsje haar drift hebben kunnen
+bedwingen, maar nu liep de maat van haar geduld over en met fonkelende
+oogen, snel en bijna woest, bracht ze er de noodlottige woorden uit.
+
+"Wil je wel eens dadelijk zeggen dat je dat niet meent, ondeugend,
+brutaal kind?" riep mevrouw d'Ablong, haar bij de schouders
+vattend. "Kom, kijk mij aan en zeg dat je het niet meent."
+
+Elsje barstte in tranen uit.
+
+"Laat mij weer naar huis gaan!" snikte ze. "Och, laat mij toch weer
+naar grootmoeder gaan! Ik vind het hier vreeselijk, vreeselijk! En
+ik wil veel liever nooit, nooit weer hier komen! Ik doe toch niets
+zooals ik moet en ik vind het hier vreeselijk, vreeselijk!"
+
+Zij had hare tante van zich afgestooten en schreide bitter, met de
+handen voor het gezicht geslagen.
+
+Met een strenge uitdrukking in hare oogen, bleef mevrouw d'Ablong
+zwijgend bij haar staan. Er was niets met het meisje te beginnen,
+zoolang ze zich zoo aanstelde, oordeelde zij, maar dergelijke dwaze
+buien moesten in het vervolg vermeden worden, dat stond vast.
+
+Eindelijk bedaarde het snikken wat.
+
+"Mag ik als 't je blieft morgen weer terug naar huis?" vroeg het
+kind met een smeekenden blik. "Ik durf best alleen te reizen en... en
+grootmoeder zal het geld wel weerom geven."
+
+"Dat is natuurlijk te dwaas om van te praten, Elsje. Ik zou die
+kinderachtigheid nu maar uit mijn hoofd zetten. Je bent oud genoeg om
+te begrijpen, dat je het bij mij aan huis volstrekt niet 'vreeselijk'
+behoeft te hebben, als je je verstandig gedraagt. Ik ben ernstig
+boos op je om die leelijke, afgunstige woorden, die je zooeven hebt
+gezegd. Je bent jaloersch op Cécile en dat had ik van jou allerminst
+verwacht. Ik reken er op dat je die ongepaste jaloezie zult trachten te
+overwinnen en _nooit_ zult toonen. Begrijp mij goed en doe wat ik zeg,
+anders zullen we maatregelen nemen, die je heelemaal niet aanstaan,
+juffertje. Je bent moe en alles is ongewoon voor je natuurlijk en
+ik zal je voor ditmaal dus vergeven. Ga straks naar bed en kom niet
+meer beneden. Keetje zal je een kop thee brengen en als je nog iets
+noodig hebt, kun je het haar zeggen."
+
+En zonder het bedroefde kind verder met een blik te verwaardigen,
+ging mevrouw d'Ablong de kamer uit.
+
+Niet lang daarna kwam Keetje boven met een nachtjapon van Cécile en
+verdere toiletbenoodigdheden voor Elsje.
+
+"Mevrouw dacht dat het goed voor u zijn zou om nu maar naar bed
+te gaan, jongejuffrouw," zei ze. "Zal ik u even helpen met het
+uitkleeden? Dan kan ik u een kopje thee brengen, als u in bed bent."
+
+Elsje stond langzaam op van den stoel, waarop ze in moedeloos gepeins
+was verzonken geweest.
+
+"Ja, ik zal naar bed gaan," zei ze, "maar je behoeft me niet te
+helpen. Ik kleed me altijd alleen uit."
+
+"Maar misschien gaat het een beetje gauwer, als ik u help met dien
+vastgespelden rok," zei Keetje goedhartig. Elsje zag er zoo bedroefd
+en terneergeslagen uit, dat het dienstmeisje medelijden met haar
+kreeg. Dina had natuurlijk in de keuken verteld wat er aan tafel
+met Elsje was gebeurd en hoe boos mevrouw d'Ablong had gekeken en nu
+Keetje het jonge gezichtje van het "dorpskind" zoo bitter bedrukt zag,
+kwam haar goed hart boven.
+
+"Kom," zei ze, "ik zal wel maken dat u gauw rustig en wel te bed ligt,
+jongejuffrouw. En wie weet, hoe lekker u dan slaapt."
+
+"Ik hoop het," zei Elsje zacht. "Maar wil je me Elsje noemen, als
+'t je blieft, dat zou ik veel prettiger vinden."
+
+"Ik geloof niet dat mevrouw dat zou willen hebben," lachte Keetje
+vroolijk. "Ziezoo, daar is de blauwe rok al uit. Straks zal ik
+alles wel netjes opvouwen. Die nachtjapon zal wel een beetje te lang
+zijn. Kijk, heb ik geen mooie voor u uitgezocht? Dat is allemaal echt
+Fransch borduursel."
+
+Elsje voelde niet heel veel belangstelling voor het "echt Fransche
+borduursel", maar Keetje's vriendelijkheid deed haar toch goed en
+met een half ingehouden snik vroeg ze:
+
+"Woont jouw moeder ook buiten?"
+
+"Neen, hier in de stad. Wilt u nu in dien lagen leuningstoel gaan
+zitten, dan zal ik uw haar uitschuieren. Pas op dat u niet over de
+nachtjapon struikelt."
+
+Het was toch wel prettig om zich zoo'n beetje te laten bedienen, nu
+ze zoo erg moe was, dacht Elsje, terwijl ze makkelijk leunde tegen
+den rug van haar stoel. En wat was het een heerlijk gevoel, die zachte
+aanraking van Keetje's hand aan heur haar en de gelijkmatige beweging
+van den schuier over haar hoofd!
+
+"Nu bent u klaar en nu ga ik gauw een lekker warm kopje thee voor u
+halen," zei het dienstmeisje eindelijk. "Is dat goed?"
+
+"Ja, als 't je blieft."
+
+Keetje ging heen en Elsje stond op om in bed te gaan. Eerst moest
+ze nog even kijken hoe het er buiten uitzag. Ze schoof het gordijn
+op zij, drukte haar gezicht tegen het raam en keek op naar het
+kleine stukje lucht, dat vanuit haar kamer zichtbaar was. Hè,
+wat fonkelden de sterren mooi--wat zou het prachtig, prachtig zijn
+op de heide, dicht bij het huisje harer grootmoeder! Als zij maar
+eens even bij haar kon zijn, even de armen om haar hals kon slaan
+en haar een nachtkus geven, dan zou haar moed wel weer terugkomen,
+dacht ze. Maar ze moest zich dapper houden, ze moest haar best doen,
+niet weer flauw zijn en driftig tegen tante; ze had het grootmoeder
+beloofd! Ze liet het gordijn los en slikte even. Ze wou nu niet meer
+schreien. Ze was wezenlijk kinderachtig geweest, daar had tante wel
+gelijk in. Morgen zou alles zeker wel beter gaan en met het optimisme
+van een kind, begon zij zich voor te stellen, hoeveel gelukkiger dan
+nu, zij zich morgenavond als zij naar bed ging, misschien voelen
+zou. Tante zou dan ook wel niet meer boos zijn. Kom, ze moest nu
+maar rustig gaan slapen. Zou ze ... zou ze nog eens even in dien
+grooten spiegel kijken hoe die prachtige nachtpon haar stond met al
+die breede strooken? Verlegen, alsof er iemand in de kamer was, die
+haar uit kon lachen, ging ze voor den langen spiegel staan en keek
+nieuwsgierig naar de meisjesgestalte in het lange, witte, bijna den
+grond rakende gewaad. Was zij dat heusch? Ze vond eigenlijk wel dat
+ze er heel deftig uitzag met die geborduurde kanten om de mouwen en
+dat lange, breede borduursel van voren. Zoo moest grootmoeder haar
+eens even kunnen zien! Als zij zoo eens plotseling voor haar staan
+kon en haar goeden nacht zeggen! Wat zag haar gezicht er beschreid
+uit en wat werd zij koud, zoo dicht bij het raam! Vlug liep ze naar
+het ledikant, trok de dekens over zich heen en genoot de zachte,
+mollige warmte van het veeren bed. Ze was zoo moe, zóó moe; Keetje
+moest nu maar gauw komen met de thee, dan kon ze het licht meteen
+uitdraaien. Daar schoot haar plotseling te binnen, dat ze grootmoeder
+van avond nog een briefkaart had willen sturen met het bericht dat
+ze goed was overgekomen. Hoe was het mogelijk dat ze dat had kunnen
+vergeten! Misschien zou Keetje nog raad weten te schaffen.
+
+Daar was ze juist met een grooten kop thee in de hand. Elsje kwam
+dadelijk met haar vraag voor den dag. "Mevrouw is juist bezig een
+briefkaart te schrijven," zei Keetje, "en ze zou uwe groeten doen,
+zei mevrouw. Drink nu maar gauw deze warme thee op, dat zal u goed
+doen. Ziezoo, zal ik u nu nog eens instoppen?"
+
+"Ja, heel graag."
+
+Keetje streek het laken glad, schudde de kussens op, trok de
+dekens dichter om Elsje heen en zag er daarbij zoo vriendelijk en
+aantrekkelijk uit in haar helder katoenen japonnetje, met den keurigen
+witten boezelaar en het nette geplooide mutsje, dat Elsje het prettig
+vond om naar haar te kijken en met een dankbaren blik zei:
+
+"Dankje wel, hè, dankje wel."
+
+"Kan ik nu nog iets voor u doen?" vroeg Keetje eindelijk. "Zal ik
+het licht maar uitdraaien?"
+
+"Ja, als 't je blieft."
+
+Het dienstmeisje deed het gas uit en verliet de kamer met een
+vriendelijk "goeden nacht." Elsje was op het punt haar terug te
+roepen en nog iets te vragen, maar zij durfde niet goed, zei zacht
+bij zichzelf: "Het is te flauw" en deed toen hare oogen dicht, vast
+besloten, dadelijk te gaan slapen.
+
+Zij deed ze echter terstond weer open, toen tot hare verwondering
+de deur der kamer geopend werd en Keetje weer binnen kwam met een
+brandend nachtlichtje in de hand. Heel zacht zette zij dit op de
+tafel neer om Elsje niet te storen en juist wilde ze weer weggaan,
+toen een zacht stemmetje zei:
+
+"Ben je daar nog, Keetje?"
+
+"Jawel, jongejuffrouw."
+
+"Wil je.... wil je even bij me komen?"
+
+Keetje kwam terstond bij het bed.
+
+"Ik.... ik.... wil jij me een nachtzoen geven? Dat doet grootmoeder
+altijd."
+
+Het dienstmeisje dacht er niet aan op dit oogenblik, of "mevrouw"
+een dergelijke familiariteit wel zou goedkeuren, boog zich over Elsje
+heen en kuste haar op het voorhoofd.
+
+"Slaap lekker," zei ze.
+
+"Dank je wel," zei Elsje. "Dank je wel voor al je
+vriendelijkheid. Nacht Keetje."
+
+"Nacht jongejuffrouw. Zult u nu gauw gaan slapen?"
+
+"Ja wezenlijk."
+
+En met de gedachte aan grootmoeder en aan den brief dien zij haar
+morgen zou schrijven, viel Elsje in slaap.
+
+Om elf uur kwam haar tante even naar haar kijken.
+
+"Ze slaapt gelukkig rustig," dacht ze, "we moeten nu in vredesnaam
+maar hopen dat alles morgen beter gaat."
+
+Den volgenden ochtend om half acht bracht Keetje Elsje een warme,
+wollen ochtendjurk en voelde deze zich zeer verkwikt en bemoedigd
+door de lange nachtrust, die ze had gehad. Aan het ontbijt liep
+alles tamelijk goed voor haar af. Cécile was stil en een beetje
+uit haar humeur, maar bemoeide zich weinig met haar en Miss Piper
+was vriendelijk en beleefd evenals gisteren, terwijl mevrouw
+d'Ablong blijkbaar haar best deed, om haar meer op haar gemak te
+zetten. Dadelijk na het ontbijt bracht zij haar naar een aardige,
+vroolijke kamer, die nog altijd de "kinderkamer" werd genoemd en op den
+tuin uitzag. Er stond een groote tafel met een groen lakensch kleed
+en tegen den muur waren boekenkasten geplaatst, waarvan de planken
+met geschupte, groenlederen randen waren versierd. Elsje had nog nooit
+zooveel boeken bij elkaar gezien en keek nieuwsgierig naar al de roode,
+groene, zwarte, gele en bruine banden in de hooge eikenhouten kasten.
+
+"Hier neemt Cécile hare lessen altijd," zei mevrouw d'Ablong. "Je weet
+immers dat ze niet meer school gaat? Vandaag is ze wat moe en moet ze
+maar eens vacantie nemen: jij kunt hier dus van ochtend rustig gaan
+zitten schrijven. Kijk, hier staat een inktkoker en in dat vloeiboek
+zijn wel postpapier en couverts. Als je met je brief klaar bent, moet
+je maar even op dit knopje drukken. Dat is een electrische schel en
+als je hierop drukt, komt Dina terstond bij je en zal zij je brief
+naar de post brengen. We moeten maar wat vroeg koffiedrinken vandaag;
+dat ga ik van middag met je naar den kapper en de naaister en zoo
+verder. Denk er aan dat je de groeten van mij doet aan grootmoeder en
+haar vraagt, of ze ons eens gauw bericht stuurt hoe het met haar is."
+
+Een paar minuten later zat Elsje met een hoogroode kleur en een heel
+ernstig gezicht haar brief te schrijven. Het was behagelijk warm
+in de kamer en heel rustig om haar heen, maar het viel haar toch
+allesbehalve gemakkelijk, den brief precies zóó te krijgen, als zij
+dien hebben wou. Grootmoeder moest vooral niet den indruk ontvangen
+dat zij ongelukkig was en telkens naar huis verlangde, maar Elsje
+vond het heel moeielijk een opgewekten brief te schrijven, vooral
+ook omdat het schrijven zelf al een heel ding voor haar was. Toen
+het postvelletje vol was, streek ze met een zucht de hand over het
+voorhoofd en las het geschrevene over met een gezicht, dat duidelijk
+toonde dat ze er weinig mee ingenomen was. Zij had het ook zoo warm
+en dat vervelende losse haar gaf haar telkens een gevoel, alsof ze
+haar _eigen_ hoofd niet had vandaag. Keetje had wel getracht het
+haar geheel op te maken naar Elsje's zin, maar dit was haar maar half
+gelukt--het zat zoo akelig weinig stevig, vond Elsje.
+
+Met een uitdrukking van ontevredenheid in de oogen, zat ze naar de
+dikke, groote letters op het papier te kijken, toen mevrouw d'Ablong
+binnen kwam.
+
+"Ben je _nog_ niet klaar, kind?" vroeg ze. "Het is al elf uur."
+
+"Ja, tante, mijn brief is af," zei Elsje, haastig opstaande.
+
+"Goed, ga dan gauw mee naar beneden. Wij hebben nog zooveel te doen
+vandaag. Hè, wat staat die jurk je akelig! Wij zullen wat nette,
+nieuwe kleeren voor je laten maken. Vindt je het niet heerlijk,
+dat je dat allemaal zoo maar van me krijgt?"
+
+"Het is heel vriendelijk van u tante, maar.... maar mijn roode jurk
+zit me zoo erg gemakkelijk, die heb ik het liefst aan."
+
+"O, maar als een goede naaister jurken voor je maakt, zullen die je
+nog prettiger zitten natuurlijk. Kom, treuzel nu niet langer."
+
+Niet lang daarna reed Elsje in gezelschap harer tante de drukke straten
+door naar een der deftigstige modemagazijnen der stad. Men had haar een
+winterhoed opgezet, dien Cécile niet meer droeg en een kort lakensch
+manteltje aangetrokken, dat haar te nauw was, zoodat zij zich niet heel
+behagelijk voelde "Wacht maar, we zullen wel gauw een jonge dame van
+je maken," zei mevrouw d'Ablong, toen het rijtuig stilstond voor een
+grooten winkel met spiegelruiten, waarachter zooveel fraaie stoffen in
+donkere en lichte tinten en zooveel kostbare kant, zijde, fluweel en
+wit dons lagen uitgestald dat Elsje groote oogen opzette. Zij volgde
+hare tante schuchter, toen een bediende in livrei met een beleefde
+buiging het portier en de glazen deuren van den winkel opende.
+
+Mevrouw d'Ablong liep tusschen de toonbanken aan beide zijden door,
+terwijl haar nichtje zeer bedeesd achteraan kwam. Het was haar alsof
+al die dames en heeren achter de toonbanken haar nazagen en alsof de
+deftige mevrouwen, die hier hare inkoopen deden, haar aankeken met
+oogen, die duidelijk zeiden: "Jij behoort hier niet, kind!" Ze was
+blij, toen hare tante de trap opging, die toegang verleende tot een
+zaal, waar slechts twee jonge meisjes aanwezig waren en waar stapels
+fijn linnengoed in de winkelkasten tegen den muur waren geborgen. Er
+heerschte een aangename warmte en Elsje vond dat de winkeljuffrouw,
+die hare tante aansprak, een vriendelijk gezicht had.
+
+"Wat is er van uw dienst, mevrouw?"
+
+"Ik zou graag eens meisjeskorsetten van u willen zien," zei mevrouw
+d'Ablong. "Het is voor dit meisje. Zij komt van buiten en ik moet
+allerlei ondergoed voor haar hebben. De korsetten kunnen hier immers
+gepast worden, niet waar?"
+
+"O ja zeker mevrouw, als u zoo goed wilt zijn mij even te volgen."
+
+Zij ging de zaal door naar een klein zijvertrekje, waar de zon
+vroolijk naar binnen scheen en men door een hoog boogvenster een
+levendig uitzicht had op de drukke straat, die er vroolijk uitzag in
+het heldere, vriezende weer.
+
+"O tante, wat is het hier aardig!" riep Elsje, naar het raam
+toeloopende en terstond daarop een kleur krijgende over hare
+vermetelheid.
+
+Mevrouw d'Ablong keek haar ontevreden aan; zij vond het in 't
+geheel niet noodig dat de winkeljuffrouw wist dat Elsje haar nichtje
+was. Het kind was eerst zoo dwaas verlegen geweest hier en nu opeens
+die uitroep!
+
+"Jawel, het uitzicht is hier niet onaardig," zei ze kortaf. "Maar
+kleed je nu maar gauw uit; wij hebben nog zooveel te doen. Zoudt u
+meteen eens onderlijfjes willen laten zien, juffrouw?"
+
+"Gaarne." En het meisje ging heen.
+
+"Komaan, Elsje, haast je wat," zei hare tante ongeduldig. "De juffrouw
+komt dadelijk terug met de korsetten."
+
+"Maar ... maar tante, moet ik me dan hier heelemaal uitkleeden?" vroeg
+het kind met een angstig gezicht.
+
+"Natuurlijk. Als wij alles eerst nog thuis laten sturen, duurt het
+weer langer, eer je er een beetje presentabel uitziet."
+
+"Maar ik wil veel liever niet zoo'n stijf korset aan hebben,"
+klaagde Elsje.
+
+"Geen woord meer. Je doet nu dadelijk, wat ik je zeg," klonk het
+gebiedend.
+
+Met een zucht kleedde Elsje zich uit en liet zich door de geduldige
+winkeljuffrouw het eene korset na het andere aanpassen. O, wat
+verveelde het haar en wat werden hare beenen moe en stijf van dat
+lange staan! En hoe ongemakkelijk zaten haar al die nare, rare
+machines met ontelbare baleinen en wat was het verschrikkelijk om
+telkens weer de juffrouw te hooren zeggen: "Ziet u mevrouw, van boven
+past dit heel goed, maar de jongejuffrouw is wat heel breed om het
+middel en de heupen." De arme "jongejuffrouw" had op het laatst een
+gevoel alsof ze een mismaakt schepsel was! En al was het warm in de
+kamer, toch werden hare armen en haar hals zoo koud en kreeg ze zulk
+akelig kippenvel! Hoe was het toch mogelijk dat het hare tante niet
+verveelde naar dat verschrikkelijke passen te kijken en dat zij maar
+steeds met dezelfde nauwkeurigheid haar oordeel ten beste gaf!
+
+"U kunt dien veter nog wel wat meer aantrekken," zei ze, toen Elsje
+eindelijk een korset aan had, dat tamelijk goed paste. De juffrouw
+voldeed aan het bevel en Elsje kreeg een gewaarwording alsof ze in
+een soort van harnas vastgesnoerd zat.
+
+"Het zit me nauw," waagde ze te zeggen.
+
+"Nauw jongejuffrouw?" vroeg het meisje verbaasd. "Dat is toch een heel
+wijd nummer. Het zal u nog wat ongemakkelijk zijn omdat het nieuw is,
+maar ik geloof dat u er heel spoedig aan zult wennen."
+
+"Zij moet dit maar aanhouden," zei mevrouw d'Ablong beslist. "Nu de
+onderlijfjes, juffrouw."
+
+Elsje begreep dat tegenstribbelen niets zou baten en onderwierp zich
+aan haar lot met de kalmte der wanhoop.
+
+Met een onderlijfje kwam men gelukkig sneller klaar en eindelijk namen
+zij afscheid van het onderkleeren-departement en bracht de onvermoeide
+mevrouw d'Ablong haar nichtje in een geheel ander gedeelte van het
+"modemagazijn", dat in Elsje's oogen een reusachtigen omvang had.
+
+Zij bevonden zich nu in een ruim vertrek, waar de japonstoffen werden
+verkocht. Elsje's tante koos een paar donkere stoffen voor jurken uit
+en begaf zich toen naar een kamer, waar Elsje de maat genomen werd
+en een zeer elegant gekleede dame met mevrouw d'Ablong overlegde, hoe
+de jurken gemaakt moesten worden. Hiermee was men veel gauwer gereed
+dan Elsje had durven hopen en hoewel het akelig korset haar knelde en
+zij zich niet heel opgewekt voelde, verheugde zij zich toch over het
+feit, dat ze zich niet _weer_ zoo lang behoefde te laten passen. Juist
+wilde hare tante zich met haar naar de mantelzaal begeven, toen haar
+nog iets scheen in te vallen en ze tot de elegante dame zei:
+
+"O ja juffrouw, u hebt zeker nieuwe stoffen ontvangen voor
+baltoiletjes? Waar kan ik die zien?"
+
+"Gaat u even zitten mevrouw en de jongejuffrouw ook, dan kan ik ze
+wel dadelijk hier laten brengen."
+
+Ze drukte op een knopje en een jongen verscheen om even later terug
+te keeren met het verlangde.
+
+"Vindt u dit niet bizonder lief, mevrouw?" zei de juffrouw, een
+lichtrose stof vertoonend, die zacht en wollig aanvoelde en toch dun
+en fijn was. "Dat zou deze jongejuffrouw heel goed staan."
+
+"Jawel, maar wat hebt u daar? Is dat lichtgeel of wit, die kantachtige
+stof met die fijne, blauwe bloemetjes?"
+
+"Dit bedoelt u? Dat is heel zacht crème, mevrouw, iets beelderigs
+voor een brunette, vindt u niet? Voor uwe eigene dochter
+misschien.... u.... neemt u me niet kwalijk, maar u bent immers
+mevrouw d'Ablong?"
+
+"Ja, en ik wou juist een baljaponnetje hebben voor mijn
+dochtertje. Stuurt u me dit maar eens op zicht, als 't je
+blieft. En.... ja, doet u er dat rose dan ook maar eens bij; het kon
+zijn dat ik voor dit meisje ook een baltoiletje noodig had."
+
+"Als 't u belieft, mevrouw."
+
+Elsje kon hare ooren nauwelijks gelooven. Een baljurk noodig voor
+haar! Met groote oogen keek ze haar tante aan, terwijl deze de beide
+stoffen nog eens nauwkeurig bezag.
+
+"Dus dan stuurt u deze twee van avond nog op zicht?" vroeg ze nog eens.
+
+"Jawel mevrouw."
+
+"Kom Elsje, dan gaan we nu mantels passen."
+
+Elsje ging snel mee. Een vraag brandde haar op de lippen.
+
+"Tante," zei ze zacht, toen mevrouw d'Ablong op het punt was, de
+"mantelzaal" binnen te gaan.
+
+"Wat is er?"
+
+"Heb ik misschien ook een baljurk noodig?"
+
+Mevrouw d'Ablong glimlachte en keek Elsje vriendelijker aan dan ze
+vandaag nog gedaan had.
+
+"Wou je dat graag?"
+
+"Ik zou vreeselijk graag eens een bal willen zien," zei Elsje. "Maar
+ik zou er liever stil naar kijken dan er aan meedoen, omdat.... omdat
+ik niet weet of ik alles wel naar uw zin doen zou."
+
+"Als je je goed houdt en geen kuurtjes hebt en als je op Cécile's
+manieren let en die probeert na te volgen, dan.... dan laat ik je
+bij ons blijven tot na de partij. Cécile heeft er iederen winter
+een en dit jaar zal er niet alleen gedanst worden, maar ook comedie
+gespeeld. Als ik dus tevreden over je ben, zul je dat alles bijwonen."
+
+"O!" was al wat Elsje zeide, maar al was de gedachte haar pijnlijk
+dat zij de belooning om bij de partij tegenwoordig te zijn, nog moest
+verdienen, toch scheen het haar iets onuitsprekelijk heerlijks toe
+eens een "echt bal" te zien. Dat zou iets zijn om van te vertellen,
+als ze weer tegenover grootmoeder op haar oude plaatsje zat!
+
+"Hoe mooi tante," zei ze met een dankbaren blik op den warmen,
+donkerbruinen mantel, dien mevrouw d'Ablong voor haar kocht. Het
+korset begon wezenlijk al een beetje te wennen, vond ze, hoewel ze
+een hooge kleur had, omdat ze zooveel minder makkelijk adem haalde
+dan anders. Er werd bij een Fransch sprekende modiste een hoed met
+veeren voor haar gekocht; toen gaf hare tante den koetsier bevel naar
+den kapper te rijden.
+
+Dat viel Elsje niet mee; zij had gehoopt dat zij nu weer naar huis
+terug zouden gaan, of dat zij eens wat zou mogen gaan wandelen. Ze
+was zoo gewend om veel in de frissche lucht te zijn; ze snakte er
+letterlijk naar om de aanraking van den wind te voelen op hare wangen
+en zich te koesteren in de volle, heldere Januarizon. Met een zucht
+ging ze met haar tante het "damessalon" van den "coiffeur" binnen.
+
+"Ik kom zelf maar even bij u, mijnheer," zei mevrouw d'Ablong tot een
+klein mannetje met donker, krullend haar, "omdat er nogal haast bij
+is. Wilt u eens zien, wat er van dit haar is te maken? Zet je hoed
+eens af, kind."
+
+"Tot uw dienst, mevrouw," zei de beleefde kapper, buigend als een
+knipmes. "Ga toch zitten als 't u belieft en wil de jongejuffrouw
+dan in dezen stoel plaats nemen?"
+
+En met veel drukte en een vertoon van grooten ijver, schoof hij Elsje
+een lederen stoel met hooge zitting toe en haalde zijn kam en schaar
+te voorschijn.
+
+"Het is geen mooi haar," zei mevrouw d'Ablong, "maar u kunt er toch
+misschien wel iets aan doen dat het wat aardiger en meer gedistingeerd
+zit."
+
+"O ja zeker mevrouw, zeker. Wilt u het hoofd een _klein_ weinigje
+meer rechtop houden, jongejuffrouw? Zoo is het goed, dank u. Ik
+geloof dat het lang geleden is dat dit haar gepunt is, mevrouw. Hoe
+zoudt u het vinden, als ik de jonge dame een heel klein weinigje
+kleursel in het haar deed? De kleur is.... als ik het zeggen mag,
+een beetje.... ordinair."
+
+"Neen, neen, verf wil ik niet in mijn haar hebben!" riep Elsje,
+driftig opspringend. "Dat kan niet, dat vind ik veel te vies!"
+
+"Ga maar gauw weer zitten, kind," zei haar tante bedaard, maar met een
+zeer strengen blik. "Neen mijnheer, u behoeft geen andere kleur aan
+het haar te geven; van dergelijke kunstmiddeltjes houd ik heelemaal
+niet, dat weet u wel. Hoe zou het staan, als het een weinig gegolfd
+werd en als u wat pony knipte van voren?"
+
+"Dat zou wel gaan, mevrouw. Als de jongejuffrouw zoo goed zou willen
+zijn, haar hoofdje wat stiller te houden. Zoo! Als dit achterhaar
+nu goed weggeschuierd is en het ponyhaar een weinigje gefriseerd,
+zult u eens zien hoe goed het staat."
+
+En ijverig gebruikte hij de krultang, waarbij het Elsje hoe langer
+hoe benauwder te moede werd.
+
+Eindelijk legde hij het, in hare oogen zeer hatelijke, instrument
+neer, nam den schuier, streek het achterhaar glad en strikte het lint
+om Elsje's hoofd. Toen zijn werk met een blik vol innig welgevallen
+beschouwend, zei hij:
+
+"Zie eens mevrouw, nu bevalt het u zeker beter, niet waar? Deze
+coiffure geeft de jonge dame een geheel ander voorkomen, vindt u
+niet? Alleen nog een klein, heel klein droppeltje van iets, om de
+kleur iets minder geel te maken?"
+
+"Kijk mij eens goed aan," zei mevrouw d'Ablong, zonder op de vraag
+van den kapper te letten. "Trek niet zoo met je wenkbrauwen. Neen,
+neen, niet dat haar wegschuiven van je voorhoofd."
+
+"Het jeukt zoo," zei Elsje verdrietig.
+
+Weer keek haar tante haar aan met een afkeurenden blik; toen zei ze:
+
+"Zoo kan het wel blijven, mijnheer. Als er nog iets aan veranderd
+worden moet, zal ik u wel een boodschap sturen."
+
+Eindelijk, eindelijk was er, voorloopig ten minste, niets meer te
+bestellen ter verfraaiing van Elsje's toilet en persoon en reed zij
+met haar tante naar huis terug.
+
+
+
+Hoofdstuk VI.
+
+Nieuwe Kennissen.
+
+
+"Nog eens, Elsje, doe nu vooral je best, aardige, beschaafde,
+damesachtige manieren aan te nemen," begon mevrouw d'Ablong weer in
+het rijtuig. "Die drift zooeven bij den kapper stond je bij voorbeeld
+weer heel leelijk. Neen, neen, zucht nu maar niet zoo ongeduldig en
+schuif ook niet zoo heen en weer op de bank. Je zult werkelijk met
+veel meer plezier bij ons logeeren, als je zelf probeert wat in den
+smaak te vallen. Het is voor Cécile ook niet prettig, als je zoo'n
+burgelijken indruk maakt. Wil je me nu beloven goed op te letten hoe
+Cilly en ik ons gedragen?"
+
+"Ja tante," zei Elsje, zoo kalm als het haar mogelijk was, "maar
+ik verlang er in het geheel niet naar om een modepop te worden. En
+grootmoeder zegt nooit iets van mijn manieren!"
+
+"Wij spreken nu niet over grootmoeder, kind, maar wij hebben het erover
+hoe je je _hier_ gedragen moet. Je kondt onmogelijk beter voorbeeld
+hebben dan Cilly. Zij heeft onberispelijke manieren, al heeft ze
+natuurlijk ook veel voor omdat ze zoo beelderig mooi is en dat...."
+
+Zij eindigde den zin niet, maar Elsje begreep wel dat ze bedoelde:
+"en dat ben jij niet." Ze kreeg een kleur van ergernis, maar ze hield
+zich in en bleef zwijgen totdat het rijtuig weer voor het huis van
+mevrouw d'Ablong stil stond.
+
+"O, Cilly heeft zeker kennisjes bij zich," zei deze, toen Elsje en zij
+naar boven gingen en een kamer voorbij kwamen, waar Elsje nog niet
+geweest was en waaruit het geluid van vroolijke meisjesstemmen naar
+buiten drong. "Doe maar gauw je goed af, Elsje, dan kun je naar haar
+toegaan. Het is jammer dat je geen andere jurk hebt, maar deze past
+je toch beter dan die blouse van gisteravond. Laat mij nog eens even
+kijken hoe je haar nu zit. Zoo, zoo, vind ik het; het bevalt me toch
+maar half. Hoe kom je nu toch weer zoo rood in je gezicht en lieve
+tijd kind, wat heb je leelijke, groote handen! En hoe komen die toch
+zóó ruw?"
+
+"Van het werken, tante," zei Elsje een beetje trotsch. "Maar zou
+ik dat korset vandaag niet nog uit mogen hebben? Het geeft me zoo'n
+benauwd gevoel."
+
+"Och kom kind, malligheden! Ga nu maar gauw naar Cilly's kamer en
+let vooral op je manieren. Wees bedaard en spreek nog maar niet te
+veel vandaag."
+
+"Ik wou liever eens wat gaan wandelen, tante. Ik verlang zoo vreeselijk
+om eens even in de lucht te zijn. Thuis ben ik zooveel buiten. Later
+kan ik toch ook nog wel met Cécile's vriendinnen kennis maken."
+
+"Neen, neen, je gaat er nu heen. Morgenochtend kan dat wandelen wel
+gebeuren. Je blijft vandaag verder thuis."
+
+Dan maar met moed er op af! dacht Elsje, toen ze naar beneden liep
+en de deur opende van de kamer, waaruit het drukke gelach en gepraat
+klonk. Zij zag een vrij groot vertrek met twee ramen aan den tuin
+en elegante tafeltjes, gemakkelijke stoeltjes, een kleine, sierlijke
+canapé, waarvoor een aardig eikenhouten theetafeltje stond met een fijn
+porseleinen theeservies, dat op dit oogenblik ijverig dienst deed, een
+overvloed van smaakvolle, kleine snuisterijen op den schoorsteen en het
+miniatuur-schrijfbureautje bij het raam, een groote verscheidenheid
+van waaiers en zijden draperieën in zachte tinten,--op een lage,
+zwarte zuil in een hoek een allerliefste kleine groep in wit marmer
+van twee slapende kinderen, aan den muur een paar landschap-etsen
+en een menigte kleine en groote photographieën en in een vergulden
+lijst een schilderij van een mooi kinderkopje met bruine oogen en
+donker krullend haar--blijkbaar een portret van Cécile, toen ze twee
+of drie jaar oud was.
+
+Dit alles zag Elsje als niet ziende, zoozeer werd zij overweldigd
+door een gevoel van plotselinge verlegenheid, toen zij de kamer
+in ging. Niemand scheen haar binnenkomen te bemerken en zij bleef
+in een linksche houding bij de deur staan, onzeker wat ze doen zou
+en eigenlijk heel weinig verlangend om de aandacht op zich te doen
+vestigen.
+
+"Neen maar, hoe allergekst Cilly," zei een groot, blond meisje, dat
+naast Cécile zat, die de _afternoon-tea_ schonk in kleine kopjes van
+doorschijnend wit porselein met rose bloemtakjes beschilderd. "Heeft
+hij dat heusch tegen je gezegd en wat heb je toen geantwoord? Dat je
+pas zestien waart?"
+
+"Eigenlijk maken wij Cilly ook ouder doordat wij juist hare vriendinnen
+zijn," zei een meisje met een spits, scherp gezicht. "Wij zijn alle
+drie al achttien en Cilly is _net_ zestien geworden."
+
+"Neen Lou, _ik_ ben nog maar zeventien," zei de derde gast, een meisje
+met een rond gezicht en vroolijke, blauwe oogen. "En we blijven Cilly
+trouw, hoor. Ik kan onmogelijk zonder haar leven en zij niet zonder
+mij, is 't wel, _darling_? Toe, zeg ons nu eens gauw wat je geantwoord
+hebt, op dat gewichtige oogenblik, toen je...."
+
+"_Dear me_, daar staat Lizzie af te luisteren wat wij praten!" viel
+Cécile opeens verschrikt in. "Heeft mama je hierheen gestuurd, Lizzie?"
+
+Elsje knikte verlegen en bleef bij de deur staan, terwijl Cécile's
+vriendinnen haar met onverholen verbazing aanstaarden.
+
+"En heeft mama ook gezegd dat je daar vooral bij de deur moest staan
+blijven?" vroeg Cécile spottend.
+
+"Neen, volstrekt niet," zei Elsje, zich vermannend.
+
+"Nu, kom dan hier."
+
+Elsje kwam naderbij met een gezicht, dat onverschillig moest heeten,
+maar waarop duidelijk te lezen stond dat ze zich weinig op haar
+gemak voelde.
+
+"Dit is Lizzie van den Berg, mijn nichtje van buiten. Ze logeert bij
+ons," zei Cécile, zich tot hare gasten wendend.
+
+"O, ik wist niet dat je een nichtje hadt, dat buiten woonde," zei de
+scherpe Louise. "Zeker verre familie, he? Aangenaam kennis te maken,"
+vervolgde ze, zich tot Elsje wendend en hare hand uitstekend, waarop
+de twee andere meisjes haar voorbeeld volgden.
+
+"Ze heeft ons wel eens verteld van een _neef_, die buiten woonde,"
+zei Emma, het meisje met het vroolijke gezicht schalks, terwijl Cécile
+Elsje op een laag stoeltje naast zich liet plaats nemen.
+
+"_Please don't_," zei Cécile met een flauw blosje en met een
+waarschuwende beweging harer oogen naar Elsje.
+
+"He ja, waar hadden wij het ook weer over?" zei het groote, blonde
+meisje, dat Cato heette. "O gunst neen, daar kom ik weer op verboden
+terrein!" En zij proestte het uit van het lachen.
+
+"Hè, wat ben je vervelend," zei Cécile spijtig. "Wil je nog een kopje
+thee? Als 't je blieft, Lizzie, dit is voor jou."
+
+"Toe Cilly, niet boos zijn!" zei Cato, "dat kan ik heusch niet
+dragen. Wat vind ik dat toch een allersnoeperigst portret van
+je, dat geschilderde! En wat hadt je _toen_ toch een allerliefst
+gezichtje! Jammer dat je zoo erg veranderd bent na dien tijd."
+
+"Cato, wees toch niet zoo laf," zei Cécile, toch nogal gevleid door
+het bedekte compliment.
+
+"Ja, ik zou wel eens willen weten, of _sommige_ menschen dat portret
+wel eens gezien hebben," zei Emma met een geheimzinnig lachje.
+
+"Wat meen je daarmee?" vroeg Cécile, terwijl ze met neergeslagen
+oogen water in het trekpotje schonk.
+
+"He ja, wat zou ze daarmee meenen? Of liever, wien zou ze daarmee
+meenen?" zei Louise lachend en op half fluisterenden toon.
+
+"Ik vind dat dat portret waard is dat iedereen het ziet, die je kent,
+Cilly," zei Cato beslist. "Bent u dat niet met mij eens, juffrouw
+Lizzie?"
+
+"Och Cato, wees toch niet zoo dwaas!" zei Cécile. "Noem haar toch
+Lizzie, ze is pas veertien jaar."
+
+"Met heel veel genoegen. Nu Lizzie, ben je het niet met me eens?"
+
+"Ja," zei Elsje met een onbestemd gevoel dat men haar voor den
+gek hield.
+
+"Ben je al eens eerder hier gelogeerd geweest?" vroeg Emma, met een
+goedhartige poging om Elsje aan het praten te krijgen.
+
+"Neen."
+
+"En houdt je veel van het buitenleven?"
+
+"Ja."
+
+"Cécile heeft zeker ook al eens bij jou gelogeerd?"
+
+"Neen."
+
+"Het lijkt wel het spelletje van ja en neen," zei Louise zacht
+tot Cato.
+
+"O, het is zoo'n vervelend kind," fluisterde Cécile terug. "Ik begrijp
+heusch niet waarom mama haar hier gevraagd heeft."
+
+Met een gloeiend gezicht, warme handen en een benauwd, stijf gevoel
+door het korset niet alleen, maar ook door de ongemakkelijke houding,
+waarin ze zat, op het puntje van het lage vouwstoeltje--achterover
+leunen wist ze niet of voor haar "welgemanierd" was--beantwoordde Elsje
+de vragen, die haar werden gedaan. Weer was het haar alsof zij iemand
+anders was, niet hetzelfde meisje als de vroolijke, levenslustige,
+werkzame Elsje, die blij en moedig haar taak verrichtte en gelukkig
+was in het kleine huisje bij grootmoeder.
+
+En toen de meisjes haar met rust lieten, in de overtuiging dat er met
+dat "stille burgerkind" niets te beginnen was, keek zij verlangend
+naar de heldere zonnestralen, die in de kamer vielen en zag zij het
+alles duidelijk voor zich: de lange, rustige dorpsstraat met de roode
+en grijze gevels der huizen en de groen-en-roode luiken beschenen door
+de zon, den breeden straatweg met de schilderachtige dennengroepjes,
+de ruime velden met de korte struiken langs den kant, de kale takken
+goudbruin en geel getint door het warme licht,--en eindelijk het
+vriendelijke huisje met grootmoeders gezicht voor het raam, haar
+toeknikkend met een welkomstgroet in de oude oogen.
+
+Emma moest tweemaal de vraag herhalen, die ze tot Elsje had gericht,
+zoozeer was deze in gedachten verzonken.
+
+"Ben je nog hier met Cécile's partij?" vroeg ze.
+
+"Dat denk ik niet," zei Cécile haastig. "En in ieder geval kan _zij_
+natuurlijk niet meespelen. Dan moeten we liever een ander zien te
+vinden voor die rol. Lizzie heeft stellig nooit comedie gespeeld;
+zij kan onmogelijk meedoen."
+
+"Nu, _wij_ weten dan ten minste al vast, wat we te leeren hebben,"
+zei Louise. "Voor die rol van Grietje moet dan nog iemand gevonden
+worden. Zeg Cilly, je hebt zeker weer een snoeperig toiletje?"
+
+"Ik weet nog niet precies wat ik aan zal doen," zei Cécile. "Misschien
+geeft mama me weer iets nieuws."
+
+"Toe Cato, sta nu op, we moeten heusch weg," zei Emma. "Je gaat immers
+zoo ver met me mee?"
+
+"Ja zeker. O, daar is je mama, Cilly. Dag mevrouw, hoe maakt u het? Hoe
+heerlijk, dat Cilly's partij al zoo gauw is!"
+
+"Dag meisjes," zei mevrouw d'Ablong, die binnen gekomen was met twee
+brieven in de hand. "Hier is een brief van grootmama, Cilly. Zij komt
+hier gauw een poosje logeeren, dus zij zal er waarschijnlijk ook zijn
+met de partij."
+
+"O, dat is gezellig," zei Cécile. "Jij kent grootmama wel, he Emma?"
+
+"Ja zeker, die aardige dame met dat prachtige grijze haar, die hier
+ook was op je verjaardag. Zij is immers uw moeder, niet waar mevrouw?"
+
+"Neen, de moeder van mijn man," zei mevrouw d'Ablong. "Ze woont op
+een buiten in de buurt van Arnhem. Cécile logeert er dolgraag."
+
+"O ja, dat wist ik wel, maar ik dacht dat zij uw moeder was. Hoe
+aardig dat zij juist hier is met de partij, Cilly. Maar nu moeten we
+heusch weg."
+
+"Hier is ook een brief voor jou, Elsje," zei hare tante zacht. "Van
+grootmoeder, daar ben je zeker heel blij mee."
+
+"O ja, hoe heerlijk!" zei Elsje, blij opspringend. "Mag ik weggaan,
+tante, en hem boven lezen op mijn kamer?"
+
+"Ja, maar groet de meisjes dan eerst."
+
+Elsje gehoorzaamde haastig en Emma zei vriendelijk:
+
+"Dag Lizzie, ik hoop dat je me eens op komt zoeken met Cécile."
+
+Toen snelde Elsje naar boven naar haar kamer, met den kostbaren brief
+stijf in haar hand gedrukt. De tranen sprongen haar in de oogen,
+toen ze het welbekende, beverige schrift zag op het adres en met
+haastige, trillende vingers scheurde zij het couvert open en begon
+te lezen. Lang was de brief niet, maar Elsje las dien herhaaldelijk
+over, als wilde zij de hartelijke, bemoedigende woorden uit het hoofd
+leeren. Grootmoeder had haar brief natuurlijk nog niet ontvangen, maar
+zij zag er verlangend naar uit, dat begreep Elsje zeker wel. Het was
+erg vreemd dat zij niet thuis was, maar zij moest toch maar denken
+dat grootmoeder het heel goed had; Aafje's zuster zorgde best voor
+haar. En Krelis was er 's ochtends geweest met een aardig klein poesje
+voor Elsje. Hij had er twee van vrouw Rikkers gekregen en dat van
+Elsje was pikzwart met een smalle witte streep op het borstje. En
+Aafje's zuster was een beetje bang voor het katje, omdat het haar
+telkens voor de voeten liep.
+
+Telkens als Elsje dit gedeelte van den brief las, lachte zij hardop,
+maar zij las het eerste stukje met grootmoeders hartelijke woorden
+vol liefde, nog vaker en eindelijk bracht zij het papier met een
+hartstochtelijke beweging aan de lippen en kuste het.
+
+Toen lachte ze om hare opgewondenheid.
+
+"Hoe kom ik toch zoo mal hier!" zei ze bij zichzelf, "grootmoeder
+zou mij erg uitlachen, als ze me zoo zag. Kom, ik moet moed houden
+en niet zoo flauw zijn."
+
+"Ben je hier, Elsje?" klonk de stem van mevrouw d'Ablong op het
+portaal.
+
+"Ja tante."
+
+"Goede berichten van grootmoeder?" vroeg ze, de kamer inkomend. "Voelt
+ze zich beter?"
+
+"O ja, dat geloof ik wel; daar schrijft grootmoeder heel weinig over."
+
+"Kom, dat is een goed teeken. Ga nu nog even naar Cécile's kamer,
+kind. Cilly heeft je wat te zeggen. Wees vooral lief en bedaard tegen
+haar hoor en doe wat zij je zegt."
+
+Elsje zuchtte eens even, maar zij gehoorzaamde toch en een oogenblik
+later stond ze weer in Cécile's kamer.
+
+Cilly lag lang-uit op de canapé met een boek in de hand. Zij keek niet
+op, toen Elsje binnenkwam, maar zij scheen toch gemerkt te hebben,
+dat deze in de kamer was, want met hare oogen op het boek geslagen,
+zei ze koel:
+
+"O, ben je daar?"
+
+Toen bleef ze rustig doorlezen, terwijl Elsje ongeduldig afwachtte,
+wat ze verder zeggen zou. Zij deed echter precies of ze alleen was,
+sloeg een bladzijde om en bleef ijverig in het boek kijken.
+
+Het was eenvoudig niet om uit te staan, vond Elsje.
+
+"Cilly," zei ze.
+
+Cécile keek op. "Och kind, noem mij als 't je blieft maar Cécile, dat
+spreek je in ieder geval beter uit dan Cilly. Het is of je tien s's
+in het woord brengt, zoo dwaas en ordinair komt het er uit. Wat is er?"
+
+"Dat wou ik jou juist vragen," zei Elsje, al haar best doende niet
+driftig te worden. "Tante heeft me naar je toegestuurd, omdat je me
+iets te zeggen hadt."
+
+"O ja, dat is ook zoo, maar je kondt toch wel even wachten. Heeft
+mama je die pony laten knippen? Ik vind niet dat het je schoonheid
+verhoogt."
+
+Elsje antwoordde niet.
+
+"Je schijnt geen heel goed humeur te hebben," hernam Cécile
+spottend. "Hoor eens Lizzie, mama wil absoluut dat je hier nog bent
+met mijn partij, maar doe dan als 't je blieft je best om een _klein_
+beetje meer een _lady_ te zijn. Mama wil ook dat je meespeelt in het
+comediestukje dat wij zullen opvoeren. _Ik_ vind het gek, maar het
+moet nu natuurlijk toch. Gelukkig is het een kleine rol en je moet
+dan voor dienstmeisje spelen, dat komt dus nogal goed uit; voor die
+rol ben je nog het meest geschikt. Leer je gemakkelijk uit het hoofd?"
+
+"Op school kon ik altijd best leeren," zei Elsje fier, "maar ik wil
+liever niet meedoen in dat tooneelstukje. Ik wil ook wel weer weg vóór
+de partij, als jij het zoo verschrikkelijk vindt dat ik er bij ben!"
+
+"Je doet wat mama wil, niet wat je zelf wilt, dat spreekt," zei Cécile
+beslist. "Natuurlijk zou het voor mij oneindig prettiger zijn als
+je er niet bij waart, maar mama heeft mij zooeven gezegd dat zij er
+bepaald op gesteld is omdat het jouw grootmoeder plezier zal doen en
+nu gebeurt het natuurlijk."
+
+"Mijn grootmoeder is de jouwe ook, Cécile," zei Elsje met bevende
+lippen. "En je moogt wel heel trotsch op haar wezen."
+
+Nu was het Cécile's beurt om een beetje verlegen te kijken. Zij
+antwoordde echter niets op Elsje's woorden, maar zei, op het boek
+wijzend: "Kom eens even wat dichter bij. Kijk, dit is het stukje. Het
+dienstmeisje komt het eerst op en moet vlug en wat bijdehand spelen. Je
+rol is klein; in het tweede en derde bedrijf heb je bijna niets te
+zeggen. Je kunt van avond wel in de leerkamer gaan zitten en je rol
+overschrijven. Weet je hoe je dat doen moet?"
+
+"Ja, ik moet zeker alleen opschrijven wat die Grietje te zeggen heeft."
+
+"En goed opletten, wanneer je invallen moet. De volgende week hebben
+we repetitie, maak dat je je rol dan prompt hebt geleerd. Ik zal het
+boek wel op de leerkamer leggen, ga nu maar heen."
+
+En 's avonds zat Elsje weer rustig alleen in de leerkamer. Er lag een
+groot vel papier voor haar en met een kleur van inspanning schreef
+ze vlijtig de rol van "Grietje" over. Als zij zich van avond flink
+hield, mocht ze den volgenden ochtend alleen een eindje gaan wandelen,
+had hare tante gezegd. Zij moest dan in de buurt blijven natuurlijk,
+dan was er geen kans op dat ze verdwalen zou. En met het puntje van
+haar tong uit den mond en haar hoofd dicht over het papier gebogen,
+schreef ze zonder ophouden voort. Miss Piper kwam haar een kopje thee
+brengen en bleef even bij haar om een paar vriendelijke woorden te
+zeggen, maar overigens kon zij zich ongestoord aan haar werk wijden,
+zoodat ze eindelijk het laatste woord had geschreven. Ze vond dat die
+"Grietje" nogal grappige dingen zeide en zij zag er op dit oogenblik
+nog niet erg tegen op om voor dienstmeisje te spelen. Het zou wel gaan,
+dacht ze; het leek haar niet heel moeielijk. Als zij de meisjes maar
+eerst wat beter kende, zou ze zich wel gauw wat meer met haar op haar
+gemak voelen.
+
+Den volgenden ochtend gaf mevrouw d'Ablong haar werkelijk verlof om
+even uit te gaan. Het sneeuwde een weinig, maar dat hinderde Elsje
+niet. Zij beloofde vast dat ze niet te ver van huis zou gaan en niet
+te lang wegblijven--toen liep ze vlug naar haar kamer om zich klaar te
+maken. Daar viel haar opeens iets in. Als zij nu gauw even haar eigen
+roode jurk aantrok en haar kapje opzette! Het was zooveel prettiger
+om daarin uit te gaan dan met haar nieuwen hoed en mantel--daar kon
+ook zoo licht iets aankomen met die sneeuw! Tante zou er natuurlijk
+niets tegen hebben; zij ging nu immers alleen uit en niemand kende
+haar in deze groote stad. Zij bedacht zich niet lang, maar deed vlug
+de kast open om te zien of haar jurk er nog in hing. Jawel hoor, daar
+was ze, die verachte roode! En daar was haar kapje ook! Kom, een,
+twee, drie, haar reiscostuum weer aangetrokken, toen vlug de trappen
+af en de gang door naar de voordeur. Al maakte ze zichzelf wijs dat
+haar tante nu niets op deze kleeding zou aan te merken hebben, toch
+vond ze het erg plezierig dat ze niemand tegenkwam op haar tocht naar
+beneden. De voordeur ging gelukkig veel gemakkelijker open dan ze
+had durven hopen. Daar stond ze op de stoep. Hè, wat was het buiten
+heerlijk! Het begon harder te sneeuwen en groote vlokken stoven haar
+langs de ooren, op haar kapje, op de jurk en op de oogharen, zoodat
+ze die lachend knipte en het vocht van haar gezicht moest vegen. Ze
+keek eerst eens goed om zich heen, voordat ze verder ging. Ze moest
+den weg vooral onthouden, maar o, wat was het heerlijk, heerlijk om
+de frissche lucht weer in te ademen! Zij had een gevoel alsof ze in
+geen dagen buiten was geweest. Met volle teugen dronk ze de lucht in
+en keek vroolijk rond. Het huis van mevrouw d'Ablong stond op een
+stille, deftige gracht. Langzaam liep zij de statige, hooge huizen
+langs tot ze bij een breede straat kwam, waar het heel druk was en
+zich rij aan rij groote, mooie winkels vertoonden.
+
+O, wat wemelde het hier van menschen! Zij bleef dicht langs den
+winkelkant gaan, uit vrees van tusschen den drom van karren,
+rijtuigen en trams te raken, die voortdurend door de straat
+reden. Telkens stond ze stil voor een der winkelramen om al het
+moois te bewonderen, dat hier uitgestald lag. Het meest trok een
+groote bloemenwinkel haar aandacht. Het was haar alsof ze in een
+toovertuin keek, zoo prachtig zag het er achter dat raam uit! Rijke
+bouquetten lichtgele rozen met fijne, sierlijke takjes vrouwenhaar,
+stonden in hooge vazen van zacht-groen en rood glas, terwijl een
+overvloed van kerstrozen, de mooie, reinwitte sterren afstekend
+tegen de donkergroene, stevige bladeren, gegroepeerd was tegen een
+draperie van donkerrood fluweel. Allerlei soorten varenplanten en
+palmen waren tusschen de bloemen in gezet. Elsje kon hare oogen
+nauwelijks gelooven. Al die prachtige bloemen en planten midden in
+den winter! Naast den bloemenwinkel, op den hoek van een nauwe straat,
+was een kleine kruidenierswinkel, die er bizonder onaanzienlijk uitzag
+naast zijn rijken buurman, maar Elsje keek er opgetogen naar. Bijna
+precies zoo'n kruidenierswinkel als die bij haar in het dorp! De deur
+stond op een kier en zij gluurde nieuwsgierig naar binnen. Kijk, de
+toonbank was ook aan denzelfden kant en och, wat stond daar een aardig
+klein kereltje met knikkers te spelen! Een vrouw met een vriendelijk
+gezicht stond achter de toonbank en riep: "Toe maar Evert, toe maar,
+het gaat al heel mooi!" Zij was zeker de moeder van den kleinen jongen.
+
+Daar rolde een der knikkers naar buiten vlak voor Elsje's voeten. "O
+moeder, daar loopt er een weg, die mooie groote nog wel! Dien pakken
+ze bepaald mee!" En zoo gauw als zijn kleine voeten hem veroorloofden,
+dribbelde Evert naar de deur toe om den verloren schat te gaan zoeken.
+
+Elsje had den knikker terstond opgeraapt, maar Evert zag dit niet
+en liep op een drafje de deur uit, juist op het oogenblik dat een
+vigilante snel den hoek der straat omkwam. De kruideniersvrouw gaf
+een gil en vloog den winkel uit om haar zoontje buiten het bereik der
+paardenhoeven te brengen, maar zij kwam te laat en Evert zou zeker
+een vreeselijk ongeluk hebben gekregen, indien Elsje hem niet had
+gegrepen en vlug als de wind met hem den winkel was ingeloopen. Het
+kleine kereltje begon te schreien nu de schrik voorbij was, zijn
+moeder drukte hem met een hartstochtelijke beweging aan het hart en
+dankte toen Elsje met uitbundige dankbaarheid.
+
+"Nu is mijn knikker heelemaal weg!" klaagde Evert met zulk een bedroefd
+gezichtje dat zijn moeder en Elsje er om moesten lachen.
+
+"Kijk eens!" zei Elsje, hem het verlorene voorhoudend. "Dien had ik
+al eerder opgeraapt dan jou."
+
+Evert lachte door zijne tranen heen.
+
+"Dank je wel hoor, voor al je hulp," zei zijn moeder. "Dat trof mooi,
+he Evert? Dat dit vriendelijke meisje juist den knikker moest oprapen
+en jou zoo flink weghalen voor die vigelante!"
+
+"Ja," zei Evert en keek Elsje met groote oogen aan. Zij scheen een
+gunstigen indruk op hem te maken, want terwijl hij haar zachtjes aan
+den rok trok, zei hij:
+
+"Je moet mijn paardje zien."
+
+"Dat wil ik heel graag," zei Elsje vroolijk, "als moeder het goed
+vindt."
+
+"Wel zeker," zei deze. "Evert heeft van Sinterklaas een paardje
+gekregen en dat wil hij nu aan iedereen laten kijken. Kom maar even
+binnen, als 't je blieft." Elsje ging den winkel door en volgde
+de vrouw door een smalle gang naar een klein vertrek, dat achter
+den winkel gelegen was en hierop door een glazen deur uitzicht
+gaf. Tegenover deze deur was een raam aan een klein tuintje en hier,
+in de lage vensterbank, stond de grootste schat van Evert, een klein,
+bruin, houten paard.
+
+"Kijk!" zei hij terstond, toen zij de kamer in waren, met een blik
+vol trots zijn ros aan Elsje toonend.
+
+"Heel mooi!" zei ze, "en hij heeft ook heel wat te eten!"
+
+Er lagen eenige krenten en rozijnen bij het paard op de vensterbank.
+
+"Ik eet er ook van," zei Evert heel eerlijk en stopte een paar rozijnen
+in den mond. "Wil je ook wat?"
+
+"Neen, dan zullen we haar wat meer geven," zei zijn moeder. "Wacht
+maar!" Zij ging even naar den winkel en kwam spoedig met een bruin
+papieren zakje vol rozijnen terug.
+
+"Dank u wel," zei Elsje. "Ik vind dit zoo'n aardigen winkel, net zoo
+een als bij ons."
+
+"Is je vader dan ook kruidenier?"
+
+"Neen, mijn ouders zijn dood. Ik woon buiten, dicht bij een heel mooi
+dorp, bij mijn grootmoeder. Ik ben hier maar voor een poosje. Maar
+nu moet ik weer naar huis, anders is tante boos op me. Dag Evert!"
+
+"Dag!" zei Evert.
+
+"Elsje heet ik."
+
+"Dag Elsje. Kom je morgen weer?"
+
+"Neen, dat denk ik niet," zei Elsje lachend.
+
+"Ze zal nog wel eens voorbij komen," zei de vrouw, ziende dat Evert
+een lipje trok. "Dag Elsje, dank je nog wel voor je hulp."
+
+Elsje nam een beetje haastig afscheid. Zij had opeens gezien op
+de klok in den winkel dat het bijna twaalf uur was en hare tante
+had haar zeker al eerder thuis verwacht. Ze was den bloemenwinkel
+al voorbij en liep snel voort, toen ze opeens uitgleed en met een
+smak op den grond viel. Het zakje ontglipte haar hand en raakte los
+en al de rozijnen vielen in een lange, bruine streep op den grond,
+tot groote vreugde van twee of drie straatjongens, die uit alle macht
+aan het grabbelen gingen.
+
+Pijn deed ze zich gelukkig niet erg, maar ze had toch moeite om weer
+op te komen; de plek, waar zij gevallen was, was zóó glad. Telkens
+als ze probeerde op te staan, gleed ze weer uit.
+
+"Geef mij maar eens een hand," zei een vriendelijke stem achter haar
+en haar rechterhand uitstrekkend, zag ze een heer bij zich staan
+met een jong, prettig gezicht, waarin de donkerbruine oogen haar
+vroolijk aanzagen.
+
+"Een, twee, drie!" zei hij, haar hand stevig vasthoudend. "Ziezoo,
+nu zou ik maar gauw maken dat ik van die verraderlijke gladde plek
+vandaan kwam."
+
+"Dank u wel, mijnheer," zei Elsje beschroomd.
+
+"Niet te danken, meisje," zei hij. "Pas nu verder maar op, hoor."
+
+"Ja, mijnheer," zei ze en terwijl hij voor haar uit liep, de straat
+door, keek zij hem met een dankbaren blik na. Hij sloeg den hoek
+om en liep de gracht op, waar mevrouw d'Ablong woonde en toen zij
+het huis naderde, zag Elsje hem tot hare verbazing de stoep opgaan
+en aanschellen. Hij stond met den rug naar haar toe, toen zij op
+hare beurt de stoep opging en keerde zich lachend om, toen hij haar
+herkende.
+
+"Zoo zoo, moet je hier ook zijn?" zei hij. Toen tot Dina, die de
+deur opende:
+
+"Morgen Dientje. De dames zijn zeker thuis, he?"
+
+"Jawel mijnheer, daar komt mevrouw juist aan." En met een verbaasden
+blik op Elsje, die zij eerst niet herkend had: "O jongejuffrouw,
+bent u het?"
+
+Elsje ging vlug naar binnen. Zij had opeens een gevoel dat zij toch
+veel beter gedaan zou hebben niet in deze kleeding uit te gaan en
+zij schrikte erg toen ze zag, hoe ontstemd hare tante naar haar keek.
+
+"Ga terstond naar boven en verkleed je," zei ze fluisterend, waarop
+Elsje zoo snel mogelijk naar haar kamer liep.
+
+"Zoo tante, hoe maakt u het?" zei de jonge man, die met groote
+verwondering naar mevrouw d'Ablong en Elsje had gekeken. "En Cécile,
+is ze ook wel en Miss Piper? Nog altijd even gezond en elegant?"
+
+"Allemaal uitstekend, uitstekend," was het antwoord. "Ga mee naar
+beneden. Je blijft toch natuurlijk lunchen?"
+
+"Zeker, heel graag. Heeft grootmama u geschreven dat zij gauw hier
+hoopte te komen?"
+
+"Ja. Cécile vindt het heerlijk dat zij er juist met de partij zal
+zijn. Zou je ook niet kunnen komen, Frits? Cilly zou het zeker
+ontzettend graag willen."
+
+"Ik weet het heusch niet, tante," zei Frits, terwijl hij zich
+behagelijk in een lagen stoel bij den haard liet glijden en met
+de hand door zijn donkerbruin haar streek. Men zou hem voor een
+broer van Cécile hebben kunnen houden: hij had dezelfde fijnbesneden
+gelaatstrekken, dezelfde kleur van oogen en ook die gemakkelijkheid
+in houding en manieren, die zijn nichtje zoo goed stond. Maar de
+uitdrukking van trots en aanmatiging, die Cécile's gezicht soms
+zoo onaangenaam maakte, zag men nooit op dat van Frits. Juist zijn
+bizonder groote vriendelijkheid, gaf hem een aantrekkelijkheid,
+die Cécile doorgaans mistte.
+
+Hij was de lieveling van zijn grootmoeder, die hem na den dood zijner
+ouders,--zij had haar man en hare twee zonen, den vader van Cécile en
+dien van Frits overleefd--geheel had opgevoed. Frits placht te zeggen,
+dat hij het gemis zijner ouders nooit had _kunnen_ voelen, zoozeer
+had zijn grootmoeder haar best gedaan het hem te vergoeden. Als
+kleine jongen was hij bij haar gekomen; thans was hij student in
+de rechten en kwam hij iederen Zaterdag en Zondag buiten bij zijn
+grootmoeder doorbrengen.
+
+Daar vloog Cécile de kamer binnen.
+
+"O dag Frits, hoe vreeselijk gezellig!" zei ze, terwijl ze hem hare
+beide handen toestak. _Thans_ keek ze volstrekt niet trotsch of uit
+de hoogte.
+
+"Dag Cilly," zei hij, lachend opstaande. "Wat een eer, dat je zóó blij
+bent me te zien! Neen, je hebt me je twee handen gegeven, nu houd
+ik ze ook vast. Kom, wat krijg ik nog meer? Ik ben je eigen neef en
+vroeger kreeg ik altijd een...."
+
+"Och malle jongen!" zei Cilly met een coquette beweging van haar hoofd
+en terwijl ze haar best deed, hare handen weg te trekken. "Ik dank
+je wel--met die vreeselijke snor, die je er tegenwoordig op na houdt!"
+
+"O, geef me dan maar een kus op de wang, daarmee ben ik ook tevreden."
+
+"Neen, dien geef ik je niet. Toe mama, mag hij nu ophouden? Anders
+roep ik Miss Piper."
+
+"Och kom Cilly, geef hem maar even een kus, als hij daar zoo op
+gesteld is," zei hare moeder lachend. "Vraag hem maar eens of hij
+ook op de partij komt."
+
+"Hè ja, kom je? Toe, kom je?" vroeg Cécile dringend.
+
+"Heel misschien, maar zeker _niet_, als je me nu geen kus geeft,"
+zei Frits, plagend op haar neerziende.
+
+"Je bent bepaald de eenige wezenlijke _heer_. Er komen anders niets
+dan jongens van 16 en 17."
+
+"En ik ben al over de twintig! Denk je dat ik me met zulke knaapjes
+wil bemoeien?"
+
+"Neen, maar dan bemoei je je maar met ons. Als.... als.... ik je _twee_
+kussen geef, kom je dan?"
+
+"_En_ als ik er altijd een hebben mag, wanneer ik er om vraag."
+
+"Hè neen, dat kan niet. Wat zegt u nu, mama?"
+
+"Dat moet je zelf uitmaken, kind. Maar maak wat gauw voort, want wij
+gaan dadelijk lunchen."
+
+"Nu, in vredesnaam dan maar," zei Cécile met een zucht. "Dus je
+komt _zeker?_"
+
+"Ja, maar eerst de twee...."
+
+"Jawel, jawel, gauw dan maar."
+
+Zij ging op de teenen staan en Frits boog zich tot haar over. Juist
+op het oogenblik dat zij zijn wang aanraakte, kwam Elsje de kamer
+in. Zij bleef verlegen bij de deur staan.
+
+"Wie is daar?" riep Cécile, zich omkeerend. "O, Lizzie, ben jij
+het? Kom maar binnen."
+
+En alsof ze het niet onaardig vond, dat Elsje zag hoe vrij ze met
+haar neef omging, kuste zij hem hartelijk.
+
+"Dat was wezenlijk goed gemeend," zei Frits. "Je bent zoo kwaad niet,
+als je wel lijkt. En vertel mij nu eens, wie Lizzie is. Wij kennen
+elkaar al van van ochtend, is het niet, Lizzie?"
+
+"Dan behoef ik ook niet meer te vertellen wie zij is," zei Cécile
+spottend.
+
+"Ik heet Elsje," zei haar nichtje snel, "Elsje van den Berg en ik
+woon buiten bij mijn grootmoeder. Ik ben hier bij tante gelogeerd."
+
+Keetje had haar een der jurken aangetrokken, die van de naaister thuis
+gekomen was. Het was een donkerblauwe stof en de jurk was zoo aardig
+gegarneerd en kleurde zoo goed bij Elsje's blond haar en het frissche
+rood harer wangen dat mevrouw d'Ablong met welgevallen opmerkte hoe
+goed zij er op dit oogenblik uitzag.
+
+"Ja, ja, ze heet Elsje," zei ze. "Zij is het eenige kind van mijne
+overledene zuster, Frits, en ook door hare grootmoeder opgevoed,
+evenals jij."
+
+"He, dat vind ik aardig!" zei Frits. "Dan zullen wij wel goede vrienden
+samen worden, Elsje."
+
+"Hè, zeg toch Lizzie," zei Cécile.
+
+"Wel neen, ik vind Elsje veel mooier. Heb jij Lizzie gemaakt van
+dien aardigen, Hollandsche naam? Zeg Elsje, wordt je ook wel eens
+Roodkapje genoemd?"
+
+Elsje zweeg bedremmeld en keek verlegen naar hare tante. Zij durfde
+niet vroolijk te antwoorden op de toespeling op haar toilet van
+dien ochtend.
+
+"O, daar is Miss Piper," zei Frits opstaande om de Engelsche te
+begroeten, die juist op dit oogenblik binnen kwam.
+
+Tot Elsje's blijdschap werd er thans een begin gemaakt met het lunch
+en was zij niet langer het onderwerp van het gesprek. Frits babbelde
+onophoudelijk voort en vertelde allerlei vroolijke grappen, waarom zij
+telkens hardop lachen moest. Hare tante keek haar soms waarschuwend
+aan, als Elsje naar hare meening, onbehoorlijk luid lachte, maar
+Frits vond het aardig, hare blauwe oogen van pret te zien glinsteren
+en toen hij wegging, zei hij:
+
+"Dag Roodkapje. Ik ben blij dat je ook vroolijk kijken kunt. Geen al
+te deftige Lizzie worden, hoor!"
+
+
+
+Hoofdstuk VII.
+
+"Ik bedank er voor!"
+
+
+"En wilt u dan vooral goed op hare manieren letten, mijnheer? Zorgen
+dat ze wat netter loopt en zoo verder? Ze behoeft juist niet zooveel
+dansen te kennen, als ze maar wat mee kan doen. Ik ben er op gesteld
+dat ze een klein beetje meer elegance krijgt en ze wil zelf graag
+haar best doen, is het niet Elsje?"
+
+"Ja tante," zei Elsje zacht.
+
+Zij stond met een ernstig gezicht naar den dansmeester te kijken,
+die zich bereid had verklaard haar een weinig dansles te geven,
+opdat ze niet geheel onbeslagen op het ijs zou komen ter gelegenheid
+van de partij van Cécile. De eerste les zou thans een aanvang nemen
+in de leerkamer, terwijl Miss Piper het toeschouwend publiek zou
+uitmaken. Elsje was blij dat Cécile het veel te druk had met het
+leeren van haar rol om naar de dansles te komen kijken.
+
+"Ik zal mijne beste krachten aan de jonge dame wijden, mevrouw
+d'Ablong," zei de dansmeester met een sierlijke buiging. "U weet, ik
+heb groot succès gehad met uwe dochter, verbazend succès bepaald. Zoo
+iets lichts en elegants en zwevends, zoo uitermate bevallig...."
+
+"O jawel, daar hebt u gelijk in," viel mevrouw d'Ablong ongeduldig
+in. "Maar mijn dochter is..."
+
+"Van nature reeds zoo allerinnemendst," zei de dansmeester met een
+beleefd lachje.
+
+"Ja juist," was het antwoord, dat een beetje trotsch en uit de hoogte
+gegeven werd. "Nu, u weet nu, geloof ik, mijn bedoeling. Dag Elsje,
+doe goed je best. Dag Missy, ik zal probeeren die kant voor u te
+krijgen. Dag mijnheer Meudon."
+
+"Uw dienaar mevrouw," zei de dansmeester met een tweede buiging.
+
+Mevrouw d'Ablong ging heen en Elsje zuchtte even en ging toen
+rechtop staan als een kaars. Het was haar aan te zien dat zij zich
+vast voorgenomen had, haar beste beentje voor te zetten. Maar ook in
+den letterlijken zin des woords, was dit niet gemakkelijk. De kleine
+dansmeester kweet zich met groot geduld van zijn taak, maar Elsje vond
+het verbazend moeielijk, precies te doen wat hij verlangde. "Als u
+zoo goed wilt zijn, om naar mijn voeten te kijken," zei hij telkens
+en heel gehoorzaam keek ze strak naar de keurige, blinkende schoenen
+van haar onderwijzer. "Vooral het hoofdje recht houden!" riep hij dan
+weer, waarop Elsje verschrikt gehoorzaamde, zonder hare oogen van de
+schoenen van mijnheer Meudon af te wenden. "Flink rechtop en de armen
+niet zoo ver van het lijf. Ziezoo, nu de eerste pas, de derde.... zóó,
+dat gaat al beter. O, maar u moet geen kromme knieën maken! Ja juist,
+zoo is het goed. Probeer nu eens op de maat van mijn viool. Een,
+twee, drie.... een, twee, drie.... een, twee, drie....e, een, twee,
+drie.... Kijk eens, dat gaat al heel aardig. Wel, wel, wat bent u
+warm! Eens even rusten?"
+
+"Heel graag mijnheer."
+
+"Dan zou ik maar een oogenblikje gaan zitten. Hebt u nooit eerder
+dansen geleerd?"
+
+"Neen mijnheer."
+
+"Maar dan gaat het heusch al vrij goed. Vindt u ook niet,
+juffrouw?" vroeg hij, zich tot Miss Piper wendend, die Elsje telkens
+bemoedigend had toegeknikt, zonder dat deze er iets van gemerkt had.
+
+"Ik versta niet u," zei Miss Piper. "Ik ben Engelsch."
+
+"O...." zei mijnheer Meudon teleurgesteld. "Maar u spreekt toch
+Hollandsch?"
+
+"Heel klein. Het is moeielijk aan mij."
+
+"Vindt u niet," begon hij, langzaam en zeer gearticuleerd sprekend,
+alsof hij met een doove sprak, "dat zij," en hij wees naar Elsje,
+"al goed danst?"
+
+"Zij wil gauw leeren, u meent?"
+
+"Ja."
+
+"Ik hoop zoo," zei Miss Piper lachend. "Zij heeft alleen juist
+begonnen."
+
+"Ja zeker en alle begin is moeielijk," zei de goedhartige dansmeester,
+"kom jonge dame, nog maar eens op de maat van de viool."
+
+Elsje deed al haar best, maar toen de les afgeloopen was, was ze
+moe en had ze een gevoel dat ze het nooit zou leeren. Met een zucht
+streek ze zich het lastige ponyhaar van het voorhoofd weg en keek
+naar buiten in den tuin, waar de regen bij stroomen neerviel en
+plassen als kleine meren vormde tusschen de vuilwitte sneeuw, die op
+de bloembedden lag. Het zag er somber uit, alles grauw en vaal met
+een egaal-grijze doffe tint--"echt weer om heerlijk in mijn kamer te
+gaan zitten, met den rug naar het raam en het gezicht naar het vuur,"
+had Cécile 's ochtends gezegd. De regen viel gestadig neer in dichte,
+rechte stralen en alles droop van het water; de kale takken van den
+beuk in den tuin, de glibberige, houten schutting, de klimop langs
+het tuinhuisje--alles was doornat; het zag er uit, alsof er niet meer
+water bij kon, zoo doorweekt en drassig. En toch scheen het Elsje
+heerlijk, om eens even, al was het ook maar vijf minuten, in dien
+regen te zijn. Zij was nu al een week bij hare tante en het was haar
+als had ze bijna geen frissche lucht ingeademd in dien tijd. Buiten
+hare ochtendwandeling, was ze nog maar weinig uit geweest en dan nog
+steeds met mevrouw d'Ablong en telkens in het rijtuig, omdat het weer
+"zoo heel ongunstig" was, volgens deze. En er was zooveel te doen voor
+die partij! Dan weer moest Elsje haar rol van dienstmeisje instudeeren,
+dan weer gepast worden, want zij kreeg werkelijk ook een baltoiletje,
+dan weer vermaningen aanhooren, hoe ze zich gedragen moest, of zich
+het haar op verschillende wijzen laten kappen door Keetje, opdat
+zij toch vooral op Cécile's feest niet te "boerinne-achtig" voor
+den dag zou komen. Bijna den geheelen dag was men met haar bezig,
+om haar te fatsoeneeren en te kneden naar één model, dat van Cécile,
+op wie zij toch in de verste verte nooit zou gelijken, zooals mevrouw
+d'Ablong herhaaldelijk met een trotsch lachje verzekerde. Het begon
+Elsje te vervelen, o zoo erg soms, en als hare grootmoeder haar niet
+telkens zoo opgewekt en bemoedigend had geschreven en als zij niet
+steeds had gedacht: "Na de partij mag ik weer naar huis",--zou zij
+zich zeker niet zoo geduldig en gehoorzaam hebben kunnen gedragen.
+
+Van de merkwaardigheden van de stad had ze nog weinig of niets
+gezien. "Als Cécile's partij voorbij is, kan Miss Piper wel eens met je
+uitgaan, die weet uitstekend den weg," zei mevrouw d'Ablong, toen Elsje
+het eens waagde te vragen, of ze eens wat van de stad mocht gaan zien,
+"alleen laat ik je niet weer uitgaan, dat spreekt van zelf."
+
+En nu, terwijl de regen tegen de ramen kletterde, snakte het kind
+er letterlijk naar, om dien ook op hare wangen te voelen, om den
+frisschen, woesten wind met hare haren te laten spelen, om er zich door
+te laten voortzwiepen tot ze hijgend stil moest staan, zooals ze dat
+zoo dikwijls gedaan had, lachend en vroolijk, op den verlaten straatweg
+buiten haar dorp, met geen andere getuigen dan de enkele boomen, die
+het hoofd schenen te schudden over den dartelen, onbeschaamden wind.
+
+Zij haalde eens diep adem, terwijl Miss Piper ernstig naar haar keek
+en zich afvroeg, waarom hare oogen zoo schitterden en ze zoo ongeduldig
+met den voet op den grond stampte.
+
+"_Poor child_!" zei de gouvernante bij zichzelf. Toen, naar Elsje
+toegaande en de hand op haar schouder leggend, vroeg ze:
+
+"Wat is het, Elsie?"
+
+Cécile was de eenige in huis, die haar nog "Lizzie" noemde. Miss
+Piper deed haar best, Elsje te zeggen, ten volle bereid haar genoegen
+te doen.
+
+Elsje keek verschrikt om. Gehoor gevende aan een opwelling van
+teederheid, trok de Engelsche haar naar zich toe en herhaalde hare
+vraag.
+
+"Ik zou zoo vreeselijk graag eens wandelen gaan," zei Elsje.
+
+"Wandelen? In dit weer?"
+
+"Ja, ja, in dit weer!" riep Elsje, zich losrukkend, op opgewonden
+toon. "In dit weer! En in mijn eigen jurk, zonder parapluie en op
+een ruime, opene plek, waar men de wolken zien kan, de zware, donkere
+wolken, en waar men den regen en den wind nog erger voelt dan in de
+stad en ... waar men aan geen mooie manieren en rijke kleeren en al
+wat stijf is behoeft te denken! En waar men het mooist kan zien, hoe
+de lucht langzaam helderder wordt met lichte strepen en heel kleine,
+lichtblauwe vlekjes en waar ...."
+
+"Lieve tijd Lizzie, wat bezielt je? Staat ze nu al te acteeren,
+Missy?" klonk opeens de stem van Cécile, die ongemerkt binnen gekomen
+was. "Dat is anders nu nog niet noodig. Bewaar dat maar voor van avond,
+dwaas kind."
+
+"_For shame, Cilly_," zei Miss Piper berispend. "_Why can't you be
+kind to your cousin_?"
+
+Cécile haalde de schouders op, terwijl Elsje, zonder een woord te
+zeggen, haastig het vertrek verliet. Haar gemoed was vol. Driftig liep
+ze naar boven naar haar kamer en de deur vrij onzacht dichtslaande,
+riep ze uit:
+
+"Ik kan het hier niet langer uithouden! Ik moet weg, zoo gauw
+mogelijk! Niemand houdt van me hier en niemand heeft me noodig! En
+ik verlang zoo verschrikkelijk naar grootmoeder!"
+
+En de handen voor het gezicht slaande, viel ze neer op een stoel en
+barstte in tranen uit.
+
+"Ik word hier slecht," snikte ze, "heel, heel anders dan thuis. En ik
+ben hoe langer hoe laffer! Telkens die akelige tranen en dat nare,
+benauwde gevoel in mijn keel. Ik wou dat ik hier nooit gekomen
+was--nooit, nooit! Och, waarom wou grootmoeder ook zoo graag dat
+ik hier heen ging? Ik hoor hier niet, ik doe letterlijk nooit iets
+goed en tante schaamt zich over mij... en die akelige Cécile... och,
+grootmoeder, grootmoeder!"
+
+Zij gleed van den stoel af, knielde er bij neer en bleef zoo zacht
+voortschreien.
+
+Eindelijk bedaarde hare droefheid wat en de handen vouwend, bad ze
+eenvoudig en ernstig: "Help mij, lieve Heer, o, help mij toch!"
+
+Toen sprong ze op, waschte haar gezicht, knikte haar beeld in den
+spiegel vroolijk toe en zei: "Kom Elsje, moed gehouden! Denk aan
+grootmoeder!"
+
+En met een plotselinge verandering van toon: "O, hoe heerlijk,
+heerlijk zal het zijn als ik haar weerzie! Hoeveel dagen zou dat nog
+moeten duren?"
+
+Maar ze hield zich goed en dien middag aan tafel deed ze zoo haar
+best zich naar de regelen der etiquette te gedragen, dat hare tante
+haar goedkeurend toeknikte en zachtjes zei:
+
+"Ziezoo Elsje, je begint al aardig aan te leeren. Let vooral altijd
+goed op Cilly."
+
+Na den eten reden Cécile en Elsje samen naar het huis van Louise of
+"Loulou" van Rensen, waar de eerste repetitie plaats zou hebben van
+het tooneelstukje, dat op de partij moest worden vertoond. Cato en
+Emmy waren al aanwezig, toen de beide nichtjes Louise's kamer binnen
+kwamen, die zich op een der bovenverdiepingen van het groote huis
+bevond. Mevrouw van Rensen, dezelfde dame, die mevrouw d'Ablong
+bij het station had aangesproken, was ook binnen. Zij zou naar de
+voorstelling kijken en hare op- en aanmerkingen ten beste geven. Ze
+begroette Cécile hartelijk en vriendelijk, maar behandelde Elsje erg
+uit de hoogte, zei dat ze haar al eens gezien had aan het station,
+maar eigenlijk niet recht begreep hoe zij familie kon zijn van mevrouw
+d'Ablong en dat het haar zeker heel vreemd was, zoo'n heel ander leven
+te hebben hier dan op haar dorp. Elsje antwoordde niet veel en Cécile
+deed niets om haar uit de verlegenheid te helpen en mevrouw van Rensen
+op de hoogte te brengen omtrent hare betrekking tot mevrouw d'Ablong,
+zoodat de avond al dadelijk onaangenaam begon voor Elsje en zij zich
+geweld aan moest doen, kalm te blijven en haar rol bedaard en prompt
+op te zeggen, 's Ochtends in de leerkamer had hare tante haar dit
+nog eens voor de zooveelste maal laten doen en haar precies gewezen,
+hoe ze los en ongedwongen, met een stofdoek in de hand, de kamer door
+gaan moest en opgewekt en levendig spreken. Elsje was hierin werkelijk
+beter geslaagd dan hare tante had durven hopen, maar nu zij mevrouw van
+Rensen tot toehoorster had en de andere meisjes met strakke gezichten
+naar haar stonden te kijken, overviel haar een gevoel van verlegenheid,
+dat zij niet bij machte was te overwinnen en speelde zij stijf en
+gedwongen. Zij was blij, toen haar taak verricht was en de anderen
+aan de beurt kwamen. Niemand zei iets van haar spel, terwijl mevrouw
+van Rensen uitbundig was in haar lof omtrent het acteeren der anderen
+en vooral Cécile prees, die een jong getrouwd vrouwtje voor moest
+stellen en bedrijvig met haar sleutelmandje heen en weer dribbelde.
+
+"Snoesig, vindt u niet?" fluisterde Loulou haar moeder in, terwijl
+Cécile aan het spelen was. "En dan moet u straks eens opletten,
+hoe doddig zij er uitziet met dat kapotje!"
+
+"Ja. Het is jammer dat gij niet allemaal al in uw kostuum kunt spelen
+van avond. Cilly is bijna klaar met haar kleeding, dunkt me."
+
+"O, maar wij ook. Op de groote repetitie bij Cilly aan huis, kleeden
+wij ons natuurlijk allemaal geheel zooals 't moet."
+
+Daar vloog opeens de deur open en stormden twee kinderen, een jongen
+en een meisje, de kamer in.
+
+"Mama, mama!" riepen ze tegelijk. "Papa vraagt of u beneden komt, neef
+Gerard is er en of wij even mochten blijven kijken naar de comedie!"
+
+"Sst.... stil, stil!" zei mevrouw van Rensen, half lachend. Het
+aardige tweetal, een jongen van 5 en een meisje van 4 jaar, bleef
+hijgend en met roode wangen naast haar staan. "Gaat maar stil hier
+zitten," zei hunne moeder fluisterend, "maar dan heel rustig zijn;
+dan moogt ge wel even blijven kijken."
+
+De kinderen gingen naast elkaar op de canapé zitten en mevrouw van
+Rensen verliet de kamer.
+
+Cécile speelde door alsof er niets gebeurd was en Loulou's broertje
+en zusje keken naar haar met onverholen belangstelling. De "comedie"
+scheen hun echter niet mee te vallen, want nadat zij een paar minuten
+rustig hadden geluisterd maar niets begrepen, keken ze met groote
+oogen om zich heen, vol verlangen naar iets, dat hunne aandacht meer
+blijvend zou boeien.
+
+Elsje had hen met een lachend gezicht gade geslagen, terwijl de andere
+meisjes in haar werk verdiept waren. Elsje was ook de eenige, wier
+rol thans geheel was geëindigd en toen het kleine meisje haar zag,
+wenkte zij haar terstond door onophoudelijk knikken en grappige,
+animeerende bewegingen met haar handje, om tusschen haar en haar
+broertje op de canapé te komen zitten.
+
+Elsje liet zich niet lang bidden en er kwam een warm, gelukkig gevoel
+in haar hart, toen de beide kinderen zich tegen haar aanvlijden en
+het kleine meisje vertrouwend naar haar opkeek.
+
+"Moet je heelemaal niet meespelen?" vroeg ze, zóó zacht dat Elsje
+haar onmogelijk verstaan kon.
+
+Zij boog zich dichter naar het roode mondje toe, dat nu vlak bij
+haar wang de gewichtige vraag herhaalde en haar toen als van zelf,
+een kus gaf.
+
+"Dat was een presentje! Dat dacht je niet, he?" lachte het kleine
+meisje vroolijk.
+
+"Ik wil heel graag nog zoo'n presentje," fluisterde Elsje, terwijl
+ze haar hand over het zachte, blonde haar van het kind streek.
+
+"Wat! Wat voor presentje?" vroeg de kleine jongen nieuwsgierig, die in
+het geheel niet op zijn zusje geleek, maar donkerbruin haar en groote,
+bruine oogen had.
+
+"Niet zeggen, niet zeggen!" zei het meisje, maar Elsje kon den
+vragenden blik van haar aardigen, kleinen buurman niet weerstaan en
+hem een kus op de ronde wangen drukkend, zei ze:
+
+"Dàt presentje! Bevalt het je?"
+
+"Gunst Lizzie, je let heelemaal niet op!" riep Loulou opeens
+scherp. "Toe kinderen, gaat nu maar weer naar beneden; het is hoog
+tijd voor jullie om naar bed te gaan. Wat bezielt de juffrouw toch
+dat ze jullie heelemaal vergeet!"
+
+"We mochten vandaag laat opblijven om de comedie!" riep haar zusje
+triomfantelijk.
+
+"En we zitten hier nu net zoo gezellig!" riep het broertje.
+
+Een algemeen gelach volgde, maar Louise bleef onverbiddelijk. Zij
+stuurde de twee kinderen de kamer uit, riep aan de trap: "Juffrouw,
+komt u Liesje en Tom halen?" en deed toen de deur dicht.
+
+"Hè Lou, hoe wreed!" zei Emma medelijdend.
+
+"Nu ja, maar die kinderen blijven vandaag veel te laat op en als we hen
+nu nog langer hier hadden gehouden, waren ze hoe langer hoe lastiger
+geworden. Toe, laten we nu maar gauw nog eens repeteeren. Kom Lizzie,
+sta nu op van die canapé en begin te spelen."
+
+Elsje gehoorzaamde. Louise, Cécile en Cato gingen op de canapé zitten,
+dicht bij elkaar, met spottende gezichten, alsof zij afgesproken
+hadden, nu eens flink om Elsje te gaan lachen. Emma bleef bij haar
+staan met het boekje in de hand, om haar voort te helpen als zij
+haperde en Elsje begon te spelen.
+
+Het ontging haar natuurlijk niet dat de drie meisjes op de canapé zich
+vroolijk om haar maakten. Zij giegelden en fluisterden onophoudelijk
+onder elkaar, maar hoewel haar bloed begon te koken, hield zij zich
+goed en liet zich niet van haar stuk brengen. Zooveel mogelijk haar
+best doende niet op de plaaggeesten te letten, speelde zij door,
+totdat Cécile opeens proestend en met tranen in de oogen van het
+lachen, uitriep:
+
+"Lieve tijd Lizzie, wat speel je stijf en houterig; ik geloof dat je
+het met opzet doet om ons te ergeren!"
+
+"Neen, heelemaal niet!" riep Elsje, terstond uit haar rol vallend en
+met een kleur van verontwaardiging. Ze spande zich echter met waren
+heldenmoed in, om zich dapper te houden en vervolgde haar spel. Emma
+schudde afkeurend het hoofd tegen hare vriendinnen, maar zij letten
+er niet op.
+
+"Zeg Cilly, hoe kom _jij_ toch aan die boerin tot nichtje?" fluisterde
+Cato, den zakdoek voor den mond houdend en terstond weer proestend
+van het lachen.
+
+"Hardrood zijn haar wangen en geel is heur haar!" zei Louise, bijna
+overluid en op een toon, alsof ze een vers reciteerde. "Wanneer gaat
+ze eigenlijk weer weg, Cilly?"
+
+"Ik geloof dat ze na de partij naar haar lieflijk dorp teruggaat,"
+antwoordde Cécile op alles behalve fluisterenden toon.
+
+Nu was Elsje's geduld ten einde. Zonder het te willen, had zij wel
+_moeten_ hooren, wat er gezegd was en met fonkelende oogen, driftig,
+geheel buiten zichzelf, riep ze uit:
+
+"En ik wou dat ik dadelijk terug kon gaan, van avond nog, nu,
+terstond! Ik wou dat ik nooit, nooit hier gekomen was in die nare,
+groote stad en bij jullie, die .... die .... heelemaal geen gevoel
+hebt! Ik wou dat ik bij mijn grootmoeder was gebleven .... die is zoo
+engelachtig voor me, als jullie je heelemaal niet kunt voorstellen! En
+ik _wou_ dat ik weer in mijn lieflijk dorp was, Cécile, want dat is
+het, je hebt gelijk dat je het zoo noemt, het is er heerlijk! En ik
+wou dat ik weer buiten kon wandelen in de frissche, heerlijke lucht
+en langs de hooge boomen en over onze mooie heide--alleen, alleen met
+den ruimen, prachtigen hemel boven me en al die plechtige stilte om
+me heen! Alleen, zonder al die rare, opgeprikte menschen, zonder al
+die mooie kleeren en zonder jullie, die zoo'n verschrikkelijken hekel
+aan me hebt! O, ik wou dat ik weg kon dadelijk, dadelijk! Maar jullie
+zult nu geen last meer van me hebben! Ik bedank er voor om met jullie
+comedie te spelen! Ik ga naar huis, speelt maar alleen!"
+
+En met bevende lippen en ijskoude handen, maar met het hoofd fier in
+den nek geworpen--ze _wilde_ niet schreien--snelde ze de kamer uit.
+
+"Mijn hemel, wat een burgerlijk, aanstellerig kind!" zei Cato, toen
+Elsje verdwenen was, maar de anderen, ook Cécile, zwegen beschaamd
+en Emma keerde zich om, om niet te laten zien dat zij tranen in de
+oogen had.
+
+"Ze kan toch onmogelijk alleen naar huis gaan," zei Louise, na eenige
+oogenblikken van algemeen stilzwijgen. "Ze weet zeker den weg niet,
+wel Cilly? En het regent ook zoo!"
+
+"Ik denk dat ze wel weer terug zal komen," zei Cécile. "Ze zal
+veel te bang zijn dat mama boos op haar is, als ze zoo opeens thuis
+komt. Laten we maar stil afwachten, wat zij doet; ik geloof nooit dat
+ze zonder mij weg zal gaan en buitendien weet ze ook heelemaal niet,
+hoe ze loopen moet."
+
+"Zal ik eens even gaan zien, waar ze gebleven is?" vroeg Emma. "Hè,
+waarom moesten jullie haar nu ook zóó plagen! Laat ik maar eens gauw
+gaan zoeken..."
+
+"Neen, neen, neen!" viel Cécile haastig in. "Blijf stil hier, Emma,
+dan komt ze bepaald veel gauwer terug."
+
+Intusschen was Elsje, met het vaste voornemen het huis uit te loopen,
+de trap afgegaan. Op een der onderste treden struikelde ze en viel. Ze
+deed zich gelukkig in 't geheel geen pijn en wilde juist weer opstaan,
+toen in hare nabijheid een deur langzaam en met moeite werd geopend
+en een kleine gestalte in een wit nachtjapontje op den drempel
+verscheen. Twee aardige, bloote voetjes trippelden naar Elsje toe,
+een zacht handje werd tegen haar wang gelegd en een vleiend stemmetje
+vroeg:
+
+"Heb je je pijn gedaan? Wat viel je met een bons! Ik hoorde het
+heelemaal."
+
+"Liesje, Liesje, kom gauw hier, kindje! Niet op dat koude
+portaal!" riep een stem uit de kamer, waarop Elsje's vriendinnetje
+terugriep: "Ja, ja, ik moet even helpen!"
+
+"Of kan je wel alleen opstaan?" vroeg ze, toen Elsje snel opsprong,
+"Kom maar gauw even mee naar binnen; juf zal je wel weer beter maken,
+die is heel lief."
+
+En Elsje's hand pakkend, trok ze haar snel met zich mee in de
+kinderkamer, waar haar broertje al te bed lag en een vriendelijke
+kinderjuffrouw Elsje lachend toeknikte.
+
+"Liesje is altijd vol ijver om iedereen te helpen," zei ze. "Kom
+vrouwtje, nu gauw in bed. Het is toch al zoo erg laat geworden
+van avond."
+
+"Kom je ons goeden nacht zeggen?" riep Tom vanuit zijn ledikantje.
+
+Elsje antwoordde niet. Het was haar alsof ze droomde. In een
+opgewondene, driftige stemming, met een diep ongelukkig gevoel
+in haar hart, was ze zooeven de trap afgekomen en nu stond ze daar
+plotseling in een warme, vroolijke kamer en drie gezichten keken haar
+vriendelijk en vol belangstelling aan. Liesje zette een stoel voor
+haar bij de tafel en dribbelde toen met een grappig, bedrijvig air
+naar de juffrouw toe, fluisterde deze iets in en lachtte tevreden,
+toen zij zei: "Ja, dat mag wel, maar dan ook terstond naar bed hoor!"
+
+Het kleine meisje schoof vlug een tabouret bij den schoorsteen,
+klauterde er op en haalde een doos te voorschijn, waarmee ze terstond
+naar Elsje toeliep.
+
+"Wil jij dit even open maken?" vroeg ze. "Kijk maar eens, wat er
+in is."
+
+Elsje opende de doos en zag een stuk chocolade liggen, dat blijkbaar
+een deel had uitgemaakt van een sinterklaas-letter.
+
+"Dat ziet er erg lekker uit," zei ze. "Is dat van jou, Liesje?"
+
+"En van Tom," zei Liesje. "Proef er maar eens van." "Neemt ze het
+heele stuk?" riep Tom vanuit zijn bed. Het scheen hem wat _heel_
+royaal toe, alles aan Elsje af te staan.
+
+Liesje liep haastig naar zijn bed toe en haar hoofdje naast het zijne
+op het kussen leggend, fluisterde zij hem iets in, dat blijkbaar
+zijn goedkeuring niet geheel wegdroeg, want hij schudde met groote
+levendigheid van neen en betuigde bovendien nog:
+
+"Dat wil ik niet, heelemaal niet, hoor." Liesje bedacht zich even,
+toen fluisterde zij hem weer iets in en nu kwam hij blijkbaar tot
+andere gedachten.
+
+"Mag ik er dan den heelen dag mee spelen en kom jij er dan heelemaal
+niet aan?" vroeg hij.
+
+Zij knikte bevestigend en toen riepen ze tegelijk, Liesje met een
+erg blij gezichtje:
+
+"Je moogt het heele stuk chocolade nemen; het is heelemaal voor jou."
+
+"Neen," zei Elsje, die evenals de juffrouw, lachend naar de beide
+kinderen gekeken had, "dat is veel te jammer, dan blijft er niets
+voor jullie over."
+
+"Jawel, jawel, je moet het nemen, heusch," zei Liesje, terwijl ze
+naar Elsje toekwam en een laatsten, niet geheel ongevoeligen blik op
+de lekkernij wierp. "En nu ga ik naar bed."
+
+En terwijl Elsje bij haar neerknielde, sloeg ze de armpjes om haar hals
+en zei: "Nacht...." Toen plotseling zichzelf in de rede vallend met
+een vroolijken, reinen lach, die Elsje als muziek in de ooren klonk,
+"maar ik weet nog niet eens, hoe je heet!"
+
+"Ik heet Elsje."
+
+"Elsje? Wat aardig! Nacht Elsje...." en met haar zachte wang tegen
+die van hare nieuwe vriendin, fluisterde ze: "Neem je het nu heusch
+wel heelemaal? Toe, doe je het?"
+
+Elsje drukte haar vaster tegen zich aan. "Kleine schat!" zei ze
+zacht. "Ja, ik zal de chocolade nemen, hoor en ik dank je heel,
+heel hartelijk."
+
+"En Tom ook," zei Liesje, hare armen losmakend.
+
+"Ja zeker, Tom ook. Ik dank jou ook hartelijk voor die heerlijke
+chocolade, Tom," riep Elsje.
+
+"Tot je dienst," riep Tom wijs terug.
+
+Nu was Liesje's hart eindelijk gerust en liet ze zich gewillig door
+de juffrouw overdekken en toestoppen.
+
+"Blijf je nog een beetje hier in de kamer?" vroeg ze toen aan Elsje.
+
+"Neen, neen, ik moet nu dadelijk weer naar boven," zei Elsje
+snel. Haar drift was verdwenen, zij schaamde zich zelfs een beetje
+over haar uitval van straks en was nu vast besloten, weer naar de
+andere meisjes toe te gaan. Het aardige tooneeltje op de kinderkamer
+had haar in een geheel andere stemming gebracht. Kom, ze moest weer
+moedig zijn, zich niet zoo gauw van haar stuk laten brengen--het was
+toch ook alles maar voor een tijd!
+
+Ze nam haastig afscheid van de kinderjuffrouw en Tom en Liesje en
+ging toen, wel met een kloppend hart, maar uiterlijk zoo bedaard als
+haar mogelijk was, naar Louise's kamer terug.
+
+Er kwam een zegevierende uitdrukking op Cécile's gezicht, toen zij
+binnenkwam en zij keek Emma aan, alsof ze zeggen wou: "Heb ik het
+je niet gezegd?" Er werd echter geen woord over het voorgevallene
+gesproken. Louise en Cato waren koel beleefd tegen Elsje, Cécile
+bemoeide zich niet met haar en Emma durfde niet te vriendelijk te zijn,
+uit vrees dat de anderen haar zouden uitlachen.
+
+Het stukje werd nog eenmaal gerepeteerd, toen was het tijd om naar
+huis te gaan.
+
+Tot Elsje's verwondering zeide Cécile in het rijtuig geen woord over
+haar uitbarsting van drift. Zij sprak trouwens in het geheel niet
+en nam geen de minste notitie van Elsje, totdat het rijtuig voor het
+huis van mevrouw d'Ablong stil hield. "Het zal mij eens verwonderen
+of grootmama nog op is," zei ze toen, "misschien is ze al naar bed
+gegaan, vermoeid van de reis."
+
+"Zou je grootmama dan vandaag al komen?" vroeg Elsje uit het rijtuig
+stappend.
+
+"Ja, van avond, terwijl wij uit waren."
+
+Dus al weer iemand om kennis mee te maken en zich niet mee op haar
+gemak te voelen, dacht Elsje met een zucht, terwijl ze Cécile in huis
+volgde. De beide meisjes ontdeden zich van haar hoed en mantel en
+gingen toen naar de zaal. Cécile liep vlug naar binnen, Elsje volgde
+langzaam en verlegen.
+
+In een gemakkelijken stoel bij den open haard, met het zachte schijnsel
+van het lamplicht vallend op haar mooi, wit haar, waarbij het kapseltje
+van zwarte kant aardig afstak, zat een oude dame met levendige,
+donkere oogen, die sterk aan die van haar kleinzoon Frits d'Ablong
+herinnerden. Op haar schoot lag een handwerk van fijne, zachtrose
+wol en een grove haaknaald van wit been bewoog zich ijverig heen
+en weer in hare kleine, welgevormde handen. Zij keek terstond op,
+toen de meisjes binnenkwamen en liet zich met een lachend gezicht
+door Cécile op beide wangen kussen.
+
+"Zoo Cilly, ben je daar eindelijk?" zei ze met een welluidende
+stem. "Is dat nu een manier om uit te zijn, als je oude grootmoeder
+bij je komt! Toe kindje, ga eens even op zij. Is dit nu het dochtertje
+van je zuster, Lize?" En zij knikte Elsje vriendelijk toe.
+
+"Ja mama," zei mevrouw d'Ablong.
+
+"Kom eens even bij me, lieve meid," zei de oude dame. "Ik vind het
+aardig dat wij ook kennis met elkaar maken. Mijn kleinzoon heeft mij
+al van je verteld. Kom, geef mij ook maar een kus. Je hebt ook nog
+een oude grootmoeder, he?"
+
+"Ja mevrouw," zei Elsje met haar hand in de zachte, warme hand der
+vriendelijke dame.
+
+"Dan moest je mij ook maar grootmama noemen, zoolang je hier bent. Wil
+je dat wel?"
+
+"Heel graag," zei Elsje zacht en boos op zichzelf, omdat ze weer dien
+onverklaarbaren drang tot schreien voelde.
+
+"Mooi zoo, geef mij dan nu een kus en laat mij je eens even goed
+aankijken. Ik moet toch weten, hoe mijn nieuw kleindochtertje er
+uit ziet."
+
+Zij trok Elsje dichter naar zich toe, kuste haar op de wang, nam haar
+hoofd tusschen de beide handen en keek haar vriendelijk in de oogen.
+
+"Ziezoo, nu heb ik je portret al in mijn hoofd," zei ze, terwijl Elsje
+haar dolgraag nog een kus zou hebben gegeven, als ze maar gedurfd had.
+
+Toen ze zich dien avond te slapen legde, voelde ze zich gelukkiger
+dan ze nog gedaan had, sedert ze bij hare tante logeerde. Over hetgeen
+bij Louise van Rensen voorgevallen was, had Cécile thuis niets gezegd.
+
+
+
+Hoofdstuk VIII.
+
+De Feestavond.
+
+
+De gewichtige dag aan den avond waarvan de partij zou plaats hebben,
+was aangebroken en in het huis van mevrouw d'Ablong heerschte een
+ongewone drukte. De beide deuren der twee kamers, die en suite
+met elkaar waren verbonden en zich vooraan in het huis bevonden,
+stonden wijd open, wel een bewijs dat er iets buitengewoons
+aan de hand was, want deze kamers werden alleen bij feestelijke
+gelegenheden gebruikt. Mannen liepen onophoudelijk af en aan met
+hooge, mooie planten in groene kuipen om de hoeken der kamers te
+versieren en guirlandes van dennengroen en puntige, glanzige klimop
+werden met smaak om den spiegel en aan den muur bevestigd, waar
+zij schilderachtig afstaken tegen de teere, lichte kleuren van het
+behang. Cécile hield met een kritisch oog het toezicht over alles,
+terwijl hare moeder nu en dan even binnen kwam om te zien, of men
+goed vorderde met de versiering. "Het moet alles nu eens heel mooi
+zijn, mama," had Cécile gezegd, "eens wat anders dan vroeger,"
+en mevrouw d'Ablong vond alles goed, wat Cécile goed vond en was
+alleen maar bang dat zij zich te veel zou vermoeien, als zij het zich
+'s ochtends reeds zoo druk maakte. Grootmama was met haar kleinzoon,
+die den vorigen avond gearriveerd was, gaan wandelen. Zij had Elsje
+gevraagd om mee te gaan, maar daar kon geen denken aan zijn, had
+Cécile gezegd. Elsje moest noodzakelijk haar rol nog eens bestudeeren,
+zij kende die volstrekt niet prompt en buitendien was er nog van
+allerlei te doen. Het was een groote teleurstelling voor Elsje, die
+toch al veel minder aan de oude dame had dan zij aanvankelijk had
+gehoopt. Cécile wist altijd op een behendige manier tusschen beide
+te komen, om een toenadering tusschen deze twee te verhinderen. Zij
+vond het onnoodig en ongewenscht dat hare grootmoeder zich veel met
+Elsje bemoeide en deze onder hare bescherming nam. Elsje moest weten,
+waar zij staan moest; zij was nu eenmaal uit een totaal anderen stand
+en het was al mooi genoeg dat zij bij de deftige mevrouw d'Ablong
+logeeren mocht, zooveel mooie kleeren cadeau kreeg, bij de partij
+mocht zijn, enz. enz. Frits was ook veel te vriendelijk jegens Elsje,
+hij deed heusch net soms, of hij haar niet onaardig vond! Dat was nu
+niet noodig, oordeelde Cécile; Elsje zou er maar brutaal van worden,
+zij was toch al onbescheiden genoeg. En buitendien, zij hoorde hier
+eigenlijk niet--het was vervelend altijd dat kind overal bij. Cécile
+zou blij zijn, als zij weer goed en wel naar haar dorp vertrokken
+was. Mama had haar eigenlijk maar nooit hier moeten laten komen!
+
+Intusschen, zij was niet van plan, haar plezier te laten bederven door
+Elsje. Gelukkig gedroeg deze zich thans ten minste iets beter dan in
+'t begin en als zij zich nu 's avonds maar een beetje achteraf hield
+en wat bescheiden was, ook niet te veel danste, want dat deed ze nog
+allesbehalve mooi,--dan zou alles wel goed afloopen.
+
+'s Avonds, voordat de beide meisjes zich gingen kleeden voor het feest,
+nam Cécile Elsje nog eens onder handen op haar kamer. "Gedraag je nu
+_als 't je blieft_ een beetje netjes," zei ze, "en lach vooral niet
+zoo onbeschaafd luid. Dat deedt je gisterenavond telkens, als Frits een
+aardigheid zei. Die keek ook al zoo vreemd op, toen hij het hoorde!"
+
+"Dat is niet waar," zei Elsje driftig.
+
+"Zulke uitdrukkingen gebruikt men bij ons niet," antwoordde Cécile
+doodbedaard en uit de hoogte. "Je weet nu, waaraan je je te houden
+hebt. Stel je niet op den voorgrond van avond, dans niet te veel, want
+dat gaat je nog heel onelegant af en zeg geen onbehoorlijke dingen."
+
+"Dat doe ik nooit," zei Elsje koppig.
+
+"Je hebt me nu, geloof ik, wel begrepen," hernam Cécile scherp. "O,
+daar is Keetje om je te helpen bij het kleeden."
+
+Cécile verdween en Keetje haastte zich, aan Elsje's toilet te
+beginnen. Een beelderige baljurk van de zachte, rose stof gemaakt, die
+mevrouw d'Ablong in den winkel had uitgezocht, lag op het bed. Cécile
+zou een nieuw balkleedje dragen van het bewuste, teergele, kantachtige
+weefsel met de fijne, blauwe bloempjes. Elsje had een kleur gekregen,
+toen de naaister haar paste en er over uit was, zoo goed als het rose
+haar stond. Ze was meisje genoeg, om hiervoor niet ongevoelig te zijn
+en ze verlangde naar het bal en zag er tegen op tegelijk. Keetje
+besteedde bizonder veel zorg aan het kapsel en slaagde werkelijk
+gelukkig.
+
+"Kijk nu eens even in den spiegel, jongejuffrouw," zei ze, "en zie
+eens, hoe het u zoo bevalt. De kuif zit, dunkt me, veel beter dan
+anders, ik heb er erg mijn best op gedaan."
+
+"Ik vind het keurig," zei Elsje verlegen; zij was niet gewend om veel
+in den spiegel te kijken. Een lichte huivering van half prettige, half
+"griezelige" agitatie voer haar door de leden, toen Keetje de jurk
+voorzichtig van het bed nam en haar over de schouders liet glijden. Het
+ruime lijfje, smaakvol met een weinig ragfijne kant gegarneerd, zat
+keurig, en aardig staken de lage, goudleeren dansschoentjes en de
+zijden kousen onder den ruimen rok uit. Elsje bleef met neergeslagen
+oogen staan, terwijl Keetje handig en vlug haar werk deed. Zij had een
+gevoel, alsof zij iemand anders was en toen Keetje op goedkeurenden
+toon zei: "Ziezoo, nu bent u klaar!" keek ze met een droomerig lachje
+op. Ze verroerde zich niet en haar hart klopte sneller, toen Keetje
+de kaarsen op den schoorsteen aanstak en zei:
+
+"Nu moet u eens voor den grooten spiegel gaan staan, _zóó_, dan kunt
+u uzelf van top tot teen bekijken."
+
+Zij duwde Elsje zacht naar voren en toen deze de oogen opsloeg,
+zag ze haar beeld plotseling levensgroot in den fraaien spiegel
+weerkaatst. Met zekeren nieuwsgierigen schroom keek ze naar de bekende
+en toch zoo ongewone verschijning. Ze zag een bedeesd meisjesgezicht
+met een warmrood blosje op de wangen, groote, schitterende oogen,
+waarin een uitdrukking van kinderlijke verlegenheid lag, een half
+blooten hals, door een teere kantwolk omsloten, en een stevig, rond
+figuurtje, waaromheen lichtrose plooien bevallig waren gedrapeerd. Ze
+haalde eens diep adem en keerde zich half beschaamd van den spiegel af,
+als vond ze dat ze nu reeds meer dan lang genoeg gekeken had. Keetje
+bezag haar nog eens met een langen, onderzoekenden blik, om te
+ontdekken of zij nog iets verzuimd had, toen zei ze:
+
+"Nu ga ik mevrouw even roepen, jongejuffrouw. Zij heeft mij gezegd
+dat ik dit doen moest, als u klaar waart."
+
+Zij ging de kamer uit en kwam bijna onmiddellijk terug met mevrouw
+d'Ablong, die reeds geheel gekleed was in een japon van zware,
+ruischende zwarte zijde. Een prachtige, diamanten broche prijkte aan
+haar hals.
+
+"Heel netjes," zei ze, nadat zij Elsje nauwkeurig van top tot teen
+had opgenomen. "Kijk maar niet zoo bedremmeld, kind; kom, laat mij
+eens zien hoe je gezicht er uit ziet." En het meisje vriendelijk bij
+de kin vattend, keek ze haar lachend aan.
+
+"Wat heb je een kleur en wat schitteren je oogen!" zei ze, "het is
+net of je een ander kind bent. Nu, vindt je het nu ook prettig dat
+ik je die mooie jurk heb gegeven en ben je nu van plan om eens een
+heelen boel plezier te hebben van avond?"
+
+Elsje knikte.
+
+"Wat zal grootmoeder verlangen naar al je verhalen," vervolgde mevrouw
+d'Ablong, die in een bizonder goed humeur was, nu ze zag hoe lief
+Elsje het mooie toiletje stond. "Je zult wel dansers krijgen hoor,
+doe vooral goed je best om de passen netjes te maken."
+
+En in een, bij haar zeer ongewone, opwelling van teederheid voor Elsje,
+kuste zij haar op de wang.
+
+"Maar kindje, wat gloeit je gezicht!" riep zij uit, "ben je zoo
+opgewonden?" Toen, met een plotselinge verandering van toon: "Ik vind
+toch dat die garneering om den hals wat kaal staat. Je hals is ook
+niet blank genoeg om zoo ver bloot te zijn. Je moest eigenlijk... ja,
+wacht eens, ik zal je voor dezen éénen keer mijn parelsnoer leenen;
+dat zal bepaald mooi staan bij die crème kant. Maar het is heel, heel
+kostbaar, Elsje, pas dus vooral goed op dat je het niet verliest. Het
+is een erfstuk van de familie d'Ablong en buitendien een groote som
+gelds waard."
+
+"Maar dan wil ik het eigenlijk veel liever niet dragen, tante, als
+er eens wat aan kwam...."
+
+"Onzin! Wat zou er nu aan een parelsnoer komen, dat je gewoon om je
+hals draagt! Blijf hier maar even wachten, ik kom dadelijk weer terug."
+
+Een paar minuten later kwam zij de kamer weer in met den kostbaren
+ketting in haar hand. Juist wilde zij de deur sluiten, toen Cécile
+op den drempel verscheen.
+
+"Ik zag u hierin gaan, mama," zei ze, "ik ben klaar. Niet onaardig,
+vindt u wel?"
+
+Mevrouw d'Ablong keerde zich snel om en met een glans van moederlijken
+trots op haar gelaat, keek ze naar de jonge meisjesgestalte, die in al
+de schoonheid van een allerelegantst toiletje, kwistig met lichtblauwe
+strikken en volants van slap neerhangende kant versierd, voor haar
+stond. Het weelderige, donkere haar viel krullend en golvend neer
+langs den blanken hals en werd alleen in bedwang gehouden door een
+lossen strik van lichtblauw lint, dat mooi afstak bij de warmbruine
+kleur van het haar. De groote, donkere oogen, de fraaie teekening der
+wenkbrauwen, de lange oogwimpers, de bevallige ronding der armen,
+de slankheid van het figuurtje--alles scheen bij deze smaakvolle
+kleeding nog meer uit te komen dan anders en zonder de minste poging
+om hare bewondering te verbergen en Cécile's ijdelheid te temperen,
+riep mevrouw d'Ablong uit:
+
+"Allerbeelderigst Cilly! Je ziet er meer dan snoeperig uit! Heeft
+grootmama je al gezien en Frits?"
+
+"Neen mama."
+
+"Dan zou ik maar gauw naar beneden gaan. Het is ook al niet vroeg
+meer. Maar kijk nog eens even naar Elsje; vindt je niet dat dat
+japonnetje haar aardig staat?"
+
+Cécile verwaardigde zich niet, meer dan een vluchtigen blik op haar
+nichtje te werpen en zei op onverschilligen toon:
+
+"Het gaat nogal." Toen opeens driftig: "Maar mama, waarom heeft ze
+uw parels aan?"
+
+"Het stond anders zoo kaal; die kant valt zoo erg naar beneden,
+hier van voren."
+
+"Nu, u moet het weten, maar ik vind dat parels al allerminst bij
+Lizzie passen."
+
+"Kom Cilly, nu niet zulke onaardige dingen zeggen," zei hare moeder
+op vergoelijkenden toon. "Nu maar naar beneden meisjes, ik ben trotsch
+op jullie alle twee."
+
+Grootmama en Frits waren vol lof over het fraaie baltoiletje van Cécile
+en Frits plaagde zijn nichtje met haar zwak voor mooie kleeren. Naar
+Elsje keek de oude dame met een vriendelijke tinteling in hare oogen,
+alsof het haar goed deed in het eenvoudige kindergezichtje te zien,
+dat gloeide van koortsachtige spanning. Zij trok Elsje naar zich toe
+en kuste haar en Frits keek haar vroolijk aan en zei lachend:
+
+"Niet alle dansen weggeven aan anderen, hoor Roodkapje! Ik reken er
+vast op dat je er twee of drie met mij doen zult."
+
+"Aan het dansen zijn wij nog zoo gauw niet toe," viel Cécile haastig
+in. "Eerst babbelen we een beetje en laten onze balboekjes vullen, maar
+voordat het wezenlijke dansen begint, voeren we het tooneelstukje op."
+
+"O," riep Frits, groote oogen opzettend, "moet daar die fraaie tribune
+voor dienen?"
+
+"Ja, en nu vertel ik je verder niets meer," zei Cécile met geveinsde
+knorrigheid. "Je moogt het gordijn wegtrekken, dat als scherm dienst
+doet van avond en dan moet je oplettend en bewonderend naar de
+comedie kijken."
+
+"UEd. hebt maar te bevelen," zei Frits, het hoofd buigend.
+
+Toch kwam het anders uit dan Cécile zich had voorgesteld. Toen al de
+gasten, een vroolijke, levendige stoet van jongens en meisjes van 14
+tot 18 jaar, verschenen waren en de prettige tonen der muziek werden
+gehoord, smeekten allen zoo dringend om een, twee dansjes, voordat
+er iets anders gebeurde, dat Cécile wel toe moest geven, hoewel
+zij het niet heel vleiend vond dat er naar de tooneelvoorstelling
+niet meer werd verlangd. Daarbij kwam dat Frits met onverklaarbaren
+slechten smaak er op stond den eersten dans met Elsje te doen, die
+verbaasd en verrukt haar hand op zijn arm legde en door hem geholpen,
+veel beter en met veel meer genot danste dan zij had durven hopen. En
+hoewel het Cécile gelukte de jeugdige cavaliers, die zich als om strijd
+verdrongen om hunne namen in haar balboekje op te schrijven, van Elsje
+af te houden, toch verminderde dit het gevoel van bitterheid niet,
+dat bij haar opkwam, toen ze Frits ook den tweeden dans met Elsje zag
+doen. Eindelijk, bij den derden zag ze haar als "muurbloem" op een der
+stoelen zitten en toen deze dans afgeloopen en het oogenblik gekomen
+was, waarop de actrices zich uit de balzaal moesten verwijderen,
+ging ze snel naar Elsje toe en fluisterde:
+
+"Ga terstond mee, we moeten ons stukje doen."
+
+Elsje stond dadelijk op en volgde haar naar de achterkamer, waar een
+klein tooneel was geïmproviseerd, terwijl de meisjes zich verkleeden
+moesten in een vertrekje, dat door een deur met de achterkamer was
+verbonden. Een tweede deur kwam op de gang uit. Loulou, Cato, en Emma
+waren er reeds, toen Cécile en Elsje binnen kwamen.
+
+"O Cilly, wat zie je er beelderig uit van avond!" riep Cato. "Jij
+bent natuurlijk weer la reine du bal."
+
+"Zoo!" zei Cécile op onverschilligen toon. "Ik heb anders nog niet
+heel veel plezier gehad; ik schaam me zóó over Lizzie."
+
+"Over mij?" vroeg Elsje verbaasd, wier vroolijke oogen toonden dat
+_zij_ wel plezier gehad had.
+
+"Ja, over jou! Heet hier anders soms iemand Lizzie?"
+
+"Alsof ik wel zoo heette!" lachte Elsje. "Maar wat heb ik dan gedaan?"
+
+"Als je dat niet begrijpt, kan ik het je niet uitleggen," zei Cécile
+boos. "Je hebt je heel onbehoorlijk en coquet aangesteld. Sta daar
+nu maar niet zoo dom te kijken, maar maak liever voort. Denk er
+aan dat jij het eerst opkomen moet en dus ook het eerst klaar moet
+zijn. Speel nu als 't je blieft een beetje goed en spreek duidelijk,
+maar gil en lach niet zoo onbeschaafd."
+
+Elsje antwoordde niet. Zij wilde zich goed houden en beet zich op de
+lippen om zichzelf tot zwijgen te dwingen. De anderen keken Cécile
+verbaasd aan, maar achtten het ook wijs niets te zeggen. Emma hielp
+Elsje aan hare kleeding en zette haar het nette, witte mutsje op,
+dat zij als dienstmeisje dragen moest. Allen waren druk bezig, hare
+baltoiletten te verwisselen voor de eenvoudiger kleedij, waarin zij
+haar rol vervullen moesten.
+
+Eindelijk kon de voorstelling een aanvang nemen. In lange rijen
+zaten en stonden de gasten in afwachting van hetgeen zij te zien
+zouden krijgen. Frits trok met een plechtig gezicht het gordijn weg
+en Cécile duwde Elsje naar voren en fluisterde boos:
+
+"Kom, gauw nu maar, treuzel niet, als 't je blieft."
+
+"Neen," zei Elsje gejaagd, terwijl ze zich opeens heel zenuwachtig
+voelde en buitengemeen geneigd om weg te loopen, _niet_ in de richting
+van het tooneel. Zij vermande zich echter en trad moedig naar voren,
+hoewel ze vreemd duizelig werd en hare oogen als in een witten
+nevel zagen.
+
+Zoo duidelijk sprekend als haar maar mogelijk was, begon ze te spelen,
+maar ze wist nauwelijks, wat ze zeide. Ze kende echter haar rol zoo
+prompt dat ze geen oogenblik haperde, totdat plotseling een jongensstem
+uit de toeschouwers riep:
+
+"Niet met je rug naar het publiek! Keer je eens om!"
+
+"Sst.... stil.... stil...." riepen verscheidene andere stemmen.
+
+"Nu ja, maar we zien en hooren zoo niets," zei de eerste stem weer.
+
+Elsje keerde zich om--zij wist niet eens dat zij met haar rug naar
+het publiek toe had gestaan--en begon nog eens. Nauwelijks echter had
+zij een paar zinnen gezegd, of hare stem begaf haar. Zij hapte naar
+adem en keek met een hulpelooze, angstige uitdrukking in hare oogen
+naar de zee van nieuwsgierige gezichten voor haar. Zij probeerde nog
+eens en nog eens, maar er kwam geen geluid. De tooneelkoorts had het
+arme kind deerlijk in hare macht; zij stond te trillen op hare beenen,
+het suisde in hare ooren en zij voelde zich diep ongelukkig. Al haar
+moed begaf haar en met een wanhopig gebaar sloeg zij de handen voor
+het gezicht en barstte in tranen uit.
+
+Frits schoof snel het gordijn weer voor het tooneel.
+
+"Even geduld, dames en heeren," riep hij, "een onzer actrices is
+een weinig ongesteld geworden. Straks zal de voorstelling wel weer
+opnieuw kunnen beginnen."
+
+Intusschen had Cécile Elsje driftig bij den arm genomen en meegetrokken
+naar het kleedkamertje. Elsje volgde gedwee en hard snikkend.
+
+"Je hebt alles, alles bedorven!" knorde Cécile. "Wij hadden je nooit
+mee moeten laten spelen! En wat moeten wij nu beginnen?" vervolgde ze,
+zich tot de anderen wendend, "met die erbarmelijk snikkende Lizzie
+kunnen wij niets uitvoeren."
+
+"Mag ik binnen komen?" vroeg een stem aan de deur, die op de gang
+uitkwam.
+
+"Wie is daar, wie is daar?" riepen Loulou en Emma tegelijk.
+
+"Wie ben je?" riep Cécile.
+
+"Kitty van Heusde," antwoordde de stem. "Laat mij heusch maar
+binnen--ik kom jullie helpen."
+
+Emma opende de deur en een klein, dik meisje met een rond, prettig
+gezicht, trad snel binnen.
+
+"Ik wou vragen," zei ze, "of ik voor dienstmeisje zal spelen. Ik ken
+het stukje heel goed, wij hebben het juist bij ons thuis opgevoerd,
+op Papa's verjaardag. Misschien wil zij," en zij wees medelijdend op
+Elsje, die op een stoel zat te schreien, "er wel graag af."
+
+"O ja natuurlijk," zei Cécile. "Dat treft heerlijk, Kit. Verkleed je
+dan maar gauw. Kom Lizzie, trek dat costuum eens uit. Het zal je wel
+passen denk ik, Kitty, jullie zijn zoowat even groot."
+
+Elsje gehoorzaamde en bleef toen met een treurig gezicht, in haar
+onderlijfje zitten. Emma vroeg haar vriendelijk of ze haar even zou
+helpen om haar baljurk weer aan te trekken, maar ze schudde droevig
+het hoofd. De andere meisjes lieten haar aan haar lot over. De
+voorstelling begon weer, thans met de allesbehalve bedeesde Kitty
+van Heusde als dienstmeisje, en was in vollen gang, toen Elsje nog
+steeds bitter terneergeslagen in het kleedkamertje zat. Juist waren
+al de vijf actrices op het tooneel bezig, toen de eene deur van het
+vertrekje zacht geopend werd en de oude grootmoeder binnen kwam.
+
+"Maar kindje," zei ze, hare hand op Elsje's schouder leggend, "zit
+je hier nog zóó? Wel foei, dat is nu net om kou te vatten en ziek te
+worden! Kom, laat ik je maar eens gauw weer netjes maken. Dit is je
+japonnetje, he?"
+
+"Ja," zei Elsje, "maar ik durf toch niet weer naar binnen."
+
+"Niet weer naar binnen! Dat meen je niet! Je zult eens zien hoeveel
+plezier je nog zult hebben. Sta maar eens gauw op."
+
+Elsje durfde niet tegen te stribbelen en in een oogenblik had de
+handige, oude dame haar de mooie, rose jurk aangetrokken. Het kostbare
+parelsnoer werd weer om haar hals bevestigd, toen sloeg grootmama
+den arm om haar heen, trok haar naar zich toe en zei:
+
+"Zullen we nu samen weer naar binnen gaan?"
+
+"Ik durf wezenlijk niet," zei Elsje bevend.
+
+"Kom, kom, een beetje moedig wezen. Leg je hand maar hier, zóó;
+nu gaan we gearmd naar binnen."
+
+Elsje drukte zich dichter tegen de oude dame aan, toen zij de danszaal
+weer inging. Het binnenkomen viel haar echter erg mee. Al de gasten
+waren verdiept in het tooneelstukje en bijna niemand keek om, toen
+hare begeleidster met haar op een der achterste rijen zitten ging,
+waar nog twee stoelen leeg waren. Mevrouw d'Ablong alleen wierp haar
+een koelen blik toe en wenkte grootmama om naar voren te komen en haar
+vroegere plaats in te nemen. De oude dame knikte echter ontkennend
+en bleef bij Elsje.
+
+Met een hoogroode kleur en koude handen zat deze verlegen en beschaamd
+naast haar en hoewel zij zich langzamerhand een beetje meer op haar
+gemak begon te voelen en weer eens om zich heen durfde te zien,
+kwam de vroolijke stemming, waarin zij bij het begin van den avond
+was geweest, niet terug. Toen het comediestukje geëindigd was en
+de jeugdige actrices levendig waren toegejuicht en herhaaldelijk
+teruggeroepen, nam grootmama afscheid en ging naar hare kamer. Zij
+was moe en men zou zich nu ook wel zonder haar kunnen amuseeren,
+betuigde ze lachend. Zij fluisterde Elsje nog een paar bemoedigende
+woorden toe en ging toen heen. Het arme kind voelde zich nu weer erg
+verlaten. Hare tante durfde zij niet onder de oogen komen en Frits
+evenmin en toen Cécile, Loulou en Cato haar met spottende gezichten
+voorbij gingen en ze Cato hoorde zeggen: "Dat laffe kindje moest
+maar naar bed gaan, dunkt me," trok zij zich angstig terug in een
+stil hoekje achter een paar hooge dennestruiken, waar toevallig een
+stoel stond. Juist vroeg ze zich af, of het werkelijk maar niet beter
+zou zijn dat ze stil naar haar kamer ging--niemand zou haar zeker
+missen, dacht ze met bitterheid--toen ze een frissche koelte hare
+wangen voelde streelen en bemerkte dat ze dicht bij een raam zat,
+dat half open stond, zeker om te verhinderen dat het in de balzaal
+te benauwd werd. Het was een mooie Februari-avond en Elsje knielde
+met een zucht van welbehagen voor het venster neer, legde haar hoofd
+op het kozijn en keek naar buiten. Wat flonkerden de sterren en wat
+was de lucht donkerblauw en welk een heerlijke geur verspreidden de
+dennen naast en achter haar! Als zij de dansmuziek niet zoo duidelijk
+had gehoord, zou ze zich bijna hebben kunnen verbeelden dat ze buiten
+was in het bosch, met de plechtige stilte van den avond om zich heen
+en den schitterenden sterrenhemel boven haar hoofd. Hé, wat was het
+heerlijk om die verkwikkelijke koelte over hare gloeiende wangen te
+voelen glijden! Zij stak haar hoofd verder buiten het raam en keek
+met een ernstig gezicht naar boven, terwijl ze hare handen gevouwen
+op de vensterbank hield. Zoo bleef ze onbewegelijk een oogenblik
+zitten. Een lokje van heur haar viel naar voren en zij schoof het
+met de linkerhand weg, waarbij deze even in aanraking kwam met het
+kanten plooisel om haar hals. Tegelijkertijd voelde ze plotseling dat
+ze het parelsnoer niet meer om had. Met een snelle beweging trok zij
+haar hoofd naar binnen, voelde nog eens en nog eens, maar de kostbare
+ketting was geheel verdwenen. Hevig verschrikt sprong zij op en zocht
+op den grond om zich heen, op de vensterbank, bij de dennen--alles te
+vergeefs. Zij wist zeker dat ze het snoer nog om had gehad toen ze hier
+ging zitten, want ze had toen nog een paar achterharen losgetrokken uit
+het slootje, dat daaraan was blijven haken--waar kon de ketting opeens
+gebleven zijn? Radeloos sloeg zij de handen in elkaar en trachtte na te
+denken. Daar viel haar iets in! Misschien was het slootje losgeraakt
+en het parelsnoer uit het raam naar buiten gevallen, terwijl zij naar
+den sterrenhemel opkeek. Terstond stak zij haar hoofd weer buiten
+het venster en keek scherp rond, of zij in het maanlicht de parelen
+ook ergens op de stoep zag liggen. Maar er was niets te zien dan de
+blauwe steenen der stoeptreden en de stille, rustige gracht, die op dit
+oogenblik van den avond gewoonlijk zeer weinig werd bezocht. Zij moest
+verder zoeken, verder zoeken.... Als er eens iemand voorbij gekomen
+was en het parelsnoer opgeraapt en meegenomen had, terwijl zij bezig
+was bij de dennen er naar te zoeken! Haar hart klopte hevig bij die
+verschrikkelijke gedachte! Nooit, nooit zou zij hare tante weer onder
+de oogen durven komen, voordat ze het kostbare sieraad teruggevonden
+had! Wie was er, die haar helpen kon? Niemand, niemand! Grootmama was
+zeker al te bed gegaan, Miss Piper zat den geheelen avond rustig op
+haar kamer en buitendien--zij zouden toch niet weten, waar de parels
+gebleven waren! O, zij moest zoeken, zoeken, net zoolang tot zij ze
+weer had, den geheelen nacht door, als het noodig was. Hoe kon zij hier
+ook nog blijven staan! Zij moest dadelijk naar buiten gaan en overal
+kijken bij de stoep--van hieruit kon zij toch ook onmogelijk goed zien.
+
+Daar hoorde zij de stem van Frits roepen: "Waar is Roodkapje toch?" En
+Cécile, die lachend terugriep: "Zeker naar boven gegaan, het is
+kleine kinderen-bedtijd!" En bevend en angstig, doodsbenauwd dat
+iemand haar zien zou, snelde zij uit haar schuilplaats naar de deur
+der kamer, die zich gelukkig dicht bij het venster bevond. Tot haar
+blijdschap kwam ze niemand tegen in de helder verlichte gang en in
+een ondenkbaar kort oogenblik had ze de voordeur geopend en stond ze
+op de stoep. Toen keek ze snel rond. Daar was het open raam, waaruit
+ze naar buiten had gekeken, dan zou het snoer hier kunnen liggen. Ze
+liep haastig twee der stoeptreden af en zocht, zocht uit alle macht,
+dan hier, dan daar, overal waar het maar met eenige mogelijkheid
+heen zou hebben kunnen glijden--maar het was en bleef weg. Het was
+verschrikkelijk! Het arme kind werd hoe langer hoe wanhopiger. In
+haar zenuwachtigen toestand deed ze zichzelf de hevigste verwijten
+over hare onvoorzichtigheid om het hoofd uit het raam te steken. Met
+gloeiende wangen, een brandend gevoel in de oogen en overigens koud
+en rillend van agitatie, liep zij nog eens en nog eens de stoep op
+en af. Al haar zoeken bleef vruchteloos, een hevige angst voor den
+toorn harer tante maakte zich van haar meester en in hare radeloosheid
+nauwelijks in staat tot geregeld denken, stond zij een oogenblik met
+bange, groote oogen te kijken langs de stille gracht. Wat moest ze
+beginnen? Weer naar binnen gaan, durfde ze niet--kon ze maar ergens
+heen gaan, vluchten, weg, ergens, waar ze dien nacht kon blijven en
+dan morgen naar huis, naar grootmoeder en die alles vertellen. Die
+zou haar dan wel helpen om alles aan tante te schrijven....
+
+En tante zou haar niet missen van avond, die dacht natuurlijk dat
+zij al naar bed was, dat dacht Cécile immers ook.... maar waar zou
+ze heen; waar?
+
+Daar kreeg ze plotseling een inval. Ja, ja, dat zou gaan! En zonder
+zich een oogenblik te bedenken, vloog ze als een pijl uit den boog de
+hooge huizen langs, een wonderlijke verschijning in haar fladderend
+licht toiletje, zonder hoed op het wuivende blonde haar en met de
+dunne, sierlijke dansschoentjes aan de voeten. Op den hoek der gracht
+sloeg ze de breede winkelstraat in, die nog helder verlicht was;
+het was ongeveer tien uur. De voorbijgangers keken nieuwsgierig naar
+haar, maar zij lette niet op hunne verbaasde gezichten en snelde al
+maar voort, voort, tot ze voor den kleinen kruidenierswinkel stond,
+waarmee ze vroeger kennis had gemaakt. Met een bevende hand deed ze de
+winkeldeur open en trad binnen. Een man, die achter de toonbank stond,
+keek haar met sprakelooze verwondering aan. Dat was een vreemde klant
+op den laten avond, vond hij.
+
+"Ik.... ik.... is uw vrouw binnen?" vroeg Elsje hijgend.
+
+"Jawel, die is thuis," zei de man met een hoofdknik. "Maar wat moet
+u met haar, jongejuffrouw? Het is al zoo laat, ik begrijp niet...."
+
+"Dus zij is binnen?" viel Elsje hem haastig in de rede en zonder zijn
+antwoord af te wachten, liep ze de smalle gang door en de kamer achter
+den winkel in. De kruidenier volgde haar terstond.
+
+"Lieve tijd, wat is dat?" riep zijn vrouw, ontsteld van haar stoel
+opspringend, toen ze Elsje zag. "Wat moet dat jonge dametje hier,
+Gerrit? En in die dunne kleeren...."
+
+"Ik ben het, Elsje, u kent mij toch nog wel?" zei Elsje gejaagd
+en schreiend. "En ik kom u vragen, of ik hier van nacht mag
+blijven. Morgen ga ik weer weg--naar huis terug, naar grootmoeder."
+
+"Ja, nu zie ik het," zei de vrouw, "je bent dat zelfde meisje,
+dat Evert laatst voor een ongeluk heeft bewaard. Maar lieve kind,
+waarom ben je weggeloopen van die tante, bij wie je logeerde en dan
+nog wel zoo koud gekleed! Kom, schrei nu niet. Vertel mij maar eens
+waar je logeert, dan zal mijn man je wel even thuis brengen. Wat is
+er toch? Waarom ben je zoo vreeselijk bedroefd?"
+
+"O, ik kan het u niet zeggen en ik kan niet weer naar tante terug
+gaan, heusch niet! Ik heb iets verloren van haar, iets heel kostbaars
+en ik kan niet weer naar haar toegaan, voordat dat terug is! Och,
+laat mij hier van nacht blijven, als 't je blieft, als 't je blieft."
+
+"Maar je tante zal zoo ongerust worden, als ze niet weet, waar je
+bent. Kom, zeg ons nu maar even, waar ze woont en schrei niet meer
+zoo vreeselijk! Het is toch zeker ook maar een ongeluk geweest dat
+je dat mooie ding hebt verloren. Ik zou maar gauw weer naar huis gaan
+en haar alles zeggen, dat is veel beter, gerust, en dan zal mijn man
+je even brengen. Is 't niet Gerrit?"
+
+Gerrit, die zijn vrouw voortdurend het woord liet doen en nog steeds
+met de uiterste verbazing op zijn gezicht stond toe te kijken,
+knikte toestemmend.
+
+"Neen, neen!" riep Elsje angstig. "Ik kan niet weer terug, wezenlijk
+niet, och, geloof mij toch! En tante zal niet ongerust zijn, want
+zij denkt dat ik al in bed lig. Laat mij hier blijven van nacht, als
+'t je blieft, als 't je blieft! Morgen zal ik weer weggaan...."
+
+Er was niets met haar te beginnen. Zij was zoo over stuur en zoo
+angstig bevreesd dat men haar haar zin niet zou geven, dat de vrouw
+eindelijk hoofdschuddend toegaf, haar in Gerrit's gemakkelijken stoel
+bij de tafel duwde en zei:
+
+"Nu, nu, blijf hier dan maar van nacht. Rust nu maar eens even uit
+en probeer wat kalmer te worden."
+
+Toen ging zij met haar man de kamer uit.
+
+"Wij moeten haar in vrede's naam van nacht maar hier houden," zei
+ze. "Het arme kind is heelemaal in de war. Het is te hopen dat die
+tante van haar werkelijk niet ongerust over haar is. Als ze nu van
+nacht eens goed geslapen heeft, zal ze morgen wel wat handelbaarder
+zijn. Ze kan natuurlijk toch niet reizen in die jurk; ze heeft niet
+eens een hoed en mantel bij zich en wie weet, of ze wel reisgeld heeft
+meegenomen! Ze schijnt opeens weggeloopen te zijn. Ze ziet er als een
+echte jongejuffrouw uit nu met die mooie kleeren, heel anders dan toen
+ik haar voor 't eerst zag. Toen leek ze een gewoon burgermeisje. Het
+is een raadselachtige geschiedenis, Gerrit; misschien komen we er
+morgen achter. Er is nu niets uit het arme kind te krijgen. Ik moet
+haar maar gauw in bed stoppen. Gelukkig dat Jan net voor vier dagen
+naar zijn ouders is, nu kan ze in zijn bed slapen."
+
+Jan was de bediende, een buitenjongen, die bij den kruidenier in de
+leer was.
+
+
+
+Hoofdstuk IX.
+
+Groot Verdriet.
+
+
+Een half uur later stond Elsje met een bedrukt gezicht en rood
+beschreide oogen naast de goedhartige kruideniersvrouw op een klein,
+hoogst eenvoudig gemeubileerd zolderkamertje met een bedstee, waarvoor
+hardgele gordijnen hingen.
+
+"Kijk," zei haar gastvrouw, de gordijnen opentrekkend, "het bed is
+groot genoeg en ik heb er mooi, schoon linnen voor je opgelegd. Kom,
+wees nu maar niet meer bedroefd en ga maar gauw slapen. Wat zal de
+kleine Evert het aardig vinden je morgenochtend te zien! Denk er aan
+dat je de kaars uitblaast als je klaar bent en slaap lekker! Morgen
+zal alles wel weer in orde komen, daar ben ik niets bang voor. Nacht
+Elsje!"
+
+Elsje sloeg met een plotselinge, hartstochtelijke beweging de armen
+om haar hals, legde haar kloppend hoofd tegen den schouder der goede
+vrouw en barstte weer in tranen uit.
+
+"O, ik verlang zoo naar huis, naar grootmoeder!" snikte ze, in korte,
+afgebroken zinnen, "ik vind het zoo vreeselijk, vreeselijk hier in
+de stad--o, ik wou dat ik er nooit gekomen was, nooit! Ik .... ik
+wou dat ik maar weg was .... ik wou...."
+
+"Stil, stil," viel de vrouw haar sussend in de rede, "je moet nu niet
+meer schreien, wezenlijk niet. Je zult nog hoofdpijn krijgen en ziek
+worden, als je je zoo vreeselijk over stuur maakt. Kom, kom, kom,
+stil nu, stil nu."
+
+Zij maakte zich zacht los uit de omarming van het snikkende kind,
+schonk een glas water in, liet haar drinken en zei op beslisten toon:
+
+"Nu moet je wezenlijk terstond naar bed gaan. Kijk, hier op dezen
+stoel ligt een nachtjak van mij voor je. Dat zal je wel een beetje te
+wijd wezen, maar dat is niets, beter te wijd dan te nauw. Kom, drink
+nog maar eens, zie zoo, nu bedaard het al een beetje, he? Nacht Elsje."
+
+En haar onverwachte gast nog eens vriendelijk toeknikkend, ging
+ze heen.
+
+Toen Elsje alleen gelaten was, bleef ze voortschreien, eerst
+hartstochtelijk en met zenuwachtige snikken, toen zachter en
+bedaarder. Eindelijk was het alsof ze geen kracht meer had om langer te
+schreien, geen kracht om uiting te geven aan het gevoel van wanhopige
+smart, dat haar bezielde, geen kracht om iets anders te doen dan met
+doffe lijdelijkheid, gekleed als zij was, op het bed te gaan liggen
+en met starende oogen voor zich uit te zien. Langzamerhand echter
+kwam iets van haar ouden moed weer boven. "Zoo mag het niet langer,"
+fluisterde ze, terwijl ze zich van het bed liet afglijden. "Ik moet
+wezenlijk probeeren of ik wat kan slapen. Misschien .... misschien
+gebeurt er morgen iets, dat.... mij helpt."
+
+Zij trok de dunne rose jurk en hare dansschoentjes uit en besloot
+zich maar niet verder uit te kleeden en zoo in bed te gaan. Zij was
+veel te gejaagd, veel te veel onder den indruk van het half onbestemde
+denkbeeld dat zij het druk zou hebben morgen en vroeg klaar zou moeten
+zijn, om zich thans rustig te kunnen ontkleeden en bedaard te gaan
+slapen. Zij huiverde en rilde van koude en zenuwachtigheid en toen
+ze de kaars uitgeblazen had en was gaan liggen, scheen het haar een
+onmogelijkheid toe, dat zij in slaap zou komen. Haar hoofd begon te
+kloppen en te gloeien en met tergende duidelijkheid stonden haar nu
+eensklaps de bezwaren voor den geest, die aan haar terugreis op morgen
+zouden zijn verbonden. Ze had geen geld bij zich--hoe zou ze dan een
+kaartje kunnen betalen? Grootmoeder zou misschien, neen zeker, heel
+boos zijn, als ze zoo opeens voor haar stond, weggevlucht van hare
+tante. En tante zelf--die zou het haar zeker nooit, nooit vergeven,
+nog minder misschien dan het verliezen van het parelsnoer. En ze
+kon toch ook niet reizen in die dunne, lichte jurk, zonder hoed of
+iets! Maar misschien zou de kruideniersvrouw haar wel een of ander
+willen leenen--als zij ten minste iets had, dat haar paste. Ja,
+ja, die zou haar wel willen helpen, als ze kon. Maar mocht ze wel
+weggaan, zou hare tante zich niet erg ongerust maken waar zij toch
+was--morgenochtend aan het ontbijt zou men haar natuurlijk missen! O,
+wat moest ze beginnen, wat moest ze beginnen! Ze wist zich geen raad,
+heelemaal geen raad en onrustig woelde zij op het bed heen en weer,
+totdat eindelijk een weldadige slaap zich over haar ontfermde en haar
+tijdelijk rust gaf.
+
+Intusschen was het bal bij mevrouw d'Ablong onafgebroken, met
+steeds toenemende levendigheid, voortgezet. Cécile was na de
+tooneelvoorstelling geheel en al de koningin van het feest geworden
+en hare moeder zag met fiere goedkeuring, hoe iedereen als om strijd
+haar dochtertje fêteerde. Zij bemerkte vrij spoedig dat Elsje zich
+uit de danszaal had verwijderd en hoewel zij haar die straf zelf niet
+zou hebben opgelegd, vond zij het niet kwaad dat Elsje toonde zich
+genoeg te schamen over haar gedrag op het tooneel, om maar liever
+niet meer mee te dansen. Ze zal naar hare kamer gegaan zijn, dacht
+mevrouw d'Ablong en ze vatte half en half het voornemen op, naar haar
+toe te gaan en haar na een ernstige terechtwijzing te vergunnen, zich
+weer bij de dansenden te voegen--maar werd in de uitvoering van dit
+plan telkens verhinderd door de gedachte dat Elsje zich misschien
+weer op een of andere manier "kinderachtig" zou gedragen en haar
+compromitteeren. Neen, het was wellicht maar beter dat het lastige
+kind boven bleef. Cécile had nu ook juist zoo heel veel plezier,
+dat zou misschien veranderen, als Elsje weer beneden kwam. Zij moest
+straks maar eens even naar haar gaan kijken en als zij dan wat al
+te bedroefd was, haar wat lekkers brengen--een portie ijs en een
+taartje--en zeggen dat zij in 't vervolg maar wat beter haar best
+moest doen. Misschien had Cécile ten slotte toch gelijk gehad; het
+was niet verstandig geweest, Elsje tot het feest te laten blijven. Ze
+kon nu in de volgende week ook wel weer vertrekken. Hare tante zou
+haar dan zelf brengen en meteen eens zien, hoe de oude grootmoeder
+het maakte--de laatste berichten waren iets minder gunstig geweest.
+
+Mevrouw d'Ablong haastte zich niet, Elsje op haar kamer te gaan
+toespreken. Frits had al een paar maal gevraagd of "Roodkapje" heusch
+naar bed gegaan was. Dat had zij nu niet moeten doen, beweerde hij;
+zóó erg was het toch niet dat zij nog niet gewend was om als actrice
+op te treden! Hij vond het jammer dat zij nu in 't geheel niets aan
+de partij had. Kon hare tante haar niet laten zeggen of gaan zeggen
+dat ze wezenlijk weer beneden komen moest?
+
+Mevrouw d'Ablong gaf op beide vragen een ontwijkend antwoord. Zij vond
+het niet noodig Frits op de hoogte te brengen omtrent de beweegredenen,
+die haar noopten, Elsje van de balzaal verwijderd te houden--Frits
+zag dat zij het onderwerp van Elsje's afwezigheid liever verder
+onaangeroerd liet en sprak dus over wat anders. Later zocht hij nog
+eens of hij Elsje ook ergens in een verborgen hoekje zag zitten,
+maar toen al zijn pogingen vruchteloos bleven, gaf hij het op en
+kwam tot de overtuiging dat zij zich werkelijk voor goed op haar
+kamer had teruggetrokken. Cécile was blij dat Elsje "zoo verstandig"
+geweest was naar bed te gaan en Loulou en Cato waren het geheel met
+haar eens. Emma vond het jammer, maar zei niet veel en de overige
+gasten hadden nog te weinig van Elsje gemerkt, om zich erg over haar
+al of niet tegenwoordig zijn te bekommeren.
+
+Er gingen dus twee, drie uren voorbij, voordat iemand bemerkte dat
+Elsje het huis harer tante had verlaten. Tweemaal was deze op het punt
+naar boven te gaan, maar telkens werd zij door een of ander in haar
+voornemen verhinderd en toen zij het eindelijk ten uitvoer bracht,
+was het laat en hadden de gasten reeds afscheid genomen. Het laatste
+rijtuig reed weg en Cécile liet zich met een zucht op een der canapés
+neervallen, volkomen bereid nog een praatje met Frits te houden voordat
+ze naar boven ging, toen hare moeder opeens met een verschrikt, bleek
+gezicht weer binnen kwam met het onrustbarende bericht dat Elsje
+niet op haar kamer was en noch Keetje, noch de andere dienstboden,
+noch grootmama en Miss Piper haar hadden gezien. Niemand begreep waar
+zij heengegaan kon zijn. Keetje en Dina waren bezig het geheele huis
+te doorzoeken, maar ook dit was vruchteloos, zooals bleek toen de
+beide dienstmeisjes in de danszaal verschenen.
+
+"Zijn jullie overal geweest en heb je Anna ook ondervraagd?"
+
+"Ja mevrouw," zei Dina, "maar Anna is den geheelen avond in de keuken
+geweest, natuurlijk. Zij had de jongejuffrouw in 't geheel niet gezien,
+zei ze."
+
+"Wat moet ik beginnen?" zei mevrouw d'Ablong zich tot Frits wendend,
+die angstig toegeluisterd had.
+
+"Ik weet het waarlijk niet, tante," zei hij. "Misschien zal het
+het beste zijn dat ik er terstond op uitga en eens zie of ze in
+haar droefheid over haar mislukt spel ook naar buiten geloopen en
+verdwaald is. Zij houdt zoo ontzettend veel van wandelen en in de
+lucht zijn en het is mogelijk dat ze op dezen mooien avond even de
+straat opgeloopen is...."
+
+"Dan heeft ze al een heel raren tijd uitgekozen voor hare wandeling,"
+viel Cécile scherp in. "Kom mama, zij zal wel weer terug komen, ik zou
+mij nu maar niet dadelijk zoo ongerust maken. En wat behoeft Frits er
+nu ook terstond op uit te gaan, ze komt natuurlijk van zelf wel weer
+terug! Als ze wezenlijk zoo dwaas is geweest om te gaan wandelen en
+verdwaald is, zal een politieagent haar wel weer thuis brengen."
+
+"Neen, neen, neen! Ik heb geen rust, voordat ze veilig en wel weer hier
+is," zei Frits. "Dat arme kind! Ik ga dadelijk mijn jas aantrekken,
+tante."
+
+"Och Frits, wees nu toch niet zoo onverstandig!" riep Cécile. "Ik
+vind het onzinnig, als je gaat!"
+
+"Dat is niet anders," antwoordde Frits snel. "Ik ga onmiddellijk. Als
+ik haar niet vind, zal ik dan de politie maar in den arm nemen, tante?"
+
+"Ja, ja, zeker. Doe alles maar precies, zooals 't jou het best
+dunkt. Je bent een heerlijke steun voor me, Frits; wat moest ik
+beginnen zonder jou van nacht?"
+
+Frits hoorde de laatste woorden niet eens meer, hij was de kamer al
+uit en heel spoedig daarop het huis.
+
+"Ga jij nu maar dadelijk naar bed, kindje," zei mevrouw d'Ablong
+tot Cécile, die erg uit haar humeur was, "anders heb je morgen nog
+hoofdpijn. Je zult toch wel al moe zijn."
+
+"Ja mama, ik blijf natuurlijk niet op," zei Cécile wrevelig, "ik
+zou niet weten waarvoor ik dat doen zou. Gaat u niet naar bed? Dat
+vervelende kind zal wel terug komen, daar zou ik me niet ongerust
+over maken."
+
+"Ik hoop het hartelijk," zei hare moeder, "maar natuurlijk ben ik
+ongerust, Cilly, dat spreekt nu toch waarlijk van zelf. Ik wou dat
+ik Elsje hier maar nooit te logeeren had gevraagd."
+
+"Ja, dàt wou ik ook," zei Cécile zeer beslist. "Toe mama, gaat u
+nu toch mee naar boven. Dina en Keetje en Anna desnoods ook, kunnen
+immers wel opblijven."
+
+"Neen, neen, ik ga niet naar bed, voordat ze er weer is. Loop vooral
+zachtjes voorbij grootmama's kamer, Cilly. Zij was bijna in slaap,
+toen ik zooeven bij haar kwam en ik heb haar alleen maar gevraagd of
+Elsje ook bij haar geweest was. Zij weet niet dat zij weg is."
+
+"Dat is ten minste één geluk," zeide Cécile. "En Missy?"
+
+"Die zal mij wel gezelschap houden van nacht. Zij weet alles."
+
+"O, dus dan blijft u ten minste niet alleen, gelukkig. Nacht
+moedertje."
+
+"Nacht lieveling. Probeer je dan heusch om gauw in slaap te komen en
+je niet te angstig te maken over Elsje?"
+
+"Ik ben heelemaal niet angstig, mama. Ik wou dat u het maar wat minder
+waart. O, daar is Missy! Ik hoop dat dat nare wachten niet te lang
+zal behoeven te duren."
+
+Maar het wachten duurde wèl lang. Cécile was reeds een paar uur vast
+in slaap, mevrouw d'Ablong had de dienstboden naar bed gestuurd en Miss
+Piper en zijzelf begonnen hoe langer hoe ongeduldiger en ongeruster te
+worden, toen Frits eindelijk terug kwam. Hij zag er moe en verslagen
+uit. Nergens had hij eenig spoor van de vluchteling kunnen ontdekken,
+alleen had een politieagent even over tienen een meisje in een lichte
+jurk de gracht langs zien snellen. Hij had haar de straat op den hoek
+zien inslaan, maar haar verder uit het oog verloren.
+
+Het was verschrikkelijk. Mevrouw d'Ablong verloor geheel hare
+zelfbeheersching en snikte het uit, zichzelf de hevigste verwijten
+doende, dat zij niet eerder naar Elsje had omgezien. Frits en Miss
+Piper deden al wat zij konden om haar tot bedaren te brengen. De
+politie was van alles onderricht, verzekerde Frits en zou zeker het
+verloren schaap wel weer terug brengen--zij moesten niet zoo gauw
+den moed verliezen. Maar zijn stem beefde, terwijl hij dit zeide
+en de vreeselijkste vermoedens rezen bij hem op, als hij bedacht,
+hoe weinig Elsje den weg kende in de groote stad en hoe licht zij
+in het water geloopen of op een andere wijze verongelukt zou kunnen
+zijn. Telkens zag hij haar weer voor zich, zooals hij haar voor 't
+eerst gezien had met het aardige, roode kapje om het frissche, jonge
+gezichtje en met de dankbare uitdrukking in de blauwe oogen. Ook hij
+verweet zich dat hij haar te veel aan haar lot had overgelaten na de
+tooneelvoorstelling en hoe hij ook zijn best deed hoopvol te blijven,
+zijn ongerustheid werd grooter, hoe meer het eene uur na het andere
+verliep, zonder dat de politie iets van zich liet hooren.
+
+Mevrouw d'Ablong liet zich eindelijk overhalen, even op de canapé
+te gaan liggen en wat te rusten, toen de ochtend langzaam begon
+te naderen.
+
+Zij waren op Cécile's kamer gaan zitten, omdat het na het eerste
+half uur in de half ontredderde balzaal niet meer uit te houden
+was. Voortdurend herinnerd te worden aan al de luidruchtige
+vroolijkheid, die daar kort geleden had geheerscht en dan zoo
+beangst van hart te zijn, was niet te dragen. En de onzekerheid,
+die hen bleef kwellen, den geheelen nacht door, was ook nauwelijks
+te dragen;--toen de morgen aanbrak, kon zelfs Frits zijn ongerustheid
+niet meer verbergen.
+
+Het was ongeveer zeven uur en nog zoowat schemerdonker, toen
+Elsje gewekt werd door een gebons tegen haar deur, dat door twee
+kleine, stevige vuisten werd veroorzaakt. "Elsje, Elsje, opstaan,
+opstaan!" riep Evert's kinderstemmetje zoo luid, dat Elsje al
+heel vast zou hebben moeten slapen, als zij niet reeds door het
+vuistenbombardement wakker geworden was. Met een zucht richtte zij
+zich op. Een oogenblik keek ze verbaasd om zich heen, heel spoedig
+echter herinnerde ze zich waar ze was, waarom ze half gekleed te
+bed lag en hoe het kwam dat ze zich zoo moe en dof en ongelukkig
+voelde. Nog nooit was haar zoo sterk de neiging overvallen, om haar
+hoofd weer op het kussen te leggen en weer te gaan slapen--nog nooit
+was zij met zulk een treurig, moedeloos hart den dag begonnen. Haar
+frissche, jonge levenslust had haar tot nu toe hiervoor bewaard, ook
+al de dagen die zij reeds bij hare tante aan huis had doorgebracht,
+maar nu--nu was het alsof alle moed haar had begeven, nu scheen het
+haar toe dat op dit oogenblik niemand zoo ongelukkig, zoo verlaten,
+zoo hulpeloos was als zij.
+
+"Ben je wakker?" riep Evert weer ongeduldig. "Je moet opstaan. Ik
+ben al bijna heelemaal klaar. Moeder zegt dat je op moet staan."
+
+Hij luisterde een seconde, of zij ook antwoordde, toen riep hij weer:
+
+"Mag ik even bij je komen?"
+
+Die vraag kon Elsje niet onbeantwoord laten. Er kwam een flauw lachje
+op haar gezicht, zij sprong het bed uit en deed de deur open. Daar
+stond Evert in al de glorie van bretels, een echten jongensbroek en
+een rood wollen lijfje.
+
+"Ik moet mijn kiel nog aan, zie je," zei hij. "Maar ik ben al
+gewasschen en mijn haar is ook al opgekamd."
+
+Dat was wel te zien, de blonde kuif stond recht en glimmend van het
+water overeind.
+
+"Maar, wat ben jij ook al ver!" vervolgde hij op teleurgestelden toon,
+"ik dacht dat je nog op bed lag, toen ik je kwam roepen."
+
+"Dat was ook zoo," zei Elsje.
+
+"Heb je je dan zóó gauw aangekleed? Je moet je toch zeker alleen nog
+maar wasschen en je jurk aantrekken, he?"
+
+"Ik ben niet uitgekleed geweest," zei Elsje, die te waarheidlievend
+was om hem in den waan te laten, dat ze zóó gauw terecht kon met
+haar toilet.
+
+Evert keek haar met groote oogen aan.
+
+"Ben je dan met al je rokken aan in bed gaan liggen?" vroeg hij. "Mag
+je dat van je moeder?"
+
+"Ik heb geen moeder meer," zei Elsje, terwijl ze bij hem neerknielde
+en de tranen haar in de oogen schoten. "Neen, ik _mag_ eigenlijk
+niet half aangekleed gaan slapen, zooals ik van nacht gedaan heb,
+maar ... maar...."
+
+"Waarom begin je opeens te schreien?" vroeg Evert medelijdend. Hij
+legde zijn kleine ronde armen om haar hals, drukte haar hoofd tegen
+zich aan en zei: "Heb je je pijn gedaan? Zal ik het afkussen?" En
+zonder Elsje's antwoord af te wachten, raakte hij haar wang zacht
+aan met zijn roode lipjes.
+
+"Neen, ik heb geen pijn," zei Elsje, hem door hare tranen heen
+lachend aanziende, "en het is heel flauw van me dat ik schrei. Ik
+zal me ook maar eens flink wasschen en mijn haar netjes opkammen,
+net als jij. Kom, ik moet maar gauw voortmaken." En zij sprong snel op.
+
+"En ik moet mijn kiel nog aan," zei Evert met een gewichtig
+gezicht. "Dan kom ik weer bij je terug als ik heelemaal klaar
+ben. Vindt je dat goed?"
+
+"Ja best."
+
+Evert verdween om zijn kiel aan te trekken en vader en moeder met
+veel drukte te vertellen, hoe Elsje "bijna heelemaal aangekleed"
+in bed gelegen had.
+
+Ons meisje deed al haar best in een moediger stemming te
+geraken. "Kom," zei ze bij zichzelf, toen Evert haar verlaten had,
+"ik wil nu werkelijk niet langer zoo flauw zijn. Eigenlijk is het ook
+dom van me geweest om weg te loopen gisteravond, want nu wordt tante
+natuurlijk straks heel ongerust, als ze me aan het ontbijt niet ziet
+en ik weet zelf niet eens wat ik beginnen moet. Het zal misschien het
+allerbeste zijn dat ... dat ik toch weer naar tante terug ga straks
+... en haar eerlijk alles vertel...."
+
+Dit was zeker een kloek besluit, maar kalmer werd Elsje er niet op
+toen zij het genomen had. Zij werd hoe langer hoe zenuwachtiger, toen
+zij zich voorstelde welk een ontvangst haar in het huis van mevrouw
+d'Ablong wachten moest en niet dan met inspanning gelukte het haar,
+eenige aandacht te schenken aan haar toilet. Zij moest eens even
+vrij ademhalen--hoe was het mogelijk dat zij dat akelige korset had
+aangehouden van nacht--hè, zij zou het even uittrekken! Zoo gezegd,
+zoo gedaan, en een kreet van verbazing en vreugde ontsnapte haar, toen
+ze haar onderlijfje en het korset losgemaakt had en plotseling iets
+ritselend op den grond hoorde vallen, dat ... het kostbare parelsnoer
+bleek te zijn! Waarschijnlijk was het slootje door grootmama niet heel
+stevig vast gemaakt en los gegaan, toen Elsje voor het open raam naar
+buiten zat te kijken. Op voor haar onverklaarbare wijze was het snoer
+van haar hals af en naar beneden gegleden en tusschen het verachte
+korset vastgeraakt. Met stralende oogen raapte zij het van den grond
+op, bekeek het nauwkeurig, zag tot haar groote blijdschap dat het in
+'t geheel niet beschadigd was en legde het voorzichtig neer op een
+stoel. Met de grootste haast kleedde en waschte zij zich toen. Nu
+moest ze in ieder geval maken dat ze zoo gauw mogelijk weer bij hare
+tante terug was. Als zij maar niet telkens zoo vreemd duizelig geweest
+was en het niet zoo akelig geklopt en gebonsd had in haar hoofd! Zij
+moest ieder oogenblik eens even stilstaan om op haar verhaal te
+komen. Het was of het kamertje met haar in de rondte draaide--hè,
+zoo raar! Toen ze een glas water gedronken had werd het een beetje
+beter, maar ze bleef zich toch rillerig en onaangenaam voelen en trok
+huiverend de dunne, rose jurk aan,--ze was zóó koud! Maar ze _moest_
+zich haasten--als ze terstond als ze klaar was naar het huis van
+mevrouw d'Ablong terugliep, zou ze misschien nog vroeg genoeg komen
+om zich even te kunnen verkleeden en aan het ontbijt te zijn, voordat
+haar tante beneden was. Zij zou haar dan alles vertellen natuurlijk,
+hoewel ze daar vreeselijk tegen op zag, maar dat kon niet anders,
+dat sprak van zelf.
+
+Daar werd de deur van haar kamertje geopend en de kruideniersvrouw
+stond voor haar met Evert aan de hand.
+
+"Goed geslapen, Elsje?" vroeg ze vriendelijk. "Wacht, laat ik die
+jurk maar eens even voor je vastmaken. Zóó. Maar meisje, wat zijn je
+handen ijskoud! Ga maar gauw mee naar beneden, daar begint de kachel
+al heerlijk te branden."
+
+"Ik zou eigenlijk graag dadelijk naar huis willen gaan," zei
+Elsje. "Kijk, dit was het, wat ik verloren had. Ik dacht dat het
+voor goed weg was gisteravond en toen ben ik weggeloopen van tante
+in mijn schrik. Maar ik had het niet moeten doen; het was verkeerd
+van mij en daarom moet ik nu terstond naar huis--anders wordt tante
+bepaald ongerust."
+
+"Maar je moet toch eerst een boterham eten, Elsje, en wat warms
+drinken en dan zal mijn man wel dadelijk naar je tante toegaan en
+haar zeggen waar je bent. Vertel mij maar even waar ze woont."
+
+"Neen, neen, ik moet zelf gaan en dadelijk," zei Elsje erg gejaagd,
+terwijl ze de parelen, die de onschuldige oorzaak waren geweest van
+zooveel onrust en angst, in den zak van haar jurk liet glijden. "Ik
+moet nu terstond weg, wezenlijk. Ik dank u heel vriendelijk dat ik hier
+heb mogen slapen en ... als ik kan, wil ik ook graag eens wat voor
+u doen, maar nu moet ik naar tante terug. Is ... is er misschien ook
+een oude hoed voor mij en een doek of zoo iets? Ik ben zoo erg koud."
+
+"Waarom heb je je zomerjurk aan?" vroeg Evert, "en waarom ga je
+dadelijk weer weg? Blijf je niet met me spelen van ochtend?"
+
+"Neen, neen, nu niet, een anderen keer."
+
+"Hè, waarom nu niet?" vroeg Evert weer met een pruilend lipje.
+
+"Stil jongen, niet lastig zijn," zei zijn moeder. "Elsje komt wel eens
+gauw weer terug, is 't niet Elsje? Ze moet ons dan nog een heeleboel
+vertellen. Waar ze woont en waar ze logeert en hoe haar tante heet
+en nog allerlei dingen meer, maar nu gaan we naar beneden."
+
+De goede vrouw was, zooals te begrijpen is, erg nieuwsgierig wie en wat
+Elsje eigenlijk was, maar Elsje was veel te zenuwachtig om nauwkeurig
+te letten op wat zij zeide en haar te antwoorden en toen ze een reepje
+brood gegeten had en een slokje gedronken uit het glas met warme melk,
+dat de kruideniersvrouw haar voorzette, stond ze snel van tafel op,
+liet zich een ouden, wijden wintermantel van haar gastvrouw aantrekken,
+betuigde dat zij het best zonder hoed kon doen, toen er niet dadelijk
+een voor haar te vinden was, nam afscheid van het kleine gezin en
+liep snel den winkel uit. Evert riep haar nog na of zij niet een nieuw
+zakje met rozijnen hebben moest, want zij had hem verteld hoe zij het
+vorige was kwijt geraakt, maar zij hoorde hem niet eens meer en liep
+op een draf voort, de drukke straat door en de deftige gracht op.
+
+Het was nu acht uur en de melkboeren, bakkers en enkele dienstmeisjes,
+die zij tegen kwam, keken haar verbaasd na, terwijl zij in haar
+zonderling kostuum voortsnelde. Het was dan ook een wonderlijke
+verschijning: die meisjesgestalte gehuld in een vaalbruinen, lakenschen
+mantel met ouderwetsche, neerhangende wijde mouwen, die ver over de
+handen vielen--daaronder de lichte, in 't oog vallende jurk en de
+zijden kousen met de lage, goudlederen schoentjes en het blonde haar,
+dat woest in den wind fladderde.
+
+Maar evenmin als den avond te voren stoorde Elsje zich nu aan de
+blikken der voorbijgangers; zij liep voort, voort, tot ze eindelijk
+geheel buiten adem op de stoep stond van het huis van mevrouw
+d'Ablong. De kruidenier had aangeboden haar thuis te brengen, maar
+zij had zijn aanbod afgeslagen, overtuigd dat zij veel vlugger zou
+kunnen loopen als ze alleen was. Nu ze echter op de stoep stond en
+aangescheld had, scheen het haar toe dat ze er niet zoo verschrikkelijk
+tegen op zou hebben gezien naar binnen te gaan, als er iemand bij
+haar was geweest. In haar hoofd begon het nog harder te kloppen en
+klappertandend, rillend en bevend wachtte zij het oogenblik af, dat de
+deur geopend zou worden. Lang behoefde zij niet te wachten. De deur
+werd met een ruk open gedaan door Frits, die bij iedere schel hoopte
+dat er bericht van de politie zou zijn en met smeekende oogen en de
+woorden: "O, het spijt me zoo vreeselijk!" liep Elsje de gang in. Op
+hetzelfde oogenblik overviel haar zulk een hevige duizeling dat ze
+zich onmogelijk staande kon houden en met de handen rondtastend en
+een zwakken kreet om hulp, op het marmer neerzakte. In een oogenblik
+had Frits haar van den grond getild en zijn arm om haar heenslaande,
+zei hij zacht:
+
+"Stil maar Elsje, stil maar. Wij zijn heel blij dat je er weer
+bent. Haal maar eens flink adem. Zoo! Steun nu maar goed op
+mij. Tante is binnen. Wij gaan dadelijk naar haar toe. Niet bang
+zijn, het is niets, niets. Kom, kom, niet zoo beven! Straks maar
+gauw naar bed, he? De warmte zal je goed doen. Arm kind, arme kleine
+Roodkapje! Gelukkig dat wij je weer hebben."
+
+"Wat is er, is er bericht?" vroeg de stem van mevrouw d'Ablong
+haastig, terwijl de deur der kamer waar zij had zitten wachten,
+snel werd geopend. "Toe Frits, kom toch gauw."
+
+"Er is heel goed bericht tante," zei Frits, "ik kom u Elsje zelf
+brengen," en een oogenblik later stond hij met Elsje, die er doodsbleek
+en zeer bevreesd uitzag, voor Miss Piper en Mevrouw d'Ablong.
+
+"O tante, tante," riep het arme kind, "het spijt me zoo vreeselijk! Het
+spijt me zoo vreeselijk! Hier zijn ze weer! Ik dacht dat ze
+weg waren gisteravond en toen ben ik weggeloopen in mijn angst,
+omdat.... ik.... bang was dat u heel boos zoudt zijn.... maar hier
+zijn ze weer!" En snel haalde ze de kostbare parelen uit haar zak
+en legde ze haar tante in de hand. Toen begon ze weer over al hare
+leden te beven, alles draaide voor hare oogen en met den uitroep:
+"Ik ben zoo koud, zoo akelig koud!" viel ze op een stoel neer.
+
+"_She is fainting, she's fainting!_" riep Miss Piper bij haar
+neerknielend, terwijl zij uit alle macht Elsje's handen begon te
+wrijven; maar flauw vallen deed deze nog niet, hoewel ze zich hoe
+langer hoe zieker en akeliger begon te voelen.
+
+"Ik zal me dadelijk gaan verkleeden, tante," zei ze, met een zwakke
+poging om op te staan, "och wees maar niet al te boos op mij, het
+spijt me zoo vreeselijk, zoo vreeselijk! Het was heel leelijk van me
+om weg te loopen, maar ik was zoo bang en toen....
+
+"Niet praten zooveel," zei Miss Piper. "Jij moet nemen een lange rust
+en probeeren te slapen."
+
+"Tante, tante, bent u erg boos?" riep Elsje, angstig naar mevrouw
+d'Ablong kijkend, die met Frits stond te fluisteren.
+
+"Neen kindje, neen," zei ze, veel te blij dat Elsje er weer was om haar
+te kunnen beknorren. "Wind je nu maar niet zoo op. Je bent ziek en je
+moet maar dadelijk naar bed. Frits zal naar den dokter gaan, die zal
+je wel gauw weer opknappen, hopen we. Maar waar ben je toch den heelen
+nacht geweest, toch niet aldoor op straat? Er is zóó naar je gezocht."
+
+Met horten en stooten, veel te moe om geregeld haar wedervaren te
+kunnen vertellen en toch niet gerust voordat haar tante alles wist,
+deed Elsje haar verhaal, waarbij Miss Piper haar telkens in de rede
+viel door te zeggen dat ze "moest probeeren te kalmeeren haarzelf"
+en "niet weenen, niet weenen", en "wezenlijk moest nemen een rust
+nu." Elsje gunde zich echter geen rust, voordat ze, zoo goed en zoo
+kwaad als het ging, haar hart geheel had uitgestort en nauwkeurig
+had aangeduid, waar de kruidenier woonde, die haar zoo gastvrij had
+geherbergd. Zij was erg bang dat de kruideniersvrouw haar mantel niet
+terug zou krijgen en eerst toen haar tante haar vast had beloofd dat
+het kleedingstuk nog dien ochtend door den oppasser zou worden terug
+bezorgd met een vriendelijk briefje en toen ze nog eens en nog eens
+had gehoord dat niemand boos op haar was, liet ze zich overhalen naar
+boven te gaan en zich door Keetje, die nu natuurlijk bizonder hartelijk
+voor haar was, te laten uitkleeden. Mevrouw d'Ablong bracht haar een
+geklopt ei met wijn en ging toen zelf nog wat rusten, terwijl Miss
+Piper haar voorbeeld volgde, maar eerst Cécile van alles op de hoogte
+bracht, die later, zonder veel medelijden voor Elsje uit te spreken,
+alles aan grootmama vertelde, die erg met de arme vluchtelinge te
+doen had. De dokter kwam 's middags en constateerde dat Elsje hevig
+de koorts had en veel kou had gevat op haar avontuurlijken tocht. Hij
+zou den volgenden ochtend weerkomen--er was nu nog weinig van te
+zeggen of zij werkelijk ziek zou worden of niet.
+
+De oppasser bracht den mantel, keurig in een doos gepakt, aan de
+kruideniersvrouw terug met een eigenhandig geschreven briefje van
+mevrouw d'Ablong. Elsje had haar verteld dat zij den naam harer tante
+niet had genoemd en ook niet had gezegd waar deze woonde en mevrouw
+d'Ablong vond het bij nader inzien ook onnoodig, het kruideniersgezin
+daaromtrent thans in te lichten. Zij gebood den oppasser de vrouw
+een belooning in geld te overhandigen, niet te zeggen wie hem zond
+en schreef het volgende briefje:
+
+"_Elsje's tante zendt u haren vriendelijken dank voor de goede zorgen
+en de gastvrijheid, aan haar nichtje verleend._"
+
+De kruideniersvrouw keek vreemd en wat teleurgesteld op, toen ze het
+briefje las. De belooning in geld wezen haar man en zij eenigszins bits
+van de hand; dàt was het niet, waarnaar zij verlangden, maar: "ik had
+gedacht dat het meisje zelf ons hartelijker zou hebben behandeld," zei
+ze. De geheele geschiedenis bleef even raadselachtig als zij geweest
+was, vooral toen Elsje niet meer van zich liet hooren en ook niet in
+den winkel verscheen, hoewel Evert telkens verlangend naar haar uitzag.
+
+
+
+Hoofdstuk X.
+
+Grootmama.
+
+
+"Een telegram, mevrouw, of u zoo goed wilt zijn, hier even uw naam te
+teekenen," met deze woorden kwam Dina twee dagen later de eetkamer
+binnen, waar mevrouw d'Ablong, grootmama, Miss Piper en Cécile aan
+het ontbijt zaten.
+
+"Zeker _toch_ een telegram van Lizzie's grootmoeder," zei Cécile
+ontevreden, "om te vragen hoe het op dit oogenblik met haar is. En
+u zoudt nog wel niet te alarmeerend schrijven, mama!"
+
+"_Cilly, Cilly dear_," begon Miss Piper op vermanenden toon, maar op
+het zelfde oogenblik uitte de oude dame een kreet van schrik en vroeg:
+
+"Mijn hemel Lize, wat is er? Wat zie je doodsbleek! Zeg toch in
+vredesnaam wat er is!"
+
+"Mijn lieve moeder is gestorven," zei mevrouw d'Ablong met bevende
+lippen, het telegram aan grootmama overreikend, "ze is van nacht
+plotseling heengegaan, terwijl wij rustig lagen te slapen. Mijn lieve,
+lieve moeder!"
+
+Zij bedekte haar gezicht met de beide handen en begon zacht te
+schreien. Cécile stond langzaam van tafel op.
+
+"Och moedertje, wat spijt me dat voor u," zei ze, haar arm om haar
+moeders hals slaande en bij haar neerknielend. "Geen wonder dat u
+bedroefd bent, arme mama! Ja, leg uw hoofd maar tegen mij aan en
+schrei maar eens goed uit! Wat een vreeselijk plotseling bericht
+ook--zij hadden u toch ook eerst wel een brief kunnen schrijven,
+om u wat voor te bereiden."
+
+"Ik moet er dadelijk heen, ik moet terstond op reis," zei mevrouw
+d'Ablong, met koortsachtige haast van tafel opstaande en Cécile zacht
+van zich afduwend. "Ik wil mijn lieve moeder ten minste nog even zien,
+voordat... voordat ze begraven wordt. Och, waarom heeft zij zoo alleen
+moeten sterven! Waarom was ik niet bij haar! Ik zou stellig nog eens
+naar haar toegegaan zijn, als Elsje niet ziek geworden was...."
+
+"Ja, die arme Elsje, wat zal die ontzettend bedroefd zijn," zei de
+oude dame zacht, "zij verliest _alles_ in hare grootmoeder."
+
+"Och heden ja, wat moet zij nu beginnen, nu staat ze heel alleen op
+de wereld," zei Cécile, "hier kan ze natuurlijk niet blijven en ze
+is nog te jong om in betrekking te gaan."
+
+"Foei Cilly," zei haar grootmoeder verwijtend, "hoe zou je moeder er
+nu ooit toe komen om dat lieve kind aan haar lot over te laten! Haar
+plaats is...."
+
+"Ja, zeker, Elsje's plaats is _hier_," viel mevrouw d'Ablong
+zenuwachtig in, geheel vervuld als zij op dit oogenblik was van het
+verlangen om te doen wat zij maar kon, om hare nalatigheid tegenover
+hare moeder op een of andere wijze goed te maken.
+
+Cécile haalde even nauw merkbaar de schouders op, maar zweeg. Hare
+moeder was nu veel te bedroefd om bedaard over iets te kunnen praten,
+redeneerde zij bij zichzelf, maar dat Elsje voor goed hier in huis
+zou blijven was natuurlijk al te dwaas.
+
+"Het zal heel moeielijk zijn, het arme kind te vertellen dat hare
+grootmoeder gestorven is," begon de oude dame weer, "vooral omdat
+het bericht haar licht weer erger ziek zou kunnen maken. Wij kunnen
+het toch niet lang voor haar verborgen houden natuurlijk."
+
+"Neen, dat gaat niet," zei mevrouw d'Ablong zeer zenuwachtig. "En wie
+zal het haar zeggen? Ik moet terstond op reis en zij slaapt nu nog--de
+dokter heeft zoo gezegd dat zij zooveel mogelijk rust moet hebben."
+
+Zij keek haar schoonmoeder met een angstig vragenden blik aan en deze
+knikte haar geruststellend toe.
+
+"Ik zal van ochtend wel met den dokter spreken en hem vragen of ik
+het haar zeggen mag," zei ze.
+
+"Wilt u dat doen? Dan ben ik u heel, heel dankbaar. Dan ga ik nu
+terstond naar boven om mij klaar te maken. Ja Cilly lieveling, ik
+wil heel graag dat je even met mij mee gaat naar mijn kamer. Och,
+ik had jou ook zoo graag nog eens meegenomen naar haar toe; nu is
+het te laat."
+
+Ja, nu was het te laat! Het was zeker niet meer dan natuurlijk dat
+Cécile, onder de bestaande omstandigheden, weinig of niets voelde
+voor den dood der brave, oude vrouw, die zulk een trouwe, goede moeder
+voor Cécile's eigene mooie moeder was geweest, maar mevrouw d'Ablong
+voelde toch een steek in haar hart, toen Cilly, terwijl ze bij de
+voordeur afscheid van haar nam, bedaard zei:
+
+"Als het er is, neemt u dan een portret van uw moeder mee, mama? Ik
+weet heelemaal niet hoe zij eruitzag."
+
+En Elsje? Het arme kind had sedert den ochtend, waarop zij van haar
+vreemden tocht was teruggekeerd, al den tijd te bed doorgebracht. De
+dokter had bedenkelijk het hoofd geschud, toen hij haar voor de tweede
+maal bezocht, gezegd dat hij bevreesd was voor een longaandoening en de
+grootste voorzichtigheid aanbevolen. Het was mogelijk dat de ziekte van
+tamelijk langdurigen aard zou zijn en het was dus niet ongewenscht dat
+de patiënt op een vroolijker kamer lag, ergens waar zij de zon eens
+kon zien en niet alleen de kachel warmte bracht. Grootmama opperde
+terstond het plan dat haar kamer, die ruim en vroolijk was en aan den
+zonnigen tuinkant lag, voor Elsje in orde zou worden gemaakt. Zoo heel
+lang zou zij zelf toch niet meer blijven logeeren en buitendien kon
+zij heel goed slapen op de logeerkamer, waar de patiënt nu lag. Deze
+werd dus, terdege in wollen dekens gewikkeld, naar het andere vertrek
+overgebracht en daar lag zij thans gerust te slapen, terwijl Keetje
+nu en dan heel zacht binnenkwam om de kachel te verzorgen en te zien
+of de zieke al wakker was en naar haar ontbijt verlangde. Eindelijk
+hoorde ze Elsje diep zuchten en met een zwak stemmetje vragen:
+
+"Ben jij daar, Keetje?"
+
+"Ja jongejuffrouw, bent u goed wakker? Zal ik dan uw ontbijt maar
+halen?"
+
+Er kwam geen antwoord, zoodat Keetje naar het bed toe ging en haar
+vraag herhaalde. Elsje lag nog met gesloten oogen; thans opende zij
+die en zei met een lachje:
+
+"Ik ben toch zoo vreeselijk lui. Ik zou best nog een beetje kunnen
+slapen."
+
+"Dan zou ik het maar doen ook--straks kom ik wel eens weer naar u
+kijken. Kom, doe maar gauw de oogen weer dicht."
+
+"Ja. Maar Keetje...."
+
+"Ja, jongejuffrouw?"
+
+"Hoe is het met allemaal beneden? Goed?"
+
+Keetje zweeg verlegen. Straks zou het arme kind weten wat er niet
+"goed" was--hoe moest zij haar vraag beantwoorden?
+
+Maar Elsje maakte het haar gemakkelijk. Zij wachtte Keetje's antwoord
+niet af, maar had haar hoofd al weer op het kussen omgedraaid en was
+bijna weer in slaap.
+
+Het was omstreeks elf uur, toen ze verkwikt en met een heerlijk
+gevoel van flink uitgerust te zijn, opnieuw wakker werd. Met geopende
+oogen, maar zich overigens geheel overgevend aan een behagelijke
+gewaarwording van zalige rust, bleef ze doodstil in dezelfde houding
+liggen, al haar aandacht wijdend aan een vriendelijken zonnestraal,
+die onder de neergelaten gordijnen door naar binnen scheen. Ze voelde
+zich te zwak en te dommelig op dit oogenblik om er aan te denken,
+hoe mooi en lieflijk het thans buiten zijn moest, waar het vroege
+voorjaar de kastanjes reeds deed uitbotten en over alles licht en
+glans wierp. Het was haar genoeg, warm gekoesterd te mogen rusten in
+het ruime, makkelijke bed, dat de lieve oude dame haar had afgestaan
+en stil tevreden te zijn, omdat het akelige gehamer en gesis in haar
+hoofd en de benauwde pijn op haar borst zich van ochtend nauwelijks
+deden gevoelen.
+
+Even bleef ze zoo liggen, toen ze plotseling geheel wakker werd door
+een gefluister in hare nabijheid, waarvan ze duidelijk de woorden
+opving:
+
+"Ja, het zal toch maar beter zijn dat het haar nu gezegd wordt. Ze zal
+toch naar hare tante vragen, als zij die den geheelen dag niet ziet
+en buitendien ben ik er volstrekt geen voorstander van, dergelijke
+dingen voor patiënten verborgen te houden, als het niet absoluut
+noodzakelijk is."
+
+Elsje herkende de stem van den dokter en hoorde grootmama antwoorden:
+
+"Dan moet ik het haar straks zeggen, als zij wakker is, het arme
+kind! Wilt u ook nog even naar haar kijken, dokter, al slaapt ze?"
+
+"Neen, neen, ik slaap niet," riep Elsje uit, geheel opgeschrikt uit
+haar zoete rust. "Wat is er, wat is er?"
+
+"Stil, stil, rustig meisje, rustig," zei de dokter, met de oude dame
+naderbij komend. "Kom, ik ben zoo gewend dat mijn patiëntje gehoorzaam
+is. Ga gauw weer liggen, zóó!" En hij legde zijn koele hand op haar
+voorhoofd en dwong haar stil te blijven liggen.
+
+"Maar wat is er toch, dokter?" vroeg ze weer.
+
+De dokter antwoordde niet, maar nam een stoel en ging bij het bed
+zitten, bevoelde Elsje's pols, deed haar eenige vragen en zei toen
+op hartelijken toon:
+
+"Er is iets gebeurd, Elsje, daar je heel bedroefd om zijn zult. Er
+is van ochtend bericht gekomen over je grootmoeder en dat bericht is
+niet gunstig."
+
+Zij bleef hem strak aanzien, maar scheen nog volstrekt niet te
+vermoeden, waar zijne woorden op doelden.
+
+"Elsje," zeide de oude dame zacht, terwijl ze zich over haar heenboog
+en haar diep in de oogen zag. "Mijn lief, lief kind, je grootmoeder
+is gestorven."
+
+Elsje keek haar aan, met zulk een vreemde, onzekere uitdrukking in
+de oogen, zoo geheel alsof zij niet begreep wat haar gezegd was,
+dat grootmama zachtjes herhaalde:
+
+"Zij is dood, Elsje."
+
+"Neen, neen!" riep het arme kind nu, terwijl ze met een woeste beweging
+de beide handen der oude dame greep, "dat kan niet, dat kan niet! Dat
+bericht is verkeerd, zoo ziek was grootmoeder niet! Maar ze is zeker
+erger, dan wil ik naar huis... en dan mag ik ook wel! Ik ben zooveel
+beter en ik verlang zoo vreeselijk..."
+
+"Dat zou nu niet meer helpen, Elsje, ze is werkelijk gestorven."
+
+"En ik heb haar niet eens meer gezien! Mijn arme, lieve grootmoeder! Ik
+kan niet zonder haar leven, dat kan ik niet! Och, was ik hier maar
+nooit heengegaan! En nu is er niemand meer, die wezenlijk van mij
+houdt en die mij noodig heeft! O, ik had nooit van haar weg moeten
+gaan--mijn lief, lief grootmoedertje! Och, was ik nu ook maar dood,
+was ik nu ook maar dood!"
+
+En alsof ze niet getroost wilde worden, alsof ze de medelijdende
+uitdrukking in de oogen die haar aanzagen, niet kon verdragen,
+alsof haar smart te groot was om het daglicht te zien, drukte zij
+haar hoofd diep in het kussen en begon hartstochtelijk te snikken.
+
+"Laat haar maar uitschreien, dat zal haar goed doen," fluisterde de
+dokter. "Ik ga nu heen, maar ik kom stellig van middag of van avond
+nog even terug."
+
+Hij stond op en was op het punt, de kamer te verlaten, toen Elsje
+hem met een zwakke stem terugriep.
+
+"Dokter," fluisterde ze, zoo zacht dat hij zich moest inspannen om
+te verstaan wat zij zeide: "Denkt u.... zou het kunnen.... zou ik
+ook gauw dood gaan, misschien?"
+
+"O neen, dat geloof ik volstrekt niet," zei hij zeer ernstig.
+
+"En het is natuurlijk slecht om het te wenschen?"
+
+"Jij moogt het zeker niet wenschen, Elsje. Zou je grootmoeder dat
+ook gewild hebben?"
+
+"Neen, neen," zei ze, maar ik kan niet zonder haar leven, dat kan
+ik niet."
+
+En met een kermenden zucht keerde zij het hoofd naar den muur.
+
+Den geheelen dag bleef zij in dien toestand van ontroostbare
+droefheid. De oude dame was bijna voortdurend bij haar, Keetje
+verzorgde haar liefderijker en trouwer dan ooit, men trachtte haar
+van smakelijk toebereide schoteltjes te doen proeven--maar zij at
+nauwelijks, schreide weinig na die eerste uitbarstingen lag maar
+stil, steeds met het hoofd naar den muur toegekeerd, zonder iets te
+zeggen of eenig teeken te geven dat zij bemerkte wat om haar heen
+gebeurde. Toen de dokter weer kwam, was ze even ingesluimerd. Hij
+oordeelde het beter, haar niet wakker te maken en beloofde den
+volgenden dag terug te zullen komen.
+
+Na een onrustigen nacht en een bitter droevig ontwaken, lag zij den
+ochtend daarop moe en lusteloos, met een vreemde onverschilligheid, die
+haar zelf verbaasde, voor zich uit te staren, te uitgeput om geregeld
+te kunnen nadenken. Men had haar verteld dat haar tante weggereisd was
+om bij de begravenis tegenwoordig te kunnen zijn, maar dit had weinig
+indruk op haar gemaakt. Het was haar nog als leefde zij in een bangen
+droom--maar als ze soms, als met een schok, uit dien droom scheen te
+ontwaken, was alles zoo ontzettend, zoo benauwend donker en eenzaam om
+haar heen dat zij zich angstig afvroeg, hoe het mogelijk zou zijn om
+voort te leven met die alles overheerschende smart in haar binnenste.
+
+Het was aan den middag van dien dag, dat grootmama zich bedaard aan
+de tafel zette, die bij het raam was geschoven en met een vriendelijk
+knikje naar Elsje, die lijdelijk toezag wat ze deed, haar haakwerk
+opnam en de grove haakpen vlug door de zachte wol liet glijden,
+waarvan een grappig klein kindermanteltje moest worden vervaardigd. De
+gordijnen waren aan den achterkant van het huis niet neergelaten en
+terwijl de oude dame rustig zat te werken, wierp het zonlicht schuine
+stralen op haar gestalte en deed het mooie, witte haar glinsteren
+als zilver. De vriendelijke, bruine oogen werden vochtig, terwijl
+zij ze op haar werk hield geslagen, want al keek zij niet op, ze
+voelde toch wel hoe Elsje's oogen dof en treurig naar haar keken en
+haar hart was vol medelijden voor het arme kind, dat nergens troost
+scheen te kunnen vinden voor haar smart.
+
+Eindelijk liet ze haar werk in den schoot zakken, keek peinzend naar
+buiten in het heldere, vroolijke licht vol leven en lente, legde toen
+wol en haakpen naast zich neer op de tafel, en schoof, de ingeving van
+haar hart volgend, een in zwart kalfsleer gebonden boek naar zich toe.
+
+Elsje had met hare oogen hare bewegingen gevolgd, zonder er veel
+belang in te stellen.
+
+De oude dame sloeg een paar malen de bladzijden van het boek om,
+dat met groote, duidelijke letters gedrukt was; toen begon ze met
+hare welluidende stem hardop te lezen:
+
+"_Ik hef mijne oogen op naar de bergen, vanwaar mijne hulp komen zal_.
+
+"Mijne hulp is van den Heer, die hemel en aarde
+gemaakt heeft.
+
+"Hij zal uwen voet niet laten wankelen, uw Bewaarder
+zal niet sluimeren...."
+
+Elsje hield den blik onafgewend op haar gevestigd en er kwam een
+wonderlijke verandering in de uitdrukking van haar gezicht, terwijl ze
+luisterde naar de bekende woorden van den psalm--denzelfden psalm,
+dien zij haar grootmoeder op dien gedenkwaardigen Zondagochtend
+voorgelezen had.
+
+Reeds toen ze de eerste woorden hoorde, week hare onverschilligheid
+en aandachtig, onwillekeurig de handen vouwend, luisterde ze naar
+de lieve stem en dronk de troostende woorden in, die deze las. Er
+heerschte een vredige rust in de kamer, waar de zon een gouden gloed
+wierp over de doffe tinten van het tapijt en grillige figuren tooverde
+op het behang en de donkergroene bedgordijnen van het mahoniehouten
+ledikant. Schilderachtig en aantrekkelijk was de gestalte der oude
+dame, zooals zij daar zat, met het grijze hoofd even voorover gebogen
+over den Bijbel en de kleine, gerimpelde handen rustig gevouwen
+in haar schoot. Dartele zonnestraaltjes speelden over haar japon,
+het zwart kanten mutsje en het witte haar, maar zij verschoonden het
+oude, schoongevormde gelaat, waarop thans een eenvoudig kinderlijke
+uitdrukking lag. Het was alsof er een weldadige invloed uitging
+van hare geheele persoonlijkheid en het luisterende kind bleef haar
+aanzien met een glans van innige dankbaarheid in de oogen, toen de
+psalm reeds geëindigd was.
+
+Grootmama keek zwijgend voor zich uit, nadat ze de laatste woorden
+had gelezen: _"De Heer zal uwen uitgang en uwen ingang bewaren, van
+nu aan tot in der eeuwigheid,"_ en het was Elsje, als zag ze haar
+eigene grootmoeder voor zich, zooals deze tegenover haar had gezeten
+aan den ochtend, waarop zij zelf haar den psalm had voorgelezen,
+die haar getroost en bemoedigd had, evenals hij het nu haar
+kleindochtertje deed. Ze bleef stil liggen en voor het eerst sedert
+het bange oogenblik, waarop men haar had verteld dat haar grootmoeder
+gestorven was, keerde de hoop terug in haar hart en was het haar, als
+voelde zij zich gesteund door een sterke hand, gesteund om geduldig en
+geloovig te dragen wat haar werd opgelegd, getroost door de woorden:
+_"Mijne hulp is van den Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft."_
+
+Het bleef een poosje stil in de kamer, toen klonk het zacht en bedeesd:
+
+"Grootmama."
+
+De oude dame keek snel op. Niettegenstaande zij Elsje herhaaldelijk
+had aangemoedigd haar bij dien naam te noemen, was deze altijd met
+zekere verlegenheid "mevrouw" blijven zeggen, bevreesd als zij was
+dat hare tante en Cécile er aanmerking op zouden maken als zij anders
+handelde. Nu dacht zij hieraan echter niet, ze voelde alleen maar
+een onuitsprekelijk verlangen, haar hart uit te storten tegenover de
+lieve vrouw, die zoo goed scheen te begrijpen hoe vreeselijk bedroefd
+zij was en welken troost zij noodig had.
+
+"Ja lieveling," zei grootmama, naar het bed toegaande.
+
+"Ik wou u graag eens vertellen van grootmoeder.... van dien psalm...."
+
+En met de hand der oude dame in de hare vertelde zij van den ochtend,
+waarop hare grootmoeder haar had gezegd dat zij afscheid moesten
+nemen voor een tijd. Hoe zij er tegen op gezien had hier te komen
+en hoe ze bang was dat men hier heel weinig van haar hield en dat ze
+hier nu toch zou moeten blijven en hoe zij graag haar best wou doen,
+maar het zoo heel moeielijk vond precies te wezen, zooals ze moest,
+en hoe ze veel liever zou willen werken en zelf haar brood verdienen,
+als zij weer beter was en hoe gelukkig en vroolijk haar leven was
+geweest bij haar grootmoeder in het aardige kleine huisje. En hoe zij
+er tegen op zag, altijd in een stad te moeten wonen en een jonge dame
+te moeten worden en hoe verschrikkelijk moeielijk het haar toescheen,
+altijd precies te weten wat ze zeggen moest en hoe ze zich moest
+gedragen. En hoe erg ze soms verlangen kon om terug te zijn in haar
+vriendelijk dorp en lange wandelingen te maken over de ruime heide en
+langs den breeden straatweg--en hoe haar grootmoeder óók had gezegd
+dat zij nooit alleen zou zijn, want dat er Een was, die haar altijd
+nabij zou wezen en....en....hoe ze dat zelf ook geloofde. Eindelijk
+zei grootmama dat ze nu al zooveel had gepraat dat zij zich te moe
+zou maken, als ze nog meer zeide en dat ze nu eens probeeren moest,
+of zij niet wat slapen kon. Ze moest zich nu maar bedaard houden
+en vast _blijven_ hopen dat ze geholpen zou worden, altijd. En zij
+mocht niet denken dat niemand hier van haar hield, want dat wist
+ze wel beter en allen zouden zeker langzamerhand nog meer van haar
+gaan houden en wat haarzelve betrof, zij hield van Elsje, alsof ze
+haar eigen kleindochtertje was, dat wist zij immers wel? En Elsje
+knikte haar dankbaar toe. Ja, dat had ze wel gevoeld dat grootmama
+van haar hield en zij vond haar zoo lief en goed.... En toen ze dit
+zeide, strekte zij de armen uit en het gezicht der oude dame naar
+zich toetrekkend, drukte zij er een kus op. "Dank u wel voor alles,"
+fluisterde ze--toen viel ze in een gerusten slaap.
+
+Stil en terneergedrukt keerde mevrouw d'Ablong van haar droevige reis
+terug. De oude vrouw was 's nachts kalm ingeslapen, nadat zij den
+vorigen dag erg had geklaagd over benauwdheid en een duizelig gevoel
+in het hoofd. 's Ochtends was zij nog een brief aan Elsje begonnen,
+met het voornemen dien 's avonds af te maken. Toen had ze zich echter
+zoo ongesteld gevoeld, dat ze maar gauw naar bed gegaan was en men
+om den dokter had gezonden. Deze had haar poeiers gegeven en gezegd
+dat zij vooral niet op moest staan, voordat hij den volgenden ochtend
+weer bij haar was geweest--en toen die ochtend kwam, lag zij met een
+uitdrukking van vrede op haar gezicht, dood op hare legerstede. Aafje's
+zuster was 's nachts herhaaldelijk opgestaan om naar haar te kijken en
+de patiënt sliep toen telkens rustig, totdat hare verzorgster haar een
+diepen zucht had hooren slaken en naar haar toegegaan was, om te vragen
+of zij weer benauwd was en nog eens wou innemen. Op dat oogenblik had
+Elsje's grootmoeder den laatsten adem uitgeblazen. De dokter had toen
+'s ochtends terstond aan mevrouw d'Ablong getelegrafeerd.
+
+Deze had den begonnen brief voor Elsje meegenomen, benevens enkele
+kleinigheden, waaraan zij meende dat het meisje gehecht zou kunnen zijn
+en ook den grooten, ouderwetschen Bijbel, waarin de oude vrouw nog een
+der laatste dagen van haar leven met bevende letters Elsje's naam had
+geschreven. Of zij daarbij een voorgevoel gehad had van haar naderend
+einde? Haar kleindochtertje las den begonnen brief met brandende oogen.
+
+ "Mijn lief kind," las ze,
+
+ "Wat begin ik nu erg te verlangen dat je weer thuis komt. Het
+ is mij net alsof je al maanden weg bent geweest. Krelis heeft
+ het poesje maar weer mee naar huis genomen, hij zou het voor
+ je bewaren, zei hij. Aafje's zuster is er zoo bang voor en
+ het arme diertje kan geen goed bij haar doen. Wil je aan
+ tante zeggen ...."
+
+Dat was alles. Het bericht over Elsje's ziekte was juist te laat
+gekomen. Met een diepen zucht gaf zij den brief ter lezing aan mevrouw
+d'Ablong, die zeer ontroerd was geweest, toen zij haar weerzag. De
+trotsche vrouw was geheel onder den indruk van de eenvoudige
+plechtigheid der begrafenis in het dorp, waar ze haar jeugd had
+doorgebracht en van het vredig sterven der moeder, wier liefde zij
+zoo weinig had gewaardeerd. Voor 't oogenblik althans was haar hart
+vervuld van een vurig verlangen om tegenover Elsje goed te maken wat
+zij tegenover de oude vrouw had verzuimd en met groote hartelijkheid
+sprak zij het bedroefde meisje toe en beloofde haar dat _zij_ nu
+voor haar zorgen zou en haar een gelukkig thuis verschaffen. Er
+viel een lichtstraal van hoop in Elsje's hart, terwijl ze naar haar
+luisterde en iets van haar ouden moed en frisschen levenslust keerde
+terug. En er kwam een blik van verbaasde dankbaarheid op haar gezicht,
+toen ook Cécile, die hiertoe door hare moeder was aangespoord, haar
+vriendelijk toesprak en--hoewel met een haperende stem--zeide, dat
+zij hoopte dat Elsje gelukkig zou zijn hier, in haar nieuw tehuis.
+
+Intusschen herstelde Elsje slechts langzaam. Zij bleef hoesten
+en aanvallen van koorts krijgen en moest nog steeds haar kamer
+houden. "Geduld maar, geduld maar, wij gaan toch vooruit," zei de
+dokter en Elsje _was_ geduldig en droeg hare beproeving en haar
+leed zoo moedig mogelijk. Het was een zware dag voor haar, toen
+grootmama weer naar buiten vertrok en aan den middag van dien dag
+zat ze stil en ernstig voor zich uit te zien in den tuin, met een
+gevoel van verlatenheid in haar hart, dat zij te vergeefs poogde
+te overwinnen. Miss Piper zat bij haar en hare tante had haar een
+ruikertje Maartsche viooltjes gebracht, maar daardoor was hare
+stemming niet opgewekter geworden en ze moest zich geweld aan doen
+om hare tranen te bedwingen.
+
+Daar hoorde zij plotseling een wonderlijk gestommel op de trap en
+het vroolijk, helder gelach van een kind; toen een hoog stemmetje,
+dat riep: "Jawel, ik kan best alleen. Ik zal wel roepen bij de
+deur--ga maar gauw weer weg!" en daarop een getrippel van kleine
+voetjes op het portaal. "Open de deur!" riep het heldere stemmetje
+weer en toen Miss Piper haastig aan dit verzoek had voldaan, vertoonde
+zich een alleraardigste kleine gedaante op den drempel. Twee groote,
+donkerblauwe oogen, schitterend van pret, keken uit een rond, blozend
+kindergezichtje, waaromheen een donkerrood, geplooid kaperhoedje
+was gestrikt, van dezelfde stof gemaakt als het ruime manteljurkje,
+dat bevallig neerhing om de kleine gestalte. In hare beiden handen
+hield het kleine meisje, stevig vastgeklemd, een eirond voorwerp,
+dat in een grijs papier was gewikkeld.
+
+"Daar kom ik aan!" zei ze met een vroolijk gezicht naar Elsje
+toeloopend, nadat ze eerst heel beleefd Miss Piper een handje had
+gegeven.
+
+"Liesje!" riep Elsje uit, terwijl het kind op haar schoot klauterde,
+waarbij het kostbare pakje groot gevaar liep uit de kleine handen
+te vallen.
+
+"Ben je nog ziek?" vroeg Liesje, Elsje's gezicht met groote
+nauwkeurigheid bekijkend. "Je ziet heelemaal niet bleek."
+
+"Nu niet, omdat ik zoo blij ben dat jij bij me bent."
+
+"Denk je dan dat ik je wat kom brengen?" vroeg Liesje, met zulk een
+grappige poging om te kijken alsof zulk een veronderstelling hoogst
+ongerijmd zou geweest zijn, dat Elsje hardop lachte.
+
+"Nu, dacht je dat?" vroeg Liesje weer.
+
+"Ik dacht er alleen maar aan hoe prettig ik het vond, je daar opeens
+te zien straks," zei Elsje. "Hoe ben je hier toch gekomen?"
+
+"Loulou is beneden bij Cécile, en ik zei dat ik een visitetje bij
+jou zou maken," zei Liesje deftig.
+
+"Dat vind ik heel aardig van je."
+
+"Wat denk je dat hierin zit?" vroeg het kleine meisje, het
+geheimzinnige grijze pakje bij Elsje's oor houdend en heen en weer
+schuddend. Elsje hoorde iets zacht rammelen, maar werd daar niet veel
+wijzer door.
+
+"Weet je het niet?" vroeg Liesje.
+
+"Neen, ik kan het niet raden."
+
+Liesje gleed van haar schoot af, liep naar Miss Piper toe, liet het
+pakje aan _haar_ oor rammelen, maar met hetzelfde ongunstige resultaat.
+
+"Laat mij probeeren weer," zei Miss Piper, maar het hielp niets.
+
+"O maar, wat dom!" riep Liesje uit. "Nu _moet_ ik het je dan maar
+laten kijken," en met een gewichtig gezicht het papier van het pakje
+losmakend, haalde zij een paaschei van chocolade te voorschijn en
+hield dit Elsje voor.
+
+"Nu al een paaschei?" zei Elsje met groote oogen. "Of heb je dit
+misschien van verleden jaar bewaard?"
+
+Liesje schudde ijverig van neen.
+
+"Zij waren nog maar in één winkel te krijgen," zei ze, "en onze
+juffrouw wist het."
+
+"Zoo, en je bent er zeker heel blij mee?"
+
+"Het is voor jou," zei Liesje, terwijl ze met een zucht van voldoening
+het ei voor Elsje op de tafel legde.
+
+"Voor _mij_!" riep Elsje verheugd uit. "Maar Liesje, heb je dat dan
+exprès voor mij gekocht?"
+
+Liesje knikte met een grappig pedante uitdrukking op haar
+gezichtje. Toen zei ze haastig:
+
+"Van mama's geld, maar ik heb het bedacht."
+
+Elsje's oogen schitterden even blij als die van haar klein
+vriendinnetje. Zij trok het kind naar zich toe en zei:
+
+"Ik ben er heel, heel blij mee. Dank je vriendelijk, hoor."
+
+"Bewaar je het tot Paschen?" vroeg Liesje ernstig.
+
+"Wou je dat liever? Of wou je er nu ook wel graag eens even van
+proeven?"
+
+Liesje bedacht zich even en keek met begeerige oogen naar het ei. "Het
+ziet er erg lekker uit," zei ze.
+
+"Dan moet je er nu ook maar een stukje van hebben. Wil jij het
+kapot maken?"
+
+Neen, dat gewichtige werk moest Miss Piper maar doen, vond Liesje
+en met gespannen aandacht volgde zij de bewegingen der Engelsche,
+terwijl deze de lekkernij doorbrak en ieder een stukje gaf. Toen
+bleef zij nog een poosje babbelen over Tom, die gauw zes jaar werd
+en dan naar school ging en eindelijk nam ze afscheid met de stellige
+belofte dat ze gauw eens weerom zou komen.
+
+
+
+Hoofdstuk XI.
+
+Evert Jacob Ferdinand Mors.
+
+
+Elsje's herstel kwam langzaam maar zeker en toen het tegen Mei liep
+en het voorjaar in het land was, keerde haar gezondheid geheel terug
+en begon ze zich met den dag sterker te voelen.
+
+"Je zult nu spoedig weer geheel de oude zijn," zei de dokter, maar
+"geheel de oude" zou Elsje, naar hare eigene meening, nooit weer
+worden. Zij miste hare grootmoeder zoozeer en de gedachte dat het
+gelukkige, zonnige leven met haar nooit terug zou keeren, de gedachte
+dat alles zóó anders was geworden, dat ze zulk een geheel andere
+toekomst te gemoet ging dan zij zich ooit had voorgesteld, dat zij
+haar lief, gelukkig thuis voor goed had verloren en dat het nu haar
+plicht was, zich in het deftige, groote huis harer tante op haar
+plaats te gaan voelen en zich door deze te laten vormen en kneden,
+tot ze eindelijk op den naam van "jonge dame" aanspraak zou kunnen
+maken--dat alles drukte haar soms zoo, dat ze zich met zekeren schrik
+afvroeg, hoe het kwam, dat er zoo weinig dankbaarheid in haar hart was
+voor de zorgen, waarmede mevrouw d'Ablong haar omringde. Deze was, de
+eerste weken na den dood van Elsje's grootmoeder, bizonder hartelijk
+voor haar geweest en ook nu nog behandelde zij haar vriendelijker
+dan ze gedaan had, toen Elsje haar logée was, maar ze kon toch nu
+en dan haar ongeduld en wrevel niet onderdrukken, als ze zag, hoe
+weinig Elsje nog vorderde in het aannemen van elegante manieren en
+meer aristocratische spraak en wijze van zich uit te drukken en hoe
+zij er geheel als een jong boerinnetje bleef uitzien.
+
+"Hoor eens Elsje," zei ze op zekeren dag, toen deze vroolijk geworden
+door een bezoek van kleine Liesje, die haar in geen enkel opzicht
+anders scheen te wenschen dan zij was en volgens hare zuster Loulou,
+"een allerdwaaste vereering voor Elsje had opgevat"--"hoor eens Elsje,
+ik moet nu toch eens even ernstig met je spreken. Kijk eens, ik wil
+je heel graag bij mij houden en ik hoop dat je je hier hoe langer
+hoe meer thuis zult gaan voelen, maar je bent nu verstandig en oud
+genoeg, dunkt me, om te begrijpen, dat je je nu _anders_ moet gaan
+gedragen. Gelukkig was nu zooeven alleen die kleine Liesje er bij,
+toen je zoo ongemanierd hard lachte en daarbij je mond zoo ontzettend
+wijd opendeedt...."
+
+"Dat doet ze alleen om te laten zien, dat ze mooie, witte tanden
+heeft," zei Cécile, die in de kamer gekomen was, terwijl haar moeder
+Elsje toesprak.
+
+"Och wat, dat is heelemaal niet waar!" zei Elsje driftig. "_Ik_
+ben zoo akelig nuffig niet als jij!"
+
+"Ga liever naar je kamer Cilly, snoesje," zei mevrouw d'Ablong
+bedaard. "Elsje weet op 't oogenblik niet goed wat zij zegt. Het
+spijt me heel erg te hooren, dat zij haar jaloezie nog altijd niet
+overwonnen heeft."
+
+"Och tante, ik ben heelemaal niet jaloersch op Cécile," zei Elsje,
+die zichzelf werkelijk weinig in bedwang had thans, opgeschrikt als
+zij was uit hare vroolijke stemming door de onverwachte strafpredikatie
+harer tante. "Ik ben juist heel blij dat...."
+
+"Zwijg Elsje," viel mevrouw d'Ablong in. "Kom Cilly, ga nu liever
+heen."
+
+"O ja mama, met plezier," antwoordde Cécile spottend. Ze keerde zich
+om, om de kamer uit te gaan, toen ze zich weer scheen te bedenken en
+naar hare moeder terugliep.
+
+"Mama," zei ze zacht, terwijl ze mevrouw d'Ablong met hare
+donkere oogen smeekend aanzag, "zult u het u nu heusch niet te veel
+aantrekken? Ik vind het zoo naar dat u zooveel moeite hebt met Lizzie
+en dat ze u zooveel verdriet doet."
+
+Ze had niet zoo fluisterend gesproken of Elsje had verstaan, wat zij
+zeide. Ze beet zich op de lippen, wendde het hoofd af en keek met een
+brandend gevoel in hare oogen den tuin in. Schreien wilde zij nu niet,
+dàt zou Cécile er niet van hebben, maar o, wat vond zij haar naar,
+naar--en wat zou ze haar graag eens flink door elkander hebben geschud
+en haar gezegd hebben dat ze nooit, nooit op haar hoopte te gelijken,
+in _niets_!
+
+"Kindlief," zei mevrouw d'Ablong, Cécile naar zich toetrekkend,
+"zóó erg is het niet. Elsje meent het veel beter dan ze nu toont,
+daarvan ben ik overtuigd. Maak je daarover nu maar niet bezwaard,
+lieveling. Je ziet heusch wat bleek, snoesje, je moet bepaald van
+den zomer weer eens naar zee. Wat is er toch, Cilly, je voelt je toch
+immers heel wel?"
+
+"Ja _mother dear_, ik ben alleen maar een klein beetje zenuwachtig;
+ik vind het zóó naar voor u."
+
+"Maar kindje, dat moet je je nu heusch zoo niet aantrekken. Alles zal
+langzamerhand wel beter gaan. Maar ik vind het toch heel lief van je,
+om zoo voor mij te voelen. Ga nu gauw naar je kamer. Keetje zal je
+een kop bouillon brengen straks. Laat Miss Piper bij je gaan zitten
+en ga dan even op je rustbank liggen."
+
+Cécile ging nu werkelijk heen en geduldig luisterde Elsje verder naar
+de terechtwijzingen en raadgevingen harer tante, die bizonder veel
+woorden schenen te vereischen. "Ik heb er over gedacht," eindigde ze,
+"om je naar een kostschool te sturen, maar ik heb hiervan afgezien,
+omdat je je daar waarschijnlijk zeer eenzaam voelen zoudt en je bijna
+voortdurend zoudt moeten schamen, niet alleen over je slechte manieren,
+maar ook omdat je nog maar zoo heel weinig geleerd hebt en natuurlijk
+geheel van voren af aan zoudt moeten beginnen met de talen enz. Van
+'t najaar zullen we dus een aanvang maken met je goede privaatlessen
+te laten geven--voor je gezondheid is het beter dat we nu nog wat
+wachten. Je kunt je nu wel vast wat oefenen in het Engelsch met Miss
+Piper. Over een poosje zullen Cécile en ik wel naar een of andere
+badplaats moeten en ik weet nog niet of we jou dan mee zullen nemen
+of niet. Dat hangt ook van je gedrag af. In ieder geval zal ik er
+voor zorgen dat je ook nog eens buiten komt van den zomer. Dat zal
+je goed doen, denk ik, maar ik verwacht dan ook stellig van je dat
+je veel meer je best zult doen dan tot nu toe gebeurd is, om te zijn
+en je te gedragen zooals _ik_ dat wil en zooals het ook behoort. Het
+spijt mij heel, heel erg dat je het nog altijd niet schijnt te kunnen
+verdragen dat Cécile in alles je meerdere is. Het spreekt van zelf
+dat zij dat is en dat ze dat blijven zal ook, maar je kunt toch heel
+goed probeeren om haar na te volgen wat hare manieren en houding en
+alles betreft. Ik zeg je nu nog eens beslist dat ik _verkies_ dat je
+je vriendelijk tegenover haar gedraagt en ik raad je sterk aan met
+alle macht tegen je jaloezie te strijden. Cilly kan het niet helpen
+dat zij mooi is en dat jij niet op haar lijkt."
+
+Elsje antwoordde niet, maar zij voelde zich diep gekrenkt. Alsof zij
+er ooit aan gedacht had om jaloersch op Cécile te zijn en dáárom!
+
+Met een zucht verliet ze de kamer, toen hare tante haar daartoe verlof
+gegeven had. Voor de zooveelste maal nam ze zich voor nog meer haar
+best te doen om het mevrouw d'Ablong naar den zin te maken en een
+beetje van Cécile te gaan houden. Maar het was zoo moeielijk en Cécile
+behandelde haar altijd zoo uit de hoogte en zoo onvriendelijk! O,
+zij _kon_ niet van haar houden! Toen zij den vorigen dag op Cilly's
+kamer gekomen was, om voor 't eerst na den dood harer grootmoeder,
+de andere meisjes weer te spreken--waren Cato en Emma en zelfs Loulou
+vriendelijk voor haar geweest en hadden een paar hartelijke woorden
+tot haar gesproken over haar verlies, maar Cécile was al gauw over wat
+anders begonnen en een poosje later hadden de meisjes samen zitten
+te fluisteren en te giegelen, terwijl Elsje er stil en verlegen
+bij zat. Zij was toen eindelijk maar weg gegaan en naar haar eigen
+kamer geloopen, met een gevoel van verlatenheid en bitterheid in haar
+hart. Ja, ze was toen zoo boos geweest en zoo hevig ontevreden met
+haar lot, zoo vol haatdragendheid tegenover Cécile in haar hart--dat
+ze geschrikt was voor zichzelf en in wanhopige droefheid de handen
+gevouwen had en uitgeroepen: "Help mij toch, o Heer, ik word zoo
+slecht!" En zij had toen zoo naar hare grootmoeder verlangd, zoo
+vreeselijk, dat het haast niet uit te houden was geweest.
+
+En nu vandaag--alweer die bittere uitval tegen hare tante! Wat moest
+zij beginnen?--Zij was heel, heel anders dan vroeger! Toen had ze
+zich zoo zelden ongelukkig gevoeld en o nooit, nooit zoo slecht,
+zoo bitter, zoo ontevreden met haar lot! Maar och, toen was haar
+leven ook blij en vriendelijk geweest, vol heldere, vroolijke
+zonnestraaltjes en eenvoudig, rein genot! En dan kwam daar opeens
+met bijna onweerstaanbaren drang, een snakkend verlangen in haar
+op naar buiten, naar een lange, frissche wandeling, zooals ze die
+vroeger zooveel had gedaan--alleen met de ruime, groote natuur om zich
+heen--alleen op de heide, alleen tusschen de dennen, den harsgeur met
+wellust opsnuivend--alleen op den vriendelijken, schilderachtigen
+straatweg, vanwaar zij het huisje harer grootmoeder reeds uit de
+verte kon zien liggen--alleen in de heerlijke, vrije, rijke natuur,
+ver verwijderd van alle menschelijke kleingeestigheid!
+
+Iederen dag ging ze een eind wandelen met Miss Piper en Cécile. En zij
+zag de knoppen der boomen op de pleinen en langs de grachten zwellen
+en ze keek op naar de lucht, waarin het zachtwit der kleine wolken
+zoo fraai afstak bij het heldere blauw en ze zag den gouden gloed
+der zon op het oude, grijze steen van groote, statige gebouwen en op
+het dek der schepen in de gracht en in het tintelende, rimpelende
+water en op de bogen der bruggen en ze zag al de vroolijke drukte
+van het voorjaar in de bonte uitstallingen der kleedermagazijnen en
+in de elegante toiletjes der dames en kinderen in de parken en ze zag
+dat de stad mooi was in den lentetooi--maar het verkwikte haar niet;
+het was haar als kon zij er niet ruim en diep ademhalen--zij snakte
+naar de plechtige stilte en de reine, vroolijke lieflijkheid van het
+voorjaar _buiten_.
+
+O, wat waren de straten stoffig en warm en wat was het vol en
+luidruchtig in het park, waar Cécile altijd zoo gaarne wandelde! Het
+wemelde er van rijtuigen en kinderwagens en bovenal van menschen--allen
+keurig gekleed, wandelend naast elkaar, netjes en deftig met
+parasols en elegante wandelstokken, of rijdend in fraaie equipages
+met livrei. Elsje drukte soms hare handen stijf tegen elkaar in de
+glacé handschoenen om zichzelf te dwingen, bedaard naast Miss Piper
+te blijven loopen.
+
+Met een bijna woeste hartstochtelijkheid kwam er dan een verlangen
+over haar, om de nette, geëffende paden langs te hollen in vroolijk
+huppelenden draf en het park uit te loopen naar buiten, ver buiten
+de stad, naar de weide in het verschiet met de goudgele, glanzige
+dotterbloemen, waar het gegons der blijde insecten niet vermengd
+was met het geluid van schelle menschenstemmen. En o, om daar dan
+de pijnlijk knijpende, nauwe knoopjeslaarzen te mogen uittrekken,
+den breeden vilten hoed aan den arm te hangen, de fluweelen jurk uit
+te doen en met bloote armen in haar onderlijfje rond te loopen en
+adem te halen uit ruime borst in de heerlijke, geurige, reine lucht
+en dan neer te vallen op het fluweelzachte, groene gras, te liggen
+kijken naar de blauwe, blauwe lucht en met hare handen het frissche,
+malsche gras te voelen. Naar buiten, naar buiten!
+
+En dan hoorde ze de vriendelijke stem van Miss Piper naast zich:
+
+"Moe, Elsie? Wou je lijken te gaan huiswaarts? De lucht is te heet;
+het is te veel voor je."
+
+En dan knikte Elsje bevestigend. Ja, ze wou maar liever naar huis.
+
+Soms dacht ze, of ze zich misschien nog zoo weinig in hare nieuwe
+omgeving op hare plaats voelde, omdat zij den omgang miste met menschen
+uit haar eigen stand. En eindelijk vermande ze zich, om aan hare tante
+te vragen, of ze het kruideniersgezin eens mocht gaan opzoeken. Ze had
+die vraag telkens uitgesteld omdat ze een voorgevoel had, dat mevrouw
+d'Ablong haar verzoek met een weigering zou beantwoorden en daarin
+had zij zich niet bedrogen. Alleen uitgaan mocht ze niet meer na den
+noodlottigen avond van het bal en dat hare tante er ooit uit zichzelf
+toe zou komen om met haar een bezoek te maken in den kruidenierswinkel,
+achtte zij hoogst onwaarschijnlijk. Toen zij met haar vraag voor den
+dag kwam, klonk het terstond zeer beslist: "O neen kind, daar zie
+ik volstrekt geen nut in. Die menschen zijn heel vriendelijk voor
+je geweest, dat is waar, maar ik vind het allerminst gewenscht dat
+je je verder met hen bemoeit en visitetjes bij hen gaat maken. Als
+het weer St. Nicolaas is, kunnen we er wel eens iets heensturen en
+er bij schrijven dat het van jou komt, maar familiariteiten met hen
+verlang ik in 't geheel niet voor je. Ik ben al blij genoeg dat je
+nooit een lid van dat gezin tegenkomt op je middagwandeling met Miss
+Piper en als dat ooit gebeuren mocht...."
+
+"Wij gaan altijd een heel anderen kant uit, nooit die straat door,"
+viel Elsje in.
+
+"En dat is wel heel goed ook. Maar je moet iemand niet zoo onbeleefd in
+de rede vallen, Elsje, dat hoort zoo niet. En houd je armen toch niet
+zoo wijd van je lijf. Lieve tijd, kind, wat moet ik je dat dikwijls
+zeggen! Kom, ga nu maar naar Miss Piper. Ik hoor met genoegen dat je
+al een klein beetje begint te vorderen in het Engelsch. Gelukkig dat
+je tenminste niet dom bent."
+
+"En ik _wil_ die aardige, lieve menschen dan toch nog eens zien
+en hun zeggen, hoe dankbaar ik hun ben voor hun vriendelijkheid op
+dien vreeselijken avond," dacht Elsje, terwijl zij naar de leerkamer
+liep. "Ik zal hun dan meteen zeggen dat ik nooit weer mag komen,
+maar één keer moet ik er nog heen--dat kan tante onmogelijk verkeerd
+vinden."
+
+Het besluit was gauw genomen, maar hoe zou ze het ten uitvoer
+brengen? Dat ging veel gemakkelijker dan ze had durven hopen.
+
+Op zekeren ochtend was mevrouw d'Ablong uitgegaan om een arm gezin
+te bezoeken, Miss Piper lag met hoofdpijn te bed en Cécile was den
+geheelen dag bij Loulou van Rensen om haar te helpen met het nummeren
+van voorwerpen voor een bazaar. Elsje was dus geheel aan haar lot
+overgelaten en, zooals ze met een zucht van tevredenheid bedacht,
+geheel vrij. Terstond kwam het denkbeeld bij haar op, dat dit nu een
+geschikte gelegenheid was om even uit te gaan en een paar oogenblikken,
+heel kort maar, in den kruidenierswinkel door te brengen. Haar
+geweten begon onrustig te kloppen bij de gedachte dat zij iets zou
+gaan doen dat hare tante hoogst waarschijnlijk af zou keuren, maar
+alweer troostte zij zich met de gedachte: "Als ik er heel even heenga
+om hen te bedanken en dan zeg dat ik nooit weerom mag komen, _kan_
+tante het zoo erg niet vinden," en zonder zich langer te bedenken,
+zette zij haar hoed op, deed haar mantel om en ging heen. In de gang
+kwam ze Dina tegen, die haar verwonderd aankeek, maar Elsje vroeg
+haar met zoo'n grappig deftig _air_, of ze haar even uit wou laten en
+liep toen zoo bedaard en netjes de stoep af--ze begon in die dingen
+al aardig aan te leeren!--dat Dina tot de overtuiging kwam dat alles
+in orde was en met een lachje naar de keuken terugliep. "Ze wordt
+heusch al heelemaal een klein dametje," dacht ze.
+
+Spoedig had Elsje de drukke winkelstraat ingeslagen en vlug stapte
+ze voort, totdat ze vlak in de buurt van den kruidenierswinkel
+kwam. Toen vertraagde zij haar pas en eindelijk bleef ze aarzelend
+staan. Plotseling begon haar geweten weer te spreken. Eigenlijk mocht
+zij toch niet doen wat ze zoo vurig wenschte, eigenlijk had hare tante
+haar toch bepaald verboden naar hare vrienden toe te gaan--eigenlijk
+had zij toch maar stil thuis moeten blijven! Wacht, ze zou maar
+heel even den winkel voorbijgaan--alleen maar één enkel oogenblik
+naar binnen kijken. Dan zou ze weer bedaard naar huis terug gaan en
+nooit weer haar best doen met het kruideniersgezin in aanraking te
+komen. Langzaam liep ze den hoek om, het verboden terrein voorbij,
+toen zij eensklaps de deur van den winkel rinkelend hoorde opengaan
+en Everts blijde kinderstem hoorde roepen: "Elsje! Elsje! Moeder,
+moeder, daar is Elsje eindelijk!"
+
+Nu was het gedaan met Elsje's bedachtzaamheid. Zij bleef staan, liet
+zich door den verrukten Evert in den winkel trekken en stond weldra,
+met een van blijdschap stralend gezicht, voor haar vroegere gastvrouw.
+
+"Dag Elsje," zei deze op hartelijken toon, "dat is goed, dat we je
+eindelijk eens weerzien. En ben je hier nog altijd gelogeerd?"
+
+"Neen," zei Elsje, terwijl de blijde trek van haar gezicht verdween,
+"mijn grootmoeder is gestorven en nu blijf ik hier."
+
+"Och, wat is dat treurig; is je grootmoeder dood? Arm kind! En blijf
+je nu bij je tante?"
+
+"Ja," zei Elsje, bij de gedachte aan mevrouw d'Ablong weer onrustig
+wordend, "en ik kom u nu maar heel even bedanken dat u zoo goed en
+vriendelijk voor me geweest bent, toen op dien akeligen avond. Ik
+.... ik vergeet dat bepaald nooit, maar nu moet ik weer weg."
+
+"Weer weg! Nu al! En je bent er net! Kom, dat meen je niet en Evert
+heeft al zoo lang naar je verlangd."
+
+"Ja, maar ik moet toch heusch dadelijk weer naar huis. Ik bedank u
+nog hartelijk voor alles."
+
+"Nu ja, dat weet ik nu wel dat je heel dankbaar bent, maar ik vind
+het niet aardig, als je niet nog wat blijft. Kom Evert, haal maar
+eens even een stoel voor Elsje--wij kunnen niet naar binnen gaan,
+want mijn man is uit en ik kan den winkel niet alleen laten."
+
+Evert kwam hijgend en met een vuurroode kleur van inspanning met een
+stoel aansjouwen en met de woorden: "Dan blijf ik nog even," ging
+Elsje zitten. En zonder zich een oogenblik te bedenken, vertelde ze
+nu wie zij was en waar zij gewoond had en hoe hare tante heette en
+hoe moeilijk zij het nog vond aan het stadsleven te wennen. Gevleid
+door de zeer groote belangstelling der kruideniersvrouw, die met
+een verbaasd gezicht naar haar luisterde, terwijl Evert steeds met
+grappige vragen tusschenbeide kwam, als hij niet begreep wat zij
+zeide, babbelde Elsje druk voort, totdat de schel der winkeldeur en
+het binnenkomen van een klant haar stoorden en zij opsprong met een:
+"Maar nu moet ik heusch terstond weg."
+
+"Dan breng ik je een eindje," zei Evert zeer galant en deftig. "Moeder,
+mag dat? Mag ik even met Elsje mee?"
+
+"Ja, maar dan een heel klein eindje hoor, niet verder dan tot de
+gracht, waar Elsje woont. En dan dadelijk weer thuis komen, anders
+wordt moeder ongerust."
+
+Evert vloog heen om zijn pet te halen en een oogenblik later trippelde
+hij, druk pratend, naast Elsje voort.
+
+Tot haar blijdschap zag zij op de klok in den bekenden bloemenwinkel
+dat het eerst elf uur was. Hare tante zou dan zeker vooreerst nog
+niet thuiskomen--zoo heel veel haast behoefde ze dus eigenlijk
+niet te maken. Het was zoo aardig en gezellig om langzaam voort
+te drentelen met den aardigen, kleinen Evert naast zich, die haar
+zooveel te vertellen had! Wat zou het heerlijk zijn, als hare
+tante nog van besluit veranderde en haar toestond hare vrienden
+geregeld te bezoeken--al was het maar één keer in de maand bij
+voorbeeld. Over mevrouw d'Ablong en Cécile had zij heel weinig met
+de kruideniersvrouw gesproken--hare natuurlijke fijngevoeligheid
+had haar daarvan weerhouden. Ook had ze niet over haar lot geklaagd;
+dat zou zóó ondankbaar geweest zijn, vond ze. Och heden, daar waren
+zij al bij de gracht, dan moest ze Evert nu terugsturen en zelf ook
+weer naar huis gaan. Juist wilde zij haar vriendje goedendag zeggen,
+toen een grappig tooneeltje voor het smalle hoekhuis der stille gracht,
+haar aandacht trok.
+
+Een steviggebouwde vischboer, klein van stuk, maar overigens stoer
+en forsch, met een rond, frischrood gezicht, levendige bruine oogen,
+die half listig, half schalksch keken, en geelblond haar, waarvan een
+lok van voren onder zijn pet uitkwam, stond, met zijn vischkar naast
+zich, druk over zijn koopwaar te onderhandelen met het dienstmeisje
+van het hoekhuis. Zij schenen het niet eens te kunnen worden over
+den prijs der "prachtige, springlevende" botjes, die de boer niet
+ophield met groote welsprekendheid aan te prijzen. Een slagersjongen
+met een mand op den rug en een paar straatjongens stonden met open
+monden te luisteren naar het levendige debat, zonder er zich ook maar
+een oogenblik in te mengen. Het zeer belangstellende, toeschouwende
+publiek werd thans nog vermeerderd door Elsje en den kleinen Evert.
+
+"Geloof me, kindlief, ik kan ze je onmogelijk minder geven dan voor
+zestig cents," begon de vischboer weer.
+
+"Dat kan je begrijpen, vijf-en-veertig," zei het dienstmeisje,
+"geen cent meer en dan zijn ze nog heel goed betaald ook!"
+
+"Dat meen je niet! Ik zie aan je gezicht dat je het niet meent. Dat
+kan ik immers niet doen! Al stond de koningin daar nu in eigen persoon
+voor me..."
+
+"Nu heel best dan," viel het dienstmeisje snibbig in, "dan moet je
+het laten, maar houd me dan ook niet langer op," en meteen maakte
+zij een beweging, alsof ze de voordeur wou sluiten.
+
+"Nou, neem ze dan in vredesnaam maar," zei de consequente vischboer
+met een zucht en met een gezicht, alsof hem het grootste onrecht werd
+aangedaan. "Ik kan nou eenmaal niet zoo van jou weggaan, daarvoor
+heb ik te veel hart voor je, maar anders, 't is schande, schande."
+
+"Ja, praat jij maar toe," lachte het dienstmeisje, "kom, maak ze maar
+gauw schoon. Ik heb wel wat anders te doen dan hier den heelen morgen
+naar jou te staan luisteren."
+
+Op dit oogenblik, terwijl Elsje en Evert met de grootste aandacht
+het gesprek volgden, kwam mevrouw d'Ablong, in gezelschap van mevrouw
+van Rensen, de gracht langs. De laatste zag Elsje het eerst.
+
+"Vergis ik me, of is dat uw nichtje, die daar staat te kijken naar
+die onappetijtelijke vischkar?" vroeg ze aan haar buurvrouw.
+
+"Wel neen, Elsje is thuis," zei mevrouw d'Ablong, maar ze keek toch
+haastig naar de plek, waar de vischboer nog stond met zijn bewonderend
+gehoor om zich heen.
+
+"Ja, ik geloof toch, dat zij het is," zei ze snel. "Hoe durft ze! Ik
+begrijp niet...."
+
+"Zij schijnt nog niet in _alle_ opzichten een jonge dame te zijn,"
+zei mevrouw van Rensen met een spottend glimlachje. "Uw taak is niet
+gemakkelijk, lieve mevrouw."
+
+De arme mevrouw d'Ablong had juist met veel voldoening aan hare
+aristocratische kennis verteld, dat Elsje haar "dorpsmaniertjes"
+geheel begon kwijt te raken!
+
+"Ik neem hier nu maar afscheid van u," begon mevrouw van Rensen
+weer, terwijl zij staan bleef en hare gezellin moeite deed kalm te
+blijven. Hoe kon Elsje nu toch ook zoo ongemanierd zijn! "Dag lieve
+mevrouw, zal ik Cilly maar hartelijk van u groeten? Loulou is steeds
+in één adoratie voor haar."
+
+Mevrouw d'Ablong nam haastig afscheid en liep toen vlug naar Elsje toe,
+die half met den rug naar haar toegekeerd stond. Zij keek verschrikt
+op, toen zij een hand op haar schouder voelde en een bekende stem
+aan haar oor hoorde zeggen:
+
+"Wat doe jij _hier_? Ga terstond mee naar huis."
+
+"O ja tante," stamelde Elsje, "ik .... ik was al op weg. Ik ... ben
+maar even uit geweest."
+
+Evert hield hare hand stijf vast en zag ernstig op naar de deftig
+gekleede dame, die zoo boos keek.
+
+"Wat is dat voor een kind?" vroeg zij scherp.
+
+"Ik heet Evert, Jacob, Ferdinand Mors," zei het kereltje trotsch,
+"en Elsje zegt...."
+
+"Nog eens, wie is dat kind?" viel mevrouw d'Ablong in, terwijl zij
+zich met Elsje en Evert van het vischtooneel verwijderde.
+
+"Het is het zoontje van den kruidenier," zei Elsje bijna fluisterend.
+
+"Dus je bent daar _toch_ heen geweest, hoewel ik het je bepaald
+verboden had?" vroeg hare tante met ingehouden toorn.
+
+"Ja," antwoordde Elsje heel zacht.
+
+"Waarom knijp je mijn hand zoo vreeselijk stijf?" vroeg Evert met
+een helder stemmetje. "Ben je bang voor die mevrouw?"
+
+Elsje antwoordde niet. Het schreien stond haar nader dan het lachen.
+
+"Ik wil nu maar liever naar huis," zei Evert, hare hand loslatend.
+
+"Wij zullen je wel even brengen, kind," zei mevrouw d'Ablong
+opeens. "Wijs ons den weg maar."
+
+Tot Elsje's verbazing sloegen zij de breede winkelstraat weer
+in. Mevrouw d'Ablong sprak geen woord meer en het was haar aan te zien
+dat zij haar best deed, bedaard te blijven. Zij keek in 't geheel
+niet naar Elsje, maar strak voor zich uit. De kruidenierswinkel was
+spoedig bereikt. Evert duwde gedienstig de rinkelende winkeldeur open
+en vloog naar binnen, op zijn moeder toe.
+
+"Wij hebben zoo'n plezier gehad," zei hij, "en er was een vischkar
+met een vroolijken man en Elsje en ik..."
+
+"U bent zeker de moeder van dit jongetje?" vroeg mevrouw d'Ablong
+beleefd, maar zeer uit de hoogte en zonder er aan te denken dat zij
+Evert in zijn verhaal stoorde.
+
+"Jawel mevrouw," antwoordde de kruideniersvrouw, terwijl ze met een
+verwonderden blik nu eens naar Elsje, dan naar mevrouw d'Ablong keek.
+
+"Dan mag ik u nog wel eens vriendelijk dank zeggen voor uw gastvrijheid
+tegenover mijn nichtje," zei Elsje's tante, terwijl ze haar beurs uit
+den zak haalde, er een gouden tientje uitnam en dit op de toonbank
+legde. "Dit kan zeker wel voor den spaarpot van uw kleinen jongen
+dienen?"
+
+"O ja, ja," riep Evert verheugd. "Staat het koninginnetje erop,
+moeder?"
+
+"Het spijt me dat Evert uw geschenk gezien heeft, mevrouw," zei
+zijn moeder beleefd, "want ik zou het u liever weer teruggeven. Wij
+zijn niet vriendelijk voor Elsje geweest met het doel er geld voor
+te krijgen."
+
+"O neen, dat begrijp ik heel goed," zei mevrouw d'Ablong haastig en
+vol verlangen om een eind te maken aan het onderhoud. "Maar u wilt
+het toch zeker wel aannemen voor den spaarpot van uw zoontje? Ik
+.... ik wou u ook nog even zeggen ... u begrijpt ... mijn nichtje
+leeft in zoo'n geheel andere omgeving.... Ik geloof dat het voor
+beide partijen aangenamer zal zijn, als zij u niet meer bezoekt."
+
+Elsje werd vuurrood en keek het raam uit. Zij _kon_ de goede
+kruideniersvrouw niet langer aanzien.
+
+"O! u bedoelt dat wij niet goed genoeg voor haar zijn? Niet deftig
+genoeg?" vroeg deze, met iets scherps in hare stem.
+
+Mevrouw d'Ablong zweeg; het was geheel onnoodig deze vragen nog
+te beantwoorden. Die vrouw achter de toonbank had het heel juist
+uitgedrukt--dat was precies wat zij bedoelde.
+
+"Het zou mij spijten, als ik u gekrenkt had," zei ze eindelijk op
+vriendelijken toon. "Ik ben u werkelijk heel dankbaar voor uwe
+goedheid tegenover mijn nichtje en zijzelf is vol lof over uwe
+hartelijkheid. Maar....
+
+"Jawel, jawel, ik begrijp u heel goed," viel de kruideniersvrouw
+snel in, terwijl hare oogen schitterden van nog iets anders dan
+verontwaardiging. "Neem je geld terug, als 't je blieft, mevrouw,
+wij hebben dat niet noodig. U zult wel gelijk hebben, het zal beter
+zijn dat Elsje niet meer hier komt." En met driftige haast begon zij
+de theebussen en trommels op de planken aan den muur te verschikken.
+
+Mevrouw d'Ablong wachtte even, kuchte en zei eindelijk:
+
+"Dan zullen wij nu maar heengaan, juffrouw. Ik dank u nog zeer voor
+uwe vriendelijkheid jegens mijn nichtje."
+
+De kruideniersvrouw keerde zich snel om. "Ik geloof dat u iets
+vergeet, mevrouw," zei ze, toen zij het geld nog op de toonbank zag
+liggen. Mevrouw d'Ablong deed precies alsof zij haar niet hoorde en
+liep den winkel uit. Elsje volgde langzaam. Met een bedroefd gezicht
+wendde zij zich nog even om, keek de kruideniersvrouw smeekend aan
+en fluisterde:
+
+"Houd het als 't je blieft voor Evert, och toe, als 't je blieft. We
+zien elkaar toch nog wel _eens_ weer, denk ik."
+
+En na den kleinen, zeer verbaasden Evert snel een kus gegeven te
+hebben en zijn moeder een treurig afscheidsknikje, haastte ze zich,
+zich bij hare tante te voegen.
+
+Deze bleef zwijgend naast haar loopen en deed juist alsof Elsje
+niet bij haar was, totdat zij thuis waren gekomen. Toen opende zij
+terstond de deur der zijkamer, nam haar nichtje mee naar binnen,
+keek haar strak in de oogen en zei zeer beslist:
+
+"Nu zeg ik je eens vooral Elsje, dat ik niet verkies, ja--dat ik
+je _verbied_, weer naar die menschen toe te gaan. Heb je me goed
+begrepen? Ik verbied het je ten strengste. En als ik ooit bemerk
+dat je mijn gebod overtreden hebt, zal ik je stellig straffen, heel
+stellig hoor. Begrijp je me goed?"
+
+"Ja tante," zei Elsje, die op dat oogenblik bepaald bang voor haar was.
+
+"Goed. Dan zullen we de zaak nu hierbij laten rusten. Alleen heb ik je
+nog te zeggen dat ik er ook sterk tegen ben, dat je 's ochtends alleen
+uitgaat--of op welken tijd van den dag dan ook. Pas op dat dat nooit
+weer gebeurt. Ik wil het eenvoudig niet meer hebben. Ik wist niet waar
+ik me bergen zou van schaamte, toen mevrouw van Rensen en ik je daar
+bij die rare vischkar zagen staan. Denk er aan dat je me gehoorzaamt,
+anders zal ik andere maatregelen moeten nemen en veel strenger voor
+je zijn. Je weet dus nu precies, waar je je aan te houden hebt?"
+
+"Ja, tante, ja."
+
+
+
+Hoofdstuk XII.
+
+Naar Buiten!
+
+
+"Misschien zal het dan toch maar beter zijn Elsje thuis te laten
+met Miss Piper," zei mevrouw d'Ablong op een ochtend in Juni, toen
+de dokter er geweest was en haar geraden had, Cécile een poosje de
+zeelucht te laten genieten.
+
+"O ja mama, veel beter," antwoordde Cilly beslist. "Hadt u er
+heusch over gedacht haar mee te nemen? Zij weet zich nog zóó weinig
+te gedragen. Verbeeld u, met haar in dat groote hotel en aan table
+d'hôte, dat zou immers heelemaal niet gaan!"
+
+"Och, dat weet ik niet. Zij begint toch wezenlijk al aardig aan te
+leeren. En de zeelucht zou zeker ook goed voor haar zijn; zij is
+bizonder stil den laatsten tijd en ze ziet er ook weer minder goed
+uit dan ze gedaan heeft. Het spijt me dat ik den dokter niet eens
+gevraagd heb, wat hij ervan dacht."
+
+"Maar mama, hij heeft immers verleden week nog gezegd dat zij nu heusch
+totaal beter was en dat ze alleen nog maar wat versterkt behoefde te
+worden. Zoo'n rustig tijdje met Missy alleen zal juist heel goed voor
+haar zijn. En in September gaan wij immers bij grootmama logeeren. Dan
+komt Lizzie dus toch buiten!"
+
+"Och Cilly, waarom blijf je dat arme kind nu toch altijd Lizzie
+noemen? Ik vind het zoo overdreven van je. Elsje is immers een heel
+aardige naam en je doet er haar zoo'n verdriet mee dat je nog altijd
+Lizzie zegt! Zij doet zelf haar best om hier te wennen en zich
+naar mijn zin te gedragen, waarom wil jij nu ook niet een beetje
+vriendelijker voor haar zijn?"
+
+"Ik begrijp u niet, mama," zei Cécile, terwijl zij zich met een
+zucht in een gemakkelijken stoel liet vallen. "Ik dacht juist dat ik
+mij niets te verwijten had tegenover Lizzie of Elsje, als u dat dan
+zooveel liever hebt. Ik wil haar ook wel Elsje noemen, hoe kon ik ook
+weten dat zij daar zoo bizonder op gesteld is! Maar ik vind het heel
+verdrietig dat ik het u niet naar den zin heb gemaakt. Ik doe zóó
+mijn best. Toen zij jarig was laatst, heb ik nog bloemen voor haar
+gekocht en toen heeft ze me daar nog wel zoo overdreven hartelijk voor
+bedankt. Ik kon het toch niet helpen dat die verjaardag een treurige
+dag voor haar was!"
+
+"Neen Cilly, dat spreekt van zelf, dat kon je ook niet. Maar ik
+houd vol dat je meer van Elsje zult kunnen gaan houden, als je dat
+wilt--wezenlijk wilt en dat jij kunt maken, dat ze zich hier in huis
+meer op haar gemak gevoelt en beter over weg kan met jouw kennissen."
+
+"Maar mama, hoe kunt u het zeggen! Loulou en Cato vinden juist dat
+ik er mij bizonder goed onder houd dat Elsje hier moet wonen. Als
+u eens wist hoe moeielijk ik het soms vind om mij niet aan haar te
+ergeren en niet driftig te worden, als zij rare dingen zegt of doet."
+
+"Nu kom Cilly, dat gebeurt nu toch zoo heel dikwijls niet meer."
+
+"Och, laten wij er maar niet meer over spreken, mama, wij worden het
+toch niet eens en--dat zult u misschien heel dwaas vinden--maar ik
+krijg er zoo'n hoofdpijn van. De dokter vond bepaald ook dat ik erg
+zenuwachtig was. Och, maar dat komt er niets opaan. Ik beloof u dat
+ik mij nog meer zal inspannen en laat Elsje dan maar wèl met ons mee
+gaan op reis. Laten we dan nu heusch over wat anders gaan spreken,
+mama, ik kan wezenlijk niet langer over Elsje praten. Het is heel
+flauw van me natuurlijk, maar het agiteert me ontzettend."
+
+En met een air van lusteloosheid leunde zij achterover in haar stoel
+en deed hare oogen dicht, alsof ze eigenlijk te moe was om nog een
+woord te zeggen.
+
+"Cilly, kindje," zei mevrouw d'Ablong ongerust, terwijl zij opstond
+en zich over Cécile heenboog, "voel je je wezenlijk moe? Maar waarom
+heb je me dat dan niet eerder gezegd? En heb je hoofdpijn ook? Ja,
+je ziet bepaald bleek! Maar snoesje, waarom laat je me dan toch ook
+doorspreken?"
+
+"Och het is niets, mama," zei Cécile, hare oogen openend en tot hare
+moeder opslaande, "ik voel me alleen maar een beetje op, anders niet."
+
+"Maar hoe komt dat dan? Zou je het je gisteren te druk hebben gemaakt
+met dien bazaar? Je hebt toch goed geslapen van nacht?"
+
+"Ja moedertje, zeker. Toe, wees nu maar niet ongerust. Ik ben heusch
+heel wel, alleen maar een beetje zenuwachtig."
+
+"Maar Cilly, dat ben je anders nooit, wat is er dan toch? Je hebt
+toch niets dat je hindert?"
+
+Cécile zweeg even, toen zei ze:
+
+"Het is heusch niets, mama. Het zal wel weer overgaan, wezenlijk."
+
+"Maar dan gaan we dadelijk naar zee, morgen of overmorgen. Waarom
+heb je het mij toch niet eerder gezegd, snoesje? Er _is_ toch immers
+niets dat je hindert?"
+
+"Och lieve mama, laten wij er nu maar niet meer over praten. Het is
+heel kinderachtig van me om zoo zenuwachtig te zijn. Maar het is waar,
+ik voel me eigenlijk al lang een beetje zwak en op. De zeelucht zal
+mij wel heelemaal weer opknappen, heusch. Het komt alleen, omdat...."
+
+"Nu, omdat?"
+
+"Och neen, laat ik het u maar niet zeggen. Zullen we dus maar besluiten
+dat Elsje met ons meegaat, moedertje?"
+
+"Dat weet ik niet. Elsje kan mij nu ook op 't oogenblik niets
+schelen. Wat is er, Cilly? Ik moet het weten!"
+
+Cécile sloeg de oogen neer, keek toen weer op met een smeekenden blik
+en zei:
+
+"Ik zeg het heusch liever niet, mama, ik doe er u bepaald verdriet
+mee."
+
+"Alsof je me nu geen verdriet doet! Kom kindje, zeg het mij nu."
+
+Weer sloeg Cécile de oogen neer. Toen fluisterde ze, half klagend:
+
+"Ik had het u veel liever niet willen zeggen. Het is alleen maar,
+dat.... dat ik zoo moe word van Elsje."
+
+"Moe van Elsje! Hoe meen je dat, lieveling?"
+
+"Ik weet niet hoe ik het zeggen moet, mamaatje," zei Cécile, haar hoofd
+tegen den schouder van mevrouw d'Ablong leggend, die teeder de armen
+om haar heensloeg. "Het is eigenlijk al heel lang. Het agiteert me dat
+Elsje zoo dikwijls iets doet dat u hindert, het maakt me geagiteerd
+dat u vindt dat ik niet lief voor haar ben, en.... en... och het
+agiteert me heelemaal dat zij er is. Erg flauw van me, vindt u
+niet? Ik vind het zelf ook en het is dus veel beter dat zij wel met
+ons meegaat. Langzamerhand zal ik die rare kuren wel afleeren."
+
+"En heb je je daardoor nu al lang zwak en moe gevoeld, Cilly? Hoe is
+het mogelijk dat ik daar niets van gemerkt heb!"
+
+"Ik heb gedaan wat ik kon om het u niet te toonen," zeide Cécile,
+haar moeder een kus gevend. "U hadt toch al genoeg verdriet, lief
+moedertje. Maar nu spreken wij er niet meer over, he? En Elsje gaat
+stellig met ons mee?"
+
+Maar mevrouw d'Ablong schudde het hoofd.
+
+"Neen, nu gaan we zeker met ons beiden. Arm kindje! Heeft je dat
+allemaal zoo gehinderd? Ik ben blij dat ik het weet; Elsje moet nu
+stil bij Missy blijven en als wij dan later allen samen bij grootmama
+zijn, ben jij weer heelemaal gezond en sterk, hoop ik. En dan zal
+langzamerhand alles wel beter gaan."
+
+"Bent u heusch niet boos op mij, moedertje?"
+
+Tot eenig antwoord trok mevrouw d'Ablong haar dichter naar zich toe
+en kuste haar. "Boos op jou, lieveling? In 't geheel niet, hoor. Houd
+je nu maar heel, heel rustig vandaag. Beloof je me dat?"
+
+"O ja mama; ik ben toch eigenlijk wel heel blij dat u het weet. Het
+is zoo'n heerlijke verlichting!"
+
+Een week later waren mevrouw d'Ablong en Cécile vertrokken naar de
+drukke modebadplaats, die Cécile het meest aantrok en brak er voor
+Elsje een rustige, doch zeer eentonige tijd aan. Miss Piper was lief
+en vriendelijk voor haar en aanmerkingen maakte zij weinig, maar
+het was een mooie, warme zomer en Elsje kon de drukkende stadshitte
+en de benauwde atmosfeer in den tuin van haar tante, nauwelijks
+verdragen. Miss Piper deed wat zij kon om het haar aangenaam te
+maken. Met groote hartelijkheid sprak zij met haar over den dood
+harer grootmoeder en met geduld hielp zij haar aan het handwerk,
+een reusachtig stuk tapisserie, waaraan mevrouw d'Ablong wenschte dat
+Elsje een gedeelte van haar vrijen tijd zou wijden. Het was gewoonlijk
+te warm om 's middags uit te gaan en den eenen dag na den anderen
+zaten zij samen op het bordes, dat aan de zaal grensde en op den tuin
+uitzag. Elsje's oogen werden moe van het kijken naar het helwitte
+zonnescherm, dat boven haar hoofd gespannen was en de kleine tuin
+met de keurig aangelegde perken vol vuurroode geraniums en lichtrose
+maandroosjes, begon zijn bekoorlijkheid voor haar te verliezen,
+toen de langdurige droogte de paden stoffig en hard had gemaakt en
+de bladeren der struiken er bestoven en vaal begonnen uit te zien.
+
+Bezoek kwam er, nu Cécile en haar moeder van huis waren, heel weinig en
+buitendien waren vele families ook op reis of naar buiten, zoodat het
+er langs de grachten somber en doodsch uitzag met zooveel luiken voor
+de ramen en briefjes met "afwezig" op de deuren. Op hare dagelijksche
+ochtendwandelingen met Miss Piper naar het park, had Elsje dikwijls
+een gevoel alsof zij iemand anders was, niet hetzelfde meisje als
+die Elsje, die vroolijk en vol levenslust iederen dag begon, toen zij
+bij hare grootmoeder woonde, niet hetzelfde meisje als die Elsje, die
+grappen maakte met Krelis en de meisjes van het dorp en voor wie tot nu
+toe het leven een bron van rein genot was geweest. Het was ook juist,
+alsof zij opeens veel ouder geworden was--soms kon zij 's ochtends
+opstaan met zulk een overweldigend gevoel van gedruktheid, dat het
+haar bijna angstig maakte en zij al hare krachten moest inspannen
+om vriendelijk en geduldig te zijn tegen Miss Piper. Dan werd ze
+soms boos op zichzelf, verweet zich dat zij schandelijk ondankbaar
+was bij al het goede, dat haar tegenwoordig leven toch ook had en
+werd dan weer overmand door een hartstochtelijk verlangen naar haar
+grootmoeder, door een vurig snakken ook naar één dag, één uur in de
+stilte en de schoonheid der natuur. Zij was zoo stil in het bijzijn
+der gouvernante en ging er zoo bleek en teer uitzien dat Miss Piper
+zich ongerust over haar begon te maken en eindelijk besloot mevrouw
+d'Ablong over haar te schrijven. Het liep reeds tegen September, maar
+er moest toch nog bijna een maand verloopen eer Cécile en haar moeder
+van de badplaats terug zouden komen; het zou dus nog vrij lang duren,
+eer Elsje's tante haar weerzag.
+
+Op een drukkend warmen ochtend, terwijl Elsje bleek en met een
+vreemde lusteloosheid, die zij vroeger nooit had gekend, tegenover
+de gouvernante op het bordes zat te handwerken, haalde deze haar
+schrijfgereedschap te voorschijn. Zij was juist een brief aan mevrouw
+d'Ablong begonnen, toen de deur der zaal plotseling werd geopend,
+een vlugge stap door de kamer klonk en Frits d'Ablong op het bordes
+verscheen. Hij zag er bizonder opgewekt uit en zijn gezicht was
+bruingebrand door de zon, maar hij keek terstond heel ernstig, toen
+hij Elsje's bleeke gezichtje zag en haar scherp onderzoekend aanziende,
+vroeg hij vriendelijk:
+
+"Hoe is het, Roodkapje? Nog niet heelemaal weer beter?"
+
+Nu zag Elsje niet bleek meer. Een donkere blos verspreidde zich over
+haar wangen en voorhoofd en hare lippen begonnen te beven, toen zij
+trachtte te antwoorden. Tot haar ontsteltenis kon zij niet anders
+uitbrengen dan: "Ik.... ik ben...." en begon toen opeens bitter
+te schreien.
+
+"Het is niets.... niets.... het is erg flauw," snikte ze, boos op
+zichzelf en erg verlegen. Wat moest Frits wel van haar denken en
+wat had zij nu toch weer? Zij had werkelijk in het huis harer tante
+al veel meer tranen vergoten in dien korten tijd dat zij er woonde,
+dan in al de jaren van haar vroeger leven.
+
+Vol schaamte wendde zij het hoofd af en wilde opstaan om zachtjes
+heen te gaan, maar Frits hield haar tegen met de woorden:
+
+"Ik zie wel dat je nog lang niet beter bent. Kom, kom, wees maar
+bedaard. Je moet eens naar buiten, dat zal je goed doen. Het is hier
+ook zoo benauwd in de stad. Wat zegt u, Miss Piper, heeft zij de
+buitenlucht niet dringend noodig?"
+
+De gouvernante knikte, ernstig toestemmend.
+
+"Grootmama heeft tot voor een paar dagen in de meening verkeerd dat
+Elsje met tante en Cécile meegegaan was," hernam Frits, "en ik zelf
+ben op reis geweest. Wij dachten niet anders of je waart druk bezig
+je frissche roode wangen terug te krijgen in de versterkende zeelucht,
+Roodkapje," ging hij lachend tot Elsje voort. "Een paar dagen geleden
+eerst hoorde grootmama door een brief van tante, dat jij met Missy
+thuis waart gebleven en daarom kom ik je nu uit haar naam vragen,
+of je lust hebt nu maar zoo gauw mogelijk bij ons buiten te komen en
+dan natuurlijk niet eerder dan met tante en Cilly weer naar stad te
+gaan. Wil je, of blijf je liever hier?"
+
+Of zij wilde? Met een kreet van blijdschap en stralende oogen sprong
+zij op. "Als.... als ik mag, als tante het goed vindt," stamelde zij.
+
+"Ik ben juist een brief aan mevrouw d'Ablong begonnen," zei Miss Piper
+met een geruststellend knikje, "zij vindt het zeker heel goed dat je
+gaat. Zal ik het haar vragen?"
+
+"O ja, dolgraag."
+
+"Dus dat blijft dan afgesproken," zei Frits, "ik ben blij dat je er
+lust in hebt. Grootmama verlangt erg je eens weer te zien. Wij kunnen
+dan samen reizen, want ik blijf een paar dagen hier in de stad. Zou
+je tegen overmorgen klaar kunnen zijn? Dan zal tante wel al geschreven
+hebben dat zij het uitstekend vindt, dat je bij ons komt."
+
+"O ja, ik kan best klaar, mijnheer," zei Elsje, die een gevoel had,
+dat zij eigenlijk op dit oogenblik al klaar was om op reis te gaan.
+
+"_Mijnheer!_ Wat beteekent dat nu, Roodkapje? Weet je wel dat je me
+beleedigt, als je me niet eenvoudig Frits noemt, evenals Cilly? Ik
+zal jou mademoiselle Roodkapje moeten gaan noemen, als jij mijnheer
+tegen mij zegt! Mag ik vragen, hoe oud u zijt, mejuffrouw?"
+
+"Ik ben pas vijftien geworden," antwoordde Elsje lachend.
+
+"En ik pas twee-en-twintig," zei Frits. "Ja, dan moet je toch wel een
+beetje eerbied voor me hebben! Je zoudt me wel 'oom' kunnen noemen
+als we samen reizen, maar ik heb toch liever dat je Frits zegt. En
+wat gaat u dan doen, Miss Piper, als Roodkapje u verlaat?"
+
+"Dan hoop ik reeds nu mijn vacantie te beginnen en naar Engeland
+te gaan."
+
+"Dus dan komt alles mooi in orde," zei Frits. "Dan zal ik de dames
+nu maar verlaten, dan kom ik morgenavond nog wel even hooren of ik
+het genoegen zal hebben, overmorgen Roodkapje mee naar grootmama te
+nemen. Dag Missy, dag Roodkapje."
+
+"Ik _heet_ eigenlijk Elsje," zei ze met haar ouden, vroolijken lach.
+
+"Ja, dat weet ik wel, maar ik heb je als Roodkapje leeren kennen en
+zoo heet je dus bij mij. Kom, laat mij maar eens netjes even uit,
+dat doet Cilly ook altijd."
+
+Elsje gehoorzaamde lachend. Bij de voordeur reikte Frits haar nog
+eens de hand en zei: "Nu, dag Roodkapje. Ik zal straks aan grootmama
+schrijven hoor, dat je hoogstwaarschijnlijk komt."
+
+"Dag mijn.... Frits," zei Elsje verlegen.
+
+"Zóó! Dat klinkt al _heel_ hartelijk," plaagde hij haar met
+een ondeugende flikkering in zijn oogen, maar Elsje overwon hare
+verlegenheid, gaf hem met een spottend gezicht een deftige, kleine
+hoofdbuiging tot afscheid en deed de voordeur dicht.
+
+Toen verdween al hare deftigheid terstond. Vlug als de wind snelde
+zij de gang door, de zaal in en het bordes op, sloeg onstuimig de
+armen om Miss Piper's hals, drukte zich tegen haar aan en riep uit:
+
+"O Missy, Missy, ik ben zoo blij, zoo vreeselijk blij. O, hoe heerlijk,
+hoe heerlijk!"
+
+En Miss Piper legde de pen neer, schoof den brief van zich af, trok
+Elsje dichter naar zich toe en liefkoosde en kuste haar, al maar
+zachtjes mompelend: "_Dear little Elsie! Poor darling! I am glad too,
+my pet!_"
+
+Het was Elsje alsof haar adem stilstond, toen Miss Piper den volgenden
+dag den brief van mevrouw d'Ablong opende, die het antwoord bevatte
+op de gewichtige vraag. Gelukkig liet Missy haar niet lang in
+onzekerheid. Elsje's tante schreef dat zij er niet tegen was dat
+haar nichtje reeds nu naar grootmama vertrok, maar dat Elsje dan
+vooral erg haar best moest doen zich _ladylike_ te gedragen en niet
+te uitgelaten en te druk te zijn. Miss Piper kon dan naar Engeland
+vertrekken en Cécile en zijzelf hoopten over een week of drie ook
+bij grootmama te komen.
+
+Twee dagen later, 's middags om twee uur, reed Elsje, in gezelschap
+van Frits, naar het station. Het was haar bijna alsof zij droomde,
+toen hij haar verzekerde dat zij nog vóór vijven bij grootmama buiten
+zouden zijn en zij keek zegevierend naar de stoffige, warme straten
+en grachten, die zij langs reden--het was zoo'n heerlijke gedachte
+dat zij die nu in weken niet zien zou! Maar bij al haar blijdschap
+dacht zij toch telkens aan de waarschuwing harer tante om zich vooral
+te gedragen als een jonge dame en toen Frits haar in den coupé had
+geholpen en tegenover haar ging zitten, moest hij er om lachen dat
+zij zulk een deftig _air_ aannam en hem met zulk een zachte stem
+antwoordde op zijn vraag, of zij gemakkelijk zat en of de zon haar
+niet hinderde. Er waren nog twee meisjes van Elsje's leeftijd in
+den trein. Zij reisden met hare moeder en het duurde niet lang of
+Frits had een gesprek met deze aangeknoopt. Langzamerhand geraakten
+de drie meisjes ook met elkaar aan het praten en spoedig klonk er
+telkens een luid en frisch gelach, als Frits een grappig verhaal deed
+of Elsje plaagde. Hij had er plezier in haar aan den gang te brengen
+en aardige, gevatte antwoorden uit te lokken op zijn plagerijen en in
+een bizonder vroolijke stemming namen zij eindelijk afscheid van hun
+reisgezelschap en verlieten den trein bij een schilderachtig gelegen
+klein station, dat Elsje levendig herinnerde aan dat van het dorp,
+waar zij gewoond had.
+
+"Kijk eens, daar wacht Jacob al op ons," zei Frits, op een ouden
+koetsier wijzend, die op den bok van een kleinen _panier_ gezeten,
+uitkeek naar de logés van zijn meesteres. Hij groette beleefd toen
+hij Frits en Elsje bemerkte en even later zaten zij in het sierlijke
+rijuigje. De aardige, jonge paardjes zetten zich vlug in beweging en
+voort ging het den straatweg over, het dorpje door en eindelijk door
+een prachtige beukenlaan op de bevallige villa toe, die door de oude
+mevrouw d'Ablong werd bewoond.
+
+Het was een ritje van een half uur ongeveer, maar in dien korten tijd
+genoot Elsje al zooveel, als had zij uren gereden door de bekoorlijke
+streek. Haar spraakzaamheid van zooeven was geheel verdwenen, maar al
+bracht zij het niet onder woorden, Frits zag wel aan de glinsterende
+oogen, waarmee zij om zich heen keek en aan de uitdrukking van vredig
+geluk op haar gezicht, hoe zij genoot. Nu en dan haalde zij diep adem
+en eens zelfs hoorde hij haar zacht neuriën bij zichzelf op een wijze,
+alsof zij er zich nauwelijks van bewust was dat zij dit deed. Toen
+het rijtuigje voor het hek der villa stilstond en zij grootmama onder
+de veranda zag staan, ontwaakte zij uit haar mijmering en sprong zoo
+vlug uit den _panier_ dat Frits uitriep: "Neen maar, wat een haast
+heb je, Roodkapje!"
+
+Ja, zij _had_ haast. Toen zij het lieve gezicht der oude dame zag,
+sprong haar hart op van vreugde en was al hare kalmte weg.
+
+"O grootmama, lieve grootmama!" zei ze, toen deze haar hartelijk
+welkom heette en kuste.
+
+"Ik ben er ook nog, grootmoedertje," zei Frits naderbij
+komend. "Roodkapje was er wel toe over te halen om nu al bij u te
+komen, zooals u ziet, maar u moet haar niet al te veel verwennen,
+want dan wordt ze brutaal."
+
+"Brutaal?" Elsje keerde zich snel om en herinnerde zich met schrik de
+waarschuwingen harer tante. "Dat ben ik toch niet geweest?" vroeg ze.
+
+"Wel neen, hoe heb ik het nu met je? Ik dacht juist dat je zoo goed
+tegen plagen kondt," antwoordde Frits. "Zal ik maar naar mijn kamer
+gaan, grootmama, en u verder de zorg voor deze jonge dame over laten?"
+
+"Ja, dat is best. Ga jij dan maar met mij mee, kind, dan zal ik je
+je slaapkamer wijzen. Vindt je het hier niet mooi?"
+
+"Prachtig mooi!" zei Elsje op bijna eerbiedigen toon, terwijl ze
+bewonderend keek naar het lieflijke uitzicht, dat men van uit de
+veranda had naar alle kanten heen. Het huis lag aan den lommerrijken
+straatweg, vlak tegenover de oprijlaan van een groot, ouderwetsch
+kasteel, waarvan de puntige torentjes en hoekvensters tusschen het
+donkere groen der linden te voorschijn kwamen. Aan den rechterkant
+leidde een dennenlaan naar het heuvelachtige bosch en de heide en
+aan den linkerkant lagen, tusschen het bouwland verspreid, enkele
+boerderijen.
+
+De oude dame liet Elsje stil genieten, terwijl deze met genot overal
+rond keek en de geurige dennenlucht inademde. Grootmama zag met deernis
+hoe teer en bleek zij er uitzag en nam zich vast voor alles te doen,
+wat zij kon om haar verblijf hier gelukkig te maken.
+
+"Kom kindje, nu moet je je goed eens gaan afdoen en je eens
+wasschen. Wij eten om half zes, dus je hebt nog net den tijd om een
+beetje uit te rusten. Wil je me maar volgen?"
+
+Zij gingen door de openstaande glazen deuren naar binnen en toen
+de gang door naar boven naar een groot portaal, waarop verscheidene
+deuren uitkwamen.
+
+"Je ziet, ik heb plaats voor vele logés," zei de oude dame, "maar op
+'t oogenblik zijn alleen de kamers van Frits en mij bezet en die
+van jou. Ik dacht dat je het wel prettig zoudt vinden, als er geen
+vreemden waren."
+
+"O ja," antwoordde Elsje met haar geheele hart, terwijl ze hare
+gastvrouw volgde naar een vrij groote kamer, die eenvoudig gemeubileerd
+was, maar er toch bizonder aantrekkelijk uitzag. Er stonden twee
+ledikanten, een waschtafel voor twee personen, een met neteldoek
+gedrapeerde toilettafel en eenige stoelen, terwijl de vensters van
+buiten met klimrozen waren begroeid. Voor de ramen hingen neteldoeksche
+gordijnen en het viel Elsje op, dat een daarvan vreemd bol uitstond
+van onderen, alsof men er iets achter had gezet. Zij had geen tijd
+te onderzoeken wat dit was, want plotseling klonk de muziek van een
+reinen, vroolijken kinderlach door het vertrek, het gordijn werd
+met een ruk terzijde geschoven en ... kleine Liesje van Rensen stond
+voor haar.
+
+"Dàt dacht je niet, he?" riep ze, snel naar Elsje toeloopend, die
+met een kreet van blijdschap bij haar neerknielde en toen dankbaar
+opzag naar grootmama.
+
+"Kleine Liesje had de buitenlucht ook noodig, moet je weten," zei
+deze lachend. "En hare ouders vonden haar nog te jong om met de
+geheele familie mee op reis te gaan. Daarom is ze toen maar bij mij
+gekomen. Ze zou eerst pas de volgende week..."
+
+"Ja, ik zou eerst veel later gaan," viel Liesje ijverig in, "maar
+toen kwam er opeens een brief of ik gisteren al kon komen!"
+
+"Ik vond het een aardige verrassing voor je haar hier te vinden," zei
+de oude dame, terwijl ze zachtjes hare hand over Elsje's haar streek.
+
+Elsje's hart was zoo vol, dat zij niets anders doen kon dan grootmama's
+hand grijpen en die stevig drukken.
+
+Liesje was natuurlijk opgetogen en bleef steeds zoo dicht mogelijk
+bij Elsje. Aan tafel moest zij naast haar zitten, na den eten was zij
+er niet af te brengen te helpen bij het uitpakken van den koffer en
+zij vond het heerlijk, toen Elsje later terstond beslist den wensch
+uitte om Liesje zelf iederen avond naar bed te brengen. Toen het
+kleine meisje eindelijk onder de dekens lag, na hare beide armen om
+Elsje's hals te hebben geslagen en na haar met een "nacht snoes!" een
+nachtkus te hebben gegeven, dronk Elsje heerlijk rustig thee onder
+de veranda met de oude mevrouw d'Ablong en Frits, en ging de avond
+voorbij onder gezellige, vroolijke gesprekken. Noch grootmama noch
+Frits schenen iets aan te merken te hebben op Elsje's manieren of
+op hare wijze van zich uit te drukken en toen ze later alleen op
+hare kamer was, vroeg zij zich verwonderd af, hoe het kwam dat zij
+zich hier in huis zoo bizonder op haar gemak voelde. Met een zucht
+van geluk legde zij zich ter ruste en toen de oude dame nog even naar
+haar kwam kijken, deed zij als Liesje, sloeg de armen om grootmama's
+hals en fluisterde:
+
+"Wat houd ik toch veel van u en wat is het heerlijk weer bij u
+te zijn!"
+
+En nu volgden er dagen voor Elsje, die zij haar geheele leven niet weer
+zou vergeten, dagen van rein genot, waarin de vrede en blijmoedigheid
+terugkeerden in haar hart. Bijna overweldigend was voor haar in
+het begin de aanblik van de prachtige natuur. "Nu moet je maar eens
+alleen een eind gaan wandelen," zei grootmama den eersten ochtend na
+het ontbijt. "Neen, Liesje blijft van morgen bij mij--je bent nu mijn
+patiëntje en ik reken er op dat je me stipt zult gehoorzamen. Tegen
+koffietijd kan Liesje je dan wel hier in de dennenlaan tegemoet
+komen. Ga dien kant maar eens uit, je zult het daar heel mooi vinden."
+
+Elsje gehoorzaamde met een lachend gezicht en liep langzaam de
+dennenlaan in op zij van het huis. Het was er zoo heerlijk stil
+en mooi en het rook er zoo lekker! Met innig welbehagen ademde ze
+de verkwikkende lucht in en wandelde voort, terwijl de grond hoe
+langer hoe heuvelachtiger werd en zij soms even stil moest staan om
+adem te scheppen. "Wat ben ik gek gauw moe," dacht ze. Toen ze bij
+grootmoeder was, kon ze uren achtereen loopen, zonder iets te voelen
+en nu was ze nog geen half uurtje van huis, of ze kreeg al lust om
+eens even te gaan zitten. Maar nu al rusten, dat was toch al te erg,
+vond ze. Neen, ze zou nog doorloopen tot aan dien hoogen heuvel, daar
+op zij van den weg. Dien moest zij even beklimmen, men had daar zeker
+een prachtig uitzicht; ze kon daar dan wel een poosje gaan zitten. Ze
+hijgde wel wat, terwijl ze haar voornemen ten uitvoer bracht, maar
+zij gaf den moed niet op en toen ze bovenop den heuvel gekomen was,
+hoe werd hare moeite toen beloond!
+
+Plotseling stond ze voor een groot heideveld, waarover de zon vol
+scheen en aan de purperkleurige bloesems van het heidekruid een
+schitterenden glans verleende. Als een glinsterend, reusachtig tapijt,
+vol gloed en kleuren strekte zich de heide uit, terwijl tusschen
+den overvloed van bloeiende Erica, enkele blauwe klokjes groeiden,
+waarvan de teere stengels zachtjes door den morgenwind heen en weer
+werden bewogen. Een zoete welriekende geur steeg uit het kruid op en
+een oogenblik was het Elsje, terwijl ze dien inademde, als stond ze
+weer bij de heide in de buurt van het huisje van hare grootmoeder. Het
+scheen haar alles zoo bekend, zoo heerlijk bekend, hier voelde ze
+zich thuis, zoo geheel en al! 0, God was goed, zoo goed voor haar,
+dat Hij haar dit liet genieten! Even stond ze doodstil en ernstig op
+te kijken naar de rein-blauwe lucht--toen, als overweldigd door een
+gevoel van onuitsprekelijke, hartstochtelijke vreugde, wierp zij
+zich languit voorover op de heide en greep liefkoozend met beide
+handen in het taaie, veerkrachtige kruid. Zoo bleef ze liggen, met
+wellust de heidelucht opsnuivend en zich geheel overgevend aan een
+gewaarwording van groot, oneindig genot. Eindelijk hief zij het hoofd
+op, plantte hare beide ellebogen in den grond en keek gretig voor zich
+uit. Het zachte gegons der bijen, het fluisteren van den wind door
+de dennen naast haar, het rinkelen van de belletjes van een huifkar
+heel in de verte, was al wat de stilte verbrak. Recht vóór haar,
+in de diepte, zag ze het dorp liggen, met de roode daken der huisjes
+aardig afstekend tegen het groen der hoornen en aan hare linkerhand
+vertoonde zich een glooiende heuvelenrij, gelijk aan die, welke zij
+zooeven had beklommen. En terwijl ze daar lag, werd het zeer rustig
+en vredig in haar en kwamen haar de welbekende woorden in de gedachten:
+
+"_Ik hef mijne oogen op naar de bergen, vanwaar mijne hulpe komen
+zal._"
+
+Hoe lang ze zoo bleef liggen, met al haar hart genietend, zou ze
+niet hebben kunnen zeggen, maar ze schrikte op, toen ze plotseling
+het zachte stemmetje van Liesje aan haar oor hoorde fluisteren:
+
+"Slaap je? Waarom blijf je daar zoo stil liggen?"
+
+"Zoo zoo, jonge dame, hebben wij het ons zo gemakkelijk mogelijk
+gemaakt?" klonk de stem van Frits toen. "Gelukkig dat wij je eindelijk
+gevonden hebben; dat is me een zoeken geweest, he Liesje?"
+
+Verlegen sprong Elsje op. Dat Frits haar daar zoo had moeten zien
+liggen! Wie weet, hoe ontzettend weinig jongedamesachtig hij hare
+houding gevonden had! Als tante het hoorde....
+
+"Ik ... ik vond het zo heerlijk hier!" zei ze. "Ik wist niet ... ik
+dacht ... het spijt me erg dat ik niet wat netter zat."
+
+"Maar Roodkapje, wat scheelt er nu aan?" En Frits lachte
+hartelijk. "Wie zit er nu ooit 'netjes' op de heide! En ik vond je
+houding juist zoo schilderachtig! Neen, kijk maar niet zoo verschrikt;
+ik meen het, hoor. Het was alleen een beetje moeielijk je te vinden,
+maar Liesje heeft me dapper geholpen bij het zoeken. Je zult wel
+trek hebben na je vermoeienden tocht, he?" En hij keek haar plagend
+aan. Elsje lachte vroolijk.
+
+"Ik houd zooveel van de heide," zei ze. "Toen ik nog bij grootmoeder
+woonde ging ik er zoo dikwijls heen."
+
+"Ja, de heide is prachtig," zei Frits. "Kom, zullen we nu naar huis
+gaan? Ja Liesje, blijf jij maar naast Elsje loopen aan dien kant,
+dan ontsnapt ze ons niet weer. Waar heb je vroeger gewoond, Elsje?"
+
+Elsje vertelde het hem en Frits toonde zooveel belangstelling in
+haar vroeger leven, dat zij er over doorpraatte tot zij de villa
+hadden bereikt.
+
+"Wel kindje, je begint er al wat beter uit te zien," zei
+grootmama. "Was het mooi buiten?"
+
+"Zij heeft er niet veel van gezien. Ze heeft een dutje gedaan op de
+heide" zei Frits.
+
+"0 neen, heelemaal niet!" riep Elsje verontwaardigd uit. "Ik heb maar
+al liggen kijken naar alles--het was er zoo prachtig!"
+
+"Je hebt heerlijk gedroomd," spotte Frits weer en toen Elsje hevig
+ontkennend het hoofd schudde, legde grootmama de hand op haar arm en
+zei vriendelijk:
+
+"Laat hem maar praten, kind; ik geloof heelemaal niet dat je geslapen
+hebt."
+
+
+
+Hoofdstuk XIII.
+
+"Koningin! Koningin!"
+
+
+"Ziezoo Liesje, nu ben je heusch heelemaal klaar. Neen, neen, je moet
+niet te veel aan de bladeren trekken, dan gaan de kransen dadelijk
+stuk. Ja, loop maar flink rechtop--dan zie je er dubbel deftig uit."
+
+En Liesje liep met een gewichtig gezicht en kleine, voorzichtige pasjes
+naar grootmama toe, die onder een breeden beuk op een mosheuveltje
+zat uit te rusten van de lange wandeling, die het gezelschap samen
+had gemaakt.
+
+"Hè, nu wil ik ook heel graag eens even zitten," zei Elsje met de
+handen nog vol eikebladeren. Frits, Liesje en zij waren druk aan het
+plukken geweest en Elsje was daarop ijverig aan het kransen vlechten
+gegaan, zoodat Liesje nu een lange guirlande droeg op haar witte jurk,
+armbanden om de polsen en een krans op het blonde haar.
+
+"Prachtig hoor!" zei grootmama, toen het kleine meisje vlak voor haar
+ging staan met de woorden: "Kijk eens!"
+
+"Nu moet Elsje zelf ook bekransd worden," zei Frits, terwijl Elsje en
+hij zich naast de oude dame neervlijden, "kom Roodkapje, wij hebben
+die eikebladeren niet voor niets geplukt. Niet zoo lui zijn als 't
+je blieft. Ik sta er op dat je een krans voor jezelf vlecht en dan
+nog een voor grootmama en een voor mij."
+
+"En als ik dat nu eens niet doe?" vroeg Elsje lachend.
+
+"Dan noem ik je nooit meer Roodkapje."
+
+"Alsof dat zoo'n straf was!" riep Elsje uit, om toen plotseling
+van toon te veranderen en langzaam, en als bij zichzelf te zeggen:
+"Ja .... dat zou ik toch wel een beetje jammer vinden."
+
+Grootmama keek snel op. "Waarom wordt je zoo graag Roodkapje
+genoemd?" vroeg ze.
+
+Elsje antwoordde niet dadelijk. Toen zei ze: "Het herinnert me zoo
+prettig aan vroeger."
+
+"Waarom ben jij Roodkapje?" vroeg Liesje met groote oogen.
+
+"Omdat zij soms boodschappen gaat doen met een heel aardig, rood
+wollen kapje op," zei Frits.
+
+"En waarom zet je het dan nu nooit op?" vroeg Liesje. "Je hebt altijd
+dien grooten hoed op, als wij samen boodschappen doen in het dorp. Doe
+je morgen dan dat aardige, roode kapje eens op?"
+
+"Morgen zijn tante en Cécile hier," zei Elsje langzaam.
+
+"Maar je hebt dat kapje toch zeker ook niet bij je, wel?" vroeg
+grootmama. Het deed haar leed op te merken hoe weinig Elsje naar het
+gezelschap van mevrouw d'Ablong en Cécile scheen te verlangen. Zij
+was nu drie weken bij de oude dame gelogeerd geweest, drie gelukkige,
+zonnige weken, waarin hare oude opgewektheid en hare gezondheid geheel
+waren teruggekeerd, maar hoe vroolijk en spraakzaam zij overigens
+ook was, over hare tante en Cécile sprak zij bijna nooit.
+
+Zij werd een beetje verlegen bij grootmama's vraag omtrent het
+bewuste kapje en beschroomd, erg bang dat men haar uit zou lachen,
+zei ze bijna fluisterend:
+
+"Ja, ik heb het wel meegenomen in den koffer, omdat ik dacht .... als
+ik soms eens alleen uitging .... het leek me zoo aardig het dan eens
+op te zetten en me dan te verbeelden dat ... dat alles nog net was
+als vroeger."
+
+Er volgde een oogenblik van algemeen stilzwijgen en Liesje trok
+Elsje den hoed van het hoofd en zette haar voorzichtig haar eigen
+breedgeranden hoed op. Elsje scheen hiervan niets te bemerken--zij
+was geheel in gedachten verdiept en keek stil voor zich uit het
+donkere bosch in, waar de zon door de dichte bladeren heen, kleine
+lichtvlekjes wierp op het groene mos. Met een grappig ernstig gebaar
+legde Liesje haar vingertje tegen den mond om Frits en grootmama te
+waarschuwen, Elsje niet opmerkzaam te maken op wat zij gedaan had. Zij
+verried dit echter onmiddellijk zelf door voor Elsje te gaan staan,
+in de handen te klappen en juichend uit te roepen:
+
+"Daar heb ik je gefopt! Daar heb ik je gefopt! O, wat zie je er
+mooi uit!"
+
+"Ik geloof dat ik een prachtigen hoed op heb," zei Elsje, die haar
+stil had laten begaan, maar heel goed gemerkt had wat zij deed. "Dien
+houd ik dan maar op vandaag, denk ik, hij is zoo heerlijk voor de
+zon met dien breeden rand."
+
+"En met al dat gebabbel over dien hoed wordt er maar heelemaal niets
+meer aan de kransen gedaan," mopperde Frits. "Het is wat moois! Als
+ik dat geweten had, had ik me ook niet zoo uitgesloofd met het plukken
+van eikebladeren!"
+
+"Stil maar, ik begin al weer!" lachte Elsje vroolijk. "Zal ik er dan
+eerst maar een voor u maken, grootmama?"
+
+"Dank je kind, ik ben over die ijdelheid heen."
+
+"Nu, ik eigenlijk ook," zei Elsje met een wijs gezicht.
+
+"Lieve tijd, wat een aanstellerij!" riep Frits uit. "Alsof niet alle
+meisjes nuffig waren! Maar zoo kom je er niet af! Ik wil een krans
+hebben voor mijn strooien hoed en een beetje gauw ook!"
+
+"Plaag dat arme kind toch niet zoo, Frits," zei grootmama.
+
+"Alsof zij mij nooit plaagde!" zei Frits, op een toon van verdrukte
+onschuld.
+
+"Ik doe nu in ieder geval heel gedwee wat je me bevolen hebt," zei
+Elsje bedaard.
+
+"Wil je van avond het roode kapje eens opzetten als wij uitgaan?" vroeg
+Liesje weer.
+
+"Dat weet ik nog niet," zei Elsje langzaam, bedenkend dat hoogst
+waarschijnlijk heden avond mevrouw d'Ablong en Cécile er zouden
+zijn. De eerste had geschreven dat zij niet precies het uur van hare
+aankomst bij grootmama kon melden, omdat Cécile en zij nog even in de
+stad aan wenschten te gaan onderweg. In ieder geval moest grootmama
+maar geen rijtuig aan het station sturen, zij zouden er daar wel
+een nemen.
+
+"Als Elsje het aardige, roode kapje opzet, moet je mij even roepen,
+hoor Liesje," zei Frits. "Ik ben verlangend er de kennis mee te
+vernieuwen. Och, och, wat keek je me _toen_ dankbaar aan Elsje, toen ik
+je voor 't eerst zag! De tijden zijn wel veranderd! Nu krijg ik haast
+nooit eens een vriendelijk woord en het grieft me tot in mijn ziel
+te zien, hoe weinig het je aanstaat, dien krans voor mij te maken."
+
+"Maar ik doe het met plezier," zei Elsje lachend.
+
+"Ik hoop dat je de zuivere waarheid spreekt," zei Frits. "Ik houd er in
+'t geheel niet van dat iemand zich voor mij opoffert."
+
+"Pruttel nu maar niet langer, de krans is klaar," zei Elsje. "Als
+'t je blieft. Doe hem maar gauw om je hoed."
+
+"Ik had gedacht dat jij dat nu eens netjes voor mij doen zoudt."
+
+"Toe Frits, help mij eens even op, wij moesten nu maar weer naar huis
+wandelen," zei grootmama. "Het loopt tegen etenstijd."
+
+Frits gehoorzaamde en bleef toen stokstijf staan met zijn hoed vast
+op het hoofd gedrukt. Elsje sprong snel op met den krans nog in hare
+handen. Daar viel Liesje's hoed haar af.
+
+"O, o, o!" riep Liesje. "Hij duikelt het heuveltje af. Kijk eens! O,
+wat aardig!"
+
+Frits liep den vluchteling snel na, gaf Liesje en Elsje ieder hare
+eigene hoeden terug en bleef toen weer stokstijf staan, erg rechtop,
+in dezelfde houding als daareven.
+
+"Komt kinderen, nu een beetje voortgemaakt!" riep de oude dame.
+
+"Nog één oogenblikje, grootmoedertje," zei Frits. "Kom Roodkapje,
+probeer eens of je zoo hoog kunt reiken en leg mij den krans eens om
+den hoed, terwijl ik dien op heb."
+
+"Zooveel grooter ben je niet dan ik," meesmuilde Elsje, maar zij moest
+toch op hare teenen gaan staan en hare armen hoog uitrekken om bij den
+hoed te kunnen komen. Een beetje hijgend en met moeite was ze bezig
+het kunststuk te volbrengen, terwijl Frits lachend op haar neerzag,
+toen zij plotseling ontsteld keek bij het hooren van een welbekende
+stem, die riep:
+
+"Hier zijn ze, hier zijn ze!"
+
+Snel liet Elsje hare armen zakken en trad achteruit, terwijl hare
+tante en Cécile naderden. Zij waren een uur geleden aan de villa
+gekomen, hadden even gewacht, maar waren toen ongeduldig geworden en
+de wandelaars gaan zoeken.
+
+"Dol gezellig dat wij u zoo makkelijk hebben gevonden," zei Cécile,
+grootmama een kus gevend. "Ik heb _onzinnig_ naar u verlangd,
+grootmoedertje."
+
+"En naar mij toch zeker ook?" vroeg Frits, met welgevallen naar zijn
+nichtje kijkend. Zij zag er allerliefst uit in haar zomertoiletje van
+licht crème en met den witten hoed met klaprozen op het donkere haar.
+
+"Neen, naar jou natuurlijk heelemaal niet," zei ze met een coquet
+lachje. "Hoe maak je het? En hoe gaat het jou, Lizzie, och, Elsje
+bedoel ik. Dag, Liesje, kleine snoes, hoe heb jij het?"
+
+En met een bevallige beweging knielde zij bij Liesje neer op het mos
+en kuste haar.
+
+"Ik loop met Elsje. Mag ik met Elsje?" vroeg Liesje, toen het
+gezelschap zich in beweging zette om naar huis te wandelen.
+
+"Ja, maar ik loop ook naast Elsje," zei Frits. "Kijk eens Cilly,
+heeft Roodkapje mijn hoed niet mooi versierd?"
+
+"O, stond ze daarom zoo ongeneerd vlak bij je?" vroeg Cécile scherp.
+
+"Zoo, heb je dat nog net gezien? Ja, ja, Roodkapje en ik zijn beste
+maatjes."
+
+"Kom eens hier, Elsje," riep mevrouw d'Ablong, zich omkeerend. Zij liep
+met grootmama voor de anderen uit. "Ik moet je eens goed aankijken
+en eens zien of je heusch heelemaal weer de oude bent geworden. Dat
+is een gesukkel geweest, he?"
+
+"Ik blijf bij Elsje," riep Liesje weer en Cécile en Frits liepen
+dus samen.
+
+Cécile scheen niet bizonder tevreden over het onderhoud dat zij toen
+met haar neef had.
+
+'s Avonds ten minste, toen Elsje alleen op haar kamer was en zich
+gereed maakte om naar bed te gaan, kwam zij bij haar met een zeer
+ontevreden gezicht en zei:
+
+"Hoor eens Elsje, ik vind het heel onplezierig, maar ik moet eens
+even met je spreken."
+
+"Met mij? Wat is er dan?" vroeg Elsje verbaasd en fluisterend. "Praat
+niet te luid, want dan maak je Liesje wakker."
+
+"Ik heb je maar een paar woorden te zeggen, maar ik hoop dat je
+me goed begrijpen zult. Val mij als 't je blieft niet in de rede
+en luister goed. Ik heb mij ontzettend geërgerd, toen Frits mij
+van middag vertelde dat je hem zooveel over je vroeger leven hadt
+medegedeeld. Enfin, dat is nu eenmaal gebeurd en daar is dus niets
+aan te veranderen, hoewel ik volstrekt niet begrijp, wat Frits met
+jouw dorp te maken heeft,--maar veel erger is het dat je je hier in
+huis en vooral tegenover Frits zoo belachelijk vrij gedraagt. Frits
+is te goedhartig en grootmama te lief om daarvan iets te zeggen,
+maar ik raad je sterk aan in 't vervolg wat minder het hoogste woord
+te hebben en je familiare grappen voor je te houden. Ik heb je nu
+bijtijds gewaarschuwd, voordat mama ernstig boos op je wordt en je
+eens goed onder handen neemt. Nu zal zij er misschien niet meer met
+je over spreken, als je ten minste je best doet dat alles anders
+wordt. Vergeet niet waar je staan moet en bedenk als 't je blieft
+dat je toch altijd maar een gewoon dorpskind blijft, al ben je dan
+ook honderdmaal mijn nichtje. Nacht Elsje."
+
+Elsje antwoordde niet, ook niet op de laatste woorden; ze bleef
+doodstil bij het raam naar buiten staan kijken, toen Cécile reeds lang
+de kamer had verlaten. Zij zag heel bleek en hield de handen stijf
+tegen elkaar gedrukt, maar zij schreide niet en bleef uiterst bedaard,
+hoewel het lang niet bedaard was in haar binnenste. Geruimen tijd
+bleef ze zoo staan, al maar in dezelfde houding naar buiten kijkend
+in den plechtigen maneschijn, toen ontspanden zich hare trekken en
+met een zucht liet zij het venstergordijn zakken en ontkleedde zich.
+
+Zij was op 't punt om in bed te stappen, toen haar iets inviel en
+zij aarzelend en langzaam naar haar koffer toeging, dien opende,
+naar iets zocht en eindelijk het bekende roode kapje te voorschijn
+haalde. Zij hield het even in hare handen, keek er naar met half
+lachende, half weemoedige oogen, sprong toen eensklaps op, strikte
+het kapje om haar hoofd vast en ging voor den spiegel staan. De witte
+nachtpon en het roode kapje staken grappig bij elkander af en vormden
+nu juist geen toilet, dat goed bij elkaar paste, maar .... Elsje zag
+toch in het korte oogenblik dat ze in den spiegel keek, dat het kapje
+haar heel aardig stond en zoodra ze tot deze ontdekking kwam, bloosde
+zij van schaamte over hare ijdelheid, liep snel van den spiegel weg,
+trok zich het kapje van het hoofd, bergde het heelemaal onder in den
+koffer weg en besloot het nooit, nooit weer op te zetten, zoolang
+ze hier was. Frits zou er stellig wel niet meer om vragen, maar in
+ieder geval zou ze het toch zeker niet doen. Zij _wilde_ niet nuffig
+en coquet worden evenals Cécile en o--misschien, misschien _was_ ze
+wel te vrij geweest en te familiaar, maar grootmama en Frits hadden
+er toch niets van laten blijken dat ze dat vonden en ze was hier zoo
+innig gelukkig geweest. Cécile had ook altijd zooveel aanmerkingen,
+maar--ze moest toch oppassen en ze zou stiller zijn en geen grappen
+meer maken en heel veel met Liesje alleen gaan wandelen en goed op
+haar manieren letten; ze zou erg haar best doen dat tante tevreden
+over haar kon zijn--dat nam ze zich vast voor.
+
+Na dien avond was het gedaan met Elsje's zorgelooze uren van
+genot. Grootmama en Frits waren wel even vriendelijk en alles bleef
+even mooi, maar zij voelde zich telkens niet op haar gemak, vond
+het maar het allerprettigst heele ochtenden en middagen met Liesje
+alleen naar het bosch te gaan en was boos en verlegen tegelijk, als ze
+Cécile's oogen waarschuwend op zich gevestigd zag. Frits plaagde haar
+eerst dat ze zoo graag het heele bosch voor Liesje en zich alleen had
+en dat zij het overige gezelschap telkens ontvluchtte, maar Elsje keek
+dan zoo verschrikt en wist zoo heelemaal niet wat ze moest antwoorden,
+dat hij haar met rust liet en zich alleen verwonderd afvroeg, hoe
+zij opeens zoo veranderd was. In zijn bijzijn en dat van grootmama
+behandelde Cécile Elsje altijd beleefd en goed, al hield zij haar
+op een afstand. Een groote troost was voor Elsje het gezelschap van
+Liesje, hoewel het kleine meisje haar telkens in verlegenheid bracht
+door herhaaldelijk te vragen of zij het roode kapje nu niet eens op
+wilde zetten. Mevrouw d'Ablong keek dan heel verbaasd en eindelijk
+moest Elsje haar klein vriendinnetje bepaald verbieden, er meer naar
+te vragen; Frits bemerkte al heel gauw dat het onderwerp zijn tante
+niet aangenaam was en zweeg er dus over. Grootmama kwam trouw elken
+avond even bij Elsje's bed om haar nog eens goeden nacht te kussen en
+deed dit in deze dagen bizonder hartelijk, maar zij vroeg haar niet,
+of haar iets scheelde en wat; zij begreep heel goed, welken strijd
+het meisje had te strijden, maar vond het toch niet goed tusschen
+haar schoondochter en Elsje te komen. Mevrouw d'Ablong was trouwens
+vrij tevreden over het gedrag van haar nichtje en eens zelfs kwam ze
+opzettelijk bij haar op haar kamer en zei:
+
+"Nu moet ik je eens een prijsje geven, kind. Ik vind wezenlijk dat
+je wat vooruit gaat in je manieren en vanavond vooral heb je je
+zoo bescheiden en netjes gedragen, dat ik er plezier in had. Ik had
+niets op je houding aan te merken, toen je bij dat tafeltje platen
+zat te kijken."
+
+Elsje glimlachte flauw. Zij had dien avond zoo erg lang gevonden en
+zoo verlangd om maar naar boven te gaan!
+
+Het was eenige dagen na dit gesprek dat grootmama en mevrouw d'Ablong
+een lang onderhoud hadden in de veranda. Frits, Cécile, Elsje en
+Liesje waren samen naar het bosch gegaan. "Ik laat je nu eens niet
+weer zoo rustig je gang gaan, Roodkapje," had Frits 's ochtends aan
+het ontbijt lachend gezegd. "Je blijft hier nu nog maar zoo kort,
+ik wil nu nog een beetje van je gezelschap profiteeren, daar moet je
+je dus maar in schikken."
+
+Cécile zorgde er echter wel voor dat Frits zich ook dezen ochtend
+meer met haar bemoeide dan met Elsje. De wandeling was echter zoo
+mooi en Liesje babbelde zoo gezellig, dat Elsje toch erg genoot en
+in een heel opgewekte stemming weer thuis kwam.
+
+"Ga eens even met grootmama en mij mee, Elsje," zei mevrouw d'Ablong
+na de koffie. "Wij hebben je iets heel gewichtigs te zeggen."
+
+Elsje keek verschrikt op en volgde hare tante met een kloppend hart
+naar het aardige, kleine boudoir, waar de oude dame reeds rustig in
+haar gemakkelijken stoel voor het raam zat te wachten.
+
+Zij trok Elsje naar zich toe en zei:
+
+"Kom nu maar eens prettig hier bij me zitten, kind, in dat lage
+stoeltje. Neen, een beetje dichterbij; ik heb je graag vlak naast me."
+
+Elsje keek haar dankbaar aan, terwijl ze gehoorzaamde. Mevrouw d'Ablong
+ging tegenover de oude dame zitten en begon:
+
+"Grootmama vindt, Elsje, en ik vind het ook, dat het goed voor je zijn
+zou, eens wat meer met meisjes van je eigen leeftijd om te gaan. Cilly
+is nogal wat ouder dan jij en zooveel meer ontwikkeld en buitendien
+is er nog heel veel dat je leeren moet en dat je ook gemakkelijker
+leeren zult, als je onder meisjes bent, dan wanneer je privaatlessen
+krijgt. Grootmama en ik gelooven ook dat je dan gelukkiger zult
+zijn en je later wat meer bij ons zult thuis voelen. Ik ben daarom
+van plan veranderd en besloten je wèl naar kostschool te sturen en
+ook liefst zoo gauw mogelijk. Neen, kijk maar niet zoo verschrikt,
+je zult het er heel prettig vinden en je gezondheid is nu weer zoo
+goed, dat ik je wel van mij durf te laten gaan. De kostschool, die
+ik op het oog heb, is op de badplaats, waar Cilly en ik gelogeerd
+hebben. Ik heb er heel veel goeds van gehoord en de directrice een
+paar malen gesproken. Zij weet nu alles van je vroeger leven af en zal
+zeker doen wat zij kan om je leven bij haar gelukkig te doen zijn,
+mits .... je goed je best doet, gehoorzaam haar raad opvolgt en er
+vooral op let, je even beschaafd en netjes te gedragen als de andere
+meisjes. De zeelucht zal zeker ook heel goed voor je wezen en ik hoop
+en vertrouw dus dat deze maatregel aan het doel zal beantwoorden en
+je langzamerhand heelemaal zóó worden zult, dat ik er trotsch op kan
+zijn dat je mijn nichtje bent."
+
+"Maar je bent nu toch ook al trotsch op Elsje, niet waar?" zei de
+oude dame met een vriendelijk knikje, terwijl ze hare zachte hand op
+die van Elsje legde. Het meisje werd beurtelings rood en bleek.
+
+"Ik hoop het nog veel meer te worden," zei mevrouw d'Ablong zeer
+beslist. "Kom kind, kijk maar niet zoo verschrikt. Ik ben overtuigd
+dat het nieuwe leven je wel bevallen zal. Je moet natuurlijk nog
+heel veel leeren, maar je bent pas vijftien jaar en als je nu bij
+voorbeeld tot je achttiende op kostschool blijft...."
+
+"O tante, zóó lang?" viel Elsje verschrikt in.
+
+"De tijd zal om zijn, voordat je het weet, lieveling," zei
+grootmama. "En dan moet je de heerlijke vacanties niet vergeten,
+waarin je natuurlijk heel dikwijls bij mij komt logeeren."
+
+"Mag ... mag ik weggaan, tante?" vroeg Elsje, die vurig verlangde,
+alleen te zijn. Zij had een gevoel alsof ze zich niet langer
+goed zou kunnen houden--op dit oogenblik scheen het haar nog iets
+verschrikkelijks toe naar een kostschool te worden gestuurd, om daar,
+zooals zij stellig verwachtte, door de andere meisjes, die wèl al
+"jonge dames" waren, uitgelachen en geplaagd te worden. Maar zij _zou_
+haar best doen; zij zou alles doen wat ze maar kon, om hare tante
+niet te veel tot last te wezen en ze zou moed houden ook!
+
+En ze _bleef_ moed houden en strijden tegen het overweldigende gevoel
+van eenzaamheid, dat haar soms dreigde te bemachtigen. Het was maar
+goed dat zij al heel spoedig vertrekken moest. Het nieuwe schooljaar
+was reeds sedert een paar weken ingegaan en toen het besluit van
+mevrouw d'Ablong eenmaal vaststond, werd er haast achter het werk
+gezet en ruim een week nadat Elsje gehoord had, welk nieuw leven
+haar wachtte, was zij reeds met hare tante op weg naar de bewuste
+badplaats en reed ze, met een erg benauwd gevoel in de keel, naar het
+deftige kostschoolgebouw, dat een tijdlang hare woning zou wezen. De
+directrice, een statige, lange dame met doordringende, bruine oogen,
+ontving haar echter zoo hartelijk en sprak haar zoo vriendelijk toe,
+dat zij verruimd adem haalde, toen de eerste begroeting achter den rug
+was en zelfs veel minder zenuwachtig was dan ze gedacht had te zullen
+zijn, toen zij afscheid van hare tante genomen had en de directrice
+volgde naar de groote eetzaal, waar ruim twintig meisjes aan de tafel
+zaten, gereed om het lunch te gaan nuttigen. Elsje kreeg een stoel
+naast een bleek, heel blond meisje, dat er zeer verlegen uitzag en hare
+oogen op haar bord hield geslagen. De verlegenheid van hare buurvrouw
+maakte Elsje vrijmoediger; zij keek bedaard om zich heen en bemerkte
+tot haar blijdschap dat volstrekt niet alle meisjes onberispelijk
+rechtop zaten en zich zoo elegant gedroegen als Cécile. De Engelsche
+onderwijzeres, die tegenover Elsje zat, moest telkens een of andere
+vermaning toedienen met betrekking tot het hanteeren van mes, vork
+en glas en Elsje vond het een heel aangename gewaarwording dat zij
+haar zoo goed kon verstaan--dàt had zij aan Miss Piper te danken en
+zij was er nu haast blij om dat zij zooveel mooie zomerdagen alleen
+in haar gezelschap had doorgebracht. Na het lunch werd zij aan al de
+onderwijzeressen en aan de meisjes voorgesteld. Er waren verscheidene
+nieuwe leerlingen onder en zij waren lang niet allen zoo knap en
+zoo begaafd, als Elsje had gevreesd. Wel was zij natuurlijk zeer
+ten achter bij de meeste meisjes van haar leeftijd, vooral wat het
+Fransch en Duitsch betrof, waarmee zij nog geheel van voren af aan
+moest beginnen, maar haar aanleg en haar wil waren zeer goed en dit
+kon niet van al de andere leerlingen worden gezegd. Er waren er onder,
+die naar kostschool waren gestuurd omdat ze bizonder moeilijk leerden,
+of bizonder lui van nature waren. Onder de uitnemende leiding der
+directrice en het goede onderwijs maakten echter de meesten flinke
+vorderingen en wat Elsje betrof,--zij deed zoozeer haar best en begon
+spoedig zooveel lust te krijgen in haar werk dat ze zich in de lesuren
+bepaald gelukkig voelde. Hare belangstelling en ambitie waren opgewekt
+en met groot genot kon zij soms over hare boeken gebogen zitten,
+geheel verdiept in een geschiedenisles of in een of ander vers, dat
+zij later zou moeten reciteeren. Dat reciteeren was in het eerst een
+ontzettend iets voor haar. De directrice had als vasten regel ingesteld
+dat alle meisjes een avond in de week iets moesten voordragen. Allen
+kwamen dan in het salon, dat anders alleen Zondags werd gebruikt,
+bijeen en na de thee namen de werkzaamheden een aanvang en moest
+ieder meisje haar best doen, zóó goed haar bijdrage op te zeggen,
+als zij dit maar met mogelijkheid kon.
+
+De "nieuwelingen" zagen in het begin altijd erg tegen dezen avond op,
+maar de directrice, die zelf bizonder goed reciteerde en een zeer
+welluidende stem had, hielp allen zoo goed terecht en met zooveel
+geduld, dat hare leerlingen hoe langer hoe meer moed begonnen te
+vatten en ook Elsje, toen zij eenige maanden op school geweest was,
+den "reciteeravond" werkelijk prettig begon te vinden. Met de andere
+meisjes kon zij goed overweg. Er waren er, die haar een beetje vreemd
+aanzagen, toen zij met groote vrijmoedigheid allerlei omtrent haar
+vroeger leven vertelde, maar zij deed dit zoo aardig en vroolijk en
+als het nichtje van de deftige mevrouw d'Ablong vond men haar toch
+zoo geheel _comme il faut_, dat de meesten met gretige ooren naar
+haar grappige verhalen luisterden. Want op ernstige wijze sprak zij
+over haar dorpsleven slechts met haar kamergenoot, het blonde meisje,
+naast wie zij den eersten dag aan tafel had gezeten. Dit meisje was
+het eenige kind van een rijken bloemist, die in Gelderland woonde
+en van den dokter den raad had gekregen, zijn zwak dochtertje de
+zeelucht te laten genieten. Verscheidene leerlingen der deftige
+kostschool vonden het wat beneden zich, zich veel met de dochter van
+een bloemist te bemoeien, al was deze ook nog zoo rijk en het meisje
+zelf voelde wel dat sommige harer aristocratische schoolkameraadjes
+haar "minder" rekenden en hare aangeboren schroomvalligheid werd
+daardoor nog grooter. Met Elsje echter was zij geheel op haar gemak
+en het waren gelukkige oogenblikken voor de beide meisjes, als zij
+naast elkaar mochten gaan op de lange, dagelijksche wandeling langs
+het prachtige strand. De leerlingen moesten dan netjes in de rij
+loopen, iets wat voor de meesten een kwelling was en Elsje vooral
+voelde soms een bijna onweerstaanbare neiging in zich opkomen om
+weg te snellen van de anderen naar een hooge duin in de verte, die
+hijgend te beklimmen en in vrije eenzaamheid het mooie uitzicht
+te genieten op de grootsche zee, die haar ernstig maakte en deed
+jubelen tegelijk. Eens zelfs trok zij, in een uitgelaten bui, haar
+vriendinnetje lachend mee uit de rij en liep met haar een eind de zee
+in, om toen met natte laarzen en neergeslagen oogen, langzaam terug
+te keeren tot de zeer toornige Française, die de meisjes dien dag op
+de wandeling vergezelde. Elsje begreep later zelf niet hoe zij het
+had durven doen! Het was alsof zij soms uiting geven _moest_ aan het
+gevoel van vroolijken levenslust in haar hart, want over 't geheel was
+zij zeer gelukkig in haar tegenwoordig leven en er waren oogenblikken,
+waarin hare zonnige natuur haar bijna dwong tot juichen en zingen.
+
+"Zij is een mijner beste en liefste leerlingen," verzekerde de
+directrice aan mevrouw d'Ablong, toen Elsje een jaar op de kostschool
+had doorgebracht, "het is alleen maar jammer, dat zij soms van die
+wonderlijke, luidruchtige buien heeft. Zij is dan zoo levendig en
+vol grappen, dat zij al de andere meisjes aan den gang maakt en... ja
+eerlijk gezegd, heb ik zelf soms moeite mijn lachen te bedwingen. Zij
+kan zoo aardig origineel met een of andere opmerking voor den dag
+komen. Zij heeft bepaald vele gaven, lieve mevrouw, en het is treffend
+om te zien hoe zij onder den indruk komt van een mooi natuurtafreel,
+dan is ze stil en ernstig, maar er zijn dagen dat haar levenslust
+haar vergeten doet waar zij is en zij zal nog veel moeten leeren,
+eer zij zich volkomen gracieus en _ladylike_ gedraagt. Dat drukke en
+opgewondene moet wat getemperd worden."
+
+"O ja zeker, zeker, levendigheid is goed, maar luidruchtigheid kan
+ijselijk burgerlijk zijn," antwoordde mevrouw d'Ablong zeer beslist.
+
+Zij zou reden hebben zich nog meer te ergeren aan Elsje's gemis aan
+aristocratische bedaardheid. Tot groote teleurstelling van Elsje,
+ging men in de zomervacantie niet bij grootmama logeeren. Met de
+Paaschdagen had Elsje haar even gezien en er zich op verheugd in
+Juli en Augustus eenige weken bij haar te komen, maar toen de groote
+vacantie aanstaande was, schreef hare tante haar dat Cécile weer een
+week of zes aan zee moest doorbrengen en dat zij zelf daarom besloten
+had met de beide meisjes kamers te nemen in het badhotel, waar zij
+den vorigen zomer met Cilly had gelogeerd. Grootmama schreef aan
+Elsje hoe het haar speet, dat zij haar nu niet bij zich zou krijgen;
+zij moesten nu beiden maar hopen op den volgenden zomer; het jaar
+zou gauw genoeg om zijn en in de Kerstvacantie kwam de oude dame
+stellig bij haar schoondochter logeeren. Wat zou Elsje dan al een
+jonge dame zijn! Zij was nu immers al zestien jaar? Frits beweerde,
+dat hij haar nauwelijks meer "Roodkapje", zou durven noemen, als hij
+een paar dagen in het hotel kwam logeeren bij zijn tante.
+
+Dus Frits zou ze toch wèl zien! Dat vond Elsje nogal prettig en toen
+de vacantie eindelijk daar was en mevrouw d'Ablong haar het aardige
+slaapkamertje toonde, dat zij voor zich alleen zou hebben en haar een
+paar vriendelijke woorden zei, omdat zij op school zoo goed haar best
+had gedaan en toen Cécile zich verwaardigde ook vrij aardig jegens
+haar te wezen,--trok het denkbeeld in het hotel zes weken door te
+brengen, haar meer aan.
+
+Er waren verscheidene gasten en men at aan table d'hôte. Het trof
+toevallig dat Elsje een paar plaatsen van hare tante en Cécile af een
+stoel kreeg naast een vriendelijken, ouden heer, die al heel gauw een
+praatje met haar begon. Elsje antwoordde vroolijk en ongedwongen. Zij
+had er nogal tegenop gezien met zooveel vreemde menschen aan tafel
+te zitten, maar nu de maaltijd even aan den gang was, viel het haar
+erg mee. Hare tante keek telkens eens tersluiks langs de tafel heen,
+of Elsje netjes at en netjes zat en bemerkte tot haar voldoening dat
+het meisje erg "aangeleerd" was in het verloopen jaar. Alles ging
+goed tot het dessert, toen de oude heer allerlei grappen met zijn
+buurmeisje begon te maken over een schoteltje pralines en flikjes,
+waarvan hij haar zeer overvloedig had bediend. Elsje's oogen begonnen
+te schitteren van pret. Zij had een kleur gekregen, eerst van een
+beetje agitatie, later van het drukke praten en van het plezier en
+zij zag er zoo aardig en aantrekkelijk uit in haar frissche jeugd, dat
+haar buurman hoe langer hoe meer welbehagen in haar kreeg. Toevallig
+was het juist een oogenblik heel stil aan tafel, toen de vroolijke,
+oude heer iets zeide, dat Elsje in een luiden, helderen lach deed
+uitbarsten, die echter plotseling verstomde, toen men haar verbaasd
+aanzag en hare tante met een gezicht vol strenge berisping haar kant
+uitkeek. Het was gedaan met Elsje's zorgelooze vroolijkheid. De oude
+heer fluisterde haar toe dat zij niet zoo verlegen moest zijn en dat
+hij nog wel eens veel luider gelachen had, maar dat troostte Elsje
+niet en zij was blij toen het tijd was om van tafel op te staan, ook
+al vreesde zij dat haar nu van haar tante een strafpredikatie wachtte,
+die dan ook niet uitbleef.
+
+Den volgenden dag was haar plaats veranderd en zat ze naast mevrouw
+d'Ablong aan een hoek der tafel. Haar vroegere buurman knikte haar
+vriendelijk toe uit de verte en maakte 's avonds een praatje met haar,
+maar Elsje was toen zoo bedaard en antwoordde zoo _einsilbig_, dat
+hij nauwelijks wist, hoe hij het met haar had. Eenige dagen later was
+hij vertrokken--eigenlijk maar een rust, dacht Elsje met een zucht,
+terwijl ze zich telkens afvroeg, waarom het toch deftiger was om op
+gemaakt zachten toon te spreken en zijne vreugde en droefheid weinig
+te toonen, dan om zich precies voor te doen zooals men werkelijk was
+en zich voelde.
+
+Toch had zij geen onaangename vacantie. Hare tante en Cécile waren
+vriendelijker dan vroeger en zij bemerkte wel dat zij meer met haar op
+hadden en zich veel minder over haar schaamden en ergerden dan een jaar
+geleden. Cécile had echter een wonderlijke manier om Elsje achteraf
+te houden en zichzelf op den voorgrond te brengen, als zij met andere
+loges in aanraking kwamen. Heel veel kon dit Elsje nu wel niet schelen,
+maar het was toch een eigenaardig prettige gewaarwording voor haar,
+toen Frits kwam en minstens evenveel notitie van haar nam als van
+Cécile. Hij bleef haar hardnekkig "Roodkapje" noemen en toen in het
+dorp het bericht de ronde deed dat de koninginnen een bezoek zouden
+komen brengen, raadde hij Elsje sterk aan, zich op den grooten dag
+als Roodkapje te verkleeden en in dit kostuum aan de jonge koningin
+een mandje met wafels te overhandigen. Nu, daaraan dacht Elsje niet,
+maar zij had wel een gevoel, alsof ze zichzelf niet was, toen zij
+op den feestdag na het ontbijt op de duin voor het hotel stond en
+in de kronkelende dorpsstraat beneden, tusschen de hooge linden,
+de vroolijke vlaggen zag wapperen, die helder beschenen werden door
+de volle, rijke zon. Koningin Wilhelmina zien! Het was iets, waarvan
+ze had gedroomd en waarnaar ze had gehunkerd jaren lang en toen Frits
+haar den vorigen avond de versieringen in het dorp had laten kijken,
+was het haar plotseling zoo vreemd week geworden om het hart, dat het
+haar benauwde en zij angstig had uitgeroepen: "Als zij nu opeens eens
+niet kwamen!"
+
+Wat had Frits haar toen uitgelachen--gelukkig was Cécile er niet
+bij geweest! Die was veel kalmer bij het vooruitzicht; zij had de
+koninginnen al zoo verbazend vaak gezien!
+
+De vorstelijke rijtuigen zouden langs het hotel voorbijkomen en
+de gasten behoefden dus in 't geheel geen moeite te doen. Dat vond
+Elsje eigenlijk een beetje jammer en o, wat moest het nog lang duren,
+eer zij kwamen! Het was nu half tien en zij konden niet vóór elf uur
+komen, had Frits gezegd. Hoe zou ze den tijd klein krijgen!
+
+"je bent te laat, zij zijn al weer weg! Ik moest je wel de groeten doen
+van koningin Wilhelmina," klonk de stem van Frits achter haar. Elsje
+keerde zich lachend om.
+
+"Dan hebben zij wel een _bizonder_ kort bezoek aan het dorp gebracht,"
+zei ze. "Hoe is het mogelijk dat zij dan toch nog tijd hebben gevonden
+om met jou te spreken?"
+
+"Lieve tijd, hoe brutaal! Bedenk een beetje wie je voor je hebt,
+jonge dame! Vergeet niet dat ik heel gauw Mr. Frits d'Ablong zal
+zijn en spoedig beroemd en bekend in het buitenland, zoowel als in
+ons eigen kleine landje."
+
+"In het buitenland?" vroeg Elsje verbaasd.
+
+"Ja zeker, want zoodra ik gepromoveerd ben, ga ik een poosje naar
+Duitschland en als ik dan terugkom, probeer ik een plaats als
+rentmeester te krijgen op een groot buiten in Gelderland. Dat is
+altijd grootmama's wensch geweest en als die nu werkelijk eenmaal
+vervuld wordt, ben ik natuurlijk heel wat meer waard dan nu. Ik wed
+dat je me dan heelemaal niet meer Frits durft te noemen."
+
+"Misschien wel niet," zei Elsje zacht.
+
+"Maar Roodkapje, wat scheelt er nu aan?" vroeg hij lachend. "Kom,
+kijk mij eens recht in de oogen en zeg eens gauw dat je me nooit
+anders dan Frits zult noemen."
+
+Wat had Elsje opeens? Zij begreep het zelf niet. Confuus voor Frits
+was zij eigenlijk nog nooit geweest, maar op dit oogenblik kwam er
+eensklaps een vreemde verlegenheid over haar, waartegen zij zich
+te vergeefs poogde te verzetten, terwijl ze hare oogen opsloeg,
+hem aanzag en zei:
+
+"Ik wil heel graag altijd Frits zeggen."
+
+"Wel natuurlijk," zei hij vroolijk. "O, daar komen tante en Cilly
+aan. Hierheen dames, als 't je blieft; er is hier voor allen
+plaats." En hij ging de anderen voor naar een groote veranda, waar
+de vorstelijke stoet langs zou rijden en stoelen waren neergezet.
+
+"Niet waar, mevrouw, wij staan allen op en maken eenvoudig een buiging,
+als zij komen? U doet toch zeker ook niet mee aan dat luide roepen der
+dorpsbewoners? Die kunnen hier trouwens ook moeilijk komen bij het
+hotel; de weg is smal. Maar u bent het toch met mij eens, nietwaar,
+dat het veel deftiger en welstandiger is om eerbiedig te buigen dan
+zoo oorverdoovend te juichen?"
+
+Het was een der gasten uit het hotel, die deze vragen tot mevrouw
+d'Ablong richtte, die met Cécile, Frits en Elsje onder de veranda
+had plaats genomen.
+
+"O ja, zeker, zeker," haastte zij zich te antwoorden, terwijl het
+overige gezelschap eerbiedig toeluisterde. "Dat spreekt van zelf. Ik
+ben het volkomen met u eens."
+
+Elsje alleen had niet naar het gesprek geluisterd. Met een kloppend
+hart zat zij het plechtige oogenblik af te wachten. Frits keek haar
+nu en dan van ter zijde aan, glimlachend over haar jonge geestdrift.
+
+Eindelijk, eindelijk, daar naderden zij. Langzaam en statig kwamen
+de rijtuigen dichter bij. Elsje's hart klopte nu bijna hoorbaar
+en als in een droom volgde zij het voorbeeld der anderen en stond
+op van haar stoel. Daar was het rijtuig der koninginnen vlak voor
+haar. Hare blijde oogen zagen een jeugdige, blonde verschijning,
+die met een innemend lachje en een bevallige buiging het eerbiedig
+nijgen der hotelgasten beantwoordde, en uiting gevend aan het warme
+gevoel van liefde en bewondering, dat haar bezielde, wuifde Elsje
+met hare beide handen en riep met bevende lippen, luid en juichend:
+
+"O koningin, koningin, koningin!"
+
+Er gleed een vroolijk lachje over het gelaat van haar, wie deze
+uitroep gold en met stralende oogen zag Elsje het rijtuig na, toen
+zij de hand harer tante op haar arm voelde.
+
+"Stil toch kind, stil toch, je hoort toch dat niemand anders wat
+roept!" klonk het verdrietig.
+
+"Vreeselijk aanstellerig van je, Elsje," fluisterde Cécile, die haar
+sierlijkste buiging ten beste had gegeven.
+
+"Kom tante, zij was zoo erg blij!" bracht Frits verontschuldigend in
+het midden. "Ik zou dolgraag meegeroepen hebben met Elsje, als ik maar
+gedurfd had. Koningin Wilhelmina zal je nu natuurlijk nooit vergeten,
+Roodkapje. Hadt je nu nog maar een mandje wafels bij je gehad en je
+kapje op!"
+
+Maar mevrouw d'Ablong was niets gesticht over Elsje's uiting van
+geestdrift. "Zulke dingen doen deftige menschen niet, dat behoort
+niet zoo," zei ze 's avonds tot haar, toen ze haar nog eens onder
+handen nam. "Ik ben anders wel tevreden over je tegenwoordig, maar
+je moet heusch wat meer op Cécile letten, die weet altijd precies,
+hoe zij zich gedragen moet. De andere gasten keken zoo verbaasd en
+vreemd op, toen jij daar opeens zoo hard aan 't roepen gingt!"
+
+Het was misschien niet goed van Elsje, maar _deze_ berisping trok zij
+zich heel weinig aan. Zij was zóó blij dat zij de koningin gezien
+had en zoo opgetogen over haar, dat er voor 't oogenblik althans,
+geen plaats was in haar hart voor spijt over hetgeen ze in haar groote
+vreugde had gedaan. Zij luisterde beleefd naar wat hare tante zeide,
+maar dacht er verder niet over na.
+
+En wie beschrijft hare verrukking, toen ze op een der eerste ochtenden
+na de vacantie, de eetkamer op school inkwam en op haar bord een
+pakje vond liggen, dat een groot kabinetportret der jonge koningin
+bleek te bevatten. Met groote ingenomenheid bekeek zij het en zag
+toen dat achter op het karton geschreven stond:
+
+"_Met hartelijke groeten van Frits d'Ablong. Ter herinnering aan_
+18 _Augustus._"
+
+
+
+Hoofdstuk XIV.
+
+"Kindersproke."
+
+
+"O tante, zóó lang?" had Elsje gevraagd, toen mevrouw d'Ablong zeide
+dat zij haar tot haar achttiende jaar op kostschool wilde laten blijven
+en nu was ten slotte de tijd om, voordat zij het zelf haast wist. Zij
+zou het niet geloofd hebben als iemand het haar drie jaren geleden
+had voorspeld, maar toen de dag van het afscheid naderde, voelde zij
+zich zoo bedroefd en zag zij er zoo tegen op het gelukkige leven,
+dat zij op school gehad had, vaarwel te zeggen, dat zij er werkelijk
+een oogenblik ernstig over dacht, hare tante te smeeken, haar nog
+een jaar te laten blijven. Maar, zoo onhartelijk en ondankbaar wilde
+zij toch niet zijn. "Nu verlang ik er bepaald naar dat je voor goed
+thuiskomt, kind," zei mevrouw d'Ablong den laatsten keer dat zij
+Elsje bezocht. "Cécile gaat zoo verbazend veel uit, nu zij eenmaal
+gepresenteerd is en ik ben zoo bang dat ik haar gauw heelemaal zal
+verliezen..."
+
+"Waarom tante?" viel Elsje haastig in. Zij wist dat de wensch van
+grootmama spoedig zou worden vervuld en Frits er in geslaagd was
+een betrekking als rentmeester te vinden. Het groote buiten, waar hij
+werkzaam zou wezen, lag op een klein uur afstands van de villa der oude
+dame en dezen zomer zou Frits voor goed uit Duitschland terug komen
+en zijn nieuwen werkkring aanvaarden. Elsje had hem slechts een paar
+malen even gezien in de laatste twee jaren; hij was dikwijls in het
+land geweest buiten den vacantietijd. Toen zij hem het laatst ontmoet
+had, in de vorige zomervacantie, buiten bij grootmama, was het haar
+opgevallen dat Cécile en hij zoo vertrouwelijk samen waren. Zij had
+toen weer sterk het onderscheid gevoeld tusschen Cilly en zichzelf,
+want, hoewel hare manieren nu, volgens mevrouw d'Ablong, "bijna
+onberispelijk" waren, overviel haar toch telkens in tegenwoordigheid
+van Cécile en Frits, een gevoel van linkschheid, dat haar verlegen en
+stil maakte. Zij had zich niets gelukkig gevoeld die dagen dat Frits
+buiten was en het eigenlijk een verlichting gevonden, toen hij weer
+vertrekken moest. Het was niet lief van haar, dat voelde ze wel, maar
+zij kon het niet heel goed verdragen dat hij en Cécile het zoo bizonder
+goed samen konden vinden, en toch, wat ging het haar eigenlijk aan,
+zij schaamde zich er over dat het haar zoo hinderde. Wat verbeeldde
+zij zich wel? Frits was immers ook altijd even vriendelijk en beleefd
+jegens haar; _meer_ verlangde zij toch niet? Zij werd telkens boos op
+zichzelf, als zij zoo redeneerde, maar.... heel veel hielpen die toorn
+en dat redeneeren haar niet. Zij had zich echter vast voorgenomen,
+het heusch heel prettig te vinden, als zij hoorde dat Frits en Cécile
+samen zouden trouwen; nu hare tante echter, naar zij dacht, met dit
+bericht voor den dag zou komen, verlangde zij er heelemaal niet naar,
+het te hooren. Zij kreeg een kleur, toen zij op de geheimzinnige
+woorden van mevrouw d'Ablong inviel met haar:
+
+"Waarom tante?"
+
+"Wel meisje, wat komt dat er levendig uit!" lachte hare tante. "Zoo,
+zoo, begin je je ook al zoo verbazend voor dergelijke dingen te
+interesseeren? Nu, ik heb wel hoop dat mijn aardig nichtje _ook_
+nog wel eens iemand zal vinden, die heel veel van haar houdt. Je
+ziet er veel beter uit, Elsje. Je moet maar veel rose dragen, die
+blouse flatteert je bepaald. Neen, kijk mij eens even goed aan! Ik
+geloof heusch dat ik je bij je kin moet vasthouden; je draait
+telkens je hoofd om. Ziezoo, nu moet je me wel aankijken, ondeugend
+kind. Ik denk wezenlijk meisje, dat je met die blauwe oogen nog
+eens iemand betooveren zult. Wordt je nu al verlegen om zoo'n gewoon
+complimentje? Wat ben je toch een grappig, kinderlijk schepseltje! En
+wou je nu zoo dolgraag eens weten, waarop ik zoo pas doelde? Krijg
+je nu al weer een kleur en wat kijk je vreeselijk ernstig! Nu Elsje,
+ik denk.... ik denk haast wel dat Cécile gauw geëngageerd zal zijn."
+
+"O," zei Elsje met een zucht, terwijl ze haar gezicht wegtrok en haar
+best deed blij te kijken.
+
+"Ik denk," vervolgde mevrouw d'Ablong met een trotsch lachje, "dat zij
+een allersnoeperigst bruidje zal wezen; maar zoover zijn wij nog niet,
+gelukkig. Ik mag je nog niet vertellen met wien Cilly trouwen gaat,
+dat heb ik haar stellig beloofd en je moet er haar ook nog maar niet
+over schrijven, dat heeft ze liever niet. Er zijn redenen waarom het
+engagement voorloopig nog geheim moet blijven, maar je begrijpt zeker
+wel dat ik nu nog meer verlang om je voor goed thuis te krijgen, he?"
+
+"O ja, tante."
+
+"Vooreerst zal Cécile nog wel niet trouwen, maar haar aanstaande man
+zal haar natuurlijk heel dikwijls van mij weghalen, dat spreekt van
+zelf. Ik denk dat zij een erg knap paar zullen zijn. Maar nu mag
+ik er je niets meer van vertellen. Cilly heeft me dat zoo op het
+hart gedrukt. Nu kindje, daar luidt de bel voor je lunch, ga maar
+gauw heen--tot Juli hoor! Wij zien elkaar dan terug bij grootmama;
+ik zal er voor zorgen dat er nog een paar nette, nieuwe toiletjes
+voor je worden gemaakt. En o ja, denk er aan dat je er niets van laat
+blijken, als je bij grootmama komt, dat je van Cécile's engagement
+afweet. Het moet bepaald nog strikt geheim blijven tot het najaar;
+pas dus goed op, hoor."
+
+"Ja zeker tante."
+
+Dit was een van de redenen, waarom Elsje er zoo tegen opzag van
+haar gelukkigen kostschooltijd afscheid te nemen. "Frits en Cécile
+geëngageerd," dacht ze, "wat zullen zij mij dan uitstekend goed
+kunnen missen! Ik vind het heerlijk, heerlijk, grootmama weer te
+zien, maar alles zal nu wel heel anders wezen dan vroeger. Grootmama
+zal natuurlijk, evenals tante, erg opgaan in die twee. Maar ik
+moet mijn best doen. Tante is zoo lief voor mij tegenwoordig
+en... en... misschien valt het wel mee. Ik vind het vreemd dat
+Frits eerst in Augustus thuiskomt, hij zal toch wel heel erg naar
+Cécile verlangen. Vóór dien tijd zal het dan toch wel heel prettig
+zijn bij grootmama; ik wou dat ik dan later nog wat bij Line mocht
+gaan logeeren."
+
+Line was de dochter van den bloemist. Elsje en zij waren nu elkaars
+"grootste" vriendinnen en vonden het een verschrikkelijk denkbeeld
+dat de tijd spoedig aanstaande was, waarop zij elkaar niet meer
+dagelijks zouden zien. Zij namen zich echter stellig voor, elkaar
+trouw te schrijven en Line rekende er vast op, dat Elsje eens gauw
+bij haar zou komen logeeren.
+
+"Dag Elsje, dag lieve, lieve Elsje!" zei ze, toen het uur van afscheid
+nemen werkelijk was gekomen en de twee vriendinnen elkaar voor het
+laatst omhelsden. "Je schrijft me nu heusch dadelijk, he? Ik beloof
+je dat ik je brief heel gauw zal beantwoorden. Ik hoop dat je het
+heerlijk hebben zult buiten, bij die lieve oude dame. Ik vind het
+verrukkelijk om naar huis te gaan, maar o, wat wou ik dolgraag dat
+je nu al met me mee gingt!"
+
+"Kom Line, nu moet Elsje heusch weg, haar koffer is al naar het
+station," kwam de directrice tusschenbeide. "Heb je al de andere
+meisjes ook al goedendag gezegd, Elsje? Het spijt iedereen dat je
+voor goed weggaat. Je bent mij een heel lieve leerling geweest, kind;
+God zegene je!"
+
+Elsje was verbaasd te zien, hoe de anders zoo statige dame de tranen
+in de oogen had. Nu kon zijzelf zich ook niet langer goed houden. Tot
+op dit oogenblik had zij dapper tegen hare ontroering gestreden,
+maar thans begaf haar opeens alle zelfbeheersching en hare handen
+voor het gezicht slaande, riep ze snikkend uit:
+
+"Och juffrouw, ik wou hier zoo vreeselijk graag nog wat blijven;
+ik heb het hier zoo heerlijk gehad..."
+
+"Kom lieve meid, je zult het immers bij je tante ook weer heel prettig
+hebben! Doe maar goed je best om een lieve tweede dochter voor haar te
+zijn. Dag kind, dag kind! Laat mij maar eens gauw wat van je hooren."
+
+En het rijtuig reed met Elsje en de Fransche secondante, die haar naar
+het station bracht, weg, terwijl zij nog maar al met hare hand uit
+het raampje wuifde, tot het laatste stipje van het kostschoolgebouw
+uit het gezicht was verdwenen.
+
+O, wat was het heerlijk, toen zij aan het eind harer reis aankwam,
+terstond toen zij uit den coupé stapte, het lieve gezicht van grootmama
+voor zich te zien! "Welkom thuis, kind, welkom thuis!" zei de oude
+dame, Elsje naar zich toetrekkend en een kus gevend. "Wat heb ik naar
+je verlangd!"
+
+"En ik naar u, grootmama," zei Elsje warm.
+
+"Ja? Kom, dat is goed. Jacob staat met het rijtuig op ons te
+wachten. Kijk, de paardjes trappelen al van ongeduld om je thuis te
+brengen. Je ziet Cilly zeker ook al, he? Zij is maar heel gemakkelijk
+in het rijtuig blijven zitten; tante wacht je thuis op. Jammer
+dat Frits er nu nog niet is, die verlangt ook naar je. Kijk je zoo
+nieuwsgierig, omdat je niet weet wie die andere jonge dame is, die
+naast Cilly zit? Maar je kent haar toch heel goed! Zij logeert ook
+een poosje bij mij. Kom, ga maar gauw mee."
+
+"O ja, nu zie ik het; het is Loulou van Rensen," zei Elsje, nu juist
+niet op verheugden toon.
+
+"Dag Elsje, welkom hier," zei Loulou vriendelijk, zoodra ze haar
+zag. "Vindt je het niet verbazend prettig om voor goed van kostschool
+af te zijn? Wat zie je er goed uit, zeker ook van blijdschap, he?"
+
+"Dat weet ik niet," zei Elsje lachend. "Dag Cécile."
+
+"Dag Elsje, welkom hier," was al wat Cécile zeide, maar Elsje lette
+er niet op en was dadelijk druk in gesprek met grootmama, die alles
+weten moest van de directrice en van het afscheid en vooral van
+Elsje's grootste vriendin.
+
+Mevrouw d'Ablong begroette Elsje vrij hartelijk en nam haar dadelijk
+mee naar hare kamer om haar de nieuwe japonnetjes te laten zien, die
+zij voor haar in orde had laten maken. "Dat opgestoken haar staat je
+bizonder goed," zei ze, "maar je moet er bepaald een schildpadden
+naald in steken. O, daar komt grootmama ook al weer aan. Die heeft
+wat naar je verlangd, kind; Cilly zou haast jaloersch geworden zijn."
+
+"Ik kom Elsje een brief brengen, zeker van Miss Piper," zei de oude
+dame, die de kamer binnenkwam, gevolgd door Cécile en Louise.
+
+"Cilly heeft _geen_ reden om jaloersch te wezen. Is het wel, _madame
+la baronne_?" fluisterde Loulou lachend.
+
+"Sst! Stil toch!" fluisterde Cécile terug. "En wees toch niet zoo
+flauw met je _madame la baronne_! Dat ben ik heelemaal niet...."
+
+"Maar je zult er toch op lijken, als je later op het kasteel woont."
+
+"Och wat, kasteel! Het is heelemaal geen kasteel, het is een heel
+gewoon huis!"
+
+"Maar...."
+
+"Toe, stil nu," zei Cécile op gebiedenden toon. "Is het een brief
+van Miss Piper, Elsje? En vindt ze het niet naar, dat ze nu al een
+jaar van ons weg is?"
+
+"Zij schrijft heel hartelijk, lees maar eens," zei Elsje. "Ik vind
+het erg aardig dat zij er aan gedacht heeft dat ik vandaag voor goed
+thuis kwam."
+
+"Nu moet je mij eens even al je aandacht schenken, kind," zei
+grootmama, een klein doosje te voorschijn halend. "Ik had het je
+al willen geven op je achttienden verjaardag, maar tante vond het
+aardiger, als je het nu kreegt. Kijk eens!"
+
+En het doosje openend, liet zij Elsje een allerliefst geëmailleerd
+gouden horloge zien.
+
+"Neem het er maar uit," zei ze met een vriendelijk knikje, toen Elsje
+er met een verbluft gezicht naar stond te kijken.
+
+Voorzichtig en een beetje verlegen gehoorzaamde ze.
+
+"Lees eens, wat op den rand staat," zei de oude dame weer. "Ik hoop
+dat het je bevalt."
+
+"O grootmama," was al wat Elsje zeide, toen ze de kleine letters op den
+rand van het horloge ontcijferde. "Aan mijn lieve kleindochter," stond
+er en toen ze die woorden las, was het Elsje een oogenblik, alsof ze
+werkelijk hare eigene lieve grootmoeder terug had gekregen. Er kwam een
+warm, weldadig gevoel in haar hart bij het besef, hoe de oude dame ook
+haar geheel als hare eigene kleindochter wenschte te beschouwen en het
+horloge in het étui op de tafel leggend, liep ze naar grootmama toe,
+sloeg op hare oude, kinderlijke wijze de armen om haar hals en zei:
+
+"O dank u, dank u hartelijk."
+
+"Wat een roerend schouwspel!" zei Cécile zachtjes tot Louise, die
+met haar bij het raam stond.
+
+"Och, ik vind het eigenlijk heel aardig dat ze zoo blij is," fluisterde
+Louise terug. "En wat is ze er lief gaan uitzien, Cilly. Ze heeft
+zoo'n mooie kleur van haar gekregen en ik heb vroeger nooit opgemerkt
+dat ze zulke aardige oogen had."
+
+"Lieve tijd, Lou, ze kan best hooren wat je zegt. Houd je toch stil!"
+
+Maar Elsje had het niet gehoord. Zij was veel te veel vervuld van het
+bezit van haar horloge en druk in gesprek met grootmama en mevrouw
+d'Ablong. "Hoe maakt Liesje het toch?" vroeg ze, toen Louise later
+een praatje met haar maakte, "vindt ze het nog zoo prettig op school
+en is ze alweer gegroeid?"
+
+"O ja, ze is bepaald al weer grooter dan toen jij haar het laatst
+zaagt en ze vindt het erg deftig dat ze nu heusch acht jaar is."
+
+"Ik verlang haar weer eens te zien," zei Elsje.
+
+"Ik geloof dat ze ook erg naar jou verlangt, maar ze zal je nu wel
+niet meer bij den naam durven noemen."
+
+"Dat zal ze wel, hoop ik," zei Elsje lachend. "En anders zal ik het
+haar wel leeren."
+
+Het viel haar dien eersten dag zeer mee, dat Louise zooveel
+vriendelijker jegens haar was dan ze verwacht had, maar den volgenden
+dag scheen deze het weer noodig te vinden, Elsje wat meer op een
+afstand te houden. Zij was zooveel jonger en Cécile had eigenlijk wel
+gelijk, het was vervelend dat dat jonge kind nu telkens mee moest,
+als zij wandelen gingen. Zij konden nu lang zoo vrij en genoegelijk
+niet meer praten als zij tot hiertoe hadden gedaan.
+
+Heel erg geneerden zij zich trouwens niet, toen zij na het ontbijt met
+Elsje in het bosch liepen. Elsje deed eerst haar best mee te praten,
+maar toen het gesprek langzamerhand uitsluitend over de bals liep,
+die Cécile en Louise den vorigen winter hadden bijgewoond en toen
+de laatste Cilly voortdurend plagend _madame la baronne_ noemde en
+allerlei geheimzinnige toespelingen maakte op iemand, die ook wel
+dolgraag naast Cilly zou hebben willen loopen, begon het Elsje te
+vervelen en liep zij zwijgend voort, zooveel mogelijk de plechtige
+schoonheid van het bosch genietend. Maar het gefluister en gegiegel
+naast haar hinderde haar toch en zij was blij, toen het tijd werd om
+naar huis te gaan. Grootmama kwam de meisjes uit de veranda tegemoet,
+toen zij hen zag aankomen. "Een telegram! Een telegram van Frits!" riep
+ze. "Hij komt morgen al thuis."
+
+"O, hoe vreeselijk gezellig!" riep Cécile terug, terwijl Elsje
+haar snel aankeek. Wat nam Cécile het bericht eigenlijk gewoon
+op! Zij praatte er niet eens verder over, toen zij in huis waren,
+maar greep gretig naar twee brieven, die de post juist voor haar had
+gebracht. Hoe vreemd! Zij moest toch wel heel blij zijn, dat hij nu
+al zoo gauw kwam. Het engagement werd dan zeker dadelijk publiek,
+al was het nog geen najaar. Foei, wat was zijzelf weinig kalm! Wat
+had zij toch? Het zou heel aardig wezen, Frits eens weer te zien, maar
+daarom behoefde haar hart nu toch niet zoo dwaas onstuimig te kloppen
+en was het volstrekt niet noodig dat hare wangen zoo gloeiden! "Wel,
+kindje, wat staan je oogen helder, bevalt het luie leventje je al
+goed?" vroeg grootmama, en Elsje knikte een beetje verlegen, zij
+voelde zich zoo vreemd en o, ze zag zoo tegen morgen op. Ze zou dan
+natuurlijk heel verheugd moeten kijken, als men haar vertelde dat
+Cécile en Frits geëngageerd waren en ze was er in werkelijkheid niets
+mee ingenomen. Ze kon het niet helpen, het was misschien heel leelijk
+van haar, maar ze vond het in 't geheel geen prettig vooruitzicht,
+om die twee zoo heel intiem samen te zien. "Ik ben een akelig,
+onuitstaanbaar, ondankbaar schepsel!" zei ze tot zichzelf, toen ze
+'s avonds alleen op haar kamer was en in een alles behalve kalme
+stemming. "En ik _moet_ morgen blij kijken en heel vroolijk zijn,
+maar och, ik wou ... ik wou dat ik Frits verschrikkelijk naar vond!"
+
+Met dezen onvriendelijken wensch in haar hart viel zij in slaap.
+
+Ze was wonderlijk kalm, toen het uur naderde, waarop Frits thuis
+komen zou. Zij zag er nu niets tegenop, heelemaal niet en dat was
+erg gelukkig, vond ze, maar och lieve tijd, al hare kalmte verdween
+als sneeuw voor de zon, toen zij Frits voor zich zag. En hij was
+zelf nog wel zoo stil, ja zelfs een beetje verlegen, toen hij haar
+goedendag zeide. "Je bent zoo veranderd," zei hij, terwijl hij met
+iets eerbiedigs in zijne oogen keek naar de slanke, bevallige gestalte
+en het frissche meisjesgezicht, waarover een eigenaardig bekoorlijke
+beschroomdheid lag. Elsje _kon_ niet anders dan ernstig kijken op dit
+oogenblik. Zonder een woord te spreken, legde zij hare hand in die
+van Frits en keek hem aan. Toen voelde zij zich opeens zoo onrustig
+en gejaagd, dat ze het een verademing vond, toen hij zich van haar
+afwendde, omdat grootmama hem iets vroeg.
+
+"Nu komt het, nu komt het!" dacht Elsje, toen het geheele gezelschap
+na de koffie bij elkaar in de veranda stond en Frits Cécile plaagde,
+omdat zij hem niet met een kus welkom had geheeten. "Je hebt snood
+de belofte gebroken, die je me jaren geleden gedaan hebt," zei hij,
+waarop Cécile beweerde dat zij nooit beloofd had, dat zij hem altijd
+"zoo overdreven hartelijk" zou begroeten, als zij hem zag. "Dat zou
+ook heelemaal niet _comme il faut_ zijn," fluisterde Louise haar in,
+waarop Frits absoluut weten wilde, wat zij gezegd had en Elsje maar al
+op heete kolen stond, omdat zij ieder oogenblik verwachtte dat mevrouw
+d'Ablong of grootmama over het engagement van Frits en Cécile zou gaan
+spreken. Dien dag gebeurde dit echter niet en tot Elsje's verwondering
+ook den volgenden niet en den daarop volgenden en toen er een week
+voorbij was gegaan, zonder dat iemand ook maar een enkele toespeling
+op het bewuste engagement had gemaakt, kwam zij tot de overtuiging dat
+men het toch niet eerder bekend wenschte te maken dan in het najaar.
+
+Deze gedachte moest haar kalmer hebben gestemd, maar tot haar schrik
+was dit het geval niet. Het was ook zoo vreemd dat Cécile en Frits
+elkaar betrekkelijk zoo weinig zochten en dat de eerste telkens
+lange wandelingen met Louise ging maken, zonder dat men wist, waar de
+beide meisjes gebleven waren. Na den eten waren zij telkens spoorloos
+verdwenen en het was nu al een paar malen gebeurd dat Elsje haar op
+het tennisveld achter het huis had gezocht en daar Frits aangetroffen
+had. Hij had dan telkens verrast opgekeken, als hij haar zag en eenmaal
+waren zij heel prettig samen gewandeld naar de heide, naar de plek,
+waar hij Elsje eens in liggende houding had aangetroffen. Hij was
+toen erg vriendelijk en zeide dat hij zoo blij was geweest, haar weer
+te zien en te kunnen denken dat zij zich nu veel gelukkiger voelde,
+dan toen zij voor 't eerst die plek had bezocht en zij had toen maar
+even geknikt--zij _kon_ niet spreken; o, als hij eens geweten had,
+hoe onrustig en bang het was in haar hart!
+
+Zij wilde en durfde zich niet afvragen, wat dit wonderlijke gevoel
+veroorzaakte in haar binnenste, maar het maakte haar ongelukkig
+en opgewonden tegelijk en toen zij dien avond weer op haar kamer
+naar buiten stond te kijken, wendde zij zich opeens woest af van
+het vredige schouwspel daar buiten en riep uit: "O, ik wil het niet,
+ik wil het niet! Het zou schande zijn, ik _mag_ niet!" En in een diep
+bedroefde stemming, overstelpt door een gevoel van schaamte en weemoed,
+knielde zij neer en bad vurig en smeekend:
+
+"Heer, neem die liefde weg uit mijn hart. O, ik smeek U, neem haar
+weg en help mij, help mij!"
+
+Maar haar strijd werd haar niet gemakkelijk gemaakt. "Ik wou dat hij
+maar minder vriendelijk was," dacht ze, telkens als Frits een gesprek
+met haar aanknoopte en haar op allerlei wijzen toonde dat hij haar
+aardig vond en van haar hield. "Waar is Roodkapje? Gaat Roodkapje
+niet mee?" hoorde zij hem steeds roepen, als er questie was van
+een wandeltocht of iets dergelijks. "Ik mag je toch immers nog wel
+Roodkapje noemen?" had hij gevraagd. "Ik vind het zoo aardig, zoo'n
+naampje voor mij apart!" En zij had toen een beetje stroef "ja" gezegd,
+boos op zichzelf, omdat de laatste woorden haar zoo welkom waren.
+
+Als zij ten minste uiterlijk maar heel kalm had kunnen zijn,
+dan zou het nog niet zoo erg zijn geweest, maar het kostte haar
+groote moeite, zich bedaard voor te doen, vooral als zij telkens de
+spottende oogen van Cécile en Louise op zich zag gevestigd, wanneer
+Frits haar een beleefdheid bewees of met haar praatte. Zij vond het
+bepaald een verademing, toen er, na een droogte van eenige weken,
+plotseling een dag kwam, waarop het zoo hevig regende dat er van
+uitgaan geen sprake kon zijn. Zij besloot nu rustig den geheelen
+middag op hare kamer te gaan zitten schrijven, aan een langen brief
+aan Line. Gelukkig werd zij niet in haar voornemen verhinderd, maar
+moeite kostte haar de brief wel--het was zoo vreemd om over koetjes
+en kalfjes te schrijven aan hare vriendin, terwijl haar hart vol
+strijd en droefheid was. "Zóó is het toch maar het beste," zei ze,
+toen ze den brief met een zucht sloot. Toen kwam er een lachje op
+haar gezicht. Wat was zij toch eigenlijk dwaas! Kom, zij zou er wel
+overheen komen; zij moest er vooral maar niet te veel aan denken;
+als Frits en Cécile eenmaal getrouwd waren, kwam alles wel weer in
+orde. Bij die gedachte zuchtte ze echter weer, alsof dat "in orde zijn"
+toch maar betrekkelijk zou wezen.
+
+"Komt Cilly en Loulou, vroolijkt ons eens wat op door een beetje
+muziek," zei grootmama 's avonds onder theetijd. "Ik word heelemaal
+somber door dien aanhoudenden stortregen vandaag. Wil je eens wat
+zingen, Louise, en heeft Cilly moed, je te accompagneeren?"
+
+"O ja zeker," riepen de beide meisjes tegelijk uit. Frits deed de
+piano open en even later klonken de vroolijke tonen van een Fransch
+liedje door de kamer.
+
+"Alleraardigst!" riep grootmama, toen het uit was. "Zingt nu nog eens
+een paar duetten, ik hoor jullie zoo graag samen."
+
+De meisjes waren onvermoeid en zongen met lust en volharding door,
+totdat de schemering inviel en Cécile beweerde dat zij nu "heusch
+onmogelijk een noot meer kon lezen."
+
+"Het spijt me toch wel, dat ik Elsje in 't geheel geen muziek heb laten
+leeren," zei mevrouw d'Ablong tot grootmama. "Zij scheen er echter
+weinig aanleg voor te hebben, maar nu mist ze het toch, dunkt me."
+
+"Ze moet haast wel aanleg tot zingen hebben met die welluidende stem,"
+zei Frits opeens.
+
+Elsje werd verlegen en Louise en Cécile stootten elkaar aan.
+
+"Elsje kan zoo fraai reciteeren," zei Cécile, "misschien wil zij
+dat nu wel eens voor ons doen. Wij zitten nu net zoo poëtisch in
+schemerdonker en daar heeft ze geen licht voor noodig."
+
+"Ik weet niet of Elsje er lust in heeft," zei grootmama langzaam en
+een weinig bevreesd dat Elsje er tegenop zou zien, in dit gezelschap
+iets voor te dragen.
+
+"Dat denk ik wel," zei mevrouw d'Ablong beslist, terwijl Elsje zwijgend
+voor zich keek, onzeker wat zij zeggen zou.
+
+"Wil je, Roodkapje?" vroeg Frits dringend. "Het behoeft maar een
+kleinigheid te wezen."
+
+"Komaan, Elsje, ik weet dat je het heel goed doet," zei mevrouw
+d'Ablong snel. "Je hebt het zoo uitmuntend geleerd op school en het
+al zoo dikwijls gedaan, wees nu niet laf."
+
+"Nu begin ik nog meer te verlangen. Ik heb je nog nooit hooren
+reciteeren, Roodkapje," zei Frits weer.
+
+"Ik wil wel, tante," zei Elsje zacht, "als ik maar wist wat."
+
+"Kijk, je kunt door het raam de sterren zien schijnen; het wordt
+beter weer, inspireert je dat niet?" vroeg Louise lachend.
+
+En de flonkerende sterren schenen Elsje werkelijk op een inval
+te brengen.
+
+"Wij hebben de laatste weken op school iets geleerd, dat ik
+bizonder mooi vond," zei ze. "Zal ik dat nemen? Maar het is heel
+eenvoudig. _Kindersproke_ heet het; misschien kent u het, grootmama?"
+
+Neen, niemand kende het. "Begin maar gauw, dan zijn wij even ver als
+jij," zei Cécile.
+
+En met een heldere stem, eenvoudig en zonder eenige gemaaktheid,
+begon Elsje te reciteeren:
+
+
+ KINDERSPROKE.
+
+ Nacht is niet boos... Als hij komt de nacht,
+ Maakt hij den hemel open,
+ En veel sterren en sterretjes komen zacht
+ Op gouden voetjes geloopen.
+ Zij zijn nieuwsgierig, en naar beneê'
+ Zouden ze heel graag komen;
+ Maar ze zijn bang voor de groote zee
+ En voor de hooge boomen.
+
+ 't Is boven óók donker ... maar zij hebben licht!
+ De zon gaf ze allemaal lichtjes,
+ Voordat hij naar bed ging; die houden ze dicht
+ Bij hun gouden sterregezichtjes.
+ Zij kijken, en lachen, en knikken goênacht,
+ En zeggen: "je moet gauw gaan slapen."
+ Zij worden eerst naar bed gebracht,
+ Als de zon heeft uitgeslapen.
+
+ Ze wand'len boven den ganschen nacht
+ Op hun kleine bloote voetjes;
+ Dat doet geen pijn ... de wolken zijn zacht,
+ En ze gaan ook maar zoetjes, zoetjes;
+ Ze mogen nóóit leven maken; dàt zou
+ De moede menschen hind'ren...
+ 'k Geloof niet dat _ik_ ze hooren zou;
+ Maar er zijn ook _zieke_ kind'ren.
+
+ 'k Zou heel graag eens naar boven gaan,
+ Als 'k wist hoe daar te komen...
+ Vogels hebben vleugels aan,
+ Die vliegen boven de boomen.
+ Bouwen ze boven ook hun nest?
+ Of zou hun dat niet bevallen?
+ En loopen je altijd alleen?--Je zoudt best
+ Uit je open huis kunnen vallen.
+
+ Hebben je boven ook een tuin,
+ En bloemen ... en kersen ... en bijen,
+ --Die brommen zoo!--en een hooge duin
+ Waar je op en af kunt rijen?
+ En je moeders handen, zijn ze ook zoo zacht
+ Als ze je 's morgens komt wasschen,
+ En de zeep zoo schuimt, en een watervracht
+ Over je rug komt plassen?
+
+ In _mijn_ bosch woont een nachtegaal.
+ Hebben je kleine muschjes,
+ Die je voeren kunt?--Ben je allemaal
+ Broertjes ... broertjes en zusjes?
+ Ik krijg er haast ook een: 't bedje staat klaar,
+ Hebben jullie allemaal bedjes?
+ Maar waar zijn ze dan, ik zie er geen .. waar?
+ 'k Hou 't mijne nu altijd netjes.
+
+ Twee, tien, twintig ... altijd meer
+ Komen je aangeloopen...
+ In mijn oogen strooien je prikkeltjes neer...
+ Ik hou ze niet meer open!
+ Tien, zes, honderd... ik ben te moe
+ Om je allemaal te tellen...
+ Als ik wakker word, is de hemel toe
+ En 'k heb nog zóóveel te vertellen...
+
+
+"Hoe allerliefst!" zei grootmama, toen Elsje zweeg. "Dank je wel,
+kind. Het is een verkwikking, zoo iets te hooren. Van wien is dat
+beelderige dingetje?"
+
+"Van Marie Boddaert," zei Elsje.
+
+"Is dat niet een freule?" riep Louise uit. "Ook van adel!" vervolgde
+ze fluisterend tot Cécile.
+
+"Vervelend kind, houd je toch stil!" knorde Cilly.
+
+"Ik vond het ook een heel aardig vers," zei Louise, "maar ik begrijp
+toch niet, hoe iemand zooveel kan zien in die sterren."
+
+"O Loulou, hoe prozaïsch!" riep mevrouw d'Ablong uit. "Neen, ik vind
+het bizonder mooi en Elsje reciteert het ook heel goed. Vindt u niet,
+grootmama?"
+
+"Ja zeker," zeide de oude dame met nadruk.
+
+Frits zei in 't geheel niets over het vers, maar bleef stil naar buiten
+zitten kijken, terwijl de anderen druk aan het praten gingen. Opeens
+echter stond hij op en zei:
+
+"Zouden we nu niet nog eens even een eind gaan loopen? Het is zoo
+mooi buiten nu en ik heb bepaald behoefte aan wat frissche lucht."
+
+"Ik blijf heusch liever thuis," zeiden grootmama en mevrouw d'Ablong
+tegelijk.
+
+"Wij willen wel mee. Is het niet, Loulou?" zei Cécile.
+
+"Dolgraag."
+
+"En jij, Elsje?" vroeg Frits.
+
+"Ja, ik vind het heel prettig."
+
+"Een eind den straatweg op maar, dunkt me, he?" zei Frits, toen de
+meisjes en hij buiten stonden. "Daar zal het 't droogst zijn."
+
+"O ja," zei Cilly. "Kom Lou, dan gaan wij maar samen vooruit; ik moet
+je nog even wat zeggen."
+
+"Over dien laatsten brief?" vroeg Louise nieuwsgierig, terwijl
+ze Cécile snel volgde. Frits en Elsje kwamen langzaam en zwijgend
+achteraan.
+
+"Wat een heerlijke avond nog!" zei Frits eindelijk.
+
+"Ja, heerlijk."
+
+Weer zwegen beiden, toen zei Frits aarzelend en zacht:
+
+"Ik vond het een genot naar je te luisteren zooeven, Roodkapje. Zou
+je me een genoegen willen doen?"
+
+"Wat meen je?"
+
+"Het is hier zoo rustig en vredig en de anderen zijn een heel eind
+vooruit. Niemand anders dan ik kan je hooren. Wil je het vers nu nog
+eens voor mij alleen opzeggen?"
+
+"O jawel," zei Elsje dadelijk. Zij voelde zich zoo wonderlijk kalm
+en gelukkig op dit oogenblik--het was of de plechtige avondstilte om
+haar heen haar hare rust teruggegeven had.
+
+Heel langzaam voortwandelend, zeide zij het vers nog eens op. Toen
+ze zweeg, bleef Frits staan, keek haar ernstig aan en zei:
+
+"Dank je wel. Ik vind het heel lief van je dat je dat voor mij hebt
+willen doen."
+
+"Zeg eens even, vergeten jullie ons heelemaal?" riep Cécile, die met
+Louise teruggekeerd was. "Wij gaan naar huis, hoor; het is daar verder
+op den weg zóó nat."
+
+"Ja, wij gaan ook naar huis," zei Elsje snel.
+
+Cécile ging naast Frits loopen en begon druk met hem te praten, hem
+plagend dat hij zooveel stiller was dan andere avonden. "Dat komt zeker
+door al die poëzie over de sterren," zei ze spottend, toen ze de villa
+hadden bereikt en toen Louise en zij later met Elsje naar boven waren
+gegaan, hoorde deze haar op het portaal lachend tot Loulou fluisteren:
+
+"Het is onzinnig, maar ze heeft het gedecideerd beet, hoor!"
+
+
+
+Hoofdstuk XV.
+
+Cécile's Engagement.
+
+
+Er gingen drie, vier weken op deze wijze voorbij en alles bleef bij
+het oude. Niemand maakte ook maar de geringste toespeling op een
+engagement tusschen Frits en Cécile en Elsje's strijd werd hoe langer
+hoe zwaarder. Louise zou nu spoedig vertrekken en dan zouden die
+fluisterende gesprekken en dat laffe gegiegel ten minste ophouden,
+dacht zij met een zucht van verlichting. Frits was telkens uren
+aaneen op de buitenplaats, waarvan hij met September den post van
+rentmeester op zich zou gaan nemen. Er was een aardig, vroolijk huis
+te zijner beschikking gesteld en grootmama en hij waren druk bezig,
+de kamers prettig en comfortabel in te richten en allerlei noodige
+veranderingen te laten aanbrengen. Cécile interesseerde zich zeer voor
+het huis en gaf telkens raadgevingen ten beste omtrent het schikken
+der meubelen en het versieren der muren. Zij had veel smaak en was
+daarvan zelf ook volkomen overtuigd. Door het geheele gezelschap
+werden herhaaldelijk tochten gemaakt naar het huis, waarbij Frits er
+met trots de goede hoedanigheden en de mooie ligging van aanwees.
+
+"Nu is mijne toekomstige woning bijna klaar," zei hij, toen hij op
+een Zaterdagavond thuiskwam. "Ik hoop dat de dames mij de eer willen
+aandoen er morgenmiddag nog eens met mij heen te gaan en te zien of
+het geheel hare hooge goedkeuring wegdraagt."
+
+Het was den volgenden dag prachtig weer en Elsje genoot 's ochtends
+met haar geheele hart de mooie wandeling naar de kleine dorpskerk,
+waarheen de weg voerde langs kronkelende, smalle paden tusschen het
+bouwland door. Zij voelde zich vredig en blijmoedig gestemd; alles om
+haar heen was zoo mooi, zich badend in den glans van gouden zonlicht;
+het was haar, alsof de natuur in al hare lieflijkheid haar toeriep om
+te genieten met een dankbaar, gelukkig hart. Zij was zoo klein soms
+in haar angstigen, eenzamen strijd, dat voelde zij wel en alles was
+rustig in haar, vol moed en hoop, toen ze luisterde naar de ernstige
+preek en met hare heldere stem de gezangen meezong. Grootmama moest
+telkens eens naar haar kijken, terwijl ze eenvoudig en met zekeren
+heiligen ernst in de oogen deel nam aan de godsdienstoefening en
+Frits liep zwijgend naast haar op den terugweg, als beschroomd om
+hare stemming te verbreken.
+
+"Erg interessant en peinzend," zei Cécile, die met Louise achter hen
+liep. "Het wordt heusch te dwaas, Lou. Dat kind gaat zich allerlei
+dingen verbeelden, omdat Frits uit goedigheid met haar loopt en
+vriendelijk voor haar is."
+
+"Ja, het is allergekst," zei Louise, "nu, ze zal het langzamerhand
+wel afleeren."
+
+"Dat zal wel dienen, ten minste, maar eigenlijk moesten wij haar dan
+wat helpen."
+
+"Och, laten wij haar nu maar niet plagen; ik heb toch een beetje met
+haar te doen."
+
+Heel noodig scheen het anders niet te zijn dien dag, dat Louise
+medelijden met Elsje had, want 's middags was ze heel opgewekt
+en babbelde vroolijk met Frits, die haar zoo dikwijls vroeg
+toen zij in en bij zijn huis rondliepen: "En hoe vindt je dit nu,
+Roodkapje?" "Is de natuur hier nu niet nog veel mooier dan bij jouw
+dorp, Roodkapje?" "Moet je mijn kippenhok nu niet eens gaan bewonderen,
+Roodkapje?" en dergelijke dingen meer, dat grootmama tusschenbeide kwam
+en lachend beweerde dat hij Elsje nu eens met rust moest laten. Zij
+kon onmogelijk op al zijn vragen tegelijk antwoorden.
+
+"Mag ik je nu nog even één vraag doen?" vroeg Frits een poos later,
+toen hij met Elsje voor het bewuste kippenhok heen en weer liep. De
+anderen stonden al bij het hek van den tuin op haar te wachten om terug
+te gaan; Frits zou veel later volgen, hij moest nog in het huis zijn.
+
+"Ik moet nu heusch weg," zei Elsje haastig en op eens niets kalm meer,
+zij wist zelf nauwelijks waarom.
+
+"Je moogt terstond gaan," zei Frits, zeer snel sprekend. "Ik wou
+alleen weten, of je dat aardige roode kapje nog hebt en of je het
+dan nog eens voor mij op zoudt willen zetten."
+
+"O, dat is thuis, in de stad," zei Elsje lachend en blozend. "Dan
+moet je nog een beetje geduld hebben." En zonder af te wachten,
+of Frits ook nog iets te zeggen had, liep ze weg, naar de anderen toe.
+
+"Wat ben je stil, Elsje," zei Cécile met een fijn lachje toen zij
+naar huis terug wandelden.
+
+"Zeker erg boeiende gedachten!" zei Louise spottend. Mogen wij die
+niet weten, Elsje?"
+
+"Ik denk dat je er niet erg nieuwsgierig naar bent," antwoordde
+Elsje bedaard.
+
+"Maar dat zijn we juist wel," zei Cécile. "Je bent zoo verbazend
+interessant den laatsten tijd en je krijgt zoo dikwijls een lief
+kleurtje! Maar daar zou ik toch niet te veel een gewoonte van maken
+als ik jou was; het staat je niet erg."
+
+"Dat kan mij niets schelen," zei Elsje driftig.
+
+"Dat ben ik zoo vrij niet te gelooven, meisje," zei Cécile scherp. "Het
+kan je wel degelijk schelen, hoe je er uitziet. Wat beduidt het anders
+dat je zoo vaak dien grooten hoed opzet, nadat Frits eenmaal heeft
+gezegd, dat die je niet onaardig staat?"
+
+Elsje werd vuurrood en beet zich op de lippen.
+
+"Ik geloof heusch," vervolgde de onverbiddelijke Cécile, "dat je
+er bizonder op let, wat Frits zegt. Louise heeft het ook opgemerkt,
+is het niet, Lou?"
+
+"Ja natuurlijk," zei Louise.
+
+Elsje zweeg, maar de kleur op hare wangen werd donkerder en hare oogen
+schitterden van verontwaardiging en angst. Gelukkig waren zij nu juist
+de villa genaderd en kon zij zich bij de twee oudere dames voegen.
+
+"O Elsje, wat zie je er warm uit!" zei mevrouw d'Ablong. "Ga maar
+gauw een koelere japon aantrekken, kind. Jij verkleedt je zeker ook
+nog even, he Cilly?"
+
+"Ja mama. O, zijn er brieven gekomen? Kijk eens even hoe aardig! Een
+voor Lou, een voor Elsje en een voor mij. Hier Elsje, zeker van je
+zielsvriendin!"
+
+Elsje nam den brief aan, die werkelijk van Line bleek te zijn. Zij
+liep er langzaam mee naar boven, voorafgegaan door Louise en Cécile,
+die dolle pret samen hadden. Zij stonden nog op het portaal te lachen,
+toen Elsje naderde en juist wilde deze de kamer van Frits voorbijgaan,
+waarvan de deur op een kier stond, toen Cécile haar opeens een duw gaf,
+zoodat zij midden in de kamer terecht kwam.
+
+"Mal kind, je bent verliefd!" riep Cécile. "Geniet daar maar eens
+heerlijk een beetje, hoor. Je hebt dan zijn kamer tenminste, al heb
+je hem niet."
+
+En voordat Elsje weg kon loopen, had zij de deur gesloten en den
+sleutel van buiten in het slot omgedraaid. Elsje hoorde Louise nog
+zeggen: "Och Cilly, dat vind ik nu al te erg! Laat er haar toch weer
+uit! Wat zal zij beginnen, als hij straks thuis komt?" En Cécile's
+antwoord: "Wel neen, ze zit daar best!" Daarop verwijderden de beide
+meisjes zich.
+
+Wat moest de arme Elsje nu doen? Met den brief van Line nog ongeopend
+in hare hand, stond ze een oogenblik strak voor zich uit te kijken,
+om toen naar de deur te snellen en driftig aan den knop te rukken,
+die natuurlijk zijn dienst weigerde. Toen liep ze naar het raam, keek
+naar buiten en kwam, met een trilling van schrik, tot de overtuiging
+dat het onmogelijk zou zijn van die hoogte naar beneden in den tuin te
+springen. Er zat niets anders op dan zoo rustig mogelijk te wachten,
+tot het Cécile zou believen den sleutel weer om te draaien en haar
+vrij te laten. Maar als Frits voor dien tijd thuis kwam en haar
+daar vond! Dat zou verschrikkelijk wezen! Zij kon dat denkbeeld in
+het geheel niet verdragen, liep weer naar de deur en riep luid en
+dringend: "Och Cécile, doe toch open, laat er mij als 't je blieft
+uit!" En toen ze geen antwoord kreeg: "Grootmama! Tante!"
+
+Het bleef echter stil op het portaal. De twee oudere dames waren zeker
+beneden en Louise en Cécile bekommerden zich niet meer om haar. Het
+was verschrikkelijk, verschrikkelijk! Maar niettegenstaande haar angst
+en gejaagdheid, begaf ook nu hare zelfbeheersching haar niet. Zij
+trachtte zich tot kalmte te dwingen en bedaard af te wachten, wat er
+gebeuren zou. Zoodra ze iemand hoorde op het portaal of in den tuin,
+zou ze roepen; tot zoolang _moest_ ze geduld hebben. Om zich den tijd
+te korten, zou ze probeeren Line's brief te lezen.
+
+Zij scheurde het couvert open en zag dat het slechts een kort, maar
+dringend schrijven bevatte van Line om haar uit te noodigen, _zoo
+gauw als zij maar kon,_ te komen logeeren. Hare ouders verlangden
+erg kennis met Elsje te maken, schreef zij. Hare moeder was in het
+begin der volgende week jarig en er zou dan een groote buitenpartij
+plaats hebben; daar moest Elsje noodzakelijk bij zijn! Zij moest maar
+terstond terug schrijven, dat zij kwam en wanneer. Line had een gevoel,
+alsof zij haar in geen maanden gezien had!
+
+Elsje las de weinige regels snel door, onderwijl scherp luisterend,
+of zij niet iemand hoorde aankomen, die haar uit haar gevangenschap
+kon verlossen. Het bleef echter doodstil op het portaal en ook in
+den tuin vertoonde zich niemand. Zij stond nog steeds op dezelfde
+plek bij het raam naar buiten te kijken en bleef daar staan, erg
+ongeduldig en zenuwachtig, zonder er een oogenblik aan te denken,
+nieuwsgierig in de kamer rond te snuffelen of een kijkje te nemen in
+de boeken van Frits, die door het geheele vertrek lagen verspreid. "Ik
+moet bedaard blijven," dacht ze, "zoodat ik hem heel gewoon en kalm
+kan zeggen, wat er gebeurd is, als hij straks komt," maar zij werd
+er juist niet kalmer op, toen zij eindelijk een bekenden mannenstap
+hoorde op het portaal. Aan de kamer van Frits grensde een klein
+vertrekje waar hij sliep. Dit kon alleen door de zitkamer worden
+bereikt, maar Elsje koesterde toch een oogenblik de vurige hoop dat
+hij daar dadelijk heen zou gaan en haar niet zou zien, als zij even,
+in half gebogene houding, achter de schrijftafel staan bleef, terwijl
+hij de kamer doorging. Ze kon dan terstond wegsnellen, als hij zijn
+slaapkamertje binnengegaan was. Maar...Frits zelf bracht hare plannen
+geheel in de war. Hij was natuurlijk zeer verwonderd, zijn kamer
+op slot te vinden en draaide terstond ongeduldig den sleutel om,
+om toen een beetje driftig naar binnen te loopen en rond te kijken,
+of er ook iets bizonders te zien was. Er kwam een zekere verlegene
+verbazing op zijn gezicht, toen hij Elsje gewaar werd.
+
+Het arme meisje werd vuurrood, kwam bevend achter de schrijftafel te
+voorschijn en zei snel en geagiteerd:
+
+"Cécile had mij hier opgesloten, heelemaal uit de grap natuurlijk,
+maar ik vond het toch heel akelig en ik was zoo bang..."
+
+"Bang?" viel Frits langzaam in, terwijl hij haar ernstig in de oogen
+keek. "Maar voor mij ben je toch niet bang, Roodkapje?"
+
+"O neen," zei Elsje, een anderen kant uitkijkende. "Heelemaal niet
+natuurlijk, maar ik dacht dat je misschien boos op me zoudt wezen."
+
+"Als je niet bang voor me bent, waarom durf je me dan niet aan
+te kijken?"
+
+"Dat ... dat durf ik wel."
+
+"Doe het dan eens."
+
+Zij wierp het hoofd een weinig achterover, als wilde ze hare
+verlegenheid trotsch onderdrukken, en zag hem aan, boos op zichzelf,
+omdat ze voelde, dat ze al weer een kleur kreeg.
+
+"Dus je bent heelemaal niet bang voor me?" vroeg hij met een fijn
+lachje, dat Elsje opeens in een geheel andere stemming bracht en een
+uitdrukking in hare oogen deed ontstaan, die Frits niet begreep. Het
+was, alsof zij plotseling erg verontwaardigd werd.
+
+"Neen, volstrekt niet natuurlijk," riep ze, terwijl ze vlug als de
+wind van hem wegliep, de kamer uit.
+
+"Hij lacht mij uit," fluisterde zij met trillende lippen, toen ze in
+hare eigene kamer was. "Ik heb zeker heel gek gedaan! O, wat moet ik
+beginnen, wat moet ik beginnen!"
+
+Maar terwijl ze zich verkleedde, werd ze kalmer. Ze zou hare tante
+dadelijk den brief van Line laten zien en haar vragen of zij over een
+paar dagen naar haar toe mocht gaan. Als zij Frits maar niet meer
+zag, zou alles wel beter met haar worden en als zij dan terugkwam,
+werd het engagement tusschen Cécile en hem zeker heel gauw publiek en
+zou alles van zelf gemakkelijker worden. Zij hield de lippen stijf op
+elkaar gedrukt, terwijl ze hierover nadacht en dwong zich letterlijk
+tot kalmte, toen ze weer naar beneden gaan moest en de anderen zien.
+
+"Een vrij goedkoope aardigheid van je, Cilly," hoorde zij Frits tot
+Cécile zeggen, toen zij de kamer inkwam. Hij schoof snel een stoel voor
+haar naast grootmama, toen hij haar zag, maar Elsje lette er niet op
+en ging terstond naar hare tante, die een weinig van de anderen af,
+op de canapé zat te lezen.
+
+"Het spijt me voor je, kindlief, maar daar kan niets van komen,"
+zei mevrouw d'Ablong half fluisterend, toen ze Line's briefje
+had gelezen. "Ik heb die vriendschap toegelaten toen je nog op de
+kostschool waart en ik ben er ook niet tegen dat dat meisje en jij
+nog brieven aan elkaar schrijven--zoo langzamerhand zal dat ook wel
+uitslijten. Ik begrijp wel dat het een teleurstelling voor je is,
+niet naar haar toe te gaan, maar heusch, die menschen behooren niet
+tot onzen stand en wij kunnen niet met hen omgaan, dat gaat niet. Je
+moet maar een heel beleefd briefje terugschrijven dat het je spijt,
+maar dat grootmama je nu liever hier houdt."
+
+"Maar tante, grootmama heeft daar toch niets van gezegd."
+
+"Neen, maar ik weet toch dat het zoo is. Kom kind, trek er nu je hart
+maar af en kijk niet zoo verdrietig. Maar Elsje, je hebt tranen in de
+oogen! Wat is er toch met je? Je bent den laatsten tijd bepaald anders
+dan vroeger. Ga hier eens even bij mij op de canapé zitten. Is er wat,
+kind? Kom, zeg het mij maar."
+
+"Neen tante, er is niets, heusch niet," zei Elsje met zooveel nadruk,
+dat mevrouw d'Ablong haar lachend aankeek. "Ik zou alleen zoo dolgraag
+naar Line willen gaan."
+
+"Ja, maar dat kan nu niet en daar spreken we nu ook niet meer
+over. Maar ik geloof dat je niet heelemaal de zuivere waarheid spreekt
+meisje, en dat je wel wat scheelt."
+
+Het trof gelukkig voor Elsje dat juist op dit kritieke oogenblik de
+gong voor het middagmaal werd geluid.
+
+Zij volgde de anderen met een zucht van verlichting en deed haar best
+onder het eten zoo spraakzaam en vroolijk mogelijk te zijn. Frits
+babbelde druk met haar mede en zij vond ten slotte dit uur lang zoo
+moeielijk niet, als zij gevreesd had dat het zijn zou.
+
+Maar na den eten werd zij weer moedeloozer. Louise en Cécile
+waren dadelijk naar boven gegaan, grootmama rustte even en mevrouw
+d'Ablong en Frits liepen druk in gesprek samen in den tuin. Elsje
+stond alleen onder de veranda, geheel vervuld van de teleurstelling,
+dat zij niet bij Line mocht gaan logeeren en ook weer angstig over
+de geheime blijdschap, die zij in haar hart voelde, omdat ze hier
+moest blijven. Het was alles onrustig en gejaagd in haar en gehoor
+gevend aan een opwelling om in de plechtige eenzaamheid van het bosch,
+de kalmte te zoeken, die zij noodig had, liep zij de dennenlaan op
+zij van het huis in en gaf zich over aan de gewaarwording van innig,
+rein genot, die ze steeds voelde, als ze alleen was met de natuur.
+
+"Hè, hoe heerlijk!" zuchtte ze, opkijkend naar de blauwe lucht
+en de verkwikkenden harsgeur inademend, terwijl er een weldadig
+gevoel van vredige berusting in haar hart kwam, vermengd met het
+oude gevoel van schaamte over hare kleingeloovige zwakheid. Met een
+ernstige uitdrukking op haar gezicht, liep ze langzaam voort tot ze
+opeens verschrikt stil stond bij het hooren van de stem van Frits,
+die haar riep.
+
+"Elsje, Elsje, Roodkapje, wacht even!" riep hij en zonder te
+antwoorden, keerde zij zich om en zag hoe hij hijgend en op een drafje
+naar haar toekwam.
+
+"Mag ik met je meewandelen?" riep hij, en verbaasd dat zij niet
+dadelijk "ja, graag," zeide, vroeg hij toen hij bij haar stond:
+"Nu, wil je me mee hebben of niet?"
+
+Elsje wist zelf nauwelijks later, hoe zij de woorden er uit had
+gebracht, maar overweldigd door een vreemden angst om alleen met
+hem te zijn en om, als zij later met Frits thuiskwam, de spottende
+blikken van Louise en Cécile op zich gevestigd te zien, zei ze gejaagd:
+
+"Ik....ik ga liever alleen, eigenlijk."
+
+Frits kreeg een kleur en beet zich op de lippen. Hij zag er boos uit,
+vond Elsje.
+
+"Dan zal ik je natuurlijk geen oogenblik langer met mijn gezelschap
+lastig vallen," zei hij koel, keerde haar den rug toe en sloeg een
+zijpad in naar het bosch.
+
+Al Elsje's rust was verdwenen en toch had zij geen berouw over haar
+gedrag. "Laat hij dan maar boos wezen, ik kon niet anders," mompelde
+ze, terwijl ze terstond den terugweg naar huis insloeg. Zij mocht
+hem eens weer tegenkomen als zij verder wandelde en dat wilde ze in
+geen geval!
+
+Ze vond de vier andere dames al aan de theetafel zitten, toen ze de
+veranda inliep en met geheime vreugde merkte ze op, dat Loulou en
+Cécile verbaasd keken, toen zij zagen dat ze alleen was. Grootmama
+vroeg ook: "He, heb je Frits niet mee gebracht?" en Elsje antwoordde
+heel gewoon: "Neen grootmama," zonder te blikken of te blozen. "Dan
+is hij toch zeker alleen gaan wandelen," zei grootmama weer en Elsje
+zweeg; ze wist immers, dat de oude dame het bij het rechte eind had.
+
+"Wat blijft hij dan vreeselijk lang uit," zei Cécile, "niet heel
+beleefd tegenover jou, Lou, het is je laatste avond."
+
+"O, _ik_ mis hem niet erg," fluisterde Louise met een veelbeteekenenden
+blik op Elsje.
+
+"Nu begrijp ik toch heusch heelemaal niet, waar Frits blijft," begon
+grootmama weer, toen het over negenen was en haar kleinzoon nog maar
+steeds niet terug kwam.
+
+"Misschien is hij nog even naar zijn huis gegaan," zei mevrouw
+d'Ablong.
+
+"Neen, dat denk ik niet, dan zou hij het mij wel gezegd hebben."
+
+Het werd half tien, tien uur en nog kwam Frits niet. "De heerlijke
+zomeravond zal hem zeker tot een bizonder lange wandeling verleid
+hebben," zei grootmama. "Hij houdt ook zoo dolveel van de heide bij
+maanlicht, evenals jij, Elsje. Hoe is het, kind? Je bent zoo stil,
+dunkt me."
+
+"Ik heb wat hoofdpijn, grootmama," zei Elsje zacht.
+
+"Dan zou ik maar dadelijk naar bed gaan, Elsje," zei mevrouw d'Ablong
+bezorgd. "Je hebt bijna nooit hoofdpijn; een lange nacht zal je
+goed doen."
+
+"Ja, ik wil eigenlijk wel graag gaan," antwoordde Elsje, die er erg
+tegenop zag Frits weer te zien, na de ontmoeting in de dennenlaan.
+
+"Blijf morgenochtend nog maar rustig wat liggen als je je niet prettig
+voelt, hoor," zei grootmama, toen zij Elsje goeden nacht wenschte.
+
+"Ja, laten wij maar vast afscheid nemen," zei Louise, "ik ga al om
+half negen weg--dan ben je misschien nog niet bij de hand."
+
+"Dan mag ze ook wel afscheid nemen van mama en mij," zei Cécile,
+"want wij brengen je met het rijtuig naar den trein, zooals je weet
+en gaan dan verder."
+
+Elsje bleef verbaasd staan en keek mevrouw d'Ablong aan. "U en Cécile
+gaan toch nog niet weg, tante?" vroeg ze verwonderd.
+
+"Neen, wij gaan maar voor twee dagen uit logeeren," antwoordde mevrouw
+d'Ablong met een geheimzinnig lachje. "Ik mag er je niets meer van
+vertellen, dat wil Cilly niet hebben. Het moet een verrassing zijn
+voor je en voor Frits ook natuurlijk; die zou zeker van avond niet
+zoo lang uitblijven, als hij wist dat Cilly er morgen en overmorgen
+niet zal zijn. Nacht Elsje, ga maar gauw naar bed, hoor."
+
+Elsje begreep er niets van. _Wat_ moest een verrassing zijn voor haar
+en voor Frits en waarom mocht Frits niet weten dat Cécile twee dagen
+uit logeeren ging? Grootmama had ook al zoo geheimzinnig geglimlacht
+en later weer zoo heel ernstig gekeken, toen ze Elsje een kus gaf
+en met nadruk zeide: "Nacht mijn lief kleindochtertje!" Zou zij
+toen gemeend hebben dat zij graag wilde dat Elsje wezenlijk hare
+kleindochter werd? Elsje schrikte over hare eigene vermetelheid,
+toen deze gedachte bij haar opkwam. Hoe was het mogelijk dat zij zoo
+iets _durfde_ te denken! Grootmama was natuurlijk erg ingenomen met
+het engagement van Frits en Cécile en zijzelf _moest_ probeeren er
+ook mede ingenomen te zijn. Als hare tante en Cécile over twee dagen
+weer thuis waren, zou het dan toch zeker publiek worden--Elsje wou
+nu erg graag dat het maar zoover was. Hè, wat was haar hoofd moe en
+wat deed het pijn! Zij moest maar gauw probeeren in slaap te komen.
+
+Den volgenden ochtend werd zij heerlijk verkwikt wakker en was juist
+op het punt om op te staan, toen de deur harer kamer langzaam werd
+geopend en hare tante, binnenkwam. Zij zag er bizonder vriendelijk uit,
+boog zich over Elsje heen, kuste haar en zeide:
+
+"Ik zou nog maar rustig een beetje blijven liggen, meisje, tot wij
+weg zijn. Frits is gisteravond laat thuis gekomen, maar ik heb hem
+van ochtend toch al gesproken. Neen, kijk mij eens even goed aan. Ben
+je van plan vandaag weer heelemaal in je eentje te gaan wandelen of
+mag Frits nu wel met je mee, ondeugend kind?"
+
+Elsje kleurde tot achter de ooren. Dus Frits had alles aan hare tante
+verteld,--dat vond ze in 't geheel niet aardig van hem!
+
+"O, ik wil ook wel met Frits wandelen," zei ze koel.
+
+"Zoo jonge dame, wil je dat wel? Nu, dan wensch ik je een prettige
+wandeling, hoor!"
+
+Toen, opeens ernstig wordend, knielde mevrouw d'Ablong bij het ledikant
+neer en zei op zachten toon:
+
+"Mis je je grootmoeder nu nog zoo erg, Elsje? Of heb je toch ook bij
+mij een gelukkig leven gehad?"
+
+"O ja tante, ja," riep het jonge meisje uit met een dankbaren blik. "U
+bent zoo goed voor me en zoo lief."
+
+"Niet altijd," zei mevrouw d'Ablong met zulk een glans van teederheid
+in de donkere oogen, dat Elsje er aangedaan van werd, de armen om
+haar hals sloeg en zeide:
+
+"Ik houd toch zooveel van u, tante."
+
+"Zóóveel?" vroeg mevrouw d'Ablong glimlachend. "Meer dan van iemand
+op de wereld, Elsje?"
+
+Elsje antwoordde niet dadelijk. Toen zei ze heel zacht:
+
+"Dat weet ik niet."
+
+"Dan hoop ik dat je het spoedig weten zult," zei hare tante vriendelijk
+en met nadruk. Even later had zij de kamer verlaten.
+
+Het was met een gemengde gewaarwording van teleurstelling en
+verlichting dat Elsje, toen zij beneden kwam, bemerkte dat niet
+alleen hare tante, Cécile en Louise vertrokken waren, maar dat ook
+Frits reeds ontbeten had en naar het dorp gegaan was om boodschappen
+te doen. Tegen koffietijd kwam hij terug, maar terstond na het lunch
+ging hij naar zijn kamer, waar hij "allerlei te beredderen" had,
+zooals hij beweerde. Grootmama en Elsje gingen toen samen buiten zitten
+handwerken, maar het was een vreemde, ongezellige middag, vond de oude
+dame en wat Elsje betreft--zij was zoo stil en tevens zoo ongedurig
+dat grootmama haar telkens vroeg, of de hoofdpijn nog niet over was
+en of zij niet eens even zou gaan liggen. Elsje was blij, toen het
+etenstijd was, maar bedaarder werd zij er niet op, toen Frits haar
+na den eten aarzelend vroeg, of zij lust had nog eens naar de heide
+te wandelen, naar het bekende plekje, dat zij zoo mooi vond. "O ja,
+ik wil heel graag," zei ze snel--ze durfde nu niet te zeggen dat ze
+eigenlijk liever alleen uit wilde gaan--"dan neem ik een boek mee,
+als je 't goed vindt, het lijkt me zoo prettig toe, daar een beetje
+te gaan zitten lezen."
+
+"Zeker, dat vind ik uitstekend," antwoordde Frits, "ik zal ook een
+boek halen."
+
+Een paar minuten later wandelden zij, ieder gewapend met een boek,
+de bewuste dennenlaan door naar den heuvel bij de heide. Frits had
+ook nog een klein pakje in zijn hand. Elsje begreep volstrekt niet,
+waarom hij dat meenam en wat het bevatten kon--het was een bruin
+papieren pakje en zij keek er een paar malen nieuwsgierig naar, maar
+durfde toch niet vragen, wat er in het papier was. Zij voelde zich weer
+vervelend verlegen en weinig op haar gemak. Het was onuitstaanbaar,
+en als Frits nu maar wat meer gepraat had en er niet zoo ernstig had
+uitgezien, juist alsof hij nog wat boos op haar was, zou ze wel gauw
+wat minder geagiteerd geworden zijn, geloofde ze. Nù was ze heel blij,
+toen ze het heuveltje beklommen hadden en de heide zich in al hare
+pracht van geur en kleuren voor hunne oogen uitstrekte.
+
+"Hier ga _ik_ zitten," zei Elsje, terwijl ze zich neervlijde tegen
+de zachte glooiing van den rand der heide.
+
+"Dus dat beteekent dat ik verder mijn heil moet zoeken?" vroeg Frits
+lachend. "Of is daar heusch plaats voor twee?"
+
+"Natuurlijk wel."
+
+"Zit je gemakkelijk?" vroeg Frits weer, met zijn elleboog onder het
+hoofd, in liggende houding voor zich uitkijkend en met zijn boek nog
+ongeopend naast zich op den grond. Elsje sloeg met ijver de bladzijden
+van het hare om.
+
+"O ja, heel gemakkelijk," zei ze, zonder op te zien, hoewel ze heel
+goed voelde dat Frits haar aanzag.
+
+"Wat lees je op 't oogenblik?" vroeg hij even later, zonder zijne
+oogen van haar gezicht af te wenden, dat beurtelings bleek en rood
+werd, tot Elsje's diepe ergernis.
+
+"Nu, wat lees je? Het is zeker een erg mooi gedeelte van het boek,"
+begon hij weer. "Je bent er zoo in verdiept."
+
+Elsje zou niet hebben kunnen antwoorden op die vraag, al had zij ook
+nog zoo graag gewild. Zij _wist_ niet wat zij las, heelemaal niet
+en zij vond dat het zoo niet langer uit te houden was en ongeduldig
+opspringend, riep zij uit:
+
+"Ik ga nog even een eind loopen. Het is hier zoo... zoo benauwd,
+vind ik."
+
+"Benauwd?" riep Frits verwonderd, terwijl hij eveneens opsprong. Maar
+niettegenstaande zijn verbazing over Elsje's woorden, scheen hij
+het zelf ook opeens wat "benauwd" te krijgen. Hij zag er ten minste
+niets koel en kalm uit, toen hij voor Elsje ging staan en haast
+fluisterend vroeg:
+
+"Wil je mij je horloge nog eens laten zien?"
+
+Met een zucht van verlichting dat de vraag zoo gewoon was, haalde
+Elsje het horloge te voorschijn. Frits hield het even in zijn hand,
+toen vroeg hij dringend:
+
+"Wil je me voorlezen, wat er op staat, Roodkapje?"
+
+Elsje maakte het kettinkje los en hem het horloge nog eens overreikend,
+zei ze:
+
+"Lees het zelf maar, het staat er duidelijk op."
+
+Hij keek haar even zwijgend aan, toen zei hij langzaam:
+
+"Ik wou veel liever dat jij het deedt."
+
+"O, heel goed," antwoordde ze met gemaakte luchthartigheid. "Er staat:
+'Aan mijne lieve kleindochter.' Aardig van grootmama, he?"
+
+Frits vond het zeker bizonder aardig, maar hij liet er zich toch
+niet over uit. Zijne oogen stonden heel ernstig, terwijl hij toezag,
+hoe Elsje haar kettinkje met bevende vingers weer vastmaakte; toen
+greep hij hare beide handen en vroeg:
+
+"Wil je dat wezenlijk zijn, Elsje? Wil je grootmama's kleindochter
+worden in werkelijkheid?"
+
+"Hoe...hoe dan?" vroeg ze angstig.
+
+"Begrijp je dat niet?" vroeg hij snel, maar op hetzelfde oogenblik
+zag hij dat zij het wèl begreep. Er kwam een glans van geluk in hare
+oogen en een gloed over haar gezichtje, die hem duidelijk zeiden, wat
+haar antwoord zou zijn op zijn vraag en toch herhaalde hij ongeduldig:
+
+"Wil je, Elsje, wil je?"
+
+"Cécile..." stamelde ze, "ik dacht dat Cécile en jij..."
+
+"Dacht je dat?" vroeg hij, erg verbaasd. Toen vervolgde hij langzaam:
+"Maar nu weet je wel beter, he? En wil je me gelukkig maken? Wil je
+mijn vrouwtje worden, Elsje? Zeg toch wat; wil je, wil je?"
+
+"Ik wil wel," zei ze, niet zacht en verlegen, niet half coquet en
+aarzelend, maar met een heldere stem, duidelijk en vast en met een
+reine, vrome liefde in de oogen.
+
+Een oogenblik later zei Frits, terwijl hij met een vroolijk gezicht het
+pakje te voorschijn haalde, dat Elsje's nieuwsgierigheid had opgewekt:
+
+"Ik heb van ochtend een cadeautje voor je gekocht in het dorp. Wil
+je het van mij aannemen?"
+
+"Als het mooi is," zei Elsje lachend. Zij maakte het touw los, vouwde
+het papier open en hield toen een rood wollen kapje in de hand,
+precies gelijk aan dat, waarmee Frits haar het eerst gezien had.
+
+"Dank je wel," zei ze. "Hoe aardig!"
+
+"Laat ik het je nu eens even opzetten," zei Frits, haar den hoed
+van het hoofd nemend. "Zoo, eerst moet al dat springerige haar goed
+glad gestreken worden. Neen, laat mij maar begaan, ik kan er best mee
+terecht. Ziezoo, het past je uitstekend! Kijk me nu nog eens goed aan,
+dan kan ik zien, of het heusch goed zit."
+
+Zij zag hem aan en kreeg een kleur voor de uitdrukking, die ze in
+zijne oogen las.
+
+"Ja juist, zóó moet je ook kijken, als wij straks bij grootmama
+komen," zei hij. "Neen, neen, je houdt het kapje op; ik zal je hoed wel
+dragen en je boek ook. Ziezoo, geef mij nu een arm. Wat zal grootmama
+blij wezen!"
+
+"Denk je dat heusch?"
+
+"Denk ik dat heusch? Ja mevrouw Frits d'Ablong, dat denk ik
+wezenlijk. Neen, krijg nu maar niet weer een kleur! Of ja, doe het
+toch maar wel: het staat je niet kwaad."
+
+Zij waren niet heel ver van huis, maar wat duurde die wandeling
+lang! Zij hadden zooveel te bespreken samen, zooveel, en Elsje had
+van allerlei te vragen.
+
+"Line mag toch zeker op onze bruiloft komen, he Frits? En weet je
+wat ik zoo graag zou willen? Dat we heel gauw eens samen een bezoek
+maakten bij dien kruidenier, je weet wel, in dien winkel, waar ik toen
+'s nachts heb geslapen, jaren geleden met die akelige partij. Tante
+wou nooit dat ik er weer heenging, maar jij vindt het toch goed, he?"
+
+Frits vond alles goed. Zij zouden een visite maken bij den kruidenier
+en het dorp gaan bezoeken, waar Elsje was geboren en zoo lang had
+gewoond en Elsje zou hem de oude plekjes wijzen, waar zij als kind
+zooveel had gewandeld en zij zouden heel gauw trouwen, als grootmama
+en tante het goed vonden en alles zou even heerlijk en prettig wezen.
+
+"Grootmama, Roodkapje wil mij wel hebben," zei Frits, toen zij
+eindelijk bij de oude dame stonden, die al lang naar hen had
+uitgezien. Zij wist al sedert weken dat Frits Elsje tot vrouw
+verlangde.
+
+"Mijn lief kleindochtertje," zei ze, Elsje in de armen sluitend. Toen,
+met een vroolijk lachje:
+
+"Wel, nu ben je heusch Roodkapje! Hoe komt dat?"
+
+"Dat heeft ze aan mij te danken," zei Frits met trots. "Kijk,
+daar bloost ze alweer! Zij is bepaald een beetje bang voor me,
+grootmoeder. Niet kwaad, he?"
+
+"Och wat, ik ben heelemaal niet bang voor je!" zei Elsje
+verontwaardigd.
+
+"Ook nooit geweest?" plaagde Frits. "En gisteravond dan?"
+
+"Ik ga terstond naar mijn kamer als je zoo onaardig bent," zei
+Elsje. "Gaat u dan mee naar boven, grootmama?"
+
+"Wel neen, daar denkt grootmama natuurlijk niet aan. Je bent mij nu
+gehoorzaamheid verschuldigd en moet doen, wat ik zeg. Kom maar gauw
+hier, dan zal ik je je roode kapje afzetten. Ik geloof dat dat je
+zoo brutaal maakt."
+
+"Ik kan het zelf wel," zei Elsje, het kapje losmakend en de kamer
+uitloopend naar boven naar haar kamer. Zij had behoefte eens even
+alleen te zijn met haar geluk en er God voor te danken.
+
+"Wat ben ik blij voor je, mijn jongen!" zei grootmama, toen ze met
+Frits alleen was gebleven.
+
+Iedereen scheen blij te wezen met Elsje's engagement, merkte zij
+met vreugde op. Hare tante was uitbundig in hare betuigingen van
+blijdschap en zelfs Cécile beweerde dat zij het erg aardig vond dat
+die twee "echte buitenmenschen" het samen eens waren geworden.
+
+"Je bent zeker zoo vervuld geweest van je engagement, dat je het
+heelemaal niet vreemd vond dat mama en ik plotseling voor twee dagen
+uitgingen," zei ze tot Frits aan den avond van den dag, waarop mevrouw
+d'Ablong en zij teruggekomen waren.
+
+"Grootmama zeide dat alles een verrassing wezen moest," zei Frits,
+en ik heb dus heel gedwee naar niets gevraagd. Wij hebben ons erg
+goed gehouden, is het niet, Roodkapje?"
+
+"Ja, dat dunkt mij ook."
+
+"Jij moet nu ook maar eens gauw een keuze doen, Cilly," zei grootmama
+lachend en met een veelbeteekenend knikje.
+
+"Dat is niet meer noodig, grootmoedertje, dat weet u wel," zei Cécile,
+trotsch het hoofd in den nek werpend. "Het is nu bijna September en
+over een dag of tien wordt mijn engagement publiek."
+
+"O Cilly, hoe aardig! Maar wat heb je dat prachtig geheim gehouden! En
+wie is de gelukkige?" vroegen Frits en Elsje te gelijk.
+
+"Mijn aanstaande man is van adel en heeft een buitenplaats even buiten
+Utrecht," zei Cécile fier. "Hij heet Victor,--Jonkheer Victor van
+den Berkenhorst. Je kent hem wel een beetje, Frits."
+
+"Jawel," zei Frits peinzend. "Heb ik hem niet ontmoet op dat bal bij
+mevrouw van Rensen van den winter?"
+
+"Ja, hij ziet er heel knap uit, lang en blond. Hij studeert nog, maar
+hij is heel gauw klaar. Wij hadden zoo graag ons engagement eerder
+publiek gemaakt, maar zijn vader is een maand of vijf geleden gestorven
+en nu wilde zijn moeder liever dat wij tot het najaar wachtten. Mama
+en ik zijn nu een paar dagen bij haar geweest; zij woont beelderig
+mooi in Utrecht."
+
+"Niet zoo prettig als wij wonen zullen, toch zeker," fluisterde Elsje
+zacht tot Frits. "Ik vind het zoo heerlijk dat ik mijn verdere leven
+niet in een stad zal behoeven door te brengen, en dat wij grootmama
+zoo dicht in de buurt zullen hebben."
+
+"Als je maar geen last van mij krijgt," zei de oude dame lachend. Zij
+had Elsje's laatste woorden juist gehoord.
+
+"Daar zijn wij niet bang voor, is het wel Roodkapje?" vroeg Frits.
+
+"Neen, in 't geheel niet," antwoordde Elsje ernstig. "Ik ben juist
+zoo heel dankbaar dat ik grootmama dan werkelijk met recht bij dien
+naam zal mogen noemen."
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Elsje, by A.C. Kuiper
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ELSJE ***
+
+***** This file should be named 14580-8.txt or 14580-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/4/5/8/14580/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the PG Distributed Proofreaders Team
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.